diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 35741-0.txt | 14366 | ||||
| -rw-r--r-- | 35741-0.zip | bin | 0 -> 251819 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 35741-h.zip | bin | 0 -> 406977 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 35741-h/35741-h.htm | 13989 | ||||
| -rw-r--r-- | 35741-h/images/back.jpg | bin | 0 -> 38730 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 35741-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 46225 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 35741-h/images/spine.jpg | bin | 0 -> 22315 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 35741-h/images/titlepage.gif | bin | 0 -> 16992 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/35741-8.txt | 14366 | ||||
| -rw-r--r-- | old/35741-8.zip | bin | 0 -> 251309 bytes |
13 files changed, 42737 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/35741-0.txt b/35741-0.txt new file mode 100644 index 0000000..ca3e9ea --- /dev/null +++ b/35741-0.txt @@ -0,0 +1,14366 @@ +The Project Gutenberg EBook of Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Kunstenaarsleven te Parijs + Roman uit het Bohème-leven + +Author: Henri Murger + +Editor: W. J. A. Roldanus Jr. + +Release Date: April 1, 2011 [EBook #35741] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg + + + + + + + + + KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS + + Roman uit het Bohème-leven + + Door + + HENRI MURGER + Bewerkt door W. J. A. Roldanus Jr. + + + + Uitgegeven door J. M. Meulenhoff + te Amsterdam op het Damrak 88 + + + + + + +HOOFDSTUK I. + +HOE DE VRIENDENKRING DER BOHÈME TOT STAND KWAM. + + +Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici den zaakwaarnemer +van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de individuen met +elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke samenhoorigheid +later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit dat deel +der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht heeft aan het +publiek te doen leeren kennen. + +Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die +twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende, +plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien +hij als wekker gebruikte, hem toezong. + +"Allemachtig!" riep Schaunard uit, "mijn gevederde wekker loopt voor; +het kan nog onmogelijk vandaag zijn." + +Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij +na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat 's nachts +de rol van bed speelde--en niet om er wat van te zeggen, maar het +speelde die vrij slecht--, terwijl het overdag die van alle andere +meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude, die den +vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden: een +soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet. + +Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot +Schaunard inderhaast een rose zijden en met sterretjes en loovertjes +bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud +was op een bal-masqué-nacht bij den artist achtergelaten door een +Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de +bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de +Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen +van een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door +een uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg +geleend. + +Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam en +het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in +de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten, +wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de +buurt vijf uur. + +"De ochtendstond in eigen persoon," mompelde Schaunard in zichzelf; +"dat is prachtig. Maar," voegde hij eraan toe, een kalender, die aan +den muur hing, raadplegende, "desniettemin is zij leelijk in de war. De +aanwijzingen der wetenschap verzekeren, dat in dezen tijd van het jaar +de zon eerst om half zes moet opgaan; het is pas vijf en nu is zij +al op. Een misdadige ijver! dat hemellichaam is heelemaal van streek; +ik zal een klacht indienen bij de sterrewacht. Intusschen," voegde hij +eraan toe, "zou ik me toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan +maken; het is vandaag de dag, volgende op dien van gisteren, en daar +het gisteren de 7de was, moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt, +vandaag de 8ste April zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift +gelooven mag," zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot, +dat hij aan den muur geplakt had, ging lezen, "moet ik vandaag om +twaalf uur precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn +huisbaas, een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben +voor drie vervallen termijnen huur, die hij in een zeer slecht schrift +van mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er +zich mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het +begint erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin, +ik heb nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik +.... Vooruit .... vooruit, op weg," voegde Schaunard eraan toe. + +Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk +langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te +trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem +gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke +bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie. + +"Kijk, kijk!" riep hij uit, "het is verwonderlijk, zooals de +morgenlucht je op idées brengt; het is net, alsof ik mijn wijsje op +het spoor ben. Even probeeren ...." + +En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het +ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben +gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert +zoo langen tijd zocht, te vervolgen. + +"Do, sol, mi, do, la, si, do, ré, boem, boem. Fa, ré, mi, ré. Nee, +aïe! die ré is zoo valsch als Judas," riep Schaunard uit en sloeg +daarbij zoo hard als hij kon op de noot met den twijfelachtigen +klank. "Laten wij den mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet +schilderen van een jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw +meer ontbladert. Het is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld +noemt. Enfin, het is nu eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk +een uitgever zoudt vinden, die een romance durft uitgeven, waarin +geen blauw meer voorkomt, moet ik me er wel in schikken .... Do, +sol, mi, do, la, si, do, ré; dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft +vrijwel een denkbeeld van een madeliefje, vooral aan menschen, +die sterk zijn in botanie. La, si, do, ré, verdomde ré, loop naar +den bliksem! Om een goed denkbeeld te geven van het blauwe meer, +zou ik nu iets vochtigs, hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs +(want de maan is ook van de partij) noodig hebben; maar laat ik +oppassen, dat ik de zwaan niet vergeet .... Fa, mi, la, sol," ging +Schaunard voort, terwijl hij de heldere noten van de hooge octaven +liet klinken. "Rest nu nog het afscheid van het jonge meisje, dat +besluit zich in het blauwe meer te storten, om zich weer met haar +onder de sneeuw begraven geliefde te vereenigen. Die ontknooping is +niet duidelijk," mompelde Schaunard, "maar zij is interessant. Daar +moet ik iets teers, iets melancholieks voor hebben; daar is het al, +daar is het al, dat zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena's, +het snijdt je door je hart! Brr! Brr!" zeide Schaunard, rillend in +zijn met sterren bezaaiden rok, "als het ook maar hout sneed! Er ligt +in mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen +.... te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la, +la .... ré, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met een +verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik +het jonge meisje verder verdrinken!" + +En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde +Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als +een ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke +de trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen. + +"En laten we nu eens zien," ging Schaunard voort, "hoe mijn muziek +zich aanpast bij de woorden van mijn dichter." + +En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van poëzie, +die speciaal gebruikt wordt voor opéras comiques en ulevelrijmpjes: + + + La blonde jeune fille, + Vers le ciel étoilé, + En ôtant sa mantille, + Jette un regard voilé, + Et dans l'onde azurée + Du lac aux flots d'argent ... + . . . . . . . . + + +"Lieve Hemel!" riep Schaunard in een gerechtvaardigde verontwaardiging +uit, "de hemelsblauwe golf van een zilver meer, dat had ik nog +niet opgemerkt, dat is ten slotte te romantisch, die dichter is een +idioot, hij heeft nog nooit zilver of een meer gezien. Zijn ballade +is bovendien onzin; de caesuur der verzen staat mijn melodie in den +weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf dichten, en niet later +dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik mij in vorm gevoel, +zal ik een kleine schets van coupletten maken, om er mijn melodie +bij aan te passen." + +En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende, +de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen +onderhoudt. + +Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een +van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti +terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om +als voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen. + +Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte vrij +duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd door +de brutale komst van dezen datum: den achtsten April. + +Ziehier het couplet: + + + Huit et huit font seize, + J'pose six et retiens un. + Je serais bien aise + De trouver quelqu'un + + De pauvre et d'honnête + Qui m' prête huit cents francs, + Pour payer mes dettes + Quand j'aurai le temps. + + Refrein. + + Et quand sonnerait au cadran suprême + Midi moins un quart. + Avec probité je paîrais mon terme (ter.) + A monsieur Bernard. + + +"Duivels," zeide Schaunard, toen hij zijn gedicht herlas, "terme en +suprême zijn nu niet bepaald millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd +om ze rijk te maken. Laten we nu eens zien hoe de noten zich paren +met de lettergrepen." + +En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn +romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat, +dat hij verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een +jubelenden grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens +wanneer hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus +vertoonde. Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur. + +Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong +in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den +ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: "Ben je gereed?" + +De artist sprong op een stoel. + +"De tijd loopt als een hert," zeide hij .... "ik heb nog maar drie +kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn nieuwe woning te +vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het domein der tooverij +gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om het te vinden"; +en zijn hoofd tusschen zijn knieën verbergend, daalde hij af in de +afgronden der overpeinzing. + +Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op, +zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs geleek. + +"Er blijft nog slechts één manier over, om van hier weg te komen, +en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is mooi weer, mijn +vriend het toeval wandelt misschien wel in het zonnetje. Hij moet +me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel gevonden heb, +om mijn zaken met mijnheer Bernard af te wikkelen." + +Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als kelders, +had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten, knoopte +hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop, niet zonder +met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd, zijn kamer. + +Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis, +die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande. + +"Hé, mijnheer Schaunard!" riep hij hem toe, terwijl hij den artist +belette verder te gaan; "u bent toch niet vergeten, dat het vandaag +de 8ste is." + + + "Huit et huit font seize. + J'pose six et retiens un," + + +neuriede Schaunard; "ik denk nergens anders aan." + +"U bent wel wat laat met uw verhuizing," zeide de portier; "het is +half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer gehuurd heeft, kan +ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te maken!" + +"Maar dan moet u mij doorlaten," antwoordde Schaunard; "ik wou juist +een verhuiswagen halen." + +"Dat is prachtig; maar vòòr u verhuist, moet er nog een kleine +formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat u geen haar moogt +meenemen, voordat u de drie vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe +zult u waarschijnlijk wel in staat zijn." + +"Voor den donder," zeide Schaunard, die een pas voorwaarts deed. + +"Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie geven." + +"Ik zal ze, als ik terugkom, wel meenemen." + +"Maar waarom niet dadelijk?" drong de concierge aan. + +"Ik moet geld wisselen .... Ik heb geen kleingeld." + +"Zoo, zoo!" zeide de andere ongerust, "gaat u geld wisselen? Om het u +makkelijk te maken, zal ik zoolang het pakje, dat u onder uw arm hebt, +en dat u zou kunnen hinderen, bewaren." + +"Mijnheer de concierge," zeide Schaunard in het volle besef van zijn +waardigheid; "wantrouwt u mij bij geval ook? Denkt u, dat ik mijn +meubels in een zakdoek meeneem?" + +"Neem me niet kwalijk, mijnheer," antwoordde de concierge, die een +toontje lager begon te zingen, "dat is mijn consigne. Mijnheer Bernard +heeft mij uitdrukkelijk bevolen u geen haar te laten medenemen, +voor u betaald hebt." + +"Maar kijk dan," zeide Schaunard, terwijl hij het pakje open maakte, +"dat zijn geen haren, maar hemden, die ik naar de waschvrouw breng, +die naast den geldwisselaar, twintig pas hiervandaan, woont." + +"Dat is wat anders," merkte de concierge, na den inhoud van het pakje +onderzocht te hebben, op. "Maar zonder indiscreet te willen zijn, +mijnheer Schaunard, zou ik ook uw nieuwe adres mogen weten?" + +"Ik ga in de rue de Rivoli wonen," antwoordde koeltjes de artist, +die, nu hij eenmaal in de straat was, zich zoo gauw mogelijk uit de +voeten maakte. + +"Rue de Rivoli," mompelde de concierge in zichzelf, terwijl hij met +zijn vingers in zijn neus pulkte, "het is wel een beetje vreemd, dat +ze hem in de rue de Rivoli kamers verhuurd hebben en hier heelemaal +geen informaties naar hem zijn komen nemen; het is wel een beetje +vreemd. Enfin, zonder betalen krijgt hij zijn meubels niet mede. Als +de nieuwe huurder nou maar niet net komt als Schaunard bezig is zijn +boeltje weg te halen. Dat zou me op de trap een herrie geven! Lieve +Hemel," zeide hij plotseling, terwijl hij zijn hoofd door het +schuifraampje stak, "daar heb je hem net." + +Gevolgd door een pakjesdrager, die nu niet bepaald onder zijn last +scheen te bezwijken, kwam op dat oogenblik een jonge man met een +witten Louis XIII hoed op, de vestibule binnen. + +"Mijnheer," vroeg hij den concierge, die hem tegemoet ging, "is mijn +appartement vrij?" + +"Nog niet, mijnheer, maar het zal niet lang meer duren. De +tegenwoordige huurder is een verhuiswagen gaan halen. Misschien wil +mijnheer zijn meubels zoo lang op de binnenplaats zetten." + +"Ik ben bang, dat het zal gaan regenen," antwoordde de jonge man, +terwijl hij kalm op een bouquetje viooltjes, dat hij tusschen zijn +tanden hield, kauwde, "en dan zouden mijn meubelen bederven. Vriendje," +voegde hij eraan toe, terwijl hij zich wendde tot den witkiel, +die achter hem was blijven staan en aan zijn draagzeel een aantal +voorwerpen had hangen, waarvan de concierge niet precies begrijpen +kon, wat het waren, "zet dat maar neer in de vestibule en ga dan +op mijn vroegere kamers halen wat er nog aan kostbare meubels en +kunstvoorwerpen over is." + +De witkiel zette langs den muur verschillende houten lijsten neer +van zes à zeven voet hoog, waarvan de bladen gemakkelijk heen en weer +konden gaan. + +"Kijk!" zeide de jonge man tegen den witkiel, terwijl hij een der +deksels opende en hem op een scheur in het linnen wees, "daar heb je +al een ongeluk. Er zit een stervormige barst in mijn Venetiaanschen +spiegel. Wees op je tweeden tocht voorzichtiger en let vooral goed +op mijn bibliotheek." + +"Wat bedoelt hij toch met zijn Venetiaanschen spiegel?" bromde de +concierge, die ongerust om de langs den muur geplaatste houten ramen +dwaalde, in zichzelf; "ik zie geen spiegel; maar dat is zeker een +grap, ik zie niets, dan een kamerschut; enfin we zullen wel eens +kijken wat er met de tweede reis mee komt." + +"Zou uw huurder niet gauw de kamers leeg maken? Het is half een, +en ik zou wel willen beginnen met inruimen," zeide de jonge man. + +"Hij zal nu wel dadelijk hier zijn," antwoordde de concierge; +"trouwens, zoo heel erg is het niet, want uw meubels zijn toch nog +niet hier," voegde hij eraan toe, nadruk leggend op de laatste woorden. + +De jonge man wilde antwoorden, toen juist een dragonder-ordonnance +de binnenplaats opkwam. + +"Woont mijnheer Bernard hier?" vroeg hij, terwijl hij een brief uit +zijn portefeuille haalde. + +"Die woont hier," antwoordde de concierge. + +"Hier is een brief voor hem," zeide de ordonnance, "geef mij het reçu +ervoor;" en hij overhandigde den concierge een reçu, dat deze in zijn +loge ging teekenen. + +"Neem me niet kwalijk, dat ik u even alleen laat," zeide de concierge +tot den jongen man, die ongeduldig op de binnenplaats heen en weer +liep, "maar ik heb hier een brief van den minister voor mijnheer +Bernard, den huisheer, dien moet ik even boven brengen." + +Toen de concierge op zijn kamer kwam, was mijnheer Bernard bezig zich +te scheren. + +"Wat wil je van me, Durand?" + +"Mijnheer," antwoordde deze, zijn pet afnemend, "een ordonnance is +dat voor u komen brengen, het komt van den minister." + +En hij gaf mijnheer Bernard den brief, op welks enveloppe het zegel +van het departement van Oorlog geplakt was. + +"Goede God!" zeide mijnheer Bernard, zòò ontdaan, dat hij zich bijna +in zijn gezicht sneed: "van het ministerie van Oorlog! Dat is zeker +mijn benoeming tot ridder van het Legioen van Eer, waarom ik reeds +zoo lang gevraagd heb; eindelijk laten zij mijn verdiensten recht +wedervaren. Hier, Durand," zeide hij, terwijl hij in zijn vestjeszakje +zocht, "daar heb je vijf francs om op mijn gezondheid te drinken. Ach, +ik heb mijn beurs niet in mijn zak; ik zal ze je dadelijk geven, +wacht maar even." + +De concierge was door dezen aanval van verpletterende edelmoedigheid, +waaraan zijn huisheer hem niet gewend had, zòò ontdaan, dat hij zijn +pet weer opzette. + +Maar mijnheer Bernard, die bij andere gelegenheden dien inbreuk op +de wetten der maatschappelijke hiërarchie niet geduld zou hebben, +scheen het niet op te merken. Hij zette zijn bril op, scheurde de +enveloppe open met de eerbiedige ontroering van een vizier, die een +firman van den sultan ontvangt, en begon den inhoud te lezen. Bij +de eerste regels groefde een vreeselijke grijns karmijnroode plooien +in het vet van zijn wangen, en begonnen zijn kleine oogjes vonken te +schieten, die bijna de lokken van zijn verwarde pruik in brand staken. + +In het kort zijn trekken veranderden plotseling zòò, dat men vermoed +zou hebben, dat er op zijn gezicht een aardbeving had plaats gehad. + +Ziehier den inhoud der missive, geschreven op papier met het hoofd +van het ministerie van Oorlog en met lossen teugel gebracht door +een ordonnance: + + + "Mijnheer en huisheer, + + De beleefdheid, die, mag men de mythologie gelooven, de grootmoeder + der hoofsche manieren is, verplicht mij u te doen weten, dat ik + mij in de wreede noodzakelijkheid bevind niet te kunnen voldoen + aan de gewoonte om zijn huur te betalen, vooral wanneer men + die schuldig is. Tot op dezen ochtend had ik de hoop gekoesterd, + dezen schoonen dag te kunnen vieren door uw drie huurquitanties te + voldoen. Chimère, illusie! Terwijl ik op het kussen der zekerheid + sluimerde, deed het ongeluk, anangke in het Grieksch, mijn hoop + in rook vervliegen. De gelden, waarop ik rekende--God, wat gaat + de handel slecht--zijn niet binnengekomen; van de belangrijke + sommen, die ik moet innen, heb ik nog slechts drie francs + ontvangen, die ik bovendien nog geleend heb; ik durf ze u niet + aanbieden. Betere dagen zullen aanbreken voor ons schoon Frankrijk + en voor mij, mijnheer, twijfel daar niet aan. Zoodra zij aan den + hemel geschitterd hebben, zal ik vleugels nemen, om u daarvan te + onderrichten en uit uw huis terug te halen de kostbare zaken, die + ik daar heb achtergelaten en die ik onder de bescherming stel van + u en van de wet, welke u verbiedt deze vòòr het verstrijken van + een jaar, te verkoopen in het geval, dat gij zulks zoudt willen + beproeven, om in het bezit te komen van de sommen, waarvoor gij + gecrediteerd zijt op de boeken van mijn rechtschapenheid. Ik beveel + u in het bijzonder mijn piano aan en den grooten lijst, waarin zich + zestig haarlokken bevinden, wier verschillende kleuren de geheele + gamma der haarnuances doorloopen en die door het ontleedmes der + Liefde ontnomen zijn aan het voorhoofd der Gratiën. + + "Gij kunt dus, mijnheer en huisheer, over het plafond, waaronder + ik gewoond heb, beschikken. Ik geef u daartoe mijn toestemming, + gewaarmerkt door mijn onderteekening. + + Alexandre Schaunard." + + +Toen mijnheer Bernard dezen brief, welken de artist in het bureau van +een zijner vrienden, die ambtenaar aan het ministerie van Oorlog was, +had geschreven, ten einde gelezen had, frommelde hij hem verontwaardigd +in elkaar; en toen zijn blik op vader Durand viel, die op de beloofde +fooi stond te wachten, vroeg hij hem ruw wat hij daar deed. + +"Ik wacht, mijnheer!" + +"Waarop?" + +"Wel, op het fooitje, dat mijnheer .... van wegens de goede +tijding!" stamelde de concierge. + +"Eruit! Kerel, blijf je met je pet op je kop in de kamer staan?" + +"Maar, mijnheer ...." + +"Vooruit, geen maren, eruit, of neen, wacht even. Wij zullen naar +de kamer van dien smeerlap-artist gaan, die verhuist zonder me te +betalen." + +"Wat?" riep de portier uit, "mijnheer Schaunard?" + +"Ja," antwoordde de huisheer, die hoe langer hoe meer op een razenden +Roland begon te gelijken. "En als hij ook maar het geringste heeft +meegenomen, dan jaag ik je weg, versta je, jaaà à g ik je weg." + +"Maar dat bestaat niet!" mompelde de arme concierge, "mijnheer +Schaunard is niet vertrokken; hij is uitgegaan, om klein geld te +halen, om mijnheer te betalen, en om een verhuiswagen voor zijn +meubels te bestellen." + +"Zijn meubels weghalen!" riep mijnheer Bernard uit; "gauw wat; +ik ben er zeker van, dat hij daarmede bezig is; hij heeft je een +loer gedraaid om je uit je loge te lokken en zijn slag te slaan, +stommeling, die je bent!" + +"Lieve Hemel, stommeling, die ik ben!" riep vader Durand uit, bevend +voor de Olympische toorn van zijn heer, die hem op de trap meesleepte. + +Toen zij op de binnenplaats kwamen, werd de concierge aangesproken +door den jongen man met den witten hoed. + +"Hé daar, conciërge!" riep hij, "wanneer word ik nu eindelijk in +het bezit van mijn appartementen gesteld? Is het vandaag de 8ste of +niet? Heb ik hier gehuurd of niet? Heb ik je je Godspenning gegeven +of niet?" + +"Een oogenblik, mijnheer, een oogenblik!" zeide de huisheer, "dan ben +ik tot uw dienst. Durand," voegde hij eraan toe, zich tot den concierge +wendende, "ik zal mijnheer zelf wel te woord staan. Vlieg jij naar +boven, die smeerlap van een Schaunard is natuurlijk teruggekomen, +om zijn boeltje te pakken; sluit hem op, als je hem snapt, en kom +dan naar beneden, om de politie te halen." + +Vader Durand verdween de trap op. + +"Pardon, mijnheer," zeide hij, terwijl hij een buiging maakte, tot +den jongen man, met wien hij alleen gebleven was; "met wien heb ik +de eer te spreken?" + +"Mijnheer, ik ben uw nieuwe huurder; ik heb in dit huis een kamer op +de zesde verdieping gehuurd; en het begint me te vervelen, dat die +kamer nu nog niet leeg is." + +"Het spijt mij ook zeer, mijnheer," antwoordde mijnheer Bernard, +"maar er is een moeilijkheid ontstaan tusschen mij en den huurder, +voor wien u in de plaats komt." + +"Mijnheer, mijnheer!" gilde uit een raam van de hoogste verdieping +vader Durand; "mijnheer Schaunard is er niet....maar de kamer +is er.... Stommeling, die ik ben, ik bedoel, dat hij niets heeft +medegenomen, geen haar, mijnheer." + +"Dan is het goed. Kom naar beneden," antwoordde mijnheer Bernard. "Een +oogenblikje geduld, als het u blieft," ging hij voort, zich tot den +jongen man richtend. "Mijn concierge zal de voorwerpen, die de kamer +van mijn insolvabelen huurder versieren, naar den kelder brengen, +en binnen een half uur zult u de appartementen kunnen betrekken; +trouwens uw meubels zijn er ook nog niet." + +"Pardon, mijnheer," antwoordde de jonge man kalm. + +Mijnheer Bernard keek om zich heen, doch zag slechts de groote +kamerschutten, waarover de concierge ook al zijn hoofd geschud had. + +"Wat, pardon .... wat ...." mompelde hij, "maar ik zie niets." + +"Daar," antwoordde de jonge man, terwijl hij de bladen der lijsten +losmaakte en den verbaasden eigenaar een prachtig paleis-intérieur met +colonnes van jaspis, bas-reliefs en schilderijen van groote meesters +liet zien. + +"Maar uw meubels?" vroeg mijnheer Bernard. + +"Daar zijn ze," antwoordde de jonge man, terwijl hij op het luxueuze +meubilair wees, dat geschilderd was in het paleis, hetwelk hij +pas gekocht had in het hôtel Bullion [1] op een verkooping van een +salon-tooneel. + +"Mijnheer," antwoordde de huisheer, "ik wil liever aannemen, dat u +ernstiger meubelen hebt dan deze ...." + +"Wat, dit zijn echte Boule-meubelen." [2] + +"U begrijpt, dat ik garantie voor mijn huur moet hebben." + +"Voor den duivel, maar is een paleis dan geen voldoende garantie voor +de huur van een dakkamertje?" + +"Neen, mijnheer, ik wil meubels, echte meubels van mahoniehout!" + +"Helaas, mijnheer, goud noch mahoniehout maken ons gelukkig, heeft een +oud wijsgeer gezegd. En bovendien ik kan dat soort hout niet uitstaan; +het is zoo ordinair; iedereen heeft het." + +"Dat is allemaal tot uw dienst, mijnheer, maar u heeft dan toch zeker +wel andere meubels?" + +"Neen, dat neemt te veel plaats in in de kamer; wanneer je stoelen +hebt, weet je niet meer waar je moet gaan zitten." + +"Maar u hebt toch zeker een bed! Waar slaapt u op?" + +"Ik rust op de Voorzienigheid, mijnheer!" + +"Pardon, nog een vraag," zeide mijnheer Bernard, "wat is uw beroep?" + +Juist op dat oogenblik kwam de witkiel van den jongen man, van zijn +tweeden tocht terug, de binnenplaats op. Onder de voorwerpen, die +hij aan zijn draagzeel droeg, zag Durand een schildersezel. + +"O, mijnheer!" riep hij verschrikt uit, terwijl hij den huisheer op +den ezel wees. "Het is een schilder!" + +"Een artist, als ik het niet dacht!" gilde op zijn beurt mijnheer +Bernard, en de haren van zijn pruik rezen van schrik ten berge; +"een schilder!!! Maar heb je dan geen informaties genomen naar +mijnheer?" bulderde hij den concierge toe. "Wist je dan niet, wat +hij deed?" + +"Lieve Hemel," antwoordde de arme kerel, "hij had mij vijf francs +als goospenning gegeven; dus kon ik niet vermoeden...." + +"Wanneer u eindelijk klaar bent," vroeg op zijn beurt de jonge man. + +"Mijnheer," viel mijnheer Bernard hem in de rede, terwijl hij zijn +bril recht op zijn neus zette; "als u geen meubels hebt, kunt gij uw +kamer niet betrekken. De wet staat toe een huurder, die geen garantie +meebrengt, te weigeren." + +"En mijn woord dan?" vroeg de artist in zijn volle waardigheid. + +"Dat is niet zooveel waard als meubels ... u kunt ergens anders een +kamer zoeken. Durand zal u uw Godspenning teruggeven." + +"Wat?" zeide de concierge verschrikt, "die heb ik al naar de spaarbank +gebracht." + +"Maar mijnheer," viel de jonge man hem in de rede, "ik kan maar niet +zoo direkt een andere kamer vinden. Geef me tenminste gastvrijheid +voor één dag." + +"Ga in een hotel logeeren," antwoordde mijnheer Bernard. "Maar tusschen +twee haakjes," voegde hij er vlug aan toe, terwijl hem plotseling iets +in de gedachte viel; "als u dat wilt, dan zou ik u de kamer gemeubeld +met de meubels van mijn insolventen huurder kunnen geven. Maar zooals +u weet, moet in zoo'n geval de huur vooruit betaald worden." + +"Het is maar de vraag, hoeveel u voor dat krot moet hebben," zeide +de artist. + +"Maar het is heusch een zeer geschikte kamer; in verband met de +omstandigheden is de huur vijf-en-twintig francs per maand. Maar +vooruit betalen." + +"Dat hebt u al gezegd; en die zin verdient de eer van een bis niet," +antwoordde de jonge man, terwijl hij in zijn zakken zocht. "Hebt u +terug van vijfhonderd francs?" + +"Wat?" vroeg de huisheer stom-verbaasd. "U zegt?" + +"Nou, de helft van duizend dan. Hebt jullie soms zoo iets nooit +gezien?" voegde de artist eraan toe, terwijl hij het papier heen +en weer bewoog voor de oogen van den huisheer en van den concierge, +die op het gezicht daarvan hun evenwicht schenen te verliezen. + +"Ik zal het voor u laten wisselen," antwoordde mijnheer Bernard vol +eerbied; "er behoeft maar twintig francs af, want Durand zal u de +Godspenning teruggeven." + +"Die mag hij houden," zeide de artist, "op voorwaarde, dat hij mij +iederen ochtend komt zeggen welke dag en datum het is, den stand van +de maan, welk weer het is en onder welken regeeringsvorm wij leven." + +"Zeker, zeker mijnheer!" riep vader Durand uit, terwijl hij een +buiging van negentig graden maakte. + +"Al goed, kerel, je moet voor mij als almanak spelen. Intusschen moet +je mijn witkiel even helpen de boel boven te brengen." + +"Mijnheer," zeide de huisheer, "ik zal u de quitantie boven laten +brengen." + +Dien avond nog was de nieuwe huurder van mijnheer Bernard, de schilder +Marcel, geïnstalleerd in de tot een paleis gemetamorphoseerde kamers +van den voortvluchtigen Schaunard. + +Intusschen was gezegde Schaunard bezig te trachten overal in Parijs +geld los te krijgen. + +Schaunard had het leenen tot de hoogte van een kunst verheven. Het +geval voorziende, waarin hij de vreemdelingen zou moeten aanspreken, +had hij de manier, om vijf francs te leenen, in alle talen der +wereld geleerd. Hij had het repertoire der listen, die het edele +metaal gebruikt om aan hen, die het najagen, te ontsnappen, tot in +den grond bestudeerd; en beter dan een loods de uren der getijden, +kende hij de tijdstippen, waarop het bij anderen hoog of laag water +was, d. w. z. de dagen, waarop zijn vrienden en kennissen gewoonlijk +geld kregen. Er waren dan ook verschillende huizen, waarin men, als +hij 's ochtends op bezoek kwam, niet tegen elkaar zeide: "Daar heb je +mijnheer Schaunard"; maar "Daar heb je den eersten of vijftienden der +maand." Om dit soort belasting, die hij, wanneer de noodzakelijkheid +hem ertoe dwong, van de menschen, die de middelen hadden om hem die te +betalen, ging heffen, wat makkelijker en minder ingewikkeld te maken, +had Schaunard arrondissementsgewijze een alphabetisch tableau gemaakt, +waarop de namen van al zijn vrienden en kennissen stonden. Naast +iederen naam waren genoteerd het maximum der som, die hij in verband +met hun fortuin kon leenen, de tijdstippen, waarop het bij hen hoog +water was, benevens het uur der maaltijden met het gewone menu van het +huis. Behalve dat tableau hield hij er nog een boekhoudinkje op na, +waarin hij keurig boek hield van de sommen, die hem geleend waren, +tot de kleinste bedragen toe, want hij wilde zich niet verder bezwaren +dan tot een zeker cijfer, dat een Normandische oom, van wien hij +moest erven, nog in de pen had. Zoodra hij aan een persoon twintig +francs schuldig was, leende hij niet langer en betaalde de som in +eens terug, ook al moest hij voor die aflossing van hen, aan wie +hij minder schuldig was, meer leenen. Op die manier had hij altijd +een zeker crediet, dat hij zijn vlottende schuld noemde; en daar men +wist, dat hij de gewoonte had het geleende terug te geven, zoodra zijn +middelen het hem veroorloofden, hielp men hem, als men dat kon, gaarne. + +Nu had hij, sedert hij 's ochtends elf uur uitgegaan was om te trachten +de vijf-en-zeventig francs, die hij noodig had, bijeen te krijgen, +nog niet meer bij elkaar dan een daalder, dien hij te danken had aan +de medewerking der letters M., V. en R. van zijn beroemde lijst: +van de rest van het alphabet, dat evenals hij een termijn huur te +betalen had, kreeg hij nul op het request. + +Om zes uur luidde een hevige honger in zijn maag de etensbel; +hij was toen juist bij de barrière du Maine, waar de letter +U. woonde. Schaunard liep binnen bij de letter U., waar hij zijn +servetring had, als er servetten waren. + +"Naar wien wilt u toe?" vroeg de concierge hem in het voorbijgaan. + +"Naar mijnheer U ...." antwoordde de artist. + +"Die is niet thuis." + +"En Mevrouw?" + +"Ook niet: zij hebben me gevraagd aan een van hun vrienden, die van +avond bij hen zou komen, te zeggen, dat zij in de stad zijn gaan +eten: mocht u de bewuste persoon zijn, dan hebt u hier het adres," +en hij overhandigde Schaunard een stukje papier, waarop zijn vriend +U .... geschreven had: + +"Wij zijn bij Schaunard, rue .... No...., gaan eten; kom ons daar +halen." + +"Prachtig!" zeide hij, weggaande; "wanneer het toeval zich er mede +bemoeit, krijg je dikwijls aardige vaudevilles." + +Schaunard herinnerde zich toen, dat er vlak bij een klein herbergje +was, waar hij een paar maal voor weinig geld goed gegeten had, +en richtte zijn schreden naar dat etablissement, in de chaussée +du Maine gelegen en in de Bohème-wereld bekend onder den naam van +la Mère Cadet. Het was een etenshuis, waarvan de gewone clientèle +bestond uit de vrachtrijders naar Orleans, zangeressen uit den +Montparnasse en jonge rollen van het Bobino-theater. [3] Tijdens het +mooie seizoen komen schilders uit de vele ateliers in de nabijheid van +den Luxembourg, schrijvers van onuitgegeven boeken en journalisten van +obscure blaadjes gezamenlijk dineeren bij la Mère Cadet, die bekend +is voor haar konijnenragouts, haar echte zuurkool en een wit wijntje, +dat naar vuursteen smaakt. + +Schaunard ging onder de bosquets (boschjes) zitten: zoo noemde men +bij la Mère Cadet het dunne loof van een paar kromgegroeide boomen, +waarvan het ziekelijke groen onder tegen de zoldering was aangebracht. + +"Lieve Hemel, het kan me niet schelen ook," zeide Schaunard tot +zichzelf, "ik zal me eens lekker te goed doen en een feestmaal +bestellen." + +En zonder er gras over te laten groeien, bestelde hij een soep, +een halve portie zuurkool en twee halve konijnenragouts: hij had +n.l. opgemerkt, dat je, wanneer je halve porties bestelde, minstens +een kwart op het geheel won. + +Deze bestelling trok de aandacht van een jonge, in het wit gekleede +vrouw met oranjebloesem in het haar en balschoenen aan; een imitatie +van een imitatie-kanten sluier golfde over haar schouders, die beter +hun incognito hadden kunnen bewaren. Het was een zangeres van het +théâtre Montparnasse, waarvan de coulissen om zoo te zeggen uitkwamen +in la Mère Cadet. Gedurende een entre-acte van de Lucia di Lammermoor +was zij even komen eten; zij besproeide nu met een kleintje koffie een +maaltijd, die uitsluitend uit een artisjok in olie en azijn bestond. + +"Twee konijnenragouts, drommels!" zeide zij zacht tot het meisje, +dat als kellner dienst deed; "dat is ook een jonge man, die van goed +eten houdt. Hoeveel krijg je van me, Adèle?" + +"Vier sous voor de artisjok, vier voor een kleintje koffie en één +voor brood. Dat is negen sous." + +"Hier," zeide de zangeres, en zij ging weg onder het neuriën van: + + + Cet amour que Dieu me donne! + + +"Zij haalt de hooge A," zeide toen een mysterieus persoon, die, +achter een wal van oude boeken verborgen, aan dezelfde tafel als +Schaunard zat. + +"Haalt zij hem?" zeide Schaunard; "ik zou eerder zeggen, dat ze hem +thuis gelaten heeft. Het is dan ook belachelijk," voegde hij eraan +toe, terwijl hij met zijn vinger op den schotel wees, waaruit Lucia +di Lammermoor haar artisjok genuttigd had, "om je fausset in azijn +in te leggen." + +"Het is inderdaad een scherp zuur," begon weer de persoon, die reeds +gesproken had. "De stad Orleans produceert een soort, die terecht +een goede reputatie heeft." + +Schaunard nam den onbekende, die blijkbaar een gesprek wilde uitlokken, +aandachtig op. De starre blik uit zijn groote blauwe oogen, die +steeds iets schenen te zoeken, gaf aan zijn gelaatsuitdrukking het +karakter van vrome zielerust, die men zoo dikwijls bij seminaristen +ziet. Zijn gelaat had de kleur van oud, vergeeld ivoor, behalve +zijn wangen, die met een roodkleurige laag ingesmeerd schenen te +zijn. Zijn mond leek geteekend te zijn door een eerste-klas leerling, +dien men tijdens zijn werk tegen zijn elleboog gestooten had. De +negerachtig opgetrokken lippen lieten tanden zien, die een jachthond +geen oneer zouden hebben aangedaan, en de twee plooien van zijn kin +rustten op een witte das, waarvan de eene punt de sterren bedreigde, +terwijl de andere zich in den grond scheen te willen boren. Uit +een kalen vilten hoed met wonderlijk breede randen, stroomden zijn +haren in blonde watervallen. Hij had een notenkleurige pèlerine-jas, +die tot op de draad afgesleten en zoo ruw als een rasp was. Uit de +wijdopenstaande zakken van die jas kwamen bundels papier en brochures +te voorschijn. Zonder zich te bekommeren om de opmerkzaamheid, waarmede +hij opgenomen werd, nuttigde hij een portie zuurkool met worst, waarbij +hij telkens een tevreden geknor liet hooren. Onder het eten door las +hij een boek, dat open voor hem lag, en waarop hij nu en dan met een +potlood, dat hij achter zijn oor had zitten, aanteekeningen maakte. + +"Nou?" riep plotseling Schaunard uit en sloeg daarbij met zijn mes +tegen zijn glas; "waar blijft mijn konijnenragout?" + +"Mijnheer," antwoordde het meisje, dat met een schotel in haar hand +naar hem toe kwam, "die zijn er niet meer, dit is de laatste, en die +is al door mijnheer besteld," voegde zij eraan toe, terwijl zij den +schotel voor den man met de boeken neerzette. + +"Verduiveld!" riep Schaunard uit. + +Er klonk zooveel melancholieke teleurstelling door in dat +"Verduiveld!", dat de man met de boeken er door getroffen werd. Hij +schoof den wal van boeken, die zich tusschen hem en Schaunard verhief, +op zij en zeide, terwijl hij den schotel tusschen hen in zette, +op den zachtsten toon, dien hij in zijn stem leggen kon: + +"Zou ik het genoegen mogen hebben dit gerecht met u te deelen?" + +"Mijnheer," antwoordde Schaunard, "ik zou er u niet gaarne van +berooven." + +"U zult mij dus van het genoegen willen berooven, u een dienst te +bewijzen." + +"Als u het zoo opvat, mijnheer...." En Schaunard schoof zijn bord bij. + +"Veroorloof mij u den kop niet aan te bieden," zeide de vreemdeling. + +"Daar kan ik niet in komen, mijnheer," riep Schaunard uit. + +Maar toen hij zijn bord weer naar zich toe trok, zag hij, dat de +vreemdeling hem juist dat gedeelte gegeven had, dat hij zeide voor +zichzelf te willen houden. + +"Wat?" bromde Schaunard in zichzelf, "wil hij me met zijn beleefdheid +er tusschen nemen?" + +"Al moge," zeide de vreemdeling, "het hoofd het edelste deel van den +mensch zijn, van het konijn is het juist het tegenovergestelde. Vandaar +dan ook, dat er vele menschen zijn, die het niet kunnen uitstaan. Bij +mij is het juist andersom. Ik aanbid het, om zoo te zeggen." + +"Dan spijt het mij dubbel," zeide Schaunard, "dat gij u voor mij +daarvan beroofd hebt." + +"Wat? ... pardon," zeide de boekenman, "ik heb den kop voor mijzelf +gehouden. Ik heb zelfs de eer gehad u te doen opmerken, dat...." + +"Neem me niet kwalijk!" viel Schaunard hem in de rede, terwijl hij +hem zijn bord onder de neus hield; "maar wat is dat dan voor een stuk?" + +"Lieve Hemel! Wat zie ik, o goden? Nog een kop! Het is een bicephaal +[4] konijn!" riep de vreemdeling uit. + +"Bice...." stotterde Schaunard. + +".....phaal. Dat komt van het Grieksch. Inderdaad noemt mijnheer +de Buffon, die altijd manchetten droeg, voorbeelden van die +eigenaardigheid. Maar werkelijk, ik vind het inderdaad zeer aangenaam, +zoo'n natuurwonder gegeten te hebben." + +Tengevolge van dat incident was het gesprek voor goed aan den +gang. Schaunard, die in beleefdheid niet achter wilde blijven, bestelde +een nieuwe flesch. De boekenman liet een tweede aanrukken. Schaunard +offreerde salade, de man met de boeken toespijzen. Om acht uur stonden +er zes ledige flesschen op tafel. Al pratende had de openhartigheid, +die door de plengoffers van den rooden wijn besproeid was, hen ertoe +gebracht elkaar hun levensloop te vertellen; zij kenden elkander reeds, +alsof zij samen opgegroeid waren. Na de vertrouwelijke mededeelingen +van Schaunard aangehoord te hebben, had de boekenman hem verteld, +dat hij Gustave Colline heette; hij was wijsgeer van beroep en leefde +van de lessen, die hij gaf in mathematica, scholastica, botanica en +andere wetenschappen op ica. + +Het weinige geld, dat hij met lesgeven verdiende, besteedde Colline +voor het aankoopen van oude boeken. Zijn notenkleurige pèlerine was een +goede bekende aan alle boekenstalletjes van den pont de la Concorde tot +den pont Saint-Michel. Wat hij met al die boeken, waarvan het aantal +zòò groot was, dat men ze in een menschenleeftijd niet had kunnen +uitlezen, deed, wist niemand en hij zelf nog het allerminst. Maar die +manie was bij hem een hartstocht geworden; en wanneer hij 's avonds +zonder een nieuw oud boek thuis kwam, paste hij het woord van Titus +op zichzelf toe en zeide: "Ik heb een dag verloren laten gaan!" Zijn +innemende manieren en zijn wijze van uitdrukken, die een bloemlezing +van alle stijlen vormde, en de vreeselijke woordspelingen, waarmede +hij zijn gesprek kruidde, hadden haar uitwerking op Schaunard niet +gemist, die op staanden voet Colline permissie vroeg zijn naam te mogen +inlasschen op de beroemde lijst, waarover wij reeds gesproken hebben. + +Tamelijk aangeschoten en met den gang van menschen, die pas een +vertrouwlijk gesprek met wijnflesschen gevoerd hebben, verlieten zij +tegen negen uur la mère Cadet. + +Colline noodigde Schaunard uit met hem een kop koffie te gaan drinken, +wat deze aannam op voorwaarde dat de pousse-café voor zijn rekening +was. Zij gingen een café binnen in de rue Saint-Germain-l'Auxerrois, +dat op zijn uithangbord Momus, den god der Spelen en van het Lachen, +had. + +Toen zij binnenkwamen, was er juist een hevige discussie begonnen +tusschen twee stamgasten. Een van hen was een jonge man, wiens +gelaat zoo goed als geheel verloren ging in een zware, veelkleurige +baard. Als een tegenstelling tot dien overvloed van kinhaar was zijn +voorhoofd zoo kaal als een biljartbal; een klein groepje haren, die +zoo weinig talrijk waren, dat men ze zeer makkelijk zou kunnen tellen, +trachtte vergeefs die kaalheid te verbergen. Hij droeg een zwarte, +aan de ellebogen glad geschaafde jas, die, wanneer hij zijn armen te +hoog oplichtte, een paar onder de schouders aangebrachte luchtgaatjes +liet zien. Zijn broek kon desnoods nog voor zwart doorgaan, maar zijn +schoenen, die nooit nieuw geweest waren, schenen reeds meermalen aan de +voeten van den Wandelenden Jood de reis om de wereld gemaakt te hebben. + +Schaunard had opgemerkt, dat zijn vriend Colline en de jonge man met +de groote baard elkaar gegroet hadden. + +"Ken je dien mijnheer?" vroeg hij aan den wijsgeer. + +"Kennen bepaald niet," antwoordde deze, "maar ik zie hem wel eens in +de Bibliotheek. Ik geloof, dat het een schrijver is." + +"Zijn kleeding wijst er tenminste wel op," antwoordde Schaunard. + +De persoon, met wien de jonge man het aan den stok had, was iemand +van een jaar of veertig, die, zooals uit zijn groot hoofd, dat zonder +overgang van den hals tusschen zijn beide schouders zat, op te maken +was, ongetwijfeld aan een beroerte sterven zou. De onnoozelheid was +in groote letters op zijn laag, met een klein zwart kalotje bedekt +voorhoofd te lezen. Hij heette mijnheer Mouton en was ambtenaar op de +mairie van het vierde arrondissement, waar hij de overlijdensregisters +bijhield. + +"Mijnheer Rodolphe!" riep hij met een eunuch-orgaan uit, terwijl +hij den jongen man, dien hij aan een knoop van zijn jas vasthield, +heen en weer schudde, "wil ik u mijn meening eens zeggen? Nou, al die +couranten dienen tot niets. Kijk eens, laten we eens veronderstellen: +ik ben een huisvader, niet waar? .... goed ... Ik kom hier in het +café een partij domino spelen. Volg nu goed mijn redeneering." + +"Verder, verder!" zeide Rodolphe. + +"Welnu," ging vader Mouton voort, terwijl hij iederen zin scandeerde +met een vuistslag, die de flesschen en glazen op het tafeltje deed +rinkelen; "welnu, ik kijk de couranten eens in, goed .... Wat zie +ik? De een zegt wit, de ander zegt zwart, enzoovoort, enzoovoort. Wat +heb ik daaraan? Ik ben een goed huisvader, die hier komt om ...." + +"Zijn partijtje domino te spelen," zeide Rodolphe. + +"Iederen avond," ging mijnheer Mouton voort. "Nou, laten we eens +veronderstellen: Je begrijpt ...." + +"Heel goed!" zeide Rodolphe. + +"Ik lees een artikel, waar ik het niet mee eens ben. Dat maakt +me woedend, en ik verbijt me, ziet u, mijnheer Rodolphe, al die +couranten is leugenpak. Ja, leugenpak!" krijschte hij in de hoogste +tonen van zijn faussetstem, "en de journalisten zijn bandieten en +prutsschrijvers." + +"Maar toch, mijnheer Mouton ...." + +"Ja, bandieten," ging deze voort. "Zij zijn de oorzaak van alle +ongelukken in de wereld; zij hebben de revolutie en de assignaten +gemaakt; bewijs: Murat." + +"Pardon," viel Rodolphe hem in de rede; "u bedoelt Marat." + +"Waarachtig niet, waarachtig niet," ging Mouton voort; "Murat; ik +heb hem zien begraven, toen ik nog een kleine jongen was ...." + +"Maar ik verzeker u ...." + +"Ze hebben nog een stuk over hem in het Cirque gegeven ...." + +"Ja juist, precies," zeide Rodolphe: "dat is Murat." + +"Maar dat zeg ik al een uur lang," riep de stijfkoppige Mouton +uit. "Murat, die in een kelder werkte, wat? Welnu, laten we eens +veronderstellen. Hebben de Bourbons geen gelijk gehad om hem te +guillotineeren, omdat hij hen verraden had?" + +"Wien? Geguillotineerd! Verraden! Wat?" riep Rodolphe uit, die nu op +zijn beurt mijnheer Mouton bij den knoop van zijn jas pakte. + +"Wel Marat!" + +"O God, neen, neen, mijnheer Mouton, Murat. Laten we elkaar voor den +donder eindelijk begrijpen!" + +"Ja zeker. Murat, een hondsvot. Hij heeft den keizer in 1815 +verraden. Daarom beweerde ik, dat alle couranten één pot nat zijn," +ging mijnheer Mouton voort, daarbij op het voornaamste punt van zijn +rede, die hij een verklaring placht te noemen, terugkomend. "Weet u wat +ik zou willen, mijnheer Rodolphe? Welnu, laten we eens veronderstellen +.... Ik zou een goede courant willen ... O, niet groot ... goed, +en een die geen phrases maakt ... Zoo!" + +"U bent veeleischend," viel Rodolphe hem in de rede. "Een courant +zonder phrasen!" + +"Ja, zeker. Let nu goed op!" + +"Dat probeer ik!" + +"Een courant, die alleen berichten geeft over den gezondheidstoestand +van den koning en de goederen der aarde. Want wat heb je ten slotte +aan al die couranten, wanneer je er niets van begrijpt? Laten we +eens veronderstellen: Ik ben op het stadhuis, niet waar? Ik houd +mijn registers bij, prachtig! Welnu, het is net als wanneer ze tegen +me zouden zeggen: "Mijnheer Mouton, u schrijft de sterfgevallen in, +welnu, doe nu dit eens, doe nu dat eens. Welnu, wat moet dat, wat +moet dat? Welnu, met de couranten is het precies zoo," eindigde hij +zijn redeneering. + +"Zeer juist!" merkte iemand, die naast hem zat en de uiteenzetting +begrepen had, op. + +En mijnheer Mouton ging, nadat hij de gelukwenschen van eenige +stamgasten, die het met hem eens waren, in ontvangst genomen had, +verder met zijn partijtje domino. + +"Ik heb hem eens flink op zijn plaats gezet," zeide hij, terwijl hij +op Rodolphe wees, die aan het tafeltje van Schaunard en Colline was +gaan zitten. + +"Wat een stommeling!" zeide deze tot de twee jonge lui, terwijl hij +naar den ambtenaar wees. + +"Hij heeft dan ook een prachtigen kop met zijn wenkbrauwen als +rijtuigkappen en zijn kalfsoogen," merkte Schaunard op, terwijl hij +een prachtig doorgerookten neuswarmer uit zijn zak haalde. + +"Bliksems, mijnheer," zeide Rodolphe, "wat een mooie pijp hebt u daar!" + +"O, ik heb nog een heel wat mooiere, als ik uit ga," zeide Schaunard +onverschillig. "Geef me even wat tabak, Colline." + +"Lieve Hemel," riep de wijsgeer uit, "mijn tabak is op." + +"Sta mij toe u wat aan te bieden," zeide Rodolphe, terwijl hij een +pakje tabak uit zijn zak haalde en op tafel zette. + +Colline meende die beleefdheid met het offreeren van een rondje te +moeten beantwoorden. + +Rodolphe meende niet te kunnen weigeren. Het gesprek kwam op de +litteratuur. Rodolphe, naar zijn door zijn kleeding reeds verraden +beroep gevraagd, erkende zijn betrekkingen tot de Muzen en bestelde +een tweede rondje. Toen de kellner de flesch wilde medenemen, +vroeg Schaunard hem die maar te laten staan. Hij had in een van +Colline's zakken het zilveren duo van twee vijffrancstukken hooren +weerklinken. Rodolphe had weldra het niveau van openhartigheid bereikt, +waarop de beide vrienden zich reeds bevonden, en deed hun op zijn +beurt vertrouwelijke mededeelingen. + +Zij zouden zeker den nacht in het café hebben doorgebracht, indien +men hun niet was komen vragen heen te gaan. Zij waren nog geen tien +pas verder, waarover zij tusschen twee haakjes een kwartier gedaan +hadden, toen zij door een stortbui overvallen werden. Colline en +Rodolphe woonden aan de twee tegenovergestelde uiteinden van Parijs, +de eene in Ile-Saint-Louis, de andere in Montmartre. + +Schaunard, die totaal vergeten was, dat hij geen onderdak meer had, +stelde hun voor naar zijn kamer te gaan. + +"Ga met mij mede," zeide hij, "ik woon hier vlak bij; wij zullen den +nacht doorbrengen met praten over litteratuur en schoone kunsten." + +"En dan maak jij muziek en moet Rodolphe ons zijn gedichten +voordragen," zeide Colline. + +"Waarachtig, zeker," voegde Schaunard eraan toe, "we moeten lachen +en vroolijk zijn, we leven maar eens." + +Voor zijn huis gekomen, dat Schaunard slechts met moeite herkende, +ging hij op een paaltje zitten wachten op Rodolphe en Colline, die bij +een nog open zijnden wijnhandelaar de eerste elementen van een souper +waren gaan halen. Toen zij terug waren, klopte Schaunard meermalen +hard op de deur, want hij herinnerde zich vaag, dat de concierge de +gewoonte had hem te laten wachten. Eindelijk ging de deur open en vader +Durand, die in de heerlijkheden van den eersten slaap verzonken was +en zich niet herinnerde, dat Schaunard zijn huurder niet meer was, +maakte volstrekt geen tegenwerpingen, toen deze zijn naam door het +schuifraampje geroepen had. + +Toen zij alle drie boven op de trap waren (een even lange als moeilijke +klimpartij), uitte Schaunard, die voorop liep, een kreet van verbazing, +toen hij den sleutel in het slot van zijn kamerdeur zag steken. + +"Wat is er?" vroeg Rodolphe. + +"Ik begrijp er niets van," mompelde hij, "ik vind in het slot den +sleutel, dien ik vanmorgen medegenomen heb. Enfin, we zullen zien. Ik +had hem in mijn zak gestoken. Wel, alle duivels, daar heb je hem nog," +riep hij uit, terwijl hij den sleutel liet zien. + +"Dat is tooverij!" + +"Phantasmagorie," zeide Colline. + +"Phantasie," voegde Rodolphe eraan toe. + +"Maar," ging Schaunard voort, en in zijn stem beefde angst, "hooren +jullie dat?" + +"Wat?" + +"Wat?" + +"Mijn piano, die uit zichzelf speelt, ut, la mi ré do, la si sol, +ré. Vervloekte ré, die zal altijd valsch blijven!" + +"Maar dan is dat zeker jouw kamer niet," zeide Rodolphe, die Colline, +op wien hij zwaar leunde, in het oor fluisterde: + +"Hij is dronken!" + +"Dat geloof ik ook. In de eerste plaats is dat geen piano, maar +een fluit." + +"Maar jij bent ook dronken, mijn waarde," antwoordde de dichter den +wijsgeer, die op den steenen vloer was gaan zitten. "Het is een viool." + +"Een vio ... Ha, ha! Luister eens, Schaunard," stamelde Colline, +terwijl hij zijn vriend aan zijn beenen trok, "die is goed! Mijnheer +daar beweert, dat het een vio ...." + +"Alle duivels!" riep Schaunard, thans zeer angstig, uit; "mijn piano +speelt nog altijd, dat is tooverij!" + +"Phantasma .... gorie," huilde Colline, terwijl hij een der flesschen, +die hij in zijn hand had, liet vallen. + +"Phantasie," krijschte op zijn beurt Rodolphe. + +Midden onder dat lawaai ging plotseling de deur open en zagen zij +op den drempel iemand verschijnen met een drie-armigen kandelaar, +waarin rose kaarsen brandden. + +"Wat is er van uw dienst, heeren?" vroeg hij, terwijl hij beleefd de +drie vrienden groette. + +"Lieve Hemel, wat heb ik gedaan? Ik heb mij vergist, dit is mijn +kamer niet," zeide Schaunard. + +"Mijnheer," voegden Colline en Rodolphe gezamenlijk eraan toe: +"wees zoo goed onzen vriend te excuseeren; hij is zoo dronken als +een ladder." + +Plotseling schoot een lichtstraal door het benevelde brein van +Schaunard; hij had op zijn deur deze met krijt geschreven woorden +gelezen: + + + "Ik ben driemaal hier geweest, om mijn Nieuwjaarsgeschenken + te halen. + + Phémie." + + +"Waarachtig, maar ik ben wel degelijk thuis!" riep hij uit; "daar heb +je het visitekaartje, dat Phémie met Nieuwjaar heeft achtergelaten: +het is dus wel mijn deur." + +"Lieve God, mijnheer," zeide Rodolphe; "ik ben er werkelijk confuus +van." + +"Wees overtuigd, mijnheer," voegde Colline eraan toe, "dat ik een +werkzaam aandeel neem in de confuusheid van mijn vriend." + +De jonge man brak in een schaterlach uit. + +"Als u even binnen wilt komen," antwoordde hij, "dan zal uw vriend, +zoodra hij de kamer gezien heeft, zijn dwaling wel erkennen." + +"Gaarne." + +De dichter en de wijsgeer namen ieder Schaunard bij een arm en brachten +hem in de kamer, of liever in het paleis van Marcel, dien de lezer +zeker reeds herkend heeft. + +Schaunard keek eenigszins verward om zich heen en mompelde: + +"Het is verwonderlijk, hoe veel mooier mijn kamer geworden is." + +"Nou, ben je nu overtuigd?" vroeg Colline hem. + +Maar Schaunard had zijn piano in het oog gekregen, ging er naar toe +en begon gamma's te spelen. + +"He, luisteren jullie eens," zeide hij, terwijl hij verschillende +accoorden aansloeg; "Bravo, het dier heeft zijn baas herkend: si la +sol, fa mi ré! O, bliksemsche ré! Jij verandert ook nooit. Ik zie wel, +dat het mijn instrument is." + +"Hij houdt vol," zeide Colline tot Rodolphe. + +"Hij houdt vol," herhaalde Rodolphe tegen Marcel. + +"En dat dan," ging Schaunard voort, terwijl hij op den met sterren +en loovertjes bezaaiden rok, die over een stoel geworpen was, wees, +"dat is ook zeker mijn ambtsgewaad niet?" + +En hij keek Marcel uitdagend aan. + +"En dat dan," vervolgde Schaunard en trok het deurwaardersexploot, +waarvan hierboven sprake was, van den muur. + +En hij begon te lezen: + +"Dientengevolge zal mijnheer Schaunard gehouden zijn genoemde woning +te ontruimen en haar in goeden en bewoonbaren staat terug te geven +den achtsten April vòòr twaalf uur des namiddags. Ten bewijze daarvan +heb ik hem deze acte ter hand gesteld, waarvan de kosten vijf francs +bedragen. Nou, ben ik nou mijnheer Schaunard niet, wien de kamer bij +deurwaardersexploot opgezegd wordt en wien men gezegelde stukken, +waarvan de kosten vijf francs bedragen, vereert? En dan dat nog," +ging hij voort, toen hij zijn pantoffels aan de voeten van Marcel +zag; "zijn dat niet mijn muiltjes, geschenk van een mij dierbare +hand? Mijnheer," zoo wendde hij zich nu tot Marcel, "thans is het +aan u, om uw aanwezigheid in mijn laren en penaten te verklaren." + +"Mijne heeren," antwoordde Marcel en hij richtte zich hierbij in +het bijzonder tot Colline en Rodolphe, "mijnheer," en hij wees op +Schaunard, "mijnheer is op zijn kamer, ik beken het eerlijk." + +"Zoo," riep Schaunard uit, "dat is maar gelukkig ook." + +"Maar," vervolgde Marcel, "ook ik ben op mijn kamer." + +"Maar mijnheer," viel Rodolphe hem in de rede, "als onze vriend +toch ...." + +"Ja," vervolgde Colline, "als onze vriend ...." + +"En als u u van uw kant herinnert, dat ....", voegde Rodolphe eraan +toe, "hoe komt het dan ...." + +"Ja," echode Colline, "hoe komt het dan ...." + +"Neem plaats heeren," antwoordde Marcel, "dan zal ik u het mysterie +ophelderen." + +"Wat zoudt u ervan zeggen, als we die opheldering eens +besproeiden?" waagde Colline op te merken. + +"En daarbij familiaar een stukje aten?" voegde Rodolphe eraan toe. + +De vier jonge mannen zetten zich aan tafel en openden een hevigen +aanval op een stuk koud kalfsvleesch, dat de wijnhandelaar hun +afgestaan had. + +Marcel legde toen uit, wat er dien ochtend, toen hij was komen +verhuizen, tusschen hem en den huisbaas was voorgevallen. + +"Derhalve," zeide Rodolphe, "heeft mijnheer volkomen gelijk, wij zijn +zijn gasten." + +"Pardon, u bent hier thuis," antwoordde Marcel beleefd. + +Het kostte echter ontzaglijke moeite, om Schaunard aan zijn verstand +te brengen wat er gebeurd was. Een komisch incident maakte de zaak nog +ingewikkelder. Schaunard, die in een kast naar God weet wat zocht, +ontdekte daarin het kleingeld, dat Marcel dien ochtend van zijn +vijfhonderd francs teruggekregen had. + +"Ha," riep hij uit, "ik wist wel, dat mijn vriend, het toeval, mij +niet in den steek zou laten. Ik herinner me nu, dat ik van morgen +uitgegaan ben, om hem te zoeken ..... Voor die huurtermijnen, dat is +waar ook; hij is zeker in mijn afwezigheid hier geweest. Wij hebben +elkaar misgeloopen, dat is alles. Het is toch maar heel verstandig +van me geweest den sleutel op de kast te laten." + +"Zoete dwaasheid!" mompelde Rodolphe, toen hij zag hoe Schaunard de +geldstukken in even hooge hoopen opstapelde. + +"Droom en bedrog, dat is het leven," voegde de wijsgeer eraan toe. + +Marcel lachte. + +Een uur later lagen zij alle vier in een diepen slaap. + +Den volgenden middag om twaalf uur werden zij wakker; in den beginne +waren zij niet weinig verwonderd elkaar daar te vinden: Schaunard, +Colline en Rodolphe schenen elkaar zelfs niet te herkennen en noemden +elkaar mijnheer. Marcel moest er hen aan herinneren, dat zij den +vorigen avond met elkaar bij hem gekomen waren. + +Op dat oogenblik kwam Durand in de kamer. + +"Mijnheer," zeide hij tot Marcel, "het is vandaag de negende +April achttien honderd en veertig ... het is modderig op straat, +en Z. M. Louis-Philippe is nog steeds koning van Frankrijk en +Navarre. Lieve Hemel," riep vader Durand uit, toen hij zijn ouden +huurder zag, "daar heb je mijnheer Schaunard. Hoe bent u hier gekomen?" + +"Per telegraaf," antwoordde Schaunard. + +"Hoor hem eens aan," zeide de concierge, "u bent nog de oude +grappenmaker!" + +"Durand," zeide Marcel, "ik houd er niet van, dat de livrei zich in +mijn gesprekken mengt; je gaat naar het dichtstbijzijnde restaurant +en laat een dejeuner voor vier personen boven brengen. Hier heb je de +spijskaart," voegde hij eraan toe, terwijl hij hem een stukje papier +met het menu erop gaf. "En een beetje vlug." + +"Heeren," ging Marcel voort, "u hebt mij gisteren avond een souper +aangeboden, laat mij u nu hedenmorgen een dejeuner aanbieden, niet +bij mij, maar bij u," voegde hij eraan toe, terwijl hij Schaunard +zijn hand toestak. + +Na afloop van het dejeuner vroeg Rodolphe het woord. + +"Heeren," zeide hij, "staat mij toe, dat ik u verlaat ...." + +"O neen," zeide Schaunard op sentimenteelen toon, "laten we elkaar +niet meer verlaten." + +"Dat is zoo," merkte Colline op; "je bent hier erg op je gemak." + +"U een oogenblik verlaat," ging Rodolphe voort, "morgen verschijnt de +Echarpe d'Iris [5], een mode-tijdschrift, waarvan ik hoofdredacteur +ben, en ik moet de drukproeven nog corrigeeren. Binnen een uur ben +ik terug." + +"Alle duivels," zeide Colline; "dat brengt mij op de gedachte, dat ik +les moet geven aan een Indischen prins, die naar Parijs gekomen is, +om Arabisch te leeren." + +"Geef die les morgen," zeide Marcel. + +"Neen, dat gaat niet," antwoordde de wijsgeer: "de prins zou mij +vandaag betalen. En bovendien moet ik eerlijk bekennen, dat deze +schoone dag voor mij bedorven zou zijn, indien ik niet even langs de +boekenstalletjes loop." + +"Maar je komt toch terug?" vroeg Schaunard. + +"Met de snelheid van een met zekere hand afgeschoten pijl," antwoordde +de wijsgeer, die van excentrieke beeldspraak hield. + +En hij ging met Rodolphe weg. + +"Maar," zeide Schaunard, toen hij met Marcel alleen gebleven was, +"indien ik, in plaats van me hier te koesteren op het kussen van het +dolce far niente, wat goud ging zoeken om de begeerigheid van mijnheer +Bernard te stillen?" + +"Maar," zeide Marcel ongerust; "wil je dan nog steeds verhuizen?" + +"Lieve God, ik moet wel," antwoordde Schaunard, "ik heb immers een +exploot, waarvan de kosten vijf francs zijn, gekregen." + +"Maar," vervolgde Marcel, "als je verhuist, dan neem je zeker je +meubels mee?" + +"Ja, dat is mijn bedoeling, ik laat hier geen haar achter, zooals +mijnheer Bernard zegt." + +"Duivels, dat zal me leelijk in verlegenheid brengen, want ik heb je +kamers gemeubileerd gehuurd." + +"Waarachtig, dat is waar ook," zeide Schaunard. "Maar," voegde hij er +melancholiek aan toe, "er is geen enkele aanwijzing, dat ik vandaag +of morgen of wanneer ook mijn vijf-en-zeventig francs zal vinden." + +"Maar wacht even," riep Marcel uit, "ik heb een idee." + +"Laat hooren," zeide Schaunard. + +"De zaak staat zoo: wettelijk behoort de woning aan mij, omdat ik +een maand vooruit betaald heb." + +"De woning, ja; maar als ik betaal, neem ik de meubelen wettelijk mede; +en als het mogelijk was, zou ik ze zelfs onwettelijk medenemen." + +"Zoodat," zeide Marcel, "jij de meubels en geen woning, en ik een +woning en geen meubels heb." + +"Dat klopt," zeide Schaunard. + +"Maar mij bevalt de woning uitstekend." + +"En mij," merkte Schaunard op, "mij beviel ze nooit meer." + +"Wat zeg je?" + +"Nooit .... meer. Ik weet heel goed, wat ik zeg." + +"Welnu, dan kunnen we het op een accoordje gooien," meende Marcel; +"blijf bij me, ik lever de woning en jij levert de meubelen." + +"En de huur?" vroeg Schaunard. + +"Daar ik nu geld heb, betaal ik ditmaal; den volgenden keer is het +jouw beurt. Denk er eens over na." + +"Ik denk nooit na, vooral niet om een voorstel aan te nemen, dat +in mijn geest valt; ik neem het zonder bedenken aan. Bovendien zijn +schilder- en dichtkunst zusters." + +"Schoonzusters," vond Marcel. + +Op dat oogenblik kwamen Colline en Rodolphe, die elkaar op straat +ontmoet hadden, terug. + +Marcel en Schaunard stelden hen van hun vennootschap in kennis. + +"Heeren," riep Rodolphe uit, terwijl hij het in zijn broekzak liet +rinkelen, "ik offreer het gezelschap een diner." + +"Dat was juist mijn plan ook," zeide Colline, terwijl hij uit +zijn zak een goudstuk haalde, dat hij als een monocle naar +zijn oog bracht. "Mijn prins heeft mij dat gegeven voor een +Hindostansch-Arabische grammatica, die ik zooeven voor zes stuivers +gekocht heb." + +"En ik," zeide Rodolphe, "heb mij door den kassier van de Echarpe +d'Iris een voorschot laten geven van dertig francs, onder voorgeven, +dat ik mij moest laten inenten." + +"Het is vandaag dus Heiligendag," zeide Schaunard; "ik alleen heb +niets gekregen, dat is toch vernederend." + +"Intusschen," viel Rodolphe hem in de rede, "handhaaf ik mijn +uitnoodiging voor een diner." + +"En ik ook," zeide Colline. + +"Nou," zeide Rodolphe, "dan zullen we opgooien, wie betalen zal." + +"Neen," riep Schaunard uit, "ik weet wat beters, om jullie uit die +moeilijkheid te helpen, heel wat beters." + +"En dat is?" + +"Rodolphe betaalt het diner, en Colline geeft een souper." + +"Een Salomo-oordeel," riep de wijsgeer uit. + +"Dan zal het vandaag nog erger toegaan dan op de bruiloft van Camacho," +[6] meende Marcel. + +Het diner had plaats in een provençaalsch restaurant in de rue +Dauphine, dat bekend was door zijn litteraire kellners en zijn +ayoli-gerechten. Daar zij nog een plaatsje over moesten houden voor +het souper, dronken en aten zij matig. De den vorigen avond tusschen +Colline en Schaunard, en later met Marcel aangeknoopte kennismaking +werd nu intiemer; de vier jonge mannen heschen de vlag van hun +kunstinzichten, en alle vier erkenden, dat zij met denzelfden moed en +dezelfde verwachtingen bezield waren. Al pratende en debatteerende, +bemerkten zij, dat zij gemeenschappelijke sympathieën hadden, +dat zij allen dien zin voor en die behendigheid hadden in geestige +schermutselingen, welke opvroolijken, zonder te kwetsen; dat alle mooie +deugden der jeugd leefden in hun harten, die door het zien of hooren +van iets moois makkelijk in geestdrift waren te brengen. Alle vier, +van hetzelfde punt uitgegaan, om hetzelfde doel te bereiken, waren +van oordeel, dat iets anders dan het banale spel van het toeval hen +had samengebracht, en dat misschien de Voorzienigheid, de natuurlijke +beschermster der verlatenen, hen zoo samenvoerde en hun heel zacht +het woord van het Evangelie influisterde, dat eigenlijk de eenige +wet voor de geheele menschheid moest zijn: "Helpt elkander en hebt +elkander lief!" + +Tegen het einde van het diner, dat een eenigszins ernstig karakter +had aangenomen, stond Rodolphe op, om een toast uit te brengen op +de toekomst; Colline antwoordde met een kleine toespraak, die aan +geen enkel boek ontleend en vrij van alle oratorische wendingen was, +maar heel eenvoudig de simpele taal der natuur sprak, die zoo goed +doet begrijpen wat zoo slecht gezegd wordt. + +"De philosoof lijkt wel niet wijs!" mompelde Schaunard, over zijn +glas gebogen; "nu dwingt hij me water in mijn wijn te doen." + +Na het diner gingen ze een pousse-café drinken in Momus, waar zij den +vorigen dag den avond ook reeds hadden doorgebracht. Van dien dag af +was het daar voor de overige gasten niet meer uit te houden. + +Na de koffie en de daarbij behoorenden likeuren ging de nu voor +goed opgerichte bohème-clan terug naar de kamer van Marcel, die +voortaan den naam Elysée Schaunard droeg. Terwijl Colline het door +hem beloofde souper ging bestellen, haalden de anderen voetzoekers, +vuurpijlen en andere stukken vuurwerk; en voor zij aan tafel gingen, +staken zij uit een der vensters een prachtig vuurwerk af, dat het +heele huis op stelten zette en gedurende hetwelk de vier vrienden +uit volle borst zongen: + +"Célébrons, célébrons, célébrons ce beau jour!" + +Den volgenden ochtend vonden zij elkaar weer terug, doch ditmaal +zonder zich erover te verwonderen. Voor zij ieder weer tot hun werk +terugkeerden, gingen ze gezamenlijk eenvoudig dejeuneeren in Momus, +waar ze afspraken des avonds weer te zullen bijeenkomen en waar men +hen gedurende langen tijd dagelijks weer zag verschijnen. + +Dit zijn de hoofdpersonen, die men zal ontmoeten in de kleine verhalen, +waaruit dit boek bestaat, dat volstrekt geen roman is en geen andere +pretentie heeft dan die door zijn titel aangegeven; want de tooneelen +uit het Parijsche kunstenaars-leven zijn inderdaad niets anders dan +zedenstudiën, waarvan de helden behooren tot een tot dusver verkeerd +beoordeelde klasse, wier grootste gebrek een beetje losbandigheid is, +en die nog als excuus kunnen aanvoeren, dat die losbandigheid een +noodzakelijkheid is, welke het leven hun oplegt. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +EEN GEZANT DER VOORZIENIGHEID. + + +Schaunard en Marcel, die reeds van den vroegen ochtend af dapper aan +het werk waren, hielden plotseling op. + +"Alle duivels, wat heb ik een honger!" zeide Schaunard; en hij voegde +er langs zijn neus weg aan toe: "Wordt er vandaag niet gedejeuneerd?" + +Marcel scheen over die meer dan ooit ongelegen komende vraag zeer +verbaasd: + +"Sedert wanneer wordt er twee dagen achter elkaar gedejeuneerd?" zeide +hij. "Het was gisteren Donderdag." + +En, om zijn antwoord als het ware meer kracht bij te zetten, wees +hij met zijn schilderstokje op het gebod der Kerk. + + + "Vendredi chair ne mangeras, + Ni autre chose pareillement." + + +Schaunard kon geen antwoord vinden en begon weer te werken aan zijn +schilderij, dat een vlakte voorstelde met een rooden en een blauwen +boom, die elkaar een hand- of liever takdruk gaven. Een zeer duidelijke +en inderdaad ook zeer philosophische toespeling op de heerlijkheden +der vriendschap. + +Op dat oogenblik klopte de concierge aan de deur. Hij bracht een +brief voor Marcel. + +"Drie sous," zeide hij. + +"Heusch?" antwoordde de kunstenaar. "Die mag je houden." + +En hij sloeg de deur voor zijn neus dicht. + +Marcel verbrak het zegel en las. Bij de eerste woorden reeds begon +hij te springen als een acrobaat en hief luidkeels het volgende lied, +dat bij hem de hoogste graad van verrukking was, aan: + + + "Y'avait quat' jeunes gens du quartier + Ils étaient tous les quatre malades; + On les a m'nés à l'Hôtel-Dieu + Eu! eu! eu! eu!" + + +"Prachtig," zeide Schaunard en vervolgde: + + + "On les a mis dans un grand lit, + Deux à la tête et deux au pied. + + +"Dat kennen we al." + +Marcel ging door: + + + "Ils virent arriver un' petit' soeur, + Eur! eur! eur! eur!" + + +"Als je niet oogenblikkelijk ophoudt," zeide Schaunard, die reeds +symptomen van hersenverweeking begon te voelen, "dan ga ik het +allegro van mijn symphonie over den Invloed van het Blauw in de +Kunsten spelen." + +En hij stapte reeds naar zijn piano. + +Dit dreigement werkte als een droppel koud water, die in een borrelende +vloeibare massa valt. + +Marcel kalmeerde als door een tooverslag. + +"Hier!" zeide hij, terwijl hij den brief aan zijn vriend gaf; "lees!" + +Het was een uitnoodiging voor een diner van een député, een verlicht +beschermer der kunsten in het algemeen en in het bijzonder van Marcel, +die een schilderij van zijn landhuis gemaakt had. + +"Dat is voor vandaag," zeide Schaunard; "jammer, dat het geen +invitatie voor twee personen is. Maar daar bedenk ik me, dat jouw +député ministerieel gezind is; je kan, je mag die uitnoodiging niet +aannemen: je principes verbieden je brood te eten, dat gedrenkt is +in het zweet van het volk." + +"Ba!" zeide Marcel, "mijn député behoort tot de linkerzijde van het +centrum; hij heeft pas nog tegen de regeering gestemd. Bovendien zal +hij wel een opdracht voor me hebben, en hij heeft me beloofd mij in +andere kringen te introduceeren. En al is het ook vandaag honderd +maal Vrijdag, ik heb een honger als Ugolino in zijn toren; ik wil +vandaag dineeren en daarmede basta!" + +"Er zijn nog andere hinderpalen," ging Schaunard voort, die zijn +jaloerschheid op het fortuintje, dat zijn vriend ten deel viel, +niet bedwingen kon. "Je kunt toch niet zoo in je roode trui en met +je sjouwerspet op gaan dineeren." + +"Ik zal van Rodolphe of Colline een pak leenen." + +"Jeugdige dwaas! Ben je vergeten, dat wij den twintigsten van de +maand voorbij zijn en dat om dezen tijd de kleeren van die heeren +bij oom Jan logeeren?" + +"Maar ik zal toch vòòr vijf uur wel een zwart pak vinden," zeide +Marcel. + +"Ik heb drie weken noodig gehad, om er een te vinden, toen ik naar +de bruiloft van mijn neef moest--en dat was toch in het begin van +Januari." + +"Nou dan ga ik zoo!" antwoordde Marcel, terwijl hij met groote passen +de kamer op en en neer liep. "Van mij zal niet gezegd worden, dat +een armzalige quaestie van etiquette mij heeft weerhouden den eersten +stap in de wereld te doen." + +"O ja, dat is waar ook!" viel Schaunard, die het blijkbaar pleizierig +vond zijn vriend te plagen; "hoe staat het met je schoenen?" + +Marcel ging in een toestand van niet te beschrijven opwinding weg. Na +verloop van twee uur kwam hij terug met een boord. + +"Dat is alles wat ik heb kunnen vinden," zeide hij met een +deerniswaardig gezicht. + +"Daarvoor hadt je waarachtig niet zoo behoeven rond te loopen," +antwoordde Schaunard; "we hebben hier papier genoeg, om er een dozijn +te maken." + +"Maar alle duivels!" riep Marcel uit en rukte daarbij de haren uit +zijn hoofd; "we moeten hier toch kleeren hebben." + +En in alle hoekjes en gaatjes der beide kamers begon hij een nauwgezet +onderzoek. + +Na een uur zoekens had hij het volgende costuum bij elkaar: + +Een geruite broek. + +Een grijze hoed. + +Een roode das. + +Een eertijds witte handschoen. + +Een zwarte handschoen. + +"Daar zijn in geval van nood ten minste twee zwarte handschoenen uit +te maken," zeide Schaunard. "Maar wanneer je aangekleed bent, zal je er +uitzien als het zonnespectrum. Doch dat is minder--je bent schilder." + +Intusschen paste Marcel de schoenen. + +O ramp! Ze waren beide van denzelfden voet. + +Daar zag de wanhopige kunstenaar in een hoek een ouden schoen, +waarin ze gewoonlijk hun leege verfblazen gooiden. Hij maakte er zich +meester van. + +"Van kwaad tot erger," zeide zijn ironische makker: "de een is puntig +en de ander breed van voren." + +"Dat zie je niet; ik zal ze lakken." + +"Dat is een idée! Nu ontbreekt je alleen nog de onontbeerlijke rok." + +"O," zeide Marcel, terwijl hij zich van woede in zijn vuisten beet +"ik zou tien jaar van mijn leven en mijn rechterhand geven, als ik +er een had." + +Op dit oogenblik hoorden zij opnieuw op de deur kloppen. Marcel ging +open doen. + +"Mijnheer Schaunard?" zeide een vreemdeling, die op den drempel +bleef staan. + +"Dat ben ik," antwoordde de schilder en verzocht hem binnen te komen. + +"Mijnheer," zeide de onbekende, die een van die trouwhartige gezichten +had, welke den provinciaal kenmerken, "mijn neef heeft me verteld, +dat u zoo mooi portretten kunt schilderen; en daar ik op het punt sta +een reis naar de koloniën te maken, als gedelegeerde der raffinadeurs +van Nantes, zou ik gaarne een souvenir van mij aan mijn familie +achterlaten. Daarom ben ik naar u toe gekomen." + +"O, heilige Voorzienigheid!" ... mompelde Schaunard. "Marcel, geef +een stoel aan mijnheer...." + +"Blancheron," vulde de vreemdeling aan; "Blancheron uit Nantes, +afgevaardigde van de suikerindustrie, oud-burgemeester van V...., +kapitein van de garde nationale, en schrijver van een brochure over +de suikerquaestie." + +"Ik voel mij zeer vereerd, dat ik door u gekozen ben," zeide de +artist, terwijl hij een buiging maakte voor den gedelegeerde der +raffinadeurs. "En hoe wenscht u uw portret te hebben?" + +"Een miniature, zooals dit," antwoordde mijnheer Blancheron, terwijl +hij op een portret in olieverf wees; want, zooals voor zoovele anderen, +is voor den gedelegeerde alles, wat geen verf op huizen is, miniatuur: +zij kennen geen middenweg. + +Dit naïeve antwoord deed Schaunard dadelijk begrijpen met wien hij +te doen had, vooral toen de vreemdeling er nog aan toevoegde, dat +hij gaarne zijn portret in fijne kleuren geschilderd wilde hebben. + +"Ik gebruik nooit andere," zeide Schaunard. "En in welke grootte wilt +u uw portret?" + +"Zoo groot ongeveer," antwoordde mijnheer Blancheron, op een doek +van twintig francs wijzend. "Wat is de prijs daarvan?" + +"Vijftig tot zestig francs; vijftig zonder handen en zestig met." + +"Drommels, mijn neef sprak van dertig francs." + +"Dat hangt af van het seizoen," zeide de schilder; "in sommige tijden +zijn de kleuren veel duurder." + +"Zoo, dat is dus net als met den suiker." + +"Precies eender." + +"Nou, voor vijftig francs dan," zeide mijnheer Blancheron. + +"Dat zou ik u niet aanraden; voor tien francs meer schilder ik u met +uw suiker-brochure in uw handen, dat zal meer effect maken." + +"Waarachtig, u hebt gelijk!" + +"Lieve Hemel," zeide Schaunard in zichzelf; "als hij zoo doorgaat, dan +barst ik nog los en gooi ik hem een van mijn stukken naar zijn hoofd." + +"Heb je gezien?" fluisterde Marcel hem in. + +"Wat?" + +"Hij heeft een rok." + +"Ik snap je en ik zal je helpen. Laat mij maar begaan." + +"Welnu, mijnheer," zeide de gedelegeerde, "wanneer zullen we +beginnen? We moeten niet te lang wachten, want ik vertrek eerstdaags." + +"Ik moet zelf een klein reisje maken; overmorgen verlaat ik Parijs. Als +u het dus goed vindt, zullen we maar dadelijk beginnen. Een flinke +séance zal de zaak zeer bespoedigen." + +"Maar het zal zoo dadelijk donker zijn, en u kunt toch niet bij +kunstlicht schilderen," zeide mijnheer Blancheron. + +"Mijn atelier is zòò ingericht, dat ik er op ieder uur van den dag +kan werken..." viel de schilder hem in de rede. "Als u uw rok wilt +uittrekken en de pose aannemen, zullen we beginnen." + +"Mijn rok uittrekken? Waarom?" + +"Hebt u niet gezegd, dat het een portret voor uw familie moet zijn?" + +"Zeker." + +"Dan moet u ook in een kamerjapon geschilderd worden. Dat is trouwens +gewoonte ook." + +"Maar ik heb geen kamerjapon bij me." + +"Ik heb er een. Ik ben voor zulke gevallen ingericht," zeide Schaunard +en gaf zijn model een oud met verfvlekken overladen vod, dat den +eerzamen provinciaal op het eerste gezicht deed aarzelen. + +"Dat is al een heel raar kleedingstuk," zeide hij. + +"En heel kostbaar," antwoordde de schilder. "Indertijd heeft een +Turksch vizier het cadeau gegeven aan Horace Vernet, die het weer +aan mij vermaakt heeft. Ik ben zijn leerling." + +"Bent u een leerling van Vernet?" vroeg Blancheron. + +"Ja, mijnheer, en daar ben ik trotsch op.--Schande," mompelde hij in +zichzelf, "ik verloochen mijn goden." + +"Daar hebt u dan ook reden voor, jonge man," antwoordde de +gedelegeerde, terwijl hij de kamerjapon van zoo voorname afkomst +aantrok. + +"Hang den rok van mijnheer aan den porte-manteau," zeide Schaunard +met een beteekenisvollen blik tot zijn vriend. + +"Zeg eens," mompelde Marcel, terwijl hij zich op zijn prooi wierp en +heimelijk naar Blancheron wees "hij ziet er prachtig uit zoo! Als je +hem zoo eens schilderen kon!" + +"Ik zal het probeeren! Maar dat is van minder belang, kleed je gauw aan +en maak, dat je weg komt, maar zorg, dat je om tien uur terug bent; +ik zal hem wel tot zoo lang aan de praat houden. Maar vòòr alles, +vergeet niet iets voor me mede te brengen." + +"Ik zal een ananas voor je meebrengen," antwoordde Marcel en maakte, +dat hij weg kwam. + +Hij kleedde zich in vliegenden haast. De rok paste hem, alsof hij hem +aangemeten was. Dan ging hij door de tweede deur van het atelier weg. + +Schaunard was intusschen met werken begonnen. Toen het heelemaal +donker geworden was, hoorde mijnheer Blancheron het zes uur slaan en +bedacht zich, dat hij nog niet gedineerd had. Hij vertelde dat aan +den schilder. + +"Ik verkeer in hetzelfde geval, maar om u ter wille te zijn, zal ik +mij daarvan vanavond maar speenen," zeide Schaunard; "wel had ik voor +vanavond een invitatie in den faubourg Saint-Germain, maar we kunnen +het werk nu niet afbreken, dat zou schade doen aan de gelijkenis." + +En hij begon weer te werken. + +"Maar," zeide hij plotseling, "we zouden kunnen dineeren, zonder dat +we ons werk onderbreken. Er is hier vlak bij een uitstekend restaurant, +vanwaar ze ons alles, wat we willen, kunnen brengen." + +En Schaunard wachtte met spanning de uitwerking van zijn trio +meervouden af. + +"Ik ben het volkomen met u eens," zeide mijnheer Blancheron, "en het +zal mij aangenaam zijn, indien u mij de eer wilt aandoen aan tafel +mijn gast te zijn." + +Schaunard maakte een buiging. + +"Waarachtig," zeide hij tot zichzelf, "het is een brave kerel, een +ware gezant der Voorzienigheid. Wilt u het menu maar opmaken?" vroeg +hij aan zijn amphytrion. [7] + +"Het zal mij aangenaam zijn, indien u zich daarmede belasten wilt," +antwoordde deze beleefd. + +"Dat zal je berouwen," zong de schilder, die vliegensvlug de trap +afstormde. + +Hij ging het restaurant binnen, liep naar de toonbank en stelde +een menu samen, dat den Vatel [8] in den winkel bij het lezen bleek +deed worden. + +"En goede Bordeaux." + +"Wie betaalt dat?" + +"Ik waarschijnlijk niet," zeide Schaunard; "maar een oom van me, een +lekkerbek en fijnproever, dien u boven bij me zult zien. Zet dus je +beste beentje voor en zorg, dat we binnen een half uur kunnen eten +en denk erom, op echt porcelein." + + + +Om acht uur voelde mijnheer Blancheron reeds behoefte aan de borst van +een vriend zijn denkbeelden over de suikerindustrie uit te storten, +en declameerde hij voor Schaunard de brochure, die hij geschreven had. + +Deze begeleidde hem op den piano. + +Om tien uur dansten mijnheer Blancheron en zijn vriend een galop en +tutoyeerden elkaar. + +Om elf uur zwoeren zij elkaar eeuwige trouw en maakten een testament, +waarin zij elkaar wederkeerig hun fortuin nalieten. + +Om twaalf uur kwam Marcel thuis en vond ze in elkanders armen. Ze +zwommen in tranen. Er stond al een halve duim water in het +atelier. Marcel stootte zich tegen de tafel en zag de schitterende +overblijfselen van het heerlijke festijn. Hij onderzocht de +flesschen--zij waren totaal leeg. + +Hij wilde Schaunard wakker maken, maar deze dreigde hem te zullen +vermoorden, als hij hem Mijnheer Blancheron, dien hij als hoofdkussen +gebruikte, wilde ontrooven. + +"Ondankbare!" zeide Marcel, terwijl hij uit zijn rokzak een handvol +noten te voorschijn haalde. "Mij vermoorden, mij, die een diner voor +hem meegebracht heb." + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +DE LIEFDE IN DEN VASTENTIJD. + + +Op een avond in den vastentijd kwam Rodolphe al vroeg thuis met het +vaste plan om te gaan werken. Doch nauwlijks had hij zich aan tafel +gezet en zijn pen in den inktkoker gedoopt, toen zijn aandacht door +een zonderling geluid getrokken werd; en toen hij luisterde aan het +indiscrete beschot, dat hem van de kamer ernaast scheidde, hoorde +hij heel duidelijk een regelmatigen dialoog van kussen en andere +amoureuse klanknabootsingen. + +"Drommels!" dacht Rodolphe, terwijl hij op de pendule keek, "het is nog +niet laat ... en mijn buurvrouw is een Julia, die haar Romeo gewoonlijk +nog lang na het zingen van de leeuwerik bij zich houdt. Ik zal vannacht +niet kunnen werken." En hij zette zijn hoed op en ging uit. + +Toen hij zijn sleutel in de portiersloge wilde leggen, vond hij de +vrouw van den concierge in de armen van een galant. De arme vrouw +was er zoo verschrikt door, dat er meer dan vijf minuten verliepen, +voordat zij kon opentrekken. + +"Ha!" dacht Rodolphe, "er zijn dus oogenblikken, waarop de portiersters +weer vrouwen worden." + +Toen hij de huisdeur opende, vond hij in den hoek een dragonder +en een keukenmeid in een avondmantel staan, die elkaar bij de hand +vasthielden en het geld der liefde wisselden. + +"Alle duivels!" zeide Rodolphe met een toespeling op den krijgsman +en zijn robuste vriendin, "dat zijn een paar ketters, die er niet +aan denken, dat wij in de vasten zijn." + +En hij ging de straat op naar een van zijn vrienden, die in de +buurt woonde. + +"Als Marcel thuis is," zeide hij tot zichzelf, "dan kunnen we den +avond doorbrengen met eens lekker Colline over den hekel te halen. Je +moet toch wat doen ...." + +Op zijn krachtig kloppen werd de deur op een kiertje open gemaakt en +vertoonde zich daarin een jonge man met alleen een monocle op en een +hemd aan. + +"Ik kan je vandaag niet ontvangen," zeide hij tegen Rodolphe. + +"Waarom niet?" vroeg deze. + +"Hier!" zeide Marcel en hij wees op een vrouwehoofd, dat achter een +bedgordijn te voorschijn kwam; "hier heb je mijn antwoord!" + +"Zij is niet mooi!" antwoordde Rodolphe, toen de deur voor zijn +neus gesloten was. "Maar wat nu?" zeide hij, toen hij weer op straat +was. "Als ik eens naar Colline ging? Dan zouden we eens lekker over +Marcel kunnen kletsen." + +Toen hij de gewoonlijk donkere en weinig drukke rue de l'Ouest +doorging, zag hij plotseling een schaduw, die melancholiek heen en +weer liep en binnensmonds verzen scheen te reciteeren. + +"He, he," zeide Rodolphe; "welk sonnet loopt daar zoo te +blauwbekken? Lieve Hemel, het is Colline." + +"He, Rodolphe! Waar is de reis naar toe?" + +"Naar jou." + +"Daar zal je me niet vinden." + +"Wat doe je hier?" + +"Ik wacht." + +"En waar wacht je op?" + +"Ach!" zeide Colline met spottende hoogdravendheid, "waarop kan je +wachten, wanneer je twintig bent, de hemel van sterren fonkelt en +liederen door de lucht weerklinken?" + +"Spreek toch in proza." + +"Ik wacht op een vrouw." + +"Bonsoir," zeide Rodolphe, die in zichzelf pratend verder +ging. "Bliksems! Is het dan vandaag St. Cupido en zou ik geen stap +kunnen verzetten zonder op verliefden te stooten? Het is onzedelijk, +schandelijk. Waarom doet de politie er niets aan?" + +Daar de Luxembourg nog open was, ging Rodolphe dien binnen, om zijn +weg te bekorten. In de verlaten lanen zag hij dikwijls, als verschrikt +door zijn passen, geheimzinnig elkaar omvattende paren voor zich uit +vluchten, die, zooals een dichter gezongen heeft, de dubbele wellust +der stilte en der schaduw zoeken. + +"Net een avond, die uit een roman overgeschreven is," zeide hij tot +zichzelf. En toch ging hij, zijns ondanks door een smachtende bekoring +bevangen, op een bank zitten en keek sentimenteel naar de maan. + +Na eenigen tijd was hij geheel door een hallucinatiekoorts +bevangen. Het was, alsof de marmeren goden en heroën, die den tuin +bevolken, van hun voetstukken afdaalden, om aan de godinnen en +heroïnen het hof te maken; en hij hoorde heel duidelijk hoe de dikke +Hercules de Velleda, wier tunica hem buitengewoon kort voorkwam, +galante complimentjes influisterde. + +Van af de bank, waarop hij zat, zag hij, hoe de zwaan uit het bassin +naar een nymph daar vlak bij ging. + +"Mooi!" dacht Rodolphe, die dit alles mythologisch opvatte, "dat is +Juppiter, die naar zijn rendez-vous met Leda gaat. Als de bewaker ze +nu maar niet betrapt." + +Dan legde hij zijn hoofd in zijn handen en boog zich nog dieper in +de doornen van zijn gevoel. Doch op dit heerlijke oogenblik van zijn +droom werd Rodolphe plotseling wakker geschrikt door een bewaker, +die hem op zijn schouder tikte. + +"Mijnheer, de tuin wordt gesloten." + +"Dat is maar gelukkig ook," dacht Rodolphe. "Als ik hier nog vijf +minuten bleef, zou ik in mijn hart meer vergeet-mij-nietjes hebben +dan er op de oevers van den Rijn of in de romans van Alphonse Karr +groeien." + +En met zachte stem een sentimenteele romance, die voor hem de +Marseillaise der liefde was, neuriënd, verliet hij met vluggen pas +den Luxembourg. + +Een half uur later zat hij--God weet hoe hij er kwam--in den Prado voor +een glas punch te praten met een grooten, jongen man, die beroemd was +om zijn neus, welke er door een merkwaardig privilege van ter zijde +snavelvormig en en face plat uitzag; een meesterneus, wien het niet aan +geest ontbrak en die genoeg avonturen medegemaakt had, om in dergelijke +gevallen goeden raad te kunnen geven en zijn vriend nuttig te zijn. + +"Dus," zeide Alexandre Schaunard, de man met den neus, "je bent +verliefd!" + +"Ja, mijn waarde .... ik heb het daarnet plotseling te pakken gekregen; +precies hevige kiespijn, die je in je hart hebt." + +"Geef me je tabak eens," zeide Alexandre. + +"Stel je voor," ging Rodolphe voort, "dat ik sinds twee uur niets dan +verliefden, mannen en vrouwen, twee aan twee, tegenkom. Ik kwam op +het denkbeeld den Luxembourg in te loopen, waar ik allerlei soorten +phantasmagorieën gezien heb; dat heeft me buitengewoon aangegrepen; +elegieën schieten in mij op; ik blaat en ik kir; ik ben half lam, half +duif geworden. Kijk me eens goed aan; ik moet wol en veeren hebben." + +"Wat heb je toch gedronken?" zeide Alexandre ongeduldig, "je laat me +poseeren alsof ik een model ben." + +"Ik verzeker je, dat ik volkomen helder ben," zeide Rodolphe. "Of +toch eigenlijk niet. Maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik behoefte +heb om iets te omhelzen. Zie je, Alexandre, het is niet goed, dat de +mensch alleen zij: kort en goed je moet me helpen een vrouw te vinden +.... Wij zullen een rondgang door de balzaal maken, en daar moet jij +de eerste, die ik je aanwijs, gaan zeggen, dat ik haar liefheb." + +"Waarom ga je zelf dat haar niet zeggen?" antwoordde Alexandre met +zijn prachtigen nasalen bas. + +"Ach mijn waarde," zeide Rodolphe, "ik wil eerlijk bekennen, dat ik +heelemaal vergeten ben hoe je het aan moet pakken, om zulke dingen te +zeggen. Van al mijn liefderomans hebben mijn vrienden de inleiding +geschreven, sommigen zelfs de ontknooping. Ik heb nooit een goed +begin kunnen vinden." + +"Het is voldoende, om er een eind aan te kunnen maken," zeide +Alexandre; "maar ik begrijp je. Ik heb een jong meisje gezien, die +veel van hobo's houdt. Misschien val je wel in haar smaak." + +"Ach!" zeide Rodolphe, "ik zou zoo graag zien, dat zij witte +handschoenen en blauwe oogen had." + +"Drommels, blauwe oogen, dat zal nog wel gaan .... maar witte +handschoenen .... je weet toch, dat je niet alles tegelijk hebben +kan. Maar laten we naar het aristocratische kwartier gaan." + +"Kijk," zeide Rodolphe, terwijl hij een salon binnenging, waar de +modepoppetjes zich ophielden, "daar zit er een, die me nog al zacht +toeschijnt ...." en hij wees op een vrij elegant gekleed meisje, +dat zich in een hoek teruggetrokken had. + +"Goed," antwoordde Alexandre; "houd jij je maar wat op den +achtergrond; ik zal voor jou den fakkel van den hartstocht in haar +hart slingeren. Wanneer je moet komen, zal ik je roepen." + +Een minuut of tien stond Alexandre te praten met het jonge meisje, +dat nu en dan in een vroolijken lach uitbarstte en eindelijk Rodolphe +een glimlachje toewierp, dat meer dan duidelijk te kennen gaf: Kom +maar, je advocaat heeft zijn proces gewonnen. + +"Ga nu maar," zeide Alexandre; "de overwinning is ons; het kleintje +zal in ieder geval niet wreed zijn, maar doe in den beginne een +beetje naief." + +"Dat behoef je me volstrekt niet te zeggen." + +"Ook goed," zeide Schaunard. "Geef mij nu eerst wat tabak en ga dan +bij haar zitten." + +"Lieve Hemel," zeide het jonge meisje, toen Rodolphe naast haar +plaats genomen had; "wat een type, die vriend van je. Hij heeft een +stem als een jachthoorn." + +"Dat komt, omdat hij musicus is," antwoordde Rodolphe. + +Twee uur later bleven Rodolphe en zijn vriendinnetje voor een huis +in de rue Saint-Denis staan. + +"Hier woon ik," zeide het jonge meisje. + +"Lieve Louise, wanneer zal ik je weer zien, en waar?" + +"Morgenavond om acht uur op je kamer." + +"Heusch?" + +"Hier heb je mijn woord," antwoordde Louise, terwijl zij Rodolphe +haar frissche wangen toestak, die zoo maar in die prachtige rijpe +vruchten van jeugd en gezondheid beet. + +Dol en dronken van liefde kwam Rodolphe weer op zijn kamer. + +"O," zeide hij, terwijl hij met groote passen op en neer liep; +"dat kan zoo maar niet afloopen! Ik moet verzen maken." + +Den volgenden morgen vond de concierge in de kamer een dertig blaadjes +papier, aan het hoofd waarvan majestueus deze enkele alexandrijn +prijkte: + +"O l'Amour! ô l'Amour! prince de la jeunesse!" + +Rodolphe was dien dag, tegen zijn gewoonte in, al heel vroeg wakker, +en hoewel hij weinig geslapen had, stond hij dadelijk op. + +"Dus," riep hij uit, "is het vandaag de groote dag .... Maar nog +twaalf uur wachten .... Hoe die twaalf eeuwigheden doorkomen?" + +En toen zijn blik op zijn schrijftafel viel, was het alsof zijn pen +heen en weer huppelde en tegen hem zei: Werk. + +"Werken? weg met het proza!... Ik wil niet hier blijven, het stinkt +hier naar inkt!" + +Hij ging naar een café, waar hij zeker was geen vrienden te zullen +aantreffen. + +"Zij zouden dadelijk zien, dat ik verliefd was," dacht hij. + +Na een zeer eenvoudig dejeuner gebruikt te hebben, liep hij naar het +station en stapte in een coupé. + +Een half uur later was hij in de bosschen van Ville d'Avray. + +Rodolphe wandelde den geheelen dag door de verjongde natuur en keerde +eerst tegen het vallen van den avond naar Parijs terug. + +Nadat hij den tempel, die zijn afgod zou ontvangen in orde gemaakt had, +maakte hij een voor deze gelegenheid passend toilet, waarbij hij het +zeer betreurde, dat hij zich niet geheel in het wit kleeden kon. + +Tusschen zeven en acht uur was hij ten prooi aan een hevige +wacht-koorts, een langzame marteling, die hem zijn vroegere jaren +en zijn vroegere verliefdheden weer in de gedachte terugriep. Dan +droomde hij, volgens zijn gewoonte, reeds van een grooten hartstocht, +een liefde in tien deelen, een waar lyrisch gedicht met maneschijn, +ondergaande zon, afspraakjes onder wilgen, jaloezie, zuchten +enz. enz. Zoo ging het iederen keer, als het toeval een vrouw aan +zijn deur voerde, en geen enkele had hem verlaten zonder een aureool +om haar voorhoofd en een collier van tranen om haar hals. + +"Zij zouden liever een hoed of een paar schoenen hebben," zeiden +zijn vrienden. + +Maar Rodolphe was hardnekkig en tot nog toe hadden de talrijke +ervaringen, die hij al had doorgemaakt, hem niet kunnen genezen. Hij +wachtte nog altijd op een vrouw, die een idool voor hem zou willen +zijn, een engel in zijde en fluweel, tot wie hij, als de inspiratie +ze hem ingaf, zijn sonnetten kon richten. + +Eindelijk hoorde Rodolphe het "gewijde uur" slaan, en toen de laatste +slag weerklonk, meende hij te zien dat de Amor en de Psyche op zijn +pendule hun albasten lichamen tegen elkaar drukten. Op hetzelfde +oogenblik werd er tweemaal bescheiden aan de deur geklopt. + +Rodolphe ging open doen; het was Louise. + +"Je ziet, dat ik op tijd ben," zeide zij. + +Rodolphe deed de gordijnen dicht en stak een nieuwe kaars aan. + +Intusschen had de kleine haar sjaal afgedaan en haar hoed afgezet en +die beide op het bed gelegd. De hagelwitte lakens deden haar glimlachen +en bijna een kleur krijgen. + +Louise was eerder gracieus dan mooi te noemen; haar frisch +gezichtje verried een aantrekkelijke vermenging van naïveteit en +schalkschheid. Het was iets als een motief van Greuze, gearrangeerd +door Gavarni. [9] De bekoorlijke, jeugdige vormen van het jonge +meisje kwamen zeer voordeelig uit door een toilet, dat, hoewel heel +eenvoudig, ook bij haar die aangeboren kennis verried van koketterie, +welke alle vrouwen bezitten van af haar eerste windselen tot aan haar +bruidskleed. Louise scheen bovendien in het bijzonder de theorie der +houdingen bestudeerd te hebben en nam voor Rodolphe, die haar met +kunstenaarsoogen beschouwde, een reeks verleidelijke standen aan, die +in hun gemaniereerdheid dikwijls meer gracieus dan natuurlijk waren: +haar fijn geschoeide voetjes waren klein genoeg .... zelfs voor een +romanticus, die Andalusische of Chineesche miniaturen als zijn ideaal +beschouwt. Haar teere handen verrieden, dat zij niet aan werken gewoon +waren. Inderdaad hadden zij in de laatste zes maanden de steken der +naalden niet behoeven te vreezen. In het kort Louise was een van die +trekvogeltjes, welke uit een gril en dikwijls uit noodzaak, haar nestje +voor een dag of liever voor een nacht bouwen in de dakkamertjes van +het Quartier latin en daar gaarne een paar dagen blijven, indien men +ze door aardige invallen of zijden linten weet te binden. + +Na een uurtje met Louise gepraat te hebben, wees Rodolphe haar als +een navolgenswaardig voorbeeld den groep van Amor en Psyche. + +"Zijn dat niet Paul en Virginie?" vroeg zij. + +"Ja," antwoordde Rodolphe, die haar niet dadelijk door een tegenspraak +wilde krenken. + +"Zij zijn goed nagemaakt," vond Louise. + +"O je!" dacht Rodolphe, terwijl hij haar aankeek, "het arme kind +is weinig bedreven in de litteratuur. Ik ben er zeker van, dat zij +alleen op de hoogte is van de orthographie van het hart, die geen en +of s in het meervoud schrijft. Ik zal een grammatica voor haar koopen." + +Toen Louise erover klaagde, dat haar schoenen haar knelden, hielp +hij haar voorkomend bij het uittrekken. + +Plotseling ging het licht uit. + +"Hè?" riep Rodolphe uit, "wie heeft de kaars uitgeblazen?" + +Een vroolijke lach was het antwoord. + +Enkele dagen later kwam Rodolphe op straat een van zijn vrienden tegen. + +"Wat voer je toch uit?" vroeg deze hem. "We zien je heelemaal niet +meer." + +"Ik maak huiselijke poëzie," was Rodolphe's antwoord. + +De ongelukkige sprak de waarheid. Hij had aan Louise meer gevraagd +dan het arme kind hem had kunnen geven. Als doedelzak had zij niet +de tonen van een lier. Zij sprak, om zoo te zeggen, het patois der +liefde en Rodolphe wilde er absoluut de salontaal van spreken. Daardoor +begrepen zij elkaar nauwlijks. + +Acht dagen later ontmoette Louise in hetzelfde danslokaal, waar zij +Rodolphe voor het eerst gezien had, een blonden jongen man, met wien +zij verscheidene malen danste en die haar na afloop van het bal naar +zijn kamer meenam. + +Het was een tweedejaarsstudent, die heel goed het proza van het +pleizier sprak en mooie oogen en rinkelende zakken had. + +Louise vroeg hem papier en inkt en schreef Rodolphe den volgenden +brief: + + + "Reeken niet meer op mei, ik omhels je voor het laast. Adieu. + + Louise." + + +Toen Rodolphe 's avonds bij zijn thuiskomst dien brief las, ging zijn +licht plotseling uit. + +"Kijk!" zeide hij nadenkend, "dat is de kaars, die ik den avond, dat +Louise kwam, aangestoken heb: zij moest met onze liaison sterven. Als +ik het vooruit geweten had, zou ik een langere genomen hebben," +voegde hij er half spijtig, half boos bij en hij legde het briefje +van zijn maîtresse in een lade, die hij wel eens de catacomben van +zijn liefde noemde. + +Toen Rodolphe eenigen tijd later eens bij Marcel was, raapte hij, +om zijn pijp aan te steken, een stuk papier van den grond op, waarop +hij het schrift en de orthographie van Louise herkende. + +"Ik heb een autograaf van dezelfde hand," zeide hij tot zijn vriend; +"maar er staan in den mijne twee fouten minder dan in die van +jou. Bewijst dat niet, dat zij meer van mij hield dan van jou?" + +"Dat bewijst, dat je een idioot bent!" antwoordde Marcel. "Blanke +schouders en blanke armen hebben geen grammatica van noode." + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +ALI-RODOLPHE, OF DE TURK TEGEN WIL EN DANK. + + +Door een ongastvrijen huisheer verbannen, leefde Rodolphe sedert +eenigen tijd in meer dwalenden toestand dan de wolken en volmaakte +zich, zoo goed hij kon, in de kunst zonder avondeten naar bed te gaan +of te soupeeren zonder naar bed te gaan. Zijn kok heette het Toeval +en hij logeerde meestal in het hotel: De Bloote Hemel. + +Twee dingen echter verlieten Rodolphe te midden van al zijn +tegenspoeden nooit: zijn goed humeur en het manuscript van +"Le Vengeur", een drama, dat een lijdensweg door alle Parijsche +schouwburgen gemaakt had. + +Op een goeden dag, toen Rodolphe ten gevolge van een al te fantastische +danse macabre naar de "nor" gebracht was, stond hij plotseling +tegenover een oom van hem, een zekeren mijnheer Monetti, kachelsmid, +rookverdrijver en sergeant bij de garde nationale, dien hij in geen +eeuwigheid gezien had. + +Geroerd door de tegenspoeden van zijn neef, beloofde oom Moretti zijn +positie te verbeteren. Wij zullen zien hoe, als de lezer tenminste +niet opziet tegen een zes verdiepingen hooge klimpartij. + +De leuning dus gepakt en naar boven. Oef! honderd vijf-en-twintig +treden. Daar zijn we eindelijk boven. Nog een stap en wij zijn in de +kamer, nog een en wij zouden er niet meer in zijn. Het is wat klein, +maar het is hoog: en verder licht en lucht en uitzicht first class. + +Het meubilair bestaat uit verschillende kachels in den vorm van een +schoorsteen, twee haarden, spaarovens (vooral wanneer je er geen +vuur in aanlegt), een dozijn aarden of ijzeren pijpen en een menigte +verwarmingstoestellen; laten we, om den inventaris te sluiten, nog +noemen, een aan twee in den muur geslagen spijkers bevestigde hangmat, +een tuinstoel met een poot eraf, een kandelaar met een afdruipglaasje +en verschillende andere kunst- en luxe voorwerpen. + +Het tweede vertrek, het balcon, wordt gedurende het mooie seizoen +door twee in potten staande dwerg-cypressen in een park veranderd. + +Op het oogenblik, dat wij binnentreden, beëindigt de bewoner van die +heerlijkheid, een jonge als een Turk uit een opéra comique gekleede +jonge man, een maaltijd, waarbij hij, zooals de aanwezigheid van een +ex-ham en een te voren volle flesch wijn verraadt, op snoode wijze +de wet van den propheet schendt. Na afloop van den maaltijd strekt de +jonge man zich op zijn Oostersch uit op den vloer en begint nonchalant +een met J. G. [10] gemerkte pijp te rooken. Terwijl hij zich geheel en +al overgaf aan deze Aziatische gelukzaligheid, streelde hij van tijd +tot tijd den rug van een prachtigen Newfoundlander, die ongetwijfeld +die liefkoozing beantwoord zou hebben, als hij niet van terra cotta +geweest was. Plotseling hoorde men op de gang geluid van stappen; +de deur ging open en een man kwam binnen, die, zonder een woord te +zeggen, recht op een der beide haarden, welke als secretaire dienst +deed, toeliep, het deurtje van den oven openmaakte en er een rol +papier uitnam, dat hij met groote aandacht ging lezen. + +"Wat?" riep de pas binnengekomene met een sterk Piemonteesch accent; +"heb je dat hoofdstuk over de luchtgaten nog niet af?" + +"Neem me niet kwalijk, oom," antwoordde de Turk, "het hoofdstuk over +de luchtgaten is een van de interessantste van uw boek en vereischt +een nauwkeurige studie. Ik ben bezig het te bestudeeren." + +"Maar, ellendeling, dat antwoordt je me iederen dag. En hoe ver ben +je met het hoofdstuk over de vulkachels?" + +"De vulkachel staat er goed voor. Maar van kachels gesproken, oom, +als u me wat hout zoudt willen geven, zou ik er niets tegen hebben. Het +is hier een klein Siberië. Ik heb het zoo koud, dat ik den thermometer +zeker beneden nul zou laten dalen alleen door er naar te kijken." + +"Wat, heb je dien heelen takkebos al opgebruikt?" + +"Neem me niet kwalijk, oom, er zijn takkebossen en takkebossen, +en de uwe was al heel klein." + +"Ik zal een kolengruisblok boven laten brengen. Dat bewaart de warmte." + +"Daarom geeft het die zeker niet." + +"Nou dan," zeide de Piemontees weggaande, "ik zal je wat talhout boven +sturen. Maar morgen moet ik mijn hoofdstuk over de vulkachels hebben." + +"Wanneer ik vuur heb, zal ik daar beter vlam voor kunnen vatten," +zeide de Turk, terwijl de Piemontees de deur aan den buitenkant sloot. + +Wanneer we een tragedie aan het schrijven waren, zou nu het oogenblik +aangebroken zijn, om den vertrouwde te laten optreden. Hij zou +Noureddin of Osman moeten heeten en op tegelijk bescheiden en +beschermende wijze onzen held moeten naderen en hem zijn geheim +ontlokken met deze verzen: + + + "Quel funeste chagrin vous occupe, seigneur? + À votre auguste front, pourquoi cette pâleur? + Allah se montre-t-il à vos desseins contraire? + Ou le farouche Ali, par un ordre sévère, + A-t-il sur d'autres bords, en apprenant vos voeux, + Éloigné la beauté qui sut charmer vos yeux?" + + +Maar wij schrijven geen tragedie, en moeten het dus, al hebben wij +eigenlijk een vertrouwde dringend noodig, zonder hem stellen. + +Onze held is niet wat hij schijnt te zijn: de tulband maakt den +Turk niet. Deze jonge man is onze vriend Rodolphe, die door zijn +oom onder dak is gebracht, voor wien hij nu een "Handboek voor den +Volmaakten Rookverdrijver" samenstelt. Mijnheer Monetti, die voor zijn +kunst zeer geestdriftig was, had al zijn vrijen tijd gewijd aan de +rookverdrijverij. Deze waardige Piemontees had voor zijn gebruik een +stelregel gevonden, die bijna een pendant van dien van Cicero vormde, +en in oogenblikken van grooten geestdrift riep hij uit: "Nascuntur poê +.... liers" [11]. Op een goeden dag was deze waardige Piemontees, tot +nut en stichting van de komende geslachten, op het denkbeeld gekomen +een theoretischen codex te formuleeren van de grondbeginselen der +kunst, in de praktische uitoefening waarvan hij uitblonk, en hij had, +zooals wij gezien hebben, zijn neef uitverkoren, om zijn diepzinnige +denkbeelden te gieten in een voor de menschheid begrijpelijken +vorm. Rodolphe werd door hem gevoed, gelegerd enz. ... en zou na de +voltooiing van het Handboek een gratificatie van honderd daalders +krijgen. + +Om zijn neef tot werken aan te sporen, had Monetti hem in de eerste +dagen edelmoedig een voorschot van vijftig francs gegeven. Maar +Rodolphe, die al in een jaar zoo'n groote som niet gezien had, +was half waanzinnig van blijdschap in gezelschap van zijn daalders +uitgegaan en bleef drie dagen onder water: den vierden kwam hij, +van de zwaarte der looddeelen bevrijd, weer boven. + +Monetti, die vurig verlangde zijn Handboek af te zien, daar hij hoopte +er een brevet voor te krijgen, was bang voor nieuwe escapades van +zijn neef. Om hem tot werken te noodzaken en hem te beletten uit te +gaan, nam hij hem zijn kleeren af en gaf hem daarvoor in de plaats +het kostuum, waarin we hem zooeven hebben aangetroffen. + +Desniettegenstaande vorderde het beroemde Handboek slechts piano +aan, daar Rodolphe te eenenmale de voor dit genre van litteratuur +vereischte eigenschappen miste. De oom wreekte zich over die trage +onverschilligheid ten opzichte der schoorsteenen door zijn neef een +aantal kwellingen te laten ondergaan. Nu eens gaf hij hem slechts +kleine maaltijden en meermalen liet hij hem zonder rooktabak. + +Op een Zondag brak Rodolphe, na bloed en inkt over het beroemde +hoofdstuk der luchtgaten gezweet te hebben, zijn pen, die hem in de +vingers brandde, in tweeën en ging een wandeling maken in zijn park. + +Maar als om hem te plagen en zijn lust nog meer te prikkelen, kon hij +nergens heen kijken, of hij zag voor ieder raam iemand zitten rooken. + +Op het vergulde balcon van een pasgebouwd huis kauwde een modegek in +een kamerjapon tusschen zijn tanden een aristocratischen panatella. Een +verdieping hooger joeg een artist den geurigen mist van Turksche tabak, +die in een pijp met barnsteenen mondstuk brandde, voor zich uit. Voor +het raam van een kroeg liet een dikke Duitscher zijn bier schuimen en +blies met mechanischen regelmaat dikke wolken uit zijn Cudmer-pijp. Op +straat kwamen zingend groepen werklieden met hun neuswarmers tusschen +de lippen voorbij. En ook alle andere voetgangers, die de straat +vulden, rookten. + +"Helaas!" zuchtte Rodolphe, "behalve ik en de schoorsteenen van mijn +oom, rookt op dit oogenblik alles in de schepping." + +En met zijn voorhoofd op het hek van het balcon geleund, overdacht +hij hoe bitter eigenlijk het leven was. + +Plotseling hoorde hij beneden zich een helderen, lang aangehouden +lach. Rodolphe boog zich wat voorover, om te zien, vanwaar die +uitbarsting van vreugde kwam, en hij bemerkte, dat hij opgemerkt was +door de bewoonster van de verdieping beneden hem: mademoiselle Sidonie, +de jeune première van het Théâtre du Luxembourg. + +Mademoiselle Sidonie kwam nu buiten op haar balcon en rolde met +Castiliaansche handigheid lichte tabak, dien zij uit een geborduurden +fluweelen tabakszak nam, in een blaadje dun papier. + +"Wat een mooie tabakszak," mompelde Rodolphe met contemplatieve +bewondering. + +"Wie is die Ali-Baba?" dacht op haar beurt mademoiselle Sidonie. + +En zij zon op een voorwendsel om een gesprek aan te knoopen met +Rodolphe, die van zijn kant niets liever wilde. + +"Lieve God!" riep mademoiselle Sidonie uit, alsof zij tegen zichzelf +sprak, "wat vervelend toch, nu heb ik geen lucifers." + +"Mademoiselle, wilt u mij toestaan u er een paar aan te bieden?" vroeg +Rodolphe, terwijl hij een paar lucifers in een papiertje wikkelde en +op het balcon liet vallen. + +"Dank u zeer!" antwoordde Sidonie, terwijl zij haar sigaret aanstak. + +"Mademoiselle ...." ging Rodolphe voort, "zou ik u in ruil voor +den kleinen dienst, dien mijn goede engel mij toegestaan heeft u te +bewijzen, u mogen vragen?..." + +"Wat! Begint hij nu al te vragen!" dacht Sidonie, terwijl zij +Rodolphe wat belangstellender opnam. "O, die Turken! Men zegt, dat zij +wispelturig zijn, maar wel gezellige menschen. Spreek mijnheer!" zeide +zij, terwijl zij naar Rodolphe opkeek; "wat wilt u?" + +"O, mademoiselle, in naam der Christelijke barmhartigheid smeek ik +u om wat tabak: in geen twee dagen heb ik gerookt. Eén pijp maar ...." + +"Met alle genoegen, mijnheer .... Maar hoe moet ik dat doen? Neem de +moeite om even een verdieping lager te komen." + +"Helaas, dat is mij niet mogelijk .... Ik ben opgesloten, maar mij +blijft nog de vrijheid om een eenvoudig middel te gebruiken." + +En hij bond zijn pijp aan een touwtje en liet haar zakken op het +balcon, waar mademoiselle Sidonie haar eigenhandig goed vol stopte, +waarna Rodolphe haar, d. w. z. de pijp, weer langzaam en voorzichtig +opheesch, wat zonder ongeval gelukte. + +"O, mademoiselle," zeide hij tot Sidonie, "wat zou die pijp mij nog +lekkerder smaken, indien ik ze aan het vuur van uw oogen had kunnen +aansteken." + +Deze aardige vleierij beleefde nu minstens haar honderdsten druk, +maar mademoiselle Sidonie vond ze desniettemin prachtig. + +"U vleit me," meende ze te moeten antwoorden. + +"Ah, mademoiselle, ik verzeker u, dat u mij even bevallig toeschijnt +als de drie Gratiën!" + +"Ali Baba is beslist zeer galant," dacht Sidonie .... "Bent u werkelijk +een Turk?" vroeg zij dan aan Rodolphe. + +"Niet uit roeping," antwoordde hij, "maar vi coactus; [12] ik ben +dramatisch auteur, madame." + +"En ik dramatische artiste," antwoordde Sidonie. + +Dan liet zij erop volgen: + +"Wilt u, waarde buurman, mij de eer aandoen bij mij te komen dineeren +en verder den avond door te brengen?" + +"Helaas, mademoiselle, hoewel deze uitnoodiging den hemel voor mij +opent, is het mij niet mogelijk haar aan te nemen. Zooals ik reeds +de eer gehad heb u te zeggen, ben ik achter slot en grendel gezet +door mijn oom, mijnheer Monetti, kachelsmid en rookverdrijver, wiens +secretaris ik op dit oogenblik ben." + +"En toch zult u met mij dineeren," antwoordde Sidonie; "let goed op: ik +ga in mijn kamer en zal tegen mijn plafond kloppen. Op de plek, waar ik +klop, moet u kijken, en u zult daar de sporen vinden van een kijkgat, +een judas, dat daar vroeger was, maar nu sedert lang dicht gespijkerd +is: tracht het stuk hout, dat het gat afsluit, te verwijderen, dan +zullen we, hoewel ieder bij ons thuis, zoo goed als samen zijn ...." + +Rodolphe zette zich dadelijk aan het werk. Na vijf minuten was er +een verbinding tusschen de twee kamers tot stand gebracht. + +"Helaas!" zeide Rodolphe; "het gat is wel klein, maar er is toch nog +altijd ruimte genoeg, om u mijn hart er doorheen te kunnen reiken." + +"En nu," zeide Sidonie, "gaan we eten. Dek bij je, dan zal ik u den +schotel geven." + +Rodolphe liet aan een touwtje zijn tulband neer en heesch die, gevuld +met eetwaren, weer op; daarna begonnen de dichter en de artiste samen, +ieder aan zijn kant, te eten. Met zijn mond verslond Rodolphe de +pastei, met zijn oogen mademoiselle Sidonie. + +"Mademoiselle!" zeide Rodolphe na afloop van het diner; "dank zij u, +is mijn maag thans bevredigd. Zoudt u niet eveneens den geeuwhonger +van mijn hart, dat reeds zoo lang gevast heeft, willen stillen?" + +"Arme jongen!" zuchtte Sidonie. + +Dit zeggende, klom zij op een stoel en bracht tot aan de lippen van +Rodolphe haar hand, die deze met kussen bedekte. + +"Ach!" riep de jonge man uit; "hoe jammer dat u niet kunt doen als +de Heilige Dionysius, die het recht had zijn hoofd in zijn handen +te dragen." + +Na het diner ontspon zich een erotisch-litterair gesprek. Rodolphe +sprak over zijn "Vengeur" en mademoiselle vroeg hem haar het stuk +voor te lezen. Over den rand van het gat gebogen, begon Rodolphe +zijn drama voor te dragen voor de actrice, die, om beter te kunnen +hooren, was gaan zitten op een fauteuil, welken zij op haar commode +gezet had. Mademoiselle Sidonie vond "Le Vengeur" een meesterstuk +en beloofde, daar zij in den schouwburg, waaraan zij verbonden was, +tevens de eerste viool speelde, Rodolphe, dat zij zou zorgen, dat +zijn stuk zou worden aangenomen. + +Juist op het teederste oogenblik werd het gesprek gestoord door oom +Monetti, wiens stap, licht als die van den commandeur, [13] op den +corridor klonk. Rodolphe had nog slechts juist den tijd, om den judas +te sluiten. + +"Daar!" zeide Monetti tot zijn neef, "hier heb je een brief, die je +nu al een maand achterna loopt." + +"Laat eens zien!" zeide Rodolphe. "Oom!" riep hij na het lezen +uit; "oom, ik ben rijk! Deze brief meldt me, dat ik een prijs van +driehonderd francs gekregen heb van een Académie de Jeux floraux. [14] +Geef me gauw mijn jas en mijn bagage. Ik wil mijn lauweren gaan +plukken. Men wacht mij op het Capitool!" + +"En mijn hoofdstuk over de luchtgaten?" vroeg Monetti koud. + +"Maar oom, die trekken nu niet meer! Geef me mijn kleeren. Ik kan in +dit costuum niet op straat komen ...." + +"Je gaat niet weg voor mijn Handboek af is," zeide zijn oom, terwijl +hij Rodolphe weer achter slot en grendel sloot. + +Toen hij weer alleen was, aarzelde Rodolphe niet lang over wat hem +te doen stond .... Hij bond een beddelaken, dat hij handig in een +touwladder gemetamorphoseerd had, stevig aan zijn balcon en liet +zich ondanks het gevaarlijke van de expeditie, met behulp van dien +geïmproviseerden ladder op het balcon van mademoiselle Sidonie zakken. + +"Wie is daar?" riep deze uit, toen zij Rodolphe tegen de ruiten +hoorde tikken. + +"Sstt!" antwoordde hij; "doe open ...." + +"Wat wilt u? Wie bent u?" + +"Hoe kunt ge dat nog vragen? Ik ben de dichter van Le Vengeur, +en ik kom mijn hart halen, dat ik door den judas in uw kamer heb +laten vallen." + +"Rampzalige!" zeide de actrice; "je hadt dood kunnen vallen!" + +"Luister, Sidonie ...." ging Rodolphe voort en liet haar den brief +zien, dien hij pas gekregen had. "Zooals je ziet, lachen de fortuin +en de roem mij toe .... Moge de liefde dat ook doen!" + + + +Den volgenden ochtend kon Rodolphe, dank zij een heerencostuum, +dat Sidonie hem gegeven had, uit het huis van zijn oom ontsnappen +.... Zijn eerste tocht was naar den vertegenwoordiger der Académie +des Jeux floraux, om een gouden hondsroos in ontvangst te nemen ter +waarde van honderd daalders, die bijna zoo lang leefden als de rozen +plegen te leven. + +Een maand later kreeg mijnheer Monetti van zijn neef een uitnoodiging +voor de première van "Le Vengeur". Dank zij het talent van mademoiselle +Sidonie beleefde het stuk zeventien voorstellingen en bracht den +schrijver veertig francs op. + +Eenigen tijd later--het was toen zomer--woonde Rodolphe in de Avenue +Saint-Cloud, boom No. 3 links van het Bois de Boulogne, tak No. 5. + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +DE CAROLUSDAALDER. + + +Tegen het einde van December kreeg het personeel van de firma Bidault +[15] een honderd uitnoodigingsbrieven te bezorgen, waarvan hier een +trouwe en eensluidende copie volgt: + + + "Mijnheer, + + De heeren Rodolphe en Marcel verzoeken u hun de eer te bewijzen + Zaterdag a. s., den dag vòòr Kerstmis, den avond bij hen door te + brengen. Er zal gelachen worden. + + P.S. Wij leven slechts eens in deze wereld!!" + + +Programma van het feest. + + +Zeven uur: Opening der salons; levendig en geanimeerd discours. + +Acht uur: Entrée en wandeling door de salons van de geestige auteurs +van de door het Odéon geweigerde comédie: "De barende berg." + +Acht en een half uur: "De invloed van het blauw in de kunsten", +nabootsende symphonie, voor te dragen door den beroemden +pianist-componist Alexandre Schaunard. + +Negen uur: Eerste lezing van de verhandeling over de afschaffing van +de straf van het treurspel. + +Negen en een half uur: Dispuut tusschen den hyperphysischen wijsgeer +Gustave Colline en mijnheer Alexandre Schaunard over vergelijkende +philosophie en meta-politiek. Om iedere lichamelijke botsing tusschen +de twee tegenstanders te vermijden, worden ze beiden vastgebonden. + +Tien uur: De heer Tristan, letterkundige, zal zijn eerste liefde +vertellen. Alexandre Schaunard zal hem daarbij op den piano begeleiden. + +Tien en een half uur: Tweede lezing van de verhandeling over de +afschaffing van de straf van het treurspel. + +Elf uur: Voordracht over een jacht op casuarissen door een +buitenlandschen prins. + + +Tweede Deel. + + +Twaalf uur: Marcel, historieschilder, zal zich laten blinddoeken, en +met krijt de ontmoeting van Napoleon en Voltaire in de Champs-Elysées +op het doek improviseeren. Rodolphe zal eveneens een parallel +improviseeren tusschen den schepper van "Zaïre" en dien van den slag +bij Austerlitz. + +Twaalf en een half uur: Nabootsing van de athletische spelen der 4de +Olympiade door Gustave Colline in een kuisch déshabillé. + +Een uur: Derde lezing van de verhandeling over de afschaffing van de +straf van het treurspel en collecte ten bate van de tragische dichters, +die in de toekomst broodeloos zullen zijn. + +Twee uur: Begin der gezelschapspelen en samenstelling der quadrilles, +die tot in den ochtend zullen worden voortgezet. + +Zes uur! Zonsopgang en slotkoor. + +Gedurende den geheelen duur van het feest zullen de ventilatoren +werken. + +N. B. Ieder, die verzen zal willen lezen of voordragen, wordt +onmiddellijk uit de salons verwijderd en aan de politie overgeleverd; +men wordt ook verzocht geen stukjes kaars mede te nemen." + +Twee dagen later circuleerden exemplaren van dien brief in de onderste +lagen der litteratuur- en kunstwereld, en veroorzaakten daar niet +weinig opzien. + +Onder de genoodigden waren er echter eenigen, die de door de beide +vrienden voorgespiegelde heerlijkheden in twijfel trokken. + +"Ik vertrouw het zaakje niet heelemaal," zeide een van die twijfelaars; +"ik ben een paar maal op de Woensdagen van Rodolphe in de Rue de la +Tour-d'Auvergne geweest, je kon er onmogelijk zitten en je dronk er een +weinig gefiltreerd water uit bij elkaar gescharrelde potten en pannen." + +"Ditmaal," zeide een ander, "moet het echter bittere ernst zijn. Marcel +heeft mij een plan van het heele feest laten zien, en dat belooft +een magisch effect." + +"Komen er ook dames?" + +"Zeker Phémie Klad heeft gevraagd koningin van het feest te mogen +zijn en Schaunard zal dames uit de groote wereld medebrengen." + +De oorsprong van dit feest, dat een zoo groote beroering in de +Bohème-wereld, die aan gene zijde van de bruggen woont, veroorzaakte, +was in het kort als volgt. Een jaar geleden ongeveer hadden Marcel en +Rodolphe dit schitterende galafeest aangekondigd, dat steeds Zaterdag +aanstaande moest plaats hebben; doch ten gevolge van allerlei moeilijke +omstandigheden hadden zij reeds twee-en-vijftig maal dat "aanstaande" +moeten verzetten, zoodat het eindelijk zoo ver gekomen was, dat de +beide vrienden hun neus niet buiten de deur konden steken, zonder een +stekelige opmerking te hooren van hun vrienden, waarvan er sommigen +zelfs indiscreet genoeg waren om krachtig tegen zoo'n manier van doen +te protesteeren. Daar de zaak langzamerhand op een fopperij begon te +lijken, besloten de beide vrienden er een eind aan te maken, door zich +van de verplichtingen, die zij op zich genomen hadden, te kwijten, +en hadden zij derhalve de boven vermelde uitnoodiging verzonden. + +"Nu kunnen we niet meer terug," had Rodolphe gezegd; "we hebben onze +schepen achter ons verbrand; we hebben nu nog acht dagen voor ons om +de honderd francs te vinden, die we, om een dragelijk figuur te maken, +beslist noodig hebben." + +"Als we ze noodig hebben, zullen we ze wel krijgen ook," was Marcels +antwoord geweest. En met het verwaten vertrouwen, dat zij hadden +in het toeval, sliepen de twee vrienden in, vast overtuigd, dat hun +honderd francs reeds op weg waren: den weg van het onmogelijke. + +Doch toen den Donderdagavond voor het feest nog niets gearriveerd was, +vond Rodolphe, dat het toch maar veiliger was het toeval een handje +te helpen, wilden zij niet met beschaamde kaken staan, wanneer het +uur sloeg om de kaarsen aan te steken. Voor het gemak wijzigden de +beide vrienden langzamerhand de overdadige weelde van het door hen +ontworpen programma. + +Door die verschillende wijzigingen, o. a. het schrappen van het +artikel: Gebak, het zorgvuldig herzien en verminderen van het artikel: +Ververschingen, werd het totaal der onkosten tot vijftien francs +teruggebracht. + +Daarmede was het vraagstuk echter wel eenvoudiger gemaakt, doch +niet opgelost. + +"Maar," zeide Rodolphe, "nu moeten we tot de uiterste middelen +overgaan. We kunnen ditmaal in geen geval weer den datum verzetten." + +"Beslist onmogelijk." + +"Wanneer heb ik het laatst het verhaal van den slag bij Studzianka +[16] gehoord?" + +"Een paar maanden geleden." + +"Twee maanden, prachtig, dat is een fatsoenlijke termijn; mijn oom +kan zich waarachtig niet beklagen. Ik zal me morgen dan den slag +bij Studzianka maar weer eens laten vertellen. Dat is vijf francs, +die zeker binnenkomen." + +"En ik," zeide Marcel, "zal een Burchtruïne aan den ouden Médicis +gaan verkoopen. Dat maakt ook vijf francs en als ik tijd heb, om er +nog drie torentjes en een molen bij te kladden, misschien wel tien; +dan zijn we aan ons budget." + +En de twee vrienden gingen slapen en droomden, dat de prinses van +Belgiojoso hun verzocht hun ontvangdagen te verzetten, om haar haar +meest geziene gasten niet te ontnemen. + +Den volgenden ochtend stond Marcel vroeg op, spande een nieuw doek +en begon met ijver aan den bouw van een Burchtruïne, een artikel, +dat hem steeds door een antiquiteiten-schacheraar op de place du +Carrousel gevraagd werd. Intusschen ging Rodolphe een bezoek brengen +aan zijn oom Monetti, die een matador was in het verhalen van den +terugtocht uit Rusland, en aan wien Rodolphe vijf of zes maal per +jaar, n.l. wanneer de geldnood erg nijpte, de voldoening schonk +zijn veldtochten te vertellen in ruil voor een leening van wat geld, +waartoe de veteraan-kachelsmid-rookverdrijver wel over te halen was, +indien men bij het luisteren naar zijn verhalen slechts veel geestdrift +wist te toonen. + +Tegen twee uur ontmoette Marcel, die met gebogen hoofd en een doek +onder zijn arm op de place du Carrousel liep, daar Rodolphe, die van +zijn oom kwam; zijn geheele houding wees op slechte berichten. + +"Nou," zeide Marcel; "ben je geslaagd?" + +"Neen, mijn oom is vandaag het museum in Versailles gaan kijken. En +jij?" + +"Die schaapskop van een Médicis wil geen Burchtruïnes meer; hij heeft +me een Bombardement van Tanger gevraagd." + +"Onze reputatie is naar de maan, als we ons feest niet geven," +mompelde Rodolphe. "Wat moet onze vriend, de invloedrijke criticus, +wel denken, als ik hem voor niets een witte das en gele handschoenen +laat aantrekken?" + +Ten prooi aan groote onrust gingen zij beiden naar het atelier terug. + +Op dat oogenblik sloeg het op de pendule van een buurman vier uur. + +"Wij hebben nog maar drie uur voor ons," zeide Rodolphe. + +"Maar," riep Marcel, terwijl hij vlak bij zijn vriend kwam staan, +"ben je er wel zeker van, dat er hier geen geld over is?...." + +"Noch hier, noch elders. Waar zou dat saldo vandaan moeten komen?" + +"Als we eens onder de meubels zochten .... in de fauteuils? Men +beweert immers, dat de emigranten ten tijde van Robespierre hun geld +verstopten. Wie weet!... Onze fauteuil is misschien het eigendom van +een emigrant geweest; en bovendien is hij zòò hard, dat ik al eens +meer gedacht heb, dat er metalen in zitten ... zouden we niet eens +tot een lijkschouwing overgaan?" + +"Dat is iets voor een klucht," antwoordde Rodolphe op een toon, +waarin tegelijk ernst en toegeeflijkheid lag. + +Plotseling stiet Marcel, die zijn opgravingen in alle hoeken van het +atelier had voortgezet, een luiden triomfkreet uit. + +"Wij zijn gered!" riep hij uit; "ik wist wel, dat hier geldswaarde +verborgen lag. Kijk maar!" en hij liet Rodolphe een geldstuk zien, +zoo groot als een daalder en half verteerd door roest en kopergroen. + +Het was een munt uit het tijdvak der Karolingers en niet zonder eenige +kunstwaarde. Op het gelukkigerwijze gespaard gebleven inschrift kon +men het jaartal van Karel den Groote lezen. + +"Dat ding is nauwlijks dertig sous waard," zeide Rodolphe met een +minachtenden blik op de vondst van zijn vriend. + +"Dertig sous, goed gebruikt, kunnen veel uitwerken," antwoordde +Marcel. "Met twaalfhonderd man heeft Napoleon tienduizend Oostenrijkers +verslagen. Handigheid weegt tegen het getal op. Ik ga dadelijk den +Carolusdaalder bij den ouden Médicis wisselen. Is er hier nog niet iets +verkoopbaars? Waarachtig, als ik het gipsafgietsel van het scheenbeen +van Jaconowski, den Russischen tamboer-majoor, eens meenam? Dat zou +heel wat in het laadje brengen." + +"Neem het scheenbeen maar mee. Maar prettig is het allesbehalve. We +hebben nu geen enkel kunstvoorwerp meer over." + +Tijdens Marcels afwezigheid ging Rodolphe, vast besloten de soirée, +het mocht kosten wat het wilde, te geven, naar zijn vriend Colline, +den hyperphysischen wijsgeer, die vlak in de buurt woonde. + +"Ik kom je verzoeken," zeide hij tegen hem, "mij een dienst te +bewijzen. In mijn qualiteit van gastheer moet ik beslist een rok +hebben, en .... ik heb er geen .... leen me de jouwe ...." + +"Maar," merkte Colline op, "in mijn qualiteit van gast heb ik mijn +rok ook noodig." + +"Ik sta je toe in gekleede jas te komen." + +"Ik heb nooit een gekleede jas gehad, dat weet je even goed als ik." + +"Enfin, luister eens, we kunnen ook op een andere manier de zaak in +orde brengen; jij zoudt niet op mijn soirée kunnen verschijnen en me +je rok leenen." + +"Het is wel beroerd, maar dat gaat niet; ik sta op het programma en +kan dus niet ontbreken." + +"Er zal nog heel wat meer ontbreken," zeide Rodolphe. "Leen me je +rok, en wanneer je beslist komen wilt, kom dan, zooals je het zelf +het beste vindt.... voor mijn part in je hemdsmouwen .... dan kan je +voor een trouwen dienaar doorgaan ..." + +"Dat gaat niet," zeide Colline blozend. "Ik zal mijn notenkleurige +paletot aantrekken. Maar het heele zaakje is per slot van rekening +een beroerde boel." + +En toen hij merkte, dat Rodolphe zich reeds van zijn beroemde rok +meester gemaakt had, riep hij tegen hem: + +"Maar wacht toch even .... Er zitten nog een paar kleinigheden in." + +De rok van Colline is een nadere beschouwing waard. In de eerste plaats +was die rok volmaakt groen, en alleen uit gewoonte sprak Colline +van zijn zwarte rok. En daar hij op dat oogenblik de eenige van de +geheele troep was, die een rok bezat, hadden ook zijn vrienden de +gewoonte aangenomen, om, wanneer zij van het officieele kleedingstuk +van den wijsgeer spraken, zich te bedienen van de uitdrukking: de +zwarte rok van Colline. Bovendien had dat beroemde kleedingstuk een +zeer bijzonderen vorm, den meest bizarren, dien men zich denken kan: +de zeer lange panden zaten n.l. aan een zeer korte taille en hadden +twee zakken, ware afgronden, waarin Colline gewoon was een paar dozijn +boeken, die hij altijd en eeuwig bij zich had, te bergen, wat zijn +vrienden deed zeggen, dat de schrijvers en geleerden in den tijd, dat +de bibliotheken gesloten waren, inlichtingen konden gaan inwinnen in +de panden van Colline's rok, een bibliotheek, die steeds geopend was. + +Bij uitzondering bevatte Colline's rok dien dag slechts een quarto-deel +van Bayle, een verhandeling over hyperphysische krachten in drie +deelen, een deel Condillac, twee deelen Swedenborg en Pope's "Essai +over den mensch." Eerst toen hij zijn zak-bibliotheek had leeggeruimd, +stond hij Rodolphe toe den rok aan te trekken. + +"Hè," zeide deze, "de linkerzak is nog aardig zwaar; je hebt er zeker +nog iets in gelaten." + +"Dat is waar ook," zeide Colline, "ik heb vergeten den +vreemde-talen-zak leeg te maken." En hij haalde er twee Arabische +grammatica's uit, een Maleisch woordenboek en een "Volmaakte +veedrijver" in het Chineesch, zijn geliefkoosde lectuur. + +Toen Rodolphe weer thuis kwam, was Marcel met drie vijf francstukken +aan het schijfwerpen. Het eerste oogenblik stiet Rodolphe de hand, +die zijn vriend hem toestak, weg: hij geloofde aan een misdaad. + +"Laten we ons haasten," zeide Marcel .... "We hebben de benoodigde +francs bijeen... Luister, hoe ik eraan gekomen ben: Bij den ouden +Médicis trof ik een verzamelaar van antiquiteiten aan. Toen hij mijn +munt zag, viel hij bijna flauw: dat was de eenige, die nog aan zijn +collectie ontbrak. Hij had al in alle landen laten zoeken, om die +leemte aan te vullen, en had reeds alle hoop op succes verloren. Hij +aarzelde, toen hij mijn Carolusdaalder goed bekeken had, dan ook geen +oogenblik om mij vijf francs te bieden. Médicis stiet mij met zijn +elleboog aan, zijn blik vulde de rest aan. Hij wilde daarmede zeggen: +"Laten we de buit samen deelen, dan bied ik hooger!" We zijn tot dertig +francs gekomen. Daarvan heb ik er vijftien aan den Jood gegeven, en +hier is de rest. Nu kunnen onze gasten komen; wij zijn nu in staat +om hun oogen te verblinden. Maar hoe kom jij aan dien rok?" + +"O," zeide Rodolphe, "dien heb ik van Colline geleend." En toen hij +zijn zakdoek uit zijn zak wilde halen, liet hij een klein deeltje +Mandsjoesch vallen, dat in den vreemde-talen-zak was blijven zitten. + +De beide vrienden gingen nu dadelijk aan het werk. Het atelier werd +in orde gebracht, de kachel aangemaakt; een met kaarsen voorziene +schilderijlijst hingen ze bij wijze van kroonluchter aan den zolder; +een bureau, dat als katheder voor de sprekers dienst moest doen, +werd midden in het atelier geplaatst; daarvoor zetten zij hun eenigen +fauteuil, waarop de invloedrijke criticus moest zitten, terwijl zij op +een tafel alle aanwezige boeken: romans, gedichten en feuilletons, +waarvan de schrijvers de soirée met hun tegenwoordigheid zouden +vereeren, neerlegden. Ten einde alle mogelijke botsingen tusschen +de verschillende variëteiten letterkundigen te vermijden, was het +atelier verdeeld in vier afdeelingen, aan den ingang waarvan men op +inderhaast vervaardigde borden lezen kon: + + + Dichters Romantici + Prozaschrijvers Classici + + +Voor de dames was een ruimte in het midden vrijgelaten. + +"Alles is in orde, maar er ontbreken stoelen," zeide Rodolphe. + +"O," antwoordde Marcel, "er staan er verscheidene op het trapportaal, +maar die staan vast aan den muur. Als we die eens los maakten!" + +"Dat zal wel dienen," meende Rodolphe, terwijl hij zich meester ging +maken van de stoelen, die aan den een of anderen buurman behoorden. + +Het sloeg zes uur; de twee vrienden gingen vlug dineeren en kwamen weer +gauw terug, om met de verlichting der salons te beginnen. Om zeven +uur kwam Schaunard, vergezeld door drie dames, die haar diamanten +en hoeden bij vergissing thuis gelaten hadden. Een van haar had een +rooden omslagdoek met zwarte vlekken om. Schaunard maakte Rodolphe +op haar speciaal opmerkzaam. + +"Dat is een echte vrouw van de wereld," zeide hij, "een Engelsche, +die door den val der Stuarts in ballingschap is moeten gaan; zij +leeft zeer eenvoudig en bescheiden van wat haar Engelsche lessen haar +opbrengen. Haar vader is onder Cromwell kanselier geweest, zooals +zij mij verteld heeft; je moet beleefd tegen haar zijn en haar niet +te veel tutoyeeren." + +Inmiddels lieten zich op de trap talrijke stappen hooren--de gasten +kwamen; zij waren erg verbaasd, toen zij vuur in den kachel zagen. + +Rodolphe's rok ging de dames tegemoet en kuste haar met +achttiende-eeuwsche gratie de hand; toen er ongeveer twintig gasten +waren, vroeg Schaunard, of er nog niets rondgediend moest worden. + +"Dadelijk," antwoordde Marcel; "we wachten op de komst van den +invloedrijken criticus, om den punch aan te steken." + +Om acht uur waren alle genoodigden aanwezig, waarna een aanvang met +het programma gemaakt werd. Tusschen de verschillende nummers werden +er ververschingen aangeboden; wat, daar is men nooit precies achter +kunnen komen. + +Tegen tien uur zag men het gele vest van den invloedrijken criticus +verschijnen; hij bleef maar een uur en was matig in het gebruik der +"ververschingen". + +Toen er tegen middernacht geen hout meer was en het aardig koud begon +te worden, lootten de gasten, die zaten, wie zijn stoel in het vuur +zou werpen. + +Om een uur stond iedereen. + +Toch bleef er onder de gasten een aangename, opgewekte stemming +heerschen. Er viel geen enkel ongeval te betreuren, behalve een +winkelhaak in den vreemde-talen-zak van Colline's rok en een klap, +dien Schaunard aan de dochter van den kanselier van Cromwell toediende. + +Acht dagen lang was deze gedenkwaardige soirée het onderwerp van +gesprek in het stadsdeel; en Phémie Klad, die de koningin van het feest +geweest was, placht, wanneer zij er met haar vriendinnen over sprak, +te zeggen: + +"Het was er prachtig; er waren zelfs waskaarsen." + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +MADEMOISELLE MUSETTE. + + +Mademoiselle Musette was een knap meisje van twintig jaar, die kort +na haar komst te Parijs dat geworden was, wat knappe meisjes worden, +wanneer zij een mooie taille, veel coquetterie, een weinig eerzucht +en in het geheel geen orthographie bezitten. Nadat zij langen tijd de +vreugde had uitgemaakt der soupers van het Quartier Latin, waar zij +met altijd frissche, hoewel niet steeds zuivere stem een groot aantal +landelijke liedjes zong, die haar den naam gaven, waaronder de beste +rijmsmeden haar sedert gevierd hebben, verliet mademoiselle Musette +plotseling de Rue de la Harpe, om de aan Venus gewijde hoogten van +het Quartier Bréda te gaan bewonen. + +Al heel spoedig werd zij een der toonaangeefsters van de aristocratie +van het genot en langzamerhand kwam zij tot die beroemdheid, welke +daarin bestaat, dat men in de Parijsche couranten genoemd wordt of +bij alle kunsthandelaars uitgestald staat. + +En toch was mademoiselle Musette een uitzondering onder de vrouwen, +in wier midden zij leefde. Evenals alle ware vrouwen was zij van nature +elegant en dichterlijk en hield zij van luxe en van alle genietingen, +die daarvan het gevolg zijn; in haar coquetterie had zij een gloeiend +verlangen naar al wat mooi en voornaam was, en zij zou, hoewel zij +een dochter uit het volk was, volstrekt niet misplaatst geweest zijn +te midden van de koninklijkste pracht en pronk. Doch mademoiselle +Musette, die zelf jong en knap was, zou er nooit in toegestemd hebben +de maîtresse te worden van een man, die niet eveneens jong en knap +zou zijn. Men had haar dan ook eens de prachtige aanbiedingen hooren +weigeren van een grijsaard, die zoo rijk was, dat hij de Croesus van +de Chaussée-d'Antin genoemd werd, en aan Musette gouden bergen beloofd +had. Intelligent en geestig als zij was, kon zij evenmin dwazen en +fatten uitstaan, hoe ook hun leeftijd, hun titel en hun naam was. + +Musette was dus een flink, knap meisje, dat in liefdesaangelegenheden +de helft van Champforts beroemd aphorisme: "De liefde is de +uitwisseling van twee phantasieën" tot het hare maakte. [17] +Haar liaisons werden dan ook nooit voorafgegaan door een van die +schandelijke koopcontracten, welke de tegenwoordige galanterie +onteeren. Zij speelde, zooals zij zelf zeide, altijd een eerlijk en +open spel, en eischte, dat men haar oprechtheid met dezelfde munt +terugbetaalde. + +Maar al waren haar neigingen heftig en spontaan, toch waren +zij nooit duurzaam genoeg, om te stijgen tot de hoogte van een +hartstocht. De buitensporige onbestendigheid van haar grillen +en de groote onverschilligheid, die zij had voor de beurzen en +spaarpenningen van hen, die haar het hof maakten, brachten een even +buitensporige onbestendigheid in haar bestaan, dat een eeuwigdurende +wisseling was tusschen eigen equipage en omnibus, tusschen bel-étage +en vijfde verdieping, zijden japonnen en katoenen rokjes. Bekoorlijk +meisje, levend gedicht van jeugd met uw helderen lach en vroolijk +lied! Medelijdend hart, dat onder het even-geopende boezemlijfje +voor iedereen klopt! mademoiselle Musette, zuster van Bernerette en +Mimi Pinson! [18] Ik zou de pen van Alfred de Musset moeten hebben, +om uw zorgelooze zwerftochten op de bloeiende paden der jeugd naar +waarde te verhalen; en zeker zou hij u ook hebben willen bezingen, +indien hij, evenals ik, u met uw lieve, valsche stem dit ongekunstelde +couplet uit een van uw lievelingsliederen had hooren voordragen: + + + C'était un beau jour de printemps + Que je me déclarai l'amant, + L'amant d'une brunette + Au coeur de Cupidon, + Portant fine cornette + Posée en papillon. + + +De geschiedenis, die wij nu gaan vertellen, is een der bekoorlijkste +episoden uit het leven van deze bekoorlijke gelukzoekster, die zich +aan het oordeel der wereld al heel weinig gelegen liet. + +Ten tijde, dat zij de maîtresse was van een jongen staatsraad, die +haar galant den sleutel van zijn erfdeel in handen gegeven had, placht +mademoiselle Musette eens per week een soirée te geven in haar aardig +klein salonnetje in de rue de la Bruyère. Deze avondpartijen geleken +op de meeste Parijsche soirées, met dit verschil, dat de gasten zich +hier werkelijk amuseerden; wanneer er niet genoeg ruimte was, ging de +een op den schoot van den ander zitten; en meermalen gebeurde het, +dat twee uit hetzelfde glas dronken. Rodolphe, die de vriend van +Musette was en die nooit iets anders dan haar vriend was (zij hebben +geen van beiden ooit geweten, waarom), vroeg Musette op een goeden +dag, of hij zijn vriend Marcel niet eens mocht medebrengen--"een +talentvollen jongen", zeide hij, "voor wien de toekomst bezig is een +rok van de Académie te borduren." + +"Breng hem maar mee," antwoordde Musette. + +Den avond nu, dat zij samen naar Musette zouden gaan, ging Rodolphe +Marcel afhalen. De kunstenaar was bezig zijn toilet te maken. + +"Wat?" vroeg Rodolphe, "wil jij met een gekleurd overhemd in gezelschap +verschijnen?" + +"Kwetst dat dan de etiquette?" zeide Marcel kalm. + +"Of het die kwetst? Tot bloedens toe, ongelukkige." + +"Bliksems!" vloekte Marcel met een blik op zijn overhemd, waar op +een blauwen achtergrond wilde zwijnen door een troep honden vervolgd +werden; "ik heb hier geen ander. Enfin, ik weet er niets anders op +dan dat ik een vadermoorder aantrek; niemand zal dan de kleur van +mijn overhemd zien, daar ik Methusalem tot mijn hals kan toeknoopen." + +"Wat?" zeide Rodolphe ongerust, "trek je Methusalem weer aan?" + +"Ik moet wel!" was Marcels antwoord. "God wil het, en mijn kleermaker +ook; trouwens er zijn pas nieuwe knoopen aangezet, en ik heb hem pas +met Frankfurter zwart opgeknapt." + +Methusalem was de rok van Marcel; hij noemde dien zoo, omdat het de +doyen van zijn garde-robe was. Methusalem was naar de laatste mode +van vier jaar geleden en schreeuwend groen van kleur. Marcel echter +beweerde, dat hij er bij kunstlicht zwart uitzag. + +Vijf minuten later was Marcel met zijn toilet klaar; hij was met +den meest volkomen slechten smaak gekleed: precies een kladschilder, +die voor het eerst in de wereld gaat. + +Mijnheer Casimir Bonjour zal den dag, waarop men hem zal komen +vertellen, dat hij tot lid van het Instituut gekozen is, nooit zoo +verwonderd kunnen zijn als Marcel en Rodolphe waren, toen zij bij +het huis van mademoiselle Musette kwamen. Ziehier de reden van hun +verbazing: mademoiselle Musette, die sedert eenigen tijd met haar +vriend den staatsraad gebrouilleerd was, was op een zeer kritiek +oogenblik door hem in den steek gelaten. In opdracht van haar +schuldeischers en van haar huisbaas waren haar meubels in beslag +genomen en naar beneden gebracht, om den volgenden dag weggehaald en +verkocht te worden. Niettegenstaande dit incident kwam het in Musette +geen oogenblik op haar gasten in den steek te laten of de soirée +af te zeggen. Met den meesten ernst liet zij de binnenplaats in een +salon veranderen, legde zelf een tapijt op de steenen, maakte alles +zooals gewoonlijk in orde, kleedde zich om haar gasten te ontvangen +en noodigde al de medebewoners van het huis op haar klein feestje, ter +opluistering waarvan de goede God voor een mooie illuminatie zorgde. + +Deze grap had een groot succes, nooit had er op de soirées van Musette +zoo'n prettige en opgewekte toon geheerscht; er werd nog gezongen +en gedanst, toen de witkielen de meubels, tapijten en divans kwamen +halen en daardoor het gezelschap noodzaakten weg te gaan. + +Musette deed al haar gasten uitgeleide met het gezang: + + + "On en parlera longtemps, la ri ra, + De ma soirée de jeudi; + On en parlera longtemps, la ri ri." + + +Slechts Marcel en Rodolphe bleven bij Musette, die naar haar kamer +gegaan was, waar alleen het bed nog maar stond. + +"Hè," zeide Musette; "ik vind nu mijn avontuur lang zoo aardig niet +meer; ik zal in het hotel De Bloote Hemel moeten gaan logeeren; +ik ken het heel goed, het kan er zoo gemeen tochten." + +"O, mevrouw," zeide Marcel, "als ik de rijkdommen van Plutus bezat, dan +zou ik u een tempel, schooner dan die van Salomo, aanbieden, maar ..." + +"Ge zijt geen Plutus, vriendlief. Maar dat is minder, ik ben je toch +dankbaar voor je goede bedoeling .... Maar kom!" voegde zij eraan +toe, terwijl zij haar blik door de kamer liet gaan; "ik verveelde me +hier, en bovendien werd het meubilair oud; ik heb het nu al bijna zes +maanden. Maar dat is niet alles; na het bal wordt er toch gesoupeerd, +en ik zou graag wat consumeeren." + +"Laten we dan consou-peeren," zeide Marcel, die aan een +woordspelingziekte leed, welke vooral in de ochtenduren zich deed +gelden. + +Daar Rodolphe 's avonds bij het lansquenetspel een klein sommetje +gewonnen had, nam hij Musette en Marcel mede naar een restaurant, +dat juist geopend was. + +Na het déjeuner besloten zij, daar zij volstrekt geen lust hadden te +gaan slapen, den dag in het vrije veld te gaan doorbrengen; en daar +zij vlak bij een station waren, stapten zij in den eersten den besten +trein, die vertrok, en reden naar Saint-Germain. + +Den geheelen dag liepen zij door de bosschen; eerst tegen zeven uur +in den avond kwamen zij in Parijs terug. Marcel hield stok en stijf +vol, dat het pas half een en de donkerte het gevolg van de bedekte +lucht was. + +Gedurende de geheele soirée en de rest van den dag was Marcel, wiens +hart als buskruit was, dat een enkele blik deed ontbranden, steeds +verliefder geworden op Musette en had haar het hof gemaakt "in alle +kleuren", zooals hij tegen Rodolphe zeide. Ja, hij was zelfs zoo ver +gekomen, dat hij het knappe meisje had voorgesteld een nog mooier +meubilair voor haar te koopen dan het oude; hij zou er zijn beroemde +schilderij "De doortocht door de Roode Zee" voor verkoopen. Met +angst en beven zag hij dan ook het oogenblik naderen, waarop hij zou +moeten scheiden van Musette, die, hoewel zij zich haar handen, hals +en toebehooren liet kussen, hem telkens, wanneer hij door middel van +inbraak in haar hart trachtte te dringen, zachtjes van zich af stiet. + +Zoodra zij in Parijs terug waren, had Rodolphe zijn vriend met +het jonge meisje alleen gelaten, dat hem nu vroeg haar naar huis +te brengen. + +"Wilt u mij toestaan, dat ik u kom bezoeken?" vroeg Marcel. "Ik zou +graag uw portret schilderen." + +"Maar beste jongen," antwoordde Musette; "ik kan je mijn adres niet +geven, omdat ik dat morgen misschien niet meer heb; maar ik zal bij +jou komen en je rok verstellen, waar zoo'n gat in zit, dat je er, +zonder betalen, door zoudt kunnen verhuizen." + +"Ik zal op u wachten als op den Messias," zeide Marcel. + +"Maar niet zoo lang," was Musette's lachend antwoord. + +"Wat een bekoorlijk schepseltje," zeide Marcel tot zichzelf, terwijl +hij langzaam verder liep; "de godin der vroolijkheid. Ik zal twee +gaten in Methusalem maken." + +Hij was nog geen dertig pas verder, toen hij zich op zijn schouder +voelde kloppen: het was mademoiselle Musette. + +"Beste mijnheer Marcel!" zeide zij; "is u een Fransch ridder?" + +"Dat ben ik. Rubens en mijn dame, luidt mijn devies." + +"Welnu, leen dan het oor aan mijn kommer en erbarm u mijner, edele +heer," ging Musette verder, die een weinig in de litteratuur bedreven +was, hoewel zij met de grammatica op zeer gespannen voet leefde; +"de huisbaas heeft den sleutel van mijn kamer meegenomen, en het is +elf uur: begrijp je?" + +"Natuurlijk," zeide Marcel en bood Musette zijn arm aan. Hij nam haar +mede naar zijn op den Quai aux Fleurs gelegen atelier. + +Hoewel Musette bijna omviel van slaap, had zij toch nog kracht genoeg +om te zeggen: + +"Vergeet niet, wat je me beloofd hebt." + +"O Musette, bekoorlijk wezen," zeide de artist met eenigszins ontroerde +stem; "ge zijt hier onder een gastvrij dak; slaap in vrede, goeden +nacht! Ik ga heen." + +"Waarom?" vroeg Musette, wier oogen bijna dicht vielen; "ik ben +heusch niet bang; en dan zijn er toch twee kamers, ik zal op je canapé +gaan slapen." + +"Mijn canapé is te hard, om erop te slapen; het lijkt wel, of hij +met keisteenen opgemaakt is. Ik verleen u gastvrijheid bij mij en +ga die vragen aan een vriend, die hier op dezelfde verdieping woont +.... dat is verstandiger. Ik houd gewoonlijk wel mijn woord; maar ik +ben twee-en-twintig en gij achttien, Musette .... ik ga. Goeden nacht." + +Den volgenden ochtend om acht uur kwam Marcel met een bloempot, dien +hij op de markt gekocht had, weer op zijn kamer. Hij vond Musette, +die zich geheel gekleed op bed geworpen had, nog slapende. Door het +leven, dat hij maakte, werd zij wakker en stak Marcel haar hand toe. + +"Brave jongen!" zeide zij. + +"Brave jongen!" herhaalde Marcel, "is dat niet synoniem met: +belachelijke dwaas?" + +"O, hoe kan je dat zeggen!" viel Musette hem in de rede; "dat is +niets aardig van je; geef me liever dien mooien pot met bloemen, +in plaats van dergelijke onaardige dingen naar mijn hoofd te werpen." + +"Alleen met dat doel heb ik hem hier gebracht," zeide Marcel. "Aanvaard +hem dus en zing, als dank voor mijn gastvrijheid, een van je aardige +liedjes voor mij; de echo van mijn dakkamertje zal misschien iets van +uw stem bewaren, zoodat ik u nog kan hooren, wanneer ge weer weg zijt." + +"Zoo, dus je wilt me wegsturen?" vroeg Musette. "En als ik nu eens niet +weg wil? Luister eens, Marcel, ik neem geen blaadje voor mijn mond, om +te zeggen wat ik denk. Jij valt in mijn smaak en ik in den jouwe. Dat +is nog geen liefde, maar het is er misschien de kiem van. Welnu, ik +ga niet weg; ik blijf hier en zal hier blijven zoolang als de bloemen, +die je me daarnet gegeven hebt, niet verwelkt zijn." + +"Ach!" riep Marcel uit, "maar dat zijn ze binnen twee dagen. Had ik +dat geweten, dan had ik immortellen gekocht." + + + +Veertien dagen woonden Musette en Marcel al samen en leidden, +hoewel zij dikwijls zonder geld zaten, het heerlijkste leven der +wereld. Musette voelde voor Marcel een toegenegenheid, die niets +gemeen had met haar vroegere verliefdheden, en Marcel begon bang te +worden, dat hij werkelijk van zijn maîtresse zou gaan houden. Daar +hij echter niet wist, dat zij harerzijds hetzelfde vreesde, keek hij +iederen ochtend naar de bloemen, wier afsterven het einde van hun +liaison zou beteekenen, en trachtte hij zich te verklaren, hoe zij +iederen morgen opnieuw weer zoo frisch waren. Doch weldra vond hij den +sleutel van het mysterie: toen hij op een goeden nacht wakker werd, +zag hij Musette niet naast zich. Hij stond op, liep naar de kamer +en vond daar zijn geliefde, die iederen nacht tijdens zijn slaap de +bloemen begoot, om op die manier het verwelken tegen te gaan. + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +DE GOLVEN VAN DEN PACTOLUS. [19] + + +Het was 19 Maart .... En al zou Rodolphe zoo oud worden als +Raoul-Rochette, die Ninive heeft zien bouwen, nooit zal hij dien +datum vergeten, want juist op dien aan St. Joseph gewijden dag, des +namiddags om drie uur verliet onze vriend het kantoor van een bankier, +waar hij een som van vijfhonderd francs in klinkenden, gangbaren munt +uitbetaald gekregen had. + +Het eerste gebruik, dat Rodolphe van dit in zijn zak terecht gekomen +stukje van Peru maakte, bestond hierin, dat hij zijn schulden niet +betaalde, en wel omdat hij zichzelf plechtig beloofd had voortaan +spaarzaamheid te betrachten en geen extra- of overbodige uitgaven +te doen. Hij had trouwens op dit punt zeer vaststaande denkbeelden +en beweerde dan ook, dat men, alvorens te denken aan het overbodige, +eerst voor het noodzakelijke zorgen moest; daarom betaalde hij zijn +schuldeischers niet en kocht een Turksche pijp, die reeds sedert lang +zijn begeerte had opgewekt. + +Met dit kostbare voorwerp gewapend, ging hij naar de woning van zijn +vriend Marcel, bij wien hij reeds sedert eenigen tijd logeerde. Toen +hij het atelier binnenkwam, luidden zijn zakken als de klokken van +een dorpstoren op een hoogen feestdag. Toen Marcel dit ongewone +geluid hoorde, dacht hij, dat het een van zijn buurlieden was, een +verwoed beurs-speculant, die zijn agio-winst de revue liet passeeren, +en hij mompelde: + +"Daar begint die intrigant van hiernaast weer met zijn epigrammen. Als +dat nog lang zoo duurt, ga ik verhuizen. Het is niet mogelijk onder +zoo'n lawaai te werken. Je zoudt waarachtig lust krijgen, om de kunst +aan den kapstok te hangen en straatroover te worden." + +En zonder in de verste verte te vermoeden, dat zijn vriend Rodolphe +in een Croesus veranderd was, ging Marcel verder werken aan zijn +"Doortocht door de Roode Zee," waaraan hij nu al drie jaar bezig was. + +Rodolphe, die nog geen woord gezegd had en een proef bedacht, die +hij met zijn vriend wilde nemen, zeide tot zichzelf: "We zullen +dadelijk lachen, dat zal een jolige boel worden." En hij liet een +vijffrancstuk vallen. + +Marcel keek op en staarde Rodolphe aan, die even ernstig was als een +artikel uit de "Revue des deux Mondes". + +De kunstenaar raapte het geldstuk met een zeer voldaan gebaar op +en bereidde het een zeer vriendelijke ontvangst, want, hoewel hij +een kleurenmenger was, kende hij toch zijn wereld en was steeds +zeer beleefd tegenover vreemdelingen. Daar hij bovendien wist, dat +Rodolphe uitgegaan was, om te trachten wat geld te krijgen, beperkte +hij, nu hij zag, dat zijn vriend daarin geslaagd was, zich ertoe het +resultaat te bewonderen, zonder hem te vragen met behulp van welke +middelen het verkregen was. + +Zonder een woord te zeggen, begon hij weer aan zijn werk en ging voort +een Egyptenaar in de golven der Roode Zee te verdrinken. Terwijl hij +bezig was dien moord te plegen, liet Rodolphe een tweede vijffrancstuk +vallen. En terwijl hij heimelijk keek naar het gezicht, dat zijn +vriend zou trekken, begon hij in zijn vuistje te lachen. + +Bij den helderen klank van het metaal sprong Marcel als door een +electrischen schok getroffen, plotseling op en riep uit: + +"Wat? Heeft dat lied een tweede couplet?" + +Een derde stuk rolde over den vloer, toen nog een en nog een; ten +slotte danste er een heele quadrille daalders in de kamer rond. + +Marcel begon zichtbare teekenen van zinsverbijstering te geven en +Rodolphe lachte als het parterre van het Théâtre Français bij de +eerste opvoering van "Johanna van Vlaanderen". Plotseling en zonder +eenige omzichtigheid greep Rodolphe met volle handen in zijn zakken +en begonnen de daalders een fabelachtigen steeple chase. Het was als +een overstrooming van den Pactolus, als het bacchanaal van Juppiter +bij Danaë. + +Marcel stond onbeweeglijk, stom, met starre oogen; de verbazing +veroorzaakte bij hem een metamorphose, als die, welke de +nieuwsgierigheid vroeger de vrouw van Loth had doen ondergaan; en +toen Rodolphe zijn laatste rol van honderd francs op den grond smeet, +was de artist aan een kant van zijn lichaam reeds geheel verzout. + +Rodolphe stond nog steeds te lachen. En bij die stormachtige +vroolijkheid zou het gedonder van een orkest van Sax [20] zoo iets +als het gezucht van een kind aan de moederborst geweest zijn. + +Verblind, ademloos en verstomd van ontroering dacht Marcel, dat hij +droomde; en om de nachtmerrie, die zijn borst benauwde, te verjagen, +beet hij zich tot bloedens toe in zijn vinger, wat hem zoo'n pijn +deed, dat hij het uitschreeuwde. Toen merkte hij, dat hij klaar +wakker was; en al dat goud aan zijn voeten ziende, riep hij als een +treurspelheld uit: + +"Mag ik mijn oogen gelooven?" + +En dan de hand van Rodolphe in de zijne nemend: + +"Geef mij de verklaring van dit mysterie!" + +"Als ik die gaf, zou het er geen meer zijn!" + +"Maar hoe dan....?" + +"Dit goud is de vrucht van mijn zweet," zeide Rodolphe, terwijl hij +het geld opraapte, dat hij op een tafel opstapelde! Dan ging hij een +paar stappen achteruit, keek met eerbied naar de vijfhonderd francs +en dacht: + +"Nu zal ik dus mijn droomen kunnen verwezenlijken." + +"Dat zal niet ver van de zesduizend francs af zijn," dacht op zijn +beurt Marcel met een blik op de daalders, die op de tafel stonden te +trillen. "Daar kom ik op een goed idée. Ik zal Rodolphe vragen mijn +"Doortocht door de Roode Zee" te koopen!" + +Plotseling nam Rodolphe een theatrale houding aan en met groote +plechtigheid in gebaar en stem zeide hij: + +"Luister eens, Marcel; het fortuin, dat ik hier voor uw oogen heb +laten schitteren, is niet het resultaat van lage handelingen, ik heb +niet met mijn pen gesjacherd, ik ben rijk, maar op mijn naam kleeft +geen smet; een edelmoedige hand heeft mij dat goud gegeven, en ik +heb een plechtige belofte afgelegd, om het te gebruiken ten einde +mij door mijn werk een positie te verschaffen, die een ernstig man +waardig is. De arbeid is de heiligste der plichten." + +"En het paard het edelste der dieren," viel Marcel hem in de +rede. "Maar waar wil je eigenlijk heen? Wat bedoel je met die +woorden? Waar haal je dat proza vandaan? Zeker uit de steengroeven +der school van het gezond verstand?" + +"Val mij niet in de rede en scheid uit met je flauwe spotternijen," +zeide Rodolphe; "zij zouden trouwens toch afstuiten op het harnas +van een onkwetsbaren wil, waarmede ik in het vervolg gepantserd ben." + +"Nou is de proloog lang genoeg. Waar wou je eigenlijk op neer komen?" + +"Luister naar mijn plannen: Gevrijwaard tegen de materieele zorgen +des levens, wil ik ernstig aan het werk gaan; ik zal mijn meesterwerk +voltooien en mij voor goed naam maken. In de eerste plaats breek ik +met de Bohème-manieren, ik kleed mij zooals iedereen, koop een rok en +ga de salons frequenteeren. Indien je denzelfden weg bewandelen wilt, +zullen we samen kunnen blijven wonen, maar je zult mijn programma +moeten aanvaarden. De strengste spaarzaamheid zal ons bestaan moeten +beheerschen. Wanneer wij goed onze maatregelen weten te nemen, kunnen +we drie maanden ongestoord en onbekommerd werken. Maar daarvoor is +oeconomie noodig." + +"Beste vriend," zeide Marcel, "de oeconomie is een wetenschap, +die alleen onder het bereik van de rijken valt, zoodat jij en ik er +zelfs de grondbeginselen niet van kennen. Maar met een uitgave van +zes francs zouden wij de werken kunnen koopen van Jean-Baptiste Say, +een uitstekend oeconoom, die ons misschien de manier, om die kunst +praktisch te beoefenen, zal kunnen leeren... Maar wat zie ik, heb je +daar een Turksche pijp?" + +"Ja," zeide Rodolphe: "die heb ik voor vijf-en-twintig francs gekocht." + +"Wat, jij geeft vijf-en-twintig francs uit voor een pijp .... en +durft dan nog van oeconomie te praten?" + +"Dat is zeer zeker oeconomie," antwoordde Rodolphe; "ik brak iederen +dag een pijp van twee sous; aan het eind van een jaar maakt dat een +uitgave, die heel wat grooter is dan die, welke ik nu gedaan heb +.... Het is dus in werkelijkheid een besparing." + +"Waarachtig," zeide Marcel; "je hebt gelijk, daar zou ik nooit op +gekomen zijn." + +Op dat oogenblik sloeg het zes uur. + +"Laten we nu gauw gaan dineeren," zeide Rodolphe; "ik wil vanavond nog +met de uitvoering van mijn plan beginnen. Maar van eten gesproken, +daar valt me iets in: wij verliezen iederen dag kostbaren tijd met +het klaarmaken van ons diner. De tijd echter is de rijkdom van den +arbeider, wij moeten er dus zuinig mede zijn. Met vandaag te beginnen +gaan we buitenshuis eten." + +"Uitstekend," zeide Marcel; "twintig pas hier vandaan is een uitstekend +restaurant; het is er wel een beetje duur; maar daar het vlak bij is, +behoeven we niet ver te loopen en verdienen we aan tijd wat we aan +geld uitgeven." + +"Vandaag zullen we nog gaan," zeide Rodolphe; "maar morgen of +overmorgen zullen we nog oeconomischer maatregelen toepassen .... In +plaats van naar een restaurant te gaan, zullen we een keukenmeid +nemen." + +"Neen, neen!" viel Marcel hem in de rede; "laten we liever een knecht +nemen, die tevens voor kok fungeeren kan. Bedenk eens welke groote +voordeelen daaruit zullen kunnen voortvloeien. In de eerste plaats zal +ons huishouden steeds in orde zijn: hij kan onze schoenen poetsen, +mijn penseelen uitwasschen, onze boodschappen doen; ik zal zelfs +probeeren hem wat smaak voor de schoone kunsten bij te brengen, +dan kan hij mijn leerling worden. Op die manier sparen we met ons +beiden per dag minstens zes uur uit, die we nu besteden aan allerlei +onnoodige bezigheden, welke ons in ons werk hinderen." + +"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik heb nog een ander idée .... maar +laten we eerst gaan dineeren!" + +Vijf minuten later zaten de beide vrienden in een der kamertjes van +het naburige restaurant en zetten daar hun oeconomisch debat voort. + +"Weet je wat mijn idée is?" waagde Rodolphe op te merken; "wat zou +je ervan zeggen, als we in plaats van een knecht een maîtresse nemen?" + +"Een maîtresse voor twee man!" viel Marcel verbaasd uit; "dat zou +de gierigheid tot in het verkwistende drijven zijn; wij zouden onze +spaarduiten gebruiken, om messen en andere moordwerktuigen te koopen, +waarmede we elkaar te lijf zouden gaan. Neen, ik prefereer een knecht; +bovendien staat dat deftig ook!" + +"Je hebt gelijk," zeide Rodolphe; "wij zullen een intelligenten jongen +nemen; en als hij eenig begrip van orthographie heeft, zal ik hem +leeren redigeeren." + +"Dat zal dan een bron van inkomsten voor hem zijn op zijn ouden dag," +zeide Marcel, terwijl hij de rekening, die vijftien francs bedroeg, +optelde. "Jongens, dat is vrij duur. Gewoonlijk dineerden wij voor +dertig sous samen." + +"Dat is zoo," vond Rodolphe, "maar we dineerden slecht en waren +daardoor genoodzaakt 's avonds weer te soupeeren. Goed beschouwd is +het dus een besparing." + +"Tegen jou valt niet te redeneeren," mompelde de schilder, door die +redeneering overtuigd; "jij hebt altijd gelijk. Gaan we vanavond +werken?" + +"Waarachtig niet. Ik ga naar mijn oom; dat is een brave kerel, ik zal +hem op de hoogte brengen van mijn nieuwe positie, hij zal me goeden +raad kunnen geven. En waar ga jij heen, Marcel?" + +"Ik ga den ouden Médicis vragen, of hij geen schilderijen voor mij +te restaureeren heeft. A propos, geef mij even vijf francs." + +"Waarvoor?" + +"Ik wil over den Pont des Arts gaan." + +"O, dat is een onnoodige uitgave, die, ook al is zij niet zoo heel +groot, toch met onze principes in strijd is." + +"Ik heb ongelijk, het is zoo," antwoordde Marcel; "ik zal over den +Pont Neuf gaan .... maar dan neem ik een rijtuig." + +De twee vrienden namen afscheid en sloegen ieder een verschillenden +weg in, die door een zonderlingen samenloop van omstandigheden hen +beiden op dezelfde plaats terugbracht. + +"Zoo, heb je je oom niet thuis gevonden?" vroeg Marcel. + +"En was de oude Médicis er niet?" was Rodolphe's wedervraag. + +En zij barstten in lachen uit. + +Toch gingen zij op een vroeg uur naar huis terug ... den volgenden +ochtend namelijk. + +Twee dagen later hadden Rodolphe en Marcel een volledige metamorphose +ondergaan. Beiden gekleed als pasgehuwden, waren zij zoo mooi, +zoo schitterend, zoo elegant, dat zij, wanneer zij elkaar op straat +tegenkwamen, aarzelden elkaar te herkennen. + +Hun oeconomisch stelsel werkte in al zijn kracht, de organisatie van +het werk kwam echter slechts met groote moeite tot stand. Zij hadden +een knecht gehuurd. Het was een lange slungel van vier-en-dertig jaar +en Zwitsersche afkomst en niet al te groote intelligentie. Bovendien +was hij niet voor knecht in de wieg gelegd; wanneer een van zijn +heeren hem een eenigszins groot pakket te bezorgen gaf, kreeg +Baptiste een kleur van verontwaardiging en liet de boodschap +door een witkiel doen. Maar Baptiste had ook goede eigenschappen: +wanneer men hem bijv. een haas gaf, kon hij daarvan zoo noodig een +hazenpeper maken. Ook had hij, daar hij, alvorens knecht te worden, +destillateur geweest was, een groote voorliefde voor die kunst gehouden +en ontstal hij een groot deel van den tijd, dien hij voor zijn meesters +moest gebruiken, aan het zoeken naar de samenstelling van een nieuw +wondmiddel, waaraan hij zijn naam wilde geven. Verder had hij het +ver gebracht in het maken van notenbrandewijn. Maar de kunst, waarin +Baptiste door niemand geëvenaard werd, was die om de sigaren van Marcel +op te rooken en ze aan te steken met de manuscripten van Rodolphe. + +Op een goeden dag wilde Marcel Baptiste in het costuum van Pharao voor +zijn "Doortocht door de Roode Zee" laten poseeren. Baptiste weigerde +dit beslist en zeide zijn dienst op. + +"Goed," zeide Marcel; "we zullen vanavond afrekenen." + +Toen Rodolphe thuis kwam, zeide zijn vriend tegen hem, dat Baptiste +beslist weggezonden moest worden. + +"Wij hebben absoluut geen nut van hem," zeide hij. + +"Dat is zoo," antwoordde Rodolphe; "hij is een levend kunstvoorwerp." + +"Hij is zoo dom als het achtereind van een koe." + +"En lui!" + +"Hij moet weg." + +"Laten we hem wegsturen!" + +"Toch heeft hij eenige goede eigenschappen. Hij kan heel lekker +hazenpeper maken." + +"En notenbrandewijn dan. Hij is de Raphaël van den notenbrandewijn." + +"Zeker, maar dat is ook het eenige, waarvoor hij deugt, en dat is +voor ons niet voldoende. Wij verliezen al onzen tijd door al die +discussies met hem." + +"Hij hindert ons in ons werk." + +"Het is zijn schuld, dat ik mijn "Doortocht door de Roode Zee" nog +niet heb kunnen tentoonstellen. Hij heeft geweigerd om voor Pharao +te poseeren." + +"En door hem heb ik het werk, dat mij opgedragen was, niet kunnen +afmaken. Hij heeft geweigerd, om in de bibliotheek de aanteekeningen, +die ik noodig had, te gaan halen." + +"Hij ruïneert ons." + +"We kunnen hem beslist niet houden." + +"Laten we hem dan wegzenden .... Maar eerst moeten we hem betalen." + +"Wij zullen hem betalen, maar weg moet hij! Geef me geld, dan zal ik +met hem afrekenen." + +"Wat, geld! Ik houd toch de kas niet, maar jij!" + +"Geen quaestie van, jij! Jij hebt je met de generale intendantuur +belast," zeide Rodolphe. + +"Maar ik geef je de heilige verzekering, dat ik geen geld heb!" riep +Marcel uit. + +"Zou al het geld nou al op zijn? Dat is onmogelijk! Je kan geen +vijfhonderd francs in acht dagen uitgeven, vooral wanneer je, +zooals wij, met de grootste spaarzaamheid geleefd hebt en je je tot +het strikt noodzakelijke beperkt (Tot het strikt overbodige had hij +moeten zeggen.). Wij moeten de rekeningen even verifieeren, dan zullen +we de fout wel vinden." + +"Ja, die wel," zeide Marcel, "maar niet het geld. Maar dat hindert +minder, we kunnen toch het uitgaven-boekje wel even doorloopen." + +Ziehier het specimen van die boekhouding, welke onder de auspiciën +van Sancta Oeconomica begonnen was. + +"19 Maart. Ontvangen: 500 francs. Uitgegeven: een Turksche pijp, +25 francs; diner, 15 francs; diversen, 40 francs." + +"Wat zijn dat voor uitgaven?" vroeg Rodolphe aan Marcel, die las. + +"Dat weet je wel," antwoordde deze, "dat is de avond, dat we 's +morgens pas thuis gekomen zijn. Trouwens daardoor hebben we vuur en +licht gespaard." + +"Verder." + +"20 Maart. Dejeuner, 1 fr. 50; tabak 20 cent; diner, 2 fr.; een +monocle, 2 fr. 50. Die monocle is voor jouw rekening. Waarvoor hadt +je een monocle noodig? Je mankeert niets aan je oogen." + +"Je weet heel goed, dat ik voor de Echarpe d'Iris een verslag over +de schilderijen-tentoonstelling moest maken; en zonder monocle +kan je geen schilderijen beoordeelen; dat was een gerechtvaardigde +uitgave. Verder? ...." + +"Een wandelstok ..." + +"O, die is voor jouw rekening," zeide Rodolphe. "Je hadt geen +wandelstok noodig." + +"Dat is alles, wat den 20sten uitgegeven is," zeide Marcel, die +op Rodolphe's uitval niet inging. "Den 21sten hebben we in de stad +geluncht, gedineerd en gesoupeerd." + +"Dan hebben we dien dag toch niet veel uit kunnen geven?" + +"Inderdaad slechts een kleinigheid .... Bijna dertig francs." + +"Maar waaraan toch in hemelsnaam?" + +"Dat weet ik niet meer," antwoordde Marcel; "maar het staat onder de +rubriek: Diversen." + +"Dat is een heel vage en verraderlijke titel," riep Rodolphe. + +"22 Maart. Dat was de dag, waarop Baptiste in dienst gekomen is; +we hebben hem een voorschot van 5 francs op zijn loon gegeven; voor +een draaiorgel 50 centimes; voor den afkoop van vier Chineesche +boerenjongens, die door hun ouders, ongelooflijke drankorgels en +doordraaiers, tot verdrinking in de Gele Rivier gedoemd waren, +2 fr. 40 c." + +"Lieve Hemel," zeide Rodolphe, "verklaar mij toch eens de +tegenstelling, die in dit artikel op te merken is. Als je aan +draaiorgels geeft, waarom scheldt je dan op die doordraaiers en +drankorgels van ouders. En waar was het noodig voor geld voor die +Chineesche boerenjongens uit te geven? Als het nu nog boerenjongens +op brandewijn geweest waren!" + +"Ik ben nu eenmaal grootmoedig geboren," antwoordde Marcel. "Doch +lees jij nu eens verder. Tot nu toe zijn we niet veel van het +spaarzaamheidsprincipe afgeweken." + +"23 Maart. Niets. 24 Maart. Idem. Dat zijn twee goede dagen, 25 +Maart. Een voorschot van 3 francs op het loon van Baptiste." + +"Het schijnt, dat we hem nog al veel voorschot gegeven hebben," +zeide Marcel. + +"Des te minder hebben we hem dan nu uit te betalen," antwoordde +Rodolphe. "Ga verder." + +"26 Maart. Verschillende, uit een oogpunt van kunst nuttige uitgaven, +36 fr. 40 c." + +"Wat hebben we dan voor nuttigs gekocht?" vroeg Rodolphe; "ik herinner +me er niets van. 36 fr. 40 c., wat kan dat zijn?" + +"Herinner je je dat niet?... Dat is de dag, waarop wij de Notre-Dame +beklommen hebben, om Parijs in vogelvlucht te zien." + +"Maar dat kost toch niet meer dan acht sous," dacht Rodolphe. + +"Ja, maar toen we weer beneden waren, zijn we in St. Germain gaan +dineeren." + +"Dan is de zaak duidelijk." + +"27 Maart: Niets!" + +"Prachtig! Dat is nu eens spaarzaam!" + +"28 Maart. Voorschot aan Baptiste, 6 fr." + +"O, nu ben ik er zeker van, dat we hem niets meer te betalen +hebben. Het is zelfs niet onmogelijk, dat hij ons nog wat schuldig +is .... Enfin, dat zal ik wel eens narekenen." + +"29 Maart. Waarachtig, op 29 Maart hebben we niets uitgegeven. Er +staat het begin van een preek voor in de plaats. 30 Maart. Juist, toen +hadden we menschen te dineeren; een groote uitgave: 30 fr. 55c. Den +31sten, dit is vandaag, hebben we nog niets uitgegeven. Je ziet dus, +dat de boekhouding zeer nauwkeurig geweest is. Het totaal bedraagt +op geen stukken na 500 francs." + +"Dan moet er nog geld in kas zijn." + +"We zullen zien," zeide Marcel, terwijl hij een lade opentrok. "Neen, +er is niets meer, alleen een spin." + +"Een spin op den morgen brengt kommer en zorgen," merkte Rodolphe op. + +"Maar waar kan al dat geld gebleven zijn?" vroeg Marcel, +terneergeslagen bij het zien van de ledige kas. + +"Vraag je dat nog?" zeide Rodolphe. "Dat is nogal eenvoudig: we hebben +het aan Baptiste gegeven." + +"Wat is dat?" riep Marcel uit, die in de lade een stuk papier vond. "De +rekening voor het laatste kwartaal huur!" + +"Hoe is die hier gekomen?" vroeg Rodolphe. + +"En gequiteerd ook!" voegde Marcel eraan toe. "Heb jij huur betaald?" + +"Ik? Loop nou rond!" + +"Maar wat beteekent dan?" + +"Maar ik bezweer je ...." + +"Wat is dan dit mysterie?" zongen zij in koor op de melodie der finale +van La Dame Blanche. + +Baptiste, die graag muziek hoorde, kwam dadelijk aanloopen. + +Marcel liet hem de quitantie zien. + +"O ja, dat is waar ook!" zeide Baptiste langs zijn neus weg; "dat had +ik nog vergeten te zeggen. De huisbaas is hier geweest, toen jullie +uit waren, en om hem de moeite te besparen terug te moeten komen, +heb ik hem maar betaald." + +"Waar heb je dat geld vandaan gehaald?" + +"O, ik heb het uit de la genomen, die stond open; ik dacht, dat de +heeren die juist daarom open hadden laten staan, en ik zei zoo tegen +mezelvers; De heeren hebben, toen ze uit gingen, vergeten te zeggen: +"Baptiste, de huisbaas zal zijn huur komen halen, je moet hem betalen;" +en toen heb ik gedaan, alsof ik dat bevel gekregen had, zonder het +bevel gekregen te hebben." + +"Baptiste," zeide Marcel, ziedend van woede, "je hebt onze bevelen +overtreden. Van af heden ben je uit onzen dienst ontslagen. Baptiste, +geef je livrei terug." + +Baptiste nam zijn wasdoeken pet, waaruit zijn heele uniform bestond, +af en gaf die aan Marcel. + +"Goed," zeide deze; "je kunt gaan ..." + +"En mijn loon?" + +"Ben je soms niet erg lekker? Je hebt al meer gekregen dan we je +schuldig zijn. Ik heb je in nog geen veertien dagen veertien francs +gegeven. Wat doe je met al dat geld? Mainteneer je soms een danseres?" + +"Op het slappe koord," voegde Rodolphe eraan toe. + +"Ik sta dus alleen op de wereld," zeide de ongelukkige knecht; +"zonder iets, waarop ik mijn hoofd kan nederleggen!" + +"Neem dan je livrei maar terug," antwoordde Marcel, ondanks zichzelf +aangedaan. + +En hij gaf de pet aan Baptiste terug. + +"En toch heeft die ongelukkige ons fortuin verkwist," zeide Rodolphe, +toen hij den armen Baptiste zag weggaan. "Waar dineeren we vandaag?" + +"Dat zullen we morgen weten," antwoordde Marcel. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +WAT EEN VIJFFRANCSSTUK KOST. + + +Op een Zaterdagavond in den tijd, dat hij nog niet met mademoiselle +Mimi "was", met wie we weldra kennis zullen maken, leerde Rodolphe +aan zijn table-d'hôte een handelaarster in mode-artikelen, +mademoiselle Laure geheeten, kennen. Toen zij gehoord had, dat +Rodolphe hoofdredacteur van de Echarpe d'Iris en van den Castor, +twee modebladen, was, begon zij, in de hoop, dat hij reclame voor +haar artikelen zou maken, op vrij in het oog loopende wijze met hem +te coquetteeren. Op die uitdagingen had Rodolphe geantwoord met een +vuurwerk van galante complimentjes, die Benserade, Voiture en alle +Ruggieri's van den precieusen stijl jaloersch gemaakt zouden hebben; +en toen zij na afloop van het diner vernam, dat Rodolphe dichter was, +gaf zij hem heel duidelijk te verstaan, dat zij niet ongeneigd was +hem als haar Petrarca aan te nemen. Zelfs stond zij hem zonder veel +omhaal van woorden een rendez-vous voor den volgenden dag toe. + +"Bij Juppiter!" zeide Rodolphe tot zichzelf, toen hij +mademoiselle Laure naar huis bracht, "dat is beslist een beminlijke +persoonlijkheid. Het lijkt wel, dat zij over een voldoende grammatica +en een rijk voorziene garde-robe beschikt. Ik ben werkelijk wel +geneigd haar gelukkig te maken." + +Toen zij bij de deur van haar huis gekomen was, liet mademoiselle +Laure den arm van Rodolphe los en dankte hem hartelijk voor de moeite, +die hij zich getroost had, om haar naar een zoo afgelegen stadswijk +te brengen. + +"O, madame," antwoordde Rodolphe met een buiging, waarbij zijn gezicht +op den grond kwam, "ik wilde, dat u te Moskou of op de Sunda-eilanden +woonde, alleen om nog langer uw cavalier te kunnen zijn!" + +"Dat is wel wat erg ver!" antwoordde Laure gemaakt. + +"We zouden over de boulevards gegaan zijn, madame," zeide Rodolphe. "En +sta mij toe, u, in den persoon van uw wang, de hand te kussen," +vervolgde hij, terwijl hij Laure, voor zij het verhinderen kon, +een kus op de lippen drukte. + +"O, mijnheer," kirde zij, "dat gaat te vlug." + +"Ja, maar dan bereik ik ook eerder mijn doel," zeide Rodolphe. "In +de liefde moeten de eerste afstanden in galop worden afgelegd." + +"Een type!" dacht de modiste, terwijl zij naar binnen ging. + +"Een allerliefst persoonlijkheidje," zeide Rodolphe, toen hij naar +huis wandelde. + +Zoodra hij op zijn kamer was, ging hij naar bed en droomde de zoetste +droomen. Hij zag zich op bals, in de schouwburgen en op wandelplaatsen +met Laure aan zijn arm, die nog mooiere japonnen dan die, welke in +de sprookjes van Moeder de Gans voorkomen, aan had. + +Volgens zijn gewoonte stond Rodolphe den volgenden dag om elf uur +op. Zijn eerste gedachte was voor mademoiselle Laure. + +"Een heel beschaafde vrouw," mompelde hij. "Ik ben er zeker van, +dat zij te Saint-Denis is opgevoed. Ik zal dus eindelijk het geluk +leeren kennen een maîtresse te bezitten, die er warmpjes in zit. Ik +moet mij offers voor haar getroosten. Ik zal dus mijn geld aan de +Echarpe d'Iris gaan halen, een paar handschoenen koopen en met Laure +gaan dineeren in een restaurant, waar ze servetten geven. Mijn rok +is wel niet heel mooi meer, maar zwart kleedt toch altijd goed!" + +En hij ging naar het bureau van de Echarpe d'Iris. + +Op straat zag hij echter in den omnibus groote affiches met de woorden: + + + "Heden, Zondag, springen de waterwerken te Versailles." + + +Het inslaan van den bliksem vlak voor zijn voeten zou op Rodolphe +geen dieperen indruk gemaakt hebben dan het zien van dat affiche. + +"Het is vandaag Zondag! Dat was ik heelemaal vergeten!" riep hij +uit. "Dan krijg ik nergens geld vandaag. Zondag! Alles wat in Parijs +daalders heeft, is al op weg naar Versailles." + +Desniettemin liep Rodolphe, voortgedreven door een van die fabelachtige +verwachtingen, waaraan de mensch zich steeds vastklampt, zoo snel als +zijn beenen hem dragen konden, naar het bureau van zijn blad. Misschien +zou een gelukkig toeval den kassier daar gebracht hebben. + +Mijnheer Boniface was er inderdaad geweest, doch onmiddellijk weer +vertrokken. + +"Hij is naar Versailles," zeide de loopjongen. + +"Dat is verkeken," zeide Rodolphe.... "Maar wacht eens even. Het +rendez-vous is vanavond pas. Het is nu twaalf uur, ik heb dus nog +vijf uur om vijf francs te vinden--dat is twintig sous per uur, +net als de paarden in het Bois de Boulogne. En nu voorwaarts marsch!" + +Daar hij juist in het stadsdeel was, waar een journalist woonde, +dien hij den invloedrijken criticus noemde, besloot hij bij dezen +een poging te wagen. + +"Ik vind hem zeker thuis," zeide hij, terwijl hij de trap opliep; +"het is vandaag zijn feuilletondag, dus gaat hij niet uit. Ik zal +van hem vijf francs leenen." + +"Ha, ben jij het!" zeide de criticus, toen hij Rodolphe zag, "je komt +als geroepen; ik heb je een kleinen dienst te vragen." + +"Dat treft prachtig!" dacht de redacteur van de Echarpe d'Iris. + +"Was je gisteren in den Odéon?" + +"Daar ben ik altijd!" + +"Je hebt dus het nieuwe stuk gezien?" + +"Wie zou het anders gezien hebben? Het publiek van den Odéon ben ik!" + +"Dat is waar ook," zeide de criticus. "Je bent een der steunpilaren +van dien schouwburg. Er loopt zelfs een gerucht, dat je subsidie +geeft. Doch om op de zaak terug te komen, kan je me geen overzicht +van het nieuwe stuk geven?" + +"Niets makkelijker dan dat. Ik heb het geheugen van een schuldeischer." + +"Van wien was het stuk?" vroeg de journalist aan Rodolphe, terwijl +deze aan het schrijven was. + +"Van een mijnheer." + +"Dan zal het geen sterk stuk zijn." + +"In geen geval zoo sterk als een Turk." + +"Dan is het ook niet sterk. Want de Turken hebben geheel ten onrechte +den naam van sterk te zijn. Zij zouden hier nog niet eens voor +schoorsteenvegers deugen." + +"En waarom niet?" + +"Omdat alle schoorsteenvegers Savoyaards zijn, en alle Savoyaards +weer Auvergners, en alle Auvergners weer kruiers zijn. En bovendien +zijn er geen Turken meer, behalve op de bals masqués in de voorsteden +en op de Champs Elysées, waar zij dadels verkoopen. De Turk is een +vooroordeel. Een van mijn vrienden kent het Oosten heel goed en die +heeft me verzekerd, dat al de onderdanen van die natie geboren zijn +in de rue Coquenard." + +"Alleraardigst!" + +"Vind je?" vroeg de criticus. "Dan zet ik het in mijn feuilleton." + +"Hier heb je de analyse van het stuk," zeide Rodolphe. "Gauw gedaan, +wat?" + +"Dat wel, maar het is verduiveld kort." + +"Wanneer je er wat gedachtenstreepjes bij zet en je kritische opinie +ontwikkelt, neemt het plaats genoeg in." + +"Daar heb ik geen tijd voor, mijn waarde, en bovendien beslaat mijn +kritische meening zooveel plaats niet." + +"Dan zet je er om de drie woorden een adjectief bij." + +"Zou je aan de analyse niet een korte, of liever een lange beschouwing +over het stuk kunnen vasthechten?" vroeg de criticus. + +"Och," zeide Rodolphe, "ik heb wel mijn bepaalde ideeën over de +tragedie, maar ik waarschuw je, dat ik ze al driemaal in den Castor +en in de Echarpe d'Iris heb laten afdrukken." + +"Dat is minder; hoeveel regels beslaan je ideeën?" + +"Veertig regels." + +"Bliksems, jij hebt groote ideeën! Nou, wil je me je veertig regels +leenen?" + +"Prachtig!" dacht Rodolphe. "Als ik hem voor twintig francs copie +lever, zal hij mij geen vijf francs kunnen weigeren. Ik moet je +echter eerlijk bekennen," zeide hij vervolgens tot den criticus, "dat +mijn denkbeelden niet bepaald nieuw zijn. Zij zijn aan den elleboog +een beetje doorgesleten. Voor ik ze liet drukken, heb ik ze in alle +koffiehuizen van Parijs uitgebazuind: er is geen kellner in Parijs, +die ze niet uit zijn hoofd kent." + +"Wat kan mij dat schelen?.... Je kent me nog niet. Is er, uitgezonderd +de deugd, iets nieuws in de wereld?" + +"Hier!" zeide Rodolphe toen hij klaar was. + +"Donder en bliksem! Er mankeeren nog twee kolom... Waarmede dien +afgrond te dempen? Kom, lever me, nu je toch hier bent, nog een +paar paradoxen!" + +"Ik heb er van mijzelf niet bij me," zeide Rodolphe; "maar ik kan +je er wel een paar leenen; ze zijn echter niet van mij; ik heb ze +voor vijftig centimes van een vriend, die in geldverlegenheid zat, +gekocht. Ze hebben nog maar heel weinig dienst gedaan." + +"Des te beter!" zeide de criticus. + +"Het gaat goed!" zeide Rodolphe tot zichzelf, terwijl hij weer begon +te schrijven; "ik vraag hem minstens tien francs; in dezen tijd zijn +de paradoxen even duur als jonge patrijzen." + +En hij schreef een dertig regels, waarin hij zottenpraat uitkraamde +over piano's, goudvisschen, de school van het gezond verstand en +Rijnwijn, dien hij toiletwijn noemde. + +"Prachtig," zeide de criticus; "doe mij nu nog het genoegen er bij +te schrijven, dat het bagno de plaats in de wereld is, waar je de +meeste rechtschapen menschen vindt." + +"Waarom?" + +"Om nog twee regels te vullen. Zoo, dat is in orde," zeide de +invloedrijke criticus en riep zijn bediende, om zijn feuilleton naar +de drukkerij te brengen. + +"En nu," zeide Rodolphe; "de koe bij de horens gevat!" En hij deed +plechtig en ernstig zijn verzoek. + +"O je, mijn waarde," zuchtte de criticus, "ik heb zelf geen sou in +huis. Lolotte ruïneert me met pomade en zooeven heeft zij mij tot +mijn laatste halve duit uitgeschud om naar Versailles te gaan en de +Nereïden en andere bronzen monsters water te zien spuwen." + +"Naar Versailles?" vroeg Rodolphe. "Is het vandaag dan een epidemie?" + +"Maar waarom heb je geld noodig?" + +"Ziehier het geval," antwoordde Rodolphe. "Om vijf uur heb ik een +afspraak met een vrouw van de wereld, een gedistingeerde dame, die +altijd in een omnibus uitgaat. Ik zou gaarne voor eenige dagen mijn +lot aan het hare verbinden; en daarom komt het mij passend voor haar +de zoetheden des levens te laten smaken. Diner, bal, wandelingen +enz. enz. Ik heb absoluut vijf francs noodig; als ik ze niet vind, +is in mijn persoon de geheele Fransche litteratuur onteerd." + +"Waarom leen je die som niet van die dame zelf?" vroeg de criticus. + +"Dat gaat den eersten keer niet. Alleen jij kunt mij redden!" + +"Bij alle mummies van Egypte zweer ik je op mijn woord van eer, dat +ik zelfs geen geld heb, om een pijp van een sou of een panatella +te koopen. Maar ik heb daar een paar boeken, die je zoudt kunnen +verkoopen." + +"Vandaag, op Zondag, onmogelijk. Moeder Mansut, Lebigre en alle winkels +op de kaden en in de rue Saint-Jacques zijn gesloten. En wat zijn het +voor boeken? Zeker gedichten met het portret van den schrijver. Maar +die dingen zijn onverkoopbaar." + +"Tenzij je er door de rechtbank toe veroordeeld wordt. Doch wacht +even, daar heb je nog een bundel romances en een paar billetten voor +concerten. Wanneer je het wat handig aanlegt, zou je er best wat geld +van kunnen maken." + +"Ik zou liever wat anders meenemen, een broek bijv." + +"Daar," zeide de criticus, "neem dien Bossuet en die gipsbuste +van Odilon Barrot nog mee; maar op mijn woord van eer, dat is het +penningske der weduwe." + +"Ik zie in ieder geval je goeden wil," zeide Rodolphe. "Ik neem de +schatten mede, maar als ik er dertig sous voor krijg, dan beschouw +ik dat kunststuk als het dertiende werk van Hercules." + +Nadat hij ongeveer vier mijl had afgelegd, slaagde hij er met behulp +van een welsprekendheid, waarvan hij bij groote gelegenheden het geheim +bezat, in bij zijn waschvrouw twee francs te leenen, waarvoor hij de +deelen poëzie, de romances en de buste van Barrot in pand moest geven. + +"Kom," zeide hij, toen hij de bruggen weer overging, "dat is tenminste +de jus, nu moet ik het vleesch nog zien te vinden. Als ik eens naar +mijn oom ging!" + +Een half uur later was hij bij zijn oom Monetti, die op het gelaat +van zijn neef dadelijk las, waarom het ging. Hij was dus op zijn +hoede en voorkwam iedere vraag door een serie klachten als: + +"Het zijn moeilijke tijden: het brood is duur, de klanten betalen niet, +de huur moet worden opgebracht, de handel zit in het moeras enz. enz.," +en al de verdere huichelachtige klachten van winkeliers. + +"Zou je wel willen gelooven," zeide de oom, "dat ik genoodzaakt ben +geld te leenen van mijn bediende, om een wissel te betalen?" + +"Dan hadt u mij even een boodschap moeten sturen," zeide Rodolphe. "Ik +zou u het geld gaarne geleend hebben; drie dagen geleden heb ik +tweehonderd francs gekregen." + +"Ik vind het heel aardig van je, jongen, maar je hebt zelf je geld +noodig .... Maar zeg, nu je toch hier bent, zou je wel even een +paar rekeningen voor me kunnen schrijven, die ik wil laten innen; +je schrijft zoo'n mooie hand." + +"O je, die vijf francs zullen me duur kosten," zeide Rodolphe, +terwijl hij zich aan het werk zette, dat hij zooveel mogelijk bekortte. + +"Beste oom," zeide hij, "daar ik weet, dat u een groot muziekliefhebber +bent, heb ik een paar entrée's voor u medegebracht." + +"Heel vriendelijk van je, jongen. Wil je bij me blijven dineeren?" + +"Neen, dank u, oom; ik word in den Fauborg St. Germain op een diner +verwacht. Ik verkeer zelfs eenigszins in verlegenheid, omdat ik geen +tijd meer heb om geld te gaan halen, om handschoenen te koopen." + +"Heb je geen handschoenen bij je? Wil je de mijne leenen?" + +"Dat zal niet gaan; we hebben hetzelfde nummer niet; maar u zoudt +mij verplichten mij te leenen...." + +"Negen-en-twintig sous, om een paar te koopen? Zeker, jongen, daar +heb je ze. Wanneer je in gezelschap komt, moet je fatsoenlijk voor +den dag komen. Beter benijd dan beklaagd, zeide je tante altijd. Ik +ben blij, dat je in betere kringen komt .... Ik zou je wel wat meer +gegeven hebben, maar ik heb op het oogenblik hier in het kantoor niet +meer; ik zou naar boven moeten en ik kan den winkel niet alleen laten: +ieder oogenblik komen er koopers." + +"En u vertelde daarnet, dat het zoo slecht met den handel ging!" + +Oom Monetti deed, of hij die opmerking niet hoorde en zeide tot zijn +neef, die de negen-en-twintig sous in zijn zak stak: + +"Je behoeft je niet te haasten, om ze terug te geven." + +"Wat een gierige brok!" zeide Rodolphe, terwijl hij zich +wegspoedde. "Nu ontbreken me nog een-en-dertig sous. Waar die +te vinden? Wacht, een idee, laat ik naar den viersprong van de +Voorzienigheid gaan." + +Dat was de naam, dien Rodolphe gaf aan het meest centrale punt van +Parijs, d. w. z. het Palais Royal, een plek, waar het bijna onmogelijk +is tien minuten te blijven staan zonder tien personen te ontmoeten, +die je kent, vooral schuldeischers. + +Rodolphe ging dus op het bordes van het Palais-Royal op wacht +staan. Ditmaal liet de Voorzienigheid zich lang wachten. Eindelijk +meende Rodolphe haar te zien. Zij had een witten hoed, een groenen +paletot en een wandelstok met een gouden knop .... een zeer elegant +gekleede Voorzienigheid dus. + +Het was een voorkomende en bemiddelde, maar eenigszins woordenrijke +jongeling. + +"Ik ben blij je te zien," zeide hij tot Rodolphe; "loop een eindje +mede, dan kunnen we wat praten." + +"Ach, ik zal die woordenmarteling maar ondergaan," mompelde Rodolphe, +terwijl hij zich door den witten hoed liet medenemen, die hem inderdaad +zijn trommelvlies half kapot praatte. + +Toen zij bij den Pont des Arts kwamen, zeide Rodolphe: + +"Ik moet je nu verlaten, daar ik geen geld heb, om de tol voor de +brug te betalen." + +"Kom maar mee," antwoordde de witte hoed, terwijl hij den invalide +twee sous toewierp. + +"Nu is het oogenblik gekomen," dacht de redacteur van de Echarpe +d'Iris, toen hij de brug overliep; aan het einde ervan bij de klok +van het Instituut gekomen, bleef Rodolphe plotseling staan, wees met +een wanhopig gebaar naar de wijzerplaat en riep uit: + +"Vervloekt! Kwart voor vijf. Ik ben verloren." + +"Wat is er?" zeide de andere verwonderd. + +"Wel, dat ik door jouw schuld een rendez-vous verzuim." + +"Een belangrijk?" + +"Dat zou ik denken .... Ik moest om vijf uur geld gaan halen .... in +Batignolles .... Ik zal er nooit op tijd zijn .... Bliksems! Wat moet +ik beginnen?" + +"Dat is nogal eenvoudig," zeide de woordenrijke, "ga met mij mee naar +huis, dan zal ik je wat leenen." + +"Onmogelijk! Je woont in Montrouge, en om zes uur moet ik voor een +zaak in de Chaussée-d'Antin zijn .... Een beroerde geschiedenis!" + +"Ik heb wel een paar sous op zak," zeide de Voorzienigheid bescheiden +.... "maar niet veel." + +"Als ik genoeg had om een bakje te nemen, dan zou ik misschien nog +op tijd in Batignolles kunnen zijn." + +"Hier heb je den inhoud van mijn beurs, mijn waarde, een-en-dertig +sous." + +"Geef maar gauw hier, dan maak ik, dat ik weg kom!" zeide Rodolphe, +die het vijf uur had hooren slaan, en hij haastte zich naar de plaats +van zijn rendez-vous. + +"Dat is een heele toer geweest," zeide hij, terwijl hij zijn geld +telde. "Honderd sous, precies op den kop af. Enfin, ik ben nu +gered, en Laure zal zien, dat zij te doen heeft met een man, die +savoir-vivre heeft. Ik wil vanavond met geen centime thuis komen. Ik +moet de litteratuur weer tot eer brengen en bewijzen, dat het haar +beoefenaars slechts aan geld ontbreekt, om rijk te zijn." + +Rodolphe vond mademoiselle Laure op de afgesproken plaats. + +"Nou," zeide hij tot zichzelf, "wat stiptheid betreft, lijkt zij wel +een chronometer." + +Hij bracht den avond met haar door en smolt zijn vijf francs dapper +in den smeltkroes der verkwisting. Mademoiselle Laure was verrukt +over zijn manieren en was wel zoo goed eerst te merken, dat Rodolphe +haar niet naar haar huis terugbracht vóór het oogenblik, dat hij haar +zijn kamer liet binnentreden. + +"Het is verkeerd wat ik doe," zeide zij. "Zorg, dat ik er geen berouw +over moet hebben door een ondankbaarheid, die uw sexe eigen is." + +"Madame," zeide Rodolphe, "ik sta bekend voor mijn bestendigheid, en +wel in dien mate, dat al mijn vrienden zich over mijn trouw verwonderen +en mij den bijnaam gegeven hebben van generaal Bertrand der Liefde." + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + +DE WITTE VIOOLTJES. + + +In dien tijd was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, die +hem niet kon uitstaan, en de thermometer van den ingenieur Chevalier +wees twaalf graden onder nul. + +Mademoiselle Angèle was de dochter van mijnheer Monetti, den +kachelsmid-rookverdrijver, over wien we reeds meermalen gelegenheid +hadden te spreken. Mademoiselle Angèle was achttien jaar en pas +terug uit Bourgondië, waar zij vijf jaar doorgebracht had bij een +bloedverwante, van wie zij later moest erven. Die bloedverwante +was een oude vrouw, die nooit jong of mooi geweest was, maar altijd +kwaadaardig, niettegenstaande of liever omdat zij vroom was. Angèle, +die bij haar vertrek een bekoorlijk kind was, dat in haar jonge jaren +reeds een bekoorlijk meisje beloofde te worden, kwam na verloop van +vijf jaar als een knap, maar koel, droog, ongevoelig jong meisje +terug. Het teruggetrokken provincieleven, de overdreven godsdienstige +oefeningen en de bekrompen beginselen, volgens welke zij was opgevoed, +hadden haar geest vervuld met vulgaire en dwaze vooroordeelen, +haar phantasie lam geslagen en van haar hart een orgaan gemaakt, +dat zich er toe bepaalde zijn functie als bloedsomloop-regulateur te +vervullen. Angèle had, om zoo te zeggen, wijwater in plaats van bloed +in haar aderen. Bij haar terugkeer ontving zij hem met een ijskoude +reserve en Rodolphe trachtte ieder oogenblik vergeefs in haar de +teedere snaar der herinneringen weer te doen trillen, herinneringen +uit den tijd, toen zij samen de amourette à la Paul et Virginie +gespeeld hadden, die tusschen neef en nicht zoo dikwijls gespeeld +wordt. Toch was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, +die hem niet kon uitstaan; en toen hij op een goeden dag hoorde, dat +het jonge meisje binnenkort naar een bal, dat ter gelegenheid van het +huwelijk van een harer vriendinnen gegeven werd, zou gaan, liet hij +zich door zijn hartstocht zoo ver medesleepen, dat hij Angèle voor dat +bal een bouquet viooltjes beloofde. En na toestemming van haar vader +gekregen te hebben, nam Angèle het galante aanbod van haar neef aan, +waarbij zij er echter op aandrong, dat zij witte viooltjes zou krijgen. + +Gelukkig door de beminlijk- en vriendelijkheid van zijn nicht, ging +hij dansend en zingend naar zijn "St. Bernard" terug. Zoo noemde hij +zijn toenmalig domicilie; waarom zullen we dadelijk zien. Toen hij +door het Paleis Royal ging en voorbij den winkel van madame Provost, +de beroemde bloemiste, kwam, zag hij witte viooltjes in de etalage; +uit nieuwsgierigheid liep hij naar binnen, om den prijs ervan te +vragen. Een eenigszins toonbare bouquet kostte niet minder dan tien +francs, doch er bestonden er, die nog duurder waren. + +"Alle duivels!" zeide Rodolphe; "tien francs, en nog maar acht dagen +tijd, om dat millioen te vinden. Dat zal moeite kosten; maar dat is +minder, mijn nicht krijgt haar bouquet. Ik heb al een idée." + +Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn +litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een +maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend +was door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang +verblijf te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester +in de provincie geworden was. Rodolphe, aan wiens wieg de verkwisting +als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier dagen rond; +en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van elegisch +dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand van die +manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der Voorzienigheid +druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen verschrikkingen; +hij bracht dien vroolijk door dank zij een stoïsche matigheid +en de schatten der phantasie, die hij dagelijks uitgaf, om den +eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een einde +maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de rue +Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het hôtel +de l'Eminence grise heette, omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van +Richelieu, daar gewoond zou hebben. Rodolphe woonde op de bovenste +verdieping van dat huis, een der hoogste van Parijs. Zijn kamer, +een soort belvédère, was in den zomer een heerlijke verblijfplaats; +maar van October tot April was het een klein Kamschatka. De vier +hoofdwinden, die door de vier vensters drongen, kwamen er gedurende +den geheelen winter de meest woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie +zag men er nog een grooten schoorsteen, waarvan de groote opening een +eerepoort scheen te zijn voor Borreas [21] en zijn gevolg. Dadelijk bij +het intreden van de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen +tot een bijzonder verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige +meubelen, die hij bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop +van acht dagen was zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield +niet meer dan zijn bed en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog +gebiedt te zeggen, dat die meubelen van ijzer waren en dus van nature +tegen brand verzekerd waren. Rodolphe had voor dit verwarmingsstelsel +den naam: "verhuizen door den schoorsteen" uitgedacht. + +We waren dus in het midden van Januari, en de thermometer, die op den +Quai des Lunettes twaalf graden aanwees, zou zeker nog twee of drie +graden gedaald zijn, indien hij overgebracht was naar den belvédère, +waaraan Rodolphe de bijnamen St. Bernard, Spitsbergen en Siberië +gegeven had. + +Den avond, waarop hij aan zijn nicht witte viooltjes beloofd had, +geraakte Rodolphe bij zijn thuiskomst in een heftige woede: de vier +hoofdwinden hadden bij hun spel in de vier hoeken der kamer nog een +ruit gebroken. Dat was in de laatste veertien dagen de derde. Rodolphe +barstte in woedende vervloekingen tegen Aeolus en zijn heele familie +Breekal los. Na dit nieuwe gat met het portret van een van zijn +vrienden gestopt te hebben, ging Rodolphe geheel gekleed tusschen de +twee wollen planken, die hij zijn matras noemde, liggen en droomde +den geheelen nacht van witte viooltjes. + +Vijf dagen later had Rodolphe nog geen enkel middel gevonden, dat +hem zou kunnen helpen zijn droom te verwezenlijken, en toch moest hij +acht-en-veertig uur later den bouquet aan zijn nicht geven. Gedurende +dien tijd was de thermometer nog meer gedaald, en de ongelukkige +dichter was de wanhoop nabij bij de gedachte, dat de viooltjes +nog duurder geworden zouden zijn. Eindelijk had de Voorzienigheid +medelijden met hem en kwam hem op de volgende wijze te hulp. + +Toen hij op een goeden morgen toevallig bij zijn vriend Marcel, den +schilder, ging dejeuneeren, vond hij hem in gesprek met een dame in +den rouw. Het was een weduwe, wier man pas kort geleden gestorven +was; zij kwam hem vragen naar den prijs van een manlijke hand, die +met het opschrift: + + + "Ik wacht u, geliefde vrouw" + + +geschilderd moest worden op het grafteeken, dat zij voor haar man +had laten oprichten. + +Om het kunstwerk goedkooper te krijgen, liet zij den artist in den +loop van het gesprek doorschemeren, dat hij, wanneer God haar weer +met haar echtgenoot zou vereenigen, een tweede hand te schilderen zou +krijgen, haar met een armband versierde hand, en wel met een nieuw +opschrift, luidende: + + + "Eindelijk heeft God ons vereenigd" + + +"Ik zal die beschikking in mijn testament zetten," zeide de weduwe, +"met mijn uitdrukkelijken wil, dat u met de uitvoering ervan belast +zult worden." + +"In dat geval, mevrouw," antwoordde de artist, "neem ik den prijs, die +u mij voorstelt, aan, maar dan reken ik ook op den handdruk. Vergeet +niet mij in uw testament te zetten." + +"Ook zou ik graag zien, dat het werk zoo gauw mogelijk gereed was," +zeide de weduwe; "maar neem er uw tijd voor, en vergeet vooral het +litteeken op den duim niet. Ik wil een goed gelijkende hand." + +"Zij zal sprekend zijn, mevrouw, wees gerust," zeide Marcel, terwijl +hij de weduwe uitliet. Doch op den drempel keerde zij zich weer om. + +"O ja, ik wou u nog graag wat vragen; ik zou graag op het graf van +mijn man nog een vers laten aanbrengen, waarin de edele levenswandel +en de laatste woorden, die hij op zijn sterfbed gesproken heeft, +vermeld worden. Staat dat voornaam?" + +"Zeer voornaam .... men noemt dat een epitaphium .... het is heel +voornaam." + +"Kent u niet iemand, die dat goedkoop voor mij zou kunnen maken? Ik +heb wel een buurman, mijnheer Guérin, den openbaren schrijver, maar +die is zoo peperduur." + +Bij die woorden wierp Rodolphe Marcel een blik toe, dien deze dadelijk +begreep. + +"Mevrouw," zeide de schilder en wees op Rodolphe, "een gelukkig +toeval heeft hier den persoon heen gevoerd, die u in deze droevige +omstandigheden zou kunnen helpen. Mijnheer hier is een uitstekend +dichter, u zoudt geen beteren kunnen vinden." + +"Ik zou er zeer op staan, dat het heel treurige verzen zijn," zeide +de weduwe, "en dat er geen spelfouten in voor komen." + +"Mevrouw," antwoordde Marcel, "mijn vriend kent de orthographie op +zijn duimpje: hij heeft op het college alle prijzen gewonnen." + +"Zoo," zeide de weduwe; "mijn neefje heeft laatst ook een prijs +gekregen; en hij is toch pas zeven jaar." + +"Een zeer voorspoedig kind, mevrouw," was Marcels antwoord. + +"Maar," drong de weduwe aan, "kan mijnheer ook treurige verzen maken?" + +"Beter dan wie ook, mevrouw, want hij heeft veel verdriet in zijn +leven gehad. Mijn vriend munt uit in treurige verzen; dat verwijten +de couranten hem zelfs wel eens." + +"Wat?" riep de weduwe uit, "wordt er over hem in de couranten +geschreven? Dan is hij zeker even knap als mijnheer Guérin, de +openbare schrijver!" + +"O, nog veel knapper! Wend u maar tot hem, mevrouw, u zult er geen +berouw over hebben." + +Nadat de weduwe den dichter de bedoeling van het opschrift in verzen, +dat zij op het graf van haar man wilde laten aanbrengen, uiteengezet +had, stemde zij erin toe Rodolphe tien francs te geven, als het gedicht +in haar smaak viel; maar zij wilde de verzen heel gauw hebben. De +dichter beloofde ze haar den volgenden dag reeds door bemiddeling +van zijn vriend te zullen doen toekomen. + +"O goede fee Artemisia," riep Rodolphe uit, toen de weduwe weg was, +"ik zweer je, dat je tevreden zult zijn; ik zal je een goede maat +dooden-lyriek geven, en mijn orthographie zal beter zijn dan die +van een hertogin. O goed oudje, moge, om u te beloonen, de hemel je +honderdzeven jaar laten leven evenals goede brandewijn!" + +"Daar kom ik tegen op!" riep Marcel uit. + +"Dat is waar ook!" zeide Rodolphe; "ik zou bijna vergeten, dat je +na haar dood nog een tweede hand te schilderen krijgt, en zoo'n lang +leven je dat geld dus zou doen verliezen." En zijn handen ten hemel +heffend, bad hij: "O, lieve God, verhoor mijn gebed niet! Hè," voegde +hij er aan toe, "dat is een bofje, dat ik hierheen gekomen ben." + +"Ja, wat kwam je eigenlijk hier doen?" vroeg Marcel. + +"Daar denk ik nu ook weer aan en vooral nu ik, om dat gedicht te +maken, den geheelen nacht op zal moeten blijven zitten, kan ik dat, +wat ik je kwam vragen, onmogelijk missen, n.l. 1e. wat eten; 2e. wat +tabak en een kaars; 3e. je ijsberencostuum." + +"Ga je naar een bal masqué? O ja, dat is waar ook, vanavond wordt +het eerste gegeven." + +"Neen, dat niet; maar zooals je me hier ziet, ben ik even bevroren +als het groote leger op zijn terugtocht uit Rusland. Mijn groen +wollen paletot en mijn broek van Schotsch merinos zijn ongetwijfeld +heel mooi, maar toch beter geschikt voor de lente en om onder den +equator te wonen; wanneer je echter, zooals ik, je tenten onder den +pool hebt opgeslagen, is een ijsberencostuum passender, ik zou bijna +zeggen, onmisbaar." + +"Daar heb je de pels," zeide Marcel. "Het denkbeeld is niet kwaad, +het beest heeft een vurig gestel, en je zult je erin voelen als een +brood in een oven." + +Rodolphe was intusschen reeds in de huid van het dier gekropen. + +"Wat zal mijn thermometer gloeiend boos worden," zeide hij. + +"Wil je in dat costuum de straat op?" zeide Marcel tot zijn vriend, +toen zij hun geheimzinnig diner, dat in schalen van vijf centimes +opgediend werd, naar binnen hadden gewerkt. + +"Ik heb maling aan de heele wereld," zeide Rodolphe; "en bovendien +begint vandaag het carnaval." + +En hij doorliep werkelijk heel Parijs in de ernstige houding van den +viervoeter, in wiens huid hij zich gestoken had. En toen hij voorbij +den thermometer van den ingenieur Chevalier kwam, trok hij er een +langen neus tegen. + +Toen hij, niet zonder zijn concierge de stuipen van schrik op het lijf +gejaagd te hebben, weer boven op zijn kamer was, stak de dichter zijn +kaars aan, die hij, om de moedwillige streken van de Noordenwinden te +voorkomen, met een doorschijnend stuk papier omgaf, en ging dadelijk +aan het werk. Maar al heel gauw kwam hij tot de ontdekking, dat, +al was zijn lichaam vrijwel tegen de koude beschermd, zijn handen +het niet waren; en hij had nog geen twee verzen van zijn epitaphium +op het papier, of zijn vingers begonnen te tintelen van de koude en +lieten de pen vallen. + +"Tegen de elementen kan zelfs de moedigste niet op," zeide Rodolphe, +die zich wanhopig achterover in zijn stoel liet vallen. "Caesar heeft +wel den Rubicon overgestoken, maar over de Beresina had hij nooit +kunnen komen." + +Plotseling echter ontsnapte een kreet van vreugde aan het diepst van +zijn berenborst en stond hij zoo bruusk op, dat hij een deel van zijn +inkt liet vallen op het smettelooze wit van zijn pels: hij had een +idée, een nieuwen druk van het denkbeeld van Chatterton. + +Hij haalde onder zijn bed een grooten stapel papieren te voorschijn, +waaronder zich een dozijn reusachtige manuscripten van zijn beroemd +drama Le Vengeur bevond. Dit drama, waaraan hij twee jaar gewerkt +had, was zoo dikwijls over- en omgewerkt, dat de gezamenlijke copieën +een gewicht van zeven kilogram vormden. Rodolphe legde het jongste +manuscript ter zijde en sleepte de overige naar den schoorsteen. + +"Ik wist wel, dat het nog eens geplaatst zou worden," riep hij uit +.... "je moet echter geduld weten te hebben! Dat is toch zeker een +flink takkenbosje proza. O, als ik geweten had, wat er gebeuren zou, +dan had ik er nog een voorspel bij gemaakt en zou ik nu meer brandstof +hebben .... Maar je kunt niet alles van te voren weten." + +En hij stak eenige bladen van het manuscript in brand en ontdooide +zijn handen bij de vlammen daarvan. Na vijf minuten was het eerste +bedrijf van Le Vengeur afgespeeld en had Rodolphe drie verzen van +zijn epitaphium gereed. + +Niets ter wereld zou de verbazing der vier hoofdwinden hebben kunnen +schilderen, toen zij vuur in de haard zagen. + +"Dat is gezichtsbedrog," blies de Noordenwind, die vroolijk in de +berenharen van Rodolphe speelde. + +"Als we eens in den schoorsteen gingen blazen," antwoordde een andere +wind, "dan zou de haard heerlijk gaan rooken." + +Maar juist toen zij den armen Rodolphe wilden gaan kwellen en +treiteren, zag de Zuidenwind mijnheer Arago voor een raam van het +observatorium zitten, vanwaar de geleerde met zijn vinger de vier +winden dreigde. + +Onmiddellijk riep de Zuidenwind zijn broeders toe: "Laten we maken, +dat we weg komen, de almanak geeft voor dezen nacht stil weer aan; +wij zijn dus in tegenspraak met de sterrenwacht, en als we om twaalf +uur niet thuis zijn, zal mijnheer Arago ons school laten blijven." + +Gedurende dien tijd brandde het tweede bedrijf van Le Vengeur met +groot succes. En Rodolphe had tien verzen geschreven. Maar tijdens +den duur van het derde bedrijf kon hij er slechts twee schrijven. + +"Ik heb altijd gevonden, dat die acte te kort was," mompelde Rodolphe; +"maar je merkt die fouten altijd pas bij de opvoering. Gelukkig zal +het volgende bedrijf langer duren: drie-en-twintig scènes, waaronder +de troonscène, die het tooneel van mijn roem had moeten zijn." + +De slotwoorden der troonscène gingen in vlammen op, toen Rodolphe +nog een strophe van zes regels te schrijven had. + +"En nu het vierde bedrijf," zei hij, terwijl zijn gezicht van dichtvuur +gloeide. "Dat zal wel vijf minuten duren, het is heelemaal monoloog." + +Hij ging over tot de ontknooping, die opvlamde en onmiddellijk weer +uitging. Op hetzelfde oogenblik vatte Rodolphe de laatste woorden +van den overledene, te wiens verheerlijking hij gewerkt had, in een +prachtvolle lyrische ontboezeming samen. + +"Er blijft nog genoeg over voor een tweede opvoering," zeide hij, +terwijl hij de overgebleven manuscripten weer onder het bed schoof. + + + +Den volgenden avond om acht uur deed mademoiselle Angèle haar +intrede in de balzaal met een prachtigen bouquet witte viooltjes, +in het midden waarvan twee pas-ontloken witte rozen prijkten. Den +geheelen avond kreeg zij om dien bouquet complimentjes van de +dames en galante vleierijen van de heeren te hooren. Angèle was +haar neef, die haar al die kleine voldoeningen van haar eigenliefde +verschaft had, dan ook wel eenigermate dankbaar, en misschien zou +zij, wanneer een bloedverwant der bruid, met wien zij verscheidene +malen gedanst had, niet steeds om haar heen gedraaid had, nog meer +aan hem gedacht hebben. Dat familielid was een jonge blonde man met +een prachtige, kurkentrekkerachtig opgedraaide snor, de echte angel, +waaraan onervaren jonge meisjesharten blijven hangen. De jonge man +had Angèle reeds gevraagd om de twee witte rozen, die alleen nog +waren overgebleven van den bouquet, waarvan iedereen een viooltje +geplukt had .... Maar Angèle had geweigerd, doch alleen om ze tegen +het einde van het bal te lagen liggen op een stoeltje, waarvan de +blonde jongeling ze onmiddellijk ging weghalen. + +Op dat oogenblik vroor het veertien graden in den belvédère van +Rodolphe, die, geleund voor zijn venster, in de richting van de +barrière du Maine keek naar de lichten van de balzaal, waar Angèle +danste, die hem niet uit kon staan. + + + + + + +HOOFDSTUK X. + +DE STORMKAAP. + + +Er zijn in de maanden, waarin een kwartaal begint, angstwekkende +oogenblikken, gewoonlijk de 1ste en de 15de. Rodolphe, die deze beide +data nooit zonder schrik zag naderen, noemde ze de "Stormkaap". Dien +dag opent niet Aurora de poorten van het Oosten, maar schuldeischers, +huiseigenaars, deurwaarders en andere geldzakdragers staan buiten de +deur. Die dag begint met een plasregen van aanmaningen, rekeningen +en wissels en eindigt met een hagelbui van protesten, dies irae! + +In den ochtend van zoo'n 15den April lag Rodolphe rustig te slapen +.... en droomde, dat een van zijn ooms hem bij testament een geheele +provincie van Peru had vermaakt .... met alle Peruaansche schoonen +erin begrepen. + +Terwijl hij daar midden in een imaginairen Pactolus rondzwom, kwam het +geluid van een sleutel, die in het slot ronddraaide, den ingebeelden +erfgenaam op het schitterendste oogenblik van zijn gouden droom storen. + +Rodolphe ging rechtop in zijn bed zitten en keek slaapdronken om +zich heen. + +Hij zag toen vaag in het midden van zijn kamer een man staan, die +pas binnengekomen was, .... en wat voor een man! + +De matineuse vreemdeling had een driekanten hoed op, een lederen +geldzak op zijn rug en een grooten portefeuille in zijn hand; hij had +een grijzen linnen rok met staanden kraag aan en scheen buiten adem +van het klimmen naar de vijfde verdieping. Zijn manier van optreden +was zeer vriendelijk en minzaam en zijn gang was klankrijk als wanneer +het kantoor van een bankier aan het wandelen zou gaan. + +Rodolphe was een oogenblik angstig; hij meende, bij den aanblik van +den driekanten hoed en den rok, een politie-agent voor zich te zien. + +Maar het zien van den vrij goed gespekten geldzak genas hem van +zijn dwaling. + +"O, nu begrijp ik het," dacht hij, "dat is een voorschot op mijn +erfenis en die man komt van de Eilanden .... Maar waarom is hij dan +geen neger?" Hij gaf den onbekende een wenk en zeide, op den geldzak +wijzend: + +"Ik weet wat het is. Leg hem daar maar neer. Dank je wel." + +De vreemdeling was een wissellooper van de Banque de France en hield, +als antwoord op Rodolphe's uitnoodiging, dezen een klein papiertje +met veelkleurige teekens en cijfers onder den neus. + +"U wilt een bewijs van ontvangst?" vroeg Rodolphe. "Ja, dat hoort +zoo. Geef me maar even pen en inkt." + +"Neen, ik kom zelf wat ontvangen," antwoordde de wissellooper; +"een bedrag van honderdvijftig francs. Het is vandaag 15 April." + +"Ach zoo!" zeide Rodolphe, terwijl hij den wissel bekeek.... "Order +Birmann, dat is mijn kleermaker .... Helaas!" voegde hij er +droefgeestig aan toe, terwijl hij afwisselend naar de over het bed +liggende overjas en naar den wissel keek, "de oorzaken verdwijnen, +maar de gevolgen blijven. Wat, is het vandaag 15 April! Merkwaardig! Ik +heb nog geen aardbeien gegeten!" + +De wissellooper, wien dat gepraat begon te vervelen, ging weg en +zeide tot Rodolphe: "U hebt tot vier uur tijd om te betalen!" + +"Voor eerlijke menschen is er geen uur," antwoordde Rodolphe. "De +intrigant", voegde hij er woedend aan toe, terwijl hij met zijn +blikken den financier met zijn driekanten hoed volgde; "hij neemt +zijn geldzak weer mee." + +Rodolphe trok de gordijnen van zijn bed dicht en trachtte weer den +weg van zijn erfenis terug te vinden; maar hij vergiste zich in +de richting en kwam trotsch en wel terecht in een droom, waarin de +directeur van het Théâtre-Français hem heel nederig een drama voor +zijn schouwburg kwam vragen en Rodolphe, met de gebruiken bekend, +een voorschot vroeg. Maar juist op het oogenblik, dat de directeur +door den zuren appel scheen te willen bijten, werd de slaper opnieuw +half wakker gemaakt door het binnenkomen van een tweeden persoon, +een nieuw creatuur van den 15den April. + +Het was mijnheer Benoît, de eigenaar van het hotel garni, waarin +Rodolphe woonde; mijnheer Benoît was tegelijkertijd de huisheer, de +schoenmaker en woekeraar voor zijn huurders; dien ochtend rook mijnheer +Benoît sterk naar slechten brandewijn en vervallen rekeningen. Ook +hij had een ledigen zak in zijn hand. + +"Duivels!" dacht Rodolphe; "dat is de directeur van het +Théâtre-Français niet .... die zou een witte das dragen .... en zijn +geldzak zou gevuld zijn!" + +"Morgen, mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, op het bed +toetredend. + +"Mijnheer Benoît .... bonjour! Wat verschaft mij de eer van uw bezoek?" + +"Ach, ik wilde u komen zeggen, dat het vandaag 15 April is!" + +"Nu al? Wat gaat de tijd toch gauw! Het is ongelooflijk. Ik zal +een nanking-broek moeten koopen. 15 April. Lieve Hemel, zonder u, +mijnheer Benoît zou ik er nooit aan gedacht hebben. Wat een dank ben +ik u verschuldigd!" + +"U bent me ook honderd twee-en-zestig francs schuldig," viel mijnheer +Benoît hem in de rede. "En het wordt tijd, dat wij die kleine rekening +eens in orde maken!" + +"Ik heb absoluut geen haast, mijnheer Benoît .... Ik wil u graag tijd +geven .... Die kleine rekening zal nog wel grooter worden ...." + +"Maar u hebt mij al zoo dikwijls uitgesteld," merkte de huisheer op. + +"Nu, dan zullen we de zaak in orde maken, mijnheer Benoît, het is mij +precies hetzelfde, vandaag of morgen ... En bovendien zijn we allen +sterfelijk .... Laten we dus de zaak in orde maken ...." + +Een beminlijke glimlach speelde bij die woorden over het gerimpelde +gelaat van mijnheer Benoît; en zelfs zijn geldzak blies zich tot +hoopvolle verwachting op. + +"Wat ben ik u schuldig?" vroeg Rodolphe. + +"In de eerste plaats een kwartaal huur tegen vijf-en-twintig francs +per maand, dat maakt vijf-en-zeventig francs." + +"Vergissingen buitengesloten," zeide Rodolphe. "En verder?" + +"Verder drie paar schoenen à twintig francs." + +"Een oogenblikje, mijnheer Benoît, een oogenblikje; laten we de +zaken niet verwarren; ik heb nu niet meer te doen met den huisheer, +maar met den laarzenmaker ... ik verlang daarvoor een afzonderlijke +rekening. Cijfers zijn ernstige dingen, daarbij moet je geen abuizen +maken." + +"Voor mijn part," zeide mijnheer Benoît, zacht gestemd door de hoop, +dat hij eindelijk het woord: Voldaan onder de rekening zou kunnen +zetten. "Hier is een afzonderlijke nota voor het schoeisel. Drie paar +schoenen à twintig francs, maakt zestig francs." + +Rodolphe wierp een medelijdenden blik op een paar afgeloopen schoenen. + +"Helaas!" dacht hij, "wanneer de Wandelende Jood ze gedragen had, +zouden ze in geen deerniswaardiger toestand kunnen zijn. En toch +zijn ze door het naloopen van Marie zoo versleten .... Ga verder, +mijnheer Benoît." + +"Ik zeide dus zestig francs," herhaalde deze. "Verder geleend +zeven-en-twintig francs." + +"Wacht even, mijnheer Benoît. We hebben afgesproken, dat iedere +heilige zijn eigen nis zou krijgen. U hebt mij dat geld geleend als +vriend. Laten wij dus het gebied van het schoeisel verlaten en die +van het vertrouwen en van de vriendschap, welke een afzonderlijke +rekening vereischen, betreden. Hoe hoog loopt uw vriendschap voor mij?" + +"Zeven-en-twintig francs." + +"Zeven-en-twintig francs. Dan hebt u een vriend voor een koopje, +mijnheer Benoît. Enfin, laten we eens optellen: Vijf-en-zeventig, +zestig en zeven-en-twintig ... Dat is samen?" + +"Honderd twee-en-zestig francs," zeide mijnheer Benoît en presenteerde +tegelijk de drie nota's. + +"Honderd twee-en-zestig francs," zeide Rodolphe .... "dat is +merkwaardig. Wat is optellen toch een mooie kunst. Welnu, mijnheer +Benoît, nu de rekening in orde gebracht is, kunnen we beiden gerust +zijn en weten we waar we ons aan te houden hebben. De volgende maand +zal ik u vragen de rekening voor Voldaan te teekenen, en daar in dien +tijd het vertrouwen en de vriendschap, die gij voor mij koestert, +slechts grooter kunnen worden, zult u mij voor het geval, dat dit +noodig mocht zijn, opnieuw uitstel willen geven. Inmiddels zou ik, +wanneer de huisheer en de laarzenmaker al te veel op betaling +aandringen, den vriend vragen hen tot rede te brengen. Het is +merkwaardig, mijnheer Benoît, maar telkens als ik aan uw drievoudige +qualiteit van huisheer, laarzenmaker en vriend denk, voel ik de +neiging in mij opkomen aan de Drieëenheid te gelooven." + +Terwijl Rodolphe sprak, was de huisheer tegelijk rood, groen, geel +en wit geworden, en bij iedere nieuwe spotternij van zijn huurder nam +deze regenboog der woede op zijn gelaat een meer intensieve kleur aan. + +"Mijnheer," antwoordde hij ten slotte, "ik houd er niet van voor den +gek gehouden te worden. Ik heb lang genoeg gewacht. Ik zeg u de kamer +op en indien u mij vanavond het geld niet geeft .... zal ik zien wat +mij te doen staat ...." + +"Geld! Geld! Vraag ik van u geld?" zeide Rodolphe. "En bovendien, +zelfs al had ik het, dan zou ik het u niet geven .... het is vandaag +Vrijdag, en dat brengt ongeluk aan ...." + +De woede van mijnheer Benoît wakkerde aan tot een orkaan; en indien +de meubelen niet zijn eigendom geweest waren, zou hij ongetwijfeld +de pooten van een fauteuil stuk geslagen hebben. + +In plaats daarvan ging hij, bedreigingen mompelend, weg. + +"U vergeet uw geldzak!" riep Rodolphe hem achterna. + +"Wat een baantje!" mompelde de jonge man, toen hij alleen was. "Ik +zou nog liever leeuwentemmer zijn." + +"Maar," ging Rodolphe voort, terwijl hij uit zijn bed sprong en zich +vlug aankleedde, "hier kan ik niet blijven. De invasie der geallieerden +zal hiermede nog wel niet geëindigd zijn. Ik moet vluchten, moet +zelfs ontbijten. Wacht, als ik eens naar Schaunard ging. Ik kan bij +hem eten en hem een paar sous te leen vragen. Honderd francs zullen +voldoende voor mij zijn.... Naar Schaunard dus...." + +Terwijl hij de trap afging, kwam hij mijnheer Benoît tegen, die +bij zijn andere huurders nieuwe échecs geleden had, wat zijn ledige +geldzak, in deze omstandigheden een luxevoorwerp, duidelijk aantoonde. + +"Wanneer iemand naar me vraagt, moet u maar zeggen, dat ik buiten +ben ... in de Alpen of zoo ...." zeide Rodolphe. "Of nog beter, +dat ik hier niet meer woon." + +"Dan zeg ik tenminste de waarheid," bromde mijnheer Benoît, terwijl +hij aan zijn woorden een bijzonderen nadruk gaf. + +Schaunard woonde in Montmartre. Dus moest Rodolphe heel Parijs +door. Die wandeling was voor Rodolphe allergevaarlijkst. + +"Vandaag," zeide hij tot zichzelf, "zijn de straten met schuldeischers +geplaveid." + +Toch ging hij niet, zooals hij eigenlijk het liefst gedaan had, de +buitenboulevards. Een phantastische hoop drong hem den gevaarlijken +weg door het centrum van Parijs te volgen. Op een dag, dat de +millioenen in het openbaar op den rug der wisselloopers wandelen, +dacht Rodolphe, zou het heel goed kunnen gebeuren, dat een onderweg +vergeten billet van duizend francs op zijn Vincentius de Paula [22] +lag te wachten. Hij liep daarom langzaam en met zijn hoofd naar den +grond. Doch hij vond slechts twee spelden. + +Na verloop van twee uur kwam hij eindelijk bij Schaunard aan. + +"Zoo, ben jij het?" zeide deze. + +"Ja, ik kom vragen, of ik bij je dejeuneeren mag." + +"O je, dat treft slecht; ik heb zoo juist bezoek gehad van mijn +maîtresse, die ik in geen veertien daag gezien had; als je tien +minuten eerder was gekomen ...." + +"Maar heb je dan niet een honderd francs voor me te leen?" viel +Rodolphe hem in de rede. + +"Wat?" antwoordde Schaunard vol verbazing; "kom jij me ook al geld +vragen? Schaar je je bij mijn vijanden?" + +"Ik zal ze je Maandag teruggeven." + +"Of met St. Juttemis. Maar ben je dan vergeten, mijn waarde, welke +dag het vandaag is. Ik kan je onmogelijk helpen. Maar je behoeft +niet te wanhopen, de dag is nog niet om. Je kunt de Voorzienigheid +nog tegenkomen, die staat nooit vòòr twaalven op." + +"Lieve Hemel!" zeide Rodolphe; "de Voorzienigheid heeft het veel te +druk met de vogeltjes. Ik zal liever maar naar Marcel gaan." + +Marcel woonde toentertijd in de rue de Bréda. Rodolphe vond hem in +een gedrukte stemming zitten voor zijn groot doek, dat den doortocht +door de Roode Zee moest voorstellen. + +"Wat scheelt eraan?" vroeg Rodolphe bij zijn binnenkomen, "je ziet +er zoo in-bedroefd uit." + +"Ach God!" zeide de dichter; "ik leef nu al veertien dagen in de +Stille Week." + +Voor Rodolphe was dit allegorische antwoord zoo helder als bronwater. + +"Gezouten haring en ramenas! Dat ken ik!" + +Inderdaad voelde Rodolphe nog altijd een zouten smaak in zijn mond, +wanneer hij dacht aan den tijd, dat hij tot het exclusieve gebruik +van die visschen gedoemd was. + +"Alle duivels!" zeide hij, "dat is ernstig! Ik kwam je juist honderd +francs vragen." + +"Honderd francs!" zeide Marcel .... "Je zweeft dus altijd nog in +fantastische regionen. Me deze mythologische som te komen vragen +op een tijdstip, dat je geregeld onder den aequator van de misère +zit. Heb je soms hatchiche [23] gebruikt?" + +"Ik heb helaas heelemaal niets gebruikt!" zuchtte Rodolphe. + +En hij liet zijn vriend aan het strand der Roode Zee achter. + +Van twaalf tot vier uur zocht Rodolphe al zijn kennissen op; hij +doorliep de acht-en-veertig stadsdeelen en legde, doch zonder eenig +succes, acht mijlen af. De invloed van den 15den April deed zich +overal met dezelfde strengheid gelden; intusschen naderde het uur van +het diner. Maar het leek er niet veel op, dat het diner met het uur +naderde. Rodolphe had een gevoel, alsof hij op het vlot der Medusa was. + +Toen hij den Pont Neuf over ging, viel hem plotseling iets in: + +"O, o!" zeide hij tot zichzelf, terwijl hij rechtsomkeert maakte, +15 April, 15 April .... maar ik heb een uitnoodiging voor vandaag om +te dineeren." + +Hij zocht in zijn zakken en vond er een gedrukt billet van den +volgenden inhoud: + + + Barrière de la Villette + + In den grooten Overwinnaar. + + Salon voor drie honderd couverts + + Jaarlijksch Banket Ter eere van de Geboorte van den Messias der + Menschheid op 15 April 184... + + Geldig voor één persoon. + + N.B. Men heeft slechts recht op een halve flesch wijn. + + +"Ik deel weliswaar de meeningen der discipelen van den Messias niet," +zeide Rodolphe tot zichzelf, "maar ik wil met genoegen hun voedsel +deelen." En met de snelheid van een vogel verslond hij den afstand, +die hem van de barrière de la Villette scheidde. + +Toen hij in de salons van den Grooten Overwinnaar kwam, was er +een ontzaglijke menigte bijeen .... De salon voor driehonderd +couverts bevatte vijfhonderd personen. Een uitgestrekte horizont van +kalfsvleesch met peen doemde op voor Rodolphe's blik. + +Eindelijk begon men de soep op te doen. + +Juist toen de gasten den lepel naar hun mond brachten, deden plotseling +vijf of zes personen in burgerkleeding met verscheidene agenten en +een commissaris van politie een inval in de zaal. + +"Mijne heeren!" zeide de commissaris, "op hoog bevel mag dit banket +niet plaats hebben. Ik verzoek u dit lokaal te verlaten." + +"O, o!" zuchtte Rodolphe, terwijl hij met de anderen de zaal verliet: +"het noodlot heeft mijn bord soep omgegooid!" + +Droefgeestig gestemd ging hij weer op weg naar zijn kamer, waar hij +om elf uur aankwam. + +Mijnheer Benoît wachtte hem op. + +"O, bent u het?" zeide de huiseigenaar. "Hebt u gedacht aan wat ik +u van ochtend gezegd heb? Brengt u geld mede?" + +"Ik moet het vannacht krijgen en zal het u dan morgenochtend geven," +antwoordde Rodolphe, terwijl hij in het hokje naar zijn sleutel en +zijn kandelaar zocht. Hij vond geen van beide. + +"Mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, "het spijt me erg, maar +ik heb uw kamer verhuurd; en een andere heb ik niet disponibel, +u moet ergens anders een onderkomen zien te vinden." + +Rodolphe was voor geen klein geruchtje vervaard en een nacht onder den +blooten hemel had voor hem niets verschrikkelijks. Bovendien kon hij +bij slecht weer in een loge d'avant-scène van den Odéon overnachten, +wat hem al meermalen overkomen was. Hij eischte echter eerst van +mijnheer Benoît zijn "dingen" op, die uit een berg papieren bestonden. + +"Volkomen juist," zeide de huisheer; "ik heb niet het recht u die +zaken af te nemen--zij liggen nog boven in de secretaire. Ga maar even +mee; indien de persoon, die uw kamer gehuurd heeft, nog niet slaapt, +kunnen we wel even binnen gaan." + +In den loop van den dag was de kamer verhuurd aan een jong meisje, +Mimi, met wie Rodolphe indertijd een liefdes-duo begonnen was. + +Zij herkenden elkaar dadelijk. Rodolphe fluisterde Mimi iets in het +oor en drukte haar zacht de hand. + +"Kijk eens hoe het regent!" zeide hij, terwijl hij haar opmerkzaam +maakte op het onweer, dat juist losgebarsten was. + +Mademoiselle Mimi liep regelrecht naar mijnheer Benoît, die in een +hoek van de kamer stond te wachten, en zeide tegen hem, terwijl zij +op Rodolphe wees: + +"Mijnheer, mijnheer hier is degene, dien ik vanavond verwachtte +.... Ik ben voor niemand verder thuis." + +"Zoo," zeide mijnheer Benoît met den lach van een boer, die kiespijn +heeft. "Het is goed!" + +Terwijl Mimi inderhaast een geïmproviseerd souper klaarzette, sloeg +het middernacht. + +"God zij dank!" zeide Rodolphe, "15 April is voorbij en de Stormkaap +is gelukkig omzeild. Lieve Mimi," en hij sloot het mooie meisje in +zijn armen en drukte haar een kus in haar hals; "ik wist vooruit, +dat je het niet over je hart zou verkrijgen mij de deur uit te laten +zetten. Jij bezit den gastvrijheidsknobbel!" + + + + + + +HOOFDSTUK XI. + +EEN CAFÉ DER BOHÈME. + + +Hier volgt het verhaal hoe Carolus Barbemuche, letterkundige en +Platonisch wijsgeer, op zijn vier-en-twintigste jaar lid der bohème +werd. + +In dien tijd bezochten Gustave Colline, de groote wijsgeer, Marcel, +de groote schilder, Schaunard, de groote musicus, en Rodolphe, de +groote dichter, zooals zij elkaar onderling noemden, geregeld het café +Momus, waar zij, omdat men ze altijd samen zag, den bijnaam van de +"vier musketiers" [24] gekregen hadden. Inderdaad kwamen zij samen, +gingen samen, speelden samen, bleven soms samen hun vertering schuldig, +alles met een eenheid, het orkest van het Conservatorium waardig. + +Voor hun samenkomsten hadden zij een zaal gekozen, waarin veertig +personen op hun gemak hadden kunnen zitten, maar men vond ze steeds +alleen, want zij hadden ten slotte het vertrek voor de stamgasten +onmogelijk gemaakt. + +De toevallige bezoeker, die zich in dat hol waagde, werd onmiddellijk +bij zijn binnentreden het slachtoffer van het ruwe quartet en maakte +zich meestal uit de voeten zonder zijn courant gelezen of zijn kleintje +koffie gedronken te hebben, waarvan de room door de ongehoorde +aphorismen over kunst, liefde en staathuishoudkunde zuur werd. De +gesprekken van het vriendenviertal waren van dien aard, dat de kellner, +die hen bediende, in den bloei van zijn leven idioot geworden was. + +Ten slotte liep het echter met de dwaasheden zoo de spuigaten uit, +dat de eigenaar van het café zijn geduld verloor en op een goeden +avond naar boven ging, om een ernstige uiteenzetting van zijn grieven +te geven: + +1o. Mijnheer Rodolphe kwam reeds vroeg in den ochtend dejeuneeren en +nam alle couranten van het etablissement mede naar zijn salon: hij was +daarbij zelfs zoo veeleischend, dat hij opspeelde, wanneer de strookjes +verbroken waren. Dit had ten gevolge, dat de overige gasten, van alle +organen der openbare meening verstoken, tot aan het diner omtrent de +politiek van den dag zoo onwetend bleven als een visch. Het gezelschap +Bosquet wist nauwlijks de namen der leden van het nieuwe ministerie. + +Mijnheer Rodolphe had het café zelfs verplicht zich te abonneeren +op den Castor, waarvan hij hoofdredacteur was. De eigenaar van het +café had er zich eerst tegen verzet, maar daar mijnheer Rodolphe en +zijn vrienden ieder kwartier den kellner met luide stem om den Castor +vroegen, begonnen ook enkele andere stamgasten, wier nieuwsgierigheid +door die herhaalde vragen gaande gemaakt was, naar dat blad te +informeeren. Er werd dus een abonnement genomen op den Castor, een +hoedenmakersvakblad, dat maandelijks met een vignet en wijsgeerig +artikel van Gustave Colline verscheen. + +2o. Genoemde mijnheer Colline en zijn vriend Rodolphe waren gewoon zich +van hun geestelijke inspanning te verpoozen door van 's ochtends tien +tot 's nachts twaalf uur tric-trac te spelen; en daar het etablissement +slechts één tric-tracbord had, werden de andere bezoekers in hun +hartstocht voor dat spel benadeeld door het inbeslagnemen van dat +bord door die heeren, die telkens, als men er hen om kwam vragen, +strijk en zet antwoordden: + +"Het tric-tracbord is in handen. Kom morgen maar terug." + +Het gezelschap Bosquet zag zich dus genoodzaakt elkaar hun +liefdesavonturen te vertellen of piquet te spelen. + +3o. Uit het oog verliezend, dat een café een openbare plaats is, +heeft mijnheer Marcel zich de vrijheid veroorloofd er zijn ezel, +zijn verfdoos en alle verdere schildersbenoodigdheden heen te +brengen. Zelfs drijft hij de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij personen +van verschillend geslacht er als model laat poseeren, wat de zedelijke +gevoelens van het gezelschap Bosquet kan kwetsen. + +4o. Het voorbeeld van zijn vriend volgend, heeft mijnheer Schaunard +het plan zijn klavier naar het café over te brengen; ook heeft hij +niet geschroomd er in koor een motief uit zijn symphonie: "De invloed +van het blauw in de kunsten" te laten zingen. Mijnheer Schaunard is +nog verder gegaan; hij heeft in de lantaarn, die als uithangbord voor +het café dient, een transparant aangebracht met het opschrift: + + + GRATIS CURSUS IN VOCALE EN INSTRUMENTALE MUZIEK VOOR BEIDE + GESLACHTEN. + + Zich aan te melden aan het buffet. + + +Wat ten gevolge heeft, dat genoemd buffet ieder oogenblik overstroomd +wordt door slechts oppervlakkig gekleede personen, die komen vragen +"waar ze wezen motten." + +Bovendien geeft mijnheer Schaunard er rendez-vous aan een dame, +die zich Phémie Klad noemt en nooit een hoed op heeft. + +Mijnheer Bosquet Jr. heeft dan ook verklaard, dat hij geen voet meer +zou zetten in een café, waar de natuur zoo met voeten getreden wordt. + +5o. Ofschoon de heeren zich toch al met een zeer matige +consumptie tevreden stelden, hebben zij getracht die nog meer te +verminderen. Onder voorwendsel, dat zij de mokka op overspel met de +chicorei betrapt hebben, hebben zij hier een spiritustoestel gebracht, +waarop zij zelf koffie zetten, die zij aanzoeten met suiker, die +buiten de deur tegen lagen prijs gekocht is, welke handelwijze een +beleediging is voor de keuken van het etablissement. + +6o. Door de gesprekken der heeren tot in den grond bedorven, heeft de +kellner Bergami, zijn nederige afkomst en alle gevoel van schaamte uit +het oog verliezend, zich vermeten aan de buffetjuffrouw een gedicht +te richten, waarin hij haar aanspoort haar plichten als moeder en +echtgenoote te verzaken; uit den verwarden stijl heeft men meenen te +moeten opmaken, dat die brief geschreven is onder den verderfelijken +invloed van mijnheer Rodolphe en diens letterkundige voortbrengselen. + +Dientengevolge ziet de directeur van het etablissement zich tot zijn +spijt verplicht het gezelschap-Colline te verzoeken een andere plaats +voor zijn revolutionnaire samenkomsten te kiezen. + +Gustave Colline, de Cicero der troep, nam nu het woord en bewees a +priori aan den eigenaar van het café, dat zijn klachten belachelijk +en ongegrond waren; dat het voor hem juist een groote eer was, indien +men zijn inrichting ervoor uitkoos om er een haard van intelligentie +van te maken; dat zijn en zijner vrienden vertrek den ondergang van +zijn café zou veroorzaken, dat door hun tegenwoordigheid tot de hoogte +van een artistiek en litterair café verheven was. + +"Maar," merkte de eigenaar van het café op, "u en uw vrienden verteert +zoo weinig." + +"Deze matigheid, waarover gij u beklaagt, is een argument ten gunste +van onze goede zeden," was Colline's antwoord. "Bovendien hangt het +slechts van u af, of wij onze uitgaven kunnen vermeerderen; u behoeft +dan slechts crediet te geven." + +"Wij willen zelfs het rekening-courantboek cadeau geven," zeide Marcel. + +De eigenaar deed, alsof hij het niet hoorde, en vroeg eenige +inlichtingen omtrent den brandbrief, dien Bergami tot zijn vrouw +gericht had. Rodolphe, die ervan beschuldigd was als secretaris voor +dien ongeoorloofden hartstocht gediend te hebben, betuigde met vuur +en ijver zijn onschuld. + +"Trouwens," voegde hij eraan toe, "de deugd van uw vrouw was een +zekere barrière, die ...." + +"O," zeide de eigenaar met een glimlach van trots, "mijn vrouw is te +Saint-Denis [25] opgevoed." + +In het kort, Colline slaagde er tenslotte in den café-man te vangen +in het net van zijn arglistige welsprekendheid, waarna de vrede +hersteld werd op voorwaarde, dat de vier vrienden niet meer hun +koffie zelf zouden zetten, dat het café een gratis-exemplaar van +den Castor zou ontvangen, dat Phémie Klad een hoed zou opzetten, dat +het tric-tracspel alle Zondagen van twaalf tot twee uur overgelaten +zou worden aan het gezelschap Bosquet, en vooral, dat er geen nieuwe +crediet zou gegeven worden. + +Gedurende enkele dagen ging alles goed. + +Den avond vòòr Kerstmis kwamen de vier vrienden in gezelschap van +hun respectievelijke "echtgenooten" in het café. + +Er waren dus mademoiselle Musette, mademoiselle Mimi, het nieuwe +vriendinnetje van Rodolphe, een allerliefst persoontje met een stem, +helder als een klok, en Phémie Klad, de afgod van Schaunard. Dien avond +droeg Phémie Klad een mutsje. Mademoiselle Colline, die men nooit zag, +was als gewoonlijk thuis gebleven, om komma's in de handschriften +van haar man te zetten. Na de koffie, die tegen alle gewoonten in +door een bataillon glaasjes likeur geëscorteerd werd, bestelden zij +punch. Weinig aan dergelijke uitspattingen gewend, liet de kellner de +bestelling nog tweemaal herhalen. Phémie, die nog nooit in het café +geweest was, scheen in extase, dat zij uit glaasjes met een voet mocht +drinken. Marcel had het aan den stok met Musette over een nieuwen +hoed, waarvan de herkomst hem verdacht voorkwam. Mimi en Rodolphe, +die nog in de wittebroodsweken van hun samenleven waren, voerden +een gesprek zonder woorden maar met allerlei vreemde geluiden. Wat +Colline betreft, met een vriendelijken lach op zijn gelaat ging hij +bij de dames alle galanterieën, die hij uit zijn collectie van den +Almanach des Muses verzameld had, verkoopen. + +Terwijl dit vroolijke gezelschap zich aldus aan spel en lach overgaf, +keek een vreemdeling, die eenzaam aan een tafeltje achter in de +zaal zat, met vreemde blikken naar het schouwspel, dat zich voor +hem afspeelde. + +Reeds sedert veertien dagen kwam hij iederen avond: hij was van alle +bezoekers de eenige, die het vreeselijke lawaai, dat de bohémiens +maakten, had kunnen uithouden. De lafste voor-de-gek-houderijen waren +op zijn onverstoorbaarheid afgestooten; hij bleef met een mathematische +regelmaat zijn pijp zitten rooken, zijn oogen starend op één punt, +alsof hij een schat bewaken moest, het oor geopend voor alles, +wat er om hem heen gezegd werd. Overigens scheen hij zachtmoedig en +welgesteld, want hij bezat een horloge, dat door een gouden ketting +in zijn zak in slaverij gehouden werd. Toen Marcel toevallig eens +gelijk met hem aan het buffet stond, had hij gezien, dat hij een +louis wisselde, om zijn vertering te betalen. Van dat oogenblik af +noemden de vier vrienden hem den "kapitalist." + +Plotseling ontdekte Schaunard, die uitstekende oogen had, dat de +glazen leeg waren. + +"Voor den duivel," zeide Rodolphe; "het is de avond vòòr Kerstmis; +wij zijn allen goede Christenen .... we moeten een extraatje nemen." + +"Waarachtig, zeker," zeide Marcel, "laten we bovennatuurlijke dingen +bestellen." + +"Colline," voegde Rodolphe eraan toe, "bel den kellner eens." + +Colline belde als een bezetene. + +"Wat zal het zijn?" vroeg Marcel. + +Colline maakte met zijn bovenlichaam een hoek van vijf-en-veertig +graden en zeide, op de dames wijzend: + +"Het staat aan de dames om de volgorde en den aard der ververschingen +te bepalen." + +"Ik," zeide Musette, die met haar tong klapte, "ik zou een glas +champagne niet graag weigeren." + +"Ben je niet wijs?" vloog Marcel op. "Champagne .... dat is zelfs +geen wijn." + +"Dat kan me minder schelen, ik vind het lekker en het maakt lawaai." + +"Ik," zeide Mimi, terwijl zij Rodolphe met een blik liefkoosde, +"ik zou graag beaune willen hebben in zoo'n klein mandje." + +"Is jouw hoofd op hol?" vroeg Rodolphe. + +"Neen, maar ik wil het laten hollen," antwoordde Mimi, op wie de beaune +een bijzonderen invloed had. Haar man werd door dat woord verpletterd. + +"En ik," zeide Phémie Klad, die op den elastischen divan op en neer zat +te springen, "ik wil graag parfait amour. Dat is goed voor je maag." + +Schaunard bracht met zijn neusklank eenige woorden voort, die Phémie +op haar basis deden sidderen. + +"Ach wat!" zeide Marcel, "het is niet alle dagen ker(st)mis, laten +we er voor dezen keer eens honderdduizend francs aan spendeeren." + +"En," voegde Rodolphe eraan toe, "laten we niet vergeten, dat de baas +zich beklaagt, dat we te weinig verteren." + +"Dat is zoo," zeide Colline. "Laten we een schitterend festijn +aanrichten: trouwens we zijn den dames de meest passieve gehoorzaamheid +verschuldigd; de liefde leeft van zelfverloochening, de wijn is het +sap van het pleizier; het pleizier is de plicht der jeugd,--de vrouwen +zijn bloemen, je moet ze begieten. Laten we haar dus begieten! Kellner, +kellner!" + +En met een koortsachtige opgewondenheid ging hij aan het schelkoord +hangen. + +De kellner schoot toe als op de vleugelen van den wind. + +Toen hij van champagne, beaune en diverse likeuren hoorde spreken, +speelden zijn gelaatstrekken alle toonladders der verbazing af. + +"Ik heb zoo'n leeg gevoel in mijn maag," zeide Mimi, "ik zou wel trek +in een paar sneedjes ham hebben." + +"En ik in sardientjes met boter," voegde Musette eraan toe. + +"En ik in radijs," zeide Phémie, "met wat vleesch erom heen." + +"Zeggen jullie nou maar dadelijk, dat je een souper wilt hebben," +merkte Marcel op. + +"Dat zou heusch zoo'n gek idée niet zijn," antwoordden de vrouwen. + +"Kellner, breng alles boven, wat voor een goed souper noodig is," +zeide Colline ernstig. + +De kellner was van verbazing driekleurig geworden. + +Langzaam liep hij naar het buffet en deelde daar den eigenaar van +het café de buitengewone dingen mede, die ze hem besteld hadden. + +De café-man dacht, dat het een grap was, maar toen er weer gescheld +werd, ging hij zelf naar boven en wendde zich tot Colline, voor wien +hij een zeker respect had. Colline legde hem uit, dat zij den réveillon +bij hem wilden vieren en hij het bestelde dus moest laten brengen. + +De eigenaar van het café antwoordde niets en ging met den kreeftengang +weg, terwijl hij knoopen in zijn servet maakte. Een kwartier lang +overlegde hij met zijn vrouw, tot deze, die dank zij de liberale +opvoeding, die zij te Saint-Denis gehad had, een vereerster der +schoone kunsten was, haar echtvriend wist over te halen het souper +te laten opdienen. + +"Eigenlijk heb je gelijk," zeide hij; "het is best mogelijk, dat +zij bij uitzondering eens geld hebben." En hij gaf den kellner order +alles wat besteld was boven te brengen. Dan verdiepte hij zich met +een ouden stamgast in een partij piquet. Een fatale onvoorzichtigheid! + +Van tien tot twaalf uur deed de kellner niets dan de trap op- en +afloopen. Ieder oogenblik werden er extra-schotels besteld. Musette +liet zich op zijn Engelsch bedienen en moest bij iederen hap een +nieuw couvert hebben; Mimi dronk van alle wijnsoorten uit alle glazen; +Schaunard had een onleschbaren Sahara in zijn keel; Colline onderhield, +terwijl hij zijn servet met zijn tanden doorbeet, een kruisvuur met +zijn oogen en kneep in den poot van de tafel, dien hij voor de knie +van Phémie hield. Marcel en Rodolphe bleven echter stevig in den +stijgbeugel der koelbloedigheid zitten en zagen niet zonder angst +het uur der ontknooping naderen. + +De vreemdeling keek met een ernstige nieuwsgierigheid naar dit tooneel; +van tijd tot tijd zag men zijn mond als tot een glimlach opengaan; +dan hoorde men een knarsend geluid, alsof er een raam dicht gedaan +werd. Dat was de vreemdeling, die inwendig lachte. + +Om kwart voor twaalf zond de buffetjuffrouw de rekening, die het +ontzaglijke bedrag van 25 fr. 75 c. aanwees. + +"Ja," zeide Marcel, "nu zullen we moeten loten wie met den eigenaar zal +moeten gaan onderhandelen. Dat zal een lang niet makkelijke zaak zijn." + +Ze namen een dominospel en trokken om het hoogste aantal. + +Het lot wees ongelukkigerwijze Schaunard als plenipotentiaris +aan. Schaunard was een uitstekend virtuoos, maar een slecht +diplomaat. Hij kwam juist bij het buffet, toen de waard van zijn ouden +stamgast verloren had. Woedend over zijn schandelijk verlies, was Momus +in het humeur van een menscheneter en geraakte bij de eerste woorden +van Schaunard in een hevigen toorn. Schaunard was een goed musicus, +doch had een buitengewoon heftig karakter. Hij antwoordde met dubbel +zoo grof geschut. De twist werd zoodoende hoe langer hoe giftiger, +en ten slotte stormde de waard naar boven, om te zeggen, dat hij ze +niet zou laten vertrekken, vòòr alles betaald was. Colline trachtte met +zijn kalmeerende welsprekendheid den storm te bezweren, doch toen de +café-man het servet zag, waarvan Colline pluksel gemaakt had, barstte +zijn woede in dubbele heftigheid los en waagde hij het, om tenminste +eenige zekerheid te hebben, zijn profane hand uit te steken naar den +notehoutkleurigen paletot van den philosoof en de mantels van de dames. + +Een pelotonvuur van beleedigingen werd nu tusschen de bohémiens en +den eigenaar van het établissement geopend. + +Intusschen praatten de dames gezellig over vroegere amourettes en +modenieuwtjes. + +De vreemdeling echter liet nu zijn passieve houding varen; +langzamerhand was hij opgestaan, had één pas gedaan, dan twee en liep +ten slotte als een heel gewoon mensch op zijn twee beenen; hij kwam +naar den café-man toe, nam hem ter zijde en praatte heel zachtjes +met hem. Rodolphe en Marcel volgden hem met de oogen. Eindelijk was +het gesprek afgeloopen en zeide de waard tot den vreemdeling: + +"Zeker vind ik het goed, mijnheer Barbemuche, zeker, maak u het maar +met hen in orde." + +Mijnheer Barbemuche ging naar zijn tafeltje, om zijn hoed te halen, +zette dien op, maakte een zwenking naar rechts, was in drie stappen +bij Rodolphe en Marcel, nam zijn hoed af, boog voor de heeren, +wierp den dames een groet toe, haalde zijn zakdoek te voorschijn, +snoot zijn neus en nam dan met schuchtere stem het woord: + +"Ik moet u vergiffenis vragen voor mijn indiscretie, heeren. Reeds +lang brand ik van verlangen, om kennis met u te maken, maar tot nog +toe heb ik geen gunstige gelegenheid gevonden, om mij aan u voor +te stellen. Veroorlooft u mij deze, welke zich thans voordoet, aan +te grijpen?" + +"Zeker, zeker," zeide Colline, die dadelijk begreep waar de vreemdeling +heen wilde. + +Rodolphe en Marcel bogen, zonder iets te zeggen. + +De overdreven lichtgeraaktheid van Schaunard bedierf bijna alles. + +"Neem me niet kwalijk, mijnheer," zeide hij eenigszins heftig, +"u hebt niet de eer ons te kennen en de etiquette verzet er zich +tegen, dat .... Zoudt u de goedheid willen hebben mij wat tabak +te geven .... Verder zal ik mij bij het gevoelen van mijn vrienden +aansluiten..." + +"Heeren," begon Barbemuche, "ik ben evenals u een discipel der +schoone kunsten. Voor zoover ik uit uw gesprekken heb kunnen opmaken, +stemmen onze smaken overeen, waarom ik de vurige begeerte koester tot +uw vriendenkring te mogen behooren en u iederen avond hier te kunnen +ontmoeten .... De eigenaar van dit etablissement is een bruut, maar ik +heb een paar woorden met hem gesproken, en gij zijt volkomen vrij om +te gaan of te blijven ..... Ik waag het de hoop uit te spreken, dat +u mij het middel, om u hier weer te ontmoeten, niet zult onthouden, +door den kleinen dienst aan te nemen, dien ...." + +Naar Schaunards wangen steeg een kleur van verontwaardiging. + +"Hij speculeert op onzen toestand," zeide hij. "Wij mogen zijn aanbod +niet aannemen. Hij heeft onze rekening betaald--ik zal met hem een +partij billard spelen om vijf-en-twintig francs en hem een paar +caramboles voorgeven." + +Barbemuche nam het voorstel aan en was verstandig genoeg de partij +te verliezen; maar door dezen trek won hij de achting der Bohème. Men +scheidde met de afspraak den volgenden dag weer samen te komen. + +"Op die manier," zeide Schaunard tot Marcel, "zijn we hem niets +schuldig en is onze waardigheid gered." + +"En kunnen we bijna nog een souper van hem eischen," voegde Colline +eraan toe. + + + + + + +HOOFDSTUK XII. + +EEN INSTALLATIE IN DE BOHÈME. + + +Carolus Barbemuche had het den avond, waarop hij een door de bohémiens +gebruikt souper uit zijn particuliere kas betaald had, zoo weten aan te +leggen, dat Gustave Colline met hem het café verliet, om naar huis te +gaan. Van af het oogenblik n.l., dat hij de bijeenkomsten van de vier +vrienden in het etablissement, waar hij hen uit een pijnlijken toestand +verloste, bijwoonde, had Colline zijn bijzondere aandacht getrokken +en voelde hij zich aangetrokken tot dien Sokrates, wiens Plato hij +later worden zou. Daarom had hij al dadelijk Colline uitverkoren, om +zich in den vriendenkring te introduceeren. Onderweg stelde Barbemuche +Colline voor even in een café, dat nog open was, binnen te loopen, om +nog wat te gebruiken. Niet alleen sloeg Colline die uitnoodiging af, +maar hij verhaastte nog zijn tred, toen hij genoemd café voorbijging, +en drukte zijn hyperphysischen vilten hoed diep in zijn oogen. + +"Waarom wilt u daar niet binnengaan?" vroeg Barbemuche, die met +fijngevoelde beleefdheid aandrong. + +"Daar heb ik mijn redenen voor," antwoordde Colline. "De buffetjuffrouw +in dat etablissement houdt zich veel met de exacte wetenschappen +bezig, en wanneer wij er binnen gingen, zou het onvermijdelijk op een +langdurig debat uitloopen, wat ik tracht te vermijden door noch op +den middag, noch op andere uren, dat de zon schijnt, door deze straat +te gaan. Dat is trouwens heel natuurlijk", voegde hij eraan toe; +"ik heb met Marcel in dezen wijk gewoond." + +"Toch zou ik graag onder het genot van een glas punch nog een +oogenblikje met u praten. Weet u hier in de buurt niet een of +ander lokaal, waar u zoudt kunnen gaan zonder bezwaren .... van +natuur-philosophischen aard weerhouden te worden?" vroeg Barbemuche, +die het noodig oordeelde buitengewoon geestig te zijn. + +Colline dacht een oogenblik na. + +"O, ja, dat is waar, hier is een lokaal, waar ik beter verschijnen +kan." + +En hij wees op den winkel van een wijnhandelaar. + +Barbemuche zette een leelijk gezicht en scheen te aarzelen. + +"Is het een fatsoenlijke inrichting?" vroeg hij. + +Zijn koude, gereserveerde houding, zijn weinige spraakzaamheid, +zijn discreet glimlachje en vooral zijn horloge en zijn ketting met +breloques hadden Colline op het denkbeeld gebracht, dat Barbemuche +tot het een of ander gezantschap behoorde en bang was om zich te +compromitteeren, wanneer hij in zoo'n kroeg kwam. + +"Er is geen kans, dat wij gezien worden," zeide hij; "op dit uur ligt +het geheele corps diplomatique al onder de wol." + +Eindelijk besloot Barbemuche toch maar om naar binnen te gaan; +maar met den geheimen wensch een kartonnen neus te hebben. Voor alle +zekerheid vroeg hij een afzonderlijke kamer en hing een servet voor +de ruiten van de glazen deur. Na deze voorzorgsmaatregelen scheen +hij minder ongerust en bestelde een bowl punch. Door de warme drank +wat opgewonden, werd Barbemuche iets spraakzamer; en na enkele +bijzonderheden over zichzelf medegedeeld te hebben, waagde hij het +de hoop uit te spreken, dat hij officieel in den bond der bohémiens +zou worden opgenomen, en verzocht hij Colline's medewerking om hem +te helpen dit eerzuchtige plan te verwezenlijken. + +Colline antwoordde, dat hij voor zijn persoon zich gaarne ter +beschikking van Barbemuche stelde, doch dat hij hem natuurlijk niets +zeker beloven kon. + +"U kunt op mijn stem rekenen," zeide hij, "maar ik kan natuurlijk +niet op mij nemen over die van mijn vrienden te beschikken." + +"Maar om welke redenen zouden zij weigeren mij in hun kring op +te nemen?" + +Colline zette het glas, dat hij juist naar zijn mond wilde brengen, +weer op tafel en vroeg met een zeer ernstig gelaat aan den vermetelen +Carolus: + +"Cultiveert u de schoone kunsten?" + +"Ik bebouw op bescheiden wijze deze edele velden der intelligentie," +antwoordde Carolus, die de vlag van zijn kunst meende te moeten toonen. + +Colline vond de phrase mooi gestyleerd en vroeg met een buiging: + +"Doet u aan muziek?" + +"Ik heb op den contrabas gespeeld." + +"Dat is een philosophisch instrument; die geeft zulke ernstige +tonen. Welnu, daar gij dus verstand hebt van muziek, begrijpt u heel +goed, dat men niet, zonder de wetten der harmonie te verstoren, een +vijfden speler aan een quartet kan toevoegen; anders zou het geen +quartet meer zijn." + +"Dat is zoo, dan wordt het een quintet," antwoordde Carolus. + +"U zegt?" vroeg Colline. + +"Een quintet." + +"Precies--juist op dezelfde wijze, alsof je aan de Drieëenheid, dien +goddelijken driehoek, een vierden persoon toevoegde; het zou dan een +vierhoek vormen, maar de godsdienst zou zijn basis verloren hebben." + +"Neem me niet kwalijk," zeide Carolus; wiens verstand te midden +van al die doornstruiken van Colline's logica begon te struikelen, +"maar ik zie niet in ...." + +"Let eens goed op," ging Colline voort; "hebt u verstand van +astronomie?" + +"Een beetje .... ik ben bachelier." [26] + +"Daar bestaat nog een liedje over," zeide Colline: "Bachelier +de Lisette .... Het wijsje herinner ik me niet meer .... Dus dan +weet u natuurlijk, dat er vier hoofdwinden bestaan. Welnu, als er +nu plotseling een hoofdwind bijkwam, dan zou de heele harmonie der +natuur verstoord worden. Dat noemt men een cataclysme. Begrijpt u me?" + +"Ik wacht op de slotsom." + +"Inderdaad de slotsom is het slot van een rede, evenals de dood het +einde van het leven en het huwelijk het einde van de liefde is. Welnu, +mijn waarde heer, mijn vrienden en ik zijn gewoon met elkaar te leven +en wij zijn bang door de opneming van een vijfde in onzen kring, de +harmonie, die in ons concert van zeden, meeningen, smaak en karakter +heerscht, te verstoren. Wij moeten eenmaal de vier hoofdwindstreken +der moderne kunst worden; ik zeg u dit zonder er doekjes om te winden; +en daar wij nu eenmaal met dat denkbeeld vertrouwd zijn, zou het ons +onaangenaam stemmen nog een vijfde hoofdwindstreek te zien." + +"Maar wanneer je met je vieren bent, kan je toch even goed met je +vijfjes zijn," waagde Carolus op te merken. + +"Ja, zeer zeker, maar dan ben je niet meer met je vieren." + +"Dat is een nietswaardige uitvlucht." + +"Er is niets nietswaardigs in deze wereld, alles is in alles, kleine +beken maken groote rivieren, kleine lettergrepen maken alexandrijnen +en bergen zijn uit zandkorrels opgebouwd; dat las ik dezer dagen in de +Sagesse des nations; u kunt een exemplaar daarvan op den quai vinden." + +"U denkt dus, dat de heeren bezwaar zullen hebben mij in hun intiemen +kring op te nemen?" + +"Ik ben er wel eenigszins bang voor. Maar vertel me eens, waarde heer, +welke vore beploegt u het liefst in de edele velden der intelligentie?" + +"De groote wijsgeeren en de goede klassieke schrijvers zijn mijn +voorbeelden, ik voed mij met hun studie. Télémaque heeft mij het +eerst den hartstocht, die mij verteert, ingeboezemd." + +"Télémaque vind je bij hoopjes op de boekenstalletjes," zeide +Colline. "Onlangs heb ik er nog een voor vijf sous gekocht, omdat +het een koopje was. Maar ik wil het u, om u een pleizier te doen, +graag afstaan. Overigens een goed en voor den toenmaligen tijd heel +aardig samengesteld werk." + +"Ja, mijnheer," ging Carolus voort, "de hooge philosophie en de +gezonde litteratuur, daarheen gaat mijn streven; mijns inziens is de +kunst een priesterschap." + +"Zeker, zeker ...." zeide Colline; "daar bestaat nog een liedje op." + +En hij begon te zingen: + + + "Oui, l'art est un sacerdoce + Et sachons nous en servir. + + +Ik geloof dat het uit Robert le Diable is," voegde hij eraan toe. + +"Ik zeide dus," ging Barbemuche voort, "dat de kunst een heilig beroep +is en dat de schrijvers dus onophoudelijk ...." + +"Pardon, mijnheer," viel Colline, die een laat uur had hooren slaan, +hem in de rede; "het zal zoo dadelijk ochtend zijn en ik ben erg bang, +dat ik door nog langer uit te blijven iemand, die mij dierbaar is, +ongerust zal maken; trouwens," mompelde hij nog in zichzelf, "ik had +haar beloofd vroeg thuis te komen; het is vandaag haar ontvangdag!" + +"Inderdaad het is tamelijk laat!" zeide Carolus. "Laten we naar +huis gaan." + +"Woont u ver hiervandaan?" + +"Rue Royale-Saint-Honoré, 10." + +Colline was bij een vroegere gelegenheid eens in dit huis geweest en +herinnerde zich, dat het een prachtig heerenhuis was. + +"Ik zal morgen met de heeren over u spreken," zeide hij bij het +afscheid nemen tot Carolus, "en ik beloof u, dat ik al mijn invloed +zal aanwenden, om ze gunstig voor u te stemmen .... A propos, mag ik +u nog een raad geven?" + +"Gaarne". + +"Wees aardig en galant tegenover de dames. Mimi, Musette en Phémie +hebben een niet geringen invloed op mijn vrienden, en wanneer u het +zoo weet aan te leggen, dat zij onder den druk van hun maîtressen +komen, dan zult gij veel makkelijker bereiken, wat gij van Marcel, +Schaunard en Rodolphe gedaan wilt krijgen." + +"Ik zal er mijn best voor doen." + +Den volgenden dag viel Colline als een bom te midden van het gezelschap +der bohémiens: het was op het ontbijtuurtje, en ditmaal was werkelijk +het ontbijt met het uur gekomen. De drie paren zaten aan tafel en +deden zich te goed aan een orgie van artisjokken in pepersaus. + +"Alle donders!" zeide Colline; "het gaat hier royal toe, dat zal +niet lang zoo kunnen duren. Ik kom," ging hij voort, "als gezant +van den edelmoedigen sterveling, dien wij gisteravond in het café +ontmoet hebben." + +"Zou hij nu het geld al komen terugvragen, dat hij ons voorgeschoten +heeft?" vroeg Marcel. + +"He," zeide mademoiselle Mimi, "dat zou ik nooit van hem gedacht +hebben, hij ziet er zoo fatsoenlijk uit." + +"Daar is geen sprake van," antwoordde Colline; "de jonge man zou gaarne +in onzen kring worden opgenomen; hij wil aandeelen in onze maatschappij +nemen en, zooals van zelf spreekt, ook de voordeelen daarvan genieten." + +De drie bohémiens keken elkaar aan. + +"Het voorstel is ingediend," eindigde Colline; "de discussies erover +kunnen geopend worden." + +"Welke maatschappelijke positie bekleedt je beschermeling?" vroeg +Rodolphe. + +"Hij is geen beschermeling van me," antwoordde Colline; "toen we +gisteren avond uiteen gingen, hebben jullie me gevraagd hem te volgen, +en hij, van zijn kant, noodigde me uit om met hem mede te gaan, dat +viel dus prachtig samen. Ik heb hem dus gevolgd; en hij heeft mij +een gedeelte van den nacht met allerlei attenties en fijne likeuren +overstelpt, maar desniettemin heb ik mijn onafhankelijkheid bewaard." + +"Bravo!" zeide Schaunard. + +"Geef ons een schets van eenige van zijn hoofdkaraktertrekken," +vroeg Marcel. + +"Zielegrootheid, strenge zeden, bang om een wijnkroegje binnen te +gaan, eind-examen gymnasium, de oprechtheid in eigen persoon, speelt +op den contrabas, een natuur, die tusschenbeide vijf francs wisselt." + +"Bravo!" zeide Schaunard. + +"Wat verwacht hij van ons?" + +"Zooals ik reeds zeide, kent zijn eerzucht geen grenzen; zijn ideaal +is ons te tutoyeeren." + +"Met andere woorden, hij wil ons exploiteeren, hij wil in onze karossen +gezien worden." + +"En wat is zijn beroep?" was Marcels vraag. + +"Zijn kunstrichting? Zijn beroep? Litteratuur en philosophie door +elkaar." + +"Waaruit bestaat zijn philosophische kennis?" + +"Hij beoefent een kleinsteedsche wijsbegeerte. Hij noemt de kunst +een priesterschap." + +"Een priesterschap!" riep Rodolphe verschrikt uit. + +"Hij zegt het." + +"En tot welke litteratuurrichting behoort hij?" + +"Hij leest druk in Télémaque." + +"Bravo!" riep Schaunard, die op de wortels der artisjokken zat te +knabbelen. + +"Wat, bravo, stommeling?" viel Marcel hem in de rede. "Zeg zoo iets +als het je blieft niet, wanneer er andere menschen bij zijn." + +Schaunard gaf, in zijn woede over die terechtwijzing, Phémie, die +hij op een aanval op zijn saus betrapte, bovendien nog onder de tafel +door een trap. + +"Nog een vraag," zeide Rodolphe; "wat is zijn positie in deze +wereld? Waarvan leeft hij? Hoe heet hij? Waar woont hij?" + +"Zijn positie is zeer eervol; hij is leeraar in alle mogelijke +vakken bij een rijke familie. Hij heet Carolus Barbemuche, verteert +zijn inkomsten op zeer voorname wijze en woont in de rue Royale in +een hôtel." + +"Een hôtel garni?" + +"Neen, er zijn echte meubelen in." + +"Ik vraag het woord," zeide Marcel. "Het is duidelijk, dat Colline +omgekocht is; hij heeft voor een som van kleine glaasjes likeur zijn +stem verkocht. Val mij niet in de rede," zeide Marcel, die den wijsgeer +zag opstaan, om te protesteeren; "je kunt straks antwoorden. Colline, +die veile ziel, heeft u den vreemdeling onder een veel te gunstig +aspect laten zien, dan dat het het beeld der waarheid kan zijn. Ik heb +reeds gezegd, dat ik de bedoelingen van dezen vreemdeling doorzie. Hij +wil op ons speculeeren. Hij denkt bij zichzelf: Kijk eens eventjes, dat +zijn jongens, die carrière zullen maken; ik moet zien, dat ik me in hun +zak verberg, dan kom ik tegelijk met hen aan den steiger van den roem." + +"Bravo," zeide Schaunard; "is er geen saus meer?" + +"Neen," antwoordde Rodolphe; "de oplaag is uitverkocht." + +"Anderzijds," ging Marcel voort, "streeft deze arglistige sterveling, +welke door Colline beschermd wordt, misschien slechts met misdadige +gedachten naar de eer, om in onzen kring opgenomen te worden. Wij zijn +hier niet alleen, heeren," ging de redenaar voort en wierp daarbij +een welsprekenden blik op de dames; "en de protégé van Colline is +mogelijk een trouwelooze verleider, die zich onder den mantel der +litteratuur bij ons wil indringen. Denkt goed na! Ik voor mij stem +tegen de toelating." + +"Ik vraag slechts het woord voor een rectificatie," zeide +Rodolphe. "In zijn merkwaardige improvisatie heeft Marcel gezegd, +dat genoemde Carolus zich, met het doel om ons te onteeren, bij ons +wil binnendringen onder den mantel der litteratuur." + +"Dat is een oratorische figuur," zeide Marcel. + +"Ik keur die figuur af; zij is slecht. De litteratuur heeft geen +mantel." + +"Omdat ik hier de functies van rapporteur vervul," zeide Colline +opstaande, "zal ik de conclusies van mijn rapport verdedigen. De +jalousie, welke onzen vriend Marcel verteert, heeft zijn verstand +verstoord, de groote kunstenaar is krankzinnig ...." + +"Tot de orde!" brulde Marcel. + +"Zoo krankzinnig, dat hij, een zoo voortreffelijke teekenaar, in +zijn rede een figuur gebruikt heeft, waarvan de onjuistheid door den +geestigen redenaar, die vòòr mij gesproken heeft, ten duidelijkste +is aangetoond." + +"Colline is een idioot!" riep Marcel uit en gaf een heftigen vuistslag +op tafel, die geen kleine beroering onder de borden veroorzaakte, +"Colline heeft niet het minste begrip van gevoelszaken; op dat gebied +is hij te eenenmale onbevoegd; in plaats van een hart heeft hij een +oud, beschimmeld boek!" (Langdurig gelach van Schaunard.) + +Gedurende dit tumult schudde Colline den vloed van welsprekendheid, +die hij tusschen de plooien van zijn witte das verborg. Toen de stilte +weer hersteld was, ging hij verder: + +"Mijne heeren, met één enkel woord zal ik de hersenschimmige vrees, +die de vermoedens van Marcel misschien ten opzichte van Carolus in +u wakker geroepen hebben, doen verdwijnen." + +"Probeer het maar eens," zeide Marcel spottend. + +"Dat zal me niet moeilijker vallen dan dit", antwoordde Colline en +blies een lucifer uit, waarmede hij zijn pijp aangestoken had. + +"Maar spreek dan toch," riepen Rodolphe, Schaunard en de vrouwen, +die in het debat een levendig belang stelden, in koor uit. + +"Mijne heeren," zeide Colline, "hoewel ik persoonlijk en heftig +in dezen kring ben aangevallen, hoewel men mij beschuldigd heeft +den invloed, dien ik op u zou kunnen hebben, voor spiritualiën +verkocht te hebben, zal ik toch, krachtig in het bewustzijn van +mijn onschuld, niet antwoorden op de aanvallen, die gedaan zijn op +mijn rechtschapenheid, oprechtheid en moraliteit." (Beweging.) "Een +eigenschap echter wil ik echter niet, dat ook maar één oogenblik +in twijfel getrokken wordt." (De redenaar slaat zich tweemaal op +zijn buik.) "Men heeft het willen doen voorkomen, alsof ik mijn u +zoo welbekende voorzichtigheid verloren heb. Men beschuldigt mij in +uw kring een sterveling te willen binnensmokkelen, die de bedoeling +heeft een aanslag te plegen op uw liefdesgeluk. Deze veronderstelling +is een beleediging, de eerbaarheid en den goeden smaak van de dames +hier aangedaan. Carolus Barbemuche is foei leelijk," (zichtbare +tegenspraak op het gelaat van Phémie Klad. Lawaai onder de tafel, +afkomstig van Schaunard, die de compromitteerende openhartigheid van +zijn jonge vriendin met zijn voeten verbetert.) + +"Maar," ging Colline voort, "wat het ellendige argument, waarvan +mijn tegenstander, door gebruik te maken van uw eersten schrik, een +wapen smeedt tegen Carolus, geheel ontzenuwt: genoemde Carolus is een +Platonisch wijsgeer." (Sensatie op de bank der heeren, tumult op de +bank der dames.) + +"Platonisch, wat beteekent dat?" vroeg Phémie. + +"Dat is de ziekte van mannen, die een meisje niet durven zoenen," +antwoordde Mimi. "Ik heb een minnaar van dat soort gehad, maar na +twee uur heb ik bonjour tegen hem gezegd." + +"Je reinste onzin!" vond Musette. + +"Je hebt gelijk, lieveling!" zeide Marcel tot haar; "Platonisme in +liefde is hetzelfde als water in wijn. Laten we onzen wijn onversneden +drinken." + +"En leve de jeugd!" + +De verklaring van Colline had een voor Carolus gunstigen ommekeer +veroorzaakt. De wijsgeer wilde van die goede wending, door zijn +handige en welsprekende pleitrede te weeg gebracht, gebruik maken. + +"Ik zie niet in", ging hij voort, "welke bezwaren redelijkerwijze +nog ingebracht kunnen worden tegen dezen jeugdigen sterveling, die +ons in ieder geval een dienst bewezen heeft. Wat mij nu betreft, ik, +dien men beschuldigt onbezonnen gehandeld te hebben door hem in onzen +kring te willen doen opnemen, ik beschouw die meening als een aanslag +op mijn waardigheid. Ik heb in deze zaak gehandeld met de listigheid +van een slang, en wanneer dit beleid niet door een gemotiveerd votum +erkend wordt, neem ik mijn ontslag." + +"Wil je de kabinetsquaestie stellen?" vroeg Marcel. + +"Ja, die stel ik," antwoordde Colline. + +De drie bohémiens beraadslaagden onderling en verklaarden ten slotte +eenstemmig, dat zij den wijsgeer het karakter van groot beleid, +dat hij eischte, teruggaven. Colline liet daarop het woord aan +Marcel, die, eenigszins teruggekomen van zijn vooringenomenheid, +verklaarde, dat hij misschien voor de conclusies van den rapporteur +zou stemmen. Maar alvorens het definitieve besluit, dat Carolus in +de intimiteit van den vriendenkring zou worden toegelaten, te nemen, +liet Marcel over het volgende amendement stemmen: + +"Daar het toelaten van een nieuw lid in den vriendenkring een ernstige +zaak is, en daar een vreemdeling, onbekend als hij is met de zeden, +karakters en inzichten van zijn kameraden, er elementen van tweedracht +in zou kunnen brengen, moet ieder der leden een dag met genoemden +Carolus doorbrengen en een onderzoek instellen naar zijn leven, zijn +smaak, zijn litteraire capaciteiten en zijn garde-robe. De bohémiens +zouden elkaar dan hun particuliere indrukken mededeelen, waarna +zij zouden stemmen over weigering of aanneming: verder zou Carolus, +vòòr zijn toelating, een proeftijd van een maand moeten doormaken, +dat wil zeggen, dat hij vòòr dien tijd niet het recht zou hebben +hen te tutoyeeren en hun op straat een arm te geven. Op den dag der +installatie zou het nieuw-aangenomen lid een schitterend feestmaal +moeten geven, waarvan de kosten minstens twaalf francs zouden moeten +bedragen." + +Dit amendement werd met drie stemmen tegen één, die van Colline, +aangenomen; deze vond, dat men niet genoeg vertrouwen in hem had en +dat dit amendement een nieuwe aanslag op zijn beleid was. + +Dienzelfden avond ging Colline met opzet zeer vroegtijdig naar het +café, om de eerste te zijn om Carolus te zien. + +Hij behoefde niet lang te wachten: Carolus kwam weldra met drie +reusachtige bouquetten rozen in de hand. + +"Allemachtig!" riep Colline uit; "wat wilt u met dien tuin?" + +"Ik heb gedacht aan wat u me gisteren gezegd hebt: uw vrienden +zullen ongetwijfeld met hun dames komen, en daarom heb ik die bloemen +meegebracht; zij zijn heel mooi." + +"Dat geloof ik graag; ze zullen u minstens vijftien sous gekost +hebben." + +"Stel u voor! In de maand December. Als u nu vijftien francs zeide!" + +"Lieve Hemel!" riep Carolus uit, "een trio daalders voor die eenvoudige +kinderen van Flora, wat een dwaasheid! Is u misschien familie van de +Cordillera's? Welnu, waarde heer, dat zijn vijftien francs, die wij +in den letterlijken zin des woords uit het raam zullen moeten smijten." + +"Wat wilt u daarmede zeggen?" + +Colline vertelde nu welke jaloersche vermoedens Marcel onder zijn +vrienden had gewekt, en bracht Carolus op de hoogte van de heftige +discussie, die plaats had gehad tusschen de bohémiens naar aanleiding +van zijn verzoek, om in den vriendenkring te worden opgenomen. + +"Ik heb betoogd, dat uw bedoelingen zoo rein en zuiver en eerlijk +mogelijk waren," voegde Colline eraan toe; "maar de oppositie is niet +minder krachtig geweest. Zorg er dus voor de jaloersche vermoedens, +die men tegen u koesteren kan, niet aan te wakkeren door te galant +tegen de dames te zijn; laten wij dus, om te beginnen, die bouquetten +doen verdwijnen." + +En Colline nam de rozen en verborg ze in een kast, waarin ze alles +en nog wat bewaarden. + +"Maar dat is niet alles," ging hij voort; "de heeren wenschen, +alvorens op meer intiemen voet met u te komen, ieder afzonderlijk +een onderzoek in te stellen naar uw karakter, uw smaak enz." + +En opdat Barbemuche zijn vrienden niet te veel aanstoot zou geven, gaf +Colline hem in ruwe trekken een moreel portret van ieder der bohémiens. + +"Tracht nu met ieder afzonderlijk op goeden voet te komen, dan zullen +zij ten slotte allemaal voor uw toelating stemmen." + +Carolus stemde in alles toe. + +Kort daarop verschenen de drie vrienden met hun respectievelijke +"vrouwen". + +Rodolphe was zeer beleefd tegenover Carolus, Schaunard erg +vertrouwelijk en familiaar, terwijl Marcel koel bleef. Carolus trachtte +vroolijk en hartelijk te zijn tegenover de mannen, doch hield zich +op een afstand van de dames. + +Bij het afscheid noodigde Barbemuche Rodolphe uit den volgenden dag +met hem te dineeren met het verzoek 's middags reeds te komen. + +De dichter nam de invitatie aan. + +"Goed", zeide hij tot zichzelf; "ik begin dus de enquête." + +Rodolphe zorgde den volgenden dag op het afgesproken uur bij Carolus te +zijn. Barbemuche woonde inderdaad in een zeer mooi heerenhuis in de rue +Royale en had daar een kamer, waarin een zeker confort heerschte. Wel +verwonderde het Rodolphe, dat, hoewel het nog klaarlichte dag was, +de luiken gesloten, de gordijnen dichtgetrokken en twee kaarsen op +een tafel aangestoken waren. Hij vroeg Barbemuche naar de bedoeling +daarvan. + +"De studie," zeide deze, "is de dochter van het mysterie en der +stilte." + +Ze gingen zitten en begonnen te praten. Na een uur wist Carolus met +een geduld en een oratorische handigheid, die oneindig was, een zin +te pas te brengen, die, niettegenstaande zijn bescheiden vorm, niets +meer of minder dan een sommatie aan Rodolphe was, om te luisteren naar +de voorlezing van een klein werkje, dat de vrucht van de doorwaakte +nachten van genoemden Carolus was. + +Rodolphe begreep, dat hij gevangen was, en daar hij bovendien gaarne +den stijl van Barbemuche wilde leeren kennen, boog hij zeer beleefd +en verzekerde, dat het hem een waar genoegen en ..... + +Carolus wachtte het slot van den zin niet af, vloog naar de deur, +schoof den grendel ervoor, draaide den sleutel om, ging naar Rodolphe +terug en nam eindelijk een klein schrift, waarvan het kleine formaat +en de geringe dikte een glimlach van tevredenheid op het gelaat van +den dichter te voorschijn riepen. + +"Is dat het manuscript van uw werk?" vroeg hij. + +"Neen", antwoordde Carolus, "dat is de catalogus van mijn manuscripten; +ik zoek naar het nummer van het werkje, dat u mij wel wilt vergunnen +u voor te lezen .. Hier is het: Don Lopez of het Noodlot, No. 14. Dat +is op de derde plank." + +Hij opende een klein kastje, waarin Rodolphe tot zijn schrik een +groote hoeveelheid handschriften zag staan, Carolus nam er een uit, +sloot de kast en ging tegenover den dichter zitten. + +Rodolphe wierp een blik op een der vier cahiers, waaruit het werk +bestond, waarvan het formaat hem aan de Maliebaan deed denken. + +"Enfin", zeide hij tot zichzelf, "het is niet in verzen ... maar het +heet Don Lopez!" + +Carolus nam het eerste cahier en begon te lezen: + +"In een kouden winternacht reden twee ruiters, dicht gewikkeld in +hun jassen op twee trage muilezels naast elkaar op een der wegen, +die de vreeselijke eenzaamheid der stille Sierra Morena ...." + +"Lieve Hemel, waar ben ik!" dacht Rodolphe, die door dit begin +verschrikt was. Carolus ging verder en las aan één stuk het eerste +hoofdstuk, dat geheel in dien stijl geschreven was. + +Rodolphe luisterde maar half en zon op een middel om te ontsnappen. + +"Daar is wel een raam," zeide hij tot zichzelf; "maar behalve dat +het dicht is, zijn we hier op de vierde verdieping. Ha, nu begrijp +ik al die voorzorgsmaatregelen." + +"Wat zegt u van mijn eerste hoofdstuk?" vroeg Carolus; "maar wat ik +u verzoeken mag, spaar mij uw kritiek niet." + +Rodolphe meende zich te kunnen herinneren, dat hij stukken hoogdravende +philosophie over den zelfmoord, door genoemden Lopez, den held van +den roman, uitgesproken, gehoord had en antwoordde op goed geluk af: + +"De groote figuur van don Lopez is zeer gewetensvol bestudeerd--het +doet je onwillekeurig denken aan de Profession de foi du vicaire +savoyard [27]; de beschrijving van den muilezel van don Alvar bevalt +mij uitstekend en herinnert aan een schets van Géricault [28]. Het +landschap geeft heele mooie lijnen; en wat de denkbeelden betreft, +dat is zaad van Jean Jacques Rousseau, gezaaid op den bodem van +Lesage. Echter moet ik één opmerking maken; U zet te veel komma's en +gebruikt te veel het woord: "in den vervolge"; dat is een aardige +uitdrukking, die het van tijd tot tijd wel doet en aan het geheel +kleur geeft, maar die je niet te dikwijls gebruiken moet." + +Carolus nam zijn tweede cahier op en las nogmaals den titel: Don +Lopez of het noodlot. + +"Ik heb indertijd ook een don Lopez gekend," zeide Rodolphe; "hij +handelde in sigaretten en chocolade uit Bayonne; hij was misschien +wel familie van den uwe.. Doch lees verder ...." + +Bij het einde van het tweede hoofdstuk viel de dichter Carolus in +de rede: + +"Begint u nog geen keelpijn te krijgen?" vroeg hij. + +"Volstrekt niet," antwoordde Carolus; "ik zal u nu de geschiedenis +van Inésille voorlezen." + +"Ik ben er zeer nieuwsgierig naar .... Maar indien het u vermoeien +mocht, dan zou ik ...." + +"Hoofdstuk III!" zeide Carolus met een heldere stem. + +Rodolphe nam Carolus aandachtig op en merkte, dat hij een zeer korten, +dikken nek en een hoog roode gelaatskleur had. + +"Ik heb nog één hoop," dacht de dichter, nadat hij die ontdekking +gedaan had;--"een beroerte!" + +"Wij zullen nu met hoofdstuk IV beginnen. U wilt dan zeker wel zoo +goed zijn mij te zeggen wat u van de liefdesscène denkt." + +En Carolus las verder. + +Toen Carolus Rodolphe even aankeek om op zijn gelaat de uitwerking +van het tweegesprek te lezen, zag hij, dat de dichter, gebogen +over zijn stoel zijn hoofd rekte in de houding van iemand, die naar +ververwijderde klanken luistert. + +"Wat hebt u?" vroeg hij. + +"Sst!" zeide Rodolphe; "hoort u niets? Het is net of ik: Brand hoor +roepen! Willen we even gaan kijken?" + +Carolus luisterde een oogenblik, doch hoorde niets. + +"Dan zal ik een oorsuizing gehad hebben," zeide Rodolphe; "lees verder; +don Alvar interesseert me buitengewoon; het is een edele jongeling." + +Carolus las verder en legde al de muziek van zijn orgaan in de volgende +woorden van den jongen don Alvar. + +"O, Inésille, wie ge zijt, engel of demon, en wat ook uw vaderland +moge zijn, mijn leven behoort u, en ik zal u volgen, zij het naar +den hemel, zij het naar de hel." + +Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt; een stem buiten riep +Carolus. + +Het was de concierge, die een brief bracht, welken Carolus vlug +open scheurde. + +"Een leelijke streep door de rekening!" zeide hij; "wij zullen +verplicht zijn de verdere lezing tot een volgenden keer uit te stellen; +ik krijg nl. een bericht, dat mij noodzaakt onmiddellijk uit te gaan." + +"O", dacht Rodolphe; "dat is een brief, die uit den hemel valt; +ik herken daarop het zegel van de Voorzienigheid." + +"Indien u het goed vindt," zeide Carolus, "dan zullen we samen de +boodschap doen, waartoe deze tijding mij noodzaakt, dan kunnen we +daarna gaan dineeren." + +"Ik ben geheel tot uw dienst," zeide Rodolphe. + +Toen hij 's avonds weer in den vriendenkring zat, werd de dichter +door zijn kameraden met vragen over Barbemuche bestormd. + +"Ben je tevreden over hem? Heeft hij je goed onthaald?" vroegen Marcel +en Schaunard. + +"Ja, maar het heeft me heel wat gekost." + +"Wat? Heeft Carolus je laten betalen?" vroeg Schaunard met stijgende +verontwaardiging. + +"Dat niet, maar hij heeft me een roman voorgelezen, waarin don Lopez +en don Alvar de hoofdpersonen zijn en de jeune premiers hun geliefden +Engel of Demon noemen." + +"Ontzettend!" riepen alle bohémiens in koor. + +"Maar", vroeg Colline, "afgezien nu van de litteratuur, wat is je +meening omtrent Carolus?" + +"Barbemuche is een fatsoenlijke jonge man. Trouwens jullie kunnen +persoonlijk je waarnemingen doen: Carolus wil ons n.l. een voor een als +gast hebben. Schaunard is voor morgen te dejeuneeren gevraagd. Maar +vertrouw, wanneer je naar Barbemuche gaat, de kast met manuscripten +niet, dat is een gevaarlijk meubel." + +Schaunard was den volgenden dag precies op tijd bij Barbemuche +en stelde een onderzoek in, zooals een beëedigd taxateur of een +deurwaarder, die gerechtelijk beslag komt leggen, gewoon zijn in te +stellen. Hij kwam dan ook terug met zijn hoofd vol aanteekeningen; +hij had Carolus bestudeerd uit een oogpunt van zijn roerend goed. + +"Nu?" zoo vroegen ze hem; "wat is jouw meening?" + +"Die Barbemuche", riep Schaunard uit; "loopt over van goede +eigenschappen; hij kent de namen van alle wijnsoorten en heeft +me dingen laten eten zòò lekker, als je ze bij mijn tante op haar +verjaardag niet krijgt. Met de kleermakers uit de rue Vivienne en +de laarzenmakers van de Panorama's schijnt hij op den besten voet te +staan. Bovendien heb ik opgemerkt, dat hij ongeveer even groot is als +wij, zoodat we hem desnoods onze pakken kunnen leenen. Zijn zeden zijn +minder streng dan Colline ons heeft willen doen gelooven; hij is overal +heen meegegaan, waar ik hem wilde brengen, en hij heeft me getracteerd +op een déjeuner in twee bedrijven, waarvan het tweede zich afgespeeld +heeft in een kroeg van de halle, waarin ik heel goed bekend ben, omdat +ik er in carnavalstijd heel wat orgieën heb medegemaakt. Carolus deed +net alsof hij er thuis was. Marcel is voor morgen uitgenoodigd." + +Carolus wist, dat van de bohémiens Marcel zich het meest tegen zijn +opneming in den vriendenkring verzette: hij ontving hem dan ook met +de grootste voorkomendheid; maar vooral wist hij den kunstenaar voor +zich te winnen door hem voor te spiegelen, dat hij portretten van de +familie van zijn leerling te schilderen zou krijgen. + +Toen het Marcels beurt was, om zijn bevindingen mede te deelen, +merkten zijn vrienden niets meer van de vijandelijke gezindheid, +die hij in den beginne ten opzichte van Carolus getoond had. + +Den vierden dag deelde Colline Barbemuche mede, dat hij toegelaten was. + +"Wat? Ben ik heusch toegelaten?" riep Carolus dol-verheugd uit. + +"Ja", antwoordde Colline, "maar als u u verandert." + +"Wat bedoelt u daarmede?" + +"Ik bedoel, dat u nog een groot aantal vulgaire gewoonten hebt, +die u u zult moeten afwennen." + +"Ik zal mijn best doen u in alles na te volgen," antwoordde Carolus. + +Gedurende zijn noviciaat bezocht de Platonische wijsgeer de bohémiens +dagelijks, en daar hij op die manier in staat gesteld werd hun zeden +grondiger te bestudeeren, kon het niet anders, of hij moest van de +eene verbazing in de andere vallen. + +Op een goeden morgen kwam Colline met een van vreugde stralend gezicht +bij Barbemuche. + +"Nu, mijn waarde," zeide hij, "je bent definitief toegelaten. Nu +blijft nog slechts over om den dag en de plaats voor het groote +feestmaal vast te stellen, en ik kom nu daarover eens met je praten." + +"Maar dat treft prachtig," antwoordde Carolus; "de ouders van mijn +leerling zijn op dit oogenblik buiten en de jonge vicomte, wiens +mentor ik ben, zal mij voor een avond de kamers wel willen afstaan: +op die manier kunnen we het veel prettiger hebben, maar we zullen +ook den jongen vicomte moeten inviteeren." + +"Dat zou prachtig zijn," vond Colline. "Wij zouden de horizonten +der litteratuur voor hem kunnen openen; maar geloof je, dat hij zijn +toestemming geven zal?" + +"Daar ben ik bij voorbaat zeker van." + +"Dan blijft nog alleen over den dag vast te stellen." + +"Dat zullen we vanavond in het café verder afspreken." + +Carolus ging nu dadelijk zijn leerling opzoeken en deelde hem mede, +dat hij aangenomen was als lid van een voorname litterair-artistieke +vereeniging, en dat hij, om zijn toelating te vieren, van plan was +een diner en daarna een klein feestje te geven. Ten slotte noodigde +hij hem uit aan de plechtige installatie deel te nemen ... + +"En daar je toch niet laat thuis kunt komen en het feest wel tot +na middernacht zal duren, zullen we voor alle gemak dat diner maar +hier aan huis geven. François, je knecht, zal het niet verraden; +je ouders zullen er dus niets van te weten komen en jij zult op +die manier kennis maken met de geestrijkste menschen uit Parijs, +kunstenaars en schrijvers." + +"Die al gedrukt zijn?" vroeg de jonge man. + +"Zeker wel, gedrukt; een van hen is hoofdredacteur van de Echarpe, +een tijdschrift waarop je moeder geabonneerd is; het zijn zeer +gedistingeerde, bijna beroemde personen; ik ben hun intieme vriend. Zij +hebben bekoorlijke vrouwen." + +"Komen er ook vrouwen bij?" vroeg de vicomte. + +"Verrukkelijke schepsels." + +"O, ik ben u zeer dankbaar voor uw uitnoodiging, waarde meester; +natuurlijk zullen we het feest hier geven; we zullen alle kroonluchters +laten aansteken en de hoezen van de meubelen laten nemen." + +'s Avonds in het café vertelde Barbemuche, dat het feest den volgenden +Zaterdag gegeven zou worden. + +De bohémiens verzochten hun vriendinnen aan haar toilet te denken. + +"Vergeet vooral niet," zeiden zij tot haar, "dat we ditmaal in echte +salons komen. Bereid je daar dus op voor: eenvoudige, maar rijke +toiletten." + +Denzelfden dag nog werd de geheele straat er mede in kennis gesteld, +dat Mimi, Phémie en Musette in de "wereld" zouden gaan. + +Op den ochtend van de plechtigheid geschiedde nog het volgende: +Colline, Schaunard, Marcel en Rodolphe begaven zich gezamenlijk naar +Barbemuche, die zeer verwonderd was ze al zoo vroeg te zien. + +"Er is toch niets gebeurd, waardoor het feest uitgesteld moet +worden?" vroeg hij eenigszins ongerust. + +"Ja en neen," antwoordde Colline. "De zaak is deze. Tusschen ons +gezegd en gezwegen, doen we onder ons nooit aan plichtplegingen; +maar wanneer we met vreemden samenkomen, dan willen we graag een +zeker decorum bewaren." + +"Welnu?" vroeg Barbemuche. + +"Welnu", ging Colline voort, "daar we vanavond den jongen edelman +ontmoeten, die zijn salon voor ons opent, komen wij uit achting voor +hem en uit achting voor onszelf je heel vriendschappelijk vragen, +of je ons voor vanavond niet een paar kleedingstukken van goeden snit +kan leenen. Je begrijpt even goed als wij, dat het voor ons zoo goed +als onmogelijk is in trui en paletot de weelderige vertrekken van +deze woning te bezoeken." + +"Maar," zeide Carolus; "ik heb geen vier rokken." + +"Ach!" zeide Colline, "we zullen ons wel weten te behelpen met wat +je hebt." + +"Kijk maar eens!" zeide Carolus en opende een tamelijk rijk voorziene +kleerkast. + +"Maar je hebt daar een compleet kleeding-arsenaal." + +"Drie hoeden!" zeide Schaunard in extase; "hoe kan je in Godsnaam +drie hoeden hebben, als je maar één hoofd hebt." + +"En kijk eens wat een schoenen!" brulde Colline. + +In een oogwenk hadden zij ieder een volledige uitrusting gekozen. + +"Tot vanavond," zeiden zij, terwijl zij afscheid namen van Barbemuche; +"de dames zullen er schitterend uitzien." + +"Maar", zeide Barbemuche met een blik op de geheel leeggeplunderde +kast, "jullie laat voor mij niets over. Hoe moet ik jullie ontvangen?" + +"O, jij", zeide Rodolphe, "voor jou is het heel wat anders; jij bent +de heer des huizes en behoeft het dus met de etiquette zoo nauw niet +te nemen." + +"Maar ik heb alleen nog maar een kamerjapon, een slaapbroek, een +flanellen vest en pantoffels over; jullie hebt alles weggenomen." + +"Wat hindert dat? Je bent bij voorbaat geëxcuseerd," antwoordden +de bohémiens. + +Om zes uur werd er een prachtig diner in de eetzaal opgediend. De +bohémiens arriveerden. Marcel hinkte een beetje en was in een slecht +humeur. De jonge vicomte Paul snelde den dames tegemoet en geleidde +ze naar de beste plaatsen. Mimi had een zeer fantastisch toilet +aan. Musette was zeer uitdagend gekleed. Phémie geleek op een venster +met gekleurde ramen, zij durfde bijna niet te gaan zitten. Het diner, +dat twee en een half uur duurde, was zeer geanimeerd. + +De jonge vicomte Paul, die Mimi tot tafeldame had, stootte haar ieder +oogenblik met waren hartstocht aan met zijn voet. Phémie vroeg bij +iedere gang tweemaal om dezen of genen schotel. Schaunard zwelgde +in het druivennat. Rodolphe improviseerde sonnetten en brak bij het +aangeven van den rhythmus de glazen. Colline praatte met Marcel, +die nog steeds knorrig was. + +"Wat heb je toch?" vroeg hij. + +"Ik heb zoo'n vreeselijke pijn aan mijn voet en dat hindert me. Die +Carolus heeft een voet als een jong meisje." + +"O, als het anders niet is," vond Colline, "dan zullen we hem aan +zijn verstand brengen, dat dit zoo niet langer gaat en dat hij +"in den vervolge" zijn laarzen een paar nummers grooter moet laten +maken. Wees maar gerust, dat zal ik wel in orde brengen. Maar ga nu +mee naar den salon, waar liqueuren der Antillen ons roepen." + +Het feest begon met nieuwen glans en schittering. Schaunard zette +zich voor den piano en speelde met een wonderbare bravoure zijn +nieuwe symphonie: "De dood der jonkvrouw". Het mooie gedeelte van +de Schuldeischersmarsch had zoo'n succes, dat hij het driemaal moest +herhalen. Na afloop waren er twee snaren gesprongen. + +Marcel was nog steeds uit zijn humeur, en toen Carolus zich daarover +bij hem beklaagde, antwoordde de schilder hem: + +"Mijn waarde heer Barbemuche, wij zullen nooit op intiemen voet met +elkaar omgaan. Ziehier de reden. Physieke verschillen zijn bijna altijd +een zekere aanwijzing voor psychische verschillen. Op dit punt zijn +de wijsbegeerte en geneeskunde het volmaakt eens." + +"En verder?" + +"Welnu," zeide Marcel en wees op zijn voeten, "je laarzen, die veel +en veel te nauw voor mij zijn, toonen aan, dat we niet hetzelfde +karakter hebben; overigens was je feestje heel charmant!" + +Om één uur in den ochtend gingen de bohémiens langs een grooten omweg +naar huis. Barbemuche was lichtelijk aangeschoten en sloeg allerlei +onzin uit tegen zijn leerling, die op zijn beurt droomde van de blauwe +oogen van mademoiselle Mimi. + + + + + + +HOOFDSTUK XIII. + +DE INWIJDINGSFUIF. + + +Het gebeurde eenigen tijd, nadat de dichter Rodolphe met de jonge +mademoiselle Mimi een eigen huishoudentje had opgezet; sedert +ongeveer acht dagen heerschte er in den geheelen vriendenkring een +groote onrust naar aanleiding van de verdwijning van Rodolphe, die +plotseling als in een nevel scheen te zijn opgelost. Ze hadden hem +gezocht op alle plaatsen, waar hij gewoon was te komen, en overal +kregen ze hetzelfde antwoord: + +"We hebben hem in geen acht dagen gezien." + +Gustave Colline vooral was in duizend angsten en vreezen, en wel +om de volgende reden. Eenige dagen te voren had hij Rodolphe een +artikel van groote wijsgeerige waarde toevertrouwd, dat deze in de +rubriek "Varia" van le Castor, het bekende hoedenmakersblad, waarvan +hij hoofdredacteur was, zou opnemen. Was het philosophische artikel +reeds voor de oogen van het verbaasde Europa verschenen? Dat was de +vraag, die de ongelukkige Colline zich stelde; en men zal zich dien +angst kunnen begrijpen, wanneer men weet, dat de philosoof nog niet +het genoegen gehad had zich gedrukt te zien en dus van verlangen +brandde, om te zien welken indruk zijn in cicero [29] gedrukt proza +zou maken. Om zich die bevrediging van zijn eigenliefde te verschaffen, +had hij reeds zes francs uitgegeven voor verschillende leeszalen zonder +er le Castor te vinden. Daar hij dit niet langer volhouden kon, zwoer +Colline zich een duren eed, dat hij geen minuut rust zou nemen alvorens +de hand op den onvindbaren redacteur van dat blad gelegd te hebben. + +Geholpen door verschillende toevallige omstandigheden--het zou te veel +tijd vorderen die alle te vertellen--gelukte het den wijsgeer zijn +eed te houden. Twee dagen later had hij Rodolphe's woning uitgevorscht +en ging hij hem 's morgens om zes uur opzoeken. + +Rodolphe woonde toentertijd in een hôtel garni in een eenzame straat +van den faubourg Saint Germain, waar hij de vijfde verdieping betrokken +had, omdat er geen zesde was. Toen Colline bij de deur kwam, vond hij +den sleutel niet in het slot steken. Hij klopte een minuut of tien +zonder dat hij van binnen antwoord kreeg; op de aubade kwam zelfs de +concierge af, die Colline vroeg kalm te zijn. + +"U ziet toch wel, dat mijnheer slaapt," zeide hij. + +"Daarom wil ik hem wakker trommelen," antwoordde Colline en begon +opnieuw te kloppen. + +"Dan wil hij u zeker niet antwoorden," meende de concierge, terwijl +hij voor de deur van Rodolphe een paar lakschoenen en een paar +dameslaarsjes, die hij juist gepoetst had, neerzette. + +"Wacht eens even," zeide Colline, terwijl hij het mannelijke en +vrouwelijke paar laarzen bekeek; "een paar nieuwe lakschoenen. Ik +heb me zeker in de deur vergist; hier moet ik zeker niet zijn." + +"Wien moet u eigenlijk hebben?" vroeg de concierge. + +"Vrouwenlaarsjes!" ging Colline voort als in zichzelf sprekend en +denkend aan de strenge zeden van zijn vriend; "ja, ik heb me beslist +vergist. Dit kan de kamer van Rodolphe beslist niet zijn." + +"Vraag excuus, mijnheer; dat is hier wel." + +"Zoo. Dan vergis jij je, beste man!" + +"Hoe bedoelt u dat?" + +"Dat je je beslist vergist," zeide Colline, terwijl hij op de +lakschoenen wees. "Wat zijn dat?" + +"Dat zijn de schoenen van mijnheer Rodolphe; wat is daar voor +verwonderlijks aan?" + +"En die daar?" zeide Rodolphe en wees hem de dameslaarsjes; "zijn +die ook van mijnheer Rodolphe?" + +"Die zijn van zijn dame," zeide de concierge. + +"Van zijn dame?" riep Colline verbaasd uit. "Wat een +wellusteling! Daarom wil hij natuurlijk niet open doen!" + +"Lieve Hemel!" zeide de concierge; "die jonge man is toch vrij om te +doen of te laten wat hij wil; als mijnheer mij zijn naam wil zeggen, +dan zal ik mijnheer Rodolphe zeggen, dat u hier geweest is." + +"Neen", zeide Colline, "nu ik eenmaal weet waar ik hem vinden kan, +zal ik wel terugkomen." En hij ging heen, om zijn vrienden het groote +nieuws te gaan vertellen. + +De lakschoenen van Rodolphe werden algemeen als fabels beschouwd, als +een vrucht van Colline's rijke fantasie, en éénstemmig werd verklaard, +dat zijn maîtresse een paradox was. + +En toch was die paradox een waarheid; want nog dienzelfden avond kreeg +Marcel een collectieven brief voor alle vrienden van dezen inhoud: + +"Mijnheer en Mevrouw Rodolphe, letterkundigen, hebben de eer u uit +te noodigen voor een diner, dat zij zich voorstellen morgenavond om +vijf uur precies te geven. + +P.S. Er wordt van borden gegeten." + +"Mijne heeren," zeide Marcel, die zijn vrienden met den inhoud van +den brief in kennis stelde, "Colline heeft toch gelijk: Rodolphe +heeft werkelijk een maîtresse; bovendien vraagt hij ons te dineeren +en het postscriptum belooft zelfs tafelgerei. Ik wil u niet verhelen, +dat deze laatste paragraaf mij een lyrisch-poëtische overdrijving +toeschijnt; we zullen echter dienen af te wachten." + +Op het aangegeven uur gingen den volgenden dag Marcel, Gustave Colline +en Alexander Schaunard, uitgehongerd alsof ze in geen dagen gegeten +hadden, naar Rodolphe, dien zij bezig vonden te spelen met een roode +kat, terwijl een jonge vrouw de tafel dekte. + +"Heeren", zeide Rodolphe, terwijl hij zijn vrienden de hand drukte +en met een gebaar naar de jonge vrouw wees, "mag ik u de vrouw des +huizes voorstellen?" + +"Dan ben jij dus de heer des huizes?" zeide Colline. + +"Mimi," antwoordde Rodolphe, "ik stel je mijn beste vrienden voor, +en doe nu de soep op." + +"O, mevrouw," zeide Alexandre Schaunard, terwijl hij naar Mimi toe +ging, "u zijt frisch als een woudbloem." + +Na zich overtuigd te hebben, dat er in werkelijkheid assietten op tafel +stonden, informeerde Schaunard wat zij te eten zouden krijgen. Hij +dreef de nieuwsgierigheid zoo ver, dat hij de deksels van de pannen +nam, waarin het diner kookte. De aanwezigheid van een kreeft maakte +een diepen indruk op hem. + +Colline had Rodolphe even apart genomen, om hem naar zijn philosophisch +artikel te vragen. + +"Dat is op de drukkerij," zeide Rodolphe. "Le Castor verschijnt +a.s. Donderdag." + +Wij zullen niet trachten de vreugde van den wijsgeer te schilderen. + +"Heeren", zeide Rodolphe tot zijn vrienden; "jullie moeten het me niet +kwalijk nemen, dat ik jullie zoolang zonder eenig bericht gelaten heb, +maar ik was in mijn wittebroodsweken." + +En hij vertelde hun de geschiedenis van zijn "huwlijk" met dit +bekoorlijke schepseltje, dat hem als bruidschat haar achttien jaar +en zes maanden, twee porceleinen kopjes en een roode poes, eveneens +Mimi genaamd, medegebracht had. + +"En nu, heeren," ging Rodolphe voort, "zullen wij onze nieuwe woning +inwijden. Maar ik waarschuw je van te voren, dat het een eenvoudige +burgerpot is en de truffels door de grootste hartelijkheid vervangen +worden." + +Inderdaad bleef die bekoorlijke godin dan ook heerschen onder de +gasten, die intusschen vonden, dat die "eenvoudige burgerpot" nog +al meeviel. Rodolphe was dan ook "uit zijn slof geschoten." Colline +maakte er op opmerkzaam, dat de borden verwisseld werden en verklaarde +op luiden toon, dat mademoiselle Mimi het blauwe lint waardig was, +waarmede de keizerinnen van het fornuis gedecoreerd worden, een zin, +die voor het jonge meisje zuiver Sanskriet was, en die Rodolphe voor +haar aldus vertaalde, "dat zij een uitstekende keukenmeid zou zijn." + +Het optreden van de kreeft veroorzaakte een algemeene +bewondering. Onder voorwendsel dat hij in de natuurlijke historie +gestudeerd had, vroeg Schaunard het dier te mogen verdeelen; hij maakte +zelfs van de gelegenheid gebruik om een mes te breken en zichzelf de +grootste portie toe te eigenen, wat een algemeene verontwaardiging +deed ontstaan. Doch Schaunard was niet gevoelig, vooral niet op het +punt: kreeft; en toen er nog een portie overbleef, was hij brutaal +genoeg die apart te leggen onder voorwendsel, dat die hem als model +moest dienen voor een stilleven, dat hij juist onder handen had. + +In hun toegeeflijke vriendschap deden de kameraden, alsof zij aan dezen +leugen, die de vrucht van een onmatige eetlust was, geloof schonken. + +Colline daarentegen bewaarde al zijn sympathieën voor het dessert +en weigerde zelfs halsstarrig om zijn deel van de rhumkoek te ruilen +voor een toegangsbewijs voor de orangerie te Versailles, wat Schaunard +hem voorstelde. + +Het discours werd langzamerhand geanimeerder. + +Op de drie flesschen met roode capsules volgden er drie met groene, +in het midden waarvan ze weldra een flesch zagen te voorschijn +komen, welker met een zilveren helm bedekte hals dadelijk verried, +dat zij tot het regiment van Royal-Champenois behoorde. Het was +een imitatie-champagne, die in de wijnbergen van Saint-Ouen geoogst +was en te Parijs voor twee francs verkocht werd wegens liquidatie, +zooals de wijnhandelaar beweerde. + +Maar niet het land maakt den wijn, en onze bohémiens aanvaardden +den drank, dien ze in speciaal daarvoor bestemde glazen kregen, +als echte Champagne en waren ondanks de weinige opgewektheid, +waarmede de kurk uit zijn gevangenis ontsnapte, in extase over +het voortreffelijke merk, toen zij de groote hoeveelheid schuim +zagen. Schaunard gebruikte daarbij de rest van zijn bezinning, om +zich in de glazen te vergissen en dat van Colline te ledigen, die op +zijn beurt met het ernstigste gezicht van de wereld zijn beschuit in +den mosterdpot doopte en mademoiselle Mimi het wijsgeerige artikel, +dat in le Castor moest verschijnen, trachtte uit te leggen. Terwijl +hij daarmede bezig was, werd hij plotseling bleek en vroeg permissie +of hij even aan het raam naar de ondergaande zon mocht gaan kijken, +hoewel het al tien uur was en de zon reeds lang onder de wol lag. + +"Het is jammer, dat de champagne niet gefrappeerd is," zeide Schaunard, +die nogmaals trachtte zijn leeg glas te verwisselen voor een vol van +zijn tafelbuurman, welke poging echter ditmaal geen succes had. + +"Mevrouw," zeide Colline, die genoeg versche lucht gehapt had, tegen +Mimi, "je koelt champagne met ijs, ijs wordt gevormd door condensatie +van water, aqua in het Latijn. Water bevriest bij twee graden, en er +zijn vier jaargetijden, zomer, herfst en winter. Dat is de oorzaak +geweest van den terugtocht uit Rusland; Rodolphe, geef mij nog een +hemistichium champagne!" + +"Wat zegt je vriend toch?" vroeg Mimi, die er niets van begreep, +aan Rodolphe. + +"O, hij vraagt, of ik hem nog een half glas Champagne wil geven," +antwoordde deze. + +Plotseling gaf Colline Rodolphe een harden klap op zijn schouder en +zeide stotterend, alsof de lettergrepen als taai-taai tusschen zijn +lippen bleven zitten: + +"Het is morgen Donderdag, niet?" + +"Neen, het is morgen Zondag." + +"Neen, Donderdag." + +"Neen, heusch niet, Zondag." + +"O, Zondag," zeide Colline, terwijl hij zijn hoofd heen en weer wiegde, +"meestal is het morgen Don...der...dag..." + +En terwijl hij zijn gezicht in de ijspudding, die nog op zijn bord lag, +drukte, sliep hij in. + +"Wat wil hij toch eigenlijk met zijn Donderdag?" vroeg Mimi. + +"O, nou ben ik er achter!" antwoordde Rodolphe, die de halsstarrigheid +van den door zijn idée fixe gekwelden wijsgeer begon te begrijpen; +"dat komt door zijn artikel in Le Castor ... Luister maar, hij droomt +er hardop van." + +"Goed", zeide Schaunard, "dan krijgt hij ook geen koffie, niet waar +mevrouw?" + +"Dat is waar ook, Mimi," zeide Rodolphe, "presenteer de koffie eens." + +Zij wilde juist opstaan, toen Colline, die van de ijspudding zijn +koelbloedigheid eenigszins teruggekregen had, haar om haar middel +vatte en haar vertrouwelijk in het oor fluisterde: + +"Mevrouw, de koffie is afkomstig uit Arabië, waar hij door een geit +ontdekt is. Van daar uit kwam de gewoonte om koffie te drinken naar +Europa. Voltaire dronk twee-en-zeventig koppen per dag. Ik drink ze +zonder suiker, maar graag heel warm." + +"Lieve Hemel, wat een knappe vent!" dacht Mimi, terwijl zij de koffie +en de pijpen bracht. + +Intusschen was het aardig laat geworden; het had al geruimen tijd +geleden middernacht geslagen en Rodolphe trachtte zijn vrienden aan +het verstand te brengen, dat het nu langzamerhand tijd werd om heen +te gaan. Marcel, die nog volkomen helder was, stond op, om afscheid +te nemen. + +Schaunard echter ontdekte, dat er in een flesch nog wat brandewijn +was, en verklaarde, dat het nooit middernacht kon zijn, zoolang er +nog een druppel in het glas was. Colline zat schrijlings op zijn +stoel en bromde binnensmonds. + +"Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag...." + +"Maar lieve hemel," zeide Rodolphe wanhopig, "ik kan ze toch vannacht +hier niet houden. Vroeger ging dat goed, maar nu is dat wat anders," +en hij keek daarbij naar Mimi, wier warme blik om eenzaamheid met +hun tweetjes scheen te smeeken. + +"Wat moet ik beginnen? Geef mij toch eens raad, Marcel. Verzin toch +een middel, om ze hier vandaan te krijgen!" + +"Neen, ik verzin er geen," zeide Marcel; "maar ik zal er een +navolgen. Ik herinner me een comedie, waarin een intelligente knecht +het middel vindt om drie als tempelieren zoo dronken schelmen uit +het huis van zijn meester te zetten." + +"Ja, dat herinner ik me," antwoordde Rodolphe "dat komt in Kean [30] +voor. De toestand is inderdaad vrijwel dezelfde." + +"Welnu, dan zullen we eens zien of het tooneel met de werkelijkheid +overeenkomt. Wacht even, we zullen met Schaunard beginnen. Hé, +Schaunard!" riep de schilder. + +"Ja, wat is er?" antwoordde deze, die in de blauwe zee van een zoete +roes scheen te zwemmen. + +"Er is hier niets meer te drinken en we hebben allemaal nog dorst." + +"Ach ja," zeide Schaunard, "die flesschen zijn ook zoo klein!" + +"Nou luister dan; Rodolphe heeft besloten, dat we vannacht hier zouden +blijven; maar er moet nog eerst wat gehaald worden, om te drinken, +vòòr de winkels gesloten worden." + +"Mijn leverancier woont hier op den hoek van de straat," zeide +Rodolphe. "Schaunard, ga jij er even heen en vraag uit mijn naam twee +flesschen rhum." + +"Zeker, zeker, zeker!" zeide Schaunard, die bij vergissing de +overjas van Colline aantrok, welke laatste met zijn mes ruiten op +het tafellaken teekende. + +"Dat is nummer één!" zeide Marcel, toen Schaunard weg was. "Nou +komt Colline aan de beurt: dat zal een heele dobber worden. Wacht, +een idee. He, he, Colline!" schreeuwde hij, terwijl hij den wijsgeer +heen en weer schudde. + +"Wat is er.... wat is er?" + +"Schaunard is weggegaan en heeft bij vergissing jouw jas aangetrokken." + +Colline keek om zich heen en zag inderdaad in plaats van zijn +notehoutkleurige jas de geruite van Schaunard hangen. Deze ontdekking +maakte hem zeer ongerust. Colline had n.l. ouder gewoonte in den loop +van den dag de boekenstalletjes bezocht en voor vijftien sous een +Finsche grammatica en een kleinen roman van Nisard: "De begrafenis +van de melkvrouw" gekocht. Bij deze nieuwe aanwinst kwamen nog zeven +of acht deelen hoogere philosophie, die hij altijd bij zich droeg, om +steeds een arsenaal te hebben, waaruit hij argumenten zou kunnen putten +voor het geval er wijsgeerige discussies ontstonden. De gedachte, +dat die bibliotheek in handen van Schaunard was, deed bij hem het +angstzweet uitbreken. + +"De ongelukkige!" riep Colline uit; "wat heeft hem bezield mijn +overjas mee te nemen?" + +"Het is een vergissing." + +"Maar mijn boeken..... hij kan er een slecht gebruik van maken." + +"Wees maar niet bezorgd: hij zal ze niet lezen," zeide Rodolphe. + +"O, ik ken hem! Hij is in staat er zijn pijp mede aan te steken!" + +"Als je daar bang voor bent, dan kan je hem nog best inhalen," zeide +Rodolphe; "hij is net weg; je zal hem nog wel aan de deur vinden." + +"Zeker moet ik hem inhalen," antwoordde Colline, terwijl hij zijn hoed +opzette, waarvan de randen zoo breed waren, dat men er makkelijk voor +tien personen thee op zou kunnen ronddienen. + +"Dat is nummer twee," zeide Marcel tot Rodolphe; "nu ben je vrij. Ik +ga ook weg en zal den portier op zijn hart drukken, dat hij niet open +moet doen, als er geklopt wordt." + +"Slaap lekker," zeide Rodolphe, "en wel bedankt!" + +Nadat hij zijn vriend uitgelaten had, hoorde Rodolphe op de trap een +langaangehouden gemiauw, waarop zijn roode kat teeder antwoordde, +terwijl hij behendig door de halfgeopende deur trachtte te ontsnappen. + +"Arme Romeo!" zeide Rodolphe; "je Julia roept je. Vooruit, ga je +gang maar," en hij opende de deur voor het verliefde dier, dat met +één sprong de trap af was en in de armen van zijn geliefde lag. + +Eindelijk met zijn maîtresse, die voor een spiegel in een bekoorlijke +en verleidelijke houding haar haar in de krul stond te zetten, alleen, +ging Rodolphe naar Mimi toe en drukte haar in zijn armen. Dan trok +hij, als een musicus, die, alvorens zijn stuk te beginnen, een reeks +accoorden aanslaat, om zich van de qualiteit van zijn instrument te +overtuigen, Mimi op zijn knieën en drukte op haar schouder een langen, +vurigen kus, die het frissche schepseltje van verlangen deed rillen. + +Het instrument klonk prachtig. + + + + + + +HOOFDSTUK XIV. + +MADEMOISELLE MIMI. + + +O, vriend Rodolphe, wat is er toch gebeurd, dat ge zoo veranderd +zijt? Moet ik de geruchten gelooven, die in omloop zijn, en heeft dat +ongeluk zoozeer uw krachtige philosophie kunnen terneerslaan? Hoe zal +ik, ik, de geschiedschrijver van uw vrij kunstenaarsheldendicht, +zoo vol vroolijk gelach en jolijt, hoe zal ik op een voldoend +melancholischen toon het smartelijk avontuur kunnen vertellen, dat +een rouwfloers werpt over uw voortdurende levenslust en op die wijze +plotseling den vroolijken klank van uw paradoxen tot zwijgen brengt? + +O, vriend Rodolphe, gaarne wil ik gelooven, dat uw smart groot is, +maar dat is toch werkelijk geen reden, om dadelijk in het water te +springen. Daarom raad ik je aan zoo gauw mogelijk een streep door +het verleden te halen. Ontvlucht vooral de eenzaamheid, die bevolkt +is met spookgestalten, welke uw bekommernissen tot het oneindige +verlengen. Ontvlucht de stilte, waarin de echo der herinneringen nog +weerklinkt van doorleefde vreugde en doorleefde smart. Werp moedig naar +alle windstreken der vergetelheid den naam, dien ge zoo lief gehad +hebt, en ook alles wat u nog overblijft van haar, die hem droeg. De +haarlokken, die uw van hartstocht vurige lippen hebben gekust; het +kristallen flaconnetje, waarin nog een rest van den parfum sluimert, +die op dit oogenblik voor u gevaarlijker is om in te ademen dan alle +vergiften der wereld; in het vuur de bloemen, de bloemen van gaas, +van zijde en van fluweel; de witte jasmijnen, de door het bloed van +Adonis gepurperde anemonen, de blauwe vergeet-mij-nietjes, en al die +bekoorlijke ruikers, welke zij in de verre dagen van uw kort geluk +samenbond. Toen hield ik ook van uw Mimi, en zag ik er geen gevaar in, +dat gij haar lief hadt. Maar volg mijn raad: in het vuur die linten, +die mooie roode, blauwe en gele linten, die haar hals en boezem +sierden, om uw blikken te trekken en te boeien; in het vuur de kanten +en mutsjes en sluiers, al die coquette prulletjes, waarmede ze zich +tooide, om te gaan liefkoozen met mijnheer César, mijnheer Jérôme, +mijnheer Charles of een anderen geliefde, dien de kalender aangaf, +terwijl gij aan uw venster op haar stondt te wachten, rillend onder +den guren wind en den rijp van den winter; in het vuur, Rodolphe, +alles wat haar heeft toebehoord en wat u aan haar herinneren kan; +in het vuur, meedoogenloos in het vuur, de liefdesbrieven. Zie, daar +is er juist een, waarover ge tranen hebt gestort als uit een fontein, +o, rampzalige vriend! + + + "Daar je niet thuis komt, ga ik naar mijn tante. + + Het aanwezige geld neem ik mede, om een rijtuig te kunnen betalen. + + Lucile." + + +En dien avond hebt ge niet gegeten, Rodolphe; herinnert ge het u +nog? En ge zijt bij mij gekomen en hebt op mijn kamer een vuurwerk van +geestigheden afgestoken, die getuigden van de rust van uw ziel. Want ge +geloofdet, dat Lucile bij haar tante was, en indien ik u gezegd had, +dat zij bij mijnheer César of bij een comediant van den Montparnasse +was, dan zoudt ge me zeker naar de keel gevlogen hebben. In het vuur +ook dat andere briefje, dat geheel en al de laconische teederheid +van het eerste ademt: + +"Ik ga laarzen bestellen; je moet beslist zorgen, dat je geld krijgt, +zoodat ik ze overmorgen kan gaan halen." + +O, vriendlief, die laarzen hebben heel wat contredansen gedanst, +waarin gij haar vis-à -vis niet waart! + +Aan het vuur die herinneringen, aan de winden haar asch prijsgeven! + +Maar Rodolphe, grijp, uit liefde voor de menschheid en ter wille van +den roem van de Echarpe d'Iris en van den Castor, weer met vaste +hand de teugels van den goeden smaak, die ge in uw zelfzuchtige +smart slap hebt laten hangen; anders zouden de vreeselijkste dingen, +waarvoor gij verantwoordelijk zoudt zijn, kunnen gebeuren. Wij zouden +weer terugkeeren tot de pofmouwen en de klepbroeken en wij zouden op +een goeden dag misschien weer hoeden in de mode zien komen, die het +heelal beleedigen en den toorn des hemels op ons laden zouden. + +En nu is dan het oogenblik gekomen, om de liefdesgeschiedenis van onzen +vriend Rodolphe en mademoiselle Lucile, meer bekend als mademoiselle +Mimi, te vertellen. + +Midden in zijn vier-en-twintigste levensjaar werd Rodolphe plotseling +aangegrepen door dien hartstocht, welke zoo'n grooten invloed op +zijn leven had. In den tijd, dat hij Mimi voor het eerst ontmoette, +leidde Rodolphe dat bewogen en fantastische leven, dat wij in de +vorige tooneelen van deze serie hebben trachten te beschrijven. Hij +was ongetwijfeld een der vroolijkste armoedzaaiers, die ooit in het +land der bohémiens geleefd hebben. Wanneer hij een slecht middagmaal +gebruikt en een goede aardigheid getapt had, dan liep hij trotscher +op het plaveisel, dat hem dikwijls tot hoofdkussen diende, trotscher +in zijn versleten rok, die uit alle naden om genade smeekte, dan een +keizer in zijn purperen mantel. In den vriendenkring, waarin Rodolphe +verkeerde, deed men ten gevolge van een geblaseerdheid, die aan sommige +jonge mannen eigen is, net alsof men de liefde als een luxe-artikel, +als een voorwendsel voor platte grappen beschouwde. Gustave Colline, +die sedert lang intieme relaties onderhield met een vestenmaakster, +welke hij naar lichaam en geest mismaakt had door haar dag en nacht de +manuscripten van zijn wijsgeerige werken te laten copieeren, beweerde, +dat de liefde een soort purgeermiddel was, geschikt om ieder nieuw +jaargetijde in te nemen, ten einde de slechte lichaamsvochten te +verwijderen. Te midden van al die valsche sceptici was Rodolphe de +eenige, die met een zekeren eerbied over de liefde placht te spreken; +en wanneer men het ongeluk had om met hem over dat thema te beginnen, +dan was hij in staat om meer dan een uur lang elegieën te kirren over +het geluk bemind te worden, over het blauw van het vredige meer, het +suizen van den wind, het concert der sterren enz. enz. Schaunard had +hem naar aanleiding daarvan den bijnaam Harmonika gegeven, terwijl +Marcel een heel aardig woord verzonnen had, waarin hij een toespeling +maakte zoowel op de Germaansch-sentimenteele ontboezemingen als op +de vroegtijdige kaalheid van Rodolphe; hij noemde hem n.l. myosotis +calva, d.i. het kale vergeet-mij-nietje. De waarheid was echter, +dat toentertijd Rodolphe in allen ernst geloofde met alle dingen +van jeugd en liefde afgerekend te hebben; hij zong overmoedig het De +profundis over zijn hart, dat hij dood waande, terwijl het slechts +sliep en gereed was ieder oogenblik te ontwaken, toegankelijker dan +ooit voor vreugde en ontvankelijker dan ooit voor die zoete smarten, +waarop hij niet meer hoopte en die hem nu wanhopig maakten. Gij hebt +het gewild, Rodolphe, en wij zullen u niet beklagen, want de smart, +waaraan gij lijdt, behoort tot die, welke men het meest terugwenscht, +vooral wanneer men weet, dat men er voor goed van genezen is. + +Rodolphe dan ontmoette de jonge Mimi, die hij trouwens vroeger, toen +zij nog de maîtresse van een zijner vrienden was, gekend had, en maakte +haar tot de zijne. In den beginne was het een luid gebrom van afkeuring +onder Rodolphe's vrienden, toen zij van zijn liaison hoorden, maar +daar mademoiselle Mimi een zeer innemend persoontje was, volstrekt +niet preutsch, en, zonder hoofdpijn te krijgen, hun tabaksrook en +litteraire gesprekken kon verdragen, raakte men al spoedig aan haar +gewend en behandelde haar als een kameraad. Mimi was een bekoorlijk en +mooi wezentje, dat de plastieke en poëtische sympathieën van Rodolphe +op bijzondere wijze bevredigde. Zij telde toen twee-en-twintig zomers, +was klein, tenger gebouwd en grappig-ondeugend. Haar gelaat had iets +aristocratisch, haar trekken echter, die buitengewoon fijn waren +en door den glans van haar vochtig-blauwe oogen als het ware met +een zacht licht overgoten werden, konden in sommige oogenblikken van +verveling of slecht humeur een uitdrukking van een bijna beestachtige +woestheid krijgen, waarin een physioloog misschien de aanwijzing +gezien zou hebben van een grenzenlooze zelfzucht of van een groote +ongevoeligheid. Maar meestal was het een charmant kopje met een jong, +frisch lachje en oogen, die nu eens smachtend, dan weer veroverend +coquet iemand aankeken. Het bloed der jeugd stroomde warm en snel door +haar aderen en kleurde haar doorzichtige, als camelia's zoo blanke huid +met rozenroode tinten. Die ziekelijke schoonheid bekoorde Rodolphe, +dikwijls kroonde hij 's nachts uren lang steeds weer met kussen het +bleeke voorhoofd van zijn geliefde, wier vochtige en moede oogen, +half geopend, schitterden onder den gordijn van haar prachtige, +bruine haren. Maar vooral haar handen, die zij niettegenstaande +de zorgen voor het huishouden, blanker wist te houden dan wanneer +zij de godin van het dolce far niente in eigen persoon geweest was, +maakten Rodolphe waanzinnig op haar verliefd. En toch zouden die zoo +teere en kleine handen, die voor de liefkoozingen van een lip zoo +zachte kinderhanden, waarin Rodolphe zijn opnieuw bloeiend hart had +nedergelegd, toch zouden die blanke handen van Mimi spoedig het hart +van den dichter met haar rose nageltjes verminken. + +Na verloop van een maand begon Rodolphe te merken, dat hij een liaison +gesloten had met een stormwind en dat zijn maîtresse een groot gebrek +had. Zij ging n.l. gaarne op buurbezoek en bracht een groot gedeelte +van haar tijd door bij de maintenées uit de buurt, waarmede zij, God +weet hoe, kennis gemaakt had. En al heel spoedig werden de gevolgen +merkbaar, waarvoor Rodolphe gevreesd had, toen hij van de nieuwe +"kennissen" van zijn maîtresse hoorde. De onbestendige rijkdom van +sommige dier nieuwe vriendinnen had een geheel woud van begeerten +doen ontstaan in den geest van Mimi, die tot op dat oogenblik slechts +bescheiden eischen gehad had en met het noodzakelijke, dat Rodolphe +haar naar zijn beste krachten gaf, tevreden geweest was. Mimi begon te +droomen van zijde, fluweel en kant. En niettegenstaande Rodolphe het +haar verbood, bleef zij omgaan met die vrouwen, die haar éénstemmig +trachtten te overreden te breken met den bohémien, die haar zelfs +geen honderdvijftig francs kon geven voor een lakensche japon. + +"Een zoo knap meisje als jij," zeiden haar raadgeefsters haar, +"kan makkelijk een betere "positie" vinden. Je behoeft maar te zoeken." + +En mademoiselle Mimi begon te zoeken. Rodolphe, die deze menigvuldige +en onhandig gemotiveerde uitgangen met leede oogen aanzag, begon nu +den smartelijken weg van argwaan en vermoedens in te slaan. Maar +zoodra hij weer een nieuw bewijs van ontrouw op het spoor meende +te zijn, bond hij steeds weer stevig een doek voor zijn oogen, om +toch maar niets te zien, want niettegenstaande alles bleef hij Mimi +aanbidden. Hij koesterde voor haar een jaloersche, phantastische, +twistzieke liefde, die de jonge vrouw niet begreep, omdat zij toen +voor Rodolphe nog slechts die lauwe genegenheid voelde, welke uit het +dagelijksche samenzijn voortspruit. En bovendien was de eene helft +van haar hart reeds verbruikt ten tijde van haar eerste liefde en +was de andere helft nog vol herinnering aan haar eersten minnaar. + +Zoo verliepen acht maanden van afwisselend goede en slechte +dagen. Gedurende dien tijd stond Rodolphe wel twintigmaal op het +punt met Mimi te breken, die hem met alle uitgezochte wreedheden, +waarover een vrouw zonder liefde beschikt, kwelde. Eerlijk gezegd +was dit bestaan voor beiden een hel geworden. Maar Rodolphe had zich +aan die dagelijksche twisten vrijwel gewend en vreesde niets zoozeer +als het einde van dien toestand, omdat hij begreep, dat daarmede +tevens voor goed een einde zou komen aan die opbruisingen van zijn +jeugdig bloed en aan al de gemoedsbewegingen, die hij in zoo langen +tijd niet meer gekend had. En dan waren er, om de waarheid niet te +kort te doen, ook uren, waarin mademoiselle Mimi allen argwaan uit +Rodolphe's door booze vermoedens verscheurd hart wist te verjagen. Er +waren oogenblikken, waarin deze dichter, die door haar zijn verloren +poëzie had teruggevonden, aan wien zij zijn jeugd teruggegeven had, +die dank zij haar weer onder den aequator der liefde was doorgegaan, +als een kind aan haar knieën nederknielde onder de betoovering van +haar blauwen blik. Twee of driemaal per maand staakten Rodolphe en +Mimi hun stormachtige twisten, om zich te verkwikken in de frissche +oase van een liefdesnacht en liefdesgesprekken. Dan nam Rodolphe het +glimlachende en opgewekte kopje van zijn vriendinnetje in zijn armen +en sprak tot haar uren lang die bewonderenswaardige en dwaze taal, +welke de hartstocht in uren van passie improviseert. In den beginne +luisterde Mimi kalm, meer verbaasd dan ontroerd, maar langzamerhand +sleepte de geestdriftige welsprekendheid, die beurtelings teeder, +vroolijk en melancholiek was, ook haar mede. Zij voelde bij het +contact van die liefde, het ijs der onverschilligheid, dat haar hart +deed verstijven, smelten; koortsachtige begeerten begonnen haar dan +te doortrillen, en zij sloeg haar armen om zijn hals en zeide hem in +kussen alles wat zij niet in woorden zou hebben kunnen uitdrukken. En +zoo verraste hen dan het morgenrood, oog in oog, hand in hand, borst +aan borst, terwijl hun vochtige, van hartstocht brandende lippen nog +steeds het onsterfelijke woord mompelden: + + + "Qui depuis cinq mille ans, + Se suspend chaque nuit aux lèvres des amants." + + +Doch den volgenden dag ontstond uit een nietige aanleiding weer een +twist en vluchtte de liefde, verschrikt, weer voor langen tijd. + +Eindelijk en ten laatste merkte Rodolphe, dat, als hij niet oppaste, +de blanke handen van mademoiselle Mimi hem naar een afgrond zouden +voeren, waarin hij zijn toekomst en zijn jeugd zou zien verdwijnen. Een +oogenblik sprak de strenge logica in hem krachtiger dan de liefde, +en hij overtuigde zichzelf door prachtige, op bewijzen steunende +redeneeringen, dat zijn vriendinnetje hem niet lief had. Hij hield +zich zelfs voor, dat de uren van liefde, die zij hem toestond, +niets anders waren dan zinnelijke caprices, die getrouwde vrouwen +voor haar mannen voelen, wanneer zij een nieuwe sjaal of een nieuwe +japon willen hebben, of wanneer haar minnaar ver van haar weg is, +wat als het ware een pendant is van het spreekwoord: "Bij gebrek +aan brood eet men korstjes van pasteien." Om kort te gaan, Rodolphe +kon zijn vriendinnetje alles vergeven behalve dat zij hem niet lief +had. Hij nam dus een kloek besluit en zeide tegen mademoiselle Mimi, +dat zij naar een anderen minnaar moest uitzien. Mimi begon te lachen +en nam een uitdagende houding aan. Toen zij echter eindelijk inzag, +dat Rodolphe bij zijn besluit bleef en haar heel kalm ontving, toen +zij na een afwezigheid van vier-en-twintig uur weer terugkwam, begon +toch die vastberadenheid, waaraan zij niet gewend was, haar ongerust te +maken. Zij was nu twee of drie dagen lang de lieftalligheid zelve. Maar +Rodolphe bleef bij wat hij gezegd had en vergenoegde zich te vragen, +of zij al een ander gevonden had. + +"Ik heb nog niet eens gezocht," was haar antwoord. + +Zij had echter wel gezocht, en wel reeds voordat Rodolphe het haar +aangeraden had. In een tijdsverloop van veertien dagen had zij twee +pogingen gedaan. Een van haar vriendinnen had haar geholpen en haar +in kennis gebracht met een manlijken bakvisch, die voor Mimi's oogen +een horizont van Indische sjaals en palissandermeubelen had laten +schitteren. Maar volgens het oordeel van Mimi zelf was de jonge +student, die misschien heel sterk in algebra was, op het gebied der +liefde nog een leek; en daar Mimi absoluut geen opvoedkundige neigingen +had, liet zij haar verliefden novitius zitten met zijn sjaals, die nog +in de weiden van Tibet graasden, en met de palissanderhouten meubelen, +die in de Amerikaansche oerwouden nog in blad stonden. + +De student werd al heel spoedig vervangen door een Bretonschen edelman, +waarop zij bliksemsnel verliefd raakte, en dien zij niet lang behoefde +te smeeken haar tot gravin te verheffen. + +Niettegenstaande de protesten van zijn maîtresse had Rodolphe toch +lucht van de een of andere intrigue gekregen; hij wilde precies weten +waar hij aan toe was; en op een goeden morgen ging hij, na een nacht, +dat mademoiselle Mimi niet thuis gekomen was, naar een plaats, waar hij +vermoedde, dat zij zijn zou. Hier had hij volop gelegenheid zich een +van die bewijzen, waaraan men nolens volens gelooven moet, diep in het +hart te boren. Hij zag Mimi met door een aureool van wellust omkringde +oogen aan den arm van haar nieuwen heer en meester het huis verlaten, +waarin zij tot den adelstand verheven was. Haar nieuwe minnaar scheen +echter heel wat minder trotsch op zijn nieuwe verovering dan Paris, +de mooie Grieksche herder, na de schaking van de schoone Helena. + +Mademoiselle Mimi scheen eenigszins verrast, toen zij Rodolphe zag +aankomen. Zij ging naar hem toe en zij spraken gedurende een minuut +of vijf heel kalm met elkaar. Dan namen zij afscheid, om ieder huns +weegs te gaan. De breuk was definitief. + +Rodolphe keerde dadelijk naar huis terug en bracht den geheelen dag +door met het in pakjes bijeenpakken van alle dingen, die aan zijn +maîtresse toebehoorden. + +In den loop van den dag na de "echtscheiding" kreeg Rodolphe bezoek +van verscheidene van zijn vrienden en vertelde hun wat er voorgevallen +was. Allen feliciteerden hem met die gebeurtenis als met een groot +geluk. + +"Wij zullen u helpen, o dichter," zeide een van hen, die meermalen +getuige geweest was van de kwellingen welke mademoiselle Mimi Rodolphe +had laten verduren, "wij zullen u helpen om uw hart uit de handen van +dat ellendige schepsel te bevrijden. En binnen korten tijd zult gij +genezen zijn en weer verlangen met een andere Mimi te dwalen over de +groene paden van Aulnay en Fontenay-aux-Roses." + +Rodolphe bezwoer, dat het nu voor goed uit was met zijn wroeging +en wanhoop. Hij liet zich zelfs overhalen mede te gaan naar het +bal Mabille, waar zijn veronachtzaamde kleeding al heel slecht de +Echarpe d'Iris vertegenwoordigde, die hem vrijen toegang tot dezen +tuin van galanterie en genot verschafte. Daar ontmoette Rodolphe weer +andere vrienden, met wie hij begon te drinken. Hij vertelde hun zijn +ongeluk met een ongehoorde overdaad van bizarre wendingen en woorden +en gedurende een uur sprak hij met een hartstocht en een vuur, die +de anderen stil maakten. + +"Helaas, helaas!" zeide de schilder Marcel, toen hij den regen van +ironie hoorde, die van de lippen van zijn vriend stroomde, "Rodolphe +is te vroolijk." + +"Hij is charmant!" antwoordde een jonge vrouw, aan wie Rodolphe een +ruikertje bloemen aangeboden had, "en hoewel zijn kleeding nu niet +bepaald schitterend is, zou ik mij graag compromitteeren door met +hem te dansen, als hij mij vragen zou." + +Twee seconden later stond Rodolphe, die deze woorden gehoord had, +voor haar en noodigde haar ten dans, wat dankbaar werd aanvaard. + +Rodolphe kende van de eerste grondbeginselen der dans evenveel als +van den regel van drieën. Doch bezield door een buitengewonen moed, +aarzelde hij niet zich in het dansgewoel te storten en improviseerde +een dans, die aan alle vroegere choreographieën onbekend geweest +was. Men noemt haar den pas des regrets et soupirs (dans der tranen +en zuchten) en haar originaliteit verschafte haar een ongelooflijk +succes. De drieduizend gasvlammen mochten vrij haar vurige tongen +naar hem uitsteken, als om hem te bespotten, Rodolphe bleef steeds +doordansen en wierp onophoudelijk zijn danseres handenvol nog +onuitgegeven galanterieën in het gelaat. + +"Het is waarachtig bijna niet te gelooven," zeide Marcel, "Rodolphe +doet me denken aan een dronken man, die op gebroken glazen danst." + +"Intusschen heeft hij een heele knappe vrouw aan den haak geslagen," +zeide een andere, die Rodolphe met zijn danseres zag weggaan. + +"Je neemt niet eens afscheid van ons!" riep Marcel tegen hem. + +Rodolphe ging weer naar den artist terug en stak hem zijn hand toe; +die hand was koud en klam als vochtig marmer. + +Rodolphe's danseres was een krachtige dochter van Normandië, een +opgewekte en levenslustige natuur, wier aangeboren onbeholpenheid te +midden van de elegance en de luxe van het Parijsche bestaan en een +lui leventje, al heel spoedig plaats gemaakt had voor aristocratische +vormen. Zij liet zich madame Séraphine of iets van dien aard noemen en +was op dat oogenblik de maîtresse van een door rheumatiek geplaagden +pair de France, die haar maandelijks vijftig louis gaf, welke zij +deelde met een elleridder, die haar niets dan slaag gaf. Rodolphe +was in haar smaak gevallen; zij hoopte, dat hij haar niets zou geven, +en nam hem mee naar huis. + +"Lucile," zeide zij tot haar kamenier; "ik ben vanavond voor niemand +te spreken." + +En na even in haar toiletkamer geweest te zijn, kwam zij na vijf +minuten in een speciaal kostuum terug. Zij vond Rodolphe onbeweeglijk +en zwijgend in de kamer staan, want sedert hij daar binnen was, +had hij zich verdiept in een duisternis vol stille snikken. + +"U kijkt mij niet meer aan, je spreekt niet tegen me," zeide Séraphine +verwonderd. + +"Kom," zeide Rodolphe tot zich zelf en keek op, "laat ik naar haar +kijken, maar alleen uit een oogpunt van kunst!" + +Et quel spectacle, alors, vint s'offrir à ses yeux! zooals Raoul in +de Hugenooten zingt. + +Séraphine was bewonderenswaardig mooi. Haar prachtige vormen, die +door de coupe van haar kleed zeer voordeelig uitkwamen, schemerden +uitdagend en verleidelijk door het half doorzichtige weefsel. In +Rodolphe's aderen begon het bloed van koortsachtig verlangen onstuimig +te kloppen. Een gloeiende nevel steeg hem naar het hoofd. Hij zag +Séraphine nu reeds met andere oogen dan die van een kunstkenner aan en +nam de handen van het mooie meisje in de zijne. Het waren sublieme +handen, als het ware gebeeldhouwd met den zuiversten beitel der +Grieksche sculptuur. Rodolphe voelde die bewonderenswaardige handen +in de zijne beven; en hoe langer hoe minder kunstcriticus wordend, +drukte hij Séraphine tegen zich aan, wier wangen zich kleurden met +den blos, dien men het morgenrood der wellust zou kunnen noemen. + +"Dit schepsel is werkelijk een instrument der wellust, een +liefde-stradivarius, waarop ik gaarne een lied zou willen spelen," +dacht Rodolphe, toen hij het hart der schoone zeer duidelijk een +stormaanval hoorde slaan. + +Op dat oogenblik werd er hard aan de bel getrokken. + +"Lucile, Lucile!" riep Séraphine tegen haar kamenier; "doe niet open, +zeg, dat ik nog niet thuis ben." + +Bij den tweemaal uitgesproken naam Lucile stond Rodolphe op. + +"Ik wil u op geen enkele wijze in ongelegenheid brengen, mevrouw," +zeide hij. "Trouwens het wordt mijn tijd, het is al laat en ik woon +ver weg. Goeden nacht!" + +"Wat, wilt u weg?" riep Séraphine uit, en liet haar oogen snelvuur +geven; "waarom gaat u weg, waarom? Ik ben vrij; u kunt blijven." + +"Onmogelijk, mevrouw," antwoordde Rodolphe. "Ik verwacht vanavond +een van mijn familieleden uit Vuurland, en die zou me zeker onterven, +als hij mij niet thuis vond, om hem behoorlijk te ontvangen. Goeden +nacht, mevrouw!" + +En hij snelde weg. De kamenier lichtte hem bij en Rodolphe keek haar +toevallig in het gezicht. Het was een jong tenger meisje met sleependen +gang; haar bleek gezichtje vormde een bekoorlijke tegenstelling met +het van nature golvende, zwarte haar; haar blauwe oogen geleken op +twee zwakke sterren. + +"O, spookgestalte!" riep Rodolphe uit en week terug voor haar, die +den naam en het gezicht van zijn vriendinnetje had. "Terug! Wat wilt +ge van mij?" + +En hij stormde de trap af. + +"Maar mevrouw!" zeide de kamenier, toen zij weer bij haar meesteres +terugkwam, "bij dien jongen man is er één van de vijf op den loop!" + +"Zeg liever, dat hij een groote stommeling is!" antwoordde Séraphine +woedend. "Enfin een goede leer voor een volgende keer! Als die stomme +Léon nu maar zoo verstandig was dadelijk te komen!" + +Léon was de elleridder, die in zijn liefde-blazoen een zweep voerde. + +Rodolphe liep zoo hard als zijn beenen hem dragen konden, naar +huis. Toen hij de trap opging, hoorde hij zijn rooden kater klagende +zuchten uitstooten. Twee nachten lang riep hij zoo reeds vergeefs naar +zijn ontrouwe schoone, een angora-Manon Lescaut, die op de daken in +de buurt op galante avonturen uit was. + +"Arm dier," zeide Rodolphe; "ook jij bent bedrogen; jouw Mimi heeft +je al even leelijke poetsen gebakken als de mijne mij. Maar laten +we ons troosten. Het hart van vrouwen en van katten is een afgrond, +dien mannen en katers nooit zullen kunnen peilen." + +Toen hij zijn kamer binnentrad, had hij, niettegenstaande de drukkende +hitte, een gevoel, alsof er een ijsmantel om zijn schouders gelegd +werd. Het was de koude der eenzaamheid, de vreeselijke eenzaamheid +van den nacht, die door niets gestoord werd. Hij stak zijn kaars aan +en zag bij het licht daarvan de kale kamer. Uit de kasten staken de +ledige laden, en van den zolder tot den grond vulde een eindelooze +triestheid deze kleine kamer, die aan Rodolphe grooter dan een woestijn +scheen. Al voortloopend stiet zijn voet tegen de pakjes, die Mimi's +eigendommen bevatten, en een gevoel van blijdschap doorstroomde hem, +toen hij zag, dat zij ze nog niet was komen halen, wat zij volgens +afspraak dien ochtend zou hebben gedaan. Rodolphe voelde, hoe hij +er zich ook tegen verzette, het uur der reactie naderen, en hij +voorzag heel goed, dat hij zijn uitgelatenheid van dien avond met een +afschuwelijken nacht zou moeten boeten. Toch had hij nog eenige hoop, +dat zijn door en door vermoeid lichaam zou slapen vòòr de smart, +die hij zoo lang in zijn binnenste had onderdrukt, ontwaken zou. + +Toen hij echter het bed naderde en de gordijnen open sloeg, voelde hij +bij den aanblik van deze legerstede, die in twee dagen niet aangeraakt +was, en van de beide naast elkaar liggende kussens, onder een waarvan +nog het kanten borduursel van een nachtmutsje te voorschijn kwam, +zijn hart samenpersen in de onontkoombare schroef van die doffe smart, +welke zich niet uiten kan. Hij viel neer voor het bed, drukte zijn +voorhoofd in zijn handen, en riep, na een smartelijken blik in de +eenzame kamer geworpen te hebben, uit: + +"Mimi, kleine Mimi, vreugde van mijn huis, ben je werkelijk heengegaan, +heb ik je werkelijk weggezonden, zal ik je nooit meer terugzien? O +God! O, gij lief, bruin kopje, dat zoo lang op deze plaats geslapen +hebt, zult gij niet meer terugkomen, om er weer te slapen? O, gij +grillige stem, wier liefdesgefluister me in verrukking bracht en +wier booze tonen als muziek klonken, zal ik je niet meer hooren? En +gij kleine, blanke, blauwdooraderde handjes, waarop ik zoo dikwijls +mijn heete lippen drukte, o, gij kleine, blanke handen, hebt gij mijn +laatsten kus ontvangen?" + +En Rodolphe drukte als in koortswaanzin zijn hoofd in de kussens, +waaruit nog steeds de geur van het haar van zijn vriendinnetje +opsteeg. Van achter uit het alkoof meende hij de spookgestalte +van de heerlijke nachten, die hij met zijn jonge maîtresse daar had +doorgebracht, te zien opdoemen. Helder en duidelijk hoorde hij Mimi's +frisschen lach nog klinken door de nachtelijke stilte, en hij dacht +verlangend terug aan die betooverende, aanstekelijke vroolijkheid, +waarmede zij hem zoo dikwijls de zorgen en ellenden van hun aan +wisselvalligheden zoo rijk bestaan had doen vergeten. + +Gedurende dien geheelen langen nacht liet hij de acht maanden de +revue passeeren, welke hij met de jonge vrouw doorleefd had, die hem +misschien nooit lief gehad had, maar wier gelogen teederheid toch +aan zijn hart zijn jeugd en manlijke kracht had teruggegeven. + +Het grauwe ochtendlicht verraste hem, toen hij, door moeheid +overmeesterd, zijn oogen, rood door de in den nacht gestorte tranen, +gesloten had. Een smartelijke en vreeselijke nacht, zooals zelfs de +meest spottende sceptici onder ons meer dan eens doorwaakt hebben. + +Toen 's ochtends zijn vrienden bij hem binnenkwamen, schrikten zij +bij het zien van Rodolphe, wiens gelaat nog de duidelijkste sporen +droeg van al de benauwdheden, die hem gedurende zijn nachtwake op +den Olijfberg der liefde gekweld hadden. + +"Dat wist ik vooruit wel," zeide Marcel; "zijn vroolijkheid van +gisteravond is hem op het hart geslagen. Maar dat mag niet zoo +blijven voortgaan." + +En in overleg met twee of drie vrienden begon hij over mademoiselle +Mimi een groot aantal indiscrete onthullingen te vertellen, waarvan +ieder woord als een doorn in Rodolphe's hart drong. Zijn vrienden +bewezen hem zonneklaar, dat zijn maîtresse hem steeds en overal, +binnen- en buitenshuis, bedrogen had alsof hij een sul was, en dat dit +als de engel der tering zoo bleeke schepsel slechts een juweelkistje +was van lage gevoelens en verdorven instincten. + +De vrienden wisselden elkaar af in de taak, die zij op zich genomen +hadden en waarvan het doel was Rodolphe tot het punt te brengen, waarop +de liefde overgaat in verachting; doch dat doel werd slechts voor de +helft bereikt. De wanhoop van den dichter veranderde in toorn. Woedend +wierp hij zich op de pakjes, die hij den vorigen dag gereed gemaakt +had; en nadat hij alle voorwerpen, die reeds Mimi's eigendom waren +bij haar komst, op zijde gelegd had, hield hij alles wat hij haar +gedurende hun liaison gegeven had, achter, d.w.z. het grootste gedeelte +en voornamelijk de toiletartikelen, waaraan zij met alle vezels van +haar in den laatsten tijd onverzadigbaar geworden behaagzucht hing. + +In den loop van den volgenden dag kwam Mimi haar "boeltje" +halen. Rodolphe was thuis en alleen. Hij moest op dat oogenblik al +zijn zelfrespect te hulp roepen, om zijn maîtresse niet om de hals +te vallen. Hij ontving haar met zwijgende, stille beleedigingen, +welke zij met dien kouden scherpen toon beantwoordde, die zelfs de +zwakste en meest bedeesde naturen buiten zich zelf doet geraken. Bij +de minachting, waarmede Mimi hem op hardnekkig-brutale wijze geeselde, +barstte Rodolphe's toorn woest en angstaanjagend los, zoodat Mimi, +bleek van vrees, zich een oogenblik afvroeg, of zij levend uit zijn +handen zou komen. Op haar angstkreten snelden eenige medebewoners +toe en trokken haar uit Rodolphe's kamer. + +Twee dagen later kwam een vriendin van Mimi Rodolphe vragen of hij +Mimi's "boeltje" wilde teruggeven. + +"Neen," antwoordde Rodolphe. + +Dan wist hij de afgezante van zijn maîtresse aan het praten +te krijgen. Zij vertelde hem, dat Mimi zich in uiterst benarde +omstandigheden bevond en dat het niet lang meer zou duren, of zij +had geen dak meer boven haar hoofd. + +"En haar geliefde, waar zij zoo dol op is?" + +"Maar die jonge man heeft volstrekt geen plan haar tot maîtresse te +nemen," antwoordde Amélie. "Hij heeft er al lang een en hij schijnt +zich van Mimi, die nu zoo lang bij mij is en mij erg in verlegenheid +brengt, niets aan te trekken." + +"Zij moet maar zien, hoe zij het klaar speelt," zeide Rodolphe; +"zij heeft het zelf zoo gewild; de zaak gaat mij niet langer aan." + +En hij begon mademoiselle Amélie het hof te maken en verzekerde haar, +dat zij het mooiste meisje op aarde was. + +Amélie vertelde Mimi van haar bezoek aan Rodolphe. + +"Wat zegt hij? Wat doet hij?" vroeg Mimi. "Heeft hij over mij +gesproken?" + +"Geen woord. Hij heeft je reeds heelemaal vergeten. Rodolphe heeft +al een nieuw liefje en hij heeft voor haar een prachtig toilet +gekocht, want hij heeft veel geld gekregen, en ziet er zelf uit als +een prins. Het is een heel aardig iemand en hij zelf heeft mij heel +vleiende complimentjes gemaakt." + +"Ik zal er wel achter komen wat dat allemaal beteekent," dacht Mimi. + +Dagelijks ging mademoiselle Amélie nu onder een of ander voorwendsel +naar Rodolphe, die, men kon het draaien hoe men wilde, steeds weer +over Mimi begon. + +"Zij is erg vroolijk," antwoordde de vriendin, "en schijnt zich al +heel weinig van haar toestand aan te trekken. Overigens beweert zij, +dat zij weer bij je terug kan komen, wanneer zij maar wil, zonder +eenige tegemoetkoming van haar kant, en alleen maar om je vrienden +woedend te maken." + +"Het is goed," zeide Rodolphe; "laat ze maar komen dan zullen we +verder zien." + +En hij begon Amélie weer het hof te maken, die alles dadelijk aan +Mimi ging overbrieven en verzekerde, dat Rodolphe "smoor" op haar was. + +"Hij heeft mijn handen en mijn pols gezoend," zeide zij; "kijk maar, +ze zijn er nog rood van. Hij wil me morgen meenemen naar het bal." + +"Maar beste meid," zeide Mimi gepiqueerd, "ik begrijp heel goed, +waar je heen wilt. Je wilt me wijs maken, dat Rodolphe verliefd op +je is en niet meer aan mij denkt. Maar je verspilt je tijd, zoowel +bij hem als bij mij." + +Inderdaad was Rodolphe alleen maar zoo vriendelijk tegen Amélie, +om haar dikwijls bij zich te lokken, waardoor hij de gelegenheid had +met haar over zijn maîtresse te spreken; doch met een macchiavellisme, +dat misschien een welbewust doel had, deed Amélie, die zeer goed inzag, +dat Rodolphe nog steeds van Mimi hield, en dat deze er volstrekt niet +ongeneigd toe was weer naar hem terug te gaan, al haar best om door +handig verzonnen berichten alles te vermijden, wat de twee geliefden +weer tot elkaar zou kunnen brengen. + +Den dag, waarop zij naar het bal zou gaan, ging Amélie in den ochtend +aan Rodolphe vragen, of de afspraak zoo bleef. + +"Zeker", antwoordde hij haar, "ik zou de gelegenheid, om de cavalier +van de mooiste vrouw van onzen tegenwoordigen tijd te zijn, niet +gaarne verzuimen." + +Amélie zette hetzelfde coquette gezicht, dat zij den avond van haar +eenig debuut in een voorstadschouwburg in de rol van een soubrette +van den vierden rang getrokken had, en beloofde op het afgesproken +uur klaar te zijn. + +"A propos," zeide Rodolphe, "zeg aan mademoiselle Mimi, dat ik haar +al haar zaakjes zal teruggeven, wanneer zij ter wille van mij haar +minnaar eens voor een nacht ontrouw wil worden." + +Amélie bracht de boodschap over, doch gaf aan zijn woorden een geheel +andere beteekenis dan die, welke zij erin geraden had. + +"Jouw Rodolphe is een ignobele kerel," zeide zij tegen Mimi; "zijn +voorstel is een schande. Hij wil je door dien stap vernederen tot +den rang der laagste deernen; en indien je naar hem toe gaat, zal +hij je niet alleen je boeltje teruggeven, maar je bovendien de risée +maken van al zijn vrienden; dat is een samenzwering, die ze onderling +gesmeed hebben." + +"Ik ben niet van plan te gaan," zeide Mimi en vroeg, toen ze zag, +dat Amélie bezig was toilet te maken, of zij naar het bal ging. + +"Ja", antwoordde de ander. + +"Met Rodolphe?" + +"Ja, hij zal me vanavond op twintig pas van het huis wachten." + +"Veel pleizier," zeide Mimi, die, toen het uur van het rendez-vous +naderde, zoo gauw mogelijk naar den minnaar van mademoiselle Amélie +liep en hem mededeelde, dat deze op het punt stond hem met haar +(Mimi's) vroegeren minnaar te bedriegen. + +De mijnheer, jaloersch als een tijger, vloog naar mademoiselle Amélie +en zeide tegen haar, dat hij het uitstekend vond, dat zij den avond +in zijn gezelschap doorbracht. + +Om acht uur snelde Mimi naar de plek, waar Rodolphe op Amélie zou +wachten. Zij zag haar vroegeren minnaar daar heen en weer loopen in de +houding van iemand, die wacht; zij liep tweemaal langs hem heen, zonder +hem te durven aanspreken. Rodolphe was dien avond heel elegant gekleed, +en de heftige gemoedsbewegingen, waaraan hij in de laatste acht +dagen ten prooi geweest was, hadden aan zijn gelaatsuitdrukking iets +verhevens gegeven. Mimi voelde zich zeer onder den indruk. Eindelijk +vermande zij zich om hem aan te spreken. Rodolphe nam het kalm en +waardig op, informeerde naar haar gezondheidstoestand en vroeg ten +slotte naar de beweegreden, die haar tot hem voerde; en dit alles +op zachten, kalmen toon, waarin een accent van droefheid niet te +miskennen viel. + +"Ik moet u een onaangename boodschap overbrengen: mademoiselle Amélie +kan niet met u medegaan naar het bal--zij heeft bezoek van haar man." + +"Dan zal ik alleen naar het bal moeten gaan." + +Mimi deed op dit oogenblik alsof zij struikelde en leunde op den +schouder van Rodolphe: hij gaf haar een arm en bood haar aan haar +naar huis te brengen. + +"Dat zal niet gaan," zeide Mimi; "ik woon bij Amélie, en daar haar +man bij haar is, kan ik niet naar huis gaan, vòòr hij weg is." + +"Luister eens," zeide nu de dichter tot haar; "ik heb je door +bemiddeling van mademoiselle Amélie een voorstel laten doen; heeft +ze dat overgebracht?" + +"Ja", zeide Mimi, "maar in bewoordingen, waaraan ik, zelfs na alles, +wat er tusschen ons voorgevallen is, geen geloof schenken kan. Neen, +Rodolphe, niettegenstaande alles wat u me verwijten kunt, heb ik nooit +geloofd, dat gij in mij zoo weinig fijn gevoel veronderstelde, dat +gij ook maar een oogenblik hebt kunnen denken, dat ik zoo'n voorstel +zou aannemen." + +"U hebt me niet begrepen of men heeft u mijn voorstel verkeerd +overgebracht. Maar wat ik gezegd heb, blijft van kracht," zeide +Rodolphe; "het is nu negen uur, u hebt nog drie uur tijd om na te +denken. Mijn sleutel steekt tot twaalf uur in het slot. Bonsoir, +adieu, of tot weerziens." + +"Adieu dan!" zeide Mimi met bevende stem. + +En zoo scheidden zij ..... Rodolphe ging naar zijn kamer terug en +wierp zich geheel gekleed op bed. Om half twaalf kwam Mimi binnen. + +"Ik kom u gastvrijheid vragen," zeide zij; "de man van Amélie is +gebleven, en nu kan ik niet naar huis." + +Tot drie uur in den ochtend praatten zij. De eene verklaring volgde +op de andere, waarin het familiare jij en jou afwisselde met het +officieele u. + +Om vier uur ging de kaars uit. Rodolphe wilde een nieuwe aansteken. + +"Ach neen," zeide Mimi, "het is de moeite niet waard. Het is tijd, +om naar bed te gaan." + +En vijf minuten later had haar aardig bruin kopje zijn plaats op het +kussen weer ingenomen en riep zij met een vleiend stemmetje Rodolphe's +lippen weer op haar kleine, blanke, blauwdooraderde handen, waarvan +de paarlemoerkleur wedijverde met het wit der lakens. Rodolphe stak +geen nieuwe kaars aan. + +Den volgenden ochtend stond Rodolphe het eerst op en zeide, terwijl +hij Mimi verschillende pakjes wees, heel zacht en teeder: + +"Dat is uw eigendom, u kunt het medenemen .... ik houd woord." + +"O," antwoordde Mimi; "ik ben erg moe en kan al die groote pakken +niet tegelijk dragen. Ik kom liever nog eens terug." + +En nadat zij zich aangekleed had, nam zij alleen een kraagje en een +paar manchetten mede. + +"De rest kom ik wel halen .... stuk voor stuk," voegde zij er +glimlachend aan toe. + +"Neen," zeide Rodolphe; "neem alles mede of niets, er moet een eind +aan de zaak komen." + +"Of een nieuw begin, maar dan om altijd te duren," zeide de jonge Mimi, +terwijl zij Rodolphe om de hals vloog. + +Na samen ontbeten te hebben, gingen ze in de omstreken een uitstapje +maken. Toen zij door den Luxembourg liepen, kwamen zij een groot +dichter tegen, die Rodolphe steeds met de grootste welwillendheid +ontvangen had. Uit beleefdheid wilde Rodolphe doen, alsof hij hem +niet zag. Maar de dichter liet hem er den tijd niet voor, en knikte +hem in het voorbijgaan familiaar toe, terwijl hij zijn gezellin met +een vriendelijk glimlachje groette. + +"Wie is dat?" vroeg Mimi. + +Rodolphe noemde haar een naam, die haar een kleur van blijdschap en +trots deed krijgen. + +"Ja," zeide Rodolphe, "die ontmoeting met den dichter, die zoo mooi de +liefde bezongen heeft, is een goed voorteeken en zal onze verzoening +geluk aanbrengen." + +"Ik heb je lief," zeide Mimi innig en drukte haar vriend de hand, +hoewel zij midden in de drukte van het verkeer waren. + +"Lieve hemel!" dacht Rodolphe; "wat is nu beter, of je altijd te +laten misleiden, omdat je geloofd hebt, of nooit te gelooven uit +vrees altijd misleid te worden?" + + + + + + +HOOFDSTUK XV. + +DONEC GRATUS..... + + +We hebben reeds verteld op welke wijze de schilder Marcel mademoiselle +Musette had leeren kennen. Op een goeden dag door den priester van +de luim, die tevens maire van het dertiende arrondissement [31] is, +met elkaar verbonden, hadden zij, zooals dat dikwijls het geval is, +gemeend, met uitsluiting van hun hart getrouwd te zijn. Maar op een +avond, toen zij na een heftigen twist besloten hadden onmiddellijk van +elkaar weg te gaan, kwamen zij tot de ontdekking, dat hun handen, +die zij elkaar ten afscheid gereikt hadden, elkander niet meer +loslaten wilden. Bijna zonder het zelf te weten was hun luim liefde +geworden. Half lachend bekenden zij elkaar hun liefde. + +"Dat is een heel ernstige zaak," zeide Marcel. "Hoe zijn we zoover +gekomen?" + +"O," antwoordde Musette, "we zijn onoplettend geweest, we hebben niet +genoeg voorzorgsmaatregelen genomen." + +"Wat is er aan het handje?" vroeg Rodolphe, die naast Marcel was +komen wonen, toen hij de kamer binnenkwam. + +"Wel," antwoordde de schilder en wees daarbij op Musette, "mademoiselle +en ik zijn daar zooeven tot een prachtige ontdekking gekomen. Wij +zijn verliefd op elkaar. Dat is zeker in den slaap gekomen." + +"Oho, in den slaap, neen, dat geloof ik zoo gauw niet. Maar waar +is het bewijs, dat jullie van elkaar houdt? Je overdrijft misschien +het gevaar." + +"Voor den duivel!" riep Marcel uit, "we kunnen elkaar niet uitstaan." + +"En kunnen niet buiten elkaar," voegde Musette eraan toe. + +"Dan is de zaak zoo duidelijk mogelijk, kinderen. Jullie hebt allebei +heel mooi willen spelen en je hebt allebei verloren. Het is precies +mijn geschiedenis met Mimi. Bijna twee jaar lang hebben we nu al van +'s morgens vroeg tot 's avonds laat ruzie. Met dat systeem laat je de +huwlijken eeuwig duren. Vereenigt een Ja met een Neen en je krijgt +een verbintenis à la Philemon en Baucis. Jullie huishouden zal een +pendant van het mijne worden; en wanneer Schaunard en Phémie bij hun +dreigement blijven en bij ons komen wonen, dan kan ons trio het hier +in huis erg gezellig maken." + +Op dat oogenblik kwam Gustave Colline binnen. Ze vertelden hem het +ongeluk, dat Musette en Marcel overkomen was. + +"Nou, philosoof," vroeg deze, "wat denk jij ervan?" + +Colline krabbelde op de haren van zijn hoed, die hem als dak diende, +en bromde: + +"Dat heb ik van te voren wel zien aankomen. De liefde is een +hazardspel. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Het is +niet goed, dat de mensch alleen zij." + +Toen Rodolphe 's avonds bij Mimi kwam, waren zijn eerste woorden: + +"Ik heb nieuws. Musette is dol op Marcel en wil niet van hem vandaan." + +"Arme meid!" zeide Mimi. "Zij had zoo'n gezonde eetlust." + +"En van zijn kant is Marcel smoor op Musette. Zijn liefde is +zes-en-dertig karaat, zooals die intrigant van een Colline zou zeggen." + +"Arme jongen," vond Mimi; "hij is zoo jaloersch!" + +"Dat is zoo," zeide Rodolphe; "hij en ik zijn leerlingen van Othello." + +Eenigen tijd later kwamen werkelijk Schaunard en Phémie Klad in +hetzelfde huis als Rodolphe en Marcel wonen. + +Van af dien dag sliepen alle andere bewoners op een vulkaan en zegden +na afloop van het kwartaal gezamenlijk de huur op. + +Inderdaad ging er bijna geen dag voorbij of er barstte in één van +de huishoudens een onweer los. Nu eens waren het Mimi en Rodolphe, +die, wanneer hun de krachten om te schreeuwen begonnen te ontbreken, +elkaar hun meening duidelijk maakten door elkander de eerste de beste +projectielen, die ze in handen kregen, naar het hoofd te slingeren. Dan +weer, en dat gebeurde het meest, maakte Schaunard met het einde van +zijn wandelstok eenige aanmerkingen op de melancholieke Phémie. Marcel +en Musette echter hielden hun beraadslagingen met gesloten deuren; +zij waren tenminste zoo voorzichtig de deuren en ramen dicht te doen. + +Wanneer er toevallig eens vrede heerschte in de drie huishoudens, dan +waren de andere huurders wederom het slachtoffer van die tijdelijke +eensgezindheid. De indiscretie der tusschenmuren verried hun al de +geheimen der bohème-families en wijdde hen tegen hun wil in al hun +mysteriën in. Meer dan een buurman verkoos dan ook den casus belli +boven de ratificatiën der vredes-verdragen. + +Het bestaan, dat onze vrienden gedurende zes maanden leidden, was, +eerlijk gezegd, al heel buitengewoon. De meest oprechte broederschap +heerschte, zonder eenige mooidoenerij, in den vriendenkring, waarin +alles aan allen behoorde, en, al naar het viel, geluk of ongeluk +trouw gedeeld werd. + +Er waren in iedere maand enkele gala-dagen, dagen, waarop ze voor geen +geld van de wereld zich zonder handschoenen op straat vertoond zouden +hebben, dagen van uitgelatenheid, waarop ze van 's morgens vroeg tot +'s avonds laat aten. Er waren echter ook andere dagen, waarop ze +bijna zonder schoenen naar beneden gegaan zouden zijn, vastendagen, +waarop ze, na niet gemeenschappelijk ontbeten te hebben, ook niet +samen dineerden of hoogstens ertoe kwamen met behulp van oeconomische +combinaties een van die maaltijden te ensceneeren, waarbij borden en +lepels en vorken "geen rol speelden", zooals Mimi dat noemde. + +Doch wonderlijk genoeg ontstond er in dien kring, waartoe toch drie +jonge, knappe vrouwen behoorden, tusschen de mannen niet de geringste +oneenigheid; zij knielden dikwijls neer voor de minste luim van hun +maîtresse, maar geen van drieën zou ook maar één oogenblik geaarzeld +hebben tusschen de vrouw en den vriend. + +Liefde ontstaat vooral uit eigen beweging: zij is als het ware een +improvisatie. Vriendschap daarentegen bouwt zich om zoo te zeggen op; +zij is een gevoel, dat met omzichtigheid en bedachtzaamheid rondtast; +zij is het egoïsme van den geest, terwijl de liefde het egoïsme der +ziel is. + +Zes jaar lang kenden onze bohémiens elkaar nu al. Dit lange +tijdsverloop, waarin zij dagelijks in elkaars gezelschap verkeerden, +had, zonder de scherp omlijnde individualiteit van ieder afzonderlijk +afbreuk te doen, een overeenstemming van ideeën, een geheel geschapen, +dat zij elders niet gevonden zouden hebben. Zij hadden hun eigen zeden +en gewoonten en een bijzondere taal, waarvan een vreemde den sleutel +niet gevonden zou hebben. Wie hen niet van dichtbij kende, noemde hun +vrije manier van optreden cynisme. En toch was het niets anders dan +zich geven zooals zij waren. Als uitgesproken vijanden van iederen +dwang, haatten zij alles wat onwaar, verachtten zij alles wat laag +en gemeen was. Wanneer men hen van zelfoverschatting beschuldigde, +antwoordden zij met een openhartige uiteenzetting van hun eerzucht, +en in het bewustzijn van hun eigen waarde misbruikten zij hun eigen +Ik niet. + +Hoewel zij gedurende de vele jaren van hun gemeenschappelijk leven +en streven dikwijls door den nood gedwongen werden met elkaar te +wedijveren, hadden zij nooit den vriendschapsband verbroken en, +zonder er bepaald moeite voor behoeven te doen, den gevaarlijken +klip van eigenliefde en ijdelheid weten te omzeilen, telkens wanneer +anderen die in hen hadden trachten op te wekken, om oneenigheid +tusschen hen te zaaien. Zij schatten elkaar op hun juiste waarde; +en de trots, het beste tegengif tegen de ijverzucht, bewaarde hen +voor alle kleinzielige beroepsjaloezie. + +Doch na zes maanden gemeenschappelijk samenleven brak er plotseling +onder de bohémiens een echtscheidings-epidemie uit. + +Schaunard opende de rij. Op een goeden dag merkte hij, dat de eene +knie van Phémie Klad beter gebouwd was dan de andere, en daar hij +op het gebied der plastiek het strengste purisme huldigde, zond hij +Phémie weg en gaf haar als souvenir den wandelstok, waarmede hij haar +zoo dikwijls opmerkingen gemaakt had. Hij zelf ging inwonen bij een +bloedverwant, bij wien hij gratis onderdak kreeg. + +Veertien dagen later verliet Mimi Rodolphe, om plaats te nemen in +de equipage van den jongen vicomte Paul, den vroegeren leerling van +Barbemuche, die haar geelzijden japonnen beloofd had. + +Na Mimi verdween Musette, om op opzienbarende wijze terug te keeren +in de aristocratie der galante wereld, die zij verlaten had, om Marcel +te volgen. + +Deze scheiding geschiedde zonder twist, zonder strijd, zonder +voorbedachten rade. Geboren uit een luim, die liefde geworden was, +werd deze liaison door een andere luim weer verbroken. + +Op een carnavalsavond had Musette op het gemaskerde bal in de Opera, +waarheen zij met Marcel gegaan was, in een contredans als vis-à -vis +een jongen man, die haar vroeger het hof gemaakt had. Zij herkenden +elkaar en wisselden onder het dansen enkele woorden. Misschien +zonder het te willen liet Musette, toen zij den jongen man van haar +tegenwoordige levenswijze op de hoogte bracht, eenige spijt over het +verleden doorschemeren. Doch hoe dit zij, aan het einde der quadrille +vergiste Musette zich en nam, in plaats van Marcel, die haar cavalier +was, de hand te geven, die van haar vis-à -vis, welke haar meetrok en +met haar in het gewoel verdween. + +Marcel, die vrij ongerust was, zocht haar. Na een uur zag hij haar aan +den arm van den jongen man en een van haar lievelingsliedjes zingend, +uit het café van de Opera komen. Toen zij Marcel, die met zijn armen +over elkaar in een hoek stond, zag, wierp zij hem een afscheidsgroet +toe en zeide: + +"Ik kom terug." + +"Dat wil zeggen: wacht niet op mij!" vertaalde Marcel. Hij was +jaloersch, maar logisch en kende Musette; hij wachtte dan ook niet +langer, doch keerde met een vol hart en een leege maag naar huis +terug. Hij keek in de kast, of er niet een paar kliekjes over waren: +hij vond een stuk brood, zoo hard als graniet, en het skelet van een +haring in het zuur. + +"Tegen truffels kon ik niet op," dacht hij. "Enfin, Musette zal +tenminste goed gesoupeerd hebben." En nadat hij, onder voorwendsel +zijn neus te moeten snuiten, een punt van zijn zakdoek tegen zijn +oogen gedrukt had, ging hij naar bed. + +Twee dagen later werd Musette in een in rose tinten gehouden boudoir +wakker. Voor de deur wachtte een blauwe equipage, en alle feeën der +mode, die tot haar dienst gerequireerd waren, legden haar wonderwerken +aan haar voeten. Musette zag er uit om te stelen, en haar jeugd scheen +in dezen eleganten lijst nog jonger te worden. Zij begon nu haar oude +leven weer, nam deel aan alle feesten en heroverde weer spoedig haar +vroegere beroemdheid. Overal werd over haar gesproken: op de beurs +zoowel als in de koffiekamer van het Parlement. Haar nieuwe minnaar, +mijnheer Alexis, was een charmante jonge man. Dikwijls beklaagde hij +zich tegenover Musette, dat hij haar wat lichtzinnig en onverschillig +vond, wanneer hij over zijn liefde met haar sprak; dan keek Musette +hem glimlachend aan, gaf hem haar hand en zeide: + +"Wat zal ik je zeggen, mijn waarde? Ik heb zes maanden lang geleefd +met een jongen man, die me voedde met salade en waterachtige soep, +me in het katoen gekleed liet gaan en me veel meenam naar het Odéon, +omdat hij niet rijk was. Daar de liefde niets kost en ik gewoonweg +gek op dat monster was, hebben we heel wat liefde verbruikt. Er zijn +alleen nog maar wat kruimels over. Raap die op, ik zal je dat niet +beletten. Ik heb je trouwens van te voren alles opgebiecht; en als +de linten en strikjes niet zoo duur waren, zou ik nu nog bij mijn +schilder zijn. En wat mijn hart betreft, ik hoor het, sedert ik een +corset van tachtig francs draag, bijna niet meer kloppen, en ik ben +erg bang, dat ik het in een van de laden van Marcel heb laten liggen." + +Het verdwijnen der drie Bohème-huishoudens gaf aanleiding tot een groot +feest in het huis, dat zij bewoond hadden. Als vreugdebetoon gaf de +eigenaar een grootsch diner en illumineerden de huurders hun ramen. + +Rodolphe en Marcel waren samen gaan wonen. Beiden hadden zij een +idool gevormd, waarvan zij den naam niet goed wisten. Tusschenbeide +gebeurde het, dat de een over Musette en de ander over Mimi sprak; +dan hadden zij stof genoeg voor den geheelen avond. Zij haalden +hun vroeger leven weer op en de liederen van Musette en de liederen +van Mimi, en de slapelooze nachten en de verslapen ochtenduren en +de in droomen genoten diners. Een voor een lieten zij in hun duo's +van herinneringen al die vervlogen uren aan hun geest voorbijgaan; +en zij eindigden gewoonlijk hun tweegesprek met te zeggen, dat zij +per slot van rekening nog gelukkig waren, daar zij gezellig samen met +hun voeten op het haardkleedje zaten, het houtvuur konden oppoken +en hun pijp rooken en zij elkander hadden, om al die dingen hardop +te zeggen, welke zij tot zichzelf zeiden, als zij alleen waren: +n.l. dat zij van die schepseltjes, die bij haar verdwijning een stuk +van hun jeugd hadden medegenomen, veel gehouden hadden en dat zij ze +misschien nog lief hadden. + +Toen op een goeden avond Marcel den boulevard overstak, zag hij op +enkele passen voor zich een jonge dame, die bij het uit haar rijtuig +stappen een witten kous liet zien, welke een buitengewoon zuiveren +vorm van het been verried; de koetsier zelf verslond de bekoorlijke +"fooi" met zijn oogen. + +"Bliksems," dacht Marcel, "een alleraardigste kuit! Ik heb waarachtig +zin haar mijn arm aan te bieden; laat eens kijken .... op welke manier +zal ik haar het best aanspreken!.... Daar heb ik een idee.... Iets +heel nieuws!" + +"Pardon, mevrouw," zeide hij, terwijl hij naar de onbekende, wier +gezicht hij niet dadelijk zien kon, toe ging; "u hebt bij toeval mijn +zakdoek niet gevonden?" + +"Zeker, mijnheer," antwoordde zij; "als het u blieft." + +En zij gaf Marcel een zakdoek, die zij in haar hand hield. + +De schilder rolde bij die woorden in een afgrond van verbazing. + +Maar een luid gelach, waarvan hij plotseling de volle laag in het +gelaat kreeg, deed hem weer tot zichzelf komen; aan die vreugdefanfare +herkende hij zijn oude liefde. + +Het was mademoiselle Musette. + +"Zoo, zoo!" riep zij uit; "mijnheer Marcel op jacht naar galante +avontuurtjes. Hoe vindt je dit, zeg? Vroolijk is het zeker." + +"Ik vind het tamelijk," was zijn antwoord. + +"Wat doe je zoo laat in dit stadsdeel?" vroeg Musette. + +"Ik ga naar dit gebouw," lichtte hij haar in en wees naar een kleinen +schouwburg, waar hij vrijen toegang had. + +"Uit liefde voor de kunst?" + +"Neen uit liefde voor Laure." + +"Wie is Laure?" vroeg Musette, wier oogen vraagteekens schoten. + +Marcel ging op zijn flauwe aardigheid door. + +"Dat is een chimère, die ik najaag en die binnen deze kleine muren +ingénue-rollen speelt." + +En hij verfrommelde met zijn hand een imaginairen boezem. + +"U bent vanavond wel geestig," zeide Musette. + +"En u nieuwsgierig!" + +"Praat toch wat zachter, iedereen hoort ons, ze zullen ons nog voor +een verliefd paar, dat ruzie heeft, aanzien." + +"Het zou de eerste keer niet zijn, dat zoo iets ons overkwam!" zeide +Marcel. + +Musette zag in die woorden een uitdaging en antwoordde vlug: + +"En misschien de laatste keer ook niet, wel?" + +De vraag was duidelijk, zij klonk Marcel als het fluiten van een +kogel in het oor. + +"Gij schitterende hemellichten," riep hij, opkijkend naar de sterren; +"gij zijt getuigen, dat ik niet het eerste schot gelost heb. Vlug +mijn pantser." + +Van dat oogenblik af was het vuur geopend. + +Het eenige noodige was nu nog maar, om een verbindingsstreepje te +vinden, ten einde deze twee grillen, welke plotseling weer met zulk +een gloed ontwaakt waren, samen te brengen. + +Al verder loopend keek Musette Marcel en Marcel Musette aan. Zij +spraken niet, maar hun oogen, die plenipotentiarissen van het hart, +ontmoetten elkaar dikwijls. Na een diplomatieke conferentie van een +kwartier had dit congres van blikken deze aangelegenheid in alle +stilte geregeld. Alleen de ratificatie moest nog plaats hebben. + +Het afgebroken gesprek werd weer voortgezet. + +"Zeg nou eens eerlijk," vroeg Musette, "waar wou je daarnet heen?" + +"Ik heb het je al gezegd: naar Laure." + +"Is zij knap?" + +"Haar mond is een nestje van glimlachjes!" + +"Dat ken ik al," zeide Musette. + +"Maar jij?" vroeg Marcel, "waar kwam jij vandaan op de vleugelen van +dat rijtuig?" + +"Ik heb Alexis, die zijn familie gaat bezoeken, naar het station +gebracht." + +"Wat is die Alexis voor een man?" + +Op haar beurt ontwierp Musette van haar tegenwoordigen minnaar een +bekoorlijk beeld. Al verder wandelend bleven Marcel en Musette midden +op den boulevard de comedie: "De terugkeer der liefde" spelen. Met +dezelfde, nu eens liefkoozende, dan weer spottend plagende naïeveteit +herhaalden zij strophe voor strophe die onsterfelijke ode, waarin +Horatius en Lydia met zooveel gratie en bekoorlijkheid de heerlijkheid +van hun nieuwe liefde bezingen en ten slotte aan hun oude liefde een +postscriptum toevoegen. + +Toen zij bij den hoek van een straat kwamen, marcheerde plotseling +een vrij sterke patrouille voorbij. + +Musette "organiseerde" vlug een angstige houding, klampte zich vast +aan Marcel's arm en zeide: + +"Lieve Hemel, kijk eens, daar komen de schutters, zeker een +revolutie. Laten we maken, dat we wegkomen; ik ben zoo bang: breng +me weg!" + +"Maar waarheen?" vroeg Marcel. + +"Naar mijn huis," zeide Musette; "je zult eens zien hoe aardig het +er is. Ik geef een souper: we zullen over politiek praten." + +"Neen," antwoordde Marcel, die steeds aan Alexis dacht; "ik ga +niettegenstaande je uitnoodiging voor een souper niet met je mee. Ik +drink niet graag wijn uit een andermans glazen." + +Musette wist op die weigering geen antwoord te geven. Plotseling zag +zij door de mist van haar herinneringen weer het armoedige kamertje van +den armen schilder--want Marcel was geen millionair geworden--en zij +kwam op een ander denkbeeld. Een tweede patrouille, die kwam aanrukken, +was voor haar een welkome gelegenheid om opnieuw een aanval van angst +te krijgen. + +"Ze zullen gaan vechten!" riep zij uit; "ik durf niet naar huis +terug. Lieve Marcel, breng mij naar een vriendin van me, die dicht +bij jou wonen moet!" + +Toen zij den Pont Neuf overgingen, barstte Musette in een schaterlach +uit. + +"Wat heb je?" vroeg Marcel. + +"Niets," antwoordde Musette; "ik bedenk me daar op eens, dat mijn +vriendin verhuisd is. Zij woont tegenwoordig in Batignolles!" + +Toen Rodolphe Marcel en Musette arm in arm binnen zag komen, was hij +heelemaal niet verbaasd. + +"Als de liefde niet goed begraven is," zeide hij, "is dat altijd het +slot van het lied!" + + + + + + +HOOFDSTUK XVI. + +DE DOORTOCHT DOOR DE ROODE ZEE. + + +Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat beroemde doek, +dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee moest +voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury hardnekkig +dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer trekken +van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het atelier +had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het, wanneer +men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat geweest +zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die het +tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef +het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten +Salon ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden +en had in zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van +het Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld, +die met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling +was al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de +Ecole des Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel +gevallen was aan het onsterfelijke klaaglied van Jean Bélin, [32] +schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen van +Parijs hadden er een exemplaar van in hun geheugen. + +Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige weigeringen, +welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel vielen, +niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd gezet, +dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte pendant +was van de "Bruiloft te Kanaän", dat gigantische meesterwerk, welks +schitterende kleurenpracht het stof van drie eeuwen niet dof had kunnen +maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook weer tegen de opening van den +"Salon" zijn doek aan de jury ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij, +om de juryleden op een dwaalspoor te brengen en te trachten het +vooroordeel, dat zij blijkbaar tegen de "Doortocht van de Roode Zee" +hadden, op te heffen, telkens een of ander detail, zonder echter +iets te veranderen aan de compositie in haar geheel, en gaf het doek +dienovereenkomstig een anderen naam. + +Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als "Overtocht +over den Rubicon" voor de jury; maar Pharao, die onder den mantel +van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met alle eer, die hem +verschuldigd was, afgewezen. + +Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het +linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in +een hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier +der keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: "Overtocht over +de Beresina." + +Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met +groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen +slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek +onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een +golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit duivelsche paard werd +door Marcel gebruikt voor alle proefnemingen, die hij op het gebied +van coloriet deed, en hij noemde het in vertrouwelijke gesprekken de +"synoptische tabel der fijne tinten," omdat hij met het spel van licht +en schaduw op die plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist +aan te brengen. Doch, ongevoelig voor dit détail, had ook ditmaal de +jury geen zwarte bolletjes genoeg om den "Overtocht over de Beresina" +te weigeren. + +"Goed," zeide Marcel, "dat dacht ik wel. Het volgend jaar zal ik het +inzenden onder den titel: "Doortocht door de panorama's"." + +"Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden worden!" zong +Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde melodie, een vreeselijke +melodie, lawaaierig als een gamma van donderslagen, en waarvan de +begeleiding de schrik van alle piano's in de buurt was. + +"Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van +mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken +van schaamte bedekt?" mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek +keek..... "Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf en +een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone +jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig +werk, dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij +zullen het niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn +laatsten ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen +dat het tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!" + +"Dat is de zekerste manier, om er gravures van te krijgen," merkte +Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf aan toe: "Een heel +aardige woordspeling, heel aardig .... die zal ik verder vertellen." + +Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds weer +op muziek bracht. + +"Zij willen mij niet in den Salon toelaten!" riep Marcel uit. "Ha, +de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis van het +Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar, den +eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed, +wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen, +dat ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel, +dat ik, wanneer zij mijn "Doortocht door de Roode Zee" weigeren, mij +hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten. Maar zij kennen +mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo'n plompe list hopen te +vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon niet afwachten. Van +af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek zijn, dat eeuwig boven +hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af eenmaal per week aan een +van de heeren thuis zenden, in zijn eigen woning, in de schoot van +zijn familie, midden in het hart van zijn particulier leven. Het zal +hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij zullen daardoor hun wijn +zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen onuitstaanbaar vinden. Zij +zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig worden; en men zal ze een +dwangbuis moeten aantrekken om op de zittingsdagen naar den Salon te +kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij toe." + +Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen +zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van +vader Médicis. Zoo noemde men in den vriendenkring een Jood, Salomon +geheeten, die toentertijd heel goed bekend was aan alle artistieke +en litteraire bohémiens, met wie hij bijna dagelijks in aanraking +kwam. Vader Médicis schacherde in alles en nog wat. Hij verkocht +complete ameublementen van twaalf tot duizend daalders. Hij kocht +alles en wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van +Proudhon is niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem, +die het schachergenie bezat in een graad, welken zelfs de handigsten +van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de +Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat +je maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen +der kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het +brein der menschen--alles was voor Médicis een handelsobject. Hij +schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte +zelfs in het denkbeeldige. Médicis kocht n.l. denkbeelden, hetzij om ze +zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen. Bekend met alle +schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de paletten en vriend +van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de Asmodé der kunsten. Hij +gaf je sigaren in ruil voor een feuilleton, pantoffels voor een sonnet, +versche zeevisch voor paradoxen; hij praatte tegen betaling--per +uur zoo en zooveel--met de journalisten, die stof voor de chronique +scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor +de kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soirées; hij +gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand +en liet zich daarvoor met copieën naar oude meesters in den Louvre +betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor, +dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een +wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en +de geheimen van alle beroemdheden--zelfs van de meest obscure. + +Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden +uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles +omvattenden handel: + + +20 Maart 184.. + +Verkocht aan den antiquair L. het kompas, dat Archimedes +tijdens het beleg van Syracuse gebruikt heeft. 75 francs + +Gekocht van den journalist V. ... de verzamelde, nog +niet opengesneden werken van * * * *, lid der Académie. 10 francs + +Verkocht aan denzelfde een kritisch opstel over +de verzamelde werken van * * * * lid der Académie. 30 francs + +Verkocht aan * * *, lid der Académie, een feuilleton +van twaalf kolom over zijn verzamelde werken. 50 francs + +Gekocht van den schrijver R . . . een kritische verhandeling +over de verzamelde werken van * * * * , lid der Académie +française 10 francs + +benevens 50 pond steenkool en 2 K.G. koffie. +Verkocht aan * * * * een porseleinen vaas, die aan madame +du Barry toebehoord heeft. 18 francs + +Gekocht van de kleine D .... haar haar. 15 francs + +Gekocht van B .... een verzameling zedestudiën en de drie +laatste spelfouten van den prefect van de Seine 6 francs + +benevens een paar Napolitaansche laarzen + +Verkocht aan Mlle. O ..... een blonde haarvlecht. 120 francs + +Gekocht van den historieschilder M. een reeks vroolijke +teekeningen 25 francs + +Voor het opgeven aan mijnheer Ferdinand van het uur, waarop +barones R .... de P..... naar de kerk gaat, en voor het +verhuren van den kleinen entresol in den faubourg Montmartre, +te zamen 30 francs + +Verkocht aan mijnheer Isidore zijn portret als Apollo 30 francs + +Verkocht aan Mlle. R .... een paar kreeften en zes paar +handschoenen 36 francs + +(Ontvangen als voorschot 2 fr. 75 c.) + +Voor het verschaffen van een zesmaandsch crediet aan dezelfde +bij madame * * *, modiste + +(Prijs nader overeen te komen) + +Voor het verschaffen aan madame * * *, modiste, van Mlle. R +..... als klant + +(In plaats contant geld ontvangen 3 M. zijde en 6 el kant). + +Gekocht van den journalist R .... een vordering van +120 francs op het blad * * *, thans in liquidatie 5 francs + +benevens 2 pond Turksche tabak. + +Verkocht aan mijnheer Ferdinand twee liefdesbrieven. 12 francs + +Gekocht van den schilder J .... het portret van Isidore als +Apollo. 6 francs + +Gekocht van * * * * 75 K.G. van zijn werk over "Onderzeesche +revoluties" 15 francs + +Verhuurd aan gravin de G .... een Saksisch servies 20 francs + +Gekocht van den journalist * * * * 52 regels in zijn +Courrier de Paris 100 francs + +Verkocht aan O .... & Co. 52 regels in den Courrier de Paris +van * * * * 300 francs + +Verhuurd aan Mlle. S .... G. .. op één dag een bed en een +equipage . . . . . memorie + +(Zie de rekening van Mlle. S . ... G ..... in het grootboek, +folio's 26 en 27) + +Gekocht van Gustave C .. . een brochure over de +linnen-industrie 50 francs + +benevens een zeldzame editie van Flavius Josephus. + +Verkocht aan Mlle. S .... G . . . een modern ameublement 5000 francs + +Voor dezelfde een rekening bij den apotheker betaald 75 francs + +Idem idem bij de melkvrouw . . . . 3 fr. 85 c. + +Enz. enz. + + +Uit deze aanhalingen ziet men duidelijk hoe uitgebreid de +handelsbetrekkingen van den Jood Médicis waren, die, niettegenstaande +zijn wijze van zaken doen niet steeds door den beugel kon, nog nooit +door iemand lastig gevallen was. + +Toen de Jood met zijn intelligent gezicht bij de bohémiens binnentrad, +zag hij dadelijk, dat hij op een voor hem gunstig oogenblik +kwam. Inderdaad zaten de vier vrienden in krijgsraad bijeen en +bespraken, onder voorzitterschap van een in hun maag hamerenden honger, +de hoogst belangrijke brood- en vleeschvraagstukken. Het was een Zondag +tegen het einde der maand--een rampzalige dag en een sinistere datum. + +Het binnenkomen van Médicis werd derhalve met een luid Hoera begroet, +want ze wisten, dat de Jood te gierig was met zijn tijd, om dien met +beleefdheidsbezoeken te verspillen. Zijn komst was dan ook steeds +een zeker bewijs, dat er zaken te doen waren. + +"Goedenavond, heeren!" zeide de Jood. "Hoe gaat het?" + +"Colline!" riep Rodolphe, die languit op zijn bed lag en zwelgde in +het genot van een horizontale houding; "Colline, neem jij de honneurs +waar en geef onzen gast een stoel; een gast is heilig. Ik groet u +uit naam van Abraham!" voegde de dichter eraan toe. + +Colline haalde een fauteuil, die even elastisch als staal was, schoof +dien naar den Jood toen en zeide gastvrij: + +"Stel u een oogenblik voor, dat u Cinna [33] bent, en neem dezen +zetel." + +Médicis liet zich in den fauteuil vallen en wilde enkele opmerkingen +omtrent de hardheid ervan maken, toen hem nog juist bijtijds te +binnen schoot, dat hij zelf dien indertijd met Colline geruild had +voor een beginselverklaring, welke hij verkocht had aan een Kamerlid, +dat de gave der improvisatie miste. Toen de jood ging zitten, lieten +zijn zakken een zilveren klank hooren, waarvan de melodie de vier +bohémiens in zoete droomerijen deed verzinken. + +"Laten we nu naar het lied luisteren," fluisterde Rodolphe Marcel +in. "Het accompagnement is niet kwaad." + +"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "ik kom uw fortuin maken. Dat +wil zeggen, ik kom u een prachtige gelegenheid aanbieden, om u in +den artistieken wereld te introduceeren. U weet, mijnheer Marcel, +de kunst is een dorre woestijnweg, waarop de roem een oase is." + +"Papa Médicis," zeide Marcel, die op kolen van ongeduld zat; "in naam +der vijftig procent, uw gebenedijden schutspatroon, wees kort!" + +"Ja," voegde Colline eraan toe; "even kort als koning Pepijn, die even +bondig was als u, want gij moet kort en bondig zijn, zoon van Jacob!" + +"Hei, hei, hei!" riepen de bohémiens verschrikt en keken rond, of de +vloer zich niet opende, om den wijsgeer te verzwelgen. + +Doch ditmaal werd Colline nog niet verzwolgen. + +"De zaak is deze," ging Médicis voort. "Een rijke liefhebber, die een +galerij verzamelt, welke een tournée door Europa moet maken, heeft +mij opgedragen een reeks interessante schilderijen voor hem aan te +koopen. Ik kom u nu voorstellen u in dat museum een plaatsje in te +ruimen; in één woord: ik wil uw "Doortocht door de Roode Zee" koopen." + +"A contant?" vroeg Marcel. + +"A contant," antwoordde de Jood en liet het orkest in zijn broekzak +weer spelen. + +"Ben je nou tevreden?" vroeg Colline. + +"Natuurlijk," zeide Rodolphe woedend; "we moeten waarachtig een paar +bittere pillen koopen, om dien kerel zijn mond te stoppen. Zie je +dan niet, lummel, dat hij met daalders spreekt? Bestaat er dan niets +heiligs voor jou, vervloekte atheïst?" + +Colline klom op een tafel en nam de houding van Harpokrates, den god +van het zwijgen, aan. + +"Ga verder, Médicis," zeide Marcel en wees op zijn schilderij: +"Ik wil u de eer laten zelf den prijs van dit werk, dat eigenlijk +onbetaalbaar is, te bepalen." + +De Jood legde vijftig nieuwe daalders op de tafel neer. + +"Dat is de voorhoede," zeide Marcel; "en wat verder?" + +"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "u weet heel goed, dat mijn eerste +woord ook altijd mijn laatste is. Ik geef geen sou meer. Denk eens +goed: 50 daalders, dat is 150 francs. Dit is een heele som, wat?" + +"Maar te weinig," antwoordde de artist; "alleen aan den mantel van +Pharao zit voor meer dan vijftig daalders kobalt. Betaal tenminste +het maakloon. Maak de stapeltjes gelijk, rond de som af en ik zal u +Leo X noemen, Leo X bis." + +"Ziehier mijn laatste woord," antwoordde Médicis; "ik doe er geen sou +bij, maar ik bied u alle vier een diner aan, wijn zooveel als u lust, +en bij het dessert betaal ik in goud." + +"Niemand meer?" brulde Colline en sloeg driemaal met zijn vuist op +tafel. "Eenmaal, andermaal; niemand meer? ten derden male!" + +"Nou goed dan!" zeide Marcel. + +"Ik zal morgen de schilderij laten halen," zeide de Jood. "En nu mee, +mijne heeren, de tafel is gedekt!" + +Onder het zingen van het koor uit de Hugenooten: "A table, à +table!" gingen de vier vrienden naar beneden. + +Médicis onthaalde de bohémiens op zeer royale manier. Hij liet hun een +groot aantal gerechten voorzetten, die tot nog toe voor hen onbekende +grootheden geweest waren. Na dit diner was kreeft niet langer een +mythe voor Schaunard, die voor deze amphibie een hartstocht opvatte, +welke dicht aan waanzin grensde. + +De vier vrienden verlieten het festijn dronken als waren zij op een +wijnoogstfeest geweest. Deze dronkenschap had bijna betreurenswaardige +gevolgen voor Marcel, die, toen hij 's morgens om twee uur voorbij +zijn kleermaker kwam, met alle geweld zijn schuldeischer wilde wekken, +om hem de honderd vijftig francs, die hij zoo pas ontvangen had, +op afrekening te geven. Een sprankje gezond verstand, dat nog in +Colline's geest over was, redde den kunstenaar nog juist op den rand +van den afgrond. + +Acht dagen later zag Marcel in welke galerij zijn doek een plaatsje +gekregen had. Toen hij door den faubourg Saint Honoré liep, stootte hij +op een troepje menschen, dat blijkbaar met alle aandacht toekeek hoe er +aan een winkel een uithangbord werd aangebracht. Dit uithangbord was +niets meer of minder dan de schilderij van Marcel, die door Médicis +aan een delicatessenhandelaar verkocht was. Alleen had de "Doortocht +door de Roode Zee" nog een nieuwe verandering ondergaan en weer een +anderen naam gekregen. Er was nog een stoomschip bij geschilderd en +het doek heette nu: "In de haven van Marseille." Toen het doek onthuld +werd, liet de nieuwsgierige menigte een gemompel van goedkeuring en +bewondering hooren. + +Verrukt over dezen triomf, keerde Marcel zich om en zeide tot zichzelf: + +"De stem van het volk is de stem van God!" + + + + + + +HOOFDSTUK XVII. + +HET TOILET DER GRATIËN. + + +Op een goeden morgen werd Mimi, die anders gewoon was tot diep in den +ochtend te slapen, reeds op klokslag van tien uur wakker en scheen heel +verbaasd Rodolphe noch naast zich noch in de kamer te zien. Den vorigen +avond had zij hem, voor zij in slaap viel, toch aan zijn schrijftafel +zien zitten, waaraan hij van plan was den geheelen nacht te blijven +werken aan een extra-litterairen arbeid, die hem opgedragen was en +waarbij, als hij gereed was, Mimi zeer veel belang had. De dichter +had zijn vriendinnetje namelijk beloofd haar van de opbrengst van +zijn werk een bepaalde voorjaarsjapon te koopen, waarvan zij een +coupon had zien liggen in "De Twee Apen", een bekend modemagazijn, +voor welks etalages Mimi's coquetterie haar godsdienstige plichten +dikwijls ging vervullen. Sedert Rodolphe met het werk begonnen was, +nam de voortgang ervan al de gedachten van Mimi in beslag. Dikwijls +ging zij vlak bij den schrijvenden Rodolphe staan, keek over zijn +schouder en zeide dan heel ernstig: + +"Nou, en hoe staat het met mijn japon?" + +"Wees maar gerust hoor, er is al een mouw klaar!" + +Toen zij op een goeden nacht hoorde hoe Rodolphe met zijn vingers +klapte, wat meestal een bewijs was, dat hij tevreden was over zijn +werk, ging zij plotseling rechtop in bed zitten, en riep, terwijl +zij haar bruin kopje door de gordijnen stak: + +"Is mijn japon af?" + +"Kijk maar", antwoordde Rodolphe en liet haar vier groote, +dichtbeschreven zijdjes zien; "ik heb zooeven den corsage gekocht." + +"Heerlijk!" riep Mimi. "Nu ontbreekt alleen de rok nog maar; hoeveel +blaadjes heb je noodig om een rok te maken?" + +"Dat hangt ervan af; maar daar jij niet groot bent, zullen we met een +blaadje of tien van vijftig regels à drie-en-dertig letters een heel +fatsoenlijken rok kunnen hebben." + +"Ik ben niet groot, dat is zoo," zeide Mimi; "maar het mag toch niet +den schijn hebben, alsof we stof te kort kwamen: de rokken worden op +het oogenblik heel wijd gedragen en ik zou graag mooie groote plooien +hebben, die zoo aardig frou-frou maken, wanneer je loopt." + +"Heel goed hoor," antwoordde Rodolphe ernstig, "ik zal tien letters +meer op een regel zetten, dan kan jij je frou-frou krijgen." + +En overgelukkig sliep Mimi weer in. + +Daar zij zoo onvoorzichtig geweest was met haar vriendinnen Musette +en Phémie te spreken over de mooie japon, die Rodolphe bezig was voor +haar te maken, hadden de twee jonge meisjes al heel gauw de heeren +Marcel en Schaunard in kennis gesteld met de vrijgevigheid van hun +vriend tegenover zijn liefje; welke vertrouwelijke mededeelingen al +even spoedig gevolgd waren door ondubbelzinnige toespelingen om het +door den dichter gegeven voorbeeld na te volgen. + +"Wanneer het namelijk nog acht dagen zoo duurt," zeide Musette en +trok daarbij aan de snor van Marcel, "dan zal ik me verplicht zien +een broek van je te leenen, wanneer ik uit wil gaan." + +"Ik moet nog vijftien francs van een solide firma hebben," antwoordde +Marcel; "zoodra ik die som krijg, zal ik een vijgeblad naar de nieuwste +mode voor je koopen." + +"En wat krijg ik?" vroeg Phémie aan Schaunard. "Mijn peigne noir +(zij kon het woord peignoir niet uitspreken) valt aan flarden." + +Schaunard vischte drie sous uit zijn vestjeszak op en gaf die aan +zijn maîtresse met de woorden: + +"Hier kan je naald en draad voor koopen. Naai daar je peigne noir +maar mee, dat zal je kennis vermeerderen en je tevens aangenaam bezig +houden: utile dulci." + +Toch kwamen in een zeer in het geheim gehouden bijeenkomst Marcel en +Schaunard met Rodolphe overeen, dat ieder van zijn kant zou trachten +de rechtmatige ijdelheid van hun vriendinnetjes te bevredigen. + +"Een kleinigheid maakt die arme kinderen al mooi," had Rodolphe gezegd; +"maar die kleinigheid moeten zij dan ook hebben. Sedert eenigen tijd +gaat het met de schoone kunsten en de litteratuur zeer naar wensch; +we verdienen bijna even veel als pakjesdragers." + +"Dat is zoo," antwoordde Marcel, "ik heb niet te klagen: de schoone +kunsten verheugen zich in een ongekenden bloei; je zoudt bijna denken +in den tijd van Leo X te leven." + +"Dat is waar ook," viel Rodolphe hem in de rede, "Musette heeft mij +verteld, dat je de laatste acht dagen 's morgens vroeg al weggaat en +pas met het vallen van den avond thuiskomt. Heb je werkelijk zooveel +te doen?" + +"Een prachtig werk, mijn waarde! Médicis heeft het mij bezorgd. Ik maak +n.l. in de kazerne Ave Maria de portretten van achttien grenadiers +tegen gemiddeld 6 francs per stuk, met een éénjarige garantie voor +de gelijkenis, net als bij horloges. Ik hoop het heele regiment tot +klant te krijgen. Het was juist mijn voornemen Musette weer eens +op te tuigen, zoodra Médicis mij betaald heeft, want met hem heb ik +gecontracteerd, niet met de modellen." + +"En wat mij betreft," zeide Schaunard langs zijn neus weg, "ik heb, +al zou je het niet zeggen, tweehonderd francs ergens liggen." + +"Laat ze dan voor den donder opstaan!" riep Rodolphe. + +"Binnen een paar dagen hoop ik ze bij den bankier te gaan halen," +ging Schaunard verder; "en ik wil het voor jullie niet onder stoelen +en banken steken, dat het mijn plan is om, wanneer ik ze in ontvangst +genomen heb, aan enkele van mijn hartstochten den vrijen teugel te +laten. Bij den uitdrager hier vlak naast hangen n.l. een nangkin rok +en een jachthoren, die me reeds lang de oogen uitsteken. Die zal ik +me zeker zelf cadeau doen." + +"Maar," vroegen Marcel en Rodolphe tegelijk, "waar hoop je dat +reusachtige kapitaal vandaan te krijgen?" + +"Luistert, heeren," zeide Schaunard, terwijl hij met een ernstig +gezicht tusschen zijn twee vrienden ging zitten; "we behoeven +elkaar niet te verhelen, dat we, voor we lid van het Instituut en +belastingplichtig worden, nog een aardig stukje roggebrood zullen +moeten naar binnen werken, en het dagelijksch brood is moeilijk te +verdienen. Bovendien zijn we niet alleen; waar de hemel ons met een +liefderijk hart geschapen heeft, heeft ieder van ons zijn tweede ik +gekozen, om zijn lot met haar te deelen." + +"Waar natuurlijk een niet op gevallen is," viel Marcel hem in de rede. + +"Nu is het," ging Schaunard voort, "zelfs al betracht je de grootste +zuinigheid, beslist onmogelijk, wanneer je niets hebt, nog wat over te +leggen, vooral niet wanneer je honger altijd grooter is dan de schaal." + +"Waar wil je eigenlijk op neer komen?" vroeg Rodolphe. + +"Hierop", antwoordde Schaunard, "dat wij in onzen tegenwoordigen +toestand al heel verkeerd zouden doen, om onzen neus op te halen, +wanneer er zich, zelfs buiten het gebied van onze kunst, een +gelegenheid voordoet, om een cijfer te zetten voor de nul, die ons +maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt." + +"Hei, hei!" zeide Marcel, "wien van ons kan jij verwijten, dat hij zijn +neus ophaalt? Heb ik, hoe groot schilder ik mettertijd ook zal zijn, +er niet in toegestemd mijn penseel te offeren aan een schilderachtige +reproductie van Fransche krijgers, die mij van hun zakgeld betalen? Ik +zou zoo denken, dat ik niet aarzel af te dalen van den ladder van +mijn toekomstige grootheid!" + +"En ik dan?" zeide op zijn beurt Rodolphe; "weet je niet, dat ik sinds +veertien dagen aan een medisch-chirurgisch-osanorisch gedicht bezig +ben voor een beroemden tandarts, die mijn inspiratie subsidieert met +vijftien sous voor een dozijn Alexandrijnen, dat is iets meer dan voor +een dozijn oesters? .... En toch schaam ik me daar niet voor; voor ik +mijn Muze werkeloos zou laten, zou ik nog liever het adresboek van +Parijs op rijm brengen. Wanneer je een lier hebt, dan moet je die, +duivels nog toe, gebruiken ook .... En bovendien heeft Mimi hard +schoenen noodig." + +"Dan zult ge mij er niet hard om vallen, wanneer je hoort, uit +welken bron de Pactolus, waarvan ik een overstrooming verwacht, +ontsprongen is." + +De geschiedenis van Schaunards tweehonderd francs was de volgende: + +Een dag of veertien geleden was hij binnengeloopen bij een +muziekuitgever, die hem beloofd had hem bij zijn klanten muzieklessen +of een plaats als pianist te bezorgen. + +"Bliksems," zeide de uitgever, toen hij hem binnen zag komen, "u komt +als geroepen. Er is mij juist vandaag om een pianist gevraagd. Het +is een Engelschman. Ik geloof, dat hij goed betalen zal .... Bent u +werkelijk een goed pianist?" + +Schaunard dacht, dat een bescheiden optreden hem in de achting van +zijn uitgever zou kunnen doen dalen. Een musicus, vooral een pianist, +en bescheiden .... dat is een weinig voorkomende combinatie. Schaunard +antwoordde dan ook met veel aplomb: + +"Ik ben een prima-pianist; als ik de tering, lange haren en een +zwarten rok had, zou ik op dit oogenblik even beroemd zijn als de zon, +en zoudt u, in plaats van aan mij achthonderd francs te vragen voor +het drukken der partituur van de "Dood van de jonge maagd", mij op +uw knieën en in een zilveren schaal er drieduizend komen aanbieden. + +"Doch hoe het zij," ging de kunstenaar voort, "een feit is het, dat, +waar mijn vingers reeds tien jaar lang dwangarbeid op de toetsen +verrichten, ik het ivoor en de kruisen vrij goed weet te behandelen." + +De persoon, tot wien Schaunard verwezen werd, was een Engelschman, +Mr. Birn'n geheeten. De musicus werd het eerst in ontvangst genomen +door een blauwen lakei, die hem aan een groenen lakei overhandigde, +welke op zijn beurt hem weer overgaf aan een zwarten lakei, die hem +in een salon bracht, waar hij een eilandbewoner tegenover zich zag, +die in de houding van een spleenlijder, waardoor hij aan Hamlet +deed denken, peinzend over de nietswaardigheid van ons bestaan, +in een fauteuil weggedoken zat. Juist wilde Schaunard het doel +van zijn komst uiteenzetten, toen doordringende kreten zich lieten +hooren en hem de woorden afsneden. Dit vreeselijke gekrijsch, dat je +trommelvlies bijna deed scheuren, werd uitgestooten door een papegaai, +die op het balcon van de benedenverdieping op zijn stok zat. + +"O, deze beest, deze beest!" jammerde de Engelschman, die uit zijn +fauteuil opsprong. "Hij zal doen sterven mij." + +En op hetzelfde oogenblik begon de vogel zijn repertoire af +te krijschen, dat veel uitgebreider was dan dat van gewone +papegaaien. Schaunard bleef stom verbaasd staan, toen hij het dier, +op bevel van een vrouwelijke stem, de eerste verzen van het verhaal +van Théramène [34] met de intonaties, die op het Conservatoire geleerd +worden, hoorde voordragen. + +Deze papegaai was de lieveling van een actrice, wier boudoir +toentertijd zeer gezocht was. Het was een van die vrouwen, welke, +zonder dat men weet waarom of hoe, op den turf der galanterie +tot waanzinnige prijzen genoteerd zijn en wier naam op de menu's +van vrijgezellensoupers staat, waar zij als levend dessert dienst +doen. In onzen tijd staat het voor een Christen "gekleed" om gezien +te worden in het gezelschap van zulke heidinnen, die dikwijls niets +antieks hebben behalve haar geboortebewijs. Wanneer zij knap zijn, +zit er per slot van rekening nog zooveel kwaad niet bij: het ergste, +dat je riskeert, is dat je eens op stroo moet slapen, omdat je haar +een palissanderhouten ameublement gegeven hebt. Maar wanneer ze haar +schoonheid bij het ons in parfumeriewinkels koopen en deze niet bestand +is tegen drie druppels water op een lapje, wanneer haar geestigheid +ophoudt bij een café-chantant-couplet en haar talent zetelt in de +hand van een claqueur, dan is het bijna onbegrijpelijk hoe menschen +van stand, die soms geest, een naam en een nieuw-modisch pak hebben, +zich uit liefde tot het laag-bij-den-grondsche zoo laten medeslepen, +dat zij schepsels, die hun huisknecht niet als liefje zou willen +hebben, tot een mode-voorwerp verheffen. + +De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij +noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel zij +geboren was in het Parijsche Andalusië, dat de rue Coquenard [35] +heet. Ofschoon de afstand tusschen de rue Coquenard en de rue de +Provence slechts tien minuten bedraagt, had zij toch zeven à acht +jaar noodig gehad om dien weg af te leggen. Haar voorspoed was +toegenomen in denzelfden mate als haar schoonheid afgenomen was. Zoo +had zij op den dag, dat zij haar eersten valschen tand liet inzetten, +één paard, en den dag, dat zij een tweeden een buurman gaf, twee +paarden. Thans leefde zij op zeer grooten voet, woonde in een paleis, +gaf op de wedrennen te Longchamp de mode aan en organiseerde bals, +waarop geheel Parijs tegenwoordig was, d.w.z. het geheele Parijs van +die dames: de nietsdoende hovelingen van de lichtzinnigheid en van het +schandaal, de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige +hoofden rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen; +de bravi der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige +orden, die geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en +waar zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al +die Eva's-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder +op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop +aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende +ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het voorhoofd +en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste viooltjes der +lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al die menschen, +welke de couranten tout Paris noemen, verkeerden in de salons van +mademoiselle Dolorès, de meesteres van de bovenbedoelde papegaai. + +Deze vogel, dien zijn oratorische talenten in den geheelen wijk +beroemd gemaakt hadden, was langzamerhand de schrik der naaste buren +geworden. Van zijn stang op het balcon maakte hij een tribune, vanwaar +hij van 's morgens vroeg tot 's avonds laat eindelooze redevoeringen +hield. Enkele met zijn meesteres bevriende journalisten hadden hem een +paar parlementaire spreekwijzen geleerd, waardoor het dier buitengewoon +sterk in de suikerquaestie was. Hij kende het repertoire der actrice +van buiten en declameerde het zòò goed, dat hij in geval van ziekte +desnoods haar rollen zou kunnen opnemen. Daar deze bovendien een +polyglotte in haar gevoelens was en uit alle oorden der wereld +bezoeken ontving, sprak de papegaai alle talen en ging zich soms +in alle idiomen te buiten aan vloeken en verwenschingen, welke den +schippersknechts, aan wie Vert-Vert [36] zijn al te geavanceerde +opvoeding te danken had, het schaamrood naar de wangen gejaagd zoude +hebben. Het gezelschap van dien vogel, dat de eerste tien minuten +leerzaam en amusant kon zijn, werd een ware kwelling, wanneer het +langer duurde. De buren hadden reeds meermalen geklaagd, doch de +actrice had er geen oor voor gehad. Twee of drie huurders, eerzame +familievaders, hadden in hun verontwaardiging over de lichte zeden +der actrice, waarin de indiscreties van den papegaai ze had ingewijd, +zelfs hun huur opgezegd aan den huiseigenaar, dien Dolorès in zijn +zwakke zijde had weten te tasten. + +De Engelschman, bij wien we Schaunard hebben zien binnenkomen, had +drie maanden lang geduld geoefend. + +Op een goeden dag echter hulde hij zijn woede, die eindelijk +uitgebarsten was, onder een rok en witte das en liet zich met al +de plichtplegingen, die noodig zijn om te Windsor bij koningin +Victoria voor den handkus te worden toegelaten, bij mademoiselle +Dolorès aanmelden. + +Toen deze hem zag binnenkomen, dacht zij eerst, dat het Hoffmann [37] +in zijn kostuum van lord Spleen was, en noodigde hem, daar zij een +collega goed wilde ontvangen, uit bij haar te blijven déjeuneeren. De +Engelschman echter antwoordde in een Fransch, dat een Spaansche réfugié +hem in vijf-en-twintig lessen geleerd had, met den grootsten ernst: + +"Ik neem aan uw uitnoodiging op voorwaarde, dat wij zullen opeten dien +.... vreeselijken vogel," en hij wees op de kooi van den papegaai, +die reeds den eilandbewoner in hem geroken had en hem met het "God +save the King" begroette. + +Dolorès dacht, dat de Engelschman gekomen was, om haar voor den gek +te houden, en wilde juist een heftig antwoord geven, toen Mr. Birn'n +eraan toevoegde: + +"Daar ik ben zeer rijk, ik vogel wel koopen wil." + +Dolorès antwoordde, dat zij zeer gehecht was aan het dier en het niet +in de handen van een ander wilde zien overgaan. + +"O, ik wil het ook niet hebben in mijne handen, maar onder mijne +voeten!" zeide de Engelschman en liet den hak van zijn laarzen zien. + +Dolorès beefde van woede en wilde in verontwaardiging losbarsten, +toen zij aan den vinger van den Engelschman een ring zag, waarvan de +diamant misschien wel een rente van vijf-en-twintighonderd francs +vertegenwoordigde. Die ontdekking werkte als een stortbad op haar +woede. Zij bedacht, dat het niet verstandig zou zijn het aan den stok +te krijgen met een man, die vijftigduizend francs aan zijn pink droeg. + +"Goed, mijnheer!" zeide zij dan ook; "als de arme Coco u last +veroorzaakt, zal ik hem in de achterkamer zetten; op die manier zult +u hem niet meer kunnen hooren." + +Het gezicht van den Engelschman helderde eenigszins op. + +"Maar toch," zeide hij en liet nogmaals zijn schoenen zien, "zou ik +liever ...." + +"Wees maar niet bang," viel Dolorès hem in de rede; "van de plek, +waar ik hem zetten zal, kan hij milord onmogelijk lastig vallen." + +"O, ik niet ben milord .... ik enkel ben esquire." + +Toen echter Mr. Birn'n zich, na een stijve buiging gemaakt te +hebben, wilde terugtrekken, nam Dolorès, die haar belangen onder alle +omstandigheden in het oog hield, van een hoektafeltje een klein pakje +en zeide: + +"Mijnheer, vanavond wordt in den * * * Schouwburg mijn +benefice-voorstelling gegeven. Ik moet in drie stukken optreden. Zoudt +u mij willen toestaan u een paar loges aan te bieden. De prijs der +plaatsen is slechts weinig verhoogd." + +En met die woorden drukte zij den eilandbewoner een tiental +loge-biljetten in de hand. + +"Nu ik zoo bereidwillig geweest ben hem een dienst te bewijzen," dacht +zij bij zichzelf, "is het voor hem, als hij tenminste een welopgevoed +iemand is, onmogelijk mij dit te weigeren; en wanneer hij mij in mijn +rood costuum ziet .... je kan nooit weten .... we wonen zoo vlak naast +elkaar .... de diamant, dien hij aan zijn pink draagt, is de voorhoede +van een millioen. Nou ja, hij is wel leelijk en erg vervelend, maar +dat zal mij gelegenheid geven om zonder zeeziekte naar Londen te gaan." + +Nadat de Engelschman de toegangsbewijzen in zijn zak gestoken had, +liet hij zich het doel, waarvoor zij bestemd waren, nog eens verklaren +en vroeg dan naar den prijs. + +"De loge kost zestig francs en u hebt er tien .... Maar het heeft geen +haast," voegde Dolorès eraan toe, toen zij zag, dat de Engelschman zijn +portefeuille voor den dag wilde halen; "ik hoop, dat u, als buurman, +mij van tijd tot tijd wel een bezoek zult brengen." + +Doch Mr. Birn'n antwoordde: + +"Ik niet houd van zaken op crediet;" en hij nam een billet van duizend +francs uit zijn zak, legde het op tafel en stak de toegangsbewijzen +in zijn portefeuille. + +"Ik zal u teruggeven," zeide Dolorès en opende een kastje, waarin +zij haar geld bewaarde. + +"O, neen," zeide de Engelschman; "dat is drinkgeld," en hij ging heen, +Dolorès, die door die woorden met stomheid geslagen was, alleen latend. + +"Drinkgeld!" riep zij uit, toen zij haar spraak teruggekregen had. "Wat +een lomperd! Ik zal hem zijn geld teruggeven." + +Doch deze grofheid van Mr. Birn'n had slechts de opperhuid van haar +trots gekwetst; bij nadere overweging werd zij kalmer; zij bedacht +zich, dat twintig louis d'or toch een aardig sommetje vormden, en +dat zij vroeger voor heel wat minder geld veel meer had moeten slikken. + +"Ach wat," zeide zij tot zichzelf; "je moet niet zoo trotsch +zijn. Niemand heeft mij gezien en vandaag komt juist mijn +waschvrouw. En bovendien radbraakt die Engelschman onze taal zoo, +dat hij misschien wel gedacht heeft mij een complimentje te maken." + +En vroolijk deed Dolorès haar twintig louis achter slot en +grendel. Doch na de voorstelling kwam zij woedend thuis. Mr. Birn'n had +de toegangsbewijzen niet gebruikt en de tien loges waren leeg gebleven. + +Toen zij dan ook om half een het tooneel betrad, las de ongelukkige +beneficiante op het gezicht van haar coulissen-"vriendinnen" heel +duidelijk, hoe zij zich verkneukelden, dat de zaal zoo leeg was. + +Zij hoorde zelfs, hoe een vriendelijke collega, terwijl zij op de +leege loges wees, tot een andere zeide: + +"Die arme Dolorès heeft een leeg huis." + +"In de loges zit bijna niemand." + +"En in het orkest geen kip!" + +"Lieve Hemel; haar naam op het affiche werkt als een luchtpomp." + +"En dan nog zoo verwaand, om de prijzen te verhoogen." + +"Een mooie benefiet. Ik wed, dat de recette in een spaarpot of in +een hiel van een kous kan." + +"Daar is ze met haar fameus costuum met rood fluweelen linten." + +"Zij ziet er uit als een gekookte kreeft." + +"Hoeveel heb jij met je laatste benefiet gemaakt?" vroeg een der +actrices aan haar vriendin. "Ik heb slechts zes francs overgehouden; +de rest heeft mijn modiste genomen. Als ik niet bang was voor +winterkloven, dan zou ik naar St. Petersburg gaan." + +"Wat? Nog geen dertig jaar en dan wil je al naar Rusland gaan!" + +"Wat zal ik je zeggen? En is jouw benefiet gauw?" + +"Over veertien dagen. Ik heb al voor duizend daalders verkocht, +ongerekend de cadetten." + +"Kijk eens, de stalles loopen leeg." + +"Omdat Dolorès zingt." + +Inderdaad bracht Dolorès, even rood als haar kostuum, haar niet aan te +hooren coupletten eruit. Toen zij met groote moeite het slot bereikt +had, werden haar twee bloemruikers toegeworpen door twee vriendinnen +(eveneens actrices), die zich over haar baignoire heen bogen en riepen: + +"Bravo, Dolorès!" + +Men kan zich voorstellen hoe woedend zij was. Zoodra zij op haar +kamer kwam, opende zij, hoewel het midden in den nacht was, het +raam en maakte Coco wakker, die op zijn beurt Mr. Birn'n weer wekte, +die in vol vertrouwen op het woord der actrice was gaan slapen. + +Van dien dag af was de oorlog tusschen de actrice en den Engelschman +uitgebroken: een oorlog op leven en dood, een oorlog zonder +wapenstilstand of rust, waarin de beide betrokken deelnemers voor +geen kosten of moeiten terugdeinsden. De papegaai, die door Dolorès +diensovereenkomstig opgeleid werd, had een ernstige studie gemaakt van +de tale Albions en braakte nu den geheelen dag door met zijn scherpste +faussettonen vloeken tegen zijn buurman uit. Dat was inderdaad iets +onverdragelijks. Dolorès zelf leed eronder, maar zij hoopte dat +dit Mr. Birn'n binnen enkele dagen tot den aftocht zou dwingen: +dat toch was het doel, dat haar eigenliefde zich gesteld had. De +eilandbewoner van zijn kant had allerlei middelen uitgedacht om zich +te wreken. Om te beginnen had hij in zijn salon een trommel-academie +gesticht, maar de commissaris van politie had daarover zijn veto +uitgesproken. Toen had hij, met den dag vindingrijker wordend, een +schietbaan voor pistool aangelegd; dagelijks verschoten zijn bedienden +minstens vijftig schijven. Weer kwam de commissaris tusschenbeide +en maakte hem opmerkzaam op een artikel uit de politieverordening, +waarbij het gebruik van vuurwapen in bewoonde huizen strafbaar +gesteld was. Mr. Birn'n liet het vuren dus staken. Maar acht dagen +later merkte mademoiselle Dolorès dat het in haar appartementen +regende. Ten gevolge daarvan stelde de huiseigenaar een onderzoek in +bij Mr. Birn'n, dien hij aantrof juist op het oogenblik, dat hij op +het punt stond een zeebad te nemen in zijn salon. De wanden van dit +vrij groote vertrek waren n.l. in de rondte met zinken platen bekleed; +alle deuren waren toegespijkerd; en in dat geïmproviseerde bassin +had men in een honderd drachten water een vijfhonderd centenaars zout +vermengd. Het was een echte Oceaan in het klein. Niets ontbrak eraan, +zelfs de visschen niet. Door een in het bovenpaneel van de middendeur +aangebrachte opening kon men in dit zeetje afdalen en Mr. Birn'n nam +op die wijze dagelijks een bad. Na korten tijd begon men in den wijk +de werkingen van eb en vloed waar te nemen, terwijl mademoiselle +Dolorès een halven duim water in haar slaapkamer had staan. + +De huisheer werd woedend en dreigde Mr. Birn'n met een proces tot +schadevergoeding voor de in zijn pand aangerichte verwoesting. + +"Ik dan niet heb het recht in mijn huis mij te baden?" + +"Neen, mijnheer!" + +"Als ik niet heb het recht, dan goed," zeide de Engelschman vol +eerbied voor de wet van het land, waarin hij leefde. "Het is jammer, +ik amuseerde zoo mij." + +En denzelfden avond nog gaf hij order zijn Oceaan te laten +leegloopen. Het was inderdaad hoog tijd: op den vloer had zich reeds +een oesterbank gevormd. + +Doch daarom had Mr. Birn'n den strijd niet opgegeven; integendeel +hij zocht naar een wettig middel tot voortzetting van dezen zeldzamen +oorlog, die het onderwerp van gesprek uitmaakte van geheel Parijs, want +de tijding van dit avontuur had zich spoedig in de schouwburg-foyers +en andere openbare plaatsen verspreid. Het was dus voor Dolorès +een eere-zaak om als overwinnares uit dezen strijd, die reeds tot +verschillende weddenschappen aanleiding gegeven had, te voorschijn +te treden. + +Mr. Birn'n was toen op het denkbeeld van den piano gekomen. Dat was +zoo'n kwaad denkbeeld niet: het nietswaardigste van alle instrumenten +was zonder twijfel in staat den strijd aan te binden tegen den +nietswaardigsten van alle vogels. Zoodra dat goede denkbeeld +bij hem opgekomen was, had de Engelschman zich gehaast het ten +uitvoer te brengen. Hij had een piano gehuurd en daarbij een pianist +gevraagd. Die pianist nu was, zooals men zich herinneren zal, onze +vriend Schaunard. De Engelschman wijdde hem dadelijk in alle hem +door den papegaai van zijn buurvrouw aangedane martelingen in en +stelde hem ook in kennis met alles wat hij reeds geprobeerd had om +de actrice tot overgave te dwingen. + +"Maar milord," zeide Schaunard; "er bestaat toch een heel eenvoudig +middel om dat beest uit den weg te ruimen; peterselie. Alle +scheikundigen zijn het volkomen eens, dat deze soepplant Pruisisch +zuur voor die dieren is; strooi dus wat fijngehakte peterselie op uw +tapijten en laat die uit het raam boven de kooi van Coco uitkloppen: +hij zal daar even zeker aan sterven als wanneer hij te dineeren +gevraagd was bij paus Alexander VI." + +"Daar ik wel aan heb gedacht," antwoordde Mr. Birn'n, "maar de dier +wordt bewaakt; de piano is zekerder." + +Schaunard, die den Engelschman in den beginne niet begreep, keek hem +verwonderd aan. + +"Luister eens wat ik bedacht heb. De comediante en haar dier slapen +tot 's middags twaalf uur. Volg nu goed mijn redeneering ..... Ik +van plan ben haar te storen in haar slaap. De wet van dit land mij +toestaat te maken muziek van den ochtend tot den avond. Begrijpt u, +wat ik verwacht van u?" + +"Maar de actrice zal het heusch niet zoo onaangenaam vinden om mij +den geheelen dag piano te hooren spelen, en dat nog wel gratis," +meende Schaunard. "Ik ben een eerste klas pianist en wanneer ik tering +had ....." + +"Ho, ho!" viel de Engelschman hem in de rede; "ik u ook niet zeg +te maken goede muziek. U moet maar slaan op het instrument. Zoo +bijvoorbeeld ....." en Mr. Birn'n probeerde een gamma te spelen; +"en altijd hetzelfde, altijd hetzelfde, meedoogenloos, mijnheer +de muzikant, altijd weer de gamma. Ik weet wat van geneeskunde, +dat maakt krankzinnig. Zij zullen daar beneden krankzinnig worden, +daarop ik reken. Neem plaats aan het instrument, mijnheer; ik betalen +zal u goed." + +"Dit nu," zeide Schaunard, die al de bijzonderheden, welke men +hierboven gelezen heeft, verteld had; "dit nu is sedert veertien +dagen mijn bezigheid: een gamma en niets dan diezelfde gamma van +'s ochtends vijf uur tot 's avonds. Het behoort, strikt genomen, +niet tot de ernstige kunst; maar wat kan ik eraan doen, kinderen? De +Engelschman betaalt voor het lawaaimaken tweehonderd francs per maand; +je moet wel een beul voor je eigen lichaam zijn, om zoo'n buitenkansje +van de hand te wijzen. Ik heb het aangenomen en over een paar dagen +ga ik naar de bank om het salaris voor de eerste maand te halen." + +Aan het slot van die wederkeerige vertrouwelijke mededeelingen +besloten de drie vrienden dit gelijktijdige binnenkomen van +looddeelen te gebruiken, om de gerechtvaardigde coquetterie van hun +vriendinnetjes te bevredigen en haar het voorjaarscostuum te geven, +waarnaar zij zoo vurig verlangden. Bovendien spraken zij af, dat +degene, die het eerst zijn geld krijgen zou, wachten moest tot bij +de andere dezelfde blijde gebeurtenis plaats gehad zou hebben, om op +die manier de inkoopen gemeenschappelijk te doen en de dames Mimi, +Musette en Phémie gelijktijdig het genoegen te laten smaken zich +"in een nieuwe huid te steken", zooals Schaunard het noemde. + +Twee of drie dagen na deze geheime bijeenkomst opende Rodolphe de +rij, zijn osanorisch gedicht was betaald; hij woog tachtig francs +zwaarder. Nog twee dagen later had Marcel van Médicis het honorarium +voor achttien korporaalsportretten à zes francs ontvangen. + +"Het is net, of ik goud zweet," zeide de dichter. + +"Ik heb precies hetzelfde gevoel," antwoordde Marcel. "Als Schaunard +nog lang talmt, zal ik onmogelijk mijn rol van anonymen Croesus verder +kunnen spelen." + +Maar den volgenden dag reeds zagen de bohémiens Schaunard in een +prachtig goudgeel nangkin jaquette thuiskomen. + +"Goede God!" riep Phémie, die door het zien van haar zoo elegant +gebonden minnaar verblind werd; "waar heb jij die jas gevonden?" + +"Tusschen mijn papieren," antwoordde de gammakunstenaar, terwijl hij +zijn vrienden een wenk gaf, om hem te volgen. + +"Ik heb het," zeide hij, toen zij alleen waren; "daar heb je het +zaakje," en hij liet een handvol goudstukken zien. + +"Voorwaarts, marsch dan!" riep Marcel uit; "laten we de magazijnen +gaan plunderen! Wat zal Musette in haar schik zijn!" + +"En Mimi dan!" voegde Rodolphe eraan toe. "Nou vooruit, ga je mee, +Schaunard?" + +"Laat ik nog even op één ding wijzen!" antwoordde de +gammakunstenaar. "Wanneer we de dames overladen met de duizend +luimen der mode, begaan we misschien een dwaasheid. Denkt eens goed +na. Zijn jullie niet bang, dat, als zij op de platen uit de Echarpe +d'Iris gelijken, al die pracht en praal een verderfelijken invloed +op haar karakter zal uitoefenen? En past het bovendien jongemannen, +zooals wij zijn, de vrouwen zoo te behandelen, alsof wij afgeleefde en +gerimpelde grijsaards waren? Ik zeg dit niet, omdat ik geen veertien of +achttien francs ervoor over heb, om Phémie een nieuw costuum te geven, +maar omdat ik bang ben, dat zij mij niet meer zal willen groeten, als +zij eenmaal een nieuwen hoed heeft. En wat is ze knap, als ze alleen +maar een bloem in haar haar heeft. Wat zeg jij ervan?" Deze vraag was +gericht tot Colline, die tijdens Schaunard's rede binnengekomen was. + +"Ondank is de zoon der weldaad," zeide de wijsgeer. + +"En ook mogen jullie wel eens overwegen," ging Schaunard voort, "wat +voor figuur jullie in je afgedragen pakken naast je vriendinnetjes +in haar elegante costuums zult maken. Je zult er uit zien als haar +kamermeisjes. Ik zeg dat niet voor mij," voegde Schaunard er aan toe, +terwijl hij in zijn nangkin rok een breede borst zette, "ik kan mij +nu, Goddank, overal laten zien!" + +Niettegenstaande de oppositie van Schaunard werd toch besloten +den volgenden dag alle bazars in de buurt ter wille van de dames +te plunderen. + +En werkelijk kwamen den volgenden ochtend op hetzelfde uur, dat wij +in het begin van dit hoofdstuk mademoiselle Mimi heel verbaasd over +de afwezigheid van Rodolphe wakker hebben zien worden, de dichter +en zijn twee vrienden met een loopjongen uit de "Twee Apen" en een +modiste, die de stalen droegen, de trap naar hun kamer op. Schaunard, +die inmiddels den beroemden jachthoorn gekocht had, liep voorop en +blies de ouverture van "De Karavaan." + +Musette en Phémie, door Mimi, die in den entresol woonde, geroepen, +vlogen op het bericht, dat er hoeden en japonnen voor haar gebracht +werden, als een lawine de trap af. Bij het zien van al de armzalige +rijkdommen, die voor haar uitgestald lagen, werden de drie vrouwen +bijna dol van blijdschap. Mimi kreeg een aanval van overmoedige +vroolijkheid: zij sprong rond als een geit en zwaaide een dunne +wollen sjaal heen en weer. Musette was Marcel om den hals gevlogen +en had in iedere hand een klein groen laarsje, die zij als cymbalen +tegen elkaar sloeg. Phémie keek snikkend Schaunard aan en kon niets +anders uitbrengen dan de woorden: + +"O, mijn Alexander, mijn Alexander!" + +"Bij haar is het gevaar niet groot, dat ze de geschenken van Artaxerxes +weigert," mompelde de wijsgeer Colline. + +Toen de eerste vreugde wat geluwd, de keuze gemaakt en de rekeningen +betaald waren, zeide Rodolphe tot de drie dames, dat zij zorgen +moesten den volgenden ochtend haar costuums af te hebben. + +"We gaan naar buiten!" zeide hij. + +"Dat is zoo moeilijk niet!" riep Musette uit. "Het is niet voor het +eerst, dat ik op één en denzelfden dag een japon gekocht, geknipt, +genaaid en aangetrokken heb. Wij zullen klaar zijn, niet waar dames?" + +"Natuurlijk!" riepen Mimi en Phémie tegelijk uit. + +Dadelijk gingen zij aan het werk en de eerstvolgende zestien uur +gaven zij schaar en naald geen oogenblik rust. + +De volgende dag was de eerste Mei. De Paaschklokken hadden reeds +eenige dagen tevoren de opstanding der lente ingeluid; en van alle +kanten kwam zij nu haastig en vroolijk aan; zij kwam, zooals het in +het Duitsche volkslied heet, als de jonge bruidegom, die den Meiboom +onder het venster van zijn geliefde gaat planten. Zij schilderde den +hemel blauw, de boomen groen en al het andere in mooie kleuren. Zij +wekte de zon, die in haar nevelbed sliep, het hoofd op de van sneeuw +zwangere wolken, die haar tot kussen dienden, en riep haar toe: +"Sta op, vriendin, het is tijd! Hier ben ik! Vlug aan het werk! Trek +zonder talmen je mooi nieuw stralenkleed aan en laat je dadelijk op +je balkon zien, om mijn komst te melden!" + +Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu +trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun +pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel +door de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn +bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men +reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest +zag komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters +en verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg, [38] een +leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve vingers, +die den arme nog doet rillen aan het hoekje van zijn haard, waarin +de laatste vonken van zijn laatste houtblok reeds lang uitgedoofd +zijn. Zoele koeltjes golfden door de heldere atmospheer en droegen +de eerste geuren der naburige velden naar de stad. De heldere, warme +zonnestralen klopten tegen de vensterruiten en zeiden tot den zieke: +"Doe open, wij zijn de gezondheid!" en tot het meisje, dat in haar +dakkamertje voor haar spiegel staat, die onschuldige eerste liefde +der onschuldigen: "Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen; +wij zijn de lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken, +je stroohoed opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de +grasperken, waarop gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen, +en reeds lokken de violen ten dans. Gegroet, gij schoone!" + +Toen de dichtstbijzijnde kerkklokjes het Angelus luidden, stonden onze +drie ijverige coquetten, die nauwelijks tijd hadden kunnen vinden, +om een paar uur te slapen, reeds voor haar spiegel, om een laatsten +onderzoekenden blik op haar nieuwe toiletjes te werpen. + +Zij zagen er in haar gelijkkleurige costuums alle drie bekoorlijk +uit en op haar gezichtjes was duidelijk de bevrediging te lezen, +die de verwezenlijking van een lang gekoesterden wensch geeft. + +Vooral Musette straalde van schoonheid. + +"Ik ben nog nooit zoo in mijn schik geweest," zeide zij tot Marcel; +"het is net, alsof de goede God al het geluk, dat voor mij bestemd is, +in dit eene uur samengedrongen heeft, en ik ben bang, dat er nu voor +het vervolg niet veel meer overblijft. Maar kom, wanneer er niet meer +zijn zal, dan maken we het zelf. Wij hebben er een goed recept voor," +voegde zij er vroolijk aan toe, terwijl ze Marcel een kus gaf. + +Phémie had iets, dat haar hinderde. + +"Ik houd wel van het groen en de kleine vogels," zeide zij; "maar +buiten kom je niemand tegen, zoodat niemand mijn mooien hoed en japon +zal zien. Kunnen we niet op den boulevard gaan picnicken?" + +Om acht uur werd de geheele straat door de fanfares van den jachthoorn +van Schaunard, die het signaal tot vertrek gaf, in rep en roer +gebracht. De buren kwamen aan het venster, om de bohémiens voorbij +te zien gaan. Colline, die van de partij was, sloot den stoet met +de parasols der dames onder zijn arm. Een uur later was het geheele +vroolijke troepje in Fontenay-aux-Roses. + +Toen zij 's avonds, aardig laat, thuiskwamen, verklaarde Colline, +die den geheelen dag de functies van schatbewaarder vervuld had, dat +zij zes francs vergeten hadden uit te geven, en legde dat overschot +op tafel. + +"Wat moeten we daarmee beginnen?" vroeg Marcel. + +"Hoe zou je het vinden, als we er effecten voor kochten?" was +Schaunard's antwoord. + + + + + + +HOOFDSTUK XVIII. + +DE MOF VAN FRANCINE. + + +I + +Onder de echte bohémiens der echte bohème heb ik indertijd een +zekeren Jacques D.... gekend. Hij was beeldhouwer en beloofde +mettertijd een groot kunstenaar te zullen worden. Doch zijn ellendige +levensomstandigheden hebben hem niet den tijd gelaten die beloften +te houden. Hij stierf in Maart 1814, in het hospitaal Saint-Louis, +zaal Sainte-Victoire, bed 14, aan uitputting. + +Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen tijd +ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques +een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op +voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks +opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik +hem geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen, +dat den onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is +gestorven zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met +den dood strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan +een der afschuwelijkste scènes, die ik in dezen caravansérail [39] +van menschelijk lijden heb medegemaakt. De vader, dien men met zijn +overlijden in kennis gesteld had, was het lijk komen opeischen en had +een tijd lang afgedongen op de door de administratie geëischte som van +zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde +hij zóó lang en zóó hardnekkig, dat men hem ten slotte zes francs +minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist wilde leggen, nam +de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende laken weg en vroeg +aan een der vrienden van den overledene om geld voor het lijkkleed. De +arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar Jacques' vader, +die in een opwelling van drift en woede vroeg, of men hem nooit met +rust zou laten. + +Toen wierp de zuster, die dit afschuwelijke tooneel meemaakte, een +blik op het lijk en sprak de aangrijpend naïeve woorden: + +"Maar mijnheer, de arme jongen kan toch zoo niet begraven worden: +het is zoo koud; geef hem tenminste een hemd, opdat hij niet heelemaal +naakt voor onzen lieven Heer verschijnt." + +Eindelijk gaf de vader den vriend vijf francs om een hemd te koopen, +doch drukte hem daarbij op het hart het te halen bij een uitdrager +in de rue Grange-aux-Belles, die tweedehandsche hemden had. + +"Dat is niet zoo duur," voegde hij eraan toe. + +Later kreeg ik opheldering omtrent die onmenschelijke hardheid van +Jacques' vader: hij was woedend, dat zijn zoon zich aan de kunst +gewijd had, en die woede was zelfs bij het zien van de lijkkist niet +tot bedaren gekomen. + +Maar ik ben al heel ver afgedwaald van mademoiselle Francine en haar +mof. Doch ik kom er nu toe: mademoiselle Francine was het eerste en +eenige vriendinnetje van Jacques geweest, die toch niet oud gestorven +was, want hij was nauwelijks drie-en-twintig, toen zijn vader hem +heelemaal naakt onder den grond wilde laten stoppen. Jacques heeft +mij het verhaal van die amourette gedaan, toen hij nummer 14 en ik +nummer 16 was op de zaal Sainte-Victoire, een vreeselijke plaats om +te sterven. + +Maar wacht nog even, lezer! Voor ik dit verhaal begin, dat zeer mooi +zou zijn, als ik het kon oververtellen zooals Jacques het mij verteld +heeft, moet ik nog eerst een pijp aansteken, die oude steenen pijp, +die Jacques mij gegeven heeft op den dag, dat de dokter hem het rooken +verboden had. Maar 's nachts, wanneer de broeder sliep, leende hij +zijn pijp van mij en vroeg me wat tabak: je verveelt je 's nachts +zoo in die groote zalen, wanneer je niet slapen kunt en pijn hebt. + +"Een of twee trekjes maar!" zeide hij, en ik liet hem zijn gang +gaan en wanneer zuster Sainte-Géneviève de rondte deed, hield zij +zich alsof zij niet merkte, dat er gerookt werd. O, goede zuster, +wat waart ge goed en wat waart ge mooi, wanneer ge ons met wijwater +kwaamt besprenkelen! We zagen u reeds van verre aankomen, wanneer +ge zoo zacht liept onder de sombere gewelven in uw wijden witten +nonnesluier, welks mooie plooien Jacques zoo bewonderde. O, goede +zuster, gij waart de Beatrice [40] van dezen hel. Zoo zoet en zacht +klonken uw troostwoorden, dat we alleen klaagden, om door u getroost +te worden. Als mijn vriend Jacques niet gestorven was, zou hij voor +u een kleine Heilige Maagd gebeeldhouwd hebben, goede zuster Géneviève! + +Eerste lezer: En waar blijft de mof nu? Ik zie er nog niets van. + +Tweede lezer: En mademoiselle Francine dan? + +Eerste lezer: Het is heelemaal geen vroolijk verhaal. + +Tweede lezer: Je kunt niets zeggen, voor we het slot weten. + +Ik vraag u wel vergiffenis, heeren, de pijp van mijn vriend is de +oorzaak van al deze afdwalingen. Overigens heb ik volstrekt niet +beloofd u te zullen laten lachen. Het gaat niet altijd vroolijk toe +in het bohème-leven. + +Jacques en Francine hadden elkaar leeren kennen in een huis in de rue +de la Tour d'Auvergne, waarin zij in het begin van April gelijktijdig +waren komen wonen. + +Eerst na acht dagen werden tusschen den kunstenaar en het jonge meisje +die buurpraatjes gewisseld, welke een noodzakelijk gevolg zijn van +het op dezelfde verdieping wonen; en toch kenden zij elkaar reeds, nog +voordat ze één woord gewisseld hadden. Francine wist, dat haar buurman +een arme tobberd van een kunstenaar was, en Jacques had gehoord, dat +zijn buurmeisje een naaistertje was, van huis weggeloopen, om zich +aan de slechte behandeling door haar stiefmoeder te onttrekken. Zij +deed wonderen van spaarzaamheid om er zich, zooals men dat noemt, +"door heen te slaan" en daar zij nooit genietingen had leeren kennen, +miste zij die niet en verlangde zij er niet naar. + +De kennismaking had plaats op de volgende manier. Op een zekeren +Aprilavond kwam Jacques doodmoe, met een leege maag en in een heele +trieste stemming op zijn kamer. Het was een onbestemde triestheid, +die geen bepaalde reden heeft, die je overal en op ieder uur kan +overvallen--een soort apoplexie van het hart, waarvoor voornamelijk die +ongelukkigen, die alleen leven, vatbaar zijn. Jacques, die het in het +kleine kamertje benauwd kreeg, wierp het raam open, om versche lucht te +kunnen inademen. Het was een prachtige avond en de ondergaande zon spon +om de heuvels van Montmartre een droefgeestigen tooversluier. Jacques +bleef voor het raam zitten mijmeren en luisterde naar het koor der +gevederde lentezangers, die in de avondstilte zongen; en zijn trieste +stemming werd nog triester. Toen hij een raaf krassend voorbij zag +vliegen, dacht hij aan den tijd, waarin de raven brood brachten aan +Elia, den vromen kluizenaar, en maakte hij bij zichzelf de opmerking, +dat de raven thans niet zoo barmhartig meer zijn. Ten slotte kon hij +het niet langer uithouden, hij sloot zijn raam, trok het gordijn dicht +en stak, daar hij geen geld had, om olie te koopen, een harskaars aan, +die hij van een reis naar La Grande Chartreuse meegebracht had. En +in een steeds melancholieker stemming stopte hij zijn pijp. + +"Gelukkig, dat ik nog zooveel tabak heb, dat ik het pistool door den +rook niet meer zal zien," mompelde hij en begon te rooken. + +Mijn vriend Jacques moest dien avond wel heel droefgeestig zijn, dat +hij erover dacht "het pistool te omsluieren". Dat was zijn laatste +toevlucht in groote crisissen; en meestal lukte het hem wel. Het middel +bestond hierin: Jacques rookte tabak, waarop hij een paar druppels +laudanum gesprenkeld had, en hij rookte zoo lang, totdat de rookwolk, +die uit zijn pijp kwam, dik genoeg geworden was, om alle voorwerpen, +die in zijn kamertje waren, en met name een aan den muur hangend +pistool in een waas voor hem te hullen. Dat was een kwestie van een +pijp of tien. Wanneer het pistool geheel onzichtbaar geworden was, +sliep hij gewoonlijk door de gecombineerde werking van de tabak en +het laudanum in en meestal verliet zijn droefgeestigheid hem op den +drempel van zijn droomen. + +Doch dien avond had Jacques al zijn tabak opgerookt en was het +pistool volkomen onzichtbaar geworden, en nog was hij steeds bitter +droefgeestig. Dien avond was daarentegen mademoiselle Francine +buitengewoon opgewekt, toen zij naar huis terugkeerde en evenmin +als Jacques' droefgeestigheid had Francine's opgewekte stemming +een bepaalde oorzaak: het was een vroolijkheid, die, om zoo te +zeggen, uit den hemel valt en die de goede God in goede harten doet +nederdalen. Kort en goed, mademoiselle Francine was dus vroolijk en +opgewekt en kwam zingend de trap op. Maar toen zij haar kamerdeur wilde +open maken, blies plotseling een rukwind, die door het openstaande +raam binnenkwam, haar kaars uit. + +"Lieve Hemel, hoe vervelend!" riep het jonge meisje uit. "Nu moet ik +weer zes trappen op en af." + +Toen zij echter in Jacques' kamer licht zag, gaf een instinct van +gemakzucht, geënt op een gevoel van nieuwsgierigheid, haar de gedachte +in den kunstenaar om licht te vragen. Dat zijn van die diensten, +die je elkaar onder verdiepingsgenooten dagelijks bewijst, dacht zij +bij zichzelf, en het is volstrekt niet compromitteerend. Dus klopte +zij tweemaal zacht op de deur van Jacques, die, een weinig verrast +over dit late bezoek, open ging doen. Doch nauwelijks had zij een +stap in de kamer gedaan, of de rook, die daarin hing, benam haar +den adem en zij viel, voordat zij nog een woord had kunnen zeggen, +bewusteloos op een stoel, waarbij zij haar sleutel en haar kaars +uit haar hand liet vallen. Het was middernacht, iedereen in huis +lag in diepe rust. Jacques vond het beter niet om hulp te roepen: +hij was bang daardoor zijn buurmeisje aan allerlei praatjes te zullen +blootstellen. Hij wierp dus slechts het raam open, om frissche lucht +binnen te laten; en toen hij het jonge meisje een paar druppels water +in het gezicht gesprenkeld had, zag hij, dat zij haar oogen opsloeg +en langzamerhand weer bijkwam. Toen zij na verloop van vijf minuten +weer geheel tot bewustzijn gekomen was, vertelde zij hem waarom zij +bij hem had aangeklopt en maakte zij hem haar excuses voor den last, +dien zij hem veroorzaakt had. + +"Nu ik weer heelemaal beter ben," voegde zij eraan toe, "kan ik +weer naar mijn kamer". Hij had de deur geopend, toen zij bemerkte, +dat zij niet alleen vergat haar kaars aan te steken, maar ook dat +zij den sleutel van haar kamer niet had. + +"Ik ben nog wat in den war," zeide zij, terwijl zij met haar blaker +naar de harskaars ging; "ik ben hier gekomen om licht te halen en nu +ga ik zonder weg." + +Doch op hetzelfde oogenblik ging door de tocht, die ontstond door het +open gebleven zijn van de deur en van het raam, plotseling de kaars +uit en bevonden de twee jonge menschen zich in het donker. + +"Je zoudt bijna gelooven, dat het expres gebeurt," zeide Francine. "Wat +vervelend, dat ik u zooveel overlast moet aandoen, maar zoudt u niet +zoo goed willen zijn om wat licht te maken, anders zal ik mijn sleutel +niet kunnen vinden." + +"Zeker wel, mademoiselle," antwoordde Jacques en zocht tastend naar +lucifers. + +Hij had ze al heel gauw gevonden. Plotseling echter kwam hij op een +eigenaardige gedachte; hij stak de lucifers in zijn zak en riep uit: + +"Lieve hemel, al weer een nieuwe moeilijkheid, mademoiselle, ik heb +geen enkelen lucifer meer hier; ik heb den laatsten gebruikt, toen +ik thuis kwam." + +"Een prachtig gevonden list," dacht hij bij zichzelf. + +"Goede God!" riep Francine uit; "ik kan wel naar mijn kamer gaan--ik +zal daar niet in zeven slooten tegelijk loopen, maar om erin te komen, +moet ik mijn sleutel hebben. Ach mijnheer, help mij even zoeken, +hij moet op den grond liggen". + +"Laten we maar even zoeken, mademoiselle," zeide Jacques. + +En nu waren zij beiden in het donker naar het verloren schaap aan +het zoeken; maar alsof zij door hetzelfde instinct bestuurd werden, +ontmoetten hun handen, die op dezelfde plaats zochten, elkaar wel +tienmaal in de minuut. En daar zij beiden even onhandig waren, vonden +zij den sleutel niet. + +"De maan is op het oogenblik door een wolk bedekt, maar schijnt +dadelijk vlak in mijn kamer," zeide Jacques. "Wacht u dus even. Straks +zal zij ons bij het zoeken helpen." + +Om den tijd wat te bekorten, begonnen zij te praten. Een gesprek in +het donker, in een klein kamertje, in een lentenacht; een gesprek, +dat, in den beginne nietszeggend en onbeteekenend, langzamerhand +vertrouwelijker wordt ..... u weet, waarheen dat leidt. De zinnen +worden wat onsamenhangend en door veelzeggende pauzes onderbroken; +de stem wordt zachter; woorden wisselen af met zuchten. De handen, +die elkaar ontmoeten, vullen de gedachte aan, die uit het hart naar +de lippen stijgt, en .... Zoekt het slot maar in uw herinneringen, +jonge paartjes. Zoek het, jonge man, zoek het, jonge vrouw, zoekt +het gij, die vandaag arm in arm en hand in hand loopt en elkaar twee +dagen tevoren nog nooit gezien hadt. + +Eindelijk kwam de maan achter de wolken te voorschijn en wierp haar +lichte stralen in het kamertje. Mademoiselle Francine werd wakker +als uit een droom en stiet een klein gilletje uit. + +"Wat is er?" vroeg Jacques, die zijn armen om haar middel sloeg. + +"Niets," mompelde Francine; "ik dacht, dat ik hoorde kloppen." + +En zonder dat Jacques het merkte, schoof zij met haar voet den sleutel, +dien zij vlak bij zag liggen, onder een kast. + +Zij wilde hem niet vinden. + + + +Eerste Lezer: Ik zal dit verhaal mijn dochter zeker niet in handen +geven. + +Tweede Lezer: Tot nog toe heb ik geen haar van Francine's mof gezien; +en wat het meisje zelf betreft, ik weet nog niet eens of zij bruin +of blond is. + +Geduld lezers, geduld! Ik heb u een mof beloofd en ik zal u die ook +geven, zooals mijn vriend Jacques er een gegeven heeft aan zijn arm +vriendinnetje Francine, die, zooals ik hierboven door de puntjes heb +aangeduid, zijn maîtresse geworden was. Francine was blond, blond +en vroolijk, wat niet dikwijls voorkomt. Tot haar twintigste jaar +had zij de liefde niet gekend; maar een onbestemd voorgevoel van +haar naderend einde waarschuwde haar, dat zij zich moest haasten, +als zij die nog wilde leeren kennen. + +Zij ontmoette Jacques en kreeg hem lief. Hun liaison duurde zes +maanden. In het voorjaar hadden zij elkaar gevonden; in het najaar +scheidden zij weer. Francine was een teringlijdster, zij wist het en +haar vriend Jacques wist het ook: veertien dagen nadat hij met Francine +was gaan samen wonen, had hij het gehoord van een van zijn vrienden, +die dokter was. Zij zou met het vallen der gele bladeren heengaan, +had hij gezegd. + +Francine had die voorspelling gehoord en zag eveneens, hoe wanhopig +haar vriend daaronder was. + +"Wat kunnen ons die gele bladeren schelen?" zeide zij met een +glimlach, waarin zij al haar liefde legde; "wat kan ons het najaar +schelen? Wij zijn in den zomer en de bladeren zijn groen: laten we +die niet ongebruikt voorbij laten gaan ..... En wanneer je ziet, +dat ik uit dit leven heengaan wil, neem me dan in je armen, kus me +en verbied me weg te gaan. Ik ben gehoorzaam, dat weet je; dus zal +ik bij je blijven!" + +En zoo leefde dit bekoorlijke schepseltje vijf maanden lang met lachjes +en liedjes op haar lippen het moeilijke bohème-leven mede. Jacques +liet zich daardoor om den tuin leiden; zijn vriend zeide dikwijls tot +hem: "Francine gaat achteruit; zij moet goed verpleegd worden." Dan +liep Jacques heel Parijs af om geld te vinden voor de door den dokter +voorgeschreven geneesmiddelen, maar Francine wilde er niets van weten +en wierp ze het raam uit. Wanneer zij 's nachts een hoestaanval kreeg, +stond zij zachtjes op en ging naar de gang, uit vrees, dat Jacques +het anders hooren zou. + +Toen zij op een goeden dag samen buiten waren, zag Jacques, dat er aan +de boomen gele bladeren begonnen te komen. Treurig keek hij Francine +aan, die langzaam en mijmerend naast hem liep. + +Francine zag hem bleek worden en raadde de oorzaak ervan. + +"Je lijkt wel niet goed wijs," zeide zij, terwijl zij hem een kus gaf; +"wij zijn pas in Juli; het is nog drie maanden voor October in het +land is: en wanneer wij, zooals wij dat doen, elkaar dag en nacht +liefhebben, dan verdubbelen we den tijd, dien we nog samen te leven +hebben. En wanneer ik mij met het vallen der gele bladeren erger voel +worden, dan gaan we in een dennenbosch wonen: daar zijn de bladeren +altijd groen." + + + +In het begin van October moest Francine het bed blijven +houden. Jacques' vriend behandelde haar. Het kleine kamertje, waarin +zij woonden, lag op de bovenste verdieping van het huis en zag uit +op een binnenplaats, waarin een boom stond, welks bladerentooi met +den dag dunner werd. Jacques had een gordijn voor het raam gehangen, +om den boom voor het oog van de zieke te verbergen; maar Francine +stond erop, dat het weer weggenomen werd. + +"Lieve jongen!" zeide zij tot Jacques; "ik zal je honderd maal meer +zoenen geven, dan de boom bladeren heeft .... En zij voegde eraan toe: +"Ik voel me trouwens veel beter .... Ik zal heel gauw weer uit kunnen +gaan, maar omdat het zoo koud is en ik geen winterhanden wil krijgen, +moet je een mof voor me koopen." + +Gedurende den geheelen duur van haar ziekte was die mof haar eenige +wensch. + +Den dag voor Allerheiligen was Jacques wanhopiger dan ooit. Francine +zag het en wilde hem wat moed geven, en om hem te bewijzen, dat het +werkelijk beter ging, stond zij op. + +Juist op dat oogenblik kwam de dokter, die haar dwong onmiddellijk +weer naar bed te gaan. + +"Jacques," fluisterde hij den artist in het oor; "wees sterk, +kerel! Het is afgeloopen .... Francine moet sterven." + +Jacques smolt in tranen weg. + +"Je kunt haar nu alles geven, wat zij vraagt; er is geen hoop meer." + +Francine hoorde met haar oogen wat de dokter haar vriend toefluisterde. + +"Geloof hem niet!" riep zij, terwijl zij haar armen naar Jacques +uitstrekte; "geloof hem niet, hij liegt. Morgen gaan we samen uit +.... dan is het Allerheiligen; het zal koud zijn, ga een mof voor me +koopen .... Ik heb zoo vreeselijk het land aan winterhanden." + +Jacques wilde met zijn vriend weggaan; Francine echter vroeg den +dokter nog even te blijven. + +"Ga jij de mof koopen, Jacques," zeide zij; "neem maar een goede, +dan duurt hij des te langer." + +Toen zij met den dokter alleen was, zeide zij: + +"O, dokter, ik ga sterven, ik weet het .... Maar geef mij, vòòr ik +heenga, nog een middel, dat mij voor één nacht mijn krachten teruggeeft +.... ik smeek u erom: maak mij nog één nacht mooi, dan wil ik gaarne +sterven, nu de goede God niet wil, dat ik nog langer leef." + +Toen de dokter haar zoo goed mogelijk troostte, woei een windvlaag +door het openstaande raam een geel blad van den boom op de binnenplaats +op het bed der zieke. + +Francine schoof het gordijn weg en zag, dat de boom heelemaal kaal was. + +"Dat is het laatste," mompelde zij en legde het blad onder haar kussen. + +"U zult morgen pas sterven," zeide de dokter tot haar; "u hebt nog +een nacht voor u." + +"Wat een geluk!" zeide het jonge meisje. "Een winternacht .... die +duurt lang." + +Jacques kwam met een mof terug. + +"Wat een mooie!" zeide Francine; "als ik uitga, zal ik hem dragen." + +Den nacht bracht zij in Jacques' armen door. + +Den volgenden dag, Allerheiligen, trad met het kleppen van het +middag-angelus de doodstrijd in. Zij begon over haar geheele lichaam +te beven. + +"Ik heb zulke koude handen," mompelde zij. "Geef me mijn mof." + +En zij wikkelde haar magere handen in het bont .... + +"Het is het einde," zeide de dokter tot Jacques; "geef haar een +afscheidskus." + +Jacques drukte zijn lippen op die van zijn vriendinnetje. In het +laatste oogenblik wilden zij de mof wegnemen, maar krampachtig hield +zij die vast. + +"Neen, neen!" zuchtte zij; "laat ik die houden; het is winter en zoo +koud ..... Mijn arme Jacques .... Mijn arme Jacques .... wat moet er +van je worden ... O, God!" + +En den volgenden dag was Jacques alleen. + +Eerste lezer: Ik heb wel gezegd, dat het geen vroolijk verhaal was! + +Wat zal ik u zeggen, lezer? Men kan niet altijd lachen. + + + + +II. + +Het was de ochtend van Allerheiligen. Francine was zooeven gestorven. + +Twee mannen waakten aan het sterfbed: de een, die erbij stond, was de +dokter; de ander, die naast het bed geknield lag, drukte zijn lippen op +de handen der doode en scheen die er in een wanhopigen kus voor eeuwig +aan vast te willen kleven; dat was Jacques, Francine's minnaar. Reeds +zes uur lang lag hij daar in een toestand van gevoelloosheid, die een +gevolg van diepen smart schijnt te zijn. Een draaiorgel, dat onder +zijn raam begon te spelen, riep hem eindelijk weer tot het leven terug. + +Dit orgel speelde een wijsje, dat Francine 's morgens bij het wakker +worden placht te zingen. + +Een van die waanzinnige verwachtingen, welke slechts in de grootste +wanhoop kunnen geboren worden, doorflitste plotseling Jacques' +geest. Hij ging in gedachten een maand in het verleden terug, naar +den tijd, dat Francine nog slechts stervende was; hij vergat het +heden en beeldde zich een oogenblik in, dat de doode slechts sliep +en dadelijk met het gewone morgenliedje op de lippen wakker zou worden. + +Doch nog voor de tonen van het orgel geheel weggestorven waren, was +Jacques reeds tot de werkelijkheid teruggekeerd. Francine's mond was +voor altijd verstomd en de glimlach, die haar laatste gedachte op +haar lippen getooverd had, verdween reeds, om plaats te maken voor +de trekken des doods. + +"Moed, Jacques!" zeide de dokter tot zijn vriend. + +Jacques stond op en keek den dokter aan: + +"Het is afgeloopen, niet waar? Er is geen hoop meer?" + +Zonder op die droevig-dwaze vraag te antwoorden, ging de dokter +naar het bed, trok de gordijnen dicht, wendde zich dan weer tot den +beeldhouwer en drukte hem de hand. + +"Francine is dood ....." zeide hij; "het was te verwachten. God weet, +dat wij alles, wat in onze macht stond, gedaan hebben, om haar te +redden. Het was een braaf meisje, Jacques, dat veel van je gehouden +heeft, meer en anders, dan jij van haar hieldt; want haar liefde was +niets dan liefde, terwijl er bij jou nog iets anders bij kwam. Francine +is dood .... maar alles is nog niet afgeloopen; we moeten nu aan de +voor de begrafenis noodige maatregelen denken. Wij zullen dat samen +doen en een buurvrouw vragen tijdens onze afwezigheid bij het lijk +te waken." + +Willoos liet Jacques zich door zijn vriend medenemen. De geheele +dag ging heen met bezoeken aan de mairie, den begrafenisondernemer +en het kerkhof. Daar Jacques in het geheel geen geld had, verpandde +de dokter zijn horloge, een ring en verschillende kleedingstukken, +om de kosten voor de begrafenis, die den volgenden dag zou plaats +hebben, te kunnen bestrijden. + +Eerst laat in den avond kwamen zij samen terug. De buurvrouw drong +er bij Jacques op aan wat te eten. + +"Goed," zeide hij; "geef maar wat; ik heb het koud en moet weer wat +krachten verzamelen, want ik moet vannacht nog werken." + +De buurvrouw en de dokter begrepen niet wat hij bedoelde. + +Jacques ging aan tafel zitten en slokte zoo gulzig een paar happen +naar binnen, dat hij er bijna in stikte. Toen vroeg hij wat te +drinken. Doch toen hij het glas naar zijn mond bracht, liet hij het +op den grond vallen. Het brak. Het glas had een herinnering in hem +wakker geroepen, die op haar beurt zijn verdriet, dat een oogenblik +ingesluimerd was, weer tot nieuw leven wekte. Op den dag n.l., dat +Francine voor het eerst bij hem gekomen was, had het jonge meisje, +dat toen reeds lijdende was, zich plotseling onwel gevoeld, en had +Jacques haar uit dat glas wat suikerwater laten drinken. Later, +toen zij samen woonden, hadden zij er een liefde-reliquie van gemaakt. + +Ook had de beeldhouwer in zijn zeldzame oogenblikken van rijkdom een +paar maal voor zijn vriendinnetje een of twee flesschen versterkenden +wijn, die haar door den dokter was voorgeschreven, gekocht, en dan +had Francine altijd uit dat glas dien drank gedronken, waaruit haar +liefde een betooverende vroolijkheid putte. + +Langer dan een half uur bleef Jacques sprakeloos naar die +overblijfselen van dat dierbare, brooze souvenir te staren. Hij had +een gevoel alsof ook zijn hart gebroken was en de scherven daarvan +zijn borst verscheurden. Toen hij eindelijk weer tot de werkelijkheid +teruggekeerd was, raapte hij de scherven van het glas bijeen en sloot +die weg in een kast. Dan vroeg hij zijn buurvrouw twee kaarsen te +halen en door den portier een emmer water te laten boven brengen. + +"Ga niet weg," verzocht hij den dokter, die daar geen oogenblik aan +dacht; "ik heb je straks noodig." + +Toen het water en de kaarsen gebracht waren, bleven de twee vrienden +alleen. + +"Wat wil je doen?" vroeg de dokter, toen hij zag, dat Jacques, na +het water in een houten bak gegoten te hebben, er gips bij wierp. + +"Wat ik doen wil?" antwoordde Jacques; "kan je het niet raden? Ik +wil een afdruk maken van Francine's hoofd; en omdat de moed daartoe +mij zou ontbreken, als ik alleen bleef, mag je niet weggaan." + +Jacques trok de gordijnen van het bed open en sloeg het laken, waarmede +het gelaat van de doode bedekt was, weg. Zijn hand begon te beven en +een half-verstikte zucht steeg uit zijn borst op. + +"Breng de kaarsen eens hier," riep hij zijn vriend toe, "en houd den +bak eens vast." + +De eene kaars werd aan het hoofdeinde van het bed gezet, zoodat het +volle licht ervan op het gelaat der doode viel; de andere aan het +voeteneinde. Dan doopte hij een penseel in olijfolie en wreef daarmede +de wenkbrauwen, de wimpers en het haar in, dat hij opgemaakt had, +zooals Francine het gewoonlijk droeg. + +"Op die manier zal het haar geen pijn doen, wanneer wij het masker +afnemen," zeide hij tot zichzelf. + +Na deze voorzorgsmaatregelen genomen en het hoofd in een gemakkelijke +houding gelegd te hebben, begon Jacques het gips in gelijke lagen op +te leggen, totdat het masker de vereischte dikte had. Na een kwartier +was de bewerking afgeloopen en volkomen geslaagd. + +Door een eigenaardig proces had op het gelaat van Francine een +merkwaardige verandering plaats gegrepen. Het bloed, dat nog geen +tijd gehad had geheel en al te verstijven, was ongetwijfeld door de +hooge temperatuur van het gips weer warm geworden en naar de bovenste +lichaamsdeelen gestroomd, zoodat het matwitte van het voorhoofd en de +wangen langzamerhand een rosen tint begon te krijgen. De oogleden, die +door het wegnemen van het masker eenigszins geopend waren, lieten het +rustige blauw der oogen zien, welker blik een vaag begrijpen scheen +te verraden, en de door een half glimlachje even geopende lippen +schenen het bij het laatste afscheid vergeten woord te spreken, +dat men slechts met het hart hoort. + +Trouwens, wie zou kunnen verzekeren, dat het begrip ophoudt op +hetzelfde oogenblik, dat de gevoelloosheid van een wezen intreedt? Wie +kan zeggen, dat de hartstochten sterven en verdwijnen tegelijk met +den laatsten harteklop? Zou de ziel niet een enkele maal vrijwillig +besloten kunnen blijven in het reeds voor de begrafenis gekleede +lichaam, en van uit haar vleeschelijk omhulsel een oogenblik de +droefheid en de tranen bespieden kunnen? Zij, die van ons scheiden, +hebben zooveel redenen om hen, die blijven, te wantrouwen. + +Wie weet, of niet misschien op het oogenblik, dat Jacques besloot haar +trekken met behulp der kunst te vereeuwigen, een laatste aardsche +gedachte Francine weer was komen wekken uit den eersten sluimer van +haar eeuwige rust. Misschien had zij zich herinnerd, dat hij, dien +zij zoo pas verlaten had, behalve een minnaar ook een kunstenaar was; +dat hij beide was, omdat hij niet het een zonder het andere kon zijn; +dat voor hem de liefde de ziel der kunst was, en dat hij haar daarom +slechts zoo lief gehad had, omdat zij voor hem vrouw en minnares +tegelijk, een gevoel in een vorm had kunnen zijn. En toen had in haar +begeerte om Jacques dat menschelijk beeld, dat voor hem het ideaal +zelve geworden was, achter te laten, Francine misschien, hoewel reeds +dood en koud en stijf, nog eenmaal op haar gelaat den glans van haar +liefde en al de bekoring van haar jeugd weten te voorschijn te roepen: +zij blies het kunstwerk leven in. + +En misschien had het arme meisje goed gedacht: want er bestaan onder +de ware kunstenaars van die Pygmalions, die, in tegenstelling met +hun klassieken naamgenoot, gaarne hun levende Galathea's in marmer +zouden willen veranderen. + +Bij het zien van die kalme rust op dat gelaat, waarop de doodstrijd +geen sporen achtergelaten had, zou niemand hebben kunnen gelooven aan +het lange lijden, dat aan den dood voorafgegaan was. Francine scheen +een liefdesdroom verder te droomen; en wanneer men haar daar zoo zag +liggen, zou men gezegd hebben, dat zij aan schoonheid gestorven was. + +Uitgeput door vermoeienis, was de dokter in een hoek in slaap gevallen. + +Jacques daarentegen was opnieuw ten prooi aan zijn twijfel van +zooeven. Zijn aan zinsbegoochelingen lijdende geest bleef hardnekkig +in den waan, dat de vrouw, die hij zoo grenzenloos lief had, weer zou +ontwaken; en daar van tijd tot tijd zwakke zenuwtrekkingen (het gevolg +van het mouleeren van het gezicht) de onbeweeglijkheid van het lijk +verbraken, versterkte dit schijnbare leven Jacques in zijn gelukkige +illusie, die voortduurde tot den ochtend, toen een ambtenaar den dood +constateeren en verlof tot begraven geven kwam. + +Trouwens evenals men geheel waanzinnig van wanhoop moest zijn, om aan +haar dood te twijfelen, zoo moest men de onfeilbaarheid der wetenschap +te hulp roepen om bij het zien van dat schoone wezen aan den dood te +kunnen gelooven. + +Toen de buurvrouw Francine in de lijkkist legde, bracht men Jacques +in een ander vertrek, waar hij enkele van zijn vrienden vond, +die gekomen waren, om de ontslapene de laatste eer te bewijzen. De +bohémiens onthielden zich tegenover Jacques, hoewel zij hem heel graag +mochten lijden, van al die troostwoorden, die het verdriet toch slechts +grooter maken. Zonder een van die woorden te spreken, welke in zulke +oogenblikken zoo moeilijk te vinden en zoo pijnlijk om aan te hooren +zijn, drukten zij, de een na den ander, hun vriend zwijgend de hand. + +"Het sterven van Francine is een groot ongeluk voor Jacques," zeide +een hunner. + +"Zeker," antwoordde de schilder Lazare, een bizarre persoonlijkheid, +die reeds vroeg alle hartstochten der jeugd had weten te overwinnen +door daartegenover de onbuigzaamheid van een vasten wil te stellen, +zoodat eindelijk de mensch in den kunstenaar ten onder gegaan +was--"zeker, maar dan toch een ongeluk, waarvan hij zelf de grootste +schuld is. Sedert Jacques Francine kent, is hij vreeselijk veranderd." + +"Zij heeft hem gelukkig gemaakt," merkte een derde op. + +"Gelukkig?" antwoordde Lazare; "wat noem je gelukkig? Hoe kunt ge een +hartstocht, die iemand brengt in een toestand, waarin Jacques thans +verkeert, geluk noemen? Laat hem eens een meesterwerk zien, hij zal +er zich van afwenden; en om nog eenmaal zijn vriendinnetje levend te +zien, zou hij desnoods een Titiaan of een Raphaël vertrappen. Mijn +geliefde daarentegen is onsterfelijk en zal mij nooit bedriegen; +zij woont in den Louvre en heet Joconda." + +Juist toen Lazare zijn theorieën over kunst en gevoel nader uiteen +wilde gaan zetten, vertrok de stoet naar de kerk. + +Na enkele fluisterend uitgesproken gebeden zette de stoet zich in +beweging naar het kerkhof. + +Daar het toevallig Allerzielen was, verdrong zich een groote menigte +op den doodenakker. Velen keken om naar Jacques, die blootshoofds +achter den lijkwagen liep. + +"Arme jongen!" zeide er een; "zeker zijn moeder." + +"Neen zijn vader!" dacht een ander. + +"Of zijn zuster!" merkte een derde op. + +Slechts een dichter, die op dit feest der herinnering, dat eenmaal +per jaar in de nevels van November herdacht wordt, den doodenakker +was komen bezoeken, om de gebaren van droefheid te bestudeeren, zou +bij het zien van Jacques, als bij instinct gevoeld hebben, dat hij +zijn geliefde naar haar laatste rustplaats bracht. + +Toen zij bij het graf gekomen waren, ontblootten de bohémiens het hoofd +en plaatsten zich in een kring erom heen. Jacques stond aan den rand, +zijn vriend de dokter hield zijn arm vast. + +De doodgravers hadden haast en wilden zoo gauw mogelijk klaar zijn. + +"Er wordt gelukkig niet gesproken," zeide er een. "Des te +beter. Vooruit kameraad, opgepast!" + +En in een oogwenk werd de kist uit den wagen genomen en aan touwen in +het graf neergelaten. De man trok nu de touwen onder de kist uit en +kwam uit het gat, nam dan een schop en begon met een van zijn kameraads +aarde op de kist te werpen. Weldra was het graf dichtgegooid. Een +klein houten kruis werd erop geplaatst. + +Toen hoorde de dokter Jacques onder luide zuchten deze egoïstische +woorden uitstooten: + +"Daar wordt mijn jeugd begraven!" + +Jacques behoorde tot een club, waarvan de leden zich "Waterdrinkers" +noemden, en die een navolging scheen te zijn van den beroemden +vriendenkring uit de rue des Quatre-Vents, waarvan sprake is in +Balzac's mooien roman: "Un Grand Homme de province." Maar toch bestond +er een groot verschil tusschen de helden van dien vriendenkring en +de Waterdrinkers, die, zooals alle navolgers, het systeem, dat zij +in praktijk wilden brengen, gruwlijk overdreven hadden. Dit verschil +zal men alleen reeds uit dit enkele feit kunnen begrijpen, dat in +het boek van Balzac de leden van den vriendenkring het doel, dat zij +zich voor oogen gesteld hadden, ten slotte bereikten en daarmede het +bewijs leverden, dat ieder systeem, dat tot het doel leidt, goed is, +terwijl de club der waterdrinkers na een bestaan van vele jaren op +heel natuurlijke wijze, n.l. door den dood van al haar leden, aan +haar eind kwam, zonder dat de naam van een hunner verbonden was aan +een werk, dat van hun bestaan had kunnen getuigen. + +Gedurende zijn liaison met Francine was de verhouding van Jacques +tot de club der Waterdrinkers minder intiem geworden. Om in het +onderhoud van hem en zijn vriendinnetje te kunnen voorzien, had +hij enkele wetten en voorschriften, die op den oprichtingsdag der +club door de Waterdrinkers plechtig onderteekend en bezworen waren, +moeten overtreden. + +Steeds doorstappend op de stelten van een onzinnigen trots hadden deze +jonge menschen als hoofdprincipe van hun club opgesteld, dat zij nooit +van de hooge toppen der kunst zouden mogen afdalen, d.w.z. dat geen +hunner, ook al drong de nood nog zoo, ook maar de geringste concessie +daaraan mocht doen. Zoo zou bijv. de dichter Melchior er nooit in +hebben toegestemd zijn "lier" voor eenige oogenblikken aan de wilgen +te hangen, om een handelsprospectus of een politieke geloofsbelijdenis +te schrijven. Dat was goed voor den dichter Rodolphe, een deugniet, +die voor alles deugde, en die nooit een honderd-sous-stuk in zijn +nabijheid liet komen zonder er, het kwam er niet op aan waarmee, op te +schieten. Zoo zou ook de schilder Lazare, een trotsche armoedzaaier, +nooit zijn penseel hebben willen bezoedelen door het portret van een +kleermaker met een papegaai op zijn vinger te schilderen, zooals +onze vriend Marcel eens gedaan had in ruil voor den beruchten rok +Methusalem, waarop ieder van zijn maîtressen de kunst van oplappen +geleerd had. Zoolang Jacques met de Waterdrinkers in gemeenschap van +denkbeelden leefde, had hij zich aan die tyrannieke clubvoorschriften +onderworpen; maar toen hij Francine had leeren kennen, wilde hij het +arme, toen reeds zieke kind niet blootstellen aan de levenswijze, die +hij tijdens zijn "ongehuwden staat", geleid had. Jacques was vòòr alles +een oprechte, eerlijke natuur. Hij ging dus naar den president der +club, den starren Lazare, en deelde hem mede, dat hij in het vervolg +alle werkzaamheden, die hem wat zouden kunnen opbrengen, aannemen zou. + +"Je liefdesverklaring," antwoordde Lazare hem, "was tevens je afscheid +aan de kunst. Wij zullen je vrienden blijven, als je dat wilt, maar je +medeleden kunnen we niet meer zijn. Oefen je vak uit zooals je wilt; +voor mij ben je geen beeldhouwer meer, maar een gipsmenger. Wel zal +jij nu in het vervolg wijn kunnen drinken, en zullen wij evenals +vroeger ons water drinken en ons kommiesbrood eten; maar wij blijven +kunstenaars!" + +Wat Lazare echter ook zeggen mocht, Jacques bleef een kunstenaar. Maar +om Francine bij zich te kunnen houden nam hij ook, wanneer de +gelegenheid zich daartoe aanbood, werkzaamheden aan, die wat +opbrachten. Zoo werkte hij bijv. een tijd lang in het atelier van +den ornamentist Romagnési. Handig in de uitvoering en vindingrijk +in het ontwerpen, had Jacques, zonder daarom ernstige kunst geheel +vaarwel te moeten zeggen, een groote reputatie kunnen krijgen in +die genre-composities, welke een der voornaamste artikelen in den +luxe-handel geworden zijn. Maar Jacques was lui, zooals alle ware +kunstenaars, en verliefd als een dichter. De jeugd was in hem laat, +maar daardoor des te vuriger ontwaakt; en hij wilde, als had hij een +voorgevoel van zijn vroegen dood, die geheel en al uitleven in de armen +van Francine. Het gevolg daarvan was, dat de goede gelegenheden om +te werken dikwijls aan zijn deur kwamen kloppen, zonder dat Jacques +er antwoord op gaf; hij wilde zich niet laten storen: hij vond het +te heerlijk te droomen in den glans der oogen van zijn vriendinnetje. + +Toen Francine gestorven was, ging de beeldhouwer zijn oude +vrienden, de Waterdrinkers, weer opzoeken. Maar in dezen kring +voerde de geest van Lazare de opperheerschappij: ieder lid leefde +als versteend in het egoïsme van de kunst. Jacques vond daar niet wat +hij zocht. Zijn wanhoop werd er niet begrepen; men trachtte zelfs die +door redeneeringen tot zwijgen te brengen. Toen Jacques die weinige +sympathie bemerkte, wilde hij liever met zijn smart alleen zijn dan +deze op zoo'n manier aan discussies blootgesteld te zien. Hij brak +dus volkomen met de Waterdrinkers en leefde alleen voor zichzelf. + +Vijf of zes dagen na Francine's begrafenis ging Jacques naar een +marmerhandelaar van het kerkhof Mont-Parnasse en stelde hem de volgende +transactie voor: de handelaar zou voor het graf van Francine een hekje +leveren, dat Jacques zich voorbehield te teekenen, en bovendien den +kunstenaar een stuk wit marmer geven, waartegenover Jacques zich +verplichtte drie maanden lang als steenhouwer of beeldhouwer te +werken. De fabrikant had toen verscheidene belangrijke bestellingen; +hij ging naar het atelier van Jacques en kwam bij het zien der +vele begonnen werken tot de overtuiging, dat het toeval hem in den +persoon van Jacques een mooi fortuintje bracht. Acht dagen later had +Francine's graf een hekje, terwijl het houten kruisje vervangen was +door een groot steenen kruis, waarin Francine's naam gebeiteld was. + +Gelukkig had Jacques met een fatsoenlijk iemand te doen, die inzag, +dat honderd kilogram gietijzer en drie vierkante voet marmer niet +voldoende waren om drie maanden arbeid van den jongen kunstenaar, +wiens talent hem verscheidene duizenden daalders had opgebracht, +te betalen. Hij bood Jacques dan ook aan hem tegen een aandeel in de +winst deelgenoot te maken van zijn zaak, maar de kunstenaar sloeg dat +aanbod af. De weinige verscheidenheid der te behandelen onderwerpen +kwam niet overeen met zijn vindingrijke natuur, en bovendien had hij +wat hij wilde: n.l. een groot stuk marmer, waaruit hij een kunstwerk, +dat hij voor Francine's graf bestemde, wilde te voorschijn roepen. + +In het begin der lente werden trouwens de levensomstandigheden van +Jacques beter: zijn vriend de dokter bracht hem n.l. in kennis +met een voornamen en rijken edelman, die zich te Parijs wilde +vestigen en in een der voornaamste wijken een prachtig huis liet +bouwen. Verschillende beroemde kunstenaars waren reeds aangezocht om +mede te werken aan dit luxueuse paleis. Jacques kreeg de opdracht voor +een salonschoorsteen. Het is me alsof ik zijn cartons nog voor mij zie; +het was een bekoorlijk iets: het geheele sprookje van den winter was op +dit marmer verteld, dat als omlijsting voor het vuur moest dienen. Daar +Jacques' atelier te klein was, vroeg en verkreeg hij, om zijn werk +uit te voeren, een vertrek in het nog niet bewoonde huis, terwijl hem +bovendien een vrij groot voorschot op de voor het werk overeengekomen +som gegeven werd. Het eerste, wat Jacques daarvan deed, was zijn vriend +den dokter het geld, dat deze hem bij den dood van Francine geleend +had, terug te geven; daarna ging hij naar het kerkhof, om den grond, +waaronder zijn vriendinnetje rustte, onder bloemen te bedekken. + +Maar de lente was Jacques voor geweest, en op het graf van het jonge +meisje bloeiden tusschen het groenende gras duizend bloemen. De +kunstenaar had den moed niet ze eruit te trekken, want hij dacht, dat +er iets van zijn vriendinnetje in deze bloemen overgegaan was. Toen +de tuinman hem vroeg wat hij met die rozen en viooltjes doen moest, +verzocht Jacques hem die te planten op een pas gedolven graf ernaast, +de armzalige laatste rustplaats van een armzalige, die geen ander +herkenningsteeken had dan een in de losse aarde gestoken stuk hout, +waarop een krans van verschoten papieren bloemen hing, een armzalige +liefdegave van een armzalige. Jacques verliet het kerkhof in een geheel +andere stemming dan hij er gekomen was. Opgewekt en nieuwsgierig keek +hij naar de mooie lentezon, diezelfde zon, die zoo dikwijls gouden +stralen getooverd had in Francine's haar, wanneer zij met hem door +de weiden liep en met haar blanke handen bloemen plukte. Een groote +zwerm heerlijke gedachten en herinneringen zoemde in zijn hart. Toen +hij voorbij een klein herbergje van den buitenboulevard kwam, viel het +hem in, dat hij op een dag, toen hij door een onweer verrast werd, met +Francine daar was binnengegaan en dat zij er samen gegeten hadden. Hij +ging er nu ook binnen en liet het diner aan hetzelfde tafeltje van +toen brengen. Het dessert werd op een beschilderd schaaltje opgediend; +hij herkende het schaaltje en herinnerde zich, dat Francine wel een +half uur lang bezig geweest was om de rebus, die er op geschilderd +was, op te lossen; ook kwam hem weer een liedje in de gedachte, +dat Francine voor hem gezongen had, toen de goedkoope landwijn, die +meer vroolijkheid dan druivensap bevat, haar in een montere stemming +gebracht had. Doch deze opwelling van zoete herinneringen deed thans +wel zijn liefde, maar niet zijn verdriet ontwaken. Bijgeloovig, zooals +alle dichterlijke en mijmerende naturen, verbeeldde Jacques zich, dat +Francine zelf, toen zij hem daareven vlak bij zich had hooren loopen, +hem uit haar graf deze wolk van blijde herinneringen had toegezonden, +die hij niet met tranen wilde bevlekken. En hij verliet met lichten +stap, opgeheven hoofd, schitterende oogen, kloppend hart en bijna een +glimlach op de lippen het herbergje en neuriede onder het loopen het +refrein van Francine's liedje: + + + L'amour rôde dans mon quartier, + Il faut tenir ma porte ouverte. + + +Dit refrein was in den mond van Jacques nog een herinnering, maar toch +was het ook reeds een lied, en misschien deed hij dien avond, zonder +het zelf te vermoeden, den eersten stap op den weg, die van droefheid +tot weemoed en van weemoed tot vergetelheid leidt. Ach, wat men ook +doet of laat, de eeuwige en rechtvaardige wet der veranderlijkheid +wil het zoo. + +Evenals de bloemen, die, misschien uit Francine's lichaam +voortgesproten, op haar graf waren ontbloeid, zoo gistten de +jeugdsappen in Jacques' hart, waarin de herinneringen aan zijn +oude liefde onbestemde verlangens naar een nieuwe wekten. Bovendien +behoorde Jacques tot dat ras van kunstenaars en dichters, die van +hun hartstochten een werktuig voor hun kunst en poëzie maken en wier +geest eerst dan volkomen levend is, wanneer de drijfkracht van het +hart dien in beweging brengt. Bij Jacques was de kunst inderdaad +een kind van zijn gevoel; tot in de kleinste dingen, die hij maakte, +legde hij een stuk van zijn eigen ik. Hij kwam tot de ontdekking, dat +de herinneringen niet langer voldoende voor hem waren, en dat zijn +hart, evenals de molensteen, die bij gebrek aan koren afslijt, uit +gebrek aan emotie zijn kracht verloor. Het werken had geen bekoring +meer voor hem; de inspiratie, die anders koortsachtig en als uit +zichzelf voortkomend werkte, kwam nu slechts onder den druk van lang +en geduldig nadenken. Jacques was ontevreden en benijdde bijna de +levenswijze van zijn oude vrienden, de Waterdrinkers. + +Hij trachtte afleiding te vinden, knoopte nieuwe vriendschapsbanden +aan. Zoo ging hij veel om met den dichter Rodolphe, dien hij in +een café had leeren kennen; beiden hadden een groote sympathie voor +elkaar opgevat. Jacques had hem zijn verdriet verteld en Rodolphe +had al heel gauw de oorzaak daarvan geraden. + +"Ik ken dat, kerel," zeide hij. En terwijl hij Jacques op de +borst klopte, voegde hij eraan toe: "Gauw het vuur daarin weer +aansteken! Zorg onmiddellijk voor een nieuw hartstochtje, dan komen +de denkbeelden ook weer terug." + +"Ach!" zeide Jacques; "ik heb te veel van Francine gehouden." + +"Dat zal je niet beletten om haar altijd lief te hebben. Kus haar op +de lippen van een ander." + +"O," zeide Jacques, "dat zal ik alleen maar kunnen, als ik een vrouw +vond, die op haar leek!" + +En diep in gedachten verzonken ging hij heen. + + + +Zes weken later had Jacques al zijn phantasie weer terug gevonden, +die weer ontvlamd was door de zachte blikken van een knap meisje, +dat Marie heette en wier ziekelijke schoonheid eenigszins aan de arme +Francine deed denken. Men kon zich inderdaad moeilijk iets aardigers +denken dan die kleine Marie met haar achttien jaar min zes weken, +wat zij nooit vergat op te merken. Hun liefdesbetrekkingen waren +begonnen in den maneschijn, in den tuin van een danslokaal, bij +den klank van een scherpe viool, van een teringachtige bas en een +klarinet, die schetterde als een merel. Jacques had haar opgemerkt, +toen hij met een ernstig gelaat om den voor de dansers gereserveerden +kring heen liep. De luidruchtige en knappe bezoeksters van het lokaal, +die den kunstenaar van gezicht kenden, fluisterden, wanneer zij hem in +zijn eeuwig zwarte, tot aan de hals dichtgeknoopte jas stijf voorbij +zagen komen, elkaar toe: + +"Wat komt die doodbidder hier toch doen? Moet er iemand begraven +worden?" + +Jacques liep steeds alleen: zijn hart bloedde onder de doornen van +een herinnering, die het orkest, dat op dit oogenblik een contradans +speelde, die den kunstenaar droef als een De Profundis in de ooren +klonk, nog levendiger maakte. Midden in zijn droomerijen zag hij Marie, +die van uit een hoekje naar hem keek en in een luiden lach uitbarstte, +toen zij zijn doodgraversgezicht zag. Jacques sloeg zijn oogen op en +hoorde op drie pas van hem dat gelach, dat van onder een rose hoedje +opklonk. Hij ging naar het jonge meisje toe en zeide enkele woorden +tot haar, waarop zij antwoordde; hij bood haar zijn arm aan, om een +wandeling door den tuin te maken; zij nam dien aan. Hij zeide haar, +dat zij mooi was als een engel, wat zij hem nog tweemaal zeggen liet; +hij plukte voor haar van de boomen groene appels, die zij met veel +smaak opat, terwijl zij daarbij telkens weer dien helderen lach liet +hooren, die het refrein van haar onverwoestbare vroolijkheid scheen +te zijn. Jacques dacht aan den Bijbel en bedacht, dat men nooit +tegenover een vrouw wanhopig moet zijn, vooral niet tegenover die, +welke veel van appels houden. Hij maakte dus met het rose hoedje nog +een wandeling door den tuin, waarvan weer het gevolg was, dat hij, +die alleen op het bal gekomen was, het niet alleen verliet. + +Maar toch had hij Francine niet vergeten: hij kuste, zooals Rodolphe +het uitgedrukt had, haar dagelijks op de lippen van Marie en werkte in +het geheim aan het beeld, dat hij op het graf der doode plaatsen wilde. + +Toen Jacques op een goeden dag geld gekregen had, kocht hij voor +Marie een zwarte japon. Het jonge meisje was er erg blij mede, ook al +vond zij, dat zwart voor den zomer geen bijzondere vroolijke kleur +was. Doch Jacques zeide haar, dat zwart zijn lievelingskleur was en +dat zij hem een groot pleizier zou doen, als zij die japon iederen +dag zou dragen. Marie deed hem dat pleizier. + +Op een Zaterdagavond zeide Jacques tot het jonge meisje: + +"Kom morgenochtend vroeg, dan gaan we naar buiten." + +"Dat treft prachtig," antwoordde Marie; "ik heb een verrassing voor +je. Het zal wel mooi weer zijn!" + +Marie werkte den geheelen nacht door aan een nieuwe japon, die zij +voor haar spaarduitjes gekocht had, een allerliefst, rose japonnetje, +waarmede zij 's Zondagsochtends, stralend van vreugde, in het atelier +van Jacques kwam. + +De kunstenaar ontving haar koel, bijna grof. + +"En ik dacht nogal, dat ik je een plezier zou doen, toen ik dat lichte +pakje kocht!" zeide Marie, die voor Jacques' koelheid geen verklaring +vinden kon. + +"Wij gaan niet naar buiten," antwoordde hij; "ga maar terug, ik +moet werken." + +Marie ging bedroefd naar huis. Onderweg kwam zij een jongen man +tegen, die de geschiedenis van Jacques kende en haar vroeger het hof +gemaakt had. + +"Wat, mademoiselle Marie, bent u niet meer in den rouw?" + +"In den rouw?" vroeg zij; "en voor wie?" + +"Wat, weet u dat niet? Het is toch bekend genoeg die zwarte japon, +die Jacques u gegeven heeft ...." + +"Nou?" + +"Wel dat was een rouwjapon: Jacques liet u om Francine rouwen." + +Na dien dag heeft Jacques Marie niet meer gezien. + +Die breuk bracht hem ongeluk. De slechte dagen keerden terug: hij had +geen werk meer en verviel in zoo'n groote ellende, dat hij, daar hij +niet wist wat hij beginnen moest, zijn vriend den dokter vroeg hem +in een ziekenhuis te laten opnemen. De dokter zag bij den eersten +oogopslag, dat het niet veel moeite zou kosten daarvoor toestemming +te krijgen. Zonder dat Jacques eenig vermoeden van zijn toestand had, +was hij op weg, om weer spoedig bij Francine te zijn. + +Hij werd opgenomen in het hospitaal Saint-Louis. + +Daar hij nog werken en loopen kon, verzocht hij den directeur van +het ziekenhuis hem een klein kamertje te willen geven, dat toch niet +gebruikt werd, en liet daar een werkbank, beitels en leem brengen. De +eerste veertien dagen werkte hij daar aan het beeld, dat hij voor +Francine's graf bestemd had. Het was een engel met uitgestrekte +vleugels. Dit beeld, dat Francine's trekken had, werd niet voltooid, +want al heel gauw kon Jacques de trap niet meer op, en kort daarop +mocht hij zelfs het bed niet meer uit. + +Toen Jacques op zekeren dag het cahier van den dokter in handen +kreeg en daaruit zag welke geneesmiddelen hij kreeg, begreep hij, +dat hij verloren was: hij schreef aan zijn familie en liet zuster +Sainte-Géneviève, die hem met groote toewijding verpleegde, roepen. + +"Zuster," zeide hij tot haar, "in het kamertje boven, dat men mij +heeft afgestaan, staat een kleine gipsfiguur; het beeld, dat een engel +voorstelt, was bestemd voor een graf; maar ik heb geen tijd gehad +het in marmer uit te voeren. En toch heb ik thuis een prachtig stuk, +wit met rose aderen, liggen. Om kort te gaan .... zuster, ik geef u +het kleine beeld, om het in de kapel te zetten." + +Enkele dagen later stierf Jacques. Daar de begrafenis gelijktijdig +met de opening van den salon plaats had, konden de Waterdrinkers er +niet bij tegenwoordig zijn. De kunst voor alles, had Lazare gezegd. + +Jacques' familie was niet rijk en de kunstenaar had geen eigen graf. + +Hij werd in een hoek van het kerkhof begraven. + + + + + + +HOOFDSTUK XIX. + +DE GRILLEN VAN MUSETTE. + + +Men zal zich herinneren hoe Marcel zijn beroemd doek "De Doortocht door +de Roode Zee", dat later als uithangbord voor een comestibleswinkel +dienen zou, aan Médicis verkocht had. Den dag na den verkoop, die +gevolgd was door een schitterend souper, hetwelk de Jood als toegift op +den koop aan de bohémiens had aangeboden, ontwaakten Marcel, Schaunard, +Colline en Rodolphe eerst diep in den ochtend en konden zich, nog +onder den invloed als zij waren van de wijnen van den vorigen avond, +eerst niet goed herinneren wat er eigenlijk gebeurd was. Toen van een +kerk in de buurt het middag-Angelus klepte, keken zij elkaar met een +melancholiek glimlachje aan. + +"Dat is het klokje, dat met zijn vrome klanken de geloovigen naar de +eetzaal roept," zeide Marcel. + +"Zeker," antwoordde Rodolphe, "dit is het plechtige uur, waarop alle +fatsoenlijke menschen naar het refectorium opgaan." + +"Dan zullen we toch moeten zien fatsoenlijke menschen te worden," +bromde Colline, voor wien iedere dag op den kalender St. Appetitus +[41] was. + +"O, melkinrichting van mijn min; o, gezegende vier maaltijden van mijn +jeugd, wat is er van u geworden?" voegde Schaunard eraan toe. En op +een melancholiek, droomerig en zacht motief herhaalde hij: "Wat is +er van u geworden?" + +"En te moeten denken, dat er op dit uur in Parijs alleen meer dan +honderd coteletten in de pan liggen!" zeide Marcel. + +"En evenveel biefstukjes!" zuchtte Rodolphe. + +En als een tegenstelling vol bittere ironie schreeuwden, terwijl de +vier vrienden elkaar voor het vreeselijke, dagelijks terugkeerende +probleem van het dejeuner stelden, de kellners uit het restaurant +beneden in het huis de bestellingen der gasten de keuken in. + +"Zullen die lummels nooit hun mond houden?" vroeg Marcel; "ieder +woord geeft me een steek in mijn maag." + +"De wind zit in het Noorden!" zeide Colline ernstig en wees daarbij +op een weerhaantje, dat op een dak in de buurt vroolijk heen en +weer zwaaide; "wij zullen dus vandaag niet dejeuneeren, de elementen +verzetten zich er tegen." + +"Hoe dat?" vroeg Marcel. + +"Dat is een atmospherologische waarneming, die ik gedaan heb," legde +de wijsgeer uit: "een Noordenwind beteekent bijna altijd onthouding, +evenals de Zuidenwind gewoonlijk pleizier en goed eten voorspelt. De +philosophie noemt dat: wenken van uit den hooge." + +Als Gustave Colline een leege maag had, hadden zijn geestigheden +iets grimmigs. + +Op hetzelfde oogenblik stiet Schaunard, die een van zijn armen in den +afgrond, die als zak dienst deed, had gestoken, een gil van angst uit. + +"Hulp! Hulp! Er zit iemand in mijn jas," brulde hij, terwijl hij +trachtte zijn hand uit de scharen van een levende kreeft te bevrijden. + +Op den angstkreet van Schaunard volgde onmiddellijk een andere +gil. Marcel had werktuigelijk zijn hand in zijn zak gestoken en daarin +een Amerika ontdekt, waaraan hij in het geheel niet meer dacht: +d.w.z. de honderdvijftig francs, die de Jood Médicis hem voor zijn +"Doortocht door de Roode Zee" betaald had. + +"Salueert, heeren!" zeide Marcel, terwijl hij een stapeltje daalders, +waartusschen vijf of zes nieuwe louis schitterden, neerzette. + +"Je zoudt zeggen, dat ze leven!" vond Colline. + +"En wat een prachtige stemmen!" merkte Schaunard, die de goudstukken +liet rinkelen, op. + +"Wat een mooie medailles!" voegde Rodolphe eraan toe; "precies stukjes +uit de zon. Als ik koning was, zou ik geen andere munten in mijn rijk +dulden en er de beeltenis van mijn vriendinnetje op laten slaan." + +"Kan je eigenlijk wel gelooven, dat er een land is, waar die dingen +evenveel waard zijn als kiezelsteenen?" vroeg Schaunard. "De Amerikanen +gaven er vroeger vier voor twee sous. Een van mijn voorouders heeft +indertijd Amerika bezocht; hij heeft zijn graf gevonden in de maag +der Wilden. Dat heeft den bloei der familie veel kwaad gedaan." + +"Maar vertel toch eens even," zeide Marcel met een blik op den kreeft, +die een wandeling door de kamer was gaan maken; "waar komt dat beest +vandaan?" + +"Nou begin ik me te herinneren," antwoordde Schaunard, "dat ik +gisteren een ontdekkingsreis gemaakt heb in de keuken van Médicis; +ik moet wel aannemen, dat dit reptiel, zonder het zelf te willen, +in mijn zak gevallen is--die dieren zijn zoo bijziende. En nu ik het +beest eenmaal heb, zal ik het maar houden ook; ik zal het temmen +en rood verven, dat is een vroolijker kleur. Sinds Phémie weg is, +ben ik melancholiek; nu heb ik tenminste gezelschap." + +"Heeren," riep Colline uit; "kijkt als het je blieft eens, de wind +is naar het Zuiden gedraaid: we zullen dejeuneeren." + +"Dat geloof ik graag," zeide Marcel, terwijl hij een goudstuk van +de tafel nam; "hier heb je er een, dat we eens lekker zullen laten +braden, en met veel jus ook." + +De vaststelling van het menu werd lang en ernstig besproken. Iedere +schotel gaf aanleiding tot een levendige discussie en werd daarna met +meerderheid van stemmen vastgesteld. De door Schaunard voorgestelde +omelette soufflée werd na zorgvuldig onderzoek afgestemd, evenals +de witte wijnen, waartegen Marcel in verzet kwam in een krachtige +improvisatie, die zijn oinologische kennis duidelijk aan het licht +bracht. + +"De eerste plicht van een wijn is rood te zijn," riep de kunstenaar +uit; "laat me met rust met jullie witte wijnen." + +"En de Champagne dan?" merkte Schaunard op. + +"Onzin! Een elegante appelwijn! Een epileptische coco [42]! Ik zou alle +kelders van Epernay en Aï [43] voor één vat Bourgogne geven. Bovendien +behoeven we vandaag geen grisettes te verleiden of vaudevilles te +dichten. Ik stem tegen Champagne." + +Toen het programma definitief vastgesteld was, gingen Schaunard en +Colline in het restaurant beneden het dejeuner bestellen. + +"Wat zou je er van zeggen als we wat vuur aanlegden?" vroeg Marcel. + +"Dat zou geen halsmisdaad zijn, de thermometer noodigt ons daar reeds +lang toe uit," antwoordde Rodolphe. "Laten we wat vuur maken. Wat +zal de kachel een kleur van verbazing krijgen!" + +En hij liep naar de trap en schreeuwde Colline na, dat hij hout moest +laten boven brengen. + +Enkele oogenblikken later kwamen Schaunard en Colline, gevolgd door +een kolendrager met een zware bos hout, weer boven. + +Toen Marcel in een lade naar waardelooze papieren zocht, om de kachel +aan te maken, kreeg hij toevallig een brief in handen, waarvan het +handschrift hem deed beven en dien hij heimelijk begon te lezen. + +Het was een door Musette met potlood geschreven brief uit den tijd, +dat zij nog met Marcel samenwoonde; op den dag af was hij een jaar +oud. De inhoud der weinige regels luidde: + + + "Lieveling, + + + Wees niet ongerust over mij, ik kom dadelijk weer terug. Ik ga + wat uit, om door het loopen wat warmer te worden: het vriest in + de kamer en de kolenhandelaar is voor ons dood. Ik heb de twee + laatste pooten van den stoel kapot geslagen, maar ze hebben niet + lang genoeg gebrand, om er een ei bij te koken. Bovendien fluit + de wind door het raam alsof hij hier thuis is, en blaast mij een + hoop slechte raadgevingen in, die je, wanneer ik ze zou opvolgen, + verdriet zouden doen. Ik vind het daarom beter een oogenblikje in + de buurt te gaan winkelen. Er moet fluweel zijn van tien francs + den meter. Het is ongelooflijk, dat moet ik zelf zien. Voor het + eten ben ik weer terug. + + + Musette." + + +"Arme meid!" mompelde Marcel in zichzelf, terwijl hij den brief in +zijn zak stak .... En met zijn hoofd in zijn handen bleef hij eenige +oogenblikken in gedachten bij de haard zitten. + +In dien tijd leefden de bohémiens reeds lang in een toestand van +weduwnaarschap, uitgezonderd Colline, wiens liefje steeds onzichtbaar +en anoniem gebleven was. + +Zelfs Phémie, de lieve levensgezellin van Schaunard, had een naïeve +ziel gevonden, die haar haar hart, een mahoniehouten ameublement en +een ring van haar roode lokken aangeboden had. Veertien dagen na die +schenking echter had Phémie's amant haar zijn hart en ameublement weer +willen ontnemen, omdat hij aan haar vinger een ring van haar, maar +nu zwart haar gezien had en haar daarom van verraad durfde verdenken. + +Toch was Phémie niet van het pad der deugd afgeweken; zij had alleen, +omdat haar vriendinnen haar ieder oogenblik met den ring van roode +haren plaagden, dien zwart laten verven. De "mijnheer" was met die +verklaring zòò voldaan, dat hij voor Phémie een zijden japon kocht--de +eerste in haar leven! Den dag, dat zij die voor het eerst droeg, +riep de arme meid uit: + +"Nu kan ik rustig sterven." + +Musette was weer een bijna officieele persoonlijkheid geworden. Marcel +had haar in geen drie of vier maanden meer gezien. + +En wat Mimi ten slotte betreft, Rodolphe had nooit meer iemand over +haar hooren praten, behalve zichzelf, wanneer hij alleen was. + +"Nou?" vroeg plotseling Rodolphe, toen hij Marcel zoo peinzend bij +den schoorsteen zag staan; "wil de kachel niet trekken?" + +"Zeker wel, zeker wel!" zeide de schilder, terwijl hij het hout +aanstak, dat knetterend begon te branden. + +Terwijl de drie anderen door de voorbereidende maatregelen voor het +dejeuner hun eetlust nog prikkelden, had Marcel zich weer in een hoekje +teruggetrokken en legde het briefje, dat hij toevallig gevonden had, +bij de andere souvenirs, die Musette hem gelaten had. Plotseling viel +hem het adres in van een vrouw, met wie zijn vroegere vlam op zeer +intiemen voet stond. + +"Ha!" riep hij hard genoeg, om door de anderen gehoord te worden, uit; +"nu weet ik tenminste, waar ik ze vinden kan." + +"Wat vinden?" vroeg Rodolphe. "En wat voer je toch eigenlijk +uit?" voegde hij eraan toe, toen hij zag, dat Marcel wilde gaan +schrijven. + +"Niets .... Een brief, die haast heeft en dien ik bijna vergeten +had. Ik ben dadelijk weer tot je beschikking." + +En hij schreef: + + + "Lieve kind, + + + Door een verpletterende apoplexie van geluk heb ik geld in mijn + schrijftafel! We hebben een reuzendejeuner, dat op dit oogenblik + staat te braden, edele wijnen, ja zelfs in de haard een echt + vuur, zooals gezeten burgers dat hebben. Dat moet ik zelf zien, + zou je vroeger gezegd hebben. Kom dus een oogenblik bij ons; + je zult hier Rodolphe, Colline en Schaunard vinden, en bij het + dessert, want er is waarachtig een dessert ook, moet jij dan + wat voor ons zingen. Daar wij nu eenmaal bij elkaar zijn, zullen + we waarschijnlijk een dag of acht aan tafel blijven. Je behoeft + dus niet bang te zijn, dat je te laat komt. Het is al zoo'n tijd + geleden, dat ik je niet heb hooren lachen. Rodolphe zal je het hof + maken en wij zullen van alles drinken op onze gestorven liefde, + op gevaar of ze tot nieuw leven te wekken. Tusschen menschen + zooals wij .... is de laatste kus nooit de laatste. Ach, als het + den vorigen winter niet zoo koud geweest was, zou je me misschien + in het geheel niet verlaten hebben. Je hebt me bedrogen voor een + bos hout en omdat je bang was voor winterhanden. Je hadt gelijk, + en ik ben er voor ditmaal even min boos om als voor andere + keeren. Maar kom je nu tenminste warmen, zoolang er vuur is. + + + Met heel veel kussen, Marcel." + + +Toen deze brief af was, schreef Marcel een tweeden aan madame +Sidonie, de vriendin van Musette, waarin hij haar verzocht den +ingesloten brief zoo spoedig mogelijk aan het juiste adres te doen +toekomen. Vervolgens ging hij naar den concierge, die de twee epistels +moest wegbrengen. Daar hij hem vooruitbetaalde, zag de concierge +in de hand van den schilder een goudstuk schitteren, waarom hij, +alvorens zijn boodschap te doen, den huiseigenaar, aan wien Marcel +nog achterstallige huur schuldig was, ging waarschuwen. + +"Mijnheer," zeide hij buiten adem van het trappen klimmen, "de +kunstenmaker van de zesde etasie heit geld. U weet wel, die groote, +die me altijd in m'n gezicht uitlacht, als ik met de kietansie kom!" + +"Ja, ik weet het wel!" zeide de huisheer; "die kerel, die zoo brutaal +is geweest geld van me te willen leenen, om een gedeelte van de huur +te kunnen afdoen. Ik heb hem de huur al opgezegd." + +"Juist, mijnheer. Maar nou zit-ie stikvol met geld; m'n oogen doen +nog pijn van al het geschitter. Hij geeft nu een feest ..... het is +een prachtig oogenblik." + +"Je hebt gelijk," viel de eigenaar hem in de rede; "ik zal straks +zelf even naar boven gaan." + +Madame Sidonie was thuis, toen de brief van Marcel kwam, en liet haar +kamermeisje dadelijk het ingesloten briefje naar Musette brengen. + +Musette woonde toen in een mooi appartement op de Chaussée +d'Antin. Toen zij den brief van Marcel kreeg, was zij niet alleen en +had bovendien voor dienzelfden avond een groot aantal uitnoodigingen +voor een groot diner rondgezonden. + +"Dat is ook een wonder!" riep zij, lachend als een bezetene, uit. + +"Wat is er?" vroeg een knappe, jonge man, die stijf als een standbeeld +voor haar stond. + +"Een invitatie voor een diner," antwoordde de jonge vrouw. "Hoe vindt +je het?" + +"Ik vind het vervelend," zeide de jongeman. + +"Waarom?" + +"Waarom? Je denkt er toch zeker niet aan naar dat diner te gaan." + +"Daar denk ik zeker wel aan ..... Zie jij maar hoe jij het alleen +klaar speelt!" + +"Maar beste kind, dat geeft toch heelemaal geen pas! Je moet een +anderen keer maar eens gaan." + +"Die is goed, een anderen keer! Het is een invitatie van mijn ouden +vriend Marcel en het is zoo'n zeldzaam geval, dat ik het zelf zien +moet. Een anderen keer! Maar echte diners komen daar nog minder voor +dan zonsverduisteringen!" + +"Wat! Je wilt ons in den steek laten, om naar dien kerel te gaan, +en dat zeg je me zoo maar in mijn gezicht!" + +"Aan wien moet ik het anders zeggen? Aan den sultan van Turkije +soms? Maar die heeft met de zaak niets te maken." + +"Maar dat is een buitengewone openhartigheid." + +"Je weet wel, dat ik anders ben dan de anderen," antwoordde Musette. + +"Maar wat zou je wel van mij denken, als ik je liet gaan, nu ik weet +waarheen je gaat. Bedenk toch eens Musette, zoowel voor jou als voor +mij zou dat in het geheel geen pas geven. Je moet je maar excuseeren +bij dien jongen man." + +"Mijn beste Maurice," antwoordde Musette op vastberaden toon; "je +wist wat je aan me hadt voor je me nam, je wist, dat ik vol grillen +zit en dat niemand er zich op beroemen kan er één uit mijn hoofd +gepraat te hebben." + +"Vraag me wat je wilt .... maar dat niet," zeide Maurice. "Er zijn +grillen ..... en grillen." + +"Maurice, ik wil naar Marcel gaan ..... en ik ga," zeide Musette, +terwijl zij haar hoed opzette. "Verlaat me, als je wilt, maar ik kan +niet anders: Marcel is de beste jongen van de wereld en de eenige, +waar ik ooit van gehouden heb. Als zijn hart van goud geweest was, +zou hij het hebben laten smelten, om er ringen van voor mij te laten +maken. Arme jongen!" voegde zij eraan toe, terwijl zij Maurice den +brief liet zien, "zoodra hij wat vuur heeft, vraagt hij me me te komen +warmen. O, als hij maar niet zoo lui en er geen fluweel en zijde in +de winkels geweest was. Ik was echt gelukkig met hem; hij had het +talent mij nu en dan werkelijk verdriet te doen, en hij heeft mij +om al mijn liedjes den naam Musette gegeven. Als ik naar hem toe ga, +kan je er tenminste zeker van zijn, dat ik bij je terugkom ..... als +je tenminste de deur niet voor mijn neus dicht gooit." + +"Openhartiger zou je me moeilijk kunnen zeggen, dat je niet van me +houdt," zeide de jonge man. + +"Kom nou, mijn beste Maurice, je bent te veel man van geest om ons in +zoo'n ernstige discussie te verdiepen. Je hebt me net zoo als je een +mooi paard in stal hebt, en ik houd van je ..... omdat ik houd van +luxe, van drukke feesten, van alles wat straalt en schittert. Laten +we niet sentimenteel worden: dat zou belachelijk en nutteloos zijn." + +"Maar laat ik dan tenminste met je mee gaan." + +"Maar je zou je daar volstrekt niet amuseeren," zeide Musette, +"en je zou ons maar beletten het ook te doen. Je begrijpt toch, +dat die jongen mij noodwendig zoenen zal." + +"Musette," vroeg Maurice; "heb je ooit iemand ontmoet, die zoo +inschikkelijk is als ik?" + +"Mijnheer de vicomte," antwoordde Musette; "toen ik onlangs met +lord*** op de Champs Elysées een wandelrit maakte, heb ik Marcel +daar ontmoet met zijn vriend Rodolphe: ze waren te voet, zaten +slecht in hun kleeren en rookten hun neuswarmertjes. In geen drie +maanden had ik Marcel gezien; ik had het gevoel, alsof mijn hart +door het portier wou springen. Ik heb het rijtuig laten stil houden +en een half uur lang met Marcel gepraat, terwijl geheel Parijs in +equipages voorbij reed. Marcel heeft me toen een taartje gegeven en +een ruikertje viooltjes van een sou, die ik dadelijk in mijn ceintuur +gestoken heb. Toen hij wegging, wilde lord**** hem terugroepen, om +hem te vragen met ons te gaan dineeren. Voor die vriendelijkheid heb +ik hem een zoen gegeven. Dat is nu eenmaal mijn karakter; en als je +dat niet bevalt, dan moet je het maar dadelijk zeggen, dan neem ik +mijn pantoffels en mijn nachtmuts mee." + +"Het heeft toch ook zijn goede zijde, om arm te zijn!" zeide Maurice +met iets van afgunst en droefheid in zijn stem. + +"O neen," antwoordde Musette; "als Marcel rijk was, zou ik hem nooit +verlaten hebben." + +"Ga dan maar," zeide de jonge man en gaf haar de hand. "Die nieuwe +japon staat je heel goed!" + +"Inderdaad het is of ik er vanochtend een voorgevoel van gehad +heb. Marcel zal de eerste zijn, die me in mijn nieuwe japon een zoen +zal geven. Nou, adieu, ik ga een beetje van het gewijde brood der +vroolijkheid eten." + +Musette had dien dag een bekoorlijk toilet aan: nooit had het gedicht +van haar jeugd en van haar schoonheid in een verleidelijker band +gezeten. Bovendien bezat Musette van nature een goeden smaak. Toen +zij op de wereld kwam, moet het eerste, wat zij met haar blikken +zocht, een spiegel geweest zijn, om zich in haar luiers een mooie +houding te kunnen geven; en voor zij gedoopt werd, had zij reeds de +zonde der coquetterie begaan. Reeds in den tijd, dat zij nog in zeer +behoeftige omstandigheden leefde en zich nog met japonnetjes van +gedrukt katoen, hoedjes met pompons en geitenleeren laarsjes moest +tevreden stellen, droeg zij die eenvoudige grisette-toiletjes met +elegance en coquetterie. Deze knappe meisjes, half bijen, half mieren, +die zingend de geheele week door werkten en den Goeden God slechts om +mooi weer op Zondag smeekten, hadden gewoonlijk slechts lief met haar +hart en zetten nu en dan de bloemetjes buiten. Nu is die soort geheel +verdwenen, dank zij de tegenwoordige generatie van jonge mannen: een +verdorven en verderfelijke, maar boven alles aanmatigende, opgeblazen +en brutale generatie. Alleen uit genoegen voor minne paradoxen hebben +zij die arme meisjes om haar door de heilige litteekenen van het +werk geschonden handen gehoond en bespot, zoodat die handen weldra +niet genoeg meer konden verdienen, om de uitgaven voor amandelzeep +te bestrijden. Langzamerhand is het dien jongelingen gelukt haar hun +opgeblazenheid en dwaasheid in te enten, en sedert is de grisette +verdwenen. Toen werd de lorette geboren, een bastaardgeslacht, +impertinente schepsels van middelmatige schoonheid, half vleesch, +half schmink, wier boudoir een toonbank is, waarop zij stukken van +haar hart, alsof het sneedjes roastbeef waren, te koop aanbieden. Het +meerendeel van die meisjes, die het pleizier onteeren en een schande +zijn voor de moderne galanterie, heeft dikwijls niet eens den geest +van de dieren, wier veeren zij op haar hoeden dragen. En wanneer +het door een groot toeval nog eens gebeurt, dat zij niet een liefde, +zelfs niet een verliefdheid, maar een geile begeerte hebben, dan is +het nog voor den een of anderen alledaagschen potsenmaker, dien de +dwaze menigte op openbare bals toejuicht en voor wien de couranten, +die vleiende hovelingen van al wat belachelijk is, reclame maken. + +Hoewel Musette gedwongen was in die wereld te leven, had zij toch +niet de gewoonten noch de allures ervan; zij had niet die tot slavin +zijn vernederende hebzucht, zooals die maar al te veel voorkomt bij +die schepsels, welke alleen maar Bartjens lezen en cijfers schrijven +kunnen. Zij was een intelligent, geestig meisje, dat in haar aderen +het bloed van Manon Lescaut had, en, wars van elken dwang, zich nooit +tegen een enkele gril had kunnen of willen verzetten, wat de gevolgen +ervan ook mochten zijn. + +Marcel was de eenige man geweest, van wien zij werkelijk gehouden +had. In ieder geval was hij de eenige geweest voor wien zij inderdaad +geleden had, en al de hardnekkigheid van die instincten, welke haar +trokken naar "alles wat schittert en straalt", was noodig geweest, +om haar ertoe te kunnen brengen hem te verlaten. Zij was twintig jaar +en luxe was voor haar bijna een levensbehoefte. Zij kon er wel eenigen +tijd buiten, maar geheel afstand ervan doen kon zij niet. Haar eigen +wispelturigheid maar al te goed kennende, had zij nooit het hangslot +van een eed van trouw voor haar hart willen doen. Verscheidene jonge +mannen, voor wie zij zelf veel voelde, hadden haar waarachtig lief +gehad; en altijd had zij tegenover dezen met een openhartigheid, die +gepaard ging met voorzichtigheid, gehandeld. De verbintenissen, die zij +aanging, waren eenvoudig, eerlijk en waar als de liefdesverklaringen +van Molière's boeren. "Jij hebt zin in mij, en ik zin in jou; top, +laten we bruiloft vieren!" Wel tienmaal had Musette als zij gewild +had, een "vaste positie", een zoogenaamde toekomst kunnen hebben; +maar zij geloofde nauwlijks in de toekomst; ten opzichte daarvan was +zij het scepticisme van Figaro toegedaan. + +"Morgen," zeide zij dikwijls, "morgen is een dwaasheid van den +kalender, een dagelijksch voorwendsel, dat de menschen uitgevonden +hebben, om hun zaken vandaag niet behoeven te doen. Morgen is er +misschien een aardbeving--en vandaag staat de aarde nog vast!" + +Op een goeden dag deed een gentleman, met wien zij bijna zes maanden +samengeleefd had en die intusschen tot over zijn ooren verliefd +op haar geworden was, haar in allen ernst het voorstel met haar te +trouwen. Musette had hem in zijn gezicht uitgelachen. + +"Ik mijn vrijheid door een huwlijkscontract aan banden leggen? Nooit +in der eeuwigheid!" + +"Maar dag in dag uit sidder ik van angst, dat ik je verliezen zal." + +"Je zoudt me nog veel eerder verliezen, wanneer ik je vrouw was," +antwoordde Musette. "Laten we er niet verder over spreken. Trouwens +ik ben niet vrij meer ook," voegde zij eraan toe en dacht bij die +woorden ongetwijfeld aan Marcel. + +Zoo ging haar jeugd voorbij, terwijl zij zich op alle winden +van het toeval liet medevoeren en velen, ja bijna ook zichzelf +gelukkig maakte. Vicomte Maurice, met wien zij op dat oogenblik +leefde, kostte het niet weinig moeite om zich aan dat ontembare, +naar vrijheid snakkende karakter te wennen, en met een met jalousie +sterk geoxydeerd ongeduld wachtte hij op den terugkeer van Musette, +die hij naar Marcel had zien gaan. + +"Zal ze bij hem blijven?" vroeg de jonge man zich den geheelen avond +af, terwijl hij zich dat vraagteeken als een dolk in zijn hart boorde. + +"Die arme Maurice!" zeide Musette van haar kant tot zichzelf; "hij +vindt dat een beetje kras. Maar ach, de jeugd moet opgevoed worden." + +Toen sloeg haar gedachtengang plotseling een heel andere richting +in; zij dacht aan Marcel, naar wien ze toeging; en terwijl zij alle +herinneringen, die de naam van haar aanbidder in haar wakker riep, +de revue liet passeeren, vroeg zij zich nieuwsgierig af, welk wonder +bij hem de tafel gedekt had. Al loopende las zij den brief, dien de +schilder haar geschreven had, nog eens over, en onwillekeurig maakte +een gevoel van droefheid zich van haar meester. Doch dat duurde +slechts een oogenblik. Musette overwoog terecht, dat zij nu minder +dan ooit reden had om bedroefd te zijn, en toen er op dat oogenblik +een sterke wind opstak, riep zij uit: + +"Het is toch gek; als ik niet naar Marcel zou willen gaan, zou de +wind mij nu naar hem toe blazen." + +En haar pas versnellend liep zij verder, blij als een vogeltje, +dat naar zijn eerste nest terugkeert. + +Plotseling begon het hard te sneeuwen. Musette keek rond of zij geen +rijtuig zag, maar er was geen te bekennen. Daar zij juist in de straat +was, waar haar vriendin Sidonie woonde, die Marcel's brief naar haar +doorgestuurd had, kwam zij op het denkbeeld even bij haar binnen te +gaan en daar te wachten, tot het weer wat beter zou zijn. + +Bij madame Sidonie vond zij een groot gezelschap bijeen. Er werd een +partij lansquenet gespeeld, die drie dagen tevoren reeds begonnen was. + +"Laat ik jullie niet storen," zei de Musette; "ik blijf maar even." + +"Heb je den brief van Marcel gekregen?" fluisterde madame Sidonie +haar in het oor. + +"Ja, dank je," antwoordde Musette, "ik ben op weg naar hem toe, hij +heeft me te dineeren gevraagd. Ga je mee? Je zult je best amuseeren!" + +"Tot mijn spijt kan ik niet," zeide Sidonie, op de speeltafel +wijzend. "En hoe staat het?" vroeg zij den bankhouder. + +"Er staan zes louis," antwoordde deze, terwijl hij de kaarten schudde. + +"Ik zet er twee," riep Sidonie. + +"Goed, ik ben niet trotsch, ik begin ook met twee," antwoordde de +bankhouder, die reeds verscheidene malen gepast had. "Koning en aas; +ik ben naar de maan," ging hij voort, terwijl hij de kaarten liet +vallen; "alle koningen zijn dood!" + +"Hier mag niet over politiek gesproken worden," zeide een journalist. + +"En het aas is de vijand van mijn familie," merkte de bankhouder op, +die nog een koning keerde. "Leve de koning!" riep hij uit; "lieve +Sidonie, geef mij twee louis d'or." + +"Schrijf ze maar in je memorie pro memorie," zeide Sidonie woedend, +dat zij verloren had. + +"Dat maakt dan vijfhonderd francs, kleintje," zeide de bankhouder." Je +zult de duizend wel bereiken. Ik geef." + +Sidonie en Musette praatten zachtjes met elkaar. Het spel ging door. + +Ongeveer op hetzelfde uur gingen de bohémiens aan tafel. Gedurende +het geheele dejeuner was Marcel opvallend onrustig. Iederen keer, +dat men op de trap stappen hoorde, zagen de anderen hem opschrikken. + +"Wat heb je toch?" vroeg Rodolphe; "het is net, of je nog iemand +wacht. Zijn we niet compleet?" + +Maar uit een blik, dien de schilder hem toewierp, begreep de dichter, +welke gedachten zijn vriend bezig hielden. + +"Hij heeft gelijk," dacht hij bij zichzelf; "we zijn niet compleet." + +De blik van Marcel beteekende: Musette, die van Rodolphe: Mimi. + +"Er ontbreken vrouwen," zeide Schaunard plotseling. + +"Wil jij voor den duivel je losbandige taal wel eens voor je houden? We +hadden toch afgesproken, dat er niet over liefde gesproken zou +worden!" brulde Colline. "Daar schift de jus van." + +En terwijl buiten de sneeuw nog viel en in de haard het hout vroolijk +vlamde en een vuurwerk van vonken afstak, begonnen de vier vrienden +weer hun tot den rand gevulde glazen te ledigen. + +Terwijl Rodolphe met luide stem het refrein van een lied begon te +zingen, dat hij onder in zijn glas gevonden had, werd er verscheidene +malen op de deur geklopt. + +Als een duiker, die door een krachtigen afzet tegen den bodem weer naar +de oppervlakte van het water komt, vloog Marcel, die reeds eenigszins +onder den invloed was, haastig van zijn stoel op om open te maken. + +Musette was het niet. + +Op den drempel vertoonde zich een man, die een klein stukje papier +in zijn hand hield. Zijn uiterlijk was niet onaangenaam, maar zijn +chambercloak zag er onooglijk uit. + +"Ik vind u hier in nog al goeden welstand," zeide hij met een blik +op de tafel, op het midden waarvan een groote lamsbout prijkte. + +"De huisbaas!" zeide Rodolphe; "laten wij hem de verschuldigde eer +bewijzen!" + +"En hij begon met zijn mes en vork den generaalsmarsch op zijn bord +te slaan. + +Colline gaf hem een stoel en Marcel riep uit: + +"Schaunard, geef mijnheer een glas!" + +En zich tot den huiseigenaar wendende, zeide hij: + +"U komt juist op het goede oogenblik! Wij waren juist op het +punt een toast uit te brengen op den eigendom. Mijn vriend hier, +mijnheer Colline, zeide precies eenige treffende dingen omtrent +dat onderwerp. Maar nu u hier bent, zal hij, om u genoegen te doen, +opnieuw beginnen. Vooruit, Colline!" + +"Pardon, heeren!" antwoordde de huisheer; "ik zou u niet graag +verder storen." + +En hij ontvouwde het kleine papiertje, dat hij in zijn hand hield. + +"Wat is dat voor drukwerk?" vroeg Marcel. + +De huisheer, die inmiddels onderzoekend de kamer rondkeek, had het +goud en zilver, dat nog op den schoorsteen was blijven staan, gezien +en zeide: + +"De quitantie, die ik reeds de eer had u te laten presenteeren." + +"Precies," viel Marcel hem in de rede; "mijn trouw geheugen heeft die +bijzonderheid niet vergeten; het was Vrijdag 8 October des namiddags +te 12 uur." + +"Ik heb de quitantie reeds, als voldaan geteekend, en als het u niet +derangeert, dan ....." + +"Mijnheer," zeide Marcel, "het lag in mijn bedoeling u te komen +bezoeken. Ik moet eens ernstig met u praten." + +"Geheel tot uw dienst." + +"Doe mij dan eerst het genoegen een kleine verfrissching te nemen," +ging Marcel voort, terwijl hij hem een glas wijn opdrong. "Welnu, +mijnheer, u hebt mij onlangs een papiertje thuis gestuurd met de +beeltenis van een dame, die een weegschaal in haar hand houdt. De +inhoud was onderteekend: "Godard."" + +"Dat is mijn deurwaarder," zeide de huisheer. + +"Hij heeft al een heel leelijk pootje," zeide Marcel. "Mijn vriend +hier"--en hij wees op Colline--"die alle talen kent, is zoo goed +geweest deze depeche, die mij vijf francs gekost heeft, voor mij te +vertalen ...." + +"Het was een opzegging van de huur," viel de huisheer hem in de rede; +"een voorzorgsmaatregel .... dat is zoo de gewoonte." + +"Ja juist, een opzegging," antwoordde Marcel. "Ik wilde u juist komen +opzoeken, om over die zaak te spreken; ik zou n.l. die opzegging graag +in een huurceel veranderd zien. Het huis bevalt me, de trap is netjes, +de straat vroolijk en bovendien ben ik om familieredenen en andere +oorzaken zeer aan deze woning gehecht". + +"Maar de laatste termijn huur moet nog betaald worden," zeide de +huiseigenaar en liet opnieuw zijn quitantie zien. + +"Wij zullen die betalen, mijnheer, dat is ons vaste voornemen." + +Intusschen had de huisheer geen oog afgewend van den schoorsteen, +waarop het geld lag, en de aantrekkingskracht van zijn hebzuchtige +blikken was zòò groot, dat de geldstukken schenen te bewegen en naar +hem toe te komen. + +"Ik vind het zeer aangenaam, dat ik juist op een oogenblik kom, dat +wij deze kleine zaak kunnen regelen, zonder dat het u derangeert," +zeide hij en bood de quitantie aan Marcel aan, die de attaque niet +anders pareeren kon dan door uit te wijken en met zijn schuldeischer +nogmaals de scène tusschen don Juan en Dimanche [44] te spelen. + +"U hebt, geloof ik, ook nog eigendommen in de provincie?" vroeg hij. + +"O," antwoordde de huisheer; "niet noemenswaard: een klein landhuis +in Bourgondië, een boerderij, weinig zaaks ..... de pachters betalen +niet ..... Deze kleine vereffening," voegde hij eraan toe, terwijl +hij nogmaals de quitantie aan Marcel trachtte te geven, "komt mij +dan ook zeer van pas ..... Het is zestig francs, zooals u weet." + +"Zestig francs, precies!" zeide Marcel en nam van den schoorsteen +drie goudstukken af. "Zestig francs, zeiden we," en hij legde de drie +louis op eenigen afstand van den huisheer op de tafel. + +"Eindelijk!" mompelde deze; en zijn gelaat helderde op. + +En op zijn beurt legde hij de quitantie op tafel. + +Schaunard, Colline en Rodolphe volgden de ontwikkeling van het drama +met gespannen aandacht. + +"Maar lieve Hemel," zeide Marcel; "daar u een Bourgondiër bent, +zult u toch zeker niet weigeren een paar woordjes met een landgenoot +te spreken." + +En hij trok een flesch ouden Mâcon open en schonk den huisheer een +glas in. + +"Heerlijk!" zeide deze; "ik heb nooit beteren gedronken." + +"Ach, een oom van me, die in die streken woont, stuurt me zoo nu en +dan een mandje." + +De huisheer was opgestaan en strekte zijn hand naar het voor hem +geplaatste geld uit, maar Marcel hield hem tegen. + +"Ja, maar op één been kunt u niet loopen," zeide hij en dwong zijn +schuldeischer nogmaals met hem en de drie andere bohémiens te klinken. + +De huisheer durfde niet weigeren. Hij dronk zijn glas leeg, zette +het neer en wilde weer het geld nemen, toen Marcel uitriep: + +"Maar daar valt me nog iets in, mijnheer. Ik ben op het oogenblik nogal +ruim bij kas. Mijn oom uit Bourgondië heeft me een supplement op mijn +jaargeld gezonden. Ik ben bang dat geld er door te lappen. U weet, +niet waar, de jeugd haalt wel eens dolle streken uit .... Wanneer ik +u er niet mede beleedig, zou ik graag een termijn vooruit betalen." + +En opnieuw nam hij zestig francs in zilver van den schoorsteen en +legde die bij de louis op tafel. + +"Ik zal u daar dadelijk een quitantie voor maken," zeide de eigenaar; +"ik heb blanco formulieren in mijn zak"--en hij haalde zijn +portefeuille te voorschijn--"ik zal die invullen en antidateeren." + +"Een aardige huurder," dacht hij bij zichzelf en wierp verliefde +blikken naar de honderd-twintig francs. + +Bij dit voorstel stonden de drie bohémiens, die toch al niets van +Marcel's diplomatie begrepen, gewoonweg "paf", + +"Maar de schoorsteen rookt," begon nu de schilder, "dat is erg +onaangenaam." + +"Maar waarom hebt u me dat niet eerder gezegd? Dan had ik den +schoorsteenveger laten komen," zeide de eigenaar, die voor den schilder +niet onder wilde doen. "Morgen zal ik werklui sturen." + +En nadat hij de tweede quitantie ingevuld had, legde hij die bij de +eerste, schoof ze toen beide naar Marcel toe en stak zijn hand weer +naar het stapeltje geld uit. + +"U kunt u niet voorstellen, hoe gelegen die som mij op het oogenblik +komt," zeide hij; "ik moet een paar rekeningen voor reparaties aan +het huis betalen en ik was werkelijk om geld verlegen." + +"Het spijt mij, dat ik u wat heb moeten laten wachten!" viel Marcel +hem in de rede. + +"O, zoo erg is het niet ..... Heeren, ik heb de eer ...." En weer +stak hij zijn hand uit. + +"O, o, neem me niet kwalijk," zeide Marcel vlug; "zoover zijn we nog +niet. Wie a zegt," en hij schonk opnieuw in, "moet ook b zeggen." + +"Dat is zoo," zeide deze en ging uit beleefdheid weer zitten. + +Ditmaal begrepen de bohémiens uit een blik, dien Marcel hun toewerp, +wat zijn doel was. + +Intusschen begon de huisheer al op een vreemde manier met zijn +oogen te draaien. Hij balanceerde op zijn stoel heen en weer, begon +dubbelzinnige taal uit te slaan en beloofde Marcel, die hem een paar +reparaties vroeg, fabelachtige verfraaiingen. + +"En nu de zware artillerie voor het front!" fluisterde de schilder +Rodolphe in en wees op een flesch rhum. + +Na het eerste glaasje zong de huisheer een schuin liedje, dat Schaunard +deed blozen. + +Na het tweede glaasje vertelde hij zijn huiselijke onaangenaamheden; +en daar zijn vrouw Helena heette, vergeleek hij zich bij Menelaus. + +Na het derde glaasje kreeg hij een philosophische vlaag en gaf de +volgende aphorismen ten beste: + +"Het leven is een stroom." + +"Geld maakt niet gelukkig." + +"De mensch is een ééndagsvlinder." + +"O, hoe lieflijk is de liefde!" + +Dan maakte hij Schaunard tot zijn vertrouweling en vertelde hij hem +van zijn heimelijke liaison met een jong meisje, Euphémie geheeten, +aan wie hij een mahoniehouten ameublement gegeven had. Daarbij gaf +hij zoo'n nauwkeurig portret van dit jonge meisje, dat Schaunard een +vreemd vermoeden in zich voelde opkomen, dat onmiddellijk daarna een +zekerheid werd, toen de huisheer hem een brief, dien hij uit zijn +portefeuille haalde, liet zien. + +"O, hemel!" riep Schaunard uit, toen hij de onderteekening zag; +"hardvochtige, gij boort mij een dolk door het hart." + +"Wat heeft hij toch?" riepen de bohémiens, over die taal verwonderd, +uit. + +"Kijk maar," zeide Schaunard; "deze brief is van Phémie. Dat is haar +onderteekening." + +Schaunard liet den brief van zijn vroegere maîtresse circuleeren. Deze +begon met de woorden: + + + "Mijn lief, dik beertje," + + +"Dat lief, dik beertje ben ik," zeide de huisheer, die vergeefsche +pogingen deed om op te staan. + +"Prachtig!" zeide Marcel, die dit zag, "hij heeft zijn anker +uitgeworpen." + +"Phémie, hardvochtige Phémie!" zuchtte Schaunard; "wat heb je me +aangedaan!" + +"Ik heb voor haar in de rue Coquenard No. 12 een entresol laten +meubileeren," stamelde de huisheer; "het is er heel aardig, heel +aardig ..... maar het heeft me een aardige duit gekost .... Doch de +ware liefde ziet niet op geld ..... en bovendien heb ik twintigduizend +francs rente ..... Zij vraagt mij geld ...." ging hij voort, terwijl +hij den brief weer in zijn zak stak; "Arme kleine! ... Ik zal haar +dit geld geven ..... dat zal haar plezier doen." + +En hij strekte weer zijn hand naar het geld uit. + +"Wat is dat?" vroeg hij verbaasd, terwijl hij op de tafel rond tastte, +"waar is het gebleven?" + +Het geld was verdwenen. + +"Een fatsoenlijk man mag zich onder geen voorwaarden tot zulk een +misdadigen minnehandel leenen," had Marcel gezegd. "Mijn geweten en +de moraal verbieden mij de huur aan dezen wellustigen kerel in handen +te geven. Ik zal mijn huur niet betalen. Maar mijn ziel zal tenminste +geen wroeging hebben. Wat een zeden! Een man met zoo weinig haren op +zijn hoofd!" + +Intusschen was de huiseigenaar stomdronken geworden en sloeg met +luide stem allerlei onzin tegen de flesschen uit. + +Daar hij nu al twee uur weg was, stuurde zijn vrouw, die ongerust +begon te worden, eindelijk het dienstmeisje naar boven; toen zij haar +meester in zoo'n toestand zag, stiet zij een gil van schrik uit. + +"Wat hebt u met hem uitgevoerd?" vroeg zij aan de bohémiens. + +"Niets," antwoordde Marcel; "hij is daarnet hierboven gekomen, +om de huur te halen, en daar we geen geld hadden, hebben we hem +uitstel gevraagd." + +"Maar hij is stom bezopen," zeide het dienstmeisje. + +"Dat was hij al grootendeels, toen hij hier kwam," antwoordde Rodolphe; +"hij vertelde ons, dat hij zijn wijnkelder opgeruimd had." + +"Hij was al zòò in den lorem," voegde Colline eraan toe, "dat hij +zijn quitanties zonder betaling hier wou laten." + +"Geef ze maar aan zijn vrouw," zeide ten slotte de schilder, terwijl +hij de quitanties aan het dienstmeisje overhandigde, "wij zijn eerlijke +jongens en willen geen misbruik maken van zijn toestand." + +"Lieve God, wat zal mevrouw wel zeggen?" zuchtte het dienstmeisje, +dat haar meester, die nauwelijks op zijn beenen staan kon, meetrok. + +"Eindelijk!" riep Marcel verlicht uit. + +"Hij zal morgen wel terugkomen," zeide Rodolphe; "nu hij eenmaal geld +gezien heeft." + +"Als hij terugkomt," zeide de kunstenaar, "dan dreig ik hem zijn +vrouw zijn liaison met de jonge Phémie te zullen vertellen, dan zal +hij wel uitstel geven." + +Toen de huisheer weg was, begonnen de vier vrienden weer te drinken +en te rooken. Marcel was niettegenstaande zijn roes de eenige, die +nog eenig besef had van wat er om hem gebeurde. Bij het minste leven +op de trap vloog hij op, om de deur open te maken. Maar degenen, die +naar boven kwamen, bleven altijd op een lagere verdieping. Langzaam +ging de schilder dan weer in het hoekje bij de haard zitten. Het +sloeg middernacht, en nog was Musette er niet. + +"Misschien was ze niet thuis, toen mijn brief kwam," dacht hij. "Ze +zal hem dan vanavond bij haar thuiskomst vinden en morgen komen. Morgen +hebben we ook nog vuur. Want komen zal zij. Tot morgen dus." + +En in zijn hoekje sliep hij in. + +Op hetzelfde oogenblik, dat Marcel van haar droomde, verliet Musette +het huis van madame Sidonie, bij wie zij tot zoo lang gebleven +was. Musette was niet alleen, een jong mensch was met haar; een +rijtuig wachtte beneden voor de deur; zij stapten er samen in; het +rijtuig reed in grooten vaart weg. + +De partij lansquenet duurde bij madame Sidonie voort. + +"Waar is Musette toch?" vroeg plotseling een der spelers. + +"En de kleine Séraphin?" een tweede. + +Madame Sidonie begon te lachen. + +"Die zijn er samen stil vandoor gegaan," zeide zij. "Een typische +geschiedenis! Wat een zeldzaam exemplaar is die Musette toch! Stel +je voor ...." + +En zij begon te vertellen hoe Musette, na bijna ongenoegen met vicomte +Maurice gekregen en zich op weg naar Marcel begeven te hebben, heel +toevallig even bij haar opgeloopen was en hier den jongen Séraphin +aangetroffen had. + +"Ik had er dadelijk wel vermoeden op," zeide Sidonie, zichzelf in +de rede vallend; "ik heb ze den geheelen avond in het oog gehouden, +en waarachtig de jonge man is zoo kwaad niet. Kort en goed, zij zijn, +zonder een woord te zeggen, weggegaan, en een kraan, die ze vinden +kan. Doch hoe het zij; het is eigenlijk te gek om los te loopen, +wanneer je bedenkt, dat Musette dol op Marcel is." + +"Maar als ze dol is op Marcel, wat wil ze dan eigenlijk met den +kleinen Séraphin, die nog bijna een kind is? Hij heeft nooit een +maîtresse gehad," merkte een der aanwezigen op. + +"Zij wil hem leeren lezen," antwoordde de journalist, die altijd heel +"geestig" was, als hij verloren had. + +"Dat is goed en wel," meende Sidonie. "Waarom gaat ze met Séraphin, +als ze van Marcel houdt? Dat gaat boven mijn petje." + +"Ja, waarom?" + + + +Vijf dagen lang leidden de bohémiens, zonder hun kamer ook maar +één oogenblik te verlaten, het vroolijkste leventje, dat men zich +denken kan. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat zaten zij aan +tafel. Een bewonderenswaardige wanorde heerschte in het vertrek, +waarin een Pantagruelistische atmospheer hing. Op een bijna geheel uit +oesterschalen bestaande bank lag een leger van de meest verschillende +flesschen. De tafel was bedekt met allerlei etensrestjes, en in de +haard brandde een formeel bosch. + +Ook op den ochtend van den zesden dag maakte Colline als +opper-ceremoniemeester het menu voor het dejeuner, het diner en het +souper op, zooals hij dat iederen morgen deed, en onderwierp het +dan aan de goedkeuring van zijn vrienden, die het als teeken van +instemming met hun handteekening voorzagen. + +Maar toen Colline de lade, die als schatkist dienst deed, opentrok, +om het voor dien dag noodige geld te krijgen, deed hij verschrikt +twee pas achteruit en werd bleek als de schim van Banquo. [45] + +"Wat is er?" vroegen de anderen onverschillig. + +"Wat er is? Ik heb nog maar dertig sous," zeide de philosoof. + +"Alle duivels!" riepen de anderen uit; "dat zal een heele verandering +in het menu veroorzaken. Enfin, wanneer we die dertig sous goed +gebruiken ..... Maar de truffels zullen er wel bij moeten inschieten." + +Eenige oogenblikken later was de tafel gedekt. Er stonden in volkomen +symmetrie drie schotels op, n.l.: + +Een schotel haring; + +Een schotel aardappelen + +Een schotel kaas. + +In den schoorsteen brandden twee blokjes hout, zoo groot als een vuist. + +Buiten viel nog steeds de sneeuw. + +De vier bohémiens gingen aan tafel en legden hun servetten op hun +knieën. + +"Het is vreemd," zeide Marcel; "maar die haring smaakt naar fazant." + +"Dat ligt aan de manier, waarop ik hem klaargemaakt heb," antwoordde +Colline; "tot nu toe is de haring miskend." + +Op dat oogenblik kwam een vroolijk gezang de trap op en klopte aan +de deur. Marcel, die bij de eerste tonen al opgesprongen was, vloog +naar de deur, om open te doen. + +Musette sloeg haar armen om hem heen en zoende hem wel vijf minuten +lang. Marcel voelde hoe zij in zijn armen beefde. + +"Wat heb je?" vroeg hij haar. + +"Ik heb het koud," zeide zij en liep naar den schoorsteen. + +"Hè," zeide Marcel, "we hebben zoo'n lekker vuurtje gehad." + +"Ja," zeide Musette met een blik op de overblijfselen van het +vijfdaagsche feestmaal; "ik kom te laat." + +"Waarom?" vroeg Marcel. + +"Waarom?" zeide Musette .... en kreeg een kleur. In plaats van antwoord +te geven ging zij op Marcels knieën zitten; zij beefde nog steeds en +haar handen waren blauw van de kou. + +"Was je niet vrij?" vroeg Marcel haar fluisterend. + +"Ik niet vrij!" riep Musette uit. "O Marcel, al zat ik midden tusschen +de sterren of in het paradijs van den goeden God, en jij gaf me een +teeken, ik zou naar beneden komen. Ik niet vrij!...." + +En zij begon weer te rillen. + +"Er zijn hier vijf stoelen," zeide Rodolphe; "dat is een oneven getal, +en bovendien heeft de vijfde een allerbelachelijksten vorm." + +En hij sloeg den stoel tegen den muur kapot en wierp de stukken in +de haard. Het vuur flikkerde plotseling tot een heldere en vroolijke +vlam op. Dan gaf hij Colline en Schaunard een wenk en ging met hen weg. + +"Waar gaan jullie heen?" vroeg Marcel. + +"Tabak halen!" antwoordden zij. + +"Ja, in Havana!" voegde Schaunard er aan toe en gaf Marcel een teeken +van verstandhouding, waarop deze met een dankbaren blik antwoordde, + +"Waarom ben je niet eerder gekomen?" vroeg hij opnieuw aan Musette, +toen zij alleen waren. + +"Ja, het is zoo, ik ben wat laat ...." + +"Vijf dagen om over den pont Neuf te komen. Heb je misschien een +omweg over de Pyreneeën gemaakt?" + +Musette sloeg haar oogen neer en bleef zwijgen. + +"O jou slecht meisje!" zeide Marcel op droefgeestigen toon, terwijl +hij zacht met zijn hand op den corsage van zijn vriendinnetje sloeg; +"wat heb je daar toch onder zitten?" + +"Dat weet je heel goed," antwoordde zij snel. + +"Maar wat heb je gedaan, nadat ik je geschreven heb?" + +"Vraag het me niet!" smeekte zij en sloeg haar armen om hem heen; +"vraag me niets. Laat ik me naast je warmen, zoo lang het koud is. Je +ziet, ik had mijn mooiste japon aangetrokken, om naar je toe te gaan +..... Die arme Maurice kon zich maar niet begrijpen, dat ik naar je +toe wilde .... maar ik kon mijn verlangen niet bedwingen .... ik ben +op weg gegaan .... Lekker, dat vuur!" voegde zij eraan toe, terwijl +zij haar handjes dichter bij de vlammen hield. "Ik blijf tot morgen +bij je. Goed?" + +"Het zal hier leelijk koud worden," zeide Marcel, "en eten is er ook +niet meer. Je bent te laat gekomen." + +"Och, wat!" antwoordde Musette; "dan lijkt het des te meer op vroeger!" + + + +Rodolphe, Colline en Schaunard bleven vier-en-twintig uur uit, om +hun tabak te halen. Toen zij weer terugkwamen, was Marcel alleen. + +Vicomte Maurice zag Musette na een afwezigheid van zes dagen eerst +terug. + +Hij maakte haar geen enkel verwijt, vroeg alleen waarom zij zoo +bedroefd was. + +"Ik heb ruzie gehad met Marcel," antwoordde zij; "we zijn kwaad van +elkaar weggegaan!" + +"En toch zal je misschien weer naar hem terugkeeren?" + +"Wat zal ik je zeggen?" zeide Musette; "ik heb behoefte om van +tijd tot tijd de lucht van dat leven in te ademen. Mijn dol bestaan +gelijkt op een lied; ieder van mijn amourettes is een couplet ervan; +maar Marcel is het refrein." + + + + + + +HOOFDSTUK XX. + +MIMI IN ZIJDE EN FLUWEEL. + + +I. + +"Neen, neen, neen, ge zijt niet meer Lisette. Neen, neen, ge zijt +niet meer Mimi! + +"Ge zijt nu mevrouw de vicomtesse, overmorgen zult ge misschien +mevrouw de hertogin zijn, want ge hebt den voet op den ladder, die tot +hoogheid leidt, bestegen; de deur van uw droomen heeft zich eindelijk +voor uw schreden geopend en overwinnend en triompheerend zijt gij +binnengetreden. Ik heb vooruit geweten, dat gij den een of anderen +nacht daarin slagen zoudt. Het moest trouwens zoo gaan: uw kleine, +blanke handjes waren voor niets doen geschapen en verlangden reeds +lang naar den ring van een aristocratische verbintenis. Eindelijk +hebt ge een blazoen! Maar wij zien toch nog altijd liever dat, hetwelk +de jeugd aan uw schoonheid gaf: uw bleek gelaat, welks leliënveld uw +blauwe oogen in vier kwartieren scheen te verdeelen. Doch edele vrouwe +of grisette, bekoorlijk zijt gij altijd; en ik herkende u dadelijk, +toen ge me onlangs op een avond op straat snel in uw mooie laarsjes +voorbij liept, terwijl uw gehandschoend handje den wind hielp om +de volants van uw robe op te houden, eensdeels om die niet vuil te +laten worden, anderdeels om uw geborduurde onderrokken en à -jour +kousen te laten zien. Ge hadt een hoed van een bewonderenswaardigen +vorm en het kwam me voor, dat ge in groote verlegenheid verkeerde ten +gevolge van een kostbaren kanten voile, die van dien kostbaren hoed +neergolfde. Inderdaad een moeilijk geval: het gold immers de vraag, wat +beter en voor uw coquetterie voordeeliger was, die voile neergelaten +of opgeslagen te dragen. Wanneer ge hem voor uw gezicht zoudt dragen, +dan liept ge kans niet herkend te worden door uw vrienden, die ge +tegen zoudt kunnen komen, want die zouden zeker tienmaal langs u +gegaan kunnen zijn, zonder ook maar te vermoeden, dat die prachtige +enveloppe mademoiselle Mimi verborg. Sloegt ge hem daarentegen terug, +dan liep de voile gevaar niet gezien te worden--en waartoe diende +het anders dien te hebben? Doch ge wist die moeilijkheid op zeer +geestrijke wijze te overwinnen, door den voile om de tien pas neer +te doen en weer terug te slaan, dezen voile, dit kostbare weefsel, +dat ongetwijfeld bewerkt is in het spinnewebbenland, dat Vlaanderen +genoemd wordt en dat alleen zeker meer gekost heeft dan uw geheele +vroegere garderobe samen .... Ach, Mimi! .... Pardon .... Ach, mevrouw +de vicomtesse! Ik had, zooals ge nu ziet, wel gelijk, toen ik zeide: +"Geduld, wanhoop niet: de toekomst gaat zwanger van kaschmir-sjaals, +brillanten en intieme soupers. Ge wildet me toen niet gelooven, +ongeloovige. Welnu, mijn voorspellingen zijn toch werkelijkheid +geworden, en ik sta bij u thans zeker even hoog in aanzien als uw +Oracles des Dames, die kleine heksenmeester in 18°, dien ge voor +vijf sous aan een boekenstalletje op den pont Neuf gekocht hebt en +dien ge met uw eeuwigdurende ondervragingen lastig vielt? Nogmaals, +had ik geen gelijk met mijn prophetieën en zult ge me nu gelooven, +wanneer ik u zeg, dat ge op deze trede niet zult blijven staan; +als ik u zeg, dat ik, als ik aandachtig luister, in de diepte van +uw toekomst, reeds het getrappel en gehinnik hoor van paarden, +gespannen voor een blauwen coupé, bestuurd door een gepoederden +koetsier, die de trede voor u neerslaat met de eerbiedige vraag: +"Waar gaat mevrouw heen?" En zult ge me ook gelooven, als ik u zeg, +dat ge later .... God geve, zoo laat mogelijk!... het doel van een +lang gekoesterde eerzucht zult bereiken en een table d'hôte zult +houden te Belleville of in Batignolles en u het hof gemaakt zal worden +door oude militairen en gepensionneerde smachtende aanbidders, die +in het geheim lansquenet en baccaraat bij u komen spelen. Maar voor +dit tijdstip, waarop de zon van uw jeugd reeds ter kimme zal dalen, +komt, zult ge nog heel wat ellen zijde en fluweel gebruiken; zullen +nog heel wat vaderlijke erfdeelen in de smeltkroes van uw grillen en +luimen wegsmelten, zal nog menige bloem in uw haar, nog menige bloem +onder uw voet ontbladerd worden, zult ge zelf nog dikwijls van blazoen +veranderen. Beurtelings zal op uw hoofd de parelsnoer der baronessen, +de kroon der gravinnen en de diadeem der markiezinnen schitteren; +als devies zult ge in uw wapen het woord: "Onbestendigheid" voeren; +gij zult, al naar luim of behoefte, al die talrijke aanbidders op hun +beurt of allen tegelijk weten te bevredigen, welke queue zullen komen +maken in de anti-chambre van uw hart, zooals men queue maakt voor +den ingang van een schouwburg, waar een trekstuk gegeven wordt. Ga +dus voorwaarts, schud al uw herinneringen van u af, om ruimte te +hebben voor uw eerzucht; voorwaarts dus: de weg, die voor u ligt, +is mooi, en wij hopen, dat hij nog lang zacht voor uw voeten zijn +mag; maar vòòr alles hopen wij, dat al die luxe en pracht, al die +schitterende toiletten niet te spoedig de lijkwade zullen worden, +waarin men uw vroolijkheid inwikkelt." + +Zoo sprak de schilder Marcel tot de kleine Mimi, die hij drie of vier +dagen na haar tweede echtscheiding van den dichter Rodolphe ontmoet +had. Hoewel hij getracht had op de spotternijen, die hier en daar door +zijn horoscoop heen gezaaid waren, een sourdine te zetten, was Mimi +in geen enkel opzicht het slachtoffer van Marcel's mooie woorden en +begreep zij heel goed dat hij zich zonder eenigen eerbied voor haar +nieuwen titel, vroolijk maakte over haar. + +"Je bent heel onaardig tegen me, Marcel," zeide mademoiselle Mimi; +"dat is slecht van je: ik ben altijd goed voor je geweest, toen +ik met Rodolphe samenwoonde, en dat ik hem verlaten heb, is zijn +schuld. Heeft hij me niet bijna op straat gezet, en hoe heeft hij +mij de laatste dagen, dat we bij elkaar waren, behandeld? Ik was erg +ongelukkig. Jij weet niet wat voor een man Rodolphe is: een opvliegend +en jaloersch karakter, dat mij langzamerhand vermoordde. Hij hield van +me, dat weet ik heel goed, maar zijn liefde was even gevaarlijk als een +geladen pistool. En wat voor een leven heb ik die vijftien maanden bij +hem gehad? Ach, Marcel, ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben, +maar ik heb met Rodolphe veel geleden, dat weet je trouwens zelf +ook wel! En niet omdat we het arm hadden, ben ik van hem weggegaan, +daaraan was ik van jongsaf aan gewend; neen ik zeg je het je nogmaals: +hij heeft mij weggejaagd; hij heeft mijn hart met voeten getreden; +hij heeft me gezegd, dat ik geen eergevoel had, als ik bij hem bleef; +hij heeft me gezegd, dat hij niet meer van me hield en dat ik maar een +anderen minnaar moest zoeken; ja hij is zelfs zòò ver gegaan, dat hij +mij een jongen man heeft aangewezen, die me het hof maakte; en door +zijn eeuwige uittartingen is hij, om zoo te zeggen, de trait-d'union +tusschen mij en dien jongen man geworden. Ik heb met hem slechts +uit dépit tegen Rodolphe en door den nood gedwongen geleefd, want +ik hield niet van hem; je weet zelf heel goed, dat ik niet veel op +heb met zoo heel jonge kereltjes, zij zijn bijna altijd vervelend en +sentimenteel als harmonica's. Enfin wat gebeurd is, is gebeurd en ik +heb er geen spijt van; wanneer ik weer in denzelfden toestand kwam, +zou ik hetzelfde doen. Nu ik niet meer bij hem ben en nu hij weet, dat +ik gelukkig ben, is Rodolphe woedend en voelt hij zich verongelijkt; +dat weet ik van iemand, die hem een paar dagen geleden gezien heeft: +hij had roode oogen. En dat verwondert me niets, want ik wist wel, dat +het zoo gaan zou en hij me heel gauw weer zou naloopen; maar je kunt +hem uit mijn naam zeggen, dat het vergeefsche moeite is ..... ditmaal +is het ernst geweest; het is nu voor goed tusschen ons uit ..... Heb +je hem de laatste dagen nog gezien, Marcel en is hij werkelijk zoo +veranderd?" vroeg Mimi plotseling op een heel anderen toon. + +"Zeker is hij veranderd," antwoordde Marcel; "heel erg veranderd +zelfs." + +"Hij is bedroefd, dat spreekt. Maar wat kan ik er aan doen? Des te +erger voor hem, het is zijn eigen schuld. Ten slotte moest er een +eind aan komen. Troost jij hem, Marcel." + +"O, o," zeide Marcel kalm; "maak je daar maar niet ongerust over, +Mimi; dat is al voor de grootste helft in orde." + +"Wat je daar zegt, is niet waar, beste jongen!" merkte Mimi eenigszins +ironisch op; "zoo gauw zal Rodolphe er niet over heen zijn. Hoe +was hij den avond voor mijn vertrek niet! Het was op een Vrijdag, +ik wou dien nacht niet bij mijn nieuwen minnaar blijven, omdat ik +bijgeloovig ben en de Vrijdag een ongeluksdag is." + +"Daar vergis je je in, Mimi: in de liefde is de Vrijdag een geluksdag; +de Ouden noemden hem Dies Veneris." + +"Latijn heb ik nooit geleerd," viel Mimi hem in de rede. "Maar +enfin; ik kwam dan bij Paul uit en vond Rodolphe beneden op straat op +schildwacht staan. Hij wachtte op me. Het was laat, al over twaalven, +en ik had honger, want ik had slecht gedineerd. Ik vroeg Rodolphe of +hij niet wat voor het souper wilde halen. Een half uur later kwam +hij terug met niet zoo veel bijzonders: brood, wijn, sardientjes, +kaas en een appelkoek, dat was alles. In dien tusschentijd was ik +onder de wol gekropen. Hij schoof de tafel bij het bed. Ik deed net, +alsof ik niet op hem lette, maar ik nam hem heel goed op: hij was +zoo bleek als een lijk, hij rilde en liep in de kamer op en neer +als iemand, die niet weet wat hij wil. In een hoekje zag hij mijn +pakjes met kleeren liggen. Dat scheen hem te hinderen en hij zette +het scherm voor die pakjes, om ze niet meer te zien. Toen alles klaar +was, begonnen we te eten; hij probeerde me te laten drinken, maar ik +had geen honger of dorst meer. Ik had net een gevoel, alsof er een +prop in mijn keel zat. Het was koud, want we hadden geen hout om vuur +aan te leggen; je hoorde den wind door den schoorsteen fluiten. Het +was wel triest. Rodolphe keek me voortdurend aan, zijn oogen stonden +strak. Dan legde hij zijn hand in de mijne; en ik voelde hoe de zijne +beefde, zij was warm en koud tegelijk. + +--"Dat is het begrafenismaal van onze liefde," zeide hij heel zacht. + +"Ik antwoordde niet, maar had ook niet den moed, mijn hand terug +te trekken. + +--"Ik ben moe," zeide ik eindelijk; "het is laat, we moesten maar +gaan slapen." + +"Rodolphe keek me aan. Ik had een van mijn dassen om mijn hoofd +gebonden, om me een beetje tegen de koude te beschermen. Zonder een +woord te zeggen nam hij die das weg. + +--"Waarom doe je dat?" vroeg ik. "Ik heb het koud." + +--"O, Mimi," zeide hij; "zet dezen nacht je gestreepte mutsje nog +eens op. Dat zal je zooveel moeite niet kosten." + +"Hij bedoelde een bruin en wit gestreept nachtmutsje van gedrukt +katoen, dat hij mij graag op zag hebben, omdat het hem herinnerde +aan eenige gelukkige nachten. want daarnaar telden we onze gelukkige +dagen. Daar het de laatste nacht was, dat ik bij hem zou slapen, +durfde ik zijn verzoek niet te weigeren. Ik stond op en ging het +mutsje, dat onder in een van de pakjes lag, halen; ik vergat het +scherm weer op zijn plaats te zetten. Rodolphe merkte het en verborg +voor de tweede maal de pakjes. + +--"Goeden nacht!" zeide hij tegen me. + +--"Goeden nacht!" antwoordde ik. + +"Ik dacht, dat hij mij een zoen zou geven, en ik zou mij daar niet +tegen verzet hebben, maar hij nam slechts mijn hand en drukte die aan +zijn lippen. Je weet, Marcel, hoe graag hij mijn handen kuste. Ik +hoorde hem klappertanden en voelde, dat zijn lichaam zoo koud als +marmer was. Hij hield mijn hand maar steeds vast en had zijn hoofd op +mijn schouder gelegd, die al heel gauw nat van tranen was. Rodolphe +was in een vreeselijken toestand. Hij beet in de beddelakens, om +het niet uit te schreeuwen; maar ik hoorde zijn onderdrukt gesteun +en voelde zijn tranen over mijn schouders stroomen, waarop zij eerst +brandden als vuur, dan koud werden als ijs. Op dat oogenblik had ik +al mijn moed noodig; en ik had dien noodig, dat verzeker ik je, want +ik had maar één woord behoeven te zeggen, mijn hoofd maar behoeven om +te keeren, en mijn mond zou Rodolphe's lippen aangeraakt hebben en wij +zouden ons nogmaals verzoend hebben. Een oogenblik dacht ik werkelijk, +dat hij in mijn armen sterven of minstens krankzinnig worden zou, +wat vroeger bijna reeds het geval geweest is ..... herinner je je nog +wel? Ik voelde, dat ik op het punt stond toe te geven; ik wilde den +eersten stap tot verzoening doen; ik wilde hem in mijn armen sluiten, +want je moet wel een hart van steen hebben om tegenover zoo'n smart +ongevoelig te blijven. Plotseling herinnerde ik me echter de woorden, +die hij den vorigen avond gezegd had: "Je hebt geen eergevoel, als je +bij me blijft, want ik houd niet meer van je." En bij de herinnering +aan die grofheden had ik Rodolphe naast mij hebben kunnen zien sterven, +zou ik, ook al had ik geweten, dat een kus van mij hem zou hebben +kunnen redden, mijn hoofd hebben afgewend. Uitgeput door vermoeienis +viel ik eindelijk in een lichte sluimering. Ik hoorde Rodolphe nog +steeds snikken, en ik verzeker je, Marcel, het duurde den geheelen +nacht door. Toen de dag aanbrak en ik in dat bed, waarin ik voor het +laatst sliep, keek naar mijn minnaar, dien ik ging verlaten, om in de +armen van een ander te snellen, schrok ik vreeslijk bij het zien van +de verwoestingen, die de smart op Rodolphe's gezicht had aangericht. + +"Hij stond op zonder iets te zeggen. Bij de eerste stappen, die +hij deed, sloeg hij bijna tegen den grond, zoo zwak en afgemat was +hij. Toch kleedde hij zich vlug aan en vroeg mij slechts of alles +al klaar was en wanneer ik wegging. Ik antwoordde, dat ik nog niets +zekers wist. Hij ging uit, zonder afscheid te nemen, zonder me een hand +te geven. Op die manier zijn we van elkaar gegaan. Wat een steek zal +het hem in zijn hart gegeven hebben, toen hij me bij zijn thuiskomst +niet meer vond!" + +"Ik was op zijn kamer, toen hij thuiskwam," zeide Marcel tot Mimi, +die buiten adem was van het lange verhaal. "Toen hij beneden om den +sleutel vroeg, zeide de vrouw van den concierge tegen hem: + +--"De kleine is weg." + +--"Zoo," antwoordde Rodolphe, "dat verwondert me niets, dat had ik +wel gedacht." + +"Toen liep hij de trap op en ik volgde hem, omdat ook ik voor een +crisis vreesde. Maar er gebeurde niets van dien aard. + +--"Daar het nu al te laat is om nog een andere kamer te huren," +zeide hij tegen me, "zullen we het maar tot morgen uitstellen. Dan +kan je met me meegaan. En laten we nu gaan eten." + +"Ik dacht, dat hij zich wilde gaan bedrinken, maar ik vergiste me. We +dineerden heel eenvoudigjes in een restaurant, waar jij ook dikwijls +met hem gezeten hebt. Om hem een beetje onder verdooving te brengen, +had ik Beaune besteld." + +--"Dat was de lievelingswijn van Mimi," zeide hij tegen me; +"we hebben dien samen dikwijls gedronken aan hetzelfde tafeltje, +waaraan we nu zitten. Ik herinner me nog hoe zij op een goeden dag +haar glas, dat zij reeds verscheidene malen geledigd had, naar mij +toeschoof met de woorden: "Schenk nog eens in, met dien Beaune kom +je uit de boonen." Een vrij flauwe woordspeling, nauwelijks goed voor +een vaudeville, vindt je niet? Ja, Mimi kan goed drinken!" + +"Daar ik zag, dat hij zich weer in herinneringen wilde gaan verdiepen, +begon ik over wat anders te praten, van jou was er geen sprake +meer. Hij bracht den geheelen avond in mijn gezelschap door en scheen +even kalm als de Middellandsche Zee. Wat mij het meest verwonderde, +was dat zijn kalmte niets gekunstelds had. Hij was de onverschilligheid +in eigen persoon. Tegen middernacht gingen we naar huis." + +--"Je schijnt je er over te verwonderen, dat ik in mijn toestand +zoo kalm ben," zeide hij tegen me; "laat ik even een vergelijking +gebruiken, die, als is zij misschien ook wat triviaal, tenminste de +verdienste heeft juist te zijn. Mijn hart is als een fontein, waarvan +de kraan den geheelen nacht open heeft gestaan, 's morgens is er +geen droppel meer in. Zoo is het nu ook met mijn hart; al de tranen, +die ik nog had, heb ik vannacht verhuild. Het is vreemd; ik dacht, +dat ik rijker was aan smartuitingen en nu heeft één lijdensnacht +mij uitgeput, mij volkomen op het droge gezet. Ik verklaar je op +mijn eerewoord, dat het zoo is. En in hetzelfde bed, waarin ik den +afgeloopen nacht naast een vrouw, die als een blok naast me lag, uit +wanhoop bijna gestorven ben, zal ik straks, terwijl het hoofd van die +vrouw op het kussen van een ander rust, slapen als een pakjesdrager, +die een zwaren dag achter den rug heeft." + +"Comedie," dacht ik bij mijzelf; "voordat ik goed en wel weg ben, +loopt hij met zijn hoofd tegen den muur." + +"Toch liet ik Rodolphe alleen en ging naar mijn eigen kamer, maar +slapen deed ik niet. Om drie uur meende ik leven in de kamer van +Rodolphe te hooren; ik vloog naar beneden in de meening, dat hij aan +het ijlen was." + +"En?" vroeg Mimi. + +"Och, beste meid, Rodolphe sliep, het bed was in het geheel niet in +de war; alles wees erop, dat zijn slaap rustig geweest was en niet +lang op zich had laten wachten." + +"Dat is heel goed mogelijk," vond Mimi; "hij was zoo moe van den +vorigen nacht ... Maar den volgenden morgen?" + +"Den volgenden morgen is Rodolphe mij al heel vroeg komen halen, en +toen zijn we kamers gaan huren in een ander huis, die we denzelfden +avond nog betrokken hebben." + +"En wat heeft hij gedaan, toen hij de kamer verliet, waarin we samen +gewoond hebben?" vroeg Mimi; "wat heeft hij gezegd, toen hij scheidde +van de kamer, waarin hij mij zoo heeft liefgehad?" + +"Hij heeft heel kalm zijn boeltje gepakt," antwoordde Marcel; "en +daar hij in een lade een paar gehaakte handschoenen en twee of drie +brieven vond, die jij vergeten hadt mede te nemen ...." + +"Dat weet ik," viel Mimi hem in de rede op een toon, die scheen te +willen zeggen: Ik heb ze exprès vergeten, om een souvenir aan me achter +te laten. "En wat heeft hij er mede gedaan?" voegde zij eraan toe. + +"Ik meen me te herinneren, dat hij de brieven in de haard en de +handschoenen uit het raam gegooid heeft; maar zonder eenig theatraal +gebaar, zonder pose, op een heel natuurlijke manier, zooals je dat +doet, wanneer je iets, waar je niets meer aan hebt, weg doet." + +"Beste Marcel, uit den grond van mijn hart hoop ik, dat die +onverschilligheid voortduren zal. Maar eerlijk gezegd, ik geloof niet +aan een zoo spoedige genezing, en niettegenstaande alles wat je me +zegt, ben ik er zeker van, dat mijn dichter een gebroken hart heeft." + +"Het is best mogelijk," antwoordde Marcel, terwijl hij afscheid nam van +Mimi; "maar de stukken zijn nog goed, als ik mij niet sterk vergis." + +Gedurende dat gesprek op de straat wachtte vicomte Paul op zijn +nieuwe maîtresse, die veel later dan afgesproken was bij hem kwam en +allesbehalve vriendelijk tegen den vicomte was. Hij knielde voor haar +neer en kirde haar zijn lievelingsromance voor: dat zij bekoorlijk +was, bleek als de maan, zacht als een lam, maar dat hij haar vooral +liefhad om de schoonheid van haar ziel. + +"Ach!" dacht Mimi, terwijl zij de golven van haar bruin haar op de +sneeuw van haar schouders liet neervallen; "Rodolphe was niet zoo +exclusief." + + + + +II. + +Het was, zooals Marcel tegen Mimi gezegd had: Rodolphe scheen radicaal +genezen te zijn van zijn liefde voor Mademoiselle Mimi, en drie of vier +dagen na hun scheiding zag men den dichter geheel gemetamorphoseerd +weer verschijnen. Hij was gekleed met een elegance, die hem zelf +onherkenbaar voor zijn spiegel moest maken, en niets in of aan hem +scheen de vrees te rechtvaardigen, dat hij het voornemen had zich te +storten in de afgronden van het Niet, welk praatje mademoiselle Mimi +met gehuicheld medelijden ingang trachtte te doen vinden. Rodolphe +was inderdaad volkomen kalm; hij luisterde, zonder dat er ook maar één +spier op zijn gelaat vertrok, naar de verhalen, die hem gedaan werden +over de nieuwe en weelderige levenswijze van zijn vriendinnetje, dat +er van haar kant een genoegen in vond hem zooveel mogelijk over haar te +laten inlichten door een jonge vrouw, die haar vertrouwde gebleven was +en in de gelegenheid verkeerde bijna iederen avond met hem te praten. + +"Mimi is erg gelukkig met vicomte Paul," zeide zij tegen den dichter; +"zij schijnt dol verliefd op hem te zijn; één ding echter verontrust +haar, zij is n.l. bang, dat gij haar rust zult komen storen door +achtervolgingen, die echter zeer gevaarlijk voor u zouden zijn, +want de vicomte aanbidt zijn maîtresse en heeft twee jaar lang de +schermschool bezocht." + +"Zoo!" antwoordde Rodolphe; "zij kan rustig slapen; ik heb heelemaal +geen lust azijn in het suikerwater van haar wittebroodsweken te +gieten. En wat haar jeugdigen minnaar betreft, die kan gerust zijn +degen aan den spijker laten hangen evenals Gastibelza, den man met +den karabijn. [46]" + +Natuurlijk werd Mimi op de hoogte gebracht van de kalmte, waarmede +haar vroegere minnaar al die bijzonderheden opnam, en van haar kant +verzuimde zij niet met een schouderophalen te antwoorden: + +"Het is goed! We zullen binnenkort wel zien, waar het op uitloopt!" + +Intusschen was Rodolphe nog meer dan ieder ander verbaasd over die +plotselinge onverschilligheid, welke, zonder de gewone phasen van +droefgeestigheid en melancholie te doorloopen, volgde op de woeste +stormen, die nog eenige dagen te voren in zijn hart gewoed hadden. De +vergetelheid, die anders vooral voor ongelukkige verliefden zoo +langzaam komt; de vergetelheid, die zij luide roepen en die zij +nog luider terugstooten, wanneer zij haar voelen naderen; deze +onverbiddelijke troosteresse had zich plotseling en onverwachts, +zonder dat hij er zich tegen had kunnen verzetten, in Rodolphe's hart +ingedrongen, en de naam van de vrouw, die hij zoo hartstochtelijk had +liefgehad, kon nu genoemd worden, zonder in zijn ziel een weerklank te +vinden. Wonderlijk, Rodolphe, wiens sterk geheugen de herinneringen aan +dingen, die in de verst verwijderde dagen van het verleden geschied +waren, en aan personen, die in zijn leven, al was het nog zoo lang +geleden, een rol gespeeld of op zijn bestaan invloed gehad hadden, +bewaarde; diezelfde Rodolphe kon, hoe hij zich ook inspande, zich vier +dagen na de scheiding niet duidelijk de trekken herinneren van zijn +vriendinnetje, dat met haar blanke, zachte handjes zijn leven bijna +gebroken had. De zachte oogen, in wier schittering hij zoo dikwijls +ingeslapen was, kon hij zich niet meer voor den geest roepen. Hij +herinnerde zich zelfs den klank der stem niet meer, wier uitbarstingen +van woede of verliefd gefluister hem tot waanzin brachten. + +Een van zijn vrienden, ook een dichter, die hem sinds zijn +echtscheiding niet gezien had, zag hem op een avond blijkbaar in droeve +gedachten verzonken met groote passen op straat op en neer loopen. + +"Zoo, ben jij daar!" zeide de dichter, terwijl hij Rodolphe de hand +toestak en hem nieuwsgierig opnam. + +Daar hij zag, dat Rodolphe een bedroefd gezicht zette, meende hij +hem wat moed te moeten inspreken: + +"Kom, kerel, moed! Ik weet, dat dergelijke dingen zwaar te dragen zijn, +maar het had er toch eenmaal toe moeten komen. Beter nu dan later! En +binnen drie maanden ben je weer heelemaal genezen!" + +"Wat voor een dwaasheid sta je toch uit te slaan?" zeide Rodolphe; +"ik ben niet ziek." + +"Kom," antwoordde de ander, "houd je nou maar zoo groot niet. Ik ken +de heele geschiedenis, en al kende ik die niet, dan zou ik die toch +op je gezicht kunnen lezen." + +"Pas op, kerel, je vergist je!" zeide Rodolphe; "weliswaar ben ik +vanavond een beetje mismoedig, waar wat de oorzaak daarvan betreft, +sla je de plank heelemaal mis." + +"Ach, Rodolphe, waarom strijdt je toch zoo tegen? Het is heel +natuurlijk; een liaison, die bijna twee jaar geduurd heeft, breek je +niet zoo maar zonder kleerscheuren af." + +"Dat zeggen jullie allemaal!" zeide Rodolphe ongeduldig; "maar jullie +hebt het allemaal op mijn woord van eer mis. Ik ben erg bedroefd en +zie er misschien ook zoo uit, dat is mogelijk; maar ik ben het alleen +maar, omdat mijn kleermaker mij vandaag mijn nieuwe pak zou bezorgen +en het niet gedaan heeft. Zie je, daarom heb ik het land." + +"Grappenmaker, grappenmaker!" zeide de ander lachend. + +"Waarachtig niet, ik ben ernstig, doodernstig. Luister maar even naar +mijn redeneering." + +"Nou ik luister: bewijs mij eens hoe je redelijkerwijze zoo'n bedroefd +gezicht kunt zetten, omdat een kleermaker je pak niet thuisbezorgd +heeft. Ga je gang, en laat eens hooren." + +"Je weet toch," zeide Rodolphe, "dat kleine oorzaken groote gevolgen +kunnen hebben. Ik moest vanavond een zeer gewichtig bezoek afleggen +en dat kan ik nu niet doen, omdat ik geen fatsoenlijk pak heb. Begrijp +je het nu?" + +"Neen, volstrekt nog niet. Ik zie tot op dit oogenblik geen voldoende +motief, om zoo het land te hebben. Je vindt het vervelend ..... omdat +..... kort en goed, je lijkt wel dwaas, om me zoo iets op de mouw te +willen spelden. Dat is mijn meening." + +"Kerel, je bent al bliksems halsstarrig. Je hebt altijd reden om het +land te hebben, wanneer je een gelukje of zelfs maar een pleiziertje +misloopt, omdat het dan zoo goed als onherroepelijk verloren is, want +het is meestal zelfbedrog als je tegen je zelf zegt: "Ik zal het een +anderen keer wel inhalen!" Maar om kort te gaan, ik had vanavond een +rendez-vous met een jong meisje: ik zou haar ontmoeten in een huis, +vanwaar ik haar misschien mee naar mijn kamer genomen zou hebben, +als het korter was dan om naar de hare te gaan, en misschien ook wel, +al was het langer. In dat huis nu wordt vanavond een soirée gegeven, +een soirée waarop je alleen maar in rok kunt komen; ik heb geen rok, +mijn kleermaker moest mij er een brengen; hij brengt dien rok niet, dus +kan ik ook niet naar de soirée gaan; dus ontmoet ik het jonge meisje +niet, dat nu misschien een ander ontmoet; dus breng ik haar noch naar +mijn kamer noch naar de hare, waarheen ze nu misschien door een ander +gebracht wordt. Zooals ik al zeide, loop ik derhalve een gelukje of +een pleiziertje mis; derhalve heb ik het land; derhalve zie ik eruit, +alsof ik het land heb; derhalve is de heele zaak heel natuurlijk." + +"Nou goed dan," zeide de vriend. "Derhalve ben je nauwelijks met je +eenen voet uit de hel, of je stapt met je anderen weer in een nieuwe; +maar, waarde vriend, toen ik je hier in de straat zag, maakte het +toch precies den indruk, alsof je hier liept te schilderen." + +"Dat deed ik ook," antwoordde Rodolphe. + +"Maar het is toch wel heel toevallig, dat dit juist gebeurt in het +stadsdeel, waarin je vroeger vriendinnetje woont: wat bewijst mij, +dat je niet op haar wacht?" + +"Hoewel ik van haar gescheiden ben, hebben particuliere redenen mij +genoopt in dit stadsgedeelte te blijven wonen; maar al zijn we bijna +buren, toch zijn we even ver van elkaar verwijderd, alsof zij zich +aan de Noord- en ik mij aan de Zuidpool bevond. Bovendien zit mijn +vroegere maîtresse op dit oogenblik in het hoekje van den haard en +neemt les in de Fransche taal bij vicomte Paul, die haar door middel +van de orthographie op het pad der deugd wil terugbrengen. Lieve +Hemel, wat zal hij haar verwennen! Enfin, dat is zijn zaak, nu hij de +hoofdredacteur van zijn geluk is! Je ziet dus, dat je opmerkingen meer +dan onzinnig zijn, en dat ik, verre van het uitgewischte spoor van mijn +oude liefde weer te willen zoeken, juist een nieuwe op het spoor ben, +die reeds in mijn nabijheid woont en nog dichter bij mij komen zal, +want ik ben volkomen bereid haar een eind weegs tegemoet te gaan, +en als zij dat ook wil doen, zal het niet lang duren voor we het +eens zijn." + +"Ben je dus werkelijk alweer verliefd?" vroeg de dichter. + +"Dat ligt nu eenmaal in mijn natuur," antwoordde Rodolphe; "mijn +hart lijkt op een woning, die je dadelijk te huur hangt, zoodra de +bewoner heeft opgezegd. Wanneer een liefde mijn hart verlaat, hang +ik een bordje uit, om een andere te krijgen. De kamers zijn bovendien +prettig om te bewonen en pas gerepareerd." + +"En wie is die nieuwe afgod? Waar en wanneer heb je ze leeren kennen?" + +"Laat ik het je regelmatig vertellen," zeide Rodolphe. "Toen Mimi +me verlaten had, was ik er vast van overtuigd, dat ik nooit van +mijn leven weer verliefd zou worden, en geloofde ik in allen ernst, +dat mijn hart van uitputting of ouderdomszwakte of wat je maar wilt +gestorven was. Het had zoo hard en zoo lang geklopt, dat dit zeer +goed mogelijk was. Kortom ik waande het dood, morsdood, zòò dood, +dat ik erover dacht het net als Marlborough te begraven. Bij die +gelegenheid gaf ik een klein begrafenisdinertje, waarop ik enkele +van mijn intieme vrienden inviteerde. De gasten moesten een bedroefd +gezicht trekken en de flesschen hadden een rouwfloers over de hals." + +"En waarom heb je mij niet gevraagd?" + +"Neem me niet kwalijk, maar ik wist het adres van de wolk, waarop je +troont, niet." + +"Nou enfin, vertel maar verder!" + +"Een van de gasten had een jong meisje meegebracht, dat ook kort +geleden door haar minnaar verlaten was. Een van mijn vrienden, die heel +goed op de violoncel der sentimentaliteit speelt, vertelde haar mijn +geschiedenis. Hij schilderde de jonge weduwe de goede hoedanigheden +van mijn hart, dien armen doode, dien we juist wilden gaan begraven, +en noodigde haar ten slotte uit een dronk te wijden aan zijn eeuwige +rust. Doch haar glas opheffende zeide zij: "Integendeel, ik drink op +zijn voortdurende gezondheid!" En bij die woorden wierp zij mij een +blik toe, om een doode weer levend te maken, zooals men dat noemt, en +hier kon men dat met recht zeggen, want nauwelijks had zij haar toast +uitgebracht, of ik voelde, dat mijn hart het O Filii der Opstanding +begon aan te heffen. Wat hadt jij in mijn plaats gedaan?" + +"Dat is ook een vraag!.... hoe heet zij?" + +"Dat weet ik zelf niet, en ik zal haar naam niet vragen, voordat we ons +contract teekenen. Ik weet wel, dat ik volgens het inzicht van sommige +menschen den wettelijken treurtermijn nog niet geheel doorloopen heb, +maar ik heb aan mezelf dispensatie gevraagd en.... . verleend. Wat ik +wel weet, is dat mijn aanstaande als bruidschat vroolijkheid, die de +gezondheid is van den geest, en gezondheid, die de vroolijkheid van +het lichaam is, zal medebrengen." + +"Is zij knap?" + +"Heel knap, vooral haar tint is mooi; je zoudt bijna denken, dat zij +zich 's ochtends met het palet van Watteau schminkt. + +Elle est blonde, mon cher, et ses regards vainqueurs Allument +l'incendie aux quatre coins des coeurs. + +Getuige het mijne!" + +"Een blondine? Dat verwondert me van jou!" + +"Ja ik heb genoeg van ivoor en ebbenhout, ik ga over tot de blondines." + +En al luchtsprongen makend, begon Rodolphe te zingen: + + + "Et nous chanterons à la ronde, + Si, vous voulez, + Que je l'adore, et qu'elle est blonde + Comme les blés." + + +"Arme Mimi!" zeide de vriend; "zoo gauw vergeten!" + +Deze naam deed Rodolphe's uitbundigheid dadelijk verstommen en gaf aan +het gesprek plotseling een andere wending. Rodolphe gaf zijn vriend +een arm en vertelde hem uitvoerig de oorzaken van zijn breuk met Mimi; +den angst, die zich van hem meester had gemaakt, toen zij hem had +verlaten; hoe ontroostbaar hij geweest was, omdat hij meende, dat zij +al zijn levenskracht en liefde met zich medegenomen had; en hoe hij +twee dagen later tot de ontdekking gekomen was, dat hij zich vergist +had, toen hij voelde, hoe het kruit van zijn hart, dat door zooveel +snikken en tranen nat geworden was, onder den eersten van jeugd en +hartstocht fonkelenden blik voor de eerste vrouw, die hij ontmoette, +weer warm geworden was, vuur had gevat en ontploft was. Hij schilderde +hem den plotselingen en geweldigen ommekeer, dien de vergetelheid, +zonder dat hij die te hulp had geroepen, in hem veroorzaakt had, +en hoe de smart in hem gestorven en in die vergetelheid begraven was. + +"Is het geen wonder?" vroeg hij aan den dichter. + +Doch deze, die alle smartelijke hoofdstukken van een ongelukkige +liefde uit eigen ervaring kende, antwoordde: + +"Welneen, beste kerel, er gebeuren geen wonderen meer, noch voor jou +noch voor anderen. Wat jou nu overkomt is mij ook overkomen. Wanneer +de vrouwen, die wij liefhebben, onze maîtressen worden, houden zij +op voor ons te zijn wat zij in werkelijkheid zijn. Wij zien ze dan +niet alleen meer met de oogen van den minnaar, maar ook met die van +den dichter. Zooals de schilder om een ledepop het keizerlijke purper +of den met sterren bezaaiden sluier van een heilige jonkvrouw hangt, +hebben wij altijd magazijnen vol schitterende mantels en verblindend +witte gewaden, die we onverstandige, onbevallige of kwaadaardige +schepselen om de schouders werpen; en wanneer zij dan zoo gekleed +zijn in het kostuum, waarin onze ideale geliefden ons in het azuur +van onze droomen verschenen, dan laten wij ons door deze vermomming +om den tuin leiden. Wij belichamen onzen droom in de eerste de beste +vrouw, tegen wie wij onze taal spreken, en die ons niet begrijpt. + +"En wanneer dan zoo'n schepsel, dat wij aanbidden en aan wiens voeten +wij nederknielen, zichzelf het goddelijk omhulsel, waaronder wij het +verborgen hadden, afrukt, om ons des te beter haar lage natuur en haar +gemeene instincten te laten zien; wanneer zoo'n vrouw onze hand op haar +hart legt, waarin niets meer klopt en misschien nooit iets geklopt +heeft; wanneer zij haar sluier wegslaat en ons haar doffe oogen, +haar bleeke lippen en haar verwelkte trekken zien laat, dan hullen +wij haar weer in dien sluier en roepen uit: "Gij liegt, gij liegt! Ik +heb je lief en gij hebt mij lief! Die witte boezem is het omhulsel +van een hart, dat nog in de volle kracht van zijn jeugd is; ik heb je +lief en gij hebt mij lief! Gij zijt mooi, gij zijt jong! Onder in al +je gebreken leeft nog de liefde. Ik heb je lief en gij hebt mij lief! + +"Ten slotte echter--o, heelemaal ten slotte--bemerken wij, nadat wij +ons vergeefs een driedubbele blinddoek voor de oogen gebonden hebben, +dat wij zelfs de slachtoffers van onze dwalingen geworden zijn en +jagen wij de ellendige weg, die den dag tevoren nog onze afgod was +geweest; wij nemen dan den gouden sluier van onze poëzie terug, om +ze den volgenden dag weer te werpen over de schouders van een nieuwe +onbekende, die onmiddellijk haar plaats als stralenomkranst afgodsbeeld +inneemt. En zoo zijn wij allen--vreeselijke egoisten bovendien, die de +liefde liefhebben ter wille van de liefde; je begrijpt, wat ik bedoel; +en wij drinken dien goddelijken nektar uit het eerste het beste glas, +getrouw aan de spreuk: + +"Qu'importe le flacon, pourvu qu'on ait l'ivresse!" + +"Wat je daar zegt is even waar, als tweemaal twee vier is," zeide +Rodolphe tot den dichter. + +"Ja," antwoordde deze, "het is waar en treurig, zooals bijna alle +waarheden. Bonsoir." + + + +Twee dagen later hoorde mademoiselle Mimi, dat Rodolphe een nieuw +vriendinnetje had. Zij informeerde echter verder slechts naar één ding, +n.l. of hij haar even dikwijls de hand kuste als haarzelf vroeger. + +"Even dikwijls!" antwoordde Marcel. "En bovendien kust hij ook haar +haren, het eene na het andere, en zij zullen zòò lang bij elkaar +blijven, tot hij ze alle gekust heeft." + +"Hè!" antwoordde Mimi, terwijl ze met beide handen door haar haar +streek; "gelukkig maar, dat hij zich niet in zijn hoofd gehaald heeft +met mij hetzelfde te doen, anders waren we ons leven lang bij elkaar +gebleven. Geloof je overigens werkelijk, dat hij heelemaal niet meer +van me houdt?" + +"Ach!.... En houdt jij nog van hem?" + +"Ik heb nooit van hem gehouden!" + +"Dat is wel waar, Mimi, je hebt van hem gehouden op het oogenblik, +dat het hart van een vrouw op zijn goede plaats zit. Je hebt van +hem gehouden--spreek dat niet tegen, want juist daarin ligt je +rechtvaardiging." + +"Bah!" zeide Mimi; "hij houdt nu van een ander!" + +"Dat is zoo!" zeide Marcel, "maar dat doet aan de andere zaak niets +af. Later zal de herinnering aan jou voor hem zijn als die bloemen, +welke men frisch en geurend tusschen de bladeren van een boek legt, +en die men veel, heel veel later terugvindt, verwelkt, verkleurd en +dood, maar toch nog altijd met een onbestemden geur van haar eerste +frischheid." + + + +Op een avond, dat Mimi zacht een melodie neuriede, vroeg vicomte +Paul haar: + +"Wat zing je daar, lieveling?" + +"De lijkrede van onze liefde, die mijn vroegere minnaar Rodolphe +onlangs gedicht heeft." + +En zij zong: + + + "Je n'ai plus le sou, ma chère, et le Code, + Dans un cas pareil, ordonne l'oubli; + Et sans pleurs, ainsi qu'une ancienne mode, + Tu vas m'oublier, n'est-ce pas, Mimi? + + C'est égal, vois-tu, nous aurons, ma chère, + Sans compter les nuits, passé d'heureux jours, + Ils n'ont pas duré longtemps; mais qu' y faire? + Ce sont les plus beaux qui sont les plus courts." + + + + + + +HOOFDSTUK XXI. + +ROMEO EN JULIA. + + +Mooi als een plaatje uit zijn tijdschrift l'Echarpe d'Iris, met +nieuwe handschoenen, elegante schoenen, gladgeschoren, gefriseerd, +opgedraaide snorpunten, een wandelstokje in de hand, een monocle in +het oog, stralend en verjongd stond onze vriend, de dichter Rodolphe +op een Novemberavond op den boulevard op een rijtuig te wachten, +waarmede hij zich naar huis wilde laten brengen. + +Rodolphe wachten op een rijtuig? Welk een ommekeer was er plotseling +in zijn particulier leven gekomen? + +Op hetzelfde uur, dat de als het ware gemetamophorseerde dichter, een +grooten regalia in den mond, zijn snor opdraaide en de blikken der +dames trok, kwam een vriend van hem denzelfden boulevard langs. Het +was de wijsgeer Colline. Rodolphe zag hem in de verte aankomen en +herkende hem dadelijk; trouwens wie, die hem ook maar éénmaal in zijn +leven gezien had, zou hem niet herkennen? Colline was als gewoonlijk +belast en beladen met een dozijn oude boeken. In zijn onsterfelijken +bruinen paletot, welks onverslijtbaarheid de veronderstelling, +dat hij door de Romeinen gemaakt was, rechtvaardigde, en met zijn +beroemden, breedgeranden hoed, die op een vilten koepel geleek, +waaronder een zwerm hyperphysische droomen door elkaar krioelde, +en die den bijnaam had van de "stormhoed van den Mambrin der moderne +philosophie", liep Gustave Colline langzaam voort en declameerde voor +zichzelf zacht de voorrede van een werk, dat sedert drie maanden ter +perse lag ..... in zijn verbeelding. Zoo kwam hij langzamerhand bij +den plek, waar Rodolphe stond te wachten; hij meende hem te herkennen, +maar de buitengewone elegance van den dichter bracht den wijsgeer in +twijfel en onzekerheid. + +"Rodolphe met handschoenen en een wandelstok! Een chimère! Een +utopie! Een verstandsverbijstering! Rodolphe, die al even weinig haren +heeft als de gelegenheid, gefriseerd! Waar zitten mijn oogen? Bovendien +is mijn ongelukkige vriend op dit oogenblik druk bezig met het +dichten van klaagliederen over het vertrek van zijn Mimi, die hem, +naar ik heb hooren vertellen, heeft laten zitten. + +Intusschen was Colline, toen hij vlak bij Rodolphe stil bleef staan, +wel genoodzaakt zich door de werkelijkheid der feiten te laten +overtuigen; het was inderdaad Rodolphe, gefriseerd, met een wandelstok +en handschoenen; het was onmogelijk, maar het was waar. + +"Alle duivels," riep Colline; "ik vergis me niet; jij bent het, +het kan niet missen, ik ben er zeker van." + +"Ik ook," antwoordde Rodolphe. + +Colline begon nu zijn vriend van top tot teen op te nemen en zette +daarbij een gezicht zooals de hofschilder Lebrun het geschilderd had, +om de allergrootste verbazing uit te drukken. Maar plotseling ontdekte +hij twee heel bijzondere dingen, die Rodolphe bij zich had, n.l. 1o +een touwladder en 2o een kooitje, waarin een vogel rondvloog. Toen +Colline die dingen zag, drukte zijn physionomie een gevoel uit, dat +de hofschilder Lebrun op zijn doek der "Menschelijke Hartstochten" +vergeten heeft weer te geven. + +"Kom," zeide Rodolphe tot zijn vriend; "ik heb de nieuwsgierigheid +van je geest heel duidelijk door het venster van je oogen zien gluren; +ik zal ze bevredigen; maar laten wij niet zoo hier op straat blijven; +het is zoo koud, dat vraag en antwoord zouden bevriezen." + +En zij gingen een café binnen. + +Colline's oogen waren geen moment van den touwladder af, evenmin als +van het kooitje, waarin de vogel, die door de warmte van het café wat +fleuriger werd, begon te zingen in een taal, welke Colline, die toch +een polyglot was, niet kende. + +"Vertel me nu eindelijk eens," vroeg Colline op den touwladder wijzend, +"wat dat is?" + +"Een verbinding tusschen mijn geliefde en mij," antwoordde Rodolphe +met den klank van een mandoline in zijn stem. + +"En dat?" vroeg de wijsgeer met een blik op den vogel. + +"Dat," zeide de dichter en zijn stem werd zacht als een lentebriesje; +"dat is een klok." + +"Spreek toch zonder gelijkenissen, in alledaagsch proza, maar +duidelijk!" + +"Goed. Heb je Shakespeare gelezen?" + +"En of! To be or not to be. Een groot philosoof.... Of ik hem +gelezen heb!" + +"Herinner je je Romeo en Julia?" + +"Dat zou ik denken!" zeide Colline. + +En hij begon te reciteeren: + + + "It is not yet near day; + It was the nightingale, and not the lark, + That pierc'd the fearful hollow of thine ear. [47] + + +"Ja hoor, ik herinner me Romeo en Julia best. En verder?" + +"Wat?" zeide Rodolphe, op den touwladder en den vogel wijzend, "begrijp +je het nu nog niet? Ik ben verliefd, kerel, verliefd op een meisje, +dat Julia heet!" + +"Nou, en verder?" vroeg Colline ongeduldig. + +"Welnu, daar mijn nieuwe geliefde Julia heet, heb ik het plan gevormd +met haar het drama van Shakespeare nogmaals op te voeren. In de eerste +plaats heet ik niet meer Rodolphe, maar Romeo Montague, en je zult me +zeer verplichten mij in het vervolg zoo te noemen. Bovendien heb ik, +opdat iedereen het zal weten, nieuwe visitekaartjes laten drukken. Maar +dat is niet alles: ik zal van de omstandigheid, dat we nog niet in +den carnavalstijd zijn, gebruik maken, om een fluweelen wambuis en +een degen te dragen." + +"Om Tybalt te dooden?" vroeg Colline. + +"Precies," antwoordde Rodolphe. "Kort en goed, deze touwladder moet +dienen, om binnen te komen bij mijn geliefde, die toevallig een balcon +voor haar kamer heeft." + +"Maar die vogel, die vogel?" bleef Colline aandringen. + +"Wel, die vogel is een duif en moet de rol spelen van nachtegaal +door iederen ochtend precies het oogenblik aan te geven, waarop mijn +geliefde, uit wier omarming ik mij losmaken wil, haar armen om mijn +hals slaan en juist zooals in de balconscène zeggen zal: "Neen, het +is nog niet de dag, het was de nachtegaal ....." d.w.z.: "Neen , het +is nog geen elf uur, het is vuil op straat, ga nog niet weg, het is +zoo lekker hier." Om de illusie volkomen te maken, zal ik probeeren +een min te krijgen en die ter beschikking van mijn geliefde stellen; +en ik hoop, dat de kalender zoo goedgunstig zal zijn om mij nu en +dan, wanneer ik het balcon van mijn Julia beklim, wat maneschijn te +verleenen. Wat zeg je van mijn plan, philosoof?" + +"Heel aardig," antwoordde Colline; "maar wil je me misschien ook +het mysterie van dit prachtige omhulsel, dat je onherkenbaar maakt, +ontsluieren? .... Ben je millionair geworden?" + +Rodolphe gaf geen antwoord, maar wenkte een kellner en gaf hem +onverschillig een louis met de woorden: + +"Houd maar af!" + +Dan sloeg hij op zijn vestjeszakje, dat begon te zingen. + +"Heb je soms een klokketoren in je zak, dat het daar zoo luidt?" + +"Een paar louis maar." + +"Echte louis d'or?" zeide Colline met een van verbazing gesmoorde +stem. "Laat mij eens kijken, hoe die eruit zien!" + +Dan scheidden de beide vrienden, Colline, om Rodolphe's schatten en +nieuwe liefde verder uit te bazuinen, Rodolphe om naar huis te gaan. + +In de week, die gevolgd was op den tweeden breuk met Mimi, had zich +het volgende afgespeeld. + +Toen de dichter met zijn vriendinnetje gebroken had, voelde hij +behoefte om van omgeving te veranderen en verliet hij met zijn vriend +Marcel het sombere hôtel garni, welks eigenaar de beide heeren zonder +al te veel spijt zag heengaan. Zooals wij reeds verteld hebben, gingen +zij samen een ander onderdak zoeken en huurden twee kamers in hetzelfde +huis en op dezelfde verdieping. De door Rodolphe gekozen kamer was +veel geriefelijker dan al degene, die hij vroeger bewoond had. Er +stonden bijna werkelijke meubels in; met name een canapé met een rood +overtrek, dat fluweel moest voorstellen, welke stof echter in geen +enkel opzicht het spreekwoord: "Doe wat ge moet" in praktijk bracht. + +Op den schoorsteen flankeerden twee porceleinen vazen met bloemen en +een albasten pendule met afschuwlijke versieringen. Rodolphe zette +de vazen in een kast en verzocht den huisheer, toen deze de pendule +kwam opwinden, dat liever niet te doen. + +"De pendule mag voor mijn part op den schoorsteen blijven staan," zeide +hij, "maar alleen als kunstvoorwerp; zij staat nu op middernacht, +dat is een mooi uur; zij moet er dus op blijven staan. Zoodra zij +vijf minuten later wijst, ga ik verhuizen ..... Een pendule!" ging +Rodolphe, die zich nooit aan de tyrannie van een wijzerplaat had +kunnen onderwerpen, tot zichzelf sprekende, voort; "een pendule is een +verbitterde vijand , die je onverbiddelijk je bestaan uur voor uur, +minuut voor minuut voortelt en je ieder oogenblik zegt: "Daar is weer +een deel van je leven voorbij!" O, ik zou niet rustig kunnen slapen +in een kamer, waarin een van die martelwerktuigen staat, in welker +nabijheid zorgeloosheid en droomen onmogelijk zijn .... Een pendule, +waarvan de wijzers zich verlengen tot aan je bed en je 's ochtends, +wanneer je in een heerlijken sluimer ligt, komen prikken ..... Een +pendule, die je steeds toeroept: "ding, ding, ding! Het is tijd, +om te gaan werken, maak je los uit de armen van je heerlijken droom, +onttrek je aan de liefkozingen van je visioenen (en soms aan die van +werkelijkheden). Zet je hoed op, trek je schoenen aan, het is koud, het +regent, ga aan je werk, het is tijd, ding, ding" ..... Een kalender is +al meer dan mooi .... Mijn pendule moet verlamd blijven, anders ...." + +Gedurende dezen monoloog onderwierp Rodolphe zijn nieuwe kamer aan een +nauwgezette inspectie en voelde daarbij in zich die heimelijke onrust, +welke zich bijna altijd van ons meester maakt, wanneer we een nieuwe +woning betrekken. + +"Ik heb," dacht hij bij zichzelf, "opgemerkt, dat de kamers, die we +bewonen, een geheimzinnigen invloed uitoefenen op onze gedachten en +derhalve ook op onze daden. Deze kamer hier is kil en stil als een +graf. Indien hier ooit vroolijkheid heerschen zal, dan moet zij van +buitenaf worden ingevoerd; en ook dan zal zij hier niet lang blijven, +want onder dezen lagen zolder, die koud en grijs als een sneeuwlucht +is, moet de lach zónder echo sterven. O wee, hoe zal mijn leven +tusschen deze vier muren zijn!" + + + +Eenige dagen later echter was deze zoo trieste kamer verlicht en +weerklonk van vroolijk gelach: Rodolphe gaf een inwijdingsfeest, en +de talrijke ledige flesschen verklaarden meer dan genoeg de opgewekte +stemming der gasten. De dichter zelf had zich door de aanstekelijke +vroolijkheid der feestgenooten laten medesleepen. Hij zat met een +jong meisje, dat het toeval hier gebracht en waar hij dadelijk +beslag op gelegd had, in een hoek en flirtte met haar met woorden +en handbewegingen. Tegen het einde van het feest was hij al zoover, +dat hij een rendez-vous met haar had voor den volgenden dag. + +"Zoo," zeide hij tot zichzelf, toen hij weer alleen was, "deze +avond is nog al aardig geslaagd. Mijn verblijf hier is onder goede +voorteekenen begonnen." + +Den volgenden dag kwam Julia op het afgesproken uur bij hem. De avond +ging geheel weg met verklaringen en uitleggingen. Julia had gehoord, +dat Rodolphe kort geleden gebroken had met het blauwoogige meisje, +waar hij zooveel van gehouden had; zij wist ook, dat Rodolphe na de +eerste scheiding haar weer teruggenomen had, en was daarom bang het +slachtoffer van een nieuwe verzoening te zullen worden. + +"Want, zie je," zeide zij met een aardig en schalksch gebaartje, +"ik voel er heelemaal niets voor een belachelijke rol te spelen. Ik +zeg je vooruit, dat ik niet makkelijk ben; ben ik hier eenmaal de +vrouw des huizes"--en met een guitigen blik onderstreepte zij de +beteekenis, die zij aan deze laatste woorden gaf--"dan blijf ik het +en sta ik mijn plaats niet af." + +Rodolphe riep al zijn welsprekendheid te hulp om haar te overtuigen, +dat haar vrees ongegrond was, en daar het jonge meisje van haar kant +niets liever wilde dan overtuigd worden, waren zij het heel gauw +eens. Doch die eensgezindheid hield weer op, toen het twaalf uur was, +want Rodolphe wilde, dat Julia bleef, terwijl zij naar huis wilde gaan. + +"Neen!" zeide zij, toen hij bleef aandringen. "Waarom zouden we ons +zoo haasten? Wij komen nog altijd vroeg genoeg waar we wezen willen, +als jij tenminste niet blijft staan. Morgen kom ik terug." + +En zoo kwam zij een week lang iederen avond terug, om weer weg te gaan, +zoodra het twaalf uur sloeg. + +Rodolphe vond dien langzamen voortgang volstrekt niet vervelend. Hij +behoorde in het land der liefde of verliefdheid tot die soort van +reizigers, die de reis rekken en schilderachtig trachten te maken. Deze +kleine sentimenteele inleiding voerde hem echter ten slotte verder +dan hij eigenlijk wilde gaan. En ongetwijfeld had mademoiselle Julia +deze taktiek toegepast met het oogmerk hem tot dat punt te brengen, +waarop verliefdheid, gerijpt door den tegenstand, op liefde begint +te gelijken. + +Iederen keer, dat zij den dichter opzocht, merkte Julia in wat hij +tot haar zeide, een grootere innigheid, een duidelijker uitgesproken +gevoel op. Wanneer zij wat laat was, maakte zich die kenteekenende +onrust van hem meester, welke het jonge meisje in verrukking bracht; +en hij schreef haar zelfs brieven, welker bewoordingen haar reden gaven +te hopen, dat zij weldra zijn wettige "vrouw des huizes" zou worden. + +Toen Marcel, die zijn vertrouwde gebleven was, bij toeval eens een +van die epistels gelezen had, vroeg hij lachend: + +"Zijn dat stijloefeningen, of meen je werkelijk wat je schrijft?" + +"Waarachtig, ik meen het," antwoordde Rodolphe; "en het verwondert +me zelf ook wel een beetje, maar toch is het zoo. Acht dagen geleden +was ik in een zeer droefgeestige stemming. Die stilte en die kalmte, +die zoo plotseling en onmiddellijk op de stormen van mijn vroeger leven +gevolgd waren, maakten mij vreeselijk van streek, maar heel onverwacht +kwam Julia. Ik hoorde in mijn ooren de fanfares van een vroolijkheid +van een twintig-jarige weerklinken. Ik zag voor mij een frisch +gezichtje, lachende oogen, een mondje om te kussen, en langzamerhand +heb ik mij laten medevoeren op die helling der verliefdheid, welke +mij misschien tot liefde leiden zal. Ik heb graag lief." + +Intusschen begon Rodolphe al heel gauw te merken, dat het slechts +van hem afhing, om een slot te maken aan dezen roman, en was toen op +het denkbeeld gekomen Shakespeare's Romeo en Julia te monteeren. Zijn +toekomstige geliefde vond het een aardig idee en had haar medewerking +toegezegd. + +De repetitie van de balconscène was vastgesteld juist op denzelfden +avond, dat de wijsgeer Colline Rodolphe op straat ontmoette. De +dichter had even te voren den zijden touwladder gekocht, waarmede +hij op het balcon van Julia wilde klimmen. Daar de vogelkoopman geen +nachtegaal voorhanden had, nam hij er een duif voor in de plaats, die, +naar hem verzekerd werd, iederen ochtend bij het opgaan der zon zong. + +Op zijn kamer gekomen, bedacht de dichter, dat een hemelvaart per +touwladder nu niet zoo heel gemakkelijk was en dat het derhalve +wenschelijk was de balconscène vooruit in te studeeren, als hij niet, +behalve de kans om te vallen, ook het gevaar wilde loopen, belachelijk +en onhandig te schijnen in de oogen van haar, die hem wachtte. Hij +sloeg dus twee spijkers diep in het plafond, maakte daaraan den +touwladder vast en gebruikte de twee uren, die nog voor hem lagen, +voor gymnastische oefeningen. Na talrijke vergeefsche pogingen slaagde +hij er ten slotte in zoo goed en zoo kwaad als het ging twaalf sporten +hoog te klimmen. + +"Ziezoo," zeide hij tot zichzelf; "nu ben ik zeker van mijn zaak; +trouwens als ik onderweg blijf steken, zal de liefde mij vleugels +geven." + +En met zijn touwladder en zijn duivenkooitje ging hij op weg naar +Julia, die dicht in zijn buurt woonde. Haar kamer lag achter in een +kleinen tuin en had inderdaad een balcon. Doch helaas, deze kamer +bevond zich op den rez-de-chaussée en van den grond af kon men +makkelijk zoo op het balcon stappen. + +Toen Rodolphe deze terreingesteldheid, welke zijn poëtisch klimplan +in duigen deed vallen, zag, was hij zeer teneergeslagen. + +"Het zij zoo," zeide hij tot Julia; "wij kunnen de balconscène daarom +toch wel opvoeren. Deze vogel hier zal ons morgen vroeg met zijn +welluidende stem uit onzen sluimer wekken en ons precies het oogenblik +kond doen, waarop wij met wanhoop in onze ziel moeten scheiden." + +En met deze woorden hing Rodolphe zijn kooitje in een hoekje van +de kamer. + +Den volgenden ochtend om vijf uur vervulde de duif op tijd haar plicht +en de kamer met een langaangehouden gekir, dat de twee geliefden +zeker gewekt zou hebben, als zij geslapen hadden. + +"Welnu," zeide Julia, "thans is het oogenblik gekomen om naar het +balcon te gaan en wanhopig afscheid te nemen." + +"De duif gaat voor," zeide Rodolphe; "wij zijn in November en dan +gaat de zon pas om twaalf uur op." + +"Dat komt er niet op aan," zeide Julia; "ik sta op!" + +"En waarom?" + +"Ik heb een leeg gevoel in mijn maag en zou graag wat eten." + +"Het is merkwaardig, zooals onze sympathieën overeenstemmen, ik heb +ook zoo'n gruwelijken honger," zeide Rodolphe, die nu ook opstond en +zich vlug aankleedde. + +Intusschen had Julia reeds vuur aangelegd en keek nu of er nog wat +in het buffet te vinden was; Rodolphe hielp haar zoeken. + +"Hier," zeide hij; "uien!" + +"En spek!" + +"En boter!" + +"En brood!" + +"Maar dat is ook alles." + +Gedurende dezen onderzoekingstocht kirde de optimistische duif niets +vermoedend voort. + +Romeo keek Julia aan, Julia Romeo, en beiden de duif. + +Zij spraken geen woord, maar met dien blik was het vonnis over de +klok-duif geveld. Hooger beroep en cassatie zou haar niet geholpen +hebben--honger is een wreede raadgever. + +Rodolphe liet het spek in de sissende boter opkomen. Hij trok een +ernstig en plechtig gezicht. + +Julia maakte in een droefgeestige stemming de uien schoon. + +De duif kirde nog steeds door... het was haar zwanezang. + +Het sudderen van de boter in de pan begeleidde het stervenslied. + +Vijf minuten later sudderde de boter nog, maar de duif zong, evenals +de tempelridders, niet meer. [48] + +Romeo en Julia hadden hun klok à la crapoudine [49] gebraden. + +"Het diertje had een lieve stem," zeide Julia, toen zij aan tafel ging. + +"Ja, het was een lief beest," zeide Romeo en sneed het volgens de +regelen der kunst bruingebraden duifje in stukken. + +En de twee verliefden keken elkaar aan en zagen in elkaars oog +een traan. + +De huichelaars! Dat hadden de uien gedaan! + + + + + + +HOOFDSTUK XXII. + +MIMI'S DOOD. + + +I. + +In de eerste dagen na zijn definitieven breuk met mademoiselle Mimi, +die hem, zooals onze lezers zich herinneren zullen, verlaten had, +om plaats te nemen in de equipage van vicomte Paul, had Rodolphe +getracht zijn smart te vergeten door een nieuwe liefdesbetrekking +aan te knoopen. + +Zijn nieuwe vriendinnetje was de blondine, voor wie wij hem op +den dag van paradoxale dwaasheid het kostuum van Romeo hebben zien +aantrekken. Doch deze liaison, die hij uit dépit en zij uit een gril +begonnen waren, kon onmogelijk van langen duur zijn, daar Julia, in +één woord gezegd, een ongestadige deerne was, die alle vrouwenstreken +van a tot z kende, geestrijk genoeg was, om den geest van anderen +op te merken en daarvan, als de gelegenheid zich voordeed, gebruik +te maken, en slechts zooveel hart had, dat zij hartwater kreeg, als +zij te veel gegeten had. Daarbij kwam nog een ongebreidelde zelfzucht +en een grenzenlooze ijdelheid, die haar minder deden treuren om een +gebroken been van haar minnaar dan om een volant minder aan haar japon +of een verkleurd lint om haar hoed. Een betwistbare schoonheid, een +ordinair schepsel, van nature begiftigd met alle slechte instincten, +was zij toch door sommige eigenschappen en op sommige oogenblikken +verleidelijk. Al heel gauw bemerkte zij, dat Rodolphe haar alleen +genomen had, om hem met haar hulp de verlorene te doen vergeten, +aan wie hij integendeel met meer verlangen dan ooit begon terug te +denken, want nooit was de herinnering aan zijn vroeger vriendinnetje +zoo levendig geweest. + +Op een goeden dag praatte Julia met een student in de medicijnen, die +haar sedert eenigen tijd het hof maakte. Het gesprek kwam op Rodolphe. + +"Maar lieve kind," zeide de student, "die jongen gebruikt je, +zooals wij helschen steen gebruiken om wonden te branden; hij wil +zijn hart cauteriseeren. Je behoeft je voor hem niet druk te maken, +en hem trouw zijn is absoluut niet noodig." + +"Maar," riep het jonge meisje lachend uit; "dacht je dan heusch, +dat ik mij voor hem geneer?" + +En denzelfden avond nog gaf zij den student het bewijs van het +tegendeel. + +Dank zij de babbelzucht van een van die gedienstige vrienden, die +voor geen geld ter wereld een tijding, welke je bedroefd maken kan, +onder zich zouden houden, kreeg Rodolphe lucht van de zaak en maakte +er onmiddellijk gebruik van, om den ad-interim liaison af te breken. + +Hij zonderde zich nu af in een volkomen eenzaamheid, waarin al heel +gauw alle vleermuizen der verveling hun nest kwamen maken. Dan riep +hij het werk te hulp, maar het was vergeefsche moeite. lederen avond +schreef hij, nadat hij evenveel droppels water gezweet als droppels +inkt gebruikt had, een twintigtal regels, waarin een oud denkbeeld, +nog meer levensmoe dan de Wandelende Jood, en gehuld in lompen, +die hij gehaald had in een uitdragerswinkel, op het slappe koord der +paradoxen danste. Bij het overlezen van die regels voelde Rodolphe +zich als iemand, die in het bloembed, waar hij rozen gezaaid meent te +hebben, brandnetels ziet groeien. Hij verscheurde dan het blad papier, +waarop hij die rozenkrans van zotheden had afgebeden, en vertrapte +het woedend onder zijn voet. + +"Waarachtig," zeide hij, terwijl hij zich op zijn linkerborst sloeg, +"de snaar is gesprongen; ik moet van de kunst afzien." + +En daar eenigen tijd achtereen op al zijn pogingen, om te werken, een +zelfde teleurstelling volgde, maakte een van die moedeloosheden zich +van hem meester, welke het krachtigste zelfvertrouwen doen wankelen +en de helderste geesten afstompen. Inderdaad niets is vreeselijker +dan die eenzame worstelingen, welke nu en dan plaats vinden tusschen +den koppig volhoudenden kunstenaar en de weerspannige kunst; niets +is aangrijpender dan die nu eens smeekende, dan weer gebiedende +aanroepingen van den scheppen willenden dichter tot de minachtend op +hem neerziende of hem ontvluchtende Muze. + +De hevigste zielsangsten, de diepste aan het hart toegebrachte +wonden veroorzaken geen lijden, dat te vergelijken is met dat, +hetwelk men ondergaat in die uren van wanhoop en twijfel, welke maar +al te dikwijls voorkomen bij hen, die zich wijden aan het gevaarlijke +kunstenaarsberoep. + +Op die heftige crisissen volgden pijnlijke afmattingen. Uren lang bleef +Rodolphe dan in een doffe wezenloosheid als versteend zitten. Zijn +ellebogen rustend op de tafel, zijn oogen strak gericht op den +lichtplek, dien het lamplicht op het blad papier beschreef, op het +"slagveld", waarop zijn geest dagelijks overwonnen werd en zijn pen +zich vergeefs inspande om het ongrijpbare denkbeeld te vervolgen, +zag hij, gelijk aan figuren uit een tooverlantaren, waarmede men +kinderen bezig houdt, fantastische beelden aan zich voorbijtrekken, +die een panorama van zijn verleden voor hem ontrolden. Eerst kwamen +de dagen van harden arbeid, waarin ieder uur van de wijzerplaat de +vervulling van een plicht eischte, de aan de studie gewijde nachten, +waarin hij sprak met de muze, die zijn in eenzaamheid en geduld +gedragen armoede als in een tooverweelde herschiep. En met afgunst +dacht hij terug aan het trotsche gevoel van zelfvertrouwen, dat hem +vroeger bezielde, wanneer hij de taak, die hij zichzelf gesteld had, +ten einde had gebracht. + +"O," riep hij uit; "niets gelijkt op u, niets evenaart u, genotrijke +uitputting na volbrachten arbeid, die de rust van het far niente +zachter doet schijnen. Noch de bevrediging van de ijdelheid noch de +koortsachtige, onder de zware gordijnen van geheimzinnige alkoven +verstikte zinnenzwijmel--niets gelijkt op dien edelen, kalmen vrede, +die gewettigde zelfvoldaanheid, welke de arbeid den vlijtigen als +eerste belooning geeft." + +En zijn blikken nog steeds gericht op de visioenen, die de tooneelen +uit het verleden voor zijn geest bleven tooveren, klom hij weer naar de +dakkamertjes, die hij gedurende zijn avontuurlijk bestaan bewoond had, +en waarheen zijn muze, zijn eenige liefde en trouwe en standvastige +vriendin toen, hem steeds gevolgd had, en het met de armoede goed +vinden kon, zonder ooit haar hoopvol gezang te onderbreken. Doch +daar verscheen plotseling midden in dit rustige, vredige en kalme +bestaan de gestalte van een vrouw, en toen de muze die vrouw zag +binnentreden in de woning, waarin zij tot dat oogenblik de eenige +koningin en meesteresse geweest was, stond zij bedroefd op en ruimde +haar plaats in voor de nieuw-aangekomene, in wie zij dadelijk een +mededingster vermoedde. Een oogenblik aarzelde Rodolphe tusschen de +muze, wie zijn blik een: "Blijf!" scheen toe te werpen, en de vreemde, +tot wie zijn gebaar een: "Kom!" zeide. Hoe zou hij ook het bekoorlijke +schepseltje, dat, gewapend met de verleidelijke bekoorlijkheden van een +ontluikende schoonheid, tot hem kwam, hebben kunnen van zich stooten, +dat schepseltje met haar kleine mondje en rose lipjes, dat een naief +en tevens brutaal taaltje, vol guitige beloften, sprak? Hoe kon hij +zijn hand weigeren aan het blanke, blauw geaderde handje, dat zich +liefkozend naar hem uitstrekte? Hoe had hij: "Gaat heen!" kunnen +roepen tot die bloeiende achttien jaren, wier aanwezigheid het huis +reeds met een geur van jeugd en vreugde vervulde. En met haar zachte, +licht bewogen stem zong zij de cavatine der verzoeking zoo verleidelijk +mooi! Met haar levendige en schitterende oogen zeide zij: "Ik ben +de liefde"; met haar lippen, waarop de kussen ontloken: "Ik ben het +genot"; met haar bloeiend lichaam: "Ik ben het geluk" zòò wondermooi, +dat Rodolphe zich liet medesleepen. En was die jonge vrouw dan ook +in werkelijkheid niet de levende, geïncarneerde poëzie? Dankte hij +haar niet de oogenblikken van meest verheven inspiratie? Had zij hem +niet dikwijls bezield tot een enthousiasme, dat hem zoo hoog in den +aether van het ideaal meevoerde, dat hij al het aardsche uit het oog +verloor? En als hij om en door haar veel geleden had--was dan dat +lijden niet een boetedoening voor al de ontzaglijke genietingen, +die zij hem geschonken had; was het niet de gewone wraak van het +noodlot, dat het volmaakte, ongestoorde geluk als iets goddeloos +verbiedt? Indien de christelijke leer hun vergiffenis schenkt, die +veel hebben lief gehad, dan schenkt zij die slechts, omdat zij ook +veel geleden hebben, want aardsche liefde wordt eerst goddelijke +hartstocht, als zij door tranen gelouterd is. + +Evenals men zich soms bedwelmt door den geur van reeds lang verwelkte +rozen in te ademen, zoo bedwelmde Rodolphe zich door voor zijn geest +te roepen zijn vroeger leven, waarin iedere dag een nieuwe elegie, +een schokkend drama, een groteske comedie bracht. Hij doorleefde +nogmaals alle phasen van zijn liefde voor de verloren geliefde, +van af hun wittebroodsweken tot de huiselijke stormen, die tot hun +laatsten breuk geleid hadden. Hij riep het geheele repertoire van +alle listen van zijn vroeger vriendinnetje in zijn geheugen terug, hij +herhaalde in zichzelf al haar kwinkslagen. Hij zag weer voor zich hoe +zij in hun klein huishoudentje om hem heen draaide, haar lijfdeuntje: +Ma mie Annette op de lippen, met dezelfde zorgelooze opgewektheid +zoowel blijde als droeve dagen aanvaardend. En ten slotte moest hij +erkennen, dat het verstand in liefdesaangelegenheiden altijd ongelijk +heeft. Immers wat had hij bij dien breuk gewonnen? Toen hij met Mimi +samenleefde, bedroog zij hem, dat is waar--maar dat hij het wist, was +zijn eigen schuld, omdat hij zich de grootste moeite getroostte, om +het te weten te komen, omdat hij altijd op den loer lag naar bewijzen, +omdat hij zelf de dolken scherpte, die hij zich in het hart boorde. Was +bovendien Mimi niet handig genoeg om hem zoo noodig te bewijzen, dat +hij zich vergiste? En bovendien met wie was zij hem ontrouw? Meestal +was het met een sjaal, een hoed, met dingen, niet met mannen. En had +hij nu die rust, die kalmte, welke hij van een breuk met Mimi verwacht +had, na haar vertrek teruggevonden? Helaas, neen! Alles, behalve zij, +was gebleven. Vroeger kon hij tenminste nog uiting geven aan zijn +smart, kon hij zijn hart luchten in beleedigingen en verwijten, kon +hij laten zien, wat hij leed en het medelijden opwekken van haar, +die de oorzaak van dat lijden was. Doch nu moest hij zijn smart in +zich opkroppen, nu was zijn ijverzucht machtelooze woede geworden, +want vroeger kon hij, wanneer hij achterdocht koesterde, Mimi beletten +uit te gaan, haar bij zich houden en bewaken; maar thans zag hij +haar aan den arm van haar nieuwen minnaar op straat en moest hij +zich afwenden, om haar van vreugde stralend en op weg naar het een +of ander pleiziertje, voorbij te laten gaan. + +Dat ellendige leven duurde een maand of drie, vier. Dan werd Rodolphe +langzamerhand rustiger. Marcel, die, om te trachten Musette te +vergeten, een lange reis gemaakt had kwam in Parijs terug en ging +weer met Rodolphe samen wonen, zoodat zij elkaar konden troosten. + +Toen Rodolphe op een Zondag door den Luxembourg wandelde, kwam +hij Mimi in groot toilet tegen. Zij ging naar een bal. Zij knikte +hem in het voorbijgaan toe, wat hij met het afnemen van zijn hoed +beantwoordde. Deze ontmoeting gaf hem weliswaar een steek door zijn +hart, maar de emotie was toch minder pijnlijk dan gewoonlijk. Hij +bleef nog wat in den Jardin du Luxembourg wandelen en ging vervolgens +naar huis. Toen Marcel 's avonds ook thuiskwam, vond hij Rodolphe +aan zijn schrijftafel. + +"Wat?" vroeg Marcel, terwijl hij over den schouder van den dichter +keek, "ben je aan het werk ... en zelfs verzen?" + +"Ja," antwoordde Rodolphe vroolijk; "dat kleine dingetje hier in mijn +borst is blijkbaar niet heelemaal dood. De vier uur, die ik hier +nu al zit, heb ik het dichtvuur uit vroegere dagen teruggevonden, +ik heb Mimi gezien!" + +"Ei!" zeide Marcel bang. "En hoe staat het met jullie?" + +"O, wees maar niet bang, we hebben elkaar slechts gegroet--verder +niets." + +"Heusch?" vroeg Marcel. + +"Heusch! Tusschen ons is het voor goed uit, dat voel ik; maar als ik +weer werken kan, schenk ik haar graag vergiffenis." + +"Maar waarom maak je, wanneer alles tusschen jullie uit is, nog verzen +voor haar?" vroeg Marcel, die Rodolphe's verzen intusschen gelezen had. + +"Ach!" zeide de dichter; "ik neem mijn poëzie waar ik ze vind!" + +Acht dagen lang werkte hij aan dit kleine gedicht. Toen het klaar +was, las hij het aan Marcel voor, die er heel tevreden over was en +Rodolphe aanspoorde om zijn dichtader, die weer ontsprongen was, +ook op ander gebied te laten vloeien. + +"Want," zoo merkte hij op, "het zou de moeite niet loonen van Mimi +te scheiden, als je toch altijd met haar schim blijft leven. Maar," +voegde hij er glimlachend aan toe, "ik zou beter doen, wanneer ik, +in plaats van tot anderen te preeken, tegen mezelf een strafpredikatie +hield, want mijn hart is nog vol van Musette. Maar enfin, wij zullen +toch niet altijd jonge menschen blijven, die op zulk duivelsgebroed +verliefd zijn." + +"Ach!" zeide Rodolphe; "tot de jeugd behoef je helaas niet te zeggen: +Ingerukt, marsch!" + +"Dat is wel zoo," antwoordde Marcel, "maar toch zijn er dagen, waarop +ik een eerwaardige grijsaard zou willen zijn, lid van het Instituut, +ridder van verschillende orden, en los van alle Musettes ter wereld. En +de duivel mag me halen, als ik ooit weer tot haar terug keeren zou! En +jij," vroeg hij lachend, "zou jij al graag zestig jaar achter den +rug hebben?" + +"Vandaag had ik liever zestig francs in mijn zak!" + + + +Eenige dagen later sloeg mademoiselle Mimi, die met den jongen vicomte +Paul in een koffiehuis zat, een revue open, waarin de verzen stonden, +die Rodolphe voor haar gemaakt had. + +"Zoo, zoo!" zeide zij eerst lachend, "mijn vriend Rodolphe spreekt +kwaad van me in tijdschriften." + +Doch toen zij het gedicht heelemaal uitgelezen had, bleef zij stil +en peinzend voor zich uit zitten staren. Vicomte Paul vermoedde, +dat zij aan Rodolphe dacht, en trachtte haar af te leiden. + +"Ik zal dat paar mooie oorbelletjes voor je koopen!" zeide hij +tot haar. + +"Ja," zeide Mimi; "jij ..... jij hebt geld!" + +"En een hoed van Italiaansch stroo," voegde hij eraan toe. + +"Dank je," zeide Mimi, "maar als je me een pleizier wilt doen, koop +dan dat hier voor mij." + +En zij wees op de aflevering, waarin zij het gedicht van Rodolphe +gelezen had. + +"Dat? Neen!" zeide de vicomte boos. + +"Goed!" antwoordde Mimi koel. "Ik zal het zelf koopen voor geld, +dat ik zelf verdienen wil. Ik koop het liever niet voor jouw geld." + +En werkelijk keerde Mimi voor twee dagen terug naar het atelier, +waar zij vroeger bloemen gemaakt had, en verdiende daar het geld, +dat zij noodig had, om de aflevering te kunnen koopen. Zij leerde +Rodolphe's verzen van buiten en droeg ze, om den vicomte te plagen, +dagelijks aan zijn vrienden voor. + +Het gedicht luidde: + + + Alors que je voulais choisir une maîtresse + Et qu'un jour le hasard fit rencontrer nos pas, + J'ai mis entre tes mains mon coeur et ma jeunesse + Et je t'ai dit: Fais-en tout ce que tu voudras. + + Hélas! ta volonté fut cruelle, ma chère: + Dans tes mains ma jeunesse est restée en lambeaux. + Mon coeur s'est en éclats brisé comme du verre, + Et ma chambre est le cimetière + Où sont enterrés les morceaux + De ce qui t'aima tant naguère. + + Entre nous maintenant, n-i, ni- c'est fini, + Je ne suis plus qu'un spectre et tu n'es qu'un fantôme, + Et sur notre amour mort et bien enselevi, + Nous allons, si tu veux, chanter le dernier psaume. + + Pourtant ne prenons point un air écrit trop haut, + Nous pourrions tous les deux n'avoir pas la voix sûre; + Choisissons un mineur grave et sans fioriture; + Moi je ferai la basse et toi le soprano. + + Mi, ré, mi, do, ré, la.--Pas cet air, ma petite! + S'il entendait cet air que tu chantais jadis, + Mon coeur, tout mort qu'il est, tressaillirait bien vite, + Et ressusciterait à ce De profundis. + + Do, mi, fa, sol, mi, do,--Celui-ce me rappelle + Une valse à deux temps, qui me fit bien du mal, + Le fifre du rire aigu raillait le violoncelle, + Qui pleurait sous l'archet ses notes de cristal. + + Sol, do, do, si, si, la.--Point cet air, je t'en prie, + Nous l'avons, l'an dernier, ensemble répété + Avec les Allemands qui chantaient leur patrie + Dans les bois de Meudon, par une nuit d'été. + + Eh, bien, ne chantons pas, restons-en là , ma chère; + Et pour n'y plus penser, pour n'y plus revenir, + Sur nos amours défunts, sans haine et sans colère, + Jetons en souriant un dernier souvenir. + + Nous étions bien heureux dans la petite chambre + Quand ruisselait la pluie et que soufflait le vent; + Assis dans le fauteuil, pres de l'âtre, en décembre, + Aux lueurs de tes yeux j'ai rêvé bien souvent. + + La houille petillait; en chauffant sur les cendres, + La bouilloire chantait son refrein régulier, + Et faisait un orchestre au bal des salamandres + Qui voltigeaient dans le foyer. + + Feuilletant un roman, paresseuse et frileuse, + Tandis que tu fermais tes yeux ensommeillés, + Moi je rajeunissais ma jeunesse amoureuse, + Mes lèvres sur tes mains et mon coeur à tes pieds. + + Aussi, quand on entrait, la porte ouverte à peine, + On sentait le parfum d'amour et de gaîté + Dont notre chambre était du matin au soir pleine, + Car le bonheur aimait notre hospitalité. + + Puis l'hiver s'en alla; par la fenêtre ouverte, + Le printemps un matin vint nous donner l'éveil, + Et ce jour-là tous deux dans la campagne verte + Nous allâmes courir au-devant du soleil. + + C'était le vendredi de la sainte semaine, + Et, contre l'ordinaire, il faisait un beau temps, + Du val à la colline, et du bois à la plaine + D'un pied leste et joyeux, nous courûmes longtemps. + + Fatigués cependant par ce pèlerinage, + Dans un lieu qui formait un divan naturel + Et d'où l'on pouvait voir du loin le paysage, + Nous nous sommes assis en regardant le ciel. + + Les mains pressant les mains, épaule contre épaule, + Et sans savoir pourquoi, l'un et l'autre oppressés, + Notre bouche s'ouvrit sans dire une parole, + Et nous nous sommes embrassés. + + Près de nous l'hyacinthe avec la violette + Mariaient leur parfum qui montait dans l'air pur; + Et nous vîmes tous deux, en relevant la tête, + Dieu qui nous souriait à son balcon d'azur. + + Aimez-vous, disait-il; c'est pour rendre plus douce + La route où vous marchez que j'ai fait sous vos pas + Dérouler en tapis le velours de la mousse, + Embrassez-vous encore,--je ne regarde pas. + + Aimez-vous, aimez-vous: dans le vent qui murmure, + Dans les limpides eaux, dans les bois reverdis, + Dans l'astre, dans la fleur, dans la chanson des nids, + C'est pour vous que j'ai fait renaître ma nature. + + Aimez-vous, aimez-vous; et de mon soleil d'or, + De mon printemps nouveau qui réjouit la terre, + Si vous êtes contents, au lieu d'une prière + Pour me remercier--embrassez-vous encore. + + Un mois après ce jour, quand fleurirent les roses, + Dans le petit jardin que nous avions planté, + Quand je t'aimais le mieux, sans m'en dire les causes, + Brusquement ton amour de moi s'est écarté. + + Où s'en est-il allé? partout un peu, je pense; + Car, faisant triompher l'une et l'autre couleur, + Ton amour inconstant flotte sans préférence + D'un brun valet de pique au blond valet de coeur. + + Te voilà maintenant heureuse: ton caprice + Règne sur une cour de joyeux jouvenceaux + Et tu ne peux marcher sans qu'à tes pieds fleurisse + Un parterre émaillé d'odorants madrigaux. + + Dans les jardins de bal, quand tu fais ton entrée, + Autour de toi se forme un cercle langoureux; + Et le frémissement de la robe moirée, + Pâme en choeur laudatif ta meute d'amoureux. + + Elégamment chaussé d'une souple bottine + Qui serait trop étroite au pied de Cendrillon, + Ton pied est si petit qu'à peine on le devine + Quand la valse t'emporte en son gai tourbillon. + + Dans les bains onctueux d'une huile de paresse, + Tes mains, brunes jadis, ont retrouvé depuis + La pâleur de l'ivoire ou du lis que caresse + Le rayon argenté dont s'éclairent les nuits. + + Autour de ton bras blanc une perle choisie + Constelle un bracelet ciselé par Froment, + Et sur tes reins cambrés un grand châle d'Asie + En cascade de plis ondule artistement. + + La dentelle de Flandres et le point d'Angleterre, + La guipure gothique à la mate blancheur + Chef d'oeuvre arachnéen d'un age séculaire, + De ta riche toilette achève la splendeur. + + Pour moi, je t'aimais mieux dans tes robes de toile + Printanière, indienne ou modeste organdi, + Atours frais et coquets, simple chapeau sans voile, + Brodequins gris ou noirs, et col blanc tout uni. + + Car ce luxe nouveau qui te rend si jolie + Ne me rappelle pas mes amours disparus, + Et tu n'es que plus morte et mieux enselevie + Dans ce linceul de soie où ton coeur ne bat plus. + + Lorsque je composai ce morceau funéraire + Qui n'est qu'un long regret de mon bonheur passé, + J'étais vêtu de noir comme un parfait notaire + Moins les bésicles d'or et le jabot plissé. + + Un crêpe enveloppait le manche de ma plume + Et des filets de deuil encadraient le papier + Sur lequel j'écrivais ces strophes où j'exhume + Le dernier souvenir de mon amour dernier. + + Arrivé cependant à la fin d'un poëme + Où je jette mon coeur dans le fond d'un grand trou, + --Gaîté de croque-mort qui s'enterre lui-même + Voilà que je me mets à rire comme un fou. + + Mais cette gaîté-là n'est qu'une raillerie + Ma plume en écrivant a tremblé dans ma main, + Et quand je souriais, comme une chaude pluie, + Mes larmes effaçaient les mots sur le vélin. + + + + +II. + +Het was 24 December, en dien avond had het quartier Latin steeds +een bijzondere physiognomie. Van vier uur af waren de bureaux +van de Bank van Leening, de winkels van uitdragers en antiquairs +in boeken overstelpt door een luidruchtige menigte, die later in +den avond een stormaanval begon op de slagerijen, gaarkeukens en +kruidenierswinkels. En hadden de winkelknechts ook al evenals Briareus +[50] honderd armen gehad, dan zouden zij toch niet in staat geweest +zijn de klanten, die elkaar de waren als het ware uit de handen +rukten, te helpen. Bij de bakkers werd, als in tijden van hongersnood, +queue gemaakt. De wijnhandelaars verkochten de opbrengst van drie +oogsten, en zelfs een handig statisticus zou moeite gehad hebben om +het getal hammen en worsten te tellen, die door den beroemden Borel +uit de rue Dauphine verkocht werden. Alleen op dien avond zette +vader Cretaine, bijgenaamd Petit-Pain, achttien uitgaven van zijn +boterkoekjes om. Gedurende den geheelen avond klonk uit alle huizen +gezang en gelach, waren de vensters hel verlicht en vulde een ware +kermis-atmospheer het stadskwartier. + +Naar oud gebruik werd het "réveillon" gevierd. + +Dien avond gingen tegen tien uur Marcel en Rodolphe in een vrij droeve +stemming naar huis. Toen zij door de rue Dauphine kwamen, zagen zij +in een fijne vleeschwaren- en comestibleshandel een groot gedrang +en bleven, door die geurige gastronomische producten aangelokt, een +oogenblik voor de ramen staan kijken; in hun aandachtige beschouwing +geleken de twee bohémiens op den persoon uit een Spaanschen roman, +die alleen door ernaar te kijken, de hammen mager deed worden. + +"Dat noemen ze een kalkoenschen haan met truffels," zeide Marcel en +wees op een prachtigen vogel, die door zijn rose en doorzichtige +huid de Perigourdsche knolletjes liet zien, waarmede het dier +gefarceerd was. "Ik heb menschen gezien, die zòò goddeloos waren, +om die dingen te eten zonder dat ze daarbij op hun knieën vielen," +voegde de schilder eraan toe, terwijl hij naar den kalkoen keek met +blikken, die in staat geweest zouden zijn het dier te braden. + +"En wat zeg je van die heerlijke lamsbout?" vroeg Rodolphe. "Wat een +prachtkleur. Je zoudt denken, dat hij zoo pas uit dien slagerswinkel, +dien je op een schilderij van Jordaens ziet, weggehaald is. Lamsbouten +zijn de lievelingsspijzen der goden en van madame Chandelier, mijn +peettante." + +"En kijk die visschen eens," ging Marcel voort en wees op eenige +forellen, "dat zijn de handigste zwemmers onder de waterbewoners. Die +kleine diertjes, die er op het eerste gezicht zoo onbeduidend uitzien, +zouden schatten kunnen verdienen, wanneer zij hun kunststukken lieten +zien; stel je voor, ze zwemmen een snellen bergstroom even makkelijk +op, als wij een paar uitnoodigingen voor een souper aannemen." + +"En daar dan, die groote stapel goudkleurige vruchten, waarvan +het gebladerte gelijkt op een tropee van Turksche sabels; dat zijn +ananassen, de goudreinetten der tropen." + +"Dat laat mij koud," antwoordde Marcel; "als het om fruit gaat, geef ik +den voorkeur aan dat muisje rookvleesch, dien lamsbout of dat hammetje +met zijn pantser van gelei, die zoo doorzichtig is als barnsteen." + +"Je hebt gelijk!" zeide Rodolphe; "de ham is de vriend van den mensch, +als hij ze heeft. En toch zou ik die fazant niet afslaan." + +"Dat geloof ik graag," antwoordde Marcel; "fazant is het gerecht van +gekroonde hoofden." + +Verder voortwandelend, kwamen zij verschillende vroolijke troepjes +tegen, die naar huis terugkeerden, om Momus, Bacchus, Comus en andere +lekkerbekkerij-godheden op us te vieren, en zij vroegen elkaar af, +wie die mijnheer Camacho [51] was, wiens bruiloft met een grooten +voorraad levensmiddelen gevierd werd. + +Marcel herinnerde zich plotseling welke datum het was. + +"Het is vandaag réveillon," zeide hij. + +"Herinner je je nog, hoe wij verleden jaar dien avond gesmuld hebben?" + +"Waarachtig zeker, bij Momus. Barbemuche heeft toen betaald. Ik had +nooit kunnen denken, dat een zoo tenger meisje als Phémie zooveel +worstjes naar binnen kon werken." + +"Hoe jammer, dat Momus onze vrijkaarten heeft ingetrokken," zeide +Rodolphe. + +"Helaas!" antwoordde Marcel. "De dagen volgen, maar gelijken niet +op elkaar." + +"Zou jij niet graag réveillon vieren?" vroeg Rodolphe. + +"Met wien en waarmee?" + +"Nou met mij!" + +"En het geld?" + +"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik zal even dat café hier binnenloopen, +waar altijd een paar kennissen van me zijn, die grof spelen. Ik zal +van een door het geluk begunstigde eenige sestertiën leenen en wel +zooveel meebrengen, dat we een sardientje of een varkenspootje met +een glas wijn kunnen bevochtigen." + +"Doe dat!" zeide Marcel; "ik heb honger als een paard. Ik zal wel +even op je wachten." + +Rodolphe ging het café, waarvan hij de meeste stamgasten kende, +binnen. Het was voor een der aanwezigen, die in tien keer drie honderd +francs gewonnen had, een waar genoegen den dichter veertig sous te +leenen, welke hij hem gaf met het slechte humeur, dat de speelkoorts +in ons opwekt. Op een ander oogenblik en op een andere plaats zou +hij hem misschien veertig francs geleend hebben. + +"En?" vroeg Marcel, toen hij Rodolphe weer buiten zag komen. + +"Hier heb je de recette," zeide de dichter en liet het geldstuk zien. + +"Een korstje met een klein worstje!" meende Marcel. + +Toch wisten zij het met die bescheiden som nog zòò ver te brengen, +dat zij brood, wijn, vleesch, tabak, vuur en licht hadden. + +Dan gingen zij naar huis. Zij woonden toen in een hôtel garni, +waar zij ieder een afzonderlijke kamer hadden. Daar die van Marcel, +welke tegelijk als atelier dienst deed, grooter was, werd deze tot +feestzaal uitverkoren. De beide vrienden maakten samen hun intiemen +maaltijd gereed. + +Doch aan het kleine tafeltje, dat zij naast den kachel geschoven +hadden, waarin het vochtige en slechte hout zonder vlammen of warmte +verkoolde, kwam als een melancholieke geest de schim van het verleden +aanzitten. + +Minstens een uur lang bleven zij zwijgend en peinzend zoo zitten, +beiden bezig met dezelfde gedachte en beiden trachtend die voor elkaar +te verbergen. Eindelijk verbrak Marcel het eerst de stilte. + +"Kom," zeide hij tot Rodolphe; "dit was toch ons plan niet!" + +"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe. + +"Lieve hemel, speel toch met mij geen kiekeboetje! Jij denkt aan wat je +moest vergeten .... en met mij is het precies zoo, dat ontken ik niet!" + +"Nu dan ...." + +"Maar het moet de laatste maal zijn! Naar den duivel met al +die herinneringen, die den wijn een zuren smaak geven en ons +triest stemmen, terwijl iedereen zich amuseert!" riep Marcel uit, +zinspelende op het vroolijke gelach en gezang, dat uit de kamers +ernaast klonk. "Kom laten we aan wat anders denken en laat het verleden +begraven blijven!" + +"Dat zeggen we altijd, en toch ...." zeide Rodolphe en viel weer in +zijn droomen terug. + +"En toch komen wij er altijd weer op terug," vulde Marcel aan. "Dat +komt, omdat we, in plaats van eerlijk de vergetelheid te zoeken, +de meest onbeteekenende dingen als voorwendsel gebruiken, om oude +herinneringen weer in ons wakker te roepen; dat komt vooral, omdat wij +maar blijven voortleven in datzelfde milieu, waarin die schepsels, +welke ons zoolang gekweld hebben, geleefd hebben. Wij zijn niet +zoozeer de slaven van een hartstocht als wel van een gewoonte. Die +boeien nu moeten wij verbreken, anders gaan wij in een belachelijke +en schandelijke slavernij ten gronde. Welnu, het verleden is het +verleden--weg met de banden, die ons daar nog aan binden; het uur is +gekomen om voorwaarts te gaan zonder achterwaarts te zien; wij hebben +onze jeugd, onzen tijd van onbezorgdheid en paradoxen gehad. Dit +alles is heel mooi, je zoudt er een aardigen roman van kunnen maken; +maar deze comedie van verliefde dwaasheden, deze tijdverspilling, +die wij bedrijven met de verkwisting van menschen, die denken, dat zij +de eeuwigheid uit kunnen geven, dat alles moet nu eindelijk eens een +einde nemen! Wij zouden de verachting, die ons zou treffen, verdienen, +wij zouden ons zelf moeten verachten, indien wij dit leven buiten +de maatschappij, ja bijna buiten het leven zelf, nog langer zouden +voortzetten. Want is het bestaan, dat wij leiden, eigenlijk wel een +leven? En zijn die onafhankelijkheid, die vrijheid van zeden, waarop +wij zoo prat gaan, eigenlijk geen heel middelmatige voordeelen? De +ware vrijheid is: zonder hulp van anderen, uit eigen kracht kunnen +leven. En kunnen wij dat? Neen. De eerste de beste domkop, wiens +naam we geen vijf minuten zouden willen dragen, wreekt zich over onze +spotternijen en wordt onze meester van af den dag, waarop wij honderd +sous van hem leenen, die hij ons geeft, na ons voor honderd daalders +aan listen en zelfvernedering te hebben laten uitgeven. Ik voor mij +heb er genoeg van. De poëzie bestaat niet alleen in een ongeordend +bestaan, in onverwachte meevallertjes, in verliefdheden, die den +levensduur van een kaars hebben, in min of meer excentriek verzet +tegen bestaande vooroordeelen, die eeuwig de wereld zullen blijven +beheerschen, want het is makkelijker een dynastie omver te werpen +dan een vooroordeel, hoe belachelijk het ook zijn mag. Het is nog +geen bewijs van talent of genie, om midden in December een zomerjas +te dragen; en je kan heel goed een echt dichter of kunstenaar zijn, +wanneer je voor warme voeten zorgt en driemaal per dag eet. Hoe je de +zaak ook draait of keert, indien je iets wilt bereiken, moet je den +weg nemen, dien ook anderen inslaan. Deze woorden zullen je misschien +wel verbazen, beste kerel, misschien zal je zeggen, dat ik mijn +idealen verraad, je noemt me misschien verdorven, maar toch is wat +ik zeg de uitdrukking van mijn vaste overtuiging. Buiten mijn weten +heeft zich in mij een langzame en heilzame metamorphose voltrokken: +het gezonde verstand is in mijn geest binnengekomen, met inbraak, +wanneer je wilt, en ondanks mijzelf misschien; maar hoe dit zij, +het is eindelijk binnengekomen en heeft mij bewezen, dat ik op den +verkeerden weg was en dat het even belachelijk als gevaarlijk zou +zijn daarop te blijven voortgaan. Ik vraag je af, wat zal er van +ons worden, indien wij dit eentonige en nuttelooze vagabonden-leven +blijven voortzetten? Wij loopen zoo langzamerhand naar de dertig en +zijn nog steeds onbekend, hebben geen relaties, zijn ontevreden met +alles en met ons zelf, afgunstig op allen, die wij een doel, wat het +dan ook zij, zien bereiken, verplicht onze toevlucht te nemen tot een +schandelijk parasiteeren, om verder te kunnen leven. En denk nu niet, +dat dit een phantasiebeeld is, dat ik oproep, om je bang te maken! Ik +zie volstrekt de toekomst niet systematisch zwart in, maar evenmin +rooskleurig; ik zie ze met een juisten blik. Tot nog toe was het +leven, dat wij geleid hebben, ons door de omstandigheden opgedrongen; +wij hadden het excuus der noodwendigheid. Maar thans zouden we die +verontschuldiging niet meer kunnen doen gelden; en wanneer wij niet in +het gewone leven terugkeeren, dan is dat heelemaal onze vrije wil, want +de hindernissen, waartegen we te vechten hadden, bestaan niet meer." + +"Maar kerel," zeide Rodolphe; "waar wil je eigenlijk heen? Om welke +reden en met welk doel sta je zoo te preeken?" + +"Je begrijpt me heel goed," antwoordde Marcel op denzelfden ernstigen +toon; "ik heb daarnet gezien, hoe jij, evenals ik trouwens, bestormd +werdt door herinneringen, die je het verleden deden terugverlangen: +jij dacht aan Mimi, zooals ik aan Musette; jij zoudt, evenals ik, +je vriendinnetje graag naast je zien zitten. Welnu, ik zeg je, dat +we niet meer aan die schepsels moeten denken, dat wij niet alleen +geschapen en op de wereld gekomen zijn, om ons geheele bestaan op +te offeren aan die vulgaire Manons, en dat die chevalier Desgrieux, +die zoo mooi, zoo waar en zoo poëtisch is, alleen door zijn jeugd +en door de illusies, die hij had weten te bewaren, niet belachelijk +geworden is. Toen hij twintig jaar was, kon hij, zonder op te houden +interessant te zijn, zijn geliefde naar de Antillen volgen; maar indien +hij vijf-en twintig geweest was, zou hij Manon de deur gewezen hebben, +en dat met het volste recht. Wij kunnen er onze oogen wel voor sluiten, +beste kerel, maar het feit blijft bestaan: wij zijn oud, wij hebben te +veel en te snel geleefd; ons hart is gesprongen en brengt nog slechts +valsche tonen voort: je blijft niet drie jaar lang ongestraft verliefd +op een Musette of een Mimi. Doch voor mij is het nu voor goed uit; +en daar ik volkomen wil breken met de herinneringen aan Musette, zal +ik nu onmiddellijk enkele kleinigheden, die zij bij mij achtergelaten +heeft en die me dwingen aan haar te denken, als ik ze weer zie, +in het vuur werpen." + +Marcel stond op en ging uit de lade van zijn commode een kartonnen +doos halen, waarin de souvenirs aan Musette lagen, te weten een +verdorde bouquet, een ceintuur, een stuk lint en enkele brieven. + +"Kom, Rodolphe, volg mijn voorbeeld!" zeide hij tot den dichter. + +"Welnu, het zij zoo!" riep Rodolphe, als kostte het hem moeite, uit; +"je hebt gelijk. Ook ik wil een einde maken aan die herinnering aan +dat meisje met haar blanke handen." + +En hij vloog de kamer uit, om een klein pakje met de souvenirs aan +Mimi te halen, zoo ongeveer van denzelfden aard als die, waarvan +Marcel nu zwijgend den inventaris opmaakte. + +"Dat treft prachtig," mompelde de schilder. "Deze snuisterijen kunnen +gelijk het vuur, dat bijna uit is, nog wat aanwakkeren." + +"Waarachtig," antwoordde Rodolphe, "het is hier in de kamer een +temperatuur voor een ijsberenfokkerij." + +"Kom," zeide Marcel, "laten we het brandduet aanheffen. Kijk, het +proza van Musette vlamt als een punchbowl; het arme kind hield zoo +van punch. Allo, Rodolphe, jouw beurt!" + +En gedurende enkele minuten wierpen zij beurtelings de reliquieën +van hun liefde stuk voor stuk in het vuur, dat vroolijk knetterend +opvlamde. + +"Arme Musette," zeide Marcel zacht, terwijl hij naar het laatste +souvenir, dat hij in zijn handen had, keek. + +Het was een klein verwelkt bouquetje van veldbloemen. + +"Arme Musette, ze was toch wel mooi en ze hield wel van me, niet waar, +klein bouquetje, heeft haar hart het je niet gezegd, toen je bloemen +in haar corsage prijkten? Arm, klein bouquetje, het is net alsof je +om genade smeekt; nu ik schenk je die, maar onder voorwaarde, dat je +niet meer met mij over haar praat, nooit, nooit meer!" + +En hij maakte gebruik van een oogenblik, waarop hij meende, dat +Rodolphe niet op hem lette, om het bouquetje in zijn borstzak te +laten glijden. + +"Het spijt mij, maar ik kan niet anders," dacht de schilder. + +Toen hij echter tersluiks naar Rodolphe keek, zag hij, hoe de dichter +aan het slot van zijn auto-da-fé een nachtmutsje, dat Mimi gedragen +had, eerbiedig kuste en dan heimelijk in zijn zak stak. + +"Zoo," mompelde Marcel, "die is al even laf als ik." + +Toen Rodolphe naar zijn eigen kamer wilde gaan, werd er tweemaal +zacht op de deur van Marcel geklopt. + +"Wie voor den duivel kan nog zoo laat hier willen zijn?" zeide de +schilder. + +Een kreet van verbazing ontsnapte hem, toen hij de deur geopend had. + +Het was Mimi. + +Daar het donker in de kamer was, herkende Rodolphe zijn vriendinnetje +niet dadelijk. Hij kon slechts een vrouwelijk wezen onderscheiden, +en daar hij dacht, dat het een van die tijdelijke veroveringen van +zijn vriend was, wilde hij zich uit discretie verwijderen. + +"Stoor ik jullie?" vroeg Mimi, die op den drempel was blijven staan. + +Bij het hooren van die stem viel Rodolphe, als door den bliksem +getroffen, op zijn stoel neer. + +"Goeden avond," zeide Mimi, die naar hem toe ging en hem de hand +drukte, wat hij werktuigelijk toeliet. + +"Wat voor den duivel kom jij hier doen?" vroeg Marcel; "en nog wel +op dit uur?" + +"Ik heb het zoo koud," antwoordde Mimi rillend; "en daar ik in het +voorbijgaan nog licht hier zag, ben ik, al is het wat laat, naar +boven gekomen." + +Zij rilde nog steeds. Haar stem had een bijzonderen, kristalhelderen +klank, die als een doodsklok in het hart van Rodolphe echode en het +met een doffen angst vervulde: heimelijk nam hij haar nauwkeuriger +op. Het was Mimi niet meer, het was haar schim. + +Marcel schoof een stoel naast den kachel voor haar. + +Mimi glimlachte, toen zij de heldere vlam vroolijk in de haard +zag dansen. + +"Dat doet je goed," zeide zij, terwijl zij haar arme, door de koude +blauwe handjes boven het vuur hield. "Tusschen twee haakjes, Marcel, +weet je, waarom ik hier kom?" + +"Op mijn woord van eer niet!" antwoordde deze. + +"Nou," zeide Mimi; "ik kwam vragen of jullie niet zoudt kunnen zorgen, +dat ik een kamer in dit huis krijg. In mijn hôtel garni hebben ze mij +de deur gewezen, omdat ik in een maand geen huur betaald heb. Ik weet +niet, waar ik heen moet." + +"Duivels," zeide Marcel hoofdschuddend; "wij staan bij den huisbaas +ook niet erg in den pas, en een aanbeveling van ons zou je eer schaden +dan nuttig zijn." + +"Maar wat moet ik dan beginnen? Ik weet werkelijk niet, waar ik +heen moet." + +"Wat, ben je dan geen vicomtesse meer?" vroeg Marcel. + +"O God, neen!" + +"Al hoe lang niet meer?" + +"Al sedert twee maanden!" + +"Heb je den jongen vicomte te veel geplaagd?" + +"Neen," zeide zij, terwijl zij een steelschen blik wierp op Rodolphe, +die in den donkersten hoek van de kamer was gaan zitten; "de vicomte +heeft me een scène gemaakt naar aanleiding van het gedicht, dat men +op mij gemaakt heeft. Wij hebben woorden gekregen, en toen heb ik +hem den bons gegeven! Het is een echte gierigaard!" + +"Maar hij had je toch aardig in de kleeren gestoken, ten minste te +oordeelen naar den keer, dat ik je eens gezien heb." + +"Dat wel!" zeide Mimi, "maar stel je voor, dat hij, toen ik den +liaison afgebroken had, mij alles weer afgenomen heeft, en dat hij, +zooals ik later gehoord heb, mijn kleeren verloot heeft aan een slechte +table d'hôte, waar ik dikwijls met hem gegeten heb. En toch is het een +rijke jongen, maar met al zijn fortuin is hij zoo gierig als een vrek +en zoo stom als het achtereind van een koe; ik mocht niet eens wijn +zonder water drinken en Vrijdag moest ik altijd vasten. Wil je wel +gelooven, dat hij me zwarte wollen kousen wilde laten dragen, omdat +die niet zoo gauw vuil worden als witte? Je kunt je niet voorstellen +hoe driftig hij is. Hij heeft me dan ook aardig geërgerd. Ik kan wel +zeggen, dat ik bij hem mijn vagevuurtijd doorgemaakt heb!" + +"En weet hij in welken toestand je nu bent?" + +"Ik heb hem niet meer teruggezien en wil hem ook niet +terugzien!" antwoordde Mimi. "Alleen door aan hem te denken word ik +al zeeziek! Ik zou liever van honger sterven dan hem om een stuiver +vragen." + +"Maar," vroeg Marcel verder, "je bent, nadat je hem verlaten hebt, +toch zeker niet alleen gebleven?" + +"Zeker wel, Marcel, zeker wel!" riep Mimi eenigszins heftig uit; +"ik heb gewerkt om te kunnen leven; maar daar ik met het bloemenmaken +niet genoeg verdienen kon, heb ik een ander beroep gekozen: ik poseer +nu voor schilders. Als je soms werk voor mij hebt...." voegde zij er +lachend aan toe. + +En toen zij zag, hoe Rodolphe, dien zij, hoewel zij tot zijn vriend +sprak, geen oogenblik uit het oog verloor, een ongeduldige beweging +maakte, ging zij verder: + +"O, maar ik poseer alleen maar voor mijn hoofd en mijn handen. Ik +heb nog al wat te doen en van twee of drie schilders moet ik nog +geld hebben. Binnen een paar dagen krijg ik het, maar tot zoolang +moet ik onderdak hebben. Zoodra ik weer geld heb, ga ik naar mijn +hôtel terug. Zoo," zeide zij met een blik op de tafel, waarop nog de +praeparatieven stonden voor het bescheiden maal, dat de twee vrienden +nauwlijks hadden aangeraakt; "zoo, gaan jullie soupeeren?" + +"Neen," zeide Marcel; "wij hebben geen honger." + +"Dan zijn jullie wel gelukkig," merkte Mimi naïef op. + +Bij die woorden voelde Rodolphe een steek in zijn hart; hij gaf Marcel +een wenk, dien deze dadelijk begreep. + +"Maar nu je eenmaal hier bent," zeide de schilder, "moest je maar à +la fortune du pot bij ons blijven eten. Wij waren van plan réveillon +te vieren, maar ..... toen zijn we waarachtig aan iets anders gaan +denken." + +"Ik val met mijn neus in de boter," zeide Mimi, terwijl zij een bijna +hongerigen blik op de tafel wierp; "ik heb vanmiddag in het geheel niet +gegeten," fluisterde zij den schilder in, opdat Rodolphe, die op zijn +zakdoek beet, om niet in tranen uit te barsten, het niet zou hooren. + +"Schuif wat bij, Rodolphe!" zeide Marcel tot zijn vriend; "we zullen +met ons drieën soupeeren!" + +"Neen!" zeide dichter, die in zijn hoek bleef zitten. + +"Ben je boos, Rodolphe, dat ik hier gekomen ben," vroeg Mimi zacht; +"heb je liever, dat ik weer weg ga?" + +"Neen, neen!" antwoordde Rodolphe; "maar het doet mij pijn, dat ik +je zoo terugzie." + +"Dat is mijn eigen schuld, Rodolphe--ik klaag dan ook niet; wat voorbij +is, is voorbij, denk er maar niet verder aan. Kan je mijn vriend niet +zijn, omdat je vroeger wat anders geweest ben? Ja toch! Zet dus niet +zoo'n verdrietig gezicht meer en kom bij ons zitten!" + +Zij stond op, om naar hem toe te gaan; maar zij was zoo zwak, dat +zij geen stap doen kon en op haar stoel terugviel. + +"De warmte heeft me bevangen," zeide zij; "ik kan niet meer op mijn +beenen staan." + +"Kom nou bij ons zitten, Rodolphe," zeide Marcel. + +De dichter kwam bij hen zitten en begon met hen te eten. Mimi was +erg uitgelaten. + +Toen het eenvoudige maal afgeloopen was, zeide Marcel tot Mimi: + +"Beste kind, het is ons niet mogelijk je hier in dit huis een kamer +te geven." + +"Dus moet ik gaan!" zeide zij, terwijl zij trachtte op te staan. + +"Wel neen!" riep Marcel uit; "er is nog wel een andere manier, om de +zaak te regelen; jij blijft hier in deze kamer en ik ga zoolang bij +Rodolphe logeeren." + +"Dat is wel lastig voor jullie!" zeide Mimi; "maar het zal niet langer +dan een paar dagen duren." + +"Het is volstrekt niet lastig voor ons," antwoordde Marcel; "dus zoo +blijft het afgesproken: jij blijft hier en Rodolphe en ik slapen op +de kamer van Rodolphe. Bonsoir, Mimi, slaap lekker!" + +"Ik dank jullie wel!" zeide zij, terwijl zij Marcel en Rodolphe, +die weggingen, de hand gaf. + +"Wil ik de deur afsluiten?" vroeg Marcel, toen hij bij de deur was. + +"Waarom?" zeide Mimi met een blik op Rodolphe; "ik ben niet bang." + +Toen de twee vrienden in de kamer ernaast waren, vroeg Marcel +plotseling aan Rodolphe: + +"En wat ben jij nu van plan te doen?" + +"Ik weet het zelf niet!" stamelde Rodolphe. + +"Kom, sta niet zoo te treuzelen, ga naar Mimi! Ik voorspel je, dat, +wanneer je naar haar toegaat, jullie morgen weer verzoend zullen zijn!" + +"Wat zou jij gedaan hebben, als Musette teruggekomen was?" vroeg +Rodolphe. + +"Als Musette in de kamer hiernaast was," antwoordde Marcel, "dan zou +ik al een kwartier geleden niet meer in deze zijn." + +"Nou," zeide Rodolphe; "ik zal moediger zijn dan jij, ik blijf hier!" + +"Dat zullen we nog eens zien!" zeide Marcel, die reeds in bed lag; +"ga jij ook naar bed?" + +"Zeker!" antwoordde Rodolphe. + +Doch toen Marcel midden in den nacht wakker werd, zag hij, dat Rodolphe +weg was. + +'s Ochtends klopte Marcel zachtjes op de deur van de kamer, waarin +Mimi sliep. + +"Binnen," riep zij. Toen zij hem zag, gaf zij hem een wenk zachtjes +te praten, om Rodolphe, die nog sliep, niet wakker te maken. Hij zat +in een fauteuil, dien hij bij het bed geschoven had, en rustte met +zijn hoofd op het kussen naast Mimi. + +"Hebben jullie zoo den nacht doorgebracht?" vroeg Marcel verwonderd. + +"Ja," antwoordde het jonge meisje. + +Plotseling werd Rodolphe wakker. Na Mimi een kus gegeven te hebben, +stak hij den schilder, die hoe langer hoe verbaasder scheen, de +hand toe. + +"Ik zal zien, dat ik wat geld krijg, om eten te koopen," zeide hij +tot Marcel; "houd jij Mimi zoo lang gezelschap." + +"En," vroeg Marcel aan het jonge meisje, toen zij alleen waren, +"wat is er vannacht gebeurd?" + +"Ach God, niets dan treurige dingen," zeide Mimi; "Rodolphe houdt +nog altijd van me." + +"Dat weet ik!" + +"Ja, jij hebt hem van mij willen aftrekken," zeide zij; "maar dat +neem ik je niet kwalijk, Marcel, je hadt gelijk; ik heb dien armen +jongen leelijk behandeld!" + +"En jij," vroeg Marcel, "houdt jij nog altijd van hem?" + +"Of ik van hem houd!" zeide zij handenwringend. "En dat is juist zoo'n +pijniging voor me. Ik ben wel veranderd, beste jongen, en daarvoor +is niet veel tijd noodig geweest." + +"Nou, als hij van jou houdt en jij van hem en jullie niet buiten +elkaar kunt, moeten jullie maar weer samen gaan leven en dan probeeren, +dat het ditmaal voor goed is." + +"Dat is onmogelijk," zeide Mimi. + +"Waarom?" vroeg Marcel; "zeker, het zou verstandiger zijn, indien +jullie voor goed van elkaar gingen; maar om elkaar niet meer te zien, +zouden jullie wel duizend mijl van elkaar moeten zijn!" + +"Wat bedoel je daarmee?" + +"Spreek er niet met Rodolphe over, dat zou hem te veel aanpakken--maar +ik ga gauw voor goed weg." + +"Maar waarheen?" + +"Kijk eens, Marcel," zeide Mimi snikkend. + +En de dekens wat terugslaande, liet zij den schilder haar schouders, +haar hals en haar armen zien. + +"Goede God!" riep Marcel verschrikt uit. "Arme meid!" + +"Zie je wel, beste jongen, dat ik mij niet vergis en dat ik spoedig +sterven zal?" + +"Maar hoe is dat in zoo'n korten tijd kunnen gebeuren?" vroeg Marcel. + +"Ach!" antwoordde Mimi; "bij het leven, dat ik sedert twee maanden +leid, is dat niet te verwonderen: al die slapelooze, doorweende +nachten, dat poseeren in onverwarmde ateliers, het slechte voedsel, +het vele verdriet.... En dan weet je nog niet alles: ik heb me +met eau de Javel willen vergiftigen; ze hebben me gered, maar niet +voor lang, zooals je ziet. Bovendien ben ik nooit heelemaal gezond +geweest. Enfin, het is mijn eigen schuld: als ik kalm bij Rodolphe +gebleven was, zou het zoover niet gekomen zijn. En nu kom ik dien +armen jongen weer lastig vallen, maar het zal niet voor lang zijn: +het laatste kleedingstuk, dat hij me geven zal, zal heelemaal wit +zijn, Marcel, en daarin zal ik begraven worden. O, als je eens wist, +hoe vreeselijk ik het vind, dat ik sterven moet! Rodolphe weet, dat ik +ziek ben; gisteren heeft hij langer dan een uur sprakeloos naast mijn +bed gezeten, toen hij mijn magere armen en schouders heeft gezien: +hij herkende zijn Mimi niet meer ..... ach, mijn spiegel herkent +me zelfs niet meer. Maar enfin, ik ben knap geweest en hij heeft +veel van me gehouden. O lieve God," riep zij uit, terwijl zij haar +gezicht in Marcel's handen verborg, "ik ga je verlaten, beste jongen, +en Rodolphe ook. O, lieve God!" + +Tranen verstikten haar stem. + +"Kom, Mimi," zeide Marcel, "doe niet zoo wanhopig, je zult weer beter +worden; je hebt alleen een goede verpleging en rust noodig." + +"Ach, neen!" antwoordde Mimi; "het loopt af met mij, ik voel het heel +goed. Ik ben zoo vreeselijk zwak: toen ik gisterenavond hier kwam, +heb ik meer dan een uur noodig gehad om boven te komen. En als ik hier +een andere vrouw had aangetroffen, zou ik me uit het raam geworpen +hebben. En toch was hij vrij, nu wij niet meer samen waren; maar +zie je, Marcel, ik was er zeker van, dat hij nog van me hield. En +daarom"--en weer barstte Mimi in tranen uit--"daarom alleen heb ik +niet dadelijk willen sterven. Maar toch is het gedaan met mij. Och, +Marcel, wat is hij toch een goede jongen, dat hij mij na alles wat ik +hem aangedaan heb, toch nog bij zich genomen heeft. Ach, de lieve God +is niet rechtvaardig, dat hij mij den tijd zelfs niet laat om weer +goed te maken wat ik tegenover Rodolphe misdaan heb. En hij begrijpt +heel goed hoe het met mij gesteld is. Ik wou niet, dat hij naast mij +kwam liggen, want het is net alsof ik de wormen al aan mijn lichaam +voel vreten. Wij hebben den geheelen nacht door samen geweend en over +vroeger gesproken. O, wat is het toch droevig, dat je het geluk dan +eerst ziet, wanneer het niet meer bereikbaar is en nadat het aan je +voorbijgegaan is, zonder het te zien!.... O, het brandt me in mijn +borst als vuur; en wanneer ik mijn ledematen beweeg, is het net, +alsof zij zullen breken ..... Och, Marcel, geef me mijn japon even +aan. Ik wil de kaart leggen, om te zien of Rodolphe geld meebrengen +zal. Ik zou nog zoo graag eens lekker met jullie willen dejeuneeren, +net als vroeger--het zal me geen kwaad doen, want God kan me toch niet +zieker maken dan ik al ben. Kijk," zeide zij, terwijl ze Marcel de +kaart liet zien, die zij gecoupeerd had; "dat is schoppen, de kleur +van den dood. En hier klaveren," voegde zij er vroolijk aan toe. "We +krijgen geld." + +Marcel wist niet wat hij moest zeggen bij die helderziende ijlkoortsen +van dit ongelukkige schepseltje, dat, zooals zij zeide, de wormen +reeds aan zich voelde vreten. + +Na een uur kwam Rodolphe terug. Hij bracht Schaunard en Colline +mede. De musicus had zijn zomerjas aan: hij had, zoodra hij gehoord +had, dat Mimi ziek was zijn winterjas verkocht, om Rodolphe geld te +kunnen leenen. Colline van zijn kant had verschillende boeken van +de hand gedaan. Weliswaar had hij liever een arm of been verzilverd, +maar Schaunard had hem aan zijn verstand gebracht, dat men met zijn +arm of been niets beginnen kan, waarom hij maar besloten had van zijn +lievelingen afstand te doen. + +Mimi spande al haar krachten in om haar oude vrienden met een vroolijk +gezicht te ontvangen. + +"Ik ben niet ondeugend meer," zeide zij tot hen, "en Rodolphe heeft +mij vergiffenis geschonken. Als hij mij bij zich wij houden, zal ik +klompen aantrekken en een halsdoek omdoen. Zijde is niet goed voor mijn +gezondheid," voegde zij er met een hartverscheurend glimlachje aan toe. + +Op aandringen van Marcel had Rodolphe een van zijn vrienden, die +pas dokter geworden was, laten halen. Het was dezelfde, die vroeger +de kleine Francine behandeld had. Toen hij kwam, liet men hem met +Mimi alleen. + +Rodolphe was door Marcel reeds te voren op de hoogte gebracht van +den gevaarlijken toestand, waarin Mimi verkeerde. Toen de dokter Mimi +onderzocht had, zeide hij tot Rodolphe: + +"Je kunt haar hier niet houden. Slechts een wonder kan haar redden. Zij +moet naar het ziekenhuis. Ik zal je een brief voor de Pitié geven; +een van mijn kennissen is daar assistent; ik zal hem vragen haar +te behandelen. Als zij de lente haalt, kunnen we haar misschien nog +heelemaal beter maken; maar als zij hier blijft, is het binnen acht +dagen afgeloopen." + +"Ik zal het haar nooit durven voorstellen," zeide Rodolphe. + +"Ik heb het haar al gezegd," antwoordde de dokter, "en zij vindt het +goed. Morgen zal ik je een formulier voor de Pitié zenden." + +"Beste jongen," zeide Mimi tot Rodolphe, "de dokter heeft gelijk. Je +zoudt me hier niet kunnen verplegen, zooals het behoort; je moet +mij naar het ziekenhuis laten gaan. O, ik zou nu zòò graag blijven +leven, dat ik de rest van mijn leven mijn linkerhand in het vuur +zou houden, als ik de jouwe in mijn rechter mocht hebben. Je komt me +toch zeker dikwijls opzoeken. Kom wees niet zoo bedroefd: ik zal daar +goed verpleegd worden, heeft de dokter gezegd. Je krijgt kalfssoep +in het ziekenhuis, en het is er warm. En terwijl ik daar aan het +opknappen ben, moet jij werken, om geld te verdienen; en wanneer ik +weer beter ben, kom ik weer bij je terug en blijf ik altijd bij je. Ik +heb nu heel veel hoop. Ik kom even knap als vroeger terug. Vroeger, +toen ik je nog niet kende, ben ik ook eens ziek geweest, en toen +ben ik ook beter geworden. En in dien tijd was ik niet gelukkig, +en het zou beter geweest zijn, als ik toen maar gestorven was. Nu +ik jou teruggevonden heb en wij nog gelukkig kunnen zijn, zullen +ze me ook wel beter maken, want ik zal me krachtig tegen de ziekte +verzetten. Ik zal alle leelijke drankjes, die ze me geven, slikken, +en de dood zal me alleen maar met geweld van je kunnen nemen. Geef den +spiegel eens, het is net, of ik al weer een kleur krijg. Ja," zeide +zij, terwijl zij in den spiegel keek, "mijn mooie tint komt alweer +terug. En kijk, mijn handen zijn nog altijd mooi; geef er nog eens +een zoen op; het zal heusch de laatste keer niet zijn, jongenlief!" + +Toen zij dit gezegd had, sloeg zij haar armen om zijn hals en bedekte +zijn gezicht onder haar loshangende haren. + +Voor zij naar het ziekenhuis ging, wilde zij nog een avond met al de +vroegere vrienden samen zijn. + +"Laat me lachen," zeide zij; "vroolijkheid is voor een mensch het +beste geneesmiddel. Die slaapmuts van een vicomte heeft mij ziek +gemaakt. Hij wou me orthographie leeren, stel je voor; wat moest ik +daarmede beginnen? En zijn vrienden--lieve God, wat een kerels! Je +reinste hoenderhof, waarin de vicomte de pauw was. Hij merkte, God +betert, zijn eigen linnengoed. Als hij ooit trouwt, krijgt hij vast +de kinderen." + +Niets kon aangrijpender zijn dan deze opgewekte stemming, die, om zoo +te zeggen, den dood van het lichaam overleefde. Slechts met inspanning +van al hun geestkracht slaagden de bohémiens erin hun tranen terug +te houden en het gesprek in den schertsenden toon te houden, waarin +het gebracht was door dat arme kind, voor wie het noodlot zoo vlug +het linnen voor haar laatste kleed weefde. + +Den volgenden ochtend kreeg Rodolphe het formulier voor het +ziekenhuis. Mimi kon onmogelijk meer loopen: ze moest in het rijtuig +worden gedragen. Tijdens het rijden leed zij vreeselijk onder de +schokken. Maar het laatste, dat bij vrouwen sterft, de ijdelheid, +overwon ook nu nog die pijnen: twee of driemaal liet zij het rijtuig +voor mode-magazijnen stil staan, om naar de étalages te kijken. + +Toen zij in de op het formulier aangegeven zaal kwam, voelde Mimi +haar hart samenkrimpen; een inwendige stem zeide haar, dat zij haar +leven tusschen deze kale, droefgeestige muren zou eindigen. Al haar +wilskracht moest zij te hulp roepen, om den somberen indruk, die haar +had doen rillen, voor Rodolphe te verbergen. + +Toen zij te bed lag, omhelsde zij hem voor de laatste maal en drukte +hem op het hart haar den volgenden Zondag te komen opzoeken. + +"Het ruikt hier zoo akelig," zeide zij; "breng bloemen voor me mee, +viooltjes, die zijn er nog!" + +"Ja," zeide Rodolphe; "adieu, tot Zondag!" + +En hij trok de gordijnen dicht. Toen Mimi hoorde hoe de stappen van +haar geliefde zich steeds verder verwijderden, kreeg zij plotseling +een koortsaanval. Zij sloeg wild de gordijnen open, boog zich half +uit haar bed en riep met een door tranen verstikte stem: + +"Rodolphe, neem me weer mee; ik wil weg!" + +De zuster kwam naar haar toe en trachtte haar te kalmeeren. + +"O," steunde Mimi; "ik zal hier sterven!" + +'s Zondagsochtends, den dag dat hij Mimi zou gaan opzoeken, +herinnerde Rodolphe zich, dat hij haar beloofd had viooltjes mee +te zullen brengen. Door een poëtisch bijgeloof gedreven, ging hij, +niettegenstaande het vreeselijke weer, te voet naar de bosschen van +Aulnay en Fontenay, waar hij zoo dikwijls met haar geweest was, om daar +zelf de bloemen te zoeken, waarom zij hem gevraagd had. Twee uur lang +dwaalde hij door het met sneeuw bedekte kreupelhout en lichtte met +een klein stokje de struiken en het heidekruid op, tot hij eindelijk +een paar viooltjes vond vlak bij het struikgewas langs den vijver +van Le Plessis, hun lievelingsplekje, waar ze altijd heengingen, +als ze buiten waren. + +Toen hij op den terugweg naar Parijs door het dorp Châtillon kwam, zag +hij op het kerkplein een doopstoet en daarbij een van zijn vrienden, +die met een zangeres van de Opéra peet was. + +"Wat voer jij hier uit?" vroeg hij, verwonderd Rodolphe daar te zien. + +De dichter vertelde wat er gebeurd was. + +De jonge man, die Mimi gekend had, werd door het verhaal zeer +aangegrepen. Hij haalde een doos bonbons uit zijn zak en gaf die +aan Rodolphe. + +"Die arme Mimi, geef haar dit uit mijn naam en zeg, dat ik eens naar +haar kom kijken!" + +"Als je dat wil, moet je je haasten, anders zou je te laat kunnen +komen," zeide Rodolphe en ging verder. + +Toen hij in het hospitaal kwam, vloog Mimi, die zich niet meer bewegen +kon, hem met een blik om de hals. + +"Ha, daar zijn mijn bloemen!" riep zij, terwijl een glimlach van +geluk om haar lippen speelde. + +Rodolphe vertelde haar zijn pelgrimstocht naar het struikgewas langs +den vijver, dat het paradijs van hun liefde geweest was. + +"Lieve bloemen!" zeide het arme kind, terwijl zij de viooltjes kuste. + +Ook de bonbons vielen in haar smaak. + +"Ze hebben me dus nog niet heelemaal vergeten!" zeide zij. "Wat zijn +jullie toch allemaal goed. Ik mag al je vrienden graag, Rodolphe!" + +Het samenzijn was bijna vroolijk te noemen. Ook Schaunard en Colline +waren gekomen. De zuster moest hen tot weggaan aansporen, daar de +bezoektijd reeds lang voorbij was. + +"Vaarwel!" zeide Mimi; "tot Donderdag dus! En zorg op tijd te zijn!" + +Toen Rodolphe den volgenden avond thuis kwam, vond hij een brief van +een jongen assistent uit het ziekenhuis, aan wien hij Mimi bijzonder +aanbevolen had. De brief bevatte slechts deze woorden: + +"Amice, ik moet je een treurige tijding geven: No. 8 is dood. Toen +ik vanochtend door de zaal kwam, vond ik het bed leeg." + + + +Rodolphe viel op een stoel neer, maar geen tranen kwamen hem +verlichting brengen. Toen Marcel later op den avond bij hem kwam, +vond hij zijn vriend nog in dezelfde wezenlooze houding; met een +handgebaar wees Rodolphe hem op den brief. + +"Arme meid!" zeide Marcel. + +"Het is vreemd," merkte Rodolphe op; "ik voel niets. Zou mijn liefde +reeds gestorven zijn, toen ik hoorde, dat Mimi sterven moest?" + +"Wie zal het zeggen?" mompelde de schilder. + +Mimi's dood veroorzaakte in den kring der bohémiens een groote +ontroering. + +Acht dagen later ontmoette Rodolphe op straat den assistent, die hem +den dood van zijn vriendinnetje gemeld had. + +"Beste Rodolphe," zeide hij, "je neemt het me toch niet al te kwalijk, +dat ik je door mijn voorbarigheid verdriet gedaan heb?" + +"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe verwonderd. + +"Wat? .... Weet je het niet? Heb je haar dan niet meer gezien?" + +"Wie?" schreeuwde Rodolphe. + +"Maar Mimi natuurlijk!" + +"Wat?" stamelde de dichter, die doodsbleek werd. + +"Ik had me vergist. Toen ik je die vreeselijke tijding schreef, +was ik het slachtoffer van een dwaling. Kijk eens, ik was in twee +dagen niet in het ziekenhuis geweest. Toen ik den derden dag weer +terugkwam, vond ik het bed van je vrouw leeg. Op mijn vraag aan de +zuster waar de zieke was, kreeg ik ten antwoord, dat zij 's nachts +gestorven was. De zaak zit zoo in elkaar. Tijdens mijn afwezigheid +was Mimi naar een andere zaal gebracht. In bed No. 8 hadden ze een +andere vrouw gelegd, die nog denzelfden dag gestorven is. Dat is de +oorzaak van mijn vergissing. Den dag, nadat ik je geschreven had, +vond ik Mimi in een zaal ernaast. Jouw wegblijven had haar vreeselijk +veel verdriet gedaan; zij gaf me een brief voor je, dien ik dadelijk +naar je kamer gebracht heb." + +"Lieve God!" riep Rodolphe uit; "vanaf het oogenblik dat ik dacht, +dat Mimi dood was, ben ik niet meer op mijn kamer geweest. Ik heb +hier en daar bij mijn vrienden geslapen. Mimi leeft. God, wat moet +zij wel van mijn wegblijven denken! Arme, arme meid! En hoe is het +met haar? Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?" + +"Eergisterenochtend. Zij was niet erger en niet beter, maar zij is +erg ongerust over jou, ze denkt, dat je ziek bent!" + +"Ga dadelijk met me naar de Pitié," zeide Rodolphe; "ik moet ze zien." + +"Wacht hier een oogenblik," zeide de assistent, toen zij bij den +ingang van het ziekenhuis waren, "ik zal den directeur vragen, of je +haar zien mag." + +Rodolphe wachtte een kwartier in de vestibule. Toen kwam de assistent +terug, greep de hand van den dichter en zeide: + +"Je moet maar denken, beste kerel, dat de brief, dien ik je acht +dagen geleden geschreven heb, waarheid gesproken heeft." + +"Wat?" zeide Rodolphe, terwijl hij wankelde en steun zocht tegen een +pilaar; "Mimi....." + +"Vanochtend om vier uur." + +"Breng mij naar de snijkamer, dan kan ik ze nog eenmaal zien," +vroeg Rodolphe. + +"Daar is ze niet meer," zeide de dokter. En terwijl hij den dichter op +een grooten wagen wees, die op de binnenplaats stond voor een gebouw, +waarboven het woord: Snijkamer te lezen was, voegde hij eraan toe: + +"Daarin is zij." + +Het was inderdaad de lijkwagen, waarin de niet opgevraagde lijken +naar de gemeenschappelijke graven gebracht worden. + +"Adieu," zeide Rodolphe tot den assistent. + +"Wil ik soms met je meegaan?" vroeg deze. + +"Neen, dank je," zeide Rodolphe, terwijl hij zich langzaam +verwijderde. "Ik wil alleen zijn!" + + + + + + +HOOFDSTUK XXIII. + +MEN IS SLECHTS EENS JONG. + + +Een jaar na Mimi's dood vierden Rodolphe en Marcel, die steeds bij +elkaar gebleven waren, met een feest hun intrede in de officieele +wereld. Marcel, die eindelijk tot den Salon was toegelaten, had er twee +schilderijen geëxposeerd, waarvan er een gekocht was door een rijken +Engelschman, een vroegeren minnaar van Musette. Met de opbrengst van +dien verkoop en met die van een hem door de regeering opgedragen werk, +had Marcel het grootste gedeelte van zijn oude schulden afgelost, +zich in een fatsoenlijke woning geïnstalleerd en een echt atelier +ingericht. Bijna tegelijk waren Schaunard en Rodolphe voor het publiek +getreden, dat over den naam en het fortuin van kunstenaars beslist, +de eerste met een album liederen, die op alle concerten gezongen +werden en die zijn naam vestigden; de tweede met een boek, waarmede +de kritiek zich een maand lang bezig hield. Barbemuche had zich sedert +lang uit het bohème leven teruggetrokken, terwijl Gustave Colline een +erfenis gekregen en een rijk huwlijk gedaan had en nu avondjes gaf, +waarop muziek gemaakt en koekjes gegeten werden. + +Op een avond, dat Rodolphe in zijn fauteuil en met zijn voeten op +zijn tapijt zat, zag hij Marcel opgewonden binnenkomen. + +"Weet je wat mij overkomen is?" vroeg hij. + +"Neen," antwoordde de dichter. "Ik weet alleen, dat ik bij je geweest +ben, dat je beslist thuis was en dat je me niet hebt willen open doen." + +"Ik heb je wel gehoord. Raad eens wie bij mij was." + +"Hoe zou ik dat weten?" + +"Musette! Zij is gisteravond als débardeur [52] bij me binnen komen +vallen." + +"Musette? Heb jij Musette teruggevonden?" vroeg Rodolphe met iets +van spijt in zijn stem. + +"Maak je niet ongerust! de vijandelijkheden zijn niet hervat. Musette +is den laatsten nacht van haar bohème-leven bij mij komen doorbrengen." + +"Wat bedoel je daarmee?" + +"Zij gaat trouwen." + +"Wat!" riep Rodolphe uit. "En met wien, lieve hemel?" + +"Met een postmeester, den voogd van haar laatsten minnaar, een type, +naar het schijnt. Musette heeft tegen hem gezegd: "Waarde heer, +alvorens ik u definitief mijn hand geef en met u naar het stadhuis +rijd, wil ik nog eerst acht dagen volkomen vrijheid. Ik moet mijn zaken +regelen en ik wil mijn laatste glas champagne drinken, mijn laatsten +quadrille dansen en mijn vriend Marcel, die net zoo goed is als ieder +ander, een laatsten kus geven." Acht dagen lang heeft het lieve kind +naar mij gezocht, tot ze gisteravond juist op een oogenblik, dat ik aan +haar dacht, bij mij is komen binnenvallen. Wij hebben een treurigen +nacht gehad ..... het was lang dat van vroeger niet, lang niet. Wij +zagen er net uit als een slechte copie van een meesterwerk. Ik heb +naar aanleiding van deze laatste scheiding een klein klaaglied gemaakt, +dat ik je voorjammeren zal, als je het goed vindt." + +En toen begon hij eenige coupletten te neuriën ... + + + +"Nou ben je toch zeker wel gerustgesteld," zeide Marcel, toen hij +uitgejammerd had; "mijn liefde voor Musette is zoo dood als een pier, +dat bewijst dit treurige treurlied wel." + +"Arme kerel!" zeide Rodolphe; "je verstand duelleert met je hart; +pas op, dat het laatste niet gedood wordt." + +"Dat is al gebeurd," antwoordde de dichter; "het is afgeloopen met +ons, we zijn dood en begraven. Je bent maar eens jong. Waar dineer +je vanavond?" + +"Als je het goed vindt, kunnen we voor twaalf sous in ons oud +restaurant in de rue du Four gaan eten, waar je nog van die echte +dorpsborden hebt, en waar je, als je klaar bent, nog steeds trek hebt." + +"Neen, dank je wel," antwoordde Marcel. "Ik wil wel nog eens praten +over het verleden, maar dan bij een goed glas wijn in een makkelijken +fauteuil. Ach ja, ik ben nu eenmaal verdorven. Ik houd alleen nog +maar van wat goed is." + + + EINDE. + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Een hôtel in de tegenwoordige rue-Jean-Jacques-Rousseau, waarin +meubelverkoopingen gehouden werden. + +[2] Een bekend soort, met brons ingelegde meubelen. + +[3] De in het quartier latin gebruikelijke naam voor het Théâtre +du Luxembourg. + +[4] Tweehoofdig. + +[5] De Regenboog. + +[6] Een beroemde slemppartij uit Cervantes' Don Quichotte, beschreven +in hoofdstuk XX van dat werk. + +[7] Gastheer. + +[8] Vatel was de hofkok van Lodewijk XIV. + +[9] Greuze, volgens Diderot "le peintre des familles et des honnêtes +gens", is bekend door zijn sentimenteel-kokette meisjesfiguren; Gavarni +daarentegen gaf aan die koketterie een meer overmoedige uitdrukking. + +[10] Het fabriekstempel J. G. vindt men op kleine aarden pijpen, +die voor twee sous verkrijgbaar zijn. + +[11] Cicero's uitdrukking was: Nascuntur poetae (Dichters worden +geboren). Poêlier, beteekent kachelsmid, rookverdrijver. + +[12] Door geweld gedwongen. + +[13] Persoon uit don Juan, die steeds geharnast was en dus zeer +zwaar liep. + +[14] Letterkundige wedstrijden, waarbij de winnaars een gouden bloem, +meestal een roos, krijgen. + +[15] Met het personeel van de firma Bidault (den toenmaligen +postdirecteur) worden de brievenbestellers bedoeld. + +[16] Een gefingeerde naam. + +[17] De tweede helft luidt... "en de aanraking van twee opperhuiden." + +[18] Zie de beide novellen van de Musset: "Frédéric et Bernerette" +en "Mademoiselle Mimi Pinson." + +[19] Rivier in Lydië, bekend om haar goudrijkdom. + +[20] Sax was een fabrikant van beroemde muziekinstrumenten. + +[21] Borreas = Noordenwind. + +[22] Een heilige uit de R.K. kerk, die zich voornamelijk het lot van +arme verworpenen en maatschappelijk ellendigen aantrok. + +[23] Een verdoovend, uit een soort hennepplant bereid middel. + +[24] Toespeling op Dumas' roman: "De drie musketiers". + +[25] Te Saint-Denis was een kostschool, waar dochters van officieren +van het Legioen van Eer werden opgevoed. + +[26] Iemand, die toelatingsexamen voor de universiteit heeft gedaan. + +[27] "Geloofsbelijdenis van den savoyaardschen vicaris". Vergelijk +Rousseau's Emile. + +[28] Géricault, een beroemd schilder, wiens doek "Vlot der Medusa", +in 1819 groot opzien verwekte en de eerste overwinning van het realisme +in de schilderkunst genoemd wordt. + +[29] Cicero is een lettersoort. + +[30] Vergelijk Dumas' Kean, 2de bedrijf, tooneel 1-3. + +[31] Parijs bezat vroeger slechts twaalf arrondissementen en evenveel +bureaux voor den burgerlijken stand--een voor den maire van het +dertiende arrondissement gesloten huwelijk was dus een huwelijk uit +vrije liefde. + +[32] De "Complainte van Jean Bélin" is een satyriek gedicht van een +onbekenden schrijver, dat in 1840 verschenen was. Ook in andere werken +zinspeelt Murger er op. + +[33] Vergelijk Racine's Cinna, acte V, Scène I. + +[34] Vergelijk Racine's Phèdre, acte I, scène I. + +[35] In de Rue Coquenard ligt de kerk Notre-Dame-de-Lorette, wier +naam overgegaan is op de schoone zondaressen, die in deze straat wonen. + +[36] De papegaai Vert-Vert is de held van een naar hem genoemd komisch +epos van Gresset. Opgevoed in een klooster te Nivers, was hij zoo +deugdzaam en vroom, dat zijn roem zich overal heen verbreidde en ook +de nonnen in een klooster te Nantes hem wenschten te hooren. Op een +boot daarheen gebracht, leerden de schippersknechts hem vloeken als +een ketter, wat bij de nonnen groote consternatie verwekte. + +[37] Toespeling op Offenbach's operette Les contes d'Hoffmann. + +[38] Matthieu Laensberg leefde omstreeks 1680 als canonicus in Luik en +gaf een kalender met weersvoorspellingen uit. Omstreeks 1840 aapten +de socialisten (Louis Blanc) in hun volkskalender de populaire taal +van den canonicus na om propaganda te maken voor revolutionnaire +doeleinden; hierdoor werd de naam in Frankrijk in grootere kringen +populair. + +[39] Letterlijk: een pleisterplaats voor karavanen. + +[40] Zinspeling op Dante's Inferno. + +[41] Eetlust. + +[42] Een verfrisschende drank (bereid uit citroen en zoethout), +die in Frankrijk langs den weg verkocht wordt. + +[43] Bekende champagne-merken. + +[44] Zie Molière's Don Juan: Acte IV, scène III. + +[45] Zie Shakespeare's Macbeth. + +[46] Gastibelza is de held van het drama "Gastibelza of de Waanzinnige +van Toledo" van d'Ennery en Cormon. In het tweede bedrijf wordt hij +krankzinnig, in het derde echter krijgt hij, zooals dat een held +betaamt, zijn verstand vrijwel weer terug. Hij komt nooit zonder zijn +karabijn op het tooneel. + +[47] Neen, het is nog niet de dag; het was de nachtegaal en niet de +leeuwerik, wiens tonen doordrongen tot je angstige ooren. + +[48] Toespeling op den versregel uit het laatste tooneel van +Raynouard's tragedie: "Les Templiers": + + + "Mais il n'était plus temps; les chants avaient cessé". + + +[49] Een duif à la crapoudine is een duif, die opgediend wordt in +den vorm van een pad. + +[50] Een persoon uit de Grieksche mythologie met honderd armen. + +[51] Bekende persoon uit don Quichotte. + +[52] Débardeur = iemand, die tijdens het carnavalsfeest als houtdrager +gecostumeerd rondloopt. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS *** + +***** This file should be named 35741-0.txt or 35741-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/5/7/4/35741/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
\ No newline at end of file diff --git a/35741-0.zip b/35741-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..41f31bf --- /dev/null +++ b/35741-0.zip diff --git a/35741-h.zip b/35741-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1221fb7 --- /dev/null +++ b/35741-h.zip diff --git a/35741-h/35741-h.htm b/35741-h/35741-h.htm new file mode 100644 index 0000000..5c797d3 --- /dev/null +++ b/35741-h/35741-h.htm @@ -0,0 +1,13989 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> +<title>The Project Gutenberg eBook of Kunstenaarsleven te Parijs: Roman uit het Bohème-leven, by Henri Murger</title> + +<style type="text/css"> +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/* Titlepage */ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/* End Titlepage */ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +table.alignedtext +{ +border-collapse: collapse; +} +table.alignedtext td +{ +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedtext td.first +{ +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedtext td.second +{ +padding-left: 10px; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocPart +{ +margin:1.58em 0%; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +.opener, .address +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline +{ +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/* Tables */ +td, th +{ +vertical-align: top; +} +td.label, tr.label td +{ +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td +{ +font-style: italic; +} +td.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/* Poetry */ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/* Drama */ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/* End Drama */ +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +span.corr, span.gap +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/* Font Styles and Colors */ +.ex +{ +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc +{ +font-variant: small-caps; +} +.uc +{ +text-transform: uppercase; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/* End Font Styles and Colors */ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote, div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +.titlePage +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} +sub, sup +{ +line-height: 0; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +.xd20e5305 +{ +width:8em; text-align:right; +} +.xd20e101width +{ +width:484px; +} +.xd20e123width +{ +width:425px; +} +.xd20e221 +{ +text-indent:2em; +} +.xd20e240 +{ +text-indent:6em; +} +.xd20e8837 +{ +text-align:center; +} +.xd20e9125width +{ +width:126px; +} +.xd20e9132width +{ +width:463px; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Kunstenaarsleven te Parijs + Roman uit het Bohème-leven + +Author: Henri Murger + +Editor: W. J. A. Roldanus Jr. + +Release Date: April 1, 2011 [EBook #35741] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd20e101width"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="484" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">De Meulenhoff-editie</div> +<br> +<div class="subTitle">Een Algemeene Bibliotheek</div> +</div> +<div class="docImprint">Uitgegeven door J. M. Meulenhoff<br> +in het jaar MCMXVII te Amsterdam</div> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd20e123width"><img src="images/titlepage.gif" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="425" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">Kunstenaarsleven te Parijs</div> +<div class="subTitle">Roman uit het Bohème-leven</div> +</div> +<div class="byline">Door<br> +<span class="docAuthor">Henri Murger</span><br> +Bewerkt door W. J. A. Roldanus Jr.</div> +<div class="docImprint">Uitgegeven door J. M. Meulenhoff<br> +te Amsterdam op het Damrak 88</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p> +</div> +<div class="body"> +<div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e150" class="label">Hoofdstuk I.</h2> +<h2 class="main">Hoe de Vriendenkring der Bohème tot stand +kwam.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici +den zaakwaarnemer van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de +individuen met elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke +samenhoorigheid later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit +dat deel der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht +heeft aan het publiek te doen leeren kennen.</p> +<p>Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die +twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende, +plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien hij +als wekker gebruikte, hem toezong.</p> +<p>„Allemachtig!” riep Schaunard uit, „mijn gevederde +wekker loopt voor; het kan nog onmogelijk vandaag zijn.”</p> +<p>Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij +na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat ’s +nachts de rol van bed speelde—en niet om er wat van te zeggen, +maar het speelde die vrij slecht—, terwijl het overdag die van +alle andere meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude, +die den vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden: +een soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet.</p> +<p>Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot +Schaunard inderhaast een rose zijden <span class="pagenum">[<a id="pb2" +href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span>en met sterretjes en loovertjes +bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud +was op een bal-masqué-nacht bij den artist achtergelaten door +een Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de +bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de +Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen van +een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door een +uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg +geleend.</p> +<p>Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam +en het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in +de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten, +wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de +buurt vijf uur.</p> +<p>„De ochtendstond in eigen persoon,” mompelde Schaunard +in zichzelf; „dat is prachtig. Maar,” voegde hij eraan toe, +een kalender, die aan den muur hing, raadplegende, „desniettemin +is zij leelijk in de war. De aanwijzingen der wetenschap verzekeren, +dat in dezen tijd van het jaar de zon eerst om half zes moet opgaan; +het is pas vijf en nu is zij al op. Een misdadige ijver! dat +hemellichaam is heelemaal van streek; ik zal een klacht indienen bij de +sterrewacht. Intusschen,” voegde hij eraan toe, „zou ik me +toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan maken; het is vandaag de +dag, volgende op dien van gisteren, en daar het gisteren de 7de was, +moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt, vandaag de 8ste April +zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift gelooven mag,” +zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot, dat hij aan den +muur geplakt had, ging lezen, „moet ik vandaag om twaalf uur +precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn huisbaas, +een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben voor drie +vervallen termijnen <span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" +name="pb3">3</a>]</span>huur, die hij in een zeer slecht schrift van +mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er zich +mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het begint +erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin, ik heb +nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik .... Vooruit +.... vooruit, op weg,” voegde Schaunard eraan toe.</p> +<p>Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk +langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te +trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem +gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke +bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie.</p> +<p>„Kijk, kijk!” riep hij uit, „het is verwonderlijk, +zooals de morgenlucht je op idées brengt; het is net, alsof ik +mijn wijsje op het spoor ben. Even probeeren ....”</p> +<p>En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het +ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben +gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert zoo +langen tijd zocht, te vervolgen.</p> +<p>„Do, sol, mi, do, la, si, do, ré, boem, boem. Fa, +ré, mi, ré. Nee, aïe! die ré is zoo valsch +als Judas,” riep Schaunard uit en sloeg daarbij zoo hard als hij +kon op de noot met den twijfelachtigen klank. „Laten wij den +mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet schilderen van een +jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw meer ontbladert. Het +is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld noemt. Enfin, het is nu +eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk een uitgever zoudt vinden, +die een romance durft uitgeven, waarin geen blauw meer voorkomt, moet +ik me er wel in schikken .... Do, sol, mi, do, la, si, do, ré; +dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft vrijwel een denkbeeld van een +madeliefje, vooral aan menschen, die <span class="pagenum">[<a id="pb4" +href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>sterk zijn in botanie. La, si, do, +ré, verdomde ré, loop naar den bliksem! Om een goed +denkbeeld te geven van het blauwe meer, zou ik nu iets vochtigs, +hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs (want de maan is ook van de +partij) noodig hebben; maar laat ik oppassen, dat ik de zwaan niet +vergeet .... Fa, mi, la, sol,” ging Schaunard voort, terwijl hij +de heldere noten van de hooge octaven liet klinken. „Rest nu nog +het afscheid van het jonge meisje, dat besluit zich in het blauwe meer +te storten, om zich weer met haar onder de sneeuw begraven geliefde te +vereenigen. Die ontknooping is niet duidelijk,” mompelde +Schaunard, „maar zij is interessant. Daar moet ik iets teers, +iets melancholieks voor hebben; daar is het al, daar is het al, dat +zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena’s, het snijdt je +door je hart! Brr! Brr!” zeide Schaunard, rillend in zijn met +sterren bezaaiden rok, „als het ook maar hout sneed! Er ligt in +mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen .... +te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la, la +.... ré, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met +een verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik +het jonge meisje verder verdrinken!”</p> +<p>En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde +Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als een +ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke de +trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen.</p> +<p>„En laten we nu eens zien,” ging Schaunard voort, +„hoe mijn muziek zich aanpast bij de woorden van mijn +dichter.”</p> +<p>En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van +<span class="corr" id="xd20e189" title="Bron: poezie">poëzie</span>, die speciaal gebruikt wordt voor +opéras comiques en ulevelrijmpjes: <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span></p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">La blonde jeune fille,</p> +<p class="line">Vers le ciel étoilé,</p> +<p class="line">En ôtant sa mantille,</p> +<p class="line">Jette un regard voilé,</p> +<p class="line">Et dans l’onde azurée</p> +<p class="line">Du lac aux flots d’argent ...</p> +<p class="line">. . . . . . . .</p> +</div> +<p class="first">„Lieve Hemel!” riep Schaunard in een +gerechtvaardigde verontwaardiging uit, „de hemelsblauwe golf van +een zilver meer, dat had ik nog niet opgemerkt, dat is ten slotte te +romantisch, die dichter is een idioot, hij heeft nog nooit zilver of +een meer gezien. Zijn ballade is bovendien onzin; de caesuur der verzen +staat mijn melodie in den weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf +dichten, en niet later dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik +mij in vorm gevoel, zal ik een kleine schets van coupletten maken, om +er mijn melodie bij aan te passen.”</p> +<p>En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende, +de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen +onderhoudt.</p> +<p>Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een +van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti +terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om als +voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen.</p> +<p>Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte +vrij duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd +door de brutale komst van dezen datum: den achtsten April.</p> +<p>Ziehier het couplet:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line xd20e221">Huit et huit font seize,</p> +<p class="line xd20e221">J’pose six et retiens un.</p> +<p class="line xd20e221">Je serais bien aise</p> +<p class="line xd20e221">De trouver quelqu’un</p> +</div> +<span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span> +<div class="lg"> +<p class="line xd20e221">De pauvre et d’honnête</p> +<p class="line xd20e221">Qui m’ prête huit cents +francs,</p> +<p class="line xd20e221">Pour payer mes dettes</p> +<p class="line xd20e221">Quand j’aurai le temps.</p> +</div> +<div lang="nl-1900" class="lg"> +<p class="line xd20e240">Refrein.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Et quand sonnerait au cadran <span class="ex">suprême</span></p> +<p class="line xd20e221">Midi moins un quart.</p> +<p class="line">Avec probité je paîrais mon terme +(ter.)</p> +<p class="line xd20e221">A monsieur Bernard.</p> +</div> +</div> +<p class="first">„Duivels,” zeide Schaunard, toen hij zijn +gedicht herlas, „<span class="ex" lang="fr">terme</span> en +<span class="ex" lang="fr">suprême</span> zijn nu niet bepaald +millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd om ze rijk te maken. Laten we +nu eens zien hoe de noten zich paren met de lettergrepen.”</p> +<p>En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn +romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat, dat hij +verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een jubelenden +grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens wanneer +hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus vertoonde. +Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur.</p> +<p>Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong +in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den +ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: „Ben je +gereed?”</p> +<p>De artist sprong op een stoel.</p> +<p>„De tijd loopt als een hert,” zeide hij .... „ik +heb nog maar drie kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn +nieuwe woning te vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het +domein der tooverij gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om +het te vinden”; en <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" +name="pb7">7</a>]</span>zijn hoofd tusschen zijn knieën +verbergend, daalde hij af in de afgronden der overpeinzing.</p> +<p>Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op, +zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs +geleek.</p> +<p>„Er blijft nog slechts één manier over, om van +hier weg te komen, en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is +mooi weer, mijn vriend het toeval wandelt misschien wel in het +zonnetje. Hij moet me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel +gevonden heb, om mijn zaken met mijnheer Bernard af te +wikkelen.”</p> +<p>Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als +kelders, had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten, +knoopte hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop, +niet zonder met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd, +zijn kamer.</p> +<p>Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis, +die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande.</p> +<p>„Hé, mijnheer Schaunard!” riep hij hem toe, +terwijl hij den artist belette verder te gaan; „u bent toch niet +vergeten, dat het vandaag de 8ste is.”</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Huit et huit font seize.</p> +<p class="line">J’pose six et retiens un,”</p> +</div> +<p class="first">neuriede Schaunard; „ik denk nergens anders +aan.”</p> +<p>„U bent wel wat laat met uw verhuizing,” zeide de +portier; „het is half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer +gehuurd heeft, kan ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te +maken!”</p> +<p>„Maar dan moet u mij doorlaten,” antwoordde Schaunard; +„ik wou juist een verhuiswagen halen.”</p> +<p>„Dat is prachtig; maar vòòr u verhuist, moet er +nog een kleine formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat +<span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>u geen haar moogt meenemen, voordat u de drie +vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe zult u waarschijnlijk wel in +staat zijn.”</p> +<p>„Voor den donder,” zeide Schaunard, die een pas +voorwaarts deed.</p> +<p>„Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie +geven.”</p> +<p>„Ik zal ze, als ik terugkom, wel meenemen.”</p> +<p>„Maar waarom niet dadelijk?” drong de concierge aan.</p> +<p>„Ik moet geld wisselen .... Ik heb geen kleingeld.”</p> +<p>„Zoo, zoo!” zeide de andere ongerust, „gaat u geld +wisselen? Om het u makkelijk te maken, zal ik zoolang het pakje, dat u +onder uw arm hebt, en dat u zou kunnen hinderen, bewaren.”</p> +<p>„Mijnheer de concierge,” zeide Schaunard in het volle +besef van zijn waardigheid; „wantrouwt u mij bij geval ook? Denkt +u, dat ik mijn meubels in een zakdoek meeneem?”</p> +<p>„Neem me niet kwalijk, mijnheer,” antwoordde de +concierge, die een toontje lager begon te zingen, „dat is mijn +consigne. Mijnheer Bernard heeft mij uitdrukkelijk bevolen u geen haar +te laten medenemen, voor u betaald hebt.”</p> +<p>„Maar kijk dan,” zeide Schaunard, terwijl hij het pakje +open maakte, „dat zijn geen haren, maar hemden, die ik naar de +waschvrouw breng, die naast den geldwisselaar, twintig pas hiervandaan, +woont.”</p> +<p>„Dat is wat anders,” merkte de concierge, na den inhoud +van het pakje onderzocht te hebben, op. „Maar zonder indiscreet +te willen zijn, mijnheer Schaunard, zou ik ook uw nieuwe adres mogen +weten?”</p> +<p>„Ik ga in de rue de Rivoli wonen,” antwoordde koeltjes +de artist, die, nu hij eenmaal in de straat was, zich zoo gauw mogelijk +uit de voeten maakte.</p> +<p>„Rue de Rivoli,” mompelde de concierge in zichzelf, +<span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>terwijl hij met zijn vingers in zijn neus pulkte, +„het is wel een beetje vreemd, dat ze hem in de rue de Rivoli +kamers verhuurd hebben en hier heelemaal geen informaties naar hem zijn +komen nemen; het is wel een beetje vreemd. Enfin, zonder betalen krijgt +hij zijn meubels niet mede. Als de nieuwe huurder nou maar niet net +komt als Schaunard bezig is zijn boeltje weg te halen. Dat zou me op de +trap een herrie geven! Lieve Hemel,” zeide hij plotseling, +terwijl hij zijn hoofd door het schuifraampje stak, „daar heb je +hem net.”</p> +<p>Gevolgd door een pakjesdrager, die nu niet bepaald onder zijn last +scheen te bezwijken, kwam op dat oogenblik een jonge man met een witten +Louis XIII hoed op, de vestibule binnen.</p> +<p>„Mijnheer,” vroeg hij den concierge, die hem tegemoet +ging, „is mijn appartement vrij?”</p> +<p>„Nog niet, mijnheer, maar het zal niet lang meer duren. De +tegenwoordige huurder is een verhuiswagen gaan halen. Misschien wil +mijnheer zijn meubels zoo lang op de binnenplaats zetten.”</p> +<p>„Ik ben bang, dat het zal gaan regenen,” antwoordde de +jonge man, terwijl hij kalm op een bouquetje viooltjes, dat hij +tusschen zijn tanden hield, kauwde, „en dan zouden mijn meubelen +bederven. Vriendje,” voegde hij eraan toe, terwijl hij zich +wendde tot den witkiel, die achter hem was blijven staan en aan zijn +draagzeel een aantal voorwerpen had hangen, waarvan de concierge niet +precies begrijpen kon, wat het waren, „zet dat maar neer in de +vestibule en ga dan op mijn vroegere kamers halen wat er nog aan +kostbare meubels en kunstvoorwerpen over is.”</p> +<p>De witkiel zette langs den muur verschillende houten lijsten neer +van zes à zeven voet hoog, waarvan de bladen gemakkelijk heen en +weer konden gaan.</p> +<p>„Kijk!” zeide de jonge man tegen den witkiel, terwijl +<span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>hij een der deksels opende en hem op een scheur in +het linnen wees, „daar heb je al een ongeluk. Er zit een +stervormige barst in mijn Venetiaanschen spiegel. Wees op je tweeden +tocht voorzichtiger en let vooral goed op mijn bibliotheek.”</p> +<p>„Wat bedoelt hij toch met zijn Venetiaanschen spiegel?” +bromde de concierge, die ongerust om de langs den muur geplaatste +houten ramen dwaalde, in zichzelf; „ik zie geen spiegel; maar dat +is zeker een grap, ik zie niets, dan een kamerschut; enfin we zullen +wel eens kijken wat er met de tweede reis mee komt.”</p> +<p>„Zou uw huurder niet gauw de kamers leeg maken? Het is half +een, en ik zou wel willen beginnen met inruimen,” zeide de jonge +man.</p> +<p>„Hij zal nu wel dadelijk hier zijn,” antwoordde de +concierge; „trouwens, zoo heel erg is het niet, want uw meubels +zijn toch nog niet hier,” voegde hij eraan toe, nadruk leggend op +de laatste woorden.</p> +<p>De jonge man wilde antwoorden, toen juist een dragonder-ordonnance +de binnenplaats opkwam.</p> +<p>„Woont mijnheer Bernard hier?” vroeg hij, terwijl hij +een brief uit zijn portefeuille haalde.</p> +<p>„Die woont hier,” antwoordde de concierge.</p> +<p>„Hier is een brief voor hem,” zeide de ordonnance, +„geef mij het reçu ervoor;” en hij overhandigde den +concierge een reçu, dat deze in zijn loge ging teekenen.</p> +<p>„Neem me niet kwalijk, dat ik u even alleen laat,” zeide +de concierge tot den jongen man, die ongeduldig op de binnenplaats heen +en weer liep, „maar ik heb hier een brief van den minister voor +mijnheer Bernard, den huisheer, dien moet ik even boven +brengen.”</p> +<p>Toen de concierge op zijn kamer kwam, was mijnheer Bernard bezig +zich te scheren.</p> +<p>„Wat wil je van me, Durand?”</p> +<p>„Mijnheer,” antwoordde deze, zijn pet afnemend, +„een <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span>ordonnance is dat voor u komen brengen, het komt +van den minister.”</p> +<p>En hij gaf mijnheer Bernard den brief, op welks enveloppe het zegel +van het departement van Oorlog geplakt was.</p> +<p>„Goede God!” zeide mijnheer Bernard, zòò +ontdaan, dat hij zich bijna in zijn gezicht sneed: „van het +ministerie van Oorlog! Dat is zeker mijn benoeming tot ridder van het +Legioen van Eer, waarom ik reeds zoo lang gevraagd heb; eindelijk laten +zij mijn verdiensten recht wedervaren. Hier, Durand,” zeide hij, +terwijl hij in zijn vestjeszakje zocht, „daar heb je vijf francs +om op mijn gezondheid te drinken. Ach, ik heb mijn beurs niet in mijn +zak; ik zal ze je dadelijk geven, wacht maar even.”</p> +<p>De concierge was door dezen aanval van verpletterende +edelmoedigheid, waaraan zijn huisheer hem niet gewend had, +zòò ontdaan, dat hij zijn pet weer opzette.</p> +<p>Maar mijnheer Bernard, die bij andere gelegenheden dien inbreuk op +de wetten der maatschappelijke hiërarchie niet geduld zou hebben, +scheen het niet op te merken. Hij zette zijn bril op, scheurde de +enveloppe open met de eerbiedige ontroering van een vizier, die een +firman van den sultan ontvangt, en begon den inhoud te lezen. Bij de +eerste regels groefde een vreeselijke grijns karmijnroode plooien in +het vet van zijn wangen, en begonnen zijn kleine oogjes vonken te +schieten, die bijna de lokken van zijn verwarde pruik in brand +staken.</p> +<p>In het kort zijn trekken veranderden plotseling zòò, +dat men vermoed zou hebben, dat er op zijn gezicht een aardbeving had +plaats gehad.</p> +<p>Ziehier den inhoud der missive, geschreven op papier met het hoofd +van het ministerie van Oorlog en met lossen teugel gebracht door een +ordonnance: <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span></p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Mijnheer en huisheer,</p> +<p>De beleefdheid, die, mag men de mythologie gelooven, de grootmoeder +der hoofsche manieren is, verplicht mij u te doen weten, dat ik mij in +de wreede noodzakelijkheid bevind niet te kunnen voldoen aan de +gewoonte om zijn huur te betalen, vooral wanneer men die schuldig is. +Tot op dezen ochtend had ik de hoop gekoesterd, dezen schoonen dag te +kunnen vieren door uw drie huurquitanties te voldoen. Chimère, +illusie! Terwijl ik op het kussen der zekerheid sluimerde, deed het +ongeluk, <span class="ex">anangke</span> in het Grieksch, mijn hoop in +rook vervliegen. De gelden, waarop ik rekende—God, wat gaat de +handel slecht—zijn niet binnengekomen; van de belangrijke sommen, +die ik moet innen, heb ik nog slechts drie francs ontvangen, die ik +bovendien nog geleend heb; ik durf ze u niet aanbieden. Betere dagen +zullen aanbreken voor ons schoon Frankrijk en voor mij, mijnheer, +twijfel daar niet aan. Zoodra zij aan den hemel geschitterd hebben, zal +ik vleugels nemen, om u daarvan te onderrichten en uit uw huis terug te +halen de kostbare zaken, die ik daar heb achtergelaten en die ik onder +de bescherming stel van u en van de wet, welke u verbiedt deze +vòòr het verstrijken van een jaar, te verkoopen in het +geval, dat gij zulks zoudt willen beproeven, om in het bezit te komen +van de sommen, waarvoor gij gecrediteerd zijt op de boeken van mijn +rechtschapenheid. Ik beveel u in het bijzonder mijn piano aan en den +grooten lijst, waarin zich zestig haarlokken bevinden, wier +verschillende kleuren de geheele gamma der haarnuances doorloopen en +die door het ontleedmes der Liefde ontnomen zijn aan het voorhoofd der +Gratiën.</p> +<p>„Gij kunt dus, mijnheer en huisheer, over het plafond, +waaronder ik gewoond heb, beschikken. Ik geef u daartoe mijn +toestemming, gewaarmerkt door mijn onderteekening.</p> +<p class="signed">Alexandre Schaunard.”</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span></p> +<p>Toen mijnheer Bernard dezen brief, welken de artist in het bureau +van een zijner vrienden, die ambtenaar aan het ministerie van Oorlog +was, had geschreven, ten einde gelezen had, frommelde hij hem +verontwaardigd in elkaar; en toen zijn blik op vader Durand viel, die +op de beloofde fooi stond te wachten, vroeg hij hem ruw wat hij daar +deed.</p> +<p>„Ik wacht, mijnheer!”</p> +<p>„Waarop?”</p> +<p>„Wel, op het fooitje, dat mijnheer .... van wegens de goede +tijding!” stamelde de concierge.</p> +<p>„Eruit! Kerel, blijf je met je pet op je kop in de kamer +staan?”</p> +<p>„Maar, mijnheer ....”</p> +<p>„Vooruit, geen maren, eruit, of neen, wacht even. Wij zullen +naar de kamer van dien smeerlap-artist gaan, die verhuist zonder me te +betalen.”</p> +<p>„Wat?” riep de portier uit, „mijnheer +Schaunard?”</p> +<p>„Ja,” antwoordde de huisheer, die hoe langer hoe meer op +een razenden Roland begon te gelijken. „En als hij ook maar het +geringste heeft meegenomen, dan jaag ik je weg, versta je, +jaaààg ik je weg.”</p> +<p>„Maar dat bestaat niet!” mompelde de arme concierge, +„mijnheer Schaunard is niet vertrokken; hij is uitgegaan, om +klein geld te halen, om mijnheer te betalen, en om een verhuiswagen +voor zijn meubels te bestellen.”</p> +<p>„Zijn meubels weghalen!” riep mijnheer Bernard uit; +„gauw wat; ik ben er zeker van, dat hij daarmede bezig is; hij +heeft je een loer gedraaid om je uit je loge te lokken en zijn slag te +slaan, stommeling, die je bent!”</p> +<p>„Lieve Hemel, stommeling, die ik ben!” riep vader Durand +uit, bevend voor de Olympische toorn van zijn heer, die hem op de trap +meesleepte.</p> +<p>Toen zij op de binnenplaats kwamen, werd de concierge aangesproken +door den jongen man met den witten hoed. <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p> +<p>„Hé daar, conciërge!” riep hij, +„wanneer word ik nu eindelijk in het bezit van mijn appartementen +gesteld? Is het vandaag de 8ste of niet? Heb ik hier gehuurd of niet? +Heb ik je je Godspenning gegeven of niet?”</p> +<p>„Een oogenblik, mijnheer, een oogenblik!” zeide de +huisheer, „dan ben ik tot uw dienst. Durand,” voegde hij +eraan toe, zich tot den concierge wendende, „ik zal mijnheer zelf +wel te woord staan. Vlieg jij naar boven, die smeerlap van een +Schaunard is natuurlijk teruggekomen, om zijn boeltje te pakken; sluit +hem op, als je hem snapt, en kom dan naar beneden, om de politie te +halen.”</p> +<p>Vader Durand verdween de trap op.</p> +<p>„Pardon, mijnheer,” zeide hij, terwijl hij een buiging +maakte, tot den jongen man, met wien hij alleen gebleven was; +„met wien heb ik de eer te spreken?”</p> +<p>„Mijnheer, ik ben uw nieuwe huurder; ik heb in dit huis een +kamer op de zesde verdieping gehuurd; en het begint me te vervelen, dat +die kamer nu nog niet leeg is.”</p> +<p>„Het spijt mij ook zeer, mijnheer,” antwoordde mijnheer +Bernard, „maar er is een moeilijkheid ontstaan tusschen mij en +den huurder, voor wien u in de plaats komt.”</p> +<p>„Mijnheer, mijnheer!” gilde uit een raam van de hoogste +verdieping vader Durand; „mijnheer Schaunard is er niet....maar +de kamer is er.... Stommeling, die ik ben, ik bedoel, dat hij niets +heeft medegenomen, geen haar, mijnheer.”</p> +<p>„Dan is het goed. Kom naar beneden,” antwoordde mijnheer +Bernard. „Een oogenblikje geduld, als het u blieft,” ging +hij voort, zich tot den jongen man richtend. „Mijn concierge zal +de voorwerpen, die de kamer van mijn insolvabelen huurder versieren, +naar den kelder brengen, en binnen een half uur zult u de appartementen +kunnen betrekken; trouwens uw meubels zijn er ook nog niet.”</p> +<p>„Pardon, mijnheer,” antwoordde de jonge man kalm.</p> +<p>Mijnheer Bernard keek om zich heen, doch zag slechts <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>de +groote kamerschutten, waarover de concierge ook al zijn hoofd geschud +had.</p> +<p>„Wat, pardon .... wat ....” mompelde hij, „maar ik +zie niets.”</p> +<p>„Daar,” antwoordde de jonge man, terwijl hij de bladen +der lijsten losmaakte en den verbaasden eigenaar een prachtig +paleis-intérieur met colonnes van jaspis, bas-reliefs en +schilderijen van groote meesters liet zien.</p> +<p>„Maar uw meubels?” vroeg mijnheer Bernard.</p> +<p>„Daar zijn ze,” antwoordde de jonge man, terwijl hij op +het luxueuze meubilair wees, dat geschilderd was in het paleis, hetwelk +hij pas gekocht had in het hôtel Bullion<a class="noteref" id="xd20e452src" href="#xd20e452" name="xd20e452src">1</a> op een +verkooping van een salon-tooneel.</p> +<p>„Mijnheer,” antwoordde de huisheer, „ik wil liever +aannemen, dat u ernstiger meubelen hebt dan deze ....”</p> +<p>„Wat, dit zijn echte Boule-meubelen.”<a class="noteref" +id="xd20e459src" href="#xd20e459" name="xd20e459src">2</a></p> +<p>„U begrijpt, dat ik garantie voor mijn huur moet +hebben.”</p> +<p>„Voor den duivel, maar is een paleis dan geen voldoende +garantie voor de huur van een dakkamertje?”</p> +<p>„Neen, mijnheer, ik wil meubels, echte meubels van +mahoniehout!”</p> +<p>„Helaas, mijnheer, goud noch mahoniehout maken ons gelukkig, +heeft een oud wijsgeer gezegd. En bovendien ik kan dat soort hout niet +uitstaan; het is zoo ordinair; iedereen heeft het.”</p> +<p>„Dat is allemaal tot uw dienst, mijnheer, maar u heeft dan +toch zeker wel andere meubels?”</p> +<p>„Neen, dat neemt te veel plaats in in de kamer; wanneer je +stoelen hebt, weet je niet meer waar je moet gaan zitten.”</p> +<p>„Maar u hebt toch zeker een bed! Waar slaapt u op?” +<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span></p> +<p>„Ik rust op de Voorzienigheid, mijnheer!”</p> +<p>„Pardon, nog een vraag,” zeide mijnheer Bernard, +„wat is uw beroep?”</p> +<p>Juist op dat oogenblik kwam de witkiel van den jongen man, van zijn +tweeden tocht terug, de binnenplaats op. Onder de voorwerpen, die hij +aan zijn draagzeel droeg, zag Durand een schildersezel.</p> +<p>„O, mijnheer!” riep hij verschrikt uit, terwijl hij den +huisheer op den ezel wees. „Het is een schilder!”</p> +<p>„Een artist, als ik het niet dacht!” gilde op zijn beurt +mijnheer Bernard, en de haren van zijn pruik rezen van schrik ten +berge; „een schilder!!! Maar heb je dan geen informaties genomen +naar mijnheer?” bulderde hij den concierge toe. „Wist je +dan niet, wat hij deed?”</p> +<p>„Lieve Hemel,” antwoordde de arme kerel, „hij had +mij vijf francs als <span class="ex">goospenning</span> gegeven; dus +kon ik niet vermoeden....”</p> +<p>„Wanneer u eindelijk klaar bent,” vroeg op zijn beurt de +jonge man.</p> +<p>„Mijnheer,” viel mijnheer Bernard hem in de rede, +terwijl hij zijn bril recht op zijn neus zette; „als u geen +meubels hebt, kunt gij uw kamer niet betrekken. De wet staat toe een +huurder, die geen garantie meebrengt, te weigeren.”</p> +<p>„En mijn woord dan?” vroeg de artist in zijn volle +waardigheid.</p> +<p>„Dat is niet zooveel waard als meubels ... u kunt ergens +anders een kamer zoeken. Durand zal u uw Godspenning +teruggeven.”</p> +<p>„Wat?” zeide de concierge verschrikt, „die heb ik +al naar de spaarbank gebracht.”</p> +<p>„Maar mijnheer,” viel de jonge man hem in de rede, +„ik kan maar niet zoo direkt een andere kamer vinden. Geef me +tenminste gastvrijheid voor één dag.”</p> +<p>„Ga in een hotel logeeren,” antwoordde mijnheer +<span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name="pb17">17</a>]</span>Bernard. „Maar tusschen twee haakjes,” +voegde hij er vlug aan toe, terwijl hem plotseling iets in de gedachte +viel; „als u dat wilt, dan zou ik u de kamer gemeubeld met de +meubels van mijn insolventen huurder kunnen geven. Maar zooals u weet, +moet in zoo’n geval de huur vooruit betaald worden.”</p> +<p>„Het is maar de vraag, hoeveel u voor dat krot moet +hebben,” zeide de artist.</p> +<p>„Maar het is heusch een zeer geschikte kamer; in verband met +de omstandigheden is de huur vijf-en-twintig francs per maand. Maar +vooruit betalen.”</p> +<p>„Dat hebt u al gezegd; en die zin verdient de eer van een bis +niet,” antwoordde de jonge man, terwijl hij in zijn zakken zocht. +„Hebt u terug van vijfhonderd francs?”</p> +<p>„Wat?” vroeg de huisheer stom-verbaasd. „U +zegt?”</p> +<p>„Nou, de helft van duizend dan. Hebt jullie soms zoo iets +nooit gezien?” voegde de artist eraan toe, terwijl hij het papier +heen en weer bewoog voor de oogen van den huisheer en van den +concierge, die op het gezicht daarvan hun evenwicht schenen te +verliezen.</p> +<p>„Ik zal het voor u laten wisselen,” antwoordde mijnheer +Bernard vol eerbied; „er behoeft maar twintig francs af, want +Durand zal u de Godspenning teruggeven.”</p> +<p>„Die mag hij houden,” zeide de artist, „op +voorwaarde, dat hij mij iederen ochtend komt zeggen welke dag en datum +het is, den stand van de maan, welk weer het is en onder welken +regeeringsvorm wij leven.”</p> +<p>„Zeker, zeker mijnheer!” riep vader Durand uit, terwijl +hij een buiging van negentig graden maakte.</p> +<p>„Al goed, kerel, je moet voor mij als almanak spelen. +Intusschen moet je mijn witkiel even helpen de boel boven te +brengen.”</p> +<p>„Mijnheer,” zeide de huisheer, „ik zal u de +quitantie boven laten brengen.”</p> +<p>Dien avond nog was de nieuwe huurder van mijnheer <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span>Bernard, +de schilder Marcel, geïnstalleerd in de tot een paleis +gemetamorphoseerde kamers van den voortvluchtigen Schaunard.</p> +<p>Intusschen was gezegde Schaunard bezig te trachten overal in Parijs +geld los te krijgen.</p> +<p>Schaunard had het leenen tot de hoogte van een kunst verheven. Het +geval voorziende, waarin hij de vreemdelingen zou moeten aanspreken, +had hij de manier, om vijf francs te leenen, in alle talen der wereld +geleerd. Hij had het repertoire der listen, die het edele metaal +gebruikt om aan hen, die het najagen, te ontsnappen, tot in den grond +bestudeerd; en beter dan een loods de uren der getijden, kende hij de +tijdstippen, waarop het bij anderen hoog of laag water was, d. w. z. de +dagen, waarop zijn vrienden en kennissen gewoonlijk geld kregen. Er +waren dan ook verschillende huizen, waarin men, als hij ’s +ochtends op bezoek kwam, niet tegen elkaar zeide: „Daar heb je +mijnheer Schaunard”; maar „Daar heb je den eersten of +vijftienden der maand.” Om dit soort belasting, die hij, wanneer +de noodzakelijkheid hem ertoe dwong, van de menschen, die de middelen +hadden om hem die te betalen, ging heffen, wat makkelijker en minder +ingewikkeld te maken, had Schaunard arrondissementsgewijze een +alphabetisch tableau gemaakt, waarop de namen van al zijn vrienden en +kennissen stonden. Naast iederen naam waren genoteerd het maximum der +som, die hij in verband met hun fortuin kon leenen, de tijdstippen, +waarop het bij hen hoog water was, benevens het uur der maaltijden met +het gewone menu van het huis. Behalve dat tableau hield hij er nog een +boekhoudinkje op na, waarin hij keurig boek hield van de sommen, die +hem geleend waren, tot de kleinste bedragen toe, want hij wilde zich +niet verder bezwaren dan tot een zeker cijfer, dat een Normandische +oom, van wien hij moest erven, nog in de pen had. Zoodra hij +<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>aan een persoon twintig francs schuldig was, +leende hij niet langer en betaalde de som in eens terug, ook al moest +hij voor die aflossing van hen, aan wie hij minder schuldig was, meer +leenen. Op die manier had hij altijd een zeker crediet, dat hij zijn +vlottende schuld noemde; en daar men wist, dat hij de gewoonte had het +geleende terug te geven, zoodra zijn middelen het hem veroorloofden, +hielp men hem, als men dat kon, gaarne.</p> +<p>Nu had hij, sedert hij ’s ochtends elf uur uitgegaan was om te +trachten de vijf-en-zeventig francs, die hij noodig had, bijeen te +krijgen, nog niet meer bij elkaar dan een daalder, dien hij te danken +had aan de medewerking der letters M., V. en R. van zijn beroemde +lijst: van de rest van het alphabet, dat evenals hij een termijn huur +te betalen had, kreeg hij nul op het request.</p> +<p>Om zes uur luidde een hevige honger in zijn maag de etensbel; hij +was toen juist bij de barrière du Maine, waar de letter U. +woonde. Schaunard liep binnen bij de letter U., waar hij zijn +servetring had, als er servetten waren.</p> +<p>„Naar wien wilt u toe?” vroeg de concierge hem in het +voorbijgaan.</p> +<p>„Naar mijnheer U ....” antwoordde de artist.</p> +<p>„Die is niet thuis.”</p> +<p>„En Mevrouw?”</p> +<p>„Ook niet: zij hebben me gevraagd aan een van hun vrienden, +die van avond bij hen zou komen, te zeggen, dat zij in de stad zijn +gaan eten: mocht u de bewuste persoon zijn, dan hebt u hier het +adres,” en hij overhandigde Schaunard een stukje papier, waarop +zijn vriend U .... geschreven had:</p> +<p>„Wij zijn bij Schaunard, rue .... No...., gaan eten; kom ons +daar halen.”</p> +<p>„Prachtig!” zeide hij, weggaande; „wanneer het +toeval zich er mede bemoeit, krijg je dikwijls aardige +vaudevilles.” <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" +name="pb20">20</a>]</span></p> +<p>Schaunard herinnerde zich toen, dat er vlak bij een klein herbergje +was, waar hij een paar maal voor weinig geld goed gegeten had, en +richtte zijn schreden naar dat etablissement, in de chaussée du +Maine gelegen en in de Bohème-wereld bekend onder den naam van +<span class="ex">la Mère Cadet</span>. Het was een etenshuis, +waarvan de gewone clientèle bestond uit de vrachtrijders naar +Orleans, zangeressen uit den Montparnasse en jonge rollen van het +Bobino-theater.<a class="noteref" id="xd20e566src" href="#xd20e566" +name="xd20e566src">3</a> Tijdens het mooie seizoen komen schilders uit +de vele ateliers in de nabijheid van den Luxembourg, schrijvers van +onuitgegeven boeken en journalisten van obscure blaadjes gezamenlijk +dineeren bij <span class="ex">la Mère Cadet</span>, die bekend +is voor haar konijnenragouts, haar echte zuurkool en een wit wijntje, +dat naar vuursteen smaakt.</p> +<p>Schaunard ging onder de bosquets (boschjes) zitten: zoo noemde men +bij <span class="ex">la Mère Cadet</span> het dunne loof van een +paar kromgegroeide boomen, waarvan het ziekelijke groen onder tegen de +zoldering was aangebracht.</p> +<p>„Lieve Hemel, het kan me niet schelen ook,” zeide +Schaunard tot zichzelf, „ik zal me eens lekker te goed doen en +een feestmaal bestellen.”</p> +<p>En zonder er gras over te laten groeien, bestelde hij een soep, een +halve portie zuurkool en twee halve konijnenragouts: hij had n.l. +opgemerkt, dat je, wanneer je halve porties bestelde, minstens een +kwart op het geheel won.</p> +<p>Deze bestelling trok de aandacht van een jonge, in het wit gekleede +vrouw met oranjebloesem in het haar en balschoenen aan; een imitatie +van een imitatie-kanten sluier golfde over haar schouders, die beter +hun incognito hadden kunnen bewaren. Het was een zangeres van het +théâtre Montparnasse, waarvan de coulissen om zoo te +zeggen uitkwamen in <span class="ex">la Mère Cadet</span>. +Gedurende <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>een entre-acte van de Lucia di Lammermoor was zij +even komen eten; zij besproeide nu met een kleintje koffie een +maaltijd, die uitsluitend uit een artisjok in olie en azijn +bestond.</p> +<p>„Twee konijnenragouts, drommels!” zeide zij zacht tot +het meisje, dat als kellner dienst deed; „dat is ook een jonge +man, die van goed eten houdt. Hoeveel krijg je van me, +Adèle?”</p> +<p>„Vier sous voor de artisjok, vier voor een kleintje koffie en +één voor brood. Dat is negen sous.”</p> +<p>„Hier,” zeide de zangeres, en zij ging weg onder het +neuriën van:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">Cet amour que Dieu me donne!</p> +</div> +<p class="first">„Zij haalt de hooge A,” zeide toen een +mysterieus persoon, die, achter een wal van oude boeken verborgen, aan +dezelfde tafel als Schaunard zat.</p> +<p>„Haalt zij hem?” zeide Schaunard; „ik zou eerder +zeggen, dat ze hem thuis gelaten heeft. Het is dan ook +belachelijk,” voegde hij eraan toe, terwijl hij met zijn vinger +op den schotel wees, waaruit <span class="ex">Lucia di +Lammermoor</span> haar artisjok genuttigd had, „om je fausset in +azijn in te leggen.”</p> +<p>„Het is inderdaad een scherp zuur,” begon weer de +persoon, die reeds gesproken had. „De stad Orleans produceert een +soort, die terecht een goede reputatie heeft.”</p> +<p>Schaunard nam den onbekende, die blijkbaar een gesprek wilde +uitlokken, aandachtig op. De starre blik uit zijn groote blauwe oogen, +die steeds iets schenen te zoeken, gaf aan zijn gelaatsuitdrukking het +karakter van vrome zielerust, die men zoo dikwijls bij seminaristen +ziet. Zijn gelaat had de kleur van oud, vergeeld ivoor, behalve zijn +wangen, die met een roodkleurige laag ingesmeerd schenen te zijn. Zijn +mond leek geteekend te zijn door een eerste-klas leerling, dien men +tijdens zijn werk tegen zijn elleboog gestooten had. De negerachtig +opgetrokken <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>lippen lieten tanden zien, die een jachthond geen +oneer zouden hebben aangedaan, en de twee plooien van zijn kin rustten +op een witte das, waarvan de eene punt de sterren bedreigde, terwijl de +andere zich in den grond scheen te willen boren. Uit een kalen vilten +hoed met wonderlijk breede randen, stroomden zijn haren in blonde +watervallen. Hij had een notenkleurige pèlerine-jas, die tot op +de draad afgesleten en zoo ruw als een rasp was. Uit de wijdopenstaande +zakken van die jas kwamen bundels papier en brochures te voorschijn. +Zonder zich te bekommeren om de opmerkzaamheid, waarmede hij opgenomen +werd, nuttigde hij een portie zuurkool met worst, waarbij hij telkens +een tevreden geknor liet hooren. Onder het eten door las hij een boek, +dat open voor hem lag, en waarop hij nu en dan met een potlood, dat hij +achter zijn oor had zitten, aanteekeningen maakte.</p> +<p>„Nou?” riep plotseling Schaunard uit en sloeg daarbij +met zijn mes tegen zijn glas; „waar blijft mijn +konijnenragout?”</p> +<p>„Mijnheer,” antwoordde het meisje, dat met een schotel +in haar hand naar hem toe kwam, „die zijn er niet meer, dit is de +laatste, en die is al door mijnheer besteld,” voegde zij eraan +toe, terwijl zij den schotel voor den man met de boeken neerzette.</p> +<p>„Verduiveld!” riep Schaunard uit.</p> +<p>Er klonk zooveel melancholieke teleurstelling door in dat +„Verduiveld!”, dat de man met de boeken er door getroffen +werd. Hij schoof den wal van boeken, die zich tusschen hem en Schaunard +verhief, op zij en zeide, <span class="corr" id="xd20e619" title="Bron: erwijl">terwijl</span> hij den schotel tusschen hen in zette, op +den zachtsten toon, dien hij in zijn stem leggen kon:</p> +<p>„Zou ik het genoegen mogen hebben dit gerecht met u te +deelen?”</p> +<p>„Mijnheer,” antwoordde Schaunard, „ik zou er u +niet gaarne van berooven.” <span class="pagenum">[<a id="pb23" +href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span></p> +<p>„U zult mij dus van het genoegen willen berooven, u een dienst +te bewijzen.”</p> +<p>„Als u het zoo opvat, mijnheer....” En Schaunard schoof +zijn bord bij.</p> +<p>„Veroorloof mij u den kop niet aan te bieden,” zeide de +vreemdeling.</p> +<p>„Daar kan ik niet in komen, mijnheer,” riep Schaunard +uit.</p> +<p>Maar toen hij zijn bord weer naar zich toe trok, zag hij, dat de +vreemdeling hem juist dat gedeelte gegeven had, dat hij zeide voor +zichzelf te willen houden.</p> +<p>„Wat?” bromde Schaunard in zichzelf, „wil hij me +met zijn beleefdheid er tusschen nemen?”</p> +<p>„Al moge,” zeide de vreemdeling, „het hoofd het +edelste deel van den mensch zijn, van het konijn is het juist het +tegenovergestelde. Vandaar dan ook, dat er vele menschen zijn, die het +niet kunnen uitstaan. Bij mij is het juist andersom. Ik aanbid het, om +zoo te zeggen.”</p> +<p>„Dan spijt het mij dubbel,” zeide Schaunard, „dat +gij u voor mij daarvan beroofd hebt.”</p> +<p>„Wat? ... pardon,” zeide de boekenman, „ik heb den +kop voor mijzelf gehouden. Ik heb zelfs de eer gehad u te doen +opmerken, dat....”</p> +<p>„Neem me niet kwalijk!” viel Schaunard hem in de rede, +terwijl hij hem zijn bord onder de neus hield; „maar wat is dat +dan voor een stuk?”</p> +<p>„Lieve Hemel! Wat zie ik, o goden? Nog een kop! Het is een +bicephaal<a class="noteref" id="xd20e650src" href="#xd20e650" name="xd20e650src">4</a> konijn!” riep de vreemdeling uit.</p> +<p>„Bice....” stotterde Schaunard.</p> +<p>„.....phaal. Dat komt van het Grieksch. Inderdaad noemt +mijnheer de Buffon, die altijd manchetten droeg, voorbeelden van die +eigenaardigheid. Maar werkelijk, <span class="pagenum">[<a id="pb24" +href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>ik vind het inderdaad zeer +aangenaam, zoo’n natuurwonder gegeten te hebben.”</p> +<p>Tengevolge van dat incident was het gesprek voor goed aan den gang. +Schaunard, die in beleefdheid niet achter wilde blijven, bestelde een +nieuwe flesch. De boekenman liet een tweede aanrukken. Schaunard +offreerde salade, de man met de boeken toespijzen. Om acht uur stonden +er zes ledige flesschen op tafel. Al pratende had de openhartigheid, +die door de plengoffers van den rooden wijn besproeid was, hen ertoe +gebracht elkaar hun levensloop te vertellen; zij kenden elkander reeds, +alsof zij samen opgegroeid waren. Na de vertrouwelijke mededeelingen +van Schaunard aangehoord te hebben, had de boekenman hem verteld, dat +hij Gustave Colline heette; hij was wijsgeer van beroep en leefde van +de lessen, die hij gaf in mathematica, scholastica, botanica en andere +wetenschappen op <span class="ex">ica</span><span class="corr" id="xd20e664" title="Niet in bron">.</span></p> +<p>Het weinige geld, dat hij met lesgeven verdiende, besteedde Colline +voor het aankoopen van oude boeken. Zijn notenkleurige pèlerine +was een goede bekende aan alle boekenstalletjes van den pont de la +Concorde tot den pont Saint-Michel. Wat hij met al die boeken, waarvan +het aantal zòò groot was, dat men ze in een +menschenleeftijd niet had kunnen uitlezen, deed, wist niemand en hij +zelf nog het allerminst. Maar die manie was bij hem een hartstocht +geworden; en wanneer hij ’s avonds zonder een nieuw oud boek +thuis kwam, paste hij het woord van Titus op zichzelf toe en zeide: +„Ik heb een dag verloren laten gaan!” Zijn innemende +manieren en zijn wijze van uitdrukken, die een bloemlezing van alle +stijlen vormde, en de vreeselijke woordspelingen, waarmede hij zijn +gesprek kruidde, hadden haar uitwerking op Schaunard niet gemist, die +op staanden voet Colline permissie vroeg zijn naam te mogen inlasschen +op de beroemde lijst, waarover wij reeds gesproken hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span></p> +<p>Tamelijk aangeschoten en met den gang van menschen, die pas een +vertrouwlijk gesprek met wijnflesschen gevoerd hebben, verlieten zij +tegen negen uur <span class="ex" lang="fr">la mère +Cadet</span>.</p> +<p>Colline noodigde Schaunard uit met hem een kop koffie te gaan +drinken, wat deze aannam op voorwaarde dat de pousse-café voor +zijn rekening was. Zij gingen een café binnen in de rue +Saint-Germain-l’Auxerrois, dat op zijn uithangbord <span class="ex">Momus</span>, den god der Spelen en van het Lachen, had.</p> +<p>Toen zij binnenkwamen, was er juist een hevige discussie begonnen +tusschen twee stamgasten. Een van hen was een jonge man, wiens gelaat +zoo goed als geheel verloren ging in een zware, veelkleurige baard. Als +een tegenstelling tot dien overvloed van kinhaar was zijn voorhoofd zoo +kaal als een biljartbal; een klein groepje haren, die zoo weinig +talrijk waren, dat men ze zeer makkelijk zou kunnen tellen, trachtte +vergeefs die kaalheid te verbergen. Hij droeg een zwarte, aan de +ellebogen glad geschaafde jas, die, wanneer hij zijn armen te hoog +oplichtte, een paar onder de schouders aangebrachte luchtgaatjes liet +zien. Zijn broek kon desnoods nog voor zwart doorgaan, maar zijn +schoenen, die nooit nieuw geweest waren, schenen reeds meermalen aan de +voeten van den Wandelenden Jood de reis om de wereld gemaakt te +hebben.</p> +<p>Schaunard had opgemerkt, dat zijn vriend Colline en de jonge man met +de groote baard elkaar gegroet hadden.</p> +<p>„Ken je dien mijnheer?” vroeg hij aan den wijsgeer.</p> +<p>„Kennen bepaald niet,” antwoordde deze, „maar ik +zie hem wel eens in de Bibliotheek. Ik geloof, dat het een schrijver +is.”</p> +<p>„Zijn kleeding wijst er tenminste wel op,” antwoordde +Schaunard.</p> +<p>De persoon, met wien de jonge man het aan den stok <span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>had, was +iemand van een jaar of veertig, die, zooals uit zijn groot hoofd, dat +zonder overgang van den hals tusschen zijn beide schouders zat, op te +maken was, ongetwijfeld aan een beroerte sterven zou. De onnoozelheid +was in groote letters op zijn laag, met een klein zwart kalotje bedekt +voorhoofd te lezen. Hij heette mijnheer Mouton en was ambtenaar op de +mairie van het vierde arrondissement, waar hij de overlijdensregisters +bijhield.</p> +<p>„Mijnheer Rodolphe!” riep hij met een eunuch-orgaan uit, +terwijl hij den jongen man, dien hij aan een knoop van zijn jas +vasthield, heen en weer schudde, „wil ik u mijn meening eens +zeggen? Nou, al die couranten dienen tot niets. Kijk eens, laten we +eens veronderstellen: ik ben een huisvader, niet waar? .... goed ... Ik +kom hier in het café een partij domino spelen. Volg nu goed mijn +redeneering.”</p> +<p>„Verder, verder!” zeide Rodolphe.</p> +<p>„Welnu,” ging vader Mouton voort, terwijl hij iederen +zin scandeerde met een vuistslag, die de flesschen en glazen op het +tafeltje deed rinkelen; „welnu, ik kijk de couranten eens in, +goed .... Wat zie ik? De een zegt wit, de ander zegt zwart, enzoovoort, +enzoovoort. Wat heb ik daaraan? Ik ben een goed huisvader, die hier +komt om ....”</p> +<p>„Zijn partijtje domino te spelen,” zeide Rodolphe.</p> +<p>„Iederen avond,” ging mijnheer Mouton voort. „Nou, +laten we eens veronderstellen: Je begrijpt ....”</p> +<p>„Heel goed!” zeide Rodolphe.</p> +<p>„Ik lees een artikel, waar ik het niet mee eens ben. Dat maakt +me woedend, en ik verbijt me, ziet u, mijnheer Rodolphe, al die +couranten is leugenpak. Ja, leugenpak!” krijschte hij in de +hoogste tonen van zijn faussetstem, <span class="corr" id="xd20e709" +title="Niet in bron">„</span>en de journalisten zijn bandieten en +prutsschrijvers.”</p> +<p>„Maar toch, mijnheer Mouton ....”</p> +<p>„Ja, bandieten,” ging deze voort. „Zij zijn de +oorzaak <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>van alle ongelukken in de wereld; zij hebben de +revolutie en de assignaten gemaakt; bewijs: Murat.”</p> +<p>„Pardon,” viel Rodolphe hem in de rede; „u bedoelt +Marat.”</p> +<p>„Waarachtig niet, waarachtig niet,” ging Mouton voort; +„Murat; ik heb hem zien begraven, toen ik nog een kleine jongen +was ....”</p> +<p>„Maar ik verzeker u ....”</p> +<p>„Ze hebben nog een stuk over hem in het Cirque gegeven +....”</p> +<p>„Ja juist, precies,” zeide Rodolphe: „dat is +Murat.”</p> +<p>„Maar dat zeg ik al een uur lang,” riep de stijfkoppige +Mouton uit. „Murat, die in een kelder werkte, wat? Welnu, laten +we eens veronderstellen. Hebben de Bourbons geen gelijk gehad om hem te +guillotineeren, omdat hij hen verraden had?”</p> +<p>„Wien? Geguillotineerd! Verraden! Wat?” riep Rodolphe +uit, die nu op zijn beurt mijnheer Mouton bij den knoop van zijn jas +pakte.</p> +<p>„Wel Marat!”</p> +<p>„O God, neen, neen, mijnheer Mouton, Murat. Laten we elkaar +voor den donder eindelijk begrijpen!”</p> +<p>„Ja zeker. Murat, een hondsvot. Hij heeft den keizer in 1815 +verraden. Daarom beweerde ik, dat alle couranten één pot +nat zijn,” ging mijnheer Mouton voort, daarbij op het voornaamste +punt van zijn rede, die hij een verklaring placht te noemen, +terugkomend. „Weet u wat ik zou willen, mijnheer Rodolphe? Welnu, +laten we eens veronderstellen .... Ik zou een goede courant willen ... +O, niet groot ... goed, en een die geen phrases maakt ... +Zoo!”</p> +<p>„U bent veeleischend,” viel Rodolphe hem in de rede. +„Een courant zonder phrasen!”</p> +<p>„Ja, zeker. Let nu goed op!”</p> +<p>„Dat probeer ik!” <span class="pagenum">[<a id="pb28" +href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span></p> +<p>„Een courant, die alleen berichten geeft over den +gezondheidstoestand van den koning en de goederen der aarde. Want wat +heb je ten slotte aan al die couranten, wanneer je er niets van +begrijpt? Laten we eens veronderstellen: Ik ben op het stadhuis, niet +waar? Ik houd mijn registers bij, prachtig! Welnu, het is net als +wanneer ze tegen me zouden zeggen: „Mijnheer Mouton, u schrijft +de sterfgevallen in, welnu, doe nu dit eens, doe nu dat +eens<span class="corr" id="xd20e748" title="Bron: ,">.</span> Welnu, +wat moet dat, wat moet dat? Welnu, met de couranten is het precies +zoo,” eindigde hij zijn redeneering.</p> +<p>„Zeer juist!” merkte iemand, die naast hem zat en de +uiteenzetting begrepen had, op.</p> +<p>En mijnheer Mouton ging, nadat hij de gelukwenschen van eenige +stamgasten, die het met hem eens waren, in ontvangst genomen had, +verder met zijn partijtje domino.</p> +<p>„Ik heb hem eens flink op zijn plaats gezet,” zeide hij, +terwijl hij op Rodolphe wees, die aan het tafeltje van Schaunard en +Colline was gaan zitten.</p> +<p>„Wat een stommeling!” zeide deze tot de twee jonge lui, +terwijl hij naar den ambtenaar wees.</p> +<p>„Hij heeft dan ook een prachtigen kop met zijn wenkbrauwen als +rijtuigkappen en zijn kalfsoogen,” merkte Schaunard op, terwijl +hij een prachtig doorgerookten neuswarmer uit zijn zak haalde.</p> +<p>„Bliksems, mijnheer,” zeide Rodolphe, „wat een +mooie pijp hebt u daar!”</p> +<p>„O, ik heb nog een heel wat mooiere, als ik uit ga,” +zeide Schaunard onverschillig. „Geef me even wat tabak, +Colline.”</p> +<p>„Lieve Hemel,” riep de wijsgeer uit, „mijn tabak +is op.”</p> +<p>„Sta mij toe u wat aan te bieden,” zeide Rodolphe, +terwijl hij een pakje tabak uit zijn zak haalde en op tafel zette.</p> +<p>Colline meende die beleefdheid met het offreeren van een rondje te +moeten beantwoorden. <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" +name="pb29">29</a>]</span></p> +<p>Rodolphe meende niet te kunnen weigeren. Het gesprek kwam op de +litteratuur. Rodolphe, naar zijn door zijn kleeding reeds verraden +beroep gevraagd, erkende zijn betrekkingen tot de Muzen en bestelde een +tweede rondje. Toen de kellner de flesch wilde medenemen, vroeg +Schaunard hem die maar te laten staan. Hij had in een van +Colline’s zakken het zilveren duo van twee vijffrancstukken +hooren weerklinken. Rodolphe had weldra het niveau van openhartigheid +bereikt, waarop de beide vrienden zich reeds bevonden, en deed hun op +zijn beurt vertrouwelijke mededeelingen.</p> +<p>Zij zouden zeker den nacht in het café hebben doorgebracht, +indien men hun niet was komen vragen heen te gaan. Zij waren nog geen +tien pas verder, waarover zij tusschen twee haakjes een kwartier gedaan +hadden, toen zij door een stortbui overvallen werden. Colline en +Rodolphe woonden aan de twee tegenovergestelde uiteinden van Parijs, de +eene in Ile-Saint-Louis, de andere in Montmartre.</p> +<p>Schaunard, die totaal vergeten was, dat hij geen onderdak meer had, +stelde hun voor naar zijn kamer te gaan.</p> +<p>„Ga met mij mede,” zeide hij, „ik woon hier vlak +bij; wij zullen den nacht doorbrengen met praten over litteratuur en +schoone kunsten.”</p> +<p>„En dan maak jij muziek en moet Rodolphe ons zijn gedichten +voordragen,” zeide Colline.</p> +<p>„Waarachtig, zeker,” voegde Schaunard eraan toe, +„we moeten lachen en vroolijk zijn, we leven maar +eens.”</p> +<p>Voor zijn huis gekomen, dat Schaunard slechts met moeite herkende, +ging hij op een paaltje zitten wachten op Rodolphe en Colline, die bij +een nog open zijnden wijnhandelaar de eerste elementen van een souper +waren gaan halen. Toen zij terug waren, klopte Schaunard meermalen hard +op de deur, want hij herinnerde zich <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>vaag, dat de concierge de +gewoonte had hem te laten wachten. Eindelijk ging de deur open en vader +Durand, die in de heerlijkheden van den eersten slaap verzonken was en +zich niet herinnerde, dat Schaunard zijn huurder niet meer was, maakte +volstrekt geen tegenwerpingen, toen deze zijn naam door het +schuifraampje geroepen had.</p> +<p>Toen zij alle drie boven op de trap waren (een even lange als +moeilijke klimpartij), uitte Schaunard, die voorop liep, een kreet van +verbazing, toen hij den sleutel in het slot van zijn kamerdeur zag +steken.</p> +<p>„Wat is er?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„Ik begrijp er niets van,” mompelde hij, „ik vind +in het slot den sleutel, dien ik vanmorgen medegenomen heb. Enfin, we +zullen zien. Ik had hem in mijn zak gestoken. Wel, alle duivels, daar +heb je hem nog,” riep hij uit, terwijl hij den sleutel liet +zien.</p> +<p>„Dat is tooverij!”</p> +<p>„Phantasmagorie,” zeide Colline.</p> +<p>„Phantasie,” voegde Rodolphe eraan toe.</p> +<p>„Maar,” ging Schaunard voort, en in zijn stem beefde +angst, „hooren jullie dat?”</p> +<p>„Wat?”</p> +<p>„Wat?”</p> +<p>„Mijn piano, die uit zichzelf speelt, ut, la mi ré do, +la si sol, ré. Vervloekte ré, die zal altijd valsch +blijven!”</p> +<p>„Maar dan is dat zeker jouw kamer niet,” zeide Rodolphe, +die Colline, op wien hij zwaar leunde, in het oor fluisterde:</p> +<p>„Hij is dronken!”</p> +<p>„Dat geloof ik ook. In de eerste plaats is dat geen piano, +maar een fluit.”</p> +<p>„Maar jij bent ook dronken, mijn waarde,” antwoordde de +dichter den wijsgeer, die op den steenen vloer was gaan zitten. +„Het is een viool.” <span class="pagenum">[<a id="pb31" +href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p> +<p>„Een vio ... Ha, ha! Luister eens, Schaunard,” stamelde +Colline, terwijl hij zijn vriend aan zijn beenen trok, „die is +goed! Mijnheer daar beweert, dat het een vio ....”</p> +<p>„Alle duivels!” riep Schaunard, thans zeer angstig, uit; +„mijn piano speelt nog altijd, dat is tooverij!”</p> +<p>„Phantasma .... gorie,” huilde Colline, terwijl hij een +der flesschen, die hij in zijn hand had, liet vallen.</p> +<p>„Phantasie,” krijschte op zijn beurt Rodolphe.</p> +<p>Midden onder dat lawaai ging plotseling de deur open en zagen zij op +den drempel iemand verschijnen met een drie-armigen kandelaar, waarin +rose kaarsen brandden.</p> +<p>„Wat is er van uw dienst, heeren?” vroeg hij, terwijl +hij beleefd de drie vrienden groette.</p> +<p>„Lieve Hemel, wat heb ik gedaan? Ik heb mij vergist, dit is +mijn kamer niet,” zeide Schaunard.</p> +<p>„Mijnheer,” voegden Colline en Rodolphe gezamenlijk +eraan toe: „wees zoo goed onzen vriend te excuseeren; hij is zoo +dronken als een ladder.”</p> +<p>Plotseling schoot een lichtstraal door het benevelde brein van +Schaunard; hij had op zijn deur deze met krijt geschreven woorden +gelezen:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">„Ik ben driemaal hier geweest, om mijn +Nieuwjaarsgeschenken te halen.</p> +<p class="signed">Phémie.”</p> +</div> +<p>„Waarachtig, maar ik ben wel degelijk thuis!” riep hij +uit; „daar heb je het visitekaartje, dat Phémie met +Nieuwjaar heeft achtergelaten: het is dus wel mijn deur.”</p> +<p>„Lieve God, mijnheer,” zeide Rodolphe; „ik ben er +werkelijk confuus van.”</p> +<p>„Wees overtuigd, mijnheer,” voegde Colline eraan toe, +„dat ik een werkzaam aandeel neem in de confuusheid van mijn +vriend.” <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span></p> +<p>De jonge man brak in een schaterlach uit.</p> +<p>„Als u even binnen wilt komen,” antwoordde hij, +„dan zal uw vriend, zoodra hij de kamer gezien heeft, zijn +dwaling wel erkennen.”</p> +<p>„Gaarne.”</p> +<p>De dichter en de wijsgeer namen ieder Schaunard bij een arm en +brachten hem in de kamer, of liever in het paleis van Marcel, dien de +lezer zeker reeds herkend heeft.</p> +<p>Schaunard keek eenigszins verward om zich heen en mompelde:</p> +<p>„Het is verwonderlijk, hoe veel mooier mijn kamer geworden +is.”</p> +<p>„Nou, ben je nu overtuigd?” vroeg Colline hem.</p> +<p>Maar Schaunard had zijn piano in het oog gekregen, ging er naar toe +en begon gamma’s te spelen.</p> +<p>„He, luisteren jullie eens,” zeide hij, terwijl hij +verschillende accoorden aansloeg; „Bravo, het dier heeft zijn +baas herkend: si la sol, fa mi <span class="corr" id="xd20e871" title="Bron: re">ré</span>! O, bliksemsche ré! Jij verandert +ook nooit. Ik zie wel, dat het mijn instrument is.”</p> +<p>„Hij houdt vol,” zeide Colline tot Rodolphe.</p> +<p>„Hij houdt vol,” herhaalde Rodolphe tegen Marcel.</p> +<p>„En dat dan,” ging Schaunard voort, terwijl hij op den +met sterren en loovertjes bezaaiden rok, die over een stoel geworpen +was, wees, „dat is ook zeker mijn ambtsgewaad niet?”</p> +<p>En hij keek Marcel uitdagend aan.</p> +<p>„En dat dan,” vervolgde Schaunard en trok het +deurwaardersexploot, waarvan hierboven sprake was, van den muur.</p> +<p>En hij begon te lezen:</p> +<p>„Dientengevolge zal mijnheer Schaunard gehouden zijn genoemde +woning te ontruimen en haar in goeden en bewoonbaren staat terug te +geven den achtsten April <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>vòòr twaalf uur des +namiddags. Ten bewijze daarvan heb ik hem deze acte ter hand gesteld, +waarvan de kosten vijf francs bedragen. Nou, ben ik nou mijnheer +Schaunard niet, wien de kamer bij deurwaardersexploot opgezegd wordt en +wien men gezegelde stukken, waarvan de kosten vijf francs bedragen, +vereert? En dan dat nog,” ging hij voort, toen hij zijn +pantoffels aan de voeten van Marcel zag; „zijn dat niet mijn +muiltjes, geschenk van een mij dierbare hand? Mijnheer,” zoo +wendde hij zich nu tot Marcel, „thans is het aan u, om uw +aanwezigheid in mijn laren en penaten te verklaren.”</p> +<p>„Mijne heeren,” antwoordde Marcel en hij richtte zich +hierbij in het bijzonder tot Colline en Rodolphe, +„mijnheer,” en hij wees op Schaunard, „mijnheer is op +zijn kamer, ik beken het eerlijk.”</p> +<p>„Zoo,” riep Schaunard uit, „dat is maar gelukkig +ook.”</p> +<p>„Maar,” vervolgde Marcel, „ook ik ben op mijn +kamer.”</p> +<p>„Maar mijnheer,” viel Rodolphe hem in de rede, +„als onze vriend toch ....”</p> +<p>„Ja,” vervolgde Colline, „als onze vriend +....”</p> +<p>„En als u u van uw kant herinnert, dat ....”, voegde +Rodolphe eraan toe, „hoe komt het dan ....”</p> +<p>„Ja,” echode Colline, „hoe komt het dan +....”</p> +<p>„Neem plaats heeren,” antwoordde Marcel, „dan zal +ik u het mysterie ophelderen.”</p> +<p>„Wat zoudt u ervan zeggen, als we die opheldering eens +besproeiden?” waagde Colline op te merken.</p> +<p>„En daarbij familiaar een stukje aten?” voegde Rodolphe +eraan toe.</p> +<p>De vier jonge mannen zetten zich aan tafel en openden een hevigen +aanval op een stuk koud kalfsvleesch, dat de wijnhandelaar hun +afgestaan had.</p> +<p>Marcel legde toen uit, wat er dien ochtend, toen hij <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>was +komen verhuizen, tusschen hem en den huisbaas was voorgevallen.</p> +<p>„Derhalve,” zeide Rodolphe, „heeft mijnheer +volkomen gelijk, wij zijn zijn gasten.”</p> +<p>„Pardon, u bent hier thuis,” antwoordde Marcel +beleefd.</p> +<p>Het kostte echter ontzaglijke moeite, om Schaunard aan zijn verstand +te brengen wat er gebeurd was. Een komisch incident maakte de zaak nog +ingewikkelder. Schaunard, die in een kast naar God weet wat zocht, +ontdekte daarin het kleingeld, dat Marcel dien ochtend van zijn +vijfhonderd francs teruggekregen had.</p> +<p>„Ha,” riep hij uit, „ik wist wel, dat mijn vriend, +het toeval, mij niet in den steek zou laten. Ik herinner me nu, dat ik +van morgen uitgegaan ben, om hem te zoeken ..... Voor die +huurtermijnen, dat is waar ook; hij is zeker in mijn afwezigheid hier +geweest. Wij hebben elkaar misgeloopen, dat is alles. Het is toch maar +heel verstandig van me geweest den sleutel op de kast te +laten.”</p> +<p>„Zoete dwaasheid!” mompelde Rodolphe, toen hij zag hoe +Schaunard de geldstukken in even hooge hoopen opstapelde.</p> +<p>„Droom en bedrog, dat is het leven,” voegde de wijsgeer +eraan toe.</p> +<p>Marcel lachte.</p> +<p>Een uur later lagen zij alle vier in een diepen slaap.</p> +<p>Den volgenden middag om twaalf uur werden zij wakker; in den beginne +waren zij niet weinig verwonderd elkaar daar te vinden: Schaunard, +Colline en Rodolphe schenen elkaar zelfs niet te herkennen en noemden +elkaar mijnheer. Marcel moest er hen aan herinneren, dat zij den +vorigen avond met elkaar bij hem gekomen waren.</p> +<p>Op dat oogenblik kwam Durand in de kamer.</p> +<p>„Mijnheer,” zeide hij tot Marcel, „het is vandaag +de <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>negende April achttien honderd en veertig ... het +is modderig op straat, en Z. M. Louis-Philippe is nog steeds koning van +Frankrijk en Navarre. Lieve Hemel,” riep vader Durand uit, toen +hij zijn ouden huurder zag, „daar heb je mijnheer Schaunard. Hoe +bent u hier gekomen?”</p> +<p>„Per telegraaf,” antwoordde Schaunard.</p> +<p>„Hoor hem eens aan,” zeide de concierge<span class="corr" id="xd20e947" title="Bron: .">,</span> „u bent nog de oude +grappenmaker!”</p> +<p>„Durand,” zeide Marcel, „ik houd er niet van, dat +de livrei zich in mijn gesprekken mengt; je gaat naar het +dichtstbijzijnde restaurant en laat een dejeuner voor vier personen +boven brengen. Hier heb je de spijskaart,” voegde hij eraan toe, +terwijl hij hem een stukje papier met het menu erop gaf. „En een +beetje vlug.”</p> +<p>„Heeren,” ging Marcel voort, „u hebt mij gisteren +avond een souper aangeboden, laat mij u nu hedenmorgen een dejeuner +aanbieden, niet bij mij, maar bij u,” voegde hij eraan toe, +terwijl hij Schaunard zijn hand toestak.</p> +<p>Na afloop van het dejeuner vroeg Rodolphe het woord.</p> +<p>„Heeren,” zeide hij, „staat mij toe, dat ik u +verlaat ....”</p> +<p>„O neen,” zeide Schaunard op sentimenteelen toon, +„laten we elkaar niet meer verlaten.”</p> +<p>„Dat is zoo,” merkte Colline op; „je bent hier erg +op je gemak.”</p> +<p>„U een oogenblik verlaat,” ging Rodolphe voort, +„morgen verschijnt de Echarpe d’Iris<a class="noteref" id="xd20e965src" href="#xd20e965" name="xd20e965src">5</a>, een +mode-tijdschrift, waarvan ik hoofdredacteur ben, en ik moet de +drukproeven nog corrigeeren. Binnen een uur ben ik terug.”</p> +<p>„Alle duivels,” zeide Colline; „dat brengt mij op +de gedachte, dat ik les moet geven aan een Indischen prins, +<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>die naar Parijs gekomen is, om Arabisch te +leeren.”</p> +<p>„Geef die les morgen,” zeide Marcel.</p> +<p>„Neen, dat gaat niet,” antwoordde de wijsgeer: „de +prins zou mij vandaag betalen. En bovendien moet ik eerlijk bekennen, +dat deze schoone dag voor mij bedorven zou zijn, indien ik niet even +langs de boekenstalletjes loop.”</p> +<p>„Maar je komt toch terug?” vroeg Schaunard.</p> +<p>„Met de snelheid van een met zekere hand afgeschoten +pijl,” antwoordde de wijsgeer, die van excentrieke beeldspraak +hield.</p> +<p>En hij ging met Rodolphe weg.</p> +<p>„Maar,” zeide Schaunard, toen hij met Marcel alleen +gebleven was, „indien ik, in plaats van me hier te koesteren op +het kussen van het <span class="ex">dolce far niente</span>, wat goud +ging zoeken om de begeerigheid van mijnheer Bernard te +stillen?”</p> +<p>„Maar,” zeide Marcel ongerust; „wil je dan nog +steeds verhuizen?”</p> +<p>„Lieve God, ik moet wel,” antwoordde Schaunard, +„ik heb immers een exploot, waarvan de kosten vijf francs zijn, +gekregen.”</p> +<p>„Maar,” vervolgde Marcel, „als je verhuist, dan +neem je zeker je meubels mee?”</p> +<p>„Ja, dat is mijn bedoeling, ik laat hier geen haar achter, +zooals mijnheer Bernard zegt.”</p> +<p>„Duivels, dat zal me leelijk in verlegenheid brengen, want ik +heb je kamers gemeubileerd gehuurd.”</p> +<p>„Waarachtig, dat is waar ook,” zeide Schaunard. +„Maar,” voegde hij er melancholiek aan toe, „er is +geen enkele aanwijzing, dat ik vandaag of morgen of wanneer ook mijn +vijf-en-zeventig francs zal vinden.”</p> +<p>„Maar wacht even,” riep Marcel uit, „ik heb een +idee.”</p> +<p>„Laat hooren,” zeide Schaunard. <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span></p> +<p>„De zaak staat zoo: wettelijk behoort de woning aan mij, omdat +ik een maand vooruit betaald heb.”</p> +<p>„De woning, ja; maar als ik betaal, neem ik de meubelen +wettelijk mede; en als het mogelijk was, zou ik ze zelfs onwettelijk +medenemen.”</p> +<p>„Zoodat,” zeide Marcel, „jij de meubels en geen +woning, en ik een woning en geen meubels heb.”</p> +<p>„Dat klopt,” zeide Schaunard.</p> +<p>„Maar mij bevalt de woning uitstekend.”</p> +<p>„En mij,” merkte Schaunard op, „mij beviel ze +nooit meer.”</p> +<p>„Wat zeg je?”</p> +<p>„Nooit .... meer. Ik weet heel goed, wat ik zeg.”</p> +<p>„Welnu, dan kunnen we het op een accoordje gooien,” +meende Marcel; „blijf bij me, ik lever de woning en jij levert de +meubelen.”</p> +<p>„En de huur?” vroeg Schaunard.</p> +<p>„Daar ik nu geld heb, betaal ik ditmaal; den volgenden keer is +het jouw beurt. Denk er eens over na.”</p> +<p>„Ik denk nooit na, vooral niet om een voorstel aan te nemen, +dat in mijn geest valt; ik neem het zonder bedenken aan. Bovendien zijn +schilder- en dichtkunst zusters.”</p> +<p>„Schoonzusters,” vond Marcel.</p> +<p>Op dat oogenblik kwamen Colline en Rodolphe, die elkaar op straat +ontmoet hadden, terug.</p> +<p>Marcel en Schaunard stelden hen van hun vennootschap in kennis.</p> +<p>„Heeren,” riep Rodolphe uit, terwijl hij het in zijn +broekzak liet rinkelen<span class="corr" id="xd20e1039" title="Bron: .">,</span> „ik offreer het gezelschap een +diner.”</p> +<p>„Dat was juist mijn plan ook,” zeide Colline, terwijl +hij uit zijn zak een goudstuk haalde, dat hij als een monocle naar zijn +oog bracht. „Mijn prins heeft mij dat gegeven voor een +Hindostansch-Arabische grammatica, die ik zooeven voor zes stuivers +gekocht heb.” <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38" +name="pb38">38</a>]</span></p> +<p>„En ik,” zeide Rodolphe, „heb mij door den kassier +van de Echarpe d’Iris een voorschot laten geven van dertig +francs, onder voorgeven, dat ik mij moest laten inenten.”</p> +<p>„Het is vandaag dus Heiligendag,” zeide Schaunard; +„ik alleen heb niets gekregen, dat is toch +vernederend.”</p> +<p>„Intusschen,” viel Rodolphe hem in de rede, +„handhaaf ik mijn uitnoodiging voor een diner.”</p> +<p>„En ik ook,” zeide Colline.</p> +<p>„Nou<span class="corr" id="xd20e1055" title="Bron: ”,">,”</span> zeide Rodolphe, „dan zullen we +opgooien, wie betalen zal.”</p> +<p>„Neen,” riep Schaunard uit, „ik weet wat beters, +om jullie uit die moeilijkheid te helpen, heel wat beters.”</p> +<p>„En dat is?”</p> +<p>„Rodolphe betaalt het diner, en Colline geeft een +souper.”</p> +<p>„Een Salomo-oordeel,” riep de wijsgeer uit.</p> +<p>„Dan zal het vandaag nog erger toegaan dan op de bruiloft van +<span class="corr" id="xd20e1069" title="Bron: Gamacho">Camacho</span>,”<a class="noteref" id="xd20e1072src" href="#xd20e1072" name="xd20e1072src">6</a> meende +Marcel.</p> +<p>Het diner had plaats in een provençaalsch restaurant in de +rue Dauphine, dat bekend was door zijn litteraire kellners en zijn +ayoli-gerechten. Daar zij nog een plaatsje over moesten houden voor het +souper, dronken en aten zij matig. De den vorigen avond tusschen +Colline en Schaunard, en later met Marcel aangeknoopte kennismaking +werd nu intiemer; de vier jonge mannen heschen de vlag van hun +kunstinzichten, en alle vier erkenden, dat zij met denzelfden moed en +dezelfde verwachtingen bezield waren. Al pratende en debatteerende, +bemerkten zij, dat zij gemeenschappelijke sympathieën hadden, dat +zij allen dien zin voor en die behendigheid hadden in geestige +schermutselingen, welke opvroolijken, zonder te <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>kwetsen; +dat alle mooie deugden der jeugd leefden in hun harten, die door het +zien of hooren van iets moois makkelijk in geestdrift waren te brengen. +Alle vier, van hetzelfde punt uitgegaan, om hetzelfde doel te bereiken, +waren van oordeel, dat iets anders dan het banale spel van het toeval +hen had samengebracht, en dat misschien de Voorzienigheid, de +natuurlijke beschermster der verlatenen, hen zoo samenvoerde en hun +heel zacht het woord van het Evangelie influisterde, dat eigenlijk de +eenige wet voor de geheele menschheid moest zijn: „Helpt elkander +en hebt elkander lief!”</p> +<p>Tegen het einde van het diner, dat een eenigszins ernstig karakter +had aangenomen, stond Rodolphe op, om een toast uit te brengen op de +toekomst; Colline antwoordde met een kleine toespraak, die aan geen +enkel boek ontleend en vrij van alle oratorische wendingen was, maar +heel eenvoudig de simpele taal der natuur sprak, die zoo goed doet +begrijpen wat zoo slecht gezegd wordt.</p> +<p>„De philosoof lijkt wel niet wijs!” mompelde Schaunard, +over zijn glas gebogen; „nu dwingt hij me water in mijn wijn te +doen.”</p> +<p>Na het diner gingen ze een pousse-café drinken in +<span class="ex">Momus</span>, waar zij den vorigen dag den avond ook +reeds hadden doorgebracht. Van dien dag af was het daar voor de overige +gasten niet meer uit te houden.</p> +<p>Na de koffie en de daarbij <span class="corr" id="xd20e1090" title="Bron: behooren">behoorenden</span> likeuren ging de nu voor goed +opgerichte bohème-clan terug naar de kamer van Marcel, die +voortaan den naam <span class="ex">Elysée</span> Schaunard +droeg. Terwijl Colline het door hem beloofde souper ging bestellen, +haalden de anderen voetzoekers, vuurpijlen en andere stukken vuurwerk; +en voor zij aan tafel gingen, staken zij uit een der vensters een +prachtig vuurwerk af, dat het heele huis op stelten zette en gedurende +hetwelk de vier vrienden uit volle borst zongen: <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span></p> +<p lang="fr">„Célébrons, célébrons, +célébrons ce beau jour!”</p> +<p>Den volgenden ochtend vonden zij elkaar weer terug, doch ditmaal +zonder zich erover te verwonderen. Voor zij ieder weer tot hun werk +terugkeerden, gingen ze gezamenlijk eenvoudig dejeuneeren in +<span class="ex">Momus</span>, waar ze afspraken des avonds weer te +zullen bijeenkomen en waar men hen gedurende langen tijd dagelijks weer +zag verschijnen.</p> +<p>Dit zijn de hoofdpersonen, die men zal ontmoeten in de kleine +verhalen, waaruit dit boek bestaat, dat volstrekt geen roman is en geen +andere pretentie heeft dan die door zijn titel aangegeven; want de +tooneelen uit het Parijsche kunstenaars-leven zijn inderdaad niets +anders dan zedenstudiën, waarvan de helden behooren tot een tot +dusver verkeerd beoordeelde klasse, wier grootste gebrek een beetje +losbandigheid is, en die nog als excuus kunnen aanvoeren, dat die +losbandigheid een noodzakelijkheid is, welke het leven hun oplegt. +<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e452" href="#xd20e452src" name="xd20e452">1</a></span> Een +hôtel in de tegenwoordige rue-Jean-Jacques-Rousseau, waarin +meubelverkoopingen gehouden werden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e459" href="#xd20e459src" name="xd20e459">2</a></span> Een bekend +soort, met brons ingelegde meubelen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e566" href="#xd20e566src" name="xd20e566">3</a></span> De in het +quartier latin gebruikelijke naam voor het Théâtre du +Luxembourg.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e650" href="#xd20e650src" name="xd20e650">4</a></span> +Tweehoofdig.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e965" href="#xd20e965src" name="xd20e965">5</a></span> De +Regenboog.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1072" href="#xd20e1072src" name="xd20e1072">6</a></span> Een +beroemde slemppartij uit Cervantes’ Don Quichotte, beschreven in +hoofdstuk XX van dat werk.</p> +</div> +</div> +<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1108" class="label">Hoofdstuk II.</h2> +<h2 class="main">Een gezant der Voorzienigheid.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Schaunard en Marcel, die reeds van den vroegen ochtend +af dapper aan het werk waren, hielden plotseling op.</p> +<p>„Alle duivels, wat heb ik een honger!” zeide Schaunard; +en hij voegde er langs zijn neus weg aan toe: „Wordt er vandaag +niet gedejeuneerd?”</p> +<p>Marcel scheen over die meer dan ooit ongelegen komende vraag zeer +verbaasd:</p> +<p>„Sedert wanneer wordt er twee dagen achter elkaar +gedejeuneerd?” zeide hij. „Het was gisteren +Donderdag.”</p> +<p>En, om zijn antwoord als het ware meer kracht bij te zetten, wees +hij met zijn schilderstokje op het gebod der Kerk.</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Vendredi chair ne mangeras,</p> +<p class="line">Ni autre chose pareillement.”</p> +</div> +<p class="first">Schaunard kon geen antwoord vinden en begon weer te +werken aan zijn schilderij, dat een vlakte voorstelde met een rooden en +een blauwen boom, die elkaar een hand- of liever takdruk gaven. Een +zeer duidelijke en inderdaad ook zeer philosophische toespeling op de +heerlijkheden der vriendschap.</p> +<p>Op dat oogenblik klopte de concierge aan de deur. Hij bracht een +brief voor Marcel.</p> +<p>„Drie sous,” zeide hij. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span></p> +<p>„Heusch?” antwoordde de kunstenaar. „Die mag je +houden.”</p> +<p>En hij sloeg de deur voor zijn neus dicht.</p> +<p>Marcel verbrak het zegel en las. Bij de eerste woorden reeds begon +hij te springen als een acrobaat en hief luidkeels het volgende lied, +dat bij hem de hoogste graad van verrukking was, aan:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Y’avait quat’ jeunes gens du +quartier</p> +<p class="line">Ils étaient tous les quatre malades;</p> +<p class="line">On les a m’nés à <span class="corr" +id="xd20e1148" title="Bron: l’Hótel">l’Hôtel</span>-Dieu</p> +<p class="line xd20e240">Eu! eu! eu! eu!<span class="corr" id="xd20e1153" title="Niet in bron">”</span></p> +</div> +<p class="first">„Prachtig,” zeide Schaunard en +vervolgde:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„On les a mis dans un grand lit,</p> +<p class="line">Deux à la tête et deux au pied.</p> +</div> +<p class="first"><span class="corr" id="xd20e1163" title="Niet in bron">„</span>Dat kennen we al.”</p> +<p>Marcel ging door:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Ils virent arriver un’ petit’ +soeur,</p> +<p class="line xd20e240">Eur! eur! eur! eur!”</p> +</div> +<p class="first">„Als je niet oogenblikkelijk ophoudt,” +zeide Schaunard, die reeds <span class="corr" id="xd20e1175" title="Bron: symptonen">symptomen</span> van hersenverweeking begon te +voelen, „dan ga ik het allegro van mijn symphonie over den +<span class="ex">Invloed van het Blauw in de Kunsten</span> +spelen.”</p> +<p>En hij stapte reeds naar zijn piano.</p> +<p>Dit dreigement werkte als een droppel koud water, die in een +borrelende vloeibare massa valt.</p> +<p>Marcel kalmeerde als door een tooverslag.</p> +<p>„Hier!” zeide hij, terwijl hij den brief aan zijn vriend +gaf; „lees!”</p> +<p>Het was een uitnoodiging voor een diner van een +député, een verlicht beschermer der kunsten in het +algemeen <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>en in het bijzonder van Marcel, die een schilderij +van zijn landhuis gemaakt had.</p> +<p>„Dat is voor vandaag,” zeide Schaunard; „jammer, +dat het geen invitatie voor twee personen is. Maar daar bedenk ik me, +dat jouw député ministerieel gezind is; je kan, je mag +die uitnoodiging niet aannemen: je principes verbieden je brood te +eten, dat gedrenkt is in het zweet van het volk.”</p> +<p>„Ba!” zeide Marcel, „mijn député +behoort tot de linkerzijde van het centrum; hij heeft pas nog tegen de +regeering gestemd. Bovendien zal hij wel een opdracht voor me hebben, +en hij heeft me beloofd mij in andere kringen te introduceeren. En al +is het ook vandaag honderd maal Vrijdag, ik heb een honger als Ugolino +in zijn toren; ik wil vandaag dineeren en daarmede basta!”</p> +<p>„Er zijn nog andere hinderpalen,” ging Schaunard voort, +die zijn jaloerschheid op het fortuintje, dat zijn vriend ten deel +viel, niet bedwingen kon. „Je kunt toch niet zoo in je roode trui +en met je sjouwerspet op gaan dineeren.”</p> +<p>„Ik zal van Rodolphe of Colline een pak leenen.”</p> +<p>„Jeugdige dwaas! Ben je vergeten, dat wij den twintigsten van +de maand voorbij zijn en dat om dezen tijd de kleeren van die heeren +bij oom Jan logeeren?”</p> +<p>„Maar ik zal toch vòòr vijf uur wel een zwart +pak vinden,” zeide Marcel.</p> +<p>„Ik heb drie weken noodig gehad, om er een te vinden, toen ik +naar de bruiloft van mijn neef moest—en dat was toch in het begin +van Januari.”</p> +<p>„Nou dan ga ik zoo!” antwoordde Marcel, terwijl hij met +groote passen de kamer op en en neer liep. „Van mij zal niet +gezegd worden, dat een armzalige quaestie van etiquette mij heeft +weerhouden den eersten stap in de wereld te doen.”</p> +<p>„O ja, dat is waar ook!” viel Schaunard, die het +blijkbaar <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>pleizierig vond zijn vriend te plagen; „hoe +staat het met je schoenen?”</p> +<p>Marcel ging in een toestand van niet te beschrijven opwinding weg. +Na verloop van twee uur kwam hij terug met een boord.</p> +<p>„Dat is alles wat ik heb kunnen vinden,” zeide hij met +een deerniswaardig gezicht.</p> +<p>„Daarvoor hadt je waarachtig niet zoo behoeven rond te +loopen,” antwoordde Schaunard; „we hebben hier papier +genoeg, om er een dozijn te maken.”</p> +<p>„Maar alle duivels!” riep Marcel uit en rukte daarbij de +haren uit zijn hoofd; „we moeten hier toch kleeren +hebben.”</p> +<p>En in alle hoekjes en gaatjes der beide kamers begon hij een +nauwgezet onderzoek.</p> +<p>Na een uur zoekens had hij het volgende costuum bij elkaar:</p> +<p>Een geruite broek.</p> +<p>Een grijze hoed.</p> +<p>Een roode das.</p> +<p>Een eertijds witte handschoen.</p> +<p>Een zwarte handschoen.</p> +<p>„Daar zijn in geval van nood ten minste twee zwarte +handschoenen uit te maken,” zeide Schaunard. „Maar wanneer +je aangekleed bent, zal je er uitzien als het zonnespectrum. Doch dat +is minder—je bent schilder.”</p> +<p>Intusschen paste Marcel de schoenen.</p> +<p>O ramp! Ze waren beide van denzelfden voet.</p> +<p>Daar zag de wanhopige kunstenaar in een hoek een ouden schoen, +waarin ze gewoonlijk hun leege verfblazen gooiden. Hij maakte er zich +meester van.</p> +<p>„Van kwaad tot erger,” zeide zijn ironische makker: +„de een is puntig en de ander breed van voren.”</p> +<p>„Dat zie je niet; ik zal ze lakken.” <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span></p> +<p>„Dat is een idée! Nu ontbreekt je alleen nog de +onontbeerlijke rok.”</p> +<p>„O,” zeide Marcel, terwijl hij zich van woede in zijn +vuisten beet „ik zou tien jaar van mijn leven en mijn rechterhand +geven, als ik er een had.”</p> +<p>Op dit oogenblik hoorden zij opnieuw op de deur kloppen. Marcel ging +open doen.</p> +<p>„Mijnheer Schaunard?” zeide een vreemdeling, die op den +drempel bleef staan.</p> +<p>„Dat ben ik,” antwoordde de schilder en verzocht hem +binnen te komen.</p> +<p>„Mijnheer,” zeide de onbekende, die een van die +trouwhartige gezichten had, welke den provinciaal kenmerken, +„mijn neef heeft me verteld, dat u zoo mooi portretten kunt +schilderen; en daar ik op het punt sta een reis naar de koloniën +te maken, als gedelegeerde der raffinadeurs van Nantes, zou ik gaarne +een souvenir van mij aan mijn familie achterlaten. Daarom ben ik naar u +toe gekomen.”</p> +<p>„O, heilige Voorzienigheid!” ... mompelde Schaunard. +„Marcel, geef een stoel aan mijnheer....”</p> +<p>„Blancheron,” vulde de vreemdeling aan; +„Blancheron uit Nantes, afgevaardigde van de suikerindustrie, +oud-burgemeester van V...., kapitein van de garde nationale, en +schrijver van een brochure over de suikerquaestie.”</p> +<p>„Ik voel mij zeer vereerd, dat ik door u gekozen ben,” +zeide de artist, terwijl hij een buiging maakte voor den gedelegeerde +der raffinadeurs. „En hoe wenscht u uw portret te +hebben?”</p> +<p>„Een miniature, zooals dit,” antwoordde mijnheer +Blancheron, terwijl hij op een portret in olieverf wees; want, zooals +voor zoovele anderen, is voor den gedelegeerde alles, wat geen verf op +huizen is, miniatuur: zij kennen geen middenweg. <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span></p> +<p>Dit naïeve antwoord deed Schaunard dadelijk begrijpen met wien +hij te doen had, vooral toen de vreemdeling er nog aan toevoegde, dat +hij gaarne zijn portret in fijne kleuren geschilderd wilde hebben.</p> +<p>„Ik gebruik nooit andere,” zeide Schaunard. „En in +welke grootte wilt u uw portret?”</p> +<p><span class="corr" id="xd20e1278" title="Niet in bron">„</span>Zoo groot ongeveer,” antwoordde +mijnheer Blancheron, op een doek van twintig francs wijzend. „Wat +is de prijs daarvan?”</p> +<p>„Vijftig tot zestig francs; vijftig zonder handen en zestig +met.”</p> +<p>„Drommels, mijn neef sprak van dertig francs.”</p> +<p>„Dat hangt af van het seizoen,” zeide de schilder; +„in sommige tijden zijn de kleuren veel duurder.”</p> +<p>„Zoo, dat is dus net als met den suiker.”</p> +<p>„Precies eender.”</p> +<p>„Nou, voor vijftig francs dan,” zeide mijnheer +Blancheron.</p> +<p>„Dat zou ik u niet aanraden; voor tien francs meer schilder ik +u met uw suiker-brochure in uw handen, dat zal meer effect +maken.”</p> +<p>„Waarachtig, u hebt gelijk!”</p> +<p>„Lieve Hemel,” zeide Schaunard in zichzelf; „als +hij zoo doorgaat, dan barst ik nog los en gooi ik hem een van mijn +stukken naar zijn hoofd.”</p> +<p>„Heb je gezien?” fluisterde Marcel hem in.</p> +<p>„Wat?”</p> +<p>„Hij heeft een rok.”</p> +<p>„Ik snap je en ik zal je helpen. Laat mij maar +begaan.”</p> +<p>„Welnu, mijnheer,” zeide de gedelegeerde, „wanneer +zullen we beginnen? We moeten niet te lang wachten, want ik vertrek +eerstdaags.”</p> +<p>„Ik moet zelf een klein reisje maken; overmorgen verlaat ik +Parijs. Als u het dus goed vindt, zullen we maar <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>dadelijk +beginnen. Een flinke séance zal de zaak zeer +bespoedigen.”</p> +<p>„Maar het zal zoo dadelijk donker zijn, en u kunt toch niet +bij kunstlicht schilderen,” zeide mijnheer Blancheron.</p> +<p>„Mijn atelier is zòò ingericht, dat ik er op +ieder uur van den dag kan werken...” viel de schilder hem in de +rede. „Als u uw rok wilt uittrekken en de pose aannemen, zullen +we beginnen.”</p> +<p>„Mijn rok uittrekken? Waarom?”</p> +<p>„Hebt u niet gezegd, dat het een portret voor uw familie moet +zijn?”</p> +<p>„Zeker.”</p> +<p>„Dan moet u ook in een kamerjapon geschilderd worden. Dat is +trouwens gewoonte ook.”</p> +<p>„Maar ik heb geen kamerjapon bij me.”</p> +<p>„Ik heb er een. Ik ben voor zulke gevallen ingericht,” +zeide Schaunard en gaf zijn model een oud met verfvlekken overladen +vod, dat den eerzamen provinciaal op het eerste gezicht deed +aarzelen.</p> +<p>„Dat is al een heel raar kleedingstuk,” zeide hij.</p> +<p>„En heel kostbaar,” antwoordde de schilder. +„Indertijd heeft een Turksch vizier het cadeau gegeven aan Horace +Vernet, die het weer aan mij vermaakt heeft. Ik ben zijn +leerling.”</p> +<p>„Bent u een leerling van Vernet?” vroeg Blancheron.</p> +<p>„Ja, mijnheer, en daar ben ik trotsch +op.—Schande,” mompelde hij in zichzelf, „ik +verloochen mijn goden.”</p> +<p>„Daar hebt u dan ook reden voor, jonge man,” antwoordde +de gedelegeerde, terwijl hij de kamerjapon van zoo voorname afkomst +aantrok.</p> +<p>„Hang den rok van mijnheer aan den porte-manteau,” zeide +Schaunard met een beteekenisvollen blik tot zijn vriend.</p> +<p>„Zeg eens,” mompelde Marcel, terwijl hij zich op zijn +<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>prooi wierp en heimelijk naar Blancheron wees +„hij ziet er prachtig uit zoo! Als je hem zoo eens schilderen +kon!”</p> +<p>„Ik zal het probeeren! Maar dat is van minder belang, kleed je +gauw aan en maak, dat je weg komt, maar zorg, dat je om tien uur terug +bent; ik zal hem wel tot zoo lang aan de praat houden. Maar +vòòr alles, vergeet niet iets voor me mede te +brengen.”</p> +<p>„Ik zal een ananas voor je meebrengen,” antwoordde +Marcel en maakte, dat hij weg kwam.</p> +<p>Hij kleedde zich in vliegenden haast. De rok paste hem, alsof hij +hem aangemeten was. Dan ging hij door de tweede deur van het atelier +weg.</p> +<p>Schaunard was intusschen met werken begonnen. Toen het heelemaal +donker geworden was, hoorde mijnheer Blancheron het zes uur slaan en +bedacht zich, dat hij nog niet gedineerd had. Hij vertelde dat aan den +schilder.</p> +<p>„Ik verkeer in hetzelfde geval, maar om u ter wille te zijn, +zal ik mij daarvan vanavond maar speenen,” zeide Schaunard; +„wel had ik voor vanavond een invitatie in den faubourg +Saint-Germain, maar we kunnen het werk nu niet afbreken, dat zou schade +doen aan de gelijkenis.”</p> +<p>En hij begon weer te werken.</p> +<p>„Maar,” zeide hij plotseling, „we zouden kunnen +dineeren, zonder dat we ons werk onderbreken. Er is hier vlak bij een +uitstekend restaurant, vanwaar ze ons alles, wat we willen, kunnen +brengen.”</p> +<p>En Schaunard wachtte met spanning de uitwerking van zijn trio +meervouden af.</p> +<p>„Ik ben het volkomen met u eens,” zeide mijnheer +Blancheron, „en het zal mij aangenaam zijn, indien u mij de eer +wilt aandoen aan tafel mijn gast te zijn.”</p> +<p>Schaunard maakte een buiging.</p> +<p>„Waarachtig,” zeide hij tot zichzelf, „het is een +brave kerel, een ware gezant der Voorzienigheid. Wilt u het +<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>menu maar opmaken?” vroeg hij aan zijn +amphytrion.<a class="noteref" id="xd20e1373src" href="#xd20e1373" name="xd20e1373src">1</a></p> +<p>„Het zal mij aangenaam zijn, indien u zich daarmede belasten +wilt,” antwoordde deze beleefd.</p> +<p>„Dat zal je berouwen,” zong de schilder, die +vliegensvlug de trap afstormde.</p> +<p>Hij ging het restaurant binnen, liep naar de toonbank en stelde een +menu samen, dat den Vatel<a class="noteref" id="xd20e1382src" href="#xd20e1382" name="xd20e1382src">2</a> in den winkel bij het lezen +bleek deed worden.</p> +<p>„En goede Bordeaux.”</p> +<p>„Wie betaalt dat?”</p> +<p>„Ik waarschijnlijk niet,” zeide Schaunard; „maar +een oom van me, een lekkerbek en fijnproever, dien u boven bij me zult +zien. Zet dus je beste beentje voor en zorg, dat we binnen een half uur +kunnen eten en denk erom, op echt porcelein.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Om acht uur voelde mijnheer Blancheron reeds behoefte aan de borst +van een vriend zijn denkbeelden over de suikerindustrie uit te storten, +en declameerde hij voor Schaunard de brochure, die hij geschreven +had.</p> +<p>Deze begeleidde hem op den piano.</p> +<p>Om tien uur dansten mijnheer Blancheron en zijn vriend een galop en +tutoyeerden elkaar.</p> +<p>Om elf uur zwoeren zij elkaar eeuwige trouw en maakten een +testament, waarin zij elkaar wederkeerig hun fortuin nalieten.</p> +<p>Om twaalf uur kwam Marcel thuis en vond ze in elkanders armen. Ze +zwommen in tranen. Er stond al een halve duim water in het atelier. +Marcel stootte zich tegen de tafel en zag de schitterende +overblijfselen van het heerlijke festijn. Hij onderzocht de +flesschen—zij waren totaal leeg. <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p> +<p>Hij wilde Schaunard wakker maken, maar deze dreigde hem te zullen +vermoorden, als hij hem Mijnheer Blancheron, dien hij als hoofdkussen +gebruikte, wilde ontrooven.</p> +<p>„Ondankbare!” zeide Marcel, terwijl hij uit zijn rokzak +een handvol noten te voorschijn haalde. „Mij vermoorden, mij, die +een diner voor hem meegebracht heb.” <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1373" href="#xd20e1373src" name="xd20e1373">1</a></span> +Gastheer.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1382" href="#xd20e1382src" name="xd20e1382">2</a></span> Vatel +was de hofkok van Lodewijk XIV.</p> +</div> +</div> +<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1411" class="label">Hoofdstuk III.</h2> +<h2 class="main">De liefde in den Vastentijd.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Op een avond in den vastentijd kwam Rodolphe al vroeg +thuis met het vaste plan om te gaan werken. Doch nauwlijks had hij zich +aan tafel gezet en zijn pen in den inktkoker gedoopt, toen zijn +aandacht door een zonderling geluid getrokken werd; en toen hij +luisterde aan het indiscrete beschot, dat hem van de kamer ernaast +scheidde, hoorde hij heel duidelijk een regelmatigen dialoog van kussen +en andere amoureuse klanknabootsingen.</p> +<p>„Drommels!” dacht Rodolphe, terwijl hij op de pendule +keek, „het is nog niet laat ... en mijn buurvrouw is een Julia, +die haar Romeo gewoonlijk nog lang na het zingen van de leeuwerik bij +zich houdt. Ik zal vannacht niet kunnen werken.” En hij zette +zijn hoed op en ging uit.</p> +<p>Toen hij zijn sleutel in de portiersloge wilde leggen, vond hij de +vrouw van den concierge in de armen van een galant. De arme vrouw was +er zoo verschrikt door, dat er meer dan vijf minuten verliepen, voordat +zij kon opentrekken.</p> +<p>„Ha!” dacht Rodolphe, „er zijn dus oogenblikken, +waarop de portiersters weer vrouwen worden.”</p> +<p>Toen hij de huisdeur opende, vond hij in den hoek een dragonder en +een keukenmeid in een avondmantel staan, die elkaar bij de hand +vasthielden en het geld der liefde wisselden.</p> +<p>„Alle duivels!” zeide Rodolphe met een toespeling op +<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span>den krijgsman en zijn robuste vriendin, „dat +zijn een paar ketters, die er niet aan denken, dat wij in de vasten +zijn.”</p> +<p>En hij ging de straat op naar een van zijn vrienden, die in de buurt +woonde.</p> +<p>„Als Marcel thuis is,” zeide hij tot zichzelf, +„dan kunnen we den avond doorbrengen met eens lekker Colline over +den hekel te halen. Je moet toch wat doen ....”</p> +<p>Op zijn krachtig kloppen werd de deur op een kiertje open gemaakt en +vertoonde zich daarin een jonge man met alleen een monocle op en een +hemd aan.</p> +<p>„Ik kan je vandaag niet ontvangen,” zeide hij tegen +Rodolphe.</p> +<p>„Waarom niet?” vroeg deze.</p> +<p>„Hier!” zeide Marcel en hij wees op een vrouwehoofd, dat +achter een bedgordijn te voorschijn kwam; „hier heb je mijn +antwoord!”</p> +<p>„Zij is niet mooi!” antwoordde Rodolphe, toen de deur +voor zijn neus gesloten was. „Maar wat nu?” zeide hij, toen +hij weer op straat was. „Als ik eens naar Colline ging? Dan +zouden we eens lekker over Marcel kunnen kletsen.”</p> +<p>Toen hij de gewoonlijk donkere en weinig drukke rue de l’Ouest +doorging, zag hij plotseling een schaduw, die melancholiek heen en weer +liep en binnensmonds verzen scheen te reciteeren.</p> +<p>„He, he,” zeide Rodolphe; „welk sonnet loopt daar +zoo te blauwbekken? Lieve Hemel, het is Colline.”</p> +<p>„He, Rodolphe! Waar is de reis naar toe?”</p> +<p>„Naar jou.”</p> +<p>„Daar zal je me niet vinden.”</p> +<p>„Wat doe je hier?”</p> +<p>„Ik wacht.”</p> +<p>„En waar wacht je op?”</p> +<p>„Ach!” zeide Colline met spottende hoogdravendheid, +„waarop kan je wachten, wanneer je twintig bent, de <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>hemel +van sterren fonkelt en liederen door de lucht weerklinken?”</p> +<p>„Spreek toch in proza.”</p> +<p>„Ik wacht op een vrouw.”</p> +<p>„Bonsoir,” zeide Rodolphe, die in zichzelf pratend +verder ging. „Bliksems! Is het dan vandaag St. Cupido en zou ik +geen stap kunnen verzetten zonder op verliefden te stooten? Het is +onzedelijk, schandelijk. Waarom doet de politie er niets +aan?”</p> +<p>Daar de Luxembourg nog open was, ging Rodolphe dien binnen, om zijn +weg te bekorten. In de verlaten lanen zag hij dikwijls, als verschrikt +door zijn passen, geheimzinnig elkaar omvattende paren voor zich uit +vluchten, die, zooals een dichter gezongen heeft, de dubbele wellust +der stilte en der schaduw zoeken.</p> +<p>„Net een avond, die uit een roman overgeschreven is,” +zeide hij tot zichzelf. En toch ging hij, zijns ondanks door een +smachtende bekoring bevangen, op een bank zitten en keek sentimenteel +naar de maan.</p> +<p>Na eenigen tijd was hij geheel door een hallucinatiekoorts bevangen. +Het was, alsof de marmeren goden en heroën, die den tuin bevolken, +van hun voetstukken afdaalden, om aan de godinnen en heroïnen het +hof te maken; en hij hoorde heel duidelijk hoe de dikke Hercules de +Velleda, wier tunica hem buitengewoon kort voorkwam, galante +complimentjes influisterde.</p> +<p>Van af de bank, waarop hij zat, zag hij, hoe de zwaan uit het bassin +naar een nymph daar vlak bij ging.</p> +<p>„Mooi!” dacht Rodolphe, die dit alles mythologisch +opvatte, „dat is Juppiter, die naar zijn rendez-vous met Leda +gaat. Als de bewaker ze nu maar niet betrapt.”</p> +<p>Dan legde hij zijn hoofd in zijn handen en boog zich nog dieper in +de doornen van zijn gevoel. Doch op dit heerlijke oogenblik van zijn +droom werd Rodolphe plotseling <span class="pagenum">[<a id="pb54" +href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>wakker geschrikt door een +bewaker, die hem op zijn schouder tikte.</p> +<p>„Mijnheer, de tuin wordt gesloten.”</p> +<p>„Dat is maar gelukkig ook,” dacht Rodolphe. „Als +ik hier nog vijf minuten bleef, zou ik in mijn hart meer +vergeet-mij-nietjes hebben dan er op de oevers van den Rijn of in de +romans van Alphonse Karr groeien.”</p> +<p>En met zachte stem een sentimenteele romance, die voor hem de +Marseillaise der liefde was, neuriënd, verliet hij met vluggen pas +den Luxembourg.</p> +<p>Een half uur later zat hij—God weet hoe hij er kwam—in +den <span class="ex">Prado</span> voor een glas punch te praten met een +grooten, jongen man, die beroemd was om zijn neus, welke er door een +merkwaardig privilege van ter zijde snavelvormig en <span class="ex">en +face</span> plat uitzag; een meesterneus, wien het niet aan geest +ontbrak en die genoeg avonturen medegemaakt had, om in dergelijke +gevallen goeden raad te kunnen geven en zijn vriend nuttig te zijn.</p> +<p>„Dus,” zeide Alexandre Schaunard, de man met den neus, +„je bent verliefd!”</p> +<p>„Ja, mijn waarde .... ik heb het daarnet plotseling te pakken +gekregen; precies hevige kiespijn, die je in je hart hebt.”</p> +<p>„Geef me je tabak eens,” zeide Alexandre.</p> +<p>„Stel je voor,” ging Rodolphe voort, „dat ik sinds +twee uur niets dan verliefden, mannen en vrouwen, twee aan twee, +tegenkom. Ik kwam op het denkbeeld den Luxembourg in te loopen, waar ik +allerlei soorten phantasmagorieën gezien heb; dat heeft me +buitengewoon aangegrepen; elegieën schieten in mij op; ik blaat en +ik kir; ik ben half lam, half duif geworden. Kijk me eens goed aan; ik +moet wol en veeren hebben.”</p> +<p>„Wat heb je toch gedronken?” zeide Alexandre ongeduldig, +„je laat me poseeren alsof ik een model ben.” <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span></p> +<p>„Ik verzeker je, dat ik volkomen helder ben,” +zeide<a id="xd20e1513" name="xd20e1513"></a> Rodolphe. „Of toch +eigenlijk niet. Maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik behoefte heb +om iets te omhelzen. Zie je, Alexandre, het is niet goed, dat de mensch +alleen zij: kort en goed je moet me helpen een vrouw te vinden .... Wij +zullen een rondgang door de balzaal maken, en daar moet jij de eerste, +die ik je aanwijs, gaan zeggen, dat ik haar liefheb.”</p> +<p>„Waarom ga je zelf dat haar niet zeggen?” antwoordde +Alexandre met zijn prachtigen nasalen bas.</p> +<p>„Ach mijn waarde,” zeide Rodolphe, „ik wil eerlijk +bekennen, dat ik heelemaal vergeten ben hoe je het aan moet pakken, om +zulke dingen te zeggen. Van al mijn liefderomans hebben mijn vrienden +de inleiding geschreven, sommigen zelfs de ontknooping. Ik heb nooit +een goed begin kunnen vinden.”</p> +<p>„Het is voldoende, om er een eind aan te kunnen maken,” +zeide Alexandre; „maar ik begrijp je. Ik heb een jong meisje +gezien, die veel van hobo’s houdt. Misschien val je wel in haar +smaak.”</p> +<p>„Ach!” zeide Rodolphe, „ik zou zoo graag zien, dat +zij witte handschoenen en blauwe oogen had.”</p> +<p>„Drommels, blauwe oogen, dat zal nog wel gaan .... maar witte +handschoenen .... je weet toch, dat je niet alles tegelijk hebben kan. +Maar laten we naar het aristocratische kwartier gaan.”</p> +<p>„Kijk,” zeide Rodolphe, terwijl hij een salon +binnenging, waar de modepoppetjes zich ophielden, „daar zit er +een, die me nog al zacht toeschijnt ....” en hij wees op een vrij +elegant gekleed meisje, dat zich in een hoek teruggetrokken had.</p> +<p>„Goed,” antwoordde Alexandre; „houd jij je maar +wat op den achtergrond; ik zal voor jou den fakkel van den hartstocht +in haar hart slingeren. Wanneer je moet komen, zal ik je roepen.” +<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span></p> +<p>Een minuut of tien stond Alexandre te praten met het jonge meisje, +dat nu en dan in een vroolijken lach uitbarstte en eindelijk Rodolphe +een glimlachje toewierp, dat meer dan duidelijk te kennen gaf: Kom +maar, je advocaat heeft zijn proces gewonnen.</p> +<p>„Ga nu maar,” zeide Alexandre; „de overwinning is +ons; het kleintje zal in ieder geval niet wreed zijn, maar doe in den +beginne een beetje naief.”</p> +<p>„Dat behoef je me volstrekt niet te zeggen.”</p> +<p>„Ook goed,” zeide Schaunard. „Geef mij nu eerst +wat tabak en ga dan bij haar zitten.”</p> +<p>„Lieve Hemel,” zeide het jonge meisje, toen Rodolphe +naast haar plaats genomen had; „wat een type, die vriend van je. +Hij heeft een stem als een jachthoorn.”</p> +<p>„Dat komt, omdat hij musicus is,” antwoordde +Rodolphe.</p> +<p>Twee uur later bleven Rodolphe en zijn vriendinnetje voor een huis +in de rue Saint-Denis staan.</p> +<p>„Hier woon ik,” zeide het jonge meisje.</p> +<p>„Lieve Louise, wanneer zal ik je weer zien, en +waar?”</p> +<p>„Morgenavond om acht uur op je kamer.”</p> +<p>„Heusch?”</p> +<p>„Hier heb je mijn woord,” antwoordde Louise, terwijl zij +Rodolphe haar frissche wangen toestak, die zoo maar in die prachtige +rijpe vruchten van jeugd en gezondheid beet.</p> +<p>Dol en dronken van liefde kwam Rodolphe weer op zijn kamer.</p> +<p>„O,” zeide hij, terwijl hij met groote passen op en neer +liep; „dat kan zoo maar niet afloopen! Ik moet verzen +maken.”</p> +<p>Den volgenden morgen vond de concierge in de kamer een dertig +blaadjes papier, aan het hoofd waarvan majestueus deze enkele +alexandrijn prijkte:</p> +<p lang="fr">„O l’Amour! <span class="corr" id="xd20e1564" +title="Bron: ó">ô</span> l’Amour! prince de la +jeunesse!” <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span></p> +<p>Rodolphe was dien dag, tegen zijn gewoonte in, al heel vroeg wakker, +en hoewel hij weinig geslapen had, stond hij dadelijk op.</p> +<p>„Dus,” riep hij uit, „is het vandaag de groote dag +.... Maar nog twaalf uur wachten .... Hoe die twaalf eeuwigheden +doorkomen?”</p> +<p>En toen zijn blik op zijn schrijftafel viel, was het alsof zijn pen +heen en weer huppelde en tegen hem zei: Werk.</p> +<p>„Werken? weg met het proza!... Ik wil niet hier blijven, het +stinkt hier naar inkt!”</p> +<p>Hij ging naar een café, waar hij zeker was geen vrienden te +zullen aantreffen.</p> +<p>„Zij zouden dadelijk zien, dat ik verliefd was,” dacht +hij.</p> +<p>Na een zeer eenvoudig dejeuner gebruikt te hebben, liep hij naar het +station en stapte in een coupé.</p> +<p>Een half uur later was hij in de bosschen van Ville +d’Avray.</p> +<p>Rodolphe wandelde den geheelen dag door de verjongde natuur en +keerde eerst tegen het vallen van den avond naar Parijs terug.</p> +<p>Nadat hij den tempel, die zijn afgod zou ontvangen in orde gemaakt +had, maakte hij een voor deze gelegenheid passend toilet, waarbij hij +het zeer betreurde, dat hij zich niet geheel in het wit kleeden +kon.</p> +<p>Tusschen zeven en acht uur was hij ten prooi aan een hevige +wacht-koorts, een langzame marteling, die hem zijn vroegere jaren en +zijn vroegere verliefdheden weer in de gedachte terugriep. Dan droomde +hij, volgens zijn gewoonte, reeds van een grooten hartstocht, een +liefde in tien deelen, een waar lyrisch gedicht met maneschijn, +ondergaande zon, afspraakjes onder wilgen, jaloezie, zuchten enz. enz. +Zoo ging het iederen keer, als het toeval een vrouw aan zijn deur +voerde, en geen enkele <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" +name="pb58">58</a>]</span>had hem verlaten zonder een aureool om haar +voorhoofd en een collier van tranen om haar hals.</p> +<p>„Zij zouden liever een hoed of een paar schoenen +hebben,” zeiden zijn vrienden.</p> +<p>Maar Rodolphe was hardnekkig en tot nog toe hadden de talrijke +ervaringen, die hij al had doorgemaakt, hem niet kunnen genezen. Hij +wachtte nog altijd op een vrouw, die een idool voor hem zou willen +zijn, een engel in zijde en fluweel, tot wie hij, als de inspiratie ze +hem ingaf, zijn sonnetten kon richten.</p> +<p>Eindelijk hoorde Rodolphe het „gewijde uur” slaan, en +toen de laatste slag weerklonk, meende hij te zien dat de Amor en de +Psyche op zijn pendule hun albasten lichamen tegen elkaar drukten. Op +hetzelfde oogenblik werd er tweemaal bescheiden aan de deur +geklopt.</p> +<p>Rodolphe ging open doen; het was Louise.</p> +<p>„Je ziet, dat ik op tijd ben,” zeide zij.</p> +<p>Rodolphe deed de gordijnen dicht en stak een nieuwe kaars aan.</p> +<p>Intusschen had de kleine haar sjaal afgedaan en haar hoed afgezet en +die beide op het bed gelegd. De hagelwitte lakens deden haar glimlachen +en bijna een kleur krijgen.</p> +<p>Louise was eerder gracieus dan mooi te noemen; haar frisch gezichtje +verried een aantrekkelijke vermenging van naïveteit en +schalkschheid. Het was iets als een motief van Greuze, gearrangeerd +door Gavarni<span class="corr" id="xd20e1610" title="Bron: ,">.</span><a class="noteref" id="xd20e1612src" href="#xd20e1612" name="xd20e1612src">1</a><a id="xd20e1614" name="xd20e1614"></a> De bekoorlijke, jeugdige vormen van het jonge meisje +kwamen zeer voordeelig uit door een toilet, dat, hoewel heel eenvoudig, +ook bij haar die aangeboren kennis verried <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>van +koketterie, welke alle vrouwen bezitten van af haar eerste windselen +tot aan haar bruidskleed. Louise scheen bovendien in het bijzonder de +theorie der houdingen bestudeerd te hebben en nam voor Rodolphe, die +haar met kunstenaarsoogen beschouwde, een reeks verleidelijke standen +aan, die in hun gemaniereerdheid dikwijls meer gracieus dan natuurlijk +waren: haar fijn geschoeide voetjes waren klein genoeg .... zelfs voor +een romanticus, die Andalusische of Chineesche miniaturen als zijn +ideaal beschouwt. Haar teere handen verrieden, dat zij niet aan werken +gewoon waren. Inderdaad hadden zij in de laatste zes maanden de steken +der naalden niet behoeven te vreezen. In het kort Louise was een van +die trekvogeltjes, welke uit een gril en dikwijls uit noodzaak, haar +nestje voor een dag of liever voor een nacht bouwen in de dakkamertjes +van het Quartier latin en daar gaarne een paar dagen blijven, indien +men ze door aardige invallen of zijden linten weet te binden.</p> +<p>Na een uurtje met Louise gepraat te hebben, wees Rodolphe haar als +een navolgenswaardig voorbeeld den groep van Amor en Psyche.</p> +<p>„Zijn dat niet Paul en Virginie?” vroeg zij.</p> +<p>„Ja,” antwoordde Rodolphe, die haar niet dadelijk door +een tegenspraak wilde krenken.</p> +<p>„Zij zijn goed nagemaakt,” vond Louise.</p> +<p>„O je!” dacht Rodolphe, terwijl hij haar aankeek, +„het arme kind is weinig bedreven in de litteratuur. Ik ben er +zeker van, dat zij alleen op de hoogte is van de orthographie van het +hart, die geen en of s in het meervoud schrijft. Ik zal een grammatica +voor haar koopen.”</p> +<p>Toen Louise erover klaagde, dat haar schoenen haar knelden, hielp +hij haar voorkomend bij het uittrekken.</p> +<p>Plotseling ging het licht uit.</p> +<p>„Hè?” riep Rodolphe uit, „wie heeft de +kaars uitgeblazen?” <span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p> +<p>Een vroolijke lach was het antwoord.</p> +<p>Enkele dagen later kwam Rodolphe op straat een van zijn vrienden +tegen.</p> +<p>„Wat voer je toch uit?” vroeg deze hem. „We zien +je heelemaal niet meer.”</p> +<p>„Ik maak huiselijke <span class="corr" id="xd20e1644" title="Bron: poezie">poëzie</span>,” was Rodolphe’s +antwoord.</p> +<p>De ongelukkige sprak de waarheid. Hij had aan Louise meer gevraagd +dan het arme kind hem had kunnen geven. Als doedelzak had zij niet de +tonen van een lier. Zij sprak, om zoo te zeggen, het patois der liefde +en Rodolphe wilde er absoluut de salontaal van spreken. Daardoor +begrepen zij elkaar nauwlijks.</p> +<p>Acht dagen later ontmoette Louise in hetzelfde danslokaal, waar zij +Rodolphe voor het eerst gezien had, een blonden jongen man, met wien +zij verscheidene malen danste en die haar na afloop van het bal naar +zijn kamer meenam.</p> +<p>Het was een tweedejaarsstudent, die heel goed het proza van het +pleizier sprak en mooie oogen en rinkelende zakken had.</p> +<p>Louise vroeg hem papier en inkt en schreef Rodolphe den volgenden +brief:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">„Reeken niet meer op mei, ik omhels je voor het +laast. Adieu.</p> +<p class="signed">Louise.”</p> +</div> +<p>Toen Rodolphe ’s avonds bij zijn thuiskomst dien brief las, +ging zijn licht plotseling uit.</p> +<p>„Kijk!” zeide hij nadenkend, „dat is de kaars, die +ik den avond, dat Louise kwam, aangestoken heb: zij moest met onze +liaison sterven. Als ik het vooruit geweten had, zou ik een langere +genomen hebben,” voegde hij er half spijtig, half boos bij en hij +legde het briefje van zijn maîtresse in een lade, die hij wel +eens de catacomben van zijn liefde noemde. <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span></p> +<p>Toen Rodolphe eenigen tijd later eens bij Marcel was, raapte hij, om +zijn pijp aan te steken, een stuk papier van den grond op, waarop hij +het schrift en de orthographie van Louise herkende.</p> +<p>„Ik heb een autograaf van dezelfde hand,” zeide hij tot +zijn vriend; „maar er staan in den mijne twee fouten minder dan +in die van jou. Bewijst dat niet, dat zij meer van mij hield dan van +jou?”</p> +<p>„Dat bewijst, dat je een idioot bent!” antwoordde +Marcel. „Blanke schouders en blanke armen hebben geen grammatica +van noode.” <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" +name="pb62">62</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1612" href="#xd20e1612src" name="xd20e1612">1</a></span> Greuze, +volgens Diderot „le peintre des familles et des honnêtes +gens”, is bekend door zijn sentimenteel-kokette meisjesfiguren; +Gavarni daarentegen gaf aan die koketterie een meer overmoedige +uitdrukking.</p> +</div> +</div> +<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1675" class="label">Hoofdstuk IV.</h2> +<h2 class="main">Ali-Rodolphe, of de Turk tegen wil en dank.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Door een ongastvrijen huisheer verbannen, leefde +Rodolphe sedert eenigen tijd in meer dwalenden toestand dan de wolken +en volmaakte zich, zoo goed hij kon, in de kunst zonder avondeten naar +bed te gaan of te soupeeren zonder naar bed te gaan. Zijn kok heette +het Toeval en hij logeerde meestal in het hotel: De Bloote Hemel.</p> +<p>Twee dingen echter verlieten Rodolphe te midden van al zijn +tegenspoeden nooit: zijn goed humeur en het manuscript van „Le +Vengeur”, een drama, dat een lijdensweg door alle Parijsche +schouwburgen gemaakt had.</p> +<p>Op een goeden dag, toen Rodolphe ten gevolge van een al te +fantastische danse macabre naar de „nor” gebracht was, +stond hij plotseling tegenover een oom van hem, een zekeren mijnheer +Monetti, kachelsmid, rookverdrijver en sergeant bij de garde nationale, +dien hij in geen eeuwigheid gezien had.</p> +<p>Geroerd door de tegenspoeden van zijn neef, beloofde oom Moretti +zijn positie te verbeteren. Wij zullen zien hoe, als de lezer tenminste +niet opziet tegen een zes verdiepingen hooge klimpartij.</p> +<p>De leuning dus gepakt en naar boven. Oef! honderd vijf-en-twintig +treden. Daar zijn we eindelijk boven. Nog een stap en wij zijn in de +kamer, nog een en wij zouden er niet meer in zijn. Het is wat klein, +maar het is hoog: en verder licht en lucht en uitzicht <span class="ex">first class</span>. <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p> +<p>Het meubilair bestaat uit verschillende kachels in den vorm van een +schoorsteen, twee haarden, spaarovens (vooral wanneer je er geen vuur +in aanlegt), een dozijn aarden of ijzeren pijpen en een menigte +verwarmingstoestellen; laten we, om den inventaris te sluiten, nog +noemen, een aan twee in den muur geslagen spijkers bevestigde hangmat, +een tuinstoel met een poot eraf, een kandelaar met een afdruipglaasje +en verschillende andere kunst- en luxe voorwerpen.</p> +<p>Het tweede vertrek, het balcon, wordt gedurende het mooie seizoen +door twee in potten staande dwerg-cypressen in een park veranderd.</p> +<p>Op het oogenblik, dat wij binnentreden, beëindigt de bewoner +van die heerlijkheid, een jonge als een Turk uit een opéra +comique gekleede jonge man, een maaltijd, waarbij hij, zooals de +aanwezigheid van een ex-ham en een te voren volle flesch wijn verraadt, +op snoode wijze de wet van den propheet schendt. Na afloop van den +maaltijd strekt de jonge man zich op zijn Oostersch uit op den vloer en +begint nonchalant een met J. G.<a class="noteref" id="xd20e1699src" +href="#xd20e1699" name="xd20e1699src">1</a> gemerkte pijp te rooken. +Terwijl hij zich geheel en al overgaf aan deze Aziatische +gelukzaligheid, streelde hij van tijd tot tijd den rug van een +prachtigen Newfoundlander, die ongetwijfeld die liefkoozing beantwoord +zou hebben, als hij niet van terra cotta geweest was. Plotseling hoorde +men op de gang geluid van stappen; de deur ging open en een man kwam +binnen, die, zonder een woord te zeggen, recht op een der beide +haarden, welke als secretaire dienst deed, toeliep, het deurtje van den +oven openmaakte en er een rol papier uitnam, dat hij met groote +aandacht ging lezen.</p> +<p>„Wat?” riep de pas binnengekomene met een sterk +<span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>Piemonteesch accent; „heb je dat hoofdstuk +over de luchtgaten nog niet af?”</p> +<p>„Neem me niet kwalijk, oom,” antwoordde de Turk, +„het hoofdstuk over de luchtgaten is een van de interessantste +van uw boek en vereischt een nauwkeurige studie. Ik ben bezig het te +bestudeeren.”</p> +<p>„Maar, ellendeling, dat antwoordt je me iederen dag. En hoe +ver ben je met het hoofdstuk over de vulkachels?”</p> +<p>„De vulkachel staat er goed voor. Maar van kachels gesproken, +oom, als u me wat hout zoudt willen geven, zou ik er niets tegen +hebben. Het is hier een klein Siberië. Ik heb het zoo koud, dat ik +den thermometer zeker beneden nul zou laten dalen alleen door er naar +te kijken.”</p> +<p>„Wat, heb je dien heelen takkebos al opgebruikt?”</p> +<p>„Neem me niet kwalijk, oom, er zijn takkebossen en +takkebossen, en de uwe was al heel klein.”</p> +<p>„Ik zal een kolengruisblok boven laten brengen. Dat bewaart de +warmte.”</p> +<p>„Daarom geeft het die zeker niet.”</p> +<p>„Nou dan,” zeide de Piemontees weggaande, „ik zal +je wat talhout boven sturen. Maar morgen moet ik mijn hoofdstuk over de +vulkachels hebben.”</p> +<p>„Wanneer ik vuur heb, zal ik daar beter vlam voor kunnen +vatten,” zeide de Turk, terwijl de Piemontees de deur aan den +buitenkant sloot.</p> +<p>Wanneer we een tragedie aan het schrijven waren, zou nu het +oogenblik aangebroken zijn, om den vertrouwde te laten optreden. Hij +zou Noureddin of Osman moeten heeten en op tegelijk bescheiden en +beschermende wijze onzen held moeten naderen en hem zijn geheim +ontlokken met deze verzen:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Quel funeste chagrin vous occupe, seigneur?</p> +<p class="line">À votre auguste front, pourquoi cette +pâleur?</p> +<p class="line">Allah se montre-t-il à vos desseins contraire? +<span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span></p> +<p class="line">Ou le farouche Ali, par un ordre +sévère,</p> +<p class="line">A-t-il sur d’autres bords, en apprenant vos +vœux,</p> +<p class="line">Éloigné la beauté qui sut charmer +vos yeux<span class="corr" id="xd20e1741" title="Bron: .">?</span>”</p> +</div> +<p class="first">Maar wij schrijven geen tragedie, en moeten het dus, +al hebben wij eigenlijk een vertrouwde dringend noodig, zonder hem +stellen.</p> +<p>Onze held is niet wat hij schijnt te zijn: de tulband maakt den Turk +niet. Deze jonge man is onze vriend Rodolphe, die door zijn oom onder +dak is gebracht, voor wien hij nu een „Handboek voor den +Volmaakten Rookverdrijver” samenstelt. Mijnheer Monetti, die voor +zijn kunst zeer geestdriftig was, had al zijn vrijen tijd gewijd aan de +rookverdrijverij. Deze waardige Piemontees had voor zijn gebruik een +stelregel gevonden, die bijna een pendant van dien van Cicero vormde, +en in oogenblikken van grooten geestdrift riep hij uit: +„Nascuntur poê .... liers”<a class="noteref" id="xd20e1749src" href="#xd20e1749" name="xd20e1749src">2</a>. Op een +goeden dag was deze waardige Piemontees, tot nut en stichting van de +komende geslachten, op het denkbeeld gekomen een theoretischen codex te +formuleeren van de grondbeginselen der kunst, in de praktische +uitoefening waarvan hij uitblonk, en hij had, zooals wij gezien hebben, +zijn neef uitverkoren, om zijn diepzinnige denkbeelden te gieten in een +voor de menschheid begrijpelijken vorm. Rodolphe werd door hem gevoed, +gelegerd enz<span class="corr" id="xd20e1752" title="Niet in bron">.</span> ... en zou na de voltooiing van het Handboek +een gratificatie van honderd daalders krijgen.</p> +<p>Om zijn neef tot werken aan te sporen, had Monetti hem in de eerste +dagen edelmoedig een voorschot van vijftig francs gegeven. Maar +Rodolphe, die al in een jaar zoo’n groote som niet gezien had, +was half waanzinnig van <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>blijdschap in gezelschap van zijn +daalders uitgegaan en bleef drie dagen onder water: den vierden kwam +hij, van de zwaarte der looddeelen bevrijd, weer boven.</p> +<p>Monetti, die vurig verlangde zijn Handboek af te zien, daar hij +hoopte er een brevet voor te krijgen, was bang voor nieuwe escapades +van zijn neef. Om hem tot werken te noodzaken en hem te beletten uit te +gaan, nam hij hem zijn kleeren af en gaf hem daarvoor in de plaats het +kostuum, waarin we hem zooeven hebben aangetroffen.</p> +<p>Desniettegenstaande vorderde het beroemde Handboek slechts piano +aan, daar Rodolphe te eenenmale de voor dit genre van litteratuur +vereischte eigenschappen miste. De oom wreekte zich over die trage +onverschilligheid ten opzichte der schoorsteenen door zijn neef een +aantal kwellingen te laten ondergaan. Nu eens gaf hij hem slechts +kleine maaltijden en meermalen liet hij hem zonder rooktabak.</p> +<p>Op een Zondag brak Rodolphe, na bloed en inkt over het beroemde +hoofdstuk der luchtgaten gezweet te hebben, zijn pen, die hem in de +vingers brandde, in tweeën en ging een wandeling maken in zijn +park.</p> +<p>Maar als om hem te plagen en zijn lust nog meer te prikkelen, kon +hij nergens heen kijken, of hij zag voor ieder raam iemand zitten +rooken.</p> +<p>Op het vergulde balcon van een pasgebouwd huis kauwde een modegek in +een kamerjapon tusschen zijn tanden een aristocratischen panatella. Een +verdieping hooger joeg een artist den geurigen mist van Turksche tabak, +die in een pijp met barnsteenen mondstuk brandde, voor zich uit. Voor +het raam van een kroeg liet een dikke Duitscher zijn bier schuimen en +blies met mechanischen regelmaat dikke wolken uit zijn Cudmer-pijp. Op +straat kwamen zingend groepen werklieden met hun neuswarmers tusschen +de lippen voorbij. En ook alle <span class="pagenum">[<a id="pb67" +href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>andere voetgangers, die de +straat vulden, rookten.</p> +<p>„Helaas!” zuchtte Rodolphe, „behalve ik en de +schoorsteenen van mijn oom, rookt op dit oogenblik alles in de +schepping.<span class="corr" id="xd20e1773" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>En met zijn voorhoofd op het hek van het balcon geleund, overdacht +hij hoe bitter eigenlijk het leven was.</p> +<p>Plotseling hoorde hij beneden zich een helderen, lang aangehouden +lach. Rodolphe boog zich wat voorover, om te zien, vanwaar die +uitbarsting van vreugde kwam, en hij bemerkte, dat hij opgemerkt was +door de bewoonster van de verdieping beneden hem: mademoiselle Sidonie, +de jeune première van het Théâtre du +Luxembourg.</p> +<p>Mademoiselle Sidonie kwam nu buiten op haar balcon en rolde met +Castiliaansche handigheid lichte tabak, dien zij uit een geborduurden +fluweelen tabakszak nam, in een blaadje dun papier.</p> +<p>„Wat een mooie tabakszak,” mompelde Rodolphe met +contemplatieve bewondering.</p> +<p>„Wie is die Ali-Baba?” dacht op haar beurt mademoiselle +Sidonie.</p> +<p>En zij zon op een voorwendsel om een gesprek aan te knoopen met +Rodolphe, die van zijn kant niets liever wilde.</p> +<p>„Lieve God!” riep mademoiselle Sidonie uit, alsof zij +tegen zichzelf sprak, „wat vervelend toch, nu heb ik geen +lucifers.”</p> +<p>„Mademoiselle, wilt u mij toestaan u er een paar aan te +bieden?” vroeg Rodolphe, terwijl hij een paar lucifers in een +papiertje wikkelde en op het balcon liet vallen.</p> +<p>„Dank u zeer!” antwoordde Sidonie, terwijl zij haar +sigaret aanstak.</p> +<p>„Mademoiselle ....” ging Rodolphe voort, „zou ik u +in ruil voor den kleinen dienst, dien mijn goede engel mij toegestaan +heeft u te bewijzen, u mogen vragen?...” <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span></p> +<p>„Wat! Begint hij nu al te vragen!” dacht Sidonie, +terwijl zij Rodolphe wat belangstellender opnam. „O, die Turken! +Men zegt, dat zij wispelturig zijn, maar wel gezellige menschen. Spreek +mijnheer!” zeide zij, terwijl zij naar Rodolphe opkeek; +„wat wilt u?”</p> +<p>„O, mademoiselle, in naam der Christelijke barmhartigheid +smeek ik u om wat tabak: in geen twee dagen heb ik gerookt. Eén +pijp maar ....”</p> +<p>„Met alle genoegen, mijnheer .... Maar hoe moet ik dat doen? +Neem de moeite om even een verdieping lager te komen.”</p> +<p>„Helaas, dat is mij niet mogelijk .... Ik ben opgesloten, maar +mij blijft nog de vrijheid om een eenvoudig middel te +gebruiken.”</p> +<p>En hij bond zijn pijp aan een touwtje en liet haar zakken op het +balcon, waar mademoiselle Sidonie haar eigenhandig goed vol stopte, +waarna Rodolphe haar, d. w. z. de pijp, weer langzaam en voorzichtig +opheesch, wat zonder ongeval gelukte.</p> +<p>„O, mademoiselle,” zeide hij tot Sidonie, „wat zou +die pijp mij nog lekkerder smaken, indien ik ze aan het vuur van uw +oogen had kunnen aansteken.”</p> +<p>Deze aardige vleierij beleefde nu minstens haar honderdsten druk, +maar mademoiselle Sidonie vond ze desniettemin prachtig.</p> +<p>„U vleit me,” meende ze te moeten antwoorden.</p> +<p>„Ah, mademoiselle, ik verzeker u, dat u mij even bevallig +toeschijnt als de drie Gratiën!”</p> +<p>„Ali Baba is beslist zeer galant,” dacht Sidonie .... +„Bent u werkelijk een Turk?” vroeg zij dan aan +Rodolphe.</p> +<p>„Niet uit roeping,” antwoordde hij, „maar +<span class="ex">vi coactus</span>;<a class="noteref" id="xd20e1824src" +href="#xd20e1824" name="xd20e1824src">3</a> ik ben dramatisch auteur, +madame.” <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span></p> +<p>„En ik dramatische artiste,” antwoordde Sidonie.</p> +<p>Dan liet zij erop volgen:</p> +<p>„Wilt u, waarde buurman, mij de eer aandoen bij mij te komen +dineeren en verder den avond door te brengen?”</p> +<p>„Helaas, mademoiselle, hoewel deze uitnoodiging den hemel voor +mij opent, is het mij niet mogelijk haar aan te nemen. Zooals ik reeds +de eer gehad heb u te zeggen, ben ik achter slot en grendel gezet door +mijn oom, mijnheer Monetti, kachelsmid en rookverdrijver, wiens +secretaris ik op dit oogenblik ben.”</p> +<p>„En toch zult u met mij dineeren,” antwoordde Sidonie; +„let goed op: ik ga in mijn kamer en zal tegen mijn plafond +kloppen. Op de plek, waar ik klop, moet u kijken, en u zult daar de +sporen vinden van een kijkgat<a id="xd20e1839" name="xd20e1839"></a>, +een <span class="ex">judas</span>, dat daar vroeger was, maar nu sedert +lang dicht gespijkerd is: tracht het stuk hout, dat het gat afsluit, te +verwijderen, dan zullen we, hoewel ieder bij ons thuis, zoo goed als +samen zijn ....”</p> +<p>Rodolphe zette zich dadelijk aan het werk. Na vijf minuten was er +een verbinding tusschen de twee kamers tot stand gebracht.</p> +<p>„Helaas!” zeide Rodolphe; „het gat is wel klein, +maar er is toch nog altijd ruimte genoeg, om u mijn hart er doorheen te +kunnen reiken.”</p> +<p>„En nu,” zeide Sidonie, „gaan we eten. Dek bij je, +dan zal ik u den schotel geven.”</p> +<p>Rodolphe liet aan een touwtje zijn tulband neer en heesch die, +gevuld met eetwaren, weer op; daarna begonnen de dichter en de artiste +samen, ieder aan zijn kant, te eten. Met zijn mond verslond Rodolphe de +pastei, met zijn oogen mademoiselle Sidonie.</p> +<p>„Mademoiselle!” zeide Rodolphe na afloop van het diner; +„dank zij u, is mijn maag thans bevredigd. Zoudt u niet eveneens +den geeuwhonger van mijn <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>hart, dat reeds zoo lang gevast +heeft, willen stillen?”</p> +<p>„Arme jongen!” zuchtte Sidonie.</p> +<p>Dit zeggende, klom zij op een stoel en bracht tot aan de lippen van +Rodolphe haar hand, die deze met kussen bedekte.</p> +<p>„Ach!” riep de jonge man uit; „hoe jammer dat u +niet kunt doen als de Heilige Dionysius, die het recht had zijn hoofd +in zijn handen te dragen.<span class="corr" id="xd20e1862" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>Na het diner ontspon zich een erotisch-litterair gesprek. Rodolphe +sprak over zijn „Vengeur” en mademoiselle vroeg hem haar +het stuk voor te lezen. Over den rand van het gat gebogen, begon +Rodolphe zijn drama voor te dragen voor de actrice, die, om beter te +kunnen hooren, was gaan zitten op een fauteuil, welken zij op haar +commode gezet had. Mademoiselle Sidonie vond „Le Vengeur” +een meesterstuk en beloofde, daar zij in den schouwburg, waaraan zij +verbonden was, tevens de eerste viool speelde, Rodolphe, dat zij zou +zorgen, dat zijn stuk zou worden aangenomen.</p> +<p>Juist op het teederste oogenblik werd het gesprek gestoord door oom +Monetti, wiens stap, licht als die van den <span class="ex">commandeur</span>,<a class="noteref" id="xd20e1873src" href="#xd20e1873" name="xd20e1873src">4</a> op den corridor klonk. Rodolphe +had nog slechts juist den tijd, om den judas te sluiten.</p> +<p>„Daar!” zeide Monetti tot zijn neef, „hier heb je +een brief, die je nu al een maand achterna loopt.”</p> +<p>„Laat eens zien!” zeide Rodolphe. „Oom!” +riep hij na het lezen uit; „oom, ik ben rijk! Deze brief meldt +me, dat ik een prijs van driehonderd francs gekregen heb van een +<span lang="fr">Académie de Jeux floraux</span>.<a class="noteref" id="xd20e1886src" href="#xd20e1886" name="xd20e1886src">5</a> +Geef me gauw <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span>mijn jas en mijn bagage. Ik wil mijn lauweren gaan +plukken. Men wacht mij op het Capitool!”</p> +<p>„En mijn hoofdstuk over de luchtgaten?” vroeg Monetti +koud.</p> +<p>„Maar oom, die trekken nu niet meer! Geef me mijn kleeren. Ik +kan in dit costuum niet op straat komen ....”</p> +<p>„Je gaat niet weg voor mijn Handboek af is,” zeide zijn +oom, terwijl hij Rodolphe weer achter slot en grendel sloot.</p> +<p>Toen hij weer alleen was, aarzelde Rodolphe niet lang over wat hem +te doen stond .... Hij bond een beddelaken, dat hij handig in een +touwladder gemetamorphoseerd had, stevig aan zijn balcon en liet zich +ondanks het gevaarlijke van de expeditie, met behulp van dien +geïmproviseerden ladder op het balcon van mademoiselle Sidonie +zakken.</p> +<p>„Wie is daar?” riep deze uit, toen zij Rodolphe tegen de +ruiten hoorde tikken.</p> +<p>„Sstt!” antwoordde hij; „doe open ....”</p> +<p>„Wat wilt u? Wie bent u?”</p> +<p>„Hoe kunt ge dat nog vragen? Ik ben de dichter van Le Vengeur, +en ik kom mijn hart halen, dat ik door den judas in uw kamer heb laten +vallen.”</p> +<p>„Rampzalige!” zeide de actrice; „je hadt dood +kunnen vallen!”</p> +<p>„Luister, Sidonie ....” ging Rodolphe voort en liet haar +den brief zien, dien hij pas gekregen had. „Zooals je ziet, +lachen de fortuin en de roem mij toe .... Moge de liefde dat ook +doen!”</p> +<hr class="tb"> +<p>Den volgenden ochtend kon Rodolphe, dank zij een heerencostuum, dat +Sidonie hem gegeven had, uit het huis van zijn oom ontsnappen .... Zijn +eerste tocht was naar den vertegenwoordiger der <span lang="fr">Académie des Jeux floraux</span>, om een gouden hondsroos +in ontvangst te nemen <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" +name="pb72">72</a>]</span>ter waarde van honderd daalders, die bijna +zoo lang leefden als de rozen plegen te leven.</p> +<p>Een maand later kreeg mijnheer Monetti van zijn neef een +uitnoodiging voor de première van „Le Vengeur”. Dank +zij het talent van mademoiselle Sidonie beleefde het stuk zeventien +voorstellingen en bracht den schrijver veertig francs op.</p> +<p>Eenigen tijd later—het was toen zomer—woonde Rodolphe in +de Avenue Saint-Cloud, boom No. 3 links van het Bois de Boulogne, tak +No. 5. <span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1699" href="#xd20e1699src" name="xd20e1699">1</a></span> Het +fabriekstempel J. G. vindt men op kleine aarden pijpen, die voor twee +sous verkrijgbaar zijn.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1749" href="#xd20e1749src" name="xd20e1749">2</a></span> +Cicero’s uitdrukking was: Nascuntur poetae (Dichters worden +geboren). Poêlier, beteekent kachelsmid, rookverdrijver.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1824" href="#xd20e1824src" name="xd20e1824">3</a></span> Door +geweld gedwongen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1873" href="#xd20e1873src" name="xd20e1873">4</a></span> Persoon +uit <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5130">don Juan</a>, die steeds +geharnast was en dus zeer zwaar liep.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1886" href="#xd20e1886src" name="xd20e1886">5</a></span> +Letterkundige wedstrijden, waarbij de winnaars een gouden bloem, +meestal een roos, krijgen.</p> +</div> +</div> +<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e1927" class="label">Hoofdstuk V.</h2> +<h2 class="main">De Carolusdaalder.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Tegen het einde van December kreeg het personeel van +de firma Bidault<a class="noteref" id="xd20e1933src" href="#xd20e1933" +name="xd20e1933src">1</a> een honderd uitnoodigingsbrieven te bezorgen, +waarvan hier een trouwe en eensluidende copie volgt:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Mijnheer,</p> +<p>De heeren Rodolphe en Marcel verzoeken u hun de eer te bewijzen +Zaterdag a. s., den dag vòòr Kerstmis, den avond bij hen +door te brengen. Er zal gelachen worden.</p> +<p>P.S. Wij leven slechts eens in deze wereld!!”</p> +</div> +<p>Programma van het feest.</p> +<p>Zeven uur: Opening der salons; levendig en geanimeerd discours.</p> +<p>Acht uur: Entrée en wandeling door de salons van de geestige +auteurs van de door het Odéon geweigerde comédie: +„De barende berg.”</p> +<p>Acht en een half uur: „De invloed van het blauw in de +kunsten”, nabootsende symphonie, voor te dragen door den +beroemden pianist-componist Alexandre Schaunard.</p> +<p>Negen uur: Eerste lezing van de verhandeling over de afschaffing van +de straf van het treurspel. <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span></p> +<p>Negen en een half uur: Dispuut tusschen den hyperphysischen wijsgeer +Gustave Colline en mijnheer Alexandre Schaunard over vergelijkende +philosophie en meta-politiek. Om iedere lichamelijke botsing tusschen +de twee tegenstanders te vermijden, worden ze beiden vastgebonden.</p> +<p>Tien uur<span class="corr" id="xd20e1959" title="Bron: .">:</span> +De heer Tristan, letterkundige, zal zijn eerste liefde vertellen. +Alexandre Schaunard zal hem daarbij op den piano begeleiden.</p> +<p>Tien en een half uur: Tweede lezing van de verhandeling over de +afschaffing van de straf van het treurspel.</p> +<p>Elf uur<span class="corr" id="xd20e1967" title="Bron: .">:</span> +Voordracht over een jacht op casuarissen door een buitenlandschen +prins.</p> +<p>Tweede Deel.</p> +<p>Twaalf uur: Marcel, historieschilder, zal zich laten blinddoeken, en +met krijt de ontmoeting van Napoleon en Voltaire in de +Champs-Elysées op het doek improviseeren. Rodolphe zal eveneens +een parallel improviseeren tusschen den schepper van +„Zaïre” en dien van den slag bij Austerlitz.</p> +<p>Twaalf en een half uur: Nabootsing van de athletische spelen der 4de +Olympiade door Gustave Colline in een kuisch +déshabillé.</p> +<p>Een uur: Derde lezing van de verhandeling over de afschaffing van de +straf van het treurspel en collecte ten bate van de tragische dichters, +die in de toekomst broodeloos zullen zijn.</p> +<p>Twee uur: Begin der gezelschapspelen en samenstelling der +quadrilles, die tot in den ochtend zullen worden voortgezet.</p> +<p>Zes uur! Zonsopgang en slotkoor.</p> +<p>Gedurende den geheelen duur van het feest zullen de ventilatoren +werken.</p> +<p>N. B. Ieder, die verzen zal willen lezen of voordragen, <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>wordt +onmiddellijk uit de salons verwijderd en aan de politie overgeleverd; +men wordt ook verzocht geen stukjes kaars mede te nemen.”</p> +<p>Twee dagen later circuleerden exemplaren van dien brief in de +onderste lagen der litteratuur- en kunstwereld, en veroorzaakten daar +niet weinig opzien.</p> +<p>Onder de genoodigden waren er echter eenigen, die de door de beide +vrienden voorgespiegelde heerlijkheden in twijfel trokken.</p> +<p>„Ik vertrouw het zaakje niet heelemaal,” zeide een van +die twijfelaars; „ik ben een paar maal op de Woensdagen van +Rodolphe in de Rue de la Tour-d’Auvergne geweest, je kon er +onmogelijk zitten en je dronk er een weinig gefiltreerd water uit bij +elkaar gescharrelde potten en pannen.”</p> +<p>„Ditmaal,” zeide een ander, „moet het echter +bittere ernst zijn. Marcel heeft mij een plan van het heele feest laten +zien, en dat belooft een magisch effect.”</p> +<p>„Komen er ook dames?”</p> +<p>„Zeker Phémie Klad heeft gevraagd koningin van het +feest te mogen zijn en Schaunard zal dames uit de groote wereld +medebrengen.”</p> +<p>De oorsprong van dit feest, dat een zoo groote beroering in de +Bohème-wereld, die aan gene zijde van de bruggen woont, +veroorzaakte, was in het kort als volgt. Een jaar geleden ongeveer +hadden Marcel en Rodolphe dit schitterende galafeest aangekondigd, dat +steeds Zaterdag aanstaande moest plaats hebben; doch ten gevolge van +allerlei moeilijke omstandigheden hadden zij reeds twee-en-vijftig maal +dat „aanstaande” <span class="corr" id="xd20e2003" title="Bron: moet">moeten</span> verzetten, zoodat het eindelijk zoo ver +gekomen was, dat de beide vrienden hun neus niet buiten de deur konden +steken, zonder een stekelige opmerking te hooren van hun vrienden, +waarvan er sommigen zelfs indiscreet genoeg waren om krachtig tegen +zoo’n manier van doen te protesteeren. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>Daar de +zaak langzamerhand op een fopperij begon te lijken, besloten de beide +vrienden er een eind aan te maken, door zich van de verplichtingen, die +zij op zich genomen hadden, te kwijten, en hadden zij derhalve de boven +vermelde uitnoodiging verzonden.</p> +<p>„Nu kunnen we niet meer terug,” had Rodolphe gezegd; +„we hebben onze schepen achter ons verbrand; we hebben nu nog +acht dagen voor ons om de honderd francs te vinden, die we, om een +dragelijk figuur te maken, beslist noodig hebben.”</p> +<p>„Als we ze noodig hebben, zullen we ze wel krijgen ook,” +was Marcels antwoord geweest. En met het verwaten vertrouwen, dat zij +hadden in het toeval, sliepen de twee vrienden in, vast overtuigd, dat +hun honderd francs reeds op weg waren: den weg van het onmogelijke.</p> +<p>Doch toen den Donderdagavond voor het feest nog niets gearriveerd +was, vond Rodolphe, dat het toch maar veiliger was het toeval een +handje te helpen, wilden zij niet met beschaamde kaken staan, wanneer +het uur sloeg om de kaarsen aan te steken. Voor het gemak wijzigden de +beide vrienden langzamerhand de overdadige weelde van het door hen +ontworpen programma.</p> +<p>Door die verschillende wijzigingen, o. a. het schrappen van het +artikel: Gebak, het zorgvuldig herzien en verminderen van het artikel: +Ververschingen, werd het totaal der onkosten tot vijftien francs +teruggebracht.</p> +<p>Daarmede was het vraagstuk echter wel eenvoudiger gemaakt, doch niet +opgelost.</p> +<p>„Maar,” zeide Rodolphe, „nu moeten we tot de +uiterste middelen overgaan. We kunnen ditmaal in geen geval weer den +datum verzetten.”</p> +<p>„Beslist onmogelijk.”</p> +<p>„Wanneer heb ik het laatst het verhaal van den slag bij +Studzianka<a class="noteref" id="xd20e2025src" href="#xd20e2025" name="xd20e2025src">2</a> gehoord?” <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span></p> +<p>„Een paar maanden geleden.”</p> +<p>„Twee maanden, prachtig, dat is een fatsoenlijke termijn; mijn +oom kan zich waarachtig niet beklagen. Ik zal me morgen dan den slag +bij Studzianka maar weer eens laten vertellen. Dat is vijf francs, die +zeker binnenkomen.”</p> +<p>„En ik,” zeide Marcel, „zal een Burchtruïne +aan den ouden Médicis gaan verkoopen. Dat maakt ook vijf francs +en als ik tijd heb, om er nog drie torentjes en een molen bij te +kladden, misschien wel tien; dan zijn we aan ons budget.”</p> +<p>En de twee vrienden gingen slapen en droomden, dat de prinses van +Belgiojoso hun verzocht hun ontvangdagen te verzetten, om haar haar +meest geziene gasten niet te ontnemen.</p> +<p>Den volgenden ochtend stond Marcel vroeg op, spande een nieuw doek +en begon met ijver aan den bouw van een Burchtruïne, een artikel, +dat hem steeds door een antiquiteiten-schacheraar op de place du +Carrousel gevraagd werd. Intusschen ging Rodolphe een bezoek brengen +aan zijn oom Monetti, die een matador was in het verhalen van den +terugtocht uit Rusland, en aan wien Rodolphe vijf of zes maal per jaar, +n.l. wanneer de geldnood erg nijpte, de voldoening schonk zijn +veldtochten te vertellen in ruil voor een leening van wat geld, waartoe +de veteraan-kachelsmid-rookverdrijver wel over te halen was, indien men +bij het luisteren naar zijn verhalen slechts veel geestdrift wist te +toonen.</p> +<p>Tegen twee uur ontmoette Marcel, die met gebogen hoofd en een doek +onder zijn arm op de place du Carrousel liep, daar Rodolphe, die van +zijn oom kwam; zijn geheele houding wees op slechte berichten.</p> +<p>„Nou,” zeide Marcel; „ben je geslaagd?”</p> +<p>„Neen, mijn oom is vandaag het museum in Versailles gaan +kijken. En jij?” <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" +name="pb78">78</a>]</span></p> +<p>„Die schaapskop van een Médicis wil geen +Burchtruïnes meer; hij heeft me een Bombardement van Tanger +gevraagd.”</p> +<p>„Onze reputatie is naar de maan, als we ons feest niet +geven,” mompelde Rodolphe. „Wat moet onze vriend, de +invloedrijke criticus, wel denken, als ik hem voor niets een witte das +en gele handschoenen laat aantrekken?”</p> +<p>Ten prooi aan groote onrust gingen zij beiden naar het atelier +terug.</p> +<p>Op dat oogenblik sloeg het op de pendule van een buurman vier +uur.</p> +<p>„Wij hebben nog maar drie uur voor ons,” zeide +Rodolphe.</p> +<p>„Maar,” riep Marcel, terwijl hij vlak bij zijn vriend +kwam staan, „ben je er wel zeker van, dat er hier geen geld over +is?....”</p> +<p>„Noch hier, noch elders. Waar zou dat saldo vandaan moeten +komen?”</p> +<p>„Als we eens onder de meubels zochten .... in de fauteuils? +Men beweert immers, dat de emigranten ten tijde van Robespierre hun +geld verstopten. Wie weet!... Onze fauteuil is misschien het eigendom +van een emigrant geweest; en bovendien is hij zòò hard, +dat ik al eens meer gedacht heb, dat er metalen in zitten ... zouden we +niet eens tot een lijkschouwing overgaan?”</p> +<p>„Dat is iets voor een klucht,” antwoordde Rodolphe op +een toon, waarin tegelijk ernst en toegeeflijkheid lag.</p> +<p>Plotseling stiet Marcel, die zijn opgravingen in alle hoeken van het +atelier had voortgezet, een luiden triomfkreet uit.</p> +<p>„Wij zijn gered!” riep hij uit; „ik wist wel, dat +hier geldswaarde verborgen lag. Kijk maar!” en hij liet Rodolphe +een geldstuk zien, zoo groot als een daalder en half verteerd door +roest en kopergroen.</p> +<p>Het was een munt uit het tijdvak der Karolingers en <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>niet +zonder eenige kunstwaarde. Op het gelukkigerwijze gespaard gebleven +inschrift kon men het jaartal van Karel den Groote lezen.</p> +<p>„Dat ding is nauwlijks dertig sous waard,” zeide +Rodolphe met een minachtenden blik op de vondst van zijn vriend.</p> +<p>„Dertig sous, goed gebruikt, kunnen veel uitwerken,” +antwoordde Marcel. „Met twaalfhonderd man heeft Napoleon +tienduizend Oostenrijkers verslagen. Handigheid weegt tegen het getal +op. Ik ga dadelijk den Carolusdaalder bij den ouden Médicis +wisselen. Is er hier nog niet iets verkoopbaars? Waarachtig, als ik het +gipsafgietsel van het scheenbeen van Jaconowski, den Russischen +tamboer-majoor, eens meenam? Dat zou heel wat in het laadje +brengen.”</p> +<p>„Neem het scheenbeen maar mee. Maar prettig is het +allesbehalve. We hebben nu geen enkel kunstvoorwerp meer +over.”</p> +<p>Tijdens Marcels afwezigheid ging Rodolphe, vast besloten de +soirée, het mocht kosten wat het wilde, te geven, naar zijn +vriend Colline, den hyperphysischen wijsgeer, die vlak in de buurt +woonde.</p> +<p>„Ik kom je verzoeken,” zeide hij tegen hem, „mij +een dienst te bewijzen. In mijn qualiteit van gastheer moet ik beslist +een rok hebben, en .... ik heb er geen .... leen me de jouwe +....”</p> +<p>„Maar,” merkte Colline op, „in mijn qualiteit van +gast heb ik mijn rok ook noodig.”</p> +<p>„Ik sta je toe in gekleede jas te komen.”</p> +<p>„Ik heb nooit een gekleede jas gehad, dat weet je even goed +als ik.”</p> +<p>„Enfin, luister eens, we kunnen ook op een andere manier de +zaak in orde brengen; jij zoudt niet op mijn soirée kunnen +verschijnen en me je rok leenen.”</p> +<p>„Het is wel beroerd, maar dat gaat niet; ik sta op het +programma en kan dus niet ontbreken.” <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span></p> +<p>„Er zal nog heel wat meer ontbreken,” zeide Rodolphe. +„Leen me je rok, en wanneer je beslist komen wilt, kom dan, +zooals je het zelf het beste vindt.... voor mijn part in je hemdsmouwen +.... dan kan je voor een trouwen dienaar doorgaan ...”</p> +<p>„Dat gaat niet,” zeide Colline blozend. „Ik zal +mijn notenkleurige paletot aantrekken. Maar het heele zaakje is per +slot van rekening een beroerde boel.”</p> +<p>En toen hij merkte, dat Rodolphe zich reeds van zijn beroemde rok +meester gemaakt had, riep hij tegen hem:</p> +<p>„Maar wacht toch even .... Er zitten nog een paar kleinigheden +in.”</p> +<p>De rok van Colline is een nadere beschouwing waard. In de eerste +plaats was die rok volmaakt groen, en alleen uit gewoonte sprak Colline +van zijn zwarte rok. En daar hij op dat oogenblik de eenige van de +geheele troep was, die een rok bezat, hadden ook zijn vrienden de +gewoonte aangenomen, om, wanneer zij van het officieele kleedingstuk +van den wijsgeer spraken, zich te bedienen van de uitdrukking: de +zwarte rok van Colline. Bovendien had dat beroemde kleedingstuk een +zeer bijzonderen vorm, den meest bizarren, dien men zich denken kan: de +zeer lange panden zaten n.l. aan een zeer korte taille en hadden twee +zakken, ware afgronden, waarin Colline gewoon was een paar dozijn +boeken, die hij altijd en eeuwig bij zich had, te bergen, wat zijn +vrienden deed zeggen, dat de schrijvers en geleerden in den tijd, dat +de bibliotheken gesloten waren, inlichtingen konden gaan inwinnen in de +panden van Colline’s rok, een bibliotheek, die steeds geopend +was.</p> +<p>Bij uitzondering bevatte Colline’s rok dien dag slechts een +quarto-deel van Bayle, een verhandeling over hyperphysische krachten in +drie deelen, een deel Condillac, twee deelen Swedenborg en Pope’s +„Essai over den mensch.” Eerst toen hij zijn +zak-bibliotheek had leeggeruimd, <span class="pagenum">[<a id="pb81" +href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>stond hij Rodolphe toe den rok +aan te trekken.</p> +<p>„Hè,” zeide deze, „de linkerzak is nog +aardig zwaar; je hebt er zeker nog iets in gelaten.”</p> +<p>„Dat is waar ook,” zeide Colline, „ik heb vergeten +den vreemde-talen-zak leeg te maken.<span class="corr" id="xd20e2114" +title="Niet in bron">”</span> En hij haalde er twee Arabische +grammatica’s uit, een Maleisch woordenboek en een +„Volmaakte veedrijver” in het Chineesch, zijn geliefkoosde +lectuur.</p> +<p>Toen Rodolphe weer thuis kwam, was Marcel met drie vijf francstukken +aan het schijfwerpen. Het eerste oogenblik stiet Rodolphe de hand, die +zijn vriend hem toestak, weg: hij geloofde aan een misdaad.</p> +<p>„Laten we ons haasten,” zeide Marcel .... „We +hebben de benoodigde francs bijeen... Luister, hoe ik eraan gekomen +ben: Bij den ouden Médicis trof ik een verzamelaar van +antiquiteiten aan. Toen hij mijn munt zag, viel hij bijna flauw: dat +was de eenige, die nog aan zijn collectie ontbrak. Hij had al in alle +landen laten zoeken, om die leemte aan te vullen, en had reeds alle +hoop op succes verloren. Hij aarzelde, toen hij mijn Carolusdaalder +goed bekeken had, dan ook geen oogenblik om mij vijf francs te bieden. +Médicis stiet mij met zijn elleboog aan, zijn blik vulde de rest +aan. Hij wilde daarmede zeggen: „Laten we de buit samen deelen, +dan bied ik hooger!” We zijn tot dertig francs gekomen. Daarvan +heb ik er vijftien aan den Jood gegeven, en hier is de rest. Nu kunnen +onze gasten komen; wij zijn nu in staat om hun oogen te verblinden. +Maar hoe kom jij aan dien rok?”</p> +<p>„O,” zeide Rodolphe, „dien heb ik van Colline +geleend.” En toen hij zijn zakdoek uit zijn zak wilde halen, liet +hij een klein deeltje Mandsjoesch vallen, dat in den vreemde-talen-zak +was blijven zitten.</p> +<p>De beide vrienden gingen nu dadelijk aan het werk. Het atelier werd +in orde gebracht, de kachel aangemaakt; een met kaarsen voorziene +schilderijlijst hingen ze bij <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>wijze van kroonluchter aan den +zolder; een bureau, dat als katheder voor de sprekers dienst moest +doen, werd midden in het atelier geplaatst; daarvoor zetten zij hun +eenigen fauteuil, waarop de invloedrijke criticus moest zitten, terwijl +zij op een tafel alle aanwezige boeken: romans, gedichten en +feuilletons, waarvan de schrijvers de soirée met hun +tegenwoordigheid zouden vereeren, neerlegden. Ten einde alle mogelijke +botsingen tusschen de verschillende variëteiten letterkundigen te +vermijden, was het atelier verdeeld in vier afdeelingen, aan den ingang +waarvan men op inderhaast vervaardigde borden lezen kon:</p> +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td>Dichters</td> +<td>Romantici</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Prozaschrijvers</td> +<td>Classici</td> +</tr> +</table> +</div> +<p>Voor de dames was een ruimte in het midden vrijgelaten.</p> +<p>„Alles is in orde, maar er ontbreken stoelen,” zeide +Rodolphe.</p> +<p>„O,” antwoordde Marcel, „er staan er verscheidene +op het trapportaal, maar die staan vast aan den muur. Als we die eens +los maakten!”</p> +<p>„Dat zal wel dienen,” meende Rodolphe, terwijl hij zich +meester ging maken van de stoelen, die aan den een of anderen buurman +behoorden.</p> +<p>Het sloeg zes uur; de twee vrienden gingen vlug dineeren en kwamen +weer gauw terug, om met de verlichting der salons te beginnen. Om zeven +uur kwam Schaunard, vergezeld door drie dames, die haar diamanten en +hoeden bij vergissing thuis gelaten hadden. Een van haar had een rooden +omslagdoek met zwarte vlekken om. Schaunard maakte Rodolphe op haar +speciaal opmerkzaam.</p> +<p>„Dat is een echte vrouw van de wereld,” zeide hij, +„een Engelsche, die door den val der Stuarts in ballingschap +<span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>is moeten gaan; zij leeft zeer eenvoudig en +bescheiden van wat haar Engelsche lessen haar opbrengen. Haar vader is +onder Cromwell kanselier geweest, zooals zij mij verteld heeft; je moet +beleefd tegen haar zijn en haar niet te veel tutoyeeren.”</p> +<p>Inmiddels lieten zich op de trap talrijke stappen hooren—de +gasten kwamen; zij waren erg verbaasd, toen zij vuur in den kachel +zagen.</p> +<p>Rodolphe’s rok ging de dames tegemoet en kuste haar met +achttiende-eeuwsche gratie de hand; toen er ongeveer twintig gasten +waren, vroeg Schaunard, of er nog niets rondgediend moest worden.</p> +<p>„Dadelijk,” antwoordde Marcel; „we wachten op de +komst van den invloedrijken criticus, om den punch aan te +steken.”</p> +<p>Om acht uur waren alle genoodigden aanwezig, waarna een aanvang met +het programma gemaakt werd. Tusschen de verschillende nummers werden er +ververschingen aangeboden; wat, daar is men nooit precies achter kunnen +komen.</p> +<p>Tegen tien uur zag men het gele vest van den invloedrijken criticus +verschijnen; hij bleef maar een uur en was matig in het gebruik der +„ververschingen”.</p> +<p>Toen er tegen middernacht geen hout meer was en het aardig koud +begon te worden, lootten de gasten, die zaten, wie zijn stoel in het +vuur zou werpen.</p> +<p>Om een uur stond iedereen.</p> +<p>Toch bleef er onder de gasten een aangename, opgewekte stemming +heerschen. Er viel geen enkel ongeval te betreuren, behalve een +winkelhaak in den vreemde-talen-zak van Colline’s rok en een +klap, dien Schaunard aan de dochter van den kanselier van Cromwell +toediende.</p> +<p>Acht dagen lang was deze gedenkwaardige soirée het onderwerp +van gesprek in het stadsdeel; en Phémie <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>Klad, +die de koningin van het feest geweest was, placht, wanneer zij er met +haar vriendinnen over sprak, te zeggen:</p> +<p>„Het was er prachtig; er waren zelfs waskaarsen.” +<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1933" href="#xd20e1933src" name="xd20e1933">1</a></span> Met het +personeel van de firma Bidault (den toenmaligen postdirecteur) worden +de brievenbestellers bedoeld.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2025" href="#xd20e2025src" name="xd20e2025">2</a></span> Een +gefingeerde naam.</p> +</div> +</div> +<div id="ch6" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e2179" class="label">Hoofdstuk VI.</h2> +<h2 class="main">Mademoiselle Musette.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Mademoiselle Musette was een knap meisje van twintig +jaar, die kort na haar komst te Parijs dat geworden was, wat knappe +meisjes worden, wanneer zij een mooie taille, veel coquetterie, een +weinig eerzucht en in het geheel geen orthographie bezitten. Nadat zij +langen tijd de vreugde had uitgemaakt der soupers van het Quartier +Latin, waar zij met altijd frissche, hoewel niet steeds zuivere stem +een groot aantal landelijke liedjes zong, die haar den naam gaven, +waaronder de beste rijmsmeden haar sedert gevierd hebben, verliet +mademoiselle Musette plotseling de Rue de la Harpe, om de aan Venus +gewijde hoogten van het Quartier Bréda te gaan bewonen.</p> +<p>Al heel spoedig werd zij een der toonaangeefsters van de +aristocratie van het genot en langzamerhand kwam zij tot die +beroemdheid, welke daarin bestaat, dat men in de Parijsche couranten +genoemd wordt of bij alle kunsthandelaars uitgestald staat.</p> +<p>En toch was mademoiselle Musette een uitzondering onder de vrouwen, +in wier midden zij leefde. Evenals alle ware vrouwen was zij van nature +elegant en dichterlijk en hield zij van luxe en van alle genietingen, +die daarvan het gevolg zijn; in haar coquetterie had zij een gloeiend +verlangen naar al wat mooi en voornaam was, en zij zou, hoewel zij een +dochter uit het volk was, volstrekt niet misplaatst geweest zijn te +midden van de koninklijkste pracht en pronk. Doch mademoiselle Musette, +<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>die zelf jong en knap was, zou er nooit in +toegestemd hebben de maîtresse te worden van een man, die niet +eveneens jong en knap zou zijn. Men had haar dan ook eens de prachtige +aanbiedingen hooren weigeren van een grijsaard, die zoo rijk was, dat +hij de Croesus van de Chaussée-d’Antin genoemd werd, en +aan Musette gouden bergen beloofd had. Intelligent en geestig als zij +was, kon zij evenmin dwazen en fatten uitstaan, hoe ook hun leeftijd, +hun titel en hun naam was.</p> +<p>Musette was dus een flink, knap meisje, dat in +liefdesaangelegenheden de helft van Champforts beroemd aphorisme: +„De liefde is de uitwisseling van twee phantasieën” +tot het hare maakte.<a class="noteref" id="xd20e2193src" href="#xd20e2193" name="xd20e2193src">1</a> Haar liaisons werden dan ook +nooit voorafgegaan door een van die schandelijke koopcontracten, welke +de tegenwoordige galanterie onteeren. Zij speelde, zooals zij zelf +zeide, altijd een eerlijk en open spel, en eischte, dat men haar +oprechtheid met dezelfde munt terugbetaalde.</p> +<p>Maar al waren haar neigingen heftig en spontaan, toch waren zij +nooit duurzaam genoeg, om te stijgen tot de hoogte van een hartstocht. +De buitensporige onbestendigheid van haar grillen en de groote +onverschilligheid, die zij had voor de beurzen en spaarpenningen van +hen, die haar het hof maakten, brachten een even buitensporige +onbestendigheid in haar bestaan, dat een eeuwigdurende wisseling was +tusschen eigen equipage en omnibus, tusschen bel-étage en vijfde +verdieping, zijden japonnen en katoenen rokjes. Bekoorlijk meisje, +levend gedicht van jeugd met uw helderen lach en vroolijk lied! +Medelijdend hart, dat onder het even-geopende boezemlijfje voor +iedereen klopt! mademoiselle Musette, <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>zuster van Bernerette en +Mimi Pinson!<a class="noteref" id="xd20e2200src" href="#xd20e2200" +name="xd20e2200src">2</a> Ik zou de pen van Alfred de Musset moeten +hebben, om uw zorgelooze zwerftochten op de bloeiende paden der jeugd +naar waarde te verhalen; en zeker zou hij u ook hebben willen bezingen, +indien hij, evenals ik, u met uw lieve, valsche stem dit ongekunstelde +couplet uit een van uw lievelingsliederen had hooren voordragen:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">C’était un beau jour de printemps</p> +<p class="line">Que je me déclarai l’amant,</p> +<p class="line xd20e221">L’amant d’une brunette</p> +<p class="line xd20e221">Au cœur de Cupidon,</p> +<p class="line xd20e221">Portant fine cornette</p> +<p class="line xd20e221">Posée en papillon.</p> +</div> +<p class="first">De geschiedenis, die wij nu gaan vertellen, is een der +bekoorlijkste episoden uit het leven van deze bekoorlijke +gelukzoekster, die zich aan het oordeel der wereld al heel weinig +gelegen liet.</p> +<p>Ten tijde, dat zij de maîtresse was van een jongen staatsraad, +die haar galant den sleutel van zijn erfdeel in handen gegeven had, +placht mademoiselle Musette eens per week een soirée te geven in +haar aardig klein salonnetje in de rue de la Bruyère. Deze +avondpartijen geleken op de meeste Parijsche soirées, met dit +verschil, dat de gasten zich hier werkelijk amuseerden; wanneer er niet +genoeg ruimte was, ging de een op den schoot van den ander zitten; en +meermalen gebeurde het, dat twee uit hetzelfde glas dronken. Rodolphe, +die de vriend van Musette was en die nooit iets anders dan haar vriend +was (zij hebben geen van beiden ooit geweten, waarom), vroeg Musette op +een goeden dag, of hij zijn vriend Marcel niet eens mocht +medebrengen—„een talentvollen jongen”, <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>zeide +hij, „voor wien de toekomst bezig is een rok van de +Académie te borduren.”</p> +<p>„Breng hem maar mee,” antwoordde Musette.</p> +<p>Den avond nu, dat<a id="xd20e2233" name="xd20e2233"></a> zij samen +naar Musette zouden gaan, ging Rodolphe Marcel afhalen. De kunstenaar +was bezig zijn toilet te maken.</p> +<p>„Wat?” vroeg Rodolphe, „wil jij met een gekleurd +overhemd in gezelschap verschijnen?”</p> +<p>„Kwetst dat dan de etiquette?” zeide Marcel kalm.</p> +<p>„Of het die kwetst? Tot bloedens toe, ongelukkige.”</p> +<p>„Bliksems!” vloekte Marcel met een blik op zijn +overhemd, waar op een blauwen achtergrond wilde zwijnen door een troep +honden vervolgd werden; „ik heb hier geen ander. Enfin, ik weet +er niets anders op dan dat ik een vadermoorder aantrek; niemand zal dan +de kleur van mijn overhemd zien, daar ik <span class="ex">Methusalem</span> tot mijn hals kan toeknoopen.”</p> +<p>„Wat?” zeide Rodolphe ongerust, „trek je +<span class="ex">Methusalem</span> weer aan?”</p> +<p>„Ik moet wel!” was Marcels antwoord. „God wil het, +en mijn kleermaker ook; trouwens er zijn pas nieuwe knoopen aangezet, +en ik heb hem pas met Frankfurter zwart opgeknapt.”</p> +<p><span class="ex">Methusalem</span> was de rok van Marcel; hij noemde +dien zoo, omdat het de doyen van zijn garde-robe was. <span class="ex">Methusalem</span> was naar de laatste mode van vier jaar geleden +en schreeuwend groen van kleur. Marcel echter beweerde, dat hij er bij +kunstlicht zwart uitzag.</p> +<p>Vijf minuten later was Marcel met zijn toilet klaar; hij was met den +meest volkomen slechten smaak gekleed: precies een kladschilder, die +voor het eerst in de wereld gaat.</p> +<p>Mijnheer Casimir Bonjour zal den dag, waarop men hem zal komen +vertellen, dat hij tot lid van het Instituut gekozen is, nooit zoo +verwonderd kunnen zijn als Marcel <span class="pagenum">[<a id="pb89" +href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>en Rodolphe waren, toen zij bij +het huis van mademoiselle Musette kwamen. Ziehier de reden van hun +verbazing: mademoiselle Musette, die sedert eenigen tijd met haar +vriend den staatsraad gebrouilleerd was, was op een zeer kritiek +oogenblik door hem in den steek gelaten. In opdracht van haar +schuldeischers en van haar huisbaas waren haar meubels in beslag +genomen en naar beneden gebracht, om den volgenden dag weggehaald en +verkocht te worden. Niettegenstaande dit incident kwam het in Musette +geen oogenblik op haar gasten in den steek te laten of de soirée +af te zeggen. Met den meesten ernst liet zij de binnenplaats in een +salon veranderen, legde zelf een tapijt op de steenen, maakte alles +zooals gewoonlijk in orde, kleedde zich om haar gasten te ontvangen en +noodigde al de medebewoners van het huis op haar klein feestje, ter +opluistering waarvan de goede God voor een mooie illuminatie +zorgde.</p> +<p>Deze grap had een groot succes, nooit had er op de soirées +van Musette zoo’n prettige en opgewekte toon geheerscht; er werd +nog gezongen en gedanst, toen de witkielen de meubels, tapijten en +divans kwamen halen en daardoor het gezelschap noodzaakten weg te +gaan.</p> +<p>Musette deed al haar gasten uitgeleide met het gezang:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„On en parlera longtemps, la ri ra,</p> +<p class="line">De ma soirée de jeudi;</p> +<p class="line">On en parlera longtemps, la ri ri.<span class="corr" +id="xd20e2278" title="Niet in bron">”</span></p> +</div> +<p class="first">Slechts Marcel en Rodolphe bleven bij Musette, die +naar haar kamer gegaan was, waar alleen het bed nog maar stond.</p> +<p>„Hè,” zeide Musette; „ik vind nu mijn +avontuur lang zoo aardig niet meer; ik zal in het hotel De Bloote Hemel +moeten gaan logeeren; ik ken het heel goed, het kan er zoo gemeen +tochten.”</p> +<p>„O, mevrouw,” zeide Marcel, „als ik de rijkdommen +<span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>van Plutus bezat, dan zou ik u een tempel, +schooner dan die van Salomo, aanbieden, maar ...<span class="corr" id="xd20e2288" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Ge zijt geen Plutus, vriendlief. Maar dat is minder, ik ben +je toch dankbaar voor je goede bedoeling .... Maar kom!” voegde +zij eraan toe, terwijl zij haar blik door de kamer liet gaan; „ik +verveelde me hier, en bovendien werd het meubilair oud; ik heb het nu +al bijna zes maanden. Maar dat is niet alles; na het bal wordt er toch +gesoupeerd, en ik zou graag wat consumeeren.”</p> +<p>„Laten we dan consou-peeren,” zeide Marcel, die aan een +woordspelingziekte leed, welke vooral in de ochtenduren zich deed +gelden.</p> +<p>Daar Rodolphe ’s avonds bij het lansquenetspel een klein +sommetje gewonnen had, nam hij Musette en Marcel mede naar een +restaurant, dat juist geopend was.</p> +<p>Na het déjeuner besloten zij, daar zij volstrekt geen lust +hadden te gaan slapen, den dag in het vrije veld te gaan doorbrengen; +en daar zij vlak bij een station waren, stapten zij in den eersten den +besten trein, die vertrok, en reden naar Saint-Germain.</p> +<p>Den geheelen dag liepen zij door de bosschen; eerst tegen zeven uur +in den avond kwamen zij in Parijs terug. Marcel hield stok en stijf +vol, dat het pas half een en de donkerte het gevolg van de bedekte +lucht was.</p> +<p>Gedurende de geheele soirée en de rest van den dag was +Marcel, wiens hart als buskruit was, dat een enkele blik deed +ontbranden, steeds verliefder geworden op Musette en had haar het hof +gemaakt „in alle kleuren”, zooals hij tegen Rodolphe zeide. +Ja, hij was zelfs zoo ver gekomen, dat hij het knappe meisje had +voorgesteld een nog mooier meubilair voor haar te koopen dan het oude; +hij zou er zijn beroemde schilderij „De doortocht door de Roode +Zee” voor verkoopen. Met angst en beven zag hij dan ook het +oogenblik naderen, waarop hij zou moeten scheiden van Musette, die, +hoewel zij zich haar <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" +name="pb91">91</a>]</span>handen, hals en toebehooren liet kussen, hem +telkens, wanneer hij door middel van inbraak in haar hart trachtte te +dringen, zachtjes van zich af stiet.</p> +<p>Zoodra zij in Parijs terug waren, had Rodolphe zijn vriend met het +jonge meisje alleen gelaten, dat hem nu vroeg haar naar huis te +brengen.</p> +<p>„Wilt u mij toestaan, dat ik u kom bezoeken?” vroeg +Marcel. „Ik zou graag uw portret schilderen.”</p> +<p>„Maar beste jongen,” antwoordde Musette; „ik kan +je mijn adres niet geven, omdat ik dat morgen misschien niet meer heb; +maar ik zal bij jou komen en je rok verstellen, waar zoo’n gat in +zit, dat je er, zonder betalen, door zoudt kunnen verhuizen.”</p> +<p>„Ik zal op u wachten als op den Messias,” zeide +Marcel.</p> +<p>„Maar niet zoo lang,” was Musette’s lachend +antwoord.</p> +<p>„Wat een bekoorlijk schepseltje,” zeide Marcel tot +zichzelf, terwijl hij langzaam verder liep; „de godin der +vroolijkheid. Ik zal twee gaten in <span class="ex">Methusalem</span> +maken.”</p> +<p>Hij was nog geen dertig pas verder, toen hij zich op zijn schouder +voelde kloppen: het was mademoiselle Musette.</p> +<p>„Beste mijnheer Marcel!” zeide zij; „is u een +Fransch ridder?”</p> +<p>„Dat ben ik. Rubens en mijn dame, luidt mijn +devies.”</p> +<p>„Welnu, leen dan het oor aan mijn kommer en erbarm u mijner, +edele heer,” ging Musette verder, die een weinig in de +litteratuur bedreven was, hoewel zij met de grammatica op zeer +gespannen voet leefde; „de huisbaas heeft den sleutel van mijn +kamer meegenomen, en het is elf uur: begrijp je?”</p> +<p>„Natuurlijk,” zeide Marcel en bood Musette zijn arm aan. +Hij nam haar mede naar zijn op den <span lang="fr">Quai aux +Fleurs</span> gelegen atelier. <span class="pagenum">[<a id="pb92" +href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span></p> +<p>Hoewel Musette bijna omviel van slaap, had zij toch nog kracht +genoeg om te zeggen:</p> +<p>„Vergeet niet, wat je me beloofd hebt.”</p> +<p>„O Musette, bekoorlijk wezen,” zeide de artist met +eenigszins ontroerde stem; „ge zijt hier onder een gastvrij dak; +slaap in vrede, goeden nacht! Ik ga heen.”</p> +<p>„Waarom?” vroeg Musette, wier oogen bijna dicht vielen; +„ik ben heusch niet bang; en dan zijn er toch twee kamers, ik zal +op je canapé gaan slapen.”</p> +<p>„Mijn canapé is te hard, om erop te slapen; het lijkt +wel, of hij met keisteenen opgemaakt is. Ik verleen u gastvrijheid bij +mij en ga die vragen aan een vriend, die hier op dezelfde verdieping +woont .... dat is verstandiger. Ik houd gewoonlijk wel mijn woord; maar +ik ben twee-en-twintig en gij achttien, Musette .... ik ga. Goeden +nacht.”</p> +<p>Den volgenden ochtend om acht uur kwam Marcel met een bloempot, dien +hij op de markt gekocht had, weer op zijn kamer. Hij vond Musette, die +zich geheel gekleed op bed geworpen had, nog slapende. Door het leven, +dat hij maakte, werd zij wakker en stak Marcel haar hand toe.</p> +<p>„Brave jongen!” zeide zij.</p> +<p>„Brave jongen!” herhaalde Marcel, „is dat niet +synoniem met: belachelijke dwaas?”</p> +<p>„O, hoe kan je dat zeggen!” viel Musette hem in de rede; +„dat is niets aardig van je; geef me liever dien mooien pot met +bloemen, in plaats van dergelijke onaardige dingen naar mijn hoofd te +werpen.”</p> +<p>„Alleen met dat doel heb ik hem hier gebracht,” zeide +Marcel. „Aanvaard hem dus en zing, als dank voor mijn +gastvrijheid, een van je aardige liedjes voor mij; de echo van mijn +dakkamertje zal misschien iets van uw stem bewaren, zoodat ik u nog kan +hooren, wanneer ge weer weg zijt.” <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span></p> +<p>„Zoo, dus je wilt me wegsturen?” vroeg Musette. +„En als ik nu eens niet weg wil? Luister eens, Marcel, ik neem +geen blaadje voor mijn mond, om te zeggen wat ik denk. Jij valt in mijn +smaak en ik in den jouwe. Dat is nog geen liefde, maar het is er +misschien de kiem van. Welnu, ik ga niet weg; ik blijf hier en zal hier +blijven zoolang als de bloemen, die je me daarnet gegeven hebt, niet +verwelkt zijn.”</p> +<p>„Ach!” riep Marcel uit, „maar dat zijn ze binnen +twee dagen. Had ik dat geweten, dan had ik immortellen +gekocht.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Veertien dagen woonden Musette en Marcel al samen en leidden, hoewel +zij dikwijls zonder geld zaten, het heerlijkste leven der wereld. +Musette voelde voor Marcel een toegenegenheid, die niets gemeen had met +haar vroegere verliefdheden, en Marcel begon bang te worden, dat hij +werkelijk van zijn maîtresse zou gaan houden. Daar hij echter +niet wist, dat zij harerzijds hetzelfde vreesde, keek hij iederen +ochtend naar de bloemen, wier afsterven het einde van hun liaison zou +beteekenen, en trachtte hij zich te verklaren, hoe zij iederen morgen +opnieuw weer zoo frisch waren. Doch weldra vond hij den sleutel van het +mysterie: toen hij op een goeden nacht wakker werd, zag hij Musette +niet naast zich. Hij stond op, liep naar de kamer en vond daar zijn +geliefde, die iederen nacht tijdens zijn slaap de bloemen begoot, om op +die manier het verwelken tegen te gaan. <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2193" href="#xd20e2193src" name="xd20e2193">1</a></span> De +tweede helft luidt... „en de aanraking van twee +opperhuiden.”</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2200" href="#xd20e2200src" name="xd20e2200">2</a></span> Zie de +beide novellen van de Musset: „<a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/13231">Frédéric et +Bernerette</a>” en „<a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/13221">Mademoiselle Mimi +Pinson</a>.”</p> +</div> +</div> +<div id="ch7" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e2368" class="label">Hoofdstuk VII.</h2> +<h2 class="main">De golven van den Pactolus.<a class="noteref" id="xd20e2372src" href="#xd20e2372" name="xd20e2372src">1</a></h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was 19 Maart .... En al zou Rodolphe zoo oud +worden als Raoul-Rochette, die Ninive heeft zien bouwen, nooit zal hij +dien datum vergeten, want juist op dien aan St. Joseph gewijden dag, +des namiddags om drie uur verliet onze vriend het kantoor van een +bankier, waar hij een som van vijfhonderd francs in klinkenden, +gangbaren munt uitbetaald gekregen had.</p> +<p>Het eerste gebruik, dat Rodolphe van dit in zijn zak terecht gekomen +stukje van Peru maakte, bestond hierin, dat hij zijn schulden niet +betaalde, en wel omdat hij zichzelf plechtig beloofd had voortaan +spaarzaamheid te betrachten en geen extra- of overbodige uitgaven te +doen. Hij had trouwens op dit punt zeer vaststaande denkbeelden en +beweerde dan ook, dat men, alvorens te denken aan het overbodige, eerst +voor het noodzakelijke zorgen moest; daarom betaalde hij zijn +schuldeischers niet en kocht een Turksche pijp, die reeds sedert lang +zijn begeerte had opgewekt.</p> +<p>Met dit kostbare voorwerp gewapend, ging hij naar de woning van zijn +vriend Marcel, bij wien hij reeds sedert eenigen tijd logeerde. Toen +hij het atelier binnenkwam, luidden zijn zakken als de klokken van een +dorpstoren op een hoogen feestdag. Toen Marcel dit ongewone geluid +hoorde, dacht hij, dat het een van zijn buurlieden <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>was, een +verwoed beurs-speculant, die zijn agio-winst de revue liet passeeren, +en hij mompelde:</p> +<p>„Daar begint die intrigant van hiernaast weer met zijn +epigrammen. Als dat nog lang zoo duurt, ga ik verhuizen. Het is niet +mogelijk onder zoo’n lawaai te werken. Je zoudt waarachtig lust +krijgen, om de kunst aan den kapstok te hangen en straatroover te +worden.”</p> +<p>En zonder in de verste verte te vermoeden, dat zijn vriend Rodolphe +in een Croesus veranderd was, ging Marcel verder werken aan zijn +„Doortocht door de Roode Zee,” waaraan hij nu al drie jaar +bezig was.</p> +<p>Rodolphe, die nog geen woord gezegd had en een proef bedacht, die +hij met zijn vriend wilde nemen, zeide tot zichzelf: „We zullen +dadelijk lachen, dat zal een jolige boel worden.” En hij liet een +vijffrancstuk vallen.</p> +<p>Marcel keek op en staarde Rodolphe aan, die even ernstig was als een +artikel uit de „Revue des deux Mondes”.</p> +<p>De kunstenaar raapte het geldstuk met een zeer voldaan gebaar op en +bereidde het een zeer vriendelijke ontvangst, want, hoewel hij een +kleurenmenger was, kende hij toch zijn wereld en was steeds zeer +beleefd tegenover vreemdelingen. Daar hij bovendien wist, dat Rodolphe +uitgegaan was, om te trachten wat geld te krijgen, beperkte hij, nu hij +zag, dat zijn vriend daarin geslaagd was, zich ertoe het resultaat te +bewonderen, zonder hem te vragen met behulp van welke middelen het +verkregen was.</p> +<p>Zonder een woord te zeggen, begon hij weer aan zijn werk en ging +voort een Egyptenaar in de golven der Roode Zee te verdrinken. Terwijl +hij bezig was dien moord te plegen, liet Rodolphe een tweede +vijffrancstuk vallen. En terwijl hij heimelijk keek naar het gezicht, +dat zijn vriend zou trekken, begon hij in zijn vuistje te lachen.</p> +<p>Bij den helderen klank van het metaal sprong Marcel <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>als door +een electrischen schok getroffen, plotseling op en riep uit:</p> +<p>„Wat? Heeft dat lied een tweede couplet?”</p> +<p>Een derde stuk rolde over den vloer, toen nog een en nog een; ten +slotte danste er een heele quadrille daalders in de kamer rond.</p> +<p>Marcel begon zichtbare teekenen van zinsverbijstering te geven en +Rodolphe lachte als het parterre van het Théâtre +Français bij de eerste opvoering van „Johanna van +Vlaanderen”. Plotseling en zonder eenige omzichtigheid greep +Rodolphe met volle handen in zijn zakken en begonnen de daalders een +fabelachtigen steeple chase. Het was als een overstrooming van den +Pactolus, als het bacchanaal van Juppiter bij Danaë.</p> +<p>Marcel stond onbeweeglijk, stom, met starre oogen; de verbazing +veroorzaakte bij hem een metamorphose, als die, welke de +nieuwsgierigheid vroeger de vrouw van Loth had doen ondergaan; en toen +Rodolphe zijn laatste rol van honderd francs op den grond smeet, was de +artist aan een kant van zijn lichaam reeds geheel verzout.</p> +<p>Rodolphe stond nog steeds te lachen. En bij die stormachtige +vroolijkheid zou het gedonder van een orkest van Sax<a class="noteref" +id="xd20e2409src" href="#xd20e2409" name="xd20e2409src">2</a> zoo iets +als het gezucht van een kind aan de moederborst geweest zijn.</p> +<p>Verblind, ademloos en verstomd van ontroering dacht Marcel, dat hij +droomde; en om de nachtmerrie, die zijn borst benauwde, te verjagen, +beet hij zich tot bloedens toe in zijn vinger, wat hem zoo’n pijn +deed, dat hij het uitschreeuwde. Toen merkte hij, dat hij klaar wakker +was; en al dat goud aan zijn voeten ziende, riep hij als een +treurspelheld uit:</p> +<p>„Mag ik mijn oogen gelooven?”</p> +<p>En dan de hand van Rodolphe in de zijne nemend: <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span></p> +<p>„Geef mij de verklaring van dit mysterie!”</p> +<p>„Als ik die gaf, zou het er geen meer zijn!”</p> +<p>„Maar hoe dan....?”</p> +<p>„Dit goud is de vrucht van mijn zweet,” zeide Rodolphe, +terwijl hij het geld opraapte, dat hij op een tafel opstapelde! Dan +ging hij een paar stappen achteruit, keek met eerbied naar de +vijfhonderd francs en dacht:</p> +<p>„Nu zal ik dus mijn droomen kunnen verwezenlijken.”</p> +<p>„Dat zal niet ver van de zesduizend francs af zijn,” +dacht op zijn beurt Marcel met een blik op de daalders, die op de tafel +stonden te trillen. „Daar kom ik op een goed idée. Ik zal +Rodolphe vragen mijn „Doortocht door de Roode Zee” te +koopen!”</p> +<p>Plotseling nam Rodolphe een theatrale houding aan en met groote +plechtigheid in gebaar en stem zeide hij:</p> +<p>„Luister eens, Marcel; het fortuin, dat ik hier voor uw oogen +heb laten schitteren, is niet het resultaat van lage handelingen, ik +heb niet met mijn pen gesjacherd, ik ben rijk, maar op mijn naam kleeft +geen smet; een edelmoedige hand heeft mij dat goud gegeven, en ik heb +een plechtige belofte afgelegd, om het te gebruiken ten einde mij door +mijn werk een positie te verschaffen, die een ernstig man waardig is. +De arbeid is de heiligste der plichten.”</p> +<p>„En het paard het edelste der dieren,” viel Marcel hem +in de rede. „Maar waar wil je eigenlijk heen? Wat bedoel je met +die woorden? Waar haal je dat proza vandaan? Zeker uit de steengroeven +der school van het gezond verstand?”</p> +<p>„Val mij niet in de rede en scheid uit met je flauwe +spotternijen,” zeide Rodolphe; „zij zouden trouwens toch +afstuiten op het harnas van een onkwetsbaren wil, waarmede ik in het +vervolg gepantserd ben.”</p> +<p>„Nou is de proloog lang genoeg. Waar wou je eigenlijk op neer +komen?” <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span></p> +<p>„Luister naar mijn plannen: Gevrijwaard tegen de materieele +zorgen des levens, wil ik ernstig aan het werk gaan; ik zal mijn +meesterwerk voltooien en mij voor goed naam maken. In de eerste plaats +breek ik met de Bohème-manieren, ik kleed mij zooals iedereen, +koop een rok en ga de salons frequenteeren. Indien je denzelfden weg +bewandelen wilt, zullen we samen kunnen blijven wonen, maar je zult +mijn programma moeten aanvaarden. De strengste spaarzaamheid zal ons +bestaan moeten beheerschen. Wanneer wij goed onze maatregelen weten te +nemen, kunnen we drie maanden ongestoord en onbekommerd werken. Maar +daarvoor is oeconomie noodig.”</p> +<p>„Beste vriend,” zeide Marcel, „de oeconomie is een +wetenschap, die alleen onder het bereik van de rijken valt, zoodat jij +en ik er zelfs de grondbeginselen niet van kennen. Maar met een uitgave +van zes francs zouden wij de werken kunnen koopen van Jean-Baptiste +Say, een uitstekend oeconoom, die ons misschien de manier, om die kunst +praktisch te beoefenen, zal kunnen leeren... Maar wat zie ik, heb je +daar een Turksche pijp?”</p> +<p>„Ja,” zeide Rodolphe: „die heb ik voor +vijf-en-twintig francs gekocht.”</p> +<p>„Wat, jij geeft vijf-en-twintig francs uit voor een pijp .... +en durft dan nog van oeconomie te praten?”</p> +<p>„Dat is zeer zeker oeconomie,” antwoordde Rodolphe; +„ik brak iederen dag een pijp van twee sous; aan het eind van een +jaar maakt dat een uitgave, die heel wat grooter is dan die, welke ik +nu gedaan heb .... Het is dus in werkelijkheid een +besparing.”</p> +<p>„Waarachtig,” zeide Marcel; „je hebt gelijk, daar +zou ik nooit op gekomen zijn.”</p> +<p>Op dat oogenblik sloeg het zes uur.</p> +<p>„Laten we nu gauw gaan dineeren,” zeide Rodolphe; +„ik wil vanavond nog met de uitvoering van mijn plan <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>beginnen. Maar van eten gesproken, daar valt me +iets in: wij verliezen iederen dag kostbaren tijd met het klaarmaken +van ons diner. De tijd echter is de rijkdom van den arbeider, wij +moeten er dus zuinig mede zijn. Met vandaag te beginnen gaan we +buitenshuis eten.”</p> +<p>„Uitstekend,” zeide Marcel; „twintig pas hier +vandaan is een uitstekend restaurant; het is er wel een beetje duur; +maar daar het vlak bij is, behoeven we niet ver te loopen en verdienen +we aan tijd wat we aan geld uitgeven.”</p> +<p>„Vandaag zullen we nog gaan,” zeide Rodolphe; +„maar morgen of overmorgen zullen we nog oeconomischer +maatregelen toepassen .... In plaats van naar een restaurant te gaan, +zullen we een keukenmeid nemen.”</p> +<p>„Neen, neen!” viel Marcel hem in de rede; „laten +we liever een knecht nemen, die tevens voor kok fungeeren kan. Bedenk +eens welke groote voordeelen daaruit zullen kunnen voortvloeien. In de +eerste plaats zal ons huishouden steeds in orde zijn: hij kan onze +schoenen poetsen, mijn penseelen uitwasschen, onze boodschappen doen; +ik zal zelfs probeeren hem wat smaak voor de schoone kunsten bij te +brengen, dan kan hij mijn leerling worden. Op die manier sparen we met +ons beiden per dag minstens zes uur uit, die we nu besteden aan +allerlei onnoodige bezigheden, welke ons in ons werk +hinderen.”</p> +<p>„Wacht even!” zeide Rodolphe; „ik heb nog een +ander idée .... maar laten we eerst gaan dineeren!”</p> +<p>Vijf minuten later zaten de beide vrienden in een der kamertjes van +het naburige restaurant en zetten daar hun oeconomisch debat voort.</p> +<p>„Weet je wat mijn idée is?” waagde Rodolphe op te +merken; „wat zou je ervan zeggen, als we in plaats van een knecht +een maîtresse nemen?” <span class="pagenum">[<a id="pb100" +href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span></p> +<p>„Een maîtresse voor twee man!” viel Marcel +verbaasd uit; „dat zou de gierigheid tot in het verkwistende +drijven zijn; wij zouden onze spaarduiten gebruiken, om messen en +andere moordwerktuigen te koopen, waarmede we elkaar te lijf zouden +gaan. Neen, ik prefereer een knecht; bovendien staat dat deftig +ook!”</p> +<p>„Je hebt gelijk,” zeide Rodolphe; „wij zullen een +intelligenten jongen nemen; en als hij eenig begrip van orthographie +heeft, zal ik hem leeren redigeeren.”</p> +<p>„Dat zal dan een bron van inkomsten voor hem zijn op zijn +ouden dag,” zeide Marcel, terwijl hij de rekening, die vijftien +francs bedroeg, optelde. „Jongens, dat is vrij duur. Gewoonlijk +dineerden wij voor dertig sous samen.”</p> +<p>„Dat is zoo,” vond Rodolphe, „maar we dineerden +slecht en waren daardoor genoodzaakt ’s avonds weer te soupeeren. +Goed beschouwd is het dus een besparing.”</p> +<p>„Tegen jou valt niet te redeneeren,” mompelde de +schilder, door die redeneering overtuigd; „jij hebt altijd +gelijk. Gaan we vanavond werken?”</p> +<p>„Waarachtig niet. Ik ga naar mijn oom; dat is een brave kerel, +ik zal hem op de hoogte brengen van mijn nieuwe positie, hij zal me +goeden raad kunnen geven. En waar ga jij heen, Marcel?”</p> +<p>„Ik ga den ouden Médicis vragen, of hij geen +schilderijen voor mij te restaureeren heeft. A propos, geef mij even +vijf francs.”</p> +<p>„Waarvoor?”</p> +<p>„Ik wil over den Pont des Arts gaan.”</p> +<p>„O, dat is een onnoodige uitgave, die, ook al is zij niet zoo +heel groot, toch met onze principes in strijd is.”</p> +<p>„Ik heb ongelijk, het is zoo,” antwoordde Marcel; +„ik zal over den Pont Neuf gaan .... maar dan neem ik een +rijtuig.”</p> +<p>De twee vrienden namen afscheid en sloegen ieder een <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>verschillenden weg in, die door een zonderlingen +samenloop van omstandigheden hen beiden op dezelfde plaats +terugbracht.</p> +<p>„Zoo, heb je je oom niet thuis gevonden?” vroeg +Marcel.</p> +<p>„En was de oude Médicis er niet?” was +Rodolphe’s wedervraag.</p> +<p>En zij barstten in lachen uit.</p> +<p>Toch gingen zij op een vroeg uur naar huis terug ... den volgenden +ochtend namelijk.</p> +<p>Twee dagen later hadden Rodolphe en Marcel een volledige +metamorphose ondergaan. Beiden gekleed als pasgehuwden, waren zij zoo +mooi, zoo schitterend, zoo elegant, dat zij, wanneer zij elkaar op +straat tegenkwamen, aarzelden elkaar te herkennen.</p> +<p>Hun oeconomisch stelsel werkte in al zijn kracht, de organisatie van +het werk kwam echter slechts met groote moeite tot stand. Zij hadden +een knecht gehuurd. Het was een lange slungel van vier-en-dertig jaar +en Zwitsersche afkomst en niet al te groote intelligentie. Bovendien +was hij niet voor knecht in de wieg gelegd; wanneer een van zijn heeren +hem een eenigszins groot <span class="corr" id="xd20e2515" title="Bron: paket">pakket</span> te bezorgen gaf, kreeg Baptiste een kleur +van verontwaardiging en liet de boodschap door een witkiel doen. Maar +Baptiste had ook goede eigenschappen: wanneer men hem bijv. een haas +gaf, kon hij daarvan zoo noodig een hazenpeper maken. Ook had hij, daar +hij, alvorens knecht te worden, destillateur geweest was, een groote +voorliefde voor die kunst gehouden en ontstal hij een groot deel van +den tijd, dien hij voor zijn meesters moest gebruiken, aan het zoeken +naar de samenstelling van een nieuw wondmiddel, waaraan hij zijn naam +wilde geven. Verder had hij het ver gebracht in het maken van +notenbrandewijn. Maar de kunst, waarin Baptiste door niemand +geëvenaard werd, was die om de sigaren van Marcel op te rooken en +<span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span>ze aan te steken met de manuscripten van +Rodolphe.</p> +<p>Op een goeden dag wilde Marcel Baptiste in het costuum van Pharao +voor zijn „Doortocht door de Roode Zee” laten poseeren. +Baptiste weigerde dit beslist en zeide zijn dienst op.</p> +<p>„Goed,” zeide Marcel; „we zullen vanavond +afrekenen.”</p> +<p>Toen Rodolphe thuis kwam, zeide zijn vriend tegen hem, dat Baptiste +beslist weggezonden moest worden.</p> +<p>„Wij hebben absoluut geen nut van hem,” zeide hij.</p> +<p>„Dat is zoo,” antwoordde Rodolphe; „hij is een +levend kunstvoorwerp.”</p> +<p>„Hij is zoo dom als het achtereind van een koe.”</p> +<p>„En lui!”</p> +<p>„Hij moet weg.”</p> +<p>„Laten we hem wegsturen!”</p> +<p>„Toch heeft hij eenige goede eigenschappen. Hij kan heel +lekker hazenpeper maken.”</p> +<p>„En notenbrandewijn dan. Hij is de Raphaël van den +notenbrandewijn.”</p> +<p>„Zeker, maar dat is ook het eenige, waarvoor hij deugt, en dat +is voor ons niet voldoende. Wij verliezen al onzen tijd door al die +discussies met hem.”</p> +<p>„Hij hindert ons in ons werk.”</p> +<p>„Het is zijn schuld, dat ik mijn „Doortocht door de +Roode Zee” nog niet heb kunnen tentoonstellen. Hij heeft +geweigerd om voor Pharao te poseeren.”</p> +<p>„En door hem heb ik het werk, dat mij opgedragen was, niet +kunnen afmaken. Hij heeft geweigerd, om in de bibliotheek de +aanteekeningen, die ik noodig had, te gaan halen.”</p> +<p>„Hij ruïneert ons.”</p> +<p>„We kunnen hem beslist niet houden.”</p> +<p>„Laten we hem dan wegzenden .... Maar eerst moeten we hem +betalen.” <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" +name="pb103">103</a>]</span></p> +<p>„Wij zullen hem betalen, maar weg moet hij! Geef me geld, dan +zal ik met hem afrekenen.”</p> +<p>„Wat, geld! Ik houd toch de kas niet, maar jij!”</p> +<p>„Geen quaestie van, jij! Jij hebt je met de generale +intendantuur belast,” zeide Rodolphe.</p> +<p>„Maar ik geef je de heilige verzekering, dat ik geen geld +heb!” riep Marcel uit.</p> +<p>„Zou al het geld nou al op zijn? Dat is onmogelijk! Je kan +geen vijfhonderd francs in acht dagen uitgeven, vooral wanneer je, +zooals wij, met de grootste spaarzaamheid geleefd hebt en je je tot het +strikt noodzakelijke beperkt (Tot het strikt overbodige had hij moeten +zeggen.). Wij moeten de rekeningen even verifieeren, dan zullen we de +fout wel vinden.”</p> +<p>„Ja, die wel,” zeide Marcel, „maar niet het geld. +Maar dat hindert minder, we kunnen toch het uitgaven-boekje wel even +doorloopen.”</p> +<p>Ziehier het <span class="corr" id="xd20e2573" title="Bron: specimem">specimen</span> van die boekhouding, welke onder de +auspiciën van Sancta Oeconomica begonnen was.</p> +<p>„19 Maart. Ontvangen: 500 francs. Uitgegeven: een Turksche +pijp, 25 francs; diner, 15 francs; diversen, 40 francs.”</p> +<p>„Wat zijn dat voor uitgaven?” vroeg Rodolphe aan Marcel, +die las.</p> +<p>„Dat weet je wel,” antwoordde deze, „dat is de +avond, dat we ’s morgens pas thuis gekomen zijn. Trouwens +daardoor hebben we vuur en licht gespaard.”</p> +<p>„Verder.”</p> +<p>„20 Maart. Dejeuner, 1 fr. 50; tabak 20 cent; diner, 2 fr.; +een monocle, 2 fr. 50. Die monocle is voor jouw rekening. Waarvoor hadt +je een monocle noodig? Je mankeert niets aan je oogen.”</p> +<p>„Je weet heel goed, dat ik voor de Echarpe d’Iris een +verslag over de schilderijen-tentoonstelling moest maken; en zonder +monocle kan je geen schilderijen beoordeelen; <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span>dat +was een gerechtvaardigde uitgave. Verder? ....”</p> +<p>„Een wandelstok ...”</p> +<p>„O, die is voor jouw rekening,” zeide Rodolphe. +„Je hadt geen wandelstok noodig.”</p> +<p>„Dat is alles, wat den 20sten uitgegeven is,” zeide +Marcel, die op Rodolphe’s uitval niet inging. „Den 21sten +hebben we in de stad geluncht, gedineerd en gesoupeerd.”</p> +<p>„Dan hebben we dien dag toch niet veel uit kunnen +geven?”</p> +<p>„Inderdaad slechts een kleinigheid .... Bijna dertig +francs.”</p> +<p>„Maar waaraan toch in hemelsnaam?”</p> +<p>„Dat weet ik niet meer,” antwoordde Marcel; „maar +het staat onder de rubriek: Diversen.”</p> +<p>„Dat is een heel vage en verraderlijke titel,” riep +Rodolphe.</p> +<p>„22 Maart. Dat was de dag, waarop Baptiste in dienst gekomen +is; we hebben hem een voorschot van 5 francs op zijn loon gegeven; voor +een draaiorgel 50 centimes; voor den afkoop van vier Chineesche +boerenjongens, die door hun ouders, ongelooflijke drankorgels en +doordraaiers, tot verdrinking in de Gele Rivier gedoemd waren, 2 fr. 40 +c.<span class="corr" id="xd20e2610" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Lieve Hemel,” zeide Rodolphe, „verklaar mij toch +eens de tegenstelling, die in dit artikel op te merken is. Als je aan +draaiorgels geeft, waarom scheldt je dan op die doordraaiers en +drankorgels van ouders. En waar was het noodig voor geld voor die +Chineesche boerenjongens uit te geven? Als het nu nog boerenjongens op +brandewijn geweest waren!”</p> +<p>„Ik ben nu eenmaal grootmoedig geboren,” antwoordde +Marcel. „Doch lees jij nu eens verder. Tot nu toe zijn we niet +veel van het spaarzaamheidsprincipe afgeweken.”</p> +<p>„23 Maart. Niets. 24 Maart. Idem. Dat zijn twee goede +<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span>dagen, 25 Maart. Een voorschot van 3 francs op +het loon van Baptiste.”</p> +<p>„Het schijnt, dat we hem nog al veel voorschot gegeven +hebben,” zeide Marcel.</p> +<p>„Des te minder hebben we hem dan nu uit te betalen,” +antwoordde Rodolphe. „Ga verder.”</p> +<p>„26 Maart. Verschillende, uit een oogpunt van kunst nuttige +uitgaven, 36 fr. 40 c.”</p> +<p>„Wat hebben we dan voor nuttigs gekocht?” vroeg +Rodolphe; „ik herinner me er niets van. 36 fr. 40 c., wat kan dat +zijn?”</p> +<p>„Herinner je je dat niet?... Dat is de dag, waarop wij de +Notre-Dame beklommen hebben, om Parijs in vogelvlucht te +zien.”</p> +<p>„Maar dat kost toch niet meer dan acht sous,” dacht +Rodolphe.</p> +<p>„Ja, maar toen we weer beneden waren, zijn we in St. Germain +gaan dineeren.”</p> +<p>„Dan is de zaak duidelijk.”</p> +<p>„27 Maart: Niets!”</p> +<p>„Prachtig! Dat is nu eens spaarzaam!”</p> +<p>„28 Maart. Voorschot aan Baptiste, 6 fr.”</p> +<p>„O, nu ben ik er zeker van, dat we hem niets meer te betalen +hebben. Het is zelfs niet onmogelijk, dat hij ons nog wat schuldig is +.... Enfin, dat zal ik wel eens narekenen.”</p> +<p>„29 Maart. Waarachtig, op 29 Maart hebben we niets uitgegeven. +Er staat het begin van een preek voor in de plaats. 30 Maart. Juist, +toen hadden we menschen te dineeren; een groote uitgave: 30 fr. 55c. +Den 31sten, dit is vandaag, hebben we nog niets uitgegeven. Je ziet +dus, dat de boekhouding zeer nauwkeurig geweest is. Het totaal bedraagt +op geen stukken na 500 francs.”</p> +<p>„Dan moet er nog geld in kas zijn.”</p> +<p>„We zullen zien,” zeide Marcel, terwijl hij een lade +opentrok. „Neen, er is niets meer, alleen een spin.” +<span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span></p> +<p>„Een spin op den morgen brengt kommer en zorgen,” merkte +Rodolphe op.</p> +<p>„Maar waar kan al dat geld gebleven zijn?” vroeg Marcel, +terneergeslagen bij het zien van de ledige kas.</p> +<p>„Vraag je dat nog?<span class="corr" id="xd20e2660" title="Niet in bron">”</span> zeide Rodolphe. „Dat is nogal +eenvoudig: we hebben het aan Baptiste gegeven.”</p> +<p>„Wat is dat?” riep Marcel uit, die in de lade een stuk +papier vond. „De rekening voor het laatste kwartaal +huur!”</p> +<p>„Hoe is die hier gekomen?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„En gequiteerd ook!” voegde Marcel eraan toe. „Heb +jij huur betaald?”</p> +<p>„Ik? Loop nou rond!”</p> +<p>„Maar wat beteekent dan?”</p> +<p>„Maar ik bezweer je ....”</p> +<p>„Wat is dan dit mysterie?” zongen zij in koor op de +melodie der finale van <span class="ex">La Dame Blanche</span>.</p> +<p>Baptiste, die graag muziek hoorde, kwam dadelijk aanloopen.</p> +<p>Marcel liet hem de quitantie zien.</p> +<p>„O ja, dat is waar ook!” zeide Baptiste langs zijn neus +weg; „dat had ik nog vergeten te zeggen. De huisbaas is hier +geweest, toen jullie uit waren, en om hem de moeite te besparen terug +te moeten komen, heb ik hem maar betaald.”</p> +<p>„Waar heb je dat geld vandaan gehaald?”</p> +<p>„O, ik heb het uit de la genomen, die stond open; ik dacht, +dat de heeren die juist daarom open hadden laten staan, en ik zei zoo +tegen mezelvers; De heeren hebben, toen ze uit gingen, vergeten te +zeggen: „Baptiste, de huisbaas zal zijn huur komen halen, je moet +hem betalen;” en toen heb ik gedaan, alsof ik dat bevel gekregen +had, zonder het bevel gekregen te hebben.”</p> +<p>„Baptiste,” zeide Marcel, ziedend van woede, „je +hebt onze bevelen overtreden. Van af heden ben je uit onzen dienst +ontslagen. Baptiste, geef je livrei terug.” <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span></p> +<p>Baptiste nam zijn wasdoeken pet, waaruit zijn heele uniform bestond, +af en gaf die aan Marcel.</p> +<p>„Goed,” zeide deze; „je kunt gaan ...”</p> +<p>„En mijn loon?”</p> +<p>„Ben je soms niet erg lekker? Je hebt al meer gekregen dan we +je schuldig zijn. Ik heb je in nog geen veertien dagen veertien francs +gegeven. Wat doe je met al dat geld? Mainteneer je soms een +danseres?”</p> +<p>„Op het slappe koord,” voegde Rodolphe eraan toe.</p> +<p>„Ik sta dus alleen op de wereld,” zeide de ongelukkige +knecht; „zonder iets, waarop ik mijn hoofd kan +nederleggen!”</p> +<p>„Neem dan je livrei maar terug,” antwoordde Marcel, +ondanks zichzelf aangedaan.</p> +<p>En hij gaf de pet aan <span class="corr" id="xd20e2711" title="Bron: Baptitste">Baptiste</span> terug.</p> +<p>„En toch heeft die ongelukkige ons fortuin verkwist,” +zeide Rodolphe, toen hij den armen Baptiste zag weggaan. „Waar +dineeren we vandaag?”</p> +<p>„Dat zullen we morgen weten,” antwoordde +Marcel<span class="corr" id="xd20e2718" title="Niet in bron">.</span> +<span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2372" href="#xd20e2372src" name="xd20e2372">1</a></span> Rivier +in Lydië, bekend om haar goudrijkdom.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2409" href="#xd20e2409src" name="xd20e2409">2</a></span> Sax was +een fabrikant van beroemde muziekinstrumenten.</p> +</div> +</div> +<div id="ch8" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e2723" class="label">Hoofdstuk VIII.</h2> +<h2 class="main">Wat een vijffrancsstuk kost.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Op een Zaterdagavond in den tijd, dat hij nog niet met +mademoiselle Mimi „was”, met wie we weldra kennis zullen +maken, leerde Rodolphe aan zijn table-d’hôte een +handelaarster in mode-artikelen, mademoiselle Laure geheeten, kennen. +Toen zij gehoord had, dat Rodolphe hoofdredacteur van de <span class="ex">Echarpe d’Iris</span> en van den <span class="ex">Castor</span>, twee modebladen, was, begon zij, in de hoop, dat +hij reclame voor haar artikelen zou maken, op vrij in het oog loopende +wijze met hem te coquetteeren. Op die uitdagingen had Rodolphe +geantwoord met een vuurwerk van galante complimentjes, die Benserade, +Voiture en alle Ruggieri’s van den precieusen stijl jaloersch +gemaakt zouden hebben; en toen zij na afloop van het diner vernam, dat +Rodolphe dichter was, gaf zij hem heel duidelijk te verstaan, dat zij +niet ongeneigd was hem als haar Petrarca aan te nemen. Zelfs stond zij +hem zonder veel omhaal van woorden een rendez-vous voor den volgenden +dag toe.</p> +<p>„Bij Juppiter!” zeide Rodolphe tot zichzelf, toen hij +mademoiselle Laure naar huis bracht, „dat is beslist een +beminlijke persoonlijkheid. Het lijkt wel, dat zij over een voldoende +grammatica en een rijk voorziene garde-robe beschikt. Ik ben werkelijk +wel geneigd haar gelukkig te maken.”</p> +<p>Toen zij bij de deur van haar huis gekomen was, liet mademoiselle +Laure den arm van Rodolphe los en dankte <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>hem hartelijk voor de +moeite, die hij zich getroost had, om haar naar een zoo afgelegen +stadswijk te brengen.</p> +<p>„O, madame,” antwoordde Rodolphe met een buiging, +waarbij zijn gezicht op den grond kwam<span class="corr" id="xd20e2743" +title="Bron: .">,</span> „ik wilde, dat u te Moskou of op de +Sunda-eilanden woonde, alleen om nog langer uw cavalier te kunnen +zijn!”</p> +<p>„Dat is wel wat erg ver!” antwoordde Laure gemaakt.</p> +<p>„We zouden over de boulevards gegaan zijn, madame,” +zeide Rodolphe. „En sta mij toe, u, in den persoon van uw wang, +de hand te kussen,” vervolgde hij, terwijl hij Laure, voor zij +het verhinderen kon, een kus op de lippen drukte.</p> +<p>„O, mijnheer,” kirde zij, „dat gaat te +vlug.”</p> +<p>„Ja, maar dan bereik ik ook eerder mijn doel,” zeide +Rodolphe. „In de liefde moeten de eerste afstanden in galop +worden afgelegd.”</p> +<p>„Een type!” dacht de modiste, terwijl zij naar binnen +ging.</p> +<p>„Een allerliefst persoonlijkheidje,” zeide Rodolphe, +toen hij naar huis wandelde.</p> +<p>Zoodra hij op zijn kamer was, ging hij naar bed en droomde de +zoetste droomen. Hij zag zich op bals, in de schouwburgen en op +wandelplaatsen met Laure aan zijn arm, die nog mooiere japonnen dan +die, welke in de sprookjes van Moeder de Gans voorkomen, aan had.</p> +<p>Volgens zijn gewoonte stond Rodolphe den volgenden dag om elf uur +op. Zijn eerste gedachte was voor mademoiselle Laure.</p> +<p>„Een heel beschaafde vrouw,” mompelde hij. „Ik ben +er zeker van, dat zij te Saint-Denis is opgevoed. Ik zal dus eindelijk +het geluk leeren kennen een maîtresse te bezitten, die er +warmpjes in zit. Ik moet mij offers voor haar getroosten. Ik zal dus +mijn geld aan de Echarpe d’Iris gaan halen, een paar handschoenen +koopen en met Laure gaan dineeren in een restaurant, waar ze servetten +<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>geven. Mijn rok is wel niet heel mooi meer, maar +zwart kleedt toch altijd goed!”</p> +<p>En hij ging naar het bureau van de <span class="ex">Echarpe +d’Iris</span>.</p> +<p>Op straat zag hij echter in den omnibus groote affiches met de +woorden:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first"><span class="corr" id="xd20e2776" title="Niet in bron">„</span><span class="ex">Heden, Zondag, springen +de waterwerken te Versailles.</span>”</p> +</div> +<p>Het inslaan van den bliksem vlak voor zijn voeten zou op Rodolphe +geen dieperen indruk gemaakt hebben dan het zien van dat affiche.</p> +<p>„Het is vandaag Zondag! Dat was ik heelemaal vergeten!” +riep hij uit. „Dan krijg ik nergens geld vandaag. Zondag! Alles +wat in Parijs daalders heeft, is al op weg naar Versailles.”</p> +<p>Desniettemin liep Rodolphe, voortgedreven door een van die +fabelachtige verwachtingen, waaraan de mensch zich steeds vastklampt, +zoo snel als zijn beenen hem dragen konden, naar het bureau van zijn +blad. Misschien zou een gelukkig toeval den kassier daar gebracht +hebben.</p> +<p>Mijnheer Boniface was er inderdaad geweest, doch onmiddellijk weer +vertrokken.</p> +<p>„Hij is naar Versailles,” zeide de loopjongen.</p> +<p>„Dat is verkeken,” zeide Rodolphe.... „Maar wacht +eens even. Het rendez-vous is vanavond pas. Het is nu twaalf uur, ik +heb dus nog vijf uur om vijf francs te vinden—dat is twintig sous +per uur, net als de paarden in het Bois de Boulogne. En nu voorwaarts +marsch!”</p> +<p>Daar hij juist in het stadsdeel was, waar een journalist woonde, +dien hij den invloedrijken criticus noemde, besloot hij bij dezen een +poging te wagen.</p> +<p>„Ik vind hem zeker thuis,” zeide hij, terwijl hij de +trap <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>opliep; „het is vandaag zijn +feuilletondag, dus gaat hij niet uit. Ik zal van hem vijf francs +leenen.”</p> +<p>„Ha, ben jij het!” zeide de criticus, toen hij Rodolphe +zag, „je komt als geroepen; ik heb je een kleinen dienst te +vragen.<span class="corr" id="xd20e2803" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Dat treft prachtig!” dacht de redacteur van de +<span class="ex">Echarpe d’Iris</span>.</p> +<p>„Was je gisteren in den Odéon?”</p> +<p>„Daar ben ik altijd!”</p> +<p>„Je hebt dus het nieuwe stuk gezien?”</p> +<p>„Wie zou het anders gezien hebben? Het publiek van den +Odéon ben ik!”</p> +<p>„Dat is waar ook,” zeide de criticus. „Je bent een +der steunpilaren van dien schouwburg. Er loopt zelfs een gerucht, dat +je subsidie geeft. Doch om op de zaak terug te komen, kan je me geen +overzicht van het nieuwe stuk geven?”</p> +<p>„Niets makkelijker dan dat. Ik heb het geheugen van een +schuldeischer.”</p> +<p>„Van wien was het stuk?” vroeg de journalist aan +Rodolphe, terwijl deze aan het schrijven was.</p> +<p>„Van een mijnheer.”</p> +<p>„Dan zal het geen sterk stuk zijn.”</p> +<p>„In geen geval zoo sterk als een Turk.”</p> +<p>„Dan is het ook niet sterk. Want de Turken hebben geheel ten +onrechte den naam van sterk te zijn. Zij zouden hier nog niet eens voor +schoorsteenvegers deugen.”</p> +<p>„En waarom niet?”</p> +<p>„Omdat alle schoorsteenvegers Savoyaards zijn, en alle +Savoyaards weer Auvergners, en alle Auvergners weer kruiers zijn. En +bovendien zijn er geen Turken meer, behalve op de bals masqués +in de voorsteden en op de Champs Elysées, waar zij dadels +verkoopen. De Turk is een vooroordeel. Een van mijn vrienden kent het +Oosten heel goed en die heeft me verzekerd, dat al de onderdanen +<span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span>van die natie geboren zijn in de rue +Coquenard.”</p> +<p>„Alleraardigst!”</p> +<p>„<span class="corr" id="xd20e2844" title="Bron: Vindt">Vind</span> je?” vroeg de criticus. „Dan zet +ik het in mijn feuilleton.”</p> +<p>„Hier heb je de analyse van het stuk,” zeide Rodolphe. +„Gauw gedaan, wat?”</p> +<p>„Dat wel, maar het is verduiveld kort.”</p> +<p>„Wanneer je er wat gedachtenstreepjes bij zet en je kritische +opinie ontwikkelt, neemt het plaats genoeg in.”</p> +<p>„Daar heb ik geen tijd voor, mijn waarde, en bovendien beslaat +mijn kritische meening zooveel plaats niet.”</p> +<p>„Dan zet je er om de drie woorden een adjectief +bij.”</p> +<p>„Zou je aan de analyse niet een korte, of liever een lange +beschouwing over het stuk kunnen vasthechten?” vroeg de +criticus.</p> +<p>„Och,” zeide Rodolphe, „ik heb wel mijn bepaalde +ideeën over de tragedie, maar ik waarschuw je, dat ik ze al +driemaal in den <span class="ex">Castor</span> en in de <span class="ex">Echarpe d’Iris</span> heb laten afdrukken.”</p> +<p>„Dat is minder; hoeveel regels beslaan je +ideeën?”</p> +<p>„Veertig regels.”</p> +<p>„Bliksems, jij hebt groote ideeën! Nou, wil je me je +veertig regels leenen?”</p> +<p>„Prachtig!” dacht Rodolphe. „Als ik hem voor +twintig francs copie lever, zal hij mij geen vijf francs kunnen +weigeren. Ik moet je echter eerlijk bekennen,” zeide hij +vervolgens tot den criticus, „dat mijn denkbeelden niet bepaald +nieuw zijn. Zij zijn aan den elleboog een beetje doorgesleten. Voor ik +ze liet drukken, heb ik ze in alle koffiehuizen van Parijs +uitgebazuind: er is geen kellner in Parijs, die ze niet uit zijn hoofd +kent.”</p> +<p>„Wat kan mij dat schelen?.... Je kent me nog niet. Is er, +uitgezonderd de deugd, iets nieuws in de wereld?”</p> +<p>„Hier!” zeide Rodolphe toen hij klaar was.</p> +<p>„Donder en bliksem! Er mankeeren nog twee kolom... +<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>Waarmede dien afgrond te dempen? Kom, lever me, +nu je toch hier bent, nog een paar paradoxen!”</p> +<p>„Ik heb er van mijzelf niet bij me,” zeide Rodolphe; +„maar ik kan je er wel een paar leenen; ze zijn echter niet van +mij; ik heb ze voor vijftig centimes van een vriend, die in +geldverlegenheid zat, gekocht. Ze hebben nog maar heel weinig dienst +gedaan.”</p> +<p>„Des te beter!” zeide de criticus.</p> +<p>„Het gaat goed!” zeide Rodolphe tot zichzelf, terwijl +hij weer begon te schrijven; „ik vraag hem minstens tien francs; +in dezen tijd zijn de paradoxen even duur als jonge +patrijzen.”</p> +<p>En hij schreef een dertig regels, waarin hij zottenpraat uitkraamde +over piano’s, goudvisschen, de school van het gezond verstand en +Rijnwijn, dien hij toiletwijn noemde.</p> +<p>„Prachtig,” zeide de criticus; „doe mij nu nog het +genoegen er bij te schrijven, dat het bagno de plaats in de wereld is, +waar je de meeste rechtschapen menschen vindt.”</p> +<p>„Waarom?”</p> +<p>„Om nog twee regels te vullen. Zoo, dat is in orde,” +zeide de invloedrijke criticus en riep zijn bediende, om zijn +feuilleton naar de drukkerij te brengen.</p> +<p>„En nu,” zeide Rodolphe; „de koe bij de horens +gevat!” En hij deed plechtig en ernstig zijn verzoek.</p> +<p>„O je, mijn waarde,” zuchtte de criticus, „ik heb +zelf geen sou in huis. Lolotte ruïneert me met pomade en zooeven +heeft zij mij tot mijn laatste halve duit uitgeschud om naar Versailles +te gaan en de Nereïden en andere bronzen monsters water te zien +spuwen.”</p> +<p>„Naar Versailles?” vroeg Rodolphe. „Is het vandaag +dan een epidemie?”</p> +<p>„Maar waarom heb je geld noodig?”</p> +<p>„Ziehier het geval,” antwoordde Rodolphe. „Om +<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>vijf uur heb ik een afspraak met een vrouw van +de wereld, een gedistingeerde dame, die altijd in een omnibus uitgaat. +Ik zou gaarne voor eenige dagen mijn lot aan het hare verbinden; en +daarom komt het mij passend voor haar de zoetheden des levens te laten +smaken. Diner, bal, wandelingen enz. enz. Ik heb absoluut vijf francs +noodig; als ik ze niet vind, is in mijn persoon de geheele Fransche +litteratuur onteerd.”</p> +<p>„Waarom leen je die som niet van die dame zelf?” vroeg +de criticus.</p> +<p>„Dat gaat den eersten keer niet. Alleen jij kunt mij +redden!”</p> +<p>„Bij alle mummies van Egypte zweer ik je op mijn woord van +eer, dat ik zelfs geen geld heb, om een pijp van een sou of een +panatella te koopen. Maar ik heb daar een paar boeken, die je zoudt +kunnen verkoopen.”</p> +<p>„Vandaag, op Zondag, onmogelijk. Moeder Mansut, Lebigre en +alle winkels op de kaden en in de rue Saint-Jacques zijn gesloten. En +wat zijn het voor boeken? Zeker gedichten met het portret van den +schrijver. Maar die dingen zijn onverkoopbaar.”</p> +<p>„Tenzij je er door de rechtbank toe veroordeeld wordt. Doch +wacht even, daar heb je nog een bundel romances en een paar billetten +voor concerten. Wanneer je het wat handig aanlegt, zou je er best wat +geld van kunnen maken.”</p> +<p>„Ik zou liever wat anders meenemen, een broek bijv.”</p> +<p>„Daar,” zeide de criticus, „neem dien Bossuet en +die gipsbuste van Odilon Barrot nog mee; maar op mijn woord van eer, +dat is het penningske der weduwe.”</p> +<p>„Ik zie in ieder geval je goeden wil,” zeide Rodolphe. +„Ik neem de schatten mede, maar als ik er dertig sous voor krijg, +dan beschouw ik dat kunststuk als het dertiende werk van +Hercules.<span class="corr" id="xd20e2928" title="Niet in bron">”</span> <span class="pagenum">[<a id="pb115" +href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span></p> +<p>Nadat hij ongeveer vier mijl had afgelegd, slaagde hij er met behulp +van een welsprekendheid, waarvan hij bij groote gelegenheden het geheim +bezat, in bij zijn waschvrouw twee francs te leenen, waarvoor hij de +deelen <span class="corr" id="xd20e2934" title="Bron: poezie">poëzie</span>, de romances en de buste van Barrot +in pand moest geven.</p> +<p>„Kom,” zeide hij, toen hij de bruggen weer overging, +„dat is tenminste de jus, nu moet ik het vleesch nog zien te +vinden. Als ik eens naar mijn oom ging!”</p> +<p>Een half uur later was hij bij zijn oom Monetti, die op het gelaat +van zijn neef dadelijk las, waarom het ging. Hij was dus op zijn hoede +en voorkwam iedere vraag door een serie klachten als:</p> +<p>„Het zijn moeilijke tijden: het brood is duur, de klanten +betalen niet, de huur moet worden opgebracht, de handel zit in het +moeras enz. enz.,” en al de verdere huichelachtige klachten van +winkeliers.</p> +<p>„Zou je wel willen gelooven,” zeide de oom, „dat +ik genoodzaakt ben geld te leenen van mijn bediende, om een wissel te +betalen?”</p> +<p>„Dan hadt u mij even een boodschap moeten sturen,” zeide +Rodolphe. „Ik zou u het geld gaarne geleend hebben; drie dagen +geleden heb ik tweehonderd francs gekregen.”</p> +<p>„Ik vind het heel aardig van je, jongen, maar je hebt zelf je +geld noodig .... Maar zeg, nu je toch hier bent, zou je wel even een +paar rekeningen voor me kunnen schrijven, die ik wil laten innen; je +schrijft zoo’n mooie hand.”</p> +<p>„O je, die vijf francs zullen me duur kosten,” zeide +Rodolphe, terwijl hij zich aan het werk zette, dat hij zooveel mogelijk +bekortte.</p> +<p>„Beste oom,” zeide hij, „daar ik weet, dat u een +groot muziekliefhebber bent, heb ik een paar entrée’s voor +u medegebracht.” <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span></p> +<p>„Heel vriendelijk van je, jongen. Wil je bij me blijven +dineeren?”</p> +<p>„Neen, dank u, oom; ik word in den Fauborg St. Germain op een +diner verwacht. Ik verkeer zelfs eenigszins in verlegenheid, omdat ik +geen tijd meer heb om geld te gaan halen, om handschoenen te +koopen.”</p> +<p>„Heb je geen handschoenen bij je? Wil je de mijne +leenen?”</p> +<p>„Dat zal niet gaan; we hebben hetzelfde nummer niet; maar u +zoudt mij verplichten mij te leenen....”</p> +<p>„Negen-en-twintig sous, om een paar te koopen? Zeker, jongen, +daar heb je ze. Wanneer je in gezelschap komt, moet je fatsoenlijk voor +den dag komen. Beter benijd dan beklaagd, zeide je tante altijd. Ik ben +blij, dat je in betere kringen komt .... Ik zou je wel wat meer gegeven +hebben, maar ik heb op het oogenblik hier in het kantoor niet meer; ik +zou naar boven moeten en ik kan den winkel niet alleen laten: ieder +oogenblik komen er koopers.”</p> +<p>„En u vertelde daarnet, dat het zoo slecht met den handel +ging!”</p> +<p>Oom Monetti deed, of hij die opmerking niet hoorde en zeide tot zijn +neef, die de negen-en-twintig sous in zijn zak stak:</p> +<p>„Je behoeft je niet te haasten, om ze terug te +geven.”</p> +<p>„Wat een gierige brok!” zeide Rodolphe, terwijl hij zich +wegspoedde. „Nu ontbreken me nog een-en-dertig sous. Waar die te +vinden? Wacht, een idee, laat ik naar den viersprong van de +Voorzienigheid gaan.”</p> +<p>Dat was de naam, dien Rodolphe gaf aan het meest centrale punt van +Parijs, d. w. z. het Palais Royal, een plek, waar het bijna onmogelijk +is tien minuten te blijven staan zonder tien personen te ontmoeten, die +je kent, vooral schuldeischers. <span class="pagenum">[<a id="pb117" +href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span></p> +<p>Rodolphe ging dus op het bordes van het Palais-Royal op wacht staan. +Ditmaal liet de Voorzienigheid zich lang wachten. Eindelijk meende +Rodolphe haar te zien. Zij had een witten hoed, een groenen paletot en +een wandelstok met een gouden knop .... een zeer elegant gekleede +Voorzienigheid dus.</p> +<p>Het was een voorkomende en bemiddelde, maar eenigszins woordenrijke +jongeling.</p> +<p>„Ik ben blij je te zien,” zeide hij tot Rodolphe; +„loop een eindje mede, dan kunnen we wat praten.”</p> +<p>„Ach, ik zal die woordenmarteling maar ondergaan,” +mompelde Rodolphe, terwijl hij zich door den witten hoed liet +medenemen, die hem inderdaad zijn trommelvlies half kapot praatte.</p> +<p>Toen zij bij den Pont des Arts kwamen, zeide Rodolphe:</p> +<p>„Ik moet je nu verlaten, daar ik geen geld heb, om de tol voor +de brug te betalen.”</p> +<p>„Kom maar mee,” antwoordde de witte hoed, terwijl hij +den invalide twee sous toewierp.</p> +<p>„Nu is het oogenblik gekomen,” dacht de redacteur van de +<span class="ex">Echarpe d’Iris</span>, toen hij de brug +overliep; aan het einde ervan bij de klok van het Instituut gekomen, +bleef Rodolphe plotseling staan, wees met een wanhopig gebaar naar de +wijzerplaat en riep uit:</p> +<p>„Vervloekt! Kwart voor vijf. Ik ben verloren.”</p> +<p>„Wat is er?” zeide de andere verwonderd.</p> +<p>„Wel, dat ik door jouw schuld een rendez-vous +verzuim.”</p> +<p>„Een belangrijk?”</p> +<p>„Dat zou ik denken .... Ik moest om vijf uur geld gaan halen +.... in Batignolles .... Ik zal er nooit op tijd zijn .... Bliksems! +Wat moet ik beginnen?”</p> +<p>„Dat is nogal eenvoudig,” zeide de woordenrijke, +„ga met mij mee naar huis, dan zal ik je wat leenen.”</p> +<p>„Onmogelijk! Je woont in Montrouge, en om zes uur <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>moet +ik voor een zaak in de Chaussée-d’Antin zijn .... Een +beroerde geschiedenis!”</p> +<p>„Ik heb wel een paar sous op zak,” zeide de +Voorzienigheid bescheiden .... „maar niet veel.”</p> +<p>„Als ik genoeg had om een bakje te nemen, dan zou ik misschien +nog op tijd in Batignolles kunnen zijn.”</p> +<p>„Hier heb je den inhoud van mijn beurs, mijn waarde, +een-en-dertig sous.”</p> +<p>„Geef maar gauw hier, dan maak ik, dat ik weg kom!” +zeide Rodolphe, die het vijf uur had hooren slaan, en hij haastte zich +naar de plaats van zijn rendez-vous.</p> +<p>„Dat is een heele toer geweest,” zeide hij, terwijl hij +zijn geld telde. „Honderd sous, precies op den kop af. Enfin, ik +ben nu gered, en Laure zal zien, dat zij te doen heeft met een man, die +savoir-vivre heeft. Ik wil vanavond met geen centime thuis komen. Ik +moet de litteratuur weer tot eer brengen en bewijzen, dat het haar +beoefenaars slechts aan geld ontbreekt, om rijk te zijn.”</p> +<p>Rodolphe vond mademoiselle Laure op de afgesproken plaats.</p> +<p>„Nou,” zeide hij tot zichzelf, „wat stiptheid +betreft, lijkt zij wel een chronometer.”</p> +<p>Hij bracht den avond met haar door en smolt zijn vijf francs dapper +in den smeltkroes der verkwisting. Mademoiselle Laure was verrukt over +zijn manieren en was wel zoo goed eerst te merken, dat Rodolphe haar +niet naar haar huis terugbracht vóór het oogenblik, dat +hij haar zijn kamer liet binnentreden.</p> +<p>„Het is verkeerd wat ik doe,” zeide zij. „Zorg, +dat ik er geen berouw over moet hebben door een ondankbaarheid, die uw +sexe eigen is.”</p> +<p>„Madame,” zeide Rodolphe, „ik sta bekend voor mijn +bestendigheid, en wel in dien mate, dat al mijn vrienden zich over mijn +trouw verwonderen en mij den bijnaam gegeven hebben van generaal +Bertrand der Liefde.” <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch9" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e3036" class="label">Hoofdstuk IX.</h2> +<h2 class="main">De witte viooltjes.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In dien tijd was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn +nicht Angèle, die hem niet kon uitstaan, en de thermometer van +den ingenieur Chevalier wees twaalf graden onder nul.</p> +<p>Mademoiselle Angèle was de dochter van mijnheer Monetti, den +kachelsmid-rookverdrijver, over wien we reeds meermalen gelegenheid +hadden te spreken. Mademoiselle Angèle was achttien jaar en pas +terug uit Bourgondië, waar zij vijf jaar doorgebracht had bij een +bloedverwante, van wie zij later moest erven. Die bloedverwante was een +oude vrouw, die nooit jong of mooi geweest was, maar altijd +kwaadaardig, niettegenstaande of liever omdat zij vroom was. +Angèle, die bij haar vertrek een bekoorlijk kind was, dat in +haar jonge jaren reeds een bekoorlijk meisje beloofde te worden, kwam +na verloop van vijf jaar als een knap, maar koel, droog, ongevoelig +jong meisje terug. Het teruggetrokken provincieleven, de overdreven +godsdienstige oefeningen en de bekrompen beginselen, volgens welke zij +was opgevoed, hadden haar geest vervuld met vulgaire en dwaze +vooroordeelen, haar phantasie lam geslagen en van haar hart een orgaan +gemaakt, dat zich er toe bepaalde zijn functie als +bloedsomloop-regulateur te vervullen. Angèle had, om zoo te +zeggen, wijwater in plaats van bloed in haar aderen. Bij haar terugkeer +ontving zij hem met een ijskoude reserve en Rodolphe trachtte ieder +oogenblik <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>vergeefs in haar de teedere snaar der +herinneringen weer te doen trillen, herinneringen uit den tijd, toen +zij samen de amourette à la Paul et Virginie gespeeld hadden, +die tusschen neef en nicht zoo dikwijls gespeeld wordt. Toch was +Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, die hem niet +kon uitstaan; en toen hij op een goeden dag hoorde, dat het jonge +meisje binnenkort naar een bal, dat ter gelegenheid van het huwelijk +van een harer vriendinnen gegeven werd, zou gaan, liet hij zich door +zijn hartstocht zoo ver medesleepen, dat hij Angèle voor dat bal +een bouquet viooltjes beloofde. En na toestemming van haar vader +gekregen te hebben, nam Angèle het galante aanbod van haar neef +aan, waarbij zij er echter op aandrong, dat zij witte viooltjes zou +krijgen.</p> +<p>Gelukkig door de beminlijk- en vriendelijkheid van zijn nicht, ging +hij dansend en zingend naar zijn „St. Bernard” terug. Zoo +noemde hij zijn toenmalig domicilie; waarom zullen we dadelijk zien. +Toen hij door het Paleis Royal ging en voorbij den winkel van madame +Provost, de beroemde bloemiste, kwam, zag hij witte viooltjes in de +etalage; uit nieuwsgierigheid liep hij naar binnen, om den prijs ervan +te vragen. Een eenigszins toonbare bouquet kostte niet minder dan tien +francs, doch er bestonden er, die nog duurder waren.</p> +<p>„Alle duivels!” zeide Rodolphe; „tien francs, en +nog maar acht dagen tijd, om dat millioen te vinden. Dat zal moeite +kosten; maar dat is minder, mijn nicht krijgt haar bouquet. Ik heb al +een idée.”</p> +<p>Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn +litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een +maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend was +door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang verblijf +te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester in de +provincie geworden was. Rodolphe, aan <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>wiens wieg de +verkwisting als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier +dagen rond; en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van +elegisch dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand +van die manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der +Voorzienigheid druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen +verschrikkingen; hij bracht dien vroolijk door dank zij een +stoïsche matigheid en de schatten der phantasie, die hij dagelijks +uitgaf, om den eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een +einde maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de +rue Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het +<span class="ex">hôtel de l’Eminence grise</span> heette, +omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van Richelieu, daar gewoond zou +hebben. Rodolphe woonde op de bovenste verdieping van dat huis, een der +hoogste van Parijs. Zijn kamer, een soort belvédère, was +in den zomer een heerlijke verblijfplaats; maar van October tot April +was het een klein Kamschatka. De vier hoofdwinden, die door de vier +vensters drongen, kwamen er gedurende den geheelen winter de meest +woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie zag men er nog een grooten +schoorsteen, waarvan de groote opening een eerepoort scheen te zijn +voor Borreas<a class="noteref" id="xd20e3057src" href="#xd20e3057" +name="xd20e3057src">1</a> en zijn gevolg. Dadelijk bij het intreden van +de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen tot een bijzonder +verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige meubelen, die hij +bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop van acht dagen was +zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield niet meer dan zijn bed +en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog gebiedt te zeggen, dat +die meubelen van ijzer waren en dus van nature tegen brand verzekerd +waren. Rodolphe had voor dit <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>verwarmingsstelsel den naam: +„verhuizen door den schoorsteen” uitgedacht.</p> +<p>We waren dus in het midden van Januari, en de thermometer, die op +den Quai des Lunettes twaalf graden aanwees, zou zeker nog twee of drie +graden gedaald zijn, indien hij overgebracht was naar den +belvédère, waaraan Rodolphe de bijnamen St. Bernard, +Spitsbergen en Siberië gegeven had.</p> +<p>Den avond, waarop hij aan zijn nicht witte viooltjes beloofd had, +geraakte Rodolphe bij zijn thuiskomst in een heftige woede: de vier +hoofdwinden hadden bij hun spel in de vier hoeken der kamer nog een +ruit gebroken. Dat was in de laatste veertien dagen de derde. Rodolphe +barstte in woedende vervloekingen tegen Aeolus en zijn heele familie +Breekal los. Na dit nieuwe gat met het portret van een van zijn +vrienden gestopt te hebben, ging Rodolphe geheel gekleed tusschen de +twee wollen planken, die hij zijn matras noemde, liggen en droomde den +geheelen nacht van witte viooltjes.</p> +<p>Vijf dagen later had Rodolphe nog geen enkel middel gevonden, dat +hem zou kunnen helpen zijn droom te verwezenlijken, en toch moest hij +acht-en-veertig uur later den bouquet aan zijn nicht geven. Gedurende +dien tijd was de thermometer nog meer gedaald, en de ongelukkige +dichter was de wanhoop nabij bij de gedachte, dat de viooltjes nog +duurder geworden zouden zijn. Eindelijk had de Voorzienigheid +medelijden met hem en kwam hem op de volgende wijze te hulp.</p> +<p>Toen hij op een goeden morgen toevallig bij zijn vriend Marcel, den +schilder, ging dejeuneeren, vond hij hem in gesprek met een dame in den +rouw. Het was een weduwe, wier man pas kort geleden gestorven was; zij +kwam hem vragen naar den prijs van een manlijke hand, die met het +opschrift:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">”<span class="ex">Ik wacht u, geliefde +vrouw</span>”</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span></p> +<p>geschilderd moest worden op het grafteeken, dat zij voor haar man +had laten oprichten.</p> +<p>Om het kunstwerk goedkooper te krijgen, liet zij den artist in den +loop van het gesprek doorschemeren, dat hij, wanneer God haar weer met +haar echtgenoot zou vereenigen, een tweede hand te schilderen zou +krijgen, haar met een armband versierde hand, en wel met een nieuw +opschrift, luidende:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">”<span class="ex">Eindelijk heeft God ons +vereenigd</span>”</p> +</div> +<p class="first">„Ik zal die beschikking in mijn testament +zetten,” zeide de weduwe, „met mijn uitdrukkelijken wil, +dat u met de uitvoering ervan belast zult worden.”</p> +<p>„In dat geval, mevrouw,” antwoordde de artist, +„neem ik den prijs, die u mij voorstelt, aan, maar dan reken ik +ook op den handdruk. Vergeet niet mij in uw testament te +zetten.”</p> +<p>„Ook zou ik graag zien, dat het werk zoo gauw mogelijk gereed +was,” zeide de weduwe; „maar neem er uw tijd voor, en +vergeet vooral het litteeken op den duim niet. Ik wil een goed +gelijkende hand.”</p> +<p>„Zij zal sprekend zijn, mevrouw, wees gerust,” zeide +Marcel, terwijl hij de weduwe uitliet. Doch op den drempel keerde zij +zich weer om.</p> +<p>„O ja, ik wou u nog graag wat vragen; ik zou graag op het graf +van mijn man nog een vers laten aanbrengen, waarin de edele +levenswandel en de laatste woorden, die hij op zijn sterfbed gesproken +heeft, vermeld worden. Staat dat voornaam?”</p> +<p>„Zeer voornaam .... men noemt dat een epitaphium .... het is +heel voornaam.”</p> +<p>„Kent u niet iemand, die dat goedkoop voor mij zou kunnen +maken? Ik heb wel een buurman, mijnheer Guérin, den openbaren +schrijver, maar die is zoo peperduur.” <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span></p> +<p>Bij die woorden wierp Rodolphe Marcel een blik toe, dien deze +dadelijk begreep.</p> +<p>„Mevrouw,” zeide de schilder en wees op Rodolphe, +„een gelukkig toeval heeft hier den persoon heen gevoerd, die u +in deze droevige omstandigheden zou kunnen helpen. Mijnheer hier is een +uitstekend dichter, u zoudt geen beteren kunnen vinden.”</p> +<p>„Ik zou er zeer op staan, dat het heel treurige verzen +zijn,” zeide de weduwe, „en dat er geen spelfouten in voor +komen.”</p> +<p>„Mevrouw,” antwoordde Marcel, „mijn vriend kent de +orthographie op zijn duimpje: hij heeft op het college alle prijzen +gewonnen.”</p> +<p>„Zoo,” zeide de weduwe; „mijn neefje heeft laatst +ook een prijs gekregen; en hij is toch pas zeven jaar.”</p> +<p>„Een zeer voorspoedig kind, mevrouw,” was Marcels +antwoord.</p> +<p>„Maar,” drong de weduwe aan, „kan mijnheer ook +treurige verzen maken?”</p> +<p>„Beter dan wie ook, mevrouw, want hij heeft veel verdriet in +zijn leven gehad. Mijn vriend munt uit in treurige verzen; dat +verwijten de couranten hem zelfs wel eens.”</p> +<p>„Wat?” riep de weduwe uit, „wordt er over hem in +de couranten geschreven? Dan is hij zeker even knap als mijnheer +Guérin, de openbare schrijver!”</p> +<p>„O, nog veel knapper! Wend u maar tot hem, mevrouw, u zult er +geen berouw over hebben.”</p> +<p>Nadat de weduwe den dichter de bedoeling van het opschrift in +verzen, dat zij op het graf van haar man wilde laten aanbrengen, +uiteengezet had, stemde zij erin toe Rodolphe tien francs te geven, als +het gedicht in haar smaak viel; maar zij wilde de verzen heel gauw +hebben. De dichter beloofde ze haar den volgenden dag reeds door +bemiddeling van zijn vriend te zullen doen toekomen.</p> +<p>„O goede fee Artemisia,” riep Rodolphe uit, toen de +<span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>weduwe weg was, „ik zweer je, dat je +tevreden zult zijn; ik zal je een goede maat dooden-lyriek geven, en +mijn orthographie zal beter zijn dan die van een hertogin. O goed +oudje, moge, om u te beloonen, de hemel je honderdzeven jaar laten +leven evenals goede brandewijn!”</p> +<p>„Daar kom ik tegen op!” riep Marcel uit.</p> +<p>„Dat is waar ook!” zeide Rodolphe; „ik zou bijna +vergeten, dat je na haar dood nog een tweede hand te schilderen krijgt, +en zoo’n lang leven je dat geld dus zou doen verliezen.” En +zijn handen ten hemel heffend, bad hij: „O, lieve God, verhoor +mijn gebed niet! Hè,” voegde hij er aan toe, „dat is +een bofje, dat ik hierheen gekomen ben.”</p> +<p>„Ja, wat kwam je eigenlijk hier doen?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Daar denk ik nu ook weer aan en vooral nu ik, om dat gedicht +te maken, den geheelen nacht op zal moeten blijven zitten, kan ik dat, +wat ik je kwam vragen, onmogelijk missen, n.l. 1e. wat eten; 2e. wat +tabak en een kaars; 3e. je ijsberencostuum.”</p> +<p>„Ga je naar een bal masqué? O ja, dat is waar ook, +vanavond wordt het eerste gegeven.”</p> +<p>„Neen, dat niet; maar zooals je me hier ziet, ben ik even +bevroren als het groote leger op zijn terugtocht uit Rusland. Mijn +groen wollen paletot en mijn broek van Schotsch merinos zijn +ongetwijfeld heel mooi, maar toch beter geschikt voor de lente en om +onder den equator te wonen; wanneer je echter, zooals ik, je tenten +onder den pool hebt opgeslagen, is een ijsberencostuum passender, ik +zou bijna zeggen, onmisbaar.”</p> +<p>„Daar heb je de pels,” zeide Marcel. „Het +denkbeeld is niet kwaad, het beest heeft een vurig gestel, en je zult +je erin voelen als een brood in een oven.”</p> +<p>Rodolphe was intusschen reeds in de huid van het dier gekropen. +<span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p> +<p>„Wat zal mijn thermometer gloeiend boos worden,” zeide +hij.</p> +<p>„Wil je in dat costuum de straat op?” zeide Marcel tot +zijn vriend, toen zij hun geheimzinnig diner, dat in schalen van vijf +centimes opgediend werd, naar binnen hadden gewerkt.</p> +<p>„Ik heb maling aan de heele wereld,” zeide Rodolphe; +„en bovendien begint vandaag het carnaval.”</p> +<p>En hij doorliep werkelijk heel Parijs in de ernstige houding van den +viervoeter, in wiens huid hij zich gestoken had. En toen hij voorbij +den thermometer van den ingenieur Chevalier kwam, trok hij er een +langen neus tegen.</p> +<p>Toen hij, niet zonder zijn concierge de stuipen van schrik op het +lijf gejaagd te hebben, weer boven op zijn kamer was, stak de dichter +zijn kaars aan, die hij, om de moedwillige streken van de Noordenwinden +te voorkomen, met een doorschijnend stuk papier omgaf, en ging dadelijk +aan het werk. Maar al heel gauw kwam hij tot de ontdekking, dat, al was +zijn lichaam vrijwel tegen de koude beschermd, zijn handen het niet +waren; en hij had nog geen twee verzen van zijn epitaphium op het +papier, of zijn vingers begonnen te tintelen van de koude en lieten de +pen vallen.</p> +<p>„Tegen de elementen kan zelfs de moedigste niet op,” +zeide Rodolphe, die zich wanhopig achterover in zijn stoel liet vallen. +„Caesar heeft wel den Rubicon overgestoken, maar over de Beresina +had hij nooit kunnen komen.”</p> +<p>Plotseling echter ontsnapte een kreet van vreugde aan het diepst van +zijn berenborst en stond hij zoo bruusk op, dat hij een deel van zijn +inkt liet vallen op het smettelooze wit van zijn pels: hij had een +idée, een nieuwen druk van het denkbeeld van Chatterton.</p> +<p>Hij haalde onder zijn bed een grooten stapel papieren <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>te +voorschijn, waaronder zich een dozijn reusachtige manuscripten van zijn +beroemd drama <span class="ex">Le Vengeur</span> bevond. Dit drama, +waaraan hij twee jaar gewerkt had, was zoo dikwijls over- en omgewerkt, +dat de gezamenlijke copieën een gewicht van zeven kilogram +vormden. Rodolphe legde het jongste manuscript ter zijde en sleepte de +overige naar den schoorsteen.</p> +<p>„Ik wist wel, dat het nog eens geplaatst zou worden,” +riep hij uit .... „je moet echter geduld weten te hebben! Dat is +toch zeker een flink takkenbosje proza. O, als ik geweten had, wat er +gebeuren zou, dan had ik er nog een voorspel bij gemaakt en zou ik nu +meer brandstof hebben .... Maar je kunt niet alles van te voren +weten.”</p> +<p>En hij stak eenige bladen van het manuscript in brand en ontdooide +zijn handen bij de vlammen daarvan. Na vijf minuten was het eerste +bedrijf van <span class="ex">Le Vengeur</span> afgespeeld en had +Rodolphe drie verzen van zijn epitaphium gereed.</p> +<p>Niets ter wereld zou de verbazing der vier hoofdwinden hebben kunnen +schilderen, toen zij vuur in de haard zagen.</p> +<p>„Dat is gezichtsbedrog,” blies de Noordenwind, die +vroolijk in de berenharen van Rodolphe speelde.</p> +<p>„Als we eens in den schoorsteen gingen blazen,” +antwoordde een andere wind, „dan zou de haard heerlijk gaan +rooken.”</p> +<p>Maar juist toen zij den armen Rodolphe wilden gaan kwellen en +treiteren, zag de Zuidenwind mijnheer Arago voor een raam van het +observatorium zitten, vanwaar de geleerde met zijn vinger de vier +winden dreigde.</p> +<p>Onmiddellijk riep de Zuidenwind zijn broeders toe: „Laten we +maken, dat we weg komen, de almanak geeft voor dezen nacht stil weer +aan; wij zijn dus in tegenspraak met de sterrenwacht, en als we om +twaalf uur niet thuis <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>zijn, zal mijnheer Arago ons +school laten blijven.”</p> +<p>Gedurende dien tijd brandde het tweede bedrijf van <span class="ex">Le Vengeur</span> met groot succes. En Rodolphe had tien verzen +geschreven. Maar tijdens den duur van het derde bedrijf kon hij er +slechts twee schrijven.</p> +<p>„Ik heb altijd gevonden, dat die acte te kort was,” +mompelde Rodolphe; „maar je merkt die fouten altijd pas bij de +opvoering. Gelukkig zal het volgende bedrijf langer duren: +drie-en-twintig scènes, waaronder de troonscène, die het +tooneel van mijn roem had moeten zijn.”</p> +<p>De slotwoorden der troonscène gingen in vlammen op, toen +Rodolphe nog een strophe van zes regels te schrijven had.</p> +<p>„En nu het vierde bedrijf,” zei hij, terwijl zijn +gezicht van dichtvuur gloeide. „Dat zal wel vijf minuten duren, +het is heelemaal monoloog.”</p> +<p>Hij ging over tot de ontknooping, die opvlamde en onmiddellijk weer +uitging. Op hetzelfde oogenblik vatte Rodolphe de laatste woorden van +den overledene, te wiens verheerlijking hij gewerkt had, in een +prachtvolle lyrische ontboezeming samen.</p> +<p>„Er blijft nog genoeg over voor een tweede opvoering,” +zeide hij, terwijl hij de overgebleven manuscripten weer onder het bed +schoof.</p> +<hr class="tb"> +<p>Den volgenden avond om acht uur deed mademoiselle Angèle haar +intrede in de balzaal met een prachtigen bouquet witte viooltjes, in +het midden waarvan twee pas-ontloken witte rozen prijkten. Den geheelen +avond kreeg zij om dien bouquet complimentjes van de dames en galante +vleierijen van de heeren te hooren. Angèle was haar neef, die +haar al die kleine voldoeningen van haar eigenliefde verschaft had, dan +ook wel eenigermate dankbaar, en misschien zou zij, wanneer een +bloedverwant der bruid, met wien zij verscheidene malen gedanst +<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>had, niet steeds om haar heen gedraaid had, nog +meer aan hem gedacht hebben. Dat familielid was een jonge blonde man +met een prachtige, kurkentrekkerachtig opgedraaide snor, de echte +angel, waaraan onervaren jonge meisjesharten blijven hangen. De jonge +man had Angèle reeds gevraagd om de twee witte rozen, die alleen +nog waren overgebleven van den bouquet, waarvan iedereen een viooltje +geplukt had .... Maar Angèle had geweigerd, doch alleen om ze +tegen het einde van het bal te lagen liggen op een stoeltje, waarvan de +blonde jongeling ze onmiddellijk ging weghalen.</p> +<p>Op dat oogenblik vroor het veertien graden in den +belvédère van Rodolphe, die, geleund voor zijn venster, +in de richting van de barrière du Maine keek naar de lichten van +de balzaal, waar Angèle danste, die hem niet uit kon staan. +<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3057" href="#xd20e3057src" name="xd20e3057">1</a></span> Borreas += Noordenwind.</p> +</div> +</div> +<div id="ch10" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e3215" class="label">Hoofdstuk X.</h2> +<h2 class="main">De Stormkaap.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Er zijn in de maanden, waarin een kwartaal begint, +angstwekkende oogenblikken, gewoonlijk de 1ste en de 15de. Rodolphe, +die deze beide data nooit zonder schrik zag naderen, noemde ze de +„<span class="ex">Stormkaap</span>”. Dien dag opent niet +Aurora de poorten van het Oosten, maar schuldeischers, huiseigenaars, +deurwaarders en andere geldzakdragers staan buiten de deur. Die dag +begint met een plasregen van aanmaningen, rekeningen en wissels en +eindigt met een hagelbui van protesten, <span class="ex">dies +irae!</span></p> +<p>In den ochtend van zoo’n 15den April lag Rodolphe rustig te +slapen .... en droomde, dat een van zijn ooms hem bij testament een +geheele provincie van Peru had vermaakt .... met alle Peruaansche +schoonen erin begrepen.</p> +<p>Terwijl hij daar midden in een imaginairen Pactolus rondzwom, kwam +het geluid van een sleutel, die in het slot ronddraaide, den +ingebeelden erfgenaam op het schitterendste oogenblik van zijn gouden +droom storen.</p> +<p>Rodolphe ging rechtop in zijn bed zitten en keek slaapdronken om +zich heen.</p> +<p>Hij zag toen vaag in het midden van zijn kamer een man staan, die +pas binnengekomen was, .... en wat voor een man!</p> +<p>De matineuse vreemdeling had een driekanten hoed op, een lederen +geldzak op zijn rug en een grooten portefeuille in zijn hand; hij had +een grijzen linnen rok met staanden <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span>kraag aan en scheen +buiten adem van het klimmen naar de vijfde verdieping. Zijn manier van +optreden was zeer vriendelijk en minzaam en zijn gang was klankrijk als +wanneer het kantoor van een bankier aan het wandelen zou gaan.</p> +<p>Rodolphe was een oogenblik angstig; hij meende, bij den aanblik van +den driekanten hoed en den rok, een politie-agent voor zich te +zien.</p> +<p>Maar het zien van den vrij goed gespekten geldzak genas hem van zijn +dwaling.</p> +<p>„O, nu begrijp ik het,” dacht hij, „dat is een +voorschot op mijn erfenis en die man komt van de Eilanden .... Maar +waarom is hij dan geen neger?” Hij gaf den onbekende een wenk en +zeide, op den geldzak wijzend:</p> +<p>„Ik weet wat het is. Leg hem daar maar neer. Dank je +wel.”</p> +<p>De vreemdeling was een wissellooper van de Banque de France en +hield, als antwoord op Rodolphe’s uitnoodiging, dezen een klein +papiertje met veelkleurige teekens en cijfers onder den neus.</p> +<p>„U wilt een bewijs van ontvangst?” vroeg Rodolphe. +„Ja, dat hoort zoo. Geef me maar even pen en inkt.”</p> +<p>„Neen, ik kom zelf wat ontvangen,” antwoordde de +wissellooper; „een bedrag van honderdvijftig francs. Het is +vandaag 15 April.”</p> +<p>„Ach zoo!” zeide Rodolphe, terwijl hij den wissel +bekeek.... „Order Birmann, dat is mijn kleermaker .... +Helaas!” voegde hij er droefgeestig aan toe, terwijl hij +afwisselend naar de over het bed liggende overjas en naar den wissel +keek, „de oorzaken verdwijnen, maar de gevolgen blijven. Wat, is +het vandaag 15 April! Merkwaardig! Ik heb nog geen aardbeien +gegeten!”</p> +<p>De wissellooper, wien dat gepraat begon te vervelen, ging weg en +zeide tot Rodolphe: „U hebt tot vier uur tijd om te +betalen!” <span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132" +name="pb132">132</a>]</span></p> +<p>„Voor eerlijke menschen is er geen uur,” antwoordde +Rodolphe. „De intrigant”, voegde hij er woedend aan toe, +terwijl hij met zijn blikken den financier met zijn driekanten hoed +volgde; „hij neemt zijn geldzak weer mee.”</p> +<p>Rodolphe trok de gordijnen van zijn bed dicht en trachtte weer den +weg van zijn erfenis terug te vinden; maar hij vergiste zich in de +richting en kwam trotsch en wel terecht in een droom, waarin de +directeur van het Théâtre-Français hem heel nederig +een drama voor zijn schouwburg kwam vragen en Rodolphe, met de +gebruiken bekend, een voorschot vroeg. Maar juist op het oogenblik, dat +de directeur door den zuren appel scheen te willen bijten, werd de +slaper opnieuw half wakker gemaakt door het binnenkomen van een tweeden +persoon, een nieuw creatuur van den 15den April.</p> +<p>Het was mijnheer Benoît, de eigenaar van het hotel garni, +waarin Rodolphe woonde; mijnheer Benoît was tegelijkertijd de +huisheer, de schoenmaker en woekeraar voor zijn huurders; dien ochtend +rook mijnheer Benoît sterk naar slechten brandewijn en vervallen +rekeningen. Ook hij had een ledigen zak in zijn hand.</p> +<p>„Duivels!” dacht Rodolphe; „dat is de directeur +van het Théâtre-Français niet .... die zou een +witte das dragen .... en zijn geldzak zou gevuld zijn!”</p> +<p>„Morgen, mijnheer Rodolphe,” zeide mijnheer +Benoît, op het bed toetredend.</p> +<p>„Mijnheer Benoît .... bonjour! Wat verschaft mij de eer +van uw bezoek?”</p> +<p>„Ach, ik wilde u komen zeggen, dat het vandaag 15 April +is!”</p> +<p>„Nu al? Wat gaat de tijd toch gauw! Het is ongelooflijk. Ik +zal een nanking-broek moeten koopen. 15 April. Lieve Hemel, zonder u, +mijnheer Benoît zou ik er nooit aan gedacht hebben. Wat een dank +ben ik u verschuldigd!” <span class="pagenum">[<a id="pb133" +href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span></p> +<p>„U bent me ook honderd twee-en-zestig francs schuldig,” +viel mijnheer Benoît hem in de rede. „En het wordt tijd, +dat wij die kleine rekening eens in orde maken!”</p> +<p>„Ik heb absoluut geen haast, mijnheer Benoît .... Ik wil +u graag tijd geven .... Die kleine rekening zal nog wel grooter worden +....”</p> +<p>„Maar u hebt mij al zoo dikwijls uitgesteld,” merkte de +huisheer op.</p> +<p>„Nu, dan zullen we de zaak in orde maken, mijnheer +Benoît, het is mij precies hetzelfde, vandaag of morgen ... En +bovendien zijn we allen sterfelijk .... Laten we dus de zaak in orde +maken ....”</p> +<p>Een beminlijke glimlach speelde bij die woorden over het gerimpelde +gelaat van mijnheer Benoît; en zelfs zijn geldzak blies zich tot +hoopvolle verwachting op.</p> +<p>„Wat ben ik u schuldig?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„In de eerste plaats een kwartaal huur tegen vijf-en-twintig +francs per maand, dat maakt vijf-en-zeventig francs.”</p> +<p>„Vergissingen buitengesloten,” zeide Rodolphe. „En +verder?”</p> +<p>„Verder drie paar schoenen à twintig francs.”</p> +<p>„Een oogenblikje, mijnheer Benoît, een oogenblikje; +laten we de zaken niet verwarren; ik heb nu niet meer te doen met den +huisheer, maar met den laarzenmaker ... ik verlang daarvoor een +afzonderlijke rekening. Cijfers zijn ernstige dingen, daarbij moet je +geen abuizen maken.”</p> +<p>„Voor mijn part,” zeide mijnheer Benoît, zacht +gestemd door de hoop, dat hij eindelijk het woord: Voldaan onder de +rekening zou kunnen zetten. „Hier is een afzonderlijke nota voor +het schoeisel. Drie paar schoenen à twintig francs, maakt zestig +francs.”</p> +<p>Rodolphe wierp een medelijdenden blik op een paar afgeloopen +schoenen. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span></p> +<p>„Helaas!” dacht hij, „wanneer de Wandelende Jood +ze gedragen had, zouden ze in geen deerniswaardiger toestand kunnen +zijn. En toch zijn ze door het naloopen van Marie zoo versleten .... Ga +verder, mijnheer Benoît.”</p> +<p>„Ik zeide dus zestig francs,” herhaalde deze. +„Verder geleend zeven-en-twintig francs.”</p> +<p>„Wacht even, mijnheer Benoît. We hebben afgesproken, dat +iedere heilige zijn eigen nis zou krijgen. U hebt mij dat geld geleend +als vriend. Laten wij dus het gebied van het schoeisel verlaten en die +van het vertrouwen en van de vriendschap, welke een afzonderlijke +rekening vereischen, betreden. Hoe hoog loopt uw vriendschap voor +mij?”</p> +<p>„Zeven-en-twintig francs.”</p> +<p>„Zeven-en-twintig francs. Dan hebt u een vriend voor een +koopje, mijnheer Benoît. Enfin, laten we eens optellen: +Vijf-en-zeventig, zestig en zeven-en-twintig ... Dat is +samen?”</p> +<p>„Honderd twee-en-zestig francs,” zeide mijnheer +Benoît en presenteerde tegelijk de drie nota’s.</p> +<p>„Honderd twee-en-zestig francs,” zeide Rodolphe .... +„dat is merkwaardig. Wat is optellen toch een mooie kunst. Welnu, +mijnheer Benoît, nu de rekening in orde gebracht is, kunnen we +beiden gerust zijn en weten we waar we ons aan te houden hebben. De +volgende maand zal ik u vragen de rekening voor Voldaan te teekenen, en +daar in dien tijd het vertrouwen en de vriendschap, die gij voor mij +koestert, slechts grooter kunnen worden, zult u mij voor het geval, dat +dit noodig mocht zijn, opnieuw uitstel willen geven. Inmiddels zou ik, +wanneer de huisheer en de laarzenmaker al te veel op betaling +aandringen, den vriend vragen hen tot rede te brengen. Het is +merkwaardig, mijnheer Benoît, maar telkens als ik aan uw +drievoudige qualiteit van huisheer, laarzenmaker en vriend denk, voel +ik de neiging in mij opkomen aan de <span class="corr" id="xd20e3317" +title="Bron: Drieeenheid">Drieëenheid</span> te gelooven.” +<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span></p> +<p>Terwijl Rodolphe sprak, was de huisheer tegelijk rood, groen, geel +en wit geworden, en bij iedere nieuwe spotternij van zijn huurder nam +deze regenboog der woede op zijn gelaat een meer intensieve kleur +aan.</p> +<p>„Mijnheer,” antwoordde hij ten slotte, „ik houd er +niet van voor den gek gehouden te worden. Ik heb lang genoeg gewacht. +Ik zeg u de kamer op en indien u mij vanavond het geld niet geeft .... +zal ik zien wat mij te doen staat ....”</p> +<p>„Geld! Geld! Vraag ik van u geld?” zeide Rodolphe. +„En bovendien, zelfs al had ik het, dan zou ik het u niet geven +.... het is vandaag Vrijdag, en dat brengt ongeluk aan ....”</p> +<p>De woede van mijnheer Benoît wakkerde aan tot een orkaan; en +indien de meubelen niet zijn eigendom geweest waren, zou hij +ongetwijfeld de pooten van een fauteuil stuk geslagen hebben.</p> +<p>In plaats daarvan ging hij, bedreigingen mompelend, weg.</p> +<p>„U vergeet uw geldzak!” riep Rodolphe hem achterna.</p> +<p>„Wat een baantje!” mompelde de jonge man, toen hij +alleen was. „Ik zou nog liever leeuwentemmer zijn.”</p> +<p>„Maar,” ging Rodolphe voort, terwijl hij uit zijn bed +sprong en zich vlug aankleedde, „hier kan ik niet blijven. De +invasie der geallieerden zal hiermede nog wel niet geëindigd zijn. +Ik moet vluchten, moet zelfs ontbijten. Wacht, als ik eens naar +Schaunard ging. Ik kan bij hem eten en hem een paar sous te leen +vragen. Honderd francs zullen voldoende voor mij zijn.... Naar +Schaunard dus....”</p> +<p>Terwijl hij de trap afging, kwam hij mijnheer Benoît tegen, +die bij zijn andere huurders nieuwe échecs geleden had, wat zijn +ledige geldzak, in deze omstandigheden een luxevoorwerp, duidelijk +aantoonde.</p> +<p>„Wanneer iemand naar me vraagt, moet u maar zeggen, +<span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>dat ik buiten ben ... in de Alpen of zoo +....” zeide Rodolphe. „Of nog beter, dat ik hier niet meer +woon.”</p> +<p>„Dan zeg ik tenminste de waarheid,” bromde mijnheer +Benoît, terwijl hij aan zijn woorden een bijzonderen nadruk +gaf.</p> +<p>Schaunard woonde in Montmartre. Dus moest Rodolphe heel Parijs door. +Die wandeling was voor Rodolphe allergevaarlijkst.</p> +<p>„Vandaag,” zeide hij tot zichzelf, „zijn de +straten met schuldeischers geplaveid.”</p> +<p>Toch ging hij niet, zooals hij eigenlijk het liefst gedaan had, de +buitenboulevards. Een phantastische hoop drong hem den gevaarlijken weg +door het centrum van Parijs te volgen. Op een dag, dat de millioenen in +het openbaar op den rug der wisselloopers wandelen, dacht Rodolphe, zou +het heel goed kunnen gebeuren, dat een onderweg vergeten billet van +duizend francs op zijn Vincentius de Paula<a class="noteref" id="xd20e3353src" href="#xd20e3353" name="xd20e3353src">1</a> lag te +wachten. Hij liep daarom langzaam en met zijn hoofd naar den grond. +Doch hij vond slechts twee spelden.</p> +<p>Na verloop van twee uur kwam hij eindelijk bij Schaunard aan.</p> +<p>„Zoo, ben jij het?” zeide deze.</p> +<p>„Ja, ik kom vragen, of ik bij je dejeuneeren mag.”</p> +<p>„O je, dat treft slecht; ik heb zoo juist bezoek gehad van +mijn maîtresse, die ik in geen veertien daag gezien had; als je +tien minuten eerder was gekomen ....”</p> +<p>„Maar heb je dan niet een honderd francs voor me te +leen?” viel Rodolphe hem in de rede.</p> +<p>„Wat?” antwoordde Schaunard vol verbazing; „kom +jij me ook al geld vragen? Schaar je je bij mijn vijanden?” +<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span></p> +<p>„Ik zal ze je Maandag teruggeven.”</p> +<p>„Of met St. Juttemis. Maar ben je dan vergeten, mijn waarde, +welke dag het vandaag is. Ik kan je onmogelijk helpen. Maar je behoeft +niet te wanhopen, de dag is nog niet om. Je kunt de Voorzienigheid nog +tegenkomen, die staat nooit vòòr twaalven op.”</p> +<p>„Lieve Hemel!” zeide Rodolphe; „de Voorzienigheid +heeft het veel te druk met de vogeltjes. Ik zal liever maar naar Marcel +gaan.”</p> +<p>Marcel woonde toentertijd in de rue de Bréda. Rodolphe vond +hem in een gedrukte stemming zitten voor zijn groot doek, dat den +doortocht door de Roode Zee moest voorstellen.</p> +<p>„Wat scheelt eraan?” vroeg Rodolphe bij zijn +binnenkomen, „je ziet er zoo in-bedroefd uit.”</p> +<p>„Ach God!” zeide de dichter; „ik leef nu al +veertien dagen in de Stille Week.”</p> +<p>Voor Rodolphe was dit allegorische antwoord zoo helder als +bronwater.</p> +<p>„Gezouten haring en ramenas! Dat ken ik!”</p> +<p>Inderdaad voelde Rodolphe nog altijd een zouten smaak in zijn mond, +wanneer hij dacht aan den tijd, dat hij tot het exclusieve gebruik van +die visschen gedoemd was.</p> +<p>„Alle duivels!” zeide hij, „dat is ernstig! Ik +kwam je juist honderd francs vragen.”</p> +<p>„Honderd francs!” zeide Marcel .... „Je zweeft dus +altijd nog in fantastische regionen. Me deze mythologische som te komen +vragen op een tijdstip, dat je geregeld onder den aequator van de +misère zit. Heb je soms hatchiche<a class="noteref" id="xd20e3392src" href="#xd20e3392" name="xd20e3392src">2</a> +gebruikt?”</p> +<p>„Ik heb helaas heelemaal niets gebruikt!” zuchtte +Rodolphe. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span></p> +<p>En hij liet zijn vriend aan het strand der Roode Zee achter.</p> +<p>Van twaalf tot vier uur zocht Rodolphe al zijn kennissen op; hij +doorliep de acht-en-veertig stadsdeelen en legde, doch zonder eenig +succes, acht mijlen af. De invloed van den 15den April deed zich overal +met dezelfde strengheid gelden; intusschen naderde het uur van het +diner. Maar het leek er niet veel op, dat het diner met het uur +naderde. Rodolphe had een gevoel, alsof hij op het vlot der Medusa +was.</p> +<p>Toen hij den Pont Neuf over ging, viel hem plotseling iets in:</p> +<p>„O, o!” zeide hij tot zichzelf, terwijl hij +rechtsomkeert maakte, 15 April, 15 April .... maar ik heb een +uitnoodiging voor vandaag om te dineeren.”</p> +<p>Hij zocht in zijn zakken en vond er een gedrukt billet van den +volgenden inhoud:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">Barrière de la Villette</p> +<p>In den grooten Overwinnaar.</p> +<p>Salon voor drie honderd couverts</p> +<p>Jaarlijksch Banket Ter eere van de Geboorte van den Messias der +Menschheid op 15 April 184...</p> +<p>Geldig voor één persoon.</p> +<p>N.B. Men heeft slechts recht op een halve flesch wijn.</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span></p> +<p>„Ik deel weliswaar de meeningen der discipelen van den Messias +niet,” zeide Rodolphe tot zichzelf, „maar ik wil met +genoegen hun voedsel deelen.” En met de snelheid van een vogel +verslond hij den afstand, die hem van de barrière de la Villette +scheidde.</p> +<p>Toen hij in de salons van den Grooten Overwinnaar kwam, was er een +ontzaglijke menigte bijeen .... De salon voor driehonderd couverts +bevatte vijfhonderd personen. Een uitgestrekte horizont van +kalfsvleesch met peen doemde op voor Rodolphe’s blik.</p> +<p>Eindelijk begon men de soep op te doen.</p> +<p>Juist toen de gasten den lepel naar hun mond brachten, deden +plotseling vijf of zes personen in burgerkleeding met verscheidene +agenten en een commissaris van politie een inval in de zaal.</p> +<p>„Mijne heeren!” zeide de commissaris, „op hoog +bevel mag dit banket niet plaats hebben. Ik verzoek u dit lokaal te +verlaten.”</p> +<p>„O, o!” zuchtte Rodolphe, terwijl hij met de anderen de +zaal verliet: „het noodlot heeft mijn bord soep +omgegooid!”</p> +<p>Droefgeestig gestemd ging hij weer op weg naar zijn kamer, waar hij +om elf uur aankwam.</p> +<p>Mijnheer Benoît wachtte hem op.</p> +<p>„O, bent u het?” zeide de huiseigenaar. „Hebt u +gedacht aan wat ik u van ochtend gezegd heb? Brengt u geld +mede?”</p> +<p>„Ik moet het vannacht krijgen en zal het u dan morgenochtend +geven,” antwoordde Rodolphe, terwijl hij in het hokje naar zijn +sleutel en zijn kandelaar zocht. Hij vond geen van beide.</p> +<p>„Mijnheer Rodolphe,” zeide mijnheer Benoît, +„het spijt me erg, maar ik heb uw kamer verhuurd; en een andere +heb ik niet disponibel, u moet ergens anders een onderkomen zien te +vinden.” <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span></p> +<p>Rodolphe was voor geen klein geruchtje vervaard en een nacht onder +den blooten hemel had voor hem niets verschrikkelijks. Bovendien kon +hij bij slecht weer in een loge d’avant-scène van den +Odéon overnachten, wat hem al meermalen overkomen was. Hij +eischte echter eerst van mijnheer Benoît zijn +„dingen” op, die uit een berg papieren bestonden.</p> +<p>„Volkomen juist,” zeide de huisheer; „ik heb niet +het recht u die zaken af te nemen—zij liggen nog boven in de +secretaire. Ga maar even mee; indien de persoon, die uw kamer gehuurd +heeft, nog niet slaapt, kunnen we wel even binnen gaan.”</p> +<p>In den loop van den dag was de kamer verhuurd aan een jong meisje, +Mimi, met wie Rodolphe indertijd een liefdes-duo begonnen was.</p> +<p>Zij herkenden elkaar dadelijk. Rodolphe fluisterde Mimi iets in het +oor en drukte haar zacht de hand.</p> +<p>„Kijk eens hoe het regent!” zeide hij, terwijl hij haar +opmerkzaam maakte op het onweer, dat juist losgebarsten was.</p> +<p>Mademoiselle Mimi liep regelrecht naar mijnheer Benoît, die in +een hoek van de kamer stond te wachten, en zeide tegen hem, terwijl zij +op Rodolphe wees:</p> +<p>„Mijnheer, mijnheer hier is degene, dien ik vanavond +verwachtte .... Ik ben voor niemand verder thuis.”</p> +<p>„Zoo,” zeide mijnheer Benoît met den lach van een +boer, die kiespijn heeft. „Het is goed!”</p> +<p>Terwijl Mimi inderhaast een geïmproviseerd souper klaarzette, +sloeg het middernacht.</p> +<p>„God zij dank!” zeide Rodolphe, „15 April is +voorbij en de Stormkaap is gelukkig omzeild. Lieve Mimi,” en hij +sloot het mooie meisje in zijn armen en drukte haar een kus in haar +hals; „ik wist vooruit, dat je het niet over je hart zou +verkrijgen mij de deur uit te laten zetten. Jij bezit den +gastvrijheidsknobbel!” <span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3353" href="#xd20e3353src" name="xd20e3353">1</a></span> Een +heilige uit de R.K. kerk, die zich voornamelijk het lot van arme +verworpenen en maatschappelijk ellendigen aantrok.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3392" href="#xd20e3392src" name="xd20e3392">2</a></span> Een +verdoovend, uit een soort hennepplant bereid middel.</p> +</div> +</div> +<div id="ch11" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e3471" class="label">Hoofdstuk XI.</h2> +<h2 class="main">Een Café der Bohème.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Hier volgt het verhaal hoe Carolus Barbemuche, +letterkundige en Platonisch wijsgeer, op zijn vier-en-twintigste jaar +lid der bohème werd.</p> +<p>In dien tijd bezochten Gustave Colline, de groote wijsgeer, Marcel, +de groote schilder, Schaunard, de groote musicus, en Rodolphe, de +groote dichter, zooals zij elkaar onderling noemden, geregeld het +café Momus, waar zij, omdat men ze altijd samen zag, den bijnaam +van de „vier musketiers”<a class="noteref" id="xd20e3479src" href="#xd20e3479" name="xd20e3479src">1</a> gekregen +hadden. Inderdaad kwamen zij samen, gingen samen, speelden samen, +bleven soms samen hun vertering schuldig, alles met een eenheid, het +orkest van het Conservatorium waardig.</p> +<p>Voor hun samenkomsten hadden zij een zaal gekozen, waarin veertig +personen op hun gemak hadden kunnen zitten, maar men vond ze steeds +alleen, want zij hadden ten slotte het vertrek voor de stamgasten +onmogelijk gemaakt.</p> +<p>De toevallige bezoeker, die zich in dat hol waagde, werd +onmiddellijk bij zijn binnentreden het slachtoffer van het ruwe quartet +en maakte zich meestal uit de voeten zonder zijn courant gelezen of +zijn kleintje koffie gedronken te hebben, waarvan de room door de +ongehoorde aphorismen over kunst, liefde en staathuishoudkunde zuur +werd. De gesprekken van het vriendenviertal <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>waren van dien aard, dat de kellner, die hen +bediende, in den bloei van zijn leven idioot geworden was.</p> +<p>Ten slotte liep het echter met de dwaasheden zoo de spuigaten uit, +dat de eigenaar van het café zijn geduld verloor en op een +goeden avond naar boven ging, om een ernstige uiteenzetting van zijn +grieven te geven:</p> +<p>1<sup>o</sup>. Mijnheer Rodolphe kwam reeds vroeg in den ochtend +dejeuneeren en nam alle couranten van het etablissement mede naar +<span class="ex">zijn</span> salon: hij was daarbij zelfs zoo +veeleischend, dat hij opspeelde, wanneer de strookjes verbroken waren. +Dit had ten gevolge, dat de overige gasten, van alle organen der +openbare meening verstoken, tot aan het diner omtrent de politiek van +den dag zoo onwetend bleven als een visch. Het gezelschap Bosquet wist +nauwlijks de namen der leden van het nieuwe ministerie.</p> +<p>Mijnheer Rodolphe had het café zelfs verplicht zich te +abonneeren op den <span class="ex">Castor</span>, waarvan hij +hoofdredacteur was. De eigenaar van het café had er zich eerst +tegen verzet, maar daar mijnheer Rodolphe en zijn vrienden ieder +kwartier den kellner met luide stem om den <span class="ex">Castor</span> vroegen, begonnen ook enkele andere stamgasten, wier +nieuwsgierigheid door die herhaalde vragen gaande gemaakt was, naar dat +blad te informeeren. Er werd dus een abonnement genomen op den Castor, +een hoedenmakersvakblad, dat maandelijks met een vignet en wijsgeerig +artikel van Gustave Colline verscheen.</p> +<p>2<sup>o</sup>. Genoemde mijnheer Colline en zijn vriend Rodolphe +waren gewoon zich van hun geestelijke inspanning te verpoozen door van +’s ochtends tien tot ’s nachts twaalf uur tric-trac te +spelen; en daar het etablissement slechts één +tric-tracbord had, werden de andere bezoekers in hun hartstocht voor +dat spel benadeeld door het inbeslagnemen van dat bord door die heeren, +die telkens, <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>als men er hen om kwam vragen, strijk en zet +<span class="corr" id="xd20e3516" title="Bron: antwoorden">antwoordden</span>:</p> +<p>„Het tric-tracbord is in handen. Kom morgen maar +terug.”</p> +<p>Het gezelschap Bosquet zag zich dus genoodzaakt elkaar hun +liefdesavonturen te vertellen of piquet te spelen.</p> +<p>3<sup>o</sup>. Uit het oog verliezend, dat een café een +openbare plaats is, heeft mijnheer Marcel zich de vrijheid veroorloofd +er zijn ezel, zijn verfdoos en alle verdere schildersbenoodigdheden +heen te brengen. Zelfs drijft hij de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij +personen van verschillend geslacht er als model laat poseeren, wat de +zedelijke gevoelens van het gezelschap Bosquet kan kwetsen.</p> +<p>4<sup>o</sup>. Het voorbeeld van zijn vriend volgend, heeft mijnheer +Schaunard het plan zijn klavier naar het café over te brengen; +ook heeft hij niet geschroomd er in koor een motief uit zijn symphonie: +„De invloed van het blauw in de kunsten” te laten zingen. +Mijnheer Schaunard is nog verder gegaan; hij heeft in de lantaarn, die +als uithangbord voor het café dient, een transparant aangebracht +met het opschrift:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">GRATIS CURSUS IN VOCALE EN INSTRUMENTALE MUZIEK VOOR +BEIDE GESLACHTEN.</p> +<p><span class="ex">Zich aan te melden aan het buffet.</span></p> +</div> +<p>Wat ten gevolge heeft, dat genoemd buffet ieder oogenblik +overstroomd wordt door slechts oppervlakkig gekleede personen, die +komen vragen „waar ze wezen motten.”</p> +<p>Bovendien geeft mijnheer Schaunard er rendez-vous aan een dame, die +zich Phémie Klad noemt en nooit een hoed op heeft.</p> +<p>Mijnheer Bosquet Jr. heeft dan ook verklaard, dat hij <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span>geen +voet meer zou zetten in een café, waar de natuur zoo met voeten +getreden wordt.</p> +<p>5<sup>o</sup>. Ofschoon de heeren zich toch al met een zeer matige +consumptie tevreden stelden, hebben zij getracht die nog meer te +verminderen. Onder voorwendsel, dat zij de mokka op overspel met de +chicorei betrapt hebben, hebben zij hier een spiritustoestel gebracht, +waarop zij zelf koffie zetten, die zij aanzoeten met suiker, die buiten +de deur tegen lagen prijs gekocht is, welke handelwijze een beleediging +is voor de keuken van het etablissement.</p> +<p>6<sup>o</sup>. Door de gesprekken der heeren tot in den grond +bedorven, heeft de kellner Bergami, zijn nederige afkomst en alle +gevoel van schaamte uit het oog verliezend, zich vermeten aan de +buffetjuffrouw een gedicht te richten, waarin hij haar aanspoort haar +plichten als moeder en echtgenoote te verzaken; uit den verwarden stijl +heeft men meenen te moeten opmaken, dat die brief geschreven is onder +den verderfelijken invloed van mijnheer Rodolphe en diens letterkundige +voortbrengselen.</p> +<p>Dientengevolge ziet de directeur van het etablissement zich tot zijn +spijt verplicht het gezelschap-Colline te verzoeken een andere plaats +voor zijn revolutionnaire samenkomsten te kiezen.</p> +<p>Gustave Colline, de Cicero der troep, nam nu het woord en bewees +<span class="ex">a priori</span> aan den eigenaar van het café, +dat zijn klachten belachelijk en ongegrond waren; dat het voor hem +juist een groote eer was, indien men zijn inrichting ervoor uitkoos om +er een haard van intelligentie van te maken; dat zijn en zijner +vrienden vertrek den ondergang van zijn café zou veroorzaken, +dat door hun tegenwoordigheid tot de hoogte van een artistiek en +litterair café verheven was.</p> +<p>„Maar,” merkte de eigenaar van het café op, +„u en uw vrienden verteert zoo weinig.”</p> +<p>„Deze matigheid, waarover gij u beklaagt, is een argument +<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>ten gunste van onze goede zeden,” was +Colline’s antwoord. „Bovendien hangt het slechts van u af, +of wij onze uitgaven kunnen vermeerderen; u behoeft dan slechts crediet +te geven.”</p> +<p>„Wij willen zelfs het rekening-courantboek cadeau +geven,” zeide Marcel.</p> +<p>De eigenaar deed, alsof hij het niet hoorde, en vroeg eenige +inlichtingen omtrent den brandbrief, dien Bergami tot zijn vrouw +gericht had. Rodolphe, die ervan beschuldigd was als secretaris voor +dien ongeoorloofden hartstocht gediend te hebben, betuigde met vuur en +ijver zijn onschuld.</p> +<p>„Trouwens,” voegde hij eraan toe, „de deugd van uw +vrouw was een zekere barrière, die ....”</p> +<p>„O,” zeide de eigenaar met een glimlach van trots, +„mijn vrouw is te Saint-Denis<a class="noteref" id="xd20e3581src" +href="#xd20e3581" name="xd20e3581src">2</a> opgevoed.”</p> +<p>In het kort, Colline slaagde er tenslotte in den café-man te +vangen in het net van zijn arglistige welsprekendheid, waarna de vrede +hersteld werd op voorwaarde, dat de vier vrienden niet meer hun koffie +zelf zouden zetten, dat het café een gratis-exemplaar van den +Castor zou ontvangen, dat Phémie Klad een hoed zou opzetten, dat +het <span class="corr" id="xd20e3589" title="Bron: trictracspel">tric-tracspel</span> alle Zondagen van twaalf tot +twee uur overgelaten zou worden aan het gezelschap Bosquet, en vooral, +dat er geen nieuwe crediet zou gegeven worden.</p> +<p>Gedurende enkele dagen ging alles goed.</p> +<p>Den avond vòòr Kerstmis kwamen de vier vrienden in +gezelschap van hun respectievelijke „echtgenooten” in het +café.</p> +<p>Er waren dus mademoiselle Musette, mademoiselle Mimi, het nieuwe +vriendinnetje van Rodolphe, een allerliefst <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>persoontje met een stem, helder als een klok, en +Phémie Klad, de afgod van Schaunard. Dien avond droeg +Phémie Klad een mutsje. Mademoiselle Colline, die men nooit zag, +was als gewoonlijk thuis gebleven, om komma’s in de handschriften +van haar man te zetten. Na de koffie, die tegen alle gewoonten in door +een bataillon glaasjes likeur geëscorteerd werd, bestelden zij +punch. Weinig aan dergelijke uitspattingen gewend, liet de kellner de +bestelling nog tweemaal herhalen. Phémie, die nog nooit in het +café geweest was, scheen in extase, dat zij uit glaasjes met een +voet mocht drinken. Marcel had het aan den stok met Musette over een +nieuwen hoed, waarvan de herkomst hem verdacht voorkwam. Mimi en +Rodolphe, die nog in de wittebroodsweken van hun samenleven waren, +voerden een gesprek zonder woorden maar met allerlei vreemde geluiden. +Wat Colline betreft, met een vriendelijken lach op zijn gelaat ging hij +bij de dames alle galanterieën, die hij uit zijn collectie van den +Almanach des Muses verzameld had, verkoopen.</p> +<p>Terwijl dit vroolijke gezelschap zich aldus aan spel en lach +overgaf, keek een vreemdeling, die eenzaam aan een tafeltje achter in +de zaal zat, met vreemde blikken naar het schouwspel, dat zich voor hem +afspeelde.</p> +<p>Reeds sedert veertien dagen kwam hij iederen avond: hij was van alle +bezoekers de eenige, die het vreeselijke lawaai, dat de +bohémiens maakten, had kunnen uithouden. De lafste +voor-de-gek-houderijen waren op zijn onverstoorbaarheid afgestooten; +hij bleef met een mathematische regelmaat zijn pijp zitten rooken, zijn +oogen starend op één punt, alsof hij een schat bewaken +moest, het oor geopend voor alles, wat er om hem heen gezegd werd. +Overigens scheen hij zachtmoedig en welgesteld, want hij bezat een +horloge, dat door een gouden ketting in zijn zak in slaverij gehouden +werd. Toen Marcel toevallig eens gelijk met hem aan het buffet stond, +had hij <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>gezien, dat hij een louis wisselde, om zijn +vertering te betalen. Van dat oogenblik af noemden de vier vrienden hem +den „kapitalist.”</p> +<p>Plotseling ontdekte Schaunard, die uitstekende oogen had, dat de +glazen leeg waren.</p> +<p>„Voor den duivel,” zeide Rodolphe; „het is de +avond vòòr Kerstmis; wij zijn allen goede Christenen .... +we moeten een extraatje nemen.”</p> +<p>„Waarachtig, zeker,” zeide Marcel, „laten we +bovennatuurlijke dingen bestellen.”</p> +<p>„Colline,” voegde Rodolphe eraan toe, „bel den +kellner eens.”</p> +<p>Colline belde als een bezetene.</p> +<p>„Wat zal het zijn?” vroeg Marcel.</p> +<p>Colline maakte met zijn bovenlichaam een hoek van vijf-en-veertig +graden en zeide, op de dames wijzend:</p> +<p>„Het staat aan de dames om de volgorde en den aard der +ververschingen te bepalen.”</p> +<p>„Ik,” zeide Musette, die met haar tong klapte, „ik +zou een glas champagne niet graag weigeren.”</p> +<p>„Ben je niet wijs?” vloog Marcel op. „Champagne +.... dat is zelfs geen wijn.”</p> +<p>„Dat kan me minder schelen, ik vind het lekker en het maakt +lawaai.”</p> +<p>„Ik,” zeide Mimi, terwijl zij Rodolphe met een blik +liefkoosde, „ik zou graag <span class="ex">beaune</span> willen +hebben in zoo’n klein mandje.”</p> +<p>„Is jouw hoofd op hol?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„Neen, maar ik wil het laten hollen,” antwoordde Mimi, +op wie de beaune een bijzonderen invloed had. Haar man werd door dat +woord verpletterd.</p> +<p>„En ik,” zeide Phémie Klad, die op den +elastischen divan op en neer zat te springen, „ik wil graag +<span class="ex">parfait amour</span>. Dat is goed voor je +maag.”</p> +<p>Schaunard bracht met zijn neusklank eenige woorden <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span>voort, die Phémie op haar basis deden +sidderen.</p> +<p>„Ach wat!” zeide Marcel, „het is niet alle dagen +ker(st)mis, laten we er voor dezen keer eens honderdduizend francs aan +spendeeren.”</p> +<p>„En,” voegde Rodolphe eraan toe, „laten we niet +vergeten, dat de baas zich beklaagt, dat we te weinig +verteren.”</p> +<p>„Dat is zoo,” zeide Colline. „Laten we een +schitterend festijn aanrichten: trouwens we zijn den dames de meest +passieve gehoorzaamheid verschuldigd; de liefde leeft van +zelfverloochening, de wijn is het sap van het pleizier; het pleizier is +de plicht der jeugd,—de vrouwen zijn bloemen, je moet ze +begieten. Laten we haar dus begieten! Kellner, kellner!”</p> +<p>En met een koortsachtige opgewondenheid ging hij aan het schelkoord +hangen.</p> +<p>De kellner schoot toe als op de vleugelen van den wind.</p> +<p>Toen hij van champagne, beaune en diverse likeuren hoorde spreken, +speelden zijn gelaatstrekken alle toonladders der verbazing af.</p> +<p>„Ik heb zoo’n leeg gevoel in mijn maag,” zeide +Mimi, „ik zou wel trek in een paar sneedjes ham +hebben.”</p> +<p>„En ik in sardientjes met boter,” voegde Musette eraan +toe.</p> +<p>„En ik in radijs,” zeide Phémie, „met wat +vleesch erom heen.”</p> +<p>„Zeggen jullie nou maar dadelijk, dat je een souper wilt +hebben,” merkte Marcel op.</p> +<p>„Dat zou heusch zoo’n gek idée niet zijn,” +antwoordden de vrouwen.</p> +<p>„Kellner, breng alles boven, wat voor een goed souper noodig +is,” zeide Colline ernstig.</p> +<p>De kellner was van verbazing driekleurig geworden.</p> +<p>Langzaam liep hij naar het buffet en deelde daar den <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>eigenaar van het café de buitengewone +dingen mede, die ze hem besteld hadden.</p> +<p>De café-man dacht, dat het een grap was, maar toen er weer +gescheld werd, ging hij zelf naar boven en wendde zich tot Colline, +voor wien hij een zeker respect had. Colline legde hem uit, dat zij den +réveillon bij hem wilden vieren en hij het bestelde dus moest +laten brengen.</p> +<p>De eigenaar van het café antwoordde niets en ging met den +kreeftengang weg, terwijl hij knoopen in zijn servet maakte. Een +kwartier lang overlegde hij met zijn vrouw, tot deze, die dank zij de +liberale opvoeding, die zij te Saint-Denis gehad had, een vereerster +der schoone kunsten was, haar echtvriend wist over te halen het souper +te laten opdienen.</p> +<p>„Eigenlijk heb je gelijk,” zeide hij; „het is best +mogelijk, dat zij bij uitzondering eens geld hebben.” En hij gaf +den kellner order alles wat besteld was boven te brengen. Dan verdiepte +hij zich met een ouden stamgast in een partij piquet. Een fatale +onvoorzichtigheid!</p> +<p>Van tien tot twaalf uur deed de kellner niets dan de trap op- en +afloopen. Ieder oogenblik werden er extra-schotels besteld. Musette +liet zich op zijn Engelsch bedienen en moest bij iederen hap een nieuw +couvert hebben; Mimi dronk van alle wijnsoorten uit alle glazen; +Schaunard had een onleschbaren Sahara in zijn keel; Colline onderhield, +terwijl hij zijn servet met zijn tanden doorbeet, een kruisvuur met +zijn oogen en kneep in den poot van de tafel, dien hij voor de knie van +Phémie hield. Marcel en Rodolphe bleven echter stevig in den +stijgbeugel der koelbloedigheid zitten en zagen niet zonder angst het +uur der ontknooping naderen.</p> +<p>De vreemdeling keek met een ernstige nieuwsgierigheid naar dit +tooneel; van tijd tot tijd zag men zijn mond als tot een glimlach +opengaan; dan hoorde men een <span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>knarsend geluid, alsof er een raam +dicht gedaan werd. Dat was de vreemdeling, die inwendig lachte.</p> +<p>Om kwart voor twaalf zond de buffetjuffrouw de rekening, die het +ontzaglijke bedrag van 25 fr. 75 c. aanwees.</p> +<p>„Ja,” zeide Marcel, „nu zullen we moeten loten wie +met den eigenaar zal moeten gaan onderhandelen. Dat zal een lang niet +makkelijke zaak zijn.”</p> +<p>Ze namen een dominospel en trokken om het hoogste aantal.</p> +<p>Het lot wees ongelukkigerwijze Schaunard als plenipotentiaris aan. +Schaunard was een uitstekend virtuoos, maar een slecht diplomaat. Hij +kwam juist bij het buffet, toen de waard van zijn ouden stamgast +verloren had. Woedend over zijn schandelijk verlies, was Momus in het +humeur van een menscheneter en geraakte bij de eerste woorden van +Schaunard in een hevigen toorn. Schaunard was een goed musicus, doch +had een buitengewoon heftig karakter. Hij antwoordde met dubbel zoo +grof geschut. De twist werd zoodoende hoe langer hoe giftiger, en ten +slotte stormde de waard naar boven, om te zeggen, dat hij ze niet zou +laten vertrekken, vòòr alles betaald was. Colline +trachtte met zijn kalmeerende welsprekendheid den storm te bezweren, +doch toen de café-man het servet zag, waarvan Colline pluksel +gemaakt had, barstte zijn woede in dubbele heftigheid los en waagde hij +het, om tenminste eenige zekerheid te hebben, zijn profane hand uit te +steken naar den notehoutkleurigen paletot van den philosoof en de +mantels van de dames.</p> +<p>Een pelotonvuur van beleedigingen werd nu tusschen de +bohémiens en den eigenaar van het établissement +geopend.</p> +<p>Intusschen praatten de dames gezellig over vroegere amourettes en +modenieuwtjes.</p> +<p>De vreemdeling echter liet nu zijn passieve houding <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>varen; langzamerhand was hij opgestaan, had +één pas gedaan, dan twee en liep ten slotte als een heel +gewoon mensch op zijn twee beenen; hij kwam naar den café-man +toe, nam hem ter zijde en praatte heel zachtjes met hem. Rodolphe en +Marcel volgden hem met de oogen. Eindelijk was het gesprek afgeloopen +en zeide de waard tot den vreemdeling:</p> +<p><span class="corr" id="xd20e3709" title="Niet in bron">„</span>Zeker vind ik het goed, mijnheer +Barbemuche, zeker, maak u het maar met hen in orde.”</p> +<p>Mijnheer Barbemuche ging naar zijn tafeltje, om zijn hoed te halen, +zette dien op, maakte een zwenking naar rechts, was in drie stappen bij +Rodolphe en Marcel, nam zijn hoed af, boog voor de heeren, wierp den +dames een groet toe, haalde zijn zakdoek te voorschijn, snoot zijn neus +en nam dan met schuchtere stem het woord:</p> +<p>„Ik moet u vergiffenis vragen voor mijn indiscretie, heeren. +Reeds lang brand ik van verlangen, om kennis met u te maken, maar tot +nog toe heb ik geen gunstige gelegenheid gevonden, om mij aan u voor te +stellen. Veroorlooft u mij deze, welke zich thans voordoet, aan te +grijpen?”</p> +<p>„Zeker, zeker,” zeide Colline, die dadelijk begreep waar +de vreemdeling heen wilde.</p> +<p>Rodolphe en Marcel bogen, zonder iets te zeggen.</p> +<p>De overdreven lichtgeraaktheid van Schaunard bedierf bijna +alles.</p> +<p>„Neem me niet kwalijk, mijnheer,” zeide hij eenigszins +heftig, „u hebt niet de eer ons te kennen en de etiquette verzet +er zich tegen, dat .... Zoudt u de goedheid willen hebben mij wat tabak +te geven .... Verder zal ik mij bij het gevoelen van mijn vrienden +aansluiten...”</p> +<p>„Heeren,” begon Barbemuche, „ik ben evenals u een +discipel der schoone kunsten. Voor zoover ik uit uw gesprekken heb +kunnen opmaken, stemmen onze smaken overeen, waarom ik de vurige +begeerte koester tot uw <span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>vriendenkring te mogen behooren en +u iederen avond hier te kunnen ontmoeten .... De eigenaar van dit +etablissement is een bruut, maar ik heb een paar woorden met hem +gesproken, en gij zijt volkomen vrij om te gaan of te blijven ..... Ik +waag het de hoop uit te spreken, dat u mij het middel, om u hier weer +te ontmoeten, niet zult onthouden, door den kleinen dienst aan te +nemen, dien ....”</p> +<p>Naar Schaunards wangen steeg een kleur van verontwaardiging.</p> +<p>„Hij speculeert op onzen toestand,” zeide hij. +„Wij mogen zijn aanbod niet aannemen. Hij heeft onze rekening +betaald—ik zal met hem een partij billard spelen om +vijf-en-twintig francs en hem een paar caramboles voorgeven.”</p> +<p>Barbemuche nam het voorstel aan en was verstandig genoeg de partij +te verliezen; maar door dezen trek won hij de achting der +Bohème. Men scheidde met de afspraak den volgenden dag weer +samen te komen.</p> +<p>„Op die manier,” zeide Schaunard tot Marcel, „zijn +we hem niets schuldig en is onze waardigheid gered.”</p> +<p>„En kunnen we bijna nog een souper van hem eischen,” +voegde Colline eraan toe. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name="pb153">153</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3479" href="#xd20e3479src" name="xd20e3479">1</a></span> +Toespeling op Dumas’ roman: „<a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/13951">De drie +musketiers</a>”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3581" href="#xd20e3581src" name="xd20e3581">2</a></span> Te +<span class="corr" id="xd20e3583" title="Bron: Saint Denis">Saint-Denis</span> was een kostschool, waar +dochters van officieren van het Legioen van Eer werden opgevoed.</p> +</div> +</div> +<div id="ch12" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e3742" class="label">Hoofdstuk XII.</h2> +<h2 class="main">Een installatie in de Bohème.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Carolus Barbemuche had het den avond, waarop hij een +door de bohémiens gebruikt souper uit zijn particuliere kas +betaald had, zoo weten aan te leggen, dat Gustave Colline met hem het +café verliet, om naar huis te gaan. Van af het oogenblik n.l., +dat hij de bijeenkomsten van de vier vrienden in het etablissement, +waar hij hen uit een pijnlijken toestand verloste, bijwoonde, had +Colline zijn bijzondere aandacht getrokken en voelde hij zich +aangetrokken tot dien Sokrates, wiens Plato hij later worden zou. +Daarom had hij al dadelijk Colline uitverkoren, om zich in den +vriendenkring te introduceeren. Onderweg stelde Barbemuche Colline voor +even in een café, dat nog open was, binnen te loopen, om nog wat +te gebruiken. Niet alleen sloeg Colline die uitnoodiging af, maar hij +verhaastte nog zijn tred, toen hij genoemd café voorbijging, en +drukte zijn hyperphysischen vilten hoed diep in zijn oogen.</p> +<p>„Waarom wilt u daar niet binnengaan?” vroeg Barbemuche, +die met fijngevoelde beleefdheid aandrong.</p> +<p>„Daar heb ik mijn redenen voor,” antwoordde Colline. +„De buffetjuffrouw in dat etablissement houdt zich veel met de +exacte wetenschappen bezig, en wanneer wij er binnen gingen, zou het +onvermijdelijk op een langdurig debat uitloopen, wat ik tracht te +vermijden door noch op den middag, noch op andere uren, dat de zon +schijnt, door deze straat te gaan. Dat is trouwens heel +natuurlijk”, voegde hij eraan toe; „ik heb met Marcel in +dezen wijk gewoond.” <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span></p> +<p>„Toch zou ik graag onder het genot van een glas punch nog een +oogenblikje met u praten. Weet u hier in de buurt niet een of ander +lokaal, waar u zoudt kunnen gaan zonder bezwaren .... van +natuur-philosophischen aard weerhouden te worden?” vroeg +Barbemuche, die het noodig oordeelde buitengewoon geestig te zijn.</p> +<p>Colline dacht een oogenblik na.</p> +<p>„O, ja, dat is waar, hier is een lokaal, waar ik beter +verschijnen kan.”</p> +<p>En hij wees op den winkel van een wijnhandelaar.</p> +<p>Barbemuche zette een leelijk gezicht en scheen te aarzelen.</p> +<p>„Is het een fatsoenlijke inrichting?” vroeg hij.</p> +<p>Zijn koude, gereserveerde houding, zijn weinige spraakzaamheid, zijn +discreet glimlachje en vooral zijn horloge en zijn ketting met +breloques hadden Colline op het denkbeeld gebracht, dat Barbemuche tot +het een of ander gezantschap behoorde en bang was om zich te +compromitteeren, wanneer hij in zoo’n kroeg kwam.</p> +<p>„Er is geen kans, dat wij gezien worden,” zeide hij; +„op dit uur ligt het geheele corps diplomatique al onder de +wol.”</p> +<p>Eindelijk besloot Barbemuche toch maar om naar binnen te gaan; maar +met den geheimen wensch een kartonnen neus te hebben. Voor alle +zekerheid vroeg hij een afzonderlijke kamer en hing een servet voor de +ruiten van de glazen deur. Na deze voorzorgsmaatregelen scheen hij +minder ongerust en bestelde een bowl punch. Door de warme drank wat +opgewonden, werd Barbemuche iets spraakzamer; en na enkele +bijzonderheden over zichzelf medegedeeld te hebben, waagde hij het de +hoop uit te spreken, dat hij officieel in den bond der bohémiens +zou worden opgenomen, en verzocht hij Colline’s medewerking om +hem te helpen dit eerzuchtige plan te verwezenlijken.</p> +<p>Colline antwoordde, dat hij voor zijn persoon zich <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>gaarne ter beschikking van Barbemuche stelde, +doch dat hij hem natuurlijk niets zeker beloven kon.</p> +<p>„U kunt op mijn stem rekenen,” zeide hij, „maar ik +kan natuurlijk niet op mij nemen over die van mijn vrienden te +beschikken.”</p> +<p>„Maar om welke redenen zouden zij weigeren mij in hun kring op +te nemen?”</p> +<p>Colline zette het glas, dat hij juist naar zijn mond wilde brengen, +weer op tafel en vroeg met een zeer ernstig gelaat aan den vermetelen +Carolus:</p> +<p>„Cultiveert u de schoone kunsten?”</p> +<p>„Ik bebouw op bescheiden wijze deze edele velden der +intelligentie,” antwoordde Carolus, die de vlag van zijn kunst +meende te moeten toonen.</p> +<p>Colline vond de phrase mooi gestyleerd en vroeg met een buiging:</p> +<p>„Doet u aan muziek?”</p> +<p>„Ik heb op den contrabas gespeeld.”</p> +<p>„Dat is een philosophisch instrument; die geeft zulke ernstige +tonen. Welnu, daar gij dus verstand hebt van muziek, begrijpt u heel +goed, dat men niet, zonder de wetten der harmonie te verstoren, een +vijfden speler aan een quartet kan toevoegen; anders zou het geen +quartet meer zijn.”</p> +<p>„Dat is zoo, dan wordt het een quintet,” antwoordde +Carolus.</p> +<p>„U zegt?” vroeg Colline.</p> +<p>„Een quintet.”</p> +<p>„Precies—juist op dezelfde wijze, alsof je aan de +Drieëenheid, dien goddelijken driehoek, een vierden persoon +toevoegde; het zou dan een vierhoek vormen, maar de godsdienst zou zijn +basis verloren hebben.”</p> +<p>„Neem me niet kwalijk,” zeide Carolus; wiens verstand te +midden van al die doornstruiken van Colline’s logica begon te +struikelen, „maar ik zie niet in ....” <span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span></p> +<p>„Let eens goed op,” ging Colline voort; „hebt u +verstand van astronomie?”</p> +<p>„Een beetje .... ik ben bachelier.”<a class="noteref" +id="xd20e3810src" href="#xd20e3810" name="xd20e3810src">1</a></p> +<p>„Daar bestaat nog een liedje over,” zeide Colline: +„Bachelier de Lisette .... Het wijsje herinner ik me niet meer +.... Dus dan weet u natuurlijk, dat er vier hoofdwinden bestaan. Welnu, +als er nu plotseling een hoofdwind bijkwam, dan zou de heele harmonie +der natuur verstoord worden. Dat noemt men een cataclysme. Begrijpt u +me?”</p> +<p>„Ik wacht op de slotsom.”</p> +<p>„Inderdaad de slotsom is het slot van een rede, evenals de +dood het einde van het leven en het <span class="corr" id="xd20e3820" +title="Bron: huwlijk">huwelijk</span> het einde van de liefde is. +Welnu, mijn waarde heer, mijn vrienden en ik zijn gewoon met elkaar te +leven en wij zijn bang door de opneming van een vijfde in onzen kring, +de harmonie, die in ons concert van zeden, meeningen, smaak en karakter +heerscht, te verstoren. Wij moeten eenmaal de vier hoofdwindstreken der +moderne kunst worden; ik zeg u dit zonder er doekjes om te winden; en +daar wij nu eenmaal met dat denkbeeld vertrouwd zijn, zou het ons +onaangenaam stemmen nog een vijfde hoofdwindstreek te zien.”</p> +<p>„Maar wanneer je met je vieren bent, kan je toch even goed met +je vijfjes zijn,” waagde Carolus op te merken.</p> +<p>„Ja, zeer zeker, maar dan ben je niet meer met je +vieren.”</p> +<p>„Dat is een nietswaardige uitvlucht.”</p> +<p>„Er is niets nietswaardigs in deze wereld, alles is in alles, +kleine beken maken groote rivieren, kleine lettergrepen maken +alexandrijnen en bergen zijn uit zandkorrels opgebouwd; dat las ik +dezer dagen in de <span class="ex" lang="fr">Sagesse <span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span>des +nations</span><a id="xd20e3835" name="xd20e3835"></a>; u kunt een +exemplaar daarvan op den quai vinden.”</p> +<p>„U denkt dus, dat de heeren bezwaar zullen hebben mij in hun +intiemen kring op te nemen?”</p> +<p>„Ik ben er wel eenigszins bang voor. Maar vertel me eens, +waarde heer, welke vore beploegt u het liefst in de edele velden der +intelligentie?”</p> +<p>„De groote wijsgeeren en de goede klassieke schrijvers zijn +mijn voorbeelden, ik voed mij met hun studie. <span class="ex">Télémaque</span> heeft mij het eerst den hartstocht, +die mij verteert, ingeboezemd.”</p> +<p>„<span class="ex">Télémaque</span> <span class="corr" id="xd20e3851" title="Bron: vindt">vind</span> je bij hoopjes op +de boekenstalletjes,” zeide Colline. „Onlangs heb ik er nog +een voor vijf sous gekocht, omdat het een koopje was. Maar ik wil het +u, om u een pleizier te doen, graag afstaan. Overigens een goed en voor +den toenmaligen tijd heel aardig samengesteld werk.”</p> +<p>„Ja, mijnheer,” ging Carolus voort, „de hooge +philosophie en de gezonde litteratuur, daarheen gaat mijn streven; +mijns inziens is de kunst een priesterschap.”</p> +<p>„Zeker, zeker ....” zeide Colline; „daar bestaat +nog een liedje op.”</p> +<p>En hij begon te zingen:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Oui, l’art est un sacerdoce</p> +<p class="line">Et sachons nous en servir.</p> +</div> +<p class="first">Ik geloof dat het uit <span class="ex">Robert le +Diable</span> is,” voegde hij eraan toe.</p> +<p>„Ik zeide dus,” ging Barbemuche voort, „dat de +kunst een heilig beroep is en dat de schrijvers dus onophoudelijk +....”</p> +<p>„Pardon, mijnheer,” viel Colline, die een laat uur had +hooren slaan, hem in de rede; „het zal zoo dadelijk ochtend zijn +en ik ben erg bang, dat ik door nog langer uit te blijven iemand, die +mij dierbaar is, ongerust zal maken; trouwens,” mompelde hij nog +in zichzelf, „ik <span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span>had haar beloofd vroeg thuis te +komen; het is vandaag haar ontvangdag!”</p> +<p>„Inderdaad het is tamelijk laat!” zeide Carolus. +„Laten we naar huis gaan.”</p> +<p>„Woont u ver hiervandaan?”</p> +<p>„Rue Royale-Saint-Honoré, 10.”</p> +<p>Colline was bij een vroegere gelegenheid eens in dit huis geweest en +herinnerde zich, dat het een prachtig heerenhuis was.</p> +<p>„Ik zal morgen met de heeren over u spreken,” zeide hij +bij het afscheid nemen tot Carolus, „en ik beloof u, dat ik al +mijn invloed zal aanwenden, om ze gunstig voor u te stemmen .... A +propos, mag ik u nog een raad geven?”</p> +<p>„Gaarne”.</p> +<p>„Wees aardig en galant tegenover de dames. Mimi, Musette en +Phémie hebben een niet geringen invloed op mijn vrienden, en +wanneer u het zoo weet aan te leggen, dat zij onder den druk van hun +maîtressen komen, dan zult gij veel makkelijker bereiken, wat gij +van Marcel, Schaunard en Rodolphe gedaan wilt krijgen.”</p> +<p>„Ik zal er mijn best voor doen.”</p> +<p>Den volgenden dag viel Colline als een bom te midden van het +gezelschap der bohémiens: het was op het ontbijtuurtje, en +ditmaal was <span class="corr" id="xd20e3896" title="Bron: werkellijk">werkelijk</span> het ontbijt met het uur gekomen. De +drie paren zaten aan tafel en deden zich te goed aan een orgie van +artisjokken in pepersaus.</p> +<p>„Alle donders!” zeide Colline; „het gaat hier +royal toe, dat zal niet lang zoo kunnen duren. Ik kom,” ging hij +voort, „als gezant van den edelmoedigen sterveling, dien wij +gisteravond in het café ontmoet hebben.”</p> +<p>„Zou hij nu het geld al komen terugvragen, dat hij ons +voorgeschoten heeft?” vroeg Marcel.</p> +<p>„He,” zeide mademoiselle Mimi, „dat zou ik nooit +van hem gedacht hebben, hij ziet er zoo fatsoenlijk uit.” +<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span></p> +<p>„Daar is geen sprake van,” antwoordde Colline; „de +jonge man zou gaarne in onzen kring worden opgenomen; hij wil aandeelen +in onze maatschappij nemen en, zooals van zelf spreekt, ook de +voordeelen daarvan genieten.”</p> +<p>De drie bohémiens keken elkaar aan.</p> +<p>„Het voorstel is ingediend,” eindigde Colline; „de +discussies erover kunnen geopend worden.”</p> +<p>„Welke maatschappelijke positie bekleedt je +beschermeling?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„Hij is geen beschermeling van me,” antwoordde Colline; +„toen we gisteren avond uiteen gingen, hebben jullie me gevraagd +hem te volgen, en hij, van zijn kant, noodigde me uit om met hem mede +te gaan, dat viel dus prachtig samen. Ik heb hem dus gevolgd; en hij +heeft mij een gedeelte van den nacht met allerlei attenties en fijne +likeuren overstelpt, maar desniettemin heb ik mijn onafhankelijkheid +bewaard.”</p> +<p>„Bravo!” zeide Schaunard.</p> +<p>„Geef ons een schets van eenige van zijn +hoofdkaraktertrekken,” vroeg Marcel.</p> +<p>„Zielegrootheid, strenge zeden, bang om een wijnkroegje binnen +te gaan, eind-examen <span class="corr" id="xd20e3923" title="Bron: gymnaisum">gymnasium</span>, de oprechtheid in eigen persoon, +speelt op den contrabas, een natuur, die tusschenbeide vijf francs +wisselt.”</p> +<p>„Bravo!” zeide Schaunard.</p> +<p>„Wat verwacht hij van ons?”</p> +<p>„Zooals ik reeds zeide, kent zijn eerzucht geen grenzen; zijn +ideaal is ons te tutoyeeren.”</p> +<p>„Met andere woorden, hij wil ons exploiteeren, hij wil in onze +karossen gezien worden.”</p> +<p>„En wat is zijn beroep?” was Marcels vraag.</p> +<p>„Zijn kunstrichting? Zijn beroep? Litteratuur en philosophie +door elkaar.”</p> +<p>„Waaruit bestaat zijn philosophische kennis?” +<span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span></p> +<p>„Hij beoefent een kleinsteedsche wijsbegeerte. Hij noemt de +kunst een priesterschap.”</p> +<p>„Een priesterschap!” riep Rodolphe verschrikt uit.</p> +<p>„Hij zegt het.”</p> +<p>„En tot welke litteratuurrichting behoort hij?”</p> +<p>„Hij leest druk in <span class="ex">Télémaque</span>.”</p> +<p>„Bravo!” riep Schaunard, die op de wortels der +artisjokken zat te knabbelen.</p> +<p>„Wat, bravo, stommeling?” viel Marcel hem in de +rede<span class="corr" id="xd20e3959" title="Bron: ,">.</span> +„Zeg zoo iets als het je blieft niet, wanneer er andere menschen +bij zijn.”</p> +<p>Schaunard gaf, in zijn woede over die <span class="corr" id="xd20e3964" title="Bron: terechtwijziging">terechtwijzing</span>, +Phémie, die hij op een aanval op zijn saus betrapte, bovendien +nog onder de tafel door een trap.</p> +<p>„Nog een vraag,” zeide Rodolphe; „wat is zijn +positie in deze wereld? Waarvan leeft hij? Hoe heet hij? Waar woont +hij?”</p> +<p>„Zijn positie is zeer eervol; hij is leeraar in alle mogelijke +vakken bij een rijke familie. Hij heet Carolus Barbemuche, verteert +zijn inkomsten op zeer voorname wijze en woont in de rue Royale in een +hôtel.”</p> +<p>„Een hôtel garni?”</p> +<p>„Neen, er zijn echte meubelen in.”</p> +<p>„Ik vraag het woord,” zeide Marcel. „Het is +duidelijk, dat Colline omgekocht is; hij heeft voor een som van kleine +glaasjes likeur zijn stem verkocht. Val mij niet in de rede,” +zeide Marcel, die den wijsgeer zag opstaan, om te protesteeren; +„je kunt straks antwoorden. Colline, die veile ziel, heeft u den +vreemdeling onder een veel te gunstig aspect laten zien, dan dat het +het beeld der waarheid kan zijn. Ik heb reeds gezegd, dat ik de +bedoelingen van dezen vreemdeling doorzie. Hij wil op ons speculeeren. +Hij denkt bij zichzelf: Kijk eens eventjes, dat zijn jongens, die +carrière zullen maken; ik moet zien, dat ik me in hun zak +verberg, dan kom <span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161" +name="pb161">161</a>]</span>ik tegelijk met hen aan den steiger van den +roem.”</p> +<p>„Bravo,” zeide Schaunard; „is er geen saus +meer?”</p> +<p>„Neen,” antwoordde Rodolphe; „de oplaag is +uitverkocht.”</p> +<p>„Anderzijds,” ging Marcel voort, „streeft deze +arglistige sterveling, welke door Colline beschermd wordt, misschien +slechts met misdadige gedachten naar de eer, om in onzen kring +opgenomen te worden. Wij zijn hier niet alleen, heeren,” ging de +redenaar voort en wierp daarbij een welsprekenden blik op de dames; +„en de protégé van Colline is mogelijk een +trouwelooze verleider, die zich onder den mantel der litteratuur bij +ons wil indringen. Denkt goed na! Ik voor mij stem tegen de +toelating.”</p> +<p>„Ik vraag slechts het woord voor een rectificatie,” +zeide Rodolphe. „In zijn merkwaardige improvisatie heeft Marcel +gezegd, dat genoemde Carolus zich, met het doel om ons te onteeren, bij +ons wil binnendringen onder den <span class="ex">mantel der +litteratuur</span>.”</p> +<p>„Dat is een oratorische figuur,” zeide Marcel.</p> +<p>„Ik keur die figuur af; zij is slecht. De litteratuur heeft +geen mantel.”</p> +<p>„Omdat ik hier de functies van rapporteur vervul,” zeide +Colline opstaande, „zal ik de conclusies van mijn rapport +verdedigen. De jalousie, welke onzen vriend Marcel verteert, heeft zijn +verstand verstoord, de groote kunstenaar is krankzinnig ....”</p> +<p>„Tot de orde!” brulde Marcel.</p> +<p>„Zoo krankzinnig, dat hij, een zoo voortreffelijke teekenaar, +in zijn rede een figuur gebruikt heeft, waarvan de onjuistheid door den +geestigen redenaar, die vòòr mij gesproken heeft, ten +duidelijkste is aangetoond.”</p> +<p>„Colline is een idioot!” riep Marcel uit en gaf een +heftigen vuistslag op tafel, die geen kleine beroering onder de borden +veroorzaakte, „Colline heeft niet het minste <span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span>begrip van gevoelszaken; op dat gebied is hij te +eenenmale onbevoegd; in plaats van een hart heeft hij een oud, +beschimmeld boek!” (Langdurig gelach van Schaunard.)</p> +<p>Gedurende dit tumult schudde Colline den vloed van welsprekendheid, +die hij tusschen de plooien van zijn witte das verborg. Toen de stilte +weer hersteld was, ging hij verder:</p> +<p>„Mijne heeren, met één enkel woord zal ik de +hersenschimmige vrees, die de vermoedens van Marcel misschien ten +opzichte van Carolus in u wakker geroepen hebben, doen +verdwijnen.”</p> +<p>„Probeer het maar eens,” zeide Marcel spottend.</p> +<p>„Dat zal me niet moeilijker vallen dan dit”, antwoordde +Colline en blies een lucifer uit, waarmede hij zijn pijp <span class="corr" id="xd20e4014" title="Bron: aangstoken">aangestoken</span> +had.</p> +<p>„Maar spreek dan toch,” riepen Rodolphe, Schaunard en de +vrouwen, die in het debat een levendig belang stelden, in koor uit.</p> +<p>„Mijne heeren,” zeide Colline, „hoewel ik +persoonlijk en heftig in dezen kring ben aangevallen, hoewel men mij +beschuldigd heeft den invloed, dien ik op u zou kunnen hebben, voor +spiritualiën verkocht te hebben, zal ik toch, krachtig in het +bewustzijn van mijn onschuld, niet antwoorden op de aanvallen, die +gedaan zijn op mijn rechtschapenheid, oprechtheid en moraliteit.” +(Beweging.) „Een eigenschap echter wil ik echter niet, dat ook +maar één oogenblik in twijfel getrokken wordt.” (De +redenaar slaat zich tweemaal op zijn buik.) <span class="corr" id="xd20e4021" title="Niet in bron">„</span>Men heeft het willen +doen voorkomen, alsof ik mijn u zoo welbekende voorzichtigheid verloren +heb. Men beschuldigt mij in uw kring een sterveling te willen +binnensmokkelen, die de bedoeling heeft een aanslag te plegen op uw +liefdesgeluk. Deze veronderstelling is een beleediging, de eerbaarheid +en den goeden smaak van de dames hier aangedaan. <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span>Carolus Barbemuche is foei leelijk,” +(zichtbare tegenspraak op het gelaat van Phémie Klad. Lawaai +onder de tafel, afkomstig van Schaunard, die de compromitteerende +openhartigheid van zijn jonge vriendin met zijn voeten verbetert.)</p> +<p>„Maar,” ging Colline voort, „wat het ellendige +argument, waarvan mijn tegenstander, door gebruik te maken van uw +eersten schrik, een wapen smeedt tegen Carolus, geheel ontzenuwt: +genoemde Carolus is een <span class="ex">Platonisch</span> +wijsgeer.” (Sensatie op de bank der heeren, tumult op de bank der +dames.)</p> +<p>„Platonisch, wat beteekent dat?” vroeg +Phémie.</p> +<p>„Dat is de ziekte van mannen, die een meisje niet durven +zoenen,” antwoordde Mimi. „Ik heb een minnaar van dat soort +gehad, maar na twee uur heb ik bonjour tegen hem gezegd.”</p> +<p>„Je reinste onzin!” vond Musette.</p> +<p>„Je hebt gelijk, lieveling!” zeide Marcel tot haar; +„Platonisme in liefde is hetzelfde als water in wijn. Laten we +onzen wijn onversneden drinken.”</p> +<p>„En leve de jeugd!”</p> +<p>De verklaring van Colline had een voor Carolus gunstigen ommekeer +veroorzaakt. De wijsgeer wilde van die goede wending, door zijn handige +en welsprekende pleitrede te weeg gebracht, gebruik maken.</p> +<p>„Ik zie niet in”, ging hij voort, „welke bezwaren +redelijkerwijze nog ingebracht kunnen worden tegen dezen jeugdigen +sterveling, die ons in ieder geval een dienst bewezen heeft. Wat mij nu +betreft, ik, dien men beschuldigt onbezonnen gehandeld te hebben door +hem in onzen kring te willen doen opnemen, ik beschouw die meening als +een aanslag op mijn waardigheid. Ik heb in deze zaak gehandeld met de +listigheid van een slang, en wanneer dit beleid niet door een +gemotiveerd votum erkend wordt, neem ik mijn ontslag.” +<span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name="pb164">164</a>]</span></p> +<p>„Wil je de kabinetsquaestie stellen?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Ja, die stel ik,” antwoordde Colline.</p> +<p>De drie bohémiens beraadslaagden onderling en verklaarden ten +slotte eenstemmig, dat zij den wijsgeer het karakter van groot beleid, +dat hij eischte, teruggaven. Colline liet daarop het woord aan Marcel, +die, eenigszins teruggekomen van zijn vooringenomenheid, verklaarde, +dat hij misschien voor de conclusies van den rapporteur zou stemmen. +Maar alvorens het definitieve besluit, dat Carolus in de intimiteit van +den vriendenkring zou worden toegelaten, te nemen, liet Marcel over het +volgende amendement stemmen:</p> +<p>„Daar het toelaten van een nieuw lid in den vriendenkring een +ernstige zaak is, en daar een vreemdeling, onbekend als hij is met de +zeden, karakters en inzichten van zijn kameraden, er elementen van +tweedracht in zou kunnen brengen, moet ieder der leden een dag met +genoemden Carolus doorbrengen en een onderzoek instellen naar zijn +leven, zijn smaak, zijn litteraire capaciteiten en zijn garde-robe. De +bohémiens zouden elkaar dan hun particuliere indrukken +mededeelen, waarna zij zouden stemmen over weigering of aanneming: +verder zou Carolus, vòòr zijn toelating, een proeftijd +van een maand moeten doormaken, dat wil zeggen, dat hij +vòòr dien tijd niet het recht zou hebben hen te +tutoyeeren en hun op straat een arm te geven. Op den dag der +installatie zou het nieuw-aangenomen lid een schitterend feestmaal +moeten geven, waarvan de kosten minstens twaalf francs zouden moeten +bedragen.”</p> +<p>Dit amendement werd met drie stemmen tegen één, die +van Colline, aangenomen; deze vond, dat men niet genoeg vertrouwen in +hem had en dat dit amendement een nieuwe aanslag op zijn beleid +was.</p> +<p>Dienzelfden avond ging Colline met opzet zeer vroegtijdig naar het +café, om de eerste te zijn om Carolus te zien. <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span></p> +<p>Hij behoefde niet lang te wachten: Carolus kwam weldra met drie +reusachtige bouquetten rozen in de hand.</p> +<p>„Allemachtig!” riep Colline uit; „wat wilt u met +dien tuin?”</p> +<p>„Ik heb gedacht aan wat u me gisteren gezegd hebt: uw vrienden +zullen ongetwijfeld met hun dames komen, en daarom heb ik die bloemen +meegebracht; zij zijn heel mooi.”</p> +<p>„Dat geloof ik graag; ze zullen u minstens vijftien sous +gekost hebben.”</p> +<p>„Stel u voor! In de maand December. Als u nu vijftien francs +zeide!”</p> +<p>„Lieve Hemel!” riep Carolus uit, „een trio +daalders voor die eenvoudige kinderen van Flora, wat een dwaasheid! Is +u misschien familie van de Cordillera’s? Welnu, waarde heer, dat +zijn vijftien francs, die wij in den letterlijken zin des woords uit +het raam zullen moeten smijten.”</p> +<p>„Wat wilt u daarmede zeggen?”</p> +<p>Colline vertelde nu welke jaloersche vermoedens Marcel onder zijn +vrienden had gewekt, en bracht Carolus op de hoogte van de heftige +discussie, die plaats had gehad tusschen de bohémiens naar +aanleiding van zijn verzoek, om in den vriendenkring te worden +opgenomen.</p> +<p>„Ik heb betoogd, dat uw bedoelingen zoo rein en zuiver en +eerlijk mogelijk waren,” voegde Colline eraan toe; „maar de +oppositie is niet minder krachtig geweest. Zorg er dus voor de +jaloersche vermoedens, die men tegen u koesteren kan, niet aan te +wakkeren door te galant tegen de dames te zijn; laten wij dus, om te +beginnen, die bouquetten doen verdwijnen.”</p> +<p>En Colline nam de rozen en verborg <span class="corr" id="xd20e4081" +title="Bron: in ze">ze in</span> een kast, waarin ze alles en nog wat +bewaarden.</p> +<p>„Maar dat is niet alles,” ging hij voort; „de +heeren wenschen, alvorens op meer intiemen voet met u te komen, +<span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span>ieder afzonderlijk een onderzoek <span class="corr" id="xd20e4088" title="Bron: instellen">in te stellen</span> naar +uw karakter, uw smaak enz.”</p> +<p>En opdat Barbemuche zijn vrienden niet te veel aanstoot zou geven, +gaf Colline hem in ruwe trekken een moreel portret van ieder der +bohémiens.</p> +<p>„Tracht nu met ieder afzonderlijk op goeden voet te komen, dan +zullen zij ten slotte allemaal voor uw toelating stemmen.”</p> +<p>Carolus stemde in alles toe.</p> +<p>Kort daarop verschenen de drie vrienden met hun respectievelijke +„vrouwen”.</p> +<p>Rodolphe was zeer beleefd tegenover Carolus, Schaunard erg +vertrouwelijk en familiaar, terwijl Marcel koel bleef. Carolus trachtte +vroolijk en hartelijk te zijn tegenover de mannen, doch hield zich op +een afstand van de dames.</p> +<p>Bij het afscheid noodigde Barbemuche Rodolphe uit den volgenden dag +met hem te dineeren met het verzoek ’s middags reeds te +komen.</p> +<p>De dichter nam de invitatie aan.</p> +<p>„Goed”, zeide hij tot zichzelf; „ik begin dus de +enquête.”</p> +<p>Rodolphe zorgde den volgenden dag op het afgesproken uur bij Carolus +te zijn. Barbemuche woonde inderdaad in een zeer mooi heerenhuis in de +rue Royale en had daar een kamer, waarin een zeker confort heerschte. +Wel verwonderde het Rodolphe, dat, hoewel het nog klaarlichte dag was, +de luiken gesloten, de gordijnen dichtgetrokken en twee kaarsen op een +tafel aangestoken waren. Hij vroeg Barbemuche naar de bedoeling +daarvan.</p> +<p>„De studie,” zeide deze, „is de dochter van het +mysterie en der stilte.”</p> +<p>Ze gingen zitten en begonnen te praten. Na een uur wist Carolus met +een geduld en een oratorische handigheid, die oneindig was, een zin te +pas te brengen, die, <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167" +name="pb167">167</a>]</span>niettegenstaande zijn bescheiden vorm, +niets meer of minder dan een sommatie aan Rodolphe was, om te luisteren +naar de voorlezing van een klein werkje, dat de vrucht van de +doorwaakte nachten van genoemden Carolus was.</p> +<p>Rodolphe begreep, dat hij gevangen was, en daar hij bovendien gaarne +den stijl van Barbemuche wilde leeren kennen, boog hij zeer beleefd en +verzekerde, dat het hem een waar genoegen en .....</p> +<p>Carolus wachtte het slot van den zin niet af, vloog naar de deur, +schoof den grendel ervoor, draaide den sleutel om, ging naar Rodolphe +terug en nam eindelijk een klein schrift, waarvan het kleine formaat en +de geringe dikte een glimlach van tevredenheid op het gelaat van den +dichter te voorschijn riepen.</p> +<p>„Is dat het manuscript van uw werk?” vroeg hij.</p> +<p>„Neen”, antwoordde Carolus, „dat is de +<span class="corr" id="xd20e4125" title="Bron: catologus">catalogus</span> van mijn manuscripten; ik zoek naar +het nummer van het werkje, dat u mij wel wilt vergunnen u voor te lezen +.. Hier is het: <span class="ex">Don Lopez of het Noodlot</span>, No. +14. Dat is op de derde plank.”</p> +<p>Hij opende een klein kastje, waarin Rodolphe tot zijn schrik een +groote hoeveelheid handschriften zag staan, Carolus nam er een uit, +sloot de kast en ging tegenover den dichter zitten.</p> +<p>Rodolphe wierp een blik op een der vier cahiers, waaruit het werk +bestond, waarvan het formaat hem aan de Maliebaan deed denken.</p> +<p>„Enfin”, zeide hij tot zichzelf, „het is niet in +verzen ... maar het heet <span class="ex">Don Lopez</span>!”</p> +<p>Carolus nam het eerste cahier en begon te lezen:</p> +<p>„In een kouden winternacht reden twee ruiters, dicht gewikkeld +in hun jassen op twee trage muilezels naast elkaar op een der wegen, +die de vreeselijke eenzaamheid der stille Sierra Morena ....” +<span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name="pb168">168</a>]</span></p> +<p>„Lieve Hemel, waar ben ik!” dacht Rodolphe, die door dit +begin verschrikt was. Carolus ging verder en las aan één +stuk het eerste hoofdstuk, dat geheel in dien stijl geschreven was.</p> +<p>Rodolphe luisterde maar half en zon op een middel om te +ontsnappen.</p> +<p>„Daar is wel een raam,” zeide hij tot zichzelf; +„maar behalve dat het dicht is, zijn we hier op de vierde +verdieping. Ha, nu begrijp ik al die voorzorgsmaatregelen.”</p> +<p>„Wat zegt u van mijn eerste hoofdstuk?” vroeg Carolus; +„maar wat ik u verzoeken mag, spaar mij uw kritiek +niet.”</p> +<p>Rodolphe meende zich te kunnen herinneren, dat hij stukken +hoogdravende philosophie over den zelfmoord, door genoemden Lopez, den +held van den roman, uitgesproken, gehoord had en antwoordde op goed +geluk af:</p> +<p>„De groote figuur van don Lopez is zeer gewetensvol +bestudeerd—het doet je onwillekeurig denken aan de <span class="ex">Profession de foi du vicaire savoyard</span><a class="noteref" id="xd20e4160src" href="#xd20e4160" name="xd20e4160src">2</a>; de +beschrijving van den muilezel van don Alvar bevalt mij uitstekend en +herinnert aan een schets van Géricault<a class="noteref" id="xd20e4169src" href="#xd20e4169" name="xd20e4169src">3</a>. Het +landschap geeft heele mooie lijnen; en wat de denkbeelden betreft, dat +is zaad van Jean Jacques Rousseau, gezaaid op den bodem van Lesage. +Echter moet ik één opmerking maken; U zet te veel +komma’s en gebruikt te veel het woord: „in den +vervolge”; dat is een aardige uitdrukking, die het van tijd tot +tijd wel doet en aan het geheel kleur geeft, maar die je niet te +dikwijls gebruiken moet.” <span class="pagenum">[<a id="pb169" +href="#pb169" name="pb169">169</a>]</span></p> +<p>Carolus nam zijn tweede cahier op en las nogmaals den titel: +<span class="ex">Don Lopez of het noodlot</span>.</p> +<p>„Ik heb indertijd ook een don Lopez gekend,” zeide +Rodolphe; „hij handelde in sigaretten en chocolade uit Bayonne; +hij was misschien wel familie van den uwe.. Doch lees verder +....”</p> +<p>Bij het einde van het tweede hoofdstuk viel de dichter Carolus in de +rede:</p> +<p>„Begint u nog geen keelpijn te krijgen?” vroeg hij.</p> +<p>„Volstrekt niet,” antwoordde Carolus; „ik zal u nu +de geschiedenis van Inésille voorlezen.”</p> +<p>„Ik ben er zeer nieuwsgierig naar .... Maar indien het u +vermoeien mocht, dan zou ik ....”</p> +<p>„Hoofdstuk III!” zeide Carolus met een heldere stem.</p> +<p>Rodolphe nam Carolus aandachtig op en merkte, dat hij een zeer +korten, dikken nek en een hoog roode gelaatskleur had.</p> +<p>„Ik heb nog één hoop,” dacht de dichter, +nadat hij die ontdekking gedaan had;—„een +beroerte!”</p> +<p>„Wij zullen nu met hoofdstuk IV beginnen. U wilt dan zeker wel +zoo goed zijn mij te zeggen wat u van de liefdesscène +denkt.”</p> +<p>En Carolus las verder.</p> +<p>Toen Carolus Rodolphe even aankeek om op zijn gelaat de uitwerking +van het tweegesprek te lezen, zag hij, dat de dichter, gebogen over +zijn stoel zijn hoofd rekte in de houding van iemand, die naar +ververwijderde klanken luistert.</p> +<p>„Wat hebt u?” vroeg hij.</p> +<p>„Sst!” zeide Rodolphe; „hoort u niets? Het is net +of ik: Brand hoor roepen! Willen we even gaan kijken?”</p> +<p>Carolus luisterde een oogenblik, doch hoorde niets.</p> +<p>„Dan zal ik een oorsuizing gehad hebben,” zeide +Rodolphe; „lees verder; don Alvar interesseert me buitengewoon; +het is een edele jongeling.” <span class="pagenum">[<a id="pb170" +href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span></p> +<p>Carolus las verder en legde al de muziek van zijn orgaan in de +volgende woorden van den jongen don Alvar.</p> +<p>„O, Inésille, wie ge zijt, engel of demon, en wat ook +uw vaderland moge zijn, mijn leven behoort u, en ik zal u volgen, zij +het naar den hemel, zij het naar de hel.”</p> +<p>Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt; een stem buiten riep +Carolus.</p> +<p>Het was de concierge, die een brief bracht, welken Carolus vlug open +scheurde.</p> +<p>„Een leelijke streep door de rekening!” zeide hij; +„wij zullen verplicht zijn de verdere lezing tot een volgenden +keer uit te stellen; ik krijg nl. een bericht, dat mij noodzaakt +onmiddellijk uit te gaan.”</p> +<p>„O”, dacht Rodolphe; „dat is een brief, die uit +den hemel valt; ik herken daarop het zegel van de +Voorzienigheid.”</p> +<p>„Indien u het goed vindt,” zeide Carolus, „dan +zullen we samen de boodschap doen, waartoe deze tijding mij noodzaakt, +dan kunnen we daarna gaan dineeren.”</p> +<p>„Ik ben geheel tot uw dienst,” zeide Rodolphe.</p> +<p>Toen hij ’s avonds weer in den vriendenkring zat, werd de +dichter door zijn kameraden met vragen over Barbemuche bestormd.</p> +<p>„Ben je tevreden over hem? Heeft hij je goed onthaald?” +vroegen Marcel en Schaunard.</p> +<p>„Ja, maar het heeft me heel wat gekost.”</p> +<p>„Wat? Heeft Carolus je laten betalen?” vroeg Schaunard +met stijgende verontwaardiging.</p> +<p>„Dat niet, maar hij heeft me een roman voorgelezen, waarin don +Lopez en don Alvar de hoofdpersonen zijn en de jeune premiers hun +geliefden Engel of Demon noemen.”</p> +<p>„Ontzettend!” riepen alle bohémiens in koor.</p> +<p>„Maar”, vroeg Colline, „afgezien nu van de +litteratuur, wat is je meening omtrent Carolus?” <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name="pb171">171</a>]</span></p> +<p>„Barbemuche is een fatsoenlijke jonge man. Trouwens jullie +kunnen persoonlijk je waarnemingen doen: Carolus wil ons n.l. een voor +een als gast hebben. Schaunard is voor morgen te dejeuneeren gevraagd. +Maar vertrouw, wanneer je naar Barbemuche gaat, de kast met +manuscripten niet, dat is een gevaarlijk meubel.”</p> +<p>Schaunard was den volgenden dag precies op tijd bij Barbemuche en +stelde een onderzoek in, zooals een beëedigd taxateur of een +deurwaarder, die gerechtelijk beslag komt leggen, gewoon zijn in te +stellen. Hij kwam dan ook terug met zijn hoofd vol aanteekeningen; hij +had Carolus bestudeerd uit een oogpunt van zijn roerend goed.</p> +<p>„Nu?” zoo vroegen ze hem; „wat is jouw +meening?”</p> +<p>„Die Barbemuche”, riep Schaunard uit; „loopt over +van goede eigenschappen; hij kent de namen van alle wijnsoorten en +heeft me dingen laten eten zòò lekker, als je ze bij mijn +tante op haar verjaardag niet krijgt. Met de kleermakers uit de rue +Vivienne en de laarzenmakers van de Panorama’s schijnt hij op den +besten voet te staan. Bovendien heb ik opgemerkt, dat hij ongeveer even +groot is als wij, zoodat we hem desnoods onze pakken kunnen leenen. +Zijn zeden zijn minder streng dan Colline ons heeft willen doen +gelooven; hij is overal heen meegegaan, waar ik hem wilde brengen, en +hij heeft me getracteerd op een déjeuner in twee bedrijven, +waarvan het tweede zich afgespeeld heeft in een kroeg van de halle, +waarin ik heel goed bekend ben, omdat ik er in carnavalstijd heel wat +orgieën heb medegemaakt. Carolus deed net alsof hij er thuis was. +Marcel is voor morgen uitgenoodigd.”</p> +<p>Carolus wist, dat van de bohémiens Marcel zich het meest +tegen zijn opneming in den vriendenkring verzette: hij ontving hem dan +ook met de grootste voorkomendheid; maar vooral wist hij den kunstenaar +voor zich <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span>te winnen door hem voor te spiegelen, dat hij +portretten van de familie van zijn leerling te schilderen zou +krijgen.</p> +<p>Toen het Marcels beurt was, om zijn bevindingen mede te deelen, +merkten zijn vrienden niets meer van de vijandelijke gezindheid, die +hij in den beginne ten opzichte van Carolus getoond had.</p> +<p>Den vierden dag deelde Colline Barbemuche mede, dat hij toegelaten +was.</p> +<p>„Wat? Ben ik heusch toegelaten?” riep Carolus +dol-verheugd uit.</p> +<p>„Ja”, antwoordde Colline, „maar als u u +verandert.”</p> +<p>„Wat bedoelt u daarmede?”</p> +<p>„Ik bedoel, dat u nog een groot aantal vulgaire gewoonten +hebt, die u u zult moeten afwennen.”</p> +<p>„Ik zal mijn best doen u in alles na te volgen,” +antwoordde Carolus.</p> +<p>Gedurende zijn noviciaat bezocht de Platonische wijsgeer de +bohémiens dagelijks, en daar hij op die manier in staat gesteld +werd hun zeden grondiger te bestudeeren, kon het niet anders, of hij +moest van de eene verbazing in de andere vallen.</p> +<p>Op een goeden morgen kwam Colline met een van vreugde stralend +gezicht bij Barbemuche.</p> +<p>„Nu, mijn waarde,” zeide hij, „je bent definitief +toegelaten. Nu blijft nog slechts over om den dag en de plaats voor het +groote feestmaal vast te stellen, en ik kom nu daarover eens met je +praten.”</p> +<p>„Maar dat treft prachtig,” antwoordde Carolus; „de +ouders van mijn leerling zijn op dit oogenblik buiten en de jonge +vicomte, wiens mentor ik ben, zal mij voor een avond de kamers wel +willen afstaan: op die manier kunnen we het veel prettiger hebben, maar +we zullen ook den jongen vicomte moeten inviteeren.”</p> +<p>„Dat zou prachtig zijn,” vond Colline. „Wij zouden +de horizonten der litteratuur voor hem kunnen openen; <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span>maar +geloof je, dat hij zijn toestemming geven zal?”</p> +<p>„Daar ben ik bij voorbaat zeker van.”</p> +<p>„Dan blijft nog alleen over den dag vast te +stellen.”</p> +<p>„Dat zullen we vanavond in het café verder +afspreken.”</p> +<p>Carolus ging nu dadelijk zijn leerling opzoeken en deelde hem mede, +dat hij aangenomen was als lid van een voorname litterair-artistieke +vereeniging, en dat hij, om zijn toelating te vieren, van plan was een +diner en daarna een klein feestje te geven. Ten slotte noodigde hij hem +uit aan de plechtige installatie deel te nemen ...</p> +<p>„En daar je toch niet laat thuis kunt komen en het feest wel +tot na middernacht zal duren, zullen we voor alle gemak dat diner maar +hier aan huis geven. <span class="corr" id="xd20e4292" title="Bron: Francois">François</span>, je knecht, zal het niet +verraden; je ouders zullen er dus niets van te weten komen en jij zult +op die manier kennis maken met de geestrijkste menschen uit Parijs, +kunstenaars en schrijvers.”</p> +<p>„Die al gedrukt zijn?” vroeg de jonge man.</p> +<p>„Zeker wel, gedrukt; een van hen is hoofdredacteur van de +Echarpe, een tijdschrift waarop je moeder geabonneerd is; het zijn zeer +gedistingeerde, bijna beroemde personen; ik ben hun intieme vriend. Zij +hebben bekoorlijke vrouwen.”</p> +<p>„Komen er ook vrouwen bij?” vroeg de vicomte.</p> +<p>„Verrukkelijke schepsels.”</p> +<p>„O, ik ben u zeer dankbaar voor uw uitnoodiging, waarde +meester; natuurlijk zullen we het feest hier geven; we zullen alle +kroonluchters laten aansteken en de hoezen van de meubelen laten +nemen.”</p> +<p>’s Avonds in het café vertelde Barbemuche, dat het +feest den volgenden Zaterdag gegeven zou worden.</p> +<p>De bohémiens verzochten hun vriendinnen aan haar toilet te +denken.</p> +<p>„Vergeet vooral niet,” zeiden zij tot haar, „dat +we <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name="pb174">174</a>]</span>ditmaal in echte salons komen. <span class="corr" id="xd20e4314" title="Bron: Bereidt">Bereid</span> je daar dus +op voor: eenvoudige, maar rijke toiletten.”</p> +<p>Denzelfden dag nog werd de geheele straat er mede in kennis gesteld, +dat Mimi, Phémie en Musette in de „wereld” zouden +gaan.</p> +<p>Op den ochtend van de plechtigheid geschiedde nog het volgende: +Colline, Schaunard, Marcel en Rodolphe begaven zich gezamenlijk naar +Barbemuche, die zeer verwonderd was ze al zoo vroeg te zien.</p> +<p>„Er is toch niets gebeurd, waardoor het feest uitgesteld moet +worden?” vroeg hij eenigszins ongerust.</p> +<p>„Ja en neen,” antwoordde Colline. „De zaak is +deze. Tusschen ons gezegd en gezwegen, doen we onder ons nooit aan +plichtplegingen; maar wanneer we met vreemden samenkomen, dan willen we +graag een zeker decorum bewaren.”</p> +<p>„Welnu?” vroeg Barbemuche.</p> +<p>„Welnu”, ging <span class="corr" id="xd20e4330" title="Bron: Colilne">Colline</span> voort, „daar we vanavond den +jongen edelman ontmoeten, die zijn salon voor ons opent, komen wij uit +achting voor hem en uit achting voor onszelf je heel vriendschappelijk +vragen, of je ons voor vanavond niet een paar kleedingstukken van +goeden snit kan leenen. Je begrijpt even goed als wij, dat het voor ons +zoo goed als onmogelijk is in trui en paletot de weelderige vertrekken +van deze woning te bezoeken.”</p> +<p>„Maar,” zeide Carolus; „ik heb geen vier +rokken.”</p> +<p>„Ach!” zeide Colline, „we zullen ons wel weten te +behelpen met wat je hebt.”</p> +<p>„Kijk maar eens!” zeide Carolus en opende een tamelijk +rijk voorziene kleerkast.</p> +<p>„Maar je hebt daar een compleet kleeding-arsenaal.”</p> +<p>„Drie hoeden!” zeide Schaunard in extase; „hoe kan +je in Godsnaam drie hoeden hebben, als je maar één hoofd +hebt.”</p> +<p>„En kijk eens wat een schoenen!” brulde Colline. +<span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span></p> +<p>In een oogwenk hadden zij ieder een volledige uitrusting +gekozen.</p> +<p>„Tot vanavond,” zeiden zij, terwijl zij afscheid namen +van Barbemuche; „de dames zullen er schitterend +uitzien.”</p> +<p>„Maar”, zeide Barbemuche met een blik op de geheel +leeggeplunderde kast, „jullie laat voor mij niets over. Hoe moet +ik jullie ontvangen?”</p> +<p>„O, jij”, zeide Rodolphe, „voor jou is het heel +wat anders; jij bent de heer des huizes en behoeft het dus met de +etiquette zoo nauw niet te nemen.”</p> +<p>„Maar ik heb alleen nog maar een kamerjapon, een slaapbroek, +een flanellen vest en pantoffels over; jullie hebt alles +weggenomen.”</p> +<p>„Wat hindert dat? Je bent bij voorbaat +geëxcuseerd,” antwoordden de bohémiens.</p> +<p>Om zes uur werd er een prachtig diner in de eetzaal opgediend. De +bohémiens arriveerden. Marcel hinkte een beetje en was in een +slecht humeur. De jonge vicomte Paul snelde den dames tegemoet en +geleidde ze naar de beste plaatsen. Mimi had een zeer fantastisch +toilet aan. Musette was zeer uitdagend gekleed. Phémie geleek op +een venster met gekleurde ramen, zij durfde bijna niet te gaan zitten. +Het diner, dat twee en een half uur duurde, was zeer geanimeerd.</p> +<p>De jonge vicomte Paul, die Mimi tot tafeldame had, stootte haar +ieder oogenblik met waren hartstocht aan met zijn voet. Phémie +vroeg bij iedere gang tweemaal om dezen of genen schotel. Schaunard +zwelgde in het druivennat. Rodolphe improviseerde sonnetten en brak bij +het aangeven van den rhythmus de glazen. Colline praatte met Marcel, +die nog steeds knorrig was.</p> +<p>„Wat heb je toch?” vroeg hij.</p> +<p>„Ik heb zoo’n vreeselijke pijn aan mijn voet en dat +hindert me. Die Carolus heeft een voet als een jong meisje.” +<span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name="pb176">176</a>]</span></p> +<p>„O, als het anders niet is,” vond Colline, „dan +zullen we hem aan zijn verstand brengen, dat dit zoo niet langer gaat +en dat hij „in den vervolge” zijn laarzen een paar nummers +grooter moet laten maken. Wees maar gerust, dat zal ik wel in orde +brengen. Maar ga nu mee naar den salon, waar liqueuren der Antillen ons +roepen.”</p> +<p>Het feest begon met nieuwen glans en schittering. Schaunard zette +zich voor den piano en speelde met een wonderbare bravoure zijn nieuwe +symphonie: „De dood der jonkvrouw”. Het mooie gedeelte van +de Schuldeischersmarsch had zoo’n succes, dat hij het driemaal +moest herhalen. Na afloop waren er twee snaren gesprongen.</p> +<p>Marcel was nog steeds uit zijn humeur, en toen Carolus zich daarover +bij hem beklaagde, antwoordde de schilder hem:</p> +<p>„Mijn waarde heer Barbemuche, wij zullen nooit op intiemen +voet met elkaar omgaan. Ziehier de reden. Physieke verschillen zijn +bijna altijd een zekere aanwijzing voor psychische verschillen. Op dit +punt zijn de wijsbegeerte en geneeskunde het volmaakt eens.”</p> +<p>„En verder?”</p> +<p>„Welnu,” zeide Marcel en wees op zijn voeten, „je +laarzen, die veel en veel te nauw voor mij zijn, toonen aan, dat we +niet hetzelfde karakter hebben; overigens was je feestje heel +charmant!”</p> +<p>Om één uur in den ochtend gingen de bohémiens +langs een grooten omweg naar huis. Barbemuche was lichtelijk +aangeschoten en sloeg allerlei onzin uit tegen zijn leerling, die op +zijn beurt droomde van de blauwe oogen van mademoiselle Mimi. +<span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3810" href="#xd20e3810src" name="xd20e3810">1</a></span> Iemand, +die toelatingsexamen voor de universiteit heeft gedaan.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4160" href="#xd20e4160src" name="xd20e4160">2</a></span> +„Geloofsbelijdenis van den savoyaardschen vicaris”. +Vergelijk <span class="corr" id="xd20e4162" title="Bron: Rouseau’s">Rousseau’s</span> <a class="pglink" +title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5427">Emile</a>.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4169" href="#xd20e4169src" name="xd20e4169">3</a></span> +Géricault, een beroemd schilder, wiens doek „Vlot der +Medusa”, in 1819 groot opzien verwekte en de eerste overwinning +van het realisme in de schilderkunst genoemd wordt.</p> +</div> +</div> +<div id="ch13" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e4385" class="label">Hoofdstuk XIII.</h2> +<h2 class="main">De inwijdingsfuif.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het gebeurde eenigen tijd, nadat de dichter Rodolphe +met de jonge mademoiselle Mimi een eigen huishoudentje had opgezet; +sedert ongeveer acht dagen heerschte er in den geheelen vriendenkring +een groote onrust naar aanleiding van de verdwijning van Rodolphe, die +plotseling als in een nevel scheen te zijn opgelost. Ze hadden hem +gezocht op alle plaatsen, waar hij gewoon was te komen, en overal +kregen ze hetzelfde antwoord:</p> +<p>„We hebben hem in geen acht dagen gezien.”</p> +<p>Gustave Colline vooral was in duizend angsten en vreezen, en wel om +de volgende reden. Eenige dagen te voren had hij Rodolphe een artikel +van groote wijsgeerige waarde toevertrouwd, dat deze in de rubriek +„Varia” van <span class="ex">le Castor</span>, het bekende +hoedenmakersblad, waarvan hij hoofdredacteur was, zou opnemen. Was het +philosophische artikel reeds voor de oogen van het verbaasde Europa +verschenen? Dat was de vraag, die de ongelukkige Colline zich stelde; +en men zal zich dien angst kunnen begrijpen, wanneer men weet, dat de +philosoof nog niet het genoegen gehad had zich gedrukt te zien en dus +van verlangen brandde, om te zien welken indruk zijn in cicero<a class="noteref" id="xd20e4398src" href="#xd20e4398" name="xd20e4398src">1</a> +gedrukt proza zou maken. Om zich die bevrediging van zijn eigenliefde +te verschaffen, had hij reeds zes francs uitgegeven voor verschillende +<span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span>leeszalen zonder er <span class="ex">le +Castor</span> te vinden. Daar hij dit niet langer volhouden kon, zwoer +Colline zich een duren eed, dat hij geen minuut rust zou nemen alvorens +de hand op den onvindbaren redacteur van dat blad gelegd te hebben.</p> +<p>Geholpen door verschillende toevallige omstandigheden—het zou +te veel tijd vorderen die alle te vertellen—gelukte het den +wijsgeer zijn eed te houden. Twee dagen later had hij Rodolphe’s +woning uitgevorscht en ging hij hem ’s morgens om zes uur +opzoeken.</p> +<p>Rodolphe woonde toentertijd in een hôtel garni in een eenzame +straat van den faubourg Saint Germain, waar hij de vijfde verdieping +betrokken had, omdat er geen zesde was. Toen Colline bij de deur kwam, +vond hij den sleutel niet in het slot steken. Hij klopte een minuut of +tien zonder dat hij van binnen antwoord kreeg; op de aubade kwam zelfs +de concierge af, die Colline vroeg kalm te zijn.</p> +<p>„U ziet toch wel, dat mijnheer slaapt,” zeide hij.</p> +<p>„Daarom wil ik hem wakker trommelen,” antwoordde Colline +en begon opnieuw te kloppen.</p> +<p>„Dan wil hij u zeker niet antwoorden,” meende de +concierge, terwijl hij voor de deur van Rodolphe een paar lakschoenen +en een paar dameslaarsjes, die hij juist gepoetst had, neerzette.</p> +<p>„Wacht eens even,” zeide Colline, terwijl hij het +mannelijke en vrouwelijke paar laarzen bekeek; „een paar nieuwe +lakschoenen. Ik heb me zeker in de deur vergist; hier moet ik zeker +niet zijn.”</p> +<p>„Wien moet u eigenlijk hebben?” vroeg de concierge.</p> +<p>„Vrouwenlaarsjes!” ging Colline voort als in zichzelf +sprekend en denkend aan de strenge zeden van zijn vriend; „ja, ik +heb me beslist vergist. Dit kan de kamer van Rodolphe beslist niet +zijn.”</p> +<p>„Vraag excuus, mijnheer; dat is hier wel.” <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span></p> +<p>„Zoo. Dan vergis jij je, beste man!”</p> +<p>„Hoe bedoelt u dat?”</p> +<p>„Dat je je beslist vergist,” zeide Colline, terwijl hij +op de lakschoenen wees. „Wat zijn dat?”</p> +<p>„Dat zijn de schoenen van mijnheer Rodolphe; wat is daar voor +verwonderlijks aan?”</p> +<p>„En die daar?” zeide Rodolphe en wees hem de +dameslaarsjes; „zijn die ook van mijnheer Rodolphe?”</p> +<p>„Die zijn van zijn dame,” zeide de concierge.</p> +<p>„Van zijn dame?” riep Colline verbaasd uit. „Wat +een wellusteling! Daarom wil hij natuurlijk niet open doen!”</p> +<p>„Lieve Hemel!” zeide de concierge; „die jonge man +is toch vrij om te doen of te laten wat hij wil; als mijnheer mij zijn +naam wil zeggen, dan zal ik mijnheer Rodolphe zeggen, dat u hier +geweest is.”</p> +<p>„Neen”, zeide Colline, „nu ik eenmaal weet waar ik +hem vinden kan, zal ik wel terugkomen.” En hij ging heen, om zijn +vrienden het groote nieuws te gaan vertellen.</p> +<p>De lakschoenen van Rodolphe werden algemeen als fabels beschouwd, +als een vrucht van Colline’s rijke fantasie, en +éénstemmig werd verklaard, dat zijn maîtresse een +paradox was.</p> +<p>En toch was die paradox een waarheid; want nog dienzelfden avond +kreeg Marcel een collectieven brief voor alle vrienden van dezen +inhoud:</p> +<p>„Mijnheer en Mevrouw Rodolphe, letterkundigen, hebben de eer u +uit te noodigen voor een diner, dat zij zich voorstellen morgenavond om +vijf uur precies te geven.</p> +<p>P.S. Er wordt van borden gegeten.”</p> +<p>„Mijne heeren,” zeide Marcel, die zijn vrienden met den +inhoud van den brief in kennis stelde, „Colline heeft toch +gelijk: Rodolphe heeft werkelijk een maîtresse; <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span>bovendien vraagt hij ons te dineeren en het +postscriptum belooft zelfs tafelgerei. Ik wil u niet verhelen, dat deze +laatste paragraaf mij een <span class="corr" id="xd20e4457" title="Bron: lyrisch-poetische">lyrisch-poëtische</span> overdrijving +toeschijnt; we zullen echter dienen af te wachten.”</p> +<p>Op het aangegeven uur gingen den volgenden dag Marcel, Gustave +Colline en Alexander Schaunard, uitgehongerd alsof ze in geen dagen +gegeten hadden, naar Rodolphe, dien zij bezig vonden te spelen met een +roode kat, terwijl een jonge vrouw de tafel dekte.</p> +<p>„Heeren”, zeide Rodolphe, terwijl hij zijn vrienden de +hand drukte <span class="corr" id="xd20e4464" title="Bron: er">en</span> met een gebaar naar de jonge vrouw wees, +„mag ik u de vrouw des huizes voorstellen?”</p> +<p>„Dan ben jij dus de heer des huizes?” zeide Colline.</p> +<p>„Mimi,” antwoordde Rodolphe, „ik stel je mijn +beste vrienden voor, en doe nu de soep op.”</p> +<p>„O, mevrouw,” zeide Alexandre Schaunard, terwijl hij +naar Mimi toe ging, „u zijt frisch als een woudbloem.”</p> +<p>Na zich overtuigd te hebben, dat er in werkelijkheid assietten op +tafel stonden, informeerde Schaunard wat zij te eten zouden krijgen. +Hij dreef de nieuwsgierigheid zoo ver, dat hij de deksels van de pannen +nam, waarin het diner kookte. De aanwezigheid van een kreeft maakte een +diepen indruk op hem.</p> +<p>Colline had Rodolphe even apart genomen, om hem naar zijn +philosophisch artikel te vragen.</p> +<p>„Dat is op de drukkerij,” zeide Rodolphe. +„<span class="ex" lang="fr">Le Castor</span> verschijnt a.s. +Donderdag.”</p> +<p>Wij zullen niet trachten de vreugde van den wijsgeer te +schilderen.</p> +<p>„Heeren”, zeide Rodolphe tot zijn vrienden; +„jullie moeten het me niet kwalijk nemen, dat ik jullie zoolang +zonder eenig bericht gelaten heb, maar ik was in mijn +wittebroodsweken.”</p> +<p>En hij vertelde hun de geschiedenis van zijn „huwlijk” +met dit bekoorlijke schepseltje, dat hem als bruidschat <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span>haar +achttien jaar en zes maanden, twee porceleinen kopjes en een roode +poes, eveneens Mimi genaamd, medegebracht had.</p> +<p>„En nu, heeren,” ging Rodolphe voort, „zullen wij +onze nieuwe woning inwijden. Maar ik waarschuw je van te voren, dat het +een eenvoudige burgerpot is en de truffels door de grootste +hartelijkheid vervangen worden.”</p> +<p>Inderdaad bleef die bekoorlijke godin dan ook heerschen onder de +gasten, die intusschen vonden, dat die „eenvoudige +burgerpot” nog al meeviel. Rodolphe was dan ook „uit zijn +slof geschoten.” Colline maakte er op opmerkzaam, dat de borden +verwisseld werden en verklaarde op luiden toon, dat mademoiselle Mimi +het blauwe lint waardig was, waarmede de keizerinnen van het fornuis +gedecoreerd worden, een zin, die voor het jonge meisje zuiver Sanskriet +was, en die Rodolphe voor haar aldus vertaalde, „dat zij een +uitstekende keukenmeid zou zijn.”</p> +<p>Het optreden van de kreeft veroorzaakte een algemeene bewondering. +Onder voorwendsel dat hij in de natuurlijke historie gestudeerd had, +vroeg Schaunard het dier te mogen verdeelen; hij maakte zelfs van de +gelegenheid gebruik om een mes te breken en zichzelf de grootste portie +toe te eigenen, wat een algemeene verontwaardiging deed ontstaan. Doch +Schaunard was niet gevoelig, vooral niet op het punt: kreeft; en toen +er nog een portie overbleef, was hij brutaal genoeg die apart te leggen +onder voorwendsel, dat die hem als model moest dienen voor een +stilleven, dat hij juist onder handen had.</p> +<p>In hun toegeeflijke vriendschap deden de kameraden, alsof zij aan +dezen leugen, die de vrucht van een onmatige eetlust was, geloof +schonken.</p> +<p>Colline daarentegen bewaarde al zijn sympathieën voor het +dessert en weigerde zelfs halsstarrig om zijn deel van de rhumkoek te +ruilen voor een toegangsbewijs <span class="pagenum">[<a id="pb182" +href="#pb182" name="pb182">182</a>]</span>voor de orangerie te +Versailles, wat Schaunard hem voorstelde.</p> +<p>Het discours werd langzamerhand geanimeerder.</p> +<p>Op de drie flesschen met roode capsules volgden er drie met groene, +in het midden waarvan ze weldra een flesch zagen te voorschijn komen, +welker met een zilveren helm bedekte hals dadelijk verried, dat zij tot +het regiment van Royal-Champenois behoorde. Het was een +imitatie-champagne, die in de wijnbergen van Saint-Ouen geoogst was en +te Parijs voor twee francs verkocht werd wegens liquidatie, zooals de +wijnhandelaar beweerde.</p> +<p>Maar niet het land maakt den wijn, en onze bohémiens +aanvaardden den drank, dien ze in speciaal daarvoor bestemde glazen +kregen, als echte Champagne en waren ondanks de weinige opgewektheid, +waarmede de kurk uit zijn gevangenis ontsnapte, in extase over het +voortreffelijke merk, toen zij de groote hoeveelheid schuim zagen. +Schaunard gebruikte daarbij de rest van zijn bezinning, om zich in de +glazen te vergissen en dat van Colline te ledigen, die op zijn beurt +met het ernstigste gezicht van de wereld zijn beschuit in den +mosterdpot doopte en mademoiselle Mimi het wijsgeerige artikel, dat in +<span class="ex">le Castor</span> moest verschijnen, trachtte uit te +leggen. Terwijl hij daarmede bezig was, werd hij plotseling bleek en +vroeg permissie of hij even aan het raam naar de ondergaande zon mocht +gaan kijken, hoewel het al tien uur was en de zon reeds lang onder de +wol lag.</p> +<p>„Het is jammer, dat de champagne niet gefrappeerd is,” +zeide Schaunard, die nogmaals trachtte zijn leeg glas te verwisselen +voor een vol van zijn tafelbuurman, welke poging echter ditmaal geen +succes had.</p> +<p>„Mevrouw,” zeide Colline, die genoeg versche lucht +gehapt had, tegen Mimi, „je <span class="corr" id="xd20e4517" +title="Bron: koel">koelt</span> champagne met ijs, ijs wordt gevormd +door condensatie van water, <span class="ex">aqua</span> in het Latijn. +Water bevriest bij twee graden, en er zijn <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name="pb183">183</a>]</span>vier +jaargetijden, zomer, herfst en winter. Dat is de oorzaak geweest van +den terugtocht uit Rusland; Rodolphe, geef mij nog een hemistichium +champagne!”</p> +<p>„Wat zegt je vriend toch?” vroeg Mimi, die er niets van +begreep, aan Rodolphe.</p> +<p>„O, hij vraagt, of ik hem nog een half glas Champagne wil +geven,” antwoordde deze.</p> +<p>Plotseling gaf Colline Rodolphe een harden klap op zijn schouder en +zeide stotterend, alsof de lettergrepen als taai-taai tusschen zijn +lippen bleven zitten:</p> +<p>„Het is morgen Donderdag, niet?”</p> +<p>„Neen, het is morgen Zondag.”</p> +<p>„Neen, Donderdag.”</p> +<p>„Neen, heusch niet, Zondag.”</p> +<p>„O, Zondag,” zeide Colline, terwijl hij zijn hoofd heen +en weer wiegde, „meestal is het morgen +Don...der...dag...”</p> +<p>En terwijl hij zijn gezicht in de ijspudding, die nog op zijn bord +lag, drukte, sliep hij in.</p> +<p>„Wat wil hij toch eigenlijk met zijn Donderdag?” vroeg +Mimi.</p> +<p>„O, nou ben ik er achter!” antwoordde Rodolphe, die de +halsstarrigheid van den door zijn idée fixe gekwelden wijsgeer +begon te begrijpen; „dat komt door zijn artikel in <span class="ex">Le Castor</span> ... Luister maar, hij droomt er hardop +van.”</p> +<p>„Goed”, zeide Schaunard, „dan krijgt hij ook geen +koffie, niet waar mevrouw?”</p> +<p>„Dat is waar ook, Mimi,” zeide Rodolphe, +„presenteer de koffie eens.”</p> +<p>Zij wilde juist opstaan, toen Colline, die van de ijspudding zijn +koelbloedigheid eenigszins teruggekregen had, haar om haar middel vatte +en haar vertrouwelijk in het oor fluisterde:</p> +<p>„Mevrouw, de koffie is afkomstig uit Arabië, waar hij +<span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>door een geit ontdekt is. Van daar uit kwam de +gewoonte om koffie te drinken naar Europa. Voltaire dronk +twee-en-zeventig koppen per dag. Ik drink ze zonder suiker, maar graag +heel warm.”</p> +<p>„Lieve Hemel, wat een knappe vent!” dacht Mimi, terwijl +zij de koffie en de pijpen bracht.</p> +<p>Intusschen was het aardig laat geworden; het had al geruimen tijd +geleden middernacht geslagen en Rodolphe trachtte zijn vrienden aan het +verstand te brengen, dat het nu langzamerhand tijd werd om heen te +gaan. Marcel, die nog volkomen helder was, stond op, om afscheid te +nemen.</p> +<p>Schaunard echter ontdekte, dat er in een flesch nog wat brandewijn +was, en verklaarde, dat het nooit middernacht kon zijn, zoolang er nog +een druppel in het glas was. Colline zat schrijlings op zijn stoel en +bromde binnensmonds.</p> +<p>„Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag....”</p> +<p>„Maar lieve hemel,” zeide Rodolphe wanhopig, „ik +kan ze toch vannacht hier niet houden. Vroeger ging dat goed, maar nu +is dat wat anders,” en hij keek daarbij naar Mimi, wier warme +blik om eenzaamheid met hun tweetjes scheen te smeeken.</p> +<p>„Wat moet ik beginnen? Geef mij toch eens raad, Marcel. Verzin +toch een middel, om ze hier vandaan te krijgen!”</p> +<p>„Neen, ik verzin er geen,” zeide Marcel; „maar ik +zal er een navolgen. Ik herinner me een comedie, waarin een +intelligente knecht het middel vindt om drie als tempelieren zoo +dronken schelmen uit het huis van zijn meester te zetten.”</p> +<p>„Ja, dat herinner ik me,” antwoordde Rodolphe „dat +komt in Kean<a class="noteref" id="xd20e4578src" href="#xd20e4578" +name="xd20e4578src">2</a> voor. De toestand is inderdaad vrijwel +dezelfde.” <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185" +name="pb185">185</a>]</span></p> +<p>„Welnu, dan zullen we eens zien of het tooneel met de +werkelijkheid overeenkomt. Wacht even, we zullen met Schaunard +beginnen. Hé, Schaunard!” riep de schilder.</p> +<p>„Ja, wat is er?” antwoordde deze, die in de blauwe zee +van een zoete roes scheen te zwemmen.</p> +<p>„Er is hier niets meer te drinken en we hebben allemaal nog +dorst.”</p> +<p>„Ach ja,” zeide Schaunard, „die flesschen zijn ook +zoo klein!”</p> +<p>„Nou luister dan; Rodolphe heeft besloten, dat we vannacht +hier zouden blijven; maar er moet nog eerst wat gehaald worden, om te +drinken, vòòr de winkels gesloten worden.”</p> +<p>„Mijn leverancier woont hier op den hoek van de straat,” +zeide Rodolphe. „Schaunard, ga jij er even heen en vraag uit mijn +naam twee flesschen rhum.”</p> +<p>„Zeker, zeker, zeker!” zeide Schaunard, die bij +vergissing de overjas van Colline aantrok, welke laatste met zijn mes +ruiten op het tafellaken teekende.</p> +<p>„Dat is nummer één!” zeide Marcel, toen +Schaunard weg was. „Nou komt Colline aan de beurt: dat zal een +heele dobber worden. Wacht, een idee. He, he, Colline!” +schreeuwde hij, terwijl hij den wijsgeer heen en weer schudde.</p> +<p>„Wat is er.... wat is er?”</p> +<p>„Schaunard is weggegaan en heeft bij vergissing jouw jas +aangetrokken.”</p> +<p>Colline keek om zich heen en zag inderdaad in plaats van zijn +notehoutkleurige jas de geruite van Schaunard hangen. Deze ontdekking +maakte hem zeer ongerust. Colline had n.l. ouder gewoonte in den loop +van den dag de boekenstalletjes bezocht en voor vijftien sous een +Finsche grammatica en een kleinen roman van Nisard: „De +begrafenis van de melkvrouw” gekocht. Bij deze <span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span>nieuwe aanwinst kwamen nog zeven of acht deelen +hoogere philosophie, die hij altijd bij zich droeg, om steeds een +arsenaal te hebben, waaruit hij argumenten zou kunnen putten voor het +geval er wijsgeerige discussies ontstonden. De gedachte, dat die +bibliotheek in handen van Schaunard was, deed bij hem het angstzweet +uitbreken.</p> +<p>„De ongelukkige!” riep Colline uit; „wat heeft hem +bezield mijn overjas mee te nemen?”</p> +<p>„Het is een vergissing.”</p> +<p>„Maar mijn boeken..... hij kan er een slecht gebruik van +maken.”</p> +<p>„Wees maar niet bezorgd: hij zal ze niet lezen,” zeide +Rodolphe.</p> +<p>„O, ik ken hem! Hij is in staat er zijn pijp mede aan te +steken!”</p> +<p>„Als je daar bang voor bent, dan kan je hem nog best +inhalen,” zeide Rodolphe; „hij is net weg; je zal hem nog +wel aan de deur vinden.”</p> +<p>„Zeker moet ik hem inhalen,” antwoordde Colline, terwijl +hij zijn hoed opzette, waarvan de randen zoo breed waren, dat men er +makkelijk voor tien personen thee op zou kunnen ronddienen.</p> +<p>„Dat is nummer twee,” zeide Marcel tot Rodolphe; +„nu ben je vrij. Ik ga ook weg en zal den portier op zijn hart +drukken, dat hij niet open moet doen, als er geklopt wordt.”</p> +<p>„Slaap lekker,” zeide Rodolphe, „en wel +bedankt!”</p> +<p>Nadat hij zijn vriend uitgelaten had, hoorde Rodolphe op de trap een +langaangehouden gemiauw, waarop zijn roode kat teeder antwoordde, +terwijl hij behendig door de halfgeopende deur trachtte te +ontsnappen.</p> +<p>„Arme Romeo!” zeide Rodolphe; „je Julia roept je. +Vooruit, ga je gang maar,” en hij opende de deur voor het +<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name="pb187">187</a>]</span>verliefde dier, dat met één sprong +de trap af was en in de armen van zijn geliefde lag.</p> +<p>Eindelijk met zijn maîtresse, die voor een spiegel in een +bekoorlijke en verleidelijke houding haar haar in de krul stond te +zetten, alleen, ging Rodolphe naar Mimi toe en drukte haar in zijn +armen. Dan trok hij, als een musicus, die, alvorens zijn stuk te +beginnen, een reeks accoorden aanslaat, om zich van de qualiteit van +zijn instrument te overtuigen, Mimi op zijn knieën en drukte op +haar schouder een langen, vurigen kus, die het frissche schepseltje van +verlangen deed rillen.</p> +<p>Het instrument klonk prachtig. <span class="pagenum">[<a id="pb188" +href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4398" href="#xd20e4398src" name="xd20e4398">1</a></span> Cicero +is een lettersoort.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4578" href="#xd20e4578src" name="xd20e4578">2</a></span> +Vergelijk Dumas’ Kean, 2de bedrijf, tooneel 1–3.</p> +</div> +</div> +<div id="ch14" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e4638" class="label">Hoofdstuk XIV.</h2> +<h2 class="main">Mademoiselle Mimi.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">O, vriend Rodolphe, wat is er toch gebeurd, dat ge zoo +veranderd zijt? Moet ik de geruchten gelooven, die in omloop zijn, en +heeft dat ongeluk zoozeer uw krachtige philosophie kunnen terneerslaan? +Hoe zal ik, ik, de geschiedschrijver van uw vrij +kunstenaarsheldendicht, zoo vol vroolijk gelach en jolijt, hoe zal ik +op een voldoend melancholischen toon het smartelijk avontuur kunnen +vertellen, dat een rouwfloers werpt over uw voortdurende <span class="corr" id="xd20e4644" title="Bron: levenlust">levenslust</span> en op +die wijze plotseling den vroolijken klank van uw paradoxen tot zwijgen +brengt?</p> +<p>O, vriend Rodolphe, gaarne wil ik gelooven, dat uw smart groot is, +maar dat is toch werkelijk geen reden, om dadelijk in het water te +springen. Daarom raad ik je aan zoo gauw mogelijk een streep door het +verleden te halen. Ontvlucht vooral de eenzaamheid, die bevolkt is met +spookgestalten, welke uw bekommernissen tot het oneindige verlengen. +Ontvlucht de stilte, waarin de echo der herinneringen nog weerklinkt +van doorleefde vreugde en doorleefde smart. Werp moedig naar alle +windstreken der vergetelheid den naam, dien ge zoo lief gehad hebt, en +ook alles wat u nog overblijft van haar, die hem droeg. De haarlokken, +die uw van hartstocht vurige lippen hebben gekust; het kristallen +flaconnetje, waarin nog een rest van den parfum sluimert, die op dit +oogenblik voor u gevaarlijker is om in te ademen <span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span>dan +alle vergiften der wereld; in het vuur de bloemen, de bloemen van gaas, +van zijde en van fluweel; de witte jasmijnen, de door het bloed van +Adonis gepurperde anemonen, de blauwe vergeet-mij-nietjes, en al die +bekoorlijke ruikers, welke zij in de verre dagen van uw kort geluk +samenbond. Toen hield ik ook van uw Mimi, en zag ik er geen gevaar in, +dat gij haar lief hadt. Maar volg mijn raad: in het vuur die linten, +die mooie roode, blauwe en gele linten, die haar hals en boezem +sierden, om uw blikken te trekken en te boeien; in het vuur de kanten +en mutsjes en sluiers, al die coquette prulletjes, waarmede ze zich +tooide, om te gaan liefkoozen met mijnheer César, mijnheer +Jérôme, mijnheer Charles of een anderen geliefde, dien de +kalender aangaf, terwijl gij aan uw venster op haar stondt te wachten, +rillend onder den guren wind en den rijp van den winter; in het vuur, +Rodolphe, alles wat haar heeft toebehoord en wat u aan haar herinneren +kan; in het vuur, meedoogenloos in het vuur, de liefdesbrieven. Zie, +daar is er juist een, waarover ge tranen hebt gestort als uit een +fontein, o, rampzalige vriend!</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first">„Daar je niet thuis komt, ga ik naar mijn +tante.</p> +<p>Het aanwezige geld neem ik mede, om een rijtuig te kunnen +betalen.</p> +<p class="signed">Lucile.”</p> +</div> +<p>En dien avond hebt ge niet gegeten, Rodolphe; herinnert ge het u +nog? En ge zijt bij mij gekomen en hebt op mijn kamer een vuurwerk van +geestigheden afgestoken, die getuigden van de rust van uw ziel. Want ge +geloofdet, dat Lucile bij haar tante was, en indien ik u gezegd had, +dat zij bij mijnheer César of bij een comediant van den +Montparnasse was, dan zoudt ge me zeker naar de keel gevlogen hebben. +In het vuur ook dat andere briefje, dat geheel en al de laconische +teederheid van het eerste ademt: <span class="pagenum">[<a id="pb190" +href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span></p> +<p>„Ik ga laarzen bestellen; je moet beslist zorgen, dat je geld +krijgt, zoodat ik ze overmorgen kan gaan halen.”</p> +<p>O, vriendlief, die laarzen hebben heel wat contredansen gedanst, +waarin gij haar vis-à-vis niet waart!</p> +<p>Aan het vuur die herinneringen, aan de winden haar asch +prijsgeven!</p> +<p>Maar Rodolphe, grijp, uit liefde voor de menschheid en ter wille van +den roem van de <span class="ex">Echarpe d’Iris</span> en van den +<span class="ex">Castor</span>, weer met vaste hand de teugels van den +goeden smaak, die ge in uw zelfzuchtige smart slap hebt laten hangen; +anders zouden de vreeselijkste dingen, waarvoor gij verantwoordelijk +zoudt zijn, kunnen gebeuren. Wij zouden weer terugkeeren tot de +pofmouwen en de klepbroeken en wij zouden op een goeden dag misschien +weer hoeden in de mode zien komen, die het heelal beleedigen en den +toorn des hemels op ons laden zouden.</p> +<p>En nu is dan het oogenblik gekomen, om de liefdesgeschiedenis van +onzen vriend Rodolphe en mademoiselle Lucile, meer bekend als +mademoiselle Mimi, te vertellen.</p> +<p>Midden in zijn vier-en-twintigste levensjaar werd Rodolphe +plotseling aangegrepen door dien hartstocht, welke zoo’n grooten +invloed op zijn leven had. In den tijd, dat hij Mimi voor het eerst +ontmoette, leidde Rodolphe dat bewogen en fantastische leven, dat wij +in de vorige tooneelen van deze serie hebben trachten te beschrijven. +Hij was ongetwijfeld een der vroolijkste armoedzaaiers, die ooit in het +land der bohémiens geleefd hebben. Wanneer hij een slecht +middagmaal gebruikt en een goede aardigheid getapt had, dan liep hij +trotscher op het plaveisel, dat hem dikwijls tot hoofdkussen diende, +trotscher in zijn versleten rok, die uit alle naden om genade smeekte, +dan een keizer in zijn purperen mantel. In den vriendenkring, waarin +Rodolphe verkeerde, deed men ten <span class="pagenum">[<a id="pb191" +href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span>gevolge van een +geblaseerdheid, die aan sommige jonge mannen eigen is, net alsof men de +liefde als een luxe-artikel, als een voorwendsel voor platte grappen +beschouwde. Gustave Colline, die sedert lang intieme relaties +onderhield met een vestenmaakster, welke hij naar lichaam en geest +mismaakt had door haar dag en nacht de manuscripten van zijn +wijsgeerige werken te laten copieeren, beweerde, dat de liefde een +soort purgeermiddel was, geschikt om ieder nieuw jaargetijde in te +nemen, ten einde de slechte lichaamsvochten te verwijderen. Te midden +van al die valsche sceptici was Rodolphe de eenige, die met een zekeren +eerbied over de liefde placht te spreken; en wanneer men het ongeluk +had om met hem over dat thema te beginnen, dan was hij in staat om meer +dan een uur lang elegieën te kirren over het geluk bemind te +worden, over het blauw van het vredige meer, het suizen van den wind, +het concert der sterren enz. enz. Schaunard had hem naar aanleiding +daarvan den bijnaam <span class="ex">Harmonika</span> gegeven, terwijl +Marcel een heel aardig woord verzonnen had, waarin hij een toespeling +maakte zoowel op de Germaansch-sentimenteele ontboezemingen als op de +vroegtijdige kaalheid van Rodolphe; hij noemde hem n.l. <span class="ex">myosotis calva</span>, d.i. het kale vergeet-mij-nietje. De +waarheid was echter, dat toentertijd Rodolphe in allen ernst geloofde +met alle dingen van jeugd en liefde afgerekend te hebben; hij zong +overmoedig het De profundis over zijn hart, dat hij dood waande, +terwijl het slechts sliep en gereed was ieder oogenblik te ontwaken, +toegankelijker dan ooit voor vreugde en ontvankelijker dan ooit voor +die zoete smarten, waarop hij niet meer hoopte en die hem nu wanhopig +maakten. Gij hebt het gewild, Rodolphe, en wij zullen u niet beklagen, +want de smart, waaraan gij lijdt, behoort tot die, welke men het meest +terugwenscht, vooral wanneer men weet, dat men er voor goed van genezen +is. <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name="pb192">192</a>]</span></p> +<p>Rodolphe dan ontmoette de jonge Mimi, die hij trouwens vroeger, toen +zij nog de maîtresse van een zijner vrienden was, gekend had, en +maakte haar tot de zijne. In den beginne was het een luid gebrom van +afkeuring onder Rodolphe’s vrienden, toen zij van zijn +<span class="corr" id="xd20e4692" title="Bron: laison">liaison</span> +hoorden, maar daar mademoiselle Mimi een zeer innemend persoontje was, +volstrekt niet preutsch, en, zonder hoofdpijn te krijgen, hun +tabaksrook en litteraire gesprekken kon verdragen, raakte men al +spoedig aan haar gewend en behandelde haar als een kameraad. Mimi was +een bekoorlijk en mooi wezentje, dat de plastieke en poëtische +sympathieën van Rodolphe op bijzondere wijze bevredigde. Zij telde +toen twee-en-twintig zomers, was klein, tenger gebouwd en +grappig-ondeugend. Haar gelaat had iets <span class="corr" id="xd20e4695" title="Bron: aristrocatisch">aristocratisch</span>, haar +trekken echter, die buitengewoon fijn waren en door den glans van haar +vochtig-blauwe oogen als het ware met een zacht licht overgoten werden, +konden in sommige oogenblikken van verveling of slecht humeur een +uitdrukking van een bijna beestachtige woestheid krijgen, waarin een +physioloog misschien de aanwijzing gezien zou hebben van een +grenzenlooze zelfzucht of van een groote ongevoeligheid. Maar meestal +was het een charmant kopje met een jong, frisch lachje en oogen, die nu +eens smachtend, dan weer veroverend coquet iemand aankeken. Het bloed +der jeugd stroomde warm en snel door haar aderen en kleurde haar +doorzichtige, als camelia’s zoo blanke huid met rozenroode +tinten. Die ziekelijke schoonheid bekoorde Rodolphe, dikwijls kroonde +hij ’s nachts uren lang steeds weer met kussen het bleeke +voorhoofd van zijn geliefde, wier vochtige en moede oogen, half +geopend, schitterden onder den gordijn van haar prachtige, bruine +haren. Maar vooral haar handen, die zij niettegenstaande de zorgen voor +het huishouden, blanker wist te houden dan wanneer zij de godin van het +dolce far niente in eigen persoon <span class="pagenum">[<a id="pb193" +href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>geweest was, maakten Rodolphe +waanzinnig op haar verliefd. En toch zouden die zoo teere en kleine +handen, die voor de liefkoozingen van een lip zoo zachte kinderhanden, +waarin Rodolphe zijn opnieuw bloeiend hart had nedergelegd, toch zouden +die blanke handen van Mimi spoedig het hart van den dichter met haar +rose nageltjes verminken.</p> +<p>Na verloop van een maand begon Rodolphe te merken, dat hij een +liaison gesloten had met een stormwind en dat zijn maîtresse een +groot gebrek had. Zij ging n.l. gaarne op buurbezoek en bracht een +groot gedeelte van haar tijd door bij de maintenées uit de +buurt, waarmede zij, God weet hoe, kennis gemaakt had. En al heel +spoedig werden de gevolgen merkbaar, waarvoor Rodolphe gevreesd had, +toen hij van de nieuwe „kennissen” van zijn maîtresse +hoorde. De onbestendige rijkdom van sommige dier nieuwe vriendinnen had +een geheel woud van begeerten doen ontstaan in den geest van Mimi, die +tot op dat oogenblik slechts bescheiden eischen gehad had en met het +noodzakelijke, dat Rodolphe haar naar zijn beste krachten gaf, tevreden +geweest was. Mimi begon te droomen van zijde, fluweel en kant. En +niettegenstaande Rodolphe het haar verbood, bleef zij omgaan met die +vrouwen, die haar éénstemmig trachtten te overreden te +breken met den bohémien, die haar zelfs geen honderdvijftig +francs kon geven voor een lakensche japon.</p> +<p>„Een zoo knap meisje als jij,” zeiden haar raadgeefsters +haar, „kan makkelijk een betere „positie” vinden. Je +behoeft maar te zoeken.”</p> +<p>En mademoiselle Mimi begon te zoeken. Rodolphe, die deze +menigvuldige en onhandig gemotiveerde uitgangen met leede oogen aanzag, +begon nu den smartelijken weg van argwaan en vermoedens in te slaan. +Maar zoodra hij weer een nieuw bewijs van ontrouw op het <span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span>spoor meende te zijn, bond hij steeds weer +stevig een doek voor zijn oogen, om toch maar niets te zien, want +niettegenstaande alles bleef hij Mimi aanbidden. Hij koesterde voor +haar een jaloersche, phantastische, twistzieke liefde, die de jonge +vrouw niet begreep, omdat zij toen voor Rodolphe nog slechts die lauwe +genegenheid voelde, welke uit het dagelijksche samenzijn voortspruit. +En bovendien was de eene helft van haar hart reeds verbruikt ten tijde +van haar eerste liefde en was de andere helft nog vol herinnering aan +haar eersten minnaar.</p> +<p>Zoo verliepen acht maanden van afwisselend goede en slechte dagen. +Gedurende dien tijd stond Rodolphe wel twintigmaal op het punt met Mimi +te breken, die hem met alle uitgezochte wreedheden, waarover een vrouw +zonder liefde beschikt, kwelde. Eerlijk gezegd was dit bestaan voor +beiden een hel geworden. Maar Rodolphe had zich aan die dagelijksche +twisten vrijwel gewend en vreesde niets zoozeer als het einde van dien +toestand, omdat hij begreep, dat daarmede tevens voor goed een einde +zou komen aan die opbruisingen van zijn jeugdig bloed en aan al de +gemoedsbewegingen, die hij in zoo langen tijd niet meer gekend had. En +dan waren er, om de waarheid niet te kort te doen, ook uren, waarin +mademoiselle Mimi allen argwaan uit Rodolphe’s door booze +vermoedens verscheurd hart wist te verjagen. Er waren oogenblikken, +waarin deze dichter, die door haar zijn verloren <span class="corr" id="xd20e4710" title="Bron: poezie">poëzie</span> had teruggevonden, +aan wien zij zijn jeugd teruggegeven had, die dank zij haar weer onder +den aequator der liefde was doorgegaan, als een kind aan haar +<span class="corr" id="xd20e4713" title="Bron: kniën">knieën</span> nederknielde onder de betoovering +van haar blauwen blik. Twee of driemaal per maand staakten Rodolphe en +Mimi hun stormachtige twisten, om zich te verkwikken in de frissche +oase van een liefdesnacht en liefdesgesprekken. Dan nam Rodolphe het +glimlachende <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span>en opgewekte kopje van zijn vriendinnetje in +zijn armen en sprak tot haar uren lang die bewonderenswaardige en dwaze +taal, welke de hartstocht in uren van passie improviseert. In den +beginne luisterde Mimi kalm, meer verbaasd dan ontroerd, maar +langzamerhand sleepte de geestdriftige welsprekendheid, die beurtelings +teeder, vroolijk en melancholiek was, ook haar mede. Zij voelde bij het +contact van die liefde, het ijs der onverschilligheid, dat haar hart +deed verstijven, smelten; koortsachtige begeerten begonnen haar dan te +doortrillen, en zij sloeg haar armen om zijn hals en zeide hem in +kussen alles wat zij niet in woorden zou hebben kunnen uitdrukken. En +zoo verraste hen dan het morgenrood, oog in oog, hand in hand, borst +aan borst, terwijl hun vochtige, van hartstocht brandende lippen nog +steeds het onsterfelijke woord mompelden:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Qui depuis cinq mille ans,</p> +<p class="line">Se suspend chaque nuit aux lèvres des +amants.”</p> +</div> +<p class="first">Doch den volgenden dag ontstond uit een nietige +aanleiding weer een twist en vluchtte de liefde, verschrikt, weer voor +langen tijd.</p> +<p>Eindelijk en ten laatste merkte Rodolphe, dat, als hij niet oppaste, +de blanke handen van mademoiselle Mimi hem naar een afgrond zouden +voeren, waarin hij zijn toekomst en zijn jeugd zou zien verdwijnen. Een +oogenblik sprak de strenge logica in hem krachtiger dan de liefde, en +hij overtuigde zichzelf door prachtige, op bewijzen steunende +redeneeringen, dat zijn vriendinnetje hem niet lief had. Hij hield zich +zelfs voor, dat de uren van liefde, die zij hem toestond, niets anders +waren dan zinnelijke caprices, die getrouwde vrouwen voor haar mannen +voelen, wanneer zij een nieuwe sjaal of een nieuwe japon willen hebben, +of wanneer haar minnaar ver van haar weg is, wat als het ware een +pendant is van het spreekwoord: „Bij gebrek aan brood eet men +<span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span>korstjes van pasteien.” Om kort te gaan, +Rodolphe kon zijn vriendinnetje alles vergeven behalve dat zij hem niet +lief had. Hij nam dus een kloek besluit en zeide tegen mademoiselle +Mimi, dat zij naar een anderen minnaar moest uitzien. Mimi begon te +lachen en nam een uitdagende houding aan. Toen zij echter eindelijk +inzag, dat Rodolphe bij zijn besluit bleef en haar heel kalm ontving, +toen zij na een afwezigheid van vier-en-twintig uur weer terugkwam, +begon toch die vastberadenheid, waaraan zij niet gewend was, haar +ongerust te maken. Zij was nu twee of drie dagen lang de lieftalligheid +zelve. Maar Rodolphe bleef bij wat hij gezegd had en vergenoegde zich +te vragen, of zij al een ander gevonden had.</p> +<p>„Ik heb nog niet eens gezocht,” was haar antwoord.</p> +<p>Zij had echter wel gezocht, en wel reeds voordat Rodolphe het haar +aangeraden had. In een tijdsverloop van veertien dagen had zij twee +pogingen gedaan. Een van haar vriendinnen had haar geholpen en haar in +kennis gebracht met een manlijken bakvisch, die voor Mimi’s oogen +een horizont van Indische sjaals en palissandermeubelen had laten +schitteren. Maar volgens het oordeel van Mimi zelf was de jonge +student, die misschien heel sterk in algebra was, op het gebied der +liefde nog een leek; en daar Mimi absoluut geen opvoedkundige neigingen +had, liet zij haar verliefden novitius zitten met zijn sjaals, die nog +in de weiden van Tibet graasden, en met de palissanderhouten meubelen, +die in de Amerikaansche oerwouden nog in blad stonden.</p> +<p>De student werd al heel spoedig vervangen door een Bretonschen +edelman, waarop zij bliksemsnel verliefd raakte, en dien zij niet lang +behoefde te smeeken haar tot gravin te verheffen.</p> +<p>Niettegenstaande de protesten van zijn maîtresse had Rodolphe +toch lucht van de een of andere intrigue gekregen; hij wilde precies +weten waar hij aan toe was; <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>en op een goeden morgen ging hij, +na een nacht, dat mademoiselle Mimi niet thuis gekomen was, naar een +plaats, waar hij vermoedde, dat zij zijn zou. Hier had hij volop +gelegenheid zich een van die bewijzen, waaraan men <span class="ex">nolens volens</span> gelooven moet, diep in het hart te boren. Hij +zag Mimi met door een aureool van wellust omkringde oogen aan den arm +van haar nieuwen heer en meester het huis verlaten, waarin zij tot den +adelstand verheven was. Haar nieuwe minnaar scheen echter heel wat +minder trotsch op zijn nieuwe verovering dan Paris, de mooie Grieksche +herder, na de schaking van de schoone Helena.</p> +<p>Mademoiselle Mimi scheen eenigszins verrast, toen zij Rodolphe zag +aankomen. Zij ging naar hem toe en zij spraken gedurende een minuut of +vijf heel kalm met elkaar. Dan namen zij afscheid, om ieder huns weegs +te gaan. De breuk was definitief.</p> +<p>Rodolphe keerde dadelijk naar huis terug en bracht den geheelen dag +door met het in pakjes bijeenpakken van alle dingen, die aan zijn +maîtresse toebehoorden.</p> +<p>In den loop van den dag na de „echtscheiding” kreeg +Rodolphe bezoek van verscheidene van zijn vrienden en vertelde hun wat +er voorgevallen was. Allen feliciteerden hem met die gebeurtenis als +met een groot geluk.</p> +<p>„Wij zullen u helpen, o dichter,” zeide een van hen, die +meermalen getuige geweest was van de kwellingen welke mademoiselle Mimi +Rodolphe had laten verduren, „wij zullen u helpen om uw hart uit +de handen van dat ellendige schepsel te bevrijden. En binnen korten +tijd zult gij genezen zijn en weer verlangen met een andere Mimi te +dwalen over de groene paden van Aulnay en +Fontenay-aux-Roses.<span class="corr" id="xd20e4751" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>Rodolphe bezwoer, dat het nu voor goed uit was met zijn wroeging en +wanhoop. Hij liet zich zelfs overhalen mede te gaan naar het bal +Mabille, waar zijn veronachtzaamde <span class="pagenum">[<a id="pb198" +href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span>kleeding al heel slecht de +<span class="ex">Echarpe d’Iris</span> vertegenwoordigde, die hem +vrijen toegang tot dezen tuin van galanterie en genot verschafte. Daar +ontmoette Rodolphe weer andere vrienden, met wie hij begon te drinken. +Hij vertelde hun zijn ongeluk met een ongehoorde overdaad van bizarre +wendingen en woorden en gedurende een uur sprak hij met een hartstocht +en een vuur, die de anderen stil maakten.</p> +<p>„Helaas, helaas!” zeide de schilder Marcel, toen hij den +regen van ironie hoorde, die van de lippen van zijn vriend stroomde, +„Rodolphe is te vroolijk.”</p> +<p>„Hij is charmant!” antwoordde een jonge vrouw, aan wie +Rodolphe een ruikertje bloemen aangeboden had, „en hoewel zijn +kleeding nu niet bepaald schitterend is, zou ik mij graag +compromitteeren door met hem te dansen, als hij mij vragen +zou.”</p> +<p>Twee seconden later stond Rodolphe, die deze woorden gehoord had, +voor haar en noodigde haar ten dans, wat dankbaar werd aanvaard.</p> +<p>Rodolphe kende van de eerste grondbeginselen der dans evenveel als +van den regel van drieën. Doch bezield door een buitengewonen +moed, aarzelde hij niet zich in het dansgewoel te storten en +improviseerde een dans, die aan alle vroegere choreographieën +onbekend geweest was. Men noemt haar den <span class="ex" lang="fr">pas +<span class="corr" id="xd20e4771" title="Bron: das">des</span> regrets +et soupirs</span> (dans der tranen en zuchten) en haar originaliteit +verschafte haar een ongelooflijk succes. De drieduizend gasvlammen +mochten vrij haar vurige tongen naar hem uitsteken, als om hem te +bespotten, Rodolphe bleef steeds doordansen en wierp onophoudelijk zijn +danseres handenvol nog onuitgegeven galanterieën in het +gelaat.</p> +<p>„Het is waarachtig bijna niet te gelooven,” zeide +Marcel, „Rodolphe doet me denken aan een dronken man, die op +gebroken glazen danst.” <span class="pagenum">[<a id="pb199" +href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span></p> +<p>„Intusschen heeft hij een heele knappe vrouw aan den haak +geslagen,” zeide een andere, die Rodolphe met zijn danseres zag +weggaan.</p> +<p>„Je neemt niet eens afscheid van ons!” riep Marcel tegen +hem.</p> +<p>Rodolphe ging weer naar den artist terug en stak hem zijn hand toe; +die hand was koud en klam als vochtig marmer.</p> +<p>Rodolphe’s danseres was een krachtige dochter van +Normandië, een opgewekte en levenslustige natuur, wier aangeboren +onbeholpenheid te midden van de elegance en de luxe van het Parijsche +bestaan en een lui leventje, al heel spoedig plaats gemaakt had voor +aristocratische vormen. Zij liet zich madame Séraphine of iets +van dien aard noemen en was op dat oogenblik de maîtresse van een +door rheumatiek geplaagden pair de France, die haar maandelijks vijftig +louis gaf, welke zij deelde met een elleridder, die haar niets dan +slaag gaf. Rodolphe was in haar smaak gevallen; zij hoopte, dat hij +haar niets zou geven, en nam hem mee naar huis.</p> +<p>„Lucile,” zeide zij tot haar kamenier; „ik ben +vanavond voor niemand te spreken.”</p> +<p>En na even in haar toiletkamer geweest te zijn, kwam zij na vijf +minuten in een speciaal kostuum terug. Zij vond Rodolphe onbeweeglijk +en zwijgend in de kamer staan, want sedert hij daar binnen was, had hij +zich verdiept in een duisternis vol stille snikken.</p> +<p>„U kijkt mij niet meer aan, je spreekt niet tegen me,” +zeide Séraphine verwonderd.</p> +<p>„Kom,” zeide Rodolphe tot zich zelf en keek +op<span class="corr" id="xd20e4795" title="Bron: .">,</span> +„laat ik naar haar kijken, maar alleen uit een oogpunt van +kunst!”</p> +<p><span lang="fr">Et quel spectacle, alors, vint s’offrir +à ses yeux!</span> zooals Raoul in de Hugenooten zingt.</p> +<p>Séraphine was bewonderenswaardig mooi. Haar prachtige +<span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span>vormen, die door de coupe van haar kleed zeer +voordeelig uitkwamen, schemerden uitdagend en verleidelijk door het +half doorzichtige weefsel. In Rodolphe’s aderen begon het bloed +van koortsachtig verlangen onstuimig te kloppen. Een gloeiende nevel +steeg hem naar het hoofd. Hij zag Séraphine nu reeds met andere +oogen dan die van een kunstkenner aan en nam de handen van het mooie +meisje in de zijne. Het waren sublieme handen, als het ware +gebeeldhouwd met den zuiversten beitel der Grieksche sculptuur. +Rodolphe voelde die bewonderenswaardige handen in de zijne beven; en +hoe langer hoe minder kunstcriticus wordend, drukte hij +Séraphine tegen zich aan, wier wangen zich kleurden met den +blos, dien men het morgenrood der wellust zou kunnen noemen.</p> +<p>„Dit schepsel is werkelijk een instrument der wellust, een +liefde-stradivarius, waarop ik gaarne een lied zou willen +spelen,” dacht Rodolphe, toen hij het hart der schoone zeer +duidelijk een stormaanval hoorde slaan.</p> +<p>Op dat oogenblik werd er hard aan de bel getrokken.</p> +<p>„Lucile, Lucile!” riep Séraphine tegen haar +kamenier; „doe niet open, zeg, dat ik nog niet thuis +ben.”</p> +<p>Bij den tweemaal uitgesproken naam Lucile stond Rodolphe op.</p> +<p>„Ik wil u op geen enkele wijze in ongelegenheid brengen, +mevrouw,” zeide hij. „Trouwens het wordt mijn tijd, het is +al laat en ik woon ver weg. Goeden nacht!”</p> +<p>„Wat, wilt u weg?” riep Séraphine uit, en liet +haar oogen snelvuur geven; „waarom gaat u weg, waarom? Ik ben +vrij; u kunt blijven.”</p> +<p>„Onmogelijk, mevrouw,” antwoordde Rodolphe. „Ik +verwacht vanavond een van mijn familieleden uit Vuurland, en die zou me +zeker onterven, als hij mij niet thuis vond, om hem behoorlijk te +ontvangen. Goeden nacht, mevrouw!”</p> +<p>En hij snelde weg. De kamenier lichtte hem bij en Rodolphe +<span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>keek haar toevallig in het gezicht. Het was een +jong tenger meisje met sleependen gang; haar bleek gezichtje vormde een +bekoorlijke tegenstelling met het van nature golvende, zwarte haar; +haar blauwe oogen geleken op twee zwakke sterren.</p> +<p>„O, spookgestalte!” riep Rodolphe uit en week terug voor +haar, die den naam en het gezicht van zijn vriendinnetje had. +„Terug! Wat wilt ge van mij?”</p> +<p>En hij stormde de trap af.</p> +<p>„Maar mevrouw!” zeide de kamenier, toen zij weer bij +haar meesteres terugkwam, „bij dien jongen man is er +één van de vijf op den loop!”</p> +<p>„Zeg liever, dat hij een groote stommeling is!” +antwoordde Séraphine woedend. „Enfin een goede leer voor +een volgende keer! Als die stomme Léon nu maar zoo verstandig +was dadelijk te komen!”</p> +<p>Léon was de elleridder, die in zijn liefde-blazoen een zweep +voerde.</p> +<p>Rodolphe liep zoo hard als zijn beenen hem dragen konden, naar huis. +Toen hij de trap opging, hoorde hij zijn rooden kater klagende zuchten +uitstooten. Twee nachten lang riep hij zoo reeds vergeefs naar zijn +ontrouwe schoone, een angora-Manon Lescaut, die op de daken in de buurt +op galante avonturen uit was.</p> +<p>„Arm dier,” zeide Rodolphe; „ook jij bent +bedrogen; jouw Mimi heeft je al even leelijke poetsen gebakken als de +mijne mij. Maar laten we ons troosten. Het hart van vrouwen en van +katten is een afgrond, dien mannen en katers nooit zullen kunnen +peilen.”</p> +<p>Toen hij zijn kamer binnentrad, had hij, niettegenstaande de +drukkende hitte, een gevoel, alsof er een ijsmantel om zijn schouders +gelegd werd. Het was de koude der eenzaamheid, de vreeselijke +eenzaamheid van den nacht, die door niets gestoord werd. Hij stak zijn +kaars aan en zag bij het licht daarvan de kale kamer. Uit de kasten +<span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202" name="pb202">202</a>]</span>staken de ledige laden, en van den zolder tot +den grond vulde een eindelooze triestheid deze kleine kamer, die aan +Rodolphe grooter dan een woestijn scheen. Al voortloopend stiet zijn +voet tegen de pakjes, die Mimi’s eigendommen bevatten, en een +gevoel van blijdschap doorstroomde hem, toen hij zag, dat zij ze nog +niet was komen halen, wat zij volgens afspraak dien ochtend zou hebben +gedaan. Rodolphe voelde, hoe hij er zich ook tegen verzette, het uur +der reactie naderen, en hij voorzag heel goed, dat hij zijn +uitgelatenheid van dien avond met een afschuwelijken nacht zou moeten +boeten. Toch had hij nog eenige hoop, dat zijn door en door vermoeid +lichaam zou slapen vòòr de smart, die hij zoo lang in +zijn binnenste had onderdrukt, ontwaken zou.</p> +<p>Toen hij echter het bed naderde en de gordijnen open sloeg, voelde +hij bij den aanblik van deze legerstede, die in twee dagen niet +aangeraakt was, en van de beide naast elkaar liggende kussens, onder +een waarvan nog het kanten borduursel van een nachtmutsje te voorschijn +kwam, zijn hart samenpersen in de onontkoombare schroef van die doffe +smart, welke zich niet uiten kan. Hij viel neer voor het bed, drukte +zijn voorhoofd in zijn handen, en riep, na een smartelijken blik in de +eenzame kamer geworpen te hebben, uit:</p> +<p>„Mimi, kleine Mimi, vreugde van mijn huis, ben je werkelijk +heengegaan, heb ik je werkelijk weggezonden, zal ik je nooit meer +terugzien? O God! O, gij lief, bruin kopje, dat zoo lang op deze plaats +geslapen hebt, zult gij niet meer terugkomen, om er weer te slapen? O, +gij grillige stem, wier liefdesgefluister me in verrukking bracht en +wier booze tonen als muziek klonken, zal ik je niet meer hooren? En gij +kleine, blanke, blauwdooraderde handjes, waarop ik zoo dikwijls mijn +heete lippen drukte, o, gij kleine, blanke handen, hebt gij mijn +laatsten kus ontvangen?” <span class="pagenum">[<a id="pb203" +href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span></p> +<p>En Rodolphe drukte als in koortswaanzin zijn hoofd in de kussens, +waaruit nog steeds de geur van het haar van zijn vriendinnetje opsteeg. +Van achter uit het alkoof meende hij de spookgestalte van de heerlijke +nachten, die hij met zijn jonge maîtresse daar had doorgebracht, +te zien opdoemen. Helder en duidelijk hoorde hij Mimi’s frisschen +lach nog klinken door de nachtelijke stilte, en hij dacht verlangend +terug aan die betooverende, aanstekelijke vroolijkheid, waarmede zij +hem zoo dikwijls de zorgen en ellenden van hun aan wisselvalligheden +zoo rijk bestaan had doen vergeten.</p> +<p>Gedurende dien geheelen langen nacht liet hij de acht maanden de +revue passeeren, welke hij met de jonge vrouw doorleefd had, die hem +misschien nooit lief gehad had, maar wier gelogen teederheid toch aan +zijn hart zijn jeugd en manlijke kracht had teruggegeven.</p> +<p>Het grauwe ochtendlicht verraste hem, toen hij, door moeheid +overmeesterd, zijn oogen, rood door de in den nacht gestorte tranen, +gesloten had. Een smartelijke en vreeselijke nacht, zooals zelfs de +meest spottende sceptici onder ons meer dan eens doorwaakt hebben.</p> +<p>Toen ’s ochtends zijn vrienden bij hem binnenkwamen, schrikten +zij bij het zien van Rodolphe, wiens gelaat nog de duidelijkste sporen +droeg van al de benauwdheden, die hem gedurende zijn nachtwake op den +Olijfberg der liefde gekweld hadden.</p> +<p>„Dat wist ik vooruit wel,” zeide Marcel; „zijn +vroolijkheid van gisteravond is hem op het hart geslagen. Maar dat mag +niet zoo blijven voortgaan.”</p> +<p>En in overleg met twee of drie vrienden begon hij over mademoiselle +Mimi een groot aantal indiscrete onthullingen te vertellen, waarvan +ieder woord als een doorn in Rodolphe’s hart drong. Zijn vrienden +bewezen hem zonneklaar, dat zijn <span class="corr" id="xd20e4862" +title="Bron: maitresse">maîtresse</span> hem steeds en overal, +binnen- en buitenshuis, bedrogen had alsof hij een sul <span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>was, +en dat dit als de engel der tering zoo bleeke schepsel slechts een +juweelkistje was van lage gevoelens en verdorven instincten.</p> +<p>De vrienden wisselden elkaar af in de taak, die zij op zich genomen +<span class="corr" id="xd20e4869" title="Bron: had">hadden</span> en +waarvan het doel was Rodolphe tot het punt te brengen, waarop de liefde +overgaat in verachting; doch dat doel werd slechts voor de helft +bereikt. De wanhoop van den dichter veranderde in toorn. Woedend wierp +hij zich op de pakjes, die hij den vorigen dag gereed gemaakt had; en +nadat hij alle voorwerpen, die reeds Mimi’s eigendom waren bij +haar komst, op zijde gelegd had, hield hij alles wat hij haar gedurende +hun liaison gegeven had, achter, d.w.z. het grootste gedeelte en +voornamelijk de toiletartikelen, waaraan zij met alle vezels van haar +in den laatsten tijd onverzadigbaar geworden behaagzucht hing.</p> +<p>In den loop van den volgenden dag kwam Mimi haar +„boeltje” halen. Rodolphe was thuis en alleen. Hij moest op +dat oogenblik al zijn zelfrespect te hulp roepen, om zijn +maîtresse niet om de hals te vallen. Hij ontving haar met +zwijgende, stille beleedigingen, welke zij met dien kouden scherpen +toon beantwoordde, die zelfs de zwakste en meest bedeesde naturen +buiten zich zelf doet geraken. Bij de minachting, waarmede Mimi hem op +hardnekkig-brutale wijze geeselde, barstte Rodolphe’s toorn woest +en angstaanjagend los, zoodat Mimi, bleek van vrees, zich een oogenblik +afvroeg, of zij levend uit zijn handen zou komen. Op haar angstkreten +snelden eenige medebewoners toe en trokken haar uit Rodolphe’s +kamer.</p> +<p>Twee dagen later kwam een vriendin van Mimi Rodolphe vragen of hij +Mimi’s „boeltje” wilde teruggeven.</p> +<p>„Neen,” antwoordde Rodolphe.</p> +<p>Dan wist hij de afgezante van zijn maîtresse aan het praten te +krijgen. Zij vertelde hem, dat Mimi zich in uiterst <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span>benarde omstandigheden bevond en dat het niet +lang meer zou duren, of zij had geen dak meer boven haar hoofd.</p> +<p>„En haar geliefde, waar zij zoo dol op is?”</p> +<p>„Maar die jonge man heeft volstrekt geen plan haar tot +maîtresse te nemen,” antwoordde Amélie. „Hij +heeft er al lang een en hij schijnt zich van Mimi, die nu zoo lang bij +mij is en mij erg in verlegenheid brengt, niets aan te +trekken.”</p> +<p>„Zij moet maar zien, hoe zij het klaar speelt,” zeide +Rodolphe; „zij heeft het zelf zoo gewild; de zaak gaat mij niet +langer aan.”</p> +<p>En hij begon mademoiselle Amélie het hof te maken en +verzekerde haar, dat zij het mooiste meisje op aarde was.</p> +<p>Amélie vertelde Mimi van haar bezoek aan Rodolphe.</p> +<p>„Wat zegt hij? Wat doet hij?” vroeg Mimi. „Heeft +hij over mij gesproken?”</p> +<p>„Geen woord. Hij heeft je reeds heelemaal vergeten. Rodolphe +heeft al een nieuw liefje en hij heeft voor haar een prachtig toilet +gekocht, want hij heeft veel geld gekregen, en ziet er zelf uit als een +prins. Het is een heel aardig iemand en hij zelf heeft mij heel +vleiende complimentjes gemaakt.”</p> +<p>„Ik zal er wel achter komen wat dat allemaal beteekent,” +dacht Mimi.</p> +<p>Dagelijks ging mademoiselle Amélie nu onder een of ander +voorwendsel naar Rodolphe, die, men kon het draaien hoe men wilde, +steeds weer over Mimi begon.</p> +<p>„Zij is erg vroolijk,” antwoordde de vriendin, „en +schijnt zich al heel weinig van haar toestand aan te trekken. Overigens +beweert zij, dat zij weer bij je terug kan komen, wanneer zij maar wil, +zonder eenige tegemoetkoming van haar kant, en alleen maar om je +vrienden woedend te maken.” <span class="pagenum">[<a id="pb206" +href="#pb206" name="pb206">206</a>]</span></p> +<p>„Het is goed,” zeide Rodolphe; „laat ze maar komen +dan zullen we verder zien.”</p> +<p>En hij begon Amélie weer het hof te maken, die alles dadelijk +aan Mimi ging overbrieven en verzekerde, dat Rodolphe +„smoor” op haar was.</p> +<p>„Hij heeft mijn handen en mijn pols gezoend,” zeide zij; +„kijk maar, ze zijn er nog rood van. Hij wil me morgen meenemen +naar het bal.”</p> +<p>„Maar beste meid,” zeide Mimi gepiqueerd, „ik +begrijp heel goed, waar je heen wilt. Je wilt me wijs maken, dat +Rodolphe verliefd op je is en niet meer aan mij denkt. Maar je verspilt +je tijd, zoowel bij hem als bij mij.”</p> +<p>Inderdaad was Rodolphe alleen maar zoo vriendelijk tegen +Amélie, om haar dikwijls bij zich te lokken, waardoor hij de +gelegenheid had met haar over zijn maîtresse te spreken; doch met +een macchiavellisme, dat misschien een welbewust doel had, deed +Amélie, die zeer goed inzag, dat Rodolphe nog steeds van Mimi +hield, en dat deze er volstrekt niet ongeneigd toe was weer naar hem +terug te gaan, al haar best om door handig verzonnen berichten alles te +vermijden, wat de twee geliefden weer tot elkaar zou kunnen +brengen.</p> +<p>Den dag, waarop zij naar het bal zou gaan, ging Amélie in den +ochtend aan Rodolphe vragen, of de afspraak zoo bleef.</p> +<p>„Zeker”, antwoordde hij haar, „ik zou de +gelegenheid, om de cavalier van de mooiste vrouw van onzen +tegenwoordigen tijd te zijn, niet gaarne verzuimen.”</p> +<p>Amélie zette hetzelfde coquette gezicht, dat zij den avond +van haar eenig debuut in een voorstadschouwburg in de rol van een +soubrette van den vierden rang getrokken had, en beloofde op het +afgesproken uur klaar te zijn.</p> +<p>„A propos,” zeide Rodolphe, „zeg aan mademoiselle +Mimi, dat ik haar al haar zaakjes zal teruggeven, wanneer <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span>zij +ter wille van mij haar minnaar eens voor een nacht ontrouw wil +worden.”</p> +<p>Amélie bracht de boodschap over, doch gaf aan zijn woorden +een geheel andere beteekenis dan die, welke zij erin geraden had.</p> +<p>„Jouw Rodolphe is een ignobele kerel,” zeide zij tegen +Mimi; „zijn voorstel is een schande. Hij wil je door dien stap +vernederen tot den rang der laagste deernen; en indien je naar hem toe +gaat, zal hij je niet alleen je boeltje teruggeven, maar je bovendien +de risée maken van al zijn vrienden; dat is een samenzwering, +die ze onderling gesmeed hebben.”</p> +<p>„Ik ben niet van plan te gaan,” zeide Mimi en vroeg, +toen ze zag, dat Amélie bezig was toilet te maken, of zij naar +het bal ging.</p> +<p>„Ja”, antwoordde de ander.</p> +<p>„Met Rodolphe?”</p> +<p>„Ja, hij zal me vanavond op twintig pas van het huis +wachten.”</p> +<p>„Veel pleizier,” zeide Mimi, die, toen het uur van het +rendez-vous naderde, zoo gauw mogelijk naar den minnaar van +mademoiselle Amélie liep en hem mededeelde, dat deze op het punt +stond hem met haar (Mimi’s) vroegeren minnaar te bedriegen.</p> +<p>De mijnheer, jaloersch als een tijger, vloog naar mademoiselle +Amélie en zeide tegen haar, dat hij het uitstekend vond, dat zij +den avond in zijn gezelschap doorbracht.</p> +<p>Om acht uur snelde Mimi naar de plek, waar Rodolphe op Amélie +zou wachten. Zij zag haar vroegeren minnaar daar heen en weer loopen in +de houding van iemand, die wacht; zij liep tweemaal langs hem heen, +zonder hem te durven aanspreken. Rodolphe was dien avond heel elegant +gekleed, en de heftige gemoedsbewegingen, waaraan hij in de laatste +acht dagen ten prooi geweest was, hadden <span class="pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>aan zijn +gelaatsuitdrukking iets verhevens gegeven. Mimi voelde zich zeer onder +den indruk. Eindelijk vermande zij zich om hem aan te spreken. Rodolphe +nam het kalm en waardig op, informeerde naar haar gezondheidstoestand +en vroeg ten slotte naar de beweegreden, die haar tot hem voerde; en +dit alles op zachten, kalmen toon, waarin een accent van droefheid niet +te miskennen viel.</p> +<p>„Ik moet u een onaangename boodschap overbrengen: mademoiselle +Amélie kan niet met u medegaan naar het bal—zij heeft +bezoek van haar man.”</p> +<p>„Dan zal ik alleen naar het bal moeten gaan.”</p> +<p>Mimi deed op dit oogenblik alsof zij struikelde en leunde op den +schouder van Rodolphe: hij gaf haar een arm en bood haar aan haar naar +huis te brengen.</p> +<p>„Dat zal niet gaan,” zeide Mimi; „ik woon bij +Amélie, en daar haar man bij haar is, kan ik niet naar huis +gaan, vòòr hij weg is.”</p> +<p>„Luister eens,” zeide nu de dichter tot haar; „ik +heb je door bemiddeling van mademoiselle Amélie een voorstel +laten doen; heeft ze dat overgebracht?”</p> +<p>„Ja”, zeide Mimi, „maar in bewoordingen, waaraan +ik, zelfs na alles, wat er tusschen ons voorgevallen is, geen geloof +schenken kan. Neen, Rodolphe, niettegenstaande alles wat u me verwijten +kunt, heb ik nooit geloofd, dat gij in mij zoo weinig fijn gevoel +veronderstelde, dat gij ook maar een oogenblik hebt kunnen denken, dat +ik zoo’n voorstel zou aannemen.”</p> +<p>„U hebt me niet begrepen of men heeft u mijn voorstel verkeerd +overgebracht. Maar wat ik gezegd heb, blijft van kracht,” zeide +Rodolphe; „het is nu negen uur, u hebt nog drie uur tijd om na te +denken. Mijn sleutel steekt tot twaalf uur in het slot. Bonsoir, adieu, +of tot weerziens.”</p> +<p>„Adieu dan!” zeide Mimi met bevende stem.</p> +<p>En zoo scheidden zij ..... Rodolphe ging naar zijn <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>kamer terug en wierp zich geheel gekleed op bed. +Om half twaalf kwam Mimi binnen.</p> +<p>„Ik kom u gastvrijheid vragen,” zeide zij; „de man +van Amélie is gebleven, en nu kan ik niet naar huis.<span class="corr" id="xd20e4968" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>Tot drie uur in den ochtend praatten zij. De eene verklaring volgde +op de andere, waarin het familiare jij en jou afwisselde met het +officieele u.</p> +<p>Om vier uur ging de kaars uit. Rodolphe wilde een nieuwe +aansteken.</p> +<p>„Ach neen,” zeide Mimi, „het is de moeite niet +waard. Het is tijd, om naar bed te gaan.”</p> +<p>En vijf minuten later had haar aardig bruin kopje zijn plaats op het +kussen weer ingenomen en riep zij met een vleiend stemmetje +Rodolphe’s lippen weer op haar kleine, blanke, blauwdooraderde +handen, waarvan de paarlemoerkleur wedijverde met het wit der lakens. +Rodolphe stak geen nieuwe kaars aan.</p> +<p>Den volgenden ochtend stond Rodolphe het eerst op en zeide, terwijl +hij Mimi verschillende pakjes wees, heel zacht en teeder:</p> +<p>„Dat is uw eigendom, u kunt het medenemen .... ik houd +woord.”</p> +<p>„O,” antwoordde Mimi; „ik ben erg moe en kan al +die groote pakken niet tegelijk dragen. Ik kom liever nog eens +terug.”</p> +<p>En nadat zij zich aangekleed had, nam zij alleen een kraagje en een +paar manchetten mede.</p> +<p>„De rest kom ik wel halen .... stuk voor stuk,” voegde +zij er glimlachend aan toe.</p> +<p>„Neen,” zeide Rodolphe; „neem alles mede of niets, +er moet een eind aan de zaak komen.”</p> +<p>„Of een nieuw begin, maar dan om altijd te duren,” zeide +de jonge Mimi, terwijl zij Rodolphe om de hals vloog.</p> +<p>Na samen ontbeten te hebben, gingen ze in de omstreken <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name="pb210">210</a>]</span>een +uitstapje maken. Toen zij door den Luxembourg liepen, kwamen zij een +groot dichter tegen, die Rodolphe steeds met de grootste welwillendheid +ontvangen had. Uit beleefdheid wilde Rodolphe doen, alsof hij hem niet +zag. Maar de dichter liet hem er den tijd niet voor, en knikte hem in +het voorbijgaan familiaar toe, terwijl hij zijn gezellin met een +vriendelijk glimlachje groette.</p> +<p>„Wie is dat?” vroeg Mimi.</p> +<p>Rodolphe noemde haar een naam, die haar een kleur van blijdschap en +trots deed krijgen.</p> +<p>„Ja,” zeide Rodolphe, „die ontmoeting met den +dichter, die zoo mooi de liefde bezongen heeft, is een goed voorteeken +en zal onze verzoening geluk aanbrengen.”</p> +<p>„Ik heb je lief,” zeide Mimi innig en drukte haar vriend +de hand, hoewel zij midden in de drukte van het verkeer waren.</p> +<p>„Lieve hemel!” dacht Rodolphe; „wat is nu beter, +of je altijd te laten misleiden, omdat je geloofd hebt, of nooit te +gelooven uit vrees altijd misleid te worden?” <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name="pb211">211</a>]</span></p> +</div> +</div> +<div id="ch15" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e5011" class="label">Hoofdstuk XV.</h2> +<h2 class="main">Donec gratus.....</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">We hebben reeds verteld op welke wijze de schilder +Marcel mademoiselle Musette had leeren kennen. Op een goeden dag door +den priester van de luim, die tevens maire van het dertiende +arrondissement<a class="noteref" id="xd20e5017src" href="#xd20e5017" +name="xd20e5017src">1</a> is, met elkaar verbonden, hadden zij, zooals +dat dikwijls het geval is, gemeend, met uitsluiting van hun hart +getrouwd te zijn. Maar op een avond, toen zij na een heftigen twist +besloten hadden onmiddellijk van elkaar weg te gaan, kwamen zij tot de +ontdekking, dat hun handen, die zij elkaar ten afscheid gereikt hadden, +elkander niet meer loslaten wilden. Bijna zonder het zelf te weten was +hun luim liefde geworden. Half lachend bekenden zij elkaar hun +liefde.</p> +<p>„Dat is een heel ernstige zaak,” zeide Marcel. +„Hoe zijn we zoover gekomen?”</p> +<p>„O,” antwoordde Musette, „we zijn onoplettend +geweest, we hebben niet genoeg voorzorgsmaatregelen genomen.”</p> +<p>„Wat is er aan het handje?” vroeg Rodolphe, die naast +Marcel was komen wonen, toen hij de kamer binnenkwam. <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span></p> +<p>„Wel,” antwoordde de schilder en wees daarbij op +Musette, „mademoiselle en ik zijn daar zooeven tot een prachtige +ontdekking gekomen. Wij zijn verliefd op elkaar. Dat is zeker in den +slaap gekomen.”</p> +<p>„Oho, in den slaap, neen, dat geloof ik zoo gauw niet. Maar +waar is het bewijs, dat jullie van elkaar houdt? Je overdrijft +misschien het gevaar.”</p> +<p>„Voor den duivel!” riep Marcel uit, „we kunnen +elkaar niet uitstaan.”</p> +<p>„En kunnen niet buiten elkaar,” voegde Musette eraan +toe.</p> +<p>„Dan is de zaak zoo duidelijk mogelijk, kinderen. Jullie hebt +allebei heel mooi willen spelen en je hebt allebei verloren. Het is +precies mijn geschiedenis met Mimi. Bijna twee jaar lang hebben we nu +al van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ruzie. Met dat +systeem laat je de huwlijken eeuwig duren. Vereenigt een Ja met een +Neen en je krijgt een verbintenis à la Philemon en Baucis. +Jullie huishouden zal een pendant van het mijne worden; en wanneer +Schaunard en Phémie bij hun dreigement blijven en bij ons komen +wonen, dan kan ons trio het hier in huis erg gezellig maken.”</p> +<p>Op dat oogenblik kwam Gustave Colline binnen. Ze vertelden hem het +ongeluk, dat Musette en Marcel overkomen was.</p> +<p>„Nou, philosoof,” vroeg deze, „wat denk jij +ervan?”</p> +<p>Colline krabbelde op de haren van zijn hoed, die hem als dak diende, +en bromde:</p> +<p>„Dat heb ik van te voren wel zien aankomen. De liefde is een +hazardspel. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Het is +niet goed, dat de mensch alleen zij.”</p> +<p>Toen Rodolphe ’s avonds bij Mimi kwam, waren zijn eerste +woorden:</p> +<p>„Ik heb nieuws. Musette is dol op Marcel en wil niet van hem +vandaan.” <span class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213" +name="pb213">213</a>]</span></p> +<p>„Arme meid!” zeide Mimi. „Zij had zoo’n +gezonde eetlust.”</p> +<p>„En van zijn kant is Marcel smoor op Musette. Zijn liefde is +zes-en-dertig karaat, zooals die intrigant van een Colline zou +zeggen.”</p> +<p>„Arme jongen,” vond Mimi; „hij is zoo +jaloersch!”</p> +<p>„Dat is zoo,” zeide Rodolphe; „hij en ik zijn +leerlingen van Othello.”</p> +<p>Eenigen tijd later kwamen werkelijk Schaunard en Phémie Klad +in hetzelfde huis als Rodolphe en Marcel wonen.</p> +<p>Van af dien dag sliepen alle andere bewoners op een vulkaan en +zegden na afloop van het kwartaal gezamenlijk de huur op.</p> +<p>Inderdaad ging er bijna geen dag voorbij of er barstte in +één van de huishoudens een onweer los. Nu eens waren het +Mimi en Rodolphe, die, wanneer hun de krachten om te schreeuwen +begonnen te ontbreken, elkaar hun meening duidelijk maakten door +elkander de eerste de beste projectielen, die ze in handen kregen, naar +het hoofd te slingeren. Dan weer, en dat gebeurde het meest, maakte +Schaunard met het einde van zijn wandelstok eenige aanmerkingen op de +melancholieke Phémie. Marcel en Musette echter hielden hun +beraadslagingen met gesloten deuren; zij waren tenminste zoo +voorzichtig de deuren en ramen dicht te doen.</p> +<p>Wanneer er toevallig eens vrede heerschte in de drie huishoudens, +dan waren de andere huurders wederom het slachtoffer van die tijdelijke +eensgezindheid. De indiscretie der tusschenmuren verried hun al de +geheimen der bohème-families en wijdde hen tegen hun wil in al +hun mysteriën in. Meer dan een buurman verkoos dan ook den +<span class="ex">casus belli</span> boven de ratificatiën der +vredes-verdragen.</p> +<p>Het bestaan, dat onze vrienden gedurende zes maanden <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span>leidden, was, eerlijk gezegd, al heel +buitengewoon. De meest oprechte broederschap heerschte, zonder eenige +mooidoenerij, in den vriendenkring, waarin alles aan allen behoorde, +en, al naar het viel, geluk of ongeluk trouw gedeeld werd.</p> +<p>Er waren in iedere maand enkele gala-dagen, dagen, waarop ze voor +geen geld van de wereld zich zonder handschoenen op straat vertoond +zouden hebben, dagen van uitgelatenheid, waarop ze van ’s morgens +vroeg tot ’s avonds laat aten. Er waren echter ook andere dagen, +waarop ze bijna zonder schoenen naar beneden gegaan zouden zijn, +vastendagen, waarop ze, na niet gemeenschappelijk ontbeten te hebben, +ook niet samen dineerden of hoogstens ertoe kwamen met behulp van +oeconomische combinaties een van die maaltijden te ensceneeren, waarbij +borden en lepels en vorken „geen rol speelden”, zooals Mimi +dat noemde.</p> +<p>Doch wonderlijk genoeg ontstond er in dien kring, waartoe toch drie +jonge, knappe vrouwen behoorden, tusschen de mannen niet de geringste +oneenigheid; zij knielden dikwijls neer voor de minste luim van hun +maîtresse, maar geen van drieën zou ook maar +één oogenblik geaarzeld hebben tusschen de vrouw en den +vriend.</p> +<p>Liefde ontstaat vooral uit eigen beweging: zij is als het ware een +improvisatie. Vriendschap daarentegen bouwt zich om zoo te zeggen op; +zij is een gevoel, dat met omzichtigheid en bedachtzaamheid rondtast; +zij is het egoïsme van den geest, terwijl de liefde het +egoïsme der ziel is.</p> +<p>Zes jaar lang kenden onze bohémiens elkaar nu al. Dit lange +tijdsverloop, waarin zij dagelijks in elkaars gezelschap verkeerden, +had, zonder de scherp omlijnde individualiteit van ieder afzonderlijk +afbreuk te doen, een overeenstemming van ideeën, een geheel +geschapen, dat zij elders niet gevonden zouden hebben. Zij hadden +<span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span>hun eigen zeden en gewoonten en een bijzondere +taal, waarvan een vreemde den sleutel niet gevonden zou hebben. Wie hen +niet van dichtbij kende, noemde hun vrije manier van optreden cynisme. +En toch was het niets anders dan zich geven zooals zij waren. Als +uitgesproken vijanden van iederen dwang, haatten zij alles wat onwaar, +verachtten zij alles wat laag en gemeen was. Wanneer men hen van +zelfoverschatting beschuldigde, antwoordden zij met een openhartige +uiteenzetting van hun eerzucht, en in het bewustzijn van hun eigen +waarde misbruikten zij hun eigen Ik niet.</p> +<p>Hoewel zij gedurende de vele jaren van hun gemeenschappelijk leven +en streven dikwijls door den nood gedwongen werden met elkaar te +wedijveren, hadden zij nooit den vriendschapsband verbroken en, zonder +er bepaald moeite voor behoeven te doen, den gevaarlijken klip van +eigenliefde en ijdelheid weten te omzeilen, telkens wanneer anderen die +in hen hadden trachten op te wekken, om oneenigheid tusschen hen te +zaaien. Zij schatten elkaar op hun juiste waarde; en de trots, het +beste tegengif tegen de ijverzucht, bewaarde hen voor alle kleinzielige +beroepsjaloezie.</p> +<p>Doch na zes maanden gemeenschappelijk samenleven brak er plotseling +onder de bohémiens een echtscheidings-epidemie uit.</p> +<p>Schaunard opende de rij. Op een goeden dag merkte hij, dat de eene +knie van Phémie Klad beter gebouwd was dan de andere, en daar +hij op het gebied der plastiek het strengste purisme huldigde, zond hij +Phémie weg en gaf haar als <span class="corr" id="xd20e5091" +title="Bron: souvernir">souvenir</span> den wandelstok, waarmede hij +haar zoo dikwijls opmerkingen gemaakt had. Hij zelf ging inwonen bij +een bloedverwant, bij wien hij gratis onderdak kreeg.</p> +<p>Veertien dagen later verliet Mimi Rodolphe, om plaats te nemen in de +equipage van den jongen vicomte Paul, <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>den vroegeren +leerling van Barbemuche, die haar geelzijden japonnen beloofd had.</p> +<p>Na Mimi verdween Musette, om op opzienbarende wijze terug te keeren +in de aristocratie der galante wereld, die zij verlaten had, om Marcel +te volgen.</p> +<p>Deze scheiding geschiedde zonder twist, zonder strijd, zonder +voorbedachten rade. Geboren uit een luim, die liefde geworden was, werd +deze liaison door een andere luim weer verbroken.</p> +<p>Op een carnavalsavond had Musette op het gemaskerde bal in de Opera, +waarheen zij met Marcel gegaan was, in een contredans als +vis-à-vis een jongen man, die haar vroeger het hof gemaakt had. +Zij herkenden elkaar en wisselden onder het dansen enkele woorden. +Misschien zonder het te willen liet Musette, toen zij den jongen man +van haar tegenwoordige levenswijze op de hoogte bracht, eenige spijt +over het verleden doorschemeren. Doch hoe dit zij, aan het einde der +quadrille vergiste Musette zich en nam, in plaats van Marcel, die haar +cavalier was, de hand te geven, die van haar vis-à-vis, welke +haar meetrok en met haar in het gewoel verdween.</p> +<p>Marcel, die vrij ongerust was, zocht haar. Na een uur zag hij haar +aan den arm van den jongen man en een van haar lievelingsliedjes +zingend, uit het café van de <span class="corr" id="xd20e5107" +title="Bron: Opéra">Opera</span> komen. Toen zij Marcel, die met +zijn armen over elkaar in een hoek stond, zag, wierp zij hem een +afscheidsgroet toe en zeide:</p> +<p>„Ik kom terug.”</p> +<p>„Dat wil zeggen: wacht niet op mij!” vertaalde Marcel. +Hij was jaloersch, maar logisch en kende Musette; hij wachtte dan ook +niet langer, doch keerde met een vol hart en een leege maag naar huis +terug. Hij keek in de kast, of er niet een paar kliekjes over waren: +hij vond een stuk brood, zoo hard als graniet, en het skelet van een +haring in het zuur. <span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217" +name="pb217">217</a>]</span></p> +<p>„Tegen truffels kon ik niet op,” dacht hij. +„Enfin, Musette zal tenminste goed gesoupeerd hebben.” En +nadat hij, onder voorwendsel zijn neus te moeten snuiten, een punt van +zijn zakdoek tegen zijn oogen gedrukt had, ging hij naar bed.</p> +<p>Twee dagen later werd Musette in een in rose tinten gehouden boudoir +wakker. Voor de deur wachtte een blauwe equipage, en alle feeën +der mode, die tot haar dienst gerequireerd waren, legden haar +wonderwerken aan haar voeten. Musette zag er uit om te stelen, en haar +jeugd scheen in dezen eleganten lijst nog jonger te worden. Zij begon +nu haar oude leven weer, nam deel aan alle feesten en heroverde weer +spoedig haar vroegere beroemdheid. Overal werd over haar gesproken: op +de beurs zoowel als in de koffiekamer van het Parlement. Haar nieuwe +minnaar, mijnheer Alexis, was een charmante jonge man. Dikwijls +beklaagde hij zich tegenover Musette, dat hij haar wat lichtzinnig en +onverschillig vond, wanneer hij over zijn liefde met haar sprak; dan +keek Musette hem glimlachend aan, gaf hem haar hand en zeide:</p> +<p>„Wat zal ik je zeggen, mijn waarde? Ik heb zes maanden lang +geleefd met een jongen man, die me voedde met salade en waterachtige +soep, me in het katoen gekleed liet gaan en me veel meenam naar het +Odéon, omdat hij niet rijk was. Daar de liefde niets kost en ik +gewoonweg gek op dat monster was, hebben we heel wat liefde verbruikt. +Er zijn alleen nog maar wat kruimels over. Raap die op, ik zal je dat +niet beletten. Ik heb je trouwens van te voren alles opgebiecht; en als +de linten en strikjes niet zoo duur waren, zou ik nu nog bij mijn +schilder zijn. En wat mijn hart betreft, ik hoor het, sedert ik een +corset van tachtig francs draag, bijna niet meer kloppen, en ik ben erg +bang, dat ik het in een van de laden van Marcel heb laten +liggen.”</p> +<p>Het verdwijnen der drie Bohème-huishoudens gaf aanleiding +<span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>tot een groot feest in het huis, dat zij bewoond +hadden. Als vreugdebetoon gaf de eigenaar een grootsch diner en +illumineerden de huurders hun ramen.</p> +<p>Rodolphe en Marcel waren samen gaan wonen. Beiden hadden zij een +idool gevormd, waarvan zij den naam niet goed wisten. Tusschenbeide +gebeurde het, dat de een over Musette en de ander over Mimi sprak; dan +hadden zij stof genoeg voor den geheelen avond. Zij haalden hun vroeger +leven weer op en de liederen van Musette en de liederen van Mimi, en de +slapelooze nachten en de verslapen ochtenduren en de in droomen genoten +diners. Een voor een lieten zij in hun duo’s van herinneringen al +die vervlogen uren aan hun geest voorbijgaan; en zij eindigden +gewoonlijk hun tweegesprek met te zeggen, dat zij per slot van rekening +nog gelukkig waren, daar zij gezellig samen met hun voeten op het +haardkleedje zaten, het houtvuur konden oppoken en hun pijp rooken en +zij elkander hadden, om al die dingen hardop te zeggen, welke zij tot +zichzelf zeiden, als zij alleen waren: n.l. dat zij van die +schepseltjes, die bij haar verdwijning een stuk van hun jeugd hadden +medegenomen, veel gehouden hadden en dat zij ze misschien nog lief +hadden.</p> +<p>Toen op een goeden avond Marcel den boulevard overstak, zag hij op +enkele passen voor zich een jonge dame, die bij het uit haar rijtuig +stappen een witten kous liet zien, welke een buitengewoon zuiveren vorm +van het been verried; de koetsier zelf verslond de bekoorlijke +„fooi” met zijn oogen.</p> +<p>„Bliksems,” dacht Marcel, „een alleraardigste +kuit! Ik heb waarachtig zin haar mijn arm aan te bieden; laat eens +kijken .... op welke manier zal ik haar het best aanspreken!.... Daar +heb ik een idee.... Iets heel nieuws!”</p> +<p>„Pardon, mevrouw,” zeide hij, terwijl hij naar de +onbekende, wier gezicht hij niet dadelijk zien kon, toe <span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>ging; „u hebt bij toeval mijn zakdoek niet +gevonden?”</p> +<p>„Zeker, mijnheer,” antwoordde zij; „als het u +blieft.”</p> +<p>En zij gaf Marcel een zakdoek, die zij in haar hand hield.</p> +<p>De schilder rolde bij die woorden in een afgrond van verbazing.</p> +<p>Maar een luid gelach, waarvan hij plotseling de volle laag in het +gelaat kreeg, deed hem weer tot zichzelf komen; aan die vreugdefanfare +herkende hij zijn oude liefde.</p> +<p>Het was mademoiselle Musette.</p> +<p>„Zoo, zoo!” riep zij uit; „mijnheer Marcel op +jacht naar galante avontuurtjes. Hoe vindt je dit, zeg? Vroolijk is het +zeker.”</p> +<p>„Ik vind het tamelijk,” was zijn antwoord.</p> +<p>„Wat doe je zoo laat in dit stadsdeel?” vroeg +Musette.</p> +<p>„Ik ga naar dit gebouw,” lichtte hij haar in en wees +naar een kleinen schouwburg, waar hij vrijen toegang had.<a id="xd20e5155" name="xd20e5155"></a></p> +<p>„Uit liefde voor de kunst?”</p> +<p>„Neen uit liefde voor Laure.”</p> +<p>„Wie is Laure?” vroeg Musette, wier oogen vraagteekens +schoten.</p> +<p>Marcel ging op zijn flauwe aardigheid door.</p> +<p>„Dat is een chimère, die ik najaag en die binnen deze +kleine muren ingénue-rollen speelt.”</p> +<p>En hij verfrommelde met zijn hand een imaginairen boezem.</p> +<p>„U bent vanavond wel geestig,” zeide Musette.</p> +<p>„En u nieuwsgierig!”</p> +<p>„Praat toch wat zachter, iedereen hoort ons, ze zullen ons nog +voor een verliefd paar, dat ruzie heeft, aanzien.”</p> +<p>„Het zou de eerste keer niet zijn, dat zoo iets ons +overkwam!” zeide Marcel.</p> +<p>Musette zag in die woorden een uitdaging en antwoordde vlug: +<span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span></p> +<p>„En misschien de laatste keer ook niet, wel?”</p> +<p>De vraag was duidelijk, zij klonk Marcel als het fluiten van een +kogel in het oor.</p> +<p>„Gij schitterende hemellichten,” riep hij, opkijkend +naar de sterren; „gij zijt getuigen, dat ik niet het eerste schot +gelost heb. Vlug mijn pantser.”</p> +<p>Van dat oogenblik af was het vuur geopend.</p> +<p>Het eenige noodige was nu nog maar, om een verbindingsstreepje te +vinden, ten einde deze twee grillen, welke plotseling weer met zulk een +gloed ontwaakt waren, samen te brengen.</p> +<p>Al verder loopend keek Musette Marcel en Marcel Musette aan. Zij +spraken niet, maar hun oogen, die plenipotentiarissen van het hart, +ontmoetten elkaar dikwijls. Na een diplomatieke conferentie van een +kwartier had dit congres van blikken deze aangelegenheid in alle stilte +geregeld. Alleen de ratificatie moest nog plaats hebben.</p> +<p>Het afgebroken gesprek werd weer voortgezet.</p> +<p>„Zeg nou eens eerlijk,” vroeg Musette, „waar wou +je daarnet heen?”</p> +<p>„Ik heb het je al gezegd: naar <span class="corr" id="xd20e5199" title="Bron: Laura">Laure</span>.”</p> +<p>„Is zij knap?”</p> +<p>„Haar mond is een nestje van glimlachjes!”</p> +<p>„Dat ken ik al,” zeide Musette.</p> +<p>„Maar jij?” vroeg Marcel, „waar kwam jij vandaan +op de vleugelen van dat rijtuig?”</p> +<p>„Ik heb Alexis, die zijn familie gaat bezoeken, naar het +station gebracht.”</p> +<p>„Wat is die Alexis voor een man?”</p> +<p>Op haar beurt ontwierp Musette van haar tegenwoordigen minnaar een +bekoorlijk beeld. Al verder wandelend bleven Marcel en Musette midden +op den boulevard de comedie: „De terugkeer der liefde” +spelen. Met dezelfde, nu eens liefkoozende, dan weer spottend plagende +<span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span>naïeveteit herhaalden zij strophe voor +strophe die onsterfelijke ode, waarin Horatius en Lydia met zooveel +gratie en bekoorlijkheid de heerlijkheid van hun nieuwe liefde bezingen +en ten slotte aan hun oude liefde een postscriptum toevoegen.</p> +<p>Toen zij bij den hoek van een straat kwamen, marcheerde plotseling +een vrij sterke patrouille voorbij.</p> +<p>Musette „organiseerde” vlug een angstige houding, +klampte zich vast aan Marcel’s arm en zeide:</p> +<p>„Lieve Hemel, kijk eens, daar komen de schutters, zeker een +revolutie. Laten we maken, dat we wegkomen; ik ben zoo bang: breng me +weg!”</p> +<p>„Maar waarheen?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Naar mijn huis,” zeide Musette; „je zult eens +zien hoe aardig het er is. Ik geef een souper: we zullen over politiek +praten.”</p> +<p>„Neen,” antwoordde Marcel, die steeds aan Alexis dacht; +„ik ga niettegenstaande je uitnoodiging voor een souper niet met +je mee. Ik drink niet graag wijn uit een andermans glazen.”</p> +<p>Musette wist op die weigering geen antwoord te geven. Plotseling zag +zij door de mist van haar herinneringen weer het armoedige kamertje van +den armen schilder—want Marcel was geen millionair +geworden—en zij kwam op een ander denkbeeld. Een tweede +patrouille, die kwam aanrukken, was voor haar een welkome gelegenheid +om opnieuw een aanval van angst te krijgen.</p> +<p>„Ze zullen gaan vechten!” riep zij uit; „ik durf +niet naar huis terug. Lieve Marcel, breng mij naar een vriendin van me, +die dicht bij jou wonen <span class="ex">moet</span>!”</p> +<p>Toen zij den Pont Neuf overgingen, barstte Musette in een +schaterlach uit.</p> +<p>„Wat heb je?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Niets,” antwoordde Musette; „ik bedenk me daar +<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>op eens, dat mijn vriendin verhuisd is. Zij +woont tegenwoordig in Batignolles!”</p> +<p>Toen Rodolphe Marcel en Musette arm in arm binnen zag komen, was hij +heelemaal niet verbaasd.</p> +<p>„Als de liefde niet goed begraven is,” zeide hij, +„is dat altijd het slot van het lied!” <span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name="pb223">223</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5017" href="#xd20e5017src" name="xd20e5017">1</a></span> Parijs +bezat vroeger slechts twaalf arrondissementen en evenveel bureaux voor +den burgerlijken stand—een voor den maire van het dertiende +arrondissement gesloten huwelijk was dus een huwelijk uit vrije +liefde.</p> +</div> +</div> +<div id="ch16" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e5253" class="label">Hoofdstuk XVI.</h2> +<h2 class="main">De doortocht door de Roode Zee.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat +beroemde doek, dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee +moest voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury +hardnekkig dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer +trekken van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het +atelier had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het, +wanneer men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat +geweest zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die +het tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef +het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten Salon +ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden en had in +zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van het +Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld, die +met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling was +al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de Ecole des +Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel gevallen was +aan het onsterfelijke klaaglied van Jean Bélin,<a class="noteref" id="xd20e5259src" href="#xd20e5259" name="xd20e5259src">1</a> +schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen +<span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span>van Parijs hadden er een exemplaar van in hun +geheugen.</p> +<p>Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige +weigeringen, welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel +vielen, niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd +gezet, dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte +pendant was van de „Bruiloft te Kanaän”, dat +gigantische meesterwerk, welks schitterende kleurenpracht het stof van +drie eeuwen niet dof had kunnen maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook +weer tegen de opening van den „Salon” zijn doek aan de jury +ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij, om de juryleden op een +dwaalspoor te brengen en te trachten het vooroordeel, dat zij blijkbaar +tegen de „Doortocht van de Roode Zee” hadden, op te heffen, +telkens een of ander detail, zonder echter iets te veranderen aan de +compositie in haar geheel, en gaf het doek dienovereenkomstig een +anderen naam.</p> +<p>Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als +„Overtocht over den Rubicon” voor de jury; maar Pharao, die +onder den mantel van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met +alle eer, die hem verschuldigd was, afgewezen.</p> +<p>Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het +linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in een +hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier der +keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: „Overtocht over +de Beresina.”</p> +<p>Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met +groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen +slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek +onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een +golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225" name="pb225">225</a>]</span>duivelsche paard werd door Marcel gebruikt voor +alle proefnemingen, die hij op het gebied van coloriet deed, en hij +noemde het in vertrouwelijke gesprekken de „synoptische tabel der +fijne tinten,” omdat hij met het spel van licht en schaduw op die +plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist aan te brengen. +Doch, ongevoelig voor dit détail, had ook ditmaal de jury geen +zwarte bolletjes genoeg om den „Overtocht over de Beresina” +te weigeren.</p> +<p>„Goed,” zeide Marcel, „dat dacht ik wel. Het +volgend jaar zal ik het inzenden onder den titel: „Doortocht door +de panorama’s<span class="corr" id="xd20e5276" title="Niet in bron">”</span>.”</p> +<p>„Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden +worden!” zong Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde +melodie, een vreeselijke melodie, lawaaierig als een gamma van +donderslagen, en waarvan de begeleiding de schrik van alle +piano’s in de buurt was.</p> +<p>„Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van +mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken van +schaamte bedekt?” mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek +keek..... „Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf +en een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone +jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig werk, +dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij zullen het +niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn laatsten +ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen dat het +tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!”</p> +<p>„Dat is de zekerste manier, om er gravures van te +krijgen,” merkte Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf +aan toe: „Een heel aardige woordspeling, heel aardig .... die zal +ik verder vertellen.”</p> +<p>Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds +weer op muziek bracht. <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span></p> +<p>„Zij willen mij niet in den Salon toelaten!” riep Marcel +uit. „Ha, de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis +van het Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar, +den eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed, +wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen, dat +ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel, dat +ik, wanneer zij mijn „Doortocht door de Roode Zee” +weigeren, mij hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten. +Maar zij kennen mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo’n +plompe list hopen te vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon +niet afwachten. Van af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek +zijn, dat eeuwig boven hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af +eenmaal per week aan een van de heeren thuis zenden, in zijn eigen +woning, in de schoot van zijn familie, midden in het hart van zijn +particulier leven. Het zal hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij +zullen daardoor hun wijn zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen +onuitstaanbaar vinden. Zij zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig +worden; en men zal ze een dwangbuis moeten aantrekken om op de +zittingsdagen naar den Salon te kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij +toe.”</p> +<p>Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen +zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van +vader <span class="ex">Médicis</span>. Zoo noemde men in den +vriendenkring een Jood, Salomon geheeten, die toentertijd heel goed +bekend was aan alle artistieke en litteraire bohémiens, met wie +hij bijna dagelijks in aanraking kwam. Vader Médicis schacherde +in alles en nog wat. Hij verkocht complete ameublementen van +<span class="ex">twaalf</span> tot duizend daalders. Hij kocht alles en +wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van Proudhon is +niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem, die het +schachergenie bezat in een <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span>graad, welken zelfs de handigsten +van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de +Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat je +maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen der +kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het brein der +menschen—alles was voor Médicis een handelsobject. Hij +schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte +zelfs in het denkbeeldige. Médicis kocht n.l. denkbeelden, +hetzij om ze zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen. +Bekend met alle schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de +paletten en vriend van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de +Asmodé der kunsten. Hij gaf je sigaren in ruil voor een +feuilleton, pantoffels voor een sonnet, versche zeevisch voor +paradoxen; hij praatte tegen betaling—per uur zoo en +zooveel—met de journalisten, die stof voor de chronique +scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor de +kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soirées; hij +gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand en +liet zich daarvoor met copieën naar oude meesters in den Louvre +betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor, +dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een +wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en de +geheimen van alle beroemdheden—zelfs van de meest obscure.</p> +<p>Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden +uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles +omvattenden handel:</p> +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td>20 Maart 184..</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan den antiquair L. het kompas, dat Archimedes tijdens +het beleg <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span>van Syracuse gebruikt heeft.</td> +<td class="xd20e5305">75 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van den journalist V. ... de verzamelde, nog niet +opengesneden werken van * * * *, lid der Académie.</td> +<td class="xd20e5305">10 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan denzelfde een kritisch opstel over de verzamelde +werken van * * * * lid der Académie.</td> +<td class="xd20e5305">30 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan * * *, lid der <span class="corr" id="xd20e5332" +title="Bron: Academie">Académie</span>, een feuilleton van +twaalf kolom over zijn verzamelde werken.</td> +<td class="xd20e5305">50 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van den schrijver R . . . een kritische verhandeling over +de verzamelde werken van * * * * , lid der Académie +française</td> +<td class="xd20e5305">10 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>benevens 50 pond steenkool en 2 K.G. koffie.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan * * * * een porseleinen vaas, die aan madame du Barry +toebehoord heeft.</td> +<td class="xd20e5305">18 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van de kleine D .... haar haar.</td> +<td class="xd20e5305">15 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van B .... een verzameling zedestudiën en de drie +laatste spelfouten van den prefect van de Seine</td> +<td class="xd20e5305">6 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>benevens een paar Napolitaansche laarzen</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan Mlle. O ..... een blonde haarvlecht.</td> +<td class="xd20e5305">120 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van den historieschilder M. een reeks vroolijke +teekeningen</td> +<td class="xd20e5305">25 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Voor het opgeven aan mijnheer Ferdinand van het uur, waarop barones +R .... de P..... naar de kerk gaat, en voor het verhuren van den +kleinen entresol in den faubourg Montmartre, te zamen</td> +<td class="xd20e5305">30 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan mijnheer Isidore zijn portret als Apollo</td> +<td class="xd20e5305">30 francs <span class="pagenum">[<a id="pb229" +href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan Mlle. R .... een paar kreeften en zes paar +handschoenen</td> +<td class="xd20e5305">36 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>(Ontvangen als voorschot 2 fr. 75 c.)</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Voor het verschaffen van een zesmaandsch crediet aan dezelfde bij +madame * * *, modiste</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>(Prijs nader overeen te komen)</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Voor het verschaffen aan madame * * *, modiste, van Mlle. R ..... +als klant</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>(In plaats contant geld ontvangen 3 M. zijde en 6 el kant).</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van den journalist R .... een vordering van 120 francs op +het blad * * *, thans in liquidatie</td> +<td class="xd20e5305">5 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>benevens 2 pond Turksche tabak.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan mijnheer Ferdinand twee liefdesbrieven.</td> +<td class="xd20e5305">12 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van den schilder J .... het portret van Isidore als +Apollo.</td> +<td class="xd20e5305">6 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van * * * * 75 K.G. van zijn werk over „Onderzeesche +revoluties”</td> +<td class="xd20e5305">15 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verhuurd aan gravin de G .... een Saksisch servies</td> +<td class="xd20e5305">20 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van den journalist * * * * 52 regels in zijn Courrier de +Paris</td> +<td class="xd20e5305">100 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan O .... & Co. 52 regels in den Courrier de Paris +van * * * *</td> +<td class="xd20e5305">300 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verhuurd aan Mlle. S .... G. .. op één dag een bed en +een equipage . . . . . memorie</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>(Zie de rekening van Mlle. S . ... G ..... in het grootboek, +folio’s 26 en 27)</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Gekocht van Gustave C .. . een brochure over de +linnen-industrie</td> +<td class="xd20e5305">50 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>benevens een zeldzame editie van Flavius Josephus.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Verkocht aan Mlle. S .... G . . . een <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>modern +ameublement</td> +<td class="xd20e5305">5000 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Voor dezelfde een rekening bij den apotheker betaald</td> +<td class="xd20e5305">75 francs</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Idem idem bij de melkvrouw . . . .</td> +<td class="xd20e5305">3 fr. 85 c.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td>Enz. enz.</td> +</tr> +</table> +</div> +<p>Uit deze aanhalingen ziet men duidelijk hoe uitgebreid de +handelsbetrekkingen van den Jood Médicis waren, die, +niettegenstaande zijn wijze van zaken doen niet steeds door den beugel +kon, nog nooit door iemand lastig gevallen was.</p> +<p>Toen de Jood met zijn intelligent gezicht bij de bohémiens +binnentrad, zag hij dadelijk, dat hij op een voor hem gunstig oogenblik +kwam. Inderdaad zaten de vier vrienden in krijgsraad bijeen en +bespraken, onder voorzitterschap van een in hun maag hamerenden honger, +de hoogst belangrijke brood- en vleeschvraagstukken. Het was een Zondag +tegen het einde der maand—een rampzalige dag en een sinistere +datum.</p> +<p>Het binnenkomen van Médicis werd derhalve met een luid Hoera +begroet, want ze wisten, dat de Jood te gierig was met zijn tijd, om +dien met beleefdheidsbezoeken te verspillen. Zijn komst was dan ook +steeds een zeker bewijs, dat er zaken te doen waren.</p> +<p>„Goedenavond, heeren!” zeide de Jood. „Hoe gaat +het?”</p> +<p>„Colline!” riep Rodolphe, die languit op zijn bed lag en +zwelgde in het genot van een horizontale houding; „Colline, neem +jij de honneurs waar en geef onzen gast een stoel; een gast is heilig. +Ik groet u uit naam van Abraham!” voegde de dichter eraan +toe.</p> +<p>Colline haalde een fauteuil, die even elastisch als staal was, +schoof dien naar den Jood toen en zeide gastvrij:</p> +<p>„Stel u een oogenblik voor, dat u Cinna<a class="noteref" id="xd20e5548src" href="#xd20e5548" name="xd20e5548src">2</a> bent, en +neem dezen zetel.” <span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span></p> +<p>Médicis liet zich in den fauteuil vallen en wilde enkele +opmerkingen omtrent de hardheid ervan maken, toen hem nog juist +bijtijds te binnen schoot, dat hij zelf dien indertijd met Colline +geruild had voor een beginselverklaring, welke hij verkocht had aan een +Kamerlid, dat de gave der improvisatie miste. Toen de jood ging zitten, +lieten zijn zakken een zilveren klank hooren, waarvan de melodie de +vier <span class="corr" id="xd20e5555" title="Bron: bohémens">bohémiens</span> in zoete droomerijen +deed verzinken.</p> +<p>„Laten we nu naar het lied luisteren,” fluisterde +Rodolphe Marcel in. „Het accompagnement is niet kwaad.”</p> +<p>„Mijnheer Marcel,” zeide Médicis, „ik kom +uw fortuin maken. Dat wil zeggen, ik kom u een prachtige gelegenheid +aanbieden, om u in den artistieken wereld te introduceeren. U weet, +mijnheer Marcel, de kunst is een dorre woestijnweg, waarop de roem een +oase is.”</p> +<p>„Papa Médicis,” zeide Marcel, die op kolen van +ongeduld zat; „in naam der vijftig procent, uw gebenedijden +schutspatroon, wees kort!”</p> +<p>„Ja,” voegde Colline eraan toe; „even kort als +koning Pepijn, die even bondig was als u, want gij moet kort en bondig +zijn, zoon van Jacob!”</p> +<p>„Hei, hei, hei!” riepen de bohémiens verschrikt +en keken rond, of de vloer zich niet opende, om den wijsgeer te +verzwelgen.</p> +<p>Doch ditmaal werd Colline nog niet verzwolgen.</p> +<p>„De zaak is deze,” ging Médicis voort. „Een +rijke liefhebber, die een galerij verzamelt, welke een tournée +door Europa moet maken, heeft mij opgedragen een reeks interessante +schilderijen voor hem aan te koopen. Ik kom u nu voorstellen u in dat +museum een plaatsje in te ruimen; in één woord: ik wil uw +„Doortocht door de Roode Zee” koopen.”</p> +<p>„A contant?” vroeg Marcel. <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span></p> +<p>„A contant,” antwoordde de Jood en liet het orkest in +zijn broekzak weer spelen.</p> +<p>„Ben je nou tevreden?” vroeg Colline.</p> +<p>„Natuurlijk,” zeide Rodolphe woedend; „we moeten +waarachtig een paar bittere pillen koopen, om dien kerel zijn mond te +stoppen. Zie je dan niet, lummel, dat hij met daalders spreekt? Bestaat +er dan niets heiligs voor jou, vervloekte atheïst?”</p> +<p>Colline klom op een tafel en nam de houding van Harpokrates, den god +van het zwijgen, aan.</p> +<p>„Ga verder, Médicis,” zeide Marcel en wees op +zijn schilderij: „Ik wil u de eer laten zelf den prijs van dit +werk, dat eigenlijk onbetaalbaar is, te bepalen.”</p> +<p>De Jood legde vijftig nieuwe daalders op de tafel neer.</p> +<p>„Dat is de voorhoede,” zeide Marcel; „en wat +verder?”</p> +<p>„Mijnheer Marcel,” zeide Médicis, „u weet +heel goed, dat mijn eerste woord ook altijd mijn laatste is. Ik geef +geen sou meer. Denk eens goed: 50 daalders, dat is 150 francs. Dit is +een heele som, wat?”</p> +<p>„Maar te weinig,” antwoordde de artist; „alleen +aan den mantel van Pharao zit voor meer dan vijftig daalders kobalt. +Betaal tenminste het maakloon. Maak de stapeltjes gelijk, rond de som +af en ik zal u Leo X noemen, Leo X <span class="ex">bis</span>.”</p> +<p>„Ziehier mijn laatste woord,” antwoordde Médicis; +„ik doe er geen sou bij, maar ik bied u alle vier een diner aan, +wijn zooveel als u lust, en bij het dessert betaal ik in +goud.”</p> +<p>„Niemand meer?” brulde Colline en sloeg driemaal met +zijn vuist op tafel. „Eenmaal, andermaal; niemand meer? ten +derden male!”</p> +<p>„Nou goed dan!” zeide Marcel.</p> +<p>„Ik zal morgen de schilderij laten halen,” zeide de +Jood. „En nu mee, mijne heeren, de tafel is gedekt!”</p> +<p>Onder het zingen van het koor uit de Hugenooten: <span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span><span class="corr" id="xd20e5609" title="Niet in bron">„</span>A table, à table!” gingen de +vier vrienden naar beneden.</p> +<p>Médicis onthaalde de bohémiens op zeer royale manier. +Hij liet hun een groot aantal gerechten voorzetten, die tot nog toe +voor hen onbekende grootheden geweest waren. Na dit diner was kreeft +niet langer een mythe voor Schaunard, die voor deze amphibie een +hartstocht opvatte, welke dicht aan waanzin grensde.</p> +<p>De vier vrienden verlieten het festijn dronken als waren zij op een +wijnoogstfeest geweest. Deze dronkenschap had bijna betreurenswaardige +gevolgen voor Marcel, die, toen hij ’s morgens om twee uur +voorbij zijn kleermaker kwam, met alle geweld zijn schuldeischer wilde +wekken, om hem de honderd vijftig francs, die hij zoo pas ontvangen +had, op afrekening te geven. Een sprankje gezond verstand, dat nog in +Colline’s geest over was, redde den kunstenaar nog juist op den +rand van den afgrond.</p> +<p>Acht dagen later zag Marcel in welke galerij zijn doek een plaatsje +gekregen had. Toen hij door den faubourg Saint Honoré liep, +stootte hij op een troepje menschen, dat blijkbaar met alle aandacht +toekeek hoe er aan een winkel een uithangbord werd aangebracht. Dit +uithangbord was niets meer of minder dan de schilderij van Marcel, die +door Médicis aan een delicatessenhandelaar verkocht was. Alleen +had de „Doortocht door de Roode Zee” nog een nieuwe +verandering ondergaan en weer een anderen naam gekregen. Er was nog een +stoomschip bij geschilderd en het doek heette nu: „In de haven +van Marseille.” Toen het doek onthuld werd, liet de nieuwsgierige +menigte een gemompel van goedkeuring en bewondering hooren.</p> +<p>Verrukt over dezen triomf, keerde Marcel zich om en zeide tot +zichzelf:</p> +<p>„De stem van het volk is de stem van God!” <span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5259" href="#xd20e5259src" name="xd20e5259">1</a></span> De +„Complainte van Jean Bélin” is een satyriek gedicht +van een onbekenden schrijver, dat in 1840 verschenen was. Ook in andere +werken zinspeelt Murger er op.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5548" href="#xd20e5548src" name="xd20e5548">2</a></span> +Vergelijk Racine’s Cinna, acte V, Scène I.</p> +</div> +</div> +<div id="ch17" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e5624" class="label">Hoofdstuk XVII.</h2> +<h2 class="main">Het toilet der Gratiën.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Op een goeden morgen werd Mimi, die anders gewoon was +tot diep in den ochtend te slapen, reeds op klokslag van tien uur +wakker en scheen heel verbaasd Rodolphe noch naast zich noch in de +kamer te zien. Den vorigen avond had zij hem, voor zij in slaap viel, +toch aan zijn schrijftafel zien zitten, waaraan hij van plan was den +geheelen nacht te blijven werken aan een extra-litterairen arbeid, die +hem opgedragen was en waarbij, als hij gereed was, Mimi zeer veel +belang had. De dichter had zijn vriendinnetje namelijk beloofd haar van +de opbrengst van zijn werk een bepaalde voorjaarsjapon te koopen, +waarvan zij een coupon had zien liggen in „De Twee Apen”, +een bekend modemagazijn, voor welks etalages Mimi’s coquetterie +haar godsdienstige plichten dikwijls ging vervullen. Sedert Rodolphe +met het werk begonnen was, nam de voortgang ervan al de gedachten van +Mimi in beslag. Dikwijls ging zij vlak bij den schrijvenden Rodolphe +staan, keek over zijn schouder en zeide dan heel ernstig:</p> +<p>„Nou, en hoe staat het met mijn japon?”</p> +<p>„Wees maar gerust hoor, er is al een mouw klaar!”</p> +<p>Toen zij op een goeden nacht hoorde hoe Rodolphe met zijn vingers +klapte, wat meestal een bewijs was, dat hij tevreden was over zijn +werk, ging zij plotseling rechtop in bed zitten, en riep, terwijl zij +haar bruin kopje door de gordijnen stak: <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name="pb235">235</a>]</span></p> +<p>„Is mijn japon af?”</p> +<p>„Kijk maar”, antwoordde Rodolphe en liet haar vier +groote, dichtbeschreven zijdjes zien; „ik heb zooeven den corsage +gekocht.”</p> +<p>„Heerlijk!” riep Mimi. „Nu ontbreekt alleen de rok +nog maar; hoeveel blaadjes heb je noodig om een rok te +maken?”</p> +<p>„Dat hangt ervan af; maar daar jij niet groot bent, zullen we +met een blaadje of tien van vijftig regels à drie-en-dertig +letters een heel fatsoenlijken rok kunnen hebben.”</p> +<p>„Ik ben niet groot, dat is zoo,” zeide Mimi; „maar +het mag toch niet den schijn hebben, alsof we stof te kort kwamen: de +rokken worden op het oogenblik heel wijd gedragen en ik zou graag mooie +groote plooien hebben, die zoo aardig <span class="ex">frou-frou</span> +maken, wanneer je loopt.”</p> +<p>„Heel goed hoor,” antwoordde Rodolphe ernstig, „ik +zal tien letters meer op een regel zetten, dan kan jij je frou-frou +krijgen.”</p> +<p>En overgelukkig sliep Mimi weer in.</p> +<p>Daar zij zoo onvoorzichtig geweest was met haar vriendinnen Musette +en Phémie te spreken over de mooie japon, die Rodolphe bezig was +voor haar te maken, hadden de twee jonge meisjes al heel gauw de heeren +Marcel en Schaunard in kennis gesteld met de vrijgevigheid van hun +vriend tegenover zijn liefje; welke vertrouwelijke mededeelingen al +even spoedig gevolgd waren door ondubbelzinnige toespelingen om het +door den dichter gegeven voorbeeld na te volgen.</p> +<p>„Wanneer het namelijk nog acht dagen zoo duurt,” zeide +Musette en trok daarbij aan de snor van Marcel, „dan zal ik me +verplicht zien een broek van je te leenen, wanneer ik uit wil +gaan.”</p> +<p>„Ik moet nog vijftien francs van een solide firma +hebben,” antwoordde Marcel; „zoodra ik die som krijg, zal +ik een vijgeblad naar de nieuwste mode voor je koopen.” +<span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span></p> +<p>„En wat krijg ik?” vroeg Phémie aan Schaunard. +„Mijn <span class="ex">peigne noir</span> (zij kon het woord +peignoir niet uitspreken) valt aan flarden.”</p> +<p>Schaunard vischte drie sous uit zijn vestjeszak op en gaf die aan +zijn maîtresse met de woorden:</p> +<p>„Hier kan je naald en draad voor koopen. Naai daar je +<span class="ex">peigne noir</span> maar mee, dat zal je kennis +vermeerderen en je tevens aangenaam bezig houden: <span class="ex">utile dulci</span>.”</p> +<p>Toch kwamen in een zeer in het geheim gehouden bijeenkomst Marcel en +Schaunard met Rodolphe overeen, dat ieder van zijn kant zou trachten de +rechtmatige ijdelheid van hun vriendinnetjes te bevredigen.</p> +<p>„Een kleinigheid maakt die arme kinderen al mooi,” had +Rodolphe gezegd; „maar die kleinigheid moeten zij dan ook hebben. +Sedert eenigen tijd gaat het met de schoone kunsten en de litteratuur +zeer naar wensch; we verdienen bijna even veel als +pakjesdragers.”</p> +<p>„Dat is zoo,” antwoordde Marcel, „ik heb niet te +klagen: de schoone kunsten verheugen zich in een ongekenden bloei; je +zoudt bijna denken in den tijd van Leo X te leven.”</p> +<p>„Dat is waar ook,” viel Rodolphe hem in de rede, +„Musette heeft mij verteld, dat je de laatste acht dagen ’s +morgens vroeg al weggaat en pas met het vallen van den avond thuiskomt. +Heb je werkelijk zooveel te doen?”</p> +<p>„Een prachtig werk, mijn waarde! Médicis heeft het mij +bezorgd. Ik maak n.l. in de kazerne Ave Maria de portretten van +achttien grenadiers tegen gemiddeld 6 francs per stuk, met een +éénjarige garantie voor de gelijkenis, net als bij +horloges. Ik hoop het heele regiment tot klant te krijgen. Het was +juist mijn voornemen Musette weer eens op te tuigen, zoodra +Médicis mij betaald heeft, want met hem heb ik gecontracteerd, +niet met de modellen.”</p> +<p>„En wat mij betreft,” zeide Schaunard langs zijn +<span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>neus weg, „ik heb, al zou je het niet +zeggen, tweehonderd francs ergens liggen.”</p> +<p>„Laat ze dan voor den donder opstaan!” riep +Rodolphe.</p> +<p>„Binnen een paar dagen hoop ik ze bij den bankier te gaan +halen,” ging Schaunard verder; „en ik wil het voor jullie +niet onder stoelen en banken steken, dat het mijn plan is om, wanneer +ik ze in ontvangst genomen heb, aan enkele van mijn hartstochten den +vrijen teugel te laten. Bij den uitdrager hier vlak naast hangen n.l. +een nangkin rok en een jachthoren, die me reeds lang de oogen +uitsteken. Die zal ik me zeker zelf cadeau doen.”</p> +<p>„Maar,” vroegen Marcel en Rodolphe tegelijk, „waar +hoop je dat reusachtige kapitaal vandaan te krijgen?”</p> +<p>„Luistert, heeren,” zeide Schaunard, terwijl hij met een +ernstig gezicht tusschen zijn twee vrienden ging zitten; „we +behoeven elkaar niet te verhelen, dat we, voor we lid van het Instituut +en belastingplichtig worden, nog een aardig stukje roggebrood zullen +moeten naar binnen werken, en het dagelijksch brood is moeilijk te +verdienen. Bovendien zijn we niet alleen; waar de hemel ons met een +liefderijk hart geschapen heeft, heeft ieder van ons zijn tweede ik +gekozen, om zijn lot met haar te deelen.”</p> +<p>„Waar natuurlijk een niet op gevallen is,” viel Marcel +hem in de rede.</p> +<p>„Nu is het,” ging Schaunard voort, „zelfs al +betracht je de grootste zuinigheid, beslist onmogelijk, wanneer je +niets hebt, nog wat over te leggen, vooral niet wanneer je honger +altijd grooter is dan de schaal.”</p> +<p>„Waar wil je eigenlijk op neer komen?” vroeg +Rodolphe.</p> +<p>„Hierop”, antwoordde Schaunard, „dat wij in onzen +tegenwoordigen toestand al heel verkeerd zouden doen, om onzen neus op +te halen, wanneer er zich, zelfs buiten het gebied van onze kunst, een +gelegenheid voordoet, <span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span>om een cijfer te zetten voor de +nul, die ons maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt.”</p> +<p>„Hei, hei!” zeide Marcel, „wien van ons kan jij +verwijten, dat hij zijn neus ophaalt? Heb ik, hoe groot schilder ik +mettertijd ook zal zijn, er niet in toegestemd mijn penseel te offeren +aan een schilderachtige reproductie van Fransche krijgers, die mij van +hun zakgeld betalen? Ik zou zoo denken, dat ik niet aarzel af te dalen +van den ladder van mijn toekomstige grootheid!”</p> +<p>„En ik dan?” zeide op zijn beurt Rodolphe; „weet +je niet, dat ik sinds veertien dagen aan een +medisch-chirurgisch-osanorisch gedicht bezig ben voor een beroemden +tandarts, die mijn inspiratie subsidieert met vijftien sous voor een +dozijn Alexandrijnen, dat is iets meer dan voor een dozijn oesters? +.... En toch schaam ik me daar niet voor; voor ik mijn Muze werkeloos +zou laten, zou ik nog liever het adresboek van Parijs op rijm brengen. +Wanneer je een lier hebt, dan moet je die, duivels nog toe, gebruiken +ook .... En bovendien heeft Mimi hard schoenen noodig.”</p> +<p>„Dan zult ge mij er niet hard om vallen, wanneer je hoort, uit +welken bron de Pactolus, waarvan ik een overstrooming verwacht, +ontsprongen is.”</p> +<p>De geschiedenis van Schaunards tweehonderd francs was de +volgende:</p> +<p>Een dag of veertien geleden was hij binnengeloopen bij een +muziekuitgever, die hem beloofd had hem bij zijn klanten muzieklessen +of een plaats als pianist te bezorgen.</p> +<p>„Bliksems<span class="corr" id="xd20e5723" title="Bron: ”,">,”</span> zeide de uitgever, toen hij hem binnen +zag komen, „u komt als geroepen. Er is mij juist vandaag om een +pianist gevraagd. Het is een Engelschman. Ik geloof, dat hij goed +betalen zal .... Bent u werkelijk een goed pianist?”</p> +<p>Schaunard dacht, dat een bescheiden optreden hem in <span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span>de +achting van zijn uitgever zou kunnen doen dalen. Een musicus, vooral +een pianist, en bescheiden .... dat is een weinig voorkomende +combinatie. Schaunard antwoordde dan ook met veel aplomb:</p> +<p>„Ik ben een prima-pianist; als ik de tering, lange haren en +een zwarten rok had, zou ik op dit oogenblik even beroemd zijn als de +zon, en zoudt u, in plaats van aan mij achthonderd francs te vragen +voor het drukken der partituur van de „Dood van de jonge +maagd”, mij op uw knieën en in een zilveren schaal er +drieduizend komen aanbieden.</p> +<p>„Doch hoe het zij,” ging de kunstenaar voort, „een +feit is het, dat, waar mijn vingers reeds tien jaar lang dwangarbeid op +de toetsen verrichten, ik het ivoor en de kruisen vrij goed weet te +behandelen.”</p> +<p>De persoon, tot wien Schaunard verwezen werd, was een Engelschman, +Mr. Birn’n geheeten. De musicus werd het eerst in ontvangst +genomen door een blauwen <span class="corr" id="xd20e5736" title="Bron: akei">lakei</span>, die hem aan een groenen lakei overhandigde, +welke op zijn beurt hem weer overgaf aan een zwarten lakei, die hem in +een salon bracht, waar hij een eilandbewoner tegenover zich zag, die in +de houding van een spleenlijder, waardoor hij aan Hamlet deed denken, +peinzend over de nietswaardigheid van ons bestaan, in een fauteuil +weggedoken zat. Juist wilde Schaunard het doel van zijn komst +uiteenzetten, toen doordringende kreten zich lieten hooren en hem de +woorden afsneden. Dit vreeselijke gekrijsch, dat je trommelvlies bijna +deed scheuren, werd uitgestooten door een papegaai, die op het balcon +van de benedenverdieping op zijn stok zat.</p> +<p>„O, deze beest, deze beest!” jammerde de Engelschman, +die uit zijn fauteuil opsprong. „Hij zal doen sterven +mij.”</p> +<p>En op hetzelfde oogenblik begon de vogel zijn repertoire af te +krijschen, dat veel uitgebreider was dan dat van gewone papegaaien. +Schaunard bleef stom verbaasd <span class="pagenum">[<a id="pb240" +href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>staan, toen hij het dier, op +bevel van een vrouwelijke stem, de eerste verzen van het verhaal van +Théramène<a class="noteref" id="xd20e5746src" href="#xd20e5746" name="xd20e5746src">1</a> met de intonaties, die op het +Conservatoire geleerd worden, hoorde voordragen.</p> +<p>Deze papegaai was de lieveling van een actrice, wier boudoir +toentertijd zeer gezocht was. Het was een van die vrouwen, welke, +zonder dat men weet waarom of hoe, op den turf der galanterie tot +waanzinnige prijzen genoteerd zijn en wier naam op de menu’s van +vrijgezellensoupers staat, waar zij als levend dessert dienst doen. In +onzen tijd staat het voor een Christen „gekleed” om gezien +te worden in het gezelschap van zulke heidinnen, die dikwijls niets +antieks hebben behalve haar geboortebewijs. Wanneer zij knap zijn, zit +er per slot van rekening nog zooveel kwaad niet bij: het ergste, dat je +riskeert, is dat je eens op stroo moet slapen, omdat je haar een +palissanderhouten ameublement gegeven hebt. Maar wanneer ze haar +schoonheid bij het ons in parfumeriewinkels koopen en deze niet bestand +is tegen drie druppels water op een lapje, wanneer haar geestigheid +ophoudt bij een café-chantant-couplet en haar talent zetelt in +de hand van een claqueur, dan is het bijna onbegrijpelijk hoe menschen +van stand, die soms geest, een naam en een nieuw-modisch pak hebben, +zich uit liefde tot het laag-bij-den-grondsche zoo laten medeslepen, +dat zij schepsels, die hun huisknecht niet als liefje zou willen +hebben, tot een mode-voorwerp verheffen.</p> +<p>De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij +noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel +zij geboren was in het Parijsche Andalusië, dat de rue +Coquenard<a class="noteref" id="xd20e5756src" href="#xd20e5756" name="xd20e5756src">2</a> heet. Ofschoon de <span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>afstand tusschen de +rue Coquenard en de rue de Provence slechts tien minuten bedraagt, had +zij toch zeven à acht jaar noodig gehad om dien weg af te +leggen. Haar voorspoed was toegenomen in denzelfden mate als haar +schoonheid afgenomen was. Zoo had zij op den dag, dat zij haar eersten +valschen tand liet inzetten, één paard, en den dag, dat +zij een tweeden een buurman gaf, twee paarden. Thans leefde zij op zeer +grooten voet, woonde in een paleis, gaf op de wedrennen te Longchamp de +mode aan en organiseerde bals, waarop geheel Parijs tegenwoordig was, +d.w.z. het geheele Parijs van die dames: de nietsdoende hovelingen van +de <span class="corr" id="xd20e5761" title="Bron: lichtzinnnigheid">lichtzinnigheid</span> en van het schandaal, +de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige hoofden +rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen; de bravi +der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige orden, die +geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en waar +zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al die +Eva’s-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder +op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop +aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende +ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het +voorhoofd en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste +viooltjes der lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al +die menschen, welke de couranten <span class="ex">tout Paris</span> +noemen, verkeerden in de salons van mademoiselle Dolorès, de +meesteres van de bovenbedoelde papegaai.</p> +<p>Deze vogel, dien zijn oratorische talenten in den geheelen wijk +beroemd gemaakt hadden, was langzamerhand de schrik der naaste buren +geworden. Van zijn stang op het balcon maakte hij een tribune, vanwaar +hij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat eindelooze +redevoeringen <span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span>hield. Enkele met zijn meesteres bevriende +journalisten hadden hem een paar parlementaire spreekwijzen geleerd, +waardoor het dier buitengewoon sterk in de suikerquaestie was. Hij +kende het repertoire der actrice van buiten en declameerde het +zòò goed, dat hij in geval van ziekte desnoods haar +rollen zou kunnen opnemen. Daar deze bovendien een polyglotte in haar +gevoelens was en uit alle oorden der wereld bezoeken ontving, sprak de +papegaai alle talen en ging zich soms in alle idiomen te buiten aan +vloeken en verwenschingen, welke den schippersknechts, aan wie +Vert-Vert<a class="noteref" id="xd20e5771src" href="#xd20e5771" name="xd20e5771src">3</a> zijn al te geavanceerde opvoeding te danken had, +het schaamrood naar de wangen gejaagd zoude hebben. Het gezelschap van +dien vogel, dat de eerste tien minuten leerzaam en amusant kon zijn, +werd een ware kwelling, wanneer het langer duurde. De buren hadden +reeds meermalen geklaagd, doch de actrice had er geen oor voor gehad. +Twee of drie huurders, eerzame familievaders, hadden in hun +verontwaardiging over de lichte zeden der actrice, waarin de +indiscreties van den papegaai ze had ingewijd, zelfs hun huur opgezegd +aan den huiseigenaar, dien Dolorès in zijn zwakke zijde had +weten te tasten.</p> +<p>De Engelschman, bij wien we Schaunard hebben zien binnenkomen, had +drie maanden lang geduld geoefend.</p> +<p>Op een goeden dag echter hulde hij zijn woede, die eindelijk +uitgebarsten was, onder een rok en witte das en liet zich met al de +plichtplegingen, die noodig zijn om te Windsor bij koningin Victoria +voor den handkus te worden toegelaten, bij mademoiselle Dolorès +aanmelden. <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name="pb243">243</a>]</span></p> +<p>Toen deze hem zag binnenkomen, dacht zij eerst, dat het +Hoffmann<a class="noteref" id="xd20e5781src" href="#xd20e5781" name="xd20e5781src">4</a> in zijn kostuum van lord Spleen was, en noodigde +hem, daar zij een collega goed wilde ontvangen, uit bij haar te blijven +déjeuneeren. De Engelschman echter antwoordde in een Fransch, +dat een Spaansche réfugié hem in vijf-en-twintig lessen +geleerd had, met den grootsten ernst:</p> +<p>„Ik neem aan uw uitnoodiging op voorwaarde, dat wij zullen +opeten dien .... vreeselijken vogel,” en hij wees op de kooi van +den papegaai, die reeds den eilandbewoner in hem geroken had en hem met +het „God save the King” begroette.</p> +<p>Dolorès dacht, dat de Engelschman gekomen was, om haar voor +den gek te houden, en wilde juist een heftig antwoord geven, toen Mr. +Birn’n eraan toevoegde:</p> +<p>„Daar ik ben zeer rijk, ik vogel wel koopen wil.”</p> +<p>Dolorès antwoordde, dat zij zeer gehecht was aan het dier en +het niet in de handen van een ander wilde zien overgaan.</p> +<p>„O, ik wil het ook niet hebben in mijne handen, maar onder +mijne voeten!” zeide de Engelschman en liet den hak van zijn +laarzen zien.</p> +<p>Dolorès beefde van woede en wilde in verontwaardiging +losbarsten, toen zij aan den vinger van den Engelschman een ring zag, +waarvan de diamant misschien wel een rente van vijf-en-twintighonderd +francs vertegenwoordigde. Die ontdekking werkte als een stortbad op +haar woede. Zij bedacht, dat het niet verstandig zou zijn het aan den +stok te krijgen met een man, die vijftigduizend francs aan zijn pink +droeg.</p> +<p>„Goed, mijnheer!” zeide zij dan ook; „als de arme +Coco u last veroorzaakt, zal ik hem in de achterkamer zetten; op die +manier zult u hem niet meer kunnen hooren.”</p> +<p>Het gezicht van den Engelschman helderde eenigszins op. <span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span></p> +<p>„Maar toch,” zeide hij en liet nogmaals zijn schoenen +zien, „zou ik liever ....”</p> +<p>„Wees maar niet bang,” viel Dolorès hem in de +rede; „van de plek, waar ik hem zetten zal, kan hij milord +onmogelijk lastig vallen.”</p> +<p>„O, ik niet ben milord .... ik enkel ben esquire.”</p> +<p>Toen echter Mr. Birn’n zich, na een stijve buiging gemaakt te +hebben, wilde terugtrekken, nam Dolorès, die haar belangen onder +alle omstandigheden in het oog hield, van een hoektafeltje een klein +pakje en zeide:</p> +<p>„Mijnheer, vanavond wordt in den * * * Schouwburg mijn +benefice-voorstelling gegeven. Ik moet in drie stukken optreden. Zoudt +u mij willen toestaan u een paar loges aan te bieden. De prijs der +plaatsen is slechts weinig verhoogd.”</p> +<p>En met die woorden drukte zij den eilandbewoner een tiental +loge-biljetten in de hand.</p> +<p>„Nu ik zoo bereidwillig geweest ben hem een dienst te +bewijzen,” dacht zij bij zichzelf, „is het voor hem, als +hij tenminste een welopgevoed iemand is, onmogelijk mij dit te +weigeren; en wanneer hij mij in mijn rood costuum ziet .... je kan +nooit weten .... we wonen zoo vlak naast elkaar .... de diamant, dien +hij aan zijn pink draagt, is de voorhoede van een millioen. Nou ja, hij +is wel leelijk en erg vervelend, maar dat zal mij gelegenheid geven om +zonder zeeziekte naar Londen te gaan.”</p> +<p>Nadat de Engelschman de toegangsbewijzen in zijn zak gestoken had, +liet hij zich het doel, waarvoor zij bestemd waren, nog eens verklaren +en vroeg dan naar den prijs.</p> +<p>„De loge kost zestig francs en u hebt er tien .... Maar het +heeft geen haast,” voegde Dolorès eraan toe, toen zij zag, +dat de Engelschman zijn portefeuille voor den dag wilde halen; +„ik hoop, dat u, als buurman, mij van tijd tot tijd wel een +bezoek zult brengen.” <span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span></p> +<p>Doch Mr. Birn’n antwoordde:</p> +<p>„Ik niet houd van zaken op crediet;” en hij nam een +billet van duizend francs uit zijn zak, legde het op tafel en stak de +toegangsbewijzen in zijn portefeuille.</p> +<p>„Ik zal u teruggeven,” zeide Dolorès en opende +een kastje, waarin zij haar geld bewaarde.</p> +<p>„O, neen,” zeide de Engelschman; „dat is +drinkgeld,” en hij ging heen, Dolorès, die door die +woorden met stomheid geslagen was, alleen latend.</p> +<p>„Drinkgeld!” riep zij uit, toen zij haar spraak +teruggekregen had. „Wat een lomperd! Ik zal hem zijn geld +teruggeven.”</p> +<p>Doch deze grofheid van Mr. Birn’n had slechts de opperhuid van +haar trots gekwetst; bij nadere overweging werd zij kalmer; zij bedacht +zich, dat twintig louis d’or toch een aardig sommetje vormden, en +dat zij vroeger voor heel wat minder geld veel meer had moeten +slikken.</p> +<p>„Ach wat,” zeide zij tot zichzelf; „je moet niet +zoo trotsch zijn. Niemand heeft mij gezien en vandaag komt juist mijn +waschvrouw. En bovendien radbraakt die Engelschman onze taal zoo, dat +hij misschien wel gedacht heeft mij een complimentje te +maken.”</p> +<p>En vroolijk deed Dolorès haar twintig louis achter slot en +grendel. Doch na de voorstelling kwam zij woedend thuis. Mr. +Birn’n had de toegangsbewijzen niet gebruikt en de tien loges +waren leeg gebleven.</p> +<p>Toen zij dan ook om half een het tooneel betrad, las de ongelukkige +beneficiante op het gezicht van haar +coulissen-„vriendinnen” heel duidelijk, hoe zij zich +verkneukelden, dat de zaal zoo leeg was.</p> +<p>Zij hoorde zelfs, hoe een vriendelijke collega, terwijl zij op de +leege loges wees, tot een andere zeide:</p> +<p>„Die arme Dolorès heeft een leeg huis.”</p> +<p>„In de loges zit bijna niemand.”</p> +<p>„En in het orkest geen kip!” <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span></p> +<p>„Lieve Hemel; haar naam op het affiche werkt als een +luchtpomp.”</p> +<p>„En dan nog zoo verwaand, om de prijzen te +verhoogen.”</p> +<p>„Een mooie benefiet. Ik wed, dat de recette in een spaarpot of +in een hiel van een kous kan.”</p> +<p>„Daar is ze met haar fameus costuum met rood fluweelen +linten.”</p> +<p>„Zij ziet er uit als een gekookte kreeft.”</p> +<p>„Hoeveel heb jij met je laatste benefiet gemaakt?” vroeg +een der actrices aan haar vriendin. „Ik heb slechts zes francs +overgehouden; de rest heeft mijn modiste genomen. Als ik niet bang was +voor winterkloven, dan zou ik naar St. Petersburg gaan.”</p> +<p>„Wat? Nog geen dertig jaar en dan wil je al naar Rusland +gaan!”</p> +<p>„Wat zal ik je zeggen? En is jouw benefiet gauw?”</p> +<p>„Over veertien dagen. Ik heb al voor duizend daalders +verkocht, ongerekend de cadetten.”</p> +<p>„Kijk eens, de stalles loopen leeg.”</p> +<p>„Omdat Dolorès zingt.”</p> +<p>Inderdaad bracht Dolorès, even rood als haar kostuum, haar +niet aan te hooren coupletten eruit. Toen zij met groote moeite het +slot bereikt had, werden haar twee bloemruikers toegeworpen door twee +vriendinnen (eveneens actrices), die zich over haar baignoire heen +bogen en riepen:</p> +<p>„Bravo, Dolorès!”</p> +<p>Men kan zich voorstellen hoe woedend zij was. Zoodra zij op haar +kamer kwam, opende zij, hoewel het midden in den nacht was, het raam en +maakte Coco wakker, die op zijn beurt Mr. Birn’n weer wekte, die +in vol vertrouwen op het woord der actrice was gaan slapen.</p> +<p>Van dien dag af was de oorlog tusschen de actrice en den Engelschman +uitgebroken: een oorlog op leven en dood, een oorlog zonder +wapenstilstand of rust, waarin <span class="pagenum">[<a id="pb247" +href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span>de beide betrokken deelnemers +voor geen kosten of moeiten terugdeinsden. De papegaai, die door +Dolorès diensovereenkomstig opgeleid werd, had een ernstige +studie gemaakt van de tale Albions en braakte nu den geheelen dag door +met zijn scherpste faussettonen vloeken tegen zijn buurman uit. Dat was +inderdaad iets onverdragelijks. Dolorès zelf leed eronder, maar +zij hoopte dat dit Mr. Birn’n binnen enkele dagen tot den aftocht +zou dwingen: dat toch was het doel, dat haar eigenliefde zich gesteld +had. De eilandbewoner van zijn kant had allerlei middelen uitgedacht om +zich te wreken. Om te beginnen had hij in zijn salon een +trommel-academie gesticht, maar de commissaris van politie had daarover +zijn <span class="ex">veto</span> uitgesproken. Toen had hij, met den +dag vindingrijker wordend, een schietbaan voor pistool aangelegd; +dagelijks verschoten zijn bedienden minstens vijftig schijven. Weer +kwam de commissaris tusschenbeide en maakte hem opmerkzaam op een +artikel uit de politieverordening, waarbij het gebruik van vuurwapen in +bewoonde huizen strafbaar gesteld was. Mr. Birn’n liet het vuren +dus staken. Maar acht dagen later merkte mademoiselle Dolorès +dat het in haar appartementen regende. Ten gevolge daarvan stelde de +huiseigenaar een onderzoek in bij Mr. Birn’n, dien hij aantrof +juist op het oogenblik, dat hij op het punt stond een zeebad te nemen +in zijn salon. De wanden van dit vrij groote vertrek waren n.l. in de +rondte met zinken platen bekleed; alle deuren waren toegespijkerd; en +in dat geïmproviseerde bassin had men in een honderd drachten +water een vijfhonderd centenaars zout vermengd. Het was een echte +Oceaan in het klein. Niets ontbrak eraan, zelfs de visschen niet. Door +een in het bovenpaneel van de middendeur aangebrachte opening kon men +in dit zeetje afdalen en Mr. Birn’n nam op die wijze dagelijks +een bad. Na korten tijd begon men in den wijk de werkingen van eb +<span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name="pb248">248</a>]</span>en vloed waar te nemen, terwijl mademoiselle +Dolorès een halven duim water in haar slaapkamer had staan.</p> +<p>De huisheer werd woedend en dreigde Mr. Birn’n met een proces +tot schadevergoeding voor de in zijn pand aangerichte verwoesting.</p> +<p>„Ik dan niet heb het recht in mijn huis mij te +baden?”</p> +<p>„Neen, mijnheer!”</p> +<p>„Als ik niet heb het recht, dan goed,” zeide de +Engelschman vol eerbied voor de wet van het land, waarin hij leefde. +„Het is jammer, ik amuseerde zoo mij.”</p> +<p>En denzelfden avond nog gaf hij order zijn Oceaan te laten +leegloopen. Het was inderdaad hoog tijd: op den vloer had zich reeds +een oesterbank gevormd.</p> +<p>Doch daarom had Mr. Birn’n den strijd niet opgegeven; +integendeel hij zocht naar een wettig middel tot voortzetting van dezen +zeldzamen oorlog, die het onderwerp van gesprek uitmaakte van geheel +Parijs, want de tijding van dit avontuur had zich spoedig in de +schouwburg-foyers en andere openbare plaatsen verspreid. Het was dus +voor Dolorès een eere-zaak om als overwinnares uit dezen strijd, +die reeds tot verschillende weddenschappen aanleiding gegeven had, te +voorschijn te treden.</p> +<p>Mr. Birn’n was toen op het denkbeeld van den piano gekomen. +Dat was zoo’n kwaad denkbeeld niet: het nietswaardigste van alle +instrumenten was zonder twijfel in staat den strijd aan te binden tegen +den nietswaardigsten van alle vogels. Zoodra dat goede denkbeeld bij +hem opgekomen was, had de Engelschman zich gehaast het ten uitvoer te +brengen. Hij had een piano gehuurd en daarbij een pianist gevraagd. Die +pianist nu was, zooals men zich herinneren zal, onze vriend Schaunard. +De Engelschman wijdde hem dadelijk in alle hem door den papegaai van +zijn buurvrouw aangedane martelingen in en stelde hem ook in kennis met +alles wat hij reeds geprobeerd had om de actrice tot overgave te +dwingen. <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span></p> +<p>„Maar <span class="corr" id="xd20e5908" title="Bron: mylord">milord</span>,” zeide Schaunard; „er bestaat +toch een heel eenvoudig middel om dat beest uit den weg te ruimen; +peterselie. Alle scheikundigen zijn het volkomen eens, dat deze +soepplant Pruisisch zuur voor die dieren is; strooi dus wat fijngehakte +peterselie op uw tapijten en laat die uit het raam boven de kooi van +Coco uitkloppen: hij zal daar even zeker aan sterven als wanneer hij te +dineeren gevraagd was bij paus Alexander VI.”</p> +<p>„Daar ik wel aan heb gedacht,” antwoordde Mr. +Birn’n, „maar de dier wordt bewaakt; de piano is +zekerder.”</p> +<p>Schaunard, die den Engelschman in den beginne niet begreep, keek hem +verwonderd aan.</p> +<p>„Luister eens wat ik bedacht heb. De comediante en haar dier +slapen tot ’s middags twaalf uur. Volg nu goed mijn redeneering +..... Ik van plan ben haar te storen in haar slaap. De wet van dit land +mij toestaat te maken muziek van den ochtend tot den avond. Begrijpt u, +wat ik verwacht van u?”</p> +<p>„Maar de actrice zal het heusch niet zoo onaangenaam vinden om +mij den geheelen dag piano te hooren spelen, en dat nog wel +gratis,” meende Schaunard. „Ik ben een eerste klas pianist +en wanneer ik tering had .....”</p> +<p>„Ho, ho!” viel de Engelschman hem in de rede; „ik +u ook niet zeg te maken goede muziek. U moet maar slaan op het +instrument. Zoo bijvoorbeeld .....” en Mr. Birn’n probeerde +een gamma te spelen; „en altijd hetzelfde, altijd hetzelfde, +meedoogenloos, mijnheer de muzikant, altijd weer de gamma. Ik weet wat +van geneeskunde, dat maakt krankzinnig. Zij zullen daar beneden +krankzinnig worden, daarop ik reken. Neem plaats aan het instrument, +mijnheer; ik betalen zal u goed.”</p> +<p>„Dit nu,” zeide Schaunard, die al de bijzonderheden, +welke men hierboven gelezen heeft, verteld had; „dit nu is sedert +veertien dagen mijn bezigheid: een gamma en niets dan diezelfde gamma +van ’s ochtends vijf uur tot <span class="pagenum">[<a id="pb250" +href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span>’s avonds. Het behoort, +strikt genomen, niet tot de ernstige kunst; maar <span class="corr" id="xd20e5925" title="Bron: wet">wat</span> kan ik eraan doen, kinderen? +De Engelschman betaalt voor het lawaaimaken tweehonderd francs per +maand; je moet wel een beul voor je eigen lichaam zijn, om zoo’n +buitenkansje van de hand te wijzen. Ik heb het aangenomen en over een +paar dagen ga ik naar de bank om het salaris voor de eerste maand te +halen.”</p> +<p>Aan het slot van die wederkeerige vertrouwelijke mededeelingen +besloten de drie vrienden dit gelijktijdige binnenkomen van looddeelen +te gebruiken, om de <span class="corr" id="xd20e5931" title="Bron: gerecht vaardigde">gerechtvaardigde</span> coquetterie van hun +vriendinnetjes te bevredigen en haar het voorjaarscostuum te geven, +waarnaar zij zoo vurig verlangden. Bovendien spraken zij af, dat +degene, die het eerst zijn geld krijgen zou, wachten <span class="corr" +id="xd20e5934" title="Bron: mosst">moest</span> tot bij de andere +dezelfde blijde gebeurtenis plaats gehad zou hebben, om op die manier +de inkoopen gemeenschappelijk te doen en de dames Mimi, Musette en +Phémie gelijktijdig het genoegen te laten smaken zich „in +een nieuwe huid te steken”, zooals Schaunard het noemde.</p> +<p>Twee of drie dagen na deze geheime bijeenkomst opende Rodolphe de +rij, zijn osanorisch gedicht was betaald; hij woog tachtig francs +zwaarder. Nog twee dagen later had Marcel van Médicis het +honorarium voor achttien korporaalsportretten à zes francs +ontvangen.</p> +<p>„Het is net, of ik goud zweet,” zeide de dichter.</p> +<p>„Ik heb precies hetzelfde gevoel,” antwoordde Marcel. +„Als Schaunard nog lang talmt, zal ik onmogelijk mijn rol van +anonymen Croesus verder kunnen spelen.”</p> +<p>Maar den volgenden dag reeds zagen de bohémiens Schaunard in +een prachtig goudgeel nangkin jaquette thuiskomen.</p> +<p>„Goede God!” riep Phémie, die door het zien van +haar zoo elegant gebonden minnaar verblind werd; „waar heb jij +die jas gevonden?” <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name="pb251">251</a>]</span></p> +<p>„Tusschen mijn papieren,” antwoordde de gammakunstenaar, +terwijl hij zijn vrienden een wenk gaf, om hem te volgen.</p> +<p>„Ik heb het,” zeide hij, toen zij alleen waren; +„daar heb je het zaakje,” en hij liet een handvol +goudstukken zien.</p> +<p>„Voorwaarts, marsch dan!” riep Marcel uit; „laten +we de magazijnen gaan plunderen! Wat zal Musette in haar schik +zijn!”</p> +<p>„En Mimi dan!” voegde Rodolphe eraan toe. „Nou +vooruit, ga je mee, Schaunard?”</p> +<p>„Laat ik nog even op één ding wijzen!” +antwoordde de gammakunstenaar. „Wanneer we de dames overladen met +de duizend luimen der mode, begaan we misschien een dwaasheid. Denkt +eens goed na. Zijn jullie niet bang, dat, als zij op de platen uit de +<span class="ex">Echarpe d’Iris</span> gelijken, al die pracht en +praal een verderfelijken invloed op haar karakter zal uitoefenen? En +past het bovendien jongemannen, zooals wij zijn, de vrouwen zoo te +behandelen, alsof wij afgeleefde en gerimpelde grijsaards waren? Ik zeg +dit niet, omdat ik geen veertien of achttien francs ervoor over heb, om +Phémie een nieuw costuum te geven, maar omdat ik bang ben, dat +zij mij niet meer zal willen groeten, als zij eenmaal een nieuwen hoed +heeft. En wat is ze knap, als ze alleen maar een bloem in haar haar +heeft. Wat zeg jij ervan?” Deze vraag was gericht tot Colline, +die tijdens Schaunard’s rede binnengekomen was.<a id="xd20e5961" +name="xd20e5961"></a></p> +<p>„Ondank is de zoon der weldaad,” zeide de wijsgeer.</p> +<p>„En ook mogen jullie wel eens overwegen,” ging Schaunard +voort, „wat voor figuur jullie in je afgedragen pakken naast je +vriendinnetjes in haar elegante costuums zult maken. Je zult er uit +zien als haar kamermeisjes. Ik zeg dat niet voor mij,” voegde +Schaunard er aan toe, terwijl hij in zijn nangkin rok een breede borst +zette, „ik kan mij nu, Goddank, overal laten zien!”</p> +<p>Niettegenstaande de oppositie van Schaunard werd <span class="pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>toch +besloten den volgenden dag alle bazars in de buurt ter wille van de +dames te plunderen.</p> +<p>En werkelijk kwamen den volgenden ochtend op hetzelfde uur, dat wij +in het begin van dit hoofdstuk mademoiselle Mimi heel verbaasd over de +afwezigheid van Rodolphe wakker hebben zien worden, de dichter en zijn +twee vrienden met een loopjongen uit de „Twee Apen” en een +modiste, die de stalen droegen, de trap naar hun kamer op. Schaunard, +die inmiddels den beroemden jachthoorn gekocht had, liep voorop en +blies de ouverture van „De Karavaan.”</p> +<p>Musette en Phémie, door Mimi, die in den entresol woonde, +geroepen, vlogen op het bericht, dat er hoeden en japonnen voor haar +gebracht werden, als een lawine de trap af. Bij het zien van al de +armzalige rijkdommen, die voor haar uitgestald lagen, werden de drie +vrouwen bijna dol van blijdschap. Mimi kreeg een aanval van overmoedige +vroolijkheid: zij sprong rond als een geit en zwaaide een dunne wollen +sjaal heen en weer. Musette was Marcel om den hals gevlogen en had in +iedere hand een klein groen laarsje, die zij als cymbalen tegen elkaar +sloeg. Phémie keek snikkend Schaunard aan en kon niets anders +uitbrengen dan de woorden:</p> +<p>„O, mijn Alexander, mijn Alexander!”</p> +<p>„Bij haar is het gevaar niet groot, dat ze de geschenken van +Artaxerxes weigert,” mompelde de wijsgeer Colline.</p> +<p>Toen de eerste vreugde wat geluwd, de keuze gemaakt en de rekeningen +betaald waren, zeide Rodolphe tot de drie dames, dat zij zorgen moesten +den volgenden ochtend haar costuums af te hebben.</p> +<p>„We gaan naar buiten!” zeide hij.</p> +<p>„Dat is zoo moeilijk niet!” riep Musette uit. „Het +is niet voor het eerst, dat ik op één en denzelfden dag +een japon gekocht, geknipt, genaaid en aangetrokken heb. Wij zullen +klaar zijn, niet waar dames?” <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name="pb253">253</a>]</span></p> +<p>„Natuurlijk!” riepen Mimi en Phémie tegelijk +uit.</p> +<p>Dadelijk gingen zij aan het werk en de eerstvolgende zestien uur +gaven zij schaar en naald geen oogenblik rust.</p> +<p>De volgende dag was de eerste Mei. De Paaschklokken hadden reeds +eenige dagen tevoren de opstanding der lente ingeluid; en van alle +kanten kwam zij nu haastig en vroolijk aan; zij kwam, zooals het in het +Duitsche volkslied heet, als de jonge bruidegom, die den Meiboom onder +het venster van zijn geliefde gaat planten. Zij schilderde den hemel +blauw, de boomen groen en al het andere in mooie kleuren. Zij wekte de +zon, die in haar nevelbed sliep, het hoofd op de van sneeuw zwangere +wolken, die haar tot kussen dienden, en riep haar toe: „Sta op, +vriendin, het is tijd! Hier ben ik! Vlug aan het werk! Trek zonder +talmen je mooi nieuw stralenkleed aan en laat je dadelijk op je balkon +zien, om mijn komst te melden!”</p> +<p>Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu +trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun +pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel door +de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn +bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men +reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest zag +komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters en +verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg,<a class="noteref" +id="xd20e5996src" href="#xd20e5996" name="xd20e5996src">5</a> een +leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name="pb254">254</a>]</span>vingers, die den arme nog doet rillen aan het +hoekje van zijn haard, waarin de laatste vonken van zijn laatste +houtblok reeds lang uitgedoofd zijn. Zoele koeltjes golfden door de +heldere atmospheer en droegen de eerste geuren der naburige velden naar +de stad. De heldere, warme zonnestralen klopten tegen de vensterruiten +en zeiden tot den zieke: „Doe open, wij zijn de +gezondheid!” en tot het meisje, dat in haar dakkamertje voor haar +spiegel staat, die onschuldige eerste liefde der onschuldigen: +„Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen; wij zijn de +lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken, je stroohoed +opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de grasperken, waarop +gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen, en reeds lokken de +violen ten dans. Gegroet, gij schoone!”</p> +<p>Toen de dichtstbijzijnde kerkklokjes het Angelus luidden, stonden +onze drie ijverige coquetten, die nauwelijks tijd hadden kunnen vinden, +om een paar uur te slapen, reeds voor haar spiegel, om een laatsten +onderzoekenden blik op haar nieuwe toiletjes te werpen.</p> +<p>Zij zagen er in haar gelijkkleurige costuums alle drie bekoorlijk +uit en op haar gezichtjes was duidelijk de bevrediging te lezen, die de +verwezenlijking van een lang gekoesterden wensch geeft.</p> +<p>Vooral Musette straalde van schoonheid.</p> +<p>„Ik ben nog nooit zoo in mijn schik geweest,” zeide zij +tot Marcel; „het is net, alsof de goede God al het geluk, dat +voor mij bestemd is, in dit eene uur samengedrongen heeft, en ik ben +bang, dat er nu voor het vervolg niet veel meer overblijft. Maar kom, +wanneer er niet meer zijn zal, dan maken we het zelf. Wij hebben er een +goed recept voor,” voegde zij er vroolijk aan toe, terwijl ze +Marcel een kus gaf.</p> +<p>Phémie had iets, dat haar hinderde.</p> +<p>„Ik houd wel van het groen en de kleine vogels,” +<span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name="pb255">255</a>]</span>zeide zij; „maar buiten kom je niemand +tegen, zoodat niemand mijn mooien hoed en japon zal zien. Kunnen we +niet op den boulevard gaan picnicken?”</p> +<p>Om acht uur werd de geheele straat door de fanfares van den +jachthoorn van Schaunard, die het signaal tot vertrek gaf, in rep en +roer gebracht. De buren kwamen aan het venster, om de bohémiens +voorbij te zien gaan. Colline, die van de partij was, sloot den stoet +met de parasols der dames onder zijn arm. Een uur later was het geheele +vroolijke troepje in Fontenay-aux-Roses.</p> +<p>Toen zij ’s avonds, aardig laat, thuiskwamen, verklaarde +Colline, die den geheelen dag de functies van schatbewaarder vervuld +had, dat zij zes francs vergeten hadden uit te geven, en legde dat +overschot op tafel.</p> +<p>„Wat moeten we daarmee beginnen?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Hoe zou je het vinden, als we er effecten voor +kochten?” was Schaunard’s antwoord. <span class="pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5746" href="#xd20e5746src" name="xd20e5746">1</a></span> +Vergelijk Racine’s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/1977">Phèdre</a>, acte I, +scène I.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5756" href="#xd20e5756src" name="xd20e5756">2</a></span> In de +Rue Coquenard ligt de kerk Notre-Dame-de-Lorette, wier naam overgegaan +is op de schoone zondaressen, die in deze straat wonen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5771" href="#xd20e5771src" name="xd20e5771">3</a></span> De +papegaai Vert-Vert is de held van een naar hem genoemd komisch epos van +Gresset. Opgevoed in een klooster te Nivers, was hij zoo deugdzaam en +vroom, dat zijn roem zich overal heen verbreidde en ook de nonnen in +een klooster te Nantes hem wenschten te hooren. Op een boot daarheen +gebracht, leerden de schippersknechts hem vloeken als een ketter, wat +bij de nonnen groote consternatie verwekte.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5781" href="#xd20e5781src" name="xd20e5781">4</a></span> +Toespeling op Offenbach’s operette <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/15915">Les contes +d’Hoffmann.</a></p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5996" href="#xd20e5996src" name="xd20e5996">5</a></span> Matthieu +Laensberg leefde omstreeks 1680 als canonicus in Luik en gaf een +kalender met weersvoorspellingen uit. Omstreeks 1840 aapten de +socialisten (Louis Blanc) in hun volkskalender de populaire taal van +den canonicus na om propaganda te maken voor revolutionnaire +doeleinden; hierdoor werd de naam in Frankrijk in grootere kringen +populair.</p> +</div> +</div> +<div id="ch18" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e6026" class="label">Hoofdstuk XVIII.</h2> +<h2 class="main">De Mof van Francine.</h2> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">I</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Onder de echte bohémiens der echte +bohème heb ik indertijd een zekeren Jacques D.... gekend. Hij +was beeldhouwer en beloofde mettertijd een groot kunstenaar te zullen +worden. Doch zijn ellendige levensomstandigheden hebben hem niet den +tijd gelaten die beloften te houden. Hij stierf in Maart 1814, in het +hospitaal Saint-Louis, zaal Sainte-Victoire, bed 14, aan +uitputting.</p> +<p>Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen +tijd ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques +een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op +voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks +opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik hem +geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen, dat den +onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is gestorven +zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met den dood +strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan een der +afschuwelijkste scènes, die ik in dezen +caravansérail<a class="noteref" id="xd20e6037src" href="#xd20e6037" name="xd20e6037src">1</a> van menschelijk lijden heb +medegemaakt. De vader, dien men met zijn overlijden in kennis gesteld +had, was het lijk komen opeischen en had een tijd <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>lang +afgedongen op de door de administratie geëischte som van +zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde hij +zóó lang en zóó hardnekkig, dat men hem ten +slotte zes francs minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist +wilde leggen, nam de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende +laken weg en vroeg aan een der vrienden van den overledene om geld voor +het lijkkleed. De arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar +Jacques’ vader, die in een opwelling van drift en woede vroeg, of +men hem nooit met rust zou laten.</p> +<p>Toen wierp de zuster, die dit afschuwelijke tooneel meemaakte, een +blik op het lijk en sprak de aangrijpend naïeve woorden:</p> +<p>„Maar mijnheer, de arme jongen kan toch zoo niet begraven +worden: het is zoo koud; geef hem tenminste een hemd, opdat hij niet +heelemaal naakt voor onzen lieven Heer verschijnt.”</p> +<p>Eindelijk gaf de vader den vriend vijf francs om een hemd te koopen, +doch drukte hem daarbij op het hart het te halen bij een uitdrager in +de rue Grange-aux-Belles, die tweedehandsche hemden had.</p> +<p>„Dat is niet zoo duur,” voegde hij eraan toe.</p> +<p>Later kreeg ik opheldering omtrent die onmenschelijke hardheid van +Jacques’ vader: hij was woedend, dat zijn zoon zich aan de kunst +gewijd had, en die woede was zelfs bij het zien van de lijkkist niet +tot bedaren gekomen.</p> +<p>Maar ik ben al heel ver afgedwaald van mademoiselle Francine en haar +mof. Doch ik kom er nu toe: mademoiselle Francine was het eerste en +eenige vriendinnetje van Jacques geweest, die toch niet oud gestorven +was, want hij was nauwelijks drie-en-twintig, toen zijn vader hem +heelemaal naakt onder den grond wilde laten stoppen. Jacques heeft mij +het verhaal van die amourette gedaan, toen hij nummer 14 en ik nummer +16 was op de zaal <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258" +name="pb258">258</a>]</span>Sainte-Victoire, een vreeselijke plaats om +te sterven.</p> +<p>Maar wacht nog even, lezer! Voor ik dit verhaal begin, dat zeer mooi +zou zijn, als ik het kon oververtellen zooals Jacques het mij verteld +heeft, moet ik nog eerst een pijp aansteken, die oude steenen pijp, die +Jacques mij gegeven heeft op den dag, dat de dokter hem het rooken +verboden had. Maar ’s nachts, wanneer de broeder sliep, leende +hij zijn pijp van mij en vroeg me wat tabak: je verveelt je ’s +nachts zoo in die groote zalen, wanneer je niet slapen kunt en pijn +hebt.</p> +<p>„Een of twee trekjes maar!” zeide hij, en ik liet hem +zijn gang gaan en wanneer zuster Sainte-Géneviève de +rondte deed, hield zij zich alsof zij niet merkte, dat er gerookt werd. +O, goede zuster, wat waart ge goed en wat waart ge mooi, wanneer ge ons +met wijwater kwaamt besprenkelen! We zagen u reeds van verre aankomen, +wanneer ge zoo zacht liept onder de sombere gewelven in uw wijden +witten nonnesluier, welks mooie plooien Jacques zoo bewonderde. O, +goede zuster, gij waart de Beatrice<a class="noteref" id="xd20e6063src" +href="#xd20e6063" name="xd20e6063src">2</a> van dezen hel. Zoo zoet en +zacht klonken uw troostwoorden, dat we alleen klaagden, om door u +getroost te worden. Als mijn vriend Jacques niet gestorven was, zou hij +voor u een kleine Heilige Maagd gebeeldhouwd hebben, goede zuster +Géneviève!</p> +<p><span class="ex">Eerste lezer</span>: En waar blijft de mof nu? Ik +zie er nog niets van.</p> +<p><span class="ex">Tweede lezer</span>: En mademoiselle Francine +dan?</p> +<p><span class="ex">Eerste lezer</span>: Het is heelemaal geen vroolijk +verhaal.</p> +<p><span class="ex">Tweede lezer</span>: Je kunt niets zeggen, voor we +het slot weten.</p> +<p>Ik vraag u wel vergiffenis, heeren, de pijp van mijn vriend is de +oorzaak van al deze afdwalingen. Overigens <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>heb +ik volstrekt niet beloofd u te zullen laten lachen. Het gaat niet +altijd vroolijk toe in het bohème-leven.</p> +<p>Jacques en Francine hadden elkaar leeren kennen in een huis in de +rue de la Tour d’Auvergne, waarin zij in het begin van April +gelijktijdig waren komen wonen.</p> +<p>Eerst na acht dagen werden tusschen den kunstenaar en het jonge +meisje die buurpraatjes gewisseld, welke een noodzakelijk gevolg zijn +van het op dezelfde verdieping wonen; en toch kenden zij elkaar reeds, +nog voordat ze één woord gewisseld hadden. Francine wist, +dat haar buurman een arme tobberd van een kunstenaar was, en Jacques +had gehoord, dat zijn buurmeisje een naaistertje was, van huis +weggeloopen, om zich aan de slechte behandeling door haar stiefmoeder +te onttrekken. Zij deed wonderen van spaarzaamheid om er zich, zooals +men dat noemt, „door heen te slaan” en daar zij nooit +genietingen had leeren kennen, miste zij die niet en verlangde zij er +niet naar.</p> +<p>De kennismaking had plaats op de volgende manier. Op een zekeren +Aprilavond kwam Jacques doodmoe, met een leege maag en in een heele +trieste stemming op zijn kamer. Het was een onbestemde triestheid, die +geen bepaalde reden heeft, die je overal en op ieder uur kan +overvallen—een soort apoplexie van het hart, waarvoor +voornamelijk die ongelukkigen, die alleen leven, vatbaar zijn. Jacques, +die het in het kleine kamertje benauwd kreeg, wierp het raam open, om +versche lucht te kunnen inademen. Het was een prachtige avond en de +ondergaande zon spon om de heuvels van Montmartre een droefgeestigen +tooversluier. Jacques bleef voor het raam zitten mijmeren en luisterde +naar het koor der gevederde lentezangers, die in de avondstilte zongen; +en zijn trieste stemming werd nog triester. Toen hij een raaf krassend +voorbij zag vliegen, dacht hij aan den tijd, waarin de raven brood +brachten aan Elia, den <span class="pagenum">[<a id="pb260" href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>vromen kluizenaar, en maakte hij +bij zichzelf de opmerking, dat de raven thans niet zoo barmhartig meer +zijn. Ten slotte kon hij het niet langer uithouden, hij sloot zijn +raam, trok het gordijn dicht en stak, daar hij geen geld had, om olie +te koopen, een harskaars aan, die hij van een reis naar La Grande +Chartreuse meegebracht had. En in een steeds melancholieker stemming +stopte hij zijn pijp.</p> +<p>„Gelukkig, dat ik nog zooveel tabak heb, dat ik het pistool +door den rook niet meer zal zien,” mompelde hij en begon te +rooken.</p> +<p>Mijn vriend Jacques moest dien avond wel heel droefgeestig zijn, dat +hij erover dacht „het pistool te omsluieren”. Dat was zijn +laatste toevlucht in groote crisissen; en meestal lukte het hem wel. +Het middel bestond hierin: Jacques rookte tabak, waarop hij een paar +druppels laudanum gesprenkeld had, en hij rookte zoo lang, totdat de +rookwolk, die uit zijn pijp kwam, dik genoeg geworden was, om alle +voorwerpen, die in zijn kamertje waren, en met name een aan den muur +hangend pistool in een waas voor hem te hullen. Dat was een kwestie van +een pijp of tien. Wanneer het pistool geheel onzichtbaar geworden was, +sliep hij gewoonlijk door de gecombineerde werking van de tabak en het +laudanum in en meestal verliet zijn droefgeestigheid hem op den drempel +van zijn droomen.</p> +<p>Doch dien avond had Jacques al zijn tabak opgerookt en was het +pistool volkomen onzichtbaar geworden, en nog was hij steeds bitter +droefgeestig. Dien avond was daarentegen mademoiselle Francine +buitengewoon opgewekt, toen zij naar huis terugkeerde en evenmin als +Jacques’ droefgeestigheid had Francine’s opgewekte stemming +een bepaalde oorzaak: het was een vroolijkheid, die, om zoo te zeggen, +uit den hemel valt en die de goede God in goede harten doet nederdalen. +Kort en goed, mademoiselle Francine was dus vroolijk en opgewekt en +kwam zingend de trap op. Maar toen zij haar kamerdeur wilde open maken, +<span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>blies plotseling een rukwind, die door het +openstaande raam binnenkwam, haar kaars uit.</p> +<p>„Lieve Hemel, hoe vervelend!” riep het jonge meisje uit. +„Nu moet ik weer zes trappen op en af.”</p> +<p>Toen zij echter in Jacques’ kamer licht zag, gaf een instinct +van gemakzucht, geënt op een gevoel van nieuwsgierigheid, haar de +gedachte in den kunstenaar om licht te vragen. Dat zijn van die +diensten, die je elkaar onder verdiepingsgenooten dagelijks bewijst, +dacht zij bij zichzelf, en het is volstrekt niet compromitteerend. Dus +klopte zij tweemaal zacht op de deur van Jacques, die, een weinig +verrast over dit late bezoek, open ging doen. Doch nauwelijks had zij +een stap in de kamer gedaan, of de rook, die daarin hing, benam haar +den adem en zij viel, voordat zij nog een woord had kunnen zeggen, +bewusteloos op een stoel, waarbij zij haar sleutel en haar kaars uit +haar hand liet vallen. Het was middernacht, iedereen in huis lag in +diepe rust. Jacques vond het beter niet om hulp te roepen: hij was bang +daardoor zijn buurmeisje aan allerlei praatjes te zullen blootstellen. +Hij wierp dus slechts het raam open, om frissche lucht binnen te laten; +en toen hij het jonge meisje een paar druppels water in het gezicht +gesprenkeld had, zag hij, dat zij haar oogen opsloeg en langzamerhand +weer bijkwam. Toen zij na verloop van vijf minuten weer geheel tot +bewustzijn gekomen was, vertelde zij hem waarom zij bij hem had +aangeklopt en maakte zij hem haar excuses voor den last, dien zij hem +veroorzaakt had.</p> +<p>„Nu ik weer heelemaal beter ben,” voegde zij eraan toe, +„kan ik weer naar mijn kamer”. Hij had de deur geopend, +toen zij bemerkte, dat zij niet alleen vergat haar kaars aan te steken, +maar ook dat zij den sleutel van haar kamer niet had.</p> +<p>„Ik ben nog wat in den war,” zeide zij, terwijl zij met +haar blaker naar de harskaars ging; „ik ben hier <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name="pb262">262</a>]</span>gekomen om licht te halen en nu ga ik zonder +weg.”</p> +<p>Doch op hetzelfde oogenblik ging door de tocht, die ontstond door +het open gebleven zijn van de deur en van het raam, plotseling de kaars +uit en bevonden de twee jonge menschen zich in het donker.</p> +<p>„Je zoudt bijna gelooven, dat het expres gebeurt,” zeide +Francine. „Wat vervelend, dat ik u zooveel overlast moet aandoen, +maar zoudt u niet zoo goed willen zijn om wat licht te maken, anders +zal ik mijn sleutel niet kunnen vinden.”</p> +<p>„Zeker wel, mademoiselle,” antwoordde Jacques en zocht +tastend naar lucifers.</p> +<p>Hij had ze al heel gauw gevonden. Plotseling echter kwam hij op een +eigenaardige gedachte; hij stak de lucifers in zijn zak en riep +uit:</p> +<p>„Lieve hemel, al weer een nieuwe moeilijkheid, mademoiselle, +ik heb geen enkelen lucifer meer hier; ik heb den laatsten gebruikt, +toen ik thuis kwam.”</p> +<p>„Een prachtig gevonden list,” dacht hij bij +zichzelf.</p> +<p>„Goede God!” riep Francine uit; „ik kan wel naar +mijn kamer gaan—ik zal daar niet in zeven slooten tegelijk +loopen, maar om erin te komen, moet ik mijn sleutel hebben. Ach +mijnheer, help mij even zoeken, hij moet op den grond +liggen”.</p> +<p>„Laten we maar even zoeken, mademoiselle,” zeide +Jacques.</p> +<p>En nu waren zij beiden in het donker naar het verloren schaap aan +het zoeken; maar alsof zij door hetzelfde instinct bestuurd werden, +ontmoetten hun handen, die op dezelfde plaats zochten, elkaar wel +tienmaal in de minuut. En daar zij beiden even onhandig waren, vonden +zij den sleutel niet.</p> +<p>„De maan is op het oogenblik door een wolk bedekt, maar +schijnt dadelijk vlak in mijn kamer,” zeide Jacques. „Wacht +u dus even. Straks zal zij ons bij het zoeken helpen.” +<span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name="pb263">263</a>]</span></p> +<p>Om den tijd wat te bekorten, begonnen zij te praten. Een gesprek in +het donker, in een klein kamertje, in een lentenacht; een gesprek, dat, +in den beginne nietszeggend en onbeteekenend, langzamerhand +vertrouwelijker wordt ..... u weet, waarheen dat leidt. De zinnen +worden wat onsamenhangend en door veelzeggende pauzes onderbroken; de +stem wordt zachter; woorden wisselen af met zuchten. De handen, die +elkaar ontmoeten, vullen de gedachte aan, die uit het hart naar de +lippen stijgt, en .... Zoekt het slot maar in uw herinneringen, jonge +paartjes. Zoek het, jonge man, zoek het, jonge vrouw, zoekt het gij, +die vandaag arm in arm en hand in hand loopt en elkaar twee dagen +tevoren nog nooit gezien hadt.</p> +<p>Eindelijk kwam de maan achter de wolken te voorschijn en wierp haar +lichte stralen in het kamertje. Mademoiselle Francine werd wakker als +uit een droom en stiet een klein gilletje uit.</p> +<p>„Wat is er?” vroeg Jacques, die zijn armen om haar +middel sloeg.</p> +<p>„Niets,” mompelde Francine; „ik dacht, dat ik +hoorde kloppen.”</p> +<p>En zonder dat Jacques het merkte, schoof zij met haar voet den +sleutel, dien zij vlak bij zag liggen, onder een kast.</p> +<p>Zij wilde hem niet vinden.</p> +<hr class="tb"> +<p><span class="ex">Eerste Lezer</span>: Ik zal dit verhaal mijn +dochter zeker niet in handen geven.</p> +<p><span class="ex">Tweede Lezer</span>: Tot nog toe heb ik geen haar +van Francine’s mof gezien; en wat het meisje zelf betreft, ik +weet nog niet eens of zij bruin of blond is.</p> +<p>Geduld lezers, geduld! Ik heb u een mof beloofd en ik zal u die ook +geven, zooals mijn vriend Jacques er een gegeven heeft aan zijn arm +vriendinnetje Francine, <span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span>die, zooals ik hierboven door de +puntjes heb aangeduid, zijn maîtresse geworden was. Francine was +blond, blond en vroolijk, wat niet dikwijls voorkomt. Tot haar +twintigste jaar had zij de liefde niet gekend; maar een onbestemd +voorgevoel van haar naderend einde waarschuwde haar, dat zij zich moest +haasten, als zij die nog wilde leeren kennen.</p> +<p>Zij ontmoette Jacques en kreeg hem lief. Hun liaison duurde zes +maanden. In het voorjaar hadden zij elkaar gevonden; in het najaar +scheidden zij weer. Francine was een teringlijdster, zij wist het en +haar vriend Jacques wist het ook: veertien dagen nadat hij met Francine +was gaan samen wonen, had hij het gehoord van een van zijn vrienden, +die dokter was. Zij zou met het vallen der gele bladeren heengaan, had +hij gezegd.</p> +<p>Francine had die voorspelling gehoord en zag eveneens, hoe wanhopig +haar vriend daaronder was.</p> +<p>„Wat kunnen ons die gele bladeren schelen?” zeide zij +met een glimlach, waarin zij al haar liefde legde; „wat kan ons +het najaar schelen? Wij zijn in den zomer en de bladeren zijn groen: +laten we die niet ongebruikt voorbij laten gaan ..... En wanneer je +ziet, dat ik uit dit leven heengaan wil, neem me dan in je armen, kus +me en verbied me weg te gaan. Ik ben gehoorzaam, dat weet je; dus zal +ik bij je blijven!”</p> +<p>En zoo leefde dit bekoorlijke schepseltje vijf maanden lang met +lachjes en liedjes op haar lippen het moeilijke bohème-leven +mede. Jacques liet zich daardoor om den tuin leiden; zijn vriend zeide +dikwijls tot hem: „Francine gaat achteruit; zij moet goed +verpleegd worden.” Dan liep Jacques heel Parijs af om geld te +vinden voor de door den dokter voorgeschreven geneesmiddelen, maar +Francine wilde er niets van weten en wierp ze het raam uit. Wanneer zij +’s nachts een hoestaanval kreeg, stond zij zachtjes op en ging +naar <span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name="pb265">265</a>]</span>de gang, uit vrees, dat Jacques het anders +hooren zou.</p> +<p>Toen zij op een goeden dag samen buiten waren, zag Jacques, dat er +aan de boomen gele bladeren begonnen te komen. Treurig keek hij +Francine aan, die langzaam en mijmerend naast hem liep.</p> +<p>Francine zag hem bleek worden en raadde de oorzaak ervan.</p> +<p>„Je lijkt wel niet goed wijs,” zeide zij, <span class="corr" id="xd20e6182" title="Bron: terwij">terwijl</span> zij hem een +kus gaf; „wij zijn pas in Juli; het is nog drie maanden voor +October in het land is: en wanneer wij, zooals wij dat doen, elkaar dag +en nacht liefhebben, dan verdubbelen we den tijd, dien we nog samen te +leven hebben. En wanneer ik mij met het vallen der gele bladeren erger +voel worden, dan gaan we in een dennenbosch wonen: daar zijn de +bladeren altijd groen.”</p> +<hr class="tb"> +<p>In het begin van October moest Francine het bed blijven houden. +Jacques’ vriend behandelde haar. Het kleine kamertje, waarin zij +woonden, lag op de bovenste verdieping van het huis en zag uit op een +binnenplaats, waarin een boom stond, welks bladerentooi met den dag +dunner werd. Jacques had een gordijn voor het raam gehangen, om den +boom voor het oog van de zieke te verbergen; maar Francine stond erop, +dat het weer weggenomen werd.</p> +<p>„Lieve jongen!” zeide zij tot Jacques; „ik zal je +honderd maal meer zoenen geven, dan de boom bladeren heeft .... En zij +voegde eraan toe: „Ik voel me trouwens veel beter .... Ik zal +heel gauw weer uit kunnen gaan, maar omdat het zoo koud is en ik geen +winterhanden wil krijgen, moet je een mof voor me koopen.”</p> +<p>Gedurende den geheelen duur van haar ziekte was die mof haar eenige +wensch.</p> +<p>Den dag voor Allerheiligen was Jacques wanhopiger dan ooit. Francine +zag het en wilde hem wat moed geven, <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name="pb266">266</a>]</span>en om hem te +bewijzen, dat het werkelijk beter ging, stond zij op.</p> +<p>Juist op dat oogenblik kwam de dokter, die haar dwong onmiddellijk +weer naar bed te gaan.</p> +<p>„Jacques,” fluisterde hij den artist in het oor; +„wees sterk, kerel! Het is afgeloopen .... Francine moet +sterven.”</p> +<p>Jacques smolt in tranen weg.</p> +<p>„Je kunt haar nu alles geven, wat zij vraagt; er is geen hoop +meer.”</p> +<p>Francine hoorde met haar oogen wat de dokter haar vriend +toefluisterde.</p> +<p>„Geloof hem niet!” riep zij, terwijl zij haar armen naar +Jacques uitstrekte; „geloof hem niet, hij liegt. Morgen gaan we +samen uit .... dan is het Allerheiligen; het zal koud zijn, ga een mof +voor me koopen .... Ik heb zoo vreeselijk het land aan +winterhanden.”</p> +<p>Jacques wilde met zijn vriend weggaan; Francine echter vroeg den +dokter nog even te blijven.</p> +<p>„Ga jij de mof koopen, Jacques,” zeide zij; „neem +maar een goede, dan duurt hij des te langer.”</p> +<p>Toen zij met den dokter alleen was, zeide zij:</p> +<p>„O, dokter, ik ga sterven, ik weet het .... Maar geef mij, +vòòr ik heenga, nog een middel, dat mij voor +één nacht mijn krachten teruggeeft .... ik smeek u erom: +maak mij nog één nacht mooi, dan wil ik gaarne sterven, +nu de goede God niet wil, dat ik nog langer leef.”</p> +<p>Toen de dokter haar zoo goed mogelijk troostte, woei een windvlaag +door het openstaande raam een geel blad van den boom op de binnenplaats +op het bed der zieke.</p> +<p>Francine schoof het gordijn weg en zag, dat de boom heelemaal kaal +was.</p> +<p>„Dat is het laatste,” mompelde zij en legde het blad +onder haar kussen. <span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267" +name="pb267">267</a>]</span></p> +<p>„U zult morgen pas sterven,” zeide de dokter tot haar; +„u hebt nog een nacht voor u.”</p> +<p>„Wat een geluk!” zeide het jonge meisje. „Een +winternacht .... die duurt lang.”</p> +<p>Jacques kwam met een mof terug.</p> +<p>„Wat een mooie!” zeide Francine; „als ik uitga, +zal ik hem dragen.”</p> +<p>Den nacht bracht zij in Jacques’ armen door.</p> +<p>Den volgenden dag, Allerheiligen, trad met het kleppen van het +middag-angelus de doodstrijd in. Zij begon over haar geheele lichaam te +beven.</p> +<p>„Ik heb zulke koude handen,” mompelde zij. „Geef +me mijn mof.”</p> +<p>En zij wikkelde haar magere handen in het bont ....</p> +<p>„Het is het einde,” zeide de dokter tot Jacques; +„geef haar een afscheidskus.”</p> +<p>Jacques drukte zijn lippen op die van zijn vriendinnetje. In het +laatste oogenblik wilden zij de mof wegnemen, maar krampachtig hield +zij die vast.</p> +<p>„Neen, neen!” zuchtte zij; „laat ik die houden; +het is winter en zoo koud ..... Mijn arme Jacques .... Mijn arme +Jacques .... wat moet er van je worden ... O, God!”</p> +<p>En den volgenden dag was Jacques alleen.</p> +<p><span class="ex">Eerste lezer</span>: Ik heb wel gezegd, dat het +geen vroolijk verhaal was!</p> +<p>Wat zal ik u zeggen, lezer? Men kan niet altijd lachen.</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">II.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was de ochtend van Allerheiligen. Francine was +zooeven gestorven.</p> +<p>Twee mannen waakten aan het sterfbed: de een, die erbij stond, was +de dokter; de ander, die naast het bed geknield lag, drukte zijn lippen +op de handen der doode <span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name="pb268">268</a>]</span>en scheen die er in een wanhopigen +kus voor eeuwig aan vast te willen kleven; dat was Jacques, +Francine’s minnaar. Reeds zes uur lang lag hij daar in een +toestand van gevoelloosheid, die een gevolg van diepen smart schijnt te +zijn. Een draaiorgel, dat onder zijn raam begon te spelen, riep hem +eindelijk weer tot het leven terug.</p> +<p>Dit orgel speelde een wijsje, dat Francine ’s morgens bij het +wakker worden placht te zingen.</p> +<p>Een van die waanzinnige verwachtingen, welke slechts in de grootste +wanhoop kunnen geboren worden, doorflitste plotseling Jacques’ +geest. Hij ging in gedachten een maand in het verleden terug, naar den +tijd, dat Francine nog slechts stervende was; hij vergat het heden en +beeldde zich een oogenblik in, dat de doode slechts sliep en dadelijk +met het gewone morgenliedje op de lippen wakker zou worden.</p> +<p>Doch nog voor de tonen van het orgel geheel weggestorven waren, was +Jacques reeds tot de werkelijkheid teruggekeerd. Francine’s mond +was voor altijd verstomd en de glimlach, die haar laatste gedachte op +haar lippen getooverd had, verdween reeds, om plaats te maken voor de +trekken des doods.</p> +<p>„Moed, Jacques!” zeide de dokter tot zijn vriend.</p> +<p>Jacques stond op en keek den dokter aan:</p> +<p>„Het is afgeloopen, niet waar? Er is geen hoop +meer?”</p> +<p>Zonder op die droevig-dwaze vraag te antwoorden, ging de dokter naar +het bed, trok de gordijnen dicht, wendde zich dan weer tot den +beeldhouwer en drukte hem de hand.</p> +<p>„Francine is dood .....” zeide hij; „het was te +verwachten. God weet, dat wij alles, wat in onze macht stond, gedaan +hebben, om haar te redden. Het was een braaf meisje, Jacques, dat veel +van je gehouden heeft, meer en anders, dan jij van haar hieldt; want +haar liefde was niets dan liefde, terwijl er bij jou nog iets anders +<span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name="pb269">269</a>]</span>bij kwam. Francine is dood .... maar alles is +nog niet afgeloopen; we moeten nu aan de voor de begrafenis noodige +maatregelen denken. Wij zullen dat samen doen en een buurvrouw vragen +tijdens onze afwezigheid bij het lijk te waken.”</p> +<p>Willoos liet Jacques zich door zijn vriend medenemen. De geheele dag +ging heen met bezoeken aan de mairie, den begrafenisondernemer en het +kerkhof. Daar Jacques in het geheel geen geld had, verpandde de dokter +zijn horloge, een ring en verschillende kleedingstukken, om de kosten +voor de begrafenis, die den volgenden dag zou plaats hebben, te kunnen +bestrijden.</p> +<p>Eerst laat in den avond kwamen zij samen terug. De buurvrouw drong +er bij Jacques op aan wat te eten.</p> +<p>„Goed,” zeide hij; „geef maar wat; ik heb het koud +en moet weer wat krachten verzamelen, want ik moet vannacht nog +werken.”</p> +<p>De buurvrouw en de dokter begrepen niet wat hij bedoelde.</p> +<p>Jacques ging aan tafel zitten en slokte zoo gulzig een paar happen +naar binnen, dat hij er bijna in stikte. Toen vroeg hij wat te drinken. +Doch toen hij het glas naar zijn mond bracht, liet hij het op den grond +vallen. Het brak. Het glas had een herinnering in hem wakker geroepen, +die op haar beurt zijn verdriet, dat een oogenblik ingesluimerd was, +weer tot nieuw leven wekte. Op den dag n.l., dat Francine voor het +eerst bij hem gekomen was, had het jonge meisje, dat toen reeds +lijdende was, zich plotseling onwel gevoeld, en had Jacques haar uit +dat glas wat suikerwater laten drinken. Later, toen zij samen woonden, +hadden zij er een liefde-reliquie van gemaakt.</p> +<p>Ook had de beeldhouwer in zijn zeldzame oogenblikken van rijkdom een +paar maal voor zijn vriendinnetje een of twee flesschen versterkenden +wijn, die haar door den dokter was voorgeschreven, gekocht, en dan had +Francine <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>altijd uit dat glas dien drank gedronken, +waaruit haar liefde een betooverende vroolijkheid putte.</p> +<p>Langer dan een half uur bleef Jacques sprakeloos naar die +overblijfselen van dat dierbare, brooze souvenir te staren. Hij had een +gevoel alsof ook zijn hart gebroken was en de scherven daarvan zijn +borst verscheurden. Toen hij eindelijk weer tot de werkelijkheid +teruggekeerd was, raapte hij de scherven van het glas bijeen en sloot +die weg in een kast. Dan vroeg hij zijn buurvrouw twee kaarsen te halen +en door den portier een emmer water te laten boven brengen.</p> +<p>„Ga niet weg,” verzocht hij den dokter, die daar geen +oogenblik aan dacht; „ik heb je straks noodig.”</p> +<p>Toen het water en de kaarsen gebracht waren, bleven de twee vrienden +alleen.</p> +<p>„Wat wil je doen?” vroeg de dokter, toen hij zag, dat +Jacques, na het water in een houten bak gegoten te hebben, er gips bij +wierp.</p> +<p>„Wat ik doen wil?” antwoordde Jacques; „kan je het +niet raden? Ik wil een afdruk maken van Francine’s hoofd; en +omdat de moed daartoe mij zou ontbreken, als ik alleen bleef, mag je +niet weggaan.”</p> +<p>Jacques trok de gordijnen van het bed open en sloeg het laken, +waarmede het gelaat van de doode bedekt was, weg. Zijn hand begon te +beven en een half-verstikte zucht steeg uit zijn borst op.</p> +<p>„Breng de kaarsen eens hier,” riep hij zijn vriend toe, +„en houd den bak eens vast.”</p> +<p>De eene kaars werd aan het hoofdeinde van het bed gezet, zoodat het +volle licht ervan op het gelaat der doode viel; de andere aan het +voeteneinde. Dan doopte hij een penseel in olijfolie en wreef daarmede +de wenkbrauwen, de wimpers en het haar in, dat hij opgemaakt had, +zooals Francine het gewoonlijk droeg.</p> +<p>„Op die manier zal het haar geen pijn doen, wanneer +<span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>wij het masker afnemen,” zeide hij tot +zichzelf.</p> +<p>Na deze voorzorgsmaatregelen genomen en het hoofd in een +gemakkelijke houding gelegd te hebben, begon Jacques het gips in +gelijke lagen op te leggen, totdat het masker de vereischte dikte had. +Na een kwartier was de bewerking afgeloopen en volkomen geslaagd.</p> +<p>Door een eigenaardig proces had op het gelaat van Francine een +merkwaardige verandering plaats gegrepen. Het bloed, dat nog geen tijd +gehad had geheel en al te verstijven, was ongetwijfeld door de hooge +temperatuur van het gips weer warm geworden en naar de bovenste +lichaamsdeelen gestroomd, zoodat het matwitte van het voorhoofd en de +wangen langzamerhand een rosen tint begon te krijgen. De oogleden, die +door het wegnemen van het masker eenigszins geopend waren, lieten het +rustige blauw der oogen zien, welker blik een vaag begrijpen scheen te +verraden, en de door een half glimlachje even geopende lippen schenen +het bij het laatste afscheid vergeten woord te spreken, dat men slechts +met het hart hoort.</p> +<p>Trouwens, wie zou kunnen verzekeren, dat het begrip ophoudt op +hetzelfde oogenblik, dat de gevoelloosheid van een wezen intreedt? Wie +kan zeggen, dat de hartstochten sterven en verdwijnen tegelijk met den +laatsten harteklop? Zou de ziel niet een enkele maal vrijwillig +besloten kunnen blijven in het reeds voor de begrafenis gekleede +lichaam, en van uit haar vleeschelijk omhulsel een oogenblik de +droefheid en de tranen bespieden kunnen? Zij, die van ons scheiden, +hebben zooveel redenen om hen, die blijven, te wantrouwen.</p> +<p>Wie weet, of niet misschien op het oogenblik, dat Jacques besloot +haar trekken met behulp der kunst te vereeuwigen, een laatste aardsche +gedachte Francine weer was komen wekken uit den eersten sluimer van +haar eeuwige rust. Misschien had zij zich herinnerd, dat hij, +<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name="pb272">272</a>]</span>dien zij zoo pas verlaten had, behalve een +minnaar ook een kunstenaar was; dat hij beide was, omdat hij niet het +een zonder het andere kon zijn; dat voor hem de liefde de ziel der +kunst was, en dat hij haar daarom slechts zoo lief gehad had, omdat zij +voor hem vrouw en minnares tegelijk, een gevoel in een vorm had kunnen +zijn. En toen had in haar begeerte om Jacques dat menschelijk beeld, +dat voor hem het ideaal zelve geworden was, achter te laten, Francine +misschien, hoewel reeds dood en koud en stijf, nog eenmaal op haar +gelaat den glans van haar liefde en al de bekoring van haar jeugd weten +te voorschijn te roepen: zij blies het kunstwerk leven in.</p> +<p>En misschien had het arme meisje goed gedacht: want er bestaan onder +de ware kunstenaars van die Pygmalions, die, in tegenstelling met hun +klassieken naamgenoot, gaarne hun levende Galathea’s in marmer +zouden willen veranderen.</p> +<p>Bij het zien van die kalme rust op dat gelaat, waarop de doodstrijd +geen sporen achtergelaten had, zou niemand hebben kunnen gelooven aan +het lange lijden, dat aan den dood voorafgegaan was. Francine scheen +een liefdesdroom verder te droomen; en wanneer men haar daar zoo zag +liggen, zou men gezegd hebben, dat zij aan schoonheid gestorven +was.</p> +<p>Uitgeput door vermoeienis, was de dokter in een hoek in slaap +gevallen.</p> +<p>Jacques daarentegen was opnieuw ten prooi aan zijn twijfel van +zooeven. Zijn aan zinsbegoochelingen lijdende geest bleef hardnekkig in +den waan, dat de vrouw, die hij zoo grenzenloos lief had, weer zou +ontwaken; en daar van tijd tot tijd zwakke zenuwtrekkingen (het gevolg +van het mouleeren van het gezicht) de onbeweeglijkheid van het lijk +verbraken, versterkte dit schijnbare leven Jacques in zijn gelukkige +illusie, die voortduurde tot den ochtend, toen een ambtenaar den +<span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span>dood constateeren en verlof tot begraven geven +kwam.</p> +<p>Trouwens evenals men geheel waanzinnig van wanhoop moest zijn, om +aan haar dood te twijfelen, zoo moest men de onfeilbaarheid der +wetenschap te hulp roepen om bij het zien van dat schoone wezen aan den +dood te kunnen gelooven.</p> +<p>Toen de buurvrouw Francine in de lijkkist legde, bracht men Jacques +in een ander vertrek, waar hij enkele van zijn vrienden vond, die +gekomen waren, om de ontslapene de laatste eer te bewijzen. De +bohémiens onthielden zich tegenover Jacques, hoewel zij hem heel +graag mochten lijden, van al die troostwoorden, die het verdriet toch +slechts grooter maken. Zonder een van die woorden te spreken, welke in +zulke oogenblikken zoo moeilijk te vinden en zoo pijnlijk om aan te +hooren zijn, drukten zij, de een na den ander, hun vriend zwijgend de +hand.</p> +<p>„Het sterven van Francine is een groot ongeluk voor +Jacques,” zeide een hunner.</p> +<p>„Zeker,” antwoordde de schilder Lazare, een bizarre +persoonlijkheid, die reeds vroeg alle hartstochten der jeugd had weten +te overwinnen door daartegenover de onbuigzaamheid van een vasten wil +te stellen, zoodat eindelijk de mensch in den kunstenaar ten onder +gegaan was—„zeker, maar dan toch een ongeluk, waarvan hij +zelf de grootste schuld is. Sedert Jacques Francine kent, is hij +vreeselijk veranderd.”</p> +<p>„Zij heeft hem gelukkig gemaakt,” merkte een derde +op.</p> +<p>„Gelukkig?” antwoordde Lazare; „wat noem je +gelukkig? Hoe kunt ge een hartstocht, die iemand brengt in een +toestand, waarin Jacques thans verkeert, geluk noemen? Laat hem eens +een meesterwerk zien, hij zal er zich van afwenden; en om nog eenmaal +zijn vriendinnetje levend te zien, zou hij desnoods een Titiaan of een +Raphaël vertrappen. Mijn geliefde daarentegen <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name="pb274">274</a>]</span>is +onsterfelijk en zal mij nooit bedriegen; zij woont in den Louvre en +heet Joconda.”</p> +<p>Juist toen Lazare zijn theorieën over kunst en gevoel nader +uiteen wilde gaan zetten, vertrok de stoet naar de kerk.</p> +<p>Na enkele fluisterend uitgesproken gebeden zette de stoet zich in +beweging naar het kerkhof.</p> +<p>Daar het toevallig Allerzielen was, verdrong zich een groote menigte +op den doodenakker. Velen keken om naar Jacques, die blootshoofds +achter den lijkwagen liep.</p> +<p>„Arme jongen!” zeide er een; „zeker zijn +moeder.”</p> +<p>„Neen zijn vader!” dacht een ander.</p> +<p>„Of zijn zuster!” merkte een derde op.</p> +<p>Slechts een dichter, die op dit feest der herinnering, dat eenmaal +per jaar in de nevels van November herdacht wordt, den doodenakker was +komen bezoeken, om de gebaren van droefheid te bestudeeren, zou bij het +zien van Jacques, als bij instinct gevoeld hebben, dat hij zijn +geliefde naar haar laatste rustplaats bracht.</p> +<p>Toen zij bij het graf gekomen waren, ontblootten de bohémiens +het hoofd en plaatsten zich in een kring erom heen. Jacques stond aan +den rand, zijn vriend de dokter hield zijn arm vast.</p> +<p>De doodgravers hadden haast en wilden zoo gauw mogelijk klaar +zijn.</p> +<p>„Er wordt gelukkig niet gesproken,” zeide er een. +„Des te beter. Vooruit kameraad, opgepast!”</p> +<p>En in een oogwenk werd de kist uit den wagen genomen en aan touwen +in het graf neergelaten. De man trok nu de touwen onder de kist uit en +kwam uit het gat, nam dan een schop en begon met een van zijn kameraads +aarde op de kist te werpen. Weldra was het graf dichtgegooid. Een klein +houten kruis werd erop geplaatst.</p> +<p>Toen hoorde de dokter Jacques onder luide zuchten deze +egoïstische woorden uitstooten: <span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span></p> +<p>„Daar wordt mijn jeugd begraven!”</p> +<p>Jacques behoorde tot een club, waarvan de leden zich +„Waterdrinkers” noemden, en die een navolging scheen te +zijn van den beroemden vriendenkring uit de rue des Quatre-Vents, +waarvan sprake is in Balzac’s mooien roman: „Un Grand Homme +de province.” Maar toch bestond er een groot verschil tusschen de +helden van dien vriendenkring en de Waterdrinkers, die, zooals alle +navolgers, het systeem, dat zij in praktijk wilden brengen, gruwlijk +overdreven hadden. Dit verschil zal men alleen reeds uit dit enkele +feit kunnen begrijpen, dat in het boek van Balzac de leden van den +vriendenkring het doel, dat zij zich voor oogen gesteld hadden, ten +slotte bereikten en daarmede het bewijs leverden, dat ieder systeem, +dat tot het doel leidt, goed is, terwijl de club der waterdrinkers na +een bestaan van vele jaren op heel natuurlijke wijze, n.l. door den +dood van al haar leden, aan haar eind kwam, zonder dat de naam van een +hunner verbonden was aan een werk, dat van hun bestaan had kunnen +getuigen.</p> +<p>Gedurende zijn liaison met Francine was de verhouding van Jacques +tot de club der Waterdrinkers minder intiem geworden. Om in het +onderhoud van hem en zijn vriendinnetje te kunnen voorzien, had hij +enkele wetten en voorschriften, die op den oprichtingsdag der club door +de Waterdrinkers plechtig onderteekend en bezworen waren, moeten +overtreden.</p> +<p>Steeds doorstappend op de stelten van een onzinnigen trots hadden +deze jonge menschen als hoofdprincipe van hun club opgesteld, dat zij +nooit van de hooge toppen der kunst zouden mogen afdalen, d.w.z. dat +geen hunner, ook al drong de nood nog zoo, ook maar de geringste +concessie daaraan mocht doen. Zoo zou bijv. de dichter Melchior er +nooit in hebben toegestemd zijn „lier” voor eenige +oogenblikken aan de wilgen te hangen, om een <span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>handelsprospectus of een politieke +geloofsbelijdenis te schrijven. Dat was goed voor den dichter Rodolphe, +een deugniet, die voor alles deugde, en die nooit een honderd-sous-stuk +in zijn nabijheid liet komen zonder er, het kwam er niet op aan +waarmee, op te schieten. Zoo zou ook de schilder Lazare, een trotsche +armoedzaaier, nooit zijn penseel hebben willen bezoedelen door het +portret van een kleermaker met een papegaai op zijn vinger te +schilderen, zooals onze vriend Marcel eens gedaan had in ruil voor den +beruchten rok Methusalem, waarop ieder van zijn maîtressen de +kunst van oplappen geleerd had. Zoolang Jacques met de Waterdrinkers in +gemeenschap van denkbeelden leefde, had hij zich aan die tyrannieke +clubvoorschriften onderworpen; maar toen hij Francine had leeren +kennen, wilde hij het arme, toen reeds zieke kind niet blootstellen aan +de levenswijze, die hij tijdens zijn „ongehuwden staat”, +geleid had. Jacques was vòòr alles een oprechte, eerlijke +natuur. Hij ging dus naar den president der club, den starren Lazare, +en deelde hem mede, dat hij in het vervolg alle werkzaamheden, die hem +wat zouden kunnen opbrengen, aannemen zou.</p> +<p>„Je liefdesverklaring,” antwoordde Lazare hem, +„was tevens je afscheid aan de kunst. Wij zullen je vrienden +blijven, als je dat wilt, maar je medeleden kunnen we niet meer zijn. +Oefen je vak uit zooals je wilt; voor mij ben je geen beeldhouwer meer, +maar een gipsmenger. Wel zal jij nu in het vervolg wijn kunnen drinken, +en zullen wij evenals vroeger ons water drinken en ons kommiesbrood +eten; maar wij blijven kunstenaars!”</p> +<p>Wat Lazare echter ook zeggen mocht, Jacques bleef een kunstenaar. +Maar om Francine bij zich te kunnen houden nam hij ook, wanneer de +gelegenheid zich daartoe aanbood, werkzaamheden aan, die wat +opbrachten. Zoo werkte hij bijv. een tijd lang in het atelier van den +<span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span>ornamentist Romagnési. Handig in de +uitvoering en vindingrijk in het ontwerpen, had Jacques, zonder daarom +ernstige kunst geheel vaarwel te moeten zeggen, een groote reputatie +kunnen krijgen in die genre-composities, welke een der voornaamste +artikelen in den luxe-handel geworden zijn. Maar Jacques was lui, +zooals alle ware kunstenaars, en verliefd als een dichter. De jeugd was +in hem laat, maar daardoor des te vuriger ontwaakt; en hij wilde, als +had hij een voorgevoel van zijn vroegen dood, die geheel en al uitleven +in de armen van Francine. Het gevolg daarvan was, dat de goede +gelegenheden om te werken dikwijls aan zijn deur kwamen kloppen, zonder +dat Jacques er antwoord op gaf; hij wilde zich niet laten storen: hij +vond het te heerlijk te droomen in den glans der oogen van zijn +vriendinnetje.</p> +<p>Toen Francine gestorven was, ging de beeldhouwer zijn oude vrienden, +de Waterdrinkers, weer opzoeken. Maar in dezen kring voerde de geest +van Lazare de opperheerschappij: ieder lid leefde als versteend in het +egoïsme van de kunst. Jacques vond daar niet wat hij zocht. Zijn +wanhoop werd er niet begrepen; men trachtte zelfs die door +redeneeringen tot zwijgen te brengen. Toen Jacques die weinige +sympathie bemerkte, wilde hij liever met zijn smart alleen zijn dan +deze op zoo’n manier aan discussies blootgesteld te zien. Hij +brak dus volkomen met de Waterdrinkers en leefde alleen voor +zichzelf.</p> +<p>Vijf of zes dagen na Francine’s begrafenis ging Jacques naar +een marmerhandelaar van het kerkhof Mont-Parnasse en stelde hem de +volgende transactie voor: de handelaar zou voor het graf van Francine +een hekje leveren, dat Jacques zich voorbehield te teekenen, en +bovendien den kunstenaar een stuk wit marmer geven, waartegenover +Jacques zich verplichtte drie maanden lang als steenhouwer of +beeldhouwer te werken. De fabrikant <span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span>had toen verscheidene +belangrijke bestellingen; hij ging naar het atelier van Jacques en kwam +bij het zien der vele begonnen werken tot de overtuiging, dat het +toeval hem in den persoon van Jacques een mooi fortuintje bracht. Acht +dagen later had Francine’s graf een hekje, terwijl het houten +kruisje vervangen was door een groot steenen kruis, waarin +Francine’s naam gebeiteld was.</p> +<p>Gelukkig had Jacques met een fatsoenlijk iemand te doen, die inzag, +dat honderd kilogram gietijzer en drie vierkante voet marmer niet +voldoende waren om drie maanden arbeid van den jongen kunstenaar, wiens +talent hem verscheidene duizenden daalders had opgebracht, te betalen. +Hij bood Jacques dan ook aan hem tegen een aandeel in de winst +deelgenoot te maken van zijn zaak, maar de kunstenaar sloeg dat aanbod +af. De weinige verscheidenheid der te behandelen onderwerpen kwam niet +overeen met zijn vindingrijke natuur, en bovendien had hij wat hij +wilde: n.l. een groot stuk marmer, waaruit hij een kunstwerk, dat hij +voor Francine’s graf bestemde, wilde te voorschijn roepen.</p> +<p>In het begin der lente werden trouwens de levensomstandigheden van +Jacques beter: zijn vriend de dokter bracht hem n.l. in kennis met een +voornamen en rijken edelman, die zich te Parijs wilde vestigen en in +een der voornaamste wijken een prachtig huis liet bouwen. Verschillende +beroemde kunstenaars waren reeds aangezocht om mede te werken aan dit +luxueuse paleis. Jacques kreeg de opdracht voor een salonschoorsteen. +Het is me alsof ik zijn cartons nog voor mij zie; het was een +bekoorlijk iets: het geheele sprookje van den winter was op dit marmer +verteld, dat als omlijsting voor het vuur moest dienen. Daar +Jacques’ atelier te klein was, vroeg en verkreeg hij, om zijn +werk uit te voeren, een vertrek in het nog niet bewoonde huis, terwijl +hem bovendien een vrij groot voorschot op de voor het werk <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name="pb279">279</a>]</span>overeengekomen som gegeven werd. Het eerste, wat +Jacques daarvan deed, was zijn vriend den dokter het geld, dat deze hem +bij den dood van Francine geleend had, terug te geven; daarna ging hij +naar het kerkhof, om den grond, waaronder zijn vriendinnetje rustte, +onder bloemen te bedekken.</p> +<p>Maar de lente was Jacques voor geweest, en op het graf van het jonge +meisje bloeiden tusschen het groenende gras duizend bloemen. De +kunstenaar had den moed niet ze eruit te trekken, want hij dacht, dat +er iets van zijn vriendinnetje in deze bloemen overgegaan was. Toen de +tuinman hem vroeg wat hij met die rozen en viooltjes doen moest, +verzocht Jacques hem die te planten op een pas gedolven graf ernaast, +de armzalige laatste rustplaats van een armzalige, die geen ander +herkenningsteeken had dan een in de losse aarde gestoken stuk hout, +waarop een krans van verschoten papieren bloemen hing, een armzalige +liefdegave van een armzalige. Jacques verliet het kerkhof in een geheel +andere stemming dan hij er gekomen was. Opgewekt en nieuwsgierig keek +hij naar de mooie lentezon, diezelfde zon, die zoo dikwijls gouden +stralen getooverd had in Francine’s haar, wanneer zij met hem +door de weiden liep en met haar blanke handen bloemen plukte. Een +groote zwerm heerlijke gedachten en herinneringen zoemde in zijn hart. +Toen hij voorbij een klein herbergje van den buitenboulevard kwam, viel +het hem in, dat hij op een dag, toen hij door een onweer verrast werd, +met Francine daar was binnengegaan en dat zij er samen gegeten hadden. +Hij ging er nu ook binnen en liet het diner aan hetzelfde tafeltje van +toen brengen. Het dessert werd op een beschilderd schaaltje opgediend; +hij herkende het schaaltje en herinnerde zich, dat Francine wel een +half uur lang bezig geweest was om de rebus, die er op geschilderd was, +op te lossen; ook kwam hem weer een liedje in de gedachte, dat Francine +<span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>voor hem gezongen had, toen de goedkoope +landwijn, die meer vroolijkheid dan druivensap bevat, haar in een +montere stemming gebracht had. Doch deze opwelling van zoete +herinneringen deed thans wel zijn liefde, maar niet zijn verdriet +ontwaken. Bijgeloovig, zooals alle dichterlijke en mijmerende naturen, +verbeeldde Jacques zich, dat Francine zelf, toen zij hem daareven vlak +bij zich had hooren loopen, hem uit haar graf deze wolk van blijde +herinneringen had toegezonden, die hij niet met tranen wilde bevlekken. +En hij verliet met lichten stap, opgeheven hoofd, schitterende oogen, +kloppend hart en bijna een glimlach op de lippen het herbergje en +neuriede onder het loopen het refrein van Francine’s liedje:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">L’amour rôde dans mon quartier,</p> +<p class="line">Il faut tenir ma porte ouverte.</p> +</div> +<p class="first">Dit refrein was in den mond van Jacques nog een +herinnering, maar toch was het ook reeds een lied, en misschien deed +hij dien avond, zonder het zelf te vermoeden, den eersten stap op den +weg, die van droefheid tot weemoed en van weemoed tot vergetelheid +leidt. Ach, wat men ook doet of laat, de eeuwige en rechtvaardige wet +der veranderlijkheid wil het zoo.</p> +<p>Evenals de bloemen, die, misschien uit Francine’s lichaam +voortgesproten, op haar graf waren ontbloeid, zoo gistten de +jeugdsappen in Jacques’ hart, waarin de herinneringen aan zijn +oude liefde onbestemde verlangens naar een nieuwe wekten. Bovendien +behoorde Jacques tot dat ras van kunstenaars en dichters, die van hun +hartstochten een werktuig voor hun kunst en <span class="corr" id="xd20e6423" title="Bron: poezie">poëzie</span> maken en wier geest +eerst dan volkomen levend is, wanneer de drijfkracht van het hart dien +in beweging brengt. Bij Jacques was de kunst inderdaad een kind van +zijn gevoel; tot in de kleinste dingen, die hij maakte, legde hij een +stuk van zijn eigen ik. Hij kwam tot de ontdekking, <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span>dat +de herinneringen niet langer voldoende voor hem waren, en dat zijn +hart, evenals de molensteen, die bij gebrek aan koren afslijt, uit +gebrek aan emotie zijn kracht verloor. Het werken had geen bekoring +meer voor hem; de inspiratie, die anders koortsachtig en als uit +zichzelf voortkomend werkte, kwam nu slechts onder den druk van lang en +geduldig nadenken. Jacques was ontevreden en benijdde bijna de +levenswijze van zijn oude vrienden, de Waterdrinkers.</p> +<p>Hij trachtte afleiding te vinden, knoopte nieuwe vriendschapsbanden +aan. Zoo ging hij veel om met den dichter Rodolphe, dien hij in een +café had leeren kennen; beiden hadden een groote sympathie voor +elkaar opgevat. Jacques had hem zijn verdriet verteld en Rodolphe had +al heel gauw de oorzaak daarvan geraden.</p> +<p>„Ik ken dat, kerel,” zeide hij. En terwijl hij Jacques +op de borst klopte, voegde hij eraan toe: „Gauw het vuur daarin +weer aansteken! Zorg onmiddellijk voor een nieuw hartstochtje, dan +komen de denkbeelden ook weer terug.”</p> +<p>„Ach!” zeide Jacques; „ik heb te veel van Francine +gehouden.”</p> +<p>„Dat zal je niet beletten om haar altijd lief te hebben. Kus +haar op de lippen van een ander.”</p> +<p>„O,” zeide Jacques, „dat zal ik alleen maar +kunnen, als ik een vrouw vond, die op haar leek!”</p> +<p>En diep in gedachten verzonken ging hij heen.</p> +<hr class="tb"> +<p>Zes weken later had Jacques al zijn phantasie weer terug gevonden, +die weer ontvlamd was door de zachte blikken van een knap meisje, dat +Marie heette en wier ziekelijke schoonheid eenigszins aan de arme +Francine deed denken. Men kon zich inderdaad moeilijk iets aardigers +denken dan die kleine Marie met haar achttien jaar min zes weken, wat +zij nooit vergat op te merken. Hun <span class="pagenum">[<a id="pb282" +href="#pb282" name="pb282">282</a>]</span>liefdesbetrekkingen waren +begonnen in den maneschijn, in den tuin van een danslokaal, bij den +klank van een scherpe viool, van een teringachtige bas en een klarinet, +die schetterde als een merel. Jacques had haar opgemerkt, toen hij met +een ernstig gelaat om den voor de dansers gereserveerden kring heen +liep. De luidruchtige en knappe bezoeksters van het lokaal, die den +kunstenaar van gezicht kenden, fluisterden, wanneer zij hem in zijn +eeuwig zwarte, tot aan de hals dichtgeknoopte jas stijf voorbij zagen +komen, elkaar toe:</p> +<p>„Wat komt die doodbidder hier toch doen? Moet er iemand +begraven worden?”</p> +<p>Jacques liep steeds alleen: zijn hart bloedde onder de doornen van +een herinnering, die het orkest, dat op dit oogenblik een contradans +speelde, die den kunstenaar droef als een <span class="ex">De +Profundis</span> in de ooren klonk, nog levendiger maakte. Midden in +zijn droomerijen zag hij Marie, die van uit een hoekje naar hem keek en +in een luiden lach uitbarstte, toen zij zijn doodgraversgezicht zag. +Jacques sloeg zijn oogen op en hoorde op drie pas van hem dat gelach, +dat van onder een rose hoedje opklonk. Hij ging naar het jonge meisje +toe en zeide enkele woorden tot haar, waarop zij antwoordde; hij bood +haar zijn arm aan, om een wandeling door den tuin te maken; zij nam +dien aan. Hij zeide haar, dat zij mooi was als een engel, wat zij hem +nog tweemaal zeggen liet; hij plukte voor haar van de boomen groene +appels, die zij met veel smaak opat, terwijl zij daarbij telkens weer +dien helderen lach liet hooren, die het refrein van haar onverwoestbare +vroolijkheid scheen te zijn. Jacques dacht aan den Bijbel en bedacht, +dat men nooit tegenover een vrouw wanhopig moet zijn, vooral niet +tegenover die, welke veel van appels houden. Hij maakte dus met het +rose hoedje nog een wandeling door den tuin, waarvan weer het gevolg +was, dat hij, die alleen op het bal gekomen was, het niet alleen +verliet. <span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name="pb283">283</a>]</span></p> +<p>Maar toch had hij Francine niet vergeten: hij kuste, zooals Rodolphe +het uitgedrukt had, haar dagelijks op de lippen van Marie en werkte in +het geheim aan het beeld, dat hij op het graf der doode plaatsen +wilde.</p> +<p>Toen Jacques op een goeden dag geld gekregen had, kocht hij voor +Marie een zwarte japon. Het jonge meisje was er erg blij mede, ook al +vond zij, dat zwart voor den zomer geen bijzondere vroolijke kleur was. +Doch Jacques zeide haar, dat zwart zijn lievelingskleur was en dat zij +hem een groot pleizier zou doen, als zij die japon iederen dag zou +dragen. Marie deed hem dat pleizier.</p> +<p>Op een Zaterdagavond zeide Jacques tot het jonge meisje:</p> +<p>„Kom morgenochtend vroeg, dan gaan we naar buiten.”</p> +<p>„Dat treft prachtig,” <span class="corr" id="xd20e6466" +title="Bron: antwoodde">antwoordde</span> Marie; „ik heb een +verrassing voor je. Het zal wel mooi weer zijn!”</p> +<p>Marie werkte den geheelen nacht door aan een nieuwe japon, die zij +voor haar spaarduitjes gekocht had, een allerliefst, rose japonnetje, +waarmede zij ’s Zondagsochtends, stralend van vreugde, in het +atelier van Jacques kwam.</p> +<p>De kunstenaar ontving haar koel, bijna grof.</p> +<p>„En ik dacht nogal, dat ik je een plezier zou doen, toen ik +dat lichte pakje kocht!” zeide Marie, die voor Jacques’ +koelheid geen verklaring vinden kon.</p> +<p>„Wij gaan niet naar buiten,” antwoordde hij; „ga +maar terug, ik moet werken.”</p> +<p>Marie ging bedroefd naar huis. Onderweg kwam zij een jongen man +tegen, die de geschiedenis van Jacques kende en haar vroeger het hof +gemaakt had.</p> +<p>„Wat, mademoiselle Marie, bent u niet meer in den +rouw?”</p> +<p>„In den rouw?” vroeg zij; „en voor wie?”</p> +<p>„Wat, weet u dat niet? Het is toch bekend genoeg die zwarte +japon, die Jacques u gegeven heeft ....”</p> +<p>„Nou?” <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span></p> +<p>„Wel dat was een rouwjapon: Jacques liet u om Francine +rouwen.”</p> +<p>Na dien dag heeft Jacques Marie niet meer gezien.</p> +<p>Die breuk bracht hem ongeluk. De slechte dagen keerden terug: hij +had geen werk meer en verviel in zoo’n groote ellende, dat hij, +daar hij niet wist wat hij beginnen moest, zijn vriend den dokter vroeg +hem in een ziekenhuis te laten opnemen. De dokter zag bij den eersten +oogopslag, dat het niet veel moeite zou kosten daarvoor toestemming te +krijgen. Zonder dat Jacques eenig vermoeden van zijn toestand had, was +hij op weg, om weer spoedig bij Francine te zijn.</p> +<p>Hij werd opgenomen in het hospitaal Saint-Louis.</p> +<p>Daar hij nog werken en loopen kon, verzocht hij den directeur van +het ziekenhuis hem een klein kamertje te willen geven, dat toch niet +gebruikt werd, en liet daar een werkbank, beitels en leem brengen. De +eerste veertien dagen werkte hij daar aan het beeld, dat hij voor +Francine’s graf bestemd had. Het was een engel met uitgestrekte +vleugels. Dit beeld, dat Francine’s trekken had, werd niet +voltooid, want al heel gauw kon Jacques de trap niet meer op, en kort +daarop mocht hij zelfs het bed niet meer uit.</p> +<p>Toen Jacques op zekeren dag het cahier van den dokter in handen +kreeg en daaruit zag welke geneesmiddelen hij kreeg, begreep hij, dat +hij verloren was: hij schreef aan zijn familie en liet zuster +Sainte-Géneviève, die hem met groote toewijding +verpleegde, roepen.</p> +<p>„Zuster,” zeide hij tot haar, „in het kamertje +boven, dat men mij heeft afgestaan, staat een kleine gipsfiguur; het +beeld, dat een engel voorstelt, was bestemd voor een graf; maar ik heb +geen tijd gehad het in marmer uit te voeren. En toch heb ik thuis een +prachtig stuk, wit met rose aderen, liggen. Om kort te gaan .... +zuster, ik geef u het kleine beeld, om het in de kapel te +zetten.” <span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span></p> +<p>Enkele dagen later stierf Jacques. Daar de begrafenis gelijktijdig +met de opening van den salon plaats had, konden de Waterdrinkers er +niet bij tegenwoordig zijn. De kunst voor alles, had Lazare gezegd.</p> +<p>Jacques’ familie was niet rijk en de kunstenaar had geen eigen +graf.</p> +<p>Hij werd in een hoek van het kerkhof begraven. <span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name="pb286">286</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6037" href="#xd20e6037src" name="xd20e6037">1</a></span> +Letterlijk: een pleisterplaats <span class="ex">voor</span> +karavanen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6063" href="#xd20e6063src" name="xd20e6063">2</a></span> +Zinspeling op Dante’s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/997">Inferno</a>.</p> +</div> +</div> +<div id="ch19" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e6512" class="label">Hoofdstuk XIX.</h2> +<h2 class="main">De grillen van Musette.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Men zal zich herinneren hoe Marcel zijn beroemd doek +„De Doortocht door de Roode Zee”, dat later als uithangbord +voor een comestibleswinkel dienen zou, aan Médicis verkocht had. +Den dag na den verkoop, die gevolgd was door een schitterend souper, +hetwelk de Jood als toegift op den koop aan de bohémiens had +aangeboden, ontwaakten Marcel, Schaunard, Colline en Rodolphe eerst +diep in den ochtend en konden zich, nog onder den invloed als zij waren +van de wijnen van den vorigen avond, eerst niet goed herinneren wat er +eigenlijk gebeurd was. Toen van een kerk in de buurt het middag-Angelus +klepte, keken zij elkaar met een melancholiek glimlachje aan.</p> +<p>„Dat is het klokje, dat met zijn vrome klanken de geloovigen +naar de eetzaal roept,” zeide Marcel.</p> +<p>„Zeker,” antwoordde Rodolphe, „dit is het +plechtige uur, waarop alle fatsoenlijke menschen naar het refectorium +opgaan.”</p> +<p>„Dan zullen we toch moeten zien fatsoenlijke menschen te +worden,” bromde <span class="corr" id="xd20e6524" title="Bron: Colljne">Colline</span>, voor wien iedere dag op den kalender +St. Appetitus<a class="noteref" id="xd20e6527src" href="#xd20e6527" +name="xd20e6527src">1</a> was.</p> +<p>„O, melkinrichting van mijn min; o, gezegende vier maaltijden +van mijn jeugd, wat is er van u geworden?” voegde Schaunard eraan +toe. En op een melancholiek, <span class="pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span>droomerig en zacht motief +herhaalde hij: „Wat is er van u geworden?”</p> +<p>„En te moeten denken, dat er op dit uur in Parijs alleen meer +dan honderd coteletten in de pan liggen!” zeide Marcel.</p> +<p>„En evenveel biefstukjes!” zuchtte Rodolphe.</p> +<p>En als een tegenstelling vol bittere ironie schreeuwden, terwijl de +vier vrienden elkaar voor het vreeselijke, dagelijks terugkeerende +probleem van het dejeuner stelden, de kellners uit het restaurant +beneden in het huis de bestellingen der gasten de keuken in.</p> +<p>„Zullen die lummels nooit hun mond houden?” vroeg +Marcel; „ieder woord geeft me een steek in mijn maag.”</p> +<p>„De wind zit in het Noorden!” zeide Colline ernstig en +wees daarbij op een weerhaantje, dat op een dak in de buurt vroolijk +heen en weer zwaaide; „wij zullen dus vandaag niet dejeuneeren, +de elementen verzetten zich er tegen.”</p> +<p>„Hoe dat?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Dat is een atmospherologische waarneming, die ik gedaan +heb,” legde de wijsgeer uit: „een Noordenwind beteekent +bijna altijd onthouding, evenals de Zuidenwind gewoonlijk pleizier en +goed eten voorspelt. De philosophie noemt dat: wenken van uit den +hooge.”</p> +<p>Als Gustave Colline een leege maag had, hadden zijn geestigheden +iets grimmigs.</p> +<p>Op hetzelfde oogenblik stiet Schaunard, die een van zijn armen in +den afgrond, die als zak dienst deed, had gestoken, een gil van angst +uit.</p> +<p>„Hulp! Hulp! Er zit iemand in mijn jas,” brulde hij, +terwijl hij trachtte zijn hand uit de scharen van een levende kreeft te +bevrijden.</p> +<p>Op den angstkreet van Schaunard volgde onmiddellijk een andere gil. +Marcel had werktuigelijk zijn hand in zijn zak gestoken en daarin een +Amerika ontdekt, waaraan <span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span>hij in het geheel niet meer dacht: +d.w.z. de honderdvijftig francs, die de Jood Médicis hem voor +zijn „Doortocht door de Roode Zee” betaald had.</p> +<p>„Salueert, heeren!” zeide Marcel, terwijl hij een +stapeltje daalders, waartusschen vijf of zes nieuwe louis schitterden, +neerzette.</p> +<p>„Je zoudt zeggen, dat ze leven!” vond <span class="corr" +id="xd20e6563" title="Bron: Collein">Colline</span>.</p> +<p>„En wat een prachtige stemmen!” merkte Schaunard, die de +goudstukken liet rinkelen, op.</p> +<p>„Wat een mooie medailles!” voegde Rodolphe eraan toe; +„precies stukjes uit de zon. Als ik koning was, zou ik geen +andere munten in mijn rijk dulden en er de beeltenis van mijn +vriendinnetje op laten slaan.”</p> +<p>„Kan je eigenlijk wel gelooven, dat er een land is, waar die +dingen evenveel waard zijn als kiezelsteenen?” vroeg Schaunard. +„De Amerikanen gaven er vroeger vier voor twee sous. Een van mijn +voorouders heeft indertijd Amerika bezocht; hij heeft zijn graf +gevonden in de maag der Wilden. Dat heeft den bloei der familie veel +kwaad gedaan.”</p> +<p>„Maar vertel toch eens even,” zeide Marcel met een blik +op den kreeft, die een wandeling door de kamer was gaan maken; +„waar komt dat beest vandaan?”</p> +<p>„Nou begin ik me te herinneren,” antwoordde Schaunard, +„dat ik gisteren een ontdekkingsreis gemaakt heb in de keuken van +Médicis; ik moet wel aannemen, dat dit reptiel, zonder het zelf +te willen, in mijn zak gevallen is—die dieren zijn zoo bijziende. +En nu ik het beest eenmaal heb, zal ik het maar houden ook; ik zal het +temmen en rood verven, dat is een vroolijker kleur. Sinds Phémie +weg is, ben ik melancholiek; nu heb ik tenminste gezelschap.”</p> +<p>„Heeren,” riep Colline uit; „kijkt als het je +blieft eens, de wind is naar het Zuiden gedraaid: we zullen +dejeuneeren.” <span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289" +name="pb289">289</a>]</span></p> +<p>„Dat geloof ik graag,” zeide Marcel, terwijl hij een +goudstuk van de tafel nam; „hier heb je er een, dat we eens +lekker zullen laten braden, en met veel jus ook.”</p> +<p>De vaststelling van het menu werd lang en ernstig besproken. Iedere +schotel gaf aanleiding tot een levendige discussie en werd daarna met +meerderheid van stemmen vastgesteld. De door Schaunard voorgestelde +omelette soufflée werd na zorgvuldig onderzoek afgestemd, +evenals de witte wijnen, waartegen Marcel in verzet kwam in een +krachtige improvisatie, die zijn oinologische kennis duidelijk aan het +licht bracht.</p> +<p>„De eerste plicht van een wijn is rood te zijn,” riep de +kunstenaar uit; „laat me met rust met jullie witte +wijnen.”</p> +<p>„En de Champagne dan?” merkte Schaunard op.</p> +<p>„Onzin! Een elegante appelwijn! Een epileptische coco<a class="noteref" id="xd20e6590src" href="#xd20e6590" name="xd20e6590src">2</a>! Ik zou alle kelders van Epernay en +Aï<a class="noteref" id="xd20e6593src" href="#xd20e6593" name="xd20e6593src">3</a> voor één vat Bourgogne geven. +Bovendien behoeven we vandaag geen grisettes te verleiden of +vaudevilles te dichten. Ik stem tegen Champagne.”</p> +<p>Toen het programma definitief vastgesteld was, gingen Schaunard en +Colline in het restaurant beneden het dejeuner bestellen.</p> +<p>„Wat zou je er van zeggen als we wat vuur aanlegden?” +vroeg Marcel.</p> +<p>„Dat zou geen halsmisdaad zijn, de thermometer noodigt ons +daar reeds lang toe uit,” antwoordde Rodolphe. „Laten we +wat vuur maken. Wat zal de kachel een kleur van verbazing +krijgen!”</p> +<p>En hij liep naar de trap en schreeuwde Colline na, dat hij hout +moest laten boven brengen.</p> +<p>Enkele oogenblikken later kwamen Schaunard en Colline, <span class="pagenum">[<a id="pb290" href="#pb290" name="pb290">290</a>]</span>gevolgd door een kolendrager met een zware bos +hout, weer boven.</p> +<p>Toen Marcel in een lade naar waardelooze papieren zocht, om de +kachel aan te maken, kreeg hij toevallig een brief in handen, waarvan +het handschrift hem deed beven en dien hij heimelijk begon te +lezen.</p> +<p>Het was een door Musette met potlood geschreven brief uit den tijd, +dat zij nog met Marcel samenwoonde; op den dag af was hij een jaar oud. +De inhoud der weinige regels luidde:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Lieveling,</p> +<p>Wees niet ongerust over mij, ik kom dadelijk weer terug. Ik ga wat +uit, om door het loopen wat warmer te worden: het vriest in de kamer en +de kolenhandelaar is voor ons dood. Ik heb de twee laatste pooten van +den stoel kapot geslagen, maar ze hebben niet lang genoeg gebrand, om +er een ei bij te koken. Bovendien fluit de wind door het raam alsof hij +hier thuis is, en blaast mij een hoop slechte raadgevingen in, die je, +wanneer ik ze zou opvolgen, verdriet zouden doen. Ik vind het daarom +beter een oogenblikje in de buurt te gaan winkelen. Er moet fluweel +zijn van tien francs den meter. Het is ongelooflijk, dat moet ik zelf +zien. Voor het eten ben ik weer terug.</p> +<p class="signed">Musette.”</p> +</div> +<p>„Arme meid!” mompelde Marcel in zichzelf, terwijl hij +den brief in zijn zak stak .... En met zijn hoofd in zijn handen bleef +hij eenige oogenblikken in gedachten bij de haard zitten.</p> +<p>In dien tijd leefden de bohémiens reeds lang in een toestand +van weduwnaarschap, uitgezonderd Colline, wiens liefje <span class="corr" id="xd20e6625" title="Bron: steed">steeds</span> onzichtbaar en +anoniem gebleven was. <span class="pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span></p> +<p>Zelfs Phémie, de lieve levensgezellin van Schaunard, had een +naïeve ziel gevonden, die haar haar hart, een mahoniehouten +ameublement en een ring van haar roode lokken aangeboden had. Veertien +dagen na die schenking echter had Phémie’s amant haar zijn +hart en ameublement weer willen ontnemen, omdat hij aan haar vinger een +ring van haar, maar nu zwart haar gezien had en haar daarom van verraad +durfde verdenken.</p> +<p>Toch was Phémie niet van het pad der deugd afgeweken; zij had +alleen, omdat haar vriendinnen haar ieder oogenblik met den ring van +roode haren plaagden, dien zwart laten verven. De +„mijnheer” was met die verklaring zòò +voldaan, dat hij voor Phémie een zijden japon kocht—de +eerste in haar leven! Den dag, dat zij die voor het eerst droeg, riep +de arme meid uit:</p> +<p>„Nu kan ik rustig sterven.”</p> +<p>Musette was weer een bijna officieele persoonlijkheid geworden. +Marcel had haar in geen drie of vier maanden meer gezien.</p> +<p>En wat Mimi ten slotte betreft, Rodolphe had nooit meer iemand over +haar hooren praten, behalve zichzelf, wanneer hij alleen was.</p> +<p>„Nou?” vroeg plotseling Rodolphe, toen hij Marcel zoo +peinzend bij den schoorsteen zag staan; „wil de kachel niet +trekken?”</p> +<p>„Zeker wel, zeker wel!” zeide de schilder, terwijl hij +het hout aanstak, dat knetterend begon te branden.</p> +<p>Terwijl de drie anderen door de voorbereidende maatregelen voor het +dejeuner hun eetlust nog prikkelden, had Marcel zich weer in een hoekje +teruggetrokken en legde het briefje, dat hij toevallig gevonden had, +bij de andere souvenirs, die Musette hem gelaten had. Plotseling viel +hem het adres in van een vrouw, met wie zijn vroegere vlam op zeer +intiemen voet stond.</p> +<p>„Ha!” riep hij hard genoeg, om door de anderen gehoord +<span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span>te worden, uit; „nu weet ik tenminste, +waar ik ze vinden kan.”</p> +<p>„Wat vinden?” vroeg Rodolphe. „En wat voer je toch +eigenlijk uit?” voegde hij eraan toe, toen hij zag, dat Marcel +wilde gaan schrijven.</p> +<p>„Niets .... Een brief, die haast heeft en dien ik bijna +vergeten had. Ik ben dadelijk weer tot je beschikking.”</p> +<p>En hij schreef:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Lieve kind,</p> +<p>Door een verpletterende apoplexie van geluk heb ik <span class="ex">geld</span> in mijn schrijftafel! We hebben een reuzendejeuner, +dat op dit oogenblik staat te braden, edele wijnen, ja zelfs in de +haard een echt vuur, zooals gezeten burgers dat hebben. Dat moet ik +zelf zien, zou je vroeger gezegd hebben. Kom dus een oogenblik bij ons; +je zult hier Rodolphe, Colline en Schaunard vinden, en bij het dessert, +want er is waarachtig een dessert ook, moet jij dan wat voor ons +zingen. Daar wij nu eenmaal bij elkaar zijn, zullen we waarschijnlijk +een dag of acht aan tafel blijven. Je behoeft dus niet bang te zijn, +dat je te laat komt. Het is al zoo’n tijd geleden, dat ik je niet +heb hooren lachen. Rodolphe zal je het hof maken en wij zullen van +alles drinken op onze gestorven liefde, op gevaar of ze tot nieuw leven +te wekken. Tusschen menschen zooals wij .... is de laatste kus nooit de +laatste. Ach, als het den vorigen winter niet zoo koud geweest was, zou +je me misschien in het geheel niet verlaten hebben. Je hebt me bedrogen +voor een bos hout en omdat je bang was voor winterhanden. Je hadt +gelijk, en ik ben er voor <span class="corr" id="xd20e6664" title="Bron: dïtmaal">ditmaal</span> even min boos om als voor andere +keeren. Maar kom je nu tenminste warmen, zoolang er vuur is.</p> +<p class="signed">Met heel veel kussen, Marcel.”</p> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb293" href="#pb293" name="pb293">293</a>]</span></p> +<p>Toen deze brief af was, schreef Marcel een tweeden aan madame +Sidonie, de vriendin van Musette, waarin hij haar verzocht den +ingesloten brief zoo spoedig mogelijk aan het juiste adres te doen +toekomen. Vervolgens ging hij naar den concierge, die de twee epistels +moest wegbrengen. Daar hij hem vooruitbetaalde, zag de concierge in de +hand van den schilder een goudstuk schitteren, waarom hij, alvorens +zijn boodschap te doen, den huiseigenaar, aan wien Marcel nog +achterstallige huur schuldig was, ging waarschuwen.</p> +<p>„Mijnheer,” zeide hij buiten adem van het trappen +klimmen, „de kunstenmaker van de zesde etasie heit geld. U weet +wel, die groote, die me altijd in m’n gezicht uitlacht, als ik +met de kietansie kom!”</p> +<p>„Ja, ik weet het wel!” zeide de huisheer; „die +kerel, die zoo brutaal is geweest geld van me te willen leenen, om een +gedeelte van de huur te kunnen afdoen. Ik heb hem de huur al +opgezegd.”</p> +<p>„Juist, mijnheer. Maar nou zit-ie stikvol met geld; m’n +oogen doen nog pijn van al het geschitter. Hij geeft nu een feest ..... +het is een prachtig oogenblik.”</p> +<p>„Je hebt gelijk,” viel de eigenaar hem in de rede; +„ik zal straks zelf even naar boven gaan.”</p> +<p>Madame Sidonie was thuis, toen de brief van Marcel kwam, en liet +haar kamermeisje dadelijk het ingesloten briefje naar Musette +brengen.</p> +<p>Musette woonde toen in een mooi appartement op de Chaussée +d’Antin. Toen zij den brief van Marcel kreeg, was zij niet alleen +en had <span class="corr" id="xd20e6686" title="Bron: bovondien">bovendien</span> voor dienzelfden avond een groot +aantal uitnoodigingen voor een groot diner rondgezonden.</p> +<p>„Dat is ook een wonder!” riep zij, lachend als een +bezetene, uit.</p> +<p>„Wat is er?” vroeg een knappe, jonge man, die stijf als +een standbeeld voor haar stond. <span class="pagenum">[<a id="pb294" +href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span></p> +<p>„Een invitatie voor een diner,” antwoordde de jonge +vrouw. „Hoe vindt je het?”</p> +<p>„Ik vind het vervelend,” zeide de jongeman.</p> +<p>„Waarom?”</p> +<p>„Waarom? Je denkt er toch zeker niet aan naar dat diner te +gaan.”</p> +<p>„Daar denk ik zeker wel aan ..... Zie jij maar hoe jij het +alleen klaar speelt!”</p> +<p>„Maar beste kind, dat geeft toch heelemaal geen pas! Je moet +een anderen keer maar eens gaan.”</p> +<p>„Die is goed, een anderen keer! Het is een invitatie van mijn +ouden vriend Marcel en het is zoo’n zeldzaam geval, dat ik het +zelf zien moet. Een anderen keer! Maar echte diners komen daar nog +minder voor dan zonsverduisteringen!”</p> +<p>„Wat! Je wilt ons in den steek laten, om naar dien kerel te +gaan, en dat zeg je me zoo maar in mijn gezicht!”</p> +<p>„Aan wien moet ik het anders zeggen? Aan den sultan van +Turkije soms? Maar die heeft met de zaak niets te maken.”</p> +<p>„Maar dat is een buitengewone openhartigheid.”</p> +<p>„Je weet wel, dat ik anders ben dan de anderen,” +antwoordde Musette.</p> +<p>„Maar wat zou je wel van mij denken, als ik je liet gaan, nu +ik weet waarheen je gaat. Bedenk toch eens Musette, zoowel voor jou als +voor mij zou dat in het geheel geen pas geven. Je moet je maar +excuseeren bij dien jongen man.”</p> +<p>„Mijn beste Maurice,” antwoordde Musette op vastberaden +toon; „je wist wat je aan me hadt voor je me nam, je wist, dat ik +vol grillen zit en dat niemand er zich op beroemen kan er +één uit mijn hoofd gepraat te hebben.”</p> +<p>„Vraag me wat je wilt .... maar dat niet,” zeide +Maurice. „Er zijn grillen ..... en grillen.”</p> +<p>„Maurice, ik wil naar Marcel gaan ..... en ik ga<span class="corr" id="xd20e6725" title="Bron: .">,</span>” <span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>zeide Musette, terwijl zij haar hoed opzette. +„Verlaat me, als je wilt, maar ik kan niet anders: Marcel is de +beste jongen van de wereld en de eenige, waar ik ooit van gehouden heb. +Als zijn hart van goud geweest was, zou hij het hebben laten smelten, +om er ringen van voor mij te laten maken. Arme jongen!” voegde +zij eraan toe, terwijl zij Maurice den brief liet zien, „zoodra +hij wat vuur heeft, vraagt hij me me te komen warmen. O, als hij maar +niet zoo lui en er geen fluweel en zijde in de winkels geweest was. Ik +was echt gelukkig met hem; hij had het talent mij nu en dan werkelijk +verdriet te doen, en hij heeft mij om al mijn liedjes den naam Musette +gegeven. Als ik naar hem toe ga, kan je er tenminste zeker van zijn, +dat ik bij je terugkom ..... als je tenminste de deur niet voor mijn +neus dicht gooit.”</p> +<p>„Openhartiger zou je me moeilijk kunnen zeggen, dat je niet +van me houdt,” zeide de jonge man.</p> +<p>„Kom nou, mijn beste Maurice, je bent te veel man van geest om +ons in zoo’n ernstige discussie te verdiepen. Je hebt me net zoo +als je een mooi paard in stal hebt, en ik houd van je ..... omdat ik +houd van luxe, van drukke feesten, van alles wat straalt en schittert. +Laten we niet sentimenteel worden: dat zou belachelijk en nutteloos +zijn.”</p> +<p>„Maar laat ik dan tenminste met je mee gaan.”</p> +<p>„Maar je zou je daar volstrekt niet amuseeren,” zeide +Musette<span class="corr" id="xd20e6739" title="Niet in bron">,</span> +„en je zou ons maar beletten het ook te doen. Je begrijpt toch, +dat die jongen mij noodwendig zoenen zal.”</p> +<p>„Musette,” vroeg Maurice; „heb je ooit iemand +ontmoet, die zoo inschikkelijk is als ik?”</p> +<p>„Mijnheer de vicomte,” antwoordde Musette; „toen +ik onlangs met lord<sup>***</sup> op de Champs Elysées een +wandelrit maakte, heb ik Marcel daar ontmoet met zijn vriend Rodolphe: +ze waren te voet, zaten slecht in hun kleeren <span class="pagenum">[<a id="pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span>en +rookten hun neuswarmertjes. In geen drie maanden had ik Marcel gezien; +ik had het gevoel, alsof mijn hart door het portier wou springen. Ik +heb het rijtuig laten stil houden en een half uur lang met Marcel +gepraat, terwijl geheel Parijs in equipages voorbij reed. Marcel heeft +me toen een taartje gegeven en een ruikertje viooltjes van een sou, die +ik dadelijk in mijn ceintuur gestoken heb. Toen hij wegging, wilde +lord<sup>****</sup> hem terugroepen, om hem te vragen met ons te gaan +dineeren. Voor die vriendelijkheid heb ik hem een zoen gegeven. Dat is +nu eenmaal mijn karakter; en als je dat niet bevalt, dan moet je het +maar dadelijk zeggen, dan neem ik mijn pantoffels en mijn nachtmuts +mee.”</p> +<p>„Het heeft toch ook zijn goede zijde, om arm te zijn!” +zeide Maurice met iets van afgunst en droefheid in zijn stem.</p> +<p>„O neen,” antwoordde Musette; „als Marcel rijk +was, zou ik hem nooit verlaten hebben.”</p> +<p>„Ga dan maar,” zeide de jonge man en gaf haar de hand. +„Die nieuwe japon staat je heel goed!”</p> +<p>„Inderdaad het is of ik er vanochtend een voorgevoel van gehad +heb. Marcel zal de eerste zijn, die me in mijn nieuwe japon een zoen +zal geven. Nou, adieu, ik ga een beetje van het gewijde brood der +vroolijkheid eten.”</p> +<p>Musette had dien dag een bekoorlijk toilet aan: nooit had het +gedicht van haar jeugd en van haar schoonheid in een verleidelijker +band gezeten. Bovendien bezat Musette van nature een goeden smaak. Toen +zij op de wereld kwam, moet het eerste, wat zij met haar blikken zocht, +een spiegel geweest zijn, om zich in haar luiers een mooie houding te +kunnen geven; en voor zij gedoopt werd, had zij reeds de zonde der +coquetterie begaan. Reeds in den tijd, dat zij nog in zeer behoeftige +omstandigheden leefde en zich nog met japonnetjes van gedrukt katoen, +hoedjes met pompons en geitenleeren laarsjes moest tevreden stellen, +droeg zij die eenvoudige grisette-toiletjes met <span class="pagenum">[<a id="pb297" href="#pb297" name="pb297">297</a>]</span>elegance en coquetterie. Deze knappe meisjes, +half bijen, half mieren, die zingend de geheele week door werkten en +den Goeden God slechts om mooi weer op Zondag smeekten, hadden +gewoonlijk slechts lief met haar hart en zetten nu en dan de bloemetjes +buiten. Nu is die soort geheel verdwenen, dank zij de tegenwoordige +generatie van jonge mannen: een verdorven en verderfelijke, maar boven +alles aanmatigende, opgeblazen en brutale generatie. Alleen uit +genoegen voor minne paradoxen hebben zij die arme meisjes om haar door +de heilige litteekenen van het werk geschonden handen gehoond en +bespot, zoodat die handen weldra niet genoeg meer konden verdienen, om +de uitgaven voor amandelzeep te bestrijden. Langzamerhand is het dien +jongelingen gelukt haar hun opgeblazenheid en dwaasheid in te enten, en +sedert is de grisette verdwenen. Toen werd de lorette geboren, een +bastaardgeslacht, impertinente schepsels van middelmatige schoonheid, +half vleesch, half schmink, wier boudoir een toonbank is, waarop zij +stukken van haar hart, alsof het sneedjes roastbeef waren, te koop +aanbieden. Het meerendeel van die meisjes, die het pleizier onteeren en +een schande zijn voor de moderne galanterie, heeft dikwijls niet eens +den geest van de dieren, wier veeren zij op haar hoeden dragen. En +wanneer het door een groot toeval nog eens gebeurt, dat zij niet een +liefde, zelfs niet een verliefdheid, maar een geile begeerte hebben, +dan is het nog voor den een of anderen alledaagschen potsenmaker, dien +de dwaze menigte op openbare bals toejuicht en voor wien de couranten, +die vleiende hovelingen van al wat belachelijk is, reclame maken.</p> +<p>Hoewel Musette gedwongen was in die wereld te leven, had zij toch +niet de gewoonten noch de allures ervan; zij had niet die tot slavin +zijn vernederende hebzucht, zooals die maar al te veel voorkomt bij die +schepsels, welke alleen maar Bartjens lezen en cijfers schrijven +kunnen. <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298" name="pb298">298</a>]</span>Zij was een intelligent, geestig meisje, dat in +haar aderen het bloed van Manon Lescaut had, en, wars van elken dwang, +zich nooit tegen een enkele gril had kunnen of willen verzetten, wat de +gevolgen ervan ook mochten zijn.</p> +<p>Marcel was de eenige man geweest, van wien zij werkelijk gehouden +had. In ieder geval was hij de eenige geweest voor wien zij inderdaad +geleden had, en al de hardnekkigheid van die instincten, welke haar +trokken naar „alles wat schittert en straalt”, was noodig +geweest, om haar ertoe te kunnen brengen hem te verlaten. Zij was +twintig jaar en luxe was voor haar bijna een levensbehoefte. Zij kon er +wel eenigen tijd buiten, maar geheel afstand ervan doen kon zij niet. +Haar eigen wispelturigheid maar al te goed kennende, had zij nooit het +hangslot van een eed van trouw voor haar hart willen doen. Verscheidene +jonge mannen, voor wie zij zelf veel voelde, hadden haar waarachtig +lief gehad; en altijd had zij tegenover dezen met een openhartigheid, +die gepaard ging met voorzichtigheid, gehandeld. De verbintenissen, die +zij aanging, waren eenvoudig, eerlijk en waar als de +liefdesverklaringen van Molière’s boeren. „Jij hebt +zin in mij, en ik zin in jou; top, laten we bruiloft vieren!” Wel +tienmaal had Musette als zij gewild had, een „vaste +positie”, een zoogenaamde toekomst kunnen hebben; maar zij +geloofde nauwlijks in de toekomst; ten opzichte daarvan was zij het +scepticisme van Figaro toegedaan.</p> +<p>„Morgen,” zeide zij dikwijls, „morgen is een +dwaasheid van den kalender, een dagelijksch voorwendsel, dat de +menschen uitgevonden hebben, om hun zaken vandaag niet behoeven te +doen. Morgen is er misschien een aardbeving—en vandaag staat de +aarde nog vast!”</p> +<p>Op een goeden dag deed een gentleman, met wien zij bijna zes maanden +samengeleefd had en die intusschen tot over zijn ooren verliefd op haar +geworden was, haar <span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299" +name="pb299">299</a>]</span>in allen ernst het voorstel met haar te +trouwen. Musette had hem in zijn gezicht uitgelachen.</p> +<p>„Ik mijn vrijheid door een huwlijkscontract aan banden leggen? +Nooit in der eeuwigheid!”</p> +<p>„Maar dag in dag uit sidder ik van angst, dat ik je verliezen +zal.”</p> +<p>„Je zoudt me nog veel eerder verliezen, wanneer ik je vrouw +was,” antwoordde Musette. „Laten we er niet verder over +spreken. Trouwens ik ben niet vrij meer ook,” voegde zij eraan +toe en dacht bij die woorden ongetwijfeld aan Marcel.</p> +<p>Zoo ging haar jeugd voorbij, terwijl zij zich op alle winden van het +toeval liet medevoeren en velen, ja bijna ook zichzelf gelukkig maakte. +Vicomte Maurice, met wien zij op dat oogenblik leefde, kostte het niet +weinig moeite om zich aan dat ontembare, naar vrijheid snakkende +karakter te wennen, en met een met jalousie sterk geoxydeerd ongeduld +wachtte hij op den terugkeer van Musette, die hij naar Marcel had zien +gaan.</p> +<p>„Zal ze bij hem blijven?” vroeg de jonge man zich den +geheelen avond af, terwijl hij zich dat vraagteeken als een dolk in +zijn hart boorde.</p> +<p>„Die arme Maurice!” zeide Musette van haar kant tot +zichzelf; „hij vindt dat een beetje kras. Maar ach, de jeugd moet +opgevoed worden.”</p> +<p>Toen sloeg haar gedachtengang plotseling een heel andere richting +in; zij dacht aan Marcel, naar wien ze toeging; en terwijl zij alle +herinneringen, die de naam van haar aanbidder in haar wakker riep, de +revue liet passeeren, vroeg zij zich nieuwsgierig af, welk wonder bij +hem de tafel gedekt had. Al loopende las zij den brief, dien de +schilder haar geschreven had, nog eens over, en onwillekeurig maakte +een gevoel van droefheid zich van haar meester. Doch dat duurde slechts +een oogenblik. Musette overwoog terecht, dat zij nu minder dan ooit +reden had om bedroefd te zijn, en toen <span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span>er op dat oogenblik +een sterke wind opstak, riep zij uit:</p> +<p>„Het is toch gek; als ik niet naar Marcel zou willen gaan, zou +de wind mij nu naar hem toe blazen.”</p> +<p>En haar pas versnellend liep zij verder, blij als een vogeltje, dat +naar zijn eerste nest terugkeert.</p> +<p>Plotseling begon het hard te sneeuwen. Musette keek rond of zij geen +rijtuig zag, maar er was geen te bekennen. Daar zij juist in de straat +was, waar haar vriendin Sidonie woonde, die Marcel’s brief naar +haar doorgestuurd had, kwam zij op het denkbeeld even bij haar binnen +te gaan en daar te wachten, tot het weer wat beter zou zijn.</p> +<p>Bij madame Sidonie vond zij een groot gezelschap bijeen. Er werd een +partij lansquenet gespeeld, die drie dagen tevoren reeds begonnen +was.</p> +<p>„Laat ik jullie niet storen,” zei de Musette; „ik +blijf maar even.”</p> +<p>„Heb je den brief van Marcel gekregen?” fluisterde +madame <span class="corr" id="xd20e6808" title="Bron: Sinonie">Sidonie</span> haar in het oor.</p> +<p>„Ja, dank je,” antwoordde Musette<span class="corr" id="xd20e6813" title="Bron: .">,</span> „ik ben op weg naar hem toe, +hij heeft me te dineeren gevraagd. Ga je mee? Je zult je best +amuseeren!”</p> +<p>„Tot mijn spijt kan ik niet,” zeide Sidonie, op de +speeltafel wijzend. „En hoe staat het?” vroeg zij den +bankhouder.</p> +<p>„Er staan zes louis,” antwoordde deze, terwijl hij de +kaarten schudde.</p> +<p>„Ik zet er twee,” riep Sidonie.</p> +<p>„Goed, ik ben niet trotsch, ik begin ook met twee,” +antwoordde de bankhouder, die reeds verscheidene malen gepast had. +„Koning en aas; ik ben naar de maan,” ging hij voort, +terwijl hij de kaarten liet vallen; „alle koningen zijn +dood!”</p> +<p>„Hier mag niet over politiek gesproken worden,” zeide +een journalist.</p> +<p>„En het aas is de vijand van mijn familie,” merkte de +bankhouder op, die nog een koning keerde. „Leve de <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name="pb301">301</a>]</span>koning!” riep hij uit; „lieve +Sidonie, geef mij twee louis d’or.”</p> +<p>„Schrijf ze maar in je memorie pro memorie,” zeide +Sidonie woedend, dat zij verloren had.</p> +<p>„Dat maakt dan vijfhonderd francs, kleintje,” zeide de +bankhouder.” Je zult de duizend wel bereiken. Ik geef.”</p> +<p>Sidonie en Musette praatten zachtjes met elkaar. Het spel ging +door.</p> +<p>Ongeveer op hetzelfde uur gingen de bohémiens aan tafel. +Gedurende het geheele dejeuner was Marcel opvallend onrustig. Iederen +keer, dat men op de trap stappen hoorde, zagen de anderen hem +opschrikken.</p> +<p>„Wat heb je toch?” vroeg Rodolphe; „het is net, of +je nog iemand wacht. Zijn we niet compleet?”</p> +<p>Maar uit een blik, dien de schilder hem toewierp, begreep de +dichter, welke gedachten zijn vriend bezig hielden.</p> +<p>„Hij heeft gelijk,” dacht hij bij zichzelf; „we +zijn niet compleet.”</p> +<p>De blik van Marcel beteekende: Musette, die van Rodolphe: Mimi.</p> +<p>„Er ontbreken vrouwen,” zeide Schaunard plotseling.</p> +<p>„Wil jij voor den duivel je losbandige taal wel eens voor je +houden? We hadden toch afgesproken, dat er niet over liefde gesproken +zou worden!” brulde Colline. „Daar schift de jus +van.”</p> +<p>En terwijl buiten de sneeuw nog viel en in de haard het hout +vroolijk vlamde en een vuurwerk van vonken afstak, begonnen de vier +vrienden weer hun tot den rand gevulde glazen te ledigen.</p> +<p>Terwijl Rodolphe met luide stem het refrein van een lied begon te +zingen, dat hij onder in zijn glas gevonden had, werd er verscheidene +malen op de deur geklopt.</p> +<p>Als een duiker, die door een krachtigen afzet tegen den bodem weer +naar de oppervlakte van het water komt, <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name="pb302">302</a>]</span>vloog Marcel, die +reeds eenigszins onder den invloed was, haastig van zijn stoel op om +open te maken.</p> +<p>Musette was het niet.</p> +<p>Op den drempel vertoonde zich een man, die een klein stukje papier +in zijn hand hield. Zijn uiterlijk was niet onaangenaam, maar zijn +chambercloak zag er onooglijk uit.</p> +<p>„Ik vind u hier in nog al goeden welstand,” zeide hij +met een blik op de tafel, op het midden waarvan een groote lamsbout +prijkte.</p> +<p>„De huisbaas!” zeide Rodolphe; „laten wij hem de +verschuldigde eer bewijzen!”</p> +<p>„En hij begon met zijn mes en vork den generaalsmarsch op zijn +bord te slaan.</p> +<p>Colline gaf hem een stoel en Marcel riep uit:</p> +<p>„Schaunard, geef mijnheer een glas!”</p> +<p>En zich tot den huiseigenaar wendende, zeide hij:</p> +<p>„U komt juist op het goede oogenblik! Wij waren juist op het +punt een toast uit te brengen op den eigendom. Mijn vriend hier, +mijnheer Colline, zeide precies eenige treffende dingen omtrent dat +onderwerp. Maar nu u hier bent, zal hij, om u genoegen te doen, opnieuw +beginnen. Vooruit, Colline!”</p> +<p>„Pardon, heeren!” antwoordde de huisheer; „ik zou +u niet graag verder storen.”</p> +<p>En hij ontvouwde het kleine papiertje, dat hij in zijn hand +hield.</p> +<p>„Wat is dat voor drukwerk?” vroeg Marcel.</p> +<p>De huisheer, die inmiddels onderzoekend de kamer rondkeek, had het +goud en zilver, dat nog op den schoorsteen was blijven staan, gezien en +zeide:</p> +<p>„De quitantie, die ik reeds de eer had u te laten +presenteeren.”</p> +<p>„Precies,” viel Marcel hem in de rede; „mijn trouw +geheugen heeft die bijzonderheid niet vergeten; het was Vrijdag 8 +October des namiddags te 12 uur.” <span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name="pb303">303</a>]</span></p> +<p>„Ik heb de quitantie reeds, als voldaan geteekend, en als het +u niet derangeert, dan .....”</p> +<p>„Mijnheer,” zeide Marcel, „het lag in mijn +bedoeling u te komen bezoeken. Ik moet eens ernstig met u +praten.”</p> +<p>„Geheel tot uw dienst.”</p> +<p>„Doe mij dan eerst het genoegen een kleine verfrissching te +nemen,” ging Marcel voort, terwijl hij hem een glas wijn opdrong. +„Welnu, mijnheer, u hebt mij onlangs een papiertje thuis gestuurd +met de beeltenis van een dame, die een weegschaal in haar hand houdt. +De inhoud was onderteekend: „Godard.”<span class="corr" id="xd20e6900" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Dat is mijn deurwaarder,” zeide de huisheer.</p> +<p>„Hij heeft al een heel leelijk pootje,” zeide Marcel. +„Mijn vriend hier”—en hij wees op +Colline—„die alle talen kent, is zoo goed geweest deze +depeche, die mij vijf francs gekost heeft, voor mij te vertalen +....”</p> +<p>„Het was een opzegging van de huur,” viel de huisheer +hem in de rede; „een voorzorgsmaatregel .... dat is zoo de +gewoonte.”</p> +<p>„Ja juist, een opzegging,” antwoordde Marcel. „Ik +wilde u juist komen opzoeken, om over die zaak te spreken; ik zou n.l. +die opzegging graag in een huurceel veranderd zien. Het huis bevalt me, +de trap is netjes, de straat vroolijk en bovendien ben ik om +familieredenen en andere oorzaken zeer aan deze woning +gehecht”.</p> +<p>„Maar de laatste termijn huur moet nog betaald worden,” +zeide de huiseigenaar en liet opnieuw zijn quitantie zien.</p> +<p>„Wij zullen die betalen, mijnheer, dat is ons vaste +voornemen.”</p> +<p>Intusschen had de huisheer geen oog afgewend van den schoorsteen, +waarop het geld lag, en de aantrekkingskracht van zijn hebzuchtige +blikken was zòò groot, dat de geldstukken schenen te +bewegen en naar hem toe te komen.</p> +<p>„Ik vind het zeer aangenaam, dat ik juist op een oogenblik +<span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304" name="pb304">304</a>]</span>kom, dat wij deze kleine zaak kunnen regelen, +zonder dat het u derangeert,” zeide hij en bood de quitantie aan +Marcel aan, die de attaque niet anders pareeren kon dan door uit te +wijken en met zijn schuldeischer nogmaals de scène tusschen don +Juan en Dimanche<a class="noteref" id="xd20e6922src" href="#xd20e6922" +name="xd20e6922src">4</a> te spelen.</p> +<p>„U hebt, geloof ik, ook nog eigendommen in de +provincie?” vroeg hij.</p> +<p>„O,” antwoordde de huisheer; „niet noemenswaard: +een klein landhuis in Bourgondië, een boerderij, weinig zaaks +..... de pachters betalen niet ..... Deze kleine vereffening,” +voegde hij eraan toe, terwijl hij nogmaals de quitantie aan Marcel +trachtte te geven, „komt mij dan ook zeer van pas ..... Het is +zestig francs, zooals u weet.”</p> +<p>„Zestig francs, precies!” zeide Marcel en nam van den +schoorsteen drie goudstukken af. „Zestig francs, zeiden +we,” en hij legde de drie louis op eenigen afstand van den +huisheer op de tafel.</p> +<p>„Eindelijk!” mompelde deze; en zijn gelaat helderde +op.</p> +<p>En op zijn beurt legde hij de quitantie op tafel.</p> +<p>Schaunard, Colline en Rodolphe volgden de ontwikkeling van het drama +met gespannen aandacht.</p> +<p>„Maar lieve Hemel,” zeide Marcel; „daar u een +Bourgondiër bent, zult u toch zeker niet weigeren een paar +woordjes met een landgenoot te spreken.”</p> +<p>En hij trok een flesch ouden Mâcon open en schonk den huisheer +een glas in.</p> +<p>„Heerlijk!” zeide deze; „ik heb nooit beteren +gedronken.”</p> +<p>„Ach, een oom van me, die in die streken woont, stuurt me zoo +nu en dan een mandje.”</p> +<p>De huisheer was opgestaan en strekte zijn hand naar het voor hem +geplaatste geld uit, maar Marcel hield hem tegen.</p> +<p>„Ja, maar op één been kunt u niet loopen,” +zeide hij <span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name="pb305">305</a>]</span>en dwong zijn schuldeischer nogmaals met hem en +de drie andere bohémiens te klinken.</p> +<p>De huisheer durfde niet weigeren. Hij dronk zijn glas leeg, zette +het neer en wilde weer het geld nemen, toen Marcel uitriep:</p> +<p>„Maar daar valt me nog iets in, mijnheer. Ik ben op het +oogenblik nogal ruim bij kas. Mijn oom uit Bourgondië heeft me een +supplement op mijn jaargeld gezonden. Ik ben bang dat geld er door te +lappen. U weet, niet waar, de jeugd haalt wel eens dolle streken uit +.... Wanneer ik u er niet mede beleedig, zou ik graag een termijn +vooruit betalen.”</p> +<p>En opnieuw nam hij zestig francs in zilver van den schoorsteen en +legde die bij de louis op tafel.</p> +<p>„Ik zal u daar dadelijk een quitantie voor maken,” zeide +de eigenaar; „ik heb blanco formulieren in mijn +zak”—en hij haalde zijn portefeuille te +voorschijn—„ik zal die invullen en antidateeren.”</p> +<p>„Een aardige huurder,” dacht hij bij zichzelf en wierp +verliefde blikken naar de honderd-twintig francs.</p> +<p>Bij dit voorstel stonden de drie bohémiens, die toch al niets +van Marcel’s diplomatie begrepen, gewoonweg +„paf”,</p> +<p>„Maar de schoorsteen rookt,” begon nu de schilder, +„dat is erg onaangenaam.”</p> +<p>„Maar waarom hebt u me dat niet eerder gezegd? Dan had ik den +schoorsteenveger laten komen,” zeide de eigenaar, die voor den +schilder niet onder wilde doen. „Morgen zal ik werklui +sturen.”</p> +<p>En nadat hij de tweede quitantie ingevuld had, legde hij die bij de +eerste, schoof ze toen beide naar Marcel toe en stak zijn hand weer +naar het stapeltje geld uit.</p> +<p>„U kunt u niet voorstellen, hoe gelegen die som mij op het +oogenblik komt,” zeide hij; „ik moet een paar rekeningen +voor reparaties aan het huis betalen en ik was werkelijk om geld +verlegen.” <span class="pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306" +name="pb306">306</a>]</span></p> +<p>„Het spijt mij, dat ik u wat heb moeten laten wachten!” +viel Marcel hem in de rede.</p> +<p>„O, zoo erg is het niet ..... Heeren, ik heb de eer +....” En weer stak hij zijn hand uit.</p> +<p>„O, o, neem me niet kwalijk,” zeide Marcel vlug; +„zoover zijn we nog niet. Wie a zegt,” en hij schonk +opnieuw in, „moet ook b zeggen.”</p> +<p>„Dat is zoo,” zeide deze en ging uit beleefdheid weer +zitten.</p> +<p>Ditmaal begrepen de bohémiens uit een blik, dien Marcel hun +toewerp, wat zijn doel was.</p> +<p>Intusschen begon de huisheer al op een vreemde manier met zijn oogen +te draaien. Hij balanceerde op zijn stoel heen en weer, begon +dubbelzinnige taal uit te slaan en beloofde Marcel, die hem een paar +reparaties vroeg, fabelachtige verfraaiingen.</p> +<p>„En nu de zware artillerie voor het front!” fluisterde +de schilder Rodolphe in en wees op een flesch rhum.</p> +<p>Na het eerste glaasje zong de huisheer een schuin liedje, dat +Schaunard deed blozen.</p> +<p>Na het tweede glaasje vertelde hij zijn huiselijke onaangenaamheden; +en daar zijn vrouw Helena heette, vergeleek hij zich bij Menelaus.</p> +<p>Na het derde glaasje kreeg hij een philosophische vlaag en gaf de +volgende aphorismen ten beste:</p> +<p>„Het leven is een stroom.”</p> +<p>„Geld maakt niet gelukkig.”</p> +<p>„De mensch is een ééndagsvlinder.”</p> +<p>„O, hoe lieflijk is de liefde!”</p> +<p>Dan maakte hij Schaunard tot zijn vertrouweling en vertelde hij hem +van zijn heimelijke liaison met een jong meisje, Euphémie +geheeten, aan wie hij een mahoniehouten ameublement gegeven had. +Daarbij gaf hij zoo’n nauwkeurig portret van dit jonge meisje, +dat Schaunard een vreemd vermoeden in zich voelde opkomen, dat +<span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span>onmiddellijk daarna een zekerheid werd, toen de +huisheer hem een brief, dien hij uit zijn portefeuille haalde, liet +zien.</p> +<p>„O, hemel!” riep Schaunard uit, toen hij de +onderteekening zag; „hardvochtige, gij boort mij een dolk door +het hart.”</p> +<p>„Wat heeft hij toch?” riepen de bohémiens, over +die taal verwonderd, uit.</p> +<p>„Kijk maar,” zeide Schaunard; „deze brief is van +Phémie. Dat is haar onderteekening.”</p> +<p>Schaunard liet den brief van zijn vroegere maîtresse +circuleeren. Deze begon met de woorden:</p> +<div class="blockquote"> +<p class="first salute">„Mijn lief, dik beertje,”</p> +</div> +<p>„Dat lief, dik beertje ben ik,” zeide de huisheer, die +vergeefsche pogingen deed om op te staan.</p> +<p>„Prachtig!” zeide Marcel, die dit zag, „hij heeft +zijn anker uitgeworpen.”</p> +<p>„Phémie, hardvochtige Phémie!” zuchtte +Schaunard; „wat heb je me aangedaan!”</p> +<p>„Ik heb voor haar in de rue Coquenard No. 12 een entresol +laten meubileeren,” stamelde de huisheer; „het is er heel +aardig, heel aardig ..... maar het heeft me een aardige duit gekost +.... Doch de ware liefde ziet niet op geld ..... en bovendien heb ik +twintigduizend francs rente ..... Zij vraagt mij geld ....” ging +hij voort, terwijl hij den brief weer in zijn zak stak; „Arme +kleine! ... Ik zal haar dit geld geven ..... dat zal haar plezier +doen.”</p> +<p>En hij strekte weer zijn hand naar het geld uit.</p> +<p>„Wat is dat?” vroeg hij verbaasd, terwijl hij op de +tafel rond tastte, „waar is het gebleven?”</p> +<p>Het geld was verdwenen.</p> +<p>„Een fatsoenlijk man mag zich onder geen voorwaarden tot zulk +een misdadigen minnehandel leenen,” had Marcel gezegd. +„Mijn geweten en de moraal verbieden mij de huur aan dezen +wellustigen kerel in handen te geven. <span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span>Ik zal mijn huur niet +betalen. Maar mijn ziel zal tenminste geen wroeging hebben. Wat een +zeden! Een man met zoo weinig haren op zijn hoofd!”</p> +<p>Intusschen was de huiseigenaar stomdronken geworden en sloeg met +luide stem allerlei onzin tegen de flesschen uit.</p> +<p>Daar hij nu al twee uur weg was, stuurde zijn vrouw, die ongerust +begon te worden, eindelijk het dienstmeisje naar boven; toen zij haar +meester in zoo’n toestand zag, stiet zij een gil van schrik +uit.</p> +<p>„Wat hebt u met hem uitgevoerd?” vroeg zij aan de +bohémiens.</p> +<p>„Niets,” antwoordde Marcel; „hij is daarnet +hierboven gekomen, om de huur te halen, en daar we geen geld hadden, +hebben we hem uitstel gevraagd.”</p> +<p>„Maar hij is stom bezopen,” zeide het dienstmeisje.</p> +<p>„Dat was hij al grootendeels, toen hij hier kwam,” +antwoordde Rodolphe; „hij vertelde ons, dat hij zijn wijnkelder +opgeruimd had.”</p> +<p>„Hij was al zòò in den lorem,” +<span class="corr" id="xd20e7056" title="Bron: vroegde">voegde</span> +Colline eraan toe, „dat hij zijn quitanties zonder betaling hier +wou laten.”</p> +<p>„Geef ze maar aan zijn vrouw,” zeide ten slotte de +schilder, terwijl hij de quitanties aan het dienstmeisje overhandigde, +„wij zijn eerlijke jongens en willen geen misbruik maken van zijn +toestand.”</p> +<p>„Lieve God, wat zal mevrouw wel zeggen?” zuchtte het +dienstmeisje, dat haar meester, die nauwelijks op zijn beenen staan +kon, meetrok.</p> +<p>„Eindelijk!” riep Marcel verlicht uit.</p> +<p>„Hij zal morgen wel terugkomen,” zeide Rodolphe; +„nu hij eenmaal geld gezien heeft.”</p> +<p>„Als hij terugkomt,” zeide de kunstenaar, „dan +dreig ik hem zijn vrouw zijn <span class="corr" id="xd20e7070" title="Bron: liason">liaison</span> met de jonge Phémie te zullen +vertellen, dan zal hij wel uitstel geven.”</p> +<p>Toen de huisheer weg was, begonnen de vier vrienden <span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name="pb309">309</a>]</span>weer +te drinken en te rooken. Marcel was niettegenstaande zijn roes de +eenige, die nog eenig besef had van wat er om hem gebeurde. Bij het +minste leven op de trap vloog hij op, om de deur open te maken. Maar +degenen, die naar boven kwamen, bleven altijd op een lagere verdieping. +Langzaam ging de schilder dan weer in het hoekje bij de haard zitten. +Het sloeg middernacht, en nog was Musette er niet.</p> +<p>„Misschien was ze niet thuis, toen mijn brief kwam,” +dacht hij. „Ze zal hem dan vanavond bij haar thuiskomst vinden en +morgen komen. Morgen hebben we ook nog vuur. Want komen zal zij. Tot +morgen dus.”</p> +<p>En in zijn hoekje sliep hij in.</p> +<p>Op hetzelfde oogenblik, dat Marcel van haar droomde, verliet Musette +het huis van madame Sidonie, bij wie zij tot zoo lang gebleven was. +Musette was niet alleen, een jong mensch was met haar; een rijtuig +wachtte beneden voor de deur; zij stapten er samen in; het rijtuig reed +in grooten vaart weg.</p> +<p>De partij lansquenet duurde bij madame Sidonie voort.</p> +<p>„Waar is Musette toch?” vroeg plotseling een der +spelers.</p> +<p>„En de kleine Séraphin?” een tweede.</p> +<p>Madame Sidonie begon te lachen.</p> +<p>„Die zijn er samen stil vandoor gegaan,” zeide zij. +„Een typische geschiedenis! Wat een zeldzaam exemplaar is die +Musette toch! Stel je voor ....”</p> +<p>En zij begon te vertellen hoe Musette, na bijna ongenoegen met +vicomte Maurice gekregen en zich op weg naar Marcel begeven te hebben, +heel toevallig even bij haar opgeloopen was en hier den jongen +Séraphin aangetroffen had.</p> +<p>„Ik had er dadelijk wel vermoeden op,” zeide Sidonie, +zichzelf in de rede vallend; „ik heb ze den geheelen avond in het +oog gehouden, en waarachtig de jonge man is zoo <span class="pagenum">[<a id="pb310" href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span>kwaad niet. Kort en goed, zij zijn, zonder een +woord te zeggen, weggegaan, en een kraan, die ze vinden kan. Doch hoe +het zij; het is eigenlijk te gek om los te loopen, wanneer je bedenkt, +dat Musette dol op Marcel is.”</p> +<p>„Maar als ze dol is op Marcel, wat wil ze dan eigenlijk met +den kleinen Séraphin, die nog bijna een kind is? Hij heeft nooit +een maîtresse gehad,” merkte een der aanwezigen op.</p> +<p>„Zij wil hem leeren lezen,” antwoordde de journalist, +die altijd heel „geestig” was, als hij verloren had.</p> +<p>„Dat is goed en wel,” meende Sidonie. „Waarom gaat +ze met Séraphin, als ze van Marcel houdt? Dat gaat boven mijn +petje.”</p> +<p>„Ja, waarom?”</p> +<hr class="tb"> +<p>Vijf dagen lang leidden de bohémiens, zonder hun kamer ook +maar één oogenblik te verlaten, het vroolijkste leventje, +dat men zich denken kan. Van ’s ochtends vroeg tot ’s +avonds laat zaten zij aan tafel. Een bewonderenswaardige wanorde +heerschte in het vertrek, waarin een Pantagruelistische atmospheer +hing. Op een bijna geheel uit oesterschalen bestaande bank lag een +leger van de meest verschillende flesschen. De tafel was bedekt met +allerlei etensrestjes, en in de haard brandde een formeel bosch.</p> +<p>Ook op den ochtend van den zesden dag maakte Colline als +opper-ceremoniemeester het menu voor het dejeuner, het diner en het +souper op, zooals hij dat iederen morgen deed, en onderwierp het dan +aan de goedkeuring van zijn vrienden, die het als teeken van instemming +met hun handteekening voorzagen.</p> +<p>Maar toen Colline de lade, die als schatkist dienst deed, opentrok, +om het voor dien dag noodige geld te krijgen, <span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name="pb311">311</a>]</span>deed +hij verschrikt twee pas achteruit en werd bleek als de schim van +Banquo.<a class="noteref" id="xd20e7118src" href="#xd20e7118" name="xd20e7118src">5</a></p> +<p>„Wat is er?” vroegen de anderen onverschillig.</p> +<p>„Wat er is? Ik heb nog maar dertig sous,” zeide de +philosoof.</p> +<p>„Alle duivels!” riepen de anderen uit; „dat zal +een heele verandering in het menu veroorzaken. Enfin, wanneer we die +dertig sous goed gebruiken ..... Maar de truffels zullen er wel bij +moeten inschieten.”</p> +<p>Eenige oogenblikken later was de tafel gedekt. Er stonden in +volkomen symmetrie drie schotels op, n.l.:</p> +<p>Een schotel haring;</p> +<p>Een schotel aardappelen</p> +<p>Een schotel kaas.</p> +<p>In den schoorsteen brandden twee blokjes hout, zoo groot als een +vuist.</p> +<p>Buiten viel nog steeds de sneeuw.</p> +<p>De vier bohémiens gingen aan tafel en legden hun servetten op +hun knieën.</p> +<p>„Het is vreemd,” zeide Marcel; „maar die haring +smaakt naar fazant.”</p> +<p>„Dat ligt aan de manier, waarop ik hem klaargemaakt +heb,” antwoordde Colline; „tot nu toe is de haring +miskend.”</p> +<p>Op dat oogenblik kwam een vroolijk gezang de trap op en klopte aan +de deur. Marcel, die bij de eerste tonen al opgesprongen was, vloog +naar de deur, om open te doen.</p> +<p>Musette sloeg haar armen om hem heen en zoende hem wel vijf minuten +lang. Marcel voelde hoe zij in zijn armen beefde.</p> +<p>„Wat heb je?” vroeg hij haar.</p> +<p>„Ik heb het koud,” zeide zij en liep naar den +schoorsteen.</p> +<p>„Hè,” zeide Marcel, „we hebben zoo’n +lekker vuurtje gehad.” <span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name="pb312">312</a>]</span></p> +<p>„Ja,” zeide Musette met een blik op de overblijfselen +van het vijfdaagsche feestmaal; „ik kom te laat.”</p> +<p>„Waarom?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Waarom?” zeide Musette .... en kreeg een kleur. In +plaats van antwoord te geven ging zij op Marcels knieën zitten; +zij beefde nog steeds en haar handen waren blauw van de kou.</p> +<p>„Was je niet vrij?” vroeg Marcel haar fluisterend.</p> +<p>„Ik niet vrij!” riep Musette uit. „O Marcel, al +zat ik midden tusschen de sterren of in het paradijs van den goeden +God, en jij gaf me een teeken, ik zou naar beneden komen. Ik niet +vrij!....”</p> +<p>En zij begon weer te rillen.</p> +<p>„Er zijn hier vijf stoelen,” zeide Rodolphe; „dat +is een oneven getal, en bovendien heeft de vijfde een +allerbelachelijksten vorm.”</p> +<p>En hij sloeg den stoel tegen den muur kapot en wierp de stukken in +de haard. Het vuur flikkerde plotseling tot een heldere en vroolijke +vlam op. Dan gaf hij Colline en Schaunard een wenk en ging met hen +weg.</p> +<p>„Waar gaan jullie heen?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Tabak halen!” antwoordden zij.</p> +<p>„Ja, in Havana!” voegde Schaunard er aan toe en gaf +Marcel een teeken van verstandhouding, waarop deze met een dankbaren +blik antwoordde,</p> +<p>„Waarom ben je niet eerder gekomen?” vroeg hij opnieuw +aan Musette, toen zij alleen waren.</p> +<p>„Ja, het is zoo, ik ben wat laat ....”</p> +<p>„Vijf dagen om over den pont Neuf te komen. Heb je misschien +een omweg over de Pyreneeën gemaakt?”</p> +<p>Musette sloeg haar oogen neer en bleef zwijgen.</p> +<p>„O jou slecht meisje!” zeide Marcel op droefgeestigen +toon, terwijl hij zacht met zijn hand op den corsage van zijn +vriendinnetje sloeg; „wat heb je daar toch onder zitten?” +<span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span></p> +<p>„Dat weet je heel goed,” antwoordde zij snel.</p> +<p>„Maar wat heb je gedaan, nadat ik je geschreven +heb?”</p> +<p>„Vraag het me niet!” smeekte zij en sloeg haar armen om +hem heen; „vraag me niets. Laat ik me naast je warmen, zoo lang +het koud is. Je ziet, ik had mijn mooiste japon +aangetrokken<span class="corr" id="xd20e7202" title="Bron: ”">,</span> om naar je toe te gaan ..... Die arme Maurice +kon zich maar niet begrijpen, dat ik naar je toe wilde .... maar ik kon +mijn verlangen niet bedwingen .... ik ben op weg gegaan .... Lekker, +dat vuur!” voegde zij eraan toe, terwijl zij haar handjes dichter +bij de vlammen hield. „Ik blijf tot morgen bij je. +Goed?”</p> +<p>„Het zal hier leelijk koud worden,” zeide Marcel, +„en eten is er ook niet meer. Je bent te laat gekomen.”</p> +<p>„Och, wat!” antwoordde Musette; „dan lijkt het des +te meer op vroeger!”</p> +<hr class="tb"> +<p>Rodolphe, Colline en Schaunard bleven vier-en-twintig uur uit, om +hun tabak te halen. Toen zij weer terugkwamen, was Marcel alleen.</p> +<p>Vicomte Maurice zag Musette na een afwezigheid van zes dagen eerst +terug.</p> +<p>Hij maakte haar geen enkel verwijt, vroeg alleen waarom zij zoo +bedroefd was.</p> +<p>„Ik heb ruzie gehad met Marcel,” antwoordde zij; +„we zijn kwaad van elkaar weggegaan!”</p> +<p>„En toch zal je misschien weer naar hem +terugkeeren?”</p> +<p>„Wat zal ik je zeggen?” zeide Musette; „ik heb +behoefte om van tijd tot tijd de lucht van dat leven in te ademen. Mijn +dol bestaan gelijkt op een lied; ieder van mijn amourettes is een +couplet ervan; maar Marcel is het refrein.” <span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6527" href="#xd20e6527src" name="xd20e6527">1</a></span> +Eetlust.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6590" href="#xd20e6590src" name="xd20e6590">2</a></span> Een +verfrisschende drank (bereid uit citroen en zoethout), die in Frankrijk +langs den weg verkocht wordt.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6593" href="#xd20e6593src" name="xd20e6593">3</a></span> Bekende +champagne-merken.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6922" href="#xd20e6922src" name="xd20e6922">4</a></span> Zie +Molière’s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5130">Don Juan</a>: Acte IV, +scène III.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7118" href="#xd20e7118src" name="xd20e7118">5</a></span> Zie +Shakespeare’s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/2264">Macbeth</a>.</p> +</div> +</div> +<div id="ch20" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e7225" class="label">Hoofdstuk XX.</h2> +<h2 class="main">Mimi in zijde en fluweel.</h2> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">I.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">„Neen, neen, neen, ge zijt niet meer Lisette. +Neen, neen, ge zijt niet meer Mimi!</p> +<p>„Ge zijt nu mevrouw de vicomtesse, overmorgen zult ge +misschien mevrouw de hertogin zijn, want ge hebt den voet op den +ladder, die tot hoogheid leidt, bestegen; de deur van uw droomen heeft +zich eindelijk voor uw schreden geopend en overwinnend en triompheerend +zijt gij binnengetreden. Ik heb vooruit geweten, dat gij den een of +anderen nacht daarin slagen zoudt. Het moest trouwens zoo gaan: uw +kleine, blanke handjes waren voor niets doen geschapen en verlangden +reeds lang naar den ring van een aristocratische verbintenis. Eindelijk +hebt ge een blazoen! Maar wij zien toch nog altijd liever dat, hetwelk +de jeugd aan uw schoonheid gaf: uw bleek gelaat, welks leliënveld +uw blauwe oogen in vier kwartieren scheen te verdeelen. Doch edele +vrouwe of grisette, bekoorlijk zijt gij altijd; en ik herkende u +dadelijk, toen ge me onlangs op een avond op straat snel in uw mooie +laarsjes voorbij liept, terwijl uw gehandschoend handje den wind hielp +om de volants van uw robe op te houden, eensdeels om die niet vuil te +laten worden, anderdeels om uw geborduurde onderrokken en à-jour +kousen te laten zien. Ge hadt een hoed van een bewonderenswaardigen +vorm en het kwam me voor, dat ge in groote verlegenheid <span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span>verkeerde ten gevolge van een kostbaren kanten +voile, die van dien kostbaren hoed neergolfde. Inderdaad een moeilijk +geval: het gold immers de vraag, wat beter en voor uw coquetterie +voordeeliger was, die voile neergelaten of opgeslagen te dragen. +Wanneer ge hem voor uw gezicht zoudt dragen, dan liept ge kans niet +herkend te worden door uw vrienden, die ge tegen zoudt kunnen komen, +want die zouden zeker tienmaal langs u gegaan kunnen zijn, zonder ook +maar te vermoeden, dat die prachtige enveloppe mademoiselle Mimi +verborg. Sloegt ge hem daarentegen terug, dan liep de voile gevaar niet +gezien te worden—en waartoe diende het anders dien te hebben? +Doch ge wist die moeilijkheid op zeer geestrijke wijze te overwinnen, +door den voile om de tien pas neer te doen en weer terug te slaan, +dezen voile, dit kostbare weefsel, dat ongetwijfeld bewerkt is in het +spinnewebbenland, dat Vlaanderen genoemd wordt en dat alleen zeker meer +gekost heeft dan uw geheele vroegere garderobe samen .... Ach, Mimi! +.... Pardon .... Ach, mevrouw de vicomtesse! Ik had, zooals ge nu ziet, +wel gelijk, toen ik zeide: „Geduld, wanhoop niet: de toekomst +gaat zwanger van kaschmir-sjaals, brillanten en intieme soupers. Ge +wildet me toen niet gelooven, ongeloovige. Welnu, mijn voorspellingen +zijn toch werkelijkheid geworden, en ik sta bij u thans zeker even hoog +in aanzien als uw <span class="ex">Oracles des Dames</span>, die kleine +heksenmeester in 18°, dien ge voor vijf sous aan een +boekenstalletje op den pont Neuf gekocht hebt en dien ge met uw +eeuwigdurende ondervragingen lastig vielt? Nogmaals, had ik geen gelijk +met mijn prophetieën en zult ge me nu gelooven, wanneer ik u zeg, +dat ge op deze trede niet zult blijven staan; als ik u zeg, dat ik, als +ik aandachtig luister, in de diepte van uw toekomst, reeds het +getrappel en gehinnik hoor van paarden, gespannen voor een blauwen +coupé, bestuurd door een gepoederden koetsier, die de +<span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name="pb316">316</a>]</span>trede voor u neerslaat met de eerbiedige vraag: +„Waar gaat mevrouw heen?” En zult ge me ook gelooven, als +ik u zeg, dat ge later .... God geve, zoo laat mogelijk!... het doel +van een lang gekoesterde eerzucht zult bereiken en een table +d’hôte zult houden te Belleville of in Batignolles en u het +hof gemaakt zal worden door oude militairen en gepensionneerde +smachtende aanbidders, die in het geheim lansquenet en baccaraat bij u +komen spelen. Maar voor dit tijdstip, waarop de zon van uw jeugd reeds +ter kimme zal dalen, komt, zult ge nog heel wat ellen zijde en fluweel +gebruiken; zullen nog heel wat vaderlijke erfdeelen in de smeltkroes +van uw grillen en luimen wegsmelten, zal nog menige bloem in uw haar, +nog menige bloem onder uw voet ontbladerd worden, zult ge zelf nog +dikwijls van blazoen veranderen. Beurtelings zal op uw hoofd de +parelsnoer der baronessen, de kroon der gravinnen en de diadeem der +markiezinnen schitteren; als devies zult ge in uw wapen het woord: +„Onbestendigheid” voeren; gij zult, al naar luim of +behoefte, al die talrijke aanbidders op hun beurt of allen tegelijk +weten te bevredigen, welke queue zullen komen maken in de anti-chambre +van uw hart, zooals men queue maakt voor den ingang van een schouwburg, +waar een trekstuk gegeven wordt. Ga dus voorwaarts, schud al uw +herinneringen van u af, om ruimte te hebben voor uw eerzucht; +voorwaarts dus: de weg, die voor u ligt, is mooi, en wij hopen, dat hij +nog lang zacht voor uw voeten zijn mag; maar vòòr alles +hopen wij, dat al die luxe en pracht, al die schitterende toiletten +niet te spoedig de lijkwade zullen worden, waarin men uw vroolijkheid +inwikkelt.”</p> +<p>Zoo sprak de schilder Marcel tot de kleine Mimi, die hij drie of +vier dagen na haar tweede echtscheiding van den dichter Rodolphe +ontmoet had. Hoewel hij getracht had op de spotternijen, die hier en +daar door zijn horoscoop heen gezaaid waren, een sourdine te zetten, +was Mimi <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317" name="pb317">317</a>]</span>in geen enkel opzicht het slachtoffer van +Marcel’s mooie woorden en begreep zij heel goed dat hij zich +zonder eenigen eerbied voor haar nieuwen titel, vroolijk maakte over +haar.</p> +<p>„Je bent heel onaardig tegen me, Marcel,” zeide +mademoiselle Mimi; „dat is slecht van je: ik ben altijd goed voor +je geweest, toen ik met Rodolphe samenwoonde, en dat ik hem verlaten +heb, is zijn schuld. Heeft hij me niet bijna op straat gezet, en hoe +heeft hij mij de laatste dagen, dat we bij elkaar waren, behandeld? Ik +was erg ongelukkig. Jij weet niet wat voor een man Rodolphe is: een +opvliegend en jaloersch karakter, dat mij langzamerhand vermoordde. Hij +hield van me, dat weet ik heel goed, maar zijn liefde was even +gevaarlijk als een geladen pistool. En wat voor een leven heb ik die +vijftien maanden bij hem gehad? Ach, Marcel, ik wil mij niet beter +voordoen dan ik ben, maar ik heb met Rodolphe veel geleden, dat weet je +trouwens zelf ook wel! En niet omdat we het arm hadden, ben ik van hem +weggegaan, daaraan was ik van jongsaf aan gewend; neen ik zeg je het je +nogmaals: hij heeft mij weggejaagd; hij heeft mijn hart met voeten +getreden; hij heeft me gezegd, dat ik geen eergevoel had, als ik bij +hem bleef; hij heeft me gezegd, dat hij niet meer van me hield en dat +ik maar een anderen minnaar moest zoeken; ja hij is zelfs +zòò ver gegaan, dat hij mij een jongen man heeft +aangewezen, die me het hof maakte; en door zijn eeuwige uittartingen is +hij, om zoo te zeggen, de trait-d’union tusschen mij en dien +jongen man geworden. Ik heb met hem slechts uit dépit tegen +Rodolphe en door den nood gedwongen geleefd, want ik hield niet van +hem; je weet zelf heel goed, dat ik niet veel op heb met zoo heel jonge +kereltjes, zij zijn bijna altijd vervelend en sentimenteel als +harmonica’s. Enfin wat gebeurd is, is gebeurd en ik heb er geen +spijt van; wanneer ik weer in denzelfden toestand kwam, zou +<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name="pb318">318</a>]</span>ik hetzelfde doen. Nu ik niet meer bij hem ben +en nu hij weet, dat ik gelukkig ben, is Rodolphe woedend en voelt hij +zich verongelijkt; dat weet ik van iemand, die hem een paar dagen +geleden gezien heeft: hij had roode oogen. En dat verwondert me niets, +want ik wist wel, dat het zoo gaan zou en hij me heel gauw weer zou +naloopen; maar je kunt hem uit mijn naam zeggen, dat het vergeefsche +moeite is ..... ditmaal is het ernst geweest; het is nu voor goed +tusschen ons uit ..... Heb je hem de laatste dagen nog gezien, Marcel +en is hij werkelijk zoo veranderd?” vroeg Mimi <span class="corr" +id="xd20e7251" title="Bron: plotesling">plotseling</span> op een heel +anderen toon.</p> +<p>„Zeker is hij veranderd,” antwoordde Marcel; „heel +erg veranderd zelfs.”</p> +<p>„Hij is bedroefd, dat spreekt. Maar wat kan ik er aan doen? +Des te erger voor hem, het is zijn eigen schuld. Ten slotte moest er +een eind aan komen. Troost jij hem, Marcel.”</p> +<p>„O, o,” zeide Marcel kalm; „maak je daar maar niet +ongerust over, Mimi; dat is al voor de grootste helft in +orde.”</p> +<p>„Wat je daar zegt, is niet waar, beste jongen!” merkte +Mimi eenigszins ironisch op; „zoo gauw zal Rodolphe er niet over +heen zijn. Hoe was hij den avond voor mijn vertrek niet! Het was op een +Vrijdag, ik wou dien nacht niet bij mijn nieuwen minnaar blijven, omdat +ik bijgeloovig ben en de Vrijdag een ongeluksdag is.”</p> +<p>„Daar vergis je je in, Mimi: in de liefde is de Vrijdag een +geluksdag; de Ouden noemden hem <span class="ex">Dies +Veneris</span>.”</p> +<p>„Latijn heb ik nooit geleerd,” viel Mimi hem in de rede. +„Maar enfin; ik kwam dan bij Paul uit en vond Rodolphe beneden op +straat op schildwacht staan. Hij wachtte op me. Het was laat, al over +twaalven, en ik had honger, want ik had slecht gedineerd. Ik vroeg +Rodolphe of hij <span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319" +name="pb319">319</a>]</span>niet wat voor het souper wilde halen. Een +half uur later kwam hij terug met niet zoo veel bijzonders: brood, +wijn, sardientjes, kaas en een appelkoek, dat was alles. In dien +tusschentijd was ik onder de wol gekropen. Hij schoof de tafel bij het +bed. Ik deed net, alsof ik niet op hem lette, maar ik nam hem heel goed +op: hij was zoo bleek als een lijk, hij rilde en liep in de kamer op en +neer als iemand, die niet weet wat hij wil. In een hoekje zag hij mijn +pakjes met kleeren liggen. Dat scheen hem te hinderen en hij zette het +scherm voor die pakjes, om ze niet meer te zien. Toen alles klaar was, +begonnen we te eten; hij probeerde me te laten drinken, maar ik had +geen honger of dorst meer. Ik had net een gevoel, alsof er een prop in +mijn keel zat. Het was koud, want we hadden geen hout om vuur aan te +leggen; je hoorde den wind door den schoorsteen fluiten. Het was wel +triest. Rodolphe keek me voortdurend aan, zijn oogen stonden strak. Dan +legde hij zijn hand in de mijne; en ik voelde hoe de zijne beefde, zij +was warm en koud tegelijk.</p> +<p>—„Dat is het begrafenismaal van onze liefde,” +zeide hij heel zacht.</p> +<p>„Ik antwoordde niet, maar had ook niet den moed, mijn hand +terug te trekken.</p> +<p>—„Ik ben moe,” zeide ik eindelijk; „het is +laat, we moesten maar gaan slapen.”</p> +<p>„Rodolphe keek me aan. Ik had een van mijn dassen om mijn +hoofd gebonden, om me een beetje tegen de koude te beschermen. Zonder +een woord te zeggen nam hij die das weg.</p> +<p>—„Waarom doe je dat?” vroeg ik. „Ik heb het +koud.”</p> +<p>—„O, Mimi,” zeide hij; „zet dezen nacht je +gestreepte mutsje nog eens op. Dat zal je zooveel moeite niet +kosten.”</p> +<p>„Hij bedoelde een bruin en wit gestreept nachtmutsje van +gedrukt katoen, dat hij mij graag op zag hebben, omdat het hem +herinnerde aan eenige gelukkige nachten. <span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name="pb320">320</a>]</span>want daarnaar telden +we onze gelukkige dagen. Daar het de laatste nacht was, dat ik bij hem +zou slapen, durfde ik zijn verzoek niet te weigeren. Ik stond op en +ging het mutsje, dat onder in een van de pakjes lag, halen; ik vergat +het scherm weer op zijn plaats te zetten. Rodolphe merkte het en +verborg voor de tweede maal de pakjes.</p> +<p>—„Goeden nacht!” zeide hij tegen me.</p> +<p>—„Goeden nacht!” antwoordde ik.</p> +<p>„Ik dacht, dat hij mij een zoen zou geven, en ik zou mij daar +niet tegen verzet hebben, maar hij nam slechts mijn hand en drukte die +aan zijn lippen. Je weet, Marcel, hoe graag hij mijn handen kuste. Ik +hoorde hem klappertanden en voelde, dat zijn lichaam zoo koud als +marmer was. Hij hield mijn hand maar steeds vast en had zijn hoofd op +mijn schouder gelegd, die al heel gauw nat van tranen was. Rodolphe was +in een vreeselijken toestand. Hij beet in de beddelakens, om het niet +uit te schreeuwen; maar ik hoorde zijn onderdrukt gesteun en voelde +zijn tranen over mijn schouders stroomen, waarop zij eerst brandden als +vuur, dan koud werden als ijs. Op dat oogenblik had ik al mijn moed +noodig; en ik had dien noodig, dat verzeker ik je, want ik had maar +één woord behoeven te zeggen, mijn hoofd maar behoeven om +te keeren, en mijn mond zou Rodolphe’s lippen aangeraakt hebben +en wij zouden ons nogmaals verzoend hebben. Een oogenblik dacht ik +werkelijk, dat hij in mijn armen sterven of minstens krankzinnig worden +zou, wat vroeger bijna reeds het geval geweest is ..... herinner je je +nog wel? Ik voelde, dat ik op het punt stond toe te geven; ik wilde den +eersten stap tot verzoening doen; ik wilde hem in mijn armen sluiten, +want je moet wel een hart van steen hebben om tegenover zoo’n +smart ongevoelig te blijven. Plotseling herinnerde ik me echter de +woorden, die hij den vorigen avond gezegd had: „Je hebt geen +eergevoel, als je bij me blijft, want ik houd niet meer van je.” +En bij de herinnering <span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span>aan die grofheden had ik Rodolphe +naast mij hebben kunnen zien sterven, zou ik, ook al had ik geweten, +dat een kus van mij hem zou hebben kunnen redden, mijn hoofd hebben +afgewend. Uitgeput door vermoeienis viel ik eindelijk in een lichte +sluimering. Ik hoorde Rodolphe nog steeds snikken, en ik verzeker je, +Marcel, het duurde den geheelen nacht door. Toen de dag aanbrak en ik +in dat bed, waarin ik voor het laatst sliep, keek naar mijn minnaar, +dien ik ging verlaten, om in de armen van een ander te snellen, schrok +ik vreeslijk bij het zien van de verwoestingen, die de smart op +Rodolphe’s gezicht had aangericht.</p> +<p>„Hij stond op zonder iets te zeggen. Bij de eerste stappen, +die hij deed, sloeg hij bijna tegen den grond, zoo zwak en afgemat was +hij. Toch kleedde hij zich vlug aan en vroeg mij slechts of alles al +klaar was en wanneer ik wegging. Ik antwoordde, dat ik nog niets zekers +wist. Hij ging uit, zonder afscheid te nemen, zonder me een hand te +geven. Op die manier zijn we van elkaar gegaan. Wat een steek zal het +hem in zijn hart gegeven hebben, toen hij me bij zijn thuiskomst niet +meer vond!”</p> +<p>„Ik was op zijn kamer, toen hij thuiskwam,” zeide Marcel +tot Mimi, die buiten adem was van het lange verhaal. „Toen hij +beneden om den sleutel vroeg, zeide de vrouw van den concierge tegen +hem:</p> +<p>—„De kleine is weg.”</p> +<p>—„Zoo,” antwoordde Rodolphe, „dat verwondert +me niets, dat had ik wel gedacht.”</p> +<p>„Toen liep hij de trap op en ik volgde hem, omdat ook ik voor +een crisis vreesde. Maar er gebeurde niets van dien aard.</p> +<p>—„Daar het nu al te laat is om nog een andere kamer te +huren,” zeide hij tegen me, „zullen we het maar tot morgen +uitstellen. Dan kan je met me meegaan. En laten we nu gaan +eten.”</p> +<p>„Ik dacht, dat hij zich wilde gaan bedrinken, maar ik +<span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name="pb322">322</a>]</span>vergiste me. We dineerden heel eenvoudigjes in +een restaurant, waar jij ook dikwijls met hem gezeten hebt. Om hem een +beetje onder verdooving te brengen, had ik Beaune besteld.”</p> +<p>—„Dat was de lievelingswijn van Mimi,” zeide hij +tegen me; „we hebben dien samen dikwijls gedronken aan hetzelfde +tafeltje, waaraan we nu zitten. Ik herinner me nog hoe zij op een +goeden dag haar glas, dat zij reeds verscheidene malen geledigd had, +naar mij toeschoof met de woorden: „Schenk nog eens in, met dien +Beaune kom je uit de boonen.” Een vrij flauwe woordspeling, +nauwelijks goed voor een vaudeville, vindt je niet? Ja, Mimi kan goed +drinken!”</p> +<p>„Daar ik zag, dat hij zich weer in herinneringen wilde gaan +verdiepen, begon ik over wat anders te praten, van jou was er geen +sprake meer. Hij bracht den geheelen avond in mijn gezelschap door en +scheen even kalm als de Middellandsche Zee. Wat mij het meest +verwonderde, was dat zijn kalmte niets gekunstelds had. Hij was de +onverschilligheid in eigen persoon. Tegen middernacht gingen we naar +huis.”</p> +<p>—„Je schijnt je er over te verwonderen, dat ik in mijn +toestand zoo kalm ben,” zeide hij tegen me; „laat ik even +een vergelijking gebruiken, die, als is zij misschien ook wat triviaal, +tenminste de verdienste heeft juist te zijn. Mijn hart is als een +fontein, waarvan de kraan den geheelen nacht open heeft gestaan, +’s morgens is er geen <span class="corr" id="xd20e7319" title="Bron: dropgel">droppel</span> meer in. Zoo is het nu ook met mijn +hart; al de tranen, die ik nog had, heb ik vannacht verhuild. Het is +vreemd; ik dacht, dat ik rijker was aan smartuitingen en nu heeft +één lijdensnacht mij uitgeput, mij volkomen op het droge +gezet. Ik verklaar je op mijn eerewoord, dat het zoo is. En in +hetzelfde bed, waarin ik den afgeloopen nacht naast een vrouw, die als +een blok naast me lag, uit wanhoop bijna gestorven ben, zal ik straks, +terwijl het hoofd van die <span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name="pb323">323</a>]</span>vrouw op het kussen van een ander +rust, slapen als een pakjesdrager, die een zwaren dag achter den rug +heeft.”</p> +<p>„Comedie,” dacht ik bij mijzelf; „voordat ik goed +en wel weg ben, loopt hij met zijn hoofd tegen den muur.”</p> +<p>„Toch liet ik Rodolphe alleen en ging naar mijn eigen kamer, +maar slapen deed ik niet. Om drie uur meende ik leven in de kamer van +Rodolphe te hooren; ik vloog naar beneden in de meening, dat hij aan +het ijlen was.”</p> +<p>„En?” vroeg Mimi.</p> +<p>„Och, beste meid, Rodolphe sliep, het bed was in het geheel +niet in de war; alles wees erop, dat zijn slaap rustig geweest was en +niet lang op zich had laten wachten.”</p> +<p>„Dat is heel goed mogelijk,” vond Mimi; „hij was +zoo moe van den vorigen nacht ... Maar den volgenden morgen?”</p> +<p>„Den volgenden morgen is Rodolphe mij al heel vroeg komen +halen, en toen zijn we kamers gaan huren in een ander huis, die we +denzelfden avond nog betrokken hebben.”</p> +<p>„En wat heeft hij gedaan, toen hij de kamer verliet, waarin we +samen gewoond hebben?” vroeg Mimi; „wat heeft hij gezegd, +toen hij scheidde van de kamer, waarin hij mij zoo heeft +liefgehad?”</p> +<p>„Hij heeft heel kalm zijn boeltje gepakt,” antwoordde +Marcel; „en daar hij in een lade een paar gehaakte handschoenen +en twee of drie brieven vond, die jij vergeten hadt mede te nemen +....”</p> +<p>„Dat weet ik,” viel Mimi hem in de rede op een toon, die +scheen te willen zeggen: Ik heb ze exprès vergeten, om een +souvenir aan me achter te laten. „En wat heeft hij er mede +gedaan?” voegde zij eraan toe.</p> +<p>„Ik meen me te herinneren, dat hij de brieven in de haard en +de handschoenen uit het raam gegooid heeft; maar zonder eenig theatraal +gebaar, zonder pose, op een heel <span class="pagenum">[<a id="pb324" +href="#pb324" name="pb324">324</a>]</span>natuurlijke manier, zooals je +dat doet, wanneer je iets, waar je niets meer aan hebt, weg +doet.”</p> +<p>„Beste Marcel, uit den grond van mijn hart hoop ik, dat die +onverschilligheid voortduren zal. Maar eerlijk gezegd, ik geloof niet +aan een zoo spoedige genezing, en niettegenstaande alles wat je me +zegt, ben ik er zeker van, dat mijn dichter een gebroken hart +heeft.”</p> +<p>„Het is best mogelijk,” antwoordde Marcel, terwijl hij +afscheid nam van Mimi; „maar de stukken zijn nog goed, als ik mij +niet sterk vergis.”</p> +<p>Gedurende dat gesprek op de straat wachtte vicomte Paul op zijn +nieuwe maîtresse, die veel later dan afgesproken was bij hem kwam +en allesbehalve vriendelijk tegen den vicomte was. Hij knielde voor +haar neer en kirde haar zijn lievelingsromance voor: dat zij bekoorlijk +was, bleek als de maan, zacht als een lam, maar dat hij haar vooral +liefhad om de schoonheid van haar ziel.</p> +<p>„Ach!” dacht Mimi, terwijl zij de golven van haar bruin +haar op de sneeuw van haar schouders liet neervallen; „Rodolphe +was niet zoo exclusief.”</p> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">II.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was, zooals Marcel tegen Mimi gezegd had: Rodolphe +scheen radicaal genezen te zijn van zijn liefde voor Mademoiselle Mimi, +en drie of vier dagen na hun scheiding zag men den dichter geheel +gemetamorphoseerd weer verschijnen. Hij was gekleed met een elegance, +die hem zelf onherkenbaar voor zijn spiegel moest maken, en niets in of +aan hem scheen de vrees te rechtvaardigen, dat hij het voornemen had +zich te storten in de afgronden van het Niet, welk praatje mademoiselle +Mimi met gehuicheld medelijden ingang trachtte te doen vinden. Rodolphe +was inderdaad volkomen kalm; hij luisterde, zonder dat er ook maar +één spier op zijn gelaat vertrok, naar de verhalen, +<span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325" name="pb325">325</a>]</span>die hem gedaan werden over de nieuwe en +weelderige levenswijze van zijn vriendinnetje, dat er van haar kant een +genoegen in vond hem zooveel mogelijk over haar te laten inlichten door +een jonge vrouw, die haar vertrouwde gebleven was en in de gelegenheid +verkeerde bijna iederen avond met hem te praten.</p> +<p>„Mimi is erg gelukkig met vicomte Paul,” zeide zij tegen +den dichter; „zij schijnt dol verliefd op hem te zijn; +één ding echter verontrust haar, zij is n.l. bang, dat +gij haar rust zult komen storen door achtervolgingen, die echter zeer +gevaarlijk voor u zouden zijn, want de vicomte aanbidt zijn +maîtresse en heeft twee jaar lang de schermschool +bezocht.”</p> +<p>„Zoo!” antwoordde Rodolphe; „zij kan rustig +slapen; ik heb heelemaal geen lust azijn in het suikerwater van haar +wittebroodsweken te gieten. En wat haar jeugdigen minnaar betreft, die +kan gerust zijn degen aan den spijker laten hangen evenals Gastibelza, +den man met den karabijn.<a class="noteref" id="xd20e7367src" href="#xd20e7367" name="xd20e7367src">1</a><span class="corr" id="xd20e7369" +title="Niet in bron">”</span></p> +<p>Natuurlijk werd Mimi op de hoogte gebracht van de kalmte, waarmede +haar vroegere minnaar al die bijzonderheden opnam, en van haar kant +verzuimde zij niet met een schouderophalen te antwoorden:</p> +<p>„Het is goed! We zullen binnenkort wel zien, waar het op +uitloopt!”</p> +<p>Intusschen was Rodolphe nog meer dan ieder ander verbaasd over die +plotselinge onverschilligheid, welke, zonder de gewone phasen van +droefgeestigheid en melancholie te doorloopen, volgde op de woeste +stormen, die nog eenige dagen te voren in zijn hart gewoed hadden. +<span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>De vergetelheid, die anders vooral voor +ongelukkige verliefden zoo langzaam komt; de vergetelheid, die zij +luide roepen en die zij nog luider terugstooten, wanneer zij haar +voelen naderen; deze onverbiddelijke troosteresse had zich plotseling +en onverwachts, zonder dat hij er zich tegen had kunnen verzetten, in +Rodolphe’s hart ingedrongen, en de naam van de vrouw, die hij zoo +hartstochtelijk had liefgehad, kon nu genoemd worden, zonder in zijn +ziel een weerklank te vinden. Wonderlijk, Rodolphe, wiens sterk +geheugen de herinneringen aan dingen, die in de verst verwijderde dagen +van het verleden geschied waren, en aan personen, die in zijn leven, al +was het nog zoo lang geleden, een rol gespeeld of op zijn bestaan +invloed gehad hadden, bewaarde; diezelfde Rodolphe kon, hoe hij zich +ook inspande, zich vier dagen na de scheiding niet duidelijk de trekken +herinneren van zijn vriendinnetje, dat met haar blanke, zachte handjes +zijn leven bijna gebroken had. De zachte oogen, in wier schittering hij +zoo dikwijls ingeslapen was, kon hij zich niet meer voor den geest +roepen. Hij herinnerde zich zelfs den klank der stem niet meer, wier +uitbarstingen van woede of verliefd gefluister hem tot waanzin +brachten.</p> +<p>Een van zijn vrienden, ook een dichter, die hem sinds zijn +echtscheiding niet gezien had, zag hem op een avond blijkbaar in droeve +gedachten verzonken met groote passen op straat op en neer loopen.</p> +<p>„Zoo, ben jij daar!” zeide de dichter, terwijl hij +Rodolphe de hand toestak en hem nieuwsgierig opnam.</p> +<p>Daar hij zag, dat Rodolphe een bedroefd gezicht zette, meende hij +hem wat moed te moeten inspreken:</p> +<p>„Kom, kerel, moed! Ik weet, dat dergelijke dingen zwaar te +dragen zijn, maar het had er toch eenmaal toe moeten komen. Beter nu +dan later! En binnen drie maanden ben je weer heelemaal genezen!” +<span class="pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span></p> +<p>„Wat voor een dwaasheid sta je toch uit te slaan?” zeide +Rodolphe; „ik ben niet ziek.”</p> +<p>„Kom,” antwoordde de ander, „houd je nou maar zoo +groot niet. Ik ken de heele geschiedenis, en al kende ik die niet, dan +zou ik die toch op je gezicht kunnen lezen.”</p> +<p>„Pas op, kerel, je vergist je!” zeide Rodolphe; +„weliswaar ben ik vanavond een beetje mismoedig, waar wat de +oorzaak daarvan betreft, sla je de plank heelemaal mis.”</p> +<p>„Ach, Rodolphe, waarom strijdt je toch zoo tegen? Het is heel +natuurlijk; een <span class="corr" id="xd20e7398" title="Bron: liason">liaison</span>, die bijna twee jaar geduurd heeft, breek +je niet zoo maar zonder kleerscheuren af.”</p> +<p>„Dat zeggen jullie allemaal!” zeide Rodolphe ongeduldig; +„maar jullie hebt het allemaal op mijn woord van eer mis. Ik ben +erg bedroefd en zie er misschien ook zoo uit, dat is mogelijk; maar ik +ben het alleen maar, omdat mijn kleermaker mij vandaag mijn nieuwe pak +zou bezorgen en het niet gedaan heeft. Zie je, daarom heb ik het +land.”</p> +<p>„Grappenmaker, grappenmaker!” zeide de ander +lachend.</p> +<p>„Waarachtig niet, ik ben ernstig, doodernstig. Luister maar +even naar mijn redeneering.”</p> +<p>„Nou ik luister: bewijs mij eens hoe je redelijkerwijze +zoo’n bedroefd gezicht kunt zetten, omdat een kleermaker je pak +niet thuisbezorgd heeft. Ga je gang, en laat eens hooren.”</p> +<p>„Je weet toch,” zeide Rodolphe, „dat kleine +oorzaken groote gevolgen kunnen hebben. Ik moest vanavond een zeer +gewichtig bezoek afleggen en dat kan ik nu niet doen, omdat ik geen +fatsoenlijk pak heb. Begrijp je het nu?”</p> +<p>„Neen, volstrekt nog niet. Ik zie tot op dit oogenblik geen +voldoende motief, om zoo het land te hebben. Je vindt het vervelend +..... omdat ..... kort en goed, <span class="pagenum">[<a id="pb328" +href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span>je lijkt wel dwaas, om me zoo +iets op de mouw te willen spelden. Dat is mijn meening.”</p> +<p>„Kerel, je bent al bliksems halsstarrig. Je hebt altijd reden +om het land te hebben, wanneer je een gelukje of zelfs maar een +pleiziertje misloopt, omdat het dan zoo goed als onherroepelijk +verloren is, want het is meestal zelfbedrog als je tegen je zelf zegt: +„Ik zal het een anderen keer wel inhalen!” Maar om kort te +gaan, ik had vanavond een rendez-vous met een jong meisje: ik zou haar +ontmoeten in een huis, vanwaar ik haar misschien mee naar mijn kamer +genomen zou hebben, als het korter was dan om naar de hare te gaan, en +misschien ook wel, al was het langer. In dat huis nu wordt vanavond een +soirée gegeven, een soirée waarop je alleen maar in rok +kunt komen; ik heb geen rok, mijn kleermaker moest mij er een brengen; +hij brengt dien rok niet, dus kan ik ook niet naar de soirée +gaan; dus ontmoet ik het jonge meisje niet, dat nu misschien een ander +ontmoet; dus breng ik haar noch naar mijn kamer noch naar de hare, +waarheen ze nu misschien door een ander gebracht wordt. Zooals ik al +zeide, loop ik derhalve een gelukje of een pleiziertje mis; derhalve +heb ik het land; derhalve zie ik eruit, alsof ik het land heb; derhalve +is de heele zaak heel natuurlijk.”</p> +<p>„Nou goed dan,” zeide de vriend. „Derhalve ben je +nauwelijks met je eenen voet uit de hel, of je stapt met je anderen +weer in een nieuwe; maar, waarde vriend, toen ik je hier in de straat +zag, maakte het toch precies den indruk, alsof je hier liept te +schilderen.”</p> +<p>„Dat deed ik ook,” antwoordde Rodolphe.</p> +<p>„Maar het is toch wel heel toevallig, dat dit juist gebeurt in +het stadsdeel, waarin je vroeger vriendinnetje woont: wat bewijst mij, +dat je niet op haar wacht?”</p> +<p>„Hoewel ik van haar gescheiden ben, hebben particuliere +redenen mij genoopt in dit stadsgedeelte te blijven wonen; maar al zijn +we bijna buren, toch zijn we even <span class="pagenum">[<a id="pb329" +href="#pb329" name="pb329">329</a>]</span>ver van elkaar verwijderd, +alsof zij zich aan de Noord- en ik mij aan de Zuidpool bevond. +Bovendien zit mijn vroegere maîtresse op dit oogenblik in het +hoekje van den haard en neemt les in de Fransche taal bij vicomte Paul, +die haar door middel van de orthographie op het pad der deugd wil +terugbrengen. Lieve Hemel, wat zal hij haar verwennen! Enfin, dat is +zijn zaak, nu hij de hoofdredacteur van zijn geluk is! Je ziet dus, dat +je opmerkingen meer dan onzinnig zijn, en dat ik, verre van het +uitgewischte spoor van mijn oude liefde weer te willen zoeken, juist +een nieuwe op het spoor ben, die reeds in mijn nabijheid woont en nog +dichter bij mij komen zal, want ik ben volkomen bereid haar een eind +weegs tegemoet te gaan, en als zij dat ook wil doen, zal het niet lang +duren voor we het eens zijn.”</p> +<p>„Ben je dus werkelijk alweer verliefd?” vroeg de +dichter.</p> +<p>„Dat ligt nu eenmaal in mijn natuur,” antwoordde +Rodolphe; „mijn hart lijkt op een woning, die je dadelijk te huur +hangt, zoodra de bewoner heeft opgezegd. Wanneer een liefde mijn hart +verlaat, hang ik een bordje uit, om een andere te krijgen. De kamers +zijn bovendien prettig om te bewonen en pas gerepareerd.”</p> +<p>„En wie is die nieuwe afgod? Waar en wanneer heb je ze leeren +kennen?”</p> +<p>„Laat ik het je regelmatig vertellen,” zeide Rodolphe. +„Toen Mimi me verlaten had, was ik er vast van overtuigd, dat ik +nooit van mijn leven weer verliefd zou worden, en geloofde ik in allen +ernst, dat mijn hart van uitputting of ouderdomszwakte of wat je maar +wilt gestorven was. Het had zoo hard en zoo lang geklopt, dat dit zeer +goed mogelijk was. Kortom ik waande het dood, morsdood, +zòò dood, dat ik erover dacht het net als Marlborough te +begraven. Bij die gelegenheid gaf ik een klein begrafenisdinertje, +waarop ik enkele van mijn intieme <span class="pagenum">[<a id="pb330" +href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span>vrienden inviteerde. De +gasten moesten een bedroefd gezicht trekken en de flesschen hadden een +rouwfloers over de hals.”</p> +<p>„En waarom heb je mij niet gevraagd?”</p> +<p>„Neem me niet kwalijk, maar ik wist het adres van de wolk, +waarop je troont, niet.”</p> +<p>„Nou enfin, vertel maar verder!”</p> +<p>„Een van de gasten had een jong meisje meegebracht, dat ook +kort geleden door haar minnaar verlaten was. Een van mijn vrienden, die +heel goed op de violoncel der sentimentaliteit speelt, vertelde haar +mijn geschiedenis. Hij schilderde de jonge weduwe de goede +hoedanigheden van mijn hart, dien armen doode, dien we juist wilden +gaan begraven, en noodigde haar ten slotte uit een dronk te wijden aan +zijn eeuwige rust. Doch haar glas opheffende zeide zij: +„Integendeel, ik drink op zijn voortdurende gezondheid!” En +bij die woorden wierp zij mij een blik toe, om een doode weer levend te +maken, zooals men dat noemt, en hier kon men dat met recht zeggen, want +nauwelijks had zij haar toast uitgebracht, of ik voelde, dat mijn hart +het <span class="ex">O Filii</span> der Opstanding begon aan te heffen. +Wat hadt jij in mijn plaats gedaan?”</p> +<p>„Dat is ook een vraag!.... hoe heet zij?”</p> +<p>„Dat weet ik zelf niet, en ik zal haar naam niet vragen, +voordat we ons contract teekenen. Ik weet wel, dat ik volgens het +inzicht van sommige menschen den wettelijken treurtermijn nog niet +geheel doorloopen heb, maar ik heb aan mezelf dispensatie gevraagd +en.... . verleend. Wat ik wel weet, is dat mijn aanstaande als +bruidschat vroolijkheid, die de gezondheid is van den geest, en +gezondheid, die de vroolijkheid van het lichaam is, zal +medebrengen.”</p> +<p>„Is zij knap?”</p> +<p>„Heel knap, vooral haar tint is mooi; je zoudt bijna denken, +dat zij zich ’s ochtends met het palet van Watteau schminkt. +<span class="pagenum">[<a id="pb331" href="#pb331" name="pb331">331</a>]</span></p> +<p lang="fr">Elle est blonde, mon cher, et ses regards vainqueurs +Allument l’incendie aux quatre coins des cœurs.</p> +<p>Getuige het mijne!”</p> +<p>„Een blondine? Dat verwondert me van jou!”</p> +<p>„Ja ik heb genoeg van ivoor en ebbenhout, ik ga over tot de +blondines.”</p> +<p>En al luchtsprongen makend, begon Rodolphe te zingen:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<p class="line">„Et nous chanterons à la ronde,</p> +<p class="line xd20e221">Si, vous voulez,</p> +<p class="line">Que je l’adore, et qu’elle est blonde</p> +<p class="line xd20e221">Comme les blés.”</p> +</div> +<p class="first">„Arme Mimi!” zeide de vriend; „zoo +gauw vergeten!”</p> +<p>Deze naam deed Rodolphe’s uitbundigheid dadelijk verstommen en +gaf aan het gesprek plotseling een andere wending. Rodolphe gaf zijn +vriend een arm en vertelde hem uitvoerig de oorzaken van zijn breuk met +Mimi; den angst, die zich van hem meester had gemaakt, toen zij hem had +verlaten; hoe ontroostbaar hij geweest was, omdat hij meende, dat zij +al zijn levenskracht en liefde met zich medegenomen had; en hoe hij +twee dagen later tot de ontdekking gekomen was, dat hij zich vergist +had, toen hij voelde, hoe het kruit van zijn hart, dat door zooveel +snikken en tranen nat geworden was, onder den eersten van jeugd en +hartstocht fonkelenden blik voor de eerste vrouw, die hij ontmoette, +weer warm geworden was, vuur had gevat en ontploft was. Hij schilderde +hem den plotselingen en geweldigen ommekeer, dien de vergetelheid, +zonder dat hij die te hulp had geroepen, in hem veroorzaakt had, en hoe +de smart in hem gestorven en in die vergetelheid begraven was.</p> +<p>„Is het geen wonder?” vroeg hij aan den dichter.</p> +<p>Doch deze, die alle smartelijke hoofdstukken van een ongelukkige +liefde uit eigen ervaring kende, antwoordde:</p> +<p>„Welneen, beste kerel, er gebeuren geen wonderen meer, +<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name="pb332">332</a>]</span>noch voor jou noch voor anderen. Wat jou nu +overkomt is mij ook overkomen. Wanneer de vrouwen, die wij liefhebben, +onze maîtressen worden, houden zij op voor ons te zijn wat zij in +werkelijkheid zijn. Wij zien ze dan niet alleen meer met de oogen van +den minnaar, maar ook met die van den dichter. Zooals de schilder om +een ledepop het keizerlijke purper of den met sterren bezaaiden sluier +van een heilige jonkvrouw hangt, hebben wij altijd magazijnen vol +schitterende mantels en verblindend witte gewaden, die we +onverstandige, onbevallige of kwaadaardige schepselen om de schouders +werpen; en wanneer zij dan zoo gekleed zijn in het kostuum, waarin onze +ideale geliefden ons in het azuur van onze droomen verschenen, dan +laten wij ons door deze vermomming om den tuin leiden. Wij belichamen +onzen droom in de eerste de beste vrouw, tegen wie wij onze taal +spreken, en die ons niet begrijpt.</p> +<p>„En wanneer dan zoo’n schepsel, dat wij aanbidden en aan +wiens voeten wij nederknielen, zichzelf het goddelijk omhulsel, +waaronder wij het verborgen hadden, afrukt, om ons des te beter haar +lage natuur en haar gemeene instincten te laten zien; wanneer +zoo’n vrouw onze hand op haar hart legt, waarin niets meer klopt +en misschien nooit iets geklopt heeft; wanneer zij haar sluier wegslaat +en ons haar doffe oogen, haar bleeke lippen en haar verwelkte trekken +zien laat, dan hullen wij haar weer in dien sluier en roepen uit: +„Gij liegt, gij liegt! Ik heb je lief en gij hebt mij lief! Die +witte boezem is het omhulsel van een hart, dat nog in de volle kracht +van zijn jeugd is; ik heb je lief en gij hebt mij lief! Gij zijt mooi, +gij zijt jong! Onder in al je gebreken leeft nog de liefde. Ik heb je +lief en gij hebt mij lief!</p> +<p>„Ten slotte echter—o, heelemaal ten +slotte—bemerken wij, nadat wij ons vergeefs een driedubbele +blinddoek voor de oogen gebonden hebben, dat wij zelfs de slachtoffers +<span class="pagenum">[<a id="pb333" href="#pb333" name="pb333">333</a>]</span>van onze dwalingen geworden zijn en jagen wij de +ellendige weg, die den dag tevoren nog onze afgod was geweest; wij +nemen dan den gouden sluier van onze <span class="corr" id="xd20e7497" +title="Bron: poezie">poëzie</span> terug, om ze den volgenden dag +weer te werpen over de schouders van een nieuwe onbekende, die +onmiddellijk haar plaats als stralenomkranst afgodsbeeld inneemt. En +zoo zijn wij allen—vreeselijke egoisten bovendien, die de liefde +liefhebben ter wille van de liefde; je begrijpt, wat ik bedoel; en wij +drinken dien goddelijken nektar uit het eerste het beste glas, getrouw +aan de spreuk:</p> +<p>„Qu’importe le flacon, pourvu qu’on ait +l’ivresse!”</p> +<p>„Wat je daar zegt is even waar, als tweemaal twee vier +is,” zeide Rodolphe tot den dichter.</p> +<p>„Ja,” antwoordde deze, „het is waar en treurig, +zooals bijna alle waarheden. Bonsoir.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Twee dagen later hoorde mademoiselle Mimi, dat Rodolphe een nieuw +vriendinnetje had. Zij informeerde echter verder slechts naar +één ding, n.l. of hij haar even dikwijls de hand kuste +als haarzelf vroeger.</p> +<p>„Even dikwijls!” antwoordde Marcel. „En bovendien +kust hij ook haar haren, het eene na het andere, en zij zullen +zòò lang bij elkaar blijven, tot hij ze alle gekust +heeft.”</p> +<p>„Hè!” antwoordde Mimi, terwijl ze met beide +handen door haar haar streek; „gelukkig maar, dat hij zich niet +in zijn hoofd gehaald heeft met mij hetzelfde te doen, anders waren we +ons leven lang bij elkaar gebleven. Geloof je overigens werkelijk, dat +hij heelemaal niet meer van me houdt?”</p> +<p>„Ach!.... En houdt jij nog van hem?”</p> +<p>„Ik heb nooit van hem gehouden!”</p> +<p>„Dat is wel waar, Mimi, je hebt van hem gehouden op het +oogenblik, dat het hart van een vrouw op zijn goede <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name="pb334">334</a>]</span>plaats zit. Je hebt van hem +gehouden—spreek dat niet tegen, want juist daarin ligt je +rechtvaardiging.”</p> +<p>„Bah!” zeide Mimi; „hij houdt nu van een +ander!”</p> +<p>„Dat is zoo!” zeide Marcel, „maar dat doet aan de +andere zaak niets af. Later zal de herinnering aan jou voor hem zijn +als die bloemen, welke men frisch en geurend tusschen de bladeren van +een boek legt, en die men veel, heel veel later terugvindt, verwelkt, +verkleurd en dood, maar toch nog altijd met een onbestemden geur van +haar eerste frischheid.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Op een avond, dat Mimi zacht een melodie neuriede, vroeg vicomte +Paul haar:</p> +<p>„Wat zing je daar, lieveling?”</p> +<p>„De lijkrede van onze liefde, die mijn vroegere minnaar +Rodolphe onlangs gedicht heeft.”</p> +<p>En zij zong:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">„Je n’ai plus le sou, ma chère, et +le Code,</p> +<p class="line">Dans un cas pareil, ordonne l’oubli;</p> +<p class="line">Et sans pleurs, ainsi qu’une ancienne mode,</p> +<p class="line">Tu vas m’oublier, n’est-ce pas, Mimi?</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">C’est égal, vois-tu, nous aurons, ma +chère,</p> +<p class="line">Sans compter les nuits, passé d’heureux +jours,</p> +<p class="line">Ils n’ont pas duré longtemps; mais +qu’ y faire?</p> +<p class="line">Ce sont les plus beaux qui sont les plus +courts.”</p> +</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" name="pb335">335</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7367" href="#xd20e7367src" name="xd20e7367">1</a></span> +Gastibelza is de held van het drama „Gastibelza of de Waanzinnige +van Toledo” van d’Ennery en Cormon. In het tweede bedrijf +wordt hij krankzinnig, in het derde echter krijgt hij, zooals dat een +held betaamt, zijn verstand vrijwel weer terug. Hij komt nooit zonder +zijn karabijn op het tooneel.</p> +</div> +</div> +<div id="ch21" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e7559" class="label">Hoofdstuk XXI.</h2> +<h2 class="main">Romeo en Julia.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Mooi als een plaatje uit zijn tijdschrift <span class="ex">l’Echarpe d’Iris</span>, met nieuwe handschoenen, +elegante schoenen, gladgeschoren, gefriseerd, opgedraaide snorpunten, +een wandelstokje in de hand, een monocle in het oog, stralend en +verjongd stond onze vriend, de dichter Rodolphe op een Novemberavond op +den boulevard op een rijtuig te wachten, waarmede hij zich naar huis +wilde laten brengen.</p> +<p>Rodolphe wachten op een rijtuig? Welk een ommekeer was er plotseling +in zijn particulier leven gekomen?</p> +<p>Op hetzelfde uur, dat de als het ware gemetamophorseerde dichter, +een grooten regalia in den mond, zijn snor opdraaide en de blikken der +dames trok, kwam een vriend van hem denzelfden boulevard langs. Het was +de wijsgeer Colline. Rodolphe zag hem in de verte aankomen en herkende +hem dadelijk; trouwens wie, die hem ook maar éénmaal in +zijn leven gezien had, zou hem niet herkennen? Colline was als +gewoonlijk belast en beladen met een dozijn oude boeken. In zijn +onsterfelijken bruinen paletot, welks onverslijtbaarheid de +veronderstelling, dat hij door de Romeinen gemaakt was, rechtvaardigde, +en met zijn beroemden, breedgeranden hoed, die op een vilten koepel +geleek, waaronder een zwerm hyperphysische droomen door elkaar +krioelde, en die den bijnaam had van de „stormhoed van den +Mambrin der moderne philosophie”, liep Gustave Colline langzaam +voort en declameerde voor <span class="pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span>zichzelf zacht de voorrede van een +werk, dat sedert drie maanden ter perse lag ..... in zijn verbeelding. +Zoo kwam hij langzamerhand bij den plek, waar Rodolphe stond te +wachten; hij meende hem te herkennen, maar de buitengewone elegance van +den dichter bracht den wijsgeer in twijfel en onzekerheid.</p> +<p>„Rodolphe met handschoenen en een wandelstok! Een +chimère! Een utopie! Een verstandsverbijstering! Rodolphe, die +al even weinig haren heeft als de gelegenheid, gefriseerd! Waar zitten +mijn oogen? Bovendien is mijn ongelukkige vriend op dit oogenblik druk +bezig met het dichten van klaagliederen over het vertrek van zijn Mimi, +die hem, naar ik heb hooren vertellen, heeft laten zitten.</p> +<p>Intusschen was Colline, toen hij vlak bij Rodolphe stil bleef staan, +wel genoodzaakt zich door de werkelijkheid der feiten te laten +overtuigen; het was inderdaad Rodolphe, gefriseerd, met een wandelstok +en handschoenen; het was onmogelijk, maar het was waar.</p> +<p>„Alle duivels,” riep Colline; „ik vergis me niet; +jij bent het, het kan niet missen, ik ben er zeker van.”</p> +<p>„Ik ook,” antwoordde Rodolphe.</p> +<p>Colline begon nu zijn vriend van top tot teen op te nemen en zette +daarbij een gezicht zooals de hofschilder Lebrun het geschilderd had, +om de allergrootste verbazing uit te drukken. Maar plotseling ontdekte +hij twee heel bijzondere dingen, die Rodolphe bij zich had, n.l. +1<sup>o</sup> een touwladder en 2<sup>o</sup> een kooitje, waarin een +vogel rondvloog. Toen Colline die dingen zag, drukte zijn physionomie +een gevoel uit, dat de hofschilder Lebrun op zijn doek der +„Menschelijke Hartstochten” vergeten heeft weer te +geven.</p> +<p>„Kom,” zeide Rodolphe tot zijn vriend; „ik heb de +nieuwsgierigheid van je geest heel duidelijk door het venster van je +oogen zien gluren; ik zal ze bevredigen; <span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337" name="pb337">337</a>]</span>maar laten wij niet +zoo hier op straat blijven; het is zoo koud, dat vraag en antwoord +zouden bevriezen.”</p> +<p>En zij gingen een café binnen.</p> +<p>Colline’s oogen waren geen moment van den touwladder af, +evenmin als van het kooitje, waarin de vogel, die door de warmte van +het café wat fleuriger werd, begon te zingen in een taal, welke +Colline, die toch een polyglot was, niet kende.</p> +<p>„Vertel me nu eindelijk eens,” vroeg Colline op den +touwladder wijzend, „wat dat is?”</p> +<p>„Een verbinding tusschen mijn geliefde en mij,” +antwoordde Rodolphe met den klank van een mandoline in zijn stem.</p> +<p>„En dat?” vroeg de wijsgeer met een blik op den +vogel.</p> +<p>„Dat,” zeide de dichter en zijn stem werd zacht als een +lentebriesje; „dat is een klok.”</p> +<p>„Spreek toch zonder gelijkenissen, in alledaagsch proza, maar +duidelijk!”</p> +<p>„Goed. Heb je Shakespeare gelezen?”</p> +<p>„En of! <span class="ex">To be or not to be.</span> Een groot +philosoof.... Of ik hem gelezen heb!”</p> +<p>„Herinner je je <span class="ex">Romeo en +Julia</span>?”</p> +<p>„Dat zou ik denken!” zeide Colline.</p> +<p>En hij begon te reciteeren:</p> +<div lang="en" class="lgouter"> +<p class="line xd20e221">„It is not yet near day;</p> +<p class="line">It was the nightingale, and not the lark,</p> +<p class="line">That pierc’d the fearful hollow of thine +ear.<a class="noteref" id="xd20e7633src" href="#xd20e7633" name="xd20e7633src">1</a></p> +</div> +<p class="first">„Ja hoor, ik herinner me <span class="ex">Romeo +en Julia</span> best. En verder?”</p> +<p>„Wat?” zeide Rodolphe, op den touwladder en den vogel +wijzend, „begrijp je het nu nog niet? Ik ben verliefd, kerel, +verliefd op een meisje, dat Julia heet!” <span class="pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span></p> +<p>„Nou, en verder?” vroeg Colline ongeduldig.</p> +<p>„Welnu, daar mijn nieuwe geliefde Julia heet, heb ik het plan +gevormd met haar het drama van Shakespeare nogmaals op te voeren. In de +eerste plaats heet ik niet meer Rodolphe, maar <span class="ex">Romeo +Montague</span>, en je zult me zeer verplichten mij in het vervolg zoo +te noemen. Bovendien heb ik, opdat iedereen het zal weten, nieuwe +visitekaartjes laten drukken. Maar dat is niet alles: ik zal van de +omstandigheid, dat we nog niet in den carnavalstijd zijn, gebruik +maken, om een fluweelen wambuis en een degen te dragen.”</p> +<p>„Om Tybalt te dooden?” vroeg Colline.</p> +<p>„Precies,” antwoordde Rodolphe. „Kort en goed, +deze touwladder moet dienen, om binnen te komen bij mijn geliefde, die +toevallig een balcon voor haar kamer heeft.”</p> +<p>„Maar die vogel, die vogel?” bleef Colline +aandringen.</p> +<p>„Wel, die vogel is een duif en moet de rol spelen van +nachtegaal door iederen ochtend precies het oogenblik aan te geven, +waarop mijn geliefde, uit wier omarming ik mij losmaken wil, haar armen +om mijn hals slaan en juist zooals in de balconscène zeggen zal: +„Neen, het is nog niet de dag, het was de nachtegaal .....” +d.w.z.: „Neen , het is nog geen elf uur, het is vuil op straat, +ga nog niet weg, het is zoo lekker hier.” Om de illusie volkomen +te maken, zal ik probeeren een min te krijgen en die ter beschikking +van mijn geliefde stellen; en ik hoop, dat de kalender zoo goedgunstig +zal zijn om mij nu en dan, wanneer ik het balcon van mijn Julia beklim, +wat maneschijn te verleenen. Wat zeg je van mijn plan, +philosoof?”</p> +<p>„Heel aardig,” antwoordde Colline; „maar wil je me +misschien ook het mysterie van dit prachtige omhulsel, dat je +onherkenbaar maakt, ontsluieren? .... Ben je millionair +geworden?”</p> +<p>Rodolphe gaf geen antwoord, maar wenkte een kellner en gaf hem +onverschillig een louis met de woorden: <span class="pagenum">[<a id="pb339" href="#pb339" name="pb339">339</a>]</span></p> +<p>„Houd maar af!”</p> +<p>Dan sloeg hij op zijn vestjeszakje, dat begon te zingen.</p> +<p>„Heb je soms een klokketoren in je zak, dat het daar zoo +luidt?”</p> +<p>„Een paar louis maar.”</p> +<p>„Echte louis d’or?” zeide Colline met een van +verbazing gesmoorde stem. „Laat mij eens kijken, hoe die eruit +zien!”</p> +<p>Dan scheidden de beide vrienden, Colline, om Rodolphe’s +schatten en nieuwe liefde verder uit te bazuinen, Rodolphe om naar huis +te gaan.</p> +<p>In de week, die gevolgd was op den tweeden breuk met Mimi, had zich +het volgende afgespeeld.</p> +<p>Toen de dichter met zijn vriendinnetje gebroken had, voelde hij +behoefte om van omgeving te veranderen en verliet hij met zijn vriend +Marcel het sombere hôtel garni, welks eigenaar de beide heeren +zonder al te veel spijt zag heengaan. Zooals wij reeds verteld hebben, +gingen zij samen een ander onderdak zoeken en huurden twee kamers in +hetzelfde huis en op dezelfde verdieping. De door Rodolphe gekozen +kamer was veel geriefelijker dan al degene, die hij vroeger bewoond +had. Er stonden bijna werkelijke meubels in; met name een canapé +met een rood overtrek, dat fluweel moest voorstellen, welke stof echter +in geen enkel opzicht het spreekwoord: „Doe wat ge moet” in +praktijk bracht.</p> +<p>Op den schoorsteen flankeerden twee porceleinen vazen met bloemen en +een albasten pendule met afschuwlijke versieringen. Rodolphe zette de +vazen in een kast en verzocht den huisheer, toen deze de pendule kwam +opwinden, dat liever niet te doen.</p> +<p>„De pendule mag voor mijn part op den schoorsteen blijven +staan,” zeide hij, „maar alleen als kunstvoorwerp; zij +staat nu op middernacht, dat is een mooi uur; zij moet er dus op +blijven staan. Zoodra zij vijf minuten later wijst, ga ik verhuizen +..... Een pendule!” ging Rodolphe, die <span class="pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name="pb340">340</a>]</span>zich +nooit aan de tyrannie van een wijzerplaat had kunnen onderwerpen, tot +zichzelf sprekende, voort; „een pendule is een verbitterde vijand +, die je onverbiddelijk je bestaan uur voor uur, minuut voor minuut +voortelt en je ieder oogenblik zegt: „Daar is weer een deel van +je leven voorbij!” O, ik zou niet rustig kunnen slapen in een +kamer, waarin een van die martelwerktuigen staat, in welker nabijheid +zorgeloosheid en droomen onmogelijk zijn .... Een pendule, waarvan de +wijzers zich verlengen tot aan je bed en je ’s ochtends, wanneer +je in een heerlijken sluimer ligt, komen prikken ..... Een pendule, die +je steeds toeroept: „ding, ding, ding! Het is tijd, om te gaan +werken, maak je los uit de armen van je heerlijken droom, onttrek je +aan de liefkozingen van je visioenen (en soms aan die van +werkelijkheden). Zet je hoed op, trek je schoenen aan, het is koud, het +regent, ga aan je werk, het is tijd, ding, ding” ..... Een +kalender is al meer dan mooi .... Mijn pendule moet verlamd blijven, +anders ....”</p> +<p>Gedurende dezen monoloog onderwierp Rodolphe zijn nieuwe kamer aan +een nauwgezette inspectie en voelde daarbij in zich die heimelijke +onrust, welke zich bijna altijd van ons meester maakt, wanneer we een +nieuwe woning betrekken.</p> +<p>„Ik heb,” dacht hij bij zichzelf, „opgemerkt, dat +de kamers, die we bewonen, een geheimzinnigen invloed uitoefenen op +onze gedachten en derhalve ook op onze daden. Deze kamer hier is kil en +stil als een graf. Indien hier ooit vroolijkheid heerschen zal, dan +moet zij van buitenaf worden ingevoerd; en ook dan zal zij hier niet +lang blijven, want onder dezen lagen zolder, die koud en grijs als een +sneeuwlucht is, moet de lach zónder echo sterven. O wee, hoe zal +mijn leven tusschen deze vier muren zijn!”</p> +<hr class="tb"> +<p>Eenige dagen later echter was deze zoo trieste kamer verlicht en +weerklonk van vroolijk gelach: Rodolphe <span class="pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span>gaf een +inwijdingsfeest, en de talrijke ledige flesschen verklaarden meer dan +genoeg de opgewekte stemming der gasten. De dichter zelf had zich door +de aanstekelijke vroolijkheid der feestgenooten laten medesleepen. Hij +zat met een jong meisje, dat het toeval hier gebracht en waar hij +dadelijk beslag op gelegd had, in een hoek en flirtte met haar met +woorden en handbewegingen. Tegen het einde van het feest was hij al +zoover, dat hij een rendez-vous met haar had voor den volgenden +dag.</p> +<p>„Zoo,” zeide hij tot zichzelf, toen hij weer alleen was, +„deze avond is nog al aardig geslaagd. Mijn verblijf hier is +onder goede voorteekenen begonnen.”</p> +<p>Den volgenden dag kwam Julia op het afgesproken uur bij hem. De +avond ging geheel weg met verklaringen en uitleggingen. Julia had +gehoord, dat Rodolphe kort geleden gebroken had met het blauwoogige +meisje, waar hij zooveel van gehouden had; zij wist ook, dat Rodolphe +na de eerste scheiding haar weer teruggenomen had, en was daarom bang +het slachtoffer van een nieuwe verzoening te zullen worden.</p> +<p>„Want, zie je,” zeide zij met een aardig en schalksch +gebaartje, „ik voel er heelemaal niets voor een belachelijke rol +te spelen. Ik zeg je vooruit, dat ik niet makkelijk ben; ben ik hier +eenmaal de vrouw des huizes”—en met een guitigen blik +onderstreepte zij de beteekenis, die zij aan deze laatste woorden +gaf—„dan blijf ik het en sta ik mijn plaats niet +af.”</p> +<p>Rodolphe riep al zijn welsprekendheid te hulp om haar te overtuigen, +dat haar vrees ongegrond was, en daar het jonge meisje van haar kant +niets liever wilde dan overtuigd worden, waren zij het heel gauw eens. +Doch die eensgezindheid hield weer op, toen het twaalf uur was, want +Rodolphe wilde, dat Julia bleef, terwijl zij naar huis wilde gaan.</p> +<p>„Neen!” zeide zij, toen hij bleef aandringen. +„Waarom <span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342" name="pb342">342</a>]</span>zouden we ons zoo haasten? Wij komen nog altijd +vroeg genoeg waar we wezen willen, als jij tenminste niet blijft staan. +Morgen kom ik terug.”</p> +<p>En zoo kwam zij een week lang iederen avond terug, om weer weg te +gaan, zoodra het twaalf uur sloeg.</p> +<p>Rodolphe vond dien langzamen voortgang volstrekt niet vervelend. Hij +behoorde in het land der liefde of verliefdheid tot die soort van +reizigers, die de reis rekken en schilderachtig trachten te maken. Deze +kleine sentimenteele inleiding voerde hem echter ten slotte verder dan +hij eigenlijk wilde gaan. En ongetwijfeld had mademoiselle Julia deze +taktiek toegepast met het oogmerk hem tot dat punt te brengen, waarop +verliefdheid, gerijpt door den tegenstand, op liefde begint te +gelijken.</p> +<p>Iederen keer, dat zij den dichter opzocht, merkte Julia in wat hij +tot haar zeide, een grootere innigheid, een duidelijker uitgesproken +gevoel op. Wanneer zij wat laat was, maakte zich die kenteekenende +onrust van hem meester, welke het jonge meisje in verrukking bracht; en +hij schreef haar zelfs brieven, welker bewoordingen haar reden gaven te +hopen, dat zij weldra zijn wettige „vrouw des huizes” zou +worden.</p> +<p>Toen Marcel, die zijn vertrouwde gebleven was, bij toeval eens een +van die epistels gelezen had, vroeg hij lachend:</p> +<p>„Zijn dat stijloefeningen, of meen je werkelijk wat je +schrijft?”</p> +<p>„Waarachtig, ik meen het,” antwoordde Rodolphe; +„en het verwondert me zelf ook wel een beetje, maar toch is het +zoo. Acht dagen geleden was ik in een zeer droefgeestige stemming. Die +stilte en die kalmte, die zoo plotseling en onmiddellijk op de stormen +van mijn vroeger leven gevolgd waren, maakten mij vreeselijk van +streek, maar heel onverwacht kwam Julia. Ik hoorde in mijn ooren de +fanfares van een vroolijkheid van een twintig-jarige <span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name="pb343">343</a>]</span>weerklinken. Ik zag voor mij een frisch +gezichtje, lachende oogen, een mondje om te kussen, en langzamerhand +heb ik mij laten medevoeren op die helling der verliefdheid, welke mij +misschien tot liefde leiden zal. Ik heb graag lief.”</p> +<p>Intusschen begon Rodolphe al heel gauw te merken, dat het slechts +van hem afhing, om een slot te maken aan dezen roman, en was toen op +het denkbeeld gekomen Shakespeare’s <span class="ex">Romeo en +Julia</span> te monteeren. Zijn toekomstige geliefde vond het een +aardig idee en had haar medewerking toegezegd.</p> +<p>De repetitie van de balconscène was vastgesteld juist op +denzelfden avond, dat de wijsgeer Colline Rodolphe op straat ontmoette. +De dichter had even te voren den zijden touwladder gekocht, waarmede +hij op het balcon van Julia wilde klimmen. Daar de vogelkoopman geen +nachtegaal voorhanden had, nam hij er een duif voor in de plaats, die, +naar hem verzekerd werd, iederen ochtend bij het opgaan der zon +zong.</p> +<p>Op zijn kamer gekomen, bedacht de dichter, dat een hemelvaart per +touwladder nu niet zoo heel gemakkelijk was en dat het derhalve +wenschelijk was de balconscène vooruit in te studeeren, als hij +niet, behalve de kans om te vallen, ook het gevaar wilde loopen, +belachelijk en onhandig te schijnen in de oogen van haar, die hem +wachtte. Hij sloeg dus twee spijkers diep in het plafond, maakte +daaraan den touwladder vast en gebruikte de twee uren, die nog voor hem +lagen, voor gymnastische oefeningen. Na talrijke vergeefsche pogingen +slaagde hij er ten slotte in zoo goed en zoo kwaad als het ging twaalf +sporten hoog te klimmen.</p> +<p>„Ziezoo,” zeide hij tot zichzelf; „nu ben ik zeker +van mijn zaak; trouwens als ik onderweg blijf steken, zal de liefde mij +vleugels geven.”</p> +<p>En met zijn touwladder en zijn duivenkooitje ging hij <span class="pagenum">[<a id="pb344" href="#pb344" name="pb344">344</a>]</span>op +weg naar Julia, die dicht in zijn buurt woonde. Haar kamer lag achter +in een kleinen tuin en had inderdaad een balcon. Doch helaas, deze +kamer bevond zich op den rez-de-chaussée en van den grond af kon +men makkelijk zoo op het balcon stappen.</p> +<p>Toen Rodolphe deze terreingesteldheid, welke zijn <span class="corr" +id="xd20e7741" title="Bron: poetisch">poëtisch</span> klimplan in +duigen deed vallen, zag, was hij zeer teneergeslagen.</p> +<p>„Het zij zoo,” zeide hij tot Julia; „wij kunnen de +balconscène daarom toch wel opvoeren. Deze vogel hier zal ons +morgen vroeg met zijn welluidende stem uit onzen sluimer wekken en ons +precies het oogenblik kond doen, waarop wij met wanhoop in onze ziel +moeten scheiden.”</p> +<p>En met deze woorden hing Rodolphe zijn kooitje in een hoekje van de +kamer.</p> +<p>Den volgenden ochtend om vijf uur vervulde de duif op tijd haar +plicht en de kamer met een langaangehouden gekir, dat de twee geliefden +zeker gewekt zou hebben, als zij geslapen hadden.</p> +<p>„Welnu,” zeide Julia, „thans is het oogenblik +gekomen om naar het balcon te gaan en wanhopig afscheid te +nemen.”</p> +<p>„De duif gaat voor,” zeide Rodolphe; „wij zijn in +November en dan gaat de zon pas om twaalf uur op.”</p> +<p>„Dat komt er niet op aan,” zeide Julia; „ik sta +op!”</p> +<p>„En waarom?”</p> +<p>„Ik heb een leeg gevoel in mijn maag en zou graag wat +eten.”</p> +<p>„Het is merkwaardig, zooals onze sympathieën +overeenstemmen, ik heb ook zoo’n gruwelijken honger,” zeide +Rodolphe, die nu ook opstond en zich vlug aankleedde.</p> +<p>Intusschen had Julia reeds vuur aangelegd en keek nu of er nog wat +in het buffet te vinden was; Rodolphe hielp haar zoeken.</p> +<p>„Hier,” zeide hij; „uien!” <span class="pagenum">[<a id="pb345" href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span></p> +<p>„En spek!”</p> +<p>„En boter!”</p> +<p>„En brood!”</p> +<p>„Maar dat is ook alles.”</p> +<p>Gedurende dezen onderzoekingstocht kirde de optimistische duif niets +vermoedend voort.</p> +<p>Romeo keek Julia aan, Julia Romeo, en beiden de duif.</p> +<p>Zij spraken geen woord, maar met dien blik was het vonnis over de +klok-duif geveld. Hooger beroep en cassatie zou haar niet geholpen +hebben—honger is een wreede raadgever.</p> +<p>Rodolphe liet het spek in de sissende boter opkomen. Hij trok een +ernstig en plechtig gezicht.</p> +<p>Julia maakte in een droefgeestige stemming de uien schoon.</p> +<p>De duif kirde nog steeds door... het was haar zwanezang.</p> +<p>Het sudderen van de boter in de pan begeleidde het stervenslied.</p> +<p>Vijf minuten later sudderde de boter nog, maar de duif zong, evenals +de tempelridders, niet meer.<a class="noteref" id="xd20e7793src" href="#xd20e7793" name="xd20e7793src">2</a></p> +<p>Romeo en Julia hadden hun klok <span class="ex" lang="fr">à +la crapoudine</span><a class="noteref" id="xd20e7806src" href="#xd20e7806" name="xd20e7806src">3</a> gebraden.</p> +<p>„Het diertje had een lieve stem,” zeide Julia, toen zij +aan tafel ging.</p> +<p>„Ja, het was een lief beest,” zeide Romeo en sneed het +volgens de regelen der kunst bruingebraden duifje in stukken.</p> +<p>En de twee verliefden keken elkaar aan en zagen in elkaars oog een +traan.</p> +<p>De huichelaars! Dat hadden de uien gedaan! <span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name="pb346">346</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote" lang="nl-1900"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7633" href="#xd20e7633src" name="xd20e7633">1</a></span> Neen, het is nog niet de dag; het was de +nachtegaal en niet de leeuwerik, wiens tonen doordrongen tot je +angstige ooren.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7793" href="#xd20e7793src" name="xd20e7793">2</a></span> +Toespeling op den versregel uit het laatste tooneel van +Raynouard’s tragedie: „Les Templiers”:</p> +<div class="q"> +<div class="body"> +<div lang="fr" class="lgouter footnote"> +<p class="line">„Mais il n’était plus temps; les +chants avaient cessé”.</p> +</div> +</div> +</div> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7806" href="#xd20e7806src" name="xd20e7806">3</a></span> Een duif +à la crapoudine is een duif, die opgediend wordt in den vorm van +een pad.</p> +</div> +</div> +<div id="ch22" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e7820" class="label">Hoofdstuk XXII.</h2> +<h2 class="main">Mimi’s dood.</h2> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">I.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">In de eerste dagen na zijn definitieven breuk met +mademoiselle Mimi, die hem, zooals onze lezers zich herinneren zullen, +verlaten had, om plaats te nemen in de equipage van vicomte Paul, had +Rodolphe getracht zijn smart te vergeten door een nieuwe +liefdesbetrekking aan te knoopen.</p> +<p>Zijn nieuwe vriendinnetje was de blondine, voor wie wij hem op den +dag van paradoxale dwaasheid het kostuum van Romeo hebben zien +aantrekken. Doch deze liaison, die hij uit dépit en zij uit een +gril begonnen waren, kon onmogelijk van langen duur zijn, daar Julia, +in één woord gezegd, een ongestadige deerne was, die alle +vrouwenstreken van a tot z kende, geestrijk genoeg was, om den geest +van anderen op te merken en daarvan, als de gelegenheid zich voordeed, +gebruik te maken, en slechts zooveel hart had, dat zij hartwater kreeg, +als zij te veel gegeten had. Daarbij kwam nog een ongebreidelde +zelfzucht en een grenzenlooze ijdelheid, die haar minder deden treuren +om een gebroken been van haar minnaar dan om een volant minder aan haar +japon of een verkleurd lint om haar hoed. Een betwistbare schoonheid, +een ordinair schepsel, van nature begiftigd met alle slechte +instincten, was zij toch door sommige eigenschappen en op sommige +oogenblikken verleidelijk. Al heel gauw bemerkte zij, <span class="pagenum">[<a id="pb347" href="#pb347" name="pb347">347</a>]</span>dat +Rodolphe haar alleen genomen had, om hem met haar hulp de verlorene te +doen vergeten, aan wie hij integendeel met meer verlangen dan ooit +begon terug te denken, want nooit was de herinnering aan zijn vroeger +vriendinnetje zoo levendig geweest.</p> +<p>Op een goeden dag praatte Julia met een student in de medicijnen, +die haar sedert eenigen tijd het hof maakte. Het gesprek kwam op +Rodolphe.</p> +<p>„Maar lieve kind,” zeide de student, „die jongen +gebruikt je, zooals wij helschen steen gebruiken om wonden te branden; +hij wil zijn hart cauteriseeren. Je behoeft je voor hem niet druk te +maken, en hem trouw zijn is absoluut niet noodig.”</p> +<p>„Maar,” riep het jonge meisje lachend uit; „dacht +je dan heusch, dat ik mij voor hem geneer?”</p> +<p>En denzelfden avond nog gaf zij den student het bewijs van het +tegendeel.</p> +<p>Dank zij de babbelzucht van een van die gedienstige vrienden, die +voor geen geld ter wereld een tijding, welke je bedroefd maken kan, +onder zich zouden houden, kreeg Rodolphe lucht van de zaak en maakte er +onmiddellijk gebruik van, om den <span class="ex">ad-interim</span> +liaison af te breken.</p> +<p>Hij zonderde zich nu af in een volkomen eenzaamheid, waarin al heel +gauw alle vleermuizen der verveling hun nest kwamen maken. Dan riep hij +het werk te hulp, maar het was vergeefsche moeite. lederen avond +schreef hij, nadat hij evenveel droppels water gezweet als droppels +inkt gebruikt had, een twintigtal regels, waarin een oud denkbeeld, nog +meer levensmoe dan de Wandelende Jood, en gehuld in lompen, die hij +gehaald had in een uitdragerswinkel, op het slappe koord der paradoxen +danste. Bij het overlezen van die regels voelde Rodolphe zich als +iemand, die in het bloembed, waar hij rozen gezaaid meent te hebben, +brandnetels ziet groeien. Hij verscheurde dan het blad papier, waarop +hij die rozenkrans van zotheden <span class="pagenum">[<a id="pb348" +href="#pb348" name="pb348">348</a>]</span>had afgebeden, en vertrapte +het woedend onder zijn voet.</p> +<p>„Waarachtig,” zeide hij, terwijl hij zich op zijn +linkerborst sloeg, „de snaar is gesprongen<span class="corr" id="xd20e7852" title="Bron: :;">;</span> ik moet van de kunst +afzien.”</p> +<p>En daar eenigen tijd achtereen op al zijn pogingen, om te werken, +een zelfde teleurstelling volgde, maakte een van die moedeloosheden +zich van hem meester, welke het krachtigste zelfvertrouwen doen +wankelen en de helderste geesten afstompen. Inderdaad niets is +vreeselijker dan die eenzame worstelingen, welke nu en dan plaats +vinden tusschen den koppig volhoudenden kunstenaar en de weerspannige +kunst; niets is aangrijpender dan die nu eens smeekende, dan weer +gebiedende aanroepingen van den scheppen willenden dichter tot de +minachtend op hem neerziende of hem ontvluchtende Muze.</p> +<p>De hevigste zielsangsten, de diepste aan het hart toegebrachte +wonden veroorzaken geen lijden, dat te vergelijken is met dat, hetwelk +men ondergaat in die uren van wanhoop en twijfel, welke maar al te +dikwijls voorkomen bij hen, die zich wijden aan het gevaarlijke +kunstenaarsberoep.</p> +<p>Op die heftige crisissen volgden pijnlijke afmattingen. Uren lang +bleef Rodolphe dan in een doffe wezenloosheid als versteend zitten. +Zijn ellebogen rustend op de tafel, zijn oogen strak gericht op den +lichtplek, dien het lamplicht op het blad papier beschreef, op het +„slagveld”, waarop zijn geest dagelijks overwonnen werd en +zijn pen zich vergeefs inspande om het ongrijpbare denkbeeld te +vervolgen, zag hij, gelijk aan figuren uit een tooverlantaren, waarmede +men kinderen bezig houdt, fantastische beelden aan zich voorbijtrekken, +die een panorama van zijn verleden voor hem ontrolden. Eerst kwamen de +dagen van harden arbeid, waarin ieder uur van de wijzerplaat de +vervulling van een plicht eischte, de aan de studie <span class="pagenum">[<a id="pb349" href="#pb349" name="pb349">349</a>]</span>gewijde nachten, waarin hij sprak met de muze, +die zijn in eenzaamheid en geduld gedragen armoede als in een +tooverweelde herschiep. En met afgunst dacht hij terug aan het trotsche +gevoel van zelfvertrouwen, dat hem vroeger bezielde, wanneer hij de +taak, die hij zichzelf gesteld had, ten einde had gebracht.</p> +<p>„O,” riep hij uit; „niets gelijkt op u, niets +evenaart u, genotrijke uitputting na volbrachten arbeid, die de rust +van het <span class="ex">far niente</span> zachter doet schijnen. Noch +de bevrediging van de ijdelheid noch de koortsachtige, onder de zware +gordijnen van geheimzinnige alkoven verstikte zinnenzwijmel—niets +gelijkt op dien edelen, kalmen vrede, die gewettigde zelfvoldaanheid, +welke de arbeid den vlijtigen als eerste belooning geeft.”</p> +<p>En zijn blikken nog steeds gericht op de visioenen, die de tooneelen +uit het verleden voor zijn geest bleven tooveren, klom hij weer naar de +dakkamertjes, die hij gedurende zijn avontuurlijk bestaan bewoond had, +en waarheen zijn muze, zijn eenige liefde en trouwe en standvastige +vriendin toen, hem steeds gevolgd had, en het met de armoede goed +vinden kon, zonder ooit haar hoopvol gezang te onderbreken. Doch daar +verscheen plotseling midden in dit rustige, vredige en kalme bestaan de +gestalte van een vrouw, en toen de muze die vrouw zag binnentreden in +de woning, waarin zij tot dat oogenblik de eenige koningin en +meesteresse geweest was, stond zij bedroefd op en ruimde haar plaats in +voor de nieuw-aangekomene, in wie zij dadelijk een mededingster +vermoedde. Een oogenblik aarzelde Rodolphe tusschen de muze, wie zijn +blik een: „Blijf!” scheen toe te werpen, en de vreemde, tot +wie zijn gebaar een: „Kom!” zeide. Hoe zou hij ook het +bekoorlijke schepseltje, dat, gewapend met de verleidelijke +bekoorlijkheden van een ontluikende schoonheid, tot hem kwam, hebben +kunnen van zich stooten, dat schepseltje met haar kleine mondje en rose +<span class="pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span>lipjes, dat een naief en tevens brutaal taaltje, +vol guitige beloften, sprak? Hoe kon hij zijn hand weigeren aan het +blanke, blauw geaderde handje, dat zich liefkozend naar hem uitstrekte? +Hoe had hij: „Gaat heen!” kunnen roepen tot die bloeiende +achttien jaren, wier aanwezigheid het huis reeds met een geur van jeugd +en vreugde vervulde. En met haar zachte, licht bewogen stem zong zij de +cavatine der verzoeking zoo verleidelijk mooi! Met haar levendige en +schitterende oogen zeide zij: „Ik ben de liefde”; met haar +lippen, waarop de kussen ontloken: „Ik ben het genot”; met +haar bloeiend lichaam: „Ik ben het geluk” zòò +wondermooi, dat Rodolphe zich liet medesleepen. En was die jonge vrouw +dan ook in werkelijkheid niet de levende, geïncarneerde +poëzie? Dankte hij haar niet de oogenblikken van meest verheven +inspiratie? Had zij hem niet dikwijls bezield tot een enthousiasme, dat +hem zoo hoog in den aether van het ideaal meevoerde, dat hij al het +aardsche uit het oog verloor? En als hij om en door haar veel geleden +had—was dan dat lijden niet een boetedoening voor al de +ontzaglijke genietingen, die zij hem geschonken had; was het niet de +gewone wraak van het noodlot, dat het volmaakte, ongestoorde geluk als +iets goddeloos verbiedt? Indien de christelijke leer hun vergiffenis +schenkt, die veel hebben lief gehad, dan schenkt zij die slechts, omdat +zij ook veel geleden hebben, want aardsche liefde wordt eerst +goddelijke hartstocht, als zij door tranen gelouterd is.</p> +<p>Evenals men zich soms bedwelmt door den geur van reeds lang +verwelkte rozen in te ademen, zoo bedwelmde Rodolphe zich door voor +zijn geest te roepen zijn vroeger leven, waarin iedere dag een nieuwe +elegie, een schokkend drama, een groteske comedie bracht. Hij +doorleefde nogmaals alle phasen van zijn liefde voor de verloren +geliefde, van af hun wittebroodsweken tot de huiselijke stormen, die +tot hun laatsten breuk geleid hadden. Hij riep het geheele <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name="pb351">351</a>]</span>repertoire van alle listen van zijn vroeger +vriendinnetje in zijn geheugen terug, hij herhaalde in zichzelf al haar +kwinkslagen. Hij zag weer voor zich hoe zij in hun klein huishoudentje +om hem heen draaide, haar lijfdeuntje: <span class="ex">Ma mie +Annette</span> op de lippen, met dezelfde zorgelooze opgewektheid +zoowel blijde als droeve dagen aanvaardend. En ten slotte moest hij +erkennen, dat het verstand in liefdesaangelegenheiden altijd ongelijk +heeft. Immers wat had hij bij dien breuk gewonnen? Toen hij met Mimi +samenleefde, bedroog zij hem, dat is waar—maar dat hij het wist, +was zijn eigen schuld, omdat hij zich de grootste moeite getroostte, om +het te weten te komen, omdat hij altijd op den loer lag naar bewijzen, +omdat hij zelf de dolken scherpte, die hij zich in het hart boorde. Was +bovendien Mimi niet handig genoeg om hem zoo noodig te bewijzen, dat +hij zich vergiste? En bovendien met wie was zij hem ontrouw? Meestal +was het met een sjaal, een hoed, met dingen, niet met mannen. En had +hij nu die rust, die kalmte, welke hij van een breuk met Mimi verwacht +had, na haar vertrek teruggevonden? Helaas, neen! Alles, behalve zij, +was gebleven. Vroeger kon hij tenminste nog uiting geven aan zijn +smart, kon hij zijn hart luchten in beleedigingen en verwijten, kon hij +laten zien, wat hij leed en het medelijden opwekken van haar, die de +oorzaak van dat lijden was. Doch nu moest hij zijn smart in zich +opkroppen, nu was zijn ijverzucht machtelooze woede geworden, want +vroeger kon hij, wanneer hij achterdocht koesterde, Mimi beletten uit +te gaan, haar bij zich houden en bewaken; maar thans zag hij haar aan +den arm van haar nieuwen minnaar op straat en moest hij zich afwenden, +om haar van vreugde stralend en op weg naar het een of ander +pleiziertje, voorbij te laten gaan.</p> +<p>Dat ellendige leven duurde een maand of drie, vier. Dan werd +Rodolphe langzamerhand rustiger. Marcel, <span class="pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name="pb352">352</a>]</span>die, om te trachten +Musette te vergeten, een lange reis gemaakt had kwam in Parijs terug en +ging weer met Rodolphe samen wonen, zoodat zij elkaar konden +troosten.</p> +<p>Toen Rodolphe op een Zondag door den Luxembourg wandelde, kwam hij +Mimi in groot toilet tegen. Zij ging naar een bal. Zij knikte hem in +het voorbijgaan toe, wat hij met het afnemen van zijn hoed +beantwoordde. Deze ontmoeting gaf hem weliswaar een steek door zijn +hart, maar de emotie was toch minder pijnlijk dan gewoonlijk. Hij bleef +nog wat in den Jardin du Luxembourg wandelen en ging vervolgens naar +huis. Toen Marcel ’s avonds ook thuiskwam, vond hij Rodolphe aan +zijn schrijftafel.</p> +<p>„Wat?” vroeg Marcel, terwijl hij over den schouder van +den dichter keek, „ben je aan het werk ... en zelfs +verzen?”</p> +<p>„Ja,” antwoordde Rodolphe vroolijk; „dat kleine +dingetje hier in mijn borst is blijkbaar niet heelemaal dood. De vier +uur, die ik hier nu al zit, heb ik het dichtvuur uit vroegere dagen +teruggevonden, ik heb Mimi gezien!”</p> +<p>„Ei!” zeide Marcel bang. „En hoe staat het met +jullie?”</p> +<p>„O, wees maar niet bang, we hebben elkaar slechts +gegroet—verder niets.”</p> +<p>„Heusch?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Heusch! Tusschen ons is het voor goed uit, dat voel ik; maar +als ik weer werken kan, schenk ik haar graag vergiffenis.”</p> +<p>„Maar waarom maak je, wanneer alles tusschen jullie uit is, +nog verzen voor haar?” vroeg Marcel, die Rodolphe’s verzen +intusschen gelezen had.</p> +<p>„Ach!” zeide de dichter; „ik neem mijn +<span class="corr" id="xd20e7903" title="Bron: poezie">poëzie</span> waar ik ze vind!”</p> +<p>Acht dagen lang werkte hij aan dit kleine gedicht. Toen het klaar +was, las hij het aan Marcel voor, die er heel tevreden over was en +Rodolphe aanspoorde om zijn dichtader, die weer ontsprongen was, ook op +ander gebied te laten vloeien. <span class="pagenum">[<a id="pb353" +href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span></p> +<p>„Want,” zoo merkte hij op, „het zou de moeite niet +loonen van Mimi te scheiden, als je toch altijd met haar schim blijft +leven. Maar,” voegde hij er glimlachend aan toe, „ik zou +beter doen, wanneer ik, in plaats van tot anderen te preeken, tegen +mezelf een strafpredikatie hield, want mijn hart is nog vol van +Musette. Maar enfin, wij zullen toch niet altijd jonge menschen +blijven, die op zulk duivelsgebroed verliefd zijn.”</p> +<p>„Ach!” zeide Rodolphe; „tot de jeugd behoef je +helaas niet te zeggen: Ingerukt, marsch!”</p> +<p>„Dat is wel zoo,” antwoordde Marcel, „maar toch +zijn er dagen, waarop ik een eerwaardige grijsaard zou willen zijn, lid +van het Instituut, ridder van verschillende orden, en los van alle +Musettes ter wereld. En de duivel mag me halen, als ik ooit weer tot +haar terug keeren zou! En jij,” vroeg hij lachend, „zou jij +al graag zestig jaar achter den rug hebben?”</p> +<p>„Vandaag had ik liever zestig francs in mijn zak!”</p> +<hr class="tb"> +<p>Eenige dagen later sloeg mademoiselle Mimi, die met den jongen +vicomte Paul in een koffiehuis zat, een revue open, waarin de verzen +stonden, die Rodolphe voor haar gemaakt had.</p> +<p>„Zoo, zoo!” zeide zij eerst lachend, „mijn vriend +Rodolphe spreekt kwaad van me in tijdschriften.”</p> +<p>Doch toen zij het gedicht heelemaal uitgelezen had, bleef zij stil +en peinzend voor zich uit zitten staren. Vicomte Paul vermoedde, dat +zij aan Rodolphe dacht, en trachtte haar af te leiden.</p> +<p>„Ik zal dat paar mooie oorbelletjes voor je koopen!” +zeide hij tot haar.</p> +<p>„Ja,” zeide Mimi; „jij ..... jij hebt +geld!”</p> +<p>„En een hoed van Italiaansch stroo,” voegde hij eraan +toe. <span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name="pb354">354</a>]</span></p> +<p>„Dank je,” zeide Mimi, „maar als je me een +pleizier wilt doen, koop dan dat hier voor mij.”</p> +<p>En zij wees op de aflevering, waarin zij het gedicht van Rodolphe +gelezen had.</p> +<p>„Dat? Neen!” zeide de vicomte boos.</p> +<p>„Goed!” antwoordde Mimi koel. „Ik zal het zelf +koopen voor geld, dat ik zelf verdienen wil. Ik koop het liever niet +voor jouw geld.”</p> +<p>En werkelijk keerde Mimi voor twee dagen terug naar het atelier, +waar zij vroeger bloemen gemaakt had, en verdiende daar het geld, dat +zij noodig had, om de aflevering te kunnen koopen. Zij leerde +Rodolphe’s verzen van buiten en droeg ze, om den vicomte te +plagen, dagelijks aan zijn vrienden voor.</p> +<p>Het gedicht luidde:</p> +<div lang="fr" class="lgouter"> +<div class="lg"> +<p class="line">Alors que je voulais choisir une maîtresse</p> +<p class="line">Et qu’un jour le hasard fit rencontrer nos +pas,</p> +<p class="line">J’ai mis entre tes mains mon cœur et ma +jeunesse</p> +<p class="line">Et je t’ai dit: Fais-en tout ce que tu +voudras.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Hélas! ta volonté fut cruelle, ma +chère:</p> +<p class="line">Dans tes mains ma jeunesse est restée en +lambeaux.</p> +<p class="line">Mon cœur s’est en éclats +brisé comme du verre,</p> +<p class="line xd20e221">Et ma chambre est le cimetière</p> +<p class="line xd20e221">Où sont enterrés les +morceaux</p> +<p class="line xd20e221">De ce qui t’aima tant +naguère.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Entre nous maintenant, n-i, ni- c’est fini,</p> +<p class="line">Je ne suis plus qu’un spectre et tu n’es +qu’un fantôme,</p> +<p class="line">Et sur notre amour mort et bien enselevi,</p> +<p class="line">Nous allons, si tu veux, chanter le dernier psaume.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Pourtant ne prenons point un air écrit trop +haut,</p> +<p class="line">Nous pourrions tous les deux n’avoir pas la voix +sûre; <span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name="pb355">355</a>]</span></p> +<p class="line">Choisissons un mineur grave et sans fioriture;</p> +<p class="line">Moi je ferai la basse et toi le soprano.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line"><span class="ex">Mi, ré, mi, do, ré, +la.</span>—Pas cet air, ma petite!</p> +<p class="line">S’il entendait cet air que tu chantais jadis,</p> +<p class="line">Mon cœur, tout mort qu’il est, +tressaillirait bien vite,</p> +<p class="line">Et ressusciterait à ce <span class="ex">De +profundis</span>.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line"><span class="ex">Do, mi, fa, sol, mi, +do</span>,—Celui-ce me rappelle</p> +<p class="line">Une valse à deux temps, qui me fit bien du +mal,</p> +<p class="line">Le fifre du rire aigu raillait le violoncelle,</p> +<p class="line">Qui pleurait sous l’archet ses notes de +cristal.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line"><span class="ex">Sol, do, do, si, si, +la.</span>—Point cet air, je t’en prie,</p> +<p class="line">Nous l’avons, l’an dernier, ensemble +répété</p> +<p class="line">Avec les Allemands qui chantaient leur patrie</p> +<p class="line">Dans les bois de Meudon, par une nuit +d’été.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Eh, bien, ne chantons pas, restons-en là, ma +chère;</p> +<p class="line">Et pour n’y plus penser, pour n’y plus +revenir,</p> +<p class="line">Sur nos amours défunts, sans haine et sans +colère,</p> +<p class="line">Jetons en souriant un dernier souvenir.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Nous étions bien heureux dans la petite +chambre</p> +<p class="line">Quand ruisselait la pluie et que soufflait le vent;</p> +<p class="line">Assis dans le fauteuil, pres de l’âtre, en +décembre,</p> +<p class="line">Aux lueurs de tes yeux j’ai rêvé +bien souvent.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">La houille petillait; en chauffant sur les cendres,</p> +<p class="line">La bouilloire chantait son refrein régulier,</p> +<p class="line">Et faisait un orchestre au bal des salamandres</p> +<p class="line xd20e221">Qui voltigeaient dans le foyer.</p> +</div> +<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name="pb356">356</a>]</span> +<div class="lg"> +<p class="line">Feuilletant un roman, paresseuse et frileuse,</p> +<p class="line">Tandis que tu fermais tes yeux ensommeillés,</p> +<p class="line">Moi je rajeunissais ma jeunesse amoureuse,</p> +<p class="line">Mes lèvres sur tes mains et mon cœur +à tes pieds.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Aussi, quand on entrait, la porte ouverte à +peine,</p> +<p class="line">On sentait le parfum d’amour et de +gaîté</p> +<p class="line">Dont notre chambre était du matin au soir +pleine,</p> +<p class="line">Car le bonheur aimait notre hospitalité.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Puis l’hiver s’en alla; par la +fenêtre ouverte,</p> +<p class="line">Le printemps un matin vint nous donner +l’éveil,</p> +<p class="line">Et ce jour-là tous deux dans la campagne +verte</p> +<p class="line">Nous allâmes courir au-devant du soleil.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">C’était le vendredi de la sainte +semaine,</p> +<p class="line">Et, contre l’ordinaire, il faisait un beau +temps,</p> +<p class="line">Du val à la colline, et du bois à la +plaine</p> +<p class="line">D’un pied leste et joyeux, nous courûmes +longtemps.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Fatigués cependant par ce pèlerinage,</p> +<p class="line">Dans un lieu qui formait un divan naturel</p> +<p class="line">Et d’où l’on pouvait voir du loin le +paysage,</p> +<p class="line">Nous nous sommes assis en regardant le ciel.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Les mains pressant les mains, épaule contre +épaule,</p> +<p class="line">Et sans savoir pourquoi, l’un et l’autre +oppressés,</p> +<p class="line">Notre bouche s’ouvrit sans dire une parole,</p> +<p class="line xd20e221">Et nous nous sommes embrassés.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Près de nous l’hyacinthe avec la +violette</p> +<p class="line">Mariaient leur parfum qui montait dans l’air +pur;</p> +<p class="line">Et nous vîmes tous deux, en relevant la +tête,</p> +<p class="line">Dieu qui nous souriait à son balcon +d’azur.</p> +</div> +<span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span> +<div class="lg"> +<p class="line">Aimez-vous, disait-il; c’est pour rendre plus +douce</p> +<p class="line">La route où vous marchez que j’ai fait +sous vos pas</p> +<p class="line">Dérouler en tapis le velours de la mousse,</p> +<p class="line">Embrassez-vous encore,—je ne regarde pas.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Aimez-vous, aimez-vous: dans le vent qui murmure,</p> +<p class="line">Dans les limpides eaux, dans les bois reverdis,</p> +<p class="line">Dans l’astre, dans la fleur, dans la chanson des +nids,</p> +<p class="line">C’est pour vous que j’ai fait +renaître ma nature.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Aimez-vous, aimez-vous; et de mon soleil +d’or,</p> +<p class="line">De mon printemps nouveau qui réjouit la +terre,</p> +<p class="line">Si vous êtes contents, au lieu d’une +prière</p> +<p class="line">Pour me remercier—embrassez-vous encore.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Un mois après ce jour, quand fleurirent les +roses,</p> +<p class="line">Dans le petit jardin que nous avions planté,</p> +<p class="line">Quand je t’aimais le mieux, sans m’en dire +les causes,</p> +<p class="line">Brusquement ton amour de moi s’est +écarté.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Où s’en est-il allé? partout un +peu, je pense;</p> +<p class="line">Car, faisant triompher l’une et l’autre +couleur,</p> +<p class="line">Ton amour inconstant flotte sans +préférence</p> +<p class="line">D’un brun valet de pique au blond valet de +cœur.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Te voilà maintenant heureuse: ton caprice</p> +<p class="line">Règne sur une cour de joyeux jouvenceaux</p> +<p class="line">Et tu ne peux marcher sans qu’à tes pieds +fleurisse</p> +<p class="line">Un parterre émaillé d’odorants +madrigaux.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Dans les jardins de bal, quand tu fais ton +entrée,</p> +<p class="line">Autour de toi se forme un cercle langoureux;</p> +<p class="line">Et le frémissement de la robe moirée,</p> +<p class="line">Pâme en chœur laudatif ta meute +d’amoureux.</p> +</div> +<span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" name="pb358">358</a>]</span> +<div class="lg"> +<p class="line">Elégamment chaussé d’une souple +bottine</p> +<p class="line">Qui serait trop étroite au pied de +Cendrillon,</p> +<p class="line">Ton pied est si petit qu’à peine on le +devine</p> +<p class="line">Quand la valse t’emporte en son gai +tourbillon.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Dans les bains onctueux d’une huile de +paresse,</p> +<p class="line">Tes mains, brunes jadis, ont retrouvé depuis</p> +<p class="line">La pâleur de l’ivoire ou du lis que +caresse</p> +<p class="line">Le rayon argenté dont s’éclairent +les nuits.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Autour de ton bras blanc une perle choisie</p> +<p class="line">Constelle un bracelet ciselé par Froment,</p> +<p class="line">Et sur tes reins cambrés un grand châle +d’Asie</p> +<p class="line">En cascade de plis ondule artistement.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">La dentelle de Flandres et le point +d’Angleterre,</p> +<p class="line">La guipure gothique à la mate blancheur</p> +<p class="line">Chef d’œuvre arachnéen d’un +age séculaire,</p> +<p class="line">De ta riche toilette achève la splendeur.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Pour moi, je t’aimais mieux dans tes robes de +toile</p> +<p class="line">Printanière, indienne ou modeste organdi,</p> +<p class="line">Atours frais et coquets, simple chapeau sans voile,</p> +<p class="line">Brodequins gris ou noirs, et col blanc tout uni.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Car ce luxe nouveau qui te rend si jolie</p> +<p class="line">Ne me rappelle pas mes amours disparus,</p> +<p class="line">Et tu n’es que plus morte et mieux enselevie</p> +<p class="line">Dans ce linceul de soie où ton cœur ne bat +plus.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Lorsque je composai ce morceau funéraire</p> +<p class="line">Qui n’est qu’un long regret de mon bonheur +passé,</p> +<p class="line">J’étais vêtu de noir comme un +parfait notaire</p> +<p class="line">Moins les bésicles d’or et le jabot +plissé.</p> +</div> +<span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name="pb359">359</a>]</span> +<div class="lg"> +<p class="line">Un crêpe enveloppait le manche de ma plume</p> +<p class="line">Et des filets de deuil encadraient le papier</p> +<p class="line">Sur lequel j’écrivais ces strophes +où j’exhume</p> +<p class="line">Le dernier souvenir de mon amour dernier.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Arrivé cependant à la fin d’un +poëme</p> +<p class="line">Où je jette mon cœur dans le fond +d’un grand trou,</p> +<p class="line">—Gaîté de croque-mort qui +s’enterre lui-même</p> +<p class="line">Voilà que je me mets à rire comme un +fou.</p> +</div> +<div class="lg"> +<p class="line">Mais cette gaîté-là n’est +qu’une raillerie</p> +<p class="line">Ma plume en écrivant a tremblé dans ma +main,</p> +<p class="line">Et quand je souriais, comme une chaude pluie,</p> +<p class="line">Mes larmes effaçaient les mots sur le +vélin.</p> +</div> +</div> +</div> +</div> +<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h3 class="main">II.</h3> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Het was 24 December, en dien avond had het quartier +Latin steeds een bijzondere physiognomie. Van vier uur af waren de +bureaux van de Bank van Leening, de winkels van uitdragers en +antiquairs in boeken overstelpt door een luidruchtige menigte, die +later in den avond een stormaanval begon op de slagerijen, gaarkeukens +en kruidenierswinkels. En hadden de winkelknechts ook al evenals +Briareus<a class="noteref" id="xd20e8278src" href="#xd20e8278" name="xd20e8278src">1</a> honderd armen gehad, dan zouden zij toch niet in +staat geweest zijn de klanten, die elkaar de waren als het ware uit de +handen rukten, te helpen. Bij de bakkers werd, als in tijden van +hongersnood, queue gemaakt. De wijnhandelaars verkochten de opbrengst +van drie oogsten, en zelfs een handig statisticus zou moeite gehad +hebben om het getal hammen en worsten te tellen, die door den beroemden +Borel uit de rue Dauphine verkocht werden. Alleen op dien avond zette +vader Cretaine, bijgenaamd <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name="pb360">360</a>]</span>Petit-Pain, achttien uitgaven van +zijn boterkoekjes om. Gedurende den geheelen avond klonk uit alle +huizen gezang en gelach, waren de vensters hel verlicht en vulde een +ware kermis-atmospheer het stadskwartier.</p> +<p>Naar oud gebruik werd het „réveillon” +gevierd.</p> +<p>Dien avond gingen tegen tien uur Marcel en Rodolphe in een vrij +droeve stemming naar huis. Toen zij door de rue Dauphine kwamen, zagen +zij in een fijne vleeschwaren- en comestibleshandel een groot gedrang +en bleven, door die geurige gastronomische producten aangelokt, een +oogenblik voor de ramen staan kijken; in hun aandachtige beschouwing +geleken de twee bohémiens op den persoon uit een Spaanschen +roman, die alleen door ernaar te kijken, de hammen mager deed +worden.</p> +<p>„Dat noemen ze een kalkoenschen haan met truffels,” +zeide Marcel en wees op een prachtigen vogel, die door zijn rose en +doorzichtige huid de Perigourdsche knolletjes liet zien, waarmede het +dier gefarceerd was. „Ik heb menschen gezien, die +zòò goddeloos waren, om die dingen te eten zonder dat ze +daarbij op hun knieën vielen,” voegde de schilder eraan toe, +terwijl hij naar den kalkoen keek met blikken, die in staat geweest +zouden zijn het dier te braden.</p> +<p>„En wat zeg je van die heerlijke lamsbout?” vroeg +Rodolphe. „Wat een prachtkleur. Je zoudt denken, dat hij zoo pas +uit dien slagerswinkel, dien je op een schilderij van Jordaens ziet, +weggehaald is. Lamsbouten zijn de lievelingsspijzen der goden en van +madame Chandelier, mijn peettante.”</p> +<p>„En kijk die visschen eens,” ging Marcel voort en wees +op eenige forellen, „dat zijn de handigste zwemmers onder de +waterbewoners. Die kleine diertjes, die er op het eerste gezicht zoo +onbeduidend uitzien, zouden schatten kunnen verdienen, wanneer zij hun +kunststukken lieten zien; stel je voor, ze zwemmen een snellen +bergstroom <span class="pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name="pb361">361</a>]</span>even makkelijk op, als wij een paar +uitnoodigingen voor een souper aannemen.”</p> +<p>„En daar dan, die groote stapel goudkleurige vruchten, waarvan +het gebladerte gelijkt op een tropee van Turksche sabels; dat zijn +ananassen, de goudreinetten der tropen.”</p> +<p>„Dat laat mij koud,” <span class="corr" id="xd20e8299" +title="Bron: antwoodde">antwoordde</span> Marcel; „als het om +fruit gaat, geef ik den voorkeur aan dat muisje rookvleesch, dien +lamsbout of dat hammetje met zijn pantser van gelei, die zoo +doorzichtig is als barnsteen.”</p> +<p>„Je hebt gelijk!” zeide Rodolphe; „de ham is de +vriend van den mensch, als hij ze heeft. En toch zou ik die fazant niet +afslaan.”</p> +<p>„Dat geloof ik graag,” antwoordde Marcel; „fazant +is het gerecht van gekroonde hoofden.”</p> +<p>Verder voortwandelend, kwamen zij verschillende vroolijke troepjes +tegen, die naar huis terugkeerden, om Momus, Bacchus, Comus en andere +lekkerbekkerij-godheden op <span class="ex">us</span> te vieren, en zij +vroegen elkaar af, wie die mijnheer Camacho<a class="noteref" id="xd20e8312src" href="#xd20e8312" name="xd20e8312src">2</a> was, wiens +bruiloft met een grooten voorraad levensmiddelen gevierd werd.</p> +<p>Marcel herinnerde zich plotseling welke datum het was.</p> +<p>„Het is vandaag réveillon,” zeide hij.</p> +<p>„Herinner je je nog, hoe wij verleden jaar dien avond gesmuld +hebben?”</p> +<p>„Waarachtig zeker, bij Momus. Barbemuche heeft toen betaald. +Ik had nooit kunnen denken, dat een zoo tenger meisje als Phémie +zooveel worstjes naar binnen kon werken.”</p> +<p>„Hoe jammer, dat Momus onze vrijkaarten heeft +ingetrokken,” zeide Rodolphe.</p> +<p>„Helaas!” antwoordde Marcel. „De dagen volgen, +maar gelijken niet op elkaar.”</p> +<p>„Zou jij niet graag réveillon vieren?” vroeg +Rodolphe. <span class="pagenum">[<a id="pb362" href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span></p> +<p>„Met wien en waarmee?”</p> +<p>„Nou met mij!”</p> +<p>„En het geld?”</p> +<p>„Wacht even!” zeide Rodolphe; „ik zal even dat +café hier binnenloopen, waar altijd een paar kennissen van me +zijn, die grof spelen. Ik zal van een door het geluk begunstigde eenige +sestertiën leenen en wel zooveel meebrengen, dat we een sardientje +of een varkenspootje met een glas wijn kunnen bevochtigen.”</p> +<p>„Doe dat!” zeide Marcel; „ik heb honger als een +paard. Ik zal wel even op je wachten.”</p> +<p>Rodolphe ging het café, waarvan hij de meeste stamgasten +kende, binnen. Het was voor een der aanwezigen, die in tien keer drie +honderd francs gewonnen had, een waar genoegen den dichter veertig sous +te leenen, welke hij hem gaf met het slechte humeur, dat de speelkoorts +in ons opwekt. Op een ander oogenblik en op een andere plaats zou hij +hem misschien veertig francs geleend hebben.</p> +<p>„En?” vroeg Marcel, toen hij Rodolphe weer buiten zag +komen.</p> +<p>„Hier heb je de recette,” zeide de dichter en liet het +geldstuk zien.</p> +<p>„Een korstje met een klein worstje!” meende Marcel.</p> +<p>Toch wisten zij het met die bescheiden som nog zòò ver +te brengen, dat zij brood, wijn, vleesch, tabak, vuur en licht +hadden.</p> +<p>Dan gingen zij naar huis. Zij woonden toen in een hôtel garni, +waar zij ieder een afzonderlijke kamer hadden. Daar die van Marcel, +welke tegelijk als atelier dienst deed, grooter was, werd deze tot +feestzaal uitverkoren. De beide vrienden maakten samen hun intiemen +maaltijd gereed.</p> +<p>Doch aan het kleine tafeltje, dat zij naast den kachel geschoven +hadden, waarin het vochtige en slechte hout zonder vlammen of warmte +verkoolde, kwam als een <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363" name="pb363">363</a>]</span>melancholieke geest de schim van +het verleden aanzitten.</p> +<p>Minstens een uur lang bleven zij zwijgend en peinzend zoo zitten, +beiden bezig met dezelfde gedachte en beiden trachtend die voor elkaar +te verbergen. Eindelijk verbrak Marcel het eerst de stilte.</p> +<p>„Kom,” zeide hij tot Rodolphe; „dit was toch ons +plan niet!”</p> +<p>„Wat bedoel je?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„Lieve hemel, speel toch met mij geen kiekeboetje! Jij denkt +aan wat je moest vergeten .... en met mij is het precies zoo, dat +ontken ik niet!”</p> +<p>„Nu dan ....”</p> +<p>„Maar het moet de laatste maal zijn! Naar den duivel met al +die herinneringen, die den wijn een zuren smaak geven en ons triest +stemmen, terwijl iedereen zich amuseert!” riep Marcel uit, +zinspelende op het vroolijke gelach en gezang, dat uit de kamers +ernaast klonk. „Kom laten we aan wat anders denken en laat het +verleden begraven blijven!”</p> +<p>„Dat zeggen we altijd, en toch ....” zeide Rodolphe en +viel weer in zijn droomen terug.</p> +<p>„En toch komen wij er altijd weer op terug,” vulde +Marcel aan. „Dat komt, omdat we, in plaats van eerlijk de +vergetelheid te zoeken, de meest onbeteekenende dingen als voorwendsel +gebruiken, om oude herinneringen weer in ons wakker te roepen; dat komt +vooral, omdat wij maar blijven voortleven in datzelfde milieu, waarin +die schepsels, welke ons zoolang gekweld hebben, geleefd hebben. Wij +zijn niet zoozeer de slaven van een hartstocht als wel van een +gewoonte. Die boeien nu moeten wij verbreken, anders gaan wij in een +belachelijke en schandelijke slavernij ten gronde. Welnu, het verleden +is het verleden—weg met de banden, die ons daar nog aan binden; +het uur is gekomen om voorwaarts te gaan zonder achterwaarts te zien; +wij hebben onze jeugd, <span class="pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364" name="pb364">364</a>]</span>onzen tijd van onbezorgdheid en +paradoxen gehad. Dit alles is heel mooi, je zoudt er een aardigen roman +van kunnen maken; maar deze comedie van verliefde dwaasheden, deze +tijdverspilling, die wij bedrijven met de verkwisting van menschen, die +denken, dat zij de eeuwigheid uit kunnen geven, dat alles moet nu +eindelijk eens een einde nemen! Wij zouden de verachting, die ons zou +treffen, verdienen, wij zouden ons zelf moeten verachten, indien wij +dit leven buiten de maatschappij, ja bijna buiten het leven zelf, nog +langer zouden voortzetten. Want is het bestaan, dat wij leiden, +eigenlijk wel een leven? En zijn die onafhankelijkheid, die vrijheid +van zeden, waarop wij zoo prat gaan, eigenlijk geen heel middelmatige +voordeelen? De ware vrijheid is: zonder hulp van anderen, uit eigen +kracht kunnen leven. En kunnen wij dat? Neen. De eerste de beste +domkop, wiens naam we geen vijf minuten zouden willen dragen, wreekt +zich over onze spotternijen en wordt onze meester van af den dag, +waarop wij honderd sous van hem leenen, die hij ons geeft, na ons voor +honderd daalders aan listen en zelfvernedering te hebben laten +uitgeven. Ik voor mij heb er genoeg van. De poëzie bestaat niet +alleen in een ongeordend bestaan, in onverwachte meevallertjes, in +verliefdheden, die den levensduur van een kaars hebben, in min of meer +excentriek verzet tegen bestaande vooroordeelen, die eeuwig de wereld +zullen blijven beheerschen, want het is makkelijker een dynastie omver +te werpen dan een vooroordeel, hoe belachelijk het ook zijn mag. Het is +nog geen bewijs van talent of genie, om midden in December een zomerjas +te dragen; en je kan heel goed een echt dichter of kunstenaar zijn, +wanneer je voor warme voeten zorgt en driemaal per dag eet. Hoe je de +zaak ook draait of keert, indien je iets wilt bereiken, moet je den weg +nemen, dien ook anderen inslaan. Deze woorden zullen je misschien wel +verbazen, beste kerel, misschien zal je zeggen, dat ik <span class="pagenum">[<a id="pb365" href="#pb365" name="pb365">365</a>]</span>mijn +idealen verraad, je noemt me misschien verdorven, maar toch is wat ik +zeg de uitdrukking van mijn vaste overtuiging. Buiten mijn weten heeft +zich in mij een langzame en heilzame metamorphose voltrokken: het +gezonde verstand is in mijn geest binnengekomen, met inbraak, wanneer +je wilt, en ondanks mijzelf misschien; maar hoe dit zij, het is +eindelijk binnengekomen en heeft mij bewezen, dat ik op den verkeerden +weg was en dat het even belachelijk als gevaarlijk zou zijn daarop te +blijven voortgaan. Ik vraag je af, wat zal er van ons worden, indien +wij dit eentonige en nuttelooze vagabonden-leven blijven voortzetten? +Wij loopen zoo langzamerhand naar de dertig en zijn nog steeds +onbekend, hebben geen relaties, zijn ontevreden met alles en met ons +zelf, afgunstig op allen, die wij een doel, wat het dan ook zij, zien +bereiken, verplicht onze toevlucht te nemen tot een schandelijk +parasiteeren, om verder te kunnen leven. En denk nu niet, dat dit een +phantasiebeeld is, dat ik oproep, om je bang te maken! Ik zie volstrekt +de toekomst niet systematisch zwart in, maar evenmin rooskleurig; ik +zie ze met een juisten blik. Tot nog toe was het leven, dat wij geleid +hebben, ons door de omstandigheden opgedrongen; wij hadden het excuus +der noodwendigheid. Maar thans zouden we die verontschuldiging niet +meer kunnen doen gelden; en wanneer wij niet in het gewone leven +terugkeeren, dan is dat heelemaal onze vrije wil, want de hindernissen, +waartegen we te vechten hadden, bestaan niet meer.”</p> +<p>„Maar kerel,” zeide Rodolphe; „waar wil je +eigenlijk heen? Om welke reden en met welk doel sta je zoo te +preeken?”</p> +<p>„Je begrijpt me heel goed,” antwoordde Marcel op +denzelfden ernstigen toon; „ik heb daarnet gezien, hoe jij, +evenals ik trouwens, bestormd werdt door herinneringen, die je het +verleden deden terugverlangen: jij dacht aan Mimi, zooals ik aan +Musette; jij zoudt, evenals ik, <span class="pagenum">[<a id="pb366" +href="#pb366" name="pb366">366</a>]</span>je vriendinnetje graag naast +je zien zitten. Welnu, ik zeg je, dat we niet meer aan die schepsels +moeten denken, dat wij niet alleen geschapen en op de wereld gekomen +zijn, om ons geheele bestaan op te offeren aan die vulgaire Manons, en +dat die chevalier Desgrieux, die zoo mooi, zoo waar en zoo +poëtisch is, alleen door zijn jeugd en door de illusies, die hij +had weten te bewaren, niet belachelijk geworden is. Toen hij twintig +jaar was, kon hij, zonder op te houden interessant te zijn, zijn +geliefde naar de Antillen volgen; maar indien hij vijf-en twintig +geweest was, zou hij Manon de deur gewezen hebben, en dat met het +volste recht. Wij kunnen er onze oogen wel voor sluiten, beste kerel, +maar het feit blijft bestaan: wij zijn oud, wij hebben te veel en te +snel geleefd; ons hart is gesprongen en brengt nog slechts valsche +tonen voort: je blijft niet drie jaar lang ongestraft verliefd op een +Musette of een Mimi. Doch voor mij is het nu voor goed uit; en daar ik +volkomen wil breken met de herinneringen aan Musette, zal ik nu +onmiddellijk enkele kleinigheden, die zij bij mij achtergelaten heeft +en die me dwingen aan haar te denken, als ik ze weer zie, in het vuur +werpen.”</p> +<p>Marcel stond op en ging uit de lade van zijn commode een kartonnen +doos halen, waarin de souvenirs aan Musette lagen, te weten een +verdorde bouquet, een ceintuur, een stuk lint en enkele brieven.</p> +<p>„Kom, Rodolphe, volg mijn voorbeeld!” zeide hij tot den +dichter.</p> +<p>„Welnu, het zij zoo!” riep Rodolphe, als kostte het hem +moeite, uit; „je hebt gelijk. Ook ik wil een einde maken aan die +herinnering aan dat meisje met haar blanke handen.”</p> +<p>En hij vloog de kamer uit, om een klein pakje met de souvenirs aan +Mimi te halen, zoo ongeveer van denzelfden aard als die, waarvan Marcel +nu zwijgend den inventaris opmaakte. <span class="pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span></p> +<p>„Dat treft prachtig,” mompelde de schilder. „Deze +snuisterijen kunnen gelijk het vuur, dat bijna uit is, nog wat +aanwakkeren.”</p> +<p>„Waarachtig,” antwoordde Rodolphe, „het is hier in +de kamer een temperatuur voor een ijsberenfokkerij.”</p> +<p>„Kom,” zeide Marcel, „laten we het brandduet +aanheffen. Kijk, het proza van Musette vlamt als een punchbowl; het +arme kind hield zoo van punch. Allo, Rodolphe, jouw beurt!”</p> +<p>En gedurende enkele minuten wierpen zij beurtelings de +reliquieën van hun liefde stuk voor stuk in het vuur, dat vroolijk +knetterend opvlamde.</p> +<p>„Arme Musette,” zeide Marcel zacht, terwijl hij naar het +laatste souvenir, dat hij in zijn handen had, keek.</p> +<p>Het was een klein verwelkt bouquetje van veldbloemen.</p> +<p>„Arme Musette, ze was toch wel mooi en ze hield wel van me, +niet waar, klein bouquetje, heeft haar hart het je niet gezegd, toen je +bloemen in haar corsage prijkten? Arm, klein bouquetje, het is net +alsof je om genade smeekt; nu ik schenk je die, maar onder voorwaarde, +dat je niet meer met mij over haar praat, nooit, nooit meer!”</p> +<p>En hij maakte gebruik van een oogenblik, waarop hij meende, dat +Rodolphe niet op hem lette, om het bouquetje in zijn borstzak te laten +glijden.</p> +<p>„Het spijt mij, maar ik kan niet anders,” dacht de +schilder.</p> +<p>Toen hij echter tersluiks naar Rodolphe keek, zag hij, hoe de +dichter aan het slot van zijn auto-da-fé een nachtmutsje, dat +Mimi gedragen had, eerbiedig kuste en dan heimelijk in zijn zak +stak.</p> +<p>„Zoo,” mompelde Marcel, „die is al even laf als +ik.”</p> +<p>Toen Rodolphe naar zijn eigen kamer wilde gaan, werd er tweemaal +zacht op de deur van Marcel geklopt.</p> +<p>„Wie voor den duivel kan nog zoo laat hier willen zijn?” +zeide de schilder. <span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368" +name="pb368">368</a>]</span></p> +<p>Een kreet van verbazing ontsnapte hem, toen hij de deur geopend +had.</p> +<p>Het was Mimi.</p> +<p>Daar het donker in de kamer was, herkende Rodolphe zijn +vriendinnetje niet dadelijk. Hij kon slechts een vrouwelijk wezen +onderscheiden, en daar hij dacht, dat het een van die tijdelijke +veroveringen van zijn vriend was, wilde hij zich uit discretie +verwijderen.</p> +<p>„Stoor ik jullie?” vroeg Mimi, die op den drempel was +blijven staan.</p> +<p>Bij het hooren van die stem viel Rodolphe, als door den bliksem +getroffen, op zijn stoel neer.</p> +<p>„Goeden avond,” zeide Mimi, die naar hem toe ging en hem +de hand drukte, wat hij werktuigelijk toeliet.</p> +<p>„Wat voor den duivel kom jij hier doen?” vroeg Marcel; +„en nog wel op dit uur?”</p> +<p>„Ik heb het zoo koud,” antwoordde Mimi rillend; +„en daar ik in het voorbijgaan nog licht hier zag, ben ik, al is +het wat laat, naar boven gekomen.”</p> +<p>Zij rilde nog steeds. Haar stem had een bijzonderen, kristalhelderen +klank, die als een doodsklok in het hart van Rodolphe echode en het met +een doffen angst vervulde: heimelijk nam hij haar nauwkeuriger op. Het +was Mimi niet meer, het was haar schim.</p> +<p>Marcel schoof een stoel naast den kachel voor haar.</p> +<p>Mimi glimlachte, toen zij de heldere vlam vroolijk in de haard zag +dansen.</p> +<p>„Dat doet je goed,” zeide zij, terwijl zij haar arme, +door de koude blauwe handjes boven het vuur hield. „Tusschen twee +haakjes, Marcel, weet je, waarom ik hier kom?”</p> +<p>„Op mijn woord van eer niet!” antwoordde deze.</p> +<p>„Nou,” zeide Mimi; „ik kwam vragen of jullie niet +zoudt kunnen zorgen, dat ik een kamer in dit huis krijg. In mijn +hôtel garni hebben ze mij de deur gewezen, omdat <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name="pb369">369</a>]</span>ik +in een maand geen huur betaald heb. Ik weet niet, waar ik heen +moet.”</p> +<p>„Duivels,” zeide Marcel hoofdschuddend; „wij staan +bij den huisbaas ook niet erg in den pas, en een aanbeveling van ons +zou je eer schaden dan nuttig zijn.”</p> +<p>„Maar wat moet ik dan beginnen? Ik weet werkelijk niet, waar +ik heen moet.”</p> +<p>„Wat, ben je dan geen vicomtesse meer?” vroeg +Marcel.</p> +<p>„O God, neen!”</p> +<p>„Al hoe lang niet meer?”</p> +<p>„Al sedert twee maanden!”</p> +<p>„Heb je den jongen vicomte te veel geplaagd?”</p> +<p>„Neen,” zeide zij, terwijl zij een steelschen blik wierp +op Rodolphe, die in den donkersten hoek van de kamer was gaan zitten; +„de vicomte heeft me een scène gemaakt naar aanleiding van +het gedicht, dat men op mij gemaakt heeft. Wij hebben woorden gekregen, +en toen heb ik hem den bons gegeven! Het is een echte +gierigaard!”</p> +<p>„Maar hij had je toch aardig in de kleeren gestoken, ten +minste te oordeelen naar den keer, dat ik je eens gezien +heb.”</p> +<p>„Dat wel!” zeide Mimi, „maar stel je voor, dat +hij, toen ik den liaison afgebroken had, mij alles weer afgenomen +heeft, en dat hij, zooals ik later gehoord heb, mijn kleeren verloot +heeft aan een slechte table d’hôte, waar ik dikwijls met +hem gegeten heb. En toch is het een rijke jongen, maar met al zijn +fortuin is hij zoo gierig als een vrek en zoo stom als het achtereind +van een koe; ik mocht niet eens wijn zonder water drinken en Vrijdag +moest ik altijd vasten. Wil je wel gelooven, dat hij me zwarte wollen +kousen wilde laten dragen, omdat die niet zoo gauw vuil worden als +witte? Je kunt je niet voorstellen hoe driftig hij is. Hij heeft me dan +ook aardig geërgerd. Ik kan wel zeggen, dat ik bij hem mijn +vagevuurtijd doorgemaakt heb!” <span class="pagenum">[<a id="pb370" href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span></p> +<p>„En weet hij in welken toestand je nu bent?”</p> +<p>„Ik heb hem niet meer teruggezien en wil hem ook niet +terugzien!” antwoordde Mimi. „Alleen door aan hem te denken +word ik al zeeziek! Ik zou liever van honger sterven dan hem om een +stuiver vragen.”</p> +<p>„Maar,” vroeg Marcel verder, „je bent, nadat je +hem verlaten hebt, toch zeker niet alleen gebleven?”</p> +<p>„Zeker wel, Marcel, zeker wel!” riep Mimi eenigszins +heftig uit; „ik heb gewerkt om te kunnen leven; maar daar ik met +het bloemenmaken niet genoeg verdienen kon, heb ik een ander beroep +gekozen: ik poseer nu voor schilders. Als je soms werk voor mij +hebt....” voegde zij er lachend aan toe.</p> +<p>En toen zij zag, hoe Rodolphe, dien zij, hoewel zij tot zijn vriend +sprak, geen oogenblik uit het oog verloor, een ongeduldige beweging +maakte, ging zij verder:</p> +<p>„O, maar ik poseer alleen maar voor mijn hoofd en mijn handen. +Ik heb nog al wat te doen en van twee of drie schilders moet ik nog +geld hebben. Binnen een paar dagen krijg ik het, maar tot zoolang moet +ik onderdak hebben. Zoodra ik weer geld heb, ga ik naar mijn +hôtel terug. Zoo,” zeide zij met een blik op de tafel, +waarop nog de praeparatieven stonden voor het bescheiden maal, dat de +twee vrienden nauwlijks hadden aangeraakt; „zoo, gaan jullie +soupeeren?”</p> +<p>„Neen,” zeide Marcel; „wij hebben geen +honger.”</p> +<p>„Dan zijn jullie wel gelukkig,” merkte Mimi naïef +op.</p> +<p>Bij die woorden voelde Rodolphe een steek in zijn hart; hij gaf +Marcel een wenk, dien deze dadelijk begreep.</p> +<p>„Maar nu je eenmaal hier bent,” zeide de schilder, +„moest je maar à la fortune du pot bij ons blijven eten. +Wij waren van plan réveillon te vieren, maar ..... toen zijn we +waarachtig aan iets anders gaan denken.”</p> +<p>„Ik val met mijn neus in de boter,” zeide Mimi, terwijl +zij een bijna hongerigen blik op de tafel wierp; „ik heb +<span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name="pb371">371</a>]</span>vanmiddag in het geheel niet gegeten,” +fluisterde zij den schilder in, opdat Rodolphe, die op zijn zakdoek +beet, om niet in tranen uit te barsten, het niet zou hooren.</p> +<p>„Schuif wat bij, Rodolphe!” zeide Marcel tot zijn +vriend; „we zullen met ons drieën soupeeren!”</p> +<p>„Neen!” zeide dichter, die in zijn hoek bleef +zitten.</p> +<p>„Ben je boos, Rodolphe, dat ik hier gekomen ben,” vroeg +Mimi zacht; „heb je liever, dat ik weer weg ga?”</p> +<p>„Neen, neen!” antwoordde Rodolphe; „maar het doet +mij pijn, dat ik je zoo terugzie.”</p> +<p>„Dat is mijn eigen schuld, Rodolphe—ik klaag dan ook +niet; wat voorbij is, is voorbij, denk er maar niet verder aan. Kan je +mijn vriend niet zijn, omdat je vroeger wat anders geweest ben? Ja +toch! Zet dus niet zoo’n verdrietig gezicht meer en kom bij ons +zitten!”</p> +<p>Zij stond op, om naar hem toe te gaan; maar zij was zoo zwak, dat +zij geen stap doen kon en op haar stoel terugviel.</p> +<p>„De warmte heeft me bevangen,” zeide zij; „ik kan +niet meer op mijn beenen staan.”</p> +<p>„Kom nou bij ons zitten, Rodolphe,” zeide Marcel.</p> +<p>De dichter kwam bij hen zitten en begon met hen te eten. Mimi was +erg uitgelaten.</p> +<p>Toen het eenvoudige maal afgeloopen was, zeide Marcel tot Mimi:</p> +<p>„Beste kind, het is ons niet mogelijk je hier in dit huis een +kamer te geven.”</p> +<p>„Dus moet ik gaan!” zeide zij, terwijl zij trachtte op +te staan.</p> +<p>„Wel neen!” riep Marcel uit; „er is nog wel een +andere manier, om de zaak te regelen; jij blijft hier in deze kamer en +ik ga zoolang bij Rodolphe logeeren.”</p> +<p>„Dat is wel lastig voor jullie!” zeide Mimi; „maar +het zal niet langer dan een paar dagen duren.”</p> +<p>„Het is volstrekt niet lastig voor ons,” antwoordde +Marcel; „dus zoo blijft het afgesproken: jij blijft hier en +<span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>Rodolphe en ik slapen op de kamer van Rodolphe. +Bonsoir, Mimi, slaap lekker!”</p> +<p>„Ik dank jullie wel!” zeide zij, terwijl zij Marcel en +Rodolphe, die weggingen, de hand gaf.</p> +<p>„Wil ik de deur afsluiten?” vroeg Marcel, toen hij bij +de deur was.</p> +<p>„Waarom?” zeide Mimi met een blik op Rodolphe; „ik +ben niet bang.”</p> +<p>Toen de twee vrienden in de kamer ernaast waren, vroeg Marcel +plotseling aan Rodolphe:</p> +<p>„En wat ben jij nu van plan te doen?”</p> +<p>„Ik weet het zelf niet!” stamelde Rodolphe.</p> +<p>„Kom, sta niet zoo te treuzelen, ga naar Mimi! Ik voorspel je, +dat, wanneer je naar haar toegaat, jullie morgen weer verzoend zullen +zijn!”</p> +<p>„Wat zou jij gedaan hebben, als Musette teruggekomen +was?” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„Als Musette in de kamer hiernaast was,” antwoordde +Marcel, „dan zou ik al een kwartier geleden niet meer in deze +zijn.”</p> +<p>„Nou,” zeide Rodolphe; „ik zal moediger zijn dan +jij, ik blijf hier!”</p> +<p>„Dat zullen we nog eens zien!” zeide Marcel, die reeds +in bed lag; „ga jij ook naar bed?”</p> +<p>„Zeker!” antwoordde Rodolphe.</p> +<p>Doch toen Marcel midden in den nacht wakker werd, zag hij, dat +Rodolphe weg was.</p> +<p>’s Ochtends klopte Marcel zachtjes op de deur van de kamer, +waarin Mimi sliep.</p> +<p>„Binnen,” riep zij. Toen zij hem zag, gaf zij hem een +wenk zachtjes te praten, om Rodolphe, die nog sliep, niet wakker te +maken. Hij zat in een fauteuil, dien hij bij het bed geschoven had, en +rustte met zijn hoofd op het kussen naast Mimi.</p> +<p>„Hebben jullie zoo den nacht doorgebracht?” vroeg Marcel +verwonderd. <span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span></p> +<p>„Ja,” antwoordde het jonge meisje.</p> +<p>Plotseling werd Rodolphe wakker. Na Mimi een kus gegeven te hebben, +stak hij den schilder, die hoe langer hoe verbaasder scheen, de hand +toe.</p> +<p>„Ik zal zien, dat ik wat geld krijg, om eten te koopen,” +zeide hij tot Marcel; „houd jij Mimi zoo lang +gezelschap.”</p> +<p>„En,” vroeg Marcel aan het jonge meisje, toen zij alleen +waren, „wat is er vannacht gebeurd?”</p> +<p>„Ach God, niets dan treurige dingen,” zeide Mimi; +„Rodolphe houdt nog altijd van me.”</p> +<p>„Dat weet ik!”</p> +<p>„Ja, jij hebt hem van mij willen aftrekken,” zeide zij; +„maar dat neem ik je niet kwalijk, Marcel, je hadt gelijk; ik heb +dien armen jongen leelijk behandeld!”</p> +<p>„En jij,” vroeg Marcel, „houdt jij nog altijd van +hem?”</p> +<p>„Of ik van hem houd!” zeide zij handenwringend. +„En dat is juist zoo’n pijniging voor me. Ik ben wel +veranderd, beste jongen, en daarvoor is niet veel tijd noodig +geweest.”</p> +<p>„Nou, als hij van jou houdt en jij van hem en jullie niet +buiten elkaar kunt, moeten jullie maar weer samen gaan leven en dan +probeeren, dat het ditmaal voor goed is.”</p> +<p>„Dat is onmogelijk,” zeide Mimi.</p> +<p>„Waarom?” vroeg Marcel; „zeker, het zou +verstandiger zijn, indien jullie voor goed van elkaar gingen; maar om +elkaar niet meer te zien, zouden jullie wel duizend mijl van elkaar +moeten zijn!”</p> +<p>„Wat bedoel je daarmee?”</p> +<p>„Spreek er niet met Rodolphe over, dat zou hem te veel +aanpakken—maar ik ga gauw voor goed weg.”</p> +<p>„Maar waarheen?”</p> +<p>„Kijk eens, Marcel,” zeide Mimi snikkend.</p> +<p>En de dekens wat terugslaande, liet zij den schilder haar schouders, +haar hals en haar armen zien.</p> +<p>„Goede God!” riep Marcel verschrikt uit. „Arme +meid!” <span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374" name="pb374">374</a>]</span></p> +<p>„Zie je wel, beste jongen, dat ik mij niet vergis en dat ik +spoedig sterven zal?”</p> +<p>„Maar hoe is dat in zoo’n korten tijd kunnen +gebeuren?” vroeg Marcel.</p> +<p>„Ach!” antwoordde Mimi; „bij het leven, dat ik +sedert twee maanden leid, is dat niet te verwonderen: al die +slapelooze, doorweende nachten, dat poseeren in onverwarmde ateliers, +het slechte voedsel, het vele verdriet.... En dan weet je nog niet +alles: ik heb me met eau de Javel willen vergiftigen; ze hebben me +gered, maar niet voor lang, zooals je ziet. Bovendien ben ik nooit +heelemaal gezond geweest. Enfin, het is mijn eigen schuld: als ik kalm +bij Rodolphe gebleven was, zou het zoover niet gekomen zijn. En nu kom +ik dien armen jongen weer lastig vallen, maar het zal niet voor lang +zijn: het laatste kleedingstuk, dat hij me geven zal, zal heelemaal wit +zijn, Marcel, en daarin zal ik begraven worden. O, als je eens wist, +hoe vreeselijk ik het vind, dat ik sterven moet! Rodolphe weet, dat ik +ziek ben; gisteren heeft hij langer dan een uur sprakeloos naast mijn +bed gezeten, toen hij mijn magere armen en schouders heeft gezien: hij +herkende zijn Mimi niet meer ..... ach, mijn spiegel herkent me zelfs +niet meer. Maar enfin, ik ben knap geweest en hij heeft veel van me +gehouden. O lieve God,” riep zij uit, terwijl zij haar gezicht in +Marcel’s handen verborg, „ik ga je verlaten, beste jongen, +en Rodolphe ook. O, lieve God!”</p> +<p>Tranen verstikten haar stem.</p> +<p>„Kom, Mimi,” zeide Marcel, „doe niet zoo wanhopig, +je zult weer beter worden; je hebt alleen een goede verpleging en rust +noodig.”</p> +<p>„Ach, neen!” antwoordde Mimi; „het loopt af met +mij, ik voel het heel goed. Ik ben zoo vreeselijk zwak: toen ik +gisterenavond hier kwam, heb ik meer dan een uur noodig gehad om boven +te komen. En als ik hier een andere vrouw <span class="pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375" name="pb375">375</a>]</span>had aangetroffen, zou +ik me uit het raam geworpen hebben. En toch was hij vrij, nu wij niet +meer samen waren; maar zie je, Marcel, ik was er zeker van, dat hij nog +van me hield. En daarom”—en weer barstte Mimi in tranen +uit—„daarom alleen heb ik niet dadelijk willen sterven. +Maar toch is het gedaan met mij. Och, Marcel, wat is hij toch een goede +jongen, dat hij mij na alles wat ik hem aangedaan heb, toch nog bij +zich genomen heeft. Ach, de lieve God is niet rechtvaardig, dat hij mij +den tijd zelfs niet laat om weer goed te maken wat ik tegenover +Rodolphe misdaan heb. En hij begrijpt heel goed hoe het met mij gesteld +is. Ik wou niet, dat hij naast mij kwam liggen, want het is net alsof +ik de wormen al aan mijn lichaam voel vreten. Wij hebben den geheelen +nacht door samen geweend en over vroeger gesproken. O, wat is het toch +droevig, dat je het geluk dan eerst ziet, wanneer het niet meer +bereikbaar is en nadat het aan je voorbijgegaan is, zonder het te +zien!.... O, het brandt me in mijn borst als vuur; en wanneer ik mijn +ledematen beweeg, is het net, alsof zij zullen breken ..... Och, +Marcel, geef me mijn japon even aan. Ik wil de kaart leggen, om te zien +of Rodolphe geld meebrengen zal. Ik zou nog zoo graag eens lekker met +jullie willen dejeuneeren, net als vroeger—het zal me geen kwaad +doen, want God kan me toch niet zieker maken dan ik al ben. +Kijk,” zeide zij, terwijl ze Marcel de kaart liet zien, die zij +gecoupeerd had; „dat is schoppen, de kleur van den dood. En hier +klaveren,” voegde zij er vroolijk aan toe. „We krijgen +geld.”</p> +<p>Marcel wist niet wat hij moest zeggen bij die helderziende +ijlkoortsen van dit ongelukkige schepseltje, dat, zooals zij zeide, de +wormen reeds aan zich voelde vreten.</p> +<p>Na een uur kwam Rodolphe terug. Hij bracht Schaunard en Colline +mede. De musicus had zijn zomerjas aan: hij had, zoodra hij gehoord +had, dat Mimi ziek was <span class="pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name="pb376">376</a>]</span>zijn winterjas verkocht, om +Rodolphe geld te kunnen leenen. Colline van zijn kant had verschillende +boeken van de hand gedaan. Weliswaar had hij liever een arm of been +verzilverd, maar Schaunard had hem aan zijn verstand gebracht, dat men +met zijn arm of been niets beginnen kan, waarom hij maar besloten had +van zijn lievelingen afstand te doen.</p> +<p>Mimi spande al haar krachten in om haar oude vrienden met een +vroolijk gezicht te ontvangen.</p> +<p>„Ik ben niet ondeugend meer,” zeide zij tot hen, +„en Rodolphe heeft mij vergiffenis geschonken. Als hij mij bij +zich wij houden, zal ik klompen aantrekken en een halsdoek omdoen. +Zijde is niet goed voor mijn gezondheid,” voegde zij er met een +hartverscheurend glimlachje aan toe.</p> +<p>Op aandringen van Marcel had Rodolphe een van zijn vrienden, die pas +dokter geworden was, laten halen. Het was dezelfde, die vroeger de +kleine Francine behandeld had. Toen hij kwam, liet men hem met Mimi +alleen.</p> +<p>Rodolphe was door Marcel reeds te voren op de hoogte gebracht van +den gevaarlijken toestand, waarin Mimi verkeerde. Toen de dokter Mimi +onderzocht had, zeide hij tot Rodolphe:</p> +<p>„Je kunt haar hier niet houden. Slechts een wonder kan haar +redden. Zij moet naar het ziekenhuis. Ik zal je een brief voor de +Pitié geven; een van mijn kennissen is daar assistent; ik zal +hem vragen haar te behandelen. Als zij de lente haalt, kunnen we haar +misschien nog heelemaal beter maken; maar als zij hier blijft, is het +binnen acht dagen afgeloopen.”</p> +<p>„Ik zal het haar nooit durven voorstellen,” zeide +Rodolphe.</p> +<p>„Ik heb het haar al gezegd,” antwoordde de dokter, +„en zij vindt het goed. Morgen zal ik je een formulier voor de +Pitié zenden.” <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377" name="pb377">377</a>]</span></p> +<p>„Beste jongen,” zeide Mimi tot Rodolphe, „de +dokter heeft gelijk. Je zoudt me hier niet kunnen verplegen, zooals het +behoort; je moet mij naar het ziekenhuis laten gaan. O, ik zou nu +zòò graag blijven leven, dat ik de rest van mijn leven +mijn linkerhand in het vuur zou houden, als ik de jouwe in mijn rechter +mocht hebben. Je komt me toch zeker dikwijls opzoeken. Kom wees niet +zoo bedroefd: ik zal daar goed verpleegd worden, heeft de dokter +gezegd. Je krijgt kalfssoep in het ziekenhuis, en het is er warm. En +terwijl ik daar aan het opknappen ben, moet jij werken, om geld te +verdienen; en wanneer ik weer beter ben, kom ik weer bij je terug en +blijf ik altijd bij je. Ik heb nu heel veel hoop. Ik kom even knap als +vroeger terug. Vroeger, toen ik je nog niet kende, ben ik ook eens ziek +geweest, en toen ben ik ook beter geworden. En in dien tijd was ik niet +gelukkig, en het zou beter geweest zijn, als ik toen maar gestorven +was. Nu ik jou teruggevonden heb en wij nog gelukkig kunnen zijn, +zullen ze me ook wel beter maken, want ik zal me krachtig tegen de +ziekte verzetten. Ik zal alle leelijke drankjes, die ze me geven, +slikken, en de dood zal me alleen maar met geweld van je kunnen nemen. +Geef den spiegel eens, het is net, of ik al weer een kleur krijg. +Ja,” zeide zij, terwijl zij in den spiegel keek, „mijn +mooie tint komt alweer terug. En kijk, mijn handen zijn nog altijd +mooi; geef er nog eens een zoen op; het zal heusch de laatste keer niet +zijn, jongenlief!”</p> +<p>Toen zij dit gezegd had, sloeg zij haar armen om zijn hals en +bedekte zijn gezicht onder haar loshangende haren.</p> +<p>Voor zij naar het ziekenhuis ging, wilde zij nog een avond met al de +vroegere vrienden samen zijn.</p> +<p>„Laat me lachen,” zeide zij; „vroolijkheid is voor +een mensch het beste geneesmiddel. Die slaapmuts van een vicomte heeft +mij ziek gemaakt. Hij wou me orthographie leeren, stel je voor; wat +moest ik daarmede beginnen? En zijn vrienden—lieve God, wat een +kerels! Je reinste hoenderhof, <span class="pagenum">[<a id="pb378" +href="#pb378" name="pb378">378</a>]</span>waarin de vicomte de pauw +was. Hij merkte, God betert, zijn eigen linnengoed. Als hij ooit +trouwt, krijgt hij vast de kinderen.”</p> +<p>Niets kon aangrijpender zijn dan deze opgewekte stemming, die, om +zoo te zeggen, den dood van het lichaam overleefde. Slechts met +inspanning van al hun geestkracht slaagden de bohémiens erin hun +tranen terug te houden en het gesprek in den schertsenden toon te +houden, waarin het gebracht was door dat arme kind, voor wie het +noodlot zoo vlug het linnen voor haar laatste kleed weefde.</p> +<p>Den volgenden ochtend kreeg Rodolphe het formulier voor het +ziekenhuis. Mimi kon onmogelijk meer loopen: ze moest in het rijtuig +worden gedragen. Tijdens het rijden leed zij vreeselijk onder de +schokken. Maar het laatste, dat bij vrouwen sterft, de ijdelheid, +overwon ook nu nog die pijnen: twee of driemaal liet zij het rijtuig +voor mode-magazijnen stil staan, om naar de étalages te +kijken.</p> +<p>Toen zij in de op het formulier aangegeven zaal kwam, voelde Mimi +haar hart samenkrimpen; een inwendige stem zeide haar, dat zij haar +leven tusschen deze kale, droefgeestige muren zou eindigen. Al haar +wilskracht moest zij te hulp roepen, om den somberen indruk, die haar +had doen rillen, voor Rodolphe te verbergen.</p> +<p>Toen zij te bed lag, omhelsde zij hem voor de laatste maal en drukte +hem op het hart haar den volgenden Zondag te komen opzoeken.</p> +<p>„Het ruikt hier zoo akelig,” zeide zij; „breng +bloemen voor me mee, viooltjes, die zijn er nog!”</p> +<p>„Ja,” zeide Rodolphe; „adieu, tot +Zondag!”</p> +<p>En hij trok de gordijnen dicht. Toen Mimi hoorde hoe de stappen van +haar geliefde zich steeds verder verwijderden, kreeg zij plotseling een +koortsaanval. Zij sloeg wild de gordijnen open, boog zich half uit haar +bed en riep met een door tranen verstikte stem: <span class="pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379" name="pb379">379</a>]</span></p> +<p>„Rodolphe, neem me weer mee; ik wil weg!”</p> +<p>De zuster kwam naar haar toe en trachtte haar te kalmeeren.</p> +<p>„O,” steunde Mimi; „ik zal hier +sterven!”</p> +<p>’s Zondagsochtends, den dag dat hij Mimi zou gaan opzoeken, +herinnerde Rodolphe zich, dat hij haar beloofd had viooltjes mee te +zullen brengen. Door een poëtisch bijgeloof gedreven, ging hij, +niettegenstaande het vreeselijke weer, te voet naar de bosschen van +Aulnay en Fontenay, waar hij zoo dikwijls met haar geweest was, om daar +zelf de bloemen te zoeken, waarom zij hem gevraagd had. Twee uur lang +dwaalde hij door het met sneeuw bedekte kreupelhout en lichtte met een +klein stokje de struiken en het heidekruid op, tot hij eindelijk een +paar viooltjes vond vlak bij het struikgewas langs den vijver van Le +Plessis, hun lievelingsplekje, waar ze altijd heengingen, als ze buiten +waren.</p> +<p>Toen hij op den terugweg naar Parijs door het dorp Châtillon +kwam, zag hij op het kerkplein een doopstoet en daarbij een van zijn +vrienden, die met een zangeres van de Opéra peet was.</p> +<p>„Wat voer jij hier uit?” vroeg hij, verwonderd Rodolphe +daar te zien.</p> +<p>De dichter vertelde wat er gebeurd was.</p> +<p>De jonge man, die Mimi gekend had, werd door het verhaal zeer +aangegrepen. Hij haalde een doos bonbons uit zijn zak en gaf die aan +Rodolphe.</p> +<p>„Die arme Mimi, geef haar dit uit mijn naam en zeg, dat ik +eens naar haar kom kijken!”</p> +<p>„Als je dat wil, moet je je haasten, anders zou je te laat +kunnen komen,” zeide Rodolphe en ging verder.</p> +<p>Toen hij in het hospitaal kwam, vloog Mimi, die zich niet meer +bewegen kon, hem met een blik om de hals.</p> +<p>„Ha, daar zijn mijn bloemen!” riep zij, terwijl een +glimlach van geluk om haar lippen speelde. <span class="pagenum">[<a id="pb380" href="#pb380" name="pb380">380</a>]</span></p> +<p>Rodolphe vertelde haar zijn pelgrimstocht naar het struikgewas langs +den vijver, dat het paradijs van hun liefde geweest was.</p> +<p>„Lieve bloemen!” zeide het arme kind, terwijl zij de +viooltjes kuste.</p> +<p>Ook de bonbons vielen in haar smaak.</p> +<p>„Ze hebben me dus nog niet heelemaal vergeten!” zeide +zij. „Wat zijn jullie toch allemaal goed. Ik mag al je vrienden +graag, Rodolphe!”</p> +<p>Het samenzijn was bijna vroolijk te noemen. Ook Schaunard en Colline +waren gekomen. De zuster moest hen tot weggaan aansporen, daar de +bezoektijd reeds lang voorbij was.</p> +<p>„Vaarwel!” zeide Mimi; „tot Donderdag dus! En zorg +op tijd te zijn!”</p> +<p>Toen Rodolphe den volgenden avond thuis kwam, vond hij een brief van +een jongen assistent uit het ziekenhuis, aan wien hij Mimi bijzonder +aanbevolen had. De brief bevatte slechts deze woorden:</p> +<p>„Amice, ik moet je een treurige tijding geven: No. 8 is dood. +Toen ik vanochtend door de zaal kwam, vond ik het bed leeg.”</p> +<hr class="tb"> +<p>Rodolphe viel op een stoel neer, maar geen tranen kwamen hem +verlichting brengen. Toen Marcel later op den avond bij hem kwam, vond +hij zijn vriend nog in dezelfde wezenlooze houding; met een handgebaar +wees Rodolphe hem op den brief.</p> +<p>„Arme meid!” zeide Marcel.</p> +<p>„Het is vreemd,” merkte Rodolphe op; „ik voel +niets. Zou mijn liefde reeds gestorven zijn, toen ik hoorde, dat Mimi +sterven moest?”</p> +<p>„Wie zal het zeggen?” mompelde de schilder.</p> +<p>Mimi’s dood veroorzaakte in den kring der bohémiens een +groote ontroering. <span class="pagenum">[<a id="pb381" href="#pb381" +name="pb381">381</a>]</span></p> +<p>Acht dagen later ontmoette Rodolphe op straat den assistent, die hem +den dood van zijn vriendinnetje gemeld had.</p> +<p>„Beste Rodolphe,” zeide hij, „je neemt het me toch +niet al te kwalijk, dat ik je door mijn voorbarigheid verdriet gedaan +heb?”</p> +<p>„Wat bedoel je?” vroeg Rodolphe verwonderd.</p> +<p>„Wat? .... Weet je het niet? Heb je haar dan niet meer +gezien?”</p> +<p>„Wie?” schreeuwde Rodolphe.</p> +<p>„Maar Mimi natuurlijk!”</p> +<p>„Wat?” stamelde de dichter, die doodsbleek werd.</p> +<p>„Ik had me vergist. Toen ik je die vreeselijke tijding +schreef, was ik het slachtoffer van een dwaling. Kijk eens, ik was in +twee dagen niet in het ziekenhuis geweest. Toen ik den derden dag weer +terugkwam, vond ik het bed van je vrouw leeg. Op mijn vraag aan de +zuster waar de zieke was, kreeg ik ten antwoord, dat zij ’s +nachts gestorven was. De zaak zit zoo in elkaar. Tijdens mijn +afwezigheid was Mimi naar een andere zaal gebracht. In bed No. 8 hadden +ze een andere vrouw gelegd, die nog denzelfden dag gestorven is. Dat is +de oorzaak van mijn vergissing. Den dag, nadat ik je geschreven had, +vond ik Mimi in een zaal ernaast. Jouw wegblijven had haar vreeselijk +veel verdriet gedaan; zij gaf me een brief voor je, dien ik dadelijk +naar je kamer gebracht heb.”</p> +<p>„Lieve God!” riep Rodolphe uit; „vanaf het +oogenblik dat ik dacht, dat Mimi dood was, ben ik niet meer op mijn +kamer geweest. Ik heb hier en daar bij mijn vrienden geslapen. Mimi +leeft. God, wat moet zij wel van mijn wegblijven denken! Arme, arme +meid! En hoe is het met haar? Wanneer heb je haar voor het laatst +gezien?”</p> +<p>„Eergisterenochtend. Zij was niet erger en niet beter, maar +zij is erg ongerust over jou, ze denkt, dat je ziek bent!” +<span class="pagenum">[<a id="pb382" href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span></p> +<p>„Ga dadelijk met me naar de Pitié,” zeide +Rodolphe; „ik moet ze zien.”</p> +<p>„Wacht hier een oogenblik,” zeide de assistent, toen zij +bij den ingang van het ziekenhuis waren, „ik zal den directeur +vragen, of je haar zien mag.”</p> +<p>Rodolphe wachtte een kwartier in de vestibule. Toen kwam de +assistent terug, greep de hand van den dichter en zeide:</p> +<p>„Je moet maar denken, beste kerel, dat de brief, dien ik je +acht dagen geleden geschreven heb, waarheid gesproken heeft.”</p> +<p>„Wat?” zeide Rodolphe, terwijl hij wankelde en steun +zocht tegen een pilaar; „Mimi.....”</p> +<p>„Vanochtend om vier uur.”</p> +<p>„Breng mij naar de snijkamer, dan kan ik ze nog eenmaal +zien,” vroeg Rodolphe.</p> +<p>„Daar is ze niet meer,” zeide de dokter. En terwijl hij +den dichter op een grooten wagen wees, die op de binnenplaats stond +voor een gebouw, waarboven het woord: Snijkamer te lezen was, voegde +hij eraan toe:</p> +<p>„Daarin is zij.”</p> +<p>Het was inderdaad de lijkwagen, waarin de niet opgevraagde lijken +naar de gemeenschappelijke graven gebracht worden.</p> +<p>„Adieu,” zeide Rodolphe tot den assistent.</p> +<p>„Wil ik soms met je meegaan?” vroeg deze.</p> +<p>„Neen, dank je,” zeide Rodolphe, terwijl hij zich +langzaam verwijderde. „Ik wil alleen zijn!” <span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name="pb383">383</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e8278" href="#xd20e8278src" name="xd20e8278">1</a></span> Een +persoon uit de Grieksche mythologie met honderd armen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e8312" href="#xd20e8312src" name="xd20e8312">2</a></span> Bekende +persoon uit don Quichotte.</p> +</div> +</div> +<div id="ch23" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divHead"> +<h2 id="xd20e8777" class="label">Hoofdstuk XXIII.</h2> +<h2 class="main">Men is slechts eens jong.</h2> +</div> +<div class="divBody"> +<p class="first">Een jaar na Mimi’s dood vierden Rodolphe en +Marcel, die steeds bij elkaar gebleven waren, met een feest hun intrede +in de officieele wereld. Marcel, die eindelijk tot den Salon was +toegelaten, had er twee schilderijen geëxposeerd, waarvan er een +gekocht was door een rijken Engelschman, een vroegeren minnaar van +Musette. Met de opbrengst van dien verkoop en met die van een hem door +de regeering opgedragen werk, had Marcel het grootste gedeelte van zijn +oude schulden afgelost, zich in een fatsoenlijke woning +geïnstalleerd en een echt atelier ingericht. Bijna tegelijk waren +Schaunard en Rodolphe voor het publiek getreden, dat over den naam en +het fortuin van kunstenaars beslist, de eerste met een album liederen, +die op alle concerten gezongen werden en die zijn naam vestigden; de +tweede met een boek, waarmede de kritiek zich een maand lang bezig +hield. Barbemuche had zich sedert lang uit het bohème leven +teruggetrokken, terwijl Gustave Colline een erfenis gekregen en een +rijk huwlijk gedaan had en nu avondjes gaf, waarop muziek gemaakt en +koekjes gegeten werden.</p> +<p>Op een avond, dat Rodolphe in <span class="ex">zijn</span> fauteuil +en met zijn voeten op <span class="ex">zijn</span> tapijt zat, zag hij +Marcel opgewonden binnenkomen.</p> +<p>„Weet je wat mij overkomen is?” vroeg hij.</p> +<p>„Neen,” antwoordde de dichter. „Ik weet alleen, +dat <span class="pagenum">[<a id="pb384" href="#pb384" name="pb384">384</a>]</span>ik bij je geweest ben, dat je beslist thuis was +en dat je me niet hebt willen open doen.”</p> +<p>„Ik heb je wel gehoord. Raad eens wie bij mij was.”</p> +<p>„Hoe zou ik dat weten?”</p> +<p>„Musette! Zij is gisteravond als débardeur<a class="noteref" id="xd20e8803src" href="#xd20e8803" name="xd20e8803src">1</a> +bij me binnen komen vallen.”</p> +<p>„Musette? Heb jij Musette teruggevonden?” vroeg Rodolphe +met iets van spijt in zijn stem.</p> +<p>„Maak je niet ongerust! de vijandelijkheden zijn niet hervat. +Musette is den laatsten nacht van haar bohème-leven bij mij +komen doorbrengen.”</p> +<p>„Wat bedoel je daarmee?”</p> +<p>„Zij gaat trouwen.”</p> +<p>„Wat!” riep Rodolphe uit. „En met wien, lieve +hemel?<span class="corr" id="xd20e8817" title="Niet in bron">”</span></p> +<p>„Met een postmeester, den voogd van haar laatsten minnaar, een +type, naar het schijnt. Musette heeft tegen hem gezegd: „Waarde +heer, alvorens ik u definitief mijn hand geef en met u naar het +stadhuis rijd, wil ik nog eerst acht dagen volkomen vrijheid. Ik moet +mijn zaken regelen en ik wil mijn laatste glas champagne drinken, mijn +laatsten quadrille dansen en mijn vriend Marcel, die net zoo goed is +als ieder ander, een laatsten kus geven.” Acht dagen lang heeft +het lieve kind naar mij gezocht, tot ze gisteravond juist op een +oogenblik, dat ik aan haar dacht, bij mij is komen binnenvallen. Wij +hebben een treurigen nacht gehad ..... het was lang dat van vroeger +niet, lang niet. Wij zagen er net uit als een slechte copie van een +meesterwerk. Ik heb naar aanleiding van deze laatste scheiding een +klein klaaglied gemaakt, dat ik je voorjammeren zal, als je het goed +vindt.”</p> +<p>En toen begon hij eenige coupletten te neuriën ...</p> +<hr class="tb"> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb385" href="#pb385" name="pb385">385</a>]</span></p> +<p>„Nou ben je toch zeker wel gerustgesteld,” zeide Marcel, +toen hij uitgejammerd had; „mijn liefde voor Musette is zoo dood +als een pier, dat bewijst dit treurige treurlied wel.”</p> +<p>„Arme kerel!” zeide Rodolphe; „je verstand +duelleert met je hart; pas op, dat het laatste niet gedood +wordt.”</p> +<p>„Dat is al gebeurd,” antwoordde de dichter; „het +is afgeloopen met ons, we zijn dood en begraven. Je bent maar eens +jong. Waar dineer je vanavond?”</p> +<p>„Als je het goed vindt, kunnen we voor twaalf sous in ons oud +restaurant in de rue du Four gaan eten, waar je nog van die echte +dorpsborden hebt, en waar je, als je klaar bent, nog steeds trek +hebt.”</p> +<p>„Neen, dank je wel,” antwoordde Marcel. „Ik wil +wel nog eens praten over het verleden, maar dan bij een goed glas wijn +in een makkelijken fauteuil. Ach ja, ik ben nu eenmaal verdorven. Ik +houd alleen nog maar van wat goed is.”</p> +<p class="trailer xd20e8837">EINDE.</p> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386" name="pb386">386</a>]</span></p> +</div> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e8803" href="#xd20e8803src" name="xd20e8803">1</a></span> +Débardeur = iemand, die tijdens het carnavalsfeest als +houtdrager gecostumeerd rondloopt.</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first">DE MEULENHOFF-EDITIE</p> +<p>WIL EEN GOED BOEK IN EEN GOED KLEED GEVEN VOOR WEINIG GELD.</p> +<p>Wij laten hier de titels volgen die reeds verschenen zijn.</p> +<p>No. 1. DE POLITIE-SPION. <i>Roman uit den tijd van de Revolutie in +Rusland, door Maxim Gorki</i> f 0.75</p> +<p>(<i>Uitverkocht</i>.)</p> +<p>No. 2. SARAH BERNHARDT, <i>Gedenkschriften door haar zelf +geschreven.</i>— <i>Jeugd.</i>—<i>Eerste Tooneeljaren.</i> +<i>2e druk.</i> (<i>6e–10e duizendtal</i>) f 0.75</p> +<p>No. 3. HET HUWELIJK VAN EEFKE BRIEST. <i>Roman door Th. Fontane. 2e +druk</i> f 0.75</p> +<p>No. 4. NAPOLEON. <i>Opkomst en Grootheid. Met illustratiën, +door H. P. Geerke 6e–10e duizendt</i><span class="corr" id="xd20e8885" title="Niet in bron">.</span> f 0.75</p> +<p>No. 5. WALLY, <i>De Roman van een Kellnerin, door Edw. Stillgebauer. +2e druk</i> f 0.75</p> +<p>No. 6. DE FRAAIE COMEDIE. <i>Een Haagsch Verhaal, door Henri van +Booven</i> f 0.75</p> +<p>No. 7. SARAH BERNHARDT. <i>Gedenkschriften door haar zelf +geschreven.—Na den oorlog. Sarah Bernhardt als +„Ster”</i> f 0.75</p> +<p>No. 8. LIEFDE, <i>door Björnstjerne Björnson. Uit het +Noorsch door Cl. Bienfait</i> f 0.85</p> +<p>No. 9. DE VAL VAN NAPOLEON, <i>door A. Kielland en H. P. Geerke. +Geïllustreerd</i> f 0.75</p> +<p>No. 10. ALS HET IJZER GESMEED WORDT. <i>Roman door Clara Viebig</i> +f 0.85</p> +<p>No. 11. RICHARD WAGNER. <i>Zijn leven en werken, door J. Hartog. +Rijk geïllustreerd</i> f 0.95</p> +<p>No. 12. KIPPEVEER <i>of het Geschaakte Meisje. Roman door Cosinus. +419 bladzijden. Deel I. 5e druk.</i> (<i>25e–30e duizendt.</i>) f +0.85</p> +<p>No. 13. KIPPEVEER <i>of het Geschaakte Meisje. Roman door Cosinus. +381 bladzijden. Deel II. 5e druk.</i> (<i>25e–30e duizendt.</i>) +f 0.85</p> +<p>No. 14. GALERIJ <i>van beroemde Fransche Tooneelspelers. Hun intiem +leven anecdotisch beschreven, door J. H. van der Hoeven, met vele +illustraties</i> f 0.75</p> +<p>No. 15. MONNA VANNA, <i>door M. Maeterlinck, vertaling van Frans +Mijnssen, met 1 portret, 4e druk</i> f 0.65 <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name="pb387">387</a>]</span></p> +<p>No. 16. HET HEKSENLIED, <i>door Von Wildenbruch, op maat overgezet +voor de muziek van Max Schillings door Fr. Pauwels</i> f 0.45</p> +<p>No. 17. EEN VROUWENBIECHT. <i>Oorspronkelijke roman door G. van +Hulzen</i> f 0.85</p> +<p>No. 18. MARIE ANTOINETTE. <i>Jeugd.—Eerste jaren der +Revolutie, door Cl. Tschudi. Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf +door J. Clant van der Mijll-Piepers. Met vele illustraties</i> f +0.85</p> +<p>No. 19. DRAMATISCHE WERKEN. <i>door Björnstjerne Björnson. +Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf vertaald door Marg. Meijboom. +Drie spelen van recht: De Jonggehuwden; Een handschoen; Leonarda</i> f +0.85</p> +<p>No. 20. MARIE ANTOINETTE EN DE REVOLUTIE, <i>door Cl. Tschudi. naar +de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der +Mijll-Piepers. Met vele illustraties. 469 bladz.</i> f 0.95</p> +<p>No. 21. HALFBLOED. <i>Een huwelijk in de tropen. Roman door A. +Perrin. Vertaald door D. Jacobson</i> f 0.85</p> +<p>No. 22. NA HET DERDE KIND. <i>Roman door H. von Mühlau, +vertaald door Anna van Gogh-Kaulbach</i> f 0.75</p> +<p>No. 23. VERLOVING EN HUWELIJK IN VROEGER DAGEN, <i>door Prof. Dr. L. +Knappert. Rijk geïllustreerd</i> f 0.95</p> +<p>No. 24. DE OORLOG. <i>Geïllustreerde geschiedenis van den +Wereldoorlog, door H. P. Geerke en G. A. Brands. Deel I. Rijk +geïllustreerd</i> f 0.95</p> +<p>No. 25. OPGANG. <i>De roman van een vrouwenleven. Oorspronkelijke +roman van Anna van Gogh-Kaulbach</i> f 0.95 <i>In extra fraaien +band</i>— 1.50</p> +<p>No. 26. „DE WAPENS NEER”. <i>Roman van Bertha von +Suttner. Deel I.</i> (<i>8e–12e duizendtal der nieuwe +uitgave</i>) f 0.85</p> +<p>No. 27. „DE WAPENS NEER.” <i>Roman van Bertha von +Suttner. Deel II</i> (<i>8e–12e duizendtal</i>) f 0.85</p> +<p>No. 28. HAREM. <i>Schetsen uit het leven van de Turksche vrouw door +Demetra Vaka</i> <span class="corr" id="xd20e9026" title="Niet in bron">f</span> 0.75</p> +<p>No. 29. ONS MOOIE NEDERLAND. GELDERLAND I, <i>door D. J. van der +Ven. Met 80 kunstplaten naar de natuur. 316 bladz.</i> f 0.95</p> +<p>No. 30. HET SCHANDAAL. <i>Roman van G. van Ompteda</i> f 0.85 +<span class="pagenum">[<a id="pb388" href="#pb388" name="pb388">388</a>]</span></p> +<p>No. 31. <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" +href="http://www.gutenberg.org/ebooks/30592">ACHTER DE SCHERMEN</a>. +<i>Herinneringen van den Impressario J. Schürmann</i> f 0.75</p> +<p>No. 32. BRAND, <i>door Hendrik Ibsen, vertaald door J. Clant van der +Mijll-Piepers</i> f 0.85</p> +<p><i>In extra fraaien band</i> f 1.15</p> +<p>No. 33 HET WONDERE LEVEN DER PADDENSTOELEN, <i>door D. J. van der +Ven, 280 bladz., met 80 photogr. natuuropnamen</i> f 0.95</p> +<p>No. 34. DE LAATSTE DAGEN VAN POMPEJI, <i>door Edw. Bulwer Lytton. +544 bladz.</i> f 0.95</p> +<p><i><span class="corr" id="xd20e9070" title="Bron: in">In</span> +fraaien band</i>— 1.25</p> +<p>No. 35. DE OORLOG. <i><span class="corr" id="xd20e9077" title="Bron: Geillustreerde">Geïllustreerde</span> geschiedenis van den +wereldoorlog, door H. P. Geerke en G. A. Brands. Deel II</i> f 0.95</p> +<p>No. 36. NAPOLEON EN DE VROUWEN, <i>door H. P. Geerke. Rijk +geïllustreerd</i> f 0.95</p> +<p>No. 37. PETRA, <i>door Björnstjerne Björnson. Naar de +oorspronkelijke Noorsche uitgaaf vertaald door Cl. Bienfait</i> f +0.95</p> +<p>No. 38. DE TORENS ZINGEN. <i>Nederlandsche torens en hunne +klokkespelen, door D. J. van der Ven, met 65 photografische +natuuropnamen</i> f 0.95</p> +<p><i>In prachtband</i>— 1.25</p> +<p>No. 39. JEANNE D’ARC. <i>De maagd van Orleans, door H. E. +Koopmans van Boekeren</i> f 0.95</p> +<p><i>In prachtband</i>— 1.25</p> +<p>No. 40. BLOEMEN. <i>Onze wilde bloemen, beschreven door D. J. v. d. +Ven, met 65 photografische natuuropnamen</i> f 0.95</p> +<p><i>In prachtband</i>— 1.25</p> +<p>Geïllustreerde, volledige catalogus, met besprekingen en +aanbevelingen op aanvraag gratis verkrijgbaar bij den uitgever</p> +<p>J. M. MEULENHOFF—AMSTERDAM.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd20e9125width"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="126" height="720"></div> +<p> </p> +<div class="figure xd20e9132width"><img src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="463" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="div1" id="toc"> +<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> +<ul> +<li><a href="#ch1">Hoe de Vriendenkring der Bohème tot stand +kwam.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e150">1</a></span></li> +<li><a href="#ch2">Een gezant der +Voorzienigheid.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1108">41</a></span></li> +<li><a href="#ch3">De liefde in den +Vastentijd.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1411">51</a></span></li> +<li><a href="#ch4">Ali-Rodolphe, of de Turk tegen wil en +dank.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1675">62</a></span></li> +<li><a href="#ch5">De Carolusdaalder.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1927">73</a></span></li> +<li><a href="#ch6">Mademoiselle Musette.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2179">85</a></span></li> +<li><a href="#ch7">De golven van den +Pactolus.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2368">94</a></span></li> +<li><a href="#ch8">Wat een vijffrancsstuk +kost.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2723">108</a></span></li> +<li><a href="#ch9">De witte viooltjes.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3036">119</a></span></li> +<li><a href="#ch10">De Stormkaap.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3215">130</a></span></li> +<li><a href="#ch11">Een Café der +Bohème.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3471">141</a></span></li> +<li><a href="#ch12">Een installatie in de +Bohème.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3742">153</a></span></li> +<li><a href="#ch13">De inwijdingsfuif.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4385">177</a></span></li> +<li><a href="#ch14">Mademoiselle Mimi.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4638">188</a></span></li> +<li><a href="#ch15">Donec gratus.....</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5011">211</a></span></li> +<li><a href="#ch16">De doortocht door de Roode +Zee.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5253">223</a></span></li> +<li><a href="#ch17">Het toilet der +Gratiën.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5624">234</a></span></li> +<li><a href="#ch18">De Mof van Francine.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e6026">256</a></span></li> +<li><a href="#ch19">De grillen van Musette.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e6512">286</a></span></li> +<li><a href="#ch20">Mimi in zijde en +fluweel.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7225">314</a></span></li> +<li><a href="#ch21">Romeo en Julia.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7559">335</a></span></li> +<li><a href="#ch22">Mimi’s dood.</a> +<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7820">346</a></span></li> +<li><a href="#ch23">Men is slechts eens +jong.</a> <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e8777">383</a></span></li> +</ul> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen +poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in +het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd +met het corr-element.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e189">4</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1644">60</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e2934">115</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4710">194</a>, <a class="pageref" href="#xd20e6423">280</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e7497">333</a>, <a class="pageref" href="#xd20e7903">352</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">poezie</td> +<td class="width40" valign="bottom">poëzie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e619">22</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">erwijl</td> +<td class="width40" valign="bottom">terwijl</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e664">24</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1752">65</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e2718">107</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8885">386</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e709">26</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1163">42</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1278">46</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2776">110</a>, <a class="pageref" href="#xd20e3709">151</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e4021">162</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5609">233</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">„</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e748">28</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1610">58</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e3959">160</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">,</td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e871">32</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">re</td> +<td class="width40" valign="bottom">ré</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e947">35</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1039">37</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e2743">109</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4795">199</a>, <a class="pageref" href="#xd20e6725">294</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e6813">300</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +<td class="width40" valign="bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1055">38</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5723">238</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">”,</td> +<td class="width40" valign="bottom">,”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1069">38</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Gamacho</td> +<td class="width40" valign="bottom">Camacho</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1090">39</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">behooren</td> +<td class="width40" valign="bottom">behoorenden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1148">42</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">l’Hótel</td> +<td class="width40" valign="bottom">l’Hôtel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1153">42</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1773">67</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e1862">70</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2114">81</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2278">89</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e2288">90</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2610">104</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2660">106</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e2803">111</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2928">114</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4751">197</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e4968">209</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5276">225</a>, <a class="pageref" href="#xd20e6900">303</a>, +<a class="pageref" href="#xd20e7369">325</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8817">384</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1175">42</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">symptonen</td> +<td class="width40" valign="bottom">symptomen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1513">55</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1614">58</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1564">56</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">ó</td> +<td class="width40" valign="bottom">ô</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1741">65</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +<td class="width40" valign="bottom">?</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1839">69</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">vinden</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1959">74</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1967">74</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +<td class="width40" valign="bottom">:</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2003">75</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">moet</td> +<td class="width40" valign="bottom">moeten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2233">88</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">,</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2515">101</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">paket</td> +<td class="width40" valign="bottom">pakket</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2573">103</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">specimem</td> +<td class="width40" valign="bottom">specimen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2711">107</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Baptitste</td> +<td class="width40" valign="bottom">Baptiste</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2844">112</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Vindt</td> +<td class="width40" valign="bottom">Vind</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3317">134</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Drieeenheid</td> +<td class="width40" valign="bottom">Drieëenheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3516">143</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">antwoorden</td> +<td class="width40" valign="bottom">antwoordden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3583">145</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Saint Denis</td> +<td class="width40" valign="bottom">Saint-Denis</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3589">145</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">trictracspel</td> +<td class="width40" valign="bottom">tric-tracspel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3820">156</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">huwlijk</td> +<td class="width40" valign="bottom">huwelijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3835">157</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5155">219</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">”</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3851">157</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">vindt</td> +<td class="width40" valign="bottom">vind</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3896">158</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">werkellijk</td> +<td class="width40" valign="bottom">werkelijk</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3923">159</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">gymnaisum</td> +<td class="width40" valign="bottom">gymnasium</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3964">160</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">terechtwijziging</td> +<td class="width40" valign="bottom">terechtwijzing</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4014">162</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">aangstoken</td> +<td class="width40" valign="bottom">aangestoken</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4081">165</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">in ze</td> +<td class="width40" valign="bottom">ze in</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4088">166</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">instellen</td> +<td class="width40" valign="bottom">in te stellen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4125">167</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">catologus</td> +<td class="width40" valign="bottom">catalogus</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4162">168</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Rouseau’s</td> +<td class="width40" valign="bottom">Rousseau’s</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4292">173</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Francois</td> +<td class="width40" valign="bottom">François</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4314">174</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Bereidt</td> +<td class="width40" valign="bottom">Bereid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4330">174</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Colilne</td> +<td class="width40" valign="bottom">Colline</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4457">180</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">lyrisch-poetische</td> +<td class="width40" valign="bottom">lyrisch-poëtische</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4464">180</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">er</td> +<td class="width40" valign="bottom">en</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4517">182</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">koel</td> +<td class="width40" valign="bottom">koelt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4644">188</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">levenlust</td> +<td class="width40" valign="bottom">levenslust</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4692">192</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">laison</td> +<td class="width40" valign="bottom">liaison</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4695">192</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">aristrocatisch</td> +<td class="width40" valign="bottom">aristocratisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4713">194</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">kniën</td> +<td class="width40" valign="bottom">knieën</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4771">198</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">das</td> +<td class="width40" valign="bottom">des</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4862">203</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">maitresse</td> +<td class="width40" valign="bottom">maîtresse</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4869">204</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">had</td> +<td class="width40" valign="bottom">hadden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5091">215</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">souvernir</td> +<td class="width40" valign="bottom">souvenir</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5107">216</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Opéra</td> +<td class="width40" valign="bottom">Opera</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5199">220</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Laura</td> +<td class="width40" valign="bottom">Laure</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5332">228</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Academie</td> +<td class="width40" valign="bottom">Académie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5555">231</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">bohémens</td> +<td class="width40" valign="bottom">bohémiens</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5736">239</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">akei</td> +<td class="width40" valign="bottom">lakei</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5761">241</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">lichtzinnnigheid</td> +<td class="width40" valign="bottom">lichtzinnigheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5908">249</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">mylord</td> +<td class="width40" valign="bottom">milord</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5925">250</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">wet</td> +<td class="width40" valign="bottom">wat</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5931">250</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">gerecht vaardigde</td> +<td class="width40" valign="bottom">gerechtvaardigde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5934">250</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">mosst</td> +<td class="width40" valign="bottom">moest</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5961">251</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">.</td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6182">265</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">terwij</td> +<td class="width40" valign="bottom">terwijl</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6466">283</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8299">361</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">antwoodde</td> +<td class="width40" valign="bottom">antwoordde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6524">286</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Colljne</td> +<td class="width40" valign="bottom">Colline</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6563">288</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Collein</td> +<td class="width40" valign="bottom">Colline</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6625">290</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">steed</td> +<td class="width40" valign="bottom">steeds</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6664">292</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">dïtmaal</td> +<td class="width40" valign="bottom">ditmaal</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6686">293</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">bovondien</td> +<td class="width40" valign="bottom">bovendien</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6739">295</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6808">300</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Sinonie</td> +<td class="width40" valign="bottom">Sidonie</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7056">308</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">vroegde</td> +<td class="width40" valign="bottom">voegde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7070">308</a>, <a class="pageref" href="#xd20e7398">327</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">liason</td> +<td class="width40" valign="bottom">liaison</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7202">313</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">”</td> +<td class="width40" valign="bottom">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7251">318</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">plotesling</td> +<td class="width40" valign="bottom">plotseling</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7319">322</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">dropgel</td> +<td class="width40" valign="bottom">droppel</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7741">344</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">poetisch</td> +<td class="width40" valign="bottom">poëtisch</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7852">348</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">:;</td> +<td class="width40" valign="bottom">;</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e9026">387</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40" valign="bottom">f</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e9070">388</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">in</td> +<td class="width40" valign="bottom">In</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e9077">388</a></td> +<td class="width40" valign="bottom">Geillustreerde</td> +<td class="width40" valign="bottom">Geïllustreerde</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS *** + +***** This file should be named 35741-h.htm or 35741-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/5/7/4/35741/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/35741-h/images/back.jpg b/35741-h/images/back.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..117484d --- /dev/null +++ b/35741-h/images/back.jpg diff --git a/35741-h/images/cover.jpg b/35741-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e35cc97 --- /dev/null +++ b/35741-h/images/cover.jpg diff --git a/35741-h/images/spine.jpg b/35741-h/images/spine.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b2a2d86 --- /dev/null +++ b/35741-h/images/spine.jpg diff --git a/35741-h/images/titlepage.gif b/35741-h/images/titlepage.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7fe6d0d --- /dev/null +++ b/35741-h/images/titlepage.gif diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..40e91b2 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #35741 (https://www.gutenberg.org/ebooks/35741) diff --git a/old/35741-8.txt b/old/35741-8.txt new file mode 100644 index 0000000..5ea4a54 --- /dev/null +++ b/old/35741-8.txt @@ -0,0 +1,14366 @@ +The Project Gutenberg EBook of Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Kunstenaarsleven te Parijs + Roman uit het Bohème-leven + +Author: Henri Murger + +Editor: W. J. A. Roldanus Jr. + +Release Date: April 1, 2011 [EBook #35741] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg + + + + + + + + + KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS + + Roman uit het Bohème-leven + + Door + + HENRI MURGER + Bewerkt door W. J. A. Roldanus Jr. + + + + Uitgegeven door J. M. Meulenhoff + te Amsterdam op het Damrak 88 + + + + + + +HOOFDSTUK I. + +HOE DE VRIENDENKRING DER BOHÈME TOT STAND KWAM. + + +Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici den zaakwaarnemer +van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de individuen met +elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke samenhoorigheid +later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit dat deel +der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht heeft aan het +publiek te doen leeren kennen. + +Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die +twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende, +plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien +hij als wekker gebruikte, hem toezong. + +"Allemachtig!" riep Schaunard uit, "mijn gevederde wekker loopt voor; +het kan nog onmogelijk vandaag zijn." + +Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij +na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat 's nachts +de rol van bed speelde--en niet om er wat van te zeggen, maar het +speelde die vrij slecht--, terwijl het overdag die van alle andere +meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude, die den +vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden: een +soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet. + +Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot +Schaunard inderhaast een rose zijden en met sterretjes en loovertjes +bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud +was op een bal-masqué-nacht bij den artist achtergelaten door een +Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de +bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de +Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen +van een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door +een uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg +geleend. + +Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam en +het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in +de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten, +wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de +buurt vijf uur. + +"De ochtendstond in eigen persoon," mompelde Schaunard in zichzelf; +"dat is prachtig. Maar," voegde hij eraan toe, een kalender, die aan +den muur hing, raadplegende, "desniettemin is zij leelijk in de war. De +aanwijzingen der wetenschap verzekeren, dat in dezen tijd van het jaar +de zon eerst om half zes moet opgaan; het is pas vijf en nu is zij +al op. Een misdadige ijver! dat hemellichaam is heelemaal van streek; +ik zal een klacht indienen bij de sterrewacht. Intusschen," voegde hij +eraan toe, "zou ik me toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan +maken; het is vandaag de dag, volgende op dien van gisteren, en daar +het gisteren de 7de was, moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt, +vandaag de 8ste April zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift +gelooven mag," zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot, +dat hij aan den muur geplakt had, ging lezen, "moet ik vandaag om +twaalf uur precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn +huisbaas, een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben +voor drie vervallen termijnen huur, die hij in een zeer slecht schrift +van mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er +zich mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het +begint erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin, +ik heb nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik +.... Vooruit .... vooruit, op weg," voegde Schaunard eraan toe. + +Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk +langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te +trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem +gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke +bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie. + +"Kijk, kijk!" riep hij uit, "het is verwonderlijk, zooals de +morgenlucht je op idées brengt; het is net, alsof ik mijn wijsje op +het spoor ben. Even probeeren ...." + +En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het +ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben +gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert +zoo langen tijd zocht, te vervolgen. + +"Do, sol, mi, do, la, si, do, ré, boem, boem. Fa, ré, mi, ré. Nee, +aïe! die ré is zoo valsch als Judas," riep Schaunard uit en sloeg +daarbij zoo hard als hij kon op de noot met den twijfelachtigen +klank. "Laten wij den mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet +schilderen van een jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw +meer ontbladert. Het is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld +noemt. Enfin, het is nu eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk +een uitgever zoudt vinden, die een romance durft uitgeven, waarin +geen blauw meer voorkomt, moet ik me er wel in schikken .... Do, +sol, mi, do, la, si, do, ré; dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft +vrijwel een denkbeeld van een madeliefje, vooral aan menschen, +die sterk zijn in botanie. La, si, do, ré, verdomde ré, loop naar +den bliksem! Om een goed denkbeeld te geven van het blauwe meer, +zou ik nu iets vochtigs, hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs +(want de maan is ook van de partij) noodig hebben; maar laat ik +oppassen, dat ik de zwaan niet vergeet .... Fa, mi, la, sol," ging +Schaunard voort, terwijl hij de heldere noten van de hooge octaven +liet klinken. "Rest nu nog het afscheid van het jonge meisje, dat +besluit zich in het blauwe meer te storten, om zich weer met haar +onder de sneeuw begraven geliefde te vereenigen. Die ontknooping is +niet duidelijk," mompelde Schaunard, "maar zij is interessant. Daar +moet ik iets teers, iets melancholieks voor hebben; daar is het al, +daar is het al, dat zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena's, +het snijdt je door je hart! Brr! Brr!" zeide Schaunard, rillend in +zijn met sterren bezaaiden rok, "als het ook maar hout sneed! Er ligt +in mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen +.... te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la, +la .... ré, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met een +verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik +het jonge meisje verder verdrinken!" + +En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde +Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als +een ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke +de trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen. + +"En laten we nu eens zien," ging Schaunard voort, "hoe mijn muziek +zich aanpast bij de woorden van mijn dichter." + +En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van poëzie, +die speciaal gebruikt wordt voor opéras comiques en ulevelrijmpjes: + + + La blonde jeune fille, + Vers le ciel étoilé, + En ôtant sa mantille, + Jette un regard voilé, + Et dans l'onde azurée + Du lac aux flots d'argent ... + . . . . . . . . + + +"Lieve Hemel!" riep Schaunard in een gerechtvaardigde verontwaardiging +uit, "de hemelsblauwe golf van een zilver meer, dat had ik nog +niet opgemerkt, dat is ten slotte te romantisch, die dichter is een +idioot, hij heeft nog nooit zilver of een meer gezien. Zijn ballade +is bovendien onzin; de caesuur der verzen staat mijn melodie in den +weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf dichten, en niet later +dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik mij in vorm gevoel, +zal ik een kleine schets van coupletten maken, om er mijn melodie +bij aan te passen." + +En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende, +de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen +onderhoudt. + +Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een +van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti +terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om +als voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen. + +Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte vrij +duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd door +de brutale komst van dezen datum: den achtsten April. + +Ziehier het couplet: + + + Huit et huit font seize, + J'pose six et retiens un. + Je serais bien aise + De trouver quelqu'un + + De pauvre et d'honnête + Qui m' prête huit cents francs, + Pour payer mes dettes + Quand j'aurai le temps. + + Refrein. + + Et quand sonnerait au cadran suprême + Midi moins un quart. + Avec probité je paîrais mon terme (ter.) + A monsieur Bernard. + + +"Duivels," zeide Schaunard, toen hij zijn gedicht herlas, "terme en +suprême zijn nu niet bepaald millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd +om ze rijk te maken. Laten we nu eens zien hoe de noten zich paren +met de lettergrepen." + +En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn +romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat, +dat hij verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een +jubelenden grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens +wanneer hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus +vertoonde. Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur. + +Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong +in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den +ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: "Ben je gereed?" + +De artist sprong op een stoel. + +"De tijd loopt als een hert," zeide hij .... "ik heb nog maar drie +kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn nieuwe woning te +vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het domein der tooverij +gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om het te vinden"; +en zijn hoofd tusschen zijn knieën verbergend, daalde hij af in de +afgronden der overpeinzing. + +Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op, +zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs geleek. + +"Er blijft nog slechts één manier over, om van hier weg te komen, +en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is mooi weer, mijn +vriend het toeval wandelt misschien wel in het zonnetje. Hij moet +me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel gevonden heb, +om mijn zaken met mijnheer Bernard af te wikkelen." + +Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als kelders, +had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten, knoopte +hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop, niet zonder +met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd, zijn kamer. + +Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis, +die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande. + +"Hé, mijnheer Schaunard!" riep hij hem toe, terwijl hij den artist +belette verder te gaan; "u bent toch niet vergeten, dat het vandaag +de 8ste is." + + + "Huit et huit font seize. + J'pose six et retiens un," + + +neuriede Schaunard; "ik denk nergens anders aan." + +"U bent wel wat laat met uw verhuizing," zeide de portier; "het is +half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer gehuurd heeft, kan +ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te maken!" + +"Maar dan moet u mij doorlaten," antwoordde Schaunard; "ik wou juist +een verhuiswagen halen." + +"Dat is prachtig; maar vòòr u verhuist, moet er nog een kleine +formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat u geen haar moogt +meenemen, voordat u de drie vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe +zult u waarschijnlijk wel in staat zijn." + +"Voor den donder," zeide Schaunard, die een pas voorwaarts deed. + +"Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie geven." + +"Ik zal ze, als ik terugkom, wel meenemen." + +"Maar waarom niet dadelijk?" drong de concierge aan. + +"Ik moet geld wisselen .... Ik heb geen kleingeld." + +"Zoo, zoo!" zeide de andere ongerust, "gaat u geld wisselen? Om het u +makkelijk te maken, zal ik zoolang het pakje, dat u onder uw arm hebt, +en dat u zou kunnen hinderen, bewaren." + +"Mijnheer de concierge," zeide Schaunard in het volle besef van zijn +waardigheid; "wantrouwt u mij bij geval ook? Denkt u, dat ik mijn +meubels in een zakdoek meeneem?" + +"Neem me niet kwalijk, mijnheer," antwoordde de concierge, die een +toontje lager begon te zingen, "dat is mijn consigne. Mijnheer Bernard +heeft mij uitdrukkelijk bevolen u geen haar te laten medenemen, +voor u betaald hebt." + +"Maar kijk dan," zeide Schaunard, terwijl hij het pakje open maakte, +"dat zijn geen haren, maar hemden, die ik naar de waschvrouw breng, +die naast den geldwisselaar, twintig pas hiervandaan, woont." + +"Dat is wat anders," merkte de concierge, na den inhoud van het pakje +onderzocht te hebben, op. "Maar zonder indiscreet te willen zijn, +mijnheer Schaunard, zou ik ook uw nieuwe adres mogen weten?" + +"Ik ga in de rue de Rivoli wonen," antwoordde koeltjes de artist, +die, nu hij eenmaal in de straat was, zich zoo gauw mogelijk uit de +voeten maakte. + +"Rue de Rivoli," mompelde de concierge in zichzelf, terwijl hij met +zijn vingers in zijn neus pulkte, "het is wel een beetje vreemd, dat +ze hem in de rue de Rivoli kamers verhuurd hebben en hier heelemaal +geen informaties naar hem zijn komen nemen; het is wel een beetje +vreemd. Enfin, zonder betalen krijgt hij zijn meubels niet mede. Als +de nieuwe huurder nou maar niet net komt als Schaunard bezig is zijn +boeltje weg te halen. Dat zou me op de trap een herrie geven! Lieve +Hemel," zeide hij plotseling, terwijl hij zijn hoofd door het +schuifraampje stak, "daar heb je hem net." + +Gevolgd door een pakjesdrager, die nu niet bepaald onder zijn last +scheen te bezwijken, kwam op dat oogenblik een jonge man met een +witten Louis XIII hoed op, de vestibule binnen. + +"Mijnheer," vroeg hij den concierge, die hem tegemoet ging, "is mijn +appartement vrij?" + +"Nog niet, mijnheer, maar het zal niet lang meer duren. De +tegenwoordige huurder is een verhuiswagen gaan halen. Misschien wil +mijnheer zijn meubels zoo lang op de binnenplaats zetten." + +"Ik ben bang, dat het zal gaan regenen," antwoordde de jonge man, +terwijl hij kalm op een bouquetje viooltjes, dat hij tusschen zijn +tanden hield, kauwde, "en dan zouden mijn meubelen bederven. Vriendje," +voegde hij eraan toe, terwijl hij zich wendde tot den witkiel, +die achter hem was blijven staan en aan zijn draagzeel een aantal +voorwerpen had hangen, waarvan de concierge niet precies begrijpen +kon, wat het waren, "zet dat maar neer in de vestibule en ga dan +op mijn vroegere kamers halen wat er nog aan kostbare meubels en +kunstvoorwerpen over is." + +De witkiel zette langs den muur verschillende houten lijsten neer +van zes à zeven voet hoog, waarvan de bladen gemakkelijk heen en weer +konden gaan. + +"Kijk!" zeide de jonge man tegen den witkiel, terwijl hij een der +deksels opende en hem op een scheur in het linnen wees, "daar heb je +al een ongeluk. Er zit een stervormige barst in mijn Venetiaanschen +spiegel. Wees op je tweeden tocht voorzichtiger en let vooral goed +op mijn bibliotheek." + +"Wat bedoelt hij toch met zijn Venetiaanschen spiegel?" bromde de +concierge, die ongerust om de langs den muur geplaatste houten ramen +dwaalde, in zichzelf; "ik zie geen spiegel; maar dat is zeker een +grap, ik zie niets, dan een kamerschut; enfin we zullen wel eens +kijken wat er met de tweede reis mee komt." + +"Zou uw huurder niet gauw de kamers leeg maken? Het is half een, +en ik zou wel willen beginnen met inruimen," zeide de jonge man. + +"Hij zal nu wel dadelijk hier zijn," antwoordde de concierge; +"trouwens, zoo heel erg is het niet, want uw meubels zijn toch nog +niet hier," voegde hij eraan toe, nadruk leggend op de laatste woorden. + +De jonge man wilde antwoorden, toen juist een dragonder-ordonnance +de binnenplaats opkwam. + +"Woont mijnheer Bernard hier?" vroeg hij, terwijl hij een brief uit +zijn portefeuille haalde. + +"Die woont hier," antwoordde de concierge. + +"Hier is een brief voor hem," zeide de ordonnance, "geef mij het reçu +ervoor;" en hij overhandigde den concierge een reçu, dat deze in zijn +loge ging teekenen. + +"Neem me niet kwalijk, dat ik u even alleen laat," zeide de concierge +tot den jongen man, die ongeduldig op de binnenplaats heen en weer +liep, "maar ik heb hier een brief van den minister voor mijnheer +Bernard, den huisheer, dien moet ik even boven brengen." + +Toen de concierge op zijn kamer kwam, was mijnheer Bernard bezig zich +te scheren. + +"Wat wil je van me, Durand?" + +"Mijnheer," antwoordde deze, zijn pet afnemend, "een ordonnance is +dat voor u komen brengen, het komt van den minister." + +En hij gaf mijnheer Bernard den brief, op welks enveloppe het zegel +van het departement van Oorlog geplakt was. + +"Goede God!" zeide mijnheer Bernard, zòò ontdaan, dat hij zich bijna +in zijn gezicht sneed: "van het ministerie van Oorlog! Dat is zeker +mijn benoeming tot ridder van het Legioen van Eer, waarom ik reeds +zoo lang gevraagd heb; eindelijk laten zij mijn verdiensten recht +wedervaren. Hier, Durand," zeide hij, terwijl hij in zijn vestjeszakje +zocht, "daar heb je vijf francs om op mijn gezondheid te drinken. Ach, +ik heb mijn beurs niet in mijn zak; ik zal ze je dadelijk geven, +wacht maar even." + +De concierge was door dezen aanval van verpletterende edelmoedigheid, +waaraan zijn huisheer hem niet gewend had, zòò ontdaan, dat hij zijn +pet weer opzette. + +Maar mijnheer Bernard, die bij andere gelegenheden dien inbreuk op +de wetten der maatschappelijke hiërarchie niet geduld zou hebben, +scheen het niet op te merken. Hij zette zijn bril op, scheurde de +enveloppe open met de eerbiedige ontroering van een vizier, die een +firman van den sultan ontvangt, en begon den inhoud te lezen. Bij +de eerste regels groefde een vreeselijke grijns karmijnroode plooien +in het vet van zijn wangen, en begonnen zijn kleine oogjes vonken te +schieten, die bijna de lokken van zijn verwarde pruik in brand staken. + +In het kort zijn trekken veranderden plotseling zòò, dat men vermoed +zou hebben, dat er op zijn gezicht een aardbeving had plaats gehad. + +Ziehier den inhoud der missive, geschreven op papier met het hoofd +van het ministerie van Oorlog en met lossen teugel gebracht door +een ordonnance: + + + "Mijnheer en huisheer, + + De beleefdheid, die, mag men de mythologie gelooven, de grootmoeder + der hoofsche manieren is, verplicht mij u te doen weten, dat ik + mij in de wreede noodzakelijkheid bevind niet te kunnen voldoen + aan de gewoonte om zijn huur te betalen, vooral wanneer men + die schuldig is. Tot op dezen ochtend had ik de hoop gekoesterd, + dezen schoonen dag te kunnen vieren door uw drie huurquitanties te + voldoen. Chimère, illusie! Terwijl ik op het kussen der zekerheid + sluimerde, deed het ongeluk, anangke in het Grieksch, mijn hoop + in rook vervliegen. De gelden, waarop ik rekende--God, wat gaat + de handel slecht--zijn niet binnengekomen; van de belangrijke + sommen, die ik moet innen, heb ik nog slechts drie francs + ontvangen, die ik bovendien nog geleend heb; ik durf ze u niet + aanbieden. Betere dagen zullen aanbreken voor ons schoon Frankrijk + en voor mij, mijnheer, twijfel daar niet aan. Zoodra zij aan den + hemel geschitterd hebben, zal ik vleugels nemen, om u daarvan te + onderrichten en uit uw huis terug te halen de kostbare zaken, die + ik daar heb achtergelaten en die ik onder de bescherming stel van + u en van de wet, welke u verbiedt deze vòòr het verstrijken van + een jaar, te verkoopen in het geval, dat gij zulks zoudt willen + beproeven, om in het bezit te komen van de sommen, waarvoor gij + gecrediteerd zijt op de boeken van mijn rechtschapenheid. Ik beveel + u in het bijzonder mijn piano aan en den grooten lijst, waarin zich + zestig haarlokken bevinden, wier verschillende kleuren de geheele + gamma der haarnuances doorloopen en die door het ontleedmes der + Liefde ontnomen zijn aan het voorhoofd der Gratiën. + + "Gij kunt dus, mijnheer en huisheer, over het plafond, waaronder + ik gewoond heb, beschikken. Ik geef u daartoe mijn toestemming, + gewaarmerkt door mijn onderteekening. + + Alexandre Schaunard." + + +Toen mijnheer Bernard dezen brief, welken de artist in het bureau van +een zijner vrienden, die ambtenaar aan het ministerie van Oorlog was, +had geschreven, ten einde gelezen had, frommelde hij hem verontwaardigd +in elkaar; en toen zijn blik op vader Durand viel, die op de beloofde +fooi stond te wachten, vroeg hij hem ruw wat hij daar deed. + +"Ik wacht, mijnheer!" + +"Waarop?" + +"Wel, op het fooitje, dat mijnheer .... van wegens de goede +tijding!" stamelde de concierge. + +"Eruit! Kerel, blijf je met je pet op je kop in de kamer staan?" + +"Maar, mijnheer ...." + +"Vooruit, geen maren, eruit, of neen, wacht even. Wij zullen naar +de kamer van dien smeerlap-artist gaan, die verhuist zonder me te +betalen." + +"Wat?" riep de portier uit, "mijnheer Schaunard?" + +"Ja," antwoordde de huisheer, die hoe langer hoe meer op een razenden +Roland begon te gelijken. "En als hij ook maar het geringste heeft +meegenomen, dan jaag ik je weg, versta je, jaaààg ik je weg." + +"Maar dat bestaat niet!" mompelde de arme concierge, "mijnheer +Schaunard is niet vertrokken; hij is uitgegaan, om klein geld te +halen, om mijnheer te betalen, en om een verhuiswagen voor zijn +meubels te bestellen." + +"Zijn meubels weghalen!" riep mijnheer Bernard uit; "gauw wat; +ik ben er zeker van, dat hij daarmede bezig is; hij heeft je een +loer gedraaid om je uit je loge te lokken en zijn slag te slaan, +stommeling, die je bent!" + +"Lieve Hemel, stommeling, die ik ben!" riep vader Durand uit, bevend +voor de Olympische toorn van zijn heer, die hem op de trap meesleepte. + +Toen zij op de binnenplaats kwamen, werd de concierge aangesproken +door den jongen man met den witten hoed. + +"Hé daar, conciërge!" riep hij, "wanneer word ik nu eindelijk in +het bezit van mijn appartementen gesteld? Is het vandaag de 8ste of +niet? Heb ik hier gehuurd of niet? Heb ik je je Godspenning gegeven +of niet?" + +"Een oogenblik, mijnheer, een oogenblik!" zeide de huisheer, "dan ben +ik tot uw dienst. Durand," voegde hij eraan toe, zich tot den concierge +wendende, "ik zal mijnheer zelf wel te woord staan. Vlieg jij naar +boven, die smeerlap van een Schaunard is natuurlijk teruggekomen, +om zijn boeltje te pakken; sluit hem op, als je hem snapt, en kom +dan naar beneden, om de politie te halen." + +Vader Durand verdween de trap op. + +"Pardon, mijnheer," zeide hij, terwijl hij een buiging maakte, tot +den jongen man, met wien hij alleen gebleven was; "met wien heb ik +de eer te spreken?" + +"Mijnheer, ik ben uw nieuwe huurder; ik heb in dit huis een kamer op +de zesde verdieping gehuurd; en het begint me te vervelen, dat die +kamer nu nog niet leeg is." + +"Het spijt mij ook zeer, mijnheer," antwoordde mijnheer Bernard, +"maar er is een moeilijkheid ontstaan tusschen mij en den huurder, +voor wien u in de plaats komt." + +"Mijnheer, mijnheer!" gilde uit een raam van de hoogste verdieping +vader Durand; "mijnheer Schaunard is er niet....maar de kamer +is er.... Stommeling, die ik ben, ik bedoel, dat hij niets heeft +medegenomen, geen haar, mijnheer." + +"Dan is het goed. Kom naar beneden," antwoordde mijnheer Bernard. "Een +oogenblikje geduld, als het u blieft," ging hij voort, zich tot den +jongen man richtend. "Mijn concierge zal de voorwerpen, die de kamer +van mijn insolvabelen huurder versieren, naar den kelder brengen, +en binnen een half uur zult u de appartementen kunnen betrekken; +trouwens uw meubels zijn er ook nog niet." + +"Pardon, mijnheer," antwoordde de jonge man kalm. + +Mijnheer Bernard keek om zich heen, doch zag slechts de groote +kamerschutten, waarover de concierge ook al zijn hoofd geschud had. + +"Wat, pardon .... wat ...." mompelde hij, "maar ik zie niets." + +"Daar," antwoordde de jonge man, terwijl hij de bladen der lijsten +losmaakte en den verbaasden eigenaar een prachtig paleis-intérieur met +colonnes van jaspis, bas-reliefs en schilderijen van groote meesters +liet zien. + +"Maar uw meubels?" vroeg mijnheer Bernard. + +"Daar zijn ze," antwoordde de jonge man, terwijl hij op het luxueuze +meubilair wees, dat geschilderd was in het paleis, hetwelk hij +pas gekocht had in het hôtel Bullion [1] op een verkooping van een +salon-tooneel. + +"Mijnheer," antwoordde de huisheer, "ik wil liever aannemen, dat u +ernstiger meubelen hebt dan deze ...." + +"Wat, dit zijn echte Boule-meubelen." [2] + +"U begrijpt, dat ik garantie voor mijn huur moet hebben." + +"Voor den duivel, maar is een paleis dan geen voldoende garantie voor +de huur van een dakkamertje?" + +"Neen, mijnheer, ik wil meubels, echte meubels van mahoniehout!" + +"Helaas, mijnheer, goud noch mahoniehout maken ons gelukkig, heeft een +oud wijsgeer gezegd. En bovendien ik kan dat soort hout niet uitstaan; +het is zoo ordinair; iedereen heeft het." + +"Dat is allemaal tot uw dienst, mijnheer, maar u heeft dan toch zeker +wel andere meubels?" + +"Neen, dat neemt te veel plaats in in de kamer; wanneer je stoelen +hebt, weet je niet meer waar je moet gaan zitten." + +"Maar u hebt toch zeker een bed! Waar slaapt u op?" + +"Ik rust op de Voorzienigheid, mijnheer!" + +"Pardon, nog een vraag," zeide mijnheer Bernard, "wat is uw beroep?" + +Juist op dat oogenblik kwam de witkiel van den jongen man, van zijn +tweeden tocht terug, de binnenplaats op. Onder de voorwerpen, die +hij aan zijn draagzeel droeg, zag Durand een schildersezel. + +"O, mijnheer!" riep hij verschrikt uit, terwijl hij den huisheer op +den ezel wees. "Het is een schilder!" + +"Een artist, als ik het niet dacht!" gilde op zijn beurt mijnheer +Bernard, en de haren van zijn pruik rezen van schrik ten berge; +"een schilder!!! Maar heb je dan geen informaties genomen naar +mijnheer?" bulderde hij den concierge toe. "Wist je dan niet, wat +hij deed?" + +"Lieve Hemel," antwoordde de arme kerel, "hij had mij vijf francs +als goospenning gegeven; dus kon ik niet vermoeden...." + +"Wanneer u eindelijk klaar bent," vroeg op zijn beurt de jonge man. + +"Mijnheer," viel mijnheer Bernard hem in de rede, terwijl hij zijn +bril recht op zijn neus zette; "als u geen meubels hebt, kunt gij uw +kamer niet betrekken. De wet staat toe een huurder, die geen garantie +meebrengt, te weigeren." + +"En mijn woord dan?" vroeg de artist in zijn volle waardigheid. + +"Dat is niet zooveel waard als meubels ... u kunt ergens anders een +kamer zoeken. Durand zal u uw Godspenning teruggeven." + +"Wat?" zeide de concierge verschrikt, "die heb ik al naar de spaarbank +gebracht." + +"Maar mijnheer," viel de jonge man hem in de rede, "ik kan maar niet +zoo direkt een andere kamer vinden. Geef me tenminste gastvrijheid +voor één dag." + +"Ga in een hotel logeeren," antwoordde mijnheer Bernard. "Maar tusschen +twee haakjes," voegde hij er vlug aan toe, terwijl hem plotseling iets +in de gedachte viel; "als u dat wilt, dan zou ik u de kamer gemeubeld +met de meubels van mijn insolventen huurder kunnen geven. Maar zooals +u weet, moet in zoo'n geval de huur vooruit betaald worden." + +"Het is maar de vraag, hoeveel u voor dat krot moet hebben," zeide +de artist. + +"Maar het is heusch een zeer geschikte kamer; in verband met de +omstandigheden is de huur vijf-en-twintig francs per maand. Maar +vooruit betalen." + +"Dat hebt u al gezegd; en die zin verdient de eer van een bis niet," +antwoordde de jonge man, terwijl hij in zijn zakken zocht. "Hebt u +terug van vijfhonderd francs?" + +"Wat?" vroeg de huisheer stom-verbaasd. "U zegt?" + +"Nou, de helft van duizend dan. Hebt jullie soms zoo iets nooit +gezien?" voegde de artist eraan toe, terwijl hij het papier heen +en weer bewoog voor de oogen van den huisheer en van den concierge, +die op het gezicht daarvan hun evenwicht schenen te verliezen. + +"Ik zal het voor u laten wisselen," antwoordde mijnheer Bernard vol +eerbied; "er behoeft maar twintig francs af, want Durand zal u de +Godspenning teruggeven." + +"Die mag hij houden," zeide de artist, "op voorwaarde, dat hij mij +iederen ochtend komt zeggen welke dag en datum het is, den stand van +de maan, welk weer het is en onder welken regeeringsvorm wij leven." + +"Zeker, zeker mijnheer!" riep vader Durand uit, terwijl hij een +buiging van negentig graden maakte. + +"Al goed, kerel, je moet voor mij als almanak spelen. Intusschen moet +je mijn witkiel even helpen de boel boven te brengen." + +"Mijnheer," zeide de huisheer, "ik zal u de quitantie boven laten +brengen." + +Dien avond nog was de nieuwe huurder van mijnheer Bernard, de schilder +Marcel, geïnstalleerd in de tot een paleis gemetamorphoseerde kamers +van den voortvluchtigen Schaunard. + +Intusschen was gezegde Schaunard bezig te trachten overal in Parijs +geld los te krijgen. + +Schaunard had het leenen tot de hoogte van een kunst verheven. Het +geval voorziende, waarin hij de vreemdelingen zou moeten aanspreken, +had hij de manier, om vijf francs te leenen, in alle talen der +wereld geleerd. Hij had het repertoire der listen, die het edele +metaal gebruikt om aan hen, die het najagen, te ontsnappen, tot in +den grond bestudeerd; en beter dan een loods de uren der getijden, +kende hij de tijdstippen, waarop het bij anderen hoog of laag water +was, d. w. z. de dagen, waarop zijn vrienden en kennissen gewoonlijk +geld kregen. Er waren dan ook verschillende huizen, waarin men, als +hij 's ochtends op bezoek kwam, niet tegen elkaar zeide: "Daar heb je +mijnheer Schaunard"; maar "Daar heb je den eersten of vijftienden der +maand." Om dit soort belasting, die hij, wanneer de noodzakelijkheid +hem ertoe dwong, van de menschen, die de middelen hadden om hem die te +betalen, ging heffen, wat makkelijker en minder ingewikkeld te maken, +had Schaunard arrondissementsgewijze een alphabetisch tableau gemaakt, +waarop de namen van al zijn vrienden en kennissen stonden. Naast +iederen naam waren genoteerd het maximum der som, die hij in verband +met hun fortuin kon leenen, de tijdstippen, waarop het bij hen hoog +water was, benevens het uur der maaltijden met het gewone menu van het +huis. Behalve dat tableau hield hij er nog een boekhoudinkje op na, +waarin hij keurig boek hield van de sommen, die hem geleend waren, +tot de kleinste bedragen toe, want hij wilde zich niet verder bezwaren +dan tot een zeker cijfer, dat een Normandische oom, van wien hij +moest erven, nog in de pen had. Zoodra hij aan een persoon twintig +francs schuldig was, leende hij niet langer en betaalde de som in +eens terug, ook al moest hij voor die aflossing van hen, aan wie +hij minder schuldig was, meer leenen. Op die manier had hij altijd +een zeker crediet, dat hij zijn vlottende schuld noemde; en daar men +wist, dat hij de gewoonte had het geleende terug te geven, zoodra zijn +middelen het hem veroorloofden, hielp men hem, als men dat kon, gaarne. + +Nu had hij, sedert hij 's ochtends elf uur uitgegaan was om te trachten +de vijf-en-zeventig francs, die hij noodig had, bijeen te krijgen, +nog niet meer bij elkaar dan een daalder, dien hij te danken had aan +de medewerking der letters M., V. en R. van zijn beroemde lijst: +van de rest van het alphabet, dat evenals hij een termijn huur te +betalen had, kreeg hij nul op het request. + +Om zes uur luidde een hevige honger in zijn maag de etensbel; +hij was toen juist bij de barrière du Maine, waar de letter +U. woonde. Schaunard liep binnen bij de letter U., waar hij zijn +servetring had, als er servetten waren. + +"Naar wien wilt u toe?" vroeg de concierge hem in het voorbijgaan. + +"Naar mijnheer U ...." antwoordde de artist. + +"Die is niet thuis." + +"En Mevrouw?" + +"Ook niet: zij hebben me gevraagd aan een van hun vrienden, die van +avond bij hen zou komen, te zeggen, dat zij in de stad zijn gaan +eten: mocht u de bewuste persoon zijn, dan hebt u hier het adres," +en hij overhandigde Schaunard een stukje papier, waarop zijn vriend +U .... geschreven had: + +"Wij zijn bij Schaunard, rue .... No...., gaan eten; kom ons daar +halen." + +"Prachtig!" zeide hij, weggaande; "wanneer het toeval zich er mede +bemoeit, krijg je dikwijls aardige vaudevilles." + +Schaunard herinnerde zich toen, dat er vlak bij een klein herbergje +was, waar hij een paar maal voor weinig geld goed gegeten had, +en richtte zijn schreden naar dat etablissement, in de chaussée +du Maine gelegen en in de Bohème-wereld bekend onder den naam van +la Mère Cadet. Het was een etenshuis, waarvan de gewone clientèle +bestond uit de vrachtrijders naar Orleans, zangeressen uit den +Montparnasse en jonge rollen van het Bobino-theater. [3] Tijdens het +mooie seizoen komen schilders uit de vele ateliers in de nabijheid van +den Luxembourg, schrijvers van onuitgegeven boeken en journalisten van +obscure blaadjes gezamenlijk dineeren bij la Mère Cadet, die bekend +is voor haar konijnenragouts, haar echte zuurkool en een wit wijntje, +dat naar vuursteen smaakt. + +Schaunard ging onder de bosquets (boschjes) zitten: zoo noemde men +bij la Mère Cadet het dunne loof van een paar kromgegroeide boomen, +waarvan het ziekelijke groen onder tegen de zoldering was aangebracht. + +"Lieve Hemel, het kan me niet schelen ook," zeide Schaunard tot +zichzelf, "ik zal me eens lekker te goed doen en een feestmaal +bestellen." + +En zonder er gras over te laten groeien, bestelde hij een soep, +een halve portie zuurkool en twee halve konijnenragouts: hij had +n.l. opgemerkt, dat je, wanneer je halve porties bestelde, minstens +een kwart op het geheel won. + +Deze bestelling trok de aandacht van een jonge, in het wit gekleede +vrouw met oranjebloesem in het haar en balschoenen aan; een imitatie +van een imitatie-kanten sluier golfde over haar schouders, die beter +hun incognito hadden kunnen bewaren. Het was een zangeres van het +théâtre Montparnasse, waarvan de coulissen om zoo te zeggen uitkwamen +in la Mère Cadet. Gedurende een entre-acte van de Lucia di Lammermoor +was zij even komen eten; zij besproeide nu met een kleintje koffie een +maaltijd, die uitsluitend uit een artisjok in olie en azijn bestond. + +"Twee konijnenragouts, drommels!" zeide zij zacht tot het meisje, +dat als kellner dienst deed; "dat is ook een jonge man, die van goed +eten houdt. Hoeveel krijg je van me, Adèle?" + +"Vier sous voor de artisjok, vier voor een kleintje koffie en één +voor brood. Dat is negen sous." + +"Hier," zeide de zangeres, en zij ging weg onder het neuriën van: + + + Cet amour que Dieu me donne! + + +"Zij haalt de hooge A," zeide toen een mysterieus persoon, die, +achter een wal van oude boeken verborgen, aan dezelfde tafel als +Schaunard zat. + +"Haalt zij hem?" zeide Schaunard; "ik zou eerder zeggen, dat ze hem +thuis gelaten heeft. Het is dan ook belachelijk," voegde hij eraan +toe, terwijl hij met zijn vinger op den schotel wees, waaruit Lucia +di Lammermoor haar artisjok genuttigd had, "om je fausset in azijn +in te leggen." + +"Het is inderdaad een scherp zuur," begon weer de persoon, die reeds +gesproken had. "De stad Orleans produceert een soort, die terecht +een goede reputatie heeft." + +Schaunard nam den onbekende, die blijkbaar een gesprek wilde uitlokken, +aandachtig op. De starre blik uit zijn groote blauwe oogen, die +steeds iets schenen te zoeken, gaf aan zijn gelaatsuitdrukking het +karakter van vrome zielerust, die men zoo dikwijls bij seminaristen +ziet. Zijn gelaat had de kleur van oud, vergeeld ivoor, behalve +zijn wangen, die met een roodkleurige laag ingesmeerd schenen te +zijn. Zijn mond leek geteekend te zijn door een eerste-klas leerling, +dien men tijdens zijn werk tegen zijn elleboog gestooten had. De +negerachtig opgetrokken lippen lieten tanden zien, die een jachthond +geen oneer zouden hebben aangedaan, en de twee plooien van zijn kin +rustten op een witte das, waarvan de eene punt de sterren bedreigde, +terwijl de andere zich in den grond scheen te willen boren. Uit +een kalen vilten hoed met wonderlijk breede randen, stroomden zijn +haren in blonde watervallen. Hij had een notenkleurige pèlerine-jas, +die tot op de draad afgesleten en zoo ruw als een rasp was. Uit de +wijdopenstaande zakken van die jas kwamen bundels papier en brochures +te voorschijn. Zonder zich te bekommeren om de opmerkzaamheid, waarmede +hij opgenomen werd, nuttigde hij een portie zuurkool met worst, waarbij +hij telkens een tevreden geknor liet hooren. Onder het eten door las +hij een boek, dat open voor hem lag, en waarop hij nu en dan met een +potlood, dat hij achter zijn oor had zitten, aanteekeningen maakte. + +"Nou?" riep plotseling Schaunard uit en sloeg daarbij met zijn mes +tegen zijn glas; "waar blijft mijn konijnenragout?" + +"Mijnheer," antwoordde het meisje, dat met een schotel in haar hand +naar hem toe kwam, "die zijn er niet meer, dit is de laatste, en die +is al door mijnheer besteld," voegde zij eraan toe, terwijl zij den +schotel voor den man met de boeken neerzette. + +"Verduiveld!" riep Schaunard uit. + +Er klonk zooveel melancholieke teleurstelling door in dat +"Verduiveld!", dat de man met de boeken er door getroffen werd. Hij +schoof den wal van boeken, die zich tusschen hem en Schaunard verhief, +op zij en zeide, terwijl hij den schotel tusschen hen in zette, +op den zachtsten toon, dien hij in zijn stem leggen kon: + +"Zou ik het genoegen mogen hebben dit gerecht met u te deelen?" + +"Mijnheer," antwoordde Schaunard, "ik zou er u niet gaarne van +berooven." + +"U zult mij dus van het genoegen willen berooven, u een dienst te +bewijzen." + +"Als u het zoo opvat, mijnheer...." En Schaunard schoof zijn bord bij. + +"Veroorloof mij u den kop niet aan te bieden," zeide de vreemdeling. + +"Daar kan ik niet in komen, mijnheer," riep Schaunard uit. + +Maar toen hij zijn bord weer naar zich toe trok, zag hij, dat de +vreemdeling hem juist dat gedeelte gegeven had, dat hij zeide voor +zichzelf te willen houden. + +"Wat?" bromde Schaunard in zichzelf, "wil hij me met zijn beleefdheid +er tusschen nemen?" + +"Al moge," zeide de vreemdeling, "het hoofd het edelste deel van den +mensch zijn, van het konijn is het juist het tegenovergestelde. Vandaar +dan ook, dat er vele menschen zijn, die het niet kunnen uitstaan. Bij +mij is het juist andersom. Ik aanbid het, om zoo te zeggen." + +"Dan spijt het mij dubbel," zeide Schaunard, "dat gij u voor mij +daarvan beroofd hebt." + +"Wat? ... pardon," zeide de boekenman, "ik heb den kop voor mijzelf +gehouden. Ik heb zelfs de eer gehad u te doen opmerken, dat...." + +"Neem me niet kwalijk!" viel Schaunard hem in de rede, terwijl hij +hem zijn bord onder de neus hield; "maar wat is dat dan voor een stuk?" + +"Lieve Hemel! Wat zie ik, o goden? Nog een kop! Het is een bicephaal +[4] konijn!" riep de vreemdeling uit. + +"Bice...." stotterde Schaunard. + +".....phaal. Dat komt van het Grieksch. Inderdaad noemt mijnheer +de Buffon, die altijd manchetten droeg, voorbeelden van die +eigenaardigheid. Maar werkelijk, ik vind het inderdaad zeer aangenaam, +zoo'n natuurwonder gegeten te hebben." + +Tengevolge van dat incident was het gesprek voor goed aan den +gang. Schaunard, die in beleefdheid niet achter wilde blijven, bestelde +een nieuwe flesch. De boekenman liet een tweede aanrukken. Schaunard +offreerde salade, de man met de boeken toespijzen. Om acht uur stonden +er zes ledige flesschen op tafel. Al pratende had de openhartigheid, +die door de plengoffers van den rooden wijn besproeid was, hen ertoe +gebracht elkaar hun levensloop te vertellen; zij kenden elkander reeds, +alsof zij samen opgegroeid waren. Na de vertrouwelijke mededeelingen +van Schaunard aangehoord te hebben, had de boekenman hem verteld, +dat hij Gustave Colline heette; hij was wijsgeer van beroep en leefde +van de lessen, die hij gaf in mathematica, scholastica, botanica en +andere wetenschappen op ica. + +Het weinige geld, dat hij met lesgeven verdiende, besteedde Colline +voor het aankoopen van oude boeken. Zijn notenkleurige pèlerine was een +goede bekende aan alle boekenstalletjes van den pont de la Concorde tot +den pont Saint-Michel. Wat hij met al die boeken, waarvan het aantal +zòò groot was, dat men ze in een menschenleeftijd niet had kunnen +uitlezen, deed, wist niemand en hij zelf nog het allerminst. Maar die +manie was bij hem een hartstocht geworden; en wanneer hij 's avonds +zonder een nieuw oud boek thuis kwam, paste hij het woord van Titus +op zichzelf toe en zeide: "Ik heb een dag verloren laten gaan!" Zijn +innemende manieren en zijn wijze van uitdrukken, die een bloemlezing +van alle stijlen vormde, en de vreeselijke woordspelingen, waarmede +hij zijn gesprek kruidde, hadden haar uitwerking op Schaunard niet +gemist, die op staanden voet Colline permissie vroeg zijn naam te mogen +inlasschen op de beroemde lijst, waarover wij reeds gesproken hebben. + +Tamelijk aangeschoten en met den gang van menschen, die pas een +vertrouwlijk gesprek met wijnflesschen gevoerd hebben, verlieten zij +tegen negen uur la mère Cadet. + +Colline noodigde Schaunard uit met hem een kop koffie te gaan drinken, +wat deze aannam op voorwaarde dat de pousse-café voor zijn rekening +was. Zij gingen een café binnen in de rue Saint-Germain-l'Auxerrois, +dat op zijn uithangbord Momus, den god der Spelen en van het Lachen, +had. + +Toen zij binnenkwamen, was er juist een hevige discussie begonnen +tusschen twee stamgasten. Een van hen was een jonge man, wiens +gelaat zoo goed als geheel verloren ging in een zware, veelkleurige +baard. Als een tegenstelling tot dien overvloed van kinhaar was zijn +voorhoofd zoo kaal als een biljartbal; een klein groepje haren, die +zoo weinig talrijk waren, dat men ze zeer makkelijk zou kunnen tellen, +trachtte vergeefs die kaalheid te verbergen. Hij droeg een zwarte, +aan de ellebogen glad geschaafde jas, die, wanneer hij zijn armen te +hoog oplichtte, een paar onder de schouders aangebrachte luchtgaatjes +liet zien. Zijn broek kon desnoods nog voor zwart doorgaan, maar zijn +schoenen, die nooit nieuw geweest waren, schenen reeds meermalen aan de +voeten van den Wandelenden Jood de reis om de wereld gemaakt te hebben. + +Schaunard had opgemerkt, dat zijn vriend Colline en de jonge man met +de groote baard elkaar gegroet hadden. + +"Ken je dien mijnheer?" vroeg hij aan den wijsgeer. + +"Kennen bepaald niet," antwoordde deze, "maar ik zie hem wel eens in +de Bibliotheek. Ik geloof, dat het een schrijver is." + +"Zijn kleeding wijst er tenminste wel op," antwoordde Schaunard. + +De persoon, met wien de jonge man het aan den stok had, was iemand +van een jaar of veertig, die, zooals uit zijn groot hoofd, dat zonder +overgang van den hals tusschen zijn beide schouders zat, op te maken +was, ongetwijfeld aan een beroerte sterven zou. De onnoozelheid was +in groote letters op zijn laag, met een klein zwart kalotje bedekt +voorhoofd te lezen. Hij heette mijnheer Mouton en was ambtenaar op de +mairie van het vierde arrondissement, waar hij de overlijdensregisters +bijhield. + +"Mijnheer Rodolphe!" riep hij met een eunuch-orgaan uit, terwijl +hij den jongen man, dien hij aan een knoop van zijn jas vasthield, +heen en weer schudde, "wil ik u mijn meening eens zeggen? Nou, al die +couranten dienen tot niets. Kijk eens, laten we eens veronderstellen: +ik ben een huisvader, niet waar? .... goed ... Ik kom hier in het +café een partij domino spelen. Volg nu goed mijn redeneering." + +"Verder, verder!" zeide Rodolphe. + +"Welnu," ging vader Mouton voort, terwijl hij iederen zin scandeerde +met een vuistslag, die de flesschen en glazen op het tafeltje deed +rinkelen; "welnu, ik kijk de couranten eens in, goed .... Wat zie +ik? De een zegt wit, de ander zegt zwart, enzoovoort, enzoovoort. Wat +heb ik daaraan? Ik ben een goed huisvader, die hier komt om ...." + +"Zijn partijtje domino te spelen," zeide Rodolphe. + +"Iederen avond," ging mijnheer Mouton voort. "Nou, laten we eens +veronderstellen: Je begrijpt ...." + +"Heel goed!" zeide Rodolphe. + +"Ik lees een artikel, waar ik het niet mee eens ben. Dat maakt +me woedend, en ik verbijt me, ziet u, mijnheer Rodolphe, al die +couranten is leugenpak. Ja, leugenpak!" krijschte hij in de hoogste +tonen van zijn faussetstem, "en de journalisten zijn bandieten en +prutsschrijvers." + +"Maar toch, mijnheer Mouton ...." + +"Ja, bandieten," ging deze voort. "Zij zijn de oorzaak van alle +ongelukken in de wereld; zij hebben de revolutie en de assignaten +gemaakt; bewijs: Murat." + +"Pardon," viel Rodolphe hem in de rede; "u bedoelt Marat." + +"Waarachtig niet, waarachtig niet," ging Mouton voort; "Murat; ik +heb hem zien begraven, toen ik nog een kleine jongen was ...." + +"Maar ik verzeker u ...." + +"Ze hebben nog een stuk over hem in het Cirque gegeven ...." + +"Ja juist, precies," zeide Rodolphe: "dat is Murat." + +"Maar dat zeg ik al een uur lang," riep de stijfkoppige Mouton +uit. "Murat, die in een kelder werkte, wat? Welnu, laten we eens +veronderstellen. Hebben de Bourbons geen gelijk gehad om hem te +guillotineeren, omdat hij hen verraden had?" + +"Wien? Geguillotineerd! Verraden! Wat?" riep Rodolphe uit, die nu op +zijn beurt mijnheer Mouton bij den knoop van zijn jas pakte. + +"Wel Marat!" + +"O God, neen, neen, mijnheer Mouton, Murat. Laten we elkaar voor den +donder eindelijk begrijpen!" + +"Ja zeker. Murat, een hondsvot. Hij heeft den keizer in 1815 +verraden. Daarom beweerde ik, dat alle couranten één pot nat zijn," +ging mijnheer Mouton voort, daarbij op het voornaamste punt van zijn +rede, die hij een verklaring placht te noemen, terugkomend. "Weet u wat +ik zou willen, mijnheer Rodolphe? Welnu, laten we eens veronderstellen +.... Ik zou een goede courant willen ... O, niet groot ... goed, +en een die geen phrases maakt ... Zoo!" + +"U bent veeleischend," viel Rodolphe hem in de rede. "Een courant +zonder phrasen!" + +"Ja, zeker. Let nu goed op!" + +"Dat probeer ik!" + +"Een courant, die alleen berichten geeft over den gezondheidstoestand +van den koning en de goederen der aarde. Want wat heb je ten slotte +aan al die couranten, wanneer je er niets van begrijpt? Laten we +eens veronderstellen: Ik ben op het stadhuis, niet waar? Ik houd +mijn registers bij, prachtig! Welnu, het is net als wanneer ze tegen +me zouden zeggen: "Mijnheer Mouton, u schrijft de sterfgevallen in, +welnu, doe nu dit eens, doe nu dat eens. Welnu, wat moet dat, wat +moet dat? Welnu, met de couranten is het precies zoo," eindigde hij +zijn redeneering. + +"Zeer juist!" merkte iemand, die naast hem zat en de uiteenzetting +begrepen had, op. + +En mijnheer Mouton ging, nadat hij de gelukwenschen van eenige +stamgasten, die het met hem eens waren, in ontvangst genomen had, +verder met zijn partijtje domino. + +"Ik heb hem eens flink op zijn plaats gezet," zeide hij, terwijl hij +op Rodolphe wees, die aan het tafeltje van Schaunard en Colline was +gaan zitten. + +"Wat een stommeling!" zeide deze tot de twee jonge lui, terwijl hij +naar den ambtenaar wees. + +"Hij heeft dan ook een prachtigen kop met zijn wenkbrauwen als +rijtuigkappen en zijn kalfsoogen," merkte Schaunard op, terwijl hij +een prachtig doorgerookten neuswarmer uit zijn zak haalde. + +"Bliksems, mijnheer," zeide Rodolphe, "wat een mooie pijp hebt u daar!" + +"O, ik heb nog een heel wat mooiere, als ik uit ga," zeide Schaunard +onverschillig. "Geef me even wat tabak, Colline." + +"Lieve Hemel," riep de wijsgeer uit, "mijn tabak is op." + +"Sta mij toe u wat aan te bieden," zeide Rodolphe, terwijl hij een +pakje tabak uit zijn zak haalde en op tafel zette. + +Colline meende die beleefdheid met het offreeren van een rondje te +moeten beantwoorden. + +Rodolphe meende niet te kunnen weigeren. Het gesprek kwam op de +litteratuur. Rodolphe, naar zijn door zijn kleeding reeds verraden +beroep gevraagd, erkende zijn betrekkingen tot de Muzen en bestelde +een tweede rondje. Toen de kellner de flesch wilde medenemen, +vroeg Schaunard hem die maar te laten staan. Hij had in een van +Colline's zakken het zilveren duo van twee vijffrancstukken hooren +weerklinken. Rodolphe had weldra het niveau van openhartigheid bereikt, +waarop de beide vrienden zich reeds bevonden, en deed hun op zijn +beurt vertrouwelijke mededeelingen. + +Zij zouden zeker den nacht in het café hebben doorgebracht, indien +men hun niet was komen vragen heen te gaan. Zij waren nog geen tien +pas verder, waarover zij tusschen twee haakjes een kwartier gedaan +hadden, toen zij door een stortbui overvallen werden. Colline en +Rodolphe woonden aan de twee tegenovergestelde uiteinden van Parijs, +de eene in Ile-Saint-Louis, de andere in Montmartre. + +Schaunard, die totaal vergeten was, dat hij geen onderdak meer had, +stelde hun voor naar zijn kamer te gaan. + +"Ga met mij mede," zeide hij, "ik woon hier vlak bij; wij zullen den +nacht doorbrengen met praten over litteratuur en schoone kunsten." + +"En dan maak jij muziek en moet Rodolphe ons zijn gedichten +voordragen," zeide Colline. + +"Waarachtig, zeker," voegde Schaunard eraan toe, "we moeten lachen +en vroolijk zijn, we leven maar eens." + +Voor zijn huis gekomen, dat Schaunard slechts met moeite herkende, +ging hij op een paaltje zitten wachten op Rodolphe en Colline, die bij +een nog open zijnden wijnhandelaar de eerste elementen van een souper +waren gaan halen. Toen zij terug waren, klopte Schaunard meermalen +hard op de deur, want hij herinnerde zich vaag, dat de concierge de +gewoonte had hem te laten wachten. Eindelijk ging de deur open en vader +Durand, die in de heerlijkheden van den eersten slaap verzonken was +en zich niet herinnerde, dat Schaunard zijn huurder niet meer was, +maakte volstrekt geen tegenwerpingen, toen deze zijn naam door het +schuifraampje geroepen had. + +Toen zij alle drie boven op de trap waren (een even lange als moeilijke +klimpartij), uitte Schaunard, die voorop liep, een kreet van verbazing, +toen hij den sleutel in het slot van zijn kamerdeur zag steken. + +"Wat is er?" vroeg Rodolphe. + +"Ik begrijp er niets van," mompelde hij, "ik vind in het slot den +sleutel, dien ik vanmorgen medegenomen heb. Enfin, we zullen zien. Ik +had hem in mijn zak gestoken. Wel, alle duivels, daar heb je hem nog," +riep hij uit, terwijl hij den sleutel liet zien. + +"Dat is tooverij!" + +"Phantasmagorie," zeide Colline. + +"Phantasie," voegde Rodolphe eraan toe. + +"Maar," ging Schaunard voort, en in zijn stem beefde angst, "hooren +jullie dat?" + +"Wat?" + +"Wat?" + +"Mijn piano, die uit zichzelf speelt, ut, la mi ré do, la si sol, +ré. Vervloekte ré, die zal altijd valsch blijven!" + +"Maar dan is dat zeker jouw kamer niet," zeide Rodolphe, die Colline, +op wien hij zwaar leunde, in het oor fluisterde: + +"Hij is dronken!" + +"Dat geloof ik ook. In de eerste plaats is dat geen piano, maar +een fluit." + +"Maar jij bent ook dronken, mijn waarde," antwoordde de dichter den +wijsgeer, die op den steenen vloer was gaan zitten. "Het is een viool." + +"Een vio ... Ha, ha! Luister eens, Schaunard," stamelde Colline, +terwijl hij zijn vriend aan zijn beenen trok, "die is goed! Mijnheer +daar beweert, dat het een vio ...." + +"Alle duivels!" riep Schaunard, thans zeer angstig, uit; "mijn piano +speelt nog altijd, dat is tooverij!" + +"Phantasma .... gorie," huilde Colline, terwijl hij een der flesschen, +die hij in zijn hand had, liet vallen. + +"Phantasie," krijschte op zijn beurt Rodolphe. + +Midden onder dat lawaai ging plotseling de deur open en zagen zij +op den drempel iemand verschijnen met een drie-armigen kandelaar, +waarin rose kaarsen brandden. + +"Wat is er van uw dienst, heeren?" vroeg hij, terwijl hij beleefd de +drie vrienden groette. + +"Lieve Hemel, wat heb ik gedaan? Ik heb mij vergist, dit is mijn +kamer niet," zeide Schaunard. + +"Mijnheer," voegden Colline en Rodolphe gezamenlijk eraan toe: +"wees zoo goed onzen vriend te excuseeren; hij is zoo dronken als +een ladder." + +Plotseling schoot een lichtstraal door het benevelde brein van +Schaunard; hij had op zijn deur deze met krijt geschreven woorden +gelezen: + + + "Ik ben driemaal hier geweest, om mijn Nieuwjaarsgeschenken + te halen. + + Phémie." + + +"Waarachtig, maar ik ben wel degelijk thuis!" riep hij uit; "daar heb +je het visitekaartje, dat Phémie met Nieuwjaar heeft achtergelaten: +het is dus wel mijn deur." + +"Lieve God, mijnheer," zeide Rodolphe; "ik ben er werkelijk confuus +van." + +"Wees overtuigd, mijnheer," voegde Colline eraan toe, "dat ik een +werkzaam aandeel neem in de confuusheid van mijn vriend." + +De jonge man brak in een schaterlach uit. + +"Als u even binnen wilt komen," antwoordde hij, "dan zal uw vriend, +zoodra hij de kamer gezien heeft, zijn dwaling wel erkennen." + +"Gaarne." + +De dichter en de wijsgeer namen ieder Schaunard bij een arm en brachten +hem in de kamer, of liever in het paleis van Marcel, dien de lezer +zeker reeds herkend heeft. + +Schaunard keek eenigszins verward om zich heen en mompelde: + +"Het is verwonderlijk, hoe veel mooier mijn kamer geworden is." + +"Nou, ben je nu overtuigd?" vroeg Colline hem. + +Maar Schaunard had zijn piano in het oog gekregen, ging er naar toe +en begon gamma's te spelen. + +"He, luisteren jullie eens," zeide hij, terwijl hij verschillende +accoorden aansloeg; "Bravo, het dier heeft zijn baas herkend: si la +sol, fa mi ré! O, bliksemsche ré! Jij verandert ook nooit. Ik zie wel, +dat het mijn instrument is." + +"Hij houdt vol," zeide Colline tot Rodolphe. + +"Hij houdt vol," herhaalde Rodolphe tegen Marcel. + +"En dat dan," ging Schaunard voort, terwijl hij op den met sterren +en loovertjes bezaaiden rok, die over een stoel geworpen was, wees, +"dat is ook zeker mijn ambtsgewaad niet?" + +En hij keek Marcel uitdagend aan. + +"En dat dan," vervolgde Schaunard en trok het deurwaardersexploot, +waarvan hierboven sprake was, van den muur. + +En hij begon te lezen: + +"Dientengevolge zal mijnheer Schaunard gehouden zijn genoemde woning +te ontruimen en haar in goeden en bewoonbaren staat terug te geven +den achtsten April vòòr twaalf uur des namiddags. Ten bewijze daarvan +heb ik hem deze acte ter hand gesteld, waarvan de kosten vijf francs +bedragen. Nou, ben ik nou mijnheer Schaunard niet, wien de kamer bij +deurwaardersexploot opgezegd wordt en wien men gezegelde stukken, +waarvan de kosten vijf francs bedragen, vereert? En dan dat nog," +ging hij voort, toen hij zijn pantoffels aan de voeten van Marcel +zag; "zijn dat niet mijn muiltjes, geschenk van een mij dierbare +hand? Mijnheer," zoo wendde hij zich nu tot Marcel, "thans is het +aan u, om uw aanwezigheid in mijn laren en penaten te verklaren." + +"Mijne heeren," antwoordde Marcel en hij richtte zich hierbij in +het bijzonder tot Colline en Rodolphe, "mijnheer," en hij wees op +Schaunard, "mijnheer is op zijn kamer, ik beken het eerlijk." + +"Zoo," riep Schaunard uit, "dat is maar gelukkig ook." + +"Maar," vervolgde Marcel, "ook ik ben op mijn kamer." + +"Maar mijnheer," viel Rodolphe hem in de rede, "als onze vriend +toch ...." + +"Ja," vervolgde Colline, "als onze vriend ...." + +"En als u u van uw kant herinnert, dat ....", voegde Rodolphe eraan +toe, "hoe komt het dan ...." + +"Ja," echode Colline, "hoe komt het dan ...." + +"Neem plaats heeren," antwoordde Marcel, "dan zal ik u het mysterie +ophelderen." + +"Wat zoudt u ervan zeggen, als we die opheldering eens +besproeiden?" waagde Colline op te merken. + +"En daarbij familiaar een stukje aten?" voegde Rodolphe eraan toe. + +De vier jonge mannen zetten zich aan tafel en openden een hevigen +aanval op een stuk koud kalfsvleesch, dat de wijnhandelaar hun +afgestaan had. + +Marcel legde toen uit, wat er dien ochtend, toen hij was komen +verhuizen, tusschen hem en den huisbaas was voorgevallen. + +"Derhalve," zeide Rodolphe, "heeft mijnheer volkomen gelijk, wij zijn +zijn gasten." + +"Pardon, u bent hier thuis," antwoordde Marcel beleefd. + +Het kostte echter ontzaglijke moeite, om Schaunard aan zijn verstand +te brengen wat er gebeurd was. Een komisch incident maakte de zaak nog +ingewikkelder. Schaunard, die in een kast naar God weet wat zocht, +ontdekte daarin het kleingeld, dat Marcel dien ochtend van zijn +vijfhonderd francs teruggekregen had. + +"Ha," riep hij uit, "ik wist wel, dat mijn vriend, het toeval, mij +niet in den steek zou laten. Ik herinner me nu, dat ik van morgen +uitgegaan ben, om hem te zoeken ..... Voor die huurtermijnen, dat is +waar ook; hij is zeker in mijn afwezigheid hier geweest. Wij hebben +elkaar misgeloopen, dat is alles. Het is toch maar heel verstandig +van me geweest den sleutel op de kast te laten." + +"Zoete dwaasheid!" mompelde Rodolphe, toen hij zag hoe Schaunard de +geldstukken in even hooge hoopen opstapelde. + +"Droom en bedrog, dat is het leven," voegde de wijsgeer eraan toe. + +Marcel lachte. + +Een uur later lagen zij alle vier in een diepen slaap. + +Den volgenden middag om twaalf uur werden zij wakker; in den beginne +waren zij niet weinig verwonderd elkaar daar te vinden: Schaunard, +Colline en Rodolphe schenen elkaar zelfs niet te herkennen en noemden +elkaar mijnheer. Marcel moest er hen aan herinneren, dat zij den +vorigen avond met elkaar bij hem gekomen waren. + +Op dat oogenblik kwam Durand in de kamer. + +"Mijnheer," zeide hij tot Marcel, "het is vandaag de negende +April achttien honderd en veertig ... het is modderig op straat, +en Z. M. Louis-Philippe is nog steeds koning van Frankrijk en +Navarre. Lieve Hemel," riep vader Durand uit, toen hij zijn ouden +huurder zag, "daar heb je mijnheer Schaunard. Hoe bent u hier gekomen?" + +"Per telegraaf," antwoordde Schaunard. + +"Hoor hem eens aan," zeide de concierge, "u bent nog de oude +grappenmaker!" + +"Durand," zeide Marcel, "ik houd er niet van, dat de livrei zich in +mijn gesprekken mengt; je gaat naar het dichtstbijzijnde restaurant +en laat een dejeuner voor vier personen boven brengen. Hier heb je de +spijskaart," voegde hij eraan toe, terwijl hij hem een stukje papier +met het menu erop gaf. "En een beetje vlug." + +"Heeren," ging Marcel voort, "u hebt mij gisteren avond een souper +aangeboden, laat mij u nu hedenmorgen een dejeuner aanbieden, niet +bij mij, maar bij u," voegde hij eraan toe, terwijl hij Schaunard +zijn hand toestak. + +Na afloop van het dejeuner vroeg Rodolphe het woord. + +"Heeren," zeide hij, "staat mij toe, dat ik u verlaat ...." + +"O neen," zeide Schaunard op sentimenteelen toon, "laten we elkaar +niet meer verlaten." + +"Dat is zoo," merkte Colline op; "je bent hier erg op je gemak." + +"U een oogenblik verlaat," ging Rodolphe voort, "morgen verschijnt de +Echarpe d'Iris [5], een mode-tijdschrift, waarvan ik hoofdredacteur +ben, en ik moet de drukproeven nog corrigeeren. Binnen een uur ben +ik terug." + +"Alle duivels," zeide Colline; "dat brengt mij op de gedachte, dat ik +les moet geven aan een Indischen prins, die naar Parijs gekomen is, +om Arabisch te leeren." + +"Geef die les morgen," zeide Marcel. + +"Neen, dat gaat niet," antwoordde de wijsgeer: "de prins zou mij +vandaag betalen. En bovendien moet ik eerlijk bekennen, dat deze +schoone dag voor mij bedorven zou zijn, indien ik niet even langs de +boekenstalletjes loop." + +"Maar je komt toch terug?" vroeg Schaunard. + +"Met de snelheid van een met zekere hand afgeschoten pijl," antwoordde +de wijsgeer, die van excentrieke beeldspraak hield. + +En hij ging met Rodolphe weg. + +"Maar," zeide Schaunard, toen hij met Marcel alleen gebleven was, +"indien ik, in plaats van me hier te koesteren op het kussen van het +dolce far niente, wat goud ging zoeken om de begeerigheid van mijnheer +Bernard te stillen?" + +"Maar," zeide Marcel ongerust; "wil je dan nog steeds verhuizen?" + +"Lieve God, ik moet wel," antwoordde Schaunard, "ik heb immers een +exploot, waarvan de kosten vijf francs zijn, gekregen." + +"Maar," vervolgde Marcel, "als je verhuist, dan neem je zeker je +meubels mee?" + +"Ja, dat is mijn bedoeling, ik laat hier geen haar achter, zooals +mijnheer Bernard zegt." + +"Duivels, dat zal me leelijk in verlegenheid brengen, want ik heb je +kamers gemeubileerd gehuurd." + +"Waarachtig, dat is waar ook," zeide Schaunard. "Maar," voegde hij er +melancholiek aan toe, "er is geen enkele aanwijzing, dat ik vandaag +of morgen of wanneer ook mijn vijf-en-zeventig francs zal vinden." + +"Maar wacht even," riep Marcel uit, "ik heb een idee." + +"Laat hooren," zeide Schaunard. + +"De zaak staat zoo: wettelijk behoort de woning aan mij, omdat ik +een maand vooruit betaald heb." + +"De woning, ja; maar als ik betaal, neem ik de meubelen wettelijk mede; +en als het mogelijk was, zou ik ze zelfs onwettelijk medenemen." + +"Zoodat," zeide Marcel, "jij de meubels en geen woning, en ik een +woning en geen meubels heb." + +"Dat klopt," zeide Schaunard. + +"Maar mij bevalt de woning uitstekend." + +"En mij," merkte Schaunard op, "mij beviel ze nooit meer." + +"Wat zeg je?" + +"Nooit .... meer. Ik weet heel goed, wat ik zeg." + +"Welnu, dan kunnen we het op een accoordje gooien," meende Marcel; +"blijf bij me, ik lever de woning en jij levert de meubelen." + +"En de huur?" vroeg Schaunard. + +"Daar ik nu geld heb, betaal ik ditmaal; den volgenden keer is het +jouw beurt. Denk er eens over na." + +"Ik denk nooit na, vooral niet om een voorstel aan te nemen, dat +in mijn geest valt; ik neem het zonder bedenken aan. Bovendien zijn +schilder- en dichtkunst zusters." + +"Schoonzusters," vond Marcel. + +Op dat oogenblik kwamen Colline en Rodolphe, die elkaar op straat +ontmoet hadden, terug. + +Marcel en Schaunard stelden hen van hun vennootschap in kennis. + +"Heeren," riep Rodolphe uit, terwijl hij het in zijn broekzak liet +rinkelen, "ik offreer het gezelschap een diner." + +"Dat was juist mijn plan ook," zeide Colline, terwijl hij uit +zijn zak een goudstuk haalde, dat hij als een monocle naar +zijn oog bracht. "Mijn prins heeft mij dat gegeven voor een +Hindostansch-Arabische grammatica, die ik zooeven voor zes stuivers +gekocht heb." + +"En ik," zeide Rodolphe, "heb mij door den kassier van de Echarpe +d'Iris een voorschot laten geven van dertig francs, onder voorgeven, +dat ik mij moest laten inenten." + +"Het is vandaag dus Heiligendag," zeide Schaunard; "ik alleen heb +niets gekregen, dat is toch vernederend." + +"Intusschen," viel Rodolphe hem in de rede, "handhaaf ik mijn +uitnoodiging voor een diner." + +"En ik ook," zeide Colline. + +"Nou," zeide Rodolphe, "dan zullen we opgooien, wie betalen zal." + +"Neen," riep Schaunard uit, "ik weet wat beters, om jullie uit die +moeilijkheid te helpen, heel wat beters." + +"En dat is?" + +"Rodolphe betaalt het diner, en Colline geeft een souper." + +"Een Salomo-oordeel," riep de wijsgeer uit. + +"Dan zal het vandaag nog erger toegaan dan op de bruiloft van Camacho," +[6] meende Marcel. + +Het diner had plaats in een provençaalsch restaurant in de rue +Dauphine, dat bekend was door zijn litteraire kellners en zijn +ayoli-gerechten. Daar zij nog een plaatsje over moesten houden voor +het souper, dronken en aten zij matig. De den vorigen avond tusschen +Colline en Schaunard, en later met Marcel aangeknoopte kennismaking +werd nu intiemer; de vier jonge mannen heschen de vlag van hun +kunstinzichten, en alle vier erkenden, dat zij met denzelfden moed en +dezelfde verwachtingen bezield waren. Al pratende en debatteerende, +bemerkten zij, dat zij gemeenschappelijke sympathieën hadden, +dat zij allen dien zin voor en die behendigheid hadden in geestige +schermutselingen, welke opvroolijken, zonder te kwetsen; dat alle mooie +deugden der jeugd leefden in hun harten, die door het zien of hooren +van iets moois makkelijk in geestdrift waren te brengen. Alle vier, +van hetzelfde punt uitgegaan, om hetzelfde doel te bereiken, waren +van oordeel, dat iets anders dan het banale spel van het toeval hen +had samengebracht, en dat misschien de Voorzienigheid, de natuurlijke +beschermster der verlatenen, hen zoo samenvoerde en hun heel zacht +het woord van het Evangelie influisterde, dat eigenlijk de eenige +wet voor de geheele menschheid moest zijn: "Helpt elkander en hebt +elkander lief!" + +Tegen het einde van het diner, dat een eenigszins ernstig karakter +had aangenomen, stond Rodolphe op, om een toast uit te brengen op +de toekomst; Colline antwoordde met een kleine toespraak, die aan +geen enkel boek ontleend en vrij van alle oratorische wendingen was, +maar heel eenvoudig de simpele taal der natuur sprak, die zoo goed +doet begrijpen wat zoo slecht gezegd wordt. + +"De philosoof lijkt wel niet wijs!" mompelde Schaunard, over zijn +glas gebogen; "nu dwingt hij me water in mijn wijn te doen." + +Na het diner gingen ze een pousse-café drinken in Momus, waar zij den +vorigen dag den avond ook reeds hadden doorgebracht. Van dien dag af +was het daar voor de overige gasten niet meer uit te houden. + +Na de koffie en de daarbij behoorenden likeuren ging de nu voor +goed opgerichte bohème-clan terug naar de kamer van Marcel, die +voortaan den naam Elysée Schaunard droeg. Terwijl Colline het door +hem beloofde souper ging bestellen, haalden de anderen voetzoekers, +vuurpijlen en andere stukken vuurwerk; en voor zij aan tafel gingen, +staken zij uit een der vensters een prachtig vuurwerk af, dat het +heele huis op stelten zette en gedurende hetwelk de vier vrienden +uit volle borst zongen: + +"Célébrons, célébrons, célébrons ce beau jour!" + +Den volgenden ochtend vonden zij elkaar weer terug, doch ditmaal +zonder zich erover te verwonderen. Voor zij ieder weer tot hun werk +terugkeerden, gingen ze gezamenlijk eenvoudig dejeuneeren in Momus, +waar ze afspraken des avonds weer te zullen bijeenkomen en waar men +hen gedurende langen tijd dagelijks weer zag verschijnen. + +Dit zijn de hoofdpersonen, die men zal ontmoeten in de kleine verhalen, +waaruit dit boek bestaat, dat volstrekt geen roman is en geen andere +pretentie heeft dan die door zijn titel aangegeven; want de tooneelen +uit het Parijsche kunstenaars-leven zijn inderdaad niets anders dan +zedenstudiën, waarvan de helden behooren tot een tot dusver verkeerd +beoordeelde klasse, wier grootste gebrek een beetje losbandigheid is, +en die nog als excuus kunnen aanvoeren, dat die losbandigheid een +noodzakelijkheid is, welke het leven hun oplegt. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +EEN GEZANT DER VOORZIENIGHEID. + + +Schaunard en Marcel, die reeds van den vroegen ochtend af dapper aan +het werk waren, hielden plotseling op. + +"Alle duivels, wat heb ik een honger!" zeide Schaunard; en hij voegde +er langs zijn neus weg aan toe: "Wordt er vandaag niet gedejeuneerd?" + +Marcel scheen over die meer dan ooit ongelegen komende vraag zeer +verbaasd: + +"Sedert wanneer wordt er twee dagen achter elkaar gedejeuneerd?" zeide +hij. "Het was gisteren Donderdag." + +En, om zijn antwoord als het ware meer kracht bij te zetten, wees +hij met zijn schilderstokje op het gebod der Kerk. + + + "Vendredi chair ne mangeras, + Ni autre chose pareillement." + + +Schaunard kon geen antwoord vinden en begon weer te werken aan zijn +schilderij, dat een vlakte voorstelde met een rooden en een blauwen +boom, die elkaar een hand- of liever takdruk gaven. Een zeer duidelijke +en inderdaad ook zeer philosophische toespeling op de heerlijkheden +der vriendschap. + +Op dat oogenblik klopte de concierge aan de deur. Hij bracht een +brief voor Marcel. + +"Drie sous," zeide hij. + +"Heusch?" antwoordde de kunstenaar. "Die mag je houden." + +En hij sloeg de deur voor zijn neus dicht. + +Marcel verbrak het zegel en las. Bij de eerste woorden reeds begon +hij te springen als een acrobaat en hief luidkeels het volgende lied, +dat bij hem de hoogste graad van verrukking was, aan: + + + "Y'avait quat' jeunes gens du quartier + Ils étaient tous les quatre malades; + On les a m'nés à l'Hôtel-Dieu + Eu! eu! eu! eu!" + + +"Prachtig," zeide Schaunard en vervolgde: + + + "On les a mis dans un grand lit, + Deux à la tête et deux au pied. + + +"Dat kennen we al." + +Marcel ging door: + + + "Ils virent arriver un' petit' soeur, + Eur! eur! eur! eur!" + + +"Als je niet oogenblikkelijk ophoudt," zeide Schaunard, die reeds +symptomen van hersenverweeking begon te voelen, "dan ga ik het +allegro van mijn symphonie over den Invloed van het Blauw in de +Kunsten spelen." + +En hij stapte reeds naar zijn piano. + +Dit dreigement werkte als een droppel koud water, die in een borrelende +vloeibare massa valt. + +Marcel kalmeerde als door een tooverslag. + +"Hier!" zeide hij, terwijl hij den brief aan zijn vriend gaf; "lees!" + +Het was een uitnoodiging voor een diner van een député, een verlicht +beschermer der kunsten in het algemeen en in het bijzonder van Marcel, +die een schilderij van zijn landhuis gemaakt had. + +"Dat is voor vandaag," zeide Schaunard; "jammer, dat het geen +invitatie voor twee personen is. Maar daar bedenk ik me, dat jouw +député ministerieel gezind is; je kan, je mag die uitnoodiging niet +aannemen: je principes verbieden je brood te eten, dat gedrenkt is +in het zweet van het volk." + +"Ba!" zeide Marcel, "mijn député behoort tot de linkerzijde van het +centrum; hij heeft pas nog tegen de regeering gestemd. Bovendien zal +hij wel een opdracht voor me hebben, en hij heeft me beloofd mij in +andere kringen te introduceeren. En al is het ook vandaag honderd +maal Vrijdag, ik heb een honger als Ugolino in zijn toren; ik wil +vandaag dineeren en daarmede basta!" + +"Er zijn nog andere hinderpalen," ging Schaunard voort, die zijn +jaloerschheid op het fortuintje, dat zijn vriend ten deel viel, +niet bedwingen kon. "Je kunt toch niet zoo in je roode trui en met +je sjouwerspet op gaan dineeren." + +"Ik zal van Rodolphe of Colline een pak leenen." + +"Jeugdige dwaas! Ben je vergeten, dat wij den twintigsten van de +maand voorbij zijn en dat om dezen tijd de kleeren van die heeren +bij oom Jan logeeren?" + +"Maar ik zal toch vòòr vijf uur wel een zwart pak vinden," zeide +Marcel. + +"Ik heb drie weken noodig gehad, om er een te vinden, toen ik naar +de bruiloft van mijn neef moest--en dat was toch in het begin van +Januari." + +"Nou dan ga ik zoo!" antwoordde Marcel, terwijl hij met groote passen +de kamer op en en neer liep. "Van mij zal niet gezegd worden, dat +een armzalige quaestie van etiquette mij heeft weerhouden den eersten +stap in de wereld te doen." + +"O ja, dat is waar ook!" viel Schaunard, die het blijkbaar pleizierig +vond zijn vriend te plagen; "hoe staat het met je schoenen?" + +Marcel ging in een toestand van niet te beschrijven opwinding weg. Na +verloop van twee uur kwam hij terug met een boord. + +"Dat is alles wat ik heb kunnen vinden," zeide hij met een +deerniswaardig gezicht. + +"Daarvoor hadt je waarachtig niet zoo behoeven rond te loopen," +antwoordde Schaunard; "we hebben hier papier genoeg, om er een dozijn +te maken." + +"Maar alle duivels!" riep Marcel uit en rukte daarbij de haren uit +zijn hoofd; "we moeten hier toch kleeren hebben." + +En in alle hoekjes en gaatjes der beide kamers begon hij een nauwgezet +onderzoek. + +Na een uur zoekens had hij het volgende costuum bij elkaar: + +Een geruite broek. + +Een grijze hoed. + +Een roode das. + +Een eertijds witte handschoen. + +Een zwarte handschoen. + +"Daar zijn in geval van nood ten minste twee zwarte handschoenen uit +te maken," zeide Schaunard. "Maar wanneer je aangekleed bent, zal je er +uitzien als het zonnespectrum. Doch dat is minder--je bent schilder." + +Intusschen paste Marcel de schoenen. + +O ramp! Ze waren beide van denzelfden voet. + +Daar zag de wanhopige kunstenaar in een hoek een ouden schoen, +waarin ze gewoonlijk hun leege verfblazen gooiden. Hij maakte er zich +meester van. + +"Van kwaad tot erger," zeide zijn ironische makker: "de een is puntig +en de ander breed van voren." + +"Dat zie je niet; ik zal ze lakken." + +"Dat is een idée! Nu ontbreekt je alleen nog de onontbeerlijke rok." + +"O," zeide Marcel, terwijl hij zich van woede in zijn vuisten beet +"ik zou tien jaar van mijn leven en mijn rechterhand geven, als ik +er een had." + +Op dit oogenblik hoorden zij opnieuw op de deur kloppen. Marcel ging +open doen. + +"Mijnheer Schaunard?" zeide een vreemdeling, die op den drempel +bleef staan. + +"Dat ben ik," antwoordde de schilder en verzocht hem binnen te komen. + +"Mijnheer," zeide de onbekende, die een van die trouwhartige gezichten +had, welke den provinciaal kenmerken, "mijn neef heeft me verteld, +dat u zoo mooi portretten kunt schilderen; en daar ik op het punt sta +een reis naar de koloniën te maken, als gedelegeerde der raffinadeurs +van Nantes, zou ik gaarne een souvenir van mij aan mijn familie +achterlaten. Daarom ben ik naar u toe gekomen." + +"O, heilige Voorzienigheid!" ... mompelde Schaunard. "Marcel, geef +een stoel aan mijnheer...." + +"Blancheron," vulde de vreemdeling aan; "Blancheron uit Nantes, +afgevaardigde van de suikerindustrie, oud-burgemeester van V...., +kapitein van de garde nationale, en schrijver van een brochure over +de suikerquaestie." + +"Ik voel mij zeer vereerd, dat ik door u gekozen ben," zeide de +artist, terwijl hij een buiging maakte voor den gedelegeerde der +raffinadeurs. "En hoe wenscht u uw portret te hebben?" + +"Een miniature, zooals dit," antwoordde mijnheer Blancheron, terwijl +hij op een portret in olieverf wees; want, zooals voor zoovele anderen, +is voor den gedelegeerde alles, wat geen verf op huizen is, miniatuur: +zij kennen geen middenweg. + +Dit naïeve antwoord deed Schaunard dadelijk begrijpen met wien hij +te doen had, vooral toen de vreemdeling er nog aan toevoegde, dat +hij gaarne zijn portret in fijne kleuren geschilderd wilde hebben. + +"Ik gebruik nooit andere," zeide Schaunard. "En in welke grootte wilt +u uw portret?" + +"Zoo groot ongeveer," antwoordde mijnheer Blancheron, op een doek +van twintig francs wijzend. "Wat is de prijs daarvan?" + +"Vijftig tot zestig francs; vijftig zonder handen en zestig met." + +"Drommels, mijn neef sprak van dertig francs." + +"Dat hangt af van het seizoen," zeide de schilder; "in sommige tijden +zijn de kleuren veel duurder." + +"Zoo, dat is dus net als met den suiker." + +"Precies eender." + +"Nou, voor vijftig francs dan," zeide mijnheer Blancheron. + +"Dat zou ik u niet aanraden; voor tien francs meer schilder ik u met +uw suiker-brochure in uw handen, dat zal meer effect maken." + +"Waarachtig, u hebt gelijk!" + +"Lieve Hemel," zeide Schaunard in zichzelf; "als hij zoo doorgaat, dan +barst ik nog los en gooi ik hem een van mijn stukken naar zijn hoofd." + +"Heb je gezien?" fluisterde Marcel hem in. + +"Wat?" + +"Hij heeft een rok." + +"Ik snap je en ik zal je helpen. Laat mij maar begaan." + +"Welnu, mijnheer," zeide de gedelegeerde, "wanneer zullen we +beginnen? We moeten niet te lang wachten, want ik vertrek eerstdaags." + +"Ik moet zelf een klein reisje maken; overmorgen verlaat ik Parijs. Als +u het dus goed vindt, zullen we maar dadelijk beginnen. Een flinke +séance zal de zaak zeer bespoedigen." + +"Maar het zal zoo dadelijk donker zijn, en u kunt toch niet bij +kunstlicht schilderen," zeide mijnheer Blancheron. + +"Mijn atelier is zòò ingericht, dat ik er op ieder uur van den dag +kan werken..." viel de schilder hem in de rede. "Als u uw rok wilt +uittrekken en de pose aannemen, zullen we beginnen." + +"Mijn rok uittrekken? Waarom?" + +"Hebt u niet gezegd, dat het een portret voor uw familie moet zijn?" + +"Zeker." + +"Dan moet u ook in een kamerjapon geschilderd worden. Dat is trouwens +gewoonte ook." + +"Maar ik heb geen kamerjapon bij me." + +"Ik heb er een. Ik ben voor zulke gevallen ingericht," zeide Schaunard +en gaf zijn model een oud met verfvlekken overladen vod, dat den +eerzamen provinciaal op het eerste gezicht deed aarzelen. + +"Dat is al een heel raar kleedingstuk," zeide hij. + +"En heel kostbaar," antwoordde de schilder. "Indertijd heeft een +Turksch vizier het cadeau gegeven aan Horace Vernet, die het weer +aan mij vermaakt heeft. Ik ben zijn leerling." + +"Bent u een leerling van Vernet?" vroeg Blancheron. + +"Ja, mijnheer, en daar ben ik trotsch op.--Schande," mompelde hij in +zichzelf, "ik verloochen mijn goden." + +"Daar hebt u dan ook reden voor, jonge man," antwoordde de +gedelegeerde, terwijl hij de kamerjapon van zoo voorname afkomst +aantrok. + +"Hang den rok van mijnheer aan den porte-manteau," zeide Schaunard +met een beteekenisvollen blik tot zijn vriend. + +"Zeg eens," mompelde Marcel, terwijl hij zich op zijn prooi wierp en +heimelijk naar Blancheron wees "hij ziet er prachtig uit zoo! Als je +hem zoo eens schilderen kon!" + +"Ik zal het probeeren! Maar dat is van minder belang, kleed je gauw aan +en maak, dat je weg komt, maar zorg, dat je om tien uur terug bent; +ik zal hem wel tot zoo lang aan de praat houden. Maar vòòr alles, +vergeet niet iets voor me mede te brengen." + +"Ik zal een ananas voor je meebrengen," antwoordde Marcel en maakte, +dat hij weg kwam. + +Hij kleedde zich in vliegenden haast. De rok paste hem, alsof hij hem +aangemeten was. Dan ging hij door de tweede deur van het atelier weg. + +Schaunard was intusschen met werken begonnen. Toen het heelemaal +donker geworden was, hoorde mijnheer Blancheron het zes uur slaan en +bedacht zich, dat hij nog niet gedineerd had. Hij vertelde dat aan +den schilder. + +"Ik verkeer in hetzelfde geval, maar om u ter wille te zijn, zal ik +mij daarvan vanavond maar speenen," zeide Schaunard; "wel had ik voor +vanavond een invitatie in den faubourg Saint-Germain, maar we kunnen +het werk nu niet afbreken, dat zou schade doen aan de gelijkenis." + +En hij begon weer te werken. + +"Maar," zeide hij plotseling, "we zouden kunnen dineeren, zonder dat +we ons werk onderbreken. Er is hier vlak bij een uitstekend restaurant, +vanwaar ze ons alles, wat we willen, kunnen brengen." + +En Schaunard wachtte met spanning de uitwerking van zijn trio +meervouden af. + +"Ik ben het volkomen met u eens," zeide mijnheer Blancheron, "en het +zal mij aangenaam zijn, indien u mij de eer wilt aandoen aan tafel +mijn gast te zijn." + +Schaunard maakte een buiging. + +"Waarachtig," zeide hij tot zichzelf, "het is een brave kerel, een +ware gezant der Voorzienigheid. Wilt u het menu maar opmaken?" vroeg +hij aan zijn amphytrion. [7] + +"Het zal mij aangenaam zijn, indien u zich daarmede belasten wilt," +antwoordde deze beleefd. + +"Dat zal je berouwen," zong de schilder, die vliegensvlug de trap +afstormde. + +Hij ging het restaurant binnen, liep naar de toonbank en stelde +een menu samen, dat den Vatel [8] in den winkel bij het lezen bleek +deed worden. + +"En goede Bordeaux." + +"Wie betaalt dat?" + +"Ik waarschijnlijk niet," zeide Schaunard; "maar een oom van me, een +lekkerbek en fijnproever, dien u boven bij me zult zien. Zet dus je +beste beentje voor en zorg, dat we binnen een half uur kunnen eten +en denk erom, op echt porcelein." + + + +Om acht uur voelde mijnheer Blancheron reeds behoefte aan de borst van +een vriend zijn denkbeelden over de suikerindustrie uit te storten, +en declameerde hij voor Schaunard de brochure, die hij geschreven had. + +Deze begeleidde hem op den piano. + +Om tien uur dansten mijnheer Blancheron en zijn vriend een galop en +tutoyeerden elkaar. + +Om elf uur zwoeren zij elkaar eeuwige trouw en maakten een testament, +waarin zij elkaar wederkeerig hun fortuin nalieten. + +Om twaalf uur kwam Marcel thuis en vond ze in elkanders armen. Ze +zwommen in tranen. Er stond al een halve duim water in het +atelier. Marcel stootte zich tegen de tafel en zag de schitterende +overblijfselen van het heerlijke festijn. Hij onderzocht de +flesschen--zij waren totaal leeg. + +Hij wilde Schaunard wakker maken, maar deze dreigde hem te zullen +vermoorden, als hij hem Mijnheer Blancheron, dien hij als hoofdkussen +gebruikte, wilde ontrooven. + +"Ondankbare!" zeide Marcel, terwijl hij uit zijn rokzak een handvol +noten te voorschijn haalde. "Mij vermoorden, mij, die een diner voor +hem meegebracht heb." + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +DE LIEFDE IN DEN VASTENTIJD. + + +Op een avond in den vastentijd kwam Rodolphe al vroeg thuis met het +vaste plan om te gaan werken. Doch nauwlijks had hij zich aan tafel +gezet en zijn pen in den inktkoker gedoopt, toen zijn aandacht door +een zonderling geluid getrokken werd; en toen hij luisterde aan het +indiscrete beschot, dat hem van de kamer ernaast scheidde, hoorde +hij heel duidelijk een regelmatigen dialoog van kussen en andere +amoureuse klanknabootsingen. + +"Drommels!" dacht Rodolphe, terwijl hij op de pendule keek, "het is nog +niet laat ... en mijn buurvrouw is een Julia, die haar Romeo gewoonlijk +nog lang na het zingen van de leeuwerik bij zich houdt. Ik zal vannacht +niet kunnen werken." En hij zette zijn hoed op en ging uit. + +Toen hij zijn sleutel in de portiersloge wilde leggen, vond hij de +vrouw van den concierge in de armen van een galant. De arme vrouw +was er zoo verschrikt door, dat er meer dan vijf minuten verliepen, +voordat zij kon opentrekken. + +"Ha!" dacht Rodolphe, "er zijn dus oogenblikken, waarop de portiersters +weer vrouwen worden." + +Toen hij de huisdeur opende, vond hij in den hoek een dragonder +en een keukenmeid in een avondmantel staan, die elkaar bij de hand +vasthielden en het geld der liefde wisselden. + +"Alle duivels!" zeide Rodolphe met een toespeling op den krijgsman +en zijn robuste vriendin, "dat zijn een paar ketters, die er niet +aan denken, dat wij in de vasten zijn." + +En hij ging de straat op naar een van zijn vrienden, die in de +buurt woonde. + +"Als Marcel thuis is," zeide hij tot zichzelf, "dan kunnen we den +avond doorbrengen met eens lekker Colline over den hekel te halen. Je +moet toch wat doen ...." + +Op zijn krachtig kloppen werd de deur op een kiertje open gemaakt en +vertoonde zich daarin een jonge man met alleen een monocle op en een +hemd aan. + +"Ik kan je vandaag niet ontvangen," zeide hij tegen Rodolphe. + +"Waarom niet?" vroeg deze. + +"Hier!" zeide Marcel en hij wees op een vrouwehoofd, dat achter een +bedgordijn te voorschijn kwam; "hier heb je mijn antwoord!" + +"Zij is niet mooi!" antwoordde Rodolphe, toen de deur voor zijn +neus gesloten was. "Maar wat nu?" zeide hij, toen hij weer op straat +was. "Als ik eens naar Colline ging? Dan zouden we eens lekker over +Marcel kunnen kletsen." + +Toen hij de gewoonlijk donkere en weinig drukke rue de l'Ouest +doorging, zag hij plotseling een schaduw, die melancholiek heen en +weer liep en binnensmonds verzen scheen te reciteeren. + +"He, he," zeide Rodolphe; "welk sonnet loopt daar zoo te +blauwbekken? Lieve Hemel, het is Colline." + +"He, Rodolphe! Waar is de reis naar toe?" + +"Naar jou." + +"Daar zal je me niet vinden." + +"Wat doe je hier?" + +"Ik wacht." + +"En waar wacht je op?" + +"Ach!" zeide Colline met spottende hoogdravendheid, "waarop kan je +wachten, wanneer je twintig bent, de hemel van sterren fonkelt en +liederen door de lucht weerklinken?" + +"Spreek toch in proza." + +"Ik wacht op een vrouw." + +"Bonsoir," zeide Rodolphe, die in zichzelf pratend verder +ging. "Bliksems! Is het dan vandaag St. Cupido en zou ik geen stap +kunnen verzetten zonder op verliefden te stooten? Het is onzedelijk, +schandelijk. Waarom doet de politie er niets aan?" + +Daar de Luxembourg nog open was, ging Rodolphe dien binnen, om zijn +weg te bekorten. In de verlaten lanen zag hij dikwijls, als verschrikt +door zijn passen, geheimzinnig elkaar omvattende paren voor zich uit +vluchten, die, zooals een dichter gezongen heeft, de dubbele wellust +der stilte en der schaduw zoeken. + +"Net een avond, die uit een roman overgeschreven is," zeide hij tot +zichzelf. En toch ging hij, zijns ondanks door een smachtende bekoring +bevangen, op een bank zitten en keek sentimenteel naar de maan. + +Na eenigen tijd was hij geheel door een hallucinatiekoorts +bevangen. Het was, alsof de marmeren goden en heroën, die den tuin +bevolken, van hun voetstukken afdaalden, om aan de godinnen en +heroïnen het hof te maken; en hij hoorde heel duidelijk hoe de dikke +Hercules de Velleda, wier tunica hem buitengewoon kort voorkwam, +galante complimentjes influisterde. + +Van af de bank, waarop hij zat, zag hij, hoe de zwaan uit het bassin +naar een nymph daar vlak bij ging. + +"Mooi!" dacht Rodolphe, die dit alles mythologisch opvatte, "dat is +Juppiter, die naar zijn rendez-vous met Leda gaat. Als de bewaker ze +nu maar niet betrapt." + +Dan legde hij zijn hoofd in zijn handen en boog zich nog dieper in +de doornen van zijn gevoel. Doch op dit heerlijke oogenblik van zijn +droom werd Rodolphe plotseling wakker geschrikt door een bewaker, +die hem op zijn schouder tikte. + +"Mijnheer, de tuin wordt gesloten." + +"Dat is maar gelukkig ook," dacht Rodolphe. "Als ik hier nog vijf +minuten bleef, zou ik in mijn hart meer vergeet-mij-nietjes hebben +dan er op de oevers van den Rijn of in de romans van Alphonse Karr +groeien." + +En met zachte stem een sentimenteele romance, die voor hem de +Marseillaise der liefde was, neuriënd, verliet hij met vluggen pas +den Luxembourg. + +Een half uur later zat hij--God weet hoe hij er kwam--in den Prado voor +een glas punch te praten met een grooten, jongen man, die beroemd was +om zijn neus, welke er door een merkwaardig privilege van ter zijde +snavelvormig en en face plat uitzag; een meesterneus, wien het niet aan +geest ontbrak en die genoeg avonturen medegemaakt had, om in dergelijke +gevallen goeden raad te kunnen geven en zijn vriend nuttig te zijn. + +"Dus," zeide Alexandre Schaunard, de man met den neus, "je bent +verliefd!" + +"Ja, mijn waarde .... ik heb het daarnet plotseling te pakken gekregen; +precies hevige kiespijn, die je in je hart hebt." + +"Geef me je tabak eens," zeide Alexandre. + +"Stel je voor," ging Rodolphe voort, "dat ik sinds twee uur niets dan +verliefden, mannen en vrouwen, twee aan twee, tegenkom. Ik kwam op +het denkbeeld den Luxembourg in te loopen, waar ik allerlei soorten +phantasmagorieën gezien heb; dat heeft me buitengewoon aangegrepen; +elegieën schieten in mij op; ik blaat en ik kir; ik ben half lam, half +duif geworden. Kijk me eens goed aan; ik moet wol en veeren hebben." + +"Wat heb je toch gedronken?" zeide Alexandre ongeduldig, "je laat me +poseeren alsof ik een model ben." + +"Ik verzeker je, dat ik volkomen helder ben," zeide Rodolphe. "Of +toch eigenlijk niet. Maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik behoefte +heb om iets te omhelzen. Zie je, Alexandre, het is niet goed, dat de +mensch alleen zij: kort en goed je moet me helpen een vrouw te vinden +.... Wij zullen een rondgang door de balzaal maken, en daar moet jij +de eerste, die ik je aanwijs, gaan zeggen, dat ik haar liefheb." + +"Waarom ga je zelf dat haar niet zeggen?" antwoordde Alexandre met +zijn prachtigen nasalen bas. + +"Ach mijn waarde," zeide Rodolphe, "ik wil eerlijk bekennen, dat ik +heelemaal vergeten ben hoe je het aan moet pakken, om zulke dingen te +zeggen. Van al mijn liefderomans hebben mijn vrienden de inleiding +geschreven, sommigen zelfs de ontknooping. Ik heb nooit een goed +begin kunnen vinden." + +"Het is voldoende, om er een eind aan te kunnen maken," zeide +Alexandre; "maar ik begrijp je. Ik heb een jong meisje gezien, die +veel van hobo's houdt. Misschien val je wel in haar smaak." + +"Ach!" zeide Rodolphe, "ik zou zoo graag zien, dat zij witte +handschoenen en blauwe oogen had." + +"Drommels, blauwe oogen, dat zal nog wel gaan .... maar witte +handschoenen .... je weet toch, dat je niet alles tegelijk hebben +kan. Maar laten we naar het aristocratische kwartier gaan." + +"Kijk," zeide Rodolphe, terwijl hij een salon binnenging, waar de +modepoppetjes zich ophielden, "daar zit er een, die me nog al zacht +toeschijnt ...." en hij wees op een vrij elegant gekleed meisje, +dat zich in een hoek teruggetrokken had. + +"Goed," antwoordde Alexandre; "houd jij je maar wat op den +achtergrond; ik zal voor jou den fakkel van den hartstocht in haar +hart slingeren. Wanneer je moet komen, zal ik je roepen." + +Een minuut of tien stond Alexandre te praten met het jonge meisje, +dat nu en dan in een vroolijken lach uitbarstte en eindelijk Rodolphe +een glimlachje toewierp, dat meer dan duidelijk te kennen gaf: Kom +maar, je advocaat heeft zijn proces gewonnen. + +"Ga nu maar," zeide Alexandre; "de overwinning is ons; het kleintje +zal in ieder geval niet wreed zijn, maar doe in den beginne een +beetje naief." + +"Dat behoef je me volstrekt niet te zeggen." + +"Ook goed," zeide Schaunard. "Geef mij nu eerst wat tabak en ga dan +bij haar zitten." + +"Lieve Hemel," zeide het jonge meisje, toen Rodolphe naast haar +plaats genomen had; "wat een type, die vriend van je. Hij heeft een +stem als een jachthoorn." + +"Dat komt, omdat hij musicus is," antwoordde Rodolphe. + +Twee uur later bleven Rodolphe en zijn vriendinnetje voor een huis +in de rue Saint-Denis staan. + +"Hier woon ik," zeide het jonge meisje. + +"Lieve Louise, wanneer zal ik je weer zien, en waar?" + +"Morgenavond om acht uur op je kamer." + +"Heusch?" + +"Hier heb je mijn woord," antwoordde Louise, terwijl zij Rodolphe +haar frissche wangen toestak, die zoo maar in die prachtige rijpe +vruchten van jeugd en gezondheid beet. + +Dol en dronken van liefde kwam Rodolphe weer op zijn kamer. + +"O," zeide hij, terwijl hij met groote passen op en neer liep; +"dat kan zoo maar niet afloopen! Ik moet verzen maken." + +Den volgenden morgen vond de concierge in de kamer een dertig blaadjes +papier, aan het hoofd waarvan majestueus deze enkele alexandrijn +prijkte: + +"O l'Amour! ô l'Amour! prince de la jeunesse!" + +Rodolphe was dien dag, tegen zijn gewoonte in, al heel vroeg wakker, +en hoewel hij weinig geslapen had, stond hij dadelijk op. + +"Dus," riep hij uit, "is het vandaag de groote dag .... Maar nog +twaalf uur wachten .... Hoe die twaalf eeuwigheden doorkomen?" + +En toen zijn blik op zijn schrijftafel viel, was het alsof zijn pen +heen en weer huppelde en tegen hem zei: Werk. + +"Werken? weg met het proza!... Ik wil niet hier blijven, het stinkt +hier naar inkt!" + +Hij ging naar een café, waar hij zeker was geen vrienden te zullen +aantreffen. + +"Zij zouden dadelijk zien, dat ik verliefd was," dacht hij. + +Na een zeer eenvoudig dejeuner gebruikt te hebben, liep hij naar het +station en stapte in een coupé. + +Een half uur later was hij in de bosschen van Ville d'Avray. + +Rodolphe wandelde den geheelen dag door de verjongde natuur en keerde +eerst tegen het vallen van den avond naar Parijs terug. + +Nadat hij den tempel, die zijn afgod zou ontvangen in orde gemaakt had, +maakte hij een voor deze gelegenheid passend toilet, waarbij hij het +zeer betreurde, dat hij zich niet geheel in het wit kleeden kon. + +Tusschen zeven en acht uur was hij ten prooi aan een hevige +wacht-koorts, een langzame marteling, die hem zijn vroegere jaren +en zijn vroegere verliefdheden weer in de gedachte terugriep. Dan +droomde hij, volgens zijn gewoonte, reeds van een grooten hartstocht, +een liefde in tien deelen, een waar lyrisch gedicht met maneschijn, +ondergaande zon, afspraakjes onder wilgen, jaloezie, zuchten +enz. enz. Zoo ging het iederen keer, als het toeval een vrouw aan +zijn deur voerde, en geen enkele had hem verlaten zonder een aureool +om haar voorhoofd en een collier van tranen om haar hals. + +"Zij zouden liever een hoed of een paar schoenen hebben," zeiden +zijn vrienden. + +Maar Rodolphe was hardnekkig en tot nog toe hadden de talrijke +ervaringen, die hij al had doorgemaakt, hem niet kunnen genezen. Hij +wachtte nog altijd op een vrouw, die een idool voor hem zou willen +zijn, een engel in zijde en fluweel, tot wie hij, als de inspiratie +ze hem ingaf, zijn sonnetten kon richten. + +Eindelijk hoorde Rodolphe het "gewijde uur" slaan, en toen de laatste +slag weerklonk, meende hij te zien dat de Amor en de Psyche op zijn +pendule hun albasten lichamen tegen elkaar drukten. Op hetzelfde +oogenblik werd er tweemaal bescheiden aan de deur geklopt. + +Rodolphe ging open doen; het was Louise. + +"Je ziet, dat ik op tijd ben," zeide zij. + +Rodolphe deed de gordijnen dicht en stak een nieuwe kaars aan. + +Intusschen had de kleine haar sjaal afgedaan en haar hoed afgezet en +die beide op het bed gelegd. De hagelwitte lakens deden haar glimlachen +en bijna een kleur krijgen. + +Louise was eerder gracieus dan mooi te noemen; haar frisch +gezichtje verried een aantrekkelijke vermenging van naïveteit en +schalkschheid. Het was iets als een motief van Greuze, gearrangeerd +door Gavarni. [9] De bekoorlijke, jeugdige vormen van het jonge +meisje kwamen zeer voordeelig uit door een toilet, dat, hoewel heel +eenvoudig, ook bij haar die aangeboren kennis verried van koketterie, +welke alle vrouwen bezitten van af haar eerste windselen tot aan haar +bruidskleed. Louise scheen bovendien in het bijzonder de theorie der +houdingen bestudeerd te hebben en nam voor Rodolphe, die haar met +kunstenaarsoogen beschouwde, een reeks verleidelijke standen aan, die +in hun gemaniereerdheid dikwijls meer gracieus dan natuurlijk waren: +haar fijn geschoeide voetjes waren klein genoeg .... zelfs voor een +romanticus, die Andalusische of Chineesche miniaturen als zijn ideaal +beschouwt. Haar teere handen verrieden, dat zij niet aan werken gewoon +waren. Inderdaad hadden zij in de laatste zes maanden de steken der +naalden niet behoeven te vreezen. In het kort Louise was een van die +trekvogeltjes, welke uit een gril en dikwijls uit noodzaak, haar nestje +voor een dag of liever voor een nacht bouwen in de dakkamertjes van +het Quartier latin en daar gaarne een paar dagen blijven, indien men +ze door aardige invallen of zijden linten weet te binden. + +Na een uurtje met Louise gepraat te hebben, wees Rodolphe haar als +een navolgenswaardig voorbeeld den groep van Amor en Psyche. + +"Zijn dat niet Paul en Virginie?" vroeg zij. + +"Ja," antwoordde Rodolphe, die haar niet dadelijk door een tegenspraak +wilde krenken. + +"Zij zijn goed nagemaakt," vond Louise. + +"O je!" dacht Rodolphe, terwijl hij haar aankeek, "het arme kind +is weinig bedreven in de litteratuur. Ik ben er zeker van, dat zij +alleen op de hoogte is van de orthographie van het hart, die geen en +of s in het meervoud schrijft. Ik zal een grammatica voor haar koopen." + +Toen Louise erover klaagde, dat haar schoenen haar knelden, hielp +hij haar voorkomend bij het uittrekken. + +Plotseling ging het licht uit. + +"Hè?" riep Rodolphe uit, "wie heeft de kaars uitgeblazen?" + +Een vroolijke lach was het antwoord. + +Enkele dagen later kwam Rodolphe op straat een van zijn vrienden tegen. + +"Wat voer je toch uit?" vroeg deze hem. "We zien je heelemaal niet +meer." + +"Ik maak huiselijke poëzie," was Rodolphe's antwoord. + +De ongelukkige sprak de waarheid. Hij had aan Louise meer gevraagd +dan het arme kind hem had kunnen geven. Als doedelzak had zij niet +de tonen van een lier. Zij sprak, om zoo te zeggen, het patois der +liefde en Rodolphe wilde er absoluut de salontaal van spreken. Daardoor +begrepen zij elkaar nauwlijks. + +Acht dagen later ontmoette Louise in hetzelfde danslokaal, waar zij +Rodolphe voor het eerst gezien had, een blonden jongen man, met wien +zij verscheidene malen danste en die haar na afloop van het bal naar +zijn kamer meenam. + +Het was een tweedejaarsstudent, die heel goed het proza van het +pleizier sprak en mooie oogen en rinkelende zakken had. + +Louise vroeg hem papier en inkt en schreef Rodolphe den volgenden +brief: + + + "Reeken niet meer op mei, ik omhels je voor het laast. Adieu. + + Louise." + + +Toen Rodolphe 's avonds bij zijn thuiskomst dien brief las, ging zijn +licht plotseling uit. + +"Kijk!" zeide hij nadenkend, "dat is de kaars, die ik den avond, dat +Louise kwam, aangestoken heb: zij moest met onze liaison sterven. Als +ik het vooruit geweten had, zou ik een langere genomen hebben," +voegde hij er half spijtig, half boos bij en hij legde het briefje +van zijn maîtresse in een lade, die hij wel eens de catacomben van +zijn liefde noemde. + +Toen Rodolphe eenigen tijd later eens bij Marcel was, raapte hij, +om zijn pijp aan te steken, een stuk papier van den grond op, waarop +hij het schrift en de orthographie van Louise herkende. + +"Ik heb een autograaf van dezelfde hand," zeide hij tot zijn vriend; +"maar er staan in den mijne twee fouten minder dan in die van +jou. Bewijst dat niet, dat zij meer van mij hield dan van jou?" + +"Dat bewijst, dat je een idioot bent!" antwoordde Marcel. "Blanke +schouders en blanke armen hebben geen grammatica van noode." + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +ALI-RODOLPHE, OF DE TURK TEGEN WIL EN DANK. + + +Door een ongastvrijen huisheer verbannen, leefde Rodolphe sedert +eenigen tijd in meer dwalenden toestand dan de wolken en volmaakte +zich, zoo goed hij kon, in de kunst zonder avondeten naar bed te gaan +of te soupeeren zonder naar bed te gaan. Zijn kok heette het Toeval +en hij logeerde meestal in het hotel: De Bloote Hemel. + +Twee dingen echter verlieten Rodolphe te midden van al zijn +tegenspoeden nooit: zijn goed humeur en het manuscript van +"Le Vengeur", een drama, dat een lijdensweg door alle Parijsche +schouwburgen gemaakt had. + +Op een goeden dag, toen Rodolphe ten gevolge van een al te fantastische +danse macabre naar de "nor" gebracht was, stond hij plotseling +tegenover een oom van hem, een zekeren mijnheer Monetti, kachelsmid, +rookverdrijver en sergeant bij de garde nationale, dien hij in geen +eeuwigheid gezien had. + +Geroerd door de tegenspoeden van zijn neef, beloofde oom Moretti zijn +positie te verbeteren. Wij zullen zien hoe, als de lezer tenminste +niet opziet tegen een zes verdiepingen hooge klimpartij. + +De leuning dus gepakt en naar boven. Oef! honderd vijf-en-twintig +treden. Daar zijn we eindelijk boven. Nog een stap en wij zijn in de +kamer, nog een en wij zouden er niet meer in zijn. Het is wat klein, +maar het is hoog: en verder licht en lucht en uitzicht first class. + +Het meubilair bestaat uit verschillende kachels in den vorm van een +schoorsteen, twee haarden, spaarovens (vooral wanneer je er geen +vuur in aanlegt), een dozijn aarden of ijzeren pijpen en een menigte +verwarmingstoestellen; laten we, om den inventaris te sluiten, nog +noemen, een aan twee in den muur geslagen spijkers bevestigde hangmat, +een tuinstoel met een poot eraf, een kandelaar met een afdruipglaasje +en verschillende andere kunst- en luxe voorwerpen. + +Het tweede vertrek, het balcon, wordt gedurende het mooie seizoen +door twee in potten staande dwerg-cypressen in een park veranderd. + +Op het oogenblik, dat wij binnentreden, beëindigt de bewoner van die +heerlijkheid, een jonge als een Turk uit een opéra comique gekleede +jonge man, een maaltijd, waarbij hij, zooals de aanwezigheid van een +ex-ham en een te voren volle flesch wijn verraadt, op snoode wijze +de wet van den propheet schendt. Na afloop van den maaltijd strekt de +jonge man zich op zijn Oostersch uit op den vloer en begint nonchalant +een met J. G. [10] gemerkte pijp te rooken. Terwijl hij zich geheel en +al overgaf aan deze Aziatische gelukzaligheid, streelde hij van tijd +tot tijd den rug van een prachtigen Newfoundlander, die ongetwijfeld +die liefkoozing beantwoord zou hebben, als hij niet van terra cotta +geweest was. Plotseling hoorde men op de gang geluid van stappen; +de deur ging open en een man kwam binnen, die, zonder een woord te +zeggen, recht op een der beide haarden, welke als secretaire dienst +deed, toeliep, het deurtje van den oven openmaakte en er een rol +papier uitnam, dat hij met groote aandacht ging lezen. + +"Wat?" riep de pas binnengekomene met een sterk Piemonteesch accent; +"heb je dat hoofdstuk over de luchtgaten nog niet af?" + +"Neem me niet kwalijk, oom," antwoordde de Turk, "het hoofdstuk over +de luchtgaten is een van de interessantste van uw boek en vereischt +een nauwkeurige studie. Ik ben bezig het te bestudeeren." + +"Maar, ellendeling, dat antwoordt je me iederen dag. En hoe ver ben +je met het hoofdstuk over de vulkachels?" + +"De vulkachel staat er goed voor. Maar van kachels gesproken, oom, +als u me wat hout zoudt willen geven, zou ik er niets tegen hebben. Het +is hier een klein Siberië. Ik heb het zoo koud, dat ik den thermometer +zeker beneden nul zou laten dalen alleen door er naar te kijken." + +"Wat, heb je dien heelen takkebos al opgebruikt?" + +"Neem me niet kwalijk, oom, er zijn takkebossen en takkebossen, +en de uwe was al heel klein." + +"Ik zal een kolengruisblok boven laten brengen. Dat bewaart de warmte." + +"Daarom geeft het die zeker niet." + +"Nou dan," zeide de Piemontees weggaande, "ik zal je wat talhout boven +sturen. Maar morgen moet ik mijn hoofdstuk over de vulkachels hebben." + +"Wanneer ik vuur heb, zal ik daar beter vlam voor kunnen vatten," +zeide de Turk, terwijl de Piemontees de deur aan den buitenkant sloot. + +Wanneer we een tragedie aan het schrijven waren, zou nu het oogenblik +aangebroken zijn, om den vertrouwde te laten optreden. Hij zou +Noureddin of Osman moeten heeten en op tegelijk bescheiden en +beschermende wijze onzen held moeten naderen en hem zijn geheim +ontlokken met deze verzen: + + + "Quel funeste chagrin vous occupe, seigneur? + À votre auguste front, pourquoi cette pâleur? + Allah se montre-t-il à vos desseins contraire? + Ou le farouche Ali, par un ordre sévère, + A-t-il sur d'autres bords, en apprenant vos voeux, + Éloigné la beauté qui sut charmer vos yeux?" + + +Maar wij schrijven geen tragedie, en moeten het dus, al hebben wij +eigenlijk een vertrouwde dringend noodig, zonder hem stellen. + +Onze held is niet wat hij schijnt te zijn: de tulband maakt den +Turk niet. Deze jonge man is onze vriend Rodolphe, die door zijn +oom onder dak is gebracht, voor wien hij nu een "Handboek voor den +Volmaakten Rookverdrijver" samenstelt. Mijnheer Monetti, die voor zijn +kunst zeer geestdriftig was, had al zijn vrijen tijd gewijd aan de +rookverdrijverij. Deze waardige Piemontees had voor zijn gebruik een +stelregel gevonden, die bijna een pendant van dien van Cicero vormde, +en in oogenblikken van grooten geestdrift riep hij uit: "Nascuntur poê +.... liers" [11]. Op een goeden dag was deze waardige Piemontees, tot +nut en stichting van de komende geslachten, op het denkbeeld gekomen +een theoretischen codex te formuleeren van de grondbeginselen der +kunst, in de praktische uitoefening waarvan hij uitblonk, en hij had, +zooals wij gezien hebben, zijn neef uitverkoren, om zijn diepzinnige +denkbeelden te gieten in een voor de menschheid begrijpelijken +vorm. Rodolphe werd door hem gevoed, gelegerd enz. ... en zou na de +voltooiing van het Handboek een gratificatie van honderd daalders +krijgen. + +Om zijn neef tot werken aan te sporen, had Monetti hem in de eerste +dagen edelmoedig een voorschot van vijftig francs gegeven. Maar +Rodolphe, die al in een jaar zoo'n groote som niet gezien had, +was half waanzinnig van blijdschap in gezelschap van zijn daalders +uitgegaan en bleef drie dagen onder water: den vierden kwam hij, +van de zwaarte der looddeelen bevrijd, weer boven. + +Monetti, die vurig verlangde zijn Handboek af te zien, daar hij hoopte +er een brevet voor te krijgen, was bang voor nieuwe escapades van +zijn neef. Om hem tot werken te noodzaken en hem te beletten uit te +gaan, nam hij hem zijn kleeren af en gaf hem daarvoor in de plaats +het kostuum, waarin we hem zooeven hebben aangetroffen. + +Desniettegenstaande vorderde het beroemde Handboek slechts piano +aan, daar Rodolphe te eenenmale de voor dit genre van litteratuur +vereischte eigenschappen miste. De oom wreekte zich over die trage +onverschilligheid ten opzichte der schoorsteenen door zijn neef een +aantal kwellingen te laten ondergaan. Nu eens gaf hij hem slechts +kleine maaltijden en meermalen liet hij hem zonder rooktabak. + +Op een Zondag brak Rodolphe, na bloed en inkt over het beroemde +hoofdstuk der luchtgaten gezweet te hebben, zijn pen, die hem in de +vingers brandde, in tweeën en ging een wandeling maken in zijn park. + +Maar als om hem te plagen en zijn lust nog meer te prikkelen, kon hij +nergens heen kijken, of hij zag voor ieder raam iemand zitten rooken. + +Op het vergulde balcon van een pasgebouwd huis kauwde een modegek in +een kamerjapon tusschen zijn tanden een aristocratischen panatella. Een +verdieping hooger joeg een artist den geurigen mist van Turksche tabak, +die in een pijp met barnsteenen mondstuk brandde, voor zich uit. Voor +het raam van een kroeg liet een dikke Duitscher zijn bier schuimen en +blies met mechanischen regelmaat dikke wolken uit zijn Cudmer-pijp. Op +straat kwamen zingend groepen werklieden met hun neuswarmers tusschen +de lippen voorbij. En ook alle andere voetgangers, die de straat +vulden, rookten. + +"Helaas!" zuchtte Rodolphe, "behalve ik en de schoorsteenen van mijn +oom, rookt op dit oogenblik alles in de schepping." + +En met zijn voorhoofd op het hek van het balcon geleund, overdacht +hij hoe bitter eigenlijk het leven was. + +Plotseling hoorde hij beneden zich een helderen, lang aangehouden +lach. Rodolphe boog zich wat voorover, om te zien, vanwaar die +uitbarsting van vreugde kwam, en hij bemerkte, dat hij opgemerkt was +door de bewoonster van de verdieping beneden hem: mademoiselle Sidonie, +de jeune première van het Théâtre du Luxembourg. + +Mademoiselle Sidonie kwam nu buiten op haar balcon en rolde met +Castiliaansche handigheid lichte tabak, dien zij uit een geborduurden +fluweelen tabakszak nam, in een blaadje dun papier. + +"Wat een mooie tabakszak," mompelde Rodolphe met contemplatieve +bewondering. + +"Wie is die Ali-Baba?" dacht op haar beurt mademoiselle Sidonie. + +En zij zon op een voorwendsel om een gesprek aan te knoopen met +Rodolphe, die van zijn kant niets liever wilde. + +"Lieve God!" riep mademoiselle Sidonie uit, alsof zij tegen zichzelf +sprak, "wat vervelend toch, nu heb ik geen lucifers." + +"Mademoiselle, wilt u mij toestaan u er een paar aan te bieden?" vroeg +Rodolphe, terwijl hij een paar lucifers in een papiertje wikkelde en +op het balcon liet vallen. + +"Dank u zeer!" antwoordde Sidonie, terwijl zij haar sigaret aanstak. + +"Mademoiselle ...." ging Rodolphe voort, "zou ik u in ruil voor +den kleinen dienst, dien mijn goede engel mij toegestaan heeft u te +bewijzen, u mogen vragen?..." + +"Wat! Begint hij nu al te vragen!" dacht Sidonie, terwijl zij +Rodolphe wat belangstellender opnam. "O, die Turken! Men zegt, dat zij +wispelturig zijn, maar wel gezellige menschen. Spreek mijnheer!" zeide +zij, terwijl zij naar Rodolphe opkeek; "wat wilt u?" + +"O, mademoiselle, in naam der Christelijke barmhartigheid smeek ik +u om wat tabak: in geen twee dagen heb ik gerookt. Eén pijp maar ...." + +"Met alle genoegen, mijnheer .... Maar hoe moet ik dat doen? Neem de +moeite om even een verdieping lager te komen." + +"Helaas, dat is mij niet mogelijk .... Ik ben opgesloten, maar mij +blijft nog de vrijheid om een eenvoudig middel te gebruiken." + +En hij bond zijn pijp aan een touwtje en liet haar zakken op het +balcon, waar mademoiselle Sidonie haar eigenhandig goed vol stopte, +waarna Rodolphe haar, d. w. z. de pijp, weer langzaam en voorzichtig +opheesch, wat zonder ongeval gelukte. + +"O, mademoiselle," zeide hij tot Sidonie, "wat zou die pijp mij nog +lekkerder smaken, indien ik ze aan het vuur van uw oogen had kunnen +aansteken." + +Deze aardige vleierij beleefde nu minstens haar honderdsten druk, +maar mademoiselle Sidonie vond ze desniettemin prachtig. + +"U vleit me," meende ze te moeten antwoorden. + +"Ah, mademoiselle, ik verzeker u, dat u mij even bevallig toeschijnt +als de drie Gratiën!" + +"Ali Baba is beslist zeer galant," dacht Sidonie .... "Bent u werkelijk +een Turk?" vroeg zij dan aan Rodolphe. + +"Niet uit roeping," antwoordde hij, "maar vi coactus; [12] ik ben +dramatisch auteur, madame." + +"En ik dramatische artiste," antwoordde Sidonie. + +Dan liet zij erop volgen: + +"Wilt u, waarde buurman, mij de eer aandoen bij mij te komen dineeren +en verder den avond door te brengen?" + +"Helaas, mademoiselle, hoewel deze uitnoodiging den hemel voor mij +opent, is het mij niet mogelijk haar aan te nemen. Zooals ik reeds +de eer gehad heb u te zeggen, ben ik achter slot en grendel gezet +door mijn oom, mijnheer Monetti, kachelsmid en rookverdrijver, wiens +secretaris ik op dit oogenblik ben." + +"En toch zult u met mij dineeren," antwoordde Sidonie; "let goed op: ik +ga in mijn kamer en zal tegen mijn plafond kloppen. Op de plek, waar ik +klop, moet u kijken, en u zult daar de sporen vinden van een kijkgat, +een judas, dat daar vroeger was, maar nu sedert lang dicht gespijkerd +is: tracht het stuk hout, dat het gat afsluit, te verwijderen, dan +zullen we, hoewel ieder bij ons thuis, zoo goed als samen zijn ...." + +Rodolphe zette zich dadelijk aan het werk. Na vijf minuten was er +een verbinding tusschen de twee kamers tot stand gebracht. + +"Helaas!" zeide Rodolphe; "het gat is wel klein, maar er is toch nog +altijd ruimte genoeg, om u mijn hart er doorheen te kunnen reiken." + +"En nu," zeide Sidonie, "gaan we eten. Dek bij je, dan zal ik u den +schotel geven." + +Rodolphe liet aan een touwtje zijn tulband neer en heesch die, gevuld +met eetwaren, weer op; daarna begonnen de dichter en de artiste samen, +ieder aan zijn kant, te eten. Met zijn mond verslond Rodolphe de +pastei, met zijn oogen mademoiselle Sidonie. + +"Mademoiselle!" zeide Rodolphe na afloop van het diner; "dank zij u, +is mijn maag thans bevredigd. Zoudt u niet eveneens den geeuwhonger +van mijn hart, dat reeds zoo lang gevast heeft, willen stillen?" + +"Arme jongen!" zuchtte Sidonie. + +Dit zeggende, klom zij op een stoel en bracht tot aan de lippen van +Rodolphe haar hand, die deze met kussen bedekte. + +"Ach!" riep de jonge man uit; "hoe jammer dat u niet kunt doen als +de Heilige Dionysius, die het recht had zijn hoofd in zijn handen +te dragen." + +Na het diner ontspon zich een erotisch-litterair gesprek. Rodolphe +sprak over zijn "Vengeur" en mademoiselle vroeg hem haar het stuk +voor te lezen. Over den rand van het gat gebogen, begon Rodolphe +zijn drama voor te dragen voor de actrice, die, om beter te kunnen +hooren, was gaan zitten op een fauteuil, welken zij op haar commode +gezet had. Mademoiselle Sidonie vond "Le Vengeur" een meesterstuk +en beloofde, daar zij in den schouwburg, waaraan zij verbonden was, +tevens de eerste viool speelde, Rodolphe, dat zij zou zorgen, dat +zijn stuk zou worden aangenomen. + +Juist op het teederste oogenblik werd het gesprek gestoord door oom +Monetti, wiens stap, licht als die van den commandeur, [13] op den +corridor klonk. Rodolphe had nog slechts juist den tijd, om den judas +te sluiten. + +"Daar!" zeide Monetti tot zijn neef, "hier heb je een brief, die je +nu al een maand achterna loopt." + +"Laat eens zien!" zeide Rodolphe. "Oom!" riep hij na het lezen +uit; "oom, ik ben rijk! Deze brief meldt me, dat ik een prijs van +driehonderd francs gekregen heb van een Académie de Jeux floraux. [14] +Geef me gauw mijn jas en mijn bagage. Ik wil mijn lauweren gaan +plukken. Men wacht mij op het Capitool!" + +"En mijn hoofdstuk over de luchtgaten?" vroeg Monetti koud. + +"Maar oom, die trekken nu niet meer! Geef me mijn kleeren. Ik kan in +dit costuum niet op straat komen ...." + +"Je gaat niet weg voor mijn Handboek af is," zeide zijn oom, terwijl +hij Rodolphe weer achter slot en grendel sloot. + +Toen hij weer alleen was, aarzelde Rodolphe niet lang over wat hem +te doen stond .... Hij bond een beddelaken, dat hij handig in een +touwladder gemetamorphoseerd had, stevig aan zijn balcon en liet +zich ondanks het gevaarlijke van de expeditie, met behulp van dien +geïmproviseerden ladder op het balcon van mademoiselle Sidonie zakken. + +"Wie is daar?" riep deze uit, toen zij Rodolphe tegen de ruiten +hoorde tikken. + +"Sstt!" antwoordde hij; "doe open ...." + +"Wat wilt u? Wie bent u?" + +"Hoe kunt ge dat nog vragen? Ik ben de dichter van Le Vengeur, +en ik kom mijn hart halen, dat ik door den judas in uw kamer heb +laten vallen." + +"Rampzalige!" zeide de actrice; "je hadt dood kunnen vallen!" + +"Luister, Sidonie ...." ging Rodolphe voort en liet haar den brief +zien, dien hij pas gekregen had. "Zooals je ziet, lachen de fortuin +en de roem mij toe .... Moge de liefde dat ook doen!" + + + +Den volgenden ochtend kon Rodolphe, dank zij een heerencostuum, +dat Sidonie hem gegeven had, uit het huis van zijn oom ontsnappen +.... Zijn eerste tocht was naar den vertegenwoordiger der Académie +des Jeux floraux, om een gouden hondsroos in ontvangst te nemen ter +waarde van honderd daalders, die bijna zoo lang leefden als de rozen +plegen te leven. + +Een maand later kreeg mijnheer Monetti van zijn neef een uitnoodiging +voor de première van "Le Vengeur". Dank zij het talent van mademoiselle +Sidonie beleefde het stuk zeventien voorstellingen en bracht den +schrijver veertig francs op. + +Eenigen tijd later--het was toen zomer--woonde Rodolphe in de Avenue +Saint-Cloud, boom No. 3 links van het Bois de Boulogne, tak No. 5. + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +DE CAROLUSDAALDER. + + +Tegen het einde van December kreeg het personeel van de firma Bidault +[15] een honderd uitnoodigingsbrieven te bezorgen, waarvan hier een +trouwe en eensluidende copie volgt: + + + "Mijnheer, + + De heeren Rodolphe en Marcel verzoeken u hun de eer te bewijzen + Zaterdag a. s., den dag vòòr Kerstmis, den avond bij hen door te + brengen. Er zal gelachen worden. + + P.S. Wij leven slechts eens in deze wereld!!" + + +Programma van het feest. + + +Zeven uur: Opening der salons; levendig en geanimeerd discours. + +Acht uur: Entrée en wandeling door de salons van de geestige auteurs +van de door het Odéon geweigerde comédie: "De barende berg." + +Acht en een half uur: "De invloed van het blauw in de kunsten", +nabootsende symphonie, voor te dragen door den beroemden +pianist-componist Alexandre Schaunard. + +Negen uur: Eerste lezing van de verhandeling over de afschaffing van +de straf van het treurspel. + +Negen en een half uur: Dispuut tusschen den hyperphysischen wijsgeer +Gustave Colline en mijnheer Alexandre Schaunard over vergelijkende +philosophie en meta-politiek. Om iedere lichamelijke botsing tusschen +de twee tegenstanders te vermijden, worden ze beiden vastgebonden. + +Tien uur: De heer Tristan, letterkundige, zal zijn eerste liefde +vertellen. Alexandre Schaunard zal hem daarbij op den piano begeleiden. + +Tien en een half uur: Tweede lezing van de verhandeling over de +afschaffing van de straf van het treurspel. + +Elf uur: Voordracht over een jacht op casuarissen door een +buitenlandschen prins. + + +Tweede Deel. + + +Twaalf uur: Marcel, historieschilder, zal zich laten blinddoeken, en +met krijt de ontmoeting van Napoleon en Voltaire in de Champs-Elysées +op het doek improviseeren. Rodolphe zal eveneens een parallel +improviseeren tusschen den schepper van "Zaïre" en dien van den slag +bij Austerlitz. + +Twaalf en een half uur: Nabootsing van de athletische spelen der 4de +Olympiade door Gustave Colline in een kuisch déshabillé. + +Een uur: Derde lezing van de verhandeling over de afschaffing van de +straf van het treurspel en collecte ten bate van de tragische dichters, +die in de toekomst broodeloos zullen zijn. + +Twee uur: Begin der gezelschapspelen en samenstelling der quadrilles, +die tot in den ochtend zullen worden voortgezet. + +Zes uur! Zonsopgang en slotkoor. + +Gedurende den geheelen duur van het feest zullen de ventilatoren +werken. + +N. B. Ieder, die verzen zal willen lezen of voordragen, wordt +onmiddellijk uit de salons verwijderd en aan de politie overgeleverd; +men wordt ook verzocht geen stukjes kaars mede te nemen." + +Twee dagen later circuleerden exemplaren van dien brief in de onderste +lagen der litteratuur- en kunstwereld, en veroorzaakten daar niet +weinig opzien. + +Onder de genoodigden waren er echter eenigen, die de door de beide +vrienden voorgespiegelde heerlijkheden in twijfel trokken. + +"Ik vertrouw het zaakje niet heelemaal," zeide een van die twijfelaars; +"ik ben een paar maal op de Woensdagen van Rodolphe in de Rue de la +Tour-d'Auvergne geweest, je kon er onmogelijk zitten en je dronk er een +weinig gefiltreerd water uit bij elkaar gescharrelde potten en pannen." + +"Ditmaal," zeide een ander, "moet het echter bittere ernst zijn. Marcel +heeft mij een plan van het heele feest laten zien, en dat belooft +een magisch effect." + +"Komen er ook dames?" + +"Zeker Phémie Klad heeft gevraagd koningin van het feest te mogen +zijn en Schaunard zal dames uit de groote wereld medebrengen." + +De oorsprong van dit feest, dat een zoo groote beroering in de +Bohème-wereld, die aan gene zijde van de bruggen woont, veroorzaakte, +was in het kort als volgt. Een jaar geleden ongeveer hadden Marcel en +Rodolphe dit schitterende galafeest aangekondigd, dat steeds Zaterdag +aanstaande moest plaats hebben; doch ten gevolge van allerlei moeilijke +omstandigheden hadden zij reeds twee-en-vijftig maal dat "aanstaande" +moeten verzetten, zoodat het eindelijk zoo ver gekomen was, dat de +beide vrienden hun neus niet buiten de deur konden steken, zonder een +stekelige opmerking te hooren van hun vrienden, waarvan er sommigen +zelfs indiscreet genoeg waren om krachtig tegen zoo'n manier van doen +te protesteeren. Daar de zaak langzamerhand op een fopperij begon te +lijken, besloten de beide vrienden er een eind aan te maken, door zich +van de verplichtingen, die zij op zich genomen hadden, te kwijten, +en hadden zij derhalve de boven vermelde uitnoodiging verzonden. + +"Nu kunnen we niet meer terug," had Rodolphe gezegd; "we hebben onze +schepen achter ons verbrand; we hebben nu nog acht dagen voor ons om +de honderd francs te vinden, die we, om een dragelijk figuur te maken, +beslist noodig hebben." + +"Als we ze noodig hebben, zullen we ze wel krijgen ook," was Marcels +antwoord geweest. En met het verwaten vertrouwen, dat zij hadden +in het toeval, sliepen de twee vrienden in, vast overtuigd, dat hun +honderd francs reeds op weg waren: den weg van het onmogelijke. + +Doch toen den Donderdagavond voor het feest nog niets gearriveerd was, +vond Rodolphe, dat het toch maar veiliger was het toeval een handje +te helpen, wilden zij niet met beschaamde kaken staan, wanneer het +uur sloeg om de kaarsen aan te steken. Voor het gemak wijzigden de +beide vrienden langzamerhand de overdadige weelde van het door hen +ontworpen programma. + +Door die verschillende wijzigingen, o. a. het schrappen van het +artikel: Gebak, het zorgvuldig herzien en verminderen van het artikel: +Ververschingen, werd het totaal der onkosten tot vijftien francs +teruggebracht. + +Daarmede was het vraagstuk echter wel eenvoudiger gemaakt, doch +niet opgelost. + +"Maar," zeide Rodolphe, "nu moeten we tot de uiterste middelen +overgaan. We kunnen ditmaal in geen geval weer den datum verzetten." + +"Beslist onmogelijk." + +"Wanneer heb ik het laatst het verhaal van den slag bij Studzianka +[16] gehoord?" + +"Een paar maanden geleden." + +"Twee maanden, prachtig, dat is een fatsoenlijke termijn; mijn oom +kan zich waarachtig niet beklagen. Ik zal me morgen dan den slag +bij Studzianka maar weer eens laten vertellen. Dat is vijf francs, +die zeker binnenkomen." + +"En ik," zeide Marcel, "zal een Burchtruïne aan den ouden Médicis +gaan verkoopen. Dat maakt ook vijf francs en als ik tijd heb, om er +nog drie torentjes en een molen bij te kladden, misschien wel tien; +dan zijn we aan ons budget." + +En de twee vrienden gingen slapen en droomden, dat de prinses van +Belgiojoso hun verzocht hun ontvangdagen te verzetten, om haar haar +meest geziene gasten niet te ontnemen. + +Den volgenden ochtend stond Marcel vroeg op, spande een nieuw doek +en begon met ijver aan den bouw van een Burchtruïne, een artikel, +dat hem steeds door een antiquiteiten-schacheraar op de place du +Carrousel gevraagd werd. Intusschen ging Rodolphe een bezoek brengen +aan zijn oom Monetti, die een matador was in het verhalen van den +terugtocht uit Rusland, en aan wien Rodolphe vijf of zes maal per +jaar, n.l. wanneer de geldnood erg nijpte, de voldoening schonk +zijn veldtochten te vertellen in ruil voor een leening van wat geld, +waartoe de veteraan-kachelsmid-rookverdrijver wel over te halen was, +indien men bij het luisteren naar zijn verhalen slechts veel geestdrift +wist te toonen. + +Tegen twee uur ontmoette Marcel, die met gebogen hoofd en een doek +onder zijn arm op de place du Carrousel liep, daar Rodolphe, die van +zijn oom kwam; zijn geheele houding wees op slechte berichten. + +"Nou," zeide Marcel; "ben je geslaagd?" + +"Neen, mijn oom is vandaag het museum in Versailles gaan kijken. En +jij?" + +"Die schaapskop van een Médicis wil geen Burchtruïnes meer; hij heeft +me een Bombardement van Tanger gevraagd." + +"Onze reputatie is naar de maan, als we ons feest niet geven," +mompelde Rodolphe. "Wat moet onze vriend, de invloedrijke criticus, +wel denken, als ik hem voor niets een witte das en gele handschoenen +laat aantrekken?" + +Ten prooi aan groote onrust gingen zij beiden naar het atelier terug. + +Op dat oogenblik sloeg het op de pendule van een buurman vier uur. + +"Wij hebben nog maar drie uur voor ons," zeide Rodolphe. + +"Maar," riep Marcel, terwijl hij vlak bij zijn vriend kwam staan, +"ben je er wel zeker van, dat er hier geen geld over is?...." + +"Noch hier, noch elders. Waar zou dat saldo vandaan moeten komen?" + +"Als we eens onder de meubels zochten .... in de fauteuils? Men +beweert immers, dat de emigranten ten tijde van Robespierre hun geld +verstopten. Wie weet!... Onze fauteuil is misschien het eigendom van +een emigrant geweest; en bovendien is hij zòò hard, dat ik al eens +meer gedacht heb, dat er metalen in zitten ... zouden we niet eens +tot een lijkschouwing overgaan?" + +"Dat is iets voor een klucht," antwoordde Rodolphe op een toon, +waarin tegelijk ernst en toegeeflijkheid lag. + +Plotseling stiet Marcel, die zijn opgravingen in alle hoeken van het +atelier had voortgezet, een luiden triomfkreet uit. + +"Wij zijn gered!" riep hij uit; "ik wist wel, dat hier geldswaarde +verborgen lag. Kijk maar!" en hij liet Rodolphe een geldstuk zien, +zoo groot als een daalder en half verteerd door roest en kopergroen. + +Het was een munt uit het tijdvak der Karolingers en niet zonder eenige +kunstwaarde. Op het gelukkigerwijze gespaard gebleven inschrift kon +men het jaartal van Karel den Groote lezen. + +"Dat ding is nauwlijks dertig sous waard," zeide Rodolphe met een +minachtenden blik op de vondst van zijn vriend. + +"Dertig sous, goed gebruikt, kunnen veel uitwerken," antwoordde +Marcel. "Met twaalfhonderd man heeft Napoleon tienduizend Oostenrijkers +verslagen. Handigheid weegt tegen het getal op. Ik ga dadelijk den +Carolusdaalder bij den ouden Médicis wisselen. Is er hier nog niet iets +verkoopbaars? Waarachtig, als ik het gipsafgietsel van het scheenbeen +van Jaconowski, den Russischen tamboer-majoor, eens meenam? Dat zou +heel wat in het laadje brengen." + +"Neem het scheenbeen maar mee. Maar prettig is het allesbehalve. We +hebben nu geen enkel kunstvoorwerp meer over." + +Tijdens Marcels afwezigheid ging Rodolphe, vast besloten de soirée, +het mocht kosten wat het wilde, te geven, naar zijn vriend Colline, +den hyperphysischen wijsgeer, die vlak in de buurt woonde. + +"Ik kom je verzoeken," zeide hij tegen hem, "mij een dienst te +bewijzen. In mijn qualiteit van gastheer moet ik beslist een rok +hebben, en .... ik heb er geen .... leen me de jouwe ...." + +"Maar," merkte Colline op, "in mijn qualiteit van gast heb ik mijn +rok ook noodig." + +"Ik sta je toe in gekleede jas te komen." + +"Ik heb nooit een gekleede jas gehad, dat weet je even goed als ik." + +"Enfin, luister eens, we kunnen ook op een andere manier de zaak in +orde brengen; jij zoudt niet op mijn soirée kunnen verschijnen en me +je rok leenen." + +"Het is wel beroerd, maar dat gaat niet; ik sta op het programma en +kan dus niet ontbreken." + +"Er zal nog heel wat meer ontbreken," zeide Rodolphe. "Leen me je +rok, en wanneer je beslist komen wilt, kom dan, zooals je het zelf +het beste vindt.... voor mijn part in je hemdsmouwen .... dan kan je +voor een trouwen dienaar doorgaan ..." + +"Dat gaat niet," zeide Colline blozend. "Ik zal mijn notenkleurige +paletot aantrekken. Maar het heele zaakje is per slot van rekening +een beroerde boel." + +En toen hij merkte, dat Rodolphe zich reeds van zijn beroemde rok +meester gemaakt had, riep hij tegen hem: + +"Maar wacht toch even .... Er zitten nog een paar kleinigheden in." + +De rok van Colline is een nadere beschouwing waard. In de eerste plaats +was die rok volmaakt groen, en alleen uit gewoonte sprak Colline +van zijn zwarte rok. En daar hij op dat oogenblik de eenige van de +geheele troep was, die een rok bezat, hadden ook zijn vrienden de +gewoonte aangenomen, om, wanneer zij van het officieele kleedingstuk +van den wijsgeer spraken, zich te bedienen van de uitdrukking: de +zwarte rok van Colline. Bovendien had dat beroemde kleedingstuk een +zeer bijzonderen vorm, den meest bizarren, dien men zich denken kan: +de zeer lange panden zaten n.l. aan een zeer korte taille en hadden +twee zakken, ware afgronden, waarin Colline gewoon was een paar dozijn +boeken, die hij altijd en eeuwig bij zich had, te bergen, wat zijn +vrienden deed zeggen, dat de schrijvers en geleerden in den tijd, dat +de bibliotheken gesloten waren, inlichtingen konden gaan inwinnen in +de panden van Colline's rok, een bibliotheek, die steeds geopend was. + +Bij uitzondering bevatte Colline's rok dien dag slechts een quarto-deel +van Bayle, een verhandeling over hyperphysische krachten in drie +deelen, een deel Condillac, twee deelen Swedenborg en Pope's "Essai +over den mensch." Eerst toen hij zijn zak-bibliotheek had leeggeruimd, +stond hij Rodolphe toe den rok aan te trekken. + +"Hè," zeide deze, "de linkerzak is nog aardig zwaar; je hebt er zeker +nog iets in gelaten." + +"Dat is waar ook," zeide Colline, "ik heb vergeten den +vreemde-talen-zak leeg te maken." En hij haalde er twee Arabische +grammatica's uit, een Maleisch woordenboek en een "Volmaakte +veedrijver" in het Chineesch, zijn geliefkoosde lectuur. + +Toen Rodolphe weer thuis kwam, was Marcel met drie vijf francstukken +aan het schijfwerpen. Het eerste oogenblik stiet Rodolphe de hand, +die zijn vriend hem toestak, weg: hij geloofde aan een misdaad. + +"Laten we ons haasten," zeide Marcel .... "We hebben de benoodigde +francs bijeen... Luister, hoe ik eraan gekomen ben: Bij den ouden +Médicis trof ik een verzamelaar van antiquiteiten aan. Toen hij mijn +munt zag, viel hij bijna flauw: dat was de eenige, die nog aan zijn +collectie ontbrak. Hij had al in alle landen laten zoeken, om die +leemte aan te vullen, en had reeds alle hoop op succes verloren. Hij +aarzelde, toen hij mijn Carolusdaalder goed bekeken had, dan ook geen +oogenblik om mij vijf francs te bieden. Médicis stiet mij met zijn +elleboog aan, zijn blik vulde de rest aan. Hij wilde daarmede zeggen: +"Laten we de buit samen deelen, dan bied ik hooger!" We zijn tot dertig +francs gekomen. Daarvan heb ik er vijftien aan den Jood gegeven, en +hier is de rest. Nu kunnen onze gasten komen; wij zijn nu in staat +om hun oogen te verblinden. Maar hoe kom jij aan dien rok?" + +"O," zeide Rodolphe, "dien heb ik van Colline geleend." En toen hij +zijn zakdoek uit zijn zak wilde halen, liet hij een klein deeltje +Mandsjoesch vallen, dat in den vreemde-talen-zak was blijven zitten. + +De beide vrienden gingen nu dadelijk aan het werk. Het atelier werd +in orde gebracht, de kachel aangemaakt; een met kaarsen voorziene +schilderijlijst hingen ze bij wijze van kroonluchter aan den zolder; +een bureau, dat als katheder voor de sprekers dienst moest doen, +werd midden in het atelier geplaatst; daarvoor zetten zij hun eenigen +fauteuil, waarop de invloedrijke criticus moest zitten, terwijl zij op +een tafel alle aanwezige boeken: romans, gedichten en feuilletons, +waarvan de schrijvers de soirée met hun tegenwoordigheid zouden +vereeren, neerlegden. Ten einde alle mogelijke botsingen tusschen +de verschillende variëteiten letterkundigen te vermijden, was het +atelier verdeeld in vier afdeelingen, aan den ingang waarvan men op +inderhaast vervaardigde borden lezen kon: + + + Dichters Romantici + Prozaschrijvers Classici + + +Voor de dames was een ruimte in het midden vrijgelaten. + +"Alles is in orde, maar er ontbreken stoelen," zeide Rodolphe. + +"O," antwoordde Marcel, "er staan er verscheidene op het trapportaal, +maar die staan vast aan den muur. Als we die eens los maakten!" + +"Dat zal wel dienen," meende Rodolphe, terwijl hij zich meester ging +maken van de stoelen, die aan den een of anderen buurman behoorden. + +Het sloeg zes uur; de twee vrienden gingen vlug dineeren en kwamen weer +gauw terug, om met de verlichting der salons te beginnen. Om zeven +uur kwam Schaunard, vergezeld door drie dames, die haar diamanten +en hoeden bij vergissing thuis gelaten hadden. Een van haar had een +rooden omslagdoek met zwarte vlekken om. Schaunard maakte Rodolphe +op haar speciaal opmerkzaam. + +"Dat is een echte vrouw van de wereld," zeide hij, "een Engelsche, +die door den val der Stuarts in ballingschap is moeten gaan; zij +leeft zeer eenvoudig en bescheiden van wat haar Engelsche lessen haar +opbrengen. Haar vader is onder Cromwell kanselier geweest, zooals +zij mij verteld heeft; je moet beleefd tegen haar zijn en haar niet +te veel tutoyeeren." + +Inmiddels lieten zich op de trap talrijke stappen hooren--de gasten +kwamen; zij waren erg verbaasd, toen zij vuur in den kachel zagen. + +Rodolphe's rok ging de dames tegemoet en kuste haar met +achttiende-eeuwsche gratie de hand; toen er ongeveer twintig gasten +waren, vroeg Schaunard, of er nog niets rondgediend moest worden. + +"Dadelijk," antwoordde Marcel; "we wachten op de komst van den +invloedrijken criticus, om den punch aan te steken." + +Om acht uur waren alle genoodigden aanwezig, waarna een aanvang met +het programma gemaakt werd. Tusschen de verschillende nummers werden +er ververschingen aangeboden; wat, daar is men nooit precies achter +kunnen komen. + +Tegen tien uur zag men het gele vest van den invloedrijken criticus +verschijnen; hij bleef maar een uur en was matig in het gebruik der +"ververschingen". + +Toen er tegen middernacht geen hout meer was en het aardig koud begon +te worden, lootten de gasten, die zaten, wie zijn stoel in het vuur +zou werpen. + +Om een uur stond iedereen. + +Toch bleef er onder de gasten een aangename, opgewekte stemming +heerschen. Er viel geen enkel ongeval te betreuren, behalve een +winkelhaak in den vreemde-talen-zak van Colline's rok en een klap, +dien Schaunard aan de dochter van den kanselier van Cromwell toediende. + +Acht dagen lang was deze gedenkwaardige soirée het onderwerp van +gesprek in het stadsdeel; en Phémie Klad, die de koningin van het feest +geweest was, placht, wanneer zij er met haar vriendinnen over sprak, +te zeggen: + +"Het was er prachtig; er waren zelfs waskaarsen." + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +MADEMOISELLE MUSETTE. + + +Mademoiselle Musette was een knap meisje van twintig jaar, die kort +na haar komst te Parijs dat geworden was, wat knappe meisjes worden, +wanneer zij een mooie taille, veel coquetterie, een weinig eerzucht +en in het geheel geen orthographie bezitten. Nadat zij langen tijd de +vreugde had uitgemaakt der soupers van het Quartier Latin, waar zij +met altijd frissche, hoewel niet steeds zuivere stem een groot aantal +landelijke liedjes zong, die haar den naam gaven, waaronder de beste +rijmsmeden haar sedert gevierd hebben, verliet mademoiselle Musette +plotseling de Rue de la Harpe, om de aan Venus gewijde hoogten van +het Quartier Bréda te gaan bewonen. + +Al heel spoedig werd zij een der toonaangeefsters van de aristocratie +van het genot en langzamerhand kwam zij tot die beroemdheid, welke +daarin bestaat, dat men in de Parijsche couranten genoemd wordt of +bij alle kunsthandelaars uitgestald staat. + +En toch was mademoiselle Musette een uitzondering onder de vrouwen, +in wier midden zij leefde. Evenals alle ware vrouwen was zij van nature +elegant en dichterlijk en hield zij van luxe en van alle genietingen, +die daarvan het gevolg zijn; in haar coquetterie had zij een gloeiend +verlangen naar al wat mooi en voornaam was, en zij zou, hoewel zij +een dochter uit het volk was, volstrekt niet misplaatst geweest zijn +te midden van de koninklijkste pracht en pronk. Doch mademoiselle +Musette, die zelf jong en knap was, zou er nooit in toegestemd hebben +de maîtresse te worden van een man, die niet eveneens jong en knap +zou zijn. Men had haar dan ook eens de prachtige aanbiedingen hooren +weigeren van een grijsaard, die zoo rijk was, dat hij de Croesus van +de Chaussée-d'Antin genoemd werd, en aan Musette gouden bergen beloofd +had. Intelligent en geestig als zij was, kon zij evenmin dwazen en +fatten uitstaan, hoe ook hun leeftijd, hun titel en hun naam was. + +Musette was dus een flink, knap meisje, dat in liefdesaangelegenheden +de helft van Champforts beroemd aphorisme: "De liefde is de +uitwisseling van twee phantasieën" tot het hare maakte. [17] +Haar liaisons werden dan ook nooit voorafgegaan door een van die +schandelijke koopcontracten, welke de tegenwoordige galanterie +onteeren. Zij speelde, zooals zij zelf zeide, altijd een eerlijk en +open spel, en eischte, dat men haar oprechtheid met dezelfde munt +terugbetaalde. + +Maar al waren haar neigingen heftig en spontaan, toch waren +zij nooit duurzaam genoeg, om te stijgen tot de hoogte van een +hartstocht. De buitensporige onbestendigheid van haar grillen +en de groote onverschilligheid, die zij had voor de beurzen en +spaarpenningen van hen, die haar het hof maakten, brachten een even +buitensporige onbestendigheid in haar bestaan, dat een eeuwigdurende +wisseling was tusschen eigen equipage en omnibus, tusschen bel-étage +en vijfde verdieping, zijden japonnen en katoenen rokjes. Bekoorlijk +meisje, levend gedicht van jeugd met uw helderen lach en vroolijk +lied! Medelijdend hart, dat onder het even-geopende boezemlijfje +voor iedereen klopt! mademoiselle Musette, zuster van Bernerette en +Mimi Pinson! [18] Ik zou de pen van Alfred de Musset moeten hebben, +om uw zorgelooze zwerftochten op de bloeiende paden der jeugd naar +waarde te verhalen; en zeker zou hij u ook hebben willen bezingen, +indien hij, evenals ik, u met uw lieve, valsche stem dit ongekunstelde +couplet uit een van uw lievelingsliederen had hooren voordragen: + + + C'était un beau jour de printemps + Que je me déclarai l'amant, + L'amant d'une brunette + Au coeur de Cupidon, + Portant fine cornette + Posée en papillon. + + +De geschiedenis, die wij nu gaan vertellen, is een der bekoorlijkste +episoden uit het leven van deze bekoorlijke gelukzoekster, die zich +aan het oordeel der wereld al heel weinig gelegen liet. + +Ten tijde, dat zij de maîtresse was van een jongen staatsraad, die +haar galant den sleutel van zijn erfdeel in handen gegeven had, placht +mademoiselle Musette eens per week een soirée te geven in haar aardig +klein salonnetje in de rue de la Bruyère. Deze avondpartijen geleken +op de meeste Parijsche soirées, met dit verschil, dat de gasten zich +hier werkelijk amuseerden; wanneer er niet genoeg ruimte was, ging de +een op den schoot van den ander zitten; en meermalen gebeurde het, +dat twee uit hetzelfde glas dronken. Rodolphe, die de vriend van +Musette was en die nooit iets anders dan haar vriend was (zij hebben +geen van beiden ooit geweten, waarom), vroeg Musette op een goeden +dag, of hij zijn vriend Marcel niet eens mocht medebrengen--"een +talentvollen jongen", zeide hij, "voor wien de toekomst bezig is een +rok van de Académie te borduren." + +"Breng hem maar mee," antwoordde Musette. + +Den avond nu, dat zij samen naar Musette zouden gaan, ging Rodolphe +Marcel afhalen. De kunstenaar was bezig zijn toilet te maken. + +"Wat?" vroeg Rodolphe, "wil jij met een gekleurd overhemd in gezelschap +verschijnen?" + +"Kwetst dat dan de etiquette?" zeide Marcel kalm. + +"Of het die kwetst? Tot bloedens toe, ongelukkige." + +"Bliksems!" vloekte Marcel met een blik op zijn overhemd, waar op +een blauwen achtergrond wilde zwijnen door een troep honden vervolgd +werden; "ik heb hier geen ander. Enfin, ik weet er niets anders op +dan dat ik een vadermoorder aantrek; niemand zal dan de kleur van +mijn overhemd zien, daar ik Methusalem tot mijn hals kan toeknoopen." + +"Wat?" zeide Rodolphe ongerust, "trek je Methusalem weer aan?" + +"Ik moet wel!" was Marcels antwoord. "God wil het, en mijn kleermaker +ook; trouwens er zijn pas nieuwe knoopen aangezet, en ik heb hem pas +met Frankfurter zwart opgeknapt." + +Methusalem was de rok van Marcel; hij noemde dien zoo, omdat het de +doyen van zijn garde-robe was. Methusalem was naar de laatste mode +van vier jaar geleden en schreeuwend groen van kleur. Marcel echter +beweerde, dat hij er bij kunstlicht zwart uitzag. + +Vijf minuten later was Marcel met zijn toilet klaar; hij was met +den meest volkomen slechten smaak gekleed: precies een kladschilder, +die voor het eerst in de wereld gaat. + +Mijnheer Casimir Bonjour zal den dag, waarop men hem zal komen +vertellen, dat hij tot lid van het Instituut gekozen is, nooit zoo +verwonderd kunnen zijn als Marcel en Rodolphe waren, toen zij bij +het huis van mademoiselle Musette kwamen. Ziehier de reden van hun +verbazing: mademoiselle Musette, die sedert eenigen tijd met haar +vriend den staatsraad gebrouilleerd was, was op een zeer kritiek +oogenblik door hem in den steek gelaten. In opdracht van haar +schuldeischers en van haar huisbaas waren haar meubels in beslag +genomen en naar beneden gebracht, om den volgenden dag weggehaald en +verkocht te worden. Niettegenstaande dit incident kwam het in Musette +geen oogenblik op haar gasten in den steek te laten of de soirée +af te zeggen. Met den meesten ernst liet zij de binnenplaats in een +salon veranderen, legde zelf een tapijt op de steenen, maakte alles +zooals gewoonlijk in orde, kleedde zich om haar gasten te ontvangen +en noodigde al de medebewoners van het huis op haar klein feestje, ter +opluistering waarvan de goede God voor een mooie illuminatie zorgde. + +Deze grap had een groot succes, nooit had er op de soirées van Musette +zoo'n prettige en opgewekte toon geheerscht; er werd nog gezongen +en gedanst, toen de witkielen de meubels, tapijten en divans kwamen +halen en daardoor het gezelschap noodzaakten weg te gaan. + +Musette deed al haar gasten uitgeleide met het gezang: + + + "On en parlera longtemps, la ri ra, + De ma soirée de jeudi; + On en parlera longtemps, la ri ri." + + +Slechts Marcel en Rodolphe bleven bij Musette, die naar haar kamer +gegaan was, waar alleen het bed nog maar stond. + +"Hè," zeide Musette; "ik vind nu mijn avontuur lang zoo aardig niet +meer; ik zal in het hotel De Bloote Hemel moeten gaan logeeren; +ik ken het heel goed, het kan er zoo gemeen tochten." + +"O, mevrouw," zeide Marcel, "als ik de rijkdommen van Plutus bezat, dan +zou ik u een tempel, schooner dan die van Salomo, aanbieden, maar ..." + +"Ge zijt geen Plutus, vriendlief. Maar dat is minder, ik ben je toch +dankbaar voor je goede bedoeling .... Maar kom!" voegde zij eraan +toe, terwijl zij haar blik door de kamer liet gaan; "ik verveelde me +hier, en bovendien werd het meubilair oud; ik heb het nu al bijna zes +maanden. Maar dat is niet alles; na het bal wordt er toch gesoupeerd, +en ik zou graag wat consumeeren." + +"Laten we dan consou-peeren," zeide Marcel, die aan een +woordspelingziekte leed, welke vooral in de ochtenduren zich deed +gelden. + +Daar Rodolphe 's avonds bij het lansquenetspel een klein sommetje +gewonnen had, nam hij Musette en Marcel mede naar een restaurant, +dat juist geopend was. + +Na het déjeuner besloten zij, daar zij volstrekt geen lust hadden te +gaan slapen, den dag in het vrije veld te gaan doorbrengen; en daar +zij vlak bij een station waren, stapten zij in den eersten den besten +trein, die vertrok, en reden naar Saint-Germain. + +Den geheelen dag liepen zij door de bosschen; eerst tegen zeven uur +in den avond kwamen zij in Parijs terug. Marcel hield stok en stijf +vol, dat het pas half een en de donkerte het gevolg van de bedekte +lucht was. + +Gedurende de geheele soirée en de rest van den dag was Marcel, wiens +hart als buskruit was, dat een enkele blik deed ontbranden, steeds +verliefder geworden op Musette en had haar het hof gemaakt "in alle +kleuren", zooals hij tegen Rodolphe zeide. Ja, hij was zelfs zoo ver +gekomen, dat hij het knappe meisje had voorgesteld een nog mooier +meubilair voor haar te koopen dan het oude; hij zou er zijn beroemde +schilderij "De doortocht door de Roode Zee" voor verkoopen. Met +angst en beven zag hij dan ook het oogenblik naderen, waarop hij zou +moeten scheiden van Musette, die, hoewel zij zich haar handen, hals +en toebehooren liet kussen, hem telkens, wanneer hij door middel van +inbraak in haar hart trachtte te dringen, zachtjes van zich af stiet. + +Zoodra zij in Parijs terug waren, had Rodolphe zijn vriend met +het jonge meisje alleen gelaten, dat hem nu vroeg haar naar huis +te brengen. + +"Wilt u mij toestaan, dat ik u kom bezoeken?" vroeg Marcel. "Ik zou +graag uw portret schilderen." + +"Maar beste jongen," antwoordde Musette; "ik kan je mijn adres niet +geven, omdat ik dat morgen misschien niet meer heb; maar ik zal bij +jou komen en je rok verstellen, waar zoo'n gat in zit, dat je er, +zonder betalen, door zoudt kunnen verhuizen." + +"Ik zal op u wachten als op den Messias," zeide Marcel. + +"Maar niet zoo lang," was Musette's lachend antwoord. + +"Wat een bekoorlijk schepseltje," zeide Marcel tot zichzelf, terwijl +hij langzaam verder liep; "de godin der vroolijkheid. Ik zal twee +gaten in Methusalem maken." + +Hij was nog geen dertig pas verder, toen hij zich op zijn schouder +voelde kloppen: het was mademoiselle Musette. + +"Beste mijnheer Marcel!" zeide zij; "is u een Fransch ridder?" + +"Dat ben ik. Rubens en mijn dame, luidt mijn devies." + +"Welnu, leen dan het oor aan mijn kommer en erbarm u mijner, edele +heer," ging Musette verder, die een weinig in de litteratuur bedreven +was, hoewel zij met de grammatica op zeer gespannen voet leefde; +"de huisbaas heeft den sleutel van mijn kamer meegenomen, en het is +elf uur: begrijp je?" + +"Natuurlijk," zeide Marcel en bood Musette zijn arm aan. Hij nam haar +mede naar zijn op den Quai aux Fleurs gelegen atelier. + +Hoewel Musette bijna omviel van slaap, had zij toch nog kracht genoeg +om te zeggen: + +"Vergeet niet, wat je me beloofd hebt." + +"O Musette, bekoorlijk wezen," zeide de artist met eenigszins ontroerde +stem; "ge zijt hier onder een gastvrij dak; slaap in vrede, goeden +nacht! Ik ga heen." + +"Waarom?" vroeg Musette, wier oogen bijna dicht vielen; "ik ben +heusch niet bang; en dan zijn er toch twee kamers, ik zal op je canapé +gaan slapen." + +"Mijn canapé is te hard, om erop te slapen; het lijkt wel, of hij +met keisteenen opgemaakt is. Ik verleen u gastvrijheid bij mij en +ga die vragen aan een vriend, die hier op dezelfde verdieping woont +.... dat is verstandiger. Ik houd gewoonlijk wel mijn woord; maar ik +ben twee-en-twintig en gij achttien, Musette .... ik ga. Goeden nacht." + +Den volgenden ochtend om acht uur kwam Marcel met een bloempot, dien +hij op de markt gekocht had, weer op zijn kamer. Hij vond Musette, +die zich geheel gekleed op bed geworpen had, nog slapende. Door het +leven, dat hij maakte, werd zij wakker en stak Marcel haar hand toe. + +"Brave jongen!" zeide zij. + +"Brave jongen!" herhaalde Marcel, "is dat niet synoniem met: +belachelijke dwaas?" + +"O, hoe kan je dat zeggen!" viel Musette hem in de rede; "dat is +niets aardig van je; geef me liever dien mooien pot met bloemen, +in plaats van dergelijke onaardige dingen naar mijn hoofd te werpen." + +"Alleen met dat doel heb ik hem hier gebracht," zeide Marcel. "Aanvaard +hem dus en zing, als dank voor mijn gastvrijheid, een van je aardige +liedjes voor mij; de echo van mijn dakkamertje zal misschien iets van +uw stem bewaren, zoodat ik u nog kan hooren, wanneer ge weer weg zijt." + +"Zoo, dus je wilt me wegsturen?" vroeg Musette. "En als ik nu eens niet +weg wil? Luister eens, Marcel, ik neem geen blaadje voor mijn mond, om +te zeggen wat ik denk. Jij valt in mijn smaak en ik in den jouwe. Dat +is nog geen liefde, maar het is er misschien de kiem van. Welnu, ik +ga niet weg; ik blijf hier en zal hier blijven zoolang als de bloemen, +die je me daarnet gegeven hebt, niet verwelkt zijn." + +"Ach!" riep Marcel uit, "maar dat zijn ze binnen twee dagen. Had ik +dat geweten, dan had ik immortellen gekocht." + + + +Veertien dagen woonden Musette en Marcel al samen en leidden, +hoewel zij dikwijls zonder geld zaten, het heerlijkste leven der +wereld. Musette voelde voor Marcel een toegenegenheid, die niets +gemeen had met haar vroegere verliefdheden, en Marcel begon bang te +worden, dat hij werkelijk van zijn maîtresse zou gaan houden. Daar +hij echter niet wist, dat zij harerzijds hetzelfde vreesde, keek hij +iederen ochtend naar de bloemen, wier afsterven het einde van hun +liaison zou beteekenen, en trachtte hij zich te verklaren, hoe zij +iederen morgen opnieuw weer zoo frisch waren. Doch weldra vond hij den +sleutel van het mysterie: toen hij op een goeden nacht wakker werd, +zag hij Musette niet naast zich. Hij stond op, liep naar de kamer +en vond daar zijn geliefde, die iederen nacht tijdens zijn slaap de +bloemen begoot, om op die manier het verwelken tegen te gaan. + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +DE GOLVEN VAN DEN PACTOLUS. [19] + + +Het was 19 Maart .... En al zou Rodolphe zoo oud worden als +Raoul-Rochette, die Ninive heeft zien bouwen, nooit zal hij dien +datum vergeten, want juist op dien aan St. Joseph gewijden dag, des +namiddags om drie uur verliet onze vriend het kantoor van een bankier, +waar hij een som van vijfhonderd francs in klinkenden, gangbaren munt +uitbetaald gekregen had. + +Het eerste gebruik, dat Rodolphe van dit in zijn zak terecht gekomen +stukje van Peru maakte, bestond hierin, dat hij zijn schulden niet +betaalde, en wel omdat hij zichzelf plechtig beloofd had voortaan +spaarzaamheid te betrachten en geen extra- of overbodige uitgaven +te doen. Hij had trouwens op dit punt zeer vaststaande denkbeelden +en beweerde dan ook, dat men, alvorens te denken aan het overbodige, +eerst voor het noodzakelijke zorgen moest; daarom betaalde hij zijn +schuldeischers niet en kocht een Turksche pijp, die reeds sedert lang +zijn begeerte had opgewekt. + +Met dit kostbare voorwerp gewapend, ging hij naar de woning van zijn +vriend Marcel, bij wien hij reeds sedert eenigen tijd logeerde. Toen +hij het atelier binnenkwam, luidden zijn zakken als de klokken van +een dorpstoren op een hoogen feestdag. Toen Marcel dit ongewone +geluid hoorde, dacht hij, dat het een van zijn buurlieden was, een +verwoed beurs-speculant, die zijn agio-winst de revue liet passeeren, +en hij mompelde: + +"Daar begint die intrigant van hiernaast weer met zijn epigrammen. Als +dat nog lang zoo duurt, ga ik verhuizen. Het is niet mogelijk onder +zoo'n lawaai te werken. Je zoudt waarachtig lust krijgen, om de kunst +aan den kapstok te hangen en straatroover te worden." + +En zonder in de verste verte te vermoeden, dat zijn vriend Rodolphe +in een Croesus veranderd was, ging Marcel verder werken aan zijn +"Doortocht door de Roode Zee," waaraan hij nu al drie jaar bezig was. + +Rodolphe, die nog geen woord gezegd had en een proef bedacht, die +hij met zijn vriend wilde nemen, zeide tot zichzelf: "We zullen +dadelijk lachen, dat zal een jolige boel worden." En hij liet een +vijffrancstuk vallen. + +Marcel keek op en staarde Rodolphe aan, die even ernstig was als een +artikel uit de "Revue des deux Mondes". + +De kunstenaar raapte het geldstuk met een zeer voldaan gebaar op +en bereidde het een zeer vriendelijke ontvangst, want, hoewel hij +een kleurenmenger was, kende hij toch zijn wereld en was steeds +zeer beleefd tegenover vreemdelingen. Daar hij bovendien wist, dat +Rodolphe uitgegaan was, om te trachten wat geld te krijgen, beperkte +hij, nu hij zag, dat zijn vriend daarin geslaagd was, zich ertoe het +resultaat te bewonderen, zonder hem te vragen met behulp van welke +middelen het verkregen was. + +Zonder een woord te zeggen, begon hij weer aan zijn werk en ging voort +een Egyptenaar in de golven der Roode Zee te verdrinken. Terwijl hij +bezig was dien moord te plegen, liet Rodolphe een tweede vijffrancstuk +vallen. En terwijl hij heimelijk keek naar het gezicht, dat zijn +vriend zou trekken, begon hij in zijn vuistje te lachen. + +Bij den helderen klank van het metaal sprong Marcel als door een +electrischen schok getroffen, plotseling op en riep uit: + +"Wat? Heeft dat lied een tweede couplet?" + +Een derde stuk rolde over den vloer, toen nog een en nog een; ten +slotte danste er een heele quadrille daalders in de kamer rond. + +Marcel begon zichtbare teekenen van zinsverbijstering te geven en +Rodolphe lachte als het parterre van het Théâtre Français bij de +eerste opvoering van "Johanna van Vlaanderen". Plotseling en zonder +eenige omzichtigheid greep Rodolphe met volle handen in zijn zakken +en begonnen de daalders een fabelachtigen steeple chase. Het was als +een overstrooming van den Pactolus, als het bacchanaal van Juppiter +bij Danaë. + +Marcel stond onbeweeglijk, stom, met starre oogen; de verbazing +veroorzaakte bij hem een metamorphose, als die, welke de +nieuwsgierigheid vroeger de vrouw van Loth had doen ondergaan; en +toen Rodolphe zijn laatste rol van honderd francs op den grond smeet, +was de artist aan een kant van zijn lichaam reeds geheel verzout. + +Rodolphe stond nog steeds te lachen. En bij die stormachtige +vroolijkheid zou het gedonder van een orkest van Sax [20] zoo iets +als het gezucht van een kind aan de moederborst geweest zijn. + +Verblind, ademloos en verstomd van ontroering dacht Marcel, dat hij +droomde; en om de nachtmerrie, die zijn borst benauwde, te verjagen, +beet hij zich tot bloedens toe in zijn vinger, wat hem zoo'n pijn +deed, dat hij het uitschreeuwde. Toen merkte hij, dat hij klaar +wakker was; en al dat goud aan zijn voeten ziende, riep hij als een +treurspelheld uit: + +"Mag ik mijn oogen gelooven?" + +En dan de hand van Rodolphe in de zijne nemend: + +"Geef mij de verklaring van dit mysterie!" + +"Als ik die gaf, zou het er geen meer zijn!" + +"Maar hoe dan....?" + +"Dit goud is de vrucht van mijn zweet," zeide Rodolphe, terwijl hij +het geld opraapte, dat hij op een tafel opstapelde! Dan ging hij een +paar stappen achteruit, keek met eerbied naar de vijfhonderd francs +en dacht: + +"Nu zal ik dus mijn droomen kunnen verwezenlijken." + +"Dat zal niet ver van de zesduizend francs af zijn," dacht op zijn +beurt Marcel met een blik op de daalders, die op de tafel stonden te +trillen. "Daar kom ik op een goed idée. Ik zal Rodolphe vragen mijn +"Doortocht door de Roode Zee" te koopen!" + +Plotseling nam Rodolphe een theatrale houding aan en met groote +plechtigheid in gebaar en stem zeide hij: + +"Luister eens, Marcel; het fortuin, dat ik hier voor uw oogen heb +laten schitteren, is niet het resultaat van lage handelingen, ik heb +niet met mijn pen gesjacherd, ik ben rijk, maar op mijn naam kleeft +geen smet; een edelmoedige hand heeft mij dat goud gegeven, en ik +heb een plechtige belofte afgelegd, om het te gebruiken ten einde +mij door mijn werk een positie te verschaffen, die een ernstig man +waardig is. De arbeid is de heiligste der plichten." + +"En het paard het edelste der dieren," viel Marcel hem in de +rede. "Maar waar wil je eigenlijk heen? Wat bedoel je met die +woorden? Waar haal je dat proza vandaan? Zeker uit de steengroeven +der school van het gezond verstand?" + +"Val mij niet in de rede en scheid uit met je flauwe spotternijen," +zeide Rodolphe; "zij zouden trouwens toch afstuiten op het harnas +van een onkwetsbaren wil, waarmede ik in het vervolg gepantserd ben." + +"Nou is de proloog lang genoeg. Waar wou je eigenlijk op neer komen?" + +"Luister naar mijn plannen: Gevrijwaard tegen de materieele zorgen +des levens, wil ik ernstig aan het werk gaan; ik zal mijn meesterwerk +voltooien en mij voor goed naam maken. In de eerste plaats breek ik +met de Bohème-manieren, ik kleed mij zooals iedereen, koop een rok en +ga de salons frequenteeren. Indien je denzelfden weg bewandelen wilt, +zullen we samen kunnen blijven wonen, maar je zult mijn programma +moeten aanvaarden. De strengste spaarzaamheid zal ons bestaan moeten +beheerschen. Wanneer wij goed onze maatregelen weten te nemen, kunnen +we drie maanden ongestoord en onbekommerd werken. Maar daarvoor is +oeconomie noodig." + +"Beste vriend," zeide Marcel, "de oeconomie is een wetenschap, +die alleen onder het bereik van de rijken valt, zoodat jij en ik er +zelfs de grondbeginselen niet van kennen. Maar met een uitgave van +zes francs zouden wij de werken kunnen koopen van Jean-Baptiste Say, +een uitstekend oeconoom, die ons misschien de manier, om die kunst +praktisch te beoefenen, zal kunnen leeren... Maar wat zie ik, heb je +daar een Turksche pijp?" + +"Ja," zeide Rodolphe: "die heb ik voor vijf-en-twintig francs gekocht." + +"Wat, jij geeft vijf-en-twintig francs uit voor een pijp .... en +durft dan nog van oeconomie te praten?" + +"Dat is zeer zeker oeconomie," antwoordde Rodolphe; "ik brak iederen +dag een pijp van twee sous; aan het eind van een jaar maakt dat een +uitgave, die heel wat grooter is dan die, welke ik nu gedaan heb +.... Het is dus in werkelijkheid een besparing." + +"Waarachtig," zeide Marcel; "je hebt gelijk, daar zou ik nooit op +gekomen zijn." + +Op dat oogenblik sloeg het zes uur. + +"Laten we nu gauw gaan dineeren," zeide Rodolphe; "ik wil vanavond nog +met de uitvoering van mijn plan beginnen. Maar van eten gesproken, +daar valt me iets in: wij verliezen iederen dag kostbaren tijd met +het klaarmaken van ons diner. De tijd echter is de rijkdom van den +arbeider, wij moeten er dus zuinig mede zijn. Met vandaag te beginnen +gaan we buitenshuis eten." + +"Uitstekend," zeide Marcel; "twintig pas hier vandaan is een uitstekend +restaurant; het is er wel een beetje duur; maar daar het vlak bij is, +behoeven we niet ver te loopen en verdienen we aan tijd wat we aan +geld uitgeven." + +"Vandaag zullen we nog gaan," zeide Rodolphe; "maar morgen of +overmorgen zullen we nog oeconomischer maatregelen toepassen .... In +plaats van naar een restaurant te gaan, zullen we een keukenmeid +nemen." + +"Neen, neen!" viel Marcel hem in de rede; "laten we liever een knecht +nemen, die tevens voor kok fungeeren kan. Bedenk eens welke groote +voordeelen daaruit zullen kunnen voortvloeien. In de eerste plaats zal +ons huishouden steeds in orde zijn: hij kan onze schoenen poetsen, +mijn penseelen uitwasschen, onze boodschappen doen; ik zal zelfs +probeeren hem wat smaak voor de schoone kunsten bij te brengen, +dan kan hij mijn leerling worden. Op die manier sparen we met ons +beiden per dag minstens zes uur uit, die we nu besteden aan allerlei +onnoodige bezigheden, welke ons in ons werk hinderen." + +"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik heb nog een ander idée .... maar +laten we eerst gaan dineeren!" + +Vijf minuten later zaten de beide vrienden in een der kamertjes van +het naburige restaurant en zetten daar hun oeconomisch debat voort. + +"Weet je wat mijn idée is?" waagde Rodolphe op te merken; "wat zou +je ervan zeggen, als we in plaats van een knecht een maîtresse nemen?" + +"Een maîtresse voor twee man!" viel Marcel verbaasd uit; "dat zou +de gierigheid tot in het verkwistende drijven zijn; wij zouden onze +spaarduiten gebruiken, om messen en andere moordwerktuigen te koopen, +waarmede we elkaar te lijf zouden gaan. Neen, ik prefereer een knecht; +bovendien staat dat deftig ook!" + +"Je hebt gelijk," zeide Rodolphe; "wij zullen een intelligenten jongen +nemen; en als hij eenig begrip van orthographie heeft, zal ik hem +leeren redigeeren." + +"Dat zal dan een bron van inkomsten voor hem zijn op zijn ouden dag," +zeide Marcel, terwijl hij de rekening, die vijftien francs bedroeg, +optelde. "Jongens, dat is vrij duur. Gewoonlijk dineerden wij voor +dertig sous samen." + +"Dat is zoo," vond Rodolphe, "maar we dineerden slecht en waren +daardoor genoodzaakt 's avonds weer te soupeeren. Goed beschouwd is +het dus een besparing." + +"Tegen jou valt niet te redeneeren," mompelde de schilder, door die +redeneering overtuigd; "jij hebt altijd gelijk. Gaan we vanavond +werken?" + +"Waarachtig niet. Ik ga naar mijn oom; dat is een brave kerel, ik zal +hem op de hoogte brengen van mijn nieuwe positie, hij zal me goeden +raad kunnen geven. En waar ga jij heen, Marcel?" + +"Ik ga den ouden Médicis vragen, of hij geen schilderijen voor mij +te restaureeren heeft. A propos, geef mij even vijf francs." + +"Waarvoor?" + +"Ik wil over den Pont des Arts gaan." + +"O, dat is een onnoodige uitgave, die, ook al is zij niet zoo heel +groot, toch met onze principes in strijd is." + +"Ik heb ongelijk, het is zoo," antwoordde Marcel; "ik zal over den +Pont Neuf gaan .... maar dan neem ik een rijtuig." + +De twee vrienden namen afscheid en sloegen ieder een verschillenden +weg in, die door een zonderlingen samenloop van omstandigheden hen +beiden op dezelfde plaats terugbracht. + +"Zoo, heb je je oom niet thuis gevonden?" vroeg Marcel. + +"En was de oude Médicis er niet?" was Rodolphe's wedervraag. + +En zij barstten in lachen uit. + +Toch gingen zij op een vroeg uur naar huis terug ... den volgenden +ochtend namelijk. + +Twee dagen later hadden Rodolphe en Marcel een volledige metamorphose +ondergaan. Beiden gekleed als pasgehuwden, waren zij zoo mooi, +zoo schitterend, zoo elegant, dat zij, wanneer zij elkaar op straat +tegenkwamen, aarzelden elkaar te herkennen. + +Hun oeconomisch stelsel werkte in al zijn kracht, de organisatie van +het werk kwam echter slechts met groote moeite tot stand. Zij hadden +een knecht gehuurd. Het was een lange slungel van vier-en-dertig jaar +en Zwitsersche afkomst en niet al te groote intelligentie. Bovendien +was hij niet voor knecht in de wieg gelegd; wanneer een van zijn +heeren hem een eenigszins groot pakket te bezorgen gaf, kreeg +Baptiste een kleur van verontwaardiging en liet de boodschap +door een witkiel doen. Maar Baptiste had ook goede eigenschappen: +wanneer men hem bijv. een haas gaf, kon hij daarvan zoo noodig een +hazenpeper maken. Ook had hij, daar hij, alvorens knecht te worden, +destillateur geweest was, een groote voorliefde voor die kunst gehouden +en ontstal hij een groot deel van den tijd, dien hij voor zijn meesters +moest gebruiken, aan het zoeken naar de samenstelling van een nieuw +wondmiddel, waaraan hij zijn naam wilde geven. Verder had hij het +ver gebracht in het maken van notenbrandewijn. Maar de kunst, waarin +Baptiste door niemand geëvenaard werd, was die om de sigaren van Marcel +op te rooken en ze aan te steken met de manuscripten van Rodolphe. + +Op een goeden dag wilde Marcel Baptiste in het costuum van Pharao voor +zijn "Doortocht door de Roode Zee" laten poseeren. Baptiste weigerde +dit beslist en zeide zijn dienst op. + +"Goed," zeide Marcel; "we zullen vanavond afrekenen." + +Toen Rodolphe thuis kwam, zeide zijn vriend tegen hem, dat Baptiste +beslist weggezonden moest worden. + +"Wij hebben absoluut geen nut van hem," zeide hij. + +"Dat is zoo," antwoordde Rodolphe; "hij is een levend kunstvoorwerp." + +"Hij is zoo dom als het achtereind van een koe." + +"En lui!" + +"Hij moet weg." + +"Laten we hem wegsturen!" + +"Toch heeft hij eenige goede eigenschappen. Hij kan heel lekker +hazenpeper maken." + +"En notenbrandewijn dan. Hij is de Raphaël van den notenbrandewijn." + +"Zeker, maar dat is ook het eenige, waarvoor hij deugt, en dat is +voor ons niet voldoende. Wij verliezen al onzen tijd door al die +discussies met hem." + +"Hij hindert ons in ons werk." + +"Het is zijn schuld, dat ik mijn "Doortocht door de Roode Zee" nog +niet heb kunnen tentoonstellen. Hij heeft geweigerd om voor Pharao +te poseeren." + +"En door hem heb ik het werk, dat mij opgedragen was, niet kunnen +afmaken. Hij heeft geweigerd, om in de bibliotheek de aanteekeningen, +die ik noodig had, te gaan halen." + +"Hij ruïneert ons." + +"We kunnen hem beslist niet houden." + +"Laten we hem dan wegzenden .... Maar eerst moeten we hem betalen." + +"Wij zullen hem betalen, maar weg moet hij! Geef me geld, dan zal ik +met hem afrekenen." + +"Wat, geld! Ik houd toch de kas niet, maar jij!" + +"Geen quaestie van, jij! Jij hebt je met de generale intendantuur +belast," zeide Rodolphe. + +"Maar ik geef je de heilige verzekering, dat ik geen geld heb!" riep +Marcel uit. + +"Zou al het geld nou al op zijn? Dat is onmogelijk! Je kan geen +vijfhonderd francs in acht dagen uitgeven, vooral wanneer je, +zooals wij, met de grootste spaarzaamheid geleefd hebt en je je tot +het strikt noodzakelijke beperkt (Tot het strikt overbodige had hij +moeten zeggen.). Wij moeten de rekeningen even verifieeren, dan zullen +we de fout wel vinden." + +"Ja, die wel," zeide Marcel, "maar niet het geld. Maar dat hindert +minder, we kunnen toch het uitgaven-boekje wel even doorloopen." + +Ziehier het specimen van die boekhouding, welke onder de auspiciën +van Sancta Oeconomica begonnen was. + +"19 Maart. Ontvangen: 500 francs. Uitgegeven: een Turksche pijp, +25 francs; diner, 15 francs; diversen, 40 francs." + +"Wat zijn dat voor uitgaven?" vroeg Rodolphe aan Marcel, die las. + +"Dat weet je wel," antwoordde deze, "dat is de avond, dat we 's +morgens pas thuis gekomen zijn. Trouwens daardoor hebben we vuur en +licht gespaard." + +"Verder." + +"20 Maart. Dejeuner, 1 fr. 50; tabak 20 cent; diner, 2 fr.; een +monocle, 2 fr. 50. Die monocle is voor jouw rekening. Waarvoor hadt +je een monocle noodig? Je mankeert niets aan je oogen." + +"Je weet heel goed, dat ik voor de Echarpe d'Iris een verslag over +de schilderijen-tentoonstelling moest maken; en zonder monocle +kan je geen schilderijen beoordeelen; dat was een gerechtvaardigde +uitgave. Verder? ...." + +"Een wandelstok ..." + +"O, die is voor jouw rekening," zeide Rodolphe. "Je hadt geen +wandelstok noodig." + +"Dat is alles, wat den 20sten uitgegeven is," zeide Marcel, die +op Rodolphe's uitval niet inging. "Den 21sten hebben we in de stad +geluncht, gedineerd en gesoupeerd." + +"Dan hebben we dien dag toch niet veel uit kunnen geven?" + +"Inderdaad slechts een kleinigheid .... Bijna dertig francs." + +"Maar waaraan toch in hemelsnaam?" + +"Dat weet ik niet meer," antwoordde Marcel; "maar het staat onder de +rubriek: Diversen." + +"Dat is een heel vage en verraderlijke titel," riep Rodolphe. + +"22 Maart. Dat was de dag, waarop Baptiste in dienst gekomen is; +we hebben hem een voorschot van 5 francs op zijn loon gegeven; voor +een draaiorgel 50 centimes; voor den afkoop van vier Chineesche +boerenjongens, die door hun ouders, ongelooflijke drankorgels en +doordraaiers, tot verdrinking in de Gele Rivier gedoemd waren, +2 fr. 40 c." + +"Lieve Hemel," zeide Rodolphe, "verklaar mij toch eens de +tegenstelling, die in dit artikel op te merken is. Als je aan +draaiorgels geeft, waarom scheldt je dan op die doordraaiers en +drankorgels van ouders. En waar was het noodig voor geld voor die +Chineesche boerenjongens uit te geven? Als het nu nog boerenjongens +op brandewijn geweest waren!" + +"Ik ben nu eenmaal grootmoedig geboren," antwoordde Marcel. "Doch +lees jij nu eens verder. Tot nu toe zijn we niet veel van het +spaarzaamheidsprincipe afgeweken." + +"23 Maart. Niets. 24 Maart. Idem. Dat zijn twee goede dagen, 25 +Maart. Een voorschot van 3 francs op het loon van Baptiste." + +"Het schijnt, dat we hem nog al veel voorschot gegeven hebben," +zeide Marcel. + +"Des te minder hebben we hem dan nu uit te betalen," antwoordde +Rodolphe. "Ga verder." + +"26 Maart. Verschillende, uit een oogpunt van kunst nuttige uitgaven, +36 fr. 40 c." + +"Wat hebben we dan voor nuttigs gekocht?" vroeg Rodolphe; "ik herinner +me er niets van. 36 fr. 40 c., wat kan dat zijn?" + +"Herinner je je dat niet?... Dat is de dag, waarop wij de Notre-Dame +beklommen hebben, om Parijs in vogelvlucht te zien." + +"Maar dat kost toch niet meer dan acht sous," dacht Rodolphe. + +"Ja, maar toen we weer beneden waren, zijn we in St. Germain gaan +dineeren." + +"Dan is de zaak duidelijk." + +"27 Maart: Niets!" + +"Prachtig! Dat is nu eens spaarzaam!" + +"28 Maart. Voorschot aan Baptiste, 6 fr." + +"O, nu ben ik er zeker van, dat we hem niets meer te betalen +hebben. Het is zelfs niet onmogelijk, dat hij ons nog wat schuldig +is .... Enfin, dat zal ik wel eens narekenen." + +"29 Maart. Waarachtig, op 29 Maart hebben we niets uitgegeven. Er +staat het begin van een preek voor in de plaats. 30 Maart. Juist, toen +hadden we menschen te dineeren; een groote uitgave: 30 fr. 55c. Den +31sten, dit is vandaag, hebben we nog niets uitgegeven. Je ziet dus, +dat de boekhouding zeer nauwkeurig geweest is. Het totaal bedraagt +op geen stukken na 500 francs." + +"Dan moet er nog geld in kas zijn." + +"We zullen zien," zeide Marcel, terwijl hij een lade opentrok. "Neen, +er is niets meer, alleen een spin." + +"Een spin op den morgen brengt kommer en zorgen," merkte Rodolphe op. + +"Maar waar kan al dat geld gebleven zijn?" vroeg Marcel, +terneergeslagen bij het zien van de ledige kas. + +"Vraag je dat nog?" zeide Rodolphe. "Dat is nogal eenvoudig: we hebben +het aan Baptiste gegeven." + +"Wat is dat?" riep Marcel uit, die in de lade een stuk papier vond. "De +rekening voor het laatste kwartaal huur!" + +"Hoe is die hier gekomen?" vroeg Rodolphe. + +"En gequiteerd ook!" voegde Marcel eraan toe. "Heb jij huur betaald?" + +"Ik? Loop nou rond!" + +"Maar wat beteekent dan?" + +"Maar ik bezweer je ...." + +"Wat is dan dit mysterie?" zongen zij in koor op de melodie der finale +van La Dame Blanche. + +Baptiste, die graag muziek hoorde, kwam dadelijk aanloopen. + +Marcel liet hem de quitantie zien. + +"O ja, dat is waar ook!" zeide Baptiste langs zijn neus weg; "dat had +ik nog vergeten te zeggen. De huisbaas is hier geweest, toen jullie +uit waren, en om hem de moeite te besparen terug te moeten komen, +heb ik hem maar betaald." + +"Waar heb je dat geld vandaan gehaald?" + +"O, ik heb het uit de la genomen, die stond open; ik dacht, dat de +heeren die juist daarom open hadden laten staan, en ik zei zoo tegen +mezelvers; De heeren hebben, toen ze uit gingen, vergeten te zeggen: +"Baptiste, de huisbaas zal zijn huur komen halen, je moet hem betalen;" +en toen heb ik gedaan, alsof ik dat bevel gekregen had, zonder het +bevel gekregen te hebben." + +"Baptiste," zeide Marcel, ziedend van woede, "je hebt onze bevelen +overtreden. Van af heden ben je uit onzen dienst ontslagen. Baptiste, +geef je livrei terug." + +Baptiste nam zijn wasdoeken pet, waaruit zijn heele uniform bestond, +af en gaf die aan Marcel. + +"Goed," zeide deze; "je kunt gaan ..." + +"En mijn loon?" + +"Ben je soms niet erg lekker? Je hebt al meer gekregen dan we je +schuldig zijn. Ik heb je in nog geen veertien dagen veertien francs +gegeven. Wat doe je met al dat geld? Mainteneer je soms een danseres?" + +"Op het slappe koord," voegde Rodolphe eraan toe. + +"Ik sta dus alleen op de wereld," zeide de ongelukkige knecht; +"zonder iets, waarop ik mijn hoofd kan nederleggen!" + +"Neem dan je livrei maar terug," antwoordde Marcel, ondanks zichzelf +aangedaan. + +En hij gaf de pet aan Baptiste terug. + +"En toch heeft die ongelukkige ons fortuin verkwist," zeide Rodolphe, +toen hij den armen Baptiste zag weggaan. "Waar dineeren we vandaag?" + +"Dat zullen we morgen weten," antwoordde Marcel. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +WAT EEN VIJFFRANCSSTUK KOST. + + +Op een Zaterdagavond in den tijd, dat hij nog niet met mademoiselle +Mimi "was", met wie we weldra kennis zullen maken, leerde Rodolphe +aan zijn table-d'hôte een handelaarster in mode-artikelen, +mademoiselle Laure geheeten, kennen. Toen zij gehoord had, dat +Rodolphe hoofdredacteur van de Echarpe d'Iris en van den Castor, +twee modebladen, was, begon zij, in de hoop, dat hij reclame voor +haar artikelen zou maken, op vrij in het oog loopende wijze met hem +te coquetteeren. Op die uitdagingen had Rodolphe geantwoord met een +vuurwerk van galante complimentjes, die Benserade, Voiture en alle +Ruggieri's van den precieusen stijl jaloersch gemaakt zouden hebben; +en toen zij na afloop van het diner vernam, dat Rodolphe dichter was, +gaf zij hem heel duidelijk te verstaan, dat zij niet ongeneigd was +hem als haar Petrarca aan te nemen. Zelfs stond zij hem zonder veel +omhaal van woorden een rendez-vous voor den volgenden dag toe. + +"Bij Juppiter!" zeide Rodolphe tot zichzelf, toen hij +mademoiselle Laure naar huis bracht, "dat is beslist een beminlijke +persoonlijkheid. Het lijkt wel, dat zij over een voldoende grammatica +en een rijk voorziene garde-robe beschikt. Ik ben werkelijk wel +geneigd haar gelukkig te maken." + +Toen zij bij de deur van haar huis gekomen was, liet mademoiselle +Laure den arm van Rodolphe los en dankte hem hartelijk voor de moeite, +die hij zich getroost had, om haar naar een zoo afgelegen stadswijk +te brengen. + +"O, madame," antwoordde Rodolphe met een buiging, waarbij zijn gezicht +op den grond kwam, "ik wilde, dat u te Moskou of op de Sunda-eilanden +woonde, alleen om nog langer uw cavalier te kunnen zijn!" + +"Dat is wel wat erg ver!" antwoordde Laure gemaakt. + +"We zouden over de boulevards gegaan zijn, madame," zeide Rodolphe. "En +sta mij toe, u, in den persoon van uw wang, de hand te kussen," +vervolgde hij, terwijl hij Laure, voor zij het verhinderen kon, +een kus op de lippen drukte. + +"O, mijnheer," kirde zij, "dat gaat te vlug." + +"Ja, maar dan bereik ik ook eerder mijn doel," zeide Rodolphe. "In +de liefde moeten de eerste afstanden in galop worden afgelegd." + +"Een type!" dacht de modiste, terwijl zij naar binnen ging. + +"Een allerliefst persoonlijkheidje," zeide Rodolphe, toen hij naar +huis wandelde. + +Zoodra hij op zijn kamer was, ging hij naar bed en droomde de zoetste +droomen. Hij zag zich op bals, in de schouwburgen en op wandelplaatsen +met Laure aan zijn arm, die nog mooiere japonnen dan die, welke in +de sprookjes van Moeder de Gans voorkomen, aan had. + +Volgens zijn gewoonte stond Rodolphe den volgenden dag om elf uur +op. Zijn eerste gedachte was voor mademoiselle Laure. + +"Een heel beschaafde vrouw," mompelde hij. "Ik ben er zeker van, +dat zij te Saint-Denis is opgevoed. Ik zal dus eindelijk het geluk +leeren kennen een maîtresse te bezitten, die er warmpjes in zit. Ik +moet mij offers voor haar getroosten. Ik zal dus mijn geld aan de +Echarpe d'Iris gaan halen, een paar handschoenen koopen en met Laure +gaan dineeren in een restaurant, waar ze servetten geven. Mijn rok +is wel niet heel mooi meer, maar zwart kleedt toch altijd goed!" + +En hij ging naar het bureau van de Echarpe d'Iris. + +Op straat zag hij echter in den omnibus groote affiches met de woorden: + + + "Heden, Zondag, springen de waterwerken te Versailles." + + +Het inslaan van den bliksem vlak voor zijn voeten zou op Rodolphe +geen dieperen indruk gemaakt hebben dan het zien van dat affiche. + +"Het is vandaag Zondag! Dat was ik heelemaal vergeten!" riep hij +uit. "Dan krijg ik nergens geld vandaag. Zondag! Alles wat in Parijs +daalders heeft, is al op weg naar Versailles." + +Desniettemin liep Rodolphe, voortgedreven door een van die fabelachtige +verwachtingen, waaraan de mensch zich steeds vastklampt, zoo snel als +zijn beenen hem dragen konden, naar het bureau van zijn blad. Misschien +zou een gelukkig toeval den kassier daar gebracht hebben. + +Mijnheer Boniface was er inderdaad geweest, doch onmiddellijk weer +vertrokken. + +"Hij is naar Versailles," zeide de loopjongen. + +"Dat is verkeken," zeide Rodolphe.... "Maar wacht eens even. Het +rendez-vous is vanavond pas. Het is nu twaalf uur, ik heb dus nog +vijf uur om vijf francs te vinden--dat is twintig sous per uur, +net als de paarden in het Bois de Boulogne. En nu voorwaarts marsch!" + +Daar hij juist in het stadsdeel was, waar een journalist woonde, +dien hij den invloedrijken criticus noemde, besloot hij bij dezen +een poging te wagen. + +"Ik vind hem zeker thuis," zeide hij, terwijl hij de trap opliep; +"het is vandaag zijn feuilletondag, dus gaat hij niet uit. Ik zal +van hem vijf francs leenen." + +"Ha, ben jij het!" zeide de criticus, toen hij Rodolphe zag, "je komt +als geroepen; ik heb je een kleinen dienst te vragen." + +"Dat treft prachtig!" dacht de redacteur van de Echarpe d'Iris. + +"Was je gisteren in den Odéon?" + +"Daar ben ik altijd!" + +"Je hebt dus het nieuwe stuk gezien?" + +"Wie zou het anders gezien hebben? Het publiek van den Odéon ben ik!" + +"Dat is waar ook," zeide de criticus. "Je bent een der steunpilaren +van dien schouwburg. Er loopt zelfs een gerucht, dat je subsidie +geeft. Doch om op de zaak terug te komen, kan je me geen overzicht +van het nieuwe stuk geven?" + +"Niets makkelijker dan dat. Ik heb het geheugen van een schuldeischer." + +"Van wien was het stuk?" vroeg de journalist aan Rodolphe, terwijl +deze aan het schrijven was. + +"Van een mijnheer." + +"Dan zal het geen sterk stuk zijn." + +"In geen geval zoo sterk als een Turk." + +"Dan is het ook niet sterk. Want de Turken hebben geheel ten onrechte +den naam van sterk te zijn. Zij zouden hier nog niet eens voor +schoorsteenvegers deugen." + +"En waarom niet?" + +"Omdat alle schoorsteenvegers Savoyaards zijn, en alle Savoyaards +weer Auvergners, en alle Auvergners weer kruiers zijn. En bovendien +zijn er geen Turken meer, behalve op de bals masqués in de voorsteden +en op de Champs Elysées, waar zij dadels verkoopen. De Turk is een +vooroordeel. Een van mijn vrienden kent het Oosten heel goed en die +heeft me verzekerd, dat al de onderdanen van die natie geboren zijn +in de rue Coquenard." + +"Alleraardigst!" + +"Vind je?" vroeg de criticus. "Dan zet ik het in mijn feuilleton." + +"Hier heb je de analyse van het stuk," zeide Rodolphe. "Gauw gedaan, +wat?" + +"Dat wel, maar het is verduiveld kort." + +"Wanneer je er wat gedachtenstreepjes bij zet en je kritische opinie +ontwikkelt, neemt het plaats genoeg in." + +"Daar heb ik geen tijd voor, mijn waarde, en bovendien beslaat mijn +kritische meening zooveel plaats niet." + +"Dan zet je er om de drie woorden een adjectief bij." + +"Zou je aan de analyse niet een korte, of liever een lange beschouwing +over het stuk kunnen vasthechten?" vroeg de criticus. + +"Och," zeide Rodolphe, "ik heb wel mijn bepaalde ideeën over de +tragedie, maar ik waarschuw je, dat ik ze al driemaal in den Castor +en in de Echarpe d'Iris heb laten afdrukken." + +"Dat is minder; hoeveel regels beslaan je ideeën?" + +"Veertig regels." + +"Bliksems, jij hebt groote ideeën! Nou, wil je me je veertig regels +leenen?" + +"Prachtig!" dacht Rodolphe. "Als ik hem voor twintig francs copie +lever, zal hij mij geen vijf francs kunnen weigeren. Ik moet je +echter eerlijk bekennen," zeide hij vervolgens tot den criticus, "dat +mijn denkbeelden niet bepaald nieuw zijn. Zij zijn aan den elleboog +een beetje doorgesleten. Voor ik ze liet drukken, heb ik ze in alle +koffiehuizen van Parijs uitgebazuind: er is geen kellner in Parijs, +die ze niet uit zijn hoofd kent." + +"Wat kan mij dat schelen?.... Je kent me nog niet. Is er, uitgezonderd +de deugd, iets nieuws in de wereld?" + +"Hier!" zeide Rodolphe toen hij klaar was. + +"Donder en bliksem! Er mankeeren nog twee kolom... Waarmede dien +afgrond te dempen? Kom, lever me, nu je toch hier bent, nog een +paar paradoxen!" + +"Ik heb er van mijzelf niet bij me," zeide Rodolphe; "maar ik kan +je er wel een paar leenen; ze zijn echter niet van mij; ik heb ze +voor vijftig centimes van een vriend, die in geldverlegenheid zat, +gekocht. Ze hebben nog maar heel weinig dienst gedaan." + +"Des te beter!" zeide de criticus. + +"Het gaat goed!" zeide Rodolphe tot zichzelf, terwijl hij weer begon +te schrijven; "ik vraag hem minstens tien francs; in dezen tijd zijn +de paradoxen even duur als jonge patrijzen." + +En hij schreef een dertig regels, waarin hij zottenpraat uitkraamde +over piano's, goudvisschen, de school van het gezond verstand en +Rijnwijn, dien hij toiletwijn noemde. + +"Prachtig," zeide de criticus; "doe mij nu nog het genoegen er bij +te schrijven, dat het bagno de plaats in de wereld is, waar je de +meeste rechtschapen menschen vindt." + +"Waarom?" + +"Om nog twee regels te vullen. Zoo, dat is in orde," zeide de +invloedrijke criticus en riep zijn bediende, om zijn feuilleton naar +de drukkerij te brengen. + +"En nu," zeide Rodolphe; "de koe bij de horens gevat!" En hij deed +plechtig en ernstig zijn verzoek. + +"O je, mijn waarde," zuchtte de criticus, "ik heb zelf geen sou in +huis. Lolotte ruïneert me met pomade en zooeven heeft zij mij tot +mijn laatste halve duit uitgeschud om naar Versailles te gaan en de +Nereïden en andere bronzen monsters water te zien spuwen." + +"Naar Versailles?" vroeg Rodolphe. "Is het vandaag dan een epidemie?" + +"Maar waarom heb je geld noodig?" + +"Ziehier het geval," antwoordde Rodolphe. "Om vijf uur heb ik een +afspraak met een vrouw van de wereld, een gedistingeerde dame, die +altijd in een omnibus uitgaat. Ik zou gaarne voor eenige dagen mijn +lot aan het hare verbinden; en daarom komt het mij passend voor haar +de zoetheden des levens te laten smaken. Diner, bal, wandelingen +enz. enz. Ik heb absoluut vijf francs noodig; als ik ze niet vind, +is in mijn persoon de geheele Fransche litteratuur onteerd." + +"Waarom leen je die som niet van die dame zelf?" vroeg de criticus. + +"Dat gaat den eersten keer niet. Alleen jij kunt mij redden!" + +"Bij alle mummies van Egypte zweer ik je op mijn woord van eer, dat +ik zelfs geen geld heb, om een pijp van een sou of een panatella +te koopen. Maar ik heb daar een paar boeken, die je zoudt kunnen +verkoopen." + +"Vandaag, op Zondag, onmogelijk. Moeder Mansut, Lebigre en alle winkels +op de kaden en in de rue Saint-Jacques zijn gesloten. En wat zijn het +voor boeken? Zeker gedichten met het portret van den schrijver. Maar +die dingen zijn onverkoopbaar." + +"Tenzij je er door de rechtbank toe veroordeeld wordt. Doch wacht +even, daar heb je nog een bundel romances en een paar billetten voor +concerten. Wanneer je het wat handig aanlegt, zou je er best wat geld +van kunnen maken." + +"Ik zou liever wat anders meenemen, een broek bijv." + +"Daar," zeide de criticus, "neem dien Bossuet en die gipsbuste +van Odilon Barrot nog mee; maar op mijn woord van eer, dat is het +penningske der weduwe." + +"Ik zie in ieder geval je goeden wil," zeide Rodolphe. "Ik neem de +schatten mede, maar als ik er dertig sous voor krijg, dan beschouw +ik dat kunststuk als het dertiende werk van Hercules." + +Nadat hij ongeveer vier mijl had afgelegd, slaagde hij er met behulp +van een welsprekendheid, waarvan hij bij groote gelegenheden het geheim +bezat, in bij zijn waschvrouw twee francs te leenen, waarvoor hij de +deelen poëzie, de romances en de buste van Barrot in pand moest geven. + +"Kom," zeide hij, toen hij de bruggen weer overging, "dat is tenminste +de jus, nu moet ik het vleesch nog zien te vinden. Als ik eens naar +mijn oom ging!" + +Een half uur later was hij bij zijn oom Monetti, die op het gelaat +van zijn neef dadelijk las, waarom het ging. Hij was dus op zijn +hoede en voorkwam iedere vraag door een serie klachten als: + +"Het zijn moeilijke tijden: het brood is duur, de klanten betalen niet, +de huur moet worden opgebracht, de handel zit in het moeras enz. enz.," +en al de verdere huichelachtige klachten van winkeliers. + +"Zou je wel willen gelooven," zeide de oom, "dat ik genoodzaakt ben +geld te leenen van mijn bediende, om een wissel te betalen?" + +"Dan hadt u mij even een boodschap moeten sturen," zeide Rodolphe. "Ik +zou u het geld gaarne geleend hebben; drie dagen geleden heb ik +tweehonderd francs gekregen." + +"Ik vind het heel aardig van je, jongen, maar je hebt zelf je geld +noodig .... Maar zeg, nu je toch hier bent, zou je wel even een +paar rekeningen voor me kunnen schrijven, die ik wil laten innen; +je schrijft zoo'n mooie hand." + +"O je, die vijf francs zullen me duur kosten," zeide Rodolphe, +terwijl hij zich aan het werk zette, dat hij zooveel mogelijk bekortte. + +"Beste oom," zeide hij, "daar ik weet, dat u een groot muziekliefhebber +bent, heb ik een paar entrée's voor u medegebracht." + +"Heel vriendelijk van je, jongen. Wil je bij me blijven dineeren?" + +"Neen, dank u, oom; ik word in den Fauborg St. Germain op een diner +verwacht. Ik verkeer zelfs eenigszins in verlegenheid, omdat ik geen +tijd meer heb om geld te gaan halen, om handschoenen te koopen." + +"Heb je geen handschoenen bij je? Wil je de mijne leenen?" + +"Dat zal niet gaan; we hebben hetzelfde nummer niet; maar u zoudt +mij verplichten mij te leenen...." + +"Negen-en-twintig sous, om een paar te koopen? Zeker, jongen, daar +heb je ze. Wanneer je in gezelschap komt, moet je fatsoenlijk voor +den dag komen. Beter benijd dan beklaagd, zeide je tante altijd. Ik +ben blij, dat je in betere kringen komt .... Ik zou je wel wat meer +gegeven hebben, maar ik heb op het oogenblik hier in het kantoor niet +meer; ik zou naar boven moeten en ik kan den winkel niet alleen laten: +ieder oogenblik komen er koopers." + +"En u vertelde daarnet, dat het zoo slecht met den handel ging!" + +Oom Monetti deed, of hij die opmerking niet hoorde en zeide tot zijn +neef, die de negen-en-twintig sous in zijn zak stak: + +"Je behoeft je niet te haasten, om ze terug te geven." + +"Wat een gierige brok!" zeide Rodolphe, terwijl hij zich +wegspoedde. "Nu ontbreken me nog een-en-dertig sous. Waar die +te vinden? Wacht, een idee, laat ik naar den viersprong van de +Voorzienigheid gaan." + +Dat was de naam, dien Rodolphe gaf aan het meest centrale punt van +Parijs, d. w. z. het Palais Royal, een plek, waar het bijna onmogelijk +is tien minuten te blijven staan zonder tien personen te ontmoeten, +die je kent, vooral schuldeischers. + +Rodolphe ging dus op het bordes van het Palais-Royal op wacht +staan. Ditmaal liet de Voorzienigheid zich lang wachten. Eindelijk +meende Rodolphe haar te zien. Zij had een witten hoed, een groenen +paletot en een wandelstok met een gouden knop .... een zeer elegant +gekleede Voorzienigheid dus. + +Het was een voorkomende en bemiddelde, maar eenigszins woordenrijke +jongeling. + +"Ik ben blij je te zien," zeide hij tot Rodolphe; "loop een eindje +mede, dan kunnen we wat praten." + +"Ach, ik zal die woordenmarteling maar ondergaan," mompelde Rodolphe, +terwijl hij zich door den witten hoed liet medenemen, die hem inderdaad +zijn trommelvlies half kapot praatte. + +Toen zij bij den Pont des Arts kwamen, zeide Rodolphe: + +"Ik moet je nu verlaten, daar ik geen geld heb, om de tol voor de +brug te betalen." + +"Kom maar mee," antwoordde de witte hoed, terwijl hij den invalide +twee sous toewierp. + +"Nu is het oogenblik gekomen," dacht de redacteur van de Echarpe +d'Iris, toen hij de brug overliep; aan het einde ervan bij de klok +van het Instituut gekomen, bleef Rodolphe plotseling staan, wees met +een wanhopig gebaar naar de wijzerplaat en riep uit: + +"Vervloekt! Kwart voor vijf. Ik ben verloren." + +"Wat is er?" zeide de andere verwonderd. + +"Wel, dat ik door jouw schuld een rendez-vous verzuim." + +"Een belangrijk?" + +"Dat zou ik denken .... Ik moest om vijf uur geld gaan halen .... in +Batignolles .... Ik zal er nooit op tijd zijn .... Bliksems! Wat moet +ik beginnen?" + +"Dat is nogal eenvoudig," zeide de woordenrijke, "ga met mij mee naar +huis, dan zal ik je wat leenen." + +"Onmogelijk! Je woont in Montrouge, en om zes uur moet ik voor een +zaak in de Chaussée-d'Antin zijn .... Een beroerde geschiedenis!" + +"Ik heb wel een paar sous op zak," zeide de Voorzienigheid bescheiden +.... "maar niet veel." + +"Als ik genoeg had om een bakje te nemen, dan zou ik misschien nog +op tijd in Batignolles kunnen zijn." + +"Hier heb je den inhoud van mijn beurs, mijn waarde, een-en-dertig +sous." + +"Geef maar gauw hier, dan maak ik, dat ik weg kom!" zeide Rodolphe, +die het vijf uur had hooren slaan, en hij haastte zich naar de plaats +van zijn rendez-vous. + +"Dat is een heele toer geweest," zeide hij, terwijl hij zijn geld +telde. "Honderd sous, precies op den kop af. Enfin, ik ben nu +gered, en Laure zal zien, dat zij te doen heeft met een man, die +savoir-vivre heeft. Ik wil vanavond met geen centime thuis komen. Ik +moet de litteratuur weer tot eer brengen en bewijzen, dat het haar +beoefenaars slechts aan geld ontbreekt, om rijk te zijn." + +Rodolphe vond mademoiselle Laure op de afgesproken plaats. + +"Nou," zeide hij tot zichzelf, "wat stiptheid betreft, lijkt zij wel +een chronometer." + +Hij bracht den avond met haar door en smolt zijn vijf francs dapper +in den smeltkroes der verkwisting. Mademoiselle Laure was verrukt +over zijn manieren en was wel zoo goed eerst te merken, dat Rodolphe +haar niet naar haar huis terugbracht vóór het oogenblik, dat hij haar +zijn kamer liet binnentreden. + +"Het is verkeerd wat ik doe," zeide zij. "Zorg, dat ik er geen berouw +over moet hebben door een ondankbaarheid, die uw sexe eigen is." + +"Madame," zeide Rodolphe, "ik sta bekend voor mijn bestendigheid, en +wel in dien mate, dat al mijn vrienden zich over mijn trouw verwonderen +en mij den bijnaam gegeven hebben van generaal Bertrand der Liefde." + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + +DE WITTE VIOOLTJES. + + +In dien tijd was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, die +hem niet kon uitstaan, en de thermometer van den ingenieur Chevalier +wees twaalf graden onder nul. + +Mademoiselle Angèle was de dochter van mijnheer Monetti, den +kachelsmid-rookverdrijver, over wien we reeds meermalen gelegenheid +hadden te spreken. Mademoiselle Angèle was achttien jaar en pas +terug uit Bourgondië, waar zij vijf jaar doorgebracht had bij een +bloedverwante, van wie zij later moest erven. Die bloedverwante +was een oude vrouw, die nooit jong of mooi geweest was, maar altijd +kwaadaardig, niettegenstaande of liever omdat zij vroom was. Angèle, +die bij haar vertrek een bekoorlijk kind was, dat in haar jonge jaren +reeds een bekoorlijk meisje beloofde te worden, kwam na verloop van +vijf jaar als een knap, maar koel, droog, ongevoelig jong meisje +terug. Het teruggetrokken provincieleven, de overdreven godsdienstige +oefeningen en de bekrompen beginselen, volgens welke zij was opgevoed, +hadden haar geest vervuld met vulgaire en dwaze vooroordeelen, +haar phantasie lam geslagen en van haar hart een orgaan gemaakt, +dat zich er toe bepaalde zijn functie als bloedsomloop-regulateur te +vervullen. Angèle had, om zoo te zeggen, wijwater in plaats van bloed +in haar aderen. Bij haar terugkeer ontving zij hem met een ijskoude +reserve en Rodolphe trachtte ieder oogenblik vergeefs in haar de +teedere snaar der herinneringen weer te doen trillen, herinneringen +uit den tijd, toen zij samen de amourette à la Paul et Virginie +gespeeld hadden, die tusschen neef en nicht zoo dikwijls gespeeld +wordt. Toch was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, +die hem niet kon uitstaan; en toen hij op een goeden dag hoorde, dat +het jonge meisje binnenkort naar een bal, dat ter gelegenheid van het +huwelijk van een harer vriendinnen gegeven werd, zou gaan, liet hij +zich door zijn hartstocht zoo ver medesleepen, dat hij Angèle voor dat +bal een bouquet viooltjes beloofde. En na toestemming van haar vader +gekregen te hebben, nam Angèle het galante aanbod van haar neef aan, +waarbij zij er echter op aandrong, dat zij witte viooltjes zou krijgen. + +Gelukkig door de beminlijk- en vriendelijkheid van zijn nicht, ging +hij dansend en zingend naar zijn "St. Bernard" terug. Zoo noemde hij +zijn toenmalig domicilie; waarom zullen we dadelijk zien. Toen hij +door het Paleis Royal ging en voorbij den winkel van madame Provost, +de beroemde bloemiste, kwam, zag hij witte viooltjes in de etalage; +uit nieuwsgierigheid liep hij naar binnen, om den prijs ervan te +vragen. Een eenigszins toonbare bouquet kostte niet minder dan tien +francs, doch er bestonden er, die nog duurder waren. + +"Alle duivels!" zeide Rodolphe; "tien francs, en nog maar acht dagen +tijd, om dat millioen te vinden. Dat zal moeite kosten; maar dat is +minder, mijn nicht krijgt haar bouquet. Ik heb al een idée." + +Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn +litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een +maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend +was door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang +verblijf te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester +in de provincie geworden was. Rodolphe, aan wiens wieg de verkwisting +als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier dagen rond; +en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van elegisch +dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand van die +manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der Voorzienigheid +druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen verschrikkingen; +hij bracht dien vroolijk door dank zij een stoïsche matigheid +en de schatten der phantasie, die hij dagelijks uitgaf, om den +eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een einde +maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de rue +Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het hôtel +de l'Eminence grise heette, omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van +Richelieu, daar gewoond zou hebben. Rodolphe woonde op de bovenste +verdieping van dat huis, een der hoogste van Parijs. Zijn kamer, +een soort belvédère, was in den zomer een heerlijke verblijfplaats; +maar van October tot April was het een klein Kamschatka. De vier +hoofdwinden, die door de vier vensters drongen, kwamen er gedurende +den geheelen winter de meest woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie +zag men er nog een grooten schoorsteen, waarvan de groote opening een +eerepoort scheen te zijn voor Borreas [21] en zijn gevolg. Dadelijk bij +het intreden van de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen +tot een bijzonder verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige +meubelen, die hij bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop +van acht dagen was zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield +niet meer dan zijn bed en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog +gebiedt te zeggen, dat die meubelen van ijzer waren en dus van nature +tegen brand verzekerd waren. Rodolphe had voor dit verwarmingsstelsel +den naam: "verhuizen door den schoorsteen" uitgedacht. + +We waren dus in het midden van Januari, en de thermometer, die op den +Quai des Lunettes twaalf graden aanwees, zou zeker nog twee of drie +graden gedaald zijn, indien hij overgebracht was naar den belvédère, +waaraan Rodolphe de bijnamen St. Bernard, Spitsbergen en Siberië +gegeven had. + +Den avond, waarop hij aan zijn nicht witte viooltjes beloofd had, +geraakte Rodolphe bij zijn thuiskomst in een heftige woede: de vier +hoofdwinden hadden bij hun spel in de vier hoeken der kamer nog een +ruit gebroken. Dat was in de laatste veertien dagen de derde. Rodolphe +barstte in woedende vervloekingen tegen Aeolus en zijn heele familie +Breekal los. Na dit nieuwe gat met het portret van een van zijn +vrienden gestopt te hebben, ging Rodolphe geheel gekleed tusschen de +twee wollen planken, die hij zijn matras noemde, liggen en droomde +den geheelen nacht van witte viooltjes. + +Vijf dagen later had Rodolphe nog geen enkel middel gevonden, dat +hem zou kunnen helpen zijn droom te verwezenlijken, en toch moest hij +acht-en-veertig uur later den bouquet aan zijn nicht geven. Gedurende +dien tijd was de thermometer nog meer gedaald, en de ongelukkige +dichter was de wanhoop nabij bij de gedachte, dat de viooltjes +nog duurder geworden zouden zijn. Eindelijk had de Voorzienigheid +medelijden met hem en kwam hem op de volgende wijze te hulp. + +Toen hij op een goeden morgen toevallig bij zijn vriend Marcel, den +schilder, ging dejeuneeren, vond hij hem in gesprek met een dame in +den rouw. Het was een weduwe, wier man pas kort geleden gestorven +was; zij kwam hem vragen naar den prijs van een manlijke hand, die +met het opschrift: + + + "Ik wacht u, geliefde vrouw" + + +geschilderd moest worden op het grafteeken, dat zij voor haar man +had laten oprichten. + +Om het kunstwerk goedkooper te krijgen, liet zij den artist in den +loop van het gesprek doorschemeren, dat hij, wanneer God haar weer +met haar echtgenoot zou vereenigen, een tweede hand te schilderen zou +krijgen, haar met een armband versierde hand, en wel met een nieuw +opschrift, luidende: + + + "Eindelijk heeft God ons vereenigd" + + +"Ik zal die beschikking in mijn testament zetten," zeide de weduwe, +"met mijn uitdrukkelijken wil, dat u met de uitvoering ervan belast +zult worden." + +"In dat geval, mevrouw," antwoordde de artist, "neem ik den prijs, die +u mij voorstelt, aan, maar dan reken ik ook op den handdruk. Vergeet +niet mij in uw testament te zetten." + +"Ook zou ik graag zien, dat het werk zoo gauw mogelijk gereed was," +zeide de weduwe; "maar neem er uw tijd voor, en vergeet vooral het +litteeken op den duim niet. Ik wil een goed gelijkende hand." + +"Zij zal sprekend zijn, mevrouw, wees gerust," zeide Marcel, terwijl +hij de weduwe uitliet. Doch op den drempel keerde zij zich weer om. + +"O ja, ik wou u nog graag wat vragen; ik zou graag op het graf van +mijn man nog een vers laten aanbrengen, waarin de edele levenswandel +en de laatste woorden, die hij op zijn sterfbed gesproken heeft, +vermeld worden. Staat dat voornaam?" + +"Zeer voornaam .... men noemt dat een epitaphium .... het is heel +voornaam." + +"Kent u niet iemand, die dat goedkoop voor mij zou kunnen maken? Ik +heb wel een buurman, mijnheer Guérin, den openbaren schrijver, maar +die is zoo peperduur." + +Bij die woorden wierp Rodolphe Marcel een blik toe, dien deze dadelijk +begreep. + +"Mevrouw," zeide de schilder en wees op Rodolphe, "een gelukkig +toeval heeft hier den persoon heen gevoerd, die u in deze droevige +omstandigheden zou kunnen helpen. Mijnheer hier is een uitstekend +dichter, u zoudt geen beteren kunnen vinden." + +"Ik zou er zeer op staan, dat het heel treurige verzen zijn," zeide +de weduwe, "en dat er geen spelfouten in voor komen." + +"Mevrouw," antwoordde Marcel, "mijn vriend kent de orthographie op +zijn duimpje: hij heeft op het college alle prijzen gewonnen." + +"Zoo," zeide de weduwe; "mijn neefje heeft laatst ook een prijs +gekregen; en hij is toch pas zeven jaar." + +"Een zeer voorspoedig kind, mevrouw," was Marcels antwoord. + +"Maar," drong de weduwe aan, "kan mijnheer ook treurige verzen maken?" + +"Beter dan wie ook, mevrouw, want hij heeft veel verdriet in zijn +leven gehad. Mijn vriend munt uit in treurige verzen; dat verwijten +de couranten hem zelfs wel eens." + +"Wat?" riep de weduwe uit, "wordt er over hem in de couranten +geschreven? Dan is hij zeker even knap als mijnheer Guérin, de +openbare schrijver!" + +"O, nog veel knapper! Wend u maar tot hem, mevrouw, u zult er geen +berouw over hebben." + +Nadat de weduwe den dichter de bedoeling van het opschrift in verzen, +dat zij op het graf van haar man wilde laten aanbrengen, uiteengezet +had, stemde zij erin toe Rodolphe tien francs te geven, als het gedicht +in haar smaak viel; maar zij wilde de verzen heel gauw hebben. De +dichter beloofde ze haar den volgenden dag reeds door bemiddeling +van zijn vriend te zullen doen toekomen. + +"O goede fee Artemisia," riep Rodolphe uit, toen de weduwe weg was, +"ik zweer je, dat je tevreden zult zijn; ik zal je een goede maat +dooden-lyriek geven, en mijn orthographie zal beter zijn dan die +van een hertogin. O goed oudje, moge, om u te beloonen, de hemel je +honderdzeven jaar laten leven evenals goede brandewijn!" + +"Daar kom ik tegen op!" riep Marcel uit. + +"Dat is waar ook!" zeide Rodolphe; "ik zou bijna vergeten, dat je +na haar dood nog een tweede hand te schilderen krijgt, en zoo'n lang +leven je dat geld dus zou doen verliezen." En zijn handen ten hemel +heffend, bad hij: "O, lieve God, verhoor mijn gebed niet! Hè," voegde +hij er aan toe, "dat is een bofje, dat ik hierheen gekomen ben." + +"Ja, wat kwam je eigenlijk hier doen?" vroeg Marcel. + +"Daar denk ik nu ook weer aan en vooral nu ik, om dat gedicht te +maken, den geheelen nacht op zal moeten blijven zitten, kan ik dat, +wat ik je kwam vragen, onmogelijk missen, n.l. 1e. wat eten; 2e. wat +tabak en een kaars; 3e. je ijsberencostuum." + +"Ga je naar een bal masqué? O ja, dat is waar ook, vanavond wordt +het eerste gegeven." + +"Neen, dat niet; maar zooals je me hier ziet, ben ik even bevroren +als het groote leger op zijn terugtocht uit Rusland. Mijn groen +wollen paletot en mijn broek van Schotsch merinos zijn ongetwijfeld +heel mooi, maar toch beter geschikt voor de lente en om onder den +equator te wonen; wanneer je echter, zooals ik, je tenten onder den +pool hebt opgeslagen, is een ijsberencostuum passender, ik zou bijna +zeggen, onmisbaar." + +"Daar heb je de pels," zeide Marcel. "Het denkbeeld is niet kwaad, +het beest heeft een vurig gestel, en je zult je erin voelen als een +brood in een oven." + +Rodolphe was intusschen reeds in de huid van het dier gekropen. + +"Wat zal mijn thermometer gloeiend boos worden," zeide hij. + +"Wil je in dat costuum de straat op?" zeide Marcel tot zijn vriend, +toen zij hun geheimzinnig diner, dat in schalen van vijf centimes +opgediend werd, naar binnen hadden gewerkt. + +"Ik heb maling aan de heele wereld," zeide Rodolphe; "en bovendien +begint vandaag het carnaval." + +En hij doorliep werkelijk heel Parijs in de ernstige houding van den +viervoeter, in wiens huid hij zich gestoken had. En toen hij voorbij +den thermometer van den ingenieur Chevalier kwam, trok hij er een +langen neus tegen. + +Toen hij, niet zonder zijn concierge de stuipen van schrik op het lijf +gejaagd te hebben, weer boven op zijn kamer was, stak de dichter zijn +kaars aan, die hij, om de moedwillige streken van de Noordenwinden te +voorkomen, met een doorschijnend stuk papier omgaf, en ging dadelijk +aan het werk. Maar al heel gauw kwam hij tot de ontdekking, dat, +al was zijn lichaam vrijwel tegen de koude beschermd, zijn handen +het niet waren; en hij had nog geen twee verzen van zijn epitaphium +op het papier, of zijn vingers begonnen te tintelen van de koude en +lieten de pen vallen. + +"Tegen de elementen kan zelfs de moedigste niet op," zeide Rodolphe, +die zich wanhopig achterover in zijn stoel liet vallen. "Caesar heeft +wel den Rubicon overgestoken, maar over de Beresina had hij nooit +kunnen komen." + +Plotseling echter ontsnapte een kreet van vreugde aan het diepst van +zijn berenborst en stond hij zoo bruusk op, dat hij een deel van zijn +inkt liet vallen op het smettelooze wit van zijn pels: hij had een +idée, een nieuwen druk van het denkbeeld van Chatterton. + +Hij haalde onder zijn bed een grooten stapel papieren te voorschijn, +waaronder zich een dozijn reusachtige manuscripten van zijn beroemd +drama Le Vengeur bevond. Dit drama, waaraan hij twee jaar gewerkt +had, was zoo dikwijls over- en omgewerkt, dat de gezamenlijke copieën +een gewicht van zeven kilogram vormden. Rodolphe legde het jongste +manuscript ter zijde en sleepte de overige naar den schoorsteen. + +"Ik wist wel, dat het nog eens geplaatst zou worden," riep hij uit +.... "je moet echter geduld weten te hebben! Dat is toch zeker een +flink takkenbosje proza. O, als ik geweten had, wat er gebeuren zou, +dan had ik er nog een voorspel bij gemaakt en zou ik nu meer brandstof +hebben .... Maar je kunt niet alles van te voren weten." + +En hij stak eenige bladen van het manuscript in brand en ontdooide +zijn handen bij de vlammen daarvan. Na vijf minuten was het eerste +bedrijf van Le Vengeur afgespeeld en had Rodolphe drie verzen van +zijn epitaphium gereed. + +Niets ter wereld zou de verbazing der vier hoofdwinden hebben kunnen +schilderen, toen zij vuur in de haard zagen. + +"Dat is gezichtsbedrog," blies de Noordenwind, die vroolijk in de +berenharen van Rodolphe speelde. + +"Als we eens in den schoorsteen gingen blazen," antwoordde een andere +wind, "dan zou de haard heerlijk gaan rooken." + +Maar juist toen zij den armen Rodolphe wilden gaan kwellen en +treiteren, zag de Zuidenwind mijnheer Arago voor een raam van het +observatorium zitten, vanwaar de geleerde met zijn vinger de vier +winden dreigde. + +Onmiddellijk riep de Zuidenwind zijn broeders toe: "Laten we maken, +dat we weg komen, de almanak geeft voor dezen nacht stil weer aan; +wij zijn dus in tegenspraak met de sterrenwacht, en als we om twaalf +uur niet thuis zijn, zal mijnheer Arago ons school laten blijven." + +Gedurende dien tijd brandde het tweede bedrijf van Le Vengeur met +groot succes. En Rodolphe had tien verzen geschreven. Maar tijdens +den duur van het derde bedrijf kon hij er slechts twee schrijven. + +"Ik heb altijd gevonden, dat die acte te kort was," mompelde Rodolphe; +"maar je merkt die fouten altijd pas bij de opvoering. Gelukkig zal +het volgende bedrijf langer duren: drie-en-twintig scènes, waaronder +de troonscène, die het tooneel van mijn roem had moeten zijn." + +De slotwoorden der troonscène gingen in vlammen op, toen Rodolphe +nog een strophe van zes regels te schrijven had. + +"En nu het vierde bedrijf," zei hij, terwijl zijn gezicht van dichtvuur +gloeide. "Dat zal wel vijf minuten duren, het is heelemaal monoloog." + +Hij ging over tot de ontknooping, die opvlamde en onmiddellijk weer +uitging. Op hetzelfde oogenblik vatte Rodolphe de laatste woorden +van den overledene, te wiens verheerlijking hij gewerkt had, in een +prachtvolle lyrische ontboezeming samen. + +"Er blijft nog genoeg over voor een tweede opvoering," zeide hij, +terwijl hij de overgebleven manuscripten weer onder het bed schoof. + + + +Den volgenden avond om acht uur deed mademoiselle Angèle haar +intrede in de balzaal met een prachtigen bouquet witte viooltjes, +in het midden waarvan twee pas-ontloken witte rozen prijkten. Den +geheelen avond kreeg zij om dien bouquet complimentjes van de +dames en galante vleierijen van de heeren te hooren. Angèle was +haar neef, die haar al die kleine voldoeningen van haar eigenliefde +verschaft had, dan ook wel eenigermate dankbaar, en misschien zou +zij, wanneer een bloedverwant der bruid, met wien zij verscheidene +malen gedanst had, niet steeds om haar heen gedraaid had, nog meer +aan hem gedacht hebben. Dat familielid was een jonge blonde man met +een prachtige, kurkentrekkerachtig opgedraaide snor, de echte angel, +waaraan onervaren jonge meisjesharten blijven hangen. De jonge man +had Angèle reeds gevraagd om de twee witte rozen, die alleen nog +waren overgebleven van den bouquet, waarvan iedereen een viooltje +geplukt had .... Maar Angèle had geweigerd, doch alleen om ze tegen +het einde van het bal te lagen liggen op een stoeltje, waarvan de +blonde jongeling ze onmiddellijk ging weghalen. + +Op dat oogenblik vroor het veertien graden in den belvédère van +Rodolphe, die, geleund voor zijn venster, in de richting van de +barrière du Maine keek naar de lichten van de balzaal, waar Angèle +danste, die hem niet uit kon staan. + + + + + + +HOOFDSTUK X. + +DE STORMKAAP. + + +Er zijn in de maanden, waarin een kwartaal begint, angstwekkende +oogenblikken, gewoonlijk de 1ste en de 15de. Rodolphe, die deze beide +data nooit zonder schrik zag naderen, noemde ze de "Stormkaap". Dien +dag opent niet Aurora de poorten van het Oosten, maar schuldeischers, +huiseigenaars, deurwaarders en andere geldzakdragers staan buiten de +deur. Die dag begint met een plasregen van aanmaningen, rekeningen +en wissels en eindigt met een hagelbui van protesten, dies irae! + +In den ochtend van zoo'n 15den April lag Rodolphe rustig te slapen +.... en droomde, dat een van zijn ooms hem bij testament een geheele +provincie van Peru had vermaakt .... met alle Peruaansche schoonen +erin begrepen. + +Terwijl hij daar midden in een imaginairen Pactolus rondzwom, kwam het +geluid van een sleutel, die in het slot ronddraaide, den ingebeelden +erfgenaam op het schitterendste oogenblik van zijn gouden droom storen. + +Rodolphe ging rechtop in zijn bed zitten en keek slaapdronken om +zich heen. + +Hij zag toen vaag in het midden van zijn kamer een man staan, die +pas binnengekomen was, .... en wat voor een man! + +De matineuse vreemdeling had een driekanten hoed op, een lederen +geldzak op zijn rug en een grooten portefeuille in zijn hand; hij had +een grijzen linnen rok met staanden kraag aan en scheen buiten adem +van het klimmen naar de vijfde verdieping. Zijn manier van optreden +was zeer vriendelijk en minzaam en zijn gang was klankrijk als wanneer +het kantoor van een bankier aan het wandelen zou gaan. + +Rodolphe was een oogenblik angstig; hij meende, bij den aanblik van +den driekanten hoed en den rok, een politie-agent voor zich te zien. + +Maar het zien van den vrij goed gespekten geldzak genas hem van +zijn dwaling. + +"O, nu begrijp ik het," dacht hij, "dat is een voorschot op mijn +erfenis en die man komt van de Eilanden .... Maar waarom is hij dan +geen neger?" Hij gaf den onbekende een wenk en zeide, op den geldzak +wijzend: + +"Ik weet wat het is. Leg hem daar maar neer. Dank je wel." + +De vreemdeling was een wissellooper van de Banque de France en hield, +als antwoord op Rodolphe's uitnoodiging, dezen een klein papiertje +met veelkleurige teekens en cijfers onder den neus. + +"U wilt een bewijs van ontvangst?" vroeg Rodolphe. "Ja, dat hoort +zoo. Geef me maar even pen en inkt." + +"Neen, ik kom zelf wat ontvangen," antwoordde de wissellooper; +"een bedrag van honderdvijftig francs. Het is vandaag 15 April." + +"Ach zoo!" zeide Rodolphe, terwijl hij den wissel bekeek.... "Order +Birmann, dat is mijn kleermaker .... Helaas!" voegde hij er +droefgeestig aan toe, terwijl hij afwisselend naar de over het bed +liggende overjas en naar den wissel keek, "de oorzaken verdwijnen, +maar de gevolgen blijven. Wat, is het vandaag 15 April! Merkwaardig! Ik +heb nog geen aardbeien gegeten!" + +De wissellooper, wien dat gepraat begon te vervelen, ging weg en +zeide tot Rodolphe: "U hebt tot vier uur tijd om te betalen!" + +"Voor eerlijke menschen is er geen uur," antwoordde Rodolphe. "De +intrigant", voegde hij er woedend aan toe, terwijl hij met zijn +blikken den financier met zijn driekanten hoed volgde; "hij neemt +zijn geldzak weer mee." + +Rodolphe trok de gordijnen van zijn bed dicht en trachtte weer den +weg van zijn erfenis terug te vinden; maar hij vergiste zich in +de richting en kwam trotsch en wel terecht in een droom, waarin de +directeur van het Théâtre-Français hem heel nederig een drama voor +zijn schouwburg kwam vragen en Rodolphe, met de gebruiken bekend, +een voorschot vroeg. Maar juist op het oogenblik, dat de directeur +door den zuren appel scheen te willen bijten, werd de slaper opnieuw +half wakker gemaakt door het binnenkomen van een tweeden persoon, +een nieuw creatuur van den 15den April. + +Het was mijnheer Benoît, de eigenaar van het hotel garni, waarin +Rodolphe woonde; mijnheer Benoît was tegelijkertijd de huisheer, de +schoenmaker en woekeraar voor zijn huurders; dien ochtend rook mijnheer +Benoît sterk naar slechten brandewijn en vervallen rekeningen. Ook +hij had een ledigen zak in zijn hand. + +"Duivels!" dacht Rodolphe; "dat is de directeur van het +Théâtre-Français niet .... die zou een witte das dragen .... en zijn +geldzak zou gevuld zijn!" + +"Morgen, mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, op het bed +toetredend. + +"Mijnheer Benoît .... bonjour! Wat verschaft mij de eer van uw bezoek?" + +"Ach, ik wilde u komen zeggen, dat het vandaag 15 April is!" + +"Nu al? Wat gaat de tijd toch gauw! Het is ongelooflijk. Ik zal +een nanking-broek moeten koopen. 15 April. Lieve Hemel, zonder u, +mijnheer Benoît zou ik er nooit aan gedacht hebben. Wat een dank ben +ik u verschuldigd!" + +"U bent me ook honderd twee-en-zestig francs schuldig," viel mijnheer +Benoît hem in de rede. "En het wordt tijd, dat wij die kleine rekening +eens in orde maken!" + +"Ik heb absoluut geen haast, mijnheer Benoît .... Ik wil u graag tijd +geven .... Die kleine rekening zal nog wel grooter worden ...." + +"Maar u hebt mij al zoo dikwijls uitgesteld," merkte de huisheer op. + +"Nu, dan zullen we de zaak in orde maken, mijnheer Benoît, het is mij +precies hetzelfde, vandaag of morgen ... En bovendien zijn we allen +sterfelijk .... Laten we dus de zaak in orde maken ...." + +Een beminlijke glimlach speelde bij die woorden over het gerimpelde +gelaat van mijnheer Benoît; en zelfs zijn geldzak blies zich tot +hoopvolle verwachting op. + +"Wat ben ik u schuldig?" vroeg Rodolphe. + +"In de eerste plaats een kwartaal huur tegen vijf-en-twintig francs +per maand, dat maakt vijf-en-zeventig francs." + +"Vergissingen buitengesloten," zeide Rodolphe. "En verder?" + +"Verder drie paar schoenen à twintig francs." + +"Een oogenblikje, mijnheer Benoît, een oogenblikje; laten we de +zaken niet verwarren; ik heb nu niet meer te doen met den huisheer, +maar met den laarzenmaker ... ik verlang daarvoor een afzonderlijke +rekening. Cijfers zijn ernstige dingen, daarbij moet je geen abuizen +maken." + +"Voor mijn part," zeide mijnheer Benoît, zacht gestemd door de hoop, +dat hij eindelijk het woord: Voldaan onder de rekening zou kunnen +zetten. "Hier is een afzonderlijke nota voor het schoeisel. Drie paar +schoenen à twintig francs, maakt zestig francs." + +Rodolphe wierp een medelijdenden blik op een paar afgeloopen schoenen. + +"Helaas!" dacht hij, "wanneer de Wandelende Jood ze gedragen had, +zouden ze in geen deerniswaardiger toestand kunnen zijn. En toch +zijn ze door het naloopen van Marie zoo versleten .... Ga verder, +mijnheer Benoît." + +"Ik zeide dus zestig francs," herhaalde deze. "Verder geleend +zeven-en-twintig francs." + +"Wacht even, mijnheer Benoît. We hebben afgesproken, dat iedere +heilige zijn eigen nis zou krijgen. U hebt mij dat geld geleend als +vriend. Laten wij dus het gebied van het schoeisel verlaten en die +van het vertrouwen en van de vriendschap, welke een afzonderlijke +rekening vereischen, betreden. Hoe hoog loopt uw vriendschap voor mij?" + +"Zeven-en-twintig francs." + +"Zeven-en-twintig francs. Dan hebt u een vriend voor een koopje, +mijnheer Benoît. Enfin, laten we eens optellen: Vijf-en-zeventig, +zestig en zeven-en-twintig ... Dat is samen?" + +"Honderd twee-en-zestig francs," zeide mijnheer Benoît en presenteerde +tegelijk de drie nota's. + +"Honderd twee-en-zestig francs," zeide Rodolphe .... "dat is +merkwaardig. Wat is optellen toch een mooie kunst. Welnu, mijnheer +Benoît, nu de rekening in orde gebracht is, kunnen we beiden gerust +zijn en weten we waar we ons aan te houden hebben. De volgende maand +zal ik u vragen de rekening voor Voldaan te teekenen, en daar in dien +tijd het vertrouwen en de vriendschap, die gij voor mij koestert, +slechts grooter kunnen worden, zult u mij voor het geval, dat dit +noodig mocht zijn, opnieuw uitstel willen geven. Inmiddels zou ik, +wanneer de huisheer en de laarzenmaker al te veel op betaling +aandringen, den vriend vragen hen tot rede te brengen. Het is +merkwaardig, mijnheer Benoît, maar telkens als ik aan uw drievoudige +qualiteit van huisheer, laarzenmaker en vriend denk, voel ik de +neiging in mij opkomen aan de Drieëenheid te gelooven." + +Terwijl Rodolphe sprak, was de huisheer tegelijk rood, groen, geel +en wit geworden, en bij iedere nieuwe spotternij van zijn huurder nam +deze regenboog der woede op zijn gelaat een meer intensieve kleur aan. + +"Mijnheer," antwoordde hij ten slotte, "ik houd er niet van voor den +gek gehouden te worden. Ik heb lang genoeg gewacht. Ik zeg u de kamer +op en indien u mij vanavond het geld niet geeft .... zal ik zien wat +mij te doen staat ...." + +"Geld! Geld! Vraag ik van u geld?" zeide Rodolphe. "En bovendien, +zelfs al had ik het, dan zou ik het u niet geven .... het is vandaag +Vrijdag, en dat brengt ongeluk aan ...." + +De woede van mijnheer Benoît wakkerde aan tot een orkaan; en indien +de meubelen niet zijn eigendom geweest waren, zou hij ongetwijfeld +de pooten van een fauteuil stuk geslagen hebben. + +In plaats daarvan ging hij, bedreigingen mompelend, weg. + +"U vergeet uw geldzak!" riep Rodolphe hem achterna. + +"Wat een baantje!" mompelde de jonge man, toen hij alleen was. "Ik +zou nog liever leeuwentemmer zijn." + +"Maar," ging Rodolphe voort, terwijl hij uit zijn bed sprong en zich +vlug aankleedde, "hier kan ik niet blijven. De invasie der geallieerden +zal hiermede nog wel niet geëindigd zijn. Ik moet vluchten, moet +zelfs ontbijten. Wacht, als ik eens naar Schaunard ging. Ik kan bij +hem eten en hem een paar sous te leen vragen. Honderd francs zullen +voldoende voor mij zijn.... Naar Schaunard dus...." + +Terwijl hij de trap afging, kwam hij mijnheer Benoît tegen, die +bij zijn andere huurders nieuwe échecs geleden had, wat zijn ledige +geldzak, in deze omstandigheden een luxevoorwerp, duidelijk aantoonde. + +"Wanneer iemand naar me vraagt, moet u maar zeggen, dat ik buiten +ben ... in de Alpen of zoo ...." zeide Rodolphe. "Of nog beter, +dat ik hier niet meer woon." + +"Dan zeg ik tenminste de waarheid," bromde mijnheer Benoît, terwijl +hij aan zijn woorden een bijzonderen nadruk gaf. + +Schaunard woonde in Montmartre. Dus moest Rodolphe heel Parijs +door. Die wandeling was voor Rodolphe allergevaarlijkst. + +"Vandaag," zeide hij tot zichzelf, "zijn de straten met schuldeischers +geplaveid." + +Toch ging hij niet, zooals hij eigenlijk het liefst gedaan had, de +buitenboulevards. Een phantastische hoop drong hem den gevaarlijken +weg door het centrum van Parijs te volgen. Op een dag, dat de +millioenen in het openbaar op den rug der wisselloopers wandelen, +dacht Rodolphe, zou het heel goed kunnen gebeuren, dat een onderweg +vergeten billet van duizend francs op zijn Vincentius de Paula [22] +lag te wachten. Hij liep daarom langzaam en met zijn hoofd naar den +grond. Doch hij vond slechts twee spelden. + +Na verloop van twee uur kwam hij eindelijk bij Schaunard aan. + +"Zoo, ben jij het?" zeide deze. + +"Ja, ik kom vragen, of ik bij je dejeuneeren mag." + +"O je, dat treft slecht; ik heb zoo juist bezoek gehad van mijn +maîtresse, die ik in geen veertien daag gezien had; als je tien +minuten eerder was gekomen ...." + +"Maar heb je dan niet een honderd francs voor me te leen?" viel +Rodolphe hem in de rede. + +"Wat?" antwoordde Schaunard vol verbazing; "kom jij me ook al geld +vragen? Schaar je je bij mijn vijanden?" + +"Ik zal ze je Maandag teruggeven." + +"Of met St. Juttemis. Maar ben je dan vergeten, mijn waarde, welke +dag het vandaag is. Ik kan je onmogelijk helpen. Maar je behoeft +niet te wanhopen, de dag is nog niet om. Je kunt de Voorzienigheid +nog tegenkomen, die staat nooit vòòr twaalven op." + +"Lieve Hemel!" zeide Rodolphe; "de Voorzienigheid heeft het veel te +druk met de vogeltjes. Ik zal liever maar naar Marcel gaan." + +Marcel woonde toentertijd in de rue de Bréda. Rodolphe vond hem in +een gedrukte stemming zitten voor zijn groot doek, dat den doortocht +door de Roode Zee moest voorstellen. + +"Wat scheelt eraan?" vroeg Rodolphe bij zijn binnenkomen, "je ziet +er zoo in-bedroefd uit." + +"Ach God!" zeide de dichter; "ik leef nu al veertien dagen in de +Stille Week." + +Voor Rodolphe was dit allegorische antwoord zoo helder als bronwater. + +"Gezouten haring en ramenas! Dat ken ik!" + +Inderdaad voelde Rodolphe nog altijd een zouten smaak in zijn mond, +wanneer hij dacht aan den tijd, dat hij tot het exclusieve gebruik +van die visschen gedoemd was. + +"Alle duivels!" zeide hij, "dat is ernstig! Ik kwam je juist honderd +francs vragen." + +"Honderd francs!" zeide Marcel .... "Je zweeft dus altijd nog in +fantastische regionen. Me deze mythologische som te komen vragen +op een tijdstip, dat je geregeld onder den aequator van de misère +zit. Heb je soms hatchiche [23] gebruikt?" + +"Ik heb helaas heelemaal niets gebruikt!" zuchtte Rodolphe. + +En hij liet zijn vriend aan het strand der Roode Zee achter. + +Van twaalf tot vier uur zocht Rodolphe al zijn kennissen op; hij +doorliep de acht-en-veertig stadsdeelen en legde, doch zonder eenig +succes, acht mijlen af. De invloed van den 15den April deed zich +overal met dezelfde strengheid gelden; intusschen naderde het uur van +het diner. Maar het leek er niet veel op, dat het diner met het uur +naderde. Rodolphe had een gevoel, alsof hij op het vlot der Medusa was. + +Toen hij den Pont Neuf over ging, viel hem plotseling iets in: + +"O, o!" zeide hij tot zichzelf, terwijl hij rechtsomkeert maakte, +15 April, 15 April .... maar ik heb een uitnoodiging voor vandaag om +te dineeren." + +Hij zocht in zijn zakken en vond er een gedrukt billet van den +volgenden inhoud: + + + Barrière de la Villette + + In den grooten Overwinnaar. + + Salon voor drie honderd couverts + + Jaarlijksch Banket Ter eere van de Geboorte van den Messias der + Menschheid op 15 April 184... + + Geldig voor één persoon. + + N.B. Men heeft slechts recht op een halve flesch wijn. + + +"Ik deel weliswaar de meeningen der discipelen van den Messias niet," +zeide Rodolphe tot zichzelf, "maar ik wil met genoegen hun voedsel +deelen." En met de snelheid van een vogel verslond hij den afstand, +die hem van de barrière de la Villette scheidde. + +Toen hij in de salons van den Grooten Overwinnaar kwam, was er +een ontzaglijke menigte bijeen .... De salon voor driehonderd +couverts bevatte vijfhonderd personen. Een uitgestrekte horizont van +kalfsvleesch met peen doemde op voor Rodolphe's blik. + +Eindelijk begon men de soep op te doen. + +Juist toen de gasten den lepel naar hun mond brachten, deden plotseling +vijf of zes personen in burgerkleeding met verscheidene agenten en +een commissaris van politie een inval in de zaal. + +"Mijne heeren!" zeide de commissaris, "op hoog bevel mag dit banket +niet plaats hebben. Ik verzoek u dit lokaal te verlaten." + +"O, o!" zuchtte Rodolphe, terwijl hij met de anderen de zaal verliet: +"het noodlot heeft mijn bord soep omgegooid!" + +Droefgeestig gestemd ging hij weer op weg naar zijn kamer, waar hij +om elf uur aankwam. + +Mijnheer Benoît wachtte hem op. + +"O, bent u het?" zeide de huiseigenaar. "Hebt u gedacht aan wat ik +u van ochtend gezegd heb? Brengt u geld mede?" + +"Ik moet het vannacht krijgen en zal het u dan morgenochtend geven," +antwoordde Rodolphe, terwijl hij in het hokje naar zijn sleutel en +zijn kandelaar zocht. Hij vond geen van beide. + +"Mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, "het spijt me erg, maar +ik heb uw kamer verhuurd; en een andere heb ik niet disponibel, +u moet ergens anders een onderkomen zien te vinden." + +Rodolphe was voor geen klein geruchtje vervaard en een nacht onder den +blooten hemel had voor hem niets verschrikkelijks. Bovendien kon hij +bij slecht weer in een loge d'avant-scène van den Odéon overnachten, +wat hem al meermalen overkomen was. Hij eischte echter eerst van +mijnheer Benoît zijn "dingen" op, die uit een berg papieren bestonden. + +"Volkomen juist," zeide de huisheer; "ik heb niet het recht u die +zaken af te nemen--zij liggen nog boven in de secretaire. Ga maar even +mee; indien de persoon, die uw kamer gehuurd heeft, nog niet slaapt, +kunnen we wel even binnen gaan." + +In den loop van den dag was de kamer verhuurd aan een jong meisje, +Mimi, met wie Rodolphe indertijd een liefdes-duo begonnen was. + +Zij herkenden elkaar dadelijk. Rodolphe fluisterde Mimi iets in het +oor en drukte haar zacht de hand. + +"Kijk eens hoe het regent!" zeide hij, terwijl hij haar opmerkzaam +maakte op het onweer, dat juist losgebarsten was. + +Mademoiselle Mimi liep regelrecht naar mijnheer Benoît, die in een +hoek van de kamer stond te wachten, en zeide tegen hem, terwijl zij +op Rodolphe wees: + +"Mijnheer, mijnheer hier is degene, dien ik vanavond verwachtte +.... Ik ben voor niemand verder thuis." + +"Zoo," zeide mijnheer Benoît met den lach van een boer, die kiespijn +heeft. "Het is goed!" + +Terwijl Mimi inderhaast een geïmproviseerd souper klaarzette, sloeg +het middernacht. + +"God zij dank!" zeide Rodolphe, "15 April is voorbij en de Stormkaap +is gelukkig omzeild. Lieve Mimi," en hij sloot het mooie meisje in +zijn armen en drukte haar een kus in haar hals; "ik wist vooruit, +dat je het niet over je hart zou verkrijgen mij de deur uit te laten +zetten. Jij bezit den gastvrijheidsknobbel!" + + + + + + +HOOFDSTUK XI. + +EEN CAFÉ DER BOHÈME. + + +Hier volgt het verhaal hoe Carolus Barbemuche, letterkundige en +Platonisch wijsgeer, op zijn vier-en-twintigste jaar lid der bohème +werd. + +In dien tijd bezochten Gustave Colline, de groote wijsgeer, Marcel, +de groote schilder, Schaunard, de groote musicus, en Rodolphe, de +groote dichter, zooals zij elkaar onderling noemden, geregeld het café +Momus, waar zij, omdat men ze altijd samen zag, den bijnaam van de +"vier musketiers" [24] gekregen hadden. Inderdaad kwamen zij samen, +gingen samen, speelden samen, bleven soms samen hun vertering schuldig, +alles met een eenheid, het orkest van het Conservatorium waardig. + +Voor hun samenkomsten hadden zij een zaal gekozen, waarin veertig +personen op hun gemak hadden kunnen zitten, maar men vond ze steeds +alleen, want zij hadden ten slotte het vertrek voor de stamgasten +onmogelijk gemaakt. + +De toevallige bezoeker, die zich in dat hol waagde, werd onmiddellijk +bij zijn binnentreden het slachtoffer van het ruwe quartet en maakte +zich meestal uit de voeten zonder zijn courant gelezen of zijn kleintje +koffie gedronken te hebben, waarvan de room door de ongehoorde +aphorismen over kunst, liefde en staathuishoudkunde zuur werd. De +gesprekken van het vriendenviertal waren van dien aard, dat de kellner, +die hen bediende, in den bloei van zijn leven idioot geworden was. + +Ten slotte liep het echter met de dwaasheden zoo de spuigaten uit, +dat de eigenaar van het café zijn geduld verloor en op een goeden +avond naar boven ging, om een ernstige uiteenzetting van zijn grieven +te geven: + +1o. Mijnheer Rodolphe kwam reeds vroeg in den ochtend dejeuneeren en +nam alle couranten van het etablissement mede naar zijn salon: hij was +daarbij zelfs zoo veeleischend, dat hij opspeelde, wanneer de strookjes +verbroken waren. Dit had ten gevolge, dat de overige gasten, van alle +organen der openbare meening verstoken, tot aan het diner omtrent de +politiek van den dag zoo onwetend bleven als een visch. Het gezelschap +Bosquet wist nauwlijks de namen der leden van het nieuwe ministerie. + +Mijnheer Rodolphe had het café zelfs verplicht zich te abonneeren +op den Castor, waarvan hij hoofdredacteur was. De eigenaar van het +café had er zich eerst tegen verzet, maar daar mijnheer Rodolphe en +zijn vrienden ieder kwartier den kellner met luide stem om den Castor +vroegen, begonnen ook enkele andere stamgasten, wier nieuwsgierigheid +door die herhaalde vragen gaande gemaakt was, naar dat blad te +informeeren. Er werd dus een abonnement genomen op den Castor, een +hoedenmakersvakblad, dat maandelijks met een vignet en wijsgeerig +artikel van Gustave Colline verscheen. + +2o. Genoemde mijnheer Colline en zijn vriend Rodolphe waren gewoon zich +van hun geestelijke inspanning te verpoozen door van 's ochtends tien +tot 's nachts twaalf uur tric-trac te spelen; en daar het etablissement +slechts één tric-tracbord had, werden de andere bezoekers in hun +hartstocht voor dat spel benadeeld door het inbeslagnemen van dat +bord door die heeren, die telkens, als men er hen om kwam vragen, +strijk en zet antwoordden: + +"Het tric-tracbord is in handen. Kom morgen maar terug." + +Het gezelschap Bosquet zag zich dus genoodzaakt elkaar hun +liefdesavonturen te vertellen of piquet te spelen. + +3o. Uit het oog verliezend, dat een café een openbare plaats is, +heeft mijnheer Marcel zich de vrijheid veroorloofd er zijn ezel, +zijn verfdoos en alle verdere schildersbenoodigdheden heen te +brengen. Zelfs drijft hij de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij personen +van verschillend geslacht er als model laat poseeren, wat de zedelijke +gevoelens van het gezelschap Bosquet kan kwetsen. + +4o. Het voorbeeld van zijn vriend volgend, heeft mijnheer Schaunard +het plan zijn klavier naar het café over te brengen; ook heeft hij +niet geschroomd er in koor een motief uit zijn symphonie: "De invloed +van het blauw in de kunsten" te laten zingen. Mijnheer Schaunard is +nog verder gegaan; hij heeft in de lantaarn, die als uithangbord voor +het café dient, een transparant aangebracht met het opschrift: + + + GRATIS CURSUS IN VOCALE EN INSTRUMENTALE MUZIEK VOOR BEIDE + GESLACHTEN. + + Zich aan te melden aan het buffet. + + +Wat ten gevolge heeft, dat genoemd buffet ieder oogenblik overstroomd +wordt door slechts oppervlakkig gekleede personen, die komen vragen +"waar ze wezen motten." + +Bovendien geeft mijnheer Schaunard er rendez-vous aan een dame, +die zich Phémie Klad noemt en nooit een hoed op heeft. + +Mijnheer Bosquet Jr. heeft dan ook verklaard, dat hij geen voet meer +zou zetten in een café, waar de natuur zoo met voeten getreden wordt. + +5o. Ofschoon de heeren zich toch al met een zeer matige +consumptie tevreden stelden, hebben zij getracht die nog meer te +verminderen. Onder voorwendsel, dat zij de mokka op overspel met de +chicorei betrapt hebben, hebben zij hier een spiritustoestel gebracht, +waarop zij zelf koffie zetten, die zij aanzoeten met suiker, die +buiten de deur tegen lagen prijs gekocht is, welke handelwijze een +beleediging is voor de keuken van het etablissement. + +6o. Door de gesprekken der heeren tot in den grond bedorven, heeft de +kellner Bergami, zijn nederige afkomst en alle gevoel van schaamte uit +het oog verliezend, zich vermeten aan de buffetjuffrouw een gedicht +te richten, waarin hij haar aanspoort haar plichten als moeder en +echtgenoote te verzaken; uit den verwarden stijl heeft men meenen te +moeten opmaken, dat die brief geschreven is onder den verderfelijken +invloed van mijnheer Rodolphe en diens letterkundige voortbrengselen. + +Dientengevolge ziet de directeur van het etablissement zich tot zijn +spijt verplicht het gezelschap-Colline te verzoeken een andere plaats +voor zijn revolutionnaire samenkomsten te kiezen. + +Gustave Colline, de Cicero der troep, nam nu het woord en bewees a +priori aan den eigenaar van het café, dat zijn klachten belachelijk +en ongegrond waren; dat het voor hem juist een groote eer was, indien +men zijn inrichting ervoor uitkoos om er een haard van intelligentie +van te maken; dat zijn en zijner vrienden vertrek den ondergang van +zijn café zou veroorzaken, dat door hun tegenwoordigheid tot de hoogte +van een artistiek en litterair café verheven was. + +"Maar," merkte de eigenaar van het café op, "u en uw vrienden verteert +zoo weinig." + +"Deze matigheid, waarover gij u beklaagt, is een argument ten gunste +van onze goede zeden," was Colline's antwoord. "Bovendien hangt het +slechts van u af, of wij onze uitgaven kunnen vermeerderen; u behoeft +dan slechts crediet te geven." + +"Wij willen zelfs het rekening-courantboek cadeau geven," zeide Marcel. + +De eigenaar deed, alsof hij het niet hoorde, en vroeg eenige +inlichtingen omtrent den brandbrief, dien Bergami tot zijn vrouw +gericht had. Rodolphe, die ervan beschuldigd was als secretaris voor +dien ongeoorloofden hartstocht gediend te hebben, betuigde met vuur +en ijver zijn onschuld. + +"Trouwens," voegde hij eraan toe, "de deugd van uw vrouw was een +zekere barrière, die ...." + +"O," zeide de eigenaar met een glimlach van trots, "mijn vrouw is te +Saint-Denis [25] opgevoed." + +In het kort, Colline slaagde er tenslotte in den café-man te vangen +in het net van zijn arglistige welsprekendheid, waarna de vrede +hersteld werd op voorwaarde, dat de vier vrienden niet meer hun +koffie zelf zouden zetten, dat het café een gratis-exemplaar van +den Castor zou ontvangen, dat Phémie Klad een hoed zou opzetten, dat +het tric-tracspel alle Zondagen van twaalf tot twee uur overgelaten +zou worden aan het gezelschap Bosquet, en vooral, dat er geen nieuwe +crediet zou gegeven worden. + +Gedurende enkele dagen ging alles goed. + +Den avond vòòr Kerstmis kwamen de vier vrienden in gezelschap van +hun respectievelijke "echtgenooten" in het café. + +Er waren dus mademoiselle Musette, mademoiselle Mimi, het nieuwe +vriendinnetje van Rodolphe, een allerliefst persoontje met een stem, +helder als een klok, en Phémie Klad, de afgod van Schaunard. Dien avond +droeg Phémie Klad een mutsje. Mademoiselle Colline, die men nooit zag, +was als gewoonlijk thuis gebleven, om komma's in de handschriften +van haar man te zetten. Na de koffie, die tegen alle gewoonten in +door een bataillon glaasjes likeur geëscorteerd werd, bestelden zij +punch. Weinig aan dergelijke uitspattingen gewend, liet de kellner de +bestelling nog tweemaal herhalen. Phémie, die nog nooit in het café +geweest was, scheen in extase, dat zij uit glaasjes met een voet mocht +drinken. Marcel had het aan den stok met Musette over een nieuwen +hoed, waarvan de herkomst hem verdacht voorkwam. Mimi en Rodolphe, +die nog in de wittebroodsweken van hun samenleven waren, voerden +een gesprek zonder woorden maar met allerlei vreemde geluiden. Wat +Colline betreft, met een vriendelijken lach op zijn gelaat ging hij +bij de dames alle galanterieën, die hij uit zijn collectie van den +Almanach des Muses verzameld had, verkoopen. + +Terwijl dit vroolijke gezelschap zich aldus aan spel en lach overgaf, +keek een vreemdeling, die eenzaam aan een tafeltje achter in de +zaal zat, met vreemde blikken naar het schouwspel, dat zich voor +hem afspeelde. + +Reeds sedert veertien dagen kwam hij iederen avond: hij was van alle +bezoekers de eenige, die het vreeselijke lawaai, dat de bohémiens +maakten, had kunnen uithouden. De lafste voor-de-gek-houderijen waren +op zijn onverstoorbaarheid afgestooten; hij bleef met een mathematische +regelmaat zijn pijp zitten rooken, zijn oogen starend op één punt, +alsof hij een schat bewaken moest, het oor geopend voor alles, +wat er om hem heen gezegd werd. Overigens scheen hij zachtmoedig en +welgesteld, want hij bezat een horloge, dat door een gouden ketting +in zijn zak in slaverij gehouden werd. Toen Marcel toevallig eens +gelijk met hem aan het buffet stond, had hij gezien, dat hij een +louis wisselde, om zijn vertering te betalen. Van dat oogenblik af +noemden de vier vrienden hem den "kapitalist." + +Plotseling ontdekte Schaunard, die uitstekende oogen had, dat de +glazen leeg waren. + +"Voor den duivel," zeide Rodolphe; "het is de avond vòòr Kerstmis; +wij zijn allen goede Christenen .... we moeten een extraatje nemen." + +"Waarachtig, zeker," zeide Marcel, "laten we bovennatuurlijke dingen +bestellen." + +"Colline," voegde Rodolphe eraan toe, "bel den kellner eens." + +Colline belde als een bezetene. + +"Wat zal het zijn?" vroeg Marcel. + +Colline maakte met zijn bovenlichaam een hoek van vijf-en-veertig +graden en zeide, op de dames wijzend: + +"Het staat aan de dames om de volgorde en den aard der ververschingen +te bepalen." + +"Ik," zeide Musette, die met haar tong klapte, "ik zou een glas +champagne niet graag weigeren." + +"Ben je niet wijs?" vloog Marcel op. "Champagne .... dat is zelfs +geen wijn." + +"Dat kan me minder schelen, ik vind het lekker en het maakt lawaai." + +"Ik," zeide Mimi, terwijl zij Rodolphe met een blik liefkoosde, +"ik zou graag beaune willen hebben in zoo'n klein mandje." + +"Is jouw hoofd op hol?" vroeg Rodolphe. + +"Neen, maar ik wil het laten hollen," antwoordde Mimi, op wie de beaune +een bijzonderen invloed had. Haar man werd door dat woord verpletterd. + +"En ik," zeide Phémie Klad, die op den elastischen divan op en neer zat +te springen, "ik wil graag parfait amour. Dat is goed voor je maag." + +Schaunard bracht met zijn neusklank eenige woorden voort, die Phémie +op haar basis deden sidderen. + +"Ach wat!" zeide Marcel, "het is niet alle dagen ker(st)mis, laten +we er voor dezen keer eens honderdduizend francs aan spendeeren." + +"En," voegde Rodolphe eraan toe, "laten we niet vergeten, dat de baas +zich beklaagt, dat we te weinig verteren." + +"Dat is zoo," zeide Colline. "Laten we een schitterend festijn +aanrichten: trouwens we zijn den dames de meest passieve gehoorzaamheid +verschuldigd; de liefde leeft van zelfverloochening, de wijn is het +sap van het pleizier; het pleizier is de plicht der jeugd,--de vrouwen +zijn bloemen, je moet ze begieten. Laten we haar dus begieten! Kellner, +kellner!" + +En met een koortsachtige opgewondenheid ging hij aan het schelkoord +hangen. + +De kellner schoot toe als op de vleugelen van den wind. + +Toen hij van champagne, beaune en diverse likeuren hoorde spreken, +speelden zijn gelaatstrekken alle toonladders der verbazing af. + +"Ik heb zoo'n leeg gevoel in mijn maag," zeide Mimi, "ik zou wel trek +in een paar sneedjes ham hebben." + +"En ik in sardientjes met boter," voegde Musette eraan toe. + +"En ik in radijs," zeide Phémie, "met wat vleesch erom heen." + +"Zeggen jullie nou maar dadelijk, dat je een souper wilt hebben," +merkte Marcel op. + +"Dat zou heusch zoo'n gek idée niet zijn," antwoordden de vrouwen. + +"Kellner, breng alles boven, wat voor een goed souper noodig is," +zeide Colline ernstig. + +De kellner was van verbazing driekleurig geworden. + +Langzaam liep hij naar het buffet en deelde daar den eigenaar van +het café de buitengewone dingen mede, die ze hem besteld hadden. + +De café-man dacht, dat het een grap was, maar toen er weer gescheld +werd, ging hij zelf naar boven en wendde zich tot Colline, voor wien +hij een zeker respect had. Colline legde hem uit, dat zij den réveillon +bij hem wilden vieren en hij het bestelde dus moest laten brengen. + +De eigenaar van het café antwoordde niets en ging met den kreeftengang +weg, terwijl hij knoopen in zijn servet maakte. Een kwartier lang +overlegde hij met zijn vrouw, tot deze, die dank zij de liberale +opvoeding, die zij te Saint-Denis gehad had, een vereerster der +schoone kunsten was, haar echtvriend wist over te halen het souper +te laten opdienen. + +"Eigenlijk heb je gelijk," zeide hij; "het is best mogelijk, dat +zij bij uitzondering eens geld hebben." En hij gaf den kellner order +alles wat besteld was boven te brengen. Dan verdiepte hij zich met +een ouden stamgast in een partij piquet. Een fatale onvoorzichtigheid! + +Van tien tot twaalf uur deed de kellner niets dan de trap op- en +afloopen. Ieder oogenblik werden er extra-schotels besteld. Musette +liet zich op zijn Engelsch bedienen en moest bij iederen hap een +nieuw couvert hebben; Mimi dronk van alle wijnsoorten uit alle glazen; +Schaunard had een onleschbaren Sahara in zijn keel; Colline onderhield, +terwijl hij zijn servet met zijn tanden doorbeet, een kruisvuur met +zijn oogen en kneep in den poot van de tafel, dien hij voor de knie +van Phémie hield. Marcel en Rodolphe bleven echter stevig in den +stijgbeugel der koelbloedigheid zitten en zagen niet zonder angst +het uur der ontknooping naderen. + +De vreemdeling keek met een ernstige nieuwsgierigheid naar dit tooneel; +van tijd tot tijd zag men zijn mond als tot een glimlach opengaan; +dan hoorde men een knarsend geluid, alsof er een raam dicht gedaan +werd. Dat was de vreemdeling, die inwendig lachte. + +Om kwart voor twaalf zond de buffetjuffrouw de rekening, die het +ontzaglijke bedrag van 25 fr. 75 c. aanwees. + +"Ja," zeide Marcel, "nu zullen we moeten loten wie met den eigenaar zal +moeten gaan onderhandelen. Dat zal een lang niet makkelijke zaak zijn." + +Ze namen een dominospel en trokken om het hoogste aantal. + +Het lot wees ongelukkigerwijze Schaunard als plenipotentiaris +aan. Schaunard was een uitstekend virtuoos, maar een slecht +diplomaat. Hij kwam juist bij het buffet, toen de waard van zijn ouden +stamgast verloren had. Woedend over zijn schandelijk verlies, was Momus +in het humeur van een menscheneter en geraakte bij de eerste woorden +van Schaunard in een hevigen toorn. Schaunard was een goed musicus, +doch had een buitengewoon heftig karakter. Hij antwoordde met dubbel +zoo grof geschut. De twist werd zoodoende hoe langer hoe giftiger, +en ten slotte stormde de waard naar boven, om te zeggen, dat hij ze +niet zou laten vertrekken, vòòr alles betaald was. Colline trachtte met +zijn kalmeerende welsprekendheid den storm te bezweren, doch toen de +café-man het servet zag, waarvan Colline pluksel gemaakt had, barstte +zijn woede in dubbele heftigheid los en waagde hij het, om tenminste +eenige zekerheid te hebben, zijn profane hand uit te steken naar den +notehoutkleurigen paletot van den philosoof en de mantels van de dames. + +Een pelotonvuur van beleedigingen werd nu tusschen de bohémiens en +den eigenaar van het établissement geopend. + +Intusschen praatten de dames gezellig over vroegere amourettes en +modenieuwtjes. + +De vreemdeling echter liet nu zijn passieve houding varen; +langzamerhand was hij opgestaan, had één pas gedaan, dan twee en liep +ten slotte als een heel gewoon mensch op zijn twee beenen; hij kwam +naar den café-man toe, nam hem ter zijde en praatte heel zachtjes +met hem. Rodolphe en Marcel volgden hem met de oogen. Eindelijk was +het gesprek afgeloopen en zeide de waard tot den vreemdeling: + +"Zeker vind ik het goed, mijnheer Barbemuche, zeker, maak u het maar +met hen in orde." + +Mijnheer Barbemuche ging naar zijn tafeltje, om zijn hoed te halen, +zette dien op, maakte een zwenking naar rechts, was in drie stappen +bij Rodolphe en Marcel, nam zijn hoed af, boog voor de heeren, +wierp den dames een groet toe, haalde zijn zakdoek te voorschijn, +snoot zijn neus en nam dan met schuchtere stem het woord: + +"Ik moet u vergiffenis vragen voor mijn indiscretie, heeren. Reeds +lang brand ik van verlangen, om kennis met u te maken, maar tot nog +toe heb ik geen gunstige gelegenheid gevonden, om mij aan u voor +te stellen. Veroorlooft u mij deze, welke zich thans voordoet, aan +te grijpen?" + +"Zeker, zeker," zeide Colline, die dadelijk begreep waar de vreemdeling +heen wilde. + +Rodolphe en Marcel bogen, zonder iets te zeggen. + +De overdreven lichtgeraaktheid van Schaunard bedierf bijna alles. + +"Neem me niet kwalijk, mijnheer," zeide hij eenigszins heftig, +"u hebt niet de eer ons te kennen en de etiquette verzet er zich +tegen, dat .... Zoudt u de goedheid willen hebben mij wat tabak +te geven .... Verder zal ik mij bij het gevoelen van mijn vrienden +aansluiten..." + +"Heeren," begon Barbemuche, "ik ben evenals u een discipel der +schoone kunsten. Voor zoover ik uit uw gesprekken heb kunnen opmaken, +stemmen onze smaken overeen, waarom ik de vurige begeerte koester tot +uw vriendenkring te mogen behooren en u iederen avond hier te kunnen +ontmoeten .... De eigenaar van dit etablissement is een bruut, maar ik +heb een paar woorden met hem gesproken, en gij zijt volkomen vrij om +te gaan of te blijven ..... Ik waag het de hoop uit te spreken, dat +u mij het middel, om u hier weer te ontmoeten, niet zult onthouden, +door den kleinen dienst aan te nemen, dien ...." + +Naar Schaunards wangen steeg een kleur van verontwaardiging. + +"Hij speculeert op onzen toestand," zeide hij. "Wij mogen zijn aanbod +niet aannemen. Hij heeft onze rekening betaald--ik zal met hem een +partij billard spelen om vijf-en-twintig francs en hem een paar +caramboles voorgeven." + +Barbemuche nam het voorstel aan en was verstandig genoeg de partij +te verliezen; maar door dezen trek won hij de achting der Bohème. Men +scheidde met de afspraak den volgenden dag weer samen te komen. + +"Op die manier," zeide Schaunard tot Marcel, "zijn we hem niets +schuldig en is onze waardigheid gered." + +"En kunnen we bijna nog een souper van hem eischen," voegde Colline +eraan toe. + + + + + + +HOOFDSTUK XII. + +EEN INSTALLATIE IN DE BOHÈME. + + +Carolus Barbemuche had het den avond, waarop hij een door de bohémiens +gebruikt souper uit zijn particuliere kas betaald had, zoo weten aan te +leggen, dat Gustave Colline met hem het café verliet, om naar huis te +gaan. Van af het oogenblik n.l., dat hij de bijeenkomsten van de vier +vrienden in het etablissement, waar hij hen uit een pijnlijken toestand +verloste, bijwoonde, had Colline zijn bijzondere aandacht getrokken +en voelde hij zich aangetrokken tot dien Sokrates, wiens Plato hij +later worden zou. Daarom had hij al dadelijk Colline uitverkoren, om +zich in den vriendenkring te introduceeren. Onderweg stelde Barbemuche +Colline voor even in een café, dat nog open was, binnen te loopen, om +nog wat te gebruiken. Niet alleen sloeg Colline die uitnoodiging af, +maar hij verhaastte nog zijn tred, toen hij genoemd café voorbijging, +en drukte zijn hyperphysischen vilten hoed diep in zijn oogen. + +"Waarom wilt u daar niet binnengaan?" vroeg Barbemuche, die met +fijngevoelde beleefdheid aandrong. + +"Daar heb ik mijn redenen voor," antwoordde Colline. "De buffetjuffrouw +in dat etablissement houdt zich veel met de exacte wetenschappen +bezig, en wanneer wij er binnen gingen, zou het onvermijdelijk op een +langdurig debat uitloopen, wat ik tracht te vermijden door noch op +den middag, noch op andere uren, dat de zon schijnt, door deze straat +te gaan. Dat is trouwens heel natuurlijk", voegde hij eraan toe; +"ik heb met Marcel in dezen wijk gewoond." + +"Toch zou ik graag onder het genot van een glas punch nog een +oogenblikje met u praten. Weet u hier in de buurt niet een of +ander lokaal, waar u zoudt kunnen gaan zonder bezwaren .... van +natuur-philosophischen aard weerhouden te worden?" vroeg Barbemuche, +die het noodig oordeelde buitengewoon geestig te zijn. + +Colline dacht een oogenblik na. + +"O, ja, dat is waar, hier is een lokaal, waar ik beter verschijnen +kan." + +En hij wees op den winkel van een wijnhandelaar. + +Barbemuche zette een leelijk gezicht en scheen te aarzelen. + +"Is het een fatsoenlijke inrichting?" vroeg hij. + +Zijn koude, gereserveerde houding, zijn weinige spraakzaamheid, +zijn discreet glimlachje en vooral zijn horloge en zijn ketting met +breloques hadden Colline op het denkbeeld gebracht, dat Barbemuche +tot het een of ander gezantschap behoorde en bang was om zich te +compromitteeren, wanneer hij in zoo'n kroeg kwam. + +"Er is geen kans, dat wij gezien worden," zeide hij; "op dit uur ligt +het geheele corps diplomatique al onder de wol." + +Eindelijk besloot Barbemuche toch maar om naar binnen te gaan; +maar met den geheimen wensch een kartonnen neus te hebben. Voor alle +zekerheid vroeg hij een afzonderlijke kamer en hing een servet voor +de ruiten van de glazen deur. Na deze voorzorgsmaatregelen scheen +hij minder ongerust en bestelde een bowl punch. Door de warme drank +wat opgewonden, werd Barbemuche iets spraakzamer; en na enkele +bijzonderheden over zichzelf medegedeeld te hebben, waagde hij het +de hoop uit te spreken, dat hij officieel in den bond der bohémiens +zou worden opgenomen, en verzocht hij Colline's medewerking om hem +te helpen dit eerzuchtige plan te verwezenlijken. + +Colline antwoordde, dat hij voor zijn persoon zich gaarne ter +beschikking van Barbemuche stelde, doch dat hij hem natuurlijk niets +zeker beloven kon. + +"U kunt op mijn stem rekenen," zeide hij, "maar ik kan natuurlijk +niet op mij nemen over die van mijn vrienden te beschikken." + +"Maar om welke redenen zouden zij weigeren mij in hun kring op +te nemen?" + +Colline zette het glas, dat hij juist naar zijn mond wilde brengen, +weer op tafel en vroeg met een zeer ernstig gelaat aan den vermetelen +Carolus: + +"Cultiveert u de schoone kunsten?" + +"Ik bebouw op bescheiden wijze deze edele velden der intelligentie," +antwoordde Carolus, die de vlag van zijn kunst meende te moeten toonen. + +Colline vond de phrase mooi gestyleerd en vroeg met een buiging: + +"Doet u aan muziek?" + +"Ik heb op den contrabas gespeeld." + +"Dat is een philosophisch instrument; die geeft zulke ernstige +tonen. Welnu, daar gij dus verstand hebt van muziek, begrijpt u heel +goed, dat men niet, zonder de wetten der harmonie te verstoren, een +vijfden speler aan een quartet kan toevoegen; anders zou het geen +quartet meer zijn." + +"Dat is zoo, dan wordt het een quintet," antwoordde Carolus. + +"U zegt?" vroeg Colline. + +"Een quintet." + +"Precies--juist op dezelfde wijze, alsof je aan de Drieëenheid, dien +goddelijken driehoek, een vierden persoon toevoegde; het zou dan een +vierhoek vormen, maar de godsdienst zou zijn basis verloren hebben." + +"Neem me niet kwalijk," zeide Carolus; wiens verstand te midden +van al die doornstruiken van Colline's logica begon te struikelen, +"maar ik zie niet in ...." + +"Let eens goed op," ging Colline voort; "hebt u verstand van +astronomie?" + +"Een beetje .... ik ben bachelier." [26] + +"Daar bestaat nog een liedje over," zeide Colline: "Bachelier +de Lisette .... Het wijsje herinner ik me niet meer .... Dus dan +weet u natuurlijk, dat er vier hoofdwinden bestaan. Welnu, als er +nu plotseling een hoofdwind bijkwam, dan zou de heele harmonie der +natuur verstoord worden. Dat noemt men een cataclysme. Begrijpt u me?" + +"Ik wacht op de slotsom." + +"Inderdaad de slotsom is het slot van een rede, evenals de dood het +einde van het leven en het huwelijk het einde van de liefde is. Welnu, +mijn waarde heer, mijn vrienden en ik zijn gewoon met elkaar te leven +en wij zijn bang door de opneming van een vijfde in onzen kring, de +harmonie, die in ons concert van zeden, meeningen, smaak en karakter +heerscht, te verstoren. Wij moeten eenmaal de vier hoofdwindstreken +der moderne kunst worden; ik zeg u dit zonder er doekjes om te winden; +en daar wij nu eenmaal met dat denkbeeld vertrouwd zijn, zou het ons +onaangenaam stemmen nog een vijfde hoofdwindstreek te zien." + +"Maar wanneer je met je vieren bent, kan je toch even goed met je +vijfjes zijn," waagde Carolus op te merken. + +"Ja, zeer zeker, maar dan ben je niet meer met je vieren." + +"Dat is een nietswaardige uitvlucht." + +"Er is niets nietswaardigs in deze wereld, alles is in alles, kleine +beken maken groote rivieren, kleine lettergrepen maken alexandrijnen +en bergen zijn uit zandkorrels opgebouwd; dat las ik dezer dagen in de +Sagesse des nations; u kunt een exemplaar daarvan op den quai vinden." + +"U denkt dus, dat de heeren bezwaar zullen hebben mij in hun intiemen +kring op te nemen?" + +"Ik ben er wel eenigszins bang voor. Maar vertel me eens, waarde heer, +welke vore beploegt u het liefst in de edele velden der intelligentie?" + +"De groote wijsgeeren en de goede klassieke schrijvers zijn mijn +voorbeelden, ik voed mij met hun studie. Télémaque heeft mij het +eerst den hartstocht, die mij verteert, ingeboezemd." + +"Télémaque vind je bij hoopjes op de boekenstalletjes," zeide +Colline. "Onlangs heb ik er nog een voor vijf sous gekocht, omdat +het een koopje was. Maar ik wil het u, om u een pleizier te doen, +graag afstaan. Overigens een goed en voor den toenmaligen tijd heel +aardig samengesteld werk." + +"Ja, mijnheer," ging Carolus voort, "de hooge philosophie en de +gezonde litteratuur, daarheen gaat mijn streven; mijns inziens is de +kunst een priesterschap." + +"Zeker, zeker ...." zeide Colline; "daar bestaat nog een liedje op." + +En hij begon te zingen: + + + "Oui, l'art est un sacerdoce + Et sachons nous en servir. + + +Ik geloof dat het uit Robert le Diable is," voegde hij eraan toe. + +"Ik zeide dus," ging Barbemuche voort, "dat de kunst een heilig beroep +is en dat de schrijvers dus onophoudelijk ...." + +"Pardon, mijnheer," viel Colline, die een laat uur had hooren slaan, +hem in de rede; "het zal zoo dadelijk ochtend zijn en ik ben erg bang, +dat ik door nog langer uit te blijven iemand, die mij dierbaar is, +ongerust zal maken; trouwens," mompelde hij nog in zichzelf, "ik had +haar beloofd vroeg thuis te komen; het is vandaag haar ontvangdag!" + +"Inderdaad het is tamelijk laat!" zeide Carolus. "Laten we naar +huis gaan." + +"Woont u ver hiervandaan?" + +"Rue Royale-Saint-Honoré, 10." + +Colline was bij een vroegere gelegenheid eens in dit huis geweest en +herinnerde zich, dat het een prachtig heerenhuis was. + +"Ik zal morgen met de heeren over u spreken," zeide hij bij het +afscheid nemen tot Carolus, "en ik beloof u, dat ik al mijn invloed +zal aanwenden, om ze gunstig voor u te stemmen .... A propos, mag ik +u nog een raad geven?" + +"Gaarne". + +"Wees aardig en galant tegenover de dames. Mimi, Musette en Phémie +hebben een niet geringen invloed op mijn vrienden, en wanneer u het +zoo weet aan te leggen, dat zij onder den druk van hun maîtressen +komen, dan zult gij veel makkelijker bereiken, wat gij van Marcel, +Schaunard en Rodolphe gedaan wilt krijgen." + +"Ik zal er mijn best voor doen." + +Den volgenden dag viel Colline als een bom te midden van het gezelschap +der bohémiens: het was op het ontbijtuurtje, en ditmaal was werkelijk +het ontbijt met het uur gekomen. De drie paren zaten aan tafel en +deden zich te goed aan een orgie van artisjokken in pepersaus. + +"Alle donders!" zeide Colline; "het gaat hier royal toe, dat zal +niet lang zoo kunnen duren. Ik kom," ging hij voort, "als gezant +van den edelmoedigen sterveling, dien wij gisteravond in het café +ontmoet hebben." + +"Zou hij nu het geld al komen terugvragen, dat hij ons voorgeschoten +heeft?" vroeg Marcel. + +"He," zeide mademoiselle Mimi, "dat zou ik nooit van hem gedacht +hebben, hij ziet er zoo fatsoenlijk uit." + +"Daar is geen sprake van," antwoordde Colline; "de jonge man zou gaarne +in onzen kring worden opgenomen; hij wil aandeelen in onze maatschappij +nemen en, zooals van zelf spreekt, ook de voordeelen daarvan genieten." + +De drie bohémiens keken elkaar aan. + +"Het voorstel is ingediend," eindigde Colline; "de discussies erover +kunnen geopend worden." + +"Welke maatschappelijke positie bekleedt je beschermeling?" vroeg +Rodolphe. + +"Hij is geen beschermeling van me," antwoordde Colline; "toen we +gisteren avond uiteen gingen, hebben jullie me gevraagd hem te volgen, +en hij, van zijn kant, noodigde me uit om met hem mede te gaan, dat +viel dus prachtig samen. Ik heb hem dus gevolgd; en hij heeft mij +een gedeelte van den nacht met allerlei attenties en fijne likeuren +overstelpt, maar desniettemin heb ik mijn onafhankelijkheid bewaard." + +"Bravo!" zeide Schaunard. + +"Geef ons een schets van eenige van zijn hoofdkaraktertrekken," +vroeg Marcel. + +"Zielegrootheid, strenge zeden, bang om een wijnkroegje binnen te +gaan, eind-examen gymnasium, de oprechtheid in eigen persoon, speelt +op den contrabas, een natuur, die tusschenbeide vijf francs wisselt." + +"Bravo!" zeide Schaunard. + +"Wat verwacht hij van ons?" + +"Zooals ik reeds zeide, kent zijn eerzucht geen grenzen; zijn ideaal +is ons te tutoyeeren." + +"Met andere woorden, hij wil ons exploiteeren, hij wil in onze karossen +gezien worden." + +"En wat is zijn beroep?" was Marcels vraag. + +"Zijn kunstrichting? Zijn beroep? Litteratuur en philosophie door +elkaar." + +"Waaruit bestaat zijn philosophische kennis?" + +"Hij beoefent een kleinsteedsche wijsbegeerte. Hij noemt de kunst +een priesterschap." + +"Een priesterschap!" riep Rodolphe verschrikt uit. + +"Hij zegt het." + +"En tot welke litteratuurrichting behoort hij?" + +"Hij leest druk in Télémaque." + +"Bravo!" riep Schaunard, die op de wortels der artisjokken zat te +knabbelen. + +"Wat, bravo, stommeling?" viel Marcel hem in de rede. "Zeg zoo iets +als het je blieft niet, wanneer er andere menschen bij zijn." + +Schaunard gaf, in zijn woede over die terechtwijzing, Phémie, die +hij op een aanval op zijn saus betrapte, bovendien nog onder de tafel +door een trap. + +"Nog een vraag," zeide Rodolphe; "wat is zijn positie in deze +wereld? Waarvan leeft hij? Hoe heet hij? Waar woont hij?" + +"Zijn positie is zeer eervol; hij is leeraar in alle mogelijke +vakken bij een rijke familie. Hij heet Carolus Barbemuche, verteert +zijn inkomsten op zeer voorname wijze en woont in de rue Royale in +een hôtel." + +"Een hôtel garni?" + +"Neen, er zijn echte meubelen in." + +"Ik vraag het woord," zeide Marcel. "Het is duidelijk, dat Colline +omgekocht is; hij heeft voor een som van kleine glaasjes likeur zijn +stem verkocht. Val mij niet in de rede," zeide Marcel, die den wijsgeer +zag opstaan, om te protesteeren; "je kunt straks antwoorden. Colline, +die veile ziel, heeft u den vreemdeling onder een veel te gunstig +aspect laten zien, dan dat het het beeld der waarheid kan zijn. Ik heb +reeds gezegd, dat ik de bedoelingen van dezen vreemdeling doorzie. Hij +wil op ons speculeeren. Hij denkt bij zichzelf: Kijk eens eventjes, dat +zijn jongens, die carrière zullen maken; ik moet zien, dat ik me in hun +zak verberg, dan kom ik tegelijk met hen aan den steiger van den roem." + +"Bravo," zeide Schaunard; "is er geen saus meer?" + +"Neen," antwoordde Rodolphe; "de oplaag is uitverkocht." + +"Anderzijds," ging Marcel voort, "streeft deze arglistige sterveling, +welke door Colline beschermd wordt, misschien slechts met misdadige +gedachten naar de eer, om in onzen kring opgenomen te worden. Wij zijn +hier niet alleen, heeren," ging de redenaar voort en wierp daarbij +een welsprekenden blik op de dames; "en de protégé van Colline is +mogelijk een trouwelooze verleider, die zich onder den mantel der +litteratuur bij ons wil indringen. Denkt goed na! Ik voor mij stem +tegen de toelating." + +"Ik vraag slechts het woord voor een rectificatie," zeide +Rodolphe. "In zijn merkwaardige improvisatie heeft Marcel gezegd, +dat genoemde Carolus zich, met het doel om ons te onteeren, bij ons +wil binnendringen onder den mantel der litteratuur." + +"Dat is een oratorische figuur," zeide Marcel. + +"Ik keur die figuur af; zij is slecht. De litteratuur heeft geen +mantel." + +"Omdat ik hier de functies van rapporteur vervul," zeide Colline +opstaande, "zal ik de conclusies van mijn rapport verdedigen. De +jalousie, welke onzen vriend Marcel verteert, heeft zijn verstand +verstoord, de groote kunstenaar is krankzinnig ...." + +"Tot de orde!" brulde Marcel. + +"Zoo krankzinnig, dat hij, een zoo voortreffelijke teekenaar, in +zijn rede een figuur gebruikt heeft, waarvan de onjuistheid door den +geestigen redenaar, die vòòr mij gesproken heeft, ten duidelijkste +is aangetoond." + +"Colline is een idioot!" riep Marcel uit en gaf een heftigen vuistslag +op tafel, die geen kleine beroering onder de borden veroorzaakte, +"Colline heeft niet het minste begrip van gevoelszaken; op dat gebied +is hij te eenenmale onbevoegd; in plaats van een hart heeft hij een +oud, beschimmeld boek!" (Langdurig gelach van Schaunard.) + +Gedurende dit tumult schudde Colline den vloed van welsprekendheid, +die hij tusschen de plooien van zijn witte das verborg. Toen de stilte +weer hersteld was, ging hij verder: + +"Mijne heeren, met één enkel woord zal ik de hersenschimmige vrees, +die de vermoedens van Marcel misschien ten opzichte van Carolus in +u wakker geroepen hebben, doen verdwijnen." + +"Probeer het maar eens," zeide Marcel spottend. + +"Dat zal me niet moeilijker vallen dan dit", antwoordde Colline en +blies een lucifer uit, waarmede hij zijn pijp aangestoken had. + +"Maar spreek dan toch," riepen Rodolphe, Schaunard en de vrouwen, +die in het debat een levendig belang stelden, in koor uit. + +"Mijne heeren," zeide Colline, "hoewel ik persoonlijk en heftig +in dezen kring ben aangevallen, hoewel men mij beschuldigd heeft +den invloed, dien ik op u zou kunnen hebben, voor spiritualiën +verkocht te hebben, zal ik toch, krachtig in het bewustzijn van +mijn onschuld, niet antwoorden op de aanvallen, die gedaan zijn op +mijn rechtschapenheid, oprechtheid en moraliteit." (Beweging.) "Een +eigenschap echter wil ik echter niet, dat ook maar één oogenblik +in twijfel getrokken wordt." (De redenaar slaat zich tweemaal op +zijn buik.) "Men heeft het willen doen voorkomen, alsof ik mijn u +zoo welbekende voorzichtigheid verloren heb. Men beschuldigt mij in +uw kring een sterveling te willen binnensmokkelen, die de bedoeling +heeft een aanslag te plegen op uw liefdesgeluk. Deze veronderstelling +is een beleediging, de eerbaarheid en den goeden smaak van de dames +hier aangedaan. Carolus Barbemuche is foei leelijk," (zichtbare +tegenspraak op het gelaat van Phémie Klad. Lawaai onder de tafel, +afkomstig van Schaunard, die de compromitteerende openhartigheid van +zijn jonge vriendin met zijn voeten verbetert.) + +"Maar," ging Colline voort, "wat het ellendige argument, waarvan +mijn tegenstander, door gebruik te maken van uw eersten schrik, een +wapen smeedt tegen Carolus, geheel ontzenuwt: genoemde Carolus is een +Platonisch wijsgeer." (Sensatie op de bank der heeren, tumult op de +bank der dames.) + +"Platonisch, wat beteekent dat?" vroeg Phémie. + +"Dat is de ziekte van mannen, die een meisje niet durven zoenen," +antwoordde Mimi. "Ik heb een minnaar van dat soort gehad, maar na +twee uur heb ik bonjour tegen hem gezegd." + +"Je reinste onzin!" vond Musette. + +"Je hebt gelijk, lieveling!" zeide Marcel tot haar; "Platonisme in +liefde is hetzelfde als water in wijn. Laten we onzen wijn onversneden +drinken." + +"En leve de jeugd!" + +De verklaring van Colline had een voor Carolus gunstigen ommekeer +veroorzaakt. De wijsgeer wilde van die goede wending, door zijn +handige en welsprekende pleitrede te weeg gebracht, gebruik maken. + +"Ik zie niet in", ging hij voort, "welke bezwaren redelijkerwijze +nog ingebracht kunnen worden tegen dezen jeugdigen sterveling, die +ons in ieder geval een dienst bewezen heeft. Wat mij nu betreft, ik, +dien men beschuldigt onbezonnen gehandeld te hebben door hem in onzen +kring te willen doen opnemen, ik beschouw die meening als een aanslag +op mijn waardigheid. Ik heb in deze zaak gehandeld met de listigheid +van een slang, en wanneer dit beleid niet door een gemotiveerd votum +erkend wordt, neem ik mijn ontslag." + +"Wil je de kabinetsquaestie stellen?" vroeg Marcel. + +"Ja, die stel ik," antwoordde Colline. + +De drie bohémiens beraadslaagden onderling en verklaarden ten slotte +eenstemmig, dat zij den wijsgeer het karakter van groot beleid, +dat hij eischte, teruggaven. Colline liet daarop het woord aan +Marcel, die, eenigszins teruggekomen van zijn vooringenomenheid, +verklaarde, dat hij misschien voor de conclusies van den rapporteur +zou stemmen. Maar alvorens het definitieve besluit, dat Carolus in +de intimiteit van den vriendenkring zou worden toegelaten, te nemen, +liet Marcel over het volgende amendement stemmen: + +"Daar het toelaten van een nieuw lid in den vriendenkring een ernstige +zaak is, en daar een vreemdeling, onbekend als hij is met de zeden, +karakters en inzichten van zijn kameraden, er elementen van tweedracht +in zou kunnen brengen, moet ieder der leden een dag met genoemden +Carolus doorbrengen en een onderzoek instellen naar zijn leven, zijn +smaak, zijn litteraire capaciteiten en zijn garde-robe. De bohémiens +zouden elkaar dan hun particuliere indrukken mededeelen, waarna +zij zouden stemmen over weigering of aanneming: verder zou Carolus, +vòòr zijn toelating, een proeftijd van een maand moeten doormaken, +dat wil zeggen, dat hij vòòr dien tijd niet het recht zou hebben +hen te tutoyeeren en hun op straat een arm te geven. Op den dag der +installatie zou het nieuw-aangenomen lid een schitterend feestmaal +moeten geven, waarvan de kosten minstens twaalf francs zouden moeten +bedragen." + +Dit amendement werd met drie stemmen tegen één, die van Colline, +aangenomen; deze vond, dat men niet genoeg vertrouwen in hem had en +dat dit amendement een nieuwe aanslag op zijn beleid was. + +Dienzelfden avond ging Colline met opzet zeer vroegtijdig naar het +café, om de eerste te zijn om Carolus te zien. + +Hij behoefde niet lang te wachten: Carolus kwam weldra met drie +reusachtige bouquetten rozen in de hand. + +"Allemachtig!" riep Colline uit; "wat wilt u met dien tuin?" + +"Ik heb gedacht aan wat u me gisteren gezegd hebt: uw vrienden +zullen ongetwijfeld met hun dames komen, en daarom heb ik die bloemen +meegebracht; zij zijn heel mooi." + +"Dat geloof ik graag; ze zullen u minstens vijftien sous gekost +hebben." + +"Stel u voor! In de maand December. Als u nu vijftien francs zeide!" + +"Lieve Hemel!" riep Carolus uit, "een trio daalders voor die eenvoudige +kinderen van Flora, wat een dwaasheid! Is u misschien familie van de +Cordillera's? Welnu, waarde heer, dat zijn vijftien francs, die wij +in den letterlijken zin des woords uit het raam zullen moeten smijten." + +"Wat wilt u daarmede zeggen?" + +Colline vertelde nu welke jaloersche vermoedens Marcel onder zijn +vrienden had gewekt, en bracht Carolus op de hoogte van de heftige +discussie, die plaats had gehad tusschen de bohémiens naar aanleiding +van zijn verzoek, om in den vriendenkring te worden opgenomen. + +"Ik heb betoogd, dat uw bedoelingen zoo rein en zuiver en eerlijk +mogelijk waren," voegde Colline eraan toe; "maar de oppositie is niet +minder krachtig geweest. Zorg er dus voor de jaloersche vermoedens, +die men tegen u koesteren kan, niet aan te wakkeren door te galant +tegen de dames te zijn; laten wij dus, om te beginnen, die bouquetten +doen verdwijnen." + +En Colline nam de rozen en verborg ze in een kast, waarin ze alles +en nog wat bewaarden. + +"Maar dat is niet alles," ging hij voort; "de heeren wenschen, +alvorens op meer intiemen voet met u te komen, ieder afzonderlijk +een onderzoek in te stellen naar uw karakter, uw smaak enz." + +En opdat Barbemuche zijn vrienden niet te veel aanstoot zou geven, gaf +Colline hem in ruwe trekken een moreel portret van ieder der bohémiens. + +"Tracht nu met ieder afzonderlijk op goeden voet te komen, dan zullen +zij ten slotte allemaal voor uw toelating stemmen." + +Carolus stemde in alles toe. + +Kort daarop verschenen de drie vrienden met hun respectievelijke +"vrouwen". + +Rodolphe was zeer beleefd tegenover Carolus, Schaunard erg +vertrouwelijk en familiaar, terwijl Marcel koel bleef. Carolus trachtte +vroolijk en hartelijk te zijn tegenover de mannen, doch hield zich +op een afstand van de dames. + +Bij het afscheid noodigde Barbemuche Rodolphe uit den volgenden dag +met hem te dineeren met het verzoek 's middags reeds te komen. + +De dichter nam de invitatie aan. + +"Goed", zeide hij tot zichzelf; "ik begin dus de enquête." + +Rodolphe zorgde den volgenden dag op het afgesproken uur bij Carolus te +zijn. Barbemuche woonde inderdaad in een zeer mooi heerenhuis in de rue +Royale en had daar een kamer, waarin een zeker confort heerschte. Wel +verwonderde het Rodolphe, dat, hoewel het nog klaarlichte dag was, +de luiken gesloten, de gordijnen dichtgetrokken en twee kaarsen op +een tafel aangestoken waren. Hij vroeg Barbemuche naar de bedoeling +daarvan. + +"De studie," zeide deze, "is de dochter van het mysterie en der +stilte." + +Ze gingen zitten en begonnen te praten. Na een uur wist Carolus met +een geduld en een oratorische handigheid, die oneindig was, een zin +te pas te brengen, die, niettegenstaande zijn bescheiden vorm, niets +meer of minder dan een sommatie aan Rodolphe was, om te luisteren naar +de voorlezing van een klein werkje, dat de vrucht van de doorwaakte +nachten van genoemden Carolus was. + +Rodolphe begreep, dat hij gevangen was, en daar hij bovendien gaarne +den stijl van Barbemuche wilde leeren kennen, boog hij zeer beleefd +en verzekerde, dat het hem een waar genoegen en ..... + +Carolus wachtte het slot van den zin niet af, vloog naar de deur, +schoof den grendel ervoor, draaide den sleutel om, ging naar Rodolphe +terug en nam eindelijk een klein schrift, waarvan het kleine formaat +en de geringe dikte een glimlach van tevredenheid op het gelaat van +den dichter te voorschijn riepen. + +"Is dat het manuscript van uw werk?" vroeg hij. + +"Neen", antwoordde Carolus, "dat is de catalogus van mijn manuscripten; +ik zoek naar het nummer van het werkje, dat u mij wel wilt vergunnen +u voor te lezen .. Hier is het: Don Lopez of het Noodlot, No. 14. Dat +is op de derde plank." + +Hij opende een klein kastje, waarin Rodolphe tot zijn schrik een +groote hoeveelheid handschriften zag staan, Carolus nam er een uit, +sloot de kast en ging tegenover den dichter zitten. + +Rodolphe wierp een blik op een der vier cahiers, waaruit het werk +bestond, waarvan het formaat hem aan de Maliebaan deed denken. + +"Enfin", zeide hij tot zichzelf, "het is niet in verzen ... maar het +heet Don Lopez!" + +Carolus nam het eerste cahier en begon te lezen: + +"In een kouden winternacht reden twee ruiters, dicht gewikkeld in +hun jassen op twee trage muilezels naast elkaar op een der wegen, +die de vreeselijke eenzaamheid der stille Sierra Morena ...." + +"Lieve Hemel, waar ben ik!" dacht Rodolphe, die door dit begin +verschrikt was. Carolus ging verder en las aan één stuk het eerste +hoofdstuk, dat geheel in dien stijl geschreven was. + +Rodolphe luisterde maar half en zon op een middel om te ontsnappen. + +"Daar is wel een raam," zeide hij tot zichzelf; "maar behalve dat +het dicht is, zijn we hier op de vierde verdieping. Ha, nu begrijp +ik al die voorzorgsmaatregelen." + +"Wat zegt u van mijn eerste hoofdstuk?" vroeg Carolus; "maar wat ik +u verzoeken mag, spaar mij uw kritiek niet." + +Rodolphe meende zich te kunnen herinneren, dat hij stukken hoogdravende +philosophie over den zelfmoord, door genoemden Lopez, den held van +den roman, uitgesproken, gehoord had en antwoordde op goed geluk af: + +"De groote figuur van don Lopez is zeer gewetensvol bestudeerd--het +doet je onwillekeurig denken aan de Profession de foi du vicaire +savoyard [27]; de beschrijving van den muilezel van don Alvar bevalt +mij uitstekend en herinnert aan een schets van Géricault [28]. Het +landschap geeft heele mooie lijnen; en wat de denkbeelden betreft, +dat is zaad van Jean Jacques Rousseau, gezaaid op den bodem van +Lesage. Echter moet ik één opmerking maken; U zet te veel komma's en +gebruikt te veel het woord: "in den vervolge"; dat is een aardige +uitdrukking, die het van tijd tot tijd wel doet en aan het geheel +kleur geeft, maar die je niet te dikwijls gebruiken moet." + +Carolus nam zijn tweede cahier op en las nogmaals den titel: Don +Lopez of het noodlot. + +"Ik heb indertijd ook een don Lopez gekend," zeide Rodolphe; "hij +handelde in sigaretten en chocolade uit Bayonne; hij was misschien +wel familie van den uwe.. Doch lees verder ...." + +Bij het einde van het tweede hoofdstuk viel de dichter Carolus in +de rede: + +"Begint u nog geen keelpijn te krijgen?" vroeg hij. + +"Volstrekt niet," antwoordde Carolus; "ik zal u nu de geschiedenis +van Inésille voorlezen." + +"Ik ben er zeer nieuwsgierig naar .... Maar indien het u vermoeien +mocht, dan zou ik ...." + +"Hoofdstuk III!" zeide Carolus met een heldere stem. + +Rodolphe nam Carolus aandachtig op en merkte, dat hij een zeer korten, +dikken nek en een hoog roode gelaatskleur had. + +"Ik heb nog één hoop," dacht de dichter, nadat hij die ontdekking +gedaan had;--"een beroerte!" + +"Wij zullen nu met hoofdstuk IV beginnen. U wilt dan zeker wel zoo +goed zijn mij te zeggen wat u van de liefdesscène denkt." + +En Carolus las verder. + +Toen Carolus Rodolphe even aankeek om op zijn gelaat de uitwerking +van het tweegesprek te lezen, zag hij, dat de dichter, gebogen +over zijn stoel zijn hoofd rekte in de houding van iemand, die naar +ververwijderde klanken luistert. + +"Wat hebt u?" vroeg hij. + +"Sst!" zeide Rodolphe; "hoort u niets? Het is net of ik: Brand hoor +roepen! Willen we even gaan kijken?" + +Carolus luisterde een oogenblik, doch hoorde niets. + +"Dan zal ik een oorsuizing gehad hebben," zeide Rodolphe; "lees verder; +don Alvar interesseert me buitengewoon; het is een edele jongeling." + +Carolus las verder en legde al de muziek van zijn orgaan in de volgende +woorden van den jongen don Alvar. + +"O, Inésille, wie ge zijt, engel of demon, en wat ook uw vaderland +moge zijn, mijn leven behoort u, en ik zal u volgen, zij het naar +den hemel, zij het naar de hel." + +Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt; een stem buiten riep +Carolus. + +Het was de concierge, die een brief bracht, welken Carolus vlug +open scheurde. + +"Een leelijke streep door de rekening!" zeide hij; "wij zullen +verplicht zijn de verdere lezing tot een volgenden keer uit te stellen; +ik krijg nl. een bericht, dat mij noodzaakt onmiddellijk uit te gaan." + +"O", dacht Rodolphe; "dat is een brief, die uit den hemel valt; +ik herken daarop het zegel van de Voorzienigheid." + +"Indien u het goed vindt," zeide Carolus, "dan zullen we samen de +boodschap doen, waartoe deze tijding mij noodzaakt, dan kunnen we +daarna gaan dineeren." + +"Ik ben geheel tot uw dienst," zeide Rodolphe. + +Toen hij 's avonds weer in den vriendenkring zat, werd de dichter +door zijn kameraden met vragen over Barbemuche bestormd. + +"Ben je tevreden over hem? Heeft hij je goed onthaald?" vroegen Marcel +en Schaunard. + +"Ja, maar het heeft me heel wat gekost." + +"Wat? Heeft Carolus je laten betalen?" vroeg Schaunard met stijgende +verontwaardiging. + +"Dat niet, maar hij heeft me een roman voorgelezen, waarin don Lopez +en don Alvar de hoofdpersonen zijn en de jeune premiers hun geliefden +Engel of Demon noemen." + +"Ontzettend!" riepen alle bohémiens in koor. + +"Maar", vroeg Colline, "afgezien nu van de litteratuur, wat is je +meening omtrent Carolus?" + +"Barbemuche is een fatsoenlijke jonge man. Trouwens jullie kunnen +persoonlijk je waarnemingen doen: Carolus wil ons n.l. een voor een als +gast hebben. Schaunard is voor morgen te dejeuneeren gevraagd. Maar +vertrouw, wanneer je naar Barbemuche gaat, de kast met manuscripten +niet, dat is een gevaarlijk meubel." + +Schaunard was den volgenden dag precies op tijd bij Barbemuche +en stelde een onderzoek in, zooals een beëedigd taxateur of een +deurwaarder, die gerechtelijk beslag komt leggen, gewoon zijn in te +stellen. Hij kwam dan ook terug met zijn hoofd vol aanteekeningen; +hij had Carolus bestudeerd uit een oogpunt van zijn roerend goed. + +"Nu?" zoo vroegen ze hem; "wat is jouw meening?" + +"Die Barbemuche", riep Schaunard uit; "loopt over van goede +eigenschappen; hij kent de namen van alle wijnsoorten en heeft +me dingen laten eten zòò lekker, als je ze bij mijn tante op haar +verjaardag niet krijgt. Met de kleermakers uit de rue Vivienne en +de laarzenmakers van de Panorama's schijnt hij op den besten voet te +staan. Bovendien heb ik opgemerkt, dat hij ongeveer even groot is als +wij, zoodat we hem desnoods onze pakken kunnen leenen. Zijn zeden zijn +minder streng dan Colline ons heeft willen doen gelooven; hij is overal +heen meegegaan, waar ik hem wilde brengen, en hij heeft me getracteerd +op een déjeuner in twee bedrijven, waarvan het tweede zich afgespeeld +heeft in een kroeg van de halle, waarin ik heel goed bekend ben, omdat +ik er in carnavalstijd heel wat orgieën heb medegemaakt. Carolus deed +net alsof hij er thuis was. Marcel is voor morgen uitgenoodigd." + +Carolus wist, dat van de bohémiens Marcel zich het meest tegen zijn +opneming in den vriendenkring verzette: hij ontving hem dan ook met +de grootste voorkomendheid; maar vooral wist hij den kunstenaar voor +zich te winnen door hem voor te spiegelen, dat hij portretten van de +familie van zijn leerling te schilderen zou krijgen. + +Toen het Marcels beurt was, om zijn bevindingen mede te deelen, +merkten zijn vrienden niets meer van de vijandelijke gezindheid, +die hij in den beginne ten opzichte van Carolus getoond had. + +Den vierden dag deelde Colline Barbemuche mede, dat hij toegelaten was. + +"Wat? Ben ik heusch toegelaten?" riep Carolus dol-verheugd uit. + +"Ja", antwoordde Colline, "maar als u u verandert." + +"Wat bedoelt u daarmede?" + +"Ik bedoel, dat u nog een groot aantal vulgaire gewoonten hebt, +die u u zult moeten afwennen." + +"Ik zal mijn best doen u in alles na te volgen," antwoordde Carolus. + +Gedurende zijn noviciaat bezocht de Platonische wijsgeer de bohémiens +dagelijks, en daar hij op die manier in staat gesteld werd hun zeden +grondiger te bestudeeren, kon het niet anders, of hij moest van de +eene verbazing in de andere vallen. + +Op een goeden morgen kwam Colline met een van vreugde stralend gezicht +bij Barbemuche. + +"Nu, mijn waarde," zeide hij, "je bent definitief toegelaten. Nu +blijft nog slechts over om den dag en de plaats voor het groote +feestmaal vast te stellen, en ik kom nu daarover eens met je praten." + +"Maar dat treft prachtig," antwoordde Carolus; "de ouders van mijn +leerling zijn op dit oogenblik buiten en de jonge vicomte, wiens +mentor ik ben, zal mij voor een avond de kamers wel willen afstaan: +op die manier kunnen we het veel prettiger hebben, maar we zullen +ook den jongen vicomte moeten inviteeren." + +"Dat zou prachtig zijn," vond Colline. "Wij zouden de horizonten +der litteratuur voor hem kunnen openen; maar geloof je, dat hij zijn +toestemming geven zal?" + +"Daar ben ik bij voorbaat zeker van." + +"Dan blijft nog alleen over den dag vast te stellen." + +"Dat zullen we vanavond in het café verder afspreken." + +Carolus ging nu dadelijk zijn leerling opzoeken en deelde hem mede, +dat hij aangenomen was als lid van een voorname litterair-artistieke +vereeniging, en dat hij, om zijn toelating te vieren, van plan was +een diner en daarna een klein feestje te geven. Ten slotte noodigde +hij hem uit aan de plechtige installatie deel te nemen ... + +"En daar je toch niet laat thuis kunt komen en het feest wel tot +na middernacht zal duren, zullen we voor alle gemak dat diner maar +hier aan huis geven. François, je knecht, zal het niet verraden; +je ouders zullen er dus niets van te weten komen en jij zult op +die manier kennis maken met de geestrijkste menschen uit Parijs, +kunstenaars en schrijvers." + +"Die al gedrukt zijn?" vroeg de jonge man. + +"Zeker wel, gedrukt; een van hen is hoofdredacteur van de Echarpe, +een tijdschrift waarop je moeder geabonneerd is; het zijn zeer +gedistingeerde, bijna beroemde personen; ik ben hun intieme vriend. Zij +hebben bekoorlijke vrouwen." + +"Komen er ook vrouwen bij?" vroeg de vicomte. + +"Verrukkelijke schepsels." + +"O, ik ben u zeer dankbaar voor uw uitnoodiging, waarde meester; +natuurlijk zullen we het feest hier geven; we zullen alle kroonluchters +laten aansteken en de hoezen van de meubelen laten nemen." + +'s Avonds in het café vertelde Barbemuche, dat het feest den volgenden +Zaterdag gegeven zou worden. + +De bohémiens verzochten hun vriendinnen aan haar toilet te denken. + +"Vergeet vooral niet," zeiden zij tot haar, "dat we ditmaal in echte +salons komen. Bereid je daar dus op voor: eenvoudige, maar rijke +toiletten." + +Denzelfden dag nog werd de geheele straat er mede in kennis gesteld, +dat Mimi, Phémie en Musette in de "wereld" zouden gaan. + +Op den ochtend van de plechtigheid geschiedde nog het volgende: +Colline, Schaunard, Marcel en Rodolphe begaven zich gezamenlijk naar +Barbemuche, die zeer verwonderd was ze al zoo vroeg te zien. + +"Er is toch niets gebeurd, waardoor het feest uitgesteld moet +worden?" vroeg hij eenigszins ongerust. + +"Ja en neen," antwoordde Colline. "De zaak is deze. Tusschen ons +gezegd en gezwegen, doen we onder ons nooit aan plichtplegingen; +maar wanneer we met vreemden samenkomen, dan willen we graag een +zeker decorum bewaren." + +"Welnu?" vroeg Barbemuche. + +"Welnu", ging Colline voort, "daar we vanavond den jongen edelman +ontmoeten, die zijn salon voor ons opent, komen wij uit achting voor +hem en uit achting voor onszelf je heel vriendschappelijk vragen, +of je ons voor vanavond niet een paar kleedingstukken van goeden snit +kan leenen. Je begrijpt even goed als wij, dat het voor ons zoo goed +als onmogelijk is in trui en paletot de weelderige vertrekken van +deze woning te bezoeken." + +"Maar," zeide Carolus; "ik heb geen vier rokken." + +"Ach!" zeide Colline, "we zullen ons wel weten te behelpen met wat +je hebt." + +"Kijk maar eens!" zeide Carolus en opende een tamelijk rijk voorziene +kleerkast. + +"Maar je hebt daar een compleet kleeding-arsenaal." + +"Drie hoeden!" zeide Schaunard in extase; "hoe kan je in Godsnaam +drie hoeden hebben, als je maar één hoofd hebt." + +"En kijk eens wat een schoenen!" brulde Colline. + +In een oogwenk hadden zij ieder een volledige uitrusting gekozen. + +"Tot vanavond," zeiden zij, terwijl zij afscheid namen van Barbemuche; +"de dames zullen er schitterend uitzien." + +"Maar", zeide Barbemuche met een blik op de geheel leeggeplunderde +kast, "jullie laat voor mij niets over. Hoe moet ik jullie ontvangen?" + +"O, jij", zeide Rodolphe, "voor jou is het heel wat anders; jij bent +de heer des huizes en behoeft het dus met de etiquette zoo nauw niet +te nemen." + +"Maar ik heb alleen nog maar een kamerjapon, een slaapbroek, een +flanellen vest en pantoffels over; jullie hebt alles weggenomen." + +"Wat hindert dat? Je bent bij voorbaat geëxcuseerd," antwoordden +de bohémiens. + +Om zes uur werd er een prachtig diner in de eetzaal opgediend. De +bohémiens arriveerden. Marcel hinkte een beetje en was in een slecht +humeur. De jonge vicomte Paul snelde den dames tegemoet en geleidde +ze naar de beste plaatsen. Mimi had een zeer fantastisch toilet +aan. Musette was zeer uitdagend gekleed. Phémie geleek op een venster +met gekleurde ramen, zij durfde bijna niet te gaan zitten. Het diner, +dat twee en een half uur duurde, was zeer geanimeerd. + +De jonge vicomte Paul, die Mimi tot tafeldame had, stootte haar ieder +oogenblik met waren hartstocht aan met zijn voet. Phémie vroeg bij +iedere gang tweemaal om dezen of genen schotel. Schaunard zwelgde +in het druivennat. Rodolphe improviseerde sonnetten en brak bij het +aangeven van den rhythmus de glazen. Colline praatte met Marcel, +die nog steeds knorrig was. + +"Wat heb je toch?" vroeg hij. + +"Ik heb zoo'n vreeselijke pijn aan mijn voet en dat hindert me. Die +Carolus heeft een voet als een jong meisje." + +"O, als het anders niet is," vond Colline, "dan zullen we hem aan +zijn verstand brengen, dat dit zoo niet langer gaat en dat hij +"in den vervolge" zijn laarzen een paar nummers grooter moet laten +maken. Wees maar gerust, dat zal ik wel in orde brengen. Maar ga nu +mee naar den salon, waar liqueuren der Antillen ons roepen." + +Het feest begon met nieuwen glans en schittering. Schaunard zette +zich voor den piano en speelde met een wonderbare bravoure zijn +nieuwe symphonie: "De dood der jonkvrouw". Het mooie gedeelte van +de Schuldeischersmarsch had zoo'n succes, dat hij het driemaal moest +herhalen. Na afloop waren er twee snaren gesprongen. + +Marcel was nog steeds uit zijn humeur, en toen Carolus zich daarover +bij hem beklaagde, antwoordde de schilder hem: + +"Mijn waarde heer Barbemuche, wij zullen nooit op intiemen voet met +elkaar omgaan. Ziehier de reden. Physieke verschillen zijn bijna altijd +een zekere aanwijzing voor psychische verschillen. Op dit punt zijn +de wijsbegeerte en geneeskunde het volmaakt eens." + +"En verder?" + +"Welnu," zeide Marcel en wees op zijn voeten, "je laarzen, die veel +en veel te nauw voor mij zijn, toonen aan, dat we niet hetzelfde +karakter hebben; overigens was je feestje heel charmant!" + +Om één uur in den ochtend gingen de bohémiens langs een grooten omweg +naar huis. Barbemuche was lichtelijk aangeschoten en sloeg allerlei +onzin uit tegen zijn leerling, die op zijn beurt droomde van de blauwe +oogen van mademoiselle Mimi. + + + + + + +HOOFDSTUK XIII. + +DE INWIJDINGSFUIF. + + +Het gebeurde eenigen tijd, nadat de dichter Rodolphe met de jonge +mademoiselle Mimi een eigen huishoudentje had opgezet; sedert +ongeveer acht dagen heerschte er in den geheelen vriendenkring een +groote onrust naar aanleiding van de verdwijning van Rodolphe, die +plotseling als in een nevel scheen te zijn opgelost. Ze hadden hem +gezocht op alle plaatsen, waar hij gewoon was te komen, en overal +kregen ze hetzelfde antwoord: + +"We hebben hem in geen acht dagen gezien." + +Gustave Colline vooral was in duizend angsten en vreezen, en wel +om de volgende reden. Eenige dagen te voren had hij Rodolphe een +artikel van groote wijsgeerige waarde toevertrouwd, dat deze in de +rubriek "Varia" van le Castor, het bekende hoedenmakersblad, waarvan +hij hoofdredacteur was, zou opnemen. Was het philosophische artikel +reeds voor de oogen van het verbaasde Europa verschenen? Dat was de +vraag, die de ongelukkige Colline zich stelde; en men zal zich dien +angst kunnen begrijpen, wanneer men weet, dat de philosoof nog niet +het genoegen gehad had zich gedrukt te zien en dus van verlangen +brandde, om te zien welken indruk zijn in cicero [29] gedrukt proza +zou maken. Om zich die bevrediging van zijn eigenliefde te verschaffen, +had hij reeds zes francs uitgegeven voor verschillende leeszalen zonder +er le Castor te vinden. Daar hij dit niet langer volhouden kon, zwoer +Colline zich een duren eed, dat hij geen minuut rust zou nemen alvorens +de hand op den onvindbaren redacteur van dat blad gelegd te hebben. + +Geholpen door verschillende toevallige omstandigheden--het zou te veel +tijd vorderen die alle te vertellen--gelukte het den wijsgeer zijn +eed te houden. Twee dagen later had hij Rodolphe's woning uitgevorscht +en ging hij hem 's morgens om zes uur opzoeken. + +Rodolphe woonde toentertijd in een hôtel garni in een eenzame straat +van den faubourg Saint Germain, waar hij de vijfde verdieping betrokken +had, omdat er geen zesde was. Toen Colline bij de deur kwam, vond hij +den sleutel niet in het slot steken. Hij klopte een minuut of tien +zonder dat hij van binnen antwoord kreeg; op de aubade kwam zelfs de +concierge af, die Colline vroeg kalm te zijn. + +"U ziet toch wel, dat mijnheer slaapt," zeide hij. + +"Daarom wil ik hem wakker trommelen," antwoordde Colline en begon +opnieuw te kloppen. + +"Dan wil hij u zeker niet antwoorden," meende de concierge, terwijl +hij voor de deur van Rodolphe een paar lakschoenen en een paar +dameslaarsjes, die hij juist gepoetst had, neerzette. + +"Wacht eens even," zeide Colline, terwijl hij het mannelijke en +vrouwelijke paar laarzen bekeek; "een paar nieuwe lakschoenen. Ik +heb me zeker in de deur vergist; hier moet ik zeker niet zijn." + +"Wien moet u eigenlijk hebben?" vroeg de concierge. + +"Vrouwenlaarsjes!" ging Colline voort als in zichzelf sprekend en +denkend aan de strenge zeden van zijn vriend; "ja, ik heb me beslist +vergist. Dit kan de kamer van Rodolphe beslist niet zijn." + +"Vraag excuus, mijnheer; dat is hier wel." + +"Zoo. Dan vergis jij je, beste man!" + +"Hoe bedoelt u dat?" + +"Dat je je beslist vergist," zeide Colline, terwijl hij op de +lakschoenen wees. "Wat zijn dat?" + +"Dat zijn de schoenen van mijnheer Rodolphe; wat is daar voor +verwonderlijks aan?" + +"En die daar?" zeide Rodolphe en wees hem de dameslaarsjes; "zijn +die ook van mijnheer Rodolphe?" + +"Die zijn van zijn dame," zeide de concierge. + +"Van zijn dame?" riep Colline verbaasd uit. "Wat een +wellusteling! Daarom wil hij natuurlijk niet open doen!" + +"Lieve Hemel!" zeide de concierge; "die jonge man is toch vrij om te +doen of te laten wat hij wil; als mijnheer mij zijn naam wil zeggen, +dan zal ik mijnheer Rodolphe zeggen, dat u hier geweest is." + +"Neen", zeide Colline, "nu ik eenmaal weet waar ik hem vinden kan, +zal ik wel terugkomen." En hij ging heen, om zijn vrienden het groote +nieuws te gaan vertellen. + +De lakschoenen van Rodolphe werden algemeen als fabels beschouwd, als +een vrucht van Colline's rijke fantasie, en éénstemmig werd verklaard, +dat zijn maîtresse een paradox was. + +En toch was die paradox een waarheid; want nog dienzelfden avond kreeg +Marcel een collectieven brief voor alle vrienden van dezen inhoud: + +"Mijnheer en Mevrouw Rodolphe, letterkundigen, hebben de eer u uit +te noodigen voor een diner, dat zij zich voorstellen morgenavond om +vijf uur precies te geven. + +P.S. Er wordt van borden gegeten." + +"Mijne heeren," zeide Marcel, die zijn vrienden met den inhoud van +den brief in kennis stelde, "Colline heeft toch gelijk: Rodolphe +heeft werkelijk een maîtresse; bovendien vraagt hij ons te dineeren +en het postscriptum belooft zelfs tafelgerei. Ik wil u niet verhelen, +dat deze laatste paragraaf mij een lyrisch-poëtische overdrijving +toeschijnt; we zullen echter dienen af te wachten." + +Op het aangegeven uur gingen den volgenden dag Marcel, Gustave Colline +en Alexander Schaunard, uitgehongerd alsof ze in geen dagen gegeten +hadden, naar Rodolphe, dien zij bezig vonden te spelen met een roode +kat, terwijl een jonge vrouw de tafel dekte. + +"Heeren", zeide Rodolphe, terwijl hij zijn vrienden de hand drukte +en met een gebaar naar de jonge vrouw wees, "mag ik u de vrouw des +huizes voorstellen?" + +"Dan ben jij dus de heer des huizes?" zeide Colline. + +"Mimi," antwoordde Rodolphe, "ik stel je mijn beste vrienden voor, +en doe nu de soep op." + +"O, mevrouw," zeide Alexandre Schaunard, terwijl hij naar Mimi toe +ging, "u zijt frisch als een woudbloem." + +Na zich overtuigd te hebben, dat er in werkelijkheid assietten op tafel +stonden, informeerde Schaunard wat zij te eten zouden krijgen. Hij +dreef de nieuwsgierigheid zoo ver, dat hij de deksels van de pannen +nam, waarin het diner kookte. De aanwezigheid van een kreeft maakte +een diepen indruk op hem. + +Colline had Rodolphe even apart genomen, om hem naar zijn philosophisch +artikel te vragen. + +"Dat is op de drukkerij," zeide Rodolphe. "Le Castor verschijnt +a.s. Donderdag." + +Wij zullen niet trachten de vreugde van den wijsgeer te schilderen. + +"Heeren", zeide Rodolphe tot zijn vrienden; "jullie moeten het me niet +kwalijk nemen, dat ik jullie zoolang zonder eenig bericht gelaten heb, +maar ik was in mijn wittebroodsweken." + +En hij vertelde hun de geschiedenis van zijn "huwlijk" met dit +bekoorlijke schepseltje, dat hem als bruidschat haar achttien jaar +en zes maanden, twee porceleinen kopjes en een roode poes, eveneens +Mimi genaamd, medegebracht had. + +"En nu, heeren," ging Rodolphe voort, "zullen wij onze nieuwe woning +inwijden. Maar ik waarschuw je van te voren, dat het een eenvoudige +burgerpot is en de truffels door de grootste hartelijkheid vervangen +worden." + +Inderdaad bleef die bekoorlijke godin dan ook heerschen onder de +gasten, die intusschen vonden, dat die "eenvoudige burgerpot" nog +al meeviel. Rodolphe was dan ook "uit zijn slof geschoten." Colline +maakte er op opmerkzaam, dat de borden verwisseld werden en verklaarde +op luiden toon, dat mademoiselle Mimi het blauwe lint waardig was, +waarmede de keizerinnen van het fornuis gedecoreerd worden, een zin, +die voor het jonge meisje zuiver Sanskriet was, en die Rodolphe voor +haar aldus vertaalde, "dat zij een uitstekende keukenmeid zou zijn." + +Het optreden van de kreeft veroorzaakte een algemeene +bewondering. Onder voorwendsel dat hij in de natuurlijke historie +gestudeerd had, vroeg Schaunard het dier te mogen verdeelen; hij maakte +zelfs van de gelegenheid gebruik om een mes te breken en zichzelf de +grootste portie toe te eigenen, wat een algemeene verontwaardiging +deed ontstaan. Doch Schaunard was niet gevoelig, vooral niet op het +punt: kreeft; en toen er nog een portie overbleef, was hij brutaal +genoeg die apart te leggen onder voorwendsel, dat die hem als model +moest dienen voor een stilleven, dat hij juist onder handen had. + +In hun toegeeflijke vriendschap deden de kameraden, alsof zij aan dezen +leugen, die de vrucht van een onmatige eetlust was, geloof schonken. + +Colline daarentegen bewaarde al zijn sympathieën voor het dessert +en weigerde zelfs halsstarrig om zijn deel van de rhumkoek te ruilen +voor een toegangsbewijs voor de orangerie te Versailles, wat Schaunard +hem voorstelde. + +Het discours werd langzamerhand geanimeerder. + +Op de drie flesschen met roode capsules volgden er drie met groene, +in het midden waarvan ze weldra een flesch zagen te voorschijn +komen, welker met een zilveren helm bedekte hals dadelijk verried, +dat zij tot het regiment van Royal-Champenois behoorde. Het was +een imitatie-champagne, die in de wijnbergen van Saint-Ouen geoogst +was en te Parijs voor twee francs verkocht werd wegens liquidatie, +zooals de wijnhandelaar beweerde. + +Maar niet het land maakt den wijn, en onze bohémiens aanvaardden +den drank, dien ze in speciaal daarvoor bestemde glazen kregen, +als echte Champagne en waren ondanks de weinige opgewektheid, +waarmede de kurk uit zijn gevangenis ontsnapte, in extase over +het voortreffelijke merk, toen zij de groote hoeveelheid schuim +zagen. Schaunard gebruikte daarbij de rest van zijn bezinning, om +zich in de glazen te vergissen en dat van Colline te ledigen, die op +zijn beurt met het ernstigste gezicht van de wereld zijn beschuit in +den mosterdpot doopte en mademoiselle Mimi het wijsgeerige artikel, +dat in le Castor moest verschijnen, trachtte uit te leggen. Terwijl +hij daarmede bezig was, werd hij plotseling bleek en vroeg permissie +of hij even aan het raam naar de ondergaande zon mocht gaan kijken, +hoewel het al tien uur was en de zon reeds lang onder de wol lag. + +"Het is jammer, dat de champagne niet gefrappeerd is," zeide Schaunard, +die nogmaals trachtte zijn leeg glas te verwisselen voor een vol van +zijn tafelbuurman, welke poging echter ditmaal geen succes had. + +"Mevrouw," zeide Colline, die genoeg versche lucht gehapt had, tegen +Mimi, "je koelt champagne met ijs, ijs wordt gevormd door condensatie +van water, aqua in het Latijn. Water bevriest bij twee graden, en er +zijn vier jaargetijden, zomer, herfst en winter. Dat is de oorzaak +geweest van den terugtocht uit Rusland; Rodolphe, geef mij nog een +hemistichium champagne!" + +"Wat zegt je vriend toch?" vroeg Mimi, die er niets van begreep, +aan Rodolphe. + +"O, hij vraagt, of ik hem nog een half glas Champagne wil geven," +antwoordde deze. + +Plotseling gaf Colline Rodolphe een harden klap op zijn schouder en +zeide stotterend, alsof de lettergrepen als taai-taai tusschen zijn +lippen bleven zitten: + +"Het is morgen Donderdag, niet?" + +"Neen, het is morgen Zondag." + +"Neen, Donderdag." + +"Neen, heusch niet, Zondag." + +"O, Zondag," zeide Colline, terwijl hij zijn hoofd heen en weer wiegde, +"meestal is het morgen Don...der...dag..." + +En terwijl hij zijn gezicht in de ijspudding, die nog op zijn bord lag, +drukte, sliep hij in. + +"Wat wil hij toch eigenlijk met zijn Donderdag?" vroeg Mimi. + +"O, nou ben ik er achter!" antwoordde Rodolphe, die de halsstarrigheid +van den door zijn idée fixe gekwelden wijsgeer begon te begrijpen; +"dat komt door zijn artikel in Le Castor ... Luister maar, hij droomt +er hardop van." + +"Goed", zeide Schaunard, "dan krijgt hij ook geen koffie, niet waar +mevrouw?" + +"Dat is waar ook, Mimi," zeide Rodolphe, "presenteer de koffie eens." + +Zij wilde juist opstaan, toen Colline, die van de ijspudding zijn +koelbloedigheid eenigszins teruggekregen had, haar om haar middel +vatte en haar vertrouwelijk in het oor fluisterde: + +"Mevrouw, de koffie is afkomstig uit Arabië, waar hij door een geit +ontdekt is. Van daar uit kwam de gewoonte om koffie te drinken naar +Europa. Voltaire dronk twee-en-zeventig koppen per dag. Ik drink ze +zonder suiker, maar graag heel warm." + +"Lieve Hemel, wat een knappe vent!" dacht Mimi, terwijl zij de koffie +en de pijpen bracht. + +Intusschen was het aardig laat geworden; het had al geruimen tijd +geleden middernacht geslagen en Rodolphe trachtte zijn vrienden aan +het verstand te brengen, dat het nu langzamerhand tijd werd om heen +te gaan. Marcel, die nog volkomen helder was, stond op, om afscheid +te nemen. + +Schaunard echter ontdekte, dat er in een flesch nog wat brandewijn +was, en verklaarde, dat het nooit middernacht kon zijn, zoolang er +nog een druppel in het glas was. Colline zat schrijlings op zijn +stoel en bromde binnensmonds. + +"Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag...." + +"Maar lieve hemel," zeide Rodolphe wanhopig, "ik kan ze toch vannacht +hier niet houden. Vroeger ging dat goed, maar nu is dat wat anders," +en hij keek daarbij naar Mimi, wier warme blik om eenzaamheid met +hun tweetjes scheen te smeeken. + +"Wat moet ik beginnen? Geef mij toch eens raad, Marcel. Verzin toch +een middel, om ze hier vandaan te krijgen!" + +"Neen, ik verzin er geen," zeide Marcel; "maar ik zal er een +navolgen. Ik herinner me een comedie, waarin een intelligente knecht +het middel vindt om drie als tempelieren zoo dronken schelmen uit +het huis van zijn meester te zetten." + +"Ja, dat herinner ik me," antwoordde Rodolphe "dat komt in Kean [30] +voor. De toestand is inderdaad vrijwel dezelfde." + +"Welnu, dan zullen we eens zien of het tooneel met de werkelijkheid +overeenkomt. Wacht even, we zullen met Schaunard beginnen. Hé, +Schaunard!" riep de schilder. + +"Ja, wat is er?" antwoordde deze, die in de blauwe zee van een zoete +roes scheen te zwemmen. + +"Er is hier niets meer te drinken en we hebben allemaal nog dorst." + +"Ach ja," zeide Schaunard, "die flesschen zijn ook zoo klein!" + +"Nou luister dan; Rodolphe heeft besloten, dat we vannacht hier zouden +blijven; maar er moet nog eerst wat gehaald worden, om te drinken, +vòòr de winkels gesloten worden." + +"Mijn leverancier woont hier op den hoek van de straat," zeide +Rodolphe. "Schaunard, ga jij er even heen en vraag uit mijn naam twee +flesschen rhum." + +"Zeker, zeker, zeker!" zeide Schaunard, die bij vergissing de +overjas van Colline aantrok, welke laatste met zijn mes ruiten op +het tafellaken teekende. + +"Dat is nummer één!" zeide Marcel, toen Schaunard weg was. "Nou +komt Colline aan de beurt: dat zal een heele dobber worden. Wacht, +een idee. He, he, Colline!" schreeuwde hij, terwijl hij den wijsgeer +heen en weer schudde. + +"Wat is er.... wat is er?" + +"Schaunard is weggegaan en heeft bij vergissing jouw jas aangetrokken." + +Colline keek om zich heen en zag inderdaad in plaats van zijn +notehoutkleurige jas de geruite van Schaunard hangen. Deze ontdekking +maakte hem zeer ongerust. Colline had n.l. ouder gewoonte in den loop +van den dag de boekenstalletjes bezocht en voor vijftien sous een +Finsche grammatica en een kleinen roman van Nisard: "De begrafenis +van de melkvrouw" gekocht. Bij deze nieuwe aanwinst kwamen nog zeven +of acht deelen hoogere philosophie, die hij altijd bij zich droeg, om +steeds een arsenaal te hebben, waaruit hij argumenten zou kunnen putten +voor het geval er wijsgeerige discussies ontstonden. De gedachte, +dat die bibliotheek in handen van Schaunard was, deed bij hem het +angstzweet uitbreken. + +"De ongelukkige!" riep Colline uit; "wat heeft hem bezield mijn +overjas mee te nemen?" + +"Het is een vergissing." + +"Maar mijn boeken..... hij kan er een slecht gebruik van maken." + +"Wees maar niet bezorgd: hij zal ze niet lezen," zeide Rodolphe. + +"O, ik ken hem! Hij is in staat er zijn pijp mede aan te steken!" + +"Als je daar bang voor bent, dan kan je hem nog best inhalen," zeide +Rodolphe; "hij is net weg; je zal hem nog wel aan de deur vinden." + +"Zeker moet ik hem inhalen," antwoordde Colline, terwijl hij zijn hoed +opzette, waarvan de randen zoo breed waren, dat men er makkelijk voor +tien personen thee op zou kunnen ronddienen. + +"Dat is nummer twee," zeide Marcel tot Rodolphe; "nu ben je vrij. Ik +ga ook weg en zal den portier op zijn hart drukken, dat hij niet open +moet doen, als er geklopt wordt." + +"Slaap lekker," zeide Rodolphe, "en wel bedankt!" + +Nadat hij zijn vriend uitgelaten had, hoorde Rodolphe op de trap een +langaangehouden gemiauw, waarop zijn roode kat teeder antwoordde, +terwijl hij behendig door de halfgeopende deur trachtte te ontsnappen. + +"Arme Romeo!" zeide Rodolphe; "je Julia roept je. Vooruit, ga je +gang maar," en hij opende de deur voor het verliefde dier, dat met +één sprong de trap af was en in de armen van zijn geliefde lag. + +Eindelijk met zijn maîtresse, die voor een spiegel in een bekoorlijke +en verleidelijke houding haar haar in de krul stond te zetten, alleen, +ging Rodolphe naar Mimi toe en drukte haar in zijn armen. Dan trok +hij, als een musicus, die, alvorens zijn stuk te beginnen, een reeks +accoorden aanslaat, om zich van de qualiteit van zijn instrument te +overtuigen, Mimi op zijn knieën en drukte op haar schouder een langen, +vurigen kus, die het frissche schepseltje van verlangen deed rillen. + +Het instrument klonk prachtig. + + + + + + +HOOFDSTUK XIV. + +MADEMOISELLE MIMI. + + +O, vriend Rodolphe, wat is er toch gebeurd, dat ge zoo veranderd +zijt? Moet ik de geruchten gelooven, die in omloop zijn, en heeft dat +ongeluk zoozeer uw krachtige philosophie kunnen terneerslaan? Hoe zal +ik, ik, de geschiedschrijver van uw vrij kunstenaarsheldendicht, +zoo vol vroolijk gelach en jolijt, hoe zal ik op een voldoend +melancholischen toon het smartelijk avontuur kunnen vertellen, dat +een rouwfloers werpt over uw voortdurende levenslust en op die wijze +plotseling den vroolijken klank van uw paradoxen tot zwijgen brengt? + +O, vriend Rodolphe, gaarne wil ik gelooven, dat uw smart groot is, +maar dat is toch werkelijk geen reden, om dadelijk in het water te +springen. Daarom raad ik je aan zoo gauw mogelijk een streep door +het verleden te halen. Ontvlucht vooral de eenzaamheid, die bevolkt +is met spookgestalten, welke uw bekommernissen tot het oneindige +verlengen. Ontvlucht de stilte, waarin de echo der herinneringen nog +weerklinkt van doorleefde vreugde en doorleefde smart. Werp moedig naar +alle windstreken der vergetelheid den naam, dien ge zoo lief gehad +hebt, en ook alles wat u nog overblijft van haar, die hem droeg. De +haarlokken, die uw van hartstocht vurige lippen hebben gekust; het +kristallen flaconnetje, waarin nog een rest van den parfum sluimert, +die op dit oogenblik voor u gevaarlijker is om in te ademen dan alle +vergiften der wereld; in het vuur de bloemen, de bloemen van gaas, +van zijde en van fluweel; de witte jasmijnen, de door het bloed van +Adonis gepurperde anemonen, de blauwe vergeet-mij-nietjes, en al die +bekoorlijke ruikers, welke zij in de verre dagen van uw kort geluk +samenbond. Toen hield ik ook van uw Mimi, en zag ik er geen gevaar in, +dat gij haar lief hadt. Maar volg mijn raad: in het vuur die linten, +die mooie roode, blauwe en gele linten, die haar hals en boezem +sierden, om uw blikken te trekken en te boeien; in het vuur de kanten +en mutsjes en sluiers, al die coquette prulletjes, waarmede ze zich +tooide, om te gaan liefkoozen met mijnheer César, mijnheer Jérôme, +mijnheer Charles of een anderen geliefde, dien de kalender aangaf, +terwijl gij aan uw venster op haar stondt te wachten, rillend onder +den guren wind en den rijp van den winter; in het vuur, Rodolphe, +alles wat haar heeft toebehoord en wat u aan haar herinneren kan; +in het vuur, meedoogenloos in het vuur, de liefdesbrieven. Zie, daar +is er juist een, waarover ge tranen hebt gestort als uit een fontein, +o, rampzalige vriend! + + + "Daar je niet thuis komt, ga ik naar mijn tante. + + Het aanwezige geld neem ik mede, om een rijtuig te kunnen betalen. + + Lucile." + + +En dien avond hebt ge niet gegeten, Rodolphe; herinnert ge het u +nog? En ge zijt bij mij gekomen en hebt op mijn kamer een vuurwerk van +geestigheden afgestoken, die getuigden van de rust van uw ziel. Want ge +geloofdet, dat Lucile bij haar tante was, en indien ik u gezegd had, +dat zij bij mijnheer César of bij een comediant van den Montparnasse +was, dan zoudt ge me zeker naar de keel gevlogen hebben. In het vuur +ook dat andere briefje, dat geheel en al de laconische teederheid +van het eerste ademt: + +"Ik ga laarzen bestellen; je moet beslist zorgen, dat je geld krijgt, +zoodat ik ze overmorgen kan gaan halen." + +O, vriendlief, die laarzen hebben heel wat contredansen gedanst, +waarin gij haar vis-à-vis niet waart! + +Aan het vuur die herinneringen, aan de winden haar asch prijsgeven! + +Maar Rodolphe, grijp, uit liefde voor de menschheid en ter wille van +den roem van de Echarpe d'Iris en van den Castor, weer met vaste +hand de teugels van den goeden smaak, die ge in uw zelfzuchtige +smart slap hebt laten hangen; anders zouden de vreeselijkste dingen, +waarvoor gij verantwoordelijk zoudt zijn, kunnen gebeuren. Wij zouden +weer terugkeeren tot de pofmouwen en de klepbroeken en wij zouden op +een goeden dag misschien weer hoeden in de mode zien komen, die het +heelal beleedigen en den toorn des hemels op ons laden zouden. + +En nu is dan het oogenblik gekomen, om de liefdesgeschiedenis van onzen +vriend Rodolphe en mademoiselle Lucile, meer bekend als mademoiselle +Mimi, te vertellen. + +Midden in zijn vier-en-twintigste levensjaar werd Rodolphe plotseling +aangegrepen door dien hartstocht, welke zoo'n grooten invloed op +zijn leven had. In den tijd, dat hij Mimi voor het eerst ontmoette, +leidde Rodolphe dat bewogen en fantastische leven, dat wij in de +vorige tooneelen van deze serie hebben trachten te beschrijven. Hij +was ongetwijfeld een der vroolijkste armoedzaaiers, die ooit in het +land der bohémiens geleefd hebben. Wanneer hij een slecht middagmaal +gebruikt en een goede aardigheid getapt had, dan liep hij trotscher +op het plaveisel, dat hem dikwijls tot hoofdkussen diende, trotscher +in zijn versleten rok, die uit alle naden om genade smeekte, dan een +keizer in zijn purperen mantel. In den vriendenkring, waarin Rodolphe +verkeerde, deed men ten gevolge van een geblaseerdheid, die aan sommige +jonge mannen eigen is, net alsof men de liefde als een luxe-artikel, +als een voorwendsel voor platte grappen beschouwde. Gustave Colline, +die sedert lang intieme relaties onderhield met een vestenmaakster, +welke hij naar lichaam en geest mismaakt had door haar dag en nacht de +manuscripten van zijn wijsgeerige werken te laten copieeren, beweerde, +dat de liefde een soort purgeermiddel was, geschikt om ieder nieuw +jaargetijde in te nemen, ten einde de slechte lichaamsvochten te +verwijderen. Te midden van al die valsche sceptici was Rodolphe de +eenige, die met een zekeren eerbied over de liefde placht te spreken; +en wanneer men het ongeluk had om met hem over dat thema te beginnen, +dan was hij in staat om meer dan een uur lang elegieën te kirren over +het geluk bemind te worden, over het blauw van het vredige meer, het +suizen van den wind, het concert der sterren enz. enz. Schaunard had +hem naar aanleiding daarvan den bijnaam Harmonika gegeven, terwijl +Marcel een heel aardig woord verzonnen had, waarin hij een toespeling +maakte zoowel op de Germaansch-sentimenteele ontboezemingen als op +de vroegtijdige kaalheid van Rodolphe; hij noemde hem n.l. myosotis +calva, d.i. het kale vergeet-mij-nietje. De waarheid was echter, +dat toentertijd Rodolphe in allen ernst geloofde met alle dingen +van jeugd en liefde afgerekend te hebben; hij zong overmoedig het De +profundis over zijn hart, dat hij dood waande, terwijl het slechts +sliep en gereed was ieder oogenblik te ontwaken, toegankelijker dan +ooit voor vreugde en ontvankelijker dan ooit voor die zoete smarten, +waarop hij niet meer hoopte en die hem nu wanhopig maakten. Gij hebt +het gewild, Rodolphe, en wij zullen u niet beklagen, want de smart, +waaraan gij lijdt, behoort tot die, welke men het meest terugwenscht, +vooral wanneer men weet, dat men er voor goed van genezen is. + +Rodolphe dan ontmoette de jonge Mimi, die hij trouwens vroeger, toen +zij nog de maîtresse van een zijner vrienden was, gekend had, en maakte +haar tot de zijne. In den beginne was het een luid gebrom van afkeuring +onder Rodolphe's vrienden, toen zij van zijn liaison hoorden, maar +daar mademoiselle Mimi een zeer innemend persoontje was, volstrekt +niet preutsch, en, zonder hoofdpijn te krijgen, hun tabaksrook en +litteraire gesprekken kon verdragen, raakte men al spoedig aan haar +gewend en behandelde haar als een kameraad. Mimi was een bekoorlijk en +mooi wezentje, dat de plastieke en poëtische sympathieën van Rodolphe +op bijzondere wijze bevredigde. Zij telde toen twee-en-twintig zomers, +was klein, tenger gebouwd en grappig-ondeugend. Haar gelaat had iets +aristocratisch, haar trekken echter, die buitengewoon fijn waren +en door den glans van haar vochtig-blauwe oogen als het ware met +een zacht licht overgoten werden, konden in sommige oogenblikken van +verveling of slecht humeur een uitdrukking van een bijna beestachtige +woestheid krijgen, waarin een physioloog misschien de aanwijzing +gezien zou hebben van een grenzenlooze zelfzucht of van een groote +ongevoeligheid. Maar meestal was het een charmant kopje met een jong, +frisch lachje en oogen, die nu eens smachtend, dan weer veroverend +coquet iemand aankeken. Het bloed der jeugd stroomde warm en snel door +haar aderen en kleurde haar doorzichtige, als camelia's zoo blanke huid +met rozenroode tinten. Die ziekelijke schoonheid bekoorde Rodolphe, +dikwijls kroonde hij 's nachts uren lang steeds weer met kussen het +bleeke voorhoofd van zijn geliefde, wier vochtige en moede oogen, +half geopend, schitterden onder den gordijn van haar prachtige, +bruine haren. Maar vooral haar handen, die zij niettegenstaande +de zorgen voor het huishouden, blanker wist te houden dan wanneer +zij de godin van het dolce far niente in eigen persoon geweest was, +maakten Rodolphe waanzinnig op haar verliefd. En toch zouden die zoo +teere en kleine handen, die voor de liefkoozingen van een lip zoo +zachte kinderhanden, waarin Rodolphe zijn opnieuw bloeiend hart had +nedergelegd, toch zouden die blanke handen van Mimi spoedig het hart +van den dichter met haar rose nageltjes verminken. + +Na verloop van een maand begon Rodolphe te merken, dat hij een liaison +gesloten had met een stormwind en dat zijn maîtresse een groot gebrek +had. Zij ging n.l. gaarne op buurbezoek en bracht een groot gedeelte +van haar tijd door bij de maintenées uit de buurt, waarmede zij, God +weet hoe, kennis gemaakt had. En al heel spoedig werden de gevolgen +merkbaar, waarvoor Rodolphe gevreesd had, toen hij van de nieuwe +"kennissen" van zijn maîtresse hoorde. De onbestendige rijkdom van +sommige dier nieuwe vriendinnen had een geheel woud van begeerten +doen ontstaan in den geest van Mimi, die tot op dat oogenblik slechts +bescheiden eischen gehad had en met het noodzakelijke, dat Rodolphe +haar naar zijn beste krachten gaf, tevreden geweest was. Mimi begon te +droomen van zijde, fluweel en kant. En niettegenstaande Rodolphe het +haar verbood, bleef zij omgaan met die vrouwen, die haar éénstemmig +trachtten te overreden te breken met den bohémien, die haar zelfs +geen honderdvijftig francs kon geven voor een lakensche japon. + +"Een zoo knap meisje als jij," zeiden haar raadgeefsters haar, +"kan makkelijk een betere "positie" vinden. Je behoeft maar te zoeken." + +En mademoiselle Mimi begon te zoeken. Rodolphe, die deze menigvuldige +en onhandig gemotiveerde uitgangen met leede oogen aanzag, begon nu +den smartelijken weg van argwaan en vermoedens in te slaan. Maar +zoodra hij weer een nieuw bewijs van ontrouw op het spoor meende +te zijn, bond hij steeds weer stevig een doek voor zijn oogen, om +toch maar niets te zien, want niettegenstaande alles bleef hij Mimi +aanbidden. Hij koesterde voor haar een jaloersche, phantastische, +twistzieke liefde, die de jonge vrouw niet begreep, omdat zij toen +voor Rodolphe nog slechts die lauwe genegenheid voelde, welke uit het +dagelijksche samenzijn voortspruit. En bovendien was de eene helft +van haar hart reeds verbruikt ten tijde van haar eerste liefde en +was de andere helft nog vol herinnering aan haar eersten minnaar. + +Zoo verliepen acht maanden van afwisselend goede en slechte +dagen. Gedurende dien tijd stond Rodolphe wel twintigmaal op het +punt met Mimi te breken, die hem met alle uitgezochte wreedheden, +waarover een vrouw zonder liefde beschikt, kwelde. Eerlijk gezegd +was dit bestaan voor beiden een hel geworden. Maar Rodolphe had zich +aan die dagelijksche twisten vrijwel gewend en vreesde niets zoozeer +als het einde van dien toestand, omdat hij begreep, dat daarmede +tevens voor goed een einde zou komen aan die opbruisingen van zijn +jeugdig bloed en aan al de gemoedsbewegingen, die hij in zoo langen +tijd niet meer gekend had. En dan waren er, om de waarheid niet te +kort te doen, ook uren, waarin mademoiselle Mimi allen argwaan uit +Rodolphe's door booze vermoedens verscheurd hart wist te verjagen. Er +waren oogenblikken, waarin deze dichter, die door haar zijn verloren +poëzie had teruggevonden, aan wien zij zijn jeugd teruggegeven had, +die dank zij haar weer onder den aequator der liefde was doorgegaan, +als een kind aan haar knieën nederknielde onder de betoovering van +haar blauwen blik. Twee of driemaal per maand staakten Rodolphe en +Mimi hun stormachtige twisten, om zich te verkwikken in de frissche +oase van een liefdesnacht en liefdesgesprekken. Dan nam Rodolphe het +glimlachende en opgewekte kopje van zijn vriendinnetje in zijn armen +en sprak tot haar uren lang die bewonderenswaardige en dwaze taal, +welke de hartstocht in uren van passie improviseert. In den beginne +luisterde Mimi kalm, meer verbaasd dan ontroerd, maar langzamerhand +sleepte de geestdriftige welsprekendheid, die beurtelings teeder, +vroolijk en melancholiek was, ook haar mede. Zij voelde bij het +contact van die liefde, het ijs der onverschilligheid, dat haar hart +deed verstijven, smelten; koortsachtige begeerten begonnen haar dan +te doortrillen, en zij sloeg haar armen om zijn hals en zeide hem in +kussen alles wat zij niet in woorden zou hebben kunnen uitdrukken. En +zoo verraste hen dan het morgenrood, oog in oog, hand in hand, borst +aan borst, terwijl hun vochtige, van hartstocht brandende lippen nog +steeds het onsterfelijke woord mompelden: + + + "Qui depuis cinq mille ans, + Se suspend chaque nuit aux lèvres des amants." + + +Doch den volgenden dag ontstond uit een nietige aanleiding weer een +twist en vluchtte de liefde, verschrikt, weer voor langen tijd. + +Eindelijk en ten laatste merkte Rodolphe, dat, als hij niet oppaste, +de blanke handen van mademoiselle Mimi hem naar een afgrond zouden +voeren, waarin hij zijn toekomst en zijn jeugd zou zien verdwijnen. Een +oogenblik sprak de strenge logica in hem krachtiger dan de liefde, +en hij overtuigde zichzelf door prachtige, op bewijzen steunende +redeneeringen, dat zijn vriendinnetje hem niet lief had. Hij hield +zich zelfs voor, dat de uren van liefde, die zij hem toestond, +niets anders waren dan zinnelijke caprices, die getrouwde vrouwen +voor haar mannen voelen, wanneer zij een nieuwe sjaal of een nieuwe +japon willen hebben, of wanneer haar minnaar ver van haar weg is, +wat als het ware een pendant is van het spreekwoord: "Bij gebrek +aan brood eet men korstjes van pasteien." Om kort te gaan, Rodolphe +kon zijn vriendinnetje alles vergeven behalve dat zij hem niet lief +had. Hij nam dus een kloek besluit en zeide tegen mademoiselle Mimi, +dat zij naar een anderen minnaar moest uitzien. Mimi begon te lachen +en nam een uitdagende houding aan. Toen zij echter eindelijk inzag, +dat Rodolphe bij zijn besluit bleef en haar heel kalm ontving, toen +zij na een afwezigheid van vier-en-twintig uur weer terugkwam, begon +toch die vastberadenheid, waaraan zij niet gewend was, haar ongerust te +maken. Zij was nu twee of drie dagen lang de lieftalligheid zelve. Maar +Rodolphe bleef bij wat hij gezegd had en vergenoegde zich te vragen, +of zij al een ander gevonden had. + +"Ik heb nog niet eens gezocht," was haar antwoord. + +Zij had echter wel gezocht, en wel reeds voordat Rodolphe het haar +aangeraden had. In een tijdsverloop van veertien dagen had zij twee +pogingen gedaan. Een van haar vriendinnen had haar geholpen en haar +in kennis gebracht met een manlijken bakvisch, die voor Mimi's oogen +een horizont van Indische sjaals en palissandermeubelen had laten +schitteren. Maar volgens het oordeel van Mimi zelf was de jonge +student, die misschien heel sterk in algebra was, op het gebied der +liefde nog een leek; en daar Mimi absoluut geen opvoedkundige neigingen +had, liet zij haar verliefden novitius zitten met zijn sjaals, die nog +in de weiden van Tibet graasden, en met de palissanderhouten meubelen, +die in de Amerikaansche oerwouden nog in blad stonden. + +De student werd al heel spoedig vervangen door een Bretonschen edelman, +waarop zij bliksemsnel verliefd raakte, en dien zij niet lang behoefde +te smeeken haar tot gravin te verheffen. + +Niettegenstaande de protesten van zijn maîtresse had Rodolphe toch +lucht van de een of andere intrigue gekregen; hij wilde precies weten +waar hij aan toe was; en op een goeden morgen ging hij, na een nacht, +dat mademoiselle Mimi niet thuis gekomen was, naar een plaats, waar hij +vermoedde, dat zij zijn zou. Hier had hij volop gelegenheid zich een +van die bewijzen, waaraan men nolens volens gelooven moet, diep in het +hart te boren. Hij zag Mimi met door een aureool van wellust omkringde +oogen aan den arm van haar nieuwen heer en meester het huis verlaten, +waarin zij tot den adelstand verheven was. Haar nieuwe minnaar scheen +echter heel wat minder trotsch op zijn nieuwe verovering dan Paris, +de mooie Grieksche herder, na de schaking van de schoone Helena. + +Mademoiselle Mimi scheen eenigszins verrast, toen zij Rodolphe zag +aankomen. Zij ging naar hem toe en zij spraken gedurende een minuut +of vijf heel kalm met elkaar. Dan namen zij afscheid, om ieder huns +weegs te gaan. De breuk was definitief. + +Rodolphe keerde dadelijk naar huis terug en bracht den geheelen dag +door met het in pakjes bijeenpakken van alle dingen, die aan zijn +maîtresse toebehoorden. + +In den loop van den dag na de "echtscheiding" kreeg Rodolphe bezoek +van verscheidene van zijn vrienden en vertelde hun wat er voorgevallen +was. Allen feliciteerden hem met die gebeurtenis als met een groot +geluk. + +"Wij zullen u helpen, o dichter," zeide een van hen, die meermalen +getuige geweest was van de kwellingen welke mademoiselle Mimi Rodolphe +had laten verduren, "wij zullen u helpen om uw hart uit de handen van +dat ellendige schepsel te bevrijden. En binnen korten tijd zult gij +genezen zijn en weer verlangen met een andere Mimi te dwalen over de +groene paden van Aulnay en Fontenay-aux-Roses." + +Rodolphe bezwoer, dat het nu voor goed uit was met zijn wroeging +en wanhoop. Hij liet zich zelfs overhalen mede te gaan naar het +bal Mabille, waar zijn veronachtzaamde kleeding al heel slecht de +Echarpe d'Iris vertegenwoordigde, die hem vrijen toegang tot dezen +tuin van galanterie en genot verschafte. Daar ontmoette Rodolphe weer +andere vrienden, met wie hij begon te drinken. Hij vertelde hun zijn +ongeluk met een ongehoorde overdaad van bizarre wendingen en woorden +en gedurende een uur sprak hij met een hartstocht en een vuur, die +de anderen stil maakten. + +"Helaas, helaas!" zeide de schilder Marcel, toen hij den regen van +ironie hoorde, die van de lippen van zijn vriend stroomde, "Rodolphe +is te vroolijk." + +"Hij is charmant!" antwoordde een jonge vrouw, aan wie Rodolphe een +ruikertje bloemen aangeboden had, "en hoewel zijn kleeding nu niet +bepaald schitterend is, zou ik mij graag compromitteeren door met +hem te dansen, als hij mij vragen zou." + +Twee seconden later stond Rodolphe, die deze woorden gehoord had, +voor haar en noodigde haar ten dans, wat dankbaar werd aanvaard. + +Rodolphe kende van de eerste grondbeginselen der dans evenveel als +van den regel van drieën. Doch bezield door een buitengewonen moed, +aarzelde hij niet zich in het dansgewoel te storten en improviseerde +een dans, die aan alle vroegere choreographieën onbekend geweest +was. Men noemt haar den pas des regrets et soupirs (dans der tranen +en zuchten) en haar originaliteit verschafte haar een ongelooflijk +succes. De drieduizend gasvlammen mochten vrij haar vurige tongen +naar hem uitsteken, als om hem te bespotten, Rodolphe bleef steeds +doordansen en wierp onophoudelijk zijn danseres handenvol nog +onuitgegeven galanterieën in het gelaat. + +"Het is waarachtig bijna niet te gelooven," zeide Marcel, "Rodolphe +doet me denken aan een dronken man, die op gebroken glazen danst." + +"Intusschen heeft hij een heele knappe vrouw aan den haak geslagen," +zeide een andere, die Rodolphe met zijn danseres zag weggaan. + +"Je neemt niet eens afscheid van ons!" riep Marcel tegen hem. + +Rodolphe ging weer naar den artist terug en stak hem zijn hand toe; +die hand was koud en klam als vochtig marmer. + +Rodolphe's danseres was een krachtige dochter van Normandië, een +opgewekte en levenslustige natuur, wier aangeboren onbeholpenheid te +midden van de elegance en de luxe van het Parijsche bestaan en een +lui leventje, al heel spoedig plaats gemaakt had voor aristocratische +vormen. Zij liet zich madame Séraphine of iets van dien aard noemen en +was op dat oogenblik de maîtresse van een door rheumatiek geplaagden +pair de France, die haar maandelijks vijftig louis gaf, welke zij +deelde met een elleridder, die haar niets dan slaag gaf. Rodolphe +was in haar smaak gevallen; zij hoopte, dat hij haar niets zou geven, +en nam hem mee naar huis. + +"Lucile," zeide zij tot haar kamenier; "ik ben vanavond voor niemand +te spreken." + +En na even in haar toiletkamer geweest te zijn, kwam zij na vijf +minuten in een speciaal kostuum terug. Zij vond Rodolphe onbeweeglijk +en zwijgend in de kamer staan, want sedert hij daar binnen was, +had hij zich verdiept in een duisternis vol stille snikken. + +"U kijkt mij niet meer aan, je spreekt niet tegen me," zeide Séraphine +verwonderd. + +"Kom," zeide Rodolphe tot zich zelf en keek op, "laat ik naar haar +kijken, maar alleen uit een oogpunt van kunst!" + +Et quel spectacle, alors, vint s'offrir à ses yeux! zooals Raoul in +de Hugenooten zingt. + +Séraphine was bewonderenswaardig mooi. Haar prachtige vormen, die +door de coupe van haar kleed zeer voordeelig uitkwamen, schemerden +uitdagend en verleidelijk door het half doorzichtige weefsel. In +Rodolphe's aderen begon het bloed van koortsachtig verlangen onstuimig +te kloppen. Een gloeiende nevel steeg hem naar het hoofd. Hij zag +Séraphine nu reeds met andere oogen dan die van een kunstkenner aan en +nam de handen van het mooie meisje in de zijne. Het waren sublieme +handen, als het ware gebeeldhouwd met den zuiversten beitel der +Grieksche sculptuur. Rodolphe voelde die bewonderenswaardige handen +in de zijne beven; en hoe langer hoe minder kunstcriticus wordend, +drukte hij Séraphine tegen zich aan, wier wangen zich kleurden met +den blos, dien men het morgenrood der wellust zou kunnen noemen. + +"Dit schepsel is werkelijk een instrument der wellust, een +liefde-stradivarius, waarop ik gaarne een lied zou willen spelen," +dacht Rodolphe, toen hij het hart der schoone zeer duidelijk een +stormaanval hoorde slaan. + +Op dat oogenblik werd er hard aan de bel getrokken. + +"Lucile, Lucile!" riep Séraphine tegen haar kamenier; "doe niet open, +zeg, dat ik nog niet thuis ben." + +Bij den tweemaal uitgesproken naam Lucile stond Rodolphe op. + +"Ik wil u op geen enkele wijze in ongelegenheid brengen, mevrouw," +zeide hij. "Trouwens het wordt mijn tijd, het is al laat en ik woon +ver weg. Goeden nacht!" + +"Wat, wilt u weg?" riep Séraphine uit, en liet haar oogen snelvuur +geven; "waarom gaat u weg, waarom? Ik ben vrij; u kunt blijven." + +"Onmogelijk, mevrouw," antwoordde Rodolphe. "Ik verwacht vanavond +een van mijn familieleden uit Vuurland, en die zou me zeker onterven, +als hij mij niet thuis vond, om hem behoorlijk te ontvangen. Goeden +nacht, mevrouw!" + +En hij snelde weg. De kamenier lichtte hem bij en Rodolphe keek haar +toevallig in het gezicht. Het was een jong tenger meisje met sleependen +gang; haar bleek gezichtje vormde een bekoorlijke tegenstelling met +het van nature golvende, zwarte haar; haar blauwe oogen geleken op +twee zwakke sterren. + +"O, spookgestalte!" riep Rodolphe uit en week terug voor haar, die +den naam en het gezicht van zijn vriendinnetje had. "Terug! Wat wilt +ge van mij?" + +En hij stormde de trap af. + +"Maar mevrouw!" zeide de kamenier, toen zij weer bij haar meesteres +terugkwam, "bij dien jongen man is er één van de vijf op den loop!" + +"Zeg liever, dat hij een groote stommeling is!" antwoordde Séraphine +woedend. "Enfin een goede leer voor een volgende keer! Als die stomme +Léon nu maar zoo verstandig was dadelijk te komen!" + +Léon was de elleridder, die in zijn liefde-blazoen een zweep voerde. + +Rodolphe liep zoo hard als zijn beenen hem dragen konden, naar +huis. Toen hij de trap opging, hoorde hij zijn rooden kater klagende +zuchten uitstooten. Twee nachten lang riep hij zoo reeds vergeefs naar +zijn ontrouwe schoone, een angora-Manon Lescaut, die op de daken in +de buurt op galante avonturen uit was. + +"Arm dier," zeide Rodolphe; "ook jij bent bedrogen; jouw Mimi heeft +je al even leelijke poetsen gebakken als de mijne mij. Maar laten +we ons troosten. Het hart van vrouwen en van katten is een afgrond, +dien mannen en katers nooit zullen kunnen peilen." + +Toen hij zijn kamer binnentrad, had hij, niettegenstaande de drukkende +hitte, een gevoel, alsof er een ijsmantel om zijn schouders gelegd +werd. Het was de koude der eenzaamheid, de vreeselijke eenzaamheid +van den nacht, die door niets gestoord werd. Hij stak zijn kaars aan +en zag bij het licht daarvan de kale kamer. Uit de kasten staken de +ledige laden, en van den zolder tot den grond vulde een eindelooze +triestheid deze kleine kamer, die aan Rodolphe grooter dan een woestijn +scheen. Al voortloopend stiet zijn voet tegen de pakjes, die Mimi's +eigendommen bevatten, en een gevoel van blijdschap doorstroomde hem, +toen hij zag, dat zij ze nog niet was komen halen, wat zij volgens +afspraak dien ochtend zou hebben gedaan. Rodolphe voelde, hoe hij +er zich ook tegen verzette, het uur der reactie naderen, en hij +voorzag heel goed, dat hij zijn uitgelatenheid van dien avond met een +afschuwelijken nacht zou moeten boeten. Toch had hij nog eenige hoop, +dat zijn door en door vermoeid lichaam zou slapen vòòr de smart, +die hij zoo lang in zijn binnenste had onderdrukt, ontwaken zou. + +Toen hij echter het bed naderde en de gordijnen open sloeg, voelde hij +bij den aanblik van deze legerstede, die in twee dagen niet aangeraakt +was, en van de beide naast elkaar liggende kussens, onder een waarvan +nog het kanten borduursel van een nachtmutsje te voorschijn kwam, +zijn hart samenpersen in de onontkoombare schroef van die doffe smart, +welke zich niet uiten kan. Hij viel neer voor het bed, drukte zijn +voorhoofd in zijn handen, en riep, na een smartelijken blik in de +eenzame kamer geworpen te hebben, uit: + +"Mimi, kleine Mimi, vreugde van mijn huis, ben je werkelijk heengegaan, +heb ik je werkelijk weggezonden, zal ik je nooit meer terugzien? O +God! O, gij lief, bruin kopje, dat zoo lang op deze plaats geslapen +hebt, zult gij niet meer terugkomen, om er weer te slapen? O, gij +grillige stem, wier liefdesgefluister me in verrukking bracht en +wier booze tonen als muziek klonken, zal ik je niet meer hooren? En +gij kleine, blanke, blauwdooraderde handjes, waarop ik zoo dikwijls +mijn heete lippen drukte, o, gij kleine, blanke handen, hebt gij mijn +laatsten kus ontvangen?" + +En Rodolphe drukte als in koortswaanzin zijn hoofd in de kussens, +waaruit nog steeds de geur van het haar van zijn vriendinnetje +opsteeg. Van achter uit het alkoof meende hij de spookgestalte +van de heerlijke nachten, die hij met zijn jonge maîtresse daar had +doorgebracht, te zien opdoemen. Helder en duidelijk hoorde hij Mimi's +frisschen lach nog klinken door de nachtelijke stilte, en hij dacht +verlangend terug aan die betooverende, aanstekelijke vroolijkheid, +waarmede zij hem zoo dikwijls de zorgen en ellenden van hun aan +wisselvalligheden zoo rijk bestaan had doen vergeten. + +Gedurende dien geheelen langen nacht liet hij de acht maanden de +revue passeeren, welke hij met de jonge vrouw doorleefd had, die hem +misschien nooit lief gehad had, maar wier gelogen teederheid toch +aan zijn hart zijn jeugd en manlijke kracht had teruggegeven. + +Het grauwe ochtendlicht verraste hem, toen hij, door moeheid +overmeesterd, zijn oogen, rood door de in den nacht gestorte tranen, +gesloten had. Een smartelijke en vreeselijke nacht, zooals zelfs de +meest spottende sceptici onder ons meer dan eens doorwaakt hebben. + +Toen 's ochtends zijn vrienden bij hem binnenkwamen, schrikten zij +bij het zien van Rodolphe, wiens gelaat nog de duidelijkste sporen +droeg van al de benauwdheden, die hem gedurende zijn nachtwake op +den Olijfberg der liefde gekweld hadden. + +"Dat wist ik vooruit wel," zeide Marcel; "zijn vroolijkheid van +gisteravond is hem op het hart geslagen. Maar dat mag niet zoo +blijven voortgaan." + +En in overleg met twee of drie vrienden begon hij over mademoiselle +Mimi een groot aantal indiscrete onthullingen te vertellen, waarvan +ieder woord als een doorn in Rodolphe's hart drong. Zijn vrienden +bewezen hem zonneklaar, dat zijn maîtresse hem steeds en overal, +binnen- en buitenshuis, bedrogen had alsof hij een sul was, en dat dit +als de engel der tering zoo bleeke schepsel slechts een juweelkistje +was van lage gevoelens en verdorven instincten. + +De vrienden wisselden elkaar af in de taak, die zij op zich genomen +hadden en waarvan het doel was Rodolphe tot het punt te brengen, waarop +de liefde overgaat in verachting; doch dat doel werd slechts voor de +helft bereikt. De wanhoop van den dichter veranderde in toorn. Woedend +wierp hij zich op de pakjes, die hij den vorigen dag gereed gemaakt +had; en nadat hij alle voorwerpen, die reeds Mimi's eigendom waren +bij haar komst, op zijde gelegd had, hield hij alles wat hij haar +gedurende hun liaison gegeven had, achter, d.w.z. het grootste gedeelte +en voornamelijk de toiletartikelen, waaraan zij met alle vezels van +haar in den laatsten tijd onverzadigbaar geworden behaagzucht hing. + +In den loop van den volgenden dag kwam Mimi haar "boeltje" +halen. Rodolphe was thuis en alleen. Hij moest op dat oogenblik al +zijn zelfrespect te hulp roepen, om zijn maîtresse niet om de hals +te vallen. Hij ontving haar met zwijgende, stille beleedigingen, +welke zij met dien kouden scherpen toon beantwoordde, die zelfs de +zwakste en meest bedeesde naturen buiten zich zelf doet geraken. Bij +de minachting, waarmede Mimi hem op hardnekkig-brutale wijze geeselde, +barstte Rodolphe's toorn woest en angstaanjagend los, zoodat Mimi, +bleek van vrees, zich een oogenblik afvroeg, of zij levend uit zijn +handen zou komen. Op haar angstkreten snelden eenige medebewoners +toe en trokken haar uit Rodolphe's kamer. + +Twee dagen later kwam een vriendin van Mimi Rodolphe vragen of hij +Mimi's "boeltje" wilde teruggeven. + +"Neen," antwoordde Rodolphe. + +Dan wist hij de afgezante van zijn maîtresse aan het praten +te krijgen. Zij vertelde hem, dat Mimi zich in uiterst benarde +omstandigheden bevond en dat het niet lang meer zou duren, of zij +had geen dak meer boven haar hoofd. + +"En haar geliefde, waar zij zoo dol op is?" + +"Maar die jonge man heeft volstrekt geen plan haar tot maîtresse te +nemen," antwoordde Amélie. "Hij heeft er al lang een en hij schijnt +zich van Mimi, die nu zoo lang bij mij is en mij erg in verlegenheid +brengt, niets aan te trekken." + +"Zij moet maar zien, hoe zij het klaar speelt," zeide Rodolphe; +"zij heeft het zelf zoo gewild; de zaak gaat mij niet langer aan." + +En hij begon mademoiselle Amélie het hof te maken en verzekerde haar, +dat zij het mooiste meisje op aarde was. + +Amélie vertelde Mimi van haar bezoek aan Rodolphe. + +"Wat zegt hij? Wat doet hij?" vroeg Mimi. "Heeft hij over mij +gesproken?" + +"Geen woord. Hij heeft je reeds heelemaal vergeten. Rodolphe heeft +al een nieuw liefje en hij heeft voor haar een prachtig toilet +gekocht, want hij heeft veel geld gekregen, en ziet er zelf uit als +een prins. Het is een heel aardig iemand en hij zelf heeft mij heel +vleiende complimentjes gemaakt." + +"Ik zal er wel achter komen wat dat allemaal beteekent," dacht Mimi. + +Dagelijks ging mademoiselle Amélie nu onder een of ander voorwendsel +naar Rodolphe, die, men kon het draaien hoe men wilde, steeds weer +over Mimi begon. + +"Zij is erg vroolijk," antwoordde de vriendin, "en schijnt zich al +heel weinig van haar toestand aan te trekken. Overigens beweert zij, +dat zij weer bij je terug kan komen, wanneer zij maar wil, zonder +eenige tegemoetkoming van haar kant, en alleen maar om je vrienden +woedend te maken." + +"Het is goed," zeide Rodolphe; "laat ze maar komen dan zullen we +verder zien." + +En hij begon Amélie weer het hof te maken, die alles dadelijk aan +Mimi ging overbrieven en verzekerde, dat Rodolphe "smoor" op haar was. + +"Hij heeft mijn handen en mijn pols gezoend," zeide zij; "kijk maar, +ze zijn er nog rood van. Hij wil me morgen meenemen naar het bal." + +"Maar beste meid," zeide Mimi gepiqueerd, "ik begrijp heel goed, +waar je heen wilt. Je wilt me wijs maken, dat Rodolphe verliefd op +je is en niet meer aan mij denkt. Maar je verspilt je tijd, zoowel +bij hem als bij mij." + +Inderdaad was Rodolphe alleen maar zoo vriendelijk tegen Amélie, +om haar dikwijls bij zich te lokken, waardoor hij de gelegenheid had +met haar over zijn maîtresse te spreken; doch met een macchiavellisme, +dat misschien een welbewust doel had, deed Amélie, die zeer goed inzag, +dat Rodolphe nog steeds van Mimi hield, en dat deze er volstrekt niet +ongeneigd toe was weer naar hem terug te gaan, al haar best om door +handig verzonnen berichten alles te vermijden, wat de twee geliefden +weer tot elkaar zou kunnen brengen. + +Den dag, waarop zij naar het bal zou gaan, ging Amélie in den ochtend +aan Rodolphe vragen, of de afspraak zoo bleef. + +"Zeker", antwoordde hij haar, "ik zou de gelegenheid, om de cavalier +van de mooiste vrouw van onzen tegenwoordigen tijd te zijn, niet +gaarne verzuimen." + +Amélie zette hetzelfde coquette gezicht, dat zij den avond van haar +eenig debuut in een voorstadschouwburg in de rol van een soubrette +van den vierden rang getrokken had, en beloofde op het afgesproken +uur klaar te zijn. + +"A propos," zeide Rodolphe, "zeg aan mademoiselle Mimi, dat ik haar +al haar zaakjes zal teruggeven, wanneer zij ter wille van mij haar +minnaar eens voor een nacht ontrouw wil worden." + +Amélie bracht de boodschap over, doch gaf aan zijn woorden een geheel +andere beteekenis dan die, welke zij erin geraden had. + +"Jouw Rodolphe is een ignobele kerel," zeide zij tegen Mimi; "zijn +voorstel is een schande. Hij wil je door dien stap vernederen tot +den rang der laagste deernen; en indien je naar hem toe gaat, zal +hij je niet alleen je boeltje teruggeven, maar je bovendien de risée +maken van al zijn vrienden; dat is een samenzwering, die ze onderling +gesmeed hebben." + +"Ik ben niet van plan te gaan," zeide Mimi en vroeg, toen ze zag, +dat Amélie bezig was toilet te maken, of zij naar het bal ging. + +"Ja", antwoordde de ander. + +"Met Rodolphe?" + +"Ja, hij zal me vanavond op twintig pas van het huis wachten." + +"Veel pleizier," zeide Mimi, die, toen het uur van het rendez-vous +naderde, zoo gauw mogelijk naar den minnaar van mademoiselle Amélie +liep en hem mededeelde, dat deze op het punt stond hem met haar +(Mimi's) vroegeren minnaar te bedriegen. + +De mijnheer, jaloersch als een tijger, vloog naar mademoiselle Amélie +en zeide tegen haar, dat hij het uitstekend vond, dat zij den avond +in zijn gezelschap doorbracht. + +Om acht uur snelde Mimi naar de plek, waar Rodolphe op Amélie zou +wachten. Zij zag haar vroegeren minnaar daar heen en weer loopen in de +houding van iemand, die wacht; zij liep tweemaal langs hem heen, zonder +hem te durven aanspreken. Rodolphe was dien avond heel elegant gekleed, +en de heftige gemoedsbewegingen, waaraan hij in de laatste acht +dagen ten prooi geweest was, hadden aan zijn gelaatsuitdrukking iets +verhevens gegeven. Mimi voelde zich zeer onder den indruk. Eindelijk +vermande zij zich om hem aan te spreken. Rodolphe nam het kalm en +waardig op, informeerde naar haar gezondheidstoestand en vroeg ten +slotte naar de beweegreden, die haar tot hem voerde; en dit alles +op zachten, kalmen toon, waarin een accent van droefheid niet te +miskennen viel. + +"Ik moet u een onaangename boodschap overbrengen: mademoiselle Amélie +kan niet met u medegaan naar het bal--zij heeft bezoek van haar man." + +"Dan zal ik alleen naar het bal moeten gaan." + +Mimi deed op dit oogenblik alsof zij struikelde en leunde op den +schouder van Rodolphe: hij gaf haar een arm en bood haar aan haar +naar huis te brengen. + +"Dat zal niet gaan," zeide Mimi; "ik woon bij Amélie, en daar haar +man bij haar is, kan ik niet naar huis gaan, vòòr hij weg is." + +"Luister eens," zeide nu de dichter tot haar; "ik heb je door +bemiddeling van mademoiselle Amélie een voorstel laten doen; heeft +ze dat overgebracht?" + +"Ja", zeide Mimi, "maar in bewoordingen, waaraan ik, zelfs na alles, +wat er tusschen ons voorgevallen is, geen geloof schenken kan. Neen, +Rodolphe, niettegenstaande alles wat u me verwijten kunt, heb ik nooit +geloofd, dat gij in mij zoo weinig fijn gevoel veronderstelde, dat +gij ook maar een oogenblik hebt kunnen denken, dat ik zoo'n voorstel +zou aannemen." + +"U hebt me niet begrepen of men heeft u mijn voorstel verkeerd +overgebracht. Maar wat ik gezegd heb, blijft van kracht," zeide +Rodolphe; "het is nu negen uur, u hebt nog drie uur tijd om na te +denken. Mijn sleutel steekt tot twaalf uur in het slot. Bonsoir, +adieu, of tot weerziens." + +"Adieu dan!" zeide Mimi met bevende stem. + +En zoo scheidden zij ..... Rodolphe ging naar zijn kamer terug en +wierp zich geheel gekleed op bed. Om half twaalf kwam Mimi binnen. + +"Ik kom u gastvrijheid vragen," zeide zij; "de man van Amélie is +gebleven, en nu kan ik niet naar huis." + +Tot drie uur in den ochtend praatten zij. De eene verklaring volgde +op de andere, waarin het familiare jij en jou afwisselde met het +officieele u. + +Om vier uur ging de kaars uit. Rodolphe wilde een nieuwe aansteken. + +"Ach neen," zeide Mimi, "het is de moeite niet waard. Het is tijd, +om naar bed te gaan." + +En vijf minuten later had haar aardig bruin kopje zijn plaats op het +kussen weer ingenomen en riep zij met een vleiend stemmetje Rodolphe's +lippen weer op haar kleine, blanke, blauwdooraderde handen, waarvan +de paarlemoerkleur wedijverde met het wit der lakens. Rodolphe stak +geen nieuwe kaars aan. + +Den volgenden ochtend stond Rodolphe het eerst op en zeide, terwijl +hij Mimi verschillende pakjes wees, heel zacht en teeder: + +"Dat is uw eigendom, u kunt het medenemen .... ik houd woord." + +"O," antwoordde Mimi; "ik ben erg moe en kan al die groote pakken +niet tegelijk dragen. Ik kom liever nog eens terug." + +En nadat zij zich aangekleed had, nam zij alleen een kraagje en een +paar manchetten mede. + +"De rest kom ik wel halen .... stuk voor stuk," voegde zij er +glimlachend aan toe. + +"Neen," zeide Rodolphe; "neem alles mede of niets, er moet een eind +aan de zaak komen." + +"Of een nieuw begin, maar dan om altijd te duren," zeide de jonge Mimi, +terwijl zij Rodolphe om de hals vloog. + +Na samen ontbeten te hebben, gingen ze in de omstreken een uitstapje +maken. Toen zij door den Luxembourg liepen, kwamen zij een groot +dichter tegen, die Rodolphe steeds met de grootste welwillendheid +ontvangen had. Uit beleefdheid wilde Rodolphe doen, alsof hij hem +niet zag. Maar de dichter liet hem er den tijd niet voor, en knikte +hem in het voorbijgaan familiaar toe, terwijl hij zijn gezellin met +een vriendelijk glimlachje groette. + +"Wie is dat?" vroeg Mimi. + +Rodolphe noemde haar een naam, die haar een kleur van blijdschap en +trots deed krijgen. + +"Ja," zeide Rodolphe, "die ontmoeting met den dichter, die zoo mooi de +liefde bezongen heeft, is een goed voorteeken en zal onze verzoening +geluk aanbrengen." + +"Ik heb je lief," zeide Mimi innig en drukte haar vriend de hand, +hoewel zij midden in de drukte van het verkeer waren. + +"Lieve hemel!" dacht Rodolphe; "wat is nu beter, of je altijd te +laten misleiden, omdat je geloofd hebt, of nooit te gelooven uit +vrees altijd misleid te worden?" + + + + + + +HOOFDSTUK XV. + +DONEC GRATUS..... + + +We hebben reeds verteld op welke wijze de schilder Marcel mademoiselle +Musette had leeren kennen. Op een goeden dag door den priester van +de luim, die tevens maire van het dertiende arrondissement [31] is, +met elkaar verbonden, hadden zij, zooals dat dikwijls het geval is, +gemeend, met uitsluiting van hun hart getrouwd te zijn. Maar op een +avond, toen zij na een heftigen twist besloten hadden onmiddellijk van +elkaar weg te gaan, kwamen zij tot de ontdekking, dat hun handen, +die zij elkaar ten afscheid gereikt hadden, elkander niet meer +loslaten wilden. Bijna zonder het zelf te weten was hun luim liefde +geworden. Half lachend bekenden zij elkaar hun liefde. + +"Dat is een heel ernstige zaak," zeide Marcel. "Hoe zijn we zoover +gekomen?" + +"O," antwoordde Musette, "we zijn onoplettend geweest, we hebben niet +genoeg voorzorgsmaatregelen genomen." + +"Wat is er aan het handje?" vroeg Rodolphe, die naast Marcel was +komen wonen, toen hij de kamer binnenkwam. + +"Wel," antwoordde de schilder en wees daarbij op Musette, "mademoiselle +en ik zijn daar zooeven tot een prachtige ontdekking gekomen. Wij +zijn verliefd op elkaar. Dat is zeker in den slaap gekomen." + +"Oho, in den slaap, neen, dat geloof ik zoo gauw niet. Maar waar +is het bewijs, dat jullie van elkaar houdt? Je overdrijft misschien +het gevaar." + +"Voor den duivel!" riep Marcel uit, "we kunnen elkaar niet uitstaan." + +"En kunnen niet buiten elkaar," voegde Musette eraan toe. + +"Dan is de zaak zoo duidelijk mogelijk, kinderen. Jullie hebt allebei +heel mooi willen spelen en je hebt allebei verloren. Het is precies +mijn geschiedenis met Mimi. Bijna twee jaar lang hebben we nu al van +'s morgens vroeg tot 's avonds laat ruzie. Met dat systeem laat je de +huwlijken eeuwig duren. Vereenigt een Ja met een Neen en je krijgt +een verbintenis à la Philemon en Baucis. Jullie huishouden zal een +pendant van het mijne worden; en wanneer Schaunard en Phémie bij hun +dreigement blijven en bij ons komen wonen, dan kan ons trio het hier +in huis erg gezellig maken." + +Op dat oogenblik kwam Gustave Colline binnen. Ze vertelden hem het +ongeluk, dat Musette en Marcel overkomen was. + +"Nou, philosoof," vroeg deze, "wat denk jij ervan?" + +Colline krabbelde op de haren van zijn hoed, die hem als dak diende, +en bromde: + +"Dat heb ik van te voren wel zien aankomen. De liefde is een +hazardspel. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Het is +niet goed, dat de mensch alleen zij." + +Toen Rodolphe 's avonds bij Mimi kwam, waren zijn eerste woorden: + +"Ik heb nieuws. Musette is dol op Marcel en wil niet van hem vandaan." + +"Arme meid!" zeide Mimi. "Zij had zoo'n gezonde eetlust." + +"En van zijn kant is Marcel smoor op Musette. Zijn liefde is +zes-en-dertig karaat, zooals die intrigant van een Colline zou zeggen." + +"Arme jongen," vond Mimi; "hij is zoo jaloersch!" + +"Dat is zoo," zeide Rodolphe; "hij en ik zijn leerlingen van Othello." + +Eenigen tijd later kwamen werkelijk Schaunard en Phémie Klad in +hetzelfde huis als Rodolphe en Marcel wonen. + +Van af dien dag sliepen alle andere bewoners op een vulkaan en zegden +na afloop van het kwartaal gezamenlijk de huur op. + +Inderdaad ging er bijna geen dag voorbij of er barstte in één van +de huishoudens een onweer los. Nu eens waren het Mimi en Rodolphe, +die, wanneer hun de krachten om te schreeuwen begonnen te ontbreken, +elkaar hun meening duidelijk maakten door elkander de eerste de beste +projectielen, die ze in handen kregen, naar het hoofd te slingeren. Dan +weer, en dat gebeurde het meest, maakte Schaunard met het einde van +zijn wandelstok eenige aanmerkingen op de melancholieke Phémie. Marcel +en Musette echter hielden hun beraadslagingen met gesloten deuren; +zij waren tenminste zoo voorzichtig de deuren en ramen dicht te doen. + +Wanneer er toevallig eens vrede heerschte in de drie huishoudens, dan +waren de andere huurders wederom het slachtoffer van die tijdelijke +eensgezindheid. De indiscretie der tusschenmuren verried hun al de +geheimen der bohème-families en wijdde hen tegen hun wil in al hun +mysteriën in. Meer dan een buurman verkoos dan ook den casus belli +boven de ratificatiën der vredes-verdragen. + +Het bestaan, dat onze vrienden gedurende zes maanden leidden, was, +eerlijk gezegd, al heel buitengewoon. De meest oprechte broederschap +heerschte, zonder eenige mooidoenerij, in den vriendenkring, waarin +alles aan allen behoorde, en, al naar het viel, geluk of ongeluk +trouw gedeeld werd. + +Er waren in iedere maand enkele gala-dagen, dagen, waarop ze voor geen +geld van de wereld zich zonder handschoenen op straat vertoond zouden +hebben, dagen van uitgelatenheid, waarop ze van 's morgens vroeg tot +'s avonds laat aten. Er waren echter ook andere dagen, waarop ze +bijna zonder schoenen naar beneden gegaan zouden zijn, vastendagen, +waarop ze, na niet gemeenschappelijk ontbeten te hebben, ook niet +samen dineerden of hoogstens ertoe kwamen met behulp van oeconomische +combinaties een van die maaltijden te ensceneeren, waarbij borden en +lepels en vorken "geen rol speelden", zooals Mimi dat noemde. + +Doch wonderlijk genoeg ontstond er in dien kring, waartoe toch drie +jonge, knappe vrouwen behoorden, tusschen de mannen niet de geringste +oneenigheid; zij knielden dikwijls neer voor de minste luim van hun +maîtresse, maar geen van drieën zou ook maar één oogenblik geaarzeld +hebben tusschen de vrouw en den vriend. + +Liefde ontstaat vooral uit eigen beweging: zij is als het ware een +improvisatie. Vriendschap daarentegen bouwt zich om zoo te zeggen op; +zij is een gevoel, dat met omzichtigheid en bedachtzaamheid rondtast; +zij is het egoïsme van den geest, terwijl de liefde het egoïsme der +ziel is. + +Zes jaar lang kenden onze bohémiens elkaar nu al. Dit lange +tijdsverloop, waarin zij dagelijks in elkaars gezelschap verkeerden, +had, zonder de scherp omlijnde individualiteit van ieder afzonderlijk +afbreuk te doen, een overeenstemming van ideeën, een geheel geschapen, +dat zij elders niet gevonden zouden hebben. Zij hadden hun eigen zeden +en gewoonten en een bijzondere taal, waarvan een vreemde den sleutel +niet gevonden zou hebben. Wie hen niet van dichtbij kende, noemde hun +vrije manier van optreden cynisme. En toch was het niets anders dan +zich geven zooals zij waren. Als uitgesproken vijanden van iederen +dwang, haatten zij alles wat onwaar, verachtten zij alles wat laag +en gemeen was. Wanneer men hen van zelfoverschatting beschuldigde, +antwoordden zij met een openhartige uiteenzetting van hun eerzucht, +en in het bewustzijn van hun eigen waarde misbruikten zij hun eigen +Ik niet. + +Hoewel zij gedurende de vele jaren van hun gemeenschappelijk leven +en streven dikwijls door den nood gedwongen werden met elkaar te +wedijveren, hadden zij nooit den vriendschapsband verbroken en, +zonder er bepaald moeite voor behoeven te doen, den gevaarlijken +klip van eigenliefde en ijdelheid weten te omzeilen, telkens wanneer +anderen die in hen hadden trachten op te wekken, om oneenigheid +tusschen hen te zaaien. Zij schatten elkaar op hun juiste waarde; +en de trots, het beste tegengif tegen de ijverzucht, bewaarde hen +voor alle kleinzielige beroepsjaloezie. + +Doch na zes maanden gemeenschappelijk samenleven brak er plotseling +onder de bohémiens een echtscheidings-epidemie uit. + +Schaunard opende de rij. Op een goeden dag merkte hij, dat de eene +knie van Phémie Klad beter gebouwd was dan de andere, en daar hij +op het gebied der plastiek het strengste purisme huldigde, zond hij +Phémie weg en gaf haar als souvenir den wandelstok, waarmede hij haar +zoo dikwijls opmerkingen gemaakt had. Hij zelf ging inwonen bij een +bloedverwant, bij wien hij gratis onderdak kreeg. + +Veertien dagen later verliet Mimi Rodolphe, om plaats te nemen in +de equipage van den jongen vicomte Paul, den vroegeren leerling van +Barbemuche, die haar geelzijden japonnen beloofd had. + +Na Mimi verdween Musette, om op opzienbarende wijze terug te keeren +in de aristocratie der galante wereld, die zij verlaten had, om Marcel +te volgen. + +Deze scheiding geschiedde zonder twist, zonder strijd, zonder +voorbedachten rade. Geboren uit een luim, die liefde geworden was, +werd deze liaison door een andere luim weer verbroken. + +Op een carnavalsavond had Musette op het gemaskerde bal in de Opera, +waarheen zij met Marcel gegaan was, in een contredans als vis-à-vis +een jongen man, die haar vroeger het hof gemaakt had. Zij herkenden +elkaar en wisselden onder het dansen enkele woorden. Misschien +zonder het te willen liet Musette, toen zij den jongen man van haar +tegenwoordige levenswijze op de hoogte bracht, eenige spijt over het +verleden doorschemeren. Doch hoe dit zij, aan het einde der quadrille +vergiste Musette zich en nam, in plaats van Marcel, die haar cavalier +was, de hand te geven, die van haar vis-à-vis, welke haar meetrok en +met haar in het gewoel verdween. + +Marcel, die vrij ongerust was, zocht haar. Na een uur zag hij haar aan +den arm van den jongen man en een van haar lievelingsliedjes zingend, +uit het café van de Opera komen. Toen zij Marcel, die met zijn armen +over elkaar in een hoek stond, zag, wierp zij hem een afscheidsgroet +toe en zeide: + +"Ik kom terug." + +"Dat wil zeggen: wacht niet op mij!" vertaalde Marcel. Hij was +jaloersch, maar logisch en kende Musette; hij wachtte dan ook niet +langer, doch keerde met een vol hart en een leege maag naar huis +terug. Hij keek in de kast, of er niet een paar kliekjes over waren: +hij vond een stuk brood, zoo hard als graniet, en het skelet van een +haring in het zuur. + +"Tegen truffels kon ik niet op," dacht hij. "Enfin, Musette zal +tenminste goed gesoupeerd hebben." En nadat hij, onder voorwendsel +zijn neus te moeten snuiten, een punt van zijn zakdoek tegen zijn +oogen gedrukt had, ging hij naar bed. + +Twee dagen later werd Musette in een in rose tinten gehouden boudoir +wakker. Voor de deur wachtte een blauwe equipage, en alle feeën der +mode, die tot haar dienst gerequireerd waren, legden haar wonderwerken +aan haar voeten. Musette zag er uit om te stelen, en haar jeugd scheen +in dezen eleganten lijst nog jonger te worden. Zij begon nu haar oude +leven weer, nam deel aan alle feesten en heroverde weer spoedig haar +vroegere beroemdheid. Overal werd over haar gesproken: op de beurs +zoowel als in de koffiekamer van het Parlement. Haar nieuwe minnaar, +mijnheer Alexis, was een charmante jonge man. Dikwijls beklaagde hij +zich tegenover Musette, dat hij haar wat lichtzinnig en onverschillig +vond, wanneer hij over zijn liefde met haar sprak; dan keek Musette +hem glimlachend aan, gaf hem haar hand en zeide: + +"Wat zal ik je zeggen, mijn waarde? Ik heb zes maanden lang geleefd +met een jongen man, die me voedde met salade en waterachtige soep, +me in het katoen gekleed liet gaan en me veel meenam naar het Odéon, +omdat hij niet rijk was. Daar de liefde niets kost en ik gewoonweg +gek op dat monster was, hebben we heel wat liefde verbruikt. Er zijn +alleen nog maar wat kruimels over. Raap die op, ik zal je dat niet +beletten. Ik heb je trouwens van te voren alles opgebiecht; en als +de linten en strikjes niet zoo duur waren, zou ik nu nog bij mijn +schilder zijn. En wat mijn hart betreft, ik hoor het, sedert ik een +corset van tachtig francs draag, bijna niet meer kloppen, en ik ben +erg bang, dat ik het in een van de laden van Marcel heb laten liggen." + +Het verdwijnen der drie Bohème-huishoudens gaf aanleiding tot een groot +feest in het huis, dat zij bewoond hadden. Als vreugdebetoon gaf de +eigenaar een grootsch diner en illumineerden de huurders hun ramen. + +Rodolphe en Marcel waren samen gaan wonen. Beiden hadden zij een +idool gevormd, waarvan zij den naam niet goed wisten. Tusschenbeide +gebeurde het, dat de een over Musette en de ander over Mimi sprak; +dan hadden zij stof genoeg voor den geheelen avond. Zij haalden +hun vroeger leven weer op en de liederen van Musette en de liederen +van Mimi, en de slapelooze nachten en de verslapen ochtenduren en +de in droomen genoten diners. Een voor een lieten zij in hun duo's +van herinneringen al die vervlogen uren aan hun geest voorbijgaan; +en zij eindigden gewoonlijk hun tweegesprek met te zeggen, dat zij +per slot van rekening nog gelukkig waren, daar zij gezellig samen met +hun voeten op het haardkleedje zaten, het houtvuur konden oppoken +en hun pijp rooken en zij elkander hadden, om al die dingen hardop +te zeggen, welke zij tot zichzelf zeiden, als zij alleen waren: +n.l. dat zij van die schepseltjes, die bij haar verdwijning een stuk +van hun jeugd hadden medegenomen, veel gehouden hadden en dat zij ze +misschien nog lief hadden. + +Toen op een goeden avond Marcel den boulevard overstak, zag hij op +enkele passen voor zich een jonge dame, die bij het uit haar rijtuig +stappen een witten kous liet zien, welke een buitengewoon zuiveren +vorm van het been verried; de koetsier zelf verslond de bekoorlijke +"fooi" met zijn oogen. + +"Bliksems," dacht Marcel, "een alleraardigste kuit! Ik heb waarachtig +zin haar mijn arm aan te bieden; laat eens kijken .... op welke manier +zal ik haar het best aanspreken!.... Daar heb ik een idee.... Iets +heel nieuws!" + +"Pardon, mevrouw," zeide hij, terwijl hij naar de onbekende, wier +gezicht hij niet dadelijk zien kon, toe ging; "u hebt bij toeval mijn +zakdoek niet gevonden?" + +"Zeker, mijnheer," antwoordde zij; "als het u blieft." + +En zij gaf Marcel een zakdoek, die zij in haar hand hield. + +De schilder rolde bij die woorden in een afgrond van verbazing. + +Maar een luid gelach, waarvan hij plotseling de volle laag in het +gelaat kreeg, deed hem weer tot zichzelf komen; aan die vreugdefanfare +herkende hij zijn oude liefde. + +Het was mademoiselle Musette. + +"Zoo, zoo!" riep zij uit; "mijnheer Marcel op jacht naar galante +avontuurtjes. Hoe vindt je dit, zeg? Vroolijk is het zeker." + +"Ik vind het tamelijk," was zijn antwoord. + +"Wat doe je zoo laat in dit stadsdeel?" vroeg Musette. + +"Ik ga naar dit gebouw," lichtte hij haar in en wees naar een kleinen +schouwburg, waar hij vrijen toegang had. + +"Uit liefde voor de kunst?" + +"Neen uit liefde voor Laure." + +"Wie is Laure?" vroeg Musette, wier oogen vraagteekens schoten. + +Marcel ging op zijn flauwe aardigheid door. + +"Dat is een chimère, die ik najaag en die binnen deze kleine muren +ingénue-rollen speelt." + +En hij verfrommelde met zijn hand een imaginairen boezem. + +"U bent vanavond wel geestig," zeide Musette. + +"En u nieuwsgierig!" + +"Praat toch wat zachter, iedereen hoort ons, ze zullen ons nog voor +een verliefd paar, dat ruzie heeft, aanzien." + +"Het zou de eerste keer niet zijn, dat zoo iets ons overkwam!" zeide +Marcel. + +Musette zag in die woorden een uitdaging en antwoordde vlug: + +"En misschien de laatste keer ook niet, wel?" + +De vraag was duidelijk, zij klonk Marcel als het fluiten van een +kogel in het oor. + +"Gij schitterende hemellichten," riep hij, opkijkend naar de sterren; +"gij zijt getuigen, dat ik niet het eerste schot gelost heb. Vlug +mijn pantser." + +Van dat oogenblik af was het vuur geopend. + +Het eenige noodige was nu nog maar, om een verbindingsstreepje te +vinden, ten einde deze twee grillen, welke plotseling weer met zulk +een gloed ontwaakt waren, samen te brengen. + +Al verder loopend keek Musette Marcel en Marcel Musette aan. Zij +spraken niet, maar hun oogen, die plenipotentiarissen van het hart, +ontmoetten elkaar dikwijls. Na een diplomatieke conferentie van een +kwartier had dit congres van blikken deze aangelegenheid in alle +stilte geregeld. Alleen de ratificatie moest nog plaats hebben. + +Het afgebroken gesprek werd weer voortgezet. + +"Zeg nou eens eerlijk," vroeg Musette, "waar wou je daarnet heen?" + +"Ik heb het je al gezegd: naar Laure." + +"Is zij knap?" + +"Haar mond is een nestje van glimlachjes!" + +"Dat ken ik al," zeide Musette. + +"Maar jij?" vroeg Marcel, "waar kwam jij vandaan op de vleugelen van +dat rijtuig?" + +"Ik heb Alexis, die zijn familie gaat bezoeken, naar het station +gebracht." + +"Wat is die Alexis voor een man?" + +Op haar beurt ontwierp Musette van haar tegenwoordigen minnaar een +bekoorlijk beeld. Al verder wandelend bleven Marcel en Musette midden +op den boulevard de comedie: "De terugkeer der liefde" spelen. Met +dezelfde, nu eens liefkoozende, dan weer spottend plagende naïeveteit +herhaalden zij strophe voor strophe die onsterfelijke ode, waarin +Horatius en Lydia met zooveel gratie en bekoorlijkheid de heerlijkheid +van hun nieuwe liefde bezingen en ten slotte aan hun oude liefde een +postscriptum toevoegen. + +Toen zij bij den hoek van een straat kwamen, marcheerde plotseling +een vrij sterke patrouille voorbij. + +Musette "organiseerde" vlug een angstige houding, klampte zich vast +aan Marcel's arm en zeide: + +"Lieve Hemel, kijk eens, daar komen de schutters, zeker een +revolutie. Laten we maken, dat we wegkomen; ik ben zoo bang: breng +me weg!" + +"Maar waarheen?" vroeg Marcel. + +"Naar mijn huis," zeide Musette; "je zult eens zien hoe aardig het +er is. Ik geef een souper: we zullen over politiek praten." + +"Neen," antwoordde Marcel, die steeds aan Alexis dacht; "ik ga +niettegenstaande je uitnoodiging voor een souper niet met je mee. Ik +drink niet graag wijn uit een andermans glazen." + +Musette wist op die weigering geen antwoord te geven. Plotseling zag +zij door de mist van haar herinneringen weer het armoedige kamertje van +den armen schilder--want Marcel was geen millionair geworden--en zij +kwam op een ander denkbeeld. Een tweede patrouille, die kwam aanrukken, +was voor haar een welkome gelegenheid om opnieuw een aanval van angst +te krijgen. + +"Ze zullen gaan vechten!" riep zij uit; "ik durf niet naar huis +terug. Lieve Marcel, breng mij naar een vriendin van me, die dicht +bij jou wonen moet!" + +Toen zij den Pont Neuf overgingen, barstte Musette in een schaterlach +uit. + +"Wat heb je?" vroeg Marcel. + +"Niets," antwoordde Musette; "ik bedenk me daar op eens, dat mijn +vriendin verhuisd is. Zij woont tegenwoordig in Batignolles!" + +Toen Rodolphe Marcel en Musette arm in arm binnen zag komen, was hij +heelemaal niet verbaasd. + +"Als de liefde niet goed begraven is," zeide hij, "is dat altijd het +slot van het lied!" + + + + + + +HOOFDSTUK XVI. + +DE DOORTOCHT DOOR DE ROODE ZEE. + + +Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat beroemde doek, +dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee moest +voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury hardnekkig +dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer trekken +van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het atelier +had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het, wanneer +men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat geweest +zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die het +tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef +het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten +Salon ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden +en had in zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van +het Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld, +die met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling +was al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de +Ecole des Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel +gevallen was aan het onsterfelijke klaaglied van Jean Bélin, [32] +schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen van +Parijs hadden er een exemplaar van in hun geheugen. + +Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige weigeringen, +welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel vielen, +niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd gezet, +dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte pendant +was van de "Bruiloft te Kanaän", dat gigantische meesterwerk, welks +schitterende kleurenpracht het stof van drie eeuwen niet dof had kunnen +maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook weer tegen de opening van den +"Salon" zijn doek aan de jury ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij, +om de juryleden op een dwaalspoor te brengen en te trachten het +vooroordeel, dat zij blijkbaar tegen de "Doortocht van de Roode Zee" +hadden, op te heffen, telkens een of ander detail, zonder echter +iets te veranderen aan de compositie in haar geheel, en gaf het doek +dienovereenkomstig een anderen naam. + +Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als "Overtocht +over den Rubicon" voor de jury; maar Pharao, die onder den mantel +van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met alle eer, die hem +verschuldigd was, afgewezen. + +Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het +linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in +een hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier +der keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: "Overtocht over +de Beresina." + +Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met +groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen +slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek +onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een +golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit duivelsche paard werd +door Marcel gebruikt voor alle proefnemingen, die hij op het gebied +van coloriet deed, en hij noemde het in vertrouwelijke gesprekken de +"synoptische tabel der fijne tinten," omdat hij met het spel van licht +en schaduw op die plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist +aan te brengen. Doch, ongevoelig voor dit détail, had ook ditmaal de +jury geen zwarte bolletjes genoeg om den "Overtocht over de Beresina" +te weigeren. + +"Goed," zeide Marcel, "dat dacht ik wel. Het volgend jaar zal ik het +inzenden onder den titel: "Doortocht door de panorama's"." + +"Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden worden!" zong +Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde melodie, een vreeselijke +melodie, lawaaierig als een gamma van donderslagen, en waarvan de +begeleiding de schrik van alle piano's in de buurt was. + +"Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van +mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken +van schaamte bedekt?" mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek +keek..... "Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf en +een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone +jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig +werk, dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij +zullen het niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn +laatsten ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen +dat het tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!" + +"Dat is de zekerste manier, om er gravures van te krijgen," merkte +Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf aan toe: "Een heel +aardige woordspeling, heel aardig .... die zal ik verder vertellen." + +Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds weer +op muziek bracht. + +"Zij willen mij niet in den Salon toelaten!" riep Marcel uit. "Ha, +de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis van het +Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar, den +eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed, +wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen, +dat ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel, +dat ik, wanneer zij mijn "Doortocht door de Roode Zee" weigeren, mij +hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten. Maar zij kennen +mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo'n plompe list hopen te +vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon niet afwachten. Van +af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek zijn, dat eeuwig boven +hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af eenmaal per week aan een +van de heeren thuis zenden, in zijn eigen woning, in de schoot van +zijn familie, midden in het hart van zijn particulier leven. Het zal +hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij zullen daardoor hun wijn +zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen onuitstaanbaar vinden. Zij +zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig worden; en men zal ze een +dwangbuis moeten aantrekken om op de zittingsdagen naar den Salon te +kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij toe." + +Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen +zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van +vader Médicis. Zoo noemde men in den vriendenkring een Jood, Salomon +geheeten, die toentertijd heel goed bekend was aan alle artistieke +en litteraire bohémiens, met wie hij bijna dagelijks in aanraking +kwam. Vader Médicis schacherde in alles en nog wat. Hij verkocht +complete ameublementen van twaalf tot duizend daalders. Hij kocht +alles en wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van +Proudhon is niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem, +die het schachergenie bezat in een graad, welken zelfs de handigsten +van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de +Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat +je maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen +der kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het +brein der menschen--alles was voor Médicis een handelsobject. Hij +schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte +zelfs in het denkbeeldige. Médicis kocht n.l. denkbeelden, hetzij om ze +zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen. Bekend met alle +schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de paletten en vriend +van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de Asmodé der kunsten. Hij +gaf je sigaren in ruil voor een feuilleton, pantoffels voor een sonnet, +versche zeevisch voor paradoxen; hij praatte tegen betaling--per +uur zoo en zooveel--met de journalisten, die stof voor de chronique +scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor +de kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soirées; hij +gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand +en liet zich daarvoor met copieën naar oude meesters in den Louvre +betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor, +dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een +wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en +de geheimen van alle beroemdheden--zelfs van de meest obscure. + +Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden +uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles +omvattenden handel: + + +20 Maart 184.. + +Verkocht aan den antiquair L. het kompas, dat Archimedes +tijdens het beleg van Syracuse gebruikt heeft. 75 francs + +Gekocht van den journalist V. ... de verzamelde, nog +niet opengesneden werken van * * * *, lid der Académie. 10 francs + +Verkocht aan denzelfde een kritisch opstel over +de verzamelde werken van * * * * lid der Académie. 30 francs + +Verkocht aan * * *, lid der Académie, een feuilleton +van twaalf kolom over zijn verzamelde werken. 50 francs + +Gekocht van den schrijver R . . . een kritische verhandeling +over de verzamelde werken van * * * * , lid der Académie +française 10 francs + +benevens 50 pond steenkool en 2 K.G. koffie. +Verkocht aan * * * * een porseleinen vaas, die aan madame +du Barry toebehoord heeft. 18 francs + +Gekocht van de kleine D .... haar haar. 15 francs + +Gekocht van B .... een verzameling zedestudiën en de drie +laatste spelfouten van den prefect van de Seine 6 francs + +benevens een paar Napolitaansche laarzen + +Verkocht aan Mlle. O ..... een blonde haarvlecht. 120 francs + +Gekocht van den historieschilder M. een reeks vroolijke +teekeningen 25 francs + +Voor het opgeven aan mijnheer Ferdinand van het uur, waarop +barones R .... de P..... naar de kerk gaat, en voor het +verhuren van den kleinen entresol in den faubourg Montmartre, +te zamen 30 francs + +Verkocht aan mijnheer Isidore zijn portret als Apollo 30 francs + +Verkocht aan Mlle. R .... een paar kreeften en zes paar +handschoenen 36 francs + +(Ontvangen als voorschot 2 fr. 75 c.) + +Voor het verschaffen van een zesmaandsch crediet aan dezelfde +bij madame * * *, modiste + +(Prijs nader overeen te komen) + +Voor het verschaffen aan madame * * *, modiste, van Mlle. R +..... als klant + +(In plaats contant geld ontvangen 3 M. zijde en 6 el kant). + +Gekocht van den journalist R .... een vordering van +120 francs op het blad * * *, thans in liquidatie 5 francs + +benevens 2 pond Turksche tabak. + +Verkocht aan mijnheer Ferdinand twee liefdesbrieven. 12 francs + +Gekocht van den schilder J .... het portret van Isidore als +Apollo. 6 francs + +Gekocht van * * * * 75 K.G. van zijn werk over "Onderzeesche +revoluties" 15 francs + +Verhuurd aan gravin de G .... een Saksisch servies 20 francs + +Gekocht van den journalist * * * * 52 regels in zijn +Courrier de Paris 100 francs + +Verkocht aan O .... & Co. 52 regels in den Courrier de Paris +van * * * * 300 francs + +Verhuurd aan Mlle. S .... G. .. op één dag een bed en een +equipage . . . . . memorie + +(Zie de rekening van Mlle. S . ... G ..... in het grootboek, +folio's 26 en 27) + +Gekocht van Gustave C .. . een brochure over de +linnen-industrie 50 francs + +benevens een zeldzame editie van Flavius Josephus. + +Verkocht aan Mlle. S .... G . . . een modern ameublement 5000 francs + +Voor dezelfde een rekening bij den apotheker betaald 75 francs + +Idem idem bij de melkvrouw . . . . 3 fr. 85 c. + +Enz. enz. + + +Uit deze aanhalingen ziet men duidelijk hoe uitgebreid de +handelsbetrekkingen van den Jood Médicis waren, die, niettegenstaande +zijn wijze van zaken doen niet steeds door den beugel kon, nog nooit +door iemand lastig gevallen was. + +Toen de Jood met zijn intelligent gezicht bij de bohémiens binnentrad, +zag hij dadelijk, dat hij op een voor hem gunstig oogenblik +kwam. Inderdaad zaten de vier vrienden in krijgsraad bijeen en +bespraken, onder voorzitterschap van een in hun maag hamerenden honger, +de hoogst belangrijke brood- en vleeschvraagstukken. Het was een Zondag +tegen het einde der maand--een rampzalige dag en een sinistere datum. + +Het binnenkomen van Médicis werd derhalve met een luid Hoera begroet, +want ze wisten, dat de Jood te gierig was met zijn tijd, om dien met +beleefdheidsbezoeken te verspillen. Zijn komst was dan ook steeds +een zeker bewijs, dat er zaken te doen waren. + +"Goedenavond, heeren!" zeide de Jood. "Hoe gaat het?" + +"Colline!" riep Rodolphe, die languit op zijn bed lag en zwelgde in +het genot van een horizontale houding; "Colline, neem jij de honneurs +waar en geef onzen gast een stoel; een gast is heilig. Ik groet u +uit naam van Abraham!" voegde de dichter eraan toe. + +Colline haalde een fauteuil, die even elastisch als staal was, schoof +dien naar den Jood toen en zeide gastvrij: + +"Stel u een oogenblik voor, dat u Cinna [33] bent, en neem dezen +zetel." + +Médicis liet zich in den fauteuil vallen en wilde enkele opmerkingen +omtrent de hardheid ervan maken, toen hem nog juist bijtijds te +binnen schoot, dat hij zelf dien indertijd met Colline geruild had +voor een beginselverklaring, welke hij verkocht had aan een Kamerlid, +dat de gave der improvisatie miste. Toen de jood ging zitten, lieten +zijn zakken een zilveren klank hooren, waarvan de melodie de vier +bohémiens in zoete droomerijen deed verzinken. + +"Laten we nu naar het lied luisteren," fluisterde Rodolphe Marcel +in. "Het accompagnement is niet kwaad." + +"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "ik kom uw fortuin maken. Dat +wil zeggen, ik kom u een prachtige gelegenheid aanbieden, om u in +den artistieken wereld te introduceeren. U weet, mijnheer Marcel, +de kunst is een dorre woestijnweg, waarop de roem een oase is." + +"Papa Médicis," zeide Marcel, die op kolen van ongeduld zat; "in naam +der vijftig procent, uw gebenedijden schutspatroon, wees kort!" + +"Ja," voegde Colline eraan toe; "even kort als koning Pepijn, die even +bondig was als u, want gij moet kort en bondig zijn, zoon van Jacob!" + +"Hei, hei, hei!" riepen de bohémiens verschrikt en keken rond, of de +vloer zich niet opende, om den wijsgeer te verzwelgen. + +Doch ditmaal werd Colline nog niet verzwolgen. + +"De zaak is deze," ging Médicis voort. "Een rijke liefhebber, die een +galerij verzamelt, welke een tournée door Europa moet maken, heeft +mij opgedragen een reeks interessante schilderijen voor hem aan te +koopen. Ik kom u nu voorstellen u in dat museum een plaatsje in te +ruimen; in één woord: ik wil uw "Doortocht door de Roode Zee" koopen." + +"A contant?" vroeg Marcel. + +"A contant," antwoordde de Jood en liet het orkest in zijn broekzak +weer spelen. + +"Ben je nou tevreden?" vroeg Colline. + +"Natuurlijk," zeide Rodolphe woedend; "we moeten waarachtig een paar +bittere pillen koopen, om dien kerel zijn mond te stoppen. Zie je +dan niet, lummel, dat hij met daalders spreekt? Bestaat er dan niets +heiligs voor jou, vervloekte atheïst?" + +Colline klom op een tafel en nam de houding van Harpokrates, den god +van het zwijgen, aan. + +"Ga verder, Médicis," zeide Marcel en wees op zijn schilderij: +"Ik wil u de eer laten zelf den prijs van dit werk, dat eigenlijk +onbetaalbaar is, te bepalen." + +De Jood legde vijftig nieuwe daalders op de tafel neer. + +"Dat is de voorhoede," zeide Marcel; "en wat verder?" + +"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "u weet heel goed, dat mijn eerste +woord ook altijd mijn laatste is. Ik geef geen sou meer. Denk eens +goed: 50 daalders, dat is 150 francs. Dit is een heele som, wat?" + +"Maar te weinig," antwoordde de artist; "alleen aan den mantel van +Pharao zit voor meer dan vijftig daalders kobalt. Betaal tenminste +het maakloon. Maak de stapeltjes gelijk, rond de som af en ik zal u +Leo X noemen, Leo X bis." + +"Ziehier mijn laatste woord," antwoordde Médicis; "ik doe er geen sou +bij, maar ik bied u alle vier een diner aan, wijn zooveel als u lust, +en bij het dessert betaal ik in goud." + +"Niemand meer?" brulde Colline en sloeg driemaal met zijn vuist op +tafel. "Eenmaal, andermaal; niemand meer? ten derden male!" + +"Nou goed dan!" zeide Marcel. + +"Ik zal morgen de schilderij laten halen," zeide de Jood. "En nu mee, +mijne heeren, de tafel is gedekt!" + +Onder het zingen van het koor uit de Hugenooten: "A table, à +table!" gingen de vier vrienden naar beneden. + +Médicis onthaalde de bohémiens op zeer royale manier. Hij liet hun een +groot aantal gerechten voorzetten, die tot nog toe voor hen onbekende +grootheden geweest waren. Na dit diner was kreeft niet langer een +mythe voor Schaunard, die voor deze amphibie een hartstocht opvatte, +welke dicht aan waanzin grensde. + +De vier vrienden verlieten het festijn dronken als waren zij op een +wijnoogstfeest geweest. Deze dronkenschap had bijna betreurenswaardige +gevolgen voor Marcel, die, toen hij 's morgens om twee uur voorbij +zijn kleermaker kwam, met alle geweld zijn schuldeischer wilde wekken, +om hem de honderd vijftig francs, die hij zoo pas ontvangen had, +op afrekening te geven. Een sprankje gezond verstand, dat nog in +Colline's geest over was, redde den kunstenaar nog juist op den rand +van den afgrond. + +Acht dagen later zag Marcel in welke galerij zijn doek een plaatsje +gekregen had. Toen hij door den faubourg Saint Honoré liep, stootte hij +op een troepje menschen, dat blijkbaar met alle aandacht toekeek hoe er +aan een winkel een uithangbord werd aangebracht. Dit uithangbord was +niets meer of minder dan de schilderij van Marcel, die door Médicis +aan een delicatessenhandelaar verkocht was. Alleen had de "Doortocht +door de Roode Zee" nog een nieuwe verandering ondergaan en weer een +anderen naam gekregen. Er was nog een stoomschip bij geschilderd en +het doek heette nu: "In de haven van Marseille." Toen het doek onthuld +werd, liet de nieuwsgierige menigte een gemompel van goedkeuring en +bewondering hooren. + +Verrukt over dezen triomf, keerde Marcel zich om en zeide tot zichzelf: + +"De stem van het volk is de stem van God!" + + + + + + +HOOFDSTUK XVII. + +HET TOILET DER GRATIËN. + + +Op een goeden morgen werd Mimi, die anders gewoon was tot diep in den +ochtend te slapen, reeds op klokslag van tien uur wakker en scheen heel +verbaasd Rodolphe noch naast zich noch in de kamer te zien. Den vorigen +avond had zij hem, voor zij in slaap viel, toch aan zijn schrijftafel +zien zitten, waaraan hij van plan was den geheelen nacht te blijven +werken aan een extra-litterairen arbeid, die hem opgedragen was en +waarbij, als hij gereed was, Mimi zeer veel belang had. De dichter +had zijn vriendinnetje namelijk beloofd haar van de opbrengst van +zijn werk een bepaalde voorjaarsjapon te koopen, waarvan zij een +coupon had zien liggen in "De Twee Apen", een bekend modemagazijn, +voor welks etalages Mimi's coquetterie haar godsdienstige plichten +dikwijls ging vervullen. Sedert Rodolphe met het werk begonnen was, +nam de voortgang ervan al de gedachten van Mimi in beslag. Dikwijls +ging zij vlak bij den schrijvenden Rodolphe staan, keek over zijn +schouder en zeide dan heel ernstig: + +"Nou, en hoe staat het met mijn japon?" + +"Wees maar gerust hoor, er is al een mouw klaar!" + +Toen zij op een goeden nacht hoorde hoe Rodolphe met zijn vingers +klapte, wat meestal een bewijs was, dat hij tevreden was over zijn +werk, ging zij plotseling rechtop in bed zitten, en riep, terwijl +zij haar bruin kopje door de gordijnen stak: + +"Is mijn japon af?" + +"Kijk maar", antwoordde Rodolphe en liet haar vier groote, +dichtbeschreven zijdjes zien; "ik heb zooeven den corsage gekocht." + +"Heerlijk!" riep Mimi. "Nu ontbreekt alleen de rok nog maar; hoeveel +blaadjes heb je noodig om een rok te maken?" + +"Dat hangt ervan af; maar daar jij niet groot bent, zullen we met een +blaadje of tien van vijftig regels à drie-en-dertig letters een heel +fatsoenlijken rok kunnen hebben." + +"Ik ben niet groot, dat is zoo," zeide Mimi; "maar het mag toch niet +den schijn hebben, alsof we stof te kort kwamen: de rokken worden op +het oogenblik heel wijd gedragen en ik zou graag mooie groote plooien +hebben, die zoo aardig frou-frou maken, wanneer je loopt." + +"Heel goed hoor," antwoordde Rodolphe ernstig, "ik zal tien letters +meer op een regel zetten, dan kan jij je frou-frou krijgen." + +En overgelukkig sliep Mimi weer in. + +Daar zij zoo onvoorzichtig geweest was met haar vriendinnen Musette +en Phémie te spreken over de mooie japon, die Rodolphe bezig was voor +haar te maken, hadden de twee jonge meisjes al heel gauw de heeren +Marcel en Schaunard in kennis gesteld met de vrijgevigheid van hun +vriend tegenover zijn liefje; welke vertrouwelijke mededeelingen al +even spoedig gevolgd waren door ondubbelzinnige toespelingen om het +door den dichter gegeven voorbeeld na te volgen. + +"Wanneer het namelijk nog acht dagen zoo duurt," zeide Musette en +trok daarbij aan de snor van Marcel, "dan zal ik me verplicht zien +een broek van je te leenen, wanneer ik uit wil gaan." + +"Ik moet nog vijftien francs van een solide firma hebben," antwoordde +Marcel; "zoodra ik die som krijg, zal ik een vijgeblad naar de nieuwste +mode voor je koopen." + +"En wat krijg ik?" vroeg Phémie aan Schaunard. "Mijn peigne noir +(zij kon het woord peignoir niet uitspreken) valt aan flarden." + +Schaunard vischte drie sous uit zijn vestjeszak op en gaf die aan +zijn maîtresse met de woorden: + +"Hier kan je naald en draad voor koopen. Naai daar je peigne noir +maar mee, dat zal je kennis vermeerderen en je tevens aangenaam bezig +houden: utile dulci." + +Toch kwamen in een zeer in het geheim gehouden bijeenkomst Marcel en +Schaunard met Rodolphe overeen, dat ieder van zijn kant zou trachten +de rechtmatige ijdelheid van hun vriendinnetjes te bevredigen. + +"Een kleinigheid maakt die arme kinderen al mooi," had Rodolphe gezegd; +"maar die kleinigheid moeten zij dan ook hebben. Sedert eenigen tijd +gaat het met de schoone kunsten en de litteratuur zeer naar wensch; +we verdienen bijna even veel als pakjesdragers." + +"Dat is zoo," antwoordde Marcel, "ik heb niet te klagen: de schoone +kunsten verheugen zich in een ongekenden bloei; je zoudt bijna denken +in den tijd van Leo X te leven." + +"Dat is waar ook," viel Rodolphe hem in de rede, "Musette heeft mij +verteld, dat je de laatste acht dagen 's morgens vroeg al weggaat en +pas met het vallen van den avond thuiskomt. Heb je werkelijk zooveel +te doen?" + +"Een prachtig werk, mijn waarde! Médicis heeft het mij bezorgd. Ik maak +n.l. in de kazerne Ave Maria de portretten van achttien grenadiers +tegen gemiddeld 6 francs per stuk, met een éénjarige garantie voor +de gelijkenis, net als bij horloges. Ik hoop het heele regiment tot +klant te krijgen. Het was juist mijn voornemen Musette weer eens +op te tuigen, zoodra Médicis mij betaald heeft, want met hem heb ik +gecontracteerd, niet met de modellen." + +"En wat mij betreft," zeide Schaunard langs zijn neus weg, "ik heb, +al zou je het niet zeggen, tweehonderd francs ergens liggen." + +"Laat ze dan voor den donder opstaan!" riep Rodolphe. + +"Binnen een paar dagen hoop ik ze bij den bankier te gaan halen," +ging Schaunard verder; "en ik wil het voor jullie niet onder stoelen +en banken steken, dat het mijn plan is om, wanneer ik ze in ontvangst +genomen heb, aan enkele van mijn hartstochten den vrijen teugel te +laten. Bij den uitdrager hier vlak naast hangen n.l. een nangkin rok +en een jachthoren, die me reeds lang de oogen uitsteken. Die zal ik +me zeker zelf cadeau doen." + +"Maar," vroegen Marcel en Rodolphe tegelijk, "waar hoop je dat +reusachtige kapitaal vandaan te krijgen?" + +"Luistert, heeren," zeide Schaunard, terwijl hij met een ernstig +gezicht tusschen zijn twee vrienden ging zitten; "we behoeven +elkaar niet te verhelen, dat we, voor we lid van het Instituut en +belastingplichtig worden, nog een aardig stukje roggebrood zullen +moeten naar binnen werken, en het dagelijksch brood is moeilijk te +verdienen. Bovendien zijn we niet alleen; waar de hemel ons met een +liefderijk hart geschapen heeft, heeft ieder van ons zijn tweede ik +gekozen, om zijn lot met haar te deelen." + +"Waar natuurlijk een niet op gevallen is," viel Marcel hem in de rede. + +"Nu is het," ging Schaunard voort, "zelfs al betracht je de grootste +zuinigheid, beslist onmogelijk, wanneer je niets hebt, nog wat over te +leggen, vooral niet wanneer je honger altijd grooter is dan de schaal." + +"Waar wil je eigenlijk op neer komen?" vroeg Rodolphe. + +"Hierop", antwoordde Schaunard, "dat wij in onzen tegenwoordigen +toestand al heel verkeerd zouden doen, om onzen neus op te halen, +wanneer er zich, zelfs buiten het gebied van onze kunst, een +gelegenheid voordoet, om een cijfer te zetten voor de nul, die ons +maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt." + +"Hei, hei!" zeide Marcel, "wien van ons kan jij verwijten, dat hij zijn +neus ophaalt? Heb ik, hoe groot schilder ik mettertijd ook zal zijn, +er niet in toegestemd mijn penseel te offeren aan een schilderachtige +reproductie van Fransche krijgers, die mij van hun zakgeld betalen? Ik +zou zoo denken, dat ik niet aarzel af te dalen van den ladder van +mijn toekomstige grootheid!" + +"En ik dan?" zeide op zijn beurt Rodolphe; "weet je niet, dat ik sinds +veertien dagen aan een medisch-chirurgisch-osanorisch gedicht bezig +ben voor een beroemden tandarts, die mijn inspiratie subsidieert met +vijftien sous voor een dozijn Alexandrijnen, dat is iets meer dan voor +een dozijn oesters? .... En toch schaam ik me daar niet voor; voor ik +mijn Muze werkeloos zou laten, zou ik nog liever het adresboek van +Parijs op rijm brengen. Wanneer je een lier hebt, dan moet je die, +duivels nog toe, gebruiken ook .... En bovendien heeft Mimi hard +schoenen noodig." + +"Dan zult ge mij er niet hard om vallen, wanneer je hoort, uit +welken bron de Pactolus, waarvan ik een overstrooming verwacht, +ontsprongen is." + +De geschiedenis van Schaunards tweehonderd francs was de volgende: + +Een dag of veertien geleden was hij binnengeloopen bij een +muziekuitgever, die hem beloofd had hem bij zijn klanten muzieklessen +of een plaats als pianist te bezorgen. + +"Bliksems," zeide de uitgever, toen hij hem binnen zag komen, "u komt +als geroepen. Er is mij juist vandaag om een pianist gevraagd. Het +is een Engelschman. Ik geloof, dat hij goed betalen zal .... Bent u +werkelijk een goed pianist?" + +Schaunard dacht, dat een bescheiden optreden hem in de achting van +zijn uitgever zou kunnen doen dalen. Een musicus, vooral een pianist, +en bescheiden .... dat is een weinig voorkomende combinatie. Schaunard +antwoordde dan ook met veel aplomb: + +"Ik ben een prima-pianist; als ik de tering, lange haren en een +zwarten rok had, zou ik op dit oogenblik even beroemd zijn als de zon, +en zoudt u, in plaats van aan mij achthonderd francs te vragen voor +het drukken der partituur van de "Dood van de jonge maagd", mij op +uw knieën en in een zilveren schaal er drieduizend komen aanbieden. + +"Doch hoe het zij," ging de kunstenaar voort, "een feit is het, dat, +waar mijn vingers reeds tien jaar lang dwangarbeid op de toetsen +verrichten, ik het ivoor en de kruisen vrij goed weet te behandelen." + +De persoon, tot wien Schaunard verwezen werd, was een Engelschman, +Mr. Birn'n geheeten. De musicus werd het eerst in ontvangst genomen +door een blauwen lakei, die hem aan een groenen lakei overhandigde, +welke op zijn beurt hem weer overgaf aan een zwarten lakei, die hem +in een salon bracht, waar hij een eilandbewoner tegenover zich zag, +die in de houding van een spleenlijder, waardoor hij aan Hamlet +deed denken, peinzend over de nietswaardigheid van ons bestaan, +in een fauteuil weggedoken zat. Juist wilde Schaunard het doel +van zijn komst uiteenzetten, toen doordringende kreten zich lieten +hooren en hem de woorden afsneden. Dit vreeselijke gekrijsch, dat je +trommelvlies bijna deed scheuren, werd uitgestooten door een papegaai, +die op het balcon van de benedenverdieping op zijn stok zat. + +"O, deze beest, deze beest!" jammerde de Engelschman, die uit zijn +fauteuil opsprong. "Hij zal doen sterven mij." + +En op hetzelfde oogenblik begon de vogel zijn repertoire af +te krijschen, dat veel uitgebreider was dan dat van gewone +papegaaien. Schaunard bleef stom verbaasd staan, toen hij het dier, +op bevel van een vrouwelijke stem, de eerste verzen van het verhaal +van Théramène [34] met de intonaties, die op het Conservatoire geleerd +worden, hoorde voordragen. + +Deze papegaai was de lieveling van een actrice, wier boudoir +toentertijd zeer gezocht was. Het was een van die vrouwen, welke, +zonder dat men weet waarom of hoe, op den turf der galanterie +tot waanzinnige prijzen genoteerd zijn en wier naam op de menu's +van vrijgezellensoupers staat, waar zij als levend dessert dienst +doen. In onzen tijd staat het voor een Christen "gekleed" om gezien +te worden in het gezelschap van zulke heidinnen, die dikwijls niets +antieks hebben behalve haar geboortebewijs. Wanneer zij knap zijn, +zit er per slot van rekening nog zooveel kwaad niet bij: het ergste, +dat je riskeert, is dat je eens op stroo moet slapen, omdat je haar +een palissanderhouten ameublement gegeven hebt. Maar wanneer ze haar +schoonheid bij het ons in parfumeriewinkels koopen en deze niet bestand +is tegen drie druppels water op een lapje, wanneer haar geestigheid +ophoudt bij een café-chantant-couplet en haar talent zetelt in de +hand van een claqueur, dan is het bijna onbegrijpelijk hoe menschen +van stand, die soms geest, een naam en een nieuw-modisch pak hebben, +zich uit liefde tot het laag-bij-den-grondsche zoo laten medeslepen, +dat zij schepsels, die hun huisknecht niet als liefje zou willen +hebben, tot een mode-voorwerp verheffen. + +De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij +noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel zij +geboren was in het Parijsche Andalusië, dat de rue Coquenard [35] +heet. Ofschoon de afstand tusschen de rue Coquenard en de rue de +Provence slechts tien minuten bedraagt, had zij toch zeven à acht +jaar noodig gehad om dien weg af te leggen. Haar voorspoed was +toegenomen in denzelfden mate als haar schoonheid afgenomen was. Zoo +had zij op den dag, dat zij haar eersten valschen tand liet inzetten, +één paard, en den dag, dat zij een tweeden een buurman gaf, twee +paarden. Thans leefde zij op zeer grooten voet, woonde in een paleis, +gaf op de wedrennen te Longchamp de mode aan en organiseerde bals, +waarop geheel Parijs tegenwoordig was, d.w.z. het geheele Parijs van +die dames: de nietsdoende hovelingen van de lichtzinnigheid en van het +schandaal, de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige +hoofden rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen; +de bravi der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige +orden, die geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en +waar zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al +die Eva's-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder +op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop +aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende +ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het voorhoofd +en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste viooltjes der +lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al die menschen, +welke de couranten tout Paris noemen, verkeerden in de salons van +mademoiselle Dolorès, de meesteres van de bovenbedoelde papegaai. + +Deze vogel, dien zijn oratorische talenten in den geheelen wijk +beroemd gemaakt hadden, was langzamerhand de schrik der naaste buren +geworden. Van zijn stang op het balcon maakte hij een tribune, vanwaar +hij van 's morgens vroeg tot 's avonds laat eindelooze redevoeringen +hield. Enkele met zijn meesteres bevriende journalisten hadden hem een +paar parlementaire spreekwijzen geleerd, waardoor het dier buitengewoon +sterk in de suikerquaestie was. Hij kende het repertoire der actrice +van buiten en declameerde het zòò goed, dat hij in geval van ziekte +desnoods haar rollen zou kunnen opnemen. Daar deze bovendien een +polyglotte in haar gevoelens was en uit alle oorden der wereld +bezoeken ontving, sprak de papegaai alle talen en ging zich soms +in alle idiomen te buiten aan vloeken en verwenschingen, welke den +schippersknechts, aan wie Vert-Vert [36] zijn al te geavanceerde +opvoeding te danken had, het schaamrood naar de wangen gejaagd zoude +hebben. Het gezelschap van dien vogel, dat de eerste tien minuten +leerzaam en amusant kon zijn, werd een ware kwelling, wanneer het +langer duurde. De buren hadden reeds meermalen geklaagd, doch de +actrice had er geen oor voor gehad. Twee of drie huurders, eerzame +familievaders, hadden in hun verontwaardiging over de lichte zeden +der actrice, waarin de indiscreties van den papegaai ze had ingewijd, +zelfs hun huur opgezegd aan den huiseigenaar, dien Dolorès in zijn +zwakke zijde had weten te tasten. + +De Engelschman, bij wien we Schaunard hebben zien binnenkomen, had +drie maanden lang geduld geoefend. + +Op een goeden dag echter hulde hij zijn woede, die eindelijk +uitgebarsten was, onder een rok en witte das en liet zich met al +de plichtplegingen, die noodig zijn om te Windsor bij koningin +Victoria voor den handkus te worden toegelaten, bij mademoiselle +Dolorès aanmelden. + +Toen deze hem zag binnenkomen, dacht zij eerst, dat het Hoffmann [37] +in zijn kostuum van lord Spleen was, en noodigde hem, daar zij een +collega goed wilde ontvangen, uit bij haar te blijven déjeuneeren. De +Engelschman echter antwoordde in een Fransch, dat een Spaansche réfugié +hem in vijf-en-twintig lessen geleerd had, met den grootsten ernst: + +"Ik neem aan uw uitnoodiging op voorwaarde, dat wij zullen opeten dien +.... vreeselijken vogel," en hij wees op de kooi van den papegaai, +die reeds den eilandbewoner in hem geroken had en hem met het "God +save the King" begroette. + +Dolorès dacht, dat de Engelschman gekomen was, om haar voor den gek +te houden, en wilde juist een heftig antwoord geven, toen Mr. Birn'n +eraan toevoegde: + +"Daar ik ben zeer rijk, ik vogel wel koopen wil." + +Dolorès antwoordde, dat zij zeer gehecht was aan het dier en het niet +in de handen van een ander wilde zien overgaan. + +"O, ik wil het ook niet hebben in mijne handen, maar onder mijne +voeten!" zeide de Engelschman en liet den hak van zijn laarzen zien. + +Dolorès beefde van woede en wilde in verontwaardiging losbarsten, +toen zij aan den vinger van den Engelschman een ring zag, waarvan de +diamant misschien wel een rente van vijf-en-twintighonderd francs +vertegenwoordigde. Die ontdekking werkte als een stortbad op haar +woede. Zij bedacht, dat het niet verstandig zou zijn het aan den stok +te krijgen met een man, die vijftigduizend francs aan zijn pink droeg. + +"Goed, mijnheer!" zeide zij dan ook; "als de arme Coco u last +veroorzaakt, zal ik hem in de achterkamer zetten; op die manier zult +u hem niet meer kunnen hooren." + +Het gezicht van den Engelschman helderde eenigszins op. + +"Maar toch," zeide hij en liet nogmaals zijn schoenen zien, "zou ik +liever ...." + +"Wees maar niet bang," viel Dolorès hem in de rede; "van de plek, +waar ik hem zetten zal, kan hij milord onmogelijk lastig vallen." + +"O, ik niet ben milord .... ik enkel ben esquire." + +Toen echter Mr. Birn'n zich, na een stijve buiging gemaakt te +hebben, wilde terugtrekken, nam Dolorès, die haar belangen onder alle +omstandigheden in het oog hield, van een hoektafeltje een klein pakje +en zeide: + +"Mijnheer, vanavond wordt in den * * * Schouwburg mijn +benefice-voorstelling gegeven. Ik moet in drie stukken optreden. Zoudt +u mij willen toestaan u een paar loges aan te bieden. De prijs der +plaatsen is slechts weinig verhoogd." + +En met die woorden drukte zij den eilandbewoner een tiental +loge-biljetten in de hand. + +"Nu ik zoo bereidwillig geweest ben hem een dienst te bewijzen," dacht +zij bij zichzelf, "is het voor hem, als hij tenminste een welopgevoed +iemand is, onmogelijk mij dit te weigeren; en wanneer hij mij in mijn +rood costuum ziet .... je kan nooit weten .... we wonen zoo vlak naast +elkaar .... de diamant, dien hij aan zijn pink draagt, is de voorhoede +van een millioen. Nou ja, hij is wel leelijk en erg vervelend, maar +dat zal mij gelegenheid geven om zonder zeeziekte naar Londen te gaan." + +Nadat de Engelschman de toegangsbewijzen in zijn zak gestoken had, +liet hij zich het doel, waarvoor zij bestemd waren, nog eens verklaren +en vroeg dan naar den prijs. + +"De loge kost zestig francs en u hebt er tien .... Maar het heeft geen +haast," voegde Dolorès eraan toe, toen zij zag, dat de Engelschman zijn +portefeuille voor den dag wilde halen; "ik hoop, dat u, als buurman, +mij van tijd tot tijd wel een bezoek zult brengen." + +Doch Mr. Birn'n antwoordde: + +"Ik niet houd van zaken op crediet;" en hij nam een billet van duizend +francs uit zijn zak, legde het op tafel en stak de toegangsbewijzen +in zijn portefeuille. + +"Ik zal u teruggeven," zeide Dolorès en opende een kastje, waarin +zij haar geld bewaarde. + +"O, neen," zeide de Engelschman; "dat is drinkgeld," en hij ging heen, +Dolorès, die door die woorden met stomheid geslagen was, alleen latend. + +"Drinkgeld!" riep zij uit, toen zij haar spraak teruggekregen had. "Wat +een lomperd! Ik zal hem zijn geld teruggeven." + +Doch deze grofheid van Mr. Birn'n had slechts de opperhuid van haar +trots gekwetst; bij nadere overweging werd zij kalmer; zij bedacht +zich, dat twintig louis d'or toch een aardig sommetje vormden, en +dat zij vroeger voor heel wat minder geld veel meer had moeten slikken. + +"Ach wat," zeide zij tot zichzelf; "je moet niet zoo trotsch +zijn. Niemand heeft mij gezien en vandaag komt juist mijn +waschvrouw. En bovendien radbraakt die Engelschman onze taal zoo, +dat hij misschien wel gedacht heeft mij een complimentje te maken." + +En vroolijk deed Dolorès haar twintig louis achter slot en +grendel. Doch na de voorstelling kwam zij woedend thuis. Mr. Birn'n had +de toegangsbewijzen niet gebruikt en de tien loges waren leeg gebleven. + +Toen zij dan ook om half een het tooneel betrad, las de ongelukkige +beneficiante op het gezicht van haar coulissen-"vriendinnen" heel +duidelijk, hoe zij zich verkneukelden, dat de zaal zoo leeg was. + +Zij hoorde zelfs, hoe een vriendelijke collega, terwijl zij op de +leege loges wees, tot een andere zeide: + +"Die arme Dolorès heeft een leeg huis." + +"In de loges zit bijna niemand." + +"En in het orkest geen kip!" + +"Lieve Hemel; haar naam op het affiche werkt als een luchtpomp." + +"En dan nog zoo verwaand, om de prijzen te verhoogen." + +"Een mooie benefiet. Ik wed, dat de recette in een spaarpot of in +een hiel van een kous kan." + +"Daar is ze met haar fameus costuum met rood fluweelen linten." + +"Zij ziet er uit als een gekookte kreeft." + +"Hoeveel heb jij met je laatste benefiet gemaakt?" vroeg een der +actrices aan haar vriendin. "Ik heb slechts zes francs overgehouden; +de rest heeft mijn modiste genomen. Als ik niet bang was voor +winterkloven, dan zou ik naar St. Petersburg gaan." + +"Wat? Nog geen dertig jaar en dan wil je al naar Rusland gaan!" + +"Wat zal ik je zeggen? En is jouw benefiet gauw?" + +"Over veertien dagen. Ik heb al voor duizend daalders verkocht, +ongerekend de cadetten." + +"Kijk eens, de stalles loopen leeg." + +"Omdat Dolorès zingt." + +Inderdaad bracht Dolorès, even rood als haar kostuum, haar niet aan te +hooren coupletten eruit. Toen zij met groote moeite het slot bereikt +had, werden haar twee bloemruikers toegeworpen door twee vriendinnen +(eveneens actrices), die zich over haar baignoire heen bogen en riepen: + +"Bravo, Dolorès!" + +Men kan zich voorstellen hoe woedend zij was. Zoodra zij op haar +kamer kwam, opende zij, hoewel het midden in den nacht was, het +raam en maakte Coco wakker, die op zijn beurt Mr. Birn'n weer wekte, +die in vol vertrouwen op het woord der actrice was gaan slapen. + +Van dien dag af was de oorlog tusschen de actrice en den Engelschman +uitgebroken: een oorlog op leven en dood, een oorlog zonder +wapenstilstand of rust, waarin de beide betrokken deelnemers voor +geen kosten of moeiten terugdeinsden. De papegaai, die door Dolorès +diensovereenkomstig opgeleid werd, had een ernstige studie gemaakt van +de tale Albions en braakte nu den geheelen dag door met zijn scherpste +faussettonen vloeken tegen zijn buurman uit. Dat was inderdaad iets +onverdragelijks. Dolorès zelf leed eronder, maar zij hoopte dat +dit Mr. Birn'n binnen enkele dagen tot den aftocht zou dwingen: +dat toch was het doel, dat haar eigenliefde zich gesteld had. De +eilandbewoner van zijn kant had allerlei middelen uitgedacht om zich +te wreken. Om te beginnen had hij in zijn salon een trommel-academie +gesticht, maar de commissaris van politie had daarover zijn veto +uitgesproken. Toen had hij, met den dag vindingrijker wordend, een +schietbaan voor pistool aangelegd; dagelijks verschoten zijn bedienden +minstens vijftig schijven. Weer kwam de commissaris tusschenbeide +en maakte hem opmerkzaam op een artikel uit de politieverordening, +waarbij het gebruik van vuurwapen in bewoonde huizen strafbaar +gesteld was. Mr. Birn'n liet het vuren dus staken. Maar acht dagen +later merkte mademoiselle Dolorès dat het in haar appartementen +regende. Ten gevolge daarvan stelde de huiseigenaar een onderzoek in +bij Mr. Birn'n, dien hij aantrof juist op het oogenblik, dat hij op +het punt stond een zeebad te nemen in zijn salon. De wanden van dit +vrij groote vertrek waren n.l. in de rondte met zinken platen bekleed; +alle deuren waren toegespijkerd; en in dat geïmproviseerde bassin +had men in een honderd drachten water een vijfhonderd centenaars zout +vermengd. Het was een echte Oceaan in het klein. Niets ontbrak eraan, +zelfs de visschen niet. Door een in het bovenpaneel van de middendeur +aangebrachte opening kon men in dit zeetje afdalen en Mr. Birn'n nam +op die wijze dagelijks een bad. Na korten tijd begon men in den wijk +de werkingen van eb en vloed waar te nemen, terwijl mademoiselle +Dolorès een halven duim water in haar slaapkamer had staan. + +De huisheer werd woedend en dreigde Mr. Birn'n met een proces tot +schadevergoeding voor de in zijn pand aangerichte verwoesting. + +"Ik dan niet heb het recht in mijn huis mij te baden?" + +"Neen, mijnheer!" + +"Als ik niet heb het recht, dan goed," zeide de Engelschman vol +eerbied voor de wet van het land, waarin hij leefde. "Het is jammer, +ik amuseerde zoo mij." + +En denzelfden avond nog gaf hij order zijn Oceaan te laten +leegloopen. Het was inderdaad hoog tijd: op den vloer had zich reeds +een oesterbank gevormd. + +Doch daarom had Mr. Birn'n den strijd niet opgegeven; integendeel +hij zocht naar een wettig middel tot voortzetting van dezen zeldzamen +oorlog, die het onderwerp van gesprek uitmaakte van geheel Parijs, want +de tijding van dit avontuur had zich spoedig in de schouwburg-foyers +en andere openbare plaatsen verspreid. Het was dus voor Dolorès +een eere-zaak om als overwinnares uit dezen strijd, die reeds tot +verschillende weddenschappen aanleiding gegeven had, te voorschijn +te treden. + +Mr. Birn'n was toen op het denkbeeld van den piano gekomen. Dat was +zoo'n kwaad denkbeeld niet: het nietswaardigste van alle instrumenten +was zonder twijfel in staat den strijd aan te binden tegen den +nietswaardigsten van alle vogels. Zoodra dat goede denkbeeld +bij hem opgekomen was, had de Engelschman zich gehaast het ten +uitvoer te brengen. Hij had een piano gehuurd en daarbij een pianist +gevraagd. Die pianist nu was, zooals men zich herinneren zal, onze +vriend Schaunard. De Engelschman wijdde hem dadelijk in alle hem +door den papegaai van zijn buurvrouw aangedane martelingen in en +stelde hem ook in kennis met alles wat hij reeds geprobeerd had om +de actrice tot overgave te dwingen. + +"Maar milord," zeide Schaunard; "er bestaat toch een heel eenvoudig +middel om dat beest uit den weg te ruimen; peterselie. Alle +scheikundigen zijn het volkomen eens, dat deze soepplant Pruisisch +zuur voor die dieren is; strooi dus wat fijngehakte peterselie op uw +tapijten en laat die uit het raam boven de kooi van Coco uitkloppen: +hij zal daar even zeker aan sterven als wanneer hij te dineeren +gevraagd was bij paus Alexander VI." + +"Daar ik wel aan heb gedacht," antwoordde Mr. Birn'n, "maar de dier +wordt bewaakt; de piano is zekerder." + +Schaunard, die den Engelschman in den beginne niet begreep, keek hem +verwonderd aan. + +"Luister eens wat ik bedacht heb. De comediante en haar dier slapen +tot 's middags twaalf uur. Volg nu goed mijn redeneering ..... Ik +van plan ben haar te storen in haar slaap. De wet van dit land mij +toestaat te maken muziek van den ochtend tot den avond. Begrijpt u, +wat ik verwacht van u?" + +"Maar de actrice zal het heusch niet zoo onaangenaam vinden om mij +den geheelen dag piano te hooren spelen, en dat nog wel gratis," +meende Schaunard. "Ik ben een eerste klas pianist en wanneer ik tering +had ....." + +"Ho, ho!" viel de Engelschman hem in de rede; "ik u ook niet zeg +te maken goede muziek. U moet maar slaan op het instrument. Zoo +bijvoorbeeld ....." en Mr. Birn'n probeerde een gamma te spelen; +"en altijd hetzelfde, altijd hetzelfde, meedoogenloos, mijnheer +de muzikant, altijd weer de gamma. Ik weet wat van geneeskunde, +dat maakt krankzinnig. Zij zullen daar beneden krankzinnig worden, +daarop ik reken. Neem plaats aan het instrument, mijnheer; ik betalen +zal u goed." + +"Dit nu," zeide Schaunard, die al de bijzonderheden, welke men +hierboven gelezen heeft, verteld had; "dit nu is sedert veertien +dagen mijn bezigheid: een gamma en niets dan diezelfde gamma van +'s ochtends vijf uur tot 's avonds. Het behoort, strikt genomen, +niet tot de ernstige kunst; maar wat kan ik eraan doen, kinderen? De +Engelschman betaalt voor het lawaaimaken tweehonderd francs per maand; +je moet wel een beul voor je eigen lichaam zijn, om zoo'n buitenkansje +van de hand te wijzen. Ik heb het aangenomen en over een paar dagen +ga ik naar de bank om het salaris voor de eerste maand te halen." + +Aan het slot van die wederkeerige vertrouwelijke mededeelingen +besloten de drie vrienden dit gelijktijdige binnenkomen van +looddeelen te gebruiken, om de gerechtvaardigde coquetterie van hun +vriendinnetjes te bevredigen en haar het voorjaarscostuum te geven, +waarnaar zij zoo vurig verlangden. Bovendien spraken zij af, dat +degene, die het eerst zijn geld krijgen zou, wachten moest tot bij +de andere dezelfde blijde gebeurtenis plaats gehad zou hebben, om op +die manier de inkoopen gemeenschappelijk te doen en de dames Mimi, +Musette en Phémie gelijktijdig het genoegen te laten smaken zich +"in een nieuwe huid te steken", zooals Schaunard het noemde. + +Twee of drie dagen na deze geheime bijeenkomst opende Rodolphe de +rij, zijn osanorisch gedicht was betaald; hij woog tachtig francs +zwaarder. Nog twee dagen later had Marcel van Médicis het honorarium +voor achttien korporaalsportretten à zes francs ontvangen. + +"Het is net, of ik goud zweet," zeide de dichter. + +"Ik heb precies hetzelfde gevoel," antwoordde Marcel. "Als Schaunard +nog lang talmt, zal ik onmogelijk mijn rol van anonymen Croesus verder +kunnen spelen." + +Maar den volgenden dag reeds zagen de bohémiens Schaunard in een +prachtig goudgeel nangkin jaquette thuiskomen. + +"Goede God!" riep Phémie, die door het zien van haar zoo elegant +gebonden minnaar verblind werd; "waar heb jij die jas gevonden?" + +"Tusschen mijn papieren," antwoordde de gammakunstenaar, terwijl hij +zijn vrienden een wenk gaf, om hem te volgen. + +"Ik heb het," zeide hij, toen zij alleen waren; "daar heb je het +zaakje," en hij liet een handvol goudstukken zien. + +"Voorwaarts, marsch dan!" riep Marcel uit; "laten we de magazijnen +gaan plunderen! Wat zal Musette in haar schik zijn!" + +"En Mimi dan!" voegde Rodolphe eraan toe. "Nou vooruit, ga je mee, +Schaunard?" + +"Laat ik nog even op één ding wijzen!" antwoordde de +gammakunstenaar. "Wanneer we de dames overladen met de duizend +luimen der mode, begaan we misschien een dwaasheid. Denkt eens goed +na. Zijn jullie niet bang, dat, als zij op de platen uit de Echarpe +d'Iris gelijken, al die pracht en praal een verderfelijken invloed +op haar karakter zal uitoefenen? En past het bovendien jongemannen, +zooals wij zijn, de vrouwen zoo te behandelen, alsof wij afgeleefde en +gerimpelde grijsaards waren? Ik zeg dit niet, omdat ik geen veertien of +achttien francs ervoor over heb, om Phémie een nieuw costuum te geven, +maar omdat ik bang ben, dat zij mij niet meer zal willen groeten, als +zij eenmaal een nieuwen hoed heeft. En wat is ze knap, als ze alleen +maar een bloem in haar haar heeft. Wat zeg jij ervan?" Deze vraag was +gericht tot Colline, die tijdens Schaunard's rede binnengekomen was. + +"Ondank is de zoon der weldaad," zeide de wijsgeer. + +"En ook mogen jullie wel eens overwegen," ging Schaunard voort, "wat +voor figuur jullie in je afgedragen pakken naast je vriendinnetjes +in haar elegante costuums zult maken. Je zult er uit zien als haar +kamermeisjes. Ik zeg dat niet voor mij," voegde Schaunard er aan toe, +terwijl hij in zijn nangkin rok een breede borst zette, "ik kan mij +nu, Goddank, overal laten zien!" + +Niettegenstaande de oppositie van Schaunard werd toch besloten +den volgenden dag alle bazars in de buurt ter wille van de dames +te plunderen. + +En werkelijk kwamen den volgenden ochtend op hetzelfde uur, dat wij +in het begin van dit hoofdstuk mademoiselle Mimi heel verbaasd over +de afwezigheid van Rodolphe wakker hebben zien worden, de dichter +en zijn twee vrienden met een loopjongen uit de "Twee Apen" en een +modiste, die de stalen droegen, de trap naar hun kamer op. Schaunard, +die inmiddels den beroemden jachthoorn gekocht had, liep voorop en +blies de ouverture van "De Karavaan." + +Musette en Phémie, door Mimi, die in den entresol woonde, geroepen, +vlogen op het bericht, dat er hoeden en japonnen voor haar gebracht +werden, als een lawine de trap af. Bij het zien van al de armzalige +rijkdommen, die voor haar uitgestald lagen, werden de drie vrouwen +bijna dol van blijdschap. Mimi kreeg een aanval van overmoedige +vroolijkheid: zij sprong rond als een geit en zwaaide een dunne +wollen sjaal heen en weer. Musette was Marcel om den hals gevlogen +en had in iedere hand een klein groen laarsje, die zij als cymbalen +tegen elkaar sloeg. Phémie keek snikkend Schaunard aan en kon niets +anders uitbrengen dan de woorden: + +"O, mijn Alexander, mijn Alexander!" + +"Bij haar is het gevaar niet groot, dat ze de geschenken van Artaxerxes +weigert," mompelde de wijsgeer Colline. + +Toen de eerste vreugde wat geluwd, de keuze gemaakt en de rekeningen +betaald waren, zeide Rodolphe tot de drie dames, dat zij zorgen +moesten den volgenden ochtend haar costuums af te hebben. + +"We gaan naar buiten!" zeide hij. + +"Dat is zoo moeilijk niet!" riep Musette uit. "Het is niet voor het +eerst, dat ik op één en denzelfden dag een japon gekocht, geknipt, +genaaid en aangetrokken heb. Wij zullen klaar zijn, niet waar dames?" + +"Natuurlijk!" riepen Mimi en Phémie tegelijk uit. + +Dadelijk gingen zij aan het werk en de eerstvolgende zestien uur +gaven zij schaar en naald geen oogenblik rust. + +De volgende dag was de eerste Mei. De Paaschklokken hadden reeds +eenige dagen tevoren de opstanding der lente ingeluid; en van alle +kanten kwam zij nu haastig en vroolijk aan; zij kwam, zooals het in +het Duitsche volkslied heet, als de jonge bruidegom, die den Meiboom +onder het venster van zijn geliefde gaat planten. Zij schilderde den +hemel blauw, de boomen groen en al het andere in mooie kleuren. Zij +wekte de zon, die in haar nevelbed sliep, het hoofd op de van sneeuw +zwangere wolken, die haar tot kussen dienden, en riep haar toe: +"Sta op, vriendin, het is tijd! Hier ben ik! Vlug aan het werk! Trek +zonder talmen je mooi nieuw stralenkleed aan en laat je dadelijk op +je balkon zien, om mijn komst te melden!" + +Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu +trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun +pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel +door de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn +bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men +reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest +zag komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters +en verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg, [38] een +leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve vingers, +die den arme nog doet rillen aan het hoekje van zijn haard, waarin +de laatste vonken van zijn laatste houtblok reeds lang uitgedoofd +zijn. Zoele koeltjes golfden door de heldere atmospheer en droegen +de eerste geuren der naburige velden naar de stad. De heldere, warme +zonnestralen klopten tegen de vensterruiten en zeiden tot den zieke: +"Doe open, wij zijn de gezondheid!" en tot het meisje, dat in haar +dakkamertje voor haar spiegel staat, die onschuldige eerste liefde +der onschuldigen: "Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen; +wij zijn de lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken, +je stroohoed opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de +grasperken, waarop gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen, +en reeds lokken de violen ten dans. Gegroet, gij schoone!" + +Toen de dichtstbijzijnde kerkklokjes het Angelus luidden, stonden onze +drie ijverige coquetten, die nauwelijks tijd hadden kunnen vinden, +om een paar uur te slapen, reeds voor haar spiegel, om een laatsten +onderzoekenden blik op haar nieuwe toiletjes te werpen. + +Zij zagen er in haar gelijkkleurige costuums alle drie bekoorlijk +uit en op haar gezichtjes was duidelijk de bevrediging te lezen, +die de verwezenlijking van een lang gekoesterden wensch geeft. + +Vooral Musette straalde van schoonheid. + +"Ik ben nog nooit zoo in mijn schik geweest," zeide zij tot Marcel; +"het is net, alsof de goede God al het geluk, dat voor mij bestemd is, +in dit eene uur samengedrongen heeft, en ik ben bang, dat er nu voor +het vervolg niet veel meer overblijft. Maar kom, wanneer er niet meer +zijn zal, dan maken we het zelf. Wij hebben er een goed recept voor," +voegde zij er vroolijk aan toe, terwijl ze Marcel een kus gaf. + +Phémie had iets, dat haar hinderde. + +"Ik houd wel van het groen en de kleine vogels," zeide zij; "maar +buiten kom je niemand tegen, zoodat niemand mijn mooien hoed en japon +zal zien. Kunnen we niet op den boulevard gaan picnicken?" + +Om acht uur werd de geheele straat door de fanfares van den jachthoorn +van Schaunard, die het signaal tot vertrek gaf, in rep en roer +gebracht. De buren kwamen aan het venster, om de bohémiens voorbij +te zien gaan. Colline, die van de partij was, sloot den stoet met +de parasols der dames onder zijn arm. Een uur later was het geheele +vroolijke troepje in Fontenay-aux-Roses. + +Toen zij 's avonds, aardig laat, thuiskwamen, verklaarde Colline, +die den geheelen dag de functies van schatbewaarder vervuld had, dat +zij zes francs vergeten hadden uit te geven, en legde dat overschot +op tafel. + +"Wat moeten we daarmee beginnen?" vroeg Marcel. + +"Hoe zou je het vinden, als we er effecten voor kochten?" was +Schaunard's antwoord. + + + + + + +HOOFDSTUK XVIII. + +DE MOF VAN FRANCINE. + + +I + +Onder de echte bohémiens der echte bohème heb ik indertijd een +zekeren Jacques D.... gekend. Hij was beeldhouwer en beloofde +mettertijd een groot kunstenaar te zullen worden. Doch zijn ellendige +levensomstandigheden hebben hem niet den tijd gelaten die beloften +te houden. Hij stierf in Maart 1814, in het hospitaal Saint-Louis, +zaal Sainte-Victoire, bed 14, aan uitputting. + +Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen tijd +ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques +een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op +voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks +opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik +hem geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen, +dat den onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is +gestorven zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met +den dood strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan +een der afschuwelijkste scènes, die ik in dezen caravansérail [39] +van menschelijk lijden heb medegemaakt. De vader, dien men met zijn +overlijden in kennis gesteld had, was het lijk komen opeischen en had +een tijd lang afgedongen op de door de administratie geëischte som van +zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde +hij zóó lang en zóó hardnekkig, dat men hem ten slotte zes francs +minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist wilde leggen, nam +de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende laken weg en vroeg +aan een der vrienden van den overledene om geld voor het lijkkleed. De +arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar Jacques' vader, +die in een opwelling van drift en woede vroeg, of men hem nooit met +rust zou laten. + +Toen wierp de zuster, die dit afschuwelijke tooneel meemaakte, een +blik op het lijk en sprak de aangrijpend naïeve woorden: + +"Maar mijnheer, de arme jongen kan toch zoo niet begraven worden: +het is zoo koud; geef hem tenminste een hemd, opdat hij niet heelemaal +naakt voor onzen lieven Heer verschijnt." + +Eindelijk gaf de vader den vriend vijf francs om een hemd te koopen, +doch drukte hem daarbij op het hart het te halen bij een uitdrager +in de rue Grange-aux-Belles, die tweedehandsche hemden had. + +"Dat is niet zoo duur," voegde hij eraan toe. + +Later kreeg ik opheldering omtrent die onmenschelijke hardheid van +Jacques' vader: hij was woedend, dat zijn zoon zich aan de kunst +gewijd had, en die woede was zelfs bij het zien van de lijkkist niet +tot bedaren gekomen. + +Maar ik ben al heel ver afgedwaald van mademoiselle Francine en haar +mof. Doch ik kom er nu toe: mademoiselle Francine was het eerste en +eenige vriendinnetje van Jacques geweest, die toch niet oud gestorven +was, want hij was nauwelijks drie-en-twintig, toen zijn vader hem +heelemaal naakt onder den grond wilde laten stoppen. Jacques heeft +mij het verhaal van die amourette gedaan, toen hij nummer 14 en ik +nummer 16 was op de zaal Sainte-Victoire, een vreeselijke plaats om +te sterven. + +Maar wacht nog even, lezer! Voor ik dit verhaal begin, dat zeer mooi +zou zijn, als ik het kon oververtellen zooals Jacques het mij verteld +heeft, moet ik nog eerst een pijp aansteken, die oude steenen pijp, +die Jacques mij gegeven heeft op den dag, dat de dokter hem het rooken +verboden had. Maar 's nachts, wanneer de broeder sliep, leende hij +zijn pijp van mij en vroeg me wat tabak: je verveelt je 's nachts +zoo in die groote zalen, wanneer je niet slapen kunt en pijn hebt. + +"Een of twee trekjes maar!" zeide hij, en ik liet hem zijn gang +gaan en wanneer zuster Sainte-Géneviève de rondte deed, hield zij +zich alsof zij niet merkte, dat er gerookt werd. O, goede zuster, +wat waart ge goed en wat waart ge mooi, wanneer ge ons met wijwater +kwaamt besprenkelen! We zagen u reeds van verre aankomen, wanneer +ge zoo zacht liept onder de sombere gewelven in uw wijden witten +nonnesluier, welks mooie plooien Jacques zoo bewonderde. O, goede +zuster, gij waart de Beatrice [40] van dezen hel. Zoo zoet en zacht +klonken uw troostwoorden, dat we alleen klaagden, om door u getroost +te worden. Als mijn vriend Jacques niet gestorven was, zou hij voor +u een kleine Heilige Maagd gebeeldhouwd hebben, goede zuster Géneviève! + +Eerste lezer: En waar blijft de mof nu? Ik zie er nog niets van. + +Tweede lezer: En mademoiselle Francine dan? + +Eerste lezer: Het is heelemaal geen vroolijk verhaal. + +Tweede lezer: Je kunt niets zeggen, voor we het slot weten. + +Ik vraag u wel vergiffenis, heeren, de pijp van mijn vriend is de +oorzaak van al deze afdwalingen. Overigens heb ik volstrekt niet +beloofd u te zullen laten lachen. Het gaat niet altijd vroolijk toe +in het bohème-leven. + +Jacques en Francine hadden elkaar leeren kennen in een huis in de rue +de la Tour d'Auvergne, waarin zij in het begin van April gelijktijdig +waren komen wonen. + +Eerst na acht dagen werden tusschen den kunstenaar en het jonge meisje +die buurpraatjes gewisseld, welke een noodzakelijk gevolg zijn van +het op dezelfde verdieping wonen; en toch kenden zij elkaar reeds, nog +voordat ze één woord gewisseld hadden. Francine wist, dat haar buurman +een arme tobberd van een kunstenaar was, en Jacques had gehoord, dat +zijn buurmeisje een naaistertje was, van huis weggeloopen, om zich +aan de slechte behandeling door haar stiefmoeder te onttrekken. Zij +deed wonderen van spaarzaamheid om er zich, zooals men dat noemt, +"door heen te slaan" en daar zij nooit genietingen had leeren kennen, +miste zij die niet en verlangde zij er niet naar. + +De kennismaking had plaats op de volgende manier. Op een zekeren +Aprilavond kwam Jacques doodmoe, met een leege maag en in een heele +trieste stemming op zijn kamer. Het was een onbestemde triestheid, +die geen bepaalde reden heeft, die je overal en op ieder uur kan +overvallen--een soort apoplexie van het hart, waarvoor voornamelijk die +ongelukkigen, die alleen leven, vatbaar zijn. Jacques, die het in het +kleine kamertje benauwd kreeg, wierp het raam open, om versche lucht te +kunnen inademen. Het was een prachtige avond en de ondergaande zon spon +om de heuvels van Montmartre een droefgeestigen tooversluier. Jacques +bleef voor het raam zitten mijmeren en luisterde naar het koor der +gevederde lentezangers, die in de avondstilte zongen; en zijn trieste +stemming werd nog triester. Toen hij een raaf krassend voorbij zag +vliegen, dacht hij aan den tijd, waarin de raven brood brachten aan +Elia, den vromen kluizenaar, en maakte hij bij zichzelf de opmerking, +dat de raven thans niet zoo barmhartig meer zijn. Ten slotte kon hij +het niet langer uithouden, hij sloot zijn raam, trok het gordijn dicht +en stak, daar hij geen geld had, om olie te koopen, een harskaars aan, +die hij van een reis naar La Grande Chartreuse meegebracht had. En +in een steeds melancholieker stemming stopte hij zijn pijp. + +"Gelukkig, dat ik nog zooveel tabak heb, dat ik het pistool door den +rook niet meer zal zien," mompelde hij en begon te rooken. + +Mijn vriend Jacques moest dien avond wel heel droefgeestig zijn, dat +hij erover dacht "het pistool te omsluieren". Dat was zijn laatste +toevlucht in groote crisissen; en meestal lukte het hem wel. Het middel +bestond hierin: Jacques rookte tabak, waarop hij een paar druppels +laudanum gesprenkeld had, en hij rookte zoo lang, totdat de rookwolk, +die uit zijn pijp kwam, dik genoeg geworden was, om alle voorwerpen, +die in zijn kamertje waren, en met name een aan den muur hangend +pistool in een waas voor hem te hullen. Dat was een kwestie van een +pijp of tien. Wanneer het pistool geheel onzichtbaar geworden was, +sliep hij gewoonlijk door de gecombineerde werking van de tabak en +het laudanum in en meestal verliet zijn droefgeestigheid hem op den +drempel van zijn droomen. + +Doch dien avond had Jacques al zijn tabak opgerookt en was het +pistool volkomen onzichtbaar geworden, en nog was hij steeds bitter +droefgeestig. Dien avond was daarentegen mademoiselle Francine +buitengewoon opgewekt, toen zij naar huis terugkeerde en evenmin +als Jacques' droefgeestigheid had Francine's opgewekte stemming +een bepaalde oorzaak: het was een vroolijkheid, die, om zoo te +zeggen, uit den hemel valt en die de goede God in goede harten doet +nederdalen. Kort en goed, mademoiselle Francine was dus vroolijk en +opgewekt en kwam zingend de trap op. Maar toen zij haar kamerdeur wilde +open maken, blies plotseling een rukwind, die door het openstaande +raam binnenkwam, haar kaars uit. + +"Lieve Hemel, hoe vervelend!" riep het jonge meisje uit. "Nu moet ik +weer zes trappen op en af." + +Toen zij echter in Jacques' kamer licht zag, gaf een instinct van +gemakzucht, geënt op een gevoel van nieuwsgierigheid, haar de gedachte +in den kunstenaar om licht te vragen. Dat zijn van die diensten, +die je elkaar onder verdiepingsgenooten dagelijks bewijst, dacht zij +bij zichzelf, en het is volstrekt niet compromitteerend. Dus klopte +zij tweemaal zacht op de deur van Jacques, die, een weinig verrast +over dit late bezoek, open ging doen. Doch nauwelijks had zij een +stap in de kamer gedaan, of de rook, die daarin hing, benam haar +den adem en zij viel, voordat zij nog een woord had kunnen zeggen, +bewusteloos op een stoel, waarbij zij haar sleutel en haar kaars +uit haar hand liet vallen. Het was middernacht, iedereen in huis +lag in diepe rust. Jacques vond het beter niet om hulp te roepen: +hij was bang daardoor zijn buurmeisje aan allerlei praatjes te zullen +blootstellen. Hij wierp dus slechts het raam open, om frissche lucht +binnen te laten; en toen hij het jonge meisje een paar druppels water +in het gezicht gesprenkeld had, zag hij, dat zij haar oogen opsloeg +en langzamerhand weer bijkwam. Toen zij na verloop van vijf minuten +weer geheel tot bewustzijn gekomen was, vertelde zij hem waarom zij +bij hem had aangeklopt en maakte zij hem haar excuses voor den last, +dien zij hem veroorzaakt had. + +"Nu ik weer heelemaal beter ben," voegde zij eraan toe, "kan ik +weer naar mijn kamer". Hij had de deur geopend, toen zij bemerkte, +dat zij niet alleen vergat haar kaars aan te steken, maar ook dat +zij den sleutel van haar kamer niet had. + +"Ik ben nog wat in den war," zeide zij, terwijl zij met haar blaker +naar de harskaars ging; "ik ben hier gekomen om licht te halen en nu +ga ik zonder weg." + +Doch op hetzelfde oogenblik ging door de tocht, die ontstond door het +open gebleven zijn van de deur en van het raam, plotseling de kaars +uit en bevonden de twee jonge menschen zich in het donker. + +"Je zoudt bijna gelooven, dat het expres gebeurt," zeide Francine. "Wat +vervelend, dat ik u zooveel overlast moet aandoen, maar zoudt u niet +zoo goed willen zijn om wat licht te maken, anders zal ik mijn sleutel +niet kunnen vinden." + +"Zeker wel, mademoiselle," antwoordde Jacques en zocht tastend naar +lucifers. + +Hij had ze al heel gauw gevonden. Plotseling echter kwam hij op een +eigenaardige gedachte; hij stak de lucifers in zijn zak en riep uit: + +"Lieve hemel, al weer een nieuwe moeilijkheid, mademoiselle, ik heb +geen enkelen lucifer meer hier; ik heb den laatsten gebruikt, toen +ik thuis kwam." + +"Een prachtig gevonden list," dacht hij bij zichzelf. + +"Goede God!" riep Francine uit; "ik kan wel naar mijn kamer gaan--ik +zal daar niet in zeven slooten tegelijk loopen, maar om erin te komen, +moet ik mijn sleutel hebben. Ach mijnheer, help mij even zoeken, +hij moet op den grond liggen". + +"Laten we maar even zoeken, mademoiselle," zeide Jacques. + +En nu waren zij beiden in het donker naar het verloren schaap aan +het zoeken; maar alsof zij door hetzelfde instinct bestuurd werden, +ontmoetten hun handen, die op dezelfde plaats zochten, elkaar wel +tienmaal in de minuut. En daar zij beiden even onhandig waren, vonden +zij den sleutel niet. + +"De maan is op het oogenblik door een wolk bedekt, maar schijnt +dadelijk vlak in mijn kamer," zeide Jacques. "Wacht u dus even. Straks +zal zij ons bij het zoeken helpen." + +Om den tijd wat te bekorten, begonnen zij te praten. Een gesprek in +het donker, in een klein kamertje, in een lentenacht; een gesprek, +dat, in den beginne nietszeggend en onbeteekenend, langzamerhand +vertrouwelijker wordt ..... u weet, waarheen dat leidt. De zinnen +worden wat onsamenhangend en door veelzeggende pauzes onderbroken; +de stem wordt zachter; woorden wisselen af met zuchten. De handen, +die elkaar ontmoeten, vullen de gedachte aan, die uit het hart naar +de lippen stijgt, en .... Zoekt het slot maar in uw herinneringen, +jonge paartjes. Zoek het, jonge man, zoek het, jonge vrouw, zoekt +het gij, die vandaag arm in arm en hand in hand loopt en elkaar twee +dagen tevoren nog nooit gezien hadt. + +Eindelijk kwam de maan achter de wolken te voorschijn en wierp haar +lichte stralen in het kamertje. Mademoiselle Francine werd wakker +als uit een droom en stiet een klein gilletje uit. + +"Wat is er?" vroeg Jacques, die zijn armen om haar middel sloeg. + +"Niets," mompelde Francine; "ik dacht, dat ik hoorde kloppen." + +En zonder dat Jacques het merkte, schoof zij met haar voet den sleutel, +dien zij vlak bij zag liggen, onder een kast. + +Zij wilde hem niet vinden. + + + +Eerste Lezer: Ik zal dit verhaal mijn dochter zeker niet in handen +geven. + +Tweede Lezer: Tot nog toe heb ik geen haar van Francine's mof gezien; +en wat het meisje zelf betreft, ik weet nog niet eens of zij bruin +of blond is. + +Geduld lezers, geduld! Ik heb u een mof beloofd en ik zal u die ook +geven, zooals mijn vriend Jacques er een gegeven heeft aan zijn arm +vriendinnetje Francine, die, zooals ik hierboven door de puntjes heb +aangeduid, zijn maîtresse geworden was. Francine was blond, blond +en vroolijk, wat niet dikwijls voorkomt. Tot haar twintigste jaar +had zij de liefde niet gekend; maar een onbestemd voorgevoel van +haar naderend einde waarschuwde haar, dat zij zich moest haasten, +als zij die nog wilde leeren kennen. + +Zij ontmoette Jacques en kreeg hem lief. Hun liaison duurde zes +maanden. In het voorjaar hadden zij elkaar gevonden; in het najaar +scheidden zij weer. Francine was een teringlijdster, zij wist het en +haar vriend Jacques wist het ook: veertien dagen nadat hij met Francine +was gaan samen wonen, had hij het gehoord van een van zijn vrienden, +die dokter was. Zij zou met het vallen der gele bladeren heengaan, +had hij gezegd. + +Francine had die voorspelling gehoord en zag eveneens, hoe wanhopig +haar vriend daaronder was. + +"Wat kunnen ons die gele bladeren schelen?" zeide zij met een +glimlach, waarin zij al haar liefde legde; "wat kan ons het najaar +schelen? Wij zijn in den zomer en de bladeren zijn groen: laten we +die niet ongebruikt voorbij laten gaan ..... En wanneer je ziet, +dat ik uit dit leven heengaan wil, neem me dan in je armen, kus me +en verbied me weg te gaan. Ik ben gehoorzaam, dat weet je; dus zal +ik bij je blijven!" + +En zoo leefde dit bekoorlijke schepseltje vijf maanden lang met lachjes +en liedjes op haar lippen het moeilijke bohème-leven mede. Jacques +liet zich daardoor om den tuin leiden; zijn vriend zeide dikwijls tot +hem: "Francine gaat achteruit; zij moet goed verpleegd worden." Dan +liep Jacques heel Parijs af om geld te vinden voor de door den dokter +voorgeschreven geneesmiddelen, maar Francine wilde er niets van weten +en wierp ze het raam uit. Wanneer zij 's nachts een hoestaanval kreeg, +stond zij zachtjes op en ging naar de gang, uit vrees, dat Jacques +het anders hooren zou. + +Toen zij op een goeden dag samen buiten waren, zag Jacques, dat er aan +de boomen gele bladeren begonnen te komen. Treurig keek hij Francine +aan, die langzaam en mijmerend naast hem liep. + +Francine zag hem bleek worden en raadde de oorzaak ervan. + +"Je lijkt wel niet goed wijs," zeide zij, terwijl zij hem een kus gaf; +"wij zijn pas in Juli; het is nog drie maanden voor October in het +land is: en wanneer wij, zooals wij dat doen, elkaar dag en nacht +liefhebben, dan verdubbelen we den tijd, dien we nog samen te leven +hebben. En wanneer ik mij met het vallen der gele bladeren erger voel +worden, dan gaan we in een dennenbosch wonen: daar zijn de bladeren +altijd groen." + + + +In het begin van October moest Francine het bed blijven +houden. Jacques' vriend behandelde haar. Het kleine kamertje, waarin +zij woonden, lag op de bovenste verdieping van het huis en zag uit +op een binnenplaats, waarin een boom stond, welks bladerentooi met +den dag dunner werd. Jacques had een gordijn voor het raam gehangen, +om den boom voor het oog van de zieke te verbergen; maar Francine +stond erop, dat het weer weggenomen werd. + +"Lieve jongen!" zeide zij tot Jacques; "ik zal je honderd maal meer +zoenen geven, dan de boom bladeren heeft .... En zij voegde eraan toe: +"Ik voel me trouwens veel beter .... Ik zal heel gauw weer uit kunnen +gaan, maar omdat het zoo koud is en ik geen winterhanden wil krijgen, +moet je een mof voor me koopen." + +Gedurende den geheelen duur van haar ziekte was die mof haar eenige +wensch. + +Den dag voor Allerheiligen was Jacques wanhopiger dan ooit. Francine +zag het en wilde hem wat moed geven, en om hem te bewijzen, dat het +werkelijk beter ging, stond zij op. + +Juist op dat oogenblik kwam de dokter, die haar dwong onmiddellijk +weer naar bed te gaan. + +"Jacques," fluisterde hij den artist in het oor; "wees sterk, +kerel! Het is afgeloopen .... Francine moet sterven." + +Jacques smolt in tranen weg. + +"Je kunt haar nu alles geven, wat zij vraagt; er is geen hoop meer." + +Francine hoorde met haar oogen wat de dokter haar vriend toefluisterde. + +"Geloof hem niet!" riep zij, terwijl zij haar armen naar Jacques +uitstrekte; "geloof hem niet, hij liegt. Morgen gaan we samen uit +.... dan is het Allerheiligen; het zal koud zijn, ga een mof voor me +koopen .... Ik heb zoo vreeselijk het land aan winterhanden." + +Jacques wilde met zijn vriend weggaan; Francine echter vroeg den +dokter nog even te blijven. + +"Ga jij de mof koopen, Jacques," zeide zij; "neem maar een goede, +dan duurt hij des te langer." + +Toen zij met den dokter alleen was, zeide zij: + +"O, dokter, ik ga sterven, ik weet het .... Maar geef mij, vòòr ik +heenga, nog een middel, dat mij voor één nacht mijn krachten teruggeeft +.... ik smeek u erom: maak mij nog één nacht mooi, dan wil ik gaarne +sterven, nu de goede God niet wil, dat ik nog langer leef." + +Toen de dokter haar zoo goed mogelijk troostte, woei een windvlaag +door het openstaande raam een geel blad van den boom op de binnenplaats +op het bed der zieke. + +Francine schoof het gordijn weg en zag, dat de boom heelemaal kaal was. + +"Dat is het laatste," mompelde zij en legde het blad onder haar kussen. + +"U zult morgen pas sterven," zeide de dokter tot haar; "u hebt nog +een nacht voor u." + +"Wat een geluk!" zeide het jonge meisje. "Een winternacht .... die +duurt lang." + +Jacques kwam met een mof terug. + +"Wat een mooie!" zeide Francine; "als ik uitga, zal ik hem dragen." + +Den nacht bracht zij in Jacques' armen door. + +Den volgenden dag, Allerheiligen, trad met het kleppen van het +middag-angelus de doodstrijd in. Zij begon over haar geheele lichaam +te beven. + +"Ik heb zulke koude handen," mompelde zij. "Geef me mijn mof." + +En zij wikkelde haar magere handen in het bont .... + +"Het is het einde," zeide de dokter tot Jacques; "geef haar een +afscheidskus." + +Jacques drukte zijn lippen op die van zijn vriendinnetje. In het +laatste oogenblik wilden zij de mof wegnemen, maar krampachtig hield +zij die vast. + +"Neen, neen!" zuchtte zij; "laat ik die houden; het is winter en zoo +koud ..... Mijn arme Jacques .... Mijn arme Jacques .... wat moet er +van je worden ... O, God!" + +En den volgenden dag was Jacques alleen. + +Eerste lezer: Ik heb wel gezegd, dat het geen vroolijk verhaal was! + +Wat zal ik u zeggen, lezer? Men kan niet altijd lachen. + + + + +II. + +Het was de ochtend van Allerheiligen. Francine was zooeven gestorven. + +Twee mannen waakten aan het sterfbed: de een, die erbij stond, was de +dokter; de ander, die naast het bed geknield lag, drukte zijn lippen op +de handen der doode en scheen die er in een wanhopigen kus voor eeuwig +aan vast te willen kleven; dat was Jacques, Francine's minnaar. Reeds +zes uur lang lag hij daar in een toestand van gevoelloosheid, die een +gevolg van diepen smart schijnt te zijn. Een draaiorgel, dat onder +zijn raam begon te spelen, riep hem eindelijk weer tot het leven terug. + +Dit orgel speelde een wijsje, dat Francine 's morgens bij het wakker +worden placht te zingen. + +Een van die waanzinnige verwachtingen, welke slechts in de grootste +wanhoop kunnen geboren worden, doorflitste plotseling Jacques' +geest. Hij ging in gedachten een maand in het verleden terug, naar +den tijd, dat Francine nog slechts stervende was; hij vergat het +heden en beeldde zich een oogenblik in, dat de doode slechts sliep +en dadelijk met het gewone morgenliedje op de lippen wakker zou worden. + +Doch nog voor de tonen van het orgel geheel weggestorven waren, was +Jacques reeds tot de werkelijkheid teruggekeerd. Francine's mond was +voor altijd verstomd en de glimlach, die haar laatste gedachte op +haar lippen getooverd had, verdween reeds, om plaats te maken voor +de trekken des doods. + +"Moed, Jacques!" zeide de dokter tot zijn vriend. + +Jacques stond op en keek den dokter aan: + +"Het is afgeloopen, niet waar? Er is geen hoop meer?" + +Zonder op die droevig-dwaze vraag te antwoorden, ging de dokter +naar het bed, trok de gordijnen dicht, wendde zich dan weer tot den +beeldhouwer en drukte hem de hand. + +"Francine is dood ....." zeide hij; "het was te verwachten. God weet, +dat wij alles, wat in onze macht stond, gedaan hebben, om haar te +redden. Het was een braaf meisje, Jacques, dat veel van je gehouden +heeft, meer en anders, dan jij van haar hieldt; want haar liefde was +niets dan liefde, terwijl er bij jou nog iets anders bij kwam. Francine +is dood .... maar alles is nog niet afgeloopen; we moeten nu aan de +voor de begrafenis noodige maatregelen denken. Wij zullen dat samen +doen en een buurvrouw vragen tijdens onze afwezigheid bij het lijk +te waken." + +Willoos liet Jacques zich door zijn vriend medenemen. De geheele +dag ging heen met bezoeken aan de mairie, den begrafenisondernemer +en het kerkhof. Daar Jacques in het geheel geen geld had, verpandde +de dokter zijn horloge, een ring en verschillende kleedingstukken, +om de kosten voor de begrafenis, die den volgenden dag zou plaats +hebben, te kunnen bestrijden. + +Eerst laat in den avond kwamen zij samen terug. De buurvrouw drong +er bij Jacques op aan wat te eten. + +"Goed," zeide hij; "geef maar wat; ik heb het koud en moet weer wat +krachten verzamelen, want ik moet vannacht nog werken." + +De buurvrouw en de dokter begrepen niet wat hij bedoelde. + +Jacques ging aan tafel zitten en slokte zoo gulzig een paar happen +naar binnen, dat hij er bijna in stikte. Toen vroeg hij wat te +drinken. Doch toen hij het glas naar zijn mond bracht, liet hij het +op den grond vallen. Het brak. Het glas had een herinnering in hem +wakker geroepen, die op haar beurt zijn verdriet, dat een oogenblik +ingesluimerd was, weer tot nieuw leven wekte. Op den dag n.l., dat +Francine voor het eerst bij hem gekomen was, had het jonge meisje, +dat toen reeds lijdende was, zich plotseling onwel gevoeld, en had +Jacques haar uit dat glas wat suikerwater laten drinken. Later, +toen zij samen woonden, hadden zij er een liefde-reliquie van gemaakt. + +Ook had de beeldhouwer in zijn zeldzame oogenblikken van rijkdom een +paar maal voor zijn vriendinnetje een of twee flesschen versterkenden +wijn, die haar door den dokter was voorgeschreven, gekocht, en dan +had Francine altijd uit dat glas dien drank gedronken, waaruit haar +liefde een betooverende vroolijkheid putte. + +Langer dan een half uur bleef Jacques sprakeloos naar die +overblijfselen van dat dierbare, brooze souvenir te staren. Hij had +een gevoel alsof ook zijn hart gebroken was en de scherven daarvan +zijn borst verscheurden. Toen hij eindelijk weer tot de werkelijkheid +teruggekeerd was, raapte hij de scherven van het glas bijeen en sloot +die weg in een kast. Dan vroeg hij zijn buurvrouw twee kaarsen te +halen en door den portier een emmer water te laten boven brengen. + +"Ga niet weg," verzocht hij den dokter, die daar geen oogenblik aan +dacht; "ik heb je straks noodig." + +Toen het water en de kaarsen gebracht waren, bleven de twee vrienden +alleen. + +"Wat wil je doen?" vroeg de dokter, toen hij zag, dat Jacques, na +het water in een houten bak gegoten te hebben, er gips bij wierp. + +"Wat ik doen wil?" antwoordde Jacques; "kan je het niet raden? Ik +wil een afdruk maken van Francine's hoofd; en omdat de moed daartoe +mij zou ontbreken, als ik alleen bleef, mag je niet weggaan." + +Jacques trok de gordijnen van het bed open en sloeg het laken, waarmede +het gelaat van de doode bedekt was, weg. Zijn hand begon te beven en +een half-verstikte zucht steeg uit zijn borst op. + +"Breng de kaarsen eens hier," riep hij zijn vriend toe, "en houd den +bak eens vast." + +De eene kaars werd aan het hoofdeinde van het bed gezet, zoodat het +volle licht ervan op het gelaat der doode viel; de andere aan het +voeteneinde. Dan doopte hij een penseel in olijfolie en wreef daarmede +de wenkbrauwen, de wimpers en het haar in, dat hij opgemaakt had, +zooals Francine het gewoonlijk droeg. + +"Op die manier zal het haar geen pijn doen, wanneer wij het masker +afnemen," zeide hij tot zichzelf. + +Na deze voorzorgsmaatregelen genomen en het hoofd in een gemakkelijke +houding gelegd te hebben, begon Jacques het gips in gelijke lagen op +te leggen, totdat het masker de vereischte dikte had. Na een kwartier +was de bewerking afgeloopen en volkomen geslaagd. + +Door een eigenaardig proces had op het gelaat van Francine een +merkwaardige verandering plaats gegrepen. Het bloed, dat nog geen +tijd gehad had geheel en al te verstijven, was ongetwijfeld door de +hooge temperatuur van het gips weer warm geworden en naar de bovenste +lichaamsdeelen gestroomd, zoodat het matwitte van het voorhoofd en de +wangen langzamerhand een rosen tint begon te krijgen. De oogleden, die +door het wegnemen van het masker eenigszins geopend waren, lieten het +rustige blauw der oogen zien, welker blik een vaag begrijpen scheen +te verraden, en de door een half glimlachje even geopende lippen +schenen het bij het laatste afscheid vergeten woord te spreken, +dat men slechts met het hart hoort. + +Trouwens, wie zou kunnen verzekeren, dat het begrip ophoudt op +hetzelfde oogenblik, dat de gevoelloosheid van een wezen intreedt? Wie +kan zeggen, dat de hartstochten sterven en verdwijnen tegelijk met +den laatsten harteklop? Zou de ziel niet een enkele maal vrijwillig +besloten kunnen blijven in het reeds voor de begrafenis gekleede +lichaam, en van uit haar vleeschelijk omhulsel een oogenblik de +droefheid en de tranen bespieden kunnen? Zij, die van ons scheiden, +hebben zooveel redenen om hen, die blijven, te wantrouwen. + +Wie weet, of niet misschien op het oogenblik, dat Jacques besloot haar +trekken met behulp der kunst te vereeuwigen, een laatste aardsche +gedachte Francine weer was komen wekken uit den eersten sluimer van +haar eeuwige rust. Misschien had zij zich herinnerd, dat hij, dien +zij zoo pas verlaten had, behalve een minnaar ook een kunstenaar was; +dat hij beide was, omdat hij niet het een zonder het andere kon zijn; +dat voor hem de liefde de ziel der kunst was, en dat hij haar daarom +slechts zoo lief gehad had, omdat zij voor hem vrouw en minnares +tegelijk, een gevoel in een vorm had kunnen zijn. En toen had in haar +begeerte om Jacques dat menschelijk beeld, dat voor hem het ideaal +zelve geworden was, achter te laten, Francine misschien, hoewel reeds +dood en koud en stijf, nog eenmaal op haar gelaat den glans van haar +liefde en al de bekoring van haar jeugd weten te voorschijn te roepen: +zij blies het kunstwerk leven in. + +En misschien had het arme meisje goed gedacht: want er bestaan onder +de ware kunstenaars van die Pygmalions, die, in tegenstelling met +hun klassieken naamgenoot, gaarne hun levende Galathea's in marmer +zouden willen veranderen. + +Bij het zien van die kalme rust op dat gelaat, waarop de doodstrijd +geen sporen achtergelaten had, zou niemand hebben kunnen gelooven aan +het lange lijden, dat aan den dood voorafgegaan was. Francine scheen +een liefdesdroom verder te droomen; en wanneer men haar daar zoo zag +liggen, zou men gezegd hebben, dat zij aan schoonheid gestorven was. + +Uitgeput door vermoeienis, was de dokter in een hoek in slaap gevallen. + +Jacques daarentegen was opnieuw ten prooi aan zijn twijfel van +zooeven. Zijn aan zinsbegoochelingen lijdende geest bleef hardnekkig +in den waan, dat de vrouw, die hij zoo grenzenloos lief had, weer zou +ontwaken; en daar van tijd tot tijd zwakke zenuwtrekkingen (het gevolg +van het mouleeren van het gezicht) de onbeweeglijkheid van het lijk +verbraken, versterkte dit schijnbare leven Jacques in zijn gelukkige +illusie, die voortduurde tot den ochtend, toen een ambtenaar den dood +constateeren en verlof tot begraven geven kwam. + +Trouwens evenals men geheel waanzinnig van wanhoop moest zijn, om aan +haar dood te twijfelen, zoo moest men de onfeilbaarheid der wetenschap +te hulp roepen om bij het zien van dat schoone wezen aan den dood te +kunnen gelooven. + +Toen de buurvrouw Francine in de lijkkist legde, bracht men Jacques +in een ander vertrek, waar hij enkele van zijn vrienden vond, +die gekomen waren, om de ontslapene de laatste eer te bewijzen. De +bohémiens onthielden zich tegenover Jacques, hoewel zij hem heel graag +mochten lijden, van al die troostwoorden, die het verdriet toch slechts +grooter maken. Zonder een van die woorden te spreken, welke in zulke +oogenblikken zoo moeilijk te vinden en zoo pijnlijk om aan te hooren +zijn, drukten zij, de een na den ander, hun vriend zwijgend de hand. + +"Het sterven van Francine is een groot ongeluk voor Jacques," zeide +een hunner. + +"Zeker," antwoordde de schilder Lazare, een bizarre persoonlijkheid, +die reeds vroeg alle hartstochten der jeugd had weten te overwinnen +door daartegenover de onbuigzaamheid van een vasten wil te stellen, +zoodat eindelijk de mensch in den kunstenaar ten onder gegaan +was--"zeker, maar dan toch een ongeluk, waarvan hij zelf de grootste +schuld is. Sedert Jacques Francine kent, is hij vreeselijk veranderd." + +"Zij heeft hem gelukkig gemaakt," merkte een derde op. + +"Gelukkig?" antwoordde Lazare; "wat noem je gelukkig? Hoe kunt ge een +hartstocht, die iemand brengt in een toestand, waarin Jacques thans +verkeert, geluk noemen? Laat hem eens een meesterwerk zien, hij zal +er zich van afwenden; en om nog eenmaal zijn vriendinnetje levend te +zien, zou hij desnoods een Titiaan of een Raphaël vertrappen. Mijn +geliefde daarentegen is onsterfelijk en zal mij nooit bedriegen; +zij woont in den Louvre en heet Joconda." + +Juist toen Lazare zijn theorieën over kunst en gevoel nader uiteen +wilde gaan zetten, vertrok de stoet naar de kerk. + +Na enkele fluisterend uitgesproken gebeden zette de stoet zich in +beweging naar het kerkhof. + +Daar het toevallig Allerzielen was, verdrong zich een groote menigte +op den doodenakker. Velen keken om naar Jacques, die blootshoofds +achter den lijkwagen liep. + +"Arme jongen!" zeide er een; "zeker zijn moeder." + +"Neen zijn vader!" dacht een ander. + +"Of zijn zuster!" merkte een derde op. + +Slechts een dichter, die op dit feest der herinnering, dat eenmaal +per jaar in de nevels van November herdacht wordt, den doodenakker +was komen bezoeken, om de gebaren van droefheid te bestudeeren, zou +bij het zien van Jacques, als bij instinct gevoeld hebben, dat hij +zijn geliefde naar haar laatste rustplaats bracht. + +Toen zij bij het graf gekomen waren, ontblootten de bohémiens het hoofd +en plaatsten zich in een kring erom heen. Jacques stond aan den rand, +zijn vriend de dokter hield zijn arm vast. + +De doodgravers hadden haast en wilden zoo gauw mogelijk klaar zijn. + +"Er wordt gelukkig niet gesproken," zeide er een. "Des te +beter. Vooruit kameraad, opgepast!" + +En in een oogwenk werd de kist uit den wagen genomen en aan touwen in +het graf neergelaten. De man trok nu de touwen onder de kist uit en +kwam uit het gat, nam dan een schop en begon met een van zijn kameraads +aarde op de kist te werpen. Weldra was het graf dichtgegooid. Een +klein houten kruis werd erop geplaatst. + +Toen hoorde de dokter Jacques onder luide zuchten deze egoïstische +woorden uitstooten: + +"Daar wordt mijn jeugd begraven!" + +Jacques behoorde tot een club, waarvan de leden zich "Waterdrinkers" +noemden, en die een navolging scheen te zijn van den beroemden +vriendenkring uit de rue des Quatre-Vents, waarvan sprake is in +Balzac's mooien roman: "Un Grand Homme de province." Maar toch bestond +er een groot verschil tusschen de helden van dien vriendenkring en +de Waterdrinkers, die, zooals alle navolgers, het systeem, dat zij +in praktijk wilden brengen, gruwlijk overdreven hadden. Dit verschil +zal men alleen reeds uit dit enkele feit kunnen begrijpen, dat in +het boek van Balzac de leden van den vriendenkring het doel, dat zij +zich voor oogen gesteld hadden, ten slotte bereikten en daarmede het +bewijs leverden, dat ieder systeem, dat tot het doel leidt, goed is, +terwijl de club der waterdrinkers na een bestaan van vele jaren op +heel natuurlijke wijze, n.l. door den dood van al haar leden, aan +haar eind kwam, zonder dat de naam van een hunner verbonden was aan +een werk, dat van hun bestaan had kunnen getuigen. + +Gedurende zijn liaison met Francine was de verhouding van Jacques +tot de club der Waterdrinkers minder intiem geworden. Om in het +onderhoud van hem en zijn vriendinnetje te kunnen voorzien, had +hij enkele wetten en voorschriften, die op den oprichtingsdag der +club door de Waterdrinkers plechtig onderteekend en bezworen waren, +moeten overtreden. + +Steeds doorstappend op de stelten van een onzinnigen trots hadden deze +jonge menschen als hoofdprincipe van hun club opgesteld, dat zij nooit +van de hooge toppen der kunst zouden mogen afdalen, d.w.z. dat geen +hunner, ook al drong de nood nog zoo, ook maar de geringste concessie +daaraan mocht doen. Zoo zou bijv. de dichter Melchior er nooit in +hebben toegestemd zijn "lier" voor eenige oogenblikken aan de wilgen +te hangen, om een handelsprospectus of een politieke geloofsbelijdenis +te schrijven. Dat was goed voor den dichter Rodolphe, een deugniet, +die voor alles deugde, en die nooit een honderd-sous-stuk in zijn +nabijheid liet komen zonder er, het kwam er niet op aan waarmee, op te +schieten. Zoo zou ook de schilder Lazare, een trotsche armoedzaaier, +nooit zijn penseel hebben willen bezoedelen door het portret van een +kleermaker met een papegaai op zijn vinger te schilderen, zooals +onze vriend Marcel eens gedaan had in ruil voor den beruchten rok +Methusalem, waarop ieder van zijn maîtressen de kunst van oplappen +geleerd had. Zoolang Jacques met de Waterdrinkers in gemeenschap van +denkbeelden leefde, had hij zich aan die tyrannieke clubvoorschriften +onderworpen; maar toen hij Francine had leeren kennen, wilde hij het +arme, toen reeds zieke kind niet blootstellen aan de levenswijze, die +hij tijdens zijn "ongehuwden staat", geleid had. Jacques was vòòr alles +een oprechte, eerlijke natuur. Hij ging dus naar den president der +club, den starren Lazare, en deelde hem mede, dat hij in het vervolg +alle werkzaamheden, die hem wat zouden kunnen opbrengen, aannemen zou. + +"Je liefdesverklaring," antwoordde Lazare hem, "was tevens je afscheid +aan de kunst. Wij zullen je vrienden blijven, als je dat wilt, maar je +medeleden kunnen we niet meer zijn. Oefen je vak uit zooals je wilt; +voor mij ben je geen beeldhouwer meer, maar een gipsmenger. Wel zal +jij nu in het vervolg wijn kunnen drinken, en zullen wij evenals +vroeger ons water drinken en ons kommiesbrood eten; maar wij blijven +kunstenaars!" + +Wat Lazare echter ook zeggen mocht, Jacques bleef een kunstenaar. Maar +om Francine bij zich te kunnen houden nam hij ook, wanneer de +gelegenheid zich daartoe aanbood, werkzaamheden aan, die wat +opbrachten. Zoo werkte hij bijv. een tijd lang in het atelier van +den ornamentist Romagnési. Handig in de uitvoering en vindingrijk +in het ontwerpen, had Jacques, zonder daarom ernstige kunst geheel +vaarwel te moeten zeggen, een groote reputatie kunnen krijgen in +die genre-composities, welke een der voornaamste artikelen in den +luxe-handel geworden zijn. Maar Jacques was lui, zooals alle ware +kunstenaars, en verliefd als een dichter. De jeugd was in hem laat, +maar daardoor des te vuriger ontwaakt; en hij wilde, als had hij een +voorgevoel van zijn vroegen dood, die geheel en al uitleven in de armen +van Francine. Het gevolg daarvan was, dat de goede gelegenheden om +te werken dikwijls aan zijn deur kwamen kloppen, zonder dat Jacques +er antwoord op gaf; hij wilde zich niet laten storen: hij vond het +te heerlijk te droomen in den glans der oogen van zijn vriendinnetje. + +Toen Francine gestorven was, ging de beeldhouwer zijn oude +vrienden, de Waterdrinkers, weer opzoeken. Maar in dezen kring +voerde de geest van Lazare de opperheerschappij: ieder lid leefde +als versteend in het egoïsme van de kunst. Jacques vond daar niet wat +hij zocht. Zijn wanhoop werd er niet begrepen; men trachtte zelfs die +door redeneeringen tot zwijgen te brengen. Toen Jacques die weinige +sympathie bemerkte, wilde hij liever met zijn smart alleen zijn dan +deze op zoo'n manier aan discussies blootgesteld te zien. Hij brak +dus volkomen met de Waterdrinkers en leefde alleen voor zichzelf. + +Vijf of zes dagen na Francine's begrafenis ging Jacques naar een +marmerhandelaar van het kerkhof Mont-Parnasse en stelde hem de volgende +transactie voor: de handelaar zou voor het graf van Francine een hekje +leveren, dat Jacques zich voorbehield te teekenen, en bovendien den +kunstenaar een stuk wit marmer geven, waartegenover Jacques zich +verplichtte drie maanden lang als steenhouwer of beeldhouwer te +werken. De fabrikant had toen verscheidene belangrijke bestellingen; +hij ging naar het atelier van Jacques en kwam bij het zien der +vele begonnen werken tot de overtuiging, dat het toeval hem in den +persoon van Jacques een mooi fortuintje bracht. Acht dagen later had +Francine's graf een hekje, terwijl het houten kruisje vervangen was +door een groot steenen kruis, waarin Francine's naam gebeiteld was. + +Gelukkig had Jacques met een fatsoenlijk iemand te doen, die inzag, +dat honderd kilogram gietijzer en drie vierkante voet marmer niet +voldoende waren om drie maanden arbeid van den jongen kunstenaar, +wiens talent hem verscheidene duizenden daalders had opgebracht, +te betalen. Hij bood Jacques dan ook aan hem tegen een aandeel in de +winst deelgenoot te maken van zijn zaak, maar de kunstenaar sloeg dat +aanbod af. De weinige verscheidenheid der te behandelen onderwerpen +kwam niet overeen met zijn vindingrijke natuur, en bovendien had hij +wat hij wilde: n.l. een groot stuk marmer, waaruit hij een kunstwerk, +dat hij voor Francine's graf bestemde, wilde te voorschijn roepen. + +In het begin der lente werden trouwens de levensomstandigheden van +Jacques beter: zijn vriend de dokter bracht hem n.l. in kennis +met een voornamen en rijken edelman, die zich te Parijs wilde +vestigen en in een der voornaamste wijken een prachtig huis liet +bouwen. Verschillende beroemde kunstenaars waren reeds aangezocht om +mede te werken aan dit luxueuse paleis. Jacques kreeg de opdracht voor +een salonschoorsteen. Het is me alsof ik zijn cartons nog voor mij zie; +het was een bekoorlijk iets: het geheele sprookje van den winter was op +dit marmer verteld, dat als omlijsting voor het vuur moest dienen. Daar +Jacques' atelier te klein was, vroeg en verkreeg hij, om zijn werk +uit te voeren, een vertrek in het nog niet bewoonde huis, terwijl hem +bovendien een vrij groot voorschot op de voor het werk overeengekomen +som gegeven werd. Het eerste, wat Jacques daarvan deed, was zijn vriend +den dokter het geld, dat deze hem bij den dood van Francine geleend +had, terug te geven; daarna ging hij naar het kerkhof, om den grond, +waaronder zijn vriendinnetje rustte, onder bloemen te bedekken. + +Maar de lente was Jacques voor geweest, en op het graf van het jonge +meisje bloeiden tusschen het groenende gras duizend bloemen. De +kunstenaar had den moed niet ze eruit te trekken, want hij dacht, dat +er iets van zijn vriendinnetje in deze bloemen overgegaan was. Toen +de tuinman hem vroeg wat hij met die rozen en viooltjes doen moest, +verzocht Jacques hem die te planten op een pas gedolven graf ernaast, +de armzalige laatste rustplaats van een armzalige, die geen ander +herkenningsteeken had dan een in de losse aarde gestoken stuk hout, +waarop een krans van verschoten papieren bloemen hing, een armzalige +liefdegave van een armzalige. Jacques verliet het kerkhof in een geheel +andere stemming dan hij er gekomen was. Opgewekt en nieuwsgierig keek +hij naar de mooie lentezon, diezelfde zon, die zoo dikwijls gouden +stralen getooverd had in Francine's haar, wanneer zij met hem door +de weiden liep en met haar blanke handen bloemen plukte. Een groote +zwerm heerlijke gedachten en herinneringen zoemde in zijn hart. Toen +hij voorbij een klein herbergje van den buitenboulevard kwam, viel het +hem in, dat hij op een dag, toen hij door een onweer verrast werd, met +Francine daar was binnengegaan en dat zij er samen gegeten hadden. Hij +ging er nu ook binnen en liet het diner aan hetzelfde tafeltje van +toen brengen. Het dessert werd op een beschilderd schaaltje opgediend; +hij herkende het schaaltje en herinnerde zich, dat Francine wel een +half uur lang bezig geweest was om de rebus, die er op geschilderd +was, op te lossen; ook kwam hem weer een liedje in de gedachte, +dat Francine voor hem gezongen had, toen de goedkoope landwijn, die +meer vroolijkheid dan druivensap bevat, haar in een montere stemming +gebracht had. Doch deze opwelling van zoete herinneringen deed thans +wel zijn liefde, maar niet zijn verdriet ontwaken. Bijgeloovig, zooals +alle dichterlijke en mijmerende naturen, verbeeldde Jacques zich, dat +Francine zelf, toen zij hem daareven vlak bij zich had hooren loopen, +hem uit haar graf deze wolk van blijde herinneringen had toegezonden, +die hij niet met tranen wilde bevlekken. En hij verliet met lichten +stap, opgeheven hoofd, schitterende oogen, kloppend hart en bijna een +glimlach op de lippen het herbergje en neuriede onder het loopen het +refrein van Francine's liedje: + + + L'amour rôde dans mon quartier, + Il faut tenir ma porte ouverte. + + +Dit refrein was in den mond van Jacques nog een herinnering, maar toch +was het ook reeds een lied, en misschien deed hij dien avond, zonder +het zelf te vermoeden, den eersten stap op den weg, die van droefheid +tot weemoed en van weemoed tot vergetelheid leidt. Ach, wat men ook +doet of laat, de eeuwige en rechtvaardige wet der veranderlijkheid +wil het zoo. + +Evenals de bloemen, die, misschien uit Francine's lichaam +voortgesproten, op haar graf waren ontbloeid, zoo gistten de +jeugdsappen in Jacques' hart, waarin de herinneringen aan zijn +oude liefde onbestemde verlangens naar een nieuwe wekten. Bovendien +behoorde Jacques tot dat ras van kunstenaars en dichters, die van +hun hartstochten een werktuig voor hun kunst en poëzie maken en wier +geest eerst dan volkomen levend is, wanneer de drijfkracht van het +hart dien in beweging brengt. Bij Jacques was de kunst inderdaad +een kind van zijn gevoel; tot in de kleinste dingen, die hij maakte, +legde hij een stuk van zijn eigen ik. Hij kwam tot de ontdekking, dat +de herinneringen niet langer voldoende voor hem waren, en dat zijn +hart, evenals de molensteen, die bij gebrek aan koren afslijt, uit +gebrek aan emotie zijn kracht verloor. Het werken had geen bekoring +meer voor hem; de inspiratie, die anders koortsachtig en als uit +zichzelf voortkomend werkte, kwam nu slechts onder den druk van lang +en geduldig nadenken. Jacques was ontevreden en benijdde bijna de +levenswijze van zijn oude vrienden, de Waterdrinkers. + +Hij trachtte afleiding te vinden, knoopte nieuwe vriendschapsbanden +aan. Zoo ging hij veel om met den dichter Rodolphe, dien hij in +een café had leeren kennen; beiden hadden een groote sympathie voor +elkaar opgevat. Jacques had hem zijn verdriet verteld en Rodolphe +had al heel gauw de oorzaak daarvan geraden. + +"Ik ken dat, kerel," zeide hij. En terwijl hij Jacques op de +borst klopte, voegde hij eraan toe: "Gauw het vuur daarin weer +aansteken! Zorg onmiddellijk voor een nieuw hartstochtje, dan komen +de denkbeelden ook weer terug." + +"Ach!" zeide Jacques; "ik heb te veel van Francine gehouden." + +"Dat zal je niet beletten om haar altijd lief te hebben. Kus haar op +de lippen van een ander." + +"O," zeide Jacques, "dat zal ik alleen maar kunnen, als ik een vrouw +vond, die op haar leek!" + +En diep in gedachten verzonken ging hij heen. + + + +Zes weken later had Jacques al zijn phantasie weer terug gevonden, +die weer ontvlamd was door de zachte blikken van een knap meisje, +dat Marie heette en wier ziekelijke schoonheid eenigszins aan de arme +Francine deed denken. Men kon zich inderdaad moeilijk iets aardigers +denken dan die kleine Marie met haar achttien jaar min zes weken, +wat zij nooit vergat op te merken. Hun liefdesbetrekkingen waren +begonnen in den maneschijn, in den tuin van een danslokaal, bij +den klank van een scherpe viool, van een teringachtige bas en een +klarinet, die schetterde als een merel. Jacques had haar opgemerkt, +toen hij met een ernstig gelaat om den voor de dansers gereserveerden +kring heen liep. De luidruchtige en knappe bezoeksters van het lokaal, +die den kunstenaar van gezicht kenden, fluisterden, wanneer zij hem in +zijn eeuwig zwarte, tot aan de hals dichtgeknoopte jas stijf voorbij +zagen komen, elkaar toe: + +"Wat komt die doodbidder hier toch doen? Moet er iemand begraven +worden?" + +Jacques liep steeds alleen: zijn hart bloedde onder de doornen van +een herinnering, die het orkest, dat op dit oogenblik een contradans +speelde, die den kunstenaar droef als een De Profundis in de ooren +klonk, nog levendiger maakte. Midden in zijn droomerijen zag hij Marie, +die van uit een hoekje naar hem keek en in een luiden lach uitbarstte, +toen zij zijn doodgraversgezicht zag. Jacques sloeg zijn oogen op en +hoorde op drie pas van hem dat gelach, dat van onder een rose hoedje +opklonk. Hij ging naar het jonge meisje toe en zeide enkele woorden +tot haar, waarop zij antwoordde; hij bood haar zijn arm aan, om een +wandeling door den tuin te maken; zij nam dien aan. Hij zeide haar, +dat zij mooi was als een engel, wat zij hem nog tweemaal zeggen liet; +hij plukte voor haar van de boomen groene appels, die zij met veel +smaak opat, terwijl zij daarbij telkens weer dien helderen lach liet +hooren, die het refrein van haar onverwoestbare vroolijkheid scheen +te zijn. Jacques dacht aan den Bijbel en bedacht, dat men nooit +tegenover een vrouw wanhopig moet zijn, vooral niet tegenover die, +welke veel van appels houden. Hij maakte dus met het rose hoedje nog +een wandeling door den tuin, waarvan weer het gevolg was, dat hij, +die alleen op het bal gekomen was, het niet alleen verliet. + +Maar toch had hij Francine niet vergeten: hij kuste, zooals Rodolphe +het uitgedrukt had, haar dagelijks op de lippen van Marie en werkte in +het geheim aan het beeld, dat hij op het graf der doode plaatsen wilde. + +Toen Jacques op een goeden dag geld gekregen had, kocht hij voor +Marie een zwarte japon. Het jonge meisje was er erg blij mede, ook al +vond zij, dat zwart voor den zomer geen bijzondere vroolijke kleur +was. Doch Jacques zeide haar, dat zwart zijn lievelingskleur was en +dat zij hem een groot pleizier zou doen, als zij die japon iederen +dag zou dragen. Marie deed hem dat pleizier. + +Op een Zaterdagavond zeide Jacques tot het jonge meisje: + +"Kom morgenochtend vroeg, dan gaan we naar buiten." + +"Dat treft prachtig," antwoordde Marie; "ik heb een verrassing voor +je. Het zal wel mooi weer zijn!" + +Marie werkte den geheelen nacht door aan een nieuwe japon, die zij +voor haar spaarduitjes gekocht had, een allerliefst, rose japonnetje, +waarmede zij 's Zondagsochtends, stralend van vreugde, in het atelier +van Jacques kwam. + +De kunstenaar ontving haar koel, bijna grof. + +"En ik dacht nogal, dat ik je een plezier zou doen, toen ik dat lichte +pakje kocht!" zeide Marie, die voor Jacques' koelheid geen verklaring +vinden kon. + +"Wij gaan niet naar buiten," antwoordde hij; "ga maar terug, ik +moet werken." + +Marie ging bedroefd naar huis. Onderweg kwam zij een jongen man +tegen, die de geschiedenis van Jacques kende en haar vroeger het hof +gemaakt had. + +"Wat, mademoiselle Marie, bent u niet meer in den rouw?" + +"In den rouw?" vroeg zij; "en voor wie?" + +"Wat, weet u dat niet? Het is toch bekend genoeg die zwarte japon, +die Jacques u gegeven heeft ...." + +"Nou?" + +"Wel dat was een rouwjapon: Jacques liet u om Francine rouwen." + +Na dien dag heeft Jacques Marie niet meer gezien. + +Die breuk bracht hem ongeluk. De slechte dagen keerden terug: hij had +geen werk meer en verviel in zoo'n groote ellende, dat hij, daar hij +niet wist wat hij beginnen moest, zijn vriend den dokter vroeg hem +in een ziekenhuis te laten opnemen. De dokter zag bij den eersten +oogopslag, dat het niet veel moeite zou kosten daarvoor toestemming +te krijgen. Zonder dat Jacques eenig vermoeden van zijn toestand had, +was hij op weg, om weer spoedig bij Francine te zijn. + +Hij werd opgenomen in het hospitaal Saint-Louis. + +Daar hij nog werken en loopen kon, verzocht hij den directeur van +het ziekenhuis hem een klein kamertje te willen geven, dat toch niet +gebruikt werd, en liet daar een werkbank, beitels en leem brengen. De +eerste veertien dagen werkte hij daar aan het beeld, dat hij voor +Francine's graf bestemd had. Het was een engel met uitgestrekte +vleugels. Dit beeld, dat Francine's trekken had, werd niet voltooid, +want al heel gauw kon Jacques de trap niet meer op, en kort daarop +mocht hij zelfs het bed niet meer uit. + +Toen Jacques op zekeren dag het cahier van den dokter in handen +kreeg en daaruit zag welke geneesmiddelen hij kreeg, begreep hij, +dat hij verloren was: hij schreef aan zijn familie en liet zuster +Sainte-Géneviève, die hem met groote toewijding verpleegde, roepen. + +"Zuster," zeide hij tot haar, "in het kamertje boven, dat men mij +heeft afgestaan, staat een kleine gipsfiguur; het beeld, dat een engel +voorstelt, was bestemd voor een graf; maar ik heb geen tijd gehad +het in marmer uit te voeren. En toch heb ik thuis een prachtig stuk, +wit met rose aderen, liggen. Om kort te gaan .... zuster, ik geef u +het kleine beeld, om het in de kapel te zetten." + +Enkele dagen later stierf Jacques. Daar de begrafenis gelijktijdig +met de opening van den salon plaats had, konden de Waterdrinkers er +niet bij tegenwoordig zijn. De kunst voor alles, had Lazare gezegd. + +Jacques' familie was niet rijk en de kunstenaar had geen eigen graf. + +Hij werd in een hoek van het kerkhof begraven. + + + + + + +HOOFDSTUK XIX. + +DE GRILLEN VAN MUSETTE. + + +Men zal zich herinneren hoe Marcel zijn beroemd doek "De Doortocht door +de Roode Zee", dat later als uithangbord voor een comestibleswinkel +dienen zou, aan Médicis verkocht had. Den dag na den verkoop, die +gevolgd was door een schitterend souper, hetwelk de Jood als toegift op +den koop aan de bohémiens had aangeboden, ontwaakten Marcel, Schaunard, +Colline en Rodolphe eerst diep in den ochtend en konden zich, nog +onder den invloed als zij waren van de wijnen van den vorigen avond, +eerst niet goed herinneren wat er eigenlijk gebeurd was. Toen van een +kerk in de buurt het middag-Angelus klepte, keken zij elkaar met een +melancholiek glimlachje aan. + +"Dat is het klokje, dat met zijn vrome klanken de geloovigen naar de +eetzaal roept," zeide Marcel. + +"Zeker," antwoordde Rodolphe, "dit is het plechtige uur, waarop alle +fatsoenlijke menschen naar het refectorium opgaan." + +"Dan zullen we toch moeten zien fatsoenlijke menschen te worden," +bromde Colline, voor wien iedere dag op den kalender St. Appetitus +[41] was. + +"O, melkinrichting van mijn min; o, gezegende vier maaltijden van mijn +jeugd, wat is er van u geworden?" voegde Schaunard eraan toe. En op +een melancholiek, droomerig en zacht motief herhaalde hij: "Wat is +er van u geworden?" + +"En te moeten denken, dat er op dit uur in Parijs alleen meer dan +honderd coteletten in de pan liggen!" zeide Marcel. + +"En evenveel biefstukjes!" zuchtte Rodolphe. + +En als een tegenstelling vol bittere ironie schreeuwden, terwijl de +vier vrienden elkaar voor het vreeselijke, dagelijks terugkeerende +probleem van het dejeuner stelden, de kellners uit het restaurant +beneden in het huis de bestellingen der gasten de keuken in. + +"Zullen die lummels nooit hun mond houden?" vroeg Marcel; "ieder +woord geeft me een steek in mijn maag." + +"De wind zit in het Noorden!" zeide Colline ernstig en wees daarbij +op een weerhaantje, dat op een dak in de buurt vroolijk heen en +weer zwaaide; "wij zullen dus vandaag niet dejeuneeren, de elementen +verzetten zich er tegen." + +"Hoe dat?" vroeg Marcel. + +"Dat is een atmospherologische waarneming, die ik gedaan heb," legde +de wijsgeer uit: "een Noordenwind beteekent bijna altijd onthouding, +evenals de Zuidenwind gewoonlijk pleizier en goed eten voorspelt. De +philosophie noemt dat: wenken van uit den hooge." + +Als Gustave Colline een leege maag had, hadden zijn geestigheden +iets grimmigs. + +Op hetzelfde oogenblik stiet Schaunard, die een van zijn armen in den +afgrond, die als zak dienst deed, had gestoken, een gil van angst uit. + +"Hulp! Hulp! Er zit iemand in mijn jas," brulde hij, terwijl hij +trachtte zijn hand uit de scharen van een levende kreeft te bevrijden. + +Op den angstkreet van Schaunard volgde onmiddellijk een andere +gil. Marcel had werktuigelijk zijn hand in zijn zak gestoken en daarin +een Amerika ontdekt, waaraan hij in het geheel niet meer dacht: +d.w.z. de honderdvijftig francs, die de Jood Médicis hem voor zijn +"Doortocht door de Roode Zee" betaald had. + +"Salueert, heeren!" zeide Marcel, terwijl hij een stapeltje daalders, +waartusschen vijf of zes nieuwe louis schitterden, neerzette. + +"Je zoudt zeggen, dat ze leven!" vond Colline. + +"En wat een prachtige stemmen!" merkte Schaunard, die de goudstukken +liet rinkelen, op. + +"Wat een mooie medailles!" voegde Rodolphe eraan toe; "precies stukjes +uit de zon. Als ik koning was, zou ik geen andere munten in mijn rijk +dulden en er de beeltenis van mijn vriendinnetje op laten slaan." + +"Kan je eigenlijk wel gelooven, dat er een land is, waar die dingen +evenveel waard zijn als kiezelsteenen?" vroeg Schaunard. "De Amerikanen +gaven er vroeger vier voor twee sous. Een van mijn voorouders heeft +indertijd Amerika bezocht; hij heeft zijn graf gevonden in de maag +der Wilden. Dat heeft den bloei der familie veel kwaad gedaan." + +"Maar vertel toch eens even," zeide Marcel met een blik op den kreeft, +die een wandeling door de kamer was gaan maken; "waar komt dat beest +vandaan?" + +"Nou begin ik me te herinneren," antwoordde Schaunard, "dat ik +gisteren een ontdekkingsreis gemaakt heb in de keuken van Médicis; +ik moet wel aannemen, dat dit reptiel, zonder het zelf te willen, +in mijn zak gevallen is--die dieren zijn zoo bijziende. En nu ik het +beest eenmaal heb, zal ik het maar houden ook; ik zal het temmen +en rood verven, dat is een vroolijker kleur. Sinds Phémie weg is, +ben ik melancholiek; nu heb ik tenminste gezelschap." + +"Heeren," riep Colline uit; "kijkt als het je blieft eens, de wind +is naar het Zuiden gedraaid: we zullen dejeuneeren." + +"Dat geloof ik graag," zeide Marcel, terwijl hij een goudstuk van +de tafel nam; "hier heb je er een, dat we eens lekker zullen laten +braden, en met veel jus ook." + +De vaststelling van het menu werd lang en ernstig besproken. Iedere +schotel gaf aanleiding tot een levendige discussie en werd daarna met +meerderheid van stemmen vastgesteld. De door Schaunard voorgestelde +omelette soufflée werd na zorgvuldig onderzoek afgestemd, evenals +de witte wijnen, waartegen Marcel in verzet kwam in een krachtige +improvisatie, die zijn oinologische kennis duidelijk aan het licht +bracht. + +"De eerste plicht van een wijn is rood te zijn," riep de kunstenaar +uit; "laat me met rust met jullie witte wijnen." + +"En de Champagne dan?" merkte Schaunard op. + +"Onzin! Een elegante appelwijn! Een epileptische coco [42]! Ik zou alle +kelders van Epernay en Aï [43] voor één vat Bourgogne geven. Bovendien +behoeven we vandaag geen grisettes te verleiden of vaudevilles te +dichten. Ik stem tegen Champagne." + +Toen het programma definitief vastgesteld was, gingen Schaunard en +Colline in het restaurant beneden het dejeuner bestellen. + +"Wat zou je er van zeggen als we wat vuur aanlegden?" vroeg Marcel. + +"Dat zou geen halsmisdaad zijn, de thermometer noodigt ons daar reeds +lang toe uit," antwoordde Rodolphe. "Laten we wat vuur maken. Wat +zal de kachel een kleur van verbazing krijgen!" + +En hij liep naar de trap en schreeuwde Colline na, dat hij hout moest +laten boven brengen. + +Enkele oogenblikken later kwamen Schaunard en Colline, gevolgd door +een kolendrager met een zware bos hout, weer boven. + +Toen Marcel in een lade naar waardelooze papieren zocht, om de kachel +aan te maken, kreeg hij toevallig een brief in handen, waarvan het +handschrift hem deed beven en dien hij heimelijk begon te lezen. + +Het was een door Musette met potlood geschreven brief uit den tijd, +dat zij nog met Marcel samenwoonde; op den dag af was hij een jaar +oud. De inhoud der weinige regels luidde: + + + "Lieveling, + + + Wees niet ongerust over mij, ik kom dadelijk weer terug. Ik ga + wat uit, om door het loopen wat warmer te worden: het vriest in + de kamer en de kolenhandelaar is voor ons dood. Ik heb de twee + laatste pooten van den stoel kapot geslagen, maar ze hebben niet + lang genoeg gebrand, om er een ei bij te koken. Bovendien fluit + de wind door het raam alsof hij hier thuis is, en blaast mij een + hoop slechte raadgevingen in, die je, wanneer ik ze zou opvolgen, + verdriet zouden doen. Ik vind het daarom beter een oogenblikje in + de buurt te gaan winkelen. Er moet fluweel zijn van tien francs + den meter. Het is ongelooflijk, dat moet ik zelf zien. Voor het + eten ben ik weer terug. + + + Musette." + + +"Arme meid!" mompelde Marcel in zichzelf, terwijl hij den brief in +zijn zak stak .... En met zijn hoofd in zijn handen bleef hij eenige +oogenblikken in gedachten bij de haard zitten. + +In dien tijd leefden de bohémiens reeds lang in een toestand van +weduwnaarschap, uitgezonderd Colline, wiens liefje steeds onzichtbaar +en anoniem gebleven was. + +Zelfs Phémie, de lieve levensgezellin van Schaunard, had een naïeve +ziel gevonden, die haar haar hart, een mahoniehouten ameublement en +een ring van haar roode lokken aangeboden had. Veertien dagen na die +schenking echter had Phémie's amant haar zijn hart en ameublement weer +willen ontnemen, omdat hij aan haar vinger een ring van haar, maar +nu zwart haar gezien had en haar daarom van verraad durfde verdenken. + +Toch was Phémie niet van het pad der deugd afgeweken; zij had alleen, +omdat haar vriendinnen haar ieder oogenblik met den ring van roode +haren plaagden, dien zwart laten verven. De "mijnheer" was met die +verklaring zòò voldaan, dat hij voor Phémie een zijden japon kocht--de +eerste in haar leven! Den dag, dat zij die voor het eerst droeg, +riep de arme meid uit: + +"Nu kan ik rustig sterven." + +Musette was weer een bijna officieele persoonlijkheid geworden. Marcel +had haar in geen drie of vier maanden meer gezien. + +En wat Mimi ten slotte betreft, Rodolphe had nooit meer iemand over +haar hooren praten, behalve zichzelf, wanneer hij alleen was. + +"Nou?" vroeg plotseling Rodolphe, toen hij Marcel zoo peinzend bij +den schoorsteen zag staan; "wil de kachel niet trekken?" + +"Zeker wel, zeker wel!" zeide de schilder, terwijl hij het hout +aanstak, dat knetterend begon te branden. + +Terwijl de drie anderen door de voorbereidende maatregelen voor het +dejeuner hun eetlust nog prikkelden, had Marcel zich weer in een hoekje +teruggetrokken en legde het briefje, dat hij toevallig gevonden had, +bij de andere souvenirs, die Musette hem gelaten had. Plotseling viel +hem het adres in van een vrouw, met wie zijn vroegere vlam op zeer +intiemen voet stond. + +"Ha!" riep hij hard genoeg, om door de anderen gehoord te worden, uit; +"nu weet ik tenminste, waar ik ze vinden kan." + +"Wat vinden?" vroeg Rodolphe. "En wat voer je toch eigenlijk +uit?" voegde hij eraan toe, toen hij zag, dat Marcel wilde gaan +schrijven. + +"Niets .... Een brief, die haast heeft en dien ik bijna vergeten +had. Ik ben dadelijk weer tot je beschikking." + +En hij schreef: + + + "Lieve kind, + + + Door een verpletterende apoplexie van geluk heb ik geld in mijn + schrijftafel! We hebben een reuzendejeuner, dat op dit oogenblik + staat te braden, edele wijnen, ja zelfs in de haard een echt + vuur, zooals gezeten burgers dat hebben. Dat moet ik zelf zien, + zou je vroeger gezegd hebben. Kom dus een oogenblik bij ons; + je zult hier Rodolphe, Colline en Schaunard vinden, en bij het + dessert, want er is waarachtig een dessert ook, moet jij dan + wat voor ons zingen. Daar wij nu eenmaal bij elkaar zijn, zullen + we waarschijnlijk een dag of acht aan tafel blijven. Je behoeft + dus niet bang te zijn, dat je te laat komt. Het is al zoo'n tijd + geleden, dat ik je niet heb hooren lachen. Rodolphe zal je het hof + maken en wij zullen van alles drinken op onze gestorven liefde, + op gevaar of ze tot nieuw leven te wekken. Tusschen menschen + zooals wij .... is de laatste kus nooit de laatste. Ach, als het + den vorigen winter niet zoo koud geweest was, zou je me misschien + in het geheel niet verlaten hebben. Je hebt me bedrogen voor een + bos hout en omdat je bang was voor winterhanden. Je hadt gelijk, + en ik ben er voor ditmaal even min boos om als voor andere + keeren. Maar kom je nu tenminste warmen, zoolang er vuur is. + + + Met heel veel kussen, Marcel." + + +Toen deze brief af was, schreef Marcel een tweeden aan madame +Sidonie, de vriendin van Musette, waarin hij haar verzocht den +ingesloten brief zoo spoedig mogelijk aan het juiste adres te doen +toekomen. Vervolgens ging hij naar den concierge, die de twee epistels +moest wegbrengen. Daar hij hem vooruitbetaalde, zag de concierge +in de hand van den schilder een goudstuk schitteren, waarom hij, +alvorens zijn boodschap te doen, den huiseigenaar, aan wien Marcel +nog achterstallige huur schuldig was, ging waarschuwen. + +"Mijnheer," zeide hij buiten adem van het trappen klimmen, "de +kunstenmaker van de zesde etasie heit geld. U weet wel, die groote, +die me altijd in m'n gezicht uitlacht, als ik met de kietansie kom!" + +"Ja, ik weet het wel!" zeide de huisheer; "die kerel, die zoo brutaal +is geweest geld van me te willen leenen, om een gedeelte van de huur +te kunnen afdoen. Ik heb hem de huur al opgezegd." + +"Juist, mijnheer. Maar nou zit-ie stikvol met geld; m'n oogen doen +nog pijn van al het geschitter. Hij geeft nu een feest ..... het is +een prachtig oogenblik." + +"Je hebt gelijk," viel de eigenaar hem in de rede; "ik zal straks +zelf even naar boven gaan." + +Madame Sidonie was thuis, toen de brief van Marcel kwam, en liet haar +kamermeisje dadelijk het ingesloten briefje naar Musette brengen. + +Musette woonde toen in een mooi appartement op de Chaussée +d'Antin. Toen zij den brief van Marcel kreeg, was zij niet alleen en +had bovendien voor dienzelfden avond een groot aantal uitnoodigingen +voor een groot diner rondgezonden. + +"Dat is ook een wonder!" riep zij, lachend als een bezetene, uit. + +"Wat is er?" vroeg een knappe, jonge man, die stijf als een standbeeld +voor haar stond. + +"Een invitatie voor een diner," antwoordde de jonge vrouw. "Hoe vindt +je het?" + +"Ik vind het vervelend," zeide de jongeman. + +"Waarom?" + +"Waarom? Je denkt er toch zeker niet aan naar dat diner te gaan." + +"Daar denk ik zeker wel aan ..... Zie jij maar hoe jij het alleen +klaar speelt!" + +"Maar beste kind, dat geeft toch heelemaal geen pas! Je moet een +anderen keer maar eens gaan." + +"Die is goed, een anderen keer! Het is een invitatie van mijn ouden +vriend Marcel en het is zoo'n zeldzaam geval, dat ik het zelf zien +moet. Een anderen keer! Maar echte diners komen daar nog minder voor +dan zonsverduisteringen!" + +"Wat! Je wilt ons in den steek laten, om naar dien kerel te gaan, +en dat zeg je me zoo maar in mijn gezicht!" + +"Aan wien moet ik het anders zeggen? Aan den sultan van Turkije +soms? Maar die heeft met de zaak niets te maken." + +"Maar dat is een buitengewone openhartigheid." + +"Je weet wel, dat ik anders ben dan de anderen," antwoordde Musette. + +"Maar wat zou je wel van mij denken, als ik je liet gaan, nu ik weet +waarheen je gaat. Bedenk toch eens Musette, zoowel voor jou als voor +mij zou dat in het geheel geen pas geven. Je moet je maar excuseeren +bij dien jongen man." + +"Mijn beste Maurice," antwoordde Musette op vastberaden toon; "je +wist wat je aan me hadt voor je me nam, je wist, dat ik vol grillen +zit en dat niemand er zich op beroemen kan er één uit mijn hoofd +gepraat te hebben." + +"Vraag me wat je wilt .... maar dat niet," zeide Maurice. "Er zijn +grillen ..... en grillen." + +"Maurice, ik wil naar Marcel gaan ..... en ik ga," zeide Musette, +terwijl zij haar hoed opzette. "Verlaat me, als je wilt, maar ik kan +niet anders: Marcel is de beste jongen van de wereld en de eenige, +waar ik ooit van gehouden heb. Als zijn hart van goud geweest was, +zou hij het hebben laten smelten, om er ringen van voor mij te laten +maken. Arme jongen!" voegde zij eraan toe, terwijl zij Maurice den +brief liet zien, "zoodra hij wat vuur heeft, vraagt hij me me te komen +warmen. O, als hij maar niet zoo lui en er geen fluweel en zijde in +de winkels geweest was. Ik was echt gelukkig met hem; hij had het +talent mij nu en dan werkelijk verdriet te doen, en hij heeft mij +om al mijn liedjes den naam Musette gegeven. Als ik naar hem toe ga, +kan je er tenminste zeker van zijn, dat ik bij je terugkom ..... als +je tenminste de deur niet voor mijn neus dicht gooit." + +"Openhartiger zou je me moeilijk kunnen zeggen, dat je niet van me +houdt," zeide de jonge man. + +"Kom nou, mijn beste Maurice, je bent te veel man van geest om ons in +zoo'n ernstige discussie te verdiepen. Je hebt me net zoo als je een +mooi paard in stal hebt, en ik houd van je ..... omdat ik houd van +luxe, van drukke feesten, van alles wat straalt en schittert. Laten +we niet sentimenteel worden: dat zou belachelijk en nutteloos zijn." + +"Maar laat ik dan tenminste met je mee gaan." + +"Maar je zou je daar volstrekt niet amuseeren," zeide Musette, +"en je zou ons maar beletten het ook te doen. Je begrijpt toch, +dat die jongen mij noodwendig zoenen zal." + +"Musette," vroeg Maurice; "heb je ooit iemand ontmoet, die zoo +inschikkelijk is als ik?" + +"Mijnheer de vicomte," antwoordde Musette; "toen ik onlangs met +lord*** op de Champs Elysées een wandelrit maakte, heb ik Marcel +daar ontmoet met zijn vriend Rodolphe: ze waren te voet, zaten +slecht in hun kleeren en rookten hun neuswarmertjes. In geen drie +maanden had ik Marcel gezien; ik had het gevoel, alsof mijn hart +door het portier wou springen. Ik heb het rijtuig laten stil houden +en een half uur lang met Marcel gepraat, terwijl geheel Parijs in +equipages voorbij reed. Marcel heeft me toen een taartje gegeven en +een ruikertje viooltjes van een sou, die ik dadelijk in mijn ceintuur +gestoken heb. Toen hij wegging, wilde lord**** hem terugroepen, om +hem te vragen met ons te gaan dineeren. Voor die vriendelijkheid heb +ik hem een zoen gegeven. Dat is nu eenmaal mijn karakter; en als je +dat niet bevalt, dan moet je het maar dadelijk zeggen, dan neem ik +mijn pantoffels en mijn nachtmuts mee." + +"Het heeft toch ook zijn goede zijde, om arm te zijn!" zeide Maurice +met iets van afgunst en droefheid in zijn stem. + +"O neen," antwoordde Musette; "als Marcel rijk was, zou ik hem nooit +verlaten hebben." + +"Ga dan maar," zeide de jonge man en gaf haar de hand. "Die nieuwe +japon staat je heel goed!" + +"Inderdaad het is of ik er vanochtend een voorgevoel van gehad +heb. Marcel zal de eerste zijn, die me in mijn nieuwe japon een zoen +zal geven. Nou, adieu, ik ga een beetje van het gewijde brood der +vroolijkheid eten." + +Musette had dien dag een bekoorlijk toilet aan: nooit had het gedicht +van haar jeugd en van haar schoonheid in een verleidelijker band +gezeten. Bovendien bezat Musette van nature een goeden smaak. Toen +zij op de wereld kwam, moet het eerste, wat zij met haar blikken +zocht, een spiegel geweest zijn, om zich in haar luiers een mooie +houding te kunnen geven; en voor zij gedoopt werd, had zij reeds de +zonde der coquetterie begaan. Reeds in den tijd, dat zij nog in zeer +behoeftige omstandigheden leefde en zich nog met japonnetjes van +gedrukt katoen, hoedjes met pompons en geitenleeren laarsjes moest +tevreden stellen, droeg zij die eenvoudige grisette-toiletjes met +elegance en coquetterie. Deze knappe meisjes, half bijen, half mieren, +die zingend de geheele week door werkten en den Goeden God slechts om +mooi weer op Zondag smeekten, hadden gewoonlijk slechts lief met haar +hart en zetten nu en dan de bloemetjes buiten. Nu is die soort geheel +verdwenen, dank zij de tegenwoordige generatie van jonge mannen: een +verdorven en verderfelijke, maar boven alles aanmatigende, opgeblazen +en brutale generatie. Alleen uit genoegen voor minne paradoxen hebben +zij die arme meisjes om haar door de heilige litteekenen van het +werk geschonden handen gehoond en bespot, zoodat die handen weldra +niet genoeg meer konden verdienen, om de uitgaven voor amandelzeep +te bestrijden. Langzamerhand is het dien jongelingen gelukt haar hun +opgeblazenheid en dwaasheid in te enten, en sedert is de grisette +verdwenen. Toen werd de lorette geboren, een bastaardgeslacht, +impertinente schepsels van middelmatige schoonheid, half vleesch, +half schmink, wier boudoir een toonbank is, waarop zij stukken van +haar hart, alsof het sneedjes roastbeef waren, te koop aanbieden. Het +meerendeel van die meisjes, die het pleizier onteeren en een schande +zijn voor de moderne galanterie, heeft dikwijls niet eens den geest +van de dieren, wier veeren zij op haar hoeden dragen. En wanneer +het door een groot toeval nog eens gebeurt, dat zij niet een liefde, +zelfs niet een verliefdheid, maar een geile begeerte hebben, dan is +het nog voor den een of anderen alledaagschen potsenmaker, dien de +dwaze menigte op openbare bals toejuicht en voor wien de couranten, +die vleiende hovelingen van al wat belachelijk is, reclame maken. + +Hoewel Musette gedwongen was in die wereld te leven, had zij toch +niet de gewoonten noch de allures ervan; zij had niet die tot slavin +zijn vernederende hebzucht, zooals die maar al te veel voorkomt bij +die schepsels, welke alleen maar Bartjens lezen en cijfers schrijven +kunnen. Zij was een intelligent, geestig meisje, dat in haar aderen +het bloed van Manon Lescaut had, en, wars van elken dwang, zich nooit +tegen een enkele gril had kunnen of willen verzetten, wat de gevolgen +ervan ook mochten zijn. + +Marcel was de eenige man geweest, van wien zij werkelijk gehouden +had. In ieder geval was hij de eenige geweest voor wien zij inderdaad +geleden had, en al de hardnekkigheid van die instincten, welke haar +trokken naar "alles wat schittert en straalt", was noodig geweest, +om haar ertoe te kunnen brengen hem te verlaten. Zij was twintig jaar +en luxe was voor haar bijna een levensbehoefte. Zij kon er wel eenigen +tijd buiten, maar geheel afstand ervan doen kon zij niet. Haar eigen +wispelturigheid maar al te goed kennende, had zij nooit het hangslot +van een eed van trouw voor haar hart willen doen. Verscheidene jonge +mannen, voor wie zij zelf veel voelde, hadden haar waarachtig lief +gehad; en altijd had zij tegenover dezen met een openhartigheid, die +gepaard ging met voorzichtigheid, gehandeld. De verbintenissen, die zij +aanging, waren eenvoudig, eerlijk en waar als de liefdesverklaringen +van Molière's boeren. "Jij hebt zin in mij, en ik zin in jou; top, +laten we bruiloft vieren!" Wel tienmaal had Musette als zij gewild +had, een "vaste positie", een zoogenaamde toekomst kunnen hebben; +maar zij geloofde nauwlijks in de toekomst; ten opzichte daarvan was +zij het scepticisme van Figaro toegedaan. + +"Morgen," zeide zij dikwijls, "morgen is een dwaasheid van den +kalender, een dagelijksch voorwendsel, dat de menschen uitgevonden +hebben, om hun zaken vandaag niet behoeven te doen. Morgen is er +misschien een aardbeving--en vandaag staat de aarde nog vast!" + +Op een goeden dag deed een gentleman, met wien zij bijna zes maanden +samengeleefd had en die intusschen tot over zijn ooren verliefd +op haar geworden was, haar in allen ernst het voorstel met haar te +trouwen. Musette had hem in zijn gezicht uitgelachen. + +"Ik mijn vrijheid door een huwlijkscontract aan banden leggen? Nooit +in der eeuwigheid!" + +"Maar dag in dag uit sidder ik van angst, dat ik je verliezen zal." + +"Je zoudt me nog veel eerder verliezen, wanneer ik je vrouw was," +antwoordde Musette. "Laten we er niet verder over spreken. Trouwens +ik ben niet vrij meer ook," voegde zij eraan toe en dacht bij die +woorden ongetwijfeld aan Marcel. + +Zoo ging haar jeugd voorbij, terwijl zij zich op alle winden +van het toeval liet medevoeren en velen, ja bijna ook zichzelf +gelukkig maakte. Vicomte Maurice, met wien zij op dat oogenblik +leefde, kostte het niet weinig moeite om zich aan dat ontembare, +naar vrijheid snakkende karakter te wennen, en met een met jalousie +sterk geoxydeerd ongeduld wachtte hij op den terugkeer van Musette, +die hij naar Marcel had zien gaan. + +"Zal ze bij hem blijven?" vroeg de jonge man zich den geheelen avond +af, terwijl hij zich dat vraagteeken als een dolk in zijn hart boorde. + +"Die arme Maurice!" zeide Musette van haar kant tot zichzelf; "hij +vindt dat een beetje kras. Maar ach, de jeugd moet opgevoed worden." + +Toen sloeg haar gedachtengang plotseling een heel andere richting +in; zij dacht aan Marcel, naar wien ze toeging; en terwijl zij alle +herinneringen, die de naam van haar aanbidder in haar wakker riep, +de revue liet passeeren, vroeg zij zich nieuwsgierig af, welk wonder +bij hem de tafel gedekt had. Al loopende las zij den brief, dien de +schilder haar geschreven had, nog eens over, en onwillekeurig maakte +een gevoel van droefheid zich van haar meester. Doch dat duurde +slechts een oogenblik. Musette overwoog terecht, dat zij nu minder +dan ooit reden had om bedroefd te zijn, en toen er op dat oogenblik +een sterke wind opstak, riep zij uit: + +"Het is toch gek; als ik niet naar Marcel zou willen gaan, zou de +wind mij nu naar hem toe blazen." + +En haar pas versnellend liep zij verder, blij als een vogeltje, +dat naar zijn eerste nest terugkeert. + +Plotseling begon het hard te sneeuwen. Musette keek rond of zij geen +rijtuig zag, maar er was geen te bekennen. Daar zij juist in de straat +was, waar haar vriendin Sidonie woonde, die Marcel's brief naar haar +doorgestuurd had, kwam zij op het denkbeeld even bij haar binnen te +gaan en daar te wachten, tot het weer wat beter zou zijn. + +Bij madame Sidonie vond zij een groot gezelschap bijeen. Er werd een +partij lansquenet gespeeld, die drie dagen tevoren reeds begonnen was. + +"Laat ik jullie niet storen," zei de Musette; "ik blijf maar even." + +"Heb je den brief van Marcel gekregen?" fluisterde madame Sidonie +haar in het oor. + +"Ja, dank je," antwoordde Musette, "ik ben op weg naar hem toe, hij +heeft me te dineeren gevraagd. Ga je mee? Je zult je best amuseeren!" + +"Tot mijn spijt kan ik niet," zeide Sidonie, op de speeltafel +wijzend. "En hoe staat het?" vroeg zij den bankhouder. + +"Er staan zes louis," antwoordde deze, terwijl hij de kaarten schudde. + +"Ik zet er twee," riep Sidonie. + +"Goed, ik ben niet trotsch, ik begin ook met twee," antwoordde de +bankhouder, die reeds verscheidene malen gepast had. "Koning en aas; +ik ben naar de maan," ging hij voort, terwijl hij de kaarten liet +vallen; "alle koningen zijn dood!" + +"Hier mag niet over politiek gesproken worden," zeide een journalist. + +"En het aas is de vijand van mijn familie," merkte de bankhouder op, +die nog een koning keerde. "Leve de koning!" riep hij uit; "lieve +Sidonie, geef mij twee louis d'or." + +"Schrijf ze maar in je memorie pro memorie," zeide Sidonie woedend, +dat zij verloren had. + +"Dat maakt dan vijfhonderd francs, kleintje," zeide de bankhouder." Je +zult de duizend wel bereiken. Ik geef." + +Sidonie en Musette praatten zachtjes met elkaar. Het spel ging door. + +Ongeveer op hetzelfde uur gingen de bohémiens aan tafel. Gedurende +het geheele dejeuner was Marcel opvallend onrustig. Iederen keer, +dat men op de trap stappen hoorde, zagen de anderen hem opschrikken. + +"Wat heb je toch?" vroeg Rodolphe; "het is net, of je nog iemand +wacht. Zijn we niet compleet?" + +Maar uit een blik, dien de schilder hem toewierp, begreep de dichter, +welke gedachten zijn vriend bezig hielden. + +"Hij heeft gelijk," dacht hij bij zichzelf; "we zijn niet compleet." + +De blik van Marcel beteekende: Musette, die van Rodolphe: Mimi. + +"Er ontbreken vrouwen," zeide Schaunard plotseling. + +"Wil jij voor den duivel je losbandige taal wel eens voor je houden? We +hadden toch afgesproken, dat er niet over liefde gesproken zou +worden!" brulde Colline. "Daar schift de jus van." + +En terwijl buiten de sneeuw nog viel en in de haard het hout vroolijk +vlamde en een vuurwerk van vonken afstak, begonnen de vier vrienden +weer hun tot den rand gevulde glazen te ledigen. + +Terwijl Rodolphe met luide stem het refrein van een lied begon te +zingen, dat hij onder in zijn glas gevonden had, werd er verscheidene +malen op de deur geklopt. + +Als een duiker, die door een krachtigen afzet tegen den bodem weer naar +de oppervlakte van het water komt, vloog Marcel, die reeds eenigszins +onder den invloed was, haastig van zijn stoel op om open te maken. + +Musette was het niet. + +Op den drempel vertoonde zich een man, die een klein stukje papier +in zijn hand hield. Zijn uiterlijk was niet onaangenaam, maar zijn +chambercloak zag er onooglijk uit. + +"Ik vind u hier in nog al goeden welstand," zeide hij met een blik +op de tafel, op het midden waarvan een groote lamsbout prijkte. + +"De huisbaas!" zeide Rodolphe; "laten wij hem de verschuldigde eer +bewijzen!" + +"En hij begon met zijn mes en vork den generaalsmarsch op zijn bord +te slaan. + +Colline gaf hem een stoel en Marcel riep uit: + +"Schaunard, geef mijnheer een glas!" + +En zich tot den huiseigenaar wendende, zeide hij: + +"U komt juist op het goede oogenblik! Wij waren juist op het +punt een toast uit te brengen op den eigendom. Mijn vriend hier, +mijnheer Colline, zeide precies eenige treffende dingen omtrent +dat onderwerp. Maar nu u hier bent, zal hij, om u genoegen te doen, +opnieuw beginnen. Vooruit, Colline!" + +"Pardon, heeren!" antwoordde de huisheer; "ik zou u niet graag +verder storen." + +En hij ontvouwde het kleine papiertje, dat hij in zijn hand hield. + +"Wat is dat voor drukwerk?" vroeg Marcel. + +De huisheer, die inmiddels onderzoekend de kamer rondkeek, had het +goud en zilver, dat nog op den schoorsteen was blijven staan, gezien +en zeide: + +"De quitantie, die ik reeds de eer had u te laten presenteeren." + +"Precies," viel Marcel hem in de rede; "mijn trouw geheugen heeft die +bijzonderheid niet vergeten; het was Vrijdag 8 October des namiddags +te 12 uur." + +"Ik heb de quitantie reeds, als voldaan geteekend, en als het u niet +derangeert, dan ....." + +"Mijnheer," zeide Marcel, "het lag in mijn bedoeling u te komen +bezoeken. Ik moet eens ernstig met u praten." + +"Geheel tot uw dienst." + +"Doe mij dan eerst het genoegen een kleine verfrissching te nemen," +ging Marcel voort, terwijl hij hem een glas wijn opdrong. "Welnu, +mijnheer, u hebt mij onlangs een papiertje thuis gestuurd met de +beeltenis van een dame, die een weegschaal in haar hand houdt. De +inhoud was onderteekend: "Godard."" + +"Dat is mijn deurwaarder," zeide de huisheer. + +"Hij heeft al een heel leelijk pootje," zeide Marcel. "Mijn vriend +hier"--en hij wees op Colline--"die alle talen kent, is zoo goed +geweest deze depeche, die mij vijf francs gekost heeft, voor mij te +vertalen ...." + +"Het was een opzegging van de huur," viel de huisheer hem in de rede; +"een voorzorgsmaatregel .... dat is zoo de gewoonte." + +"Ja juist, een opzegging," antwoordde Marcel. "Ik wilde u juist komen +opzoeken, om over die zaak te spreken; ik zou n.l. die opzegging graag +in een huurceel veranderd zien. Het huis bevalt me, de trap is netjes, +de straat vroolijk en bovendien ben ik om familieredenen en andere +oorzaken zeer aan deze woning gehecht". + +"Maar de laatste termijn huur moet nog betaald worden," zeide de +huiseigenaar en liet opnieuw zijn quitantie zien. + +"Wij zullen die betalen, mijnheer, dat is ons vaste voornemen." + +Intusschen had de huisheer geen oog afgewend van den schoorsteen, +waarop het geld lag, en de aantrekkingskracht van zijn hebzuchtige +blikken was zòò groot, dat de geldstukken schenen te bewegen en naar +hem toe te komen. + +"Ik vind het zeer aangenaam, dat ik juist op een oogenblik kom, dat +wij deze kleine zaak kunnen regelen, zonder dat het u derangeert," +zeide hij en bood de quitantie aan Marcel aan, die de attaque niet +anders pareeren kon dan door uit te wijken en met zijn schuldeischer +nogmaals de scène tusschen don Juan en Dimanche [44] te spelen. + +"U hebt, geloof ik, ook nog eigendommen in de provincie?" vroeg hij. + +"O," antwoordde de huisheer; "niet noemenswaard: een klein landhuis +in Bourgondië, een boerderij, weinig zaaks ..... de pachters betalen +niet ..... Deze kleine vereffening," voegde hij eraan toe, terwijl +hij nogmaals de quitantie aan Marcel trachtte te geven, "komt mij +dan ook zeer van pas ..... Het is zestig francs, zooals u weet." + +"Zestig francs, precies!" zeide Marcel en nam van den schoorsteen +drie goudstukken af. "Zestig francs, zeiden we," en hij legde de drie +louis op eenigen afstand van den huisheer op de tafel. + +"Eindelijk!" mompelde deze; en zijn gelaat helderde op. + +En op zijn beurt legde hij de quitantie op tafel. + +Schaunard, Colline en Rodolphe volgden de ontwikkeling van het drama +met gespannen aandacht. + +"Maar lieve Hemel," zeide Marcel; "daar u een Bourgondiër bent, +zult u toch zeker niet weigeren een paar woordjes met een landgenoot +te spreken." + +En hij trok een flesch ouden Mâcon open en schonk den huisheer een +glas in. + +"Heerlijk!" zeide deze; "ik heb nooit beteren gedronken." + +"Ach, een oom van me, die in die streken woont, stuurt me zoo nu en +dan een mandje." + +De huisheer was opgestaan en strekte zijn hand naar het voor hem +geplaatste geld uit, maar Marcel hield hem tegen. + +"Ja, maar op één been kunt u niet loopen," zeide hij en dwong zijn +schuldeischer nogmaals met hem en de drie andere bohémiens te klinken. + +De huisheer durfde niet weigeren. Hij dronk zijn glas leeg, zette +het neer en wilde weer het geld nemen, toen Marcel uitriep: + +"Maar daar valt me nog iets in, mijnheer. Ik ben op het oogenblik nogal +ruim bij kas. Mijn oom uit Bourgondië heeft me een supplement op mijn +jaargeld gezonden. Ik ben bang dat geld er door te lappen. U weet, +niet waar, de jeugd haalt wel eens dolle streken uit .... Wanneer ik +u er niet mede beleedig, zou ik graag een termijn vooruit betalen." + +En opnieuw nam hij zestig francs in zilver van den schoorsteen en +legde die bij de louis op tafel. + +"Ik zal u daar dadelijk een quitantie voor maken," zeide de eigenaar; +"ik heb blanco formulieren in mijn zak"--en hij haalde zijn +portefeuille te voorschijn--"ik zal die invullen en antidateeren." + +"Een aardige huurder," dacht hij bij zichzelf en wierp verliefde +blikken naar de honderd-twintig francs. + +Bij dit voorstel stonden de drie bohémiens, die toch al niets van +Marcel's diplomatie begrepen, gewoonweg "paf", + +"Maar de schoorsteen rookt," begon nu de schilder, "dat is erg +onaangenaam." + +"Maar waarom hebt u me dat niet eerder gezegd? Dan had ik den +schoorsteenveger laten komen," zeide de eigenaar, die voor den schilder +niet onder wilde doen. "Morgen zal ik werklui sturen." + +En nadat hij de tweede quitantie ingevuld had, legde hij die bij de +eerste, schoof ze toen beide naar Marcel toe en stak zijn hand weer +naar het stapeltje geld uit. + +"U kunt u niet voorstellen, hoe gelegen die som mij op het oogenblik +komt," zeide hij; "ik moet een paar rekeningen voor reparaties aan +het huis betalen en ik was werkelijk om geld verlegen." + +"Het spijt mij, dat ik u wat heb moeten laten wachten!" viel Marcel +hem in de rede. + +"O, zoo erg is het niet ..... Heeren, ik heb de eer ...." En weer +stak hij zijn hand uit. + +"O, o, neem me niet kwalijk," zeide Marcel vlug; "zoover zijn we nog +niet. Wie a zegt," en hij schonk opnieuw in, "moet ook b zeggen." + +"Dat is zoo," zeide deze en ging uit beleefdheid weer zitten. + +Ditmaal begrepen de bohémiens uit een blik, dien Marcel hun toewerp, +wat zijn doel was. + +Intusschen begon de huisheer al op een vreemde manier met zijn +oogen te draaien. Hij balanceerde op zijn stoel heen en weer, begon +dubbelzinnige taal uit te slaan en beloofde Marcel, die hem een paar +reparaties vroeg, fabelachtige verfraaiingen. + +"En nu de zware artillerie voor het front!" fluisterde de schilder +Rodolphe in en wees op een flesch rhum. + +Na het eerste glaasje zong de huisheer een schuin liedje, dat Schaunard +deed blozen. + +Na het tweede glaasje vertelde hij zijn huiselijke onaangenaamheden; +en daar zijn vrouw Helena heette, vergeleek hij zich bij Menelaus. + +Na het derde glaasje kreeg hij een philosophische vlaag en gaf de +volgende aphorismen ten beste: + +"Het leven is een stroom." + +"Geld maakt niet gelukkig." + +"De mensch is een ééndagsvlinder." + +"O, hoe lieflijk is de liefde!" + +Dan maakte hij Schaunard tot zijn vertrouweling en vertelde hij hem +van zijn heimelijke liaison met een jong meisje, Euphémie geheeten, +aan wie hij een mahoniehouten ameublement gegeven had. Daarbij gaf +hij zoo'n nauwkeurig portret van dit jonge meisje, dat Schaunard een +vreemd vermoeden in zich voelde opkomen, dat onmiddellijk daarna een +zekerheid werd, toen de huisheer hem een brief, dien hij uit zijn +portefeuille haalde, liet zien. + +"O, hemel!" riep Schaunard uit, toen hij de onderteekening zag; +"hardvochtige, gij boort mij een dolk door het hart." + +"Wat heeft hij toch?" riepen de bohémiens, over die taal verwonderd, +uit. + +"Kijk maar," zeide Schaunard; "deze brief is van Phémie. Dat is haar +onderteekening." + +Schaunard liet den brief van zijn vroegere maîtresse circuleeren. Deze +begon met de woorden: + + + "Mijn lief, dik beertje," + + +"Dat lief, dik beertje ben ik," zeide de huisheer, die vergeefsche +pogingen deed om op te staan. + +"Prachtig!" zeide Marcel, die dit zag, "hij heeft zijn anker +uitgeworpen." + +"Phémie, hardvochtige Phémie!" zuchtte Schaunard; "wat heb je me +aangedaan!" + +"Ik heb voor haar in de rue Coquenard No. 12 een entresol laten +meubileeren," stamelde de huisheer; "het is er heel aardig, heel +aardig ..... maar het heeft me een aardige duit gekost .... Doch de +ware liefde ziet niet op geld ..... en bovendien heb ik twintigduizend +francs rente ..... Zij vraagt mij geld ...." ging hij voort, terwijl +hij den brief weer in zijn zak stak; "Arme kleine! ... Ik zal haar +dit geld geven ..... dat zal haar plezier doen." + +En hij strekte weer zijn hand naar het geld uit. + +"Wat is dat?" vroeg hij verbaasd, terwijl hij op de tafel rond tastte, +"waar is het gebleven?" + +Het geld was verdwenen. + +"Een fatsoenlijk man mag zich onder geen voorwaarden tot zulk een +misdadigen minnehandel leenen," had Marcel gezegd. "Mijn geweten en +de moraal verbieden mij de huur aan dezen wellustigen kerel in handen +te geven. Ik zal mijn huur niet betalen. Maar mijn ziel zal tenminste +geen wroeging hebben. Wat een zeden! Een man met zoo weinig haren op +zijn hoofd!" + +Intusschen was de huiseigenaar stomdronken geworden en sloeg met +luide stem allerlei onzin tegen de flesschen uit. + +Daar hij nu al twee uur weg was, stuurde zijn vrouw, die ongerust +begon te worden, eindelijk het dienstmeisje naar boven; toen zij haar +meester in zoo'n toestand zag, stiet zij een gil van schrik uit. + +"Wat hebt u met hem uitgevoerd?" vroeg zij aan de bohémiens. + +"Niets," antwoordde Marcel; "hij is daarnet hierboven gekomen, +om de huur te halen, en daar we geen geld hadden, hebben we hem +uitstel gevraagd." + +"Maar hij is stom bezopen," zeide het dienstmeisje. + +"Dat was hij al grootendeels, toen hij hier kwam," antwoordde Rodolphe; +"hij vertelde ons, dat hij zijn wijnkelder opgeruimd had." + +"Hij was al zòò in den lorem," voegde Colline eraan toe, "dat hij +zijn quitanties zonder betaling hier wou laten." + +"Geef ze maar aan zijn vrouw," zeide ten slotte de schilder, terwijl +hij de quitanties aan het dienstmeisje overhandigde, "wij zijn eerlijke +jongens en willen geen misbruik maken van zijn toestand." + +"Lieve God, wat zal mevrouw wel zeggen?" zuchtte het dienstmeisje, +dat haar meester, die nauwelijks op zijn beenen staan kon, meetrok. + +"Eindelijk!" riep Marcel verlicht uit. + +"Hij zal morgen wel terugkomen," zeide Rodolphe; "nu hij eenmaal geld +gezien heeft." + +"Als hij terugkomt," zeide de kunstenaar, "dan dreig ik hem zijn +vrouw zijn liaison met de jonge Phémie te zullen vertellen, dan zal +hij wel uitstel geven." + +Toen de huisheer weg was, begonnen de vier vrienden weer te drinken +en te rooken. Marcel was niettegenstaande zijn roes de eenige, die +nog eenig besef had van wat er om hem gebeurde. Bij het minste leven +op de trap vloog hij op, om de deur open te maken. Maar degenen, die +naar boven kwamen, bleven altijd op een lagere verdieping. Langzaam +ging de schilder dan weer in het hoekje bij de haard zitten. Het +sloeg middernacht, en nog was Musette er niet. + +"Misschien was ze niet thuis, toen mijn brief kwam," dacht hij. "Ze +zal hem dan vanavond bij haar thuiskomst vinden en morgen komen. Morgen +hebben we ook nog vuur. Want komen zal zij. Tot morgen dus." + +En in zijn hoekje sliep hij in. + +Op hetzelfde oogenblik, dat Marcel van haar droomde, verliet Musette +het huis van madame Sidonie, bij wie zij tot zoo lang gebleven +was. Musette was niet alleen, een jong mensch was met haar; een +rijtuig wachtte beneden voor de deur; zij stapten er samen in; het +rijtuig reed in grooten vaart weg. + +De partij lansquenet duurde bij madame Sidonie voort. + +"Waar is Musette toch?" vroeg plotseling een der spelers. + +"En de kleine Séraphin?" een tweede. + +Madame Sidonie begon te lachen. + +"Die zijn er samen stil vandoor gegaan," zeide zij. "Een typische +geschiedenis! Wat een zeldzaam exemplaar is die Musette toch! Stel +je voor ...." + +En zij begon te vertellen hoe Musette, na bijna ongenoegen met vicomte +Maurice gekregen en zich op weg naar Marcel begeven te hebben, heel +toevallig even bij haar opgeloopen was en hier den jongen Séraphin +aangetroffen had. + +"Ik had er dadelijk wel vermoeden op," zeide Sidonie, zichzelf in +de rede vallend; "ik heb ze den geheelen avond in het oog gehouden, +en waarachtig de jonge man is zoo kwaad niet. Kort en goed, zij zijn, +zonder een woord te zeggen, weggegaan, en een kraan, die ze vinden +kan. Doch hoe het zij; het is eigenlijk te gek om los te loopen, +wanneer je bedenkt, dat Musette dol op Marcel is." + +"Maar als ze dol is op Marcel, wat wil ze dan eigenlijk met den +kleinen Séraphin, die nog bijna een kind is? Hij heeft nooit een +maîtresse gehad," merkte een der aanwezigen op. + +"Zij wil hem leeren lezen," antwoordde de journalist, die altijd heel +"geestig" was, als hij verloren had. + +"Dat is goed en wel," meende Sidonie. "Waarom gaat ze met Séraphin, +als ze van Marcel houdt? Dat gaat boven mijn petje." + +"Ja, waarom?" + + + +Vijf dagen lang leidden de bohémiens, zonder hun kamer ook maar +één oogenblik te verlaten, het vroolijkste leventje, dat men zich +denken kan. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat zaten zij aan +tafel. Een bewonderenswaardige wanorde heerschte in het vertrek, +waarin een Pantagruelistische atmospheer hing. Op een bijna geheel uit +oesterschalen bestaande bank lag een leger van de meest verschillende +flesschen. De tafel was bedekt met allerlei etensrestjes, en in de +haard brandde een formeel bosch. + +Ook op den ochtend van den zesden dag maakte Colline als +opper-ceremoniemeester het menu voor het dejeuner, het diner en het +souper op, zooals hij dat iederen morgen deed, en onderwierp het +dan aan de goedkeuring van zijn vrienden, die het als teeken van +instemming met hun handteekening voorzagen. + +Maar toen Colline de lade, die als schatkist dienst deed, opentrok, +om het voor dien dag noodige geld te krijgen, deed hij verschrikt +twee pas achteruit en werd bleek als de schim van Banquo. [45] + +"Wat is er?" vroegen de anderen onverschillig. + +"Wat er is? Ik heb nog maar dertig sous," zeide de philosoof. + +"Alle duivels!" riepen de anderen uit; "dat zal een heele verandering +in het menu veroorzaken. Enfin, wanneer we die dertig sous goed +gebruiken ..... Maar de truffels zullen er wel bij moeten inschieten." + +Eenige oogenblikken later was de tafel gedekt. Er stonden in volkomen +symmetrie drie schotels op, n.l.: + +Een schotel haring; + +Een schotel aardappelen + +Een schotel kaas. + +In den schoorsteen brandden twee blokjes hout, zoo groot als een vuist. + +Buiten viel nog steeds de sneeuw. + +De vier bohémiens gingen aan tafel en legden hun servetten op hun +knieën. + +"Het is vreemd," zeide Marcel; "maar die haring smaakt naar fazant." + +"Dat ligt aan de manier, waarop ik hem klaargemaakt heb," antwoordde +Colline; "tot nu toe is de haring miskend." + +Op dat oogenblik kwam een vroolijk gezang de trap op en klopte aan +de deur. Marcel, die bij de eerste tonen al opgesprongen was, vloog +naar de deur, om open te doen. + +Musette sloeg haar armen om hem heen en zoende hem wel vijf minuten +lang. Marcel voelde hoe zij in zijn armen beefde. + +"Wat heb je?" vroeg hij haar. + +"Ik heb het koud," zeide zij en liep naar den schoorsteen. + +"Hè," zeide Marcel, "we hebben zoo'n lekker vuurtje gehad." + +"Ja," zeide Musette met een blik op de overblijfselen van het +vijfdaagsche feestmaal; "ik kom te laat." + +"Waarom?" vroeg Marcel. + +"Waarom?" zeide Musette .... en kreeg een kleur. In plaats van antwoord +te geven ging zij op Marcels knieën zitten; zij beefde nog steeds en +haar handen waren blauw van de kou. + +"Was je niet vrij?" vroeg Marcel haar fluisterend. + +"Ik niet vrij!" riep Musette uit. "O Marcel, al zat ik midden tusschen +de sterren of in het paradijs van den goeden God, en jij gaf me een +teeken, ik zou naar beneden komen. Ik niet vrij!...." + +En zij begon weer te rillen. + +"Er zijn hier vijf stoelen," zeide Rodolphe; "dat is een oneven getal, +en bovendien heeft de vijfde een allerbelachelijksten vorm." + +En hij sloeg den stoel tegen den muur kapot en wierp de stukken in +de haard. Het vuur flikkerde plotseling tot een heldere en vroolijke +vlam op. Dan gaf hij Colline en Schaunard een wenk en ging met hen weg. + +"Waar gaan jullie heen?" vroeg Marcel. + +"Tabak halen!" antwoordden zij. + +"Ja, in Havana!" voegde Schaunard er aan toe en gaf Marcel een teeken +van verstandhouding, waarop deze met een dankbaren blik antwoordde, + +"Waarom ben je niet eerder gekomen?" vroeg hij opnieuw aan Musette, +toen zij alleen waren. + +"Ja, het is zoo, ik ben wat laat ...." + +"Vijf dagen om over den pont Neuf te komen. Heb je misschien een +omweg over de Pyreneeën gemaakt?" + +Musette sloeg haar oogen neer en bleef zwijgen. + +"O jou slecht meisje!" zeide Marcel op droefgeestigen toon, terwijl +hij zacht met zijn hand op den corsage van zijn vriendinnetje sloeg; +"wat heb je daar toch onder zitten?" + +"Dat weet je heel goed," antwoordde zij snel. + +"Maar wat heb je gedaan, nadat ik je geschreven heb?" + +"Vraag het me niet!" smeekte zij en sloeg haar armen om hem heen; +"vraag me niets. Laat ik me naast je warmen, zoo lang het koud is. Je +ziet, ik had mijn mooiste japon aangetrokken, om naar je toe te gaan +..... Die arme Maurice kon zich maar niet begrijpen, dat ik naar je +toe wilde .... maar ik kon mijn verlangen niet bedwingen .... ik ben +op weg gegaan .... Lekker, dat vuur!" voegde zij eraan toe, terwijl +zij haar handjes dichter bij de vlammen hield. "Ik blijf tot morgen +bij je. Goed?" + +"Het zal hier leelijk koud worden," zeide Marcel, "en eten is er ook +niet meer. Je bent te laat gekomen." + +"Och, wat!" antwoordde Musette; "dan lijkt het des te meer op vroeger!" + + + +Rodolphe, Colline en Schaunard bleven vier-en-twintig uur uit, om +hun tabak te halen. Toen zij weer terugkwamen, was Marcel alleen. + +Vicomte Maurice zag Musette na een afwezigheid van zes dagen eerst +terug. + +Hij maakte haar geen enkel verwijt, vroeg alleen waarom zij zoo +bedroefd was. + +"Ik heb ruzie gehad met Marcel," antwoordde zij; "we zijn kwaad van +elkaar weggegaan!" + +"En toch zal je misschien weer naar hem terugkeeren?" + +"Wat zal ik je zeggen?" zeide Musette; "ik heb behoefte om van +tijd tot tijd de lucht van dat leven in te ademen. Mijn dol bestaan +gelijkt op een lied; ieder van mijn amourettes is een couplet ervan; +maar Marcel is het refrein." + + + + + + +HOOFDSTUK XX. + +MIMI IN ZIJDE EN FLUWEEL. + + +I. + +"Neen, neen, neen, ge zijt niet meer Lisette. Neen, neen, ge zijt +niet meer Mimi! + +"Ge zijt nu mevrouw de vicomtesse, overmorgen zult ge misschien +mevrouw de hertogin zijn, want ge hebt den voet op den ladder, die tot +hoogheid leidt, bestegen; de deur van uw droomen heeft zich eindelijk +voor uw schreden geopend en overwinnend en triompheerend zijt gij +binnengetreden. Ik heb vooruit geweten, dat gij den een of anderen +nacht daarin slagen zoudt. Het moest trouwens zoo gaan: uw kleine, +blanke handjes waren voor niets doen geschapen en verlangden reeds +lang naar den ring van een aristocratische verbintenis. Eindelijk +hebt ge een blazoen! Maar wij zien toch nog altijd liever dat, hetwelk +de jeugd aan uw schoonheid gaf: uw bleek gelaat, welks leliënveld uw +blauwe oogen in vier kwartieren scheen te verdeelen. Doch edele vrouwe +of grisette, bekoorlijk zijt gij altijd; en ik herkende u dadelijk, +toen ge me onlangs op een avond op straat snel in uw mooie laarsjes +voorbij liept, terwijl uw gehandschoend handje den wind hielp om +de volants van uw robe op te houden, eensdeels om die niet vuil te +laten worden, anderdeels om uw geborduurde onderrokken en à-jour +kousen te laten zien. Ge hadt een hoed van een bewonderenswaardigen +vorm en het kwam me voor, dat ge in groote verlegenheid verkeerde ten +gevolge van een kostbaren kanten voile, die van dien kostbaren hoed +neergolfde. Inderdaad een moeilijk geval: het gold immers de vraag, wat +beter en voor uw coquetterie voordeeliger was, die voile neergelaten +of opgeslagen te dragen. Wanneer ge hem voor uw gezicht zoudt dragen, +dan liept ge kans niet herkend te worden door uw vrienden, die ge +tegen zoudt kunnen komen, want die zouden zeker tienmaal langs u +gegaan kunnen zijn, zonder ook maar te vermoeden, dat die prachtige +enveloppe mademoiselle Mimi verborg. Sloegt ge hem daarentegen terug, +dan liep de voile gevaar niet gezien te worden--en waartoe diende +het anders dien te hebben? Doch ge wist die moeilijkheid op zeer +geestrijke wijze te overwinnen, door den voile om de tien pas neer +te doen en weer terug te slaan, dezen voile, dit kostbare weefsel, +dat ongetwijfeld bewerkt is in het spinnewebbenland, dat Vlaanderen +genoemd wordt en dat alleen zeker meer gekost heeft dan uw geheele +vroegere garderobe samen .... Ach, Mimi! .... Pardon .... Ach, mevrouw +de vicomtesse! Ik had, zooals ge nu ziet, wel gelijk, toen ik zeide: +"Geduld, wanhoop niet: de toekomst gaat zwanger van kaschmir-sjaals, +brillanten en intieme soupers. Ge wildet me toen niet gelooven, +ongeloovige. Welnu, mijn voorspellingen zijn toch werkelijkheid +geworden, en ik sta bij u thans zeker even hoog in aanzien als uw +Oracles des Dames, die kleine heksenmeester in 18°, dien ge voor +vijf sous aan een boekenstalletje op den pont Neuf gekocht hebt en +dien ge met uw eeuwigdurende ondervragingen lastig vielt? Nogmaals, +had ik geen gelijk met mijn prophetieën en zult ge me nu gelooven, +wanneer ik u zeg, dat ge op deze trede niet zult blijven staan; +als ik u zeg, dat ik, als ik aandachtig luister, in de diepte van +uw toekomst, reeds het getrappel en gehinnik hoor van paarden, +gespannen voor een blauwen coupé, bestuurd door een gepoederden +koetsier, die de trede voor u neerslaat met de eerbiedige vraag: +"Waar gaat mevrouw heen?" En zult ge me ook gelooven, als ik u zeg, +dat ge later .... God geve, zoo laat mogelijk!... het doel van een +lang gekoesterde eerzucht zult bereiken en een table d'hôte zult +houden te Belleville of in Batignolles en u het hof gemaakt zal worden +door oude militairen en gepensionneerde smachtende aanbidders, die +in het geheim lansquenet en baccaraat bij u komen spelen. Maar voor +dit tijdstip, waarop de zon van uw jeugd reeds ter kimme zal dalen, +komt, zult ge nog heel wat ellen zijde en fluweel gebruiken; zullen +nog heel wat vaderlijke erfdeelen in de smeltkroes van uw grillen en +luimen wegsmelten, zal nog menige bloem in uw haar, nog menige bloem +onder uw voet ontbladerd worden, zult ge zelf nog dikwijls van blazoen +veranderen. Beurtelings zal op uw hoofd de parelsnoer der baronessen, +de kroon der gravinnen en de diadeem der markiezinnen schitteren; +als devies zult ge in uw wapen het woord: "Onbestendigheid" voeren; +gij zult, al naar luim of behoefte, al die talrijke aanbidders op hun +beurt of allen tegelijk weten te bevredigen, welke queue zullen komen +maken in de anti-chambre van uw hart, zooals men queue maakt voor +den ingang van een schouwburg, waar een trekstuk gegeven wordt. Ga +dus voorwaarts, schud al uw herinneringen van u af, om ruimte te +hebben voor uw eerzucht; voorwaarts dus: de weg, die voor u ligt, +is mooi, en wij hopen, dat hij nog lang zacht voor uw voeten zijn +mag; maar vòòr alles hopen wij, dat al die luxe en pracht, al die +schitterende toiletten niet te spoedig de lijkwade zullen worden, +waarin men uw vroolijkheid inwikkelt." + +Zoo sprak de schilder Marcel tot de kleine Mimi, die hij drie of vier +dagen na haar tweede echtscheiding van den dichter Rodolphe ontmoet +had. Hoewel hij getracht had op de spotternijen, die hier en daar door +zijn horoscoop heen gezaaid waren, een sourdine te zetten, was Mimi +in geen enkel opzicht het slachtoffer van Marcel's mooie woorden en +begreep zij heel goed dat hij zich zonder eenigen eerbied voor haar +nieuwen titel, vroolijk maakte over haar. + +"Je bent heel onaardig tegen me, Marcel," zeide mademoiselle Mimi; +"dat is slecht van je: ik ben altijd goed voor je geweest, toen +ik met Rodolphe samenwoonde, en dat ik hem verlaten heb, is zijn +schuld. Heeft hij me niet bijna op straat gezet, en hoe heeft hij +mij de laatste dagen, dat we bij elkaar waren, behandeld? Ik was erg +ongelukkig. Jij weet niet wat voor een man Rodolphe is: een opvliegend +en jaloersch karakter, dat mij langzamerhand vermoordde. Hij hield van +me, dat weet ik heel goed, maar zijn liefde was even gevaarlijk als een +geladen pistool. En wat voor een leven heb ik die vijftien maanden bij +hem gehad? Ach, Marcel, ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben, +maar ik heb met Rodolphe veel geleden, dat weet je trouwens zelf +ook wel! En niet omdat we het arm hadden, ben ik van hem weggegaan, +daaraan was ik van jongsaf aan gewend; neen ik zeg je het je nogmaals: +hij heeft mij weggejaagd; hij heeft mijn hart met voeten getreden; +hij heeft me gezegd, dat ik geen eergevoel had, als ik bij hem bleef; +hij heeft me gezegd, dat hij niet meer van me hield en dat ik maar een +anderen minnaar moest zoeken; ja hij is zelfs zòò ver gegaan, dat hij +mij een jongen man heeft aangewezen, die me het hof maakte; en door +zijn eeuwige uittartingen is hij, om zoo te zeggen, de trait-d'union +tusschen mij en dien jongen man geworden. Ik heb met hem slechts +uit dépit tegen Rodolphe en door den nood gedwongen geleefd, want +ik hield niet van hem; je weet zelf heel goed, dat ik niet veel op +heb met zoo heel jonge kereltjes, zij zijn bijna altijd vervelend en +sentimenteel als harmonica's. Enfin wat gebeurd is, is gebeurd en ik +heb er geen spijt van; wanneer ik weer in denzelfden toestand kwam, +zou ik hetzelfde doen. Nu ik niet meer bij hem ben en nu hij weet, dat +ik gelukkig ben, is Rodolphe woedend en voelt hij zich verongelijkt; +dat weet ik van iemand, die hem een paar dagen geleden gezien heeft: +hij had roode oogen. En dat verwondert me niets, want ik wist wel, dat +het zoo gaan zou en hij me heel gauw weer zou naloopen; maar je kunt +hem uit mijn naam zeggen, dat het vergeefsche moeite is ..... ditmaal +is het ernst geweest; het is nu voor goed tusschen ons uit ..... Heb +je hem de laatste dagen nog gezien, Marcel en is hij werkelijk zoo +veranderd?" vroeg Mimi plotseling op een heel anderen toon. + +"Zeker is hij veranderd," antwoordde Marcel; "heel erg veranderd +zelfs." + +"Hij is bedroefd, dat spreekt. Maar wat kan ik er aan doen? Des te +erger voor hem, het is zijn eigen schuld. Ten slotte moest er een +eind aan komen. Troost jij hem, Marcel." + +"O, o," zeide Marcel kalm; "maak je daar maar niet ongerust over, +Mimi; dat is al voor de grootste helft in orde." + +"Wat je daar zegt, is niet waar, beste jongen!" merkte Mimi eenigszins +ironisch op; "zoo gauw zal Rodolphe er niet over heen zijn. Hoe +was hij den avond voor mijn vertrek niet! Het was op een Vrijdag, +ik wou dien nacht niet bij mijn nieuwen minnaar blijven, omdat ik +bijgeloovig ben en de Vrijdag een ongeluksdag is." + +"Daar vergis je je in, Mimi: in de liefde is de Vrijdag een geluksdag; +de Ouden noemden hem Dies Veneris." + +"Latijn heb ik nooit geleerd," viel Mimi hem in de rede. "Maar +enfin; ik kwam dan bij Paul uit en vond Rodolphe beneden op straat op +schildwacht staan. Hij wachtte op me. Het was laat, al over twaalven, +en ik had honger, want ik had slecht gedineerd. Ik vroeg Rodolphe of +hij niet wat voor het souper wilde halen. Een half uur later kwam +hij terug met niet zoo veel bijzonders: brood, wijn, sardientjes, +kaas en een appelkoek, dat was alles. In dien tusschentijd was ik +onder de wol gekropen. Hij schoof de tafel bij het bed. Ik deed net, +alsof ik niet op hem lette, maar ik nam hem heel goed op: hij was +zoo bleek als een lijk, hij rilde en liep in de kamer op en neer +als iemand, die niet weet wat hij wil. In een hoekje zag hij mijn +pakjes met kleeren liggen. Dat scheen hem te hinderen en hij zette +het scherm voor die pakjes, om ze niet meer te zien. Toen alles klaar +was, begonnen we te eten; hij probeerde me te laten drinken, maar ik +had geen honger of dorst meer. Ik had net een gevoel, alsof er een +prop in mijn keel zat. Het was koud, want we hadden geen hout om vuur +aan te leggen; je hoorde den wind door den schoorsteen fluiten. Het +was wel triest. Rodolphe keek me voortdurend aan, zijn oogen stonden +strak. Dan legde hij zijn hand in de mijne; en ik voelde hoe de zijne +beefde, zij was warm en koud tegelijk. + +--"Dat is het begrafenismaal van onze liefde," zeide hij heel zacht. + +"Ik antwoordde niet, maar had ook niet den moed, mijn hand terug +te trekken. + +--"Ik ben moe," zeide ik eindelijk; "het is laat, we moesten maar +gaan slapen." + +"Rodolphe keek me aan. Ik had een van mijn dassen om mijn hoofd +gebonden, om me een beetje tegen de koude te beschermen. Zonder een +woord te zeggen nam hij die das weg. + +--"Waarom doe je dat?" vroeg ik. "Ik heb het koud." + +--"O, Mimi," zeide hij; "zet dezen nacht je gestreepte mutsje nog +eens op. Dat zal je zooveel moeite niet kosten." + +"Hij bedoelde een bruin en wit gestreept nachtmutsje van gedrukt +katoen, dat hij mij graag op zag hebben, omdat het hem herinnerde +aan eenige gelukkige nachten. want daarnaar telden we onze gelukkige +dagen. Daar het de laatste nacht was, dat ik bij hem zou slapen, +durfde ik zijn verzoek niet te weigeren. Ik stond op en ging het +mutsje, dat onder in een van de pakjes lag, halen; ik vergat het +scherm weer op zijn plaats te zetten. Rodolphe merkte het en verborg +voor de tweede maal de pakjes. + +--"Goeden nacht!" zeide hij tegen me. + +--"Goeden nacht!" antwoordde ik. + +"Ik dacht, dat hij mij een zoen zou geven, en ik zou mij daar niet +tegen verzet hebben, maar hij nam slechts mijn hand en drukte die aan +zijn lippen. Je weet, Marcel, hoe graag hij mijn handen kuste. Ik +hoorde hem klappertanden en voelde, dat zijn lichaam zoo koud als +marmer was. Hij hield mijn hand maar steeds vast en had zijn hoofd op +mijn schouder gelegd, die al heel gauw nat van tranen was. Rodolphe +was in een vreeselijken toestand. Hij beet in de beddelakens, om +het niet uit te schreeuwen; maar ik hoorde zijn onderdrukt gesteun +en voelde zijn tranen over mijn schouders stroomen, waarop zij eerst +brandden als vuur, dan koud werden als ijs. Op dat oogenblik had ik +al mijn moed noodig; en ik had dien noodig, dat verzeker ik je, want +ik had maar één woord behoeven te zeggen, mijn hoofd maar behoeven om +te keeren, en mijn mond zou Rodolphe's lippen aangeraakt hebben en wij +zouden ons nogmaals verzoend hebben. Een oogenblik dacht ik werkelijk, +dat hij in mijn armen sterven of minstens krankzinnig worden zou, +wat vroeger bijna reeds het geval geweest is ..... herinner je je nog +wel? Ik voelde, dat ik op het punt stond toe te geven; ik wilde den +eersten stap tot verzoening doen; ik wilde hem in mijn armen sluiten, +want je moet wel een hart van steen hebben om tegenover zoo'n smart +ongevoelig te blijven. Plotseling herinnerde ik me echter de woorden, +die hij den vorigen avond gezegd had: "Je hebt geen eergevoel, als je +bij me blijft, want ik houd niet meer van je." En bij de herinnering +aan die grofheden had ik Rodolphe naast mij hebben kunnen zien sterven, +zou ik, ook al had ik geweten, dat een kus van mij hem zou hebben +kunnen redden, mijn hoofd hebben afgewend. Uitgeput door vermoeienis +viel ik eindelijk in een lichte sluimering. Ik hoorde Rodolphe nog +steeds snikken, en ik verzeker je, Marcel, het duurde den geheelen +nacht door. Toen de dag aanbrak en ik in dat bed, waarin ik voor het +laatst sliep, keek naar mijn minnaar, dien ik ging verlaten, om in de +armen van een ander te snellen, schrok ik vreeslijk bij het zien van +de verwoestingen, die de smart op Rodolphe's gezicht had aangericht. + +"Hij stond op zonder iets te zeggen. Bij de eerste stappen, die +hij deed, sloeg hij bijna tegen den grond, zoo zwak en afgemat was +hij. Toch kleedde hij zich vlug aan en vroeg mij slechts of alles +al klaar was en wanneer ik wegging. Ik antwoordde, dat ik nog niets +zekers wist. Hij ging uit, zonder afscheid te nemen, zonder me een hand +te geven. Op die manier zijn we van elkaar gegaan. Wat een steek zal +het hem in zijn hart gegeven hebben, toen hij me bij zijn thuiskomst +niet meer vond!" + +"Ik was op zijn kamer, toen hij thuiskwam," zeide Marcel tot Mimi, +die buiten adem was van het lange verhaal. "Toen hij beneden om den +sleutel vroeg, zeide de vrouw van den concierge tegen hem: + +--"De kleine is weg." + +--"Zoo," antwoordde Rodolphe, "dat verwondert me niets, dat had ik +wel gedacht." + +"Toen liep hij de trap op en ik volgde hem, omdat ook ik voor een +crisis vreesde. Maar er gebeurde niets van dien aard. + +--"Daar het nu al te laat is om nog een andere kamer te huren," +zeide hij tegen me, "zullen we het maar tot morgen uitstellen. Dan +kan je met me meegaan. En laten we nu gaan eten." + +"Ik dacht, dat hij zich wilde gaan bedrinken, maar ik vergiste me. We +dineerden heel eenvoudigjes in een restaurant, waar jij ook dikwijls +met hem gezeten hebt. Om hem een beetje onder verdooving te brengen, +had ik Beaune besteld." + +--"Dat was de lievelingswijn van Mimi," zeide hij tegen me; +"we hebben dien samen dikwijls gedronken aan hetzelfde tafeltje, +waaraan we nu zitten. Ik herinner me nog hoe zij op een goeden dag +haar glas, dat zij reeds verscheidene malen geledigd had, naar mij +toeschoof met de woorden: "Schenk nog eens in, met dien Beaune kom +je uit de boonen." Een vrij flauwe woordspeling, nauwelijks goed voor +een vaudeville, vindt je niet? Ja, Mimi kan goed drinken!" + +"Daar ik zag, dat hij zich weer in herinneringen wilde gaan verdiepen, +begon ik over wat anders te praten, van jou was er geen sprake +meer. Hij bracht den geheelen avond in mijn gezelschap door en scheen +even kalm als de Middellandsche Zee. Wat mij het meest verwonderde, +was dat zijn kalmte niets gekunstelds had. Hij was de onverschilligheid +in eigen persoon. Tegen middernacht gingen we naar huis." + +--"Je schijnt je er over te verwonderen, dat ik in mijn toestand +zoo kalm ben," zeide hij tegen me; "laat ik even een vergelijking +gebruiken, die, als is zij misschien ook wat triviaal, tenminste de +verdienste heeft juist te zijn. Mijn hart is als een fontein, waarvan +de kraan den geheelen nacht open heeft gestaan, 's morgens is er +geen droppel meer in. Zoo is het nu ook met mijn hart; al de tranen, +die ik nog had, heb ik vannacht verhuild. Het is vreemd; ik dacht, +dat ik rijker was aan smartuitingen en nu heeft één lijdensnacht +mij uitgeput, mij volkomen op het droge gezet. Ik verklaar je op +mijn eerewoord, dat het zoo is. En in hetzelfde bed, waarin ik den +afgeloopen nacht naast een vrouw, die als een blok naast me lag, uit +wanhoop bijna gestorven ben, zal ik straks, terwijl het hoofd van die +vrouw op het kussen van een ander rust, slapen als een pakjesdrager, +die een zwaren dag achter den rug heeft." + +"Comedie," dacht ik bij mijzelf; "voordat ik goed en wel weg ben, +loopt hij met zijn hoofd tegen den muur." + +"Toch liet ik Rodolphe alleen en ging naar mijn eigen kamer, maar +slapen deed ik niet. Om drie uur meende ik leven in de kamer van +Rodolphe te hooren; ik vloog naar beneden in de meening, dat hij aan +het ijlen was." + +"En?" vroeg Mimi. + +"Och, beste meid, Rodolphe sliep, het bed was in het geheel niet in +de war; alles wees erop, dat zijn slaap rustig geweest was en niet +lang op zich had laten wachten." + +"Dat is heel goed mogelijk," vond Mimi; "hij was zoo moe van den +vorigen nacht ... Maar den volgenden morgen?" + +"Den volgenden morgen is Rodolphe mij al heel vroeg komen halen, en +toen zijn we kamers gaan huren in een ander huis, die we denzelfden +avond nog betrokken hebben." + +"En wat heeft hij gedaan, toen hij de kamer verliet, waarin we samen +gewoond hebben?" vroeg Mimi; "wat heeft hij gezegd, toen hij scheidde +van de kamer, waarin hij mij zoo heeft liefgehad?" + +"Hij heeft heel kalm zijn boeltje gepakt," antwoordde Marcel; "en +daar hij in een lade een paar gehaakte handschoenen en twee of drie +brieven vond, die jij vergeten hadt mede te nemen ...." + +"Dat weet ik," viel Mimi hem in de rede op een toon, die scheen te +willen zeggen: Ik heb ze exprès vergeten, om een souvenir aan me achter +te laten. "En wat heeft hij er mede gedaan?" voegde zij eraan toe. + +"Ik meen me te herinneren, dat hij de brieven in de haard en de +handschoenen uit het raam gegooid heeft; maar zonder eenig theatraal +gebaar, zonder pose, op een heel natuurlijke manier, zooals je dat +doet, wanneer je iets, waar je niets meer aan hebt, weg doet." + +"Beste Marcel, uit den grond van mijn hart hoop ik, dat die +onverschilligheid voortduren zal. Maar eerlijk gezegd, ik geloof niet +aan een zoo spoedige genezing, en niettegenstaande alles wat je me +zegt, ben ik er zeker van, dat mijn dichter een gebroken hart heeft." + +"Het is best mogelijk," antwoordde Marcel, terwijl hij afscheid nam van +Mimi; "maar de stukken zijn nog goed, als ik mij niet sterk vergis." + +Gedurende dat gesprek op de straat wachtte vicomte Paul op zijn +nieuwe maîtresse, die veel later dan afgesproken was bij hem kwam en +allesbehalve vriendelijk tegen den vicomte was. Hij knielde voor haar +neer en kirde haar zijn lievelingsromance voor: dat zij bekoorlijk +was, bleek als de maan, zacht als een lam, maar dat hij haar vooral +liefhad om de schoonheid van haar ziel. + +"Ach!" dacht Mimi, terwijl zij de golven van haar bruin haar op de +sneeuw van haar schouders liet neervallen; "Rodolphe was niet zoo +exclusief." + + + + +II. + +Het was, zooals Marcel tegen Mimi gezegd had: Rodolphe scheen radicaal +genezen te zijn van zijn liefde voor Mademoiselle Mimi, en drie of vier +dagen na hun scheiding zag men den dichter geheel gemetamorphoseerd +weer verschijnen. Hij was gekleed met een elegance, die hem zelf +onherkenbaar voor zijn spiegel moest maken, en niets in of aan hem +scheen de vrees te rechtvaardigen, dat hij het voornemen had zich te +storten in de afgronden van het Niet, welk praatje mademoiselle Mimi +met gehuicheld medelijden ingang trachtte te doen vinden. Rodolphe +was inderdaad volkomen kalm; hij luisterde, zonder dat er ook maar één +spier op zijn gelaat vertrok, naar de verhalen, die hem gedaan werden +over de nieuwe en weelderige levenswijze van zijn vriendinnetje, dat +er van haar kant een genoegen in vond hem zooveel mogelijk over haar te +laten inlichten door een jonge vrouw, die haar vertrouwde gebleven was +en in de gelegenheid verkeerde bijna iederen avond met hem te praten. + +"Mimi is erg gelukkig met vicomte Paul," zeide zij tegen den dichter; +"zij schijnt dol verliefd op hem te zijn; één ding echter verontrust +haar, zij is n.l. bang, dat gij haar rust zult komen storen door +achtervolgingen, die echter zeer gevaarlijk voor u zouden zijn, +want de vicomte aanbidt zijn maîtresse en heeft twee jaar lang de +schermschool bezocht." + +"Zoo!" antwoordde Rodolphe; "zij kan rustig slapen; ik heb heelemaal +geen lust azijn in het suikerwater van haar wittebroodsweken te +gieten. En wat haar jeugdigen minnaar betreft, die kan gerust zijn +degen aan den spijker laten hangen evenals Gastibelza, den man met +den karabijn. [46]" + +Natuurlijk werd Mimi op de hoogte gebracht van de kalmte, waarmede +haar vroegere minnaar al die bijzonderheden opnam, en van haar kant +verzuimde zij niet met een schouderophalen te antwoorden: + +"Het is goed! We zullen binnenkort wel zien, waar het op uitloopt!" + +Intusschen was Rodolphe nog meer dan ieder ander verbaasd over die +plotselinge onverschilligheid, welke, zonder de gewone phasen van +droefgeestigheid en melancholie te doorloopen, volgde op de woeste +stormen, die nog eenige dagen te voren in zijn hart gewoed hadden. De +vergetelheid, die anders vooral voor ongelukkige verliefden zoo +langzaam komt; de vergetelheid, die zij luide roepen en die zij +nog luider terugstooten, wanneer zij haar voelen naderen; deze +onverbiddelijke troosteresse had zich plotseling en onverwachts, +zonder dat hij er zich tegen had kunnen verzetten, in Rodolphe's hart +ingedrongen, en de naam van de vrouw, die hij zoo hartstochtelijk had +liefgehad, kon nu genoemd worden, zonder in zijn ziel een weerklank te +vinden. Wonderlijk, Rodolphe, wiens sterk geheugen de herinneringen aan +dingen, die in de verst verwijderde dagen van het verleden geschied +waren, en aan personen, die in zijn leven, al was het nog zoo lang +geleden, een rol gespeeld of op zijn bestaan invloed gehad hadden, +bewaarde; diezelfde Rodolphe kon, hoe hij zich ook inspande, zich vier +dagen na de scheiding niet duidelijk de trekken herinneren van zijn +vriendinnetje, dat met haar blanke, zachte handjes zijn leven bijna +gebroken had. De zachte oogen, in wier schittering hij zoo dikwijls +ingeslapen was, kon hij zich niet meer voor den geest roepen. Hij +herinnerde zich zelfs den klank der stem niet meer, wier uitbarstingen +van woede of verliefd gefluister hem tot waanzin brachten. + +Een van zijn vrienden, ook een dichter, die hem sinds zijn +echtscheiding niet gezien had, zag hem op een avond blijkbaar in droeve +gedachten verzonken met groote passen op straat op en neer loopen. + +"Zoo, ben jij daar!" zeide de dichter, terwijl hij Rodolphe de hand +toestak en hem nieuwsgierig opnam. + +Daar hij zag, dat Rodolphe een bedroefd gezicht zette, meende hij +hem wat moed te moeten inspreken: + +"Kom, kerel, moed! Ik weet, dat dergelijke dingen zwaar te dragen zijn, +maar het had er toch eenmaal toe moeten komen. Beter nu dan later! En +binnen drie maanden ben je weer heelemaal genezen!" + +"Wat voor een dwaasheid sta je toch uit te slaan?" zeide Rodolphe; +"ik ben niet ziek." + +"Kom," antwoordde de ander, "houd je nou maar zoo groot niet. Ik ken +de heele geschiedenis, en al kende ik die niet, dan zou ik die toch +op je gezicht kunnen lezen." + +"Pas op, kerel, je vergist je!" zeide Rodolphe; "weliswaar ben ik +vanavond een beetje mismoedig, waar wat de oorzaak daarvan betreft, +sla je de plank heelemaal mis." + +"Ach, Rodolphe, waarom strijdt je toch zoo tegen? Het is heel +natuurlijk; een liaison, die bijna twee jaar geduurd heeft, breek je +niet zoo maar zonder kleerscheuren af." + +"Dat zeggen jullie allemaal!" zeide Rodolphe ongeduldig; "maar jullie +hebt het allemaal op mijn woord van eer mis. Ik ben erg bedroefd en +zie er misschien ook zoo uit, dat is mogelijk; maar ik ben het alleen +maar, omdat mijn kleermaker mij vandaag mijn nieuwe pak zou bezorgen +en het niet gedaan heeft. Zie je, daarom heb ik het land." + +"Grappenmaker, grappenmaker!" zeide de ander lachend. + +"Waarachtig niet, ik ben ernstig, doodernstig. Luister maar even naar +mijn redeneering." + +"Nou ik luister: bewijs mij eens hoe je redelijkerwijze zoo'n bedroefd +gezicht kunt zetten, omdat een kleermaker je pak niet thuisbezorgd +heeft. Ga je gang, en laat eens hooren." + +"Je weet toch," zeide Rodolphe, "dat kleine oorzaken groote gevolgen +kunnen hebben. Ik moest vanavond een zeer gewichtig bezoek afleggen +en dat kan ik nu niet doen, omdat ik geen fatsoenlijk pak heb. Begrijp +je het nu?" + +"Neen, volstrekt nog niet. Ik zie tot op dit oogenblik geen voldoende +motief, om zoo het land te hebben. Je vindt het vervelend ..... omdat +..... kort en goed, je lijkt wel dwaas, om me zoo iets op de mouw te +willen spelden. Dat is mijn meening." + +"Kerel, je bent al bliksems halsstarrig. Je hebt altijd reden om het +land te hebben, wanneer je een gelukje of zelfs maar een pleiziertje +misloopt, omdat het dan zoo goed als onherroepelijk verloren is, want +het is meestal zelfbedrog als je tegen je zelf zegt: "Ik zal het een +anderen keer wel inhalen!" Maar om kort te gaan, ik had vanavond een +rendez-vous met een jong meisje: ik zou haar ontmoeten in een huis, +vanwaar ik haar misschien mee naar mijn kamer genomen zou hebben, +als het korter was dan om naar de hare te gaan, en misschien ook wel, +al was het langer. In dat huis nu wordt vanavond een soirée gegeven, +een soirée waarop je alleen maar in rok kunt komen; ik heb geen rok, +mijn kleermaker moest mij er een brengen; hij brengt dien rok niet, dus +kan ik ook niet naar de soirée gaan; dus ontmoet ik het jonge meisje +niet, dat nu misschien een ander ontmoet; dus breng ik haar noch naar +mijn kamer noch naar de hare, waarheen ze nu misschien door een ander +gebracht wordt. Zooals ik al zeide, loop ik derhalve een gelukje of +een pleiziertje mis; derhalve heb ik het land; derhalve zie ik eruit, +alsof ik het land heb; derhalve is de heele zaak heel natuurlijk." + +"Nou goed dan," zeide de vriend. "Derhalve ben je nauwelijks met je +eenen voet uit de hel, of je stapt met je anderen weer in een nieuwe; +maar, waarde vriend, toen ik je hier in de straat zag, maakte het +toch precies den indruk, alsof je hier liept te schilderen." + +"Dat deed ik ook," antwoordde Rodolphe. + +"Maar het is toch wel heel toevallig, dat dit juist gebeurt in het +stadsdeel, waarin je vroeger vriendinnetje woont: wat bewijst mij, +dat je niet op haar wacht?" + +"Hoewel ik van haar gescheiden ben, hebben particuliere redenen mij +genoopt in dit stadsgedeelte te blijven wonen; maar al zijn we bijna +buren, toch zijn we even ver van elkaar verwijderd, alsof zij zich +aan de Noord- en ik mij aan de Zuidpool bevond. Bovendien zit mijn +vroegere maîtresse op dit oogenblik in het hoekje van den haard en +neemt les in de Fransche taal bij vicomte Paul, die haar door middel +van de orthographie op het pad der deugd wil terugbrengen. Lieve +Hemel, wat zal hij haar verwennen! Enfin, dat is zijn zaak, nu hij de +hoofdredacteur van zijn geluk is! Je ziet dus, dat je opmerkingen meer +dan onzinnig zijn, en dat ik, verre van het uitgewischte spoor van mijn +oude liefde weer te willen zoeken, juist een nieuwe op het spoor ben, +die reeds in mijn nabijheid woont en nog dichter bij mij komen zal, +want ik ben volkomen bereid haar een eind weegs tegemoet te gaan, +en als zij dat ook wil doen, zal het niet lang duren voor we het +eens zijn." + +"Ben je dus werkelijk alweer verliefd?" vroeg de dichter. + +"Dat ligt nu eenmaal in mijn natuur," antwoordde Rodolphe; "mijn +hart lijkt op een woning, die je dadelijk te huur hangt, zoodra de +bewoner heeft opgezegd. Wanneer een liefde mijn hart verlaat, hang +ik een bordje uit, om een andere te krijgen. De kamers zijn bovendien +prettig om te bewonen en pas gerepareerd." + +"En wie is die nieuwe afgod? Waar en wanneer heb je ze leeren kennen?" + +"Laat ik het je regelmatig vertellen," zeide Rodolphe. "Toen Mimi +me verlaten had, was ik er vast van overtuigd, dat ik nooit van +mijn leven weer verliefd zou worden, en geloofde ik in allen ernst, +dat mijn hart van uitputting of ouderdomszwakte of wat je maar wilt +gestorven was. Het had zoo hard en zoo lang geklopt, dat dit zeer +goed mogelijk was. Kortom ik waande het dood, morsdood, zòò dood, +dat ik erover dacht het net als Marlborough te begraven. Bij die +gelegenheid gaf ik een klein begrafenisdinertje, waarop ik enkele +van mijn intieme vrienden inviteerde. De gasten moesten een bedroefd +gezicht trekken en de flesschen hadden een rouwfloers over de hals." + +"En waarom heb je mij niet gevraagd?" + +"Neem me niet kwalijk, maar ik wist het adres van de wolk, waarop je +troont, niet." + +"Nou enfin, vertel maar verder!" + +"Een van de gasten had een jong meisje meegebracht, dat ook kort +geleden door haar minnaar verlaten was. Een van mijn vrienden, die heel +goed op de violoncel der sentimentaliteit speelt, vertelde haar mijn +geschiedenis. Hij schilderde de jonge weduwe de goede hoedanigheden +van mijn hart, dien armen doode, dien we juist wilden gaan begraven, +en noodigde haar ten slotte uit een dronk te wijden aan zijn eeuwige +rust. Doch haar glas opheffende zeide zij: "Integendeel, ik drink op +zijn voortdurende gezondheid!" En bij die woorden wierp zij mij een +blik toe, om een doode weer levend te maken, zooals men dat noemt, en +hier kon men dat met recht zeggen, want nauwelijks had zij haar toast +uitgebracht, of ik voelde, dat mijn hart het O Filii der Opstanding +begon aan te heffen. Wat hadt jij in mijn plaats gedaan?" + +"Dat is ook een vraag!.... hoe heet zij?" + +"Dat weet ik zelf niet, en ik zal haar naam niet vragen, voordat we ons +contract teekenen. Ik weet wel, dat ik volgens het inzicht van sommige +menschen den wettelijken treurtermijn nog niet geheel doorloopen heb, +maar ik heb aan mezelf dispensatie gevraagd en.... . verleend. Wat ik +wel weet, is dat mijn aanstaande als bruidschat vroolijkheid, die de +gezondheid is van den geest, en gezondheid, die de vroolijkheid van +het lichaam is, zal medebrengen." + +"Is zij knap?" + +"Heel knap, vooral haar tint is mooi; je zoudt bijna denken, dat zij +zich 's ochtends met het palet van Watteau schminkt. + +Elle est blonde, mon cher, et ses regards vainqueurs Allument +l'incendie aux quatre coins des coeurs. + +Getuige het mijne!" + +"Een blondine? Dat verwondert me van jou!" + +"Ja ik heb genoeg van ivoor en ebbenhout, ik ga over tot de blondines." + +En al luchtsprongen makend, begon Rodolphe te zingen: + + + "Et nous chanterons à la ronde, + Si, vous voulez, + Que je l'adore, et qu'elle est blonde + Comme les blés." + + +"Arme Mimi!" zeide de vriend; "zoo gauw vergeten!" + +Deze naam deed Rodolphe's uitbundigheid dadelijk verstommen en gaf aan +het gesprek plotseling een andere wending. Rodolphe gaf zijn vriend +een arm en vertelde hem uitvoerig de oorzaken van zijn breuk met Mimi; +den angst, die zich van hem meester had gemaakt, toen zij hem had +verlaten; hoe ontroostbaar hij geweest was, omdat hij meende, dat zij +al zijn levenskracht en liefde met zich medegenomen had; en hoe hij +twee dagen later tot de ontdekking gekomen was, dat hij zich vergist +had, toen hij voelde, hoe het kruit van zijn hart, dat door zooveel +snikken en tranen nat geworden was, onder den eersten van jeugd en +hartstocht fonkelenden blik voor de eerste vrouw, die hij ontmoette, +weer warm geworden was, vuur had gevat en ontploft was. Hij schilderde +hem den plotselingen en geweldigen ommekeer, dien de vergetelheid, +zonder dat hij die te hulp had geroepen, in hem veroorzaakt had, +en hoe de smart in hem gestorven en in die vergetelheid begraven was. + +"Is het geen wonder?" vroeg hij aan den dichter. + +Doch deze, die alle smartelijke hoofdstukken van een ongelukkige +liefde uit eigen ervaring kende, antwoordde: + +"Welneen, beste kerel, er gebeuren geen wonderen meer, noch voor jou +noch voor anderen. Wat jou nu overkomt is mij ook overkomen. Wanneer +de vrouwen, die wij liefhebben, onze maîtressen worden, houden zij +op voor ons te zijn wat zij in werkelijkheid zijn. Wij zien ze dan +niet alleen meer met de oogen van den minnaar, maar ook met die van +den dichter. Zooals de schilder om een ledepop het keizerlijke purper +of den met sterren bezaaiden sluier van een heilige jonkvrouw hangt, +hebben wij altijd magazijnen vol schitterende mantels en verblindend +witte gewaden, die we onverstandige, onbevallige of kwaadaardige +schepselen om de schouders werpen; en wanneer zij dan zoo gekleed +zijn in het kostuum, waarin onze ideale geliefden ons in het azuur +van onze droomen verschenen, dan laten wij ons door deze vermomming +om den tuin leiden. Wij belichamen onzen droom in de eerste de beste +vrouw, tegen wie wij onze taal spreken, en die ons niet begrijpt. + +"En wanneer dan zoo'n schepsel, dat wij aanbidden en aan wiens voeten +wij nederknielen, zichzelf het goddelijk omhulsel, waaronder wij het +verborgen hadden, afrukt, om ons des te beter haar lage natuur en haar +gemeene instincten te laten zien; wanneer zoo'n vrouw onze hand op haar +hart legt, waarin niets meer klopt en misschien nooit iets geklopt +heeft; wanneer zij haar sluier wegslaat en ons haar doffe oogen, +haar bleeke lippen en haar verwelkte trekken zien laat, dan hullen +wij haar weer in dien sluier en roepen uit: "Gij liegt, gij liegt! Ik +heb je lief en gij hebt mij lief! Die witte boezem is het omhulsel +van een hart, dat nog in de volle kracht van zijn jeugd is; ik heb je +lief en gij hebt mij lief! Gij zijt mooi, gij zijt jong! Onder in al +je gebreken leeft nog de liefde. Ik heb je lief en gij hebt mij lief! + +"Ten slotte echter--o, heelemaal ten slotte--bemerken wij, nadat wij +ons vergeefs een driedubbele blinddoek voor de oogen gebonden hebben, +dat wij zelfs de slachtoffers van onze dwalingen geworden zijn en +jagen wij de ellendige weg, die den dag tevoren nog onze afgod was +geweest; wij nemen dan den gouden sluier van onze poëzie terug, om +ze den volgenden dag weer te werpen over de schouders van een nieuwe +onbekende, die onmiddellijk haar plaats als stralenomkranst afgodsbeeld +inneemt. En zoo zijn wij allen--vreeselijke egoisten bovendien, die de +liefde liefhebben ter wille van de liefde; je begrijpt, wat ik bedoel; +en wij drinken dien goddelijken nektar uit het eerste het beste glas, +getrouw aan de spreuk: + +"Qu'importe le flacon, pourvu qu'on ait l'ivresse!" + +"Wat je daar zegt is even waar, als tweemaal twee vier is," zeide +Rodolphe tot den dichter. + +"Ja," antwoordde deze, "het is waar en treurig, zooals bijna alle +waarheden. Bonsoir." + + + +Twee dagen later hoorde mademoiselle Mimi, dat Rodolphe een nieuw +vriendinnetje had. Zij informeerde echter verder slechts naar één ding, +n.l. of hij haar even dikwijls de hand kuste als haarzelf vroeger. + +"Even dikwijls!" antwoordde Marcel. "En bovendien kust hij ook haar +haren, het eene na het andere, en zij zullen zòò lang bij elkaar +blijven, tot hij ze alle gekust heeft." + +"Hè!" antwoordde Mimi, terwijl ze met beide handen door haar haar +streek; "gelukkig maar, dat hij zich niet in zijn hoofd gehaald heeft +met mij hetzelfde te doen, anders waren we ons leven lang bij elkaar +gebleven. Geloof je overigens werkelijk, dat hij heelemaal niet meer +van me houdt?" + +"Ach!.... En houdt jij nog van hem?" + +"Ik heb nooit van hem gehouden!" + +"Dat is wel waar, Mimi, je hebt van hem gehouden op het oogenblik, +dat het hart van een vrouw op zijn goede plaats zit. Je hebt van +hem gehouden--spreek dat niet tegen, want juist daarin ligt je +rechtvaardiging." + +"Bah!" zeide Mimi; "hij houdt nu van een ander!" + +"Dat is zoo!" zeide Marcel, "maar dat doet aan de andere zaak niets +af. Later zal de herinnering aan jou voor hem zijn als die bloemen, +welke men frisch en geurend tusschen de bladeren van een boek legt, +en die men veel, heel veel later terugvindt, verwelkt, verkleurd en +dood, maar toch nog altijd met een onbestemden geur van haar eerste +frischheid." + + + +Op een avond, dat Mimi zacht een melodie neuriede, vroeg vicomte +Paul haar: + +"Wat zing je daar, lieveling?" + +"De lijkrede van onze liefde, die mijn vroegere minnaar Rodolphe +onlangs gedicht heeft." + +En zij zong: + + + "Je n'ai plus le sou, ma chère, et le Code, + Dans un cas pareil, ordonne l'oubli; + Et sans pleurs, ainsi qu'une ancienne mode, + Tu vas m'oublier, n'est-ce pas, Mimi? + + C'est égal, vois-tu, nous aurons, ma chère, + Sans compter les nuits, passé d'heureux jours, + Ils n'ont pas duré longtemps; mais qu' y faire? + Ce sont les plus beaux qui sont les plus courts." + + + + + + +HOOFDSTUK XXI. + +ROMEO EN JULIA. + + +Mooi als een plaatje uit zijn tijdschrift l'Echarpe d'Iris, met +nieuwe handschoenen, elegante schoenen, gladgeschoren, gefriseerd, +opgedraaide snorpunten, een wandelstokje in de hand, een monocle in +het oog, stralend en verjongd stond onze vriend, de dichter Rodolphe +op een Novemberavond op den boulevard op een rijtuig te wachten, +waarmede hij zich naar huis wilde laten brengen. + +Rodolphe wachten op een rijtuig? Welk een ommekeer was er plotseling +in zijn particulier leven gekomen? + +Op hetzelfde uur, dat de als het ware gemetamophorseerde dichter, een +grooten regalia in den mond, zijn snor opdraaide en de blikken der +dames trok, kwam een vriend van hem denzelfden boulevard langs. Het +was de wijsgeer Colline. Rodolphe zag hem in de verte aankomen en +herkende hem dadelijk; trouwens wie, die hem ook maar éénmaal in zijn +leven gezien had, zou hem niet herkennen? Colline was als gewoonlijk +belast en beladen met een dozijn oude boeken. In zijn onsterfelijken +bruinen paletot, welks onverslijtbaarheid de veronderstelling, +dat hij door de Romeinen gemaakt was, rechtvaardigde, en met zijn +beroemden, breedgeranden hoed, die op een vilten koepel geleek, +waaronder een zwerm hyperphysische droomen door elkaar krioelde, +en die den bijnaam had van de "stormhoed van den Mambrin der moderne +philosophie", liep Gustave Colline langzaam voort en declameerde voor +zichzelf zacht de voorrede van een werk, dat sedert drie maanden ter +perse lag ..... in zijn verbeelding. Zoo kwam hij langzamerhand bij +den plek, waar Rodolphe stond te wachten; hij meende hem te herkennen, +maar de buitengewone elegance van den dichter bracht den wijsgeer in +twijfel en onzekerheid. + +"Rodolphe met handschoenen en een wandelstok! Een chimère! Een +utopie! Een verstandsverbijstering! Rodolphe, die al even weinig haren +heeft als de gelegenheid, gefriseerd! Waar zitten mijn oogen? Bovendien +is mijn ongelukkige vriend op dit oogenblik druk bezig met het +dichten van klaagliederen over het vertrek van zijn Mimi, die hem, +naar ik heb hooren vertellen, heeft laten zitten. + +Intusschen was Colline, toen hij vlak bij Rodolphe stil bleef staan, +wel genoodzaakt zich door de werkelijkheid der feiten te laten +overtuigen; het was inderdaad Rodolphe, gefriseerd, met een wandelstok +en handschoenen; het was onmogelijk, maar het was waar. + +"Alle duivels," riep Colline; "ik vergis me niet; jij bent het, +het kan niet missen, ik ben er zeker van." + +"Ik ook," antwoordde Rodolphe. + +Colline begon nu zijn vriend van top tot teen op te nemen en zette +daarbij een gezicht zooals de hofschilder Lebrun het geschilderd had, +om de allergrootste verbazing uit te drukken. Maar plotseling ontdekte +hij twee heel bijzondere dingen, die Rodolphe bij zich had, n.l. 1o +een touwladder en 2o een kooitje, waarin een vogel rondvloog. Toen +Colline die dingen zag, drukte zijn physionomie een gevoel uit, dat +de hofschilder Lebrun op zijn doek der "Menschelijke Hartstochten" +vergeten heeft weer te geven. + +"Kom," zeide Rodolphe tot zijn vriend; "ik heb de nieuwsgierigheid +van je geest heel duidelijk door het venster van je oogen zien gluren; +ik zal ze bevredigen; maar laten wij niet zoo hier op straat blijven; +het is zoo koud, dat vraag en antwoord zouden bevriezen." + +En zij gingen een café binnen. + +Colline's oogen waren geen moment van den touwladder af, evenmin als +van het kooitje, waarin de vogel, die door de warmte van het café wat +fleuriger werd, begon te zingen in een taal, welke Colline, die toch +een polyglot was, niet kende. + +"Vertel me nu eindelijk eens," vroeg Colline op den touwladder wijzend, +"wat dat is?" + +"Een verbinding tusschen mijn geliefde en mij," antwoordde Rodolphe +met den klank van een mandoline in zijn stem. + +"En dat?" vroeg de wijsgeer met een blik op den vogel. + +"Dat," zeide de dichter en zijn stem werd zacht als een lentebriesje; +"dat is een klok." + +"Spreek toch zonder gelijkenissen, in alledaagsch proza, maar +duidelijk!" + +"Goed. Heb je Shakespeare gelezen?" + +"En of! To be or not to be. Een groot philosoof.... Of ik hem +gelezen heb!" + +"Herinner je je Romeo en Julia?" + +"Dat zou ik denken!" zeide Colline. + +En hij begon te reciteeren: + + + "It is not yet near day; + It was the nightingale, and not the lark, + That pierc'd the fearful hollow of thine ear. [47] + + +"Ja hoor, ik herinner me Romeo en Julia best. En verder?" + +"Wat?" zeide Rodolphe, op den touwladder en den vogel wijzend, "begrijp +je het nu nog niet? Ik ben verliefd, kerel, verliefd op een meisje, +dat Julia heet!" + +"Nou, en verder?" vroeg Colline ongeduldig. + +"Welnu, daar mijn nieuwe geliefde Julia heet, heb ik het plan gevormd +met haar het drama van Shakespeare nogmaals op te voeren. In de eerste +plaats heet ik niet meer Rodolphe, maar Romeo Montague, en je zult me +zeer verplichten mij in het vervolg zoo te noemen. Bovendien heb ik, +opdat iedereen het zal weten, nieuwe visitekaartjes laten drukken. Maar +dat is niet alles: ik zal van de omstandigheid, dat we nog niet in +den carnavalstijd zijn, gebruik maken, om een fluweelen wambuis en +een degen te dragen." + +"Om Tybalt te dooden?" vroeg Colline. + +"Precies," antwoordde Rodolphe. "Kort en goed, deze touwladder moet +dienen, om binnen te komen bij mijn geliefde, die toevallig een balcon +voor haar kamer heeft." + +"Maar die vogel, die vogel?" bleef Colline aandringen. + +"Wel, die vogel is een duif en moet de rol spelen van nachtegaal +door iederen ochtend precies het oogenblik aan te geven, waarop mijn +geliefde, uit wier omarming ik mij losmaken wil, haar armen om mijn +hals slaan en juist zooals in de balconscène zeggen zal: "Neen, het +is nog niet de dag, het was de nachtegaal ....." d.w.z.: "Neen , het +is nog geen elf uur, het is vuil op straat, ga nog niet weg, het is +zoo lekker hier." Om de illusie volkomen te maken, zal ik probeeren +een min te krijgen en die ter beschikking van mijn geliefde stellen; +en ik hoop, dat de kalender zoo goedgunstig zal zijn om mij nu en +dan, wanneer ik het balcon van mijn Julia beklim, wat maneschijn te +verleenen. Wat zeg je van mijn plan, philosoof?" + +"Heel aardig," antwoordde Colline; "maar wil je me misschien ook +het mysterie van dit prachtige omhulsel, dat je onherkenbaar maakt, +ontsluieren? .... Ben je millionair geworden?" + +Rodolphe gaf geen antwoord, maar wenkte een kellner en gaf hem +onverschillig een louis met de woorden: + +"Houd maar af!" + +Dan sloeg hij op zijn vestjeszakje, dat begon te zingen. + +"Heb je soms een klokketoren in je zak, dat het daar zoo luidt?" + +"Een paar louis maar." + +"Echte louis d'or?" zeide Colline met een van verbazing gesmoorde +stem. "Laat mij eens kijken, hoe die eruit zien!" + +Dan scheidden de beide vrienden, Colline, om Rodolphe's schatten en +nieuwe liefde verder uit te bazuinen, Rodolphe om naar huis te gaan. + +In de week, die gevolgd was op den tweeden breuk met Mimi, had zich +het volgende afgespeeld. + +Toen de dichter met zijn vriendinnetje gebroken had, voelde hij +behoefte om van omgeving te veranderen en verliet hij met zijn vriend +Marcel het sombere hôtel garni, welks eigenaar de beide heeren zonder +al te veel spijt zag heengaan. Zooals wij reeds verteld hebben, gingen +zij samen een ander onderdak zoeken en huurden twee kamers in hetzelfde +huis en op dezelfde verdieping. De door Rodolphe gekozen kamer was +veel geriefelijker dan al degene, die hij vroeger bewoond had. Er +stonden bijna werkelijke meubels in; met name een canapé met een rood +overtrek, dat fluweel moest voorstellen, welke stof echter in geen +enkel opzicht het spreekwoord: "Doe wat ge moet" in praktijk bracht. + +Op den schoorsteen flankeerden twee porceleinen vazen met bloemen en +een albasten pendule met afschuwlijke versieringen. Rodolphe zette +de vazen in een kast en verzocht den huisheer, toen deze de pendule +kwam opwinden, dat liever niet te doen. + +"De pendule mag voor mijn part op den schoorsteen blijven staan," zeide +hij, "maar alleen als kunstvoorwerp; zij staat nu op middernacht, +dat is een mooi uur; zij moet er dus op blijven staan. Zoodra zij +vijf minuten later wijst, ga ik verhuizen ..... Een pendule!" ging +Rodolphe, die zich nooit aan de tyrannie van een wijzerplaat had +kunnen onderwerpen, tot zichzelf sprekende, voort; "een pendule is een +verbitterde vijand , die je onverbiddelijk je bestaan uur voor uur, +minuut voor minuut voortelt en je ieder oogenblik zegt: "Daar is weer +een deel van je leven voorbij!" O, ik zou niet rustig kunnen slapen +in een kamer, waarin een van die martelwerktuigen staat, in welker +nabijheid zorgeloosheid en droomen onmogelijk zijn .... Een pendule, +waarvan de wijzers zich verlengen tot aan je bed en je 's ochtends, +wanneer je in een heerlijken sluimer ligt, komen prikken ..... Een +pendule, die je steeds toeroept: "ding, ding, ding! Het is tijd, +om te gaan werken, maak je los uit de armen van je heerlijken droom, +onttrek je aan de liefkozingen van je visioenen (en soms aan die van +werkelijkheden). Zet je hoed op, trek je schoenen aan, het is koud, het +regent, ga aan je werk, het is tijd, ding, ding" ..... Een kalender is +al meer dan mooi .... Mijn pendule moet verlamd blijven, anders ...." + +Gedurende dezen monoloog onderwierp Rodolphe zijn nieuwe kamer aan een +nauwgezette inspectie en voelde daarbij in zich die heimelijke onrust, +welke zich bijna altijd van ons meester maakt, wanneer we een nieuwe +woning betrekken. + +"Ik heb," dacht hij bij zichzelf, "opgemerkt, dat de kamers, die we +bewonen, een geheimzinnigen invloed uitoefenen op onze gedachten en +derhalve ook op onze daden. Deze kamer hier is kil en stil als een +graf. Indien hier ooit vroolijkheid heerschen zal, dan moet zij van +buitenaf worden ingevoerd; en ook dan zal zij hier niet lang blijven, +want onder dezen lagen zolder, die koud en grijs als een sneeuwlucht +is, moet de lach zónder echo sterven. O wee, hoe zal mijn leven +tusschen deze vier muren zijn!" + + + +Eenige dagen later echter was deze zoo trieste kamer verlicht en +weerklonk van vroolijk gelach: Rodolphe gaf een inwijdingsfeest, en +de talrijke ledige flesschen verklaarden meer dan genoeg de opgewekte +stemming der gasten. De dichter zelf had zich door de aanstekelijke +vroolijkheid der feestgenooten laten medesleepen. Hij zat met een +jong meisje, dat het toeval hier gebracht en waar hij dadelijk +beslag op gelegd had, in een hoek en flirtte met haar met woorden +en handbewegingen. Tegen het einde van het feest was hij al zoover, +dat hij een rendez-vous met haar had voor den volgenden dag. + +"Zoo," zeide hij tot zichzelf, toen hij weer alleen was, "deze +avond is nog al aardig geslaagd. Mijn verblijf hier is onder goede +voorteekenen begonnen." + +Den volgenden dag kwam Julia op het afgesproken uur bij hem. De avond +ging geheel weg met verklaringen en uitleggingen. Julia had gehoord, +dat Rodolphe kort geleden gebroken had met het blauwoogige meisje, +waar hij zooveel van gehouden had; zij wist ook, dat Rodolphe na de +eerste scheiding haar weer teruggenomen had, en was daarom bang het +slachtoffer van een nieuwe verzoening te zullen worden. + +"Want, zie je," zeide zij met een aardig en schalksch gebaartje, +"ik voel er heelemaal niets voor een belachelijke rol te spelen. Ik +zeg je vooruit, dat ik niet makkelijk ben; ben ik hier eenmaal de +vrouw des huizes"--en met een guitigen blik onderstreepte zij de +beteekenis, die zij aan deze laatste woorden gaf--"dan blijf ik het +en sta ik mijn plaats niet af." + +Rodolphe riep al zijn welsprekendheid te hulp om haar te overtuigen, +dat haar vrees ongegrond was, en daar het jonge meisje van haar kant +niets liever wilde dan overtuigd worden, waren zij het heel gauw +eens. Doch die eensgezindheid hield weer op, toen het twaalf uur was, +want Rodolphe wilde, dat Julia bleef, terwijl zij naar huis wilde gaan. + +"Neen!" zeide zij, toen hij bleef aandringen. "Waarom zouden we ons +zoo haasten? Wij komen nog altijd vroeg genoeg waar we wezen willen, +als jij tenminste niet blijft staan. Morgen kom ik terug." + +En zoo kwam zij een week lang iederen avond terug, om weer weg te gaan, +zoodra het twaalf uur sloeg. + +Rodolphe vond dien langzamen voortgang volstrekt niet vervelend. Hij +behoorde in het land der liefde of verliefdheid tot die soort van +reizigers, die de reis rekken en schilderachtig trachten te maken. Deze +kleine sentimenteele inleiding voerde hem echter ten slotte verder +dan hij eigenlijk wilde gaan. En ongetwijfeld had mademoiselle Julia +deze taktiek toegepast met het oogmerk hem tot dat punt te brengen, +waarop verliefdheid, gerijpt door den tegenstand, op liefde begint +te gelijken. + +Iederen keer, dat zij den dichter opzocht, merkte Julia in wat hij +tot haar zeide, een grootere innigheid, een duidelijker uitgesproken +gevoel op. Wanneer zij wat laat was, maakte zich die kenteekenende +onrust van hem meester, welke het jonge meisje in verrukking bracht; +en hij schreef haar zelfs brieven, welker bewoordingen haar reden gaven +te hopen, dat zij weldra zijn wettige "vrouw des huizes" zou worden. + +Toen Marcel, die zijn vertrouwde gebleven was, bij toeval eens een +van die epistels gelezen had, vroeg hij lachend: + +"Zijn dat stijloefeningen, of meen je werkelijk wat je schrijft?" + +"Waarachtig, ik meen het," antwoordde Rodolphe; "en het verwondert +me zelf ook wel een beetje, maar toch is het zoo. Acht dagen geleden +was ik in een zeer droefgeestige stemming. Die stilte en die kalmte, +die zoo plotseling en onmiddellijk op de stormen van mijn vroeger leven +gevolgd waren, maakten mij vreeselijk van streek, maar heel onverwacht +kwam Julia. Ik hoorde in mijn ooren de fanfares van een vroolijkheid +van een twintig-jarige weerklinken. Ik zag voor mij een frisch +gezichtje, lachende oogen, een mondje om te kussen, en langzamerhand +heb ik mij laten medevoeren op die helling der verliefdheid, welke +mij misschien tot liefde leiden zal. Ik heb graag lief." + +Intusschen begon Rodolphe al heel gauw te merken, dat het slechts +van hem afhing, om een slot te maken aan dezen roman, en was toen op +het denkbeeld gekomen Shakespeare's Romeo en Julia te monteeren. Zijn +toekomstige geliefde vond het een aardig idee en had haar medewerking +toegezegd. + +De repetitie van de balconscène was vastgesteld juist op denzelfden +avond, dat de wijsgeer Colline Rodolphe op straat ontmoette. De +dichter had even te voren den zijden touwladder gekocht, waarmede +hij op het balcon van Julia wilde klimmen. Daar de vogelkoopman geen +nachtegaal voorhanden had, nam hij er een duif voor in de plaats, die, +naar hem verzekerd werd, iederen ochtend bij het opgaan der zon zong. + +Op zijn kamer gekomen, bedacht de dichter, dat een hemelvaart per +touwladder nu niet zoo heel gemakkelijk was en dat het derhalve +wenschelijk was de balconscène vooruit in te studeeren, als hij niet, +behalve de kans om te vallen, ook het gevaar wilde loopen, belachelijk +en onhandig te schijnen in de oogen van haar, die hem wachtte. Hij +sloeg dus twee spijkers diep in het plafond, maakte daaraan den +touwladder vast en gebruikte de twee uren, die nog voor hem lagen, +voor gymnastische oefeningen. Na talrijke vergeefsche pogingen slaagde +hij er ten slotte in zoo goed en zoo kwaad als het ging twaalf sporten +hoog te klimmen. + +"Ziezoo," zeide hij tot zichzelf; "nu ben ik zeker van mijn zaak; +trouwens als ik onderweg blijf steken, zal de liefde mij vleugels +geven." + +En met zijn touwladder en zijn duivenkooitje ging hij op weg naar +Julia, die dicht in zijn buurt woonde. Haar kamer lag achter in een +kleinen tuin en had inderdaad een balcon. Doch helaas, deze kamer +bevond zich op den rez-de-chaussée en van den grond af kon men +makkelijk zoo op het balcon stappen. + +Toen Rodolphe deze terreingesteldheid, welke zijn poëtisch klimplan +in duigen deed vallen, zag, was hij zeer teneergeslagen. + +"Het zij zoo," zeide hij tot Julia; "wij kunnen de balconscène daarom +toch wel opvoeren. Deze vogel hier zal ons morgen vroeg met zijn +welluidende stem uit onzen sluimer wekken en ons precies het oogenblik +kond doen, waarop wij met wanhoop in onze ziel moeten scheiden." + +En met deze woorden hing Rodolphe zijn kooitje in een hoekje van +de kamer. + +Den volgenden ochtend om vijf uur vervulde de duif op tijd haar plicht +en de kamer met een langaangehouden gekir, dat de twee geliefden +zeker gewekt zou hebben, als zij geslapen hadden. + +"Welnu," zeide Julia, "thans is het oogenblik gekomen om naar het +balcon te gaan en wanhopig afscheid te nemen." + +"De duif gaat voor," zeide Rodolphe; "wij zijn in November en dan +gaat de zon pas om twaalf uur op." + +"Dat komt er niet op aan," zeide Julia; "ik sta op!" + +"En waarom?" + +"Ik heb een leeg gevoel in mijn maag en zou graag wat eten." + +"Het is merkwaardig, zooals onze sympathieën overeenstemmen, ik heb +ook zoo'n gruwelijken honger," zeide Rodolphe, die nu ook opstond en +zich vlug aankleedde. + +Intusschen had Julia reeds vuur aangelegd en keek nu of er nog wat +in het buffet te vinden was; Rodolphe hielp haar zoeken. + +"Hier," zeide hij; "uien!" + +"En spek!" + +"En boter!" + +"En brood!" + +"Maar dat is ook alles." + +Gedurende dezen onderzoekingstocht kirde de optimistische duif niets +vermoedend voort. + +Romeo keek Julia aan, Julia Romeo, en beiden de duif. + +Zij spraken geen woord, maar met dien blik was het vonnis over de +klok-duif geveld. Hooger beroep en cassatie zou haar niet geholpen +hebben--honger is een wreede raadgever. + +Rodolphe liet het spek in de sissende boter opkomen. Hij trok een +ernstig en plechtig gezicht. + +Julia maakte in een droefgeestige stemming de uien schoon. + +De duif kirde nog steeds door... het was haar zwanezang. + +Het sudderen van de boter in de pan begeleidde het stervenslied. + +Vijf minuten later sudderde de boter nog, maar de duif zong, evenals +de tempelridders, niet meer. [48] + +Romeo en Julia hadden hun klok à la crapoudine [49] gebraden. + +"Het diertje had een lieve stem," zeide Julia, toen zij aan tafel ging. + +"Ja, het was een lief beest," zeide Romeo en sneed het volgens de +regelen der kunst bruingebraden duifje in stukken. + +En de twee verliefden keken elkaar aan en zagen in elkaars oog +een traan. + +De huichelaars! Dat hadden de uien gedaan! + + + + + + +HOOFDSTUK XXII. + +MIMI'S DOOD. + + +I. + +In de eerste dagen na zijn definitieven breuk met mademoiselle Mimi, +die hem, zooals onze lezers zich herinneren zullen, verlaten had, +om plaats te nemen in de equipage van vicomte Paul, had Rodolphe +getracht zijn smart te vergeten door een nieuwe liefdesbetrekking +aan te knoopen. + +Zijn nieuwe vriendinnetje was de blondine, voor wie wij hem op +den dag van paradoxale dwaasheid het kostuum van Romeo hebben zien +aantrekken. Doch deze liaison, die hij uit dépit en zij uit een gril +begonnen waren, kon onmogelijk van langen duur zijn, daar Julia, in +één woord gezegd, een ongestadige deerne was, die alle vrouwenstreken +van a tot z kende, geestrijk genoeg was, om den geest van anderen +op te merken en daarvan, als de gelegenheid zich voordeed, gebruik +te maken, en slechts zooveel hart had, dat zij hartwater kreeg, als +zij te veel gegeten had. Daarbij kwam nog een ongebreidelde zelfzucht +en een grenzenlooze ijdelheid, die haar minder deden treuren om een +gebroken been van haar minnaar dan om een volant minder aan haar japon +of een verkleurd lint om haar hoed. Een betwistbare schoonheid, een +ordinair schepsel, van nature begiftigd met alle slechte instincten, +was zij toch door sommige eigenschappen en op sommige oogenblikken +verleidelijk. Al heel gauw bemerkte zij, dat Rodolphe haar alleen +genomen had, om hem met haar hulp de verlorene te doen vergeten, +aan wie hij integendeel met meer verlangen dan ooit begon terug te +denken, want nooit was de herinnering aan zijn vroeger vriendinnetje +zoo levendig geweest. + +Op een goeden dag praatte Julia met een student in de medicijnen, die +haar sedert eenigen tijd het hof maakte. Het gesprek kwam op Rodolphe. + +"Maar lieve kind," zeide de student, "die jongen gebruikt je, +zooals wij helschen steen gebruiken om wonden te branden; hij wil +zijn hart cauteriseeren. Je behoeft je voor hem niet druk te maken, +en hem trouw zijn is absoluut niet noodig." + +"Maar," riep het jonge meisje lachend uit; "dacht je dan heusch, +dat ik mij voor hem geneer?" + +En denzelfden avond nog gaf zij den student het bewijs van het +tegendeel. + +Dank zij de babbelzucht van een van die gedienstige vrienden, die +voor geen geld ter wereld een tijding, welke je bedroefd maken kan, +onder zich zouden houden, kreeg Rodolphe lucht van de zaak en maakte +er onmiddellijk gebruik van, om den ad-interim liaison af te breken. + +Hij zonderde zich nu af in een volkomen eenzaamheid, waarin al heel +gauw alle vleermuizen der verveling hun nest kwamen maken. Dan riep +hij het werk te hulp, maar het was vergeefsche moeite. lederen avond +schreef hij, nadat hij evenveel droppels water gezweet als droppels +inkt gebruikt had, een twintigtal regels, waarin een oud denkbeeld, +nog meer levensmoe dan de Wandelende Jood, en gehuld in lompen, +die hij gehaald had in een uitdragerswinkel, op het slappe koord der +paradoxen danste. Bij het overlezen van die regels voelde Rodolphe +zich als iemand, die in het bloembed, waar hij rozen gezaaid meent te +hebben, brandnetels ziet groeien. Hij verscheurde dan het blad papier, +waarop hij die rozenkrans van zotheden had afgebeden, en vertrapte +het woedend onder zijn voet. + +"Waarachtig," zeide hij, terwijl hij zich op zijn linkerborst sloeg, +"de snaar is gesprongen; ik moet van de kunst afzien." + +En daar eenigen tijd achtereen op al zijn pogingen, om te werken, een +zelfde teleurstelling volgde, maakte een van die moedeloosheden zich +van hem meester, welke het krachtigste zelfvertrouwen doen wankelen +en de helderste geesten afstompen. Inderdaad niets is vreeselijker +dan die eenzame worstelingen, welke nu en dan plaats vinden tusschen +den koppig volhoudenden kunstenaar en de weerspannige kunst; niets +is aangrijpender dan die nu eens smeekende, dan weer gebiedende +aanroepingen van den scheppen willenden dichter tot de minachtend op +hem neerziende of hem ontvluchtende Muze. + +De hevigste zielsangsten, de diepste aan het hart toegebrachte +wonden veroorzaken geen lijden, dat te vergelijken is met dat, +hetwelk men ondergaat in die uren van wanhoop en twijfel, welke maar +al te dikwijls voorkomen bij hen, die zich wijden aan het gevaarlijke +kunstenaarsberoep. + +Op die heftige crisissen volgden pijnlijke afmattingen. Uren lang bleef +Rodolphe dan in een doffe wezenloosheid als versteend zitten. Zijn +ellebogen rustend op de tafel, zijn oogen strak gericht op den +lichtplek, dien het lamplicht op het blad papier beschreef, op het +"slagveld", waarop zijn geest dagelijks overwonnen werd en zijn pen +zich vergeefs inspande om het ongrijpbare denkbeeld te vervolgen, +zag hij, gelijk aan figuren uit een tooverlantaren, waarmede men +kinderen bezig houdt, fantastische beelden aan zich voorbijtrekken, +die een panorama van zijn verleden voor hem ontrolden. Eerst kwamen +de dagen van harden arbeid, waarin ieder uur van de wijzerplaat de +vervulling van een plicht eischte, de aan de studie gewijde nachten, +waarin hij sprak met de muze, die zijn in eenzaamheid en geduld +gedragen armoede als in een tooverweelde herschiep. En met afgunst +dacht hij terug aan het trotsche gevoel van zelfvertrouwen, dat hem +vroeger bezielde, wanneer hij de taak, die hij zichzelf gesteld had, +ten einde had gebracht. + +"O," riep hij uit; "niets gelijkt op u, niets evenaart u, genotrijke +uitputting na volbrachten arbeid, die de rust van het far niente +zachter doet schijnen. Noch de bevrediging van de ijdelheid noch de +koortsachtige, onder de zware gordijnen van geheimzinnige alkoven +verstikte zinnenzwijmel--niets gelijkt op dien edelen, kalmen vrede, +die gewettigde zelfvoldaanheid, welke de arbeid den vlijtigen als +eerste belooning geeft." + +En zijn blikken nog steeds gericht op de visioenen, die de tooneelen +uit het verleden voor zijn geest bleven tooveren, klom hij weer naar de +dakkamertjes, die hij gedurende zijn avontuurlijk bestaan bewoond had, +en waarheen zijn muze, zijn eenige liefde en trouwe en standvastige +vriendin toen, hem steeds gevolgd had, en het met de armoede goed +vinden kon, zonder ooit haar hoopvol gezang te onderbreken. Doch +daar verscheen plotseling midden in dit rustige, vredige en kalme +bestaan de gestalte van een vrouw, en toen de muze die vrouw zag +binnentreden in de woning, waarin zij tot dat oogenblik de eenige +koningin en meesteresse geweest was, stond zij bedroefd op en ruimde +haar plaats in voor de nieuw-aangekomene, in wie zij dadelijk een +mededingster vermoedde. Een oogenblik aarzelde Rodolphe tusschen de +muze, wie zijn blik een: "Blijf!" scheen toe te werpen, en de vreemde, +tot wie zijn gebaar een: "Kom!" zeide. Hoe zou hij ook het bekoorlijke +schepseltje, dat, gewapend met de verleidelijke bekoorlijkheden van een +ontluikende schoonheid, tot hem kwam, hebben kunnen van zich stooten, +dat schepseltje met haar kleine mondje en rose lipjes, dat een naief +en tevens brutaal taaltje, vol guitige beloften, sprak? Hoe kon hij +zijn hand weigeren aan het blanke, blauw geaderde handje, dat zich +liefkozend naar hem uitstrekte? Hoe had hij: "Gaat heen!" kunnen +roepen tot die bloeiende achttien jaren, wier aanwezigheid het huis +reeds met een geur van jeugd en vreugde vervulde. En met haar zachte, +licht bewogen stem zong zij de cavatine der verzoeking zoo verleidelijk +mooi! Met haar levendige en schitterende oogen zeide zij: "Ik ben +de liefde"; met haar lippen, waarop de kussen ontloken: "Ik ben het +genot"; met haar bloeiend lichaam: "Ik ben het geluk" zòò wondermooi, +dat Rodolphe zich liet medesleepen. En was die jonge vrouw dan ook +in werkelijkheid niet de levende, geïncarneerde poëzie? Dankte hij +haar niet de oogenblikken van meest verheven inspiratie? Had zij hem +niet dikwijls bezield tot een enthousiasme, dat hem zoo hoog in den +aether van het ideaal meevoerde, dat hij al het aardsche uit het oog +verloor? En als hij om en door haar veel geleden had--was dan dat +lijden niet een boetedoening voor al de ontzaglijke genietingen, +die zij hem geschonken had; was het niet de gewone wraak van het +noodlot, dat het volmaakte, ongestoorde geluk als iets goddeloos +verbiedt? Indien de christelijke leer hun vergiffenis schenkt, die +veel hebben lief gehad, dan schenkt zij die slechts, omdat zij ook +veel geleden hebben, want aardsche liefde wordt eerst goddelijke +hartstocht, als zij door tranen gelouterd is. + +Evenals men zich soms bedwelmt door den geur van reeds lang verwelkte +rozen in te ademen, zoo bedwelmde Rodolphe zich door voor zijn geest +te roepen zijn vroeger leven, waarin iedere dag een nieuwe elegie, +een schokkend drama, een groteske comedie bracht. Hij doorleefde +nogmaals alle phasen van zijn liefde voor de verloren geliefde, +van af hun wittebroodsweken tot de huiselijke stormen, die tot hun +laatsten breuk geleid hadden. Hij riep het geheele repertoire van +alle listen van zijn vroeger vriendinnetje in zijn geheugen terug, hij +herhaalde in zichzelf al haar kwinkslagen. Hij zag weer voor zich hoe +zij in hun klein huishoudentje om hem heen draaide, haar lijfdeuntje: +Ma mie Annette op de lippen, met dezelfde zorgelooze opgewektheid +zoowel blijde als droeve dagen aanvaardend. En ten slotte moest hij +erkennen, dat het verstand in liefdesaangelegenheiden altijd ongelijk +heeft. Immers wat had hij bij dien breuk gewonnen? Toen hij met Mimi +samenleefde, bedroog zij hem, dat is waar--maar dat hij het wist, was +zijn eigen schuld, omdat hij zich de grootste moeite getroostte, om +het te weten te komen, omdat hij altijd op den loer lag naar bewijzen, +omdat hij zelf de dolken scherpte, die hij zich in het hart boorde. Was +bovendien Mimi niet handig genoeg om hem zoo noodig te bewijzen, dat +hij zich vergiste? En bovendien met wie was zij hem ontrouw? Meestal +was het met een sjaal, een hoed, met dingen, niet met mannen. En had +hij nu die rust, die kalmte, welke hij van een breuk met Mimi verwacht +had, na haar vertrek teruggevonden? Helaas, neen! Alles, behalve zij, +was gebleven. Vroeger kon hij tenminste nog uiting geven aan zijn +smart, kon hij zijn hart luchten in beleedigingen en verwijten, kon +hij laten zien, wat hij leed en het medelijden opwekken van haar, +die de oorzaak van dat lijden was. Doch nu moest hij zijn smart in +zich opkroppen, nu was zijn ijverzucht machtelooze woede geworden, +want vroeger kon hij, wanneer hij achterdocht koesterde, Mimi beletten +uit te gaan, haar bij zich houden en bewaken; maar thans zag hij +haar aan den arm van haar nieuwen minnaar op straat en moest hij +zich afwenden, om haar van vreugde stralend en op weg naar het een +of ander pleiziertje, voorbij te laten gaan. + +Dat ellendige leven duurde een maand of drie, vier. Dan werd Rodolphe +langzamerhand rustiger. Marcel, die, om te trachten Musette te +vergeten, een lange reis gemaakt had kwam in Parijs terug en ging +weer met Rodolphe samen wonen, zoodat zij elkaar konden troosten. + +Toen Rodolphe op een Zondag door den Luxembourg wandelde, kwam +hij Mimi in groot toilet tegen. Zij ging naar een bal. Zij knikte +hem in het voorbijgaan toe, wat hij met het afnemen van zijn hoed +beantwoordde. Deze ontmoeting gaf hem weliswaar een steek door zijn +hart, maar de emotie was toch minder pijnlijk dan gewoonlijk. Hij +bleef nog wat in den Jardin du Luxembourg wandelen en ging vervolgens +naar huis. Toen Marcel 's avonds ook thuiskwam, vond hij Rodolphe +aan zijn schrijftafel. + +"Wat?" vroeg Marcel, terwijl hij over den schouder van den dichter +keek, "ben je aan het werk ... en zelfs verzen?" + +"Ja," antwoordde Rodolphe vroolijk; "dat kleine dingetje hier in mijn +borst is blijkbaar niet heelemaal dood. De vier uur, die ik hier +nu al zit, heb ik het dichtvuur uit vroegere dagen teruggevonden, +ik heb Mimi gezien!" + +"Ei!" zeide Marcel bang. "En hoe staat het met jullie?" + +"O, wees maar niet bang, we hebben elkaar slechts gegroet--verder +niets." + +"Heusch?" vroeg Marcel. + +"Heusch! Tusschen ons is het voor goed uit, dat voel ik; maar als ik +weer werken kan, schenk ik haar graag vergiffenis." + +"Maar waarom maak je, wanneer alles tusschen jullie uit is, nog verzen +voor haar?" vroeg Marcel, die Rodolphe's verzen intusschen gelezen had. + +"Ach!" zeide de dichter; "ik neem mijn poëzie waar ik ze vind!" + +Acht dagen lang werkte hij aan dit kleine gedicht. Toen het klaar +was, las hij het aan Marcel voor, die er heel tevreden over was en +Rodolphe aanspoorde om zijn dichtader, die weer ontsprongen was, +ook op ander gebied te laten vloeien. + +"Want," zoo merkte hij op, "het zou de moeite niet loonen van Mimi +te scheiden, als je toch altijd met haar schim blijft leven. Maar," +voegde hij er glimlachend aan toe, "ik zou beter doen, wanneer ik, +in plaats van tot anderen te preeken, tegen mezelf een strafpredikatie +hield, want mijn hart is nog vol van Musette. Maar enfin, wij zullen +toch niet altijd jonge menschen blijven, die op zulk duivelsgebroed +verliefd zijn." + +"Ach!" zeide Rodolphe; "tot de jeugd behoef je helaas niet te zeggen: +Ingerukt, marsch!" + +"Dat is wel zoo," antwoordde Marcel, "maar toch zijn er dagen, waarop +ik een eerwaardige grijsaard zou willen zijn, lid van het Instituut, +ridder van verschillende orden, en los van alle Musettes ter wereld. En +de duivel mag me halen, als ik ooit weer tot haar terug keeren zou! En +jij," vroeg hij lachend, "zou jij al graag zestig jaar achter den +rug hebben?" + +"Vandaag had ik liever zestig francs in mijn zak!" + + + +Eenige dagen later sloeg mademoiselle Mimi, die met den jongen vicomte +Paul in een koffiehuis zat, een revue open, waarin de verzen stonden, +die Rodolphe voor haar gemaakt had. + +"Zoo, zoo!" zeide zij eerst lachend, "mijn vriend Rodolphe spreekt +kwaad van me in tijdschriften." + +Doch toen zij het gedicht heelemaal uitgelezen had, bleef zij stil +en peinzend voor zich uit zitten staren. Vicomte Paul vermoedde, +dat zij aan Rodolphe dacht, en trachtte haar af te leiden. + +"Ik zal dat paar mooie oorbelletjes voor je koopen!" zeide hij +tot haar. + +"Ja," zeide Mimi; "jij ..... jij hebt geld!" + +"En een hoed van Italiaansch stroo," voegde hij eraan toe. + +"Dank je," zeide Mimi, "maar als je me een pleizier wilt doen, koop +dan dat hier voor mij." + +En zij wees op de aflevering, waarin zij het gedicht van Rodolphe +gelezen had. + +"Dat? Neen!" zeide de vicomte boos. + +"Goed!" antwoordde Mimi koel. "Ik zal het zelf koopen voor geld, +dat ik zelf verdienen wil. Ik koop het liever niet voor jouw geld." + +En werkelijk keerde Mimi voor twee dagen terug naar het atelier, +waar zij vroeger bloemen gemaakt had, en verdiende daar het geld, +dat zij noodig had, om de aflevering te kunnen koopen. Zij leerde +Rodolphe's verzen van buiten en droeg ze, om den vicomte te plagen, +dagelijks aan zijn vrienden voor. + +Het gedicht luidde: + + + Alors que je voulais choisir une maîtresse + Et qu'un jour le hasard fit rencontrer nos pas, + J'ai mis entre tes mains mon coeur et ma jeunesse + Et je t'ai dit: Fais-en tout ce que tu voudras. + + Hélas! ta volonté fut cruelle, ma chère: + Dans tes mains ma jeunesse est restée en lambeaux. + Mon coeur s'est en éclats brisé comme du verre, + Et ma chambre est le cimetière + Où sont enterrés les morceaux + De ce qui t'aima tant naguère. + + Entre nous maintenant, n-i, ni- c'est fini, + Je ne suis plus qu'un spectre et tu n'es qu'un fantôme, + Et sur notre amour mort et bien enselevi, + Nous allons, si tu veux, chanter le dernier psaume. + + Pourtant ne prenons point un air écrit trop haut, + Nous pourrions tous les deux n'avoir pas la voix sûre; + Choisissons un mineur grave et sans fioriture; + Moi je ferai la basse et toi le soprano. + + Mi, ré, mi, do, ré, la.--Pas cet air, ma petite! + S'il entendait cet air que tu chantais jadis, + Mon coeur, tout mort qu'il est, tressaillirait bien vite, + Et ressusciterait à ce De profundis. + + Do, mi, fa, sol, mi, do,--Celui-ce me rappelle + Une valse à deux temps, qui me fit bien du mal, + Le fifre du rire aigu raillait le violoncelle, + Qui pleurait sous l'archet ses notes de cristal. + + Sol, do, do, si, si, la.--Point cet air, je t'en prie, + Nous l'avons, l'an dernier, ensemble répété + Avec les Allemands qui chantaient leur patrie + Dans les bois de Meudon, par une nuit d'été. + + Eh, bien, ne chantons pas, restons-en là, ma chère; + Et pour n'y plus penser, pour n'y plus revenir, + Sur nos amours défunts, sans haine et sans colère, + Jetons en souriant un dernier souvenir. + + Nous étions bien heureux dans la petite chambre + Quand ruisselait la pluie et que soufflait le vent; + Assis dans le fauteuil, pres de l'âtre, en décembre, + Aux lueurs de tes yeux j'ai rêvé bien souvent. + + La houille petillait; en chauffant sur les cendres, + La bouilloire chantait son refrein régulier, + Et faisait un orchestre au bal des salamandres + Qui voltigeaient dans le foyer. + + Feuilletant un roman, paresseuse et frileuse, + Tandis que tu fermais tes yeux ensommeillés, + Moi je rajeunissais ma jeunesse amoureuse, + Mes lèvres sur tes mains et mon coeur à tes pieds. + + Aussi, quand on entrait, la porte ouverte à peine, + On sentait le parfum d'amour et de gaîté + Dont notre chambre était du matin au soir pleine, + Car le bonheur aimait notre hospitalité. + + Puis l'hiver s'en alla; par la fenêtre ouverte, + Le printemps un matin vint nous donner l'éveil, + Et ce jour-là tous deux dans la campagne verte + Nous allâmes courir au-devant du soleil. + + C'était le vendredi de la sainte semaine, + Et, contre l'ordinaire, il faisait un beau temps, + Du val à la colline, et du bois à la plaine + D'un pied leste et joyeux, nous courûmes longtemps. + + Fatigués cependant par ce pèlerinage, + Dans un lieu qui formait un divan naturel + Et d'où l'on pouvait voir du loin le paysage, + Nous nous sommes assis en regardant le ciel. + + Les mains pressant les mains, épaule contre épaule, + Et sans savoir pourquoi, l'un et l'autre oppressés, + Notre bouche s'ouvrit sans dire une parole, + Et nous nous sommes embrassés. + + Près de nous l'hyacinthe avec la violette + Mariaient leur parfum qui montait dans l'air pur; + Et nous vîmes tous deux, en relevant la tête, + Dieu qui nous souriait à son balcon d'azur. + + Aimez-vous, disait-il; c'est pour rendre plus douce + La route où vous marchez que j'ai fait sous vos pas + Dérouler en tapis le velours de la mousse, + Embrassez-vous encore,--je ne regarde pas. + + Aimez-vous, aimez-vous: dans le vent qui murmure, + Dans les limpides eaux, dans les bois reverdis, + Dans l'astre, dans la fleur, dans la chanson des nids, + C'est pour vous que j'ai fait renaître ma nature. + + Aimez-vous, aimez-vous; et de mon soleil d'or, + De mon printemps nouveau qui réjouit la terre, + Si vous êtes contents, au lieu d'une prière + Pour me remercier--embrassez-vous encore. + + Un mois après ce jour, quand fleurirent les roses, + Dans le petit jardin que nous avions planté, + Quand je t'aimais le mieux, sans m'en dire les causes, + Brusquement ton amour de moi s'est écarté. + + Où s'en est-il allé? partout un peu, je pense; + Car, faisant triompher l'une et l'autre couleur, + Ton amour inconstant flotte sans préférence + D'un brun valet de pique au blond valet de coeur. + + Te voilà maintenant heureuse: ton caprice + Règne sur une cour de joyeux jouvenceaux + Et tu ne peux marcher sans qu'à tes pieds fleurisse + Un parterre émaillé d'odorants madrigaux. + + Dans les jardins de bal, quand tu fais ton entrée, + Autour de toi se forme un cercle langoureux; + Et le frémissement de la robe moirée, + Pâme en choeur laudatif ta meute d'amoureux. + + Elégamment chaussé d'une souple bottine + Qui serait trop étroite au pied de Cendrillon, + Ton pied est si petit qu'à peine on le devine + Quand la valse t'emporte en son gai tourbillon. + + Dans les bains onctueux d'une huile de paresse, + Tes mains, brunes jadis, ont retrouvé depuis + La pâleur de l'ivoire ou du lis que caresse + Le rayon argenté dont s'éclairent les nuits. + + Autour de ton bras blanc une perle choisie + Constelle un bracelet ciselé par Froment, + Et sur tes reins cambrés un grand châle d'Asie + En cascade de plis ondule artistement. + + La dentelle de Flandres et le point d'Angleterre, + La guipure gothique à la mate blancheur + Chef d'oeuvre arachnéen d'un age séculaire, + De ta riche toilette achève la splendeur. + + Pour moi, je t'aimais mieux dans tes robes de toile + Printanière, indienne ou modeste organdi, + Atours frais et coquets, simple chapeau sans voile, + Brodequins gris ou noirs, et col blanc tout uni. + + Car ce luxe nouveau qui te rend si jolie + Ne me rappelle pas mes amours disparus, + Et tu n'es que plus morte et mieux enselevie + Dans ce linceul de soie où ton coeur ne bat plus. + + Lorsque je composai ce morceau funéraire + Qui n'est qu'un long regret de mon bonheur passé, + J'étais vêtu de noir comme un parfait notaire + Moins les bésicles d'or et le jabot plissé. + + Un crêpe enveloppait le manche de ma plume + Et des filets de deuil encadraient le papier + Sur lequel j'écrivais ces strophes où j'exhume + Le dernier souvenir de mon amour dernier. + + Arrivé cependant à la fin d'un poëme + Où je jette mon coeur dans le fond d'un grand trou, + --Gaîté de croque-mort qui s'enterre lui-même + Voilà que je me mets à rire comme un fou. + + Mais cette gaîté-là n'est qu'une raillerie + Ma plume en écrivant a tremblé dans ma main, + Et quand je souriais, comme une chaude pluie, + Mes larmes effaçaient les mots sur le vélin. + + + + +II. + +Het was 24 December, en dien avond had het quartier Latin steeds +een bijzondere physiognomie. Van vier uur af waren de bureaux +van de Bank van Leening, de winkels van uitdragers en antiquairs +in boeken overstelpt door een luidruchtige menigte, die later in +den avond een stormaanval begon op de slagerijen, gaarkeukens en +kruidenierswinkels. En hadden de winkelknechts ook al evenals Briareus +[50] honderd armen gehad, dan zouden zij toch niet in staat geweest +zijn de klanten, die elkaar de waren als het ware uit de handen +rukten, te helpen. Bij de bakkers werd, als in tijden van hongersnood, +queue gemaakt. De wijnhandelaars verkochten de opbrengst van drie +oogsten, en zelfs een handig statisticus zou moeite gehad hebben om +het getal hammen en worsten te tellen, die door den beroemden Borel +uit de rue Dauphine verkocht werden. Alleen op dien avond zette +vader Cretaine, bijgenaamd Petit-Pain, achttien uitgaven van zijn +boterkoekjes om. Gedurende den geheelen avond klonk uit alle huizen +gezang en gelach, waren de vensters hel verlicht en vulde een ware +kermis-atmospheer het stadskwartier. + +Naar oud gebruik werd het "réveillon" gevierd. + +Dien avond gingen tegen tien uur Marcel en Rodolphe in een vrij droeve +stemming naar huis. Toen zij door de rue Dauphine kwamen, zagen zij +in een fijne vleeschwaren- en comestibleshandel een groot gedrang +en bleven, door die geurige gastronomische producten aangelokt, een +oogenblik voor de ramen staan kijken; in hun aandachtige beschouwing +geleken de twee bohémiens op den persoon uit een Spaanschen roman, +die alleen door ernaar te kijken, de hammen mager deed worden. + +"Dat noemen ze een kalkoenschen haan met truffels," zeide Marcel en +wees op een prachtigen vogel, die door zijn rose en doorzichtige +huid de Perigourdsche knolletjes liet zien, waarmede het dier +gefarceerd was. "Ik heb menschen gezien, die zòò goddeloos waren, +om die dingen te eten zonder dat ze daarbij op hun knieën vielen," +voegde de schilder eraan toe, terwijl hij naar den kalkoen keek met +blikken, die in staat geweest zouden zijn het dier te braden. + +"En wat zeg je van die heerlijke lamsbout?" vroeg Rodolphe. "Wat een +prachtkleur. Je zoudt denken, dat hij zoo pas uit dien slagerswinkel, +dien je op een schilderij van Jordaens ziet, weggehaald is. Lamsbouten +zijn de lievelingsspijzen der goden en van madame Chandelier, mijn +peettante." + +"En kijk die visschen eens," ging Marcel voort en wees op eenige +forellen, "dat zijn de handigste zwemmers onder de waterbewoners. Die +kleine diertjes, die er op het eerste gezicht zoo onbeduidend uitzien, +zouden schatten kunnen verdienen, wanneer zij hun kunststukken lieten +zien; stel je voor, ze zwemmen een snellen bergstroom even makkelijk +op, als wij een paar uitnoodigingen voor een souper aannemen." + +"En daar dan, die groote stapel goudkleurige vruchten, waarvan +het gebladerte gelijkt op een tropee van Turksche sabels; dat zijn +ananassen, de goudreinetten der tropen." + +"Dat laat mij koud," antwoordde Marcel; "als het om fruit gaat, geef ik +den voorkeur aan dat muisje rookvleesch, dien lamsbout of dat hammetje +met zijn pantser van gelei, die zoo doorzichtig is als barnsteen." + +"Je hebt gelijk!" zeide Rodolphe; "de ham is de vriend van den mensch, +als hij ze heeft. En toch zou ik die fazant niet afslaan." + +"Dat geloof ik graag," antwoordde Marcel; "fazant is het gerecht van +gekroonde hoofden." + +Verder voortwandelend, kwamen zij verschillende vroolijke troepjes +tegen, die naar huis terugkeerden, om Momus, Bacchus, Comus en andere +lekkerbekkerij-godheden op us te vieren, en zij vroegen elkaar af, +wie die mijnheer Camacho [51] was, wiens bruiloft met een grooten +voorraad levensmiddelen gevierd werd. + +Marcel herinnerde zich plotseling welke datum het was. + +"Het is vandaag réveillon," zeide hij. + +"Herinner je je nog, hoe wij verleden jaar dien avond gesmuld hebben?" + +"Waarachtig zeker, bij Momus. Barbemuche heeft toen betaald. Ik had +nooit kunnen denken, dat een zoo tenger meisje als Phémie zooveel +worstjes naar binnen kon werken." + +"Hoe jammer, dat Momus onze vrijkaarten heeft ingetrokken," zeide +Rodolphe. + +"Helaas!" antwoordde Marcel. "De dagen volgen, maar gelijken niet +op elkaar." + +"Zou jij niet graag réveillon vieren?" vroeg Rodolphe. + +"Met wien en waarmee?" + +"Nou met mij!" + +"En het geld?" + +"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik zal even dat café hier binnenloopen, +waar altijd een paar kennissen van me zijn, die grof spelen. Ik zal +van een door het geluk begunstigde eenige sestertiën leenen en wel +zooveel meebrengen, dat we een sardientje of een varkenspootje met +een glas wijn kunnen bevochtigen." + +"Doe dat!" zeide Marcel; "ik heb honger als een paard. Ik zal wel +even op je wachten." + +Rodolphe ging het café, waarvan hij de meeste stamgasten kende, +binnen. Het was voor een der aanwezigen, die in tien keer drie honderd +francs gewonnen had, een waar genoegen den dichter veertig sous te +leenen, welke hij hem gaf met het slechte humeur, dat de speelkoorts +in ons opwekt. Op een ander oogenblik en op een andere plaats zou +hij hem misschien veertig francs geleend hebben. + +"En?" vroeg Marcel, toen hij Rodolphe weer buiten zag komen. + +"Hier heb je de recette," zeide de dichter en liet het geldstuk zien. + +"Een korstje met een klein worstje!" meende Marcel. + +Toch wisten zij het met die bescheiden som nog zòò ver te brengen, +dat zij brood, wijn, vleesch, tabak, vuur en licht hadden. + +Dan gingen zij naar huis. Zij woonden toen in een hôtel garni, +waar zij ieder een afzonderlijke kamer hadden. Daar die van Marcel, +welke tegelijk als atelier dienst deed, grooter was, werd deze tot +feestzaal uitverkoren. De beide vrienden maakten samen hun intiemen +maaltijd gereed. + +Doch aan het kleine tafeltje, dat zij naast den kachel geschoven +hadden, waarin het vochtige en slechte hout zonder vlammen of warmte +verkoolde, kwam als een melancholieke geest de schim van het verleden +aanzitten. + +Minstens een uur lang bleven zij zwijgend en peinzend zoo zitten, +beiden bezig met dezelfde gedachte en beiden trachtend die voor elkaar +te verbergen. Eindelijk verbrak Marcel het eerst de stilte. + +"Kom," zeide hij tot Rodolphe; "dit was toch ons plan niet!" + +"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe. + +"Lieve hemel, speel toch met mij geen kiekeboetje! Jij denkt aan wat je +moest vergeten .... en met mij is het precies zoo, dat ontken ik niet!" + +"Nu dan ...." + +"Maar het moet de laatste maal zijn! Naar den duivel met al +die herinneringen, die den wijn een zuren smaak geven en ons +triest stemmen, terwijl iedereen zich amuseert!" riep Marcel uit, +zinspelende op het vroolijke gelach en gezang, dat uit de kamers +ernaast klonk. "Kom laten we aan wat anders denken en laat het verleden +begraven blijven!" + +"Dat zeggen we altijd, en toch ...." zeide Rodolphe en viel weer in +zijn droomen terug. + +"En toch komen wij er altijd weer op terug," vulde Marcel aan. "Dat +komt, omdat we, in plaats van eerlijk de vergetelheid te zoeken, +de meest onbeteekenende dingen als voorwendsel gebruiken, om oude +herinneringen weer in ons wakker te roepen; dat komt vooral, omdat wij +maar blijven voortleven in datzelfde milieu, waarin die schepsels, +welke ons zoolang gekweld hebben, geleefd hebben. Wij zijn niet +zoozeer de slaven van een hartstocht als wel van een gewoonte. Die +boeien nu moeten wij verbreken, anders gaan wij in een belachelijke +en schandelijke slavernij ten gronde. Welnu, het verleden is het +verleden--weg met de banden, die ons daar nog aan binden; het uur is +gekomen om voorwaarts te gaan zonder achterwaarts te zien; wij hebben +onze jeugd, onzen tijd van onbezorgdheid en paradoxen gehad. Dit +alles is heel mooi, je zoudt er een aardigen roman van kunnen maken; +maar deze comedie van verliefde dwaasheden, deze tijdverspilling, +die wij bedrijven met de verkwisting van menschen, die denken, dat zij +de eeuwigheid uit kunnen geven, dat alles moet nu eindelijk eens een +einde nemen! Wij zouden de verachting, die ons zou treffen, verdienen, +wij zouden ons zelf moeten verachten, indien wij dit leven buiten +de maatschappij, ja bijna buiten het leven zelf, nog langer zouden +voortzetten. Want is het bestaan, dat wij leiden, eigenlijk wel een +leven? En zijn die onafhankelijkheid, die vrijheid van zeden, waarop +wij zoo prat gaan, eigenlijk geen heel middelmatige voordeelen? De +ware vrijheid is: zonder hulp van anderen, uit eigen kracht kunnen +leven. En kunnen wij dat? Neen. De eerste de beste domkop, wiens +naam we geen vijf minuten zouden willen dragen, wreekt zich over onze +spotternijen en wordt onze meester van af den dag, waarop wij honderd +sous van hem leenen, die hij ons geeft, na ons voor honderd daalders +aan listen en zelfvernedering te hebben laten uitgeven. Ik voor mij +heb er genoeg van. De poëzie bestaat niet alleen in een ongeordend +bestaan, in onverwachte meevallertjes, in verliefdheden, die den +levensduur van een kaars hebben, in min of meer excentriek verzet +tegen bestaande vooroordeelen, die eeuwig de wereld zullen blijven +beheerschen, want het is makkelijker een dynastie omver te werpen +dan een vooroordeel, hoe belachelijk het ook zijn mag. Het is nog +geen bewijs van talent of genie, om midden in December een zomerjas +te dragen; en je kan heel goed een echt dichter of kunstenaar zijn, +wanneer je voor warme voeten zorgt en driemaal per dag eet. Hoe je de +zaak ook draait of keert, indien je iets wilt bereiken, moet je den +weg nemen, dien ook anderen inslaan. Deze woorden zullen je misschien +wel verbazen, beste kerel, misschien zal je zeggen, dat ik mijn +idealen verraad, je noemt me misschien verdorven, maar toch is wat +ik zeg de uitdrukking van mijn vaste overtuiging. Buiten mijn weten +heeft zich in mij een langzame en heilzame metamorphose voltrokken: +het gezonde verstand is in mijn geest binnengekomen, met inbraak, +wanneer je wilt, en ondanks mijzelf misschien; maar hoe dit zij, +het is eindelijk binnengekomen en heeft mij bewezen, dat ik op den +verkeerden weg was en dat het even belachelijk als gevaarlijk zou +zijn daarop te blijven voortgaan. Ik vraag je af, wat zal er van +ons worden, indien wij dit eentonige en nuttelooze vagabonden-leven +blijven voortzetten? Wij loopen zoo langzamerhand naar de dertig en +zijn nog steeds onbekend, hebben geen relaties, zijn ontevreden met +alles en met ons zelf, afgunstig op allen, die wij een doel, wat het +dan ook zij, zien bereiken, verplicht onze toevlucht te nemen tot een +schandelijk parasiteeren, om verder te kunnen leven. En denk nu niet, +dat dit een phantasiebeeld is, dat ik oproep, om je bang te maken! Ik +zie volstrekt de toekomst niet systematisch zwart in, maar evenmin +rooskleurig; ik zie ze met een juisten blik. Tot nog toe was het +leven, dat wij geleid hebben, ons door de omstandigheden opgedrongen; +wij hadden het excuus der noodwendigheid. Maar thans zouden we die +verontschuldiging niet meer kunnen doen gelden; en wanneer wij niet in +het gewone leven terugkeeren, dan is dat heelemaal onze vrije wil, want +de hindernissen, waartegen we te vechten hadden, bestaan niet meer." + +"Maar kerel," zeide Rodolphe; "waar wil je eigenlijk heen? Om welke +reden en met welk doel sta je zoo te preeken?" + +"Je begrijpt me heel goed," antwoordde Marcel op denzelfden ernstigen +toon; "ik heb daarnet gezien, hoe jij, evenals ik trouwens, bestormd +werdt door herinneringen, die je het verleden deden terugverlangen: +jij dacht aan Mimi, zooals ik aan Musette; jij zoudt, evenals ik, +je vriendinnetje graag naast je zien zitten. Welnu, ik zeg je, dat +we niet meer aan die schepsels moeten denken, dat wij niet alleen +geschapen en op de wereld gekomen zijn, om ons geheele bestaan op +te offeren aan die vulgaire Manons, en dat die chevalier Desgrieux, +die zoo mooi, zoo waar en zoo poëtisch is, alleen door zijn jeugd +en door de illusies, die hij had weten te bewaren, niet belachelijk +geworden is. Toen hij twintig jaar was, kon hij, zonder op te houden +interessant te zijn, zijn geliefde naar de Antillen volgen; maar indien +hij vijf-en twintig geweest was, zou hij Manon de deur gewezen hebben, +en dat met het volste recht. Wij kunnen er onze oogen wel voor sluiten, +beste kerel, maar het feit blijft bestaan: wij zijn oud, wij hebben te +veel en te snel geleefd; ons hart is gesprongen en brengt nog slechts +valsche tonen voort: je blijft niet drie jaar lang ongestraft verliefd +op een Musette of een Mimi. Doch voor mij is het nu voor goed uit; +en daar ik volkomen wil breken met de herinneringen aan Musette, zal +ik nu onmiddellijk enkele kleinigheden, die zij bij mij achtergelaten +heeft en die me dwingen aan haar te denken, als ik ze weer zie, +in het vuur werpen." + +Marcel stond op en ging uit de lade van zijn commode een kartonnen +doos halen, waarin de souvenirs aan Musette lagen, te weten een +verdorde bouquet, een ceintuur, een stuk lint en enkele brieven. + +"Kom, Rodolphe, volg mijn voorbeeld!" zeide hij tot den dichter. + +"Welnu, het zij zoo!" riep Rodolphe, als kostte het hem moeite, uit; +"je hebt gelijk. Ook ik wil een einde maken aan die herinnering aan +dat meisje met haar blanke handen." + +En hij vloog de kamer uit, om een klein pakje met de souvenirs aan +Mimi te halen, zoo ongeveer van denzelfden aard als die, waarvan +Marcel nu zwijgend den inventaris opmaakte. + +"Dat treft prachtig," mompelde de schilder. "Deze snuisterijen kunnen +gelijk het vuur, dat bijna uit is, nog wat aanwakkeren." + +"Waarachtig," antwoordde Rodolphe, "het is hier in de kamer een +temperatuur voor een ijsberenfokkerij." + +"Kom," zeide Marcel, "laten we het brandduet aanheffen. Kijk, het +proza van Musette vlamt als een punchbowl; het arme kind hield zoo +van punch. Allo, Rodolphe, jouw beurt!" + +En gedurende enkele minuten wierpen zij beurtelings de reliquieën +van hun liefde stuk voor stuk in het vuur, dat vroolijk knetterend +opvlamde. + +"Arme Musette," zeide Marcel zacht, terwijl hij naar het laatste +souvenir, dat hij in zijn handen had, keek. + +Het was een klein verwelkt bouquetje van veldbloemen. + +"Arme Musette, ze was toch wel mooi en ze hield wel van me, niet waar, +klein bouquetje, heeft haar hart het je niet gezegd, toen je bloemen +in haar corsage prijkten? Arm, klein bouquetje, het is net alsof je +om genade smeekt; nu ik schenk je die, maar onder voorwaarde, dat je +niet meer met mij over haar praat, nooit, nooit meer!" + +En hij maakte gebruik van een oogenblik, waarop hij meende, dat +Rodolphe niet op hem lette, om het bouquetje in zijn borstzak te +laten glijden. + +"Het spijt mij, maar ik kan niet anders," dacht de schilder. + +Toen hij echter tersluiks naar Rodolphe keek, zag hij, hoe de dichter +aan het slot van zijn auto-da-fé een nachtmutsje, dat Mimi gedragen +had, eerbiedig kuste en dan heimelijk in zijn zak stak. + +"Zoo," mompelde Marcel, "die is al even laf als ik." + +Toen Rodolphe naar zijn eigen kamer wilde gaan, werd er tweemaal +zacht op de deur van Marcel geklopt. + +"Wie voor den duivel kan nog zoo laat hier willen zijn?" zeide de +schilder. + +Een kreet van verbazing ontsnapte hem, toen hij de deur geopend had. + +Het was Mimi. + +Daar het donker in de kamer was, herkende Rodolphe zijn vriendinnetje +niet dadelijk. Hij kon slechts een vrouwelijk wezen onderscheiden, +en daar hij dacht, dat het een van die tijdelijke veroveringen van +zijn vriend was, wilde hij zich uit discretie verwijderen. + +"Stoor ik jullie?" vroeg Mimi, die op den drempel was blijven staan. + +Bij het hooren van die stem viel Rodolphe, als door den bliksem +getroffen, op zijn stoel neer. + +"Goeden avond," zeide Mimi, die naar hem toe ging en hem de hand +drukte, wat hij werktuigelijk toeliet. + +"Wat voor den duivel kom jij hier doen?" vroeg Marcel; "en nog wel +op dit uur?" + +"Ik heb het zoo koud," antwoordde Mimi rillend; "en daar ik in het +voorbijgaan nog licht hier zag, ben ik, al is het wat laat, naar +boven gekomen." + +Zij rilde nog steeds. Haar stem had een bijzonderen, kristalhelderen +klank, die als een doodsklok in het hart van Rodolphe echode en het +met een doffen angst vervulde: heimelijk nam hij haar nauwkeuriger +op. Het was Mimi niet meer, het was haar schim. + +Marcel schoof een stoel naast den kachel voor haar. + +Mimi glimlachte, toen zij de heldere vlam vroolijk in de haard +zag dansen. + +"Dat doet je goed," zeide zij, terwijl zij haar arme, door de koude +blauwe handjes boven het vuur hield. "Tusschen twee haakjes, Marcel, +weet je, waarom ik hier kom?" + +"Op mijn woord van eer niet!" antwoordde deze. + +"Nou," zeide Mimi; "ik kwam vragen of jullie niet zoudt kunnen zorgen, +dat ik een kamer in dit huis krijg. In mijn hôtel garni hebben ze mij +de deur gewezen, omdat ik in een maand geen huur betaald heb. Ik weet +niet, waar ik heen moet." + +"Duivels," zeide Marcel hoofdschuddend; "wij staan bij den huisbaas +ook niet erg in den pas, en een aanbeveling van ons zou je eer schaden +dan nuttig zijn." + +"Maar wat moet ik dan beginnen? Ik weet werkelijk niet, waar ik +heen moet." + +"Wat, ben je dan geen vicomtesse meer?" vroeg Marcel. + +"O God, neen!" + +"Al hoe lang niet meer?" + +"Al sedert twee maanden!" + +"Heb je den jongen vicomte te veel geplaagd?" + +"Neen," zeide zij, terwijl zij een steelschen blik wierp op Rodolphe, +die in den donkersten hoek van de kamer was gaan zitten; "de vicomte +heeft me een scène gemaakt naar aanleiding van het gedicht, dat men +op mij gemaakt heeft. Wij hebben woorden gekregen, en toen heb ik +hem den bons gegeven! Het is een echte gierigaard!" + +"Maar hij had je toch aardig in de kleeren gestoken, ten minste te +oordeelen naar den keer, dat ik je eens gezien heb." + +"Dat wel!" zeide Mimi, "maar stel je voor, dat hij, toen ik den +liaison afgebroken had, mij alles weer afgenomen heeft, en dat hij, +zooals ik later gehoord heb, mijn kleeren verloot heeft aan een slechte +table d'hôte, waar ik dikwijls met hem gegeten heb. En toch is het een +rijke jongen, maar met al zijn fortuin is hij zoo gierig als een vrek +en zoo stom als het achtereind van een koe; ik mocht niet eens wijn +zonder water drinken en Vrijdag moest ik altijd vasten. Wil je wel +gelooven, dat hij me zwarte wollen kousen wilde laten dragen, omdat +die niet zoo gauw vuil worden als witte? Je kunt je niet voorstellen +hoe driftig hij is. Hij heeft me dan ook aardig geërgerd. Ik kan wel +zeggen, dat ik bij hem mijn vagevuurtijd doorgemaakt heb!" + +"En weet hij in welken toestand je nu bent?" + +"Ik heb hem niet meer teruggezien en wil hem ook niet +terugzien!" antwoordde Mimi. "Alleen door aan hem te denken word ik +al zeeziek! Ik zou liever van honger sterven dan hem om een stuiver +vragen." + +"Maar," vroeg Marcel verder, "je bent, nadat je hem verlaten hebt, +toch zeker niet alleen gebleven?" + +"Zeker wel, Marcel, zeker wel!" riep Mimi eenigszins heftig uit; +"ik heb gewerkt om te kunnen leven; maar daar ik met het bloemenmaken +niet genoeg verdienen kon, heb ik een ander beroep gekozen: ik poseer +nu voor schilders. Als je soms werk voor mij hebt...." voegde zij er +lachend aan toe. + +En toen zij zag, hoe Rodolphe, dien zij, hoewel zij tot zijn vriend +sprak, geen oogenblik uit het oog verloor, een ongeduldige beweging +maakte, ging zij verder: + +"O, maar ik poseer alleen maar voor mijn hoofd en mijn handen. Ik +heb nog al wat te doen en van twee of drie schilders moet ik nog +geld hebben. Binnen een paar dagen krijg ik het, maar tot zoolang +moet ik onderdak hebben. Zoodra ik weer geld heb, ga ik naar mijn +hôtel terug. Zoo," zeide zij met een blik op de tafel, waarop nog de +praeparatieven stonden voor het bescheiden maal, dat de twee vrienden +nauwlijks hadden aangeraakt; "zoo, gaan jullie soupeeren?" + +"Neen," zeide Marcel; "wij hebben geen honger." + +"Dan zijn jullie wel gelukkig," merkte Mimi naïef op. + +Bij die woorden voelde Rodolphe een steek in zijn hart; hij gaf Marcel +een wenk, dien deze dadelijk begreep. + +"Maar nu je eenmaal hier bent," zeide de schilder, "moest je maar à +la fortune du pot bij ons blijven eten. Wij waren van plan réveillon +te vieren, maar ..... toen zijn we waarachtig aan iets anders gaan +denken." + +"Ik val met mijn neus in de boter," zeide Mimi, terwijl zij een bijna +hongerigen blik op de tafel wierp; "ik heb vanmiddag in het geheel niet +gegeten," fluisterde zij den schilder in, opdat Rodolphe, die op zijn +zakdoek beet, om niet in tranen uit te barsten, het niet zou hooren. + +"Schuif wat bij, Rodolphe!" zeide Marcel tot zijn vriend; "we zullen +met ons drieën soupeeren!" + +"Neen!" zeide dichter, die in zijn hoek bleef zitten. + +"Ben je boos, Rodolphe, dat ik hier gekomen ben," vroeg Mimi zacht; +"heb je liever, dat ik weer weg ga?" + +"Neen, neen!" antwoordde Rodolphe; "maar het doet mij pijn, dat ik +je zoo terugzie." + +"Dat is mijn eigen schuld, Rodolphe--ik klaag dan ook niet; wat voorbij +is, is voorbij, denk er maar niet verder aan. Kan je mijn vriend niet +zijn, omdat je vroeger wat anders geweest ben? Ja toch! Zet dus niet +zoo'n verdrietig gezicht meer en kom bij ons zitten!" + +Zij stond op, om naar hem toe te gaan; maar zij was zoo zwak, dat +zij geen stap doen kon en op haar stoel terugviel. + +"De warmte heeft me bevangen," zeide zij; "ik kan niet meer op mijn +beenen staan." + +"Kom nou bij ons zitten, Rodolphe," zeide Marcel. + +De dichter kwam bij hen zitten en begon met hen te eten. Mimi was +erg uitgelaten. + +Toen het eenvoudige maal afgeloopen was, zeide Marcel tot Mimi: + +"Beste kind, het is ons niet mogelijk je hier in dit huis een kamer +te geven." + +"Dus moet ik gaan!" zeide zij, terwijl zij trachtte op te staan. + +"Wel neen!" riep Marcel uit; "er is nog wel een andere manier, om de +zaak te regelen; jij blijft hier in deze kamer en ik ga zoolang bij +Rodolphe logeeren." + +"Dat is wel lastig voor jullie!" zeide Mimi; "maar het zal niet langer +dan een paar dagen duren." + +"Het is volstrekt niet lastig voor ons," antwoordde Marcel; "dus zoo +blijft het afgesproken: jij blijft hier en Rodolphe en ik slapen op +de kamer van Rodolphe. Bonsoir, Mimi, slaap lekker!" + +"Ik dank jullie wel!" zeide zij, terwijl zij Marcel en Rodolphe, +die weggingen, de hand gaf. + +"Wil ik de deur afsluiten?" vroeg Marcel, toen hij bij de deur was. + +"Waarom?" zeide Mimi met een blik op Rodolphe; "ik ben niet bang." + +Toen de twee vrienden in de kamer ernaast waren, vroeg Marcel +plotseling aan Rodolphe: + +"En wat ben jij nu van plan te doen?" + +"Ik weet het zelf niet!" stamelde Rodolphe. + +"Kom, sta niet zoo te treuzelen, ga naar Mimi! Ik voorspel je, dat, +wanneer je naar haar toegaat, jullie morgen weer verzoend zullen zijn!" + +"Wat zou jij gedaan hebben, als Musette teruggekomen was?" vroeg +Rodolphe. + +"Als Musette in de kamer hiernaast was," antwoordde Marcel, "dan zou +ik al een kwartier geleden niet meer in deze zijn." + +"Nou," zeide Rodolphe; "ik zal moediger zijn dan jij, ik blijf hier!" + +"Dat zullen we nog eens zien!" zeide Marcel, die reeds in bed lag; +"ga jij ook naar bed?" + +"Zeker!" antwoordde Rodolphe. + +Doch toen Marcel midden in den nacht wakker werd, zag hij, dat Rodolphe +weg was. + +'s Ochtends klopte Marcel zachtjes op de deur van de kamer, waarin +Mimi sliep. + +"Binnen," riep zij. Toen zij hem zag, gaf zij hem een wenk zachtjes +te praten, om Rodolphe, die nog sliep, niet wakker te maken. Hij zat +in een fauteuil, dien hij bij het bed geschoven had, en rustte met +zijn hoofd op het kussen naast Mimi. + +"Hebben jullie zoo den nacht doorgebracht?" vroeg Marcel verwonderd. + +"Ja," antwoordde het jonge meisje. + +Plotseling werd Rodolphe wakker. Na Mimi een kus gegeven te hebben, +stak hij den schilder, die hoe langer hoe verbaasder scheen, de +hand toe. + +"Ik zal zien, dat ik wat geld krijg, om eten te koopen," zeide hij +tot Marcel; "houd jij Mimi zoo lang gezelschap." + +"En," vroeg Marcel aan het jonge meisje, toen zij alleen waren, +"wat is er vannacht gebeurd?" + +"Ach God, niets dan treurige dingen," zeide Mimi; "Rodolphe houdt +nog altijd van me." + +"Dat weet ik!" + +"Ja, jij hebt hem van mij willen aftrekken," zeide zij; "maar dat +neem ik je niet kwalijk, Marcel, je hadt gelijk; ik heb dien armen +jongen leelijk behandeld!" + +"En jij," vroeg Marcel, "houdt jij nog altijd van hem?" + +"Of ik van hem houd!" zeide zij handenwringend. "En dat is juist zoo'n +pijniging voor me. Ik ben wel veranderd, beste jongen, en daarvoor +is niet veel tijd noodig geweest." + +"Nou, als hij van jou houdt en jij van hem en jullie niet buiten +elkaar kunt, moeten jullie maar weer samen gaan leven en dan probeeren, +dat het ditmaal voor goed is." + +"Dat is onmogelijk," zeide Mimi. + +"Waarom?" vroeg Marcel; "zeker, het zou verstandiger zijn, indien +jullie voor goed van elkaar gingen; maar om elkaar niet meer te zien, +zouden jullie wel duizend mijl van elkaar moeten zijn!" + +"Wat bedoel je daarmee?" + +"Spreek er niet met Rodolphe over, dat zou hem te veel aanpakken--maar +ik ga gauw voor goed weg." + +"Maar waarheen?" + +"Kijk eens, Marcel," zeide Mimi snikkend. + +En de dekens wat terugslaande, liet zij den schilder haar schouders, +haar hals en haar armen zien. + +"Goede God!" riep Marcel verschrikt uit. "Arme meid!" + +"Zie je wel, beste jongen, dat ik mij niet vergis en dat ik spoedig +sterven zal?" + +"Maar hoe is dat in zoo'n korten tijd kunnen gebeuren?" vroeg Marcel. + +"Ach!" antwoordde Mimi; "bij het leven, dat ik sedert twee maanden +leid, is dat niet te verwonderen: al die slapelooze, doorweende +nachten, dat poseeren in onverwarmde ateliers, het slechte voedsel, +het vele verdriet.... En dan weet je nog niet alles: ik heb me +met eau de Javel willen vergiftigen; ze hebben me gered, maar niet +voor lang, zooals je ziet. Bovendien ben ik nooit heelemaal gezond +geweest. Enfin, het is mijn eigen schuld: als ik kalm bij Rodolphe +gebleven was, zou het zoover niet gekomen zijn. En nu kom ik dien +armen jongen weer lastig vallen, maar het zal niet voor lang zijn: +het laatste kleedingstuk, dat hij me geven zal, zal heelemaal wit +zijn, Marcel, en daarin zal ik begraven worden. O, als je eens wist, +hoe vreeselijk ik het vind, dat ik sterven moet! Rodolphe weet, dat ik +ziek ben; gisteren heeft hij langer dan een uur sprakeloos naast mijn +bed gezeten, toen hij mijn magere armen en schouders heeft gezien: +hij herkende zijn Mimi niet meer ..... ach, mijn spiegel herkent +me zelfs niet meer. Maar enfin, ik ben knap geweest en hij heeft +veel van me gehouden. O lieve God," riep zij uit, terwijl zij haar +gezicht in Marcel's handen verborg, "ik ga je verlaten, beste jongen, +en Rodolphe ook. O, lieve God!" + +Tranen verstikten haar stem. + +"Kom, Mimi," zeide Marcel, "doe niet zoo wanhopig, je zult weer beter +worden; je hebt alleen een goede verpleging en rust noodig." + +"Ach, neen!" antwoordde Mimi; "het loopt af met mij, ik voel het heel +goed. Ik ben zoo vreeselijk zwak: toen ik gisterenavond hier kwam, +heb ik meer dan een uur noodig gehad om boven te komen. En als ik hier +een andere vrouw had aangetroffen, zou ik me uit het raam geworpen +hebben. En toch was hij vrij, nu wij niet meer samen waren; maar +zie je, Marcel, ik was er zeker van, dat hij nog van me hield. En +daarom"--en weer barstte Mimi in tranen uit--"daarom alleen heb ik +niet dadelijk willen sterven. Maar toch is het gedaan met mij. Och, +Marcel, wat is hij toch een goede jongen, dat hij mij na alles wat ik +hem aangedaan heb, toch nog bij zich genomen heeft. Ach, de lieve God +is niet rechtvaardig, dat hij mij den tijd zelfs niet laat om weer +goed te maken wat ik tegenover Rodolphe misdaan heb. En hij begrijpt +heel goed hoe het met mij gesteld is. Ik wou niet, dat hij naast mij +kwam liggen, want het is net alsof ik de wormen al aan mijn lichaam +voel vreten. Wij hebben den geheelen nacht door samen geweend en over +vroeger gesproken. O, wat is het toch droevig, dat je het geluk dan +eerst ziet, wanneer het niet meer bereikbaar is en nadat het aan je +voorbijgegaan is, zonder het te zien!.... O, het brandt me in mijn +borst als vuur; en wanneer ik mijn ledematen beweeg, is het net, +alsof zij zullen breken ..... Och, Marcel, geef me mijn japon even +aan. Ik wil de kaart leggen, om te zien of Rodolphe geld meebrengen +zal. Ik zou nog zoo graag eens lekker met jullie willen dejeuneeren, +net als vroeger--het zal me geen kwaad doen, want God kan me toch niet +zieker maken dan ik al ben. Kijk," zeide zij, terwijl ze Marcel de +kaart liet zien, die zij gecoupeerd had; "dat is schoppen, de kleur +van den dood. En hier klaveren," voegde zij er vroolijk aan toe. "We +krijgen geld." + +Marcel wist niet wat hij moest zeggen bij die helderziende ijlkoortsen +van dit ongelukkige schepseltje, dat, zooals zij zeide, de wormen +reeds aan zich voelde vreten. + +Na een uur kwam Rodolphe terug. Hij bracht Schaunard en Colline +mede. De musicus had zijn zomerjas aan: hij had, zoodra hij gehoord +had, dat Mimi ziek was zijn winterjas verkocht, om Rodolphe geld te +kunnen leenen. Colline van zijn kant had verschillende boeken van +de hand gedaan. Weliswaar had hij liever een arm of been verzilverd, +maar Schaunard had hem aan zijn verstand gebracht, dat men met zijn +arm of been niets beginnen kan, waarom hij maar besloten had van zijn +lievelingen afstand te doen. + +Mimi spande al haar krachten in om haar oude vrienden met een vroolijk +gezicht te ontvangen. + +"Ik ben niet ondeugend meer," zeide zij tot hen, "en Rodolphe heeft +mij vergiffenis geschonken. Als hij mij bij zich wij houden, zal ik +klompen aantrekken en een halsdoek omdoen. Zijde is niet goed voor mijn +gezondheid," voegde zij er met een hartverscheurend glimlachje aan toe. + +Op aandringen van Marcel had Rodolphe een van zijn vrienden, die +pas dokter geworden was, laten halen. Het was dezelfde, die vroeger +de kleine Francine behandeld had. Toen hij kwam, liet men hem met +Mimi alleen. + +Rodolphe was door Marcel reeds te voren op de hoogte gebracht van +den gevaarlijken toestand, waarin Mimi verkeerde. Toen de dokter Mimi +onderzocht had, zeide hij tot Rodolphe: + +"Je kunt haar hier niet houden. Slechts een wonder kan haar redden. Zij +moet naar het ziekenhuis. Ik zal je een brief voor de Pitié geven; +een van mijn kennissen is daar assistent; ik zal hem vragen haar +te behandelen. Als zij de lente haalt, kunnen we haar misschien nog +heelemaal beter maken; maar als zij hier blijft, is het binnen acht +dagen afgeloopen." + +"Ik zal het haar nooit durven voorstellen," zeide Rodolphe. + +"Ik heb het haar al gezegd," antwoordde de dokter, "en zij vindt het +goed. Morgen zal ik je een formulier voor de Pitié zenden." + +"Beste jongen," zeide Mimi tot Rodolphe, "de dokter heeft gelijk. Je +zoudt me hier niet kunnen verplegen, zooals het behoort; je moet +mij naar het ziekenhuis laten gaan. O, ik zou nu zòò graag blijven +leven, dat ik de rest van mijn leven mijn linkerhand in het vuur +zou houden, als ik de jouwe in mijn rechter mocht hebben. Je komt me +toch zeker dikwijls opzoeken. Kom wees niet zoo bedroefd: ik zal daar +goed verpleegd worden, heeft de dokter gezegd. Je krijgt kalfssoep +in het ziekenhuis, en het is er warm. En terwijl ik daar aan het +opknappen ben, moet jij werken, om geld te verdienen; en wanneer ik +weer beter ben, kom ik weer bij je terug en blijf ik altijd bij je. Ik +heb nu heel veel hoop. Ik kom even knap als vroeger terug. Vroeger, +toen ik je nog niet kende, ben ik ook eens ziek geweest, en toen +ben ik ook beter geworden. En in dien tijd was ik niet gelukkig, +en het zou beter geweest zijn, als ik toen maar gestorven was. Nu +ik jou teruggevonden heb en wij nog gelukkig kunnen zijn, zullen +ze me ook wel beter maken, want ik zal me krachtig tegen de ziekte +verzetten. Ik zal alle leelijke drankjes, die ze me geven, slikken, +en de dood zal me alleen maar met geweld van je kunnen nemen. Geef den +spiegel eens, het is net, of ik al weer een kleur krijg. Ja," zeide +zij, terwijl zij in den spiegel keek, "mijn mooie tint komt alweer +terug. En kijk, mijn handen zijn nog altijd mooi; geef er nog eens +een zoen op; het zal heusch de laatste keer niet zijn, jongenlief!" + +Toen zij dit gezegd had, sloeg zij haar armen om zijn hals en bedekte +zijn gezicht onder haar loshangende haren. + +Voor zij naar het ziekenhuis ging, wilde zij nog een avond met al de +vroegere vrienden samen zijn. + +"Laat me lachen," zeide zij; "vroolijkheid is voor een mensch het +beste geneesmiddel. Die slaapmuts van een vicomte heeft mij ziek +gemaakt. Hij wou me orthographie leeren, stel je voor; wat moest ik +daarmede beginnen? En zijn vrienden--lieve God, wat een kerels! Je +reinste hoenderhof, waarin de vicomte de pauw was. Hij merkte, God +betert, zijn eigen linnengoed. Als hij ooit trouwt, krijgt hij vast +de kinderen." + +Niets kon aangrijpender zijn dan deze opgewekte stemming, die, om zoo +te zeggen, den dood van het lichaam overleefde. Slechts met inspanning +van al hun geestkracht slaagden de bohémiens erin hun tranen terug +te houden en het gesprek in den schertsenden toon te houden, waarin +het gebracht was door dat arme kind, voor wie het noodlot zoo vlug +het linnen voor haar laatste kleed weefde. + +Den volgenden ochtend kreeg Rodolphe het formulier voor het +ziekenhuis. Mimi kon onmogelijk meer loopen: ze moest in het rijtuig +worden gedragen. Tijdens het rijden leed zij vreeselijk onder de +schokken. Maar het laatste, dat bij vrouwen sterft, de ijdelheid, +overwon ook nu nog die pijnen: twee of driemaal liet zij het rijtuig +voor mode-magazijnen stil staan, om naar de étalages te kijken. + +Toen zij in de op het formulier aangegeven zaal kwam, voelde Mimi +haar hart samenkrimpen; een inwendige stem zeide haar, dat zij haar +leven tusschen deze kale, droefgeestige muren zou eindigen. Al haar +wilskracht moest zij te hulp roepen, om den somberen indruk, die haar +had doen rillen, voor Rodolphe te verbergen. + +Toen zij te bed lag, omhelsde zij hem voor de laatste maal en drukte +hem op het hart haar den volgenden Zondag te komen opzoeken. + +"Het ruikt hier zoo akelig," zeide zij; "breng bloemen voor me mee, +viooltjes, die zijn er nog!" + +"Ja," zeide Rodolphe; "adieu, tot Zondag!" + +En hij trok de gordijnen dicht. Toen Mimi hoorde hoe de stappen van +haar geliefde zich steeds verder verwijderden, kreeg zij plotseling +een koortsaanval. Zij sloeg wild de gordijnen open, boog zich half +uit haar bed en riep met een door tranen verstikte stem: + +"Rodolphe, neem me weer mee; ik wil weg!" + +De zuster kwam naar haar toe en trachtte haar te kalmeeren. + +"O," steunde Mimi; "ik zal hier sterven!" + +'s Zondagsochtends, den dag dat hij Mimi zou gaan opzoeken, +herinnerde Rodolphe zich, dat hij haar beloofd had viooltjes mee +te zullen brengen. Door een poëtisch bijgeloof gedreven, ging hij, +niettegenstaande het vreeselijke weer, te voet naar de bosschen van +Aulnay en Fontenay, waar hij zoo dikwijls met haar geweest was, om daar +zelf de bloemen te zoeken, waarom zij hem gevraagd had. Twee uur lang +dwaalde hij door het met sneeuw bedekte kreupelhout en lichtte met +een klein stokje de struiken en het heidekruid op, tot hij eindelijk +een paar viooltjes vond vlak bij het struikgewas langs den vijver +van Le Plessis, hun lievelingsplekje, waar ze altijd heengingen, +als ze buiten waren. + +Toen hij op den terugweg naar Parijs door het dorp Châtillon kwam, zag +hij op het kerkplein een doopstoet en daarbij een van zijn vrienden, +die met een zangeres van de Opéra peet was. + +"Wat voer jij hier uit?" vroeg hij, verwonderd Rodolphe daar te zien. + +De dichter vertelde wat er gebeurd was. + +De jonge man, die Mimi gekend had, werd door het verhaal zeer +aangegrepen. Hij haalde een doos bonbons uit zijn zak en gaf die +aan Rodolphe. + +"Die arme Mimi, geef haar dit uit mijn naam en zeg, dat ik eens naar +haar kom kijken!" + +"Als je dat wil, moet je je haasten, anders zou je te laat kunnen +komen," zeide Rodolphe en ging verder. + +Toen hij in het hospitaal kwam, vloog Mimi, die zich niet meer bewegen +kon, hem met een blik om de hals. + +"Ha, daar zijn mijn bloemen!" riep zij, terwijl een glimlach van +geluk om haar lippen speelde. + +Rodolphe vertelde haar zijn pelgrimstocht naar het struikgewas langs +den vijver, dat het paradijs van hun liefde geweest was. + +"Lieve bloemen!" zeide het arme kind, terwijl zij de viooltjes kuste. + +Ook de bonbons vielen in haar smaak. + +"Ze hebben me dus nog niet heelemaal vergeten!" zeide zij. "Wat zijn +jullie toch allemaal goed. Ik mag al je vrienden graag, Rodolphe!" + +Het samenzijn was bijna vroolijk te noemen. Ook Schaunard en Colline +waren gekomen. De zuster moest hen tot weggaan aansporen, daar de +bezoektijd reeds lang voorbij was. + +"Vaarwel!" zeide Mimi; "tot Donderdag dus! En zorg op tijd te zijn!" + +Toen Rodolphe den volgenden avond thuis kwam, vond hij een brief van +een jongen assistent uit het ziekenhuis, aan wien hij Mimi bijzonder +aanbevolen had. De brief bevatte slechts deze woorden: + +"Amice, ik moet je een treurige tijding geven: No. 8 is dood. Toen +ik vanochtend door de zaal kwam, vond ik het bed leeg." + + + +Rodolphe viel op een stoel neer, maar geen tranen kwamen hem +verlichting brengen. Toen Marcel later op den avond bij hem kwam, +vond hij zijn vriend nog in dezelfde wezenlooze houding; met een +handgebaar wees Rodolphe hem op den brief. + +"Arme meid!" zeide Marcel. + +"Het is vreemd," merkte Rodolphe op; "ik voel niets. Zou mijn liefde +reeds gestorven zijn, toen ik hoorde, dat Mimi sterven moest?" + +"Wie zal het zeggen?" mompelde de schilder. + +Mimi's dood veroorzaakte in den kring der bohémiens een groote +ontroering. + +Acht dagen later ontmoette Rodolphe op straat den assistent, die hem +den dood van zijn vriendinnetje gemeld had. + +"Beste Rodolphe," zeide hij, "je neemt het me toch niet al te kwalijk, +dat ik je door mijn voorbarigheid verdriet gedaan heb?" + +"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe verwonderd. + +"Wat? .... Weet je het niet? Heb je haar dan niet meer gezien?" + +"Wie?" schreeuwde Rodolphe. + +"Maar Mimi natuurlijk!" + +"Wat?" stamelde de dichter, die doodsbleek werd. + +"Ik had me vergist. Toen ik je die vreeselijke tijding schreef, +was ik het slachtoffer van een dwaling. Kijk eens, ik was in twee +dagen niet in het ziekenhuis geweest. Toen ik den derden dag weer +terugkwam, vond ik het bed van je vrouw leeg. Op mijn vraag aan de +zuster waar de zieke was, kreeg ik ten antwoord, dat zij 's nachts +gestorven was. De zaak zit zoo in elkaar. Tijdens mijn afwezigheid +was Mimi naar een andere zaal gebracht. In bed No. 8 hadden ze een +andere vrouw gelegd, die nog denzelfden dag gestorven is. Dat is de +oorzaak van mijn vergissing. Den dag, nadat ik je geschreven had, +vond ik Mimi in een zaal ernaast. Jouw wegblijven had haar vreeselijk +veel verdriet gedaan; zij gaf me een brief voor je, dien ik dadelijk +naar je kamer gebracht heb." + +"Lieve God!" riep Rodolphe uit; "vanaf het oogenblik dat ik dacht, +dat Mimi dood was, ben ik niet meer op mijn kamer geweest. Ik heb +hier en daar bij mijn vrienden geslapen. Mimi leeft. God, wat moet +zij wel van mijn wegblijven denken! Arme, arme meid! En hoe is het +met haar? Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?" + +"Eergisterenochtend. Zij was niet erger en niet beter, maar zij is +erg ongerust over jou, ze denkt, dat je ziek bent!" + +"Ga dadelijk met me naar de Pitié," zeide Rodolphe; "ik moet ze zien." + +"Wacht hier een oogenblik," zeide de assistent, toen zij bij den +ingang van het ziekenhuis waren, "ik zal den directeur vragen, of je +haar zien mag." + +Rodolphe wachtte een kwartier in de vestibule. Toen kwam de assistent +terug, greep de hand van den dichter en zeide: + +"Je moet maar denken, beste kerel, dat de brief, dien ik je acht +dagen geleden geschreven heb, waarheid gesproken heeft." + +"Wat?" zeide Rodolphe, terwijl hij wankelde en steun zocht tegen een +pilaar; "Mimi....." + +"Vanochtend om vier uur." + +"Breng mij naar de snijkamer, dan kan ik ze nog eenmaal zien," +vroeg Rodolphe. + +"Daar is ze niet meer," zeide de dokter. En terwijl hij den dichter op +een grooten wagen wees, die op de binnenplaats stond voor een gebouw, +waarboven het woord: Snijkamer te lezen was, voegde hij eraan toe: + +"Daarin is zij." + +Het was inderdaad de lijkwagen, waarin de niet opgevraagde lijken +naar de gemeenschappelijke graven gebracht worden. + +"Adieu," zeide Rodolphe tot den assistent. + +"Wil ik soms met je meegaan?" vroeg deze. + +"Neen, dank je," zeide Rodolphe, terwijl hij zich langzaam +verwijderde. "Ik wil alleen zijn!" + + + + + + +HOOFDSTUK XXIII. + +MEN IS SLECHTS EENS JONG. + + +Een jaar na Mimi's dood vierden Rodolphe en Marcel, die steeds bij +elkaar gebleven waren, met een feest hun intrede in de officieele +wereld. Marcel, die eindelijk tot den Salon was toegelaten, had er twee +schilderijen geëxposeerd, waarvan er een gekocht was door een rijken +Engelschman, een vroegeren minnaar van Musette. Met de opbrengst van +dien verkoop en met die van een hem door de regeering opgedragen werk, +had Marcel het grootste gedeelte van zijn oude schulden afgelost, +zich in een fatsoenlijke woning geïnstalleerd en een echt atelier +ingericht. Bijna tegelijk waren Schaunard en Rodolphe voor het publiek +getreden, dat over den naam en het fortuin van kunstenaars beslist, +de eerste met een album liederen, die op alle concerten gezongen +werden en die zijn naam vestigden; de tweede met een boek, waarmede +de kritiek zich een maand lang bezig hield. Barbemuche had zich sedert +lang uit het bohème leven teruggetrokken, terwijl Gustave Colline een +erfenis gekregen en een rijk huwlijk gedaan had en nu avondjes gaf, +waarop muziek gemaakt en koekjes gegeten werden. + +Op een avond, dat Rodolphe in zijn fauteuil en met zijn voeten op +zijn tapijt zat, zag hij Marcel opgewonden binnenkomen. + +"Weet je wat mij overkomen is?" vroeg hij. + +"Neen," antwoordde de dichter. "Ik weet alleen, dat ik bij je geweest +ben, dat je beslist thuis was en dat je me niet hebt willen open doen." + +"Ik heb je wel gehoord. Raad eens wie bij mij was." + +"Hoe zou ik dat weten?" + +"Musette! Zij is gisteravond als débardeur [52] bij me binnen komen +vallen." + +"Musette? Heb jij Musette teruggevonden?" vroeg Rodolphe met iets +van spijt in zijn stem. + +"Maak je niet ongerust! de vijandelijkheden zijn niet hervat. Musette +is den laatsten nacht van haar bohème-leven bij mij komen doorbrengen." + +"Wat bedoel je daarmee?" + +"Zij gaat trouwen." + +"Wat!" riep Rodolphe uit. "En met wien, lieve hemel?" + +"Met een postmeester, den voogd van haar laatsten minnaar, een type, +naar het schijnt. Musette heeft tegen hem gezegd: "Waarde heer, +alvorens ik u definitief mijn hand geef en met u naar het stadhuis +rijd, wil ik nog eerst acht dagen volkomen vrijheid. Ik moet mijn zaken +regelen en ik wil mijn laatste glas champagne drinken, mijn laatsten +quadrille dansen en mijn vriend Marcel, die net zoo goed is als ieder +ander, een laatsten kus geven." Acht dagen lang heeft het lieve kind +naar mij gezocht, tot ze gisteravond juist op een oogenblik, dat ik aan +haar dacht, bij mij is komen binnenvallen. Wij hebben een treurigen +nacht gehad ..... het was lang dat van vroeger niet, lang niet. Wij +zagen er net uit als een slechte copie van een meesterwerk. Ik heb +naar aanleiding van deze laatste scheiding een klein klaaglied gemaakt, +dat ik je voorjammeren zal, als je het goed vindt." + +En toen begon hij eenige coupletten te neuriën ... + + + +"Nou ben je toch zeker wel gerustgesteld," zeide Marcel, toen hij +uitgejammerd had; "mijn liefde voor Musette is zoo dood als een pier, +dat bewijst dit treurige treurlied wel." + +"Arme kerel!" zeide Rodolphe; "je verstand duelleert met je hart; +pas op, dat het laatste niet gedood wordt." + +"Dat is al gebeurd," antwoordde de dichter; "het is afgeloopen met +ons, we zijn dood en begraven. Je bent maar eens jong. Waar dineer +je vanavond?" + +"Als je het goed vindt, kunnen we voor twaalf sous in ons oud +restaurant in de rue du Four gaan eten, waar je nog van die echte +dorpsborden hebt, en waar je, als je klaar bent, nog steeds trek hebt." + +"Neen, dank je wel," antwoordde Marcel. "Ik wil wel nog eens praten +over het verleden, maar dan bij een goed glas wijn in een makkelijken +fauteuil. Ach ja, ik ben nu eenmaal verdorven. Ik houd alleen nog +maar van wat goed is." + + + EINDE. + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Een hôtel in de tegenwoordige rue-Jean-Jacques-Rousseau, waarin +meubelverkoopingen gehouden werden. + +[2] Een bekend soort, met brons ingelegde meubelen. + +[3] De in het quartier latin gebruikelijke naam voor het Théâtre +du Luxembourg. + +[4] Tweehoofdig. + +[5] De Regenboog. + +[6] Een beroemde slemppartij uit Cervantes' Don Quichotte, beschreven +in hoofdstuk XX van dat werk. + +[7] Gastheer. + +[8] Vatel was de hofkok van Lodewijk XIV. + +[9] Greuze, volgens Diderot "le peintre des familles et des honnêtes +gens", is bekend door zijn sentimenteel-kokette meisjesfiguren; Gavarni +daarentegen gaf aan die koketterie een meer overmoedige uitdrukking. + +[10] Het fabriekstempel J. G. vindt men op kleine aarden pijpen, +die voor twee sous verkrijgbaar zijn. + +[11] Cicero's uitdrukking was: Nascuntur poetae (Dichters worden +geboren). Poêlier, beteekent kachelsmid, rookverdrijver. + +[12] Door geweld gedwongen. + +[13] Persoon uit don Juan, die steeds geharnast was en dus zeer +zwaar liep. + +[14] Letterkundige wedstrijden, waarbij de winnaars een gouden bloem, +meestal een roos, krijgen. + +[15] Met het personeel van de firma Bidault (den toenmaligen +postdirecteur) worden de brievenbestellers bedoeld. + +[16] Een gefingeerde naam. + +[17] De tweede helft luidt... "en de aanraking van twee opperhuiden." + +[18] Zie de beide novellen van de Musset: "Frédéric et Bernerette" +en "Mademoiselle Mimi Pinson." + +[19] Rivier in Lydië, bekend om haar goudrijkdom. + +[20] Sax was een fabrikant van beroemde muziekinstrumenten. + +[21] Borreas = Noordenwind. + +[22] Een heilige uit de R.K. kerk, die zich voornamelijk het lot van +arme verworpenen en maatschappelijk ellendigen aantrok. + +[23] Een verdoovend, uit een soort hennepplant bereid middel. + +[24] Toespeling op Dumas' roman: "De drie musketiers". + +[25] Te Saint-Denis was een kostschool, waar dochters van officieren +van het Legioen van Eer werden opgevoed. + +[26] Iemand, die toelatingsexamen voor de universiteit heeft gedaan. + +[27] "Geloofsbelijdenis van den savoyaardschen vicaris". Vergelijk +Rousseau's Emile. + +[28] Géricault, een beroemd schilder, wiens doek "Vlot der Medusa", +in 1819 groot opzien verwekte en de eerste overwinning van het realisme +in de schilderkunst genoemd wordt. + +[29] Cicero is een lettersoort. + +[30] Vergelijk Dumas' Kean, 2de bedrijf, tooneel 1-3. + +[31] Parijs bezat vroeger slechts twaalf arrondissementen en evenveel +bureaux voor den burgerlijken stand--een voor den maire van het +dertiende arrondissement gesloten huwelijk was dus een huwelijk uit +vrije liefde. + +[32] De "Complainte van Jean Bélin" is een satyriek gedicht van een +onbekenden schrijver, dat in 1840 verschenen was. Ook in andere werken +zinspeelt Murger er op. + +[33] Vergelijk Racine's Cinna, acte V, Scène I. + +[34] Vergelijk Racine's Phèdre, acte I, scène I. + +[35] In de Rue Coquenard ligt de kerk Notre-Dame-de-Lorette, wier +naam overgegaan is op de schoone zondaressen, die in deze straat wonen. + +[36] De papegaai Vert-Vert is de held van een naar hem genoemd komisch +epos van Gresset. Opgevoed in een klooster te Nivers, was hij zoo +deugdzaam en vroom, dat zijn roem zich overal heen verbreidde en ook +de nonnen in een klooster te Nantes hem wenschten te hooren. Op een +boot daarheen gebracht, leerden de schippersknechts hem vloeken als +een ketter, wat bij de nonnen groote consternatie verwekte. + +[37] Toespeling op Offenbach's operette Les contes d'Hoffmann. + +[38] Matthieu Laensberg leefde omstreeks 1680 als canonicus in Luik en +gaf een kalender met weersvoorspellingen uit. Omstreeks 1840 aapten +de socialisten (Louis Blanc) in hun volkskalender de populaire taal +van den canonicus na om propaganda te maken voor revolutionnaire +doeleinden; hierdoor werd de naam in Frankrijk in grootere kringen +populair. + +[39] Letterlijk: een pleisterplaats voor karavanen. + +[40] Zinspeling op Dante's Inferno. + +[41] Eetlust. + +[42] Een verfrisschende drank (bereid uit citroen en zoethout), +die in Frankrijk langs den weg verkocht wordt. + +[43] Bekende champagne-merken. + +[44] Zie Molière's Don Juan: Acte IV, scène III. + +[45] Zie Shakespeare's Macbeth. + +[46] Gastibelza is de held van het drama "Gastibelza of de Waanzinnige +van Toledo" van d'Ennery en Cormon. In het tweede bedrijf wordt hij +krankzinnig, in het derde echter krijgt hij, zooals dat een held +betaamt, zijn verstand vrijwel weer terug. Hij komt nooit zonder zijn +karabijn op het tooneel. + +[47] Neen, het is nog niet de dag; het was de nachtegaal en niet de +leeuwerik, wiens tonen doordrongen tot je angstige ooren. + +[48] Toespeling op den versregel uit het laatste tooneel van +Raynouard's tragedie: "Les Templiers": + + + "Mais il n'était plus temps; les chants avaient cessé". + + +[49] Een duif à la crapoudine is een duif, die opgediend wordt in +den vorm van een pad. + +[50] Een persoon uit de Grieksche mythologie met honderd armen. + +[51] Bekende persoon uit don Quichotte. + +[52] Débardeur = iemand, die tijdens het carnavalsfeest als houtdrager +gecostumeerd rondloopt. + + + + + + +End of Project Gutenberg's Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS *** + +***** This file should be named 35741-8.txt or 35741-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/5/7/4/35741/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/35741-8.zip b/old/35741-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4a58585 --- /dev/null +++ b/old/35741-8.zip |
