summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--35741-0.txt14366
-rw-r--r--35741-0.zipbin0 -> 251819 bytes
-rw-r--r--35741-h.zipbin0 -> 406977 bytes
-rw-r--r--35741-h/35741-h.htm13989
-rw-r--r--35741-h/images/back.jpgbin0 -> 38730 bytes
-rw-r--r--35741-h/images/cover.jpgbin0 -> 46225 bytes
-rw-r--r--35741-h/images/spine.jpgbin0 -> 22315 bytes
-rw-r--r--35741-h/images/titlepage.gifbin0 -> 16992 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/35741-8.txt14366
-rw-r--r--old/35741-8.zipbin0 -> 251309 bytes
13 files changed, 42737 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/35741-0.txt b/35741-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..ca3e9ea
--- /dev/null
+++ b/35741-0.txt
@@ -0,0 +1,14366 @@
+The Project Gutenberg EBook of Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kunstenaarsleven te Parijs
+ Roman uit het Bohème-leven
+
+Author: Henri Murger
+
+Editor: W. J. A. Roldanus Jr.
+
+Release Date: April 1, 2011 [EBook #35741]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg
+
+
+
+
+
+
+
+
+ KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS
+
+ Roman uit het Bohème-leven
+
+ Door
+
+ HENRI MURGER
+ Bewerkt door W. J. A. Roldanus Jr.
+
+
+
+ Uitgegeven door J. M. Meulenhoff
+ te Amsterdam op het Damrak 88
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+HOE DE VRIENDENKRING DER BOHÈME TOT STAND KWAM.
+
+
+Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici den zaakwaarnemer
+van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de individuen met
+elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke samenhoorigheid
+later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit dat deel
+der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht heeft aan het
+publiek te doen leeren kennen.
+
+Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die
+twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende,
+plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien
+hij als wekker gebruikte, hem toezong.
+
+"Allemachtig!" riep Schaunard uit, "mijn gevederde wekker loopt voor;
+het kan nog onmogelijk vandaag zijn."
+
+Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij
+na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat 's nachts
+de rol van bed speelde--en niet om er wat van te zeggen, maar het
+speelde die vrij slecht--, terwijl het overdag die van alle andere
+meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude, die den
+vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden: een
+soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet.
+
+Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot
+Schaunard inderhaast een rose zijden en met sterretjes en loovertjes
+bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud
+was op een bal-masqué-nacht bij den artist achtergelaten door een
+Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de
+bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de
+Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen
+van een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door
+een uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg
+geleend.
+
+Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam en
+het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in
+de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten,
+wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de
+buurt vijf uur.
+
+"De ochtendstond in eigen persoon," mompelde Schaunard in zichzelf;
+"dat is prachtig. Maar," voegde hij eraan toe, een kalender, die aan
+den muur hing, raadplegende, "desniettemin is zij leelijk in de war. De
+aanwijzingen der wetenschap verzekeren, dat in dezen tijd van het jaar
+de zon eerst om half zes moet opgaan; het is pas vijf en nu is zij
+al op. Een misdadige ijver! dat hemellichaam is heelemaal van streek;
+ik zal een klacht indienen bij de sterrewacht. Intusschen," voegde hij
+eraan toe, "zou ik me toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan
+maken; het is vandaag de dag, volgende op dien van gisteren, en daar
+het gisteren de 7de was, moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt,
+vandaag de 8ste April zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift
+gelooven mag," zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot,
+dat hij aan den muur geplakt had, ging lezen, "moet ik vandaag om
+twaalf uur precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn
+huisbaas, een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben
+voor drie vervallen termijnen huur, die hij in een zeer slecht schrift
+van mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er
+zich mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het
+begint erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin,
+ik heb nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik
+.... Vooruit .... vooruit, op weg," voegde Schaunard eraan toe.
+
+Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk
+langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te
+trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem
+gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke
+bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie.
+
+"Kijk, kijk!" riep hij uit, "het is verwonderlijk, zooals de
+morgenlucht je op idées brengt; het is net, alsof ik mijn wijsje op
+het spoor ben. Even probeeren ...."
+
+En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het
+ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben
+gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert
+zoo langen tijd zocht, te vervolgen.
+
+"Do, sol, mi, do, la, si, do, ré, boem, boem. Fa, ré, mi, ré. Nee,
+aïe! die ré is zoo valsch als Judas," riep Schaunard uit en sloeg
+daarbij zoo hard als hij kon op de noot met den twijfelachtigen
+klank. "Laten wij den mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet
+schilderen van een jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw
+meer ontbladert. Het is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld
+noemt. Enfin, het is nu eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk
+een uitgever zoudt vinden, die een romance durft uitgeven, waarin
+geen blauw meer voorkomt, moet ik me er wel in schikken .... Do,
+sol, mi, do, la, si, do, ré; dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft
+vrijwel een denkbeeld van een madeliefje, vooral aan menschen,
+die sterk zijn in botanie. La, si, do, ré, verdomde ré, loop naar
+den bliksem! Om een goed denkbeeld te geven van het blauwe meer,
+zou ik nu iets vochtigs, hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs
+(want de maan is ook van de partij) noodig hebben; maar laat ik
+oppassen, dat ik de zwaan niet vergeet .... Fa, mi, la, sol," ging
+Schaunard voort, terwijl hij de heldere noten van de hooge octaven
+liet klinken. "Rest nu nog het afscheid van het jonge meisje, dat
+besluit zich in het blauwe meer te storten, om zich weer met haar
+onder de sneeuw begraven geliefde te vereenigen. Die ontknooping is
+niet duidelijk," mompelde Schaunard, "maar zij is interessant. Daar
+moet ik iets teers, iets melancholieks voor hebben; daar is het al,
+daar is het al, dat zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena's,
+het snijdt je door je hart! Brr! Brr!" zeide Schaunard, rillend in
+zijn met sterren bezaaiden rok, "als het ook maar hout sneed! Er ligt
+in mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen
+.... te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la,
+la .... ré, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met een
+verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik
+het jonge meisje verder verdrinken!"
+
+En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde
+Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als
+een ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke
+de trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen.
+
+"En laten we nu eens zien," ging Schaunard voort, "hoe mijn muziek
+zich aanpast bij de woorden van mijn dichter."
+
+En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van poëzie,
+die speciaal gebruikt wordt voor opéras comiques en ulevelrijmpjes:
+
+
+ La blonde jeune fille,
+ Vers le ciel étoilé,
+ En ôtant sa mantille,
+ Jette un regard voilé,
+ Et dans l'onde azurée
+ Du lac aux flots d'argent ...
+ . . . . . . . .
+
+
+"Lieve Hemel!" riep Schaunard in een gerechtvaardigde verontwaardiging
+uit, "de hemelsblauwe golf van een zilver meer, dat had ik nog
+niet opgemerkt, dat is ten slotte te romantisch, die dichter is een
+idioot, hij heeft nog nooit zilver of een meer gezien. Zijn ballade
+is bovendien onzin; de caesuur der verzen staat mijn melodie in den
+weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf dichten, en niet later
+dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik mij in vorm gevoel,
+zal ik een kleine schets van coupletten maken, om er mijn melodie
+bij aan te passen."
+
+En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende,
+de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen
+onderhoudt.
+
+Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een
+van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti
+terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om
+als voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen.
+
+Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte vrij
+duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd door
+de brutale komst van dezen datum: den achtsten April.
+
+Ziehier het couplet:
+
+
+ Huit et huit font seize,
+ J'pose six et retiens un.
+ Je serais bien aise
+ De trouver quelqu'un
+
+ De pauvre et d'honnête
+ Qui m' prête huit cents francs,
+ Pour payer mes dettes
+ Quand j'aurai le temps.
+
+ Refrein.
+
+ Et quand sonnerait au cadran suprême
+ Midi moins un quart.
+ Avec probité je paîrais mon terme (ter.)
+ A monsieur Bernard.
+
+
+"Duivels," zeide Schaunard, toen hij zijn gedicht herlas, "terme en
+suprême zijn nu niet bepaald millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd
+om ze rijk te maken. Laten we nu eens zien hoe de noten zich paren
+met de lettergrepen."
+
+En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn
+romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat,
+dat hij verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een
+jubelenden grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens
+wanneer hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus
+vertoonde. Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur.
+
+Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong
+in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den
+ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: "Ben je gereed?"
+
+De artist sprong op een stoel.
+
+"De tijd loopt als een hert," zeide hij .... "ik heb nog maar drie
+kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn nieuwe woning te
+vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het domein der tooverij
+gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om het te vinden";
+en zijn hoofd tusschen zijn knieën verbergend, daalde hij af in de
+afgronden der overpeinzing.
+
+Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op,
+zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs geleek.
+
+"Er blijft nog slechts één manier over, om van hier weg te komen,
+en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is mooi weer, mijn
+vriend het toeval wandelt misschien wel in het zonnetje. Hij moet
+me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel gevonden heb,
+om mijn zaken met mijnheer Bernard af te wikkelen."
+
+Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als kelders,
+had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten, knoopte
+hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop, niet zonder
+met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd, zijn kamer.
+
+Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis,
+die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande.
+
+"Hé, mijnheer Schaunard!" riep hij hem toe, terwijl hij den artist
+belette verder te gaan; "u bent toch niet vergeten, dat het vandaag
+de 8ste is."
+
+
+ "Huit et huit font seize.
+ J'pose six et retiens un,"
+
+
+neuriede Schaunard; "ik denk nergens anders aan."
+
+"U bent wel wat laat met uw verhuizing," zeide de portier; "het is
+half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer gehuurd heeft, kan
+ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te maken!"
+
+"Maar dan moet u mij doorlaten," antwoordde Schaunard; "ik wou juist
+een verhuiswagen halen."
+
+"Dat is prachtig; maar vòòr u verhuist, moet er nog een kleine
+formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat u geen haar moogt
+meenemen, voordat u de drie vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe
+zult u waarschijnlijk wel in staat zijn."
+
+"Voor den donder," zeide Schaunard, die een pas voorwaarts deed.
+
+"Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie geven."
+
+"Ik zal ze, als ik terugkom, wel meenemen."
+
+"Maar waarom niet dadelijk?" drong de concierge aan.
+
+"Ik moet geld wisselen .... Ik heb geen kleingeld."
+
+"Zoo, zoo!" zeide de andere ongerust, "gaat u geld wisselen? Om het u
+makkelijk te maken, zal ik zoolang het pakje, dat u onder uw arm hebt,
+en dat u zou kunnen hinderen, bewaren."
+
+"Mijnheer de concierge," zeide Schaunard in het volle besef van zijn
+waardigheid; "wantrouwt u mij bij geval ook? Denkt u, dat ik mijn
+meubels in een zakdoek meeneem?"
+
+"Neem me niet kwalijk, mijnheer," antwoordde de concierge, die een
+toontje lager begon te zingen, "dat is mijn consigne. Mijnheer Bernard
+heeft mij uitdrukkelijk bevolen u geen haar te laten medenemen,
+voor u betaald hebt."
+
+"Maar kijk dan," zeide Schaunard, terwijl hij het pakje open maakte,
+"dat zijn geen haren, maar hemden, die ik naar de waschvrouw breng,
+die naast den geldwisselaar, twintig pas hiervandaan, woont."
+
+"Dat is wat anders," merkte de concierge, na den inhoud van het pakje
+onderzocht te hebben, op. "Maar zonder indiscreet te willen zijn,
+mijnheer Schaunard, zou ik ook uw nieuwe adres mogen weten?"
+
+"Ik ga in de rue de Rivoli wonen," antwoordde koeltjes de artist,
+die, nu hij eenmaal in de straat was, zich zoo gauw mogelijk uit de
+voeten maakte.
+
+"Rue de Rivoli," mompelde de concierge in zichzelf, terwijl hij met
+zijn vingers in zijn neus pulkte, "het is wel een beetje vreemd, dat
+ze hem in de rue de Rivoli kamers verhuurd hebben en hier heelemaal
+geen informaties naar hem zijn komen nemen; het is wel een beetje
+vreemd. Enfin, zonder betalen krijgt hij zijn meubels niet mede. Als
+de nieuwe huurder nou maar niet net komt als Schaunard bezig is zijn
+boeltje weg te halen. Dat zou me op de trap een herrie geven! Lieve
+Hemel," zeide hij plotseling, terwijl hij zijn hoofd door het
+schuifraampje stak, "daar heb je hem net."
+
+Gevolgd door een pakjesdrager, die nu niet bepaald onder zijn last
+scheen te bezwijken, kwam op dat oogenblik een jonge man met een
+witten Louis XIII hoed op, de vestibule binnen.
+
+"Mijnheer," vroeg hij den concierge, die hem tegemoet ging, "is mijn
+appartement vrij?"
+
+"Nog niet, mijnheer, maar het zal niet lang meer duren. De
+tegenwoordige huurder is een verhuiswagen gaan halen. Misschien wil
+mijnheer zijn meubels zoo lang op de binnenplaats zetten."
+
+"Ik ben bang, dat het zal gaan regenen," antwoordde de jonge man,
+terwijl hij kalm op een bouquetje viooltjes, dat hij tusschen zijn
+tanden hield, kauwde, "en dan zouden mijn meubelen bederven. Vriendje,"
+voegde hij eraan toe, terwijl hij zich wendde tot den witkiel,
+die achter hem was blijven staan en aan zijn draagzeel een aantal
+voorwerpen had hangen, waarvan de concierge niet precies begrijpen
+kon, wat het waren, "zet dat maar neer in de vestibule en ga dan
+op mijn vroegere kamers halen wat er nog aan kostbare meubels en
+kunstvoorwerpen over is."
+
+De witkiel zette langs den muur verschillende houten lijsten neer
+van zes à zeven voet hoog, waarvan de bladen gemakkelijk heen en weer
+konden gaan.
+
+"Kijk!" zeide de jonge man tegen den witkiel, terwijl hij een der
+deksels opende en hem op een scheur in het linnen wees, "daar heb je
+al een ongeluk. Er zit een stervormige barst in mijn Venetiaanschen
+spiegel. Wees op je tweeden tocht voorzichtiger en let vooral goed
+op mijn bibliotheek."
+
+"Wat bedoelt hij toch met zijn Venetiaanschen spiegel?" bromde de
+concierge, die ongerust om de langs den muur geplaatste houten ramen
+dwaalde, in zichzelf; "ik zie geen spiegel; maar dat is zeker een
+grap, ik zie niets, dan een kamerschut; enfin we zullen wel eens
+kijken wat er met de tweede reis mee komt."
+
+"Zou uw huurder niet gauw de kamers leeg maken? Het is half een,
+en ik zou wel willen beginnen met inruimen," zeide de jonge man.
+
+"Hij zal nu wel dadelijk hier zijn," antwoordde de concierge;
+"trouwens, zoo heel erg is het niet, want uw meubels zijn toch nog
+niet hier," voegde hij eraan toe, nadruk leggend op de laatste woorden.
+
+De jonge man wilde antwoorden, toen juist een dragonder-ordonnance
+de binnenplaats opkwam.
+
+"Woont mijnheer Bernard hier?" vroeg hij, terwijl hij een brief uit
+zijn portefeuille haalde.
+
+"Die woont hier," antwoordde de concierge.
+
+"Hier is een brief voor hem," zeide de ordonnance, "geef mij het reçu
+ervoor;" en hij overhandigde den concierge een reçu, dat deze in zijn
+loge ging teekenen.
+
+"Neem me niet kwalijk, dat ik u even alleen laat," zeide de concierge
+tot den jongen man, die ongeduldig op de binnenplaats heen en weer
+liep, "maar ik heb hier een brief van den minister voor mijnheer
+Bernard, den huisheer, dien moet ik even boven brengen."
+
+Toen de concierge op zijn kamer kwam, was mijnheer Bernard bezig zich
+te scheren.
+
+"Wat wil je van me, Durand?"
+
+"Mijnheer," antwoordde deze, zijn pet afnemend, "een ordonnance is
+dat voor u komen brengen, het komt van den minister."
+
+En hij gaf mijnheer Bernard den brief, op welks enveloppe het zegel
+van het departement van Oorlog geplakt was.
+
+"Goede God!" zeide mijnheer Bernard, zòò ontdaan, dat hij zich bijna
+in zijn gezicht sneed: "van het ministerie van Oorlog! Dat is zeker
+mijn benoeming tot ridder van het Legioen van Eer, waarom ik reeds
+zoo lang gevraagd heb; eindelijk laten zij mijn verdiensten recht
+wedervaren. Hier, Durand," zeide hij, terwijl hij in zijn vestjeszakje
+zocht, "daar heb je vijf francs om op mijn gezondheid te drinken. Ach,
+ik heb mijn beurs niet in mijn zak; ik zal ze je dadelijk geven,
+wacht maar even."
+
+De concierge was door dezen aanval van verpletterende edelmoedigheid,
+waaraan zijn huisheer hem niet gewend had, zòò ontdaan, dat hij zijn
+pet weer opzette.
+
+Maar mijnheer Bernard, die bij andere gelegenheden dien inbreuk op
+de wetten der maatschappelijke hiërarchie niet geduld zou hebben,
+scheen het niet op te merken. Hij zette zijn bril op, scheurde de
+enveloppe open met de eerbiedige ontroering van een vizier, die een
+firman van den sultan ontvangt, en begon den inhoud te lezen. Bij
+de eerste regels groefde een vreeselijke grijns karmijnroode plooien
+in het vet van zijn wangen, en begonnen zijn kleine oogjes vonken te
+schieten, die bijna de lokken van zijn verwarde pruik in brand staken.
+
+In het kort zijn trekken veranderden plotseling zòò, dat men vermoed
+zou hebben, dat er op zijn gezicht een aardbeving had plaats gehad.
+
+Ziehier den inhoud der missive, geschreven op papier met het hoofd
+van het ministerie van Oorlog en met lossen teugel gebracht door
+een ordonnance:
+
+
+ "Mijnheer en huisheer,
+
+ De beleefdheid, die, mag men de mythologie gelooven, de grootmoeder
+ der hoofsche manieren is, verplicht mij u te doen weten, dat ik
+ mij in de wreede noodzakelijkheid bevind niet te kunnen voldoen
+ aan de gewoonte om zijn huur te betalen, vooral wanneer men
+ die schuldig is. Tot op dezen ochtend had ik de hoop gekoesterd,
+ dezen schoonen dag te kunnen vieren door uw drie huurquitanties te
+ voldoen. Chimère, illusie! Terwijl ik op het kussen der zekerheid
+ sluimerde, deed het ongeluk, anangke in het Grieksch, mijn hoop
+ in rook vervliegen. De gelden, waarop ik rekende--God, wat gaat
+ de handel slecht--zijn niet binnengekomen; van de belangrijke
+ sommen, die ik moet innen, heb ik nog slechts drie francs
+ ontvangen, die ik bovendien nog geleend heb; ik durf ze u niet
+ aanbieden. Betere dagen zullen aanbreken voor ons schoon Frankrijk
+ en voor mij, mijnheer, twijfel daar niet aan. Zoodra zij aan den
+ hemel geschitterd hebben, zal ik vleugels nemen, om u daarvan te
+ onderrichten en uit uw huis terug te halen de kostbare zaken, die
+ ik daar heb achtergelaten en die ik onder de bescherming stel van
+ u en van de wet, welke u verbiedt deze vòòr het verstrijken van
+ een jaar, te verkoopen in het geval, dat gij zulks zoudt willen
+ beproeven, om in het bezit te komen van de sommen, waarvoor gij
+ gecrediteerd zijt op de boeken van mijn rechtschapenheid. Ik beveel
+ u in het bijzonder mijn piano aan en den grooten lijst, waarin zich
+ zestig haarlokken bevinden, wier verschillende kleuren de geheele
+ gamma der haarnuances doorloopen en die door het ontleedmes der
+ Liefde ontnomen zijn aan het voorhoofd der Gratiën.
+
+ "Gij kunt dus, mijnheer en huisheer, over het plafond, waaronder
+ ik gewoond heb, beschikken. Ik geef u daartoe mijn toestemming,
+ gewaarmerkt door mijn onderteekening.
+
+ Alexandre Schaunard."
+
+
+Toen mijnheer Bernard dezen brief, welken de artist in het bureau van
+een zijner vrienden, die ambtenaar aan het ministerie van Oorlog was,
+had geschreven, ten einde gelezen had, frommelde hij hem verontwaardigd
+in elkaar; en toen zijn blik op vader Durand viel, die op de beloofde
+fooi stond te wachten, vroeg hij hem ruw wat hij daar deed.
+
+"Ik wacht, mijnheer!"
+
+"Waarop?"
+
+"Wel, op het fooitje, dat mijnheer .... van wegens de goede
+tijding!" stamelde de concierge.
+
+"Eruit! Kerel, blijf je met je pet op je kop in de kamer staan?"
+
+"Maar, mijnheer ...."
+
+"Vooruit, geen maren, eruit, of neen, wacht even. Wij zullen naar
+de kamer van dien smeerlap-artist gaan, die verhuist zonder me te
+betalen."
+
+"Wat?" riep de portier uit, "mijnheer Schaunard?"
+
+"Ja," antwoordde de huisheer, die hoe langer hoe meer op een razenden
+Roland begon te gelijken. "En als hij ook maar het geringste heeft
+meegenomen, dan jaag ik je weg, versta je, jaaààg ik je weg."
+
+"Maar dat bestaat niet!" mompelde de arme concierge, "mijnheer
+Schaunard is niet vertrokken; hij is uitgegaan, om klein geld te
+halen, om mijnheer te betalen, en om een verhuiswagen voor zijn
+meubels te bestellen."
+
+"Zijn meubels weghalen!" riep mijnheer Bernard uit; "gauw wat;
+ik ben er zeker van, dat hij daarmede bezig is; hij heeft je een
+loer gedraaid om je uit je loge te lokken en zijn slag te slaan,
+stommeling, die je bent!"
+
+"Lieve Hemel, stommeling, die ik ben!" riep vader Durand uit, bevend
+voor de Olympische toorn van zijn heer, die hem op de trap meesleepte.
+
+Toen zij op de binnenplaats kwamen, werd de concierge aangesproken
+door den jongen man met den witten hoed.
+
+"Hé daar, conciërge!" riep hij, "wanneer word ik nu eindelijk in
+het bezit van mijn appartementen gesteld? Is het vandaag de 8ste of
+niet? Heb ik hier gehuurd of niet? Heb ik je je Godspenning gegeven
+of niet?"
+
+"Een oogenblik, mijnheer, een oogenblik!" zeide de huisheer, "dan ben
+ik tot uw dienst. Durand," voegde hij eraan toe, zich tot den concierge
+wendende, "ik zal mijnheer zelf wel te woord staan. Vlieg jij naar
+boven, die smeerlap van een Schaunard is natuurlijk teruggekomen,
+om zijn boeltje te pakken; sluit hem op, als je hem snapt, en kom
+dan naar beneden, om de politie te halen."
+
+Vader Durand verdween de trap op.
+
+"Pardon, mijnheer," zeide hij, terwijl hij een buiging maakte, tot
+den jongen man, met wien hij alleen gebleven was; "met wien heb ik
+de eer te spreken?"
+
+"Mijnheer, ik ben uw nieuwe huurder; ik heb in dit huis een kamer op
+de zesde verdieping gehuurd; en het begint me te vervelen, dat die
+kamer nu nog niet leeg is."
+
+"Het spijt mij ook zeer, mijnheer," antwoordde mijnheer Bernard,
+"maar er is een moeilijkheid ontstaan tusschen mij en den huurder,
+voor wien u in de plaats komt."
+
+"Mijnheer, mijnheer!" gilde uit een raam van de hoogste verdieping
+vader Durand; "mijnheer Schaunard is er niet....maar de kamer
+is er.... Stommeling, die ik ben, ik bedoel, dat hij niets heeft
+medegenomen, geen haar, mijnheer."
+
+"Dan is het goed. Kom naar beneden," antwoordde mijnheer Bernard. "Een
+oogenblikje geduld, als het u blieft," ging hij voort, zich tot den
+jongen man richtend. "Mijn concierge zal de voorwerpen, die de kamer
+van mijn insolvabelen huurder versieren, naar den kelder brengen,
+en binnen een half uur zult u de appartementen kunnen betrekken;
+trouwens uw meubels zijn er ook nog niet."
+
+"Pardon, mijnheer," antwoordde de jonge man kalm.
+
+Mijnheer Bernard keek om zich heen, doch zag slechts de groote
+kamerschutten, waarover de concierge ook al zijn hoofd geschud had.
+
+"Wat, pardon .... wat ...." mompelde hij, "maar ik zie niets."
+
+"Daar," antwoordde de jonge man, terwijl hij de bladen der lijsten
+losmaakte en den verbaasden eigenaar een prachtig paleis-intérieur met
+colonnes van jaspis, bas-reliefs en schilderijen van groote meesters
+liet zien.
+
+"Maar uw meubels?" vroeg mijnheer Bernard.
+
+"Daar zijn ze," antwoordde de jonge man, terwijl hij op het luxueuze
+meubilair wees, dat geschilderd was in het paleis, hetwelk hij
+pas gekocht had in het hôtel Bullion [1] op een verkooping van een
+salon-tooneel.
+
+"Mijnheer," antwoordde de huisheer, "ik wil liever aannemen, dat u
+ernstiger meubelen hebt dan deze ...."
+
+"Wat, dit zijn echte Boule-meubelen." [2]
+
+"U begrijpt, dat ik garantie voor mijn huur moet hebben."
+
+"Voor den duivel, maar is een paleis dan geen voldoende garantie voor
+de huur van een dakkamertje?"
+
+"Neen, mijnheer, ik wil meubels, echte meubels van mahoniehout!"
+
+"Helaas, mijnheer, goud noch mahoniehout maken ons gelukkig, heeft een
+oud wijsgeer gezegd. En bovendien ik kan dat soort hout niet uitstaan;
+het is zoo ordinair; iedereen heeft het."
+
+"Dat is allemaal tot uw dienst, mijnheer, maar u heeft dan toch zeker
+wel andere meubels?"
+
+"Neen, dat neemt te veel plaats in in de kamer; wanneer je stoelen
+hebt, weet je niet meer waar je moet gaan zitten."
+
+"Maar u hebt toch zeker een bed! Waar slaapt u op?"
+
+"Ik rust op de Voorzienigheid, mijnheer!"
+
+"Pardon, nog een vraag," zeide mijnheer Bernard, "wat is uw beroep?"
+
+Juist op dat oogenblik kwam de witkiel van den jongen man, van zijn
+tweeden tocht terug, de binnenplaats op. Onder de voorwerpen, die
+hij aan zijn draagzeel droeg, zag Durand een schildersezel.
+
+"O, mijnheer!" riep hij verschrikt uit, terwijl hij den huisheer op
+den ezel wees. "Het is een schilder!"
+
+"Een artist, als ik het niet dacht!" gilde op zijn beurt mijnheer
+Bernard, en de haren van zijn pruik rezen van schrik ten berge;
+"een schilder!!! Maar heb je dan geen informaties genomen naar
+mijnheer?" bulderde hij den concierge toe. "Wist je dan niet, wat
+hij deed?"
+
+"Lieve Hemel," antwoordde de arme kerel, "hij had mij vijf francs
+als goospenning gegeven; dus kon ik niet vermoeden...."
+
+"Wanneer u eindelijk klaar bent," vroeg op zijn beurt de jonge man.
+
+"Mijnheer," viel mijnheer Bernard hem in de rede, terwijl hij zijn
+bril recht op zijn neus zette; "als u geen meubels hebt, kunt gij uw
+kamer niet betrekken. De wet staat toe een huurder, die geen garantie
+meebrengt, te weigeren."
+
+"En mijn woord dan?" vroeg de artist in zijn volle waardigheid.
+
+"Dat is niet zooveel waard als meubels ... u kunt ergens anders een
+kamer zoeken. Durand zal u uw Godspenning teruggeven."
+
+"Wat?" zeide de concierge verschrikt, "die heb ik al naar de spaarbank
+gebracht."
+
+"Maar mijnheer," viel de jonge man hem in de rede, "ik kan maar niet
+zoo direkt een andere kamer vinden. Geef me tenminste gastvrijheid
+voor één dag."
+
+"Ga in een hotel logeeren," antwoordde mijnheer Bernard. "Maar tusschen
+twee haakjes," voegde hij er vlug aan toe, terwijl hem plotseling iets
+in de gedachte viel; "als u dat wilt, dan zou ik u de kamer gemeubeld
+met de meubels van mijn insolventen huurder kunnen geven. Maar zooals
+u weet, moet in zoo'n geval de huur vooruit betaald worden."
+
+"Het is maar de vraag, hoeveel u voor dat krot moet hebben," zeide
+de artist.
+
+"Maar het is heusch een zeer geschikte kamer; in verband met de
+omstandigheden is de huur vijf-en-twintig francs per maand. Maar
+vooruit betalen."
+
+"Dat hebt u al gezegd; en die zin verdient de eer van een bis niet,"
+antwoordde de jonge man, terwijl hij in zijn zakken zocht. "Hebt u
+terug van vijfhonderd francs?"
+
+"Wat?" vroeg de huisheer stom-verbaasd. "U zegt?"
+
+"Nou, de helft van duizend dan. Hebt jullie soms zoo iets nooit
+gezien?" voegde de artist eraan toe, terwijl hij het papier heen
+en weer bewoog voor de oogen van den huisheer en van den concierge,
+die op het gezicht daarvan hun evenwicht schenen te verliezen.
+
+"Ik zal het voor u laten wisselen," antwoordde mijnheer Bernard vol
+eerbied; "er behoeft maar twintig francs af, want Durand zal u de
+Godspenning teruggeven."
+
+"Die mag hij houden," zeide de artist, "op voorwaarde, dat hij mij
+iederen ochtend komt zeggen welke dag en datum het is, den stand van
+de maan, welk weer het is en onder welken regeeringsvorm wij leven."
+
+"Zeker, zeker mijnheer!" riep vader Durand uit, terwijl hij een
+buiging van negentig graden maakte.
+
+"Al goed, kerel, je moet voor mij als almanak spelen. Intusschen moet
+je mijn witkiel even helpen de boel boven te brengen."
+
+"Mijnheer," zeide de huisheer, "ik zal u de quitantie boven laten
+brengen."
+
+Dien avond nog was de nieuwe huurder van mijnheer Bernard, de schilder
+Marcel, geïnstalleerd in de tot een paleis gemetamorphoseerde kamers
+van den voortvluchtigen Schaunard.
+
+Intusschen was gezegde Schaunard bezig te trachten overal in Parijs
+geld los te krijgen.
+
+Schaunard had het leenen tot de hoogte van een kunst verheven. Het
+geval voorziende, waarin hij de vreemdelingen zou moeten aanspreken,
+had hij de manier, om vijf francs te leenen, in alle talen der
+wereld geleerd. Hij had het repertoire der listen, die het edele
+metaal gebruikt om aan hen, die het najagen, te ontsnappen, tot in
+den grond bestudeerd; en beter dan een loods de uren der getijden,
+kende hij de tijdstippen, waarop het bij anderen hoog of laag water
+was, d. w. z. de dagen, waarop zijn vrienden en kennissen gewoonlijk
+geld kregen. Er waren dan ook verschillende huizen, waarin men, als
+hij 's ochtends op bezoek kwam, niet tegen elkaar zeide: "Daar heb je
+mijnheer Schaunard"; maar "Daar heb je den eersten of vijftienden der
+maand." Om dit soort belasting, die hij, wanneer de noodzakelijkheid
+hem ertoe dwong, van de menschen, die de middelen hadden om hem die te
+betalen, ging heffen, wat makkelijker en minder ingewikkeld te maken,
+had Schaunard arrondissementsgewijze een alphabetisch tableau gemaakt,
+waarop de namen van al zijn vrienden en kennissen stonden. Naast
+iederen naam waren genoteerd het maximum der som, die hij in verband
+met hun fortuin kon leenen, de tijdstippen, waarop het bij hen hoog
+water was, benevens het uur der maaltijden met het gewone menu van het
+huis. Behalve dat tableau hield hij er nog een boekhoudinkje op na,
+waarin hij keurig boek hield van de sommen, die hem geleend waren,
+tot de kleinste bedragen toe, want hij wilde zich niet verder bezwaren
+dan tot een zeker cijfer, dat een Normandische oom, van wien hij
+moest erven, nog in de pen had. Zoodra hij aan een persoon twintig
+francs schuldig was, leende hij niet langer en betaalde de som in
+eens terug, ook al moest hij voor die aflossing van hen, aan wie
+hij minder schuldig was, meer leenen. Op die manier had hij altijd
+een zeker crediet, dat hij zijn vlottende schuld noemde; en daar men
+wist, dat hij de gewoonte had het geleende terug te geven, zoodra zijn
+middelen het hem veroorloofden, hielp men hem, als men dat kon, gaarne.
+
+Nu had hij, sedert hij 's ochtends elf uur uitgegaan was om te trachten
+de vijf-en-zeventig francs, die hij noodig had, bijeen te krijgen,
+nog niet meer bij elkaar dan een daalder, dien hij te danken had aan
+de medewerking der letters M., V. en R. van zijn beroemde lijst:
+van de rest van het alphabet, dat evenals hij een termijn huur te
+betalen had, kreeg hij nul op het request.
+
+Om zes uur luidde een hevige honger in zijn maag de etensbel;
+hij was toen juist bij de barrière du Maine, waar de letter
+U. woonde. Schaunard liep binnen bij de letter U., waar hij zijn
+servetring had, als er servetten waren.
+
+"Naar wien wilt u toe?" vroeg de concierge hem in het voorbijgaan.
+
+"Naar mijnheer U ...." antwoordde de artist.
+
+"Die is niet thuis."
+
+"En Mevrouw?"
+
+"Ook niet: zij hebben me gevraagd aan een van hun vrienden, die van
+avond bij hen zou komen, te zeggen, dat zij in de stad zijn gaan
+eten: mocht u de bewuste persoon zijn, dan hebt u hier het adres,"
+en hij overhandigde Schaunard een stukje papier, waarop zijn vriend
+U .... geschreven had:
+
+"Wij zijn bij Schaunard, rue .... No...., gaan eten; kom ons daar
+halen."
+
+"Prachtig!" zeide hij, weggaande; "wanneer het toeval zich er mede
+bemoeit, krijg je dikwijls aardige vaudevilles."
+
+Schaunard herinnerde zich toen, dat er vlak bij een klein herbergje
+was, waar hij een paar maal voor weinig geld goed gegeten had,
+en richtte zijn schreden naar dat etablissement, in de chaussée
+du Maine gelegen en in de Bohème-wereld bekend onder den naam van
+la Mère Cadet. Het was een etenshuis, waarvan de gewone clientèle
+bestond uit de vrachtrijders naar Orleans, zangeressen uit den
+Montparnasse en jonge rollen van het Bobino-theater. [3] Tijdens het
+mooie seizoen komen schilders uit de vele ateliers in de nabijheid van
+den Luxembourg, schrijvers van onuitgegeven boeken en journalisten van
+obscure blaadjes gezamenlijk dineeren bij la Mère Cadet, die bekend
+is voor haar konijnenragouts, haar echte zuurkool en een wit wijntje,
+dat naar vuursteen smaakt.
+
+Schaunard ging onder de bosquets (boschjes) zitten: zoo noemde men
+bij la Mère Cadet het dunne loof van een paar kromgegroeide boomen,
+waarvan het ziekelijke groen onder tegen de zoldering was aangebracht.
+
+"Lieve Hemel, het kan me niet schelen ook," zeide Schaunard tot
+zichzelf, "ik zal me eens lekker te goed doen en een feestmaal
+bestellen."
+
+En zonder er gras over te laten groeien, bestelde hij een soep,
+een halve portie zuurkool en twee halve konijnenragouts: hij had
+n.l. opgemerkt, dat je, wanneer je halve porties bestelde, minstens
+een kwart op het geheel won.
+
+Deze bestelling trok de aandacht van een jonge, in het wit gekleede
+vrouw met oranjebloesem in het haar en balschoenen aan; een imitatie
+van een imitatie-kanten sluier golfde over haar schouders, die beter
+hun incognito hadden kunnen bewaren. Het was een zangeres van het
+théâtre Montparnasse, waarvan de coulissen om zoo te zeggen uitkwamen
+in la Mère Cadet. Gedurende een entre-acte van de Lucia di Lammermoor
+was zij even komen eten; zij besproeide nu met een kleintje koffie een
+maaltijd, die uitsluitend uit een artisjok in olie en azijn bestond.
+
+"Twee konijnenragouts, drommels!" zeide zij zacht tot het meisje,
+dat als kellner dienst deed; "dat is ook een jonge man, die van goed
+eten houdt. Hoeveel krijg je van me, Adèle?"
+
+"Vier sous voor de artisjok, vier voor een kleintje koffie en één
+voor brood. Dat is negen sous."
+
+"Hier," zeide de zangeres, en zij ging weg onder het neuriën van:
+
+
+ Cet amour que Dieu me donne!
+
+
+"Zij haalt de hooge A," zeide toen een mysterieus persoon, die,
+achter een wal van oude boeken verborgen, aan dezelfde tafel als
+Schaunard zat.
+
+"Haalt zij hem?" zeide Schaunard; "ik zou eerder zeggen, dat ze hem
+thuis gelaten heeft. Het is dan ook belachelijk," voegde hij eraan
+toe, terwijl hij met zijn vinger op den schotel wees, waaruit Lucia
+di Lammermoor haar artisjok genuttigd had, "om je fausset in azijn
+in te leggen."
+
+"Het is inderdaad een scherp zuur," begon weer de persoon, die reeds
+gesproken had. "De stad Orleans produceert een soort, die terecht
+een goede reputatie heeft."
+
+Schaunard nam den onbekende, die blijkbaar een gesprek wilde uitlokken,
+aandachtig op. De starre blik uit zijn groote blauwe oogen, die
+steeds iets schenen te zoeken, gaf aan zijn gelaatsuitdrukking het
+karakter van vrome zielerust, die men zoo dikwijls bij seminaristen
+ziet. Zijn gelaat had de kleur van oud, vergeeld ivoor, behalve
+zijn wangen, die met een roodkleurige laag ingesmeerd schenen te
+zijn. Zijn mond leek geteekend te zijn door een eerste-klas leerling,
+dien men tijdens zijn werk tegen zijn elleboog gestooten had. De
+negerachtig opgetrokken lippen lieten tanden zien, die een jachthond
+geen oneer zouden hebben aangedaan, en de twee plooien van zijn kin
+rustten op een witte das, waarvan de eene punt de sterren bedreigde,
+terwijl de andere zich in den grond scheen te willen boren. Uit
+een kalen vilten hoed met wonderlijk breede randen, stroomden zijn
+haren in blonde watervallen. Hij had een notenkleurige pèlerine-jas,
+die tot op de draad afgesleten en zoo ruw als een rasp was. Uit de
+wijdopenstaande zakken van die jas kwamen bundels papier en brochures
+te voorschijn. Zonder zich te bekommeren om de opmerkzaamheid, waarmede
+hij opgenomen werd, nuttigde hij een portie zuurkool met worst, waarbij
+hij telkens een tevreden geknor liet hooren. Onder het eten door las
+hij een boek, dat open voor hem lag, en waarop hij nu en dan met een
+potlood, dat hij achter zijn oor had zitten, aanteekeningen maakte.
+
+"Nou?" riep plotseling Schaunard uit en sloeg daarbij met zijn mes
+tegen zijn glas; "waar blijft mijn konijnenragout?"
+
+"Mijnheer," antwoordde het meisje, dat met een schotel in haar hand
+naar hem toe kwam, "die zijn er niet meer, dit is de laatste, en die
+is al door mijnheer besteld," voegde zij eraan toe, terwijl zij den
+schotel voor den man met de boeken neerzette.
+
+"Verduiveld!" riep Schaunard uit.
+
+Er klonk zooveel melancholieke teleurstelling door in dat
+"Verduiveld!", dat de man met de boeken er door getroffen werd. Hij
+schoof den wal van boeken, die zich tusschen hem en Schaunard verhief,
+op zij en zeide, terwijl hij den schotel tusschen hen in zette,
+op den zachtsten toon, dien hij in zijn stem leggen kon:
+
+"Zou ik het genoegen mogen hebben dit gerecht met u te deelen?"
+
+"Mijnheer," antwoordde Schaunard, "ik zou er u niet gaarne van
+berooven."
+
+"U zult mij dus van het genoegen willen berooven, u een dienst te
+bewijzen."
+
+"Als u het zoo opvat, mijnheer...." En Schaunard schoof zijn bord bij.
+
+"Veroorloof mij u den kop niet aan te bieden," zeide de vreemdeling.
+
+"Daar kan ik niet in komen, mijnheer," riep Schaunard uit.
+
+Maar toen hij zijn bord weer naar zich toe trok, zag hij, dat de
+vreemdeling hem juist dat gedeelte gegeven had, dat hij zeide voor
+zichzelf te willen houden.
+
+"Wat?" bromde Schaunard in zichzelf, "wil hij me met zijn beleefdheid
+er tusschen nemen?"
+
+"Al moge," zeide de vreemdeling, "het hoofd het edelste deel van den
+mensch zijn, van het konijn is het juist het tegenovergestelde. Vandaar
+dan ook, dat er vele menschen zijn, die het niet kunnen uitstaan. Bij
+mij is het juist andersom. Ik aanbid het, om zoo te zeggen."
+
+"Dan spijt het mij dubbel," zeide Schaunard, "dat gij u voor mij
+daarvan beroofd hebt."
+
+"Wat? ... pardon," zeide de boekenman, "ik heb den kop voor mijzelf
+gehouden. Ik heb zelfs de eer gehad u te doen opmerken, dat...."
+
+"Neem me niet kwalijk!" viel Schaunard hem in de rede, terwijl hij
+hem zijn bord onder de neus hield; "maar wat is dat dan voor een stuk?"
+
+"Lieve Hemel! Wat zie ik, o goden? Nog een kop! Het is een bicephaal
+[4] konijn!" riep de vreemdeling uit.
+
+"Bice...." stotterde Schaunard.
+
+".....phaal. Dat komt van het Grieksch. Inderdaad noemt mijnheer
+de Buffon, die altijd manchetten droeg, voorbeelden van die
+eigenaardigheid. Maar werkelijk, ik vind het inderdaad zeer aangenaam,
+zoo'n natuurwonder gegeten te hebben."
+
+Tengevolge van dat incident was het gesprek voor goed aan den
+gang. Schaunard, die in beleefdheid niet achter wilde blijven, bestelde
+een nieuwe flesch. De boekenman liet een tweede aanrukken. Schaunard
+offreerde salade, de man met de boeken toespijzen. Om acht uur stonden
+er zes ledige flesschen op tafel. Al pratende had de openhartigheid,
+die door de plengoffers van den rooden wijn besproeid was, hen ertoe
+gebracht elkaar hun levensloop te vertellen; zij kenden elkander reeds,
+alsof zij samen opgegroeid waren. Na de vertrouwelijke mededeelingen
+van Schaunard aangehoord te hebben, had de boekenman hem verteld,
+dat hij Gustave Colline heette; hij was wijsgeer van beroep en leefde
+van de lessen, die hij gaf in mathematica, scholastica, botanica en
+andere wetenschappen op ica.
+
+Het weinige geld, dat hij met lesgeven verdiende, besteedde Colline
+voor het aankoopen van oude boeken. Zijn notenkleurige pèlerine was een
+goede bekende aan alle boekenstalletjes van den pont de la Concorde tot
+den pont Saint-Michel. Wat hij met al die boeken, waarvan het aantal
+zòò groot was, dat men ze in een menschenleeftijd niet had kunnen
+uitlezen, deed, wist niemand en hij zelf nog het allerminst. Maar die
+manie was bij hem een hartstocht geworden; en wanneer hij 's avonds
+zonder een nieuw oud boek thuis kwam, paste hij het woord van Titus
+op zichzelf toe en zeide: "Ik heb een dag verloren laten gaan!" Zijn
+innemende manieren en zijn wijze van uitdrukken, die een bloemlezing
+van alle stijlen vormde, en de vreeselijke woordspelingen, waarmede
+hij zijn gesprek kruidde, hadden haar uitwerking op Schaunard niet
+gemist, die op staanden voet Colline permissie vroeg zijn naam te mogen
+inlasschen op de beroemde lijst, waarover wij reeds gesproken hebben.
+
+Tamelijk aangeschoten en met den gang van menschen, die pas een
+vertrouwlijk gesprek met wijnflesschen gevoerd hebben, verlieten zij
+tegen negen uur la mère Cadet.
+
+Colline noodigde Schaunard uit met hem een kop koffie te gaan drinken,
+wat deze aannam op voorwaarde dat de pousse-café voor zijn rekening
+was. Zij gingen een café binnen in de rue Saint-Germain-l'Auxerrois,
+dat op zijn uithangbord Momus, den god der Spelen en van het Lachen,
+had.
+
+Toen zij binnenkwamen, was er juist een hevige discussie begonnen
+tusschen twee stamgasten. Een van hen was een jonge man, wiens
+gelaat zoo goed als geheel verloren ging in een zware, veelkleurige
+baard. Als een tegenstelling tot dien overvloed van kinhaar was zijn
+voorhoofd zoo kaal als een biljartbal; een klein groepje haren, die
+zoo weinig talrijk waren, dat men ze zeer makkelijk zou kunnen tellen,
+trachtte vergeefs die kaalheid te verbergen. Hij droeg een zwarte,
+aan de ellebogen glad geschaafde jas, die, wanneer hij zijn armen te
+hoog oplichtte, een paar onder de schouders aangebrachte luchtgaatjes
+liet zien. Zijn broek kon desnoods nog voor zwart doorgaan, maar zijn
+schoenen, die nooit nieuw geweest waren, schenen reeds meermalen aan de
+voeten van den Wandelenden Jood de reis om de wereld gemaakt te hebben.
+
+Schaunard had opgemerkt, dat zijn vriend Colline en de jonge man met
+de groote baard elkaar gegroet hadden.
+
+"Ken je dien mijnheer?" vroeg hij aan den wijsgeer.
+
+"Kennen bepaald niet," antwoordde deze, "maar ik zie hem wel eens in
+de Bibliotheek. Ik geloof, dat het een schrijver is."
+
+"Zijn kleeding wijst er tenminste wel op," antwoordde Schaunard.
+
+De persoon, met wien de jonge man het aan den stok had, was iemand
+van een jaar of veertig, die, zooals uit zijn groot hoofd, dat zonder
+overgang van den hals tusschen zijn beide schouders zat, op te maken
+was, ongetwijfeld aan een beroerte sterven zou. De onnoozelheid was
+in groote letters op zijn laag, met een klein zwart kalotje bedekt
+voorhoofd te lezen. Hij heette mijnheer Mouton en was ambtenaar op de
+mairie van het vierde arrondissement, waar hij de overlijdensregisters
+bijhield.
+
+"Mijnheer Rodolphe!" riep hij met een eunuch-orgaan uit, terwijl
+hij den jongen man, dien hij aan een knoop van zijn jas vasthield,
+heen en weer schudde, "wil ik u mijn meening eens zeggen? Nou, al die
+couranten dienen tot niets. Kijk eens, laten we eens veronderstellen:
+ik ben een huisvader, niet waar? .... goed ... Ik kom hier in het
+café een partij domino spelen. Volg nu goed mijn redeneering."
+
+"Verder, verder!" zeide Rodolphe.
+
+"Welnu," ging vader Mouton voort, terwijl hij iederen zin scandeerde
+met een vuistslag, die de flesschen en glazen op het tafeltje deed
+rinkelen; "welnu, ik kijk de couranten eens in, goed .... Wat zie
+ik? De een zegt wit, de ander zegt zwart, enzoovoort, enzoovoort. Wat
+heb ik daaraan? Ik ben een goed huisvader, die hier komt om ...."
+
+"Zijn partijtje domino te spelen," zeide Rodolphe.
+
+"Iederen avond," ging mijnheer Mouton voort. "Nou, laten we eens
+veronderstellen: Je begrijpt ...."
+
+"Heel goed!" zeide Rodolphe.
+
+"Ik lees een artikel, waar ik het niet mee eens ben. Dat maakt
+me woedend, en ik verbijt me, ziet u, mijnheer Rodolphe, al die
+couranten is leugenpak. Ja, leugenpak!" krijschte hij in de hoogste
+tonen van zijn faussetstem, "en de journalisten zijn bandieten en
+prutsschrijvers."
+
+"Maar toch, mijnheer Mouton ...."
+
+"Ja, bandieten," ging deze voort. "Zij zijn de oorzaak van alle
+ongelukken in de wereld; zij hebben de revolutie en de assignaten
+gemaakt; bewijs: Murat."
+
+"Pardon," viel Rodolphe hem in de rede; "u bedoelt Marat."
+
+"Waarachtig niet, waarachtig niet," ging Mouton voort; "Murat; ik
+heb hem zien begraven, toen ik nog een kleine jongen was ...."
+
+"Maar ik verzeker u ...."
+
+"Ze hebben nog een stuk over hem in het Cirque gegeven ...."
+
+"Ja juist, precies," zeide Rodolphe: "dat is Murat."
+
+"Maar dat zeg ik al een uur lang," riep de stijfkoppige Mouton
+uit. "Murat, die in een kelder werkte, wat? Welnu, laten we eens
+veronderstellen. Hebben de Bourbons geen gelijk gehad om hem te
+guillotineeren, omdat hij hen verraden had?"
+
+"Wien? Geguillotineerd! Verraden! Wat?" riep Rodolphe uit, die nu op
+zijn beurt mijnheer Mouton bij den knoop van zijn jas pakte.
+
+"Wel Marat!"
+
+"O God, neen, neen, mijnheer Mouton, Murat. Laten we elkaar voor den
+donder eindelijk begrijpen!"
+
+"Ja zeker. Murat, een hondsvot. Hij heeft den keizer in 1815
+verraden. Daarom beweerde ik, dat alle couranten één pot nat zijn,"
+ging mijnheer Mouton voort, daarbij op het voornaamste punt van zijn
+rede, die hij een verklaring placht te noemen, terugkomend. "Weet u wat
+ik zou willen, mijnheer Rodolphe? Welnu, laten we eens veronderstellen
+.... Ik zou een goede courant willen ... O, niet groot ... goed,
+en een die geen phrases maakt ... Zoo!"
+
+"U bent veeleischend," viel Rodolphe hem in de rede. "Een courant
+zonder phrasen!"
+
+"Ja, zeker. Let nu goed op!"
+
+"Dat probeer ik!"
+
+"Een courant, die alleen berichten geeft over den gezondheidstoestand
+van den koning en de goederen der aarde. Want wat heb je ten slotte
+aan al die couranten, wanneer je er niets van begrijpt? Laten we
+eens veronderstellen: Ik ben op het stadhuis, niet waar? Ik houd
+mijn registers bij, prachtig! Welnu, het is net als wanneer ze tegen
+me zouden zeggen: "Mijnheer Mouton, u schrijft de sterfgevallen in,
+welnu, doe nu dit eens, doe nu dat eens. Welnu, wat moet dat, wat
+moet dat? Welnu, met de couranten is het precies zoo," eindigde hij
+zijn redeneering.
+
+"Zeer juist!" merkte iemand, die naast hem zat en de uiteenzetting
+begrepen had, op.
+
+En mijnheer Mouton ging, nadat hij de gelukwenschen van eenige
+stamgasten, die het met hem eens waren, in ontvangst genomen had,
+verder met zijn partijtje domino.
+
+"Ik heb hem eens flink op zijn plaats gezet," zeide hij, terwijl hij
+op Rodolphe wees, die aan het tafeltje van Schaunard en Colline was
+gaan zitten.
+
+"Wat een stommeling!" zeide deze tot de twee jonge lui, terwijl hij
+naar den ambtenaar wees.
+
+"Hij heeft dan ook een prachtigen kop met zijn wenkbrauwen als
+rijtuigkappen en zijn kalfsoogen," merkte Schaunard op, terwijl hij
+een prachtig doorgerookten neuswarmer uit zijn zak haalde.
+
+"Bliksems, mijnheer," zeide Rodolphe, "wat een mooie pijp hebt u daar!"
+
+"O, ik heb nog een heel wat mooiere, als ik uit ga," zeide Schaunard
+onverschillig. "Geef me even wat tabak, Colline."
+
+"Lieve Hemel," riep de wijsgeer uit, "mijn tabak is op."
+
+"Sta mij toe u wat aan te bieden," zeide Rodolphe, terwijl hij een
+pakje tabak uit zijn zak haalde en op tafel zette.
+
+Colline meende die beleefdheid met het offreeren van een rondje te
+moeten beantwoorden.
+
+Rodolphe meende niet te kunnen weigeren. Het gesprek kwam op de
+litteratuur. Rodolphe, naar zijn door zijn kleeding reeds verraden
+beroep gevraagd, erkende zijn betrekkingen tot de Muzen en bestelde
+een tweede rondje. Toen de kellner de flesch wilde medenemen,
+vroeg Schaunard hem die maar te laten staan. Hij had in een van
+Colline's zakken het zilveren duo van twee vijffrancstukken hooren
+weerklinken. Rodolphe had weldra het niveau van openhartigheid bereikt,
+waarop de beide vrienden zich reeds bevonden, en deed hun op zijn
+beurt vertrouwelijke mededeelingen.
+
+Zij zouden zeker den nacht in het café hebben doorgebracht, indien
+men hun niet was komen vragen heen te gaan. Zij waren nog geen tien
+pas verder, waarover zij tusschen twee haakjes een kwartier gedaan
+hadden, toen zij door een stortbui overvallen werden. Colline en
+Rodolphe woonden aan de twee tegenovergestelde uiteinden van Parijs,
+de eene in Ile-Saint-Louis, de andere in Montmartre.
+
+Schaunard, die totaal vergeten was, dat hij geen onderdak meer had,
+stelde hun voor naar zijn kamer te gaan.
+
+"Ga met mij mede," zeide hij, "ik woon hier vlak bij; wij zullen den
+nacht doorbrengen met praten over litteratuur en schoone kunsten."
+
+"En dan maak jij muziek en moet Rodolphe ons zijn gedichten
+voordragen," zeide Colline.
+
+"Waarachtig, zeker," voegde Schaunard eraan toe, "we moeten lachen
+en vroolijk zijn, we leven maar eens."
+
+Voor zijn huis gekomen, dat Schaunard slechts met moeite herkende,
+ging hij op een paaltje zitten wachten op Rodolphe en Colline, die bij
+een nog open zijnden wijnhandelaar de eerste elementen van een souper
+waren gaan halen. Toen zij terug waren, klopte Schaunard meermalen
+hard op de deur, want hij herinnerde zich vaag, dat de concierge de
+gewoonte had hem te laten wachten. Eindelijk ging de deur open en vader
+Durand, die in de heerlijkheden van den eersten slaap verzonken was
+en zich niet herinnerde, dat Schaunard zijn huurder niet meer was,
+maakte volstrekt geen tegenwerpingen, toen deze zijn naam door het
+schuifraampje geroepen had.
+
+Toen zij alle drie boven op de trap waren (een even lange als moeilijke
+klimpartij), uitte Schaunard, die voorop liep, een kreet van verbazing,
+toen hij den sleutel in het slot van zijn kamerdeur zag steken.
+
+"Wat is er?" vroeg Rodolphe.
+
+"Ik begrijp er niets van," mompelde hij, "ik vind in het slot den
+sleutel, dien ik vanmorgen medegenomen heb. Enfin, we zullen zien. Ik
+had hem in mijn zak gestoken. Wel, alle duivels, daar heb je hem nog,"
+riep hij uit, terwijl hij den sleutel liet zien.
+
+"Dat is tooverij!"
+
+"Phantasmagorie," zeide Colline.
+
+"Phantasie," voegde Rodolphe eraan toe.
+
+"Maar," ging Schaunard voort, en in zijn stem beefde angst, "hooren
+jullie dat?"
+
+"Wat?"
+
+"Wat?"
+
+"Mijn piano, die uit zichzelf speelt, ut, la mi ré do, la si sol,
+ré. Vervloekte ré, die zal altijd valsch blijven!"
+
+"Maar dan is dat zeker jouw kamer niet," zeide Rodolphe, die Colline,
+op wien hij zwaar leunde, in het oor fluisterde:
+
+"Hij is dronken!"
+
+"Dat geloof ik ook. In de eerste plaats is dat geen piano, maar
+een fluit."
+
+"Maar jij bent ook dronken, mijn waarde," antwoordde de dichter den
+wijsgeer, die op den steenen vloer was gaan zitten. "Het is een viool."
+
+"Een vio ... Ha, ha! Luister eens, Schaunard," stamelde Colline,
+terwijl hij zijn vriend aan zijn beenen trok, "die is goed! Mijnheer
+daar beweert, dat het een vio ...."
+
+"Alle duivels!" riep Schaunard, thans zeer angstig, uit; "mijn piano
+speelt nog altijd, dat is tooverij!"
+
+"Phantasma .... gorie," huilde Colline, terwijl hij een der flesschen,
+die hij in zijn hand had, liet vallen.
+
+"Phantasie," krijschte op zijn beurt Rodolphe.
+
+Midden onder dat lawaai ging plotseling de deur open en zagen zij
+op den drempel iemand verschijnen met een drie-armigen kandelaar,
+waarin rose kaarsen brandden.
+
+"Wat is er van uw dienst, heeren?" vroeg hij, terwijl hij beleefd de
+drie vrienden groette.
+
+"Lieve Hemel, wat heb ik gedaan? Ik heb mij vergist, dit is mijn
+kamer niet," zeide Schaunard.
+
+"Mijnheer," voegden Colline en Rodolphe gezamenlijk eraan toe:
+"wees zoo goed onzen vriend te excuseeren; hij is zoo dronken als
+een ladder."
+
+Plotseling schoot een lichtstraal door het benevelde brein van
+Schaunard; hij had op zijn deur deze met krijt geschreven woorden
+gelezen:
+
+
+ "Ik ben driemaal hier geweest, om mijn Nieuwjaarsgeschenken
+ te halen.
+
+ Phémie."
+
+
+"Waarachtig, maar ik ben wel degelijk thuis!" riep hij uit; "daar heb
+je het visitekaartje, dat Phémie met Nieuwjaar heeft achtergelaten:
+het is dus wel mijn deur."
+
+"Lieve God, mijnheer," zeide Rodolphe; "ik ben er werkelijk confuus
+van."
+
+"Wees overtuigd, mijnheer," voegde Colline eraan toe, "dat ik een
+werkzaam aandeel neem in de confuusheid van mijn vriend."
+
+De jonge man brak in een schaterlach uit.
+
+"Als u even binnen wilt komen," antwoordde hij, "dan zal uw vriend,
+zoodra hij de kamer gezien heeft, zijn dwaling wel erkennen."
+
+"Gaarne."
+
+De dichter en de wijsgeer namen ieder Schaunard bij een arm en brachten
+hem in de kamer, of liever in het paleis van Marcel, dien de lezer
+zeker reeds herkend heeft.
+
+Schaunard keek eenigszins verward om zich heen en mompelde:
+
+"Het is verwonderlijk, hoe veel mooier mijn kamer geworden is."
+
+"Nou, ben je nu overtuigd?" vroeg Colline hem.
+
+Maar Schaunard had zijn piano in het oog gekregen, ging er naar toe
+en begon gamma's te spelen.
+
+"He, luisteren jullie eens," zeide hij, terwijl hij verschillende
+accoorden aansloeg; "Bravo, het dier heeft zijn baas herkend: si la
+sol, fa mi ré! O, bliksemsche ré! Jij verandert ook nooit. Ik zie wel,
+dat het mijn instrument is."
+
+"Hij houdt vol," zeide Colline tot Rodolphe.
+
+"Hij houdt vol," herhaalde Rodolphe tegen Marcel.
+
+"En dat dan," ging Schaunard voort, terwijl hij op den met sterren
+en loovertjes bezaaiden rok, die over een stoel geworpen was, wees,
+"dat is ook zeker mijn ambtsgewaad niet?"
+
+En hij keek Marcel uitdagend aan.
+
+"En dat dan," vervolgde Schaunard en trok het deurwaardersexploot,
+waarvan hierboven sprake was, van den muur.
+
+En hij begon te lezen:
+
+"Dientengevolge zal mijnheer Schaunard gehouden zijn genoemde woning
+te ontruimen en haar in goeden en bewoonbaren staat terug te geven
+den achtsten April vòòr twaalf uur des namiddags. Ten bewijze daarvan
+heb ik hem deze acte ter hand gesteld, waarvan de kosten vijf francs
+bedragen. Nou, ben ik nou mijnheer Schaunard niet, wien de kamer bij
+deurwaardersexploot opgezegd wordt en wien men gezegelde stukken,
+waarvan de kosten vijf francs bedragen, vereert? En dan dat nog,"
+ging hij voort, toen hij zijn pantoffels aan de voeten van Marcel
+zag; "zijn dat niet mijn muiltjes, geschenk van een mij dierbare
+hand? Mijnheer," zoo wendde hij zich nu tot Marcel, "thans is het
+aan u, om uw aanwezigheid in mijn laren en penaten te verklaren."
+
+"Mijne heeren," antwoordde Marcel en hij richtte zich hierbij in
+het bijzonder tot Colline en Rodolphe, "mijnheer," en hij wees op
+Schaunard, "mijnheer is op zijn kamer, ik beken het eerlijk."
+
+"Zoo," riep Schaunard uit, "dat is maar gelukkig ook."
+
+"Maar," vervolgde Marcel, "ook ik ben op mijn kamer."
+
+"Maar mijnheer," viel Rodolphe hem in de rede, "als onze vriend
+toch ...."
+
+"Ja," vervolgde Colline, "als onze vriend ...."
+
+"En als u u van uw kant herinnert, dat ....", voegde Rodolphe eraan
+toe, "hoe komt het dan ...."
+
+"Ja," echode Colline, "hoe komt het dan ...."
+
+"Neem plaats heeren," antwoordde Marcel, "dan zal ik u het mysterie
+ophelderen."
+
+"Wat zoudt u ervan zeggen, als we die opheldering eens
+besproeiden?" waagde Colline op te merken.
+
+"En daarbij familiaar een stukje aten?" voegde Rodolphe eraan toe.
+
+De vier jonge mannen zetten zich aan tafel en openden een hevigen
+aanval op een stuk koud kalfsvleesch, dat de wijnhandelaar hun
+afgestaan had.
+
+Marcel legde toen uit, wat er dien ochtend, toen hij was komen
+verhuizen, tusschen hem en den huisbaas was voorgevallen.
+
+"Derhalve," zeide Rodolphe, "heeft mijnheer volkomen gelijk, wij zijn
+zijn gasten."
+
+"Pardon, u bent hier thuis," antwoordde Marcel beleefd.
+
+Het kostte echter ontzaglijke moeite, om Schaunard aan zijn verstand
+te brengen wat er gebeurd was. Een komisch incident maakte de zaak nog
+ingewikkelder. Schaunard, die in een kast naar God weet wat zocht,
+ontdekte daarin het kleingeld, dat Marcel dien ochtend van zijn
+vijfhonderd francs teruggekregen had.
+
+"Ha," riep hij uit, "ik wist wel, dat mijn vriend, het toeval, mij
+niet in den steek zou laten. Ik herinner me nu, dat ik van morgen
+uitgegaan ben, om hem te zoeken ..... Voor die huurtermijnen, dat is
+waar ook; hij is zeker in mijn afwezigheid hier geweest. Wij hebben
+elkaar misgeloopen, dat is alles. Het is toch maar heel verstandig
+van me geweest den sleutel op de kast te laten."
+
+"Zoete dwaasheid!" mompelde Rodolphe, toen hij zag hoe Schaunard de
+geldstukken in even hooge hoopen opstapelde.
+
+"Droom en bedrog, dat is het leven," voegde de wijsgeer eraan toe.
+
+Marcel lachte.
+
+Een uur later lagen zij alle vier in een diepen slaap.
+
+Den volgenden middag om twaalf uur werden zij wakker; in den beginne
+waren zij niet weinig verwonderd elkaar daar te vinden: Schaunard,
+Colline en Rodolphe schenen elkaar zelfs niet te herkennen en noemden
+elkaar mijnheer. Marcel moest er hen aan herinneren, dat zij den
+vorigen avond met elkaar bij hem gekomen waren.
+
+Op dat oogenblik kwam Durand in de kamer.
+
+"Mijnheer," zeide hij tot Marcel, "het is vandaag de negende
+April achttien honderd en veertig ... het is modderig op straat,
+en Z. M. Louis-Philippe is nog steeds koning van Frankrijk en
+Navarre. Lieve Hemel," riep vader Durand uit, toen hij zijn ouden
+huurder zag, "daar heb je mijnheer Schaunard. Hoe bent u hier gekomen?"
+
+"Per telegraaf," antwoordde Schaunard.
+
+"Hoor hem eens aan," zeide de concierge, "u bent nog de oude
+grappenmaker!"
+
+"Durand," zeide Marcel, "ik houd er niet van, dat de livrei zich in
+mijn gesprekken mengt; je gaat naar het dichtstbijzijnde restaurant
+en laat een dejeuner voor vier personen boven brengen. Hier heb je de
+spijskaart," voegde hij eraan toe, terwijl hij hem een stukje papier
+met het menu erop gaf. "En een beetje vlug."
+
+"Heeren," ging Marcel voort, "u hebt mij gisteren avond een souper
+aangeboden, laat mij u nu hedenmorgen een dejeuner aanbieden, niet
+bij mij, maar bij u," voegde hij eraan toe, terwijl hij Schaunard
+zijn hand toestak.
+
+Na afloop van het dejeuner vroeg Rodolphe het woord.
+
+"Heeren," zeide hij, "staat mij toe, dat ik u verlaat ...."
+
+"O neen," zeide Schaunard op sentimenteelen toon, "laten we elkaar
+niet meer verlaten."
+
+"Dat is zoo," merkte Colline op; "je bent hier erg op je gemak."
+
+"U een oogenblik verlaat," ging Rodolphe voort, "morgen verschijnt de
+Echarpe d'Iris [5], een mode-tijdschrift, waarvan ik hoofdredacteur
+ben, en ik moet de drukproeven nog corrigeeren. Binnen een uur ben
+ik terug."
+
+"Alle duivels," zeide Colline; "dat brengt mij op de gedachte, dat ik
+les moet geven aan een Indischen prins, die naar Parijs gekomen is,
+om Arabisch te leeren."
+
+"Geef die les morgen," zeide Marcel.
+
+"Neen, dat gaat niet," antwoordde de wijsgeer: "de prins zou mij
+vandaag betalen. En bovendien moet ik eerlijk bekennen, dat deze
+schoone dag voor mij bedorven zou zijn, indien ik niet even langs de
+boekenstalletjes loop."
+
+"Maar je komt toch terug?" vroeg Schaunard.
+
+"Met de snelheid van een met zekere hand afgeschoten pijl," antwoordde
+de wijsgeer, die van excentrieke beeldspraak hield.
+
+En hij ging met Rodolphe weg.
+
+"Maar," zeide Schaunard, toen hij met Marcel alleen gebleven was,
+"indien ik, in plaats van me hier te koesteren op het kussen van het
+dolce far niente, wat goud ging zoeken om de begeerigheid van mijnheer
+Bernard te stillen?"
+
+"Maar," zeide Marcel ongerust; "wil je dan nog steeds verhuizen?"
+
+"Lieve God, ik moet wel," antwoordde Schaunard, "ik heb immers een
+exploot, waarvan de kosten vijf francs zijn, gekregen."
+
+"Maar," vervolgde Marcel, "als je verhuist, dan neem je zeker je
+meubels mee?"
+
+"Ja, dat is mijn bedoeling, ik laat hier geen haar achter, zooals
+mijnheer Bernard zegt."
+
+"Duivels, dat zal me leelijk in verlegenheid brengen, want ik heb je
+kamers gemeubileerd gehuurd."
+
+"Waarachtig, dat is waar ook," zeide Schaunard. "Maar," voegde hij er
+melancholiek aan toe, "er is geen enkele aanwijzing, dat ik vandaag
+of morgen of wanneer ook mijn vijf-en-zeventig francs zal vinden."
+
+"Maar wacht even," riep Marcel uit, "ik heb een idee."
+
+"Laat hooren," zeide Schaunard.
+
+"De zaak staat zoo: wettelijk behoort de woning aan mij, omdat ik
+een maand vooruit betaald heb."
+
+"De woning, ja; maar als ik betaal, neem ik de meubelen wettelijk mede;
+en als het mogelijk was, zou ik ze zelfs onwettelijk medenemen."
+
+"Zoodat," zeide Marcel, "jij de meubels en geen woning, en ik een
+woning en geen meubels heb."
+
+"Dat klopt," zeide Schaunard.
+
+"Maar mij bevalt de woning uitstekend."
+
+"En mij," merkte Schaunard op, "mij beviel ze nooit meer."
+
+"Wat zeg je?"
+
+"Nooit .... meer. Ik weet heel goed, wat ik zeg."
+
+"Welnu, dan kunnen we het op een accoordje gooien," meende Marcel;
+"blijf bij me, ik lever de woning en jij levert de meubelen."
+
+"En de huur?" vroeg Schaunard.
+
+"Daar ik nu geld heb, betaal ik ditmaal; den volgenden keer is het
+jouw beurt. Denk er eens over na."
+
+"Ik denk nooit na, vooral niet om een voorstel aan te nemen, dat
+in mijn geest valt; ik neem het zonder bedenken aan. Bovendien zijn
+schilder- en dichtkunst zusters."
+
+"Schoonzusters," vond Marcel.
+
+Op dat oogenblik kwamen Colline en Rodolphe, die elkaar op straat
+ontmoet hadden, terug.
+
+Marcel en Schaunard stelden hen van hun vennootschap in kennis.
+
+"Heeren," riep Rodolphe uit, terwijl hij het in zijn broekzak liet
+rinkelen, "ik offreer het gezelschap een diner."
+
+"Dat was juist mijn plan ook," zeide Colline, terwijl hij uit
+zijn zak een goudstuk haalde, dat hij als een monocle naar
+zijn oog bracht. "Mijn prins heeft mij dat gegeven voor een
+Hindostansch-Arabische grammatica, die ik zooeven voor zes stuivers
+gekocht heb."
+
+"En ik," zeide Rodolphe, "heb mij door den kassier van de Echarpe
+d'Iris een voorschot laten geven van dertig francs, onder voorgeven,
+dat ik mij moest laten inenten."
+
+"Het is vandaag dus Heiligendag," zeide Schaunard; "ik alleen heb
+niets gekregen, dat is toch vernederend."
+
+"Intusschen," viel Rodolphe hem in de rede, "handhaaf ik mijn
+uitnoodiging voor een diner."
+
+"En ik ook," zeide Colline.
+
+"Nou," zeide Rodolphe, "dan zullen we opgooien, wie betalen zal."
+
+"Neen," riep Schaunard uit, "ik weet wat beters, om jullie uit die
+moeilijkheid te helpen, heel wat beters."
+
+"En dat is?"
+
+"Rodolphe betaalt het diner, en Colline geeft een souper."
+
+"Een Salomo-oordeel," riep de wijsgeer uit.
+
+"Dan zal het vandaag nog erger toegaan dan op de bruiloft van Camacho,"
+[6] meende Marcel.
+
+Het diner had plaats in een provençaalsch restaurant in de rue
+Dauphine, dat bekend was door zijn litteraire kellners en zijn
+ayoli-gerechten. Daar zij nog een plaatsje over moesten houden voor
+het souper, dronken en aten zij matig. De den vorigen avond tusschen
+Colline en Schaunard, en later met Marcel aangeknoopte kennismaking
+werd nu intiemer; de vier jonge mannen heschen de vlag van hun
+kunstinzichten, en alle vier erkenden, dat zij met denzelfden moed en
+dezelfde verwachtingen bezield waren. Al pratende en debatteerende,
+bemerkten zij, dat zij gemeenschappelijke sympathieën hadden,
+dat zij allen dien zin voor en die behendigheid hadden in geestige
+schermutselingen, welke opvroolijken, zonder te kwetsen; dat alle mooie
+deugden der jeugd leefden in hun harten, die door het zien of hooren
+van iets moois makkelijk in geestdrift waren te brengen. Alle vier,
+van hetzelfde punt uitgegaan, om hetzelfde doel te bereiken, waren
+van oordeel, dat iets anders dan het banale spel van het toeval hen
+had samengebracht, en dat misschien de Voorzienigheid, de natuurlijke
+beschermster der verlatenen, hen zoo samenvoerde en hun heel zacht
+het woord van het Evangelie influisterde, dat eigenlijk de eenige
+wet voor de geheele menschheid moest zijn: "Helpt elkander en hebt
+elkander lief!"
+
+Tegen het einde van het diner, dat een eenigszins ernstig karakter
+had aangenomen, stond Rodolphe op, om een toast uit te brengen op
+de toekomst; Colline antwoordde met een kleine toespraak, die aan
+geen enkel boek ontleend en vrij van alle oratorische wendingen was,
+maar heel eenvoudig de simpele taal der natuur sprak, die zoo goed
+doet begrijpen wat zoo slecht gezegd wordt.
+
+"De philosoof lijkt wel niet wijs!" mompelde Schaunard, over zijn
+glas gebogen; "nu dwingt hij me water in mijn wijn te doen."
+
+Na het diner gingen ze een pousse-café drinken in Momus, waar zij den
+vorigen dag den avond ook reeds hadden doorgebracht. Van dien dag af
+was het daar voor de overige gasten niet meer uit te houden.
+
+Na de koffie en de daarbij behoorenden likeuren ging de nu voor
+goed opgerichte bohème-clan terug naar de kamer van Marcel, die
+voortaan den naam Elysée Schaunard droeg. Terwijl Colline het door
+hem beloofde souper ging bestellen, haalden de anderen voetzoekers,
+vuurpijlen en andere stukken vuurwerk; en voor zij aan tafel gingen,
+staken zij uit een der vensters een prachtig vuurwerk af, dat het
+heele huis op stelten zette en gedurende hetwelk de vier vrienden
+uit volle borst zongen:
+
+"Célébrons, célébrons, célébrons ce beau jour!"
+
+Den volgenden ochtend vonden zij elkaar weer terug, doch ditmaal
+zonder zich erover te verwonderen. Voor zij ieder weer tot hun werk
+terugkeerden, gingen ze gezamenlijk eenvoudig dejeuneeren in Momus,
+waar ze afspraken des avonds weer te zullen bijeenkomen en waar men
+hen gedurende langen tijd dagelijks weer zag verschijnen.
+
+Dit zijn de hoofdpersonen, die men zal ontmoeten in de kleine verhalen,
+waaruit dit boek bestaat, dat volstrekt geen roman is en geen andere
+pretentie heeft dan die door zijn titel aangegeven; want de tooneelen
+uit het Parijsche kunstenaars-leven zijn inderdaad niets anders dan
+zedenstudiën, waarvan de helden behooren tot een tot dusver verkeerd
+beoordeelde klasse, wier grootste gebrek een beetje losbandigheid is,
+en die nog als excuus kunnen aanvoeren, dat die losbandigheid een
+noodzakelijkheid is, welke het leven hun oplegt.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+EEN GEZANT DER VOORZIENIGHEID.
+
+
+Schaunard en Marcel, die reeds van den vroegen ochtend af dapper aan
+het werk waren, hielden plotseling op.
+
+"Alle duivels, wat heb ik een honger!" zeide Schaunard; en hij voegde
+er langs zijn neus weg aan toe: "Wordt er vandaag niet gedejeuneerd?"
+
+Marcel scheen over die meer dan ooit ongelegen komende vraag zeer
+verbaasd:
+
+"Sedert wanneer wordt er twee dagen achter elkaar gedejeuneerd?" zeide
+hij. "Het was gisteren Donderdag."
+
+En, om zijn antwoord als het ware meer kracht bij te zetten, wees
+hij met zijn schilderstokje op het gebod der Kerk.
+
+
+ "Vendredi chair ne mangeras,
+ Ni autre chose pareillement."
+
+
+Schaunard kon geen antwoord vinden en begon weer te werken aan zijn
+schilderij, dat een vlakte voorstelde met een rooden en een blauwen
+boom, die elkaar een hand- of liever takdruk gaven. Een zeer duidelijke
+en inderdaad ook zeer philosophische toespeling op de heerlijkheden
+der vriendschap.
+
+Op dat oogenblik klopte de concierge aan de deur. Hij bracht een
+brief voor Marcel.
+
+"Drie sous," zeide hij.
+
+"Heusch?" antwoordde de kunstenaar. "Die mag je houden."
+
+En hij sloeg de deur voor zijn neus dicht.
+
+Marcel verbrak het zegel en las. Bij de eerste woorden reeds begon
+hij te springen als een acrobaat en hief luidkeels het volgende lied,
+dat bij hem de hoogste graad van verrukking was, aan:
+
+
+ "Y'avait quat' jeunes gens du quartier
+ Ils étaient tous les quatre malades;
+ On les a m'nés à l'Hôtel-Dieu
+ Eu! eu! eu! eu!"
+
+
+"Prachtig," zeide Schaunard en vervolgde:
+
+
+ "On les a mis dans un grand lit,
+ Deux à la tête et deux au pied.
+
+
+"Dat kennen we al."
+
+Marcel ging door:
+
+
+ "Ils virent arriver un' petit' soeur,
+ Eur! eur! eur! eur!"
+
+
+"Als je niet oogenblikkelijk ophoudt," zeide Schaunard, die reeds
+symptomen van hersenverweeking begon te voelen, "dan ga ik het
+allegro van mijn symphonie over den Invloed van het Blauw in de
+Kunsten spelen."
+
+En hij stapte reeds naar zijn piano.
+
+Dit dreigement werkte als een droppel koud water, die in een borrelende
+vloeibare massa valt.
+
+Marcel kalmeerde als door een tooverslag.
+
+"Hier!" zeide hij, terwijl hij den brief aan zijn vriend gaf; "lees!"
+
+Het was een uitnoodiging voor een diner van een député, een verlicht
+beschermer der kunsten in het algemeen en in het bijzonder van Marcel,
+die een schilderij van zijn landhuis gemaakt had.
+
+"Dat is voor vandaag," zeide Schaunard; "jammer, dat het geen
+invitatie voor twee personen is. Maar daar bedenk ik me, dat jouw
+député ministerieel gezind is; je kan, je mag die uitnoodiging niet
+aannemen: je principes verbieden je brood te eten, dat gedrenkt is
+in het zweet van het volk."
+
+"Ba!" zeide Marcel, "mijn député behoort tot de linkerzijde van het
+centrum; hij heeft pas nog tegen de regeering gestemd. Bovendien zal
+hij wel een opdracht voor me hebben, en hij heeft me beloofd mij in
+andere kringen te introduceeren. En al is het ook vandaag honderd
+maal Vrijdag, ik heb een honger als Ugolino in zijn toren; ik wil
+vandaag dineeren en daarmede basta!"
+
+"Er zijn nog andere hinderpalen," ging Schaunard voort, die zijn
+jaloerschheid op het fortuintje, dat zijn vriend ten deel viel,
+niet bedwingen kon. "Je kunt toch niet zoo in je roode trui en met
+je sjouwerspet op gaan dineeren."
+
+"Ik zal van Rodolphe of Colline een pak leenen."
+
+"Jeugdige dwaas! Ben je vergeten, dat wij den twintigsten van de
+maand voorbij zijn en dat om dezen tijd de kleeren van die heeren
+bij oom Jan logeeren?"
+
+"Maar ik zal toch vòòr vijf uur wel een zwart pak vinden," zeide
+Marcel.
+
+"Ik heb drie weken noodig gehad, om er een te vinden, toen ik naar
+de bruiloft van mijn neef moest--en dat was toch in het begin van
+Januari."
+
+"Nou dan ga ik zoo!" antwoordde Marcel, terwijl hij met groote passen
+de kamer op en en neer liep. "Van mij zal niet gezegd worden, dat
+een armzalige quaestie van etiquette mij heeft weerhouden den eersten
+stap in de wereld te doen."
+
+"O ja, dat is waar ook!" viel Schaunard, die het blijkbaar pleizierig
+vond zijn vriend te plagen; "hoe staat het met je schoenen?"
+
+Marcel ging in een toestand van niet te beschrijven opwinding weg. Na
+verloop van twee uur kwam hij terug met een boord.
+
+"Dat is alles wat ik heb kunnen vinden," zeide hij met een
+deerniswaardig gezicht.
+
+"Daarvoor hadt je waarachtig niet zoo behoeven rond te loopen,"
+antwoordde Schaunard; "we hebben hier papier genoeg, om er een dozijn
+te maken."
+
+"Maar alle duivels!" riep Marcel uit en rukte daarbij de haren uit
+zijn hoofd; "we moeten hier toch kleeren hebben."
+
+En in alle hoekjes en gaatjes der beide kamers begon hij een nauwgezet
+onderzoek.
+
+Na een uur zoekens had hij het volgende costuum bij elkaar:
+
+Een geruite broek.
+
+Een grijze hoed.
+
+Een roode das.
+
+Een eertijds witte handschoen.
+
+Een zwarte handschoen.
+
+"Daar zijn in geval van nood ten minste twee zwarte handschoenen uit
+te maken," zeide Schaunard. "Maar wanneer je aangekleed bent, zal je er
+uitzien als het zonnespectrum. Doch dat is minder--je bent schilder."
+
+Intusschen paste Marcel de schoenen.
+
+O ramp! Ze waren beide van denzelfden voet.
+
+Daar zag de wanhopige kunstenaar in een hoek een ouden schoen,
+waarin ze gewoonlijk hun leege verfblazen gooiden. Hij maakte er zich
+meester van.
+
+"Van kwaad tot erger," zeide zijn ironische makker: "de een is puntig
+en de ander breed van voren."
+
+"Dat zie je niet; ik zal ze lakken."
+
+"Dat is een idée! Nu ontbreekt je alleen nog de onontbeerlijke rok."
+
+"O," zeide Marcel, terwijl hij zich van woede in zijn vuisten beet
+"ik zou tien jaar van mijn leven en mijn rechterhand geven, als ik
+er een had."
+
+Op dit oogenblik hoorden zij opnieuw op de deur kloppen. Marcel ging
+open doen.
+
+"Mijnheer Schaunard?" zeide een vreemdeling, die op den drempel
+bleef staan.
+
+"Dat ben ik," antwoordde de schilder en verzocht hem binnen te komen.
+
+"Mijnheer," zeide de onbekende, die een van die trouwhartige gezichten
+had, welke den provinciaal kenmerken, "mijn neef heeft me verteld,
+dat u zoo mooi portretten kunt schilderen; en daar ik op het punt sta
+een reis naar de koloniën te maken, als gedelegeerde der raffinadeurs
+van Nantes, zou ik gaarne een souvenir van mij aan mijn familie
+achterlaten. Daarom ben ik naar u toe gekomen."
+
+"O, heilige Voorzienigheid!" ... mompelde Schaunard. "Marcel, geef
+een stoel aan mijnheer...."
+
+"Blancheron," vulde de vreemdeling aan; "Blancheron uit Nantes,
+afgevaardigde van de suikerindustrie, oud-burgemeester van V....,
+kapitein van de garde nationale, en schrijver van een brochure over
+de suikerquaestie."
+
+"Ik voel mij zeer vereerd, dat ik door u gekozen ben," zeide de
+artist, terwijl hij een buiging maakte voor den gedelegeerde der
+raffinadeurs. "En hoe wenscht u uw portret te hebben?"
+
+"Een miniature, zooals dit," antwoordde mijnheer Blancheron, terwijl
+hij op een portret in olieverf wees; want, zooals voor zoovele anderen,
+is voor den gedelegeerde alles, wat geen verf op huizen is, miniatuur:
+zij kennen geen middenweg.
+
+Dit naïeve antwoord deed Schaunard dadelijk begrijpen met wien hij
+te doen had, vooral toen de vreemdeling er nog aan toevoegde, dat
+hij gaarne zijn portret in fijne kleuren geschilderd wilde hebben.
+
+"Ik gebruik nooit andere," zeide Schaunard. "En in welke grootte wilt
+u uw portret?"
+
+"Zoo groot ongeveer," antwoordde mijnheer Blancheron, op een doek
+van twintig francs wijzend. "Wat is de prijs daarvan?"
+
+"Vijftig tot zestig francs; vijftig zonder handen en zestig met."
+
+"Drommels, mijn neef sprak van dertig francs."
+
+"Dat hangt af van het seizoen," zeide de schilder; "in sommige tijden
+zijn de kleuren veel duurder."
+
+"Zoo, dat is dus net als met den suiker."
+
+"Precies eender."
+
+"Nou, voor vijftig francs dan," zeide mijnheer Blancheron.
+
+"Dat zou ik u niet aanraden; voor tien francs meer schilder ik u met
+uw suiker-brochure in uw handen, dat zal meer effect maken."
+
+"Waarachtig, u hebt gelijk!"
+
+"Lieve Hemel," zeide Schaunard in zichzelf; "als hij zoo doorgaat, dan
+barst ik nog los en gooi ik hem een van mijn stukken naar zijn hoofd."
+
+"Heb je gezien?" fluisterde Marcel hem in.
+
+"Wat?"
+
+"Hij heeft een rok."
+
+"Ik snap je en ik zal je helpen. Laat mij maar begaan."
+
+"Welnu, mijnheer," zeide de gedelegeerde, "wanneer zullen we
+beginnen? We moeten niet te lang wachten, want ik vertrek eerstdaags."
+
+"Ik moet zelf een klein reisje maken; overmorgen verlaat ik Parijs. Als
+u het dus goed vindt, zullen we maar dadelijk beginnen. Een flinke
+séance zal de zaak zeer bespoedigen."
+
+"Maar het zal zoo dadelijk donker zijn, en u kunt toch niet bij
+kunstlicht schilderen," zeide mijnheer Blancheron.
+
+"Mijn atelier is zòò ingericht, dat ik er op ieder uur van den dag
+kan werken..." viel de schilder hem in de rede. "Als u uw rok wilt
+uittrekken en de pose aannemen, zullen we beginnen."
+
+"Mijn rok uittrekken? Waarom?"
+
+"Hebt u niet gezegd, dat het een portret voor uw familie moet zijn?"
+
+"Zeker."
+
+"Dan moet u ook in een kamerjapon geschilderd worden. Dat is trouwens
+gewoonte ook."
+
+"Maar ik heb geen kamerjapon bij me."
+
+"Ik heb er een. Ik ben voor zulke gevallen ingericht," zeide Schaunard
+en gaf zijn model een oud met verfvlekken overladen vod, dat den
+eerzamen provinciaal op het eerste gezicht deed aarzelen.
+
+"Dat is al een heel raar kleedingstuk," zeide hij.
+
+"En heel kostbaar," antwoordde de schilder. "Indertijd heeft een
+Turksch vizier het cadeau gegeven aan Horace Vernet, die het weer
+aan mij vermaakt heeft. Ik ben zijn leerling."
+
+"Bent u een leerling van Vernet?" vroeg Blancheron.
+
+"Ja, mijnheer, en daar ben ik trotsch op.--Schande," mompelde hij in
+zichzelf, "ik verloochen mijn goden."
+
+"Daar hebt u dan ook reden voor, jonge man," antwoordde de
+gedelegeerde, terwijl hij de kamerjapon van zoo voorname afkomst
+aantrok.
+
+"Hang den rok van mijnheer aan den porte-manteau," zeide Schaunard
+met een beteekenisvollen blik tot zijn vriend.
+
+"Zeg eens," mompelde Marcel, terwijl hij zich op zijn prooi wierp en
+heimelijk naar Blancheron wees "hij ziet er prachtig uit zoo! Als je
+hem zoo eens schilderen kon!"
+
+"Ik zal het probeeren! Maar dat is van minder belang, kleed je gauw aan
+en maak, dat je weg komt, maar zorg, dat je om tien uur terug bent;
+ik zal hem wel tot zoo lang aan de praat houden. Maar vòòr alles,
+vergeet niet iets voor me mede te brengen."
+
+"Ik zal een ananas voor je meebrengen," antwoordde Marcel en maakte,
+dat hij weg kwam.
+
+Hij kleedde zich in vliegenden haast. De rok paste hem, alsof hij hem
+aangemeten was. Dan ging hij door de tweede deur van het atelier weg.
+
+Schaunard was intusschen met werken begonnen. Toen het heelemaal
+donker geworden was, hoorde mijnheer Blancheron het zes uur slaan en
+bedacht zich, dat hij nog niet gedineerd had. Hij vertelde dat aan
+den schilder.
+
+"Ik verkeer in hetzelfde geval, maar om u ter wille te zijn, zal ik
+mij daarvan vanavond maar speenen," zeide Schaunard; "wel had ik voor
+vanavond een invitatie in den faubourg Saint-Germain, maar we kunnen
+het werk nu niet afbreken, dat zou schade doen aan de gelijkenis."
+
+En hij begon weer te werken.
+
+"Maar," zeide hij plotseling, "we zouden kunnen dineeren, zonder dat
+we ons werk onderbreken. Er is hier vlak bij een uitstekend restaurant,
+vanwaar ze ons alles, wat we willen, kunnen brengen."
+
+En Schaunard wachtte met spanning de uitwerking van zijn trio
+meervouden af.
+
+"Ik ben het volkomen met u eens," zeide mijnheer Blancheron, "en het
+zal mij aangenaam zijn, indien u mij de eer wilt aandoen aan tafel
+mijn gast te zijn."
+
+Schaunard maakte een buiging.
+
+"Waarachtig," zeide hij tot zichzelf, "het is een brave kerel, een
+ware gezant der Voorzienigheid. Wilt u het menu maar opmaken?" vroeg
+hij aan zijn amphytrion. [7]
+
+"Het zal mij aangenaam zijn, indien u zich daarmede belasten wilt,"
+antwoordde deze beleefd.
+
+"Dat zal je berouwen," zong de schilder, die vliegensvlug de trap
+afstormde.
+
+Hij ging het restaurant binnen, liep naar de toonbank en stelde
+een menu samen, dat den Vatel [8] in den winkel bij het lezen bleek
+deed worden.
+
+"En goede Bordeaux."
+
+"Wie betaalt dat?"
+
+"Ik waarschijnlijk niet," zeide Schaunard; "maar een oom van me, een
+lekkerbek en fijnproever, dien u boven bij me zult zien. Zet dus je
+beste beentje voor en zorg, dat we binnen een half uur kunnen eten
+en denk erom, op echt porcelein."
+
+
+
+Om acht uur voelde mijnheer Blancheron reeds behoefte aan de borst van
+een vriend zijn denkbeelden over de suikerindustrie uit te storten,
+en declameerde hij voor Schaunard de brochure, die hij geschreven had.
+
+Deze begeleidde hem op den piano.
+
+Om tien uur dansten mijnheer Blancheron en zijn vriend een galop en
+tutoyeerden elkaar.
+
+Om elf uur zwoeren zij elkaar eeuwige trouw en maakten een testament,
+waarin zij elkaar wederkeerig hun fortuin nalieten.
+
+Om twaalf uur kwam Marcel thuis en vond ze in elkanders armen. Ze
+zwommen in tranen. Er stond al een halve duim water in het
+atelier. Marcel stootte zich tegen de tafel en zag de schitterende
+overblijfselen van het heerlijke festijn. Hij onderzocht de
+flesschen--zij waren totaal leeg.
+
+Hij wilde Schaunard wakker maken, maar deze dreigde hem te zullen
+vermoorden, als hij hem Mijnheer Blancheron, dien hij als hoofdkussen
+gebruikte, wilde ontrooven.
+
+"Ondankbare!" zeide Marcel, terwijl hij uit zijn rokzak een handvol
+noten te voorschijn haalde. "Mij vermoorden, mij, die een diner voor
+hem meegebracht heb."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+DE LIEFDE IN DEN VASTENTIJD.
+
+
+Op een avond in den vastentijd kwam Rodolphe al vroeg thuis met het
+vaste plan om te gaan werken. Doch nauwlijks had hij zich aan tafel
+gezet en zijn pen in den inktkoker gedoopt, toen zijn aandacht door
+een zonderling geluid getrokken werd; en toen hij luisterde aan het
+indiscrete beschot, dat hem van de kamer ernaast scheidde, hoorde
+hij heel duidelijk een regelmatigen dialoog van kussen en andere
+amoureuse klanknabootsingen.
+
+"Drommels!" dacht Rodolphe, terwijl hij op de pendule keek, "het is nog
+niet laat ... en mijn buurvrouw is een Julia, die haar Romeo gewoonlijk
+nog lang na het zingen van de leeuwerik bij zich houdt. Ik zal vannacht
+niet kunnen werken." En hij zette zijn hoed op en ging uit.
+
+Toen hij zijn sleutel in de portiersloge wilde leggen, vond hij de
+vrouw van den concierge in de armen van een galant. De arme vrouw
+was er zoo verschrikt door, dat er meer dan vijf minuten verliepen,
+voordat zij kon opentrekken.
+
+"Ha!" dacht Rodolphe, "er zijn dus oogenblikken, waarop de portiersters
+weer vrouwen worden."
+
+Toen hij de huisdeur opende, vond hij in den hoek een dragonder
+en een keukenmeid in een avondmantel staan, die elkaar bij de hand
+vasthielden en het geld der liefde wisselden.
+
+"Alle duivels!" zeide Rodolphe met een toespeling op den krijgsman
+en zijn robuste vriendin, "dat zijn een paar ketters, die er niet
+aan denken, dat wij in de vasten zijn."
+
+En hij ging de straat op naar een van zijn vrienden, die in de
+buurt woonde.
+
+"Als Marcel thuis is," zeide hij tot zichzelf, "dan kunnen we den
+avond doorbrengen met eens lekker Colline over den hekel te halen. Je
+moet toch wat doen ...."
+
+Op zijn krachtig kloppen werd de deur op een kiertje open gemaakt en
+vertoonde zich daarin een jonge man met alleen een monocle op en een
+hemd aan.
+
+"Ik kan je vandaag niet ontvangen," zeide hij tegen Rodolphe.
+
+"Waarom niet?" vroeg deze.
+
+"Hier!" zeide Marcel en hij wees op een vrouwehoofd, dat achter een
+bedgordijn te voorschijn kwam; "hier heb je mijn antwoord!"
+
+"Zij is niet mooi!" antwoordde Rodolphe, toen de deur voor zijn
+neus gesloten was. "Maar wat nu?" zeide hij, toen hij weer op straat
+was. "Als ik eens naar Colline ging? Dan zouden we eens lekker over
+Marcel kunnen kletsen."
+
+Toen hij de gewoonlijk donkere en weinig drukke rue de l'Ouest
+doorging, zag hij plotseling een schaduw, die melancholiek heen en
+weer liep en binnensmonds verzen scheen te reciteeren.
+
+"He, he," zeide Rodolphe; "welk sonnet loopt daar zoo te
+blauwbekken? Lieve Hemel, het is Colline."
+
+"He, Rodolphe! Waar is de reis naar toe?"
+
+"Naar jou."
+
+"Daar zal je me niet vinden."
+
+"Wat doe je hier?"
+
+"Ik wacht."
+
+"En waar wacht je op?"
+
+"Ach!" zeide Colline met spottende hoogdravendheid, "waarop kan je
+wachten, wanneer je twintig bent, de hemel van sterren fonkelt en
+liederen door de lucht weerklinken?"
+
+"Spreek toch in proza."
+
+"Ik wacht op een vrouw."
+
+"Bonsoir," zeide Rodolphe, die in zichzelf pratend verder
+ging. "Bliksems! Is het dan vandaag St. Cupido en zou ik geen stap
+kunnen verzetten zonder op verliefden te stooten? Het is onzedelijk,
+schandelijk. Waarom doet de politie er niets aan?"
+
+Daar de Luxembourg nog open was, ging Rodolphe dien binnen, om zijn
+weg te bekorten. In de verlaten lanen zag hij dikwijls, als verschrikt
+door zijn passen, geheimzinnig elkaar omvattende paren voor zich uit
+vluchten, die, zooals een dichter gezongen heeft, de dubbele wellust
+der stilte en der schaduw zoeken.
+
+"Net een avond, die uit een roman overgeschreven is," zeide hij tot
+zichzelf. En toch ging hij, zijns ondanks door een smachtende bekoring
+bevangen, op een bank zitten en keek sentimenteel naar de maan.
+
+Na eenigen tijd was hij geheel door een hallucinatiekoorts
+bevangen. Het was, alsof de marmeren goden en heroën, die den tuin
+bevolken, van hun voetstukken afdaalden, om aan de godinnen en
+heroïnen het hof te maken; en hij hoorde heel duidelijk hoe de dikke
+Hercules de Velleda, wier tunica hem buitengewoon kort voorkwam,
+galante complimentjes influisterde.
+
+Van af de bank, waarop hij zat, zag hij, hoe de zwaan uit het bassin
+naar een nymph daar vlak bij ging.
+
+"Mooi!" dacht Rodolphe, die dit alles mythologisch opvatte, "dat is
+Juppiter, die naar zijn rendez-vous met Leda gaat. Als de bewaker ze
+nu maar niet betrapt."
+
+Dan legde hij zijn hoofd in zijn handen en boog zich nog dieper in
+de doornen van zijn gevoel. Doch op dit heerlijke oogenblik van zijn
+droom werd Rodolphe plotseling wakker geschrikt door een bewaker,
+die hem op zijn schouder tikte.
+
+"Mijnheer, de tuin wordt gesloten."
+
+"Dat is maar gelukkig ook," dacht Rodolphe. "Als ik hier nog vijf
+minuten bleef, zou ik in mijn hart meer vergeet-mij-nietjes hebben
+dan er op de oevers van den Rijn of in de romans van Alphonse Karr
+groeien."
+
+En met zachte stem een sentimenteele romance, die voor hem de
+Marseillaise der liefde was, neuriënd, verliet hij met vluggen pas
+den Luxembourg.
+
+Een half uur later zat hij--God weet hoe hij er kwam--in den Prado voor
+een glas punch te praten met een grooten, jongen man, die beroemd was
+om zijn neus, welke er door een merkwaardig privilege van ter zijde
+snavelvormig en en face plat uitzag; een meesterneus, wien het niet aan
+geest ontbrak en die genoeg avonturen medegemaakt had, om in dergelijke
+gevallen goeden raad te kunnen geven en zijn vriend nuttig te zijn.
+
+"Dus," zeide Alexandre Schaunard, de man met den neus, "je bent
+verliefd!"
+
+"Ja, mijn waarde .... ik heb het daarnet plotseling te pakken gekregen;
+precies hevige kiespijn, die je in je hart hebt."
+
+"Geef me je tabak eens," zeide Alexandre.
+
+"Stel je voor," ging Rodolphe voort, "dat ik sinds twee uur niets dan
+verliefden, mannen en vrouwen, twee aan twee, tegenkom. Ik kwam op
+het denkbeeld den Luxembourg in te loopen, waar ik allerlei soorten
+phantasmagorieën gezien heb; dat heeft me buitengewoon aangegrepen;
+elegieën schieten in mij op; ik blaat en ik kir; ik ben half lam, half
+duif geworden. Kijk me eens goed aan; ik moet wol en veeren hebben."
+
+"Wat heb je toch gedronken?" zeide Alexandre ongeduldig, "je laat me
+poseeren alsof ik een model ben."
+
+"Ik verzeker je, dat ik volkomen helder ben," zeide Rodolphe. "Of
+toch eigenlijk niet. Maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik behoefte
+heb om iets te omhelzen. Zie je, Alexandre, het is niet goed, dat de
+mensch alleen zij: kort en goed je moet me helpen een vrouw te vinden
+.... Wij zullen een rondgang door de balzaal maken, en daar moet jij
+de eerste, die ik je aanwijs, gaan zeggen, dat ik haar liefheb."
+
+"Waarom ga je zelf dat haar niet zeggen?" antwoordde Alexandre met
+zijn prachtigen nasalen bas.
+
+"Ach mijn waarde," zeide Rodolphe, "ik wil eerlijk bekennen, dat ik
+heelemaal vergeten ben hoe je het aan moet pakken, om zulke dingen te
+zeggen. Van al mijn liefderomans hebben mijn vrienden de inleiding
+geschreven, sommigen zelfs de ontknooping. Ik heb nooit een goed
+begin kunnen vinden."
+
+"Het is voldoende, om er een eind aan te kunnen maken," zeide
+Alexandre; "maar ik begrijp je. Ik heb een jong meisje gezien, die
+veel van hobo's houdt. Misschien val je wel in haar smaak."
+
+"Ach!" zeide Rodolphe, "ik zou zoo graag zien, dat zij witte
+handschoenen en blauwe oogen had."
+
+"Drommels, blauwe oogen, dat zal nog wel gaan .... maar witte
+handschoenen .... je weet toch, dat je niet alles tegelijk hebben
+kan. Maar laten we naar het aristocratische kwartier gaan."
+
+"Kijk," zeide Rodolphe, terwijl hij een salon binnenging, waar de
+modepoppetjes zich ophielden, "daar zit er een, die me nog al zacht
+toeschijnt ...." en hij wees op een vrij elegant gekleed meisje,
+dat zich in een hoek teruggetrokken had.
+
+"Goed," antwoordde Alexandre; "houd jij je maar wat op den
+achtergrond; ik zal voor jou den fakkel van den hartstocht in haar
+hart slingeren. Wanneer je moet komen, zal ik je roepen."
+
+Een minuut of tien stond Alexandre te praten met het jonge meisje,
+dat nu en dan in een vroolijken lach uitbarstte en eindelijk Rodolphe
+een glimlachje toewierp, dat meer dan duidelijk te kennen gaf: Kom
+maar, je advocaat heeft zijn proces gewonnen.
+
+"Ga nu maar," zeide Alexandre; "de overwinning is ons; het kleintje
+zal in ieder geval niet wreed zijn, maar doe in den beginne een
+beetje naief."
+
+"Dat behoef je me volstrekt niet te zeggen."
+
+"Ook goed," zeide Schaunard. "Geef mij nu eerst wat tabak en ga dan
+bij haar zitten."
+
+"Lieve Hemel," zeide het jonge meisje, toen Rodolphe naast haar
+plaats genomen had; "wat een type, die vriend van je. Hij heeft een
+stem als een jachthoorn."
+
+"Dat komt, omdat hij musicus is," antwoordde Rodolphe.
+
+Twee uur later bleven Rodolphe en zijn vriendinnetje voor een huis
+in de rue Saint-Denis staan.
+
+"Hier woon ik," zeide het jonge meisje.
+
+"Lieve Louise, wanneer zal ik je weer zien, en waar?"
+
+"Morgenavond om acht uur op je kamer."
+
+"Heusch?"
+
+"Hier heb je mijn woord," antwoordde Louise, terwijl zij Rodolphe
+haar frissche wangen toestak, die zoo maar in die prachtige rijpe
+vruchten van jeugd en gezondheid beet.
+
+Dol en dronken van liefde kwam Rodolphe weer op zijn kamer.
+
+"O," zeide hij, terwijl hij met groote passen op en neer liep;
+"dat kan zoo maar niet afloopen! Ik moet verzen maken."
+
+Den volgenden morgen vond de concierge in de kamer een dertig blaadjes
+papier, aan het hoofd waarvan majestueus deze enkele alexandrijn
+prijkte:
+
+"O l'Amour! ô l'Amour! prince de la jeunesse!"
+
+Rodolphe was dien dag, tegen zijn gewoonte in, al heel vroeg wakker,
+en hoewel hij weinig geslapen had, stond hij dadelijk op.
+
+"Dus," riep hij uit, "is het vandaag de groote dag .... Maar nog
+twaalf uur wachten .... Hoe die twaalf eeuwigheden doorkomen?"
+
+En toen zijn blik op zijn schrijftafel viel, was het alsof zijn pen
+heen en weer huppelde en tegen hem zei: Werk.
+
+"Werken? weg met het proza!... Ik wil niet hier blijven, het stinkt
+hier naar inkt!"
+
+Hij ging naar een café, waar hij zeker was geen vrienden te zullen
+aantreffen.
+
+"Zij zouden dadelijk zien, dat ik verliefd was," dacht hij.
+
+Na een zeer eenvoudig dejeuner gebruikt te hebben, liep hij naar het
+station en stapte in een coupé.
+
+Een half uur later was hij in de bosschen van Ville d'Avray.
+
+Rodolphe wandelde den geheelen dag door de verjongde natuur en keerde
+eerst tegen het vallen van den avond naar Parijs terug.
+
+Nadat hij den tempel, die zijn afgod zou ontvangen in orde gemaakt had,
+maakte hij een voor deze gelegenheid passend toilet, waarbij hij het
+zeer betreurde, dat hij zich niet geheel in het wit kleeden kon.
+
+Tusschen zeven en acht uur was hij ten prooi aan een hevige
+wacht-koorts, een langzame marteling, die hem zijn vroegere jaren
+en zijn vroegere verliefdheden weer in de gedachte terugriep. Dan
+droomde hij, volgens zijn gewoonte, reeds van een grooten hartstocht,
+een liefde in tien deelen, een waar lyrisch gedicht met maneschijn,
+ondergaande zon, afspraakjes onder wilgen, jaloezie, zuchten
+enz. enz. Zoo ging het iederen keer, als het toeval een vrouw aan
+zijn deur voerde, en geen enkele had hem verlaten zonder een aureool
+om haar voorhoofd en een collier van tranen om haar hals.
+
+"Zij zouden liever een hoed of een paar schoenen hebben," zeiden
+zijn vrienden.
+
+Maar Rodolphe was hardnekkig en tot nog toe hadden de talrijke
+ervaringen, die hij al had doorgemaakt, hem niet kunnen genezen. Hij
+wachtte nog altijd op een vrouw, die een idool voor hem zou willen
+zijn, een engel in zijde en fluweel, tot wie hij, als de inspiratie
+ze hem ingaf, zijn sonnetten kon richten.
+
+Eindelijk hoorde Rodolphe het "gewijde uur" slaan, en toen de laatste
+slag weerklonk, meende hij te zien dat de Amor en de Psyche op zijn
+pendule hun albasten lichamen tegen elkaar drukten. Op hetzelfde
+oogenblik werd er tweemaal bescheiden aan de deur geklopt.
+
+Rodolphe ging open doen; het was Louise.
+
+"Je ziet, dat ik op tijd ben," zeide zij.
+
+Rodolphe deed de gordijnen dicht en stak een nieuwe kaars aan.
+
+Intusschen had de kleine haar sjaal afgedaan en haar hoed afgezet en
+die beide op het bed gelegd. De hagelwitte lakens deden haar glimlachen
+en bijna een kleur krijgen.
+
+Louise was eerder gracieus dan mooi te noemen; haar frisch
+gezichtje verried een aantrekkelijke vermenging van naïveteit en
+schalkschheid. Het was iets als een motief van Greuze, gearrangeerd
+door Gavarni. [9] De bekoorlijke, jeugdige vormen van het jonge
+meisje kwamen zeer voordeelig uit door een toilet, dat, hoewel heel
+eenvoudig, ook bij haar die aangeboren kennis verried van koketterie,
+welke alle vrouwen bezitten van af haar eerste windselen tot aan haar
+bruidskleed. Louise scheen bovendien in het bijzonder de theorie der
+houdingen bestudeerd te hebben en nam voor Rodolphe, die haar met
+kunstenaarsoogen beschouwde, een reeks verleidelijke standen aan, die
+in hun gemaniereerdheid dikwijls meer gracieus dan natuurlijk waren:
+haar fijn geschoeide voetjes waren klein genoeg .... zelfs voor een
+romanticus, die Andalusische of Chineesche miniaturen als zijn ideaal
+beschouwt. Haar teere handen verrieden, dat zij niet aan werken gewoon
+waren. Inderdaad hadden zij in de laatste zes maanden de steken der
+naalden niet behoeven te vreezen. In het kort Louise was een van die
+trekvogeltjes, welke uit een gril en dikwijls uit noodzaak, haar nestje
+voor een dag of liever voor een nacht bouwen in de dakkamertjes van
+het Quartier latin en daar gaarne een paar dagen blijven, indien men
+ze door aardige invallen of zijden linten weet te binden.
+
+Na een uurtje met Louise gepraat te hebben, wees Rodolphe haar als
+een navolgenswaardig voorbeeld den groep van Amor en Psyche.
+
+"Zijn dat niet Paul en Virginie?" vroeg zij.
+
+"Ja," antwoordde Rodolphe, die haar niet dadelijk door een tegenspraak
+wilde krenken.
+
+"Zij zijn goed nagemaakt," vond Louise.
+
+"O je!" dacht Rodolphe, terwijl hij haar aankeek, "het arme kind
+is weinig bedreven in de litteratuur. Ik ben er zeker van, dat zij
+alleen op de hoogte is van de orthographie van het hart, die geen en
+of s in het meervoud schrijft. Ik zal een grammatica voor haar koopen."
+
+Toen Louise erover klaagde, dat haar schoenen haar knelden, hielp
+hij haar voorkomend bij het uittrekken.
+
+Plotseling ging het licht uit.
+
+"Hè?" riep Rodolphe uit, "wie heeft de kaars uitgeblazen?"
+
+Een vroolijke lach was het antwoord.
+
+Enkele dagen later kwam Rodolphe op straat een van zijn vrienden tegen.
+
+"Wat voer je toch uit?" vroeg deze hem. "We zien je heelemaal niet
+meer."
+
+"Ik maak huiselijke poëzie," was Rodolphe's antwoord.
+
+De ongelukkige sprak de waarheid. Hij had aan Louise meer gevraagd
+dan het arme kind hem had kunnen geven. Als doedelzak had zij niet
+de tonen van een lier. Zij sprak, om zoo te zeggen, het patois der
+liefde en Rodolphe wilde er absoluut de salontaal van spreken. Daardoor
+begrepen zij elkaar nauwlijks.
+
+Acht dagen later ontmoette Louise in hetzelfde danslokaal, waar zij
+Rodolphe voor het eerst gezien had, een blonden jongen man, met wien
+zij verscheidene malen danste en die haar na afloop van het bal naar
+zijn kamer meenam.
+
+Het was een tweedejaarsstudent, die heel goed het proza van het
+pleizier sprak en mooie oogen en rinkelende zakken had.
+
+Louise vroeg hem papier en inkt en schreef Rodolphe den volgenden
+brief:
+
+
+ "Reeken niet meer op mei, ik omhels je voor het laast. Adieu.
+
+ Louise."
+
+
+Toen Rodolphe 's avonds bij zijn thuiskomst dien brief las, ging zijn
+licht plotseling uit.
+
+"Kijk!" zeide hij nadenkend, "dat is de kaars, die ik den avond, dat
+Louise kwam, aangestoken heb: zij moest met onze liaison sterven. Als
+ik het vooruit geweten had, zou ik een langere genomen hebben,"
+voegde hij er half spijtig, half boos bij en hij legde het briefje
+van zijn maîtresse in een lade, die hij wel eens de catacomben van
+zijn liefde noemde.
+
+Toen Rodolphe eenigen tijd later eens bij Marcel was, raapte hij,
+om zijn pijp aan te steken, een stuk papier van den grond op, waarop
+hij het schrift en de orthographie van Louise herkende.
+
+"Ik heb een autograaf van dezelfde hand," zeide hij tot zijn vriend;
+"maar er staan in den mijne twee fouten minder dan in die van
+jou. Bewijst dat niet, dat zij meer van mij hield dan van jou?"
+
+"Dat bewijst, dat je een idioot bent!" antwoordde Marcel. "Blanke
+schouders en blanke armen hebben geen grammatica van noode."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+ALI-RODOLPHE, OF DE TURK TEGEN WIL EN DANK.
+
+
+Door een ongastvrijen huisheer verbannen, leefde Rodolphe sedert
+eenigen tijd in meer dwalenden toestand dan de wolken en volmaakte
+zich, zoo goed hij kon, in de kunst zonder avondeten naar bed te gaan
+of te soupeeren zonder naar bed te gaan. Zijn kok heette het Toeval
+en hij logeerde meestal in het hotel: De Bloote Hemel.
+
+Twee dingen echter verlieten Rodolphe te midden van al zijn
+tegenspoeden nooit: zijn goed humeur en het manuscript van
+"Le Vengeur", een drama, dat een lijdensweg door alle Parijsche
+schouwburgen gemaakt had.
+
+Op een goeden dag, toen Rodolphe ten gevolge van een al te fantastische
+danse macabre naar de "nor" gebracht was, stond hij plotseling
+tegenover een oom van hem, een zekeren mijnheer Monetti, kachelsmid,
+rookverdrijver en sergeant bij de garde nationale, dien hij in geen
+eeuwigheid gezien had.
+
+Geroerd door de tegenspoeden van zijn neef, beloofde oom Moretti zijn
+positie te verbeteren. Wij zullen zien hoe, als de lezer tenminste
+niet opziet tegen een zes verdiepingen hooge klimpartij.
+
+De leuning dus gepakt en naar boven. Oef! honderd vijf-en-twintig
+treden. Daar zijn we eindelijk boven. Nog een stap en wij zijn in de
+kamer, nog een en wij zouden er niet meer in zijn. Het is wat klein,
+maar het is hoog: en verder licht en lucht en uitzicht first class.
+
+Het meubilair bestaat uit verschillende kachels in den vorm van een
+schoorsteen, twee haarden, spaarovens (vooral wanneer je er geen
+vuur in aanlegt), een dozijn aarden of ijzeren pijpen en een menigte
+verwarmingstoestellen; laten we, om den inventaris te sluiten, nog
+noemen, een aan twee in den muur geslagen spijkers bevestigde hangmat,
+een tuinstoel met een poot eraf, een kandelaar met een afdruipglaasje
+en verschillende andere kunst- en luxe voorwerpen.
+
+Het tweede vertrek, het balcon, wordt gedurende het mooie seizoen
+door twee in potten staande dwerg-cypressen in een park veranderd.
+
+Op het oogenblik, dat wij binnentreden, beëindigt de bewoner van die
+heerlijkheid, een jonge als een Turk uit een opéra comique gekleede
+jonge man, een maaltijd, waarbij hij, zooals de aanwezigheid van een
+ex-ham en een te voren volle flesch wijn verraadt, op snoode wijze
+de wet van den propheet schendt. Na afloop van den maaltijd strekt de
+jonge man zich op zijn Oostersch uit op den vloer en begint nonchalant
+een met J. G. [10] gemerkte pijp te rooken. Terwijl hij zich geheel en
+al overgaf aan deze Aziatische gelukzaligheid, streelde hij van tijd
+tot tijd den rug van een prachtigen Newfoundlander, die ongetwijfeld
+die liefkoozing beantwoord zou hebben, als hij niet van terra cotta
+geweest was. Plotseling hoorde men op de gang geluid van stappen;
+de deur ging open en een man kwam binnen, die, zonder een woord te
+zeggen, recht op een der beide haarden, welke als secretaire dienst
+deed, toeliep, het deurtje van den oven openmaakte en er een rol
+papier uitnam, dat hij met groote aandacht ging lezen.
+
+"Wat?" riep de pas binnengekomene met een sterk Piemonteesch accent;
+"heb je dat hoofdstuk over de luchtgaten nog niet af?"
+
+"Neem me niet kwalijk, oom," antwoordde de Turk, "het hoofdstuk over
+de luchtgaten is een van de interessantste van uw boek en vereischt
+een nauwkeurige studie. Ik ben bezig het te bestudeeren."
+
+"Maar, ellendeling, dat antwoordt je me iederen dag. En hoe ver ben
+je met het hoofdstuk over de vulkachels?"
+
+"De vulkachel staat er goed voor. Maar van kachels gesproken, oom,
+als u me wat hout zoudt willen geven, zou ik er niets tegen hebben. Het
+is hier een klein Siberië. Ik heb het zoo koud, dat ik den thermometer
+zeker beneden nul zou laten dalen alleen door er naar te kijken."
+
+"Wat, heb je dien heelen takkebos al opgebruikt?"
+
+"Neem me niet kwalijk, oom, er zijn takkebossen en takkebossen,
+en de uwe was al heel klein."
+
+"Ik zal een kolengruisblok boven laten brengen. Dat bewaart de warmte."
+
+"Daarom geeft het die zeker niet."
+
+"Nou dan," zeide de Piemontees weggaande, "ik zal je wat talhout boven
+sturen. Maar morgen moet ik mijn hoofdstuk over de vulkachels hebben."
+
+"Wanneer ik vuur heb, zal ik daar beter vlam voor kunnen vatten,"
+zeide de Turk, terwijl de Piemontees de deur aan den buitenkant sloot.
+
+Wanneer we een tragedie aan het schrijven waren, zou nu het oogenblik
+aangebroken zijn, om den vertrouwde te laten optreden. Hij zou
+Noureddin of Osman moeten heeten en op tegelijk bescheiden en
+beschermende wijze onzen held moeten naderen en hem zijn geheim
+ontlokken met deze verzen:
+
+
+ "Quel funeste chagrin vous occupe, seigneur?
+ À votre auguste front, pourquoi cette pâleur?
+ Allah se montre-t-il à vos desseins contraire?
+ Ou le farouche Ali, par un ordre sévère,
+ A-t-il sur d'autres bords, en apprenant vos voeux,
+ Éloigné la beauté qui sut charmer vos yeux?"
+
+
+Maar wij schrijven geen tragedie, en moeten het dus, al hebben wij
+eigenlijk een vertrouwde dringend noodig, zonder hem stellen.
+
+Onze held is niet wat hij schijnt te zijn: de tulband maakt den
+Turk niet. Deze jonge man is onze vriend Rodolphe, die door zijn
+oom onder dak is gebracht, voor wien hij nu een "Handboek voor den
+Volmaakten Rookverdrijver" samenstelt. Mijnheer Monetti, die voor zijn
+kunst zeer geestdriftig was, had al zijn vrijen tijd gewijd aan de
+rookverdrijverij. Deze waardige Piemontees had voor zijn gebruik een
+stelregel gevonden, die bijna een pendant van dien van Cicero vormde,
+en in oogenblikken van grooten geestdrift riep hij uit: "Nascuntur poê
+.... liers" [11]. Op een goeden dag was deze waardige Piemontees, tot
+nut en stichting van de komende geslachten, op het denkbeeld gekomen
+een theoretischen codex te formuleeren van de grondbeginselen der
+kunst, in de praktische uitoefening waarvan hij uitblonk, en hij had,
+zooals wij gezien hebben, zijn neef uitverkoren, om zijn diepzinnige
+denkbeelden te gieten in een voor de menschheid begrijpelijken
+vorm. Rodolphe werd door hem gevoed, gelegerd enz. ... en zou na de
+voltooiing van het Handboek een gratificatie van honderd daalders
+krijgen.
+
+Om zijn neef tot werken aan te sporen, had Monetti hem in de eerste
+dagen edelmoedig een voorschot van vijftig francs gegeven. Maar
+Rodolphe, die al in een jaar zoo'n groote som niet gezien had,
+was half waanzinnig van blijdschap in gezelschap van zijn daalders
+uitgegaan en bleef drie dagen onder water: den vierden kwam hij,
+van de zwaarte der looddeelen bevrijd, weer boven.
+
+Monetti, die vurig verlangde zijn Handboek af te zien, daar hij hoopte
+er een brevet voor te krijgen, was bang voor nieuwe escapades van
+zijn neef. Om hem tot werken te noodzaken en hem te beletten uit te
+gaan, nam hij hem zijn kleeren af en gaf hem daarvoor in de plaats
+het kostuum, waarin we hem zooeven hebben aangetroffen.
+
+Desniettegenstaande vorderde het beroemde Handboek slechts piano
+aan, daar Rodolphe te eenenmale de voor dit genre van litteratuur
+vereischte eigenschappen miste. De oom wreekte zich over die trage
+onverschilligheid ten opzichte der schoorsteenen door zijn neef een
+aantal kwellingen te laten ondergaan. Nu eens gaf hij hem slechts
+kleine maaltijden en meermalen liet hij hem zonder rooktabak.
+
+Op een Zondag brak Rodolphe, na bloed en inkt over het beroemde
+hoofdstuk der luchtgaten gezweet te hebben, zijn pen, die hem in de
+vingers brandde, in tweeën en ging een wandeling maken in zijn park.
+
+Maar als om hem te plagen en zijn lust nog meer te prikkelen, kon hij
+nergens heen kijken, of hij zag voor ieder raam iemand zitten rooken.
+
+Op het vergulde balcon van een pasgebouwd huis kauwde een modegek in
+een kamerjapon tusschen zijn tanden een aristocratischen panatella. Een
+verdieping hooger joeg een artist den geurigen mist van Turksche tabak,
+die in een pijp met barnsteenen mondstuk brandde, voor zich uit. Voor
+het raam van een kroeg liet een dikke Duitscher zijn bier schuimen en
+blies met mechanischen regelmaat dikke wolken uit zijn Cudmer-pijp. Op
+straat kwamen zingend groepen werklieden met hun neuswarmers tusschen
+de lippen voorbij. En ook alle andere voetgangers, die de straat
+vulden, rookten.
+
+"Helaas!" zuchtte Rodolphe, "behalve ik en de schoorsteenen van mijn
+oom, rookt op dit oogenblik alles in de schepping."
+
+En met zijn voorhoofd op het hek van het balcon geleund, overdacht
+hij hoe bitter eigenlijk het leven was.
+
+Plotseling hoorde hij beneden zich een helderen, lang aangehouden
+lach. Rodolphe boog zich wat voorover, om te zien, vanwaar die
+uitbarsting van vreugde kwam, en hij bemerkte, dat hij opgemerkt was
+door de bewoonster van de verdieping beneden hem: mademoiselle Sidonie,
+de jeune première van het Théâtre du Luxembourg.
+
+Mademoiselle Sidonie kwam nu buiten op haar balcon en rolde met
+Castiliaansche handigheid lichte tabak, dien zij uit een geborduurden
+fluweelen tabakszak nam, in een blaadje dun papier.
+
+"Wat een mooie tabakszak," mompelde Rodolphe met contemplatieve
+bewondering.
+
+"Wie is die Ali-Baba?" dacht op haar beurt mademoiselle Sidonie.
+
+En zij zon op een voorwendsel om een gesprek aan te knoopen met
+Rodolphe, die van zijn kant niets liever wilde.
+
+"Lieve God!" riep mademoiselle Sidonie uit, alsof zij tegen zichzelf
+sprak, "wat vervelend toch, nu heb ik geen lucifers."
+
+"Mademoiselle, wilt u mij toestaan u er een paar aan te bieden?" vroeg
+Rodolphe, terwijl hij een paar lucifers in een papiertje wikkelde en
+op het balcon liet vallen.
+
+"Dank u zeer!" antwoordde Sidonie, terwijl zij haar sigaret aanstak.
+
+"Mademoiselle ...." ging Rodolphe voort, "zou ik u in ruil voor
+den kleinen dienst, dien mijn goede engel mij toegestaan heeft u te
+bewijzen, u mogen vragen?..."
+
+"Wat! Begint hij nu al te vragen!" dacht Sidonie, terwijl zij
+Rodolphe wat belangstellender opnam. "O, die Turken! Men zegt, dat zij
+wispelturig zijn, maar wel gezellige menschen. Spreek mijnheer!" zeide
+zij, terwijl zij naar Rodolphe opkeek; "wat wilt u?"
+
+"O, mademoiselle, in naam der Christelijke barmhartigheid smeek ik
+u om wat tabak: in geen twee dagen heb ik gerookt. Eén pijp maar ...."
+
+"Met alle genoegen, mijnheer .... Maar hoe moet ik dat doen? Neem de
+moeite om even een verdieping lager te komen."
+
+"Helaas, dat is mij niet mogelijk .... Ik ben opgesloten, maar mij
+blijft nog de vrijheid om een eenvoudig middel te gebruiken."
+
+En hij bond zijn pijp aan een touwtje en liet haar zakken op het
+balcon, waar mademoiselle Sidonie haar eigenhandig goed vol stopte,
+waarna Rodolphe haar, d. w. z. de pijp, weer langzaam en voorzichtig
+opheesch, wat zonder ongeval gelukte.
+
+"O, mademoiselle," zeide hij tot Sidonie, "wat zou die pijp mij nog
+lekkerder smaken, indien ik ze aan het vuur van uw oogen had kunnen
+aansteken."
+
+Deze aardige vleierij beleefde nu minstens haar honderdsten druk,
+maar mademoiselle Sidonie vond ze desniettemin prachtig.
+
+"U vleit me," meende ze te moeten antwoorden.
+
+"Ah, mademoiselle, ik verzeker u, dat u mij even bevallig toeschijnt
+als de drie Gratiën!"
+
+"Ali Baba is beslist zeer galant," dacht Sidonie .... "Bent u werkelijk
+een Turk?" vroeg zij dan aan Rodolphe.
+
+"Niet uit roeping," antwoordde hij, "maar vi coactus; [12] ik ben
+dramatisch auteur, madame."
+
+"En ik dramatische artiste," antwoordde Sidonie.
+
+Dan liet zij erop volgen:
+
+"Wilt u, waarde buurman, mij de eer aandoen bij mij te komen dineeren
+en verder den avond door te brengen?"
+
+"Helaas, mademoiselle, hoewel deze uitnoodiging den hemel voor mij
+opent, is het mij niet mogelijk haar aan te nemen. Zooals ik reeds
+de eer gehad heb u te zeggen, ben ik achter slot en grendel gezet
+door mijn oom, mijnheer Monetti, kachelsmid en rookverdrijver, wiens
+secretaris ik op dit oogenblik ben."
+
+"En toch zult u met mij dineeren," antwoordde Sidonie; "let goed op: ik
+ga in mijn kamer en zal tegen mijn plafond kloppen. Op de plek, waar ik
+klop, moet u kijken, en u zult daar de sporen vinden van een kijkgat,
+een judas, dat daar vroeger was, maar nu sedert lang dicht gespijkerd
+is: tracht het stuk hout, dat het gat afsluit, te verwijderen, dan
+zullen we, hoewel ieder bij ons thuis, zoo goed als samen zijn ...."
+
+Rodolphe zette zich dadelijk aan het werk. Na vijf minuten was er
+een verbinding tusschen de twee kamers tot stand gebracht.
+
+"Helaas!" zeide Rodolphe; "het gat is wel klein, maar er is toch nog
+altijd ruimte genoeg, om u mijn hart er doorheen te kunnen reiken."
+
+"En nu," zeide Sidonie, "gaan we eten. Dek bij je, dan zal ik u den
+schotel geven."
+
+Rodolphe liet aan een touwtje zijn tulband neer en heesch die, gevuld
+met eetwaren, weer op; daarna begonnen de dichter en de artiste samen,
+ieder aan zijn kant, te eten. Met zijn mond verslond Rodolphe de
+pastei, met zijn oogen mademoiselle Sidonie.
+
+"Mademoiselle!" zeide Rodolphe na afloop van het diner; "dank zij u,
+is mijn maag thans bevredigd. Zoudt u niet eveneens den geeuwhonger
+van mijn hart, dat reeds zoo lang gevast heeft, willen stillen?"
+
+"Arme jongen!" zuchtte Sidonie.
+
+Dit zeggende, klom zij op een stoel en bracht tot aan de lippen van
+Rodolphe haar hand, die deze met kussen bedekte.
+
+"Ach!" riep de jonge man uit; "hoe jammer dat u niet kunt doen als
+de Heilige Dionysius, die het recht had zijn hoofd in zijn handen
+te dragen."
+
+Na het diner ontspon zich een erotisch-litterair gesprek. Rodolphe
+sprak over zijn "Vengeur" en mademoiselle vroeg hem haar het stuk
+voor te lezen. Over den rand van het gat gebogen, begon Rodolphe
+zijn drama voor te dragen voor de actrice, die, om beter te kunnen
+hooren, was gaan zitten op een fauteuil, welken zij op haar commode
+gezet had. Mademoiselle Sidonie vond "Le Vengeur" een meesterstuk
+en beloofde, daar zij in den schouwburg, waaraan zij verbonden was,
+tevens de eerste viool speelde, Rodolphe, dat zij zou zorgen, dat
+zijn stuk zou worden aangenomen.
+
+Juist op het teederste oogenblik werd het gesprek gestoord door oom
+Monetti, wiens stap, licht als die van den commandeur, [13] op den
+corridor klonk. Rodolphe had nog slechts juist den tijd, om den judas
+te sluiten.
+
+"Daar!" zeide Monetti tot zijn neef, "hier heb je een brief, die je
+nu al een maand achterna loopt."
+
+"Laat eens zien!" zeide Rodolphe. "Oom!" riep hij na het lezen
+uit; "oom, ik ben rijk! Deze brief meldt me, dat ik een prijs van
+driehonderd francs gekregen heb van een Académie de Jeux floraux. [14]
+Geef me gauw mijn jas en mijn bagage. Ik wil mijn lauweren gaan
+plukken. Men wacht mij op het Capitool!"
+
+"En mijn hoofdstuk over de luchtgaten?" vroeg Monetti koud.
+
+"Maar oom, die trekken nu niet meer! Geef me mijn kleeren. Ik kan in
+dit costuum niet op straat komen ...."
+
+"Je gaat niet weg voor mijn Handboek af is," zeide zijn oom, terwijl
+hij Rodolphe weer achter slot en grendel sloot.
+
+Toen hij weer alleen was, aarzelde Rodolphe niet lang over wat hem
+te doen stond .... Hij bond een beddelaken, dat hij handig in een
+touwladder gemetamorphoseerd had, stevig aan zijn balcon en liet
+zich ondanks het gevaarlijke van de expeditie, met behulp van dien
+geïmproviseerden ladder op het balcon van mademoiselle Sidonie zakken.
+
+"Wie is daar?" riep deze uit, toen zij Rodolphe tegen de ruiten
+hoorde tikken.
+
+"Sstt!" antwoordde hij; "doe open ...."
+
+"Wat wilt u? Wie bent u?"
+
+"Hoe kunt ge dat nog vragen? Ik ben de dichter van Le Vengeur,
+en ik kom mijn hart halen, dat ik door den judas in uw kamer heb
+laten vallen."
+
+"Rampzalige!" zeide de actrice; "je hadt dood kunnen vallen!"
+
+"Luister, Sidonie ...." ging Rodolphe voort en liet haar den brief
+zien, dien hij pas gekregen had. "Zooals je ziet, lachen de fortuin
+en de roem mij toe .... Moge de liefde dat ook doen!"
+
+
+
+Den volgenden ochtend kon Rodolphe, dank zij een heerencostuum,
+dat Sidonie hem gegeven had, uit het huis van zijn oom ontsnappen
+.... Zijn eerste tocht was naar den vertegenwoordiger der Académie
+des Jeux floraux, om een gouden hondsroos in ontvangst te nemen ter
+waarde van honderd daalders, die bijna zoo lang leefden als de rozen
+plegen te leven.
+
+Een maand later kreeg mijnheer Monetti van zijn neef een uitnoodiging
+voor de première van "Le Vengeur". Dank zij het talent van mademoiselle
+Sidonie beleefde het stuk zeventien voorstellingen en bracht den
+schrijver veertig francs op.
+
+Eenigen tijd later--het was toen zomer--woonde Rodolphe in de Avenue
+Saint-Cloud, boom No. 3 links van het Bois de Boulogne, tak No. 5.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE CAROLUSDAALDER.
+
+
+Tegen het einde van December kreeg het personeel van de firma Bidault
+[15] een honderd uitnoodigingsbrieven te bezorgen, waarvan hier een
+trouwe en eensluidende copie volgt:
+
+
+ "Mijnheer,
+
+ De heeren Rodolphe en Marcel verzoeken u hun de eer te bewijzen
+ Zaterdag a. s., den dag vòòr Kerstmis, den avond bij hen door te
+ brengen. Er zal gelachen worden.
+
+ P.S. Wij leven slechts eens in deze wereld!!"
+
+
+Programma van het feest.
+
+
+Zeven uur: Opening der salons; levendig en geanimeerd discours.
+
+Acht uur: Entrée en wandeling door de salons van de geestige auteurs
+van de door het Odéon geweigerde comédie: "De barende berg."
+
+Acht en een half uur: "De invloed van het blauw in de kunsten",
+nabootsende symphonie, voor te dragen door den beroemden
+pianist-componist Alexandre Schaunard.
+
+Negen uur: Eerste lezing van de verhandeling over de afschaffing van
+de straf van het treurspel.
+
+Negen en een half uur: Dispuut tusschen den hyperphysischen wijsgeer
+Gustave Colline en mijnheer Alexandre Schaunard over vergelijkende
+philosophie en meta-politiek. Om iedere lichamelijke botsing tusschen
+de twee tegenstanders te vermijden, worden ze beiden vastgebonden.
+
+Tien uur: De heer Tristan, letterkundige, zal zijn eerste liefde
+vertellen. Alexandre Schaunard zal hem daarbij op den piano begeleiden.
+
+Tien en een half uur: Tweede lezing van de verhandeling over de
+afschaffing van de straf van het treurspel.
+
+Elf uur: Voordracht over een jacht op casuarissen door een
+buitenlandschen prins.
+
+
+Tweede Deel.
+
+
+Twaalf uur: Marcel, historieschilder, zal zich laten blinddoeken, en
+met krijt de ontmoeting van Napoleon en Voltaire in de Champs-Elysées
+op het doek improviseeren. Rodolphe zal eveneens een parallel
+improviseeren tusschen den schepper van "Zaïre" en dien van den slag
+bij Austerlitz.
+
+Twaalf en een half uur: Nabootsing van de athletische spelen der 4de
+Olympiade door Gustave Colline in een kuisch déshabillé.
+
+Een uur: Derde lezing van de verhandeling over de afschaffing van de
+straf van het treurspel en collecte ten bate van de tragische dichters,
+die in de toekomst broodeloos zullen zijn.
+
+Twee uur: Begin der gezelschapspelen en samenstelling der quadrilles,
+die tot in den ochtend zullen worden voortgezet.
+
+Zes uur! Zonsopgang en slotkoor.
+
+Gedurende den geheelen duur van het feest zullen de ventilatoren
+werken.
+
+N. B. Ieder, die verzen zal willen lezen of voordragen, wordt
+onmiddellijk uit de salons verwijderd en aan de politie overgeleverd;
+men wordt ook verzocht geen stukjes kaars mede te nemen."
+
+Twee dagen later circuleerden exemplaren van dien brief in de onderste
+lagen der litteratuur- en kunstwereld, en veroorzaakten daar niet
+weinig opzien.
+
+Onder de genoodigden waren er echter eenigen, die de door de beide
+vrienden voorgespiegelde heerlijkheden in twijfel trokken.
+
+"Ik vertrouw het zaakje niet heelemaal," zeide een van die twijfelaars;
+"ik ben een paar maal op de Woensdagen van Rodolphe in de Rue de la
+Tour-d'Auvergne geweest, je kon er onmogelijk zitten en je dronk er een
+weinig gefiltreerd water uit bij elkaar gescharrelde potten en pannen."
+
+"Ditmaal," zeide een ander, "moet het echter bittere ernst zijn. Marcel
+heeft mij een plan van het heele feest laten zien, en dat belooft
+een magisch effect."
+
+"Komen er ook dames?"
+
+"Zeker Phémie Klad heeft gevraagd koningin van het feest te mogen
+zijn en Schaunard zal dames uit de groote wereld medebrengen."
+
+De oorsprong van dit feest, dat een zoo groote beroering in de
+Bohème-wereld, die aan gene zijde van de bruggen woont, veroorzaakte,
+was in het kort als volgt. Een jaar geleden ongeveer hadden Marcel en
+Rodolphe dit schitterende galafeest aangekondigd, dat steeds Zaterdag
+aanstaande moest plaats hebben; doch ten gevolge van allerlei moeilijke
+omstandigheden hadden zij reeds twee-en-vijftig maal dat "aanstaande"
+moeten verzetten, zoodat het eindelijk zoo ver gekomen was, dat de
+beide vrienden hun neus niet buiten de deur konden steken, zonder een
+stekelige opmerking te hooren van hun vrienden, waarvan er sommigen
+zelfs indiscreet genoeg waren om krachtig tegen zoo'n manier van doen
+te protesteeren. Daar de zaak langzamerhand op een fopperij begon te
+lijken, besloten de beide vrienden er een eind aan te maken, door zich
+van de verplichtingen, die zij op zich genomen hadden, te kwijten,
+en hadden zij derhalve de boven vermelde uitnoodiging verzonden.
+
+"Nu kunnen we niet meer terug," had Rodolphe gezegd; "we hebben onze
+schepen achter ons verbrand; we hebben nu nog acht dagen voor ons om
+de honderd francs te vinden, die we, om een dragelijk figuur te maken,
+beslist noodig hebben."
+
+"Als we ze noodig hebben, zullen we ze wel krijgen ook," was Marcels
+antwoord geweest. En met het verwaten vertrouwen, dat zij hadden
+in het toeval, sliepen de twee vrienden in, vast overtuigd, dat hun
+honderd francs reeds op weg waren: den weg van het onmogelijke.
+
+Doch toen den Donderdagavond voor het feest nog niets gearriveerd was,
+vond Rodolphe, dat het toch maar veiliger was het toeval een handje
+te helpen, wilden zij niet met beschaamde kaken staan, wanneer het
+uur sloeg om de kaarsen aan te steken. Voor het gemak wijzigden de
+beide vrienden langzamerhand de overdadige weelde van het door hen
+ontworpen programma.
+
+Door die verschillende wijzigingen, o. a. het schrappen van het
+artikel: Gebak, het zorgvuldig herzien en verminderen van het artikel:
+Ververschingen, werd het totaal der onkosten tot vijftien francs
+teruggebracht.
+
+Daarmede was het vraagstuk echter wel eenvoudiger gemaakt, doch
+niet opgelost.
+
+"Maar," zeide Rodolphe, "nu moeten we tot de uiterste middelen
+overgaan. We kunnen ditmaal in geen geval weer den datum verzetten."
+
+"Beslist onmogelijk."
+
+"Wanneer heb ik het laatst het verhaal van den slag bij Studzianka
+[16] gehoord?"
+
+"Een paar maanden geleden."
+
+"Twee maanden, prachtig, dat is een fatsoenlijke termijn; mijn oom
+kan zich waarachtig niet beklagen. Ik zal me morgen dan den slag
+bij Studzianka maar weer eens laten vertellen. Dat is vijf francs,
+die zeker binnenkomen."
+
+"En ik," zeide Marcel, "zal een Burchtruïne aan den ouden Médicis
+gaan verkoopen. Dat maakt ook vijf francs en als ik tijd heb, om er
+nog drie torentjes en een molen bij te kladden, misschien wel tien;
+dan zijn we aan ons budget."
+
+En de twee vrienden gingen slapen en droomden, dat de prinses van
+Belgiojoso hun verzocht hun ontvangdagen te verzetten, om haar haar
+meest geziene gasten niet te ontnemen.
+
+Den volgenden ochtend stond Marcel vroeg op, spande een nieuw doek
+en begon met ijver aan den bouw van een Burchtruïne, een artikel,
+dat hem steeds door een antiquiteiten-schacheraar op de place du
+Carrousel gevraagd werd. Intusschen ging Rodolphe een bezoek brengen
+aan zijn oom Monetti, die een matador was in het verhalen van den
+terugtocht uit Rusland, en aan wien Rodolphe vijf of zes maal per
+jaar, n.l. wanneer de geldnood erg nijpte, de voldoening schonk
+zijn veldtochten te vertellen in ruil voor een leening van wat geld,
+waartoe de veteraan-kachelsmid-rookverdrijver wel over te halen was,
+indien men bij het luisteren naar zijn verhalen slechts veel geestdrift
+wist te toonen.
+
+Tegen twee uur ontmoette Marcel, die met gebogen hoofd en een doek
+onder zijn arm op de place du Carrousel liep, daar Rodolphe, die van
+zijn oom kwam; zijn geheele houding wees op slechte berichten.
+
+"Nou," zeide Marcel; "ben je geslaagd?"
+
+"Neen, mijn oom is vandaag het museum in Versailles gaan kijken. En
+jij?"
+
+"Die schaapskop van een Médicis wil geen Burchtruïnes meer; hij heeft
+me een Bombardement van Tanger gevraagd."
+
+"Onze reputatie is naar de maan, als we ons feest niet geven,"
+mompelde Rodolphe. "Wat moet onze vriend, de invloedrijke criticus,
+wel denken, als ik hem voor niets een witte das en gele handschoenen
+laat aantrekken?"
+
+Ten prooi aan groote onrust gingen zij beiden naar het atelier terug.
+
+Op dat oogenblik sloeg het op de pendule van een buurman vier uur.
+
+"Wij hebben nog maar drie uur voor ons," zeide Rodolphe.
+
+"Maar," riep Marcel, terwijl hij vlak bij zijn vriend kwam staan,
+"ben je er wel zeker van, dat er hier geen geld over is?...."
+
+"Noch hier, noch elders. Waar zou dat saldo vandaan moeten komen?"
+
+"Als we eens onder de meubels zochten .... in de fauteuils? Men
+beweert immers, dat de emigranten ten tijde van Robespierre hun geld
+verstopten. Wie weet!... Onze fauteuil is misschien het eigendom van
+een emigrant geweest; en bovendien is hij zòò hard, dat ik al eens
+meer gedacht heb, dat er metalen in zitten ... zouden we niet eens
+tot een lijkschouwing overgaan?"
+
+"Dat is iets voor een klucht," antwoordde Rodolphe op een toon,
+waarin tegelijk ernst en toegeeflijkheid lag.
+
+Plotseling stiet Marcel, die zijn opgravingen in alle hoeken van het
+atelier had voortgezet, een luiden triomfkreet uit.
+
+"Wij zijn gered!" riep hij uit; "ik wist wel, dat hier geldswaarde
+verborgen lag. Kijk maar!" en hij liet Rodolphe een geldstuk zien,
+zoo groot als een daalder en half verteerd door roest en kopergroen.
+
+Het was een munt uit het tijdvak der Karolingers en niet zonder eenige
+kunstwaarde. Op het gelukkigerwijze gespaard gebleven inschrift kon
+men het jaartal van Karel den Groote lezen.
+
+"Dat ding is nauwlijks dertig sous waard," zeide Rodolphe met een
+minachtenden blik op de vondst van zijn vriend.
+
+"Dertig sous, goed gebruikt, kunnen veel uitwerken," antwoordde
+Marcel. "Met twaalfhonderd man heeft Napoleon tienduizend Oostenrijkers
+verslagen. Handigheid weegt tegen het getal op. Ik ga dadelijk den
+Carolusdaalder bij den ouden Médicis wisselen. Is er hier nog niet iets
+verkoopbaars? Waarachtig, als ik het gipsafgietsel van het scheenbeen
+van Jaconowski, den Russischen tamboer-majoor, eens meenam? Dat zou
+heel wat in het laadje brengen."
+
+"Neem het scheenbeen maar mee. Maar prettig is het allesbehalve. We
+hebben nu geen enkel kunstvoorwerp meer over."
+
+Tijdens Marcels afwezigheid ging Rodolphe, vast besloten de soirée,
+het mocht kosten wat het wilde, te geven, naar zijn vriend Colline,
+den hyperphysischen wijsgeer, die vlak in de buurt woonde.
+
+"Ik kom je verzoeken," zeide hij tegen hem, "mij een dienst te
+bewijzen. In mijn qualiteit van gastheer moet ik beslist een rok
+hebben, en .... ik heb er geen .... leen me de jouwe ...."
+
+"Maar," merkte Colline op, "in mijn qualiteit van gast heb ik mijn
+rok ook noodig."
+
+"Ik sta je toe in gekleede jas te komen."
+
+"Ik heb nooit een gekleede jas gehad, dat weet je even goed als ik."
+
+"Enfin, luister eens, we kunnen ook op een andere manier de zaak in
+orde brengen; jij zoudt niet op mijn soirée kunnen verschijnen en me
+je rok leenen."
+
+"Het is wel beroerd, maar dat gaat niet; ik sta op het programma en
+kan dus niet ontbreken."
+
+"Er zal nog heel wat meer ontbreken," zeide Rodolphe. "Leen me je
+rok, en wanneer je beslist komen wilt, kom dan, zooals je het zelf
+het beste vindt.... voor mijn part in je hemdsmouwen .... dan kan je
+voor een trouwen dienaar doorgaan ..."
+
+"Dat gaat niet," zeide Colline blozend. "Ik zal mijn notenkleurige
+paletot aantrekken. Maar het heele zaakje is per slot van rekening
+een beroerde boel."
+
+En toen hij merkte, dat Rodolphe zich reeds van zijn beroemde rok
+meester gemaakt had, riep hij tegen hem:
+
+"Maar wacht toch even .... Er zitten nog een paar kleinigheden in."
+
+De rok van Colline is een nadere beschouwing waard. In de eerste plaats
+was die rok volmaakt groen, en alleen uit gewoonte sprak Colline
+van zijn zwarte rok. En daar hij op dat oogenblik de eenige van de
+geheele troep was, die een rok bezat, hadden ook zijn vrienden de
+gewoonte aangenomen, om, wanneer zij van het officieele kleedingstuk
+van den wijsgeer spraken, zich te bedienen van de uitdrukking: de
+zwarte rok van Colline. Bovendien had dat beroemde kleedingstuk een
+zeer bijzonderen vorm, den meest bizarren, dien men zich denken kan:
+de zeer lange panden zaten n.l. aan een zeer korte taille en hadden
+twee zakken, ware afgronden, waarin Colline gewoon was een paar dozijn
+boeken, die hij altijd en eeuwig bij zich had, te bergen, wat zijn
+vrienden deed zeggen, dat de schrijvers en geleerden in den tijd, dat
+de bibliotheken gesloten waren, inlichtingen konden gaan inwinnen in
+de panden van Colline's rok, een bibliotheek, die steeds geopend was.
+
+Bij uitzondering bevatte Colline's rok dien dag slechts een quarto-deel
+van Bayle, een verhandeling over hyperphysische krachten in drie
+deelen, een deel Condillac, twee deelen Swedenborg en Pope's "Essai
+over den mensch." Eerst toen hij zijn zak-bibliotheek had leeggeruimd,
+stond hij Rodolphe toe den rok aan te trekken.
+
+"Hè," zeide deze, "de linkerzak is nog aardig zwaar; je hebt er zeker
+nog iets in gelaten."
+
+"Dat is waar ook," zeide Colline, "ik heb vergeten den
+vreemde-talen-zak leeg te maken." En hij haalde er twee Arabische
+grammatica's uit, een Maleisch woordenboek en een "Volmaakte
+veedrijver" in het Chineesch, zijn geliefkoosde lectuur.
+
+Toen Rodolphe weer thuis kwam, was Marcel met drie vijf francstukken
+aan het schijfwerpen. Het eerste oogenblik stiet Rodolphe de hand,
+die zijn vriend hem toestak, weg: hij geloofde aan een misdaad.
+
+"Laten we ons haasten," zeide Marcel .... "We hebben de benoodigde
+francs bijeen... Luister, hoe ik eraan gekomen ben: Bij den ouden
+Médicis trof ik een verzamelaar van antiquiteiten aan. Toen hij mijn
+munt zag, viel hij bijna flauw: dat was de eenige, die nog aan zijn
+collectie ontbrak. Hij had al in alle landen laten zoeken, om die
+leemte aan te vullen, en had reeds alle hoop op succes verloren. Hij
+aarzelde, toen hij mijn Carolusdaalder goed bekeken had, dan ook geen
+oogenblik om mij vijf francs te bieden. Médicis stiet mij met zijn
+elleboog aan, zijn blik vulde de rest aan. Hij wilde daarmede zeggen:
+"Laten we de buit samen deelen, dan bied ik hooger!" We zijn tot dertig
+francs gekomen. Daarvan heb ik er vijftien aan den Jood gegeven, en
+hier is de rest. Nu kunnen onze gasten komen; wij zijn nu in staat
+om hun oogen te verblinden. Maar hoe kom jij aan dien rok?"
+
+"O," zeide Rodolphe, "dien heb ik van Colline geleend." En toen hij
+zijn zakdoek uit zijn zak wilde halen, liet hij een klein deeltje
+Mandsjoesch vallen, dat in den vreemde-talen-zak was blijven zitten.
+
+De beide vrienden gingen nu dadelijk aan het werk. Het atelier werd
+in orde gebracht, de kachel aangemaakt; een met kaarsen voorziene
+schilderijlijst hingen ze bij wijze van kroonluchter aan den zolder;
+een bureau, dat als katheder voor de sprekers dienst moest doen,
+werd midden in het atelier geplaatst; daarvoor zetten zij hun eenigen
+fauteuil, waarop de invloedrijke criticus moest zitten, terwijl zij op
+een tafel alle aanwezige boeken: romans, gedichten en feuilletons,
+waarvan de schrijvers de soirée met hun tegenwoordigheid zouden
+vereeren, neerlegden. Ten einde alle mogelijke botsingen tusschen
+de verschillende variëteiten letterkundigen te vermijden, was het
+atelier verdeeld in vier afdeelingen, aan den ingang waarvan men op
+inderhaast vervaardigde borden lezen kon:
+
+
+ Dichters Romantici
+ Prozaschrijvers Classici
+
+
+Voor de dames was een ruimte in het midden vrijgelaten.
+
+"Alles is in orde, maar er ontbreken stoelen," zeide Rodolphe.
+
+"O," antwoordde Marcel, "er staan er verscheidene op het trapportaal,
+maar die staan vast aan den muur. Als we die eens los maakten!"
+
+"Dat zal wel dienen," meende Rodolphe, terwijl hij zich meester ging
+maken van de stoelen, die aan den een of anderen buurman behoorden.
+
+Het sloeg zes uur; de twee vrienden gingen vlug dineeren en kwamen weer
+gauw terug, om met de verlichting der salons te beginnen. Om zeven
+uur kwam Schaunard, vergezeld door drie dames, die haar diamanten
+en hoeden bij vergissing thuis gelaten hadden. Een van haar had een
+rooden omslagdoek met zwarte vlekken om. Schaunard maakte Rodolphe
+op haar speciaal opmerkzaam.
+
+"Dat is een echte vrouw van de wereld," zeide hij, "een Engelsche,
+die door den val der Stuarts in ballingschap is moeten gaan; zij
+leeft zeer eenvoudig en bescheiden van wat haar Engelsche lessen haar
+opbrengen. Haar vader is onder Cromwell kanselier geweest, zooals
+zij mij verteld heeft; je moet beleefd tegen haar zijn en haar niet
+te veel tutoyeeren."
+
+Inmiddels lieten zich op de trap talrijke stappen hooren--de gasten
+kwamen; zij waren erg verbaasd, toen zij vuur in den kachel zagen.
+
+Rodolphe's rok ging de dames tegemoet en kuste haar met
+achttiende-eeuwsche gratie de hand; toen er ongeveer twintig gasten
+waren, vroeg Schaunard, of er nog niets rondgediend moest worden.
+
+"Dadelijk," antwoordde Marcel; "we wachten op de komst van den
+invloedrijken criticus, om den punch aan te steken."
+
+Om acht uur waren alle genoodigden aanwezig, waarna een aanvang met
+het programma gemaakt werd. Tusschen de verschillende nummers werden
+er ververschingen aangeboden; wat, daar is men nooit precies achter
+kunnen komen.
+
+Tegen tien uur zag men het gele vest van den invloedrijken criticus
+verschijnen; hij bleef maar een uur en was matig in het gebruik der
+"ververschingen".
+
+Toen er tegen middernacht geen hout meer was en het aardig koud begon
+te worden, lootten de gasten, die zaten, wie zijn stoel in het vuur
+zou werpen.
+
+Om een uur stond iedereen.
+
+Toch bleef er onder de gasten een aangename, opgewekte stemming
+heerschen. Er viel geen enkel ongeval te betreuren, behalve een
+winkelhaak in den vreemde-talen-zak van Colline's rok en een klap,
+dien Schaunard aan de dochter van den kanselier van Cromwell toediende.
+
+Acht dagen lang was deze gedenkwaardige soirée het onderwerp van
+gesprek in het stadsdeel; en Phémie Klad, die de koningin van het feest
+geweest was, placht, wanneer zij er met haar vriendinnen over sprak,
+te zeggen:
+
+"Het was er prachtig; er waren zelfs waskaarsen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+MADEMOISELLE MUSETTE.
+
+
+Mademoiselle Musette was een knap meisje van twintig jaar, die kort
+na haar komst te Parijs dat geworden was, wat knappe meisjes worden,
+wanneer zij een mooie taille, veel coquetterie, een weinig eerzucht
+en in het geheel geen orthographie bezitten. Nadat zij langen tijd de
+vreugde had uitgemaakt der soupers van het Quartier Latin, waar zij
+met altijd frissche, hoewel niet steeds zuivere stem een groot aantal
+landelijke liedjes zong, die haar den naam gaven, waaronder de beste
+rijmsmeden haar sedert gevierd hebben, verliet mademoiselle Musette
+plotseling de Rue de la Harpe, om de aan Venus gewijde hoogten van
+het Quartier Bréda te gaan bewonen.
+
+Al heel spoedig werd zij een der toonaangeefsters van de aristocratie
+van het genot en langzamerhand kwam zij tot die beroemdheid, welke
+daarin bestaat, dat men in de Parijsche couranten genoemd wordt of
+bij alle kunsthandelaars uitgestald staat.
+
+En toch was mademoiselle Musette een uitzondering onder de vrouwen,
+in wier midden zij leefde. Evenals alle ware vrouwen was zij van nature
+elegant en dichterlijk en hield zij van luxe en van alle genietingen,
+die daarvan het gevolg zijn; in haar coquetterie had zij een gloeiend
+verlangen naar al wat mooi en voornaam was, en zij zou, hoewel zij
+een dochter uit het volk was, volstrekt niet misplaatst geweest zijn
+te midden van de koninklijkste pracht en pronk. Doch mademoiselle
+Musette, die zelf jong en knap was, zou er nooit in toegestemd hebben
+de maîtresse te worden van een man, die niet eveneens jong en knap
+zou zijn. Men had haar dan ook eens de prachtige aanbiedingen hooren
+weigeren van een grijsaard, die zoo rijk was, dat hij de Croesus van
+de Chaussée-d'Antin genoemd werd, en aan Musette gouden bergen beloofd
+had. Intelligent en geestig als zij was, kon zij evenmin dwazen en
+fatten uitstaan, hoe ook hun leeftijd, hun titel en hun naam was.
+
+Musette was dus een flink, knap meisje, dat in liefdesaangelegenheden
+de helft van Champforts beroemd aphorisme: "De liefde is de
+uitwisseling van twee phantasieën" tot het hare maakte. [17]
+Haar liaisons werden dan ook nooit voorafgegaan door een van die
+schandelijke koopcontracten, welke de tegenwoordige galanterie
+onteeren. Zij speelde, zooals zij zelf zeide, altijd een eerlijk en
+open spel, en eischte, dat men haar oprechtheid met dezelfde munt
+terugbetaalde.
+
+Maar al waren haar neigingen heftig en spontaan, toch waren
+zij nooit duurzaam genoeg, om te stijgen tot de hoogte van een
+hartstocht. De buitensporige onbestendigheid van haar grillen
+en de groote onverschilligheid, die zij had voor de beurzen en
+spaarpenningen van hen, die haar het hof maakten, brachten een even
+buitensporige onbestendigheid in haar bestaan, dat een eeuwigdurende
+wisseling was tusschen eigen equipage en omnibus, tusschen bel-étage
+en vijfde verdieping, zijden japonnen en katoenen rokjes. Bekoorlijk
+meisje, levend gedicht van jeugd met uw helderen lach en vroolijk
+lied! Medelijdend hart, dat onder het even-geopende boezemlijfje
+voor iedereen klopt! mademoiselle Musette, zuster van Bernerette en
+Mimi Pinson! [18] Ik zou de pen van Alfred de Musset moeten hebben,
+om uw zorgelooze zwerftochten op de bloeiende paden der jeugd naar
+waarde te verhalen; en zeker zou hij u ook hebben willen bezingen,
+indien hij, evenals ik, u met uw lieve, valsche stem dit ongekunstelde
+couplet uit een van uw lievelingsliederen had hooren voordragen:
+
+
+ C'était un beau jour de printemps
+ Que je me déclarai l'amant,
+ L'amant d'une brunette
+ Au coeur de Cupidon,
+ Portant fine cornette
+ Posée en papillon.
+
+
+De geschiedenis, die wij nu gaan vertellen, is een der bekoorlijkste
+episoden uit het leven van deze bekoorlijke gelukzoekster, die zich
+aan het oordeel der wereld al heel weinig gelegen liet.
+
+Ten tijde, dat zij de maîtresse was van een jongen staatsraad, die
+haar galant den sleutel van zijn erfdeel in handen gegeven had, placht
+mademoiselle Musette eens per week een soirée te geven in haar aardig
+klein salonnetje in de rue de la Bruyère. Deze avondpartijen geleken
+op de meeste Parijsche soirées, met dit verschil, dat de gasten zich
+hier werkelijk amuseerden; wanneer er niet genoeg ruimte was, ging de
+een op den schoot van den ander zitten; en meermalen gebeurde het,
+dat twee uit hetzelfde glas dronken. Rodolphe, die de vriend van
+Musette was en die nooit iets anders dan haar vriend was (zij hebben
+geen van beiden ooit geweten, waarom), vroeg Musette op een goeden
+dag, of hij zijn vriend Marcel niet eens mocht medebrengen--"een
+talentvollen jongen", zeide hij, "voor wien de toekomst bezig is een
+rok van de Académie te borduren."
+
+"Breng hem maar mee," antwoordde Musette.
+
+Den avond nu, dat zij samen naar Musette zouden gaan, ging Rodolphe
+Marcel afhalen. De kunstenaar was bezig zijn toilet te maken.
+
+"Wat?" vroeg Rodolphe, "wil jij met een gekleurd overhemd in gezelschap
+verschijnen?"
+
+"Kwetst dat dan de etiquette?" zeide Marcel kalm.
+
+"Of het die kwetst? Tot bloedens toe, ongelukkige."
+
+"Bliksems!" vloekte Marcel met een blik op zijn overhemd, waar op
+een blauwen achtergrond wilde zwijnen door een troep honden vervolgd
+werden; "ik heb hier geen ander. Enfin, ik weet er niets anders op
+dan dat ik een vadermoorder aantrek; niemand zal dan de kleur van
+mijn overhemd zien, daar ik Methusalem tot mijn hals kan toeknoopen."
+
+"Wat?" zeide Rodolphe ongerust, "trek je Methusalem weer aan?"
+
+"Ik moet wel!" was Marcels antwoord. "God wil het, en mijn kleermaker
+ook; trouwens er zijn pas nieuwe knoopen aangezet, en ik heb hem pas
+met Frankfurter zwart opgeknapt."
+
+Methusalem was de rok van Marcel; hij noemde dien zoo, omdat het de
+doyen van zijn garde-robe was. Methusalem was naar de laatste mode
+van vier jaar geleden en schreeuwend groen van kleur. Marcel echter
+beweerde, dat hij er bij kunstlicht zwart uitzag.
+
+Vijf minuten later was Marcel met zijn toilet klaar; hij was met
+den meest volkomen slechten smaak gekleed: precies een kladschilder,
+die voor het eerst in de wereld gaat.
+
+Mijnheer Casimir Bonjour zal den dag, waarop men hem zal komen
+vertellen, dat hij tot lid van het Instituut gekozen is, nooit zoo
+verwonderd kunnen zijn als Marcel en Rodolphe waren, toen zij bij
+het huis van mademoiselle Musette kwamen. Ziehier de reden van hun
+verbazing: mademoiselle Musette, die sedert eenigen tijd met haar
+vriend den staatsraad gebrouilleerd was, was op een zeer kritiek
+oogenblik door hem in den steek gelaten. In opdracht van haar
+schuldeischers en van haar huisbaas waren haar meubels in beslag
+genomen en naar beneden gebracht, om den volgenden dag weggehaald en
+verkocht te worden. Niettegenstaande dit incident kwam het in Musette
+geen oogenblik op haar gasten in den steek te laten of de soirée
+af te zeggen. Met den meesten ernst liet zij de binnenplaats in een
+salon veranderen, legde zelf een tapijt op de steenen, maakte alles
+zooals gewoonlijk in orde, kleedde zich om haar gasten te ontvangen
+en noodigde al de medebewoners van het huis op haar klein feestje, ter
+opluistering waarvan de goede God voor een mooie illuminatie zorgde.
+
+Deze grap had een groot succes, nooit had er op de soirées van Musette
+zoo'n prettige en opgewekte toon geheerscht; er werd nog gezongen
+en gedanst, toen de witkielen de meubels, tapijten en divans kwamen
+halen en daardoor het gezelschap noodzaakten weg te gaan.
+
+Musette deed al haar gasten uitgeleide met het gezang:
+
+
+ "On en parlera longtemps, la ri ra,
+ De ma soirée de jeudi;
+ On en parlera longtemps, la ri ri."
+
+
+Slechts Marcel en Rodolphe bleven bij Musette, die naar haar kamer
+gegaan was, waar alleen het bed nog maar stond.
+
+"Hè," zeide Musette; "ik vind nu mijn avontuur lang zoo aardig niet
+meer; ik zal in het hotel De Bloote Hemel moeten gaan logeeren;
+ik ken het heel goed, het kan er zoo gemeen tochten."
+
+"O, mevrouw," zeide Marcel, "als ik de rijkdommen van Plutus bezat, dan
+zou ik u een tempel, schooner dan die van Salomo, aanbieden, maar ..."
+
+"Ge zijt geen Plutus, vriendlief. Maar dat is minder, ik ben je toch
+dankbaar voor je goede bedoeling .... Maar kom!" voegde zij eraan
+toe, terwijl zij haar blik door de kamer liet gaan; "ik verveelde me
+hier, en bovendien werd het meubilair oud; ik heb het nu al bijna zes
+maanden. Maar dat is niet alles; na het bal wordt er toch gesoupeerd,
+en ik zou graag wat consumeeren."
+
+"Laten we dan consou-peeren," zeide Marcel, die aan een
+woordspelingziekte leed, welke vooral in de ochtenduren zich deed
+gelden.
+
+Daar Rodolphe 's avonds bij het lansquenetspel een klein sommetje
+gewonnen had, nam hij Musette en Marcel mede naar een restaurant,
+dat juist geopend was.
+
+Na het déjeuner besloten zij, daar zij volstrekt geen lust hadden te
+gaan slapen, den dag in het vrije veld te gaan doorbrengen; en daar
+zij vlak bij een station waren, stapten zij in den eersten den besten
+trein, die vertrok, en reden naar Saint-Germain.
+
+Den geheelen dag liepen zij door de bosschen; eerst tegen zeven uur
+in den avond kwamen zij in Parijs terug. Marcel hield stok en stijf
+vol, dat het pas half een en de donkerte het gevolg van de bedekte
+lucht was.
+
+Gedurende de geheele soirée en de rest van den dag was Marcel, wiens
+hart als buskruit was, dat een enkele blik deed ontbranden, steeds
+verliefder geworden op Musette en had haar het hof gemaakt "in alle
+kleuren", zooals hij tegen Rodolphe zeide. Ja, hij was zelfs zoo ver
+gekomen, dat hij het knappe meisje had voorgesteld een nog mooier
+meubilair voor haar te koopen dan het oude; hij zou er zijn beroemde
+schilderij "De doortocht door de Roode Zee" voor verkoopen. Met
+angst en beven zag hij dan ook het oogenblik naderen, waarop hij zou
+moeten scheiden van Musette, die, hoewel zij zich haar handen, hals
+en toebehooren liet kussen, hem telkens, wanneer hij door middel van
+inbraak in haar hart trachtte te dringen, zachtjes van zich af stiet.
+
+Zoodra zij in Parijs terug waren, had Rodolphe zijn vriend met
+het jonge meisje alleen gelaten, dat hem nu vroeg haar naar huis
+te brengen.
+
+"Wilt u mij toestaan, dat ik u kom bezoeken?" vroeg Marcel. "Ik zou
+graag uw portret schilderen."
+
+"Maar beste jongen," antwoordde Musette; "ik kan je mijn adres niet
+geven, omdat ik dat morgen misschien niet meer heb; maar ik zal bij
+jou komen en je rok verstellen, waar zoo'n gat in zit, dat je er,
+zonder betalen, door zoudt kunnen verhuizen."
+
+"Ik zal op u wachten als op den Messias," zeide Marcel.
+
+"Maar niet zoo lang," was Musette's lachend antwoord.
+
+"Wat een bekoorlijk schepseltje," zeide Marcel tot zichzelf, terwijl
+hij langzaam verder liep; "de godin der vroolijkheid. Ik zal twee
+gaten in Methusalem maken."
+
+Hij was nog geen dertig pas verder, toen hij zich op zijn schouder
+voelde kloppen: het was mademoiselle Musette.
+
+"Beste mijnheer Marcel!" zeide zij; "is u een Fransch ridder?"
+
+"Dat ben ik. Rubens en mijn dame, luidt mijn devies."
+
+"Welnu, leen dan het oor aan mijn kommer en erbarm u mijner, edele
+heer," ging Musette verder, die een weinig in de litteratuur bedreven
+was, hoewel zij met de grammatica op zeer gespannen voet leefde;
+"de huisbaas heeft den sleutel van mijn kamer meegenomen, en het is
+elf uur: begrijp je?"
+
+"Natuurlijk," zeide Marcel en bood Musette zijn arm aan. Hij nam haar
+mede naar zijn op den Quai aux Fleurs gelegen atelier.
+
+Hoewel Musette bijna omviel van slaap, had zij toch nog kracht genoeg
+om te zeggen:
+
+"Vergeet niet, wat je me beloofd hebt."
+
+"O Musette, bekoorlijk wezen," zeide de artist met eenigszins ontroerde
+stem; "ge zijt hier onder een gastvrij dak; slaap in vrede, goeden
+nacht! Ik ga heen."
+
+"Waarom?" vroeg Musette, wier oogen bijna dicht vielen; "ik ben
+heusch niet bang; en dan zijn er toch twee kamers, ik zal op je canapé
+gaan slapen."
+
+"Mijn canapé is te hard, om erop te slapen; het lijkt wel, of hij
+met keisteenen opgemaakt is. Ik verleen u gastvrijheid bij mij en
+ga die vragen aan een vriend, die hier op dezelfde verdieping woont
+.... dat is verstandiger. Ik houd gewoonlijk wel mijn woord; maar ik
+ben twee-en-twintig en gij achttien, Musette .... ik ga. Goeden nacht."
+
+Den volgenden ochtend om acht uur kwam Marcel met een bloempot, dien
+hij op de markt gekocht had, weer op zijn kamer. Hij vond Musette,
+die zich geheel gekleed op bed geworpen had, nog slapende. Door het
+leven, dat hij maakte, werd zij wakker en stak Marcel haar hand toe.
+
+"Brave jongen!" zeide zij.
+
+"Brave jongen!" herhaalde Marcel, "is dat niet synoniem met:
+belachelijke dwaas?"
+
+"O, hoe kan je dat zeggen!" viel Musette hem in de rede; "dat is
+niets aardig van je; geef me liever dien mooien pot met bloemen,
+in plaats van dergelijke onaardige dingen naar mijn hoofd te werpen."
+
+"Alleen met dat doel heb ik hem hier gebracht," zeide Marcel. "Aanvaard
+hem dus en zing, als dank voor mijn gastvrijheid, een van je aardige
+liedjes voor mij; de echo van mijn dakkamertje zal misschien iets van
+uw stem bewaren, zoodat ik u nog kan hooren, wanneer ge weer weg zijt."
+
+"Zoo, dus je wilt me wegsturen?" vroeg Musette. "En als ik nu eens niet
+weg wil? Luister eens, Marcel, ik neem geen blaadje voor mijn mond, om
+te zeggen wat ik denk. Jij valt in mijn smaak en ik in den jouwe. Dat
+is nog geen liefde, maar het is er misschien de kiem van. Welnu, ik
+ga niet weg; ik blijf hier en zal hier blijven zoolang als de bloemen,
+die je me daarnet gegeven hebt, niet verwelkt zijn."
+
+"Ach!" riep Marcel uit, "maar dat zijn ze binnen twee dagen. Had ik
+dat geweten, dan had ik immortellen gekocht."
+
+
+
+Veertien dagen woonden Musette en Marcel al samen en leidden,
+hoewel zij dikwijls zonder geld zaten, het heerlijkste leven der
+wereld. Musette voelde voor Marcel een toegenegenheid, die niets
+gemeen had met haar vroegere verliefdheden, en Marcel begon bang te
+worden, dat hij werkelijk van zijn maîtresse zou gaan houden. Daar
+hij echter niet wist, dat zij harerzijds hetzelfde vreesde, keek hij
+iederen ochtend naar de bloemen, wier afsterven het einde van hun
+liaison zou beteekenen, en trachtte hij zich te verklaren, hoe zij
+iederen morgen opnieuw weer zoo frisch waren. Doch weldra vond hij den
+sleutel van het mysterie: toen hij op een goeden nacht wakker werd,
+zag hij Musette niet naast zich. Hij stond op, liep naar de kamer
+en vond daar zijn geliefde, die iederen nacht tijdens zijn slaap de
+bloemen begoot, om op die manier het verwelken tegen te gaan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+DE GOLVEN VAN DEN PACTOLUS. [19]
+
+
+Het was 19 Maart .... En al zou Rodolphe zoo oud worden als
+Raoul-Rochette, die Ninive heeft zien bouwen, nooit zal hij dien
+datum vergeten, want juist op dien aan St. Joseph gewijden dag, des
+namiddags om drie uur verliet onze vriend het kantoor van een bankier,
+waar hij een som van vijfhonderd francs in klinkenden, gangbaren munt
+uitbetaald gekregen had.
+
+Het eerste gebruik, dat Rodolphe van dit in zijn zak terecht gekomen
+stukje van Peru maakte, bestond hierin, dat hij zijn schulden niet
+betaalde, en wel omdat hij zichzelf plechtig beloofd had voortaan
+spaarzaamheid te betrachten en geen extra- of overbodige uitgaven
+te doen. Hij had trouwens op dit punt zeer vaststaande denkbeelden
+en beweerde dan ook, dat men, alvorens te denken aan het overbodige,
+eerst voor het noodzakelijke zorgen moest; daarom betaalde hij zijn
+schuldeischers niet en kocht een Turksche pijp, die reeds sedert lang
+zijn begeerte had opgewekt.
+
+Met dit kostbare voorwerp gewapend, ging hij naar de woning van zijn
+vriend Marcel, bij wien hij reeds sedert eenigen tijd logeerde. Toen
+hij het atelier binnenkwam, luidden zijn zakken als de klokken van
+een dorpstoren op een hoogen feestdag. Toen Marcel dit ongewone
+geluid hoorde, dacht hij, dat het een van zijn buurlieden was, een
+verwoed beurs-speculant, die zijn agio-winst de revue liet passeeren,
+en hij mompelde:
+
+"Daar begint die intrigant van hiernaast weer met zijn epigrammen. Als
+dat nog lang zoo duurt, ga ik verhuizen. Het is niet mogelijk onder
+zoo'n lawaai te werken. Je zoudt waarachtig lust krijgen, om de kunst
+aan den kapstok te hangen en straatroover te worden."
+
+En zonder in de verste verte te vermoeden, dat zijn vriend Rodolphe
+in een Croesus veranderd was, ging Marcel verder werken aan zijn
+"Doortocht door de Roode Zee," waaraan hij nu al drie jaar bezig was.
+
+Rodolphe, die nog geen woord gezegd had en een proef bedacht, die
+hij met zijn vriend wilde nemen, zeide tot zichzelf: "We zullen
+dadelijk lachen, dat zal een jolige boel worden." En hij liet een
+vijffrancstuk vallen.
+
+Marcel keek op en staarde Rodolphe aan, die even ernstig was als een
+artikel uit de "Revue des deux Mondes".
+
+De kunstenaar raapte het geldstuk met een zeer voldaan gebaar op
+en bereidde het een zeer vriendelijke ontvangst, want, hoewel hij
+een kleurenmenger was, kende hij toch zijn wereld en was steeds
+zeer beleefd tegenover vreemdelingen. Daar hij bovendien wist, dat
+Rodolphe uitgegaan was, om te trachten wat geld te krijgen, beperkte
+hij, nu hij zag, dat zijn vriend daarin geslaagd was, zich ertoe het
+resultaat te bewonderen, zonder hem te vragen met behulp van welke
+middelen het verkregen was.
+
+Zonder een woord te zeggen, begon hij weer aan zijn werk en ging voort
+een Egyptenaar in de golven der Roode Zee te verdrinken. Terwijl hij
+bezig was dien moord te plegen, liet Rodolphe een tweede vijffrancstuk
+vallen. En terwijl hij heimelijk keek naar het gezicht, dat zijn
+vriend zou trekken, begon hij in zijn vuistje te lachen.
+
+Bij den helderen klank van het metaal sprong Marcel als door een
+electrischen schok getroffen, plotseling op en riep uit:
+
+"Wat? Heeft dat lied een tweede couplet?"
+
+Een derde stuk rolde over den vloer, toen nog een en nog een; ten
+slotte danste er een heele quadrille daalders in de kamer rond.
+
+Marcel begon zichtbare teekenen van zinsverbijstering te geven en
+Rodolphe lachte als het parterre van het Théâtre Français bij de
+eerste opvoering van "Johanna van Vlaanderen". Plotseling en zonder
+eenige omzichtigheid greep Rodolphe met volle handen in zijn zakken
+en begonnen de daalders een fabelachtigen steeple chase. Het was als
+een overstrooming van den Pactolus, als het bacchanaal van Juppiter
+bij Danaë.
+
+Marcel stond onbeweeglijk, stom, met starre oogen; de verbazing
+veroorzaakte bij hem een metamorphose, als die, welke de
+nieuwsgierigheid vroeger de vrouw van Loth had doen ondergaan; en
+toen Rodolphe zijn laatste rol van honderd francs op den grond smeet,
+was de artist aan een kant van zijn lichaam reeds geheel verzout.
+
+Rodolphe stond nog steeds te lachen. En bij die stormachtige
+vroolijkheid zou het gedonder van een orkest van Sax [20] zoo iets
+als het gezucht van een kind aan de moederborst geweest zijn.
+
+Verblind, ademloos en verstomd van ontroering dacht Marcel, dat hij
+droomde; en om de nachtmerrie, die zijn borst benauwde, te verjagen,
+beet hij zich tot bloedens toe in zijn vinger, wat hem zoo'n pijn
+deed, dat hij het uitschreeuwde. Toen merkte hij, dat hij klaar
+wakker was; en al dat goud aan zijn voeten ziende, riep hij als een
+treurspelheld uit:
+
+"Mag ik mijn oogen gelooven?"
+
+En dan de hand van Rodolphe in de zijne nemend:
+
+"Geef mij de verklaring van dit mysterie!"
+
+"Als ik die gaf, zou het er geen meer zijn!"
+
+"Maar hoe dan....?"
+
+"Dit goud is de vrucht van mijn zweet," zeide Rodolphe, terwijl hij
+het geld opraapte, dat hij op een tafel opstapelde! Dan ging hij een
+paar stappen achteruit, keek met eerbied naar de vijfhonderd francs
+en dacht:
+
+"Nu zal ik dus mijn droomen kunnen verwezenlijken."
+
+"Dat zal niet ver van de zesduizend francs af zijn," dacht op zijn
+beurt Marcel met een blik op de daalders, die op de tafel stonden te
+trillen. "Daar kom ik op een goed idée. Ik zal Rodolphe vragen mijn
+"Doortocht door de Roode Zee" te koopen!"
+
+Plotseling nam Rodolphe een theatrale houding aan en met groote
+plechtigheid in gebaar en stem zeide hij:
+
+"Luister eens, Marcel; het fortuin, dat ik hier voor uw oogen heb
+laten schitteren, is niet het resultaat van lage handelingen, ik heb
+niet met mijn pen gesjacherd, ik ben rijk, maar op mijn naam kleeft
+geen smet; een edelmoedige hand heeft mij dat goud gegeven, en ik
+heb een plechtige belofte afgelegd, om het te gebruiken ten einde
+mij door mijn werk een positie te verschaffen, die een ernstig man
+waardig is. De arbeid is de heiligste der plichten."
+
+"En het paard het edelste der dieren," viel Marcel hem in de
+rede. "Maar waar wil je eigenlijk heen? Wat bedoel je met die
+woorden? Waar haal je dat proza vandaan? Zeker uit de steengroeven
+der school van het gezond verstand?"
+
+"Val mij niet in de rede en scheid uit met je flauwe spotternijen,"
+zeide Rodolphe; "zij zouden trouwens toch afstuiten op het harnas
+van een onkwetsbaren wil, waarmede ik in het vervolg gepantserd ben."
+
+"Nou is de proloog lang genoeg. Waar wou je eigenlijk op neer komen?"
+
+"Luister naar mijn plannen: Gevrijwaard tegen de materieele zorgen
+des levens, wil ik ernstig aan het werk gaan; ik zal mijn meesterwerk
+voltooien en mij voor goed naam maken. In de eerste plaats breek ik
+met de Bohème-manieren, ik kleed mij zooals iedereen, koop een rok en
+ga de salons frequenteeren. Indien je denzelfden weg bewandelen wilt,
+zullen we samen kunnen blijven wonen, maar je zult mijn programma
+moeten aanvaarden. De strengste spaarzaamheid zal ons bestaan moeten
+beheerschen. Wanneer wij goed onze maatregelen weten te nemen, kunnen
+we drie maanden ongestoord en onbekommerd werken. Maar daarvoor is
+oeconomie noodig."
+
+"Beste vriend," zeide Marcel, "de oeconomie is een wetenschap,
+die alleen onder het bereik van de rijken valt, zoodat jij en ik er
+zelfs de grondbeginselen niet van kennen. Maar met een uitgave van
+zes francs zouden wij de werken kunnen koopen van Jean-Baptiste Say,
+een uitstekend oeconoom, die ons misschien de manier, om die kunst
+praktisch te beoefenen, zal kunnen leeren... Maar wat zie ik, heb je
+daar een Turksche pijp?"
+
+"Ja," zeide Rodolphe: "die heb ik voor vijf-en-twintig francs gekocht."
+
+"Wat, jij geeft vijf-en-twintig francs uit voor een pijp .... en
+durft dan nog van oeconomie te praten?"
+
+"Dat is zeer zeker oeconomie," antwoordde Rodolphe; "ik brak iederen
+dag een pijp van twee sous; aan het eind van een jaar maakt dat een
+uitgave, die heel wat grooter is dan die, welke ik nu gedaan heb
+.... Het is dus in werkelijkheid een besparing."
+
+"Waarachtig," zeide Marcel; "je hebt gelijk, daar zou ik nooit op
+gekomen zijn."
+
+Op dat oogenblik sloeg het zes uur.
+
+"Laten we nu gauw gaan dineeren," zeide Rodolphe; "ik wil vanavond nog
+met de uitvoering van mijn plan beginnen. Maar van eten gesproken,
+daar valt me iets in: wij verliezen iederen dag kostbaren tijd met
+het klaarmaken van ons diner. De tijd echter is de rijkdom van den
+arbeider, wij moeten er dus zuinig mede zijn. Met vandaag te beginnen
+gaan we buitenshuis eten."
+
+"Uitstekend," zeide Marcel; "twintig pas hier vandaan is een uitstekend
+restaurant; het is er wel een beetje duur; maar daar het vlak bij is,
+behoeven we niet ver te loopen en verdienen we aan tijd wat we aan
+geld uitgeven."
+
+"Vandaag zullen we nog gaan," zeide Rodolphe; "maar morgen of
+overmorgen zullen we nog oeconomischer maatregelen toepassen .... In
+plaats van naar een restaurant te gaan, zullen we een keukenmeid
+nemen."
+
+"Neen, neen!" viel Marcel hem in de rede; "laten we liever een knecht
+nemen, die tevens voor kok fungeeren kan. Bedenk eens welke groote
+voordeelen daaruit zullen kunnen voortvloeien. In de eerste plaats zal
+ons huishouden steeds in orde zijn: hij kan onze schoenen poetsen,
+mijn penseelen uitwasschen, onze boodschappen doen; ik zal zelfs
+probeeren hem wat smaak voor de schoone kunsten bij te brengen,
+dan kan hij mijn leerling worden. Op die manier sparen we met ons
+beiden per dag minstens zes uur uit, die we nu besteden aan allerlei
+onnoodige bezigheden, welke ons in ons werk hinderen."
+
+"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik heb nog een ander idée .... maar
+laten we eerst gaan dineeren!"
+
+Vijf minuten later zaten de beide vrienden in een der kamertjes van
+het naburige restaurant en zetten daar hun oeconomisch debat voort.
+
+"Weet je wat mijn idée is?" waagde Rodolphe op te merken; "wat zou
+je ervan zeggen, als we in plaats van een knecht een maîtresse nemen?"
+
+"Een maîtresse voor twee man!" viel Marcel verbaasd uit; "dat zou
+de gierigheid tot in het verkwistende drijven zijn; wij zouden onze
+spaarduiten gebruiken, om messen en andere moordwerktuigen te koopen,
+waarmede we elkaar te lijf zouden gaan. Neen, ik prefereer een knecht;
+bovendien staat dat deftig ook!"
+
+"Je hebt gelijk," zeide Rodolphe; "wij zullen een intelligenten jongen
+nemen; en als hij eenig begrip van orthographie heeft, zal ik hem
+leeren redigeeren."
+
+"Dat zal dan een bron van inkomsten voor hem zijn op zijn ouden dag,"
+zeide Marcel, terwijl hij de rekening, die vijftien francs bedroeg,
+optelde. "Jongens, dat is vrij duur. Gewoonlijk dineerden wij voor
+dertig sous samen."
+
+"Dat is zoo," vond Rodolphe, "maar we dineerden slecht en waren
+daardoor genoodzaakt 's avonds weer te soupeeren. Goed beschouwd is
+het dus een besparing."
+
+"Tegen jou valt niet te redeneeren," mompelde de schilder, door die
+redeneering overtuigd; "jij hebt altijd gelijk. Gaan we vanavond
+werken?"
+
+"Waarachtig niet. Ik ga naar mijn oom; dat is een brave kerel, ik zal
+hem op de hoogte brengen van mijn nieuwe positie, hij zal me goeden
+raad kunnen geven. En waar ga jij heen, Marcel?"
+
+"Ik ga den ouden Médicis vragen, of hij geen schilderijen voor mij
+te restaureeren heeft. A propos, geef mij even vijf francs."
+
+"Waarvoor?"
+
+"Ik wil over den Pont des Arts gaan."
+
+"O, dat is een onnoodige uitgave, die, ook al is zij niet zoo heel
+groot, toch met onze principes in strijd is."
+
+"Ik heb ongelijk, het is zoo," antwoordde Marcel; "ik zal over den
+Pont Neuf gaan .... maar dan neem ik een rijtuig."
+
+De twee vrienden namen afscheid en sloegen ieder een verschillenden
+weg in, die door een zonderlingen samenloop van omstandigheden hen
+beiden op dezelfde plaats terugbracht.
+
+"Zoo, heb je je oom niet thuis gevonden?" vroeg Marcel.
+
+"En was de oude Médicis er niet?" was Rodolphe's wedervraag.
+
+En zij barstten in lachen uit.
+
+Toch gingen zij op een vroeg uur naar huis terug ... den volgenden
+ochtend namelijk.
+
+Twee dagen later hadden Rodolphe en Marcel een volledige metamorphose
+ondergaan. Beiden gekleed als pasgehuwden, waren zij zoo mooi,
+zoo schitterend, zoo elegant, dat zij, wanneer zij elkaar op straat
+tegenkwamen, aarzelden elkaar te herkennen.
+
+Hun oeconomisch stelsel werkte in al zijn kracht, de organisatie van
+het werk kwam echter slechts met groote moeite tot stand. Zij hadden
+een knecht gehuurd. Het was een lange slungel van vier-en-dertig jaar
+en Zwitsersche afkomst en niet al te groote intelligentie. Bovendien
+was hij niet voor knecht in de wieg gelegd; wanneer een van zijn
+heeren hem een eenigszins groot pakket te bezorgen gaf, kreeg
+Baptiste een kleur van verontwaardiging en liet de boodschap
+door een witkiel doen. Maar Baptiste had ook goede eigenschappen:
+wanneer men hem bijv. een haas gaf, kon hij daarvan zoo noodig een
+hazenpeper maken. Ook had hij, daar hij, alvorens knecht te worden,
+destillateur geweest was, een groote voorliefde voor die kunst gehouden
+en ontstal hij een groot deel van den tijd, dien hij voor zijn meesters
+moest gebruiken, aan het zoeken naar de samenstelling van een nieuw
+wondmiddel, waaraan hij zijn naam wilde geven. Verder had hij het
+ver gebracht in het maken van notenbrandewijn. Maar de kunst, waarin
+Baptiste door niemand geëvenaard werd, was die om de sigaren van Marcel
+op te rooken en ze aan te steken met de manuscripten van Rodolphe.
+
+Op een goeden dag wilde Marcel Baptiste in het costuum van Pharao voor
+zijn "Doortocht door de Roode Zee" laten poseeren. Baptiste weigerde
+dit beslist en zeide zijn dienst op.
+
+"Goed," zeide Marcel; "we zullen vanavond afrekenen."
+
+Toen Rodolphe thuis kwam, zeide zijn vriend tegen hem, dat Baptiste
+beslist weggezonden moest worden.
+
+"Wij hebben absoluut geen nut van hem," zeide hij.
+
+"Dat is zoo," antwoordde Rodolphe; "hij is een levend kunstvoorwerp."
+
+"Hij is zoo dom als het achtereind van een koe."
+
+"En lui!"
+
+"Hij moet weg."
+
+"Laten we hem wegsturen!"
+
+"Toch heeft hij eenige goede eigenschappen. Hij kan heel lekker
+hazenpeper maken."
+
+"En notenbrandewijn dan. Hij is de Raphaël van den notenbrandewijn."
+
+"Zeker, maar dat is ook het eenige, waarvoor hij deugt, en dat is
+voor ons niet voldoende. Wij verliezen al onzen tijd door al die
+discussies met hem."
+
+"Hij hindert ons in ons werk."
+
+"Het is zijn schuld, dat ik mijn "Doortocht door de Roode Zee" nog
+niet heb kunnen tentoonstellen. Hij heeft geweigerd om voor Pharao
+te poseeren."
+
+"En door hem heb ik het werk, dat mij opgedragen was, niet kunnen
+afmaken. Hij heeft geweigerd, om in de bibliotheek de aanteekeningen,
+die ik noodig had, te gaan halen."
+
+"Hij ruïneert ons."
+
+"We kunnen hem beslist niet houden."
+
+"Laten we hem dan wegzenden .... Maar eerst moeten we hem betalen."
+
+"Wij zullen hem betalen, maar weg moet hij! Geef me geld, dan zal ik
+met hem afrekenen."
+
+"Wat, geld! Ik houd toch de kas niet, maar jij!"
+
+"Geen quaestie van, jij! Jij hebt je met de generale intendantuur
+belast," zeide Rodolphe.
+
+"Maar ik geef je de heilige verzekering, dat ik geen geld heb!" riep
+Marcel uit.
+
+"Zou al het geld nou al op zijn? Dat is onmogelijk! Je kan geen
+vijfhonderd francs in acht dagen uitgeven, vooral wanneer je,
+zooals wij, met de grootste spaarzaamheid geleefd hebt en je je tot
+het strikt noodzakelijke beperkt (Tot het strikt overbodige had hij
+moeten zeggen.). Wij moeten de rekeningen even verifieeren, dan zullen
+we de fout wel vinden."
+
+"Ja, die wel," zeide Marcel, "maar niet het geld. Maar dat hindert
+minder, we kunnen toch het uitgaven-boekje wel even doorloopen."
+
+Ziehier het specimen van die boekhouding, welke onder de auspiciën
+van Sancta Oeconomica begonnen was.
+
+"19 Maart. Ontvangen: 500 francs. Uitgegeven: een Turksche pijp,
+25 francs; diner, 15 francs; diversen, 40 francs."
+
+"Wat zijn dat voor uitgaven?" vroeg Rodolphe aan Marcel, die las.
+
+"Dat weet je wel," antwoordde deze, "dat is de avond, dat we 's
+morgens pas thuis gekomen zijn. Trouwens daardoor hebben we vuur en
+licht gespaard."
+
+"Verder."
+
+"20 Maart. Dejeuner, 1 fr. 50; tabak 20 cent; diner, 2 fr.; een
+monocle, 2 fr. 50. Die monocle is voor jouw rekening. Waarvoor hadt
+je een monocle noodig? Je mankeert niets aan je oogen."
+
+"Je weet heel goed, dat ik voor de Echarpe d'Iris een verslag over
+de schilderijen-tentoonstelling moest maken; en zonder monocle
+kan je geen schilderijen beoordeelen; dat was een gerechtvaardigde
+uitgave. Verder? ...."
+
+"Een wandelstok ..."
+
+"O, die is voor jouw rekening," zeide Rodolphe. "Je hadt geen
+wandelstok noodig."
+
+"Dat is alles, wat den 20sten uitgegeven is," zeide Marcel, die
+op Rodolphe's uitval niet inging. "Den 21sten hebben we in de stad
+geluncht, gedineerd en gesoupeerd."
+
+"Dan hebben we dien dag toch niet veel uit kunnen geven?"
+
+"Inderdaad slechts een kleinigheid .... Bijna dertig francs."
+
+"Maar waaraan toch in hemelsnaam?"
+
+"Dat weet ik niet meer," antwoordde Marcel; "maar het staat onder de
+rubriek: Diversen."
+
+"Dat is een heel vage en verraderlijke titel," riep Rodolphe.
+
+"22 Maart. Dat was de dag, waarop Baptiste in dienst gekomen is;
+we hebben hem een voorschot van 5 francs op zijn loon gegeven; voor
+een draaiorgel 50 centimes; voor den afkoop van vier Chineesche
+boerenjongens, die door hun ouders, ongelooflijke drankorgels en
+doordraaiers, tot verdrinking in de Gele Rivier gedoemd waren,
+2 fr. 40 c."
+
+"Lieve Hemel," zeide Rodolphe, "verklaar mij toch eens de
+tegenstelling, die in dit artikel op te merken is. Als je aan
+draaiorgels geeft, waarom scheldt je dan op die doordraaiers en
+drankorgels van ouders. En waar was het noodig voor geld voor die
+Chineesche boerenjongens uit te geven? Als het nu nog boerenjongens
+op brandewijn geweest waren!"
+
+"Ik ben nu eenmaal grootmoedig geboren," antwoordde Marcel. "Doch
+lees jij nu eens verder. Tot nu toe zijn we niet veel van het
+spaarzaamheidsprincipe afgeweken."
+
+"23 Maart. Niets. 24 Maart. Idem. Dat zijn twee goede dagen, 25
+Maart. Een voorschot van 3 francs op het loon van Baptiste."
+
+"Het schijnt, dat we hem nog al veel voorschot gegeven hebben,"
+zeide Marcel.
+
+"Des te minder hebben we hem dan nu uit te betalen," antwoordde
+Rodolphe. "Ga verder."
+
+"26 Maart. Verschillende, uit een oogpunt van kunst nuttige uitgaven,
+36 fr. 40 c."
+
+"Wat hebben we dan voor nuttigs gekocht?" vroeg Rodolphe; "ik herinner
+me er niets van. 36 fr. 40 c., wat kan dat zijn?"
+
+"Herinner je je dat niet?... Dat is de dag, waarop wij de Notre-Dame
+beklommen hebben, om Parijs in vogelvlucht te zien."
+
+"Maar dat kost toch niet meer dan acht sous," dacht Rodolphe.
+
+"Ja, maar toen we weer beneden waren, zijn we in St. Germain gaan
+dineeren."
+
+"Dan is de zaak duidelijk."
+
+"27 Maart: Niets!"
+
+"Prachtig! Dat is nu eens spaarzaam!"
+
+"28 Maart. Voorschot aan Baptiste, 6 fr."
+
+"O, nu ben ik er zeker van, dat we hem niets meer te betalen
+hebben. Het is zelfs niet onmogelijk, dat hij ons nog wat schuldig
+is .... Enfin, dat zal ik wel eens narekenen."
+
+"29 Maart. Waarachtig, op 29 Maart hebben we niets uitgegeven. Er
+staat het begin van een preek voor in de plaats. 30 Maart. Juist, toen
+hadden we menschen te dineeren; een groote uitgave: 30 fr. 55c. Den
+31sten, dit is vandaag, hebben we nog niets uitgegeven. Je ziet dus,
+dat de boekhouding zeer nauwkeurig geweest is. Het totaal bedraagt
+op geen stukken na 500 francs."
+
+"Dan moet er nog geld in kas zijn."
+
+"We zullen zien," zeide Marcel, terwijl hij een lade opentrok. "Neen,
+er is niets meer, alleen een spin."
+
+"Een spin op den morgen brengt kommer en zorgen," merkte Rodolphe op.
+
+"Maar waar kan al dat geld gebleven zijn?" vroeg Marcel,
+terneergeslagen bij het zien van de ledige kas.
+
+"Vraag je dat nog?" zeide Rodolphe. "Dat is nogal eenvoudig: we hebben
+het aan Baptiste gegeven."
+
+"Wat is dat?" riep Marcel uit, die in de lade een stuk papier vond. "De
+rekening voor het laatste kwartaal huur!"
+
+"Hoe is die hier gekomen?" vroeg Rodolphe.
+
+"En gequiteerd ook!" voegde Marcel eraan toe. "Heb jij huur betaald?"
+
+"Ik? Loop nou rond!"
+
+"Maar wat beteekent dan?"
+
+"Maar ik bezweer je ...."
+
+"Wat is dan dit mysterie?" zongen zij in koor op de melodie der finale
+van La Dame Blanche.
+
+Baptiste, die graag muziek hoorde, kwam dadelijk aanloopen.
+
+Marcel liet hem de quitantie zien.
+
+"O ja, dat is waar ook!" zeide Baptiste langs zijn neus weg; "dat had
+ik nog vergeten te zeggen. De huisbaas is hier geweest, toen jullie
+uit waren, en om hem de moeite te besparen terug te moeten komen,
+heb ik hem maar betaald."
+
+"Waar heb je dat geld vandaan gehaald?"
+
+"O, ik heb het uit de la genomen, die stond open; ik dacht, dat de
+heeren die juist daarom open hadden laten staan, en ik zei zoo tegen
+mezelvers; De heeren hebben, toen ze uit gingen, vergeten te zeggen:
+"Baptiste, de huisbaas zal zijn huur komen halen, je moet hem betalen;"
+en toen heb ik gedaan, alsof ik dat bevel gekregen had, zonder het
+bevel gekregen te hebben."
+
+"Baptiste," zeide Marcel, ziedend van woede, "je hebt onze bevelen
+overtreden. Van af heden ben je uit onzen dienst ontslagen. Baptiste,
+geef je livrei terug."
+
+Baptiste nam zijn wasdoeken pet, waaruit zijn heele uniform bestond,
+af en gaf die aan Marcel.
+
+"Goed," zeide deze; "je kunt gaan ..."
+
+"En mijn loon?"
+
+"Ben je soms niet erg lekker? Je hebt al meer gekregen dan we je
+schuldig zijn. Ik heb je in nog geen veertien dagen veertien francs
+gegeven. Wat doe je met al dat geld? Mainteneer je soms een danseres?"
+
+"Op het slappe koord," voegde Rodolphe eraan toe.
+
+"Ik sta dus alleen op de wereld," zeide de ongelukkige knecht;
+"zonder iets, waarop ik mijn hoofd kan nederleggen!"
+
+"Neem dan je livrei maar terug," antwoordde Marcel, ondanks zichzelf
+aangedaan.
+
+En hij gaf de pet aan Baptiste terug.
+
+"En toch heeft die ongelukkige ons fortuin verkwist," zeide Rodolphe,
+toen hij den armen Baptiste zag weggaan. "Waar dineeren we vandaag?"
+
+"Dat zullen we morgen weten," antwoordde Marcel.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+WAT EEN VIJFFRANCSSTUK KOST.
+
+
+Op een Zaterdagavond in den tijd, dat hij nog niet met mademoiselle
+Mimi "was", met wie we weldra kennis zullen maken, leerde Rodolphe
+aan zijn table-d'hôte een handelaarster in mode-artikelen,
+mademoiselle Laure geheeten, kennen. Toen zij gehoord had, dat
+Rodolphe hoofdredacteur van de Echarpe d'Iris en van den Castor,
+twee modebladen, was, begon zij, in de hoop, dat hij reclame voor
+haar artikelen zou maken, op vrij in het oog loopende wijze met hem
+te coquetteeren. Op die uitdagingen had Rodolphe geantwoord met een
+vuurwerk van galante complimentjes, die Benserade, Voiture en alle
+Ruggieri's van den precieusen stijl jaloersch gemaakt zouden hebben;
+en toen zij na afloop van het diner vernam, dat Rodolphe dichter was,
+gaf zij hem heel duidelijk te verstaan, dat zij niet ongeneigd was
+hem als haar Petrarca aan te nemen. Zelfs stond zij hem zonder veel
+omhaal van woorden een rendez-vous voor den volgenden dag toe.
+
+"Bij Juppiter!" zeide Rodolphe tot zichzelf, toen hij
+mademoiselle Laure naar huis bracht, "dat is beslist een beminlijke
+persoonlijkheid. Het lijkt wel, dat zij over een voldoende grammatica
+en een rijk voorziene garde-robe beschikt. Ik ben werkelijk wel
+geneigd haar gelukkig te maken."
+
+Toen zij bij de deur van haar huis gekomen was, liet mademoiselle
+Laure den arm van Rodolphe los en dankte hem hartelijk voor de moeite,
+die hij zich getroost had, om haar naar een zoo afgelegen stadswijk
+te brengen.
+
+"O, madame," antwoordde Rodolphe met een buiging, waarbij zijn gezicht
+op den grond kwam, "ik wilde, dat u te Moskou of op de Sunda-eilanden
+woonde, alleen om nog langer uw cavalier te kunnen zijn!"
+
+"Dat is wel wat erg ver!" antwoordde Laure gemaakt.
+
+"We zouden over de boulevards gegaan zijn, madame," zeide Rodolphe. "En
+sta mij toe, u, in den persoon van uw wang, de hand te kussen,"
+vervolgde hij, terwijl hij Laure, voor zij het verhinderen kon,
+een kus op de lippen drukte.
+
+"O, mijnheer," kirde zij, "dat gaat te vlug."
+
+"Ja, maar dan bereik ik ook eerder mijn doel," zeide Rodolphe. "In
+de liefde moeten de eerste afstanden in galop worden afgelegd."
+
+"Een type!" dacht de modiste, terwijl zij naar binnen ging.
+
+"Een allerliefst persoonlijkheidje," zeide Rodolphe, toen hij naar
+huis wandelde.
+
+Zoodra hij op zijn kamer was, ging hij naar bed en droomde de zoetste
+droomen. Hij zag zich op bals, in de schouwburgen en op wandelplaatsen
+met Laure aan zijn arm, die nog mooiere japonnen dan die, welke in
+de sprookjes van Moeder de Gans voorkomen, aan had.
+
+Volgens zijn gewoonte stond Rodolphe den volgenden dag om elf uur
+op. Zijn eerste gedachte was voor mademoiselle Laure.
+
+"Een heel beschaafde vrouw," mompelde hij. "Ik ben er zeker van,
+dat zij te Saint-Denis is opgevoed. Ik zal dus eindelijk het geluk
+leeren kennen een maîtresse te bezitten, die er warmpjes in zit. Ik
+moet mij offers voor haar getroosten. Ik zal dus mijn geld aan de
+Echarpe d'Iris gaan halen, een paar handschoenen koopen en met Laure
+gaan dineeren in een restaurant, waar ze servetten geven. Mijn rok
+is wel niet heel mooi meer, maar zwart kleedt toch altijd goed!"
+
+En hij ging naar het bureau van de Echarpe d'Iris.
+
+Op straat zag hij echter in den omnibus groote affiches met de woorden:
+
+
+ "Heden, Zondag, springen de waterwerken te Versailles."
+
+
+Het inslaan van den bliksem vlak voor zijn voeten zou op Rodolphe
+geen dieperen indruk gemaakt hebben dan het zien van dat affiche.
+
+"Het is vandaag Zondag! Dat was ik heelemaal vergeten!" riep hij
+uit. "Dan krijg ik nergens geld vandaag. Zondag! Alles wat in Parijs
+daalders heeft, is al op weg naar Versailles."
+
+Desniettemin liep Rodolphe, voortgedreven door een van die fabelachtige
+verwachtingen, waaraan de mensch zich steeds vastklampt, zoo snel als
+zijn beenen hem dragen konden, naar het bureau van zijn blad. Misschien
+zou een gelukkig toeval den kassier daar gebracht hebben.
+
+Mijnheer Boniface was er inderdaad geweest, doch onmiddellijk weer
+vertrokken.
+
+"Hij is naar Versailles," zeide de loopjongen.
+
+"Dat is verkeken," zeide Rodolphe.... "Maar wacht eens even. Het
+rendez-vous is vanavond pas. Het is nu twaalf uur, ik heb dus nog
+vijf uur om vijf francs te vinden--dat is twintig sous per uur,
+net als de paarden in het Bois de Boulogne. En nu voorwaarts marsch!"
+
+Daar hij juist in het stadsdeel was, waar een journalist woonde,
+dien hij den invloedrijken criticus noemde, besloot hij bij dezen
+een poging te wagen.
+
+"Ik vind hem zeker thuis," zeide hij, terwijl hij de trap opliep;
+"het is vandaag zijn feuilletondag, dus gaat hij niet uit. Ik zal
+van hem vijf francs leenen."
+
+"Ha, ben jij het!" zeide de criticus, toen hij Rodolphe zag, "je komt
+als geroepen; ik heb je een kleinen dienst te vragen."
+
+"Dat treft prachtig!" dacht de redacteur van de Echarpe d'Iris.
+
+"Was je gisteren in den Odéon?"
+
+"Daar ben ik altijd!"
+
+"Je hebt dus het nieuwe stuk gezien?"
+
+"Wie zou het anders gezien hebben? Het publiek van den Odéon ben ik!"
+
+"Dat is waar ook," zeide de criticus. "Je bent een der steunpilaren
+van dien schouwburg. Er loopt zelfs een gerucht, dat je subsidie
+geeft. Doch om op de zaak terug te komen, kan je me geen overzicht
+van het nieuwe stuk geven?"
+
+"Niets makkelijker dan dat. Ik heb het geheugen van een schuldeischer."
+
+"Van wien was het stuk?" vroeg de journalist aan Rodolphe, terwijl
+deze aan het schrijven was.
+
+"Van een mijnheer."
+
+"Dan zal het geen sterk stuk zijn."
+
+"In geen geval zoo sterk als een Turk."
+
+"Dan is het ook niet sterk. Want de Turken hebben geheel ten onrechte
+den naam van sterk te zijn. Zij zouden hier nog niet eens voor
+schoorsteenvegers deugen."
+
+"En waarom niet?"
+
+"Omdat alle schoorsteenvegers Savoyaards zijn, en alle Savoyaards
+weer Auvergners, en alle Auvergners weer kruiers zijn. En bovendien
+zijn er geen Turken meer, behalve op de bals masqués in de voorsteden
+en op de Champs Elysées, waar zij dadels verkoopen. De Turk is een
+vooroordeel. Een van mijn vrienden kent het Oosten heel goed en die
+heeft me verzekerd, dat al de onderdanen van die natie geboren zijn
+in de rue Coquenard."
+
+"Alleraardigst!"
+
+"Vind je?" vroeg de criticus. "Dan zet ik het in mijn feuilleton."
+
+"Hier heb je de analyse van het stuk," zeide Rodolphe. "Gauw gedaan,
+wat?"
+
+"Dat wel, maar het is verduiveld kort."
+
+"Wanneer je er wat gedachtenstreepjes bij zet en je kritische opinie
+ontwikkelt, neemt het plaats genoeg in."
+
+"Daar heb ik geen tijd voor, mijn waarde, en bovendien beslaat mijn
+kritische meening zooveel plaats niet."
+
+"Dan zet je er om de drie woorden een adjectief bij."
+
+"Zou je aan de analyse niet een korte, of liever een lange beschouwing
+over het stuk kunnen vasthechten?" vroeg de criticus.
+
+"Och," zeide Rodolphe, "ik heb wel mijn bepaalde ideeën over de
+tragedie, maar ik waarschuw je, dat ik ze al driemaal in den Castor
+en in de Echarpe d'Iris heb laten afdrukken."
+
+"Dat is minder; hoeveel regels beslaan je ideeën?"
+
+"Veertig regels."
+
+"Bliksems, jij hebt groote ideeën! Nou, wil je me je veertig regels
+leenen?"
+
+"Prachtig!" dacht Rodolphe. "Als ik hem voor twintig francs copie
+lever, zal hij mij geen vijf francs kunnen weigeren. Ik moet je
+echter eerlijk bekennen," zeide hij vervolgens tot den criticus, "dat
+mijn denkbeelden niet bepaald nieuw zijn. Zij zijn aan den elleboog
+een beetje doorgesleten. Voor ik ze liet drukken, heb ik ze in alle
+koffiehuizen van Parijs uitgebazuind: er is geen kellner in Parijs,
+die ze niet uit zijn hoofd kent."
+
+"Wat kan mij dat schelen?.... Je kent me nog niet. Is er, uitgezonderd
+de deugd, iets nieuws in de wereld?"
+
+"Hier!" zeide Rodolphe toen hij klaar was.
+
+"Donder en bliksem! Er mankeeren nog twee kolom... Waarmede dien
+afgrond te dempen? Kom, lever me, nu je toch hier bent, nog een
+paar paradoxen!"
+
+"Ik heb er van mijzelf niet bij me," zeide Rodolphe; "maar ik kan
+je er wel een paar leenen; ze zijn echter niet van mij; ik heb ze
+voor vijftig centimes van een vriend, die in geldverlegenheid zat,
+gekocht. Ze hebben nog maar heel weinig dienst gedaan."
+
+"Des te beter!" zeide de criticus.
+
+"Het gaat goed!" zeide Rodolphe tot zichzelf, terwijl hij weer begon
+te schrijven; "ik vraag hem minstens tien francs; in dezen tijd zijn
+de paradoxen even duur als jonge patrijzen."
+
+En hij schreef een dertig regels, waarin hij zottenpraat uitkraamde
+over piano's, goudvisschen, de school van het gezond verstand en
+Rijnwijn, dien hij toiletwijn noemde.
+
+"Prachtig," zeide de criticus; "doe mij nu nog het genoegen er bij
+te schrijven, dat het bagno de plaats in de wereld is, waar je de
+meeste rechtschapen menschen vindt."
+
+"Waarom?"
+
+"Om nog twee regels te vullen. Zoo, dat is in orde," zeide de
+invloedrijke criticus en riep zijn bediende, om zijn feuilleton naar
+de drukkerij te brengen.
+
+"En nu," zeide Rodolphe; "de koe bij de horens gevat!" En hij deed
+plechtig en ernstig zijn verzoek.
+
+"O je, mijn waarde," zuchtte de criticus, "ik heb zelf geen sou in
+huis. Lolotte ruïneert me met pomade en zooeven heeft zij mij tot
+mijn laatste halve duit uitgeschud om naar Versailles te gaan en de
+Nereïden en andere bronzen monsters water te zien spuwen."
+
+"Naar Versailles?" vroeg Rodolphe. "Is het vandaag dan een epidemie?"
+
+"Maar waarom heb je geld noodig?"
+
+"Ziehier het geval," antwoordde Rodolphe. "Om vijf uur heb ik een
+afspraak met een vrouw van de wereld, een gedistingeerde dame, die
+altijd in een omnibus uitgaat. Ik zou gaarne voor eenige dagen mijn
+lot aan het hare verbinden; en daarom komt het mij passend voor haar
+de zoetheden des levens te laten smaken. Diner, bal, wandelingen
+enz. enz. Ik heb absoluut vijf francs noodig; als ik ze niet vind,
+is in mijn persoon de geheele Fransche litteratuur onteerd."
+
+"Waarom leen je die som niet van die dame zelf?" vroeg de criticus.
+
+"Dat gaat den eersten keer niet. Alleen jij kunt mij redden!"
+
+"Bij alle mummies van Egypte zweer ik je op mijn woord van eer, dat
+ik zelfs geen geld heb, om een pijp van een sou of een panatella
+te koopen. Maar ik heb daar een paar boeken, die je zoudt kunnen
+verkoopen."
+
+"Vandaag, op Zondag, onmogelijk. Moeder Mansut, Lebigre en alle winkels
+op de kaden en in de rue Saint-Jacques zijn gesloten. En wat zijn het
+voor boeken? Zeker gedichten met het portret van den schrijver. Maar
+die dingen zijn onverkoopbaar."
+
+"Tenzij je er door de rechtbank toe veroordeeld wordt. Doch wacht
+even, daar heb je nog een bundel romances en een paar billetten voor
+concerten. Wanneer je het wat handig aanlegt, zou je er best wat geld
+van kunnen maken."
+
+"Ik zou liever wat anders meenemen, een broek bijv."
+
+"Daar," zeide de criticus, "neem dien Bossuet en die gipsbuste
+van Odilon Barrot nog mee; maar op mijn woord van eer, dat is het
+penningske der weduwe."
+
+"Ik zie in ieder geval je goeden wil," zeide Rodolphe. "Ik neem de
+schatten mede, maar als ik er dertig sous voor krijg, dan beschouw
+ik dat kunststuk als het dertiende werk van Hercules."
+
+Nadat hij ongeveer vier mijl had afgelegd, slaagde hij er met behulp
+van een welsprekendheid, waarvan hij bij groote gelegenheden het geheim
+bezat, in bij zijn waschvrouw twee francs te leenen, waarvoor hij de
+deelen poëzie, de romances en de buste van Barrot in pand moest geven.
+
+"Kom," zeide hij, toen hij de bruggen weer overging, "dat is tenminste
+de jus, nu moet ik het vleesch nog zien te vinden. Als ik eens naar
+mijn oom ging!"
+
+Een half uur later was hij bij zijn oom Monetti, die op het gelaat
+van zijn neef dadelijk las, waarom het ging. Hij was dus op zijn
+hoede en voorkwam iedere vraag door een serie klachten als:
+
+"Het zijn moeilijke tijden: het brood is duur, de klanten betalen niet,
+de huur moet worden opgebracht, de handel zit in het moeras enz. enz.,"
+en al de verdere huichelachtige klachten van winkeliers.
+
+"Zou je wel willen gelooven," zeide de oom, "dat ik genoodzaakt ben
+geld te leenen van mijn bediende, om een wissel te betalen?"
+
+"Dan hadt u mij even een boodschap moeten sturen," zeide Rodolphe. "Ik
+zou u het geld gaarne geleend hebben; drie dagen geleden heb ik
+tweehonderd francs gekregen."
+
+"Ik vind het heel aardig van je, jongen, maar je hebt zelf je geld
+noodig .... Maar zeg, nu je toch hier bent, zou je wel even een
+paar rekeningen voor me kunnen schrijven, die ik wil laten innen;
+je schrijft zoo'n mooie hand."
+
+"O je, die vijf francs zullen me duur kosten," zeide Rodolphe,
+terwijl hij zich aan het werk zette, dat hij zooveel mogelijk bekortte.
+
+"Beste oom," zeide hij, "daar ik weet, dat u een groot muziekliefhebber
+bent, heb ik een paar entrée's voor u medegebracht."
+
+"Heel vriendelijk van je, jongen. Wil je bij me blijven dineeren?"
+
+"Neen, dank u, oom; ik word in den Fauborg St. Germain op een diner
+verwacht. Ik verkeer zelfs eenigszins in verlegenheid, omdat ik geen
+tijd meer heb om geld te gaan halen, om handschoenen te koopen."
+
+"Heb je geen handschoenen bij je? Wil je de mijne leenen?"
+
+"Dat zal niet gaan; we hebben hetzelfde nummer niet; maar u zoudt
+mij verplichten mij te leenen...."
+
+"Negen-en-twintig sous, om een paar te koopen? Zeker, jongen, daar
+heb je ze. Wanneer je in gezelschap komt, moet je fatsoenlijk voor
+den dag komen. Beter benijd dan beklaagd, zeide je tante altijd. Ik
+ben blij, dat je in betere kringen komt .... Ik zou je wel wat meer
+gegeven hebben, maar ik heb op het oogenblik hier in het kantoor niet
+meer; ik zou naar boven moeten en ik kan den winkel niet alleen laten:
+ieder oogenblik komen er koopers."
+
+"En u vertelde daarnet, dat het zoo slecht met den handel ging!"
+
+Oom Monetti deed, of hij die opmerking niet hoorde en zeide tot zijn
+neef, die de negen-en-twintig sous in zijn zak stak:
+
+"Je behoeft je niet te haasten, om ze terug te geven."
+
+"Wat een gierige brok!" zeide Rodolphe, terwijl hij zich
+wegspoedde. "Nu ontbreken me nog een-en-dertig sous. Waar die
+te vinden? Wacht, een idee, laat ik naar den viersprong van de
+Voorzienigheid gaan."
+
+Dat was de naam, dien Rodolphe gaf aan het meest centrale punt van
+Parijs, d. w. z. het Palais Royal, een plek, waar het bijna onmogelijk
+is tien minuten te blijven staan zonder tien personen te ontmoeten,
+die je kent, vooral schuldeischers.
+
+Rodolphe ging dus op het bordes van het Palais-Royal op wacht
+staan. Ditmaal liet de Voorzienigheid zich lang wachten. Eindelijk
+meende Rodolphe haar te zien. Zij had een witten hoed, een groenen
+paletot en een wandelstok met een gouden knop .... een zeer elegant
+gekleede Voorzienigheid dus.
+
+Het was een voorkomende en bemiddelde, maar eenigszins woordenrijke
+jongeling.
+
+"Ik ben blij je te zien," zeide hij tot Rodolphe; "loop een eindje
+mede, dan kunnen we wat praten."
+
+"Ach, ik zal die woordenmarteling maar ondergaan," mompelde Rodolphe,
+terwijl hij zich door den witten hoed liet medenemen, die hem inderdaad
+zijn trommelvlies half kapot praatte.
+
+Toen zij bij den Pont des Arts kwamen, zeide Rodolphe:
+
+"Ik moet je nu verlaten, daar ik geen geld heb, om de tol voor de
+brug te betalen."
+
+"Kom maar mee," antwoordde de witte hoed, terwijl hij den invalide
+twee sous toewierp.
+
+"Nu is het oogenblik gekomen," dacht de redacteur van de Echarpe
+d'Iris, toen hij de brug overliep; aan het einde ervan bij de klok
+van het Instituut gekomen, bleef Rodolphe plotseling staan, wees met
+een wanhopig gebaar naar de wijzerplaat en riep uit:
+
+"Vervloekt! Kwart voor vijf. Ik ben verloren."
+
+"Wat is er?" zeide de andere verwonderd.
+
+"Wel, dat ik door jouw schuld een rendez-vous verzuim."
+
+"Een belangrijk?"
+
+"Dat zou ik denken .... Ik moest om vijf uur geld gaan halen .... in
+Batignolles .... Ik zal er nooit op tijd zijn .... Bliksems! Wat moet
+ik beginnen?"
+
+"Dat is nogal eenvoudig," zeide de woordenrijke, "ga met mij mee naar
+huis, dan zal ik je wat leenen."
+
+"Onmogelijk! Je woont in Montrouge, en om zes uur moet ik voor een
+zaak in de Chaussée-d'Antin zijn .... Een beroerde geschiedenis!"
+
+"Ik heb wel een paar sous op zak," zeide de Voorzienigheid bescheiden
+.... "maar niet veel."
+
+"Als ik genoeg had om een bakje te nemen, dan zou ik misschien nog
+op tijd in Batignolles kunnen zijn."
+
+"Hier heb je den inhoud van mijn beurs, mijn waarde, een-en-dertig
+sous."
+
+"Geef maar gauw hier, dan maak ik, dat ik weg kom!" zeide Rodolphe,
+die het vijf uur had hooren slaan, en hij haastte zich naar de plaats
+van zijn rendez-vous.
+
+"Dat is een heele toer geweest," zeide hij, terwijl hij zijn geld
+telde. "Honderd sous, precies op den kop af. Enfin, ik ben nu
+gered, en Laure zal zien, dat zij te doen heeft met een man, die
+savoir-vivre heeft. Ik wil vanavond met geen centime thuis komen. Ik
+moet de litteratuur weer tot eer brengen en bewijzen, dat het haar
+beoefenaars slechts aan geld ontbreekt, om rijk te zijn."
+
+Rodolphe vond mademoiselle Laure op de afgesproken plaats.
+
+"Nou," zeide hij tot zichzelf, "wat stiptheid betreft, lijkt zij wel
+een chronometer."
+
+Hij bracht den avond met haar door en smolt zijn vijf francs dapper
+in den smeltkroes der verkwisting. Mademoiselle Laure was verrukt
+over zijn manieren en was wel zoo goed eerst te merken, dat Rodolphe
+haar niet naar haar huis terugbracht vóór het oogenblik, dat hij haar
+zijn kamer liet binnentreden.
+
+"Het is verkeerd wat ik doe," zeide zij. "Zorg, dat ik er geen berouw
+over moet hebben door een ondankbaarheid, die uw sexe eigen is."
+
+"Madame," zeide Rodolphe, "ik sta bekend voor mijn bestendigheid, en
+wel in dien mate, dat al mijn vrienden zich over mijn trouw verwonderen
+en mij den bijnaam gegeven hebben van generaal Bertrand der Liefde."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+DE WITTE VIOOLTJES.
+
+
+In dien tijd was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, die
+hem niet kon uitstaan, en de thermometer van den ingenieur Chevalier
+wees twaalf graden onder nul.
+
+Mademoiselle Angèle was de dochter van mijnheer Monetti, den
+kachelsmid-rookverdrijver, over wien we reeds meermalen gelegenheid
+hadden te spreken. Mademoiselle Angèle was achttien jaar en pas
+terug uit Bourgondië, waar zij vijf jaar doorgebracht had bij een
+bloedverwante, van wie zij later moest erven. Die bloedverwante
+was een oude vrouw, die nooit jong of mooi geweest was, maar altijd
+kwaadaardig, niettegenstaande of liever omdat zij vroom was. Angèle,
+die bij haar vertrek een bekoorlijk kind was, dat in haar jonge jaren
+reeds een bekoorlijk meisje beloofde te worden, kwam na verloop van
+vijf jaar als een knap, maar koel, droog, ongevoelig jong meisje
+terug. Het teruggetrokken provincieleven, de overdreven godsdienstige
+oefeningen en de bekrompen beginselen, volgens welke zij was opgevoed,
+hadden haar geest vervuld met vulgaire en dwaze vooroordeelen,
+haar phantasie lam geslagen en van haar hart een orgaan gemaakt,
+dat zich er toe bepaalde zijn functie als bloedsomloop-regulateur te
+vervullen. Angèle had, om zoo te zeggen, wijwater in plaats van bloed
+in haar aderen. Bij haar terugkeer ontving zij hem met een ijskoude
+reserve en Rodolphe trachtte ieder oogenblik vergeefs in haar de
+teedere snaar der herinneringen weer te doen trillen, herinneringen
+uit den tijd, toen zij samen de amourette à la Paul et Virginie
+gespeeld hadden, die tusschen neef en nicht zoo dikwijls gespeeld
+wordt. Toch was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle,
+die hem niet kon uitstaan; en toen hij op een goeden dag hoorde, dat
+het jonge meisje binnenkort naar een bal, dat ter gelegenheid van het
+huwelijk van een harer vriendinnen gegeven werd, zou gaan, liet hij
+zich door zijn hartstocht zoo ver medesleepen, dat hij Angèle voor dat
+bal een bouquet viooltjes beloofde. En na toestemming van haar vader
+gekregen te hebben, nam Angèle het galante aanbod van haar neef aan,
+waarbij zij er echter op aandrong, dat zij witte viooltjes zou krijgen.
+
+Gelukkig door de beminlijk- en vriendelijkheid van zijn nicht, ging
+hij dansend en zingend naar zijn "St. Bernard" terug. Zoo noemde hij
+zijn toenmalig domicilie; waarom zullen we dadelijk zien. Toen hij
+door het Paleis Royal ging en voorbij den winkel van madame Provost,
+de beroemde bloemiste, kwam, zag hij witte viooltjes in de etalage;
+uit nieuwsgierigheid liep hij naar binnen, om den prijs ervan te
+vragen. Een eenigszins toonbare bouquet kostte niet minder dan tien
+francs, doch er bestonden er, die nog duurder waren.
+
+"Alle duivels!" zeide Rodolphe; "tien francs, en nog maar acht dagen
+tijd, om dat millioen te vinden. Dat zal moeite kosten; maar dat is
+minder, mijn nicht krijgt haar bouquet. Ik heb al een idée."
+
+Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn
+litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een
+maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend
+was door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang
+verblijf te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester
+in de provincie geworden was. Rodolphe, aan wiens wieg de verkwisting
+als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier dagen rond;
+en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van elegisch
+dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand van die
+manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der Voorzienigheid
+druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen verschrikkingen;
+hij bracht dien vroolijk door dank zij een stoïsche matigheid
+en de schatten der phantasie, die hij dagelijks uitgaf, om den
+eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een einde
+maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de rue
+Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het hôtel
+de l'Eminence grise heette, omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van
+Richelieu, daar gewoond zou hebben. Rodolphe woonde op de bovenste
+verdieping van dat huis, een der hoogste van Parijs. Zijn kamer,
+een soort belvédère, was in den zomer een heerlijke verblijfplaats;
+maar van October tot April was het een klein Kamschatka. De vier
+hoofdwinden, die door de vier vensters drongen, kwamen er gedurende
+den geheelen winter de meest woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie
+zag men er nog een grooten schoorsteen, waarvan de groote opening een
+eerepoort scheen te zijn voor Borreas [21] en zijn gevolg. Dadelijk bij
+het intreden van de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen
+tot een bijzonder verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige
+meubelen, die hij bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop
+van acht dagen was zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield
+niet meer dan zijn bed en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog
+gebiedt te zeggen, dat die meubelen van ijzer waren en dus van nature
+tegen brand verzekerd waren. Rodolphe had voor dit verwarmingsstelsel
+den naam: "verhuizen door den schoorsteen" uitgedacht.
+
+We waren dus in het midden van Januari, en de thermometer, die op den
+Quai des Lunettes twaalf graden aanwees, zou zeker nog twee of drie
+graden gedaald zijn, indien hij overgebracht was naar den belvédère,
+waaraan Rodolphe de bijnamen St. Bernard, Spitsbergen en Siberië
+gegeven had.
+
+Den avond, waarop hij aan zijn nicht witte viooltjes beloofd had,
+geraakte Rodolphe bij zijn thuiskomst in een heftige woede: de vier
+hoofdwinden hadden bij hun spel in de vier hoeken der kamer nog een
+ruit gebroken. Dat was in de laatste veertien dagen de derde. Rodolphe
+barstte in woedende vervloekingen tegen Aeolus en zijn heele familie
+Breekal los. Na dit nieuwe gat met het portret van een van zijn
+vrienden gestopt te hebben, ging Rodolphe geheel gekleed tusschen de
+twee wollen planken, die hij zijn matras noemde, liggen en droomde
+den geheelen nacht van witte viooltjes.
+
+Vijf dagen later had Rodolphe nog geen enkel middel gevonden, dat
+hem zou kunnen helpen zijn droom te verwezenlijken, en toch moest hij
+acht-en-veertig uur later den bouquet aan zijn nicht geven. Gedurende
+dien tijd was de thermometer nog meer gedaald, en de ongelukkige
+dichter was de wanhoop nabij bij de gedachte, dat de viooltjes
+nog duurder geworden zouden zijn. Eindelijk had de Voorzienigheid
+medelijden met hem en kwam hem op de volgende wijze te hulp.
+
+Toen hij op een goeden morgen toevallig bij zijn vriend Marcel, den
+schilder, ging dejeuneeren, vond hij hem in gesprek met een dame in
+den rouw. Het was een weduwe, wier man pas kort geleden gestorven
+was; zij kwam hem vragen naar den prijs van een manlijke hand, die
+met het opschrift:
+
+
+ "Ik wacht u, geliefde vrouw"
+
+
+geschilderd moest worden op het grafteeken, dat zij voor haar man
+had laten oprichten.
+
+Om het kunstwerk goedkooper te krijgen, liet zij den artist in den
+loop van het gesprek doorschemeren, dat hij, wanneer God haar weer
+met haar echtgenoot zou vereenigen, een tweede hand te schilderen zou
+krijgen, haar met een armband versierde hand, en wel met een nieuw
+opschrift, luidende:
+
+
+ "Eindelijk heeft God ons vereenigd"
+
+
+"Ik zal die beschikking in mijn testament zetten," zeide de weduwe,
+"met mijn uitdrukkelijken wil, dat u met de uitvoering ervan belast
+zult worden."
+
+"In dat geval, mevrouw," antwoordde de artist, "neem ik den prijs, die
+u mij voorstelt, aan, maar dan reken ik ook op den handdruk. Vergeet
+niet mij in uw testament te zetten."
+
+"Ook zou ik graag zien, dat het werk zoo gauw mogelijk gereed was,"
+zeide de weduwe; "maar neem er uw tijd voor, en vergeet vooral het
+litteeken op den duim niet. Ik wil een goed gelijkende hand."
+
+"Zij zal sprekend zijn, mevrouw, wees gerust," zeide Marcel, terwijl
+hij de weduwe uitliet. Doch op den drempel keerde zij zich weer om.
+
+"O ja, ik wou u nog graag wat vragen; ik zou graag op het graf van
+mijn man nog een vers laten aanbrengen, waarin de edele levenswandel
+en de laatste woorden, die hij op zijn sterfbed gesproken heeft,
+vermeld worden. Staat dat voornaam?"
+
+"Zeer voornaam .... men noemt dat een epitaphium .... het is heel
+voornaam."
+
+"Kent u niet iemand, die dat goedkoop voor mij zou kunnen maken? Ik
+heb wel een buurman, mijnheer Guérin, den openbaren schrijver, maar
+die is zoo peperduur."
+
+Bij die woorden wierp Rodolphe Marcel een blik toe, dien deze dadelijk
+begreep.
+
+"Mevrouw," zeide de schilder en wees op Rodolphe, "een gelukkig
+toeval heeft hier den persoon heen gevoerd, die u in deze droevige
+omstandigheden zou kunnen helpen. Mijnheer hier is een uitstekend
+dichter, u zoudt geen beteren kunnen vinden."
+
+"Ik zou er zeer op staan, dat het heel treurige verzen zijn," zeide
+de weduwe, "en dat er geen spelfouten in voor komen."
+
+"Mevrouw," antwoordde Marcel, "mijn vriend kent de orthographie op
+zijn duimpje: hij heeft op het college alle prijzen gewonnen."
+
+"Zoo," zeide de weduwe; "mijn neefje heeft laatst ook een prijs
+gekregen; en hij is toch pas zeven jaar."
+
+"Een zeer voorspoedig kind, mevrouw," was Marcels antwoord.
+
+"Maar," drong de weduwe aan, "kan mijnheer ook treurige verzen maken?"
+
+"Beter dan wie ook, mevrouw, want hij heeft veel verdriet in zijn
+leven gehad. Mijn vriend munt uit in treurige verzen; dat verwijten
+de couranten hem zelfs wel eens."
+
+"Wat?" riep de weduwe uit, "wordt er over hem in de couranten
+geschreven? Dan is hij zeker even knap als mijnheer Guérin, de
+openbare schrijver!"
+
+"O, nog veel knapper! Wend u maar tot hem, mevrouw, u zult er geen
+berouw over hebben."
+
+Nadat de weduwe den dichter de bedoeling van het opschrift in verzen,
+dat zij op het graf van haar man wilde laten aanbrengen, uiteengezet
+had, stemde zij erin toe Rodolphe tien francs te geven, als het gedicht
+in haar smaak viel; maar zij wilde de verzen heel gauw hebben. De
+dichter beloofde ze haar den volgenden dag reeds door bemiddeling
+van zijn vriend te zullen doen toekomen.
+
+"O goede fee Artemisia," riep Rodolphe uit, toen de weduwe weg was,
+"ik zweer je, dat je tevreden zult zijn; ik zal je een goede maat
+dooden-lyriek geven, en mijn orthographie zal beter zijn dan die
+van een hertogin. O goed oudje, moge, om u te beloonen, de hemel je
+honderdzeven jaar laten leven evenals goede brandewijn!"
+
+"Daar kom ik tegen op!" riep Marcel uit.
+
+"Dat is waar ook!" zeide Rodolphe; "ik zou bijna vergeten, dat je
+na haar dood nog een tweede hand te schilderen krijgt, en zoo'n lang
+leven je dat geld dus zou doen verliezen." En zijn handen ten hemel
+heffend, bad hij: "O, lieve God, verhoor mijn gebed niet! Hè," voegde
+hij er aan toe, "dat is een bofje, dat ik hierheen gekomen ben."
+
+"Ja, wat kwam je eigenlijk hier doen?" vroeg Marcel.
+
+"Daar denk ik nu ook weer aan en vooral nu ik, om dat gedicht te
+maken, den geheelen nacht op zal moeten blijven zitten, kan ik dat,
+wat ik je kwam vragen, onmogelijk missen, n.l. 1e. wat eten; 2e. wat
+tabak en een kaars; 3e. je ijsberencostuum."
+
+"Ga je naar een bal masqué? O ja, dat is waar ook, vanavond wordt
+het eerste gegeven."
+
+"Neen, dat niet; maar zooals je me hier ziet, ben ik even bevroren
+als het groote leger op zijn terugtocht uit Rusland. Mijn groen
+wollen paletot en mijn broek van Schotsch merinos zijn ongetwijfeld
+heel mooi, maar toch beter geschikt voor de lente en om onder den
+equator te wonen; wanneer je echter, zooals ik, je tenten onder den
+pool hebt opgeslagen, is een ijsberencostuum passender, ik zou bijna
+zeggen, onmisbaar."
+
+"Daar heb je de pels," zeide Marcel. "Het denkbeeld is niet kwaad,
+het beest heeft een vurig gestel, en je zult je erin voelen als een
+brood in een oven."
+
+Rodolphe was intusschen reeds in de huid van het dier gekropen.
+
+"Wat zal mijn thermometer gloeiend boos worden," zeide hij.
+
+"Wil je in dat costuum de straat op?" zeide Marcel tot zijn vriend,
+toen zij hun geheimzinnig diner, dat in schalen van vijf centimes
+opgediend werd, naar binnen hadden gewerkt.
+
+"Ik heb maling aan de heele wereld," zeide Rodolphe; "en bovendien
+begint vandaag het carnaval."
+
+En hij doorliep werkelijk heel Parijs in de ernstige houding van den
+viervoeter, in wiens huid hij zich gestoken had. En toen hij voorbij
+den thermometer van den ingenieur Chevalier kwam, trok hij er een
+langen neus tegen.
+
+Toen hij, niet zonder zijn concierge de stuipen van schrik op het lijf
+gejaagd te hebben, weer boven op zijn kamer was, stak de dichter zijn
+kaars aan, die hij, om de moedwillige streken van de Noordenwinden te
+voorkomen, met een doorschijnend stuk papier omgaf, en ging dadelijk
+aan het werk. Maar al heel gauw kwam hij tot de ontdekking, dat,
+al was zijn lichaam vrijwel tegen de koude beschermd, zijn handen
+het niet waren; en hij had nog geen twee verzen van zijn epitaphium
+op het papier, of zijn vingers begonnen te tintelen van de koude en
+lieten de pen vallen.
+
+"Tegen de elementen kan zelfs de moedigste niet op," zeide Rodolphe,
+die zich wanhopig achterover in zijn stoel liet vallen. "Caesar heeft
+wel den Rubicon overgestoken, maar over de Beresina had hij nooit
+kunnen komen."
+
+Plotseling echter ontsnapte een kreet van vreugde aan het diepst van
+zijn berenborst en stond hij zoo bruusk op, dat hij een deel van zijn
+inkt liet vallen op het smettelooze wit van zijn pels: hij had een
+idée, een nieuwen druk van het denkbeeld van Chatterton.
+
+Hij haalde onder zijn bed een grooten stapel papieren te voorschijn,
+waaronder zich een dozijn reusachtige manuscripten van zijn beroemd
+drama Le Vengeur bevond. Dit drama, waaraan hij twee jaar gewerkt
+had, was zoo dikwijls over- en omgewerkt, dat de gezamenlijke copieën
+een gewicht van zeven kilogram vormden. Rodolphe legde het jongste
+manuscript ter zijde en sleepte de overige naar den schoorsteen.
+
+"Ik wist wel, dat het nog eens geplaatst zou worden," riep hij uit
+.... "je moet echter geduld weten te hebben! Dat is toch zeker een
+flink takkenbosje proza. O, als ik geweten had, wat er gebeuren zou,
+dan had ik er nog een voorspel bij gemaakt en zou ik nu meer brandstof
+hebben .... Maar je kunt niet alles van te voren weten."
+
+En hij stak eenige bladen van het manuscript in brand en ontdooide
+zijn handen bij de vlammen daarvan. Na vijf minuten was het eerste
+bedrijf van Le Vengeur afgespeeld en had Rodolphe drie verzen van
+zijn epitaphium gereed.
+
+Niets ter wereld zou de verbazing der vier hoofdwinden hebben kunnen
+schilderen, toen zij vuur in de haard zagen.
+
+"Dat is gezichtsbedrog," blies de Noordenwind, die vroolijk in de
+berenharen van Rodolphe speelde.
+
+"Als we eens in den schoorsteen gingen blazen," antwoordde een andere
+wind, "dan zou de haard heerlijk gaan rooken."
+
+Maar juist toen zij den armen Rodolphe wilden gaan kwellen en
+treiteren, zag de Zuidenwind mijnheer Arago voor een raam van het
+observatorium zitten, vanwaar de geleerde met zijn vinger de vier
+winden dreigde.
+
+Onmiddellijk riep de Zuidenwind zijn broeders toe: "Laten we maken,
+dat we weg komen, de almanak geeft voor dezen nacht stil weer aan;
+wij zijn dus in tegenspraak met de sterrenwacht, en als we om twaalf
+uur niet thuis zijn, zal mijnheer Arago ons school laten blijven."
+
+Gedurende dien tijd brandde het tweede bedrijf van Le Vengeur met
+groot succes. En Rodolphe had tien verzen geschreven. Maar tijdens
+den duur van het derde bedrijf kon hij er slechts twee schrijven.
+
+"Ik heb altijd gevonden, dat die acte te kort was," mompelde Rodolphe;
+"maar je merkt die fouten altijd pas bij de opvoering. Gelukkig zal
+het volgende bedrijf langer duren: drie-en-twintig scènes, waaronder
+de troonscène, die het tooneel van mijn roem had moeten zijn."
+
+De slotwoorden der troonscène gingen in vlammen op, toen Rodolphe
+nog een strophe van zes regels te schrijven had.
+
+"En nu het vierde bedrijf," zei hij, terwijl zijn gezicht van dichtvuur
+gloeide. "Dat zal wel vijf minuten duren, het is heelemaal monoloog."
+
+Hij ging over tot de ontknooping, die opvlamde en onmiddellijk weer
+uitging. Op hetzelfde oogenblik vatte Rodolphe de laatste woorden
+van den overledene, te wiens verheerlijking hij gewerkt had, in een
+prachtvolle lyrische ontboezeming samen.
+
+"Er blijft nog genoeg over voor een tweede opvoering," zeide hij,
+terwijl hij de overgebleven manuscripten weer onder het bed schoof.
+
+
+
+Den volgenden avond om acht uur deed mademoiselle Angèle haar
+intrede in de balzaal met een prachtigen bouquet witte viooltjes,
+in het midden waarvan twee pas-ontloken witte rozen prijkten. Den
+geheelen avond kreeg zij om dien bouquet complimentjes van de
+dames en galante vleierijen van de heeren te hooren. Angèle was
+haar neef, die haar al die kleine voldoeningen van haar eigenliefde
+verschaft had, dan ook wel eenigermate dankbaar, en misschien zou
+zij, wanneer een bloedverwant der bruid, met wien zij verscheidene
+malen gedanst had, niet steeds om haar heen gedraaid had, nog meer
+aan hem gedacht hebben. Dat familielid was een jonge blonde man met
+een prachtige, kurkentrekkerachtig opgedraaide snor, de echte angel,
+waaraan onervaren jonge meisjesharten blijven hangen. De jonge man
+had Angèle reeds gevraagd om de twee witte rozen, die alleen nog
+waren overgebleven van den bouquet, waarvan iedereen een viooltje
+geplukt had .... Maar Angèle had geweigerd, doch alleen om ze tegen
+het einde van het bal te lagen liggen op een stoeltje, waarvan de
+blonde jongeling ze onmiddellijk ging weghalen.
+
+Op dat oogenblik vroor het veertien graden in den belvédère van
+Rodolphe, die, geleund voor zijn venster, in de richting van de
+barrière du Maine keek naar de lichten van de balzaal, waar Angèle
+danste, die hem niet uit kon staan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+DE STORMKAAP.
+
+
+Er zijn in de maanden, waarin een kwartaal begint, angstwekkende
+oogenblikken, gewoonlijk de 1ste en de 15de. Rodolphe, die deze beide
+data nooit zonder schrik zag naderen, noemde ze de "Stormkaap". Dien
+dag opent niet Aurora de poorten van het Oosten, maar schuldeischers,
+huiseigenaars, deurwaarders en andere geldzakdragers staan buiten de
+deur. Die dag begint met een plasregen van aanmaningen, rekeningen
+en wissels en eindigt met een hagelbui van protesten, dies irae!
+
+In den ochtend van zoo'n 15den April lag Rodolphe rustig te slapen
+.... en droomde, dat een van zijn ooms hem bij testament een geheele
+provincie van Peru had vermaakt .... met alle Peruaansche schoonen
+erin begrepen.
+
+Terwijl hij daar midden in een imaginairen Pactolus rondzwom, kwam het
+geluid van een sleutel, die in het slot ronddraaide, den ingebeelden
+erfgenaam op het schitterendste oogenblik van zijn gouden droom storen.
+
+Rodolphe ging rechtop in zijn bed zitten en keek slaapdronken om
+zich heen.
+
+Hij zag toen vaag in het midden van zijn kamer een man staan, die
+pas binnengekomen was, .... en wat voor een man!
+
+De matineuse vreemdeling had een driekanten hoed op, een lederen
+geldzak op zijn rug en een grooten portefeuille in zijn hand; hij had
+een grijzen linnen rok met staanden kraag aan en scheen buiten adem
+van het klimmen naar de vijfde verdieping. Zijn manier van optreden
+was zeer vriendelijk en minzaam en zijn gang was klankrijk als wanneer
+het kantoor van een bankier aan het wandelen zou gaan.
+
+Rodolphe was een oogenblik angstig; hij meende, bij den aanblik van
+den driekanten hoed en den rok, een politie-agent voor zich te zien.
+
+Maar het zien van den vrij goed gespekten geldzak genas hem van
+zijn dwaling.
+
+"O, nu begrijp ik het," dacht hij, "dat is een voorschot op mijn
+erfenis en die man komt van de Eilanden .... Maar waarom is hij dan
+geen neger?" Hij gaf den onbekende een wenk en zeide, op den geldzak
+wijzend:
+
+"Ik weet wat het is. Leg hem daar maar neer. Dank je wel."
+
+De vreemdeling was een wissellooper van de Banque de France en hield,
+als antwoord op Rodolphe's uitnoodiging, dezen een klein papiertje
+met veelkleurige teekens en cijfers onder den neus.
+
+"U wilt een bewijs van ontvangst?" vroeg Rodolphe. "Ja, dat hoort
+zoo. Geef me maar even pen en inkt."
+
+"Neen, ik kom zelf wat ontvangen," antwoordde de wissellooper;
+"een bedrag van honderdvijftig francs. Het is vandaag 15 April."
+
+"Ach zoo!" zeide Rodolphe, terwijl hij den wissel bekeek.... "Order
+Birmann, dat is mijn kleermaker .... Helaas!" voegde hij er
+droefgeestig aan toe, terwijl hij afwisselend naar de over het bed
+liggende overjas en naar den wissel keek, "de oorzaken verdwijnen,
+maar de gevolgen blijven. Wat, is het vandaag 15 April! Merkwaardig! Ik
+heb nog geen aardbeien gegeten!"
+
+De wissellooper, wien dat gepraat begon te vervelen, ging weg en
+zeide tot Rodolphe: "U hebt tot vier uur tijd om te betalen!"
+
+"Voor eerlijke menschen is er geen uur," antwoordde Rodolphe. "De
+intrigant", voegde hij er woedend aan toe, terwijl hij met zijn
+blikken den financier met zijn driekanten hoed volgde; "hij neemt
+zijn geldzak weer mee."
+
+Rodolphe trok de gordijnen van zijn bed dicht en trachtte weer den
+weg van zijn erfenis terug te vinden; maar hij vergiste zich in
+de richting en kwam trotsch en wel terecht in een droom, waarin de
+directeur van het Théâtre-Français hem heel nederig een drama voor
+zijn schouwburg kwam vragen en Rodolphe, met de gebruiken bekend,
+een voorschot vroeg. Maar juist op het oogenblik, dat de directeur
+door den zuren appel scheen te willen bijten, werd de slaper opnieuw
+half wakker gemaakt door het binnenkomen van een tweeden persoon,
+een nieuw creatuur van den 15den April.
+
+Het was mijnheer Benoît, de eigenaar van het hotel garni, waarin
+Rodolphe woonde; mijnheer Benoît was tegelijkertijd de huisheer, de
+schoenmaker en woekeraar voor zijn huurders; dien ochtend rook mijnheer
+Benoît sterk naar slechten brandewijn en vervallen rekeningen. Ook
+hij had een ledigen zak in zijn hand.
+
+"Duivels!" dacht Rodolphe; "dat is de directeur van het
+Théâtre-Français niet .... die zou een witte das dragen .... en zijn
+geldzak zou gevuld zijn!"
+
+"Morgen, mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, op het bed
+toetredend.
+
+"Mijnheer Benoît .... bonjour! Wat verschaft mij de eer van uw bezoek?"
+
+"Ach, ik wilde u komen zeggen, dat het vandaag 15 April is!"
+
+"Nu al? Wat gaat de tijd toch gauw! Het is ongelooflijk. Ik zal
+een nanking-broek moeten koopen. 15 April. Lieve Hemel, zonder u,
+mijnheer Benoît zou ik er nooit aan gedacht hebben. Wat een dank ben
+ik u verschuldigd!"
+
+"U bent me ook honderd twee-en-zestig francs schuldig," viel mijnheer
+Benoît hem in de rede. "En het wordt tijd, dat wij die kleine rekening
+eens in orde maken!"
+
+"Ik heb absoluut geen haast, mijnheer Benoît .... Ik wil u graag tijd
+geven .... Die kleine rekening zal nog wel grooter worden ...."
+
+"Maar u hebt mij al zoo dikwijls uitgesteld," merkte de huisheer op.
+
+"Nu, dan zullen we de zaak in orde maken, mijnheer Benoît, het is mij
+precies hetzelfde, vandaag of morgen ... En bovendien zijn we allen
+sterfelijk .... Laten we dus de zaak in orde maken ...."
+
+Een beminlijke glimlach speelde bij die woorden over het gerimpelde
+gelaat van mijnheer Benoît; en zelfs zijn geldzak blies zich tot
+hoopvolle verwachting op.
+
+"Wat ben ik u schuldig?" vroeg Rodolphe.
+
+"In de eerste plaats een kwartaal huur tegen vijf-en-twintig francs
+per maand, dat maakt vijf-en-zeventig francs."
+
+"Vergissingen buitengesloten," zeide Rodolphe. "En verder?"
+
+"Verder drie paar schoenen à twintig francs."
+
+"Een oogenblikje, mijnheer Benoît, een oogenblikje; laten we de
+zaken niet verwarren; ik heb nu niet meer te doen met den huisheer,
+maar met den laarzenmaker ... ik verlang daarvoor een afzonderlijke
+rekening. Cijfers zijn ernstige dingen, daarbij moet je geen abuizen
+maken."
+
+"Voor mijn part," zeide mijnheer Benoît, zacht gestemd door de hoop,
+dat hij eindelijk het woord: Voldaan onder de rekening zou kunnen
+zetten. "Hier is een afzonderlijke nota voor het schoeisel. Drie paar
+schoenen à twintig francs, maakt zestig francs."
+
+Rodolphe wierp een medelijdenden blik op een paar afgeloopen schoenen.
+
+"Helaas!" dacht hij, "wanneer de Wandelende Jood ze gedragen had,
+zouden ze in geen deerniswaardiger toestand kunnen zijn. En toch
+zijn ze door het naloopen van Marie zoo versleten .... Ga verder,
+mijnheer Benoît."
+
+"Ik zeide dus zestig francs," herhaalde deze. "Verder geleend
+zeven-en-twintig francs."
+
+"Wacht even, mijnheer Benoît. We hebben afgesproken, dat iedere
+heilige zijn eigen nis zou krijgen. U hebt mij dat geld geleend als
+vriend. Laten wij dus het gebied van het schoeisel verlaten en die
+van het vertrouwen en van de vriendschap, welke een afzonderlijke
+rekening vereischen, betreden. Hoe hoog loopt uw vriendschap voor mij?"
+
+"Zeven-en-twintig francs."
+
+"Zeven-en-twintig francs. Dan hebt u een vriend voor een koopje,
+mijnheer Benoît. Enfin, laten we eens optellen: Vijf-en-zeventig,
+zestig en zeven-en-twintig ... Dat is samen?"
+
+"Honderd twee-en-zestig francs," zeide mijnheer Benoît en presenteerde
+tegelijk de drie nota's.
+
+"Honderd twee-en-zestig francs," zeide Rodolphe .... "dat is
+merkwaardig. Wat is optellen toch een mooie kunst. Welnu, mijnheer
+Benoît, nu de rekening in orde gebracht is, kunnen we beiden gerust
+zijn en weten we waar we ons aan te houden hebben. De volgende maand
+zal ik u vragen de rekening voor Voldaan te teekenen, en daar in dien
+tijd het vertrouwen en de vriendschap, die gij voor mij koestert,
+slechts grooter kunnen worden, zult u mij voor het geval, dat dit
+noodig mocht zijn, opnieuw uitstel willen geven. Inmiddels zou ik,
+wanneer de huisheer en de laarzenmaker al te veel op betaling
+aandringen, den vriend vragen hen tot rede te brengen. Het is
+merkwaardig, mijnheer Benoît, maar telkens als ik aan uw drievoudige
+qualiteit van huisheer, laarzenmaker en vriend denk, voel ik de
+neiging in mij opkomen aan de Drieëenheid te gelooven."
+
+Terwijl Rodolphe sprak, was de huisheer tegelijk rood, groen, geel
+en wit geworden, en bij iedere nieuwe spotternij van zijn huurder nam
+deze regenboog der woede op zijn gelaat een meer intensieve kleur aan.
+
+"Mijnheer," antwoordde hij ten slotte, "ik houd er niet van voor den
+gek gehouden te worden. Ik heb lang genoeg gewacht. Ik zeg u de kamer
+op en indien u mij vanavond het geld niet geeft .... zal ik zien wat
+mij te doen staat ...."
+
+"Geld! Geld! Vraag ik van u geld?" zeide Rodolphe. "En bovendien,
+zelfs al had ik het, dan zou ik het u niet geven .... het is vandaag
+Vrijdag, en dat brengt ongeluk aan ...."
+
+De woede van mijnheer Benoît wakkerde aan tot een orkaan; en indien
+de meubelen niet zijn eigendom geweest waren, zou hij ongetwijfeld
+de pooten van een fauteuil stuk geslagen hebben.
+
+In plaats daarvan ging hij, bedreigingen mompelend, weg.
+
+"U vergeet uw geldzak!" riep Rodolphe hem achterna.
+
+"Wat een baantje!" mompelde de jonge man, toen hij alleen was. "Ik
+zou nog liever leeuwentemmer zijn."
+
+"Maar," ging Rodolphe voort, terwijl hij uit zijn bed sprong en zich
+vlug aankleedde, "hier kan ik niet blijven. De invasie der geallieerden
+zal hiermede nog wel niet geëindigd zijn. Ik moet vluchten, moet
+zelfs ontbijten. Wacht, als ik eens naar Schaunard ging. Ik kan bij
+hem eten en hem een paar sous te leen vragen. Honderd francs zullen
+voldoende voor mij zijn.... Naar Schaunard dus...."
+
+Terwijl hij de trap afging, kwam hij mijnheer Benoît tegen, die
+bij zijn andere huurders nieuwe échecs geleden had, wat zijn ledige
+geldzak, in deze omstandigheden een luxevoorwerp, duidelijk aantoonde.
+
+"Wanneer iemand naar me vraagt, moet u maar zeggen, dat ik buiten
+ben ... in de Alpen of zoo ...." zeide Rodolphe. "Of nog beter,
+dat ik hier niet meer woon."
+
+"Dan zeg ik tenminste de waarheid," bromde mijnheer Benoît, terwijl
+hij aan zijn woorden een bijzonderen nadruk gaf.
+
+Schaunard woonde in Montmartre. Dus moest Rodolphe heel Parijs
+door. Die wandeling was voor Rodolphe allergevaarlijkst.
+
+"Vandaag," zeide hij tot zichzelf, "zijn de straten met schuldeischers
+geplaveid."
+
+Toch ging hij niet, zooals hij eigenlijk het liefst gedaan had, de
+buitenboulevards. Een phantastische hoop drong hem den gevaarlijken
+weg door het centrum van Parijs te volgen. Op een dag, dat de
+millioenen in het openbaar op den rug der wisselloopers wandelen,
+dacht Rodolphe, zou het heel goed kunnen gebeuren, dat een onderweg
+vergeten billet van duizend francs op zijn Vincentius de Paula [22]
+lag te wachten. Hij liep daarom langzaam en met zijn hoofd naar den
+grond. Doch hij vond slechts twee spelden.
+
+Na verloop van twee uur kwam hij eindelijk bij Schaunard aan.
+
+"Zoo, ben jij het?" zeide deze.
+
+"Ja, ik kom vragen, of ik bij je dejeuneeren mag."
+
+"O je, dat treft slecht; ik heb zoo juist bezoek gehad van mijn
+maîtresse, die ik in geen veertien daag gezien had; als je tien
+minuten eerder was gekomen ...."
+
+"Maar heb je dan niet een honderd francs voor me te leen?" viel
+Rodolphe hem in de rede.
+
+"Wat?" antwoordde Schaunard vol verbazing; "kom jij me ook al geld
+vragen? Schaar je je bij mijn vijanden?"
+
+"Ik zal ze je Maandag teruggeven."
+
+"Of met St. Juttemis. Maar ben je dan vergeten, mijn waarde, welke
+dag het vandaag is. Ik kan je onmogelijk helpen. Maar je behoeft
+niet te wanhopen, de dag is nog niet om. Je kunt de Voorzienigheid
+nog tegenkomen, die staat nooit vòòr twaalven op."
+
+"Lieve Hemel!" zeide Rodolphe; "de Voorzienigheid heeft het veel te
+druk met de vogeltjes. Ik zal liever maar naar Marcel gaan."
+
+Marcel woonde toentertijd in de rue de Bréda. Rodolphe vond hem in
+een gedrukte stemming zitten voor zijn groot doek, dat den doortocht
+door de Roode Zee moest voorstellen.
+
+"Wat scheelt eraan?" vroeg Rodolphe bij zijn binnenkomen, "je ziet
+er zoo in-bedroefd uit."
+
+"Ach God!" zeide de dichter; "ik leef nu al veertien dagen in de
+Stille Week."
+
+Voor Rodolphe was dit allegorische antwoord zoo helder als bronwater.
+
+"Gezouten haring en ramenas! Dat ken ik!"
+
+Inderdaad voelde Rodolphe nog altijd een zouten smaak in zijn mond,
+wanneer hij dacht aan den tijd, dat hij tot het exclusieve gebruik
+van die visschen gedoemd was.
+
+"Alle duivels!" zeide hij, "dat is ernstig! Ik kwam je juist honderd
+francs vragen."
+
+"Honderd francs!" zeide Marcel .... "Je zweeft dus altijd nog in
+fantastische regionen. Me deze mythologische som te komen vragen
+op een tijdstip, dat je geregeld onder den aequator van de misère
+zit. Heb je soms hatchiche [23] gebruikt?"
+
+"Ik heb helaas heelemaal niets gebruikt!" zuchtte Rodolphe.
+
+En hij liet zijn vriend aan het strand der Roode Zee achter.
+
+Van twaalf tot vier uur zocht Rodolphe al zijn kennissen op; hij
+doorliep de acht-en-veertig stadsdeelen en legde, doch zonder eenig
+succes, acht mijlen af. De invloed van den 15den April deed zich
+overal met dezelfde strengheid gelden; intusschen naderde het uur van
+het diner. Maar het leek er niet veel op, dat het diner met het uur
+naderde. Rodolphe had een gevoel, alsof hij op het vlot der Medusa was.
+
+Toen hij den Pont Neuf over ging, viel hem plotseling iets in:
+
+"O, o!" zeide hij tot zichzelf, terwijl hij rechtsomkeert maakte,
+15 April, 15 April .... maar ik heb een uitnoodiging voor vandaag om
+te dineeren."
+
+Hij zocht in zijn zakken en vond er een gedrukt billet van den
+volgenden inhoud:
+
+
+ Barrière de la Villette
+
+ In den grooten Overwinnaar.
+
+ Salon voor drie honderd couverts
+
+ Jaarlijksch Banket Ter eere van de Geboorte van den Messias der
+ Menschheid op 15 April 184...
+
+ Geldig voor één persoon.
+
+ N.B. Men heeft slechts recht op een halve flesch wijn.
+
+
+"Ik deel weliswaar de meeningen der discipelen van den Messias niet,"
+zeide Rodolphe tot zichzelf, "maar ik wil met genoegen hun voedsel
+deelen." En met de snelheid van een vogel verslond hij den afstand,
+die hem van de barrière de la Villette scheidde.
+
+Toen hij in de salons van den Grooten Overwinnaar kwam, was er
+een ontzaglijke menigte bijeen .... De salon voor driehonderd
+couverts bevatte vijfhonderd personen. Een uitgestrekte horizont van
+kalfsvleesch met peen doemde op voor Rodolphe's blik.
+
+Eindelijk begon men de soep op te doen.
+
+Juist toen de gasten den lepel naar hun mond brachten, deden plotseling
+vijf of zes personen in burgerkleeding met verscheidene agenten en
+een commissaris van politie een inval in de zaal.
+
+"Mijne heeren!" zeide de commissaris, "op hoog bevel mag dit banket
+niet plaats hebben. Ik verzoek u dit lokaal te verlaten."
+
+"O, o!" zuchtte Rodolphe, terwijl hij met de anderen de zaal verliet:
+"het noodlot heeft mijn bord soep omgegooid!"
+
+Droefgeestig gestemd ging hij weer op weg naar zijn kamer, waar hij
+om elf uur aankwam.
+
+Mijnheer Benoît wachtte hem op.
+
+"O, bent u het?" zeide de huiseigenaar. "Hebt u gedacht aan wat ik
+u van ochtend gezegd heb? Brengt u geld mede?"
+
+"Ik moet het vannacht krijgen en zal het u dan morgenochtend geven,"
+antwoordde Rodolphe, terwijl hij in het hokje naar zijn sleutel en
+zijn kandelaar zocht. Hij vond geen van beide.
+
+"Mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, "het spijt me erg, maar
+ik heb uw kamer verhuurd; en een andere heb ik niet disponibel,
+u moet ergens anders een onderkomen zien te vinden."
+
+Rodolphe was voor geen klein geruchtje vervaard en een nacht onder den
+blooten hemel had voor hem niets verschrikkelijks. Bovendien kon hij
+bij slecht weer in een loge d'avant-scène van den Odéon overnachten,
+wat hem al meermalen overkomen was. Hij eischte echter eerst van
+mijnheer Benoît zijn "dingen" op, die uit een berg papieren bestonden.
+
+"Volkomen juist," zeide de huisheer; "ik heb niet het recht u die
+zaken af te nemen--zij liggen nog boven in de secretaire. Ga maar even
+mee; indien de persoon, die uw kamer gehuurd heeft, nog niet slaapt,
+kunnen we wel even binnen gaan."
+
+In den loop van den dag was de kamer verhuurd aan een jong meisje,
+Mimi, met wie Rodolphe indertijd een liefdes-duo begonnen was.
+
+Zij herkenden elkaar dadelijk. Rodolphe fluisterde Mimi iets in het
+oor en drukte haar zacht de hand.
+
+"Kijk eens hoe het regent!" zeide hij, terwijl hij haar opmerkzaam
+maakte op het onweer, dat juist losgebarsten was.
+
+Mademoiselle Mimi liep regelrecht naar mijnheer Benoît, die in een
+hoek van de kamer stond te wachten, en zeide tegen hem, terwijl zij
+op Rodolphe wees:
+
+"Mijnheer, mijnheer hier is degene, dien ik vanavond verwachtte
+.... Ik ben voor niemand verder thuis."
+
+"Zoo," zeide mijnheer Benoît met den lach van een boer, die kiespijn
+heeft. "Het is goed!"
+
+Terwijl Mimi inderhaast een geïmproviseerd souper klaarzette, sloeg
+het middernacht.
+
+"God zij dank!" zeide Rodolphe, "15 April is voorbij en de Stormkaap
+is gelukkig omzeild. Lieve Mimi," en hij sloot het mooie meisje in
+zijn armen en drukte haar een kus in haar hals; "ik wist vooruit,
+dat je het niet over je hart zou verkrijgen mij de deur uit te laten
+zetten. Jij bezit den gastvrijheidsknobbel!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+EEN CAFÉ DER BOHÈME.
+
+
+Hier volgt het verhaal hoe Carolus Barbemuche, letterkundige en
+Platonisch wijsgeer, op zijn vier-en-twintigste jaar lid der bohème
+werd.
+
+In dien tijd bezochten Gustave Colline, de groote wijsgeer, Marcel,
+de groote schilder, Schaunard, de groote musicus, en Rodolphe, de
+groote dichter, zooals zij elkaar onderling noemden, geregeld het café
+Momus, waar zij, omdat men ze altijd samen zag, den bijnaam van de
+"vier musketiers" [24] gekregen hadden. Inderdaad kwamen zij samen,
+gingen samen, speelden samen, bleven soms samen hun vertering schuldig,
+alles met een eenheid, het orkest van het Conservatorium waardig.
+
+Voor hun samenkomsten hadden zij een zaal gekozen, waarin veertig
+personen op hun gemak hadden kunnen zitten, maar men vond ze steeds
+alleen, want zij hadden ten slotte het vertrek voor de stamgasten
+onmogelijk gemaakt.
+
+De toevallige bezoeker, die zich in dat hol waagde, werd onmiddellijk
+bij zijn binnentreden het slachtoffer van het ruwe quartet en maakte
+zich meestal uit de voeten zonder zijn courant gelezen of zijn kleintje
+koffie gedronken te hebben, waarvan de room door de ongehoorde
+aphorismen over kunst, liefde en staathuishoudkunde zuur werd. De
+gesprekken van het vriendenviertal waren van dien aard, dat de kellner,
+die hen bediende, in den bloei van zijn leven idioot geworden was.
+
+Ten slotte liep het echter met de dwaasheden zoo de spuigaten uit,
+dat de eigenaar van het café zijn geduld verloor en op een goeden
+avond naar boven ging, om een ernstige uiteenzetting van zijn grieven
+te geven:
+
+1o. Mijnheer Rodolphe kwam reeds vroeg in den ochtend dejeuneeren en
+nam alle couranten van het etablissement mede naar zijn salon: hij was
+daarbij zelfs zoo veeleischend, dat hij opspeelde, wanneer de strookjes
+verbroken waren. Dit had ten gevolge, dat de overige gasten, van alle
+organen der openbare meening verstoken, tot aan het diner omtrent de
+politiek van den dag zoo onwetend bleven als een visch. Het gezelschap
+Bosquet wist nauwlijks de namen der leden van het nieuwe ministerie.
+
+Mijnheer Rodolphe had het café zelfs verplicht zich te abonneeren
+op den Castor, waarvan hij hoofdredacteur was. De eigenaar van het
+café had er zich eerst tegen verzet, maar daar mijnheer Rodolphe en
+zijn vrienden ieder kwartier den kellner met luide stem om den Castor
+vroegen, begonnen ook enkele andere stamgasten, wier nieuwsgierigheid
+door die herhaalde vragen gaande gemaakt was, naar dat blad te
+informeeren. Er werd dus een abonnement genomen op den Castor, een
+hoedenmakersvakblad, dat maandelijks met een vignet en wijsgeerig
+artikel van Gustave Colline verscheen.
+
+2o. Genoemde mijnheer Colline en zijn vriend Rodolphe waren gewoon zich
+van hun geestelijke inspanning te verpoozen door van 's ochtends tien
+tot 's nachts twaalf uur tric-trac te spelen; en daar het etablissement
+slechts één tric-tracbord had, werden de andere bezoekers in hun
+hartstocht voor dat spel benadeeld door het inbeslagnemen van dat
+bord door die heeren, die telkens, als men er hen om kwam vragen,
+strijk en zet antwoordden:
+
+"Het tric-tracbord is in handen. Kom morgen maar terug."
+
+Het gezelschap Bosquet zag zich dus genoodzaakt elkaar hun
+liefdesavonturen te vertellen of piquet te spelen.
+
+3o. Uit het oog verliezend, dat een café een openbare plaats is,
+heeft mijnheer Marcel zich de vrijheid veroorloofd er zijn ezel,
+zijn verfdoos en alle verdere schildersbenoodigdheden heen te
+brengen. Zelfs drijft hij de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij personen
+van verschillend geslacht er als model laat poseeren, wat de zedelijke
+gevoelens van het gezelschap Bosquet kan kwetsen.
+
+4o. Het voorbeeld van zijn vriend volgend, heeft mijnheer Schaunard
+het plan zijn klavier naar het café over te brengen; ook heeft hij
+niet geschroomd er in koor een motief uit zijn symphonie: "De invloed
+van het blauw in de kunsten" te laten zingen. Mijnheer Schaunard is
+nog verder gegaan; hij heeft in de lantaarn, die als uithangbord voor
+het café dient, een transparant aangebracht met het opschrift:
+
+
+ GRATIS CURSUS IN VOCALE EN INSTRUMENTALE MUZIEK VOOR BEIDE
+ GESLACHTEN.
+
+ Zich aan te melden aan het buffet.
+
+
+Wat ten gevolge heeft, dat genoemd buffet ieder oogenblik overstroomd
+wordt door slechts oppervlakkig gekleede personen, die komen vragen
+"waar ze wezen motten."
+
+Bovendien geeft mijnheer Schaunard er rendez-vous aan een dame,
+die zich Phémie Klad noemt en nooit een hoed op heeft.
+
+Mijnheer Bosquet Jr. heeft dan ook verklaard, dat hij geen voet meer
+zou zetten in een café, waar de natuur zoo met voeten getreden wordt.
+
+5o. Ofschoon de heeren zich toch al met een zeer matige
+consumptie tevreden stelden, hebben zij getracht die nog meer te
+verminderen. Onder voorwendsel, dat zij de mokka op overspel met de
+chicorei betrapt hebben, hebben zij hier een spiritustoestel gebracht,
+waarop zij zelf koffie zetten, die zij aanzoeten met suiker, die
+buiten de deur tegen lagen prijs gekocht is, welke handelwijze een
+beleediging is voor de keuken van het etablissement.
+
+6o. Door de gesprekken der heeren tot in den grond bedorven, heeft de
+kellner Bergami, zijn nederige afkomst en alle gevoel van schaamte uit
+het oog verliezend, zich vermeten aan de buffetjuffrouw een gedicht
+te richten, waarin hij haar aanspoort haar plichten als moeder en
+echtgenoote te verzaken; uit den verwarden stijl heeft men meenen te
+moeten opmaken, dat die brief geschreven is onder den verderfelijken
+invloed van mijnheer Rodolphe en diens letterkundige voortbrengselen.
+
+Dientengevolge ziet de directeur van het etablissement zich tot zijn
+spijt verplicht het gezelschap-Colline te verzoeken een andere plaats
+voor zijn revolutionnaire samenkomsten te kiezen.
+
+Gustave Colline, de Cicero der troep, nam nu het woord en bewees a
+priori aan den eigenaar van het café, dat zijn klachten belachelijk
+en ongegrond waren; dat het voor hem juist een groote eer was, indien
+men zijn inrichting ervoor uitkoos om er een haard van intelligentie
+van te maken; dat zijn en zijner vrienden vertrek den ondergang van
+zijn café zou veroorzaken, dat door hun tegenwoordigheid tot de hoogte
+van een artistiek en litterair café verheven was.
+
+"Maar," merkte de eigenaar van het café op, "u en uw vrienden verteert
+zoo weinig."
+
+"Deze matigheid, waarover gij u beklaagt, is een argument ten gunste
+van onze goede zeden," was Colline's antwoord. "Bovendien hangt het
+slechts van u af, of wij onze uitgaven kunnen vermeerderen; u behoeft
+dan slechts crediet te geven."
+
+"Wij willen zelfs het rekening-courantboek cadeau geven," zeide Marcel.
+
+De eigenaar deed, alsof hij het niet hoorde, en vroeg eenige
+inlichtingen omtrent den brandbrief, dien Bergami tot zijn vrouw
+gericht had. Rodolphe, die ervan beschuldigd was als secretaris voor
+dien ongeoorloofden hartstocht gediend te hebben, betuigde met vuur
+en ijver zijn onschuld.
+
+"Trouwens," voegde hij eraan toe, "de deugd van uw vrouw was een
+zekere barrière, die ...."
+
+"O," zeide de eigenaar met een glimlach van trots, "mijn vrouw is te
+Saint-Denis [25] opgevoed."
+
+In het kort, Colline slaagde er tenslotte in den café-man te vangen
+in het net van zijn arglistige welsprekendheid, waarna de vrede
+hersteld werd op voorwaarde, dat de vier vrienden niet meer hun
+koffie zelf zouden zetten, dat het café een gratis-exemplaar van
+den Castor zou ontvangen, dat Phémie Klad een hoed zou opzetten, dat
+het tric-tracspel alle Zondagen van twaalf tot twee uur overgelaten
+zou worden aan het gezelschap Bosquet, en vooral, dat er geen nieuwe
+crediet zou gegeven worden.
+
+Gedurende enkele dagen ging alles goed.
+
+Den avond vòòr Kerstmis kwamen de vier vrienden in gezelschap van
+hun respectievelijke "echtgenooten" in het café.
+
+Er waren dus mademoiselle Musette, mademoiselle Mimi, het nieuwe
+vriendinnetje van Rodolphe, een allerliefst persoontje met een stem,
+helder als een klok, en Phémie Klad, de afgod van Schaunard. Dien avond
+droeg Phémie Klad een mutsje. Mademoiselle Colline, die men nooit zag,
+was als gewoonlijk thuis gebleven, om komma's in de handschriften
+van haar man te zetten. Na de koffie, die tegen alle gewoonten in
+door een bataillon glaasjes likeur geëscorteerd werd, bestelden zij
+punch. Weinig aan dergelijke uitspattingen gewend, liet de kellner de
+bestelling nog tweemaal herhalen. Phémie, die nog nooit in het café
+geweest was, scheen in extase, dat zij uit glaasjes met een voet mocht
+drinken. Marcel had het aan den stok met Musette over een nieuwen
+hoed, waarvan de herkomst hem verdacht voorkwam. Mimi en Rodolphe,
+die nog in de wittebroodsweken van hun samenleven waren, voerden
+een gesprek zonder woorden maar met allerlei vreemde geluiden. Wat
+Colline betreft, met een vriendelijken lach op zijn gelaat ging hij
+bij de dames alle galanterieën, die hij uit zijn collectie van den
+Almanach des Muses verzameld had, verkoopen.
+
+Terwijl dit vroolijke gezelschap zich aldus aan spel en lach overgaf,
+keek een vreemdeling, die eenzaam aan een tafeltje achter in de
+zaal zat, met vreemde blikken naar het schouwspel, dat zich voor
+hem afspeelde.
+
+Reeds sedert veertien dagen kwam hij iederen avond: hij was van alle
+bezoekers de eenige, die het vreeselijke lawaai, dat de bohémiens
+maakten, had kunnen uithouden. De lafste voor-de-gek-houderijen waren
+op zijn onverstoorbaarheid afgestooten; hij bleef met een mathematische
+regelmaat zijn pijp zitten rooken, zijn oogen starend op één punt,
+alsof hij een schat bewaken moest, het oor geopend voor alles,
+wat er om hem heen gezegd werd. Overigens scheen hij zachtmoedig en
+welgesteld, want hij bezat een horloge, dat door een gouden ketting
+in zijn zak in slaverij gehouden werd. Toen Marcel toevallig eens
+gelijk met hem aan het buffet stond, had hij gezien, dat hij een
+louis wisselde, om zijn vertering te betalen. Van dat oogenblik af
+noemden de vier vrienden hem den "kapitalist."
+
+Plotseling ontdekte Schaunard, die uitstekende oogen had, dat de
+glazen leeg waren.
+
+"Voor den duivel," zeide Rodolphe; "het is de avond vòòr Kerstmis;
+wij zijn allen goede Christenen .... we moeten een extraatje nemen."
+
+"Waarachtig, zeker," zeide Marcel, "laten we bovennatuurlijke dingen
+bestellen."
+
+"Colline," voegde Rodolphe eraan toe, "bel den kellner eens."
+
+Colline belde als een bezetene.
+
+"Wat zal het zijn?" vroeg Marcel.
+
+Colline maakte met zijn bovenlichaam een hoek van vijf-en-veertig
+graden en zeide, op de dames wijzend:
+
+"Het staat aan de dames om de volgorde en den aard der ververschingen
+te bepalen."
+
+"Ik," zeide Musette, die met haar tong klapte, "ik zou een glas
+champagne niet graag weigeren."
+
+"Ben je niet wijs?" vloog Marcel op. "Champagne .... dat is zelfs
+geen wijn."
+
+"Dat kan me minder schelen, ik vind het lekker en het maakt lawaai."
+
+"Ik," zeide Mimi, terwijl zij Rodolphe met een blik liefkoosde,
+"ik zou graag beaune willen hebben in zoo'n klein mandje."
+
+"Is jouw hoofd op hol?" vroeg Rodolphe.
+
+"Neen, maar ik wil het laten hollen," antwoordde Mimi, op wie de beaune
+een bijzonderen invloed had. Haar man werd door dat woord verpletterd.
+
+"En ik," zeide Phémie Klad, die op den elastischen divan op en neer zat
+te springen, "ik wil graag parfait amour. Dat is goed voor je maag."
+
+Schaunard bracht met zijn neusklank eenige woorden voort, die Phémie
+op haar basis deden sidderen.
+
+"Ach wat!" zeide Marcel, "het is niet alle dagen ker(st)mis, laten
+we er voor dezen keer eens honderdduizend francs aan spendeeren."
+
+"En," voegde Rodolphe eraan toe, "laten we niet vergeten, dat de baas
+zich beklaagt, dat we te weinig verteren."
+
+"Dat is zoo," zeide Colline. "Laten we een schitterend festijn
+aanrichten: trouwens we zijn den dames de meest passieve gehoorzaamheid
+verschuldigd; de liefde leeft van zelfverloochening, de wijn is het
+sap van het pleizier; het pleizier is de plicht der jeugd,--de vrouwen
+zijn bloemen, je moet ze begieten. Laten we haar dus begieten! Kellner,
+kellner!"
+
+En met een koortsachtige opgewondenheid ging hij aan het schelkoord
+hangen.
+
+De kellner schoot toe als op de vleugelen van den wind.
+
+Toen hij van champagne, beaune en diverse likeuren hoorde spreken,
+speelden zijn gelaatstrekken alle toonladders der verbazing af.
+
+"Ik heb zoo'n leeg gevoel in mijn maag," zeide Mimi, "ik zou wel trek
+in een paar sneedjes ham hebben."
+
+"En ik in sardientjes met boter," voegde Musette eraan toe.
+
+"En ik in radijs," zeide Phémie, "met wat vleesch erom heen."
+
+"Zeggen jullie nou maar dadelijk, dat je een souper wilt hebben,"
+merkte Marcel op.
+
+"Dat zou heusch zoo'n gek idée niet zijn," antwoordden de vrouwen.
+
+"Kellner, breng alles boven, wat voor een goed souper noodig is,"
+zeide Colline ernstig.
+
+De kellner was van verbazing driekleurig geworden.
+
+Langzaam liep hij naar het buffet en deelde daar den eigenaar van
+het café de buitengewone dingen mede, die ze hem besteld hadden.
+
+De café-man dacht, dat het een grap was, maar toen er weer gescheld
+werd, ging hij zelf naar boven en wendde zich tot Colline, voor wien
+hij een zeker respect had. Colline legde hem uit, dat zij den réveillon
+bij hem wilden vieren en hij het bestelde dus moest laten brengen.
+
+De eigenaar van het café antwoordde niets en ging met den kreeftengang
+weg, terwijl hij knoopen in zijn servet maakte. Een kwartier lang
+overlegde hij met zijn vrouw, tot deze, die dank zij de liberale
+opvoeding, die zij te Saint-Denis gehad had, een vereerster der
+schoone kunsten was, haar echtvriend wist over te halen het souper
+te laten opdienen.
+
+"Eigenlijk heb je gelijk," zeide hij; "het is best mogelijk, dat
+zij bij uitzondering eens geld hebben." En hij gaf den kellner order
+alles wat besteld was boven te brengen. Dan verdiepte hij zich met
+een ouden stamgast in een partij piquet. Een fatale onvoorzichtigheid!
+
+Van tien tot twaalf uur deed de kellner niets dan de trap op- en
+afloopen. Ieder oogenblik werden er extra-schotels besteld. Musette
+liet zich op zijn Engelsch bedienen en moest bij iederen hap een
+nieuw couvert hebben; Mimi dronk van alle wijnsoorten uit alle glazen;
+Schaunard had een onleschbaren Sahara in zijn keel; Colline onderhield,
+terwijl hij zijn servet met zijn tanden doorbeet, een kruisvuur met
+zijn oogen en kneep in den poot van de tafel, dien hij voor de knie
+van Phémie hield. Marcel en Rodolphe bleven echter stevig in den
+stijgbeugel der koelbloedigheid zitten en zagen niet zonder angst
+het uur der ontknooping naderen.
+
+De vreemdeling keek met een ernstige nieuwsgierigheid naar dit tooneel;
+van tijd tot tijd zag men zijn mond als tot een glimlach opengaan;
+dan hoorde men een knarsend geluid, alsof er een raam dicht gedaan
+werd. Dat was de vreemdeling, die inwendig lachte.
+
+Om kwart voor twaalf zond de buffetjuffrouw de rekening, die het
+ontzaglijke bedrag van 25 fr. 75 c. aanwees.
+
+"Ja," zeide Marcel, "nu zullen we moeten loten wie met den eigenaar zal
+moeten gaan onderhandelen. Dat zal een lang niet makkelijke zaak zijn."
+
+Ze namen een dominospel en trokken om het hoogste aantal.
+
+Het lot wees ongelukkigerwijze Schaunard als plenipotentiaris
+aan. Schaunard was een uitstekend virtuoos, maar een slecht
+diplomaat. Hij kwam juist bij het buffet, toen de waard van zijn ouden
+stamgast verloren had. Woedend over zijn schandelijk verlies, was Momus
+in het humeur van een menscheneter en geraakte bij de eerste woorden
+van Schaunard in een hevigen toorn. Schaunard was een goed musicus,
+doch had een buitengewoon heftig karakter. Hij antwoordde met dubbel
+zoo grof geschut. De twist werd zoodoende hoe langer hoe giftiger,
+en ten slotte stormde de waard naar boven, om te zeggen, dat hij ze
+niet zou laten vertrekken, vòòr alles betaald was. Colline trachtte met
+zijn kalmeerende welsprekendheid den storm te bezweren, doch toen de
+café-man het servet zag, waarvan Colline pluksel gemaakt had, barstte
+zijn woede in dubbele heftigheid los en waagde hij het, om tenminste
+eenige zekerheid te hebben, zijn profane hand uit te steken naar den
+notehoutkleurigen paletot van den philosoof en de mantels van de dames.
+
+Een pelotonvuur van beleedigingen werd nu tusschen de bohémiens en
+den eigenaar van het établissement geopend.
+
+Intusschen praatten de dames gezellig over vroegere amourettes en
+modenieuwtjes.
+
+De vreemdeling echter liet nu zijn passieve houding varen;
+langzamerhand was hij opgestaan, had één pas gedaan, dan twee en liep
+ten slotte als een heel gewoon mensch op zijn twee beenen; hij kwam
+naar den café-man toe, nam hem ter zijde en praatte heel zachtjes
+met hem. Rodolphe en Marcel volgden hem met de oogen. Eindelijk was
+het gesprek afgeloopen en zeide de waard tot den vreemdeling:
+
+"Zeker vind ik het goed, mijnheer Barbemuche, zeker, maak u het maar
+met hen in orde."
+
+Mijnheer Barbemuche ging naar zijn tafeltje, om zijn hoed te halen,
+zette dien op, maakte een zwenking naar rechts, was in drie stappen
+bij Rodolphe en Marcel, nam zijn hoed af, boog voor de heeren,
+wierp den dames een groet toe, haalde zijn zakdoek te voorschijn,
+snoot zijn neus en nam dan met schuchtere stem het woord:
+
+"Ik moet u vergiffenis vragen voor mijn indiscretie, heeren. Reeds
+lang brand ik van verlangen, om kennis met u te maken, maar tot nog
+toe heb ik geen gunstige gelegenheid gevonden, om mij aan u voor
+te stellen. Veroorlooft u mij deze, welke zich thans voordoet, aan
+te grijpen?"
+
+"Zeker, zeker," zeide Colline, die dadelijk begreep waar de vreemdeling
+heen wilde.
+
+Rodolphe en Marcel bogen, zonder iets te zeggen.
+
+De overdreven lichtgeraaktheid van Schaunard bedierf bijna alles.
+
+"Neem me niet kwalijk, mijnheer," zeide hij eenigszins heftig,
+"u hebt niet de eer ons te kennen en de etiquette verzet er zich
+tegen, dat .... Zoudt u de goedheid willen hebben mij wat tabak
+te geven .... Verder zal ik mij bij het gevoelen van mijn vrienden
+aansluiten..."
+
+"Heeren," begon Barbemuche, "ik ben evenals u een discipel der
+schoone kunsten. Voor zoover ik uit uw gesprekken heb kunnen opmaken,
+stemmen onze smaken overeen, waarom ik de vurige begeerte koester tot
+uw vriendenkring te mogen behooren en u iederen avond hier te kunnen
+ontmoeten .... De eigenaar van dit etablissement is een bruut, maar ik
+heb een paar woorden met hem gesproken, en gij zijt volkomen vrij om
+te gaan of te blijven ..... Ik waag het de hoop uit te spreken, dat
+u mij het middel, om u hier weer te ontmoeten, niet zult onthouden,
+door den kleinen dienst aan te nemen, dien ...."
+
+Naar Schaunards wangen steeg een kleur van verontwaardiging.
+
+"Hij speculeert op onzen toestand," zeide hij. "Wij mogen zijn aanbod
+niet aannemen. Hij heeft onze rekening betaald--ik zal met hem een
+partij billard spelen om vijf-en-twintig francs en hem een paar
+caramboles voorgeven."
+
+Barbemuche nam het voorstel aan en was verstandig genoeg de partij
+te verliezen; maar door dezen trek won hij de achting der Bohème. Men
+scheidde met de afspraak den volgenden dag weer samen te komen.
+
+"Op die manier," zeide Schaunard tot Marcel, "zijn we hem niets
+schuldig en is onze waardigheid gered."
+
+"En kunnen we bijna nog een souper van hem eischen," voegde Colline
+eraan toe.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+EEN INSTALLATIE IN DE BOHÈME.
+
+
+Carolus Barbemuche had het den avond, waarop hij een door de bohémiens
+gebruikt souper uit zijn particuliere kas betaald had, zoo weten aan te
+leggen, dat Gustave Colline met hem het café verliet, om naar huis te
+gaan. Van af het oogenblik n.l., dat hij de bijeenkomsten van de vier
+vrienden in het etablissement, waar hij hen uit een pijnlijken toestand
+verloste, bijwoonde, had Colline zijn bijzondere aandacht getrokken
+en voelde hij zich aangetrokken tot dien Sokrates, wiens Plato hij
+later worden zou. Daarom had hij al dadelijk Colline uitverkoren, om
+zich in den vriendenkring te introduceeren. Onderweg stelde Barbemuche
+Colline voor even in een café, dat nog open was, binnen te loopen, om
+nog wat te gebruiken. Niet alleen sloeg Colline die uitnoodiging af,
+maar hij verhaastte nog zijn tred, toen hij genoemd café voorbijging,
+en drukte zijn hyperphysischen vilten hoed diep in zijn oogen.
+
+"Waarom wilt u daar niet binnengaan?" vroeg Barbemuche, die met
+fijngevoelde beleefdheid aandrong.
+
+"Daar heb ik mijn redenen voor," antwoordde Colline. "De buffetjuffrouw
+in dat etablissement houdt zich veel met de exacte wetenschappen
+bezig, en wanneer wij er binnen gingen, zou het onvermijdelijk op een
+langdurig debat uitloopen, wat ik tracht te vermijden door noch op
+den middag, noch op andere uren, dat de zon schijnt, door deze straat
+te gaan. Dat is trouwens heel natuurlijk", voegde hij eraan toe;
+"ik heb met Marcel in dezen wijk gewoond."
+
+"Toch zou ik graag onder het genot van een glas punch nog een
+oogenblikje met u praten. Weet u hier in de buurt niet een of
+ander lokaal, waar u zoudt kunnen gaan zonder bezwaren .... van
+natuur-philosophischen aard weerhouden te worden?" vroeg Barbemuche,
+die het noodig oordeelde buitengewoon geestig te zijn.
+
+Colline dacht een oogenblik na.
+
+"O, ja, dat is waar, hier is een lokaal, waar ik beter verschijnen
+kan."
+
+En hij wees op den winkel van een wijnhandelaar.
+
+Barbemuche zette een leelijk gezicht en scheen te aarzelen.
+
+"Is het een fatsoenlijke inrichting?" vroeg hij.
+
+Zijn koude, gereserveerde houding, zijn weinige spraakzaamheid,
+zijn discreet glimlachje en vooral zijn horloge en zijn ketting met
+breloques hadden Colline op het denkbeeld gebracht, dat Barbemuche
+tot het een of ander gezantschap behoorde en bang was om zich te
+compromitteeren, wanneer hij in zoo'n kroeg kwam.
+
+"Er is geen kans, dat wij gezien worden," zeide hij; "op dit uur ligt
+het geheele corps diplomatique al onder de wol."
+
+Eindelijk besloot Barbemuche toch maar om naar binnen te gaan;
+maar met den geheimen wensch een kartonnen neus te hebben. Voor alle
+zekerheid vroeg hij een afzonderlijke kamer en hing een servet voor
+de ruiten van de glazen deur. Na deze voorzorgsmaatregelen scheen
+hij minder ongerust en bestelde een bowl punch. Door de warme drank
+wat opgewonden, werd Barbemuche iets spraakzamer; en na enkele
+bijzonderheden over zichzelf medegedeeld te hebben, waagde hij het
+de hoop uit te spreken, dat hij officieel in den bond der bohémiens
+zou worden opgenomen, en verzocht hij Colline's medewerking om hem
+te helpen dit eerzuchtige plan te verwezenlijken.
+
+Colline antwoordde, dat hij voor zijn persoon zich gaarne ter
+beschikking van Barbemuche stelde, doch dat hij hem natuurlijk niets
+zeker beloven kon.
+
+"U kunt op mijn stem rekenen," zeide hij, "maar ik kan natuurlijk
+niet op mij nemen over die van mijn vrienden te beschikken."
+
+"Maar om welke redenen zouden zij weigeren mij in hun kring op
+te nemen?"
+
+Colline zette het glas, dat hij juist naar zijn mond wilde brengen,
+weer op tafel en vroeg met een zeer ernstig gelaat aan den vermetelen
+Carolus:
+
+"Cultiveert u de schoone kunsten?"
+
+"Ik bebouw op bescheiden wijze deze edele velden der intelligentie,"
+antwoordde Carolus, die de vlag van zijn kunst meende te moeten toonen.
+
+Colline vond de phrase mooi gestyleerd en vroeg met een buiging:
+
+"Doet u aan muziek?"
+
+"Ik heb op den contrabas gespeeld."
+
+"Dat is een philosophisch instrument; die geeft zulke ernstige
+tonen. Welnu, daar gij dus verstand hebt van muziek, begrijpt u heel
+goed, dat men niet, zonder de wetten der harmonie te verstoren, een
+vijfden speler aan een quartet kan toevoegen; anders zou het geen
+quartet meer zijn."
+
+"Dat is zoo, dan wordt het een quintet," antwoordde Carolus.
+
+"U zegt?" vroeg Colline.
+
+"Een quintet."
+
+"Precies--juist op dezelfde wijze, alsof je aan de Drieëenheid, dien
+goddelijken driehoek, een vierden persoon toevoegde; het zou dan een
+vierhoek vormen, maar de godsdienst zou zijn basis verloren hebben."
+
+"Neem me niet kwalijk," zeide Carolus; wiens verstand te midden
+van al die doornstruiken van Colline's logica begon te struikelen,
+"maar ik zie niet in ...."
+
+"Let eens goed op," ging Colline voort; "hebt u verstand van
+astronomie?"
+
+"Een beetje .... ik ben bachelier." [26]
+
+"Daar bestaat nog een liedje over," zeide Colline: "Bachelier
+de Lisette .... Het wijsje herinner ik me niet meer .... Dus dan
+weet u natuurlijk, dat er vier hoofdwinden bestaan. Welnu, als er
+nu plotseling een hoofdwind bijkwam, dan zou de heele harmonie der
+natuur verstoord worden. Dat noemt men een cataclysme. Begrijpt u me?"
+
+"Ik wacht op de slotsom."
+
+"Inderdaad de slotsom is het slot van een rede, evenals de dood het
+einde van het leven en het huwelijk het einde van de liefde is. Welnu,
+mijn waarde heer, mijn vrienden en ik zijn gewoon met elkaar te leven
+en wij zijn bang door de opneming van een vijfde in onzen kring, de
+harmonie, die in ons concert van zeden, meeningen, smaak en karakter
+heerscht, te verstoren. Wij moeten eenmaal de vier hoofdwindstreken
+der moderne kunst worden; ik zeg u dit zonder er doekjes om te winden;
+en daar wij nu eenmaal met dat denkbeeld vertrouwd zijn, zou het ons
+onaangenaam stemmen nog een vijfde hoofdwindstreek te zien."
+
+"Maar wanneer je met je vieren bent, kan je toch even goed met je
+vijfjes zijn," waagde Carolus op te merken.
+
+"Ja, zeer zeker, maar dan ben je niet meer met je vieren."
+
+"Dat is een nietswaardige uitvlucht."
+
+"Er is niets nietswaardigs in deze wereld, alles is in alles, kleine
+beken maken groote rivieren, kleine lettergrepen maken alexandrijnen
+en bergen zijn uit zandkorrels opgebouwd; dat las ik dezer dagen in de
+Sagesse des nations; u kunt een exemplaar daarvan op den quai vinden."
+
+"U denkt dus, dat de heeren bezwaar zullen hebben mij in hun intiemen
+kring op te nemen?"
+
+"Ik ben er wel eenigszins bang voor. Maar vertel me eens, waarde heer,
+welke vore beploegt u het liefst in de edele velden der intelligentie?"
+
+"De groote wijsgeeren en de goede klassieke schrijvers zijn mijn
+voorbeelden, ik voed mij met hun studie. Télémaque heeft mij het
+eerst den hartstocht, die mij verteert, ingeboezemd."
+
+"Télémaque vind je bij hoopjes op de boekenstalletjes," zeide
+Colline. "Onlangs heb ik er nog een voor vijf sous gekocht, omdat
+het een koopje was. Maar ik wil het u, om u een pleizier te doen,
+graag afstaan. Overigens een goed en voor den toenmaligen tijd heel
+aardig samengesteld werk."
+
+"Ja, mijnheer," ging Carolus voort, "de hooge philosophie en de
+gezonde litteratuur, daarheen gaat mijn streven; mijns inziens is de
+kunst een priesterschap."
+
+"Zeker, zeker ...." zeide Colline; "daar bestaat nog een liedje op."
+
+En hij begon te zingen:
+
+
+ "Oui, l'art est un sacerdoce
+ Et sachons nous en servir.
+
+
+Ik geloof dat het uit Robert le Diable is," voegde hij eraan toe.
+
+"Ik zeide dus," ging Barbemuche voort, "dat de kunst een heilig beroep
+is en dat de schrijvers dus onophoudelijk ...."
+
+"Pardon, mijnheer," viel Colline, die een laat uur had hooren slaan,
+hem in de rede; "het zal zoo dadelijk ochtend zijn en ik ben erg bang,
+dat ik door nog langer uit te blijven iemand, die mij dierbaar is,
+ongerust zal maken; trouwens," mompelde hij nog in zichzelf, "ik had
+haar beloofd vroeg thuis te komen; het is vandaag haar ontvangdag!"
+
+"Inderdaad het is tamelijk laat!" zeide Carolus. "Laten we naar
+huis gaan."
+
+"Woont u ver hiervandaan?"
+
+"Rue Royale-Saint-Honoré, 10."
+
+Colline was bij een vroegere gelegenheid eens in dit huis geweest en
+herinnerde zich, dat het een prachtig heerenhuis was.
+
+"Ik zal morgen met de heeren over u spreken," zeide hij bij het
+afscheid nemen tot Carolus, "en ik beloof u, dat ik al mijn invloed
+zal aanwenden, om ze gunstig voor u te stemmen .... A propos, mag ik
+u nog een raad geven?"
+
+"Gaarne".
+
+"Wees aardig en galant tegenover de dames. Mimi, Musette en Phémie
+hebben een niet geringen invloed op mijn vrienden, en wanneer u het
+zoo weet aan te leggen, dat zij onder den druk van hun maîtressen
+komen, dan zult gij veel makkelijker bereiken, wat gij van Marcel,
+Schaunard en Rodolphe gedaan wilt krijgen."
+
+"Ik zal er mijn best voor doen."
+
+Den volgenden dag viel Colline als een bom te midden van het gezelschap
+der bohémiens: het was op het ontbijtuurtje, en ditmaal was werkelijk
+het ontbijt met het uur gekomen. De drie paren zaten aan tafel en
+deden zich te goed aan een orgie van artisjokken in pepersaus.
+
+"Alle donders!" zeide Colline; "het gaat hier royal toe, dat zal
+niet lang zoo kunnen duren. Ik kom," ging hij voort, "als gezant
+van den edelmoedigen sterveling, dien wij gisteravond in het café
+ontmoet hebben."
+
+"Zou hij nu het geld al komen terugvragen, dat hij ons voorgeschoten
+heeft?" vroeg Marcel.
+
+"He," zeide mademoiselle Mimi, "dat zou ik nooit van hem gedacht
+hebben, hij ziet er zoo fatsoenlijk uit."
+
+"Daar is geen sprake van," antwoordde Colline; "de jonge man zou gaarne
+in onzen kring worden opgenomen; hij wil aandeelen in onze maatschappij
+nemen en, zooals van zelf spreekt, ook de voordeelen daarvan genieten."
+
+De drie bohémiens keken elkaar aan.
+
+"Het voorstel is ingediend," eindigde Colline; "de discussies erover
+kunnen geopend worden."
+
+"Welke maatschappelijke positie bekleedt je beschermeling?" vroeg
+Rodolphe.
+
+"Hij is geen beschermeling van me," antwoordde Colline; "toen we
+gisteren avond uiteen gingen, hebben jullie me gevraagd hem te volgen,
+en hij, van zijn kant, noodigde me uit om met hem mede te gaan, dat
+viel dus prachtig samen. Ik heb hem dus gevolgd; en hij heeft mij
+een gedeelte van den nacht met allerlei attenties en fijne likeuren
+overstelpt, maar desniettemin heb ik mijn onafhankelijkheid bewaard."
+
+"Bravo!" zeide Schaunard.
+
+"Geef ons een schets van eenige van zijn hoofdkaraktertrekken,"
+vroeg Marcel.
+
+"Zielegrootheid, strenge zeden, bang om een wijnkroegje binnen te
+gaan, eind-examen gymnasium, de oprechtheid in eigen persoon, speelt
+op den contrabas, een natuur, die tusschenbeide vijf francs wisselt."
+
+"Bravo!" zeide Schaunard.
+
+"Wat verwacht hij van ons?"
+
+"Zooals ik reeds zeide, kent zijn eerzucht geen grenzen; zijn ideaal
+is ons te tutoyeeren."
+
+"Met andere woorden, hij wil ons exploiteeren, hij wil in onze karossen
+gezien worden."
+
+"En wat is zijn beroep?" was Marcels vraag.
+
+"Zijn kunstrichting? Zijn beroep? Litteratuur en philosophie door
+elkaar."
+
+"Waaruit bestaat zijn philosophische kennis?"
+
+"Hij beoefent een kleinsteedsche wijsbegeerte. Hij noemt de kunst
+een priesterschap."
+
+"Een priesterschap!" riep Rodolphe verschrikt uit.
+
+"Hij zegt het."
+
+"En tot welke litteratuurrichting behoort hij?"
+
+"Hij leest druk in Télémaque."
+
+"Bravo!" riep Schaunard, die op de wortels der artisjokken zat te
+knabbelen.
+
+"Wat, bravo, stommeling?" viel Marcel hem in de rede. "Zeg zoo iets
+als het je blieft niet, wanneer er andere menschen bij zijn."
+
+Schaunard gaf, in zijn woede over die terechtwijzing, Phémie, die
+hij op een aanval op zijn saus betrapte, bovendien nog onder de tafel
+door een trap.
+
+"Nog een vraag," zeide Rodolphe; "wat is zijn positie in deze
+wereld? Waarvan leeft hij? Hoe heet hij? Waar woont hij?"
+
+"Zijn positie is zeer eervol; hij is leeraar in alle mogelijke
+vakken bij een rijke familie. Hij heet Carolus Barbemuche, verteert
+zijn inkomsten op zeer voorname wijze en woont in de rue Royale in
+een hôtel."
+
+"Een hôtel garni?"
+
+"Neen, er zijn echte meubelen in."
+
+"Ik vraag het woord," zeide Marcel. "Het is duidelijk, dat Colline
+omgekocht is; hij heeft voor een som van kleine glaasjes likeur zijn
+stem verkocht. Val mij niet in de rede," zeide Marcel, die den wijsgeer
+zag opstaan, om te protesteeren; "je kunt straks antwoorden. Colline,
+die veile ziel, heeft u den vreemdeling onder een veel te gunstig
+aspect laten zien, dan dat het het beeld der waarheid kan zijn. Ik heb
+reeds gezegd, dat ik de bedoelingen van dezen vreemdeling doorzie. Hij
+wil op ons speculeeren. Hij denkt bij zichzelf: Kijk eens eventjes, dat
+zijn jongens, die carrière zullen maken; ik moet zien, dat ik me in hun
+zak verberg, dan kom ik tegelijk met hen aan den steiger van den roem."
+
+"Bravo," zeide Schaunard; "is er geen saus meer?"
+
+"Neen," antwoordde Rodolphe; "de oplaag is uitverkocht."
+
+"Anderzijds," ging Marcel voort, "streeft deze arglistige sterveling,
+welke door Colline beschermd wordt, misschien slechts met misdadige
+gedachten naar de eer, om in onzen kring opgenomen te worden. Wij zijn
+hier niet alleen, heeren," ging de redenaar voort en wierp daarbij
+een welsprekenden blik op de dames; "en de protégé van Colline is
+mogelijk een trouwelooze verleider, die zich onder den mantel der
+litteratuur bij ons wil indringen. Denkt goed na! Ik voor mij stem
+tegen de toelating."
+
+"Ik vraag slechts het woord voor een rectificatie," zeide
+Rodolphe. "In zijn merkwaardige improvisatie heeft Marcel gezegd,
+dat genoemde Carolus zich, met het doel om ons te onteeren, bij ons
+wil binnendringen onder den mantel der litteratuur."
+
+"Dat is een oratorische figuur," zeide Marcel.
+
+"Ik keur die figuur af; zij is slecht. De litteratuur heeft geen
+mantel."
+
+"Omdat ik hier de functies van rapporteur vervul," zeide Colline
+opstaande, "zal ik de conclusies van mijn rapport verdedigen. De
+jalousie, welke onzen vriend Marcel verteert, heeft zijn verstand
+verstoord, de groote kunstenaar is krankzinnig ...."
+
+"Tot de orde!" brulde Marcel.
+
+"Zoo krankzinnig, dat hij, een zoo voortreffelijke teekenaar, in
+zijn rede een figuur gebruikt heeft, waarvan de onjuistheid door den
+geestigen redenaar, die vòòr mij gesproken heeft, ten duidelijkste
+is aangetoond."
+
+"Colline is een idioot!" riep Marcel uit en gaf een heftigen vuistslag
+op tafel, die geen kleine beroering onder de borden veroorzaakte,
+"Colline heeft niet het minste begrip van gevoelszaken; op dat gebied
+is hij te eenenmale onbevoegd; in plaats van een hart heeft hij een
+oud, beschimmeld boek!" (Langdurig gelach van Schaunard.)
+
+Gedurende dit tumult schudde Colline den vloed van welsprekendheid,
+die hij tusschen de plooien van zijn witte das verborg. Toen de stilte
+weer hersteld was, ging hij verder:
+
+"Mijne heeren, met één enkel woord zal ik de hersenschimmige vrees,
+die de vermoedens van Marcel misschien ten opzichte van Carolus in
+u wakker geroepen hebben, doen verdwijnen."
+
+"Probeer het maar eens," zeide Marcel spottend.
+
+"Dat zal me niet moeilijker vallen dan dit", antwoordde Colline en
+blies een lucifer uit, waarmede hij zijn pijp aangestoken had.
+
+"Maar spreek dan toch," riepen Rodolphe, Schaunard en de vrouwen,
+die in het debat een levendig belang stelden, in koor uit.
+
+"Mijne heeren," zeide Colline, "hoewel ik persoonlijk en heftig
+in dezen kring ben aangevallen, hoewel men mij beschuldigd heeft
+den invloed, dien ik op u zou kunnen hebben, voor spiritualiën
+verkocht te hebben, zal ik toch, krachtig in het bewustzijn van
+mijn onschuld, niet antwoorden op de aanvallen, die gedaan zijn op
+mijn rechtschapenheid, oprechtheid en moraliteit." (Beweging.) "Een
+eigenschap echter wil ik echter niet, dat ook maar één oogenblik
+in twijfel getrokken wordt." (De redenaar slaat zich tweemaal op
+zijn buik.) "Men heeft het willen doen voorkomen, alsof ik mijn u
+zoo welbekende voorzichtigheid verloren heb. Men beschuldigt mij in
+uw kring een sterveling te willen binnensmokkelen, die de bedoeling
+heeft een aanslag te plegen op uw liefdesgeluk. Deze veronderstelling
+is een beleediging, de eerbaarheid en den goeden smaak van de dames
+hier aangedaan. Carolus Barbemuche is foei leelijk," (zichtbare
+tegenspraak op het gelaat van Phémie Klad. Lawaai onder de tafel,
+afkomstig van Schaunard, die de compromitteerende openhartigheid van
+zijn jonge vriendin met zijn voeten verbetert.)
+
+"Maar," ging Colline voort, "wat het ellendige argument, waarvan
+mijn tegenstander, door gebruik te maken van uw eersten schrik, een
+wapen smeedt tegen Carolus, geheel ontzenuwt: genoemde Carolus is een
+Platonisch wijsgeer." (Sensatie op de bank der heeren, tumult op de
+bank der dames.)
+
+"Platonisch, wat beteekent dat?" vroeg Phémie.
+
+"Dat is de ziekte van mannen, die een meisje niet durven zoenen,"
+antwoordde Mimi. "Ik heb een minnaar van dat soort gehad, maar na
+twee uur heb ik bonjour tegen hem gezegd."
+
+"Je reinste onzin!" vond Musette.
+
+"Je hebt gelijk, lieveling!" zeide Marcel tot haar; "Platonisme in
+liefde is hetzelfde als water in wijn. Laten we onzen wijn onversneden
+drinken."
+
+"En leve de jeugd!"
+
+De verklaring van Colline had een voor Carolus gunstigen ommekeer
+veroorzaakt. De wijsgeer wilde van die goede wending, door zijn
+handige en welsprekende pleitrede te weeg gebracht, gebruik maken.
+
+"Ik zie niet in", ging hij voort, "welke bezwaren redelijkerwijze
+nog ingebracht kunnen worden tegen dezen jeugdigen sterveling, die
+ons in ieder geval een dienst bewezen heeft. Wat mij nu betreft, ik,
+dien men beschuldigt onbezonnen gehandeld te hebben door hem in onzen
+kring te willen doen opnemen, ik beschouw die meening als een aanslag
+op mijn waardigheid. Ik heb in deze zaak gehandeld met de listigheid
+van een slang, en wanneer dit beleid niet door een gemotiveerd votum
+erkend wordt, neem ik mijn ontslag."
+
+"Wil je de kabinetsquaestie stellen?" vroeg Marcel.
+
+"Ja, die stel ik," antwoordde Colline.
+
+De drie bohémiens beraadslaagden onderling en verklaarden ten slotte
+eenstemmig, dat zij den wijsgeer het karakter van groot beleid,
+dat hij eischte, teruggaven. Colline liet daarop het woord aan
+Marcel, die, eenigszins teruggekomen van zijn vooringenomenheid,
+verklaarde, dat hij misschien voor de conclusies van den rapporteur
+zou stemmen. Maar alvorens het definitieve besluit, dat Carolus in
+de intimiteit van den vriendenkring zou worden toegelaten, te nemen,
+liet Marcel over het volgende amendement stemmen:
+
+"Daar het toelaten van een nieuw lid in den vriendenkring een ernstige
+zaak is, en daar een vreemdeling, onbekend als hij is met de zeden,
+karakters en inzichten van zijn kameraden, er elementen van tweedracht
+in zou kunnen brengen, moet ieder der leden een dag met genoemden
+Carolus doorbrengen en een onderzoek instellen naar zijn leven, zijn
+smaak, zijn litteraire capaciteiten en zijn garde-robe. De bohémiens
+zouden elkaar dan hun particuliere indrukken mededeelen, waarna
+zij zouden stemmen over weigering of aanneming: verder zou Carolus,
+vòòr zijn toelating, een proeftijd van een maand moeten doormaken,
+dat wil zeggen, dat hij vòòr dien tijd niet het recht zou hebben
+hen te tutoyeeren en hun op straat een arm te geven. Op den dag der
+installatie zou het nieuw-aangenomen lid een schitterend feestmaal
+moeten geven, waarvan de kosten minstens twaalf francs zouden moeten
+bedragen."
+
+Dit amendement werd met drie stemmen tegen één, die van Colline,
+aangenomen; deze vond, dat men niet genoeg vertrouwen in hem had en
+dat dit amendement een nieuwe aanslag op zijn beleid was.
+
+Dienzelfden avond ging Colline met opzet zeer vroegtijdig naar het
+café, om de eerste te zijn om Carolus te zien.
+
+Hij behoefde niet lang te wachten: Carolus kwam weldra met drie
+reusachtige bouquetten rozen in de hand.
+
+"Allemachtig!" riep Colline uit; "wat wilt u met dien tuin?"
+
+"Ik heb gedacht aan wat u me gisteren gezegd hebt: uw vrienden
+zullen ongetwijfeld met hun dames komen, en daarom heb ik die bloemen
+meegebracht; zij zijn heel mooi."
+
+"Dat geloof ik graag; ze zullen u minstens vijftien sous gekost
+hebben."
+
+"Stel u voor! In de maand December. Als u nu vijftien francs zeide!"
+
+"Lieve Hemel!" riep Carolus uit, "een trio daalders voor die eenvoudige
+kinderen van Flora, wat een dwaasheid! Is u misschien familie van de
+Cordillera's? Welnu, waarde heer, dat zijn vijftien francs, die wij
+in den letterlijken zin des woords uit het raam zullen moeten smijten."
+
+"Wat wilt u daarmede zeggen?"
+
+Colline vertelde nu welke jaloersche vermoedens Marcel onder zijn
+vrienden had gewekt, en bracht Carolus op de hoogte van de heftige
+discussie, die plaats had gehad tusschen de bohémiens naar aanleiding
+van zijn verzoek, om in den vriendenkring te worden opgenomen.
+
+"Ik heb betoogd, dat uw bedoelingen zoo rein en zuiver en eerlijk
+mogelijk waren," voegde Colline eraan toe; "maar de oppositie is niet
+minder krachtig geweest. Zorg er dus voor de jaloersche vermoedens,
+die men tegen u koesteren kan, niet aan te wakkeren door te galant
+tegen de dames te zijn; laten wij dus, om te beginnen, die bouquetten
+doen verdwijnen."
+
+En Colline nam de rozen en verborg ze in een kast, waarin ze alles
+en nog wat bewaarden.
+
+"Maar dat is niet alles," ging hij voort; "de heeren wenschen,
+alvorens op meer intiemen voet met u te komen, ieder afzonderlijk
+een onderzoek in te stellen naar uw karakter, uw smaak enz."
+
+En opdat Barbemuche zijn vrienden niet te veel aanstoot zou geven, gaf
+Colline hem in ruwe trekken een moreel portret van ieder der bohémiens.
+
+"Tracht nu met ieder afzonderlijk op goeden voet te komen, dan zullen
+zij ten slotte allemaal voor uw toelating stemmen."
+
+Carolus stemde in alles toe.
+
+Kort daarop verschenen de drie vrienden met hun respectievelijke
+"vrouwen".
+
+Rodolphe was zeer beleefd tegenover Carolus, Schaunard erg
+vertrouwelijk en familiaar, terwijl Marcel koel bleef. Carolus trachtte
+vroolijk en hartelijk te zijn tegenover de mannen, doch hield zich
+op een afstand van de dames.
+
+Bij het afscheid noodigde Barbemuche Rodolphe uit den volgenden dag
+met hem te dineeren met het verzoek 's middags reeds te komen.
+
+De dichter nam de invitatie aan.
+
+"Goed", zeide hij tot zichzelf; "ik begin dus de enquête."
+
+Rodolphe zorgde den volgenden dag op het afgesproken uur bij Carolus te
+zijn. Barbemuche woonde inderdaad in een zeer mooi heerenhuis in de rue
+Royale en had daar een kamer, waarin een zeker confort heerschte. Wel
+verwonderde het Rodolphe, dat, hoewel het nog klaarlichte dag was,
+de luiken gesloten, de gordijnen dichtgetrokken en twee kaarsen op
+een tafel aangestoken waren. Hij vroeg Barbemuche naar de bedoeling
+daarvan.
+
+"De studie," zeide deze, "is de dochter van het mysterie en der
+stilte."
+
+Ze gingen zitten en begonnen te praten. Na een uur wist Carolus met
+een geduld en een oratorische handigheid, die oneindig was, een zin
+te pas te brengen, die, niettegenstaande zijn bescheiden vorm, niets
+meer of minder dan een sommatie aan Rodolphe was, om te luisteren naar
+de voorlezing van een klein werkje, dat de vrucht van de doorwaakte
+nachten van genoemden Carolus was.
+
+Rodolphe begreep, dat hij gevangen was, en daar hij bovendien gaarne
+den stijl van Barbemuche wilde leeren kennen, boog hij zeer beleefd
+en verzekerde, dat het hem een waar genoegen en .....
+
+Carolus wachtte het slot van den zin niet af, vloog naar de deur,
+schoof den grendel ervoor, draaide den sleutel om, ging naar Rodolphe
+terug en nam eindelijk een klein schrift, waarvan het kleine formaat
+en de geringe dikte een glimlach van tevredenheid op het gelaat van
+den dichter te voorschijn riepen.
+
+"Is dat het manuscript van uw werk?" vroeg hij.
+
+"Neen", antwoordde Carolus, "dat is de catalogus van mijn manuscripten;
+ik zoek naar het nummer van het werkje, dat u mij wel wilt vergunnen
+u voor te lezen .. Hier is het: Don Lopez of het Noodlot, No. 14. Dat
+is op de derde plank."
+
+Hij opende een klein kastje, waarin Rodolphe tot zijn schrik een
+groote hoeveelheid handschriften zag staan, Carolus nam er een uit,
+sloot de kast en ging tegenover den dichter zitten.
+
+Rodolphe wierp een blik op een der vier cahiers, waaruit het werk
+bestond, waarvan het formaat hem aan de Maliebaan deed denken.
+
+"Enfin", zeide hij tot zichzelf, "het is niet in verzen ... maar het
+heet Don Lopez!"
+
+Carolus nam het eerste cahier en begon te lezen:
+
+"In een kouden winternacht reden twee ruiters, dicht gewikkeld in
+hun jassen op twee trage muilezels naast elkaar op een der wegen,
+die de vreeselijke eenzaamheid der stille Sierra Morena ...."
+
+"Lieve Hemel, waar ben ik!" dacht Rodolphe, die door dit begin
+verschrikt was. Carolus ging verder en las aan één stuk het eerste
+hoofdstuk, dat geheel in dien stijl geschreven was.
+
+Rodolphe luisterde maar half en zon op een middel om te ontsnappen.
+
+"Daar is wel een raam," zeide hij tot zichzelf; "maar behalve dat
+het dicht is, zijn we hier op de vierde verdieping. Ha, nu begrijp
+ik al die voorzorgsmaatregelen."
+
+"Wat zegt u van mijn eerste hoofdstuk?" vroeg Carolus; "maar wat ik
+u verzoeken mag, spaar mij uw kritiek niet."
+
+Rodolphe meende zich te kunnen herinneren, dat hij stukken hoogdravende
+philosophie over den zelfmoord, door genoemden Lopez, den held van
+den roman, uitgesproken, gehoord had en antwoordde op goed geluk af:
+
+"De groote figuur van don Lopez is zeer gewetensvol bestudeerd--het
+doet je onwillekeurig denken aan de Profession de foi du vicaire
+savoyard [27]; de beschrijving van den muilezel van don Alvar bevalt
+mij uitstekend en herinnert aan een schets van Géricault [28]. Het
+landschap geeft heele mooie lijnen; en wat de denkbeelden betreft,
+dat is zaad van Jean Jacques Rousseau, gezaaid op den bodem van
+Lesage. Echter moet ik één opmerking maken; U zet te veel komma's en
+gebruikt te veel het woord: "in den vervolge"; dat is een aardige
+uitdrukking, die het van tijd tot tijd wel doet en aan het geheel
+kleur geeft, maar die je niet te dikwijls gebruiken moet."
+
+Carolus nam zijn tweede cahier op en las nogmaals den titel: Don
+Lopez of het noodlot.
+
+"Ik heb indertijd ook een don Lopez gekend," zeide Rodolphe; "hij
+handelde in sigaretten en chocolade uit Bayonne; hij was misschien
+wel familie van den uwe.. Doch lees verder ...."
+
+Bij het einde van het tweede hoofdstuk viel de dichter Carolus in
+de rede:
+
+"Begint u nog geen keelpijn te krijgen?" vroeg hij.
+
+"Volstrekt niet," antwoordde Carolus; "ik zal u nu de geschiedenis
+van Inésille voorlezen."
+
+"Ik ben er zeer nieuwsgierig naar .... Maar indien het u vermoeien
+mocht, dan zou ik ...."
+
+"Hoofdstuk III!" zeide Carolus met een heldere stem.
+
+Rodolphe nam Carolus aandachtig op en merkte, dat hij een zeer korten,
+dikken nek en een hoog roode gelaatskleur had.
+
+"Ik heb nog één hoop," dacht de dichter, nadat hij die ontdekking
+gedaan had;--"een beroerte!"
+
+"Wij zullen nu met hoofdstuk IV beginnen. U wilt dan zeker wel zoo
+goed zijn mij te zeggen wat u van de liefdesscène denkt."
+
+En Carolus las verder.
+
+Toen Carolus Rodolphe even aankeek om op zijn gelaat de uitwerking
+van het tweegesprek te lezen, zag hij, dat de dichter, gebogen
+over zijn stoel zijn hoofd rekte in de houding van iemand, die naar
+ververwijderde klanken luistert.
+
+"Wat hebt u?" vroeg hij.
+
+"Sst!" zeide Rodolphe; "hoort u niets? Het is net of ik: Brand hoor
+roepen! Willen we even gaan kijken?"
+
+Carolus luisterde een oogenblik, doch hoorde niets.
+
+"Dan zal ik een oorsuizing gehad hebben," zeide Rodolphe; "lees verder;
+don Alvar interesseert me buitengewoon; het is een edele jongeling."
+
+Carolus las verder en legde al de muziek van zijn orgaan in de volgende
+woorden van den jongen don Alvar.
+
+"O, Inésille, wie ge zijt, engel of demon, en wat ook uw vaderland
+moge zijn, mijn leven behoort u, en ik zal u volgen, zij het naar
+den hemel, zij het naar de hel."
+
+Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt; een stem buiten riep
+Carolus.
+
+Het was de concierge, die een brief bracht, welken Carolus vlug
+open scheurde.
+
+"Een leelijke streep door de rekening!" zeide hij; "wij zullen
+verplicht zijn de verdere lezing tot een volgenden keer uit te stellen;
+ik krijg nl. een bericht, dat mij noodzaakt onmiddellijk uit te gaan."
+
+"O", dacht Rodolphe; "dat is een brief, die uit den hemel valt;
+ik herken daarop het zegel van de Voorzienigheid."
+
+"Indien u het goed vindt," zeide Carolus, "dan zullen we samen de
+boodschap doen, waartoe deze tijding mij noodzaakt, dan kunnen we
+daarna gaan dineeren."
+
+"Ik ben geheel tot uw dienst," zeide Rodolphe.
+
+Toen hij 's avonds weer in den vriendenkring zat, werd de dichter
+door zijn kameraden met vragen over Barbemuche bestormd.
+
+"Ben je tevreden over hem? Heeft hij je goed onthaald?" vroegen Marcel
+en Schaunard.
+
+"Ja, maar het heeft me heel wat gekost."
+
+"Wat? Heeft Carolus je laten betalen?" vroeg Schaunard met stijgende
+verontwaardiging.
+
+"Dat niet, maar hij heeft me een roman voorgelezen, waarin don Lopez
+en don Alvar de hoofdpersonen zijn en de jeune premiers hun geliefden
+Engel of Demon noemen."
+
+"Ontzettend!" riepen alle bohémiens in koor.
+
+"Maar", vroeg Colline, "afgezien nu van de litteratuur, wat is je
+meening omtrent Carolus?"
+
+"Barbemuche is een fatsoenlijke jonge man. Trouwens jullie kunnen
+persoonlijk je waarnemingen doen: Carolus wil ons n.l. een voor een als
+gast hebben. Schaunard is voor morgen te dejeuneeren gevraagd. Maar
+vertrouw, wanneer je naar Barbemuche gaat, de kast met manuscripten
+niet, dat is een gevaarlijk meubel."
+
+Schaunard was den volgenden dag precies op tijd bij Barbemuche
+en stelde een onderzoek in, zooals een beëedigd taxateur of een
+deurwaarder, die gerechtelijk beslag komt leggen, gewoon zijn in te
+stellen. Hij kwam dan ook terug met zijn hoofd vol aanteekeningen;
+hij had Carolus bestudeerd uit een oogpunt van zijn roerend goed.
+
+"Nu?" zoo vroegen ze hem; "wat is jouw meening?"
+
+"Die Barbemuche", riep Schaunard uit; "loopt over van goede
+eigenschappen; hij kent de namen van alle wijnsoorten en heeft
+me dingen laten eten zòò lekker, als je ze bij mijn tante op haar
+verjaardag niet krijgt. Met de kleermakers uit de rue Vivienne en
+de laarzenmakers van de Panorama's schijnt hij op den besten voet te
+staan. Bovendien heb ik opgemerkt, dat hij ongeveer even groot is als
+wij, zoodat we hem desnoods onze pakken kunnen leenen. Zijn zeden zijn
+minder streng dan Colline ons heeft willen doen gelooven; hij is overal
+heen meegegaan, waar ik hem wilde brengen, en hij heeft me getracteerd
+op een déjeuner in twee bedrijven, waarvan het tweede zich afgespeeld
+heeft in een kroeg van de halle, waarin ik heel goed bekend ben, omdat
+ik er in carnavalstijd heel wat orgieën heb medegemaakt. Carolus deed
+net alsof hij er thuis was. Marcel is voor morgen uitgenoodigd."
+
+Carolus wist, dat van de bohémiens Marcel zich het meest tegen zijn
+opneming in den vriendenkring verzette: hij ontving hem dan ook met
+de grootste voorkomendheid; maar vooral wist hij den kunstenaar voor
+zich te winnen door hem voor te spiegelen, dat hij portretten van de
+familie van zijn leerling te schilderen zou krijgen.
+
+Toen het Marcels beurt was, om zijn bevindingen mede te deelen,
+merkten zijn vrienden niets meer van de vijandelijke gezindheid,
+die hij in den beginne ten opzichte van Carolus getoond had.
+
+Den vierden dag deelde Colline Barbemuche mede, dat hij toegelaten was.
+
+"Wat? Ben ik heusch toegelaten?" riep Carolus dol-verheugd uit.
+
+"Ja", antwoordde Colline, "maar als u u verandert."
+
+"Wat bedoelt u daarmede?"
+
+"Ik bedoel, dat u nog een groot aantal vulgaire gewoonten hebt,
+die u u zult moeten afwennen."
+
+"Ik zal mijn best doen u in alles na te volgen," antwoordde Carolus.
+
+Gedurende zijn noviciaat bezocht de Platonische wijsgeer de bohémiens
+dagelijks, en daar hij op die manier in staat gesteld werd hun zeden
+grondiger te bestudeeren, kon het niet anders, of hij moest van de
+eene verbazing in de andere vallen.
+
+Op een goeden morgen kwam Colline met een van vreugde stralend gezicht
+bij Barbemuche.
+
+"Nu, mijn waarde," zeide hij, "je bent definitief toegelaten. Nu
+blijft nog slechts over om den dag en de plaats voor het groote
+feestmaal vast te stellen, en ik kom nu daarover eens met je praten."
+
+"Maar dat treft prachtig," antwoordde Carolus; "de ouders van mijn
+leerling zijn op dit oogenblik buiten en de jonge vicomte, wiens
+mentor ik ben, zal mij voor een avond de kamers wel willen afstaan:
+op die manier kunnen we het veel prettiger hebben, maar we zullen
+ook den jongen vicomte moeten inviteeren."
+
+"Dat zou prachtig zijn," vond Colline. "Wij zouden de horizonten
+der litteratuur voor hem kunnen openen; maar geloof je, dat hij zijn
+toestemming geven zal?"
+
+"Daar ben ik bij voorbaat zeker van."
+
+"Dan blijft nog alleen over den dag vast te stellen."
+
+"Dat zullen we vanavond in het café verder afspreken."
+
+Carolus ging nu dadelijk zijn leerling opzoeken en deelde hem mede,
+dat hij aangenomen was als lid van een voorname litterair-artistieke
+vereeniging, en dat hij, om zijn toelating te vieren, van plan was
+een diner en daarna een klein feestje te geven. Ten slotte noodigde
+hij hem uit aan de plechtige installatie deel te nemen ...
+
+"En daar je toch niet laat thuis kunt komen en het feest wel tot
+na middernacht zal duren, zullen we voor alle gemak dat diner maar
+hier aan huis geven. François, je knecht, zal het niet verraden;
+je ouders zullen er dus niets van te weten komen en jij zult op
+die manier kennis maken met de geestrijkste menschen uit Parijs,
+kunstenaars en schrijvers."
+
+"Die al gedrukt zijn?" vroeg de jonge man.
+
+"Zeker wel, gedrukt; een van hen is hoofdredacteur van de Echarpe,
+een tijdschrift waarop je moeder geabonneerd is; het zijn zeer
+gedistingeerde, bijna beroemde personen; ik ben hun intieme vriend. Zij
+hebben bekoorlijke vrouwen."
+
+"Komen er ook vrouwen bij?" vroeg de vicomte.
+
+"Verrukkelijke schepsels."
+
+"O, ik ben u zeer dankbaar voor uw uitnoodiging, waarde meester;
+natuurlijk zullen we het feest hier geven; we zullen alle kroonluchters
+laten aansteken en de hoezen van de meubelen laten nemen."
+
+'s Avonds in het café vertelde Barbemuche, dat het feest den volgenden
+Zaterdag gegeven zou worden.
+
+De bohémiens verzochten hun vriendinnen aan haar toilet te denken.
+
+"Vergeet vooral niet," zeiden zij tot haar, "dat we ditmaal in echte
+salons komen. Bereid je daar dus op voor: eenvoudige, maar rijke
+toiletten."
+
+Denzelfden dag nog werd de geheele straat er mede in kennis gesteld,
+dat Mimi, Phémie en Musette in de "wereld" zouden gaan.
+
+Op den ochtend van de plechtigheid geschiedde nog het volgende:
+Colline, Schaunard, Marcel en Rodolphe begaven zich gezamenlijk naar
+Barbemuche, die zeer verwonderd was ze al zoo vroeg te zien.
+
+"Er is toch niets gebeurd, waardoor het feest uitgesteld moet
+worden?" vroeg hij eenigszins ongerust.
+
+"Ja en neen," antwoordde Colline. "De zaak is deze. Tusschen ons
+gezegd en gezwegen, doen we onder ons nooit aan plichtplegingen;
+maar wanneer we met vreemden samenkomen, dan willen we graag een
+zeker decorum bewaren."
+
+"Welnu?" vroeg Barbemuche.
+
+"Welnu", ging Colline voort, "daar we vanavond den jongen edelman
+ontmoeten, die zijn salon voor ons opent, komen wij uit achting voor
+hem en uit achting voor onszelf je heel vriendschappelijk vragen,
+of je ons voor vanavond niet een paar kleedingstukken van goeden snit
+kan leenen. Je begrijpt even goed als wij, dat het voor ons zoo goed
+als onmogelijk is in trui en paletot de weelderige vertrekken van
+deze woning te bezoeken."
+
+"Maar," zeide Carolus; "ik heb geen vier rokken."
+
+"Ach!" zeide Colline, "we zullen ons wel weten te behelpen met wat
+je hebt."
+
+"Kijk maar eens!" zeide Carolus en opende een tamelijk rijk voorziene
+kleerkast.
+
+"Maar je hebt daar een compleet kleeding-arsenaal."
+
+"Drie hoeden!" zeide Schaunard in extase; "hoe kan je in Godsnaam
+drie hoeden hebben, als je maar één hoofd hebt."
+
+"En kijk eens wat een schoenen!" brulde Colline.
+
+In een oogwenk hadden zij ieder een volledige uitrusting gekozen.
+
+"Tot vanavond," zeiden zij, terwijl zij afscheid namen van Barbemuche;
+"de dames zullen er schitterend uitzien."
+
+"Maar", zeide Barbemuche met een blik op de geheel leeggeplunderde
+kast, "jullie laat voor mij niets over. Hoe moet ik jullie ontvangen?"
+
+"O, jij", zeide Rodolphe, "voor jou is het heel wat anders; jij bent
+de heer des huizes en behoeft het dus met de etiquette zoo nauw niet
+te nemen."
+
+"Maar ik heb alleen nog maar een kamerjapon, een slaapbroek, een
+flanellen vest en pantoffels over; jullie hebt alles weggenomen."
+
+"Wat hindert dat? Je bent bij voorbaat geëxcuseerd," antwoordden
+de bohémiens.
+
+Om zes uur werd er een prachtig diner in de eetzaal opgediend. De
+bohémiens arriveerden. Marcel hinkte een beetje en was in een slecht
+humeur. De jonge vicomte Paul snelde den dames tegemoet en geleidde
+ze naar de beste plaatsen. Mimi had een zeer fantastisch toilet
+aan. Musette was zeer uitdagend gekleed. Phémie geleek op een venster
+met gekleurde ramen, zij durfde bijna niet te gaan zitten. Het diner,
+dat twee en een half uur duurde, was zeer geanimeerd.
+
+De jonge vicomte Paul, die Mimi tot tafeldame had, stootte haar ieder
+oogenblik met waren hartstocht aan met zijn voet. Phémie vroeg bij
+iedere gang tweemaal om dezen of genen schotel. Schaunard zwelgde
+in het druivennat. Rodolphe improviseerde sonnetten en brak bij het
+aangeven van den rhythmus de glazen. Colline praatte met Marcel,
+die nog steeds knorrig was.
+
+"Wat heb je toch?" vroeg hij.
+
+"Ik heb zoo'n vreeselijke pijn aan mijn voet en dat hindert me. Die
+Carolus heeft een voet als een jong meisje."
+
+"O, als het anders niet is," vond Colline, "dan zullen we hem aan
+zijn verstand brengen, dat dit zoo niet langer gaat en dat hij
+"in den vervolge" zijn laarzen een paar nummers grooter moet laten
+maken. Wees maar gerust, dat zal ik wel in orde brengen. Maar ga nu
+mee naar den salon, waar liqueuren der Antillen ons roepen."
+
+Het feest begon met nieuwen glans en schittering. Schaunard zette
+zich voor den piano en speelde met een wonderbare bravoure zijn
+nieuwe symphonie: "De dood der jonkvrouw". Het mooie gedeelte van
+de Schuldeischersmarsch had zoo'n succes, dat hij het driemaal moest
+herhalen. Na afloop waren er twee snaren gesprongen.
+
+Marcel was nog steeds uit zijn humeur, en toen Carolus zich daarover
+bij hem beklaagde, antwoordde de schilder hem:
+
+"Mijn waarde heer Barbemuche, wij zullen nooit op intiemen voet met
+elkaar omgaan. Ziehier de reden. Physieke verschillen zijn bijna altijd
+een zekere aanwijzing voor psychische verschillen. Op dit punt zijn
+de wijsbegeerte en geneeskunde het volmaakt eens."
+
+"En verder?"
+
+"Welnu," zeide Marcel en wees op zijn voeten, "je laarzen, die veel
+en veel te nauw voor mij zijn, toonen aan, dat we niet hetzelfde
+karakter hebben; overigens was je feestje heel charmant!"
+
+Om één uur in den ochtend gingen de bohémiens langs een grooten omweg
+naar huis. Barbemuche was lichtelijk aangeschoten en sloeg allerlei
+onzin uit tegen zijn leerling, die op zijn beurt droomde van de blauwe
+oogen van mademoiselle Mimi.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+DE INWIJDINGSFUIF.
+
+
+Het gebeurde eenigen tijd, nadat de dichter Rodolphe met de jonge
+mademoiselle Mimi een eigen huishoudentje had opgezet; sedert
+ongeveer acht dagen heerschte er in den geheelen vriendenkring een
+groote onrust naar aanleiding van de verdwijning van Rodolphe, die
+plotseling als in een nevel scheen te zijn opgelost. Ze hadden hem
+gezocht op alle plaatsen, waar hij gewoon was te komen, en overal
+kregen ze hetzelfde antwoord:
+
+"We hebben hem in geen acht dagen gezien."
+
+Gustave Colline vooral was in duizend angsten en vreezen, en wel
+om de volgende reden. Eenige dagen te voren had hij Rodolphe een
+artikel van groote wijsgeerige waarde toevertrouwd, dat deze in de
+rubriek "Varia" van le Castor, het bekende hoedenmakersblad, waarvan
+hij hoofdredacteur was, zou opnemen. Was het philosophische artikel
+reeds voor de oogen van het verbaasde Europa verschenen? Dat was de
+vraag, die de ongelukkige Colline zich stelde; en men zal zich dien
+angst kunnen begrijpen, wanneer men weet, dat de philosoof nog niet
+het genoegen gehad had zich gedrukt te zien en dus van verlangen
+brandde, om te zien welken indruk zijn in cicero [29] gedrukt proza
+zou maken. Om zich die bevrediging van zijn eigenliefde te verschaffen,
+had hij reeds zes francs uitgegeven voor verschillende leeszalen zonder
+er le Castor te vinden. Daar hij dit niet langer volhouden kon, zwoer
+Colline zich een duren eed, dat hij geen minuut rust zou nemen alvorens
+de hand op den onvindbaren redacteur van dat blad gelegd te hebben.
+
+Geholpen door verschillende toevallige omstandigheden--het zou te veel
+tijd vorderen die alle te vertellen--gelukte het den wijsgeer zijn
+eed te houden. Twee dagen later had hij Rodolphe's woning uitgevorscht
+en ging hij hem 's morgens om zes uur opzoeken.
+
+Rodolphe woonde toentertijd in een hôtel garni in een eenzame straat
+van den faubourg Saint Germain, waar hij de vijfde verdieping betrokken
+had, omdat er geen zesde was. Toen Colline bij de deur kwam, vond hij
+den sleutel niet in het slot steken. Hij klopte een minuut of tien
+zonder dat hij van binnen antwoord kreeg; op de aubade kwam zelfs de
+concierge af, die Colline vroeg kalm te zijn.
+
+"U ziet toch wel, dat mijnheer slaapt," zeide hij.
+
+"Daarom wil ik hem wakker trommelen," antwoordde Colline en begon
+opnieuw te kloppen.
+
+"Dan wil hij u zeker niet antwoorden," meende de concierge, terwijl
+hij voor de deur van Rodolphe een paar lakschoenen en een paar
+dameslaarsjes, die hij juist gepoetst had, neerzette.
+
+"Wacht eens even," zeide Colline, terwijl hij het mannelijke en
+vrouwelijke paar laarzen bekeek; "een paar nieuwe lakschoenen. Ik
+heb me zeker in de deur vergist; hier moet ik zeker niet zijn."
+
+"Wien moet u eigenlijk hebben?" vroeg de concierge.
+
+"Vrouwenlaarsjes!" ging Colline voort als in zichzelf sprekend en
+denkend aan de strenge zeden van zijn vriend; "ja, ik heb me beslist
+vergist. Dit kan de kamer van Rodolphe beslist niet zijn."
+
+"Vraag excuus, mijnheer; dat is hier wel."
+
+"Zoo. Dan vergis jij je, beste man!"
+
+"Hoe bedoelt u dat?"
+
+"Dat je je beslist vergist," zeide Colline, terwijl hij op de
+lakschoenen wees. "Wat zijn dat?"
+
+"Dat zijn de schoenen van mijnheer Rodolphe; wat is daar voor
+verwonderlijks aan?"
+
+"En die daar?" zeide Rodolphe en wees hem de dameslaarsjes; "zijn
+die ook van mijnheer Rodolphe?"
+
+"Die zijn van zijn dame," zeide de concierge.
+
+"Van zijn dame?" riep Colline verbaasd uit. "Wat een
+wellusteling! Daarom wil hij natuurlijk niet open doen!"
+
+"Lieve Hemel!" zeide de concierge; "die jonge man is toch vrij om te
+doen of te laten wat hij wil; als mijnheer mij zijn naam wil zeggen,
+dan zal ik mijnheer Rodolphe zeggen, dat u hier geweest is."
+
+"Neen", zeide Colline, "nu ik eenmaal weet waar ik hem vinden kan,
+zal ik wel terugkomen." En hij ging heen, om zijn vrienden het groote
+nieuws te gaan vertellen.
+
+De lakschoenen van Rodolphe werden algemeen als fabels beschouwd, als
+een vrucht van Colline's rijke fantasie, en éénstemmig werd verklaard,
+dat zijn maîtresse een paradox was.
+
+En toch was die paradox een waarheid; want nog dienzelfden avond kreeg
+Marcel een collectieven brief voor alle vrienden van dezen inhoud:
+
+"Mijnheer en Mevrouw Rodolphe, letterkundigen, hebben de eer u uit
+te noodigen voor een diner, dat zij zich voorstellen morgenavond om
+vijf uur precies te geven.
+
+P.S. Er wordt van borden gegeten."
+
+"Mijne heeren," zeide Marcel, die zijn vrienden met den inhoud van
+den brief in kennis stelde, "Colline heeft toch gelijk: Rodolphe
+heeft werkelijk een maîtresse; bovendien vraagt hij ons te dineeren
+en het postscriptum belooft zelfs tafelgerei. Ik wil u niet verhelen,
+dat deze laatste paragraaf mij een lyrisch-poëtische overdrijving
+toeschijnt; we zullen echter dienen af te wachten."
+
+Op het aangegeven uur gingen den volgenden dag Marcel, Gustave Colline
+en Alexander Schaunard, uitgehongerd alsof ze in geen dagen gegeten
+hadden, naar Rodolphe, dien zij bezig vonden te spelen met een roode
+kat, terwijl een jonge vrouw de tafel dekte.
+
+"Heeren", zeide Rodolphe, terwijl hij zijn vrienden de hand drukte
+en met een gebaar naar de jonge vrouw wees, "mag ik u de vrouw des
+huizes voorstellen?"
+
+"Dan ben jij dus de heer des huizes?" zeide Colline.
+
+"Mimi," antwoordde Rodolphe, "ik stel je mijn beste vrienden voor,
+en doe nu de soep op."
+
+"O, mevrouw," zeide Alexandre Schaunard, terwijl hij naar Mimi toe
+ging, "u zijt frisch als een woudbloem."
+
+Na zich overtuigd te hebben, dat er in werkelijkheid assietten op tafel
+stonden, informeerde Schaunard wat zij te eten zouden krijgen. Hij
+dreef de nieuwsgierigheid zoo ver, dat hij de deksels van de pannen
+nam, waarin het diner kookte. De aanwezigheid van een kreeft maakte
+een diepen indruk op hem.
+
+Colline had Rodolphe even apart genomen, om hem naar zijn philosophisch
+artikel te vragen.
+
+"Dat is op de drukkerij," zeide Rodolphe. "Le Castor verschijnt
+a.s. Donderdag."
+
+Wij zullen niet trachten de vreugde van den wijsgeer te schilderen.
+
+"Heeren", zeide Rodolphe tot zijn vrienden; "jullie moeten het me niet
+kwalijk nemen, dat ik jullie zoolang zonder eenig bericht gelaten heb,
+maar ik was in mijn wittebroodsweken."
+
+En hij vertelde hun de geschiedenis van zijn "huwlijk" met dit
+bekoorlijke schepseltje, dat hem als bruidschat haar achttien jaar
+en zes maanden, twee porceleinen kopjes en een roode poes, eveneens
+Mimi genaamd, medegebracht had.
+
+"En nu, heeren," ging Rodolphe voort, "zullen wij onze nieuwe woning
+inwijden. Maar ik waarschuw je van te voren, dat het een eenvoudige
+burgerpot is en de truffels door de grootste hartelijkheid vervangen
+worden."
+
+Inderdaad bleef die bekoorlijke godin dan ook heerschen onder de
+gasten, die intusschen vonden, dat die "eenvoudige burgerpot" nog
+al meeviel. Rodolphe was dan ook "uit zijn slof geschoten." Colline
+maakte er op opmerkzaam, dat de borden verwisseld werden en verklaarde
+op luiden toon, dat mademoiselle Mimi het blauwe lint waardig was,
+waarmede de keizerinnen van het fornuis gedecoreerd worden, een zin,
+die voor het jonge meisje zuiver Sanskriet was, en die Rodolphe voor
+haar aldus vertaalde, "dat zij een uitstekende keukenmeid zou zijn."
+
+Het optreden van de kreeft veroorzaakte een algemeene
+bewondering. Onder voorwendsel dat hij in de natuurlijke historie
+gestudeerd had, vroeg Schaunard het dier te mogen verdeelen; hij maakte
+zelfs van de gelegenheid gebruik om een mes te breken en zichzelf de
+grootste portie toe te eigenen, wat een algemeene verontwaardiging
+deed ontstaan. Doch Schaunard was niet gevoelig, vooral niet op het
+punt: kreeft; en toen er nog een portie overbleef, was hij brutaal
+genoeg die apart te leggen onder voorwendsel, dat die hem als model
+moest dienen voor een stilleven, dat hij juist onder handen had.
+
+In hun toegeeflijke vriendschap deden de kameraden, alsof zij aan dezen
+leugen, die de vrucht van een onmatige eetlust was, geloof schonken.
+
+Colline daarentegen bewaarde al zijn sympathieën voor het dessert
+en weigerde zelfs halsstarrig om zijn deel van de rhumkoek te ruilen
+voor een toegangsbewijs voor de orangerie te Versailles, wat Schaunard
+hem voorstelde.
+
+Het discours werd langzamerhand geanimeerder.
+
+Op de drie flesschen met roode capsules volgden er drie met groene,
+in het midden waarvan ze weldra een flesch zagen te voorschijn
+komen, welker met een zilveren helm bedekte hals dadelijk verried,
+dat zij tot het regiment van Royal-Champenois behoorde. Het was
+een imitatie-champagne, die in de wijnbergen van Saint-Ouen geoogst
+was en te Parijs voor twee francs verkocht werd wegens liquidatie,
+zooals de wijnhandelaar beweerde.
+
+Maar niet het land maakt den wijn, en onze bohémiens aanvaardden
+den drank, dien ze in speciaal daarvoor bestemde glazen kregen,
+als echte Champagne en waren ondanks de weinige opgewektheid,
+waarmede de kurk uit zijn gevangenis ontsnapte, in extase over
+het voortreffelijke merk, toen zij de groote hoeveelheid schuim
+zagen. Schaunard gebruikte daarbij de rest van zijn bezinning, om
+zich in de glazen te vergissen en dat van Colline te ledigen, die op
+zijn beurt met het ernstigste gezicht van de wereld zijn beschuit in
+den mosterdpot doopte en mademoiselle Mimi het wijsgeerige artikel,
+dat in le Castor moest verschijnen, trachtte uit te leggen. Terwijl
+hij daarmede bezig was, werd hij plotseling bleek en vroeg permissie
+of hij even aan het raam naar de ondergaande zon mocht gaan kijken,
+hoewel het al tien uur was en de zon reeds lang onder de wol lag.
+
+"Het is jammer, dat de champagne niet gefrappeerd is," zeide Schaunard,
+die nogmaals trachtte zijn leeg glas te verwisselen voor een vol van
+zijn tafelbuurman, welke poging echter ditmaal geen succes had.
+
+"Mevrouw," zeide Colline, die genoeg versche lucht gehapt had, tegen
+Mimi, "je koelt champagne met ijs, ijs wordt gevormd door condensatie
+van water, aqua in het Latijn. Water bevriest bij twee graden, en er
+zijn vier jaargetijden, zomer, herfst en winter. Dat is de oorzaak
+geweest van den terugtocht uit Rusland; Rodolphe, geef mij nog een
+hemistichium champagne!"
+
+"Wat zegt je vriend toch?" vroeg Mimi, die er niets van begreep,
+aan Rodolphe.
+
+"O, hij vraagt, of ik hem nog een half glas Champagne wil geven,"
+antwoordde deze.
+
+Plotseling gaf Colline Rodolphe een harden klap op zijn schouder en
+zeide stotterend, alsof de lettergrepen als taai-taai tusschen zijn
+lippen bleven zitten:
+
+"Het is morgen Donderdag, niet?"
+
+"Neen, het is morgen Zondag."
+
+"Neen, Donderdag."
+
+"Neen, heusch niet, Zondag."
+
+"O, Zondag," zeide Colline, terwijl hij zijn hoofd heen en weer wiegde,
+"meestal is het morgen Don...der...dag..."
+
+En terwijl hij zijn gezicht in de ijspudding, die nog op zijn bord lag,
+drukte, sliep hij in.
+
+"Wat wil hij toch eigenlijk met zijn Donderdag?" vroeg Mimi.
+
+"O, nou ben ik er achter!" antwoordde Rodolphe, die de halsstarrigheid
+van den door zijn idée fixe gekwelden wijsgeer begon te begrijpen;
+"dat komt door zijn artikel in Le Castor ... Luister maar, hij droomt
+er hardop van."
+
+"Goed", zeide Schaunard, "dan krijgt hij ook geen koffie, niet waar
+mevrouw?"
+
+"Dat is waar ook, Mimi," zeide Rodolphe, "presenteer de koffie eens."
+
+Zij wilde juist opstaan, toen Colline, die van de ijspudding zijn
+koelbloedigheid eenigszins teruggekregen had, haar om haar middel
+vatte en haar vertrouwelijk in het oor fluisterde:
+
+"Mevrouw, de koffie is afkomstig uit Arabië, waar hij door een geit
+ontdekt is. Van daar uit kwam de gewoonte om koffie te drinken naar
+Europa. Voltaire dronk twee-en-zeventig koppen per dag. Ik drink ze
+zonder suiker, maar graag heel warm."
+
+"Lieve Hemel, wat een knappe vent!" dacht Mimi, terwijl zij de koffie
+en de pijpen bracht.
+
+Intusschen was het aardig laat geworden; het had al geruimen tijd
+geleden middernacht geslagen en Rodolphe trachtte zijn vrienden aan
+het verstand te brengen, dat het nu langzamerhand tijd werd om heen
+te gaan. Marcel, die nog volkomen helder was, stond op, om afscheid
+te nemen.
+
+Schaunard echter ontdekte, dat er in een flesch nog wat brandewijn
+was, en verklaarde, dat het nooit middernacht kon zijn, zoolang er
+nog een druppel in het glas was. Colline zat schrijlings op zijn
+stoel en bromde binnensmonds.
+
+"Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag...."
+
+"Maar lieve hemel," zeide Rodolphe wanhopig, "ik kan ze toch vannacht
+hier niet houden. Vroeger ging dat goed, maar nu is dat wat anders,"
+en hij keek daarbij naar Mimi, wier warme blik om eenzaamheid met
+hun tweetjes scheen te smeeken.
+
+"Wat moet ik beginnen? Geef mij toch eens raad, Marcel. Verzin toch
+een middel, om ze hier vandaan te krijgen!"
+
+"Neen, ik verzin er geen," zeide Marcel; "maar ik zal er een
+navolgen. Ik herinner me een comedie, waarin een intelligente knecht
+het middel vindt om drie als tempelieren zoo dronken schelmen uit
+het huis van zijn meester te zetten."
+
+"Ja, dat herinner ik me," antwoordde Rodolphe "dat komt in Kean [30]
+voor. De toestand is inderdaad vrijwel dezelfde."
+
+"Welnu, dan zullen we eens zien of het tooneel met de werkelijkheid
+overeenkomt. Wacht even, we zullen met Schaunard beginnen. Hé,
+Schaunard!" riep de schilder.
+
+"Ja, wat is er?" antwoordde deze, die in de blauwe zee van een zoete
+roes scheen te zwemmen.
+
+"Er is hier niets meer te drinken en we hebben allemaal nog dorst."
+
+"Ach ja," zeide Schaunard, "die flesschen zijn ook zoo klein!"
+
+"Nou luister dan; Rodolphe heeft besloten, dat we vannacht hier zouden
+blijven; maar er moet nog eerst wat gehaald worden, om te drinken,
+vòòr de winkels gesloten worden."
+
+"Mijn leverancier woont hier op den hoek van de straat," zeide
+Rodolphe. "Schaunard, ga jij er even heen en vraag uit mijn naam twee
+flesschen rhum."
+
+"Zeker, zeker, zeker!" zeide Schaunard, die bij vergissing de
+overjas van Colline aantrok, welke laatste met zijn mes ruiten op
+het tafellaken teekende.
+
+"Dat is nummer één!" zeide Marcel, toen Schaunard weg was. "Nou
+komt Colline aan de beurt: dat zal een heele dobber worden. Wacht,
+een idee. He, he, Colline!" schreeuwde hij, terwijl hij den wijsgeer
+heen en weer schudde.
+
+"Wat is er.... wat is er?"
+
+"Schaunard is weggegaan en heeft bij vergissing jouw jas aangetrokken."
+
+Colline keek om zich heen en zag inderdaad in plaats van zijn
+notehoutkleurige jas de geruite van Schaunard hangen. Deze ontdekking
+maakte hem zeer ongerust. Colline had n.l. ouder gewoonte in den loop
+van den dag de boekenstalletjes bezocht en voor vijftien sous een
+Finsche grammatica en een kleinen roman van Nisard: "De begrafenis
+van de melkvrouw" gekocht. Bij deze nieuwe aanwinst kwamen nog zeven
+of acht deelen hoogere philosophie, die hij altijd bij zich droeg, om
+steeds een arsenaal te hebben, waaruit hij argumenten zou kunnen putten
+voor het geval er wijsgeerige discussies ontstonden. De gedachte,
+dat die bibliotheek in handen van Schaunard was, deed bij hem het
+angstzweet uitbreken.
+
+"De ongelukkige!" riep Colline uit; "wat heeft hem bezield mijn
+overjas mee te nemen?"
+
+"Het is een vergissing."
+
+"Maar mijn boeken..... hij kan er een slecht gebruik van maken."
+
+"Wees maar niet bezorgd: hij zal ze niet lezen," zeide Rodolphe.
+
+"O, ik ken hem! Hij is in staat er zijn pijp mede aan te steken!"
+
+"Als je daar bang voor bent, dan kan je hem nog best inhalen," zeide
+Rodolphe; "hij is net weg; je zal hem nog wel aan de deur vinden."
+
+"Zeker moet ik hem inhalen," antwoordde Colline, terwijl hij zijn hoed
+opzette, waarvan de randen zoo breed waren, dat men er makkelijk voor
+tien personen thee op zou kunnen ronddienen.
+
+"Dat is nummer twee," zeide Marcel tot Rodolphe; "nu ben je vrij. Ik
+ga ook weg en zal den portier op zijn hart drukken, dat hij niet open
+moet doen, als er geklopt wordt."
+
+"Slaap lekker," zeide Rodolphe, "en wel bedankt!"
+
+Nadat hij zijn vriend uitgelaten had, hoorde Rodolphe op de trap een
+langaangehouden gemiauw, waarop zijn roode kat teeder antwoordde,
+terwijl hij behendig door de halfgeopende deur trachtte te ontsnappen.
+
+"Arme Romeo!" zeide Rodolphe; "je Julia roept je. Vooruit, ga je
+gang maar," en hij opende de deur voor het verliefde dier, dat met
+één sprong de trap af was en in de armen van zijn geliefde lag.
+
+Eindelijk met zijn maîtresse, die voor een spiegel in een bekoorlijke
+en verleidelijke houding haar haar in de krul stond te zetten, alleen,
+ging Rodolphe naar Mimi toe en drukte haar in zijn armen. Dan trok
+hij, als een musicus, die, alvorens zijn stuk te beginnen, een reeks
+accoorden aanslaat, om zich van de qualiteit van zijn instrument te
+overtuigen, Mimi op zijn knieën en drukte op haar schouder een langen,
+vurigen kus, die het frissche schepseltje van verlangen deed rillen.
+
+Het instrument klonk prachtig.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+MADEMOISELLE MIMI.
+
+
+O, vriend Rodolphe, wat is er toch gebeurd, dat ge zoo veranderd
+zijt? Moet ik de geruchten gelooven, die in omloop zijn, en heeft dat
+ongeluk zoozeer uw krachtige philosophie kunnen terneerslaan? Hoe zal
+ik, ik, de geschiedschrijver van uw vrij kunstenaarsheldendicht,
+zoo vol vroolijk gelach en jolijt, hoe zal ik op een voldoend
+melancholischen toon het smartelijk avontuur kunnen vertellen, dat
+een rouwfloers werpt over uw voortdurende levenslust en op die wijze
+plotseling den vroolijken klank van uw paradoxen tot zwijgen brengt?
+
+O, vriend Rodolphe, gaarne wil ik gelooven, dat uw smart groot is,
+maar dat is toch werkelijk geen reden, om dadelijk in het water te
+springen. Daarom raad ik je aan zoo gauw mogelijk een streep door
+het verleden te halen. Ontvlucht vooral de eenzaamheid, die bevolkt
+is met spookgestalten, welke uw bekommernissen tot het oneindige
+verlengen. Ontvlucht de stilte, waarin de echo der herinneringen nog
+weerklinkt van doorleefde vreugde en doorleefde smart. Werp moedig naar
+alle windstreken der vergetelheid den naam, dien ge zoo lief gehad
+hebt, en ook alles wat u nog overblijft van haar, die hem droeg. De
+haarlokken, die uw van hartstocht vurige lippen hebben gekust; het
+kristallen flaconnetje, waarin nog een rest van den parfum sluimert,
+die op dit oogenblik voor u gevaarlijker is om in te ademen dan alle
+vergiften der wereld; in het vuur de bloemen, de bloemen van gaas,
+van zijde en van fluweel; de witte jasmijnen, de door het bloed van
+Adonis gepurperde anemonen, de blauwe vergeet-mij-nietjes, en al die
+bekoorlijke ruikers, welke zij in de verre dagen van uw kort geluk
+samenbond. Toen hield ik ook van uw Mimi, en zag ik er geen gevaar in,
+dat gij haar lief hadt. Maar volg mijn raad: in het vuur die linten,
+die mooie roode, blauwe en gele linten, die haar hals en boezem
+sierden, om uw blikken te trekken en te boeien; in het vuur de kanten
+en mutsjes en sluiers, al die coquette prulletjes, waarmede ze zich
+tooide, om te gaan liefkoozen met mijnheer César, mijnheer Jérôme,
+mijnheer Charles of een anderen geliefde, dien de kalender aangaf,
+terwijl gij aan uw venster op haar stondt te wachten, rillend onder
+den guren wind en den rijp van den winter; in het vuur, Rodolphe,
+alles wat haar heeft toebehoord en wat u aan haar herinneren kan;
+in het vuur, meedoogenloos in het vuur, de liefdesbrieven. Zie, daar
+is er juist een, waarover ge tranen hebt gestort als uit een fontein,
+o, rampzalige vriend!
+
+
+ "Daar je niet thuis komt, ga ik naar mijn tante.
+
+ Het aanwezige geld neem ik mede, om een rijtuig te kunnen betalen.
+
+ Lucile."
+
+
+En dien avond hebt ge niet gegeten, Rodolphe; herinnert ge het u
+nog? En ge zijt bij mij gekomen en hebt op mijn kamer een vuurwerk van
+geestigheden afgestoken, die getuigden van de rust van uw ziel. Want ge
+geloofdet, dat Lucile bij haar tante was, en indien ik u gezegd had,
+dat zij bij mijnheer César of bij een comediant van den Montparnasse
+was, dan zoudt ge me zeker naar de keel gevlogen hebben. In het vuur
+ook dat andere briefje, dat geheel en al de laconische teederheid
+van het eerste ademt:
+
+"Ik ga laarzen bestellen; je moet beslist zorgen, dat je geld krijgt,
+zoodat ik ze overmorgen kan gaan halen."
+
+O, vriendlief, die laarzen hebben heel wat contredansen gedanst,
+waarin gij haar vis-à-vis niet waart!
+
+Aan het vuur die herinneringen, aan de winden haar asch prijsgeven!
+
+Maar Rodolphe, grijp, uit liefde voor de menschheid en ter wille van
+den roem van de Echarpe d'Iris en van den Castor, weer met vaste
+hand de teugels van den goeden smaak, die ge in uw zelfzuchtige
+smart slap hebt laten hangen; anders zouden de vreeselijkste dingen,
+waarvoor gij verantwoordelijk zoudt zijn, kunnen gebeuren. Wij zouden
+weer terugkeeren tot de pofmouwen en de klepbroeken en wij zouden op
+een goeden dag misschien weer hoeden in de mode zien komen, die het
+heelal beleedigen en den toorn des hemels op ons laden zouden.
+
+En nu is dan het oogenblik gekomen, om de liefdesgeschiedenis van onzen
+vriend Rodolphe en mademoiselle Lucile, meer bekend als mademoiselle
+Mimi, te vertellen.
+
+Midden in zijn vier-en-twintigste levensjaar werd Rodolphe plotseling
+aangegrepen door dien hartstocht, welke zoo'n grooten invloed op
+zijn leven had. In den tijd, dat hij Mimi voor het eerst ontmoette,
+leidde Rodolphe dat bewogen en fantastische leven, dat wij in de
+vorige tooneelen van deze serie hebben trachten te beschrijven. Hij
+was ongetwijfeld een der vroolijkste armoedzaaiers, die ooit in het
+land der bohémiens geleefd hebben. Wanneer hij een slecht middagmaal
+gebruikt en een goede aardigheid getapt had, dan liep hij trotscher
+op het plaveisel, dat hem dikwijls tot hoofdkussen diende, trotscher
+in zijn versleten rok, die uit alle naden om genade smeekte, dan een
+keizer in zijn purperen mantel. In den vriendenkring, waarin Rodolphe
+verkeerde, deed men ten gevolge van een geblaseerdheid, die aan sommige
+jonge mannen eigen is, net alsof men de liefde als een luxe-artikel,
+als een voorwendsel voor platte grappen beschouwde. Gustave Colline,
+die sedert lang intieme relaties onderhield met een vestenmaakster,
+welke hij naar lichaam en geest mismaakt had door haar dag en nacht de
+manuscripten van zijn wijsgeerige werken te laten copieeren, beweerde,
+dat de liefde een soort purgeermiddel was, geschikt om ieder nieuw
+jaargetijde in te nemen, ten einde de slechte lichaamsvochten te
+verwijderen. Te midden van al die valsche sceptici was Rodolphe de
+eenige, die met een zekeren eerbied over de liefde placht te spreken;
+en wanneer men het ongeluk had om met hem over dat thema te beginnen,
+dan was hij in staat om meer dan een uur lang elegieën te kirren over
+het geluk bemind te worden, over het blauw van het vredige meer, het
+suizen van den wind, het concert der sterren enz. enz. Schaunard had
+hem naar aanleiding daarvan den bijnaam Harmonika gegeven, terwijl
+Marcel een heel aardig woord verzonnen had, waarin hij een toespeling
+maakte zoowel op de Germaansch-sentimenteele ontboezemingen als op
+de vroegtijdige kaalheid van Rodolphe; hij noemde hem n.l. myosotis
+calva, d.i. het kale vergeet-mij-nietje. De waarheid was echter,
+dat toentertijd Rodolphe in allen ernst geloofde met alle dingen
+van jeugd en liefde afgerekend te hebben; hij zong overmoedig het De
+profundis over zijn hart, dat hij dood waande, terwijl het slechts
+sliep en gereed was ieder oogenblik te ontwaken, toegankelijker dan
+ooit voor vreugde en ontvankelijker dan ooit voor die zoete smarten,
+waarop hij niet meer hoopte en die hem nu wanhopig maakten. Gij hebt
+het gewild, Rodolphe, en wij zullen u niet beklagen, want de smart,
+waaraan gij lijdt, behoort tot die, welke men het meest terugwenscht,
+vooral wanneer men weet, dat men er voor goed van genezen is.
+
+Rodolphe dan ontmoette de jonge Mimi, die hij trouwens vroeger, toen
+zij nog de maîtresse van een zijner vrienden was, gekend had, en maakte
+haar tot de zijne. In den beginne was het een luid gebrom van afkeuring
+onder Rodolphe's vrienden, toen zij van zijn liaison hoorden, maar
+daar mademoiselle Mimi een zeer innemend persoontje was, volstrekt
+niet preutsch, en, zonder hoofdpijn te krijgen, hun tabaksrook en
+litteraire gesprekken kon verdragen, raakte men al spoedig aan haar
+gewend en behandelde haar als een kameraad. Mimi was een bekoorlijk en
+mooi wezentje, dat de plastieke en poëtische sympathieën van Rodolphe
+op bijzondere wijze bevredigde. Zij telde toen twee-en-twintig zomers,
+was klein, tenger gebouwd en grappig-ondeugend. Haar gelaat had iets
+aristocratisch, haar trekken echter, die buitengewoon fijn waren
+en door den glans van haar vochtig-blauwe oogen als het ware met
+een zacht licht overgoten werden, konden in sommige oogenblikken van
+verveling of slecht humeur een uitdrukking van een bijna beestachtige
+woestheid krijgen, waarin een physioloog misschien de aanwijzing
+gezien zou hebben van een grenzenlooze zelfzucht of van een groote
+ongevoeligheid. Maar meestal was het een charmant kopje met een jong,
+frisch lachje en oogen, die nu eens smachtend, dan weer veroverend
+coquet iemand aankeken. Het bloed der jeugd stroomde warm en snel door
+haar aderen en kleurde haar doorzichtige, als camelia's zoo blanke huid
+met rozenroode tinten. Die ziekelijke schoonheid bekoorde Rodolphe,
+dikwijls kroonde hij 's nachts uren lang steeds weer met kussen het
+bleeke voorhoofd van zijn geliefde, wier vochtige en moede oogen,
+half geopend, schitterden onder den gordijn van haar prachtige,
+bruine haren. Maar vooral haar handen, die zij niettegenstaande
+de zorgen voor het huishouden, blanker wist te houden dan wanneer
+zij de godin van het dolce far niente in eigen persoon geweest was,
+maakten Rodolphe waanzinnig op haar verliefd. En toch zouden die zoo
+teere en kleine handen, die voor de liefkoozingen van een lip zoo
+zachte kinderhanden, waarin Rodolphe zijn opnieuw bloeiend hart had
+nedergelegd, toch zouden die blanke handen van Mimi spoedig het hart
+van den dichter met haar rose nageltjes verminken.
+
+Na verloop van een maand begon Rodolphe te merken, dat hij een liaison
+gesloten had met een stormwind en dat zijn maîtresse een groot gebrek
+had. Zij ging n.l. gaarne op buurbezoek en bracht een groot gedeelte
+van haar tijd door bij de maintenées uit de buurt, waarmede zij, God
+weet hoe, kennis gemaakt had. En al heel spoedig werden de gevolgen
+merkbaar, waarvoor Rodolphe gevreesd had, toen hij van de nieuwe
+"kennissen" van zijn maîtresse hoorde. De onbestendige rijkdom van
+sommige dier nieuwe vriendinnen had een geheel woud van begeerten
+doen ontstaan in den geest van Mimi, die tot op dat oogenblik slechts
+bescheiden eischen gehad had en met het noodzakelijke, dat Rodolphe
+haar naar zijn beste krachten gaf, tevreden geweest was. Mimi begon te
+droomen van zijde, fluweel en kant. En niettegenstaande Rodolphe het
+haar verbood, bleef zij omgaan met die vrouwen, die haar éénstemmig
+trachtten te overreden te breken met den bohémien, die haar zelfs
+geen honderdvijftig francs kon geven voor een lakensche japon.
+
+"Een zoo knap meisje als jij," zeiden haar raadgeefsters haar,
+"kan makkelijk een betere "positie" vinden. Je behoeft maar te zoeken."
+
+En mademoiselle Mimi begon te zoeken. Rodolphe, die deze menigvuldige
+en onhandig gemotiveerde uitgangen met leede oogen aanzag, begon nu
+den smartelijken weg van argwaan en vermoedens in te slaan. Maar
+zoodra hij weer een nieuw bewijs van ontrouw op het spoor meende
+te zijn, bond hij steeds weer stevig een doek voor zijn oogen, om
+toch maar niets te zien, want niettegenstaande alles bleef hij Mimi
+aanbidden. Hij koesterde voor haar een jaloersche, phantastische,
+twistzieke liefde, die de jonge vrouw niet begreep, omdat zij toen
+voor Rodolphe nog slechts die lauwe genegenheid voelde, welke uit het
+dagelijksche samenzijn voortspruit. En bovendien was de eene helft
+van haar hart reeds verbruikt ten tijde van haar eerste liefde en
+was de andere helft nog vol herinnering aan haar eersten minnaar.
+
+Zoo verliepen acht maanden van afwisselend goede en slechte
+dagen. Gedurende dien tijd stond Rodolphe wel twintigmaal op het
+punt met Mimi te breken, die hem met alle uitgezochte wreedheden,
+waarover een vrouw zonder liefde beschikt, kwelde. Eerlijk gezegd
+was dit bestaan voor beiden een hel geworden. Maar Rodolphe had zich
+aan die dagelijksche twisten vrijwel gewend en vreesde niets zoozeer
+als het einde van dien toestand, omdat hij begreep, dat daarmede
+tevens voor goed een einde zou komen aan die opbruisingen van zijn
+jeugdig bloed en aan al de gemoedsbewegingen, die hij in zoo langen
+tijd niet meer gekend had. En dan waren er, om de waarheid niet te
+kort te doen, ook uren, waarin mademoiselle Mimi allen argwaan uit
+Rodolphe's door booze vermoedens verscheurd hart wist te verjagen. Er
+waren oogenblikken, waarin deze dichter, die door haar zijn verloren
+poëzie had teruggevonden, aan wien zij zijn jeugd teruggegeven had,
+die dank zij haar weer onder den aequator der liefde was doorgegaan,
+als een kind aan haar knieën nederknielde onder de betoovering van
+haar blauwen blik. Twee of driemaal per maand staakten Rodolphe en
+Mimi hun stormachtige twisten, om zich te verkwikken in de frissche
+oase van een liefdesnacht en liefdesgesprekken. Dan nam Rodolphe het
+glimlachende en opgewekte kopje van zijn vriendinnetje in zijn armen
+en sprak tot haar uren lang die bewonderenswaardige en dwaze taal,
+welke de hartstocht in uren van passie improviseert. In den beginne
+luisterde Mimi kalm, meer verbaasd dan ontroerd, maar langzamerhand
+sleepte de geestdriftige welsprekendheid, die beurtelings teeder,
+vroolijk en melancholiek was, ook haar mede. Zij voelde bij het
+contact van die liefde, het ijs der onverschilligheid, dat haar hart
+deed verstijven, smelten; koortsachtige begeerten begonnen haar dan
+te doortrillen, en zij sloeg haar armen om zijn hals en zeide hem in
+kussen alles wat zij niet in woorden zou hebben kunnen uitdrukken. En
+zoo verraste hen dan het morgenrood, oog in oog, hand in hand, borst
+aan borst, terwijl hun vochtige, van hartstocht brandende lippen nog
+steeds het onsterfelijke woord mompelden:
+
+
+ "Qui depuis cinq mille ans,
+ Se suspend chaque nuit aux lèvres des amants."
+
+
+Doch den volgenden dag ontstond uit een nietige aanleiding weer een
+twist en vluchtte de liefde, verschrikt, weer voor langen tijd.
+
+Eindelijk en ten laatste merkte Rodolphe, dat, als hij niet oppaste,
+de blanke handen van mademoiselle Mimi hem naar een afgrond zouden
+voeren, waarin hij zijn toekomst en zijn jeugd zou zien verdwijnen. Een
+oogenblik sprak de strenge logica in hem krachtiger dan de liefde,
+en hij overtuigde zichzelf door prachtige, op bewijzen steunende
+redeneeringen, dat zijn vriendinnetje hem niet lief had. Hij hield
+zich zelfs voor, dat de uren van liefde, die zij hem toestond,
+niets anders waren dan zinnelijke caprices, die getrouwde vrouwen
+voor haar mannen voelen, wanneer zij een nieuwe sjaal of een nieuwe
+japon willen hebben, of wanneer haar minnaar ver van haar weg is,
+wat als het ware een pendant is van het spreekwoord: "Bij gebrek
+aan brood eet men korstjes van pasteien." Om kort te gaan, Rodolphe
+kon zijn vriendinnetje alles vergeven behalve dat zij hem niet lief
+had. Hij nam dus een kloek besluit en zeide tegen mademoiselle Mimi,
+dat zij naar een anderen minnaar moest uitzien. Mimi begon te lachen
+en nam een uitdagende houding aan. Toen zij echter eindelijk inzag,
+dat Rodolphe bij zijn besluit bleef en haar heel kalm ontving, toen
+zij na een afwezigheid van vier-en-twintig uur weer terugkwam, begon
+toch die vastberadenheid, waaraan zij niet gewend was, haar ongerust te
+maken. Zij was nu twee of drie dagen lang de lieftalligheid zelve. Maar
+Rodolphe bleef bij wat hij gezegd had en vergenoegde zich te vragen,
+of zij al een ander gevonden had.
+
+"Ik heb nog niet eens gezocht," was haar antwoord.
+
+Zij had echter wel gezocht, en wel reeds voordat Rodolphe het haar
+aangeraden had. In een tijdsverloop van veertien dagen had zij twee
+pogingen gedaan. Een van haar vriendinnen had haar geholpen en haar
+in kennis gebracht met een manlijken bakvisch, die voor Mimi's oogen
+een horizont van Indische sjaals en palissandermeubelen had laten
+schitteren. Maar volgens het oordeel van Mimi zelf was de jonge
+student, die misschien heel sterk in algebra was, op het gebied der
+liefde nog een leek; en daar Mimi absoluut geen opvoedkundige neigingen
+had, liet zij haar verliefden novitius zitten met zijn sjaals, die nog
+in de weiden van Tibet graasden, en met de palissanderhouten meubelen,
+die in de Amerikaansche oerwouden nog in blad stonden.
+
+De student werd al heel spoedig vervangen door een Bretonschen edelman,
+waarop zij bliksemsnel verliefd raakte, en dien zij niet lang behoefde
+te smeeken haar tot gravin te verheffen.
+
+Niettegenstaande de protesten van zijn maîtresse had Rodolphe toch
+lucht van de een of andere intrigue gekregen; hij wilde precies weten
+waar hij aan toe was; en op een goeden morgen ging hij, na een nacht,
+dat mademoiselle Mimi niet thuis gekomen was, naar een plaats, waar hij
+vermoedde, dat zij zijn zou. Hier had hij volop gelegenheid zich een
+van die bewijzen, waaraan men nolens volens gelooven moet, diep in het
+hart te boren. Hij zag Mimi met door een aureool van wellust omkringde
+oogen aan den arm van haar nieuwen heer en meester het huis verlaten,
+waarin zij tot den adelstand verheven was. Haar nieuwe minnaar scheen
+echter heel wat minder trotsch op zijn nieuwe verovering dan Paris,
+de mooie Grieksche herder, na de schaking van de schoone Helena.
+
+Mademoiselle Mimi scheen eenigszins verrast, toen zij Rodolphe zag
+aankomen. Zij ging naar hem toe en zij spraken gedurende een minuut
+of vijf heel kalm met elkaar. Dan namen zij afscheid, om ieder huns
+weegs te gaan. De breuk was definitief.
+
+Rodolphe keerde dadelijk naar huis terug en bracht den geheelen dag
+door met het in pakjes bijeenpakken van alle dingen, die aan zijn
+maîtresse toebehoorden.
+
+In den loop van den dag na de "echtscheiding" kreeg Rodolphe bezoek
+van verscheidene van zijn vrienden en vertelde hun wat er voorgevallen
+was. Allen feliciteerden hem met die gebeurtenis als met een groot
+geluk.
+
+"Wij zullen u helpen, o dichter," zeide een van hen, die meermalen
+getuige geweest was van de kwellingen welke mademoiselle Mimi Rodolphe
+had laten verduren, "wij zullen u helpen om uw hart uit de handen van
+dat ellendige schepsel te bevrijden. En binnen korten tijd zult gij
+genezen zijn en weer verlangen met een andere Mimi te dwalen over de
+groene paden van Aulnay en Fontenay-aux-Roses."
+
+Rodolphe bezwoer, dat het nu voor goed uit was met zijn wroeging
+en wanhoop. Hij liet zich zelfs overhalen mede te gaan naar het
+bal Mabille, waar zijn veronachtzaamde kleeding al heel slecht de
+Echarpe d'Iris vertegenwoordigde, die hem vrijen toegang tot dezen
+tuin van galanterie en genot verschafte. Daar ontmoette Rodolphe weer
+andere vrienden, met wie hij begon te drinken. Hij vertelde hun zijn
+ongeluk met een ongehoorde overdaad van bizarre wendingen en woorden
+en gedurende een uur sprak hij met een hartstocht en een vuur, die
+de anderen stil maakten.
+
+"Helaas, helaas!" zeide de schilder Marcel, toen hij den regen van
+ironie hoorde, die van de lippen van zijn vriend stroomde, "Rodolphe
+is te vroolijk."
+
+"Hij is charmant!" antwoordde een jonge vrouw, aan wie Rodolphe een
+ruikertje bloemen aangeboden had, "en hoewel zijn kleeding nu niet
+bepaald schitterend is, zou ik mij graag compromitteeren door met
+hem te dansen, als hij mij vragen zou."
+
+Twee seconden later stond Rodolphe, die deze woorden gehoord had,
+voor haar en noodigde haar ten dans, wat dankbaar werd aanvaard.
+
+Rodolphe kende van de eerste grondbeginselen der dans evenveel als
+van den regel van drieën. Doch bezield door een buitengewonen moed,
+aarzelde hij niet zich in het dansgewoel te storten en improviseerde
+een dans, die aan alle vroegere choreographieën onbekend geweest
+was. Men noemt haar den pas des regrets et soupirs (dans der tranen
+en zuchten) en haar originaliteit verschafte haar een ongelooflijk
+succes. De drieduizend gasvlammen mochten vrij haar vurige tongen
+naar hem uitsteken, als om hem te bespotten, Rodolphe bleef steeds
+doordansen en wierp onophoudelijk zijn danseres handenvol nog
+onuitgegeven galanterieën in het gelaat.
+
+"Het is waarachtig bijna niet te gelooven," zeide Marcel, "Rodolphe
+doet me denken aan een dronken man, die op gebroken glazen danst."
+
+"Intusschen heeft hij een heele knappe vrouw aan den haak geslagen,"
+zeide een andere, die Rodolphe met zijn danseres zag weggaan.
+
+"Je neemt niet eens afscheid van ons!" riep Marcel tegen hem.
+
+Rodolphe ging weer naar den artist terug en stak hem zijn hand toe;
+die hand was koud en klam als vochtig marmer.
+
+Rodolphe's danseres was een krachtige dochter van Normandië, een
+opgewekte en levenslustige natuur, wier aangeboren onbeholpenheid te
+midden van de elegance en de luxe van het Parijsche bestaan en een
+lui leventje, al heel spoedig plaats gemaakt had voor aristocratische
+vormen. Zij liet zich madame Séraphine of iets van dien aard noemen en
+was op dat oogenblik de maîtresse van een door rheumatiek geplaagden
+pair de France, die haar maandelijks vijftig louis gaf, welke zij
+deelde met een elleridder, die haar niets dan slaag gaf. Rodolphe
+was in haar smaak gevallen; zij hoopte, dat hij haar niets zou geven,
+en nam hem mee naar huis.
+
+"Lucile," zeide zij tot haar kamenier; "ik ben vanavond voor niemand
+te spreken."
+
+En na even in haar toiletkamer geweest te zijn, kwam zij na vijf
+minuten in een speciaal kostuum terug. Zij vond Rodolphe onbeweeglijk
+en zwijgend in de kamer staan, want sedert hij daar binnen was,
+had hij zich verdiept in een duisternis vol stille snikken.
+
+"U kijkt mij niet meer aan, je spreekt niet tegen me," zeide Séraphine
+verwonderd.
+
+"Kom," zeide Rodolphe tot zich zelf en keek op, "laat ik naar haar
+kijken, maar alleen uit een oogpunt van kunst!"
+
+Et quel spectacle, alors, vint s'offrir à ses yeux! zooals Raoul in
+de Hugenooten zingt.
+
+Séraphine was bewonderenswaardig mooi. Haar prachtige vormen, die
+door de coupe van haar kleed zeer voordeelig uitkwamen, schemerden
+uitdagend en verleidelijk door het half doorzichtige weefsel. In
+Rodolphe's aderen begon het bloed van koortsachtig verlangen onstuimig
+te kloppen. Een gloeiende nevel steeg hem naar het hoofd. Hij zag
+Séraphine nu reeds met andere oogen dan die van een kunstkenner aan en
+nam de handen van het mooie meisje in de zijne. Het waren sublieme
+handen, als het ware gebeeldhouwd met den zuiversten beitel der
+Grieksche sculptuur. Rodolphe voelde die bewonderenswaardige handen
+in de zijne beven; en hoe langer hoe minder kunstcriticus wordend,
+drukte hij Séraphine tegen zich aan, wier wangen zich kleurden met
+den blos, dien men het morgenrood der wellust zou kunnen noemen.
+
+"Dit schepsel is werkelijk een instrument der wellust, een
+liefde-stradivarius, waarop ik gaarne een lied zou willen spelen,"
+dacht Rodolphe, toen hij het hart der schoone zeer duidelijk een
+stormaanval hoorde slaan.
+
+Op dat oogenblik werd er hard aan de bel getrokken.
+
+"Lucile, Lucile!" riep Séraphine tegen haar kamenier; "doe niet open,
+zeg, dat ik nog niet thuis ben."
+
+Bij den tweemaal uitgesproken naam Lucile stond Rodolphe op.
+
+"Ik wil u op geen enkele wijze in ongelegenheid brengen, mevrouw,"
+zeide hij. "Trouwens het wordt mijn tijd, het is al laat en ik woon
+ver weg. Goeden nacht!"
+
+"Wat, wilt u weg?" riep Séraphine uit, en liet haar oogen snelvuur
+geven; "waarom gaat u weg, waarom? Ik ben vrij; u kunt blijven."
+
+"Onmogelijk, mevrouw," antwoordde Rodolphe. "Ik verwacht vanavond
+een van mijn familieleden uit Vuurland, en die zou me zeker onterven,
+als hij mij niet thuis vond, om hem behoorlijk te ontvangen. Goeden
+nacht, mevrouw!"
+
+En hij snelde weg. De kamenier lichtte hem bij en Rodolphe keek haar
+toevallig in het gezicht. Het was een jong tenger meisje met sleependen
+gang; haar bleek gezichtje vormde een bekoorlijke tegenstelling met
+het van nature golvende, zwarte haar; haar blauwe oogen geleken op
+twee zwakke sterren.
+
+"O, spookgestalte!" riep Rodolphe uit en week terug voor haar, die
+den naam en het gezicht van zijn vriendinnetje had. "Terug! Wat wilt
+ge van mij?"
+
+En hij stormde de trap af.
+
+"Maar mevrouw!" zeide de kamenier, toen zij weer bij haar meesteres
+terugkwam, "bij dien jongen man is er één van de vijf op den loop!"
+
+"Zeg liever, dat hij een groote stommeling is!" antwoordde Séraphine
+woedend. "Enfin een goede leer voor een volgende keer! Als die stomme
+Léon nu maar zoo verstandig was dadelijk te komen!"
+
+Léon was de elleridder, die in zijn liefde-blazoen een zweep voerde.
+
+Rodolphe liep zoo hard als zijn beenen hem dragen konden, naar
+huis. Toen hij de trap opging, hoorde hij zijn rooden kater klagende
+zuchten uitstooten. Twee nachten lang riep hij zoo reeds vergeefs naar
+zijn ontrouwe schoone, een angora-Manon Lescaut, die op de daken in
+de buurt op galante avonturen uit was.
+
+"Arm dier," zeide Rodolphe; "ook jij bent bedrogen; jouw Mimi heeft
+je al even leelijke poetsen gebakken als de mijne mij. Maar laten
+we ons troosten. Het hart van vrouwen en van katten is een afgrond,
+dien mannen en katers nooit zullen kunnen peilen."
+
+Toen hij zijn kamer binnentrad, had hij, niettegenstaande de drukkende
+hitte, een gevoel, alsof er een ijsmantel om zijn schouders gelegd
+werd. Het was de koude der eenzaamheid, de vreeselijke eenzaamheid
+van den nacht, die door niets gestoord werd. Hij stak zijn kaars aan
+en zag bij het licht daarvan de kale kamer. Uit de kasten staken de
+ledige laden, en van den zolder tot den grond vulde een eindelooze
+triestheid deze kleine kamer, die aan Rodolphe grooter dan een woestijn
+scheen. Al voortloopend stiet zijn voet tegen de pakjes, die Mimi's
+eigendommen bevatten, en een gevoel van blijdschap doorstroomde hem,
+toen hij zag, dat zij ze nog niet was komen halen, wat zij volgens
+afspraak dien ochtend zou hebben gedaan. Rodolphe voelde, hoe hij
+er zich ook tegen verzette, het uur der reactie naderen, en hij
+voorzag heel goed, dat hij zijn uitgelatenheid van dien avond met een
+afschuwelijken nacht zou moeten boeten. Toch had hij nog eenige hoop,
+dat zijn door en door vermoeid lichaam zou slapen vòòr de smart,
+die hij zoo lang in zijn binnenste had onderdrukt, ontwaken zou.
+
+Toen hij echter het bed naderde en de gordijnen open sloeg, voelde hij
+bij den aanblik van deze legerstede, die in twee dagen niet aangeraakt
+was, en van de beide naast elkaar liggende kussens, onder een waarvan
+nog het kanten borduursel van een nachtmutsje te voorschijn kwam,
+zijn hart samenpersen in de onontkoombare schroef van die doffe smart,
+welke zich niet uiten kan. Hij viel neer voor het bed, drukte zijn
+voorhoofd in zijn handen, en riep, na een smartelijken blik in de
+eenzame kamer geworpen te hebben, uit:
+
+"Mimi, kleine Mimi, vreugde van mijn huis, ben je werkelijk heengegaan,
+heb ik je werkelijk weggezonden, zal ik je nooit meer terugzien? O
+God! O, gij lief, bruin kopje, dat zoo lang op deze plaats geslapen
+hebt, zult gij niet meer terugkomen, om er weer te slapen? O, gij
+grillige stem, wier liefdesgefluister me in verrukking bracht en
+wier booze tonen als muziek klonken, zal ik je niet meer hooren? En
+gij kleine, blanke, blauwdooraderde handjes, waarop ik zoo dikwijls
+mijn heete lippen drukte, o, gij kleine, blanke handen, hebt gij mijn
+laatsten kus ontvangen?"
+
+En Rodolphe drukte als in koortswaanzin zijn hoofd in de kussens,
+waaruit nog steeds de geur van het haar van zijn vriendinnetje
+opsteeg. Van achter uit het alkoof meende hij de spookgestalte
+van de heerlijke nachten, die hij met zijn jonge maîtresse daar had
+doorgebracht, te zien opdoemen. Helder en duidelijk hoorde hij Mimi's
+frisschen lach nog klinken door de nachtelijke stilte, en hij dacht
+verlangend terug aan die betooverende, aanstekelijke vroolijkheid,
+waarmede zij hem zoo dikwijls de zorgen en ellenden van hun aan
+wisselvalligheden zoo rijk bestaan had doen vergeten.
+
+Gedurende dien geheelen langen nacht liet hij de acht maanden de
+revue passeeren, welke hij met de jonge vrouw doorleefd had, die hem
+misschien nooit lief gehad had, maar wier gelogen teederheid toch
+aan zijn hart zijn jeugd en manlijke kracht had teruggegeven.
+
+Het grauwe ochtendlicht verraste hem, toen hij, door moeheid
+overmeesterd, zijn oogen, rood door de in den nacht gestorte tranen,
+gesloten had. Een smartelijke en vreeselijke nacht, zooals zelfs de
+meest spottende sceptici onder ons meer dan eens doorwaakt hebben.
+
+Toen 's ochtends zijn vrienden bij hem binnenkwamen, schrikten zij
+bij het zien van Rodolphe, wiens gelaat nog de duidelijkste sporen
+droeg van al de benauwdheden, die hem gedurende zijn nachtwake op
+den Olijfberg der liefde gekweld hadden.
+
+"Dat wist ik vooruit wel," zeide Marcel; "zijn vroolijkheid van
+gisteravond is hem op het hart geslagen. Maar dat mag niet zoo
+blijven voortgaan."
+
+En in overleg met twee of drie vrienden begon hij over mademoiselle
+Mimi een groot aantal indiscrete onthullingen te vertellen, waarvan
+ieder woord als een doorn in Rodolphe's hart drong. Zijn vrienden
+bewezen hem zonneklaar, dat zijn maîtresse hem steeds en overal,
+binnen- en buitenshuis, bedrogen had alsof hij een sul was, en dat dit
+als de engel der tering zoo bleeke schepsel slechts een juweelkistje
+was van lage gevoelens en verdorven instincten.
+
+De vrienden wisselden elkaar af in de taak, die zij op zich genomen
+hadden en waarvan het doel was Rodolphe tot het punt te brengen, waarop
+de liefde overgaat in verachting; doch dat doel werd slechts voor de
+helft bereikt. De wanhoop van den dichter veranderde in toorn. Woedend
+wierp hij zich op de pakjes, die hij den vorigen dag gereed gemaakt
+had; en nadat hij alle voorwerpen, die reeds Mimi's eigendom waren
+bij haar komst, op zijde gelegd had, hield hij alles wat hij haar
+gedurende hun liaison gegeven had, achter, d.w.z. het grootste gedeelte
+en voornamelijk de toiletartikelen, waaraan zij met alle vezels van
+haar in den laatsten tijd onverzadigbaar geworden behaagzucht hing.
+
+In den loop van den volgenden dag kwam Mimi haar "boeltje"
+halen. Rodolphe was thuis en alleen. Hij moest op dat oogenblik al
+zijn zelfrespect te hulp roepen, om zijn maîtresse niet om de hals
+te vallen. Hij ontving haar met zwijgende, stille beleedigingen,
+welke zij met dien kouden scherpen toon beantwoordde, die zelfs de
+zwakste en meest bedeesde naturen buiten zich zelf doet geraken. Bij
+de minachting, waarmede Mimi hem op hardnekkig-brutale wijze geeselde,
+barstte Rodolphe's toorn woest en angstaanjagend los, zoodat Mimi,
+bleek van vrees, zich een oogenblik afvroeg, of zij levend uit zijn
+handen zou komen. Op haar angstkreten snelden eenige medebewoners
+toe en trokken haar uit Rodolphe's kamer.
+
+Twee dagen later kwam een vriendin van Mimi Rodolphe vragen of hij
+Mimi's "boeltje" wilde teruggeven.
+
+"Neen," antwoordde Rodolphe.
+
+Dan wist hij de afgezante van zijn maîtresse aan het praten
+te krijgen. Zij vertelde hem, dat Mimi zich in uiterst benarde
+omstandigheden bevond en dat het niet lang meer zou duren, of zij
+had geen dak meer boven haar hoofd.
+
+"En haar geliefde, waar zij zoo dol op is?"
+
+"Maar die jonge man heeft volstrekt geen plan haar tot maîtresse te
+nemen," antwoordde Amélie. "Hij heeft er al lang een en hij schijnt
+zich van Mimi, die nu zoo lang bij mij is en mij erg in verlegenheid
+brengt, niets aan te trekken."
+
+"Zij moet maar zien, hoe zij het klaar speelt," zeide Rodolphe;
+"zij heeft het zelf zoo gewild; de zaak gaat mij niet langer aan."
+
+En hij begon mademoiselle Amélie het hof te maken en verzekerde haar,
+dat zij het mooiste meisje op aarde was.
+
+Amélie vertelde Mimi van haar bezoek aan Rodolphe.
+
+"Wat zegt hij? Wat doet hij?" vroeg Mimi. "Heeft hij over mij
+gesproken?"
+
+"Geen woord. Hij heeft je reeds heelemaal vergeten. Rodolphe heeft
+al een nieuw liefje en hij heeft voor haar een prachtig toilet
+gekocht, want hij heeft veel geld gekregen, en ziet er zelf uit als
+een prins. Het is een heel aardig iemand en hij zelf heeft mij heel
+vleiende complimentjes gemaakt."
+
+"Ik zal er wel achter komen wat dat allemaal beteekent," dacht Mimi.
+
+Dagelijks ging mademoiselle Amélie nu onder een of ander voorwendsel
+naar Rodolphe, die, men kon het draaien hoe men wilde, steeds weer
+over Mimi begon.
+
+"Zij is erg vroolijk," antwoordde de vriendin, "en schijnt zich al
+heel weinig van haar toestand aan te trekken. Overigens beweert zij,
+dat zij weer bij je terug kan komen, wanneer zij maar wil, zonder
+eenige tegemoetkoming van haar kant, en alleen maar om je vrienden
+woedend te maken."
+
+"Het is goed," zeide Rodolphe; "laat ze maar komen dan zullen we
+verder zien."
+
+En hij begon Amélie weer het hof te maken, die alles dadelijk aan
+Mimi ging overbrieven en verzekerde, dat Rodolphe "smoor" op haar was.
+
+"Hij heeft mijn handen en mijn pols gezoend," zeide zij; "kijk maar,
+ze zijn er nog rood van. Hij wil me morgen meenemen naar het bal."
+
+"Maar beste meid," zeide Mimi gepiqueerd, "ik begrijp heel goed,
+waar je heen wilt. Je wilt me wijs maken, dat Rodolphe verliefd op
+je is en niet meer aan mij denkt. Maar je verspilt je tijd, zoowel
+bij hem als bij mij."
+
+Inderdaad was Rodolphe alleen maar zoo vriendelijk tegen Amélie,
+om haar dikwijls bij zich te lokken, waardoor hij de gelegenheid had
+met haar over zijn maîtresse te spreken; doch met een macchiavellisme,
+dat misschien een welbewust doel had, deed Amélie, die zeer goed inzag,
+dat Rodolphe nog steeds van Mimi hield, en dat deze er volstrekt niet
+ongeneigd toe was weer naar hem terug te gaan, al haar best om door
+handig verzonnen berichten alles te vermijden, wat de twee geliefden
+weer tot elkaar zou kunnen brengen.
+
+Den dag, waarop zij naar het bal zou gaan, ging Amélie in den ochtend
+aan Rodolphe vragen, of de afspraak zoo bleef.
+
+"Zeker", antwoordde hij haar, "ik zou de gelegenheid, om de cavalier
+van de mooiste vrouw van onzen tegenwoordigen tijd te zijn, niet
+gaarne verzuimen."
+
+Amélie zette hetzelfde coquette gezicht, dat zij den avond van haar
+eenig debuut in een voorstadschouwburg in de rol van een soubrette
+van den vierden rang getrokken had, en beloofde op het afgesproken
+uur klaar te zijn.
+
+"A propos," zeide Rodolphe, "zeg aan mademoiselle Mimi, dat ik haar
+al haar zaakjes zal teruggeven, wanneer zij ter wille van mij haar
+minnaar eens voor een nacht ontrouw wil worden."
+
+Amélie bracht de boodschap over, doch gaf aan zijn woorden een geheel
+andere beteekenis dan die, welke zij erin geraden had.
+
+"Jouw Rodolphe is een ignobele kerel," zeide zij tegen Mimi; "zijn
+voorstel is een schande. Hij wil je door dien stap vernederen tot
+den rang der laagste deernen; en indien je naar hem toe gaat, zal
+hij je niet alleen je boeltje teruggeven, maar je bovendien de risée
+maken van al zijn vrienden; dat is een samenzwering, die ze onderling
+gesmeed hebben."
+
+"Ik ben niet van plan te gaan," zeide Mimi en vroeg, toen ze zag,
+dat Amélie bezig was toilet te maken, of zij naar het bal ging.
+
+"Ja", antwoordde de ander.
+
+"Met Rodolphe?"
+
+"Ja, hij zal me vanavond op twintig pas van het huis wachten."
+
+"Veel pleizier," zeide Mimi, die, toen het uur van het rendez-vous
+naderde, zoo gauw mogelijk naar den minnaar van mademoiselle Amélie
+liep en hem mededeelde, dat deze op het punt stond hem met haar
+(Mimi's) vroegeren minnaar te bedriegen.
+
+De mijnheer, jaloersch als een tijger, vloog naar mademoiselle Amélie
+en zeide tegen haar, dat hij het uitstekend vond, dat zij den avond
+in zijn gezelschap doorbracht.
+
+Om acht uur snelde Mimi naar de plek, waar Rodolphe op Amélie zou
+wachten. Zij zag haar vroegeren minnaar daar heen en weer loopen in de
+houding van iemand, die wacht; zij liep tweemaal langs hem heen, zonder
+hem te durven aanspreken. Rodolphe was dien avond heel elegant gekleed,
+en de heftige gemoedsbewegingen, waaraan hij in de laatste acht
+dagen ten prooi geweest was, hadden aan zijn gelaatsuitdrukking iets
+verhevens gegeven. Mimi voelde zich zeer onder den indruk. Eindelijk
+vermande zij zich om hem aan te spreken. Rodolphe nam het kalm en
+waardig op, informeerde naar haar gezondheidstoestand en vroeg ten
+slotte naar de beweegreden, die haar tot hem voerde; en dit alles
+op zachten, kalmen toon, waarin een accent van droefheid niet te
+miskennen viel.
+
+"Ik moet u een onaangename boodschap overbrengen: mademoiselle Amélie
+kan niet met u medegaan naar het bal--zij heeft bezoek van haar man."
+
+"Dan zal ik alleen naar het bal moeten gaan."
+
+Mimi deed op dit oogenblik alsof zij struikelde en leunde op den
+schouder van Rodolphe: hij gaf haar een arm en bood haar aan haar
+naar huis te brengen.
+
+"Dat zal niet gaan," zeide Mimi; "ik woon bij Amélie, en daar haar
+man bij haar is, kan ik niet naar huis gaan, vòòr hij weg is."
+
+"Luister eens," zeide nu de dichter tot haar; "ik heb je door
+bemiddeling van mademoiselle Amélie een voorstel laten doen; heeft
+ze dat overgebracht?"
+
+"Ja", zeide Mimi, "maar in bewoordingen, waaraan ik, zelfs na alles,
+wat er tusschen ons voorgevallen is, geen geloof schenken kan. Neen,
+Rodolphe, niettegenstaande alles wat u me verwijten kunt, heb ik nooit
+geloofd, dat gij in mij zoo weinig fijn gevoel veronderstelde, dat
+gij ook maar een oogenblik hebt kunnen denken, dat ik zoo'n voorstel
+zou aannemen."
+
+"U hebt me niet begrepen of men heeft u mijn voorstel verkeerd
+overgebracht. Maar wat ik gezegd heb, blijft van kracht," zeide
+Rodolphe; "het is nu negen uur, u hebt nog drie uur tijd om na te
+denken. Mijn sleutel steekt tot twaalf uur in het slot. Bonsoir,
+adieu, of tot weerziens."
+
+"Adieu dan!" zeide Mimi met bevende stem.
+
+En zoo scheidden zij ..... Rodolphe ging naar zijn kamer terug en
+wierp zich geheel gekleed op bed. Om half twaalf kwam Mimi binnen.
+
+"Ik kom u gastvrijheid vragen," zeide zij; "de man van Amélie is
+gebleven, en nu kan ik niet naar huis."
+
+Tot drie uur in den ochtend praatten zij. De eene verklaring volgde
+op de andere, waarin het familiare jij en jou afwisselde met het
+officieele u.
+
+Om vier uur ging de kaars uit. Rodolphe wilde een nieuwe aansteken.
+
+"Ach neen," zeide Mimi, "het is de moeite niet waard. Het is tijd,
+om naar bed te gaan."
+
+En vijf minuten later had haar aardig bruin kopje zijn plaats op het
+kussen weer ingenomen en riep zij met een vleiend stemmetje Rodolphe's
+lippen weer op haar kleine, blanke, blauwdooraderde handen, waarvan
+de paarlemoerkleur wedijverde met het wit der lakens. Rodolphe stak
+geen nieuwe kaars aan.
+
+Den volgenden ochtend stond Rodolphe het eerst op en zeide, terwijl
+hij Mimi verschillende pakjes wees, heel zacht en teeder:
+
+"Dat is uw eigendom, u kunt het medenemen .... ik houd woord."
+
+"O," antwoordde Mimi; "ik ben erg moe en kan al die groote pakken
+niet tegelijk dragen. Ik kom liever nog eens terug."
+
+En nadat zij zich aangekleed had, nam zij alleen een kraagje en een
+paar manchetten mede.
+
+"De rest kom ik wel halen .... stuk voor stuk," voegde zij er
+glimlachend aan toe.
+
+"Neen," zeide Rodolphe; "neem alles mede of niets, er moet een eind
+aan de zaak komen."
+
+"Of een nieuw begin, maar dan om altijd te duren," zeide de jonge Mimi,
+terwijl zij Rodolphe om de hals vloog.
+
+Na samen ontbeten te hebben, gingen ze in de omstreken een uitstapje
+maken. Toen zij door den Luxembourg liepen, kwamen zij een groot
+dichter tegen, die Rodolphe steeds met de grootste welwillendheid
+ontvangen had. Uit beleefdheid wilde Rodolphe doen, alsof hij hem
+niet zag. Maar de dichter liet hem er den tijd niet voor, en knikte
+hem in het voorbijgaan familiaar toe, terwijl hij zijn gezellin met
+een vriendelijk glimlachje groette.
+
+"Wie is dat?" vroeg Mimi.
+
+Rodolphe noemde haar een naam, die haar een kleur van blijdschap en
+trots deed krijgen.
+
+"Ja," zeide Rodolphe, "die ontmoeting met den dichter, die zoo mooi de
+liefde bezongen heeft, is een goed voorteeken en zal onze verzoening
+geluk aanbrengen."
+
+"Ik heb je lief," zeide Mimi innig en drukte haar vriend de hand,
+hoewel zij midden in de drukte van het verkeer waren.
+
+"Lieve hemel!" dacht Rodolphe; "wat is nu beter, of je altijd te
+laten misleiden, omdat je geloofd hebt, of nooit te gelooven uit
+vrees altijd misleid te worden?"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV.
+
+DONEC GRATUS.....
+
+
+We hebben reeds verteld op welke wijze de schilder Marcel mademoiselle
+Musette had leeren kennen. Op een goeden dag door den priester van
+de luim, die tevens maire van het dertiende arrondissement [31] is,
+met elkaar verbonden, hadden zij, zooals dat dikwijls het geval is,
+gemeend, met uitsluiting van hun hart getrouwd te zijn. Maar op een
+avond, toen zij na een heftigen twist besloten hadden onmiddellijk van
+elkaar weg te gaan, kwamen zij tot de ontdekking, dat hun handen,
+die zij elkaar ten afscheid gereikt hadden, elkander niet meer
+loslaten wilden. Bijna zonder het zelf te weten was hun luim liefde
+geworden. Half lachend bekenden zij elkaar hun liefde.
+
+"Dat is een heel ernstige zaak," zeide Marcel. "Hoe zijn we zoover
+gekomen?"
+
+"O," antwoordde Musette, "we zijn onoplettend geweest, we hebben niet
+genoeg voorzorgsmaatregelen genomen."
+
+"Wat is er aan het handje?" vroeg Rodolphe, die naast Marcel was
+komen wonen, toen hij de kamer binnenkwam.
+
+"Wel," antwoordde de schilder en wees daarbij op Musette, "mademoiselle
+en ik zijn daar zooeven tot een prachtige ontdekking gekomen. Wij
+zijn verliefd op elkaar. Dat is zeker in den slaap gekomen."
+
+"Oho, in den slaap, neen, dat geloof ik zoo gauw niet. Maar waar
+is het bewijs, dat jullie van elkaar houdt? Je overdrijft misschien
+het gevaar."
+
+"Voor den duivel!" riep Marcel uit, "we kunnen elkaar niet uitstaan."
+
+"En kunnen niet buiten elkaar," voegde Musette eraan toe.
+
+"Dan is de zaak zoo duidelijk mogelijk, kinderen. Jullie hebt allebei
+heel mooi willen spelen en je hebt allebei verloren. Het is precies
+mijn geschiedenis met Mimi. Bijna twee jaar lang hebben we nu al van
+'s morgens vroeg tot 's avonds laat ruzie. Met dat systeem laat je de
+huwlijken eeuwig duren. Vereenigt een Ja met een Neen en je krijgt
+een verbintenis à la Philemon en Baucis. Jullie huishouden zal een
+pendant van het mijne worden; en wanneer Schaunard en Phémie bij hun
+dreigement blijven en bij ons komen wonen, dan kan ons trio het hier
+in huis erg gezellig maken."
+
+Op dat oogenblik kwam Gustave Colline binnen. Ze vertelden hem het
+ongeluk, dat Musette en Marcel overkomen was.
+
+"Nou, philosoof," vroeg deze, "wat denk jij ervan?"
+
+Colline krabbelde op de haren van zijn hoed, die hem als dak diende,
+en bromde:
+
+"Dat heb ik van te voren wel zien aankomen. De liefde is een
+hazardspel. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Het is
+niet goed, dat de mensch alleen zij."
+
+Toen Rodolphe 's avonds bij Mimi kwam, waren zijn eerste woorden:
+
+"Ik heb nieuws. Musette is dol op Marcel en wil niet van hem vandaan."
+
+"Arme meid!" zeide Mimi. "Zij had zoo'n gezonde eetlust."
+
+"En van zijn kant is Marcel smoor op Musette. Zijn liefde is
+zes-en-dertig karaat, zooals die intrigant van een Colline zou zeggen."
+
+"Arme jongen," vond Mimi; "hij is zoo jaloersch!"
+
+"Dat is zoo," zeide Rodolphe; "hij en ik zijn leerlingen van Othello."
+
+Eenigen tijd later kwamen werkelijk Schaunard en Phémie Klad in
+hetzelfde huis als Rodolphe en Marcel wonen.
+
+Van af dien dag sliepen alle andere bewoners op een vulkaan en zegden
+na afloop van het kwartaal gezamenlijk de huur op.
+
+Inderdaad ging er bijna geen dag voorbij of er barstte in één van
+de huishoudens een onweer los. Nu eens waren het Mimi en Rodolphe,
+die, wanneer hun de krachten om te schreeuwen begonnen te ontbreken,
+elkaar hun meening duidelijk maakten door elkander de eerste de beste
+projectielen, die ze in handen kregen, naar het hoofd te slingeren. Dan
+weer, en dat gebeurde het meest, maakte Schaunard met het einde van
+zijn wandelstok eenige aanmerkingen op de melancholieke Phémie. Marcel
+en Musette echter hielden hun beraadslagingen met gesloten deuren;
+zij waren tenminste zoo voorzichtig de deuren en ramen dicht te doen.
+
+Wanneer er toevallig eens vrede heerschte in de drie huishoudens, dan
+waren de andere huurders wederom het slachtoffer van die tijdelijke
+eensgezindheid. De indiscretie der tusschenmuren verried hun al de
+geheimen der bohème-families en wijdde hen tegen hun wil in al hun
+mysteriën in. Meer dan een buurman verkoos dan ook den casus belli
+boven de ratificatiën der vredes-verdragen.
+
+Het bestaan, dat onze vrienden gedurende zes maanden leidden, was,
+eerlijk gezegd, al heel buitengewoon. De meest oprechte broederschap
+heerschte, zonder eenige mooidoenerij, in den vriendenkring, waarin
+alles aan allen behoorde, en, al naar het viel, geluk of ongeluk
+trouw gedeeld werd.
+
+Er waren in iedere maand enkele gala-dagen, dagen, waarop ze voor geen
+geld van de wereld zich zonder handschoenen op straat vertoond zouden
+hebben, dagen van uitgelatenheid, waarop ze van 's morgens vroeg tot
+'s avonds laat aten. Er waren echter ook andere dagen, waarop ze
+bijna zonder schoenen naar beneden gegaan zouden zijn, vastendagen,
+waarop ze, na niet gemeenschappelijk ontbeten te hebben, ook niet
+samen dineerden of hoogstens ertoe kwamen met behulp van oeconomische
+combinaties een van die maaltijden te ensceneeren, waarbij borden en
+lepels en vorken "geen rol speelden", zooals Mimi dat noemde.
+
+Doch wonderlijk genoeg ontstond er in dien kring, waartoe toch drie
+jonge, knappe vrouwen behoorden, tusschen de mannen niet de geringste
+oneenigheid; zij knielden dikwijls neer voor de minste luim van hun
+maîtresse, maar geen van drieën zou ook maar één oogenblik geaarzeld
+hebben tusschen de vrouw en den vriend.
+
+Liefde ontstaat vooral uit eigen beweging: zij is als het ware een
+improvisatie. Vriendschap daarentegen bouwt zich om zoo te zeggen op;
+zij is een gevoel, dat met omzichtigheid en bedachtzaamheid rondtast;
+zij is het egoïsme van den geest, terwijl de liefde het egoïsme der
+ziel is.
+
+Zes jaar lang kenden onze bohémiens elkaar nu al. Dit lange
+tijdsverloop, waarin zij dagelijks in elkaars gezelschap verkeerden,
+had, zonder de scherp omlijnde individualiteit van ieder afzonderlijk
+afbreuk te doen, een overeenstemming van ideeën, een geheel geschapen,
+dat zij elders niet gevonden zouden hebben. Zij hadden hun eigen zeden
+en gewoonten en een bijzondere taal, waarvan een vreemde den sleutel
+niet gevonden zou hebben. Wie hen niet van dichtbij kende, noemde hun
+vrije manier van optreden cynisme. En toch was het niets anders dan
+zich geven zooals zij waren. Als uitgesproken vijanden van iederen
+dwang, haatten zij alles wat onwaar, verachtten zij alles wat laag
+en gemeen was. Wanneer men hen van zelfoverschatting beschuldigde,
+antwoordden zij met een openhartige uiteenzetting van hun eerzucht,
+en in het bewustzijn van hun eigen waarde misbruikten zij hun eigen
+Ik niet.
+
+Hoewel zij gedurende de vele jaren van hun gemeenschappelijk leven
+en streven dikwijls door den nood gedwongen werden met elkaar te
+wedijveren, hadden zij nooit den vriendschapsband verbroken en,
+zonder er bepaald moeite voor behoeven te doen, den gevaarlijken
+klip van eigenliefde en ijdelheid weten te omzeilen, telkens wanneer
+anderen die in hen hadden trachten op te wekken, om oneenigheid
+tusschen hen te zaaien. Zij schatten elkaar op hun juiste waarde;
+en de trots, het beste tegengif tegen de ijverzucht, bewaarde hen
+voor alle kleinzielige beroepsjaloezie.
+
+Doch na zes maanden gemeenschappelijk samenleven brak er plotseling
+onder de bohémiens een echtscheidings-epidemie uit.
+
+Schaunard opende de rij. Op een goeden dag merkte hij, dat de eene
+knie van Phémie Klad beter gebouwd was dan de andere, en daar hij
+op het gebied der plastiek het strengste purisme huldigde, zond hij
+Phémie weg en gaf haar als souvenir den wandelstok, waarmede hij haar
+zoo dikwijls opmerkingen gemaakt had. Hij zelf ging inwonen bij een
+bloedverwant, bij wien hij gratis onderdak kreeg.
+
+Veertien dagen later verliet Mimi Rodolphe, om plaats te nemen in
+de equipage van den jongen vicomte Paul, den vroegeren leerling van
+Barbemuche, die haar geelzijden japonnen beloofd had.
+
+Na Mimi verdween Musette, om op opzienbarende wijze terug te keeren
+in de aristocratie der galante wereld, die zij verlaten had, om Marcel
+te volgen.
+
+Deze scheiding geschiedde zonder twist, zonder strijd, zonder
+voorbedachten rade. Geboren uit een luim, die liefde geworden was,
+werd deze liaison door een andere luim weer verbroken.
+
+Op een carnavalsavond had Musette op het gemaskerde bal in de Opera,
+waarheen zij met Marcel gegaan was, in een contredans als vis-à-vis
+een jongen man, die haar vroeger het hof gemaakt had. Zij herkenden
+elkaar en wisselden onder het dansen enkele woorden. Misschien
+zonder het te willen liet Musette, toen zij den jongen man van haar
+tegenwoordige levenswijze op de hoogte bracht, eenige spijt over het
+verleden doorschemeren. Doch hoe dit zij, aan het einde der quadrille
+vergiste Musette zich en nam, in plaats van Marcel, die haar cavalier
+was, de hand te geven, die van haar vis-à-vis, welke haar meetrok en
+met haar in het gewoel verdween.
+
+Marcel, die vrij ongerust was, zocht haar. Na een uur zag hij haar aan
+den arm van den jongen man en een van haar lievelingsliedjes zingend,
+uit het café van de Opera komen. Toen zij Marcel, die met zijn armen
+over elkaar in een hoek stond, zag, wierp zij hem een afscheidsgroet
+toe en zeide:
+
+"Ik kom terug."
+
+"Dat wil zeggen: wacht niet op mij!" vertaalde Marcel. Hij was
+jaloersch, maar logisch en kende Musette; hij wachtte dan ook niet
+langer, doch keerde met een vol hart en een leege maag naar huis
+terug. Hij keek in de kast, of er niet een paar kliekjes over waren:
+hij vond een stuk brood, zoo hard als graniet, en het skelet van een
+haring in het zuur.
+
+"Tegen truffels kon ik niet op," dacht hij. "Enfin, Musette zal
+tenminste goed gesoupeerd hebben." En nadat hij, onder voorwendsel
+zijn neus te moeten snuiten, een punt van zijn zakdoek tegen zijn
+oogen gedrukt had, ging hij naar bed.
+
+Twee dagen later werd Musette in een in rose tinten gehouden boudoir
+wakker. Voor de deur wachtte een blauwe equipage, en alle feeën der
+mode, die tot haar dienst gerequireerd waren, legden haar wonderwerken
+aan haar voeten. Musette zag er uit om te stelen, en haar jeugd scheen
+in dezen eleganten lijst nog jonger te worden. Zij begon nu haar oude
+leven weer, nam deel aan alle feesten en heroverde weer spoedig haar
+vroegere beroemdheid. Overal werd over haar gesproken: op de beurs
+zoowel als in de koffiekamer van het Parlement. Haar nieuwe minnaar,
+mijnheer Alexis, was een charmante jonge man. Dikwijls beklaagde hij
+zich tegenover Musette, dat hij haar wat lichtzinnig en onverschillig
+vond, wanneer hij over zijn liefde met haar sprak; dan keek Musette
+hem glimlachend aan, gaf hem haar hand en zeide:
+
+"Wat zal ik je zeggen, mijn waarde? Ik heb zes maanden lang geleefd
+met een jongen man, die me voedde met salade en waterachtige soep,
+me in het katoen gekleed liet gaan en me veel meenam naar het Odéon,
+omdat hij niet rijk was. Daar de liefde niets kost en ik gewoonweg
+gek op dat monster was, hebben we heel wat liefde verbruikt. Er zijn
+alleen nog maar wat kruimels over. Raap die op, ik zal je dat niet
+beletten. Ik heb je trouwens van te voren alles opgebiecht; en als
+de linten en strikjes niet zoo duur waren, zou ik nu nog bij mijn
+schilder zijn. En wat mijn hart betreft, ik hoor het, sedert ik een
+corset van tachtig francs draag, bijna niet meer kloppen, en ik ben
+erg bang, dat ik het in een van de laden van Marcel heb laten liggen."
+
+Het verdwijnen der drie Bohème-huishoudens gaf aanleiding tot een groot
+feest in het huis, dat zij bewoond hadden. Als vreugdebetoon gaf de
+eigenaar een grootsch diner en illumineerden de huurders hun ramen.
+
+Rodolphe en Marcel waren samen gaan wonen. Beiden hadden zij een
+idool gevormd, waarvan zij den naam niet goed wisten. Tusschenbeide
+gebeurde het, dat de een over Musette en de ander over Mimi sprak;
+dan hadden zij stof genoeg voor den geheelen avond. Zij haalden
+hun vroeger leven weer op en de liederen van Musette en de liederen
+van Mimi, en de slapelooze nachten en de verslapen ochtenduren en
+de in droomen genoten diners. Een voor een lieten zij in hun duo's
+van herinneringen al die vervlogen uren aan hun geest voorbijgaan;
+en zij eindigden gewoonlijk hun tweegesprek met te zeggen, dat zij
+per slot van rekening nog gelukkig waren, daar zij gezellig samen met
+hun voeten op het haardkleedje zaten, het houtvuur konden oppoken
+en hun pijp rooken en zij elkander hadden, om al die dingen hardop
+te zeggen, welke zij tot zichzelf zeiden, als zij alleen waren:
+n.l. dat zij van die schepseltjes, die bij haar verdwijning een stuk
+van hun jeugd hadden medegenomen, veel gehouden hadden en dat zij ze
+misschien nog lief hadden.
+
+Toen op een goeden avond Marcel den boulevard overstak, zag hij op
+enkele passen voor zich een jonge dame, die bij het uit haar rijtuig
+stappen een witten kous liet zien, welke een buitengewoon zuiveren
+vorm van het been verried; de koetsier zelf verslond de bekoorlijke
+"fooi" met zijn oogen.
+
+"Bliksems," dacht Marcel, "een alleraardigste kuit! Ik heb waarachtig
+zin haar mijn arm aan te bieden; laat eens kijken .... op welke manier
+zal ik haar het best aanspreken!.... Daar heb ik een idee.... Iets
+heel nieuws!"
+
+"Pardon, mevrouw," zeide hij, terwijl hij naar de onbekende, wier
+gezicht hij niet dadelijk zien kon, toe ging; "u hebt bij toeval mijn
+zakdoek niet gevonden?"
+
+"Zeker, mijnheer," antwoordde zij; "als het u blieft."
+
+En zij gaf Marcel een zakdoek, die zij in haar hand hield.
+
+De schilder rolde bij die woorden in een afgrond van verbazing.
+
+Maar een luid gelach, waarvan hij plotseling de volle laag in het
+gelaat kreeg, deed hem weer tot zichzelf komen; aan die vreugdefanfare
+herkende hij zijn oude liefde.
+
+Het was mademoiselle Musette.
+
+"Zoo, zoo!" riep zij uit; "mijnheer Marcel op jacht naar galante
+avontuurtjes. Hoe vindt je dit, zeg? Vroolijk is het zeker."
+
+"Ik vind het tamelijk," was zijn antwoord.
+
+"Wat doe je zoo laat in dit stadsdeel?" vroeg Musette.
+
+"Ik ga naar dit gebouw," lichtte hij haar in en wees naar een kleinen
+schouwburg, waar hij vrijen toegang had.
+
+"Uit liefde voor de kunst?"
+
+"Neen uit liefde voor Laure."
+
+"Wie is Laure?" vroeg Musette, wier oogen vraagteekens schoten.
+
+Marcel ging op zijn flauwe aardigheid door.
+
+"Dat is een chimère, die ik najaag en die binnen deze kleine muren
+ingénue-rollen speelt."
+
+En hij verfrommelde met zijn hand een imaginairen boezem.
+
+"U bent vanavond wel geestig," zeide Musette.
+
+"En u nieuwsgierig!"
+
+"Praat toch wat zachter, iedereen hoort ons, ze zullen ons nog voor
+een verliefd paar, dat ruzie heeft, aanzien."
+
+"Het zou de eerste keer niet zijn, dat zoo iets ons overkwam!" zeide
+Marcel.
+
+Musette zag in die woorden een uitdaging en antwoordde vlug:
+
+"En misschien de laatste keer ook niet, wel?"
+
+De vraag was duidelijk, zij klonk Marcel als het fluiten van een
+kogel in het oor.
+
+"Gij schitterende hemellichten," riep hij, opkijkend naar de sterren;
+"gij zijt getuigen, dat ik niet het eerste schot gelost heb. Vlug
+mijn pantser."
+
+Van dat oogenblik af was het vuur geopend.
+
+Het eenige noodige was nu nog maar, om een verbindingsstreepje te
+vinden, ten einde deze twee grillen, welke plotseling weer met zulk
+een gloed ontwaakt waren, samen te brengen.
+
+Al verder loopend keek Musette Marcel en Marcel Musette aan. Zij
+spraken niet, maar hun oogen, die plenipotentiarissen van het hart,
+ontmoetten elkaar dikwijls. Na een diplomatieke conferentie van een
+kwartier had dit congres van blikken deze aangelegenheid in alle
+stilte geregeld. Alleen de ratificatie moest nog plaats hebben.
+
+Het afgebroken gesprek werd weer voortgezet.
+
+"Zeg nou eens eerlijk," vroeg Musette, "waar wou je daarnet heen?"
+
+"Ik heb het je al gezegd: naar Laure."
+
+"Is zij knap?"
+
+"Haar mond is een nestje van glimlachjes!"
+
+"Dat ken ik al," zeide Musette.
+
+"Maar jij?" vroeg Marcel, "waar kwam jij vandaan op de vleugelen van
+dat rijtuig?"
+
+"Ik heb Alexis, die zijn familie gaat bezoeken, naar het station
+gebracht."
+
+"Wat is die Alexis voor een man?"
+
+Op haar beurt ontwierp Musette van haar tegenwoordigen minnaar een
+bekoorlijk beeld. Al verder wandelend bleven Marcel en Musette midden
+op den boulevard de comedie: "De terugkeer der liefde" spelen. Met
+dezelfde, nu eens liefkoozende, dan weer spottend plagende naïeveteit
+herhaalden zij strophe voor strophe die onsterfelijke ode, waarin
+Horatius en Lydia met zooveel gratie en bekoorlijkheid de heerlijkheid
+van hun nieuwe liefde bezingen en ten slotte aan hun oude liefde een
+postscriptum toevoegen.
+
+Toen zij bij den hoek van een straat kwamen, marcheerde plotseling
+een vrij sterke patrouille voorbij.
+
+Musette "organiseerde" vlug een angstige houding, klampte zich vast
+aan Marcel's arm en zeide:
+
+"Lieve Hemel, kijk eens, daar komen de schutters, zeker een
+revolutie. Laten we maken, dat we wegkomen; ik ben zoo bang: breng
+me weg!"
+
+"Maar waarheen?" vroeg Marcel.
+
+"Naar mijn huis," zeide Musette; "je zult eens zien hoe aardig het
+er is. Ik geef een souper: we zullen over politiek praten."
+
+"Neen," antwoordde Marcel, die steeds aan Alexis dacht; "ik ga
+niettegenstaande je uitnoodiging voor een souper niet met je mee. Ik
+drink niet graag wijn uit een andermans glazen."
+
+Musette wist op die weigering geen antwoord te geven. Plotseling zag
+zij door de mist van haar herinneringen weer het armoedige kamertje van
+den armen schilder--want Marcel was geen millionair geworden--en zij
+kwam op een ander denkbeeld. Een tweede patrouille, die kwam aanrukken,
+was voor haar een welkome gelegenheid om opnieuw een aanval van angst
+te krijgen.
+
+"Ze zullen gaan vechten!" riep zij uit; "ik durf niet naar huis
+terug. Lieve Marcel, breng mij naar een vriendin van me, die dicht
+bij jou wonen moet!"
+
+Toen zij den Pont Neuf overgingen, barstte Musette in een schaterlach
+uit.
+
+"Wat heb je?" vroeg Marcel.
+
+"Niets," antwoordde Musette; "ik bedenk me daar op eens, dat mijn
+vriendin verhuisd is. Zij woont tegenwoordig in Batignolles!"
+
+Toen Rodolphe Marcel en Musette arm in arm binnen zag komen, was hij
+heelemaal niet verbaasd.
+
+"Als de liefde niet goed begraven is," zeide hij, "is dat altijd het
+slot van het lied!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI.
+
+DE DOORTOCHT DOOR DE ROODE ZEE.
+
+
+Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat beroemde doek,
+dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee moest
+voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury hardnekkig
+dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer trekken
+van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het atelier
+had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het, wanneer
+men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat geweest
+zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die het
+tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef
+het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten
+Salon ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden
+en had in zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van
+het Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld,
+die met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling
+was al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de
+Ecole des Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel
+gevallen was aan het onsterfelijke klaaglied van Jean Bélin, [32]
+schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen van
+Parijs hadden er een exemplaar van in hun geheugen.
+
+Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige weigeringen,
+welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel vielen,
+niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd gezet,
+dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte pendant
+was van de "Bruiloft te Kanaän", dat gigantische meesterwerk, welks
+schitterende kleurenpracht het stof van drie eeuwen niet dof had kunnen
+maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook weer tegen de opening van den
+"Salon" zijn doek aan de jury ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij,
+om de juryleden op een dwaalspoor te brengen en te trachten het
+vooroordeel, dat zij blijkbaar tegen de "Doortocht van de Roode Zee"
+hadden, op te heffen, telkens een of ander detail, zonder echter
+iets te veranderen aan de compositie in haar geheel, en gaf het doek
+dienovereenkomstig een anderen naam.
+
+Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als "Overtocht
+over den Rubicon" voor de jury; maar Pharao, die onder den mantel
+van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met alle eer, die hem
+verschuldigd was, afgewezen.
+
+Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het
+linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in
+een hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier
+der keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: "Overtocht over
+de Beresina."
+
+Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met
+groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen
+slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek
+onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een
+golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit duivelsche paard werd
+door Marcel gebruikt voor alle proefnemingen, die hij op het gebied
+van coloriet deed, en hij noemde het in vertrouwelijke gesprekken de
+"synoptische tabel der fijne tinten," omdat hij met het spel van licht
+en schaduw op die plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist
+aan te brengen. Doch, ongevoelig voor dit détail, had ook ditmaal de
+jury geen zwarte bolletjes genoeg om den "Overtocht over de Beresina"
+te weigeren.
+
+"Goed," zeide Marcel, "dat dacht ik wel. Het volgend jaar zal ik het
+inzenden onder den titel: "Doortocht door de panorama's"."
+
+"Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden worden!" zong
+Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde melodie, een vreeselijke
+melodie, lawaaierig als een gamma van donderslagen, en waarvan de
+begeleiding de schrik van alle piano's in de buurt was.
+
+"Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van
+mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken
+van schaamte bedekt?" mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek
+keek..... "Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf en
+een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone
+jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig
+werk, dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij
+zullen het niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn
+laatsten ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen
+dat het tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!"
+
+"Dat is de zekerste manier, om er gravures van te krijgen," merkte
+Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf aan toe: "Een heel
+aardige woordspeling, heel aardig .... die zal ik verder vertellen."
+
+Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds weer
+op muziek bracht.
+
+"Zij willen mij niet in den Salon toelaten!" riep Marcel uit. "Ha,
+de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis van het
+Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar, den
+eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed,
+wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen,
+dat ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel,
+dat ik, wanneer zij mijn "Doortocht door de Roode Zee" weigeren, mij
+hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten. Maar zij kennen
+mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo'n plompe list hopen te
+vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon niet afwachten. Van
+af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek zijn, dat eeuwig boven
+hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af eenmaal per week aan een
+van de heeren thuis zenden, in zijn eigen woning, in de schoot van
+zijn familie, midden in het hart van zijn particulier leven. Het zal
+hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij zullen daardoor hun wijn
+zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen onuitstaanbaar vinden. Zij
+zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig worden; en men zal ze een
+dwangbuis moeten aantrekken om op de zittingsdagen naar den Salon te
+kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij toe."
+
+Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen
+zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van
+vader Médicis. Zoo noemde men in den vriendenkring een Jood, Salomon
+geheeten, die toentertijd heel goed bekend was aan alle artistieke
+en litteraire bohémiens, met wie hij bijna dagelijks in aanraking
+kwam. Vader Médicis schacherde in alles en nog wat. Hij verkocht
+complete ameublementen van twaalf tot duizend daalders. Hij kocht
+alles en wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van
+Proudhon is niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem,
+die het schachergenie bezat in een graad, welken zelfs de handigsten
+van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de
+Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat
+je maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen
+der kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het
+brein der menschen--alles was voor Médicis een handelsobject. Hij
+schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte
+zelfs in het denkbeeldige. Médicis kocht n.l. denkbeelden, hetzij om ze
+zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen. Bekend met alle
+schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de paletten en vriend
+van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de Asmodé der kunsten. Hij
+gaf je sigaren in ruil voor een feuilleton, pantoffels voor een sonnet,
+versche zeevisch voor paradoxen; hij praatte tegen betaling--per
+uur zoo en zooveel--met de journalisten, die stof voor de chronique
+scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor
+de kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soirées; hij
+gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand
+en liet zich daarvoor met copieën naar oude meesters in den Louvre
+betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor,
+dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een
+wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en
+de geheimen van alle beroemdheden--zelfs van de meest obscure.
+
+Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden
+uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles
+omvattenden handel:
+
+
+20 Maart 184..
+
+Verkocht aan den antiquair L. het kompas, dat Archimedes
+tijdens het beleg van Syracuse gebruikt heeft. 75 francs
+
+Gekocht van den journalist V. ... de verzamelde, nog
+niet opengesneden werken van * * * *, lid der Académie. 10 francs
+
+Verkocht aan denzelfde een kritisch opstel over
+de verzamelde werken van * * * * lid der Académie. 30 francs
+
+Verkocht aan * * *, lid der Académie, een feuilleton
+van twaalf kolom over zijn verzamelde werken. 50 francs
+
+Gekocht van den schrijver R . . . een kritische verhandeling
+over de verzamelde werken van * * * * , lid der Académie
+française 10 francs
+
+benevens 50 pond steenkool en 2 K.G. koffie.
+Verkocht aan * * * * een porseleinen vaas, die aan madame
+du Barry toebehoord heeft. 18 francs
+
+Gekocht van de kleine D .... haar haar. 15 francs
+
+Gekocht van B .... een verzameling zedestudiën en de drie
+laatste spelfouten van den prefect van de Seine 6 francs
+
+benevens een paar Napolitaansche laarzen
+
+Verkocht aan Mlle. O ..... een blonde haarvlecht. 120 francs
+
+Gekocht van den historieschilder M. een reeks vroolijke
+teekeningen 25 francs
+
+Voor het opgeven aan mijnheer Ferdinand van het uur, waarop
+barones R .... de P..... naar de kerk gaat, en voor het
+verhuren van den kleinen entresol in den faubourg Montmartre,
+te zamen 30 francs
+
+Verkocht aan mijnheer Isidore zijn portret als Apollo 30 francs
+
+Verkocht aan Mlle. R .... een paar kreeften en zes paar
+handschoenen 36 francs
+
+(Ontvangen als voorschot 2 fr. 75 c.)
+
+Voor het verschaffen van een zesmaandsch crediet aan dezelfde
+bij madame * * *, modiste
+
+(Prijs nader overeen te komen)
+
+Voor het verschaffen aan madame * * *, modiste, van Mlle. R
+..... als klant
+
+(In plaats contant geld ontvangen 3 M. zijde en 6 el kant).
+
+Gekocht van den journalist R .... een vordering van
+120 francs op het blad * * *, thans in liquidatie 5 francs
+
+benevens 2 pond Turksche tabak.
+
+Verkocht aan mijnheer Ferdinand twee liefdesbrieven. 12 francs
+
+Gekocht van den schilder J .... het portret van Isidore als
+Apollo. 6 francs
+
+Gekocht van * * * * 75 K.G. van zijn werk over "Onderzeesche
+revoluties" 15 francs
+
+Verhuurd aan gravin de G .... een Saksisch servies 20 francs
+
+Gekocht van den journalist * * * * 52 regels in zijn
+Courrier de Paris 100 francs
+
+Verkocht aan O .... & Co. 52 regels in den Courrier de Paris
+van * * * * 300 francs
+
+Verhuurd aan Mlle. S .... G. .. op één dag een bed en een
+equipage . . . . . memorie
+
+(Zie de rekening van Mlle. S . ... G ..... in het grootboek,
+folio's 26 en 27)
+
+Gekocht van Gustave C .. . een brochure over de
+linnen-industrie 50 francs
+
+benevens een zeldzame editie van Flavius Josephus.
+
+Verkocht aan Mlle. S .... G . . . een modern ameublement 5000 francs
+
+Voor dezelfde een rekening bij den apotheker betaald 75 francs
+
+Idem idem bij de melkvrouw . . . . 3 fr. 85 c.
+
+Enz. enz.
+
+
+Uit deze aanhalingen ziet men duidelijk hoe uitgebreid de
+handelsbetrekkingen van den Jood Médicis waren, die, niettegenstaande
+zijn wijze van zaken doen niet steeds door den beugel kon, nog nooit
+door iemand lastig gevallen was.
+
+Toen de Jood met zijn intelligent gezicht bij de bohémiens binnentrad,
+zag hij dadelijk, dat hij op een voor hem gunstig oogenblik
+kwam. Inderdaad zaten de vier vrienden in krijgsraad bijeen en
+bespraken, onder voorzitterschap van een in hun maag hamerenden honger,
+de hoogst belangrijke brood- en vleeschvraagstukken. Het was een Zondag
+tegen het einde der maand--een rampzalige dag en een sinistere datum.
+
+Het binnenkomen van Médicis werd derhalve met een luid Hoera begroet,
+want ze wisten, dat de Jood te gierig was met zijn tijd, om dien met
+beleefdheidsbezoeken te verspillen. Zijn komst was dan ook steeds
+een zeker bewijs, dat er zaken te doen waren.
+
+"Goedenavond, heeren!" zeide de Jood. "Hoe gaat het?"
+
+"Colline!" riep Rodolphe, die languit op zijn bed lag en zwelgde in
+het genot van een horizontale houding; "Colline, neem jij de honneurs
+waar en geef onzen gast een stoel; een gast is heilig. Ik groet u
+uit naam van Abraham!" voegde de dichter eraan toe.
+
+Colline haalde een fauteuil, die even elastisch als staal was, schoof
+dien naar den Jood toen en zeide gastvrij:
+
+"Stel u een oogenblik voor, dat u Cinna [33] bent, en neem dezen
+zetel."
+
+Médicis liet zich in den fauteuil vallen en wilde enkele opmerkingen
+omtrent de hardheid ervan maken, toen hem nog juist bijtijds te
+binnen schoot, dat hij zelf dien indertijd met Colline geruild had
+voor een beginselverklaring, welke hij verkocht had aan een Kamerlid,
+dat de gave der improvisatie miste. Toen de jood ging zitten, lieten
+zijn zakken een zilveren klank hooren, waarvan de melodie de vier
+bohémiens in zoete droomerijen deed verzinken.
+
+"Laten we nu naar het lied luisteren," fluisterde Rodolphe Marcel
+in. "Het accompagnement is niet kwaad."
+
+"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "ik kom uw fortuin maken. Dat
+wil zeggen, ik kom u een prachtige gelegenheid aanbieden, om u in
+den artistieken wereld te introduceeren. U weet, mijnheer Marcel,
+de kunst is een dorre woestijnweg, waarop de roem een oase is."
+
+"Papa Médicis," zeide Marcel, die op kolen van ongeduld zat; "in naam
+der vijftig procent, uw gebenedijden schutspatroon, wees kort!"
+
+"Ja," voegde Colline eraan toe; "even kort als koning Pepijn, die even
+bondig was als u, want gij moet kort en bondig zijn, zoon van Jacob!"
+
+"Hei, hei, hei!" riepen de bohémiens verschrikt en keken rond, of de
+vloer zich niet opende, om den wijsgeer te verzwelgen.
+
+Doch ditmaal werd Colline nog niet verzwolgen.
+
+"De zaak is deze," ging Médicis voort. "Een rijke liefhebber, die een
+galerij verzamelt, welke een tournée door Europa moet maken, heeft
+mij opgedragen een reeks interessante schilderijen voor hem aan te
+koopen. Ik kom u nu voorstellen u in dat museum een plaatsje in te
+ruimen; in één woord: ik wil uw "Doortocht door de Roode Zee" koopen."
+
+"A contant?" vroeg Marcel.
+
+"A contant," antwoordde de Jood en liet het orkest in zijn broekzak
+weer spelen.
+
+"Ben je nou tevreden?" vroeg Colline.
+
+"Natuurlijk," zeide Rodolphe woedend; "we moeten waarachtig een paar
+bittere pillen koopen, om dien kerel zijn mond te stoppen. Zie je
+dan niet, lummel, dat hij met daalders spreekt? Bestaat er dan niets
+heiligs voor jou, vervloekte atheïst?"
+
+Colline klom op een tafel en nam de houding van Harpokrates, den god
+van het zwijgen, aan.
+
+"Ga verder, Médicis," zeide Marcel en wees op zijn schilderij:
+"Ik wil u de eer laten zelf den prijs van dit werk, dat eigenlijk
+onbetaalbaar is, te bepalen."
+
+De Jood legde vijftig nieuwe daalders op de tafel neer.
+
+"Dat is de voorhoede," zeide Marcel; "en wat verder?"
+
+"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "u weet heel goed, dat mijn eerste
+woord ook altijd mijn laatste is. Ik geef geen sou meer. Denk eens
+goed: 50 daalders, dat is 150 francs. Dit is een heele som, wat?"
+
+"Maar te weinig," antwoordde de artist; "alleen aan den mantel van
+Pharao zit voor meer dan vijftig daalders kobalt. Betaal tenminste
+het maakloon. Maak de stapeltjes gelijk, rond de som af en ik zal u
+Leo X noemen, Leo X bis."
+
+"Ziehier mijn laatste woord," antwoordde Médicis; "ik doe er geen sou
+bij, maar ik bied u alle vier een diner aan, wijn zooveel als u lust,
+en bij het dessert betaal ik in goud."
+
+"Niemand meer?" brulde Colline en sloeg driemaal met zijn vuist op
+tafel. "Eenmaal, andermaal; niemand meer? ten derden male!"
+
+"Nou goed dan!" zeide Marcel.
+
+"Ik zal morgen de schilderij laten halen," zeide de Jood. "En nu mee,
+mijne heeren, de tafel is gedekt!"
+
+Onder het zingen van het koor uit de Hugenooten: "A table, à
+table!" gingen de vier vrienden naar beneden.
+
+Médicis onthaalde de bohémiens op zeer royale manier. Hij liet hun een
+groot aantal gerechten voorzetten, die tot nog toe voor hen onbekende
+grootheden geweest waren. Na dit diner was kreeft niet langer een
+mythe voor Schaunard, die voor deze amphibie een hartstocht opvatte,
+welke dicht aan waanzin grensde.
+
+De vier vrienden verlieten het festijn dronken als waren zij op een
+wijnoogstfeest geweest. Deze dronkenschap had bijna betreurenswaardige
+gevolgen voor Marcel, die, toen hij 's morgens om twee uur voorbij
+zijn kleermaker kwam, met alle geweld zijn schuldeischer wilde wekken,
+om hem de honderd vijftig francs, die hij zoo pas ontvangen had,
+op afrekening te geven. Een sprankje gezond verstand, dat nog in
+Colline's geest over was, redde den kunstenaar nog juist op den rand
+van den afgrond.
+
+Acht dagen later zag Marcel in welke galerij zijn doek een plaatsje
+gekregen had. Toen hij door den faubourg Saint Honoré liep, stootte hij
+op een troepje menschen, dat blijkbaar met alle aandacht toekeek hoe er
+aan een winkel een uithangbord werd aangebracht. Dit uithangbord was
+niets meer of minder dan de schilderij van Marcel, die door Médicis
+aan een delicatessenhandelaar verkocht was. Alleen had de "Doortocht
+door de Roode Zee" nog een nieuwe verandering ondergaan en weer een
+anderen naam gekregen. Er was nog een stoomschip bij geschilderd en
+het doek heette nu: "In de haven van Marseille." Toen het doek onthuld
+werd, liet de nieuwsgierige menigte een gemompel van goedkeuring en
+bewondering hooren.
+
+Verrukt over dezen triomf, keerde Marcel zich om en zeide tot zichzelf:
+
+"De stem van het volk is de stem van God!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII.
+
+HET TOILET DER GRATIËN.
+
+
+Op een goeden morgen werd Mimi, die anders gewoon was tot diep in den
+ochtend te slapen, reeds op klokslag van tien uur wakker en scheen heel
+verbaasd Rodolphe noch naast zich noch in de kamer te zien. Den vorigen
+avond had zij hem, voor zij in slaap viel, toch aan zijn schrijftafel
+zien zitten, waaraan hij van plan was den geheelen nacht te blijven
+werken aan een extra-litterairen arbeid, die hem opgedragen was en
+waarbij, als hij gereed was, Mimi zeer veel belang had. De dichter
+had zijn vriendinnetje namelijk beloofd haar van de opbrengst van
+zijn werk een bepaalde voorjaarsjapon te koopen, waarvan zij een
+coupon had zien liggen in "De Twee Apen", een bekend modemagazijn,
+voor welks etalages Mimi's coquetterie haar godsdienstige plichten
+dikwijls ging vervullen. Sedert Rodolphe met het werk begonnen was,
+nam de voortgang ervan al de gedachten van Mimi in beslag. Dikwijls
+ging zij vlak bij den schrijvenden Rodolphe staan, keek over zijn
+schouder en zeide dan heel ernstig:
+
+"Nou, en hoe staat het met mijn japon?"
+
+"Wees maar gerust hoor, er is al een mouw klaar!"
+
+Toen zij op een goeden nacht hoorde hoe Rodolphe met zijn vingers
+klapte, wat meestal een bewijs was, dat hij tevreden was over zijn
+werk, ging zij plotseling rechtop in bed zitten, en riep, terwijl
+zij haar bruin kopje door de gordijnen stak:
+
+"Is mijn japon af?"
+
+"Kijk maar", antwoordde Rodolphe en liet haar vier groote,
+dichtbeschreven zijdjes zien; "ik heb zooeven den corsage gekocht."
+
+"Heerlijk!" riep Mimi. "Nu ontbreekt alleen de rok nog maar; hoeveel
+blaadjes heb je noodig om een rok te maken?"
+
+"Dat hangt ervan af; maar daar jij niet groot bent, zullen we met een
+blaadje of tien van vijftig regels à drie-en-dertig letters een heel
+fatsoenlijken rok kunnen hebben."
+
+"Ik ben niet groot, dat is zoo," zeide Mimi; "maar het mag toch niet
+den schijn hebben, alsof we stof te kort kwamen: de rokken worden op
+het oogenblik heel wijd gedragen en ik zou graag mooie groote plooien
+hebben, die zoo aardig frou-frou maken, wanneer je loopt."
+
+"Heel goed hoor," antwoordde Rodolphe ernstig, "ik zal tien letters
+meer op een regel zetten, dan kan jij je frou-frou krijgen."
+
+En overgelukkig sliep Mimi weer in.
+
+Daar zij zoo onvoorzichtig geweest was met haar vriendinnen Musette
+en Phémie te spreken over de mooie japon, die Rodolphe bezig was voor
+haar te maken, hadden de twee jonge meisjes al heel gauw de heeren
+Marcel en Schaunard in kennis gesteld met de vrijgevigheid van hun
+vriend tegenover zijn liefje; welke vertrouwelijke mededeelingen al
+even spoedig gevolgd waren door ondubbelzinnige toespelingen om het
+door den dichter gegeven voorbeeld na te volgen.
+
+"Wanneer het namelijk nog acht dagen zoo duurt," zeide Musette en
+trok daarbij aan de snor van Marcel, "dan zal ik me verplicht zien
+een broek van je te leenen, wanneer ik uit wil gaan."
+
+"Ik moet nog vijftien francs van een solide firma hebben," antwoordde
+Marcel; "zoodra ik die som krijg, zal ik een vijgeblad naar de nieuwste
+mode voor je koopen."
+
+"En wat krijg ik?" vroeg Phémie aan Schaunard. "Mijn peigne noir
+(zij kon het woord peignoir niet uitspreken) valt aan flarden."
+
+Schaunard vischte drie sous uit zijn vestjeszak op en gaf die aan
+zijn maîtresse met de woorden:
+
+"Hier kan je naald en draad voor koopen. Naai daar je peigne noir
+maar mee, dat zal je kennis vermeerderen en je tevens aangenaam bezig
+houden: utile dulci."
+
+Toch kwamen in een zeer in het geheim gehouden bijeenkomst Marcel en
+Schaunard met Rodolphe overeen, dat ieder van zijn kant zou trachten
+de rechtmatige ijdelheid van hun vriendinnetjes te bevredigen.
+
+"Een kleinigheid maakt die arme kinderen al mooi," had Rodolphe gezegd;
+"maar die kleinigheid moeten zij dan ook hebben. Sedert eenigen tijd
+gaat het met de schoone kunsten en de litteratuur zeer naar wensch;
+we verdienen bijna even veel als pakjesdragers."
+
+"Dat is zoo," antwoordde Marcel, "ik heb niet te klagen: de schoone
+kunsten verheugen zich in een ongekenden bloei; je zoudt bijna denken
+in den tijd van Leo X te leven."
+
+"Dat is waar ook," viel Rodolphe hem in de rede, "Musette heeft mij
+verteld, dat je de laatste acht dagen 's morgens vroeg al weggaat en
+pas met het vallen van den avond thuiskomt. Heb je werkelijk zooveel
+te doen?"
+
+"Een prachtig werk, mijn waarde! Médicis heeft het mij bezorgd. Ik maak
+n.l. in de kazerne Ave Maria de portretten van achttien grenadiers
+tegen gemiddeld 6 francs per stuk, met een éénjarige garantie voor
+de gelijkenis, net als bij horloges. Ik hoop het heele regiment tot
+klant te krijgen. Het was juist mijn voornemen Musette weer eens
+op te tuigen, zoodra Médicis mij betaald heeft, want met hem heb ik
+gecontracteerd, niet met de modellen."
+
+"En wat mij betreft," zeide Schaunard langs zijn neus weg, "ik heb,
+al zou je het niet zeggen, tweehonderd francs ergens liggen."
+
+"Laat ze dan voor den donder opstaan!" riep Rodolphe.
+
+"Binnen een paar dagen hoop ik ze bij den bankier te gaan halen,"
+ging Schaunard verder; "en ik wil het voor jullie niet onder stoelen
+en banken steken, dat het mijn plan is om, wanneer ik ze in ontvangst
+genomen heb, aan enkele van mijn hartstochten den vrijen teugel te
+laten. Bij den uitdrager hier vlak naast hangen n.l. een nangkin rok
+en een jachthoren, die me reeds lang de oogen uitsteken. Die zal ik
+me zeker zelf cadeau doen."
+
+"Maar," vroegen Marcel en Rodolphe tegelijk, "waar hoop je dat
+reusachtige kapitaal vandaan te krijgen?"
+
+"Luistert, heeren," zeide Schaunard, terwijl hij met een ernstig
+gezicht tusschen zijn twee vrienden ging zitten; "we behoeven
+elkaar niet te verhelen, dat we, voor we lid van het Instituut en
+belastingplichtig worden, nog een aardig stukje roggebrood zullen
+moeten naar binnen werken, en het dagelijksch brood is moeilijk te
+verdienen. Bovendien zijn we niet alleen; waar de hemel ons met een
+liefderijk hart geschapen heeft, heeft ieder van ons zijn tweede ik
+gekozen, om zijn lot met haar te deelen."
+
+"Waar natuurlijk een niet op gevallen is," viel Marcel hem in de rede.
+
+"Nu is het," ging Schaunard voort, "zelfs al betracht je de grootste
+zuinigheid, beslist onmogelijk, wanneer je niets hebt, nog wat over te
+leggen, vooral niet wanneer je honger altijd grooter is dan de schaal."
+
+"Waar wil je eigenlijk op neer komen?" vroeg Rodolphe.
+
+"Hierop", antwoordde Schaunard, "dat wij in onzen tegenwoordigen
+toestand al heel verkeerd zouden doen, om onzen neus op te halen,
+wanneer er zich, zelfs buiten het gebied van onze kunst, een
+gelegenheid voordoet, om een cijfer te zetten voor de nul, die ons
+maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt."
+
+"Hei, hei!" zeide Marcel, "wien van ons kan jij verwijten, dat hij zijn
+neus ophaalt? Heb ik, hoe groot schilder ik mettertijd ook zal zijn,
+er niet in toegestemd mijn penseel te offeren aan een schilderachtige
+reproductie van Fransche krijgers, die mij van hun zakgeld betalen? Ik
+zou zoo denken, dat ik niet aarzel af te dalen van den ladder van
+mijn toekomstige grootheid!"
+
+"En ik dan?" zeide op zijn beurt Rodolphe; "weet je niet, dat ik sinds
+veertien dagen aan een medisch-chirurgisch-osanorisch gedicht bezig
+ben voor een beroemden tandarts, die mijn inspiratie subsidieert met
+vijftien sous voor een dozijn Alexandrijnen, dat is iets meer dan voor
+een dozijn oesters? .... En toch schaam ik me daar niet voor; voor ik
+mijn Muze werkeloos zou laten, zou ik nog liever het adresboek van
+Parijs op rijm brengen. Wanneer je een lier hebt, dan moet je die,
+duivels nog toe, gebruiken ook .... En bovendien heeft Mimi hard
+schoenen noodig."
+
+"Dan zult ge mij er niet hard om vallen, wanneer je hoort, uit
+welken bron de Pactolus, waarvan ik een overstrooming verwacht,
+ontsprongen is."
+
+De geschiedenis van Schaunards tweehonderd francs was de volgende:
+
+Een dag of veertien geleden was hij binnengeloopen bij een
+muziekuitgever, die hem beloofd had hem bij zijn klanten muzieklessen
+of een plaats als pianist te bezorgen.
+
+"Bliksems," zeide de uitgever, toen hij hem binnen zag komen, "u komt
+als geroepen. Er is mij juist vandaag om een pianist gevraagd. Het
+is een Engelschman. Ik geloof, dat hij goed betalen zal .... Bent u
+werkelijk een goed pianist?"
+
+Schaunard dacht, dat een bescheiden optreden hem in de achting van
+zijn uitgever zou kunnen doen dalen. Een musicus, vooral een pianist,
+en bescheiden .... dat is een weinig voorkomende combinatie. Schaunard
+antwoordde dan ook met veel aplomb:
+
+"Ik ben een prima-pianist; als ik de tering, lange haren en een
+zwarten rok had, zou ik op dit oogenblik even beroemd zijn als de zon,
+en zoudt u, in plaats van aan mij achthonderd francs te vragen voor
+het drukken der partituur van de "Dood van de jonge maagd", mij op
+uw knieën en in een zilveren schaal er drieduizend komen aanbieden.
+
+"Doch hoe het zij," ging de kunstenaar voort, "een feit is het, dat,
+waar mijn vingers reeds tien jaar lang dwangarbeid op de toetsen
+verrichten, ik het ivoor en de kruisen vrij goed weet te behandelen."
+
+De persoon, tot wien Schaunard verwezen werd, was een Engelschman,
+Mr. Birn'n geheeten. De musicus werd het eerst in ontvangst genomen
+door een blauwen lakei, die hem aan een groenen lakei overhandigde,
+welke op zijn beurt hem weer overgaf aan een zwarten lakei, die hem
+in een salon bracht, waar hij een eilandbewoner tegenover zich zag,
+die in de houding van een spleenlijder, waardoor hij aan Hamlet
+deed denken, peinzend over de nietswaardigheid van ons bestaan,
+in een fauteuil weggedoken zat. Juist wilde Schaunard het doel
+van zijn komst uiteenzetten, toen doordringende kreten zich lieten
+hooren en hem de woorden afsneden. Dit vreeselijke gekrijsch, dat je
+trommelvlies bijna deed scheuren, werd uitgestooten door een papegaai,
+die op het balcon van de benedenverdieping op zijn stok zat.
+
+"O, deze beest, deze beest!" jammerde de Engelschman, die uit zijn
+fauteuil opsprong. "Hij zal doen sterven mij."
+
+En op hetzelfde oogenblik begon de vogel zijn repertoire af
+te krijschen, dat veel uitgebreider was dan dat van gewone
+papegaaien. Schaunard bleef stom verbaasd staan, toen hij het dier,
+op bevel van een vrouwelijke stem, de eerste verzen van het verhaal
+van Théramène [34] met de intonaties, die op het Conservatoire geleerd
+worden, hoorde voordragen.
+
+Deze papegaai was de lieveling van een actrice, wier boudoir
+toentertijd zeer gezocht was. Het was een van die vrouwen, welke,
+zonder dat men weet waarom of hoe, op den turf der galanterie
+tot waanzinnige prijzen genoteerd zijn en wier naam op de menu's
+van vrijgezellensoupers staat, waar zij als levend dessert dienst
+doen. In onzen tijd staat het voor een Christen "gekleed" om gezien
+te worden in het gezelschap van zulke heidinnen, die dikwijls niets
+antieks hebben behalve haar geboortebewijs. Wanneer zij knap zijn,
+zit er per slot van rekening nog zooveel kwaad niet bij: het ergste,
+dat je riskeert, is dat je eens op stroo moet slapen, omdat je haar
+een palissanderhouten ameublement gegeven hebt. Maar wanneer ze haar
+schoonheid bij het ons in parfumeriewinkels koopen en deze niet bestand
+is tegen drie druppels water op een lapje, wanneer haar geestigheid
+ophoudt bij een café-chantant-couplet en haar talent zetelt in de
+hand van een claqueur, dan is het bijna onbegrijpelijk hoe menschen
+van stand, die soms geest, een naam en een nieuw-modisch pak hebben,
+zich uit liefde tot het laag-bij-den-grondsche zoo laten medeslepen,
+dat zij schepsels, die hun huisknecht niet als liefje zou willen
+hebben, tot een mode-voorwerp verheffen.
+
+De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij
+noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel zij
+geboren was in het Parijsche Andalusië, dat de rue Coquenard [35]
+heet. Ofschoon de afstand tusschen de rue Coquenard en de rue de
+Provence slechts tien minuten bedraagt, had zij toch zeven à acht
+jaar noodig gehad om dien weg af te leggen. Haar voorspoed was
+toegenomen in denzelfden mate als haar schoonheid afgenomen was. Zoo
+had zij op den dag, dat zij haar eersten valschen tand liet inzetten,
+één paard, en den dag, dat zij een tweeden een buurman gaf, twee
+paarden. Thans leefde zij op zeer grooten voet, woonde in een paleis,
+gaf op de wedrennen te Longchamp de mode aan en organiseerde bals,
+waarop geheel Parijs tegenwoordig was, d.w.z. het geheele Parijs van
+die dames: de nietsdoende hovelingen van de lichtzinnigheid en van het
+schandaal, de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige
+hoofden rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen;
+de bravi der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige
+orden, die geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en
+waar zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al
+die Eva's-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder
+op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop
+aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende
+ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het voorhoofd
+en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste viooltjes der
+lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al die menschen,
+welke de couranten tout Paris noemen, verkeerden in de salons van
+mademoiselle Dolorès, de meesteres van de bovenbedoelde papegaai.
+
+Deze vogel, dien zijn oratorische talenten in den geheelen wijk
+beroemd gemaakt hadden, was langzamerhand de schrik der naaste buren
+geworden. Van zijn stang op het balcon maakte hij een tribune, vanwaar
+hij van 's morgens vroeg tot 's avonds laat eindelooze redevoeringen
+hield. Enkele met zijn meesteres bevriende journalisten hadden hem een
+paar parlementaire spreekwijzen geleerd, waardoor het dier buitengewoon
+sterk in de suikerquaestie was. Hij kende het repertoire der actrice
+van buiten en declameerde het zòò goed, dat hij in geval van ziekte
+desnoods haar rollen zou kunnen opnemen. Daar deze bovendien een
+polyglotte in haar gevoelens was en uit alle oorden der wereld
+bezoeken ontving, sprak de papegaai alle talen en ging zich soms
+in alle idiomen te buiten aan vloeken en verwenschingen, welke den
+schippersknechts, aan wie Vert-Vert [36] zijn al te geavanceerde
+opvoeding te danken had, het schaamrood naar de wangen gejaagd zoude
+hebben. Het gezelschap van dien vogel, dat de eerste tien minuten
+leerzaam en amusant kon zijn, werd een ware kwelling, wanneer het
+langer duurde. De buren hadden reeds meermalen geklaagd, doch de
+actrice had er geen oor voor gehad. Twee of drie huurders, eerzame
+familievaders, hadden in hun verontwaardiging over de lichte zeden
+der actrice, waarin de indiscreties van den papegaai ze had ingewijd,
+zelfs hun huur opgezegd aan den huiseigenaar, dien Dolorès in zijn
+zwakke zijde had weten te tasten.
+
+De Engelschman, bij wien we Schaunard hebben zien binnenkomen, had
+drie maanden lang geduld geoefend.
+
+Op een goeden dag echter hulde hij zijn woede, die eindelijk
+uitgebarsten was, onder een rok en witte das en liet zich met al
+de plichtplegingen, die noodig zijn om te Windsor bij koningin
+Victoria voor den handkus te worden toegelaten, bij mademoiselle
+Dolorès aanmelden.
+
+Toen deze hem zag binnenkomen, dacht zij eerst, dat het Hoffmann [37]
+in zijn kostuum van lord Spleen was, en noodigde hem, daar zij een
+collega goed wilde ontvangen, uit bij haar te blijven déjeuneeren. De
+Engelschman echter antwoordde in een Fransch, dat een Spaansche réfugié
+hem in vijf-en-twintig lessen geleerd had, met den grootsten ernst:
+
+"Ik neem aan uw uitnoodiging op voorwaarde, dat wij zullen opeten dien
+.... vreeselijken vogel," en hij wees op de kooi van den papegaai,
+die reeds den eilandbewoner in hem geroken had en hem met het "God
+save the King" begroette.
+
+Dolorès dacht, dat de Engelschman gekomen was, om haar voor den gek
+te houden, en wilde juist een heftig antwoord geven, toen Mr. Birn'n
+eraan toevoegde:
+
+"Daar ik ben zeer rijk, ik vogel wel koopen wil."
+
+Dolorès antwoordde, dat zij zeer gehecht was aan het dier en het niet
+in de handen van een ander wilde zien overgaan.
+
+"O, ik wil het ook niet hebben in mijne handen, maar onder mijne
+voeten!" zeide de Engelschman en liet den hak van zijn laarzen zien.
+
+Dolorès beefde van woede en wilde in verontwaardiging losbarsten,
+toen zij aan den vinger van den Engelschman een ring zag, waarvan de
+diamant misschien wel een rente van vijf-en-twintighonderd francs
+vertegenwoordigde. Die ontdekking werkte als een stortbad op haar
+woede. Zij bedacht, dat het niet verstandig zou zijn het aan den stok
+te krijgen met een man, die vijftigduizend francs aan zijn pink droeg.
+
+"Goed, mijnheer!" zeide zij dan ook; "als de arme Coco u last
+veroorzaakt, zal ik hem in de achterkamer zetten; op die manier zult
+u hem niet meer kunnen hooren."
+
+Het gezicht van den Engelschman helderde eenigszins op.
+
+"Maar toch," zeide hij en liet nogmaals zijn schoenen zien, "zou ik
+liever ...."
+
+"Wees maar niet bang," viel Dolorès hem in de rede; "van de plek,
+waar ik hem zetten zal, kan hij milord onmogelijk lastig vallen."
+
+"O, ik niet ben milord .... ik enkel ben esquire."
+
+Toen echter Mr. Birn'n zich, na een stijve buiging gemaakt te
+hebben, wilde terugtrekken, nam Dolorès, die haar belangen onder alle
+omstandigheden in het oog hield, van een hoektafeltje een klein pakje
+en zeide:
+
+"Mijnheer, vanavond wordt in den * * * Schouwburg mijn
+benefice-voorstelling gegeven. Ik moet in drie stukken optreden. Zoudt
+u mij willen toestaan u een paar loges aan te bieden. De prijs der
+plaatsen is slechts weinig verhoogd."
+
+En met die woorden drukte zij den eilandbewoner een tiental
+loge-biljetten in de hand.
+
+"Nu ik zoo bereidwillig geweest ben hem een dienst te bewijzen," dacht
+zij bij zichzelf, "is het voor hem, als hij tenminste een welopgevoed
+iemand is, onmogelijk mij dit te weigeren; en wanneer hij mij in mijn
+rood costuum ziet .... je kan nooit weten .... we wonen zoo vlak naast
+elkaar .... de diamant, dien hij aan zijn pink draagt, is de voorhoede
+van een millioen. Nou ja, hij is wel leelijk en erg vervelend, maar
+dat zal mij gelegenheid geven om zonder zeeziekte naar Londen te gaan."
+
+Nadat de Engelschman de toegangsbewijzen in zijn zak gestoken had,
+liet hij zich het doel, waarvoor zij bestemd waren, nog eens verklaren
+en vroeg dan naar den prijs.
+
+"De loge kost zestig francs en u hebt er tien .... Maar het heeft geen
+haast," voegde Dolorès eraan toe, toen zij zag, dat de Engelschman zijn
+portefeuille voor den dag wilde halen; "ik hoop, dat u, als buurman,
+mij van tijd tot tijd wel een bezoek zult brengen."
+
+Doch Mr. Birn'n antwoordde:
+
+"Ik niet houd van zaken op crediet;" en hij nam een billet van duizend
+francs uit zijn zak, legde het op tafel en stak de toegangsbewijzen
+in zijn portefeuille.
+
+"Ik zal u teruggeven," zeide Dolorès en opende een kastje, waarin
+zij haar geld bewaarde.
+
+"O, neen," zeide de Engelschman; "dat is drinkgeld," en hij ging heen,
+Dolorès, die door die woorden met stomheid geslagen was, alleen latend.
+
+"Drinkgeld!" riep zij uit, toen zij haar spraak teruggekregen had. "Wat
+een lomperd! Ik zal hem zijn geld teruggeven."
+
+Doch deze grofheid van Mr. Birn'n had slechts de opperhuid van haar
+trots gekwetst; bij nadere overweging werd zij kalmer; zij bedacht
+zich, dat twintig louis d'or toch een aardig sommetje vormden, en
+dat zij vroeger voor heel wat minder geld veel meer had moeten slikken.
+
+"Ach wat," zeide zij tot zichzelf; "je moet niet zoo trotsch
+zijn. Niemand heeft mij gezien en vandaag komt juist mijn
+waschvrouw. En bovendien radbraakt die Engelschman onze taal zoo,
+dat hij misschien wel gedacht heeft mij een complimentje te maken."
+
+En vroolijk deed Dolorès haar twintig louis achter slot en
+grendel. Doch na de voorstelling kwam zij woedend thuis. Mr. Birn'n had
+de toegangsbewijzen niet gebruikt en de tien loges waren leeg gebleven.
+
+Toen zij dan ook om half een het tooneel betrad, las de ongelukkige
+beneficiante op het gezicht van haar coulissen-"vriendinnen" heel
+duidelijk, hoe zij zich verkneukelden, dat de zaal zoo leeg was.
+
+Zij hoorde zelfs, hoe een vriendelijke collega, terwijl zij op de
+leege loges wees, tot een andere zeide:
+
+"Die arme Dolorès heeft een leeg huis."
+
+"In de loges zit bijna niemand."
+
+"En in het orkest geen kip!"
+
+"Lieve Hemel; haar naam op het affiche werkt als een luchtpomp."
+
+"En dan nog zoo verwaand, om de prijzen te verhoogen."
+
+"Een mooie benefiet. Ik wed, dat de recette in een spaarpot of in
+een hiel van een kous kan."
+
+"Daar is ze met haar fameus costuum met rood fluweelen linten."
+
+"Zij ziet er uit als een gekookte kreeft."
+
+"Hoeveel heb jij met je laatste benefiet gemaakt?" vroeg een der
+actrices aan haar vriendin. "Ik heb slechts zes francs overgehouden;
+de rest heeft mijn modiste genomen. Als ik niet bang was voor
+winterkloven, dan zou ik naar St. Petersburg gaan."
+
+"Wat? Nog geen dertig jaar en dan wil je al naar Rusland gaan!"
+
+"Wat zal ik je zeggen? En is jouw benefiet gauw?"
+
+"Over veertien dagen. Ik heb al voor duizend daalders verkocht,
+ongerekend de cadetten."
+
+"Kijk eens, de stalles loopen leeg."
+
+"Omdat Dolorès zingt."
+
+Inderdaad bracht Dolorès, even rood als haar kostuum, haar niet aan te
+hooren coupletten eruit. Toen zij met groote moeite het slot bereikt
+had, werden haar twee bloemruikers toegeworpen door twee vriendinnen
+(eveneens actrices), die zich over haar baignoire heen bogen en riepen:
+
+"Bravo, Dolorès!"
+
+Men kan zich voorstellen hoe woedend zij was. Zoodra zij op haar
+kamer kwam, opende zij, hoewel het midden in den nacht was, het
+raam en maakte Coco wakker, die op zijn beurt Mr. Birn'n weer wekte,
+die in vol vertrouwen op het woord der actrice was gaan slapen.
+
+Van dien dag af was de oorlog tusschen de actrice en den Engelschman
+uitgebroken: een oorlog op leven en dood, een oorlog zonder
+wapenstilstand of rust, waarin de beide betrokken deelnemers voor
+geen kosten of moeiten terugdeinsden. De papegaai, die door Dolorès
+diensovereenkomstig opgeleid werd, had een ernstige studie gemaakt van
+de tale Albions en braakte nu den geheelen dag door met zijn scherpste
+faussettonen vloeken tegen zijn buurman uit. Dat was inderdaad iets
+onverdragelijks. Dolorès zelf leed eronder, maar zij hoopte dat
+dit Mr. Birn'n binnen enkele dagen tot den aftocht zou dwingen:
+dat toch was het doel, dat haar eigenliefde zich gesteld had. De
+eilandbewoner van zijn kant had allerlei middelen uitgedacht om zich
+te wreken. Om te beginnen had hij in zijn salon een trommel-academie
+gesticht, maar de commissaris van politie had daarover zijn veto
+uitgesproken. Toen had hij, met den dag vindingrijker wordend, een
+schietbaan voor pistool aangelegd; dagelijks verschoten zijn bedienden
+minstens vijftig schijven. Weer kwam de commissaris tusschenbeide
+en maakte hem opmerkzaam op een artikel uit de politieverordening,
+waarbij het gebruik van vuurwapen in bewoonde huizen strafbaar
+gesteld was. Mr. Birn'n liet het vuren dus staken. Maar acht dagen
+later merkte mademoiselle Dolorès dat het in haar appartementen
+regende. Ten gevolge daarvan stelde de huiseigenaar een onderzoek in
+bij Mr. Birn'n, dien hij aantrof juist op het oogenblik, dat hij op
+het punt stond een zeebad te nemen in zijn salon. De wanden van dit
+vrij groote vertrek waren n.l. in de rondte met zinken platen bekleed;
+alle deuren waren toegespijkerd; en in dat geïmproviseerde bassin
+had men in een honderd drachten water een vijfhonderd centenaars zout
+vermengd. Het was een echte Oceaan in het klein. Niets ontbrak eraan,
+zelfs de visschen niet. Door een in het bovenpaneel van de middendeur
+aangebrachte opening kon men in dit zeetje afdalen en Mr. Birn'n nam
+op die wijze dagelijks een bad. Na korten tijd begon men in den wijk
+de werkingen van eb en vloed waar te nemen, terwijl mademoiselle
+Dolorès een halven duim water in haar slaapkamer had staan.
+
+De huisheer werd woedend en dreigde Mr. Birn'n met een proces tot
+schadevergoeding voor de in zijn pand aangerichte verwoesting.
+
+"Ik dan niet heb het recht in mijn huis mij te baden?"
+
+"Neen, mijnheer!"
+
+"Als ik niet heb het recht, dan goed," zeide de Engelschman vol
+eerbied voor de wet van het land, waarin hij leefde. "Het is jammer,
+ik amuseerde zoo mij."
+
+En denzelfden avond nog gaf hij order zijn Oceaan te laten
+leegloopen. Het was inderdaad hoog tijd: op den vloer had zich reeds
+een oesterbank gevormd.
+
+Doch daarom had Mr. Birn'n den strijd niet opgegeven; integendeel
+hij zocht naar een wettig middel tot voortzetting van dezen zeldzamen
+oorlog, die het onderwerp van gesprek uitmaakte van geheel Parijs, want
+de tijding van dit avontuur had zich spoedig in de schouwburg-foyers
+en andere openbare plaatsen verspreid. Het was dus voor Dolorès
+een eere-zaak om als overwinnares uit dezen strijd, die reeds tot
+verschillende weddenschappen aanleiding gegeven had, te voorschijn
+te treden.
+
+Mr. Birn'n was toen op het denkbeeld van den piano gekomen. Dat was
+zoo'n kwaad denkbeeld niet: het nietswaardigste van alle instrumenten
+was zonder twijfel in staat den strijd aan te binden tegen den
+nietswaardigsten van alle vogels. Zoodra dat goede denkbeeld
+bij hem opgekomen was, had de Engelschman zich gehaast het ten
+uitvoer te brengen. Hij had een piano gehuurd en daarbij een pianist
+gevraagd. Die pianist nu was, zooals men zich herinneren zal, onze
+vriend Schaunard. De Engelschman wijdde hem dadelijk in alle hem
+door den papegaai van zijn buurvrouw aangedane martelingen in en
+stelde hem ook in kennis met alles wat hij reeds geprobeerd had om
+de actrice tot overgave te dwingen.
+
+"Maar milord," zeide Schaunard; "er bestaat toch een heel eenvoudig
+middel om dat beest uit den weg te ruimen; peterselie. Alle
+scheikundigen zijn het volkomen eens, dat deze soepplant Pruisisch
+zuur voor die dieren is; strooi dus wat fijngehakte peterselie op uw
+tapijten en laat die uit het raam boven de kooi van Coco uitkloppen:
+hij zal daar even zeker aan sterven als wanneer hij te dineeren
+gevraagd was bij paus Alexander VI."
+
+"Daar ik wel aan heb gedacht," antwoordde Mr. Birn'n, "maar de dier
+wordt bewaakt; de piano is zekerder."
+
+Schaunard, die den Engelschman in den beginne niet begreep, keek hem
+verwonderd aan.
+
+"Luister eens wat ik bedacht heb. De comediante en haar dier slapen
+tot 's middags twaalf uur. Volg nu goed mijn redeneering ..... Ik
+van plan ben haar te storen in haar slaap. De wet van dit land mij
+toestaat te maken muziek van den ochtend tot den avond. Begrijpt u,
+wat ik verwacht van u?"
+
+"Maar de actrice zal het heusch niet zoo onaangenaam vinden om mij
+den geheelen dag piano te hooren spelen, en dat nog wel gratis,"
+meende Schaunard. "Ik ben een eerste klas pianist en wanneer ik tering
+had ....."
+
+"Ho, ho!" viel de Engelschman hem in de rede; "ik u ook niet zeg
+te maken goede muziek. U moet maar slaan op het instrument. Zoo
+bijvoorbeeld ....." en Mr. Birn'n probeerde een gamma te spelen;
+"en altijd hetzelfde, altijd hetzelfde, meedoogenloos, mijnheer
+de muzikant, altijd weer de gamma. Ik weet wat van geneeskunde,
+dat maakt krankzinnig. Zij zullen daar beneden krankzinnig worden,
+daarop ik reken. Neem plaats aan het instrument, mijnheer; ik betalen
+zal u goed."
+
+"Dit nu," zeide Schaunard, die al de bijzonderheden, welke men
+hierboven gelezen heeft, verteld had; "dit nu is sedert veertien
+dagen mijn bezigheid: een gamma en niets dan diezelfde gamma van
+'s ochtends vijf uur tot 's avonds. Het behoort, strikt genomen,
+niet tot de ernstige kunst; maar wat kan ik eraan doen, kinderen? De
+Engelschman betaalt voor het lawaaimaken tweehonderd francs per maand;
+je moet wel een beul voor je eigen lichaam zijn, om zoo'n buitenkansje
+van de hand te wijzen. Ik heb het aangenomen en over een paar dagen
+ga ik naar de bank om het salaris voor de eerste maand te halen."
+
+Aan het slot van die wederkeerige vertrouwelijke mededeelingen
+besloten de drie vrienden dit gelijktijdige binnenkomen van
+looddeelen te gebruiken, om de gerechtvaardigde coquetterie van hun
+vriendinnetjes te bevredigen en haar het voorjaarscostuum te geven,
+waarnaar zij zoo vurig verlangden. Bovendien spraken zij af, dat
+degene, die het eerst zijn geld krijgen zou, wachten moest tot bij
+de andere dezelfde blijde gebeurtenis plaats gehad zou hebben, om op
+die manier de inkoopen gemeenschappelijk te doen en de dames Mimi,
+Musette en Phémie gelijktijdig het genoegen te laten smaken zich
+"in een nieuwe huid te steken", zooals Schaunard het noemde.
+
+Twee of drie dagen na deze geheime bijeenkomst opende Rodolphe de
+rij, zijn osanorisch gedicht was betaald; hij woog tachtig francs
+zwaarder. Nog twee dagen later had Marcel van Médicis het honorarium
+voor achttien korporaalsportretten à zes francs ontvangen.
+
+"Het is net, of ik goud zweet," zeide de dichter.
+
+"Ik heb precies hetzelfde gevoel," antwoordde Marcel. "Als Schaunard
+nog lang talmt, zal ik onmogelijk mijn rol van anonymen Croesus verder
+kunnen spelen."
+
+Maar den volgenden dag reeds zagen de bohémiens Schaunard in een
+prachtig goudgeel nangkin jaquette thuiskomen.
+
+"Goede God!" riep Phémie, die door het zien van haar zoo elegant
+gebonden minnaar verblind werd; "waar heb jij die jas gevonden?"
+
+"Tusschen mijn papieren," antwoordde de gammakunstenaar, terwijl hij
+zijn vrienden een wenk gaf, om hem te volgen.
+
+"Ik heb het," zeide hij, toen zij alleen waren; "daar heb je het
+zaakje," en hij liet een handvol goudstukken zien.
+
+"Voorwaarts, marsch dan!" riep Marcel uit; "laten we de magazijnen
+gaan plunderen! Wat zal Musette in haar schik zijn!"
+
+"En Mimi dan!" voegde Rodolphe eraan toe. "Nou vooruit, ga je mee,
+Schaunard?"
+
+"Laat ik nog even op één ding wijzen!" antwoordde de
+gammakunstenaar. "Wanneer we de dames overladen met de duizend
+luimen der mode, begaan we misschien een dwaasheid. Denkt eens goed
+na. Zijn jullie niet bang, dat, als zij op de platen uit de Echarpe
+d'Iris gelijken, al die pracht en praal een verderfelijken invloed
+op haar karakter zal uitoefenen? En past het bovendien jongemannen,
+zooals wij zijn, de vrouwen zoo te behandelen, alsof wij afgeleefde en
+gerimpelde grijsaards waren? Ik zeg dit niet, omdat ik geen veertien of
+achttien francs ervoor over heb, om Phémie een nieuw costuum te geven,
+maar omdat ik bang ben, dat zij mij niet meer zal willen groeten, als
+zij eenmaal een nieuwen hoed heeft. En wat is ze knap, als ze alleen
+maar een bloem in haar haar heeft. Wat zeg jij ervan?" Deze vraag was
+gericht tot Colline, die tijdens Schaunard's rede binnengekomen was.
+
+"Ondank is de zoon der weldaad," zeide de wijsgeer.
+
+"En ook mogen jullie wel eens overwegen," ging Schaunard voort, "wat
+voor figuur jullie in je afgedragen pakken naast je vriendinnetjes
+in haar elegante costuums zult maken. Je zult er uit zien als haar
+kamermeisjes. Ik zeg dat niet voor mij," voegde Schaunard er aan toe,
+terwijl hij in zijn nangkin rok een breede borst zette, "ik kan mij
+nu, Goddank, overal laten zien!"
+
+Niettegenstaande de oppositie van Schaunard werd toch besloten
+den volgenden dag alle bazars in de buurt ter wille van de dames
+te plunderen.
+
+En werkelijk kwamen den volgenden ochtend op hetzelfde uur, dat wij
+in het begin van dit hoofdstuk mademoiselle Mimi heel verbaasd over
+de afwezigheid van Rodolphe wakker hebben zien worden, de dichter
+en zijn twee vrienden met een loopjongen uit de "Twee Apen" en een
+modiste, die de stalen droegen, de trap naar hun kamer op. Schaunard,
+die inmiddels den beroemden jachthoorn gekocht had, liep voorop en
+blies de ouverture van "De Karavaan."
+
+Musette en Phémie, door Mimi, die in den entresol woonde, geroepen,
+vlogen op het bericht, dat er hoeden en japonnen voor haar gebracht
+werden, als een lawine de trap af. Bij het zien van al de armzalige
+rijkdommen, die voor haar uitgestald lagen, werden de drie vrouwen
+bijna dol van blijdschap. Mimi kreeg een aanval van overmoedige
+vroolijkheid: zij sprong rond als een geit en zwaaide een dunne
+wollen sjaal heen en weer. Musette was Marcel om den hals gevlogen
+en had in iedere hand een klein groen laarsje, die zij als cymbalen
+tegen elkaar sloeg. Phémie keek snikkend Schaunard aan en kon niets
+anders uitbrengen dan de woorden:
+
+"O, mijn Alexander, mijn Alexander!"
+
+"Bij haar is het gevaar niet groot, dat ze de geschenken van Artaxerxes
+weigert," mompelde de wijsgeer Colline.
+
+Toen de eerste vreugde wat geluwd, de keuze gemaakt en de rekeningen
+betaald waren, zeide Rodolphe tot de drie dames, dat zij zorgen
+moesten den volgenden ochtend haar costuums af te hebben.
+
+"We gaan naar buiten!" zeide hij.
+
+"Dat is zoo moeilijk niet!" riep Musette uit. "Het is niet voor het
+eerst, dat ik op één en denzelfden dag een japon gekocht, geknipt,
+genaaid en aangetrokken heb. Wij zullen klaar zijn, niet waar dames?"
+
+"Natuurlijk!" riepen Mimi en Phémie tegelijk uit.
+
+Dadelijk gingen zij aan het werk en de eerstvolgende zestien uur
+gaven zij schaar en naald geen oogenblik rust.
+
+De volgende dag was de eerste Mei. De Paaschklokken hadden reeds
+eenige dagen tevoren de opstanding der lente ingeluid; en van alle
+kanten kwam zij nu haastig en vroolijk aan; zij kwam, zooals het in
+het Duitsche volkslied heet, als de jonge bruidegom, die den Meiboom
+onder het venster van zijn geliefde gaat planten. Zij schilderde den
+hemel blauw, de boomen groen en al het andere in mooie kleuren. Zij
+wekte de zon, die in haar nevelbed sliep, het hoofd op de van sneeuw
+zwangere wolken, die haar tot kussen dienden, en riep haar toe:
+"Sta op, vriendin, het is tijd! Hier ben ik! Vlug aan het werk! Trek
+zonder talmen je mooi nieuw stralenkleed aan en laat je dadelijk op
+je balkon zien, om mijn komst te melden!"
+
+Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu
+trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun
+pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel
+door de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn
+bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men
+reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest
+zag komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters
+en verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg, [38] een
+leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve vingers,
+die den arme nog doet rillen aan het hoekje van zijn haard, waarin
+de laatste vonken van zijn laatste houtblok reeds lang uitgedoofd
+zijn. Zoele koeltjes golfden door de heldere atmospheer en droegen
+de eerste geuren der naburige velden naar de stad. De heldere, warme
+zonnestralen klopten tegen de vensterruiten en zeiden tot den zieke:
+"Doe open, wij zijn de gezondheid!" en tot het meisje, dat in haar
+dakkamertje voor haar spiegel staat, die onschuldige eerste liefde
+der onschuldigen: "Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen;
+wij zijn de lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken,
+je stroohoed opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de
+grasperken, waarop gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen,
+en reeds lokken de violen ten dans. Gegroet, gij schoone!"
+
+Toen de dichtstbijzijnde kerkklokjes het Angelus luidden, stonden onze
+drie ijverige coquetten, die nauwelijks tijd hadden kunnen vinden,
+om een paar uur te slapen, reeds voor haar spiegel, om een laatsten
+onderzoekenden blik op haar nieuwe toiletjes te werpen.
+
+Zij zagen er in haar gelijkkleurige costuums alle drie bekoorlijk
+uit en op haar gezichtjes was duidelijk de bevrediging te lezen,
+die de verwezenlijking van een lang gekoesterden wensch geeft.
+
+Vooral Musette straalde van schoonheid.
+
+"Ik ben nog nooit zoo in mijn schik geweest," zeide zij tot Marcel;
+"het is net, alsof de goede God al het geluk, dat voor mij bestemd is,
+in dit eene uur samengedrongen heeft, en ik ben bang, dat er nu voor
+het vervolg niet veel meer overblijft. Maar kom, wanneer er niet meer
+zijn zal, dan maken we het zelf. Wij hebben er een goed recept voor,"
+voegde zij er vroolijk aan toe, terwijl ze Marcel een kus gaf.
+
+Phémie had iets, dat haar hinderde.
+
+"Ik houd wel van het groen en de kleine vogels," zeide zij; "maar
+buiten kom je niemand tegen, zoodat niemand mijn mooien hoed en japon
+zal zien. Kunnen we niet op den boulevard gaan picnicken?"
+
+Om acht uur werd de geheele straat door de fanfares van den jachthoorn
+van Schaunard, die het signaal tot vertrek gaf, in rep en roer
+gebracht. De buren kwamen aan het venster, om de bohémiens voorbij
+te zien gaan. Colline, die van de partij was, sloot den stoet met
+de parasols der dames onder zijn arm. Een uur later was het geheele
+vroolijke troepje in Fontenay-aux-Roses.
+
+Toen zij 's avonds, aardig laat, thuiskwamen, verklaarde Colline,
+die den geheelen dag de functies van schatbewaarder vervuld had, dat
+zij zes francs vergeten hadden uit te geven, en legde dat overschot
+op tafel.
+
+"Wat moeten we daarmee beginnen?" vroeg Marcel.
+
+"Hoe zou je het vinden, als we er effecten voor kochten?" was
+Schaunard's antwoord.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII.
+
+DE MOF VAN FRANCINE.
+
+
+I
+
+Onder de echte bohémiens der echte bohème heb ik indertijd een
+zekeren Jacques D.... gekend. Hij was beeldhouwer en beloofde
+mettertijd een groot kunstenaar te zullen worden. Doch zijn ellendige
+levensomstandigheden hebben hem niet den tijd gelaten die beloften
+te houden. Hij stierf in Maart 1814, in het hospitaal Saint-Louis,
+zaal Sainte-Victoire, bed 14, aan uitputting.
+
+Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen tijd
+ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques
+een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op
+voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks
+opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik
+hem geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen,
+dat den onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is
+gestorven zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met
+den dood strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan
+een der afschuwelijkste scènes, die ik in dezen caravansérail [39]
+van menschelijk lijden heb medegemaakt. De vader, dien men met zijn
+overlijden in kennis gesteld had, was het lijk komen opeischen en had
+een tijd lang afgedongen op de door de administratie geëischte som van
+zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde
+hij zóó lang en zóó hardnekkig, dat men hem ten slotte zes francs
+minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist wilde leggen, nam
+de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende laken weg en vroeg
+aan een der vrienden van den overledene om geld voor het lijkkleed. De
+arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar Jacques' vader,
+die in een opwelling van drift en woede vroeg, of men hem nooit met
+rust zou laten.
+
+Toen wierp de zuster, die dit afschuwelijke tooneel meemaakte, een
+blik op het lijk en sprak de aangrijpend naïeve woorden:
+
+"Maar mijnheer, de arme jongen kan toch zoo niet begraven worden:
+het is zoo koud; geef hem tenminste een hemd, opdat hij niet heelemaal
+naakt voor onzen lieven Heer verschijnt."
+
+Eindelijk gaf de vader den vriend vijf francs om een hemd te koopen,
+doch drukte hem daarbij op het hart het te halen bij een uitdrager
+in de rue Grange-aux-Belles, die tweedehandsche hemden had.
+
+"Dat is niet zoo duur," voegde hij eraan toe.
+
+Later kreeg ik opheldering omtrent die onmenschelijke hardheid van
+Jacques' vader: hij was woedend, dat zijn zoon zich aan de kunst
+gewijd had, en die woede was zelfs bij het zien van de lijkkist niet
+tot bedaren gekomen.
+
+Maar ik ben al heel ver afgedwaald van mademoiselle Francine en haar
+mof. Doch ik kom er nu toe: mademoiselle Francine was het eerste en
+eenige vriendinnetje van Jacques geweest, die toch niet oud gestorven
+was, want hij was nauwelijks drie-en-twintig, toen zijn vader hem
+heelemaal naakt onder den grond wilde laten stoppen. Jacques heeft
+mij het verhaal van die amourette gedaan, toen hij nummer 14 en ik
+nummer 16 was op de zaal Sainte-Victoire, een vreeselijke plaats om
+te sterven.
+
+Maar wacht nog even, lezer! Voor ik dit verhaal begin, dat zeer mooi
+zou zijn, als ik het kon oververtellen zooals Jacques het mij verteld
+heeft, moet ik nog eerst een pijp aansteken, die oude steenen pijp,
+die Jacques mij gegeven heeft op den dag, dat de dokter hem het rooken
+verboden had. Maar 's nachts, wanneer de broeder sliep, leende hij
+zijn pijp van mij en vroeg me wat tabak: je verveelt je 's nachts
+zoo in die groote zalen, wanneer je niet slapen kunt en pijn hebt.
+
+"Een of twee trekjes maar!" zeide hij, en ik liet hem zijn gang
+gaan en wanneer zuster Sainte-Géneviève de rondte deed, hield zij
+zich alsof zij niet merkte, dat er gerookt werd. O, goede zuster,
+wat waart ge goed en wat waart ge mooi, wanneer ge ons met wijwater
+kwaamt besprenkelen! We zagen u reeds van verre aankomen, wanneer
+ge zoo zacht liept onder de sombere gewelven in uw wijden witten
+nonnesluier, welks mooie plooien Jacques zoo bewonderde. O, goede
+zuster, gij waart de Beatrice [40] van dezen hel. Zoo zoet en zacht
+klonken uw troostwoorden, dat we alleen klaagden, om door u getroost
+te worden. Als mijn vriend Jacques niet gestorven was, zou hij voor
+u een kleine Heilige Maagd gebeeldhouwd hebben, goede zuster Géneviève!
+
+Eerste lezer: En waar blijft de mof nu? Ik zie er nog niets van.
+
+Tweede lezer: En mademoiselle Francine dan?
+
+Eerste lezer: Het is heelemaal geen vroolijk verhaal.
+
+Tweede lezer: Je kunt niets zeggen, voor we het slot weten.
+
+Ik vraag u wel vergiffenis, heeren, de pijp van mijn vriend is de
+oorzaak van al deze afdwalingen. Overigens heb ik volstrekt niet
+beloofd u te zullen laten lachen. Het gaat niet altijd vroolijk toe
+in het bohème-leven.
+
+Jacques en Francine hadden elkaar leeren kennen in een huis in de rue
+de la Tour d'Auvergne, waarin zij in het begin van April gelijktijdig
+waren komen wonen.
+
+Eerst na acht dagen werden tusschen den kunstenaar en het jonge meisje
+die buurpraatjes gewisseld, welke een noodzakelijk gevolg zijn van
+het op dezelfde verdieping wonen; en toch kenden zij elkaar reeds, nog
+voordat ze één woord gewisseld hadden. Francine wist, dat haar buurman
+een arme tobberd van een kunstenaar was, en Jacques had gehoord, dat
+zijn buurmeisje een naaistertje was, van huis weggeloopen, om zich
+aan de slechte behandeling door haar stiefmoeder te onttrekken. Zij
+deed wonderen van spaarzaamheid om er zich, zooals men dat noemt,
+"door heen te slaan" en daar zij nooit genietingen had leeren kennen,
+miste zij die niet en verlangde zij er niet naar.
+
+De kennismaking had plaats op de volgende manier. Op een zekeren
+Aprilavond kwam Jacques doodmoe, met een leege maag en in een heele
+trieste stemming op zijn kamer. Het was een onbestemde triestheid,
+die geen bepaalde reden heeft, die je overal en op ieder uur kan
+overvallen--een soort apoplexie van het hart, waarvoor voornamelijk die
+ongelukkigen, die alleen leven, vatbaar zijn. Jacques, die het in het
+kleine kamertje benauwd kreeg, wierp het raam open, om versche lucht te
+kunnen inademen. Het was een prachtige avond en de ondergaande zon spon
+om de heuvels van Montmartre een droefgeestigen tooversluier. Jacques
+bleef voor het raam zitten mijmeren en luisterde naar het koor der
+gevederde lentezangers, die in de avondstilte zongen; en zijn trieste
+stemming werd nog triester. Toen hij een raaf krassend voorbij zag
+vliegen, dacht hij aan den tijd, waarin de raven brood brachten aan
+Elia, den vromen kluizenaar, en maakte hij bij zichzelf de opmerking,
+dat de raven thans niet zoo barmhartig meer zijn. Ten slotte kon hij
+het niet langer uithouden, hij sloot zijn raam, trok het gordijn dicht
+en stak, daar hij geen geld had, om olie te koopen, een harskaars aan,
+die hij van een reis naar La Grande Chartreuse meegebracht had. En
+in een steeds melancholieker stemming stopte hij zijn pijp.
+
+"Gelukkig, dat ik nog zooveel tabak heb, dat ik het pistool door den
+rook niet meer zal zien," mompelde hij en begon te rooken.
+
+Mijn vriend Jacques moest dien avond wel heel droefgeestig zijn, dat
+hij erover dacht "het pistool te omsluieren". Dat was zijn laatste
+toevlucht in groote crisissen; en meestal lukte het hem wel. Het middel
+bestond hierin: Jacques rookte tabak, waarop hij een paar druppels
+laudanum gesprenkeld had, en hij rookte zoo lang, totdat de rookwolk,
+die uit zijn pijp kwam, dik genoeg geworden was, om alle voorwerpen,
+die in zijn kamertje waren, en met name een aan den muur hangend
+pistool in een waas voor hem te hullen. Dat was een kwestie van een
+pijp of tien. Wanneer het pistool geheel onzichtbaar geworden was,
+sliep hij gewoonlijk door de gecombineerde werking van de tabak en
+het laudanum in en meestal verliet zijn droefgeestigheid hem op den
+drempel van zijn droomen.
+
+Doch dien avond had Jacques al zijn tabak opgerookt en was het
+pistool volkomen onzichtbaar geworden, en nog was hij steeds bitter
+droefgeestig. Dien avond was daarentegen mademoiselle Francine
+buitengewoon opgewekt, toen zij naar huis terugkeerde en evenmin
+als Jacques' droefgeestigheid had Francine's opgewekte stemming
+een bepaalde oorzaak: het was een vroolijkheid, die, om zoo te
+zeggen, uit den hemel valt en die de goede God in goede harten doet
+nederdalen. Kort en goed, mademoiselle Francine was dus vroolijk en
+opgewekt en kwam zingend de trap op. Maar toen zij haar kamerdeur wilde
+open maken, blies plotseling een rukwind, die door het openstaande
+raam binnenkwam, haar kaars uit.
+
+"Lieve Hemel, hoe vervelend!" riep het jonge meisje uit. "Nu moet ik
+weer zes trappen op en af."
+
+Toen zij echter in Jacques' kamer licht zag, gaf een instinct van
+gemakzucht, geënt op een gevoel van nieuwsgierigheid, haar de gedachte
+in den kunstenaar om licht te vragen. Dat zijn van die diensten,
+die je elkaar onder verdiepingsgenooten dagelijks bewijst, dacht zij
+bij zichzelf, en het is volstrekt niet compromitteerend. Dus klopte
+zij tweemaal zacht op de deur van Jacques, die, een weinig verrast
+over dit late bezoek, open ging doen. Doch nauwelijks had zij een
+stap in de kamer gedaan, of de rook, die daarin hing, benam haar
+den adem en zij viel, voordat zij nog een woord had kunnen zeggen,
+bewusteloos op een stoel, waarbij zij haar sleutel en haar kaars
+uit haar hand liet vallen. Het was middernacht, iedereen in huis
+lag in diepe rust. Jacques vond het beter niet om hulp te roepen:
+hij was bang daardoor zijn buurmeisje aan allerlei praatjes te zullen
+blootstellen. Hij wierp dus slechts het raam open, om frissche lucht
+binnen te laten; en toen hij het jonge meisje een paar druppels water
+in het gezicht gesprenkeld had, zag hij, dat zij haar oogen opsloeg
+en langzamerhand weer bijkwam. Toen zij na verloop van vijf minuten
+weer geheel tot bewustzijn gekomen was, vertelde zij hem waarom zij
+bij hem had aangeklopt en maakte zij hem haar excuses voor den last,
+dien zij hem veroorzaakt had.
+
+"Nu ik weer heelemaal beter ben," voegde zij eraan toe, "kan ik
+weer naar mijn kamer". Hij had de deur geopend, toen zij bemerkte,
+dat zij niet alleen vergat haar kaars aan te steken, maar ook dat
+zij den sleutel van haar kamer niet had.
+
+"Ik ben nog wat in den war," zeide zij, terwijl zij met haar blaker
+naar de harskaars ging; "ik ben hier gekomen om licht te halen en nu
+ga ik zonder weg."
+
+Doch op hetzelfde oogenblik ging door de tocht, die ontstond door het
+open gebleven zijn van de deur en van het raam, plotseling de kaars
+uit en bevonden de twee jonge menschen zich in het donker.
+
+"Je zoudt bijna gelooven, dat het expres gebeurt," zeide Francine. "Wat
+vervelend, dat ik u zooveel overlast moet aandoen, maar zoudt u niet
+zoo goed willen zijn om wat licht te maken, anders zal ik mijn sleutel
+niet kunnen vinden."
+
+"Zeker wel, mademoiselle," antwoordde Jacques en zocht tastend naar
+lucifers.
+
+Hij had ze al heel gauw gevonden. Plotseling echter kwam hij op een
+eigenaardige gedachte; hij stak de lucifers in zijn zak en riep uit:
+
+"Lieve hemel, al weer een nieuwe moeilijkheid, mademoiselle, ik heb
+geen enkelen lucifer meer hier; ik heb den laatsten gebruikt, toen
+ik thuis kwam."
+
+"Een prachtig gevonden list," dacht hij bij zichzelf.
+
+"Goede God!" riep Francine uit; "ik kan wel naar mijn kamer gaan--ik
+zal daar niet in zeven slooten tegelijk loopen, maar om erin te komen,
+moet ik mijn sleutel hebben. Ach mijnheer, help mij even zoeken,
+hij moet op den grond liggen".
+
+"Laten we maar even zoeken, mademoiselle," zeide Jacques.
+
+En nu waren zij beiden in het donker naar het verloren schaap aan
+het zoeken; maar alsof zij door hetzelfde instinct bestuurd werden,
+ontmoetten hun handen, die op dezelfde plaats zochten, elkaar wel
+tienmaal in de minuut. En daar zij beiden even onhandig waren, vonden
+zij den sleutel niet.
+
+"De maan is op het oogenblik door een wolk bedekt, maar schijnt
+dadelijk vlak in mijn kamer," zeide Jacques. "Wacht u dus even. Straks
+zal zij ons bij het zoeken helpen."
+
+Om den tijd wat te bekorten, begonnen zij te praten. Een gesprek in
+het donker, in een klein kamertje, in een lentenacht; een gesprek,
+dat, in den beginne nietszeggend en onbeteekenend, langzamerhand
+vertrouwelijker wordt ..... u weet, waarheen dat leidt. De zinnen
+worden wat onsamenhangend en door veelzeggende pauzes onderbroken;
+de stem wordt zachter; woorden wisselen af met zuchten. De handen,
+die elkaar ontmoeten, vullen de gedachte aan, die uit het hart naar
+de lippen stijgt, en .... Zoekt het slot maar in uw herinneringen,
+jonge paartjes. Zoek het, jonge man, zoek het, jonge vrouw, zoekt
+het gij, die vandaag arm in arm en hand in hand loopt en elkaar twee
+dagen tevoren nog nooit gezien hadt.
+
+Eindelijk kwam de maan achter de wolken te voorschijn en wierp haar
+lichte stralen in het kamertje. Mademoiselle Francine werd wakker
+als uit een droom en stiet een klein gilletje uit.
+
+"Wat is er?" vroeg Jacques, die zijn armen om haar middel sloeg.
+
+"Niets," mompelde Francine; "ik dacht, dat ik hoorde kloppen."
+
+En zonder dat Jacques het merkte, schoof zij met haar voet den sleutel,
+dien zij vlak bij zag liggen, onder een kast.
+
+Zij wilde hem niet vinden.
+
+
+
+Eerste Lezer: Ik zal dit verhaal mijn dochter zeker niet in handen
+geven.
+
+Tweede Lezer: Tot nog toe heb ik geen haar van Francine's mof gezien;
+en wat het meisje zelf betreft, ik weet nog niet eens of zij bruin
+of blond is.
+
+Geduld lezers, geduld! Ik heb u een mof beloofd en ik zal u die ook
+geven, zooals mijn vriend Jacques er een gegeven heeft aan zijn arm
+vriendinnetje Francine, die, zooals ik hierboven door de puntjes heb
+aangeduid, zijn maîtresse geworden was. Francine was blond, blond
+en vroolijk, wat niet dikwijls voorkomt. Tot haar twintigste jaar
+had zij de liefde niet gekend; maar een onbestemd voorgevoel van
+haar naderend einde waarschuwde haar, dat zij zich moest haasten,
+als zij die nog wilde leeren kennen.
+
+Zij ontmoette Jacques en kreeg hem lief. Hun liaison duurde zes
+maanden. In het voorjaar hadden zij elkaar gevonden; in het najaar
+scheidden zij weer. Francine was een teringlijdster, zij wist het en
+haar vriend Jacques wist het ook: veertien dagen nadat hij met Francine
+was gaan samen wonen, had hij het gehoord van een van zijn vrienden,
+die dokter was. Zij zou met het vallen der gele bladeren heengaan,
+had hij gezegd.
+
+Francine had die voorspelling gehoord en zag eveneens, hoe wanhopig
+haar vriend daaronder was.
+
+"Wat kunnen ons die gele bladeren schelen?" zeide zij met een
+glimlach, waarin zij al haar liefde legde; "wat kan ons het najaar
+schelen? Wij zijn in den zomer en de bladeren zijn groen: laten we
+die niet ongebruikt voorbij laten gaan ..... En wanneer je ziet,
+dat ik uit dit leven heengaan wil, neem me dan in je armen, kus me
+en verbied me weg te gaan. Ik ben gehoorzaam, dat weet je; dus zal
+ik bij je blijven!"
+
+En zoo leefde dit bekoorlijke schepseltje vijf maanden lang met lachjes
+en liedjes op haar lippen het moeilijke bohème-leven mede. Jacques
+liet zich daardoor om den tuin leiden; zijn vriend zeide dikwijls tot
+hem: "Francine gaat achteruit; zij moet goed verpleegd worden." Dan
+liep Jacques heel Parijs af om geld te vinden voor de door den dokter
+voorgeschreven geneesmiddelen, maar Francine wilde er niets van weten
+en wierp ze het raam uit. Wanneer zij 's nachts een hoestaanval kreeg,
+stond zij zachtjes op en ging naar de gang, uit vrees, dat Jacques
+het anders hooren zou.
+
+Toen zij op een goeden dag samen buiten waren, zag Jacques, dat er aan
+de boomen gele bladeren begonnen te komen. Treurig keek hij Francine
+aan, die langzaam en mijmerend naast hem liep.
+
+Francine zag hem bleek worden en raadde de oorzaak ervan.
+
+"Je lijkt wel niet goed wijs," zeide zij, terwijl zij hem een kus gaf;
+"wij zijn pas in Juli; het is nog drie maanden voor October in het
+land is: en wanneer wij, zooals wij dat doen, elkaar dag en nacht
+liefhebben, dan verdubbelen we den tijd, dien we nog samen te leven
+hebben. En wanneer ik mij met het vallen der gele bladeren erger voel
+worden, dan gaan we in een dennenbosch wonen: daar zijn de bladeren
+altijd groen."
+
+
+
+In het begin van October moest Francine het bed blijven
+houden. Jacques' vriend behandelde haar. Het kleine kamertje, waarin
+zij woonden, lag op de bovenste verdieping van het huis en zag uit
+op een binnenplaats, waarin een boom stond, welks bladerentooi met
+den dag dunner werd. Jacques had een gordijn voor het raam gehangen,
+om den boom voor het oog van de zieke te verbergen; maar Francine
+stond erop, dat het weer weggenomen werd.
+
+"Lieve jongen!" zeide zij tot Jacques; "ik zal je honderd maal meer
+zoenen geven, dan de boom bladeren heeft .... En zij voegde eraan toe:
+"Ik voel me trouwens veel beter .... Ik zal heel gauw weer uit kunnen
+gaan, maar omdat het zoo koud is en ik geen winterhanden wil krijgen,
+moet je een mof voor me koopen."
+
+Gedurende den geheelen duur van haar ziekte was die mof haar eenige
+wensch.
+
+Den dag voor Allerheiligen was Jacques wanhopiger dan ooit. Francine
+zag het en wilde hem wat moed geven, en om hem te bewijzen, dat het
+werkelijk beter ging, stond zij op.
+
+Juist op dat oogenblik kwam de dokter, die haar dwong onmiddellijk
+weer naar bed te gaan.
+
+"Jacques," fluisterde hij den artist in het oor; "wees sterk,
+kerel! Het is afgeloopen .... Francine moet sterven."
+
+Jacques smolt in tranen weg.
+
+"Je kunt haar nu alles geven, wat zij vraagt; er is geen hoop meer."
+
+Francine hoorde met haar oogen wat de dokter haar vriend toefluisterde.
+
+"Geloof hem niet!" riep zij, terwijl zij haar armen naar Jacques
+uitstrekte; "geloof hem niet, hij liegt. Morgen gaan we samen uit
+.... dan is het Allerheiligen; het zal koud zijn, ga een mof voor me
+koopen .... Ik heb zoo vreeselijk het land aan winterhanden."
+
+Jacques wilde met zijn vriend weggaan; Francine echter vroeg den
+dokter nog even te blijven.
+
+"Ga jij de mof koopen, Jacques," zeide zij; "neem maar een goede,
+dan duurt hij des te langer."
+
+Toen zij met den dokter alleen was, zeide zij:
+
+"O, dokter, ik ga sterven, ik weet het .... Maar geef mij, vòòr ik
+heenga, nog een middel, dat mij voor één nacht mijn krachten teruggeeft
+.... ik smeek u erom: maak mij nog één nacht mooi, dan wil ik gaarne
+sterven, nu de goede God niet wil, dat ik nog langer leef."
+
+Toen de dokter haar zoo goed mogelijk troostte, woei een windvlaag
+door het openstaande raam een geel blad van den boom op de binnenplaats
+op het bed der zieke.
+
+Francine schoof het gordijn weg en zag, dat de boom heelemaal kaal was.
+
+"Dat is het laatste," mompelde zij en legde het blad onder haar kussen.
+
+"U zult morgen pas sterven," zeide de dokter tot haar; "u hebt nog
+een nacht voor u."
+
+"Wat een geluk!" zeide het jonge meisje. "Een winternacht .... die
+duurt lang."
+
+Jacques kwam met een mof terug.
+
+"Wat een mooie!" zeide Francine; "als ik uitga, zal ik hem dragen."
+
+Den nacht bracht zij in Jacques' armen door.
+
+Den volgenden dag, Allerheiligen, trad met het kleppen van het
+middag-angelus de doodstrijd in. Zij begon over haar geheele lichaam
+te beven.
+
+"Ik heb zulke koude handen," mompelde zij. "Geef me mijn mof."
+
+En zij wikkelde haar magere handen in het bont ....
+
+"Het is het einde," zeide de dokter tot Jacques; "geef haar een
+afscheidskus."
+
+Jacques drukte zijn lippen op die van zijn vriendinnetje. In het
+laatste oogenblik wilden zij de mof wegnemen, maar krampachtig hield
+zij die vast.
+
+"Neen, neen!" zuchtte zij; "laat ik die houden; het is winter en zoo
+koud ..... Mijn arme Jacques .... Mijn arme Jacques .... wat moet er
+van je worden ... O, God!"
+
+En den volgenden dag was Jacques alleen.
+
+Eerste lezer: Ik heb wel gezegd, dat het geen vroolijk verhaal was!
+
+Wat zal ik u zeggen, lezer? Men kan niet altijd lachen.
+
+
+
+
+II.
+
+Het was de ochtend van Allerheiligen. Francine was zooeven gestorven.
+
+Twee mannen waakten aan het sterfbed: de een, die erbij stond, was de
+dokter; de ander, die naast het bed geknield lag, drukte zijn lippen op
+de handen der doode en scheen die er in een wanhopigen kus voor eeuwig
+aan vast te willen kleven; dat was Jacques, Francine's minnaar. Reeds
+zes uur lang lag hij daar in een toestand van gevoelloosheid, die een
+gevolg van diepen smart schijnt te zijn. Een draaiorgel, dat onder
+zijn raam begon te spelen, riep hem eindelijk weer tot het leven terug.
+
+Dit orgel speelde een wijsje, dat Francine 's morgens bij het wakker
+worden placht te zingen.
+
+Een van die waanzinnige verwachtingen, welke slechts in de grootste
+wanhoop kunnen geboren worden, doorflitste plotseling Jacques'
+geest. Hij ging in gedachten een maand in het verleden terug, naar
+den tijd, dat Francine nog slechts stervende was; hij vergat het
+heden en beeldde zich een oogenblik in, dat de doode slechts sliep
+en dadelijk met het gewone morgenliedje op de lippen wakker zou worden.
+
+Doch nog voor de tonen van het orgel geheel weggestorven waren, was
+Jacques reeds tot de werkelijkheid teruggekeerd. Francine's mond was
+voor altijd verstomd en de glimlach, die haar laatste gedachte op
+haar lippen getooverd had, verdween reeds, om plaats te maken voor
+de trekken des doods.
+
+"Moed, Jacques!" zeide de dokter tot zijn vriend.
+
+Jacques stond op en keek den dokter aan:
+
+"Het is afgeloopen, niet waar? Er is geen hoop meer?"
+
+Zonder op die droevig-dwaze vraag te antwoorden, ging de dokter
+naar het bed, trok de gordijnen dicht, wendde zich dan weer tot den
+beeldhouwer en drukte hem de hand.
+
+"Francine is dood ....." zeide hij; "het was te verwachten. God weet,
+dat wij alles, wat in onze macht stond, gedaan hebben, om haar te
+redden. Het was een braaf meisje, Jacques, dat veel van je gehouden
+heeft, meer en anders, dan jij van haar hieldt; want haar liefde was
+niets dan liefde, terwijl er bij jou nog iets anders bij kwam. Francine
+is dood .... maar alles is nog niet afgeloopen; we moeten nu aan de
+voor de begrafenis noodige maatregelen denken. Wij zullen dat samen
+doen en een buurvrouw vragen tijdens onze afwezigheid bij het lijk
+te waken."
+
+Willoos liet Jacques zich door zijn vriend medenemen. De geheele
+dag ging heen met bezoeken aan de mairie, den begrafenisondernemer
+en het kerkhof. Daar Jacques in het geheel geen geld had, verpandde
+de dokter zijn horloge, een ring en verschillende kleedingstukken,
+om de kosten voor de begrafenis, die den volgenden dag zou plaats
+hebben, te kunnen bestrijden.
+
+Eerst laat in den avond kwamen zij samen terug. De buurvrouw drong
+er bij Jacques op aan wat te eten.
+
+"Goed," zeide hij; "geef maar wat; ik heb het koud en moet weer wat
+krachten verzamelen, want ik moet vannacht nog werken."
+
+De buurvrouw en de dokter begrepen niet wat hij bedoelde.
+
+Jacques ging aan tafel zitten en slokte zoo gulzig een paar happen
+naar binnen, dat hij er bijna in stikte. Toen vroeg hij wat te
+drinken. Doch toen hij het glas naar zijn mond bracht, liet hij het
+op den grond vallen. Het brak. Het glas had een herinnering in hem
+wakker geroepen, die op haar beurt zijn verdriet, dat een oogenblik
+ingesluimerd was, weer tot nieuw leven wekte. Op den dag n.l., dat
+Francine voor het eerst bij hem gekomen was, had het jonge meisje,
+dat toen reeds lijdende was, zich plotseling onwel gevoeld, en had
+Jacques haar uit dat glas wat suikerwater laten drinken. Later,
+toen zij samen woonden, hadden zij er een liefde-reliquie van gemaakt.
+
+Ook had de beeldhouwer in zijn zeldzame oogenblikken van rijkdom een
+paar maal voor zijn vriendinnetje een of twee flesschen versterkenden
+wijn, die haar door den dokter was voorgeschreven, gekocht, en dan
+had Francine altijd uit dat glas dien drank gedronken, waaruit haar
+liefde een betooverende vroolijkheid putte.
+
+Langer dan een half uur bleef Jacques sprakeloos naar die
+overblijfselen van dat dierbare, brooze souvenir te staren. Hij had
+een gevoel alsof ook zijn hart gebroken was en de scherven daarvan
+zijn borst verscheurden. Toen hij eindelijk weer tot de werkelijkheid
+teruggekeerd was, raapte hij de scherven van het glas bijeen en sloot
+die weg in een kast. Dan vroeg hij zijn buurvrouw twee kaarsen te
+halen en door den portier een emmer water te laten boven brengen.
+
+"Ga niet weg," verzocht hij den dokter, die daar geen oogenblik aan
+dacht; "ik heb je straks noodig."
+
+Toen het water en de kaarsen gebracht waren, bleven de twee vrienden
+alleen.
+
+"Wat wil je doen?" vroeg de dokter, toen hij zag, dat Jacques, na
+het water in een houten bak gegoten te hebben, er gips bij wierp.
+
+"Wat ik doen wil?" antwoordde Jacques; "kan je het niet raden? Ik
+wil een afdruk maken van Francine's hoofd; en omdat de moed daartoe
+mij zou ontbreken, als ik alleen bleef, mag je niet weggaan."
+
+Jacques trok de gordijnen van het bed open en sloeg het laken, waarmede
+het gelaat van de doode bedekt was, weg. Zijn hand begon te beven en
+een half-verstikte zucht steeg uit zijn borst op.
+
+"Breng de kaarsen eens hier," riep hij zijn vriend toe, "en houd den
+bak eens vast."
+
+De eene kaars werd aan het hoofdeinde van het bed gezet, zoodat het
+volle licht ervan op het gelaat der doode viel; de andere aan het
+voeteneinde. Dan doopte hij een penseel in olijfolie en wreef daarmede
+de wenkbrauwen, de wimpers en het haar in, dat hij opgemaakt had,
+zooals Francine het gewoonlijk droeg.
+
+"Op die manier zal het haar geen pijn doen, wanneer wij het masker
+afnemen," zeide hij tot zichzelf.
+
+Na deze voorzorgsmaatregelen genomen en het hoofd in een gemakkelijke
+houding gelegd te hebben, begon Jacques het gips in gelijke lagen op
+te leggen, totdat het masker de vereischte dikte had. Na een kwartier
+was de bewerking afgeloopen en volkomen geslaagd.
+
+Door een eigenaardig proces had op het gelaat van Francine een
+merkwaardige verandering plaats gegrepen. Het bloed, dat nog geen
+tijd gehad had geheel en al te verstijven, was ongetwijfeld door de
+hooge temperatuur van het gips weer warm geworden en naar de bovenste
+lichaamsdeelen gestroomd, zoodat het matwitte van het voorhoofd en de
+wangen langzamerhand een rosen tint begon te krijgen. De oogleden, die
+door het wegnemen van het masker eenigszins geopend waren, lieten het
+rustige blauw der oogen zien, welker blik een vaag begrijpen scheen
+te verraden, en de door een half glimlachje even geopende lippen
+schenen het bij het laatste afscheid vergeten woord te spreken,
+dat men slechts met het hart hoort.
+
+Trouwens, wie zou kunnen verzekeren, dat het begrip ophoudt op
+hetzelfde oogenblik, dat de gevoelloosheid van een wezen intreedt? Wie
+kan zeggen, dat de hartstochten sterven en verdwijnen tegelijk met
+den laatsten harteklop? Zou de ziel niet een enkele maal vrijwillig
+besloten kunnen blijven in het reeds voor de begrafenis gekleede
+lichaam, en van uit haar vleeschelijk omhulsel een oogenblik de
+droefheid en de tranen bespieden kunnen? Zij, die van ons scheiden,
+hebben zooveel redenen om hen, die blijven, te wantrouwen.
+
+Wie weet, of niet misschien op het oogenblik, dat Jacques besloot haar
+trekken met behulp der kunst te vereeuwigen, een laatste aardsche
+gedachte Francine weer was komen wekken uit den eersten sluimer van
+haar eeuwige rust. Misschien had zij zich herinnerd, dat hij, dien
+zij zoo pas verlaten had, behalve een minnaar ook een kunstenaar was;
+dat hij beide was, omdat hij niet het een zonder het andere kon zijn;
+dat voor hem de liefde de ziel der kunst was, en dat hij haar daarom
+slechts zoo lief gehad had, omdat zij voor hem vrouw en minnares
+tegelijk, een gevoel in een vorm had kunnen zijn. En toen had in haar
+begeerte om Jacques dat menschelijk beeld, dat voor hem het ideaal
+zelve geworden was, achter te laten, Francine misschien, hoewel reeds
+dood en koud en stijf, nog eenmaal op haar gelaat den glans van haar
+liefde en al de bekoring van haar jeugd weten te voorschijn te roepen:
+zij blies het kunstwerk leven in.
+
+En misschien had het arme meisje goed gedacht: want er bestaan onder
+de ware kunstenaars van die Pygmalions, die, in tegenstelling met
+hun klassieken naamgenoot, gaarne hun levende Galathea's in marmer
+zouden willen veranderen.
+
+Bij het zien van die kalme rust op dat gelaat, waarop de doodstrijd
+geen sporen achtergelaten had, zou niemand hebben kunnen gelooven aan
+het lange lijden, dat aan den dood voorafgegaan was. Francine scheen
+een liefdesdroom verder te droomen; en wanneer men haar daar zoo zag
+liggen, zou men gezegd hebben, dat zij aan schoonheid gestorven was.
+
+Uitgeput door vermoeienis, was de dokter in een hoek in slaap gevallen.
+
+Jacques daarentegen was opnieuw ten prooi aan zijn twijfel van
+zooeven. Zijn aan zinsbegoochelingen lijdende geest bleef hardnekkig
+in den waan, dat de vrouw, die hij zoo grenzenloos lief had, weer zou
+ontwaken; en daar van tijd tot tijd zwakke zenuwtrekkingen (het gevolg
+van het mouleeren van het gezicht) de onbeweeglijkheid van het lijk
+verbraken, versterkte dit schijnbare leven Jacques in zijn gelukkige
+illusie, die voortduurde tot den ochtend, toen een ambtenaar den dood
+constateeren en verlof tot begraven geven kwam.
+
+Trouwens evenals men geheel waanzinnig van wanhoop moest zijn, om aan
+haar dood te twijfelen, zoo moest men de onfeilbaarheid der wetenschap
+te hulp roepen om bij het zien van dat schoone wezen aan den dood te
+kunnen gelooven.
+
+Toen de buurvrouw Francine in de lijkkist legde, bracht men Jacques
+in een ander vertrek, waar hij enkele van zijn vrienden vond,
+die gekomen waren, om de ontslapene de laatste eer te bewijzen. De
+bohémiens onthielden zich tegenover Jacques, hoewel zij hem heel graag
+mochten lijden, van al die troostwoorden, die het verdriet toch slechts
+grooter maken. Zonder een van die woorden te spreken, welke in zulke
+oogenblikken zoo moeilijk te vinden en zoo pijnlijk om aan te hooren
+zijn, drukten zij, de een na den ander, hun vriend zwijgend de hand.
+
+"Het sterven van Francine is een groot ongeluk voor Jacques," zeide
+een hunner.
+
+"Zeker," antwoordde de schilder Lazare, een bizarre persoonlijkheid,
+die reeds vroeg alle hartstochten der jeugd had weten te overwinnen
+door daartegenover de onbuigzaamheid van een vasten wil te stellen,
+zoodat eindelijk de mensch in den kunstenaar ten onder gegaan
+was--"zeker, maar dan toch een ongeluk, waarvan hij zelf de grootste
+schuld is. Sedert Jacques Francine kent, is hij vreeselijk veranderd."
+
+"Zij heeft hem gelukkig gemaakt," merkte een derde op.
+
+"Gelukkig?" antwoordde Lazare; "wat noem je gelukkig? Hoe kunt ge een
+hartstocht, die iemand brengt in een toestand, waarin Jacques thans
+verkeert, geluk noemen? Laat hem eens een meesterwerk zien, hij zal
+er zich van afwenden; en om nog eenmaal zijn vriendinnetje levend te
+zien, zou hij desnoods een Titiaan of een Raphaël vertrappen. Mijn
+geliefde daarentegen is onsterfelijk en zal mij nooit bedriegen;
+zij woont in den Louvre en heet Joconda."
+
+Juist toen Lazare zijn theorieën over kunst en gevoel nader uiteen
+wilde gaan zetten, vertrok de stoet naar de kerk.
+
+Na enkele fluisterend uitgesproken gebeden zette de stoet zich in
+beweging naar het kerkhof.
+
+Daar het toevallig Allerzielen was, verdrong zich een groote menigte
+op den doodenakker. Velen keken om naar Jacques, die blootshoofds
+achter den lijkwagen liep.
+
+"Arme jongen!" zeide er een; "zeker zijn moeder."
+
+"Neen zijn vader!" dacht een ander.
+
+"Of zijn zuster!" merkte een derde op.
+
+Slechts een dichter, die op dit feest der herinnering, dat eenmaal
+per jaar in de nevels van November herdacht wordt, den doodenakker
+was komen bezoeken, om de gebaren van droefheid te bestudeeren, zou
+bij het zien van Jacques, als bij instinct gevoeld hebben, dat hij
+zijn geliefde naar haar laatste rustplaats bracht.
+
+Toen zij bij het graf gekomen waren, ontblootten de bohémiens het hoofd
+en plaatsten zich in een kring erom heen. Jacques stond aan den rand,
+zijn vriend de dokter hield zijn arm vast.
+
+De doodgravers hadden haast en wilden zoo gauw mogelijk klaar zijn.
+
+"Er wordt gelukkig niet gesproken," zeide er een. "Des te
+beter. Vooruit kameraad, opgepast!"
+
+En in een oogwenk werd de kist uit den wagen genomen en aan touwen in
+het graf neergelaten. De man trok nu de touwen onder de kist uit en
+kwam uit het gat, nam dan een schop en begon met een van zijn kameraads
+aarde op de kist te werpen. Weldra was het graf dichtgegooid. Een
+klein houten kruis werd erop geplaatst.
+
+Toen hoorde de dokter Jacques onder luide zuchten deze egoïstische
+woorden uitstooten:
+
+"Daar wordt mijn jeugd begraven!"
+
+Jacques behoorde tot een club, waarvan de leden zich "Waterdrinkers"
+noemden, en die een navolging scheen te zijn van den beroemden
+vriendenkring uit de rue des Quatre-Vents, waarvan sprake is in
+Balzac's mooien roman: "Un Grand Homme de province." Maar toch bestond
+er een groot verschil tusschen de helden van dien vriendenkring en
+de Waterdrinkers, die, zooals alle navolgers, het systeem, dat zij
+in praktijk wilden brengen, gruwlijk overdreven hadden. Dit verschil
+zal men alleen reeds uit dit enkele feit kunnen begrijpen, dat in
+het boek van Balzac de leden van den vriendenkring het doel, dat zij
+zich voor oogen gesteld hadden, ten slotte bereikten en daarmede het
+bewijs leverden, dat ieder systeem, dat tot het doel leidt, goed is,
+terwijl de club der waterdrinkers na een bestaan van vele jaren op
+heel natuurlijke wijze, n.l. door den dood van al haar leden, aan
+haar eind kwam, zonder dat de naam van een hunner verbonden was aan
+een werk, dat van hun bestaan had kunnen getuigen.
+
+Gedurende zijn liaison met Francine was de verhouding van Jacques
+tot de club der Waterdrinkers minder intiem geworden. Om in het
+onderhoud van hem en zijn vriendinnetje te kunnen voorzien, had
+hij enkele wetten en voorschriften, die op den oprichtingsdag der
+club door de Waterdrinkers plechtig onderteekend en bezworen waren,
+moeten overtreden.
+
+Steeds doorstappend op de stelten van een onzinnigen trots hadden deze
+jonge menschen als hoofdprincipe van hun club opgesteld, dat zij nooit
+van de hooge toppen der kunst zouden mogen afdalen, d.w.z. dat geen
+hunner, ook al drong de nood nog zoo, ook maar de geringste concessie
+daaraan mocht doen. Zoo zou bijv. de dichter Melchior er nooit in
+hebben toegestemd zijn "lier" voor eenige oogenblikken aan de wilgen
+te hangen, om een handelsprospectus of een politieke geloofsbelijdenis
+te schrijven. Dat was goed voor den dichter Rodolphe, een deugniet,
+die voor alles deugde, en die nooit een honderd-sous-stuk in zijn
+nabijheid liet komen zonder er, het kwam er niet op aan waarmee, op te
+schieten. Zoo zou ook de schilder Lazare, een trotsche armoedzaaier,
+nooit zijn penseel hebben willen bezoedelen door het portret van een
+kleermaker met een papegaai op zijn vinger te schilderen, zooals
+onze vriend Marcel eens gedaan had in ruil voor den beruchten rok
+Methusalem, waarop ieder van zijn maîtressen de kunst van oplappen
+geleerd had. Zoolang Jacques met de Waterdrinkers in gemeenschap van
+denkbeelden leefde, had hij zich aan die tyrannieke clubvoorschriften
+onderworpen; maar toen hij Francine had leeren kennen, wilde hij het
+arme, toen reeds zieke kind niet blootstellen aan de levenswijze, die
+hij tijdens zijn "ongehuwden staat", geleid had. Jacques was vòòr alles
+een oprechte, eerlijke natuur. Hij ging dus naar den president der
+club, den starren Lazare, en deelde hem mede, dat hij in het vervolg
+alle werkzaamheden, die hem wat zouden kunnen opbrengen, aannemen zou.
+
+"Je liefdesverklaring," antwoordde Lazare hem, "was tevens je afscheid
+aan de kunst. Wij zullen je vrienden blijven, als je dat wilt, maar je
+medeleden kunnen we niet meer zijn. Oefen je vak uit zooals je wilt;
+voor mij ben je geen beeldhouwer meer, maar een gipsmenger. Wel zal
+jij nu in het vervolg wijn kunnen drinken, en zullen wij evenals
+vroeger ons water drinken en ons kommiesbrood eten; maar wij blijven
+kunstenaars!"
+
+Wat Lazare echter ook zeggen mocht, Jacques bleef een kunstenaar. Maar
+om Francine bij zich te kunnen houden nam hij ook, wanneer de
+gelegenheid zich daartoe aanbood, werkzaamheden aan, die wat
+opbrachten. Zoo werkte hij bijv. een tijd lang in het atelier van
+den ornamentist Romagnési. Handig in de uitvoering en vindingrijk
+in het ontwerpen, had Jacques, zonder daarom ernstige kunst geheel
+vaarwel te moeten zeggen, een groote reputatie kunnen krijgen in
+die genre-composities, welke een der voornaamste artikelen in den
+luxe-handel geworden zijn. Maar Jacques was lui, zooals alle ware
+kunstenaars, en verliefd als een dichter. De jeugd was in hem laat,
+maar daardoor des te vuriger ontwaakt; en hij wilde, als had hij een
+voorgevoel van zijn vroegen dood, die geheel en al uitleven in de armen
+van Francine. Het gevolg daarvan was, dat de goede gelegenheden om
+te werken dikwijls aan zijn deur kwamen kloppen, zonder dat Jacques
+er antwoord op gaf; hij wilde zich niet laten storen: hij vond het
+te heerlijk te droomen in den glans der oogen van zijn vriendinnetje.
+
+Toen Francine gestorven was, ging de beeldhouwer zijn oude
+vrienden, de Waterdrinkers, weer opzoeken. Maar in dezen kring
+voerde de geest van Lazare de opperheerschappij: ieder lid leefde
+als versteend in het egoïsme van de kunst. Jacques vond daar niet wat
+hij zocht. Zijn wanhoop werd er niet begrepen; men trachtte zelfs die
+door redeneeringen tot zwijgen te brengen. Toen Jacques die weinige
+sympathie bemerkte, wilde hij liever met zijn smart alleen zijn dan
+deze op zoo'n manier aan discussies blootgesteld te zien. Hij brak
+dus volkomen met de Waterdrinkers en leefde alleen voor zichzelf.
+
+Vijf of zes dagen na Francine's begrafenis ging Jacques naar een
+marmerhandelaar van het kerkhof Mont-Parnasse en stelde hem de volgende
+transactie voor: de handelaar zou voor het graf van Francine een hekje
+leveren, dat Jacques zich voorbehield te teekenen, en bovendien den
+kunstenaar een stuk wit marmer geven, waartegenover Jacques zich
+verplichtte drie maanden lang als steenhouwer of beeldhouwer te
+werken. De fabrikant had toen verscheidene belangrijke bestellingen;
+hij ging naar het atelier van Jacques en kwam bij het zien der
+vele begonnen werken tot de overtuiging, dat het toeval hem in den
+persoon van Jacques een mooi fortuintje bracht. Acht dagen later had
+Francine's graf een hekje, terwijl het houten kruisje vervangen was
+door een groot steenen kruis, waarin Francine's naam gebeiteld was.
+
+Gelukkig had Jacques met een fatsoenlijk iemand te doen, die inzag,
+dat honderd kilogram gietijzer en drie vierkante voet marmer niet
+voldoende waren om drie maanden arbeid van den jongen kunstenaar,
+wiens talent hem verscheidene duizenden daalders had opgebracht,
+te betalen. Hij bood Jacques dan ook aan hem tegen een aandeel in de
+winst deelgenoot te maken van zijn zaak, maar de kunstenaar sloeg dat
+aanbod af. De weinige verscheidenheid der te behandelen onderwerpen
+kwam niet overeen met zijn vindingrijke natuur, en bovendien had hij
+wat hij wilde: n.l. een groot stuk marmer, waaruit hij een kunstwerk,
+dat hij voor Francine's graf bestemde, wilde te voorschijn roepen.
+
+In het begin der lente werden trouwens de levensomstandigheden van
+Jacques beter: zijn vriend de dokter bracht hem n.l. in kennis
+met een voornamen en rijken edelman, die zich te Parijs wilde
+vestigen en in een der voornaamste wijken een prachtig huis liet
+bouwen. Verschillende beroemde kunstenaars waren reeds aangezocht om
+mede te werken aan dit luxueuse paleis. Jacques kreeg de opdracht voor
+een salonschoorsteen. Het is me alsof ik zijn cartons nog voor mij zie;
+het was een bekoorlijk iets: het geheele sprookje van den winter was op
+dit marmer verteld, dat als omlijsting voor het vuur moest dienen. Daar
+Jacques' atelier te klein was, vroeg en verkreeg hij, om zijn werk
+uit te voeren, een vertrek in het nog niet bewoonde huis, terwijl hem
+bovendien een vrij groot voorschot op de voor het werk overeengekomen
+som gegeven werd. Het eerste, wat Jacques daarvan deed, was zijn vriend
+den dokter het geld, dat deze hem bij den dood van Francine geleend
+had, terug te geven; daarna ging hij naar het kerkhof, om den grond,
+waaronder zijn vriendinnetje rustte, onder bloemen te bedekken.
+
+Maar de lente was Jacques voor geweest, en op het graf van het jonge
+meisje bloeiden tusschen het groenende gras duizend bloemen. De
+kunstenaar had den moed niet ze eruit te trekken, want hij dacht, dat
+er iets van zijn vriendinnetje in deze bloemen overgegaan was. Toen
+de tuinman hem vroeg wat hij met die rozen en viooltjes doen moest,
+verzocht Jacques hem die te planten op een pas gedolven graf ernaast,
+de armzalige laatste rustplaats van een armzalige, die geen ander
+herkenningsteeken had dan een in de losse aarde gestoken stuk hout,
+waarop een krans van verschoten papieren bloemen hing, een armzalige
+liefdegave van een armzalige. Jacques verliet het kerkhof in een geheel
+andere stemming dan hij er gekomen was. Opgewekt en nieuwsgierig keek
+hij naar de mooie lentezon, diezelfde zon, die zoo dikwijls gouden
+stralen getooverd had in Francine's haar, wanneer zij met hem door
+de weiden liep en met haar blanke handen bloemen plukte. Een groote
+zwerm heerlijke gedachten en herinneringen zoemde in zijn hart. Toen
+hij voorbij een klein herbergje van den buitenboulevard kwam, viel het
+hem in, dat hij op een dag, toen hij door een onweer verrast werd, met
+Francine daar was binnengegaan en dat zij er samen gegeten hadden. Hij
+ging er nu ook binnen en liet het diner aan hetzelfde tafeltje van
+toen brengen. Het dessert werd op een beschilderd schaaltje opgediend;
+hij herkende het schaaltje en herinnerde zich, dat Francine wel een
+half uur lang bezig geweest was om de rebus, die er op geschilderd
+was, op te lossen; ook kwam hem weer een liedje in de gedachte,
+dat Francine voor hem gezongen had, toen de goedkoope landwijn, die
+meer vroolijkheid dan druivensap bevat, haar in een montere stemming
+gebracht had. Doch deze opwelling van zoete herinneringen deed thans
+wel zijn liefde, maar niet zijn verdriet ontwaken. Bijgeloovig, zooals
+alle dichterlijke en mijmerende naturen, verbeeldde Jacques zich, dat
+Francine zelf, toen zij hem daareven vlak bij zich had hooren loopen,
+hem uit haar graf deze wolk van blijde herinneringen had toegezonden,
+die hij niet met tranen wilde bevlekken. En hij verliet met lichten
+stap, opgeheven hoofd, schitterende oogen, kloppend hart en bijna een
+glimlach op de lippen het herbergje en neuriede onder het loopen het
+refrein van Francine's liedje:
+
+
+ L'amour rôde dans mon quartier,
+ Il faut tenir ma porte ouverte.
+
+
+Dit refrein was in den mond van Jacques nog een herinnering, maar toch
+was het ook reeds een lied, en misschien deed hij dien avond, zonder
+het zelf te vermoeden, den eersten stap op den weg, die van droefheid
+tot weemoed en van weemoed tot vergetelheid leidt. Ach, wat men ook
+doet of laat, de eeuwige en rechtvaardige wet der veranderlijkheid
+wil het zoo.
+
+Evenals de bloemen, die, misschien uit Francine's lichaam
+voortgesproten, op haar graf waren ontbloeid, zoo gistten de
+jeugdsappen in Jacques' hart, waarin de herinneringen aan zijn
+oude liefde onbestemde verlangens naar een nieuwe wekten. Bovendien
+behoorde Jacques tot dat ras van kunstenaars en dichters, die van
+hun hartstochten een werktuig voor hun kunst en poëzie maken en wier
+geest eerst dan volkomen levend is, wanneer de drijfkracht van het
+hart dien in beweging brengt. Bij Jacques was de kunst inderdaad
+een kind van zijn gevoel; tot in de kleinste dingen, die hij maakte,
+legde hij een stuk van zijn eigen ik. Hij kwam tot de ontdekking, dat
+de herinneringen niet langer voldoende voor hem waren, en dat zijn
+hart, evenals de molensteen, die bij gebrek aan koren afslijt, uit
+gebrek aan emotie zijn kracht verloor. Het werken had geen bekoring
+meer voor hem; de inspiratie, die anders koortsachtig en als uit
+zichzelf voortkomend werkte, kwam nu slechts onder den druk van lang
+en geduldig nadenken. Jacques was ontevreden en benijdde bijna de
+levenswijze van zijn oude vrienden, de Waterdrinkers.
+
+Hij trachtte afleiding te vinden, knoopte nieuwe vriendschapsbanden
+aan. Zoo ging hij veel om met den dichter Rodolphe, dien hij in
+een café had leeren kennen; beiden hadden een groote sympathie voor
+elkaar opgevat. Jacques had hem zijn verdriet verteld en Rodolphe
+had al heel gauw de oorzaak daarvan geraden.
+
+"Ik ken dat, kerel," zeide hij. En terwijl hij Jacques op de
+borst klopte, voegde hij eraan toe: "Gauw het vuur daarin weer
+aansteken! Zorg onmiddellijk voor een nieuw hartstochtje, dan komen
+de denkbeelden ook weer terug."
+
+"Ach!" zeide Jacques; "ik heb te veel van Francine gehouden."
+
+"Dat zal je niet beletten om haar altijd lief te hebben. Kus haar op
+de lippen van een ander."
+
+"O," zeide Jacques, "dat zal ik alleen maar kunnen, als ik een vrouw
+vond, die op haar leek!"
+
+En diep in gedachten verzonken ging hij heen.
+
+
+
+Zes weken later had Jacques al zijn phantasie weer terug gevonden,
+die weer ontvlamd was door de zachte blikken van een knap meisje,
+dat Marie heette en wier ziekelijke schoonheid eenigszins aan de arme
+Francine deed denken. Men kon zich inderdaad moeilijk iets aardigers
+denken dan die kleine Marie met haar achttien jaar min zes weken,
+wat zij nooit vergat op te merken. Hun liefdesbetrekkingen waren
+begonnen in den maneschijn, in den tuin van een danslokaal, bij
+den klank van een scherpe viool, van een teringachtige bas en een
+klarinet, die schetterde als een merel. Jacques had haar opgemerkt,
+toen hij met een ernstig gelaat om den voor de dansers gereserveerden
+kring heen liep. De luidruchtige en knappe bezoeksters van het lokaal,
+die den kunstenaar van gezicht kenden, fluisterden, wanneer zij hem in
+zijn eeuwig zwarte, tot aan de hals dichtgeknoopte jas stijf voorbij
+zagen komen, elkaar toe:
+
+"Wat komt die doodbidder hier toch doen? Moet er iemand begraven
+worden?"
+
+Jacques liep steeds alleen: zijn hart bloedde onder de doornen van
+een herinnering, die het orkest, dat op dit oogenblik een contradans
+speelde, die den kunstenaar droef als een De Profundis in de ooren
+klonk, nog levendiger maakte. Midden in zijn droomerijen zag hij Marie,
+die van uit een hoekje naar hem keek en in een luiden lach uitbarstte,
+toen zij zijn doodgraversgezicht zag. Jacques sloeg zijn oogen op en
+hoorde op drie pas van hem dat gelach, dat van onder een rose hoedje
+opklonk. Hij ging naar het jonge meisje toe en zeide enkele woorden
+tot haar, waarop zij antwoordde; hij bood haar zijn arm aan, om een
+wandeling door den tuin te maken; zij nam dien aan. Hij zeide haar,
+dat zij mooi was als een engel, wat zij hem nog tweemaal zeggen liet;
+hij plukte voor haar van de boomen groene appels, die zij met veel
+smaak opat, terwijl zij daarbij telkens weer dien helderen lach liet
+hooren, die het refrein van haar onverwoestbare vroolijkheid scheen
+te zijn. Jacques dacht aan den Bijbel en bedacht, dat men nooit
+tegenover een vrouw wanhopig moet zijn, vooral niet tegenover die,
+welke veel van appels houden. Hij maakte dus met het rose hoedje nog
+een wandeling door den tuin, waarvan weer het gevolg was, dat hij,
+die alleen op het bal gekomen was, het niet alleen verliet.
+
+Maar toch had hij Francine niet vergeten: hij kuste, zooals Rodolphe
+het uitgedrukt had, haar dagelijks op de lippen van Marie en werkte in
+het geheim aan het beeld, dat hij op het graf der doode plaatsen wilde.
+
+Toen Jacques op een goeden dag geld gekregen had, kocht hij voor
+Marie een zwarte japon. Het jonge meisje was er erg blij mede, ook al
+vond zij, dat zwart voor den zomer geen bijzondere vroolijke kleur
+was. Doch Jacques zeide haar, dat zwart zijn lievelingskleur was en
+dat zij hem een groot pleizier zou doen, als zij die japon iederen
+dag zou dragen. Marie deed hem dat pleizier.
+
+Op een Zaterdagavond zeide Jacques tot het jonge meisje:
+
+"Kom morgenochtend vroeg, dan gaan we naar buiten."
+
+"Dat treft prachtig," antwoordde Marie; "ik heb een verrassing voor
+je. Het zal wel mooi weer zijn!"
+
+Marie werkte den geheelen nacht door aan een nieuwe japon, die zij
+voor haar spaarduitjes gekocht had, een allerliefst, rose japonnetje,
+waarmede zij 's Zondagsochtends, stralend van vreugde, in het atelier
+van Jacques kwam.
+
+De kunstenaar ontving haar koel, bijna grof.
+
+"En ik dacht nogal, dat ik je een plezier zou doen, toen ik dat lichte
+pakje kocht!" zeide Marie, die voor Jacques' koelheid geen verklaring
+vinden kon.
+
+"Wij gaan niet naar buiten," antwoordde hij; "ga maar terug, ik
+moet werken."
+
+Marie ging bedroefd naar huis. Onderweg kwam zij een jongen man
+tegen, die de geschiedenis van Jacques kende en haar vroeger het hof
+gemaakt had.
+
+"Wat, mademoiselle Marie, bent u niet meer in den rouw?"
+
+"In den rouw?" vroeg zij; "en voor wie?"
+
+"Wat, weet u dat niet? Het is toch bekend genoeg die zwarte japon,
+die Jacques u gegeven heeft ...."
+
+"Nou?"
+
+"Wel dat was een rouwjapon: Jacques liet u om Francine rouwen."
+
+Na dien dag heeft Jacques Marie niet meer gezien.
+
+Die breuk bracht hem ongeluk. De slechte dagen keerden terug: hij had
+geen werk meer en verviel in zoo'n groote ellende, dat hij, daar hij
+niet wist wat hij beginnen moest, zijn vriend den dokter vroeg hem
+in een ziekenhuis te laten opnemen. De dokter zag bij den eersten
+oogopslag, dat het niet veel moeite zou kosten daarvoor toestemming
+te krijgen. Zonder dat Jacques eenig vermoeden van zijn toestand had,
+was hij op weg, om weer spoedig bij Francine te zijn.
+
+Hij werd opgenomen in het hospitaal Saint-Louis.
+
+Daar hij nog werken en loopen kon, verzocht hij den directeur van
+het ziekenhuis hem een klein kamertje te willen geven, dat toch niet
+gebruikt werd, en liet daar een werkbank, beitels en leem brengen. De
+eerste veertien dagen werkte hij daar aan het beeld, dat hij voor
+Francine's graf bestemd had. Het was een engel met uitgestrekte
+vleugels. Dit beeld, dat Francine's trekken had, werd niet voltooid,
+want al heel gauw kon Jacques de trap niet meer op, en kort daarop
+mocht hij zelfs het bed niet meer uit.
+
+Toen Jacques op zekeren dag het cahier van den dokter in handen
+kreeg en daaruit zag welke geneesmiddelen hij kreeg, begreep hij,
+dat hij verloren was: hij schreef aan zijn familie en liet zuster
+Sainte-Géneviève, die hem met groote toewijding verpleegde, roepen.
+
+"Zuster," zeide hij tot haar, "in het kamertje boven, dat men mij
+heeft afgestaan, staat een kleine gipsfiguur; het beeld, dat een engel
+voorstelt, was bestemd voor een graf; maar ik heb geen tijd gehad
+het in marmer uit te voeren. En toch heb ik thuis een prachtig stuk,
+wit met rose aderen, liggen. Om kort te gaan .... zuster, ik geef u
+het kleine beeld, om het in de kapel te zetten."
+
+Enkele dagen later stierf Jacques. Daar de begrafenis gelijktijdig
+met de opening van den salon plaats had, konden de Waterdrinkers er
+niet bij tegenwoordig zijn. De kunst voor alles, had Lazare gezegd.
+
+Jacques' familie was niet rijk en de kunstenaar had geen eigen graf.
+
+Hij werd in een hoek van het kerkhof begraven.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX.
+
+DE GRILLEN VAN MUSETTE.
+
+
+Men zal zich herinneren hoe Marcel zijn beroemd doek "De Doortocht door
+de Roode Zee", dat later als uithangbord voor een comestibleswinkel
+dienen zou, aan Médicis verkocht had. Den dag na den verkoop, die
+gevolgd was door een schitterend souper, hetwelk de Jood als toegift op
+den koop aan de bohémiens had aangeboden, ontwaakten Marcel, Schaunard,
+Colline en Rodolphe eerst diep in den ochtend en konden zich, nog
+onder den invloed als zij waren van de wijnen van den vorigen avond,
+eerst niet goed herinneren wat er eigenlijk gebeurd was. Toen van een
+kerk in de buurt het middag-Angelus klepte, keken zij elkaar met een
+melancholiek glimlachje aan.
+
+"Dat is het klokje, dat met zijn vrome klanken de geloovigen naar de
+eetzaal roept," zeide Marcel.
+
+"Zeker," antwoordde Rodolphe, "dit is het plechtige uur, waarop alle
+fatsoenlijke menschen naar het refectorium opgaan."
+
+"Dan zullen we toch moeten zien fatsoenlijke menschen te worden,"
+bromde Colline, voor wien iedere dag op den kalender St. Appetitus
+[41] was.
+
+"O, melkinrichting van mijn min; o, gezegende vier maaltijden van mijn
+jeugd, wat is er van u geworden?" voegde Schaunard eraan toe. En op
+een melancholiek, droomerig en zacht motief herhaalde hij: "Wat is
+er van u geworden?"
+
+"En te moeten denken, dat er op dit uur in Parijs alleen meer dan
+honderd coteletten in de pan liggen!" zeide Marcel.
+
+"En evenveel biefstukjes!" zuchtte Rodolphe.
+
+En als een tegenstelling vol bittere ironie schreeuwden, terwijl de
+vier vrienden elkaar voor het vreeselijke, dagelijks terugkeerende
+probleem van het dejeuner stelden, de kellners uit het restaurant
+beneden in het huis de bestellingen der gasten de keuken in.
+
+"Zullen die lummels nooit hun mond houden?" vroeg Marcel; "ieder
+woord geeft me een steek in mijn maag."
+
+"De wind zit in het Noorden!" zeide Colline ernstig en wees daarbij
+op een weerhaantje, dat op een dak in de buurt vroolijk heen en
+weer zwaaide; "wij zullen dus vandaag niet dejeuneeren, de elementen
+verzetten zich er tegen."
+
+"Hoe dat?" vroeg Marcel.
+
+"Dat is een atmospherologische waarneming, die ik gedaan heb," legde
+de wijsgeer uit: "een Noordenwind beteekent bijna altijd onthouding,
+evenals de Zuidenwind gewoonlijk pleizier en goed eten voorspelt. De
+philosophie noemt dat: wenken van uit den hooge."
+
+Als Gustave Colline een leege maag had, hadden zijn geestigheden
+iets grimmigs.
+
+Op hetzelfde oogenblik stiet Schaunard, die een van zijn armen in den
+afgrond, die als zak dienst deed, had gestoken, een gil van angst uit.
+
+"Hulp! Hulp! Er zit iemand in mijn jas," brulde hij, terwijl hij
+trachtte zijn hand uit de scharen van een levende kreeft te bevrijden.
+
+Op den angstkreet van Schaunard volgde onmiddellijk een andere
+gil. Marcel had werktuigelijk zijn hand in zijn zak gestoken en daarin
+een Amerika ontdekt, waaraan hij in het geheel niet meer dacht:
+d.w.z. de honderdvijftig francs, die de Jood Médicis hem voor zijn
+"Doortocht door de Roode Zee" betaald had.
+
+"Salueert, heeren!" zeide Marcel, terwijl hij een stapeltje daalders,
+waartusschen vijf of zes nieuwe louis schitterden, neerzette.
+
+"Je zoudt zeggen, dat ze leven!" vond Colline.
+
+"En wat een prachtige stemmen!" merkte Schaunard, die de goudstukken
+liet rinkelen, op.
+
+"Wat een mooie medailles!" voegde Rodolphe eraan toe; "precies stukjes
+uit de zon. Als ik koning was, zou ik geen andere munten in mijn rijk
+dulden en er de beeltenis van mijn vriendinnetje op laten slaan."
+
+"Kan je eigenlijk wel gelooven, dat er een land is, waar die dingen
+evenveel waard zijn als kiezelsteenen?" vroeg Schaunard. "De Amerikanen
+gaven er vroeger vier voor twee sous. Een van mijn voorouders heeft
+indertijd Amerika bezocht; hij heeft zijn graf gevonden in de maag
+der Wilden. Dat heeft den bloei der familie veel kwaad gedaan."
+
+"Maar vertel toch eens even," zeide Marcel met een blik op den kreeft,
+die een wandeling door de kamer was gaan maken; "waar komt dat beest
+vandaan?"
+
+"Nou begin ik me te herinneren," antwoordde Schaunard, "dat ik
+gisteren een ontdekkingsreis gemaakt heb in de keuken van Médicis;
+ik moet wel aannemen, dat dit reptiel, zonder het zelf te willen,
+in mijn zak gevallen is--die dieren zijn zoo bijziende. En nu ik het
+beest eenmaal heb, zal ik het maar houden ook; ik zal het temmen
+en rood verven, dat is een vroolijker kleur. Sinds Phémie weg is,
+ben ik melancholiek; nu heb ik tenminste gezelschap."
+
+"Heeren," riep Colline uit; "kijkt als het je blieft eens, de wind
+is naar het Zuiden gedraaid: we zullen dejeuneeren."
+
+"Dat geloof ik graag," zeide Marcel, terwijl hij een goudstuk van
+de tafel nam; "hier heb je er een, dat we eens lekker zullen laten
+braden, en met veel jus ook."
+
+De vaststelling van het menu werd lang en ernstig besproken. Iedere
+schotel gaf aanleiding tot een levendige discussie en werd daarna met
+meerderheid van stemmen vastgesteld. De door Schaunard voorgestelde
+omelette soufflée werd na zorgvuldig onderzoek afgestemd, evenals
+de witte wijnen, waartegen Marcel in verzet kwam in een krachtige
+improvisatie, die zijn oinologische kennis duidelijk aan het licht
+bracht.
+
+"De eerste plicht van een wijn is rood te zijn," riep de kunstenaar
+uit; "laat me met rust met jullie witte wijnen."
+
+"En de Champagne dan?" merkte Schaunard op.
+
+"Onzin! Een elegante appelwijn! Een epileptische coco [42]! Ik zou alle
+kelders van Epernay en Aï [43] voor één vat Bourgogne geven. Bovendien
+behoeven we vandaag geen grisettes te verleiden of vaudevilles te
+dichten. Ik stem tegen Champagne."
+
+Toen het programma definitief vastgesteld was, gingen Schaunard en
+Colline in het restaurant beneden het dejeuner bestellen.
+
+"Wat zou je er van zeggen als we wat vuur aanlegden?" vroeg Marcel.
+
+"Dat zou geen halsmisdaad zijn, de thermometer noodigt ons daar reeds
+lang toe uit," antwoordde Rodolphe. "Laten we wat vuur maken. Wat
+zal de kachel een kleur van verbazing krijgen!"
+
+En hij liep naar de trap en schreeuwde Colline na, dat hij hout moest
+laten boven brengen.
+
+Enkele oogenblikken later kwamen Schaunard en Colline, gevolgd door
+een kolendrager met een zware bos hout, weer boven.
+
+Toen Marcel in een lade naar waardelooze papieren zocht, om de kachel
+aan te maken, kreeg hij toevallig een brief in handen, waarvan het
+handschrift hem deed beven en dien hij heimelijk begon te lezen.
+
+Het was een door Musette met potlood geschreven brief uit den tijd,
+dat zij nog met Marcel samenwoonde; op den dag af was hij een jaar
+oud. De inhoud der weinige regels luidde:
+
+
+ "Lieveling,
+
+
+ Wees niet ongerust over mij, ik kom dadelijk weer terug. Ik ga
+ wat uit, om door het loopen wat warmer te worden: het vriest in
+ de kamer en de kolenhandelaar is voor ons dood. Ik heb de twee
+ laatste pooten van den stoel kapot geslagen, maar ze hebben niet
+ lang genoeg gebrand, om er een ei bij te koken. Bovendien fluit
+ de wind door het raam alsof hij hier thuis is, en blaast mij een
+ hoop slechte raadgevingen in, die je, wanneer ik ze zou opvolgen,
+ verdriet zouden doen. Ik vind het daarom beter een oogenblikje in
+ de buurt te gaan winkelen. Er moet fluweel zijn van tien francs
+ den meter. Het is ongelooflijk, dat moet ik zelf zien. Voor het
+ eten ben ik weer terug.
+
+
+ Musette."
+
+
+"Arme meid!" mompelde Marcel in zichzelf, terwijl hij den brief in
+zijn zak stak .... En met zijn hoofd in zijn handen bleef hij eenige
+oogenblikken in gedachten bij de haard zitten.
+
+In dien tijd leefden de bohémiens reeds lang in een toestand van
+weduwnaarschap, uitgezonderd Colline, wiens liefje steeds onzichtbaar
+en anoniem gebleven was.
+
+Zelfs Phémie, de lieve levensgezellin van Schaunard, had een naïeve
+ziel gevonden, die haar haar hart, een mahoniehouten ameublement en
+een ring van haar roode lokken aangeboden had. Veertien dagen na die
+schenking echter had Phémie's amant haar zijn hart en ameublement weer
+willen ontnemen, omdat hij aan haar vinger een ring van haar, maar
+nu zwart haar gezien had en haar daarom van verraad durfde verdenken.
+
+Toch was Phémie niet van het pad der deugd afgeweken; zij had alleen,
+omdat haar vriendinnen haar ieder oogenblik met den ring van roode
+haren plaagden, dien zwart laten verven. De "mijnheer" was met die
+verklaring zòò voldaan, dat hij voor Phémie een zijden japon kocht--de
+eerste in haar leven! Den dag, dat zij die voor het eerst droeg,
+riep de arme meid uit:
+
+"Nu kan ik rustig sterven."
+
+Musette was weer een bijna officieele persoonlijkheid geworden. Marcel
+had haar in geen drie of vier maanden meer gezien.
+
+En wat Mimi ten slotte betreft, Rodolphe had nooit meer iemand over
+haar hooren praten, behalve zichzelf, wanneer hij alleen was.
+
+"Nou?" vroeg plotseling Rodolphe, toen hij Marcel zoo peinzend bij
+den schoorsteen zag staan; "wil de kachel niet trekken?"
+
+"Zeker wel, zeker wel!" zeide de schilder, terwijl hij het hout
+aanstak, dat knetterend begon te branden.
+
+Terwijl de drie anderen door de voorbereidende maatregelen voor het
+dejeuner hun eetlust nog prikkelden, had Marcel zich weer in een hoekje
+teruggetrokken en legde het briefje, dat hij toevallig gevonden had,
+bij de andere souvenirs, die Musette hem gelaten had. Plotseling viel
+hem het adres in van een vrouw, met wie zijn vroegere vlam op zeer
+intiemen voet stond.
+
+"Ha!" riep hij hard genoeg, om door de anderen gehoord te worden, uit;
+"nu weet ik tenminste, waar ik ze vinden kan."
+
+"Wat vinden?" vroeg Rodolphe. "En wat voer je toch eigenlijk
+uit?" voegde hij eraan toe, toen hij zag, dat Marcel wilde gaan
+schrijven.
+
+"Niets .... Een brief, die haast heeft en dien ik bijna vergeten
+had. Ik ben dadelijk weer tot je beschikking."
+
+En hij schreef:
+
+
+ "Lieve kind,
+
+
+ Door een verpletterende apoplexie van geluk heb ik geld in mijn
+ schrijftafel! We hebben een reuzendejeuner, dat op dit oogenblik
+ staat te braden, edele wijnen, ja zelfs in de haard een echt
+ vuur, zooals gezeten burgers dat hebben. Dat moet ik zelf zien,
+ zou je vroeger gezegd hebben. Kom dus een oogenblik bij ons;
+ je zult hier Rodolphe, Colline en Schaunard vinden, en bij het
+ dessert, want er is waarachtig een dessert ook, moet jij dan
+ wat voor ons zingen. Daar wij nu eenmaal bij elkaar zijn, zullen
+ we waarschijnlijk een dag of acht aan tafel blijven. Je behoeft
+ dus niet bang te zijn, dat je te laat komt. Het is al zoo'n tijd
+ geleden, dat ik je niet heb hooren lachen. Rodolphe zal je het hof
+ maken en wij zullen van alles drinken op onze gestorven liefde,
+ op gevaar of ze tot nieuw leven te wekken. Tusschen menschen
+ zooals wij .... is de laatste kus nooit de laatste. Ach, als het
+ den vorigen winter niet zoo koud geweest was, zou je me misschien
+ in het geheel niet verlaten hebben. Je hebt me bedrogen voor een
+ bos hout en omdat je bang was voor winterhanden. Je hadt gelijk,
+ en ik ben er voor ditmaal even min boos om als voor andere
+ keeren. Maar kom je nu tenminste warmen, zoolang er vuur is.
+
+
+ Met heel veel kussen, Marcel."
+
+
+Toen deze brief af was, schreef Marcel een tweeden aan madame
+Sidonie, de vriendin van Musette, waarin hij haar verzocht den
+ingesloten brief zoo spoedig mogelijk aan het juiste adres te doen
+toekomen. Vervolgens ging hij naar den concierge, die de twee epistels
+moest wegbrengen. Daar hij hem vooruitbetaalde, zag de concierge
+in de hand van den schilder een goudstuk schitteren, waarom hij,
+alvorens zijn boodschap te doen, den huiseigenaar, aan wien Marcel
+nog achterstallige huur schuldig was, ging waarschuwen.
+
+"Mijnheer," zeide hij buiten adem van het trappen klimmen, "de
+kunstenmaker van de zesde etasie heit geld. U weet wel, die groote,
+die me altijd in m'n gezicht uitlacht, als ik met de kietansie kom!"
+
+"Ja, ik weet het wel!" zeide de huisheer; "die kerel, die zoo brutaal
+is geweest geld van me te willen leenen, om een gedeelte van de huur
+te kunnen afdoen. Ik heb hem de huur al opgezegd."
+
+"Juist, mijnheer. Maar nou zit-ie stikvol met geld; m'n oogen doen
+nog pijn van al het geschitter. Hij geeft nu een feest ..... het is
+een prachtig oogenblik."
+
+"Je hebt gelijk," viel de eigenaar hem in de rede; "ik zal straks
+zelf even naar boven gaan."
+
+Madame Sidonie was thuis, toen de brief van Marcel kwam, en liet haar
+kamermeisje dadelijk het ingesloten briefje naar Musette brengen.
+
+Musette woonde toen in een mooi appartement op de Chaussée
+d'Antin. Toen zij den brief van Marcel kreeg, was zij niet alleen en
+had bovendien voor dienzelfden avond een groot aantal uitnoodigingen
+voor een groot diner rondgezonden.
+
+"Dat is ook een wonder!" riep zij, lachend als een bezetene, uit.
+
+"Wat is er?" vroeg een knappe, jonge man, die stijf als een standbeeld
+voor haar stond.
+
+"Een invitatie voor een diner," antwoordde de jonge vrouw. "Hoe vindt
+je het?"
+
+"Ik vind het vervelend," zeide de jongeman.
+
+"Waarom?"
+
+"Waarom? Je denkt er toch zeker niet aan naar dat diner te gaan."
+
+"Daar denk ik zeker wel aan ..... Zie jij maar hoe jij het alleen
+klaar speelt!"
+
+"Maar beste kind, dat geeft toch heelemaal geen pas! Je moet een
+anderen keer maar eens gaan."
+
+"Die is goed, een anderen keer! Het is een invitatie van mijn ouden
+vriend Marcel en het is zoo'n zeldzaam geval, dat ik het zelf zien
+moet. Een anderen keer! Maar echte diners komen daar nog minder voor
+dan zonsverduisteringen!"
+
+"Wat! Je wilt ons in den steek laten, om naar dien kerel te gaan,
+en dat zeg je me zoo maar in mijn gezicht!"
+
+"Aan wien moet ik het anders zeggen? Aan den sultan van Turkije
+soms? Maar die heeft met de zaak niets te maken."
+
+"Maar dat is een buitengewone openhartigheid."
+
+"Je weet wel, dat ik anders ben dan de anderen," antwoordde Musette.
+
+"Maar wat zou je wel van mij denken, als ik je liet gaan, nu ik weet
+waarheen je gaat. Bedenk toch eens Musette, zoowel voor jou als voor
+mij zou dat in het geheel geen pas geven. Je moet je maar excuseeren
+bij dien jongen man."
+
+"Mijn beste Maurice," antwoordde Musette op vastberaden toon; "je
+wist wat je aan me hadt voor je me nam, je wist, dat ik vol grillen
+zit en dat niemand er zich op beroemen kan er één uit mijn hoofd
+gepraat te hebben."
+
+"Vraag me wat je wilt .... maar dat niet," zeide Maurice. "Er zijn
+grillen ..... en grillen."
+
+"Maurice, ik wil naar Marcel gaan ..... en ik ga," zeide Musette,
+terwijl zij haar hoed opzette. "Verlaat me, als je wilt, maar ik kan
+niet anders: Marcel is de beste jongen van de wereld en de eenige,
+waar ik ooit van gehouden heb. Als zijn hart van goud geweest was,
+zou hij het hebben laten smelten, om er ringen van voor mij te laten
+maken. Arme jongen!" voegde zij eraan toe, terwijl zij Maurice den
+brief liet zien, "zoodra hij wat vuur heeft, vraagt hij me me te komen
+warmen. O, als hij maar niet zoo lui en er geen fluweel en zijde in
+de winkels geweest was. Ik was echt gelukkig met hem; hij had het
+talent mij nu en dan werkelijk verdriet te doen, en hij heeft mij
+om al mijn liedjes den naam Musette gegeven. Als ik naar hem toe ga,
+kan je er tenminste zeker van zijn, dat ik bij je terugkom ..... als
+je tenminste de deur niet voor mijn neus dicht gooit."
+
+"Openhartiger zou je me moeilijk kunnen zeggen, dat je niet van me
+houdt," zeide de jonge man.
+
+"Kom nou, mijn beste Maurice, je bent te veel man van geest om ons in
+zoo'n ernstige discussie te verdiepen. Je hebt me net zoo als je een
+mooi paard in stal hebt, en ik houd van je ..... omdat ik houd van
+luxe, van drukke feesten, van alles wat straalt en schittert. Laten
+we niet sentimenteel worden: dat zou belachelijk en nutteloos zijn."
+
+"Maar laat ik dan tenminste met je mee gaan."
+
+"Maar je zou je daar volstrekt niet amuseeren," zeide Musette,
+"en je zou ons maar beletten het ook te doen. Je begrijpt toch,
+dat die jongen mij noodwendig zoenen zal."
+
+"Musette," vroeg Maurice; "heb je ooit iemand ontmoet, die zoo
+inschikkelijk is als ik?"
+
+"Mijnheer de vicomte," antwoordde Musette; "toen ik onlangs met
+lord*** op de Champs Elysées een wandelrit maakte, heb ik Marcel
+daar ontmoet met zijn vriend Rodolphe: ze waren te voet, zaten
+slecht in hun kleeren en rookten hun neuswarmertjes. In geen drie
+maanden had ik Marcel gezien; ik had het gevoel, alsof mijn hart
+door het portier wou springen. Ik heb het rijtuig laten stil houden
+en een half uur lang met Marcel gepraat, terwijl geheel Parijs in
+equipages voorbij reed. Marcel heeft me toen een taartje gegeven en
+een ruikertje viooltjes van een sou, die ik dadelijk in mijn ceintuur
+gestoken heb. Toen hij wegging, wilde lord**** hem terugroepen, om
+hem te vragen met ons te gaan dineeren. Voor die vriendelijkheid heb
+ik hem een zoen gegeven. Dat is nu eenmaal mijn karakter; en als je
+dat niet bevalt, dan moet je het maar dadelijk zeggen, dan neem ik
+mijn pantoffels en mijn nachtmuts mee."
+
+"Het heeft toch ook zijn goede zijde, om arm te zijn!" zeide Maurice
+met iets van afgunst en droefheid in zijn stem.
+
+"O neen," antwoordde Musette; "als Marcel rijk was, zou ik hem nooit
+verlaten hebben."
+
+"Ga dan maar," zeide de jonge man en gaf haar de hand. "Die nieuwe
+japon staat je heel goed!"
+
+"Inderdaad het is of ik er vanochtend een voorgevoel van gehad
+heb. Marcel zal de eerste zijn, die me in mijn nieuwe japon een zoen
+zal geven. Nou, adieu, ik ga een beetje van het gewijde brood der
+vroolijkheid eten."
+
+Musette had dien dag een bekoorlijk toilet aan: nooit had het gedicht
+van haar jeugd en van haar schoonheid in een verleidelijker band
+gezeten. Bovendien bezat Musette van nature een goeden smaak. Toen
+zij op de wereld kwam, moet het eerste, wat zij met haar blikken
+zocht, een spiegel geweest zijn, om zich in haar luiers een mooie
+houding te kunnen geven; en voor zij gedoopt werd, had zij reeds de
+zonde der coquetterie begaan. Reeds in den tijd, dat zij nog in zeer
+behoeftige omstandigheden leefde en zich nog met japonnetjes van
+gedrukt katoen, hoedjes met pompons en geitenleeren laarsjes moest
+tevreden stellen, droeg zij die eenvoudige grisette-toiletjes met
+elegance en coquetterie. Deze knappe meisjes, half bijen, half mieren,
+die zingend de geheele week door werkten en den Goeden God slechts om
+mooi weer op Zondag smeekten, hadden gewoonlijk slechts lief met haar
+hart en zetten nu en dan de bloemetjes buiten. Nu is die soort geheel
+verdwenen, dank zij de tegenwoordige generatie van jonge mannen: een
+verdorven en verderfelijke, maar boven alles aanmatigende, opgeblazen
+en brutale generatie. Alleen uit genoegen voor minne paradoxen hebben
+zij die arme meisjes om haar door de heilige litteekenen van het
+werk geschonden handen gehoond en bespot, zoodat die handen weldra
+niet genoeg meer konden verdienen, om de uitgaven voor amandelzeep
+te bestrijden. Langzamerhand is het dien jongelingen gelukt haar hun
+opgeblazenheid en dwaasheid in te enten, en sedert is de grisette
+verdwenen. Toen werd de lorette geboren, een bastaardgeslacht,
+impertinente schepsels van middelmatige schoonheid, half vleesch,
+half schmink, wier boudoir een toonbank is, waarop zij stukken van
+haar hart, alsof het sneedjes roastbeef waren, te koop aanbieden. Het
+meerendeel van die meisjes, die het pleizier onteeren en een schande
+zijn voor de moderne galanterie, heeft dikwijls niet eens den geest
+van de dieren, wier veeren zij op haar hoeden dragen. En wanneer
+het door een groot toeval nog eens gebeurt, dat zij niet een liefde,
+zelfs niet een verliefdheid, maar een geile begeerte hebben, dan is
+het nog voor den een of anderen alledaagschen potsenmaker, dien de
+dwaze menigte op openbare bals toejuicht en voor wien de couranten,
+die vleiende hovelingen van al wat belachelijk is, reclame maken.
+
+Hoewel Musette gedwongen was in die wereld te leven, had zij toch
+niet de gewoonten noch de allures ervan; zij had niet die tot slavin
+zijn vernederende hebzucht, zooals die maar al te veel voorkomt bij
+die schepsels, welke alleen maar Bartjens lezen en cijfers schrijven
+kunnen. Zij was een intelligent, geestig meisje, dat in haar aderen
+het bloed van Manon Lescaut had, en, wars van elken dwang, zich nooit
+tegen een enkele gril had kunnen of willen verzetten, wat de gevolgen
+ervan ook mochten zijn.
+
+Marcel was de eenige man geweest, van wien zij werkelijk gehouden
+had. In ieder geval was hij de eenige geweest voor wien zij inderdaad
+geleden had, en al de hardnekkigheid van die instincten, welke haar
+trokken naar "alles wat schittert en straalt", was noodig geweest,
+om haar ertoe te kunnen brengen hem te verlaten. Zij was twintig jaar
+en luxe was voor haar bijna een levensbehoefte. Zij kon er wel eenigen
+tijd buiten, maar geheel afstand ervan doen kon zij niet. Haar eigen
+wispelturigheid maar al te goed kennende, had zij nooit het hangslot
+van een eed van trouw voor haar hart willen doen. Verscheidene jonge
+mannen, voor wie zij zelf veel voelde, hadden haar waarachtig lief
+gehad; en altijd had zij tegenover dezen met een openhartigheid, die
+gepaard ging met voorzichtigheid, gehandeld. De verbintenissen, die zij
+aanging, waren eenvoudig, eerlijk en waar als de liefdesverklaringen
+van Molière's boeren. "Jij hebt zin in mij, en ik zin in jou; top,
+laten we bruiloft vieren!" Wel tienmaal had Musette als zij gewild
+had, een "vaste positie", een zoogenaamde toekomst kunnen hebben;
+maar zij geloofde nauwlijks in de toekomst; ten opzichte daarvan was
+zij het scepticisme van Figaro toegedaan.
+
+"Morgen," zeide zij dikwijls, "morgen is een dwaasheid van den
+kalender, een dagelijksch voorwendsel, dat de menschen uitgevonden
+hebben, om hun zaken vandaag niet behoeven te doen. Morgen is er
+misschien een aardbeving--en vandaag staat de aarde nog vast!"
+
+Op een goeden dag deed een gentleman, met wien zij bijna zes maanden
+samengeleefd had en die intusschen tot over zijn ooren verliefd
+op haar geworden was, haar in allen ernst het voorstel met haar te
+trouwen. Musette had hem in zijn gezicht uitgelachen.
+
+"Ik mijn vrijheid door een huwlijkscontract aan banden leggen? Nooit
+in der eeuwigheid!"
+
+"Maar dag in dag uit sidder ik van angst, dat ik je verliezen zal."
+
+"Je zoudt me nog veel eerder verliezen, wanneer ik je vrouw was,"
+antwoordde Musette. "Laten we er niet verder over spreken. Trouwens
+ik ben niet vrij meer ook," voegde zij eraan toe en dacht bij die
+woorden ongetwijfeld aan Marcel.
+
+Zoo ging haar jeugd voorbij, terwijl zij zich op alle winden
+van het toeval liet medevoeren en velen, ja bijna ook zichzelf
+gelukkig maakte. Vicomte Maurice, met wien zij op dat oogenblik
+leefde, kostte het niet weinig moeite om zich aan dat ontembare,
+naar vrijheid snakkende karakter te wennen, en met een met jalousie
+sterk geoxydeerd ongeduld wachtte hij op den terugkeer van Musette,
+die hij naar Marcel had zien gaan.
+
+"Zal ze bij hem blijven?" vroeg de jonge man zich den geheelen avond
+af, terwijl hij zich dat vraagteeken als een dolk in zijn hart boorde.
+
+"Die arme Maurice!" zeide Musette van haar kant tot zichzelf; "hij
+vindt dat een beetje kras. Maar ach, de jeugd moet opgevoed worden."
+
+Toen sloeg haar gedachtengang plotseling een heel andere richting
+in; zij dacht aan Marcel, naar wien ze toeging; en terwijl zij alle
+herinneringen, die de naam van haar aanbidder in haar wakker riep,
+de revue liet passeeren, vroeg zij zich nieuwsgierig af, welk wonder
+bij hem de tafel gedekt had. Al loopende las zij den brief, dien de
+schilder haar geschreven had, nog eens over, en onwillekeurig maakte
+een gevoel van droefheid zich van haar meester. Doch dat duurde
+slechts een oogenblik. Musette overwoog terecht, dat zij nu minder
+dan ooit reden had om bedroefd te zijn, en toen er op dat oogenblik
+een sterke wind opstak, riep zij uit:
+
+"Het is toch gek; als ik niet naar Marcel zou willen gaan, zou de
+wind mij nu naar hem toe blazen."
+
+En haar pas versnellend liep zij verder, blij als een vogeltje,
+dat naar zijn eerste nest terugkeert.
+
+Plotseling begon het hard te sneeuwen. Musette keek rond of zij geen
+rijtuig zag, maar er was geen te bekennen. Daar zij juist in de straat
+was, waar haar vriendin Sidonie woonde, die Marcel's brief naar haar
+doorgestuurd had, kwam zij op het denkbeeld even bij haar binnen te
+gaan en daar te wachten, tot het weer wat beter zou zijn.
+
+Bij madame Sidonie vond zij een groot gezelschap bijeen. Er werd een
+partij lansquenet gespeeld, die drie dagen tevoren reeds begonnen was.
+
+"Laat ik jullie niet storen," zei de Musette; "ik blijf maar even."
+
+"Heb je den brief van Marcel gekregen?" fluisterde madame Sidonie
+haar in het oor.
+
+"Ja, dank je," antwoordde Musette, "ik ben op weg naar hem toe, hij
+heeft me te dineeren gevraagd. Ga je mee? Je zult je best amuseeren!"
+
+"Tot mijn spijt kan ik niet," zeide Sidonie, op de speeltafel
+wijzend. "En hoe staat het?" vroeg zij den bankhouder.
+
+"Er staan zes louis," antwoordde deze, terwijl hij de kaarten schudde.
+
+"Ik zet er twee," riep Sidonie.
+
+"Goed, ik ben niet trotsch, ik begin ook met twee," antwoordde de
+bankhouder, die reeds verscheidene malen gepast had. "Koning en aas;
+ik ben naar de maan," ging hij voort, terwijl hij de kaarten liet
+vallen; "alle koningen zijn dood!"
+
+"Hier mag niet over politiek gesproken worden," zeide een journalist.
+
+"En het aas is de vijand van mijn familie," merkte de bankhouder op,
+die nog een koning keerde. "Leve de koning!" riep hij uit; "lieve
+Sidonie, geef mij twee louis d'or."
+
+"Schrijf ze maar in je memorie pro memorie," zeide Sidonie woedend,
+dat zij verloren had.
+
+"Dat maakt dan vijfhonderd francs, kleintje," zeide de bankhouder." Je
+zult de duizend wel bereiken. Ik geef."
+
+Sidonie en Musette praatten zachtjes met elkaar. Het spel ging door.
+
+Ongeveer op hetzelfde uur gingen de bohémiens aan tafel. Gedurende
+het geheele dejeuner was Marcel opvallend onrustig. Iederen keer,
+dat men op de trap stappen hoorde, zagen de anderen hem opschrikken.
+
+"Wat heb je toch?" vroeg Rodolphe; "het is net, of je nog iemand
+wacht. Zijn we niet compleet?"
+
+Maar uit een blik, dien de schilder hem toewierp, begreep de dichter,
+welke gedachten zijn vriend bezig hielden.
+
+"Hij heeft gelijk," dacht hij bij zichzelf; "we zijn niet compleet."
+
+De blik van Marcel beteekende: Musette, die van Rodolphe: Mimi.
+
+"Er ontbreken vrouwen," zeide Schaunard plotseling.
+
+"Wil jij voor den duivel je losbandige taal wel eens voor je houden? We
+hadden toch afgesproken, dat er niet over liefde gesproken zou
+worden!" brulde Colline. "Daar schift de jus van."
+
+En terwijl buiten de sneeuw nog viel en in de haard het hout vroolijk
+vlamde en een vuurwerk van vonken afstak, begonnen de vier vrienden
+weer hun tot den rand gevulde glazen te ledigen.
+
+Terwijl Rodolphe met luide stem het refrein van een lied begon te
+zingen, dat hij onder in zijn glas gevonden had, werd er verscheidene
+malen op de deur geklopt.
+
+Als een duiker, die door een krachtigen afzet tegen den bodem weer naar
+de oppervlakte van het water komt, vloog Marcel, die reeds eenigszins
+onder den invloed was, haastig van zijn stoel op om open te maken.
+
+Musette was het niet.
+
+Op den drempel vertoonde zich een man, die een klein stukje papier
+in zijn hand hield. Zijn uiterlijk was niet onaangenaam, maar zijn
+chambercloak zag er onooglijk uit.
+
+"Ik vind u hier in nog al goeden welstand," zeide hij met een blik
+op de tafel, op het midden waarvan een groote lamsbout prijkte.
+
+"De huisbaas!" zeide Rodolphe; "laten wij hem de verschuldigde eer
+bewijzen!"
+
+"En hij begon met zijn mes en vork den generaalsmarsch op zijn bord
+te slaan.
+
+Colline gaf hem een stoel en Marcel riep uit:
+
+"Schaunard, geef mijnheer een glas!"
+
+En zich tot den huiseigenaar wendende, zeide hij:
+
+"U komt juist op het goede oogenblik! Wij waren juist op het
+punt een toast uit te brengen op den eigendom. Mijn vriend hier,
+mijnheer Colline, zeide precies eenige treffende dingen omtrent
+dat onderwerp. Maar nu u hier bent, zal hij, om u genoegen te doen,
+opnieuw beginnen. Vooruit, Colline!"
+
+"Pardon, heeren!" antwoordde de huisheer; "ik zou u niet graag
+verder storen."
+
+En hij ontvouwde het kleine papiertje, dat hij in zijn hand hield.
+
+"Wat is dat voor drukwerk?" vroeg Marcel.
+
+De huisheer, die inmiddels onderzoekend de kamer rondkeek, had het
+goud en zilver, dat nog op den schoorsteen was blijven staan, gezien
+en zeide:
+
+"De quitantie, die ik reeds de eer had u te laten presenteeren."
+
+"Precies," viel Marcel hem in de rede; "mijn trouw geheugen heeft die
+bijzonderheid niet vergeten; het was Vrijdag 8 October des namiddags
+te 12 uur."
+
+"Ik heb de quitantie reeds, als voldaan geteekend, en als het u niet
+derangeert, dan ....."
+
+"Mijnheer," zeide Marcel, "het lag in mijn bedoeling u te komen
+bezoeken. Ik moet eens ernstig met u praten."
+
+"Geheel tot uw dienst."
+
+"Doe mij dan eerst het genoegen een kleine verfrissching te nemen,"
+ging Marcel voort, terwijl hij hem een glas wijn opdrong. "Welnu,
+mijnheer, u hebt mij onlangs een papiertje thuis gestuurd met de
+beeltenis van een dame, die een weegschaal in haar hand houdt. De
+inhoud was onderteekend: "Godard.""
+
+"Dat is mijn deurwaarder," zeide de huisheer.
+
+"Hij heeft al een heel leelijk pootje," zeide Marcel. "Mijn vriend
+hier"--en hij wees op Colline--"die alle talen kent, is zoo goed
+geweest deze depeche, die mij vijf francs gekost heeft, voor mij te
+vertalen ...."
+
+"Het was een opzegging van de huur," viel de huisheer hem in de rede;
+"een voorzorgsmaatregel .... dat is zoo de gewoonte."
+
+"Ja juist, een opzegging," antwoordde Marcel. "Ik wilde u juist komen
+opzoeken, om over die zaak te spreken; ik zou n.l. die opzegging graag
+in een huurceel veranderd zien. Het huis bevalt me, de trap is netjes,
+de straat vroolijk en bovendien ben ik om familieredenen en andere
+oorzaken zeer aan deze woning gehecht".
+
+"Maar de laatste termijn huur moet nog betaald worden," zeide de
+huiseigenaar en liet opnieuw zijn quitantie zien.
+
+"Wij zullen die betalen, mijnheer, dat is ons vaste voornemen."
+
+Intusschen had de huisheer geen oog afgewend van den schoorsteen,
+waarop het geld lag, en de aantrekkingskracht van zijn hebzuchtige
+blikken was zòò groot, dat de geldstukken schenen te bewegen en naar
+hem toe te komen.
+
+"Ik vind het zeer aangenaam, dat ik juist op een oogenblik kom, dat
+wij deze kleine zaak kunnen regelen, zonder dat het u derangeert,"
+zeide hij en bood de quitantie aan Marcel aan, die de attaque niet
+anders pareeren kon dan door uit te wijken en met zijn schuldeischer
+nogmaals de scène tusschen don Juan en Dimanche [44] te spelen.
+
+"U hebt, geloof ik, ook nog eigendommen in de provincie?" vroeg hij.
+
+"O," antwoordde de huisheer; "niet noemenswaard: een klein landhuis
+in Bourgondië, een boerderij, weinig zaaks ..... de pachters betalen
+niet ..... Deze kleine vereffening," voegde hij eraan toe, terwijl
+hij nogmaals de quitantie aan Marcel trachtte te geven, "komt mij
+dan ook zeer van pas ..... Het is zestig francs, zooals u weet."
+
+"Zestig francs, precies!" zeide Marcel en nam van den schoorsteen
+drie goudstukken af. "Zestig francs, zeiden we," en hij legde de drie
+louis op eenigen afstand van den huisheer op de tafel.
+
+"Eindelijk!" mompelde deze; en zijn gelaat helderde op.
+
+En op zijn beurt legde hij de quitantie op tafel.
+
+Schaunard, Colline en Rodolphe volgden de ontwikkeling van het drama
+met gespannen aandacht.
+
+"Maar lieve Hemel," zeide Marcel; "daar u een Bourgondiër bent,
+zult u toch zeker niet weigeren een paar woordjes met een landgenoot
+te spreken."
+
+En hij trok een flesch ouden Mâcon open en schonk den huisheer een
+glas in.
+
+"Heerlijk!" zeide deze; "ik heb nooit beteren gedronken."
+
+"Ach, een oom van me, die in die streken woont, stuurt me zoo nu en
+dan een mandje."
+
+De huisheer was opgestaan en strekte zijn hand naar het voor hem
+geplaatste geld uit, maar Marcel hield hem tegen.
+
+"Ja, maar op één been kunt u niet loopen," zeide hij en dwong zijn
+schuldeischer nogmaals met hem en de drie andere bohémiens te klinken.
+
+De huisheer durfde niet weigeren. Hij dronk zijn glas leeg, zette
+het neer en wilde weer het geld nemen, toen Marcel uitriep:
+
+"Maar daar valt me nog iets in, mijnheer. Ik ben op het oogenblik nogal
+ruim bij kas. Mijn oom uit Bourgondië heeft me een supplement op mijn
+jaargeld gezonden. Ik ben bang dat geld er door te lappen. U weet,
+niet waar, de jeugd haalt wel eens dolle streken uit .... Wanneer ik
+u er niet mede beleedig, zou ik graag een termijn vooruit betalen."
+
+En opnieuw nam hij zestig francs in zilver van den schoorsteen en
+legde die bij de louis op tafel.
+
+"Ik zal u daar dadelijk een quitantie voor maken," zeide de eigenaar;
+"ik heb blanco formulieren in mijn zak"--en hij haalde zijn
+portefeuille te voorschijn--"ik zal die invullen en antidateeren."
+
+"Een aardige huurder," dacht hij bij zichzelf en wierp verliefde
+blikken naar de honderd-twintig francs.
+
+Bij dit voorstel stonden de drie bohémiens, die toch al niets van
+Marcel's diplomatie begrepen, gewoonweg "paf",
+
+"Maar de schoorsteen rookt," begon nu de schilder, "dat is erg
+onaangenaam."
+
+"Maar waarom hebt u me dat niet eerder gezegd? Dan had ik den
+schoorsteenveger laten komen," zeide de eigenaar, die voor den schilder
+niet onder wilde doen. "Morgen zal ik werklui sturen."
+
+En nadat hij de tweede quitantie ingevuld had, legde hij die bij de
+eerste, schoof ze toen beide naar Marcel toe en stak zijn hand weer
+naar het stapeltje geld uit.
+
+"U kunt u niet voorstellen, hoe gelegen die som mij op het oogenblik
+komt," zeide hij; "ik moet een paar rekeningen voor reparaties aan
+het huis betalen en ik was werkelijk om geld verlegen."
+
+"Het spijt mij, dat ik u wat heb moeten laten wachten!" viel Marcel
+hem in de rede.
+
+"O, zoo erg is het niet ..... Heeren, ik heb de eer ...." En weer
+stak hij zijn hand uit.
+
+"O, o, neem me niet kwalijk," zeide Marcel vlug; "zoover zijn we nog
+niet. Wie a zegt," en hij schonk opnieuw in, "moet ook b zeggen."
+
+"Dat is zoo," zeide deze en ging uit beleefdheid weer zitten.
+
+Ditmaal begrepen de bohémiens uit een blik, dien Marcel hun toewerp,
+wat zijn doel was.
+
+Intusschen begon de huisheer al op een vreemde manier met zijn
+oogen te draaien. Hij balanceerde op zijn stoel heen en weer, begon
+dubbelzinnige taal uit te slaan en beloofde Marcel, die hem een paar
+reparaties vroeg, fabelachtige verfraaiingen.
+
+"En nu de zware artillerie voor het front!" fluisterde de schilder
+Rodolphe in en wees op een flesch rhum.
+
+Na het eerste glaasje zong de huisheer een schuin liedje, dat Schaunard
+deed blozen.
+
+Na het tweede glaasje vertelde hij zijn huiselijke onaangenaamheden;
+en daar zijn vrouw Helena heette, vergeleek hij zich bij Menelaus.
+
+Na het derde glaasje kreeg hij een philosophische vlaag en gaf de
+volgende aphorismen ten beste:
+
+"Het leven is een stroom."
+
+"Geld maakt niet gelukkig."
+
+"De mensch is een ééndagsvlinder."
+
+"O, hoe lieflijk is de liefde!"
+
+Dan maakte hij Schaunard tot zijn vertrouweling en vertelde hij hem
+van zijn heimelijke liaison met een jong meisje, Euphémie geheeten,
+aan wie hij een mahoniehouten ameublement gegeven had. Daarbij gaf
+hij zoo'n nauwkeurig portret van dit jonge meisje, dat Schaunard een
+vreemd vermoeden in zich voelde opkomen, dat onmiddellijk daarna een
+zekerheid werd, toen de huisheer hem een brief, dien hij uit zijn
+portefeuille haalde, liet zien.
+
+"O, hemel!" riep Schaunard uit, toen hij de onderteekening zag;
+"hardvochtige, gij boort mij een dolk door het hart."
+
+"Wat heeft hij toch?" riepen de bohémiens, over die taal verwonderd,
+uit.
+
+"Kijk maar," zeide Schaunard; "deze brief is van Phémie. Dat is haar
+onderteekening."
+
+Schaunard liet den brief van zijn vroegere maîtresse circuleeren. Deze
+begon met de woorden:
+
+
+ "Mijn lief, dik beertje,"
+
+
+"Dat lief, dik beertje ben ik," zeide de huisheer, die vergeefsche
+pogingen deed om op te staan.
+
+"Prachtig!" zeide Marcel, die dit zag, "hij heeft zijn anker
+uitgeworpen."
+
+"Phémie, hardvochtige Phémie!" zuchtte Schaunard; "wat heb je me
+aangedaan!"
+
+"Ik heb voor haar in de rue Coquenard No. 12 een entresol laten
+meubileeren," stamelde de huisheer; "het is er heel aardig, heel
+aardig ..... maar het heeft me een aardige duit gekost .... Doch de
+ware liefde ziet niet op geld ..... en bovendien heb ik twintigduizend
+francs rente ..... Zij vraagt mij geld ...." ging hij voort, terwijl
+hij den brief weer in zijn zak stak; "Arme kleine! ... Ik zal haar
+dit geld geven ..... dat zal haar plezier doen."
+
+En hij strekte weer zijn hand naar het geld uit.
+
+"Wat is dat?" vroeg hij verbaasd, terwijl hij op de tafel rond tastte,
+"waar is het gebleven?"
+
+Het geld was verdwenen.
+
+"Een fatsoenlijk man mag zich onder geen voorwaarden tot zulk een
+misdadigen minnehandel leenen," had Marcel gezegd. "Mijn geweten en
+de moraal verbieden mij de huur aan dezen wellustigen kerel in handen
+te geven. Ik zal mijn huur niet betalen. Maar mijn ziel zal tenminste
+geen wroeging hebben. Wat een zeden! Een man met zoo weinig haren op
+zijn hoofd!"
+
+Intusschen was de huiseigenaar stomdronken geworden en sloeg met
+luide stem allerlei onzin tegen de flesschen uit.
+
+Daar hij nu al twee uur weg was, stuurde zijn vrouw, die ongerust
+begon te worden, eindelijk het dienstmeisje naar boven; toen zij haar
+meester in zoo'n toestand zag, stiet zij een gil van schrik uit.
+
+"Wat hebt u met hem uitgevoerd?" vroeg zij aan de bohémiens.
+
+"Niets," antwoordde Marcel; "hij is daarnet hierboven gekomen,
+om de huur te halen, en daar we geen geld hadden, hebben we hem
+uitstel gevraagd."
+
+"Maar hij is stom bezopen," zeide het dienstmeisje.
+
+"Dat was hij al grootendeels, toen hij hier kwam," antwoordde Rodolphe;
+"hij vertelde ons, dat hij zijn wijnkelder opgeruimd had."
+
+"Hij was al zòò in den lorem," voegde Colline eraan toe, "dat hij
+zijn quitanties zonder betaling hier wou laten."
+
+"Geef ze maar aan zijn vrouw," zeide ten slotte de schilder, terwijl
+hij de quitanties aan het dienstmeisje overhandigde, "wij zijn eerlijke
+jongens en willen geen misbruik maken van zijn toestand."
+
+"Lieve God, wat zal mevrouw wel zeggen?" zuchtte het dienstmeisje,
+dat haar meester, die nauwelijks op zijn beenen staan kon, meetrok.
+
+"Eindelijk!" riep Marcel verlicht uit.
+
+"Hij zal morgen wel terugkomen," zeide Rodolphe; "nu hij eenmaal geld
+gezien heeft."
+
+"Als hij terugkomt," zeide de kunstenaar, "dan dreig ik hem zijn
+vrouw zijn liaison met de jonge Phémie te zullen vertellen, dan zal
+hij wel uitstel geven."
+
+Toen de huisheer weg was, begonnen de vier vrienden weer te drinken
+en te rooken. Marcel was niettegenstaande zijn roes de eenige, die
+nog eenig besef had van wat er om hem gebeurde. Bij het minste leven
+op de trap vloog hij op, om de deur open te maken. Maar degenen, die
+naar boven kwamen, bleven altijd op een lagere verdieping. Langzaam
+ging de schilder dan weer in het hoekje bij de haard zitten. Het
+sloeg middernacht, en nog was Musette er niet.
+
+"Misschien was ze niet thuis, toen mijn brief kwam," dacht hij. "Ze
+zal hem dan vanavond bij haar thuiskomst vinden en morgen komen. Morgen
+hebben we ook nog vuur. Want komen zal zij. Tot morgen dus."
+
+En in zijn hoekje sliep hij in.
+
+Op hetzelfde oogenblik, dat Marcel van haar droomde, verliet Musette
+het huis van madame Sidonie, bij wie zij tot zoo lang gebleven
+was. Musette was niet alleen, een jong mensch was met haar; een
+rijtuig wachtte beneden voor de deur; zij stapten er samen in; het
+rijtuig reed in grooten vaart weg.
+
+De partij lansquenet duurde bij madame Sidonie voort.
+
+"Waar is Musette toch?" vroeg plotseling een der spelers.
+
+"En de kleine Séraphin?" een tweede.
+
+Madame Sidonie begon te lachen.
+
+"Die zijn er samen stil vandoor gegaan," zeide zij. "Een typische
+geschiedenis! Wat een zeldzaam exemplaar is die Musette toch! Stel
+je voor ...."
+
+En zij begon te vertellen hoe Musette, na bijna ongenoegen met vicomte
+Maurice gekregen en zich op weg naar Marcel begeven te hebben, heel
+toevallig even bij haar opgeloopen was en hier den jongen Séraphin
+aangetroffen had.
+
+"Ik had er dadelijk wel vermoeden op," zeide Sidonie, zichzelf in
+de rede vallend; "ik heb ze den geheelen avond in het oog gehouden,
+en waarachtig de jonge man is zoo kwaad niet. Kort en goed, zij zijn,
+zonder een woord te zeggen, weggegaan, en een kraan, die ze vinden
+kan. Doch hoe het zij; het is eigenlijk te gek om los te loopen,
+wanneer je bedenkt, dat Musette dol op Marcel is."
+
+"Maar als ze dol is op Marcel, wat wil ze dan eigenlijk met den
+kleinen Séraphin, die nog bijna een kind is? Hij heeft nooit een
+maîtresse gehad," merkte een der aanwezigen op.
+
+"Zij wil hem leeren lezen," antwoordde de journalist, die altijd heel
+"geestig" was, als hij verloren had.
+
+"Dat is goed en wel," meende Sidonie. "Waarom gaat ze met Séraphin,
+als ze van Marcel houdt? Dat gaat boven mijn petje."
+
+"Ja, waarom?"
+
+
+
+Vijf dagen lang leidden de bohémiens, zonder hun kamer ook maar
+één oogenblik te verlaten, het vroolijkste leventje, dat men zich
+denken kan. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat zaten zij aan
+tafel. Een bewonderenswaardige wanorde heerschte in het vertrek,
+waarin een Pantagruelistische atmospheer hing. Op een bijna geheel uit
+oesterschalen bestaande bank lag een leger van de meest verschillende
+flesschen. De tafel was bedekt met allerlei etensrestjes, en in de
+haard brandde een formeel bosch.
+
+Ook op den ochtend van den zesden dag maakte Colline als
+opper-ceremoniemeester het menu voor het dejeuner, het diner en het
+souper op, zooals hij dat iederen morgen deed, en onderwierp het
+dan aan de goedkeuring van zijn vrienden, die het als teeken van
+instemming met hun handteekening voorzagen.
+
+Maar toen Colline de lade, die als schatkist dienst deed, opentrok,
+om het voor dien dag noodige geld te krijgen, deed hij verschrikt
+twee pas achteruit en werd bleek als de schim van Banquo. [45]
+
+"Wat is er?" vroegen de anderen onverschillig.
+
+"Wat er is? Ik heb nog maar dertig sous," zeide de philosoof.
+
+"Alle duivels!" riepen de anderen uit; "dat zal een heele verandering
+in het menu veroorzaken. Enfin, wanneer we die dertig sous goed
+gebruiken ..... Maar de truffels zullen er wel bij moeten inschieten."
+
+Eenige oogenblikken later was de tafel gedekt. Er stonden in volkomen
+symmetrie drie schotels op, n.l.:
+
+Een schotel haring;
+
+Een schotel aardappelen
+
+Een schotel kaas.
+
+In den schoorsteen brandden twee blokjes hout, zoo groot als een vuist.
+
+Buiten viel nog steeds de sneeuw.
+
+De vier bohémiens gingen aan tafel en legden hun servetten op hun
+knieën.
+
+"Het is vreemd," zeide Marcel; "maar die haring smaakt naar fazant."
+
+"Dat ligt aan de manier, waarop ik hem klaargemaakt heb," antwoordde
+Colline; "tot nu toe is de haring miskend."
+
+Op dat oogenblik kwam een vroolijk gezang de trap op en klopte aan
+de deur. Marcel, die bij de eerste tonen al opgesprongen was, vloog
+naar de deur, om open te doen.
+
+Musette sloeg haar armen om hem heen en zoende hem wel vijf minuten
+lang. Marcel voelde hoe zij in zijn armen beefde.
+
+"Wat heb je?" vroeg hij haar.
+
+"Ik heb het koud," zeide zij en liep naar den schoorsteen.
+
+"Hè," zeide Marcel, "we hebben zoo'n lekker vuurtje gehad."
+
+"Ja," zeide Musette met een blik op de overblijfselen van het
+vijfdaagsche feestmaal; "ik kom te laat."
+
+"Waarom?" vroeg Marcel.
+
+"Waarom?" zeide Musette .... en kreeg een kleur. In plaats van antwoord
+te geven ging zij op Marcels knieën zitten; zij beefde nog steeds en
+haar handen waren blauw van de kou.
+
+"Was je niet vrij?" vroeg Marcel haar fluisterend.
+
+"Ik niet vrij!" riep Musette uit. "O Marcel, al zat ik midden tusschen
+de sterren of in het paradijs van den goeden God, en jij gaf me een
+teeken, ik zou naar beneden komen. Ik niet vrij!...."
+
+En zij begon weer te rillen.
+
+"Er zijn hier vijf stoelen," zeide Rodolphe; "dat is een oneven getal,
+en bovendien heeft de vijfde een allerbelachelijksten vorm."
+
+En hij sloeg den stoel tegen den muur kapot en wierp de stukken in
+de haard. Het vuur flikkerde plotseling tot een heldere en vroolijke
+vlam op. Dan gaf hij Colline en Schaunard een wenk en ging met hen weg.
+
+"Waar gaan jullie heen?" vroeg Marcel.
+
+"Tabak halen!" antwoordden zij.
+
+"Ja, in Havana!" voegde Schaunard er aan toe en gaf Marcel een teeken
+van verstandhouding, waarop deze met een dankbaren blik antwoordde,
+
+"Waarom ben je niet eerder gekomen?" vroeg hij opnieuw aan Musette,
+toen zij alleen waren.
+
+"Ja, het is zoo, ik ben wat laat ...."
+
+"Vijf dagen om over den pont Neuf te komen. Heb je misschien een
+omweg over de Pyreneeën gemaakt?"
+
+Musette sloeg haar oogen neer en bleef zwijgen.
+
+"O jou slecht meisje!" zeide Marcel op droefgeestigen toon, terwijl
+hij zacht met zijn hand op den corsage van zijn vriendinnetje sloeg;
+"wat heb je daar toch onder zitten?"
+
+"Dat weet je heel goed," antwoordde zij snel.
+
+"Maar wat heb je gedaan, nadat ik je geschreven heb?"
+
+"Vraag het me niet!" smeekte zij en sloeg haar armen om hem heen;
+"vraag me niets. Laat ik me naast je warmen, zoo lang het koud is. Je
+ziet, ik had mijn mooiste japon aangetrokken, om naar je toe te gaan
+..... Die arme Maurice kon zich maar niet begrijpen, dat ik naar je
+toe wilde .... maar ik kon mijn verlangen niet bedwingen .... ik ben
+op weg gegaan .... Lekker, dat vuur!" voegde zij eraan toe, terwijl
+zij haar handjes dichter bij de vlammen hield. "Ik blijf tot morgen
+bij je. Goed?"
+
+"Het zal hier leelijk koud worden," zeide Marcel, "en eten is er ook
+niet meer. Je bent te laat gekomen."
+
+"Och, wat!" antwoordde Musette; "dan lijkt het des te meer op vroeger!"
+
+
+
+Rodolphe, Colline en Schaunard bleven vier-en-twintig uur uit, om
+hun tabak te halen. Toen zij weer terugkwamen, was Marcel alleen.
+
+Vicomte Maurice zag Musette na een afwezigheid van zes dagen eerst
+terug.
+
+Hij maakte haar geen enkel verwijt, vroeg alleen waarom zij zoo
+bedroefd was.
+
+"Ik heb ruzie gehad met Marcel," antwoordde zij; "we zijn kwaad van
+elkaar weggegaan!"
+
+"En toch zal je misschien weer naar hem terugkeeren?"
+
+"Wat zal ik je zeggen?" zeide Musette; "ik heb behoefte om van
+tijd tot tijd de lucht van dat leven in te ademen. Mijn dol bestaan
+gelijkt op een lied; ieder van mijn amourettes is een couplet ervan;
+maar Marcel is het refrein."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX.
+
+MIMI IN ZIJDE EN FLUWEEL.
+
+
+I.
+
+"Neen, neen, neen, ge zijt niet meer Lisette. Neen, neen, ge zijt
+niet meer Mimi!
+
+"Ge zijt nu mevrouw de vicomtesse, overmorgen zult ge misschien
+mevrouw de hertogin zijn, want ge hebt den voet op den ladder, die tot
+hoogheid leidt, bestegen; de deur van uw droomen heeft zich eindelijk
+voor uw schreden geopend en overwinnend en triompheerend zijt gij
+binnengetreden. Ik heb vooruit geweten, dat gij den een of anderen
+nacht daarin slagen zoudt. Het moest trouwens zoo gaan: uw kleine,
+blanke handjes waren voor niets doen geschapen en verlangden reeds
+lang naar den ring van een aristocratische verbintenis. Eindelijk
+hebt ge een blazoen! Maar wij zien toch nog altijd liever dat, hetwelk
+de jeugd aan uw schoonheid gaf: uw bleek gelaat, welks leliënveld uw
+blauwe oogen in vier kwartieren scheen te verdeelen. Doch edele vrouwe
+of grisette, bekoorlijk zijt gij altijd; en ik herkende u dadelijk,
+toen ge me onlangs op een avond op straat snel in uw mooie laarsjes
+voorbij liept, terwijl uw gehandschoend handje den wind hielp om
+de volants van uw robe op te houden, eensdeels om die niet vuil te
+laten worden, anderdeels om uw geborduurde onderrokken en à-jour
+kousen te laten zien. Ge hadt een hoed van een bewonderenswaardigen
+vorm en het kwam me voor, dat ge in groote verlegenheid verkeerde ten
+gevolge van een kostbaren kanten voile, die van dien kostbaren hoed
+neergolfde. Inderdaad een moeilijk geval: het gold immers de vraag, wat
+beter en voor uw coquetterie voordeeliger was, die voile neergelaten
+of opgeslagen te dragen. Wanneer ge hem voor uw gezicht zoudt dragen,
+dan liept ge kans niet herkend te worden door uw vrienden, die ge
+tegen zoudt kunnen komen, want die zouden zeker tienmaal langs u
+gegaan kunnen zijn, zonder ook maar te vermoeden, dat die prachtige
+enveloppe mademoiselle Mimi verborg. Sloegt ge hem daarentegen terug,
+dan liep de voile gevaar niet gezien te worden--en waartoe diende
+het anders dien te hebben? Doch ge wist die moeilijkheid op zeer
+geestrijke wijze te overwinnen, door den voile om de tien pas neer
+te doen en weer terug te slaan, dezen voile, dit kostbare weefsel,
+dat ongetwijfeld bewerkt is in het spinnewebbenland, dat Vlaanderen
+genoemd wordt en dat alleen zeker meer gekost heeft dan uw geheele
+vroegere garderobe samen .... Ach, Mimi! .... Pardon .... Ach, mevrouw
+de vicomtesse! Ik had, zooals ge nu ziet, wel gelijk, toen ik zeide:
+"Geduld, wanhoop niet: de toekomst gaat zwanger van kaschmir-sjaals,
+brillanten en intieme soupers. Ge wildet me toen niet gelooven,
+ongeloovige. Welnu, mijn voorspellingen zijn toch werkelijkheid
+geworden, en ik sta bij u thans zeker even hoog in aanzien als uw
+Oracles des Dames, die kleine heksenmeester in 18°, dien ge voor
+vijf sous aan een boekenstalletje op den pont Neuf gekocht hebt en
+dien ge met uw eeuwigdurende ondervragingen lastig vielt? Nogmaals,
+had ik geen gelijk met mijn prophetieën en zult ge me nu gelooven,
+wanneer ik u zeg, dat ge op deze trede niet zult blijven staan;
+als ik u zeg, dat ik, als ik aandachtig luister, in de diepte van
+uw toekomst, reeds het getrappel en gehinnik hoor van paarden,
+gespannen voor een blauwen coupé, bestuurd door een gepoederden
+koetsier, die de trede voor u neerslaat met de eerbiedige vraag:
+"Waar gaat mevrouw heen?" En zult ge me ook gelooven, als ik u zeg,
+dat ge later .... God geve, zoo laat mogelijk!... het doel van een
+lang gekoesterde eerzucht zult bereiken en een table d'hôte zult
+houden te Belleville of in Batignolles en u het hof gemaakt zal worden
+door oude militairen en gepensionneerde smachtende aanbidders, die
+in het geheim lansquenet en baccaraat bij u komen spelen. Maar voor
+dit tijdstip, waarop de zon van uw jeugd reeds ter kimme zal dalen,
+komt, zult ge nog heel wat ellen zijde en fluweel gebruiken; zullen
+nog heel wat vaderlijke erfdeelen in de smeltkroes van uw grillen en
+luimen wegsmelten, zal nog menige bloem in uw haar, nog menige bloem
+onder uw voet ontbladerd worden, zult ge zelf nog dikwijls van blazoen
+veranderen. Beurtelings zal op uw hoofd de parelsnoer der baronessen,
+de kroon der gravinnen en de diadeem der markiezinnen schitteren;
+als devies zult ge in uw wapen het woord: "Onbestendigheid" voeren;
+gij zult, al naar luim of behoefte, al die talrijke aanbidders op hun
+beurt of allen tegelijk weten te bevredigen, welke queue zullen komen
+maken in de anti-chambre van uw hart, zooals men queue maakt voor
+den ingang van een schouwburg, waar een trekstuk gegeven wordt. Ga
+dus voorwaarts, schud al uw herinneringen van u af, om ruimte te
+hebben voor uw eerzucht; voorwaarts dus: de weg, die voor u ligt,
+is mooi, en wij hopen, dat hij nog lang zacht voor uw voeten zijn
+mag; maar vòòr alles hopen wij, dat al die luxe en pracht, al die
+schitterende toiletten niet te spoedig de lijkwade zullen worden,
+waarin men uw vroolijkheid inwikkelt."
+
+Zoo sprak de schilder Marcel tot de kleine Mimi, die hij drie of vier
+dagen na haar tweede echtscheiding van den dichter Rodolphe ontmoet
+had. Hoewel hij getracht had op de spotternijen, die hier en daar door
+zijn horoscoop heen gezaaid waren, een sourdine te zetten, was Mimi
+in geen enkel opzicht het slachtoffer van Marcel's mooie woorden en
+begreep zij heel goed dat hij zich zonder eenigen eerbied voor haar
+nieuwen titel, vroolijk maakte over haar.
+
+"Je bent heel onaardig tegen me, Marcel," zeide mademoiselle Mimi;
+"dat is slecht van je: ik ben altijd goed voor je geweest, toen
+ik met Rodolphe samenwoonde, en dat ik hem verlaten heb, is zijn
+schuld. Heeft hij me niet bijna op straat gezet, en hoe heeft hij
+mij de laatste dagen, dat we bij elkaar waren, behandeld? Ik was erg
+ongelukkig. Jij weet niet wat voor een man Rodolphe is: een opvliegend
+en jaloersch karakter, dat mij langzamerhand vermoordde. Hij hield van
+me, dat weet ik heel goed, maar zijn liefde was even gevaarlijk als een
+geladen pistool. En wat voor een leven heb ik die vijftien maanden bij
+hem gehad? Ach, Marcel, ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben,
+maar ik heb met Rodolphe veel geleden, dat weet je trouwens zelf
+ook wel! En niet omdat we het arm hadden, ben ik van hem weggegaan,
+daaraan was ik van jongsaf aan gewend; neen ik zeg je het je nogmaals:
+hij heeft mij weggejaagd; hij heeft mijn hart met voeten getreden;
+hij heeft me gezegd, dat ik geen eergevoel had, als ik bij hem bleef;
+hij heeft me gezegd, dat hij niet meer van me hield en dat ik maar een
+anderen minnaar moest zoeken; ja hij is zelfs zòò ver gegaan, dat hij
+mij een jongen man heeft aangewezen, die me het hof maakte; en door
+zijn eeuwige uittartingen is hij, om zoo te zeggen, de trait-d'union
+tusschen mij en dien jongen man geworden. Ik heb met hem slechts
+uit dépit tegen Rodolphe en door den nood gedwongen geleefd, want
+ik hield niet van hem; je weet zelf heel goed, dat ik niet veel op
+heb met zoo heel jonge kereltjes, zij zijn bijna altijd vervelend en
+sentimenteel als harmonica's. Enfin wat gebeurd is, is gebeurd en ik
+heb er geen spijt van; wanneer ik weer in denzelfden toestand kwam,
+zou ik hetzelfde doen. Nu ik niet meer bij hem ben en nu hij weet, dat
+ik gelukkig ben, is Rodolphe woedend en voelt hij zich verongelijkt;
+dat weet ik van iemand, die hem een paar dagen geleden gezien heeft:
+hij had roode oogen. En dat verwondert me niets, want ik wist wel, dat
+het zoo gaan zou en hij me heel gauw weer zou naloopen; maar je kunt
+hem uit mijn naam zeggen, dat het vergeefsche moeite is ..... ditmaal
+is het ernst geweest; het is nu voor goed tusschen ons uit ..... Heb
+je hem de laatste dagen nog gezien, Marcel en is hij werkelijk zoo
+veranderd?" vroeg Mimi plotseling op een heel anderen toon.
+
+"Zeker is hij veranderd," antwoordde Marcel; "heel erg veranderd
+zelfs."
+
+"Hij is bedroefd, dat spreekt. Maar wat kan ik er aan doen? Des te
+erger voor hem, het is zijn eigen schuld. Ten slotte moest er een
+eind aan komen. Troost jij hem, Marcel."
+
+"O, o," zeide Marcel kalm; "maak je daar maar niet ongerust over,
+Mimi; dat is al voor de grootste helft in orde."
+
+"Wat je daar zegt, is niet waar, beste jongen!" merkte Mimi eenigszins
+ironisch op; "zoo gauw zal Rodolphe er niet over heen zijn. Hoe
+was hij den avond voor mijn vertrek niet! Het was op een Vrijdag,
+ik wou dien nacht niet bij mijn nieuwen minnaar blijven, omdat ik
+bijgeloovig ben en de Vrijdag een ongeluksdag is."
+
+"Daar vergis je je in, Mimi: in de liefde is de Vrijdag een geluksdag;
+de Ouden noemden hem Dies Veneris."
+
+"Latijn heb ik nooit geleerd," viel Mimi hem in de rede. "Maar
+enfin; ik kwam dan bij Paul uit en vond Rodolphe beneden op straat op
+schildwacht staan. Hij wachtte op me. Het was laat, al over twaalven,
+en ik had honger, want ik had slecht gedineerd. Ik vroeg Rodolphe of
+hij niet wat voor het souper wilde halen. Een half uur later kwam
+hij terug met niet zoo veel bijzonders: brood, wijn, sardientjes,
+kaas en een appelkoek, dat was alles. In dien tusschentijd was ik
+onder de wol gekropen. Hij schoof de tafel bij het bed. Ik deed net,
+alsof ik niet op hem lette, maar ik nam hem heel goed op: hij was
+zoo bleek als een lijk, hij rilde en liep in de kamer op en neer
+als iemand, die niet weet wat hij wil. In een hoekje zag hij mijn
+pakjes met kleeren liggen. Dat scheen hem te hinderen en hij zette
+het scherm voor die pakjes, om ze niet meer te zien. Toen alles klaar
+was, begonnen we te eten; hij probeerde me te laten drinken, maar ik
+had geen honger of dorst meer. Ik had net een gevoel, alsof er een
+prop in mijn keel zat. Het was koud, want we hadden geen hout om vuur
+aan te leggen; je hoorde den wind door den schoorsteen fluiten. Het
+was wel triest. Rodolphe keek me voortdurend aan, zijn oogen stonden
+strak. Dan legde hij zijn hand in de mijne; en ik voelde hoe de zijne
+beefde, zij was warm en koud tegelijk.
+
+--"Dat is het begrafenismaal van onze liefde," zeide hij heel zacht.
+
+"Ik antwoordde niet, maar had ook niet den moed, mijn hand terug
+te trekken.
+
+--"Ik ben moe," zeide ik eindelijk; "het is laat, we moesten maar
+gaan slapen."
+
+"Rodolphe keek me aan. Ik had een van mijn dassen om mijn hoofd
+gebonden, om me een beetje tegen de koude te beschermen. Zonder een
+woord te zeggen nam hij die das weg.
+
+--"Waarom doe je dat?" vroeg ik. "Ik heb het koud."
+
+--"O, Mimi," zeide hij; "zet dezen nacht je gestreepte mutsje nog
+eens op. Dat zal je zooveel moeite niet kosten."
+
+"Hij bedoelde een bruin en wit gestreept nachtmutsje van gedrukt
+katoen, dat hij mij graag op zag hebben, omdat het hem herinnerde
+aan eenige gelukkige nachten. want daarnaar telden we onze gelukkige
+dagen. Daar het de laatste nacht was, dat ik bij hem zou slapen,
+durfde ik zijn verzoek niet te weigeren. Ik stond op en ging het
+mutsje, dat onder in een van de pakjes lag, halen; ik vergat het
+scherm weer op zijn plaats te zetten. Rodolphe merkte het en verborg
+voor de tweede maal de pakjes.
+
+--"Goeden nacht!" zeide hij tegen me.
+
+--"Goeden nacht!" antwoordde ik.
+
+"Ik dacht, dat hij mij een zoen zou geven, en ik zou mij daar niet
+tegen verzet hebben, maar hij nam slechts mijn hand en drukte die aan
+zijn lippen. Je weet, Marcel, hoe graag hij mijn handen kuste. Ik
+hoorde hem klappertanden en voelde, dat zijn lichaam zoo koud als
+marmer was. Hij hield mijn hand maar steeds vast en had zijn hoofd op
+mijn schouder gelegd, die al heel gauw nat van tranen was. Rodolphe
+was in een vreeselijken toestand. Hij beet in de beddelakens, om
+het niet uit te schreeuwen; maar ik hoorde zijn onderdrukt gesteun
+en voelde zijn tranen over mijn schouders stroomen, waarop zij eerst
+brandden als vuur, dan koud werden als ijs. Op dat oogenblik had ik
+al mijn moed noodig; en ik had dien noodig, dat verzeker ik je, want
+ik had maar één woord behoeven te zeggen, mijn hoofd maar behoeven om
+te keeren, en mijn mond zou Rodolphe's lippen aangeraakt hebben en wij
+zouden ons nogmaals verzoend hebben. Een oogenblik dacht ik werkelijk,
+dat hij in mijn armen sterven of minstens krankzinnig worden zou,
+wat vroeger bijna reeds het geval geweest is ..... herinner je je nog
+wel? Ik voelde, dat ik op het punt stond toe te geven; ik wilde den
+eersten stap tot verzoening doen; ik wilde hem in mijn armen sluiten,
+want je moet wel een hart van steen hebben om tegenover zoo'n smart
+ongevoelig te blijven. Plotseling herinnerde ik me echter de woorden,
+die hij den vorigen avond gezegd had: "Je hebt geen eergevoel, als je
+bij me blijft, want ik houd niet meer van je." En bij de herinnering
+aan die grofheden had ik Rodolphe naast mij hebben kunnen zien sterven,
+zou ik, ook al had ik geweten, dat een kus van mij hem zou hebben
+kunnen redden, mijn hoofd hebben afgewend. Uitgeput door vermoeienis
+viel ik eindelijk in een lichte sluimering. Ik hoorde Rodolphe nog
+steeds snikken, en ik verzeker je, Marcel, het duurde den geheelen
+nacht door. Toen de dag aanbrak en ik in dat bed, waarin ik voor het
+laatst sliep, keek naar mijn minnaar, dien ik ging verlaten, om in de
+armen van een ander te snellen, schrok ik vreeslijk bij het zien van
+de verwoestingen, die de smart op Rodolphe's gezicht had aangericht.
+
+"Hij stond op zonder iets te zeggen. Bij de eerste stappen, die
+hij deed, sloeg hij bijna tegen den grond, zoo zwak en afgemat was
+hij. Toch kleedde hij zich vlug aan en vroeg mij slechts of alles
+al klaar was en wanneer ik wegging. Ik antwoordde, dat ik nog niets
+zekers wist. Hij ging uit, zonder afscheid te nemen, zonder me een hand
+te geven. Op die manier zijn we van elkaar gegaan. Wat een steek zal
+het hem in zijn hart gegeven hebben, toen hij me bij zijn thuiskomst
+niet meer vond!"
+
+"Ik was op zijn kamer, toen hij thuiskwam," zeide Marcel tot Mimi,
+die buiten adem was van het lange verhaal. "Toen hij beneden om den
+sleutel vroeg, zeide de vrouw van den concierge tegen hem:
+
+--"De kleine is weg."
+
+--"Zoo," antwoordde Rodolphe, "dat verwondert me niets, dat had ik
+wel gedacht."
+
+"Toen liep hij de trap op en ik volgde hem, omdat ook ik voor een
+crisis vreesde. Maar er gebeurde niets van dien aard.
+
+--"Daar het nu al te laat is om nog een andere kamer te huren,"
+zeide hij tegen me, "zullen we het maar tot morgen uitstellen. Dan
+kan je met me meegaan. En laten we nu gaan eten."
+
+"Ik dacht, dat hij zich wilde gaan bedrinken, maar ik vergiste me. We
+dineerden heel eenvoudigjes in een restaurant, waar jij ook dikwijls
+met hem gezeten hebt. Om hem een beetje onder verdooving te brengen,
+had ik Beaune besteld."
+
+--"Dat was de lievelingswijn van Mimi," zeide hij tegen me;
+"we hebben dien samen dikwijls gedronken aan hetzelfde tafeltje,
+waaraan we nu zitten. Ik herinner me nog hoe zij op een goeden dag
+haar glas, dat zij reeds verscheidene malen geledigd had, naar mij
+toeschoof met de woorden: "Schenk nog eens in, met dien Beaune kom
+je uit de boonen." Een vrij flauwe woordspeling, nauwelijks goed voor
+een vaudeville, vindt je niet? Ja, Mimi kan goed drinken!"
+
+"Daar ik zag, dat hij zich weer in herinneringen wilde gaan verdiepen,
+begon ik over wat anders te praten, van jou was er geen sprake
+meer. Hij bracht den geheelen avond in mijn gezelschap door en scheen
+even kalm als de Middellandsche Zee. Wat mij het meest verwonderde,
+was dat zijn kalmte niets gekunstelds had. Hij was de onverschilligheid
+in eigen persoon. Tegen middernacht gingen we naar huis."
+
+--"Je schijnt je er over te verwonderen, dat ik in mijn toestand
+zoo kalm ben," zeide hij tegen me; "laat ik even een vergelijking
+gebruiken, die, als is zij misschien ook wat triviaal, tenminste de
+verdienste heeft juist te zijn. Mijn hart is als een fontein, waarvan
+de kraan den geheelen nacht open heeft gestaan, 's morgens is er
+geen droppel meer in. Zoo is het nu ook met mijn hart; al de tranen,
+die ik nog had, heb ik vannacht verhuild. Het is vreemd; ik dacht,
+dat ik rijker was aan smartuitingen en nu heeft één lijdensnacht
+mij uitgeput, mij volkomen op het droge gezet. Ik verklaar je op
+mijn eerewoord, dat het zoo is. En in hetzelfde bed, waarin ik den
+afgeloopen nacht naast een vrouw, die als een blok naast me lag, uit
+wanhoop bijna gestorven ben, zal ik straks, terwijl het hoofd van die
+vrouw op het kussen van een ander rust, slapen als een pakjesdrager,
+die een zwaren dag achter den rug heeft."
+
+"Comedie," dacht ik bij mijzelf; "voordat ik goed en wel weg ben,
+loopt hij met zijn hoofd tegen den muur."
+
+"Toch liet ik Rodolphe alleen en ging naar mijn eigen kamer, maar
+slapen deed ik niet. Om drie uur meende ik leven in de kamer van
+Rodolphe te hooren; ik vloog naar beneden in de meening, dat hij aan
+het ijlen was."
+
+"En?" vroeg Mimi.
+
+"Och, beste meid, Rodolphe sliep, het bed was in het geheel niet in
+de war; alles wees erop, dat zijn slaap rustig geweest was en niet
+lang op zich had laten wachten."
+
+"Dat is heel goed mogelijk," vond Mimi; "hij was zoo moe van den
+vorigen nacht ... Maar den volgenden morgen?"
+
+"Den volgenden morgen is Rodolphe mij al heel vroeg komen halen, en
+toen zijn we kamers gaan huren in een ander huis, die we denzelfden
+avond nog betrokken hebben."
+
+"En wat heeft hij gedaan, toen hij de kamer verliet, waarin we samen
+gewoond hebben?" vroeg Mimi; "wat heeft hij gezegd, toen hij scheidde
+van de kamer, waarin hij mij zoo heeft liefgehad?"
+
+"Hij heeft heel kalm zijn boeltje gepakt," antwoordde Marcel; "en
+daar hij in een lade een paar gehaakte handschoenen en twee of drie
+brieven vond, die jij vergeten hadt mede te nemen ...."
+
+"Dat weet ik," viel Mimi hem in de rede op een toon, die scheen te
+willen zeggen: Ik heb ze exprès vergeten, om een souvenir aan me achter
+te laten. "En wat heeft hij er mede gedaan?" voegde zij eraan toe.
+
+"Ik meen me te herinneren, dat hij de brieven in de haard en de
+handschoenen uit het raam gegooid heeft; maar zonder eenig theatraal
+gebaar, zonder pose, op een heel natuurlijke manier, zooals je dat
+doet, wanneer je iets, waar je niets meer aan hebt, weg doet."
+
+"Beste Marcel, uit den grond van mijn hart hoop ik, dat die
+onverschilligheid voortduren zal. Maar eerlijk gezegd, ik geloof niet
+aan een zoo spoedige genezing, en niettegenstaande alles wat je me
+zegt, ben ik er zeker van, dat mijn dichter een gebroken hart heeft."
+
+"Het is best mogelijk," antwoordde Marcel, terwijl hij afscheid nam van
+Mimi; "maar de stukken zijn nog goed, als ik mij niet sterk vergis."
+
+Gedurende dat gesprek op de straat wachtte vicomte Paul op zijn
+nieuwe maîtresse, die veel later dan afgesproken was bij hem kwam en
+allesbehalve vriendelijk tegen den vicomte was. Hij knielde voor haar
+neer en kirde haar zijn lievelingsromance voor: dat zij bekoorlijk
+was, bleek als de maan, zacht als een lam, maar dat hij haar vooral
+liefhad om de schoonheid van haar ziel.
+
+"Ach!" dacht Mimi, terwijl zij de golven van haar bruin haar op de
+sneeuw van haar schouders liet neervallen; "Rodolphe was niet zoo
+exclusief."
+
+
+
+
+II.
+
+Het was, zooals Marcel tegen Mimi gezegd had: Rodolphe scheen radicaal
+genezen te zijn van zijn liefde voor Mademoiselle Mimi, en drie of vier
+dagen na hun scheiding zag men den dichter geheel gemetamorphoseerd
+weer verschijnen. Hij was gekleed met een elegance, die hem zelf
+onherkenbaar voor zijn spiegel moest maken, en niets in of aan hem
+scheen de vrees te rechtvaardigen, dat hij het voornemen had zich te
+storten in de afgronden van het Niet, welk praatje mademoiselle Mimi
+met gehuicheld medelijden ingang trachtte te doen vinden. Rodolphe
+was inderdaad volkomen kalm; hij luisterde, zonder dat er ook maar één
+spier op zijn gelaat vertrok, naar de verhalen, die hem gedaan werden
+over de nieuwe en weelderige levenswijze van zijn vriendinnetje, dat
+er van haar kant een genoegen in vond hem zooveel mogelijk over haar te
+laten inlichten door een jonge vrouw, die haar vertrouwde gebleven was
+en in de gelegenheid verkeerde bijna iederen avond met hem te praten.
+
+"Mimi is erg gelukkig met vicomte Paul," zeide zij tegen den dichter;
+"zij schijnt dol verliefd op hem te zijn; één ding echter verontrust
+haar, zij is n.l. bang, dat gij haar rust zult komen storen door
+achtervolgingen, die echter zeer gevaarlijk voor u zouden zijn,
+want de vicomte aanbidt zijn maîtresse en heeft twee jaar lang de
+schermschool bezocht."
+
+"Zoo!" antwoordde Rodolphe; "zij kan rustig slapen; ik heb heelemaal
+geen lust azijn in het suikerwater van haar wittebroodsweken te
+gieten. En wat haar jeugdigen minnaar betreft, die kan gerust zijn
+degen aan den spijker laten hangen evenals Gastibelza, den man met
+den karabijn. [46]"
+
+Natuurlijk werd Mimi op de hoogte gebracht van de kalmte, waarmede
+haar vroegere minnaar al die bijzonderheden opnam, en van haar kant
+verzuimde zij niet met een schouderophalen te antwoorden:
+
+"Het is goed! We zullen binnenkort wel zien, waar het op uitloopt!"
+
+Intusschen was Rodolphe nog meer dan ieder ander verbaasd over die
+plotselinge onverschilligheid, welke, zonder de gewone phasen van
+droefgeestigheid en melancholie te doorloopen, volgde op de woeste
+stormen, die nog eenige dagen te voren in zijn hart gewoed hadden. De
+vergetelheid, die anders vooral voor ongelukkige verliefden zoo
+langzaam komt; de vergetelheid, die zij luide roepen en die zij
+nog luider terugstooten, wanneer zij haar voelen naderen; deze
+onverbiddelijke troosteresse had zich plotseling en onverwachts,
+zonder dat hij er zich tegen had kunnen verzetten, in Rodolphe's hart
+ingedrongen, en de naam van de vrouw, die hij zoo hartstochtelijk had
+liefgehad, kon nu genoemd worden, zonder in zijn ziel een weerklank te
+vinden. Wonderlijk, Rodolphe, wiens sterk geheugen de herinneringen aan
+dingen, die in de verst verwijderde dagen van het verleden geschied
+waren, en aan personen, die in zijn leven, al was het nog zoo lang
+geleden, een rol gespeeld of op zijn bestaan invloed gehad hadden,
+bewaarde; diezelfde Rodolphe kon, hoe hij zich ook inspande, zich vier
+dagen na de scheiding niet duidelijk de trekken herinneren van zijn
+vriendinnetje, dat met haar blanke, zachte handjes zijn leven bijna
+gebroken had. De zachte oogen, in wier schittering hij zoo dikwijls
+ingeslapen was, kon hij zich niet meer voor den geest roepen. Hij
+herinnerde zich zelfs den klank der stem niet meer, wier uitbarstingen
+van woede of verliefd gefluister hem tot waanzin brachten.
+
+Een van zijn vrienden, ook een dichter, die hem sinds zijn
+echtscheiding niet gezien had, zag hem op een avond blijkbaar in droeve
+gedachten verzonken met groote passen op straat op en neer loopen.
+
+"Zoo, ben jij daar!" zeide de dichter, terwijl hij Rodolphe de hand
+toestak en hem nieuwsgierig opnam.
+
+Daar hij zag, dat Rodolphe een bedroefd gezicht zette, meende hij
+hem wat moed te moeten inspreken:
+
+"Kom, kerel, moed! Ik weet, dat dergelijke dingen zwaar te dragen zijn,
+maar het had er toch eenmaal toe moeten komen. Beter nu dan later! En
+binnen drie maanden ben je weer heelemaal genezen!"
+
+"Wat voor een dwaasheid sta je toch uit te slaan?" zeide Rodolphe;
+"ik ben niet ziek."
+
+"Kom," antwoordde de ander, "houd je nou maar zoo groot niet. Ik ken
+de heele geschiedenis, en al kende ik die niet, dan zou ik die toch
+op je gezicht kunnen lezen."
+
+"Pas op, kerel, je vergist je!" zeide Rodolphe; "weliswaar ben ik
+vanavond een beetje mismoedig, waar wat de oorzaak daarvan betreft,
+sla je de plank heelemaal mis."
+
+"Ach, Rodolphe, waarom strijdt je toch zoo tegen? Het is heel
+natuurlijk; een liaison, die bijna twee jaar geduurd heeft, breek je
+niet zoo maar zonder kleerscheuren af."
+
+"Dat zeggen jullie allemaal!" zeide Rodolphe ongeduldig; "maar jullie
+hebt het allemaal op mijn woord van eer mis. Ik ben erg bedroefd en
+zie er misschien ook zoo uit, dat is mogelijk; maar ik ben het alleen
+maar, omdat mijn kleermaker mij vandaag mijn nieuwe pak zou bezorgen
+en het niet gedaan heeft. Zie je, daarom heb ik het land."
+
+"Grappenmaker, grappenmaker!" zeide de ander lachend.
+
+"Waarachtig niet, ik ben ernstig, doodernstig. Luister maar even naar
+mijn redeneering."
+
+"Nou ik luister: bewijs mij eens hoe je redelijkerwijze zoo'n bedroefd
+gezicht kunt zetten, omdat een kleermaker je pak niet thuisbezorgd
+heeft. Ga je gang, en laat eens hooren."
+
+"Je weet toch," zeide Rodolphe, "dat kleine oorzaken groote gevolgen
+kunnen hebben. Ik moest vanavond een zeer gewichtig bezoek afleggen
+en dat kan ik nu niet doen, omdat ik geen fatsoenlijk pak heb. Begrijp
+je het nu?"
+
+"Neen, volstrekt nog niet. Ik zie tot op dit oogenblik geen voldoende
+motief, om zoo het land te hebben. Je vindt het vervelend ..... omdat
+..... kort en goed, je lijkt wel dwaas, om me zoo iets op de mouw te
+willen spelden. Dat is mijn meening."
+
+"Kerel, je bent al bliksems halsstarrig. Je hebt altijd reden om het
+land te hebben, wanneer je een gelukje of zelfs maar een pleiziertje
+misloopt, omdat het dan zoo goed als onherroepelijk verloren is, want
+het is meestal zelfbedrog als je tegen je zelf zegt: "Ik zal het een
+anderen keer wel inhalen!" Maar om kort te gaan, ik had vanavond een
+rendez-vous met een jong meisje: ik zou haar ontmoeten in een huis,
+vanwaar ik haar misschien mee naar mijn kamer genomen zou hebben,
+als het korter was dan om naar de hare te gaan, en misschien ook wel,
+al was het langer. In dat huis nu wordt vanavond een soirée gegeven,
+een soirée waarop je alleen maar in rok kunt komen; ik heb geen rok,
+mijn kleermaker moest mij er een brengen; hij brengt dien rok niet, dus
+kan ik ook niet naar de soirée gaan; dus ontmoet ik het jonge meisje
+niet, dat nu misschien een ander ontmoet; dus breng ik haar noch naar
+mijn kamer noch naar de hare, waarheen ze nu misschien door een ander
+gebracht wordt. Zooals ik al zeide, loop ik derhalve een gelukje of
+een pleiziertje mis; derhalve heb ik het land; derhalve zie ik eruit,
+alsof ik het land heb; derhalve is de heele zaak heel natuurlijk."
+
+"Nou goed dan," zeide de vriend. "Derhalve ben je nauwelijks met je
+eenen voet uit de hel, of je stapt met je anderen weer in een nieuwe;
+maar, waarde vriend, toen ik je hier in de straat zag, maakte het
+toch precies den indruk, alsof je hier liept te schilderen."
+
+"Dat deed ik ook," antwoordde Rodolphe.
+
+"Maar het is toch wel heel toevallig, dat dit juist gebeurt in het
+stadsdeel, waarin je vroeger vriendinnetje woont: wat bewijst mij,
+dat je niet op haar wacht?"
+
+"Hoewel ik van haar gescheiden ben, hebben particuliere redenen mij
+genoopt in dit stadsgedeelte te blijven wonen; maar al zijn we bijna
+buren, toch zijn we even ver van elkaar verwijderd, alsof zij zich
+aan de Noord- en ik mij aan de Zuidpool bevond. Bovendien zit mijn
+vroegere maîtresse op dit oogenblik in het hoekje van den haard en
+neemt les in de Fransche taal bij vicomte Paul, die haar door middel
+van de orthographie op het pad der deugd wil terugbrengen. Lieve
+Hemel, wat zal hij haar verwennen! Enfin, dat is zijn zaak, nu hij de
+hoofdredacteur van zijn geluk is! Je ziet dus, dat je opmerkingen meer
+dan onzinnig zijn, en dat ik, verre van het uitgewischte spoor van mijn
+oude liefde weer te willen zoeken, juist een nieuwe op het spoor ben,
+die reeds in mijn nabijheid woont en nog dichter bij mij komen zal,
+want ik ben volkomen bereid haar een eind weegs tegemoet te gaan,
+en als zij dat ook wil doen, zal het niet lang duren voor we het
+eens zijn."
+
+"Ben je dus werkelijk alweer verliefd?" vroeg de dichter.
+
+"Dat ligt nu eenmaal in mijn natuur," antwoordde Rodolphe; "mijn
+hart lijkt op een woning, die je dadelijk te huur hangt, zoodra de
+bewoner heeft opgezegd. Wanneer een liefde mijn hart verlaat, hang
+ik een bordje uit, om een andere te krijgen. De kamers zijn bovendien
+prettig om te bewonen en pas gerepareerd."
+
+"En wie is die nieuwe afgod? Waar en wanneer heb je ze leeren kennen?"
+
+"Laat ik het je regelmatig vertellen," zeide Rodolphe. "Toen Mimi
+me verlaten had, was ik er vast van overtuigd, dat ik nooit van
+mijn leven weer verliefd zou worden, en geloofde ik in allen ernst,
+dat mijn hart van uitputting of ouderdomszwakte of wat je maar wilt
+gestorven was. Het had zoo hard en zoo lang geklopt, dat dit zeer
+goed mogelijk was. Kortom ik waande het dood, morsdood, zòò dood,
+dat ik erover dacht het net als Marlborough te begraven. Bij die
+gelegenheid gaf ik een klein begrafenisdinertje, waarop ik enkele
+van mijn intieme vrienden inviteerde. De gasten moesten een bedroefd
+gezicht trekken en de flesschen hadden een rouwfloers over de hals."
+
+"En waarom heb je mij niet gevraagd?"
+
+"Neem me niet kwalijk, maar ik wist het adres van de wolk, waarop je
+troont, niet."
+
+"Nou enfin, vertel maar verder!"
+
+"Een van de gasten had een jong meisje meegebracht, dat ook kort
+geleden door haar minnaar verlaten was. Een van mijn vrienden, die heel
+goed op de violoncel der sentimentaliteit speelt, vertelde haar mijn
+geschiedenis. Hij schilderde de jonge weduwe de goede hoedanigheden
+van mijn hart, dien armen doode, dien we juist wilden gaan begraven,
+en noodigde haar ten slotte uit een dronk te wijden aan zijn eeuwige
+rust. Doch haar glas opheffende zeide zij: "Integendeel, ik drink op
+zijn voortdurende gezondheid!" En bij die woorden wierp zij mij een
+blik toe, om een doode weer levend te maken, zooals men dat noemt, en
+hier kon men dat met recht zeggen, want nauwelijks had zij haar toast
+uitgebracht, of ik voelde, dat mijn hart het O Filii der Opstanding
+begon aan te heffen. Wat hadt jij in mijn plaats gedaan?"
+
+"Dat is ook een vraag!.... hoe heet zij?"
+
+"Dat weet ik zelf niet, en ik zal haar naam niet vragen, voordat we ons
+contract teekenen. Ik weet wel, dat ik volgens het inzicht van sommige
+menschen den wettelijken treurtermijn nog niet geheel doorloopen heb,
+maar ik heb aan mezelf dispensatie gevraagd en.... . verleend. Wat ik
+wel weet, is dat mijn aanstaande als bruidschat vroolijkheid, die de
+gezondheid is van den geest, en gezondheid, die de vroolijkheid van
+het lichaam is, zal medebrengen."
+
+"Is zij knap?"
+
+"Heel knap, vooral haar tint is mooi; je zoudt bijna denken, dat zij
+zich 's ochtends met het palet van Watteau schminkt.
+
+Elle est blonde, mon cher, et ses regards vainqueurs Allument
+l'incendie aux quatre coins des coeurs.
+
+Getuige het mijne!"
+
+"Een blondine? Dat verwondert me van jou!"
+
+"Ja ik heb genoeg van ivoor en ebbenhout, ik ga over tot de blondines."
+
+En al luchtsprongen makend, begon Rodolphe te zingen:
+
+
+ "Et nous chanterons à la ronde,
+ Si, vous voulez,
+ Que je l'adore, et qu'elle est blonde
+ Comme les blés."
+
+
+"Arme Mimi!" zeide de vriend; "zoo gauw vergeten!"
+
+Deze naam deed Rodolphe's uitbundigheid dadelijk verstommen en gaf aan
+het gesprek plotseling een andere wending. Rodolphe gaf zijn vriend
+een arm en vertelde hem uitvoerig de oorzaken van zijn breuk met Mimi;
+den angst, die zich van hem meester had gemaakt, toen zij hem had
+verlaten; hoe ontroostbaar hij geweest was, omdat hij meende, dat zij
+al zijn levenskracht en liefde met zich medegenomen had; en hoe hij
+twee dagen later tot de ontdekking gekomen was, dat hij zich vergist
+had, toen hij voelde, hoe het kruit van zijn hart, dat door zooveel
+snikken en tranen nat geworden was, onder den eersten van jeugd en
+hartstocht fonkelenden blik voor de eerste vrouw, die hij ontmoette,
+weer warm geworden was, vuur had gevat en ontploft was. Hij schilderde
+hem den plotselingen en geweldigen ommekeer, dien de vergetelheid,
+zonder dat hij die te hulp had geroepen, in hem veroorzaakt had,
+en hoe de smart in hem gestorven en in die vergetelheid begraven was.
+
+"Is het geen wonder?" vroeg hij aan den dichter.
+
+Doch deze, die alle smartelijke hoofdstukken van een ongelukkige
+liefde uit eigen ervaring kende, antwoordde:
+
+"Welneen, beste kerel, er gebeuren geen wonderen meer, noch voor jou
+noch voor anderen. Wat jou nu overkomt is mij ook overkomen. Wanneer
+de vrouwen, die wij liefhebben, onze maîtressen worden, houden zij
+op voor ons te zijn wat zij in werkelijkheid zijn. Wij zien ze dan
+niet alleen meer met de oogen van den minnaar, maar ook met die van
+den dichter. Zooals de schilder om een ledepop het keizerlijke purper
+of den met sterren bezaaiden sluier van een heilige jonkvrouw hangt,
+hebben wij altijd magazijnen vol schitterende mantels en verblindend
+witte gewaden, die we onverstandige, onbevallige of kwaadaardige
+schepselen om de schouders werpen; en wanneer zij dan zoo gekleed
+zijn in het kostuum, waarin onze ideale geliefden ons in het azuur
+van onze droomen verschenen, dan laten wij ons door deze vermomming
+om den tuin leiden. Wij belichamen onzen droom in de eerste de beste
+vrouw, tegen wie wij onze taal spreken, en die ons niet begrijpt.
+
+"En wanneer dan zoo'n schepsel, dat wij aanbidden en aan wiens voeten
+wij nederknielen, zichzelf het goddelijk omhulsel, waaronder wij het
+verborgen hadden, afrukt, om ons des te beter haar lage natuur en haar
+gemeene instincten te laten zien; wanneer zoo'n vrouw onze hand op haar
+hart legt, waarin niets meer klopt en misschien nooit iets geklopt
+heeft; wanneer zij haar sluier wegslaat en ons haar doffe oogen,
+haar bleeke lippen en haar verwelkte trekken zien laat, dan hullen
+wij haar weer in dien sluier en roepen uit: "Gij liegt, gij liegt! Ik
+heb je lief en gij hebt mij lief! Die witte boezem is het omhulsel
+van een hart, dat nog in de volle kracht van zijn jeugd is; ik heb je
+lief en gij hebt mij lief! Gij zijt mooi, gij zijt jong! Onder in al
+je gebreken leeft nog de liefde. Ik heb je lief en gij hebt mij lief!
+
+"Ten slotte echter--o, heelemaal ten slotte--bemerken wij, nadat wij
+ons vergeefs een driedubbele blinddoek voor de oogen gebonden hebben,
+dat wij zelfs de slachtoffers van onze dwalingen geworden zijn en
+jagen wij de ellendige weg, die den dag tevoren nog onze afgod was
+geweest; wij nemen dan den gouden sluier van onze poëzie terug, om
+ze den volgenden dag weer te werpen over de schouders van een nieuwe
+onbekende, die onmiddellijk haar plaats als stralenomkranst afgodsbeeld
+inneemt. En zoo zijn wij allen--vreeselijke egoisten bovendien, die de
+liefde liefhebben ter wille van de liefde; je begrijpt, wat ik bedoel;
+en wij drinken dien goddelijken nektar uit het eerste het beste glas,
+getrouw aan de spreuk:
+
+"Qu'importe le flacon, pourvu qu'on ait l'ivresse!"
+
+"Wat je daar zegt is even waar, als tweemaal twee vier is," zeide
+Rodolphe tot den dichter.
+
+"Ja," antwoordde deze, "het is waar en treurig, zooals bijna alle
+waarheden. Bonsoir."
+
+
+
+Twee dagen later hoorde mademoiselle Mimi, dat Rodolphe een nieuw
+vriendinnetje had. Zij informeerde echter verder slechts naar één ding,
+n.l. of hij haar even dikwijls de hand kuste als haarzelf vroeger.
+
+"Even dikwijls!" antwoordde Marcel. "En bovendien kust hij ook haar
+haren, het eene na het andere, en zij zullen zòò lang bij elkaar
+blijven, tot hij ze alle gekust heeft."
+
+"Hè!" antwoordde Mimi, terwijl ze met beide handen door haar haar
+streek; "gelukkig maar, dat hij zich niet in zijn hoofd gehaald heeft
+met mij hetzelfde te doen, anders waren we ons leven lang bij elkaar
+gebleven. Geloof je overigens werkelijk, dat hij heelemaal niet meer
+van me houdt?"
+
+"Ach!.... En houdt jij nog van hem?"
+
+"Ik heb nooit van hem gehouden!"
+
+"Dat is wel waar, Mimi, je hebt van hem gehouden op het oogenblik,
+dat het hart van een vrouw op zijn goede plaats zit. Je hebt van
+hem gehouden--spreek dat niet tegen, want juist daarin ligt je
+rechtvaardiging."
+
+"Bah!" zeide Mimi; "hij houdt nu van een ander!"
+
+"Dat is zoo!" zeide Marcel, "maar dat doet aan de andere zaak niets
+af. Later zal de herinnering aan jou voor hem zijn als die bloemen,
+welke men frisch en geurend tusschen de bladeren van een boek legt,
+en die men veel, heel veel later terugvindt, verwelkt, verkleurd en
+dood, maar toch nog altijd met een onbestemden geur van haar eerste
+frischheid."
+
+
+
+Op een avond, dat Mimi zacht een melodie neuriede, vroeg vicomte
+Paul haar:
+
+"Wat zing je daar, lieveling?"
+
+"De lijkrede van onze liefde, die mijn vroegere minnaar Rodolphe
+onlangs gedicht heeft."
+
+En zij zong:
+
+
+ "Je n'ai plus le sou, ma chère, et le Code,
+ Dans un cas pareil, ordonne l'oubli;
+ Et sans pleurs, ainsi qu'une ancienne mode,
+ Tu vas m'oublier, n'est-ce pas, Mimi?
+
+ C'est égal, vois-tu, nous aurons, ma chère,
+ Sans compter les nuits, passé d'heureux jours,
+ Ils n'ont pas duré longtemps; mais qu' y faire?
+ Ce sont les plus beaux qui sont les plus courts."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXI.
+
+ROMEO EN JULIA.
+
+
+Mooi als een plaatje uit zijn tijdschrift l'Echarpe d'Iris, met
+nieuwe handschoenen, elegante schoenen, gladgeschoren, gefriseerd,
+opgedraaide snorpunten, een wandelstokje in de hand, een monocle in
+het oog, stralend en verjongd stond onze vriend, de dichter Rodolphe
+op een Novemberavond op den boulevard op een rijtuig te wachten,
+waarmede hij zich naar huis wilde laten brengen.
+
+Rodolphe wachten op een rijtuig? Welk een ommekeer was er plotseling
+in zijn particulier leven gekomen?
+
+Op hetzelfde uur, dat de als het ware gemetamophorseerde dichter, een
+grooten regalia in den mond, zijn snor opdraaide en de blikken der
+dames trok, kwam een vriend van hem denzelfden boulevard langs. Het
+was de wijsgeer Colline. Rodolphe zag hem in de verte aankomen en
+herkende hem dadelijk; trouwens wie, die hem ook maar éénmaal in zijn
+leven gezien had, zou hem niet herkennen? Colline was als gewoonlijk
+belast en beladen met een dozijn oude boeken. In zijn onsterfelijken
+bruinen paletot, welks onverslijtbaarheid de veronderstelling,
+dat hij door de Romeinen gemaakt was, rechtvaardigde, en met zijn
+beroemden, breedgeranden hoed, die op een vilten koepel geleek,
+waaronder een zwerm hyperphysische droomen door elkaar krioelde,
+en die den bijnaam had van de "stormhoed van den Mambrin der moderne
+philosophie", liep Gustave Colline langzaam voort en declameerde voor
+zichzelf zacht de voorrede van een werk, dat sedert drie maanden ter
+perse lag ..... in zijn verbeelding. Zoo kwam hij langzamerhand bij
+den plek, waar Rodolphe stond te wachten; hij meende hem te herkennen,
+maar de buitengewone elegance van den dichter bracht den wijsgeer in
+twijfel en onzekerheid.
+
+"Rodolphe met handschoenen en een wandelstok! Een chimère! Een
+utopie! Een verstandsverbijstering! Rodolphe, die al even weinig haren
+heeft als de gelegenheid, gefriseerd! Waar zitten mijn oogen? Bovendien
+is mijn ongelukkige vriend op dit oogenblik druk bezig met het
+dichten van klaagliederen over het vertrek van zijn Mimi, die hem,
+naar ik heb hooren vertellen, heeft laten zitten.
+
+Intusschen was Colline, toen hij vlak bij Rodolphe stil bleef staan,
+wel genoodzaakt zich door de werkelijkheid der feiten te laten
+overtuigen; het was inderdaad Rodolphe, gefriseerd, met een wandelstok
+en handschoenen; het was onmogelijk, maar het was waar.
+
+"Alle duivels," riep Colline; "ik vergis me niet; jij bent het,
+het kan niet missen, ik ben er zeker van."
+
+"Ik ook," antwoordde Rodolphe.
+
+Colline begon nu zijn vriend van top tot teen op te nemen en zette
+daarbij een gezicht zooals de hofschilder Lebrun het geschilderd had,
+om de allergrootste verbazing uit te drukken. Maar plotseling ontdekte
+hij twee heel bijzondere dingen, die Rodolphe bij zich had, n.l. 1o
+een touwladder en 2o een kooitje, waarin een vogel rondvloog. Toen
+Colline die dingen zag, drukte zijn physionomie een gevoel uit, dat
+de hofschilder Lebrun op zijn doek der "Menschelijke Hartstochten"
+vergeten heeft weer te geven.
+
+"Kom," zeide Rodolphe tot zijn vriend; "ik heb de nieuwsgierigheid
+van je geest heel duidelijk door het venster van je oogen zien gluren;
+ik zal ze bevredigen; maar laten wij niet zoo hier op straat blijven;
+het is zoo koud, dat vraag en antwoord zouden bevriezen."
+
+En zij gingen een café binnen.
+
+Colline's oogen waren geen moment van den touwladder af, evenmin als
+van het kooitje, waarin de vogel, die door de warmte van het café wat
+fleuriger werd, begon te zingen in een taal, welke Colline, die toch
+een polyglot was, niet kende.
+
+"Vertel me nu eindelijk eens," vroeg Colline op den touwladder wijzend,
+"wat dat is?"
+
+"Een verbinding tusschen mijn geliefde en mij," antwoordde Rodolphe
+met den klank van een mandoline in zijn stem.
+
+"En dat?" vroeg de wijsgeer met een blik op den vogel.
+
+"Dat," zeide de dichter en zijn stem werd zacht als een lentebriesje;
+"dat is een klok."
+
+"Spreek toch zonder gelijkenissen, in alledaagsch proza, maar
+duidelijk!"
+
+"Goed. Heb je Shakespeare gelezen?"
+
+"En of! To be or not to be. Een groot philosoof.... Of ik hem
+gelezen heb!"
+
+"Herinner je je Romeo en Julia?"
+
+"Dat zou ik denken!" zeide Colline.
+
+En hij begon te reciteeren:
+
+
+ "It is not yet near day;
+ It was the nightingale, and not the lark,
+ That pierc'd the fearful hollow of thine ear. [47]
+
+
+"Ja hoor, ik herinner me Romeo en Julia best. En verder?"
+
+"Wat?" zeide Rodolphe, op den touwladder en den vogel wijzend, "begrijp
+je het nu nog niet? Ik ben verliefd, kerel, verliefd op een meisje,
+dat Julia heet!"
+
+"Nou, en verder?" vroeg Colline ongeduldig.
+
+"Welnu, daar mijn nieuwe geliefde Julia heet, heb ik het plan gevormd
+met haar het drama van Shakespeare nogmaals op te voeren. In de eerste
+plaats heet ik niet meer Rodolphe, maar Romeo Montague, en je zult me
+zeer verplichten mij in het vervolg zoo te noemen. Bovendien heb ik,
+opdat iedereen het zal weten, nieuwe visitekaartjes laten drukken. Maar
+dat is niet alles: ik zal van de omstandigheid, dat we nog niet in
+den carnavalstijd zijn, gebruik maken, om een fluweelen wambuis en
+een degen te dragen."
+
+"Om Tybalt te dooden?" vroeg Colline.
+
+"Precies," antwoordde Rodolphe. "Kort en goed, deze touwladder moet
+dienen, om binnen te komen bij mijn geliefde, die toevallig een balcon
+voor haar kamer heeft."
+
+"Maar die vogel, die vogel?" bleef Colline aandringen.
+
+"Wel, die vogel is een duif en moet de rol spelen van nachtegaal
+door iederen ochtend precies het oogenblik aan te geven, waarop mijn
+geliefde, uit wier omarming ik mij losmaken wil, haar armen om mijn
+hals slaan en juist zooals in de balconscène zeggen zal: "Neen, het
+is nog niet de dag, het was de nachtegaal ....." d.w.z.: "Neen , het
+is nog geen elf uur, het is vuil op straat, ga nog niet weg, het is
+zoo lekker hier." Om de illusie volkomen te maken, zal ik probeeren
+een min te krijgen en die ter beschikking van mijn geliefde stellen;
+en ik hoop, dat de kalender zoo goedgunstig zal zijn om mij nu en
+dan, wanneer ik het balcon van mijn Julia beklim, wat maneschijn te
+verleenen. Wat zeg je van mijn plan, philosoof?"
+
+"Heel aardig," antwoordde Colline; "maar wil je me misschien ook
+het mysterie van dit prachtige omhulsel, dat je onherkenbaar maakt,
+ontsluieren? .... Ben je millionair geworden?"
+
+Rodolphe gaf geen antwoord, maar wenkte een kellner en gaf hem
+onverschillig een louis met de woorden:
+
+"Houd maar af!"
+
+Dan sloeg hij op zijn vestjeszakje, dat begon te zingen.
+
+"Heb je soms een klokketoren in je zak, dat het daar zoo luidt?"
+
+"Een paar louis maar."
+
+"Echte louis d'or?" zeide Colline met een van verbazing gesmoorde
+stem. "Laat mij eens kijken, hoe die eruit zien!"
+
+Dan scheidden de beide vrienden, Colline, om Rodolphe's schatten en
+nieuwe liefde verder uit te bazuinen, Rodolphe om naar huis te gaan.
+
+In de week, die gevolgd was op den tweeden breuk met Mimi, had zich
+het volgende afgespeeld.
+
+Toen de dichter met zijn vriendinnetje gebroken had, voelde hij
+behoefte om van omgeving te veranderen en verliet hij met zijn vriend
+Marcel het sombere hôtel garni, welks eigenaar de beide heeren zonder
+al te veel spijt zag heengaan. Zooals wij reeds verteld hebben, gingen
+zij samen een ander onderdak zoeken en huurden twee kamers in hetzelfde
+huis en op dezelfde verdieping. De door Rodolphe gekozen kamer was
+veel geriefelijker dan al degene, die hij vroeger bewoond had. Er
+stonden bijna werkelijke meubels in; met name een canapé met een rood
+overtrek, dat fluweel moest voorstellen, welke stof echter in geen
+enkel opzicht het spreekwoord: "Doe wat ge moet" in praktijk bracht.
+
+Op den schoorsteen flankeerden twee porceleinen vazen met bloemen en
+een albasten pendule met afschuwlijke versieringen. Rodolphe zette
+de vazen in een kast en verzocht den huisheer, toen deze de pendule
+kwam opwinden, dat liever niet te doen.
+
+"De pendule mag voor mijn part op den schoorsteen blijven staan," zeide
+hij, "maar alleen als kunstvoorwerp; zij staat nu op middernacht,
+dat is een mooi uur; zij moet er dus op blijven staan. Zoodra zij
+vijf minuten later wijst, ga ik verhuizen ..... Een pendule!" ging
+Rodolphe, die zich nooit aan de tyrannie van een wijzerplaat had
+kunnen onderwerpen, tot zichzelf sprekende, voort; "een pendule is een
+verbitterde vijand , die je onverbiddelijk je bestaan uur voor uur,
+minuut voor minuut voortelt en je ieder oogenblik zegt: "Daar is weer
+een deel van je leven voorbij!" O, ik zou niet rustig kunnen slapen
+in een kamer, waarin een van die martelwerktuigen staat, in welker
+nabijheid zorgeloosheid en droomen onmogelijk zijn .... Een pendule,
+waarvan de wijzers zich verlengen tot aan je bed en je 's ochtends,
+wanneer je in een heerlijken sluimer ligt, komen prikken ..... Een
+pendule, die je steeds toeroept: "ding, ding, ding! Het is tijd,
+om te gaan werken, maak je los uit de armen van je heerlijken droom,
+onttrek je aan de liefkozingen van je visioenen (en soms aan die van
+werkelijkheden). Zet je hoed op, trek je schoenen aan, het is koud, het
+regent, ga aan je werk, het is tijd, ding, ding" ..... Een kalender is
+al meer dan mooi .... Mijn pendule moet verlamd blijven, anders ...."
+
+Gedurende dezen monoloog onderwierp Rodolphe zijn nieuwe kamer aan een
+nauwgezette inspectie en voelde daarbij in zich die heimelijke onrust,
+welke zich bijna altijd van ons meester maakt, wanneer we een nieuwe
+woning betrekken.
+
+"Ik heb," dacht hij bij zichzelf, "opgemerkt, dat de kamers, die we
+bewonen, een geheimzinnigen invloed uitoefenen op onze gedachten en
+derhalve ook op onze daden. Deze kamer hier is kil en stil als een
+graf. Indien hier ooit vroolijkheid heerschen zal, dan moet zij van
+buitenaf worden ingevoerd; en ook dan zal zij hier niet lang blijven,
+want onder dezen lagen zolder, die koud en grijs als een sneeuwlucht
+is, moet de lach zónder echo sterven. O wee, hoe zal mijn leven
+tusschen deze vier muren zijn!"
+
+
+
+Eenige dagen later echter was deze zoo trieste kamer verlicht en
+weerklonk van vroolijk gelach: Rodolphe gaf een inwijdingsfeest, en
+de talrijke ledige flesschen verklaarden meer dan genoeg de opgewekte
+stemming der gasten. De dichter zelf had zich door de aanstekelijke
+vroolijkheid der feestgenooten laten medesleepen. Hij zat met een
+jong meisje, dat het toeval hier gebracht en waar hij dadelijk
+beslag op gelegd had, in een hoek en flirtte met haar met woorden
+en handbewegingen. Tegen het einde van het feest was hij al zoover,
+dat hij een rendez-vous met haar had voor den volgenden dag.
+
+"Zoo," zeide hij tot zichzelf, toen hij weer alleen was, "deze
+avond is nog al aardig geslaagd. Mijn verblijf hier is onder goede
+voorteekenen begonnen."
+
+Den volgenden dag kwam Julia op het afgesproken uur bij hem. De avond
+ging geheel weg met verklaringen en uitleggingen. Julia had gehoord,
+dat Rodolphe kort geleden gebroken had met het blauwoogige meisje,
+waar hij zooveel van gehouden had; zij wist ook, dat Rodolphe na de
+eerste scheiding haar weer teruggenomen had, en was daarom bang het
+slachtoffer van een nieuwe verzoening te zullen worden.
+
+"Want, zie je," zeide zij met een aardig en schalksch gebaartje,
+"ik voel er heelemaal niets voor een belachelijke rol te spelen. Ik
+zeg je vooruit, dat ik niet makkelijk ben; ben ik hier eenmaal de
+vrouw des huizes"--en met een guitigen blik onderstreepte zij de
+beteekenis, die zij aan deze laatste woorden gaf--"dan blijf ik het
+en sta ik mijn plaats niet af."
+
+Rodolphe riep al zijn welsprekendheid te hulp om haar te overtuigen,
+dat haar vrees ongegrond was, en daar het jonge meisje van haar kant
+niets liever wilde dan overtuigd worden, waren zij het heel gauw
+eens. Doch die eensgezindheid hield weer op, toen het twaalf uur was,
+want Rodolphe wilde, dat Julia bleef, terwijl zij naar huis wilde gaan.
+
+"Neen!" zeide zij, toen hij bleef aandringen. "Waarom zouden we ons
+zoo haasten? Wij komen nog altijd vroeg genoeg waar we wezen willen,
+als jij tenminste niet blijft staan. Morgen kom ik terug."
+
+En zoo kwam zij een week lang iederen avond terug, om weer weg te gaan,
+zoodra het twaalf uur sloeg.
+
+Rodolphe vond dien langzamen voortgang volstrekt niet vervelend. Hij
+behoorde in het land der liefde of verliefdheid tot die soort van
+reizigers, die de reis rekken en schilderachtig trachten te maken. Deze
+kleine sentimenteele inleiding voerde hem echter ten slotte verder
+dan hij eigenlijk wilde gaan. En ongetwijfeld had mademoiselle Julia
+deze taktiek toegepast met het oogmerk hem tot dat punt te brengen,
+waarop verliefdheid, gerijpt door den tegenstand, op liefde begint
+te gelijken.
+
+Iederen keer, dat zij den dichter opzocht, merkte Julia in wat hij
+tot haar zeide, een grootere innigheid, een duidelijker uitgesproken
+gevoel op. Wanneer zij wat laat was, maakte zich die kenteekenende
+onrust van hem meester, welke het jonge meisje in verrukking bracht;
+en hij schreef haar zelfs brieven, welker bewoordingen haar reden gaven
+te hopen, dat zij weldra zijn wettige "vrouw des huizes" zou worden.
+
+Toen Marcel, die zijn vertrouwde gebleven was, bij toeval eens een
+van die epistels gelezen had, vroeg hij lachend:
+
+"Zijn dat stijloefeningen, of meen je werkelijk wat je schrijft?"
+
+"Waarachtig, ik meen het," antwoordde Rodolphe; "en het verwondert
+me zelf ook wel een beetje, maar toch is het zoo. Acht dagen geleden
+was ik in een zeer droefgeestige stemming. Die stilte en die kalmte,
+die zoo plotseling en onmiddellijk op de stormen van mijn vroeger leven
+gevolgd waren, maakten mij vreeselijk van streek, maar heel onverwacht
+kwam Julia. Ik hoorde in mijn ooren de fanfares van een vroolijkheid
+van een twintig-jarige weerklinken. Ik zag voor mij een frisch
+gezichtje, lachende oogen, een mondje om te kussen, en langzamerhand
+heb ik mij laten medevoeren op die helling der verliefdheid, welke
+mij misschien tot liefde leiden zal. Ik heb graag lief."
+
+Intusschen begon Rodolphe al heel gauw te merken, dat het slechts
+van hem afhing, om een slot te maken aan dezen roman, en was toen op
+het denkbeeld gekomen Shakespeare's Romeo en Julia te monteeren. Zijn
+toekomstige geliefde vond het een aardig idee en had haar medewerking
+toegezegd.
+
+De repetitie van de balconscène was vastgesteld juist op denzelfden
+avond, dat de wijsgeer Colline Rodolphe op straat ontmoette. De
+dichter had even te voren den zijden touwladder gekocht, waarmede
+hij op het balcon van Julia wilde klimmen. Daar de vogelkoopman geen
+nachtegaal voorhanden had, nam hij er een duif voor in de plaats, die,
+naar hem verzekerd werd, iederen ochtend bij het opgaan der zon zong.
+
+Op zijn kamer gekomen, bedacht de dichter, dat een hemelvaart per
+touwladder nu niet zoo heel gemakkelijk was en dat het derhalve
+wenschelijk was de balconscène vooruit in te studeeren, als hij niet,
+behalve de kans om te vallen, ook het gevaar wilde loopen, belachelijk
+en onhandig te schijnen in de oogen van haar, die hem wachtte. Hij
+sloeg dus twee spijkers diep in het plafond, maakte daaraan den
+touwladder vast en gebruikte de twee uren, die nog voor hem lagen,
+voor gymnastische oefeningen. Na talrijke vergeefsche pogingen slaagde
+hij er ten slotte in zoo goed en zoo kwaad als het ging twaalf sporten
+hoog te klimmen.
+
+"Ziezoo," zeide hij tot zichzelf; "nu ben ik zeker van mijn zaak;
+trouwens als ik onderweg blijf steken, zal de liefde mij vleugels
+geven."
+
+En met zijn touwladder en zijn duivenkooitje ging hij op weg naar
+Julia, die dicht in zijn buurt woonde. Haar kamer lag achter in een
+kleinen tuin en had inderdaad een balcon. Doch helaas, deze kamer
+bevond zich op den rez-de-chaussée en van den grond af kon men
+makkelijk zoo op het balcon stappen.
+
+Toen Rodolphe deze terreingesteldheid, welke zijn poëtisch klimplan
+in duigen deed vallen, zag, was hij zeer teneergeslagen.
+
+"Het zij zoo," zeide hij tot Julia; "wij kunnen de balconscène daarom
+toch wel opvoeren. Deze vogel hier zal ons morgen vroeg met zijn
+welluidende stem uit onzen sluimer wekken en ons precies het oogenblik
+kond doen, waarop wij met wanhoop in onze ziel moeten scheiden."
+
+En met deze woorden hing Rodolphe zijn kooitje in een hoekje van
+de kamer.
+
+Den volgenden ochtend om vijf uur vervulde de duif op tijd haar plicht
+en de kamer met een langaangehouden gekir, dat de twee geliefden
+zeker gewekt zou hebben, als zij geslapen hadden.
+
+"Welnu," zeide Julia, "thans is het oogenblik gekomen om naar het
+balcon te gaan en wanhopig afscheid te nemen."
+
+"De duif gaat voor," zeide Rodolphe; "wij zijn in November en dan
+gaat de zon pas om twaalf uur op."
+
+"Dat komt er niet op aan," zeide Julia; "ik sta op!"
+
+"En waarom?"
+
+"Ik heb een leeg gevoel in mijn maag en zou graag wat eten."
+
+"Het is merkwaardig, zooals onze sympathieën overeenstemmen, ik heb
+ook zoo'n gruwelijken honger," zeide Rodolphe, die nu ook opstond en
+zich vlug aankleedde.
+
+Intusschen had Julia reeds vuur aangelegd en keek nu of er nog wat
+in het buffet te vinden was; Rodolphe hielp haar zoeken.
+
+"Hier," zeide hij; "uien!"
+
+"En spek!"
+
+"En boter!"
+
+"En brood!"
+
+"Maar dat is ook alles."
+
+Gedurende dezen onderzoekingstocht kirde de optimistische duif niets
+vermoedend voort.
+
+Romeo keek Julia aan, Julia Romeo, en beiden de duif.
+
+Zij spraken geen woord, maar met dien blik was het vonnis over de
+klok-duif geveld. Hooger beroep en cassatie zou haar niet geholpen
+hebben--honger is een wreede raadgever.
+
+Rodolphe liet het spek in de sissende boter opkomen. Hij trok een
+ernstig en plechtig gezicht.
+
+Julia maakte in een droefgeestige stemming de uien schoon.
+
+De duif kirde nog steeds door... het was haar zwanezang.
+
+Het sudderen van de boter in de pan begeleidde het stervenslied.
+
+Vijf minuten later sudderde de boter nog, maar de duif zong, evenals
+de tempelridders, niet meer. [48]
+
+Romeo en Julia hadden hun klok à la crapoudine [49] gebraden.
+
+"Het diertje had een lieve stem," zeide Julia, toen zij aan tafel ging.
+
+"Ja, het was een lief beest," zeide Romeo en sneed het volgens de
+regelen der kunst bruingebraden duifje in stukken.
+
+En de twee verliefden keken elkaar aan en zagen in elkaars oog
+een traan.
+
+De huichelaars! Dat hadden de uien gedaan!
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXII.
+
+MIMI'S DOOD.
+
+
+I.
+
+In de eerste dagen na zijn definitieven breuk met mademoiselle Mimi,
+die hem, zooals onze lezers zich herinneren zullen, verlaten had,
+om plaats te nemen in de equipage van vicomte Paul, had Rodolphe
+getracht zijn smart te vergeten door een nieuwe liefdesbetrekking
+aan te knoopen.
+
+Zijn nieuwe vriendinnetje was de blondine, voor wie wij hem op
+den dag van paradoxale dwaasheid het kostuum van Romeo hebben zien
+aantrekken. Doch deze liaison, die hij uit dépit en zij uit een gril
+begonnen waren, kon onmogelijk van langen duur zijn, daar Julia, in
+één woord gezegd, een ongestadige deerne was, die alle vrouwenstreken
+van a tot z kende, geestrijk genoeg was, om den geest van anderen
+op te merken en daarvan, als de gelegenheid zich voordeed, gebruik
+te maken, en slechts zooveel hart had, dat zij hartwater kreeg, als
+zij te veel gegeten had. Daarbij kwam nog een ongebreidelde zelfzucht
+en een grenzenlooze ijdelheid, die haar minder deden treuren om een
+gebroken been van haar minnaar dan om een volant minder aan haar japon
+of een verkleurd lint om haar hoed. Een betwistbare schoonheid, een
+ordinair schepsel, van nature begiftigd met alle slechte instincten,
+was zij toch door sommige eigenschappen en op sommige oogenblikken
+verleidelijk. Al heel gauw bemerkte zij, dat Rodolphe haar alleen
+genomen had, om hem met haar hulp de verlorene te doen vergeten,
+aan wie hij integendeel met meer verlangen dan ooit begon terug te
+denken, want nooit was de herinnering aan zijn vroeger vriendinnetje
+zoo levendig geweest.
+
+Op een goeden dag praatte Julia met een student in de medicijnen, die
+haar sedert eenigen tijd het hof maakte. Het gesprek kwam op Rodolphe.
+
+"Maar lieve kind," zeide de student, "die jongen gebruikt je,
+zooals wij helschen steen gebruiken om wonden te branden; hij wil
+zijn hart cauteriseeren. Je behoeft je voor hem niet druk te maken,
+en hem trouw zijn is absoluut niet noodig."
+
+"Maar," riep het jonge meisje lachend uit; "dacht je dan heusch,
+dat ik mij voor hem geneer?"
+
+En denzelfden avond nog gaf zij den student het bewijs van het
+tegendeel.
+
+Dank zij de babbelzucht van een van die gedienstige vrienden, die
+voor geen geld ter wereld een tijding, welke je bedroefd maken kan,
+onder zich zouden houden, kreeg Rodolphe lucht van de zaak en maakte
+er onmiddellijk gebruik van, om den ad-interim liaison af te breken.
+
+Hij zonderde zich nu af in een volkomen eenzaamheid, waarin al heel
+gauw alle vleermuizen der verveling hun nest kwamen maken. Dan riep
+hij het werk te hulp, maar het was vergeefsche moeite. lederen avond
+schreef hij, nadat hij evenveel droppels water gezweet als droppels
+inkt gebruikt had, een twintigtal regels, waarin een oud denkbeeld,
+nog meer levensmoe dan de Wandelende Jood, en gehuld in lompen,
+die hij gehaald had in een uitdragerswinkel, op het slappe koord der
+paradoxen danste. Bij het overlezen van die regels voelde Rodolphe
+zich als iemand, die in het bloembed, waar hij rozen gezaaid meent te
+hebben, brandnetels ziet groeien. Hij verscheurde dan het blad papier,
+waarop hij die rozenkrans van zotheden had afgebeden, en vertrapte
+het woedend onder zijn voet.
+
+"Waarachtig," zeide hij, terwijl hij zich op zijn linkerborst sloeg,
+"de snaar is gesprongen; ik moet van de kunst afzien."
+
+En daar eenigen tijd achtereen op al zijn pogingen, om te werken, een
+zelfde teleurstelling volgde, maakte een van die moedeloosheden zich
+van hem meester, welke het krachtigste zelfvertrouwen doen wankelen
+en de helderste geesten afstompen. Inderdaad niets is vreeselijker
+dan die eenzame worstelingen, welke nu en dan plaats vinden tusschen
+den koppig volhoudenden kunstenaar en de weerspannige kunst; niets
+is aangrijpender dan die nu eens smeekende, dan weer gebiedende
+aanroepingen van den scheppen willenden dichter tot de minachtend op
+hem neerziende of hem ontvluchtende Muze.
+
+De hevigste zielsangsten, de diepste aan het hart toegebrachte
+wonden veroorzaken geen lijden, dat te vergelijken is met dat,
+hetwelk men ondergaat in die uren van wanhoop en twijfel, welke maar
+al te dikwijls voorkomen bij hen, die zich wijden aan het gevaarlijke
+kunstenaarsberoep.
+
+Op die heftige crisissen volgden pijnlijke afmattingen. Uren lang bleef
+Rodolphe dan in een doffe wezenloosheid als versteend zitten. Zijn
+ellebogen rustend op de tafel, zijn oogen strak gericht op den
+lichtplek, dien het lamplicht op het blad papier beschreef, op het
+"slagveld", waarop zijn geest dagelijks overwonnen werd en zijn pen
+zich vergeefs inspande om het ongrijpbare denkbeeld te vervolgen,
+zag hij, gelijk aan figuren uit een tooverlantaren, waarmede men
+kinderen bezig houdt, fantastische beelden aan zich voorbijtrekken,
+die een panorama van zijn verleden voor hem ontrolden. Eerst kwamen
+de dagen van harden arbeid, waarin ieder uur van de wijzerplaat de
+vervulling van een plicht eischte, de aan de studie gewijde nachten,
+waarin hij sprak met de muze, die zijn in eenzaamheid en geduld
+gedragen armoede als in een tooverweelde herschiep. En met afgunst
+dacht hij terug aan het trotsche gevoel van zelfvertrouwen, dat hem
+vroeger bezielde, wanneer hij de taak, die hij zichzelf gesteld had,
+ten einde had gebracht.
+
+"O," riep hij uit; "niets gelijkt op u, niets evenaart u, genotrijke
+uitputting na volbrachten arbeid, die de rust van het far niente
+zachter doet schijnen. Noch de bevrediging van de ijdelheid noch de
+koortsachtige, onder de zware gordijnen van geheimzinnige alkoven
+verstikte zinnenzwijmel--niets gelijkt op dien edelen, kalmen vrede,
+die gewettigde zelfvoldaanheid, welke de arbeid den vlijtigen als
+eerste belooning geeft."
+
+En zijn blikken nog steeds gericht op de visioenen, die de tooneelen
+uit het verleden voor zijn geest bleven tooveren, klom hij weer naar de
+dakkamertjes, die hij gedurende zijn avontuurlijk bestaan bewoond had,
+en waarheen zijn muze, zijn eenige liefde en trouwe en standvastige
+vriendin toen, hem steeds gevolgd had, en het met de armoede goed
+vinden kon, zonder ooit haar hoopvol gezang te onderbreken. Doch
+daar verscheen plotseling midden in dit rustige, vredige en kalme
+bestaan de gestalte van een vrouw, en toen de muze die vrouw zag
+binnentreden in de woning, waarin zij tot dat oogenblik de eenige
+koningin en meesteresse geweest was, stond zij bedroefd op en ruimde
+haar plaats in voor de nieuw-aangekomene, in wie zij dadelijk een
+mededingster vermoedde. Een oogenblik aarzelde Rodolphe tusschen de
+muze, wie zijn blik een: "Blijf!" scheen toe te werpen, en de vreemde,
+tot wie zijn gebaar een: "Kom!" zeide. Hoe zou hij ook het bekoorlijke
+schepseltje, dat, gewapend met de verleidelijke bekoorlijkheden van een
+ontluikende schoonheid, tot hem kwam, hebben kunnen van zich stooten,
+dat schepseltje met haar kleine mondje en rose lipjes, dat een naief
+en tevens brutaal taaltje, vol guitige beloften, sprak? Hoe kon hij
+zijn hand weigeren aan het blanke, blauw geaderde handje, dat zich
+liefkozend naar hem uitstrekte? Hoe had hij: "Gaat heen!" kunnen
+roepen tot die bloeiende achttien jaren, wier aanwezigheid het huis
+reeds met een geur van jeugd en vreugde vervulde. En met haar zachte,
+licht bewogen stem zong zij de cavatine der verzoeking zoo verleidelijk
+mooi! Met haar levendige en schitterende oogen zeide zij: "Ik ben
+de liefde"; met haar lippen, waarop de kussen ontloken: "Ik ben het
+genot"; met haar bloeiend lichaam: "Ik ben het geluk" zòò wondermooi,
+dat Rodolphe zich liet medesleepen. En was die jonge vrouw dan ook
+in werkelijkheid niet de levende, geïncarneerde poëzie? Dankte hij
+haar niet de oogenblikken van meest verheven inspiratie? Had zij hem
+niet dikwijls bezield tot een enthousiasme, dat hem zoo hoog in den
+aether van het ideaal meevoerde, dat hij al het aardsche uit het oog
+verloor? En als hij om en door haar veel geleden had--was dan dat
+lijden niet een boetedoening voor al de ontzaglijke genietingen,
+die zij hem geschonken had; was het niet de gewone wraak van het
+noodlot, dat het volmaakte, ongestoorde geluk als iets goddeloos
+verbiedt? Indien de christelijke leer hun vergiffenis schenkt, die
+veel hebben lief gehad, dan schenkt zij die slechts, omdat zij ook
+veel geleden hebben, want aardsche liefde wordt eerst goddelijke
+hartstocht, als zij door tranen gelouterd is.
+
+Evenals men zich soms bedwelmt door den geur van reeds lang verwelkte
+rozen in te ademen, zoo bedwelmde Rodolphe zich door voor zijn geest
+te roepen zijn vroeger leven, waarin iedere dag een nieuwe elegie,
+een schokkend drama, een groteske comedie bracht. Hij doorleefde
+nogmaals alle phasen van zijn liefde voor de verloren geliefde,
+van af hun wittebroodsweken tot de huiselijke stormen, die tot hun
+laatsten breuk geleid hadden. Hij riep het geheele repertoire van
+alle listen van zijn vroeger vriendinnetje in zijn geheugen terug, hij
+herhaalde in zichzelf al haar kwinkslagen. Hij zag weer voor zich hoe
+zij in hun klein huishoudentje om hem heen draaide, haar lijfdeuntje:
+Ma mie Annette op de lippen, met dezelfde zorgelooze opgewektheid
+zoowel blijde als droeve dagen aanvaardend. En ten slotte moest hij
+erkennen, dat het verstand in liefdesaangelegenheiden altijd ongelijk
+heeft. Immers wat had hij bij dien breuk gewonnen? Toen hij met Mimi
+samenleefde, bedroog zij hem, dat is waar--maar dat hij het wist, was
+zijn eigen schuld, omdat hij zich de grootste moeite getroostte, om
+het te weten te komen, omdat hij altijd op den loer lag naar bewijzen,
+omdat hij zelf de dolken scherpte, die hij zich in het hart boorde. Was
+bovendien Mimi niet handig genoeg om hem zoo noodig te bewijzen, dat
+hij zich vergiste? En bovendien met wie was zij hem ontrouw? Meestal
+was het met een sjaal, een hoed, met dingen, niet met mannen. En had
+hij nu die rust, die kalmte, welke hij van een breuk met Mimi verwacht
+had, na haar vertrek teruggevonden? Helaas, neen! Alles, behalve zij,
+was gebleven. Vroeger kon hij tenminste nog uiting geven aan zijn
+smart, kon hij zijn hart luchten in beleedigingen en verwijten, kon
+hij laten zien, wat hij leed en het medelijden opwekken van haar,
+die de oorzaak van dat lijden was. Doch nu moest hij zijn smart in
+zich opkroppen, nu was zijn ijverzucht machtelooze woede geworden,
+want vroeger kon hij, wanneer hij achterdocht koesterde, Mimi beletten
+uit te gaan, haar bij zich houden en bewaken; maar thans zag hij
+haar aan den arm van haar nieuwen minnaar op straat en moest hij
+zich afwenden, om haar van vreugde stralend en op weg naar het een
+of ander pleiziertje, voorbij te laten gaan.
+
+Dat ellendige leven duurde een maand of drie, vier. Dan werd Rodolphe
+langzamerhand rustiger. Marcel, die, om te trachten Musette te
+vergeten, een lange reis gemaakt had kwam in Parijs terug en ging
+weer met Rodolphe samen wonen, zoodat zij elkaar konden troosten.
+
+Toen Rodolphe op een Zondag door den Luxembourg wandelde, kwam
+hij Mimi in groot toilet tegen. Zij ging naar een bal. Zij knikte
+hem in het voorbijgaan toe, wat hij met het afnemen van zijn hoed
+beantwoordde. Deze ontmoeting gaf hem weliswaar een steek door zijn
+hart, maar de emotie was toch minder pijnlijk dan gewoonlijk. Hij
+bleef nog wat in den Jardin du Luxembourg wandelen en ging vervolgens
+naar huis. Toen Marcel 's avonds ook thuiskwam, vond hij Rodolphe
+aan zijn schrijftafel.
+
+"Wat?" vroeg Marcel, terwijl hij over den schouder van den dichter
+keek, "ben je aan het werk ... en zelfs verzen?"
+
+"Ja," antwoordde Rodolphe vroolijk; "dat kleine dingetje hier in mijn
+borst is blijkbaar niet heelemaal dood. De vier uur, die ik hier
+nu al zit, heb ik het dichtvuur uit vroegere dagen teruggevonden,
+ik heb Mimi gezien!"
+
+"Ei!" zeide Marcel bang. "En hoe staat het met jullie?"
+
+"O, wees maar niet bang, we hebben elkaar slechts gegroet--verder
+niets."
+
+"Heusch?" vroeg Marcel.
+
+"Heusch! Tusschen ons is het voor goed uit, dat voel ik; maar als ik
+weer werken kan, schenk ik haar graag vergiffenis."
+
+"Maar waarom maak je, wanneer alles tusschen jullie uit is, nog verzen
+voor haar?" vroeg Marcel, die Rodolphe's verzen intusschen gelezen had.
+
+"Ach!" zeide de dichter; "ik neem mijn poëzie waar ik ze vind!"
+
+Acht dagen lang werkte hij aan dit kleine gedicht. Toen het klaar
+was, las hij het aan Marcel voor, die er heel tevreden over was en
+Rodolphe aanspoorde om zijn dichtader, die weer ontsprongen was,
+ook op ander gebied te laten vloeien.
+
+"Want," zoo merkte hij op, "het zou de moeite niet loonen van Mimi
+te scheiden, als je toch altijd met haar schim blijft leven. Maar,"
+voegde hij er glimlachend aan toe, "ik zou beter doen, wanneer ik,
+in plaats van tot anderen te preeken, tegen mezelf een strafpredikatie
+hield, want mijn hart is nog vol van Musette. Maar enfin, wij zullen
+toch niet altijd jonge menschen blijven, die op zulk duivelsgebroed
+verliefd zijn."
+
+"Ach!" zeide Rodolphe; "tot de jeugd behoef je helaas niet te zeggen:
+Ingerukt, marsch!"
+
+"Dat is wel zoo," antwoordde Marcel, "maar toch zijn er dagen, waarop
+ik een eerwaardige grijsaard zou willen zijn, lid van het Instituut,
+ridder van verschillende orden, en los van alle Musettes ter wereld. En
+de duivel mag me halen, als ik ooit weer tot haar terug keeren zou! En
+jij," vroeg hij lachend, "zou jij al graag zestig jaar achter den
+rug hebben?"
+
+"Vandaag had ik liever zestig francs in mijn zak!"
+
+
+
+Eenige dagen later sloeg mademoiselle Mimi, die met den jongen vicomte
+Paul in een koffiehuis zat, een revue open, waarin de verzen stonden,
+die Rodolphe voor haar gemaakt had.
+
+"Zoo, zoo!" zeide zij eerst lachend, "mijn vriend Rodolphe spreekt
+kwaad van me in tijdschriften."
+
+Doch toen zij het gedicht heelemaal uitgelezen had, bleef zij stil
+en peinzend voor zich uit zitten staren. Vicomte Paul vermoedde,
+dat zij aan Rodolphe dacht, en trachtte haar af te leiden.
+
+"Ik zal dat paar mooie oorbelletjes voor je koopen!" zeide hij
+tot haar.
+
+"Ja," zeide Mimi; "jij ..... jij hebt geld!"
+
+"En een hoed van Italiaansch stroo," voegde hij eraan toe.
+
+"Dank je," zeide Mimi, "maar als je me een pleizier wilt doen, koop
+dan dat hier voor mij."
+
+En zij wees op de aflevering, waarin zij het gedicht van Rodolphe
+gelezen had.
+
+"Dat? Neen!" zeide de vicomte boos.
+
+"Goed!" antwoordde Mimi koel. "Ik zal het zelf koopen voor geld,
+dat ik zelf verdienen wil. Ik koop het liever niet voor jouw geld."
+
+En werkelijk keerde Mimi voor twee dagen terug naar het atelier,
+waar zij vroeger bloemen gemaakt had, en verdiende daar het geld,
+dat zij noodig had, om de aflevering te kunnen koopen. Zij leerde
+Rodolphe's verzen van buiten en droeg ze, om den vicomte te plagen,
+dagelijks aan zijn vrienden voor.
+
+Het gedicht luidde:
+
+
+ Alors que je voulais choisir une maîtresse
+ Et qu'un jour le hasard fit rencontrer nos pas,
+ J'ai mis entre tes mains mon coeur et ma jeunesse
+ Et je t'ai dit: Fais-en tout ce que tu voudras.
+
+ Hélas! ta volonté fut cruelle, ma chère:
+ Dans tes mains ma jeunesse est restée en lambeaux.
+ Mon coeur s'est en éclats brisé comme du verre,
+ Et ma chambre est le cimetière
+ Où sont enterrés les morceaux
+ De ce qui t'aima tant naguère.
+
+ Entre nous maintenant, n-i, ni- c'est fini,
+ Je ne suis plus qu'un spectre et tu n'es qu'un fantôme,
+ Et sur notre amour mort et bien enselevi,
+ Nous allons, si tu veux, chanter le dernier psaume.
+
+ Pourtant ne prenons point un air écrit trop haut,
+ Nous pourrions tous les deux n'avoir pas la voix sûre;
+ Choisissons un mineur grave et sans fioriture;
+ Moi je ferai la basse et toi le soprano.
+
+ Mi, ré, mi, do, ré, la.--Pas cet air, ma petite!
+ S'il entendait cet air que tu chantais jadis,
+ Mon coeur, tout mort qu'il est, tressaillirait bien vite,
+ Et ressusciterait à ce De profundis.
+
+ Do, mi, fa, sol, mi, do,--Celui-ce me rappelle
+ Une valse à deux temps, qui me fit bien du mal,
+ Le fifre du rire aigu raillait le violoncelle,
+ Qui pleurait sous l'archet ses notes de cristal.
+
+ Sol, do, do, si, si, la.--Point cet air, je t'en prie,
+ Nous l'avons, l'an dernier, ensemble répété
+ Avec les Allemands qui chantaient leur patrie
+ Dans les bois de Meudon, par une nuit d'été.
+
+ Eh, bien, ne chantons pas, restons-en là, ma chère;
+ Et pour n'y plus penser, pour n'y plus revenir,
+ Sur nos amours défunts, sans haine et sans colère,
+ Jetons en souriant un dernier souvenir.
+
+ Nous étions bien heureux dans la petite chambre
+ Quand ruisselait la pluie et que soufflait le vent;
+ Assis dans le fauteuil, pres de l'âtre, en décembre,
+ Aux lueurs de tes yeux j'ai rêvé bien souvent.
+
+ La houille petillait; en chauffant sur les cendres,
+ La bouilloire chantait son refrein régulier,
+ Et faisait un orchestre au bal des salamandres
+ Qui voltigeaient dans le foyer.
+
+ Feuilletant un roman, paresseuse et frileuse,
+ Tandis que tu fermais tes yeux ensommeillés,
+ Moi je rajeunissais ma jeunesse amoureuse,
+ Mes lèvres sur tes mains et mon coeur à tes pieds.
+
+ Aussi, quand on entrait, la porte ouverte à peine,
+ On sentait le parfum d'amour et de gaîté
+ Dont notre chambre était du matin au soir pleine,
+ Car le bonheur aimait notre hospitalité.
+
+ Puis l'hiver s'en alla; par la fenêtre ouverte,
+ Le printemps un matin vint nous donner l'éveil,
+ Et ce jour-là tous deux dans la campagne verte
+ Nous allâmes courir au-devant du soleil.
+
+ C'était le vendredi de la sainte semaine,
+ Et, contre l'ordinaire, il faisait un beau temps,
+ Du val à la colline, et du bois à la plaine
+ D'un pied leste et joyeux, nous courûmes longtemps.
+
+ Fatigués cependant par ce pèlerinage,
+ Dans un lieu qui formait un divan naturel
+ Et d'où l'on pouvait voir du loin le paysage,
+ Nous nous sommes assis en regardant le ciel.
+
+ Les mains pressant les mains, épaule contre épaule,
+ Et sans savoir pourquoi, l'un et l'autre oppressés,
+ Notre bouche s'ouvrit sans dire une parole,
+ Et nous nous sommes embrassés.
+
+ Près de nous l'hyacinthe avec la violette
+ Mariaient leur parfum qui montait dans l'air pur;
+ Et nous vîmes tous deux, en relevant la tête,
+ Dieu qui nous souriait à son balcon d'azur.
+
+ Aimez-vous, disait-il; c'est pour rendre plus douce
+ La route où vous marchez que j'ai fait sous vos pas
+ Dérouler en tapis le velours de la mousse,
+ Embrassez-vous encore,--je ne regarde pas.
+
+ Aimez-vous, aimez-vous: dans le vent qui murmure,
+ Dans les limpides eaux, dans les bois reverdis,
+ Dans l'astre, dans la fleur, dans la chanson des nids,
+ C'est pour vous que j'ai fait renaître ma nature.
+
+ Aimez-vous, aimez-vous; et de mon soleil d'or,
+ De mon printemps nouveau qui réjouit la terre,
+ Si vous êtes contents, au lieu d'une prière
+ Pour me remercier--embrassez-vous encore.
+
+ Un mois après ce jour, quand fleurirent les roses,
+ Dans le petit jardin que nous avions planté,
+ Quand je t'aimais le mieux, sans m'en dire les causes,
+ Brusquement ton amour de moi s'est écarté.
+
+ Où s'en est-il allé? partout un peu, je pense;
+ Car, faisant triompher l'une et l'autre couleur,
+ Ton amour inconstant flotte sans préférence
+ D'un brun valet de pique au blond valet de coeur.
+
+ Te voilà maintenant heureuse: ton caprice
+ Règne sur une cour de joyeux jouvenceaux
+ Et tu ne peux marcher sans qu'à tes pieds fleurisse
+ Un parterre émaillé d'odorants madrigaux.
+
+ Dans les jardins de bal, quand tu fais ton entrée,
+ Autour de toi se forme un cercle langoureux;
+ Et le frémissement de la robe moirée,
+ Pâme en choeur laudatif ta meute d'amoureux.
+
+ Elégamment chaussé d'une souple bottine
+ Qui serait trop étroite au pied de Cendrillon,
+ Ton pied est si petit qu'à peine on le devine
+ Quand la valse t'emporte en son gai tourbillon.
+
+ Dans les bains onctueux d'une huile de paresse,
+ Tes mains, brunes jadis, ont retrouvé depuis
+ La pâleur de l'ivoire ou du lis que caresse
+ Le rayon argenté dont s'éclairent les nuits.
+
+ Autour de ton bras blanc une perle choisie
+ Constelle un bracelet ciselé par Froment,
+ Et sur tes reins cambrés un grand châle d'Asie
+ En cascade de plis ondule artistement.
+
+ La dentelle de Flandres et le point d'Angleterre,
+ La guipure gothique à la mate blancheur
+ Chef d'oeuvre arachnéen d'un age séculaire,
+ De ta riche toilette achève la splendeur.
+
+ Pour moi, je t'aimais mieux dans tes robes de toile
+ Printanière, indienne ou modeste organdi,
+ Atours frais et coquets, simple chapeau sans voile,
+ Brodequins gris ou noirs, et col blanc tout uni.
+
+ Car ce luxe nouveau qui te rend si jolie
+ Ne me rappelle pas mes amours disparus,
+ Et tu n'es que plus morte et mieux enselevie
+ Dans ce linceul de soie où ton coeur ne bat plus.
+
+ Lorsque je composai ce morceau funéraire
+ Qui n'est qu'un long regret de mon bonheur passé,
+ J'étais vêtu de noir comme un parfait notaire
+ Moins les bésicles d'or et le jabot plissé.
+
+ Un crêpe enveloppait le manche de ma plume
+ Et des filets de deuil encadraient le papier
+ Sur lequel j'écrivais ces strophes où j'exhume
+ Le dernier souvenir de mon amour dernier.
+
+ Arrivé cependant à la fin d'un poëme
+ Où je jette mon coeur dans le fond d'un grand trou,
+ --Gaîté de croque-mort qui s'enterre lui-même
+ Voilà que je me mets à rire comme un fou.
+
+ Mais cette gaîté-là n'est qu'une raillerie
+ Ma plume en écrivant a tremblé dans ma main,
+ Et quand je souriais, comme une chaude pluie,
+ Mes larmes effaçaient les mots sur le vélin.
+
+
+
+
+II.
+
+Het was 24 December, en dien avond had het quartier Latin steeds
+een bijzondere physiognomie. Van vier uur af waren de bureaux
+van de Bank van Leening, de winkels van uitdragers en antiquairs
+in boeken overstelpt door een luidruchtige menigte, die later in
+den avond een stormaanval begon op de slagerijen, gaarkeukens en
+kruidenierswinkels. En hadden de winkelknechts ook al evenals Briareus
+[50] honderd armen gehad, dan zouden zij toch niet in staat geweest
+zijn de klanten, die elkaar de waren als het ware uit de handen
+rukten, te helpen. Bij de bakkers werd, als in tijden van hongersnood,
+queue gemaakt. De wijnhandelaars verkochten de opbrengst van drie
+oogsten, en zelfs een handig statisticus zou moeite gehad hebben om
+het getal hammen en worsten te tellen, die door den beroemden Borel
+uit de rue Dauphine verkocht werden. Alleen op dien avond zette
+vader Cretaine, bijgenaamd Petit-Pain, achttien uitgaven van zijn
+boterkoekjes om. Gedurende den geheelen avond klonk uit alle huizen
+gezang en gelach, waren de vensters hel verlicht en vulde een ware
+kermis-atmospheer het stadskwartier.
+
+Naar oud gebruik werd het "réveillon" gevierd.
+
+Dien avond gingen tegen tien uur Marcel en Rodolphe in een vrij droeve
+stemming naar huis. Toen zij door de rue Dauphine kwamen, zagen zij
+in een fijne vleeschwaren- en comestibleshandel een groot gedrang
+en bleven, door die geurige gastronomische producten aangelokt, een
+oogenblik voor de ramen staan kijken; in hun aandachtige beschouwing
+geleken de twee bohémiens op den persoon uit een Spaanschen roman,
+die alleen door ernaar te kijken, de hammen mager deed worden.
+
+"Dat noemen ze een kalkoenschen haan met truffels," zeide Marcel en
+wees op een prachtigen vogel, die door zijn rose en doorzichtige
+huid de Perigourdsche knolletjes liet zien, waarmede het dier
+gefarceerd was. "Ik heb menschen gezien, die zòò goddeloos waren,
+om die dingen te eten zonder dat ze daarbij op hun knieën vielen,"
+voegde de schilder eraan toe, terwijl hij naar den kalkoen keek met
+blikken, die in staat geweest zouden zijn het dier te braden.
+
+"En wat zeg je van die heerlijke lamsbout?" vroeg Rodolphe. "Wat een
+prachtkleur. Je zoudt denken, dat hij zoo pas uit dien slagerswinkel,
+dien je op een schilderij van Jordaens ziet, weggehaald is. Lamsbouten
+zijn de lievelingsspijzen der goden en van madame Chandelier, mijn
+peettante."
+
+"En kijk die visschen eens," ging Marcel voort en wees op eenige
+forellen, "dat zijn de handigste zwemmers onder de waterbewoners. Die
+kleine diertjes, die er op het eerste gezicht zoo onbeduidend uitzien,
+zouden schatten kunnen verdienen, wanneer zij hun kunststukken lieten
+zien; stel je voor, ze zwemmen een snellen bergstroom even makkelijk
+op, als wij een paar uitnoodigingen voor een souper aannemen."
+
+"En daar dan, die groote stapel goudkleurige vruchten, waarvan
+het gebladerte gelijkt op een tropee van Turksche sabels; dat zijn
+ananassen, de goudreinetten der tropen."
+
+"Dat laat mij koud," antwoordde Marcel; "als het om fruit gaat, geef ik
+den voorkeur aan dat muisje rookvleesch, dien lamsbout of dat hammetje
+met zijn pantser van gelei, die zoo doorzichtig is als barnsteen."
+
+"Je hebt gelijk!" zeide Rodolphe; "de ham is de vriend van den mensch,
+als hij ze heeft. En toch zou ik die fazant niet afslaan."
+
+"Dat geloof ik graag," antwoordde Marcel; "fazant is het gerecht van
+gekroonde hoofden."
+
+Verder voortwandelend, kwamen zij verschillende vroolijke troepjes
+tegen, die naar huis terugkeerden, om Momus, Bacchus, Comus en andere
+lekkerbekkerij-godheden op us te vieren, en zij vroegen elkaar af,
+wie die mijnheer Camacho [51] was, wiens bruiloft met een grooten
+voorraad levensmiddelen gevierd werd.
+
+Marcel herinnerde zich plotseling welke datum het was.
+
+"Het is vandaag réveillon," zeide hij.
+
+"Herinner je je nog, hoe wij verleden jaar dien avond gesmuld hebben?"
+
+"Waarachtig zeker, bij Momus. Barbemuche heeft toen betaald. Ik had
+nooit kunnen denken, dat een zoo tenger meisje als Phémie zooveel
+worstjes naar binnen kon werken."
+
+"Hoe jammer, dat Momus onze vrijkaarten heeft ingetrokken," zeide
+Rodolphe.
+
+"Helaas!" antwoordde Marcel. "De dagen volgen, maar gelijken niet
+op elkaar."
+
+"Zou jij niet graag réveillon vieren?" vroeg Rodolphe.
+
+"Met wien en waarmee?"
+
+"Nou met mij!"
+
+"En het geld?"
+
+"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik zal even dat café hier binnenloopen,
+waar altijd een paar kennissen van me zijn, die grof spelen. Ik zal
+van een door het geluk begunstigde eenige sestertiën leenen en wel
+zooveel meebrengen, dat we een sardientje of een varkenspootje met
+een glas wijn kunnen bevochtigen."
+
+"Doe dat!" zeide Marcel; "ik heb honger als een paard. Ik zal wel
+even op je wachten."
+
+Rodolphe ging het café, waarvan hij de meeste stamgasten kende,
+binnen. Het was voor een der aanwezigen, die in tien keer drie honderd
+francs gewonnen had, een waar genoegen den dichter veertig sous te
+leenen, welke hij hem gaf met het slechte humeur, dat de speelkoorts
+in ons opwekt. Op een ander oogenblik en op een andere plaats zou
+hij hem misschien veertig francs geleend hebben.
+
+"En?" vroeg Marcel, toen hij Rodolphe weer buiten zag komen.
+
+"Hier heb je de recette," zeide de dichter en liet het geldstuk zien.
+
+"Een korstje met een klein worstje!" meende Marcel.
+
+Toch wisten zij het met die bescheiden som nog zòò ver te brengen,
+dat zij brood, wijn, vleesch, tabak, vuur en licht hadden.
+
+Dan gingen zij naar huis. Zij woonden toen in een hôtel garni,
+waar zij ieder een afzonderlijke kamer hadden. Daar die van Marcel,
+welke tegelijk als atelier dienst deed, grooter was, werd deze tot
+feestzaal uitverkoren. De beide vrienden maakten samen hun intiemen
+maaltijd gereed.
+
+Doch aan het kleine tafeltje, dat zij naast den kachel geschoven
+hadden, waarin het vochtige en slechte hout zonder vlammen of warmte
+verkoolde, kwam als een melancholieke geest de schim van het verleden
+aanzitten.
+
+Minstens een uur lang bleven zij zwijgend en peinzend zoo zitten,
+beiden bezig met dezelfde gedachte en beiden trachtend die voor elkaar
+te verbergen. Eindelijk verbrak Marcel het eerst de stilte.
+
+"Kom," zeide hij tot Rodolphe; "dit was toch ons plan niet!"
+
+"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe.
+
+"Lieve hemel, speel toch met mij geen kiekeboetje! Jij denkt aan wat je
+moest vergeten .... en met mij is het precies zoo, dat ontken ik niet!"
+
+"Nu dan ...."
+
+"Maar het moet de laatste maal zijn! Naar den duivel met al
+die herinneringen, die den wijn een zuren smaak geven en ons
+triest stemmen, terwijl iedereen zich amuseert!" riep Marcel uit,
+zinspelende op het vroolijke gelach en gezang, dat uit de kamers
+ernaast klonk. "Kom laten we aan wat anders denken en laat het verleden
+begraven blijven!"
+
+"Dat zeggen we altijd, en toch ...." zeide Rodolphe en viel weer in
+zijn droomen terug.
+
+"En toch komen wij er altijd weer op terug," vulde Marcel aan. "Dat
+komt, omdat we, in plaats van eerlijk de vergetelheid te zoeken,
+de meest onbeteekenende dingen als voorwendsel gebruiken, om oude
+herinneringen weer in ons wakker te roepen; dat komt vooral, omdat wij
+maar blijven voortleven in datzelfde milieu, waarin die schepsels,
+welke ons zoolang gekweld hebben, geleefd hebben. Wij zijn niet
+zoozeer de slaven van een hartstocht als wel van een gewoonte. Die
+boeien nu moeten wij verbreken, anders gaan wij in een belachelijke
+en schandelijke slavernij ten gronde. Welnu, het verleden is het
+verleden--weg met de banden, die ons daar nog aan binden; het uur is
+gekomen om voorwaarts te gaan zonder achterwaarts te zien; wij hebben
+onze jeugd, onzen tijd van onbezorgdheid en paradoxen gehad. Dit
+alles is heel mooi, je zoudt er een aardigen roman van kunnen maken;
+maar deze comedie van verliefde dwaasheden, deze tijdverspilling,
+die wij bedrijven met de verkwisting van menschen, die denken, dat zij
+de eeuwigheid uit kunnen geven, dat alles moet nu eindelijk eens een
+einde nemen! Wij zouden de verachting, die ons zou treffen, verdienen,
+wij zouden ons zelf moeten verachten, indien wij dit leven buiten
+de maatschappij, ja bijna buiten het leven zelf, nog langer zouden
+voortzetten. Want is het bestaan, dat wij leiden, eigenlijk wel een
+leven? En zijn die onafhankelijkheid, die vrijheid van zeden, waarop
+wij zoo prat gaan, eigenlijk geen heel middelmatige voordeelen? De
+ware vrijheid is: zonder hulp van anderen, uit eigen kracht kunnen
+leven. En kunnen wij dat? Neen. De eerste de beste domkop, wiens
+naam we geen vijf minuten zouden willen dragen, wreekt zich over onze
+spotternijen en wordt onze meester van af den dag, waarop wij honderd
+sous van hem leenen, die hij ons geeft, na ons voor honderd daalders
+aan listen en zelfvernedering te hebben laten uitgeven. Ik voor mij
+heb er genoeg van. De poëzie bestaat niet alleen in een ongeordend
+bestaan, in onverwachte meevallertjes, in verliefdheden, die den
+levensduur van een kaars hebben, in min of meer excentriek verzet
+tegen bestaande vooroordeelen, die eeuwig de wereld zullen blijven
+beheerschen, want het is makkelijker een dynastie omver te werpen
+dan een vooroordeel, hoe belachelijk het ook zijn mag. Het is nog
+geen bewijs van talent of genie, om midden in December een zomerjas
+te dragen; en je kan heel goed een echt dichter of kunstenaar zijn,
+wanneer je voor warme voeten zorgt en driemaal per dag eet. Hoe je de
+zaak ook draait of keert, indien je iets wilt bereiken, moet je den
+weg nemen, dien ook anderen inslaan. Deze woorden zullen je misschien
+wel verbazen, beste kerel, misschien zal je zeggen, dat ik mijn
+idealen verraad, je noemt me misschien verdorven, maar toch is wat
+ik zeg de uitdrukking van mijn vaste overtuiging. Buiten mijn weten
+heeft zich in mij een langzame en heilzame metamorphose voltrokken:
+het gezonde verstand is in mijn geest binnengekomen, met inbraak,
+wanneer je wilt, en ondanks mijzelf misschien; maar hoe dit zij,
+het is eindelijk binnengekomen en heeft mij bewezen, dat ik op den
+verkeerden weg was en dat het even belachelijk als gevaarlijk zou
+zijn daarop te blijven voortgaan. Ik vraag je af, wat zal er van
+ons worden, indien wij dit eentonige en nuttelooze vagabonden-leven
+blijven voortzetten? Wij loopen zoo langzamerhand naar de dertig en
+zijn nog steeds onbekend, hebben geen relaties, zijn ontevreden met
+alles en met ons zelf, afgunstig op allen, die wij een doel, wat het
+dan ook zij, zien bereiken, verplicht onze toevlucht te nemen tot een
+schandelijk parasiteeren, om verder te kunnen leven. En denk nu niet,
+dat dit een phantasiebeeld is, dat ik oproep, om je bang te maken! Ik
+zie volstrekt de toekomst niet systematisch zwart in, maar evenmin
+rooskleurig; ik zie ze met een juisten blik. Tot nog toe was het
+leven, dat wij geleid hebben, ons door de omstandigheden opgedrongen;
+wij hadden het excuus der noodwendigheid. Maar thans zouden we die
+verontschuldiging niet meer kunnen doen gelden; en wanneer wij niet in
+het gewone leven terugkeeren, dan is dat heelemaal onze vrije wil, want
+de hindernissen, waartegen we te vechten hadden, bestaan niet meer."
+
+"Maar kerel," zeide Rodolphe; "waar wil je eigenlijk heen? Om welke
+reden en met welk doel sta je zoo te preeken?"
+
+"Je begrijpt me heel goed," antwoordde Marcel op denzelfden ernstigen
+toon; "ik heb daarnet gezien, hoe jij, evenals ik trouwens, bestormd
+werdt door herinneringen, die je het verleden deden terugverlangen:
+jij dacht aan Mimi, zooals ik aan Musette; jij zoudt, evenals ik,
+je vriendinnetje graag naast je zien zitten. Welnu, ik zeg je, dat
+we niet meer aan die schepsels moeten denken, dat wij niet alleen
+geschapen en op de wereld gekomen zijn, om ons geheele bestaan op
+te offeren aan die vulgaire Manons, en dat die chevalier Desgrieux,
+die zoo mooi, zoo waar en zoo poëtisch is, alleen door zijn jeugd
+en door de illusies, die hij had weten te bewaren, niet belachelijk
+geworden is. Toen hij twintig jaar was, kon hij, zonder op te houden
+interessant te zijn, zijn geliefde naar de Antillen volgen; maar indien
+hij vijf-en twintig geweest was, zou hij Manon de deur gewezen hebben,
+en dat met het volste recht. Wij kunnen er onze oogen wel voor sluiten,
+beste kerel, maar het feit blijft bestaan: wij zijn oud, wij hebben te
+veel en te snel geleefd; ons hart is gesprongen en brengt nog slechts
+valsche tonen voort: je blijft niet drie jaar lang ongestraft verliefd
+op een Musette of een Mimi. Doch voor mij is het nu voor goed uit;
+en daar ik volkomen wil breken met de herinneringen aan Musette, zal
+ik nu onmiddellijk enkele kleinigheden, die zij bij mij achtergelaten
+heeft en die me dwingen aan haar te denken, als ik ze weer zie,
+in het vuur werpen."
+
+Marcel stond op en ging uit de lade van zijn commode een kartonnen
+doos halen, waarin de souvenirs aan Musette lagen, te weten een
+verdorde bouquet, een ceintuur, een stuk lint en enkele brieven.
+
+"Kom, Rodolphe, volg mijn voorbeeld!" zeide hij tot den dichter.
+
+"Welnu, het zij zoo!" riep Rodolphe, als kostte het hem moeite, uit;
+"je hebt gelijk. Ook ik wil een einde maken aan die herinnering aan
+dat meisje met haar blanke handen."
+
+En hij vloog de kamer uit, om een klein pakje met de souvenirs aan
+Mimi te halen, zoo ongeveer van denzelfden aard als die, waarvan
+Marcel nu zwijgend den inventaris opmaakte.
+
+"Dat treft prachtig," mompelde de schilder. "Deze snuisterijen kunnen
+gelijk het vuur, dat bijna uit is, nog wat aanwakkeren."
+
+"Waarachtig," antwoordde Rodolphe, "het is hier in de kamer een
+temperatuur voor een ijsberenfokkerij."
+
+"Kom," zeide Marcel, "laten we het brandduet aanheffen. Kijk, het
+proza van Musette vlamt als een punchbowl; het arme kind hield zoo
+van punch. Allo, Rodolphe, jouw beurt!"
+
+En gedurende enkele minuten wierpen zij beurtelings de reliquieën
+van hun liefde stuk voor stuk in het vuur, dat vroolijk knetterend
+opvlamde.
+
+"Arme Musette," zeide Marcel zacht, terwijl hij naar het laatste
+souvenir, dat hij in zijn handen had, keek.
+
+Het was een klein verwelkt bouquetje van veldbloemen.
+
+"Arme Musette, ze was toch wel mooi en ze hield wel van me, niet waar,
+klein bouquetje, heeft haar hart het je niet gezegd, toen je bloemen
+in haar corsage prijkten? Arm, klein bouquetje, het is net alsof je
+om genade smeekt; nu ik schenk je die, maar onder voorwaarde, dat je
+niet meer met mij over haar praat, nooit, nooit meer!"
+
+En hij maakte gebruik van een oogenblik, waarop hij meende, dat
+Rodolphe niet op hem lette, om het bouquetje in zijn borstzak te
+laten glijden.
+
+"Het spijt mij, maar ik kan niet anders," dacht de schilder.
+
+Toen hij echter tersluiks naar Rodolphe keek, zag hij, hoe de dichter
+aan het slot van zijn auto-da-fé een nachtmutsje, dat Mimi gedragen
+had, eerbiedig kuste en dan heimelijk in zijn zak stak.
+
+"Zoo," mompelde Marcel, "die is al even laf als ik."
+
+Toen Rodolphe naar zijn eigen kamer wilde gaan, werd er tweemaal
+zacht op de deur van Marcel geklopt.
+
+"Wie voor den duivel kan nog zoo laat hier willen zijn?" zeide de
+schilder.
+
+Een kreet van verbazing ontsnapte hem, toen hij de deur geopend had.
+
+Het was Mimi.
+
+Daar het donker in de kamer was, herkende Rodolphe zijn vriendinnetje
+niet dadelijk. Hij kon slechts een vrouwelijk wezen onderscheiden,
+en daar hij dacht, dat het een van die tijdelijke veroveringen van
+zijn vriend was, wilde hij zich uit discretie verwijderen.
+
+"Stoor ik jullie?" vroeg Mimi, die op den drempel was blijven staan.
+
+Bij het hooren van die stem viel Rodolphe, als door den bliksem
+getroffen, op zijn stoel neer.
+
+"Goeden avond," zeide Mimi, die naar hem toe ging en hem de hand
+drukte, wat hij werktuigelijk toeliet.
+
+"Wat voor den duivel kom jij hier doen?" vroeg Marcel; "en nog wel
+op dit uur?"
+
+"Ik heb het zoo koud," antwoordde Mimi rillend; "en daar ik in het
+voorbijgaan nog licht hier zag, ben ik, al is het wat laat, naar
+boven gekomen."
+
+Zij rilde nog steeds. Haar stem had een bijzonderen, kristalhelderen
+klank, die als een doodsklok in het hart van Rodolphe echode en het
+met een doffen angst vervulde: heimelijk nam hij haar nauwkeuriger
+op. Het was Mimi niet meer, het was haar schim.
+
+Marcel schoof een stoel naast den kachel voor haar.
+
+Mimi glimlachte, toen zij de heldere vlam vroolijk in de haard
+zag dansen.
+
+"Dat doet je goed," zeide zij, terwijl zij haar arme, door de koude
+blauwe handjes boven het vuur hield. "Tusschen twee haakjes, Marcel,
+weet je, waarom ik hier kom?"
+
+"Op mijn woord van eer niet!" antwoordde deze.
+
+"Nou," zeide Mimi; "ik kwam vragen of jullie niet zoudt kunnen zorgen,
+dat ik een kamer in dit huis krijg. In mijn hôtel garni hebben ze mij
+de deur gewezen, omdat ik in een maand geen huur betaald heb. Ik weet
+niet, waar ik heen moet."
+
+"Duivels," zeide Marcel hoofdschuddend; "wij staan bij den huisbaas
+ook niet erg in den pas, en een aanbeveling van ons zou je eer schaden
+dan nuttig zijn."
+
+"Maar wat moet ik dan beginnen? Ik weet werkelijk niet, waar ik
+heen moet."
+
+"Wat, ben je dan geen vicomtesse meer?" vroeg Marcel.
+
+"O God, neen!"
+
+"Al hoe lang niet meer?"
+
+"Al sedert twee maanden!"
+
+"Heb je den jongen vicomte te veel geplaagd?"
+
+"Neen," zeide zij, terwijl zij een steelschen blik wierp op Rodolphe,
+die in den donkersten hoek van de kamer was gaan zitten; "de vicomte
+heeft me een scène gemaakt naar aanleiding van het gedicht, dat men
+op mij gemaakt heeft. Wij hebben woorden gekregen, en toen heb ik
+hem den bons gegeven! Het is een echte gierigaard!"
+
+"Maar hij had je toch aardig in de kleeren gestoken, ten minste te
+oordeelen naar den keer, dat ik je eens gezien heb."
+
+"Dat wel!" zeide Mimi, "maar stel je voor, dat hij, toen ik den
+liaison afgebroken had, mij alles weer afgenomen heeft, en dat hij,
+zooals ik later gehoord heb, mijn kleeren verloot heeft aan een slechte
+table d'hôte, waar ik dikwijls met hem gegeten heb. En toch is het een
+rijke jongen, maar met al zijn fortuin is hij zoo gierig als een vrek
+en zoo stom als het achtereind van een koe; ik mocht niet eens wijn
+zonder water drinken en Vrijdag moest ik altijd vasten. Wil je wel
+gelooven, dat hij me zwarte wollen kousen wilde laten dragen, omdat
+die niet zoo gauw vuil worden als witte? Je kunt je niet voorstellen
+hoe driftig hij is. Hij heeft me dan ook aardig geërgerd. Ik kan wel
+zeggen, dat ik bij hem mijn vagevuurtijd doorgemaakt heb!"
+
+"En weet hij in welken toestand je nu bent?"
+
+"Ik heb hem niet meer teruggezien en wil hem ook niet
+terugzien!" antwoordde Mimi. "Alleen door aan hem te denken word ik
+al zeeziek! Ik zou liever van honger sterven dan hem om een stuiver
+vragen."
+
+"Maar," vroeg Marcel verder, "je bent, nadat je hem verlaten hebt,
+toch zeker niet alleen gebleven?"
+
+"Zeker wel, Marcel, zeker wel!" riep Mimi eenigszins heftig uit;
+"ik heb gewerkt om te kunnen leven; maar daar ik met het bloemenmaken
+niet genoeg verdienen kon, heb ik een ander beroep gekozen: ik poseer
+nu voor schilders. Als je soms werk voor mij hebt...." voegde zij er
+lachend aan toe.
+
+En toen zij zag, hoe Rodolphe, dien zij, hoewel zij tot zijn vriend
+sprak, geen oogenblik uit het oog verloor, een ongeduldige beweging
+maakte, ging zij verder:
+
+"O, maar ik poseer alleen maar voor mijn hoofd en mijn handen. Ik
+heb nog al wat te doen en van twee of drie schilders moet ik nog
+geld hebben. Binnen een paar dagen krijg ik het, maar tot zoolang
+moet ik onderdak hebben. Zoodra ik weer geld heb, ga ik naar mijn
+hôtel terug. Zoo," zeide zij met een blik op de tafel, waarop nog de
+praeparatieven stonden voor het bescheiden maal, dat de twee vrienden
+nauwlijks hadden aangeraakt; "zoo, gaan jullie soupeeren?"
+
+"Neen," zeide Marcel; "wij hebben geen honger."
+
+"Dan zijn jullie wel gelukkig," merkte Mimi naïef op.
+
+Bij die woorden voelde Rodolphe een steek in zijn hart; hij gaf Marcel
+een wenk, dien deze dadelijk begreep.
+
+"Maar nu je eenmaal hier bent," zeide de schilder, "moest je maar à
+la fortune du pot bij ons blijven eten. Wij waren van plan réveillon
+te vieren, maar ..... toen zijn we waarachtig aan iets anders gaan
+denken."
+
+"Ik val met mijn neus in de boter," zeide Mimi, terwijl zij een bijna
+hongerigen blik op de tafel wierp; "ik heb vanmiddag in het geheel niet
+gegeten," fluisterde zij den schilder in, opdat Rodolphe, die op zijn
+zakdoek beet, om niet in tranen uit te barsten, het niet zou hooren.
+
+"Schuif wat bij, Rodolphe!" zeide Marcel tot zijn vriend; "we zullen
+met ons drieën soupeeren!"
+
+"Neen!" zeide dichter, die in zijn hoek bleef zitten.
+
+"Ben je boos, Rodolphe, dat ik hier gekomen ben," vroeg Mimi zacht;
+"heb je liever, dat ik weer weg ga?"
+
+"Neen, neen!" antwoordde Rodolphe; "maar het doet mij pijn, dat ik
+je zoo terugzie."
+
+"Dat is mijn eigen schuld, Rodolphe--ik klaag dan ook niet; wat voorbij
+is, is voorbij, denk er maar niet verder aan. Kan je mijn vriend niet
+zijn, omdat je vroeger wat anders geweest ben? Ja toch! Zet dus niet
+zoo'n verdrietig gezicht meer en kom bij ons zitten!"
+
+Zij stond op, om naar hem toe te gaan; maar zij was zoo zwak, dat
+zij geen stap doen kon en op haar stoel terugviel.
+
+"De warmte heeft me bevangen," zeide zij; "ik kan niet meer op mijn
+beenen staan."
+
+"Kom nou bij ons zitten, Rodolphe," zeide Marcel.
+
+De dichter kwam bij hen zitten en begon met hen te eten. Mimi was
+erg uitgelaten.
+
+Toen het eenvoudige maal afgeloopen was, zeide Marcel tot Mimi:
+
+"Beste kind, het is ons niet mogelijk je hier in dit huis een kamer
+te geven."
+
+"Dus moet ik gaan!" zeide zij, terwijl zij trachtte op te staan.
+
+"Wel neen!" riep Marcel uit; "er is nog wel een andere manier, om de
+zaak te regelen; jij blijft hier in deze kamer en ik ga zoolang bij
+Rodolphe logeeren."
+
+"Dat is wel lastig voor jullie!" zeide Mimi; "maar het zal niet langer
+dan een paar dagen duren."
+
+"Het is volstrekt niet lastig voor ons," antwoordde Marcel; "dus zoo
+blijft het afgesproken: jij blijft hier en Rodolphe en ik slapen op
+de kamer van Rodolphe. Bonsoir, Mimi, slaap lekker!"
+
+"Ik dank jullie wel!" zeide zij, terwijl zij Marcel en Rodolphe,
+die weggingen, de hand gaf.
+
+"Wil ik de deur afsluiten?" vroeg Marcel, toen hij bij de deur was.
+
+"Waarom?" zeide Mimi met een blik op Rodolphe; "ik ben niet bang."
+
+Toen de twee vrienden in de kamer ernaast waren, vroeg Marcel
+plotseling aan Rodolphe:
+
+"En wat ben jij nu van plan te doen?"
+
+"Ik weet het zelf niet!" stamelde Rodolphe.
+
+"Kom, sta niet zoo te treuzelen, ga naar Mimi! Ik voorspel je, dat,
+wanneer je naar haar toegaat, jullie morgen weer verzoend zullen zijn!"
+
+"Wat zou jij gedaan hebben, als Musette teruggekomen was?" vroeg
+Rodolphe.
+
+"Als Musette in de kamer hiernaast was," antwoordde Marcel, "dan zou
+ik al een kwartier geleden niet meer in deze zijn."
+
+"Nou," zeide Rodolphe; "ik zal moediger zijn dan jij, ik blijf hier!"
+
+"Dat zullen we nog eens zien!" zeide Marcel, die reeds in bed lag;
+"ga jij ook naar bed?"
+
+"Zeker!" antwoordde Rodolphe.
+
+Doch toen Marcel midden in den nacht wakker werd, zag hij, dat Rodolphe
+weg was.
+
+'s Ochtends klopte Marcel zachtjes op de deur van de kamer, waarin
+Mimi sliep.
+
+"Binnen," riep zij. Toen zij hem zag, gaf zij hem een wenk zachtjes
+te praten, om Rodolphe, die nog sliep, niet wakker te maken. Hij zat
+in een fauteuil, dien hij bij het bed geschoven had, en rustte met
+zijn hoofd op het kussen naast Mimi.
+
+"Hebben jullie zoo den nacht doorgebracht?" vroeg Marcel verwonderd.
+
+"Ja," antwoordde het jonge meisje.
+
+Plotseling werd Rodolphe wakker. Na Mimi een kus gegeven te hebben,
+stak hij den schilder, die hoe langer hoe verbaasder scheen, de
+hand toe.
+
+"Ik zal zien, dat ik wat geld krijg, om eten te koopen," zeide hij
+tot Marcel; "houd jij Mimi zoo lang gezelschap."
+
+"En," vroeg Marcel aan het jonge meisje, toen zij alleen waren,
+"wat is er vannacht gebeurd?"
+
+"Ach God, niets dan treurige dingen," zeide Mimi; "Rodolphe houdt
+nog altijd van me."
+
+"Dat weet ik!"
+
+"Ja, jij hebt hem van mij willen aftrekken," zeide zij; "maar dat
+neem ik je niet kwalijk, Marcel, je hadt gelijk; ik heb dien armen
+jongen leelijk behandeld!"
+
+"En jij," vroeg Marcel, "houdt jij nog altijd van hem?"
+
+"Of ik van hem houd!" zeide zij handenwringend. "En dat is juist zoo'n
+pijniging voor me. Ik ben wel veranderd, beste jongen, en daarvoor
+is niet veel tijd noodig geweest."
+
+"Nou, als hij van jou houdt en jij van hem en jullie niet buiten
+elkaar kunt, moeten jullie maar weer samen gaan leven en dan probeeren,
+dat het ditmaal voor goed is."
+
+"Dat is onmogelijk," zeide Mimi.
+
+"Waarom?" vroeg Marcel; "zeker, het zou verstandiger zijn, indien
+jullie voor goed van elkaar gingen; maar om elkaar niet meer te zien,
+zouden jullie wel duizend mijl van elkaar moeten zijn!"
+
+"Wat bedoel je daarmee?"
+
+"Spreek er niet met Rodolphe over, dat zou hem te veel aanpakken--maar
+ik ga gauw voor goed weg."
+
+"Maar waarheen?"
+
+"Kijk eens, Marcel," zeide Mimi snikkend.
+
+En de dekens wat terugslaande, liet zij den schilder haar schouders,
+haar hals en haar armen zien.
+
+"Goede God!" riep Marcel verschrikt uit. "Arme meid!"
+
+"Zie je wel, beste jongen, dat ik mij niet vergis en dat ik spoedig
+sterven zal?"
+
+"Maar hoe is dat in zoo'n korten tijd kunnen gebeuren?" vroeg Marcel.
+
+"Ach!" antwoordde Mimi; "bij het leven, dat ik sedert twee maanden
+leid, is dat niet te verwonderen: al die slapelooze, doorweende
+nachten, dat poseeren in onverwarmde ateliers, het slechte voedsel,
+het vele verdriet.... En dan weet je nog niet alles: ik heb me
+met eau de Javel willen vergiftigen; ze hebben me gered, maar niet
+voor lang, zooals je ziet. Bovendien ben ik nooit heelemaal gezond
+geweest. Enfin, het is mijn eigen schuld: als ik kalm bij Rodolphe
+gebleven was, zou het zoover niet gekomen zijn. En nu kom ik dien
+armen jongen weer lastig vallen, maar het zal niet voor lang zijn:
+het laatste kleedingstuk, dat hij me geven zal, zal heelemaal wit
+zijn, Marcel, en daarin zal ik begraven worden. O, als je eens wist,
+hoe vreeselijk ik het vind, dat ik sterven moet! Rodolphe weet, dat ik
+ziek ben; gisteren heeft hij langer dan een uur sprakeloos naast mijn
+bed gezeten, toen hij mijn magere armen en schouders heeft gezien:
+hij herkende zijn Mimi niet meer ..... ach, mijn spiegel herkent
+me zelfs niet meer. Maar enfin, ik ben knap geweest en hij heeft
+veel van me gehouden. O lieve God," riep zij uit, terwijl zij haar
+gezicht in Marcel's handen verborg, "ik ga je verlaten, beste jongen,
+en Rodolphe ook. O, lieve God!"
+
+Tranen verstikten haar stem.
+
+"Kom, Mimi," zeide Marcel, "doe niet zoo wanhopig, je zult weer beter
+worden; je hebt alleen een goede verpleging en rust noodig."
+
+"Ach, neen!" antwoordde Mimi; "het loopt af met mij, ik voel het heel
+goed. Ik ben zoo vreeselijk zwak: toen ik gisterenavond hier kwam,
+heb ik meer dan een uur noodig gehad om boven te komen. En als ik hier
+een andere vrouw had aangetroffen, zou ik me uit het raam geworpen
+hebben. En toch was hij vrij, nu wij niet meer samen waren; maar
+zie je, Marcel, ik was er zeker van, dat hij nog van me hield. En
+daarom"--en weer barstte Mimi in tranen uit--"daarom alleen heb ik
+niet dadelijk willen sterven. Maar toch is het gedaan met mij. Och,
+Marcel, wat is hij toch een goede jongen, dat hij mij na alles wat ik
+hem aangedaan heb, toch nog bij zich genomen heeft. Ach, de lieve God
+is niet rechtvaardig, dat hij mij den tijd zelfs niet laat om weer
+goed te maken wat ik tegenover Rodolphe misdaan heb. En hij begrijpt
+heel goed hoe het met mij gesteld is. Ik wou niet, dat hij naast mij
+kwam liggen, want het is net alsof ik de wormen al aan mijn lichaam
+voel vreten. Wij hebben den geheelen nacht door samen geweend en over
+vroeger gesproken. O, wat is het toch droevig, dat je het geluk dan
+eerst ziet, wanneer het niet meer bereikbaar is en nadat het aan je
+voorbijgegaan is, zonder het te zien!.... O, het brandt me in mijn
+borst als vuur; en wanneer ik mijn ledematen beweeg, is het net,
+alsof zij zullen breken ..... Och, Marcel, geef me mijn japon even
+aan. Ik wil de kaart leggen, om te zien of Rodolphe geld meebrengen
+zal. Ik zou nog zoo graag eens lekker met jullie willen dejeuneeren,
+net als vroeger--het zal me geen kwaad doen, want God kan me toch niet
+zieker maken dan ik al ben. Kijk," zeide zij, terwijl ze Marcel de
+kaart liet zien, die zij gecoupeerd had; "dat is schoppen, de kleur
+van den dood. En hier klaveren," voegde zij er vroolijk aan toe. "We
+krijgen geld."
+
+Marcel wist niet wat hij moest zeggen bij die helderziende ijlkoortsen
+van dit ongelukkige schepseltje, dat, zooals zij zeide, de wormen
+reeds aan zich voelde vreten.
+
+Na een uur kwam Rodolphe terug. Hij bracht Schaunard en Colline
+mede. De musicus had zijn zomerjas aan: hij had, zoodra hij gehoord
+had, dat Mimi ziek was zijn winterjas verkocht, om Rodolphe geld te
+kunnen leenen. Colline van zijn kant had verschillende boeken van
+de hand gedaan. Weliswaar had hij liever een arm of been verzilverd,
+maar Schaunard had hem aan zijn verstand gebracht, dat men met zijn
+arm of been niets beginnen kan, waarom hij maar besloten had van zijn
+lievelingen afstand te doen.
+
+Mimi spande al haar krachten in om haar oude vrienden met een vroolijk
+gezicht te ontvangen.
+
+"Ik ben niet ondeugend meer," zeide zij tot hen, "en Rodolphe heeft
+mij vergiffenis geschonken. Als hij mij bij zich wij houden, zal ik
+klompen aantrekken en een halsdoek omdoen. Zijde is niet goed voor mijn
+gezondheid," voegde zij er met een hartverscheurend glimlachje aan toe.
+
+Op aandringen van Marcel had Rodolphe een van zijn vrienden, die
+pas dokter geworden was, laten halen. Het was dezelfde, die vroeger
+de kleine Francine behandeld had. Toen hij kwam, liet men hem met
+Mimi alleen.
+
+Rodolphe was door Marcel reeds te voren op de hoogte gebracht van
+den gevaarlijken toestand, waarin Mimi verkeerde. Toen de dokter Mimi
+onderzocht had, zeide hij tot Rodolphe:
+
+"Je kunt haar hier niet houden. Slechts een wonder kan haar redden. Zij
+moet naar het ziekenhuis. Ik zal je een brief voor de Pitié geven;
+een van mijn kennissen is daar assistent; ik zal hem vragen haar
+te behandelen. Als zij de lente haalt, kunnen we haar misschien nog
+heelemaal beter maken; maar als zij hier blijft, is het binnen acht
+dagen afgeloopen."
+
+"Ik zal het haar nooit durven voorstellen," zeide Rodolphe.
+
+"Ik heb het haar al gezegd," antwoordde de dokter, "en zij vindt het
+goed. Morgen zal ik je een formulier voor de Pitié zenden."
+
+"Beste jongen," zeide Mimi tot Rodolphe, "de dokter heeft gelijk. Je
+zoudt me hier niet kunnen verplegen, zooals het behoort; je moet
+mij naar het ziekenhuis laten gaan. O, ik zou nu zòò graag blijven
+leven, dat ik de rest van mijn leven mijn linkerhand in het vuur
+zou houden, als ik de jouwe in mijn rechter mocht hebben. Je komt me
+toch zeker dikwijls opzoeken. Kom wees niet zoo bedroefd: ik zal daar
+goed verpleegd worden, heeft de dokter gezegd. Je krijgt kalfssoep
+in het ziekenhuis, en het is er warm. En terwijl ik daar aan het
+opknappen ben, moet jij werken, om geld te verdienen; en wanneer ik
+weer beter ben, kom ik weer bij je terug en blijf ik altijd bij je. Ik
+heb nu heel veel hoop. Ik kom even knap als vroeger terug. Vroeger,
+toen ik je nog niet kende, ben ik ook eens ziek geweest, en toen
+ben ik ook beter geworden. En in dien tijd was ik niet gelukkig,
+en het zou beter geweest zijn, als ik toen maar gestorven was. Nu
+ik jou teruggevonden heb en wij nog gelukkig kunnen zijn, zullen
+ze me ook wel beter maken, want ik zal me krachtig tegen de ziekte
+verzetten. Ik zal alle leelijke drankjes, die ze me geven, slikken,
+en de dood zal me alleen maar met geweld van je kunnen nemen. Geef den
+spiegel eens, het is net, of ik al weer een kleur krijg. Ja," zeide
+zij, terwijl zij in den spiegel keek, "mijn mooie tint komt alweer
+terug. En kijk, mijn handen zijn nog altijd mooi; geef er nog eens
+een zoen op; het zal heusch de laatste keer niet zijn, jongenlief!"
+
+Toen zij dit gezegd had, sloeg zij haar armen om zijn hals en bedekte
+zijn gezicht onder haar loshangende haren.
+
+Voor zij naar het ziekenhuis ging, wilde zij nog een avond met al de
+vroegere vrienden samen zijn.
+
+"Laat me lachen," zeide zij; "vroolijkheid is voor een mensch het
+beste geneesmiddel. Die slaapmuts van een vicomte heeft mij ziek
+gemaakt. Hij wou me orthographie leeren, stel je voor; wat moest ik
+daarmede beginnen? En zijn vrienden--lieve God, wat een kerels! Je
+reinste hoenderhof, waarin de vicomte de pauw was. Hij merkte, God
+betert, zijn eigen linnengoed. Als hij ooit trouwt, krijgt hij vast
+de kinderen."
+
+Niets kon aangrijpender zijn dan deze opgewekte stemming, die, om zoo
+te zeggen, den dood van het lichaam overleefde. Slechts met inspanning
+van al hun geestkracht slaagden de bohémiens erin hun tranen terug
+te houden en het gesprek in den schertsenden toon te houden, waarin
+het gebracht was door dat arme kind, voor wie het noodlot zoo vlug
+het linnen voor haar laatste kleed weefde.
+
+Den volgenden ochtend kreeg Rodolphe het formulier voor het
+ziekenhuis. Mimi kon onmogelijk meer loopen: ze moest in het rijtuig
+worden gedragen. Tijdens het rijden leed zij vreeselijk onder de
+schokken. Maar het laatste, dat bij vrouwen sterft, de ijdelheid,
+overwon ook nu nog die pijnen: twee of driemaal liet zij het rijtuig
+voor mode-magazijnen stil staan, om naar de étalages te kijken.
+
+Toen zij in de op het formulier aangegeven zaal kwam, voelde Mimi
+haar hart samenkrimpen; een inwendige stem zeide haar, dat zij haar
+leven tusschen deze kale, droefgeestige muren zou eindigen. Al haar
+wilskracht moest zij te hulp roepen, om den somberen indruk, die haar
+had doen rillen, voor Rodolphe te verbergen.
+
+Toen zij te bed lag, omhelsde zij hem voor de laatste maal en drukte
+hem op het hart haar den volgenden Zondag te komen opzoeken.
+
+"Het ruikt hier zoo akelig," zeide zij; "breng bloemen voor me mee,
+viooltjes, die zijn er nog!"
+
+"Ja," zeide Rodolphe; "adieu, tot Zondag!"
+
+En hij trok de gordijnen dicht. Toen Mimi hoorde hoe de stappen van
+haar geliefde zich steeds verder verwijderden, kreeg zij plotseling
+een koortsaanval. Zij sloeg wild de gordijnen open, boog zich half
+uit haar bed en riep met een door tranen verstikte stem:
+
+"Rodolphe, neem me weer mee; ik wil weg!"
+
+De zuster kwam naar haar toe en trachtte haar te kalmeeren.
+
+"O," steunde Mimi; "ik zal hier sterven!"
+
+'s Zondagsochtends, den dag dat hij Mimi zou gaan opzoeken,
+herinnerde Rodolphe zich, dat hij haar beloofd had viooltjes mee
+te zullen brengen. Door een poëtisch bijgeloof gedreven, ging hij,
+niettegenstaande het vreeselijke weer, te voet naar de bosschen van
+Aulnay en Fontenay, waar hij zoo dikwijls met haar geweest was, om daar
+zelf de bloemen te zoeken, waarom zij hem gevraagd had. Twee uur lang
+dwaalde hij door het met sneeuw bedekte kreupelhout en lichtte met
+een klein stokje de struiken en het heidekruid op, tot hij eindelijk
+een paar viooltjes vond vlak bij het struikgewas langs den vijver
+van Le Plessis, hun lievelingsplekje, waar ze altijd heengingen,
+als ze buiten waren.
+
+Toen hij op den terugweg naar Parijs door het dorp Châtillon kwam, zag
+hij op het kerkplein een doopstoet en daarbij een van zijn vrienden,
+die met een zangeres van de Opéra peet was.
+
+"Wat voer jij hier uit?" vroeg hij, verwonderd Rodolphe daar te zien.
+
+De dichter vertelde wat er gebeurd was.
+
+De jonge man, die Mimi gekend had, werd door het verhaal zeer
+aangegrepen. Hij haalde een doos bonbons uit zijn zak en gaf die
+aan Rodolphe.
+
+"Die arme Mimi, geef haar dit uit mijn naam en zeg, dat ik eens naar
+haar kom kijken!"
+
+"Als je dat wil, moet je je haasten, anders zou je te laat kunnen
+komen," zeide Rodolphe en ging verder.
+
+Toen hij in het hospitaal kwam, vloog Mimi, die zich niet meer bewegen
+kon, hem met een blik om de hals.
+
+"Ha, daar zijn mijn bloemen!" riep zij, terwijl een glimlach van
+geluk om haar lippen speelde.
+
+Rodolphe vertelde haar zijn pelgrimstocht naar het struikgewas langs
+den vijver, dat het paradijs van hun liefde geweest was.
+
+"Lieve bloemen!" zeide het arme kind, terwijl zij de viooltjes kuste.
+
+Ook de bonbons vielen in haar smaak.
+
+"Ze hebben me dus nog niet heelemaal vergeten!" zeide zij. "Wat zijn
+jullie toch allemaal goed. Ik mag al je vrienden graag, Rodolphe!"
+
+Het samenzijn was bijna vroolijk te noemen. Ook Schaunard en Colline
+waren gekomen. De zuster moest hen tot weggaan aansporen, daar de
+bezoektijd reeds lang voorbij was.
+
+"Vaarwel!" zeide Mimi; "tot Donderdag dus! En zorg op tijd te zijn!"
+
+Toen Rodolphe den volgenden avond thuis kwam, vond hij een brief van
+een jongen assistent uit het ziekenhuis, aan wien hij Mimi bijzonder
+aanbevolen had. De brief bevatte slechts deze woorden:
+
+"Amice, ik moet je een treurige tijding geven: No. 8 is dood. Toen
+ik vanochtend door de zaal kwam, vond ik het bed leeg."
+
+
+
+Rodolphe viel op een stoel neer, maar geen tranen kwamen hem
+verlichting brengen. Toen Marcel later op den avond bij hem kwam,
+vond hij zijn vriend nog in dezelfde wezenlooze houding; met een
+handgebaar wees Rodolphe hem op den brief.
+
+"Arme meid!" zeide Marcel.
+
+"Het is vreemd," merkte Rodolphe op; "ik voel niets. Zou mijn liefde
+reeds gestorven zijn, toen ik hoorde, dat Mimi sterven moest?"
+
+"Wie zal het zeggen?" mompelde de schilder.
+
+Mimi's dood veroorzaakte in den kring der bohémiens een groote
+ontroering.
+
+Acht dagen later ontmoette Rodolphe op straat den assistent, die hem
+den dood van zijn vriendinnetje gemeld had.
+
+"Beste Rodolphe," zeide hij, "je neemt het me toch niet al te kwalijk,
+dat ik je door mijn voorbarigheid verdriet gedaan heb?"
+
+"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe verwonderd.
+
+"Wat? .... Weet je het niet? Heb je haar dan niet meer gezien?"
+
+"Wie?" schreeuwde Rodolphe.
+
+"Maar Mimi natuurlijk!"
+
+"Wat?" stamelde de dichter, die doodsbleek werd.
+
+"Ik had me vergist. Toen ik je die vreeselijke tijding schreef,
+was ik het slachtoffer van een dwaling. Kijk eens, ik was in twee
+dagen niet in het ziekenhuis geweest. Toen ik den derden dag weer
+terugkwam, vond ik het bed van je vrouw leeg. Op mijn vraag aan de
+zuster waar de zieke was, kreeg ik ten antwoord, dat zij 's nachts
+gestorven was. De zaak zit zoo in elkaar. Tijdens mijn afwezigheid
+was Mimi naar een andere zaal gebracht. In bed No. 8 hadden ze een
+andere vrouw gelegd, die nog denzelfden dag gestorven is. Dat is de
+oorzaak van mijn vergissing. Den dag, nadat ik je geschreven had,
+vond ik Mimi in een zaal ernaast. Jouw wegblijven had haar vreeselijk
+veel verdriet gedaan; zij gaf me een brief voor je, dien ik dadelijk
+naar je kamer gebracht heb."
+
+"Lieve God!" riep Rodolphe uit; "vanaf het oogenblik dat ik dacht,
+dat Mimi dood was, ben ik niet meer op mijn kamer geweest. Ik heb
+hier en daar bij mijn vrienden geslapen. Mimi leeft. God, wat moet
+zij wel van mijn wegblijven denken! Arme, arme meid! En hoe is het
+met haar? Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?"
+
+"Eergisterenochtend. Zij was niet erger en niet beter, maar zij is
+erg ongerust over jou, ze denkt, dat je ziek bent!"
+
+"Ga dadelijk met me naar de Pitié," zeide Rodolphe; "ik moet ze zien."
+
+"Wacht hier een oogenblik," zeide de assistent, toen zij bij den
+ingang van het ziekenhuis waren, "ik zal den directeur vragen, of je
+haar zien mag."
+
+Rodolphe wachtte een kwartier in de vestibule. Toen kwam de assistent
+terug, greep de hand van den dichter en zeide:
+
+"Je moet maar denken, beste kerel, dat de brief, dien ik je acht
+dagen geleden geschreven heb, waarheid gesproken heeft."
+
+"Wat?" zeide Rodolphe, terwijl hij wankelde en steun zocht tegen een
+pilaar; "Mimi....."
+
+"Vanochtend om vier uur."
+
+"Breng mij naar de snijkamer, dan kan ik ze nog eenmaal zien,"
+vroeg Rodolphe.
+
+"Daar is ze niet meer," zeide de dokter. En terwijl hij den dichter op
+een grooten wagen wees, die op de binnenplaats stond voor een gebouw,
+waarboven het woord: Snijkamer te lezen was, voegde hij eraan toe:
+
+"Daarin is zij."
+
+Het was inderdaad de lijkwagen, waarin de niet opgevraagde lijken
+naar de gemeenschappelijke graven gebracht worden.
+
+"Adieu," zeide Rodolphe tot den assistent.
+
+"Wil ik soms met je meegaan?" vroeg deze.
+
+"Neen, dank je," zeide Rodolphe, terwijl hij zich langzaam
+verwijderde. "Ik wil alleen zijn!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIII.
+
+MEN IS SLECHTS EENS JONG.
+
+
+Een jaar na Mimi's dood vierden Rodolphe en Marcel, die steeds bij
+elkaar gebleven waren, met een feest hun intrede in de officieele
+wereld. Marcel, die eindelijk tot den Salon was toegelaten, had er twee
+schilderijen geëxposeerd, waarvan er een gekocht was door een rijken
+Engelschman, een vroegeren minnaar van Musette. Met de opbrengst van
+dien verkoop en met die van een hem door de regeering opgedragen werk,
+had Marcel het grootste gedeelte van zijn oude schulden afgelost,
+zich in een fatsoenlijke woning geïnstalleerd en een echt atelier
+ingericht. Bijna tegelijk waren Schaunard en Rodolphe voor het publiek
+getreden, dat over den naam en het fortuin van kunstenaars beslist,
+de eerste met een album liederen, die op alle concerten gezongen
+werden en die zijn naam vestigden; de tweede met een boek, waarmede
+de kritiek zich een maand lang bezig hield. Barbemuche had zich sedert
+lang uit het bohème leven teruggetrokken, terwijl Gustave Colline een
+erfenis gekregen en een rijk huwlijk gedaan had en nu avondjes gaf,
+waarop muziek gemaakt en koekjes gegeten werden.
+
+Op een avond, dat Rodolphe in zijn fauteuil en met zijn voeten op
+zijn tapijt zat, zag hij Marcel opgewonden binnenkomen.
+
+"Weet je wat mij overkomen is?" vroeg hij.
+
+"Neen," antwoordde de dichter. "Ik weet alleen, dat ik bij je geweest
+ben, dat je beslist thuis was en dat je me niet hebt willen open doen."
+
+"Ik heb je wel gehoord. Raad eens wie bij mij was."
+
+"Hoe zou ik dat weten?"
+
+"Musette! Zij is gisteravond als débardeur [52] bij me binnen komen
+vallen."
+
+"Musette? Heb jij Musette teruggevonden?" vroeg Rodolphe met iets
+van spijt in zijn stem.
+
+"Maak je niet ongerust! de vijandelijkheden zijn niet hervat. Musette
+is den laatsten nacht van haar bohème-leven bij mij komen doorbrengen."
+
+"Wat bedoel je daarmee?"
+
+"Zij gaat trouwen."
+
+"Wat!" riep Rodolphe uit. "En met wien, lieve hemel?"
+
+"Met een postmeester, den voogd van haar laatsten minnaar, een type,
+naar het schijnt. Musette heeft tegen hem gezegd: "Waarde heer,
+alvorens ik u definitief mijn hand geef en met u naar het stadhuis
+rijd, wil ik nog eerst acht dagen volkomen vrijheid. Ik moet mijn zaken
+regelen en ik wil mijn laatste glas champagne drinken, mijn laatsten
+quadrille dansen en mijn vriend Marcel, die net zoo goed is als ieder
+ander, een laatsten kus geven." Acht dagen lang heeft het lieve kind
+naar mij gezocht, tot ze gisteravond juist op een oogenblik, dat ik aan
+haar dacht, bij mij is komen binnenvallen. Wij hebben een treurigen
+nacht gehad ..... het was lang dat van vroeger niet, lang niet. Wij
+zagen er net uit als een slechte copie van een meesterwerk. Ik heb
+naar aanleiding van deze laatste scheiding een klein klaaglied gemaakt,
+dat ik je voorjammeren zal, als je het goed vindt."
+
+En toen begon hij eenige coupletten te neuriën ...
+
+
+
+"Nou ben je toch zeker wel gerustgesteld," zeide Marcel, toen hij
+uitgejammerd had; "mijn liefde voor Musette is zoo dood als een pier,
+dat bewijst dit treurige treurlied wel."
+
+"Arme kerel!" zeide Rodolphe; "je verstand duelleert met je hart;
+pas op, dat het laatste niet gedood wordt."
+
+"Dat is al gebeurd," antwoordde de dichter; "het is afgeloopen met
+ons, we zijn dood en begraven. Je bent maar eens jong. Waar dineer
+je vanavond?"
+
+"Als je het goed vindt, kunnen we voor twaalf sous in ons oud
+restaurant in de rue du Four gaan eten, waar je nog van die echte
+dorpsborden hebt, en waar je, als je klaar bent, nog steeds trek hebt."
+
+"Neen, dank je wel," antwoordde Marcel. "Ik wil wel nog eens praten
+over het verleden, maar dan bij een goed glas wijn in een makkelijken
+fauteuil. Ach ja, ik ben nu eenmaal verdorven. Ik houd alleen nog
+maar van wat goed is."
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een hôtel in de tegenwoordige rue-Jean-Jacques-Rousseau, waarin
+meubelverkoopingen gehouden werden.
+
+[2] Een bekend soort, met brons ingelegde meubelen.
+
+[3] De in het quartier latin gebruikelijke naam voor het Théâtre
+du Luxembourg.
+
+[4] Tweehoofdig.
+
+[5] De Regenboog.
+
+[6] Een beroemde slemppartij uit Cervantes' Don Quichotte, beschreven
+in hoofdstuk XX van dat werk.
+
+[7] Gastheer.
+
+[8] Vatel was de hofkok van Lodewijk XIV.
+
+[9] Greuze, volgens Diderot "le peintre des familles et des honnêtes
+gens", is bekend door zijn sentimenteel-kokette meisjesfiguren; Gavarni
+daarentegen gaf aan die koketterie een meer overmoedige uitdrukking.
+
+[10] Het fabriekstempel J. G. vindt men op kleine aarden pijpen,
+die voor twee sous verkrijgbaar zijn.
+
+[11] Cicero's uitdrukking was: Nascuntur poetae (Dichters worden
+geboren). Poêlier, beteekent kachelsmid, rookverdrijver.
+
+[12] Door geweld gedwongen.
+
+[13] Persoon uit don Juan, die steeds geharnast was en dus zeer
+zwaar liep.
+
+[14] Letterkundige wedstrijden, waarbij de winnaars een gouden bloem,
+meestal een roos, krijgen.
+
+[15] Met het personeel van de firma Bidault (den toenmaligen
+postdirecteur) worden de brievenbestellers bedoeld.
+
+[16] Een gefingeerde naam.
+
+[17] De tweede helft luidt... "en de aanraking van twee opperhuiden."
+
+[18] Zie de beide novellen van de Musset: "Frédéric et Bernerette"
+en "Mademoiselle Mimi Pinson."
+
+[19] Rivier in Lydië, bekend om haar goudrijkdom.
+
+[20] Sax was een fabrikant van beroemde muziekinstrumenten.
+
+[21] Borreas = Noordenwind.
+
+[22] Een heilige uit de R.K. kerk, die zich voornamelijk het lot van
+arme verworpenen en maatschappelijk ellendigen aantrok.
+
+[23] Een verdoovend, uit een soort hennepplant bereid middel.
+
+[24] Toespeling op Dumas' roman: "De drie musketiers".
+
+[25] Te Saint-Denis was een kostschool, waar dochters van officieren
+van het Legioen van Eer werden opgevoed.
+
+[26] Iemand, die toelatingsexamen voor de universiteit heeft gedaan.
+
+[27] "Geloofsbelijdenis van den savoyaardschen vicaris". Vergelijk
+Rousseau's Emile.
+
+[28] Géricault, een beroemd schilder, wiens doek "Vlot der Medusa",
+in 1819 groot opzien verwekte en de eerste overwinning van het realisme
+in de schilderkunst genoemd wordt.
+
+[29] Cicero is een lettersoort.
+
+[30] Vergelijk Dumas' Kean, 2de bedrijf, tooneel 1-3.
+
+[31] Parijs bezat vroeger slechts twaalf arrondissementen en evenveel
+bureaux voor den burgerlijken stand--een voor den maire van het
+dertiende arrondissement gesloten huwelijk was dus een huwelijk uit
+vrije liefde.
+
+[32] De "Complainte van Jean Bélin" is een satyriek gedicht van een
+onbekenden schrijver, dat in 1840 verschenen was. Ook in andere werken
+zinspeelt Murger er op.
+
+[33] Vergelijk Racine's Cinna, acte V, Scène I.
+
+[34] Vergelijk Racine's Phèdre, acte I, scène I.
+
+[35] In de Rue Coquenard ligt de kerk Notre-Dame-de-Lorette, wier
+naam overgegaan is op de schoone zondaressen, die in deze straat wonen.
+
+[36] De papegaai Vert-Vert is de held van een naar hem genoemd komisch
+epos van Gresset. Opgevoed in een klooster te Nivers, was hij zoo
+deugdzaam en vroom, dat zijn roem zich overal heen verbreidde en ook
+de nonnen in een klooster te Nantes hem wenschten te hooren. Op een
+boot daarheen gebracht, leerden de schippersknechts hem vloeken als
+een ketter, wat bij de nonnen groote consternatie verwekte.
+
+[37] Toespeling op Offenbach's operette Les contes d'Hoffmann.
+
+[38] Matthieu Laensberg leefde omstreeks 1680 als canonicus in Luik en
+gaf een kalender met weersvoorspellingen uit. Omstreeks 1840 aapten
+de socialisten (Louis Blanc) in hun volkskalender de populaire taal
+van den canonicus na om propaganda te maken voor revolutionnaire
+doeleinden; hierdoor werd de naam in Frankrijk in grootere kringen
+populair.
+
+[39] Letterlijk: een pleisterplaats voor karavanen.
+
+[40] Zinspeling op Dante's Inferno.
+
+[41] Eetlust.
+
+[42] Een verfrisschende drank (bereid uit citroen en zoethout),
+die in Frankrijk langs den weg verkocht wordt.
+
+[43] Bekende champagne-merken.
+
+[44] Zie Molière's Don Juan: Acte IV, scène III.
+
+[45] Zie Shakespeare's Macbeth.
+
+[46] Gastibelza is de held van het drama "Gastibelza of de Waanzinnige
+van Toledo" van d'Ennery en Cormon. In het tweede bedrijf wordt hij
+krankzinnig, in het derde echter krijgt hij, zooals dat een held
+betaamt, zijn verstand vrijwel weer terug. Hij komt nooit zonder zijn
+karabijn op het tooneel.
+
+[47] Neen, het is nog niet de dag; het was de nachtegaal en niet de
+leeuwerik, wiens tonen doordrongen tot je angstige ooren.
+
+[48] Toespeling op den versregel uit het laatste tooneel van
+Raynouard's tragedie: "Les Templiers":
+
+
+ "Mais il n'était plus temps; les chants avaient cessé".
+
+
+[49] Een duif à la crapoudine is een duif, die opgediend wordt in
+den vorm van een pad.
+
+[50] Een persoon uit de Grieksche mythologie met honderd armen.
+
+[51] Bekende persoon uit don Quichotte.
+
+[52] Débardeur = iemand, die tijdens het carnavalsfeest als houtdrager
+gecostumeerd rondloopt.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS ***
+
+***** This file should be named 35741-0.txt or 35741-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/5/7/4/35741/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. \ No newline at end of file
diff --git a/35741-0.zip b/35741-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..41f31bf
--- /dev/null
+++ b/35741-0.zip
Binary files differ
diff --git a/35741-h.zip b/35741-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..1221fb7
--- /dev/null
+++ b/35741-h.zip
Binary files differ
diff --git a/35741-h/35741-h.htm b/35741-h/35741-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..5c797d3
--- /dev/null
+++ b/35741-h/35741-h.htm
@@ -0,0 +1,13989 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
+<title>The Project Gutenberg eBook of Kunstenaarsleven te Parijs: Roman uit het Bohème-leven, by Henri Murger</title>
+
+<style type="text/css">
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedtext td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd20e5305
+{
+width:8em; text-align:right;
+}
+.xd20e101width
+{
+width:484px;
+}
+.xd20e123width
+{
+width:425px;
+}
+.xd20e221
+{
+text-indent:2em;
+}
+.xd20e240
+{
+text-indent:6em;
+}
+.xd20e8837
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e9125width
+{
+width:126px;
+}
+.xd20e9132width
+{
+width:463px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kunstenaarsleven te Parijs
+ Roman uit het Bohème-leven
+
+Author: Henri Murger
+
+Editor: W. J. A. Roldanus Jr.
+
+Release Date: April 1, 2011 [EBook #35741]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd20e101width"><img src="images/cover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="484" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">De Meulenhoff-editie</div>
+<br>
+<div class="subTitle">Een Algemeene Bibliotheek</div>
+</div>
+<div class="docImprint">Uitgegeven door J. M. Meulenhoff<br>
+in het jaar MCMXVII te Amsterdam</div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd20e123width"><img src="images/titlepage.gif" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="425" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">Kunstenaarsleven te Parijs</div>
+<div class="subTitle">Roman uit het Bohème-leven</div>
+</div>
+<div class="byline">Door<br>
+<span class="docAuthor">Henri Murger</span><br>
+Bewerkt door W. J. A. Roldanus Jr.</div>
+<div class="docImprint">Uitgegeven door J. M. Meulenhoff<br>
+te Amsterdam op het Damrak 88</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e150" class="label">Hoofdstuk I.</h2>
+<h2 class="main">Hoe de Vriendenkring der Bohème tot stand
+kwam.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici
+den zaakwaarnemer van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de
+individuen met elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke
+samenhoorigheid later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit
+dat deel der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht
+heeft aan het publiek te doen leeren kennen.</p>
+<p>Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die
+twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende,
+plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien hij
+als wekker gebruikte, hem toezong.</p>
+<p>&bdquo;Allemachtig!&rdquo; riep Schaunard uit, &bdquo;mijn gevederde
+wekker loopt voor; het kan nog onmogelijk vandaag zijn.&rdquo;</p>
+<p>Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij
+na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat &rsquo;s
+nachts de rol van bed speelde&mdash;en niet om er wat van te zeggen,
+maar het speelde die vrij slecht&mdash;, terwijl het overdag die van
+alle andere meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude,
+die den vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden:
+een soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet.</p>
+<p>Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot
+Schaunard inderhaast een rose zijden <span class="pagenum">[<a id="pb2"
+href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span>en met sterretjes en loovertjes
+bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud
+was op een bal-masqu&eacute;-nacht bij den artist achtergelaten door
+een Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de
+bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de
+Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen van
+een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door een
+uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg
+geleend.</p>
+<p>Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam
+en het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in
+de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten,
+wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de
+buurt vijf uur.</p>
+<p>&bdquo;De ochtendstond in eigen persoon,&rdquo; mompelde Schaunard
+in zichzelf; &bdquo;dat is prachtig. Maar,&rdquo; voegde hij eraan toe,
+een kalender, die aan den muur hing, raadplegende, &bdquo;desniettemin
+is zij leelijk in de war. De aanwijzingen der wetenschap verzekeren,
+dat in dezen tijd van het jaar de zon eerst om half zes moet opgaan;
+het is pas vijf en nu is zij al op. Een misdadige ijver! dat
+hemellichaam is heelemaal van streek; ik zal een klacht indienen bij de
+sterrewacht. Intusschen,&rdquo; voegde hij eraan toe, &bdquo;zou ik me
+toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan maken; het is vandaag de
+dag, volgende op dien van gisteren, en daar het gisteren de 7de was,
+moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt, vandaag de 8ste April
+zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift gelooven mag,&rdquo;
+zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot, dat hij aan den
+muur geplakt had, ging lezen, &bdquo;moet ik vandaag om twaalf uur
+precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn huisbaas,
+een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben voor drie
+vervallen termijnen <span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3"
+name="pb3">3</a>]</span>huur, die hij in een zeer slecht schrift van
+mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er zich
+mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het begint
+erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin, ik heb
+nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik .... Vooruit
+.... vooruit, op weg,&rdquo; voegde Schaunard eraan toe.</p>
+<p>Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk
+langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te
+trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem
+gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke
+bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie.</p>
+<p>&bdquo;Kijk, kijk!&rdquo; riep hij uit, &bdquo;het is verwonderlijk,
+zooals de morgenlucht je op id&eacute;es brengt; het is net, alsof ik
+mijn wijsje op het spoor ben. Even probeeren ....&rdquo;</p>
+<p>En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het
+ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben
+gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert zoo
+langen tijd zocht, te vervolgen.</p>
+<p>&bdquo;Do, sol, mi, do, la, si, do, r&eacute;, boem, boem. Fa,
+r&eacute;, mi, r&eacute;. Nee, a&iuml;e! die r&eacute; is zoo valsch
+als Judas,&rdquo; riep Schaunard uit en sloeg daarbij zoo hard als hij
+kon op de noot met den twijfelachtigen klank. &bdquo;Laten wij den
+mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet schilderen van een
+jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw meer ontbladert. Het
+is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld noemt. Enfin, het is nu
+eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk een uitgever zoudt vinden,
+die een romance durft uitgeven, waarin geen blauw meer voorkomt, moet
+ik me er wel in schikken .... Do, sol, mi, do, la, si, do, r&eacute;;
+dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft vrijwel een denkbeeld van een
+madeliefje, vooral aan menschen, die <span class="pagenum">[<a id="pb4"
+href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>sterk zijn in botanie. La, si, do,
+r&eacute;, verdomde r&eacute;, loop naar den bliksem! Om een goed
+denkbeeld te geven van het blauwe meer, zou ik nu iets vochtigs,
+hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs (want de maan is ook van de
+partij) noodig hebben; maar laat ik oppassen, dat ik de zwaan niet
+vergeet .... Fa, mi, la, sol,&rdquo; ging Schaunard voort, terwijl hij
+de heldere noten van de hooge octaven liet klinken. &bdquo;Rest nu nog
+het afscheid van het jonge meisje, dat besluit zich in het blauwe meer
+te storten, om zich weer met haar onder de sneeuw begraven geliefde te
+vereenigen. Die ontknooping is niet duidelijk,&rdquo; mompelde
+Schaunard, &bdquo;maar zij is interessant. Daar moet ik iets teers,
+iets melancholieks voor hebben; daar is het al, daar is het al, dat
+zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena&rsquo;s, het snijdt je
+door je hart! Brr! Brr!&rdquo; zeide Schaunard, rillend in zijn met
+sterren bezaaiden rok, &bdquo;als het ook maar hout sneed! Er ligt in
+mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen ....
+te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la, la
+.... r&eacute;, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met
+een verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik
+het jonge meisje verder verdrinken!&rdquo;</p>
+<p>En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde
+Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als een
+ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke de
+trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen.</p>
+<p>&bdquo;En laten we nu eens zien,&rdquo; ging Schaunard voort,
+&bdquo;hoe mijn muziek zich aanpast bij de woorden van mijn
+dichter.&rdquo;</p>
+<p>En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van
+<span class="corr" id="xd20e189" title="Bron: poezie">po&euml;zie</span>, die speciaal gebruikt wordt voor
+op&eacute;ras comiques en ulevelrijmpjes: <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span></p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">La blonde jeune fille,</p>
+<p class="line">Vers le ciel &eacute;toil&eacute;,</p>
+<p class="line">En &ocirc;tant sa mantille,</p>
+<p class="line">Jette un regard voil&eacute;,</p>
+<p class="line">Et dans l&rsquo;onde azur&eacute;e</p>
+<p class="line">Du lac aux flots d&rsquo;argent ...</p>
+<p class="line">. . . . . . . .</p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Lieve Hemel!&rdquo; riep Schaunard in een
+gerechtvaardigde verontwaardiging uit, &bdquo;de hemelsblauwe golf van
+een zilver meer, dat had ik nog niet opgemerkt, dat is ten slotte te
+romantisch, die dichter is een idioot, hij heeft nog nooit zilver of
+een meer gezien. Zijn ballade is bovendien onzin; de caesuur der verzen
+staat mijn melodie in den weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf
+dichten, en niet later dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik
+mij in vorm gevoel, zal ik een kleine schets van coupletten maken, om
+er mijn melodie bij aan te passen.&rdquo;</p>
+<p>En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende,
+de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen
+onderhoudt.</p>
+<p>Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een
+van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti
+terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om als
+voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen.</p>
+<p>Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte
+vrij duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd
+door de brutale komst van dezen datum: den achtsten April.</p>
+<p>Ziehier het couplet:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line xd20e221">Huit et huit font seize,</p>
+<p class="line xd20e221">J&rsquo;pose six et retiens un.</p>
+<p class="line xd20e221">Je serais bien aise</p>
+<p class="line xd20e221">De trouver quelqu&rsquo;un</p>
+</div>
+<span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span>
+<div class="lg">
+<p class="line xd20e221">De pauvre et d&rsquo;honn&ecirc;te</p>
+<p class="line xd20e221">Qui m&rsquo; pr&ecirc;te huit cents
+francs,</p>
+<p class="line xd20e221">Pour payer mes dettes</p>
+<p class="line xd20e221">Quand j&rsquo;aurai le temps.</p>
+</div>
+<div lang="nl-1900" class="lg">
+<p class="line xd20e240">Refrein.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Et quand sonnerait au cadran <span class="ex">supr&ecirc;me</span></p>
+<p class="line xd20e221">Midi moins un quart.</p>
+<p class="line">Avec probit&eacute; je pa&icirc;rais mon terme
+(ter.)</p>
+<p class="line xd20e221">A monsieur Bernard.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Duivels,&rdquo; zeide Schaunard, toen hij zijn
+gedicht herlas, &bdquo;<span class="ex" lang="fr">terme</span> en
+<span class="ex" lang="fr">supr&ecirc;me</span> zijn nu niet bepaald
+millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd om ze rijk te maken. Laten we
+nu eens zien hoe de noten zich paren met de lettergrepen.&rdquo;</p>
+<p>En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn
+romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat, dat hij
+verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een jubelenden
+grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens wanneer
+hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus vertoonde.
+Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur.</p>
+<p>Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong
+in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den
+ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: &bdquo;Ben je
+gereed?&rdquo;</p>
+<p>De artist sprong op een stoel.</p>
+<p>&bdquo;De tijd loopt als een hert,&rdquo; zeide hij .... &bdquo;ik
+heb nog maar drie kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn
+nieuwe woning te vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het
+domein der tooverij gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om
+het te vinden&rdquo;; en <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7"
+name="pb7">7</a>]</span>zijn hoofd tusschen zijn knie&euml;n
+verbergend, daalde hij af in de afgronden der overpeinzing.</p>
+<p>Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op,
+zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs
+geleek.</p>
+<p>&bdquo;Er blijft nog slechts &eacute;&eacute;n manier over, om van
+hier weg te komen, en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is
+mooi weer, mijn vriend het toeval wandelt misschien wel in het
+zonnetje. Hij moet me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel
+gevonden heb, om mijn zaken met mijnheer Bernard af te
+wikkelen.&rdquo;</p>
+<p>Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als
+kelders, had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten,
+knoopte hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop,
+niet zonder met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd,
+zijn kamer.</p>
+<p>Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis,
+die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande.</p>
+<p>&bdquo;H&eacute;, mijnheer Schaunard!&rdquo; riep hij hem toe,
+terwijl hij den artist belette verder te gaan; &bdquo;u bent toch niet
+vergeten, dat het vandaag de 8ste is.&rdquo;</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Huit et huit font seize.</p>
+<p class="line">J&rsquo;pose six et retiens un,&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">neuriede Schaunard; &bdquo;ik denk nergens anders
+aan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;U bent wel wat laat met uw verhuizing,&rdquo; zeide de
+portier; &bdquo;het is half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer
+gehuurd heeft, kan ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te
+maken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dan moet u mij doorlaten,&rdquo; antwoordde Schaunard;
+&bdquo;ik wou juist een verhuiswagen halen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is prachtig; maar v&ograve;&ograve;r u verhuist, moet er
+nog een kleine formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat
+<span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>u geen haar moogt meenemen, voordat u de drie
+vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe zult u waarschijnlijk wel in
+staat zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Voor den donder,&rdquo; zeide Schaunard, die een pas
+voorwaarts deed.</p>
+<p>&bdquo;Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie
+geven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal ze, als ik terugkom, wel meenemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarom niet dadelijk?&rdquo; drong de concierge aan.</p>
+<p>&bdquo;Ik moet geld wisselen .... Ik heb geen kleingeld.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo, zoo!&rdquo; zeide de andere ongerust, &bdquo;gaat u geld
+wisselen? Om het u makkelijk te maken, zal ik zoolang het pakje, dat u
+onder uw arm hebt, en dat u zou kunnen hinderen, bewaren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer de concierge,&rdquo; zeide Schaunard in het volle
+besef van zijn waardigheid; &bdquo;wantrouwt u mij bij geval ook? Denkt
+u, dat ik mijn meubels in een zakdoek meeneem?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk, mijnheer,&rdquo; antwoordde de
+concierge, die een toontje lager begon te zingen, &bdquo;dat is mijn
+consigne. Mijnheer Bernard heeft mij uitdrukkelijk bevolen u geen haar
+te laten medenemen, voor u betaald hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar kijk dan,&rdquo; zeide Schaunard, terwijl hij het pakje
+open maakte, &bdquo;dat zijn geen haren, maar hemden, die ik naar de
+waschvrouw breng, die naast den geldwisselaar, twintig pas hiervandaan,
+woont.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is wat anders,&rdquo; merkte de concierge, na den inhoud
+van het pakje onderzocht te hebben, op. &bdquo;Maar zonder indiscreet
+te willen zijn, mijnheer Schaunard, zou ik ook uw nieuwe adres mogen
+weten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ga in de rue de Rivoli wonen,&rdquo; antwoordde koeltjes
+de artist, die, nu hij eenmaal in de straat was, zich zoo gauw mogelijk
+uit de voeten maakte.</p>
+<p>&bdquo;Rue de Rivoli,&rdquo; mompelde de concierge in zichzelf,
+<span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span>terwijl hij met zijn vingers in zijn neus pulkte,
+&bdquo;het is wel een beetje vreemd, dat ze hem in de rue de Rivoli
+kamers verhuurd hebben en hier heelemaal geen informaties naar hem zijn
+komen nemen; het is wel een beetje vreemd. Enfin, zonder betalen krijgt
+hij zijn meubels niet mede. Als de nieuwe huurder nou maar niet net
+komt als Schaunard bezig is zijn boeltje weg te halen. Dat zou me op de
+trap een herrie geven! Lieve Hemel,&rdquo; zeide hij plotseling,
+terwijl hij zijn hoofd door het schuifraampje stak, &bdquo;daar heb je
+hem net.&rdquo;</p>
+<p>Gevolgd door een pakjesdrager, die nu niet bepaald onder zijn last
+scheen te bezwijken, kwam op dat oogenblik een jonge man met een witten
+Louis XIII hoed op, de vestibule binnen.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; vroeg hij den concierge, die hem tegemoet
+ging, &bdquo;is mijn appartement vrij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nog niet, mijnheer, maar het zal niet lang meer duren. De
+tegenwoordige huurder is een verhuiswagen gaan halen. Misschien wil
+mijnheer zijn meubels zoo lang op de binnenplaats zetten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben bang, dat het zal gaan regenen,&rdquo; antwoordde de
+jonge man, terwijl hij kalm op een bouquetje viooltjes, dat hij
+tusschen zijn tanden hield, kauwde, &bdquo;en dan zouden mijn meubelen
+bederven. Vriendje,&rdquo; voegde hij eraan toe, terwijl hij zich
+wendde tot den witkiel, die achter hem was blijven staan en aan zijn
+draagzeel een aantal voorwerpen had hangen, waarvan de concierge niet
+precies begrijpen kon, wat het waren, &bdquo;zet dat maar neer in de
+vestibule en ga dan op mijn vroegere kamers halen wat er nog aan
+kostbare meubels en kunstvoorwerpen over is.&rdquo;</p>
+<p>De witkiel zette langs den muur verschillende houten lijsten neer
+van zes &agrave; zeven voet hoog, waarvan de bladen gemakkelijk heen en
+weer konden gaan.</p>
+<p>&bdquo;Kijk!&rdquo; zeide de jonge man tegen den witkiel, terwijl
+<span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>hij een der deksels opende en hem op een scheur in
+het linnen wees, &bdquo;daar heb je al een ongeluk. Er zit een
+stervormige barst in mijn Venetiaanschen spiegel. Wees op je tweeden
+tocht voorzichtiger en let vooral goed op mijn bibliotheek.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoelt hij toch met zijn Venetiaanschen spiegel?&rdquo;
+bromde de concierge, die ongerust om de langs den muur geplaatste
+houten ramen dwaalde, in zichzelf; &bdquo;ik zie geen spiegel; maar dat
+is zeker een grap, ik zie niets, dan een kamerschut; enfin we zullen
+wel eens kijken wat er met de tweede reis mee komt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zou uw huurder niet gauw de kamers leeg maken? Het is half
+een, en ik zou wel willen beginnen met inruimen,&rdquo; zeide de jonge
+man.</p>
+<p>&bdquo;Hij zal nu wel dadelijk hier zijn,&rdquo; antwoordde de
+concierge; &bdquo;trouwens, zoo heel erg is het niet, want uw meubels
+zijn toch nog niet hier,&rdquo; voegde hij eraan toe, nadruk leggend op
+de laatste woorden.</p>
+<p>De jonge man wilde antwoorden, toen juist een dragonder-ordonnance
+de binnenplaats opkwam.</p>
+<p>&bdquo;Woont mijnheer Bernard hier?&rdquo; vroeg hij, terwijl hij
+een brief uit zijn portefeuille haalde.</p>
+<p>&bdquo;Die woont hier,&rdquo; antwoordde de concierge.</p>
+<p>&bdquo;Hier is een brief voor hem,&rdquo; zeide de ordonnance,
+&bdquo;geef mij het re&ccedil;u ervoor;&rdquo; en hij overhandigde den
+concierge een re&ccedil;u, dat deze in zijn loge ging teekenen.</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk, dat ik u even alleen laat,&rdquo; zeide
+de concierge tot den jongen man, die ongeduldig op de binnenplaats heen
+en weer liep, &bdquo;maar ik heb hier een brief van den minister voor
+mijnheer Bernard, den huisheer, dien moet ik even boven
+brengen.&rdquo;</p>
+<p>Toen de concierge op zijn kamer kwam, was mijnheer Bernard bezig
+zich te scheren.</p>
+<p>&bdquo;Wat wil je van me, Durand?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; antwoordde deze, zijn pet afnemend,
+&bdquo;een <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span>ordonnance is dat voor u komen brengen, het komt
+van den minister.&rdquo;</p>
+<p>En hij gaf mijnheer Bernard den brief, op welks enveloppe het zegel
+van het departement van Oorlog geplakt was.</p>
+<p>&bdquo;Goede God!&rdquo; zeide mijnheer Bernard, z&ograve;&ograve;
+ontdaan, dat hij zich bijna in zijn gezicht sneed: &bdquo;van het
+ministerie van Oorlog! Dat is zeker mijn benoeming tot ridder van het
+Legioen van Eer, waarom ik reeds zoo lang gevraagd heb; eindelijk laten
+zij mijn verdiensten recht wedervaren. Hier, Durand,&rdquo; zeide hij,
+terwijl hij in zijn vestjeszakje zocht, &bdquo;daar heb je vijf francs
+om op mijn gezondheid te drinken. Ach, ik heb mijn beurs niet in mijn
+zak; ik zal ze je dadelijk geven, wacht maar even.&rdquo;</p>
+<p>De concierge was door dezen aanval van verpletterende
+edelmoedigheid, waaraan zijn huisheer hem niet gewend had,
+z&ograve;&ograve; ontdaan, dat hij zijn pet weer opzette.</p>
+<p>Maar mijnheer Bernard, die bij andere gelegenheden dien inbreuk op
+de wetten der maatschappelijke hi&euml;rarchie niet geduld zou hebben,
+scheen het niet op te merken. Hij zette zijn bril op, scheurde de
+enveloppe open met de eerbiedige ontroering van een vizier, die een
+firman van den sultan ontvangt, en begon den inhoud te lezen. Bij de
+eerste regels groefde een vreeselijke grijns karmijnroode plooien in
+het vet van zijn wangen, en begonnen zijn kleine oogjes vonken te
+schieten, die bijna de lokken van zijn verwarde pruik in brand
+staken.</p>
+<p>In het kort zijn trekken veranderden plotseling z&ograve;&ograve;,
+dat men vermoed zou hebben, dat er op zijn gezicht een aardbeving had
+plaats gehad.</p>
+<p>Ziehier den inhoud der missive, geschreven op papier met het hoofd
+van het ministerie van Oorlog en met lossen teugel gebracht door een
+ordonnance: <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span></p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first salute">&bdquo;Mijnheer en huisheer,</p>
+<p>De beleefdheid, die, mag men de mythologie gelooven, de grootmoeder
+der hoofsche manieren is, verplicht mij u te doen weten, dat ik mij in
+de wreede noodzakelijkheid bevind niet te kunnen voldoen aan de
+gewoonte om zijn huur te betalen, vooral wanneer men die schuldig is.
+Tot op dezen ochtend had ik de hoop gekoesterd, dezen schoonen dag te
+kunnen vieren door uw drie huurquitanties te voldoen. Chimère,
+illusie! Terwijl ik op het kussen der zekerheid sluimerde, deed het
+ongeluk, <span class="ex">anangke</span> in het Grieksch, mijn hoop in
+rook vervliegen. De gelden, waarop ik rekende&mdash;God, wat gaat de
+handel slecht&mdash;zijn niet binnengekomen; van de belangrijke sommen,
+die ik moet innen, heb ik nog slechts drie francs ontvangen, die ik
+bovendien nog geleend heb; ik durf ze u niet aanbieden. Betere dagen
+zullen aanbreken voor ons schoon Frankrijk en voor mij, mijnheer,
+twijfel daar niet aan. Zoodra zij aan den hemel geschitterd hebben, zal
+ik vleugels nemen, om u daarvan te onderrichten en uit uw huis terug te
+halen de kostbare zaken, die ik daar heb achtergelaten en die ik onder
+de bescherming stel van u en van de wet, welke u verbiedt deze
+v&ograve;&ograve;r het verstrijken van een jaar, te verkoopen in het
+geval, dat gij zulks zoudt willen beproeven, om in het bezit te komen
+van de sommen, waarvoor gij gecrediteerd zijt op de boeken van mijn
+rechtschapenheid. Ik beveel u in het bijzonder mijn piano aan en den
+grooten lijst, waarin zich zestig haarlokken bevinden, wier
+verschillende kleuren de geheele gamma der haarnuances doorloopen en
+die door het ontleedmes der Liefde ontnomen zijn aan het voorhoofd der
+Grati&euml;n.</p>
+<p>&bdquo;Gij kunt dus, mijnheer en huisheer, over het plafond,
+waaronder ik gewoond heb, beschikken. Ik geef u daartoe mijn
+toestemming, gewaarmerkt door mijn onderteekening.</p>
+<p class="signed">Alexandre Schaunard.&rdquo;</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span></p>
+<p>Toen mijnheer Bernard dezen brief, welken de artist in het bureau
+van een zijner vrienden, die ambtenaar aan het ministerie van Oorlog
+was, had geschreven, ten einde gelezen had, frommelde hij hem
+verontwaardigd in elkaar; en toen zijn blik op vader Durand viel, die
+op de beloofde fooi stond te wachten, vroeg hij hem ruw wat hij daar
+deed.</p>
+<p>&bdquo;Ik wacht, mijnheer!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarop?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wel, op het fooitje, dat mijnheer .... van wegens de goede
+tijding!&rdquo; stamelde de concierge.</p>
+<p>&bdquo;Eruit! Kerel, blijf je met je pet op je kop in de kamer
+staan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar, mijnheer ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vooruit, geen maren, eruit, of neen, wacht even. Wij zullen
+naar de kamer van dien smeerlap-artist gaan, die verhuist zonder me te
+betalen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; riep de portier uit, &bdquo;mijnheer
+Schaunard?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde de huisheer, die hoe langer hoe meer op
+een razenden Roland begon te gelijken. &bdquo;En als hij ook maar het
+geringste heeft meegenomen, dan jaag ik je weg, versta je,
+jaa&agrave;&agrave;g ik je weg.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dat bestaat niet!&rdquo; mompelde de arme concierge,
+&bdquo;mijnheer Schaunard is niet vertrokken; hij is uitgegaan, om
+klein geld te halen, om mijnheer te betalen, en om een verhuiswagen
+voor zijn meubels te bestellen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijn meubels weghalen!&rdquo; riep mijnheer Bernard uit;
+&bdquo;gauw wat; ik ben er zeker van, dat hij daarmede bezig is; hij
+heeft je een loer gedraaid om je uit je loge te lokken en zijn slag te
+slaan, stommeling, die je bent!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, stommeling, die ik ben!&rdquo; riep vader Durand
+uit, bevend voor de Olympische toorn van zijn heer, die hem op de trap
+meesleepte.</p>
+<p>Toen zij op de binnenplaats kwamen, werd de concierge aangesproken
+door den jongen man met den witten hoed. <span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;H&eacute; daar, conci&euml;rge!&rdquo; riep hij,
+&bdquo;wanneer word ik nu eindelijk in het bezit van mijn appartementen
+gesteld? Is het vandaag de 8ste of niet? Heb ik hier gehuurd of niet?
+Heb ik je je Godspenning gegeven of niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een oogenblik, mijnheer, een oogenblik!&rdquo; zeide de
+huisheer, &bdquo;dan ben ik tot uw dienst. Durand,&rdquo; voegde hij
+eraan toe, zich tot den concierge wendende, &bdquo;ik zal mijnheer zelf
+wel te woord staan. Vlieg jij naar boven, die smeerlap van een
+Schaunard is natuurlijk teruggekomen, om zijn boeltje te pakken; sluit
+hem op, als je hem snapt, en kom dan naar beneden, om de politie te
+halen.&rdquo;</p>
+<p>Vader Durand verdween de trap op.</p>
+<p>&bdquo;Pardon, mijnheer,&rdquo; zeide hij, terwijl hij een buiging
+maakte, tot den jongen man, met wien hij alleen gebleven was;
+&bdquo;met wien heb ik de eer te spreken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer, ik ben uw nieuwe huurder; ik heb in dit huis een
+kamer op de zesde verdieping gehuurd; en het begint me te vervelen, dat
+die kamer nu nog niet leeg is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het spijt mij ook zeer, mijnheer,&rdquo; antwoordde mijnheer
+Bernard, &bdquo;maar er is een moeilijkheid ontstaan tusschen mij en
+den huurder, voor wien u in de plaats komt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer, mijnheer!&rdquo; gilde uit een raam van de hoogste
+verdieping vader Durand; &bdquo;mijnheer Schaunard is er niet....maar
+de kamer is er.... Stommeling, die ik ben, ik bedoel, dat hij niets
+heeft medegenomen, geen haar, mijnheer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan is het goed. Kom naar beneden,&rdquo; antwoordde mijnheer
+Bernard. &bdquo;Een oogenblikje geduld, als het u blieft,&rdquo; ging
+hij voort, zich tot den jongen man richtend. &bdquo;Mijn concierge zal
+de voorwerpen, die de kamer van mijn insolvabelen huurder versieren,
+naar den kelder brengen, en binnen een half uur zult u de appartementen
+kunnen betrekken; trouwens uw meubels zijn er ook nog niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, mijnheer,&rdquo; antwoordde de jonge man kalm.</p>
+<p>Mijnheer Bernard keek om zich heen, doch zag slechts <span class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>de
+groote kamerschutten, waarover de concierge ook al zijn hoofd geschud
+had.</p>
+<p>&bdquo;Wat, pardon .... wat ....&rdquo; mompelde hij, &bdquo;maar ik
+zie niets.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar,&rdquo; antwoordde de jonge man, terwijl hij de bladen
+der lijsten losmaakte en den verbaasden eigenaar een prachtig
+paleis-int&eacute;rieur met colonnes van jaspis, bas-reliefs en
+schilderijen van groote meesters liet zien.</p>
+<p>&bdquo;Maar uw meubels?&rdquo; vroeg mijnheer Bernard.</p>
+<p>&bdquo;Daar zijn ze,&rdquo; antwoordde de jonge man, terwijl hij op
+het luxueuze meubilair wees, dat geschilderd was in het paleis, hetwelk
+hij pas gekocht had in het h&ocirc;tel Bullion<a class="noteref" id="xd20e452src" href="#xd20e452" name="xd20e452src">1</a> op een
+verkooping van een salon-tooneel.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; antwoordde de huisheer, &bdquo;ik wil liever
+aannemen, dat u ernstiger meubelen hebt dan deze ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, dit zijn echte Boule-meubelen.&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd20e459src" href="#xd20e459" name="xd20e459src">2</a></p>
+<p>&bdquo;U begrijpt, dat ik garantie voor mijn huur moet
+hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Voor den duivel, maar is een paleis dan geen voldoende
+garantie voor de huur van een dakkamertje?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, mijnheer, ik wil meubels, echte meubels van
+mahoniehout!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Helaas, mijnheer, goud noch mahoniehout maken ons gelukkig,
+heeft een oud wijsgeer gezegd. En bovendien ik kan dat soort hout niet
+uitstaan; het is zoo ordinair; iedereen heeft het.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is allemaal tot uw dienst, mijnheer, maar u heeft dan
+toch zeker wel andere meubels?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dat neemt te veel plaats in in de kamer; wanneer je
+stoelen hebt, weet je niet meer waar je moet gaan zitten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar u hebt toch zeker een bed! Waar slaapt u op?&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" name="pb16">16</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik rust op de Voorzienigheid, mijnheer!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, nog een vraag,&rdquo; zeide mijnheer Bernard,
+&bdquo;wat is uw beroep?&rdquo;</p>
+<p>Juist op dat oogenblik kwam de witkiel van den jongen man, van zijn
+tweeden tocht terug, de binnenplaats op. Onder de voorwerpen, die hij
+aan zijn draagzeel droeg, zag Durand een schildersezel.</p>
+<p>&bdquo;O, mijnheer!&rdquo; riep hij verschrikt uit, terwijl hij den
+huisheer op den ezel wees. &bdquo;Het is een schilder!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een artist, als ik het niet dacht!&rdquo; gilde op zijn beurt
+mijnheer Bernard, en de haren van zijn pruik rezen van schrik ten
+berge; &bdquo;een schilder!!! Maar heb je dan geen informaties genomen
+naar mijnheer?&rdquo; bulderde hij den concierge toe. &bdquo;Wist je
+dan niet, wat hij deed?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel,&rdquo; antwoordde de arme kerel, &bdquo;hij had
+mij vijf francs als <span class="ex">goospenning</span> gegeven; dus
+kon ik niet vermoeden....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wanneer u eindelijk klaar bent,&rdquo; vroeg op zijn beurt de
+jonge man.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; viel mijnheer Bernard hem in de rede,
+terwijl hij zijn bril recht op zijn neus zette; &bdquo;als u geen
+meubels hebt, kunt gij uw kamer niet betrekken. De wet staat toe een
+huurder, die geen garantie meebrengt, te weigeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En mijn woord dan?&rdquo; vroeg de artist in zijn volle
+waardigheid.</p>
+<p>&bdquo;Dat is niet zooveel waard als meubels ... u kunt ergens
+anders een kamer zoeken. Durand zal u uw Godspenning
+teruggeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; zeide de concierge verschrikt, &bdquo;die heb ik
+al naar de spaarbank gebracht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar mijnheer,&rdquo; viel de jonge man hem in de rede,
+&bdquo;ik kan maar niet zoo direkt een andere kamer vinden. Geef me
+tenminste gastvrijheid voor &eacute;&eacute;n dag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ga in een hotel logeeren,&rdquo; antwoordde mijnheer
+<span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" name="pb17">17</a>]</span>Bernard. &bdquo;Maar tusschen twee haakjes,&rdquo;
+voegde hij er vlug aan toe, terwijl hem plotseling iets in de gedachte
+viel; &bdquo;als u dat wilt, dan zou ik u de kamer gemeubeld met de
+meubels van mijn insolventen huurder kunnen geven. Maar zooals u weet,
+moet in zoo&rsquo;n geval de huur vooruit betaald worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is maar de vraag, hoeveel u voor dat krot moet
+hebben,&rdquo; zeide de artist.</p>
+<p>&bdquo;Maar het is heusch een zeer geschikte kamer; in verband met
+de omstandigheden is de huur vijf-en-twintig francs per maand. Maar
+vooruit betalen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat hebt u al gezegd; en die zin verdient de eer van een bis
+niet,&rdquo; antwoordde de jonge man, terwijl hij in zijn zakken zocht.
+&bdquo;Hebt u terug van vijfhonderd francs?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; vroeg de huisheer stom-verbaasd. &bdquo;U
+zegt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou, de helft van duizend dan. Hebt jullie soms zoo iets
+nooit gezien?&rdquo; voegde de artist eraan toe, terwijl hij het papier
+heen en weer bewoog voor de oogen van den huisheer en van den
+concierge, die op het gezicht daarvan hun evenwicht schenen te
+verliezen.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal het voor u laten wisselen,&rdquo; antwoordde mijnheer
+Bernard vol eerbied; &bdquo;er behoeft maar twintig francs af, want
+Durand zal u de Godspenning teruggeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die mag hij houden,&rdquo; zeide de artist, &bdquo;op
+voorwaarde, dat hij mij iederen ochtend komt zeggen welke dag en datum
+het is, den stand van de maan, welk weer het is en onder welken
+regeeringsvorm wij leven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker, zeker mijnheer!&rdquo; riep vader Durand uit, terwijl
+hij een buiging van negentig graden maakte.</p>
+<p>&bdquo;Al goed, kerel, je moet voor mij als almanak spelen.
+Intusschen moet je mijn witkiel even helpen de boel boven te
+brengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; zeide de huisheer, &bdquo;ik zal u de
+quitantie boven laten brengen.&rdquo;</p>
+<p>Dien avond nog was de nieuwe huurder van mijnheer <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" name="pb18">18</a>]</span>Bernard,
+de schilder Marcel, ge&iuml;nstalleerd in de tot een paleis
+gemetamorphoseerde kamers van den voortvluchtigen Schaunard.</p>
+<p>Intusschen was gezegde Schaunard bezig te trachten overal in Parijs
+geld los te krijgen.</p>
+<p>Schaunard had het leenen tot de hoogte van een kunst verheven. Het
+geval voorziende, waarin hij de vreemdelingen zou moeten aanspreken,
+had hij de manier, om vijf francs te leenen, in alle talen der wereld
+geleerd. Hij had het repertoire der listen, die het edele metaal
+gebruikt om aan hen, die het najagen, te ontsnappen, tot in den grond
+bestudeerd; en beter dan een loods de uren der getijden, kende hij de
+tijdstippen, waarop het bij anderen hoog of laag water was, d. w. z. de
+dagen, waarop zijn vrienden en kennissen gewoonlijk geld kregen. Er
+waren dan ook verschillende huizen, waarin men, als hij &rsquo;s
+ochtends op bezoek kwam, niet tegen elkaar zeide: &bdquo;Daar heb je
+mijnheer Schaunard&rdquo;; maar &bdquo;Daar heb je den eersten of
+vijftienden der maand.&rdquo; Om dit soort belasting, die hij, wanneer
+de noodzakelijkheid hem ertoe dwong, van de menschen, die de middelen
+hadden om hem die te betalen, ging heffen, wat makkelijker en minder
+ingewikkeld te maken, had Schaunard arrondissementsgewijze een
+alphabetisch tableau gemaakt, waarop de namen van al zijn vrienden en
+kennissen stonden. Naast iederen naam waren genoteerd het maximum der
+som, die hij in verband met hun fortuin kon leenen, de tijdstippen,
+waarop het bij hen hoog water was, benevens het uur der maaltijden met
+het gewone menu van het huis. Behalve dat tableau hield hij er nog een
+boekhoudinkje op na, waarin hij keurig boek hield van de sommen, die
+hem geleend waren, tot de kleinste bedragen toe, want hij wilde zich
+niet verder bezwaren dan tot een zeker cijfer, dat een Normandische
+oom, van wien hij moest erven, nog in de pen had. Zoodra hij
+<span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span>aan een persoon twintig francs schuldig was,
+leende hij niet langer en betaalde de som in eens terug, ook al moest
+hij voor die aflossing van hen, aan wie hij minder schuldig was, meer
+leenen. Op die manier had hij altijd een zeker crediet, dat hij zijn
+vlottende schuld noemde; en daar men wist, dat hij de gewoonte had het
+geleende terug te geven, zoodra zijn middelen het hem veroorloofden,
+hielp men hem, als men dat kon, gaarne.</p>
+<p>Nu had hij, sedert hij &rsquo;s ochtends elf uur uitgegaan was om te
+trachten de vijf-en-zeventig francs, die hij noodig had, bijeen te
+krijgen, nog niet meer bij elkaar dan een daalder, dien hij te danken
+had aan de medewerking der letters M., V. en R. van zijn beroemde
+lijst: van de rest van het alphabet, dat evenals hij een termijn huur
+te betalen had, kreeg hij nul op het request.</p>
+<p>Om zes uur luidde een hevige honger in zijn maag de etensbel; hij
+was toen juist bij de barrière du Maine, waar de letter U.
+woonde. Schaunard liep binnen bij de letter U., waar hij zijn
+servetring had, als er servetten waren.</p>
+<p>&bdquo;Naar wien wilt u toe?&rdquo; vroeg de concierge hem in het
+voorbijgaan.</p>
+<p>&bdquo;Naar mijnheer U ....&rdquo; antwoordde de artist.</p>
+<p>&bdquo;Die is niet thuis.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En Mevrouw?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ook niet: zij hebben me gevraagd aan een van hun vrienden,
+die van avond bij hen zou komen, te zeggen, dat zij in de stad zijn
+gaan eten: mocht u de bewuste persoon zijn, dan hebt u hier het
+adres,&rdquo; en hij overhandigde Schaunard een stukje papier, waarop
+zijn vriend U .... geschreven had:</p>
+<p>&bdquo;Wij zijn bij Schaunard, rue .... No...., gaan eten; kom ons
+daar halen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Prachtig!&rdquo; zeide hij, weggaande; &bdquo;wanneer het
+toeval zich er mede bemoeit, krijg je dikwijls aardige
+vaudevilles.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20"
+name="pb20">20</a>]</span></p>
+<p>Schaunard herinnerde zich toen, dat er vlak bij een klein herbergje
+was, waar hij een paar maal voor weinig geld goed gegeten had, en
+richtte zijn schreden naar dat etablissement, in de chauss&eacute;e du
+Maine gelegen en in de Bohème-wereld bekend onder den naam van
+<span class="ex">la Mère Cadet</span>. Het was een etenshuis,
+waarvan de gewone clientèle bestond uit de vrachtrijders naar
+Orleans, zangeressen uit den Montparnasse en jonge rollen van het
+Bobino-theater.<a class="noteref" id="xd20e566src" href="#xd20e566"
+name="xd20e566src">3</a> Tijdens het mooie seizoen komen schilders uit
+de vele ateliers in de nabijheid van den Luxembourg, schrijvers van
+onuitgegeven boeken en journalisten van obscure blaadjes gezamenlijk
+dineeren bij <span class="ex">la Mère Cadet</span>, die bekend
+is voor haar konijnenragouts, haar echte zuurkool en een wit wijntje,
+dat naar vuursteen smaakt.</p>
+<p>Schaunard ging onder de bosquets (boschjes) zitten: zoo noemde men
+bij <span class="ex">la Mère Cadet</span> het dunne loof van een
+paar kromgegroeide boomen, waarvan het ziekelijke groen onder tegen de
+zoldering was aangebracht.</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, het kan me niet schelen ook,&rdquo; zeide
+Schaunard tot zichzelf, &bdquo;ik zal me eens lekker te goed doen en
+een feestmaal bestellen.&rdquo;</p>
+<p>En zonder er gras over te laten groeien, bestelde hij een soep, een
+halve portie zuurkool en twee halve konijnenragouts: hij had n.l.
+opgemerkt, dat je, wanneer je halve porties bestelde, minstens een
+kwart op het geheel won.</p>
+<p>Deze bestelling trok de aandacht van een jonge, in het wit gekleede
+vrouw met oranjebloesem in het haar en balschoenen aan; een imitatie
+van een imitatie-kanten sluier golfde over haar schouders, die beter
+hun incognito hadden kunnen bewaren. Het was een zangeres van het
+th&eacute;&acirc;tre Montparnasse, waarvan de coulissen om zoo te
+zeggen uitkwamen in <span class="ex">la Mère Cadet</span>.
+Gedurende <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" name="pb21">21</a>]</span>een entre-acte van de Lucia di Lammermoor was zij
+even komen eten; zij besproeide nu met een kleintje koffie een
+maaltijd, die uitsluitend uit een artisjok in olie en azijn
+bestond.</p>
+<p>&bdquo;Twee konijnenragouts, drommels!&rdquo; zeide zij zacht tot
+het meisje, dat als kellner dienst deed; &bdquo;dat is ook een jonge
+man, die van goed eten houdt. Hoeveel krijg je van me,
+Adèle?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vier sous voor de artisjok, vier voor een kleintje koffie en
+&eacute;&eacute;n voor brood. Dat is negen sous.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier,&rdquo; zeide de zangeres, en zij ging weg onder het
+neuri&euml;n van:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">Cet amour que Dieu me donne!</p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Zij haalt de hooge A,&rdquo; zeide toen een
+mysterieus persoon, die, achter een wal van oude boeken verborgen, aan
+dezelfde tafel als Schaunard zat.</p>
+<p>&bdquo;Haalt zij hem?&rdquo; zeide Schaunard; &bdquo;ik zou eerder
+zeggen, dat ze hem thuis gelaten heeft. Het is dan ook
+belachelijk,&rdquo; voegde hij eraan toe, terwijl hij met zijn vinger
+op den schotel wees, waaruit <span class="ex">Lucia di
+Lammermoor</span> haar artisjok genuttigd had, &bdquo;om je fausset in
+azijn in te leggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is inderdaad een scherp zuur,&rdquo; begon weer de
+persoon, die reeds gesproken had. &bdquo;De stad Orleans produceert een
+soort, die terecht een goede reputatie heeft.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard nam den onbekende, die blijkbaar een gesprek wilde
+uitlokken, aandachtig op. De starre blik uit zijn groote blauwe oogen,
+die steeds iets schenen te zoeken, gaf aan zijn gelaatsuitdrukking het
+karakter van vrome zielerust, die men zoo dikwijls bij seminaristen
+ziet. Zijn gelaat had de kleur van oud, vergeeld ivoor, behalve zijn
+wangen, die met een roodkleurige laag ingesmeerd schenen te zijn. Zijn
+mond leek geteekend te zijn door een eerste-klas leerling, dien men
+tijdens zijn werk tegen zijn elleboog gestooten had. De negerachtig
+opgetrokken <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>lippen lieten tanden zien, die een jachthond geen
+oneer zouden hebben aangedaan, en de twee plooien van zijn kin rustten
+op een witte das, waarvan de eene punt de sterren bedreigde, terwijl de
+andere zich in den grond scheen te willen boren. Uit een kalen vilten
+hoed met wonderlijk breede randen, stroomden zijn haren in blonde
+watervallen. Hij had een notenkleurige pèlerine-jas, die tot op
+de draad afgesleten en zoo ruw als een rasp was. Uit de wijdopenstaande
+zakken van die jas kwamen bundels papier en brochures te voorschijn.
+Zonder zich te bekommeren om de opmerkzaamheid, waarmede hij opgenomen
+werd, nuttigde hij een portie zuurkool met worst, waarbij hij telkens
+een tevreden geknor liet hooren. Onder het eten door las hij een boek,
+dat open voor hem lag, en waarop hij nu en dan met een potlood, dat hij
+achter zijn oor had zitten, aanteekeningen maakte.</p>
+<p>&bdquo;Nou?&rdquo; riep plotseling Schaunard uit en sloeg daarbij
+met zijn mes tegen zijn glas; &bdquo;waar blijft mijn
+konijnenragout?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; antwoordde het meisje, dat met een schotel
+in haar hand naar hem toe kwam, &bdquo;die zijn er niet meer, dit is de
+laatste, en die is al door mijnheer besteld,&rdquo; voegde zij eraan
+toe, terwijl zij den schotel voor den man met de boeken neerzette.</p>
+<p>&bdquo;Verduiveld!&rdquo; riep Schaunard uit.</p>
+<p>Er klonk zooveel melancholieke teleurstelling door in dat
+&bdquo;Verduiveld!&rdquo;, dat de man met de boeken er door getroffen
+werd. Hij schoof den wal van boeken, die zich tusschen hem en Schaunard
+verhief, op zij en zeide, <span class="corr" id="xd20e619" title="Bron: erwijl">terwijl</span> hij den schotel tusschen hen in zette, op
+den zachtsten toon, dien hij in zijn stem leggen kon:</p>
+<p>&bdquo;Zou ik het genoegen mogen hebben dit gerecht met u te
+deelen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; antwoordde Schaunard, &bdquo;ik zou er u
+niet gaarne van berooven.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb23"
+href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;U zult mij dus van het genoegen willen berooven, u een dienst
+te bewijzen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als u het zoo opvat, mijnheer....&rdquo; En Schaunard schoof
+zijn bord bij.</p>
+<p>&bdquo;Veroorloof mij u den kop niet aan te bieden,&rdquo; zeide de
+vreemdeling.</p>
+<p>&bdquo;Daar kan ik niet in komen, mijnheer,&rdquo; riep Schaunard
+uit.</p>
+<p>Maar toen hij zijn bord weer naar zich toe trok, zag hij, dat de
+vreemdeling hem juist dat gedeelte gegeven had, dat hij zeide voor
+zichzelf te willen houden.</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; bromde Schaunard in zichzelf, &bdquo;wil hij me
+met zijn beleefdheid er tusschen nemen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Al moge,&rdquo; zeide de vreemdeling, &bdquo;het hoofd het
+edelste deel van den mensch zijn, van het konijn is het juist het
+tegenovergestelde. Vandaar dan ook, dat er vele menschen zijn, die het
+niet kunnen uitstaan. Bij mij is het juist andersom. Ik aanbid het, om
+zoo te zeggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan spijt het mij dubbel,&rdquo; zeide Schaunard, &bdquo;dat
+gij u voor mij daarvan beroofd hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat? ... pardon,&rdquo; zeide de boekenman, &bdquo;ik heb den
+kop voor mijzelf gehouden. Ik heb zelfs de eer gehad u te doen
+opmerken, dat....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk!&rdquo; viel Schaunard hem in de rede,
+terwijl hij hem zijn bord onder de neus hield; &bdquo;maar wat is dat
+dan voor een stuk?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel! Wat zie ik, o goden? Nog een kop! Het is een
+bicephaal<a class="noteref" id="xd20e650src" href="#xd20e650" name="xd20e650src">4</a> konijn!&rdquo; riep de vreemdeling uit.</p>
+<p>&bdquo;Bice....&rdquo; stotterde Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;.....phaal. Dat komt van het Grieksch. Inderdaad noemt
+mijnheer de Buffon, die altijd manchetten droeg, voorbeelden van die
+eigenaardigheid. Maar werkelijk, <span class="pagenum">[<a id="pb24"
+href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>ik vind het inderdaad zeer
+aangenaam, zoo&rsquo;n natuurwonder gegeten te hebben.&rdquo;</p>
+<p>Tengevolge van dat incident was het gesprek voor goed aan den gang.
+Schaunard, die in beleefdheid niet achter wilde blijven, bestelde een
+nieuwe flesch. De boekenman liet een tweede aanrukken. Schaunard
+offreerde salade, de man met de boeken toespijzen. Om acht uur stonden
+er zes ledige flesschen op tafel. Al pratende had de openhartigheid,
+die door de plengoffers van den rooden wijn besproeid was, hen ertoe
+gebracht elkaar hun levensloop te vertellen; zij kenden elkander reeds,
+alsof zij samen opgegroeid waren. Na de vertrouwelijke mededeelingen
+van Schaunard aangehoord te hebben, had de boekenman hem verteld, dat
+hij Gustave Colline heette; hij was wijsgeer van beroep en leefde van
+de lessen, die hij gaf in mathematica, scholastica, botanica en andere
+wetenschappen op <span class="ex">ica</span><span class="corr" id="xd20e664" title="Niet in bron">.</span></p>
+<p>Het weinige geld, dat hij met lesgeven verdiende, besteedde Colline
+voor het aankoopen van oude boeken. Zijn notenkleurige pèlerine
+was een goede bekende aan alle boekenstalletjes van den pont de la
+Concorde tot den pont Saint-Michel. Wat hij met al die boeken, waarvan
+het aantal z&ograve;&ograve; groot was, dat men ze in een
+menschenleeftijd niet had kunnen uitlezen, deed, wist niemand en hij
+zelf nog het allerminst. Maar die manie was bij hem een hartstocht
+geworden; en wanneer hij &rsquo;s avonds zonder een nieuw oud boek
+thuis kwam, paste hij het woord van Titus op zichzelf toe en zeide:
+&bdquo;Ik heb een dag verloren laten gaan!&rdquo; Zijn innemende
+manieren en zijn wijze van uitdrukken, die een bloemlezing van alle
+stijlen vormde, en de vreeselijke woordspelingen, waarmede hij zijn
+gesprek kruidde, hadden haar uitwerking op Schaunard niet gemist, die
+op staanden voet Colline permissie vroeg zijn naam te mogen inlasschen
+op de beroemde lijst, waarover wij reeds gesproken hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span></p>
+<p>Tamelijk aangeschoten en met den gang van menschen, die pas een
+vertrouwlijk gesprek met wijnflesschen gevoerd hebben, verlieten zij
+tegen negen uur <span class="ex" lang="fr">la mère
+Cadet</span>.</p>
+<p>Colline noodigde Schaunard uit met hem een kop koffie te gaan
+drinken, wat deze aannam op voorwaarde dat de pousse-caf&eacute; voor
+zijn rekening was. Zij gingen een caf&eacute; binnen in de rue
+Saint-Germain-l&rsquo;Auxerrois, dat op zijn uithangbord <span class="ex">Momus</span>, den god der Spelen en van het Lachen, had.</p>
+<p>Toen zij binnenkwamen, was er juist een hevige discussie begonnen
+tusschen twee stamgasten. Een van hen was een jonge man, wiens gelaat
+zoo goed als geheel verloren ging in een zware, veelkleurige baard. Als
+een tegenstelling tot dien overvloed van kinhaar was zijn voorhoofd zoo
+kaal als een biljartbal; een klein groepje haren, die zoo weinig
+talrijk waren, dat men ze zeer makkelijk zou kunnen tellen, trachtte
+vergeefs die kaalheid te verbergen. Hij droeg een zwarte, aan de
+ellebogen glad geschaafde jas, die, wanneer hij zijn armen te hoog
+oplichtte, een paar onder de schouders aangebrachte luchtgaatjes liet
+zien. Zijn broek kon desnoods nog voor zwart doorgaan, maar zijn
+schoenen, die nooit nieuw geweest waren, schenen reeds meermalen aan de
+voeten van den Wandelenden Jood de reis om de wereld gemaakt te
+hebben.</p>
+<p>Schaunard had opgemerkt, dat zijn vriend Colline en de jonge man met
+de groote baard elkaar gegroet hadden.</p>
+<p>&bdquo;Ken je dien mijnheer?&rdquo; vroeg hij aan den wijsgeer.</p>
+<p>&bdquo;Kennen bepaald niet,&rdquo; antwoordde deze, &bdquo;maar ik
+zie hem wel eens in de Bibliotheek. Ik geloof, dat het een schrijver
+is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijn kleeding wijst er tenminste wel op,&rdquo; antwoordde
+Schaunard.</p>
+<p>De persoon, met wien de jonge man het aan den stok <span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span>had, was
+iemand van een jaar of veertig, die, zooals uit zijn groot hoofd, dat
+zonder overgang van den hals tusschen zijn beide schouders zat, op te
+maken was, ongetwijfeld aan een beroerte sterven zou. De onnoozelheid
+was in groote letters op zijn laag, met een klein zwart kalotje bedekt
+voorhoofd te lezen. Hij heette mijnheer Mouton en was ambtenaar op de
+mairie van het vierde arrondissement, waar hij de overlijdensregisters
+bijhield.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Rodolphe!&rdquo; riep hij met een eunuch-orgaan uit,
+terwijl hij den jongen man, dien hij aan een knoop van zijn jas
+vasthield, heen en weer schudde, &bdquo;wil ik u mijn meening eens
+zeggen? Nou, al die couranten dienen tot niets. Kijk eens, laten we
+eens veronderstellen: ik ben een huisvader, niet waar? .... goed ... Ik
+kom hier in het caf&eacute; een partij domino spelen. Volg nu goed mijn
+redeneering.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Verder, verder!&rdquo; zeide Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Welnu,&rdquo; ging vader Mouton voort, terwijl hij iederen
+zin scandeerde met een vuistslag, die de flesschen en glazen op het
+tafeltje deed rinkelen; &bdquo;welnu, ik kijk de couranten eens in,
+goed .... Wat zie ik? De een zegt wit, de ander zegt zwart, enzoovoort,
+enzoovoort. Wat heb ik daaraan? Ik ben een goed huisvader, die hier
+komt om ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijn partijtje domino te spelen,&rdquo; zeide Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Iederen avond,&rdquo; ging mijnheer Mouton voort. &bdquo;Nou,
+laten we eens veronderstellen: Je begrijpt ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heel goed!&rdquo; zeide Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Ik lees een artikel, waar ik het niet mee eens ben. Dat maakt
+me woedend, en ik verbijt me, ziet u, mijnheer Rodolphe, al die
+couranten is leugenpak. Ja, leugenpak!&rdquo; krijschte hij in de
+hoogste tonen van zijn faussetstem, <span class="corr" id="xd20e709"
+title="Niet in bron">&bdquo;</span>en de journalisten zijn bandieten en
+prutsschrijvers.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar toch, mijnheer Mouton ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, bandieten,&rdquo; ging deze voort. &bdquo;Zij zijn de
+oorzaak <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>van alle ongelukken in de wereld; zij hebben de
+revolutie en de assignaten gemaakt; bewijs: Murat.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon,&rdquo; viel Rodolphe hem in de rede; &bdquo;u bedoelt
+Marat.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig niet, waarachtig niet,&rdquo; ging Mouton voort;
+&bdquo;Murat; ik heb hem zien begraven, toen ik nog een kleine jongen
+was ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik verzeker u ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ze hebben nog een stuk over hem in het Cirque gegeven
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja juist, precies,&rdquo; zeide Rodolphe: &bdquo;dat is
+Murat.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dat zeg ik al een uur lang,&rdquo; riep de stijfkoppige
+Mouton uit. &bdquo;Murat, die in een kelder werkte, wat? Welnu, laten
+we eens veronderstellen. Hebben de Bourbons geen gelijk gehad om hem te
+guillotineeren, omdat hij hen verraden had?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wien? Geguillotineerd! Verraden! Wat?&rdquo; riep Rodolphe
+uit, die nu op zijn beurt mijnheer Mouton bij den knoop van zijn jas
+pakte.</p>
+<p>&bdquo;Wel Marat!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O God, neen, neen, mijnheer Mouton, Murat. Laten we elkaar
+voor den donder eindelijk begrijpen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja zeker. Murat, een hondsvot. Hij heeft den keizer in 1815
+verraden. Daarom beweerde ik, dat alle couranten &eacute;&eacute;n pot
+nat zijn,&rdquo; ging mijnheer Mouton voort, daarbij op het voornaamste
+punt van zijn rede, die hij een verklaring placht te noemen,
+terugkomend. &bdquo;Weet u wat ik zou willen, mijnheer Rodolphe? Welnu,
+laten we eens veronderstellen .... Ik zou een goede courant willen ...
+O, niet groot ... goed, en een die geen phrases maakt ...
+Zoo!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;U bent veeleischend,&rdquo; viel Rodolphe hem in de rede.
+&bdquo;Een courant zonder phrasen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, zeker. Let nu goed op!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat probeer ik!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb28"
+href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Een courant, die alleen berichten geeft over den
+gezondheidstoestand van den koning en de goederen der aarde. Want wat
+heb je ten slotte aan al die couranten, wanneer je er niets van
+begrijpt? Laten we eens veronderstellen: Ik ben op het stadhuis, niet
+waar? Ik houd mijn registers bij, prachtig! Welnu, het is net als
+wanneer ze tegen me zouden zeggen: &bdquo;Mijnheer Mouton, u schrijft
+de sterfgevallen in, welnu, doe nu dit eens, doe nu dat
+eens<span class="corr" id="xd20e748" title="Bron: ,">.</span> Welnu,
+wat moet dat, wat moet dat? Welnu, met de couranten is het precies
+zoo,&rdquo; eindigde hij zijn redeneering.</p>
+<p>&bdquo;Zeer juist!&rdquo; merkte iemand, die naast hem zat en de
+uiteenzetting begrepen had, op.</p>
+<p>En mijnheer Mouton ging, nadat hij de gelukwenschen van eenige
+stamgasten, die het met hem eens waren, in ontvangst genomen had,
+verder met zijn partijtje domino.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb hem eens flink op zijn plaats gezet,&rdquo; zeide hij,
+terwijl hij op Rodolphe wees, die aan het tafeltje van Schaunard en
+Colline was gaan zitten.</p>
+<p>&bdquo;Wat een stommeling!&rdquo; zeide deze tot de twee jonge lui,
+terwijl hij naar den ambtenaar wees.</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft dan ook een prachtigen kop met zijn wenkbrauwen als
+rijtuigkappen en zijn kalfsoogen,&rdquo; merkte Schaunard op, terwijl
+hij een prachtig doorgerookten neuswarmer uit zijn zak haalde.</p>
+<p>&bdquo;Bliksems, mijnheer,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;wat een
+mooie pijp hebt u daar!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, ik heb nog een heel wat mooiere, als ik uit ga,&rdquo;
+zeide Schaunard onverschillig. &bdquo;Geef me even wat tabak,
+Colline.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel,&rdquo; riep de wijsgeer uit, &bdquo;mijn tabak
+is op.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Sta mij toe u wat aan te bieden,&rdquo; zeide Rodolphe,
+terwijl hij een pakje tabak uit zijn zak haalde en op tafel zette.</p>
+<p>Colline meende die beleefdheid met het offreeren van een rondje te
+moeten beantwoorden. <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29"
+name="pb29">29</a>]</span></p>
+<p>Rodolphe meende niet te kunnen weigeren. Het gesprek kwam op de
+litteratuur. Rodolphe, naar zijn door zijn kleeding reeds verraden
+beroep gevraagd, erkende zijn betrekkingen tot de Muzen en bestelde een
+tweede rondje. Toen de kellner de flesch wilde medenemen, vroeg
+Schaunard hem die maar te laten staan. Hij had in een van
+Colline&rsquo;s zakken het zilveren duo van twee vijffrancstukken
+hooren weerklinken. Rodolphe had weldra het niveau van openhartigheid
+bereikt, waarop de beide vrienden zich reeds bevonden, en deed hun op
+zijn beurt vertrouwelijke mededeelingen.</p>
+<p>Zij zouden zeker den nacht in het caf&eacute; hebben doorgebracht,
+indien men hun niet was komen vragen heen te gaan. Zij waren nog geen
+tien pas verder, waarover zij tusschen twee haakjes een kwartier gedaan
+hadden, toen zij door een stortbui overvallen werden. Colline en
+Rodolphe woonden aan de twee tegenovergestelde uiteinden van Parijs, de
+eene in Ile-Saint-Louis, de andere in Montmartre.</p>
+<p>Schaunard, die totaal vergeten was, dat hij geen onderdak meer had,
+stelde hun voor naar zijn kamer te gaan.</p>
+<p>&bdquo;Ga met mij mede,&rdquo; zeide hij, &bdquo;ik woon hier vlak
+bij; wij zullen den nacht doorbrengen met praten over litteratuur en
+schoone kunsten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En dan maak jij muziek en moet Rodolphe ons zijn gedichten
+voordragen,&rdquo; zeide Colline.</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig, zeker,&rdquo; voegde Schaunard eraan toe,
+&bdquo;we moeten lachen en vroolijk zijn, we leven maar
+eens.&rdquo;</p>
+<p>Voor zijn huis gekomen, dat Schaunard slechts met moeite herkende,
+ging hij op een paaltje zitten wachten op Rodolphe en Colline, die bij
+een nog open zijnden wijnhandelaar de eerste elementen van een souper
+waren gaan halen. Toen zij terug waren, klopte Schaunard meermalen hard
+op de deur, want hij herinnerde zich <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>vaag, dat de concierge de
+gewoonte had hem te laten wachten. Eindelijk ging de deur open en vader
+Durand, die in de heerlijkheden van den eersten slaap verzonken was en
+zich niet herinnerde, dat Schaunard zijn huurder niet meer was, maakte
+volstrekt geen tegenwerpingen, toen deze zijn naam door het
+schuifraampje geroepen had.</p>
+<p>Toen zij alle drie boven op de trap waren (een even lange als
+moeilijke klimpartij), uitte Schaunard, die voorop liep, een kreet van
+verbazing, toen hij den sleutel in het slot van zijn kamerdeur zag
+steken.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Ik begrijp er niets van,&rdquo; mompelde hij, &bdquo;ik vind
+in het slot den sleutel, dien ik vanmorgen medegenomen heb. Enfin, we
+zullen zien. Ik had hem in mijn zak gestoken. Wel, alle duivels, daar
+heb je hem nog,&rdquo; riep hij uit, terwijl hij den sleutel liet
+zien.</p>
+<p>&bdquo;Dat is tooverij!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Phantasmagorie,&rdquo; zeide Colline.</p>
+<p>&bdquo;Phantasie,&rdquo; voegde Rodolphe eraan toe.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; ging Schaunard voort, en in zijn stem beefde
+angst, &bdquo;hooren jullie dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn piano, die uit zichzelf speelt, ut, la mi r&eacute; do,
+la si sol, r&eacute;. Vervloekte r&eacute;, die zal altijd valsch
+blijven!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dan is dat zeker jouw kamer niet,&rdquo; zeide Rodolphe,
+die Colline, op wien hij zwaar leunde, in het oor fluisterde:</p>
+<p>&bdquo;Hij is dronken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat geloof ik ook. In de eerste plaats is dat geen piano,
+maar een fluit.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar jij bent ook dronken, mijn waarde,&rdquo; antwoordde de
+dichter den wijsgeer, die op den steenen vloer was gaan zitten.
+&bdquo;Het is een viool.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb31"
+href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Een vio ... Ha, ha! Luister eens, Schaunard,&rdquo; stamelde
+Colline, terwijl hij zijn vriend aan zijn beenen trok, &bdquo;die is
+goed! Mijnheer daar beweert, dat het een vio ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels!&rdquo; riep Schaunard, thans zeer angstig, uit;
+&bdquo;mijn piano speelt nog altijd, dat is tooverij!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Phantasma .... gorie,&rdquo; huilde Colline, terwijl hij een
+der flesschen, die hij in zijn hand had, liet vallen.</p>
+<p>&bdquo;Phantasie,&rdquo; krijschte op zijn beurt Rodolphe.</p>
+<p>Midden onder dat lawaai ging plotseling de deur open en zagen zij op
+den drempel iemand verschijnen met een drie-armigen kandelaar, waarin
+rose kaarsen brandden.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er van uw dienst, heeren?&rdquo; vroeg hij, terwijl
+hij beleefd de drie vrienden groette.</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, wat heb ik gedaan? Ik heb mij vergist, dit is
+mijn kamer niet,&rdquo; zeide Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; voegden Colline en Rodolphe gezamenlijk
+eraan toe: &bdquo;wees zoo goed onzen vriend te excuseeren; hij is zoo
+dronken als een ladder.&rdquo;</p>
+<p>Plotseling schoot een lichtstraal door het benevelde brein van
+Schaunard; hij had op zijn deur deze met krijt geschreven woorden
+gelezen:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first">&bdquo;Ik ben driemaal hier geweest, om mijn
+Nieuwjaarsgeschenken te halen.</p>
+<p class="signed">Ph&eacute;mie.&rdquo;</p>
+</div>
+<p>&bdquo;Waarachtig, maar ik ben wel degelijk thuis!&rdquo; riep hij
+uit; &bdquo;daar heb je het visitekaartje, dat Ph&eacute;mie met
+Nieuwjaar heeft achtergelaten: het is dus wel mijn deur.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve God, mijnheer,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;ik ben er
+werkelijk confuus van.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wees overtuigd, mijnheer,&rdquo; voegde Colline eraan toe,
+&bdquo;dat ik een werkzaam aandeel neem in de confuusheid van mijn
+vriend.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span></p>
+<p>De jonge man brak in een schaterlach uit.</p>
+<p>&bdquo;Als u even binnen wilt komen,&rdquo; antwoordde hij,
+&bdquo;dan zal uw vriend, zoodra hij de kamer gezien heeft, zijn
+dwaling wel erkennen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gaarne.&rdquo;</p>
+<p>De dichter en de wijsgeer namen ieder Schaunard bij een arm en
+brachten hem in de kamer, of liever in het paleis van Marcel, dien de
+lezer zeker reeds herkend heeft.</p>
+<p>Schaunard keek eenigszins verward om zich heen en mompelde:</p>
+<p>&bdquo;Het is verwonderlijk, hoe veel mooier mijn kamer geworden
+is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou, ben je nu overtuigd?&rdquo; vroeg Colline hem.</p>
+<p>Maar Schaunard had zijn piano in het oog gekregen, ging er naar toe
+en begon gamma&rsquo;s te spelen.</p>
+<p>&bdquo;He, luisteren jullie eens,&rdquo; zeide hij, terwijl hij
+verschillende accoorden aansloeg; &bdquo;Bravo, het dier heeft zijn
+baas herkend: si la sol, fa mi <span class="corr" id="xd20e871" title="Bron: re">r&eacute;</span>! O, bliksemsche r&eacute;! Jij verandert
+ook nooit. Ik zie wel, dat het mijn instrument is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij houdt vol,&rdquo; zeide Colline tot Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Hij houdt vol,&rdquo; herhaalde Rodolphe tegen Marcel.</p>
+<p>&bdquo;En dat dan,&rdquo; ging Schaunard voort, terwijl hij op den
+met sterren en loovertjes bezaaiden rok, die over een stoel geworpen
+was, wees, &bdquo;dat is ook zeker mijn ambtsgewaad niet?&rdquo;</p>
+<p>En hij keek Marcel uitdagend aan.</p>
+<p>&bdquo;En dat dan,&rdquo; vervolgde Schaunard en trok het
+deurwaardersexploot, waarvan hierboven sprake was, van den muur.</p>
+<p>En hij begon te lezen:</p>
+<p>&bdquo;Dientengevolge zal mijnheer Schaunard gehouden zijn genoemde
+woning te ontruimen en haar in goeden en bewoonbaren staat terug te
+geven den achtsten April <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" name="pb33">33</a>]</span>v&ograve;&ograve;r twaalf uur des
+namiddags. Ten bewijze daarvan heb ik hem deze acte ter hand gesteld,
+waarvan de kosten vijf francs bedragen. Nou, ben ik nou mijnheer
+Schaunard niet, wien de kamer bij deurwaardersexploot opgezegd wordt en
+wien men gezegelde stukken, waarvan de kosten vijf francs bedragen,
+vereert? En dan dat nog,&rdquo; ging hij voort, toen hij zijn
+pantoffels aan de voeten van Marcel zag; &bdquo;zijn dat niet mijn
+muiltjes, geschenk van een mij dierbare hand? Mijnheer,&rdquo; zoo
+wendde hij zich nu tot Marcel, &bdquo;thans is het aan u, om uw
+aanwezigheid in mijn laren en penaten te verklaren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijne heeren,&rdquo; antwoordde Marcel en hij richtte zich
+hierbij in het bijzonder tot Colline en Rodolphe,
+&bdquo;mijnheer,&rdquo; en hij wees op Schaunard, &bdquo;mijnheer is op
+zijn kamer, ik beken het eerlijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; riep Schaunard uit, &bdquo;dat is maar gelukkig
+ook.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; vervolgde Marcel, &bdquo;ook ik ben op mijn
+kamer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar mijnheer,&rdquo; viel Rodolphe hem in de rede,
+&bdquo;als onze vriend toch ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; vervolgde Colline, &bdquo;als onze vriend
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En als u u van uw kant herinnert, dat ....&rdquo;, voegde
+Rodolphe eraan toe, &bdquo;hoe komt het dan ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; echode Colline, &bdquo;hoe komt het dan
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem plaats heeren,&rdquo; antwoordde Marcel, &bdquo;dan zal
+ik u het mysterie ophelderen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zoudt u ervan zeggen, als we die opheldering eens
+besproeiden?&rdquo; waagde Colline op te merken.</p>
+<p>&bdquo;En daarbij familiaar een stukje aten?&rdquo; voegde Rodolphe
+eraan toe.</p>
+<p>De vier jonge mannen zetten zich aan tafel en openden een hevigen
+aanval op een stuk koud kalfsvleesch, dat de wijnhandelaar hun
+afgestaan had.</p>
+<p>Marcel legde toen uit, wat er dien ochtend, toen hij <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" name="pb34">34</a>]</span>was
+komen verhuizen, tusschen hem en den huisbaas was voorgevallen.</p>
+<p>&bdquo;Derhalve,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;heeft mijnheer
+volkomen gelijk, wij zijn zijn gasten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, u bent hier thuis,&rdquo; antwoordde Marcel
+beleefd.</p>
+<p>Het kostte echter ontzaglijke moeite, om Schaunard aan zijn verstand
+te brengen wat er gebeurd was. Een komisch incident maakte de zaak nog
+ingewikkelder. Schaunard, die in een kast naar God weet wat zocht,
+ontdekte daarin het kleingeld, dat Marcel dien ochtend van zijn
+vijfhonderd francs teruggekregen had.</p>
+<p>&bdquo;Ha,&rdquo; riep hij uit, &bdquo;ik wist wel, dat mijn vriend,
+het toeval, mij niet in den steek zou laten. Ik herinner me nu, dat ik
+van morgen uitgegaan ben, om hem te zoeken ..... Voor die
+huurtermijnen, dat is waar ook; hij is zeker in mijn afwezigheid hier
+geweest. Wij hebben elkaar misgeloopen, dat is alles. Het is toch maar
+heel verstandig van me geweest den sleutel op de kast te
+laten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoete dwaasheid!&rdquo; mompelde Rodolphe, toen hij zag hoe
+Schaunard de geldstukken in even hooge hoopen opstapelde.</p>
+<p>&bdquo;Droom en bedrog, dat is het leven,&rdquo; voegde de wijsgeer
+eraan toe.</p>
+<p>Marcel lachte.</p>
+<p>Een uur later lagen zij alle vier in een diepen slaap.</p>
+<p>Den volgenden middag om twaalf uur werden zij wakker; in den beginne
+waren zij niet weinig verwonderd elkaar daar te vinden: Schaunard,
+Colline en Rodolphe schenen elkaar zelfs niet te herkennen en noemden
+elkaar mijnheer. Marcel moest er hen aan herinneren, dat zij den
+vorigen avond met elkaar bij hem gekomen waren.</p>
+<p>Op dat oogenblik kwam Durand in de kamer.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; zeide hij tot Marcel, &bdquo;het is vandaag
+de <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>negende April achttien honderd en veertig ... het
+is modderig op straat, en Z. M. Louis-Philippe is nog steeds koning van
+Frankrijk en Navarre. Lieve Hemel,&rdquo; riep vader Durand uit, toen
+hij zijn ouden huurder zag, &bdquo;daar heb je mijnheer Schaunard. Hoe
+bent u hier gekomen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Per telegraaf,&rdquo; antwoordde Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Hoor hem eens aan,&rdquo; zeide de concierge<span class="corr" id="xd20e947" title="Bron: .">,</span> &bdquo;u bent nog de oude
+grappenmaker!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Durand,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;ik houd er niet van, dat
+de livrei zich in mijn gesprekken mengt; je gaat naar het
+dichtstbijzijnde restaurant en laat een dejeuner voor vier personen
+boven brengen. Hier heb je de spijskaart,&rdquo; voegde hij eraan toe,
+terwijl hij hem een stukje papier met het menu erop gaf. &bdquo;En een
+beetje vlug.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heeren,&rdquo; ging Marcel voort, &bdquo;u hebt mij gisteren
+avond een souper aangeboden, laat mij u nu hedenmorgen een dejeuner
+aanbieden, niet bij mij, maar bij u,&rdquo; voegde hij eraan toe,
+terwijl hij Schaunard zijn hand toestak.</p>
+<p>Na afloop van het dejeuner vroeg Rodolphe het woord.</p>
+<p>&bdquo;Heeren,&rdquo; zeide hij, &bdquo;staat mij toe, dat ik u
+verlaat ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O neen,&rdquo; zeide Schaunard op sentimenteelen toon,
+&bdquo;laten we elkaar niet meer verlaten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; merkte Colline op; &bdquo;je bent hier erg
+op je gemak.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;U een oogenblik verlaat,&rdquo; ging Rodolphe voort,
+&bdquo;morgen verschijnt de Echarpe d&rsquo;Iris<a class="noteref" id="xd20e965src" href="#xd20e965" name="xd20e965src">5</a>, een
+mode-tijdschrift, waarvan ik hoofdredacteur ben, en ik moet de
+drukproeven nog corrigeeren. Binnen een uur ben ik terug.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels,&rdquo; zeide Colline; &bdquo;dat brengt mij op
+de gedachte, dat ik les moet geven aan een Indischen prins,
+<span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>die naar Parijs gekomen is, om Arabisch te
+leeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geef die les morgen,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Neen, dat gaat niet,&rdquo; antwoordde de wijsgeer: &bdquo;de
+prins zou mij vandaag betalen. En bovendien moet ik eerlijk bekennen,
+dat deze schoone dag voor mij bedorven zou zijn, indien ik niet even
+langs de boekenstalletjes loop.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar je komt toch terug?&rdquo; vroeg Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Met de snelheid van een met zekere hand afgeschoten
+pijl,&rdquo; antwoordde de wijsgeer, die van excentrieke beeldspraak
+hield.</p>
+<p>En hij ging met Rodolphe weg.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; zeide Schaunard, toen hij met Marcel alleen
+gebleven was, &bdquo;indien ik, in plaats van me hier te koesteren op
+het kussen van het <span class="ex">dolce far niente</span>, wat goud
+ging zoeken om de begeerigheid van mijnheer Bernard te
+stillen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; zeide Marcel ongerust; &bdquo;wil je dan nog
+steeds verhuizen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve God, ik moet wel,&rdquo; antwoordde Schaunard,
+&bdquo;ik heb immers een exploot, waarvan de kosten vijf francs zijn,
+gekregen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; vervolgde Marcel, &bdquo;als je verhuist, dan
+neem je zeker je meubels mee?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat is mijn bedoeling, ik laat hier geen haar achter,
+zooals mijnheer Bernard zegt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Duivels, dat zal me leelijk in verlegenheid brengen, want ik
+heb je kamers gemeubileerd gehuurd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig, dat is waar ook,&rdquo; zeide Schaunard.
+&bdquo;Maar,&rdquo; voegde hij er melancholiek aan toe, &bdquo;er is
+geen enkele aanwijzing, dat ik vandaag of morgen of wanneer ook mijn
+vijf-en-zeventig francs zal vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar wacht even,&rdquo; riep Marcel uit, &bdquo;ik heb een
+idee.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat hooren,&rdquo; zeide Schaunard. <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;De zaak staat zoo: wettelijk behoort de woning aan mij, omdat
+ik een maand vooruit betaald heb.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De woning, ja; maar als ik betaal, neem ik de meubelen
+wettelijk mede; en als het mogelijk was, zou ik ze zelfs onwettelijk
+medenemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoodat,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;jij de meubels en geen
+woning, en ik een woning en geen meubels heb.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat klopt,&rdquo; zeide Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Maar mij bevalt de woning uitstekend.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En mij,&rdquo; merkte Schaunard op, &bdquo;mij beviel ze
+nooit meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zeg je?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nooit .... meer. Ik weet heel goed, wat ik zeg.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welnu, dan kunnen we het op een accoordje gooien,&rdquo;
+meende Marcel; &bdquo;blijf bij me, ik lever de woning en jij levert de
+meubelen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En de huur?&rdquo; vroeg Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Daar ik nu geld heb, betaal ik ditmaal; den volgenden keer is
+het jouw beurt. Denk er eens over na.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik denk nooit na, vooral niet om een voorstel aan te nemen,
+dat in mijn geest valt; ik neem het zonder bedenken aan. Bovendien zijn
+schilder- en dichtkunst zusters.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Schoonzusters,&rdquo; vond Marcel.</p>
+<p>Op dat oogenblik kwamen Colline en Rodolphe, die elkaar op straat
+ontmoet hadden, terug.</p>
+<p>Marcel en Schaunard stelden hen van hun vennootschap in kennis.</p>
+<p>&bdquo;Heeren,&rdquo; riep Rodolphe uit, terwijl hij het in zijn
+broekzak liet rinkelen<span class="corr" id="xd20e1039" title="Bron: .">,</span> &bdquo;ik offreer het gezelschap een
+diner.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat was juist mijn plan ook,&rdquo; zeide Colline, terwijl
+hij uit zijn zak een goudstuk haalde, dat hij als een monocle naar zijn
+oog bracht. &bdquo;Mijn prins heeft mij dat gegeven voor een
+Hindostansch-Arabische grammatica, die ik zooeven voor zes stuivers
+gekocht heb.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb38" href="#pb38"
+name="pb38">38</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En ik,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;heb mij door den kassier
+van de Echarpe d&rsquo;Iris een voorschot laten geven van dertig
+francs, onder voorgeven, dat ik mij moest laten inenten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is vandaag dus Heiligendag,&rdquo; zeide Schaunard;
+&bdquo;ik alleen heb niets gekregen, dat is toch
+vernederend.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Intusschen,&rdquo; viel Rodolphe hem in de rede,
+&bdquo;handhaaf ik mijn uitnoodiging voor een diner.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En ik ook,&rdquo; zeide Colline.</p>
+<p>&bdquo;Nou<span class="corr" id="xd20e1055" title="Bron: &rdquo;,">,&rdquo;</span> zeide Rodolphe, &bdquo;dan zullen we
+opgooien, wie betalen zal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; riep Schaunard uit, &bdquo;ik weet wat beters,
+om jullie uit die moeilijkheid te helpen, heel wat beters.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En dat is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Rodolphe betaalt het diner, en Colline geeft een
+souper.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een Salomo-oordeel,&rdquo; riep de wijsgeer uit.</p>
+<p>&bdquo;Dan zal het vandaag nog erger toegaan dan op de bruiloft van
+<span class="corr" id="xd20e1069" title="Bron: Gamacho">Camacho</span>,&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1072src" href="#xd20e1072" name="xd20e1072src">6</a> meende
+Marcel.</p>
+<p>Het diner had plaats in een proven&ccedil;aalsch restaurant in de
+rue Dauphine, dat bekend was door zijn litteraire kellners en zijn
+ayoli-gerechten. Daar zij nog een plaatsje over moesten houden voor het
+souper, dronken en aten zij matig. De den vorigen avond tusschen
+Colline en Schaunard, en later met Marcel aangeknoopte kennismaking
+werd nu intiemer; de vier jonge mannen heschen de vlag van hun
+kunstinzichten, en alle vier erkenden, dat zij met denzelfden moed en
+dezelfde verwachtingen bezield waren. Al pratende en debatteerende,
+bemerkten zij, dat zij gemeenschappelijke sympathie&euml;n hadden, dat
+zij allen dien zin voor en die behendigheid hadden in geestige
+schermutselingen, welke opvroolijken, zonder te <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>kwetsen;
+dat alle mooie deugden der jeugd leefden in hun harten, die door het
+zien of hooren van iets moois makkelijk in geestdrift waren te brengen.
+Alle vier, van hetzelfde punt uitgegaan, om hetzelfde doel te bereiken,
+waren van oordeel, dat iets anders dan het banale spel van het toeval
+hen had samengebracht, en dat misschien de Voorzienigheid, de
+natuurlijke beschermster der verlatenen, hen zoo samenvoerde en hun
+heel zacht het woord van het Evangelie influisterde, dat eigenlijk de
+eenige wet voor de geheele menschheid moest zijn: &bdquo;Helpt elkander
+en hebt elkander lief!&rdquo;</p>
+<p>Tegen het einde van het diner, dat een eenigszins ernstig karakter
+had aangenomen, stond Rodolphe op, om een toast uit te brengen op de
+toekomst; Colline antwoordde met een kleine toespraak, die aan geen
+enkel boek ontleend en vrij van alle oratorische wendingen was, maar
+heel eenvoudig de simpele taal der natuur sprak, die zoo goed doet
+begrijpen wat zoo slecht gezegd wordt.</p>
+<p>&bdquo;De philosoof lijkt wel niet wijs!&rdquo; mompelde Schaunard,
+over zijn glas gebogen; &bdquo;nu dwingt hij me water in mijn wijn te
+doen.&rdquo;</p>
+<p>Na het diner gingen ze een pousse-caf&eacute; drinken in
+<span class="ex">Momus</span>, waar zij den vorigen dag den avond ook
+reeds hadden doorgebracht. Van dien dag af was het daar voor de overige
+gasten niet meer uit te houden.</p>
+<p>Na de koffie en de daarbij <span class="corr" id="xd20e1090" title="Bron: behooren">behoorenden</span> likeuren ging de nu voor goed
+opgerichte bohème-clan terug naar de kamer van Marcel, die
+voortaan den naam <span class="ex">Elys&eacute;e</span> Schaunard
+droeg. Terwijl Colline het door hem beloofde souper ging bestellen,
+haalden de anderen voetzoekers, vuurpijlen en andere stukken vuurwerk;
+en voor zij aan tafel gingen, staken zij uit een der vensters een
+prachtig vuurwerk af, dat het heele huis op stelten zette en gedurende
+hetwelk de vier vrienden uit volle borst zongen: <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span></p>
+<p lang="fr">&bdquo;C&eacute;l&eacute;brons, c&eacute;l&eacute;brons,
+c&eacute;l&eacute;brons ce beau jour!&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden ochtend vonden zij elkaar weer terug, doch ditmaal
+zonder zich erover te verwonderen. Voor zij ieder weer tot hun werk
+terugkeerden, gingen ze gezamenlijk eenvoudig dejeuneeren in
+<span class="ex">Momus</span>, waar ze afspraken des avonds weer te
+zullen bijeenkomen en waar men hen gedurende langen tijd dagelijks weer
+zag verschijnen.</p>
+<p>Dit zijn de hoofdpersonen, die men zal ontmoeten in de kleine
+verhalen, waaruit dit boek bestaat, dat volstrekt geen roman is en geen
+andere pretentie heeft dan die door zijn titel aangegeven; want de
+tooneelen uit het Parijsche kunstenaars-leven zijn inderdaad niets
+anders dan zedenstudi&euml;n, waarvan de helden behooren tot een tot
+dusver verkeerd beoordeelde klasse, wier grootste gebrek een beetje
+losbandigheid is, en die nog als excuus kunnen aanvoeren, dat die
+losbandigheid een noodzakelijkheid is, welke het leven hun oplegt.
+<span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e452" href="#xd20e452src" name="xd20e452">1</a></span> Een
+h&ocirc;tel in de tegenwoordige rue-Jean-Jacques-Rousseau, waarin
+meubelverkoopingen gehouden werden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e459" href="#xd20e459src" name="xd20e459">2</a></span> Een bekend
+soort, met brons ingelegde meubelen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e566" href="#xd20e566src" name="xd20e566">3</a></span> De in het
+quartier latin gebruikelijke naam voor het Th&eacute;&acirc;tre du
+Luxembourg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e650" href="#xd20e650src" name="xd20e650">4</a></span>
+Tweehoofdig.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e965" href="#xd20e965src" name="xd20e965">5</a></span> De
+Regenboog.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1072" href="#xd20e1072src" name="xd20e1072">6</a></span> Een
+beroemde slemppartij uit Cervantes&rsquo; Don Quichotte, beschreven in
+hoofdstuk XX van dat werk.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e1108" class="label">Hoofdstuk II.</h2>
+<h2 class="main">Een gezant der Voorzienigheid.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Schaunard en Marcel, die reeds van den vroegen ochtend
+af dapper aan het werk waren, hielden plotseling op.</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels, wat heb ik een honger!&rdquo; zeide Schaunard;
+en hij voegde er langs zijn neus weg aan toe: &bdquo;Wordt er vandaag
+niet gedejeuneerd?&rdquo;</p>
+<p>Marcel scheen over die meer dan ooit ongelegen komende vraag zeer
+verbaasd:</p>
+<p>&bdquo;Sedert wanneer wordt er twee dagen achter elkaar
+gedejeuneerd?&rdquo; zeide hij. &bdquo;Het was gisteren
+Donderdag.&rdquo;</p>
+<p>En, om zijn antwoord als het ware meer kracht bij te zetten, wees
+hij met zijn schilderstokje op het gebod der Kerk.</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Vendredi chair ne mangeras,</p>
+<p class="line">Ni autre chose pareillement.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">Schaunard kon geen antwoord vinden en begon weer te
+werken aan zijn schilderij, dat een vlakte voorstelde met een rooden en
+een blauwen boom, die elkaar een hand- of liever takdruk gaven. Een
+zeer duidelijke en inderdaad ook zeer philosophische toespeling op de
+heerlijkheden der vriendschap.</p>
+<p>Op dat oogenblik klopte de concierge aan de deur. Hij bracht een
+brief voor Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Drie sous,&rdquo; zeide hij. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Heusch?&rdquo; antwoordde de kunstenaar. &bdquo;Die mag je
+houden.&rdquo;</p>
+<p>En hij sloeg de deur voor zijn neus dicht.</p>
+<p>Marcel verbrak het zegel en las. Bij de eerste woorden reeds begon
+hij te springen als een acrobaat en hief luidkeels het volgende lied,
+dat bij hem de hoogste graad van verrukking was, aan:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Y&rsquo;avait quat&rsquo; jeunes gens du
+quartier</p>
+<p class="line">Ils &eacute;taient tous les quatre malades;</p>
+<p class="line">On les a m&rsquo;n&eacute;s &agrave; <span class="corr"
+id="xd20e1148" title="Bron: l&rsquo;H&oacute;tel">l&rsquo;H&ocirc;tel</span>-Dieu</p>
+<p class="line xd20e240">Eu! eu! eu! eu!<span class="corr" id="xd20e1153" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Prachtig,&rdquo; zeide Schaunard en
+vervolgde:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;On les a mis dans un grand lit,</p>
+<p class="line">Deux &agrave; la t&ecirc;te et deux au pied.</p>
+</div>
+<p class="first"><span class="corr" id="xd20e1163" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Dat kennen we al.&rdquo;</p>
+<p>Marcel ging door:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Ils virent arriver un&rsquo; petit&rsquo;
+soeur,</p>
+<p class="line xd20e240">Eur! eur! eur! eur!&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Als je niet oogenblikkelijk ophoudt,&rdquo;
+zeide Schaunard, die reeds <span class="corr" id="xd20e1175" title="Bron: symptonen">symptomen</span> van hersenverweeking begon te
+voelen, &bdquo;dan ga ik het allegro van mijn symphonie over den
+<span class="ex">Invloed van het Blauw in de Kunsten</span>
+spelen.&rdquo;</p>
+<p>En hij stapte reeds naar zijn piano.</p>
+<p>Dit dreigement werkte als een droppel koud water, die in een
+borrelende vloeibare massa valt.</p>
+<p>Marcel kalmeerde als door een tooverslag.</p>
+<p>&bdquo;Hier!&rdquo; zeide hij, terwijl hij den brief aan zijn vriend
+gaf; &bdquo;lees!&rdquo;</p>
+<p>Het was een uitnoodiging voor een diner van een
+d&eacute;put&eacute;, een verlicht beschermer der kunsten in het
+algemeen <span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>en in het bijzonder van Marcel, die een schilderij
+van zijn landhuis gemaakt had.</p>
+<p>&bdquo;Dat is voor vandaag,&rdquo; zeide Schaunard; &bdquo;jammer,
+dat het geen invitatie voor twee personen is. Maar daar bedenk ik me,
+dat jouw d&eacute;put&eacute; ministerieel gezind is; je kan, je mag
+die uitnoodiging niet aannemen: je principes verbieden je brood te
+eten, dat gedrenkt is in het zweet van het volk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ba!&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;mijn d&eacute;put&eacute;
+behoort tot de linkerzijde van het centrum; hij heeft pas nog tegen de
+regeering gestemd. Bovendien zal hij wel een opdracht voor me hebben,
+en hij heeft me beloofd mij in andere kringen te introduceeren. En al
+is het ook vandaag honderd maal Vrijdag, ik heb een honger als Ugolino
+in zijn toren; ik wil vandaag dineeren en daarmede basta!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Er zijn nog andere hinderpalen,&rdquo; ging Schaunard voort,
+die zijn jaloerschheid op het fortuintje, dat zijn vriend ten deel
+viel, niet bedwingen kon. &bdquo;Je kunt toch niet zoo in je roode trui
+en met je sjouwerspet op gaan dineeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal van Rodolphe of Colline een pak leenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jeugdige dwaas! Ben je vergeten, dat wij den twintigsten van
+de maand voorbij zijn en dat om dezen tijd de kleeren van die heeren
+bij oom Jan logeeren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik zal toch v&ograve;&ograve;r vijf uur wel een zwart
+pak vinden,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb drie weken noodig gehad, om er een te vinden, toen ik
+naar de bruiloft van mijn neef moest&mdash;en dat was toch in het begin
+van Januari.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou dan ga ik zoo!&rdquo; antwoordde Marcel, terwijl hij met
+groote passen de kamer op en en neer liep. &bdquo;Van mij zal niet
+gezegd worden, dat een armzalige quaestie van etiquette mij heeft
+weerhouden den eersten stap in de wereld te doen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O ja, dat is waar ook!&rdquo; viel Schaunard, die het
+blijkbaar <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>pleizierig vond zijn vriend te plagen; &bdquo;hoe
+staat het met je schoenen?&rdquo;</p>
+<p>Marcel ging in een toestand van niet te beschrijven opwinding weg.
+Na verloop van twee uur kwam hij terug met een boord.</p>
+<p>&bdquo;Dat is alles wat ik heb kunnen vinden,&rdquo; zeide hij met
+een deerniswaardig gezicht.</p>
+<p>&bdquo;Daarvoor hadt je waarachtig niet zoo behoeven rond te
+loopen,&rdquo; antwoordde Schaunard; &bdquo;we hebben hier papier
+genoeg, om er een dozijn te maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar alle duivels!&rdquo; riep Marcel uit en rukte daarbij de
+haren uit zijn hoofd; &bdquo;we moeten hier toch kleeren
+hebben.&rdquo;</p>
+<p>En in alle hoekjes en gaatjes der beide kamers begon hij een
+nauwgezet onderzoek.</p>
+<p>Na een uur zoekens had hij het volgende costuum bij elkaar:</p>
+<p>Een geruite broek.</p>
+<p>Een grijze hoed.</p>
+<p>Een roode das.</p>
+<p>Een eertijds witte handschoen.</p>
+<p>Een zwarte handschoen.</p>
+<p>&bdquo;Daar zijn in geval van nood ten minste twee zwarte
+handschoenen uit te maken,&rdquo; zeide Schaunard. &bdquo;Maar wanneer
+je aangekleed bent, zal je er uitzien als het zonnespectrum. Doch dat
+is minder&mdash;je bent schilder.&rdquo;</p>
+<p>Intusschen paste Marcel de schoenen.</p>
+<p>O ramp! Ze waren beide van denzelfden voet.</p>
+<p>Daar zag de wanhopige kunstenaar in een hoek een ouden schoen,
+waarin ze gewoonlijk hun leege verfblazen gooiden. Hij maakte er zich
+meester van.</p>
+<p>&bdquo;Van kwaad tot erger,&rdquo; zeide zijn ironische makker:
+&bdquo;de een is puntig en de ander breed van voren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zie je niet; ik zal ze lakken.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dat is een id&eacute;e! Nu ontbreekt je alleen nog de
+onontbeerlijke rok.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zeide Marcel, terwijl hij zich van woede in zijn
+vuisten beet &bdquo;ik zou tien jaar van mijn leven en mijn rechterhand
+geven, als ik er een had.&rdquo;</p>
+<p>Op dit oogenblik hoorden zij opnieuw op de deur kloppen. Marcel ging
+open doen.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Schaunard?&rdquo; zeide een vreemdeling, die op den
+drempel bleef staan.</p>
+<p>&bdquo;Dat ben ik,&rdquo; antwoordde de schilder en verzocht hem
+binnen te komen.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; zeide de onbekende, die een van die
+trouwhartige gezichten had, welke den provinciaal kenmerken,
+&bdquo;mijn neef heeft me verteld, dat u zoo mooi portretten kunt
+schilderen; en daar ik op het punt sta een reis naar de koloni&euml;n
+te maken, als gedelegeerde der raffinadeurs van Nantes, zou ik gaarne
+een souvenir van mij aan mijn familie achterlaten. Daarom ben ik naar u
+toe gekomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, heilige Voorzienigheid!&rdquo; ... mompelde Schaunard.
+&bdquo;Marcel, geef een stoel aan mijnheer....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Blancheron,&rdquo; vulde de vreemdeling aan;
+&bdquo;Blancheron uit Nantes, afgevaardigde van de suikerindustrie,
+oud-burgemeester van V...., kapitein van de garde nationale, en
+schrijver van een brochure over de suikerquaestie.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik voel mij zeer vereerd, dat ik door u gekozen ben,&rdquo;
+zeide de artist, terwijl hij een buiging maakte voor den gedelegeerde
+der raffinadeurs. &bdquo;En hoe wenscht u uw portret te
+hebben?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een miniature, zooals dit,&rdquo; antwoordde mijnheer
+Blancheron, terwijl hij op een portret in olieverf wees; want, zooals
+voor zoovele anderen, is voor den gedelegeerde alles, wat geen verf op
+huizen is, miniatuur: zij kennen geen middenweg. <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" name="pb46">46</a>]</span></p>
+<p>Dit na&iuml;eve antwoord deed Schaunard dadelijk begrijpen met wien
+hij te doen had, vooral toen de vreemdeling er nog aan toevoegde, dat
+hij gaarne zijn portret in fijne kleuren geschilderd wilde hebben.</p>
+<p>&bdquo;Ik gebruik nooit andere,&rdquo; zeide Schaunard. &bdquo;En in
+welke grootte wilt u uw portret?&rdquo;</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e1278" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Zoo groot ongeveer,&rdquo; antwoordde
+mijnheer Blancheron, op een doek van twintig francs wijzend. &bdquo;Wat
+is de prijs daarvan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vijftig tot zestig francs; vijftig zonder handen en zestig
+met.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Drommels, mijn neef sprak van dertig francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat hangt af van het seizoen,&rdquo; zeide de schilder;
+&bdquo;in sommige tijden zijn de kleuren veel duurder.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo, dat is dus net als met den suiker.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Precies eender.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou, voor vijftig francs dan,&rdquo; zeide mijnheer
+Blancheron.</p>
+<p>&bdquo;Dat zou ik u niet aanraden; voor tien francs meer schilder ik
+u met uw suiker-brochure in uw handen, dat zal meer effect
+maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig, u hebt gelijk!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel,&rdquo; zeide Schaunard in zichzelf; &bdquo;als
+hij zoo doorgaat, dan barst ik nog los en gooi ik hem een van mijn
+stukken naar zijn hoofd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je gezien?&rdquo; fluisterde Marcel hem in.</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft een rok.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik snap je en ik zal je helpen. Laat mij maar
+begaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welnu, mijnheer,&rdquo; zeide de gedelegeerde, &bdquo;wanneer
+zullen we beginnen? We moeten niet te lang wachten, want ik vertrek
+eerstdaags.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik moet zelf een klein reisje maken; overmorgen verlaat ik
+Parijs. Als u het dus goed vindt, zullen we maar <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>dadelijk
+beginnen. Een flinke s&eacute;ance zal de zaak zeer
+bespoedigen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar het zal zoo dadelijk donker zijn, en u kunt toch niet
+bij kunstlicht schilderen,&rdquo; zeide mijnheer Blancheron.</p>
+<p>&bdquo;Mijn atelier is z&ograve;&ograve; ingericht, dat ik er op
+ieder uur van den dag kan werken...&rdquo; viel de schilder hem in de
+rede. &bdquo;Als u uw rok wilt uittrekken en de pose aannemen, zullen
+we beginnen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn rok uittrekken? Waarom?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hebt u niet gezegd, dat het een portret voor uw familie moet
+zijn?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan moet u ook in een kamerjapon geschilderd worden. Dat is
+trouwens gewoonte ook.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik heb geen kamerjapon bij me.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb er een. Ik ben voor zulke gevallen ingericht,&rdquo;
+zeide Schaunard en gaf zijn model een oud met verfvlekken overladen
+vod, dat den eerzamen provinciaal op het eerste gezicht deed
+aarzelen.</p>
+<p>&bdquo;Dat is al een heel raar kleedingstuk,&rdquo; zeide hij.</p>
+<p>&bdquo;En heel kostbaar,&rdquo; antwoordde de schilder.
+&bdquo;Indertijd heeft een Turksch vizier het cadeau gegeven aan Horace
+Vernet, die het weer aan mij vermaakt heeft. Ik ben zijn
+leerling.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bent u een leerling van Vernet?&rdquo; vroeg Blancheron.</p>
+<p>&bdquo;Ja, mijnheer, en daar ben ik trotsch
+op.&mdash;Schande,&rdquo; mompelde hij in zichzelf, &bdquo;ik
+verloochen mijn goden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar hebt u dan ook reden voor, jonge man,&rdquo; antwoordde
+de gedelegeerde, terwijl hij de kamerjapon van zoo voorname afkomst
+aantrok.</p>
+<p>&bdquo;Hang den rok van mijnheer aan den porte-manteau,&rdquo; zeide
+Schaunard met een beteekenisvollen blik tot zijn vriend.</p>
+<p>&bdquo;Zeg eens,&rdquo; mompelde Marcel, terwijl hij zich op zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>prooi wierp en heimelijk naar Blancheron wees
+&bdquo;hij ziet er prachtig uit zoo! Als je hem zoo eens schilderen
+kon!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal het probeeren! Maar dat is van minder belang, kleed je
+gauw aan en maak, dat je weg komt, maar zorg, dat je om tien uur terug
+bent; ik zal hem wel tot zoo lang aan de praat houden. Maar
+v&ograve;&ograve;r alles, vergeet niet iets voor me mede te
+brengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal een ananas voor je meebrengen,&rdquo; antwoordde
+Marcel en maakte, dat hij weg kwam.</p>
+<p>Hij kleedde zich in vliegenden haast. De rok paste hem, alsof hij
+hem aangemeten was. Dan ging hij door de tweede deur van het atelier
+weg.</p>
+<p>Schaunard was intusschen met werken begonnen. Toen het heelemaal
+donker geworden was, hoorde mijnheer Blancheron het zes uur slaan en
+bedacht zich, dat hij nog niet gedineerd had. Hij vertelde dat aan den
+schilder.</p>
+<p>&bdquo;Ik verkeer in hetzelfde geval, maar om u ter wille te zijn,
+zal ik mij daarvan vanavond maar speenen,&rdquo; zeide Schaunard;
+&bdquo;wel had ik voor vanavond een invitatie in den faubourg
+Saint-Germain, maar we kunnen het werk nu niet afbreken, dat zou schade
+doen aan de gelijkenis.&rdquo;</p>
+<p>En hij begon weer te werken.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; zeide hij plotseling, &bdquo;we zouden kunnen
+dineeren, zonder dat we ons werk onderbreken. Er is hier vlak bij een
+uitstekend restaurant, vanwaar ze ons alles, wat we willen, kunnen
+brengen.&rdquo;</p>
+<p>En Schaunard wachtte met spanning de uitwerking van zijn trio
+meervouden af.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben het volkomen met u eens,&rdquo; zeide mijnheer
+Blancheron, &bdquo;en het zal mij aangenaam zijn, indien u mij de eer
+wilt aandoen aan tafel mijn gast te zijn.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard maakte een buiging.</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig,&rdquo; zeide hij tot zichzelf, &bdquo;het is een
+brave kerel, een ware gezant der Voorzienigheid. Wilt u het
+<span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>menu maar opmaken?&rdquo; vroeg hij aan zijn
+amphytrion.<a class="noteref" id="xd20e1373src" href="#xd20e1373" name="xd20e1373src">1</a></p>
+<p>&bdquo;Het zal mij aangenaam zijn, indien u zich daarmede belasten
+wilt,&rdquo; antwoordde deze beleefd.</p>
+<p>&bdquo;Dat zal je berouwen,&rdquo; zong de schilder, die
+vliegensvlug de trap afstormde.</p>
+<p>Hij ging het restaurant binnen, liep naar de toonbank en stelde een
+menu samen, dat den Vatel<a class="noteref" id="xd20e1382src" href="#xd20e1382" name="xd20e1382src">2</a> in den winkel bij het lezen
+bleek deed worden.</p>
+<p>&bdquo;En goede Bordeaux.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie betaalt dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik waarschijnlijk niet,&rdquo; zeide Schaunard; &bdquo;maar
+een oom van me, een lekkerbek en fijnproever, dien u boven bij me zult
+zien. Zet dus je beste beentje voor en zorg, dat we binnen een half uur
+kunnen eten en denk erom, op echt porcelein.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Om acht uur voelde mijnheer Blancheron reeds behoefte aan de borst
+van een vriend zijn denkbeelden over de suikerindustrie uit te storten,
+en declameerde hij voor Schaunard de brochure, die hij geschreven
+had.</p>
+<p>Deze begeleidde hem op den piano.</p>
+<p>Om tien uur dansten mijnheer Blancheron en zijn vriend een galop en
+tutoyeerden elkaar.</p>
+<p>Om elf uur zwoeren zij elkaar eeuwige trouw en maakten een
+testament, waarin zij elkaar wederkeerig hun fortuin nalieten.</p>
+<p>Om twaalf uur kwam Marcel thuis en vond ze in elkanders armen. Ze
+zwommen in tranen. Er stond al een halve duim water in het atelier.
+Marcel stootte zich tegen de tafel en zag de schitterende
+overblijfselen van het heerlijke festijn. Hij onderzocht de
+flesschen&mdash;zij waren totaal leeg. <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" name="pb50">50</a>]</span></p>
+<p>Hij wilde Schaunard wakker maken, maar deze dreigde hem te zullen
+vermoorden, als hij hem Mijnheer Blancheron, dien hij als hoofdkussen
+gebruikte, wilde ontrooven.</p>
+<p>&bdquo;Ondankbare!&rdquo; zeide Marcel, terwijl hij uit zijn rokzak
+een handvol noten te voorschijn haalde. &bdquo;Mij vermoorden, mij, die
+een diner voor hem meegebracht heb.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1373" href="#xd20e1373src" name="xd20e1373">1</a></span>
+Gastheer.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1382" href="#xd20e1382src" name="xd20e1382">2</a></span> Vatel
+was de hofkok van Lodewijk XIV.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e1411" class="label">Hoofdstuk III.</h2>
+<h2 class="main">De liefde in den Vastentijd.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Op een avond in den vastentijd kwam Rodolphe al vroeg
+thuis met het vaste plan om te gaan werken. Doch nauwlijks had hij zich
+aan tafel gezet en zijn pen in den inktkoker gedoopt, toen zijn
+aandacht door een zonderling geluid getrokken werd; en toen hij
+luisterde aan het indiscrete beschot, dat hem van de kamer ernaast
+scheidde, hoorde hij heel duidelijk een regelmatigen dialoog van kussen
+en andere amoureuse klanknabootsingen.</p>
+<p>&bdquo;Drommels!&rdquo; dacht Rodolphe, terwijl hij op de pendule
+keek, &bdquo;het is nog niet laat ... en mijn buurvrouw is een Julia,
+die haar Romeo gewoonlijk nog lang na het zingen van de leeuwerik bij
+zich houdt. Ik zal vannacht niet kunnen werken.&rdquo; En hij zette
+zijn hoed op en ging uit.</p>
+<p>Toen hij zijn sleutel in de portiersloge wilde leggen, vond hij de
+vrouw van den concierge in de armen van een galant. De arme vrouw was
+er zoo verschrikt door, dat er meer dan vijf minuten verliepen, voordat
+zij kon opentrekken.</p>
+<p>&bdquo;Ha!&rdquo; dacht Rodolphe, &bdquo;er zijn dus oogenblikken,
+waarop de portiersters weer vrouwen worden.&rdquo;</p>
+<p>Toen hij de huisdeur opende, vond hij in den hoek een dragonder en
+een keukenmeid in een avondmantel staan, die elkaar bij de hand
+vasthielden en het geld der liefde wisselden.</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels!&rdquo; zeide Rodolphe met een toespeling op
+<span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span>den krijgsman en zijn robuste vriendin, &bdquo;dat
+zijn een paar ketters, die er niet aan denken, dat wij in de vasten
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>En hij ging de straat op naar een van zijn vrienden, die in de buurt
+woonde.</p>
+<p>&bdquo;Als Marcel thuis is,&rdquo; zeide hij tot zichzelf,
+&bdquo;dan kunnen we den avond doorbrengen met eens lekker Colline over
+den hekel te halen. Je moet toch wat doen ....&rdquo;</p>
+<p>Op zijn krachtig kloppen werd de deur op een kiertje open gemaakt en
+vertoonde zich daarin een jonge man met alleen een monocle op en een
+hemd aan.</p>
+<p>&bdquo;Ik kan je vandaag niet ontvangen,&rdquo; zeide hij tegen
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Waarom niet?&rdquo; vroeg deze.</p>
+<p>&bdquo;Hier!&rdquo; zeide Marcel en hij wees op een vrouwehoofd, dat
+achter een bedgordijn te voorschijn kwam; &bdquo;hier heb je mijn
+antwoord!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij is niet mooi!&rdquo; antwoordde Rodolphe, toen de deur
+voor zijn neus gesloten was. &bdquo;Maar wat nu?&rdquo; zeide hij, toen
+hij weer op straat was. &bdquo;Als ik eens naar Colline ging? Dan
+zouden we eens lekker over Marcel kunnen kletsen.&rdquo;</p>
+<p>Toen hij de gewoonlijk donkere en weinig drukke rue de l&rsquo;Ouest
+doorging, zag hij plotseling een schaduw, die melancholiek heen en weer
+liep en binnensmonds verzen scheen te reciteeren.</p>
+<p>&bdquo;He, he,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;welk sonnet loopt daar
+zoo te blauwbekken? Lieve Hemel, het is Colline.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;He, Rodolphe! Waar is de reis naar toe?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Naar jou.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar zal je me niet vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat doe je hier?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wacht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En waar wacht je op?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; zeide Colline met spottende hoogdravendheid,
+&bdquo;waarop kan je wachten, wanneer je twintig bent, de <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>hemel
+van sterren fonkelt en liederen door de lucht weerklinken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Spreek toch in proza.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wacht op een vrouw.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bonsoir,&rdquo; zeide Rodolphe, die in zichzelf pratend
+verder ging. &bdquo;Bliksems! Is het dan vandaag St. Cupido en zou ik
+geen stap kunnen verzetten zonder op verliefden te stooten? Het is
+onzedelijk, schandelijk. Waarom doet de politie er niets
+aan?&rdquo;</p>
+<p>Daar de Luxembourg nog open was, ging Rodolphe dien binnen, om zijn
+weg te bekorten. In de verlaten lanen zag hij dikwijls, als verschrikt
+door zijn passen, geheimzinnig elkaar omvattende paren voor zich uit
+vluchten, die, zooals een dichter gezongen heeft, de dubbele wellust
+der stilte en der schaduw zoeken.</p>
+<p>&bdquo;Net een avond, die uit een roman overgeschreven is,&rdquo;
+zeide hij tot zichzelf. En toch ging hij, zijns ondanks door een
+smachtende bekoring bevangen, op een bank zitten en keek sentimenteel
+naar de maan.</p>
+<p>Na eenigen tijd was hij geheel door een hallucinatiekoorts bevangen.
+Het was, alsof de marmeren goden en hero&euml;n, die den tuin bevolken,
+van hun voetstukken afdaalden, om aan de godinnen en hero&iuml;nen het
+hof te maken; en hij hoorde heel duidelijk hoe de dikke Hercules de
+Velleda, wier tunica hem buitengewoon kort voorkwam, galante
+complimentjes influisterde.</p>
+<p>Van af de bank, waarop hij zat, zag hij, hoe de zwaan uit het bassin
+naar een nymph daar vlak bij ging.</p>
+<p>&bdquo;Mooi!&rdquo; dacht Rodolphe, die dit alles mythologisch
+opvatte, &bdquo;dat is Juppiter, die naar zijn rendez-vous met Leda
+gaat. Als de bewaker ze nu maar niet betrapt.&rdquo;</p>
+<p>Dan legde hij zijn hoofd in zijn handen en boog zich nog dieper in
+de doornen van zijn gevoel. Doch op dit heerlijke oogenblik van zijn
+droom werd Rodolphe plotseling <span class="pagenum">[<a id="pb54"
+href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>wakker geschrikt door een
+bewaker, die hem op zijn schouder tikte.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer, de tuin wordt gesloten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is maar gelukkig ook,&rdquo; dacht Rodolphe. &bdquo;Als
+ik hier nog vijf minuten bleef, zou ik in mijn hart meer
+vergeet-mij-nietjes hebben dan er op de oevers van den Rijn of in de
+romans van Alphonse Karr groeien.&rdquo;</p>
+<p>En met zachte stem een sentimenteele romance, die voor hem de
+Marseillaise der liefde was, neuri&euml;nd, verliet hij met vluggen pas
+den Luxembourg.</p>
+<p>Een half uur later zat hij&mdash;God weet hoe hij er kwam&mdash;in
+den <span class="ex">Prado</span> voor een glas punch te praten met een
+grooten, jongen man, die beroemd was om zijn neus, welke er door een
+merkwaardig privilege van ter zijde snavelvormig en <span class="ex">en
+face</span> plat uitzag; een meesterneus, wien het niet aan geest
+ontbrak en die genoeg avonturen medegemaakt had, om in dergelijke
+gevallen goeden raad te kunnen geven en zijn vriend nuttig te zijn.</p>
+<p>&bdquo;Dus,&rdquo; zeide Alexandre Schaunard, de man met den neus,
+&bdquo;je bent verliefd!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, mijn waarde .... ik heb het daarnet plotseling te pakken
+gekregen; precies hevige kiespijn, die je in je hart hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geef me je tabak eens,&rdquo; zeide Alexandre.</p>
+<p>&bdquo;Stel je voor,&rdquo; ging Rodolphe voort, &bdquo;dat ik sinds
+twee uur niets dan verliefden, mannen en vrouwen, twee aan twee,
+tegenkom. Ik kwam op het denkbeeld den Luxembourg in te loopen, waar ik
+allerlei soorten phantasmagorie&euml;n gezien heb; dat heeft me
+buitengewoon aangegrepen; elegie&euml;n schieten in mij op; ik blaat en
+ik kir; ik ben half lam, half duif geworden. Kijk me eens goed aan; ik
+moet wol en veeren hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat heb je toch gedronken?&rdquo; zeide Alexandre ongeduldig,
+&bdquo;je laat me poseeren alsof ik een model ben.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik verzeker je, dat ik volkomen helder ben,&rdquo;
+zeide<a id="xd20e1513" name="xd20e1513"></a> Rodolphe. &bdquo;Of toch
+eigenlijk niet. Maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik behoefte heb
+om iets te omhelzen. Zie je, Alexandre, het is niet goed, dat de mensch
+alleen zij: kort en goed je moet me helpen een vrouw te vinden .... Wij
+zullen een rondgang door de balzaal maken, en daar moet jij de eerste,
+die ik je aanwijs, gaan zeggen, dat ik haar liefheb.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom ga je zelf dat haar niet zeggen?&rdquo; antwoordde
+Alexandre met zijn prachtigen nasalen bas.</p>
+<p>&bdquo;Ach mijn waarde,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;ik wil eerlijk
+bekennen, dat ik heelemaal vergeten ben hoe je het aan moet pakken, om
+zulke dingen te zeggen. Van al mijn liefderomans hebben mijn vrienden
+de inleiding geschreven, sommigen zelfs de ontknooping. Ik heb nooit
+een goed begin kunnen vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is voldoende, om er een eind aan te kunnen maken,&rdquo;
+zeide Alexandre; &bdquo;maar ik begrijp je. Ik heb een jong meisje
+gezien, die veel van hobo&rsquo;s houdt. Misschien val je wel in haar
+smaak.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;ik zou zoo graag zien, dat
+zij witte handschoenen en blauwe oogen had.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Drommels, blauwe oogen, dat zal nog wel gaan .... maar witte
+handschoenen .... je weet toch, dat je niet alles tegelijk hebben kan.
+Maar laten we naar het aristocratische kwartier gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kijk,&rdquo; zeide Rodolphe, terwijl hij een salon
+binnenging, waar de modepoppetjes zich ophielden, &bdquo;daar zit er
+een, die me nog al zacht toeschijnt ....&rdquo; en hij wees op een vrij
+elegant gekleed meisje, dat zich in een hoek teruggetrokken had.</p>
+<p>&bdquo;Goed,&rdquo; antwoordde Alexandre; &bdquo;houd jij je maar
+wat op den achtergrond; ik zal voor jou den fakkel van den hartstocht
+in haar hart slingeren. Wanneer je moet komen, zal ik je roepen.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span></p>
+<p>Een minuut of tien stond Alexandre te praten met het jonge meisje,
+dat nu en dan in een vroolijken lach uitbarstte en eindelijk Rodolphe
+een glimlachje toewierp, dat meer dan duidelijk te kennen gaf: Kom
+maar, je advocaat heeft zijn proces gewonnen.</p>
+<p>&bdquo;Ga nu maar,&rdquo; zeide Alexandre; &bdquo;de overwinning is
+ons; het kleintje zal in ieder geval niet wreed zijn, maar doe in den
+beginne een beetje naief.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat behoef je me volstrekt niet te zeggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ook goed,&rdquo; zeide Schaunard. &bdquo;Geef mij nu eerst
+wat tabak en ga dan bij haar zitten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel,&rdquo; zeide het jonge meisje, toen Rodolphe
+naast haar plaats genomen had; &bdquo;wat een type, die vriend van je.
+Hij heeft een stem als een jachthoorn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat komt, omdat hij musicus is,&rdquo; antwoordde
+Rodolphe.</p>
+<p>Twee uur later bleven Rodolphe en zijn vriendinnetje voor een huis
+in de rue Saint-Denis staan.</p>
+<p>&bdquo;Hier woon ik,&rdquo; zeide het jonge meisje.</p>
+<p>&bdquo;Lieve Louise, wanneer zal ik je weer zien, en
+waar?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Morgenavond om acht uur op je kamer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heusch?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier heb je mijn woord,&rdquo; antwoordde Louise, terwijl zij
+Rodolphe haar frissche wangen toestak, die zoo maar in die prachtige
+rijpe vruchten van jeugd en gezondheid beet.</p>
+<p>Dol en dronken van liefde kwam Rodolphe weer op zijn kamer.</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zeide hij, terwijl hij met groote passen op en neer
+liep; &bdquo;dat kan zoo maar niet afloopen! Ik moet verzen
+maken.&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden morgen vond de concierge in de kamer een dertig
+blaadjes papier, aan het hoofd waarvan majestueus deze enkele
+alexandrijn prijkte:</p>
+<p lang="fr">&bdquo;O l&rsquo;Amour! <span class="corr" id="xd20e1564"
+title="Bron: &oacute;">&ocirc;</span> l&rsquo;Amour! prince de la
+jeunesse!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span></p>
+<p>Rodolphe was dien dag, tegen zijn gewoonte in, al heel vroeg wakker,
+en hoewel hij weinig geslapen had, stond hij dadelijk op.</p>
+<p>&bdquo;Dus,&rdquo; riep hij uit, &bdquo;is het vandaag de groote dag
+.... Maar nog twaalf uur wachten .... Hoe die twaalf eeuwigheden
+doorkomen?&rdquo;</p>
+<p>En toen zijn blik op zijn schrijftafel viel, was het alsof zijn pen
+heen en weer huppelde en tegen hem zei: Werk.</p>
+<p>&bdquo;Werken? weg met het proza!... Ik wil niet hier blijven, het
+stinkt hier naar inkt!&rdquo;</p>
+<p>Hij ging naar een caf&eacute;, waar hij zeker was geen vrienden te
+zullen aantreffen.</p>
+<p>&bdquo;Zij zouden dadelijk zien, dat ik verliefd was,&rdquo; dacht
+hij.</p>
+<p>Na een zeer eenvoudig dejeuner gebruikt te hebben, liep hij naar het
+station en stapte in een coup&eacute;.</p>
+<p>Een half uur later was hij in de bosschen van Ville
+d&rsquo;Avray.</p>
+<p>Rodolphe wandelde den geheelen dag door de verjongde natuur en
+keerde eerst tegen het vallen van den avond naar Parijs terug.</p>
+<p>Nadat hij den tempel, die zijn afgod zou ontvangen in orde gemaakt
+had, maakte hij een voor deze gelegenheid passend toilet, waarbij hij
+het zeer betreurde, dat hij zich niet geheel in het wit kleeden
+kon.</p>
+<p>Tusschen zeven en acht uur was hij ten prooi aan een hevige
+wacht-koorts, een langzame marteling, die hem zijn vroegere jaren en
+zijn vroegere verliefdheden weer in de gedachte terugriep. Dan droomde
+hij, volgens zijn gewoonte, reeds van een grooten hartstocht, een
+liefde in tien deelen, een waar lyrisch gedicht met maneschijn,
+ondergaande zon, afspraakjes onder wilgen, jaloezie, zuchten enz. enz.
+Zoo ging het iederen keer, als het toeval een vrouw aan zijn deur
+voerde, en geen enkele <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58"
+name="pb58">58</a>]</span>had hem verlaten zonder een aureool om haar
+voorhoofd en een collier van tranen om haar hals.</p>
+<p>&bdquo;Zij zouden liever een hoed of een paar schoenen
+hebben,&rdquo; zeiden zijn vrienden.</p>
+<p>Maar Rodolphe was hardnekkig en tot nog toe hadden de talrijke
+ervaringen, die hij al had doorgemaakt, hem niet kunnen genezen. Hij
+wachtte nog altijd op een vrouw, die een idool voor hem zou willen
+zijn, een engel in zijde en fluweel, tot wie hij, als de inspiratie ze
+hem ingaf, zijn sonnetten kon richten.</p>
+<p>Eindelijk hoorde Rodolphe het &bdquo;gewijde uur&rdquo; slaan, en
+toen de laatste slag weerklonk, meende hij te zien dat de Amor en de
+Psyche op zijn pendule hun albasten lichamen tegen elkaar drukten. Op
+hetzelfde oogenblik werd er tweemaal bescheiden aan de deur
+geklopt.</p>
+<p>Rodolphe ging open doen; het was Louise.</p>
+<p>&bdquo;Je ziet, dat ik op tijd ben,&rdquo; zeide zij.</p>
+<p>Rodolphe deed de gordijnen dicht en stak een nieuwe kaars aan.</p>
+<p>Intusschen had de kleine haar sjaal afgedaan en haar hoed afgezet en
+die beide op het bed gelegd. De hagelwitte lakens deden haar glimlachen
+en bijna een kleur krijgen.</p>
+<p>Louise was eerder gracieus dan mooi te noemen; haar frisch gezichtje
+verried een aantrekkelijke vermenging van na&iuml;veteit en
+schalkschheid. Het was iets als een motief van Greuze, gearrangeerd
+door Gavarni<span class="corr" id="xd20e1610" title="Bron: ,">.</span><a class="noteref" id="xd20e1612src" href="#xd20e1612" name="xd20e1612src">1</a><a id="xd20e1614" name="xd20e1614"></a> De bekoorlijke, jeugdige vormen van het jonge meisje
+kwamen zeer voordeelig uit door een toilet, dat, hoewel heel eenvoudig,
+ook bij haar die aangeboren kennis verried <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>van
+koketterie, welke alle vrouwen bezitten van af haar eerste windselen
+tot aan haar bruidskleed. Louise scheen bovendien in het bijzonder de
+theorie der houdingen bestudeerd te hebben en nam voor Rodolphe, die
+haar met kunstenaarsoogen beschouwde, een reeks verleidelijke standen
+aan, die in hun gemaniereerdheid dikwijls meer gracieus dan natuurlijk
+waren: haar fijn geschoeide voetjes waren klein genoeg .... zelfs voor
+een romanticus, die Andalusische of Chineesche miniaturen als zijn
+ideaal beschouwt. Haar teere handen verrieden, dat zij niet aan werken
+gewoon waren. Inderdaad hadden zij in de laatste zes maanden de steken
+der naalden niet behoeven te vreezen. In het kort Louise was een van
+die trekvogeltjes, welke uit een gril en dikwijls uit noodzaak, haar
+nestje voor een dag of liever voor een nacht bouwen in de dakkamertjes
+van het Quartier latin en daar gaarne een paar dagen blijven, indien
+men ze door aardige invallen of zijden linten weet te binden.</p>
+<p>Na een uurtje met Louise gepraat te hebben, wees Rodolphe haar als
+een navolgenswaardig voorbeeld den groep van Amor en Psyche.</p>
+<p>&bdquo;Zijn dat niet Paul en Virginie?&rdquo; vroeg zij.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde Rodolphe, die haar niet dadelijk door
+een tegenspraak wilde krenken.</p>
+<p>&bdquo;Zij zijn goed nagemaakt,&rdquo; vond Louise.</p>
+<p>&bdquo;O je!&rdquo; dacht Rodolphe, terwijl hij haar aankeek,
+&bdquo;het arme kind is weinig bedreven in de litteratuur. Ik ben er
+zeker van, dat zij alleen op de hoogte is van de orthographie van het
+hart, die geen en of s in het meervoud schrijft. Ik zal een grammatica
+voor haar koopen.&rdquo;</p>
+<p>Toen Louise erover klaagde, dat haar schoenen haar knelden, hielp
+hij haar voorkomend bij het uittrekken.</p>
+<p>Plotseling ging het licht uit.</p>
+<p>&bdquo;Hè?&rdquo; riep Rodolphe uit, &bdquo;wie heeft de
+kaars uitgeblazen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb60" href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p>
+<p>Een vroolijke lach was het antwoord.</p>
+<p>Enkele dagen later kwam Rodolphe op straat een van zijn vrienden
+tegen.</p>
+<p>&bdquo;Wat voer je toch uit?&rdquo; vroeg deze hem. &bdquo;We zien
+je heelemaal niet meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik maak huiselijke <span class="corr" id="xd20e1644" title="Bron: poezie">po&euml;zie</span>,&rdquo; was Rodolphe&rsquo;s
+antwoord.</p>
+<p>De ongelukkige sprak de waarheid. Hij had aan Louise meer gevraagd
+dan het arme kind hem had kunnen geven. Als doedelzak had zij niet de
+tonen van een lier. Zij sprak, om zoo te zeggen, het patois der liefde
+en Rodolphe wilde er absoluut de salontaal van spreken. Daardoor
+begrepen zij elkaar nauwlijks.</p>
+<p>Acht dagen later ontmoette Louise in hetzelfde danslokaal, waar zij
+Rodolphe voor het eerst gezien had, een blonden jongen man, met wien
+zij verscheidene malen danste en die haar na afloop van het bal naar
+zijn kamer meenam.</p>
+<p>Het was een tweedejaarsstudent, die heel goed het proza van het
+pleizier sprak en mooie oogen en rinkelende zakken had.</p>
+<p>Louise vroeg hem papier en inkt en schreef Rodolphe den volgenden
+brief:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first">&bdquo;Reeken niet meer op mei, ik omhels je voor het
+laast. Adieu.</p>
+<p class="signed">Louise.&rdquo;</p>
+</div>
+<p>Toen Rodolphe &rsquo;s avonds bij zijn thuiskomst dien brief las,
+ging zijn licht plotseling uit.</p>
+<p>&bdquo;Kijk!&rdquo; zeide hij nadenkend, &bdquo;dat is de kaars, die
+ik den avond, dat Louise kwam, aangestoken heb: zij moest met onze
+liaison sterven. Als ik het vooruit geweten had, zou ik een langere
+genomen hebben,&rdquo; voegde hij er half spijtig, half boos bij en hij
+legde het briefje van zijn ma&icirc;tresse in een lade, die hij wel
+eens de catacomben van zijn liefde noemde. <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span></p>
+<p>Toen Rodolphe eenigen tijd later eens bij Marcel was, raapte hij, om
+zijn pijp aan te steken, een stuk papier van den grond op, waarop hij
+het schrift en de orthographie van Louise herkende.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb een autograaf van dezelfde hand,&rdquo; zeide hij tot
+zijn vriend; &bdquo;maar er staan in den mijne twee fouten minder dan
+in die van jou. Bewijst dat niet, dat zij meer van mij hield dan van
+jou?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat bewijst, dat je een idioot bent!&rdquo; antwoordde
+Marcel. &bdquo;Blanke schouders en blanke armen hebben geen grammatica
+van noode.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62"
+name="pb62">62</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1612" href="#xd20e1612src" name="xd20e1612">1</a></span> Greuze,
+volgens Diderot &bdquo;le peintre des familles et des honn&ecirc;tes
+gens&rdquo;, is bekend door zijn sentimenteel-kokette meisjesfiguren;
+Gavarni daarentegen gaf aan die koketterie een meer overmoedige
+uitdrukking.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e1675" class="label">Hoofdstuk IV.</h2>
+<h2 class="main">Ali-Rodolphe, of de Turk tegen wil en dank.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Door een ongastvrijen huisheer verbannen, leefde
+Rodolphe sedert eenigen tijd in meer dwalenden toestand dan de wolken
+en volmaakte zich, zoo goed hij kon, in de kunst zonder avondeten naar
+bed te gaan of te soupeeren zonder naar bed te gaan. Zijn kok heette
+het Toeval en hij logeerde meestal in het hotel: De Bloote Hemel.</p>
+<p>Twee dingen echter verlieten Rodolphe te midden van al zijn
+tegenspoeden nooit: zijn goed humeur en het manuscript van &bdquo;Le
+Vengeur&rdquo;, een drama, dat een lijdensweg door alle Parijsche
+schouwburgen gemaakt had.</p>
+<p>Op een goeden dag, toen Rodolphe ten gevolge van een al te
+fantastische danse macabre naar de &bdquo;nor&rdquo; gebracht was,
+stond hij plotseling tegenover een oom van hem, een zekeren mijnheer
+Monetti, kachelsmid, rookverdrijver en sergeant bij de garde nationale,
+dien hij in geen eeuwigheid gezien had.</p>
+<p>Geroerd door de tegenspoeden van zijn neef, beloofde oom Moretti
+zijn positie te verbeteren. Wij zullen zien hoe, als de lezer tenminste
+niet opziet tegen een zes verdiepingen hooge klimpartij.</p>
+<p>De leuning dus gepakt en naar boven. Oef! honderd vijf-en-twintig
+treden. Daar zijn we eindelijk boven. Nog een stap en wij zijn in de
+kamer, nog een en wij zouden er niet meer in zijn. Het is wat klein,
+maar het is hoog: en verder licht en lucht en uitzicht <span class="ex">first class</span>. <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span></p>
+<p>Het meubilair bestaat uit verschillende kachels in den vorm van een
+schoorsteen, twee haarden, spaarovens (vooral wanneer je er geen vuur
+in aanlegt), een dozijn aarden of ijzeren pijpen en een menigte
+verwarmingstoestellen; laten we, om den inventaris te sluiten, nog
+noemen, een aan twee in den muur geslagen spijkers bevestigde hangmat,
+een tuinstoel met een poot eraf, een kandelaar met een afdruipglaasje
+en verschillende andere kunst- en luxe voorwerpen.</p>
+<p>Het tweede vertrek, het balcon, wordt gedurende het mooie seizoen
+door twee in potten staande dwerg-cypressen in een park veranderd.</p>
+<p>Op het oogenblik, dat wij binnentreden, be&euml;indigt de bewoner
+van die heerlijkheid, een jonge als een Turk uit een op&eacute;ra
+comique gekleede jonge man, een maaltijd, waarbij hij, zooals de
+aanwezigheid van een ex-ham en een te voren volle flesch wijn verraadt,
+op snoode wijze de wet van den propheet schendt. Na afloop van den
+maaltijd strekt de jonge man zich op zijn Oostersch uit op den vloer en
+begint nonchalant een met J. G.<a class="noteref" id="xd20e1699src"
+href="#xd20e1699" name="xd20e1699src">1</a> gemerkte pijp te rooken.
+Terwijl hij zich geheel en al overgaf aan deze Aziatische
+gelukzaligheid, streelde hij van tijd tot tijd den rug van een
+prachtigen Newfoundlander, die ongetwijfeld die liefkoozing beantwoord
+zou hebben, als hij niet van terra cotta geweest was. Plotseling hoorde
+men op de gang geluid van stappen; de deur ging open en een man kwam
+binnen, die, zonder een woord te zeggen, recht op een der beide
+haarden, welke als secretaire dienst deed, toeliep, het deurtje van den
+oven openmaakte en er een rol papier uitnam, dat hij met groote
+aandacht ging lezen.</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; riep de pas binnengekomene met een sterk
+<span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>Piemonteesch accent; &bdquo;heb je dat hoofdstuk
+over de luchtgaten nog niet af?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk, oom,&rdquo; antwoordde de Turk,
+&bdquo;het hoofdstuk over de luchtgaten is een van de interessantste
+van uw boek en vereischt een nauwkeurige studie. Ik ben bezig het te
+bestudeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar, ellendeling, dat antwoordt je me iederen dag. En hoe
+ver ben je met het hoofdstuk over de vulkachels?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De vulkachel staat er goed voor. Maar van kachels gesproken,
+oom, als u me wat hout zoudt willen geven, zou ik er niets tegen
+hebben. Het is hier een klein Siberi&euml;. Ik heb het zoo koud, dat ik
+den thermometer zeker beneden nul zou laten dalen alleen door er naar
+te kijken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, heb je dien heelen takkebos al opgebruikt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk, oom, er zijn takkebossen en
+takkebossen, en de uwe was al heel klein.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal een kolengruisblok boven laten brengen. Dat bewaart de
+warmte.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daarom geeft het die zeker niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou dan,&rdquo; zeide de Piemontees weggaande, &bdquo;ik zal
+je wat talhout boven sturen. Maar morgen moet ik mijn hoofdstuk over de
+vulkachels hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wanneer ik vuur heb, zal ik daar beter vlam voor kunnen
+vatten,&rdquo; zeide de Turk, terwijl de Piemontees de deur aan den
+buitenkant sloot.</p>
+<p>Wanneer we een tragedie aan het schrijven waren, zou nu het
+oogenblik aangebroken zijn, om den vertrouwde te laten optreden. Hij
+zou Noureddin of Osman moeten heeten en op tegelijk bescheiden en
+beschermende wijze onzen held moeten naderen en hem zijn geheim
+ontlokken met deze verzen:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Quel funeste chagrin vous occupe, seigneur?</p>
+<p class="line">&Agrave; votre auguste front, pourquoi cette
+p&acirc;leur?</p>
+<p class="line">Allah se montre-t-il &agrave; vos desseins contraire?
+<span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span></p>
+<p class="line">Ou le farouche Ali, par un ordre
+s&eacute;vère,</p>
+<p class="line">A-t-il sur d&rsquo;autres bords, en apprenant vos
+v&oelig;ux,</p>
+<p class="line">&Eacute;loign&eacute; la beaut&eacute; qui sut charmer
+vos yeux<span class="corr" id="xd20e1741" title="Bron: .">?</span>&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">Maar wij schrijven geen tragedie, en moeten het dus,
+al hebben wij eigenlijk een vertrouwde dringend noodig, zonder hem
+stellen.</p>
+<p>Onze held is niet wat hij schijnt te zijn: de tulband maakt den Turk
+niet. Deze jonge man is onze vriend Rodolphe, die door zijn oom onder
+dak is gebracht, voor wien hij nu een &bdquo;Handboek voor den
+Volmaakten Rookverdrijver&rdquo; samenstelt. Mijnheer Monetti, die voor
+zijn kunst zeer geestdriftig was, had al zijn vrijen tijd gewijd aan de
+rookverdrijverij. Deze waardige Piemontees had voor zijn gebruik een
+stelregel gevonden, die bijna een pendant van dien van Cicero vormde,
+en in oogenblikken van grooten geestdrift riep hij uit:
+&bdquo;Nascuntur po&ecirc; .... liers&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1749src" href="#xd20e1749" name="xd20e1749src">2</a>. Op een
+goeden dag was deze waardige Piemontees, tot nut en stichting van de
+komende geslachten, op het denkbeeld gekomen een theoretischen codex te
+formuleeren van de grondbeginselen der kunst, in de praktische
+uitoefening waarvan hij uitblonk, en hij had, zooals wij gezien hebben,
+zijn neef uitverkoren, om zijn diepzinnige denkbeelden te gieten in een
+voor de menschheid begrijpelijken vorm. Rodolphe werd door hem gevoed,
+gelegerd enz<span class="corr" id="xd20e1752" title="Niet in bron">.</span> ... en zou na de voltooiing van het Handboek
+een gratificatie van honderd daalders krijgen.</p>
+<p>Om zijn neef tot werken aan te sporen, had Monetti hem in de eerste
+dagen edelmoedig een voorschot van vijftig francs gegeven. Maar
+Rodolphe, die al in een jaar zoo&rsquo;n groote som niet gezien had,
+was half waanzinnig van <span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>blijdschap in gezelschap van zijn
+daalders uitgegaan en bleef drie dagen onder water: den vierden kwam
+hij, van de zwaarte der looddeelen bevrijd, weer boven.</p>
+<p>Monetti, die vurig verlangde zijn Handboek af te zien, daar hij
+hoopte er een brevet voor te krijgen, was bang voor nieuwe escapades
+van zijn neef. Om hem tot werken te noodzaken en hem te beletten uit te
+gaan, nam hij hem zijn kleeren af en gaf hem daarvoor in de plaats het
+kostuum, waarin we hem zooeven hebben aangetroffen.</p>
+<p>Desniettegenstaande vorderde het beroemde Handboek slechts piano
+aan, daar Rodolphe te eenenmale de voor dit genre van litteratuur
+vereischte eigenschappen miste. De oom wreekte zich over die trage
+onverschilligheid ten opzichte der schoorsteenen door zijn neef een
+aantal kwellingen te laten ondergaan. Nu eens gaf hij hem slechts
+kleine maaltijden en meermalen liet hij hem zonder rooktabak.</p>
+<p>Op een Zondag brak Rodolphe, na bloed en inkt over het beroemde
+hoofdstuk der luchtgaten gezweet te hebben, zijn pen, die hem in de
+vingers brandde, in twee&euml;n en ging een wandeling maken in zijn
+park.</p>
+<p>Maar als om hem te plagen en zijn lust nog meer te prikkelen, kon
+hij nergens heen kijken, of hij zag voor ieder raam iemand zitten
+rooken.</p>
+<p>Op het vergulde balcon van een pasgebouwd huis kauwde een modegek in
+een kamerjapon tusschen zijn tanden een aristocratischen panatella. Een
+verdieping hooger joeg een artist den geurigen mist van Turksche tabak,
+die in een pijp met barnsteenen mondstuk brandde, voor zich uit. Voor
+het raam van een kroeg liet een dikke Duitscher zijn bier schuimen en
+blies met mechanischen regelmaat dikke wolken uit zijn Cudmer-pijp. Op
+straat kwamen zingend groepen werklieden met hun neuswarmers tusschen
+de lippen voorbij. En ook alle <span class="pagenum">[<a id="pb67"
+href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>andere voetgangers, die de
+straat vulden, rookten.</p>
+<p>&bdquo;Helaas!&rdquo; zuchtte Rodolphe, &bdquo;behalve ik en de
+schoorsteenen van mijn oom, rookt op dit oogenblik alles in de
+schepping.<span class="corr" id="xd20e1773" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>En met zijn voorhoofd op het hek van het balcon geleund, overdacht
+hij hoe bitter eigenlijk het leven was.</p>
+<p>Plotseling hoorde hij beneden zich een helderen, lang aangehouden
+lach. Rodolphe boog zich wat voorover, om te zien, vanwaar die
+uitbarsting van vreugde kwam, en hij bemerkte, dat hij opgemerkt was
+door de bewoonster van de verdieping beneden hem: mademoiselle Sidonie,
+de jeune première van het Th&eacute;&acirc;tre du
+Luxembourg.</p>
+<p>Mademoiselle Sidonie kwam nu buiten op haar balcon en rolde met
+Castiliaansche handigheid lichte tabak, dien zij uit een geborduurden
+fluweelen tabakszak nam, in een blaadje dun papier.</p>
+<p>&bdquo;Wat een mooie tabakszak,&rdquo; mompelde Rodolphe met
+contemplatieve bewondering.</p>
+<p>&bdquo;Wie is die Ali-Baba?&rdquo; dacht op haar beurt mademoiselle
+Sidonie.</p>
+<p>En zij zon op een voorwendsel om een gesprek aan te knoopen met
+Rodolphe, die van zijn kant niets liever wilde.</p>
+<p>&bdquo;Lieve God!&rdquo; riep mademoiselle Sidonie uit, alsof zij
+tegen zichzelf sprak, &bdquo;wat vervelend toch, nu heb ik geen
+lucifers.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mademoiselle, wilt u mij toestaan u er een paar aan te
+bieden?&rdquo; vroeg Rodolphe, terwijl hij een paar lucifers in een
+papiertje wikkelde en op het balcon liet vallen.</p>
+<p>&bdquo;Dank u zeer!&rdquo; antwoordde Sidonie, terwijl zij haar
+sigaret aanstak.</p>
+<p>&bdquo;Mademoiselle ....&rdquo; ging Rodolphe voort, &bdquo;zou ik u
+in ruil voor den kleinen dienst, dien mijn goede engel mij toegestaan
+heeft u te bewijzen, u mogen vragen?...&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wat! Begint hij nu al te vragen!&rdquo; dacht Sidonie,
+terwijl zij Rodolphe wat belangstellender opnam. &bdquo;O, die Turken!
+Men zegt, dat zij wispelturig zijn, maar wel gezellige menschen. Spreek
+mijnheer!&rdquo; zeide zij, terwijl zij naar Rodolphe opkeek;
+&bdquo;wat wilt u?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, mademoiselle, in naam der Christelijke barmhartigheid
+smeek ik u om wat tabak: in geen twee dagen heb ik gerookt. E&eacute;n
+pijp maar ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Met alle genoegen, mijnheer .... Maar hoe moet ik dat doen?
+Neem de moeite om even een verdieping lager te komen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Helaas, dat is mij niet mogelijk .... Ik ben opgesloten, maar
+mij blijft nog de vrijheid om een eenvoudig middel te
+gebruiken.&rdquo;</p>
+<p>En hij bond zijn pijp aan een touwtje en liet haar zakken op het
+balcon, waar mademoiselle Sidonie haar eigenhandig goed vol stopte,
+waarna Rodolphe haar, d. w. z. de pijp, weer langzaam en voorzichtig
+opheesch, wat zonder ongeval gelukte.</p>
+<p>&bdquo;O, mademoiselle,&rdquo; zeide hij tot Sidonie, &bdquo;wat zou
+die pijp mij nog lekkerder smaken, indien ik ze aan het vuur van uw
+oogen had kunnen aansteken.&rdquo;</p>
+<p>Deze aardige vleierij beleefde nu minstens haar honderdsten druk,
+maar mademoiselle Sidonie vond ze desniettemin prachtig.</p>
+<p>&bdquo;U vleit me,&rdquo; meende ze te moeten antwoorden.</p>
+<p>&bdquo;Ah, mademoiselle, ik verzeker u, dat u mij even bevallig
+toeschijnt als de drie Grati&euml;n!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ali Baba is beslist zeer galant,&rdquo; dacht Sidonie ....
+&bdquo;Bent u werkelijk een Turk?&rdquo; vroeg zij dan aan
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Niet uit roeping,&rdquo; antwoordde hij, &bdquo;maar
+<span class="ex">vi coactus</span>;<a class="noteref" id="xd20e1824src"
+href="#xd20e1824" name="xd20e1824src">3</a> ik ben dramatisch auteur,
+madame.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En ik dramatische artiste,&rdquo; antwoordde Sidonie.</p>
+<p>Dan liet zij erop volgen:</p>
+<p>&bdquo;Wilt u, waarde buurman, mij de eer aandoen bij mij te komen
+dineeren en verder den avond door te brengen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Helaas, mademoiselle, hoewel deze uitnoodiging den hemel voor
+mij opent, is het mij niet mogelijk haar aan te nemen. Zooals ik reeds
+de eer gehad heb u te zeggen, ben ik achter slot en grendel gezet door
+mijn oom, mijnheer Monetti, kachelsmid en rookverdrijver, wiens
+secretaris ik op dit oogenblik ben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En toch zult u met mij dineeren,&rdquo; antwoordde Sidonie;
+&bdquo;let goed op: ik ga in mijn kamer en zal tegen mijn plafond
+kloppen. Op de plek, waar ik klop, moet u kijken, en u zult daar de
+sporen vinden van een kijkgat<a id="xd20e1839" name="xd20e1839"></a>,
+een <span class="ex">judas</span>, dat daar vroeger was, maar nu sedert
+lang dicht gespijkerd is: tracht het stuk hout, dat het gat afsluit, te
+verwijderen, dan zullen we, hoewel ieder bij ons thuis, zoo goed als
+samen zijn ....&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe zette zich dadelijk aan het werk. Na vijf minuten was er
+een verbinding tusschen de twee kamers tot stand gebracht.</p>
+<p>&bdquo;Helaas!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;het gat is wel klein,
+maar er is toch nog altijd ruimte genoeg, om u mijn hart er doorheen te
+kunnen reiken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En nu,&rdquo; zeide Sidonie, &bdquo;gaan we eten. Dek bij je,
+dan zal ik u den schotel geven.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe liet aan een touwtje zijn tulband neer en heesch die,
+gevuld met eetwaren, weer op; daarna begonnen de dichter en de artiste
+samen, ieder aan zijn kant, te eten. Met zijn mond verslond Rodolphe de
+pastei, met zijn oogen mademoiselle Sidonie.</p>
+<p>&bdquo;Mademoiselle!&rdquo; zeide Rodolphe na afloop van het diner;
+&bdquo;dank zij u, is mijn maag thans bevredigd. Zoudt u niet eveneens
+den geeuwhonger van mijn <span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span>hart, dat reeds zoo lang gevast
+heeft, willen stillen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Arme jongen!&rdquo; zuchtte Sidonie.</p>
+<p>Dit zeggende, klom zij op een stoel en bracht tot aan de lippen van
+Rodolphe haar hand, die deze met kussen bedekte.</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; riep de jonge man uit; &bdquo;hoe jammer dat u
+niet kunt doen als de Heilige Dionysius, die het recht had zijn hoofd
+in zijn handen te dragen.<span class="corr" id="xd20e1862" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>Na het diner ontspon zich een erotisch-litterair gesprek. Rodolphe
+sprak over zijn &bdquo;Vengeur&rdquo; en mademoiselle vroeg hem haar
+het stuk voor te lezen. Over den rand van het gat gebogen, begon
+Rodolphe zijn drama voor te dragen voor de actrice, die, om beter te
+kunnen hooren, was gaan zitten op een fauteuil, welken zij op haar
+commode gezet had. Mademoiselle Sidonie vond &bdquo;Le Vengeur&rdquo;
+een meesterstuk en beloofde, daar zij in den schouwburg, waaraan zij
+verbonden was, tevens de eerste viool speelde, Rodolphe, dat zij zou
+zorgen, dat zijn stuk zou worden aangenomen.</p>
+<p>Juist op het teederste oogenblik werd het gesprek gestoord door oom
+Monetti, wiens stap, licht als die van den <span class="ex">commandeur</span>,<a class="noteref" id="xd20e1873src" href="#xd20e1873" name="xd20e1873src">4</a> op den corridor klonk. Rodolphe
+had nog slechts juist den tijd, om den judas te sluiten.</p>
+<p>&bdquo;Daar!&rdquo; zeide Monetti tot zijn neef, &bdquo;hier heb je
+een brief, die je nu al een maand achterna loopt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat eens zien!&rdquo; zeide Rodolphe. &bdquo;Oom!&rdquo;
+riep hij na het lezen uit; &bdquo;oom, ik ben rijk! Deze brief meldt
+me, dat ik een prijs van driehonderd francs gekregen heb van een
+<span lang="fr">Acad&eacute;mie de Jeux floraux</span>.<a class="noteref" id="xd20e1886src" href="#xd20e1886" name="xd20e1886src">5</a>
+Geef me gauw <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span>mijn jas en mijn bagage. Ik wil mijn lauweren gaan
+plukken. Men wacht mij op het Capitool!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En mijn hoofdstuk over de luchtgaten?&rdquo; vroeg Monetti
+koud.</p>
+<p>&bdquo;Maar oom, die trekken nu niet meer! Geef me mijn kleeren. Ik
+kan in dit costuum niet op straat komen ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je gaat niet weg voor mijn Handboek af is,&rdquo; zeide zijn
+oom, terwijl hij Rodolphe weer achter slot en grendel sloot.</p>
+<p>Toen hij weer alleen was, aarzelde Rodolphe niet lang over wat hem
+te doen stond .... Hij bond een beddelaken, dat hij handig in een
+touwladder gemetamorphoseerd had, stevig aan zijn balcon en liet zich
+ondanks het gevaarlijke van de expeditie, met behulp van dien
+ge&iuml;mproviseerden ladder op het balcon van mademoiselle Sidonie
+zakken.</p>
+<p>&bdquo;Wie is daar?&rdquo; riep deze uit, toen zij Rodolphe tegen de
+ruiten hoorde tikken.</p>
+<p>&bdquo;Sstt!&rdquo; antwoordde hij; &bdquo;doe open ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat wilt u? Wie bent u?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe kunt ge dat nog vragen? Ik ben de dichter van Le Vengeur,
+en ik kom mijn hart halen, dat ik door den judas in uw kamer heb laten
+vallen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Rampzalige!&rdquo; zeide de actrice; &bdquo;je hadt dood
+kunnen vallen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Luister, Sidonie ....&rdquo; ging Rodolphe voort en liet haar
+den brief zien, dien hij pas gekregen had. &bdquo;Zooals je ziet,
+lachen de fortuin en de roem mij toe .... Moge de liefde dat ook
+doen!&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den volgenden ochtend kon Rodolphe, dank zij een heerencostuum, dat
+Sidonie hem gegeven had, uit het huis van zijn oom ontsnappen .... Zijn
+eerste tocht was naar den vertegenwoordiger der <span lang="fr">Acad&eacute;mie des Jeux floraux</span>, om een gouden hondsroos
+in ontvangst te nemen <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72"
+name="pb72">72</a>]</span>ter waarde van honderd daalders, die bijna
+zoo lang leefden als de rozen plegen te leven.</p>
+<p>Een maand later kreeg mijnheer Monetti van zijn neef een
+uitnoodiging voor de première van &bdquo;Le Vengeur&rdquo;. Dank
+zij het talent van mademoiselle Sidonie beleefde het stuk zeventien
+voorstellingen en bracht den schrijver veertig francs op.</p>
+<p>Eenigen tijd later&mdash;het was toen zomer&mdash;woonde Rodolphe in
+de Avenue Saint-Cloud, boom No. 3 links van het Bois de Boulogne, tak
+No. 5. <span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1699" href="#xd20e1699src" name="xd20e1699">1</a></span> Het
+fabriekstempel J. G. vindt men op kleine aarden pijpen, die voor twee
+sous verkrijgbaar zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1749" href="#xd20e1749src" name="xd20e1749">2</a></span>
+Cicero&rsquo;s uitdrukking was: Nascuntur poetae (Dichters worden
+geboren). Po&ecirc;lier, beteekent kachelsmid, rookverdrijver.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1824" href="#xd20e1824src" name="xd20e1824">3</a></span> Door
+geweld gedwongen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1873" href="#xd20e1873src" name="xd20e1873">4</a></span> Persoon
+uit <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5130">don Juan</a>, die steeds
+geharnast was en dus zeer zwaar liep.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1886" href="#xd20e1886src" name="xd20e1886">5</a></span>
+Letterkundige wedstrijden, waarbij de winnaars een gouden bloem,
+meestal een roos, krijgen.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e1927" class="label">Hoofdstuk V.</h2>
+<h2 class="main">De Carolusdaalder.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Tegen het einde van December kreeg het personeel van
+de firma Bidault<a class="noteref" id="xd20e1933src" href="#xd20e1933"
+name="xd20e1933src">1</a> een honderd uitnoodigingsbrieven te bezorgen,
+waarvan hier een trouwe en eensluidende copie volgt:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first salute">&bdquo;Mijnheer,</p>
+<p>De heeren Rodolphe en Marcel verzoeken u hun de eer te bewijzen
+Zaterdag a. s., den dag v&ograve;&ograve;r Kerstmis, den avond bij hen
+door te brengen. Er zal gelachen worden.</p>
+<p>P.S. Wij leven slechts eens in deze wereld!!&rdquo;</p>
+</div>
+<p>Programma van het feest.</p>
+<p>Zeven uur: Opening der salons; levendig en geanimeerd discours.</p>
+<p>Acht uur: Entr&eacute;e en wandeling door de salons van de geestige
+auteurs van de door het Od&eacute;on geweigerde com&eacute;die:
+&bdquo;De barende berg.&rdquo;</p>
+<p>Acht en een half uur: &bdquo;De invloed van het blauw in de
+kunsten&rdquo;, nabootsende symphonie, voor te dragen door den
+beroemden pianist-componist Alexandre Schaunard.</p>
+<p>Negen uur: Eerste lezing van de verhandeling over de afschaffing van
+de straf van het treurspel. <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" name="pb74">74</a>]</span></p>
+<p>Negen en een half uur: Dispuut tusschen den hyperphysischen wijsgeer
+Gustave Colline en mijnheer Alexandre Schaunard over vergelijkende
+philosophie en meta-politiek. Om iedere lichamelijke botsing tusschen
+de twee tegenstanders te vermijden, worden ze beiden vastgebonden.</p>
+<p>Tien uur<span class="corr" id="xd20e1959" title="Bron: .">:</span>
+De heer Tristan, letterkundige, zal zijn eerste liefde vertellen.
+Alexandre Schaunard zal hem daarbij op den piano begeleiden.</p>
+<p>Tien en een half uur: Tweede lezing van de verhandeling over de
+afschaffing van de straf van het treurspel.</p>
+<p>Elf uur<span class="corr" id="xd20e1967" title="Bron: .">:</span>
+Voordracht over een jacht op casuarissen door een buitenlandschen
+prins.</p>
+<p>Tweede Deel.</p>
+<p>Twaalf uur: Marcel, historieschilder, zal zich laten blinddoeken, en
+met krijt de ontmoeting van Napoleon en Voltaire in de
+Champs-Elys&eacute;es op het doek improviseeren. Rodolphe zal eveneens
+een parallel improviseeren tusschen den schepper van
+&bdquo;Za&iuml;re&rdquo; en dien van den slag bij Austerlitz.</p>
+<p>Twaalf en een half uur: Nabootsing van de athletische spelen der 4de
+Olympiade door Gustave Colline in een kuisch
+d&eacute;shabill&eacute;.</p>
+<p>Een uur: Derde lezing van de verhandeling over de afschaffing van de
+straf van het treurspel en collecte ten bate van de tragische dichters,
+die in de toekomst broodeloos zullen zijn.</p>
+<p>Twee uur: Begin der gezelschapspelen en samenstelling der
+quadrilles, die tot in den ochtend zullen worden voortgezet.</p>
+<p>Zes uur! Zonsopgang en slotkoor.</p>
+<p>Gedurende den geheelen duur van het feest zullen de ventilatoren
+werken.</p>
+<p>N. B. Ieder, die verzen zal willen lezen of voordragen, <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" name="pb75">75</a>]</span>wordt
+onmiddellijk uit de salons verwijderd en aan de politie overgeleverd;
+men wordt ook verzocht geen stukjes kaars mede te nemen.&rdquo;</p>
+<p>Twee dagen later circuleerden exemplaren van dien brief in de
+onderste lagen der litteratuur- en kunstwereld, en veroorzaakten daar
+niet weinig opzien.</p>
+<p>Onder de genoodigden waren er echter eenigen, die de door de beide
+vrienden voorgespiegelde heerlijkheden in twijfel trokken.</p>
+<p>&bdquo;Ik vertrouw het zaakje niet heelemaal,&rdquo; zeide een van
+die twijfelaars; &bdquo;ik ben een paar maal op de Woensdagen van
+Rodolphe in de Rue de la Tour-d&rsquo;Auvergne geweest, je kon er
+onmogelijk zitten en je dronk er een weinig gefiltreerd water uit bij
+elkaar gescharrelde potten en pannen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ditmaal,&rdquo; zeide een ander, &bdquo;moet het echter
+bittere ernst zijn. Marcel heeft mij een plan van het heele feest laten
+zien, en dat belooft een magisch effect.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Komen er ook dames?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker Ph&eacute;mie Klad heeft gevraagd koningin van het
+feest te mogen zijn en Schaunard zal dames uit de groote wereld
+medebrengen.&rdquo;</p>
+<p>De oorsprong van dit feest, dat een zoo groote beroering in de
+Bohème-wereld, die aan gene zijde van de bruggen woont,
+veroorzaakte, was in het kort als volgt. Een jaar geleden ongeveer
+hadden Marcel en Rodolphe dit schitterende galafeest aangekondigd, dat
+steeds Zaterdag aanstaande moest plaats hebben; doch ten gevolge van
+allerlei moeilijke omstandigheden hadden zij reeds twee-en-vijftig maal
+dat &bdquo;aanstaande&rdquo; <span class="corr" id="xd20e2003" title="Bron: moet">moeten</span> verzetten, zoodat het eindelijk zoo ver
+gekomen was, dat de beide vrienden hun neus niet buiten de deur konden
+steken, zonder een stekelige opmerking te hooren van hun vrienden,
+waarvan er sommigen zelfs indiscreet genoeg waren om krachtig tegen
+zoo&rsquo;n manier van doen te protesteeren. <span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span>Daar de
+zaak langzamerhand op een fopperij begon te lijken, besloten de beide
+vrienden er een eind aan te maken, door zich van de verplichtingen, die
+zij op zich genomen hadden, te kwijten, en hadden zij derhalve de boven
+vermelde uitnoodiging verzonden.</p>
+<p>&bdquo;Nu kunnen we niet meer terug,&rdquo; had Rodolphe gezegd;
+&bdquo;we hebben onze schepen achter ons verbrand; we hebben nu nog
+acht dagen voor ons om de honderd francs te vinden, die we, om een
+dragelijk figuur te maken, beslist noodig hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als we ze noodig hebben, zullen we ze wel krijgen ook,&rdquo;
+was Marcels antwoord geweest. En met het verwaten vertrouwen, dat zij
+hadden in het toeval, sliepen de twee vrienden in, vast overtuigd, dat
+hun honderd francs reeds op weg waren: den weg van het onmogelijke.</p>
+<p>Doch toen den Donderdagavond voor het feest nog niets gearriveerd
+was, vond Rodolphe, dat het toch maar veiliger was het toeval een
+handje te helpen, wilden zij niet met beschaamde kaken staan, wanneer
+het uur sloeg om de kaarsen aan te steken. Voor het gemak wijzigden de
+beide vrienden langzamerhand de overdadige weelde van het door hen
+ontworpen programma.</p>
+<p>Door die verschillende wijzigingen, o. a. het schrappen van het
+artikel: Gebak, het zorgvuldig herzien en verminderen van het artikel:
+Ververschingen, werd het totaal der onkosten tot vijftien francs
+teruggebracht.</p>
+<p>Daarmede was het vraagstuk echter wel eenvoudiger gemaakt, doch niet
+opgelost.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;nu moeten we tot de
+uiterste middelen overgaan. We kunnen ditmaal in geen geval weer den
+datum verzetten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Beslist onmogelijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wanneer heb ik het laatst het verhaal van den slag bij
+Studzianka<a class="noteref" id="xd20e2025src" href="#xd20e2025" name="xd20e2025src">2</a> gehoord?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Een paar maanden geleden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Twee maanden, prachtig, dat is een fatsoenlijke termijn; mijn
+oom kan zich waarachtig niet beklagen. Ik zal me morgen dan den slag
+bij Studzianka maar weer eens laten vertellen. Dat is vijf francs, die
+zeker binnenkomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En ik,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;zal een Burchtru&iuml;ne
+aan den ouden M&eacute;dicis gaan verkoopen. Dat maakt ook vijf francs
+en als ik tijd heb, om er nog drie torentjes en een molen bij te
+kladden, misschien wel tien; dan zijn we aan ons budget.&rdquo;</p>
+<p>En de twee vrienden gingen slapen en droomden, dat de prinses van
+Belgiojoso hun verzocht hun ontvangdagen te verzetten, om haar haar
+meest geziene gasten niet te ontnemen.</p>
+<p>Den volgenden ochtend stond Marcel vroeg op, spande een nieuw doek
+en begon met ijver aan den bouw van een Burchtru&iuml;ne, een artikel,
+dat hem steeds door een antiquiteiten-schacheraar op de place du
+Carrousel gevraagd werd. Intusschen ging Rodolphe een bezoek brengen
+aan zijn oom Monetti, die een matador was in het verhalen van den
+terugtocht uit Rusland, en aan wien Rodolphe vijf of zes maal per jaar,
+n.l. wanneer de geldnood erg nijpte, de voldoening schonk zijn
+veldtochten te vertellen in ruil voor een leening van wat geld, waartoe
+de veteraan-kachelsmid-rookverdrijver wel over te halen was, indien men
+bij het luisteren naar zijn verhalen slechts veel geestdrift wist te
+toonen.</p>
+<p>Tegen twee uur ontmoette Marcel, die met gebogen hoofd en een doek
+onder zijn arm op de place du Carrousel liep, daar Rodolphe, die van
+zijn oom kwam; zijn geheele houding wees op slechte berichten.</p>
+<p>&bdquo;Nou,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;ben je geslaagd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, mijn oom is vandaag het museum in Versailles gaan
+kijken. En jij?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78"
+name="pb78">78</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Die schaapskop van een M&eacute;dicis wil geen
+Burchtru&iuml;nes meer; hij heeft me een Bombardement van Tanger
+gevraagd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Onze reputatie is naar de maan, als we ons feest niet
+geven,&rdquo; mompelde Rodolphe. &bdquo;Wat moet onze vriend, de
+invloedrijke criticus, wel denken, als ik hem voor niets een witte das
+en gele handschoenen laat aantrekken?&rdquo;</p>
+<p>Ten prooi aan groote onrust gingen zij beiden naar het atelier
+terug.</p>
+<p>Op dat oogenblik sloeg het op de pendule van een buurman vier
+uur.</p>
+<p>&bdquo;Wij hebben nog maar drie uur voor ons,&rdquo; zeide
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; riep Marcel, terwijl hij vlak bij zijn vriend
+kwam staan, &bdquo;ben je er wel zeker van, dat er hier geen geld over
+is?....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Noch hier, noch elders. Waar zou dat saldo vandaan moeten
+komen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als we eens onder de meubels zochten .... in de fauteuils?
+Men beweert immers, dat de emigranten ten tijde van Robespierre hun
+geld verstopten. Wie weet!... Onze fauteuil is misschien het eigendom
+van een emigrant geweest; en bovendien is hij z&ograve;&ograve; hard,
+dat ik al eens meer gedacht heb, dat er metalen in zitten ... zouden we
+niet eens tot een lijkschouwing overgaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is iets voor een klucht,&rdquo; antwoordde Rodolphe op
+een toon, waarin tegelijk ernst en toegeeflijkheid lag.</p>
+<p>Plotseling stiet Marcel, die zijn opgravingen in alle hoeken van het
+atelier had voortgezet, een luiden triomfkreet uit.</p>
+<p>&bdquo;Wij zijn gered!&rdquo; riep hij uit; &bdquo;ik wist wel, dat
+hier geldswaarde verborgen lag. Kijk maar!&rdquo; en hij liet Rodolphe
+een geldstuk zien, zoo groot als een daalder en half verteerd door
+roest en kopergroen.</p>
+<p>Het was een munt uit het tijdvak der Karolingers en <span class="pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>niet
+zonder eenige kunstwaarde. Op het gelukkigerwijze gespaard gebleven
+inschrift kon men het jaartal van Karel den Groote lezen.</p>
+<p>&bdquo;Dat ding is nauwlijks dertig sous waard,&rdquo; zeide
+Rodolphe met een minachtenden blik op de vondst van zijn vriend.</p>
+<p>&bdquo;Dertig sous, goed gebruikt, kunnen veel uitwerken,&rdquo;
+antwoordde Marcel. &bdquo;Met twaalfhonderd man heeft Napoleon
+tienduizend Oostenrijkers verslagen. Handigheid weegt tegen het getal
+op. Ik ga dadelijk den Carolusdaalder bij den ouden M&eacute;dicis
+wisselen. Is er hier nog niet iets verkoopbaars? Waarachtig, als ik het
+gipsafgietsel van het scheenbeen van Jaconowski, den Russischen
+tamboer-majoor, eens meenam? Dat zou heel wat in het laadje
+brengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem het scheenbeen maar mee. Maar prettig is het
+allesbehalve. We hebben nu geen enkel kunstvoorwerp meer
+over.&rdquo;</p>
+<p>Tijdens Marcels afwezigheid ging Rodolphe, vast besloten de
+soir&eacute;e, het mocht kosten wat het wilde, te geven, naar zijn
+vriend Colline, den hyperphysischen wijsgeer, die vlak in de buurt
+woonde.</p>
+<p>&bdquo;Ik kom je verzoeken,&rdquo; zeide hij tegen hem, &bdquo;mij
+een dienst te bewijzen. In mijn qualiteit van gastheer moet ik beslist
+een rok hebben, en .... ik heb er geen .... leen me de jouwe
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; merkte Colline op, &bdquo;in mijn qualiteit van
+gast heb ik mijn rok ook noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik sta je toe in gekleede jas te komen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb nooit een gekleede jas gehad, dat weet je even goed
+als ik.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Enfin, luister eens, we kunnen ook op een andere manier de
+zaak in orde brengen; jij zoudt niet op mijn soir&eacute;e kunnen
+verschijnen en me je rok leenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is wel beroerd, maar dat gaat niet; ik sta op het
+programma en kan dus niet ontbreken.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Er zal nog heel wat meer ontbreken,&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;Leen me je rok, en wanneer je beslist komen wilt, kom dan,
+zooals je het zelf het beste vindt.... voor mijn part in je hemdsmouwen
+.... dan kan je voor een trouwen dienaar doorgaan ...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat gaat niet,&rdquo; zeide Colline blozend. &bdquo;Ik zal
+mijn notenkleurige paletot aantrekken. Maar het heele zaakje is per
+slot van rekening een beroerde boel.&rdquo;</p>
+<p>En toen hij merkte, dat Rodolphe zich reeds van zijn beroemde rok
+meester gemaakt had, riep hij tegen hem:</p>
+<p>&bdquo;Maar wacht toch even .... Er zitten nog een paar kleinigheden
+in.&rdquo;</p>
+<p>De rok van Colline is een nadere beschouwing waard. In de eerste
+plaats was die rok volmaakt groen, en alleen uit gewoonte sprak Colline
+van zijn zwarte rok. En daar hij op dat oogenblik de eenige van de
+geheele troep was, die een rok bezat, hadden ook zijn vrienden de
+gewoonte aangenomen, om, wanneer zij van het officieele kleedingstuk
+van den wijsgeer spraken, zich te bedienen van de uitdrukking: de
+zwarte rok van Colline. Bovendien had dat beroemde kleedingstuk een
+zeer bijzonderen vorm, den meest bizarren, dien men zich denken kan: de
+zeer lange panden zaten n.l. aan een zeer korte taille en hadden twee
+zakken, ware afgronden, waarin Colline gewoon was een paar dozijn
+boeken, die hij altijd en eeuwig bij zich had, te bergen, wat zijn
+vrienden deed zeggen, dat de schrijvers en geleerden in den tijd, dat
+de bibliotheken gesloten waren, inlichtingen konden gaan inwinnen in de
+panden van Colline&rsquo;s rok, een bibliotheek, die steeds geopend
+was.</p>
+<p>Bij uitzondering bevatte Colline&rsquo;s rok dien dag slechts een
+quarto-deel van Bayle, een verhandeling over hyperphysische krachten in
+drie deelen, een deel Condillac, twee deelen Swedenborg en Pope&rsquo;s
+&bdquo;Essai over den mensch.&rdquo; Eerst toen hij zijn
+zak-bibliotheek had leeggeruimd, <span class="pagenum">[<a id="pb81"
+href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>stond hij Rodolphe toe den rok
+aan te trekken.</p>
+<p>&bdquo;Hè,&rdquo; zeide deze, &bdquo;de linkerzak is nog
+aardig zwaar; je hebt er zeker nog iets in gelaten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is waar ook,&rdquo; zeide Colline, &bdquo;ik heb vergeten
+den vreemde-talen-zak leeg te maken.<span class="corr" id="xd20e2114"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span> En hij haalde er twee Arabische
+grammatica&rsquo;s uit, een Maleisch woordenboek en een
+&bdquo;Volmaakte veedrijver&rdquo; in het Chineesch, zijn geliefkoosde
+lectuur.</p>
+<p>Toen Rodolphe weer thuis kwam, was Marcel met drie vijf francstukken
+aan het schijfwerpen. Het eerste oogenblik stiet Rodolphe de hand, die
+zijn vriend hem toestak, weg: hij geloofde aan een misdaad.</p>
+<p>&bdquo;Laten we ons haasten,&rdquo; zeide Marcel .... &bdquo;We
+hebben de benoodigde francs bijeen... Luister, hoe ik eraan gekomen
+ben: Bij den ouden M&eacute;dicis trof ik een verzamelaar van
+antiquiteiten aan. Toen hij mijn munt zag, viel hij bijna flauw: dat
+was de eenige, die nog aan zijn collectie ontbrak. Hij had al in alle
+landen laten zoeken, om die leemte aan te vullen, en had reeds alle
+hoop op succes verloren. Hij aarzelde, toen hij mijn Carolusdaalder
+goed bekeken had, dan ook geen oogenblik om mij vijf francs te bieden.
+M&eacute;dicis stiet mij met zijn elleboog aan, zijn blik vulde de rest
+aan. Hij wilde daarmede zeggen: &bdquo;Laten we de buit samen deelen,
+dan bied ik hooger!&rdquo; We zijn tot dertig francs gekomen. Daarvan
+heb ik er vijftien aan den Jood gegeven, en hier is de rest. Nu kunnen
+onze gasten komen; wij zijn nu in staat om hun oogen te verblinden.
+Maar hoe kom jij aan dien rok?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;dien heb ik van Colline
+geleend.&rdquo; En toen hij zijn zakdoek uit zijn zak wilde halen, liet
+hij een klein deeltje Mandsjoesch vallen, dat in den vreemde-talen-zak
+was blijven zitten.</p>
+<p>De beide vrienden gingen nu dadelijk aan het werk. Het atelier werd
+in orde gebracht, de kachel aangemaakt; een met kaarsen voorziene
+schilderijlijst hingen ze bij <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>wijze van kroonluchter aan den
+zolder; een bureau, dat als katheder voor de sprekers dienst moest
+doen, werd midden in het atelier geplaatst; daarvoor zetten zij hun
+eenigen fauteuil, waarop de invloedrijke criticus moest zitten, terwijl
+zij op een tafel alle aanwezige boeken: romans, gedichten en
+feuilletons, waarvan de schrijvers de soir&eacute;e met hun
+tegenwoordigheid zouden vereeren, neerlegden. Ten einde alle mogelijke
+botsingen tusschen de verschillende vari&euml;teiten letterkundigen te
+vermijden, was het atelier verdeeld in vier afdeelingen, aan den ingang
+waarvan men op inderhaast vervaardigde borden lezen kon:</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td>Dichters</td>
+<td>Romantici</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Prozaschrijvers</td>
+<td>Classici</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>Voor de dames was een ruimte in het midden vrijgelaten.</p>
+<p>&bdquo;Alles is in orde, maar er ontbreken stoelen,&rdquo; zeide
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; antwoordde Marcel, &bdquo;er staan er verscheidene
+op het trapportaal, maar die staan vast aan den muur. Als we die eens
+los maakten!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zal wel dienen,&rdquo; meende Rodolphe, terwijl hij zich
+meester ging maken van de stoelen, die aan den een of anderen buurman
+behoorden.</p>
+<p>Het sloeg zes uur; de twee vrienden gingen vlug dineeren en kwamen
+weer gauw terug, om met de verlichting der salons te beginnen. Om zeven
+uur kwam Schaunard, vergezeld door drie dames, die haar diamanten en
+hoeden bij vergissing thuis gelaten hadden. Een van haar had een rooden
+omslagdoek met zwarte vlekken om. Schaunard maakte Rodolphe op haar
+speciaal opmerkzaam.</p>
+<p>&bdquo;Dat is een echte vrouw van de wereld,&rdquo; zeide hij,
+&bdquo;een Engelsche, die door den val der Stuarts in ballingschap
+<span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>is moeten gaan; zij leeft zeer eenvoudig en
+bescheiden van wat haar Engelsche lessen haar opbrengen. Haar vader is
+onder Cromwell kanselier geweest, zooals zij mij verteld heeft; je moet
+beleefd tegen haar zijn en haar niet te veel tutoyeeren.&rdquo;</p>
+<p>Inmiddels lieten zich op de trap talrijke stappen hooren&mdash;de
+gasten kwamen; zij waren erg verbaasd, toen zij vuur in den kachel
+zagen.</p>
+<p>Rodolphe&rsquo;s rok ging de dames tegemoet en kuste haar met
+achttiende-eeuwsche gratie de hand; toen er ongeveer twintig gasten
+waren, vroeg Schaunard, of er nog niets rondgediend moest worden.</p>
+<p>&bdquo;Dadelijk,&rdquo; antwoordde Marcel; &bdquo;we wachten op de
+komst van den invloedrijken criticus, om den punch aan te
+steken.&rdquo;</p>
+<p>Om acht uur waren alle genoodigden aanwezig, waarna een aanvang met
+het programma gemaakt werd. Tusschen de verschillende nummers werden er
+ververschingen aangeboden; wat, daar is men nooit precies achter kunnen
+komen.</p>
+<p>Tegen tien uur zag men het gele vest van den invloedrijken criticus
+verschijnen; hij bleef maar een uur en was matig in het gebruik der
+&bdquo;ververschingen&rdquo;.</p>
+<p>Toen er tegen middernacht geen hout meer was en het aardig koud
+begon te worden, lootten de gasten, die zaten, wie zijn stoel in het
+vuur zou werpen.</p>
+<p>Om een uur stond iedereen.</p>
+<p>Toch bleef er onder de gasten een aangename, opgewekte stemming
+heerschen. Er viel geen enkel ongeval te betreuren, behalve een
+winkelhaak in den vreemde-talen-zak van Colline&rsquo;s rok en een
+klap, dien Schaunard aan de dochter van den kanselier van Cromwell
+toediende.</p>
+<p>Acht dagen lang was deze gedenkwaardige soir&eacute;e het onderwerp
+van gesprek in het stadsdeel; en Ph&eacute;mie <span class="pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>Klad,
+die de koningin van het feest geweest was, placht, wanneer zij er met
+haar vriendinnen over sprak, te zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Het was er prachtig; er waren zelfs waskaarsen.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1933" href="#xd20e1933src" name="xd20e1933">1</a></span> Met het
+personeel van de firma Bidault (den toenmaligen postdirecteur) worden
+de brievenbestellers bedoeld.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2025" href="#xd20e2025src" name="xd20e2025">2</a></span> Een
+gefingeerde naam.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e2179" class="label">Hoofdstuk VI.</h2>
+<h2 class="main">Mademoiselle Musette.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Mademoiselle Musette was een knap meisje van twintig
+jaar, die kort na haar komst te Parijs dat geworden was, wat knappe
+meisjes worden, wanneer zij een mooie taille, veel coquetterie, een
+weinig eerzucht en in het geheel geen orthographie bezitten. Nadat zij
+langen tijd de vreugde had uitgemaakt der soupers van het Quartier
+Latin, waar zij met altijd frissche, hoewel niet steeds zuivere stem
+een groot aantal landelijke liedjes zong, die haar den naam gaven,
+waaronder de beste rijmsmeden haar sedert gevierd hebben, verliet
+mademoiselle Musette plotseling de Rue de la Harpe, om de aan Venus
+gewijde hoogten van het Quartier Br&eacute;da te gaan bewonen.</p>
+<p>Al heel spoedig werd zij een der toonaangeefsters van de
+aristocratie van het genot en langzamerhand kwam zij tot die
+beroemdheid, welke daarin bestaat, dat men in de Parijsche couranten
+genoemd wordt of bij alle kunsthandelaars uitgestald staat.</p>
+<p>En toch was mademoiselle Musette een uitzondering onder de vrouwen,
+in wier midden zij leefde. Evenals alle ware vrouwen was zij van nature
+elegant en dichterlijk en hield zij van luxe en van alle genietingen,
+die daarvan het gevolg zijn; in haar coquetterie had zij een gloeiend
+verlangen naar al wat mooi en voornaam was, en zij zou, hoewel zij een
+dochter uit het volk was, volstrekt niet misplaatst geweest zijn te
+midden van de koninklijkste pracht en pronk. Doch mademoiselle Musette,
+<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>die zelf jong en knap was, zou er nooit in
+toegestemd hebben de ma&icirc;tresse te worden van een man, die niet
+eveneens jong en knap zou zijn. Men had haar dan ook eens de prachtige
+aanbiedingen hooren weigeren van een grijsaard, die zoo rijk was, dat
+hij de Croesus van de Chauss&eacute;e-d&rsquo;Antin genoemd werd, en
+aan Musette gouden bergen beloofd had. Intelligent en geestig als zij
+was, kon zij evenmin dwazen en fatten uitstaan, hoe ook hun leeftijd,
+hun titel en hun naam was.</p>
+<p>Musette was dus een flink, knap meisje, dat in
+liefdesaangelegenheden de helft van Champforts beroemd aphorisme:
+&bdquo;De liefde is de uitwisseling van twee phantasie&euml;n&rdquo;
+tot het hare maakte.<a class="noteref" id="xd20e2193src" href="#xd20e2193" name="xd20e2193src">1</a> Haar liaisons werden dan ook
+nooit voorafgegaan door een van die schandelijke koopcontracten, welke
+de tegenwoordige galanterie onteeren. Zij speelde, zooals zij zelf
+zeide, altijd een eerlijk en open spel, en eischte, dat men haar
+oprechtheid met dezelfde munt terugbetaalde.</p>
+<p>Maar al waren haar neigingen heftig en spontaan, toch waren zij
+nooit duurzaam genoeg, om te stijgen tot de hoogte van een hartstocht.
+De buitensporige onbestendigheid van haar grillen en de groote
+onverschilligheid, die zij had voor de beurzen en spaarpenningen van
+hen, die haar het hof maakten, brachten een even buitensporige
+onbestendigheid in haar bestaan, dat een eeuwigdurende wisseling was
+tusschen eigen equipage en omnibus, tusschen bel-&eacute;tage en vijfde
+verdieping, zijden japonnen en katoenen rokjes. Bekoorlijk meisje,
+levend gedicht van jeugd met uw helderen lach en vroolijk lied!
+Medelijdend hart, dat onder het even-geopende boezemlijfje voor
+iedereen klopt! mademoiselle Musette, <span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span>zuster van Bernerette en
+Mimi Pinson!<a class="noteref" id="xd20e2200src" href="#xd20e2200"
+name="xd20e2200src">2</a> Ik zou de pen van Alfred de Musset moeten
+hebben, om uw zorgelooze zwerftochten op de bloeiende paden der jeugd
+naar waarde te verhalen; en zeker zou hij u ook hebben willen bezingen,
+indien hij, evenals ik, u met uw lieve, valsche stem dit ongekunstelde
+couplet uit een van uw lievelingsliederen had hooren voordragen:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">C&rsquo;&eacute;tait un beau jour de printemps</p>
+<p class="line">Que je me d&eacute;clarai l&rsquo;amant,</p>
+<p class="line xd20e221">L&rsquo;amant d&rsquo;une brunette</p>
+<p class="line xd20e221">Au c&oelig;ur de Cupidon,</p>
+<p class="line xd20e221">Portant fine cornette</p>
+<p class="line xd20e221">Pos&eacute;e en papillon.</p>
+</div>
+<p class="first">De geschiedenis, die wij nu gaan vertellen, is een der
+bekoorlijkste episoden uit het leven van deze bekoorlijke
+gelukzoekster, die zich aan het oordeel der wereld al heel weinig
+gelegen liet.</p>
+<p>Ten tijde, dat zij de ma&icirc;tresse was van een jongen staatsraad,
+die haar galant den sleutel van zijn erfdeel in handen gegeven had,
+placht mademoiselle Musette eens per week een soir&eacute;e te geven in
+haar aardig klein salonnetje in de rue de la Bruyère. Deze
+avondpartijen geleken op de meeste Parijsche soir&eacute;es, met dit
+verschil, dat de gasten zich hier werkelijk amuseerden; wanneer er niet
+genoeg ruimte was, ging de een op den schoot van den ander zitten; en
+meermalen gebeurde het, dat twee uit hetzelfde glas dronken. Rodolphe,
+die de vriend van Musette was en die nooit iets anders dan haar vriend
+was (zij hebben geen van beiden ooit geweten, waarom), vroeg Musette op
+een goeden dag, of hij zijn vriend Marcel niet eens mocht
+medebrengen&mdash;&bdquo;een talentvollen jongen&rdquo;, <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>zeide
+hij, &bdquo;voor wien de toekomst bezig is een rok van de
+Acad&eacute;mie te borduren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Breng hem maar mee,&rdquo; antwoordde Musette.</p>
+<p>Den avond nu, dat<a id="xd20e2233" name="xd20e2233"></a> zij samen
+naar Musette zouden gaan, ging Rodolphe Marcel afhalen. De kunstenaar
+was bezig zijn toilet te maken.</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; vroeg Rodolphe, &bdquo;wil jij met een gekleurd
+overhemd in gezelschap verschijnen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kwetst dat dan de etiquette?&rdquo; zeide Marcel kalm.</p>
+<p>&bdquo;Of het die kwetst? Tot bloedens toe, ongelukkige.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bliksems!&rdquo; vloekte Marcel met een blik op zijn
+overhemd, waar op een blauwen achtergrond wilde zwijnen door een troep
+honden vervolgd werden; &bdquo;ik heb hier geen ander. Enfin, ik weet
+er niets anders op dan dat ik een vadermoorder aantrek; niemand zal dan
+de kleur van mijn overhemd zien, daar ik <span class="ex">Methusalem</span> tot mijn hals kan toeknoopen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; zeide Rodolphe ongerust, &bdquo;trek je
+<span class="ex">Methusalem</span> weer aan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik moet wel!&rdquo; was Marcels antwoord. &bdquo;God wil het,
+en mijn kleermaker ook; trouwens er zijn pas nieuwe knoopen aangezet,
+en ik heb hem pas met Frankfurter zwart opgeknapt.&rdquo;</p>
+<p><span class="ex">Methusalem</span> was de rok van Marcel; hij noemde
+dien zoo, omdat het de doyen van zijn garde-robe was. <span class="ex">Methusalem</span> was naar de laatste mode van vier jaar geleden
+en schreeuwend groen van kleur. Marcel echter beweerde, dat hij er bij
+kunstlicht zwart uitzag.</p>
+<p>Vijf minuten later was Marcel met zijn toilet klaar; hij was met den
+meest volkomen slechten smaak gekleed: precies een kladschilder, die
+voor het eerst in de wereld gaat.</p>
+<p>Mijnheer Casimir Bonjour zal den dag, waarop men hem zal komen
+vertellen, dat hij tot lid van het Instituut gekozen is, nooit zoo
+verwonderd kunnen zijn als Marcel <span class="pagenum">[<a id="pb89"
+href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>en Rodolphe waren, toen zij bij
+het huis van mademoiselle Musette kwamen. Ziehier de reden van hun
+verbazing: mademoiselle Musette, die sedert eenigen tijd met haar
+vriend den staatsraad gebrouilleerd was, was op een zeer kritiek
+oogenblik door hem in den steek gelaten. In opdracht van haar
+schuldeischers en van haar huisbaas waren haar meubels in beslag
+genomen en naar beneden gebracht, om den volgenden dag weggehaald en
+verkocht te worden. Niettegenstaande dit incident kwam het in Musette
+geen oogenblik op haar gasten in den steek te laten of de soir&eacute;e
+af te zeggen. Met den meesten ernst liet zij de binnenplaats in een
+salon veranderen, legde zelf een tapijt op de steenen, maakte alles
+zooals gewoonlijk in orde, kleedde zich om haar gasten te ontvangen en
+noodigde al de medebewoners van het huis op haar klein feestje, ter
+opluistering waarvan de goede God voor een mooie illuminatie
+zorgde.</p>
+<p>Deze grap had een groot succes, nooit had er op de soir&eacute;es
+van Musette zoo&rsquo;n prettige en opgewekte toon geheerscht; er werd
+nog gezongen en gedanst, toen de witkielen de meubels, tapijten en
+divans kwamen halen en daardoor het gezelschap noodzaakten weg te
+gaan.</p>
+<p>Musette deed al haar gasten uitgeleide met het gezang:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;On en parlera longtemps, la ri ra,</p>
+<p class="line">De ma soir&eacute;e de jeudi;</p>
+<p class="line">On en parlera longtemps, la ri ri.<span class="corr"
+id="xd20e2278" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+</div>
+<p class="first">Slechts Marcel en Rodolphe bleven bij Musette, die
+naar haar kamer gegaan was, waar alleen het bed nog maar stond.</p>
+<p>&bdquo;Hè,&rdquo; zeide Musette; &bdquo;ik vind nu mijn
+avontuur lang zoo aardig niet meer; ik zal in het hotel De Bloote Hemel
+moeten gaan logeeren; ik ken het heel goed, het kan er zoo gemeen
+tochten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, mevrouw,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;als ik de rijkdommen
+<span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>van Plutus bezat, dan zou ik u een tempel,
+schooner dan die van Salomo, aanbieden, maar ...<span class="corr" id="xd20e2288" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Ge zijt geen Plutus, vriendlief. Maar dat is minder, ik ben
+je toch dankbaar voor je goede bedoeling .... Maar kom!&rdquo; voegde
+zij eraan toe, terwijl zij haar blik door de kamer liet gaan; &bdquo;ik
+verveelde me hier, en bovendien werd het meubilair oud; ik heb het nu
+al bijna zes maanden. Maar dat is niet alles; na het bal wordt er toch
+gesoupeerd, en ik zou graag wat consumeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laten we dan consou-peeren,&rdquo; zeide Marcel, die aan een
+woordspelingziekte leed, welke vooral in de ochtenduren zich deed
+gelden.</p>
+<p>Daar Rodolphe &rsquo;s avonds bij het lansquenetspel een klein
+sommetje gewonnen had, nam hij Musette en Marcel mede naar een
+restaurant, dat juist geopend was.</p>
+<p>Na het d&eacute;jeuner besloten zij, daar zij volstrekt geen lust
+hadden te gaan slapen, den dag in het vrije veld te gaan doorbrengen;
+en daar zij vlak bij een station waren, stapten zij in den eersten den
+besten trein, die vertrok, en reden naar Saint-Germain.</p>
+<p>Den geheelen dag liepen zij door de bosschen; eerst tegen zeven uur
+in den avond kwamen zij in Parijs terug. Marcel hield stok en stijf
+vol, dat het pas half een en de donkerte het gevolg van de bedekte
+lucht was.</p>
+<p>Gedurende de geheele soir&eacute;e en de rest van den dag was
+Marcel, wiens hart als buskruit was, dat een enkele blik deed
+ontbranden, steeds verliefder geworden op Musette en had haar het hof
+gemaakt &bdquo;in alle kleuren&rdquo;, zooals hij tegen Rodolphe zeide.
+Ja, hij was zelfs zoo ver gekomen, dat hij het knappe meisje had
+voorgesteld een nog mooier meubilair voor haar te koopen dan het oude;
+hij zou er zijn beroemde schilderij &bdquo;De doortocht door de Roode
+Zee&rdquo; voor verkoopen. Met angst en beven zag hij dan ook het
+oogenblik naderen, waarop hij zou moeten scheiden van Musette, die,
+hoewel zij zich haar <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91"
+name="pb91">91</a>]</span>handen, hals en toebehooren liet kussen, hem
+telkens, wanneer hij door middel van inbraak in haar hart trachtte te
+dringen, zachtjes van zich af stiet.</p>
+<p>Zoodra zij in Parijs terug waren, had Rodolphe zijn vriend met het
+jonge meisje alleen gelaten, dat hem nu vroeg haar naar huis te
+brengen.</p>
+<p>&bdquo;Wilt u mij toestaan, dat ik u kom bezoeken?&rdquo; vroeg
+Marcel. &bdquo;Ik zou graag uw portret schilderen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar beste jongen,&rdquo; antwoordde Musette; &bdquo;ik kan
+je mijn adres niet geven, omdat ik dat morgen misschien niet meer heb;
+maar ik zal bij jou komen en je rok verstellen, waar zoo&rsquo;n gat in
+zit, dat je er, zonder betalen, door zoudt kunnen verhuizen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal op u wachten als op den Messias,&rdquo; zeide
+Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Maar niet zoo lang,&rdquo; was Musette&rsquo;s lachend
+antwoord.</p>
+<p>&bdquo;Wat een bekoorlijk schepseltje,&rdquo; zeide Marcel tot
+zichzelf, terwijl hij langzaam verder liep; &bdquo;de godin der
+vroolijkheid. Ik zal twee gaten in <span class="ex">Methusalem</span>
+maken.&rdquo;</p>
+<p>Hij was nog geen dertig pas verder, toen hij zich op zijn schouder
+voelde kloppen: het was mademoiselle Musette.</p>
+<p>&bdquo;Beste mijnheer Marcel!&rdquo; zeide zij; &bdquo;is u een
+Fransch ridder?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat ben ik. Rubens en mijn dame, luidt mijn
+devies.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welnu, leen dan het oor aan mijn kommer en erbarm u mijner,
+edele heer,&rdquo; ging Musette verder, die een weinig in de
+litteratuur bedreven was, hoewel zij met de grammatica op zeer
+gespannen voet leefde; &bdquo;de huisbaas heeft den sleutel van mijn
+kamer meegenomen, en het is elf uur: begrijp je?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Natuurlijk,&rdquo; zeide Marcel en bood Musette zijn arm aan.
+Hij nam haar mede naar zijn op den <span lang="fr">Quai aux
+Fleurs</span> gelegen atelier. <span class="pagenum">[<a id="pb92"
+href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span></p>
+<p>Hoewel Musette bijna omviel van slaap, had zij toch nog kracht
+genoeg om te zeggen:</p>
+<p>&bdquo;Vergeet niet, wat je me beloofd hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O Musette, bekoorlijk wezen,&rdquo; zeide de artist met
+eenigszins ontroerde stem; &bdquo;ge zijt hier onder een gastvrij dak;
+slaap in vrede, goeden nacht! Ik ga heen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; vroeg Musette, wier oogen bijna dicht vielen;
+&bdquo;ik ben heusch niet bang; en dan zijn er toch twee kamers, ik zal
+op je canap&eacute; gaan slapen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn canap&eacute; is te hard, om erop te slapen; het lijkt
+wel, of hij met keisteenen opgemaakt is. Ik verleen u gastvrijheid bij
+mij en ga die vragen aan een vriend, die hier op dezelfde verdieping
+woont .... dat is verstandiger. Ik houd gewoonlijk wel mijn woord; maar
+ik ben twee-en-twintig en gij achttien, Musette .... ik ga. Goeden
+nacht.&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden ochtend om acht uur kwam Marcel met een bloempot, dien
+hij op de markt gekocht had, weer op zijn kamer. Hij vond Musette, die
+zich geheel gekleed op bed geworpen had, nog slapende. Door het leven,
+dat hij maakte, werd zij wakker en stak Marcel haar hand toe.</p>
+<p>&bdquo;Brave jongen!&rdquo; zeide zij.</p>
+<p>&bdquo;Brave jongen!&rdquo; herhaalde Marcel, &bdquo;is dat niet
+synoniem met: belachelijke dwaas?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, hoe kan je dat zeggen!&rdquo; viel Musette hem in de rede;
+&bdquo;dat is niets aardig van je; geef me liever dien mooien pot met
+bloemen, in plaats van dergelijke onaardige dingen naar mijn hoofd te
+werpen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Alleen met dat doel heb ik hem hier gebracht,&rdquo; zeide
+Marcel. &bdquo;Aanvaard hem dus en zing, als dank voor mijn
+gastvrijheid, een van je aardige liedjes voor mij; de echo van mijn
+dakkamertje zal misschien iets van uw stem bewaren, zoodat ik u nog kan
+hooren, wanneer ge weer weg zijt.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" name="pb93">93</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zoo, dus je wilt me wegsturen?&rdquo; vroeg Musette.
+&bdquo;En als ik nu eens niet weg wil? Luister eens, Marcel, ik neem
+geen blaadje voor mijn mond, om te zeggen wat ik denk. Jij valt in mijn
+smaak en ik in den jouwe. Dat is nog geen liefde, maar het is er
+misschien de kiem van. Welnu, ik ga niet weg; ik blijf hier en zal hier
+blijven zoolang als de bloemen, die je me daarnet gegeven hebt, niet
+verwelkt zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; riep Marcel uit, &bdquo;maar dat zijn ze binnen
+twee dagen. Had ik dat geweten, dan had ik immortellen
+gekocht.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Veertien dagen woonden Musette en Marcel al samen en leidden, hoewel
+zij dikwijls zonder geld zaten, het heerlijkste leven der wereld.
+Musette voelde voor Marcel een toegenegenheid, die niets gemeen had met
+haar vroegere verliefdheden, en Marcel begon bang te worden, dat hij
+werkelijk van zijn ma&icirc;tresse zou gaan houden. Daar hij echter
+niet wist, dat zij harerzijds hetzelfde vreesde, keek hij iederen
+ochtend naar de bloemen, wier afsterven het einde van hun liaison zou
+beteekenen, en trachtte hij zich te verklaren, hoe zij iederen morgen
+opnieuw weer zoo frisch waren. Doch weldra vond hij den sleutel van het
+mysterie: toen hij op een goeden nacht wakker werd, zag hij Musette
+niet naast zich. Hij stond op, liep naar de kamer en vond daar zijn
+geliefde, die iederen nacht tijdens zijn slaap de bloemen begoot, om op
+die manier het verwelken tegen te gaan. <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2193" href="#xd20e2193src" name="xd20e2193">1</a></span> De
+tweede helft luidt... &bdquo;en de aanraking van twee
+opperhuiden.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2200" href="#xd20e2200src" name="xd20e2200">2</a></span> Zie de
+beide novellen van de Musset: &bdquo;<a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/13231">Fr&eacute;d&eacute;ric et
+Bernerette</a>&rdquo; en &bdquo;<a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/13221">Mademoiselle Mimi
+Pinson</a>.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e2368" class="label">Hoofdstuk VII.</h2>
+<h2 class="main">De golven van den Pactolus.<a class="noteref" id="xd20e2372src" href="#xd20e2372" name="xd20e2372src">1</a></h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was 19 Maart .... En al zou Rodolphe zoo oud
+worden als Raoul-Rochette, die Ninive heeft zien bouwen, nooit zal hij
+dien datum vergeten, want juist op dien aan St. Joseph gewijden dag,
+des namiddags om drie uur verliet onze vriend het kantoor van een
+bankier, waar hij een som van vijfhonderd francs in klinkenden,
+gangbaren munt uitbetaald gekregen had.</p>
+<p>Het eerste gebruik, dat Rodolphe van dit in zijn zak terecht gekomen
+stukje van Peru maakte, bestond hierin, dat hij zijn schulden niet
+betaalde, en wel omdat hij zichzelf plechtig beloofd had voortaan
+spaarzaamheid te betrachten en geen extra- of overbodige uitgaven te
+doen. Hij had trouwens op dit punt zeer vaststaande denkbeelden en
+beweerde dan ook, dat men, alvorens te denken aan het overbodige, eerst
+voor het noodzakelijke zorgen moest; daarom betaalde hij zijn
+schuldeischers niet en kocht een Turksche pijp, die reeds sedert lang
+zijn begeerte had opgewekt.</p>
+<p>Met dit kostbare voorwerp gewapend, ging hij naar de woning van zijn
+vriend Marcel, bij wien hij reeds sedert eenigen tijd logeerde. Toen
+hij het atelier binnenkwam, luidden zijn zakken als de klokken van een
+dorpstoren op een hoogen feestdag. Toen Marcel dit ongewone geluid
+hoorde, dacht hij, dat het een van zijn buurlieden <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>was, een
+verwoed beurs-speculant, die zijn agio-winst de revue liet passeeren,
+en hij mompelde:</p>
+<p>&bdquo;Daar begint die intrigant van hiernaast weer met zijn
+epigrammen. Als dat nog lang zoo duurt, ga ik verhuizen. Het is niet
+mogelijk onder zoo&rsquo;n lawaai te werken. Je zoudt waarachtig lust
+krijgen, om de kunst aan den kapstok te hangen en straatroover te
+worden.&rdquo;</p>
+<p>En zonder in de verste verte te vermoeden, dat zijn vriend Rodolphe
+in een Croesus veranderd was, ging Marcel verder werken aan zijn
+&bdquo;Doortocht door de Roode Zee,&rdquo; waaraan hij nu al drie jaar
+bezig was.</p>
+<p>Rodolphe, die nog geen woord gezegd had en een proef bedacht, die
+hij met zijn vriend wilde nemen, zeide tot zichzelf: &bdquo;We zullen
+dadelijk lachen, dat zal een jolige boel worden.&rdquo; En hij liet een
+vijffrancstuk vallen.</p>
+<p>Marcel keek op en staarde Rodolphe aan, die even ernstig was als een
+artikel uit de &bdquo;Revue des deux Mondes&rdquo;.</p>
+<p>De kunstenaar raapte het geldstuk met een zeer voldaan gebaar op en
+bereidde het een zeer vriendelijke ontvangst, want, hoewel hij een
+kleurenmenger was, kende hij toch zijn wereld en was steeds zeer
+beleefd tegenover vreemdelingen. Daar hij bovendien wist, dat Rodolphe
+uitgegaan was, om te trachten wat geld te krijgen, beperkte hij, nu hij
+zag, dat zijn vriend daarin geslaagd was, zich ertoe het resultaat te
+bewonderen, zonder hem te vragen met behulp van welke middelen het
+verkregen was.</p>
+<p>Zonder een woord te zeggen, begon hij weer aan zijn werk en ging
+voort een Egyptenaar in de golven der Roode Zee te verdrinken. Terwijl
+hij bezig was dien moord te plegen, liet Rodolphe een tweede
+vijffrancstuk vallen. En terwijl hij heimelijk keek naar het gezicht,
+dat zijn vriend zou trekken, begon hij in zijn vuistje te lachen.</p>
+<p>Bij den helderen klank van het metaal sprong Marcel <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>als door
+een electrischen schok getroffen, plotseling op en riep uit:</p>
+<p>&bdquo;Wat? Heeft dat lied een tweede couplet?&rdquo;</p>
+<p>Een derde stuk rolde over den vloer, toen nog een en nog een; ten
+slotte danste er een heele quadrille daalders in de kamer rond.</p>
+<p>Marcel begon zichtbare teekenen van zinsverbijstering te geven en
+Rodolphe lachte als het parterre van het Th&eacute;&acirc;tre
+Fran&ccedil;ais bij de eerste opvoering van &bdquo;Johanna van
+Vlaanderen&rdquo;. Plotseling en zonder eenige omzichtigheid greep
+Rodolphe met volle handen in zijn zakken en begonnen de daalders een
+fabelachtigen steeple chase. Het was als een overstrooming van den
+Pactolus, als het bacchanaal van Juppiter bij Dana&euml;.</p>
+<p>Marcel stond onbeweeglijk, stom, met starre oogen; de verbazing
+veroorzaakte bij hem een metamorphose, als die, welke de
+nieuwsgierigheid vroeger de vrouw van Loth had doen ondergaan; en toen
+Rodolphe zijn laatste rol van honderd francs op den grond smeet, was de
+artist aan een kant van zijn lichaam reeds geheel verzout.</p>
+<p>Rodolphe stond nog steeds te lachen. En bij die stormachtige
+vroolijkheid zou het gedonder van een orkest van Sax<a class="noteref"
+id="xd20e2409src" href="#xd20e2409" name="xd20e2409src">2</a> zoo iets
+als het gezucht van een kind aan de moederborst geweest zijn.</p>
+<p>Verblind, ademloos en verstomd van ontroering dacht Marcel, dat hij
+droomde; en om de nachtmerrie, die zijn borst benauwde, te verjagen,
+beet hij zich tot bloedens toe in zijn vinger, wat hem zoo&rsquo;n pijn
+deed, dat hij het uitschreeuwde. Toen merkte hij, dat hij klaar wakker
+was; en al dat goud aan zijn voeten ziende, riep hij als een
+treurspelheld uit:</p>
+<p>&bdquo;Mag ik mijn oogen gelooven?&rdquo;</p>
+<p>En dan de hand van Rodolphe in de zijne nemend: <span class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Geef mij de verklaring van dit mysterie!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als ik die gaf, zou het er geen meer zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hoe dan....?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dit goud is de vrucht van mijn zweet,&rdquo; zeide Rodolphe,
+terwijl hij het geld opraapte, dat hij op een tafel opstapelde! Dan
+ging hij een paar stappen achteruit, keek met eerbied naar de
+vijfhonderd francs en dacht:</p>
+<p>&bdquo;Nu zal ik dus mijn droomen kunnen verwezenlijken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zal niet ver van de zesduizend francs af zijn,&rdquo;
+dacht op zijn beurt Marcel met een blik op de daalders, die op de tafel
+stonden te trillen. &bdquo;Daar kom ik op een goed id&eacute;e. Ik zal
+Rodolphe vragen mijn &bdquo;Doortocht door de Roode Zee&rdquo; te
+koopen!&rdquo;</p>
+<p>Plotseling nam Rodolphe een theatrale houding aan en met groote
+plechtigheid in gebaar en stem zeide hij:</p>
+<p>&bdquo;Luister eens, Marcel; het fortuin, dat ik hier voor uw oogen
+heb laten schitteren, is niet het resultaat van lage handelingen, ik
+heb niet met mijn pen gesjacherd, ik ben rijk, maar op mijn naam kleeft
+geen smet; een edelmoedige hand heeft mij dat goud gegeven, en ik heb
+een plechtige belofte afgelegd, om het te gebruiken ten einde mij door
+mijn werk een positie te verschaffen, die een ernstig man waardig is.
+De arbeid is de heiligste der plichten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En het paard het edelste der dieren,&rdquo; viel Marcel hem
+in de rede. &bdquo;Maar waar wil je eigenlijk heen? Wat bedoel je met
+die woorden? Waar haal je dat proza vandaan? Zeker uit de steengroeven
+der school van het gezond verstand?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Val mij niet in de rede en scheid uit met je flauwe
+spotternijen,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;zij zouden trouwens toch
+afstuiten op het harnas van een onkwetsbaren wil, waarmede ik in het
+vervolg gepantserd ben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou is de proloog lang genoeg. Waar wou je eigenlijk op neer
+komen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Luister naar mijn plannen: Gevrijwaard tegen de materieele
+zorgen des levens, wil ik ernstig aan het werk gaan; ik zal mijn
+meesterwerk voltooien en mij voor goed naam maken. In de eerste plaats
+breek ik met de Bohème-manieren, ik kleed mij zooals iedereen,
+koop een rok en ga de salons frequenteeren. Indien je denzelfden weg
+bewandelen wilt, zullen we samen kunnen blijven wonen, maar je zult
+mijn programma moeten aanvaarden. De strengste spaarzaamheid zal ons
+bestaan moeten beheerschen. Wanneer wij goed onze maatregelen weten te
+nemen, kunnen we drie maanden ongestoord en onbekommerd werken. Maar
+daarvoor is oeconomie noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Beste vriend,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;de oeconomie is een
+wetenschap, die alleen onder het bereik van de rijken valt, zoodat jij
+en ik er zelfs de grondbeginselen niet van kennen. Maar met een uitgave
+van zes francs zouden wij de werken kunnen koopen van Jean-Baptiste
+Say, een uitstekend oeconoom, die ons misschien de manier, om die kunst
+praktisch te beoefenen, zal kunnen leeren... Maar wat zie ik, heb je
+daar een Turksche pijp?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide Rodolphe: &bdquo;die heb ik voor
+vijf-en-twintig francs gekocht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, jij geeft vijf-en-twintig francs uit voor een pijp ....
+en durft dan nog van oeconomie te praten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zeer zeker oeconomie,&rdquo; antwoordde Rodolphe;
+&bdquo;ik brak iederen dag een pijp van twee sous; aan het eind van een
+jaar maakt dat een uitgave, die heel wat grooter is dan die, welke ik
+nu gedaan heb .... Het is dus in werkelijkheid een
+besparing.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;je hebt gelijk, daar
+zou ik nooit op gekomen zijn.&rdquo;</p>
+<p>Op dat oogenblik sloeg het zes uur.</p>
+<p>&bdquo;Laten we nu gauw gaan dineeren,&rdquo; zeide Rodolphe;
+&bdquo;ik wil vanavond nog met de uitvoering van mijn plan <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>beginnen. Maar van eten gesproken, daar valt me
+iets in: wij verliezen iederen dag kostbaren tijd met het klaarmaken
+van ons diner. De tijd echter is de rijkdom van den arbeider, wij
+moeten er dus zuinig mede zijn. Met vandaag te beginnen gaan we
+buitenshuis eten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Uitstekend,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;twintig pas hier
+vandaan is een uitstekend restaurant; het is er wel een beetje duur;
+maar daar het vlak bij is, behoeven we niet ver te loopen en verdienen
+we aan tijd wat we aan geld uitgeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vandaag zullen we nog gaan,&rdquo; zeide Rodolphe;
+&bdquo;maar morgen of overmorgen zullen we nog oeconomischer
+maatregelen toepassen .... In plaats van naar een restaurant te gaan,
+zullen we een keukenmeid nemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; viel Marcel hem in de rede; &bdquo;laten
+we liever een knecht nemen, die tevens voor kok fungeeren kan. Bedenk
+eens welke groote voordeelen daaruit zullen kunnen voortvloeien. In de
+eerste plaats zal ons huishouden steeds in orde zijn: hij kan onze
+schoenen poetsen, mijn penseelen uitwasschen, onze boodschappen doen;
+ik zal zelfs probeeren hem wat smaak voor de schoone kunsten bij te
+brengen, dan kan hij mijn leerling worden. Op die manier sparen we met
+ons beiden per dag minstens zes uur uit, die we nu besteden aan
+allerlei onnoodige bezigheden, welke ons in ons werk
+hinderen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wacht even!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;ik heb nog een
+ander id&eacute;e .... maar laten we eerst gaan dineeren!&rdquo;</p>
+<p>Vijf minuten later zaten de beide vrienden in een der kamertjes van
+het naburige restaurant en zetten daar hun oeconomisch debat voort.</p>
+<p>&bdquo;Weet je wat mijn id&eacute;e is?&rdquo; waagde Rodolphe op te
+merken; &bdquo;wat zou je ervan zeggen, als we in plaats van een knecht
+een ma&icirc;tresse nemen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb100"
+href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Een ma&icirc;tresse voor twee man!&rdquo; viel Marcel
+verbaasd uit; &bdquo;dat zou de gierigheid tot in het verkwistende
+drijven zijn; wij zouden onze spaarduiten gebruiken, om messen en
+andere moordwerktuigen te koopen, waarmede we elkaar te lijf zouden
+gaan. Neen, ik prefereer een knecht; bovendien staat dat deftig
+ook!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je hebt gelijk,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;wij zullen een
+intelligenten jongen nemen; en als hij eenig begrip van orthographie
+heeft, zal ik hem leeren redigeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zal dan een bron van inkomsten voor hem zijn op zijn
+ouden dag,&rdquo; zeide Marcel, terwijl hij de rekening, die vijftien
+francs bedroeg, optelde. &bdquo;Jongens, dat is vrij duur. Gewoonlijk
+dineerden wij voor dertig sous samen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; vond Rodolphe, &bdquo;maar we dineerden
+slecht en waren daardoor genoodzaakt &rsquo;s avonds weer te soupeeren.
+Goed beschouwd is het dus een besparing.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Tegen jou valt niet te redeneeren,&rdquo; mompelde de
+schilder, door die redeneering overtuigd; &bdquo;jij hebt altijd
+gelijk. Gaan we vanavond werken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig niet. Ik ga naar mijn oom; dat is een brave kerel,
+ik zal hem op de hoogte brengen van mijn nieuwe positie, hij zal me
+goeden raad kunnen geven. En waar ga jij heen, Marcel?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ga den ouden M&eacute;dicis vragen, of hij geen
+schilderijen voor mij te restaureeren heeft. A propos, geef mij even
+vijf francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarvoor?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wil over den Pont des Arts gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, dat is een onnoodige uitgave, die, ook al is zij niet zoo
+heel groot, toch met onze principes in strijd is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb ongelijk, het is zoo,&rdquo; antwoordde Marcel;
+&bdquo;ik zal over den Pont Neuf gaan .... maar dan neem ik een
+rijtuig.&rdquo;</p>
+<p>De twee vrienden namen afscheid en sloegen ieder een <span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>verschillenden weg in, die door een zonderlingen
+samenloop van omstandigheden hen beiden op dezelfde plaats
+terugbracht.</p>
+<p>&bdquo;Zoo, heb je je oom niet thuis gevonden?&rdquo; vroeg
+Marcel.</p>
+<p>&bdquo;En was de oude M&eacute;dicis er niet?&rdquo; was
+Rodolphe&rsquo;s wedervraag.</p>
+<p>En zij barstten in lachen uit.</p>
+<p>Toch gingen zij op een vroeg uur naar huis terug ... den volgenden
+ochtend namelijk.</p>
+<p>Twee dagen later hadden Rodolphe en Marcel een volledige
+metamorphose ondergaan. Beiden gekleed als pasgehuwden, waren zij zoo
+mooi, zoo schitterend, zoo elegant, dat zij, wanneer zij elkaar op
+straat tegenkwamen, aarzelden elkaar te herkennen.</p>
+<p>Hun oeconomisch stelsel werkte in al zijn kracht, de organisatie van
+het werk kwam echter slechts met groote moeite tot stand. Zij hadden
+een knecht gehuurd. Het was een lange slungel van vier-en-dertig jaar
+en Zwitsersche afkomst en niet al te groote intelligentie. Bovendien
+was hij niet voor knecht in de wieg gelegd; wanneer een van zijn heeren
+hem een eenigszins groot <span class="corr" id="xd20e2515" title="Bron: paket">pakket</span> te bezorgen gaf, kreeg Baptiste een kleur
+van verontwaardiging en liet de boodschap door een witkiel doen. Maar
+Baptiste had ook goede eigenschappen: wanneer men hem bijv. een haas
+gaf, kon hij daarvan zoo noodig een hazenpeper maken. Ook had hij, daar
+hij, alvorens knecht te worden, destillateur geweest was, een groote
+voorliefde voor die kunst gehouden en ontstal hij een groot deel van
+den tijd, dien hij voor zijn meesters moest gebruiken, aan het zoeken
+naar de samenstelling van een nieuw wondmiddel, waaraan hij zijn naam
+wilde geven. Verder had hij het ver gebracht in het maken van
+notenbrandewijn. Maar de kunst, waarin Baptiste door niemand
+ge&euml;venaard werd, was die om de sigaren van Marcel op te rooken en
+<span class="pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102" name="pb102">102</a>]</span>ze aan te steken met de manuscripten van
+Rodolphe.</p>
+<p>Op een goeden dag wilde Marcel Baptiste in het costuum van Pharao
+voor zijn &bdquo;Doortocht door de Roode Zee&rdquo; laten poseeren.
+Baptiste weigerde dit beslist en zeide zijn dienst op.</p>
+<p>&bdquo;Goed,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;we zullen vanavond
+afrekenen.&rdquo;</p>
+<p>Toen Rodolphe thuis kwam, zeide zijn vriend tegen hem, dat Baptiste
+beslist weggezonden moest worden.</p>
+<p>&bdquo;Wij hebben absoluut geen nut van hem,&rdquo; zeide hij.</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; antwoordde Rodolphe; &bdquo;hij is een
+levend kunstvoorwerp.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij is zoo dom als het achtereind van een koe.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En lui!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij moet weg.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laten we hem wegsturen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toch heeft hij eenige goede eigenschappen. Hij kan heel
+lekker hazenpeper maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En notenbrandewijn dan. Hij is de Rapha&euml;l van den
+notenbrandewijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker, maar dat is ook het eenige, waarvoor hij deugt, en dat
+is voor ons niet voldoende. Wij verliezen al onzen tijd door al die
+discussies met hem.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij hindert ons in ons werk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is zijn schuld, dat ik mijn &bdquo;Doortocht door de
+Roode Zee&rdquo; nog niet heb kunnen tentoonstellen. Hij heeft
+geweigerd om voor Pharao te poseeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En door hem heb ik het werk, dat mij opgedragen was, niet
+kunnen afmaken. Hij heeft geweigerd, om in de bibliotheek de
+aanteekeningen, die ik noodig had, te gaan halen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij ru&iuml;neert ons.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;We kunnen hem beslist niet houden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laten we hem dan wegzenden .... Maar eerst moeten we hem
+betalen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103"
+name="pb103">103</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wij zullen hem betalen, maar weg moet hij! Geef me geld, dan
+zal ik met hem afrekenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, geld! Ik houd toch de kas niet, maar jij!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geen quaestie van, jij! Jij hebt je met de generale
+intendantuur belast,&rdquo; zeide Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Maar ik geef je de heilige verzekering, dat ik geen geld
+heb!&rdquo; riep Marcel uit.</p>
+<p>&bdquo;Zou al het geld nou al op zijn? Dat is onmogelijk! Je kan
+geen vijfhonderd francs in acht dagen uitgeven, vooral wanneer je,
+zooals wij, met de grootste spaarzaamheid geleefd hebt en je je tot het
+strikt noodzakelijke beperkt (Tot het strikt overbodige had hij moeten
+zeggen.). Wij moeten de rekeningen even verifieeren, dan zullen we de
+fout wel vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, die wel,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;maar niet het geld.
+Maar dat hindert minder, we kunnen toch het uitgaven-boekje wel even
+doorloopen.&rdquo;</p>
+<p>Ziehier het <span class="corr" id="xd20e2573" title="Bron: specimem">specimen</span> van die boekhouding, welke onder de
+auspici&euml;n van Sancta Oeconomica begonnen was.</p>
+<p>&bdquo;19 Maart. Ontvangen: 500 francs. Uitgegeven: een Turksche
+pijp, 25 francs; diner, 15 francs; diversen, 40 francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zijn dat voor uitgaven?&rdquo; vroeg Rodolphe aan Marcel,
+die las.</p>
+<p>&bdquo;Dat weet je wel,&rdquo; antwoordde deze, &bdquo;dat is de
+avond, dat we &rsquo;s morgens pas thuis gekomen zijn. Trouwens
+daardoor hebben we vuur en licht gespaard.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Verder.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;20 Maart. Dejeuner, 1 fr. 50; tabak 20 cent; diner, 2 fr.;
+een monocle, 2 fr. 50. Die monocle is voor jouw rekening. Waarvoor hadt
+je een monocle noodig? Je mankeert niets aan je oogen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je weet heel goed, dat ik voor de Echarpe d&rsquo;Iris een
+verslag over de schilderijen-tentoonstelling moest maken; en zonder
+monocle kan je geen schilderijen beoordeelen; <span class="pagenum">[<a id="pb104" href="#pb104" name="pb104">104</a>]</span>dat
+was een gerechtvaardigde uitgave. Verder? ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een wandelstok ...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, die is voor jouw rekening,&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;Je hadt geen wandelstok noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is alles, wat den 20sten uitgegeven is,&rdquo; zeide
+Marcel, die op Rodolphe&rsquo;s uitval niet inging. &bdquo;Den 21sten
+hebben we in de stad geluncht, gedineerd en gesoupeerd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan hebben we dien dag toch niet veel uit kunnen
+geven?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Inderdaad slechts een kleinigheid .... Bijna dertig
+francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waaraan toch in hemelsnaam?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ik niet meer,&rdquo; antwoordde Marcel; &bdquo;maar
+het staat onder de rubriek: Diversen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is een heel vage en verraderlijke titel,&rdquo; riep
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;22 Maart. Dat was de dag, waarop Baptiste in dienst gekomen
+is; we hebben hem een voorschot van 5 francs op zijn loon gegeven; voor
+een draaiorgel 50 centimes; voor den afkoop van vier Chineesche
+boerenjongens, die door hun ouders, ongelooflijke drankorgels en
+doordraaiers, tot verdrinking in de Gele Rivier gedoemd waren, 2 fr. 40
+c.<span class="corr" id="xd20e2610" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;verklaar mij toch
+eens de tegenstelling, die in dit artikel op te merken is. Als je aan
+draaiorgels geeft, waarom scheldt je dan op die doordraaiers en
+drankorgels van ouders. En waar was het noodig voor geld voor die
+Chineesche boerenjongens uit te geven? Als het nu nog boerenjongens op
+brandewijn geweest waren!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben nu eenmaal grootmoedig geboren,&rdquo; antwoordde
+Marcel. &bdquo;Doch lees jij nu eens verder. Tot nu toe zijn we niet
+veel van het spaarzaamheidsprincipe afgeweken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;23 Maart. Niets. 24 Maart. Idem. Dat zijn twee goede
+<span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" name="pb105">105</a>]</span>dagen, 25 Maart. Een voorschot van 3 francs op
+het loon van Baptiste.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het schijnt, dat we hem nog al veel voorschot gegeven
+hebben,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Des te minder hebben we hem dan nu uit te betalen,&rdquo;
+antwoordde Rodolphe. &bdquo;Ga verder.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;26 Maart. Verschillende, uit een oogpunt van kunst nuttige
+uitgaven, 36 fr. 40 c.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat hebben we dan voor nuttigs gekocht?&rdquo; vroeg
+Rodolphe; &bdquo;ik herinner me er niets van. 36 fr. 40 c., wat kan dat
+zijn?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Herinner je je dat niet?... Dat is de dag, waarop wij de
+Notre-Dame beklommen hebben, om Parijs in vogelvlucht te
+zien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dat kost toch niet meer dan acht sous,&rdquo; dacht
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar toen we weer beneden waren, zijn we in St. Germain
+gaan dineeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan is de zaak duidelijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;27 Maart: Niets!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Prachtig! Dat is nu eens spaarzaam!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;28 Maart. Voorschot aan Baptiste, 6 fr.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, nu ben ik er zeker van, dat we hem niets meer te betalen
+hebben. Het is zelfs niet onmogelijk, dat hij ons nog wat schuldig is
+.... Enfin, dat zal ik wel eens narekenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;29 Maart. Waarachtig, op 29 Maart hebben we niets uitgegeven.
+Er staat het begin van een preek voor in de plaats. 30 Maart. Juist,
+toen hadden we menschen te dineeren; een groote uitgave: 30 fr. 55c.
+Den 31sten, dit is vandaag, hebben we nog niets uitgegeven. Je ziet
+dus, dat de boekhouding zeer nauwkeurig geweest is. Het totaal bedraagt
+op geen stukken na 500 francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan moet er nog geld in kas zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;We zullen zien,&rdquo; zeide Marcel, terwijl hij een lade
+opentrok. &bdquo;Neen, er is niets meer, alleen een spin.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" name="pb106">106</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Een spin op den morgen brengt kommer en zorgen,&rdquo; merkte
+Rodolphe op.</p>
+<p>&bdquo;Maar waar kan al dat geld gebleven zijn?&rdquo; vroeg Marcel,
+terneergeslagen bij het zien van de ledige kas.</p>
+<p>&bdquo;Vraag je dat nog?<span class="corr" id="xd20e2660" title="Niet in bron">&rdquo;</span> zeide Rodolphe. &bdquo;Dat is nogal
+eenvoudig: we hebben het aan Baptiste gegeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is dat?&rdquo; riep Marcel uit, die in de lade een stuk
+papier vond. &bdquo;De rekening voor het laatste kwartaal
+huur!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe is die hier gekomen?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;En gequiteerd ook!&rdquo; voegde Marcel eraan toe. &bdquo;Heb
+jij huur betaald?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik? Loop nou rond!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar wat beteekent dan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik bezweer je ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is dan dit mysterie?&rdquo; zongen zij in koor op de
+melodie der finale van <span class="ex">La Dame Blanche</span>.</p>
+<p>Baptiste, die graag muziek hoorde, kwam dadelijk aanloopen.</p>
+<p>Marcel liet hem de quitantie zien.</p>
+<p>&bdquo;O ja, dat is waar ook!&rdquo; zeide Baptiste langs zijn neus
+weg; &bdquo;dat had ik nog vergeten te zeggen. De huisbaas is hier
+geweest, toen jullie uit waren, en om hem de moeite te besparen terug
+te moeten komen, heb ik hem maar betaald.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waar heb je dat geld vandaan gehaald?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, ik heb het uit de la genomen, die stond open; ik dacht,
+dat de heeren die juist daarom open hadden laten staan, en ik zei zoo
+tegen mezelvers; De heeren hebben, toen ze uit gingen, vergeten te
+zeggen: &bdquo;Baptiste, de huisbaas zal zijn huur komen halen, je moet
+hem betalen;&rdquo; en toen heb ik gedaan, alsof ik dat bevel gekregen
+had, zonder het bevel gekregen te hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Baptiste,&rdquo; zeide Marcel, ziedend van woede, &bdquo;je
+hebt onze bevelen overtreden. Van af heden ben je uit onzen dienst
+ontslagen. Baptiste, geef je livrei terug.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span></p>
+<p>Baptiste nam zijn wasdoeken pet, waaruit zijn heele uniform bestond,
+af en gaf die aan Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Goed,&rdquo; zeide deze; &bdquo;je kunt gaan ...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En mijn loon?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ben je soms niet erg lekker? Je hebt al meer gekregen dan we
+je schuldig zijn. Ik heb je in nog geen veertien dagen veertien francs
+gegeven. Wat doe je met al dat geld? Mainteneer je soms een
+danseres?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Op het slappe koord,&rdquo; voegde Rodolphe eraan toe.</p>
+<p>&bdquo;Ik sta dus alleen op de wereld,&rdquo; zeide de ongelukkige
+knecht; &bdquo;zonder iets, waarop ik mijn hoofd kan
+nederleggen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem dan je livrei maar terug,&rdquo; antwoordde Marcel,
+ondanks zichzelf aangedaan.</p>
+<p>En hij gaf de pet aan <span class="corr" id="xd20e2711" title="Bron: Baptitste">Baptiste</span> terug.</p>
+<p>&bdquo;En toch heeft die ongelukkige ons fortuin verkwist,&rdquo;
+zeide Rodolphe, toen hij den armen Baptiste zag weggaan. &bdquo;Waar
+dineeren we vandaag?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zullen we morgen weten,&rdquo; antwoordde
+Marcel<span class="corr" id="xd20e2718" title="Niet in bron">.</span>
+<span class="pagenum">[<a id="pb108" href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2372" href="#xd20e2372src" name="xd20e2372">1</a></span> Rivier
+in Lydi&euml;, bekend om haar goudrijkdom.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2409" href="#xd20e2409src" name="xd20e2409">2</a></span> Sax was
+een fabrikant van beroemde muziekinstrumenten.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch8" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e2723" class="label">Hoofdstuk VIII.</h2>
+<h2 class="main">Wat een vijffrancsstuk kost.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Op een Zaterdagavond in den tijd, dat hij nog niet met
+mademoiselle Mimi &bdquo;was&rdquo;, met wie we weldra kennis zullen
+maken, leerde Rodolphe aan zijn table-d&rsquo;h&ocirc;te een
+handelaarster in mode-artikelen, mademoiselle Laure geheeten, kennen.
+Toen zij gehoord had, dat Rodolphe hoofdredacteur van de <span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span> en van den <span class="ex">Castor</span>, twee modebladen, was, begon zij, in de hoop, dat
+hij reclame voor haar artikelen zou maken, op vrij in het oog loopende
+wijze met hem te coquetteeren. Op die uitdagingen had Rodolphe
+geantwoord met een vuurwerk van galante complimentjes, die Benserade,
+Voiture en alle Ruggieri&rsquo;s van den precieusen stijl jaloersch
+gemaakt zouden hebben; en toen zij na afloop van het diner vernam, dat
+Rodolphe dichter was, gaf zij hem heel duidelijk te verstaan, dat zij
+niet ongeneigd was hem als haar Petrarca aan te nemen. Zelfs stond zij
+hem zonder veel omhaal van woorden een rendez-vous voor den volgenden
+dag toe.</p>
+<p>&bdquo;Bij Juppiter!&rdquo; zeide Rodolphe tot zichzelf, toen hij
+mademoiselle Laure naar huis bracht, &bdquo;dat is beslist een
+beminlijke persoonlijkheid. Het lijkt wel, dat zij over een voldoende
+grammatica en een rijk voorziene garde-robe beschikt. Ik ben werkelijk
+wel geneigd haar gelukkig te maken.&rdquo;</p>
+<p>Toen zij bij de deur van haar huis gekomen was, liet mademoiselle
+Laure den arm van Rodolphe los en dankte <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span>hem hartelijk voor de
+moeite, die hij zich getroost had, om haar naar een zoo afgelegen
+stadswijk te brengen.</p>
+<p>&bdquo;O, madame,&rdquo; antwoordde Rodolphe met een buiging,
+waarbij zijn gezicht op den grond kwam<span class="corr" id="xd20e2743"
+title="Bron: .">,</span> &bdquo;ik wilde, dat u te Moskou of op de
+Sunda-eilanden woonde, alleen om nog langer uw cavalier te kunnen
+zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is wel wat erg ver!&rdquo; antwoordde Laure gemaakt.</p>
+<p>&bdquo;We zouden over de boulevards gegaan zijn, madame,&rdquo;
+zeide Rodolphe. &bdquo;En sta mij toe, u, in den persoon van uw wang,
+de hand te kussen,&rdquo; vervolgde hij, terwijl hij Laure, voor zij
+het verhinderen kon, een kus op de lippen drukte.</p>
+<p>&bdquo;O, mijnheer,&rdquo; kirde zij, &bdquo;dat gaat te
+vlug.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar dan bereik ik ook eerder mijn doel,&rdquo; zeide
+Rodolphe. &bdquo;In de liefde moeten de eerste afstanden in galop
+worden afgelegd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een type!&rdquo; dacht de modiste, terwijl zij naar binnen
+ging.</p>
+<p>&bdquo;Een allerliefst persoonlijkheidje,&rdquo; zeide Rodolphe,
+toen hij naar huis wandelde.</p>
+<p>Zoodra hij op zijn kamer was, ging hij naar bed en droomde de
+zoetste droomen. Hij zag zich op bals, in de schouwburgen en op
+wandelplaatsen met Laure aan zijn arm, die nog mooiere japonnen dan
+die, welke in de sprookjes van Moeder de Gans voorkomen, aan had.</p>
+<p>Volgens zijn gewoonte stond Rodolphe den volgenden dag om elf uur
+op. Zijn eerste gedachte was voor mademoiselle Laure.</p>
+<p>&bdquo;Een heel beschaafde vrouw,&rdquo; mompelde hij. &bdquo;Ik ben
+er zeker van, dat zij te Saint-Denis is opgevoed. Ik zal dus eindelijk
+het geluk leeren kennen een ma&icirc;tresse te bezitten, die er
+warmpjes in zit. Ik moet mij offers voor haar getroosten. Ik zal dus
+mijn geld aan de Echarpe d&rsquo;Iris gaan halen, een paar handschoenen
+koopen en met Laure gaan dineeren in een restaurant, waar ze servetten
+<span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span>geven. Mijn rok is wel niet heel mooi meer, maar
+zwart kleedt toch altijd goed!&rdquo;</p>
+<p>En hij ging naar het bureau van de <span class="ex">Echarpe
+d&rsquo;Iris</span>.</p>
+<p>Op straat zag hij echter in den omnibus groote affiches met de
+woorden:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first"><span class="corr" id="xd20e2776" title="Niet in bron">&bdquo;</span><span class="ex">Heden, Zondag, springen
+de waterwerken te Versailles.</span>&rdquo;</p>
+</div>
+<p>Het inslaan van den bliksem vlak voor zijn voeten zou op Rodolphe
+geen dieperen indruk gemaakt hebben dan het zien van dat affiche.</p>
+<p>&bdquo;Het is vandaag Zondag! Dat was ik heelemaal vergeten!&rdquo;
+riep hij uit. &bdquo;Dan krijg ik nergens geld vandaag. Zondag! Alles
+wat in Parijs daalders heeft, is al op weg naar Versailles.&rdquo;</p>
+<p>Desniettemin liep Rodolphe, voortgedreven door een van die
+fabelachtige verwachtingen, waaraan de mensch zich steeds vastklampt,
+zoo snel als zijn beenen hem dragen konden, naar het bureau van zijn
+blad. Misschien zou een gelukkig toeval den kassier daar gebracht
+hebben.</p>
+<p>Mijnheer Boniface was er inderdaad geweest, doch onmiddellijk weer
+vertrokken.</p>
+<p>&bdquo;Hij is naar Versailles,&rdquo; zeide de loopjongen.</p>
+<p>&bdquo;Dat is verkeken,&rdquo; zeide Rodolphe.... &bdquo;Maar wacht
+eens even. Het rendez-vous is vanavond pas. Het is nu twaalf uur, ik
+heb dus nog vijf uur om vijf francs te vinden&mdash;dat is twintig sous
+per uur, net als de paarden in het Bois de Boulogne. En nu voorwaarts
+marsch!&rdquo;</p>
+<p>Daar hij juist in het stadsdeel was, waar een journalist woonde,
+dien hij den invloedrijken criticus noemde, besloot hij bij dezen een
+poging te wagen.</p>
+<p>&bdquo;Ik vind hem zeker thuis,&rdquo; zeide hij, terwijl hij de
+trap <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>opliep; &bdquo;het is vandaag zijn
+feuilletondag, dus gaat hij niet uit. Ik zal van hem vijf francs
+leenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ha, ben jij het!&rdquo; zeide de criticus, toen hij Rodolphe
+zag, &bdquo;je komt als geroepen; ik heb je een kleinen dienst te
+vragen.<span class="corr" id="xd20e2803" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Dat treft prachtig!&rdquo; dacht de redacteur van de
+<span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span>.</p>
+<p>&bdquo;Was je gisteren in den Od&eacute;on?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar ben ik altijd!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je hebt dus het nieuwe stuk gezien?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie zou het anders gezien hebben? Het publiek van den
+Od&eacute;on ben ik!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is waar ook,&rdquo; zeide de criticus. &bdquo;Je bent een
+der steunpilaren van dien schouwburg. Er loopt zelfs een gerucht, dat
+je subsidie geeft. Doch om op de zaak terug te komen, kan je me geen
+overzicht van het nieuwe stuk geven?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niets makkelijker dan dat. Ik heb het geheugen van een
+schuldeischer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Van wien was het stuk?&rdquo; vroeg de journalist aan
+Rodolphe, terwijl deze aan het schrijven was.</p>
+<p>&bdquo;Van een mijnheer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zal het geen sterk stuk zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In geen geval zoo sterk als een Turk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan is het ook niet sterk. Want de Turken hebben geheel ten
+onrechte den naam van sterk te zijn. Zij zouden hier nog niet eens voor
+schoorsteenvegers deugen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En waarom niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Omdat alle schoorsteenvegers Savoyaards zijn, en alle
+Savoyaards weer Auvergners, en alle Auvergners weer kruiers zijn. En
+bovendien zijn er geen Turken meer, behalve op de bals masqu&eacute;s
+in de voorsteden en op de Champs Elys&eacute;es, waar zij dadels
+verkoopen. De Turk is een vooroordeel. Een van mijn vrienden kent het
+Oosten heel goed en die heeft me verzekerd, dat al de onderdanen
+<span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span>van die natie geboren zijn in de rue
+Coquenard.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Alleraardigst!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;<span class="corr" id="xd20e2844" title="Bron: Vindt">Vind</span> je?&rdquo; vroeg de criticus. &bdquo;Dan zet
+ik het in mijn feuilleton.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier heb je de analyse van het stuk,&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;Gauw gedaan, wat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat wel, maar het is verduiveld kort.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wanneer je er wat gedachtenstreepjes bij zet en je kritische
+opinie ontwikkelt, neemt het plaats genoeg in.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar heb ik geen tijd voor, mijn waarde, en bovendien beslaat
+mijn kritische meening zooveel plaats niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zet je er om de drie woorden een adjectief
+bij.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zou je aan de analyse niet een korte, of liever een lange
+beschouwing over het stuk kunnen vasthechten?&rdquo; vroeg de
+criticus.</p>
+<p>&bdquo;Och,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;ik heb wel mijn bepaalde
+idee&euml;n over de tragedie, maar ik waarschuw je, dat ik ze al
+driemaal in den <span class="ex">Castor</span> en in de <span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span> heb laten afdrukken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is minder; hoeveel regels beslaan je
+idee&euml;n?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Veertig regels.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bliksems, jij hebt groote idee&euml;n! Nou, wil je me je
+veertig regels leenen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Prachtig!&rdquo; dacht Rodolphe. &bdquo;Als ik hem voor
+twintig francs copie lever, zal hij mij geen vijf francs kunnen
+weigeren. Ik moet je echter eerlijk bekennen,&rdquo; zeide hij
+vervolgens tot den criticus, &bdquo;dat mijn denkbeelden niet bepaald
+nieuw zijn. Zij zijn aan den elleboog een beetje doorgesleten. Voor ik
+ze liet drukken, heb ik ze in alle koffiehuizen van Parijs
+uitgebazuind: er is geen kellner in Parijs, die ze niet uit zijn hoofd
+kent.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat kan mij dat schelen?.... Je kent me nog niet. Is er,
+uitgezonderd de deugd, iets nieuws in de wereld?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier!&rdquo; zeide Rodolphe toen hij klaar was.</p>
+<p>&bdquo;Donder en bliksem! Er mankeeren nog twee kolom...
+<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>Waarmede dien afgrond te dempen? Kom, lever me,
+nu je toch hier bent, nog een paar paradoxen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb er van mijzelf niet bij me,&rdquo; zeide Rodolphe;
+&bdquo;maar ik kan je er wel een paar leenen; ze zijn echter niet van
+mij; ik heb ze voor vijftig centimes van een vriend, die in
+geldverlegenheid zat, gekocht. Ze hebben nog maar heel weinig dienst
+gedaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Des te beter!&rdquo; zeide de criticus.</p>
+<p>&bdquo;Het gaat goed!&rdquo; zeide Rodolphe tot zichzelf, terwijl
+hij weer begon te schrijven; &bdquo;ik vraag hem minstens tien francs;
+in dezen tijd zijn de paradoxen even duur als jonge
+patrijzen.&rdquo;</p>
+<p>En hij schreef een dertig regels, waarin hij zottenpraat uitkraamde
+over piano&rsquo;s, goudvisschen, de school van het gezond verstand en
+Rijnwijn, dien hij toiletwijn noemde.</p>
+<p>&bdquo;Prachtig,&rdquo; zeide de criticus; &bdquo;doe mij nu nog het
+genoegen er bij te schrijven, dat het bagno de plaats in de wereld is,
+waar je de meeste rechtschapen menschen vindt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Om nog twee regels te vullen. Zoo, dat is in orde,&rdquo;
+zeide de invloedrijke criticus en riep zijn bediende, om zijn
+feuilleton naar de drukkerij te brengen.</p>
+<p>&bdquo;En nu,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;de koe bij de horens
+gevat!&rdquo; En hij deed plechtig en ernstig zijn verzoek.</p>
+<p>&bdquo;O je, mijn waarde,&rdquo; zuchtte de criticus, &bdquo;ik heb
+zelf geen sou in huis. Lolotte ru&iuml;neert me met pomade en zooeven
+heeft zij mij tot mijn laatste halve duit uitgeschud om naar Versailles
+te gaan en de Nere&iuml;den en andere bronzen monsters water te zien
+spuwen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Naar Versailles?&rdquo; vroeg Rodolphe. &bdquo;Is het vandaag
+dan een epidemie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarom heb je geld noodig?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ziehier het geval,&rdquo; antwoordde Rodolphe. &bdquo;Om
+<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>vijf uur heb ik een afspraak met een vrouw van
+de wereld, een gedistingeerde dame, die altijd in een omnibus uitgaat.
+Ik zou gaarne voor eenige dagen mijn lot aan het hare verbinden; en
+daarom komt het mij passend voor haar de zoetheden des levens te laten
+smaken. Diner, bal, wandelingen enz. enz. Ik heb absoluut vijf francs
+noodig; als ik ze niet vind, is in mijn persoon de geheele Fransche
+litteratuur onteerd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom leen je die som niet van die dame zelf?&rdquo; vroeg
+de criticus.</p>
+<p>&bdquo;Dat gaat den eersten keer niet. Alleen jij kunt mij
+redden!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bij alle mummies van Egypte zweer ik je op mijn woord van
+eer, dat ik zelfs geen geld heb, om een pijp van een sou of een
+panatella te koopen. Maar ik heb daar een paar boeken, die je zoudt
+kunnen verkoopen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vandaag, op Zondag, onmogelijk. Moeder Mansut, Lebigre en
+alle winkels op de kaden en in de rue Saint-Jacques zijn gesloten. En
+wat zijn het voor boeken? Zeker gedichten met het portret van den
+schrijver. Maar die dingen zijn onverkoopbaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Tenzij je er door de rechtbank toe veroordeeld wordt. Doch
+wacht even, daar heb je nog een bundel romances en een paar billetten
+voor concerten. Wanneer je het wat handig aanlegt, zou je er best wat
+geld van kunnen maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zou liever wat anders meenemen, een broek bijv.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar,&rdquo; zeide de criticus, &bdquo;neem dien Bossuet en
+die gipsbuste van Odilon Barrot nog mee; maar op mijn woord van eer,
+dat is het penningske der weduwe.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zie in ieder geval je goeden wil,&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;Ik neem de schatten mede, maar als ik er dertig sous voor krijg,
+dan beschouw ik dat kunststuk als het dertiende werk van
+Hercules.<span class="corr" id="xd20e2928" title="Niet in bron">&rdquo;</span> <span class="pagenum">[<a id="pb115"
+href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span></p>
+<p>Nadat hij ongeveer vier mijl had afgelegd, slaagde hij er met behulp
+van een welsprekendheid, waarvan hij bij groote gelegenheden het geheim
+bezat, in bij zijn waschvrouw twee francs te leenen, waarvoor hij de
+deelen <span class="corr" id="xd20e2934" title="Bron: poezie">po&euml;zie</span>, de romances en de buste van Barrot
+in pand moest geven.</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zeide hij, toen hij de bruggen weer overging,
+&bdquo;dat is tenminste de jus, nu moet ik het vleesch nog zien te
+vinden. Als ik eens naar mijn oom ging!&rdquo;</p>
+<p>Een half uur later was hij bij zijn oom Monetti, die op het gelaat
+van zijn neef dadelijk las, waarom het ging. Hij was dus op zijn hoede
+en voorkwam iedere vraag door een serie klachten als:</p>
+<p>&bdquo;Het zijn moeilijke tijden: het brood is duur, de klanten
+betalen niet, de huur moet worden opgebracht, de handel zit in het
+moeras enz. enz.,&rdquo; en al de verdere huichelachtige klachten van
+winkeliers.</p>
+<p>&bdquo;Zou je wel willen gelooven,&rdquo; zeide de oom, &bdquo;dat
+ik genoodzaakt ben geld te leenen van mijn bediende, om een wissel te
+betalen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan hadt u mij even een boodschap moeten sturen,&rdquo; zeide
+Rodolphe. &bdquo;Ik zou u het geld gaarne geleend hebben; drie dagen
+geleden heb ik tweehonderd francs gekregen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik vind het heel aardig van je, jongen, maar je hebt zelf je
+geld noodig .... Maar zeg, nu je toch hier bent, zou je wel even een
+paar rekeningen voor me kunnen schrijven, die ik wil laten innen; je
+schrijft zoo&rsquo;n mooie hand.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O je, die vijf francs zullen me duur kosten,&rdquo; zeide
+Rodolphe, terwijl hij zich aan het werk zette, dat hij zooveel mogelijk
+bekortte.</p>
+<p>&bdquo;Beste oom,&rdquo; zeide hij, &bdquo;daar ik weet, dat u een
+groot muziekliefhebber bent, heb ik een paar entr&eacute;e&rsquo;s voor
+u medegebracht.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Heel vriendelijk van je, jongen. Wil je bij me blijven
+dineeren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dank u, oom; ik word in den Fauborg St. Germain op een
+diner verwacht. Ik verkeer zelfs eenigszins in verlegenheid, omdat ik
+geen tijd meer heb om geld te gaan halen, om handschoenen te
+koopen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je geen handschoenen bij je? Wil je de mijne
+leenen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zal niet gaan; we hebben hetzelfde nummer niet; maar u
+zoudt mij verplichten mij te leenen....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Negen-en-twintig sous, om een paar te koopen? Zeker, jongen,
+daar heb je ze. Wanneer je in gezelschap komt, moet je fatsoenlijk voor
+den dag komen. Beter benijd dan beklaagd, zeide je tante altijd. Ik ben
+blij, dat je in betere kringen komt .... Ik zou je wel wat meer gegeven
+hebben, maar ik heb op het oogenblik hier in het kantoor niet meer; ik
+zou naar boven moeten en ik kan den winkel niet alleen laten: ieder
+oogenblik komen er koopers.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En u vertelde daarnet, dat het zoo slecht met den handel
+ging!&rdquo;</p>
+<p>Oom Monetti deed, of hij die opmerking niet hoorde en zeide tot zijn
+neef, die de negen-en-twintig sous in zijn zak stak:</p>
+<p>&bdquo;Je behoeft je niet te haasten, om ze terug te
+geven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat een gierige brok!&rdquo; zeide Rodolphe, terwijl hij zich
+wegspoedde. &bdquo;Nu ontbreken me nog een-en-dertig sous. Waar die te
+vinden? Wacht, een idee, laat ik naar den viersprong van de
+Voorzienigheid gaan.&rdquo;</p>
+<p>Dat was de naam, dien Rodolphe gaf aan het meest centrale punt van
+Parijs, d. w. z. het Palais Royal, een plek, waar het bijna onmogelijk
+is tien minuten te blijven staan zonder tien personen te ontmoeten, die
+je kent, vooral schuldeischers. <span class="pagenum">[<a id="pb117"
+href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span></p>
+<p>Rodolphe ging dus op het bordes van het Palais-Royal op wacht staan.
+Ditmaal liet de Voorzienigheid zich lang wachten. Eindelijk meende
+Rodolphe haar te zien. Zij had een witten hoed, een groenen paletot en
+een wandelstok met een gouden knop .... een zeer elegant gekleede
+Voorzienigheid dus.</p>
+<p>Het was een voorkomende en bemiddelde, maar eenigszins woordenrijke
+jongeling.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben blij je te zien,&rdquo; zeide hij tot Rodolphe;
+&bdquo;loop een eindje mede, dan kunnen we wat praten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach, ik zal die woordenmarteling maar ondergaan,&rdquo;
+mompelde Rodolphe, terwijl hij zich door den witten hoed liet
+medenemen, die hem inderdaad zijn trommelvlies half kapot praatte.</p>
+<p>Toen zij bij den Pont des Arts kwamen, zeide Rodolphe:</p>
+<p>&bdquo;Ik moet je nu verlaten, daar ik geen geld heb, om de tol voor
+de brug te betalen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kom maar mee,&rdquo; antwoordde de witte hoed, terwijl hij
+den invalide twee sous toewierp.</p>
+<p>&bdquo;Nu is het oogenblik gekomen,&rdquo; dacht de redacteur van de
+<span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span>, toen hij de brug
+overliep; aan het einde ervan bij de klok van het Instituut gekomen,
+bleef Rodolphe plotseling staan, wees met een wanhopig gebaar naar de
+wijzerplaat en riep uit:</p>
+<p>&bdquo;Vervloekt! Kwart voor vijf. Ik ben verloren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is er?&rdquo; zeide de andere verwonderd.</p>
+<p>&bdquo;Wel, dat ik door jouw schuld een rendez-vous
+verzuim.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een belangrijk?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zou ik denken .... Ik moest om vijf uur geld gaan halen
+.... in Batignolles .... Ik zal er nooit op tijd zijn .... Bliksems!
+Wat moet ik beginnen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is nogal eenvoudig,&rdquo; zeide de woordenrijke,
+&bdquo;ga met mij mee naar huis, dan zal ik je wat leenen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Onmogelijk! Je woont in Montrouge, en om zes uur <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>moet
+ik voor een zaak in de Chauss&eacute;e-d&rsquo;Antin zijn .... Een
+beroerde geschiedenis!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb wel een paar sous op zak,&rdquo; zeide de
+Voorzienigheid bescheiden .... &bdquo;maar niet veel.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als ik genoeg had om een bakje te nemen, dan zou ik misschien
+nog op tijd in Batignolles kunnen zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier heb je den inhoud van mijn beurs, mijn waarde,
+een-en-dertig sous.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geef maar gauw hier, dan maak ik, dat ik weg kom!&rdquo;
+zeide Rodolphe, die het vijf uur had hooren slaan, en hij haastte zich
+naar de plaats van zijn rendez-vous.</p>
+<p>&bdquo;Dat is een heele toer geweest,&rdquo; zeide hij, terwijl hij
+zijn geld telde. &bdquo;Honderd sous, precies op den kop af. Enfin, ik
+ben nu gered, en Laure zal zien, dat zij te doen heeft met een man, die
+savoir-vivre heeft. Ik wil vanavond met geen centime thuis komen. Ik
+moet de litteratuur weer tot eer brengen en bewijzen, dat het haar
+beoefenaars slechts aan geld ontbreekt, om rijk te zijn.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe vond mademoiselle Laure op de afgesproken plaats.</p>
+<p>&bdquo;Nou,&rdquo; zeide hij tot zichzelf, &bdquo;wat stiptheid
+betreft, lijkt zij wel een chronometer.&rdquo;</p>
+<p>Hij bracht den avond met haar door en smolt zijn vijf francs dapper
+in den smeltkroes der verkwisting. Mademoiselle Laure was verrukt over
+zijn manieren en was wel zoo goed eerst te merken, dat Rodolphe haar
+niet naar haar huis terugbracht v&oacute;&oacute;r het oogenblik, dat
+hij haar zijn kamer liet binnentreden.</p>
+<p>&bdquo;Het is verkeerd wat ik doe,&rdquo; zeide zij. &bdquo;Zorg,
+dat ik er geen berouw over moet hebben door een ondankbaarheid, die uw
+sexe eigen is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Madame,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;ik sta bekend voor mijn
+bestendigheid, en wel in dien mate, dat al mijn vrienden zich over mijn
+trouw verwonderen en mij den bijnaam gegeven hebben van generaal
+Bertrand der Liefde.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb119" href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch9" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e3036" class="label">Hoofdstuk IX.</h2>
+<h2 class="main">De witte viooltjes.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In dien tijd was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn
+nicht Angèle, die hem niet kon uitstaan, en de thermometer van
+den ingenieur Chevalier wees twaalf graden onder nul.</p>
+<p>Mademoiselle Angèle was de dochter van mijnheer Monetti, den
+kachelsmid-rookverdrijver, over wien we reeds meermalen gelegenheid
+hadden te spreken. Mademoiselle Angèle was achttien jaar en pas
+terug uit Bourgondi&euml;, waar zij vijf jaar doorgebracht had bij een
+bloedverwante, van wie zij later moest erven. Die bloedverwante was een
+oude vrouw, die nooit jong of mooi geweest was, maar altijd
+kwaadaardig, niettegenstaande of liever omdat zij vroom was.
+Angèle, die bij haar vertrek een bekoorlijk kind was, dat in
+haar jonge jaren reeds een bekoorlijk meisje beloofde te worden, kwam
+na verloop van vijf jaar als een knap, maar koel, droog, ongevoelig
+jong meisje terug. Het teruggetrokken provincieleven, de overdreven
+godsdienstige oefeningen en de bekrompen beginselen, volgens welke zij
+was opgevoed, hadden haar geest vervuld met vulgaire en dwaze
+vooroordeelen, haar phantasie lam geslagen en van haar hart een orgaan
+gemaakt, dat zich er toe bepaalde zijn functie als
+bloedsomloop-regulateur te vervullen. Angèle had, om zoo te
+zeggen, wijwater in plaats van bloed in haar aderen. Bij haar terugkeer
+ontving zij hem met een ijskoude reserve en Rodolphe trachtte ieder
+oogenblik <span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>vergeefs in haar de teedere snaar der
+herinneringen weer te doen trillen, herinneringen uit den tijd, toen
+zij samen de amourette &agrave; la Paul et Virginie gespeeld hadden,
+die tusschen neef en nicht zoo dikwijls gespeeld wordt. Toch was
+Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, die hem niet
+kon uitstaan; en toen hij op een goeden dag hoorde, dat het jonge
+meisje binnenkort naar een bal, dat ter gelegenheid van het huwelijk
+van een harer vriendinnen gegeven werd, zou gaan, liet hij zich door
+zijn hartstocht zoo ver medesleepen, dat hij Angèle voor dat bal
+een bouquet viooltjes beloofde. En na toestemming van haar vader
+gekregen te hebben, nam Angèle het galante aanbod van haar neef
+aan, waarbij zij er echter op aandrong, dat zij witte viooltjes zou
+krijgen.</p>
+<p>Gelukkig door de beminlijk- en vriendelijkheid van zijn nicht, ging
+hij dansend en zingend naar zijn &bdquo;St. Bernard&rdquo; terug. Zoo
+noemde hij zijn toenmalig domicilie; waarom zullen we dadelijk zien.
+Toen hij door het Paleis Royal ging en voorbij den winkel van madame
+Provost, de beroemde bloemiste, kwam, zag hij witte viooltjes in de
+etalage; uit nieuwsgierigheid liep hij naar binnen, om den prijs ervan
+te vragen. Een eenigszins toonbare bouquet kostte niet minder dan tien
+francs, doch er bestonden er, die nog duurder waren.</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;tien francs, en
+nog maar acht dagen tijd, om dat millioen te vinden. Dat zal moeite
+kosten; maar dat is minder, mijn nicht krijgt haar bouquet. Ik heb al
+een id&eacute;e.&rdquo;</p>
+<p>Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn
+litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een
+maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend was
+door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang verblijf
+te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester in de
+provincie geworden was. Rodolphe, aan <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>wiens wieg de
+verkwisting als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier
+dagen rond; en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van
+elegisch dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand
+van die manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der
+Voorzienigheid druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen
+verschrikkingen; hij bracht dien vroolijk door dank zij een
+sto&iuml;sche matigheid en de schatten der phantasie, die hij dagelijks
+uitgaf, om den eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een
+einde maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de
+rue Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het
+<span class="ex">h&ocirc;tel de l&rsquo;Eminence grise</span> heette,
+omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van Richelieu, daar gewoond zou
+hebben. Rodolphe woonde op de bovenste verdieping van dat huis, een der
+hoogste van Parijs. Zijn kamer, een soort belv&eacute;dère, was
+in den zomer een heerlijke verblijfplaats; maar van October tot April
+was het een klein Kamschatka. De vier hoofdwinden, die door de vier
+vensters drongen, kwamen er gedurende den geheelen winter de meest
+woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie zag men er nog een grooten
+schoorsteen, waarvan de groote opening een eerepoort scheen te zijn
+voor Borreas<a class="noteref" id="xd20e3057src" href="#xd20e3057"
+name="xd20e3057src">1</a> en zijn gevolg. Dadelijk bij het intreden van
+de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen tot een bijzonder
+verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige meubelen, die hij
+bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop van acht dagen was
+zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield niet meer dan zijn bed
+en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog gebiedt te zeggen, dat
+die meubelen van ijzer waren en dus van nature tegen brand verzekerd
+waren. Rodolphe had voor dit <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" name="pb122">122</a>]</span>verwarmingsstelsel den naam:
+&bdquo;verhuizen door den schoorsteen&rdquo; uitgedacht.</p>
+<p>We waren dus in het midden van Januari, en de thermometer, die op
+den Quai des Lunettes twaalf graden aanwees, zou zeker nog twee of drie
+graden gedaald zijn, indien hij overgebracht was naar den
+belv&eacute;dère, waaraan Rodolphe de bijnamen St. Bernard,
+Spitsbergen en Siberi&euml; gegeven had.</p>
+<p>Den avond, waarop hij aan zijn nicht witte viooltjes beloofd had,
+geraakte Rodolphe bij zijn thuiskomst in een heftige woede: de vier
+hoofdwinden hadden bij hun spel in de vier hoeken der kamer nog een
+ruit gebroken. Dat was in de laatste veertien dagen de derde. Rodolphe
+barstte in woedende vervloekingen tegen Aeolus en zijn heele familie
+Breekal los. Na dit nieuwe gat met het portret van een van zijn
+vrienden gestopt te hebben, ging Rodolphe geheel gekleed tusschen de
+twee wollen planken, die hij zijn matras noemde, liggen en droomde den
+geheelen nacht van witte viooltjes.</p>
+<p>Vijf dagen later had Rodolphe nog geen enkel middel gevonden, dat
+hem zou kunnen helpen zijn droom te verwezenlijken, en toch moest hij
+acht-en-veertig uur later den bouquet aan zijn nicht geven. Gedurende
+dien tijd was de thermometer nog meer gedaald, en de ongelukkige
+dichter was de wanhoop nabij bij de gedachte, dat de viooltjes nog
+duurder geworden zouden zijn. Eindelijk had de Voorzienigheid
+medelijden met hem en kwam hem op de volgende wijze te hulp.</p>
+<p>Toen hij op een goeden morgen toevallig bij zijn vriend Marcel, den
+schilder, ging dejeuneeren, vond hij hem in gesprek met een dame in den
+rouw. Het was een weduwe, wier man pas kort geleden gestorven was; zij
+kwam hem vragen naar den prijs van een manlijke hand, die met het
+opschrift:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&rdquo;<span class="ex">Ik wacht u, geliefde
+vrouw</span>&rdquo;</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" name="pb123">123</a>]</span></p>
+<p>geschilderd moest worden op het grafteeken, dat zij voor haar man
+had laten oprichten.</p>
+<p>Om het kunstwerk goedkooper te krijgen, liet zij den artist in den
+loop van het gesprek doorschemeren, dat hij, wanneer God haar weer met
+haar echtgenoot zou vereenigen, een tweede hand te schilderen zou
+krijgen, haar met een armband versierde hand, en wel met een nieuw
+opschrift, luidende:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">&rdquo;<span class="ex">Eindelijk heeft God ons
+vereenigd</span>&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Ik zal die beschikking in mijn testament
+zetten,&rdquo; zeide de weduwe, &bdquo;met mijn uitdrukkelijken wil,
+dat u met de uitvoering ervan belast zult worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In dat geval, mevrouw,&rdquo; antwoordde de artist,
+&bdquo;neem ik den prijs, die u mij voorstelt, aan, maar dan reken ik
+ook op den handdruk. Vergeet niet mij in uw testament te
+zetten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ook zou ik graag zien, dat het werk zoo gauw mogelijk gereed
+was,&rdquo; zeide de weduwe; &bdquo;maar neem er uw tijd voor, en
+vergeet vooral het litteeken op den duim niet. Ik wil een goed
+gelijkende hand.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij zal sprekend zijn, mevrouw, wees gerust,&rdquo; zeide
+Marcel, terwijl hij de weduwe uitliet. Doch op den drempel keerde zij
+zich weer om.</p>
+<p>&bdquo;O ja, ik wou u nog graag wat vragen; ik zou graag op het graf
+van mijn man nog een vers laten aanbrengen, waarin de edele
+levenswandel en de laatste woorden, die hij op zijn sterfbed gesproken
+heeft, vermeld worden. Staat dat voornaam?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeer voornaam .... men noemt dat een epitaphium .... het is
+heel voornaam.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kent u niet iemand, die dat goedkoop voor mij zou kunnen
+maken? Ik heb wel een buurman, mijnheer Gu&eacute;rin, den openbaren
+schrijver, maar die is zoo peperduur.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span></p>
+<p>Bij die woorden wierp Rodolphe Marcel een blik toe, dien deze
+dadelijk begreep.</p>
+<p>&bdquo;Mevrouw,&rdquo; zeide de schilder en wees op Rodolphe,
+&bdquo;een gelukkig toeval heeft hier den persoon heen gevoerd, die u
+in deze droevige omstandigheden zou kunnen helpen. Mijnheer hier is een
+uitstekend dichter, u zoudt geen beteren kunnen vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zou er zeer op staan, dat het heel treurige verzen
+zijn,&rdquo; zeide de weduwe, &bdquo;en dat er geen spelfouten in voor
+komen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mevrouw,&rdquo; antwoordde Marcel, &bdquo;mijn vriend kent de
+orthographie op zijn duimpje: hij heeft op het college alle prijzen
+gewonnen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; zeide de weduwe; &bdquo;mijn neefje heeft laatst
+ook een prijs gekregen; en hij is toch pas zeven jaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een zeer voorspoedig kind, mevrouw,&rdquo; was Marcels
+antwoord.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; drong de weduwe aan, &bdquo;kan mijnheer ook
+treurige verzen maken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Beter dan wie ook, mevrouw, want hij heeft veel verdriet in
+zijn leven gehad. Mijn vriend munt uit in treurige verzen; dat
+verwijten de couranten hem zelfs wel eens.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; riep de weduwe uit, &bdquo;wordt er over hem in
+de couranten geschreven? Dan is hij zeker even knap als mijnheer
+Gu&eacute;rin, de openbare schrijver!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, nog veel knapper! Wend u maar tot hem, mevrouw, u zult er
+geen berouw over hebben.&rdquo;</p>
+<p>Nadat de weduwe den dichter de bedoeling van het opschrift in
+verzen, dat zij op het graf van haar man wilde laten aanbrengen,
+uiteengezet had, stemde zij erin toe Rodolphe tien francs te geven, als
+het gedicht in haar smaak viel; maar zij wilde de verzen heel gauw
+hebben. De dichter beloofde ze haar den volgenden dag reeds door
+bemiddeling van zijn vriend te zullen doen toekomen.</p>
+<p>&bdquo;O goede fee Artemisia,&rdquo; riep Rodolphe uit, toen de
+<span class="pagenum">[<a id="pb125" href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>weduwe weg was, &bdquo;ik zweer je, dat je
+tevreden zult zijn; ik zal je een goede maat dooden-lyriek geven, en
+mijn orthographie zal beter zijn dan die van een hertogin. O goed
+oudje, moge, om u te beloonen, de hemel je honderdzeven jaar laten
+leven evenals goede brandewijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar kom ik tegen op!&rdquo; riep Marcel uit.</p>
+<p>&bdquo;Dat is waar ook!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;ik zou bijna
+vergeten, dat je na haar dood nog een tweede hand te schilderen krijgt,
+en zoo&rsquo;n lang leven je dat geld dus zou doen verliezen.&rdquo; En
+zijn handen ten hemel heffend, bad hij: &bdquo;O, lieve God, verhoor
+mijn gebed niet! Hè,&rdquo; voegde hij er aan toe, &bdquo;dat is
+een bofje, dat ik hierheen gekomen ben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, wat kwam je eigenlijk hier doen?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Daar denk ik nu ook weer aan en vooral nu ik, om dat gedicht
+te maken, den geheelen nacht op zal moeten blijven zitten, kan ik dat,
+wat ik je kwam vragen, onmogelijk missen, n.l. 1e. wat eten; 2e. wat
+tabak en een kaars; 3e. je ijsberencostuum.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ga je naar een bal masqu&eacute;? O ja, dat is waar ook,
+vanavond wordt het eerste gegeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dat niet; maar zooals je me hier ziet, ben ik even
+bevroren als het groote leger op zijn terugtocht uit Rusland. Mijn
+groen wollen paletot en mijn broek van Schotsch merinos zijn
+ongetwijfeld heel mooi, maar toch beter geschikt voor de lente en om
+onder den equator te wonen; wanneer je echter, zooals ik, je tenten
+onder den pool hebt opgeslagen, is een ijsberencostuum passender, ik
+zou bijna zeggen, onmisbaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar heb je de pels,&rdquo; zeide Marcel. &bdquo;Het
+denkbeeld is niet kwaad, het beest heeft een vurig gestel, en je zult
+je erin voelen als een brood in een oven.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe was intusschen reeds in de huid van het dier gekropen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wat zal mijn thermometer gloeiend boos worden,&rdquo; zeide
+hij.</p>
+<p>&bdquo;Wil je in dat costuum de straat op?&rdquo; zeide Marcel tot
+zijn vriend, toen zij hun geheimzinnig diner, dat in schalen van vijf
+centimes opgediend werd, naar binnen hadden gewerkt.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb maling aan de heele wereld,&rdquo; zeide Rodolphe;
+&bdquo;en bovendien begint vandaag het carnaval.&rdquo;</p>
+<p>En hij doorliep werkelijk heel Parijs in de ernstige houding van den
+viervoeter, in wiens huid hij zich gestoken had. En toen hij voorbij
+den thermometer van den ingenieur Chevalier kwam, trok hij er een
+langen neus tegen.</p>
+<p>Toen hij, niet zonder zijn concierge de stuipen van schrik op het
+lijf gejaagd te hebben, weer boven op zijn kamer was, stak de dichter
+zijn kaars aan, die hij, om de moedwillige streken van de Noordenwinden
+te voorkomen, met een doorschijnend stuk papier omgaf, en ging dadelijk
+aan het werk. Maar al heel gauw kwam hij tot de ontdekking, dat, al was
+zijn lichaam vrijwel tegen de koude beschermd, zijn handen het niet
+waren; en hij had nog geen twee verzen van zijn epitaphium op het
+papier, of zijn vingers begonnen te tintelen van de koude en lieten de
+pen vallen.</p>
+<p>&bdquo;Tegen de elementen kan zelfs de moedigste niet op,&rdquo;
+zeide Rodolphe, die zich wanhopig achterover in zijn stoel liet vallen.
+&bdquo;Caesar heeft wel den Rubicon overgestoken, maar over de Beresina
+had hij nooit kunnen komen.&rdquo;</p>
+<p>Plotseling echter ontsnapte een kreet van vreugde aan het diepst van
+zijn berenborst en stond hij zoo bruusk op, dat hij een deel van zijn
+inkt liet vallen op het smettelooze wit van zijn pels: hij had een
+id&eacute;e, een nieuwen druk van het denkbeeld van Chatterton.</p>
+<p>Hij haalde onder zijn bed een grooten stapel papieren <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>te
+voorschijn, waaronder zich een dozijn reusachtige manuscripten van zijn
+beroemd drama <span class="ex">Le Vengeur</span> bevond. Dit drama,
+waaraan hij twee jaar gewerkt had, was zoo dikwijls over- en omgewerkt,
+dat de gezamenlijke copie&euml;n een gewicht van zeven kilogram
+vormden. Rodolphe legde het jongste manuscript ter zijde en sleepte de
+overige naar den schoorsteen.</p>
+<p>&bdquo;Ik wist wel, dat het nog eens geplaatst zou worden,&rdquo;
+riep hij uit .... &bdquo;je moet echter geduld weten te hebben! Dat is
+toch zeker een flink takkenbosje proza. O, als ik geweten had, wat er
+gebeuren zou, dan had ik er nog een voorspel bij gemaakt en zou ik nu
+meer brandstof hebben .... Maar je kunt niet alles van te voren
+weten.&rdquo;</p>
+<p>En hij stak eenige bladen van het manuscript in brand en ontdooide
+zijn handen bij de vlammen daarvan. Na vijf minuten was het eerste
+bedrijf van <span class="ex">Le Vengeur</span> afgespeeld en had
+Rodolphe drie verzen van zijn epitaphium gereed.</p>
+<p>Niets ter wereld zou de verbazing der vier hoofdwinden hebben kunnen
+schilderen, toen zij vuur in de haard zagen.</p>
+<p>&bdquo;Dat is gezichtsbedrog,&rdquo; blies de Noordenwind, die
+vroolijk in de berenharen van Rodolphe speelde.</p>
+<p>&bdquo;Als we eens in den schoorsteen gingen blazen,&rdquo;
+antwoordde een andere wind, &bdquo;dan zou de haard heerlijk gaan
+rooken.&rdquo;</p>
+<p>Maar juist toen zij den armen Rodolphe wilden gaan kwellen en
+treiteren, zag de Zuidenwind mijnheer Arago voor een raam van het
+observatorium zitten, vanwaar de geleerde met zijn vinger de vier
+winden dreigde.</p>
+<p>Onmiddellijk riep de Zuidenwind zijn broeders toe: &bdquo;Laten we
+maken, dat we weg komen, de almanak geeft voor dezen nacht stil weer
+aan; wij zijn dus in tegenspraak met de sterrenwacht, en als we om
+twaalf uur niet thuis <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>zijn, zal mijnheer Arago ons
+school laten blijven.&rdquo;</p>
+<p>Gedurende dien tijd brandde het tweede bedrijf van <span class="ex">Le Vengeur</span> met groot succes. En Rodolphe had tien verzen
+geschreven. Maar tijdens den duur van het derde bedrijf kon hij er
+slechts twee schrijven.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb altijd gevonden, dat die acte te kort was,&rdquo;
+mompelde Rodolphe; &bdquo;maar je merkt die fouten altijd pas bij de
+opvoering. Gelukkig zal het volgende bedrijf langer duren:
+drie-en-twintig scènes, waaronder de troonscène, die het
+tooneel van mijn roem had moeten zijn.&rdquo;</p>
+<p>De slotwoorden der troonscène gingen in vlammen op, toen
+Rodolphe nog een strophe van zes regels te schrijven had.</p>
+<p>&bdquo;En nu het vierde bedrijf,&rdquo; zei hij, terwijl zijn
+gezicht van dichtvuur gloeide. &bdquo;Dat zal wel vijf minuten duren,
+het is heelemaal monoloog.&rdquo;</p>
+<p>Hij ging over tot de ontknooping, die opvlamde en onmiddellijk weer
+uitging. Op hetzelfde oogenblik vatte Rodolphe de laatste woorden van
+den overledene, te wiens verheerlijking hij gewerkt had, in een
+prachtvolle lyrische ontboezeming samen.</p>
+<p>&bdquo;Er blijft nog genoeg over voor een tweede opvoering,&rdquo;
+zeide hij, terwijl hij de overgebleven manuscripten weer onder het bed
+schoof.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den volgenden avond om acht uur deed mademoiselle Angèle haar
+intrede in de balzaal met een prachtigen bouquet witte viooltjes, in
+het midden waarvan twee pas-ontloken witte rozen prijkten. Den geheelen
+avond kreeg zij om dien bouquet complimentjes van de dames en galante
+vleierijen van de heeren te hooren. Angèle was haar neef, die
+haar al die kleine voldoeningen van haar eigenliefde verschaft had, dan
+ook wel eenigermate dankbaar, en misschien zou zij, wanneer een
+bloedverwant der bruid, met wien zij verscheidene malen gedanst
+<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>had, niet steeds om haar heen gedraaid had, nog
+meer aan hem gedacht hebben. Dat familielid was een jonge blonde man
+met een prachtige, kurkentrekkerachtig opgedraaide snor, de echte
+angel, waaraan onervaren jonge meisjesharten blijven hangen. De jonge
+man had Angèle reeds gevraagd om de twee witte rozen, die alleen
+nog waren overgebleven van den bouquet, waarvan iedereen een viooltje
+geplukt had .... Maar Angèle had geweigerd, doch alleen om ze
+tegen het einde van het bal te lagen liggen op een stoeltje, waarvan de
+blonde jongeling ze onmiddellijk ging weghalen.</p>
+<p>Op dat oogenblik vroor het veertien graden in den
+belv&eacute;dère van Rodolphe, die, geleund voor zijn venster,
+in de richting van de barrière du Maine keek naar de lichten van
+de balzaal, waar Angèle danste, die hem niet uit kon staan.
+<span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3057" href="#xd20e3057src" name="xd20e3057">1</a></span> Borreas
+= Noordenwind.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch10" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e3215" class="label">Hoofdstuk X.</h2>
+<h2 class="main">De Stormkaap.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Er zijn in de maanden, waarin een kwartaal begint,
+angstwekkende oogenblikken, gewoonlijk de 1ste en de 15de. Rodolphe,
+die deze beide data nooit zonder schrik zag naderen, noemde ze de
+&bdquo;<span class="ex">Stormkaap</span>&rdquo;. Dien dag opent niet
+Aurora de poorten van het Oosten, maar schuldeischers, huiseigenaars,
+deurwaarders en andere geldzakdragers staan buiten de deur. Die dag
+begint met een plasregen van aanmaningen, rekeningen en wissels en
+eindigt met een hagelbui van protesten, <span class="ex">dies
+irae!</span></p>
+<p>In den ochtend van zoo&rsquo;n 15den April lag Rodolphe rustig te
+slapen .... en droomde, dat een van zijn ooms hem bij testament een
+geheele provincie van Peru had vermaakt .... met alle Peruaansche
+schoonen erin begrepen.</p>
+<p>Terwijl hij daar midden in een imaginairen Pactolus rondzwom, kwam
+het geluid van een sleutel, die in het slot ronddraaide, den
+ingebeelden erfgenaam op het schitterendste oogenblik van zijn gouden
+droom storen.</p>
+<p>Rodolphe ging rechtop in zijn bed zitten en keek slaapdronken om
+zich heen.</p>
+<p>Hij zag toen vaag in het midden van zijn kamer een man staan, die
+pas binnengekomen was, .... en wat voor een man!</p>
+<p>De matineuse vreemdeling had een driekanten hoed op, een lederen
+geldzak op zijn rug en een grooten portefeuille in zijn hand; hij had
+een grijzen linnen rok met staanden <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span>kraag aan en scheen
+buiten adem van het klimmen naar de vijfde verdieping. Zijn manier van
+optreden was zeer vriendelijk en minzaam en zijn gang was klankrijk als
+wanneer het kantoor van een bankier aan het wandelen zou gaan.</p>
+<p>Rodolphe was een oogenblik angstig; hij meende, bij den aanblik van
+den driekanten hoed en den rok, een politie-agent voor zich te
+zien.</p>
+<p>Maar het zien van den vrij goed gespekten geldzak genas hem van zijn
+dwaling.</p>
+<p>&bdquo;O, nu begrijp ik het,&rdquo; dacht hij, &bdquo;dat is een
+voorschot op mijn erfenis en die man komt van de Eilanden .... Maar
+waarom is hij dan geen neger?&rdquo; Hij gaf den onbekende een wenk en
+zeide, op den geldzak wijzend:</p>
+<p>&bdquo;Ik weet wat het is. Leg hem daar maar neer. Dank je
+wel.&rdquo;</p>
+<p>De vreemdeling was een wissellooper van de Banque de France en
+hield, als antwoord op Rodolphe&rsquo;s uitnoodiging, dezen een klein
+papiertje met veelkleurige teekens en cijfers onder den neus.</p>
+<p>&bdquo;U wilt een bewijs van ontvangst?&rdquo; vroeg Rodolphe.
+&bdquo;Ja, dat hoort zoo. Geef me maar even pen en inkt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, ik kom zelf wat ontvangen,&rdquo; antwoordde de
+wissellooper; &bdquo;een bedrag van honderdvijftig francs. Het is
+vandaag 15 April.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach zoo!&rdquo; zeide Rodolphe, terwijl hij den wissel
+bekeek.... &bdquo;Order Birmann, dat is mijn kleermaker ....
+Helaas!&rdquo; voegde hij er droefgeestig aan toe, terwijl hij
+afwisselend naar de over het bed liggende overjas en naar den wissel
+keek, &bdquo;de oorzaken verdwijnen, maar de gevolgen blijven. Wat, is
+het vandaag 15 April! Merkwaardig! Ik heb nog geen aardbeien
+gegeten!&rdquo;</p>
+<p>De wissellooper, wien dat gepraat begon te vervelen, ging weg en
+zeide tot Rodolphe: &bdquo;U hebt tot vier uur tijd om te
+betalen!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb132" href="#pb132"
+name="pb132">132</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Voor eerlijke menschen is er geen uur,&rdquo; antwoordde
+Rodolphe. &bdquo;De intrigant&rdquo;, voegde hij er woedend aan toe,
+terwijl hij met zijn blikken den financier met zijn driekanten hoed
+volgde; &bdquo;hij neemt zijn geldzak weer mee.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe trok de gordijnen van zijn bed dicht en trachtte weer den
+weg van zijn erfenis terug te vinden; maar hij vergiste zich in de
+richting en kwam trotsch en wel terecht in een droom, waarin de
+directeur van het Th&eacute;&acirc;tre-Fran&ccedil;ais hem heel nederig
+een drama voor zijn schouwburg kwam vragen en Rodolphe, met de
+gebruiken bekend, een voorschot vroeg. Maar juist op het oogenblik, dat
+de directeur door den zuren appel scheen te willen bijten, werd de
+slaper opnieuw half wakker gemaakt door het binnenkomen van een tweeden
+persoon, een nieuw creatuur van den 15den April.</p>
+<p>Het was mijnheer Beno&icirc;t, de eigenaar van het hotel garni,
+waarin Rodolphe woonde; mijnheer Beno&icirc;t was tegelijkertijd de
+huisheer, de schoenmaker en woekeraar voor zijn huurders; dien ochtend
+rook mijnheer Beno&icirc;t sterk naar slechten brandewijn en vervallen
+rekeningen. Ook hij had een ledigen zak in zijn hand.</p>
+<p>&bdquo;Duivels!&rdquo; dacht Rodolphe; &bdquo;dat is de directeur
+van het Th&eacute;&acirc;tre-Fran&ccedil;ais niet .... die zou een
+witte das dragen .... en zijn geldzak zou gevuld zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Morgen, mijnheer Rodolphe,&rdquo; zeide mijnheer
+Beno&icirc;t, op het bed toetredend.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Beno&icirc;t .... bonjour! Wat verschaft mij de eer
+van uw bezoek?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach, ik wilde u komen zeggen, dat het vandaag 15 April
+is!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu al? Wat gaat de tijd toch gauw! Het is ongelooflijk. Ik
+zal een nanking-broek moeten koopen. 15 April. Lieve Hemel, zonder u,
+mijnheer Beno&icirc;t zou ik er nooit aan gedacht hebben. Wat een dank
+ben ik u verschuldigd!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb133"
+href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;U bent me ook honderd twee-en-zestig francs schuldig,&rdquo;
+viel mijnheer Beno&icirc;t hem in de rede. &bdquo;En het wordt tijd,
+dat wij die kleine rekening eens in orde maken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb absoluut geen haast, mijnheer Beno&icirc;t .... Ik wil
+u graag tijd geven .... Die kleine rekening zal nog wel grooter worden
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar u hebt mij al zoo dikwijls uitgesteld,&rdquo; merkte de
+huisheer op.</p>
+<p>&bdquo;Nu, dan zullen we de zaak in orde maken, mijnheer
+Beno&icirc;t, het is mij precies hetzelfde, vandaag of morgen ... En
+bovendien zijn we allen sterfelijk .... Laten we dus de zaak in orde
+maken ....&rdquo;</p>
+<p>Een beminlijke glimlach speelde bij die woorden over het gerimpelde
+gelaat van mijnheer Beno&icirc;t; en zelfs zijn geldzak blies zich tot
+hoopvolle verwachting op.</p>
+<p>&bdquo;Wat ben ik u schuldig?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;In de eerste plaats een kwartaal huur tegen vijf-en-twintig
+francs per maand, dat maakt vijf-en-zeventig francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vergissingen buitengesloten,&rdquo; zeide Rodolphe. &bdquo;En
+verder?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Verder drie paar schoenen &agrave; twintig francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een oogenblikje, mijnheer Beno&icirc;t, een oogenblikje;
+laten we de zaken niet verwarren; ik heb nu niet meer te doen met den
+huisheer, maar met den laarzenmaker ... ik verlang daarvoor een
+afzonderlijke rekening. Cijfers zijn ernstige dingen, daarbij moet je
+geen abuizen maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Voor mijn part,&rdquo; zeide mijnheer Beno&icirc;t, zacht
+gestemd door de hoop, dat hij eindelijk het woord: Voldaan onder de
+rekening zou kunnen zetten. &bdquo;Hier is een afzonderlijke nota voor
+het schoeisel. Drie paar schoenen &agrave; twintig francs, maakt zestig
+francs.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe wierp een medelijdenden blik op een paar afgeloopen
+schoenen. <span class="pagenum">[<a id="pb134" href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Helaas!&rdquo; dacht hij, &bdquo;wanneer de Wandelende Jood
+ze gedragen had, zouden ze in geen deerniswaardiger toestand kunnen
+zijn. En toch zijn ze door het naloopen van Marie zoo versleten .... Ga
+verder, mijnheer Beno&icirc;t.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zeide dus zestig francs,&rdquo; herhaalde deze.
+&bdquo;Verder geleend zeven-en-twintig francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wacht even, mijnheer Beno&icirc;t. We hebben afgesproken, dat
+iedere heilige zijn eigen nis zou krijgen. U hebt mij dat geld geleend
+als vriend. Laten wij dus het gebied van het schoeisel verlaten en die
+van het vertrouwen en van de vriendschap, welke een afzonderlijke
+rekening vereischen, betreden. Hoe hoog loopt uw vriendschap voor
+mij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeven-en-twintig francs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeven-en-twintig francs. Dan hebt u een vriend voor een
+koopje, mijnheer Beno&icirc;t. Enfin, laten we eens optellen:
+Vijf-en-zeventig, zestig en zeven-en-twintig ... Dat is
+samen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Honderd twee-en-zestig francs,&rdquo; zeide mijnheer
+Beno&icirc;t en presenteerde tegelijk de drie nota&rsquo;s.</p>
+<p>&bdquo;Honderd twee-en-zestig francs,&rdquo; zeide Rodolphe ....
+&bdquo;dat is merkwaardig. Wat is optellen toch een mooie kunst. Welnu,
+mijnheer Beno&icirc;t, nu de rekening in orde gebracht is, kunnen we
+beiden gerust zijn en weten we waar we ons aan te houden hebben. De
+volgende maand zal ik u vragen de rekening voor Voldaan te teekenen, en
+daar in dien tijd het vertrouwen en de vriendschap, die gij voor mij
+koestert, slechts grooter kunnen worden, zult u mij voor het geval, dat
+dit noodig mocht zijn, opnieuw uitstel willen geven. Inmiddels zou ik,
+wanneer de huisheer en de laarzenmaker al te veel op betaling
+aandringen, den vriend vragen hen tot rede te brengen. Het is
+merkwaardig, mijnheer Beno&icirc;t, maar telkens als ik aan uw
+drievoudige qualiteit van huisheer, laarzenmaker en vriend denk, voel
+ik de neiging in mij opkomen aan de <span class="corr" id="xd20e3317"
+title="Bron: Drieeenheid">Drie&euml;enheid</span> te gelooven.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span></p>
+<p>Terwijl Rodolphe sprak, was de huisheer tegelijk rood, groen, geel
+en wit geworden, en bij iedere nieuwe spotternij van zijn huurder nam
+deze regenboog der woede op zijn gelaat een meer intensieve kleur
+aan.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; antwoordde hij ten slotte, &bdquo;ik houd er
+niet van voor den gek gehouden te worden. Ik heb lang genoeg gewacht.
+Ik zeg u de kamer op en indien u mij vanavond het geld niet geeft ....
+zal ik zien wat mij te doen staat ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geld! Geld! Vraag ik van u geld?&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;En bovendien, zelfs al had ik het, dan zou ik het u niet geven
+.... het is vandaag Vrijdag, en dat brengt ongeluk aan ....&rdquo;</p>
+<p>De woede van mijnheer Beno&icirc;t wakkerde aan tot een orkaan; en
+indien de meubelen niet zijn eigendom geweest waren, zou hij
+ongetwijfeld de pooten van een fauteuil stuk geslagen hebben.</p>
+<p>In plaats daarvan ging hij, bedreigingen mompelend, weg.</p>
+<p>&bdquo;U vergeet uw geldzak!&rdquo; riep Rodolphe hem achterna.</p>
+<p>&bdquo;Wat een baantje!&rdquo; mompelde de jonge man, toen hij
+alleen was. &bdquo;Ik zou nog liever leeuwentemmer zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; ging Rodolphe voort, terwijl hij uit zijn bed
+sprong en zich vlug aankleedde, &bdquo;hier kan ik niet blijven. De
+invasie der geallieerden zal hiermede nog wel niet ge&euml;indigd zijn.
+Ik moet vluchten, moet zelfs ontbijten. Wacht, als ik eens naar
+Schaunard ging. Ik kan bij hem eten en hem een paar sous te leen
+vragen. Honderd francs zullen voldoende voor mij zijn.... Naar
+Schaunard dus....&rdquo;</p>
+<p>Terwijl hij de trap afging, kwam hij mijnheer Beno&icirc;t tegen,
+die bij zijn andere huurders nieuwe &eacute;checs geleden had, wat zijn
+ledige geldzak, in deze omstandigheden een luxevoorwerp, duidelijk
+aantoonde.</p>
+<p>&bdquo;Wanneer iemand naar me vraagt, moet u maar zeggen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>dat ik buiten ben ... in de Alpen of zoo
+....&rdquo; zeide Rodolphe. &bdquo;Of nog beter, dat ik hier niet meer
+woon.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zeg ik tenminste de waarheid,&rdquo; bromde mijnheer
+Beno&icirc;t, terwijl hij aan zijn woorden een bijzonderen nadruk
+gaf.</p>
+<p>Schaunard woonde in Montmartre. Dus moest Rodolphe heel Parijs door.
+Die wandeling was voor Rodolphe allergevaarlijkst.</p>
+<p>&bdquo;Vandaag,&rdquo; zeide hij tot zichzelf, &bdquo;zijn de
+straten met schuldeischers geplaveid.&rdquo;</p>
+<p>Toch ging hij niet, zooals hij eigenlijk het liefst gedaan had, de
+buitenboulevards. Een phantastische hoop drong hem den gevaarlijken weg
+door het centrum van Parijs te volgen. Op een dag, dat de millioenen in
+het openbaar op den rug der wisselloopers wandelen, dacht Rodolphe, zou
+het heel goed kunnen gebeuren, dat een onderweg vergeten billet van
+duizend francs op zijn Vincentius de Paula<a class="noteref" id="xd20e3353src" href="#xd20e3353" name="xd20e3353src">1</a> lag te
+wachten. Hij liep daarom langzaam en met zijn hoofd naar den grond.
+Doch hij vond slechts twee spelden.</p>
+<p>Na verloop van twee uur kwam hij eindelijk bij Schaunard aan.</p>
+<p>&bdquo;Zoo, ben jij het?&rdquo; zeide deze.</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik kom vragen, of ik bij je dejeuneeren mag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O je, dat treft slecht; ik heb zoo juist bezoek gehad van
+mijn ma&icirc;tresse, die ik in geen veertien daag gezien had; als je
+tien minuten eerder was gekomen ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar heb je dan niet een honderd francs voor me te
+leen?&rdquo; viel Rodolphe hem in de rede.</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; antwoordde Schaunard vol verbazing; &bdquo;kom
+jij me ook al geld vragen? Schaar je je bij mijn vijanden?&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik zal ze je Maandag teruggeven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Of met St. Juttemis. Maar ben je dan vergeten, mijn waarde,
+welke dag het vandaag is. Ik kan je onmogelijk helpen. Maar je behoeft
+niet te wanhopen, de dag is nog niet om. Je kunt de Voorzienigheid nog
+tegenkomen, die staat nooit v&ograve;&ograve;r twaalven op.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;de Voorzienigheid
+heeft het veel te druk met de vogeltjes. Ik zal liever maar naar Marcel
+gaan.&rdquo;</p>
+<p>Marcel woonde toentertijd in de rue de Br&eacute;da. Rodolphe vond
+hem in een gedrukte stemming zitten voor zijn groot doek, dat den
+doortocht door de Roode Zee moest voorstellen.</p>
+<p>&bdquo;Wat scheelt eraan?&rdquo; vroeg Rodolphe bij zijn
+binnenkomen, &bdquo;je ziet er zoo in-bedroefd uit.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach God!&rdquo; zeide de dichter; &bdquo;ik leef nu al
+veertien dagen in de Stille Week.&rdquo;</p>
+<p>Voor Rodolphe was dit allegorische antwoord zoo helder als
+bronwater.</p>
+<p>&bdquo;Gezouten haring en ramenas! Dat ken ik!&rdquo;</p>
+<p>Inderdaad voelde Rodolphe nog altijd een zouten smaak in zijn mond,
+wanneer hij dacht aan den tijd, dat hij tot het exclusieve gebruik van
+die visschen gedoemd was.</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels!&rdquo; zeide hij, &bdquo;dat is ernstig! Ik
+kwam je juist honderd francs vragen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Honderd francs!&rdquo; zeide Marcel .... &bdquo;Je zweeft dus
+altijd nog in fantastische regionen. Me deze mythologische som te komen
+vragen op een tijdstip, dat je geregeld onder den aequator van de
+misère zit. Heb je soms hatchiche<a class="noteref" id="xd20e3392src" href="#xd20e3392" name="xd20e3392src">2</a>
+gebruikt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb helaas heelemaal niets gebruikt!&rdquo; zuchtte
+Rodolphe. <span class="pagenum">[<a id="pb138" href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span></p>
+<p>En hij liet zijn vriend aan het strand der Roode Zee achter.</p>
+<p>Van twaalf tot vier uur zocht Rodolphe al zijn kennissen op; hij
+doorliep de acht-en-veertig stadsdeelen en legde, doch zonder eenig
+succes, acht mijlen af. De invloed van den 15den April deed zich overal
+met dezelfde strengheid gelden; intusschen naderde het uur van het
+diner. Maar het leek er niet veel op, dat het diner met het uur
+naderde. Rodolphe had een gevoel, alsof hij op het vlot der Medusa
+was.</p>
+<p>Toen hij den Pont Neuf over ging, viel hem plotseling iets in:</p>
+<p>&bdquo;O, o!&rdquo; zeide hij tot zichzelf, terwijl hij
+rechtsomkeert maakte, 15 April, 15 April .... maar ik heb een
+uitnoodiging voor vandaag om te dineeren.&rdquo;</p>
+<p>Hij zocht in zijn zakken en vond er een gedrukt billet van den
+volgenden inhoud:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first">Barrière de la Villette</p>
+<p>In den grooten Overwinnaar.</p>
+<p>Salon voor drie honderd couverts</p>
+<p>Jaarlijksch Banket Ter eere van de Geboorte van den Messias der
+Menschheid op 15 April 184...</p>
+<p>Geldig voor &eacute;&eacute;n persoon.</p>
+<p>N.B. Men heeft slechts recht op een halve flesch wijn.</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik deel weliswaar de meeningen der discipelen van den Messias
+niet,&rdquo; zeide Rodolphe tot zichzelf, &bdquo;maar ik wil met
+genoegen hun voedsel deelen.&rdquo; En met de snelheid van een vogel
+verslond hij den afstand, die hem van de barrière de la Villette
+scheidde.</p>
+<p>Toen hij in de salons van den Grooten Overwinnaar kwam, was er een
+ontzaglijke menigte bijeen .... De salon voor driehonderd couverts
+bevatte vijfhonderd personen. Een uitgestrekte horizont van
+kalfsvleesch met peen doemde op voor Rodolphe&rsquo;s blik.</p>
+<p>Eindelijk begon men de soep op te doen.</p>
+<p>Juist toen de gasten den lepel naar hun mond brachten, deden
+plotseling vijf of zes personen in burgerkleeding met verscheidene
+agenten en een commissaris van politie een inval in de zaal.</p>
+<p>&bdquo;Mijne heeren!&rdquo; zeide de commissaris, &bdquo;op hoog
+bevel mag dit banket niet plaats hebben. Ik verzoek u dit lokaal te
+verlaten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, o!&rdquo; zuchtte Rodolphe, terwijl hij met de anderen de
+zaal verliet: &bdquo;het noodlot heeft mijn bord soep
+omgegooid!&rdquo;</p>
+<p>Droefgeestig gestemd ging hij weer op weg naar zijn kamer, waar hij
+om elf uur aankwam.</p>
+<p>Mijnheer Beno&icirc;t wachtte hem op.</p>
+<p>&bdquo;O, bent u het?&rdquo; zeide de huiseigenaar. &bdquo;Hebt u
+gedacht aan wat ik u van ochtend gezegd heb? Brengt u geld
+mede?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik moet het vannacht krijgen en zal het u dan morgenochtend
+geven,&rdquo; antwoordde Rodolphe, terwijl hij in het hokje naar zijn
+sleutel en zijn kandelaar zocht. Hij vond geen van beide.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Rodolphe,&rdquo; zeide mijnheer Beno&icirc;t,
+&bdquo;het spijt me erg, maar ik heb uw kamer verhuurd; en een andere
+heb ik niet disponibel, u moet ergens anders een onderkomen zien te
+vinden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span></p>
+<p>Rodolphe was voor geen klein geruchtje vervaard en een nacht onder
+den blooten hemel had voor hem niets verschrikkelijks. Bovendien kon
+hij bij slecht weer in een loge d&rsquo;avant-scène van den
+Od&eacute;on overnachten, wat hem al meermalen overkomen was. Hij
+eischte echter eerst van mijnheer Beno&icirc;t zijn
+&bdquo;dingen&rdquo; op, die uit een berg papieren bestonden.</p>
+<p>&bdquo;Volkomen juist,&rdquo; zeide de huisheer; &bdquo;ik heb niet
+het recht u die zaken af te nemen&mdash;zij liggen nog boven in de
+secretaire. Ga maar even mee; indien de persoon, die uw kamer gehuurd
+heeft, nog niet slaapt, kunnen we wel even binnen gaan.&rdquo;</p>
+<p>In den loop van den dag was de kamer verhuurd aan een jong meisje,
+Mimi, met wie Rodolphe indertijd een liefdes-duo begonnen was.</p>
+<p>Zij herkenden elkaar dadelijk. Rodolphe fluisterde Mimi iets in het
+oor en drukte haar zacht de hand.</p>
+<p>&bdquo;Kijk eens hoe het regent!&rdquo; zeide hij, terwijl hij haar
+opmerkzaam maakte op het onweer, dat juist losgebarsten was.</p>
+<p>Mademoiselle Mimi liep regelrecht naar mijnheer Beno&icirc;t, die in
+een hoek van de kamer stond te wachten, en zeide tegen hem, terwijl zij
+op Rodolphe wees:</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer, mijnheer hier is degene, dien ik vanavond
+verwachtte .... Ik ben voor niemand verder thuis.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; zeide mijnheer Beno&icirc;t met den lach van een
+boer, die kiespijn heeft. &bdquo;Het is goed!&rdquo;</p>
+<p>Terwijl Mimi inderhaast een ge&iuml;mproviseerd souper klaarzette,
+sloeg het middernacht.</p>
+<p>&bdquo;God zij dank!&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;15 April is
+voorbij en de Stormkaap is gelukkig omzeild. Lieve Mimi,&rdquo; en hij
+sloot het mooie meisje in zijn armen en drukte haar een kus in haar
+hals; &bdquo;ik wist vooruit, dat je het niet over je hart zou
+verkrijgen mij de deur uit te laten zetten. Jij bezit den
+gastvrijheidsknobbel!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb141" href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3353" href="#xd20e3353src" name="xd20e3353">1</a></span> Een
+heilige uit de R.K. kerk, die zich voornamelijk het lot van arme
+verworpenen en maatschappelijk ellendigen aantrok.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3392" href="#xd20e3392src" name="xd20e3392">2</a></span> Een
+verdoovend, uit een soort hennepplant bereid middel.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch11" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e3471" class="label">Hoofdstuk XI.</h2>
+<h2 class="main">Een Caf&eacute; der Bohème.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Hier volgt het verhaal hoe Carolus Barbemuche,
+letterkundige en Platonisch wijsgeer, op zijn vier-en-twintigste jaar
+lid der bohème werd.</p>
+<p>In dien tijd bezochten Gustave Colline, de groote wijsgeer, Marcel,
+de groote schilder, Schaunard, de groote musicus, en Rodolphe, de
+groote dichter, zooals zij elkaar onderling noemden, geregeld het
+caf&eacute; Momus, waar zij, omdat men ze altijd samen zag, den bijnaam
+van de &bdquo;vier musketiers&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e3479src" href="#xd20e3479" name="xd20e3479src">1</a> gekregen
+hadden. Inderdaad kwamen zij samen, gingen samen, speelden samen,
+bleven soms samen hun vertering schuldig, alles met een eenheid, het
+orkest van het Conservatorium waardig.</p>
+<p>Voor hun samenkomsten hadden zij een zaal gekozen, waarin veertig
+personen op hun gemak hadden kunnen zitten, maar men vond ze steeds
+alleen, want zij hadden ten slotte het vertrek voor de stamgasten
+onmogelijk gemaakt.</p>
+<p>De toevallige bezoeker, die zich in dat hol waagde, werd
+onmiddellijk bij zijn binnentreden het slachtoffer van het ruwe quartet
+en maakte zich meestal uit de voeten zonder zijn courant gelezen of
+zijn kleintje koffie gedronken te hebben, waarvan de room door de
+ongehoorde aphorismen over kunst, liefde en staathuishoudkunde zuur
+werd. De gesprekken van het vriendenviertal <span class="pagenum">[<a id="pb142" href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>waren van dien aard, dat de kellner, die hen
+bediende, in den bloei van zijn leven idioot geworden was.</p>
+<p>Ten slotte liep het echter met de dwaasheden zoo de spuigaten uit,
+dat de eigenaar van het caf&eacute; zijn geduld verloor en op een
+goeden avond naar boven ging, om een ernstige uiteenzetting van zijn
+grieven te geven:</p>
+<p>1<sup>o</sup>. Mijnheer Rodolphe kwam reeds vroeg in den ochtend
+dejeuneeren en nam alle couranten van het etablissement mede naar
+<span class="ex">zijn</span> salon: hij was daarbij zelfs zoo
+veeleischend, dat hij opspeelde, wanneer de strookjes verbroken waren.
+Dit had ten gevolge, dat de overige gasten, van alle organen der
+openbare meening verstoken, tot aan het diner omtrent de politiek van
+den dag zoo onwetend bleven als een visch. Het gezelschap Bosquet wist
+nauwlijks de namen der leden van het nieuwe ministerie.</p>
+<p>Mijnheer Rodolphe had het caf&eacute; zelfs verplicht zich te
+abonneeren op den <span class="ex">Castor</span>, waarvan hij
+hoofdredacteur was. De eigenaar van het caf&eacute; had er zich eerst
+tegen verzet, maar daar mijnheer Rodolphe en zijn vrienden ieder
+kwartier den kellner met luide stem om den <span class="ex">Castor</span> vroegen, begonnen ook enkele andere stamgasten, wier
+nieuwsgierigheid door die herhaalde vragen gaande gemaakt was, naar dat
+blad te informeeren. Er werd dus een abonnement genomen op den Castor,
+een hoedenmakersvakblad, dat maandelijks met een vignet en wijsgeerig
+artikel van Gustave Colline verscheen.</p>
+<p>2<sup>o</sup>. Genoemde mijnheer Colline en zijn vriend Rodolphe
+waren gewoon zich van hun geestelijke inspanning te verpoozen door van
+&rsquo;s ochtends tien tot &rsquo;s nachts twaalf uur tric-trac te
+spelen; en daar het etablissement slechts &eacute;&eacute;n
+tric-tracbord had, werden de andere bezoekers in hun hartstocht voor
+dat spel benadeeld door het inbeslagnemen van dat bord door die heeren,
+die telkens, <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span>als men er hen om kwam vragen, strijk en zet
+<span class="corr" id="xd20e3516" title="Bron: antwoorden">antwoordden</span>:</p>
+<p>&bdquo;Het tric-tracbord is in handen. Kom morgen maar
+terug.&rdquo;</p>
+<p>Het gezelschap Bosquet zag zich dus genoodzaakt elkaar hun
+liefdesavonturen te vertellen of piquet te spelen.</p>
+<p>3<sup>o</sup>. Uit het oog verliezend, dat een caf&eacute; een
+openbare plaats is, heeft mijnheer Marcel zich de vrijheid veroorloofd
+er zijn ezel, zijn verfdoos en alle verdere schildersbenoodigdheden
+heen te brengen. Zelfs drijft hij de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij
+personen van verschillend geslacht er als model laat poseeren, wat de
+zedelijke gevoelens van het gezelschap Bosquet kan kwetsen.</p>
+<p>4<sup>o</sup>. Het voorbeeld van zijn vriend volgend, heeft mijnheer
+Schaunard het plan zijn klavier naar het caf&eacute; over te brengen;
+ook heeft hij niet geschroomd er in koor een motief uit zijn symphonie:
+&bdquo;De invloed van het blauw in de kunsten&rdquo; te laten zingen.
+Mijnheer Schaunard is nog verder gegaan; hij heeft in de lantaarn, die
+als uithangbord voor het caf&eacute; dient, een transparant aangebracht
+met het opschrift:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first">GRATIS CURSUS IN VOCALE EN INSTRUMENTALE MUZIEK VOOR
+BEIDE GESLACHTEN.</p>
+<p><span class="ex">Zich aan te melden aan het buffet.</span></p>
+</div>
+<p>Wat ten gevolge heeft, dat genoemd buffet ieder oogenblik
+overstroomd wordt door slechts oppervlakkig gekleede personen, die
+komen vragen &bdquo;waar ze wezen motten.&rdquo;</p>
+<p>Bovendien geeft mijnheer Schaunard er rendez-vous aan een dame, die
+zich Ph&eacute;mie Klad noemt en nooit een hoed op heeft.</p>
+<p>Mijnheer Bosquet Jr. heeft dan ook verklaard, dat hij <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span>geen
+voet meer zou zetten in een caf&eacute;, waar de natuur zoo met voeten
+getreden wordt.</p>
+<p>5<sup>o</sup>. Ofschoon de heeren zich toch al met een zeer matige
+consumptie tevreden stelden, hebben zij getracht die nog meer te
+verminderen. Onder voorwendsel, dat zij de mokka op overspel met de
+chicorei betrapt hebben, hebben zij hier een spiritustoestel gebracht,
+waarop zij zelf koffie zetten, die zij aanzoeten met suiker, die buiten
+de deur tegen lagen prijs gekocht is, welke handelwijze een beleediging
+is voor de keuken van het etablissement.</p>
+<p>6<sup>o</sup>. Door de gesprekken der heeren tot in den grond
+bedorven, heeft de kellner Bergami, zijn nederige afkomst en alle
+gevoel van schaamte uit het oog verliezend, zich vermeten aan de
+buffetjuffrouw een gedicht te richten, waarin hij haar aanspoort haar
+plichten als moeder en echtgenoote te verzaken; uit den verwarden stijl
+heeft men meenen te moeten opmaken, dat die brief geschreven is onder
+den verderfelijken invloed van mijnheer Rodolphe en diens letterkundige
+voortbrengselen.</p>
+<p>Dientengevolge ziet de directeur van het etablissement zich tot zijn
+spijt verplicht het gezelschap-Colline te verzoeken een andere plaats
+voor zijn revolutionnaire samenkomsten te kiezen.</p>
+<p>Gustave Colline, de Cicero der troep, nam nu het woord en bewees
+<span class="ex">a priori</span> aan den eigenaar van het caf&eacute;,
+dat zijn klachten belachelijk en ongegrond waren; dat het voor hem
+juist een groote eer was, indien men zijn inrichting ervoor uitkoos om
+er een haard van intelligentie van te maken; dat zijn en zijner
+vrienden vertrek den ondergang van zijn caf&eacute; zou veroorzaken,
+dat door hun tegenwoordigheid tot de hoogte van een artistiek en
+litterair caf&eacute; verheven was.</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; merkte de eigenaar van het caf&eacute; op,
+&bdquo;u en uw vrienden verteert zoo weinig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Deze matigheid, waarover gij u beklaagt, is een argument
+<span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>ten gunste van onze goede zeden,&rdquo; was
+Colline&rsquo;s antwoord. &bdquo;Bovendien hangt het slechts van u af,
+of wij onze uitgaven kunnen vermeerderen; u behoeft dan slechts crediet
+te geven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wij willen zelfs het rekening-courantboek cadeau
+geven,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>De eigenaar deed, alsof hij het niet hoorde, en vroeg eenige
+inlichtingen omtrent den brandbrief, dien Bergami tot zijn vrouw
+gericht had. Rodolphe, die ervan beschuldigd was als secretaris voor
+dien ongeoorloofden hartstocht gediend te hebben, betuigde met vuur en
+ijver zijn onschuld.</p>
+<p>&bdquo;Trouwens,&rdquo; voegde hij eraan toe, &bdquo;de deugd van uw
+vrouw was een zekere barrière, die ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zeide de eigenaar met een glimlach van trots,
+&bdquo;mijn vrouw is te Saint-Denis<a class="noteref" id="xd20e3581src"
+href="#xd20e3581" name="xd20e3581src">2</a> opgevoed.&rdquo;</p>
+<p>In het kort, Colline slaagde er tenslotte in den caf&eacute;-man te
+vangen in het net van zijn arglistige welsprekendheid, waarna de vrede
+hersteld werd op voorwaarde, dat de vier vrienden niet meer hun koffie
+zelf zouden zetten, dat het caf&eacute; een gratis-exemplaar van den
+Castor zou ontvangen, dat Ph&eacute;mie Klad een hoed zou opzetten, dat
+het <span class="corr" id="xd20e3589" title="Bron: trictracspel">tric-tracspel</span> alle Zondagen van twaalf tot
+twee uur overgelaten zou worden aan het gezelschap Bosquet, en vooral,
+dat er geen nieuwe crediet zou gegeven worden.</p>
+<p>Gedurende enkele dagen ging alles goed.</p>
+<p>Den avond v&ograve;&ograve;r Kerstmis kwamen de vier vrienden in
+gezelschap van hun respectievelijke &bdquo;echtgenooten&rdquo; in het
+caf&eacute;.</p>
+<p>Er waren dus mademoiselle Musette, mademoiselle Mimi, het nieuwe
+vriendinnetje van Rodolphe, een allerliefst <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>persoontje met een stem, helder als een klok, en
+Ph&eacute;mie Klad, de afgod van Schaunard. Dien avond droeg
+Ph&eacute;mie Klad een mutsje. Mademoiselle Colline, die men nooit zag,
+was als gewoonlijk thuis gebleven, om komma&rsquo;s in de handschriften
+van haar man te zetten. Na de koffie, die tegen alle gewoonten in door
+een bataillon glaasjes likeur ge&euml;scorteerd werd, bestelden zij
+punch. Weinig aan dergelijke uitspattingen gewend, liet de kellner de
+bestelling nog tweemaal herhalen. Ph&eacute;mie, die nog nooit in het
+caf&eacute; geweest was, scheen in extase, dat zij uit glaasjes met een
+voet mocht drinken. Marcel had het aan den stok met Musette over een
+nieuwen hoed, waarvan de herkomst hem verdacht voorkwam. Mimi en
+Rodolphe, die nog in de wittebroodsweken van hun samenleven waren,
+voerden een gesprek zonder woorden maar met allerlei vreemde geluiden.
+Wat Colline betreft, met een vriendelijken lach op zijn gelaat ging hij
+bij de dames alle galanterie&euml;n, die hij uit zijn collectie van den
+Almanach des Muses verzameld had, verkoopen.</p>
+<p>Terwijl dit vroolijke gezelschap zich aldus aan spel en lach
+overgaf, keek een vreemdeling, die eenzaam aan een tafeltje achter in
+de zaal zat, met vreemde blikken naar het schouwspel, dat zich voor hem
+afspeelde.</p>
+<p>Reeds sedert veertien dagen kwam hij iederen avond: hij was van alle
+bezoekers de eenige, die het vreeselijke lawaai, dat de
+boh&eacute;miens maakten, had kunnen uithouden. De lafste
+voor-de-gek-houderijen waren op zijn onverstoorbaarheid afgestooten;
+hij bleef met een mathematische regelmaat zijn pijp zitten rooken, zijn
+oogen starend op &eacute;&eacute;n punt, alsof hij een schat bewaken
+moest, het oor geopend voor alles, wat er om hem heen gezegd werd.
+Overigens scheen hij zachtmoedig en welgesteld, want hij bezat een
+horloge, dat door een gouden ketting in zijn zak in slaverij gehouden
+werd. Toen Marcel toevallig eens gelijk met hem aan het buffet stond,
+had hij <span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>gezien, dat hij een louis wisselde, om zijn
+vertering te betalen. Van dat oogenblik af noemden de vier vrienden hem
+den &bdquo;kapitalist.&rdquo;</p>
+<p>Plotseling ontdekte Schaunard, die uitstekende oogen had, dat de
+glazen leeg waren.</p>
+<p>&bdquo;Voor den duivel,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;het is de
+avond v&ograve;&ograve;r Kerstmis; wij zijn allen goede Christenen ....
+we moeten een extraatje nemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig, zeker,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;laten we
+bovennatuurlijke dingen bestellen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Colline,&rdquo; voegde Rodolphe eraan toe, &bdquo;bel den
+kellner eens.&rdquo;</p>
+<p>Colline belde als een bezetene.</p>
+<p>&bdquo;Wat zal het zijn?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>Colline maakte met zijn bovenlichaam een hoek van vijf-en-veertig
+graden en zeide, op de dames wijzend:</p>
+<p>&bdquo;Het staat aan de dames om de volgorde en den aard der
+ververschingen te bepalen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik,&rdquo; zeide Musette, die met haar tong klapte, &bdquo;ik
+zou een glas champagne niet graag weigeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ben je niet wijs?&rdquo; vloog Marcel op. &bdquo;Champagne
+.... dat is zelfs geen wijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat kan me minder schelen, ik vind het lekker en het maakt
+lawaai.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik,&rdquo; zeide Mimi, terwijl zij Rodolphe met een blik
+liefkoosde, &bdquo;ik zou graag <span class="ex">beaune</span> willen
+hebben in zoo&rsquo;n klein mandje.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is jouw hoofd op hol?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Neen, maar ik wil het laten hollen,&rdquo; antwoordde Mimi,
+op wie de beaune een bijzonderen invloed had. Haar man werd door dat
+woord verpletterd.</p>
+<p>&bdquo;En ik,&rdquo; zeide Ph&eacute;mie Klad, die op den
+elastischen divan op en neer zat te springen, &bdquo;ik wil graag
+<span class="ex">parfait amour</span>. Dat is goed voor je
+maag.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard bracht met zijn neusklank eenige woorden <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span>voort, die Ph&eacute;mie op haar basis deden
+sidderen.</p>
+<p>&bdquo;Ach wat!&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;het is niet alle dagen
+ker(st)mis, laten we er voor dezen keer eens honderdduizend francs aan
+spendeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En,&rdquo; voegde Rodolphe eraan toe, &bdquo;laten we niet
+vergeten, dat de baas zich beklaagt, dat we te weinig
+verteren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; zeide Colline. &bdquo;Laten we een
+schitterend festijn aanrichten: trouwens we zijn den dames de meest
+passieve gehoorzaamheid verschuldigd; de liefde leeft van
+zelfverloochening, de wijn is het sap van het pleizier; het pleizier is
+de plicht der jeugd,&mdash;de vrouwen zijn bloemen, je moet ze
+begieten. Laten we haar dus begieten! Kellner, kellner!&rdquo;</p>
+<p>En met een koortsachtige opgewondenheid ging hij aan het schelkoord
+hangen.</p>
+<p>De kellner schoot toe als op de vleugelen van den wind.</p>
+<p>Toen hij van champagne, beaune en diverse likeuren hoorde spreken,
+speelden zijn gelaatstrekken alle toonladders der verbazing af.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb zoo&rsquo;n leeg gevoel in mijn maag,&rdquo; zeide
+Mimi, &bdquo;ik zou wel trek in een paar sneedjes ham
+hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En ik in sardientjes met boter,&rdquo; voegde Musette eraan
+toe.</p>
+<p>&bdquo;En ik in radijs,&rdquo; zeide Ph&eacute;mie, &bdquo;met wat
+vleesch erom heen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeggen jullie nou maar dadelijk, dat je een souper wilt
+hebben,&rdquo; merkte Marcel op.</p>
+<p>&bdquo;Dat zou heusch zoo&rsquo;n gek id&eacute;e niet zijn,&rdquo;
+antwoordden de vrouwen.</p>
+<p>&bdquo;Kellner, breng alles boven, wat voor een goed souper noodig
+is,&rdquo; zeide Colline ernstig.</p>
+<p>De kellner was van verbazing driekleurig geworden.</p>
+<p>Langzaam liep hij naar het buffet en deelde daar den <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span>eigenaar van het caf&eacute; de buitengewone
+dingen mede, die ze hem besteld hadden.</p>
+<p>De caf&eacute;-man dacht, dat het een grap was, maar toen er weer
+gescheld werd, ging hij zelf naar boven en wendde zich tot Colline,
+voor wien hij een zeker respect had. Colline legde hem uit, dat zij den
+r&eacute;veillon bij hem wilden vieren en hij het bestelde dus moest
+laten brengen.</p>
+<p>De eigenaar van het caf&eacute; antwoordde niets en ging met den
+kreeftengang weg, terwijl hij knoopen in zijn servet maakte. Een
+kwartier lang overlegde hij met zijn vrouw, tot deze, die dank zij de
+liberale opvoeding, die zij te Saint-Denis gehad had, een vereerster
+der schoone kunsten was, haar echtvriend wist over te halen het souper
+te laten opdienen.</p>
+<p>&bdquo;Eigenlijk heb je gelijk,&rdquo; zeide hij; &bdquo;het is best
+mogelijk, dat zij bij uitzondering eens geld hebben.&rdquo; En hij gaf
+den kellner order alles wat besteld was boven te brengen. Dan verdiepte
+hij zich met een ouden stamgast in een partij piquet. Een fatale
+onvoorzichtigheid!</p>
+<p>Van tien tot twaalf uur deed de kellner niets dan de trap op- en
+afloopen. Ieder oogenblik werden er extra-schotels besteld. Musette
+liet zich op zijn Engelsch bedienen en moest bij iederen hap een nieuw
+couvert hebben; Mimi dronk van alle wijnsoorten uit alle glazen;
+Schaunard had een onleschbaren Sahara in zijn keel; Colline onderhield,
+terwijl hij zijn servet met zijn tanden doorbeet, een kruisvuur met
+zijn oogen en kneep in den poot van de tafel, dien hij voor de knie van
+Ph&eacute;mie hield. Marcel en Rodolphe bleven echter stevig in den
+stijgbeugel der koelbloedigheid zitten en zagen niet zonder angst het
+uur der ontknooping naderen.</p>
+<p>De vreemdeling keek met een ernstige nieuwsgierigheid naar dit
+tooneel; van tijd tot tijd zag men zijn mond als tot een glimlach
+opengaan; dan hoorde men een <span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span>knarsend geluid, alsof er een raam
+dicht gedaan werd. Dat was de vreemdeling, die inwendig lachte.</p>
+<p>Om kwart voor twaalf zond de buffetjuffrouw de rekening, die het
+ontzaglijke bedrag van 25 fr. 75 c. aanwees.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;nu zullen we moeten loten wie
+met den eigenaar zal moeten gaan onderhandelen. Dat zal een lang niet
+makkelijke zaak zijn.&rdquo;</p>
+<p>Ze namen een dominospel en trokken om het hoogste aantal.</p>
+<p>Het lot wees ongelukkigerwijze Schaunard als plenipotentiaris aan.
+Schaunard was een uitstekend virtuoos, maar een slecht diplomaat. Hij
+kwam juist bij het buffet, toen de waard van zijn ouden stamgast
+verloren had. Woedend over zijn schandelijk verlies, was Momus in het
+humeur van een menscheneter en geraakte bij de eerste woorden van
+Schaunard in een hevigen toorn. Schaunard was een goed musicus, doch
+had een buitengewoon heftig karakter. Hij antwoordde met dubbel zoo
+grof geschut. De twist werd zoodoende hoe langer hoe giftiger, en ten
+slotte stormde de waard naar boven, om te zeggen, dat hij ze niet zou
+laten vertrekken, v&ograve;&ograve;r alles betaald was. Colline
+trachtte met zijn kalmeerende welsprekendheid den storm te bezweren,
+doch toen de caf&eacute;-man het servet zag, waarvan Colline pluksel
+gemaakt had, barstte zijn woede in dubbele heftigheid los en waagde hij
+het, om tenminste eenige zekerheid te hebben, zijn profane hand uit te
+steken naar den notehoutkleurigen paletot van den philosoof en de
+mantels van de dames.</p>
+<p>Een pelotonvuur van beleedigingen werd nu tusschen de
+boh&eacute;miens en den eigenaar van het &eacute;tablissement
+geopend.</p>
+<p>Intusschen praatten de dames gezellig over vroegere amourettes en
+modenieuwtjes.</p>
+<p>De vreemdeling echter liet nu zijn passieve houding <span class="pagenum">[<a id="pb151" href="#pb151" name="pb151">151</a>]</span>varen; langzamerhand was hij opgestaan, had
+&eacute;&eacute;n pas gedaan, dan twee en liep ten slotte als een heel
+gewoon mensch op zijn twee beenen; hij kwam naar den caf&eacute;-man
+toe, nam hem ter zijde en praatte heel zachtjes met hem. Rodolphe en
+Marcel volgden hem met de oogen. Eindelijk was het gesprek afgeloopen
+en zeide de waard tot den vreemdeling:</p>
+<p><span class="corr" id="xd20e3709" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Zeker vind ik het goed, mijnheer
+Barbemuche, zeker, maak u het maar met hen in orde.&rdquo;</p>
+<p>Mijnheer Barbemuche ging naar zijn tafeltje, om zijn hoed te halen,
+zette dien op, maakte een zwenking naar rechts, was in drie stappen bij
+Rodolphe en Marcel, nam zijn hoed af, boog voor de heeren, wierp den
+dames een groet toe, haalde zijn zakdoek te voorschijn, snoot zijn neus
+en nam dan met schuchtere stem het woord:</p>
+<p>&bdquo;Ik moet u vergiffenis vragen voor mijn indiscretie, heeren.
+Reeds lang brand ik van verlangen, om kennis met u te maken, maar tot
+nog toe heb ik geen gunstige gelegenheid gevonden, om mij aan u voor te
+stellen. Veroorlooft u mij deze, welke zich thans voordoet, aan te
+grijpen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker, zeker,&rdquo; zeide Colline, die dadelijk begreep waar
+de vreemdeling heen wilde.</p>
+<p>Rodolphe en Marcel bogen, zonder iets te zeggen.</p>
+<p>De overdreven lichtgeraaktheid van Schaunard bedierf bijna
+alles.</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk, mijnheer,&rdquo; zeide hij eenigszins
+heftig, &bdquo;u hebt niet de eer ons te kennen en de etiquette verzet
+er zich tegen, dat .... Zoudt u de goedheid willen hebben mij wat tabak
+te geven .... Verder zal ik mij bij het gevoelen van mijn vrienden
+aansluiten...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heeren,&rdquo; begon Barbemuche, &bdquo;ik ben evenals u een
+discipel der schoone kunsten. Voor zoover ik uit uw gesprekken heb
+kunnen opmaken, stemmen onze smaken overeen, waarom ik de vurige
+begeerte koester tot uw <span class="pagenum">[<a id="pb152" href="#pb152" name="pb152">152</a>]</span>vriendenkring te mogen behooren en
+u iederen avond hier te kunnen ontmoeten .... De eigenaar van dit
+etablissement is een bruut, maar ik heb een paar woorden met hem
+gesproken, en gij zijt volkomen vrij om te gaan of te blijven ..... Ik
+waag het de hoop uit te spreken, dat u mij het middel, om u hier weer
+te ontmoeten, niet zult onthouden, door den kleinen dienst aan te
+nemen, dien ....&rdquo;</p>
+<p>Naar Schaunards wangen steeg een kleur van verontwaardiging.</p>
+<p>&bdquo;Hij speculeert op onzen toestand,&rdquo; zeide hij.
+&bdquo;Wij mogen zijn aanbod niet aannemen. Hij heeft onze rekening
+betaald&mdash;ik zal met hem een partij billard spelen om
+vijf-en-twintig francs en hem een paar caramboles voorgeven.&rdquo;</p>
+<p>Barbemuche nam het voorstel aan en was verstandig genoeg de partij
+te verliezen; maar door dezen trek won hij de achting der
+Bohème. Men scheidde met de afspraak den volgenden dag weer
+samen te komen.</p>
+<p>&bdquo;Op die manier,&rdquo; zeide Schaunard tot Marcel, &bdquo;zijn
+we hem niets schuldig en is onze waardigheid gered.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En kunnen we bijna nog een souper van hem eischen,&rdquo;
+voegde Colline eraan toe. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href="#pb153" name="pb153">153</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3479" href="#xd20e3479src" name="xd20e3479">1</a></span>
+Toespeling op Dumas&rsquo; roman: &bdquo;<a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/13951">De drie
+musketiers</a>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3581" href="#xd20e3581src" name="xd20e3581">2</a></span> Te
+<span class="corr" id="xd20e3583" title="Bron: Saint Denis">Saint-Denis</span> was een kostschool, waar
+dochters van officieren van het Legioen van Eer werden opgevoed.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch12" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e3742" class="label">Hoofdstuk XII.</h2>
+<h2 class="main">Een installatie in de Bohème.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Carolus Barbemuche had het den avond, waarop hij een
+door de boh&eacute;miens gebruikt souper uit zijn particuliere kas
+betaald had, zoo weten aan te leggen, dat Gustave Colline met hem het
+caf&eacute; verliet, om naar huis te gaan. Van af het oogenblik n.l.,
+dat hij de bijeenkomsten van de vier vrienden in het etablissement,
+waar hij hen uit een pijnlijken toestand verloste, bijwoonde, had
+Colline zijn bijzondere aandacht getrokken en voelde hij zich
+aangetrokken tot dien Sokrates, wiens Plato hij later worden zou.
+Daarom had hij al dadelijk Colline uitverkoren, om zich in den
+vriendenkring te introduceeren. Onderweg stelde Barbemuche Colline voor
+even in een caf&eacute;, dat nog open was, binnen te loopen, om nog wat
+te gebruiken. Niet alleen sloeg Colline die uitnoodiging af, maar hij
+verhaastte nog zijn tred, toen hij genoemd caf&eacute; voorbijging, en
+drukte zijn hyperphysischen vilten hoed diep in zijn oogen.</p>
+<p>&bdquo;Waarom wilt u daar niet binnengaan?&rdquo; vroeg Barbemuche,
+die met fijngevoelde beleefdheid aandrong.</p>
+<p>&bdquo;Daar heb ik mijn redenen voor,&rdquo; antwoordde Colline.
+&bdquo;De buffetjuffrouw in dat etablissement houdt zich veel met de
+exacte wetenschappen bezig, en wanneer wij er binnen gingen, zou het
+onvermijdelijk op een langdurig debat uitloopen, wat ik tracht te
+vermijden door noch op den middag, noch op andere uren, dat de zon
+schijnt, door deze straat te gaan. Dat is trouwens heel
+natuurlijk&rdquo;, voegde hij eraan toe; &bdquo;ik heb met Marcel in
+dezen wijk gewoond.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb154" href="#pb154" name="pb154">154</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Toch zou ik graag onder het genot van een glas punch nog een
+oogenblikje met u praten. Weet u hier in de buurt niet een of ander
+lokaal, waar u zoudt kunnen gaan zonder bezwaren .... van
+natuur-philosophischen aard weerhouden te worden?&rdquo; vroeg
+Barbemuche, die het noodig oordeelde buitengewoon geestig te zijn.</p>
+<p>Colline dacht een oogenblik na.</p>
+<p>&bdquo;O, ja, dat is waar, hier is een lokaal, waar ik beter
+verschijnen kan.&rdquo;</p>
+<p>En hij wees op den winkel van een wijnhandelaar.</p>
+<p>Barbemuche zette een leelijk gezicht en scheen te aarzelen.</p>
+<p>&bdquo;Is het een fatsoenlijke inrichting?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>Zijn koude, gereserveerde houding, zijn weinige spraakzaamheid, zijn
+discreet glimlachje en vooral zijn horloge en zijn ketting met
+breloques hadden Colline op het denkbeeld gebracht, dat Barbemuche tot
+het een of ander gezantschap behoorde en bang was om zich te
+compromitteeren, wanneer hij in zoo&rsquo;n kroeg kwam.</p>
+<p>&bdquo;Er is geen kans, dat wij gezien worden,&rdquo; zeide hij;
+&bdquo;op dit uur ligt het geheele corps diplomatique al onder de
+wol.&rdquo;</p>
+<p>Eindelijk besloot Barbemuche toch maar om naar binnen te gaan; maar
+met den geheimen wensch een kartonnen neus te hebben. Voor alle
+zekerheid vroeg hij een afzonderlijke kamer en hing een servet voor de
+ruiten van de glazen deur. Na deze voorzorgsmaatregelen scheen hij
+minder ongerust en bestelde een bowl punch. Door de warme drank wat
+opgewonden, werd Barbemuche iets spraakzamer; en na enkele
+bijzonderheden over zichzelf medegedeeld te hebben, waagde hij het de
+hoop uit te spreken, dat hij officieel in den bond der boh&eacute;miens
+zou worden opgenomen, en verzocht hij Colline&rsquo;s medewerking om
+hem te helpen dit eerzuchtige plan te verwezenlijken.</p>
+<p>Colline antwoordde, dat hij voor zijn persoon zich <span class="pagenum">[<a id="pb155" href="#pb155" name="pb155">155</a>]</span>gaarne ter beschikking van Barbemuche stelde,
+doch dat hij hem natuurlijk niets zeker beloven kon.</p>
+<p>&bdquo;U kunt op mijn stem rekenen,&rdquo; zeide hij, &bdquo;maar ik
+kan natuurlijk niet op mij nemen over die van mijn vrienden te
+beschikken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar om welke redenen zouden zij weigeren mij in hun kring op
+te nemen?&rdquo;</p>
+<p>Colline zette het glas, dat hij juist naar zijn mond wilde brengen,
+weer op tafel en vroeg met een zeer ernstig gelaat aan den vermetelen
+Carolus:</p>
+<p>&bdquo;Cultiveert u de schoone kunsten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik bebouw op bescheiden wijze deze edele velden der
+intelligentie,&rdquo; antwoordde Carolus, die de vlag van zijn kunst
+meende te moeten toonen.</p>
+<p>Colline vond de phrase mooi gestyleerd en vroeg met een buiging:</p>
+<p>&bdquo;Doet u aan muziek?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb op den contrabas gespeeld.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is een philosophisch instrument; die geeft zulke ernstige
+tonen. Welnu, daar gij dus verstand hebt van muziek, begrijpt u heel
+goed, dat men niet, zonder de wetten der harmonie te verstoren, een
+vijfden speler aan een quartet kan toevoegen; anders zou het geen
+quartet meer zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo, dan wordt het een quintet,&rdquo; antwoordde
+Carolus.</p>
+<p>&bdquo;U zegt?&rdquo; vroeg Colline.</p>
+<p>&bdquo;Een quintet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Precies&mdash;juist op dezelfde wijze, alsof je aan de
+Drie&euml;enheid, dien goddelijken driehoek, een vierden persoon
+toevoegde; het zou dan een vierhoek vormen, maar de godsdienst zou zijn
+basis verloren hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk,&rdquo; zeide Carolus; wiens verstand te
+midden van al die doornstruiken van Colline&rsquo;s logica begon te
+struikelen, &bdquo;maar ik zie niet in ....&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb156" href="#pb156" name="pb156">156</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Let eens goed op,&rdquo; ging Colline voort; &bdquo;hebt u
+verstand van astronomie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een beetje .... ik ben bachelier.&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd20e3810src" href="#xd20e3810" name="xd20e3810src">1</a></p>
+<p>&bdquo;Daar bestaat nog een liedje over,&rdquo; zeide Colline:
+&bdquo;Bachelier de Lisette .... Het wijsje herinner ik me niet meer
+.... Dus dan weet u natuurlijk, dat er vier hoofdwinden bestaan. Welnu,
+als er nu plotseling een hoofdwind bijkwam, dan zou de heele harmonie
+der natuur verstoord worden. Dat noemt men een cataclysme. Begrijpt u
+me?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik wacht op de slotsom.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Inderdaad de slotsom is het slot van een rede, evenals de
+dood het einde van het leven en het <span class="corr" id="xd20e3820"
+title="Bron: huwlijk">huwelijk</span> het einde van de liefde is.
+Welnu, mijn waarde heer, mijn vrienden en ik zijn gewoon met elkaar te
+leven en wij zijn bang door de opneming van een vijfde in onzen kring,
+de harmonie, die in ons concert van zeden, meeningen, smaak en karakter
+heerscht, te verstoren. Wij moeten eenmaal de vier hoofdwindstreken der
+moderne kunst worden; ik zeg u dit zonder er doekjes om te winden; en
+daar wij nu eenmaal met dat denkbeeld vertrouwd zijn, zou het ons
+onaangenaam stemmen nog een vijfde hoofdwindstreek te zien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar wanneer je met je vieren bent, kan je toch even goed met
+je vijfjes zijn,&rdquo; waagde Carolus op te merken.</p>
+<p>&bdquo;Ja, zeer zeker, maar dan ben je niet meer met je
+vieren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is een nietswaardige uitvlucht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Er is niets nietswaardigs in deze wereld, alles is in alles,
+kleine beken maken groote rivieren, kleine lettergrepen maken
+alexandrijnen en bergen zijn uit zandkorrels opgebouwd; dat las ik
+dezer dagen in de <span class="ex" lang="fr">Sagesse <span class="pagenum">[<a id="pb157" href="#pb157" name="pb157">157</a>]</span>des
+nations</span><a id="xd20e3835" name="xd20e3835"></a>; u kunt een
+exemplaar daarvan op den quai vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;U denkt dus, dat de heeren bezwaar zullen hebben mij in hun
+intiemen kring op te nemen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben er wel eenigszins bang voor. Maar vertel me eens,
+waarde heer, welke vore beploegt u het liefst in de edele velden der
+intelligentie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De groote wijsgeeren en de goede klassieke schrijvers zijn
+mijn voorbeelden, ik voed mij met hun studie. <span class="ex">T&eacute;l&eacute;maque</span> heeft mij het eerst den hartstocht,
+die mij verteert, ingeboezemd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;<span class="ex">T&eacute;l&eacute;maque</span> <span class="corr" id="xd20e3851" title="Bron: vindt">vind</span> je bij hoopjes op
+de boekenstalletjes,&rdquo; zeide Colline. &bdquo;Onlangs heb ik er nog
+een voor vijf sous gekocht, omdat het een koopje was. Maar ik wil het
+u, om u een pleizier te doen, graag afstaan. Overigens een goed en voor
+den toenmaligen tijd heel aardig samengesteld werk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, mijnheer,&rdquo; ging Carolus voort, &bdquo;de hooge
+philosophie en de gezonde litteratuur, daarheen gaat mijn streven;
+mijns inziens is de kunst een priesterschap.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker, zeker ....&rdquo; zeide Colline; &bdquo;daar bestaat
+nog een liedje op.&rdquo;</p>
+<p>En hij begon te zingen:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Oui, l&rsquo;art est un sacerdoce</p>
+<p class="line">Et sachons nous en servir.</p>
+</div>
+<p class="first">Ik geloof dat het uit <span class="ex">Robert le
+Diable</span> is,&rdquo; voegde hij eraan toe.</p>
+<p>&bdquo;Ik zeide dus,&rdquo; ging Barbemuche voort, &bdquo;dat de
+kunst een heilig beroep is en dat de schrijvers dus onophoudelijk
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, mijnheer,&rdquo; viel Colline, die een laat uur had
+hooren slaan, hem in de rede; &bdquo;het zal zoo dadelijk ochtend zijn
+en ik ben erg bang, dat ik door nog langer uit te blijven iemand, die
+mij dierbaar is, ongerust zal maken; trouwens,&rdquo; mompelde hij nog
+in zichzelf, &bdquo;ik <span class="pagenum">[<a id="pb158" href="#pb158" name="pb158">158</a>]</span>had haar beloofd vroeg thuis te
+komen; het is vandaag haar ontvangdag!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Inderdaad het is tamelijk laat!&rdquo; zeide Carolus.
+&bdquo;Laten we naar huis gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Woont u ver hiervandaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Rue Royale-Saint-Honor&eacute;, 10.&rdquo;</p>
+<p>Colline was bij een vroegere gelegenheid eens in dit huis geweest en
+herinnerde zich, dat het een prachtig heerenhuis was.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal morgen met de heeren over u spreken,&rdquo; zeide hij
+bij het afscheid nemen tot Carolus, &bdquo;en ik beloof u, dat ik al
+mijn invloed zal aanwenden, om ze gunstig voor u te stemmen .... A
+propos, mag ik u nog een raad geven?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Gaarne&rdquo;.</p>
+<p>&bdquo;Wees aardig en galant tegenover de dames. Mimi, Musette en
+Ph&eacute;mie hebben een niet geringen invloed op mijn vrienden, en
+wanneer u het zoo weet aan te leggen, dat zij onder den druk van hun
+ma&icirc;tressen komen, dan zult gij veel makkelijker bereiken, wat gij
+van Marcel, Schaunard en Rodolphe gedaan wilt krijgen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal er mijn best voor doen.&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden dag viel Colline als een bom te midden van het
+gezelschap der boh&eacute;miens: het was op het ontbijtuurtje, en
+ditmaal was <span class="corr" id="xd20e3896" title="Bron: werkellijk">werkelijk</span> het ontbijt met het uur gekomen. De
+drie paren zaten aan tafel en deden zich te goed aan een orgie van
+artisjokken in pepersaus.</p>
+<p>&bdquo;Alle donders!&rdquo; zeide Colline; &bdquo;het gaat hier
+royal toe, dat zal niet lang zoo kunnen duren. Ik kom,&rdquo; ging hij
+voort, &bdquo;als gezant van den edelmoedigen sterveling, dien wij
+gisteravond in het caf&eacute; ontmoet hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zou hij nu het geld al komen terugvragen, dat hij ons
+voorgeschoten heeft?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;He,&rdquo; zeide mademoiselle Mimi, &bdquo;dat zou ik nooit
+van hem gedacht hebben, hij ziet er zoo fatsoenlijk uit.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href="#pb159" name="pb159">159</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Daar is geen sprake van,&rdquo; antwoordde Colline; &bdquo;de
+jonge man zou gaarne in onzen kring worden opgenomen; hij wil aandeelen
+in onze maatschappij nemen en, zooals van zelf spreekt, ook de
+voordeelen daarvan genieten.&rdquo;</p>
+<p>De drie boh&eacute;miens keken elkaar aan.</p>
+<p>&bdquo;Het voorstel is ingediend,&rdquo; eindigde Colline; &bdquo;de
+discussies erover kunnen geopend worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welke maatschappelijke positie bekleedt je
+beschermeling?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Hij is geen beschermeling van me,&rdquo; antwoordde Colline;
+&bdquo;toen we gisteren avond uiteen gingen, hebben jullie me gevraagd
+hem te volgen, en hij, van zijn kant, noodigde me uit om met hem mede
+te gaan, dat viel dus prachtig samen. Ik heb hem dus gevolgd; en hij
+heeft mij een gedeelte van den nacht met allerlei attenties en fijne
+likeuren overstelpt, maar desniettemin heb ik mijn onafhankelijkheid
+bewaard.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bravo!&rdquo; zeide Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Geef ons een schets van eenige van zijn
+hoofdkaraktertrekken,&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Zielegrootheid, strenge zeden, bang om een wijnkroegje binnen
+te gaan, eind-examen <span class="corr" id="xd20e3923" title="Bron: gymnaisum">gymnasium</span>, de oprechtheid in eigen persoon,
+speelt op den contrabas, een natuur, die tusschenbeide vijf francs
+wisselt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bravo!&rdquo; zeide Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Wat verwacht hij van ons?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zooals ik reeds zeide, kent zijn eerzucht geen grenzen; zijn
+ideaal is ons te tutoyeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Met andere woorden, hij wil ons exploiteeren, hij wil in onze
+karossen gezien worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En wat is zijn beroep?&rdquo; was Marcels vraag.</p>
+<p>&bdquo;Zijn kunstrichting? Zijn beroep? Litteratuur en philosophie
+door elkaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waaruit bestaat zijn philosophische kennis?&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb160" href="#pb160" name="pb160">160</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Hij beoefent een kleinsteedsche wijsbegeerte. Hij noemt de
+kunst een priesterschap.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een priesterschap!&rdquo; riep Rodolphe verschrikt uit.</p>
+<p>&bdquo;Hij zegt het.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En tot welke litteratuurrichting behoort hij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij leest druk in <span class="ex">T&eacute;l&eacute;maque</span>.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bravo!&rdquo; riep Schaunard, die op de wortels der
+artisjokken zat te knabbelen.</p>
+<p>&bdquo;Wat, bravo, stommeling?&rdquo; viel Marcel hem in de
+rede<span class="corr" id="xd20e3959" title="Bron: ,">.</span>
+&bdquo;Zeg zoo iets als het je blieft niet, wanneer er andere menschen
+bij zijn.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard gaf, in zijn woede over die <span class="corr" id="xd20e3964" title="Bron: terechtwijziging">terechtwijzing</span>,
+Ph&eacute;mie, die hij op een aanval op zijn saus betrapte, bovendien
+nog onder de tafel door een trap.</p>
+<p>&bdquo;Nog een vraag,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;wat is zijn
+positie in deze wereld? Waarvan leeft hij? Hoe heet hij? Waar woont
+hij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zijn positie is zeer eervol; hij is leeraar in alle mogelijke
+vakken bij een rijke familie. Hij heet Carolus Barbemuche, verteert
+zijn inkomsten op zeer voorname wijze en woont in de rue Royale in een
+h&ocirc;tel.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een h&ocirc;tel garni?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, er zijn echte meubelen in.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik vraag het woord,&rdquo; zeide Marcel. &bdquo;Het is
+duidelijk, dat Colline omgekocht is; hij heeft voor een som van kleine
+glaasjes likeur zijn stem verkocht. Val mij niet in de rede,&rdquo;
+zeide Marcel, die den wijsgeer zag opstaan, om te protesteeren;
+&bdquo;je kunt straks antwoorden. Colline, die veile ziel, heeft u den
+vreemdeling onder een veel te gunstig aspect laten zien, dan dat het
+het beeld der waarheid kan zijn. Ik heb reeds gezegd, dat ik de
+bedoelingen van dezen vreemdeling doorzie. Hij wil op ons speculeeren.
+Hij denkt bij zichzelf: Kijk eens eventjes, dat zijn jongens, die
+carrière zullen maken; ik moet zien, dat ik me in hun zak
+verberg, dan kom <span class="pagenum">[<a id="pb161" href="#pb161"
+name="pb161">161</a>]</span>ik tegelijk met hen aan den steiger van den
+roem.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bravo,&rdquo; zeide Schaunard; &bdquo;is er geen saus
+meer?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde Rodolphe; &bdquo;de oplaag is
+uitverkocht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Anderzijds,&rdquo; ging Marcel voort, &bdquo;streeft deze
+arglistige sterveling, welke door Colline beschermd wordt, misschien
+slechts met misdadige gedachten naar de eer, om in onzen kring
+opgenomen te worden. Wij zijn hier niet alleen, heeren,&rdquo; ging de
+redenaar voort en wierp daarbij een welsprekenden blik op de dames;
+&bdquo;en de prot&eacute;g&eacute; van Colline is mogelijk een
+trouwelooze verleider, die zich onder den mantel der litteratuur bij
+ons wil indringen. Denkt goed na! Ik voor mij stem tegen de
+toelating.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik vraag slechts het woord voor een rectificatie,&rdquo;
+zeide Rodolphe. &bdquo;In zijn merkwaardige improvisatie heeft Marcel
+gezegd, dat genoemde Carolus zich, met het doel om ons te onteeren, bij
+ons wil binnendringen onder den <span class="ex">mantel der
+litteratuur</span>.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is een oratorische figuur,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Ik keur die figuur af; zij is slecht. De litteratuur heeft
+geen mantel.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Omdat ik hier de functies van rapporteur vervul,&rdquo; zeide
+Colline opstaande, &bdquo;zal ik de conclusies van mijn rapport
+verdedigen. De jalousie, welke onzen vriend Marcel verteert, heeft zijn
+verstand verstoord, de groote kunstenaar is krankzinnig ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Tot de orde!&rdquo; brulde Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Zoo krankzinnig, dat hij, een zoo voortreffelijke teekenaar,
+in zijn rede een figuur gebruikt heeft, waarvan de onjuistheid door den
+geestigen redenaar, die v&ograve;&ograve;r mij gesproken heeft, ten
+duidelijkste is aangetoond.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Colline is een idioot!&rdquo; riep Marcel uit en gaf een
+heftigen vuistslag op tafel, die geen kleine beroering onder de borden
+veroorzaakte, &bdquo;Colline heeft niet het minste <span class="pagenum">[<a id="pb162" href="#pb162" name="pb162">162</a>]</span>begrip van gevoelszaken; op dat gebied is hij te
+eenenmale onbevoegd; in plaats van een hart heeft hij een oud,
+beschimmeld boek!&rdquo; (Langdurig gelach van Schaunard.)</p>
+<p>Gedurende dit tumult schudde Colline den vloed van welsprekendheid,
+die hij tusschen de plooien van zijn witte das verborg. Toen de stilte
+weer hersteld was, ging hij verder:</p>
+<p>&bdquo;Mijne heeren, met &eacute;&eacute;n enkel woord zal ik de
+hersenschimmige vrees, die de vermoedens van Marcel misschien ten
+opzichte van Carolus in u wakker geroepen hebben, doen
+verdwijnen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Probeer het maar eens,&rdquo; zeide Marcel spottend.</p>
+<p>&bdquo;Dat zal me niet moeilijker vallen dan dit&rdquo;, antwoordde
+Colline en blies een lucifer uit, waarmede hij zijn pijp <span class="corr" id="xd20e4014" title="Bron: aangstoken">aangestoken</span>
+had.</p>
+<p>&bdquo;Maar spreek dan toch,&rdquo; riepen Rodolphe, Schaunard en de
+vrouwen, die in het debat een levendig belang stelden, in koor uit.</p>
+<p>&bdquo;Mijne heeren,&rdquo; zeide Colline, &bdquo;hoewel ik
+persoonlijk en heftig in dezen kring ben aangevallen, hoewel men mij
+beschuldigd heeft den invloed, dien ik op u zou kunnen hebben, voor
+spirituali&euml;n verkocht te hebben, zal ik toch, krachtig in het
+bewustzijn van mijn onschuld, niet antwoorden op de aanvallen, die
+gedaan zijn op mijn rechtschapenheid, oprechtheid en moraliteit.&rdquo;
+(Beweging.) &bdquo;Een eigenschap echter wil ik echter niet, dat ook
+maar &eacute;&eacute;n oogenblik in twijfel getrokken wordt.&rdquo; (De
+redenaar slaat zich tweemaal op zijn buik.) <span class="corr" id="xd20e4021" title="Niet in bron">&bdquo;</span>Men heeft het willen
+doen voorkomen, alsof ik mijn u zoo welbekende voorzichtigheid verloren
+heb. Men beschuldigt mij in uw kring een sterveling te willen
+binnensmokkelen, die de bedoeling heeft een aanslag te plegen op uw
+liefdesgeluk. Deze veronderstelling is een beleediging, de eerbaarheid
+en den goeden smaak van de dames hier aangedaan. <span class="pagenum">[<a id="pb163" href="#pb163" name="pb163">163</a>]</span>Carolus Barbemuche is foei leelijk,&rdquo;
+(zichtbare tegenspraak op het gelaat van Ph&eacute;mie Klad. Lawaai
+onder de tafel, afkomstig van Schaunard, die de compromitteerende
+openhartigheid van zijn jonge vriendin met zijn voeten verbetert.)</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; ging Colline voort, &bdquo;wat het ellendige
+argument, waarvan mijn tegenstander, door gebruik te maken van uw
+eersten schrik, een wapen smeedt tegen Carolus, geheel ontzenuwt:
+genoemde Carolus is een <span class="ex">Platonisch</span>
+wijsgeer.&rdquo; (Sensatie op de bank der heeren, tumult op de bank der
+dames.)</p>
+<p>&bdquo;Platonisch, wat beteekent dat?&rdquo; vroeg
+Ph&eacute;mie.</p>
+<p>&bdquo;Dat is de ziekte van mannen, die een meisje niet durven
+zoenen,&rdquo; antwoordde Mimi. &bdquo;Ik heb een minnaar van dat soort
+gehad, maar na twee uur heb ik bonjour tegen hem gezegd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je reinste onzin!&rdquo; vond Musette.</p>
+<p>&bdquo;Je hebt gelijk, lieveling!&rdquo; zeide Marcel tot haar;
+&bdquo;Platonisme in liefde is hetzelfde als water in wijn. Laten we
+onzen wijn onversneden drinken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En leve de jeugd!&rdquo;</p>
+<p>De verklaring van Colline had een voor Carolus gunstigen ommekeer
+veroorzaakt. De wijsgeer wilde van die goede wending, door zijn handige
+en welsprekende pleitrede te weeg gebracht, gebruik maken.</p>
+<p>&bdquo;Ik zie niet in&rdquo;, ging hij voort, &bdquo;welke bezwaren
+redelijkerwijze nog ingebracht kunnen worden tegen dezen jeugdigen
+sterveling, die ons in ieder geval een dienst bewezen heeft. Wat mij nu
+betreft, ik, dien men beschuldigt onbezonnen gehandeld te hebben door
+hem in onzen kring te willen doen opnemen, ik beschouw die meening als
+een aanslag op mijn waardigheid. Ik heb in deze zaak gehandeld met de
+listigheid van een slang, en wanneer dit beleid niet door een
+gemotiveerd votum erkend wordt, neem ik mijn ontslag.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb164" href="#pb164" name="pb164">164</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wil je de kabinetsquaestie stellen?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Ja, die stel ik,&rdquo; antwoordde Colline.</p>
+<p>De drie boh&eacute;miens beraadslaagden onderling en verklaarden ten
+slotte eenstemmig, dat zij den wijsgeer het karakter van groot beleid,
+dat hij eischte, teruggaven. Colline liet daarop het woord aan Marcel,
+die, eenigszins teruggekomen van zijn vooringenomenheid, verklaarde,
+dat hij misschien voor de conclusies van den rapporteur zou stemmen.
+Maar alvorens het definitieve besluit, dat Carolus in de intimiteit van
+den vriendenkring zou worden toegelaten, te nemen, liet Marcel over het
+volgende amendement stemmen:</p>
+<p>&bdquo;Daar het toelaten van een nieuw lid in den vriendenkring een
+ernstige zaak is, en daar een vreemdeling, onbekend als hij is met de
+zeden, karakters en inzichten van zijn kameraden, er elementen van
+tweedracht in zou kunnen brengen, moet ieder der leden een dag met
+genoemden Carolus doorbrengen en een onderzoek instellen naar zijn
+leven, zijn smaak, zijn litteraire capaciteiten en zijn garde-robe. De
+boh&eacute;miens zouden elkaar dan hun particuliere indrukken
+mededeelen, waarna zij zouden stemmen over weigering of aanneming:
+verder zou Carolus, v&ograve;&ograve;r zijn toelating, een proeftijd
+van een maand moeten doormaken, dat wil zeggen, dat hij
+v&ograve;&ograve;r dien tijd niet het recht zou hebben hen te
+tutoyeeren en hun op straat een arm te geven. Op den dag der
+installatie zou het nieuw-aangenomen lid een schitterend feestmaal
+moeten geven, waarvan de kosten minstens twaalf francs zouden moeten
+bedragen.&rdquo;</p>
+<p>Dit amendement werd met drie stemmen tegen &eacute;&eacute;n, die
+van Colline, aangenomen; deze vond, dat men niet genoeg vertrouwen in
+hem had en dat dit amendement een nieuwe aanslag op zijn beleid
+was.</p>
+<p>Dienzelfden avond ging Colline met opzet zeer vroegtijdig naar het
+caf&eacute;, om de eerste te zijn om Carolus te zien. <span class="pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165" name="pb165">165</a>]</span></p>
+<p>Hij behoefde niet lang te wachten: Carolus kwam weldra met drie
+reusachtige bouquetten rozen in de hand.</p>
+<p>&bdquo;Allemachtig!&rdquo; riep Colline uit; &bdquo;wat wilt u met
+dien tuin?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb gedacht aan wat u me gisteren gezegd hebt: uw vrienden
+zullen ongetwijfeld met hun dames komen, en daarom heb ik die bloemen
+meegebracht; zij zijn heel mooi.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat geloof ik graag; ze zullen u minstens vijftien sous
+gekost hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Stel u voor! In de maand December. Als u nu vijftien francs
+zeide!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel!&rdquo; riep Carolus uit, &bdquo;een trio
+daalders voor die eenvoudige kinderen van Flora, wat een dwaasheid! Is
+u misschien familie van de Cordillera&rsquo;s? Welnu, waarde heer, dat
+zijn vijftien francs, die wij in den letterlijken zin des woords uit
+het raam zullen moeten smijten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat wilt u daarmede zeggen?&rdquo;</p>
+<p>Colline vertelde nu welke jaloersche vermoedens Marcel onder zijn
+vrienden had gewekt, en bracht Carolus op de hoogte van de heftige
+discussie, die plaats had gehad tusschen de boh&eacute;miens naar
+aanleiding van zijn verzoek, om in den vriendenkring te worden
+opgenomen.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb betoogd, dat uw bedoelingen zoo rein en zuiver en
+eerlijk mogelijk waren,&rdquo; voegde Colline eraan toe; &bdquo;maar de
+oppositie is niet minder krachtig geweest. Zorg er dus voor de
+jaloersche vermoedens, die men tegen u koesteren kan, niet aan te
+wakkeren door te galant tegen de dames te zijn; laten wij dus, om te
+beginnen, die bouquetten doen verdwijnen.&rdquo;</p>
+<p>En Colline nam de rozen en verborg <span class="corr" id="xd20e4081"
+title="Bron: in ze">ze in</span> een kast, waarin ze alles en nog wat
+bewaarden.</p>
+<p>&bdquo;Maar dat is niet alles,&rdquo; ging hij voort; &bdquo;de
+heeren wenschen, alvorens op meer intiemen voet met u te komen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb166" href="#pb166" name="pb166">166</a>]</span>ieder afzonderlijk een onderzoek <span class="corr" id="xd20e4088" title="Bron: instellen">in te stellen</span> naar
+uw karakter, uw smaak enz.&rdquo;</p>
+<p>En opdat Barbemuche zijn vrienden niet te veel aanstoot zou geven,
+gaf Colline hem in ruwe trekken een moreel portret van ieder der
+boh&eacute;miens.</p>
+<p>&bdquo;Tracht nu met ieder afzonderlijk op goeden voet te komen, dan
+zullen zij ten slotte allemaal voor uw toelating stemmen.&rdquo;</p>
+<p>Carolus stemde in alles toe.</p>
+<p>Kort daarop verschenen de drie vrienden met hun respectievelijke
+&bdquo;vrouwen&rdquo;.</p>
+<p>Rodolphe was zeer beleefd tegenover Carolus, Schaunard erg
+vertrouwelijk en familiaar, terwijl Marcel koel bleef. Carolus trachtte
+vroolijk en hartelijk te zijn tegenover de mannen, doch hield zich op
+een afstand van de dames.</p>
+<p>Bij het afscheid noodigde Barbemuche Rodolphe uit den volgenden dag
+met hem te dineeren met het verzoek &rsquo;s middags reeds te
+komen.</p>
+<p>De dichter nam de invitatie aan.</p>
+<p>&bdquo;Goed&rdquo;, zeide hij tot zichzelf; &bdquo;ik begin dus de
+enqu&ecirc;te.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe zorgde den volgenden dag op het afgesproken uur bij Carolus
+te zijn. Barbemuche woonde inderdaad in een zeer mooi heerenhuis in de
+rue Royale en had daar een kamer, waarin een zeker confort heerschte.
+Wel verwonderde het Rodolphe, dat, hoewel het nog klaarlichte dag was,
+de luiken gesloten, de gordijnen dichtgetrokken en twee kaarsen op een
+tafel aangestoken waren. Hij vroeg Barbemuche naar de bedoeling
+daarvan.</p>
+<p>&bdquo;De studie,&rdquo; zeide deze, &bdquo;is de dochter van het
+mysterie en der stilte.&rdquo;</p>
+<p>Ze gingen zitten en begonnen te praten. Na een uur wist Carolus met
+een geduld en een oratorische handigheid, die oneindig was, een zin te
+pas te brengen, die, <span class="pagenum">[<a id="pb167" href="#pb167"
+name="pb167">167</a>]</span>niettegenstaande zijn bescheiden vorm,
+niets meer of minder dan een sommatie aan Rodolphe was, om te luisteren
+naar de voorlezing van een klein werkje, dat de vrucht van de
+doorwaakte nachten van genoemden Carolus was.</p>
+<p>Rodolphe begreep, dat hij gevangen was, en daar hij bovendien gaarne
+den stijl van Barbemuche wilde leeren kennen, boog hij zeer beleefd en
+verzekerde, dat het hem een waar genoegen en .....</p>
+<p>Carolus wachtte het slot van den zin niet af, vloog naar de deur,
+schoof den grendel ervoor, draaide den sleutel om, ging naar Rodolphe
+terug en nam eindelijk een klein schrift, waarvan het kleine formaat en
+de geringe dikte een glimlach van tevredenheid op het gelaat van den
+dichter te voorschijn riepen.</p>
+<p>&bdquo;Is dat het manuscript van uw werk?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Neen&rdquo;, antwoordde Carolus, &bdquo;dat is de
+<span class="corr" id="xd20e4125" title="Bron: catologus">catalogus</span> van mijn manuscripten; ik zoek naar
+het nummer van het werkje, dat u mij wel wilt vergunnen u voor te lezen
+.. Hier is het: <span class="ex">Don Lopez of het Noodlot</span>, No.
+14. Dat is op de derde plank.&rdquo;</p>
+<p>Hij opende een klein kastje, waarin Rodolphe tot zijn schrik een
+groote hoeveelheid handschriften zag staan, Carolus nam er een uit,
+sloot de kast en ging tegenover den dichter zitten.</p>
+<p>Rodolphe wierp een blik op een der vier cahiers, waaruit het werk
+bestond, waarvan het formaat hem aan de Maliebaan deed denken.</p>
+<p>&bdquo;Enfin&rdquo;, zeide hij tot zichzelf, &bdquo;het is niet in
+verzen ... maar het heet <span class="ex">Don Lopez</span>!&rdquo;</p>
+<p>Carolus nam het eerste cahier en begon te lezen:</p>
+<p>&bdquo;In een kouden winternacht reden twee ruiters, dicht gewikkeld
+in hun jassen op twee trage muilezels naast elkaar op een der wegen,
+die de vreeselijke eenzaamheid der stille Sierra Morena ....&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb168" href="#pb168" name="pb168">168</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, waar ben ik!&rdquo; dacht Rodolphe, die door dit
+begin verschrikt was. Carolus ging verder en las aan &eacute;&eacute;n
+stuk het eerste hoofdstuk, dat geheel in dien stijl geschreven was.</p>
+<p>Rodolphe luisterde maar half en zon op een middel om te
+ontsnappen.</p>
+<p>&bdquo;Daar is wel een raam,&rdquo; zeide hij tot zichzelf;
+&bdquo;maar behalve dat het dicht is, zijn we hier op de vierde
+verdieping. Ha, nu begrijp ik al die voorzorgsmaatregelen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zegt u van mijn eerste hoofdstuk?&rdquo; vroeg Carolus;
+&bdquo;maar wat ik u verzoeken mag, spaar mij uw kritiek
+niet.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe meende zich te kunnen herinneren, dat hij stukken
+hoogdravende philosophie over den zelfmoord, door genoemden Lopez, den
+held van den roman, uitgesproken, gehoord had en antwoordde op goed
+geluk af:</p>
+<p>&bdquo;De groote figuur van don Lopez is zeer gewetensvol
+bestudeerd&mdash;het doet je onwillekeurig denken aan de <span class="ex">Profession de foi du vicaire savoyard</span><a class="noteref" id="xd20e4160src" href="#xd20e4160" name="xd20e4160src">2</a>; de
+beschrijving van den muilezel van don Alvar bevalt mij uitstekend en
+herinnert aan een schets van G&eacute;ricault<a class="noteref" id="xd20e4169src" href="#xd20e4169" name="xd20e4169src">3</a>. Het
+landschap geeft heele mooie lijnen; en wat de denkbeelden betreft, dat
+is zaad van Jean Jacques Rousseau, gezaaid op den bodem van Lesage.
+Echter moet ik &eacute;&eacute;n opmerking maken; U zet te veel
+komma&rsquo;s en gebruikt te veel het woord: &bdquo;in den
+vervolge&rdquo;; dat is een aardige uitdrukking, die het van tijd tot
+tijd wel doet en aan het geheel kleur geeft, maar die je niet te
+dikwijls gebruiken moet.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb169"
+href="#pb169" name="pb169">169</a>]</span></p>
+<p>Carolus nam zijn tweede cahier op en las nogmaals den titel:
+<span class="ex">Don Lopez of het noodlot</span>.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb indertijd ook een don Lopez gekend,&rdquo; zeide
+Rodolphe; &bdquo;hij handelde in sigaretten en chocolade uit Bayonne;
+hij was misschien wel familie van den uwe.. Doch lees verder
+....&rdquo;</p>
+<p>Bij het einde van het tweede hoofdstuk viel de dichter Carolus in de
+rede:</p>
+<p>&bdquo;Begint u nog geen keelpijn te krijgen?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Volstrekt niet,&rdquo; antwoordde Carolus; &bdquo;ik zal u nu
+de geschiedenis van In&eacute;sille voorlezen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben er zeer nieuwsgierig naar .... Maar indien het u
+vermoeien mocht, dan zou ik ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoofdstuk III!&rdquo; zeide Carolus met een heldere stem.</p>
+<p>Rodolphe nam Carolus aandachtig op en merkte, dat hij een zeer
+korten, dikken nek en een hoog roode gelaatskleur had.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb nog &eacute;&eacute;n hoop,&rdquo; dacht de dichter,
+nadat hij die ontdekking gedaan had;&mdash;&bdquo;een
+beroerte!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wij zullen nu met hoofdstuk IV beginnen. U wilt dan zeker wel
+zoo goed zijn mij te zeggen wat u van de liefdesscène
+denkt.&rdquo;</p>
+<p>En Carolus las verder.</p>
+<p>Toen Carolus Rodolphe even aankeek om op zijn gelaat de uitwerking
+van het tweegesprek te lezen, zag hij, dat de dichter, gebogen over
+zijn stoel zijn hoofd rekte in de houding van iemand, die naar
+ververwijderde klanken luistert.</p>
+<p>&bdquo;Wat hebt u?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Sst!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;hoort u niets? Het is net
+of ik: Brand hoor roepen! Willen we even gaan kijken?&rdquo;</p>
+<p>Carolus luisterde een oogenblik, doch hoorde niets.</p>
+<p>&bdquo;Dan zal ik een oorsuizing gehad hebben,&rdquo; zeide
+Rodolphe; &bdquo;lees verder; don Alvar interesseert me buitengewoon;
+het is een edele jongeling.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb170"
+href="#pb170" name="pb170">170</a>]</span></p>
+<p>Carolus las verder en legde al de muziek van zijn orgaan in de
+volgende woorden van den jongen don Alvar.</p>
+<p>&bdquo;O, In&eacute;sille, wie ge zijt, engel of demon, en wat ook
+uw vaderland moge zijn, mijn leven behoort u, en ik zal u volgen, zij
+het naar den hemel, zij het naar de hel.&rdquo;</p>
+<p>Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt; een stem buiten riep
+Carolus.</p>
+<p>Het was de concierge, die een brief bracht, welken Carolus vlug open
+scheurde.</p>
+<p>&bdquo;Een leelijke streep door de rekening!&rdquo; zeide hij;
+&bdquo;wij zullen verplicht zijn de verdere lezing tot een volgenden
+keer uit te stellen; ik krijg nl. een bericht, dat mij noodzaakt
+onmiddellijk uit te gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O&rdquo;, dacht Rodolphe; &bdquo;dat is een brief, die uit
+den hemel valt; ik herken daarop het zegel van de
+Voorzienigheid.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Indien u het goed vindt,&rdquo; zeide Carolus, &bdquo;dan
+zullen we samen de boodschap doen, waartoe deze tijding mij noodzaakt,
+dan kunnen we daarna gaan dineeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben geheel tot uw dienst,&rdquo; zeide Rodolphe.</p>
+<p>Toen hij &rsquo;s avonds weer in den vriendenkring zat, werd de
+dichter door zijn kameraden met vragen over Barbemuche bestormd.</p>
+<p>&bdquo;Ben je tevreden over hem? Heeft hij je goed onthaald?&rdquo;
+vroegen Marcel en Schaunard.</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar het heeft me heel wat gekost.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat? Heeft Carolus je laten betalen?&rdquo; vroeg Schaunard
+met stijgende verontwaardiging.</p>
+<p>&bdquo;Dat niet, maar hij heeft me een roman voorgelezen, waarin don
+Lopez en don Alvar de hoofdpersonen zijn en de jeune premiers hun
+geliefden Engel of Demon noemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ontzettend!&rdquo; riepen alle boh&eacute;miens in koor.</p>
+<p>&bdquo;Maar&rdquo;, vroeg Colline, &bdquo;afgezien nu van de
+litteratuur, wat is je meening omtrent Carolus?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb171" href="#pb171" name="pb171">171</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Barbemuche is een fatsoenlijke jonge man. Trouwens jullie
+kunnen persoonlijk je waarnemingen doen: Carolus wil ons n.l. een voor
+een als gast hebben. Schaunard is voor morgen te dejeuneeren gevraagd.
+Maar vertrouw, wanneer je naar Barbemuche gaat, de kast met
+manuscripten niet, dat is een gevaarlijk meubel.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard was den volgenden dag precies op tijd bij Barbemuche en
+stelde een onderzoek in, zooals een be&euml;edigd taxateur of een
+deurwaarder, die gerechtelijk beslag komt leggen, gewoon zijn in te
+stellen. Hij kwam dan ook terug met zijn hoofd vol aanteekeningen; hij
+had Carolus bestudeerd uit een oogpunt van zijn roerend goed.</p>
+<p>&bdquo;Nu?&rdquo; zoo vroegen ze hem; &bdquo;wat is jouw
+meening?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die Barbemuche&rdquo;, riep Schaunard uit; &bdquo;loopt over
+van goede eigenschappen; hij kent de namen van alle wijnsoorten en
+heeft me dingen laten eten z&ograve;&ograve; lekker, als je ze bij mijn
+tante op haar verjaardag niet krijgt. Met de kleermakers uit de rue
+Vivienne en de laarzenmakers van de Panorama&rsquo;s schijnt hij op den
+besten voet te staan. Bovendien heb ik opgemerkt, dat hij ongeveer even
+groot is als wij, zoodat we hem desnoods onze pakken kunnen leenen.
+Zijn zeden zijn minder streng dan Colline ons heeft willen doen
+gelooven; hij is overal heen meegegaan, waar ik hem wilde brengen, en
+hij heeft me getracteerd op een d&eacute;jeuner in twee bedrijven,
+waarvan het tweede zich afgespeeld heeft in een kroeg van de halle,
+waarin ik heel goed bekend ben, omdat ik er in carnavalstijd heel wat
+orgie&euml;n heb medegemaakt. Carolus deed net alsof hij er thuis was.
+Marcel is voor morgen uitgenoodigd.&rdquo;</p>
+<p>Carolus wist, dat van de boh&eacute;miens Marcel zich het meest
+tegen zijn opneming in den vriendenkring verzette: hij ontving hem dan
+ook met de grootste voorkomendheid; maar vooral wist hij den kunstenaar
+voor zich <span class="pagenum">[<a id="pb172" href="#pb172" name="pb172">172</a>]</span>te winnen door hem voor te spiegelen, dat hij
+portretten van de familie van zijn leerling te schilderen zou
+krijgen.</p>
+<p>Toen het Marcels beurt was, om zijn bevindingen mede te deelen,
+merkten zijn vrienden niets meer van de vijandelijke gezindheid, die
+hij in den beginne ten opzichte van Carolus getoond had.</p>
+<p>Den vierden dag deelde Colline Barbemuche mede, dat hij toegelaten
+was.</p>
+<p>&bdquo;Wat? Ben ik heusch toegelaten?&rdquo; riep Carolus
+dol-verheugd uit.</p>
+<p>&bdquo;Ja&rdquo;, antwoordde Colline, &bdquo;maar als u u
+verandert.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoelt u daarmede?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik bedoel, dat u nog een groot aantal vulgaire gewoonten
+hebt, die u u zult moeten afwennen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal mijn best doen u in alles na te volgen,&rdquo;
+antwoordde Carolus.</p>
+<p>Gedurende zijn noviciaat bezocht de Platonische wijsgeer de
+boh&eacute;miens dagelijks, en daar hij op die manier in staat gesteld
+werd hun zeden grondiger te bestudeeren, kon het niet anders, of hij
+moest van de eene verbazing in de andere vallen.</p>
+<p>Op een goeden morgen kwam Colline met een van vreugde stralend
+gezicht bij Barbemuche.</p>
+<p>&bdquo;Nu, mijn waarde,&rdquo; zeide hij, &bdquo;je bent definitief
+toegelaten. Nu blijft nog slechts over om den dag en de plaats voor het
+groote feestmaal vast te stellen, en ik kom nu daarover eens met je
+praten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dat treft prachtig,&rdquo; antwoordde Carolus; &bdquo;de
+ouders van mijn leerling zijn op dit oogenblik buiten en de jonge
+vicomte, wiens mentor ik ben, zal mij voor een avond de kamers wel
+willen afstaan: op die manier kunnen we het veel prettiger hebben, maar
+we zullen ook den jongen vicomte moeten inviteeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zou prachtig zijn,&rdquo; vond Colline. &bdquo;Wij zouden
+de horizonten der litteratuur voor hem kunnen openen; <span class="pagenum">[<a id="pb173" href="#pb173" name="pb173">173</a>]</span>maar
+geloof je, dat hij zijn toestemming geven zal?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar ben ik bij voorbaat zeker van.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan blijft nog alleen over den dag vast te
+stellen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zullen we vanavond in het caf&eacute; verder
+afspreken.&rdquo;</p>
+<p>Carolus ging nu dadelijk zijn leerling opzoeken en deelde hem mede,
+dat hij aangenomen was als lid van een voorname litterair-artistieke
+vereeniging, en dat hij, om zijn toelating te vieren, van plan was een
+diner en daarna een klein feestje te geven. Ten slotte noodigde hij hem
+uit aan de plechtige installatie deel te nemen ...</p>
+<p>&bdquo;En daar je toch niet laat thuis kunt komen en het feest wel
+tot na middernacht zal duren, zullen we voor alle gemak dat diner maar
+hier aan huis geven. <span class="corr" id="xd20e4292" title="Bron: Francois">Fran&ccedil;ois</span>, je knecht, zal het niet
+verraden; je ouders zullen er dus niets van te weten komen en jij zult
+op die manier kennis maken met de geestrijkste menschen uit Parijs,
+kunstenaars en schrijvers.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die al gedrukt zijn?&rdquo; vroeg de jonge man.</p>
+<p>&bdquo;Zeker wel, gedrukt; een van hen is hoofdredacteur van de
+Echarpe, een tijdschrift waarop je moeder geabonneerd is; het zijn zeer
+gedistingeerde, bijna beroemde personen; ik ben hun intieme vriend. Zij
+hebben bekoorlijke vrouwen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Komen er ook vrouwen bij?&rdquo; vroeg de vicomte.</p>
+<p>&bdquo;Verrukkelijke schepsels.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, ik ben u zeer dankbaar voor uw uitnoodiging, waarde
+meester; natuurlijk zullen we het feest hier geven; we zullen alle
+kroonluchters laten aansteken en de hoezen van de meubelen laten
+nemen.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;s Avonds in het caf&eacute; vertelde Barbemuche, dat het
+feest den volgenden Zaterdag gegeven zou worden.</p>
+<p>De boh&eacute;miens verzochten hun vriendinnen aan haar toilet te
+denken.</p>
+<p>&bdquo;Vergeet vooral niet,&rdquo; zeiden zij tot haar, &bdquo;dat
+we <span class="pagenum">[<a id="pb174" href="#pb174" name="pb174">174</a>]</span>ditmaal in echte salons komen. <span class="corr" id="xd20e4314" title="Bron: Bereidt">Bereid</span> je daar dus
+op voor: eenvoudige, maar rijke toiletten.&rdquo;</p>
+<p>Denzelfden dag nog werd de geheele straat er mede in kennis gesteld,
+dat Mimi, Ph&eacute;mie en Musette in de &bdquo;wereld&rdquo; zouden
+gaan.</p>
+<p>Op den ochtend van de plechtigheid geschiedde nog het volgende:
+Colline, Schaunard, Marcel en Rodolphe begaven zich gezamenlijk naar
+Barbemuche, die zeer verwonderd was ze al zoo vroeg te zien.</p>
+<p>&bdquo;Er is toch niets gebeurd, waardoor het feest uitgesteld moet
+worden?&rdquo; vroeg hij eenigszins ongerust.</p>
+<p>&bdquo;Ja en neen,&rdquo; antwoordde Colline. &bdquo;De zaak is
+deze. Tusschen ons gezegd en gezwegen, doen we onder ons nooit aan
+plichtplegingen; maar wanneer we met vreemden samenkomen, dan willen we
+graag een zeker decorum bewaren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welnu?&rdquo; vroeg Barbemuche.</p>
+<p>&bdquo;Welnu&rdquo;, ging <span class="corr" id="xd20e4330" title="Bron: Colilne">Colline</span> voort, &bdquo;daar we vanavond den
+jongen edelman ontmoeten, die zijn salon voor ons opent, komen wij uit
+achting voor hem en uit achting voor onszelf je heel vriendschappelijk
+vragen, of je ons voor vanavond niet een paar kleedingstukken van
+goeden snit kan leenen. Je begrijpt even goed als wij, dat het voor ons
+zoo goed als onmogelijk is in trui en paletot de weelderige vertrekken
+van deze woning te bezoeken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; zeide Carolus; &bdquo;ik heb geen vier
+rokken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; zeide Colline, &bdquo;we zullen ons wel weten te
+behelpen met wat je hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kijk maar eens!&rdquo; zeide Carolus en opende een tamelijk
+rijk voorziene kleerkast.</p>
+<p>&bdquo;Maar je hebt daar een compleet kleeding-arsenaal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Drie hoeden!&rdquo; zeide Schaunard in extase; &bdquo;hoe kan
+je in Godsnaam drie hoeden hebben, als je maar &eacute;&eacute;n hoofd
+hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En kijk eens wat een schoenen!&rdquo; brulde Colline.
+<span class="pagenum">[<a id="pb175" href="#pb175" name="pb175">175</a>]</span></p>
+<p>In een oogwenk hadden zij ieder een volledige uitrusting
+gekozen.</p>
+<p>&bdquo;Tot vanavond,&rdquo; zeiden zij, terwijl zij afscheid namen
+van Barbemuche; &bdquo;de dames zullen er schitterend
+uitzien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar&rdquo;, zeide Barbemuche met een blik op de geheel
+leeggeplunderde kast, &bdquo;jullie laat voor mij niets over. Hoe moet
+ik jullie ontvangen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, jij&rdquo;, zeide Rodolphe, &bdquo;voor jou is het heel
+wat anders; jij bent de heer des huizes en behoeft het dus met de
+etiquette zoo nauw niet te nemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar ik heb alleen nog maar een kamerjapon, een slaapbroek,
+een flanellen vest en pantoffels over; jullie hebt alles
+weggenomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat hindert dat? Je bent bij voorbaat
+ge&euml;xcuseerd,&rdquo; antwoordden de boh&eacute;miens.</p>
+<p>Om zes uur werd er een prachtig diner in de eetzaal opgediend. De
+boh&eacute;miens arriveerden. Marcel hinkte een beetje en was in een
+slecht humeur. De jonge vicomte Paul snelde den dames tegemoet en
+geleidde ze naar de beste plaatsen. Mimi had een zeer fantastisch
+toilet aan. Musette was zeer uitdagend gekleed. Ph&eacute;mie geleek op
+een venster met gekleurde ramen, zij durfde bijna niet te gaan zitten.
+Het diner, dat twee en een half uur duurde, was zeer geanimeerd.</p>
+<p>De jonge vicomte Paul, die Mimi tot tafeldame had, stootte haar
+ieder oogenblik met waren hartstocht aan met zijn voet. Ph&eacute;mie
+vroeg bij iedere gang tweemaal om dezen of genen schotel. Schaunard
+zwelgde in het druivennat. Rodolphe improviseerde sonnetten en brak bij
+het aangeven van den rhythmus de glazen. Colline praatte met Marcel,
+die nog steeds knorrig was.</p>
+<p>&bdquo;Wat heb je toch?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb zoo&rsquo;n vreeselijke pijn aan mijn voet en dat
+hindert me. Die Carolus heeft een voet als een jong meisje.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb176" href="#pb176" name="pb176">176</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;O, als het anders niet is,&rdquo; vond Colline, &bdquo;dan
+zullen we hem aan zijn verstand brengen, dat dit zoo niet langer gaat
+en dat hij &bdquo;in den vervolge&rdquo; zijn laarzen een paar nummers
+grooter moet laten maken. Wees maar gerust, dat zal ik wel in orde
+brengen. Maar ga nu mee naar den salon, waar liqueuren der Antillen ons
+roepen.&rdquo;</p>
+<p>Het feest begon met nieuwen glans en schittering. Schaunard zette
+zich voor den piano en speelde met een wonderbare bravoure zijn nieuwe
+symphonie: &bdquo;De dood der jonkvrouw&rdquo;. Het mooie gedeelte van
+de Schuldeischersmarsch had zoo&rsquo;n succes, dat hij het driemaal
+moest herhalen. Na afloop waren er twee snaren gesprongen.</p>
+<p>Marcel was nog steeds uit zijn humeur, en toen Carolus zich daarover
+bij hem beklaagde, antwoordde de schilder hem:</p>
+<p>&bdquo;Mijn waarde heer Barbemuche, wij zullen nooit op intiemen
+voet met elkaar omgaan. Ziehier de reden. Physieke verschillen zijn
+bijna altijd een zekere aanwijzing voor psychische verschillen. Op dit
+punt zijn de wijsbegeerte en geneeskunde het volmaakt eens.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En verder?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Welnu,&rdquo; zeide Marcel en wees op zijn voeten, &bdquo;je
+laarzen, die veel en veel te nauw voor mij zijn, toonen aan, dat we
+niet hetzelfde karakter hebben; overigens was je feestje heel
+charmant!&rdquo;</p>
+<p>Om &eacute;&eacute;n uur in den ochtend gingen de boh&eacute;miens
+langs een grooten omweg naar huis. Barbemuche was lichtelijk
+aangeschoten en sloeg allerlei onzin uit tegen zijn leerling, die op
+zijn beurt droomde van de blauwe oogen van mademoiselle Mimi.
+<span class="pagenum">[<a id="pb177" href="#pb177" name="pb177">177</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3810" href="#xd20e3810src" name="xd20e3810">1</a></span> Iemand,
+die toelatingsexamen voor de universiteit heeft gedaan.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4160" href="#xd20e4160src" name="xd20e4160">2</a></span>
+&bdquo;Geloofsbelijdenis van den savoyaardschen vicaris&rdquo;.
+Vergelijk <span class="corr" id="xd20e4162" title="Bron: Rouseau&rsquo;s">Rousseau&rsquo;s</span> <a class="pglink"
+title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5427">Emile</a>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4169" href="#xd20e4169src" name="xd20e4169">3</a></span>
+G&eacute;ricault, een beroemd schilder, wiens doek &bdquo;Vlot der
+Medusa&rdquo;, in 1819 groot opzien verwekte en de eerste overwinning
+van het realisme in de schilderkunst genoemd wordt.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch13" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e4385" class="label">Hoofdstuk XIII.</h2>
+<h2 class="main">De inwijdingsfuif.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het gebeurde eenigen tijd, nadat de dichter Rodolphe
+met de jonge mademoiselle Mimi een eigen huishoudentje had opgezet;
+sedert ongeveer acht dagen heerschte er in den geheelen vriendenkring
+een groote onrust naar aanleiding van de verdwijning van Rodolphe, die
+plotseling als in een nevel scheen te zijn opgelost. Ze hadden hem
+gezocht op alle plaatsen, waar hij gewoon was te komen, en overal
+kregen ze hetzelfde antwoord:</p>
+<p>&bdquo;We hebben hem in geen acht dagen gezien.&rdquo;</p>
+<p>Gustave Colline vooral was in duizend angsten en vreezen, en wel om
+de volgende reden. Eenige dagen te voren had hij Rodolphe een artikel
+van groote wijsgeerige waarde toevertrouwd, dat deze in de rubriek
+&bdquo;Varia&rdquo; van <span class="ex">le Castor</span>, het bekende
+hoedenmakersblad, waarvan hij hoofdredacteur was, zou opnemen. Was het
+philosophische artikel reeds voor de oogen van het verbaasde Europa
+verschenen? Dat was de vraag, die de ongelukkige Colline zich stelde;
+en men zal zich dien angst kunnen begrijpen, wanneer men weet, dat de
+philosoof nog niet het genoegen gehad had zich gedrukt te zien en dus
+van verlangen brandde, om te zien welken indruk zijn in cicero<a class="noteref" id="xd20e4398src" href="#xd20e4398" name="xd20e4398src">1</a>
+gedrukt proza zou maken. Om zich die bevrediging van zijn eigenliefde
+te verschaffen, had hij reeds zes francs uitgegeven voor verschillende
+<span class="pagenum">[<a id="pb178" href="#pb178" name="pb178">178</a>]</span>leeszalen zonder er <span class="ex">le
+Castor</span> te vinden. Daar hij dit niet langer volhouden kon, zwoer
+Colline zich een duren eed, dat hij geen minuut rust zou nemen alvorens
+de hand op den onvindbaren redacteur van dat blad gelegd te hebben.</p>
+<p>Geholpen door verschillende toevallige omstandigheden&mdash;het zou
+te veel tijd vorderen die alle te vertellen&mdash;gelukte het den
+wijsgeer zijn eed te houden. Twee dagen later had hij Rodolphe&rsquo;s
+woning uitgevorscht en ging hij hem &rsquo;s morgens om zes uur
+opzoeken.</p>
+<p>Rodolphe woonde toentertijd in een h&ocirc;tel garni in een eenzame
+straat van den faubourg Saint Germain, waar hij de vijfde verdieping
+betrokken had, omdat er geen zesde was. Toen Colline bij de deur kwam,
+vond hij den sleutel niet in het slot steken. Hij klopte een minuut of
+tien zonder dat hij van binnen antwoord kreeg; op de aubade kwam zelfs
+de concierge af, die Colline vroeg kalm te zijn.</p>
+<p>&bdquo;U ziet toch wel, dat mijnheer slaapt,&rdquo; zeide hij.</p>
+<p>&bdquo;Daarom wil ik hem wakker trommelen,&rdquo; antwoordde Colline
+en begon opnieuw te kloppen.</p>
+<p>&bdquo;Dan wil hij u zeker niet antwoorden,&rdquo; meende de
+concierge, terwijl hij voor de deur van Rodolphe een paar lakschoenen
+en een paar dameslaarsjes, die hij juist gepoetst had, neerzette.</p>
+<p>&bdquo;Wacht eens even,&rdquo; zeide Colline, terwijl hij het
+mannelijke en vrouwelijke paar laarzen bekeek; &bdquo;een paar nieuwe
+lakschoenen. Ik heb me zeker in de deur vergist; hier moet ik zeker
+niet zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wien moet u eigenlijk hebben?&rdquo; vroeg de concierge.</p>
+<p>&bdquo;Vrouwenlaarsjes!&rdquo; ging Colline voort als in zichzelf
+sprekend en denkend aan de strenge zeden van zijn vriend; &bdquo;ja, ik
+heb me beslist vergist. Dit kan de kamer van Rodolphe beslist niet
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vraag excuus, mijnheer; dat is hier wel.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb179" href="#pb179" name="pb179">179</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zoo. Dan vergis jij je, beste man!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe bedoelt u dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat je je beslist vergist,&rdquo; zeide Colline, terwijl hij
+op de lakschoenen wees. &bdquo;Wat zijn dat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zijn de schoenen van mijnheer Rodolphe; wat is daar voor
+verwonderlijks aan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En die daar?&rdquo; zeide Rodolphe en wees hem de
+dameslaarsjes; &bdquo;zijn die ook van mijnheer Rodolphe?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die zijn van zijn dame,&rdquo; zeide de concierge.</p>
+<p>&bdquo;Van zijn dame?&rdquo; riep Colline verbaasd uit. &bdquo;Wat
+een wellusteling! Daarom wil hij natuurlijk niet open doen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel!&rdquo; zeide de concierge; &bdquo;die jonge man
+is toch vrij om te doen of te laten wat hij wil; als mijnheer mij zijn
+naam wil zeggen, dan zal ik mijnheer Rodolphe zeggen, dat u hier
+geweest is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen&rdquo;, zeide Colline, &bdquo;nu ik eenmaal weet waar ik
+hem vinden kan, zal ik wel terugkomen.&rdquo; En hij ging heen, om zijn
+vrienden het groote nieuws te gaan vertellen.</p>
+<p>De lakschoenen van Rodolphe werden algemeen als fabels beschouwd,
+als een vrucht van Colline&rsquo;s rijke fantasie, en
+&eacute;&eacute;nstemmig werd verklaard, dat zijn ma&icirc;tresse een
+paradox was.</p>
+<p>En toch was die paradox een waarheid; want nog dienzelfden avond
+kreeg Marcel een collectieven brief voor alle vrienden van dezen
+inhoud:</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer en Mevrouw Rodolphe, letterkundigen, hebben de eer u
+uit te noodigen voor een diner, dat zij zich voorstellen morgenavond om
+vijf uur precies te geven.</p>
+<p>P.S. Er wordt van borden gegeten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijne heeren,&rdquo; zeide Marcel, die zijn vrienden met den
+inhoud van den brief in kennis stelde, &bdquo;Colline heeft toch
+gelijk: Rodolphe heeft werkelijk een ma&icirc;tresse; <span class="pagenum">[<a id="pb180" href="#pb180" name="pb180">180</a>]</span>bovendien vraagt hij ons te dineeren en het
+postscriptum belooft zelfs tafelgerei. Ik wil u niet verhelen, dat deze
+laatste paragraaf mij een <span class="corr" id="xd20e4457" title="Bron: lyrisch-poetische">lyrisch-po&euml;tische</span> overdrijving
+toeschijnt; we zullen echter dienen af te wachten.&rdquo;</p>
+<p>Op het aangegeven uur gingen den volgenden dag Marcel, Gustave
+Colline en Alexander Schaunard, uitgehongerd alsof ze in geen dagen
+gegeten hadden, naar Rodolphe, dien zij bezig vonden te spelen met een
+roode kat, terwijl een jonge vrouw de tafel dekte.</p>
+<p>&bdquo;Heeren&rdquo;, zeide Rodolphe, terwijl hij zijn vrienden de
+hand drukte <span class="corr" id="xd20e4464" title="Bron: er">en</span> met een gebaar naar de jonge vrouw wees,
+&bdquo;mag ik u de vrouw des huizes voorstellen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan ben jij dus de heer des huizes?&rdquo; zeide Colline.</p>
+<p>&bdquo;Mimi,&rdquo; antwoordde Rodolphe, &bdquo;ik stel je mijn
+beste vrienden voor, en doe nu de soep op.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, mevrouw,&rdquo; zeide Alexandre Schaunard, terwijl hij
+naar Mimi toe ging, &bdquo;u zijt frisch als een woudbloem.&rdquo;</p>
+<p>Na zich overtuigd te hebben, dat er in werkelijkheid assietten op
+tafel stonden, informeerde Schaunard wat zij te eten zouden krijgen.
+Hij dreef de nieuwsgierigheid zoo ver, dat hij de deksels van de pannen
+nam, waarin het diner kookte. De aanwezigheid van een kreeft maakte een
+diepen indruk op hem.</p>
+<p>Colline had Rodolphe even apart genomen, om hem naar zijn
+philosophisch artikel te vragen.</p>
+<p>&bdquo;Dat is op de drukkerij,&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;<span class="ex" lang="fr">Le Castor</span> verschijnt a.s.
+Donderdag.&rdquo;</p>
+<p>Wij zullen niet trachten de vreugde van den wijsgeer te
+schilderen.</p>
+<p>&bdquo;Heeren&rdquo;, zeide Rodolphe tot zijn vrienden;
+&bdquo;jullie moeten het me niet kwalijk nemen, dat ik jullie zoolang
+zonder eenig bericht gelaten heb, maar ik was in mijn
+wittebroodsweken.&rdquo;</p>
+<p>En hij vertelde hun de geschiedenis van zijn &bdquo;huwlijk&rdquo;
+met dit bekoorlijke schepseltje, dat hem als bruidschat <span class="pagenum">[<a id="pb181" href="#pb181" name="pb181">181</a>]</span>haar
+achttien jaar en zes maanden, twee porceleinen kopjes en een roode
+poes, eveneens Mimi genaamd, medegebracht had.</p>
+<p>&bdquo;En nu, heeren,&rdquo; ging Rodolphe voort, &bdquo;zullen wij
+onze nieuwe woning inwijden. Maar ik waarschuw je van te voren, dat het
+een eenvoudige burgerpot is en de truffels door de grootste
+hartelijkheid vervangen worden.&rdquo;</p>
+<p>Inderdaad bleef die bekoorlijke godin dan ook heerschen onder de
+gasten, die intusschen vonden, dat die &bdquo;eenvoudige
+burgerpot&rdquo; nog al meeviel. Rodolphe was dan ook &bdquo;uit zijn
+slof geschoten.&rdquo; Colline maakte er op opmerkzaam, dat de borden
+verwisseld werden en verklaarde op luiden toon, dat mademoiselle Mimi
+het blauwe lint waardig was, waarmede de keizerinnen van het fornuis
+gedecoreerd worden, een zin, die voor het jonge meisje zuiver Sanskriet
+was, en die Rodolphe voor haar aldus vertaalde, &bdquo;dat zij een
+uitstekende keukenmeid zou zijn.&rdquo;</p>
+<p>Het optreden van de kreeft veroorzaakte een algemeene bewondering.
+Onder voorwendsel dat hij in de natuurlijke historie gestudeerd had,
+vroeg Schaunard het dier te mogen verdeelen; hij maakte zelfs van de
+gelegenheid gebruik om een mes te breken en zichzelf de grootste portie
+toe te eigenen, wat een algemeene verontwaardiging deed ontstaan. Doch
+Schaunard was niet gevoelig, vooral niet op het punt: kreeft; en toen
+er nog een portie overbleef, was hij brutaal genoeg die apart te leggen
+onder voorwendsel, dat die hem als model moest dienen voor een
+stilleven, dat hij juist onder handen had.</p>
+<p>In hun toegeeflijke vriendschap deden de kameraden, alsof zij aan
+dezen leugen, die de vrucht van een onmatige eetlust was, geloof
+schonken.</p>
+<p>Colline daarentegen bewaarde al zijn sympathie&euml;n voor het
+dessert en weigerde zelfs halsstarrig om zijn deel van de rhumkoek te
+ruilen voor een toegangsbewijs <span class="pagenum">[<a id="pb182"
+href="#pb182" name="pb182">182</a>]</span>voor de orangerie te
+Versailles, wat Schaunard hem voorstelde.</p>
+<p>Het discours werd langzamerhand geanimeerder.</p>
+<p>Op de drie flesschen met roode capsules volgden er drie met groene,
+in het midden waarvan ze weldra een flesch zagen te voorschijn komen,
+welker met een zilveren helm bedekte hals dadelijk verried, dat zij tot
+het regiment van Royal-Champenois behoorde. Het was een
+imitatie-champagne, die in de wijnbergen van Saint-Ouen geoogst was en
+te Parijs voor twee francs verkocht werd wegens liquidatie, zooals de
+wijnhandelaar beweerde.</p>
+<p>Maar niet het land maakt den wijn, en onze boh&eacute;miens
+aanvaardden den drank, dien ze in speciaal daarvoor bestemde glazen
+kregen, als echte Champagne en waren ondanks de weinige opgewektheid,
+waarmede de kurk uit zijn gevangenis ontsnapte, in extase over het
+voortreffelijke merk, toen zij de groote hoeveelheid schuim zagen.
+Schaunard gebruikte daarbij de rest van zijn bezinning, om zich in de
+glazen te vergissen en dat van Colline te ledigen, die op zijn beurt
+met het ernstigste gezicht van de wereld zijn beschuit in den
+mosterdpot doopte en mademoiselle Mimi het wijsgeerige artikel, dat in
+<span class="ex">le Castor</span> moest verschijnen, trachtte uit te
+leggen. Terwijl hij daarmede bezig was, werd hij plotseling bleek en
+vroeg permissie of hij even aan het raam naar de ondergaande zon mocht
+gaan kijken, hoewel het al tien uur was en de zon reeds lang onder de
+wol lag.</p>
+<p>&bdquo;Het is jammer, dat de champagne niet gefrappeerd is,&rdquo;
+zeide Schaunard, die nogmaals trachtte zijn leeg glas te verwisselen
+voor een vol van zijn tafelbuurman, welke poging echter ditmaal geen
+succes had.</p>
+<p>&bdquo;Mevrouw,&rdquo; zeide Colline, die genoeg versche lucht
+gehapt had, tegen Mimi, &bdquo;je <span class="corr" id="xd20e4517"
+title="Bron: koel">koelt</span> champagne met ijs, ijs wordt gevormd
+door condensatie van water, <span class="ex">aqua</span> in het Latijn.
+Water bevriest bij twee graden, en er zijn <span class="pagenum">[<a id="pb183" href="#pb183" name="pb183">183</a>]</span>vier
+jaargetijden, zomer, herfst en winter. Dat is de oorzaak geweest van
+den terugtocht uit Rusland; Rodolphe, geef mij nog een hemistichium
+champagne!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zegt je vriend toch?&rdquo; vroeg Mimi, die er niets van
+begreep, aan Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;O, hij vraagt, of ik hem nog een half glas Champagne wil
+geven,&rdquo; antwoordde deze.</p>
+<p>Plotseling gaf Colline Rodolphe een harden klap op zijn schouder en
+zeide stotterend, alsof de lettergrepen als taai-taai tusschen zijn
+lippen bleven zitten:</p>
+<p>&bdquo;Het is morgen Donderdag, niet?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, het is morgen Zondag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, Donderdag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, heusch niet, Zondag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, Zondag,&rdquo; zeide Colline, terwijl hij zijn hoofd heen
+en weer wiegde, &bdquo;meestal is het morgen
+Don...der...dag...&rdquo;</p>
+<p>En terwijl hij zijn gezicht in de ijspudding, die nog op zijn bord
+lag, drukte, sliep hij in.</p>
+<p>&bdquo;Wat wil hij toch eigenlijk met zijn Donderdag?&rdquo; vroeg
+Mimi.</p>
+<p>&bdquo;O, nou ben ik er achter!&rdquo; antwoordde Rodolphe, die de
+halsstarrigheid van den door zijn id&eacute;e fixe gekwelden wijsgeer
+begon te begrijpen; &bdquo;dat komt door zijn artikel in <span class="ex">Le Castor</span> ... Luister maar, hij droomt er hardop
+van.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Goed&rdquo;, zeide Schaunard, &bdquo;dan krijgt hij ook geen
+koffie, niet waar mevrouw?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is waar ook, Mimi,&rdquo; zeide Rodolphe,
+&bdquo;presenteer de koffie eens.&rdquo;</p>
+<p>Zij wilde juist opstaan, toen Colline, die van de ijspudding zijn
+koelbloedigheid eenigszins teruggekregen had, haar om haar middel vatte
+en haar vertrouwelijk in het oor fluisterde:</p>
+<p>&bdquo;Mevrouw, de koffie is afkomstig uit Arabi&euml;, waar hij
+<span class="pagenum">[<a id="pb184" href="#pb184" name="pb184">184</a>]</span>door een geit ontdekt is. Van daar uit kwam de
+gewoonte om koffie te drinken naar Europa. Voltaire dronk
+twee-en-zeventig koppen per dag. Ik drink ze zonder suiker, maar graag
+heel warm.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, wat een knappe vent!&rdquo; dacht Mimi, terwijl
+zij de koffie en de pijpen bracht.</p>
+<p>Intusschen was het aardig laat geworden; het had al geruimen tijd
+geleden middernacht geslagen en Rodolphe trachtte zijn vrienden aan het
+verstand te brengen, dat het nu langzamerhand tijd werd om heen te
+gaan. Marcel, die nog volkomen helder was, stond op, om afscheid te
+nemen.</p>
+<p>Schaunard echter ontdekte, dat er in een flesch nog wat brandewijn
+was, en verklaarde, dat het nooit middernacht kon zijn, zoolang er nog
+een druppel in het glas was. Colline zat schrijlings op zijn stoel en
+bromde binnensmonds.</p>
+<p>&bdquo;Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar lieve hemel,&rdquo; zeide Rodolphe wanhopig, &bdquo;ik
+kan ze toch vannacht hier niet houden. Vroeger ging dat goed, maar nu
+is dat wat anders,&rdquo; en hij keek daarbij naar Mimi, wier warme
+blik om eenzaamheid met hun tweetjes scheen te smeeken.</p>
+<p>&bdquo;Wat moet ik beginnen? Geef mij toch eens raad, Marcel. Verzin
+toch een middel, om ze hier vandaan te krijgen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, ik verzin er geen,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;maar ik
+zal er een navolgen. Ik herinner me een comedie, waarin een
+intelligente knecht het middel vindt om drie als tempelieren zoo
+dronken schelmen uit het huis van zijn meester te zetten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, dat herinner ik me,&rdquo; antwoordde Rodolphe &bdquo;dat
+komt in Kean<a class="noteref" id="xd20e4578src" href="#xd20e4578"
+name="xd20e4578src">2</a> voor. De toestand is inderdaad vrijwel
+dezelfde.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb185" href="#pb185"
+name="pb185">185</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Welnu, dan zullen we eens zien of het tooneel met de
+werkelijkheid overeenkomt. Wacht even, we zullen met Schaunard
+beginnen. H&eacute;, Schaunard!&rdquo; riep de schilder.</p>
+<p>&bdquo;Ja, wat is er?&rdquo; antwoordde deze, die in de blauwe zee
+van een zoete roes scheen te zwemmen.</p>
+<p>&bdquo;Er is hier niets meer te drinken en we hebben allemaal nog
+dorst.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach ja,&rdquo; zeide Schaunard, &bdquo;die flesschen zijn ook
+zoo klein!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou luister dan; Rodolphe heeft besloten, dat we vannacht
+hier zouden blijven; maar er moet nog eerst wat gehaald worden, om te
+drinken, v&ograve;&ograve;r de winkels gesloten worden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn leverancier woont hier op den hoek van de straat,&rdquo;
+zeide Rodolphe. &bdquo;Schaunard, ga jij er even heen en vraag uit mijn
+naam twee flesschen rhum.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker, zeker, zeker!&rdquo; zeide Schaunard, die bij
+vergissing de overjas van Colline aantrok, welke laatste met zijn mes
+ruiten op het tafellaken teekende.</p>
+<p>&bdquo;Dat is nummer &eacute;&eacute;n!&rdquo; zeide Marcel, toen
+Schaunard weg was. &bdquo;Nou komt Colline aan de beurt: dat zal een
+heele dobber worden. Wacht, een idee. He, he, Colline!&rdquo;
+schreeuwde hij, terwijl hij den wijsgeer heen en weer schudde.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er.... wat is er?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Schaunard is weggegaan en heeft bij vergissing jouw jas
+aangetrokken.&rdquo;</p>
+<p>Colline keek om zich heen en zag inderdaad in plaats van zijn
+notehoutkleurige jas de geruite van Schaunard hangen. Deze ontdekking
+maakte hem zeer ongerust. Colline had n.l. ouder gewoonte in den loop
+van den dag de boekenstalletjes bezocht en voor vijftien sous een
+Finsche grammatica en een kleinen roman van Nisard: &bdquo;De
+begrafenis van de melkvrouw&rdquo; gekocht. Bij deze <span class="pagenum">[<a id="pb186" href="#pb186" name="pb186">186</a>]</span>nieuwe aanwinst kwamen nog zeven of acht deelen
+hoogere philosophie, die hij altijd bij zich droeg, om steeds een
+arsenaal te hebben, waaruit hij argumenten zou kunnen putten voor het
+geval er wijsgeerige discussies ontstonden. De gedachte, dat die
+bibliotheek in handen van Schaunard was, deed bij hem het angstzweet
+uitbreken.</p>
+<p>&bdquo;De ongelukkige!&rdquo; riep Colline uit; &bdquo;wat heeft hem
+bezield mijn overjas mee te nemen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is een vergissing.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar mijn boeken..... hij kan er een slecht gebruik van
+maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wees maar niet bezorgd: hij zal ze niet lezen,&rdquo; zeide
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;O, ik ken hem! Hij is in staat er zijn pijp mede aan te
+steken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als je daar bang voor bent, dan kan je hem nog best
+inhalen,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;hij is net weg; je zal hem nog
+wel aan de deur vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker moet ik hem inhalen,&rdquo; antwoordde Colline, terwijl
+hij zijn hoed opzette, waarvan de randen zoo breed waren, dat men er
+makkelijk voor tien personen thee op zou kunnen ronddienen.</p>
+<p>&bdquo;Dat is nummer twee,&rdquo; zeide Marcel tot Rodolphe;
+&bdquo;nu ben je vrij. Ik ga ook weg en zal den portier op zijn hart
+drukken, dat hij niet open moet doen, als er geklopt wordt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Slaap lekker,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;en wel
+bedankt!&rdquo;</p>
+<p>Nadat hij zijn vriend uitgelaten had, hoorde Rodolphe op de trap een
+langaangehouden gemiauw, waarop zijn roode kat teeder antwoordde,
+terwijl hij behendig door de halfgeopende deur trachtte te
+ontsnappen.</p>
+<p>&bdquo;Arme Romeo!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;je Julia roept je.
+Vooruit, ga je gang maar,&rdquo; en hij opende de deur voor het
+<span class="pagenum">[<a id="pb187" href="#pb187" name="pb187">187</a>]</span>verliefde dier, dat met &eacute;&eacute;n sprong
+de trap af was en in de armen van zijn geliefde lag.</p>
+<p>Eindelijk met zijn ma&icirc;tresse, die voor een spiegel in een
+bekoorlijke en verleidelijke houding haar haar in de krul stond te
+zetten, alleen, ging Rodolphe naar Mimi toe en drukte haar in zijn
+armen. Dan trok hij, als een musicus, die, alvorens zijn stuk te
+beginnen, een reeks accoorden aanslaat, om zich van de qualiteit van
+zijn instrument te overtuigen, Mimi op zijn knie&euml;n en drukte op
+haar schouder een langen, vurigen kus, die het frissche schepseltje van
+verlangen deed rillen.</p>
+<p>Het instrument klonk prachtig. <span class="pagenum">[<a id="pb188"
+href="#pb188" name="pb188">188</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4398" href="#xd20e4398src" name="xd20e4398">1</a></span> Cicero
+is een lettersoort.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4578" href="#xd20e4578src" name="xd20e4578">2</a></span>
+Vergelijk Dumas&rsquo; Kean, 2de bedrijf, tooneel 1&ndash;3.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch14" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e4638" class="label">Hoofdstuk XIV.</h2>
+<h2 class="main">Mademoiselle Mimi.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">O, vriend Rodolphe, wat is er toch gebeurd, dat ge zoo
+veranderd zijt? Moet ik de geruchten gelooven, die in omloop zijn, en
+heeft dat ongeluk zoozeer uw krachtige philosophie kunnen terneerslaan?
+Hoe zal ik, ik, de geschiedschrijver van uw vrij
+kunstenaarsheldendicht, zoo vol vroolijk gelach en jolijt, hoe zal ik
+op een voldoend melancholischen toon het smartelijk avontuur kunnen
+vertellen, dat een rouwfloers werpt over uw voortdurende <span class="corr" id="xd20e4644" title="Bron: levenlust">levenslust</span> en op
+die wijze plotseling den vroolijken klank van uw paradoxen tot zwijgen
+brengt?</p>
+<p>O, vriend Rodolphe, gaarne wil ik gelooven, dat uw smart groot is,
+maar dat is toch werkelijk geen reden, om dadelijk in het water te
+springen. Daarom raad ik je aan zoo gauw mogelijk een streep door het
+verleden te halen. Ontvlucht vooral de eenzaamheid, die bevolkt is met
+spookgestalten, welke uw bekommernissen tot het oneindige verlengen.
+Ontvlucht de stilte, waarin de echo der herinneringen nog weerklinkt
+van doorleefde vreugde en doorleefde smart. Werp moedig naar alle
+windstreken der vergetelheid den naam, dien ge zoo lief gehad hebt, en
+ook alles wat u nog overblijft van haar, die hem droeg. De haarlokken,
+die uw van hartstocht vurige lippen hebben gekust; het kristallen
+flaconnetje, waarin nog een rest van den parfum sluimert, die op dit
+oogenblik voor u gevaarlijker is om in te ademen <span class="pagenum">[<a id="pb189" href="#pb189" name="pb189">189</a>]</span>dan
+alle vergiften der wereld; in het vuur de bloemen, de bloemen van gaas,
+van zijde en van fluweel; de witte jasmijnen, de door het bloed van
+Adonis gepurperde anemonen, de blauwe vergeet-mij-nietjes, en al die
+bekoorlijke ruikers, welke zij in de verre dagen van uw kort geluk
+samenbond. Toen hield ik ook van uw Mimi, en zag ik er geen gevaar in,
+dat gij haar lief hadt. Maar volg mijn raad: in het vuur die linten,
+die mooie roode, blauwe en gele linten, die haar hals en boezem
+sierden, om uw blikken te trekken en te boeien; in het vuur de kanten
+en mutsjes en sluiers, al die coquette prulletjes, waarmede ze zich
+tooide, om te gaan liefkoozen met mijnheer C&eacute;sar, mijnheer
+J&eacute;r&ocirc;me, mijnheer Charles of een anderen geliefde, dien de
+kalender aangaf, terwijl gij aan uw venster op haar stondt te wachten,
+rillend onder den guren wind en den rijp van den winter; in het vuur,
+Rodolphe, alles wat haar heeft toebehoord en wat u aan haar herinneren
+kan; in het vuur, meedoogenloos in het vuur, de liefdesbrieven. Zie,
+daar is er juist een, waarover ge tranen hebt gestort als uit een
+fontein, o, rampzalige vriend!</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first">&bdquo;Daar je niet thuis komt, ga ik naar mijn
+tante.</p>
+<p>Het aanwezige geld neem ik mede, om een rijtuig te kunnen
+betalen.</p>
+<p class="signed">Lucile.&rdquo;</p>
+</div>
+<p>En dien avond hebt ge niet gegeten, Rodolphe; herinnert ge het u
+nog? En ge zijt bij mij gekomen en hebt op mijn kamer een vuurwerk van
+geestigheden afgestoken, die getuigden van de rust van uw ziel. Want ge
+geloofdet, dat Lucile bij haar tante was, en indien ik u gezegd had,
+dat zij bij mijnheer C&eacute;sar of bij een comediant van den
+Montparnasse was, dan zoudt ge me zeker naar de keel gevlogen hebben.
+In het vuur ook dat andere briefje, dat geheel en al de laconische
+teederheid van het eerste ademt: <span class="pagenum">[<a id="pb190"
+href="#pb190" name="pb190">190</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik ga laarzen bestellen; je moet beslist zorgen, dat je geld
+krijgt, zoodat ik ze overmorgen kan gaan halen.&rdquo;</p>
+<p>O, vriendlief, die laarzen hebben heel wat contredansen gedanst,
+waarin gij haar vis-&agrave;-vis niet waart!</p>
+<p>Aan het vuur die herinneringen, aan de winden haar asch
+prijsgeven!</p>
+<p>Maar Rodolphe, grijp, uit liefde voor de menschheid en ter wille van
+den roem van de <span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span> en van den
+<span class="ex">Castor</span>, weer met vaste hand de teugels van den
+goeden smaak, die ge in uw zelfzuchtige smart slap hebt laten hangen;
+anders zouden de vreeselijkste dingen, waarvoor gij verantwoordelijk
+zoudt zijn, kunnen gebeuren. Wij zouden weer terugkeeren tot de
+pofmouwen en de klepbroeken en wij zouden op een goeden dag misschien
+weer hoeden in de mode zien komen, die het heelal beleedigen en den
+toorn des hemels op ons laden zouden.</p>
+<p>En nu is dan het oogenblik gekomen, om de liefdesgeschiedenis van
+onzen vriend Rodolphe en mademoiselle Lucile, meer bekend als
+mademoiselle Mimi, te vertellen.</p>
+<p>Midden in zijn vier-en-twintigste levensjaar werd Rodolphe
+plotseling aangegrepen door dien hartstocht, welke zoo&rsquo;n grooten
+invloed op zijn leven had. In den tijd, dat hij Mimi voor het eerst
+ontmoette, leidde Rodolphe dat bewogen en fantastische leven, dat wij
+in de vorige tooneelen van deze serie hebben trachten te beschrijven.
+Hij was ongetwijfeld een der vroolijkste armoedzaaiers, die ooit in het
+land der boh&eacute;miens geleefd hebben. Wanneer hij een slecht
+middagmaal gebruikt en een goede aardigheid getapt had, dan liep hij
+trotscher op het plaveisel, dat hem dikwijls tot hoofdkussen diende,
+trotscher in zijn versleten rok, die uit alle naden om genade smeekte,
+dan een keizer in zijn purperen mantel. In den vriendenkring, waarin
+Rodolphe verkeerde, deed men ten <span class="pagenum">[<a id="pb191"
+href="#pb191" name="pb191">191</a>]</span>gevolge van een
+geblaseerdheid, die aan sommige jonge mannen eigen is, net alsof men de
+liefde als een luxe-artikel, als een voorwendsel voor platte grappen
+beschouwde. Gustave Colline, die sedert lang intieme relaties
+onderhield met een vestenmaakster, welke hij naar lichaam en geest
+mismaakt had door haar dag en nacht de manuscripten van zijn
+wijsgeerige werken te laten copieeren, beweerde, dat de liefde een
+soort purgeermiddel was, geschikt om ieder nieuw jaargetijde in te
+nemen, ten einde de slechte lichaamsvochten te verwijderen. Te midden
+van al die valsche sceptici was Rodolphe de eenige, die met een zekeren
+eerbied over de liefde placht te spreken; en wanneer men het ongeluk
+had om met hem over dat thema te beginnen, dan was hij in staat om meer
+dan een uur lang elegie&euml;n te kirren over het geluk bemind te
+worden, over het blauw van het vredige meer, het suizen van den wind,
+het concert der sterren enz. enz. Schaunard had hem naar aanleiding
+daarvan den bijnaam <span class="ex">Harmonika</span> gegeven, terwijl
+Marcel een heel aardig woord verzonnen had, waarin hij een toespeling
+maakte zoowel op de Germaansch-sentimenteele ontboezemingen als op de
+vroegtijdige kaalheid van Rodolphe; hij noemde hem n.l. <span class="ex">myosotis calva</span>, d.i. het kale vergeet-mij-nietje. De
+waarheid was echter, dat toentertijd Rodolphe in allen ernst geloofde
+met alle dingen van jeugd en liefde afgerekend te hebben; hij zong
+overmoedig het De profundis over zijn hart, dat hij dood waande,
+terwijl het slechts sliep en gereed was ieder oogenblik te ontwaken,
+toegankelijker dan ooit voor vreugde en ontvankelijker dan ooit voor
+die zoete smarten, waarop hij niet meer hoopte en die hem nu wanhopig
+maakten. Gij hebt het gewild, Rodolphe, en wij zullen u niet beklagen,
+want de smart, waaraan gij lijdt, behoort tot die, welke men het meest
+terugwenscht, vooral wanneer men weet, dat men er voor goed van genezen
+is. <span class="pagenum">[<a id="pb192" href="#pb192" name="pb192">192</a>]</span></p>
+<p>Rodolphe dan ontmoette de jonge Mimi, die hij trouwens vroeger, toen
+zij nog de ma&icirc;tresse van een zijner vrienden was, gekend had, en
+maakte haar tot de zijne. In den beginne was het een luid gebrom van
+afkeuring onder Rodolphe&rsquo;s vrienden, toen zij van zijn
+<span class="corr" id="xd20e4692" title="Bron: laison">liaison</span>
+hoorden, maar daar mademoiselle Mimi een zeer innemend persoontje was,
+volstrekt niet preutsch, en, zonder hoofdpijn te krijgen, hun
+tabaksrook en litteraire gesprekken kon verdragen, raakte men al
+spoedig aan haar gewend en behandelde haar als een kameraad. Mimi was
+een bekoorlijk en mooi wezentje, dat de plastieke en po&euml;tische
+sympathie&euml;n van Rodolphe op bijzondere wijze bevredigde. Zij telde
+toen twee-en-twintig zomers, was klein, tenger gebouwd en
+grappig-ondeugend. Haar gelaat had iets <span class="corr" id="xd20e4695" title="Bron: aristrocatisch">aristocratisch</span>, haar
+trekken echter, die buitengewoon fijn waren en door den glans van haar
+vochtig-blauwe oogen als het ware met een zacht licht overgoten werden,
+konden in sommige oogenblikken van verveling of slecht humeur een
+uitdrukking van een bijna beestachtige woestheid krijgen, waarin een
+physioloog misschien de aanwijzing gezien zou hebben van een
+grenzenlooze zelfzucht of van een groote ongevoeligheid. Maar meestal
+was het een charmant kopje met een jong, frisch lachje en oogen, die nu
+eens smachtend, dan weer veroverend coquet iemand aankeken. Het bloed
+der jeugd stroomde warm en snel door haar aderen en kleurde haar
+doorzichtige, als camelia&rsquo;s zoo blanke huid met rozenroode
+tinten. Die ziekelijke schoonheid bekoorde Rodolphe, dikwijls kroonde
+hij &rsquo;s nachts uren lang steeds weer met kussen het bleeke
+voorhoofd van zijn geliefde, wier vochtige en moede oogen, half
+geopend, schitterden onder den gordijn van haar prachtige, bruine
+haren. Maar vooral haar handen, die zij niettegenstaande de zorgen voor
+het huishouden, blanker wist te houden dan wanneer zij de godin van het
+dolce far niente in eigen persoon <span class="pagenum">[<a id="pb193"
+href="#pb193" name="pb193">193</a>]</span>geweest was, maakten Rodolphe
+waanzinnig op haar verliefd. En toch zouden die zoo teere en kleine
+handen, die voor de liefkoozingen van een lip zoo zachte kinderhanden,
+waarin Rodolphe zijn opnieuw bloeiend hart had nedergelegd, toch zouden
+die blanke handen van Mimi spoedig het hart van den dichter met haar
+rose nageltjes verminken.</p>
+<p>Na verloop van een maand begon Rodolphe te merken, dat hij een
+liaison gesloten had met een stormwind en dat zijn ma&icirc;tresse een
+groot gebrek had. Zij ging n.l. gaarne op buurbezoek en bracht een
+groot gedeelte van haar tijd door bij de mainten&eacute;es uit de
+buurt, waarmede zij, God weet hoe, kennis gemaakt had. En al heel
+spoedig werden de gevolgen merkbaar, waarvoor Rodolphe gevreesd had,
+toen hij van de nieuwe &bdquo;kennissen&rdquo; van zijn ma&icirc;tresse
+hoorde. De onbestendige rijkdom van sommige dier nieuwe vriendinnen had
+een geheel woud van begeerten doen ontstaan in den geest van Mimi, die
+tot op dat oogenblik slechts bescheiden eischen gehad had en met het
+noodzakelijke, dat Rodolphe haar naar zijn beste krachten gaf, tevreden
+geweest was. Mimi begon te droomen van zijde, fluweel en kant. En
+niettegenstaande Rodolphe het haar verbood, bleef zij omgaan met die
+vrouwen, die haar &eacute;&eacute;nstemmig trachtten te overreden te
+breken met den boh&eacute;mien, die haar zelfs geen honderdvijftig
+francs kon geven voor een lakensche japon.</p>
+<p>&bdquo;Een zoo knap meisje als jij,&rdquo; zeiden haar raadgeefsters
+haar, &bdquo;kan makkelijk een betere &bdquo;positie&rdquo; vinden. Je
+behoeft maar te zoeken.&rdquo;</p>
+<p>En mademoiselle Mimi begon te zoeken. Rodolphe, die deze
+menigvuldige en onhandig gemotiveerde uitgangen met leede oogen aanzag,
+begon nu den smartelijken weg van argwaan en vermoedens in te slaan.
+Maar zoodra hij weer een nieuw bewijs van ontrouw op het <span class="pagenum">[<a id="pb194" href="#pb194" name="pb194">194</a>]</span>spoor meende te zijn, bond hij steeds weer
+stevig een doek voor zijn oogen, om toch maar niets te zien, want
+niettegenstaande alles bleef hij Mimi aanbidden. Hij koesterde voor
+haar een jaloersche, phantastische, twistzieke liefde, die de jonge
+vrouw niet begreep, omdat zij toen voor Rodolphe nog slechts die lauwe
+genegenheid voelde, welke uit het dagelijksche samenzijn voortspruit.
+En bovendien was de eene helft van haar hart reeds verbruikt ten tijde
+van haar eerste liefde en was de andere helft nog vol herinnering aan
+haar eersten minnaar.</p>
+<p>Zoo verliepen acht maanden van afwisselend goede en slechte dagen.
+Gedurende dien tijd stond Rodolphe wel twintigmaal op het punt met Mimi
+te breken, die hem met alle uitgezochte wreedheden, waarover een vrouw
+zonder liefde beschikt, kwelde. Eerlijk gezegd was dit bestaan voor
+beiden een hel geworden. Maar Rodolphe had zich aan die dagelijksche
+twisten vrijwel gewend en vreesde niets zoozeer als het einde van dien
+toestand, omdat hij begreep, dat daarmede tevens voor goed een einde
+zou komen aan die opbruisingen van zijn jeugdig bloed en aan al de
+gemoedsbewegingen, die hij in zoo langen tijd niet meer gekend had. En
+dan waren er, om de waarheid niet te kort te doen, ook uren, waarin
+mademoiselle Mimi allen argwaan uit Rodolphe&rsquo;s door booze
+vermoedens verscheurd hart wist te verjagen. Er waren oogenblikken,
+waarin deze dichter, die door haar zijn verloren <span class="corr" id="xd20e4710" title="Bron: poezie">po&euml;zie</span> had teruggevonden,
+aan wien zij zijn jeugd teruggegeven had, die dank zij haar weer onder
+den aequator der liefde was doorgegaan, als een kind aan haar
+<span class="corr" id="xd20e4713" title="Bron: kni&euml;n">knie&euml;n</span> nederknielde onder de betoovering
+van haar blauwen blik. Twee of driemaal per maand staakten Rodolphe en
+Mimi hun stormachtige twisten, om zich te verkwikken in de frissche
+oase van een liefdesnacht en liefdesgesprekken. Dan nam Rodolphe het
+glimlachende <span class="pagenum">[<a id="pb195" href="#pb195" name="pb195">195</a>]</span>en opgewekte kopje van zijn vriendinnetje in
+zijn armen en sprak tot haar uren lang die bewonderenswaardige en dwaze
+taal, welke de hartstocht in uren van passie improviseert. In den
+beginne luisterde Mimi kalm, meer verbaasd dan ontroerd, maar
+langzamerhand sleepte de geestdriftige welsprekendheid, die beurtelings
+teeder, vroolijk en melancholiek was, ook haar mede. Zij voelde bij het
+contact van die liefde, het ijs der onverschilligheid, dat haar hart
+deed verstijven, smelten; koortsachtige begeerten begonnen haar dan te
+doortrillen, en zij sloeg haar armen om zijn hals en zeide hem in
+kussen alles wat zij niet in woorden zou hebben kunnen uitdrukken. En
+zoo verraste hen dan het morgenrood, oog in oog, hand in hand, borst
+aan borst, terwijl hun vochtige, van hartstocht brandende lippen nog
+steeds het onsterfelijke woord mompelden:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Qui depuis cinq mille ans,</p>
+<p class="line">Se suspend chaque nuit aux lèvres des
+amants.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">Doch den volgenden dag ontstond uit een nietige
+aanleiding weer een twist en vluchtte de liefde, verschrikt, weer voor
+langen tijd.</p>
+<p>Eindelijk en ten laatste merkte Rodolphe, dat, als hij niet oppaste,
+de blanke handen van mademoiselle Mimi hem naar een afgrond zouden
+voeren, waarin hij zijn toekomst en zijn jeugd zou zien verdwijnen. Een
+oogenblik sprak de strenge logica in hem krachtiger dan de liefde, en
+hij overtuigde zichzelf door prachtige, op bewijzen steunende
+redeneeringen, dat zijn vriendinnetje hem niet lief had. Hij hield zich
+zelfs voor, dat de uren van liefde, die zij hem toestond, niets anders
+waren dan zinnelijke caprices, die getrouwde vrouwen voor haar mannen
+voelen, wanneer zij een nieuwe sjaal of een nieuwe japon willen hebben,
+of wanneer haar minnaar ver van haar weg is, wat als het ware een
+pendant is van het spreekwoord: &bdquo;Bij gebrek aan brood eet men
+<span class="pagenum">[<a id="pb196" href="#pb196" name="pb196">196</a>]</span>korstjes van pasteien.&rdquo; Om kort te gaan,
+Rodolphe kon zijn vriendinnetje alles vergeven behalve dat zij hem niet
+lief had. Hij nam dus een kloek besluit en zeide tegen mademoiselle
+Mimi, dat zij naar een anderen minnaar moest uitzien. Mimi begon te
+lachen en nam een uitdagende houding aan. Toen zij echter eindelijk
+inzag, dat Rodolphe bij zijn besluit bleef en haar heel kalm ontving,
+toen zij na een afwezigheid van vier-en-twintig uur weer terugkwam,
+begon toch die vastberadenheid, waaraan zij niet gewend was, haar
+ongerust te maken. Zij was nu twee of drie dagen lang de lieftalligheid
+zelve. Maar Rodolphe bleef bij wat hij gezegd had en vergenoegde zich
+te vragen, of zij al een ander gevonden had.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb nog niet eens gezocht,&rdquo; was haar antwoord.</p>
+<p>Zij had echter wel gezocht, en wel reeds voordat Rodolphe het haar
+aangeraden had. In een tijdsverloop van veertien dagen had zij twee
+pogingen gedaan. Een van haar vriendinnen had haar geholpen en haar in
+kennis gebracht met een manlijken bakvisch, die voor Mimi&rsquo;s oogen
+een horizont van Indische sjaals en palissandermeubelen had laten
+schitteren. Maar volgens het oordeel van Mimi zelf was de jonge
+student, die misschien heel sterk in algebra was, op het gebied der
+liefde nog een leek; en daar Mimi absoluut geen opvoedkundige neigingen
+had, liet zij haar verliefden novitius zitten met zijn sjaals, die nog
+in de weiden van Tibet graasden, en met de palissanderhouten meubelen,
+die in de Amerikaansche oerwouden nog in blad stonden.</p>
+<p>De student werd al heel spoedig vervangen door een Bretonschen
+edelman, waarop zij bliksemsnel verliefd raakte, en dien zij niet lang
+behoefde te smeeken haar tot gravin te verheffen.</p>
+<p>Niettegenstaande de protesten van zijn ma&icirc;tresse had Rodolphe
+toch lucht van de een of andere intrigue gekregen; hij wilde precies
+weten waar hij aan toe was; <span class="pagenum">[<a id="pb197" href="#pb197" name="pb197">197</a>]</span>en op een goeden morgen ging hij,
+na een nacht, dat mademoiselle Mimi niet thuis gekomen was, naar een
+plaats, waar hij vermoedde, dat zij zijn zou. Hier had hij volop
+gelegenheid zich een van die bewijzen, waaraan men <span class="ex">nolens volens</span> gelooven moet, diep in het hart te boren. Hij
+zag Mimi met door een aureool van wellust omkringde oogen aan den arm
+van haar nieuwen heer en meester het huis verlaten, waarin zij tot den
+adelstand verheven was. Haar nieuwe minnaar scheen echter heel wat
+minder trotsch op zijn nieuwe verovering dan Paris, de mooie Grieksche
+herder, na de schaking van de schoone Helena.</p>
+<p>Mademoiselle Mimi scheen eenigszins verrast, toen zij Rodolphe zag
+aankomen. Zij ging naar hem toe en zij spraken gedurende een minuut of
+vijf heel kalm met elkaar. Dan namen zij afscheid, om ieder huns weegs
+te gaan. De breuk was definitief.</p>
+<p>Rodolphe keerde dadelijk naar huis terug en bracht den geheelen dag
+door met het in pakjes bijeenpakken van alle dingen, die aan zijn
+ma&icirc;tresse toebehoorden.</p>
+<p>In den loop van den dag na de &bdquo;echtscheiding&rdquo; kreeg
+Rodolphe bezoek van verscheidene van zijn vrienden en vertelde hun wat
+er voorgevallen was. Allen feliciteerden hem met die gebeurtenis als
+met een groot geluk.</p>
+<p>&bdquo;Wij zullen u helpen, o dichter,&rdquo; zeide een van hen, die
+meermalen getuige geweest was van de kwellingen welke mademoiselle Mimi
+Rodolphe had laten verduren, &bdquo;wij zullen u helpen om uw hart uit
+de handen van dat ellendige schepsel te bevrijden. En binnen korten
+tijd zult gij genezen zijn en weer verlangen met een andere Mimi te
+dwalen over de groene paden van Aulnay en
+Fontenay-aux-Roses.<span class="corr" id="xd20e4751" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>Rodolphe bezwoer, dat het nu voor goed uit was met zijn wroeging en
+wanhoop. Hij liet zich zelfs overhalen mede te gaan naar het bal
+Mabille, waar zijn veronachtzaamde <span class="pagenum">[<a id="pb198"
+href="#pb198" name="pb198">198</a>]</span>kleeding al heel slecht de
+<span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span> vertegenwoordigde, die hem
+vrijen toegang tot dezen tuin van galanterie en genot verschafte. Daar
+ontmoette Rodolphe weer andere vrienden, met wie hij begon te drinken.
+Hij vertelde hun zijn ongeluk met een ongehoorde overdaad van bizarre
+wendingen en woorden en gedurende een uur sprak hij met een hartstocht
+en een vuur, die de anderen stil maakten.</p>
+<p>&bdquo;Helaas, helaas!&rdquo; zeide de schilder Marcel, toen hij den
+regen van ironie hoorde, die van de lippen van zijn vriend stroomde,
+&bdquo;Rodolphe is te vroolijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij is charmant!&rdquo; antwoordde een jonge vrouw, aan wie
+Rodolphe een ruikertje bloemen aangeboden had, &bdquo;en hoewel zijn
+kleeding nu niet bepaald schitterend is, zou ik mij graag
+compromitteeren door met hem te dansen, als hij mij vragen
+zou.&rdquo;</p>
+<p>Twee seconden later stond Rodolphe, die deze woorden gehoord had,
+voor haar en noodigde haar ten dans, wat dankbaar werd aanvaard.</p>
+<p>Rodolphe kende van de eerste grondbeginselen der dans evenveel als
+van den regel van drie&euml;n. Doch bezield door een buitengewonen
+moed, aarzelde hij niet zich in het dansgewoel te storten en
+improviseerde een dans, die aan alle vroegere choreographie&euml;n
+onbekend geweest was. Men noemt haar den <span class="ex" lang="fr">pas
+<span class="corr" id="xd20e4771" title="Bron: das">des</span> regrets
+et soupirs</span> (dans der tranen en zuchten) en haar originaliteit
+verschafte haar een ongelooflijk succes. De drieduizend gasvlammen
+mochten vrij haar vurige tongen naar hem uitsteken, als om hem te
+bespotten, Rodolphe bleef steeds doordansen en wierp onophoudelijk zijn
+danseres handenvol nog onuitgegeven galanterie&euml;n in het
+gelaat.</p>
+<p>&bdquo;Het is waarachtig bijna niet te gelooven,&rdquo; zeide
+Marcel, &bdquo;Rodolphe doet me denken aan een dronken man, die op
+gebroken glazen danst.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb199"
+href="#pb199" name="pb199">199</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Intusschen heeft hij een heele knappe vrouw aan den haak
+geslagen,&rdquo; zeide een andere, die Rodolphe met zijn danseres zag
+weggaan.</p>
+<p>&bdquo;Je neemt niet eens afscheid van ons!&rdquo; riep Marcel tegen
+hem.</p>
+<p>Rodolphe ging weer naar den artist terug en stak hem zijn hand toe;
+die hand was koud en klam als vochtig marmer.</p>
+<p>Rodolphe&rsquo;s danseres was een krachtige dochter van
+Normandi&euml;, een opgewekte en levenslustige natuur, wier aangeboren
+onbeholpenheid te midden van de elegance en de luxe van het Parijsche
+bestaan en een lui leventje, al heel spoedig plaats gemaakt had voor
+aristocratische vormen. Zij liet zich madame S&eacute;raphine of iets
+van dien aard noemen en was op dat oogenblik de ma&icirc;tresse van een
+door rheumatiek geplaagden pair de France, die haar maandelijks vijftig
+louis gaf, welke zij deelde met een elleridder, die haar niets dan
+slaag gaf. Rodolphe was in haar smaak gevallen; zij hoopte, dat hij
+haar niets zou geven, en nam hem mee naar huis.</p>
+<p>&bdquo;Lucile,&rdquo; zeide zij tot haar kamenier; &bdquo;ik ben
+vanavond voor niemand te spreken.&rdquo;</p>
+<p>En na even in haar toiletkamer geweest te zijn, kwam zij na vijf
+minuten in een speciaal kostuum terug. Zij vond Rodolphe onbeweeglijk
+en zwijgend in de kamer staan, want sedert hij daar binnen was, had hij
+zich verdiept in een duisternis vol stille snikken.</p>
+<p>&bdquo;U kijkt mij niet meer aan, je spreekt niet tegen me,&rdquo;
+zeide S&eacute;raphine verwonderd.</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zeide Rodolphe tot zich zelf en keek
+op<span class="corr" id="xd20e4795" title="Bron: .">,</span>
+&bdquo;laat ik naar haar kijken, maar alleen uit een oogpunt van
+kunst!&rdquo;</p>
+<p><span lang="fr">Et quel spectacle, alors, vint s&rsquo;offrir
+&agrave; ses yeux!</span> zooals Raoul in de Hugenooten zingt.</p>
+<p>S&eacute;raphine was bewonderenswaardig mooi. Haar prachtige
+<span class="pagenum">[<a id="pb200" href="#pb200" name="pb200">200</a>]</span>vormen, die door de coupe van haar kleed zeer
+voordeelig uitkwamen, schemerden uitdagend en verleidelijk door het
+half doorzichtige weefsel. In Rodolphe&rsquo;s aderen begon het bloed
+van koortsachtig verlangen onstuimig te kloppen. Een gloeiende nevel
+steeg hem naar het hoofd. Hij zag S&eacute;raphine nu reeds met andere
+oogen dan die van een kunstkenner aan en nam de handen van het mooie
+meisje in de zijne. Het waren sublieme handen, als het ware
+gebeeldhouwd met den zuiversten beitel der Grieksche sculptuur.
+Rodolphe voelde die bewonderenswaardige handen in de zijne beven; en
+hoe langer hoe minder kunstcriticus wordend, drukte hij
+S&eacute;raphine tegen zich aan, wier wangen zich kleurden met den
+blos, dien men het morgenrood der wellust zou kunnen noemen.</p>
+<p>&bdquo;Dit schepsel is werkelijk een instrument der wellust, een
+liefde-stradivarius, waarop ik gaarne een lied zou willen
+spelen,&rdquo; dacht Rodolphe, toen hij het hart der schoone zeer
+duidelijk een stormaanval hoorde slaan.</p>
+<p>Op dat oogenblik werd er hard aan de bel getrokken.</p>
+<p>&bdquo;Lucile, Lucile!&rdquo; riep S&eacute;raphine tegen haar
+kamenier; &bdquo;doe niet open, zeg, dat ik nog niet thuis
+ben.&rdquo;</p>
+<p>Bij den tweemaal uitgesproken naam Lucile stond Rodolphe op.</p>
+<p>&bdquo;Ik wil u op geen enkele wijze in ongelegenheid brengen,
+mevrouw,&rdquo; zeide hij. &bdquo;Trouwens het wordt mijn tijd, het is
+al laat en ik woon ver weg. Goeden nacht!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, wilt u weg?&rdquo; riep S&eacute;raphine uit, en liet
+haar oogen snelvuur geven; &bdquo;waarom gaat u weg, waarom? Ik ben
+vrij; u kunt blijven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Onmogelijk, mevrouw,&rdquo; antwoordde Rodolphe. &bdquo;Ik
+verwacht vanavond een van mijn familieleden uit Vuurland, en die zou me
+zeker onterven, als hij mij niet thuis vond, om hem behoorlijk te
+ontvangen. Goeden nacht, mevrouw!&rdquo;</p>
+<p>En hij snelde weg. De kamenier lichtte hem bij en Rodolphe
+<span class="pagenum">[<a id="pb201" href="#pb201" name="pb201">201</a>]</span>keek haar toevallig in het gezicht. Het was een
+jong tenger meisje met sleependen gang; haar bleek gezichtje vormde een
+bekoorlijke tegenstelling met het van nature golvende, zwarte haar;
+haar blauwe oogen geleken op twee zwakke sterren.</p>
+<p>&bdquo;O, spookgestalte!&rdquo; riep Rodolphe uit en week terug voor
+haar, die den naam en het gezicht van zijn vriendinnetje had.
+&bdquo;Terug! Wat wilt ge van mij?&rdquo;</p>
+<p>En hij stormde de trap af.</p>
+<p>&bdquo;Maar mevrouw!&rdquo; zeide de kamenier, toen zij weer bij
+haar meesteres terugkwam, &bdquo;bij dien jongen man is er
+&eacute;&eacute;n van de vijf op den loop!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeg liever, dat hij een groote stommeling is!&rdquo;
+antwoordde S&eacute;raphine woedend. &bdquo;Enfin een goede leer voor
+een volgende keer! Als die stomme L&eacute;on nu maar zoo verstandig
+was dadelijk te komen!&rdquo;</p>
+<p>L&eacute;on was de elleridder, die in zijn liefde-blazoen een zweep
+voerde.</p>
+<p>Rodolphe liep zoo hard als zijn beenen hem dragen konden, naar huis.
+Toen hij de trap opging, hoorde hij zijn rooden kater klagende zuchten
+uitstooten. Twee nachten lang riep hij zoo reeds vergeefs naar zijn
+ontrouwe schoone, een angora-Manon Lescaut, die op de daken in de buurt
+op galante avonturen uit was.</p>
+<p>&bdquo;Arm dier,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;ook jij bent
+bedrogen; jouw Mimi heeft je al even leelijke poetsen gebakken als de
+mijne mij. Maar laten we ons troosten. Het hart van vrouwen en van
+katten is een afgrond, dien mannen en katers nooit zullen kunnen
+peilen.&rdquo;</p>
+<p>Toen hij zijn kamer binnentrad, had hij, niettegenstaande de
+drukkende hitte, een gevoel, alsof er een ijsmantel om zijn schouders
+gelegd werd. Het was de koude der eenzaamheid, de vreeselijke
+eenzaamheid van den nacht, die door niets gestoord werd. Hij stak zijn
+kaars aan en zag bij het licht daarvan de kale kamer. Uit de kasten
+<span class="pagenum">[<a id="pb202" href="#pb202" name="pb202">202</a>]</span>staken de ledige laden, en van den zolder tot
+den grond vulde een eindelooze triestheid deze kleine kamer, die aan
+Rodolphe grooter dan een woestijn scheen. Al voortloopend stiet zijn
+voet tegen de pakjes, die Mimi&rsquo;s eigendommen bevatten, en een
+gevoel van blijdschap doorstroomde hem, toen hij zag, dat zij ze nog
+niet was komen halen, wat zij volgens afspraak dien ochtend zou hebben
+gedaan. Rodolphe voelde, hoe hij er zich ook tegen verzette, het uur
+der reactie naderen, en hij voorzag heel goed, dat hij zijn
+uitgelatenheid van dien avond met een afschuwelijken nacht zou moeten
+boeten. Toch had hij nog eenige hoop, dat zijn door en door vermoeid
+lichaam zou slapen v&ograve;&ograve;r de smart, die hij zoo lang in
+zijn binnenste had onderdrukt, ontwaken zou.</p>
+<p>Toen hij echter het bed naderde en de gordijnen open sloeg, voelde
+hij bij den aanblik van deze legerstede, die in twee dagen niet
+aangeraakt was, en van de beide naast elkaar liggende kussens, onder
+een waarvan nog het kanten borduursel van een nachtmutsje te voorschijn
+kwam, zijn hart samenpersen in de onontkoombare schroef van die doffe
+smart, welke zich niet uiten kan. Hij viel neer voor het bed, drukte
+zijn voorhoofd in zijn handen, en riep, na een smartelijken blik in de
+eenzame kamer geworpen te hebben, uit:</p>
+<p>&bdquo;Mimi, kleine Mimi, vreugde van mijn huis, ben je werkelijk
+heengegaan, heb ik je werkelijk weggezonden, zal ik je nooit meer
+terugzien? O God! O, gij lief, bruin kopje, dat zoo lang op deze plaats
+geslapen hebt, zult gij niet meer terugkomen, om er weer te slapen? O,
+gij grillige stem, wier liefdesgefluister me in verrukking bracht en
+wier booze tonen als muziek klonken, zal ik je niet meer hooren? En gij
+kleine, blanke, blauwdooraderde handjes, waarop ik zoo dikwijls mijn
+heete lippen drukte, o, gij kleine, blanke handen, hebt gij mijn
+laatsten kus ontvangen?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb203"
+href="#pb203" name="pb203">203</a>]</span></p>
+<p>En Rodolphe drukte als in koortswaanzin zijn hoofd in de kussens,
+waaruit nog steeds de geur van het haar van zijn vriendinnetje opsteeg.
+Van achter uit het alkoof meende hij de spookgestalte van de heerlijke
+nachten, die hij met zijn jonge ma&icirc;tresse daar had doorgebracht,
+te zien opdoemen. Helder en duidelijk hoorde hij Mimi&rsquo;s frisschen
+lach nog klinken door de nachtelijke stilte, en hij dacht verlangend
+terug aan die betooverende, aanstekelijke vroolijkheid, waarmede zij
+hem zoo dikwijls de zorgen en ellenden van hun aan wisselvalligheden
+zoo rijk bestaan had doen vergeten.</p>
+<p>Gedurende dien geheelen langen nacht liet hij de acht maanden de
+revue passeeren, welke hij met de jonge vrouw doorleefd had, die hem
+misschien nooit lief gehad had, maar wier gelogen teederheid toch aan
+zijn hart zijn jeugd en manlijke kracht had teruggegeven.</p>
+<p>Het grauwe ochtendlicht verraste hem, toen hij, door moeheid
+overmeesterd, zijn oogen, rood door de in den nacht gestorte tranen,
+gesloten had. Een smartelijke en vreeselijke nacht, zooals zelfs de
+meest spottende sceptici onder ons meer dan eens doorwaakt hebben.</p>
+<p>Toen &rsquo;s ochtends zijn vrienden bij hem binnenkwamen, schrikten
+zij bij het zien van Rodolphe, wiens gelaat nog de duidelijkste sporen
+droeg van al de benauwdheden, die hem gedurende zijn nachtwake op den
+Olijfberg der liefde gekweld hadden.</p>
+<p>&bdquo;Dat wist ik vooruit wel,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;zijn
+vroolijkheid van gisteravond is hem op het hart geslagen. Maar dat mag
+niet zoo blijven voortgaan.&rdquo;</p>
+<p>En in overleg met twee of drie vrienden begon hij over mademoiselle
+Mimi een groot aantal indiscrete onthullingen te vertellen, waarvan
+ieder woord als een doorn in Rodolphe&rsquo;s hart drong. Zijn vrienden
+bewezen hem zonneklaar, dat zijn <span class="corr" id="xd20e4862"
+title="Bron: maitresse">ma&icirc;tresse</span> hem steeds en overal,
+binnen- en buitenshuis, bedrogen had alsof hij een sul <span class="pagenum">[<a id="pb204" href="#pb204" name="pb204">204</a>]</span>was,
+en dat dit als de engel der tering zoo bleeke schepsel slechts een
+juweelkistje was van lage gevoelens en verdorven instincten.</p>
+<p>De vrienden wisselden elkaar af in de taak, die zij op zich genomen
+<span class="corr" id="xd20e4869" title="Bron: had">hadden</span> en
+waarvan het doel was Rodolphe tot het punt te brengen, waarop de liefde
+overgaat in verachting; doch dat doel werd slechts voor de helft
+bereikt. De wanhoop van den dichter veranderde in toorn. Woedend wierp
+hij zich op de pakjes, die hij den vorigen dag gereed gemaakt had; en
+nadat hij alle voorwerpen, die reeds Mimi&rsquo;s eigendom waren bij
+haar komst, op zijde gelegd had, hield hij alles wat hij haar gedurende
+hun liaison gegeven had, achter, d.w.z. het grootste gedeelte en
+voornamelijk de toiletartikelen, waaraan zij met alle vezels van haar
+in den laatsten tijd onverzadigbaar geworden behaagzucht hing.</p>
+<p>In den loop van den volgenden dag kwam Mimi haar
+&bdquo;boeltje&rdquo; halen. Rodolphe was thuis en alleen. Hij moest op
+dat oogenblik al zijn zelfrespect te hulp roepen, om zijn
+ma&icirc;tresse niet om de hals te vallen. Hij ontving haar met
+zwijgende, stille beleedigingen, welke zij met dien kouden scherpen
+toon beantwoordde, die zelfs de zwakste en meest bedeesde naturen
+buiten zich zelf doet geraken. Bij de minachting, waarmede Mimi hem op
+hardnekkig-brutale wijze geeselde, barstte Rodolphe&rsquo;s toorn woest
+en angstaanjagend los, zoodat Mimi, bleek van vrees, zich een oogenblik
+afvroeg, of zij levend uit zijn handen zou komen. Op haar angstkreten
+snelden eenige medebewoners toe en trokken haar uit Rodolphe&rsquo;s
+kamer.</p>
+<p>Twee dagen later kwam een vriendin van Mimi Rodolphe vragen of hij
+Mimi&rsquo;s &bdquo;boeltje&rdquo; wilde teruggeven.</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde Rodolphe.</p>
+<p>Dan wist hij de afgezante van zijn ma&icirc;tresse aan het praten te
+krijgen. Zij vertelde hem, dat Mimi zich in uiterst <span class="pagenum">[<a id="pb205" href="#pb205" name="pb205">205</a>]</span>benarde omstandigheden bevond en dat het niet
+lang meer zou duren, of zij had geen dak meer boven haar hoofd.</p>
+<p>&bdquo;En haar geliefde, waar zij zoo dol op is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar die jonge man heeft volstrekt geen plan haar tot
+ma&icirc;tresse te nemen,&rdquo; antwoordde Am&eacute;lie. &bdquo;Hij
+heeft er al lang een en hij schijnt zich van Mimi, die nu zoo lang bij
+mij is en mij erg in verlegenheid brengt, niets aan te
+trekken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij moet maar zien, hoe zij het klaar speelt,&rdquo; zeide
+Rodolphe; &bdquo;zij heeft het zelf zoo gewild; de zaak gaat mij niet
+langer aan.&rdquo;</p>
+<p>En hij begon mademoiselle Am&eacute;lie het hof te maken en
+verzekerde haar, dat zij het mooiste meisje op aarde was.</p>
+<p>Am&eacute;lie vertelde Mimi van haar bezoek aan Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Wat zegt hij? Wat doet hij?&rdquo; vroeg Mimi. &bdquo;Heeft
+hij over mij gesproken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geen woord. Hij heeft je reeds heelemaal vergeten. Rodolphe
+heeft al een nieuw liefje en hij heeft voor haar een prachtig toilet
+gekocht, want hij heeft veel geld gekregen, en ziet er zelf uit als een
+prins. Het is een heel aardig iemand en hij zelf heeft mij heel
+vleiende complimentjes gemaakt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal er wel achter komen wat dat allemaal beteekent,&rdquo;
+dacht Mimi.</p>
+<p>Dagelijks ging mademoiselle Am&eacute;lie nu onder een of ander
+voorwendsel naar Rodolphe, die, men kon het draaien hoe men wilde,
+steeds weer over Mimi begon.</p>
+<p>&bdquo;Zij is erg vroolijk,&rdquo; antwoordde de vriendin, &bdquo;en
+schijnt zich al heel weinig van haar toestand aan te trekken. Overigens
+beweert zij, dat zij weer bij je terug kan komen, wanneer zij maar wil,
+zonder eenige tegemoetkoming van haar kant, en alleen maar om je
+vrienden woedend te maken.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb206"
+href="#pb206" name="pb206">206</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Het is goed,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;laat ze maar komen
+dan zullen we verder zien.&rdquo;</p>
+<p>En hij begon Am&eacute;lie weer het hof te maken, die alles dadelijk
+aan Mimi ging overbrieven en verzekerde, dat Rodolphe
+&bdquo;smoor&rdquo; op haar was.</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft mijn handen en mijn pols gezoend,&rdquo; zeide zij;
+&bdquo;kijk maar, ze zijn er nog rood van. Hij wil me morgen meenemen
+naar het bal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar beste meid,&rdquo; zeide Mimi gepiqueerd, &bdquo;ik
+begrijp heel goed, waar je heen wilt. Je wilt me wijs maken, dat
+Rodolphe verliefd op je is en niet meer aan mij denkt. Maar je verspilt
+je tijd, zoowel bij hem als bij mij.&rdquo;</p>
+<p>Inderdaad was Rodolphe alleen maar zoo vriendelijk tegen
+Am&eacute;lie, om haar dikwijls bij zich te lokken, waardoor hij de
+gelegenheid had met haar over zijn ma&icirc;tresse te spreken; doch met
+een macchiavellisme, dat misschien een welbewust doel had, deed
+Am&eacute;lie, die zeer goed inzag, dat Rodolphe nog steeds van Mimi
+hield, en dat deze er volstrekt niet ongeneigd toe was weer naar hem
+terug te gaan, al haar best om door handig verzonnen berichten alles te
+vermijden, wat de twee geliefden weer tot elkaar zou kunnen
+brengen.</p>
+<p>Den dag, waarop zij naar het bal zou gaan, ging Am&eacute;lie in den
+ochtend aan Rodolphe vragen, of de afspraak zoo bleef.</p>
+<p>&bdquo;Zeker&rdquo;, antwoordde hij haar, &bdquo;ik zou de
+gelegenheid, om de cavalier van de mooiste vrouw van onzen
+tegenwoordigen tijd te zijn, niet gaarne verzuimen.&rdquo;</p>
+<p>Am&eacute;lie zette hetzelfde coquette gezicht, dat zij den avond
+van haar eenig debuut in een voorstadschouwburg in de rol van een
+soubrette van den vierden rang getrokken had, en beloofde op het
+afgesproken uur klaar te zijn.</p>
+<p>&bdquo;A propos,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;zeg aan mademoiselle
+Mimi, dat ik haar al haar zaakjes zal teruggeven, wanneer <span class="pagenum">[<a id="pb207" href="#pb207" name="pb207">207</a>]</span>zij
+ter wille van mij haar minnaar eens voor een nacht ontrouw wil
+worden.&rdquo;</p>
+<p>Am&eacute;lie bracht de boodschap over, doch gaf aan zijn woorden
+een geheel andere beteekenis dan die, welke zij erin geraden had.</p>
+<p>&bdquo;Jouw Rodolphe is een ignobele kerel,&rdquo; zeide zij tegen
+Mimi; &bdquo;zijn voorstel is een schande. Hij wil je door dien stap
+vernederen tot den rang der laagste deernen; en indien je naar hem toe
+gaat, zal hij je niet alleen je boeltje teruggeven, maar je bovendien
+de ris&eacute;e maken van al zijn vrienden; dat is een samenzwering,
+die ze onderling gesmeed hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben niet van plan te gaan,&rdquo; zeide Mimi en vroeg,
+toen ze zag, dat Am&eacute;lie bezig was toilet te maken, of zij naar
+het bal ging.</p>
+<p>&bdquo;Ja&rdquo;, antwoordde de ander.</p>
+<p>&bdquo;Met Rodolphe?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, hij zal me vanavond op twintig pas van het huis
+wachten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Veel pleizier,&rdquo; zeide Mimi, die, toen het uur van het
+rendez-vous naderde, zoo gauw mogelijk naar den minnaar van
+mademoiselle Am&eacute;lie liep en hem mededeelde, dat deze op het punt
+stond hem met haar (Mimi&rsquo;s) vroegeren minnaar te bedriegen.</p>
+<p>De mijnheer, jaloersch als een tijger, vloog naar mademoiselle
+Am&eacute;lie en zeide tegen haar, dat hij het uitstekend vond, dat zij
+den avond in zijn gezelschap doorbracht.</p>
+<p>Om acht uur snelde Mimi naar de plek, waar Rodolphe op Am&eacute;lie
+zou wachten. Zij zag haar vroegeren minnaar daar heen en weer loopen in
+de houding van iemand, die wacht; zij liep tweemaal langs hem heen,
+zonder hem te durven aanspreken. Rodolphe was dien avond heel elegant
+gekleed, en de heftige gemoedsbewegingen, waaraan hij in de laatste
+acht dagen ten prooi geweest was, hadden <span class="pagenum">[<a id="pb208" href="#pb208" name="pb208">208</a>]</span>aan zijn
+gelaatsuitdrukking iets verhevens gegeven. Mimi voelde zich zeer onder
+den indruk. Eindelijk vermande zij zich om hem aan te spreken. Rodolphe
+nam het kalm en waardig op, informeerde naar haar gezondheidstoestand
+en vroeg ten slotte naar de beweegreden, die haar tot hem voerde; en
+dit alles op zachten, kalmen toon, waarin een accent van droefheid niet
+te miskennen viel.</p>
+<p>&bdquo;Ik moet u een onaangename boodschap overbrengen: mademoiselle
+Am&eacute;lie kan niet met u medegaan naar het bal&mdash;zij heeft
+bezoek van haar man.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zal ik alleen naar het bal moeten gaan.&rdquo;</p>
+<p>Mimi deed op dit oogenblik alsof zij struikelde en leunde op den
+schouder van Rodolphe: hij gaf haar een arm en bood haar aan haar naar
+huis te brengen.</p>
+<p>&bdquo;Dat zal niet gaan,&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;ik woon bij
+Am&eacute;lie, en daar haar man bij haar is, kan ik niet naar huis
+gaan, v&ograve;&ograve;r hij weg is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Luister eens,&rdquo; zeide nu de dichter tot haar; &bdquo;ik
+heb je door bemiddeling van mademoiselle Am&eacute;lie een voorstel
+laten doen; heeft ze dat overgebracht?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja&rdquo;, zeide Mimi, &bdquo;maar in bewoordingen, waaraan
+ik, zelfs na alles, wat er tusschen ons voorgevallen is, geen geloof
+schenken kan. Neen, Rodolphe, niettegenstaande alles wat u me verwijten
+kunt, heb ik nooit geloofd, dat gij in mij zoo weinig fijn gevoel
+veronderstelde, dat gij ook maar een oogenblik hebt kunnen denken, dat
+ik zoo&rsquo;n voorstel zou aannemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;U hebt me niet begrepen of men heeft u mijn voorstel verkeerd
+overgebracht. Maar wat ik gezegd heb, blijft van kracht,&rdquo; zeide
+Rodolphe; &bdquo;het is nu negen uur, u hebt nog drie uur tijd om na te
+denken. Mijn sleutel steekt tot twaalf uur in het slot. Bonsoir, adieu,
+of tot weerziens.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Adieu dan!&rdquo; zeide Mimi met bevende stem.</p>
+<p>En zoo scheidden zij ..... Rodolphe ging naar zijn <span class="pagenum">[<a id="pb209" href="#pb209" name="pb209">209</a>]</span>kamer terug en wierp zich geheel gekleed op bed.
+Om half twaalf kwam Mimi binnen.</p>
+<p>&bdquo;Ik kom u gastvrijheid vragen,&rdquo; zeide zij; &bdquo;de man
+van Am&eacute;lie is gebleven, en nu kan ik niet naar huis.<span class="corr" id="xd20e4968" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>Tot drie uur in den ochtend praatten zij. De eene verklaring volgde
+op de andere, waarin het familiare jij en jou afwisselde met het
+officieele u.</p>
+<p>Om vier uur ging de kaars uit. Rodolphe wilde een nieuwe
+aansteken.</p>
+<p>&bdquo;Ach neen,&rdquo; zeide Mimi, &bdquo;het is de moeite niet
+waard. Het is tijd, om naar bed te gaan.&rdquo;</p>
+<p>En vijf minuten later had haar aardig bruin kopje zijn plaats op het
+kussen weer ingenomen en riep zij met een vleiend stemmetje
+Rodolphe&rsquo;s lippen weer op haar kleine, blanke, blauwdooraderde
+handen, waarvan de paarlemoerkleur wedijverde met het wit der lakens.
+Rodolphe stak geen nieuwe kaars aan.</p>
+<p>Den volgenden ochtend stond Rodolphe het eerst op en zeide, terwijl
+hij Mimi verschillende pakjes wees, heel zacht en teeder:</p>
+<p>&bdquo;Dat is uw eigendom, u kunt het medenemen .... ik houd
+woord.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; antwoordde Mimi; &bdquo;ik ben erg moe en kan al
+die groote pakken niet tegelijk dragen. Ik kom liever nog eens
+terug.&rdquo;</p>
+<p>En nadat zij zich aangekleed had, nam zij alleen een kraagje en een
+paar manchetten mede.</p>
+<p>&bdquo;De rest kom ik wel halen .... stuk voor stuk,&rdquo; voegde
+zij er glimlachend aan toe.</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;neem alles mede of niets,
+er moet een eind aan de zaak komen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Of een nieuw begin, maar dan om altijd te duren,&rdquo; zeide
+de jonge Mimi, terwijl zij Rodolphe om de hals vloog.</p>
+<p>Na samen ontbeten te hebben, gingen ze in de omstreken <span class="pagenum">[<a id="pb210" href="#pb210" name="pb210">210</a>]</span>een
+uitstapje maken. Toen zij door den Luxembourg liepen, kwamen zij een
+groot dichter tegen, die Rodolphe steeds met de grootste welwillendheid
+ontvangen had. Uit beleefdheid wilde Rodolphe doen, alsof hij hem niet
+zag. Maar de dichter liet hem er den tijd niet voor, en knikte hem in
+het voorbijgaan familiaar toe, terwijl hij zijn gezellin met een
+vriendelijk glimlachje groette.</p>
+<p>&bdquo;Wie is dat?&rdquo; vroeg Mimi.</p>
+<p>Rodolphe noemde haar een naam, die haar een kleur van blijdschap en
+trots deed krijgen.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;die ontmoeting met den
+dichter, die zoo mooi de liefde bezongen heeft, is een goed voorteeken
+en zal onze verzoening geluk aanbrengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb je lief,&rdquo; zeide Mimi innig en drukte haar vriend
+de hand, hoewel zij midden in de drukte van het verkeer waren.</p>
+<p>&bdquo;Lieve hemel!&rdquo; dacht Rodolphe; &bdquo;wat is nu beter,
+of je altijd te laten misleiden, omdat je geloofd hebt, of nooit te
+gelooven uit vrees altijd misleid te worden?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb211" href="#pb211" name="pb211">211</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch15" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e5011" class="label">Hoofdstuk XV.</h2>
+<h2 class="main">Donec gratus.....</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">We hebben reeds verteld op welke wijze de schilder
+Marcel mademoiselle Musette had leeren kennen. Op een goeden dag door
+den priester van de luim, die tevens maire van het dertiende
+arrondissement<a class="noteref" id="xd20e5017src" href="#xd20e5017"
+name="xd20e5017src">1</a> is, met elkaar verbonden, hadden zij, zooals
+dat dikwijls het geval is, gemeend, met uitsluiting van hun hart
+getrouwd te zijn. Maar op een avond, toen zij na een heftigen twist
+besloten hadden onmiddellijk van elkaar weg te gaan, kwamen zij tot de
+ontdekking, dat hun handen, die zij elkaar ten afscheid gereikt hadden,
+elkander niet meer loslaten wilden. Bijna zonder het zelf te weten was
+hun luim liefde geworden. Half lachend bekenden zij elkaar hun
+liefde.</p>
+<p>&bdquo;Dat is een heel ernstige zaak,&rdquo; zeide Marcel.
+&bdquo;Hoe zijn we zoover gekomen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; antwoordde Musette, &bdquo;we zijn onoplettend
+geweest, we hebben niet genoeg voorzorgsmaatregelen genomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is er aan het handje?&rdquo; vroeg Rodolphe, die naast
+Marcel was komen wonen, toen hij de kamer binnenkwam. <span class="pagenum">[<a id="pb212" href="#pb212" name="pb212">212</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wel,&rdquo; antwoordde de schilder en wees daarbij op
+Musette, &bdquo;mademoiselle en ik zijn daar zooeven tot een prachtige
+ontdekking gekomen. Wij zijn verliefd op elkaar. Dat is zeker in den
+slaap gekomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Oho, in den slaap, neen, dat geloof ik zoo gauw niet. Maar
+waar is het bewijs, dat jullie van elkaar houdt? Je overdrijft
+misschien het gevaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Voor den duivel!&rdquo; riep Marcel uit, &bdquo;we kunnen
+elkaar niet uitstaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En kunnen niet buiten elkaar,&rdquo; voegde Musette eraan
+toe.</p>
+<p>&bdquo;Dan is de zaak zoo duidelijk mogelijk, kinderen. Jullie hebt
+allebei heel mooi willen spelen en je hebt allebei verloren. Het is
+precies mijn geschiedenis met Mimi. Bijna twee jaar lang hebben we nu
+al van &rsquo;s morgens vroeg tot &rsquo;s avonds laat ruzie. Met dat
+systeem laat je de huwlijken eeuwig duren. Vereenigt een Ja met een
+Neen en je krijgt een verbintenis &agrave; la Philemon en Baucis.
+Jullie huishouden zal een pendant van het mijne worden; en wanneer
+Schaunard en Ph&eacute;mie bij hun dreigement blijven en bij ons komen
+wonen, dan kan ons trio het hier in huis erg gezellig maken.&rdquo;</p>
+<p>Op dat oogenblik kwam Gustave Colline binnen. Ze vertelden hem het
+ongeluk, dat Musette en Marcel overkomen was.</p>
+<p>&bdquo;Nou, philosoof,&rdquo; vroeg deze, &bdquo;wat denk jij
+ervan?&rdquo;</p>
+<p>Colline krabbelde op de haren van zijn hoed, die hem als dak diende,
+en bromde:</p>
+<p>&bdquo;Dat heb ik van te voren wel zien aankomen. De liefde is een
+hazardspel. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Het is
+niet goed, dat de mensch alleen zij.&rdquo;</p>
+<p>Toen Rodolphe &rsquo;s avonds bij Mimi kwam, waren zijn eerste
+woorden:</p>
+<p>&bdquo;Ik heb nieuws. Musette is dol op Marcel en wil niet van hem
+vandaan.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb213" href="#pb213"
+name="pb213">213</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Arme meid!&rdquo; zeide Mimi. &bdquo;Zij had zoo&rsquo;n
+gezonde eetlust.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En van zijn kant is Marcel smoor op Musette. Zijn liefde is
+zes-en-dertig karaat, zooals die intrigant van een Colline zou
+zeggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Arme jongen,&rdquo; vond Mimi; &bdquo;hij is zoo
+jaloersch!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;hij en ik zijn
+leerlingen van Othello.&rdquo;</p>
+<p>Eenigen tijd later kwamen werkelijk Schaunard en Ph&eacute;mie Klad
+in hetzelfde huis als Rodolphe en Marcel wonen.</p>
+<p>Van af dien dag sliepen alle andere bewoners op een vulkaan en
+zegden na afloop van het kwartaal gezamenlijk de huur op.</p>
+<p>Inderdaad ging er bijna geen dag voorbij of er barstte in
+&eacute;&eacute;n van de huishoudens een onweer los. Nu eens waren het
+Mimi en Rodolphe, die, wanneer hun de krachten om te schreeuwen
+begonnen te ontbreken, elkaar hun meening duidelijk maakten door
+elkander de eerste de beste projectielen, die ze in handen kregen, naar
+het hoofd te slingeren. Dan weer, en dat gebeurde het meest, maakte
+Schaunard met het einde van zijn wandelstok eenige aanmerkingen op de
+melancholieke Ph&eacute;mie. Marcel en Musette echter hielden hun
+beraadslagingen met gesloten deuren; zij waren tenminste zoo
+voorzichtig de deuren en ramen dicht te doen.</p>
+<p>Wanneer er toevallig eens vrede heerschte in de drie huishoudens,
+dan waren de andere huurders wederom het slachtoffer van die tijdelijke
+eensgezindheid. De indiscretie der tusschenmuren verried hun al de
+geheimen der bohème-families en wijdde hen tegen hun wil in al
+hun mysteri&euml;n in. Meer dan een buurman verkoos dan ook den
+<span class="ex">casus belli</span> boven de ratificati&euml;n der
+vredes-verdragen.</p>
+<p>Het bestaan, dat onze vrienden gedurende zes maanden <span class="pagenum">[<a id="pb214" href="#pb214" name="pb214">214</a>]</span>leidden, was, eerlijk gezegd, al heel
+buitengewoon. De meest oprechte broederschap heerschte, zonder eenige
+mooidoenerij, in den vriendenkring, waarin alles aan allen behoorde,
+en, al naar het viel, geluk of ongeluk trouw gedeeld werd.</p>
+<p>Er waren in iedere maand enkele gala-dagen, dagen, waarop ze voor
+geen geld van de wereld zich zonder handschoenen op straat vertoond
+zouden hebben, dagen van uitgelatenheid, waarop ze van &rsquo;s morgens
+vroeg tot &rsquo;s avonds laat aten. Er waren echter ook andere dagen,
+waarop ze bijna zonder schoenen naar beneden gegaan zouden zijn,
+vastendagen, waarop ze, na niet gemeenschappelijk ontbeten te hebben,
+ook niet samen dineerden of hoogstens ertoe kwamen met behulp van
+oeconomische combinaties een van die maaltijden te ensceneeren, waarbij
+borden en lepels en vorken &bdquo;geen rol speelden&rdquo;, zooals Mimi
+dat noemde.</p>
+<p>Doch wonderlijk genoeg ontstond er in dien kring, waartoe toch drie
+jonge, knappe vrouwen behoorden, tusschen de mannen niet de geringste
+oneenigheid; zij knielden dikwijls neer voor de minste luim van hun
+ma&icirc;tresse, maar geen van drie&euml;n zou ook maar
+&eacute;&eacute;n oogenblik geaarzeld hebben tusschen de vrouw en den
+vriend.</p>
+<p>Liefde ontstaat vooral uit eigen beweging: zij is als het ware een
+improvisatie. Vriendschap daarentegen bouwt zich om zoo te zeggen op;
+zij is een gevoel, dat met omzichtigheid en bedachtzaamheid rondtast;
+zij is het ego&iuml;sme van den geest, terwijl de liefde het
+ego&iuml;sme der ziel is.</p>
+<p>Zes jaar lang kenden onze boh&eacute;miens elkaar nu al. Dit lange
+tijdsverloop, waarin zij dagelijks in elkaars gezelschap verkeerden,
+had, zonder de scherp omlijnde individualiteit van ieder afzonderlijk
+afbreuk te doen, een overeenstemming van idee&euml;n, een geheel
+geschapen, dat zij elders niet gevonden zouden hebben. Zij hadden
+<span class="pagenum">[<a id="pb215" href="#pb215" name="pb215">215</a>]</span>hun eigen zeden en gewoonten en een bijzondere
+taal, waarvan een vreemde den sleutel niet gevonden zou hebben. Wie hen
+niet van dichtbij kende, noemde hun vrije manier van optreden cynisme.
+En toch was het niets anders dan zich geven zooals zij waren. Als
+uitgesproken vijanden van iederen dwang, haatten zij alles wat onwaar,
+verachtten zij alles wat laag en gemeen was. Wanneer men hen van
+zelfoverschatting beschuldigde, antwoordden zij met een openhartige
+uiteenzetting van hun eerzucht, en in het bewustzijn van hun eigen
+waarde misbruikten zij hun eigen Ik niet.</p>
+<p>Hoewel zij gedurende de vele jaren van hun gemeenschappelijk leven
+en streven dikwijls door den nood gedwongen werden met elkaar te
+wedijveren, hadden zij nooit den vriendschapsband verbroken en, zonder
+er bepaald moeite voor behoeven te doen, den gevaarlijken klip van
+eigenliefde en ijdelheid weten te omzeilen, telkens wanneer anderen die
+in hen hadden trachten op te wekken, om oneenigheid tusschen hen te
+zaaien. Zij schatten elkaar op hun juiste waarde; en de trots, het
+beste tegengif tegen de ijverzucht, bewaarde hen voor alle kleinzielige
+beroepsjaloezie.</p>
+<p>Doch na zes maanden gemeenschappelijk samenleven brak er plotseling
+onder de boh&eacute;miens een echtscheidings-epidemie uit.</p>
+<p>Schaunard opende de rij. Op een goeden dag merkte hij, dat de eene
+knie van Ph&eacute;mie Klad beter gebouwd was dan de andere, en daar
+hij op het gebied der plastiek het strengste purisme huldigde, zond hij
+Ph&eacute;mie weg en gaf haar als <span class="corr" id="xd20e5091"
+title="Bron: souvernir">souvenir</span> den wandelstok, waarmede hij
+haar zoo dikwijls opmerkingen gemaakt had. Hij zelf ging inwonen bij
+een bloedverwant, bij wien hij gratis onderdak kreeg.</p>
+<p>Veertien dagen later verliet Mimi Rodolphe, om plaats te nemen in de
+equipage van den jongen vicomte Paul, <span class="pagenum">[<a id="pb216" href="#pb216" name="pb216">216</a>]</span>den vroegeren
+leerling van Barbemuche, die haar geelzijden japonnen beloofd had.</p>
+<p>Na Mimi verdween Musette, om op opzienbarende wijze terug te keeren
+in de aristocratie der galante wereld, die zij verlaten had, om Marcel
+te volgen.</p>
+<p>Deze scheiding geschiedde zonder twist, zonder strijd, zonder
+voorbedachten rade. Geboren uit een luim, die liefde geworden was, werd
+deze liaison door een andere luim weer verbroken.</p>
+<p>Op een carnavalsavond had Musette op het gemaskerde bal in de Opera,
+waarheen zij met Marcel gegaan was, in een contredans als
+vis-&agrave;-vis een jongen man, die haar vroeger het hof gemaakt had.
+Zij herkenden elkaar en wisselden onder het dansen enkele woorden.
+Misschien zonder het te willen liet Musette, toen zij den jongen man
+van haar tegenwoordige levenswijze op de hoogte bracht, eenige spijt
+over het verleden doorschemeren. Doch hoe dit zij, aan het einde der
+quadrille vergiste Musette zich en nam, in plaats van Marcel, die haar
+cavalier was, de hand te geven, die van haar vis-&agrave;-vis, welke
+haar meetrok en met haar in het gewoel verdween.</p>
+<p>Marcel, die vrij ongerust was, zocht haar. Na een uur zag hij haar
+aan den arm van den jongen man en een van haar lievelingsliedjes
+zingend, uit het caf&eacute; van de <span class="corr" id="xd20e5107"
+title="Bron: Op&eacute;ra">Opera</span> komen. Toen zij Marcel, die met
+zijn armen over elkaar in een hoek stond, zag, wierp zij hem een
+afscheidsgroet toe en zeide:</p>
+<p>&bdquo;Ik kom terug.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat wil zeggen: wacht niet op mij!&rdquo; vertaalde Marcel.
+Hij was jaloersch, maar logisch en kende Musette; hij wachtte dan ook
+niet langer, doch keerde met een vol hart en een leege maag naar huis
+terug. Hij keek in de kast, of er niet een paar kliekjes over waren:
+hij vond een stuk brood, zoo hard als graniet, en het skelet van een
+haring in het zuur. <span class="pagenum">[<a id="pb217" href="#pb217"
+name="pb217">217</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Tegen truffels kon ik niet op,&rdquo; dacht hij.
+&bdquo;Enfin, Musette zal tenminste goed gesoupeerd hebben.&rdquo; En
+nadat hij, onder voorwendsel zijn neus te moeten snuiten, een punt van
+zijn zakdoek tegen zijn oogen gedrukt had, ging hij naar bed.</p>
+<p>Twee dagen later werd Musette in een in rose tinten gehouden boudoir
+wakker. Voor de deur wachtte een blauwe equipage, en alle fee&euml;n
+der mode, die tot haar dienst gerequireerd waren, legden haar
+wonderwerken aan haar voeten. Musette zag er uit om te stelen, en haar
+jeugd scheen in dezen eleganten lijst nog jonger te worden. Zij begon
+nu haar oude leven weer, nam deel aan alle feesten en heroverde weer
+spoedig haar vroegere beroemdheid. Overal werd over haar gesproken: op
+de beurs zoowel als in de koffiekamer van het Parlement. Haar nieuwe
+minnaar, mijnheer Alexis, was een charmante jonge man. Dikwijls
+beklaagde hij zich tegenover Musette, dat hij haar wat lichtzinnig en
+onverschillig vond, wanneer hij over zijn liefde met haar sprak; dan
+keek Musette hem glimlachend aan, gaf hem haar hand en zeide:</p>
+<p>&bdquo;Wat zal ik je zeggen, mijn waarde? Ik heb zes maanden lang
+geleefd met een jongen man, die me voedde met salade en waterachtige
+soep, me in het katoen gekleed liet gaan en me veel meenam naar het
+Od&eacute;on, omdat hij niet rijk was. Daar de liefde niets kost en ik
+gewoonweg gek op dat monster was, hebben we heel wat liefde verbruikt.
+Er zijn alleen nog maar wat kruimels over. Raap die op, ik zal je dat
+niet beletten. Ik heb je trouwens van te voren alles opgebiecht; en als
+de linten en strikjes niet zoo duur waren, zou ik nu nog bij mijn
+schilder zijn. En wat mijn hart betreft, ik hoor het, sedert ik een
+corset van tachtig francs draag, bijna niet meer kloppen, en ik ben erg
+bang, dat ik het in een van de laden van Marcel heb laten
+liggen.&rdquo;</p>
+<p>Het verdwijnen der drie Bohème-huishoudens gaf aanleiding
+<span class="pagenum">[<a id="pb218" href="#pb218" name="pb218">218</a>]</span>tot een groot feest in het huis, dat zij bewoond
+hadden. Als vreugdebetoon gaf de eigenaar een grootsch diner en
+illumineerden de huurders hun ramen.</p>
+<p>Rodolphe en Marcel waren samen gaan wonen. Beiden hadden zij een
+idool gevormd, waarvan zij den naam niet goed wisten. Tusschenbeide
+gebeurde het, dat de een over Musette en de ander over Mimi sprak; dan
+hadden zij stof genoeg voor den geheelen avond. Zij haalden hun vroeger
+leven weer op en de liederen van Musette en de liederen van Mimi, en de
+slapelooze nachten en de verslapen ochtenduren en de in droomen genoten
+diners. Een voor een lieten zij in hun duo&rsquo;s van herinneringen al
+die vervlogen uren aan hun geest voorbijgaan; en zij eindigden
+gewoonlijk hun tweegesprek met te zeggen, dat zij per slot van rekening
+nog gelukkig waren, daar zij gezellig samen met hun voeten op het
+haardkleedje zaten, het houtvuur konden oppoken en hun pijp rooken en
+zij elkander hadden, om al die dingen hardop te zeggen, welke zij tot
+zichzelf zeiden, als zij alleen waren: n.l. dat zij van die
+schepseltjes, die bij haar verdwijning een stuk van hun jeugd hadden
+medegenomen, veel gehouden hadden en dat zij ze misschien nog lief
+hadden.</p>
+<p>Toen op een goeden avond Marcel den boulevard overstak, zag hij op
+enkele passen voor zich een jonge dame, die bij het uit haar rijtuig
+stappen een witten kous liet zien, welke een buitengewoon zuiveren vorm
+van het been verried; de koetsier zelf verslond de bekoorlijke
+&bdquo;fooi&rdquo; met zijn oogen.</p>
+<p>&bdquo;Bliksems,&rdquo; dacht Marcel, &bdquo;een alleraardigste
+kuit! Ik heb waarachtig zin haar mijn arm aan te bieden; laat eens
+kijken .... op welke manier zal ik haar het best aanspreken!.... Daar
+heb ik een idee.... Iets heel nieuws!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, mevrouw,&rdquo; zeide hij, terwijl hij naar de
+onbekende, wier gezicht hij niet dadelijk zien kon, toe <span class="pagenum">[<a id="pb219" href="#pb219" name="pb219">219</a>]</span>ging; &bdquo;u hebt bij toeval mijn zakdoek niet
+gevonden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker, mijnheer,&rdquo; antwoordde zij; &bdquo;als het u
+blieft.&rdquo;</p>
+<p>En zij gaf Marcel een zakdoek, die zij in haar hand hield.</p>
+<p>De schilder rolde bij die woorden in een afgrond van verbazing.</p>
+<p>Maar een luid gelach, waarvan hij plotseling de volle laag in het
+gelaat kreeg, deed hem weer tot zichzelf komen; aan die vreugdefanfare
+herkende hij zijn oude liefde.</p>
+<p>Het was mademoiselle Musette.</p>
+<p>&bdquo;Zoo, zoo!&rdquo; riep zij uit; &bdquo;mijnheer Marcel op
+jacht naar galante avontuurtjes. Hoe vindt je dit, zeg? Vroolijk is het
+zeker.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik vind het tamelijk,&rdquo; was zijn antwoord.</p>
+<p>&bdquo;Wat doe je zoo laat in dit stadsdeel?&rdquo; vroeg
+Musette.</p>
+<p>&bdquo;Ik ga naar dit gebouw,&rdquo; lichtte hij haar in en wees
+naar een kleinen schouwburg, waar hij vrijen toegang had.<a id="xd20e5155" name="xd20e5155"></a></p>
+<p>&bdquo;Uit liefde voor de kunst?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen uit liefde voor Laure.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie is Laure?&rdquo; vroeg Musette, wier oogen vraagteekens
+schoten.</p>
+<p>Marcel ging op zijn flauwe aardigheid door.</p>
+<p>&bdquo;Dat is een chimère, die ik najaag en die binnen deze
+kleine muren ing&eacute;nue-rollen speelt.&rdquo;</p>
+<p>En hij verfrommelde met zijn hand een imaginairen boezem.</p>
+<p>&bdquo;U bent vanavond wel geestig,&rdquo; zeide Musette.</p>
+<p>&bdquo;En u nieuwsgierig!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Praat toch wat zachter, iedereen hoort ons, ze zullen ons nog
+voor een verliefd paar, dat ruzie heeft, aanzien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het zou de eerste keer niet zijn, dat zoo iets ons
+overkwam!&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>Musette zag in die woorden een uitdaging en antwoordde vlug:
+<span class="pagenum">[<a id="pb220" href="#pb220" name="pb220">220</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En misschien de laatste keer ook niet, wel?&rdquo;</p>
+<p>De vraag was duidelijk, zij klonk Marcel als het fluiten van een
+kogel in het oor.</p>
+<p>&bdquo;Gij schitterende hemellichten,&rdquo; riep hij, opkijkend
+naar de sterren; &bdquo;gij zijt getuigen, dat ik niet het eerste schot
+gelost heb. Vlug mijn pantser.&rdquo;</p>
+<p>Van dat oogenblik af was het vuur geopend.</p>
+<p>Het eenige noodige was nu nog maar, om een verbindingsstreepje te
+vinden, ten einde deze twee grillen, welke plotseling weer met zulk een
+gloed ontwaakt waren, samen te brengen.</p>
+<p>Al verder loopend keek Musette Marcel en Marcel Musette aan. Zij
+spraken niet, maar hun oogen, die plenipotentiarissen van het hart,
+ontmoetten elkaar dikwijls. Na een diplomatieke conferentie van een
+kwartier had dit congres van blikken deze aangelegenheid in alle stilte
+geregeld. Alleen de ratificatie moest nog plaats hebben.</p>
+<p>Het afgebroken gesprek werd weer voortgezet.</p>
+<p>&bdquo;Zeg nou eens eerlijk,&rdquo; vroeg Musette, &bdquo;waar wou
+je daarnet heen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb het je al gezegd: naar <span class="corr" id="xd20e5199" title="Bron: Laura">Laure</span>.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is zij knap?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Haar mond is een nestje van glimlachjes!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat ken ik al,&rdquo; zeide Musette.</p>
+<p>&bdquo;Maar jij?&rdquo; vroeg Marcel, &bdquo;waar kwam jij vandaan
+op de vleugelen van dat rijtuig?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb Alexis, die zijn familie gaat bezoeken, naar het
+station gebracht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat is die Alexis voor een man?&rdquo;</p>
+<p>Op haar beurt ontwierp Musette van haar tegenwoordigen minnaar een
+bekoorlijk beeld. Al verder wandelend bleven Marcel en Musette midden
+op den boulevard de comedie: &bdquo;De terugkeer der liefde&rdquo;
+spelen. Met dezelfde, nu eens liefkoozende, dan weer spottend plagende
+<span class="pagenum">[<a id="pb221" href="#pb221" name="pb221">221</a>]</span>na&iuml;eveteit herhaalden zij strophe voor
+strophe die onsterfelijke ode, waarin Horatius en Lydia met zooveel
+gratie en bekoorlijkheid de heerlijkheid van hun nieuwe liefde bezingen
+en ten slotte aan hun oude liefde een postscriptum toevoegen.</p>
+<p>Toen zij bij den hoek van een straat kwamen, marcheerde plotseling
+een vrij sterke patrouille voorbij.</p>
+<p>Musette &bdquo;organiseerde&rdquo; vlug een angstige houding,
+klampte zich vast aan Marcel&rsquo;s arm en zeide:</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, kijk eens, daar komen de schutters, zeker een
+revolutie. Laten we maken, dat we wegkomen; ik ben zoo bang: breng me
+weg!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarheen?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Naar mijn huis,&rdquo; zeide Musette; &bdquo;je zult eens
+zien hoe aardig het er is. Ik geef een souper: we zullen over politiek
+praten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde Marcel, die steeds aan Alexis dacht;
+&bdquo;ik ga niettegenstaande je uitnoodiging voor een souper niet met
+je mee. Ik drink niet graag wijn uit een andermans glazen.&rdquo;</p>
+<p>Musette wist op die weigering geen antwoord te geven. Plotseling zag
+zij door de mist van haar herinneringen weer het armoedige kamertje van
+den armen schilder&mdash;want Marcel was geen millionair
+geworden&mdash;en zij kwam op een ander denkbeeld. Een tweede
+patrouille, die kwam aanrukken, was voor haar een welkome gelegenheid
+om opnieuw een aanval van angst te krijgen.</p>
+<p>&bdquo;Ze zullen gaan vechten!&rdquo; riep zij uit; &bdquo;ik durf
+niet naar huis terug. Lieve Marcel, breng mij naar een vriendin van me,
+die dicht bij jou wonen <span class="ex">moet</span>!&rdquo;</p>
+<p>Toen zij den Pont Neuf overgingen, barstte Musette in een
+schaterlach uit.</p>
+<p>&bdquo;Wat heb je?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Niets,&rdquo; antwoordde Musette; &bdquo;ik bedenk me daar
+<span class="pagenum">[<a id="pb222" href="#pb222" name="pb222">222</a>]</span>op eens, dat mijn vriendin verhuisd is. Zij
+woont tegenwoordig in Batignolles!&rdquo;</p>
+<p>Toen Rodolphe Marcel en Musette arm in arm binnen zag komen, was hij
+heelemaal niet verbaasd.</p>
+<p>&bdquo;Als de liefde niet goed begraven is,&rdquo; zeide hij,
+&bdquo;is dat altijd het slot van het lied!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb223" href="#pb223" name="pb223">223</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5017" href="#xd20e5017src" name="xd20e5017">1</a></span> Parijs
+bezat vroeger slechts twaalf arrondissementen en evenveel bureaux voor
+den burgerlijken stand&mdash;een voor den maire van het dertiende
+arrondissement gesloten huwelijk was dus een huwelijk uit vrije
+liefde.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch16" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e5253" class="label">Hoofdstuk XVI.</h2>
+<h2 class="main">De doortocht door de Roode Zee.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat
+beroemde doek, dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee
+moest voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury
+hardnekkig dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer
+trekken van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het
+atelier had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het,
+wanneer men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat
+geweest zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die
+het tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef
+het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten Salon
+ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden en had in
+zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van het
+Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld, die
+met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling was
+al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de Ecole des
+Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel gevallen was
+aan het onsterfelijke klaaglied van Jean B&eacute;lin,<a class="noteref" id="xd20e5259src" href="#xd20e5259" name="xd20e5259src">1</a>
+schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen
+<span class="pagenum">[<a id="pb224" href="#pb224" name="pb224">224</a>]</span>van Parijs hadden er een exemplaar van in hun
+geheugen.</p>
+<p>Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige
+weigeringen, welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel
+vielen, niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd
+gezet, dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte
+pendant was van de &bdquo;Bruiloft te Kana&auml;n&rdquo;, dat
+gigantische meesterwerk, welks schitterende kleurenpracht het stof van
+drie eeuwen niet dof had kunnen maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook
+weer tegen de opening van den &bdquo;Salon&rdquo; zijn doek aan de jury
+ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij, om de juryleden op een
+dwaalspoor te brengen en te trachten het vooroordeel, dat zij blijkbaar
+tegen de &bdquo;Doortocht van de Roode Zee&rdquo; hadden, op te heffen,
+telkens een of ander detail, zonder echter iets te veranderen aan de
+compositie in haar geheel, en gaf het doek dienovereenkomstig een
+anderen naam.</p>
+<p>Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als
+&bdquo;Overtocht over den Rubicon&rdquo; voor de jury; maar Pharao, die
+onder den mantel van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met
+alle eer, die hem verschuldigd was, afgewezen.</p>
+<p>Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het
+linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in een
+hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier der
+keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: &bdquo;Overtocht over
+de Beresina.&rdquo;</p>
+<p>Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met
+groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen
+slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek
+onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een
+golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit <span class="pagenum">[<a id="pb225" href="#pb225" name="pb225">225</a>]</span>duivelsche paard werd door Marcel gebruikt voor
+alle proefnemingen, die hij op het gebied van coloriet deed, en hij
+noemde het in vertrouwelijke gesprekken de &bdquo;synoptische tabel der
+fijne tinten,&rdquo; omdat hij met het spel van licht en schaduw op die
+plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist aan te brengen.
+Doch, ongevoelig voor dit d&eacute;tail, had ook ditmaal de jury geen
+zwarte bolletjes genoeg om den &bdquo;Overtocht over de Beresina&rdquo;
+te weigeren.</p>
+<p>&bdquo;Goed,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;dat dacht ik wel. Het
+volgend jaar zal ik het inzenden onder den titel: &bdquo;Doortocht door
+de panorama&rsquo;s<span class="corr" id="xd20e5276" title="Niet in bron">&rdquo;</span>.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden
+worden!&rdquo; zong Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde
+melodie, een vreeselijke melodie, lawaaierig als een gamma van
+donderslagen, en waarvan de begeleiding de schrik van alle
+piano&rsquo;s in de buurt was.</p>
+<p>&bdquo;Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van
+mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken van
+schaamte bedekt?&rdquo; mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek
+keek..... &bdquo;Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf
+en een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone
+jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig werk,
+dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij zullen het
+niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn laatsten
+ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen dat het
+tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is de zekerste manier, om er gravures van te
+krijgen,&rdquo; merkte Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf
+aan toe: &bdquo;Een heel aardige woordspeling, heel aardig .... die zal
+ik verder vertellen.&rdquo;</p>
+<p>Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds
+weer op muziek bracht. <span class="pagenum">[<a id="pb226" href="#pb226" name="pb226">226</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zij willen mij niet in den Salon toelaten!&rdquo; riep Marcel
+uit. &bdquo;Ha, de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis
+van het Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar,
+den eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed,
+wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen, dat
+ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel, dat
+ik, wanneer zij mijn &bdquo;Doortocht door de Roode Zee&rdquo;
+weigeren, mij hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten.
+Maar zij kennen mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo&rsquo;n
+plompe list hopen te vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon
+niet afwachten. Van af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek
+zijn, dat eeuwig boven hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af
+eenmaal per week aan een van de heeren thuis zenden, in zijn eigen
+woning, in de schoot van zijn familie, midden in het hart van zijn
+particulier leven. Het zal hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij
+zullen daardoor hun wijn zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen
+onuitstaanbaar vinden. Zij zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig
+worden; en men zal ze een dwangbuis moeten aantrekken om op de
+zittingsdagen naar den Salon te kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij
+toe.&rdquo;</p>
+<p>Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen
+zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van
+vader <span class="ex">M&eacute;dicis</span>. Zoo noemde men in den
+vriendenkring een Jood, Salomon geheeten, die toentertijd heel goed
+bekend was aan alle artistieke en litteraire boh&eacute;miens, met wie
+hij bijna dagelijks in aanraking kwam. Vader M&eacute;dicis schacherde
+in alles en nog wat. Hij verkocht complete ameublementen van
+<span class="ex">twaalf</span> tot duizend daalders. Hij kocht alles en
+wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van Proudhon is
+niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem, die het
+schachergenie bezat in een <span class="pagenum">[<a id="pb227" href="#pb227" name="pb227">227</a>]</span>graad, welken zelfs de handigsten
+van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de
+Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat je
+maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen der
+kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het brein der
+menschen&mdash;alles was voor M&eacute;dicis een handelsobject. Hij
+schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte
+zelfs in het denkbeeldige. M&eacute;dicis kocht n.l. denkbeelden,
+hetzij om ze zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen.
+Bekend met alle schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de
+paletten en vriend van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de
+Asmod&eacute; der kunsten. Hij gaf je sigaren in ruil voor een
+feuilleton, pantoffels voor een sonnet, versche zeevisch voor
+paradoxen; hij praatte tegen betaling&mdash;per uur zoo en
+zooveel&mdash;met de journalisten, die stof voor de chronique
+scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor de
+kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soir&eacute;es; hij
+gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand en
+liet zich daarvoor met copie&euml;n naar oude meesters in den Louvre
+betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor,
+dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een
+wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en de
+geheimen van alle beroemdheden&mdash;zelfs van de meest obscure.</p>
+<p>Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden
+uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles
+omvattenden handel:</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td>20 Maart 184..</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan den antiquair L. het kompas, dat Archimedes tijdens
+het beleg <span class="pagenum">[<a id="pb228" href="#pb228" name="pb228">228</a>]</span>van Syracuse gebruikt heeft.</td>
+<td class="xd20e5305">75 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van den journalist V. ... de verzamelde, nog niet
+opengesneden werken van * * * *, lid der Acad&eacute;mie.</td>
+<td class="xd20e5305">10 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan denzelfde een kritisch opstel over de verzamelde
+werken van * * * * lid der Acad&eacute;mie.</td>
+<td class="xd20e5305">30 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan * * *, lid der <span class="corr" id="xd20e5332"
+title="Bron: Academie">Acad&eacute;mie</span>, een feuilleton van
+twaalf kolom over zijn verzamelde werken.</td>
+<td class="xd20e5305">50 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van den schrijver R . . . een kritische verhandeling over
+de verzamelde werken van * * * * , lid der Acad&eacute;mie
+fran&ccedil;aise</td>
+<td class="xd20e5305">10 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>benevens 50 pond steenkool en 2 K.G. koffie.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan * * * * een porseleinen vaas, die aan madame du Barry
+toebehoord heeft.</td>
+<td class="xd20e5305">18 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van de kleine D .... haar haar.</td>
+<td class="xd20e5305">15 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van B .... een verzameling zedestudi&euml;n en de drie
+laatste spelfouten van den prefect van de Seine</td>
+<td class="xd20e5305">6 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>benevens een paar Napolitaansche laarzen</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan Mlle. O ..... een blonde haarvlecht.</td>
+<td class="xd20e5305">120 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van den historieschilder M. een reeks vroolijke
+teekeningen</td>
+<td class="xd20e5305">25 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Voor het opgeven aan mijnheer Ferdinand van het uur, waarop barones
+R .... de P..... naar de kerk gaat, en voor het verhuren van den
+kleinen entresol in den faubourg Montmartre, te zamen</td>
+<td class="xd20e5305">30 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan mijnheer Isidore zijn portret als Apollo</td>
+<td class="xd20e5305">30 francs <span class="pagenum">[<a id="pb229"
+href="#pb229" name="pb229">229</a>]</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan Mlle. R .... een paar kreeften en zes paar
+handschoenen</td>
+<td class="xd20e5305">36 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>(Ontvangen als voorschot 2 fr. 75 c.)</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Voor het verschaffen van een zesmaandsch crediet aan dezelfde bij
+madame * * *, modiste</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>(Prijs nader overeen te komen)</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Voor het verschaffen aan madame * * *, modiste, van Mlle. R .....
+als klant</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>(In plaats contant geld ontvangen 3 M. zijde en 6 el kant).</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van den journalist R .... een vordering van 120 francs op
+het blad * * *, thans in liquidatie</td>
+<td class="xd20e5305">5 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>benevens 2 pond Turksche tabak.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan mijnheer Ferdinand twee liefdesbrieven.</td>
+<td class="xd20e5305">12 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van den schilder J .... het portret van Isidore als
+Apollo.</td>
+<td class="xd20e5305">6 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van * * * * 75 K.G. van zijn werk over &bdquo;Onderzeesche
+revoluties&rdquo;</td>
+<td class="xd20e5305">15 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verhuurd aan gravin de G .... een Saksisch servies</td>
+<td class="xd20e5305">20 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van den journalist * * * * 52 regels in zijn Courrier de
+Paris</td>
+<td class="xd20e5305">100 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan O .... &amp; Co. 52 regels in den Courrier de Paris
+van * * * *</td>
+<td class="xd20e5305">300 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verhuurd aan Mlle. S .... G. .. op &eacute;&eacute;n dag een bed en
+een equipage . . . . . memorie</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>(Zie de rekening van Mlle. S . ... G ..... in het grootboek,
+folio&rsquo;s 26 en 27)</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Gekocht van Gustave C .. . een brochure over de
+linnen-industrie</td>
+<td class="xd20e5305">50 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>benevens een zeldzame editie van Flavius Josephus.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Verkocht aan Mlle. S .... G . . . een <span class="pagenum">[<a id="pb230" href="#pb230" name="pb230">230</a>]</span>modern
+ameublement</td>
+<td class="xd20e5305">5000 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Voor dezelfde een rekening bij den apotheker betaald</td>
+<td class="xd20e5305">75 francs</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Idem idem bij de melkvrouw . . . .</td>
+<td class="xd20e5305">3 fr. 85 c.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td>Enz. enz.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p>Uit deze aanhalingen ziet men duidelijk hoe uitgebreid de
+handelsbetrekkingen van den Jood M&eacute;dicis waren, die,
+niettegenstaande zijn wijze van zaken doen niet steeds door den beugel
+kon, nog nooit door iemand lastig gevallen was.</p>
+<p>Toen de Jood met zijn intelligent gezicht bij de boh&eacute;miens
+binnentrad, zag hij dadelijk, dat hij op een voor hem gunstig oogenblik
+kwam. Inderdaad zaten de vier vrienden in krijgsraad bijeen en
+bespraken, onder voorzitterschap van een in hun maag hamerenden honger,
+de hoogst belangrijke brood- en vleeschvraagstukken. Het was een Zondag
+tegen het einde der maand&mdash;een rampzalige dag en een sinistere
+datum.</p>
+<p>Het binnenkomen van M&eacute;dicis werd derhalve met een luid Hoera
+begroet, want ze wisten, dat de Jood te gierig was met zijn tijd, om
+dien met beleefdheidsbezoeken te verspillen. Zijn komst was dan ook
+steeds een zeker bewijs, dat er zaken te doen waren.</p>
+<p>&bdquo;Goedenavond, heeren!&rdquo; zeide de Jood. &bdquo;Hoe gaat
+het?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Colline!&rdquo; riep Rodolphe, die languit op zijn bed lag en
+zwelgde in het genot van een horizontale houding; &bdquo;Colline, neem
+jij de honneurs waar en geef onzen gast een stoel; een gast is heilig.
+Ik groet u uit naam van Abraham!&rdquo; voegde de dichter eraan
+toe.</p>
+<p>Colline haalde een fauteuil, die even elastisch als staal was,
+schoof dien naar den Jood toen en zeide gastvrij:</p>
+<p>&bdquo;Stel u een oogenblik voor, dat u Cinna<a class="noteref" id="xd20e5548src" href="#xd20e5548" name="xd20e5548src">2</a> bent, en
+neem dezen zetel.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb231" href="#pb231" name="pb231">231</a>]</span></p>
+<p>M&eacute;dicis liet zich in den fauteuil vallen en wilde enkele
+opmerkingen omtrent de hardheid ervan maken, toen hem nog juist
+bijtijds te binnen schoot, dat hij zelf dien indertijd met Colline
+geruild had voor een beginselverklaring, welke hij verkocht had aan een
+Kamerlid, dat de gave der improvisatie miste. Toen de jood ging zitten,
+lieten zijn zakken een zilveren klank hooren, waarvan de melodie de
+vier <span class="corr" id="xd20e5555" title="Bron: boh&eacute;mens">boh&eacute;miens</span> in zoete droomerijen
+deed verzinken.</p>
+<p>&bdquo;Laten we nu naar het lied luisteren,&rdquo; fluisterde
+Rodolphe Marcel in. &bdquo;Het accompagnement is niet kwaad.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Marcel,&rdquo; zeide M&eacute;dicis, &bdquo;ik kom
+uw fortuin maken. Dat wil zeggen, ik kom u een prachtige gelegenheid
+aanbieden, om u in den artistieken wereld te introduceeren. U weet,
+mijnheer Marcel, de kunst is een dorre woestijnweg, waarop de roem een
+oase is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Papa M&eacute;dicis,&rdquo; zeide Marcel, die op kolen van
+ongeduld zat; &bdquo;in naam der vijftig procent, uw gebenedijden
+schutspatroon, wees kort!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; voegde Colline eraan toe; &bdquo;even kort als
+koning Pepijn, die even bondig was als u, want gij moet kort en bondig
+zijn, zoon van Jacob!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hei, hei, hei!&rdquo; riepen de boh&eacute;miens verschrikt
+en keken rond, of de vloer zich niet opende, om den wijsgeer te
+verzwelgen.</p>
+<p>Doch ditmaal werd Colline nog niet verzwolgen.</p>
+<p>&bdquo;De zaak is deze,&rdquo; ging M&eacute;dicis voort. &bdquo;Een
+rijke liefhebber, die een galerij verzamelt, welke een tourn&eacute;e
+door Europa moet maken, heeft mij opgedragen een reeks interessante
+schilderijen voor hem aan te koopen. Ik kom u nu voorstellen u in dat
+museum een plaatsje in te ruimen; in &eacute;&eacute;n woord: ik wil uw
+&bdquo;Doortocht door de Roode Zee&rdquo; koopen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;A contant?&rdquo; vroeg Marcel. <span class="pagenum">[<a id="pb232" href="#pb232" name="pb232">232</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;A contant,&rdquo; antwoordde de Jood en liet het orkest in
+zijn broekzak weer spelen.</p>
+<p>&bdquo;Ben je nou tevreden?&rdquo; vroeg Colline.</p>
+<p>&bdquo;Natuurlijk,&rdquo; zeide Rodolphe woedend; &bdquo;we moeten
+waarachtig een paar bittere pillen koopen, om dien kerel zijn mond te
+stoppen. Zie je dan niet, lummel, dat hij met daalders spreekt? Bestaat
+er dan niets heiligs voor jou, vervloekte athe&iuml;st?&rdquo;</p>
+<p>Colline klom op een tafel en nam de houding van Harpokrates, den god
+van het zwijgen, aan.</p>
+<p>&bdquo;Ga verder, M&eacute;dicis,&rdquo; zeide Marcel en wees op
+zijn schilderij: &bdquo;Ik wil u de eer laten zelf den prijs van dit
+werk, dat eigenlijk onbetaalbaar is, te bepalen.&rdquo;</p>
+<p>De Jood legde vijftig nieuwe daalders op de tafel neer.</p>
+<p>&bdquo;Dat is de voorhoede,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;en wat
+verder?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer Marcel,&rdquo; zeide M&eacute;dicis, &bdquo;u weet
+heel goed, dat mijn eerste woord ook altijd mijn laatste is. Ik geef
+geen sou meer. Denk eens goed: 50 daalders, dat is 150 francs. Dit is
+een heele som, wat?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar te weinig,&rdquo; antwoordde de artist; &bdquo;alleen
+aan den mantel van Pharao zit voor meer dan vijftig daalders kobalt.
+Betaal tenminste het maakloon. Maak de stapeltjes gelijk, rond de som
+af en ik zal u Leo X noemen, Leo X <span class="ex">bis</span>.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ziehier mijn laatste woord,&rdquo; antwoordde M&eacute;dicis;
+&bdquo;ik doe er geen sou bij, maar ik bied u alle vier een diner aan,
+wijn zooveel als u lust, en bij het dessert betaal ik in
+goud.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niemand meer?&rdquo; brulde Colline en sloeg driemaal met
+zijn vuist op tafel. &bdquo;Eenmaal, andermaal; niemand meer? ten
+derden male!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou goed dan!&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal morgen de schilderij laten halen,&rdquo; zeide de
+Jood. &bdquo;En nu mee, mijne heeren, de tafel is gedekt!&rdquo;</p>
+<p>Onder het zingen van het koor uit de Hugenooten: <span class="pagenum">[<a id="pb233" href="#pb233" name="pb233">233</a>]</span><span class="corr" id="xd20e5609" title="Niet in bron">&bdquo;</span>A table, &agrave; table!&rdquo; gingen de
+vier vrienden naar beneden.</p>
+<p>M&eacute;dicis onthaalde de boh&eacute;miens op zeer royale manier.
+Hij liet hun een groot aantal gerechten voorzetten, die tot nog toe
+voor hen onbekende grootheden geweest waren. Na dit diner was kreeft
+niet langer een mythe voor Schaunard, die voor deze amphibie een
+hartstocht opvatte, welke dicht aan waanzin grensde.</p>
+<p>De vier vrienden verlieten het festijn dronken als waren zij op een
+wijnoogstfeest geweest. Deze dronkenschap had bijna betreurenswaardige
+gevolgen voor Marcel, die, toen hij &rsquo;s morgens om twee uur
+voorbij zijn kleermaker kwam, met alle geweld zijn schuldeischer wilde
+wekken, om hem de honderd vijftig francs, die hij zoo pas ontvangen
+had, op afrekening te geven. Een sprankje gezond verstand, dat nog in
+Colline&rsquo;s geest over was, redde den kunstenaar nog juist op den
+rand van den afgrond.</p>
+<p>Acht dagen later zag Marcel in welke galerij zijn doek een plaatsje
+gekregen had. Toen hij door den faubourg Saint Honor&eacute; liep,
+stootte hij op een troepje menschen, dat blijkbaar met alle aandacht
+toekeek hoe er aan een winkel een uithangbord werd aangebracht. Dit
+uithangbord was niets meer of minder dan de schilderij van Marcel, die
+door M&eacute;dicis aan een delicatessenhandelaar verkocht was. Alleen
+had de &bdquo;Doortocht door de Roode Zee&rdquo; nog een nieuwe
+verandering ondergaan en weer een anderen naam gekregen. Er was nog een
+stoomschip bij geschilderd en het doek heette nu: &bdquo;In de haven
+van Marseille.&rdquo; Toen het doek onthuld werd, liet de nieuwsgierige
+menigte een gemompel van goedkeuring en bewondering hooren.</p>
+<p>Verrukt over dezen triomf, keerde Marcel zich om en zeide tot
+zichzelf:</p>
+<p>&bdquo;De stem van het volk is de stem van God!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb234" href="#pb234" name="pb234">234</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5259" href="#xd20e5259src" name="xd20e5259">1</a></span> De
+&bdquo;Complainte van Jean B&eacute;lin&rdquo; is een satyriek gedicht
+van een onbekenden schrijver, dat in 1840 verschenen was. Ook in andere
+werken zinspeelt Murger er op.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5548" href="#xd20e5548src" name="xd20e5548">2</a></span>
+Vergelijk Racine&rsquo;s Cinna, acte V, Scène I.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch17" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e5624" class="label">Hoofdstuk XVII.</h2>
+<h2 class="main">Het toilet der Grati&euml;n.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Op een goeden morgen werd Mimi, die anders gewoon was
+tot diep in den ochtend te slapen, reeds op klokslag van tien uur
+wakker en scheen heel verbaasd Rodolphe noch naast zich noch in de
+kamer te zien. Den vorigen avond had zij hem, voor zij in slaap viel,
+toch aan zijn schrijftafel zien zitten, waaraan hij van plan was den
+geheelen nacht te blijven werken aan een extra-litterairen arbeid, die
+hem opgedragen was en waarbij, als hij gereed was, Mimi zeer veel
+belang had. De dichter had zijn vriendinnetje namelijk beloofd haar van
+de opbrengst van zijn werk een bepaalde voorjaarsjapon te koopen,
+waarvan zij een coupon had zien liggen in &bdquo;De Twee Apen&rdquo;,
+een bekend modemagazijn, voor welks etalages Mimi&rsquo;s coquetterie
+haar godsdienstige plichten dikwijls ging vervullen. Sedert Rodolphe
+met het werk begonnen was, nam de voortgang ervan al de gedachten van
+Mimi in beslag. Dikwijls ging zij vlak bij den schrijvenden Rodolphe
+staan, keek over zijn schouder en zeide dan heel ernstig:</p>
+<p>&bdquo;Nou, en hoe staat het met mijn japon?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wees maar gerust hoor, er is al een mouw klaar!&rdquo;</p>
+<p>Toen zij op een goeden nacht hoorde hoe Rodolphe met zijn vingers
+klapte, wat meestal een bewijs was, dat hij tevreden was over zijn
+werk, ging zij plotseling rechtop in bed zitten, en riep, terwijl zij
+haar bruin kopje door de gordijnen stak: <span class="pagenum">[<a id="pb235" href="#pb235" name="pb235">235</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Is mijn japon af?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kijk maar&rdquo;, antwoordde Rodolphe en liet haar vier
+groote, dichtbeschreven zijdjes zien; &bdquo;ik heb zooeven den corsage
+gekocht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heerlijk!&rdquo; riep Mimi. &bdquo;Nu ontbreekt alleen de rok
+nog maar; hoeveel blaadjes heb je noodig om een rok te
+maken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat hangt ervan af; maar daar jij niet groot bent, zullen we
+met een blaadje of tien van vijftig regels &agrave; drie-en-dertig
+letters een heel fatsoenlijken rok kunnen hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ben niet groot, dat is zoo,&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;maar
+het mag toch niet den schijn hebben, alsof we stof te kort kwamen: de
+rokken worden op het oogenblik heel wijd gedragen en ik zou graag mooie
+groote plooien hebben, die zoo aardig <span class="ex">frou-frou</span>
+maken, wanneer je loopt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heel goed hoor,&rdquo; antwoordde Rodolphe ernstig, &bdquo;ik
+zal tien letters meer op een regel zetten, dan kan jij je frou-frou
+krijgen.&rdquo;</p>
+<p>En overgelukkig sliep Mimi weer in.</p>
+<p>Daar zij zoo onvoorzichtig geweest was met haar vriendinnen Musette
+en Ph&eacute;mie te spreken over de mooie japon, die Rodolphe bezig was
+voor haar te maken, hadden de twee jonge meisjes al heel gauw de heeren
+Marcel en Schaunard in kennis gesteld met de vrijgevigheid van hun
+vriend tegenover zijn liefje; welke vertrouwelijke mededeelingen al
+even spoedig gevolgd waren door ondubbelzinnige toespelingen om het
+door den dichter gegeven voorbeeld na te volgen.</p>
+<p>&bdquo;Wanneer het namelijk nog acht dagen zoo duurt,&rdquo; zeide
+Musette en trok daarbij aan de snor van Marcel, &bdquo;dan zal ik me
+verplicht zien een broek van je te leenen, wanneer ik uit wil
+gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik moet nog vijftien francs van een solide firma
+hebben,&rdquo; antwoordde Marcel; &bdquo;zoodra ik die som krijg, zal
+ik een vijgeblad naar de nieuwste mode voor je koopen.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb236" href="#pb236" name="pb236">236</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En wat krijg ik?&rdquo; vroeg Ph&eacute;mie aan Schaunard.
+&bdquo;Mijn <span class="ex">peigne noir</span> (zij kon het woord
+peignoir niet uitspreken) valt aan flarden.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard vischte drie sous uit zijn vestjeszak op en gaf die aan
+zijn ma&icirc;tresse met de woorden:</p>
+<p>&bdquo;Hier kan je naald en draad voor koopen. Naai daar je
+<span class="ex">peigne noir</span> maar mee, dat zal je kennis
+vermeerderen en je tevens aangenaam bezig houden: <span class="ex">utile dulci</span>.&rdquo;</p>
+<p>Toch kwamen in een zeer in het geheim gehouden bijeenkomst Marcel en
+Schaunard met Rodolphe overeen, dat ieder van zijn kant zou trachten de
+rechtmatige ijdelheid van hun vriendinnetjes te bevredigen.</p>
+<p>&bdquo;Een kleinigheid maakt die arme kinderen al mooi,&rdquo; had
+Rodolphe gezegd; &bdquo;maar die kleinigheid moeten zij dan ook hebben.
+Sedert eenigen tijd gaat het met de schoone kunsten en de litteratuur
+zeer naar wensch; we verdienen bijna even veel als
+pakjesdragers.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; antwoordde Marcel, &bdquo;ik heb niet te
+klagen: de schoone kunsten verheugen zich in een ongekenden bloei; je
+zoudt bijna denken in den tijd van Leo X te leven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is waar ook,&rdquo; viel Rodolphe hem in de rede,
+&bdquo;Musette heeft mij verteld, dat je de laatste acht dagen &rsquo;s
+morgens vroeg al weggaat en pas met het vallen van den avond thuiskomt.
+Heb je werkelijk zooveel te doen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een prachtig werk, mijn waarde! M&eacute;dicis heeft het mij
+bezorgd. Ik maak n.l. in de kazerne Ave Maria de portretten van
+achttien grenadiers tegen gemiddeld 6 francs per stuk, met een
+&eacute;&eacute;njarige garantie voor de gelijkenis, net als bij
+horloges. Ik hoop het heele regiment tot klant te krijgen. Het was
+juist mijn voornemen Musette weer eens op te tuigen, zoodra
+M&eacute;dicis mij betaald heeft, want met hem heb ik gecontracteerd,
+niet met de modellen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En wat mij betreft,&rdquo; zeide Schaunard langs zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pb237" href="#pb237" name="pb237">237</a>]</span>neus weg, &bdquo;ik heb, al zou je het niet
+zeggen, tweehonderd francs ergens liggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat ze dan voor den donder opstaan!&rdquo; riep
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Binnen een paar dagen hoop ik ze bij den bankier te gaan
+halen,&rdquo; ging Schaunard verder; &bdquo;en ik wil het voor jullie
+niet onder stoelen en banken steken, dat het mijn plan is om, wanneer
+ik ze in ontvangst genomen heb, aan enkele van mijn hartstochten den
+vrijen teugel te laten. Bij den uitdrager hier vlak naast hangen n.l.
+een nangkin rok en een jachthoren, die me reeds lang de oogen
+uitsteken. Die zal ik me zeker zelf cadeau doen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; vroegen Marcel en Rodolphe tegelijk, &bdquo;waar
+hoop je dat reusachtige kapitaal vandaan te krijgen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Luistert, heeren,&rdquo; zeide Schaunard, terwijl hij met een
+ernstig gezicht tusschen zijn twee vrienden ging zitten; &bdquo;we
+behoeven elkaar niet te verhelen, dat we, voor we lid van het Instituut
+en belastingplichtig worden, nog een aardig stukje roggebrood zullen
+moeten naar binnen werken, en het dagelijksch brood is moeilijk te
+verdienen. Bovendien zijn we niet alleen; waar de hemel ons met een
+liefderijk hart geschapen heeft, heeft ieder van ons zijn tweede ik
+gekozen, om zijn lot met haar te deelen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waar natuurlijk een niet op gevallen is,&rdquo; viel Marcel
+hem in de rede.</p>
+<p>&bdquo;Nu is het,&rdquo; ging Schaunard voort, &bdquo;zelfs al
+betracht je de grootste zuinigheid, beslist onmogelijk, wanneer je
+niets hebt, nog wat over te leggen, vooral niet wanneer je honger
+altijd grooter is dan de schaal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waar wil je eigenlijk op neer komen?&rdquo; vroeg
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Hierop&rdquo;, antwoordde Schaunard, &bdquo;dat wij in onzen
+tegenwoordigen toestand al heel verkeerd zouden doen, om onzen neus op
+te halen, wanneer er zich, zelfs buiten het gebied van onze kunst, een
+gelegenheid voordoet, <span class="pagenum">[<a id="pb238" href="#pb238" name="pb238">238</a>]</span>om een cijfer te zetten voor de
+nul, die ons maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hei, hei!&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;wien van ons kan jij
+verwijten, dat hij zijn neus ophaalt? Heb ik, hoe groot schilder ik
+mettertijd ook zal zijn, er niet in toegestemd mijn penseel te offeren
+aan een schilderachtige reproductie van Fransche krijgers, die mij van
+hun zakgeld betalen? Ik zou zoo denken, dat ik niet aarzel af te dalen
+van den ladder van mijn toekomstige grootheid!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En ik dan?&rdquo; zeide op zijn beurt Rodolphe; &bdquo;weet
+je niet, dat ik sinds veertien dagen aan een
+medisch-chirurgisch-osanorisch gedicht bezig ben voor een beroemden
+tandarts, die mijn inspiratie subsidieert met vijftien sous voor een
+dozijn Alexandrijnen, dat is iets meer dan voor een dozijn oesters?
+.... En toch schaam ik me daar niet voor; voor ik mijn Muze werkeloos
+zou laten, zou ik nog liever het adresboek van Parijs op rijm brengen.
+Wanneer je een lier hebt, dan moet je die, duivels nog toe, gebruiken
+ook .... En bovendien heeft Mimi hard schoenen noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zult ge mij er niet hard om vallen, wanneer je hoort, uit
+welken bron de Pactolus, waarvan ik een overstrooming verwacht,
+ontsprongen is.&rdquo;</p>
+<p>De geschiedenis van Schaunards tweehonderd francs was de
+volgende:</p>
+<p>Een dag of veertien geleden was hij binnengeloopen bij een
+muziekuitgever, die hem beloofd had hem bij zijn klanten muzieklessen
+of een plaats als pianist te bezorgen.</p>
+<p>&bdquo;Bliksems<span class="corr" id="xd20e5723" title="Bron: &rdquo;,">,&rdquo;</span> zeide de uitgever, toen hij hem binnen
+zag komen, &bdquo;u komt als geroepen. Er is mij juist vandaag om een
+pianist gevraagd. Het is een Engelschman. Ik geloof, dat hij goed
+betalen zal .... Bent u werkelijk een goed pianist?&rdquo;</p>
+<p>Schaunard dacht, dat een bescheiden optreden hem in <span class="pagenum">[<a id="pb239" href="#pb239" name="pb239">239</a>]</span>de
+achting van zijn uitgever zou kunnen doen dalen. Een musicus, vooral
+een pianist, en bescheiden .... dat is een weinig voorkomende
+combinatie. Schaunard antwoordde dan ook met veel aplomb:</p>
+<p>&bdquo;Ik ben een prima-pianist; als ik de tering, lange haren en
+een zwarten rok had, zou ik op dit oogenblik even beroemd zijn als de
+zon, en zoudt u, in plaats van aan mij achthonderd francs te vragen
+voor het drukken der partituur van de &bdquo;Dood van de jonge
+maagd&rdquo;, mij op uw knie&euml;n en in een zilveren schaal er
+drieduizend komen aanbieden.</p>
+<p>&bdquo;Doch hoe het zij,&rdquo; ging de kunstenaar voort, &bdquo;een
+feit is het, dat, waar mijn vingers reeds tien jaar lang dwangarbeid op
+de toetsen verrichten, ik het ivoor en de kruisen vrij goed weet te
+behandelen.&rdquo;</p>
+<p>De persoon, tot wien Schaunard verwezen werd, was een Engelschman,
+Mr. Birn&rsquo;n geheeten. De musicus werd het eerst in ontvangst
+genomen door een blauwen <span class="corr" id="xd20e5736" title="Bron: akei">lakei</span>, die hem aan een groenen lakei overhandigde,
+welke op zijn beurt hem weer overgaf aan een zwarten lakei, die hem in
+een salon bracht, waar hij een eilandbewoner tegenover zich zag, die in
+de houding van een spleenlijder, waardoor hij aan Hamlet deed denken,
+peinzend over de nietswaardigheid van ons bestaan, in een fauteuil
+weggedoken zat. Juist wilde Schaunard het doel van zijn komst
+uiteenzetten, toen doordringende kreten zich lieten hooren en hem de
+woorden afsneden. Dit vreeselijke gekrijsch, dat je trommelvlies bijna
+deed scheuren, werd uitgestooten door een papegaai, die op het balcon
+van de benedenverdieping op zijn stok zat.</p>
+<p>&bdquo;O, deze beest, deze beest!&rdquo; jammerde de Engelschman,
+die uit zijn fauteuil opsprong. &bdquo;Hij zal doen sterven
+mij.&rdquo;</p>
+<p>En op hetzelfde oogenblik begon de vogel zijn repertoire af te
+krijschen, dat veel uitgebreider was dan dat van gewone papegaaien.
+Schaunard bleef stom verbaasd <span class="pagenum">[<a id="pb240"
+href="#pb240" name="pb240">240</a>]</span>staan, toen hij het dier, op
+bevel van een vrouwelijke stem, de eerste verzen van het verhaal van
+Th&eacute;ramène<a class="noteref" id="xd20e5746src" href="#xd20e5746" name="xd20e5746src">1</a> met de intonaties, die op het
+Conservatoire geleerd worden, hoorde voordragen.</p>
+<p>Deze papegaai was de lieveling van een actrice, wier boudoir
+toentertijd zeer gezocht was. Het was een van die vrouwen, welke,
+zonder dat men weet waarom of hoe, op den turf der galanterie tot
+waanzinnige prijzen genoteerd zijn en wier naam op de menu&rsquo;s van
+vrijgezellensoupers staat, waar zij als levend dessert dienst doen. In
+onzen tijd staat het voor een Christen &bdquo;gekleed&rdquo; om gezien
+te worden in het gezelschap van zulke heidinnen, die dikwijls niets
+antieks hebben behalve haar geboortebewijs. Wanneer zij knap zijn, zit
+er per slot van rekening nog zooveel kwaad niet bij: het ergste, dat je
+riskeert, is dat je eens op stroo moet slapen, omdat je haar een
+palissanderhouten ameublement gegeven hebt. Maar wanneer ze haar
+schoonheid bij het ons in parfumeriewinkels koopen en deze niet bestand
+is tegen drie druppels water op een lapje, wanneer haar geestigheid
+ophoudt bij een caf&eacute;-chantant-couplet en haar talent zetelt in
+de hand van een claqueur, dan is het bijna onbegrijpelijk hoe menschen
+van stand, die soms geest, een naam en een nieuw-modisch pak hebben,
+zich uit liefde tot het laag-bij-den-grondsche zoo laten medeslepen,
+dat zij schepsels, die hun huisknecht niet als liefje zou willen
+hebben, tot een mode-voorwerp verheffen.</p>
+<p>De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij
+noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel
+zij geboren was in het Parijsche Andalusi&euml;, dat de rue
+Coquenard<a class="noteref" id="xd20e5756src" href="#xd20e5756" name="xd20e5756src">2</a> heet. Ofschoon de <span class="pagenum">[<a id="pb241" href="#pb241" name="pb241">241</a>]</span>afstand tusschen de
+rue Coquenard en de rue de Provence slechts tien minuten bedraagt, had
+zij toch zeven &agrave; acht jaar noodig gehad om dien weg af te
+leggen. Haar voorspoed was toegenomen in denzelfden mate als haar
+schoonheid afgenomen was. Zoo had zij op den dag, dat zij haar eersten
+valschen tand liet inzetten, &eacute;&eacute;n paard, en den dag, dat
+zij een tweeden een buurman gaf, twee paarden. Thans leefde zij op zeer
+grooten voet, woonde in een paleis, gaf op de wedrennen te Longchamp de
+mode aan en organiseerde bals, waarop geheel Parijs tegenwoordig was,
+d.w.z. het geheele Parijs van die dames: de nietsdoende hovelingen van
+de <span class="corr" id="xd20e5761" title="Bron: lichtzinnnigheid">lichtzinnigheid</span> en van het schandaal,
+de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige hoofden
+rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen; de bravi
+der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige orden, die
+geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en waar
+zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al die
+Eva&rsquo;s-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder
+op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop
+aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende
+ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het
+voorhoofd en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste
+viooltjes der lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al
+die menschen, welke de couranten <span class="ex">tout Paris</span>
+noemen, verkeerden in de salons van mademoiselle Dolorès, de
+meesteres van de bovenbedoelde papegaai.</p>
+<p>Deze vogel, dien zijn oratorische talenten in den geheelen wijk
+beroemd gemaakt hadden, was langzamerhand de schrik der naaste buren
+geworden. Van zijn stang op het balcon maakte hij een tribune, vanwaar
+hij van &rsquo;s morgens vroeg tot &rsquo;s avonds laat eindelooze
+redevoeringen <span class="pagenum">[<a id="pb242" href="#pb242" name="pb242">242</a>]</span>hield. Enkele met zijn meesteres bevriende
+journalisten hadden hem een paar parlementaire spreekwijzen geleerd,
+waardoor het dier buitengewoon sterk in de suikerquaestie was. Hij
+kende het repertoire der actrice van buiten en declameerde het
+z&ograve;&ograve; goed, dat hij in geval van ziekte desnoods haar
+rollen zou kunnen opnemen. Daar deze bovendien een polyglotte in haar
+gevoelens was en uit alle oorden der wereld bezoeken ontving, sprak de
+papegaai alle talen en ging zich soms in alle idiomen te buiten aan
+vloeken en verwenschingen, welke den schippersknechts, aan wie
+Vert-Vert<a class="noteref" id="xd20e5771src" href="#xd20e5771" name="xd20e5771src">3</a> zijn al te geavanceerde opvoeding te danken had,
+het schaamrood naar de wangen gejaagd zoude hebben. Het gezelschap van
+dien vogel, dat de eerste tien minuten leerzaam en amusant kon zijn,
+werd een ware kwelling, wanneer het langer duurde. De buren hadden
+reeds meermalen geklaagd, doch de actrice had er geen oor voor gehad.
+Twee of drie huurders, eerzame familievaders, hadden in hun
+verontwaardiging over de lichte zeden der actrice, waarin de
+indiscreties van den papegaai ze had ingewijd, zelfs hun huur opgezegd
+aan den huiseigenaar, dien Dolorès in zijn zwakke zijde had
+weten te tasten.</p>
+<p>De Engelschman, bij wien we Schaunard hebben zien binnenkomen, had
+drie maanden lang geduld geoefend.</p>
+<p>Op een goeden dag echter hulde hij zijn woede, die eindelijk
+uitgebarsten was, onder een rok en witte das en liet zich met al de
+plichtplegingen, die noodig zijn om te Windsor bij koningin Victoria
+voor den handkus te worden toegelaten, bij mademoiselle Dolorès
+aanmelden. <span class="pagenum">[<a id="pb243" href="#pb243" name="pb243">243</a>]</span></p>
+<p>Toen deze hem zag binnenkomen, dacht zij eerst, dat het
+Hoffmann<a class="noteref" id="xd20e5781src" href="#xd20e5781" name="xd20e5781src">4</a> in zijn kostuum van lord Spleen was, en noodigde
+hem, daar zij een collega goed wilde ontvangen, uit bij haar te blijven
+d&eacute;jeuneeren. De Engelschman echter antwoordde in een Fransch,
+dat een Spaansche r&eacute;fugi&eacute; hem in vijf-en-twintig lessen
+geleerd had, met den grootsten ernst:</p>
+<p>&bdquo;Ik neem aan uw uitnoodiging op voorwaarde, dat wij zullen
+opeten dien .... vreeselijken vogel,&rdquo; en hij wees op de kooi van
+den papegaai, die reeds den eilandbewoner in hem geroken had en hem met
+het &bdquo;God save the King&rdquo; begroette.</p>
+<p>Dolorès dacht, dat de Engelschman gekomen was, om haar voor
+den gek te houden, en wilde juist een heftig antwoord geven, toen Mr.
+Birn&rsquo;n eraan toevoegde:</p>
+<p>&bdquo;Daar ik ben zeer rijk, ik vogel wel koopen wil.&rdquo;</p>
+<p>Dolorès antwoordde, dat zij zeer gehecht was aan het dier en
+het niet in de handen van een ander wilde zien overgaan.</p>
+<p>&bdquo;O, ik wil het ook niet hebben in mijne handen, maar onder
+mijne voeten!&rdquo; zeide de Engelschman en liet den hak van zijn
+laarzen zien.</p>
+<p>Dolorès beefde van woede en wilde in verontwaardiging
+losbarsten, toen zij aan den vinger van den Engelschman een ring zag,
+waarvan de diamant misschien wel een rente van vijf-en-twintighonderd
+francs vertegenwoordigde. Die ontdekking werkte als een stortbad op
+haar woede. Zij bedacht, dat het niet verstandig zou zijn het aan den
+stok te krijgen met een man, die vijftigduizend francs aan zijn pink
+droeg.</p>
+<p>&bdquo;Goed, mijnheer!&rdquo; zeide zij dan ook; &bdquo;als de arme
+Coco u last veroorzaakt, zal ik hem in de achterkamer zetten; op die
+manier zult u hem niet meer kunnen hooren.&rdquo;</p>
+<p>Het gezicht van den Engelschman helderde eenigszins op. <span class="pagenum">[<a id="pb244" href="#pb244" name="pb244">244</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Maar toch,&rdquo; zeide hij en liet nogmaals zijn schoenen
+zien, &bdquo;zou ik liever ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wees maar niet bang,&rdquo; viel Dolorès hem in de
+rede; &bdquo;van de plek, waar ik hem zetten zal, kan hij milord
+onmogelijk lastig vallen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, ik niet ben milord .... ik enkel ben esquire.&rdquo;</p>
+<p>Toen echter Mr. Birn&rsquo;n zich, na een stijve buiging gemaakt te
+hebben, wilde terugtrekken, nam Dolorès, die haar belangen onder
+alle omstandigheden in het oog hield, van een hoektafeltje een klein
+pakje en zeide:</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer, vanavond wordt in den * * * Schouwburg mijn
+benefice-voorstelling gegeven. Ik moet in drie stukken optreden. Zoudt
+u mij willen toestaan u een paar loges aan te bieden. De prijs der
+plaatsen is slechts weinig verhoogd.&rdquo;</p>
+<p>En met die woorden drukte zij den eilandbewoner een tiental
+loge-biljetten in de hand.</p>
+<p>&bdquo;Nu ik zoo bereidwillig geweest ben hem een dienst te
+bewijzen,&rdquo; dacht zij bij zichzelf, &bdquo;is het voor hem, als
+hij tenminste een welopgevoed iemand is, onmogelijk mij dit te
+weigeren; en wanneer hij mij in mijn rood costuum ziet .... je kan
+nooit weten .... we wonen zoo vlak naast elkaar .... de diamant, dien
+hij aan zijn pink draagt, is de voorhoede van een millioen. Nou ja, hij
+is wel leelijk en erg vervelend, maar dat zal mij gelegenheid geven om
+zonder zeeziekte naar Londen te gaan.&rdquo;</p>
+<p>Nadat de Engelschman de toegangsbewijzen in zijn zak gestoken had,
+liet hij zich het doel, waarvoor zij bestemd waren, nog eens verklaren
+en vroeg dan naar den prijs.</p>
+<p>&bdquo;De loge kost zestig francs en u hebt er tien .... Maar het
+heeft geen haast,&rdquo; voegde Dolorès eraan toe, toen zij zag,
+dat de Engelschman zijn portefeuille voor den dag wilde halen;
+&bdquo;ik hoop, dat u, als buurman, mij van tijd tot tijd wel een
+bezoek zult brengen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb245" href="#pb245" name="pb245">245</a>]</span></p>
+<p>Doch Mr. Birn&rsquo;n antwoordde:</p>
+<p>&bdquo;Ik niet houd van zaken op crediet;&rdquo; en hij nam een
+billet van duizend francs uit zijn zak, legde het op tafel en stak de
+toegangsbewijzen in zijn portefeuille.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal u teruggeven,&rdquo; zeide Dolorès en opende
+een kastje, waarin zij haar geld bewaarde.</p>
+<p>&bdquo;O, neen,&rdquo; zeide de Engelschman; &bdquo;dat is
+drinkgeld,&rdquo; en hij ging heen, Dolorès, die door die
+woorden met stomheid geslagen was, alleen latend.</p>
+<p>&bdquo;Drinkgeld!&rdquo; riep zij uit, toen zij haar spraak
+teruggekregen had. &bdquo;Wat een lomperd! Ik zal hem zijn geld
+teruggeven.&rdquo;</p>
+<p>Doch deze grofheid van Mr. Birn&rsquo;n had slechts de opperhuid van
+haar trots gekwetst; bij nadere overweging werd zij kalmer; zij bedacht
+zich, dat twintig louis d&rsquo;or toch een aardig sommetje vormden, en
+dat zij vroeger voor heel wat minder geld veel meer had moeten
+slikken.</p>
+<p>&bdquo;Ach wat,&rdquo; zeide zij tot zichzelf; &bdquo;je moet niet
+zoo trotsch zijn. Niemand heeft mij gezien en vandaag komt juist mijn
+waschvrouw. En bovendien radbraakt die Engelschman onze taal zoo, dat
+hij misschien wel gedacht heeft mij een complimentje te
+maken.&rdquo;</p>
+<p>En vroolijk deed Dolorès haar twintig louis achter slot en
+grendel. Doch na de voorstelling kwam zij woedend thuis. Mr.
+Birn&rsquo;n had de toegangsbewijzen niet gebruikt en de tien loges
+waren leeg gebleven.</p>
+<p>Toen zij dan ook om half een het tooneel betrad, las de ongelukkige
+beneficiante op het gezicht van haar
+coulissen-&bdquo;vriendinnen&rdquo; heel duidelijk, hoe zij zich
+verkneukelden, dat de zaal zoo leeg was.</p>
+<p>Zij hoorde zelfs, hoe een vriendelijke collega, terwijl zij op de
+leege loges wees, tot een andere zeide:</p>
+<p>&bdquo;Die arme Dolorès heeft een leeg huis.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In de loges zit bijna niemand.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En in het orkest geen kip!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb246" href="#pb246" name="pb246">246</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel; haar naam op het affiche werkt als een
+luchtpomp.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En dan nog zoo verwaand, om de prijzen te
+verhoogen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een mooie benefiet. Ik wed, dat de recette in een spaarpot of
+in een hiel van een kous kan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar is ze met haar fameus costuum met rood fluweelen
+linten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij ziet er uit als een gekookte kreeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoeveel heb jij met je laatste benefiet gemaakt?&rdquo; vroeg
+een der actrices aan haar vriendin. &bdquo;Ik heb slechts zes francs
+overgehouden; de rest heeft mijn modiste genomen. Als ik niet bang was
+voor winterkloven, dan zou ik naar St. Petersburg gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat? Nog geen dertig jaar en dan wil je al naar Rusland
+gaan!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zal ik je zeggen? En is jouw benefiet gauw?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Over veertien dagen. Ik heb al voor duizend daalders
+verkocht, ongerekend de cadetten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kijk eens, de stalles loopen leeg.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Omdat Dolorès zingt.&rdquo;</p>
+<p>Inderdaad bracht Dolorès, even rood als haar kostuum, haar
+niet aan te hooren coupletten eruit. Toen zij met groote moeite het
+slot bereikt had, werden haar twee bloemruikers toegeworpen door twee
+vriendinnen (eveneens actrices), die zich over haar baignoire heen
+bogen en riepen:</p>
+<p>&bdquo;Bravo, Dolorès!&rdquo;</p>
+<p>Men kan zich voorstellen hoe woedend zij was. Zoodra zij op haar
+kamer kwam, opende zij, hoewel het midden in den nacht was, het raam en
+maakte Coco wakker, die op zijn beurt Mr. Birn&rsquo;n weer wekte, die
+in vol vertrouwen op het woord der actrice was gaan slapen.</p>
+<p>Van dien dag af was de oorlog tusschen de actrice en den Engelschman
+uitgebroken: een oorlog op leven en dood, een oorlog zonder
+wapenstilstand of rust, waarin <span class="pagenum">[<a id="pb247"
+href="#pb247" name="pb247">247</a>]</span>de beide betrokken deelnemers
+voor geen kosten of moeiten terugdeinsden. De papegaai, die door
+Dolorès diensovereenkomstig opgeleid werd, had een ernstige
+studie gemaakt van de tale Albions en braakte nu den geheelen dag door
+met zijn scherpste faussettonen vloeken tegen zijn buurman uit. Dat was
+inderdaad iets onverdragelijks. Dolorès zelf leed eronder, maar
+zij hoopte dat dit Mr. Birn&rsquo;n binnen enkele dagen tot den aftocht
+zou dwingen: dat toch was het doel, dat haar eigenliefde zich gesteld
+had. De eilandbewoner van zijn kant had allerlei middelen uitgedacht om
+zich te wreken. Om te beginnen had hij in zijn salon een
+trommel-academie gesticht, maar de commissaris van politie had daarover
+zijn <span class="ex">veto</span> uitgesproken. Toen had hij, met den
+dag vindingrijker wordend, een schietbaan voor pistool aangelegd;
+dagelijks verschoten zijn bedienden minstens vijftig schijven. Weer
+kwam de commissaris tusschenbeide en maakte hem opmerkzaam op een
+artikel uit de politieverordening, waarbij het gebruik van vuurwapen in
+bewoonde huizen strafbaar gesteld was. Mr. Birn&rsquo;n liet het vuren
+dus staken. Maar acht dagen later merkte mademoiselle Dolorès
+dat het in haar appartementen regende. Ten gevolge daarvan stelde de
+huiseigenaar een onderzoek in bij Mr. Birn&rsquo;n, dien hij aantrof
+juist op het oogenblik, dat hij op het punt stond een zeebad te nemen
+in zijn salon. De wanden van dit vrij groote vertrek waren n.l. in de
+rondte met zinken platen bekleed; alle deuren waren toegespijkerd; en
+in dat ge&iuml;mproviseerde bassin had men in een honderd drachten
+water een vijfhonderd centenaars zout vermengd. Het was een echte
+Oceaan in het klein. Niets ontbrak eraan, zelfs de visschen niet. Door
+een in het bovenpaneel van de middendeur aangebrachte opening kon men
+in dit zeetje afdalen en Mr. Birn&rsquo;n nam op die wijze dagelijks
+een bad. Na korten tijd begon men in den wijk de werkingen van eb
+<span class="pagenum">[<a id="pb248" href="#pb248" name="pb248">248</a>]</span>en vloed waar te nemen, terwijl mademoiselle
+Dolorès een halven duim water in haar slaapkamer had staan.</p>
+<p>De huisheer werd woedend en dreigde Mr. Birn&rsquo;n met een proces
+tot schadevergoeding voor de in zijn pand aangerichte verwoesting.</p>
+<p>&bdquo;Ik dan niet heb het recht in mijn huis mij te
+baden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, mijnheer!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als ik niet heb het recht, dan goed,&rdquo; zeide de
+Engelschman vol eerbied voor de wet van het land, waarin hij leefde.
+&bdquo;Het is jammer, ik amuseerde zoo mij.&rdquo;</p>
+<p>En denzelfden avond nog gaf hij order zijn Oceaan te laten
+leegloopen. Het was inderdaad hoog tijd: op den vloer had zich reeds
+een oesterbank gevormd.</p>
+<p>Doch daarom had Mr. Birn&rsquo;n den strijd niet opgegeven;
+integendeel hij zocht naar een wettig middel tot voortzetting van dezen
+zeldzamen oorlog, die het onderwerp van gesprek uitmaakte van geheel
+Parijs, want de tijding van dit avontuur had zich spoedig in de
+schouwburg-foyers en andere openbare plaatsen verspreid. Het was dus
+voor Dolorès een eere-zaak om als overwinnares uit dezen strijd,
+die reeds tot verschillende weddenschappen aanleiding gegeven had, te
+voorschijn te treden.</p>
+<p>Mr. Birn&rsquo;n was toen op het denkbeeld van den piano gekomen.
+Dat was zoo&rsquo;n kwaad denkbeeld niet: het nietswaardigste van alle
+instrumenten was zonder twijfel in staat den strijd aan te binden tegen
+den nietswaardigsten van alle vogels. Zoodra dat goede denkbeeld bij
+hem opgekomen was, had de Engelschman zich gehaast het ten uitvoer te
+brengen. Hij had een piano gehuurd en daarbij een pianist gevraagd. Die
+pianist nu was, zooals men zich herinneren zal, onze vriend Schaunard.
+De Engelschman wijdde hem dadelijk in alle hem door den papegaai van
+zijn buurvrouw aangedane martelingen in en stelde hem ook in kennis met
+alles wat hij reeds geprobeerd had om de actrice tot overgave te
+dwingen. <span class="pagenum">[<a id="pb249" href="#pb249" name="pb249">249</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Maar <span class="corr" id="xd20e5908" title="Bron: mylord">milord</span>,&rdquo; zeide Schaunard; &bdquo;er bestaat
+toch een heel eenvoudig middel om dat beest uit den weg te ruimen;
+peterselie. Alle scheikundigen zijn het volkomen eens, dat deze
+soepplant Pruisisch zuur voor die dieren is; strooi dus wat fijngehakte
+peterselie op uw tapijten en laat die uit het raam boven de kooi van
+Coco uitkloppen: hij zal daar even zeker aan sterven als wanneer hij te
+dineeren gevraagd was bij paus Alexander VI.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar ik wel aan heb gedacht,&rdquo; antwoordde Mr.
+Birn&rsquo;n, &bdquo;maar de dier wordt bewaakt; de piano is
+zekerder.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard, die den Engelschman in den beginne niet begreep, keek hem
+verwonderd aan.</p>
+<p>&bdquo;Luister eens wat ik bedacht heb. De comediante en haar dier
+slapen tot &rsquo;s middags twaalf uur. Volg nu goed mijn redeneering
+..... Ik van plan ben haar te storen in haar slaap. De wet van dit land
+mij toestaat te maken muziek van den ochtend tot den avond. Begrijpt u,
+wat ik verwacht van u?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar de actrice zal het heusch niet zoo onaangenaam vinden om
+mij den geheelen dag piano te hooren spelen, en dat nog wel
+gratis,&rdquo; meende Schaunard. &bdquo;Ik ben een eerste klas pianist
+en wanneer ik tering had .....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ho, ho!&rdquo; viel de Engelschman hem in de rede; &bdquo;ik
+u ook niet zeg te maken goede muziek. U moet maar slaan op het
+instrument. Zoo bijvoorbeeld .....&rdquo; en Mr. Birn&rsquo;n probeerde
+een gamma te spelen; &bdquo;en altijd hetzelfde, altijd hetzelfde,
+meedoogenloos, mijnheer de muzikant, altijd weer de gamma. Ik weet wat
+van geneeskunde, dat maakt krankzinnig. Zij zullen daar beneden
+krankzinnig worden, daarop ik reken. Neem plaats aan het instrument,
+mijnheer; ik betalen zal u goed.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dit nu,&rdquo; zeide Schaunard, die al de bijzonderheden,
+welke men hierboven gelezen heeft, verteld had; &bdquo;dit nu is sedert
+veertien dagen mijn bezigheid: een gamma en niets dan diezelfde gamma
+van &rsquo;s ochtends vijf uur tot <span class="pagenum">[<a id="pb250"
+href="#pb250" name="pb250">250</a>]</span>&rsquo;s avonds. Het behoort,
+strikt genomen, niet tot de ernstige kunst; maar <span class="corr" id="xd20e5925" title="Bron: wet">wat</span> kan ik eraan doen, kinderen?
+De Engelschman betaalt voor het lawaaimaken tweehonderd francs per
+maand; je moet wel een beul voor je eigen lichaam zijn, om zoo&rsquo;n
+buitenkansje van de hand te wijzen. Ik heb het aangenomen en over een
+paar dagen ga ik naar de bank om het salaris voor de eerste maand te
+halen.&rdquo;</p>
+<p>Aan het slot van die wederkeerige vertrouwelijke mededeelingen
+besloten de drie vrienden dit gelijktijdige binnenkomen van looddeelen
+te gebruiken, om de <span class="corr" id="xd20e5931" title="Bron: gerecht vaardigde">gerechtvaardigde</span> coquetterie van hun
+vriendinnetjes te bevredigen en haar het voorjaarscostuum te geven,
+waarnaar zij zoo vurig verlangden. Bovendien spraken zij af, dat
+degene, die het eerst zijn geld krijgen zou, wachten <span class="corr"
+id="xd20e5934" title="Bron: mosst">moest</span> tot bij de andere
+dezelfde blijde gebeurtenis plaats gehad zou hebben, om op die manier
+de inkoopen gemeenschappelijk te doen en de dames Mimi, Musette en
+Ph&eacute;mie gelijktijdig het genoegen te laten smaken zich &bdquo;in
+een nieuwe huid te steken&rdquo;, zooals Schaunard het noemde.</p>
+<p>Twee of drie dagen na deze geheime bijeenkomst opende Rodolphe de
+rij, zijn osanorisch gedicht was betaald; hij woog tachtig francs
+zwaarder. Nog twee dagen later had Marcel van M&eacute;dicis het
+honorarium voor achttien korporaalsportretten &agrave; zes francs
+ontvangen.</p>
+<p>&bdquo;Het is net, of ik goud zweet,&rdquo; zeide de dichter.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb precies hetzelfde gevoel,&rdquo; antwoordde Marcel.
+&bdquo;Als Schaunard nog lang talmt, zal ik onmogelijk mijn rol van
+anonymen Croesus verder kunnen spelen.&rdquo;</p>
+<p>Maar den volgenden dag reeds zagen de boh&eacute;miens Schaunard in
+een prachtig goudgeel nangkin jaquette thuiskomen.</p>
+<p>&bdquo;Goede God!&rdquo; riep Ph&eacute;mie, die door het zien van
+haar zoo elegant gebonden minnaar verblind werd; &bdquo;waar heb jij
+die jas gevonden?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb251" href="#pb251" name="pb251">251</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Tusschen mijn papieren,&rdquo; antwoordde de gammakunstenaar,
+terwijl hij zijn vrienden een wenk gaf, om hem te volgen.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb het,&rdquo; zeide hij, toen zij alleen waren;
+&bdquo;daar heb je het zaakje,&rdquo; en hij liet een handvol
+goudstukken zien.</p>
+<p>&bdquo;Voorwaarts, marsch dan!&rdquo; riep Marcel uit; &bdquo;laten
+we de magazijnen gaan plunderen! Wat zal Musette in haar schik
+zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En Mimi dan!&rdquo; voegde Rodolphe eraan toe. &bdquo;Nou
+vooruit, ga je mee, Schaunard?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat ik nog even op &eacute;&eacute;n ding wijzen!&rdquo;
+antwoordde de gammakunstenaar. &bdquo;Wanneer we de dames overladen met
+de duizend luimen der mode, begaan we misschien een dwaasheid. Denkt
+eens goed na. Zijn jullie niet bang, dat, als zij op de platen uit de
+<span class="ex">Echarpe d&rsquo;Iris</span> gelijken, al die pracht en
+praal een verderfelijken invloed op haar karakter zal uitoefenen? En
+past het bovendien jongemannen, zooals wij zijn, de vrouwen zoo te
+behandelen, alsof wij afgeleefde en gerimpelde grijsaards waren? Ik zeg
+dit niet, omdat ik geen veertien of achttien francs ervoor over heb, om
+Ph&eacute;mie een nieuw costuum te geven, maar omdat ik bang ben, dat
+zij mij niet meer zal willen groeten, als zij eenmaal een nieuwen hoed
+heeft. En wat is ze knap, als ze alleen maar een bloem in haar haar
+heeft. Wat zeg jij ervan?&rdquo; Deze vraag was gericht tot Colline,
+die tijdens Schaunard&rsquo;s rede binnengekomen was.<a id="xd20e5961"
+name="xd20e5961"></a></p>
+<p>&bdquo;Ondank is de zoon der weldaad,&rdquo; zeide de wijsgeer.</p>
+<p>&bdquo;En ook mogen jullie wel eens overwegen,&rdquo; ging Schaunard
+voort, &bdquo;wat voor figuur jullie in je afgedragen pakken naast je
+vriendinnetjes in haar elegante costuums zult maken. Je zult er uit
+zien als haar kamermeisjes. Ik zeg dat niet voor mij,&rdquo; voegde
+Schaunard er aan toe, terwijl hij in zijn nangkin rok een breede borst
+zette, &bdquo;ik kan mij nu, Goddank, overal laten zien!&rdquo;</p>
+<p>Niettegenstaande de oppositie van Schaunard werd <span class="pagenum">[<a id="pb252" href="#pb252" name="pb252">252</a>]</span>toch
+besloten den volgenden dag alle bazars in de buurt ter wille van de
+dames te plunderen.</p>
+<p>En werkelijk kwamen den volgenden ochtend op hetzelfde uur, dat wij
+in het begin van dit hoofdstuk mademoiselle Mimi heel verbaasd over de
+afwezigheid van Rodolphe wakker hebben zien worden, de dichter en zijn
+twee vrienden met een loopjongen uit de &bdquo;Twee Apen&rdquo; en een
+modiste, die de stalen droegen, de trap naar hun kamer op. Schaunard,
+die inmiddels den beroemden jachthoorn gekocht had, liep voorop en
+blies de ouverture van &bdquo;De Karavaan.&rdquo;</p>
+<p>Musette en Ph&eacute;mie, door Mimi, die in den entresol woonde,
+geroepen, vlogen op het bericht, dat er hoeden en japonnen voor haar
+gebracht werden, als een lawine de trap af. Bij het zien van al de
+armzalige rijkdommen, die voor haar uitgestald lagen, werden de drie
+vrouwen bijna dol van blijdschap. Mimi kreeg een aanval van overmoedige
+vroolijkheid: zij sprong rond als een geit en zwaaide een dunne wollen
+sjaal heen en weer. Musette was Marcel om den hals gevlogen en had in
+iedere hand een klein groen laarsje, die zij als cymbalen tegen elkaar
+sloeg. Ph&eacute;mie keek snikkend Schaunard aan en kon niets anders
+uitbrengen dan de woorden:</p>
+<p>&bdquo;O, mijn Alexander, mijn Alexander!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bij haar is het gevaar niet groot, dat ze de geschenken van
+Artaxerxes weigert,&rdquo; mompelde de wijsgeer Colline.</p>
+<p>Toen de eerste vreugde wat geluwd, de keuze gemaakt en de rekeningen
+betaald waren, zeide Rodolphe tot de drie dames, dat zij zorgen moesten
+den volgenden ochtend haar costuums af te hebben.</p>
+<p>&bdquo;We gaan naar buiten!&rdquo; zeide hij.</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo moeilijk niet!&rdquo; riep Musette uit. &bdquo;Het
+is niet voor het eerst, dat ik op &eacute;&eacute;n en denzelfden dag
+een japon gekocht, geknipt, genaaid en aangetrokken heb. Wij zullen
+klaar zijn, niet waar dames?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb253" href="#pb253" name="pb253">253</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Natuurlijk!&rdquo; riepen Mimi en Ph&eacute;mie tegelijk
+uit.</p>
+<p>Dadelijk gingen zij aan het werk en de eerstvolgende zestien uur
+gaven zij schaar en naald geen oogenblik rust.</p>
+<p>De volgende dag was de eerste Mei. De Paaschklokken hadden reeds
+eenige dagen tevoren de opstanding der lente ingeluid; en van alle
+kanten kwam zij nu haastig en vroolijk aan; zij kwam, zooals het in het
+Duitsche volkslied heet, als de jonge bruidegom, die den Meiboom onder
+het venster van zijn geliefde gaat planten. Zij schilderde den hemel
+blauw, de boomen groen en al het andere in mooie kleuren. Zij wekte de
+zon, die in haar nevelbed sliep, het hoofd op de van sneeuw zwangere
+wolken, die haar tot kussen dienden, en riep haar toe: &bdquo;Sta op,
+vriendin, het is tijd! Hier ben ik! Vlug aan het werk! Trek zonder
+talmen je mooi nieuw stralenkleed aan en laat je dadelijk op je balkon
+zien, om mijn komst te melden!&rdquo;</p>
+<p>Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu
+trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun
+pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel door
+de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn
+bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men
+reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest zag
+komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters en
+verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg,<a class="noteref"
+id="xd20e5996src" href="#xd20e5996" name="xd20e5996src">5</a> een
+leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve <span class="pagenum">[<a id="pb254" href="#pb254" name="pb254">254</a>]</span>vingers, die den arme nog doet rillen aan het
+hoekje van zijn haard, waarin de laatste vonken van zijn laatste
+houtblok reeds lang uitgedoofd zijn. Zoele koeltjes golfden door de
+heldere atmospheer en droegen de eerste geuren der naburige velden naar
+de stad. De heldere, warme zonnestralen klopten tegen de vensterruiten
+en zeiden tot den zieke: &bdquo;Doe open, wij zijn de
+gezondheid!&rdquo; en tot het meisje, dat in haar dakkamertje voor haar
+spiegel staat, die onschuldige eerste liefde der onschuldigen:
+&bdquo;Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen; wij zijn de
+lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken, je stroohoed
+opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de grasperken, waarop
+gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen, en reeds lokken de
+violen ten dans. Gegroet, gij schoone!&rdquo;</p>
+<p>Toen de dichtstbijzijnde kerkklokjes het Angelus luidden, stonden
+onze drie ijverige coquetten, die nauwelijks tijd hadden kunnen vinden,
+om een paar uur te slapen, reeds voor haar spiegel, om een laatsten
+onderzoekenden blik op haar nieuwe toiletjes te werpen.</p>
+<p>Zij zagen er in haar gelijkkleurige costuums alle drie bekoorlijk
+uit en op haar gezichtjes was duidelijk de bevrediging te lezen, die de
+verwezenlijking van een lang gekoesterden wensch geeft.</p>
+<p>Vooral Musette straalde van schoonheid.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben nog nooit zoo in mijn schik geweest,&rdquo; zeide zij
+tot Marcel; &bdquo;het is net, alsof de goede God al het geluk, dat
+voor mij bestemd is, in dit eene uur samengedrongen heeft, en ik ben
+bang, dat er nu voor het vervolg niet veel meer overblijft. Maar kom,
+wanneer er niet meer zijn zal, dan maken we het zelf. Wij hebben er een
+goed recept voor,&rdquo; voegde zij er vroolijk aan toe, terwijl ze
+Marcel een kus gaf.</p>
+<p>Ph&eacute;mie had iets, dat haar hinderde.</p>
+<p>&bdquo;Ik houd wel van het groen en de kleine vogels,&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb255" href="#pb255" name="pb255">255</a>]</span>zeide zij; &bdquo;maar buiten kom je niemand
+tegen, zoodat niemand mijn mooien hoed en japon zal zien. Kunnen we
+niet op den boulevard gaan picnicken?&rdquo;</p>
+<p>Om acht uur werd de geheele straat door de fanfares van den
+jachthoorn van Schaunard, die het signaal tot vertrek gaf, in rep en
+roer gebracht. De buren kwamen aan het venster, om de boh&eacute;miens
+voorbij te zien gaan. Colline, die van de partij was, sloot den stoet
+met de parasols der dames onder zijn arm. Een uur later was het geheele
+vroolijke troepje in Fontenay-aux-Roses.</p>
+<p>Toen zij &rsquo;s avonds, aardig laat, thuiskwamen, verklaarde
+Colline, die den geheelen dag de functies van schatbewaarder vervuld
+had, dat zij zes francs vergeten hadden uit te geven, en legde dat
+overschot op tafel.</p>
+<p>&bdquo;Wat moeten we daarmee beginnen?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Hoe zou je het vinden, als we er effecten voor
+kochten?&rdquo; was Schaunard&rsquo;s antwoord. <span class="pagenum">[<a id="pb256" href="#pb256" name="pb256">256</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5746" href="#xd20e5746src" name="xd20e5746">1</a></span>
+Vergelijk Racine&rsquo;s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/1977">Phèdre</a>, acte I,
+scène I.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5756" href="#xd20e5756src" name="xd20e5756">2</a></span> In de
+Rue Coquenard ligt de kerk Notre-Dame-de-Lorette, wier naam overgegaan
+is op de schoone zondaressen, die in deze straat wonen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5771" href="#xd20e5771src" name="xd20e5771">3</a></span> De
+papegaai Vert-Vert is de held van een naar hem genoemd komisch epos van
+Gresset. Opgevoed in een klooster te Nivers, was hij zoo deugdzaam en
+vroom, dat zijn roem zich overal heen verbreidde en ook de nonnen in
+een klooster te Nantes hem wenschten te hooren. Op een boot daarheen
+gebracht, leerden de schippersknechts hem vloeken als een ketter, wat
+bij de nonnen groote consternatie verwekte.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5781" href="#xd20e5781src" name="xd20e5781">4</a></span>
+Toespeling op Offenbach&rsquo;s operette <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/15915">Les contes
+d&rsquo;Hoffmann.</a></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e5996" href="#xd20e5996src" name="xd20e5996">5</a></span> Matthieu
+Laensberg leefde omstreeks 1680 als canonicus in Luik en gaf een
+kalender met weersvoorspellingen uit. Omstreeks 1840 aapten de
+socialisten (Louis Blanc) in hun volkskalender de populaire taal van
+den canonicus na om propaganda te maken voor revolutionnaire
+doeleinden; hierdoor werd de naam in Frankrijk in grootere kringen
+populair.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch18" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e6026" class="label">Hoofdstuk XVIII.</h2>
+<h2 class="main">De Mof van Francine.</h2>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">I</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Onder de echte boh&eacute;miens der echte
+bohème heb ik indertijd een zekeren Jacques D.... gekend. Hij
+was beeldhouwer en beloofde mettertijd een groot kunstenaar te zullen
+worden. Doch zijn ellendige levensomstandigheden hebben hem niet den
+tijd gelaten die beloften te houden. Hij stierf in Maart 1814, in het
+hospitaal Saint-Louis, zaal Sainte-Victoire, bed 14, aan
+uitputting.</p>
+<p>Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen
+tijd ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques
+een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op
+voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks
+opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik hem
+geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen, dat den
+onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is gestorven
+zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met den dood
+strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan een der
+afschuwelijkste scènes, die ik in dezen
+caravans&eacute;rail<a class="noteref" id="xd20e6037src" href="#xd20e6037" name="xd20e6037src">1</a> van menschelijk lijden heb
+medegemaakt. De vader, dien men met zijn overlijden in kennis gesteld
+had, was het lijk komen opeischen en had een tijd <span class="pagenum">[<a id="pb257" href="#pb257" name="pb257">257</a>]</span>lang
+afgedongen op de door de administratie ge&euml;ischte som van
+zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde hij
+z&oacute;&oacute; lang en z&oacute;&oacute; hardnekkig, dat men hem ten
+slotte zes francs minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist
+wilde leggen, nam de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende
+laken weg en vroeg aan een der vrienden van den overledene om geld voor
+het lijkkleed. De arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar
+Jacques&rsquo; vader, die in een opwelling van drift en woede vroeg, of
+men hem nooit met rust zou laten.</p>
+<p>Toen wierp de zuster, die dit afschuwelijke tooneel meemaakte, een
+blik op het lijk en sprak de aangrijpend na&iuml;eve woorden:</p>
+<p>&bdquo;Maar mijnheer, de arme jongen kan toch zoo niet begraven
+worden: het is zoo koud; geef hem tenminste een hemd, opdat hij niet
+heelemaal naakt voor onzen lieven Heer verschijnt.&rdquo;</p>
+<p>Eindelijk gaf de vader den vriend vijf francs om een hemd te koopen,
+doch drukte hem daarbij op het hart het te halen bij een uitdrager in
+de rue Grange-aux-Belles, die tweedehandsche hemden had.</p>
+<p>&bdquo;Dat is niet zoo duur,&rdquo; voegde hij eraan toe.</p>
+<p>Later kreeg ik opheldering omtrent die onmenschelijke hardheid van
+Jacques&rsquo; vader: hij was woedend, dat zijn zoon zich aan de kunst
+gewijd had, en die woede was zelfs bij het zien van de lijkkist niet
+tot bedaren gekomen.</p>
+<p>Maar ik ben al heel ver afgedwaald van mademoiselle Francine en haar
+mof. Doch ik kom er nu toe: mademoiselle Francine was het eerste en
+eenige vriendinnetje van Jacques geweest, die toch niet oud gestorven
+was, want hij was nauwelijks drie-en-twintig, toen zijn vader hem
+heelemaal naakt onder den grond wilde laten stoppen. Jacques heeft mij
+het verhaal van die amourette gedaan, toen hij nummer 14 en ik nummer
+16 was op de zaal <span class="pagenum">[<a id="pb258" href="#pb258"
+name="pb258">258</a>]</span>Sainte-Victoire, een vreeselijke plaats om
+te sterven.</p>
+<p>Maar wacht nog even, lezer! Voor ik dit verhaal begin, dat zeer mooi
+zou zijn, als ik het kon oververtellen zooals Jacques het mij verteld
+heeft, moet ik nog eerst een pijp aansteken, die oude steenen pijp, die
+Jacques mij gegeven heeft op den dag, dat de dokter hem het rooken
+verboden had. Maar &rsquo;s nachts, wanneer de broeder sliep, leende
+hij zijn pijp van mij en vroeg me wat tabak: je verveelt je &rsquo;s
+nachts zoo in die groote zalen, wanneer je niet slapen kunt en pijn
+hebt.</p>
+<p>&bdquo;Een of twee trekjes maar!&rdquo; zeide hij, en ik liet hem
+zijn gang gaan en wanneer zuster Sainte-G&eacute;neviève de
+rondte deed, hield zij zich alsof zij niet merkte, dat er gerookt werd.
+O, goede zuster, wat waart ge goed en wat waart ge mooi, wanneer ge ons
+met wijwater kwaamt besprenkelen! We zagen u reeds van verre aankomen,
+wanneer ge zoo zacht liept onder de sombere gewelven in uw wijden
+witten nonnesluier, welks mooie plooien Jacques zoo bewonderde. O,
+goede zuster, gij waart de Beatrice<a class="noteref" id="xd20e6063src"
+href="#xd20e6063" name="xd20e6063src">2</a> van dezen hel. Zoo zoet en
+zacht klonken uw troostwoorden, dat we alleen klaagden, om door u
+getroost te worden. Als mijn vriend Jacques niet gestorven was, zou hij
+voor u een kleine Heilige Maagd gebeeldhouwd hebben, goede zuster
+G&eacute;neviève!</p>
+<p><span class="ex">Eerste lezer</span>: En waar blijft de mof nu? Ik
+zie er nog niets van.</p>
+<p><span class="ex">Tweede lezer</span>: En mademoiselle Francine
+dan?</p>
+<p><span class="ex">Eerste lezer</span>: Het is heelemaal geen vroolijk
+verhaal.</p>
+<p><span class="ex">Tweede lezer</span>: Je kunt niets zeggen, voor we
+het slot weten.</p>
+<p>Ik vraag u wel vergiffenis, heeren, de pijp van mijn vriend is de
+oorzaak van al deze afdwalingen. Overigens <span class="pagenum">[<a id="pb259" href="#pb259" name="pb259">259</a>]</span>heb
+ik volstrekt niet beloofd u te zullen laten lachen. Het gaat niet
+altijd vroolijk toe in het bohème-leven.</p>
+<p>Jacques en Francine hadden elkaar leeren kennen in een huis in de
+rue de la Tour d&rsquo;Auvergne, waarin zij in het begin van April
+gelijktijdig waren komen wonen.</p>
+<p>Eerst na acht dagen werden tusschen den kunstenaar en het jonge
+meisje die buurpraatjes gewisseld, welke een noodzakelijk gevolg zijn
+van het op dezelfde verdieping wonen; en toch kenden zij elkaar reeds,
+nog voordat ze &eacute;&eacute;n woord gewisseld hadden. Francine wist,
+dat haar buurman een arme tobberd van een kunstenaar was, en Jacques
+had gehoord, dat zijn buurmeisje een naaistertje was, van huis
+weggeloopen, om zich aan de slechte behandeling door haar stiefmoeder
+te onttrekken. Zij deed wonderen van spaarzaamheid om er zich, zooals
+men dat noemt, &bdquo;door heen te slaan&rdquo; en daar zij nooit
+genietingen had leeren kennen, miste zij die niet en verlangde zij er
+niet naar.</p>
+<p>De kennismaking had plaats op de volgende manier. Op een zekeren
+Aprilavond kwam Jacques doodmoe, met een leege maag en in een heele
+trieste stemming op zijn kamer. Het was een onbestemde triestheid, die
+geen bepaalde reden heeft, die je overal en op ieder uur kan
+overvallen&mdash;een soort apoplexie van het hart, waarvoor
+voornamelijk die ongelukkigen, die alleen leven, vatbaar zijn. Jacques,
+die het in het kleine kamertje benauwd kreeg, wierp het raam open, om
+versche lucht te kunnen inademen. Het was een prachtige avond en de
+ondergaande zon spon om de heuvels van Montmartre een droefgeestigen
+tooversluier. Jacques bleef voor het raam zitten mijmeren en luisterde
+naar het koor der gevederde lentezangers, die in de avondstilte zongen;
+en zijn trieste stemming werd nog triester. Toen hij een raaf krassend
+voorbij zag vliegen, dacht hij aan den tijd, waarin de raven brood
+brachten aan Elia, den <span class="pagenum">[<a id="pb260" href="#pb260" name="pb260">260</a>]</span>vromen kluizenaar, en maakte hij
+bij zichzelf de opmerking, dat de raven thans niet zoo barmhartig meer
+zijn. Ten slotte kon hij het niet langer uithouden, hij sloot zijn
+raam, trok het gordijn dicht en stak, daar hij geen geld had, om olie
+te koopen, een harskaars aan, die hij van een reis naar La Grande
+Chartreuse meegebracht had. En in een steeds melancholieker stemming
+stopte hij zijn pijp.</p>
+<p>&bdquo;Gelukkig, dat ik nog zooveel tabak heb, dat ik het pistool
+door den rook niet meer zal zien,&rdquo; mompelde hij en begon te
+rooken.</p>
+<p>Mijn vriend Jacques moest dien avond wel heel droefgeestig zijn, dat
+hij erover dacht &bdquo;het pistool te omsluieren&rdquo;. Dat was zijn
+laatste toevlucht in groote crisissen; en meestal lukte het hem wel.
+Het middel bestond hierin: Jacques rookte tabak, waarop hij een paar
+druppels laudanum gesprenkeld had, en hij rookte zoo lang, totdat de
+rookwolk, die uit zijn pijp kwam, dik genoeg geworden was, om alle
+voorwerpen, die in zijn kamertje waren, en met name een aan den muur
+hangend pistool in een waas voor hem te hullen. Dat was een kwestie van
+een pijp of tien. Wanneer het pistool geheel onzichtbaar geworden was,
+sliep hij gewoonlijk door de gecombineerde werking van de tabak en het
+laudanum in en meestal verliet zijn droefgeestigheid hem op den drempel
+van zijn droomen.</p>
+<p>Doch dien avond had Jacques al zijn tabak opgerookt en was het
+pistool volkomen onzichtbaar geworden, en nog was hij steeds bitter
+droefgeestig. Dien avond was daarentegen mademoiselle Francine
+buitengewoon opgewekt, toen zij naar huis terugkeerde en evenmin als
+Jacques&rsquo; droefgeestigheid had Francine&rsquo;s opgewekte stemming
+een bepaalde oorzaak: het was een vroolijkheid, die, om zoo te zeggen,
+uit den hemel valt en die de goede God in goede harten doet nederdalen.
+Kort en goed, mademoiselle Francine was dus vroolijk en opgewekt en
+kwam zingend de trap op. Maar toen zij haar kamerdeur wilde open maken,
+<span class="pagenum">[<a id="pb261" href="#pb261" name="pb261">261</a>]</span>blies plotseling een rukwind, die door het
+openstaande raam binnenkwam, haar kaars uit.</p>
+<p>&bdquo;Lieve Hemel, hoe vervelend!&rdquo; riep het jonge meisje uit.
+&bdquo;Nu moet ik weer zes trappen op en af.&rdquo;</p>
+<p>Toen zij echter in Jacques&rsquo; kamer licht zag, gaf een instinct
+van gemakzucht, ge&euml;nt op een gevoel van nieuwsgierigheid, haar de
+gedachte in den kunstenaar om licht te vragen. Dat zijn van die
+diensten, die je elkaar onder verdiepingsgenooten dagelijks bewijst,
+dacht zij bij zichzelf, en het is volstrekt niet compromitteerend. Dus
+klopte zij tweemaal zacht op de deur van Jacques, die, een weinig
+verrast over dit late bezoek, open ging doen. Doch nauwelijks had zij
+een stap in de kamer gedaan, of de rook, die daarin hing, benam haar
+den adem en zij viel, voordat zij nog een woord had kunnen zeggen,
+bewusteloos op een stoel, waarbij zij haar sleutel en haar kaars uit
+haar hand liet vallen. Het was middernacht, iedereen in huis lag in
+diepe rust. Jacques vond het beter niet om hulp te roepen: hij was bang
+daardoor zijn buurmeisje aan allerlei praatjes te zullen blootstellen.
+Hij wierp dus slechts het raam open, om frissche lucht binnen te laten;
+en toen hij het jonge meisje een paar druppels water in het gezicht
+gesprenkeld had, zag hij, dat zij haar oogen opsloeg en langzamerhand
+weer bijkwam. Toen zij na verloop van vijf minuten weer geheel tot
+bewustzijn gekomen was, vertelde zij hem waarom zij bij hem had
+aangeklopt en maakte zij hem haar excuses voor den last, dien zij hem
+veroorzaakt had.</p>
+<p>&bdquo;Nu ik weer heelemaal beter ben,&rdquo; voegde zij eraan toe,
+&bdquo;kan ik weer naar mijn kamer&rdquo;. Hij had de deur geopend,
+toen zij bemerkte, dat zij niet alleen vergat haar kaars aan te steken,
+maar ook dat zij den sleutel van haar kamer niet had.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben nog wat in den war,&rdquo; zeide zij, terwijl zij met
+haar blaker naar de harskaars ging; &bdquo;ik ben hier <span class="pagenum">[<a id="pb262" href="#pb262" name="pb262">262</a>]</span>gekomen om licht te halen en nu ga ik zonder
+weg.&rdquo;</p>
+<p>Doch op hetzelfde oogenblik ging door de tocht, die ontstond door
+het open gebleven zijn van de deur en van het raam, plotseling de kaars
+uit en bevonden de twee jonge menschen zich in het donker.</p>
+<p>&bdquo;Je zoudt bijna gelooven, dat het expres gebeurt,&rdquo; zeide
+Francine. &bdquo;Wat vervelend, dat ik u zooveel overlast moet aandoen,
+maar zoudt u niet zoo goed willen zijn om wat licht te maken, anders
+zal ik mijn sleutel niet kunnen vinden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker wel, mademoiselle,&rdquo; antwoordde Jacques en zocht
+tastend naar lucifers.</p>
+<p>Hij had ze al heel gauw gevonden. Plotseling echter kwam hij op een
+eigenaardige gedachte; hij stak de lucifers in zijn zak en riep
+uit:</p>
+<p>&bdquo;Lieve hemel, al weer een nieuwe moeilijkheid, mademoiselle,
+ik heb geen enkelen lucifer meer hier; ik heb den laatsten gebruikt,
+toen ik thuis kwam.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een prachtig gevonden list,&rdquo; dacht hij bij
+zichzelf.</p>
+<p>&bdquo;Goede God!&rdquo; riep Francine uit; &bdquo;ik kan wel naar
+mijn kamer gaan&mdash;ik zal daar niet in zeven slooten tegelijk
+loopen, maar om erin te komen, moet ik mijn sleutel hebben. Ach
+mijnheer, help mij even zoeken, hij moet op den grond
+liggen&rdquo;.</p>
+<p>&bdquo;Laten we maar even zoeken, mademoiselle,&rdquo; zeide
+Jacques.</p>
+<p>En nu waren zij beiden in het donker naar het verloren schaap aan
+het zoeken; maar alsof zij door hetzelfde instinct bestuurd werden,
+ontmoetten hun handen, die op dezelfde plaats zochten, elkaar wel
+tienmaal in de minuut. En daar zij beiden even onhandig waren, vonden
+zij den sleutel niet.</p>
+<p>&bdquo;De maan is op het oogenblik door een wolk bedekt, maar
+schijnt dadelijk vlak in mijn kamer,&rdquo; zeide Jacques. &bdquo;Wacht
+u dus even. Straks zal zij ons bij het zoeken helpen.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb263" href="#pb263" name="pb263">263</a>]</span></p>
+<p>Om den tijd wat te bekorten, begonnen zij te praten. Een gesprek in
+het donker, in een klein kamertje, in een lentenacht; een gesprek, dat,
+in den beginne nietszeggend en onbeteekenend, langzamerhand
+vertrouwelijker wordt ..... u weet, waarheen dat leidt. De zinnen
+worden wat onsamenhangend en door veelzeggende pauzes onderbroken; de
+stem wordt zachter; woorden wisselen af met zuchten. De handen, die
+elkaar ontmoeten, vullen de gedachte aan, die uit het hart naar de
+lippen stijgt, en .... Zoekt het slot maar in uw herinneringen, jonge
+paartjes. Zoek het, jonge man, zoek het, jonge vrouw, zoekt het gij,
+die vandaag arm in arm en hand in hand loopt en elkaar twee dagen
+tevoren nog nooit gezien hadt.</p>
+<p>Eindelijk kwam de maan achter de wolken te voorschijn en wierp haar
+lichte stralen in het kamertje. Mademoiselle Francine werd wakker als
+uit een droom en stiet een klein gilletje uit.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er?&rdquo; vroeg Jacques, die zijn armen om haar
+middel sloeg.</p>
+<p>&bdquo;Niets,&rdquo; mompelde Francine; &bdquo;ik dacht, dat ik
+hoorde kloppen.&rdquo;</p>
+<p>En zonder dat Jacques het merkte, schoof zij met haar voet den
+sleutel, dien zij vlak bij zag liggen, onder een kast.</p>
+<p>Zij wilde hem niet vinden.</p>
+<hr class="tb">
+<p><span class="ex">Eerste Lezer</span>: Ik zal dit verhaal mijn
+dochter zeker niet in handen geven.</p>
+<p><span class="ex">Tweede Lezer</span>: Tot nog toe heb ik geen haar
+van Francine&rsquo;s mof gezien; en wat het meisje zelf betreft, ik
+weet nog niet eens of zij bruin of blond is.</p>
+<p>Geduld lezers, geduld! Ik heb u een mof beloofd en ik zal u die ook
+geven, zooals mijn vriend Jacques er een gegeven heeft aan zijn arm
+vriendinnetje Francine, <span class="pagenum">[<a id="pb264" href="#pb264" name="pb264">264</a>]</span>die, zooals ik hierboven door de
+puntjes heb aangeduid, zijn ma&icirc;tresse geworden was. Francine was
+blond, blond en vroolijk, wat niet dikwijls voorkomt. Tot haar
+twintigste jaar had zij de liefde niet gekend; maar een onbestemd
+voorgevoel van haar naderend einde waarschuwde haar, dat zij zich moest
+haasten, als zij die nog wilde leeren kennen.</p>
+<p>Zij ontmoette Jacques en kreeg hem lief. Hun liaison duurde zes
+maanden. In het voorjaar hadden zij elkaar gevonden; in het najaar
+scheidden zij weer. Francine was een teringlijdster, zij wist het en
+haar vriend Jacques wist het ook: veertien dagen nadat hij met Francine
+was gaan samen wonen, had hij het gehoord van een van zijn vrienden,
+die dokter was. Zij zou met het vallen der gele bladeren heengaan, had
+hij gezegd.</p>
+<p>Francine had die voorspelling gehoord en zag eveneens, hoe wanhopig
+haar vriend daaronder was.</p>
+<p>&bdquo;Wat kunnen ons die gele bladeren schelen?&rdquo; zeide zij
+met een glimlach, waarin zij al haar liefde legde; &bdquo;wat kan ons
+het najaar schelen? Wij zijn in den zomer en de bladeren zijn groen:
+laten we die niet ongebruikt voorbij laten gaan ..... En wanneer je
+ziet, dat ik uit dit leven heengaan wil, neem me dan in je armen, kus
+me en verbied me weg te gaan. Ik ben gehoorzaam, dat weet je; dus zal
+ik bij je blijven!&rdquo;</p>
+<p>En zoo leefde dit bekoorlijke schepseltje vijf maanden lang met
+lachjes en liedjes op haar lippen het moeilijke bohème-leven
+mede. Jacques liet zich daardoor om den tuin leiden; zijn vriend zeide
+dikwijls tot hem: &bdquo;Francine gaat achteruit; zij moet goed
+verpleegd worden.&rdquo; Dan liep Jacques heel Parijs af om geld te
+vinden voor de door den dokter voorgeschreven geneesmiddelen, maar
+Francine wilde er niets van weten en wierp ze het raam uit. Wanneer zij
+&rsquo;s nachts een hoestaanval kreeg, stond zij zachtjes op en ging
+naar <span class="pagenum">[<a id="pb265" href="#pb265" name="pb265">265</a>]</span>de gang, uit vrees, dat Jacques het anders
+hooren zou.</p>
+<p>Toen zij op een goeden dag samen buiten waren, zag Jacques, dat er
+aan de boomen gele bladeren begonnen te komen. Treurig keek hij
+Francine aan, die langzaam en mijmerend naast hem liep.</p>
+<p>Francine zag hem bleek worden en raadde de oorzaak ervan.</p>
+<p>&bdquo;Je lijkt wel niet goed wijs,&rdquo; zeide zij, <span class="corr" id="xd20e6182" title="Bron: terwij">terwijl</span> zij hem een
+kus gaf; &bdquo;wij zijn pas in Juli; het is nog drie maanden voor
+October in het land is: en wanneer wij, zooals wij dat doen, elkaar dag
+en nacht liefhebben, dan verdubbelen we den tijd, dien we nog samen te
+leven hebben. En wanneer ik mij met het vallen der gele bladeren erger
+voel worden, dan gaan we in een dennenbosch wonen: daar zijn de
+bladeren altijd groen.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>In het begin van October moest Francine het bed blijven houden.
+Jacques&rsquo; vriend behandelde haar. Het kleine kamertje, waarin zij
+woonden, lag op de bovenste verdieping van het huis en zag uit op een
+binnenplaats, waarin een boom stond, welks bladerentooi met den dag
+dunner werd. Jacques had een gordijn voor het raam gehangen, om den
+boom voor het oog van de zieke te verbergen; maar Francine stond erop,
+dat het weer weggenomen werd.</p>
+<p>&bdquo;Lieve jongen!&rdquo; zeide zij tot Jacques; &bdquo;ik zal je
+honderd maal meer zoenen geven, dan de boom bladeren heeft .... En zij
+voegde eraan toe: &bdquo;Ik voel me trouwens veel beter .... Ik zal
+heel gauw weer uit kunnen gaan, maar omdat het zoo koud is en ik geen
+winterhanden wil krijgen, moet je een mof voor me koopen.&rdquo;</p>
+<p>Gedurende den geheelen duur van haar ziekte was die mof haar eenige
+wensch.</p>
+<p>Den dag voor Allerheiligen was Jacques wanhopiger dan ooit. Francine
+zag het en wilde hem wat moed geven, <span class="pagenum">[<a id="pb266" href="#pb266" name="pb266">266</a>]</span>en om hem te
+bewijzen, dat het werkelijk beter ging, stond zij op.</p>
+<p>Juist op dat oogenblik kwam de dokter, die haar dwong onmiddellijk
+weer naar bed te gaan.</p>
+<p>&bdquo;Jacques,&rdquo; fluisterde hij den artist in het oor;
+&bdquo;wees sterk, kerel! Het is afgeloopen .... Francine moet
+sterven.&rdquo;</p>
+<p>Jacques smolt in tranen weg.</p>
+<p>&bdquo;Je kunt haar nu alles geven, wat zij vraagt; er is geen hoop
+meer.&rdquo;</p>
+<p>Francine hoorde met haar oogen wat de dokter haar vriend
+toefluisterde.</p>
+<p>&bdquo;Geloof hem niet!&rdquo; riep zij, terwijl zij haar armen naar
+Jacques uitstrekte; &bdquo;geloof hem niet, hij liegt. Morgen gaan we
+samen uit .... dan is het Allerheiligen; het zal koud zijn, ga een mof
+voor me koopen .... Ik heb zoo vreeselijk het land aan
+winterhanden.&rdquo;</p>
+<p>Jacques wilde met zijn vriend weggaan; Francine echter vroeg den
+dokter nog even te blijven.</p>
+<p>&bdquo;Ga jij de mof koopen, Jacques,&rdquo; zeide zij; &bdquo;neem
+maar een goede, dan duurt hij des te langer.&rdquo;</p>
+<p>Toen zij met den dokter alleen was, zeide zij:</p>
+<p>&bdquo;O, dokter, ik ga sterven, ik weet het .... Maar geef mij,
+v&ograve;&ograve;r ik heenga, nog een middel, dat mij voor
+&eacute;&eacute;n nacht mijn krachten teruggeeft .... ik smeek u erom:
+maak mij nog &eacute;&eacute;n nacht mooi, dan wil ik gaarne sterven,
+nu de goede God niet wil, dat ik nog langer leef.&rdquo;</p>
+<p>Toen de dokter haar zoo goed mogelijk troostte, woei een windvlaag
+door het openstaande raam een geel blad van den boom op de binnenplaats
+op het bed der zieke.</p>
+<p>Francine schoof het gordijn weg en zag, dat de boom heelemaal kaal
+was.</p>
+<p>&bdquo;Dat is het laatste,&rdquo; mompelde zij en legde het blad
+onder haar kussen. <span class="pagenum">[<a id="pb267" href="#pb267"
+name="pb267">267</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;U zult morgen pas sterven,&rdquo; zeide de dokter tot haar;
+&bdquo;u hebt nog een nacht voor u.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat een geluk!&rdquo; zeide het jonge meisje. &bdquo;Een
+winternacht .... die duurt lang.&rdquo;</p>
+<p>Jacques kwam met een mof terug.</p>
+<p>&bdquo;Wat een mooie!&rdquo; zeide Francine; &bdquo;als ik uitga,
+zal ik hem dragen.&rdquo;</p>
+<p>Den nacht bracht zij in Jacques&rsquo; armen door.</p>
+<p>Den volgenden dag, Allerheiligen, trad met het kleppen van het
+middag-angelus de doodstrijd in. Zij begon over haar geheele lichaam te
+beven.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb zulke koude handen,&rdquo; mompelde zij. &bdquo;Geef
+me mijn mof.&rdquo;</p>
+<p>En zij wikkelde haar magere handen in het bont ....</p>
+<p>&bdquo;Het is het einde,&rdquo; zeide de dokter tot Jacques;
+&bdquo;geef haar een afscheidskus.&rdquo;</p>
+<p>Jacques drukte zijn lippen op die van zijn vriendinnetje. In het
+laatste oogenblik wilden zij de mof wegnemen, maar krampachtig hield
+zij die vast.</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; zuchtte zij; &bdquo;laat ik die houden;
+het is winter en zoo koud ..... Mijn arme Jacques .... Mijn arme
+Jacques .... wat moet er van je worden ... O, God!&rdquo;</p>
+<p>En den volgenden dag was Jacques alleen.</p>
+<p><span class="ex">Eerste lezer</span>: Ik heb wel gezegd, dat het
+geen vroolijk verhaal was!</p>
+<p>Wat zal ik u zeggen, lezer? Men kan niet altijd lachen.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">II.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was de ochtend van Allerheiligen. Francine was
+zooeven gestorven.</p>
+<p>Twee mannen waakten aan het sterfbed: de een, die erbij stond, was
+de dokter; de ander, die naast het bed geknield lag, drukte zijn lippen
+op de handen der doode <span class="pagenum">[<a id="pb268" href="#pb268" name="pb268">268</a>]</span>en scheen die er in een wanhopigen
+kus voor eeuwig aan vast te willen kleven; dat was Jacques,
+Francine&rsquo;s minnaar. Reeds zes uur lang lag hij daar in een
+toestand van gevoelloosheid, die een gevolg van diepen smart schijnt te
+zijn. Een draaiorgel, dat onder zijn raam begon te spelen, riep hem
+eindelijk weer tot het leven terug.</p>
+<p>Dit orgel speelde een wijsje, dat Francine &rsquo;s morgens bij het
+wakker worden placht te zingen.</p>
+<p>Een van die waanzinnige verwachtingen, welke slechts in de grootste
+wanhoop kunnen geboren worden, doorflitste plotseling Jacques&rsquo;
+geest. Hij ging in gedachten een maand in het verleden terug, naar den
+tijd, dat Francine nog slechts stervende was; hij vergat het heden en
+beeldde zich een oogenblik in, dat de doode slechts sliep en dadelijk
+met het gewone morgenliedje op de lippen wakker zou worden.</p>
+<p>Doch nog voor de tonen van het orgel geheel weggestorven waren, was
+Jacques reeds tot de werkelijkheid teruggekeerd. Francine&rsquo;s mond
+was voor altijd verstomd en de glimlach, die haar laatste gedachte op
+haar lippen getooverd had, verdween reeds, om plaats te maken voor de
+trekken des doods.</p>
+<p>&bdquo;Moed, Jacques!&rdquo; zeide de dokter tot zijn vriend.</p>
+<p>Jacques stond op en keek den dokter aan:</p>
+<p>&bdquo;Het is afgeloopen, niet waar? Er is geen hoop
+meer?&rdquo;</p>
+<p>Zonder op die droevig-dwaze vraag te antwoorden, ging de dokter naar
+het bed, trok de gordijnen dicht, wendde zich dan weer tot den
+beeldhouwer en drukte hem de hand.</p>
+<p>&bdquo;Francine is dood .....&rdquo; zeide hij; &bdquo;het was te
+verwachten. God weet, dat wij alles, wat in onze macht stond, gedaan
+hebben, om haar te redden. Het was een braaf meisje, Jacques, dat veel
+van je gehouden heeft, meer en anders, dan jij van haar hieldt; want
+haar liefde was niets dan liefde, terwijl er bij jou nog iets anders
+<span class="pagenum">[<a id="pb269" href="#pb269" name="pb269">269</a>]</span>bij kwam. Francine is dood .... maar alles is
+nog niet afgeloopen; we moeten nu aan de voor de begrafenis noodige
+maatregelen denken. Wij zullen dat samen doen en een buurvrouw vragen
+tijdens onze afwezigheid bij het lijk te waken.&rdquo;</p>
+<p>Willoos liet Jacques zich door zijn vriend medenemen. De geheele dag
+ging heen met bezoeken aan de mairie, den begrafenisondernemer en het
+kerkhof. Daar Jacques in het geheel geen geld had, verpandde de dokter
+zijn horloge, een ring en verschillende kleedingstukken, om de kosten
+voor de begrafenis, die den volgenden dag zou plaats hebben, te kunnen
+bestrijden.</p>
+<p>Eerst laat in den avond kwamen zij samen terug. De buurvrouw drong
+er bij Jacques op aan wat te eten.</p>
+<p>&bdquo;Goed,&rdquo; zeide hij; &bdquo;geef maar wat; ik heb het koud
+en moet weer wat krachten verzamelen, want ik moet vannacht nog
+werken.&rdquo;</p>
+<p>De buurvrouw en de dokter begrepen niet wat hij bedoelde.</p>
+<p>Jacques ging aan tafel zitten en slokte zoo gulzig een paar happen
+naar binnen, dat hij er bijna in stikte. Toen vroeg hij wat te drinken.
+Doch toen hij het glas naar zijn mond bracht, liet hij het op den grond
+vallen. Het brak. Het glas had een herinnering in hem wakker geroepen,
+die op haar beurt zijn verdriet, dat een oogenblik ingesluimerd was,
+weer tot nieuw leven wekte. Op den dag n.l., dat Francine voor het
+eerst bij hem gekomen was, had het jonge meisje, dat toen reeds
+lijdende was, zich plotseling onwel gevoeld, en had Jacques haar uit
+dat glas wat suikerwater laten drinken. Later, toen zij samen woonden,
+hadden zij er een liefde-reliquie van gemaakt.</p>
+<p>Ook had de beeldhouwer in zijn zeldzame oogenblikken van rijkdom een
+paar maal voor zijn vriendinnetje een of twee flesschen versterkenden
+wijn, die haar door den dokter was voorgeschreven, gekocht, en dan had
+Francine <span class="pagenum">[<a id="pb270" href="#pb270" name="pb270">270</a>]</span>altijd uit dat glas dien drank gedronken,
+waaruit haar liefde een betooverende vroolijkheid putte.</p>
+<p>Langer dan een half uur bleef Jacques sprakeloos naar die
+overblijfselen van dat dierbare, brooze souvenir te staren. Hij had een
+gevoel alsof ook zijn hart gebroken was en de scherven daarvan zijn
+borst verscheurden. Toen hij eindelijk weer tot de werkelijkheid
+teruggekeerd was, raapte hij de scherven van het glas bijeen en sloot
+die weg in een kast. Dan vroeg hij zijn buurvrouw twee kaarsen te halen
+en door den portier een emmer water te laten boven brengen.</p>
+<p>&bdquo;Ga niet weg,&rdquo; verzocht hij den dokter, die daar geen
+oogenblik aan dacht; &bdquo;ik heb je straks noodig.&rdquo;</p>
+<p>Toen het water en de kaarsen gebracht waren, bleven de twee vrienden
+alleen.</p>
+<p>&bdquo;Wat wil je doen?&rdquo; vroeg de dokter, toen hij zag, dat
+Jacques, na het water in een houten bak gegoten te hebben, er gips bij
+wierp.</p>
+<p>&bdquo;Wat ik doen wil?&rdquo; antwoordde Jacques; &bdquo;kan je het
+niet raden? Ik wil een afdruk maken van Francine&rsquo;s hoofd; en
+omdat de moed daartoe mij zou ontbreken, als ik alleen bleef, mag je
+niet weggaan.&rdquo;</p>
+<p>Jacques trok de gordijnen van het bed open en sloeg het laken,
+waarmede het gelaat van de doode bedekt was, weg. Zijn hand begon te
+beven en een half-verstikte zucht steeg uit zijn borst op.</p>
+<p>&bdquo;Breng de kaarsen eens hier,&rdquo; riep hij zijn vriend toe,
+&bdquo;en houd den bak eens vast.&rdquo;</p>
+<p>De eene kaars werd aan het hoofdeinde van het bed gezet, zoodat het
+volle licht ervan op het gelaat der doode viel; de andere aan het
+voeteneinde. Dan doopte hij een penseel in olijfolie en wreef daarmede
+de wenkbrauwen, de wimpers en het haar in, dat hij opgemaakt had,
+zooals Francine het gewoonlijk droeg.</p>
+<p>&bdquo;Op die manier zal het haar geen pijn doen, wanneer
+<span class="pagenum">[<a id="pb271" href="#pb271" name="pb271">271</a>]</span>wij het masker afnemen,&rdquo; zeide hij tot
+zichzelf.</p>
+<p>Na deze voorzorgsmaatregelen genomen en het hoofd in een
+gemakkelijke houding gelegd te hebben, begon Jacques het gips in
+gelijke lagen op te leggen, totdat het masker de vereischte dikte had.
+Na een kwartier was de bewerking afgeloopen en volkomen geslaagd.</p>
+<p>Door een eigenaardig proces had op het gelaat van Francine een
+merkwaardige verandering plaats gegrepen. Het bloed, dat nog geen tijd
+gehad had geheel en al te verstijven, was ongetwijfeld door de hooge
+temperatuur van het gips weer warm geworden en naar de bovenste
+lichaamsdeelen gestroomd, zoodat het matwitte van het voorhoofd en de
+wangen langzamerhand een rosen tint begon te krijgen. De oogleden, die
+door het wegnemen van het masker eenigszins geopend waren, lieten het
+rustige blauw der oogen zien, welker blik een vaag begrijpen scheen te
+verraden, en de door een half glimlachje even geopende lippen schenen
+het bij het laatste afscheid vergeten woord te spreken, dat men slechts
+met het hart hoort.</p>
+<p>Trouwens, wie zou kunnen verzekeren, dat het begrip ophoudt op
+hetzelfde oogenblik, dat de gevoelloosheid van een wezen intreedt? Wie
+kan zeggen, dat de hartstochten sterven en verdwijnen tegelijk met den
+laatsten harteklop? Zou de ziel niet een enkele maal vrijwillig
+besloten kunnen blijven in het reeds voor de begrafenis gekleede
+lichaam, en van uit haar vleeschelijk omhulsel een oogenblik de
+droefheid en de tranen bespieden kunnen? Zij, die van ons scheiden,
+hebben zooveel redenen om hen, die blijven, te wantrouwen.</p>
+<p>Wie weet, of niet misschien op het oogenblik, dat Jacques besloot
+haar trekken met behulp der kunst te vereeuwigen, een laatste aardsche
+gedachte Francine weer was komen wekken uit den eersten sluimer van
+haar eeuwige rust. Misschien had zij zich herinnerd, dat hij,
+<span class="pagenum">[<a id="pb272" href="#pb272" name="pb272">272</a>]</span>dien zij zoo pas verlaten had, behalve een
+minnaar ook een kunstenaar was; dat hij beide was, omdat hij niet het
+een zonder het andere kon zijn; dat voor hem de liefde de ziel der
+kunst was, en dat hij haar daarom slechts zoo lief gehad had, omdat zij
+voor hem vrouw en minnares tegelijk, een gevoel in een vorm had kunnen
+zijn. En toen had in haar begeerte om Jacques dat menschelijk beeld,
+dat voor hem het ideaal zelve geworden was, achter te laten, Francine
+misschien, hoewel reeds dood en koud en stijf, nog eenmaal op haar
+gelaat den glans van haar liefde en al de bekoring van haar jeugd weten
+te voorschijn te roepen: zij blies het kunstwerk leven in.</p>
+<p>En misschien had het arme meisje goed gedacht: want er bestaan onder
+de ware kunstenaars van die Pygmalions, die, in tegenstelling met hun
+klassieken naamgenoot, gaarne hun levende Galathea&rsquo;s in marmer
+zouden willen veranderen.</p>
+<p>Bij het zien van die kalme rust op dat gelaat, waarop de doodstrijd
+geen sporen achtergelaten had, zou niemand hebben kunnen gelooven aan
+het lange lijden, dat aan den dood voorafgegaan was. Francine scheen
+een liefdesdroom verder te droomen; en wanneer men haar daar zoo zag
+liggen, zou men gezegd hebben, dat zij aan schoonheid gestorven
+was.</p>
+<p>Uitgeput door vermoeienis, was de dokter in een hoek in slaap
+gevallen.</p>
+<p>Jacques daarentegen was opnieuw ten prooi aan zijn twijfel van
+zooeven. Zijn aan zinsbegoochelingen lijdende geest bleef hardnekkig in
+den waan, dat de vrouw, die hij zoo grenzenloos lief had, weer zou
+ontwaken; en daar van tijd tot tijd zwakke zenuwtrekkingen (het gevolg
+van het mouleeren van het gezicht) de onbeweeglijkheid van het lijk
+verbraken, versterkte dit schijnbare leven Jacques in zijn gelukkige
+illusie, die voortduurde tot den ochtend, toen een ambtenaar den
+<span class="pagenum">[<a id="pb273" href="#pb273" name="pb273">273</a>]</span>dood constateeren en verlof tot begraven geven
+kwam.</p>
+<p>Trouwens evenals men geheel waanzinnig van wanhoop moest zijn, om
+aan haar dood te twijfelen, zoo moest men de onfeilbaarheid der
+wetenschap te hulp roepen om bij het zien van dat schoone wezen aan den
+dood te kunnen gelooven.</p>
+<p>Toen de buurvrouw Francine in de lijkkist legde, bracht men Jacques
+in een ander vertrek, waar hij enkele van zijn vrienden vond, die
+gekomen waren, om de ontslapene de laatste eer te bewijzen. De
+boh&eacute;miens onthielden zich tegenover Jacques, hoewel zij hem heel
+graag mochten lijden, van al die troostwoorden, die het verdriet toch
+slechts grooter maken. Zonder een van die woorden te spreken, welke in
+zulke oogenblikken zoo moeilijk te vinden en zoo pijnlijk om aan te
+hooren zijn, drukten zij, de een na den ander, hun vriend zwijgend de
+hand.</p>
+<p>&bdquo;Het sterven van Francine is een groot ongeluk voor
+Jacques,&rdquo; zeide een hunner.</p>
+<p>&bdquo;Zeker,&rdquo; antwoordde de schilder Lazare, een bizarre
+persoonlijkheid, die reeds vroeg alle hartstochten der jeugd had weten
+te overwinnen door daartegenover de onbuigzaamheid van een vasten wil
+te stellen, zoodat eindelijk de mensch in den kunstenaar ten onder
+gegaan was&mdash;&bdquo;zeker, maar dan toch een ongeluk, waarvan hij
+zelf de grootste schuld is. Sedert Jacques Francine kent, is hij
+vreeselijk veranderd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij heeft hem gelukkig gemaakt,&rdquo; merkte een derde
+op.</p>
+<p>&bdquo;Gelukkig?&rdquo; antwoordde Lazare; &bdquo;wat noem je
+gelukkig? Hoe kunt ge een hartstocht, die iemand brengt in een
+toestand, waarin Jacques thans verkeert, geluk noemen? Laat hem eens
+een meesterwerk zien, hij zal er zich van afwenden; en om nog eenmaal
+zijn vriendinnetje levend te zien, zou hij desnoods een Titiaan of een
+Rapha&euml;l vertrappen. Mijn geliefde daarentegen <span class="pagenum">[<a id="pb274" href="#pb274" name="pb274">274</a>]</span>is
+onsterfelijk en zal mij nooit bedriegen; zij woont in den Louvre en
+heet Joconda.&rdquo;</p>
+<p>Juist toen Lazare zijn theorie&euml;n over kunst en gevoel nader
+uiteen wilde gaan zetten, vertrok de stoet naar de kerk.</p>
+<p>Na enkele fluisterend uitgesproken gebeden zette de stoet zich in
+beweging naar het kerkhof.</p>
+<p>Daar het toevallig Allerzielen was, verdrong zich een groote menigte
+op den doodenakker. Velen keken om naar Jacques, die blootshoofds
+achter den lijkwagen liep.</p>
+<p>&bdquo;Arme jongen!&rdquo; zeide er een; &bdquo;zeker zijn
+moeder.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen zijn vader!&rdquo; dacht een ander.</p>
+<p>&bdquo;Of zijn zuster!&rdquo; merkte een derde op.</p>
+<p>Slechts een dichter, die op dit feest der herinnering, dat eenmaal
+per jaar in de nevels van November herdacht wordt, den doodenakker was
+komen bezoeken, om de gebaren van droefheid te bestudeeren, zou bij het
+zien van Jacques, als bij instinct gevoeld hebben, dat hij zijn
+geliefde naar haar laatste rustplaats bracht.</p>
+<p>Toen zij bij het graf gekomen waren, ontblootten de boh&eacute;miens
+het hoofd en plaatsten zich in een kring erom heen. Jacques stond aan
+den rand, zijn vriend de dokter hield zijn arm vast.</p>
+<p>De doodgravers hadden haast en wilden zoo gauw mogelijk klaar
+zijn.</p>
+<p>&bdquo;Er wordt gelukkig niet gesproken,&rdquo; zeide er een.
+&bdquo;Des te beter. Vooruit kameraad, opgepast!&rdquo;</p>
+<p>En in een oogwenk werd de kist uit den wagen genomen en aan touwen
+in het graf neergelaten. De man trok nu de touwen onder de kist uit en
+kwam uit het gat, nam dan een schop en begon met een van zijn kameraads
+aarde op de kist te werpen. Weldra was het graf dichtgegooid. Een klein
+houten kruis werd erop geplaatst.</p>
+<p>Toen hoorde de dokter Jacques onder luide zuchten deze
+ego&iuml;stische woorden uitstooten: <span class="pagenum">[<a id="pb275" href="#pb275" name="pb275">275</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Daar wordt mijn jeugd begraven!&rdquo;</p>
+<p>Jacques behoorde tot een club, waarvan de leden zich
+&bdquo;Waterdrinkers&rdquo; noemden, en die een navolging scheen te
+zijn van den beroemden vriendenkring uit de rue des Quatre-Vents,
+waarvan sprake is in Balzac&rsquo;s mooien roman: &bdquo;Un Grand Homme
+de province.&rdquo; Maar toch bestond er een groot verschil tusschen de
+helden van dien vriendenkring en de Waterdrinkers, die, zooals alle
+navolgers, het systeem, dat zij in praktijk wilden brengen, gruwlijk
+overdreven hadden. Dit verschil zal men alleen reeds uit dit enkele
+feit kunnen begrijpen, dat in het boek van Balzac de leden van den
+vriendenkring het doel, dat zij zich voor oogen gesteld hadden, ten
+slotte bereikten en daarmede het bewijs leverden, dat ieder systeem,
+dat tot het doel leidt, goed is, terwijl de club der waterdrinkers na
+een bestaan van vele jaren op heel natuurlijke wijze, n.l. door den
+dood van al haar leden, aan haar eind kwam, zonder dat de naam van een
+hunner verbonden was aan een werk, dat van hun bestaan had kunnen
+getuigen.</p>
+<p>Gedurende zijn liaison met Francine was de verhouding van Jacques
+tot de club der Waterdrinkers minder intiem geworden. Om in het
+onderhoud van hem en zijn vriendinnetje te kunnen voorzien, had hij
+enkele wetten en voorschriften, die op den oprichtingsdag der club door
+de Waterdrinkers plechtig onderteekend en bezworen waren, moeten
+overtreden.</p>
+<p>Steeds doorstappend op de stelten van een onzinnigen trots hadden
+deze jonge menschen als hoofdprincipe van hun club opgesteld, dat zij
+nooit van de hooge toppen der kunst zouden mogen afdalen, d.w.z. dat
+geen hunner, ook al drong de nood nog zoo, ook maar de geringste
+concessie daaraan mocht doen. Zoo zou bijv. de dichter Melchior er
+nooit in hebben toegestemd zijn &bdquo;lier&rdquo; voor eenige
+oogenblikken aan de wilgen te hangen, om een <span class="pagenum">[<a id="pb276" href="#pb276" name="pb276">276</a>]</span>handelsprospectus of een politieke
+geloofsbelijdenis te schrijven. Dat was goed voor den dichter Rodolphe,
+een deugniet, die voor alles deugde, en die nooit een honderd-sous-stuk
+in zijn nabijheid liet komen zonder er, het kwam er niet op aan
+waarmee, op te schieten. Zoo zou ook de schilder Lazare, een trotsche
+armoedzaaier, nooit zijn penseel hebben willen bezoedelen door het
+portret van een kleermaker met een papegaai op zijn vinger te
+schilderen, zooals onze vriend Marcel eens gedaan had in ruil voor den
+beruchten rok Methusalem, waarop ieder van zijn ma&icirc;tressen de
+kunst van oplappen geleerd had. Zoolang Jacques met de Waterdrinkers in
+gemeenschap van denkbeelden leefde, had hij zich aan die tyrannieke
+clubvoorschriften onderworpen; maar toen hij Francine had leeren
+kennen, wilde hij het arme, toen reeds zieke kind niet blootstellen aan
+de levenswijze, die hij tijdens zijn &bdquo;ongehuwden staat&rdquo;,
+geleid had. Jacques was v&ograve;&ograve;r alles een oprechte, eerlijke
+natuur. Hij ging dus naar den president der club, den starren Lazare,
+en deelde hem mede, dat hij in het vervolg alle werkzaamheden, die hem
+wat zouden kunnen opbrengen, aannemen zou.</p>
+<p>&bdquo;Je liefdesverklaring,&rdquo; antwoordde Lazare hem,
+&bdquo;was tevens je afscheid aan de kunst. Wij zullen je vrienden
+blijven, als je dat wilt, maar je medeleden kunnen we niet meer zijn.
+Oefen je vak uit zooals je wilt; voor mij ben je geen beeldhouwer meer,
+maar een gipsmenger. Wel zal jij nu in het vervolg wijn kunnen drinken,
+en zullen wij evenals vroeger ons water drinken en ons kommiesbrood
+eten; maar wij blijven kunstenaars!&rdquo;</p>
+<p>Wat Lazare echter ook zeggen mocht, Jacques bleef een kunstenaar.
+Maar om Francine bij zich te kunnen houden nam hij ook, wanneer de
+gelegenheid zich daartoe aanbood, werkzaamheden aan, die wat
+opbrachten. Zoo werkte hij bijv. een tijd lang in het atelier van den
+<span class="pagenum">[<a id="pb277" href="#pb277" name="pb277">277</a>]</span>ornamentist Romagn&eacute;si. Handig in de
+uitvoering en vindingrijk in het ontwerpen, had Jacques, zonder daarom
+ernstige kunst geheel vaarwel te moeten zeggen, een groote reputatie
+kunnen krijgen in die genre-composities, welke een der voornaamste
+artikelen in den luxe-handel geworden zijn. Maar Jacques was lui,
+zooals alle ware kunstenaars, en verliefd als een dichter. De jeugd was
+in hem laat, maar daardoor des te vuriger ontwaakt; en hij wilde, als
+had hij een voorgevoel van zijn vroegen dood, die geheel en al uitleven
+in de armen van Francine. Het gevolg daarvan was, dat de goede
+gelegenheden om te werken dikwijls aan zijn deur kwamen kloppen, zonder
+dat Jacques er antwoord op gaf; hij wilde zich niet laten storen: hij
+vond het te heerlijk te droomen in den glans der oogen van zijn
+vriendinnetje.</p>
+<p>Toen Francine gestorven was, ging de beeldhouwer zijn oude vrienden,
+de Waterdrinkers, weer opzoeken. Maar in dezen kring voerde de geest
+van Lazare de opperheerschappij: ieder lid leefde als versteend in het
+ego&iuml;sme van de kunst. Jacques vond daar niet wat hij zocht. Zijn
+wanhoop werd er niet begrepen; men trachtte zelfs die door
+redeneeringen tot zwijgen te brengen. Toen Jacques die weinige
+sympathie bemerkte, wilde hij liever met zijn smart alleen zijn dan
+deze op zoo&rsquo;n manier aan discussies blootgesteld te zien. Hij
+brak dus volkomen met de Waterdrinkers en leefde alleen voor
+zichzelf.</p>
+<p>Vijf of zes dagen na Francine&rsquo;s begrafenis ging Jacques naar
+een marmerhandelaar van het kerkhof Mont-Parnasse en stelde hem de
+volgende transactie voor: de handelaar zou voor het graf van Francine
+een hekje leveren, dat Jacques zich voorbehield te teekenen, en
+bovendien den kunstenaar een stuk wit marmer geven, waartegenover
+Jacques zich verplichtte drie maanden lang als steenhouwer of
+beeldhouwer te werken. De fabrikant <span class="pagenum">[<a id="pb278" href="#pb278" name="pb278">278</a>]</span>had toen verscheidene
+belangrijke bestellingen; hij ging naar het atelier van Jacques en kwam
+bij het zien der vele begonnen werken tot de overtuiging, dat het
+toeval hem in den persoon van Jacques een mooi fortuintje bracht. Acht
+dagen later had Francine&rsquo;s graf een hekje, terwijl het houten
+kruisje vervangen was door een groot steenen kruis, waarin
+Francine&rsquo;s naam gebeiteld was.</p>
+<p>Gelukkig had Jacques met een fatsoenlijk iemand te doen, die inzag,
+dat honderd kilogram gietijzer en drie vierkante voet marmer niet
+voldoende waren om drie maanden arbeid van den jongen kunstenaar, wiens
+talent hem verscheidene duizenden daalders had opgebracht, te betalen.
+Hij bood Jacques dan ook aan hem tegen een aandeel in de winst
+deelgenoot te maken van zijn zaak, maar de kunstenaar sloeg dat aanbod
+af. De weinige verscheidenheid der te behandelen onderwerpen kwam niet
+overeen met zijn vindingrijke natuur, en bovendien had hij wat hij
+wilde: n.l. een groot stuk marmer, waaruit hij een kunstwerk, dat hij
+voor Francine&rsquo;s graf bestemde, wilde te voorschijn roepen.</p>
+<p>In het begin der lente werden trouwens de levensomstandigheden van
+Jacques beter: zijn vriend de dokter bracht hem n.l. in kennis met een
+voornamen en rijken edelman, die zich te Parijs wilde vestigen en in
+een der voornaamste wijken een prachtig huis liet bouwen. Verschillende
+beroemde kunstenaars waren reeds aangezocht om mede te werken aan dit
+luxueuse paleis. Jacques kreeg de opdracht voor een salonschoorsteen.
+Het is me alsof ik zijn cartons nog voor mij zie; het was een
+bekoorlijk iets: het geheele sprookje van den winter was op dit marmer
+verteld, dat als omlijsting voor het vuur moest dienen. Daar
+Jacques&rsquo; atelier te klein was, vroeg en verkreeg hij, om zijn
+werk uit te voeren, een vertrek in het nog niet bewoonde huis, terwijl
+hem bovendien een vrij groot voorschot op de voor het werk <span class="pagenum">[<a id="pb279" href="#pb279" name="pb279">279</a>]</span>overeengekomen som gegeven werd. Het eerste, wat
+Jacques daarvan deed, was zijn vriend den dokter het geld, dat deze hem
+bij den dood van Francine geleend had, terug te geven; daarna ging hij
+naar het kerkhof, om den grond, waaronder zijn vriendinnetje rustte,
+onder bloemen te bedekken.</p>
+<p>Maar de lente was Jacques voor geweest, en op het graf van het jonge
+meisje bloeiden tusschen het groenende gras duizend bloemen. De
+kunstenaar had den moed niet ze eruit te trekken, want hij dacht, dat
+er iets van zijn vriendinnetje in deze bloemen overgegaan was. Toen de
+tuinman hem vroeg wat hij met die rozen en viooltjes doen moest,
+verzocht Jacques hem die te planten op een pas gedolven graf ernaast,
+de armzalige laatste rustplaats van een armzalige, die geen ander
+herkenningsteeken had dan een in de losse aarde gestoken stuk hout,
+waarop een krans van verschoten papieren bloemen hing, een armzalige
+liefdegave van een armzalige. Jacques verliet het kerkhof in een geheel
+andere stemming dan hij er gekomen was. Opgewekt en nieuwsgierig keek
+hij naar de mooie lentezon, diezelfde zon, die zoo dikwijls gouden
+stralen getooverd had in Francine&rsquo;s haar, wanneer zij met hem
+door de weiden liep en met haar blanke handen bloemen plukte. Een
+groote zwerm heerlijke gedachten en herinneringen zoemde in zijn hart.
+Toen hij voorbij een klein herbergje van den buitenboulevard kwam, viel
+het hem in, dat hij op een dag, toen hij door een onweer verrast werd,
+met Francine daar was binnengegaan en dat zij er samen gegeten hadden.
+Hij ging er nu ook binnen en liet het diner aan hetzelfde tafeltje van
+toen brengen. Het dessert werd op een beschilderd schaaltje opgediend;
+hij herkende het schaaltje en herinnerde zich, dat Francine wel een
+half uur lang bezig geweest was om de rebus, die er op geschilderd was,
+op te lossen; ook kwam hem weer een liedje in de gedachte, dat Francine
+<span class="pagenum">[<a id="pb280" href="#pb280" name="pb280">280</a>]</span>voor hem gezongen had, toen de goedkoope
+landwijn, die meer vroolijkheid dan druivensap bevat, haar in een
+montere stemming gebracht had. Doch deze opwelling van zoete
+herinneringen deed thans wel zijn liefde, maar niet zijn verdriet
+ontwaken. Bijgeloovig, zooals alle dichterlijke en mijmerende naturen,
+verbeeldde Jacques zich, dat Francine zelf, toen zij hem daareven vlak
+bij zich had hooren loopen, hem uit haar graf deze wolk van blijde
+herinneringen had toegezonden, die hij niet met tranen wilde bevlekken.
+En hij verliet met lichten stap, opgeheven hoofd, schitterende oogen,
+kloppend hart en bijna een glimlach op de lippen het herbergje en
+neuriede onder het loopen het refrein van Francine&rsquo;s liedje:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">L&rsquo;amour r&ocirc;de dans mon quartier,</p>
+<p class="line">Il faut tenir ma porte ouverte.</p>
+</div>
+<p class="first">Dit refrein was in den mond van Jacques nog een
+herinnering, maar toch was het ook reeds een lied, en misschien deed
+hij dien avond, zonder het zelf te vermoeden, den eersten stap op den
+weg, die van droefheid tot weemoed en van weemoed tot vergetelheid
+leidt. Ach, wat men ook doet of laat, de eeuwige en rechtvaardige wet
+der veranderlijkheid wil het zoo.</p>
+<p>Evenals de bloemen, die, misschien uit Francine&rsquo;s lichaam
+voortgesproten, op haar graf waren ontbloeid, zoo gistten de
+jeugdsappen in Jacques&rsquo; hart, waarin de herinneringen aan zijn
+oude liefde onbestemde verlangens naar een nieuwe wekten. Bovendien
+behoorde Jacques tot dat ras van kunstenaars en dichters, die van hun
+hartstochten een werktuig voor hun kunst en <span class="corr" id="xd20e6423" title="Bron: poezie">po&euml;zie</span> maken en wier geest
+eerst dan volkomen levend is, wanneer de drijfkracht van het hart dien
+in beweging brengt. Bij Jacques was de kunst inderdaad een kind van
+zijn gevoel; tot in de kleinste dingen, die hij maakte, legde hij een
+stuk van zijn eigen ik. Hij kwam tot de ontdekking, <span class="pagenum">[<a id="pb281" href="#pb281" name="pb281">281</a>]</span>dat
+de herinneringen niet langer voldoende voor hem waren, en dat zijn
+hart, evenals de molensteen, die bij gebrek aan koren afslijt, uit
+gebrek aan emotie zijn kracht verloor. Het werken had geen bekoring
+meer voor hem; de inspiratie, die anders koortsachtig en als uit
+zichzelf voortkomend werkte, kwam nu slechts onder den druk van lang en
+geduldig nadenken. Jacques was ontevreden en benijdde bijna de
+levenswijze van zijn oude vrienden, de Waterdrinkers.</p>
+<p>Hij trachtte afleiding te vinden, knoopte nieuwe vriendschapsbanden
+aan. Zoo ging hij veel om met den dichter Rodolphe, dien hij in een
+caf&eacute; had leeren kennen; beiden hadden een groote sympathie voor
+elkaar opgevat. Jacques had hem zijn verdriet verteld en Rodolphe had
+al heel gauw de oorzaak daarvan geraden.</p>
+<p>&bdquo;Ik ken dat, kerel,&rdquo; zeide hij. En terwijl hij Jacques
+op de borst klopte, voegde hij eraan toe: &bdquo;Gauw het vuur daarin
+weer aansteken! Zorg onmiddellijk voor een nieuw hartstochtje, dan
+komen de denkbeelden ook weer terug.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; zeide Jacques; &bdquo;ik heb te veel van Francine
+gehouden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zal je niet beletten om haar altijd lief te hebben. Kus
+haar op de lippen van een ander.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; zeide Jacques, &bdquo;dat zal ik alleen maar
+kunnen, als ik een vrouw vond, die op haar leek!&rdquo;</p>
+<p>En diep in gedachten verzonken ging hij heen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Zes weken later had Jacques al zijn phantasie weer terug gevonden,
+die weer ontvlamd was door de zachte blikken van een knap meisje, dat
+Marie heette en wier ziekelijke schoonheid eenigszins aan de arme
+Francine deed denken. Men kon zich inderdaad moeilijk iets aardigers
+denken dan die kleine Marie met haar achttien jaar min zes weken, wat
+zij nooit vergat op te merken. Hun <span class="pagenum">[<a id="pb282"
+href="#pb282" name="pb282">282</a>]</span>liefdesbetrekkingen waren
+begonnen in den maneschijn, in den tuin van een danslokaal, bij den
+klank van een scherpe viool, van een teringachtige bas en een klarinet,
+die schetterde als een merel. Jacques had haar opgemerkt, toen hij met
+een ernstig gelaat om den voor de dansers gereserveerden kring heen
+liep. De luidruchtige en knappe bezoeksters van het lokaal, die den
+kunstenaar van gezicht kenden, fluisterden, wanneer zij hem in zijn
+eeuwig zwarte, tot aan de hals dichtgeknoopte jas stijf voorbij zagen
+komen, elkaar toe:</p>
+<p>&bdquo;Wat komt die doodbidder hier toch doen? Moet er iemand
+begraven worden?&rdquo;</p>
+<p>Jacques liep steeds alleen: zijn hart bloedde onder de doornen van
+een herinnering, die het orkest, dat op dit oogenblik een contradans
+speelde, die den kunstenaar droef als een <span class="ex">De
+Profundis</span> in de ooren klonk, nog levendiger maakte. Midden in
+zijn droomerijen zag hij Marie, die van uit een hoekje naar hem keek en
+in een luiden lach uitbarstte, toen zij zijn doodgraversgezicht zag.
+Jacques sloeg zijn oogen op en hoorde op drie pas van hem dat gelach,
+dat van onder een rose hoedje opklonk. Hij ging naar het jonge meisje
+toe en zeide enkele woorden tot haar, waarop zij antwoordde; hij bood
+haar zijn arm aan, om een wandeling door den tuin te maken; zij nam
+dien aan. Hij zeide haar, dat zij mooi was als een engel, wat zij hem
+nog tweemaal zeggen liet; hij plukte voor haar van de boomen groene
+appels, die zij met veel smaak opat, terwijl zij daarbij telkens weer
+dien helderen lach liet hooren, die het refrein van haar onverwoestbare
+vroolijkheid scheen te zijn. Jacques dacht aan den Bijbel en bedacht,
+dat men nooit tegenover een vrouw wanhopig moet zijn, vooral niet
+tegenover die, welke veel van appels houden. Hij maakte dus met het
+rose hoedje nog een wandeling door den tuin, waarvan weer het gevolg
+was, dat hij, die alleen op het bal gekomen was, het niet alleen
+verliet. <span class="pagenum">[<a id="pb283" href="#pb283" name="pb283">283</a>]</span></p>
+<p>Maar toch had hij Francine niet vergeten: hij kuste, zooals Rodolphe
+het uitgedrukt had, haar dagelijks op de lippen van Marie en werkte in
+het geheim aan het beeld, dat hij op het graf der doode plaatsen
+wilde.</p>
+<p>Toen Jacques op een goeden dag geld gekregen had, kocht hij voor
+Marie een zwarte japon. Het jonge meisje was er erg blij mede, ook al
+vond zij, dat zwart voor den zomer geen bijzondere vroolijke kleur was.
+Doch Jacques zeide haar, dat zwart zijn lievelingskleur was en dat zij
+hem een groot pleizier zou doen, als zij die japon iederen dag zou
+dragen. Marie deed hem dat pleizier.</p>
+<p>Op een Zaterdagavond zeide Jacques tot het jonge meisje:</p>
+<p>&bdquo;Kom morgenochtend vroeg, dan gaan we naar buiten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat treft prachtig,&rdquo; <span class="corr" id="xd20e6466"
+title="Bron: antwoodde">antwoordde</span> Marie; &bdquo;ik heb een
+verrassing voor je. Het zal wel mooi weer zijn!&rdquo;</p>
+<p>Marie werkte den geheelen nacht door aan een nieuwe japon, die zij
+voor haar spaarduitjes gekocht had, een allerliefst, rose japonnetje,
+waarmede zij &rsquo;s Zondagsochtends, stralend van vreugde, in het
+atelier van Jacques kwam.</p>
+<p>De kunstenaar ontving haar koel, bijna grof.</p>
+<p>&bdquo;En ik dacht nogal, dat ik je een plezier zou doen, toen ik
+dat lichte pakje kocht!&rdquo; zeide Marie, die voor Jacques&rsquo;
+koelheid geen verklaring vinden kon.</p>
+<p>&bdquo;Wij gaan niet naar buiten,&rdquo; antwoordde hij; &bdquo;ga
+maar terug, ik moet werken.&rdquo;</p>
+<p>Marie ging bedroefd naar huis. Onderweg kwam zij een jongen man
+tegen, die de geschiedenis van Jacques kende en haar vroeger het hof
+gemaakt had.</p>
+<p>&bdquo;Wat, mademoiselle Marie, bent u niet meer in den
+rouw?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;In den rouw?&rdquo; vroeg zij; &bdquo;en voor wie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, weet u dat niet? Het is toch bekend genoeg die zwarte
+japon, die Jacques u gegeven heeft ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb284" href="#pb284" name="pb284">284</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wel dat was een rouwjapon: Jacques liet u om Francine
+rouwen.&rdquo;</p>
+<p>Na dien dag heeft Jacques Marie niet meer gezien.</p>
+<p>Die breuk bracht hem ongeluk. De slechte dagen keerden terug: hij
+had geen werk meer en verviel in zoo&rsquo;n groote ellende, dat hij,
+daar hij niet wist wat hij beginnen moest, zijn vriend den dokter vroeg
+hem in een ziekenhuis te laten opnemen. De dokter zag bij den eersten
+oogopslag, dat het niet veel moeite zou kosten daarvoor toestemming te
+krijgen. Zonder dat Jacques eenig vermoeden van zijn toestand had, was
+hij op weg, om weer spoedig bij Francine te zijn.</p>
+<p>Hij werd opgenomen in het hospitaal Saint-Louis.</p>
+<p>Daar hij nog werken en loopen kon, verzocht hij den directeur van
+het ziekenhuis hem een klein kamertje te willen geven, dat toch niet
+gebruikt werd, en liet daar een werkbank, beitels en leem brengen. De
+eerste veertien dagen werkte hij daar aan het beeld, dat hij voor
+Francine&rsquo;s graf bestemd had. Het was een engel met uitgestrekte
+vleugels. Dit beeld, dat Francine&rsquo;s trekken had, werd niet
+voltooid, want al heel gauw kon Jacques de trap niet meer op, en kort
+daarop mocht hij zelfs het bed niet meer uit.</p>
+<p>Toen Jacques op zekeren dag het cahier van den dokter in handen
+kreeg en daaruit zag welke geneesmiddelen hij kreeg, begreep hij, dat
+hij verloren was: hij schreef aan zijn familie en liet zuster
+Sainte-G&eacute;neviève, die hem met groote toewijding
+verpleegde, roepen.</p>
+<p>&bdquo;Zuster,&rdquo; zeide hij tot haar, &bdquo;in het kamertje
+boven, dat men mij heeft afgestaan, staat een kleine gipsfiguur; het
+beeld, dat een engel voorstelt, was bestemd voor een graf; maar ik heb
+geen tijd gehad het in marmer uit te voeren. En toch heb ik thuis een
+prachtig stuk, wit met rose aderen, liggen. Om kort te gaan ....
+zuster, ik geef u het kleine beeld, om het in de kapel te
+zetten.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb285" href="#pb285" name="pb285">285</a>]</span></p>
+<p>Enkele dagen later stierf Jacques. Daar de begrafenis gelijktijdig
+met de opening van den salon plaats had, konden de Waterdrinkers er
+niet bij tegenwoordig zijn. De kunst voor alles, had Lazare gezegd.</p>
+<p>Jacques&rsquo; familie was niet rijk en de kunstenaar had geen eigen
+graf.</p>
+<p>Hij werd in een hoek van het kerkhof begraven. <span class="pagenum">[<a id="pb286" href="#pb286" name="pb286">286</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6037" href="#xd20e6037src" name="xd20e6037">1</a></span>
+Letterlijk: een pleisterplaats <span class="ex">voor</span>
+karavanen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6063" href="#xd20e6063src" name="xd20e6063">2</a></span>
+Zinspeling op Dante&rsquo;s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/997">Inferno</a>.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch19" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e6512" class="label">Hoofdstuk XIX.</h2>
+<h2 class="main">De grillen van Musette.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Men zal zich herinneren hoe Marcel zijn beroemd doek
+&bdquo;De Doortocht door de Roode Zee&rdquo;, dat later als uithangbord
+voor een comestibleswinkel dienen zou, aan M&eacute;dicis verkocht had.
+Den dag na den verkoop, die gevolgd was door een schitterend souper,
+hetwelk de Jood als toegift op den koop aan de boh&eacute;miens had
+aangeboden, ontwaakten Marcel, Schaunard, Colline en Rodolphe eerst
+diep in den ochtend en konden zich, nog onder den invloed als zij waren
+van de wijnen van den vorigen avond, eerst niet goed herinneren wat er
+eigenlijk gebeurd was. Toen van een kerk in de buurt het middag-Angelus
+klepte, keken zij elkaar met een melancholiek glimlachje aan.</p>
+<p>&bdquo;Dat is het klokje, dat met zijn vrome klanken de geloovigen
+naar de eetzaal roept,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Zeker,&rdquo; antwoordde Rodolphe, &bdquo;dit is het
+plechtige uur, waarop alle fatsoenlijke menschen naar het refectorium
+opgaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zullen we toch moeten zien fatsoenlijke menschen te
+worden,&rdquo; bromde <span class="corr" id="xd20e6524" title="Bron: Colljne">Colline</span>, voor wien iedere dag op den kalender
+St. Appetitus<a class="noteref" id="xd20e6527src" href="#xd20e6527"
+name="xd20e6527src">1</a> was.</p>
+<p>&bdquo;O, melkinrichting van mijn min; o, gezegende vier maaltijden
+van mijn jeugd, wat is er van u geworden?&rdquo; voegde Schaunard eraan
+toe. En op een melancholiek, <span class="pagenum">[<a id="pb287" href="#pb287" name="pb287">287</a>]</span>droomerig en zacht motief
+herhaalde hij: &bdquo;Wat is er van u geworden?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En te moeten denken, dat er op dit uur in Parijs alleen meer
+dan honderd coteletten in de pan liggen!&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;En evenveel biefstukjes!&rdquo; zuchtte Rodolphe.</p>
+<p>En als een tegenstelling vol bittere ironie schreeuwden, terwijl de
+vier vrienden elkaar voor het vreeselijke, dagelijks terugkeerende
+probleem van het dejeuner stelden, de kellners uit het restaurant
+beneden in het huis de bestellingen der gasten de keuken in.</p>
+<p>&bdquo;Zullen die lummels nooit hun mond houden?&rdquo; vroeg
+Marcel; &bdquo;ieder woord geeft me een steek in mijn maag.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De wind zit in het Noorden!&rdquo; zeide Colline ernstig en
+wees daarbij op een weerhaantje, dat op een dak in de buurt vroolijk
+heen en weer zwaaide; &bdquo;wij zullen dus vandaag niet dejeuneeren,
+de elementen verzetten zich er tegen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe dat?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Dat is een atmospherologische waarneming, die ik gedaan
+heb,&rdquo; legde de wijsgeer uit: &bdquo;een Noordenwind beteekent
+bijna altijd onthouding, evenals de Zuidenwind gewoonlijk pleizier en
+goed eten voorspelt. De philosophie noemt dat: wenken van uit den
+hooge.&rdquo;</p>
+<p>Als Gustave Colline een leege maag had, hadden zijn geestigheden
+iets grimmigs.</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik stiet Schaunard, die een van zijn armen in
+den afgrond, die als zak dienst deed, had gestoken, een gil van angst
+uit.</p>
+<p>&bdquo;Hulp! Hulp! Er zit iemand in mijn jas,&rdquo; brulde hij,
+terwijl hij trachtte zijn hand uit de scharen van een levende kreeft te
+bevrijden.</p>
+<p>Op den angstkreet van Schaunard volgde onmiddellijk een andere gil.
+Marcel had werktuigelijk zijn hand in zijn zak gestoken en daarin een
+Amerika ontdekt, waaraan <span class="pagenum">[<a id="pb288" href="#pb288" name="pb288">288</a>]</span>hij in het geheel niet meer dacht:
+d.w.z. de honderdvijftig francs, die de Jood M&eacute;dicis hem voor
+zijn &bdquo;Doortocht door de Roode Zee&rdquo; betaald had.</p>
+<p>&bdquo;Salueert, heeren!&rdquo; zeide Marcel, terwijl hij een
+stapeltje daalders, waartusschen vijf of zes nieuwe louis schitterden,
+neerzette.</p>
+<p>&bdquo;Je zoudt zeggen, dat ze leven!&rdquo; vond <span class="corr"
+id="xd20e6563" title="Bron: Collein">Colline</span>.</p>
+<p>&bdquo;En wat een prachtige stemmen!&rdquo; merkte Schaunard, die de
+goudstukken liet rinkelen, op.</p>
+<p>&bdquo;Wat een mooie medailles!&rdquo; voegde Rodolphe eraan toe;
+&bdquo;precies stukjes uit de zon. Als ik koning was, zou ik geen
+andere munten in mijn rijk dulden en er de beeltenis van mijn
+vriendinnetje op laten slaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kan je eigenlijk wel gelooven, dat er een land is, waar die
+dingen evenveel waard zijn als kiezelsteenen?&rdquo; vroeg Schaunard.
+&bdquo;De Amerikanen gaven er vroeger vier voor twee sous. Een van mijn
+voorouders heeft indertijd Amerika bezocht; hij heeft zijn graf
+gevonden in de maag der Wilden. Dat heeft den bloei der familie veel
+kwaad gedaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar vertel toch eens even,&rdquo; zeide Marcel met een blik
+op den kreeft, die een wandeling door de kamer was gaan maken;
+&bdquo;waar komt dat beest vandaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou begin ik me te herinneren,&rdquo; antwoordde Schaunard,
+&bdquo;dat ik gisteren een ontdekkingsreis gemaakt heb in de keuken van
+M&eacute;dicis; ik moet wel aannemen, dat dit reptiel, zonder het zelf
+te willen, in mijn zak gevallen is&mdash;die dieren zijn zoo bijziende.
+En nu ik het beest eenmaal heb, zal ik het maar houden ook; ik zal het
+temmen en rood verven, dat is een vroolijker kleur. Sinds Ph&eacute;mie
+weg is, ben ik melancholiek; nu heb ik tenminste gezelschap.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heeren,&rdquo; riep Colline uit; &bdquo;kijkt als het je
+blieft eens, de wind is naar het Zuiden gedraaid: we zullen
+dejeuneeren.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb289" href="#pb289"
+name="pb289">289</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dat geloof ik graag,&rdquo; zeide Marcel, terwijl hij een
+goudstuk van de tafel nam; &bdquo;hier heb je er een, dat we eens
+lekker zullen laten braden, en met veel jus ook.&rdquo;</p>
+<p>De vaststelling van het menu werd lang en ernstig besproken. Iedere
+schotel gaf aanleiding tot een levendige discussie en werd daarna met
+meerderheid van stemmen vastgesteld. De door Schaunard voorgestelde
+omelette souffl&eacute;e werd na zorgvuldig onderzoek afgestemd,
+evenals de witte wijnen, waartegen Marcel in verzet kwam in een
+krachtige improvisatie, die zijn oinologische kennis duidelijk aan het
+licht bracht.</p>
+<p>&bdquo;De eerste plicht van een wijn is rood te zijn,&rdquo; riep de
+kunstenaar uit; &bdquo;laat me met rust met jullie witte
+wijnen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En de Champagne dan?&rdquo; merkte Schaunard op.</p>
+<p>&bdquo;Onzin! Een elegante appelwijn! Een epileptische coco<a class="noteref" id="xd20e6590src" href="#xd20e6590" name="xd20e6590src">2</a>! Ik zou alle kelders van Epernay en
+A&iuml;<a class="noteref" id="xd20e6593src" href="#xd20e6593" name="xd20e6593src">3</a> voor &eacute;&eacute;n vat Bourgogne geven.
+Bovendien behoeven we vandaag geen grisettes te verleiden of
+vaudevilles te dichten. Ik stem tegen Champagne.&rdquo;</p>
+<p>Toen het programma definitief vastgesteld was, gingen Schaunard en
+Colline in het restaurant beneden het dejeuner bestellen.</p>
+<p>&bdquo;Wat zou je er van zeggen als we wat vuur aanlegden?&rdquo;
+vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Dat zou geen halsmisdaad zijn, de thermometer noodigt ons
+daar reeds lang toe uit,&rdquo; antwoordde Rodolphe. &bdquo;Laten we
+wat vuur maken. Wat zal de kachel een kleur van verbazing
+krijgen!&rdquo;</p>
+<p>En hij liep naar de trap en schreeuwde Colline na, dat hij hout
+moest laten boven brengen.</p>
+<p>Enkele oogenblikken later kwamen Schaunard en Colline, <span class="pagenum">[<a id="pb290" href="#pb290" name="pb290">290</a>]</span>gevolgd door een kolendrager met een zware bos
+hout, weer boven.</p>
+<p>Toen Marcel in een lade naar waardelooze papieren zocht, om de
+kachel aan te maken, kreeg hij toevallig een brief in handen, waarvan
+het handschrift hem deed beven en dien hij heimelijk begon te
+lezen.</p>
+<p>Het was een door Musette met potlood geschreven brief uit den tijd,
+dat zij nog met Marcel samenwoonde; op den dag af was hij een jaar oud.
+De inhoud der weinige regels luidde:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first salute">&bdquo;Lieveling,</p>
+<p>Wees niet ongerust over mij, ik kom dadelijk weer terug. Ik ga wat
+uit, om door het loopen wat warmer te worden: het vriest in de kamer en
+de kolenhandelaar is voor ons dood. Ik heb de twee laatste pooten van
+den stoel kapot geslagen, maar ze hebben niet lang genoeg gebrand, om
+er een ei bij te koken. Bovendien fluit de wind door het raam alsof hij
+hier thuis is, en blaast mij een hoop slechte raadgevingen in, die je,
+wanneer ik ze zou opvolgen, verdriet zouden doen. Ik vind het daarom
+beter een oogenblikje in de buurt te gaan winkelen. Er moet fluweel
+zijn van tien francs den meter. Het is ongelooflijk, dat moet ik zelf
+zien. Voor het eten ben ik weer terug.</p>
+<p class="signed">Musette.&rdquo;</p>
+</div>
+<p>&bdquo;Arme meid!&rdquo; mompelde Marcel in zichzelf, terwijl hij
+den brief in zijn zak stak .... En met zijn hoofd in zijn handen bleef
+hij eenige oogenblikken in gedachten bij de haard zitten.</p>
+<p>In dien tijd leefden de boh&eacute;miens reeds lang in een toestand
+van weduwnaarschap, uitgezonderd Colline, wiens liefje <span class="corr" id="xd20e6625" title="Bron: steed">steeds</span> onzichtbaar en
+anoniem gebleven was. <span class="pagenum">[<a id="pb291" href="#pb291" name="pb291">291</a>]</span></p>
+<p>Zelfs Ph&eacute;mie, de lieve levensgezellin van Schaunard, had een
+na&iuml;eve ziel gevonden, die haar haar hart, een mahoniehouten
+ameublement en een ring van haar roode lokken aangeboden had. Veertien
+dagen na die schenking echter had Ph&eacute;mie&rsquo;s amant haar zijn
+hart en ameublement weer willen ontnemen, omdat hij aan haar vinger een
+ring van haar, maar nu zwart haar gezien had en haar daarom van verraad
+durfde verdenken.</p>
+<p>Toch was Ph&eacute;mie niet van het pad der deugd afgeweken; zij had
+alleen, omdat haar vriendinnen haar ieder oogenblik met den ring van
+roode haren plaagden, dien zwart laten verven. De
+&bdquo;mijnheer&rdquo; was met die verklaring z&ograve;&ograve;
+voldaan, dat hij voor Ph&eacute;mie een zijden japon kocht&mdash;de
+eerste in haar leven! Den dag, dat zij die voor het eerst droeg, riep
+de arme meid uit:</p>
+<p>&bdquo;Nu kan ik rustig sterven.&rdquo;</p>
+<p>Musette was weer een bijna officieele persoonlijkheid geworden.
+Marcel had haar in geen drie of vier maanden meer gezien.</p>
+<p>En wat Mimi ten slotte betreft, Rodolphe had nooit meer iemand over
+haar hooren praten, behalve zichzelf, wanneer hij alleen was.</p>
+<p>&bdquo;Nou?&rdquo; vroeg plotseling Rodolphe, toen hij Marcel zoo
+peinzend bij den schoorsteen zag staan; &bdquo;wil de kachel niet
+trekken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker wel, zeker wel!&rdquo; zeide de schilder, terwijl hij
+het hout aanstak, dat knetterend begon te branden.</p>
+<p>Terwijl de drie anderen door de voorbereidende maatregelen voor het
+dejeuner hun eetlust nog prikkelden, had Marcel zich weer in een hoekje
+teruggetrokken en legde het briefje, dat hij toevallig gevonden had,
+bij de andere souvenirs, die Musette hem gelaten had. Plotseling viel
+hem het adres in van een vrouw, met wie zijn vroegere vlam op zeer
+intiemen voet stond.</p>
+<p>&bdquo;Ha!&rdquo; riep hij hard genoeg, om door de anderen gehoord
+<span class="pagenum">[<a id="pb292" href="#pb292" name="pb292">292</a>]</span>te worden, uit; &bdquo;nu weet ik tenminste,
+waar ik ze vinden kan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat vinden?&rdquo; vroeg Rodolphe. &bdquo;En wat voer je toch
+eigenlijk uit?&rdquo; voegde hij eraan toe, toen hij zag, dat Marcel
+wilde gaan schrijven.</p>
+<p>&bdquo;Niets .... Een brief, die haast heeft en dien ik bijna
+vergeten had. Ik ben dadelijk weer tot je beschikking.&rdquo;</p>
+<p>En hij schreef:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first salute">&bdquo;Lieve kind,</p>
+<p>Door een verpletterende apoplexie van geluk heb ik <span class="ex">geld</span> in mijn schrijftafel! We hebben een reuzendejeuner,
+dat op dit oogenblik staat te braden, edele wijnen, ja zelfs in de
+haard een echt vuur, zooals gezeten burgers dat hebben. Dat moet ik
+zelf zien, zou je vroeger gezegd hebben. Kom dus een oogenblik bij ons;
+je zult hier Rodolphe, Colline en Schaunard vinden, en bij het dessert,
+want er is waarachtig een dessert ook, moet jij dan wat voor ons
+zingen. Daar wij nu eenmaal bij elkaar zijn, zullen we waarschijnlijk
+een dag of acht aan tafel blijven. Je behoeft dus niet bang te zijn,
+dat je te laat komt. Het is al zoo&rsquo;n tijd geleden, dat ik je niet
+heb hooren lachen. Rodolphe zal je het hof maken en wij zullen van
+alles drinken op onze gestorven liefde, op gevaar of ze tot nieuw leven
+te wekken. Tusschen menschen zooals wij .... is de laatste kus nooit de
+laatste. Ach, als het den vorigen winter niet zoo koud geweest was, zou
+je me misschien in het geheel niet verlaten hebben. Je hebt me bedrogen
+voor een bos hout en omdat je bang was voor winterhanden. Je hadt
+gelijk, en ik ben er voor <span class="corr" id="xd20e6664" title="Bron: d&iuml;tmaal">ditmaal</span> even min boos om als voor andere
+keeren. Maar kom je nu tenminste warmen, zoolang er vuur is.</p>
+<p class="signed">Met heel veel kussen, Marcel.&rdquo;</p>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb293" href="#pb293" name="pb293">293</a>]</span></p>
+<p>Toen deze brief af was, schreef Marcel een tweeden aan madame
+Sidonie, de vriendin van Musette, waarin hij haar verzocht den
+ingesloten brief zoo spoedig mogelijk aan het juiste adres te doen
+toekomen. Vervolgens ging hij naar den concierge, die de twee epistels
+moest wegbrengen. Daar hij hem vooruitbetaalde, zag de concierge in de
+hand van den schilder een goudstuk schitteren, waarom hij, alvorens
+zijn boodschap te doen, den huiseigenaar, aan wien Marcel nog
+achterstallige huur schuldig was, ging waarschuwen.</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; zeide hij buiten adem van het trappen
+klimmen, &bdquo;de kunstenmaker van de zesde etasie heit geld. U weet
+wel, die groote, die me altijd in m&rsquo;n gezicht uitlacht, als ik
+met de kietansie kom!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, ik weet het wel!&rdquo; zeide de huisheer; &bdquo;die
+kerel, die zoo brutaal is geweest geld van me te willen leenen, om een
+gedeelte van de huur te kunnen afdoen. Ik heb hem de huur al
+opgezegd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Juist, mijnheer. Maar nou zit-ie stikvol met geld; m&rsquo;n
+oogen doen nog pijn van al het geschitter. Hij geeft nu een feest .....
+het is een prachtig oogenblik.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je hebt gelijk,&rdquo; viel de eigenaar hem in de rede;
+&bdquo;ik zal straks zelf even naar boven gaan.&rdquo;</p>
+<p>Madame Sidonie was thuis, toen de brief van Marcel kwam, en liet
+haar kamermeisje dadelijk het ingesloten briefje naar Musette
+brengen.</p>
+<p>Musette woonde toen in een mooi appartement op de Chauss&eacute;e
+d&rsquo;Antin. Toen zij den brief van Marcel kreeg, was zij niet alleen
+en had <span class="corr" id="xd20e6686" title="Bron: bovondien">bovendien</span> voor dienzelfden avond een groot
+aantal uitnoodigingen voor een groot diner rondgezonden.</p>
+<p>&bdquo;Dat is ook een wonder!&rdquo; riep zij, lachend als een
+bezetene, uit.</p>
+<p>&bdquo;Wat is er?&rdquo; vroeg een knappe, jonge man, die stijf als
+een standbeeld voor haar stond. <span class="pagenum">[<a id="pb294"
+href="#pb294" name="pb294">294</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Een invitatie voor een diner,&rdquo; antwoordde de jonge
+vrouw. &bdquo;Hoe vindt je het?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik vind het vervelend,&rdquo; zeide de jongeman.</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom? Je denkt er toch zeker niet aan naar dat diner te
+gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar denk ik zeker wel aan ..... Zie jij maar hoe jij het
+alleen klaar speelt!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar beste kind, dat geeft toch heelemaal geen pas! Je moet
+een anderen keer maar eens gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Die is goed, een anderen keer! Het is een invitatie van mijn
+ouden vriend Marcel en het is zoo&rsquo;n zeldzaam geval, dat ik het
+zelf zien moet. Een anderen keer! Maar echte diners komen daar nog
+minder voor dan zonsverduisteringen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat! Je wilt ons in den steek laten, om naar dien kerel te
+gaan, en dat zeg je me zoo maar in mijn gezicht!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Aan wien moet ik het anders zeggen? Aan den sultan van
+Turkije soms? Maar die heeft met de zaak niets te maken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dat is een buitengewone openhartigheid.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je weet wel, dat ik anders ben dan de anderen,&rdquo;
+antwoordde Musette.</p>
+<p>&bdquo;Maar wat zou je wel van mij denken, als ik je liet gaan, nu
+ik weet waarheen je gaat. Bedenk toch eens Musette, zoowel voor jou als
+voor mij zou dat in het geheel geen pas geven. Je moet je maar
+excuseeren bij dien jongen man.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijn beste Maurice,&rdquo; antwoordde Musette op vastberaden
+toon; &bdquo;je wist wat je aan me hadt voor je me nam, je wist, dat ik
+vol grillen zit en dat niemand er zich op beroemen kan er
+&eacute;&eacute;n uit mijn hoofd gepraat te hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vraag me wat je wilt .... maar dat niet,&rdquo; zeide
+Maurice. &bdquo;Er zijn grillen ..... en grillen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maurice, ik wil naar Marcel gaan ..... en ik ga<span class="corr" id="xd20e6725" title="Bron: .">,</span>&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb295" href="#pb295" name="pb295">295</a>]</span>zeide Musette, terwijl zij haar hoed opzette.
+&bdquo;Verlaat me, als je wilt, maar ik kan niet anders: Marcel is de
+beste jongen van de wereld en de eenige, waar ik ooit van gehouden heb.
+Als zijn hart van goud geweest was, zou hij het hebben laten smelten,
+om er ringen van voor mij te laten maken. Arme jongen!&rdquo; voegde
+zij eraan toe, terwijl zij Maurice den brief liet zien, &bdquo;zoodra
+hij wat vuur heeft, vraagt hij me me te komen warmen. O, als hij maar
+niet zoo lui en er geen fluweel en zijde in de winkels geweest was. Ik
+was echt gelukkig met hem; hij had het talent mij nu en dan werkelijk
+verdriet te doen, en hij heeft mij om al mijn liedjes den naam Musette
+gegeven. Als ik naar hem toe ga, kan je er tenminste zeker van zijn,
+dat ik bij je terugkom ..... als je tenminste de deur niet voor mijn
+neus dicht gooit.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Openhartiger zou je me moeilijk kunnen zeggen, dat je niet
+van me houdt,&rdquo; zeide de jonge man.</p>
+<p>&bdquo;Kom nou, mijn beste Maurice, je bent te veel man van geest om
+ons in zoo&rsquo;n ernstige discussie te verdiepen. Je hebt me net zoo
+als je een mooi paard in stal hebt, en ik houd van je ..... omdat ik
+houd van luxe, van drukke feesten, van alles wat straalt en schittert.
+Laten we niet sentimenteel worden: dat zou belachelijk en nutteloos
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar laat ik dan tenminste met je mee gaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar je zou je daar volstrekt niet amuseeren,&rdquo; zeide
+Musette<span class="corr" id="xd20e6739" title="Niet in bron">,</span>
+&bdquo;en je zou ons maar beletten het ook te doen. Je begrijpt toch,
+dat die jongen mij noodwendig zoenen zal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Musette,&rdquo; vroeg Maurice; &bdquo;heb je ooit iemand
+ontmoet, die zoo inschikkelijk is als ik?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer de vicomte,&rdquo; antwoordde Musette; &bdquo;toen
+ik onlangs met lord<sup>***</sup> op de Champs Elys&eacute;es een
+wandelrit maakte, heb ik Marcel daar ontmoet met zijn vriend Rodolphe:
+ze waren te voet, zaten slecht in hun kleeren <span class="pagenum">[<a id="pb296" href="#pb296" name="pb296">296</a>]</span>en
+rookten hun neuswarmertjes. In geen drie maanden had ik Marcel gezien;
+ik had het gevoel, alsof mijn hart door het portier wou springen. Ik
+heb het rijtuig laten stil houden en een half uur lang met Marcel
+gepraat, terwijl geheel Parijs in equipages voorbij reed. Marcel heeft
+me toen een taartje gegeven en een ruikertje viooltjes van een sou, die
+ik dadelijk in mijn ceintuur gestoken heb. Toen hij wegging, wilde
+lord<sup>****</sup> hem terugroepen, om hem te vragen met ons te gaan
+dineeren. Voor die vriendelijkheid heb ik hem een zoen gegeven. Dat is
+nu eenmaal mijn karakter; en als je dat niet bevalt, dan moet je het
+maar dadelijk zeggen, dan neem ik mijn pantoffels en mijn nachtmuts
+mee.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het heeft toch ook zijn goede zijde, om arm te zijn!&rdquo;
+zeide Maurice met iets van afgunst en droefheid in zijn stem.</p>
+<p>&bdquo;O neen,&rdquo; antwoordde Musette; &bdquo;als Marcel rijk
+was, zou ik hem nooit verlaten hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ga dan maar,&rdquo; zeide de jonge man en gaf haar de hand.
+&bdquo;Die nieuwe japon staat je heel goed!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Inderdaad het is of ik er vanochtend een voorgevoel van gehad
+heb. Marcel zal de eerste zijn, die me in mijn nieuwe japon een zoen
+zal geven. Nou, adieu, ik ga een beetje van het gewijde brood der
+vroolijkheid eten.&rdquo;</p>
+<p>Musette had dien dag een bekoorlijk toilet aan: nooit had het
+gedicht van haar jeugd en van haar schoonheid in een verleidelijker
+band gezeten. Bovendien bezat Musette van nature een goeden smaak. Toen
+zij op de wereld kwam, moet het eerste, wat zij met haar blikken zocht,
+een spiegel geweest zijn, om zich in haar luiers een mooie houding te
+kunnen geven; en voor zij gedoopt werd, had zij reeds de zonde der
+coquetterie begaan. Reeds in den tijd, dat zij nog in zeer behoeftige
+omstandigheden leefde en zich nog met japonnetjes van gedrukt katoen,
+hoedjes met pompons en geitenleeren laarsjes moest tevreden stellen,
+droeg zij die eenvoudige grisette-toiletjes met <span class="pagenum">[<a id="pb297" href="#pb297" name="pb297">297</a>]</span>elegance en coquetterie. Deze knappe meisjes,
+half bijen, half mieren, die zingend de geheele week door werkten en
+den Goeden God slechts om mooi weer op Zondag smeekten, hadden
+gewoonlijk slechts lief met haar hart en zetten nu en dan de bloemetjes
+buiten. Nu is die soort geheel verdwenen, dank zij de tegenwoordige
+generatie van jonge mannen: een verdorven en verderfelijke, maar boven
+alles aanmatigende, opgeblazen en brutale generatie. Alleen uit
+genoegen voor minne paradoxen hebben zij die arme meisjes om haar door
+de heilige litteekenen van het werk geschonden handen gehoond en
+bespot, zoodat die handen weldra niet genoeg meer konden verdienen, om
+de uitgaven voor amandelzeep te bestrijden. Langzamerhand is het dien
+jongelingen gelukt haar hun opgeblazenheid en dwaasheid in te enten, en
+sedert is de grisette verdwenen. Toen werd de lorette geboren, een
+bastaardgeslacht, impertinente schepsels van middelmatige schoonheid,
+half vleesch, half schmink, wier boudoir een toonbank is, waarop zij
+stukken van haar hart, alsof het sneedjes roastbeef waren, te koop
+aanbieden. Het meerendeel van die meisjes, die het pleizier onteeren en
+een schande zijn voor de moderne galanterie, heeft dikwijls niet eens
+den geest van de dieren, wier veeren zij op haar hoeden dragen. En
+wanneer het door een groot toeval nog eens gebeurt, dat zij niet een
+liefde, zelfs niet een verliefdheid, maar een geile begeerte hebben,
+dan is het nog voor den een of anderen alledaagschen potsenmaker, dien
+de dwaze menigte op openbare bals toejuicht en voor wien de couranten,
+die vleiende hovelingen van al wat belachelijk is, reclame maken.</p>
+<p>Hoewel Musette gedwongen was in die wereld te leven, had zij toch
+niet de gewoonten noch de allures ervan; zij had niet die tot slavin
+zijn vernederende hebzucht, zooals die maar al te veel voorkomt bij die
+schepsels, welke alleen maar Bartjens lezen en cijfers schrijven
+kunnen. <span class="pagenum">[<a id="pb298" href="#pb298" name="pb298">298</a>]</span>Zij was een intelligent, geestig meisje, dat in
+haar aderen het bloed van Manon Lescaut had, en, wars van elken dwang,
+zich nooit tegen een enkele gril had kunnen of willen verzetten, wat de
+gevolgen ervan ook mochten zijn.</p>
+<p>Marcel was de eenige man geweest, van wien zij werkelijk gehouden
+had. In ieder geval was hij de eenige geweest voor wien zij inderdaad
+geleden had, en al de hardnekkigheid van die instincten, welke haar
+trokken naar &bdquo;alles wat schittert en straalt&rdquo;, was noodig
+geweest, om haar ertoe te kunnen brengen hem te verlaten. Zij was
+twintig jaar en luxe was voor haar bijna een levensbehoefte. Zij kon er
+wel eenigen tijd buiten, maar geheel afstand ervan doen kon zij niet.
+Haar eigen wispelturigheid maar al te goed kennende, had zij nooit het
+hangslot van een eed van trouw voor haar hart willen doen. Verscheidene
+jonge mannen, voor wie zij zelf veel voelde, hadden haar waarachtig
+lief gehad; en altijd had zij tegenover dezen met een openhartigheid,
+die gepaard ging met voorzichtigheid, gehandeld. De verbintenissen, die
+zij aanging, waren eenvoudig, eerlijk en waar als de
+liefdesverklaringen van Molière&rsquo;s boeren. &bdquo;Jij hebt
+zin in mij, en ik zin in jou; top, laten we bruiloft vieren!&rdquo; Wel
+tienmaal had Musette als zij gewild had, een &bdquo;vaste
+positie&rdquo;, een zoogenaamde toekomst kunnen hebben; maar zij
+geloofde nauwlijks in de toekomst; ten opzichte daarvan was zij het
+scepticisme van Figaro toegedaan.</p>
+<p>&bdquo;Morgen,&rdquo; zeide zij dikwijls, &bdquo;morgen is een
+dwaasheid van den kalender, een dagelijksch voorwendsel, dat de
+menschen uitgevonden hebben, om hun zaken vandaag niet behoeven te
+doen. Morgen is er misschien een aardbeving&mdash;en vandaag staat de
+aarde nog vast!&rdquo;</p>
+<p>Op een goeden dag deed een gentleman, met wien zij bijna zes maanden
+samengeleefd had en die intusschen tot over zijn ooren verliefd op haar
+geworden was, haar <span class="pagenum">[<a id="pb299" href="#pb299"
+name="pb299">299</a>]</span>in allen ernst het voorstel met haar te
+trouwen. Musette had hem in zijn gezicht uitgelachen.</p>
+<p>&bdquo;Ik mijn vrijheid door een huwlijkscontract aan banden leggen?
+Nooit in der eeuwigheid!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dag in dag uit sidder ik van angst, dat ik je verliezen
+zal.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je zoudt me nog veel eerder verliezen, wanneer ik je vrouw
+was,&rdquo; antwoordde Musette. &bdquo;Laten we er niet verder over
+spreken. Trouwens ik ben niet vrij meer ook,&rdquo; voegde zij eraan
+toe en dacht bij die woorden ongetwijfeld aan Marcel.</p>
+<p>Zoo ging haar jeugd voorbij, terwijl zij zich op alle winden van het
+toeval liet medevoeren en velen, ja bijna ook zichzelf gelukkig maakte.
+Vicomte Maurice, met wien zij op dat oogenblik leefde, kostte het niet
+weinig moeite om zich aan dat ontembare, naar vrijheid snakkende
+karakter te wennen, en met een met jalousie sterk geoxydeerd ongeduld
+wachtte hij op den terugkeer van Musette, die hij naar Marcel had zien
+gaan.</p>
+<p>&bdquo;Zal ze bij hem blijven?&rdquo; vroeg de jonge man zich den
+geheelen avond af, terwijl hij zich dat vraagteeken als een dolk in
+zijn hart boorde.</p>
+<p>&bdquo;Die arme Maurice!&rdquo; zeide Musette van haar kant tot
+zichzelf; &bdquo;hij vindt dat een beetje kras. Maar ach, de jeugd moet
+opgevoed worden.&rdquo;</p>
+<p>Toen sloeg haar gedachtengang plotseling een heel andere richting
+in; zij dacht aan Marcel, naar wien ze toeging; en terwijl zij alle
+herinneringen, die de naam van haar aanbidder in haar wakker riep, de
+revue liet passeeren, vroeg zij zich nieuwsgierig af, welk wonder bij
+hem de tafel gedekt had. Al loopende las zij den brief, dien de
+schilder haar geschreven had, nog eens over, en onwillekeurig maakte
+een gevoel van droefheid zich van haar meester. Doch dat duurde slechts
+een oogenblik. Musette overwoog terecht, dat zij nu minder dan ooit
+reden had om bedroefd te zijn, en toen <span class="pagenum">[<a id="pb300" href="#pb300" name="pb300">300</a>]</span>er op dat oogenblik
+een sterke wind opstak, riep zij uit:</p>
+<p>&bdquo;Het is toch gek; als ik niet naar Marcel zou willen gaan, zou
+de wind mij nu naar hem toe blazen.&rdquo;</p>
+<p>En haar pas versnellend liep zij verder, blij als een vogeltje, dat
+naar zijn eerste nest terugkeert.</p>
+<p>Plotseling begon het hard te sneeuwen. Musette keek rond of zij geen
+rijtuig zag, maar er was geen te bekennen. Daar zij juist in de straat
+was, waar haar vriendin Sidonie woonde, die Marcel&rsquo;s brief naar
+haar doorgestuurd had, kwam zij op het denkbeeld even bij haar binnen
+te gaan en daar te wachten, tot het weer wat beter zou zijn.</p>
+<p>Bij madame Sidonie vond zij een groot gezelschap bijeen. Er werd een
+partij lansquenet gespeeld, die drie dagen tevoren reeds begonnen
+was.</p>
+<p>&bdquo;Laat ik jullie niet storen,&rdquo; zei de Musette; &bdquo;ik
+blijf maar even.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je den brief van Marcel gekregen?&rdquo; fluisterde
+madame <span class="corr" id="xd20e6808" title="Bron: Sinonie">Sidonie</span> haar in het oor.</p>
+<p>&bdquo;Ja, dank je,&rdquo; antwoordde Musette<span class="corr" id="xd20e6813" title="Bron: .">,</span> &bdquo;ik ben op weg naar hem toe,
+hij heeft me te dineeren gevraagd. Ga je mee? Je zult je best
+amuseeren!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Tot mijn spijt kan ik niet,&rdquo; zeide Sidonie, op de
+speeltafel wijzend. &bdquo;En hoe staat het?&rdquo; vroeg zij den
+bankhouder.</p>
+<p>&bdquo;Er staan zes louis,&rdquo; antwoordde deze, terwijl hij de
+kaarten schudde.</p>
+<p>&bdquo;Ik zet er twee,&rdquo; riep Sidonie.</p>
+<p>&bdquo;Goed, ik ben niet trotsch, ik begin ook met twee,&rdquo;
+antwoordde de bankhouder, die reeds verscheidene malen gepast had.
+&bdquo;Koning en aas; ik ben naar de maan,&rdquo; ging hij voort,
+terwijl hij de kaarten liet vallen; &bdquo;alle koningen zijn
+dood!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hier mag niet over politiek gesproken worden,&rdquo; zeide
+een journalist.</p>
+<p>&bdquo;En het aas is de vijand van mijn familie,&rdquo; merkte de
+bankhouder op, die nog een koning keerde. &bdquo;Leve de <span class="pagenum">[<a id="pb301" href="#pb301" name="pb301">301</a>]</span>koning!&rdquo; riep hij uit; &bdquo;lieve
+Sidonie, geef mij twee louis d&rsquo;or.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Schrijf ze maar in je memorie pro memorie,&rdquo; zeide
+Sidonie woedend, dat zij verloren had.</p>
+<p>&bdquo;Dat maakt dan vijfhonderd francs, kleintje,&rdquo; zeide de
+bankhouder.&rdquo; Je zult de duizend wel bereiken. Ik geef.&rdquo;</p>
+<p>Sidonie en Musette praatten zachtjes met elkaar. Het spel ging
+door.</p>
+<p>Ongeveer op hetzelfde uur gingen de boh&eacute;miens aan tafel.
+Gedurende het geheele dejeuner was Marcel opvallend onrustig. Iederen
+keer, dat men op de trap stappen hoorde, zagen de anderen hem
+opschrikken.</p>
+<p>&bdquo;Wat heb je toch?&rdquo; vroeg Rodolphe; &bdquo;het is net, of
+je nog iemand wacht. Zijn we niet compleet?&rdquo;</p>
+<p>Maar uit een blik, dien de schilder hem toewierp, begreep de
+dichter, welke gedachten zijn vriend bezig hielden.</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft gelijk,&rdquo; dacht hij bij zichzelf; &bdquo;we
+zijn niet compleet.&rdquo;</p>
+<p>De blik van Marcel beteekende: Musette, die van Rodolphe: Mimi.</p>
+<p>&bdquo;Er ontbreken vrouwen,&rdquo; zeide Schaunard plotseling.</p>
+<p>&bdquo;Wil jij voor den duivel je losbandige taal wel eens voor je
+houden? We hadden toch afgesproken, dat er niet over liefde gesproken
+zou worden!&rdquo; brulde Colline. &bdquo;Daar schift de jus
+van.&rdquo;</p>
+<p>En terwijl buiten de sneeuw nog viel en in de haard het hout
+vroolijk vlamde en een vuurwerk van vonken afstak, begonnen de vier
+vrienden weer hun tot den rand gevulde glazen te ledigen.</p>
+<p>Terwijl Rodolphe met luide stem het refrein van een lied begon te
+zingen, dat hij onder in zijn glas gevonden had, werd er verscheidene
+malen op de deur geklopt.</p>
+<p>Als een duiker, die door een krachtigen afzet tegen den bodem weer
+naar de oppervlakte van het water komt, <span class="pagenum">[<a id="pb302" href="#pb302" name="pb302">302</a>]</span>vloog Marcel, die
+reeds eenigszins onder den invloed was, haastig van zijn stoel op om
+open te maken.</p>
+<p>Musette was het niet.</p>
+<p>Op den drempel vertoonde zich een man, die een klein stukje papier
+in zijn hand hield. Zijn uiterlijk was niet onaangenaam, maar zijn
+chambercloak zag er onooglijk uit.</p>
+<p>&bdquo;Ik vind u hier in nog al goeden welstand,&rdquo; zeide hij
+met een blik op de tafel, op het midden waarvan een groote lamsbout
+prijkte.</p>
+<p>&bdquo;De huisbaas!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;laten wij hem de
+verschuldigde eer bewijzen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En hij begon met zijn mes en vork den generaalsmarsch op zijn
+bord te slaan.</p>
+<p>Colline gaf hem een stoel en Marcel riep uit:</p>
+<p>&bdquo;Schaunard, geef mijnheer een glas!&rdquo;</p>
+<p>En zich tot den huiseigenaar wendende, zeide hij:</p>
+<p>&bdquo;U komt juist op het goede oogenblik! Wij waren juist op het
+punt een toast uit te brengen op den eigendom. Mijn vriend hier,
+mijnheer Colline, zeide precies eenige treffende dingen omtrent dat
+onderwerp. Maar nu u hier bent, zal hij, om u genoegen te doen, opnieuw
+beginnen. Vooruit, Colline!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pardon, heeren!&rdquo; antwoordde de huisheer; &bdquo;ik zou
+u niet graag verder storen.&rdquo;</p>
+<p>En hij ontvouwde het kleine papiertje, dat hij in zijn hand
+hield.</p>
+<p>&bdquo;Wat is dat voor drukwerk?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>De huisheer, die inmiddels onderzoekend de kamer rondkeek, had het
+goud en zilver, dat nog op den schoorsteen was blijven staan, gezien en
+zeide:</p>
+<p>&bdquo;De quitantie, die ik reeds de eer had u te laten
+presenteeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Precies,&rdquo; viel Marcel hem in de rede; &bdquo;mijn trouw
+geheugen heeft die bijzonderheid niet vergeten; het was Vrijdag 8
+October des namiddags te 12 uur.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb303" href="#pb303" name="pb303">303</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik heb de quitantie reeds, als voldaan geteekend, en als het
+u niet derangeert, dan .....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mijnheer,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;het lag in mijn
+bedoeling u te komen bezoeken. Ik moet eens ernstig met u
+praten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geheel tot uw dienst.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Doe mij dan eerst het genoegen een kleine verfrissching te
+nemen,&rdquo; ging Marcel voort, terwijl hij hem een glas wijn opdrong.
+&bdquo;Welnu, mijnheer, u hebt mij onlangs een papiertje thuis gestuurd
+met de beeltenis van een dame, die een weegschaal in haar hand houdt.
+De inhoud was onderteekend: &bdquo;Godard.&rdquo;<span class="corr" id="xd20e6900" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Dat is mijn deurwaarder,&rdquo; zeide de huisheer.</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft al een heel leelijk pootje,&rdquo; zeide Marcel.
+&bdquo;Mijn vriend hier&rdquo;&mdash;en hij wees op
+Colline&mdash;&bdquo;die alle talen kent, is zoo goed geweest deze
+depeche, die mij vijf francs gekost heeft, voor mij te vertalen
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het was een opzegging van de huur,&rdquo; viel de huisheer
+hem in de rede; &bdquo;een voorzorgsmaatregel .... dat is zoo de
+gewoonte.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja juist, een opzegging,&rdquo; antwoordde Marcel. &bdquo;Ik
+wilde u juist komen opzoeken, om over die zaak te spreken; ik zou n.l.
+die opzegging graag in een huurceel veranderd zien. Het huis bevalt me,
+de trap is netjes, de straat vroolijk en bovendien ben ik om
+familieredenen en andere oorzaken zeer aan deze woning
+gehecht&rdquo;.</p>
+<p>&bdquo;Maar de laatste termijn huur moet nog betaald worden,&rdquo;
+zeide de huiseigenaar en liet opnieuw zijn quitantie zien.</p>
+<p>&bdquo;Wij zullen die betalen, mijnheer, dat is ons vaste
+voornemen.&rdquo;</p>
+<p>Intusschen had de huisheer geen oog afgewend van den schoorsteen,
+waarop het geld lag, en de aantrekkingskracht van zijn hebzuchtige
+blikken was z&ograve;&ograve; groot, dat de geldstukken schenen te
+bewegen en naar hem toe te komen.</p>
+<p>&bdquo;Ik vind het zeer aangenaam, dat ik juist op een oogenblik
+<span class="pagenum">[<a id="pb304" href="#pb304" name="pb304">304</a>]</span>kom, dat wij deze kleine zaak kunnen regelen,
+zonder dat het u derangeert,&rdquo; zeide hij en bood de quitantie aan
+Marcel aan, die de attaque niet anders pareeren kon dan door uit te
+wijken en met zijn schuldeischer nogmaals de scène tusschen don
+Juan en Dimanche<a class="noteref" id="xd20e6922src" href="#xd20e6922"
+name="xd20e6922src">4</a> te spelen.</p>
+<p>&bdquo;U hebt, geloof ik, ook nog eigendommen in de
+provincie?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; antwoordde de huisheer; &bdquo;niet noemenswaard:
+een klein landhuis in Bourgondi&euml;, een boerderij, weinig zaaks
+..... de pachters betalen niet ..... Deze kleine vereffening,&rdquo;
+voegde hij eraan toe, terwijl hij nogmaals de quitantie aan Marcel
+trachtte te geven, &bdquo;komt mij dan ook zeer van pas ..... Het is
+zestig francs, zooals u weet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zestig francs, precies!&rdquo; zeide Marcel en nam van den
+schoorsteen drie goudstukken af. &bdquo;Zestig francs, zeiden
+we,&rdquo; en hij legde de drie louis op eenigen afstand van den
+huisheer op de tafel.</p>
+<p>&bdquo;Eindelijk!&rdquo; mompelde deze; en zijn gelaat helderde
+op.</p>
+<p>En op zijn beurt legde hij de quitantie op tafel.</p>
+<p>Schaunard, Colline en Rodolphe volgden de ontwikkeling van het drama
+met gespannen aandacht.</p>
+<p>&bdquo;Maar lieve Hemel,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;daar u een
+Bourgondi&euml;r bent, zult u toch zeker niet weigeren een paar
+woordjes met een landgenoot te spreken.&rdquo;</p>
+<p>En hij trok een flesch ouden M&acirc;con open en schonk den huisheer
+een glas in.</p>
+<p>&bdquo;Heerlijk!&rdquo; zeide deze; &bdquo;ik heb nooit beteren
+gedronken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach, een oom van me, die in die streken woont, stuurt me zoo
+nu en dan een mandje.&rdquo;</p>
+<p>De huisheer was opgestaan en strekte zijn hand naar het voor hem
+geplaatste geld uit, maar Marcel hield hem tegen.</p>
+<p>&bdquo;Ja, maar op &eacute;&eacute;n been kunt u niet loopen,&rdquo;
+zeide hij <span class="pagenum">[<a id="pb305" href="#pb305" name="pb305">305</a>]</span>en dwong zijn schuldeischer nogmaals met hem en
+de drie andere boh&eacute;miens te klinken.</p>
+<p>De huisheer durfde niet weigeren. Hij dronk zijn glas leeg, zette
+het neer en wilde weer het geld nemen, toen Marcel uitriep:</p>
+<p>&bdquo;Maar daar valt me nog iets in, mijnheer. Ik ben op het
+oogenblik nogal ruim bij kas. Mijn oom uit Bourgondi&euml; heeft me een
+supplement op mijn jaargeld gezonden. Ik ben bang dat geld er door te
+lappen. U weet, niet waar, de jeugd haalt wel eens dolle streken uit
+.... Wanneer ik u er niet mede beleedig, zou ik graag een termijn
+vooruit betalen.&rdquo;</p>
+<p>En opnieuw nam hij zestig francs in zilver van den schoorsteen en
+legde die bij de louis op tafel.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal u daar dadelijk een quitantie voor maken,&rdquo; zeide
+de eigenaar; &bdquo;ik heb blanco formulieren in mijn
+zak&rdquo;&mdash;en hij haalde zijn portefeuille te
+voorschijn&mdash;&bdquo;ik zal die invullen en antidateeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een aardige huurder,&rdquo; dacht hij bij zichzelf en wierp
+verliefde blikken naar de honderd-twintig francs.</p>
+<p>Bij dit voorstel stonden de drie boh&eacute;miens, die toch al niets
+van Marcel&rsquo;s diplomatie begrepen, gewoonweg
+&bdquo;paf&rdquo;,</p>
+<p>&bdquo;Maar de schoorsteen rookt,&rdquo; begon nu de schilder,
+&bdquo;dat is erg onaangenaam.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarom hebt u me dat niet eerder gezegd? Dan had ik den
+schoorsteenveger laten komen,&rdquo; zeide de eigenaar, die voor den
+schilder niet onder wilde doen. &bdquo;Morgen zal ik werklui
+sturen.&rdquo;</p>
+<p>En nadat hij de tweede quitantie ingevuld had, legde hij die bij de
+eerste, schoof ze toen beide naar Marcel toe en stak zijn hand weer
+naar het stapeltje geld uit.</p>
+<p>&bdquo;U kunt u niet voorstellen, hoe gelegen die som mij op het
+oogenblik komt,&rdquo; zeide hij; &bdquo;ik moet een paar rekeningen
+voor reparaties aan het huis betalen en ik was werkelijk om geld
+verlegen.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb306" href="#pb306"
+name="pb306">306</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Het spijt mij, dat ik u wat heb moeten laten wachten!&rdquo;
+viel Marcel hem in de rede.</p>
+<p>&bdquo;O, zoo erg is het niet ..... Heeren, ik heb de eer
+....&rdquo; En weer stak hij zijn hand uit.</p>
+<p>&bdquo;O, o, neem me niet kwalijk,&rdquo; zeide Marcel vlug;
+&bdquo;zoover zijn we nog niet. Wie a zegt,&rdquo; en hij schonk
+opnieuw in, &bdquo;moet ook b zeggen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo,&rdquo; zeide deze en ging uit beleefdheid weer
+zitten.</p>
+<p>Ditmaal begrepen de boh&eacute;miens uit een blik, dien Marcel hun
+toewerp, wat zijn doel was.</p>
+<p>Intusschen begon de huisheer al op een vreemde manier met zijn oogen
+te draaien. Hij balanceerde op zijn stoel heen en weer, begon
+dubbelzinnige taal uit te slaan en beloofde Marcel, die hem een paar
+reparaties vroeg, fabelachtige verfraaiingen.</p>
+<p>&bdquo;En nu de zware artillerie voor het front!&rdquo; fluisterde
+de schilder Rodolphe in en wees op een flesch rhum.</p>
+<p>Na het eerste glaasje zong de huisheer een schuin liedje, dat
+Schaunard deed blozen.</p>
+<p>Na het tweede glaasje vertelde hij zijn huiselijke onaangenaamheden;
+en daar zijn vrouw Helena heette, vergeleek hij zich bij Menelaus.</p>
+<p>Na het derde glaasje kreeg hij een philosophische vlaag en gaf de
+volgende aphorismen ten beste:</p>
+<p>&bdquo;Het leven is een stroom.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geld maakt niet gelukkig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De mensch is een &eacute;&eacute;ndagsvlinder.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, hoe lieflijk is de liefde!&rdquo;</p>
+<p>Dan maakte hij Schaunard tot zijn vertrouweling en vertelde hij hem
+van zijn heimelijke liaison met een jong meisje, Euph&eacute;mie
+geheeten, aan wie hij een mahoniehouten ameublement gegeven had.
+Daarbij gaf hij zoo&rsquo;n nauwkeurig portret van dit jonge meisje,
+dat Schaunard een vreemd vermoeden in zich voelde opkomen, dat
+<span class="pagenum">[<a id="pb307" href="#pb307" name="pb307">307</a>]</span>onmiddellijk daarna een zekerheid werd, toen de
+huisheer hem een brief, dien hij uit zijn portefeuille haalde, liet
+zien.</p>
+<p>&bdquo;O, hemel!&rdquo; riep Schaunard uit, toen hij de
+onderteekening zag; &bdquo;hardvochtige, gij boort mij een dolk door
+het hart.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat heeft hij toch?&rdquo; riepen de boh&eacute;miens, over
+die taal verwonderd, uit.</p>
+<p>&bdquo;Kijk maar,&rdquo; zeide Schaunard; &bdquo;deze brief is van
+Ph&eacute;mie. Dat is haar onderteekening.&rdquo;</p>
+<p>Schaunard liet den brief van zijn vroegere ma&icirc;tresse
+circuleeren. Deze begon met de woorden:</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="first salute">&bdquo;Mijn lief, dik beertje,&rdquo;</p>
+</div>
+<p>&bdquo;Dat lief, dik beertje ben ik,&rdquo; zeide de huisheer, die
+vergeefsche pogingen deed om op te staan.</p>
+<p>&bdquo;Prachtig!&rdquo; zeide Marcel, die dit zag, &bdquo;hij heeft
+zijn anker uitgeworpen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ph&eacute;mie, hardvochtige Ph&eacute;mie!&rdquo; zuchtte
+Schaunard; &bdquo;wat heb je me aangedaan!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb voor haar in de rue Coquenard No. 12 een entresol
+laten meubileeren,&rdquo; stamelde de huisheer; &bdquo;het is er heel
+aardig, heel aardig ..... maar het heeft me een aardige duit gekost
+.... Doch de ware liefde ziet niet op geld ..... en bovendien heb ik
+twintigduizend francs rente ..... Zij vraagt mij geld ....&rdquo; ging
+hij voort, terwijl hij den brief weer in zijn zak stak; &bdquo;Arme
+kleine! ... Ik zal haar dit geld geven ..... dat zal haar plezier
+doen.&rdquo;</p>
+<p>En hij strekte weer zijn hand naar het geld uit.</p>
+<p>&bdquo;Wat is dat?&rdquo; vroeg hij verbaasd, terwijl hij op de
+tafel rond tastte, &bdquo;waar is het gebleven?&rdquo;</p>
+<p>Het geld was verdwenen.</p>
+<p>&bdquo;Een fatsoenlijk man mag zich onder geen voorwaarden tot zulk
+een misdadigen minnehandel leenen,&rdquo; had Marcel gezegd.
+&bdquo;Mijn geweten en de moraal verbieden mij de huur aan dezen
+wellustigen kerel in handen te geven. <span class="pagenum">[<a id="pb308" href="#pb308" name="pb308">308</a>]</span>Ik zal mijn huur niet
+betalen. Maar mijn ziel zal tenminste geen wroeging hebben. Wat een
+zeden! Een man met zoo weinig haren op zijn hoofd!&rdquo;</p>
+<p>Intusschen was de huiseigenaar stomdronken geworden en sloeg met
+luide stem allerlei onzin tegen de flesschen uit.</p>
+<p>Daar hij nu al twee uur weg was, stuurde zijn vrouw, die ongerust
+begon te worden, eindelijk het dienstmeisje naar boven; toen zij haar
+meester in zoo&rsquo;n toestand zag, stiet zij een gil van schrik
+uit.</p>
+<p>&bdquo;Wat hebt u met hem uitgevoerd?&rdquo; vroeg zij aan de
+boh&eacute;miens.</p>
+<p>&bdquo;Niets,&rdquo; antwoordde Marcel; &bdquo;hij is daarnet
+hierboven gekomen, om de huur te halen, en daar we geen geld hadden,
+hebben we hem uitstel gevraagd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hij is stom bezopen,&rdquo; zeide het dienstmeisje.</p>
+<p>&bdquo;Dat was hij al grootendeels, toen hij hier kwam,&rdquo;
+antwoordde Rodolphe; &bdquo;hij vertelde ons, dat hij zijn wijnkelder
+opgeruimd had.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij was al z&ograve;&ograve; in den lorem,&rdquo;
+<span class="corr" id="xd20e7056" title="Bron: vroegde">voegde</span>
+Colline eraan toe, &bdquo;dat hij zijn quitanties zonder betaling hier
+wou laten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Geef ze maar aan zijn vrouw,&rdquo; zeide ten slotte de
+schilder, terwijl hij de quitanties aan het dienstmeisje overhandigde,
+&bdquo;wij zijn eerlijke jongens en willen geen misbruik maken van zijn
+toestand.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve God, wat zal mevrouw wel zeggen?&rdquo; zuchtte het
+dienstmeisje, dat haar meester, die nauwelijks op zijn beenen staan
+kon, meetrok.</p>
+<p>&bdquo;Eindelijk!&rdquo; riep Marcel verlicht uit.</p>
+<p>&bdquo;Hij zal morgen wel terugkomen,&rdquo; zeide Rodolphe;
+&bdquo;nu hij eenmaal geld gezien heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als hij terugkomt,&rdquo; zeide de kunstenaar, &bdquo;dan
+dreig ik hem zijn vrouw zijn <span class="corr" id="xd20e7070" title="Bron: liason">liaison</span> met de jonge Ph&eacute;mie te zullen
+vertellen, dan zal hij wel uitstel geven.&rdquo;</p>
+<p>Toen de huisheer weg was, begonnen de vier vrienden <span class="pagenum">[<a id="pb309" href="#pb309" name="pb309">309</a>]</span>weer
+te drinken en te rooken. Marcel was niettegenstaande zijn roes de
+eenige, die nog eenig besef had van wat er om hem gebeurde. Bij het
+minste leven op de trap vloog hij op, om de deur open te maken. Maar
+degenen, die naar boven kwamen, bleven altijd op een lagere verdieping.
+Langzaam ging de schilder dan weer in het hoekje bij de haard zitten.
+Het sloeg middernacht, en nog was Musette er niet.</p>
+<p>&bdquo;Misschien was ze niet thuis, toen mijn brief kwam,&rdquo;
+dacht hij. &bdquo;Ze zal hem dan vanavond bij haar thuiskomst vinden en
+morgen komen. Morgen hebben we ook nog vuur. Want komen zal zij. Tot
+morgen dus.&rdquo;</p>
+<p>En in zijn hoekje sliep hij in.</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik, dat Marcel van haar droomde, verliet Musette
+het huis van madame Sidonie, bij wie zij tot zoo lang gebleven was.
+Musette was niet alleen, een jong mensch was met haar; een rijtuig
+wachtte beneden voor de deur; zij stapten er samen in; het rijtuig reed
+in grooten vaart weg.</p>
+<p>De partij lansquenet duurde bij madame Sidonie voort.</p>
+<p>&bdquo;Waar is Musette toch?&rdquo; vroeg plotseling een der
+spelers.</p>
+<p>&bdquo;En de kleine S&eacute;raphin?&rdquo; een tweede.</p>
+<p>Madame Sidonie begon te lachen.</p>
+<p>&bdquo;Die zijn er samen stil vandoor gegaan,&rdquo; zeide zij.
+&bdquo;Een typische geschiedenis! Wat een zeldzaam exemplaar is die
+Musette toch! Stel je voor ....&rdquo;</p>
+<p>En zij begon te vertellen hoe Musette, na bijna ongenoegen met
+vicomte Maurice gekregen en zich op weg naar Marcel begeven te hebben,
+heel toevallig even bij haar opgeloopen was en hier den jongen
+S&eacute;raphin aangetroffen had.</p>
+<p>&bdquo;Ik had er dadelijk wel vermoeden op,&rdquo; zeide Sidonie,
+zichzelf in de rede vallend; &bdquo;ik heb ze den geheelen avond in het
+oog gehouden, en waarachtig de jonge man is zoo <span class="pagenum">[<a id="pb310" href="#pb310" name="pb310">310</a>]</span>kwaad niet. Kort en goed, zij zijn, zonder een
+woord te zeggen, weggegaan, en een kraan, die ze vinden kan. Doch hoe
+het zij; het is eigenlijk te gek om los te loopen, wanneer je bedenkt,
+dat Musette dol op Marcel is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar als ze dol is op Marcel, wat wil ze dan eigenlijk met
+den kleinen S&eacute;raphin, die nog bijna een kind is? Hij heeft nooit
+een ma&icirc;tresse gehad,&rdquo; merkte een der aanwezigen op.</p>
+<p>&bdquo;Zij wil hem leeren lezen,&rdquo; antwoordde de journalist,
+die altijd heel &bdquo;geestig&rdquo; was, als hij verloren had.</p>
+<p>&bdquo;Dat is goed en wel,&rdquo; meende Sidonie. &bdquo;Waarom gaat
+ze met S&eacute;raphin, als ze van Marcel houdt? Dat gaat boven mijn
+petje.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, waarom?&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Vijf dagen lang leidden de boh&eacute;miens, zonder hun kamer ook
+maar &eacute;&eacute;n oogenblik te verlaten, het vroolijkste leventje,
+dat men zich denken kan. Van &rsquo;s ochtends vroeg tot &rsquo;s
+avonds laat zaten zij aan tafel. Een bewonderenswaardige wanorde
+heerschte in het vertrek, waarin een Pantagruelistische atmospheer
+hing. Op een bijna geheel uit oesterschalen bestaande bank lag een
+leger van de meest verschillende flesschen. De tafel was bedekt met
+allerlei etensrestjes, en in de haard brandde een formeel bosch.</p>
+<p>Ook op den ochtend van den zesden dag maakte Colline als
+opper-ceremoniemeester het menu voor het dejeuner, het diner en het
+souper op, zooals hij dat iederen morgen deed, en onderwierp het dan
+aan de goedkeuring van zijn vrienden, die het als teeken van instemming
+met hun handteekening voorzagen.</p>
+<p>Maar toen Colline de lade, die als schatkist dienst deed, opentrok,
+om het voor dien dag noodige geld te krijgen, <span class="pagenum">[<a id="pb311" href="#pb311" name="pb311">311</a>]</span>deed
+hij verschrikt twee pas achteruit en werd bleek als de schim van
+Banquo.<a class="noteref" id="xd20e7118src" href="#xd20e7118" name="xd20e7118src">5</a></p>
+<p>&bdquo;Wat is er?&rdquo; vroegen de anderen onverschillig.</p>
+<p>&bdquo;Wat er is? Ik heb nog maar dertig sous,&rdquo; zeide de
+philosoof.</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels!&rdquo; riepen de anderen uit; &bdquo;dat zal
+een heele verandering in het menu veroorzaken. Enfin, wanneer we die
+dertig sous goed gebruiken ..... Maar de truffels zullen er wel bij
+moeten inschieten.&rdquo;</p>
+<p>Eenige oogenblikken later was de tafel gedekt. Er stonden in
+volkomen symmetrie drie schotels op, n.l.:</p>
+<p>Een schotel haring;</p>
+<p>Een schotel aardappelen</p>
+<p>Een schotel kaas.</p>
+<p>In den schoorsteen brandden twee blokjes hout, zoo groot als een
+vuist.</p>
+<p>Buiten viel nog steeds de sneeuw.</p>
+<p>De vier boh&eacute;miens gingen aan tafel en legden hun servetten op
+hun knie&euml;n.</p>
+<p>&bdquo;Het is vreemd,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;maar die haring
+smaakt naar fazant.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat ligt aan de manier, waarop ik hem klaargemaakt
+heb,&rdquo; antwoordde Colline; &bdquo;tot nu toe is de haring
+miskend.&rdquo;</p>
+<p>Op dat oogenblik kwam een vroolijk gezang de trap op en klopte aan
+de deur. Marcel, die bij de eerste tonen al opgesprongen was, vloog
+naar de deur, om open te doen.</p>
+<p>Musette sloeg haar armen om hem heen en zoende hem wel vijf minuten
+lang. Marcel voelde hoe zij in zijn armen beefde.</p>
+<p>&bdquo;Wat heb je?&rdquo; vroeg hij haar.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb het koud,&rdquo; zeide zij en liep naar den
+schoorsteen.</p>
+<p>&bdquo;Hè,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;we hebben zoo&rsquo;n
+lekker vuurtje gehad.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb312" href="#pb312" name="pb312">312</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide Musette met een blik op de overblijfselen
+van het vijfdaagsche feestmaal; &bdquo;ik kom te laat.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; zeide Musette .... en kreeg een kleur. In
+plaats van antwoord te geven ging zij op Marcels knie&euml;n zitten;
+zij beefde nog steeds en haar handen waren blauw van de kou.</p>
+<p>&bdquo;Was je niet vrij?&rdquo; vroeg Marcel haar fluisterend.</p>
+<p>&bdquo;Ik niet vrij!&rdquo; riep Musette uit. &bdquo;O Marcel, al
+zat ik midden tusschen de sterren of in het paradijs van den goeden
+God, en jij gaf me een teeken, ik zou naar beneden komen. Ik niet
+vrij!....&rdquo;</p>
+<p>En zij begon weer te rillen.</p>
+<p>&bdquo;Er zijn hier vijf stoelen,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;dat
+is een oneven getal, en bovendien heeft de vijfde een
+allerbelachelijksten vorm.&rdquo;</p>
+<p>En hij sloeg den stoel tegen den muur kapot en wierp de stukken in
+de haard. Het vuur flikkerde plotseling tot een heldere en vroolijke
+vlam op. Dan gaf hij Colline en Schaunard een wenk en ging met hen
+weg.</p>
+<p>&bdquo;Waar gaan jullie heen?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Tabak halen!&rdquo; antwoordden zij.</p>
+<p>&bdquo;Ja, in Havana!&rdquo; voegde Schaunard er aan toe en gaf
+Marcel een teeken van verstandhouding, waarop deze met een dankbaren
+blik antwoordde,</p>
+<p>&bdquo;Waarom ben je niet eerder gekomen?&rdquo; vroeg hij opnieuw
+aan Musette, toen zij alleen waren.</p>
+<p>&bdquo;Ja, het is zoo, ik ben wat laat ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vijf dagen om over den pont Neuf te komen. Heb je misschien
+een omweg over de Pyrenee&euml;n gemaakt?&rdquo;</p>
+<p>Musette sloeg haar oogen neer en bleef zwijgen.</p>
+<p>&bdquo;O jou slecht meisje!&rdquo; zeide Marcel op droefgeestigen
+toon, terwijl hij zacht met zijn hand op den corsage van zijn
+vriendinnetje sloeg; &bdquo;wat heb je daar toch onder zitten?&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb313" href="#pb313" name="pb313">313</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dat weet je heel goed,&rdquo; antwoordde zij snel.</p>
+<p>&bdquo;Maar wat heb je gedaan, nadat ik je geschreven
+heb?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vraag het me niet!&rdquo; smeekte zij en sloeg haar armen om
+hem heen; &bdquo;vraag me niets. Laat ik me naast je warmen, zoo lang
+het koud is. Je ziet, ik had mijn mooiste japon
+aangetrokken<span class="corr" id="xd20e7202" title="Bron: &rdquo;">,</span> om naar je toe te gaan ..... Die arme Maurice
+kon zich maar niet begrijpen, dat ik naar je toe wilde .... maar ik kon
+mijn verlangen niet bedwingen .... ik ben op weg gegaan .... Lekker,
+dat vuur!&rdquo; voegde zij eraan toe, terwijl zij haar handjes dichter
+bij de vlammen hield. &bdquo;Ik blijf tot morgen bij je.
+Goed?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het zal hier leelijk koud worden,&rdquo; zeide Marcel,
+&bdquo;en eten is er ook niet meer. Je bent te laat gekomen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och, wat!&rdquo; antwoordde Musette; &bdquo;dan lijkt het des
+te meer op vroeger!&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Rodolphe, Colline en Schaunard bleven vier-en-twintig uur uit, om
+hun tabak te halen. Toen zij weer terugkwamen, was Marcel alleen.</p>
+<p>Vicomte Maurice zag Musette na een afwezigheid van zes dagen eerst
+terug.</p>
+<p>Hij maakte haar geen enkel verwijt, vroeg alleen waarom zij zoo
+bedroefd was.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb ruzie gehad met Marcel,&rdquo; antwoordde zij;
+&bdquo;we zijn kwaad van elkaar weggegaan!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En toch zal je misschien weer naar hem
+terugkeeren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zal ik je zeggen?&rdquo; zeide Musette; &bdquo;ik heb
+behoefte om van tijd tot tijd de lucht van dat leven in te ademen. Mijn
+dol bestaan gelijkt op een lied; ieder van mijn amourettes is een
+couplet ervan; maar Marcel is het refrein.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb314" href="#pb314" name="pb314">314</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6527" href="#xd20e6527src" name="xd20e6527">1</a></span>
+Eetlust.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6590" href="#xd20e6590src" name="xd20e6590">2</a></span> Een
+verfrisschende drank (bereid uit citroen en zoethout), die in Frankrijk
+langs den weg verkocht wordt.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6593" href="#xd20e6593src" name="xd20e6593">3</a></span> Bekende
+champagne-merken.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e6922" href="#xd20e6922src" name="xd20e6922">4</a></span> Zie
+Molière&rsquo;s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/5130">Don Juan</a>: Acte IV,
+scène III.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7118" href="#xd20e7118src" name="xd20e7118">5</a></span> Zie
+Shakespeare&rsquo;s <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="http://www.gutenberg.org/ebooks/2264">Macbeth</a>.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch20" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e7225" class="label">Hoofdstuk XX.</h2>
+<h2 class="main">Mimi in zijde en fluweel.</h2>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">I.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">&bdquo;Neen, neen, neen, ge zijt niet meer Lisette.
+Neen, neen, ge zijt niet meer Mimi!</p>
+<p>&bdquo;Ge zijt nu mevrouw de vicomtesse, overmorgen zult ge
+misschien mevrouw de hertogin zijn, want ge hebt den voet op den
+ladder, die tot hoogheid leidt, bestegen; de deur van uw droomen heeft
+zich eindelijk voor uw schreden geopend en overwinnend en triompheerend
+zijt gij binnengetreden. Ik heb vooruit geweten, dat gij den een of
+anderen nacht daarin slagen zoudt. Het moest trouwens zoo gaan: uw
+kleine, blanke handjes waren voor niets doen geschapen en verlangden
+reeds lang naar den ring van een aristocratische verbintenis. Eindelijk
+hebt ge een blazoen! Maar wij zien toch nog altijd liever dat, hetwelk
+de jeugd aan uw schoonheid gaf: uw bleek gelaat, welks leli&euml;nveld
+uw blauwe oogen in vier kwartieren scheen te verdeelen. Doch edele
+vrouwe of grisette, bekoorlijk zijt gij altijd; en ik herkende u
+dadelijk, toen ge me onlangs op een avond op straat snel in uw mooie
+laarsjes voorbij liept, terwijl uw gehandschoend handje den wind hielp
+om de volants van uw robe op te houden, eensdeels om die niet vuil te
+laten worden, anderdeels om uw geborduurde onderrokken en &agrave;-jour
+kousen te laten zien. Ge hadt een hoed van een bewonderenswaardigen
+vorm en het kwam me voor, dat ge in groote verlegenheid <span class="pagenum">[<a id="pb315" href="#pb315" name="pb315">315</a>]</span>verkeerde ten gevolge van een kostbaren kanten
+voile, die van dien kostbaren hoed neergolfde. Inderdaad een moeilijk
+geval: het gold immers de vraag, wat beter en voor uw coquetterie
+voordeeliger was, die voile neergelaten of opgeslagen te dragen.
+Wanneer ge hem voor uw gezicht zoudt dragen, dan liept ge kans niet
+herkend te worden door uw vrienden, die ge tegen zoudt kunnen komen,
+want die zouden zeker tienmaal langs u gegaan kunnen zijn, zonder ook
+maar te vermoeden, dat die prachtige enveloppe mademoiselle Mimi
+verborg. Sloegt ge hem daarentegen terug, dan liep de voile gevaar niet
+gezien te worden&mdash;en waartoe diende het anders dien te hebben?
+Doch ge wist die moeilijkheid op zeer geestrijke wijze te overwinnen,
+door den voile om de tien pas neer te doen en weer terug te slaan,
+dezen voile, dit kostbare weefsel, dat ongetwijfeld bewerkt is in het
+spinnewebbenland, dat Vlaanderen genoemd wordt en dat alleen zeker meer
+gekost heeft dan uw geheele vroegere garderobe samen .... Ach, Mimi!
+.... Pardon .... Ach, mevrouw de vicomtesse! Ik had, zooals ge nu ziet,
+wel gelijk, toen ik zeide: &bdquo;Geduld, wanhoop niet: de toekomst
+gaat zwanger van kaschmir-sjaals, brillanten en intieme soupers. Ge
+wildet me toen niet gelooven, ongeloovige. Welnu, mijn voorspellingen
+zijn toch werkelijkheid geworden, en ik sta bij u thans zeker even hoog
+in aanzien als uw <span class="ex">Oracles des Dames</span>, die kleine
+heksenmeester in 18&deg;, dien ge voor vijf sous aan een
+boekenstalletje op den pont Neuf gekocht hebt en dien ge met uw
+eeuwigdurende ondervragingen lastig vielt? Nogmaals, had ik geen gelijk
+met mijn prophetie&euml;n en zult ge me nu gelooven, wanneer ik u zeg,
+dat ge op deze trede niet zult blijven staan; als ik u zeg, dat ik, als
+ik aandachtig luister, in de diepte van uw toekomst, reeds het
+getrappel en gehinnik hoor van paarden, gespannen voor een blauwen
+coup&eacute;, bestuurd door een gepoederden koetsier, die de
+<span class="pagenum">[<a id="pb316" href="#pb316" name="pb316">316</a>]</span>trede voor u neerslaat met de eerbiedige vraag:
+&bdquo;Waar gaat mevrouw heen?&rdquo; En zult ge me ook gelooven, als
+ik u zeg, dat ge later .... God geve, zoo laat mogelijk!... het doel
+van een lang gekoesterde eerzucht zult bereiken en een table
+d&rsquo;h&ocirc;te zult houden te Belleville of in Batignolles en u het
+hof gemaakt zal worden door oude militairen en gepensionneerde
+smachtende aanbidders, die in het geheim lansquenet en baccaraat bij u
+komen spelen. Maar voor dit tijdstip, waarop de zon van uw jeugd reeds
+ter kimme zal dalen, komt, zult ge nog heel wat ellen zijde en fluweel
+gebruiken; zullen nog heel wat vaderlijke erfdeelen in de smeltkroes
+van uw grillen en luimen wegsmelten, zal nog menige bloem in uw haar,
+nog menige bloem onder uw voet ontbladerd worden, zult ge zelf nog
+dikwijls van blazoen veranderen. Beurtelings zal op uw hoofd de
+parelsnoer der baronessen, de kroon der gravinnen en de diadeem der
+markiezinnen schitteren; als devies zult ge in uw wapen het woord:
+&bdquo;Onbestendigheid&rdquo; voeren; gij zult, al naar luim of
+behoefte, al die talrijke aanbidders op hun beurt of allen tegelijk
+weten te bevredigen, welke queue zullen komen maken in de anti-chambre
+van uw hart, zooals men queue maakt voor den ingang van een schouwburg,
+waar een trekstuk gegeven wordt. Ga dus voorwaarts, schud al uw
+herinneringen van u af, om ruimte te hebben voor uw eerzucht;
+voorwaarts dus: de weg, die voor u ligt, is mooi, en wij hopen, dat hij
+nog lang zacht voor uw voeten zijn mag; maar v&ograve;&ograve;r alles
+hopen wij, dat al die luxe en pracht, al die schitterende toiletten
+niet te spoedig de lijkwade zullen worden, waarin men uw vroolijkheid
+inwikkelt.&rdquo;</p>
+<p>Zoo sprak de schilder Marcel tot de kleine Mimi, die hij drie of
+vier dagen na haar tweede echtscheiding van den dichter Rodolphe
+ontmoet had. Hoewel hij getracht had op de spotternijen, die hier en
+daar door zijn horoscoop heen gezaaid waren, een sourdine te zetten,
+was Mimi <span class="pagenum">[<a id="pb317" href="#pb317" name="pb317">317</a>]</span>in geen enkel opzicht het slachtoffer van
+Marcel&rsquo;s mooie woorden en begreep zij heel goed dat hij zich
+zonder eenigen eerbied voor haar nieuwen titel, vroolijk maakte over
+haar.</p>
+<p>&bdquo;Je bent heel onaardig tegen me, Marcel,&rdquo; zeide
+mademoiselle Mimi; &bdquo;dat is slecht van je: ik ben altijd goed voor
+je geweest, toen ik met Rodolphe samenwoonde, en dat ik hem verlaten
+heb, is zijn schuld. Heeft hij me niet bijna op straat gezet, en hoe
+heeft hij mij de laatste dagen, dat we bij elkaar waren, behandeld? Ik
+was erg ongelukkig. Jij weet niet wat voor een man Rodolphe is: een
+opvliegend en jaloersch karakter, dat mij langzamerhand vermoordde. Hij
+hield van me, dat weet ik heel goed, maar zijn liefde was even
+gevaarlijk als een geladen pistool. En wat voor een leven heb ik die
+vijftien maanden bij hem gehad? Ach, Marcel, ik wil mij niet beter
+voordoen dan ik ben, maar ik heb met Rodolphe veel geleden, dat weet je
+trouwens zelf ook wel! En niet omdat we het arm hadden, ben ik van hem
+weggegaan, daaraan was ik van jongsaf aan gewend; neen ik zeg je het je
+nogmaals: hij heeft mij weggejaagd; hij heeft mijn hart met voeten
+getreden; hij heeft me gezegd, dat ik geen eergevoel had, als ik bij
+hem bleef; hij heeft me gezegd, dat hij niet meer van me hield en dat
+ik maar een anderen minnaar moest zoeken; ja hij is zelfs
+z&ograve;&ograve; ver gegaan, dat hij mij een jongen man heeft
+aangewezen, die me het hof maakte; en door zijn eeuwige uittartingen is
+hij, om zoo te zeggen, de trait-d&rsquo;union tusschen mij en dien
+jongen man geworden. Ik heb met hem slechts uit d&eacute;pit tegen
+Rodolphe en door den nood gedwongen geleefd, want ik hield niet van
+hem; je weet zelf heel goed, dat ik niet veel op heb met zoo heel jonge
+kereltjes, zij zijn bijna altijd vervelend en sentimenteel als
+harmonica&rsquo;s. Enfin wat gebeurd is, is gebeurd en ik heb er geen
+spijt van; wanneer ik weer in denzelfden toestand kwam, zou
+<span class="pagenum">[<a id="pb318" href="#pb318" name="pb318">318</a>]</span>ik hetzelfde doen. Nu ik niet meer bij hem ben
+en nu hij weet, dat ik gelukkig ben, is Rodolphe woedend en voelt hij
+zich verongelijkt; dat weet ik van iemand, die hem een paar dagen
+geleden gezien heeft: hij had roode oogen. En dat verwondert me niets,
+want ik wist wel, dat het zoo gaan zou en hij me heel gauw weer zou
+naloopen; maar je kunt hem uit mijn naam zeggen, dat het vergeefsche
+moeite is ..... ditmaal is het ernst geweest; het is nu voor goed
+tusschen ons uit ..... Heb je hem de laatste dagen nog gezien, Marcel
+en is hij werkelijk zoo veranderd?&rdquo; vroeg Mimi <span class="corr"
+id="xd20e7251" title="Bron: plotesling">plotseling</span> op een heel
+anderen toon.</p>
+<p>&bdquo;Zeker is hij veranderd,&rdquo; antwoordde Marcel; &bdquo;heel
+erg veranderd zelfs.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij is bedroefd, dat spreekt. Maar wat kan ik er aan doen?
+Des te erger voor hem, het is zijn eigen schuld. Ten slotte moest er
+een eind aan komen. Troost jij hem, Marcel.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, o,&rdquo; zeide Marcel kalm; &bdquo;maak je daar maar niet
+ongerust over, Mimi; dat is al voor de grootste helft in
+orde.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat je daar zegt, is niet waar, beste jongen!&rdquo; merkte
+Mimi eenigszins ironisch op; &bdquo;zoo gauw zal Rodolphe er niet over
+heen zijn. Hoe was hij den avond voor mijn vertrek niet! Het was op een
+Vrijdag, ik wou dien nacht niet bij mijn nieuwen minnaar blijven, omdat
+ik bijgeloovig ben en de Vrijdag een ongeluksdag is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar vergis je je in, Mimi: in de liefde is de Vrijdag een
+geluksdag; de Ouden noemden hem <span class="ex">Dies
+Veneris</span>.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Latijn heb ik nooit geleerd,&rdquo; viel Mimi hem in de rede.
+&bdquo;Maar enfin; ik kwam dan bij Paul uit en vond Rodolphe beneden op
+straat op schildwacht staan. Hij wachtte op me. Het was laat, al over
+twaalven, en ik had honger, want ik had slecht gedineerd. Ik vroeg
+Rodolphe of hij <span class="pagenum">[<a id="pb319" href="#pb319"
+name="pb319">319</a>]</span>niet wat voor het souper wilde halen. Een
+half uur later kwam hij terug met niet zoo veel bijzonders: brood,
+wijn, sardientjes, kaas en een appelkoek, dat was alles. In dien
+tusschentijd was ik onder de wol gekropen. Hij schoof de tafel bij het
+bed. Ik deed net, alsof ik niet op hem lette, maar ik nam hem heel goed
+op: hij was zoo bleek als een lijk, hij rilde en liep in de kamer op en
+neer als iemand, die niet weet wat hij wil. In een hoekje zag hij mijn
+pakjes met kleeren liggen. Dat scheen hem te hinderen en hij zette het
+scherm voor die pakjes, om ze niet meer te zien. Toen alles klaar was,
+begonnen we te eten; hij probeerde me te laten drinken, maar ik had
+geen honger of dorst meer. Ik had net een gevoel, alsof er een prop in
+mijn keel zat. Het was koud, want we hadden geen hout om vuur aan te
+leggen; je hoorde den wind door den schoorsteen fluiten. Het was wel
+triest. Rodolphe keek me voortdurend aan, zijn oogen stonden strak. Dan
+legde hij zijn hand in de mijne; en ik voelde hoe de zijne beefde, zij
+was warm en koud tegelijk.</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Dat is het begrafenismaal van onze liefde,&rdquo;
+zeide hij heel zacht.</p>
+<p>&bdquo;Ik antwoordde niet, maar had ook niet den moed, mijn hand
+terug te trekken.</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Ik ben moe,&rdquo; zeide ik eindelijk; &bdquo;het is
+laat, we moesten maar gaan slapen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Rodolphe keek me aan. Ik had een van mijn dassen om mijn
+hoofd gebonden, om me een beetje tegen de koude te beschermen. Zonder
+een woord te zeggen nam hij die das weg.</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Waarom doe je dat?&rdquo; vroeg ik. &bdquo;Ik heb het
+koud.&rdquo;</p>
+<p>&mdash;&bdquo;O, Mimi,&rdquo; zeide hij; &bdquo;zet dezen nacht je
+gestreepte mutsje nog eens op. Dat zal je zooveel moeite niet
+kosten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij bedoelde een bruin en wit gestreept nachtmutsje van
+gedrukt katoen, dat hij mij graag op zag hebben, omdat het hem
+herinnerde aan eenige gelukkige nachten. <span class="pagenum">[<a id="pb320" href="#pb320" name="pb320">320</a>]</span>want daarnaar telden
+we onze gelukkige dagen. Daar het de laatste nacht was, dat ik bij hem
+zou slapen, durfde ik zijn verzoek niet te weigeren. Ik stond op en
+ging het mutsje, dat onder in een van de pakjes lag, halen; ik vergat
+het scherm weer op zijn plaats te zetten. Rodolphe merkte het en
+verborg voor de tweede maal de pakjes.</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Goeden nacht!&rdquo; zeide hij tegen me.</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Goeden nacht!&rdquo; antwoordde ik.</p>
+<p>&bdquo;Ik dacht, dat hij mij een zoen zou geven, en ik zou mij daar
+niet tegen verzet hebben, maar hij nam slechts mijn hand en drukte die
+aan zijn lippen. Je weet, Marcel, hoe graag hij mijn handen kuste. Ik
+hoorde hem klappertanden en voelde, dat zijn lichaam zoo koud als
+marmer was. Hij hield mijn hand maar steeds vast en had zijn hoofd op
+mijn schouder gelegd, die al heel gauw nat van tranen was. Rodolphe was
+in een vreeselijken toestand. Hij beet in de beddelakens, om het niet
+uit te schreeuwen; maar ik hoorde zijn onderdrukt gesteun en voelde
+zijn tranen over mijn schouders stroomen, waarop zij eerst brandden als
+vuur, dan koud werden als ijs. Op dat oogenblik had ik al mijn moed
+noodig; en ik had dien noodig, dat verzeker ik je, want ik had maar
+&eacute;&eacute;n woord behoeven te zeggen, mijn hoofd maar behoeven om
+te keeren, en mijn mond zou Rodolphe&rsquo;s lippen aangeraakt hebben
+en wij zouden ons nogmaals verzoend hebben. Een oogenblik dacht ik
+werkelijk, dat hij in mijn armen sterven of minstens krankzinnig worden
+zou, wat vroeger bijna reeds het geval geweest is ..... herinner je je
+nog wel? Ik voelde, dat ik op het punt stond toe te geven; ik wilde den
+eersten stap tot verzoening doen; ik wilde hem in mijn armen sluiten,
+want je moet wel een hart van steen hebben om tegenover zoo&rsquo;n
+smart ongevoelig te blijven. Plotseling herinnerde ik me echter de
+woorden, die hij den vorigen avond gezegd had: &bdquo;Je hebt geen
+eergevoel, als je bij me blijft, want ik houd niet meer van je.&rdquo;
+En bij de herinnering <span class="pagenum">[<a id="pb321" href="#pb321" name="pb321">321</a>]</span>aan die grofheden had ik Rodolphe
+naast mij hebben kunnen zien sterven, zou ik, ook al had ik geweten,
+dat een kus van mij hem zou hebben kunnen redden, mijn hoofd hebben
+afgewend. Uitgeput door vermoeienis viel ik eindelijk in een lichte
+sluimering. Ik hoorde Rodolphe nog steeds snikken, en ik verzeker je,
+Marcel, het duurde den geheelen nacht door. Toen de dag aanbrak en ik
+in dat bed, waarin ik voor het laatst sliep, keek naar mijn minnaar,
+dien ik ging verlaten, om in de armen van een ander te snellen, schrok
+ik vreeslijk bij het zien van de verwoestingen, die de smart op
+Rodolphe&rsquo;s gezicht had aangericht.</p>
+<p>&bdquo;Hij stond op zonder iets te zeggen. Bij de eerste stappen,
+die hij deed, sloeg hij bijna tegen den grond, zoo zwak en afgemat was
+hij. Toch kleedde hij zich vlug aan en vroeg mij slechts of alles al
+klaar was en wanneer ik wegging. Ik antwoordde, dat ik nog niets zekers
+wist. Hij ging uit, zonder afscheid te nemen, zonder me een hand te
+geven. Op die manier zijn we van elkaar gegaan. Wat een steek zal het
+hem in zijn hart gegeven hebben, toen hij me bij zijn thuiskomst niet
+meer vond!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik was op zijn kamer, toen hij thuiskwam,&rdquo; zeide Marcel
+tot Mimi, die buiten adem was van het lange verhaal. &bdquo;Toen hij
+beneden om den sleutel vroeg, zeide de vrouw van den concierge tegen
+hem:</p>
+<p>&mdash;&bdquo;De kleine is weg.&rdquo;</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Zoo,&rdquo; antwoordde Rodolphe, &bdquo;dat verwondert
+me niets, dat had ik wel gedacht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toen liep hij de trap op en ik volgde hem, omdat ook ik voor
+een crisis vreesde. Maar er gebeurde niets van dien aard.</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Daar het nu al te laat is om nog een andere kamer te
+huren,&rdquo; zeide hij tegen me, &bdquo;zullen we het maar tot morgen
+uitstellen. Dan kan je met me meegaan. En laten we nu gaan
+eten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik dacht, dat hij zich wilde gaan bedrinken, maar ik
+<span class="pagenum">[<a id="pb322" href="#pb322" name="pb322">322</a>]</span>vergiste me. We dineerden heel eenvoudigjes in
+een restaurant, waar jij ook dikwijls met hem gezeten hebt. Om hem een
+beetje onder verdooving te brengen, had ik Beaune besteld.&rdquo;</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Dat was de lievelingswijn van Mimi,&rdquo; zeide hij
+tegen me; &bdquo;we hebben dien samen dikwijls gedronken aan hetzelfde
+tafeltje, waaraan we nu zitten. Ik herinner me nog hoe zij op een
+goeden dag haar glas, dat zij reeds verscheidene malen geledigd had,
+naar mij toeschoof met de woorden: &bdquo;Schenk nog eens in, met dien
+Beaune kom je uit de boonen.&rdquo; Een vrij flauwe woordspeling,
+nauwelijks goed voor een vaudeville, vindt je niet? Ja, Mimi kan goed
+drinken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Daar ik zag, dat hij zich weer in herinneringen wilde gaan
+verdiepen, begon ik over wat anders te praten, van jou was er geen
+sprake meer. Hij bracht den geheelen avond in mijn gezelschap door en
+scheen even kalm als de Middellandsche Zee. Wat mij het meest
+verwonderde, was dat zijn kalmte niets gekunstelds had. Hij was de
+onverschilligheid in eigen persoon. Tegen middernacht gingen we naar
+huis.&rdquo;</p>
+<p>&mdash;&bdquo;Je schijnt je er over te verwonderen, dat ik in mijn
+toestand zoo kalm ben,&rdquo; zeide hij tegen me; &bdquo;laat ik even
+een vergelijking gebruiken, die, als is zij misschien ook wat triviaal,
+tenminste de verdienste heeft juist te zijn. Mijn hart is als een
+fontein, waarvan de kraan den geheelen nacht open heeft gestaan,
+&rsquo;s morgens is er geen <span class="corr" id="xd20e7319" title="Bron: dropgel">droppel</span> meer in. Zoo is het nu ook met mijn
+hart; al de tranen, die ik nog had, heb ik vannacht verhuild. Het is
+vreemd; ik dacht, dat ik rijker was aan smartuitingen en nu heeft
+&eacute;&eacute;n lijdensnacht mij uitgeput, mij volkomen op het droge
+gezet. Ik verklaar je op mijn eerewoord, dat het zoo is. En in
+hetzelfde bed, waarin ik den afgeloopen nacht naast een vrouw, die als
+een blok naast me lag, uit wanhoop bijna gestorven ben, zal ik straks,
+terwijl het hoofd van die <span class="pagenum">[<a id="pb323" href="#pb323" name="pb323">323</a>]</span>vrouw op het kussen van een ander
+rust, slapen als een pakjesdrager, die een zwaren dag achter den rug
+heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Comedie,&rdquo; dacht ik bij mijzelf; &bdquo;voordat ik goed
+en wel weg ben, loopt hij met zijn hoofd tegen den muur.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toch liet ik Rodolphe alleen en ging naar mijn eigen kamer,
+maar slapen deed ik niet. Om drie uur meende ik leven in de kamer van
+Rodolphe te hooren; ik vloog naar beneden in de meening, dat hij aan
+het ijlen was.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En?&rdquo; vroeg Mimi.</p>
+<p>&bdquo;Och, beste meid, Rodolphe sliep, het bed was in het geheel
+niet in de war; alles wees erop, dat zijn slaap rustig geweest was en
+niet lang op zich had laten wachten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is heel goed mogelijk,&rdquo; vond Mimi; &bdquo;hij was
+zoo moe van den vorigen nacht ... Maar den volgenden morgen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Den volgenden morgen is Rodolphe mij al heel vroeg komen
+halen, en toen zijn we kamers gaan huren in een ander huis, die we
+denzelfden avond nog betrokken hebben.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En wat heeft hij gedaan, toen hij de kamer verliet, waarin we
+samen gewoond hebben?&rdquo; vroeg Mimi; &bdquo;wat heeft hij gezegd,
+toen hij scheidde van de kamer, waarin hij mij zoo heeft
+liefgehad?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hij heeft heel kalm zijn boeltje gepakt,&rdquo; antwoordde
+Marcel; &bdquo;en daar hij in een lade een paar gehaakte handschoenen
+en twee of drie brieven vond, die jij vergeten hadt mede te nemen
+....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ik,&rdquo; viel Mimi hem in de rede op een toon, die
+scheen te willen zeggen: Ik heb ze exprès vergeten, om een
+souvenir aan me achter te laten. &bdquo;En wat heeft hij er mede
+gedaan?&rdquo; voegde zij eraan toe.</p>
+<p>&bdquo;Ik meen me te herinneren, dat hij de brieven in de haard en
+de handschoenen uit het raam gegooid heeft; maar zonder eenig theatraal
+gebaar, zonder pose, op een heel <span class="pagenum">[<a id="pb324"
+href="#pb324" name="pb324">324</a>]</span>natuurlijke manier, zooals je
+dat doet, wanneer je iets, waar je niets meer aan hebt, weg
+doet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Beste Marcel, uit den grond van mijn hart hoop ik, dat die
+onverschilligheid voortduren zal. Maar eerlijk gezegd, ik geloof niet
+aan een zoo spoedige genezing, en niettegenstaande alles wat je me
+zegt, ben ik er zeker van, dat mijn dichter een gebroken hart
+heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is best mogelijk,&rdquo; antwoordde Marcel, terwijl hij
+afscheid nam van Mimi; &bdquo;maar de stukken zijn nog goed, als ik mij
+niet sterk vergis.&rdquo;</p>
+<p>Gedurende dat gesprek op de straat wachtte vicomte Paul op zijn
+nieuwe ma&icirc;tresse, die veel later dan afgesproken was bij hem kwam
+en allesbehalve vriendelijk tegen den vicomte was. Hij knielde voor
+haar neer en kirde haar zijn lievelingsromance voor: dat zij bekoorlijk
+was, bleek als de maan, zacht als een lam, maar dat hij haar vooral
+liefhad om de schoonheid van haar ziel.</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; dacht Mimi, terwijl zij de golven van haar bruin
+haar op de sneeuw van haar schouders liet neervallen; &bdquo;Rodolphe
+was niet zoo exclusief.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">II.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was, zooals Marcel tegen Mimi gezegd had: Rodolphe
+scheen radicaal genezen te zijn van zijn liefde voor Mademoiselle Mimi,
+en drie of vier dagen na hun scheiding zag men den dichter geheel
+gemetamorphoseerd weer verschijnen. Hij was gekleed met een elegance,
+die hem zelf onherkenbaar voor zijn spiegel moest maken, en niets in of
+aan hem scheen de vrees te rechtvaardigen, dat hij het voornemen had
+zich te storten in de afgronden van het Niet, welk praatje mademoiselle
+Mimi met gehuicheld medelijden ingang trachtte te doen vinden. Rodolphe
+was inderdaad volkomen kalm; hij luisterde, zonder dat er ook maar
+&eacute;&eacute;n spier op zijn gelaat vertrok, naar de verhalen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb325" href="#pb325" name="pb325">325</a>]</span>die hem gedaan werden over de nieuwe en
+weelderige levenswijze van zijn vriendinnetje, dat er van haar kant een
+genoegen in vond hem zooveel mogelijk over haar te laten inlichten door
+een jonge vrouw, die haar vertrouwde gebleven was en in de gelegenheid
+verkeerde bijna iederen avond met hem te praten.</p>
+<p>&bdquo;Mimi is erg gelukkig met vicomte Paul,&rdquo; zeide zij tegen
+den dichter; &bdquo;zij schijnt dol verliefd op hem te zijn;
+&eacute;&eacute;n ding echter verontrust haar, zij is n.l. bang, dat
+gij haar rust zult komen storen door achtervolgingen, die echter zeer
+gevaarlijk voor u zouden zijn, want de vicomte aanbidt zijn
+ma&icirc;tresse en heeft twee jaar lang de schermschool
+bezocht.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo!&rdquo; antwoordde Rodolphe; &bdquo;zij kan rustig
+slapen; ik heb heelemaal geen lust azijn in het suikerwater van haar
+wittebroodsweken te gieten. En wat haar jeugdigen minnaar betreft, die
+kan gerust zijn degen aan den spijker laten hangen evenals Gastibelza,
+den man met den karabijn.<a class="noteref" id="xd20e7367src" href="#xd20e7367" name="xd20e7367src">1</a><span class="corr" id="xd20e7369"
+title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>Natuurlijk werd Mimi op de hoogte gebracht van de kalmte, waarmede
+haar vroegere minnaar al die bijzonderheden opnam, en van haar kant
+verzuimde zij niet met een schouderophalen te antwoorden:</p>
+<p>&bdquo;Het is goed! We zullen binnenkort wel zien, waar het op
+uitloopt!&rdquo;</p>
+<p>Intusschen was Rodolphe nog meer dan ieder ander verbaasd over die
+plotselinge onverschilligheid, welke, zonder de gewone phasen van
+droefgeestigheid en melancholie te doorloopen, volgde op de woeste
+stormen, die nog eenige dagen te voren in zijn hart gewoed hadden.
+<span class="pagenum">[<a id="pb326" href="#pb326" name="pb326">326</a>]</span>De vergetelheid, die anders vooral voor
+ongelukkige verliefden zoo langzaam komt; de vergetelheid, die zij
+luide roepen en die zij nog luider terugstooten, wanneer zij haar
+voelen naderen; deze onverbiddelijke troosteresse had zich plotseling
+en onverwachts, zonder dat hij er zich tegen had kunnen verzetten, in
+Rodolphe&rsquo;s hart ingedrongen, en de naam van de vrouw, die hij zoo
+hartstochtelijk had liefgehad, kon nu genoemd worden, zonder in zijn
+ziel een weerklank te vinden. Wonderlijk, Rodolphe, wiens sterk
+geheugen de herinneringen aan dingen, die in de verst verwijderde dagen
+van het verleden geschied waren, en aan personen, die in zijn leven, al
+was het nog zoo lang geleden, een rol gespeeld of op zijn bestaan
+invloed gehad hadden, bewaarde; diezelfde Rodolphe kon, hoe hij zich
+ook inspande, zich vier dagen na de scheiding niet duidelijk de trekken
+herinneren van zijn vriendinnetje, dat met haar blanke, zachte handjes
+zijn leven bijna gebroken had. De zachte oogen, in wier schittering hij
+zoo dikwijls ingeslapen was, kon hij zich niet meer voor den geest
+roepen. Hij herinnerde zich zelfs den klank der stem niet meer, wier
+uitbarstingen van woede of verliefd gefluister hem tot waanzin
+brachten.</p>
+<p>Een van zijn vrienden, ook een dichter, die hem sinds zijn
+echtscheiding niet gezien had, zag hem op een avond blijkbaar in droeve
+gedachten verzonken met groote passen op straat op en neer loopen.</p>
+<p>&bdquo;Zoo, ben jij daar!&rdquo; zeide de dichter, terwijl hij
+Rodolphe de hand toestak en hem nieuwsgierig opnam.</p>
+<p>Daar hij zag, dat Rodolphe een bedroefd gezicht zette, meende hij
+hem wat moed te moeten inspreken:</p>
+<p>&bdquo;Kom, kerel, moed! Ik weet, dat dergelijke dingen zwaar te
+dragen zijn, maar het had er toch eenmaal toe moeten komen. Beter nu
+dan later! En binnen drie maanden ben je weer heelemaal genezen!&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb327" href="#pb327" name="pb327">327</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wat voor een dwaasheid sta je toch uit te slaan?&rdquo; zeide
+Rodolphe; &bdquo;ik ben niet ziek.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; antwoordde de ander, &bdquo;houd je nou maar zoo
+groot niet. Ik ken de heele geschiedenis, en al kende ik die niet, dan
+zou ik die toch op je gezicht kunnen lezen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pas op, kerel, je vergist je!&rdquo; zeide Rodolphe;
+&bdquo;weliswaar ben ik vanavond een beetje mismoedig, waar wat de
+oorzaak daarvan betreft, sla je de plank heelemaal mis.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach, Rodolphe, waarom strijdt je toch zoo tegen? Het is heel
+natuurlijk; een <span class="corr" id="xd20e7398" title="Bron: liason">liaison</span>, die bijna twee jaar geduurd heeft, breek
+je niet zoo maar zonder kleerscheuren af.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zeggen jullie allemaal!&rdquo; zeide Rodolphe ongeduldig;
+&bdquo;maar jullie hebt het allemaal op mijn woord van eer mis. Ik ben
+erg bedroefd en zie er misschien ook zoo uit, dat is mogelijk; maar ik
+ben het alleen maar, omdat mijn kleermaker mij vandaag mijn nieuwe pak
+zou bezorgen en het niet gedaan heeft. Zie je, daarom heb ik het
+land.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Grappenmaker, grappenmaker!&rdquo; zeide de ander
+lachend.</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig niet, ik ben ernstig, doodernstig. Luister maar
+even naar mijn redeneering.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou ik luister: bewijs mij eens hoe je redelijkerwijze
+zoo&rsquo;n bedroefd gezicht kunt zetten, omdat een kleermaker je pak
+niet thuisbezorgd heeft. Ga je gang, en laat eens hooren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je weet toch,&rdquo; zeide Rodolphe, &bdquo;dat kleine
+oorzaken groote gevolgen kunnen hebben. Ik moest vanavond een zeer
+gewichtig bezoek afleggen en dat kan ik nu niet doen, omdat ik geen
+fatsoenlijk pak heb. Begrijp je het nu?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, volstrekt nog niet. Ik zie tot op dit oogenblik geen
+voldoende motief, om zoo het land te hebben. Je vindt het vervelend
+..... omdat ..... kort en goed, <span class="pagenum">[<a id="pb328"
+href="#pb328" name="pb328">328</a>]</span>je lijkt wel dwaas, om me zoo
+iets op de mouw te willen spelden. Dat is mijn meening.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kerel, je bent al bliksems halsstarrig. Je hebt altijd reden
+om het land te hebben, wanneer je een gelukje of zelfs maar een
+pleiziertje misloopt, omdat het dan zoo goed als onherroepelijk
+verloren is, want het is meestal zelfbedrog als je tegen je zelf zegt:
+&bdquo;Ik zal het een anderen keer wel inhalen!&rdquo; Maar om kort te
+gaan, ik had vanavond een rendez-vous met een jong meisje: ik zou haar
+ontmoeten in een huis, vanwaar ik haar misschien mee naar mijn kamer
+genomen zou hebben, als het korter was dan om naar de hare te gaan, en
+misschien ook wel, al was het langer. In dat huis nu wordt vanavond een
+soir&eacute;e gegeven, een soir&eacute;e waarop je alleen maar in rok
+kunt komen; ik heb geen rok, mijn kleermaker moest mij er een brengen;
+hij brengt dien rok niet, dus kan ik ook niet naar de soir&eacute;e
+gaan; dus ontmoet ik het jonge meisje niet, dat nu misschien een ander
+ontmoet; dus breng ik haar noch naar mijn kamer noch naar de hare,
+waarheen ze nu misschien door een ander gebracht wordt. Zooals ik al
+zeide, loop ik derhalve een gelukje of een pleiziertje mis; derhalve
+heb ik het land; derhalve zie ik eruit, alsof ik het land heb; derhalve
+is de heele zaak heel natuurlijk.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou goed dan,&rdquo; zeide de vriend. &bdquo;Derhalve ben je
+nauwelijks met je eenen voet uit de hel, of je stapt met je anderen
+weer in een nieuwe; maar, waarde vriend, toen ik je hier in de straat
+zag, maakte het toch precies den indruk, alsof je hier liept te
+schilderen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat deed ik ook,&rdquo; antwoordde Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Maar het is toch wel heel toevallig, dat dit juist gebeurt in
+het stadsdeel, waarin je vroeger vriendinnetje woont: wat bewijst mij,
+dat je niet op haar wacht?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoewel ik van haar gescheiden ben, hebben particuliere
+redenen mij genoopt in dit stadsgedeelte te blijven wonen; maar al zijn
+we bijna buren, toch zijn we even <span class="pagenum">[<a id="pb329"
+href="#pb329" name="pb329">329</a>]</span>ver van elkaar verwijderd,
+alsof zij zich aan de Noord- en ik mij aan de Zuidpool bevond.
+Bovendien zit mijn vroegere ma&icirc;tresse op dit oogenblik in het
+hoekje van den haard en neemt les in de Fransche taal bij vicomte Paul,
+die haar door middel van de orthographie op het pad der deugd wil
+terugbrengen. Lieve Hemel, wat zal hij haar verwennen! Enfin, dat is
+zijn zaak, nu hij de hoofdredacteur van zijn geluk is! Je ziet dus, dat
+je opmerkingen meer dan onzinnig zijn, en dat ik, verre van het
+uitgewischte spoor van mijn oude liefde weer te willen zoeken, juist
+een nieuwe op het spoor ben, die reeds in mijn nabijheid woont en nog
+dichter bij mij komen zal, want ik ben volkomen bereid haar een eind
+weegs tegemoet te gaan, en als zij dat ook wil doen, zal het niet lang
+duren voor we het eens zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ben je dus werkelijk alweer verliefd?&rdquo; vroeg de
+dichter.</p>
+<p>&bdquo;Dat ligt nu eenmaal in mijn natuur,&rdquo; antwoordde
+Rodolphe; &bdquo;mijn hart lijkt op een woning, die je dadelijk te huur
+hangt, zoodra de bewoner heeft opgezegd. Wanneer een liefde mijn hart
+verlaat, hang ik een bordje uit, om een andere te krijgen. De kamers
+zijn bovendien prettig om te bewonen en pas gerepareerd.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En wie is die nieuwe afgod? Waar en wanneer heb je ze leeren
+kennen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laat ik het je regelmatig vertellen,&rdquo; zeide Rodolphe.
+&bdquo;Toen Mimi me verlaten had, was ik er vast van overtuigd, dat ik
+nooit van mijn leven weer verliefd zou worden, en geloofde ik in allen
+ernst, dat mijn hart van uitputting of ouderdomszwakte of wat je maar
+wilt gestorven was. Het had zoo hard en zoo lang geklopt, dat dit zeer
+goed mogelijk was. Kortom ik waande het dood, morsdood,
+z&ograve;&ograve; dood, dat ik erover dacht het net als Marlborough te
+begraven. Bij die gelegenheid gaf ik een klein begrafenisdinertje,
+waarop ik enkele van mijn intieme <span class="pagenum">[<a id="pb330"
+href="#pb330" name="pb330">330</a>]</span>vrienden inviteerde. De
+gasten moesten een bedroefd gezicht trekken en de flesschen hadden een
+rouwfloers over de hals.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En waarom heb je mij niet gevraagd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk, maar ik wist het adres van de wolk,
+waarop je troont, niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou enfin, vertel maar verder!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een van de gasten had een jong meisje meegebracht, dat ook
+kort geleden door haar minnaar verlaten was. Een van mijn vrienden, die
+heel goed op de violoncel der sentimentaliteit speelt, vertelde haar
+mijn geschiedenis. Hij schilderde de jonge weduwe de goede
+hoedanigheden van mijn hart, dien armen doode, dien we juist wilden
+gaan begraven, en noodigde haar ten slotte uit een dronk te wijden aan
+zijn eeuwige rust. Doch haar glas opheffende zeide zij:
+&bdquo;Integendeel, ik drink op zijn voortdurende gezondheid!&rdquo; En
+bij die woorden wierp zij mij een blik toe, om een doode weer levend te
+maken, zooals men dat noemt, en hier kon men dat met recht zeggen, want
+nauwelijks had zij haar toast uitgebracht, of ik voelde, dat mijn hart
+het <span class="ex">O Filii</span> der Opstanding begon aan te heffen.
+Wat hadt jij in mijn plaats gedaan?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is ook een vraag!.... hoe heet zij?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ik zelf niet, en ik zal haar naam niet vragen,
+voordat we ons contract teekenen. Ik weet wel, dat ik volgens het
+inzicht van sommige menschen den wettelijken treurtermijn nog niet
+geheel doorloopen heb, maar ik heb aan mezelf dispensatie gevraagd
+en.... . verleend. Wat ik wel weet, is dat mijn aanstaande als
+bruidschat vroolijkheid, die de gezondheid is van den geest, en
+gezondheid, die de vroolijkheid van het lichaam is, zal
+medebrengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is zij knap?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heel knap, vooral haar tint is mooi; je zoudt bijna denken,
+dat zij zich &rsquo;s ochtends met het palet van Watteau schminkt.
+<span class="pagenum">[<a id="pb331" href="#pb331" name="pb331">331</a>]</span></p>
+<p lang="fr">Elle est blonde, mon cher, et ses regards vainqueurs
+Allument l&rsquo;incendie aux quatre coins des c&oelig;urs.</p>
+<p>Getuige het mijne!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een blondine? Dat verwondert me van jou!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja ik heb genoeg van ivoor en ebbenhout, ik ga over tot de
+blondines.&rdquo;</p>
+<p>En al luchtsprongen makend, begon Rodolphe te zingen:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<p class="line">&bdquo;Et nous chanterons &agrave; la ronde,</p>
+<p class="line xd20e221">Si, vous voulez,</p>
+<p class="line">Que je l&rsquo;adore, et qu&rsquo;elle est blonde</p>
+<p class="line xd20e221">Comme les bl&eacute;s.&rdquo;</p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Arme Mimi!&rdquo; zeide de vriend; &bdquo;zoo
+gauw vergeten!&rdquo;</p>
+<p>Deze naam deed Rodolphe&rsquo;s uitbundigheid dadelijk verstommen en
+gaf aan het gesprek plotseling een andere wending. Rodolphe gaf zijn
+vriend een arm en vertelde hem uitvoerig de oorzaken van zijn breuk met
+Mimi; den angst, die zich van hem meester had gemaakt, toen zij hem had
+verlaten; hoe ontroostbaar hij geweest was, omdat hij meende, dat zij
+al zijn levenskracht en liefde met zich medegenomen had; en hoe hij
+twee dagen later tot de ontdekking gekomen was, dat hij zich vergist
+had, toen hij voelde, hoe het kruit van zijn hart, dat door zooveel
+snikken en tranen nat geworden was, onder den eersten van jeugd en
+hartstocht fonkelenden blik voor de eerste vrouw, die hij ontmoette,
+weer warm geworden was, vuur had gevat en ontploft was. Hij schilderde
+hem den plotselingen en geweldigen ommekeer, dien de vergetelheid,
+zonder dat hij die te hulp had geroepen, in hem veroorzaakt had, en hoe
+de smart in hem gestorven en in die vergetelheid begraven was.</p>
+<p>&bdquo;Is het geen wonder?&rdquo; vroeg hij aan den dichter.</p>
+<p>Doch deze, die alle smartelijke hoofdstukken van een ongelukkige
+liefde uit eigen ervaring kende, antwoordde:</p>
+<p>&bdquo;Welneen, beste kerel, er gebeuren geen wonderen meer,
+<span class="pagenum">[<a id="pb332" href="#pb332" name="pb332">332</a>]</span>noch voor jou noch voor anderen. Wat jou nu
+overkomt is mij ook overkomen. Wanneer de vrouwen, die wij liefhebben,
+onze ma&icirc;tressen worden, houden zij op voor ons te zijn wat zij in
+werkelijkheid zijn. Wij zien ze dan niet alleen meer met de oogen van
+den minnaar, maar ook met die van den dichter. Zooals de schilder om
+een ledepop het keizerlijke purper of den met sterren bezaaiden sluier
+van een heilige jonkvrouw hangt, hebben wij altijd magazijnen vol
+schitterende mantels en verblindend witte gewaden, die we
+onverstandige, onbevallige of kwaadaardige schepselen om de schouders
+werpen; en wanneer zij dan zoo gekleed zijn in het kostuum, waarin onze
+ideale geliefden ons in het azuur van onze droomen verschenen, dan
+laten wij ons door deze vermomming om den tuin leiden. Wij belichamen
+onzen droom in de eerste de beste vrouw, tegen wie wij onze taal
+spreken, en die ons niet begrijpt.</p>
+<p>&bdquo;En wanneer dan zoo&rsquo;n schepsel, dat wij aanbidden en aan
+wiens voeten wij nederknielen, zichzelf het goddelijk omhulsel,
+waaronder wij het verborgen hadden, afrukt, om ons des te beter haar
+lage natuur en haar gemeene instincten te laten zien; wanneer
+zoo&rsquo;n vrouw onze hand op haar hart legt, waarin niets meer klopt
+en misschien nooit iets geklopt heeft; wanneer zij haar sluier wegslaat
+en ons haar doffe oogen, haar bleeke lippen en haar verwelkte trekken
+zien laat, dan hullen wij haar weer in dien sluier en roepen uit:
+&bdquo;Gij liegt, gij liegt! Ik heb je lief en gij hebt mij lief! Die
+witte boezem is het omhulsel van een hart, dat nog in de volle kracht
+van zijn jeugd is; ik heb je lief en gij hebt mij lief! Gij zijt mooi,
+gij zijt jong! Onder in al je gebreken leeft nog de liefde. Ik heb je
+lief en gij hebt mij lief!</p>
+<p>&bdquo;Ten slotte echter&mdash;o, heelemaal ten
+slotte&mdash;bemerken wij, nadat wij ons vergeefs een driedubbele
+blinddoek voor de oogen gebonden hebben, dat wij zelfs de slachtoffers
+<span class="pagenum">[<a id="pb333" href="#pb333" name="pb333">333</a>]</span>van onze dwalingen geworden zijn en jagen wij de
+ellendige weg, die den dag tevoren nog onze afgod was geweest; wij
+nemen dan den gouden sluier van onze <span class="corr" id="xd20e7497"
+title="Bron: poezie">po&euml;zie</span> terug, om ze den volgenden dag
+weer te werpen over de schouders van een nieuwe onbekende, die
+onmiddellijk haar plaats als stralenomkranst afgodsbeeld inneemt. En
+zoo zijn wij allen&mdash;vreeselijke egoisten bovendien, die de liefde
+liefhebben ter wille van de liefde; je begrijpt, wat ik bedoel; en wij
+drinken dien goddelijken nektar uit het eerste het beste glas, getrouw
+aan de spreuk:</p>
+<p>&bdquo;Qu&rsquo;importe le flacon, pourvu qu&rsquo;on ait
+l&rsquo;ivresse!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat je daar zegt is even waar, als tweemaal twee vier
+is,&rdquo; zeide Rodolphe tot den dichter.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde deze, &bdquo;het is waar en treurig,
+zooals bijna alle waarheden. Bonsoir.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Twee dagen later hoorde mademoiselle Mimi, dat Rodolphe een nieuw
+vriendinnetje had. Zij informeerde echter verder slechts naar
+&eacute;&eacute;n ding, n.l. of hij haar even dikwijls de hand kuste
+als haarzelf vroeger.</p>
+<p>&bdquo;Even dikwijls!&rdquo; antwoordde Marcel. &bdquo;En bovendien
+kust hij ook haar haren, het eene na het andere, en zij zullen
+z&ograve;&ograve; lang bij elkaar blijven, tot hij ze alle gekust
+heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hè!&rdquo; antwoordde Mimi, terwijl ze met beide
+handen door haar haar streek; &bdquo;gelukkig maar, dat hij zich niet
+in zijn hoofd gehaald heeft met mij hetzelfde te doen, anders waren we
+ons leven lang bij elkaar gebleven. Geloof je overigens werkelijk, dat
+hij heelemaal niet meer van me houdt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!.... En houdt jij nog van hem?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb nooit van hem gehouden!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is wel waar, Mimi, je hebt van hem gehouden op het
+oogenblik, dat het hart van een vrouw op zijn goede <span class="pagenum">[<a id="pb334" href="#pb334" name="pb334">334</a>]</span>plaats zit. Je hebt van hem
+gehouden&mdash;spreek dat niet tegen, want juist daarin ligt je
+rechtvaardiging.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Bah!&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;hij houdt nu van een
+ander!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is zoo!&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;maar dat doet aan de
+andere zaak niets af. Later zal de herinnering aan jou voor hem zijn
+als die bloemen, welke men frisch en geurend tusschen de bladeren van
+een boek legt, en die men veel, heel veel later terugvindt, verwelkt,
+verkleurd en dood, maar toch nog altijd met een onbestemden geur van
+haar eerste frischheid.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Op een avond, dat Mimi zacht een melodie neuriede, vroeg vicomte
+Paul haar:</p>
+<p>&bdquo;Wat zing je daar, lieveling?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De lijkrede van onze liefde, die mijn vroegere minnaar
+Rodolphe onlangs gedicht heeft.&rdquo;</p>
+<p>En zij zong:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">&bdquo;Je n&rsquo;ai plus le sou, ma chère, et
+le Code,</p>
+<p class="line">Dans un cas pareil, ordonne l&rsquo;oubli;</p>
+<p class="line">Et sans pleurs, ainsi qu&rsquo;une ancienne mode,</p>
+<p class="line">Tu vas m&rsquo;oublier, n&rsquo;est-ce pas, Mimi?</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">C&rsquo;est &eacute;gal, vois-tu, nous aurons, ma
+chère,</p>
+<p class="line">Sans compter les nuits, pass&eacute; d&rsquo;heureux
+jours,</p>
+<p class="line">Ils n&rsquo;ont pas dur&eacute; longtemps; mais
+qu&rsquo; y faire?</p>
+<p class="line">Ce sont les plus beaux qui sont les plus
+courts.&rdquo;</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb335" href="#pb335" name="pb335">335</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7367" href="#xd20e7367src" name="xd20e7367">1</a></span>
+Gastibelza is de held van het drama &bdquo;Gastibelza of de Waanzinnige
+van Toledo&rdquo; van d&rsquo;Ennery en Cormon. In het tweede bedrijf
+wordt hij krankzinnig, in het derde echter krijgt hij, zooals dat een
+held betaamt, zijn verstand vrijwel weer terug. Hij komt nooit zonder
+zijn karabijn op het tooneel.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch21" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e7559" class="label">Hoofdstuk XXI.</h2>
+<h2 class="main">Romeo en Julia.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Mooi als een plaatje uit zijn tijdschrift <span class="ex">l&rsquo;Echarpe d&rsquo;Iris</span>, met nieuwe handschoenen,
+elegante schoenen, gladgeschoren, gefriseerd, opgedraaide snorpunten,
+een wandelstokje in de hand, een monocle in het oog, stralend en
+verjongd stond onze vriend, de dichter Rodolphe op een Novemberavond op
+den boulevard op een rijtuig te wachten, waarmede hij zich naar huis
+wilde laten brengen.</p>
+<p>Rodolphe wachten op een rijtuig? Welk een ommekeer was er plotseling
+in zijn particulier leven gekomen?</p>
+<p>Op hetzelfde uur, dat de als het ware gemetamophorseerde dichter,
+een grooten regalia in den mond, zijn snor opdraaide en de blikken der
+dames trok, kwam een vriend van hem denzelfden boulevard langs. Het was
+de wijsgeer Colline. Rodolphe zag hem in de verte aankomen en herkende
+hem dadelijk; trouwens wie, die hem ook maar &eacute;&eacute;nmaal in
+zijn leven gezien had, zou hem niet herkennen? Colline was als
+gewoonlijk belast en beladen met een dozijn oude boeken. In zijn
+onsterfelijken bruinen paletot, welks onverslijtbaarheid de
+veronderstelling, dat hij door de Romeinen gemaakt was, rechtvaardigde,
+en met zijn beroemden, breedgeranden hoed, die op een vilten koepel
+geleek, waaronder een zwerm hyperphysische droomen door elkaar
+krioelde, en die den bijnaam had van de &bdquo;stormhoed van den
+Mambrin der moderne philosophie&rdquo;, liep Gustave Colline langzaam
+voort en declameerde voor <span class="pagenum">[<a id="pb336" href="#pb336" name="pb336">336</a>]</span>zichzelf zacht de voorrede van een
+werk, dat sedert drie maanden ter perse lag ..... in zijn verbeelding.
+Zoo kwam hij langzamerhand bij den plek, waar Rodolphe stond te
+wachten; hij meende hem te herkennen, maar de buitengewone elegance van
+den dichter bracht den wijsgeer in twijfel en onzekerheid.</p>
+<p>&bdquo;Rodolphe met handschoenen en een wandelstok! Een
+chimère! Een utopie! Een verstandsverbijstering! Rodolphe, die
+al even weinig haren heeft als de gelegenheid, gefriseerd! Waar zitten
+mijn oogen? Bovendien is mijn ongelukkige vriend op dit oogenblik druk
+bezig met het dichten van klaagliederen over het vertrek van zijn Mimi,
+die hem, naar ik heb hooren vertellen, heeft laten zitten.</p>
+<p>Intusschen was Colline, toen hij vlak bij Rodolphe stil bleef staan,
+wel genoodzaakt zich door de werkelijkheid der feiten te laten
+overtuigen; het was inderdaad Rodolphe, gefriseerd, met een wandelstok
+en handschoenen; het was onmogelijk, maar het was waar.</p>
+<p>&bdquo;Alle duivels,&rdquo; riep Colline; &bdquo;ik vergis me niet;
+jij bent het, het kan niet missen, ik ben er zeker van.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik ook,&rdquo; antwoordde Rodolphe.</p>
+<p>Colline begon nu zijn vriend van top tot teen op te nemen en zette
+daarbij een gezicht zooals de hofschilder Lebrun het geschilderd had,
+om de allergrootste verbazing uit te drukken. Maar plotseling ontdekte
+hij twee heel bijzondere dingen, die Rodolphe bij zich had, n.l.
+1<sup>o</sup> een touwladder en 2<sup>o</sup> een kooitje, waarin een
+vogel rondvloog. Toen Colline die dingen zag, drukte zijn physionomie
+een gevoel uit, dat de hofschilder Lebrun op zijn doek der
+&bdquo;Menschelijke Hartstochten&rdquo; vergeten heeft weer te
+geven.</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zeide Rodolphe tot zijn vriend; &bdquo;ik heb de
+nieuwsgierigheid van je geest heel duidelijk door het venster van je
+oogen zien gluren; ik zal ze bevredigen; <span class="pagenum">[<a id="pb337" href="#pb337" name="pb337">337</a>]</span>maar laten wij niet
+zoo hier op straat blijven; het is zoo koud, dat vraag en antwoord
+zouden bevriezen.&rdquo;</p>
+<p>En zij gingen een caf&eacute; binnen.</p>
+<p>Colline&rsquo;s oogen waren geen moment van den touwladder af,
+evenmin als van het kooitje, waarin de vogel, die door de warmte van
+het caf&eacute; wat fleuriger werd, begon te zingen in een taal, welke
+Colline, die toch een polyglot was, niet kende.</p>
+<p>&bdquo;Vertel me nu eindelijk eens,&rdquo; vroeg Colline op den
+touwladder wijzend, &bdquo;wat dat is?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een verbinding tusschen mijn geliefde en mij,&rdquo;
+antwoordde Rodolphe met den klank van een mandoline in zijn stem.</p>
+<p>&bdquo;En dat?&rdquo; vroeg de wijsgeer met een blik op den
+vogel.</p>
+<p>&bdquo;Dat,&rdquo; zeide de dichter en zijn stem werd zacht als een
+lentebriesje; &bdquo;dat is een klok.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Spreek toch zonder gelijkenissen, in alledaagsch proza, maar
+duidelijk!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Goed. Heb je Shakespeare gelezen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En of! <span class="ex">To be or not to be.</span> Een groot
+philosoof.... Of ik hem gelezen heb!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Herinner je je <span class="ex">Romeo en
+Julia</span>?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zou ik denken!&rdquo; zeide Colline.</p>
+<p>En hij begon te reciteeren:</p>
+<div lang="en" class="lgouter">
+<p class="line xd20e221">&bdquo;It is not yet near day;</p>
+<p class="line">It was the nightingale, and not the lark,</p>
+<p class="line">That pierc&rsquo;d the fearful hollow of thine
+ear.<a class="noteref" id="xd20e7633src" href="#xd20e7633" name="xd20e7633src">1</a></p>
+</div>
+<p class="first">&bdquo;Ja hoor, ik herinner me <span class="ex">Romeo
+en Julia</span> best. En verder?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; zeide Rodolphe, op den touwladder en den vogel
+wijzend, &bdquo;begrijp je het nu nog niet? Ik ben verliefd, kerel,
+verliefd op een meisje, dat Julia heet!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb338" href="#pb338" name="pb338">338</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Nou, en verder?&rdquo; vroeg Colline ongeduldig.</p>
+<p>&bdquo;Welnu, daar mijn nieuwe geliefde Julia heet, heb ik het plan
+gevormd met haar het drama van Shakespeare nogmaals op te voeren. In de
+eerste plaats heet ik niet meer Rodolphe, maar <span class="ex">Romeo
+Montague</span>, en je zult me zeer verplichten mij in het vervolg zoo
+te noemen. Bovendien heb ik, opdat iedereen het zal weten, nieuwe
+visitekaartjes laten drukken. Maar dat is niet alles: ik zal van de
+omstandigheid, dat we nog niet in den carnavalstijd zijn, gebruik
+maken, om een fluweelen wambuis en een degen te dragen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Om Tybalt te dooden?&rdquo; vroeg Colline.</p>
+<p>&bdquo;Precies,&rdquo; antwoordde Rodolphe. &bdquo;Kort en goed,
+deze touwladder moet dienen, om binnen te komen bij mijn geliefde, die
+toevallig een balcon voor haar kamer heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar die vogel, die vogel?&rdquo; bleef Colline
+aandringen.</p>
+<p>&bdquo;Wel, die vogel is een duif en moet de rol spelen van
+nachtegaal door iederen ochtend precies het oogenblik aan te geven,
+waarop mijn geliefde, uit wier omarming ik mij losmaken wil, haar armen
+om mijn hals slaan en juist zooals in de balconscène zeggen zal:
+&bdquo;Neen, het is nog niet de dag, het was de nachtegaal .....&rdquo;
+d.w.z.: &bdquo;Neen , het is nog geen elf uur, het is vuil op straat,
+ga nog niet weg, het is zoo lekker hier.&rdquo; Om de illusie volkomen
+te maken, zal ik probeeren een min te krijgen en die ter beschikking
+van mijn geliefde stellen; en ik hoop, dat de kalender zoo goedgunstig
+zal zijn om mij nu en dan, wanneer ik het balcon van mijn Julia beklim,
+wat maneschijn te verleenen. Wat zeg je van mijn plan,
+philosoof?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heel aardig,&rdquo; antwoordde Colline; &bdquo;maar wil je me
+misschien ook het mysterie van dit prachtige omhulsel, dat je
+onherkenbaar maakt, ontsluieren? .... Ben je millionair
+geworden?&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe gaf geen antwoord, maar wenkte een kellner en gaf hem
+onverschillig een louis met de woorden: <span class="pagenum">[<a id="pb339" href="#pb339" name="pb339">339</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Houd maar af!&rdquo;</p>
+<p>Dan sloeg hij op zijn vestjeszakje, dat begon te zingen.</p>
+<p>&bdquo;Heb je soms een klokketoren in je zak, dat het daar zoo
+luidt?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Een paar louis maar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Echte louis d&rsquo;or?&rdquo; zeide Colline met een van
+verbazing gesmoorde stem. &bdquo;Laat mij eens kijken, hoe die eruit
+zien!&rdquo;</p>
+<p>Dan scheidden de beide vrienden, Colline, om Rodolphe&rsquo;s
+schatten en nieuwe liefde verder uit te bazuinen, Rodolphe om naar huis
+te gaan.</p>
+<p>In de week, die gevolgd was op den tweeden breuk met Mimi, had zich
+het volgende afgespeeld.</p>
+<p>Toen de dichter met zijn vriendinnetje gebroken had, voelde hij
+behoefte om van omgeving te veranderen en verliet hij met zijn vriend
+Marcel het sombere h&ocirc;tel garni, welks eigenaar de beide heeren
+zonder al te veel spijt zag heengaan. Zooals wij reeds verteld hebben,
+gingen zij samen een ander onderdak zoeken en huurden twee kamers in
+hetzelfde huis en op dezelfde verdieping. De door Rodolphe gekozen
+kamer was veel geriefelijker dan al degene, die hij vroeger bewoond
+had. Er stonden bijna werkelijke meubels in; met name een canap&eacute;
+met een rood overtrek, dat fluweel moest voorstellen, welke stof echter
+in geen enkel opzicht het spreekwoord: &bdquo;Doe wat ge moet&rdquo; in
+praktijk bracht.</p>
+<p>Op den schoorsteen flankeerden twee porceleinen vazen met bloemen en
+een albasten pendule met afschuwlijke versieringen. Rodolphe zette de
+vazen in een kast en verzocht den huisheer, toen deze de pendule kwam
+opwinden, dat liever niet te doen.</p>
+<p>&bdquo;De pendule mag voor mijn part op den schoorsteen blijven
+staan,&rdquo; zeide hij, &bdquo;maar alleen als kunstvoorwerp; zij
+staat nu op middernacht, dat is een mooi uur; zij moet er dus op
+blijven staan. Zoodra zij vijf minuten later wijst, ga ik verhuizen
+..... Een pendule!&rdquo; ging Rodolphe, die <span class="pagenum">[<a id="pb340" href="#pb340" name="pb340">340</a>]</span>zich
+nooit aan de tyrannie van een wijzerplaat had kunnen onderwerpen, tot
+zichzelf sprekende, voort; &bdquo;een pendule is een verbitterde vijand
+, die je onverbiddelijk je bestaan uur voor uur, minuut voor minuut
+voortelt en je ieder oogenblik zegt: &bdquo;Daar is weer een deel van
+je leven voorbij!&rdquo; O, ik zou niet rustig kunnen slapen in een
+kamer, waarin een van die martelwerktuigen staat, in welker nabijheid
+zorgeloosheid en droomen onmogelijk zijn .... Een pendule, waarvan de
+wijzers zich verlengen tot aan je bed en je &rsquo;s ochtends, wanneer
+je in een heerlijken sluimer ligt, komen prikken ..... Een pendule, die
+je steeds toeroept: &bdquo;ding, ding, ding! Het is tijd, om te gaan
+werken, maak je los uit de armen van je heerlijken droom, onttrek je
+aan de liefkozingen van je visioenen (en soms aan die van
+werkelijkheden). Zet je hoed op, trek je schoenen aan, het is koud, het
+regent, ga aan je werk, het is tijd, ding, ding&rdquo; ..... Een
+kalender is al meer dan mooi .... Mijn pendule moet verlamd blijven,
+anders ....&rdquo;</p>
+<p>Gedurende dezen monoloog onderwierp Rodolphe zijn nieuwe kamer aan
+een nauwgezette inspectie en voelde daarbij in zich die heimelijke
+onrust, welke zich bijna altijd van ons meester maakt, wanneer we een
+nieuwe woning betrekken.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb,&rdquo; dacht hij bij zichzelf, &bdquo;opgemerkt, dat
+de kamers, die we bewonen, een geheimzinnigen invloed uitoefenen op
+onze gedachten en derhalve ook op onze daden. Deze kamer hier is kil en
+stil als een graf. Indien hier ooit vroolijkheid heerschen zal, dan
+moet zij van buitenaf worden ingevoerd; en ook dan zal zij hier niet
+lang blijven, want onder dezen lagen zolder, die koud en grijs als een
+sneeuwlucht is, moet de lach z&oacute;nder echo sterven. O wee, hoe zal
+mijn leven tusschen deze vier muren zijn!&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Eenige dagen later echter was deze zoo trieste kamer verlicht en
+weerklonk van vroolijk gelach: Rodolphe <span class="pagenum">[<a id="pb341" href="#pb341" name="pb341">341</a>]</span>gaf een
+inwijdingsfeest, en de talrijke ledige flesschen verklaarden meer dan
+genoeg de opgewekte stemming der gasten. De dichter zelf had zich door
+de aanstekelijke vroolijkheid der feestgenooten laten medesleepen. Hij
+zat met een jong meisje, dat het toeval hier gebracht en waar hij
+dadelijk beslag op gelegd had, in een hoek en flirtte met haar met
+woorden en handbewegingen. Tegen het einde van het feest was hij al
+zoover, dat hij een rendez-vous met haar had voor den volgenden
+dag.</p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; zeide hij tot zichzelf, toen hij weer alleen was,
+&bdquo;deze avond is nog al aardig geslaagd. Mijn verblijf hier is
+onder goede voorteekenen begonnen.&rdquo;</p>
+<p>Den volgenden dag kwam Julia op het afgesproken uur bij hem. De
+avond ging geheel weg met verklaringen en uitleggingen. Julia had
+gehoord, dat Rodolphe kort geleden gebroken had met het blauwoogige
+meisje, waar hij zooveel van gehouden had; zij wist ook, dat Rodolphe
+na de eerste scheiding haar weer teruggenomen had, en was daarom bang
+het slachtoffer van een nieuwe verzoening te zullen worden.</p>
+<p>&bdquo;Want, zie je,&rdquo; zeide zij met een aardig en schalksch
+gebaartje, &bdquo;ik voel er heelemaal niets voor een belachelijke rol
+te spelen. Ik zeg je vooruit, dat ik niet makkelijk ben; ben ik hier
+eenmaal de vrouw des huizes&rdquo;&mdash;en met een guitigen blik
+onderstreepte zij de beteekenis, die zij aan deze laatste woorden
+gaf&mdash;&bdquo;dan blijf ik het en sta ik mijn plaats niet
+af.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe riep al zijn welsprekendheid te hulp om haar te overtuigen,
+dat haar vrees ongegrond was, en daar het jonge meisje van haar kant
+niets liever wilde dan overtuigd worden, waren zij het heel gauw eens.
+Doch die eensgezindheid hield weer op, toen het twaalf uur was, want
+Rodolphe wilde, dat Julia bleef, terwijl zij naar huis wilde gaan.</p>
+<p>&bdquo;Neen!&rdquo; zeide zij, toen hij bleef aandringen.
+&bdquo;Waarom <span class="pagenum">[<a id="pb342" href="#pb342" name="pb342">342</a>]</span>zouden we ons zoo haasten? Wij komen nog altijd
+vroeg genoeg waar we wezen willen, als jij tenminste niet blijft staan.
+Morgen kom ik terug.&rdquo;</p>
+<p>En zoo kwam zij een week lang iederen avond terug, om weer weg te
+gaan, zoodra het twaalf uur sloeg.</p>
+<p>Rodolphe vond dien langzamen voortgang volstrekt niet vervelend. Hij
+behoorde in het land der liefde of verliefdheid tot die soort van
+reizigers, die de reis rekken en schilderachtig trachten te maken. Deze
+kleine sentimenteele inleiding voerde hem echter ten slotte verder dan
+hij eigenlijk wilde gaan. En ongetwijfeld had mademoiselle Julia deze
+taktiek toegepast met het oogmerk hem tot dat punt te brengen, waarop
+verliefdheid, gerijpt door den tegenstand, op liefde begint te
+gelijken.</p>
+<p>Iederen keer, dat zij den dichter opzocht, merkte Julia in wat hij
+tot haar zeide, een grootere innigheid, een duidelijker uitgesproken
+gevoel op. Wanneer zij wat laat was, maakte zich die kenteekenende
+onrust van hem meester, welke het jonge meisje in verrukking bracht; en
+hij schreef haar zelfs brieven, welker bewoordingen haar reden gaven te
+hopen, dat zij weldra zijn wettige &bdquo;vrouw des huizes&rdquo; zou
+worden.</p>
+<p>Toen Marcel, die zijn vertrouwde gebleven was, bij toeval eens een
+van die epistels gelezen had, vroeg hij lachend:</p>
+<p>&bdquo;Zijn dat stijloefeningen, of meen je werkelijk wat je
+schrijft?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig, ik meen het,&rdquo; antwoordde Rodolphe;
+&bdquo;en het verwondert me zelf ook wel een beetje, maar toch is het
+zoo. Acht dagen geleden was ik in een zeer droefgeestige stemming. Die
+stilte en die kalmte, die zoo plotseling en onmiddellijk op de stormen
+van mijn vroeger leven gevolgd waren, maakten mij vreeselijk van
+streek, maar heel onverwacht kwam Julia. Ik hoorde in mijn ooren de
+fanfares van een vroolijkheid van een twintig-jarige <span class="pagenum">[<a id="pb343" href="#pb343" name="pb343">343</a>]</span>weerklinken. Ik zag voor mij een frisch
+gezichtje, lachende oogen, een mondje om te kussen, en langzamerhand
+heb ik mij laten medevoeren op die helling der verliefdheid, welke mij
+misschien tot liefde leiden zal. Ik heb graag lief.&rdquo;</p>
+<p>Intusschen begon Rodolphe al heel gauw te merken, dat het slechts
+van hem afhing, om een slot te maken aan dezen roman, en was toen op
+het denkbeeld gekomen Shakespeare&rsquo;s <span class="ex">Romeo en
+Julia</span> te monteeren. Zijn toekomstige geliefde vond het een
+aardig idee en had haar medewerking toegezegd.</p>
+<p>De repetitie van de balconscène was vastgesteld juist op
+denzelfden avond, dat de wijsgeer Colline Rodolphe op straat ontmoette.
+De dichter had even te voren den zijden touwladder gekocht, waarmede
+hij op het balcon van Julia wilde klimmen. Daar de vogelkoopman geen
+nachtegaal voorhanden had, nam hij er een duif voor in de plaats, die,
+naar hem verzekerd werd, iederen ochtend bij het opgaan der zon
+zong.</p>
+<p>Op zijn kamer gekomen, bedacht de dichter, dat een hemelvaart per
+touwladder nu niet zoo heel gemakkelijk was en dat het derhalve
+wenschelijk was de balconscène vooruit in te studeeren, als hij
+niet, behalve de kans om te vallen, ook het gevaar wilde loopen,
+belachelijk en onhandig te schijnen in de oogen van haar, die hem
+wachtte. Hij sloeg dus twee spijkers diep in het plafond, maakte
+daaraan den touwladder vast en gebruikte de twee uren, die nog voor hem
+lagen, voor gymnastische oefeningen. Na talrijke vergeefsche pogingen
+slaagde hij er ten slotte in zoo goed en zoo kwaad als het ging twaalf
+sporten hoog te klimmen.</p>
+<p>&bdquo;Ziezoo,&rdquo; zeide hij tot zichzelf; &bdquo;nu ben ik zeker
+van mijn zaak; trouwens als ik onderweg blijf steken, zal de liefde mij
+vleugels geven.&rdquo;</p>
+<p>En met zijn touwladder en zijn duivenkooitje ging hij <span class="pagenum">[<a id="pb344" href="#pb344" name="pb344">344</a>]</span>op
+weg naar Julia, die dicht in zijn buurt woonde. Haar kamer lag achter
+in een kleinen tuin en had inderdaad een balcon. Doch helaas, deze
+kamer bevond zich op den rez-de-chauss&eacute;e en van den grond af kon
+men makkelijk zoo op het balcon stappen.</p>
+<p>Toen Rodolphe deze terreingesteldheid, welke zijn <span class="corr"
+id="xd20e7741" title="Bron: poetisch">po&euml;tisch</span> klimplan in
+duigen deed vallen, zag, was hij zeer teneergeslagen.</p>
+<p>&bdquo;Het zij zoo,&rdquo; zeide hij tot Julia; &bdquo;wij kunnen de
+balconscène daarom toch wel opvoeren. Deze vogel hier zal ons
+morgen vroeg met zijn welluidende stem uit onzen sluimer wekken en ons
+precies het oogenblik kond doen, waarop wij met wanhoop in onze ziel
+moeten scheiden.&rdquo;</p>
+<p>En met deze woorden hing Rodolphe zijn kooitje in een hoekje van de
+kamer.</p>
+<p>Den volgenden ochtend om vijf uur vervulde de duif op tijd haar
+plicht en de kamer met een langaangehouden gekir, dat de twee geliefden
+zeker gewekt zou hebben, als zij geslapen hadden.</p>
+<p>&bdquo;Welnu,&rdquo; zeide Julia, &bdquo;thans is het oogenblik
+gekomen om naar het balcon te gaan en wanhopig afscheid te
+nemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De duif gaat voor,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;wij zijn in
+November en dan gaat de zon pas om twaalf uur op.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat komt er niet op aan,&rdquo; zeide Julia; &bdquo;ik sta
+op!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En waarom?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb een leeg gevoel in mijn maag en zou graag wat
+eten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is merkwaardig, zooals onze sympathie&euml;n
+overeenstemmen, ik heb ook zoo&rsquo;n gruwelijken honger,&rdquo; zeide
+Rodolphe, die nu ook opstond en zich vlug aankleedde.</p>
+<p>Intusschen had Julia reeds vuur aangelegd en keek nu of er nog wat
+in het buffet te vinden was; Rodolphe hielp haar zoeken.</p>
+<p>&bdquo;Hier,&rdquo; zeide hij; &bdquo;uien!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb345" href="#pb345" name="pb345">345</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En spek!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En boter!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En brood!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar dat is ook alles.&rdquo;</p>
+<p>Gedurende dezen onderzoekingstocht kirde de optimistische duif niets
+vermoedend voort.</p>
+<p>Romeo keek Julia aan, Julia Romeo, en beiden de duif.</p>
+<p>Zij spraken geen woord, maar met dien blik was het vonnis over de
+klok-duif geveld. Hooger beroep en cassatie zou haar niet geholpen
+hebben&mdash;honger is een wreede raadgever.</p>
+<p>Rodolphe liet het spek in de sissende boter opkomen. Hij trok een
+ernstig en plechtig gezicht.</p>
+<p>Julia maakte in een droefgeestige stemming de uien schoon.</p>
+<p>De duif kirde nog steeds door... het was haar zwanezang.</p>
+<p>Het sudderen van de boter in de pan begeleidde het stervenslied.</p>
+<p>Vijf minuten later sudderde de boter nog, maar de duif zong, evenals
+de tempelridders, niet meer.<a class="noteref" id="xd20e7793src" href="#xd20e7793" name="xd20e7793src">2</a></p>
+<p>Romeo en Julia hadden hun klok <span class="ex" lang="fr">&agrave;
+la crapoudine</span><a class="noteref" id="xd20e7806src" href="#xd20e7806" name="xd20e7806src">3</a> gebraden.</p>
+<p>&bdquo;Het diertje had een lieve stem,&rdquo; zeide Julia, toen zij
+aan tafel ging.</p>
+<p>&bdquo;Ja, het was een lief beest,&rdquo; zeide Romeo en sneed het
+volgens de regelen der kunst bruingebraden duifje in stukken.</p>
+<p>En de twee verliefden keken elkaar aan en zagen in elkaars oog een
+traan.</p>
+<p>De huichelaars! Dat hadden de uien gedaan! <span class="pagenum">[<a id="pb346" href="#pb346" name="pb346">346</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote" lang="nl-1900"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7633" href="#xd20e7633src" name="xd20e7633">1</a></span> Neen, het is nog niet de dag; het was de
+nachtegaal en niet de leeuwerik, wiens tonen doordrongen tot je
+angstige ooren.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7793" href="#xd20e7793src" name="xd20e7793">2</a></span>
+Toespeling op den versregel uit het laatste tooneel van
+Raynouard&rsquo;s tragedie: &bdquo;Les Templiers&rdquo;:</p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div lang="fr" class="lgouter footnote">
+<p class="line">&bdquo;Mais il n&rsquo;&eacute;tait plus temps; les
+chants avaient cess&eacute;&rdquo;.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e7806" href="#xd20e7806src" name="xd20e7806">3</a></span> Een duif
+&agrave; la crapoudine is een duif, die opgediend wordt in den vorm van
+een pad.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch22" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e7820" class="label">Hoofdstuk XXII.</h2>
+<h2 class="main">Mimi&rsquo;s dood.</h2>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">I.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In de eerste dagen na zijn definitieven breuk met
+mademoiselle Mimi, die hem, zooals onze lezers zich herinneren zullen,
+verlaten had, om plaats te nemen in de equipage van vicomte Paul, had
+Rodolphe getracht zijn smart te vergeten door een nieuwe
+liefdesbetrekking aan te knoopen.</p>
+<p>Zijn nieuwe vriendinnetje was de blondine, voor wie wij hem op den
+dag van paradoxale dwaasheid het kostuum van Romeo hebben zien
+aantrekken. Doch deze liaison, die hij uit d&eacute;pit en zij uit een
+gril begonnen waren, kon onmogelijk van langen duur zijn, daar Julia,
+in &eacute;&eacute;n woord gezegd, een ongestadige deerne was, die alle
+vrouwenstreken van a tot z kende, geestrijk genoeg was, om den geest
+van anderen op te merken en daarvan, als de gelegenheid zich voordeed,
+gebruik te maken, en slechts zooveel hart had, dat zij hartwater kreeg,
+als zij te veel gegeten had. Daarbij kwam nog een ongebreidelde
+zelfzucht en een grenzenlooze ijdelheid, die haar minder deden treuren
+om een gebroken been van haar minnaar dan om een volant minder aan haar
+japon of een verkleurd lint om haar hoed. Een betwistbare schoonheid,
+een ordinair schepsel, van nature begiftigd met alle slechte
+instincten, was zij toch door sommige eigenschappen en op sommige
+oogenblikken verleidelijk. Al heel gauw bemerkte zij, <span class="pagenum">[<a id="pb347" href="#pb347" name="pb347">347</a>]</span>dat
+Rodolphe haar alleen genomen had, om hem met haar hulp de verlorene te
+doen vergeten, aan wie hij integendeel met meer verlangen dan ooit
+begon terug te denken, want nooit was de herinnering aan zijn vroeger
+vriendinnetje zoo levendig geweest.</p>
+<p>Op een goeden dag praatte Julia met een student in de medicijnen,
+die haar sedert eenigen tijd het hof maakte. Het gesprek kwam op
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Maar lieve kind,&rdquo; zeide de student, &bdquo;die jongen
+gebruikt je, zooals wij helschen steen gebruiken om wonden te branden;
+hij wil zijn hart cauteriseeren. Je behoeft je voor hem niet druk te
+maken, en hem trouw zijn is absoluut niet noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; riep het jonge meisje lachend uit; &bdquo;dacht
+je dan heusch, dat ik mij voor hem geneer?&rdquo;</p>
+<p>En denzelfden avond nog gaf zij den student het bewijs van het
+tegendeel.</p>
+<p>Dank zij de babbelzucht van een van die gedienstige vrienden, die
+voor geen geld ter wereld een tijding, welke je bedroefd maken kan,
+onder zich zouden houden, kreeg Rodolphe lucht van de zaak en maakte er
+onmiddellijk gebruik van, om den <span class="ex">ad-interim</span>
+liaison af te breken.</p>
+<p>Hij zonderde zich nu af in een volkomen eenzaamheid, waarin al heel
+gauw alle vleermuizen der verveling hun nest kwamen maken. Dan riep hij
+het werk te hulp, maar het was vergeefsche moeite. lederen avond
+schreef hij, nadat hij evenveel droppels water gezweet als droppels
+inkt gebruikt had, een twintigtal regels, waarin een oud denkbeeld, nog
+meer levensmoe dan de Wandelende Jood, en gehuld in lompen, die hij
+gehaald had in een uitdragerswinkel, op het slappe koord der paradoxen
+danste. Bij het overlezen van die regels voelde Rodolphe zich als
+iemand, die in het bloembed, waar hij rozen gezaaid meent te hebben,
+brandnetels ziet groeien. Hij verscheurde dan het blad papier, waarop
+hij die rozenkrans van zotheden <span class="pagenum">[<a id="pb348"
+href="#pb348" name="pb348">348</a>]</span>had afgebeden, en vertrapte
+het woedend onder zijn voet.</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig,&rdquo; zeide hij, terwijl hij zich op zijn
+linkerborst sloeg, &bdquo;de snaar is gesprongen<span class="corr" id="xd20e7852" title="Bron: :;">;</span> ik moet van de kunst
+afzien.&rdquo;</p>
+<p>En daar eenigen tijd achtereen op al zijn pogingen, om te werken,
+een zelfde teleurstelling volgde, maakte een van die moedeloosheden
+zich van hem meester, welke het krachtigste zelfvertrouwen doen
+wankelen en de helderste geesten afstompen. Inderdaad niets is
+vreeselijker dan die eenzame worstelingen, welke nu en dan plaats
+vinden tusschen den koppig volhoudenden kunstenaar en de weerspannige
+kunst; niets is aangrijpender dan die nu eens smeekende, dan weer
+gebiedende aanroepingen van den scheppen willenden dichter tot de
+minachtend op hem neerziende of hem ontvluchtende Muze.</p>
+<p>De hevigste zielsangsten, de diepste aan het hart toegebrachte
+wonden veroorzaken geen lijden, dat te vergelijken is met dat, hetwelk
+men ondergaat in die uren van wanhoop en twijfel, welke maar al te
+dikwijls voorkomen bij hen, die zich wijden aan het gevaarlijke
+kunstenaarsberoep.</p>
+<p>Op die heftige crisissen volgden pijnlijke afmattingen. Uren lang
+bleef Rodolphe dan in een doffe wezenloosheid als versteend zitten.
+Zijn ellebogen rustend op de tafel, zijn oogen strak gericht op den
+lichtplek, dien het lamplicht op het blad papier beschreef, op het
+&bdquo;slagveld&rdquo;, waarop zijn geest dagelijks overwonnen werd en
+zijn pen zich vergeefs inspande om het ongrijpbare denkbeeld te
+vervolgen, zag hij, gelijk aan figuren uit een tooverlantaren, waarmede
+men kinderen bezig houdt, fantastische beelden aan zich voorbijtrekken,
+die een panorama van zijn verleden voor hem ontrolden. Eerst kwamen de
+dagen van harden arbeid, waarin ieder uur van de wijzerplaat de
+vervulling van een plicht eischte, de aan de studie <span class="pagenum">[<a id="pb349" href="#pb349" name="pb349">349</a>]</span>gewijde nachten, waarin hij sprak met de muze,
+die zijn in eenzaamheid en geduld gedragen armoede als in een
+tooverweelde herschiep. En met afgunst dacht hij terug aan het trotsche
+gevoel van zelfvertrouwen, dat hem vroeger bezielde, wanneer hij de
+taak, die hij zichzelf gesteld had, ten einde had gebracht.</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; riep hij uit; &bdquo;niets gelijkt op u, niets
+evenaart u, genotrijke uitputting na volbrachten arbeid, die de rust
+van het <span class="ex">far niente</span> zachter doet schijnen. Noch
+de bevrediging van de ijdelheid noch de koortsachtige, onder de zware
+gordijnen van geheimzinnige alkoven verstikte zinnenzwijmel&mdash;niets
+gelijkt op dien edelen, kalmen vrede, die gewettigde zelfvoldaanheid,
+welke de arbeid den vlijtigen als eerste belooning geeft.&rdquo;</p>
+<p>En zijn blikken nog steeds gericht op de visioenen, die de tooneelen
+uit het verleden voor zijn geest bleven tooveren, klom hij weer naar de
+dakkamertjes, die hij gedurende zijn avontuurlijk bestaan bewoond had,
+en waarheen zijn muze, zijn eenige liefde en trouwe en standvastige
+vriendin toen, hem steeds gevolgd had, en het met de armoede goed
+vinden kon, zonder ooit haar hoopvol gezang te onderbreken. Doch daar
+verscheen plotseling midden in dit rustige, vredige en kalme bestaan de
+gestalte van een vrouw, en toen de muze die vrouw zag binnentreden in
+de woning, waarin zij tot dat oogenblik de eenige koningin en
+meesteresse geweest was, stond zij bedroefd op en ruimde haar plaats in
+voor de nieuw-aangekomene, in wie zij dadelijk een mededingster
+vermoedde. Een oogenblik aarzelde Rodolphe tusschen de muze, wie zijn
+blik een: &bdquo;Blijf!&rdquo; scheen toe te werpen, en de vreemde, tot
+wie zijn gebaar een: &bdquo;Kom!&rdquo; zeide. Hoe zou hij ook het
+bekoorlijke schepseltje, dat, gewapend met de verleidelijke
+bekoorlijkheden van een ontluikende schoonheid, tot hem kwam, hebben
+kunnen van zich stooten, dat schepseltje met haar kleine mondje en rose
+<span class="pagenum">[<a id="pb350" href="#pb350" name="pb350">350</a>]</span>lipjes, dat een naief en tevens brutaal taaltje,
+vol guitige beloften, sprak? Hoe kon hij zijn hand weigeren aan het
+blanke, blauw geaderde handje, dat zich liefkozend naar hem uitstrekte?
+Hoe had hij: &bdquo;Gaat heen!&rdquo; kunnen roepen tot die bloeiende
+achttien jaren, wier aanwezigheid het huis reeds met een geur van jeugd
+en vreugde vervulde. En met haar zachte, licht bewogen stem zong zij de
+cavatine der verzoeking zoo verleidelijk mooi! Met haar levendige en
+schitterende oogen zeide zij: &bdquo;Ik ben de liefde&rdquo;; met haar
+lippen, waarop de kussen ontloken: &bdquo;Ik ben het genot&rdquo;; met
+haar bloeiend lichaam: &bdquo;Ik ben het geluk&rdquo; z&ograve;&ograve;
+wondermooi, dat Rodolphe zich liet medesleepen. En was die jonge vrouw
+dan ook in werkelijkheid niet de levende, ge&iuml;ncarneerde
+po&euml;zie? Dankte hij haar niet de oogenblikken van meest verheven
+inspiratie? Had zij hem niet dikwijls bezield tot een enthousiasme, dat
+hem zoo hoog in den aether van het ideaal meevoerde, dat hij al het
+aardsche uit het oog verloor? En als hij om en door haar veel geleden
+had&mdash;was dan dat lijden niet een boetedoening voor al de
+ontzaglijke genietingen, die zij hem geschonken had; was het niet de
+gewone wraak van het noodlot, dat het volmaakte, ongestoorde geluk als
+iets goddeloos verbiedt? Indien de christelijke leer hun vergiffenis
+schenkt, die veel hebben lief gehad, dan schenkt zij die slechts, omdat
+zij ook veel geleden hebben, want aardsche liefde wordt eerst
+goddelijke hartstocht, als zij door tranen gelouterd is.</p>
+<p>Evenals men zich soms bedwelmt door den geur van reeds lang
+verwelkte rozen in te ademen, zoo bedwelmde Rodolphe zich door voor
+zijn geest te roepen zijn vroeger leven, waarin iedere dag een nieuwe
+elegie, een schokkend drama, een groteske comedie bracht. Hij
+doorleefde nogmaals alle phasen van zijn liefde voor de verloren
+geliefde, van af hun wittebroodsweken tot de huiselijke stormen, die
+tot hun laatsten breuk geleid hadden. Hij riep het geheele <span class="pagenum">[<a id="pb351" href="#pb351" name="pb351">351</a>]</span>repertoire van alle listen van zijn vroeger
+vriendinnetje in zijn geheugen terug, hij herhaalde in zichzelf al haar
+kwinkslagen. Hij zag weer voor zich hoe zij in hun klein huishoudentje
+om hem heen draaide, haar lijfdeuntje: <span class="ex">Ma mie
+Annette</span> op de lippen, met dezelfde zorgelooze opgewektheid
+zoowel blijde als droeve dagen aanvaardend. En ten slotte moest hij
+erkennen, dat het verstand in liefdesaangelegenheiden altijd ongelijk
+heeft. Immers wat had hij bij dien breuk gewonnen? Toen hij met Mimi
+samenleefde, bedroog zij hem, dat is waar&mdash;maar dat hij het wist,
+was zijn eigen schuld, omdat hij zich de grootste moeite getroostte, om
+het te weten te komen, omdat hij altijd op den loer lag naar bewijzen,
+omdat hij zelf de dolken scherpte, die hij zich in het hart boorde. Was
+bovendien Mimi niet handig genoeg om hem zoo noodig te bewijzen, dat
+hij zich vergiste? En bovendien met wie was zij hem ontrouw? Meestal
+was het met een sjaal, een hoed, met dingen, niet met mannen. En had
+hij nu die rust, die kalmte, welke hij van een breuk met Mimi verwacht
+had, na haar vertrek teruggevonden? Helaas, neen! Alles, behalve zij,
+was gebleven. Vroeger kon hij tenminste nog uiting geven aan zijn
+smart, kon hij zijn hart luchten in beleedigingen en verwijten, kon hij
+laten zien, wat hij leed en het medelijden opwekken van haar, die de
+oorzaak van dat lijden was. Doch nu moest hij zijn smart in zich
+opkroppen, nu was zijn ijverzucht machtelooze woede geworden, want
+vroeger kon hij, wanneer hij achterdocht koesterde, Mimi beletten uit
+te gaan, haar bij zich houden en bewaken; maar thans zag hij haar aan
+den arm van haar nieuwen minnaar op straat en moest hij zich afwenden,
+om haar van vreugde stralend en op weg naar het een of ander
+pleiziertje, voorbij te laten gaan.</p>
+<p>Dat ellendige leven duurde een maand of drie, vier. Dan werd
+Rodolphe langzamerhand rustiger. Marcel, <span class="pagenum">[<a id="pb352" href="#pb352" name="pb352">352</a>]</span>die, om te trachten
+Musette te vergeten, een lange reis gemaakt had kwam in Parijs terug en
+ging weer met Rodolphe samen wonen, zoodat zij elkaar konden
+troosten.</p>
+<p>Toen Rodolphe op een Zondag door den Luxembourg wandelde, kwam hij
+Mimi in groot toilet tegen. Zij ging naar een bal. Zij knikte hem in
+het voorbijgaan toe, wat hij met het afnemen van zijn hoed
+beantwoordde. Deze ontmoeting gaf hem weliswaar een steek door zijn
+hart, maar de emotie was toch minder pijnlijk dan gewoonlijk. Hij bleef
+nog wat in den Jardin du Luxembourg wandelen en ging vervolgens naar
+huis. Toen Marcel &rsquo;s avonds ook thuiskwam, vond hij Rodolphe aan
+zijn schrijftafel.</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; vroeg Marcel, terwijl hij over den schouder van
+den dichter keek, &bdquo;ben je aan het werk ... en zelfs
+verzen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde Rodolphe vroolijk; &bdquo;dat kleine
+dingetje hier in mijn borst is blijkbaar niet heelemaal dood. De vier
+uur, die ik hier nu al zit, heb ik het dichtvuur uit vroegere dagen
+teruggevonden, ik heb Mimi gezien!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ei!&rdquo; zeide Marcel bang. &bdquo;En hoe staat het met
+jullie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O, wees maar niet bang, we hebben elkaar slechts
+gegroet&mdash;verder niets.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heusch?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Heusch! Tusschen ons is het voor goed uit, dat voel ik; maar
+als ik weer werken kan, schenk ik haar graag vergiffenis.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarom maak je, wanneer alles tusschen jullie uit is,
+nog verzen voor haar?&rdquo; vroeg Marcel, die Rodolphe&rsquo;s verzen
+intusschen gelezen had.</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; zeide de dichter; &bdquo;ik neem mijn
+<span class="corr" id="xd20e7903" title="Bron: poezie">po&euml;zie</span> waar ik ze vind!&rdquo;</p>
+<p>Acht dagen lang werkte hij aan dit kleine gedicht. Toen het klaar
+was, las hij het aan Marcel voor, die er heel tevreden over was en
+Rodolphe aanspoorde om zijn dichtader, die weer ontsprongen was, ook op
+ander gebied te laten vloeien. <span class="pagenum">[<a id="pb353"
+href="#pb353" name="pb353">353</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Want,&rdquo; zoo merkte hij op, &bdquo;het zou de moeite niet
+loonen van Mimi te scheiden, als je toch altijd met haar schim blijft
+leven. Maar,&rdquo; voegde hij er glimlachend aan toe, &bdquo;ik zou
+beter doen, wanneer ik, in plaats van tot anderen te preeken, tegen
+mezelf een strafpredikatie hield, want mijn hart is nog vol van
+Musette. Maar enfin, wij zullen toch niet altijd jonge menschen
+blijven, die op zulk duivelsgebroed verliefd zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;tot de jeugd behoef je
+helaas niet te zeggen: Ingerukt, marsch!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is wel zoo,&rdquo; antwoordde Marcel, &bdquo;maar toch
+zijn er dagen, waarop ik een eerwaardige grijsaard zou willen zijn, lid
+van het Instituut, ridder van verschillende orden, en los van alle
+Musettes ter wereld. En de duivel mag me halen, als ik ooit weer tot
+haar terug keeren zou! En jij,&rdquo; vroeg hij lachend, &bdquo;zou jij
+al graag zestig jaar achter den rug hebben?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vandaag had ik liever zestig francs in mijn zak!&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Eenige dagen later sloeg mademoiselle Mimi, die met den jongen
+vicomte Paul in een koffiehuis zat, een revue open, waarin de verzen
+stonden, die Rodolphe voor haar gemaakt had.</p>
+<p>&bdquo;Zoo, zoo!&rdquo; zeide zij eerst lachend, &bdquo;mijn vriend
+Rodolphe spreekt kwaad van me in tijdschriften.&rdquo;</p>
+<p>Doch toen zij het gedicht heelemaal uitgelezen had, bleef zij stil
+en peinzend voor zich uit zitten staren. Vicomte Paul vermoedde, dat
+zij aan Rodolphe dacht, en trachtte haar af te leiden.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal dat paar mooie oorbelletjes voor je koopen!&rdquo;
+zeide hij tot haar.</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;jij ..... jij hebt
+geld!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En een hoed van Italiaansch stroo,&rdquo; voegde hij eraan
+toe. <span class="pagenum">[<a id="pb354" href="#pb354" name="pb354">354</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dank je,&rdquo; zeide Mimi, &bdquo;maar als je me een
+pleizier wilt doen, koop dan dat hier voor mij.&rdquo;</p>
+<p>En zij wees op de aflevering, waarin zij het gedicht van Rodolphe
+gelezen had.</p>
+<p>&bdquo;Dat? Neen!&rdquo; zeide de vicomte boos.</p>
+<p>&bdquo;Goed!&rdquo; antwoordde Mimi koel. &bdquo;Ik zal het zelf
+koopen voor geld, dat ik zelf verdienen wil. Ik koop het liever niet
+voor jouw geld.&rdquo;</p>
+<p>En werkelijk keerde Mimi voor twee dagen terug naar het atelier,
+waar zij vroeger bloemen gemaakt had, en verdiende daar het geld, dat
+zij noodig had, om de aflevering te kunnen koopen. Zij leerde
+Rodolphe&rsquo;s verzen van buiten en droeg ze, om den vicomte te
+plagen, dagelijks aan zijn vrienden voor.</p>
+<p>Het gedicht luidde:</p>
+<div lang="fr" class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Alors que je voulais choisir une ma&icirc;tresse</p>
+<p class="line">Et qu&rsquo;un jour le hasard fit rencontrer nos
+pas,</p>
+<p class="line">J&rsquo;ai mis entre tes mains mon c&oelig;ur et ma
+jeunesse</p>
+<p class="line">Et je t&rsquo;ai dit: Fais-en tout ce que tu
+voudras.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">H&eacute;las! ta volont&eacute; fut cruelle, ma
+chère:</p>
+<p class="line">Dans tes mains ma jeunesse est rest&eacute;e en
+lambeaux.</p>
+<p class="line">Mon c&oelig;ur s&rsquo;est en &eacute;clats
+bris&eacute; comme du verre,</p>
+<p class="line xd20e221">Et ma chambre est le cimetière</p>
+<p class="line xd20e221">O&ugrave; sont enterr&eacute;s les
+morceaux</p>
+<p class="line xd20e221">De ce qui t&rsquo;aima tant
+naguère.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Entre nous maintenant, n-i, ni- c&rsquo;est fini,</p>
+<p class="line">Je ne suis plus qu&rsquo;un spectre et tu n&rsquo;es
+qu&rsquo;un fant&ocirc;me,</p>
+<p class="line">Et sur notre amour mort et bien enselevi,</p>
+<p class="line">Nous allons, si tu veux, chanter le dernier psaume.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Pourtant ne prenons point un air &eacute;crit trop
+haut,</p>
+<p class="line">Nous pourrions tous les deux n&rsquo;avoir pas la voix
+s&ucirc;re; <span class="pagenum">[<a id="pb355" href="#pb355" name="pb355">355</a>]</span></p>
+<p class="line">Choisissons un mineur grave et sans fioriture;</p>
+<p class="line">Moi je ferai la basse et toi le soprano.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line"><span class="ex">Mi, r&eacute;, mi, do, r&eacute;,
+la.</span>&mdash;Pas cet air, ma petite!</p>
+<p class="line">S&rsquo;il entendait cet air que tu chantais jadis,</p>
+<p class="line">Mon c&oelig;ur, tout mort qu&rsquo;il est,
+tressaillirait bien vite,</p>
+<p class="line">Et ressusciterait &agrave; ce <span class="ex">De
+profundis</span>.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line"><span class="ex">Do, mi, fa, sol, mi,
+do</span>,&mdash;Celui-ce me rappelle</p>
+<p class="line">Une valse &agrave; deux temps, qui me fit bien du
+mal,</p>
+<p class="line">Le fifre du rire aigu raillait le violoncelle,</p>
+<p class="line">Qui pleurait sous l&rsquo;archet ses notes de
+cristal.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line"><span class="ex">Sol, do, do, si, si,
+la.</span>&mdash;Point cet air, je t&rsquo;en prie,</p>
+<p class="line">Nous l&rsquo;avons, l&rsquo;an dernier, ensemble
+r&eacute;p&eacute;t&eacute;</p>
+<p class="line">Avec les Allemands qui chantaient leur patrie</p>
+<p class="line">Dans les bois de Meudon, par une nuit
+d&rsquo;&eacute;t&eacute;.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Eh, bien, ne chantons pas, restons-en l&agrave;, ma
+chère;</p>
+<p class="line">Et pour n&rsquo;y plus penser, pour n&rsquo;y plus
+revenir,</p>
+<p class="line">Sur nos amours d&eacute;funts, sans haine et sans
+colère,</p>
+<p class="line">Jetons en souriant un dernier souvenir.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Nous &eacute;tions bien heureux dans la petite
+chambre</p>
+<p class="line">Quand ruisselait la pluie et que soufflait le vent;</p>
+<p class="line">Assis dans le fauteuil, pres de l&rsquo;&acirc;tre, en
+d&eacute;cembre,</p>
+<p class="line">Aux lueurs de tes yeux j&rsquo;ai r&ecirc;v&eacute;
+bien souvent.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">La houille petillait; en chauffant sur les cendres,</p>
+<p class="line">La bouilloire chantait son refrein r&eacute;gulier,</p>
+<p class="line">Et faisait un orchestre au bal des salamandres</p>
+<p class="line xd20e221">Qui voltigeaient dans le foyer.</p>
+</div>
+<span class="pagenum">[<a id="pb356" href="#pb356" name="pb356">356</a>]</span>
+<div class="lg">
+<p class="line">Feuilletant un roman, paresseuse et frileuse,</p>
+<p class="line">Tandis que tu fermais tes yeux ensommeill&eacute;s,</p>
+<p class="line">Moi je rajeunissais ma jeunesse amoureuse,</p>
+<p class="line">Mes lèvres sur tes mains et mon c&oelig;ur
+&agrave; tes pieds.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Aussi, quand on entrait, la porte ouverte &agrave;
+peine,</p>
+<p class="line">On sentait le parfum d&rsquo;amour et de
+ga&icirc;t&eacute;</p>
+<p class="line">Dont notre chambre &eacute;tait du matin au soir
+pleine,</p>
+<p class="line">Car le bonheur aimait notre hospitalit&eacute;.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Puis l&rsquo;hiver s&rsquo;en alla; par la
+fen&ecirc;tre ouverte,</p>
+<p class="line">Le printemps un matin vint nous donner
+l&rsquo;&eacute;veil,</p>
+<p class="line">Et ce jour-l&agrave; tous deux dans la campagne
+verte</p>
+<p class="line">Nous all&acirc;mes courir au-devant du soleil.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">C&rsquo;&eacute;tait le vendredi de la sainte
+semaine,</p>
+<p class="line">Et, contre l&rsquo;ordinaire, il faisait un beau
+temps,</p>
+<p class="line">Du val &agrave; la colline, et du bois &agrave; la
+plaine</p>
+<p class="line">D&rsquo;un pied leste et joyeux, nous cour&ucirc;mes
+longtemps.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Fatigu&eacute;s cependant par ce pèlerinage,</p>
+<p class="line">Dans un lieu qui formait un divan naturel</p>
+<p class="line">Et d&rsquo;o&ugrave; l&rsquo;on pouvait voir du loin le
+paysage,</p>
+<p class="line">Nous nous sommes assis en regardant le ciel.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Les mains pressant les mains, &eacute;paule contre
+&eacute;paule,</p>
+<p class="line">Et sans savoir pourquoi, l&rsquo;un et l&rsquo;autre
+oppress&eacute;s,</p>
+<p class="line">Notre bouche s&rsquo;ouvrit sans dire une parole,</p>
+<p class="line xd20e221">Et nous nous sommes embrass&eacute;s.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Près de nous l&rsquo;hyacinthe avec la
+violette</p>
+<p class="line">Mariaient leur parfum qui montait dans l&rsquo;air
+pur;</p>
+<p class="line">Et nous v&icirc;mes tous deux, en relevant la
+t&ecirc;te,</p>
+<p class="line">Dieu qui nous souriait &agrave; son balcon
+d&rsquo;azur.</p>
+</div>
+<span class="pagenum">[<a id="pb357" href="#pb357" name="pb357">357</a>]</span>
+<div class="lg">
+<p class="line">Aimez-vous, disait-il; c&rsquo;est pour rendre plus
+douce</p>
+<p class="line">La route o&ugrave; vous marchez que j&rsquo;ai fait
+sous vos pas</p>
+<p class="line">D&eacute;rouler en tapis le velours de la mousse,</p>
+<p class="line">Embrassez-vous encore,&mdash;je ne regarde pas.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Aimez-vous, aimez-vous: dans le vent qui murmure,</p>
+<p class="line">Dans les limpides eaux, dans les bois reverdis,</p>
+<p class="line">Dans l&rsquo;astre, dans la fleur, dans la chanson des
+nids,</p>
+<p class="line">C&rsquo;est pour vous que j&rsquo;ai fait
+rena&icirc;tre ma nature.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Aimez-vous, aimez-vous; et de mon soleil
+d&rsquo;or,</p>
+<p class="line">De mon printemps nouveau qui r&eacute;jouit la
+terre,</p>
+<p class="line">Si vous &ecirc;tes contents, au lieu d&rsquo;une
+prière</p>
+<p class="line">Pour me remercier&mdash;embrassez-vous encore.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Un mois après ce jour, quand fleurirent les
+roses,</p>
+<p class="line">Dans le petit jardin que nous avions plant&eacute;,</p>
+<p class="line">Quand je t&rsquo;aimais le mieux, sans m&rsquo;en dire
+les causes,</p>
+<p class="line">Brusquement ton amour de moi s&rsquo;est
+&eacute;cart&eacute;.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">O&ugrave; s&rsquo;en est-il all&eacute;? partout un
+peu, je pense;</p>
+<p class="line">Car, faisant triompher l&rsquo;une et l&rsquo;autre
+couleur,</p>
+<p class="line">Ton amour inconstant flotte sans
+pr&eacute;f&eacute;rence</p>
+<p class="line">D&rsquo;un brun valet de pique au blond valet de
+c&oelig;ur.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Te voil&agrave; maintenant heureuse: ton caprice</p>
+<p class="line">Règne sur une cour de joyeux jouvenceaux</p>
+<p class="line">Et tu ne peux marcher sans qu&rsquo;&agrave; tes pieds
+fleurisse</p>
+<p class="line">Un parterre &eacute;maill&eacute; d&rsquo;odorants
+madrigaux.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Dans les jardins de bal, quand tu fais ton
+entr&eacute;e,</p>
+<p class="line">Autour de toi se forme un cercle langoureux;</p>
+<p class="line">Et le fr&eacute;missement de la robe moir&eacute;e,</p>
+<p class="line">P&acirc;me en ch&oelig;ur laudatif ta meute
+d&rsquo;amoureux.</p>
+</div>
+<span class="pagenum">[<a id="pb358" href="#pb358" name="pb358">358</a>]</span>
+<div class="lg">
+<p class="line">El&eacute;gamment chauss&eacute; d&rsquo;une souple
+bottine</p>
+<p class="line">Qui serait trop &eacute;troite au pied de
+Cendrillon,</p>
+<p class="line">Ton pied est si petit qu&rsquo;&agrave; peine on le
+devine</p>
+<p class="line">Quand la valse t&rsquo;emporte en son gai
+tourbillon.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Dans les bains onctueux d&rsquo;une huile de
+paresse,</p>
+<p class="line">Tes mains, brunes jadis, ont retrouv&eacute; depuis</p>
+<p class="line">La p&acirc;leur de l&rsquo;ivoire ou du lis que
+caresse</p>
+<p class="line">Le rayon argent&eacute; dont s&rsquo;&eacute;clairent
+les nuits.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Autour de ton bras blanc une perle choisie</p>
+<p class="line">Constelle un bracelet cisel&eacute; par Froment,</p>
+<p class="line">Et sur tes reins cambr&eacute;s un grand ch&acirc;le
+d&rsquo;Asie</p>
+<p class="line">En cascade de plis ondule artistement.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">La dentelle de Flandres et le point
+d&rsquo;Angleterre,</p>
+<p class="line">La guipure gothique &agrave; la mate blancheur</p>
+<p class="line">Chef d&rsquo;&oelig;uvre arachn&eacute;en d&rsquo;un
+age s&eacute;culaire,</p>
+<p class="line">De ta riche toilette achève la splendeur.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Pour moi, je t&rsquo;aimais mieux dans tes robes de
+toile</p>
+<p class="line">Printanière, indienne ou modeste organdi,</p>
+<p class="line">Atours frais et coquets, simple chapeau sans voile,</p>
+<p class="line">Brodequins gris ou noirs, et col blanc tout uni.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Car ce luxe nouveau qui te rend si jolie</p>
+<p class="line">Ne me rappelle pas mes amours disparus,</p>
+<p class="line">Et tu n&rsquo;es que plus morte et mieux enselevie</p>
+<p class="line">Dans ce linceul de soie o&ugrave; ton c&oelig;ur ne bat
+plus.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Lorsque je composai ce morceau fun&eacute;raire</p>
+<p class="line">Qui n&rsquo;est qu&rsquo;un long regret de mon bonheur
+pass&eacute;,</p>
+<p class="line">J&rsquo;&eacute;tais v&ecirc;tu de noir comme un
+parfait notaire</p>
+<p class="line">Moins les b&eacute;sicles d&rsquo;or et le jabot
+pliss&eacute;.</p>
+</div>
+<span class="pagenum">[<a id="pb359" href="#pb359" name="pb359">359</a>]</span>
+<div class="lg">
+<p class="line">Un cr&ecirc;pe enveloppait le manche de ma plume</p>
+<p class="line">Et des filets de deuil encadraient le papier</p>
+<p class="line">Sur lequel j&rsquo;&eacute;crivais ces strophes
+o&ugrave; j&rsquo;exhume</p>
+<p class="line">Le dernier souvenir de mon amour dernier.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Arriv&eacute; cependant &agrave; la fin d&rsquo;un
+po&euml;me</p>
+<p class="line">O&ugrave; je jette mon c&oelig;ur dans le fond
+d&rsquo;un grand trou,</p>
+<p class="line">&mdash;Ga&icirc;t&eacute; de croque-mort qui
+s&rsquo;enterre lui-m&ecirc;me</p>
+<p class="line">Voil&agrave; que je me mets &agrave; rire comme un
+fou.</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Mais cette ga&icirc;t&eacute;-l&agrave; n&rsquo;est
+qu&rsquo;une raillerie</p>
+<p class="line">Ma plume en &eacute;crivant a trembl&eacute; dans ma
+main,</p>
+<p class="line">Et quand je souriais, comme une chaude pluie,</p>
+<p class="line">Mes larmes effa&ccedil;aient les mots sur le
+v&eacute;lin.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div2"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h3 class="main">II.</h3>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was 24 December, en dien avond had het quartier
+Latin steeds een bijzondere physiognomie. Van vier uur af waren de
+bureaux van de Bank van Leening, de winkels van uitdragers en
+antiquairs in boeken overstelpt door een luidruchtige menigte, die
+later in den avond een stormaanval begon op de slagerijen, gaarkeukens
+en kruidenierswinkels. En hadden de winkelknechts ook al evenals
+Briareus<a class="noteref" id="xd20e8278src" href="#xd20e8278" name="xd20e8278src">1</a> honderd armen gehad, dan zouden zij toch niet in
+staat geweest zijn de klanten, die elkaar de waren als het ware uit de
+handen rukten, te helpen. Bij de bakkers werd, als in tijden van
+hongersnood, queue gemaakt. De wijnhandelaars verkochten de opbrengst
+van drie oogsten, en zelfs een handig statisticus zou moeite gehad
+hebben om het getal hammen en worsten te tellen, die door den beroemden
+Borel uit de rue Dauphine verkocht werden. Alleen op dien avond zette
+vader Cretaine, bijgenaamd <span class="pagenum">[<a id="pb360" href="#pb360" name="pb360">360</a>]</span>Petit-Pain, achttien uitgaven van
+zijn boterkoekjes om. Gedurende den geheelen avond klonk uit alle
+huizen gezang en gelach, waren de vensters hel verlicht en vulde een
+ware kermis-atmospheer het stadskwartier.</p>
+<p>Naar oud gebruik werd het &bdquo;r&eacute;veillon&rdquo;
+gevierd.</p>
+<p>Dien avond gingen tegen tien uur Marcel en Rodolphe in een vrij
+droeve stemming naar huis. Toen zij door de rue Dauphine kwamen, zagen
+zij in een fijne vleeschwaren- en comestibleshandel een groot gedrang
+en bleven, door die geurige gastronomische producten aangelokt, een
+oogenblik voor de ramen staan kijken; in hun aandachtige beschouwing
+geleken de twee boh&eacute;miens op den persoon uit een Spaanschen
+roman, die alleen door ernaar te kijken, de hammen mager deed
+worden.</p>
+<p>&bdquo;Dat noemen ze een kalkoenschen haan met truffels,&rdquo;
+zeide Marcel en wees op een prachtigen vogel, die door zijn rose en
+doorzichtige huid de Perigourdsche knolletjes liet zien, waarmede het
+dier gefarceerd was. &bdquo;Ik heb menschen gezien, die
+z&ograve;&ograve; goddeloos waren, om die dingen te eten zonder dat ze
+daarbij op hun knie&euml;n vielen,&rdquo; voegde de schilder eraan toe,
+terwijl hij naar den kalkoen keek met blikken, die in staat geweest
+zouden zijn het dier te braden.</p>
+<p>&bdquo;En wat zeg je van die heerlijke lamsbout?&rdquo; vroeg
+Rodolphe. &bdquo;Wat een prachtkleur. Je zoudt denken, dat hij zoo pas
+uit dien slagerswinkel, dien je op een schilderij van Jordaens ziet,
+weggehaald is. Lamsbouten zijn de lievelingsspijzen der goden en van
+madame Chandelier, mijn peettante.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En kijk die visschen eens,&rdquo; ging Marcel voort en wees
+op eenige forellen, &bdquo;dat zijn de handigste zwemmers onder de
+waterbewoners. Die kleine diertjes, die er op het eerste gezicht zoo
+onbeduidend uitzien, zouden schatten kunnen verdienen, wanneer zij hun
+kunststukken lieten zien; stel je voor, ze zwemmen een snellen
+bergstroom <span class="pagenum">[<a id="pb361" href="#pb361" name="pb361">361</a>]</span>even makkelijk op, als wij een paar
+uitnoodigingen voor een souper aannemen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En daar dan, die groote stapel goudkleurige vruchten, waarvan
+het gebladerte gelijkt op een tropee van Turksche sabels; dat zijn
+ananassen, de goudreinetten der tropen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat laat mij koud,&rdquo; <span class="corr" id="xd20e8299"
+title="Bron: antwoodde">antwoordde</span> Marcel; &bdquo;als het om
+fruit gaat, geef ik den voorkeur aan dat muisje rookvleesch, dien
+lamsbout of dat hammetje met zijn pantser van gelei, die zoo
+doorzichtig is als barnsteen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je hebt gelijk!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;de ham is de
+vriend van den mensch, als hij ze heeft. En toch zou ik die fazant niet
+afslaan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat geloof ik graag,&rdquo; antwoordde Marcel; &bdquo;fazant
+is het gerecht van gekroonde hoofden.&rdquo;</p>
+<p>Verder voortwandelend, kwamen zij verschillende vroolijke troepjes
+tegen, die naar huis terugkeerden, om Momus, Bacchus, Comus en andere
+lekkerbekkerij-godheden op <span class="ex">us</span> te vieren, en zij
+vroegen elkaar af, wie die mijnheer Camacho<a class="noteref" id="xd20e8312src" href="#xd20e8312" name="xd20e8312src">2</a> was, wiens
+bruiloft met een grooten voorraad levensmiddelen gevierd werd.</p>
+<p>Marcel herinnerde zich plotseling welke datum het was.</p>
+<p>&bdquo;Het is vandaag r&eacute;veillon,&rdquo; zeide hij.</p>
+<p>&bdquo;Herinner je je nog, hoe wij verleden jaar dien avond gesmuld
+hebben?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig zeker, bij Momus. Barbemuche heeft toen betaald.
+Ik had nooit kunnen denken, dat een zoo tenger meisje als Ph&eacute;mie
+zooveel worstjes naar binnen kon werken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe jammer, dat Momus onze vrijkaarten heeft
+ingetrokken,&rdquo; zeide Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Helaas!&rdquo; antwoordde Marcel. &bdquo;De dagen volgen,
+maar gelijken niet op elkaar.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zou jij niet graag r&eacute;veillon vieren?&rdquo; vroeg
+Rodolphe. <span class="pagenum">[<a id="pb362" href="#pb362" name="pb362">362</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Met wien en waarmee?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou met mij!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En het geld?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wacht even!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;ik zal even dat
+caf&eacute; hier binnenloopen, waar altijd een paar kennissen van me
+zijn, die grof spelen. Ik zal van een door het geluk begunstigde eenige
+sesterti&euml;n leenen en wel zooveel meebrengen, dat we een sardientje
+of een varkenspootje met een glas wijn kunnen bevochtigen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Doe dat!&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;ik heb honger als een
+paard. Ik zal wel even op je wachten.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe ging het caf&eacute;, waarvan hij de meeste stamgasten
+kende, binnen. Het was voor een der aanwezigen, die in tien keer drie
+honderd francs gewonnen had, een waar genoegen den dichter veertig sous
+te leenen, welke hij hem gaf met het slechte humeur, dat de speelkoorts
+in ons opwekt. Op een ander oogenblik en op een andere plaats zou hij
+hem misschien veertig francs geleend hebben.</p>
+<p>&bdquo;En?&rdquo; vroeg Marcel, toen hij Rodolphe weer buiten zag
+komen.</p>
+<p>&bdquo;Hier heb je de recette,&rdquo; zeide de dichter en liet het
+geldstuk zien.</p>
+<p>&bdquo;Een korstje met een klein worstje!&rdquo; meende Marcel.</p>
+<p>Toch wisten zij het met die bescheiden som nog z&ograve;&ograve; ver
+te brengen, dat zij brood, wijn, vleesch, tabak, vuur en licht
+hadden.</p>
+<p>Dan gingen zij naar huis. Zij woonden toen in een h&ocirc;tel garni,
+waar zij ieder een afzonderlijke kamer hadden. Daar die van Marcel,
+welke tegelijk als atelier dienst deed, grooter was, werd deze tot
+feestzaal uitverkoren. De beide vrienden maakten samen hun intiemen
+maaltijd gereed.</p>
+<p>Doch aan het kleine tafeltje, dat zij naast den kachel geschoven
+hadden, waarin het vochtige en slechte hout zonder vlammen of warmte
+verkoolde, kwam als een <span class="pagenum">[<a id="pb363" href="#pb363" name="pb363">363</a>]</span>melancholieke geest de schim van
+het verleden aanzitten.</p>
+<p>Minstens een uur lang bleven zij zwijgend en peinzend zoo zitten,
+beiden bezig met dezelfde gedachte en beiden trachtend die voor elkaar
+te verbergen. Eindelijk verbrak Marcel het eerst de stilte.</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zeide hij tot Rodolphe; &bdquo;dit was toch ons
+plan niet!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoel je?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Lieve hemel, speel toch met mij geen kiekeboetje! Jij denkt
+aan wat je moest vergeten .... en met mij is het precies zoo, dat
+ontken ik niet!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nu dan ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar het moet de laatste maal zijn! Naar den duivel met al
+die herinneringen, die den wijn een zuren smaak geven en ons triest
+stemmen, terwijl iedereen zich amuseert!&rdquo; riep Marcel uit,
+zinspelende op het vroolijke gelach en gezang, dat uit de kamers
+ernaast klonk. &bdquo;Kom laten we aan wat anders denken en laat het
+verleden begraven blijven!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zeggen we altijd, en toch ....&rdquo; zeide Rodolphe en
+viel weer in zijn droomen terug.</p>
+<p>&bdquo;En toch komen wij er altijd weer op terug,&rdquo; vulde
+Marcel aan. &bdquo;Dat komt, omdat we, in plaats van eerlijk de
+vergetelheid te zoeken, de meest onbeteekenende dingen als voorwendsel
+gebruiken, om oude herinneringen weer in ons wakker te roepen; dat komt
+vooral, omdat wij maar blijven voortleven in datzelfde milieu, waarin
+die schepsels, welke ons zoolang gekweld hebben, geleefd hebben. Wij
+zijn niet zoozeer de slaven van een hartstocht als wel van een
+gewoonte. Die boeien nu moeten wij verbreken, anders gaan wij in een
+belachelijke en schandelijke slavernij ten gronde. Welnu, het verleden
+is het verleden&mdash;weg met de banden, die ons daar nog aan binden;
+het uur is gekomen om voorwaarts te gaan zonder achterwaarts te zien;
+wij hebben onze jeugd, <span class="pagenum">[<a id="pb364" href="#pb364" name="pb364">364</a>]</span>onzen tijd van onbezorgdheid en
+paradoxen gehad. Dit alles is heel mooi, je zoudt er een aardigen roman
+van kunnen maken; maar deze comedie van verliefde dwaasheden, deze
+tijdverspilling, die wij bedrijven met de verkwisting van menschen, die
+denken, dat zij de eeuwigheid uit kunnen geven, dat alles moet nu
+eindelijk eens een einde nemen! Wij zouden de verachting, die ons zou
+treffen, verdienen, wij zouden ons zelf moeten verachten, indien wij
+dit leven buiten de maatschappij, ja bijna buiten het leven zelf, nog
+langer zouden voortzetten. Want is het bestaan, dat wij leiden,
+eigenlijk wel een leven? En zijn die onafhankelijkheid, die vrijheid
+van zeden, waarop wij zoo prat gaan, eigenlijk geen heel middelmatige
+voordeelen? De ware vrijheid is: zonder hulp van anderen, uit eigen
+kracht kunnen leven. En kunnen wij dat? Neen. De eerste de beste
+domkop, wiens naam we geen vijf minuten zouden willen dragen, wreekt
+zich over onze spotternijen en wordt onze meester van af den dag,
+waarop wij honderd sous van hem leenen, die hij ons geeft, na ons voor
+honderd daalders aan listen en zelfvernedering te hebben laten
+uitgeven. Ik voor mij heb er genoeg van. De po&euml;zie bestaat niet
+alleen in een ongeordend bestaan, in onverwachte meevallertjes, in
+verliefdheden, die den levensduur van een kaars hebben, in min of meer
+excentriek verzet tegen bestaande vooroordeelen, die eeuwig de wereld
+zullen blijven beheerschen, want het is makkelijker een dynastie omver
+te werpen dan een vooroordeel, hoe belachelijk het ook zijn mag. Het is
+nog geen bewijs van talent of genie, om midden in December een zomerjas
+te dragen; en je kan heel goed een echt dichter of kunstenaar zijn,
+wanneer je voor warme voeten zorgt en driemaal per dag eet. Hoe je de
+zaak ook draait of keert, indien je iets wilt bereiken, moet je den weg
+nemen, dien ook anderen inslaan. Deze woorden zullen je misschien wel
+verbazen, beste kerel, misschien zal je zeggen, dat ik <span class="pagenum">[<a id="pb365" href="#pb365" name="pb365">365</a>]</span>mijn
+idealen verraad, je noemt me misschien verdorven, maar toch is wat ik
+zeg de uitdrukking van mijn vaste overtuiging. Buiten mijn weten heeft
+zich in mij een langzame en heilzame metamorphose voltrokken: het
+gezonde verstand is in mijn geest binnengekomen, met inbraak, wanneer
+je wilt, en ondanks mijzelf misschien; maar hoe dit zij, het is
+eindelijk binnengekomen en heeft mij bewezen, dat ik op den verkeerden
+weg was en dat het even belachelijk als gevaarlijk zou zijn daarop te
+blijven voortgaan. Ik vraag je af, wat zal er van ons worden, indien
+wij dit eentonige en nuttelooze vagabonden-leven blijven voortzetten?
+Wij loopen zoo langzamerhand naar de dertig en zijn nog steeds
+onbekend, hebben geen relaties, zijn ontevreden met alles en met ons
+zelf, afgunstig op allen, die wij een doel, wat het dan ook zij, zien
+bereiken, verplicht onze toevlucht te nemen tot een schandelijk
+parasiteeren, om verder te kunnen leven. En denk nu niet, dat dit een
+phantasiebeeld is, dat ik oproep, om je bang te maken! Ik zie volstrekt
+de toekomst niet systematisch zwart in, maar evenmin rooskleurig; ik
+zie ze met een juisten blik. Tot nog toe was het leven, dat wij geleid
+hebben, ons door de omstandigheden opgedrongen; wij hadden het excuus
+der noodwendigheid. Maar thans zouden we die verontschuldiging niet
+meer kunnen doen gelden; en wanneer wij niet in het gewone leven
+terugkeeren, dan is dat heelemaal onze vrije wil, want de hindernissen,
+waartegen we te vechten hadden, bestaan niet meer.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar kerel,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;waar wil je
+eigenlijk heen? Om welke reden en met welk doel sta je zoo te
+preeken?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je begrijpt me heel goed,&rdquo; antwoordde Marcel op
+denzelfden ernstigen toon; &bdquo;ik heb daarnet gezien, hoe jij,
+evenals ik trouwens, bestormd werdt door herinneringen, die je het
+verleden deden terugverlangen: jij dacht aan Mimi, zooals ik aan
+Musette; jij zoudt, evenals ik, <span class="pagenum">[<a id="pb366"
+href="#pb366" name="pb366">366</a>]</span>je vriendinnetje graag naast
+je zien zitten. Welnu, ik zeg je, dat we niet meer aan die schepsels
+moeten denken, dat wij niet alleen geschapen en op de wereld gekomen
+zijn, om ons geheele bestaan op te offeren aan die vulgaire Manons, en
+dat die chevalier Desgrieux, die zoo mooi, zoo waar en zoo
+po&euml;tisch is, alleen door zijn jeugd en door de illusies, die hij
+had weten te bewaren, niet belachelijk geworden is. Toen hij twintig
+jaar was, kon hij, zonder op te houden interessant te zijn, zijn
+geliefde naar de Antillen volgen; maar indien hij vijf-en twintig
+geweest was, zou hij Manon de deur gewezen hebben, en dat met het
+volste recht. Wij kunnen er onze oogen wel voor sluiten, beste kerel,
+maar het feit blijft bestaan: wij zijn oud, wij hebben te veel en te
+snel geleefd; ons hart is gesprongen en brengt nog slechts valsche
+tonen voort: je blijft niet drie jaar lang ongestraft verliefd op een
+Musette of een Mimi. Doch voor mij is het nu voor goed uit; en daar ik
+volkomen wil breken met de herinneringen aan Musette, zal ik nu
+onmiddellijk enkele kleinigheden, die zij bij mij achtergelaten heeft
+en die me dwingen aan haar te denken, als ik ze weer zie, in het vuur
+werpen.&rdquo;</p>
+<p>Marcel stond op en ging uit de lade van zijn commode een kartonnen
+doos halen, waarin de souvenirs aan Musette lagen, te weten een
+verdorde bouquet, een ceintuur, een stuk lint en enkele brieven.</p>
+<p>&bdquo;Kom, Rodolphe, volg mijn voorbeeld!&rdquo; zeide hij tot den
+dichter.</p>
+<p>&bdquo;Welnu, het zij zoo!&rdquo; riep Rodolphe, als kostte het hem
+moeite, uit; &bdquo;je hebt gelijk. Ook ik wil een einde maken aan die
+herinnering aan dat meisje met haar blanke handen.&rdquo;</p>
+<p>En hij vloog de kamer uit, om een klein pakje met de souvenirs aan
+Mimi te halen, zoo ongeveer van denzelfden aard als die, waarvan Marcel
+nu zwijgend den inventaris opmaakte. <span class="pagenum">[<a id="pb367" href="#pb367" name="pb367">367</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dat treft prachtig,&rdquo; mompelde de schilder. &bdquo;Deze
+snuisterijen kunnen gelijk het vuur, dat bijna uit is, nog wat
+aanwakkeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarachtig,&rdquo; antwoordde Rodolphe, &bdquo;het is hier in
+de kamer een temperatuur voor een ijsberenfokkerij.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;laten we het brandduet
+aanheffen. Kijk, het proza van Musette vlamt als een punchbowl; het
+arme kind hield zoo van punch. Allo, Rodolphe, jouw beurt!&rdquo;</p>
+<p>En gedurende enkele minuten wierpen zij beurtelings de
+reliquie&euml;n van hun liefde stuk voor stuk in het vuur, dat vroolijk
+knetterend opvlamde.</p>
+<p>&bdquo;Arme Musette,&rdquo; zeide Marcel zacht, terwijl hij naar het
+laatste souvenir, dat hij in zijn handen had, keek.</p>
+<p>Het was een klein verwelkt bouquetje van veldbloemen.</p>
+<p>&bdquo;Arme Musette, ze was toch wel mooi en ze hield wel van me,
+niet waar, klein bouquetje, heeft haar hart het je niet gezegd, toen je
+bloemen in haar corsage prijkten? Arm, klein bouquetje, het is net
+alsof je om genade smeekt; nu ik schenk je die, maar onder voorwaarde,
+dat je niet meer met mij over haar praat, nooit, nooit meer!&rdquo;</p>
+<p>En hij maakte gebruik van een oogenblik, waarop hij meende, dat
+Rodolphe niet op hem lette, om het bouquetje in zijn borstzak te laten
+glijden.</p>
+<p>&bdquo;Het spijt mij, maar ik kan niet anders,&rdquo; dacht de
+schilder.</p>
+<p>Toen hij echter tersluiks naar Rodolphe keek, zag hij, hoe de
+dichter aan het slot van zijn auto-da-f&eacute; een nachtmutsje, dat
+Mimi gedragen had, eerbiedig kuste en dan heimelijk in zijn zak
+stak.</p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; mompelde Marcel, &bdquo;die is al even laf als
+ik.&rdquo;</p>
+<p>Toen Rodolphe naar zijn eigen kamer wilde gaan, werd er tweemaal
+zacht op de deur van Marcel geklopt.</p>
+<p>&bdquo;Wie voor den duivel kan nog zoo laat hier willen zijn?&rdquo;
+zeide de schilder. <span class="pagenum">[<a id="pb368" href="#pb368"
+name="pb368">368</a>]</span></p>
+<p>Een kreet van verbazing ontsnapte hem, toen hij de deur geopend
+had.</p>
+<p>Het was Mimi.</p>
+<p>Daar het donker in de kamer was, herkende Rodolphe zijn
+vriendinnetje niet dadelijk. Hij kon slechts een vrouwelijk wezen
+onderscheiden, en daar hij dacht, dat het een van die tijdelijke
+veroveringen van zijn vriend was, wilde hij zich uit discretie
+verwijderen.</p>
+<p>&bdquo;Stoor ik jullie?&rdquo; vroeg Mimi, die op den drempel was
+blijven staan.</p>
+<p>Bij het hooren van die stem viel Rodolphe, als door den bliksem
+getroffen, op zijn stoel neer.</p>
+<p>&bdquo;Goeden avond,&rdquo; zeide Mimi, die naar hem toe ging en hem
+de hand drukte, wat hij werktuigelijk toeliet.</p>
+<p>&bdquo;Wat voor den duivel kom jij hier doen?&rdquo; vroeg Marcel;
+&bdquo;en nog wel op dit uur?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb het zoo koud,&rdquo; antwoordde Mimi rillend;
+&bdquo;en daar ik in het voorbijgaan nog licht hier zag, ben ik, al is
+het wat laat, naar boven gekomen.&rdquo;</p>
+<p>Zij rilde nog steeds. Haar stem had een bijzonderen, kristalhelderen
+klank, die als een doodsklok in het hart van Rodolphe echode en het met
+een doffen angst vervulde: heimelijk nam hij haar nauwkeuriger op. Het
+was Mimi niet meer, het was haar schim.</p>
+<p>Marcel schoof een stoel naast den kachel voor haar.</p>
+<p>Mimi glimlachte, toen zij de heldere vlam vroolijk in de haard zag
+dansen.</p>
+<p>&bdquo;Dat doet je goed,&rdquo; zeide zij, terwijl zij haar arme,
+door de koude blauwe handjes boven het vuur hield. &bdquo;Tusschen twee
+haakjes, Marcel, weet je, waarom ik hier kom?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Op mijn woord van eer niet!&rdquo; antwoordde deze.</p>
+<p>&bdquo;Nou,&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;ik kwam vragen of jullie niet
+zoudt kunnen zorgen, dat ik een kamer in dit huis krijg. In mijn
+h&ocirc;tel garni hebben ze mij de deur gewezen, omdat <span class="pagenum">[<a id="pb369" href="#pb369" name="pb369">369</a>]</span>ik
+in een maand geen huur betaald heb. Ik weet niet, waar ik heen
+moet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Duivels,&rdquo; zeide Marcel hoofdschuddend; &bdquo;wij staan
+bij den huisbaas ook niet erg in den pas, en een aanbeveling van ons
+zou je eer schaden dan nuttig zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar wat moet ik dan beginnen? Ik weet werkelijk niet, waar
+ik heen moet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat, ben je dan geen vicomtesse meer?&rdquo; vroeg
+Marcel.</p>
+<p>&bdquo;O God, neen!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Al hoe lang niet meer?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Al sedert twee maanden!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heb je den jongen vicomte te veel geplaagd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zeide zij, terwijl zij een steelschen blik wierp
+op Rodolphe, die in den donkersten hoek van de kamer was gaan zitten;
+&bdquo;de vicomte heeft me een scène gemaakt naar aanleiding van
+het gedicht, dat men op mij gemaakt heeft. Wij hebben woorden gekregen,
+en toen heb ik hem den bons gegeven! Het is een echte
+gierigaard!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hij had je toch aardig in de kleeren gestoken, ten
+minste te oordeelen naar den keer, dat ik je eens gezien
+heb.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat wel!&rdquo; zeide Mimi, &bdquo;maar stel je voor, dat
+hij, toen ik den liaison afgebroken had, mij alles weer afgenomen
+heeft, en dat hij, zooals ik later gehoord heb, mijn kleeren verloot
+heeft aan een slechte table d&rsquo;h&ocirc;te, waar ik dikwijls met
+hem gegeten heb. En toch is het een rijke jongen, maar met al zijn
+fortuin is hij zoo gierig als een vrek en zoo stom als het achtereind
+van een koe; ik mocht niet eens wijn zonder water drinken en Vrijdag
+moest ik altijd vasten. Wil je wel gelooven, dat hij me zwarte wollen
+kousen wilde laten dragen, omdat die niet zoo gauw vuil worden als
+witte? Je kunt je niet voorstellen hoe driftig hij is. Hij heeft me dan
+ook aardig ge&euml;rgerd. Ik kan wel zeggen, dat ik bij hem mijn
+vagevuurtijd doorgemaakt heb!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb370" href="#pb370" name="pb370">370</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;En weet hij in welken toestand je nu bent?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb hem niet meer teruggezien en wil hem ook niet
+terugzien!&rdquo; antwoordde Mimi. &bdquo;Alleen door aan hem te denken
+word ik al zeeziek! Ik zou liever van honger sterven dan hem om een
+stuiver vragen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar,&rdquo; vroeg Marcel verder, &bdquo;je bent, nadat je
+hem verlaten hebt, toch zeker niet alleen gebleven?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker wel, Marcel, zeker wel!&rdquo; riep Mimi eenigszins
+heftig uit; &bdquo;ik heb gewerkt om te kunnen leven; maar daar ik met
+het bloemenmaken niet genoeg verdienen kon, heb ik een ander beroep
+gekozen: ik poseer nu voor schilders. Als je soms werk voor mij
+hebt....&rdquo; voegde zij er lachend aan toe.</p>
+<p>En toen zij zag, hoe Rodolphe, dien zij, hoewel zij tot zijn vriend
+sprak, geen oogenblik uit het oog verloor, een ongeduldige beweging
+maakte, ging zij verder:</p>
+<p>&bdquo;O, maar ik poseer alleen maar voor mijn hoofd en mijn handen.
+Ik heb nog al wat te doen en van twee of drie schilders moet ik nog
+geld hebben. Binnen een paar dagen krijg ik het, maar tot zoolang moet
+ik onderdak hebben. Zoodra ik weer geld heb, ga ik naar mijn
+h&ocirc;tel terug. Zoo,&rdquo; zeide zij met een blik op de tafel,
+waarop nog de praeparatieven stonden voor het bescheiden maal, dat de
+twee vrienden nauwlijks hadden aangeraakt; &bdquo;zoo, gaan jullie
+soupeeren?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; zeide Marcel; &bdquo;wij hebben geen
+honger.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dan zijn jullie wel gelukkig,&rdquo; merkte Mimi na&iuml;ef
+op.</p>
+<p>Bij die woorden voelde Rodolphe een steek in zijn hart; hij gaf
+Marcel een wenk, dien deze dadelijk begreep.</p>
+<p>&bdquo;Maar nu je eenmaal hier bent,&rdquo; zeide de schilder,
+&bdquo;moest je maar &agrave; la fortune du pot bij ons blijven eten.
+Wij waren van plan r&eacute;veillon te vieren, maar ..... toen zijn we
+waarachtig aan iets anders gaan denken.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik val met mijn neus in de boter,&rdquo; zeide Mimi, terwijl
+zij een bijna hongerigen blik op de tafel wierp; &bdquo;ik heb
+<span class="pagenum">[<a id="pb371" href="#pb371" name="pb371">371</a>]</span>vanmiddag in het geheel niet gegeten,&rdquo;
+fluisterde zij den schilder in, opdat Rodolphe, die op zijn zakdoek
+beet, om niet in tranen uit te barsten, het niet zou hooren.</p>
+<p>&bdquo;Schuif wat bij, Rodolphe!&rdquo; zeide Marcel tot zijn
+vriend; &bdquo;we zullen met ons drie&euml;n soupeeren!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen!&rdquo; zeide dichter, die in zijn hoek bleef
+zitten.</p>
+<p>&bdquo;Ben je boos, Rodolphe, dat ik hier gekomen ben,&rdquo; vroeg
+Mimi zacht; &bdquo;heb je liever, dat ik weer weg ga?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, neen!&rdquo; antwoordde Rodolphe; &bdquo;maar het doet
+mij pijn, dat ik je zoo terugzie.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is mijn eigen schuld, Rodolphe&mdash;ik klaag dan ook
+niet; wat voorbij is, is voorbij, denk er maar niet verder aan. Kan je
+mijn vriend niet zijn, omdat je vroeger wat anders geweest ben? Ja
+toch! Zet dus niet zoo&rsquo;n verdrietig gezicht meer en kom bij ons
+zitten!&rdquo;</p>
+<p>Zij stond op, om naar hem toe te gaan; maar zij was zoo zwak, dat
+zij geen stap doen kon en op haar stoel terugviel.</p>
+<p>&bdquo;De warmte heeft me bevangen,&rdquo; zeide zij; &bdquo;ik kan
+niet meer op mijn beenen staan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kom nou bij ons zitten, Rodolphe,&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>De dichter kwam bij hen zitten en begon met hen te eten. Mimi was
+erg uitgelaten.</p>
+<p>Toen het eenvoudige maal afgeloopen was, zeide Marcel tot Mimi:</p>
+<p>&bdquo;Beste kind, het is ons niet mogelijk je hier in dit huis een
+kamer te geven.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dus moet ik gaan!&rdquo; zeide zij, terwijl zij trachtte op
+te staan.</p>
+<p>&bdquo;Wel neen!&rdquo; riep Marcel uit; &bdquo;er is nog wel een
+andere manier, om de zaak te regelen; jij blijft hier in deze kamer en
+ik ga zoolang bij Rodolphe logeeren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is wel lastig voor jullie!&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;maar
+het zal niet langer dan een paar dagen duren.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het is volstrekt niet lastig voor ons,&rdquo; antwoordde
+Marcel; &bdquo;dus zoo blijft het afgesproken: jij blijft hier en
+<span class="pagenum">[<a id="pb372" href="#pb372" name="pb372">372</a>]</span>Rodolphe en ik slapen op de kamer van Rodolphe.
+Bonsoir, Mimi, slaap lekker!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik dank jullie wel!&rdquo; zeide zij, terwijl zij Marcel en
+Rodolphe, die weggingen, de hand gaf.</p>
+<p>&bdquo;Wil ik de deur afsluiten?&rdquo; vroeg Marcel, toen hij bij
+de deur was.</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; zeide Mimi met een blik op Rodolphe; &bdquo;ik
+ben niet bang.&rdquo;</p>
+<p>Toen de twee vrienden in de kamer ernaast waren, vroeg Marcel
+plotseling aan Rodolphe:</p>
+<p>&bdquo;En wat ben jij nu van plan te doen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik weet het zelf niet!&rdquo; stamelde Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Kom, sta niet zoo te treuzelen, ga naar Mimi! Ik voorspel je,
+dat, wanneer je naar haar toegaat, jullie morgen weer verzoend zullen
+zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat zou jij gedaan hebben, als Musette teruggekomen
+was?&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Als Musette in de kamer hiernaast was,&rdquo; antwoordde
+Marcel, &bdquo;dan zou ik al een kwartier geleden niet meer in deze
+zijn.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;ik zal moediger zijn dan
+jij, ik blijf hier!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat zullen we nog eens zien!&rdquo; zeide Marcel, die reeds
+in bed lag; &bdquo;ga jij ook naar bed?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zeker!&rdquo; antwoordde Rodolphe.</p>
+<p>Doch toen Marcel midden in den nacht wakker werd, zag hij, dat
+Rodolphe weg was.</p>
+<p>&rsquo;s Ochtends klopte Marcel zachtjes op de deur van de kamer,
+waarin Mimi sliep.</p>
+<p>&bdquo;Binnen,&rdquo; riep zij. Toen zij hem zag, gaf zij hem een
+wenk zachtjes te praten, om Rodolphe, die nog sliep, niet wakker te
+maken. Hij zat in een fauteuil, dien hij bij het bed geschoven had, en
+rustte met zijn hoofd op het kussen naast Mimi.</p>
+<p>&bdquo;Hebben jullie zoo den nacht doorgebracht?&rdquo; vroeg Marcel
+verwonderd. <span class="pagenum">[<a id="pb373" href="#pb373" name="pb373">373</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; antwoordde het jonge meisje.</p>
+<p>Plotseling werd Rodolphe wakker. Na Mimi een kus gegeven te hebben,
+stak hij den schilder, die hoe langer hoe verbaasder scheen, de hand
+toe.</p>
+<p>&bdquo;Ik zal zien, dat ik wat geld krijg, om eten te koopen,&rdquo;
+zeide hij tot Marcel; &bdquo;houd jij Mimi zoo lang
+gezelschap.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En,&rdquo; vroeg Marcel aan het jonge meisje, toen zij alleen
+waren, &bdquo;wat is er vannacht gebeurd?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach God, niets dan treurige dingen,&rdquo; zeide Mimi;
+&bdquo;Rodolphe houdt nog altijd van me.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat weet ik!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja, jij hebt hem van mij willen aftrekken,&rdquo; zeide zij;
+&bdquo;maar dat neem ik je niet kwalijk, Marcel, je hadt gelijk; ik heb
+dien armen jongen leelijk behandeld!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En jij,&rdquo; vroeg Marcel, &bdquo;houdt jij nog altijd van
+hem?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Of ik van hem houd!&rdquo; zeide zij handenwringend.
+&bdquo;En dat is juist zoo&rsquo;n pijniging voor me. Ik ben wel
+veranderd, beste jongen, en daarvoor is niet veel tijd noodig
+geweest.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou, als hij van jou houdt en jij van hem en jullie niet
+buiten elkaar kunt, moeten jullie maar weer samen gaan leven en dan
+probeeren, dat het ditmaal voor goed is.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is onmogelijk,&rdquo; zeide Mimi.</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; vroeg Marcel; &bdquo;zeker, het zou
+verstandiger zijn, indien jullie voor goed van elkaar gingen; maar om
+elkaar niet meer te zien, zouden jullie wel duizend mijl van elkaar
+moeten zijn!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoel je daarmee?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Spreek er niet met Rodolphe over, dat zou hem te veel
+aanpakken&mdash;maar ik ga gauw voor goed weg.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar waarheen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Kijk eens, Marcel,&rdquo; zeide Mimi snikkend.</p>
+<p>En de dekens wat terugslaande, liet zij den schilder haar schouders,
+haar hals en haar armen zien.</p>
+<p>&bdquo;Goede God!&rdquo; riep Marcel verschrikt uit. &bdquo;Arme
+meid!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb374" href="#pb374" name="pb374">374</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zie je wel, beste jongen, dat ik mij niet vergis en dat ik
+spoedig sterven zal?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Maar hoe is dat in zoo&rsquo;n korten tijd kunnen
+gebeuren?&rdquo; vroeg Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Ach!&rdquo; antwoordde Mimi; &bdquo;bij het leven, dat ik
+sedert twee maanden leid, is dat niet te verwonderen: al die
+slapelooze, doorweende nachten, dat poseeren in onverwarmde ateliers,
+het slechte voedsel, het vele verdriet.... En dan weet je nog niet
+alles: ik heb me met eau de Javel willen vergiftigen; ze hebben me
+gered, maar niet voor lang, zooals je ziet. Bovendien ben ik nooit
+heelemaal gezond geweest. Enfin, het is mijn eigen schuld: als ik kalm
+bij Rodolphe gebleven was, zou het zoover niet gekomen zijn. En nu kom
+ik dien armen jongen weer lastig vallen, maar het zal niet voor lang
+zijn: het laatste kleedingstuk, dat hij me geven zal, zal heelemaal wit
+zijn, Marcel, en daarin zal ik begraven worden. O, als je eens wist,
+hoe vreeselijk ik het vind, dat ik sterven moet! Rodolphe weet, dat ik
+ziek ben; gisteren heeft hij langer dan een uur sprakeloos naast mijn
+bed gezeten, toen hij mijn magere armen en schouders heeft gezien: hij
+herkende zijn Mimi niet meer ..... ach, mijn spiegel herkent me zelfs
+niet meer. Maar enfin, ik ben knap geweest en hij heeft veel van me
+gehouden. O lieve God,&rdquo; riep zij uit, terwijl zij haar gezicht in
+Marcel&rsquo;s handen verborg, &bdquo;ik ga je verlaten, beste jongen,
+en Rodolphe ook. O, lieve God!&rdquo;</p>
+<p>Tranen verstikten haar stem.</p>
+<p>&bdquo;Kom, Mimi,&rdquo; zeide Marcel, &bdquo;doe niet zoo wanhopig,
+je zult weer beter worden; je hebt alleen een goede verpleging en rust
+noodig.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ach, neen!&rdquo; antwoordde Mimi; &bdquo;het loopt af met
+mij, ik voel het heel goed. Ik ben zoo vreeselijk zwak: toen ik
+gisterenavond hier kwam, heb ik meer dan een uur noodig gehad om boven
+te komen. En als ik hier een andere vrouw <span class="pagenum">[<a id="pb375" href="#pb375" name="pb375">375</a>]</span>had aangetroffen, zou
+ik me uit het raam geworpen hebben. En toch was hij vrij, nu wij niet
+meer samen waren; maar zie je, Marcel, ik was er zeker van, dat hij nog
+van me hield. En daarom&rdquo;&mdash;en weer barstte Mimi in tranen
+uit&mdash;&bdquo;daarom alleen heb ik niet dadelijk willen sterven.
+Maar toch is het gedaan met mij. Och, Marcel, wat is hij toch een goede
+jongen, dat hij mij na alles wat ik hem aangedaan heb, toch nog bij
+zich genomen heeft. Ach, de lieve God is niet rechtvaardig, dat hij mij
+den tijd zelfs niet laat om weer goed te maken wat ik tegenover
+Rodolphe misdaan heb. En hij begrijpt heel goed hoe het met mij gesteld
+is. Ik wou niet, dat hij naast mij kwam liggen, want het is net alsof
+ik de wormen al aan mijn lichaam voel vreten. Wij hebben den geheelen
+nacht door samen geweend en over vroeger gesproken. O, wat is het toch
+droevig, dat je het geluk dan eerst ziet, wanneer het niet meer
+bereikbaar is en nadat het aan je voorbijgegaan is, zonder het te
+zien!.... O, het brandt me in mijn borst als vuur; en wanneer ik mijn
+ledematen beweeg, is het net, alsof zij zullen breken ..... Och,
+Marcel, geef me mijn japon even aan. Ik wil de kaart leggen, om te zien
+of Rodolphe geld meebrengen zal. Ik zou nog zoo graag eens lekker met
+jullie willen dejeuneeren, net als vroeger&mdash;het zal me geen kwaad
+doen, want God kan me toch niet zieker maken dan ik al ben.
+Kijk,&rdquo; zeide zij, terwijl ze Marcel de kaart liet zien, die zij
+gecoupeerd had; &bdquo;dat is schoppen, de kleur van den dood. En hier
+klaveren,&rdquo; voegde zij er vroolijk aan toe. &bdquo;We krijgen
+geld.&rdquo;</p>
+<p>Marcel wist niet wat hij moest zeggen bij die helderziende
+ijlkoortsen van dit ongelukkige schepseltje, dat, zooals zij zeide, de
+wormen reeds aan zich voelde vreten.</p>
+<p>Na een uur kwam Rodolphe terug. Hij bracht Schaunard en Colline
+mede. De musicus had zijn zomerjas aan: hij had, zoodra hij gehoord
+had, dat Mimi ziek was <span class="pagenum">[<a id="pb376" href="#pb376" name="pb376">376</a>]</span>zijn winterjas verkocht, om
+Rodolphe geld te kunnen leenen. Colline van zijn kant had verschillende
+boeken van de hand gedaan. Weliswaar had hij liever een arm of been
+verzilverd, maar Schaunard had hem aan zijn verstand gebracht, dat men
+met zijn arm of been niets beginnen kan, waarom hij maar besloten had
+van zijn lievelingen afstand te doen.</p>
+<p>Mimi spande al haar krachten in om haar oude vrienden met een
+vroolijk gezicht te ontvangen.</p>
+<p>&bdquo;Ik ben niet ondeugend meer,&rdquo; zeide zij tot hen,
+&bdquo;en Rodolphe heeft mij vergiffenis geschonken. Als hij mij bij
+zich wij houden, zal ik klompen aantrekken en een halsdoek omdoen.
+Zijde is niet goed voor mijn gezondheid,&rdquo; voegde zij er met een
+hartverscheurend glimlachje aan toe.</p>
+<p>Op aandringen van Marcel had Rodolphe een van zijn vrienden, die pas
+dokter geworden was, laten halen. Het was dezelfde, die vroeger de
+kleine Francine behandeld had. Toen hij kwam, liet men hem met Mimi
+alleen.</p>
+<p>Rodolphe was door Marcel reeds te voren op de hoogte gebracht van
+den gevaarlijken toestand, waarin Mimi verkeerde. Toen de dokter Mimi
+onderzocht had, zeide hij tot Rodolphe:</p>
+<p>&bdquo;Je kunt haar hier niet houden. Slechts een wonder kan haar
+redden. Zij moet naar het ziekenhuis. Ik zal je een brief voor de
+Piti&eacute; geven; een van mijn kennissen is daar assistent; ik zal
+hem vragen haar te behandelen. Als zij de lente haalt, kunnen we haar
+misschien nog heelemaal beter maken; maar als zij hier blijft, is het
+binnen acht dagen afgeloopen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal het haar nooit durven voorstellen,&rdquo; zeide
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Ik heb het haar al gezegd,&rdquo; antwoordde de dokter,
+&bdquo;en zij vindt het goed. Morgen zal ik je een formulier voor de
+Piti&eacute; zenden.&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb377" href="#pb377" name="pb377">377</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Beste jongen,&rdquo; zeide Mimi tot Rodolphe, &bdquo;de
+dokter heeft gelijk. Je zoudt me hier niet kunnen verplegen, zooals het
+behoort; je moet mij naar het ziekenhuis laten gaan. O, ik zou nu
+z&ograve;&ograve; graag blijven leven, dat ik de rest van mijn leven
+mijn linkerhand in het vuur zou houden, als ik de jouwe in mijn rechter
+mocht hebben. Je komt me toch zeker dikwijls opzoeken. Kom wees niet
+zoo bedroefd: ik zal daar goed verpleegd worden, heeft de dokter
+gezegd. Je krijgt kalfssoep in het ziekenhuis, en het is er warm. En
+terwijl ik daar aan het opknappen ben, moet jij werken, om geld te
+verdienen; en wanneer ik weer beter ben, kom ik weer bij je terug en
+blijf ik altijd bij je. Ik heb nu heel veel hoop. Ik kom even knap als
+vroeger terug. Vroeger, toen ik je nog niet kende, ben ik ook eens ziek
+geweest, en toen ben ik ook beter geworden. En in dien tijd was ik niet
+gelukkig, en het zou beter geweest zijn, als ik toen maar gestorven
+was. Nu ik jou teruggevonden heb en wij nog gelukkig kunnen zijn,
+zullen ze me ook wel beter maken, want ik zal me krachtig tegen de
+ziekte verzetten. Ik zal alle leelijke drankjes, die ze me geven,
+slikken, en de dood zal me alleen maar met geweld van je kunnen nemen.
+Geef den spiegel eens, het is net, of ik al weer een kleur krijg.
+Ja,&rdquo; zeide zij, terwijl zij in den spiegel keek, &bdquo;mijn
+mooie tint komt alweer terug. En kijk, mijn handen zijn nog altijd
+mooi; geef er nog eens een zoen op; het zal heusch de laatste keer niet
+zijn, jongenlief!&rdquo;</p>
+<p>Toen zij dit gezegd had, sloeg zij haar armen om zijn hals en
+bedekte zijn gezicht onder haar loshangende haren.</p>
+<p>Voor zij naar het ziekenhuis ging, wilde zij nog een avond met al de
+vroegere vrienden samen zijn.</p>
+<p>&bdquo;Laat me lachen,&rdquo; zeide zij; &bdquo;vroolijkheid is voor
+een mensch het beste geneesmiddel. Die slaapmuts van een vicomte heeft
+mij ziek gemaakt. Hij wou me orthographie leeren, stel je voor; wat
+moest ik daarmede beginnen? En zijn vrienden&mdash;lieve God, wat een
+kerels! Je reinste hoenderhof, <span class="pagenum">[<a id="pb378"
+href="#pb378" name="pb378">378</a>]</span>waarin de vicomte de pauw
+was. Hij merkte, God betert, zijn eigen linnengoed. Als hij ooit
+trouwt, krijgt hij vast de kinderen.&rdquo;</p>
+<p>Niets kon aangrijpender zijn dan deze opgewekte stemming, die, om
+zoo te zeggen, den dood van het lichaam overleefde. Slechts met
+inspanning van al hun geestkracht slaagden de boh&eacute;miens erin hun
+tranen terug te houden en het gesprek in den schertsenden toon te
+houden, waarin het gebracht was door dat arme kind, voor wie het
+noodlot zoo vlug het linnen voor haar laatste kleed weefde.</p>
+<p>Den volgenden ochtend kreeg Rodolphe het formulier voor het
+ziekenhuis. Mimi kon onmogelijk meer loopen: ze moest in het rijtuig
+worden gedragen. Tijdens het rijden leed zij vreeselijk onder de
+schokken. Maar het laatste, dat bij vrouwen sterft, de ijdelheid,
+overwon ook nu nog die pijnen: twee of driemaal liet zij het rijtuig
+voor mode-magazijnen stil staan, om naar de &eacute;talages te
+kijken.</p>
+<p>Toen zij in de op het formulier aangegeven zaal kwam, voelde Mimi
+haar hart samenkrimpen; een inwendige stem zeide haar, dat zij haar
+leven tusschen deze kale, droefgeestige muren zou eindigen. Al haar
+wilskracht moest zij te hulp roepen, om den somberen indruk, die haar
+had doen rillen, voor Rodolphe te verbergen.</p>
+<p>Toen zij te bed lag, omhelsde zij hem voor de laatste maal en drukte
+hem op het hart haar den volgenden Zondag te komen opzoeken.</p>
+<p>&bdquo;Het ruikt hier zoo akelig,&rdquo; zeide zij; &bdquo;breng
+bloemen voor me mee, viooltjes, die zijn er nog!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;adieu, tot
+Zondag!&rdquo;</p>
+<p>En hij trok de gordijnen dicht. Toen Mimi hoorde hoe de stappen van
+haar geliefde zich steeds verder verwijderden, kreeg zij plotseling een
+koortsaanval. Zij sloeg wild de gordijnen open, boog zich half uit haar
+bed en riep met een door tranen verstikte stem: <span class="pagenum">[<a id="pb379" href="#pb379" name="pb379">379</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Rodolphe, neem me weer mee; ik wil weg!&rdquo;</p>
+<p>De zuster kwam naar haar toe en trachtte haar te kalmeeren.</p>
+<p>&bdquo;O,&rdquo; steunde Mimi; &bdquo;ik zal hier
+sterven!&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;s Zondagsochtends, den dag dat hij Mimi zou gaan opzoeken,
+herinnerde Rodolphe zich, dat hij haar beloofd had viooltjes mee te
+zullen brengen. Door een po&euml;tisch bijgeloof gedreven, ging hij,
+niettegenstaande het vreeselijke weer, te voet naar de bosschen van
+Aulnay en Fontenay, waar hij zoo dikwijls met haar geweest was, om daar
+zelf de bloemen te zoeken, waarom zij hem gevraagd had. Twee uur lang
+dwaalde hij door het met sneeuw bedekte kreupelhout en lichtte met een
+klein stokje de struiken en het heidekruid op, tot hij eindelijk een
+paar viooltjes vond vlak bij het struikgewas langs den vijver van Le
+Plessis, hun lievelingsplekje, waar ze altijd heengingen, als ze buiten
+waren.</p>
+<p>Toen hij op den terugweg naar Parijs door het dorp Ch&acirc;tillon
+kwam, zag hij op het kerkplein een doopstoet en daarbij een van zijn
+vrienden, die met een zangeres van de Op&eacute;ra peet was.</p>
+<p>&bdquo;Wat voer jij hier uit?&rdquo; vroeg hij, verwonderd Rodolphe
+daar te zien.</p>
+<p>De dichter vertelde wat er gebeurd was.</p>
+<p>De jonge man, die Mimi gekend had, werd door het verhaal zeer
+aangegrepen. Hij haalde een doos bonbons uit zijn zak en gaf die aan
+Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Die arme Mimi, geef haar dit uit mijn naam en zeg, dat ik
+eens naar haar kom kijken!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als je dat wil, moet je je haasten, anders zou je te laat
+kunnen komen,&rdquo; zeide Rodolphe en ging verder.</p>
+<p>Toen hij in het hospitaal kwam, vloog Mimi, die zich niet meer
+bewegen kon, hem met een blik om de hals.</p>
+<p>&bdquo;Ha, daar zijn mijn bloemen!&rdquo; riep zij, terwijl een
+glimlach van geluk om haar lippen speelde. <span class="pagenum">[<a id="pb380" href="#pb380" name="pb380">380</a>]</span></p>
+<p>Rodolphe vertelde haar zijn pelgrimstocht naar het struikgewas langs
+den vijver, dat het paradijs van hun liefde geweest was.</p>
+<p>&bdquo;Lieve bloemen!&rdquo; zeide het arme kind, terwijl zij de
+viooltjes kuste.</p>
+<p>Ook de bonbons vielen in haar smaak.</p>
+<p>&bdquo;Ze hebben me dus nog niet heelemaal vergeten!&rdquo; zeide
+zij. &bdquo;Wat zijn jullie toch allemaal goed. Ik mag al je vrienden
+graag, Rodolphe!&rdquo;</p>
+<p>Het samenzijn was bijna vroolijk te noemen. Ook Schaunard en Colline
+waren gekomen. De zuster moest hen tot weggaan aansporen, daar de
+bezoektijd reeds lang voorbij was.</p>
+<p>&bdquo;Vaarwel!&rdquo; zeide Mimi; &bdquo;tot Donderdag dus! En zorg
+op tijd te zijn!&rdquo;</p>
+<p>Toen Rodolphe den volgenden avond thuis kwam, vond hij een brief van
+een jongen assistent uit het ziekenhuis, aan wien hij Mimi bijzonder
+aanbevolen had. De brief bevatte slechts deze woorden:</p>
+<p>&bdquo;Amice, ik moet je een treurige tijding geven: No. 8 is dood.
+Toen ik vanochtend door de zaal kwam, vond ik het bed leeg.&rdquo;</p>
+<hr class="tb">
+<p>Rodolphe viel op een stoel neer, maar geen tranen kwamen hem
+verlichting brengen. Toen Marcel later op den avond bij hem kwam, vond
+hij zijn vriend nog in dezelfde wezenlooze houding; met een handgebaar
+wees Rodolphe hem op den brief.</p>
+<p>&bdquo;Arme meid!&rdquo; zeide Marcel.</p>
+<p>&bdquo;Het is vreemd,&rdquo; merkte Rodolphe op; &bdquo;ik voel
+niets. Zou mijn liefde reeds gestorven zijn, toen ik hoorde, dat Mimi
+sterven moest?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie zal het zeggen?&rdquo; mompelde de schilder.</p>
+<p>Mimi&rsquo;s dood veroorzaakte in den kring der boh&eacute;miens een
+groote ontroering. <span class="pagenum">[<a id="pb381" href="#pb381"
+name="pb381">381</a>]</span></p>
+<p>Acht dagen later ontmoette Rodolphe op straat den assistent, die hem
+den dood van zijn vriendinnetje gemeld had.</p>
+<p>&bdquo;Beste Rodolphe,&rdquo; zeide hij, &bdquo;je neemt het me toch
+niet al te kwalijk, dat ik je door mijn voorbarigheid verdriet gedaan
+heb?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoel je?&rdquo; vroeg Rodolphe verwonderd.</p>
+<p>&bdquo;Wat? .... Weet je het niet? Heb je haar dan niet meer
+gezien?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wie?&rdquo; schreeuwde Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Maar Mimi natuurlijk!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; stamelde de dichter, die doodsbleek werd.</p>
+<p>&bdquo;Ik had me vergist. Toen ik je die vreeselijke tijding
+schreef, was ik het slachtoffer van een dwaling. Kijk eens, ik was in
+twee dagen niet in het ziekenhuis geweest. Toen ik den derden dag weer
+terugkwam, vond ik het bed van je vrouw leeg. Op mijn vraag aan de
+zuster waar de zieke was, kreeg ik ten antwoord, dat zij &rsquo;s
+nachts gestorven was. De zaak zit zoo in elkaar. Tijdens mijn
+afwezigheid was Mimi naar een andere zaal gebracht. In bed No. 8 hadden
+ze een andere vrouw gelegd, die nog denzelfden dag gestorven is. Dat is
+de oorzaak van mijn vergissing. Den dag, nadat ik je geschreven had,
+vond ik Mimi in een zaal ernaast. Jouw wegblijven had haar vreeselijk
+veel verdriet gedaan; zij gaf me een brief voor je, dien ik dadelijk
+naar je kamer gebracht heb.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Lieve God!&rdquo; riep Rodolphe uit; &bdquo;vanaf het
+oogenblik dat ik dacht, dat Mimi dood was, ben ik niet meer op mijn
+kamer geweest. Ik heb hier en daar bij mijn vrienden geslapen. Mimi
+leeft. God, wat moet zij wel van mijn wegblijven denken! Arme, arme
+meid! En hoe is het met haar? Wanneer heb je haar voor het laatst
+gezien?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Eergisterenochtend. Zij was niet erger en niet beter, maar
+zij is erg ongerust over jou, ze denkt, dat je ziek bent!&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="pb382" href="#pb382" name="pb382">382</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ga dadelijk met me naar de Piti&eacute;,&rdquo; zeide
+Rodolphe; &bdquo;ik moet ze zien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wacht hier een oogenblik,&rdquo; zeide de assistent, toen zij
+bij den ingang van het ziekenhuis waren, &bdquo;ik zal den directeur
+vragen, of je haar zien mag.&rdquo;</p>
+<p>Rodolphe wachtte een kwartier in de vestibule. Toen kwam de
+assistent terug, greep de hand van den dichter en zeide:</p>
+<p>&bdquo;Je moet maar denken, beste kerel, dat de brief, dien ik je
+acht dagen geleden geschreven heb, waarheid gesproken heeft.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat?&rdquo; zeide Rodolphe, terwijl hij wankelde en steun
+zocht tegen een pilaar; &bdquo;Mimi.....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Vanochtend om vier uur.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Breng mij naar de snijkamer, dan kan ik ze nog eenmaal
+zien,&rdquo; vroeg Rodolphe.</p>
+<p>&bdquo;Daar is ze niet meer,&rdquo; zeide de dokter. En terwijl hij
+den dichter op een grooten wagen wees, die op de binnenplaats stond
+voor een gebouw, waarboven het woord: Snijkamer te lezen was, voegde
+hij eraan toe:</p>
+<p>&bdquo;Daarin is zij.&rdquo;</p>
+<p>Het was inderdaad de lijkwagen, waarin de niet opgevraagde lijken
+naar de gemeenschappelijke graven gebracht worden.</p>
+<p>&bdquo;Adieu,&rdquo; zeide Rodolphe tot den assistent.</p>
+<p>&bdquo;Wil ik soms met je meegaan?&rdquo; vroeg deze.</p>
+<p>&bdquo;Neen, dank je,&rdquo; zeide Rodolphe, terwijl hij zich
+langzaam verwijderde. &bdquo;Ik wil alleen zijn!&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="pb383" href="#pb383" name="pb383">383</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e8278" href="#xd20e8278src" name="xd20e8278">1</a></span> Een
+persoon uit de Grieksche mythologie met honderd armen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e8312" href="#xd20e8312src" name="xd20e8312">2</a></span> Bekende
+persoon uit don Quichotte.</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch23" class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divHead">
+<h2 id="xd20e8777" class="label">Hoofdstuk XXIII.</h2>
+<h2 class="main">Men is slechts eens jong.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een jaar na Mimi&rsquo;s dood vierden Rodolphe en
+Marcel, die steeds bij elkaar gebleven waren, met een feest hun intrede
+in de officieele wereld. Marcel, die eindelijk tot den Salon was
+toegelaten, had er twee schilderijen ge&euml;xposeerd, waarvan er een
+gekocht was door een rijken Engelschman, een vroegeren minnaar van
+Musette. Met de opbrengst van dien verkoop en met die van een hem door
+de regeering opgedragen werk, had Marcel het grootste gedeelte van zijn
+oude schulden afgelost, zich in een fatsoenlijke woning
+ge&iuml;nstalleerd en een echt atelier ingericht. Bijna tegelijk waren
+Schaunard en Rodolphe voor het publiek getreden, dat over den naam en
+het fortuin van kunstenaars beslist, de eerste met een album liederen,
+die op alle concerten gezongen werden en die zijn naam vestigden; de
+tweede met een boek, waarmede de kritiek zich een maand lang bezig
+hield. Barbemuche had zich sedert lang uit het bohème leven
+teruggetrokken, terwijl Gustave Colline een erfenis gekregen en een
+rijk huwlijk gedaan had en nu avondjes gaf, waarop muziek gemaakt en
+koekjes gegeten werden.</p>
+<p>Op een avond, dat Rodolphe in <span class="ex">zijn</span> fauteuil
+en met zijn voeten op <span class="ex">zijn</span> tapijt zat, zag hij
+Marcel opgewonden binnenkomen.</p>
+<p>&bdquo;Weet je wat mij overkomen is?&rdquo; vroeg hij.</p>
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; antwoordde de dichter. &bdquo;Ik weet alleen,
+dat <span class="pagenum">[<a id="pb384" href="#pb384" name="pb384">384</a>]</span>ik bij je geweest ben, dat je beslist thuis was
+en dat je me niet hebt willen open doen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik heb je wel gehoord. Raad eens wie bij mij was.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoe zou ik dat weten?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Musette! Zij is gisteravond als d&eacute;bardeur<a class="noteref" id="xd20e8803src" href="#xd20e8803" name="xd20e8803src">1</a>
+bij me binnen komen vallen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Musette? Heb jij Musette teruggevonden?&rdquo; vroeg Rodolphe
+met iets van spijt in zijn stem.</p>
+<p>&bdquo;Maak je niet ongerust! de vijandelijkheden zijn niet hervat.
+Musette is den laatsten nacht van haar bohème-leven bij mij
+komen doorbrengen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat bedoel je daarmee?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zij gaat trouwen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Wat!&rdquo; riep Rodolphe uit. &bdquo;En met wien, lieve
+hemel?<span class="corr" id="xd20e8817" title="Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>&bdquo;Met een postmeester, den voogd van haar laatsten minnaar, een
+type, naar het schijnt. Musette heeft tegen hem gezegd: &bdquo;Waarde
+heer, alvorens ik u definitief mijn hand geef en met u naar het
+stadhuis rijd, wil ik nog eerst acht dagen volkomen vrijheid. Ik moet
+mijn zaken regelen en ik wil mijn laatste glas champagne drinken, mijn
+laatsten quadrille dansen en mijn vriend Marcel, die net zoo goed is
+als ieder ander, een laatsten kus geven.&rdquo; Acht dagen lang heeft
+het lieve kind naar mij gezocht, tot ze gisteravond juist op een
+oogenblik, dat ik aan haar dacht, bij mij is komen binnenvallen. Wij
+hebben een treurigen nacht gehad ..... het was lang dat van vroeger
+niet, lang niet. Wij zagen er net uit als een slechte copie van een
+meesterwerk. Ik heb naar aanleiding van deze laatste scheiding een
+klein klaaglied gemaakt, dat ik je voorjammeren zal, als je het goed
+vindt.&rdquo;</p>
+<p>En toen begon hij eenige coupletten te neuri&euml;n ...</p>
+<hr class="tb">
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb385" href="#pb385" name="pb385">385</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Nou ben je toch zeker wel gerustgesteld,&rdquo; zeide Marcel,
+toen hij uitgejammerd had; &bdquo;mijn liefde voor Musette is zoo dood
+als een pier, dat bewijst dit treurige treurlied wel.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Arme kerel!&rdquo; zeide Rodolphe; &bdquo;je verstand
+duelleert met je hart; pas op, dat het laatste niet gedood
+wordt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dat is al gebeurd,&rdquo; antwoordde de dichter; &bdquo;het
+is afgeloopen met ons, we zijn dood en begraven. Je bent maar eens
+jong. Waar dineer je vanavond?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Als je het goed vindt, kunnen we voor twaalf sous in ons oud
+restaurant in de rue du Four gaan eten, waar je nog van die echte
+dorpsborden hebt, en waar je, als je klaar bent, nog steeds trek
+hebt.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Neen, dank je wel,&rdquo; antwoordde Marcel. &bdquo;Ik wil
+wel nog eens praten over het verleden, maar dan bij een goed glas wijn
+in een makkelijken fauteuil. Ach ja, ik ben nu eenmaal verdorven. Ik
+houd alleen nog maar van wat goed is.&rdquo;</p>
+<p class="trailer xd20e8837">EINDE.</p>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb386" href="#pb386" name="pb386">386</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e8803" href="#xd20e8803src" name="xd20e8803">1</a></span>
+D&eacute;bardeur = iemand, die tijdens het carnavalsfeest als
+houtdrager gecostumeerd rondloopt.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first">DE MEULENHOFF-EDITIE</p>
+<p>WIL EEN GOED BOEK IN EEN GOED KLEED GEVEN VOOR WEINIG GELD.</p>
+<p>Wij laten hier de titels volgen die reeds verschenen zijn.</p>
+<p>No. 1. DE POLITIE-SPION. <i>Roman uit den tijd van de Revolutie in
+Rusland, door Maxim Gorki</i> f 0.75</p>
+<p>(<i>Uitverkocht</i>.)</p>
+<p>No. 2. SARAH BERNHARDT, <i>Gedenkschriften door haar zelf
+geschreven.</i>&mdash; <i>Jeugd.</i>&mdash;<i>Eerste Tooneeljaren.</i>
+<i>2e druk.</i> (<i>6e&ndash;10e duizendtal</i>) f 0.75</p>
+<p>No. 3. HET HUWELIJK VAN EEFKE BRIEST. <i>Roman door Th. Fontane. 2e
+druk</i> f 0.75</p>
+<p>No. 4. NAPOLEON. <i>Opkomst en Grootheid. Met illustrati&euml;n,
+door H. P. Geerke 6e&ndash;10e duizendt</i><span class="corr" id="xd20e8885" title="Niet in bron">.</span> f 0.75</p>
+<p>No. 5. WALLY, <i>De Roman van een Kellnerin, door Edw. Stillgebauer.
+2e druk</i> f 0.75</p>
+<p>No. 6. DE FRAAIE COMEDIE. <i>Een Haagsch Verhaal, door Henri van
+Booven</i> f 0.75</p>
+<p>No. 7. SARAH BERNHARDT. <i>Gedenkschriften door haar zelf
+geschreven.&mdash;Na den oorlog. Sarah Bernhardt als
+&bdquo;Ster&rdquo;</i> f 0.75</p>
+<p>No. 8. LIEFDE, <i>door Bj&ouml;rnstjerne Bj&ouml;rnson. Uit het
+Noorsch door Cl. Bienfait</i> f 0.85</p>
+<p>No. 9. DE VAL VAN NAPOLEON, <i>door A. Kielland en H. P. Geerke.
+Ge&iuml;llustreerd</i> f 0.75</p>
+<p>No. 10. ALS HET IJZER GESMEED WORDT. <i>Roman door Clara Viebig</i>
+f 0.85</p>
+<p>No. 11. RICHARD WAGNER. <i>Zijn leven en werken, door J. Hartog.
+Rijk ge&iuml;llustreerd</i> f 0.95</p>
+<p>No. 12. KIPPEVEER <i>of het Geschaakte Meisje. Roman door Cosinus.
+419 bladzijden. Deel I. 5e druk.</i> (<i>25e&ndash;30e duizendt.</i>) f
+0.85</p>
+<p>No. 13. KIPPEVEER <i>of het Geschaakte Meisje. Roman door Cosinus.
+381 bladzijden. Deel II. 5e druk.</i> (<i>25e&ndash;30e duizendt.</i>)
+f 0.85</p>
+<p>No. 14. GALERIJ <i>van beroemde Fransche Tooneelspelers. Hun intiem
+leven anecdotisch beschreven, door J. H. van der Hoeven, met vele
+illustraties</i> f 0.75</p>
+<p>No. 15. MONNA VANNA, <i>door M. Maeterlinck, vertaling van Frans
+Mijnssen, met 1 portret, 4e druk</i> f 0.65 <span class="pagenum">[<a id="pb387" href="#pb387" name="pb387">387</a>]</span></p>
+<p>No. 16. HET HEKSENLIED, <i>door Von Wildenbruch, op maat overgezet
+voor de muziek van Max Schillings door Fr. Pauwels</i> f 0.45</p>
+<p>No. 17. EEN VROUWENBIECHT. <i>Oorspronkelijke roman door G. van
+Hulzen</i> f 0.85</p>
+<p>No. 18. MARIE ANTOINETTE. <i>Jeugd.&mdash;Eerste jaren der
+Revolutie, door Cl. Tschudi. Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf
+door J. Clant van der Mijll-Piepers. Met vele illustraties</i> f
+0.85</p>
+<p>No. 19. DRAMATISCHE WERKEN. <i>door Bj&ouml;rnstjerne Bj&ouml;rnson.
+Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf vertaald door Marg. Meijboom.
+Drie spelen van recht: De Jonggehuwden; Een handschoen; Leonarda</i> f
+0.85</p>
+<p>No. 20. MARIE ANTOINETTE EN DE REVOLUTIE, <i>door Cl. Tschudi. naar
+de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der
+Mijll-Piepers. Met vele illustraties. 469 bladz.</i> f 0.95</p>
+<p>No. 21. HALFBLOED. <i>Een huwelijk in de tropen. Roman door A.
+Perrin. Vertaald door D. Jacobson</i> f 0.85</p>
+<p>No. 22. NA HET DERDE KIND. <i>Roman door H. von M&uuml;hlau,
+vertaald door Anna van Gogh-Kaulbach</i> f 0.75</p>
+<p>No. 23. VERLOVING EN HUWELIJK IN VROEGER DAGEN, <i>door Prof. Dr. L.
+Knappert. Rijk ge&iuml;llustreerd</i> f 0.95</p>
+<p>No. 24. DE OORLOG. <i>Ge&iuml;llustreerde geschiedenis van den
+Wereldoorlog, door H. P. Geerke en G. A. Brands. Deel I. Rijk
+ge&iuml;llustreerd</i> f 0.95</p>
+<p>No. 25. OPGANG. <i>De roman van een vrouwenleven. Oorspronkelijke
+roman van Anna van Gogh-Kaulbach</i> f 0.95 <i>In extra fraaien
+band</i>&mdash; 1.50</p>
+<p>No. 26. &bdquo;DE WAPENS NEER&rdquo;. <i>Roman van Bertha von
+Suttner. Deel I.</i> (<i>8e&ndash;12e duizendtal der nieuwe
+uitgave</i>) f 0.85</p>
+<p>No. 27. &bdquo;DE WAPENS NEER.&rdquo; <i>Roman van Bertha von
+Suttner. Deel II</i> (<i>8e&ndash;12e duizendtal</i>) f 0.85</p>
+<p>No. 28. HAREM. <i>Schetsen uit het leven van de Turksche vrouw door
+Demetra Vaka</i> <span class="corr" id="xd20e9026" title="Niet in bron">f</span> 0.75</p>
+<p>No. 29. ONS MOOIE NEDERLAND. GELDERLAND I, <i>door D. J. van der
+Ven. Met 80 kunstplaten naar de natuur. 316 bladz.</i> f 0.95</p>
+<p>No. 30. HET SCHANDAAL. <i>Roman van G. van Ompteda</i> f 0.85
+<span class="pagenum">[<a id="pb388" href="#pb388" name="pb388">388</a>]</span></p>
+<p>No. 31. <a class="pglink" title="Link naar Project Gutenberg eboek"
+href="http://www.gutenberg.org/ebooks/30592">ACHTER DE SCHERMEN</a>.
+<i>Herinneringen van den Impressario J. Sch&uuml;rmann</i> f 0.75</p>
+<p>No. 32. BRAND, <i>door Hendrik Ibsen, vertaald door J. Clant van der
+Mijll-Piepers</i> f 0.85</p>
+<p><i>In extra fraaien band</i> f 1.15</p>
+<p>No. 33 HET WONDERE LEVEN DER PADDENSTOELEN, <i>door D. J. van der
+Ven, 280 bladz., met 80 photogr. natuuropnamen</i> f 0.95</p>
+<p>No. 34. DE LAATSTE DAGEN VAN POMPEJI, <i>door Edw. Bulwer Lytton.
+544 bladz.</i> f 0.95</p>
+<p><i><span class="corr" id="xd20e9070" title="Bron: in">In</span>
+fraaien band</i>&mdash; 1.25</p>
+<p>No. 35. DE OORLOG. <i><span class="corr" id="xd20e9077" title="Bron: Geillustreerde">Ge&iuml;llustreerde</span> geschiedenis van den
+wereldoorlog, door H. P. Geerke en G. A. Brands. Deel II</i> f 0.95</p>
+<p>No. 36. NAPOLEON EN DE VROUWEN, <i>door H. P. Geerke. Rijk
+ge&iuml;llustreerd</i> f 0.95</p>
+<p>No. 37. PETRA, <i>door Bj&ouml;rnstjerne Bj&ouml;rnson. Naar de
+oorspronkelijke Noorsche uitgaaf vertaald door Cl. Bienfait</i> f
+0.95</p>
+<p>No. 38. DE TORENS ZINGEN. <i>Nederlandsche torens en hunne
+klokkespelen, door D. J. van der Ven, met 65 photografische
+natuuropnamen</i> f 0.95</p>
+<p><i>In prachtband</i>&mdash; 1.25</p>
+<p>No. 39. JEANNE D&rsquo;ARC. <i>De maagd van Orleans, door H. E.
+Koopmans van Boekeren</i> f 0.95</p>
+<p><i>In prachtband</i>&mdash; 1.25</p>
+<p>No. 40. BLOEMEN. <i>Onze wilde bloemen, beschreven door D. J. v. d.
+Ven, met 65 photografische natuuropnamen</i> f 0.95</p>
+<p><i>In prachtband</i>&mdash; 1.25</p>
+<p>Ge&iuml;llustreerde, volledige catalogus, met besprekingen en
+aanbevelingen op aanvraag gratis verkrijgbaar bij den uitgever</p>
+<p>J. M. MEULENHOFF&mdash;AMSTERDAM.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd20e9125width"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="126" height="720"></div>
+<p>&nbsp;</p>
+<div class="figure xd20e9132width"><img src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="463" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#ch1">Hoe de Vriendenkring der Bohème tot stand
+kwam.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e150">1</a></span></li>
+<li><a href="#ch2">Een gezant der
+Voorzienigheid.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1108">41</a></span></li>
+<li><a href="#ch3">De liefde in den
+Vastentijd.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1411">51</a></span></li>
+<li><a href="#ch4">Ali-Rodolphe, of de Turk tegen wil en
+dank.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1675">62</a></span></li>
+<li><a href="#ch5">De Carolusdaalder.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e1927">73</a></span></li>
+<li><a href="#ch6">Mademoiselle Musette.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2179">85</a></span></li>
+<li><a href="#ch7">De golven van den
+Pactolus.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2368">94</a></span></li>
+<li><a href="#ch8">Wat een vijffrancsstuk
+kost.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e2723">108</a></span></li>
+<li><a href="#ch9">De witte viooltjes.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3036">119</a></span></li>
+<li><a href="#ch10">De Stormkaap.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3215">130</a></span></li>
+<li><a href="#ch11">Een Caf&eacute; der
+Bohème.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3471">141</a></span></li>
+<li><a href="#ch12">Een installatie in de
+Bohème.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e3742">153</a></span></li>
+<li><a href="#ch13">De inwijdingsfuif.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4385">177</a></span></li>
+<li><a href="#ch14">Mademoiselle Mimi.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e4638">188</a></span></li>
+<li><a href="#ch15">Donec gratus.....</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5011">211</a></span></li>
+<li><a href="#ch16">De doortocht door de Roode
+Zee.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5253">223</a></span></li>
+<li><a href="#ch17">Het toilet der
+Grati&euml;n.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e5624">234</a></span></li>
+<li><a href="#ch18">De Mof van Francine.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e6026">256</a></span></li>
+<li><a href="#ch19">De grillen van Musette.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e6512">286</a></span></li>
+<li><a href="#ch20">Mimi in zijde en
+fluweel.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7225">314</a></span></li>
+<li><a href="#ch21">Romeo en Julia.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7559">335</a></span></li>
+<li><a href="#ch22">Mimi&rsquo;s dood.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;
+<span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e7820">346</a></span></li>
+<li><a href="#ch23">Men is slechts eens
+jong.</a>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <span class="tocPagenum"><a class="pageref" href="#xd20e8777">383</a></span></li>
+</ul>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen
+poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e189">4</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1644">60</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2934">115</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4710">194</a>, <a class="pageref" href="#xd20e6423">280</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e7497">333</a>, <a class="pageref" href="#xd20e7903">352</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">poezie</td>
+<td class="width40" valign="bottom">po&euml;zie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e619">22</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">erwijl</td>
+<td class="width40" valign="bottom">terwijl</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e664">24</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1752">65</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2718">107</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8885">386</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e709">26</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1163">42</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e1278">46</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2776">110</a>, <a class="pageref" href="#xd20e3709">151</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e4021">162</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5609">233</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">&bdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e748">28</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1610">58</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e3959">160</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e871">32</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">re</td>
+<td class="width40" valign="bottom">r&eacute;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e947">35</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1039">37</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2743">109</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4795">199</a>, <a class="pageref" href="#xd20e6725">294</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e6813">300</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1055">38</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5723">238</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">&rdquo;,</td>
+<td class="width40" valign="bottom">,&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1069">38</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Gamacho</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Camacho</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1090">39</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">behooren</td>
+<td class="width40" valign="bottom">behoorenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1148">42</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">l&rsquo;H&oacute;tel</td>
+<td class="width40" valign="bottom">l&rsquo;H&ocirc;tel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1153">42</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1773">67</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e1862">70</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2114">81</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2278">89</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2288">90</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2610">104</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2660">106</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e2803">111</a>, <a class="pageref" href="#xd20e2928">114</a>, <a class="pageref" href="#xd20e4751">197</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e4968">209</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5276">225</a>, <a class="pageref" href="#xd20e6900">303</a>,
+<a class="pageref" href="#xd20e7369">325</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8817">384</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1175">42</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">symptonen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">symptomen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1513">55</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1614">58</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1564">56</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">&oacute;</td>
+<td class="width40" valign="bottom">&ocirc;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1741">65</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">?</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1839">69</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">vinden</td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e1959">74</a>, <a class="pageref" href="#xd20e1967">74</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2003">75</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">moet</td>
+<td class="width40" valign="bottom">moeten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2233">88</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2515">101</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">paket</td>
+<td class="width40" valign="bottom">pakket</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2573">103</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">specimem</td>
+<td class="width40" valign="bottom">specimen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2711">107</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Baptitste</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Baptiste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e2844">112</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Vindt</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Vind</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3317">134</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Drieeenheid</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Drie&euml;enheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3516">143</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">antwoorden</td>
+<td class="width40" valign="bottom">antwoordden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3583">145</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Saint Denis</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Saint-Denis</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3589">145</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">trictracspel</td>
+<td class="width40" valign="bottom">tric-tracspel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3820">156</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">huwlijk</td>
+<td class="width40" valign="bottom">huwelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3835">157</a>, <a class="pageref" href="#xd20e5155">219</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">&rdquo;</td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3851">157</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">vindt</td>
+<td class="width40" valign="bottom">vind</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3896">158</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">werkellijk</td>
+<td class="width40" valign="bottom">werkelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3923">159</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">gymnaisum</td>
+<td class="width40" valign="bottom">gymnasium</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e3964">160</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">terechtwijziging</td>
+<td class="width40" valign="bottom">terechtwijzing</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4014">162</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">aangstoken</td>
+<td class="width40" valign="bottom">aangestoken</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4081">165</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">in ze</td>
+<td class="width40" valign="bottom">ze in</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4088">166</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">instellen</td>
+<td class="width40" valign="bottom">in te stellen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4125">167</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">catologus</td>
+<td class="width40" valign="bottom">catalogus</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4162">168</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Rouseau&rsquo;s</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Rousseau&rsquo;s</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4292">173</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Francois</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Fran&ccedil;ois</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4314">174</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Bereidt</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Bereid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4330">174</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Colilne</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Colline</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4457">180</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">lyrisch-poetische</td>
+<td class="width40" valign="bottom">lyrisch-po&euml;tische</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4464">180</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">er</td>
+<td class="width40" valign="bottom">en</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4517">182</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">koel</td>
+<td class="width40" valign="bottom">koelt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4644">188</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">levenlust</td>
+<td class="width40" valign="bottom">levenslust</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4692">192</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">laison</td>
+<td class="width40" valign="bottom">liaison</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4695">192</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">aristrocatisch</td>
+<td class="width40" valign="bottom">aristocratisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4713">194</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">kni&euml;n</td>
+<td class="width40" valign="bottom">knie&euml;n</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4771">198</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">das</td>
+<td class="width40" valign="bottom">des</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4862">203</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">maitresse</td>
+<td class="width40" valign="bottom">ma&icirc;tresse</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e4869">204</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">had</td>
+<td class="width40" valign="bottom">hadden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5091">215</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">souvernir</td>
+<td class="width40" valign="bottom">souvenir</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5107">216</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Op&eacute;ra</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Opera</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5199">220</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Laura</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Laure</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5332">228</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Academie</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Acad&eacute;mie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5555">231</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">boh&eacute;mens</td>
+<td class="width40" valign="bottom">boh&eacute;miens</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5736">239</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">akei</td>
+<td class="width40" valign="bottom">lakei</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5761">241</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">lichtzinnnigheid</td>
+<td class="width40" valign="bottom">lichtzinnigheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5908">249</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">mylord</td>
+<td class="width40" valign="bottom">milord</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5925">250</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">wet</td>
+<td class="width40" valign="bottom">wat</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5931">250</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">gerecht vaardigde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">gerechtvaardigde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5934">250</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">mosst</td>
+<td class="width40" valign="bottom">moest</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e5961">251</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">.</td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6182">265</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">terwij</td>
+<td class="width40" valign="bottom">terwijl</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6466">283</a>, <a class="pageref" href="#xd20e8299">361</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">antwoodde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">antwoordde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6524">286</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Colljne</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Colline</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6563">288</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Collein</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Colline</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6625">290</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">steed</td>
+<td class="width40" valign="bottom">steeds</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6664">292</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">d&iuml;tmaal</td>
+<td class="width40" valign="bottom">ditmaal</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6686">293</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">bovondien</td>
+<td class="width40" valign="bottom">bovendien</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6739">295</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e6808">300</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Sinonie</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Sidonie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7056">308</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">vroegde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">voegde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7070">308</a>, <a class="pageref" href="#xd20e7398">327</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">liason</td>
+<td class="width40" valign="bottom">liaison</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7202">313</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">&rdquo;</td>
+<td class="width40" valign="bottom">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7251">318</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">plotesling</td>
+<td class="width40" valign="bottom">plotseling</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7319">322</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">dropgel</td>
+<td class="width40" valign="bottom">droppel</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7741">344</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">poetisch</td>
+<td class="width40" valign="bottom">po&euml;tisch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e7852">348</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">:;</td>
+<td class="width40" valign="bottom">;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e9026">387</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40" valign="bottom">f</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e9070">388</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">in</td>
+<td class="width40" valign="bottom">In</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20" valign="top"><a class="pageref" href="#xd20e9077">388</a></td>
+<td class="width40" valign="bottom">Geillustreerde</td>
+<td class="width40" valign="bottom">Ge&iuml;llustreerde</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS ***
+
+***** This file should be named 35741-h.htm or 35741-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/5/7/4/35741/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/35741-h/images/back.jpg b/35741-h/images/back.jpg
new file mode 100644
index 0000000..117484d
--- /dev/null
+++ b/35741-h/images/back.jpg
Binary files differ
diff --git a/35741-h/images/cover.jpg b/35741-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e35cc97
--- /dev/null
+++ b/35741-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/35741-h/images/spine.jpg b/35741-h/images/spine.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b2a2d86
--- /dev/null
+++ b/35741-h/images/spine.jpg
Binary files differ
diff --git a/35741-h/images/titlepage.gif b/35741-h/images/titlepage.gif
new file mode 100644
index 0000000..7fe6d0d
--- /dev/null
+++ b/35741-h/images/titlepage.gif
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..40e91b2
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #35741 (https://www.gutenberg.org/ebooks/35741)
diff --git a/old/35741-8.txt b/old/35741-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..5ea4a54
--- /dev/null
+++ b/old/35741-8.txt
@@ -0,0 +1,14366 @@
+The Project Gutenberg EBook of Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Kunstenaarsleven te Parijs
+ Roman uit het Bohème-leven
+
+Author: Henri Murger
+
+Editor: W. J. A. Roldanus Jr.
+
+Release Date: April 1, 2011 [EBook #35741]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg
+
+
+
+
+
+
+
+
+ KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS
+
+ Roman uit het Bohème-leven
+
+ Door
+
+ HENRI MURGER
+ Bewerkt door W. J. A. Roldanus Jr.
+
+
+
+ Uitgegeven door J. M. Meulenhoff
+ te Amsterdam op het Damrak 88
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+HOE DE VRIENDENKRING DER BOHÈME TOT STAND KWAM.
+
+
+Ziehier hoe het toeval, dat de ongeloovige sceptici den zaakwaarnemer
+van onzen Lieven Heer noemen, op een goeden dag de individuen met
+elkaar in aanraking bracht, die in hun broederlijke samenhoorigheid
+later den vriendenkring zouden vormen, samengesteld uit dat deel
+der Bohème, hetwelk de schrijver van dit boek getracht heeft aan het
+publiek te doen leeren kennen.
+
+Op een goeden morgen (het was 8 April) werd Alexandre Schaunard, die
+twee vrije kunsten, n. l. de schilderkunst en de muziek, beoefende,
+plotseling gewekt door het wijsje, dat een haan uit de buurt, dien
+hij als wekker gebruikte, hem toezong.
+
+"Allemachtig!" riep Schaunard uit, "mijn gevederde wekker loopt voor;
+het kan nog onmogelijk vandaag zijn."
+
+Terwijl hij dit zeide, sprong hij vlug uit een meubelstuk, dat hij
+na heel veel moeite en inspanning uitgedacht had, en dat 's nachts
+de rol van bed speelde--en niet om er wat van te zeggen, maar het
+speelde die vrij slecht--, terwijl het overdag die van alle andere
+meubels vervulde, welke ten gevolge van de strenge koude, die den
+vorigen winter geheerscht had, door afwezigheid schitterden: een
+soort Jan-draag-an-meubel dus, zooals men ziet.
+
+Om zich tegen den snijdenden kouden morgenwind te beschermen, schoot
+Schaunard inderhaast een rose zijden en met sterretjes en loovertjes
+bezaaiden rok aan, dien hij als kamerjapon gebruikte. Dit klatergoud
+was op een bal-masqué-nacht bij den artist achtergelaten door een
+Pierrette, die zoo dom geweest was zich te laten vangen door de
+bedriegelijke beloften van Schaunard, die, vermomd als markies de
+Mondor, in zijn zakken den verleidelijken klank had laten rinkelen
+van een dozijntje daalders, nagemaakt geld, uit een stuk metaal door
+een uitslagmachine gesneden, en uit de accessoires van een schouwburg
+geleend.
+
+Na zich in zijn kamertoilet gestoken te hebben, zette hij het raam en
+het luik open. Als een lichtpijl drong plotseling een zonnestraal in
+de kamer door, die hem dwong zijn oogen, welke nog vol slaap zaten,
+wijd open te doen; tegelijkertijd sloeg het op een kerktoren in de
+buurt vijf uur.
+
+"De ochtendstond in eigen persoon," mompelde Schaunard in zichzelf;
+"dat is prachtig. Maar," voegde hij eraan toe, een kalender, die aan
+den muur hing, raadplegende, "desniettemin is zij leelijk in de war. De
+aanwijzingen der wetenschap verzekeren, dat in dezen tijd van het jaar
+de zon eerst om half zes moet opgaan; het is pas vijf en nu is zij
+al op. Een misdadige ijver! dat hemellichaam is heelemaal van streek;
+ik zal een klacht indienen bij de sterrewacht. Intusschen," voegde hij
+eraan toe, "zou ik me toch eigenlijk een beetje ongerust moeten gaan
+maken; het is vandaag de dag, volgende op dien van gisteren, en daar
+het gisteren de 7de was, moet het, tenzij Saturnus achterwaarts loopt,
+vandaag de 8ste April zijn; en indien ik de woorden van dit geschrift
+gelooven mag," zeide Schaunard, terwijl hij een deurwaardersexploot,
+dat hij aan den muur geplakt had, ging lezen, "moet ik vandaag om
+twaalf uur precies deze vertrekken verlaten en mijnheer Bernard, mijn
+huisbaas, een som van vijf-en-twintig francs ter hand gesteld hebben
+voor drie vervallen termijnen huur, die hij in een zeer slecht schrift
+van mij opeischt. Zooals altijd had ik hoop gehad, dat het toeval er
+zich mede zou belasten deze zaak in het reine te brengen; maar het
+begint erop te lijken, dat het er geen tijd voor gehad heeft. Enfin,
+ik heb nog zes uur voor me; wie weet, wanneer ik ze goed gebruik
+.... Vooruit .... vooruit, op weg," voegde Schaunard eraan toe.
+
+Hij maakte aanstalten, om een overjas, waarvan de oorspronkelijk
+langharige stof door een algemeene kaalheid was aangetast, aan te
+trekken, toen hij plotseling als bezeten in zijn kamer een door hem
+gecomponeerde balletdans begon uit te voeren, die hem op de publieke
+bals meermalen de eer verschaft had kennis te maken met de politie.
+
+"Kijk, kijk!" riep hij uit, "het is verwonderlijk, zooals de
+morgenlucht je op idées brengt; het is net, alsof ik mijn wijsje op
+het spoor ben. Even probeeren ...."
+
+En, half naakt, ging hij voor zijn piano zitten en begon, na het
+ingeslapen instrument door een stormachtigen accoordaanslag te hebben
+gewekt, op het klavier den melodischen zin, dien hij reeds sedert
+zoo langen tijd zocht, te vervolgen.
+
+"Do, sol, mi, do, la, si, do, ré, boem, boem. Fa, ré, mi, ré. Nee,
+aïe! die ré is zoo valsch als Judas," riep Schaunard uit en sloeg
+daarbij zoo hard als hij kon op de noot met den twijfelachtigen
+klank. "Laten wij den mineur eens probeeren .... Die moet het verdriet
+schilderen van een jong meisje, dat een witte margeriet in een blauw
+meer ontbladert. Het is niet wat je een bepaald nieuw denkbeeld
+noemt. Enfin, het is nu eenmaal de mode, en daar je niet makkelijk
+een uitgever zoudt vinden, die een romance durft uitgeven, waarin
+geen blauw meer voorkomt, moet ik me er wel in schikken .... Do,
+sol, mi, do, la, si, do, ré; dat klinkt zoo kwaad niet, het geeft
+vrijwel een denkbeeld van een madeliefje, vooral aan menschen,
+die sterk zijn in botanie. La, si, do, ré, verdomde ré, loop naar
+den bliksem! Om een goed denkbeeld te geven van het blauwe meer,
+zou ik nu iets vochtigs, hemelsblauws, iets heldere-maanachtigs
+(want de maan is ook van de partij) noodig hebben; maar laat ik
+oppassen, dat ik de zwaan niet vergeet .... Fa, mi, la, sol," ging
+Schaunard voort, terwijl hij de heldere noten van de hooge octaven
+liet klinken. "Rest nu nog het afscheid van het jonge meisje, dat
+besluit zich in het blauwe meer te storten, om zich weer met haar
+onder de sneeuw begraven geliefde te vereenigen. Die ontknooping is
+niet duidelijk," mompelde Schaunard, "maar zij is interessant. Daar
+moet ik iets teers, iets melancholieks voor hebben; daar is het al,
+daar is het al, dat zijn een twaalf maten, die weenen als Magdalena's,
+het snijdt je door je hart! Brr! Brr!" zeide Schaunard, rillend in
+zijn met sterren bezaaiden rok, "als het ook maar hout sneed! Er ligt
+in mijn alkoof een balk, die me leelijk hindert, wanneer ik menschen
+.... te dineeren heb; ik zal er een beetje vuur mede aanleggen .... la,
+la .... ré, mi .... want ik voel, dat de inspiratie tegelijk met een
+verkoudheid tot mij komt .... Enfin, ook al zoo erg niet! Laat ik
+het jonge meisje verder verdrinken!"
+
+En terwijl zijn vingers het trillende klavier pijnigden, vervolgde
+Schaunard met vlammend oog en gespannen oor zijn melodie, die, als
+een ongrijpbare sylphide, zweefde midden in de klankrijke mist, welke
+de trillingen van het instrument in de kamer schenen te doen oprijzen.
+
+"En laten we nu eens zien," ging Schaunard voort, "hoe mijn muziek
+zich aanpast bij de woorden van mijn dichter."
+
+En hij neuriede met een onaangenaam stemgeluid dit fragment van poëzie,
+die speciaal gebruikt wordt voor opéras comiques en ulevelrijmpjes:
+
+
+ La blonde jeune fille,
+ Vers le ciel étoilé,
+ En ôtant sa mantille,
+ Jette un regard voilé,
+ Et dans l'onde azurée
+ Du lac aux flots d'argent ...
+ . . . . . . . .
+
+
+"Lieve Hemel!" riep Schaunard in een gerechtvaardigde verontwaardiging
+uit, "de hemelsblauwe golf van een zilver meer, dat had ik nog
+niet opgemerkt, dat is ten slotte te romantisch, die dichter is een
+idioot, hij heeft nog nooit zilver of een meer gezien. Zijn ballade
+is bovendien onzin; de caesuur der verzen staat mijn melodie in den
+weg; in het vervolg zal ik mijn teksten zelf dichten, en niet later
+dan op dit oogenblik begin ik er mee; daar ik mij in vorm gevoel,
+zal ik een kleine schets van coupletten maken, om er mijn melodie
+bij aan te passen."
+
+En Schaunard nam, zijn hoofd tusschen zijn beide handen begravende,
+de houding aan van een sterveling, die betrekkingen met de Muzen
+onderhoudt.
+
+Na verloop van eenige minuten van dit heilige huwlijk bracht hij een
+van die gedrochtelijkheden ter wereld, welke de schrijvers van libretti
+terecht monsters noemen en die zij vrij makkelijk improviseeren om
+als voorloopige schets voor de inspiratie van den componist te dienen.
+
+Doch het monster van Schaunard had beteekenis en zin; het drukte vrij
+duidelijk de ongerustheid uit, welke in zijn geest gewekt werd door
+de brutale komst van dezen datum: den achtsten April.
+
+Ziehier het couplet:
+
+
+ Huit et huit font seize,
+ J'pose six et retiens un.
+ Je serais bien aise
+ De trouver quelqu'un
+
+ De pauvre et d'honnête
+ Qui m' prête huit cents francs,
+ Pour payer mes dettes
+ Quand j'aurai le temps.
+
+ Refrein.
+
+ Et quand sonnerait au cadran suprême
+ Midi moins un quart.
+ Avec probité je paîrais mon terme (ter.)
+ A monsieur Bernard.
+
+
+"Duivels," zeide Schaunard, toen hij zijn gedicht herlas, "terme en
+suprême zijn nu niet bepaald millionairsrijmen, maar ik heb geen tijd
+om ze rijk te maken. Laten we nu eens zien hoe de noten zich paren
+met de lettergrepen."
+
+En met het hem eigen vreeselijk neusgeluid begon hij opnieuw zijn
+romance uit te voeren. Ongetwijfeld voldaan over het resultaat,
+dat hij verkregen had, wenschte Schaunard zichzelf geluk met een
+jubelenden grijns, die, gelijk aan een accent circonflexe, zich telkens
+wanneer hij tevreden over zichzelf was, schrijlings op zijn neus
+vertoonde. Doch die trotsche gelukzaligheid was niet van langen duur.
+
+Het sloeg op den dichtstbijzijnden toren elf uur; iedere slag drong
+in de kamer door en loste zich op in spottende klanken, die tot den
+ongelukkigen Schaunard schenen te zeggen: "Ben je gereed?"
+
+De artist sprong op een stoel.
+
+"De tijd loopt als een hert," zeide hij .... "ik heb nog maar drie
+kwartier om mijn vijf-en-zeventig francs en mijn nieuwe woning te
+vinden. Ik kom er nooit mee klaar, dat zou tot het domein der tooverij
+gaan behooren. Welnu, ik geef me vijf minuten om het te vinden";
+en zijn hoofd tusschen zijn knieën verbergend, daalde hij af in de
+afgronden der overpeinzing.
+
+Toen de vijf minuten om waren, richtte Schaunard zijn hoofd weer op,
+zonder iets gevonden te hebben, dat op vijf-en-zeventig francs geleek.
+
+"Er blijft nog slechts één manier over, om van hier weg te komen,
+en die is, om heel gewoontjes weg te gaan; het is mooi weer, mijn
+vriend het toeval wandelt misschien wel in het zonnetje. Hij moet
+me maar gastvrijheid verleenen, totdat ik het middel gevonden heb,
+om mijn zaken met mijnheer Bernard af te wikkelen."
+
+Nadat Schaunard de zakken van zijn overjas, die diep waren als kelders,
+had volgepropt met al de voorwerpen, die zij konden bevatten, knoopte
+hij in een das enkele stukken linnengoed en verliet daarop, niet zonder
+met enkele woorden zijn domicilie te hebben vaarwel gezegd, zijn kamer.
+
+Toen hij de binnenplaats overstak, hield de concierge van het huis,
+die blijkbaar op hem wachtte, hem plotseling staande.
+
+"Hé, mijnheer Schaunard!" riep hij hem toe, terwijl hij den artist
+belette verder te gaan; "u bent toch niet vergeten, dat het vandaag
+de 8ste is."
+
+
+ "Huit et huit font seize.
+ J'pose six et retiens un,"
+
+
+neuriede Schaunard; "ik denk nergens anders aan."
+
+"U bent wel wat laat met uw verhuizing," zeide de portier; "het is
+half twaalf, en de nieuwe huurder, die uw kamer gehuurd heeft, kan
+ieder oogenblik komen. U moet probeeren wat haast te maken!"
+
+"Maar dan moet u mij doorlaten," antwoordde Schaunard; "ik wou juist
+een verhuiswagen halen."
+
+"Dat is prachtig; maar vòòr u verhuist, moet er nog een kleine
+formaliteit vervuld worden. Ik heb order, dat u geen haar moogt
+meenemen, voordat u de drie vervallen termijnen betaald hebt. Daartoe
+zult u waarschijnlijk wel in staat zijn."
+
+"Voor den donder," zeide Schaunard, die een pas voorwaarts deed.
+
+"Kom dan even bij me in mijn loge, dan zal ik u uw quitantie geven."
+
+"Ik zal ze, als ik terugkom, wel meenemen."
+
+"Maar waarom niet dadelijk?" drong de concierge aan.
+
+"Ik moet geld wisselen .... Ik heb geen kleingeld."
+
+"Zoo, zoo!" zeide de andere ongerust, "gaat u geld wisselen? Om het u
+makkelijk te maken, zal ik zoolang het pakje, dat u onder uw arm hebt,
+en dat u zou kunnen hinderen, bewaren."
+
+"Mijnheer de concierge," zeide Schaunard in het volle besef van zijn
+waardigheid; "wantrouwt u mij bij geval ook? Denkt u, dat ik mijn
+meubels in een zakdoek meeneem?"
+
+"Neem me niet kwalijk, mijnheer," antwoordde de concierge, die een
+toontje lager begon te zingen, "dat is mijn consigne. Mijnheer Bernard
+heeft mij uitdrukkelijk bevolen u geen haar te laten medenemen,
+voor u betaald hebt."
+
+"Maar kijk dan," zeide Schaunard, terwijl hij het pakje open maakte,
+"dat zijn geen haren, maar hemden, die ik naar de waschvrouw breng,
+die naast den geldwisselaar, twintig pas hiervandaan, woont."
+
+"Dat is wat anders," merkte de concierge, na den inhoud van het pakje
+onderzocht te hebben, op. "Maar zonder indiscreet te willen zijn,
+mijnheer Schaunard, zou ik ook uw nieuwe adres mogen weten?"
+
+"Ik ga in de rue de Rivoli wonen," antwoordde koeltjes de artist,
+die, nu hij eenmaal in de straat was, zich zoo gauw mogelijk uit de
+voeten maakte.
+
+"Rue de Rivoli," mompelde de concierge in zichzelf, terwijl hij met
+zijn vingers in zijn neus pulkte, "het is wel een beetje vreemd, dat
+ze hem in de rue de Rivoli kamers verhuurd hebben en hier heelemaal
+geen informaties naar hem zijn komen nemen; het is wel een beetje
+vreemd. Enfin, zonder betalen krijgt hij zijn meubels niet mede. Als
+de nieuwe huurder nou maar niet net komt als Schaunard bezig is zijn
+boeltje weg te halen. Dat zou me op de trap een herrie geven! Lieve
+Hemel," zeide hij plotseling, terwijl hij zijn hoofd door het
+schuifraampje stak, "daar heb je hem net."
+
+Gevolgd door een pakjesdrager, die nu niet bepaald onder zijn last
+scheen te bezwijken, kwam op dat oogenblik een jonge man met een
+witten Louis XIII hoed op, de vestibule binnen.
+
+"Mijnheer," vroeg hij den concierge, die hem tegemoet ging, "is mijn
+appartement vrij?"
+
+"Nog niet, mijnheer, maar het zal niet lang meer duren. De
+tegenwoordige huurder is een verhuiswagen gaan halen. Misschien wil
+mijnheer zijn meubels zoo lang op de binnenplaats zetten."
+
+"Ik ben bang, dat het zal gaan regenen," antwoordde de jonge man,
+terwijl hij kalm op een bouquetje viooltjes, dat hij tusschen zijn
+tanden hield, kauwde, "en dan zouden mijn meubelen bederven. Vriendje,"
+voegde hij eraan toe, terwijl hij zich wendde tot den witkiel,
+die achter hem was blijven staan en aan zijn draagzeel een aantal
+voorwerpen had hangen, waarvan de concierge niet precies begrijpen
+kon, wat het waren, "zet dat maar neer in de vestibule en ga dan
+op mijn vroegere kamers halen wat er nog aan kostbare meubels en
+kunstvoorwerpen over is."
+
+De witkiel zette langs den muur verschillende houten lijsten neer
+van zes à zeven voet hoog, waarvan de bladen gemakkelijk heen en weer
+konden gaan.
+
+"Kijk!" zeide de jonge man tegen den witkiel, terwijl hij een der
+deksels opende en hem op een scheur in het linnen wees, "daar heb je
+al een ongeluk. Er zit een stervormige barst in mijn Venetiaanschen
+spiegel. Wees op je tweeden tocht voorzichtiger en let vooral goed
+op mijn bibliotheek."
+
+"Wat bedoelt hij toch met zijn Venetiaanschen spiegel?" bromde de
+concierge, die ongerust om de langs den muur geplaatste houten ramen
+dwaalde, in zichzelf; "ik zie geen spiegel; maar dat is zeker een
+grap, ik zie niets, dan een kamerschut; enfin we zullen wel eens
+kijken wat er met de tweede reis mee komt."
+
+"Zou uw huurder niet gauw de kamers leeg maken? Het is half een,
+en ik zou wel willen beginnen met inruimen," zeide de jonge man.
+
+"Hij zal nu wel dadelijk hier zijn," antwoordde de concierge;
+"trouwens, zoo heel erg is het niet, want uw meubels zijn toch nog
+niet hier," voegde hij eraan toe, nadruk leggend op de laatste woorden.
+
+De jonge man wilde antwoorden, toen juist een dragonder-ordonnance
+de binnenplaats opkwam.
+
+"Woont mijnheer Bernard hier?" vroeg hij, terwijl hij een brief uit
+zijn portefeuille haalde.
+
+"Die woont hier," antwoordde de concierge.
+
+"Hier is een brief voor hem," zeide de ordonnance, "geef mij het reçu
+ervoor;" en hij overhandigde den concierge een reçu, dat deze in zijn
+loge ging teekenen.
+
+"Neem me niet kwalijk, dat ik u even alleen laat," zeide de concierge
+tot den jongen man, die ongeduldig op de binnenplaats heen en weer
+liep, "maar ik heb hier een brief van den minister voor mijnheer
+Bernard, den huisheer, dien moet ik even boven brengen."
+
+Toen de concierge op zijn kamer kwam, was mijnheer Bernard bezig zich
+te scheren.
+
+"Wat wil je van me, Durand?"
+
+"Mijnheer," antwoordde deze, zijn pet afnemend, "een ordonnance is
+dat voor u komen brengen, het komt van den minister."
+
+En hij gaf mijnheer Bernard den brief, op welks enveloppe het zegel
+van het departement van Oorlog geplakt was.
+
+"Goede God!" zeide mijnheer Bernard, zòò ontdaan, dat hij zich bijna
+in zijn gezicht sneed: "van het ministerie van Oorlog! Dat is zeker
+mijn benoeming tot ridder van het Legioen van Eer, waarom ik reeds
+zoo lang gevraagd heb; eindelijk laten zij mijn verdiensten recht
+wedervaren. Hier, Durand," zeide hij, terwijl hij in zijn vestjeszakje
+zocht, "daar heb je vijf francs om op mijn gezondheid te drinken. Ach,
+ik heb mijn beurs niet in mijn zak; ik zal ze je dadelijk geven,
+wacht maar even."
+
+De concierge was door dezen aanval van verpletterende edelmoedigheid,
+waaraan zijn huisheer hem niet gewend had, zòò ontdaan, dat hij zijn
+pet weer opzette.
+
+Maar mijnheer Bernard, die bij andere gelegenheden dien inbreuk op
+de wetten der maatschappelijke hiërarchie niet geduld zou hebben,
+scheen het niet op te merken. Hij zette zijn bril op, scheurde de
+enveloppe open met de eerbiedige ontroering van een vizier, die een
+firman van den sultan ontvangt, en begon den inhoud te lezen. Bij
+de eerste regels groefde een vreeselijke grijns karmijnroode plooien
+in het vet van zijn wangen, en begonnen zijn kleine oogjes vonken te
+schieten, die bijna de lokken van zijn verwarde pruik in brand staken.
+
+In het kort zijn trekken veranderden plotseling zòò, dat men vermoed
+zou hebben, dat er op zijn gezicht een aardbeving had plaats gehad.
+
+Ziehier den inhoud der missive, geschreven op papier met het hoofd
+van het ministerie van Oorlog en met lossen teugel gebracht door
+een ordonnance:
+
+
+ "Mijnheer en huisheer,
+
+ De beleefdheid, die, mag men de mythologie gelooven, de grootmoeder
+ der hoofsche manieren is, verplicht mij u te doen weten, dat ik
+ mij in de wreede noodzakelijkheid bevind niet te kunnen voldoen
+ aan de gewoonte om zijn huur te betalen, vooral wanneer men
+ die schuldig is. Tot op dezen ochtend had ik de hoop gekoesterd,
+ dezen schoonen dag te kunnen vieren door uw drie huurquitanties te
+ voldoen. Chimère, illusie! Terwijl ik op het kussen der zekerheid
+ sluimerde, deed het ongeluk, anangke in het Grieksch, mijn hoop
+ in rook vervliegen. De gelden, waarop ik rekende--God, wat gaat
+ de handel slecht--zijn niet binnengekomen; van de belangrijke
+ sommen, die ik moet innen, heb ik nog slechts drie francs
+ ontvangen, die ik bovendien nog geleend heb; ik durf ze u niet
+ aanbieden. Betere dagen zullen aanbreken voor ons schoon Frankrijk
+ en voor mij, mijnheer, twijfel daar niet aan. Zoodra zij aan den
+ hemel geschitterd hebben, zal ik vleugels nemen, om u daarvan te
+ onderrichten en uit uw huis terug te halen de kostbare zaken, die
+ ik daar heb achtergelaten en die ik onder de bescherming stel van
+ u en van de wet, welke u verbiedt deze vòòr het verstrijken van
+ een jaar, te verkoopen in het geval, dat gij zulks zoudt willen
+ beproeven, om in het bezit te komen van de sommen, waarvoor gij
+ gecrediteerd zijt op de boeken van mijn rechtschapenheid. Ik beveel
+ u in het bijzonder mijn piano aan en den grooten lijst, waarin zich
+ zestig haarlokken bevinden, wier verschillende kleuren de geheele
+ gamma der haarnuances doorloopen en die door het ontleedmes der
+ Liefde ontnomen zijn aan het voorhoofd der Gratiën.
+
+ "Gij kunt dus, mijnheer en huisheer, over het plafond, waaronder
+ ik gewoond heb, beschikken. Ik geef u daartoe mijn toestemming,
+ gewaarmerkt door mijn onderteekening.
+
+ Alexandre Schaunard."
+
+
+Toen mijnheer Bernard dezen brief, welken de artist in het bureau van
+een zijner vrienden, die ambtenaar aan het ministerie van Oorlog was,
+had geschreven, ten einde gelezen had, frommelde hij hem verontwaardigd
+in elkaar; en toen zijn blik op vader Durand viel, die op de beloofde
+fooi stond te wachten, vroeg hij hem ruw wat hij daar deed.
+
+"Ik wacht, mijnheer!"
+
+"Waarop?"
+
+"Wel, op het fooitje, dat mijnheer .... van wegens de goede
+tijding!" stamelde de concierge.
+
+"Eruit! Kerel, blijf je met je pet op je kop in de kamer staan?"
+
+"Maar, mijnheer ...."
+
+"Vooruit, geen maren, eruit, of neen, wacht even. Wij zullen naar
+de kamer van dien smeerlap-artist gaan, die verhuist zonder me te
+betalen."
+
+"Wat?" riep de portier uit, "mijnheer Schaunard?"
+
+"Ja," antwoordde de huisheer, die hoe langer hoe meer op een razenden
+Roland begon te gelijken. "En als hij ook maar het geringste heeft
+meegenomen, dan jaag ik je weg, versta je, jaaààg ik je weg."
+
+"Maar dat bestaat niet!" mompelde de arme concierge, "mijnheer
+Schaunard is niet vertrokken; hij is uitgegaan, om klein geld te
+halen, om mijnheer te betalen, en om een verhuiswagen voor zijn
+meubels te bestellen."
+
+"Zijn meubels weghalen!" riep mijnheer Bernard uit; "gauw wat;
+ik ben er zeker van, dat hij daarmede bezig is; hij heeft je een
+loer gedraaid om je uit je loge te lokken en zijn slag te slaan,
+stommeling, die je bent!"
+
+"Lieve Hemel, stommeling, die ik ben!" riep vader Durand uit, bevend
+voor de Olympische toorn van zijn heer, die hem op de trap meesleepte.
+
+Toen zij op de binnenplaats kwamen, werd de concierge aangesproken
+door den jongen man met den witten hoed.
+
+"Hé daar, conciërge!" riep hij, "wanneer word ik nu eindelijk in
+het bezit van mijn appartementen gesteld? Is het vandaag de 8ste of
+niet? Heb ik hier gehuurd of niet? Heb ik je je Godspenning gegeven
+of niet?"
+
+"Een oogenblik, mijnheer, een oogenblik!" zeide de huisheer, "dan ben
+ik tot uw dienst. Durand," voegde hij eraan toe, zich tot den concierge
+wendende, "ik zal mijnheer zelf wel te woord staan. Vlieg jij naar
+boven, die smeerlap van een Schaunard is natuurlijk teruggekomen,
+om zijn boeltje te pakken; sluit hem op, als je hem snapt, en kom
+dan naar beneden, om de politie te halen."
+
+Vader Durand verdween de trap op.
+
+"Pardon, mijnheer," zeide hij, terwijl hij een buiging maakte, tot
+den jongen man, met wien hij alleen gebleven was; "met wien heb ik
+de eer te spreken?"
+
+"Mijnheer, ik ben uw nieuwe huurder; ik heb in dit huis een kamer op
+de zesde verdieping gehuurd; en het begint me te vervelen, dat die
+kamer nu nog niet leeg is."
+
+"Het spijt mij ook zeer, mijnheer," antwoordde mijnheer Bernard,
+"maar er is een moeilijkheid ontstaan tusschen mij en den huurder,
+voor wien u in de plaats komt."
+
+"Mijnheer, mijnheer!" gilde uit een raam van de hoogste verdieping
+vader Durand; "mijnheer Schaunard is er niet....maar de kamer
+is er.... Stommeling, die ik ben, ik bedoel, dat hij niets heeft
+medegenomen, geen haar, mijnheer."
+
+"Dan is het goed. Kom naar beneden," antwoordde mijnheer Bernard. "Een
+oogenblikje geduld, als het u blieft," ging hij voort, zich tot den
+jongen man richtend. "Mijn concierge zal de voorwerpen, die de kamer
+van mijn insolvabelen huurder versieren, naar den kelder brengen,
+en binnen een half uur zult u de appartementen kunnen betrekken;
+trouwens uw meubels zijn er ook nog niet."
+
+"Pardon, mijnheer," antwoordde de jonge man kalm.
+
+Mijnheer Bernard keek om zich heen, doch zag slechts de groote
+kamerschutten, waarover de concierge ook al zijn hoofd geschud had.
+
+"Wat, pardon .... wat ...." mompelde hij, "maar ik zie niets."
+
+"Daar," antwoordde de jonge man, terwijl hij de bladen der lijsten
+losmaakte en den verbaasden eigenaar een prachtig paleis-intérieur met
+colonnes van jaspis, bas-reliefs en schilderijen van groote meesters
+liet zien.
+
+"Maar uw meubels?" vroeg mijnheer Bernard.
+
+"Daar zijn ze," antwoordde de jonge man, terwijl hij op het luxueuze
+meubilair wees, dat geschilderd was in het paleis, hetwelk hij
+pas gekocht had in het hôtel Bullion [1] op een verkooping van een
+salon-tooneel.
+
+"Mijnheer," antwoordde de huisheer, "ik wil liever aannemen, dat u
+ernstiger meubelen hebt dan deze ...."
+
+"Wat, dit zijn echte Boule-meubelen." [2]
+
+"U begrijpt, dat ik garantie voor mijn huur moet hebben."
+
+"Voor den duivel, maar is een paleis dan geen voldoende garantie voor
+de huur van een dakkamertje?"
+
+"Neen, mijnheer, ik wil meubels, echte meubels van mahoniehout!"
+
+"Helaas, mijnheer, goud noch mahoniehout maken ons gelukkig, heeft een
+oud wijsgeer gezegd. En bovendien ik kan dat soort hout niet uitstaan;
+het is zoo ordinair; iedereen heeft het."
+
+"Dat is allemaal tot uw dienst, mijnheer, maar u heeft dan toch zeker
+wel andere meubels?"
+
+"Neen, dat neemt te veel plaats in in de kamer; wanneer je stoelen
+hebt, weet je niet meer waar je moet gaan zitten."
+
+"Maar u hebt toch zeker een bed! Waar slaapt u op?"
+
+"Ik rust op de Voorzienigheid, mijnheer!"
+
+"Pardon, nog een vraag," zeide mijnheer Bernard, "wat is uw beroep?"
+
+Juist op dat oogenblik kwam de witkiel van den jongen man, van zijn
+tweeden tocht terug, de binnenplaats op. Onder de voorwerpen, die
+hij aan zijn draagzeel droeg, zag Durand een schildersezel.
+
+"O, mijnheer!" riep hij verschrikt uit, terwijl hij den huisheer op
+den ezel wees. "Het is een schilder!"
+
+"Een artist, als ik het niet dacht!" gilde op zijn beurt mijnheer
+Bernard, en de haren van zijn pruik rezen van schrik ten berge;
+"een schilder!!! Maar heb je dan geen informaties genomen naar
+mijnheer?" bulderde hij den concierge toe. "Wist je dan niet, wat
+hij deed?"
+
+"Lieve Hemel," antwoordde de arme kerel, "hij had mij vijf francs
+als goospenning gegeven; dus kon ik niet vermoeden...."
+
+"Wanneer u eindelijk klaar bent," vroeg op zijn beurt de jonge man.
+
+"Mijnheer," viel mijnheer Bernard hem in de rede, terwijl hij zijn
+bril recht op zijn neus zette; "als u geen meubels hebt, kunt gij uw
+kamer niet betrekken. De wet staat toe een huurder, die geen garantie
+meebrengt, te weigeren."
+
+"En mijn woord dan?" vroeg de artist in zijn volle waardigheid.
+
+"Dat is niet zooveel waard als meubels ... u kunt ergens anders een
+kamer zoeken. Durand zal u uw Godspenning teruggeven."
+
+"Wat?" zeide de concierge verschrikt, "die heb ik al naar de spaarbank
+gebracht."
+
+"Maar mijnheer," viel de jonge man hem in de rede, "ik kan maar niet
+zoo direkt een andere kamer vinden. Geef me tenminste gastvrijheid
+voor één dag."
+
+"Ga in een hotel logeeren," antwoordde mijnheer Bernard. "Maar tusschen
+twee haakjes," voegde hij er vlug aan toe, terwijl hem plotseling iets
+in de gedachte viel; "als u dat wilt, dan zou ik u de kamer gemeubeld
+met de meubels van mijn insolventen huurder kunnen geven. Maar zooals
+u weet, moet in zoo'n geval de huur vooruit betaald worden."
+
+"Het is maar de vraag, hoeveel u voor dat krot moet hebben," zeide
+de artist.
+
+"Maar het is heusch een zeer geschikte kamer; in verband met de
+omstandigheden is de huur vijf-en-twintig francs per maand. Maar
+vooruit betalen."
+
+"Dat hebt u al gezegd; en die zin verdient de eer van een bis niet,"
+antwoordde de jonge man, terwijl hij in zijn zakken zocht. "Hebt u
+terug van vijfhonderd francs?"
+
+"Wat?" vroeg de huisheer stom-verbaasd. "U zegt?"
+
+"Nou, de helft van duizend dan. Hebt jullie soms zoo iets nooit
+gezien?" voegde de artist eraan toe, terwijl hij het papier heen
+en weer bewoog voor de oogen van den huisheer en van den concierge,
+die op het gezicht daarvan hun evenwicht schenen te verliezen.
+
+"Ik zal het voor u laten wisselen," antwoordde mijnheer Bernard vol
+eerbied; "er behoeft maar twintig francs af, want Durand zal u de
+Godspenning teruggeven."
+
+"Die mag hij houden," zeide de artist, "op voorwaarde, dat hij mij
+iederen ochtend komt zeggen welke dag en datum het is, den stand van
+de maan, welk weer het is en onder welken regeeringsvorm wij leven."
+
+"Zeker, zeker mijnheer!" riep vader Durand uit, terwijl hij een
+buiging van negentig graden maakte.
+
+"Al goed, kerel, je moet voor mij als almanak spelen. Intusschen moet
+je mijn witkiel even helpen de boel boven te brengen."
+
+"Mijnheer," zeide de huisheer, "ik zal u de quitantie boven laten
+brengen."
+
+Dien avond nog was de nieuwe huurder van mijnheer Bernard, de schilder
+Marcel, geïnstalleerd in de tot een paleis gemetamorphoseerde kamers
+van den voortvluchtigen Schaunard.
+
+Intusschen was gezegde Schaunard bezig te trachten overal in Parijs
+geld los te krijgen.
+
+Schaunard had het leenen tot de hoogte van een kunst verheven. Het
+geval voorziende, waarin hij de vreemdelingen zou moeten aanspreken,
+had hij de manier, om vijf francs te leenen, in alle talen der
+wereld geleerd. Hij had het repertoire der listen, die het edele
+metaal gebruikt om aan hen, die het najagen, te ontsnappen, tot in
+den grond bestudeerd; en beter dan een loods de uren der getijden,
+kende hij de tijdstippen, waarop het bij anderen hoog of laag water
+was, d. w. z. de dagen, waarop zijn vrienden en kennissen gewoonlijk
+geld kregen. Er waren dan ook verschillende huizen, waarin men, als
+hij 's ochtends op bezoek kwam, niet tegen elkaar zeide: "Daar heb je
+mijnheer Schaunard"; maar "Daar heb je den eersten of vijftienden der
+maand." Om dit soort belasting, die hij, wanneer de noodzakelijkheid
+hem ertoe dwong, van de menschen, die de middelen hadden om hem die te
+betalen, ging heffen, wat makkelijker en minder ingewikkeld te maken,
+had Schaunard arrondissementsgewijze een alphabetisch tableau gemaakt,
+waarop de namen van al zijn vrienden en kennissen stonden. Naast
+iederen naam waren genoteerd het maximum der som, die hij in verband
+met hun fortuin kon leenen, de tijdstippen, waarop het bij hen hoog
+water was, benevens het uur der maaltijden met het gewone menu van het
+huis. Behalve dat tableau hield hij er nog een boekhoudinkje op na,
+waarin hij keurig boek hield van de sommen, die hem geleend waren,
+tot de kleinste bedragen toe, want hij wilde zich niet verder bezwaren
+dan tot een zeker cijfer, dat een Normandische oom, van wien hij
+moest erven, nog in de pen had. Zoodra hij aan een persoon twintig
+francs schuldig was, leende hij niet langer en betaalde de som in
+eens terug, ook al moest hij voor die aflossing van hen, aan wie
+hij minder schuldig was, meer leenen. Op die manier had hij altijd
+een zeker crediet, dat hij zijn vlottende schuld noemde; en daar men
+wist, dat hij de gewoonte had het geleende terug te geven, zoodra zijn
+middelen het hem veroorloofden, hielp men hem, als men dat kon, gaarne.
+
+Nu had hij, sedert hij 's ochtends elf uur uitgegaan was om te trachten
+de vijf-en-zeventig francs, die hij noodig had, bijeen te krijgen,
+nog niet meer bij elkaar dan een daalder, dien hij te danken had aan
+de medewerking der letters M., V. en R. van zijn beroemde lijst:
+van de rest van het alphabet, dat evenals hij een termijn huur te
+betalen had, kreeg hij nul op het request.
+
+Om zes uur luidde een hevige honger in zijn maag de etensbel;
+hij was toen juist bij de barrière du Maine, waar de letter
+U. woonde. Schaunard liep binnen bij de letter U., waar hij zijn
+servetring had, als er servetten waren.
+
+"Naar wien wilt u toe?" vroeg de concierge hem in het voorbijgaan.
+
+"Naar mijnheer U ...." antwoordde de artist.
+
+"Die is niet thuis."
+
+"En Mevrouw?"
+
+"Ook niet: zij hebben me gevraagd aan een van hun vrienden, die van
+avond bij hen zou komen, te zeggen, dat zij in de stad zijn gaan
+eten: mocht u de bewuste persoon zijn, dan hebt u hier het adres,"
+en hij overhandigde Schaunard een stukje papier, waarop zijn vriend
+U .... geschreven had:
+
+"Wij zijn bij Schaunard, rue .... No...., gaan eten; kom ons daar
+halen."
+
+"Prachtig!" zeide hij, weggaande; "wanneer het toeval zich er mede
+bemoeit, krijg je dikwijls aardige vaudevilles."
+
+Schaunard herinnerde zich toen, dat er vlak bij een klein herbergje
+was, waar hij een paar maal voor weinig geld goed gegeten had,
+en richtte zijn schreden naar dat etablissement, in de chaussée
+du Maine gelegen en in de Bohème-wereld bekend onder den naam van
+la Mère Cadet. Het was een etenshuis, waarvan de gewone clientèle
+bestond uit de vrachtrijders naar Orleans, zangeressen uit den
+Montparnasse en jonge rollen van het Bobino-theater. [3] Tijdens het
+mooie seizoen komen schilders uit de vele ateliers in de nabijheid van
+den Luxembourg, schrijvers van onuitgegeven boeken en journalisten van
+obscure blaadjes gezamenlijk dineeren bij la Mère Cadet, die bekend
+is voor haar konijnenragouts, haar echte zuurkool en een wit wijntje,
+dat naar vuursteen smaakt.
+
+Schaunard ging onder de bosquets (boschjes) zitten: zoo noemde men
+bij la Mère Cadet het dunne loof van een paar kromgegroeide boomen,
+waarvan het ziekelijke groen onder tegen de zoldering was aangebracht.
+
+"Lieve Hemel, het kan me niet schelen ook," zeide Schaunard tot
+zichzelf, "ik zal me eens lekker te goed doen en een feestmaal
+bestellen."
+
+En zonder er gras over te laten groeien, bestelde hij een soep,
+een halve portie zuurkool en twee halve konijnenragouts: hij had
+n.l. opgemerkt, dat je, wanneer je halve porties bestelde, minstens
+een kwart op het geheel won.
+
+Deze bestelling trok de aandacht van een jonge, in het wit gekleede
+vrouw met oranjebloesem in het haar en balschoenen aan; een imitatie
+van een imitatie-kanten sluier golfde over haar schouders, die beter
+hun incognito hadden kunnen bewaren. Het was een zangeres van het
+théâtre Montparnasse, waarvan de coulissen om zoo te zeggen uitkwamen
+in la Mère Cadet. Gedurende een entre-acte van de Lucia di Lammermoor
+was zij even komen eten; zij besproeide nu met een kleintje koffie een
+maaltijd, die uitsluitend uit een artisjok in olie en azijn bestond.
+
+"Twee konijnenragouts, drommels!" zeide zij zacht tot het meisje,
+dat als kellner dienst deed; "dat is ook een jonge man, die van goed
+eten houdt. Hoeveel krijg je van me, Adèle?"
+
+"Vier sous voor de artisjok, vier voor een kleintje koffie en één
+voor brood. Dat is negen sous."
+
+"Hier," zeide de zangeres, en zij ging weg onder het neuriën van:
+
+
+ Cet amour que Dieu me donne!
+
+
+"Zij haalt de hooge A," zeide toen een mysterieus persoon, die,
+achter een wal van oude boeken verborgen, aan dezelfde tafel als
+Schaunard zat.
+
+"Haalt zij hem?" zeide Schaunard; "ik zou eerder zeggen, dat ze hem
+thuis gelaten heeft. Het is dan ook belachelijk," voegde hij eraan
+toe, terwijl hij met zijn vinger op den schotel wees, waaruit Lucia
+di Lammermoor haar artisjok genuttigd had, "om je fausset in azijn
+in te leggen."
+
+"Het is inderdaad een scherp zuur," begon weer de persoon, die reeds
+gesproken had. "De stad Orleans produceert een soort, die terecht
+een goede reputatie heeft."
+
+Schaunard nam den onbekende, die blijkbaar een gesprek wilde uitlokken,
+aandachtig op. De starre blik uit zijn groote blauwe oogen, die
+steeds iets schenen te zoeken, gaf aan zijn gelaatsuitdrukking het
+karakter van vrome zielerust, die men zoo dikwijls bij seminaristen
+ziet. Zijn gelaat had de kleur van oud, vergeeld ivoor, behalve
+zijn wangen, die met een roodkleurige laag ingesmeerd schenen te
+zijn. Zijn mond leek geteekend te zijn door een eerste-klas leerling,
+dien men tijdens zijn werk tegen zijn elleboog gestooten had. De
+negerachtig opgetrokken lippen lieten tanden zien, die een jachthond
+geen oneer zouden hebben aangedaan, en de twee plooien van zijn kin
+rustten op een witte das, waarvan de eene punt de sterren bedreigde,
+terwijl de andere zich in den grond scheen te willen boren. Uit
+een kalen vilten hoed met wonderlijk breede randen, stroomden zijn
+haren in blonde watervallen. Hij had een notenkleurige pèlerine-jas,
+die tot op de draad afgesleten en zoo ruw als een rasp was. Uit de
+wijdopenstaande zakken van die jas kwamen bundels papier en brochures
+te voorschijn. Zonder zich te bekommeren om de opmerkzaamheid, waarmede
+hij opgenomen werd, nuttigde hij een portie zuurkool met worst, waarbij
+hij telkens een tevreden geknor liet hooren. Onder het eten door las
+hij een boek, dat open voor hem lag, en waarop hij nu en dan met een
+potlood, dat hij achter zijn oor had zitten, aanteekeningen maakte.
+
+"Nou?" riep plotseling Schaunard uit en sloeg daarbij met zijn mes
+tegen zijn glas; "waar blijft mijn konijnenragout?"
+
+"Mijnheer," antwoordde het meisje, dat met een schotel in haar hand
+naar hem toe kwam, "die zijn er niet meer, dit is de laatste, en die
+is al door mijnheer besteld," voegde zij eraan toe, terwijl zij den
+schotel voor den man met de boeken neerzette.
+
+"Verduiveld!" riep Schaunard uit.
+
+Er klonk zooveel melancholieke teleurstelling door in dat
+"Verduiveld!", dat de man met de boeken er door getroffen werd. Hij
+schoof den wal van boeken, die zich tusschen hem en Schaunard verhief,
+op zij en zeide, terwijl hij den schotel tusschen hen in zette,
+op den zachtsten toon, dien hij in zijn stem leggen kon:
+
+"Zou ik het genoegen mogen hebben dit gerecht met u te deelen?"
+
+"Mijnheer," antwoordde Schaunard, "ik zou er u niet gaarne van
+berooven."
+
+"U zult mij dus van het genoegen willen berooven, u een dienst te
+bewijzen."
+
+"Als u het zoo opvat, mijnheer...." En Schaunard schoof zijn bord bij.
+
+"Veroorloof mij u den kop niet aan te bieden," zeide de vreemdeling.
+
+"Daar kan ik niet in komen, mijnheer," riep Schaunard uit.
+
+Maar toen hij zijn bord weer naar zich toe trok, zag hij, dat de
+vreemdeling hem juist dat gedeelte gegeven had, dat hij zeide voor
+zichzelf te willen houden.
+
+"Wat?" bromde Schaunard in zichzelf, "wil hij me met zijn beleefdheid
+er tusschen nemen?"
+
+"Al moge," zeide de vreemdeling, "het hoofd het edelste deel van den
+mensch zijn, van het konijn is het juist het tegenovergestelde. Vandaar
+dan ook, dat er vele menschen zijn, die het niet kunnen uitstaan. Bij
+mij is het juist andersom. Ik aanbid het, om zoo te zeggen."
+
+"Dan spijt het mij dubbel," zeide Schaunard, "dat gij u voor mij
+daarvan beroofd hebt."
+
+"Wat? ... pardon," zeide de boekenman, "ik heb den kop voor mijzelf
+gehouden. Ik heb zelfs de eer gehad u te doen opmerken, dat...."
+
+"Neem me niet kwalijk!" viel Schaunard hem in de rede, terwijl hij
+hem zijn bord onder de neus hield; "maar wat is dat dan voor een stuk?"
+
+"Lieve Hemel! Wat zie ik, o goden? Nog een kop! Het is een bicephaal
+[4] konijn!" riep de vreemdeling uit.
+
+"Bice...." stotterde Schaunard.
+
+".....phaal. Dat komt van het Grieksch. Inderdaad noemt mijnheer
+de Buffon, die altijd manchetten droeg, voorbeelden van die
+eigenaardigheid. Maar werkelijk, ik vind het inderdaad zeer aangenaam,
+zoo'n natuurwonder gegeten te hebben."
+
+Tengevolge van dat incident was het gesprek voor goed aan den
+gang. Schaunard, die in beleefdheid niet achter wilde blijven, bestelde
+een nieuwe flesch. De boekenman liet een tweede aanrukken. Schaunard
+offreerde salade, de man met de boeken toespijzen. Om acht uur stonden
+er zes ledige flesschen op tafel. Al pratende had de openhartigheid,
+die door de plengoffers van den rooden wijn besproeid was, hen ertoe
+gebracht elkaar hun levensloop te vertellen; zij kenden elkander reeds,
+alsof zij samen opgegroeid waren. Na de vertrouwelijke mededeelingen
+van Schaunard aangehoord te hebben, had de boekenman hem verteld,
+dat hij Gustave Colline heette; hij was wijsgeer van beroep en leefde
+van de lessen, die hij gaf in mathematica, scholastica, botanica en
+andere wetenschappen op ica.
+
+Het weinige geld, dat hij met lesgeven verdiende, besteedde Colline
+voor het aankoopen van oude boeken. Zijn notenkleurige pèlerine was een
+goede bekende aan alle boekenstalletjes van den pont de la Concorde tot
+den pont Saint-Michel. Wat hij met al die boeken, waarvan het aantal
+zòò groot was, dat men ze in een menschenleeftijd niet had kunnen
+uitlezen, deed, wist niemand en hij zelf nog het allerminst. Maar die
+manie was bij hem een hartstocht geworden; en wanneer hij 's avonds
+zonder een nieuw oud boek thuis kwam, paste hij het woord van Titus
+op zichzelf toe en zeide: "Ik heb een dag verloren laten gaan!" Zijn
+innemende manieren en zijn wijze van uitdrukken, die een bloemlezing
+van alle stijlen vormde, en de vreeselijke woordspelingen, waarmede
+hij zijn gesprek kruidde, hadden haar uitwerking op Schaunard niet
+gemist, die op staanden voet Colline permissie vroeg zijn naam te mogen
+inlasschen op de beroemde lijst, waarover wij reeds gesproken hebben.
+
+Tamelijk aangeschoten en met den gang van menschen, die pas een
+vertrouwlijk gesprek met wijnflesschen gevoerd hebben, verlieten zij
+tegen negen uur la mère Cadet.
+
+Colline noodigde Schaunard uit met hem een kop koffie te gaan drinken,
+wat deze aannam op voorwaarde dat de pousse-café voor zijn rekening
+was. Zij gingen een café binnen in de rue Saint-Germain-l'Auxerrois,
+dat op zijn uithangbord Momus, den god der Spelen en van het Lachen,
+had.
+
+Toen zij binnenkwamen, was er juist een hevige discussie begonnen
+tusschen twee stamgasten. Een van hen was een jonge man, wiens
+gelaat zoo goed als geheel verloren ging in een zware, veelkleurige
+baard. Als een tegenstelling tot dien overvloed van kinhaar was zijn
+voorhoofd zoo kaal als een biljartbal; een klein groepje haren, die
+zoo weinig talrijk waren, dat men ze zeer makkelijk zou kunnen tellen,
+trachtte vergeefs die kaalheid te verbergen. Hij droeg een zwarte,
+aan de ellebogen glad geschaafde jas, die, wanneer hij zijn armen te
+hoog oplichtte, een paar onder de schouders aangebrachte luchtgaatjes
+liet zien. Zijn broek kon desnoods nog voor zwart doorgaan, maar zijn
+schoenen, die nooit nieuw geweest waren, schenen reeds meermalen aan de
+voeten van den Wandelenden Jood de reis om de wereld gemaakt te hebben.
+
+Schaunard had opgemerkt, dat zijn vriend Colline en de jonge man met
+de groote baard elkaar gegroet hadden.
+
+"Ken je dien mijnheer?" vroeg hij aan den wijsgeer.
+
+"Kennen bepaald niet," antwoordde deze, "maar ik zie hem wel eens in
+de Bibliotheek. Ik geloof, dat het een schrijver is."
+
+"Zijn kleeding wijst er tenminste wel op," antwoordde Schaunard.
+
+De persoon, met wien de jonge man het aan den stok had, was iemand
+van een jaar of veertig, die, zooals uit zijn groot hoofd, dat zonder
+overgang van den hals tusschen zijn beide schouders zat, op te maken
+was, ongetwijfeld aan een beroerte sterven zou. De onnoozelheid was
+in groote letters op zijn laag, met een klein zwart kalotje bedekt
+voorhoofd te lezen. Hij heette mijnheer Mouton en was ambtenaar op de
+mairie van het vierde arrondissement, waar hij de overlijdensregisters
+bijhield.
+
+"Mijnheer Rodolphe!" riep hij met een eunuch-orgaan uit, terwijl
+hij den jongen man, dien hij aan een knoop van zijn jas vasthield,
+heen en weer schudde, "wil ik u mijn meening eens zeggen? Nou, al die
+couranten dienen tot niets. Kijk eens, laten we eens veronderstellen:
+ik ben een huisvader, niet waar? .... goed ... Ik kom hier in het
+café een partij domino spelen. Volg nu goed mijn redeneering."
+
+"Verder, verder!" zeide Rodolphe.
+
+"Welnu," ging vader Mouton voort, terwijl hij iederen zin scandeerde
+met een vuistslag, die de flesschen en glazen op het tafeltje deed
+rinkelen; "welnu, ik kijk de couranten eens in, goed .... Wat zie
+ik? De een zegt wit, de ander zegt zwart, enzoovoort, enzoovoort. Wat
+heb ik daaraan? Ik ben een goed huisvader, die hier komt om ...."
+
+"Zijn partijtje domino te spelen," zeide Rodolphe.
+
+"Iederen avond," ging mijnheer Mouton voort. "Nou, laten we eens
+veronderstellen: Je begrijpt ...."
+
+"Heel goed!" zeide Rodolphe.
+
+"Ik lees een artikel, waar ik het niet mee eens ben. Dat maakt
+me woedend, en ik verbijt me, ziet u, mijnheer Rodolphe, al die
+couranten is leugenpak. Ja, leugenpak!" krijschte hij in de hoogste
+tonen van zijn faussetstem, "en de journalisten zijn bandieten en
+prutsschrijvers."
+
+"Maar toch, mijnheer Mouton ...."
+
+"Ja, bandieten," ging deze voort. "Zij zijn de oorzaak van alle
+ongelukken in de wereld; zij hebben de revolutie en de assignaten
+gemaakt; bewijs: Murat."
+
+"Pardon," viel Rodolphe hem in de rede; "u bedoelt Marat."
+
+"Waarachtig niet, waarachtig niet," ging Mouton voort; "Murat; ik
+heb hem zien begraven, toen ik nog een kleine jongen was ...."
+
+"Maar ik verzeker u ...."
+
+"Ze hebben nog een stuk over hem in het Cirque gegeven ...."
+
+"Ja juist, precies," zeide Rodolphe: "dat is Murat."
+
+"Maar dat zeg ik al een uur lang," riep de stijfkoppige Mouton
+uit. "Murat, die in een kelder werkte, wat? Welnu, laten we eens
+veronderstellen. Hebben de Bourbons geen gelijk gehad om hem te
+guillotineeren, omdat hij hen verraden had?"
+
+"Wien? Geguillotineerd! Verraden! Wat?" riep Rodolphe uit, die nu op
+zijn beurt mijnheer Mouton bij den knoop van zijn jas pakte.
+
+"Wel Marat!"
+
+"O God, neen, neen, mijnheer Mouton, Murat. Laten we elkaar voor den
+donder eindelijk begrijpen!"
+
+"Ja zeker. Murat, een hondsvot. Hij heeft den keizer in 1815
+verraden. Daarom beweerde ik, dat alle couranten één pot nat zijn,"
+ging mijnheer Mouton voort, daarbij op het voornaamste punt van zijn
+rede, die hij een verklaring placht te noemen, terugkomend. "Weet u wat
+ik zou willen, mijnheer Rodolphe? Welnu, laten we eens veronderstellen
+.... Ik zou een goede courant willen ... O, niet groot ... goed,
+en een die geen phrases maakt ... Zoo!"
+
+"U bent veeleischend," viel Rodolphe hem in de rede. "Een courant
+zonder phrasen!"
+
+"Ja, zeker. Let nu goed op!"
+
+"Dat probeer ik!"
+
+"Een courant, die alleen berichten geeft over den gezondheidstoestand
+van den koning en de goederen der aarde. Want wat heb je ten slotte
+aan al die couranten, wanneer je er niets van begrijpt? Laten we
+eens veronderstellen: Ik ben op het stadhuis, niet waar? Ik houd
+mijn registers bij, prachtig! Welnu, het is net als wanneer ze tegen
+me zouden zeggen: "Mijnheer Mouton, u schrijft de sterfgevallen in,
+welnu, doe nu dit eens, doe nu dat eens. Welnu, wat moet dat, wat
+moet dat? Welnu, met de couranten is het precies zoo," eindigde hij
+zijn redeneering.
+
+"Zeer juist!" merkte iemand, die naast hem zat en de uiteenzetting
+begrepen had, op.
+
+En mijnheer Mouton ging, nadat hij de gelukwenschen van eenige
+stamgasten, die het met hem eens waren, in ontvangst genomen had,
+verder met zijn partijtje domino.
+
+"Ik heb hem eens flink op zijn plaats gezet," zeide hij, terwijl hij
+op Rodolphe wees, die aan het tafeltje van Schaunard en Colline was
+gaan zitten.
+
+"Wat een stommeling!" zeide deze tot de twee jonge lui, terwijl hij
+naar den ambtenaar wees.
+
+"Hij heeft dan ook een prachtigen kop met zijn wenkbrauwen als
+rijtuigkappen en zijn kalfsoogen," merkte Schaunard op, terwijl hij
+een prachtig doorgerookten neuswarmer uit zijn zak haalde.
+
+"Bliksems, mijnheer," zeide Rodolphe, "wat een mooie pijp hebt u daar!"
+
+"O, ik heb nog een heel wat mooiere, als ik uit ga," zeide Schaunard
+onverschillig. "Geef me even wat tabak, Colline."
+
+"Lieve Hemel," riep de wijsgeer uit, "mijn tabak is op."
+
+"Sta mij toe u wat aan te bieden," zeide Rodolphe, terwijl hij een
+pakje tabak uit zijn zak haalde en op tafel zette.
+
+Colline meende die beleefdheid met het offreeren van een rondje te
+moeten beantwoorden.
+
+Rodolphe meende niet te kunnen weigeren. Het gesprek kwam op de
+litteratuur. Rodolphe, naar zijn door zijn kleeding reeds verraden
+beroep gevraagd, erkende zijn betrekkingen tot de Muzen en bestelde
+een tweede rondje. Toen de kellner de flesch wilde medenemen,
+vroeg Schaunard hem die maar te laten staan. Hij had in een van
+Colline's zakken het zilveren duo van twee vijffrancstukken hooren
+weerklinken. Rodolphe had weldra het niveau van openhartigheid bereikt,
+waarop de beide vrienden zich reeds bevonden, en deed hun op zijn
+beurt vertrouwelijke mededeelingen.
+
+Zij zouden zeker den nacht in het café hebben doorgebracht, indien
+men hun niet was komen vragen heen te gaan. Zij waren nog geen tien
+pas verder, waarover zij tusschen twee haakjes een kwartier gedaan
+hadden, toen zij door een stortbui overvallen werden. Colline en
+Rodolphe woonden aan de twee tegenovergestelde uiteinden van Parijs,
+de eene in Ile-Saint-Louis, de andere in Montmartre.
+
+Schaunard, die totaal vergeten was, dat hij geen onderdak meer had,
+stelde hun voor naar zijn kamer te gaan.
+
+"Ga met mij mede," zeide hij, "ik woon hier vlak bij; wij zullen den
+nacht doorbrengen met praten over litteratuur en schoone kunsten."
+
+"En dan maak jij muziek en moet Rodolphe ons zijn gedichten
+voordragen," zeide Colline.
+
+"Waarachtig, zeker," voegde Schaunard eraan toe, "we moeten lachen
+en vroolijk zijn, we leven maar eens."
+
+Voor zijn huis gekomen, dat Schaunard slechts met moeite herkende,
+ging hij op een paaltje zitten wachten op Rodolphe en Colline, die bij
+een nog open zijnden wijnhandelaar de eerste elementen van een souper
+waren gaan halen. Toen zij terug waren, klopte Schaunard meermalen
+hard op de deur, want hij herinnerde zich vaag, dat de concierge de
+gewoonte had hem te laten wachten. Eindelijk ging de deur open en vader
+Durand, die in de heerlijkheden van den eersten slaap verzonken was
+en zich niet herinnerde, dat Schaunard zijn huurder niet meer was,
+maakte volstrekt geen tegenwerpingen, toen deze zijn naam door het
+schuifraampje geroepen had.
+
+Toen zij alle drie boven op de trap waren (een even lange als moeilijke
+klimpartij), uitte Schaunard, die voorop liep, een kreet van verbazing,
+toen hij den sleutel in het slot van zijn kamerdeur zag steken.
+
+"Wat is er?" vroeg Rodolphe.
+
+"Ik begrijp er niets van," mompelde hij, "ik vind in het slot den
+sleutel, dien ik vanmorgen medegenomen heb. Enfin, we zullen zien. Ik
+had hem in mijn zak gestoken. Wel, alle duivels, daar heb je hem nog,"
+riep hij uit, terwijl hij den sleutel liet zien.
+
+"Dat is tooverij!"
+
+"Phantasmagorie," zeide Colline.
+
+"Phantasie," voegde Rodolphe eraan toe.
+
+"Maar," ging Schaunard voort, en in zijn stem beefde angst, "hooren
+jullie dat?"
+
+"Wat?"
+
+"Wat?"
+
+"Mijn piano, die uit zichzelf speelt, ut, la mi ré do, la si sol,
+ré. Vervloekte ré, die zal altijd valsch blijven!"
+
+"Maar dan is dat zeker jouw kamer niet," zeide Rodolphe, die Colline,
+op wien hij zwaar leunde, in het oor fluisterde:
+
+"Hij is dronken!"
+
+"Dat geloof ik ook. In de eerste plaats is dat geen piano, maar
+een fluit."
+
+"Maar jij bent ook dronken, mijn waarde," antwoordde de dichter den
+wijsgeer, die op den steenen vloer was gaan zitten. "Het is een viool."
+
+"Een vio ... Ha, ha! Luister eens, Schaunard," stamelde Colline,
+terwijl hij zijn vriend aan zijn beenen trok, "die is goed! Mijnheer
+daar beweert, dat het een vio ...."
+
+"Alle duivels!" riep Schaunard, thans zeer angstig, uit; "mijn piano
+speelt nog altijd, dat is tooverij!"
+
+"Phantasma .... gorie," huilde Colline, terwijl hij een der flesschen,
+die hij in zijn hand had, liet vallen.
+
+"Phantasie," krijschte op zijn beurt Rodolphe.
+
+Midden onder dat lawaai ging plotseling de deur open en zagen zij
+op den drempel iemand verschijnen met een drie-armigen kandelaar,
+waarin rose kaarsen brandden.
+
+"Wat is er van uw dienst, heeren?" vroeg hij, terwijl hij beleefd de
+drie vrienden groette.
+
+"Lieve Hemel, wat heb ik gedaan? Ik heb mij vergist, dit is mijn
+kamer niet," zeide Schaunard.
+
+"Mijnheer," voegden Colline en Rodolphe gezamenlijk eraan toe:
+"wees zoo goed onzen vriend te excuseeren; hij is zoo dronken als
+een ladder."
+
+Plotseling schoot een lichtstraal door het benevelde brein van
+Schaunard; hij had op zijn deur deze met krijt geschreven woorden
+gelezen:
+
+
+ "Ik ben driemaal hier geweest, om mijn Nieuwjaarsgeschenken
+ te halen.
+
+ Phémie."
+
+
+"Waarachtig, maar ik ben wel degelijk thuis!" riep hij uit; "daar heb
+je het visitekaartje, dat Phémie met Nieuwjaar heeft achtergelaten:
+het is dus wel mijn deur."
+
+"Lieve God, mijnheer," zeide Rodolphe; "ik ben er werkelijk confuus
+van."
+
+"Wees overtuigd, mijnheer," voegde Colline eraan toe, "dat ik een
+werkzaam aandeel neem in de confuusheid van mijn vriend."
+
+De jonge man brak in een schaterlach uit.
+
+"Als u even binnen wilt komen," antwoordde hij, "dan zal uw vriend,
+zoodra hij de kamer gezien heeft, zijn dwaling wel erkennen."
+
+"Gaarne."
+
+De dichter en de wijsgeer namen ieder Schaunard bij een arm en brachten
+hem in de kamer, of liever in het paleis van Marcel, dien de lezer
+zeker reeds herkend heeft.
+
+Schaunard keek eenigszins verward om zich heen en mompelde:
+
+"Het is verwonderlijk, hoe veel mooier mijn kamer geworden is."
+
+"Nou, ben je nu overtuigd?" vroeg Colline hem.
+
+Maar Schaunard had zijn piano in het oog gekregen, ging er naar toe
+en begon gamma's te spelen.
+
+"He, luisteren jullie eens," zeide hij, terwijl hij verschillende
+accoorden aansloeg; "Bravo, het dier heeft zijn baas herkend: si la
+sol, fa mi ré! O, bliksemsche ré! Jij verandert ook nooit. Ik zie wel,
+dat het mijn instrument is."
+
+"Hij houdt vol," zeide Colline tot Rodolphe.
+
+"Hij houdt vol," herhaalde Rodolphe tegen Marcel.
+
+"En dat dan," ging Schaunard voort, terwijl hij op den met sterren
+en loovertjes bezaaiden rok, die over een stoel geworpen was, wees,
+"dat is ook zeker mijn ambtsgewaad niet?"
+
+En hij keek Marcel uitdagend aan.
+
+"En dat dan," vervolgde Schaunard en trok het deurwaardersexploot,
+waarvan hierboven sprake was, van den muur.
+
+En hij begon te lezen:
+
+"Dientengevolge zal mijnheer Schaunard gehouden zijn genoemde woning
+te ontruimen en haar in goeden en bewoonbaren staat terug te geven
+den achtsten April vòòr twaalf uur des namiddags. Ten bewijze daarvan
+heb ik hem deze acte ter hand gesteld, waarvan de kosten vijf francs
+bedragen. Nou, ben ik nou mijnheer Schaunard niet, wien de kamer bij
+deurwaardersexploot opgezegd wordt en wien men gezegelde stukken,
+waarvan de kosten vijf francs bedragen, vereert? En dan dat nog,"
+ging hij voort, toen hij zijn pantoffels aan de voeten van Marcel
+zag; "zijn dat niet mijn muiltjes, geschenk van een mij dierbare
+hand? Mijnheer," zoo wendde hij zich nu tot Marcel, "thans is het
+aan u, om uw aanwezigheid in mijn laren en penaten te verklaren."
+
+"Mijne heeren," antwoordde Marcel en hij richtte zich hierbij in
+het bijzonder tot Colline en Rodolphe, "mijnheer," en hij wees op
+Schaunard, "mijnheer is op zijn kamer, ik beken het eerlijk."
+
+"Zoo," riep Schaunard uit, "dat is maar gelukkig ook."
+
+"Maar," vervolgde Marcel, "ook ik ben op mijn kamer."
+
+"Maar mijnheer," viel Rodolphe hem in de rede, "als onze vriend
+toch ...."
+
+"Ja," vervolgde Colline, "als onze vriend ...."
+
+"En als u u van uw kant herinnert, dat ....", voegde Rodolphe eraan
+toe, "hoe komt het dan ...."
+
+"Ja," echode Colline, "hoe komt het dan ...."
+
+"Neem plaats heeren," antwoordde Marcel, "dan zal ik u het mysterie
+ophelderen."
+
+"Wat zoudt u ervan zeggen, als we die opheldering eens
+besproeiden?" waagde Colline op te merken.
+
+"En daarbij familiaar een stukje aten?" voegde Rodolphe eraan toe.
+
+De vier jonge mannen zetten zich aan tafel en openden een hevigen
+aanval op een stuk koud kalfsvleesch, dat de wijnhandelaar hun
+afgestaan had.
+
+Marcel legde toen uit, wat er dien ochtend, toen hij was komen
+verhuizen, tusschen hem en den huisbaas was voorgevallen.
+
+"Derhalve," zeide Rodolphe, "heeft mijnheer volkomen gelijk, wij zijn
+zijn gasten."
+
+"Pardon, u bent hier thuis," antwoordde Marcel beleefd.
+
+Het kostte echter ontzaglijke moeite, om Schaunard aan zijn verstand
+te brengen wat er gebeurd was. Een komisch incident maakte de zaak nog
+ingewikkelder. Schaunard, die in een kast naar God weet wat zocht,
+ontdekte daarin het kleingeld, dat Marcel dien ochtend van zijn
+vijfhonderd francs teruggekregen had.
+
+"Ha," riep hij uit, "ik wist wel, dat mijn vriend, het toeval, mij
+niet in den steek zou laten. Ik herinner me nu, dat ik van morgen
+uitgegaan ben, om hem te zoeken ..... Voor die huurtermijnen, dat is
+waar ook; hij is zeker in mijn afwezigheid hier geweest. Wij hebben
+elkaar misgeloopen, dat is alles. Het is toch maar heel verstandig
+van me geweest den sleutel op de kast te laten."
+
+"Zoete dwaasheid!" mompelde Rodolphe, toen hij zag hoe Schaunard de
+geldstukken in even hooge hoopen opstapelde.
+
+"Droom en bedrog, dat is het leven," voegde de wijsgeer eraan toe.
+
+Marcel lachte.
+
+Een uur later lagen zij alle vier in een diepen slaap.
+
+Den volgenden middag om twaalf uur werden zij wakker; in den beginne
+waren zij niet weinig verwonderd elkaar daar te vinden: Schaunard,
+Colline en Rodolphe schenen elkaar zelfs niet te herkennen en noemden
+elkaar mijnheer. Marcel moest er hen aan herinneren, dat zij den
+vorigen avond met elkaar bij hem gekomen waren.
+
+Op dat oogenblik kwam Durand in de kamer.
+
+"Mijnheer," zeide hij tot Marcel, "het is vandaag de negende
+April achttien honderd en veertig ... het is modderig op straat,
+en Z. M. Louis-Philippe is nog steeds koning van Frankrijk en
+Navarre. Lieve Hemel," riep vader Durand uit, toen hij zijn ouden
+huurder zag, "daar heb je mijnheer Schaunard. Hoe bent u hier gekomen?"
+
+"Per telegraaf," antwoordde Schaunard.
+
+"Hoor hem eens aan," zeide de concierge, "u bent nog de oude
+grappenmaker!"
+
+"Durand," zeide Marcel, "ik houd er niet van, dat de livrei zich in
+mijn gesprekken mengt; je gaat naar het dichtstbijzijnde restaurant
+en laat een dejeuner voor vier personen boven brengen. Hier heb je de
+spijskaart," voegde hij eraan toe, terwijl hij hem een stukje papier
+met het menu erop gaf. "En een beetje vlug."
+
+"Heeren," ging Marcel voort, "u hebt mij gisteren avond een souper
+aangeboden, laat mij u nu hedenmorgen een dejeuner aanbieden, niet
+bij mij, maar bij u," voegde hij eraan toe, terwijl hij Schaunard
+zijn hand toestak.
+
+Na afloop van het dejeuner vroeg Rodolphe het woord.
+
+"Heeren," zeide hij, "staat mij toe, dat ik u verlaat ...."
+
+"O neen," zeide Schaunard op sentimenteelen toon, "laten we elkaar
+niet meer verlaten."
+
+"Dat is zoo," merkte Colline op; "je bent hier erg op je gemak."
+
+"U een oogenblik verlaat," ging Rodolphe voort, "morgen verschijnt de
+Echarpe d'Iris [5], een mode-tijdschrift, waarvan ik hoofdredacteur
+ben, en ik moet de drukproeven nog corrigeeren. Binnen een uur ben
+ik terug."
+
+"Alle duivels," zeide Colline; "dat brengt mij op de gedachte, dat ik
+les moet geven aan een Indischen prins, die naar Parijs gekomen is,
+om Arabisch te leeren."
+
+"Geef die les morgen," zeide Marcel.
+
+"Neen, dat gaat niet," antwoordde de wijsgeer: "de prins zou mij
+vandaag betalen. En bovendien moet ik eerlijk bekennen, dat deze
+schoone dag voor mij bedorven zou zijn, indien ik niet even langs de
+boekenstalletjes loop."
+
+"Maar je komt toch terug?" vroeg Schaunard.
+
+"Met de snelheid van een met zekere hand afgeschoten pijl," antwoordde
+de wijsgeer, die van excentrieke beeldspraak hield.
+
+En hij ging met Rodolphe weg.
+
+"Maar," zeide Schaunard, toen hij met Marcel alleen gebleven was,
+"indien ik, in plaats van me hier te koesteren op het kussen van het
+dolce far niente, wat goud ging zoeken om de begeerigheid van mijnheer
+Bernard te stillen?"
+
+"Maar," zeide Marcel ongerust; "wil je dan nog steeds verhuizen?"
+
+"Lieve God, ik moet wel," antwoordde Schaunard, "ik heb immers een
+exploot, waarvan de kosten vijf francs zijn, gekregen."
+
+"Maar," vervolgde Marcel, "als je verhuist, dan neem je zeker je
+meubels mee?"
+
+"Ja, dat is mijn bedoeling, ik laat hier geen haar achter, zooals
+mijnheer Bernard zegt."
+
+"Duivels, dat zal me leelijk in verlegenheid brengen, want ik heb je
+kamers gemeubileerd gehuurd."
+
+"Waarachtig, dat is waar ook," zeide Schaunard. "Maar," voegde hij er
+melancholiek aan toe, "er is geen enkele aanwijzing, dat ik vandaag
+of morgen of wanneer ook mijn vijf-en-zeventig francs zal vinden."
+
+"Maar wacht even," riep Marcel uit, "ik heb een idee."
+
+"Laat hooren," zeide Schaunard.
+
+"De zaak staat zoo: wettelijk behoort de woning aan mij, omdat ik
+een maand vooruit betaald heb."
+
+"De woning, ja; maar als ik betaal, neem ik de meubelen wettelijk mede;
+en als het mogelijk was, zou ik ze zelfs onwettelijk medenemen."
+
+"Zoodat," zeide Marcel, "jij de meubels en geen woning, en ik een
+woning en geen meubels heb."
+
+"Dat klopt," zeide Schaunard.
+
+"Maar mij bevalt de woning uitstekend."
+
+"En mij," merkte Schaunard op, "mij beviel ze nooit meer."
+
+"Wat zeg je?"
+
+"Nooit .... meer. Ik weet heel goed, wat ik zeg."
+
+"Welnu, dan kunnen we het op een accoordje gooien," meende Marcel;
+"blijf bij me, ik lever de woning en jij levert de meubelen."
+
+"En de huur?" vroeg Schaunard.
+
+"Daar ik nu geld heb, betaal ik ditmaal; den volgenden keer is het
+jouw beurt. Denk er eens over na."
+
+"Ik denk nooit na, vooral niet om een voorstel aan te nemen, dat
+in mijn geest valt; ik neem het zonder bedenken aan. Bovendien zijn
+schilder- en dichtkunst zusters."
+
+"Schoonzusters," vond Marcel.
+
+Op dat oogenblik kwamen Colline en Rodolphe, die elkaar op straat
+ontmoet hadden, terug.
+
+Marcel en Schaunard stelden hen van hun vennootschap in kennis.
+
+"Heeren," riep Rodolphe uit, terwijl hij het in zijn broekzak liet
+rinkelen, "ik offreer het gezelschap een diner."
+
+"Dat was juist mijn plan ook," zeide Colline, terwijl hij uit
+zijn zak een goudstuk haalde, dat hij als een monocle naar
+zijn oog bracht. "Mijn prins heeft mij dat gegeven voor een
+Hindostansch-Arabische grammatica, die ik zooeven voor zes stuivers
+gekocht heb."
+
+"En ik," zeide Rodolphe, "heb mij door den kassier van de Echarpe
+d'Iris een voorschot laten geven van dertig francs, onder voorgeven,
+dat ik mij moest laten inenten."
+
+"Het is vandaag dus Heiligendag," zeide Schaunard; "ik alleen heb
+niets gekregen, dat is toch vernederend."
+
+"Intusschen," viel Rodolphe hem in de rede, "handhaaf ik mijn
+uitnoodiging voor een diner."
+
+"En ik ook," zeide Colline.
+
+"Nou," zeide Rodolphe, "dan zullen we opgooien, wie betalen zal."
+
+"Neen," riep Schaunard uit, "ik weet wat beters, om jullie uit die
+moeilijkheid te helpen, heel wat beters."
+
+"En dat is?"
+
+"Rodolphe betaalt het diner, en Colline geeft een souper."
+
+"Een Salomo-oordeel," riep de wijsgeer uit.
+
+"Dan zal het vandaag nog erger toegaan dan op de bruiloft van Camacho,"
+[6] meende Marcel.
+
+Het diner had plaats in een provençaalsch restaurant in de rue
+Dauphine, dat bekend was door zijn litteraire kellners en zijn
+ayoli-gerechten. Daar zij nog een plaatsje over moesten houden voor
+het souper, dronken en aten zij matig. De den vorigen avond tusschen
+Colline en Schaunard, en later met Marcel aangeknoopte kennismaking
+werd nu intiemer; de vier jonge mannen heschen de vlag van hun
+kunstinzichten, en alle vier erkenden, dat zij met denzelfden moed en
+dezelfde verwachtingen bezield waren. Al pratende en debatteerende,
+bemerkten zij, dat zij gemeenschappelijke sympathieën hadden,
+dat zij allen dien zin voor en die behendigheid hadden in geestige
+schermutselingen, welke opvroolijken, zonder te kwetsen; dat alle mooie
+deugden der jeugd leefden in hun harten, die door het zien of hooren
+van iets moois makkelijk in geestdrift waren te brengen. Alle vier,
+van hetzelfde punt uitgegaan, om hetzelfde doel te bereiken, waren
+van oordeel, dat iets anders dan het banale spel van het toeval hen
+had samengebracht, en dat misschien de Voorzienigheid, de natuurlijke
+beschermster der verlatenen, hen zoo samenvoerde en hun heel zacht
+het woord van het Evangelie influisterde, dat eigenlijk de eenige
+wet voor de geheele menschheid moest zijn: "Helpt elkander en hebt
+elkander lief!"
+
+Tegen het einde van het diner, dat een eenigszins ernstig karakter
+had aangenomen, stond Rodolphe op, om een toast uit te brengen op
+de toekomst; Colline antwoordde met een kleine toespraak, die aan
+geen enkel boek ontleend en vrij van alle oratorische wendingen was,
+maar heel eenvoudig de simpele taal der natuur sprak, die zoo goed
+doet begrijpen wat zoo slecht gezegd wordt.
+
+"De philosoof lijkt wel niet wijs!" mompelde Schaunard, over zijn
+glas gebogen; "nu dwingt hij me water in mijn wijn te doen."
+
+Na het diner gingen ze een pousse-café drinken in Momus, waar zij den
+vorigen dag den avond ook reeds hadden doorgebracht. Van dien dag af
+was het daar voor de overige gasten niet meer uit te houden.
+
+Na de koffie en de daarbij behoorenden likeuren ging de nu voor
+goed opgerichte bohème-clan terug naar de kamer van Marcel, die
+voortaan den naam Elysée Schaunard droeg. Terwijl Colline het door
+hem beloofde souper ging bestellen, haalden de anderen voetzoekers,
+vuurpijlen en andere stukken vuurwerk; en voor zij aan tafel gingen,
+staken zij uit een der vensters een prachtig vuurwerk af, dat het
+heele huis op stelten zette en gedurende hetwelk de vier vrienden
+uit volle borst zongen:
+
+"Célébrons, célébrons, célébrons ce beau jour!"
+
+Den volgenden ochtend vonden zij elkaar weer terug, doch ditmaal
+zonder zich erover te verwonderen. Voor zij ieder weer tot hun werk
+terugkeerden, gingen ze gezamenlijk eenvoudig dejeuneeren in Momus,
+waar ze afspraken des avonds weer te zullen bijeenkomen en waar men
+hen gedurende langen tijd dagelijks weer zag verschijnen.
+
+Dit zijn de hoofdpersonen, die men zal ontmoeten in de kleine verhalen,
+waaruit dit boek bestaat, dat volstrekt geen roman is en geen andere
+pretentie heeft dan die door zijn titel aangegeven; want de tooneelen
+uit het Parijsche kunstenaars-leven zijn inderdaad niets anders dan
+zedenstudiën, waarvan de helden behooren tot een tot dusver verkeerd
+beoordeelde klasse, wier grootste gebrek een beetje losbandigheid is,
+en die nog als excuus kunnen aanvoeren, dat die losbandigheid een
+noodzakelijkheid is, welke het leven hun oplegt.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+EEN GEZANT DER VOORZIENIGHEID.
+
+
+Schaunard en Marcel, die reeds van den vroegen ochtend af dapper aan
+het werk waren, hielden plotseling op.
+
+"Alle duivels, wat heb ik een honger!" zeide Schaunard; en hij voegde
+er langs zijn neus weg aan toe: "Wordt er vandaag niet gedejeuneerd?"
+
+Marcel scheen over die meer dan ooit ongelegen komende vraag zeer
+verbaasd:
+
+"Sedert wanneer wordt er twee dagen achter elkaar gedejeuneerd?" zeide
+hij. "Het was gisteren Donderdag."
+
+En, om zijn antwoord als het ware meer kracht bij te zetten, wees
+hij met zijn schilderstokje op het gebod der Kerk.
+
+
+ "Vendredi chair ne mangeras,
+ Ni autre chose pareillement."
+
+
+Schaunard kon geen antwoord vinden en begon weer te werken aan zijn
+schilderij, dat een vlakte voorstelde met een rooden en een blauwen
+boom, die elkaar een hand- of liever takdruk gaven. Een zeer duidelijke
+en inderdaad ook zeer philosophische toespeling op de heerlijkheden
+der vriendschap.
+
+Op dat oogenblik klopte de concierge aan de deur. Hij bracht een
+brief voor Marcel.
+
+"Drie sous," zeide hij.
+
+"Heusch?" antwoordde de kunstenaar. "Die mag je houden."
+
+En hij sloeg de deur voor zijn neus dicht.
+
+Marcel verbrak het zegel en las. Bij de eerste woorden reeds begon
+hij te springen als een acrobaat en hief luidkeels het volgende lied,
+dat bij hem de hoogste graad van verrukking was, aan:
+
+
+ "Y'avait quat' jeunes gens du quartier
+ Ils étaient tous les quatre malades;
+ On les a m'nés à l'Hôtel-Dieu
+ Eu! eu! eu! eu!"
+
+
+"Prachtig," zeide Schaunard en vervolgde:
+
+
+ "On les a mis dans un grand lit,
+ Deux à la tête et deux au pied.
+
+
+"Dat kennen we al."
+
+Marcel ging door:
+
+
+ "Ils virent arriver un' petit' soeur,
+ Eur! eur! eur! eur!"
+
+
+"Als je niet oogenblikkelijk ophoudt," zeide Schaunard, die reeds
+symptomen van hersenverweeking begon te voelen, "dan ga ik het
+allegro van mijn symphonie over den Invloed van het Blauw in de
+Kunsten spelen."
+
+En hij stapte reeds naar zijn piano.
+
+Dit dreigement werkte als een droppel koud water, die in een borrelende
+vloeibare massa valt.
+
+Marcel kalmeerde als door een tooverslag.
+
+"Hier!" zeide hij, terwijl hij den brief aan zijn vriend gaf; "lees!"
+
+Het was een uitnoodiging voor een diner van een député, een verlicht
+beschermer der kunsten in het algemeen en in het bijzonder van Marcel,
+die een schilderij van zijn landhuis gemaakt had.
+
+"Dat is voor vandaag," zeide Schaunard; "jammer, dat het geen
+invitatie voor twee personen is. Maar daar bedenk ik me, dat jouw
+député ministerieel gezind is; je kan, je mag die uitnoodiging niet
+aannemen: je principes verbieden je brood te eten, dat gedrenkt is
+in het zweet van het volk."
+
+"Ba!" zeide Marcel, "mijn député behoort tot de linkerzijde van het
+centrum; hij heeft pas nog tegen de regeering gestemd. Bovendien zal
+hij wel een opdracht voor me hebben, en hij heeft me beloofd mij in
+andere kringen te introduceeren. En al is het ook vandaag honderd
+maal Vrijdag, ik heb een honger als Ugolino in zijn toren; ik wil
+vandaag dineeren en daarmede basta!"
+
+"Er zijn nog andere hinderpalen," ging Schaunard voort, die zijn
+jaloerschheid op het fortuintje, dat zijn vriend ten deel viel,
+niet bedwingen kon. "Je kunt toch niet zoo in je roode trui en met
+je sjouwerspet op gaan dineeren."
+
+"Ik zal van Rodolphe of Colline een pak leenen."
+
+"Jeugdige dwaas! Ben je vergeten, dat wij den twintigsten van de
+maand voorbij zijn en dat om dezen tijd de kleeren van die heeren
+bij oom Jan logeeren?"
+
+"Maar ik zal toch vòòr vijf uur wel een zwart pak vinden," zeide
+Marcel.
+
+"Ik heb drie weken noodig gehad, om er een te vinden, toen ik naar
+de bruiloft van mijn neef moest--en dat was toch in het begin van
+Januari."
+
+"Nou dan ga ik zoo!" antwoordde Marcel, terwijl hij met groote passen
+de kamer op en en neer liep. "Van mij zal niet gezegd worden, dat
+een armzalige quaestie van etiquette mij heeft weerhouden den eersten
+stap in de wereld te doen."
+
+"O ja, dat is waar ook!" viel Schaunard, die het blijkbaar pleizierig
+vond zijn vriend te plagen; "hoe staat het met je schoenen?"
+
+Marcel ging in een toestand van niet te beschrijven opwinding weg. Na
+verloop van twee uur kwam hij terug met een boord.
+
+"Dat is alles wat ik heb kunnen vinden," zeide hij met een
+deerniswaardig gezicht.
+
+"Daarvoor hadt je waarachtig niet zoo behoeven rond te loopen,"
+antwoordde Schaunard; "we hebben hier papier genoeg, om er een dozijn
+te maken."
+
+"Maar alle duivels!" riep Marcel uit en rukte daarbij de haren uit
+zijn hoofd; "we moeten hier toch kleeren hebben."
+
+En in alle hoekjes en gaatjes der beide kamers begon hij een nauwgezet
+onderzoek.
+
+Na een uur zoekens had hij het volgende costuum bij elkaar:
+
+Een geruite broek.
+
+Een grijze hoed.
+
+Een roode das.
+
+Een eertijds witte handschoen.
+
+Een zwarte handschoen.
+
+"Daar zijn in geval van nood ten minste twee zwarte handschoenen uit
+te maken," zeide Schaunard. "Maar wanneer je aangekleed bent, zal je er
+uitzien als het zonnespectrum. Doch dat is minder--je bent schilder."
+
+Intusschen paste Marcel de schoenen.
+
+O ramp! Ze waren beide van denzelfden voet.
+
+Daar zag de wanhopige kunstenaar in een hoek een ouden schoen,
+waarin ze gewoonlijk hun leege verfblazen gooiden. Hij maakte er zich
+meester van.
+
+"Van kwaad tot erger," zeide zijn ironische makker: "de een is puntig
+en de ander breed van voren."
+
+"Dat zie je niet; ik zal ze lakken."
+
+"Dat is een idée! Nu ontbreekt je alleen nog de onontbeerlijke rok."
+
+"O," zeide Marcel, terwijl hij zich van woede in zijn vuisten beet
+"ik zou tien jaar van mijn leven en mijn rechterhand geven, als ik
+er een had."
+
+Op dit oogenblik hoorden zij opnieuw op de deur kloppen. Marcel ging
+open doen.
+
+"Mijnheer Schaunard?" zeide een vreemdeling, die op den drempel
+bleef staan.
+
+"Dat ben ik," antwoordde de schilder en verzocht hem binnen te komen.
+
+"Mijnheer," zeide de onbekende, die een van die trouwhartige gezichten
+had, welke den provinciaal kenmerken, "mijn neef heeft me verteld,
+dat u zoo mooi portretten kunt schilderen; en daar ik op het punt sta
+een reis naar de koloniën te maken, als gedelegeerde der raffinadeurs
+van Nantes, zou ik gaarne een souvenir van mij aan mijn familie
+achterlaten. Daarom ben ik naar u toe gekomen."
+
+"O, heilige Voorzienigheid!" ... mompelde Schaunard. "Marcel, geef
+een stoel aan mijnheer...."
+
+"Blancheron," vulde de vreemdeling aan; "Blancheron uit Nantes,
+afgevaardigde van de suikerindustrie, oud-burgemeester van V....,
+kapitein van de garde nationale, en schrijver van een brochure over
+de suikerquaestie."
+
+"Ik voel mij zeer vereerd, dat ik door u gekozen ben," zeide de
+artist, terwijl hij een buiging maakte voor den gedelegeerde der
+raffinadeurs. "En hoe wenscht u uw portret te hebben?"
+
+"Een miniature, zooals dit," antwoordde mijnheer Blancheron, terwijl
+hij op een portret in olieverf wees; want, zooals voor zoovele anderen,
+is voor den gedelegeerde alles, wat geen verf op huizen is, miniatuur:
+zij kennen geen middenweg.
+
+Dit naïeve antwoord deed Schaunard dadelijk begrijpen met wien hij
+te doen had, vooral toen de vreemdeling er nog aan toevoegde, dat
+hij gaarne zijn portret in fijne kleuren geschilderd wilde hebben.
+
+"Ik gebruik nooit andere," zeide Schaunard. "En in welke grootte wilt
+u uw portret?"
+
+"Zoo groot ongeveer," antwoordde mijnheer Blancheron, op een doek
+van twintig francs wijzend. "Wat is de prijs daarvan?"
+
+"Vijftig tot zestig francs; vijftig zonder handen en zestig met."
+
+"Drommels, mijn neef sprak van dertig francs."
+
+"Dat hangt af van het seizoen," zeide de schilder; "in sommige tijden
+zijn de kleuren veel duurder."
+
+"Zoo, dat is dus net als met den suiker."
+
+"Precies eender."
+
+"Nou, voor vijftig francs dan," zeide mijnheer Blancheron.
+
+"Dat zou ik u niet aanraden; voor tien francs meer schilder ik u met
+uw suiker-brochure in uw handen, dat zal meer effect maken."
+
+"Waarachtig, u hebt gelijk!"
+
+"Lieve Hemel," zeide Schaunard in zichzelf; "als hij zoo doorgaat, dan
+barst ik nog los en gooi ik hem een van mijn stukken naar zijn hoofd."
+
+"Heb je gezien?" fluisterde Marcel hem in.
+
+"Wat?"
+
+"Hij heeft een rok."
+
+"Ik snap je en ik zal je helpen. Laat mij maar begaan."
+
+"Welnu, mijnheer," zeide de gedelegeerde, "wanneer zullen we
+beginnen? We moeten niet te lang wachten, want ik vertrek eerstdaags."
+
+"Ik moet zelf een klein reisje maken; overmorgen verlaat ik Parijs. Als
+u het dus goed vindt, zullen we maar dadelijk beginnen. Een flinke
+séance zal de zaak zeer bespoedigen."
+
+"Maar het zal zoo dadelijk donker zijn, en u kunt toch niet bij
+kunstlicht schilderen," zeide mijnheer Blancheron.
+
+"Mijn atelier is zòò ingericht, dat ik er op ieder uur van den dag
+kan werken..." viel de schilder hem in de rede. "Als u uw rok wilt
+uittrekken en de pose aannemen, zullen we beginnen."
+
+"Mijn rok uittrekken? Waarom?"
+
+"Hebt u niet gezegd, dat het een portret voor uw familie moet zijn?"
+
+"Zeker."
+
+"Dan moet u ook in een kamerjapon geschilderd worden. Dat is trouwens
+gewoonte ook."
+
+"Maar ik heb geen kamerjapon bij me."
+
+"Ik heb er een. Ik ben voor zulke gevallen ingericht," zeide Schaunard
+en gaf zijn model een oud met verfvlekken overladen vod, dat den
+eerzamen provinciaal op het eerste gezicht deed aarzelen.
+
+"Dat is al een heel raar kleedingstuk," zeide hij.
+
+"En heel kostbaar," antwoordde de schilder. "Indertijd heeft een
+Turksch vizier het cadeau gegeven aan Horace Vernet, die het weer
+aan mij vermaakt heeft. Ik ben zijn leerling."
+
+"Bent u een leerling van Vernet?" vroeg Blancheron.
+
+"Ja, mijnheer, en daar ben ik trotsch op.--Schande," mompelde hij in
+zichzelf, "ik verloochen mijn goden."
+
+"Daar hebt u dan ook reden voor, jonge man," antwoordde de
+gedelegeerde, terwijl hij de kamerjapon van zoo voorname afkomst
+aantrok.
+
+"Hang den rok van mijnheer aan den porte-manteau," zeide Schaunard
+met een beteekenisvollen blik tot zijn vriend.
+
+"Zeg eens," mompelde Marcel, terwijl hij zich op zijn prooi wierp en
+heimelijk naar Blancheron wees "hij ziet er prachtig uit zoo! Als je
+hem zoo eens schilderen kon!"
+
+"Ik zal het probeeren! Maar dat is van minder belang, kleed je gauw aan
+en maak, dat je weg komt, maar zorg, dat je om tien uur terug bent;
+ik zal hem wel tot zoo lang aan de praat houden. Maar vòòr alles,
+vergeet niet iets voor me mede te brengen."
+
+"Ik zal een ananas voor je meebrengen," antwoordde Marcel en maakte,
+dat hij weg kwam.
+
+Hij kleedde zich in vliegenden haast. De rok paste hem, alsof hij hem
+aangemeten was. Dan ging hij door de tweede deur van het atelier weg.
+
+Schaunard was intusschen met werken begonnen. Toen het heelemaal
+donker geworden was, hoorde mijnheer Blancheron het zes uur slaan en
+bedacht zich, dat hij nog niet gedineerd had. Hij vertelde dat aan
+den schilder.
+
+"Ik verkeer in hetzelfde geval, maar om u ter wille te zijn, zal ik
+mij daarvan vanavond maar speenen," zeide Schaunard; "wel had ik voor
+vanavond een invitatie in den faubourg Saint-Germain, maar we kunnen
+het werk nu niet afbreken, dat zou schade doen aan de gelijkenis."
+
+En hij begon weer te werken.
+
+"Maar," zeide hij plotseling, "we zouden kunnen dineeren, zonder dat
+we ons werk onderbreken. Er is hier vlak bij een uitstekend restaurant,
+vanwaar ze ons alles, wat we willen, kunnen brengen."
+
+En Schaunard wachtte met spanning de uitwerking van zijn trio
+meervouden af.
+
+"Ik ben het volkomen met u eens," zeide mijnheer Blancheron, "en het
+zal mij aangenaam zijn, indien u mij de eer wilt aandoen aan tafel
+mijn gast te zijn."
+
+Schaunard maakte een buiging.
+
+"Waarachtig," zeide hij tot zichzelf, "het is een brave kerel, een
+ware gezant der Voorzienigheid. Wilt u het menu maar opmaken?" vroeg
+hij aan zijn amphytrion. [7]
+
+"Het zal mij aangenaam zijn, indien u zich daarmede belasten wilt,"
+antwoordde deze beleefd.
+
+"Dat zal je berouwen," zong de schilder, die vliegensvlug de trap
+afstormde.
+
+Hij ging het restaurant binnen, liep naar de toonbank en stelde
+een menu samen, dat den Vatel [8] in den winkel bij het lezen bleek
+deed worden.
+
+"En goede Bordeaux."
+
+"Wie betaalt dat?"
+
+"Ik waarschijnlijk niet," zeide Schaunard; "maar een oom van me, een
+lekkerbek en fijnproever, dien u boven bij me zult zien. Zet dus je
+beste beentje voor en zorg, dat we binnen een half uur kunnen eten
+en denk erom, op echt porcelein."
+
+
+
+Om acht uur voelde mijnheer Blancheron reeds behoefte aan de borst van
+een vriend zijn denkbeelden over de suikerindustrie uit te storten,
+en declameerde hij voor Schaunard de brochure, die hij geschreven had.
+
+Deze begeleidde hem op den piano.
+
+Om tien uur dansten mijnheer Blancheron en zijn vriend een galop en
+tutoyeerden elkaar.
+
+Om elf uur zwoeren zij elkaar eeuwige trouw en maakten een testament,
+waarin zij elkaar wederkeerig hun fortuin nalieten.
+
+Om twaalf uur kwam Marcel thuis en vond ze in elkanders armen. Ze
+zwommen in tranen. Er stond al een halve duim water in het
+atelier. Marcel stootte zich tegen de tafel en zag de schitterende
+overblijfselen van het heerlijke festijn. Hij onderzocht de
+flesschen--zij waren totaal leeg.
+
+Hij wilde Schaunard wakker maken, maar deze dreigde hem te zullen
+vermoorden, als hij hem Mijnheer Blancheron, dien hij als hoofdkussen
+gebruikte, wilde ontrooven.
+
+"Ondankbare!" zeide Marcel, terwijl hij uit zijn rokzak een handvol
+noten te voorschijn haalde. "Mij vermoorden, mij, die een diner voor
+hem meegebracht heb."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+DE LIEFDE IN DEN VASTENTIJD.
+
+
+Op een avond in den vastentijd kwam Rodolphe al vroeg thuis met het
+vaste plan om te gaan werken. Doch nauwlijks had hij zich aan tafel
+gezet en zijn pen in den inktkoker gedoopt, toen zijn aandacht door
+een zonderling geluid getrokken werd; en toen hij luisterde aan het
+indiscrete beschot, dat hem van de kamer ernaast scheidde, hoorde
+hij heel duidelijk een regelmatigen dialoog van kussen en andere
+amoureuse klanknabootsingen.
+
+"Drommels!" dacht Rodolphe, terwijl hij op de pendule keek, "het is nog
+niet laat ... en mijn buurvrouw is een Julia, die haar Romeo gewoonlijk
+nog lang na het zingen van de leeuwerik bij zich houdt. Ik zal vannacht
+niet kunnen werken." En hij zette zijn hoed op en ging uit.
+
+Toen hij zijn sleutel in de portiersloge wilde leggen, vond hij de
+vrouw van den concierge in de armen van een galant. De arme vrouw
+was er zoo verschrikt door, dat er meer dan vijf minuten verliepen,
+voordat zij kon opentrekken.
+
+"Ha!" dacht Rodolphe, "er zijn dus oogenblikken, waarop de portiersters
+weer vrouwen worden."
+
+Toen hij de huisdeur opende, vond hij in den hoek een dragonder
+en een keukenmeid in een avondmantel staan, die elkaar bij de hand
+vasthielden en het geld der liefde wisselden.
+
+"Alle duivels!" zeide Rodolphe met een toespeling op den krijgsman
+en zijn robuste vriendin, "dat zijn een paar ketters, die er niet
+aan denken, dat wij in de vasten zijn."
+
+En hij ging de straat op naar een van zijn vrienden, die in de
+buurt woonde.
+
+"Als Marcel thuis is," zeide hij tot zichzelf, "dan kunnen we den
+avond doorbrengen met eens lekker Colline over den hekel te halen. Je
+moet toch wat doen ...."
+
+Op zijn krachtig kloppen werd de deur op een kiertje open gemaakt en
+vertoonde zich daarin een jonge man met alleen een monocle op en een
+hemd aan.
+
+"Ik kan je vandaag niet ontvangen," zeide hij tegen Rodolphe.
+
+"Waarom niet?" vroeg deze.
+
+"Hier!" zeide Marcel en hij wees op een vrouwehoofd, dat achter een
+bedgordijn te voorschijn kwam; "hier heb je mijn antwoord!"
+
+"Zij is niet mooi!" antwoordde Rodolphe, toen de deur voor zijn
+neus gesloten was. "Maar wat nu?" zeide hij, toen hij weer op straat
+was. "Als ik eens naar Colline ging? Dan zouden we eens lekker over
+Marcel kunnen kletsen."
+
+Toen hij de gewoonlijk donkere en weinig drukke rue de l'Ouest
+doorging, zag hij plotseling een schaduw, die melancholiek heen en
+weer liep en binnensmonds verzen scheen te reciteeren.
+
+"He, he," zeide Rodolphe; "welk sonnet loopt daar zoo te
+blauwbekken? Lieve Hemel, het is Colline."
+
+"He, Rodolphe! Waar is de reis naar toe?"
+
+"Naar jou."
+
+"Daar zal je me niet vinden."
+
+"Wat doe je hier?"
+
+"Ik wacht."
+
+"En waar wacht je op?"
+
+"Ach!" zeide Colline met spottende hoogdravendheid, "waarop kan je
+wachten, wanneer je twintig bent, de hemel van sterren fonkelt en
+liederen door de lucht weerklinken?"
+
+"Spreek toch in proza."
+
+"Ik wacht op een vrouw."
+
+"Bonsoir," zeide Rodolphe, die in zichzelf pratend verder
+ging. "Bliksems! Is het dan vandaag St. Cupido en zou ik geen stap
+kunnen verzetten zonder op verliefden te stooten? Het is onzedelijk,
+schandelijk. Waarom doet de politie er niets aan?"
+
+Daar de Luxembourg nog open was, ging Rodolphe dien binnen, om zijn
+weg te bekorten. In de verlaten lanen zag hij dikwijls, als verschrikt
+door zijn passen, geheimzinnig elkaar omvattende paren voor zich uit
+vluchten, die, zooals een dichter gezongen heeft, de dubbele wellust
+der stilte en der schaduw zoeken.
+
+"Net een avond, die uit een roman overgeschreven is," zeide hij tot
+zichzelf. En toch ging hij, zijns ondanks door een smachtende bekoring
+bevangen, op een bank zitten en keek sentimenteel naar de maan.
+
+Na eenigen tijd was hij geheel door een hallucinatiekoorts
+bevangen. Het was, alsof de marmeren goden en heroën, die den tuin
+bevolken, van hun voetstukken afdaalden, om aan de godinnen en
+heroïnen het hof te maken; en hij hoorde heel duidelijk hoe de dikke
+Hercules de Velleda, wier tunica hem buitengewoon kort voorkwam,
+galante complimentjes influisterde.
+
+Van af de bank, waarop hij zat, zag hij, hoe de zwaan uit het bassin
+naar een nymph daar vlak bij ging.
+
+"Mooi!" dacht Rodolphe, die dit alles mythologisch opvatte, "dat is
+Juppiter, die naar zijn rendez-vous met Leda gaat. Als de bewaker ze
+nu maar niet betrapt."
+
+Dan legde hij zijn hoofd in zijn handen en boog zich nog dieper in
+de doornen van zijn gevoel. Doch op dit heerlijke oogenblik van zijn
+droom werd Rodolphe plotseling wakker geschrikt door een bewaker,
+die hem op zijn schouder tikte.
+
+"Mijnheer, de tuin wordt gesloten."
+
+"Dat is maar gelukkig ook," dacht Rodolphe. "Als ik hier nog vijf
+minuten bleef, zou ik in mijn hart meer vergeet-mij-nietjes hebben
+dan er op de oevers van den Rijn of in de romans van Alphonse Karr
+groeien."
+
+En met zachte stem een sentimenteele romance, die voor hem de
+Marseillaise der liefde was, neuriënd, verliet hij met vluggen pas
+den Luxembourg.
+
+Een half uur later zat hij--God weet hoe hij er kwam--in den Prado voor
+een glas punch te praten met een grooten, jongen man, die beroemd was
+om zijn neus, welke er door een merkwaardig privilege van ter zijde
+snavelvormig en en face plat uitzag; een meesterneus, wien het niet aan
+geest ontbrak en die genoeg avonturen medegemaakt had, om in dergelijke
+gevallen goeden raad te kunnen geven en zijn vriend nuttig te zijn.
+
+"Dus," zeide Alexandre Schaunard, de man met den neus, "je bent
+verliefd!"
+
+"Ja, mijn waarde .... ik heb het daarnet plotseling te pakken gekregen;
+precies hevige kiespijn, die je in je hart hebt."
+
+"Geef me je tabak eens," zeide Alexandre.
+
+"Stel je voor," ging Rodolphe voort, "dat ik sinds twee uur niets dan
+verliefden, mannen en vrouwen, twee aan twee, tegenkom. Ik kwam op
+het denkbeeld den Luxembourg in te loopen, waar ik allerlei soorten
+phantasmagorieën gezien heb; dat heeft me buitengewoon aangegrepen;
+elegieën schieten in mij op; ik blaat en ik kir; ik ben half lam, half
+duif geworden. Kijk me eens goed aan; ik moet wol en veeren hebben."
+
+"Wat heb je toch gedronken?" zeide Alexandre ongeduldig, "je laat me
+poseeren alsof ik een model ben."
+
+"Ik verzeker je, dat ik volkomen helder ben," zeide Rodolphe. "Of
+toch eigenlijk niet. Maar ik moet je eerlijk bekennen, dat ik behoefte
+heb om iets te omhelzen. Zie je, Alexandre, het is niet goed, dat de
+mensch alleen zij: kort en goed je moet me helpen een vrouw te vinden
+.... Wij zullen een rondgang door de balzaal maken, en daar moet jij
+de eerste, die ik je aanwijs, gaan zeggen, dat ik haar liefheb."
+
+"Waarom ga je zelf dat haar niet zeggen?" antwoordde Alexandre met
+zijn prachtigen nasalen bas.
+
+"Ach mijn waarde," zeide Rodolphe, "ik wil eerlijk bekennen, dat ik
+heelemaal vergeten ben hoe je het aan moet pakken, om zulke dingen te
+zeggen. Van al mijn liefderomans hebben mijn vrienden de inleiding
+geschreven, sommigen zelfs de ontknooping. Ik heb nooit een goed
+begin kunnen vinden."
+
+"Het is voldoende, om er een eind aan te kunnen maken," zeide
+Alexandre; "maar ik begrijp je. Ik heb een jong meisje gezien, die
+veel van hobo's houdt. Misschien val je wel in haar smaak."
+
+"Ach!" zeide Rodolphe, "ik zou zoo graag zien, dat zij witte
+handschoenen en blauwe oogen had."
+
+"Drommels, blauwe oogen, dat zal nog wel gaan .... maar witte
+handschoenen .... je weet toch, dat je niet alles tegelijk hebben
+kan. Maar laten we naar het aristocratische kwartier gaan."
+
+"Kijk," zeide Rodolphe, terwijl hij een salon binnenging, waar de
+modepoppetjes zich ophielden, "daar zit er een, die me nog al zacht
+toeschijnt ...." en hij wees op een vrij elegant gekleed meisje,
+dat zich in een hoek teruggetrokken had.
+
+"Goed," antwoordde Alexandre; "houd jij je maar wat op den
+achtergrond; ik zal voor jou den fakkel van den hartstocht in haar
+hart slingeren. Wanneer je moet komen, zal ik je roepen."
+
+Een minuut of tien stond Alexandre te praten met het jonge meisje,
+dat nu en dan in een vroolijken lach uitbarstte en eindelijk Rodolphe
+een glimlachje toewierp, dat meer dan duidelijk te kennen gaf: Kom
+maar, je advocaat heeft zijn proces gewonnen.
+
+"Ga nu maar," zeide Alexandre; "de overwinning is ons; het kleintje
+zal in ieder geval niet wreed zijn, maar doe in den beginne een
+beetje naief."
+
+"Dat behoef je me volstrekt niet te zeggen."
+
+"Ook goed," zeide Schaunard. "Geef mij nu eerst wat tabak en ga dan
+bij haar zitten."
+
+"Lieve Hemel," zeide het jonge meisje, toen Rodolphe naast haar
+plaats genomen had; "wat een type, die vriend van je. Hij heeft een
+stem als een jachthoorn."
+
+"Dat komt, omdat hij musicus is," antwoordde Rodolphe.
+
+Twee uur later bleven Rodolphe en zijn vriendinnetje voor een huis
+in de rue Saint-Denis staan.
+
+"Hier woon ik," zeide het jonge meisje.
+
+"Lieve Louise, wanneer zal ik je weer zien, en waar?"
+
+"Morgenavond om acht uur op je kamer."
+
+"Heusch?"
+
+"Hier heb je mijn woord," antwoordde Louise, terwijl zij Rodolphe
+haar frissche wangen toestak, die zoo maar in die prachtige rijpe
+vruchten van jeugd en gezondheid beet.
+
+Dol en dronken van liefde kwam Rodolphe weer op zijn kamer.
+
+"O," zeide hij, terwijl hij met groote passen op en neer liep;
+"dat kan zoo maar niet afloopen! Ik moet verzen maken."
+
+Den volgenden morgen vond de concierge in de kamer een dertig blaadjes
+papier, aan het hoofd waarvan majestueus deze enkele alexandrijn
+prijkte:
+
+"O l'Amour! ô l'Amour! prince de la jeunesse!"
+
+Rodolphe was dien dag, tegen zijn gewoonte in, al heel vroeg wakker,
+en hoewel hij weinig geslapen had, stond hij dadelijk op.
+
+"Dus," riep hij uit, "is het vandaag de groote dag .... Maar nog
+twaalf uur wachten .... Hoe die twaalf eeuwigheden doorkomen?"
+
+En toen zijn blik op zijn schrijftafel viel, was het alsof zijn pen
+heen en weer huppelde en tegen hem zei: Werk.
+
+"Werken? weg met het proza!... Ik wil niet hier blijven, het stinkt
+hier naar inkt!"
+
+Hij ging naar een café, waar hij zeker was geen vrienden te zullen
+aantreffen.
+
+"Zij zouden dadelijk zien, dat ik verliefd was," dacht hij.
+
+Na een zeer eenvoudig dejeuner gebruikt te hebben, liep hij naar het
+station en stapte in een coupé.
+
+Een half uur later was hij in de bosschen van Ville d'Avray.
+
+Rodolphe wandelde den geheelen dag door de verjongde natuur en keerde
+eerst tegen het vallen van den avond naar Parijs terug.
+
+Nadat hij den tempel, die zijn afgod zou ontvangen in orde gemaakt had,
+maakte hij een voor deze gelegenheid passend toilet, waarbij hij het
+zeer betreurde, dat hij zich niet geheel in het wit kleeden kon.
+
+Tusschen zeven en acht uur was hij ten prooi aan een hevige
+wacht-koorts, een langzame marteling, die hem zijn vroegere jaren
+en zijn vroegere verliefdheden weer in de gedachte terugriep. Dan
+droomde hij, volgens zijn gewoonte, reeds van een grooten hartstocht,
+een liefde in tien deelen, een waar lyrisch gedicht met maneschijn,
+ondergaande zon, afspraakjes onder wilgen, jaloezie, zuchten
+enz. enz. Zoo ging het iederen keer, als het toeval een vrouw aan
+zijn deur voerde, en geen enkele had hem verlaten zonder een aureool
+om haar voorhoofd en een collier van tranen om haar hals.
+
+"Zij zouden liever een hoed of een paar schoenen hebben," zeiden
+zijn vrienden.
+
+Maar Rodolphe was hardnekkig en tot nog toe hadden de talrijke
+ervaringen, die hij al had doorgemaakt, hem niet kunnen genezen. Hij
+wachtte nog altijd op een vrouw, die een idool voor hem zou willen
+zijn, een engel in zijde en fluweel, tot wie hij, als de inspiratie
+ze hem ingaf, zijn sonnetten kon richten.
+
+Eindelijk hoorde Rodolphe het "gewijde uur" slaan, en toen de laatste
+slag weerklonk, meende hij te zien dat de Amor en de Psyche op zijn
+pendule hun albasten lichamen tegen elkaar drukten. Op hetzelfde
+oogenblik werd er tweemaal bescheiden aan de deur geklopt.
+
+Rodolphe ging open doen; het was Louise.
+
+"Je ziet, dat ik op tijd ben," zeide zij.
+
+Rodolphe deed de gordijnen dicht en stak een nieuwe kaars aan.
+
+Intusschen had de kleine haar sjaal afgedaan en haar hoed afgezet en
+die beide op het bed gelegd. De hagelwitte lakens deden haar glimlachen
+en bijna een kleur krijgen.
+
+Louise was eerder gracieus dan mooi te noemen; haar frisch
+gezichtje verried een aantrekkelijke vermenging van naïveteit en
+schalkschheid. Het was iets als een motief van Greuze, gearrangeerd
+door Gavarni. [9] De bekoorlijke, jeugdige vormen van het jonge
+meisje kwamen zeer voordeelig uit door een toilet, dat, hoewel heel
+eenvoudig, ook bij haar die aangeboren kennis verried van koketterie,
+welke alle vrouwen bezitten van af haar eerste windselen tot aan haar
+bruidskleed. Louise scheen bovendien in het bijzonder de theorie der
+houdingen bestudeerd te hebben en nam voor Rodolphe, die haar met
+kunstenaarsoogen beschouwde, een reeks verleidelijke standen aan, die
+in hun gemaniereerdheid dikwijls meer gracieus dan natuurlijk waren:
+haar fijn geschoeide voetjes waren klein genoeg .... zelfs voor een
+romanticus, die Andalusische of Chineesche miniaturen als zijn ideaal
+beschouwt. Haar teere handen verrieden, dat zij niet aan werken gewoon
+waren. Inderdaad hadden zij in de laatste zes maanden de steken der
+naalden niet behoeven te vreezen. In het kort Louise was een van die
+trekvogeltjes, welke uit een gril en dikwijls uit noodzaak, haar nestje
+voor een dag of liever voor een nacht bouwen in de dakkamertjes van
+het Quartier latin en daar gaarne een paar dagen blijven, indien men
+ze door aardige invallen of zijden linten weet te binden.
+
+Na een uurtje met Louise gepraat te hebben, wees Rodolphe haar als
+een navolgenswaardig voorbeeld den groep van Amor en Psyche.
+
+"Zijn dat niet Paul en Virginie?" vroeg zij.
+
+"Ja," antwoordde Rodolphe, die haar niet dadelijk door een tegenspraak
+wilde krenken.
+
+"Zij zijn goed nagemaakt," vond Louise.
+
+"O je!" dacht Rodolphe, terwijl hij haar aankeek, "het arme kind
+is weinig bedreven in de litteratuur. Ik ben er zeker van, dat zij
+alleen op de hoogte is van de orthographie van het hart, die geen en
+of s in het meervoud schrijft. Ik zal een grammatica voor haar koopen."
+
+Toen Louise erover klaagde, dat haar schoenen haar knelden, hielp
+hij haar voorkomend bij het uittrekken.
+
+Plotseling ging het licht uit.
+
+"Hè?" riep Rodolphe uit, "wie heeft de kaars uitgeblazen?"
+
+Een vroolijke lach was het antwoord.
+
+Enkele dagen later kwam Rodolphe op straat een van zijn vrienden tegen.
+
+"Wat voer je toch uit?" vroeg deze hem. "We zien je heelemaal niet
+meer."
+
+"Ik maak huiselijke poëzie," was Rodolphe's antwoord.
+
+De ongelukkige sprak de waarheid. Hij had aan Louise meer gevraagd
+dan het arme kind hem had kunnen geven. Als doedelzak had zij niet
+de tonen van een lier. Zij sprak, om zoo te zeggen, het patois der
+liefde en Rodolphe wilde er absoluut de salontaal van spreken. Daardoor
+begrepen zij elkaar nauwlijks.
+
+Acht dagen later ontmoette Louise in hetzelfde danslokaal, waar zij
+Rodolphe voor het eerst gezien had, een blonden jongen man, met wien
+zij verscheidene malen danste en die haar na afloop van het bal naar
+zijn kamer meenam.
+
+Het was een tweedejaarsstudent, die heel goed het proza van het
+pleizier sprak en mooie oogen en rinkelende zakken had.
+
+Louise vroeg hem papier en inkt en schreef Rodolphe den volgenden
+brief:
+
+
+ "Reeken niet meer op mei, ik omhels je voor het laast. Adieu.
+
+ Louise."
+
+
+Toen Rodolphe 's avonds bij zijn thuiskomst dien brief las, ging zijn
+licht plotseling uit.
+
+"Kijk!" zeide hij nadenkend, "dat is de kaars, die ik den avond, dat
+Louise kwam, aangestoken heb: zij moest met onze liaison sterven. Als
+ik het vooruit geweten had, zou ik een langere genomen hebben,"
+voegde hij er half spijtig, half boos bij en hij legde het briefje
+van zijn maîtresse in een lade, die hij wel eens de catacomben van
+zijn liefde noemde.
+
+Toen Rodolphe eenigen tijd later eens bij Marcel was, raapte hij,
+om zijn pijp aan te steken, een stuk papier van den grond op, waarop
+hij het schrift en de orthographie van Louise herkende.
+
+"Ik heb een autograaf van dezelfde hand," zeide hij tot zijn vriend;
+"maar er staan in den mijne twee fouten minder dan in die van
+jou. Bewijst dat niet, dat zij meer van mij hield dan van jou?"
+
+"Dat bewijst, dat je een idioot bent!" antwoordde Marcel. "Blanke
+schouders en blanke armen hebben geen grammatica van noode."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+ALI-RODOLPHE, OF DE TURK TEGEN WIL EN DANK.
+
+
+Door een ongastvrijen huisheer verbannen, leefde Rodolphe sedert
+eenigen tijd in meer dwalenden toestand dan de wolken en volmaakte
+zich, zoo goed hij kon, in de kunst zonder avondeten naar bed te gaan
+of te soupeeren zonder naar bed te gaan. Zijn kok heette het Toeval
+en hij logeerde meestal in het hotel: De Bloote Hemel.
+
+Twee dingen echter verlieten Rodolphe te midden van al zijn
+tegenspoeden nooit: zijn goed humeur en het manuscript van
+"Le Vengeur", een drama, dat een lijdensweg door alle Parijsche
+schouwburgen gemaakt had.
+
+Op een goeden dag, toen Rodolphe ten gevolge van een al te fantastische
+danse macabre naar de "nor" gebracht was, stond hij plotseling
+tegenover een oom van hem, een zekeren mijnheer Monetti, kachelsmid,
+rookverdrijver en sergeant bij de garde nationale, dien hij in geen
+eeuwigheid gezien had.
+
+Geroerd door de tegenspoeden van zijn neef, beloofde oom Moretti zijn
+positie te verbeteren. Wij zullen zien hoe, als de lezer tenminste
+niet opziet tegen een zes verdiepingen hooge klimpartij.
+
+De leuning dus gepakt en naar boven. Oef! honderd vijf-en-twintig
+treden. Daar zijn we eindelijk boven. Nog een stap en wij zijn in de
+kamer, nog een en wij zouden er niet meer in zijn. Het is wat klein,
+maar het is hoog: en verder licht en lucht en uitzicht first class.
+
+Het meubilair bestaat uit verschillende kachels in den vorm van een
+schoorsteen, twee haarden, spaarovens (vooral wanneer je er geen
+vuur in aanlegt), een dozijn aarden of ijzeren pijpen en een menigte
+verwarmingstoestellen; laten we, om den inventaris te sluiten, nog
+noemen, een aan twee in den muur geslagen spijkers bevestigde hangmat,
+een tuinstoel met een poot eraf, een kandelaar met een afdruipglaasje
+en verschillende andere kunst- en luxe voorwerpen.
+
+Het tweede vertrek, het balcon, wordt gedurende het mooie seizoen
+door twee in potten staande dwerg-cypressen in een park veranderd.
+
+Op het oogenblik, dat wij binnentreden, beëindigt de bewoner van die
+heerlijkheid, een jonge als een Turk uit een opéra comique gekleede
+jonge man, een maaltijd, waarbij hij, zooals de aanwezigheid van een
+ex-ham en een te voren volle flesch wijn verraadt, op snoode wijze
+de wet van den propheet schendt. Na afloop van den maaltijd strekt de
+jonge man zich op zijn Oostersch uit op den vloer en begint nonchalant
+een met J. G. [10] gemerkte pijp te rooken. Terwijl hij zich geheel en
+al overgaf aan deze Aziatische gelukzaligheid, streelde hij van tijd
+tot tijd den rug van een prachtigen Newfoundlander, die ongetwijfeld
+die liefkoozing beantwoord zou hebben, als hij niet van terra cotta
+geweest was. Plotseling hoorde men op de gang geluid van stappen;
+de deur ging open en een man kwam binnen, die, zonder een woord te
+zeggen, recht op een der beide haarden, welke als secretaire dienst
+deed, toeliep, het deurtje van den oven openmaakte en er een rol
+papier uitnam, dat hij met groote aandacht ging lezen.
+
+"Wat?" riep de pas binnengekomene met een sterk Piemonteesch accent;
+"heb je dat hoofdstuk over de luchtgaten nog niet af?"
+
+"Neem me niet kwalijk, oom," antwoordde de Turk, "het hoofdstuk over
+de luchtgaten is een van de interessantste van uw boek en vereischt
+een nauwkeurige studie. Ik ben bezig het te bestudeeren."
+
+"Maar, ellendeling, dat antwoordt je me iederen dag. En hoe ver ben
+je met het hoofdstuk over de vulkachels?"
+
+"De vulkachel staat er goed voor. Maar van kachels gesproken, oom,
+als u me wat hout zoudt willen geven, zou ik er niets tegen hebben. Het
+is hier een klein Siberië. Ik heb het zoo koud, dat ik den thermometer
+zeker beneden nul zou laten dalen alleen door er naar te kijken."
+
+"Wat, heb je dien heelen takkebos al opgebruikt?"
+
+"Neem me niet kwalijk, oom, er zijn takkebossen en takkebossen,
+en de uwe was al heel klein."
+
+"Ik zal een kolengruisblok boven laten brengen. Dat bewaart de warmte."
+
+"Daarom geeft het die zeker niet."
+
+"Nou dan," zeide de Piemontees weggaande, "ik zal je wat talhout boven
+sturen. Maar morgen moet ik mijn hoofdstuk over de vulkachels hebben."
+
+"Wanneer ik vuur heb, zal ik daar beter vlam voor kunnen vatten,"
+zeide de Turk, terwijl de Piemontees de deur aan den buitenkant sloot.
+
+Wanneer we een tragedie aan het schrijven waren, zou nu het oogenblik
+aangebroken zijn, om den vertrouwde te laten optreden. Hij zou
+Noureddin of Osman moeten heeten en op tegelijk bescheiden en
+beschermende wijze onzen held moeten naderen en hem zijn geheim
+ontlokken met deze verzen:
+
+
+ "Quel funeste chagrin vous occupe, seigneur?
+ À votre auguste front, pourquoi cette pâleur?
+ Allah se montre-t-il à vos desseins contraire?
+ Ou le farouche Ali, par un ordre sévère,
+ A-t-il sur d'autres bords, en apprenant vos voeux,
+ Éloigné la beauté qui sut charmer vos yeux?"
+
+
+Maar wij schrijven geen tragedie, en moeten het dus, al hebben wij
+eigenlijk een vertrouwde dringend noodig, zonder hem stellen.
+
+Onze held is niet wat hij schijnt te zijn: de tulband maakt den
+Turk niet. Deze jonge man is onze vriend Rodolphe, die door zijn
+oom onder dak is gebracht, voor wien hij nu een "Handboek voor den
+Volmaakten Rookverdrijver" samenstelt. Mijnheer Monetti, die voor zijn
+kunst zeer geestdriftig was, had al zijn vrijen tijd gewijd aan de
+rookverdrijverij. Deze waardige Piemontees had voor zijn gebruik een
+stelregel gevonden, die bijna een pendant van dien van Cicero vormde,
+en in oogenblikken van grooten geestdrift riep hij uit: "Nascuntur poê
+.... liers" [11]. Op een goeden dag was deze waardige Piemontees, tot
+nut en stichting van de komende geslachten, op het denkbeeld gekomen
+een theoretischen codex te formuleeren van de grondbeginselen der
+kunst, in de praktische uitoefening waarvan hij uitblonk, en hij had,
+zooals wij gezien hebben, zijn neef uitverkoren, om zijn diepzinnige
+denkbeelden te gieten in een voor de menschheid begrijpelijken
+vorm. Rodolphe werd door hem gevoed, gelegerd enz. ... en zou na de
+voltooiing van het Handboek een gratificatie van honderd daalders
+krijgen.
+
+Om zijn neef tot werken aan te sporen, had Monetti hem in de eerste
+dagen edelmoedig een voorschot van vijftig francs gegeven. Maar
+Rodolphe, die al in een jaar zoo'n groote som niet gezien had,
+was half waanzinnig van blijdschap in gezelschap van zijn daalders
+uitgegaan en bleef drie dagen onder water: den vierden kwam hij,
+van de zwaarte der looddeelen bevrijd, weer boven.
+
+Monetti, die vurig verlangde zijn Handboek af te zien, daar hij hoopte
+er een brevet voor te krijgen, was bang voor nieuwe escapades van
+zijn neef. Om hem tot werken te noodzaken en hem te beletten uit te
+gaan, nam hij hem zijn kleeren af en gaf hem daarvoor in de plaats
+het kostuum, waarin we hem zooeven hebben aangetroffen.
+
+Desniettegenstaande vorderde het beroemde Handboek slechts piano
+aan, daar Rodolphe te eenenmale de voor dit genre van litteratuur
+vereischte eigenschappen miste. De oom wreekte zich over die trage
+onverschilligheid ten opzichte der schoorsteenen door zijn neef een
+aantal kwellingen te laten ondergaan. Nu eens gaf hij hem slechts
+kleine maaltijden en meermalen liet hij hem zonder rooktabak.
+
+Op een Zondag brak Rodolphe, na bloed en inkt over het beroemde
+hoofdstuk der luchtgaten gezweet te hebben, zijn pen, die hem in de
+vingers brandde, in tweeën en ging een wandeling maken in zijn park.
+
+Maar als om hem te plagen en zijn lust nog meer te prikkelen, kon hij
+nergens heen kijken, of hij zag voor ieder raam iemand zitten rooken.
+
+Op het vergulde balcon van een pasgebouwd huis kauwde een modegek in
+een kamerjapon tusschen zijn tanden een aristocratischen panatella. Een
+verdieping hooger joeg een artist den geurigen mist van Turksche tabak,
+die in een pijp met barnsteenen mondstuk brandde, voor zich uit. Voor
+het raam van een kroeg liet een dikke Duitscher zijn bier schuimen en
+blies met mechanischen regelmaat dikke wolken uit zijn Cudmer-pijp. Op
+straat kwamen zingend groepen werklieden met hun neuswarmers tusschen
+de lippen voorbij. En ook alle andere voetgangers, die de straat
+vulden, rookten.
+
+"Helaas!" zuchtte Rodolphe, "behalve ik en de schoorsteenen van mijn
+oom, rookt op dit oogenblik alles in de schepping."
+
+En met zijn voorhoofd op het hek van het balcon geleund, overdacht
+hij hoe bitter eigenlijk het leven was.
+
+Plotseling hoorde hij beneden zich een helderen, lang aangehouden
+lach. Rodolphe boog zich wat voorover, om te zien, vanwaar die
+uitbarsting van vreugde kwam, en hij bemerkte, dat hij opgemerkt was
+door de bewoonster van de verdieping beneden hem: mademoiselle Sidonie,
+de jeune première van het Théâtre du Luxembourg.
+
+Mademoiselle Sidonie kwam nu buiten op haar balcon en rolde met
+Castiliaansche handigheid lichte tabak, dien zij uit een geborduurden
+fluweelen tabakszak nam, in een blaadje dun papier.
+
+"Wat een mooie tabakszak," mompelde Rodolphe met contemplatieve
+bewondering.
+
+"Wie is die Ali-Baba?" dacht op haar beurt mademoiselle Sidonie.
+
+En zij zon op een voorwendsel om een gesprek aan te knoopen met
+Rodolphe, die van zijn kant niets liever wilde.
+
+"Lieve God!" riep mademoiselle Sidonie uit, alsof zij tegen zichzelf
+sprak, "wat vervelend toch, nu heb ik geen lucifers."
+
+"Mademoiselle, wilt u mij toestaan u er een paar aan te bieden?" vroeg
+Rodolphe, terwijl hij een paar lucifers in een papiertje wikkelde en
+op het balcon liet vallen.
+
+"Dank u zeer!" antwoordde Sidonie, terwijl zij haar sigaret aanstak.
+
+"Mademoiselle ...." ging Rodolphe voort, "zou ik u in ruil voor
+den kleinen dienst, dien mijn goede engel mij toegestaan heeft u te
+bewijzen, u mogen vragen?..."
+
+"Wat! Begint hij nu al te vragen!" dacht Sidonie, terwijl zij
+Rodolphe wat belangstellender opnam. "O, die Turken! Men zegt, dat zij
+wispelturig zijn, maar wel gezellige menschen. Spreek mijnheer!" zeide
+zij, terwijl zij naar Rodolphe opkeek; "wat wilt u?"
+
+"O, mademoiselle, in naam der Christelijke barmhartigheid smeek ik
+u om wat tabak: in geen twee dagen heb ik gerookt. Eén pijp maar ...."
+
+"Met alle genoegen, mijnheer .... Maar hoe moet ik dat doen? Neem de
+moeite om even een verdieping lager te komen."
+
+"Helaas, dat is mij niet mogelijk .... Ik ben opgesloten, maar mij
+blijft nog de vrijheid om een eenvoudig middel te gebruiken."
+
+En hij bond zijn pijp aan een touwtje en liet haar zakken op het
+balcon, waar mademoiselle Sidonie haar eigenhandig goed vol stopte,
+waarna Rodolphe haar, d. w. z. de pijp, weer langzaam en voorzichtig
+opheesch, wat zonder ongeval gelukte.
+
+"O, mademoiselle," zeide hij tot Sidonie, "wat zou die pijp mij nog
+lekkerder smaken, indien ik ze aan het vuur van uw oogen had kunnen
+aansteken."
+
+Deze aardige vleierij beleefde nu minstens haar honderdsten druk,
+maar mademoiselle Sidonie vond ze desniettemin prachtig.
+
+"U vleit me," meende ze te moeten antwoorden.
+
+"Ah, mademoiselle, ik verzeker u, dat u mij even bevallig toeschijnt
+als de drie Gratiën!"
+
+"Ali Baba is beslist zeer galant," dacht Sidonie .... "Bent u werkelijk
+een Turk?" vroeg zij dan aan Rodolphe.
+
+"Niet uit roeping," antwoordde hij, "maar vi coactus; [12] ik ben
+dramatisch auteur, madame."
+
+"En ik dramatische artiste," antwoordde Sidonie.
+
+Dan liet zij erop volgen:
+
+"Wilt u, waarde buurman, mij de eer aandoen bij mij te komen dineeren
+en verder den avond door te brengen?"
+
+"Helaas, mademoiselle, hoewel deze uitnoodiging den hemel voor mij
+opent, is het mij niet mogelijk haar aan te nemen. Zooals ik reeds
+de eer gehad heb u te zeggen, ben ik achter slot en grendel gezet
+door mijn oom, mijnheer Monetti, kachelsmid en rookverdrijver, wiens
+secretaris ik op dit oogenblik ben."
+
+"En toch zult u met mij dineeren," antwoordde Sidonie; "let goed op: ik
+ga in mijn kamer en zal tegen mijn plafond kloppen. Op de plek, waar ik
+klop, moet u kijken, en u zult daar de sporen vinden van een kijkgat,
+een judas, dat daar vroeger was, maar nu sedert lang dicht gespijkerd
+is: tracht het stuk hout, dat het gat afsluit, te verwijderen, dan
+zullen we, hoewel ieder bij ons thuis, zoo goed als samen zijn ...."
+
+Rodolphe zette zich dadelijk aan het werk. Na vijf minuten was er
+een verbinding tusschen de twee kamers tot stand gebracht.
+
+"Helaas!" zeide Rodolphe; "het gat is wel klein, maar er is toch nog
+altijd ruimte genoeg, om u mijn hart er doorheen te kunnen reiken."
+
+"En nu," zeide Sidonie, "gaan we eten. Dek bij je, dan zal ik u den
+schotel geven."
+
+Rodolphe liet aan een touwtje zijn tulband neer en heesch die, gevuld
+met eetwaren, weer op; daarna begonnen de dichter en de artiste samen,
+ieder aan zijn kant, te eten. Met zijn mond verslond Rodolphe de
+pastei, met zijn oogen mademoiselle Sidonie.
+
+"Mademoiselle!" zeide Rodolphe na afloop van het diner; "dank zij u,
+is mijn maag thans bevredigd. Zoudt u niet eveneens den geeuwhonger
+van mijn hart, dat reeds zoo lang gevast heeft, willen stillen?"
+
+"Arme jongen!" zuchtte Sidonie.
+
+Dit zeggende, klom zij op een stoel en bracht tot aan de lippen van
+Rodolphe haar hand, die deze met kussen bedekte.
+
+"Ach!" riep de jonge man uit; "hoe jammer dat u niet kunt doen als
+de Heilige Dionysius, die het recht had zijn hoofd in zijn handen
+te dragen."
+
+Na het diner ontspon zich een erotisch-litterair gesprek. Rodolphe
+sprak over zijn "Vengeur" en mademoiselle vroeg hem haar het stuk
+voor te lezen. Over den rand van het gat gebogen, begon Rodolphe
+zijn drama voor te dragen voor de actrice, die, om beter te kunnen
+hooren, was gaan zitten op een fauteuil, welken zij op haar commode
+gezet had. Mademoiselle Sidonie vond "Le Vengeur" een meesterstuk
+en beloofde, daar zij in den schouwburg, waaraan zij verbonden was,
+tevens de eerste viool speelde, Rodolphe, dat zij zou zorgen, dat
+zijn stuk zou worden aangenomen.
+
+Juist op het teederste oogenblik werd het gesprek gestoord door oom
+Monetti, wiens stap, licht als die van den commandeur, [13] op den
+corridor klonk. Rodolphe had nog slechts juist den tijd, om den judas
+te sluiten.
+
+"Daar!" zeide Monetti tot zijn neef, "hier heb je een brief, die je
+nu al een maand achterna loopt."
+
+"Laat eens zien!" zeide Rodolphe. "Oom!" riep hij na het lezen
+uit; "oom, ik ben rijk! Deze brief meldt me, dat ik een prijs van
+driehonderd francs gekregen heb van een Académie de Jeux floraux. [14]
+Geef me gauw mijn jas en mijn bagage. Ik wil mijn lauweren gaan
+plukken. Men wacht mij op het Capitool!"
+
+"En mijn hoofdstuk over de luchtgaten?" vroeg Monetti koud.
+
+"Maar oom, die trekken nu niet meer! Geef me mijn kleeren. Ik kan in
+dit costuum niet op straat komen ...."
+
+"Je gaat niet weg voor mijn Handboek af is," zeide zijn oom, terwijl
+hij Rodolphe weer achter slot en grendel sloot.
+
+Toen hij weer alleen was, aarzelde Rodolphe niet lang over wat hem
+te doen stond .... Hij bond een beddelaken, dat hij handig in een
+touwladder gemetamorphoseerd had, stevig aan zijn balcon en liet
+zich ondanks het gevaarlijke van de expeditie, met behulp van dien
+geïmproviseerden ladder op het balcon van mademoiselle Sidonie zakken.
+
+"Wie is daar?" riep deze uit, toen zij Rodolphe tegen de ruiten
+hoorde tikken.
+
+"Sstt!" antwoordde hij; "doe open ...."
+
+"Wat wilt u? Wie bent u?"
+
+"Hoe kunt ge dat nog vragen? Ik ben de dichter van Le Vengeur,
+en ik kom mijn hart halen, dat ik door den judas in uw kamer heb
+laten vallen."
+
+"Rampzalige!" zeide de actrice; "je hadt dood kunnen vallen!"
+
+"Luister, Sidonie ...." ging Rodolphe voort en liet haar den brief
+zien, dien hij pas gekregen had. "Zooals je ziet, lachen de fortuin
+en de roem mij toe .... Moge de liefde dat ook doen!"
+
+
+
+Den volgenden ochtend kon Rodolphe, dank zij een heerencostuum,
+dat Sidonie hem gegeven had, uit het huis van zijn oom ontsnappen
+.... Zijn eerste tocht was naar den vertegenwoordiger der Académie
+des Jeux floraux, om een gouden hondsroos in ontvangst te nemen ter
+waarde van honderd daalders, die bijna zoo lang leefden als de rozen
+plegen te leven.
+
+Een maand later kreeg mijnheer Monetti van zijn neef een uitnoodiging
+voor de première van "Le Vengeur". Dank zij het talent van mademoiselle
+Sidonie beleefde het stuk zeventien voorstellingen en bracht den
+schrijver veertig francs op.
+
+Eenigen tijd later--het was toen zomer--woonde Rodolphe in de Avenue
+Saint-Cloud, boom No. 3 links van het Bois de Boulogne, tak No. 5.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+DE CAROLUSDAALDER.
+
+
+Tegen het einde van December kreeg het personeel van de firma Bidault
+[15] een honderd uitnoodigingsbrieven te bezorgen, waarvan hier een
+trouwe en eensluidende copie volgt:
+
+
+ "Mijnheer,
+
+ De heeren Rodolphe en Marcel verzoeken u hun de eer te bewijzen
+ Zaterdag a. s., den dag vòòr Kerstmis, den avond bij hen door te
+ brengen. Er zal gelachen worden.
+
+ P.S. Wij leven slechts eens in deze wereld!!"
+
+
+Programma van het feest.
+
+
+Zeven uur: Opening der salons; levendig en geanimeerd discours.
+
+Acht uur: Entrée en wandeling door de salons van de geestige auteurs
+van de door het Odéon geweigerde comédie: "De barende berg."
+
+Acht en een half uur: "De invloed van het blauw in de kunsten",
+nabootsende symphonie, voor te dragen door den beroemden
+pianist-componist Alexandre Schaunard.
+
+Negen uur: Eerste lezing van de verhandeling over de afschaffing van
+de straf van het treurspel.
+
+Negen en een half uur: Dispuut tusschen den hyperphysischen wijsgeer
+Gustave Colline en mijnheer Alexandre Schaunard over vergelijkende
+philosophie en meta-politiek. Om iedere lichamelijke botsing tusschen
+de twee tegenstanders te vermijden, worden ze beiden vastgebonden.
+
+Tien uur: De heer Tristan, letterkundige, zal zijn eerste liefde
+vertellen. Alexandre Schaunard zal hem daarbij op den piano begeleiden.
+
+Tien en een half uur: Tweede lezing van de verhandeling over de
+afschaffing van de straf van het treurspel.
+
+Elf uur: Voordracht over een jacht op casuarissen door een
+buitenlandschen prins.
+
+
+Tweede Deel.
+
+
+Twaalf uur: Marcel, historieschilder, zal zich laten blinddoeken, en
+met krijt de ontmoeting van Napoleon en Voltaire in de Champs-Elysées
+op het doek improviseeren. Rodolphe zal eveneens een parallel
+improviseeren tusschen den schepper van "Zaïre" en dien van den slag
+bij Austerlitz.
+
+Twaalf en een half uur: Nabootsing van de athletische spelen der 4de
+Olympiade door Gustave Colline in een kuisch déshabillé.
+
+Een uur: Derde lezing van de verhandeling over de afschaffing van de
+straf van het treurspel en collecte ten bate van de tragische dichters,
+die in de toekomst broodeloos zullen zijn.
+
+Twee uur: Begin der gezelschapspelen en samenstelling der quadrilles,
+die tot in den ochtend zullen worden voortgezet.
+
+Zes uur! Zonsopgang en slotkoor.
+
+Gedurende den geheelen duur van het feest zullen de ventilatoren
+werken.
+
+N. B. Ieder, die verzen zal willen lezen of voordragen, wordt
+onmiddellijk uit de salons verwijderd en aan de politie overgeleverd;
+men wordt ook verzocht geen stukjes kaars mede te nemen."
+
+Twee dagen later circuleerden exemplaren van dien brief in de onderste
+lagen der litteratuur- en kunstwereld, en veroorzaakten daar niet
+weinig opzien.
+
+Onder de genoodigden waren er echter eenigen, die de door de beide
+vrienden voorgespiegelde heerlijkheden in twijfel trokken.
+
+"Ik vertrouw het zaakje niet heelemaal," zeide een van die twijfelaars;
+"ik ben een paar maal op de Woensdagen van Rodolphe in de Rue de la
+Tour-d'Auvergne geweest, je kon er onmogelijk zitten en je dronk er een
+weinig gefiltreerd water uit bij elkaar gescharrelde potten en pannen."
+
+"Ditmaal," zeide een ander, "moet het echter bittere ernst zijn. Marcel
+heeft mij een plan van het heele feest laten zien, en dat belooft
+een magisch effect."
+
+"Komen er ook dames?"
+
+"Zeker Phémie Klad heeft gevraagd koningin van het feest te mogen
+zijn en Schaunard zal dames uit de groote wereld medebrengen."
+
+De oorsprong van dit feest, dat een zoo groote beroering in de
+Bohème-wereld, die aan gene zijde van de bruggen woont, veroorzaakte,
+was in het kort als volgt. Een jaar geleden ongeveer hadden Marcel en
+Rodolphe dit schitterende galafeest aangekondigd, dat steeds Zaterdag
+aanstaande moest plaats hebben; doch ten gevolge van allerlei moeilijke
+omstandigheden hadden zij reeds twee-en-vijftig maal dat "aanstaande"
+moeten verzetten, zoodat het eindelijk zoo ver gekomen was, dat de
+beide vrienden hun neus niet buiten de deur konden steken, zonder een
+stekelige opmerking te hooren van hun vrienden, waarvan er sommigen
+zelfs indiscreet genoeg waren om krachtig tegen zoo'n manier van doen
+te protesteeren. Daar de zaak langzamerhand op een fopperij begon te
+lijken, besloten de beide vrienden er een eind aan te maken, door zich
+van de verplichtingen, die zij op zich genomen hadden, te kwijten,
+en hadden zij derhalve de boven vermelde uitnoodiging verzonden.
+
+"Nu kunnen we niet meer terug," had Rodolphe gezegd; "we hebben onze
+schepen achter ons verbrand; we hebben nu nog acht dagen voor ons om
+de honderd francs te vinden, die we, om een dragelijk figuur te maken,
+beslist noodig hebben."
+
+"Als we ze noodig hebben, zullen we ze wel krijgen ook," was Marcels
+antwoord geweest. En met het verwaten vertrouwen, dat zij hadden
+in het toeval, sliepen de twee vrienden in, vast overtuigd, dat hun
+honderd francs reeds op weg waren: den weg van het onmogelijke.
+
+Doch toen den Donderdagavond voor het feest nog niets gearriveerd was,
+vond Rodolphe, dat het toch maar veiliger was het toeval een handje
+te helpen, wilden zij niet met beschaamde kaken staan, wanneer het
+uur sloeg om de kaarsen aan te steken. Voor het gemak wijzigden de
+beide vrienden langzamerhand de overdadige weelde van het door hen
+ontworpen programma.
+
+Door die verschillende wijzigingen, o. a. het schrappen van het
+artikel: Gebak, het zorgvuldig herzien en verminderen van het artikel:
+Ververschingen, werd het totaal der onkosten tot vijftien francs
+teruggebracht.
+
+Daarmede was het vraagstuk echter wel eenvoudiger gemaakt, doch
+niet opgelost.
+
+"Maar," zeide Rodolphe, "nu moeten we tot de uiterste middelen
+overgaan. We kunnen ditmaal in geen geval weer den datum verzetten."
+
+"Beslist onmogelijk."
+
+"Wanneer heb ik het laatst het verhaal van den slag bij Studzianka
+[16] gehoord?"
+
+"Een paar maanden geleden."
+
+"Twee maanden, prachtig, dat is een fatsoenlijke termijn; mijn oom
+kan zich waarachtig niet beklagen. Ik zal me morgen dan den slag
+bij Studzianka maar weer eens laten vertellen. Dat is vijf francs,
+die zeker binnenkomen."
+
+"En ik," zeide Marcel, "zal een Burchtruïne aan den ouden Médicis
+gaan verkoopen. Dat maakt ook vijf francs en als ik tijd heb, om er
+nog drie torentjes en een molen bij te kladden, misschien wel tien;
+dan zijn we aan ons budget."
+
+En de twee vrienden gingen slapen en droomden, dat de prinses van
+Belgiojoso hun verzocht hun ontvangdagen te verzetten, om haar haar
+meest geziene gasten niet te ontnemen.
+
+Den volgenden ochtend stond Marcel vroeg op, spande een nieuw doek
+en begon met ijver aan den bouw van een Burchtruïne, een artikel,
+dat hem steeds door een antiquiteiten-schacheraar op de place du
+Carrousel gevraagd werd. Intusschen ging Rodolphe een bezoek brengen
+aan zijn oom Monetti, die een matador was in het verhalen van den
+terugtocht uit Rusland, en aan wien Rodolphe vijf of zes maal per
+jaar, n.l. wanneer de geldnood erg nijpte, de voldoening schonk
+zijn veldtochten te vertellen in ruil voor een leening van wat geld,
+waartoe de veteraan-kachelsmid-rookverdrijver wel over te halen was,
+indien men bij het luisteren naar zijn verhalen slechts veel geestdrift
+wist te toonen.
+
+Tegen twee uur ontmoette Marcel, die met gebogen hoofd en een doek
+onder zijn arm op de place du Carrousel liep, daar Rodolphe, die van
+zijn oom kwam; zijn geheele houding wees op slechte berichten.
+
+"Nou," zeide Marcel; "ben je geslaagd?"
+
+"Neen, mijn oom is vandaag het museum in Versailles gaan kijken. En
+jij?"
+
+"Die schaapskop van een Médicis wil geen Burchtruïnes meer; hij heeft
+me een Bombardement van Tanger gevraagd."
+
+"Onze reputatie is naar de maan, als we ons feest niet geven,"
+mompelde Rodolphe. "Wat moet onze vriend, de invloedrijke criticus,
+wel denken, als ik hem voor niets een witte das en gele handschoenen
+laat aantrekken?"
+
+Ten prooi aan groote onrust gingen zij beiden naar het atelier terug.
+
+Op dat oogenblik sloeg het op de pendule van een buurman vier uur.
+
+"Wij hebben nog maar drie uur voor ons," zeide Rodolphe.
+
+"Maar," riep Marcel, terwijl hij vlak bij zijn vriend kwam staan,
+"ben je er wel zeker van, dat er hier geen geld over is?...."
+
+"Noch hier, noch elders. Waar zou dat saldo vandaan moeten komen?"
+
+"Als we eens onder de meubels zochten .... in de fauteuils? Men
+beweert immers, dat de emigranten ten tijde van Robespierre hun geld
+verstopten. Wie weet!... Onze fauteuil is misschien het eigendom van
+een emigrant geweest; en bovendien is hij zòò hard, dat ik al eens
+meer gedacht heb, dat er metalen in zitten ... zouden we niet eens
+tot een lijkschouwing overgaan?"
+
+"Dat is iets voor een klucht," antwoordde Rodolphe op een toon,
+waarin tegelijk ernst en toegeeflijkheid lag.
+
+Plotseling stiet Marcel, die zijn opgravingen in alle hoeken van het
+atelier had voortgezet, een luiden triomfkreet uit.
+
+"Wij zijn gered!" riep hij uit; "ik wist wel, dat hier geldswaarde
+verborgen lag. Kijk maar!" en hij liet Rodolphe een geldstuk zien,
+zoo groot als een daalder en half verteerd door roest en kopergroen.
+
+Het was een munt uit het tijdvak der Karolingers en niet zonder eenige
+kunstwaarde. Op het gelukkigerwijze gespaard gebleven inschrift kon
+men het jaartal van Karel den Groote lezen.
+
+"Dat ding is nauwlijks dertig sous waard," zeide Rodolphe met een
+minachtenden blik op de vondst van zijn vriend.
+
+"Dertig sous, goed gebruikt, kunnen veel uitwerken," antwoordde
+Marcel. "Met twaalfhonderd man heeft Napoleon tienduizend Oostenrijkers
+verslagen. Handigheid weegt tegen het getal op. Ik ga dadelijk den
+Carolusdaalder bij den ouden Médicis wisselen. Is er hier nog niet iets
+verkoopbaars? Waarachtig, als ik het gipsafgietsel van het scheenbeen
+van Jaconowski, den Russischen tamboer-majoor, eens meenam? Dat zou
+heel wat in het laadje brengen."
+
+"Neem het scheenbeen maar mee. Maar prettig is het allesbehalve. We
+hebben nu geen enkel kunstvoorwerp meer over."
+
+Tijdens Marcels afwezigheid ging Rodolphe, vast besloten de soirée,
+het mocht kosten wat het wilde, te geven, naar zijn vriend Colline,
+den hyperphysischen wijsgeer, die vlak in de buurt woonde.
+
+"Ik kom je verzoeken," zeide hij tegen hem, "mij een dienst te
+bewijzen. In mijn qualiteit van gastheer moet ik beslist een rok
+hebben, en .... ik heb er geen .... leen me de jouwe ...."
+
+"Maar," merkte Colline op, "in mijn qualiteit van gast heb ik mijn
+rok ook noodig."
+
+"Ik sta je toe in gekleede jas te komen."
+
+"Ik heb nooit een gekleede jas gehad, dat weet je even goed als ik."
+
+"Enfin, luister eens, we kunnen ook op een andere manier de zaak in
+orde brengen; jij zoudt niet op mijn soirée kunnen verschijnen en me
+je rok leenen."
+
+"Het is wel beroerd, maar dat gaat niet; ik sta op het programma en
+kan dus niet ontbreken."
+
+"Er zal nog heel wat meer ontbreken," zeide Rodolphe. "Leen me je
+rok, en wanneer je beslist komen wilt, kom dan, zooals je het zelf
+het beste vindt.... voor mijn part in je hemdsmouwen .... dan kan je
+voor een trouwen dienaar doorgaan ..."
+
+"Dat gaat niet," zeide Colline blozend. "Ik zal mijn notenkleurige
+paletot aantrekken. Maar het heele zaakje is per slot van rekening
+een beroerde boel."
+
+En toen hij merkte, dat Rodolphe zich reeds van zijn beroemde rok
+meester gemaakt had, riep hij tegen hem:
+
+"Maar wacht toch even .... Er zitten nog een paar kleinigheden in."
+
+De rok van Colline is een nadere beschouwing waard. In de eerste plaats
+was die rok volmaakt groen, en alleen uit gewoonte sprak Colline
+van zijn zwarte rok. En daar hij op dat oogenblik de eenige van de
+geheele troep was, die een rok bezat, hadden ook zijn vrienden de
+gewoonte aangenomen, om, wanneer zij van het officieele kleedingstuk
+van den wijsgeer spraken, zich te bedienen van de uitdrukking: de
+zwarte rok van Colline. Bovendien had dat beroemde kleedingstuk een
+zeer bijzonderen vorm, den meest bizarren, dien men zich denken kan:
+de zeer lange panden zaten n.l. aan een zeer korte taille en hadden
+twee zakken, ware afgronden, waarin Colline gewoon was een paar dozijn
+boeken, die hij altijd en eeuwig bij zich had, te bergen, wat zijn
+vrienden deed zeggen, dat de schrijvers en geleerden in den tijd, dat
+de bibliotheken gesloten waren, inlichtingen konden gaan inwinnen in
+de panden van Colline's rok, een bibliotheek, die steeds geopend was.
+
+Bij uitzondering bevatte Colline's rok dien dag slechts een quarto-deel
+van Bayle, een verhandeling over hyperphysische krachten in drie
+deelen, een deel Condillac, twee deelen Swedenborg en Pope's "Essai
+over den mensch." Eerst toen hij zijn zak-bibliotheek had leeggeruimd,
+stond hij Rodolphe toe den rok aan te trekken.
+
+"Hè," zeide deze, "de linkerzak is nog aardig zwaar; je hebt er zeker
+nog iets in gelaten."
+
+"Dat is waar ook," zeide Colline, "ik heb vergeten den
+vreemde-talen-zak leeg te maken." En hij haalde er twee Arabische
+grammatica's uit, een Maleisch woordenboek en een "Volmaakte
+veedrijver" in het Chineesch, zijn geliefkoosde lectuur.
+
+Toen Rodolphe weer thuis kwam, was Marcel met drie vijf francstukken
+aan het schijfwerpen. Het eerste oogenblik stiet Rodolphe de hand,
+die zijn vriend hem toestak, weg: hij geloofde aan een misdaad.
+
+"Laten we ons haasten," zeide Marcel .... "We hebben de benoodigde
+francs bijeen... Luister, hoe ik eraan gekomen ben: Bij den ouden
+Médicis trof ik een verzamelaar van antiquiteiten aan. Toen hij mijn
+munt zag, viel hij bijna flauw: dat was de eenige, die nog aan zijn
+collectie ontbrak. Hij had al in alle landen laten zoeken, om die
+leemte aan te vullen, en had reeds alle hoop op succes verloren. Hij
+aarzelde, toen hij mijn Carolusdaalder goed bekeken had, dan ook geen
+oogenblik om mij vijf francs te bieden. Médicis stiet mij met zijn
+elleboog aan, zijn blik vulde de rest aan. Hij wilde daarmede zeggen:
+"Laten we de buit samen deelen, dan bied ik hooger!" We zijn tot dertig
+francs gekomen. Daarvan heb ik er vijftien aan den Jood gegeven, en
+hier is de rest. Nu kunnen onze gasten komen; wij zijn nu in staat
+om hun oogen te verblinden. Maar hoe kom jij aan dien rok?"
+
+"O," zeide Rodolphe, "dien heb ik van Colline geleend." En toen hij
+zijn zakdoek uit zijn zak wilde halen, liet hij een klein deeltje
+Mandsjoesch vallen, dat in den vreemde-talen-zak was blijven zitten.
+
+De beide vrienden gingen nu dadelijk aan het werk. Het atelier werd
+in orde gebracht, de kachel aangemaakt; een met kaarsen voorziene
+schilderijlijst hingen ze bij wijze van kroonluchter aan den zolder;
+een bureau, dat als katheder voor de sprekers dienst moest doen,
+werd midden in het atelier geplaatst; daarvoor zetten zij hun eenigen
+fauteuil, waarop de invloedrijke criticus moest zitten, terwijl zij op
+een tafel alle aanwezige boeken: romans, gedichten en feuilletons,
+waarvan de schrijvers de soirée met hun tegenwoordigheid zouden
+vereeren, neerlegden. Ten einde alle mogelijke botsingen tusschen
+de verschillende variëteiten letterkundigen te vermijden, was het
+atelier verdeeld in vier afdeelingen, aan den ingang waarvan men op
+inderhaast vervaardigde borden lezen kon:
+
+
+ Dichters Romantici
+ Prozaschrijvers Classici
+
+
+Voor de dames was een ruimte in het midden vrijgelaten.
+
+"Alles is in orde, maar er ontbreken stoelen," zeide Rodolphe.
+
+"O," antwoordde Marcel, "er staan er verscheidene op het trapportaal,
+maar die staan vast aan den muur. Als we die eens los maakten!"
+
+"Dat zal wel dienen," meende Rodolphe, terwijl hij zich meester ging
+maken van de stoelen, die aan den een of anderen buurman behoorden.
+
+Het sloeg zes uur; de twee vrienden gingen vlug dineeren en kwamen weer
+gauw terug, om met de verlichting der salons te beginnen. Om zeven
+uur kwam Schaunard, vergezeld door drie dames, die haar diamanten
+en hoeden bij vergissing thuis gelaten hadden. Een van haar had een
+rooden omslagdoek met zwarte vlekken om. Schaunard maakte Rodolphe
+op haar speciaal opmerkzaam.
+
+"Dat is een echte vrouw van de wereld," zeide hij, "een Engelsche,
+die door den val der Stuarts in ballingschap is moeten gaan; zij
+leeft zeer eenvoudig en bescheiden van wat haar Engelsche lessen haar
+opbrengen. Haar vader is onder Cromwell kanselier geweest, zooals
+zij mij verteld heeft; je moet beleefd tegen haar zijn en haar niet
+te veel tutoyeeren."
+
+Inmiddels lieten zich op de trap talrijke stappen hooren--de gasten
+kwamen; zij waren erg verbaasd, toen zij vuur in den kachel zagen.
+
+Rodolphe's rok ging de dames tegemoet en kuste haar met
+achttiende-eeuwsche gratie de hand; toen er ongeveer twintig gasten
+waren, vroeg Schaunard, of er nog niets rondgediend moest worden.
+
+"Dadelijk," antwoordde Marcel; "we wachten op de komst van den
+invloedrijken criticus, om den punch aan te steken."
+
+Om acht uur waren alle genoodigden aanwezig, waarna een aanvang met
+het programma gemaakt werd. Tusschen de verschillende nummers werden
+er ververschingen aangeboden; wat, daar is men nooit precies achter
+kunnen komen.
+
+Tegen tien uur zag men het gele vest van den invloedrijken criticus
+verschijnen; hij bleef maar een uur en was matig in het gebruik der
+"ververschingen".
+
+Toen er tegen middernacht geen hout meer was en het aardig koud begon
+te worden, lootten de gasten, die zaten, wie zijn stoel in het vuur
+zou werpen.
+
+Om een uur stond iedereen.
+
+Toch bleef er onder de gasten een aangename, opgewekte stemming
+heerschen. Er viel geen enkel ongeval te betreuren, behalve een
+winkelhaak in den vreemde-talen-zak van Colline's rok en een klap,
+dien Schaunard aan de dochter van den kanselier van Cromwell toediende.
+
+Acht dagen lang was deze gedenkwaardige soirée het onderwerp van
+gesprek in het stadsdeel; en Phémie Klad, die de koningin van het feest
+geweest was, placht, wanneer zij er met haar vriendinnen over sprak,
+te zeggen:
+
+"Het was er prachtig; er waren zelfs waskaarsen."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+MADEMOISELLE MUSETTE.
+
+
+Mademoiselle Musette was een knap meisje van twintig jaar, die kort
+na haar komst te Parijs dat geworden was, wat knappe meisjes worden,
+wanneer zij een mooie taille, veel coquetterie, een weinig eerzucht
+en in het geheel geen orthographie bezitten. Nadat zij langen tijd de
+vreugde had uitgemaakt der soupers van het Quartier Latin, waar zij
+met altijd frissche, hoewel niet steeds zuivere stem een groot aantal
+landelijke liedjes zong, die haar den naam gaven, waaronder de beste
+rijmsmeden haar sedert gevierd hebben, verliet mademoiselle Musette
+plotseling de Rue de la Harpe, om de aan Venus gewijde hoogten van
+het Quartier Bréda te gaan bewonen.
+
+Al heel spoedig werd zij een der toonaangeefsters van de aristocratie
+van het genot en langzamerhand kwam zij tot die beroemdheid, welke
+daarin bestaat, dat men in de Parijsche couranten genoemd wordt of
+bij alle kunsthandelaars uitgestald staat.
+
+En toch was mademoiselle Musette een uitzondering onder de vrouwen,
+in wier midden zij leefde. Evenals alle ware vrouwen was zij van nature
+elegant en dichterlijk en hield zij van luxe en van alle genietingen,
+die daarvan het gevolg zijn; in haar coquetterie had zij een gloeiend
+verlangen naar al wat mooi en voornaam was, en zij zou, hoewel zij
+een dochter uit het volk was, volstrekt niet misplaatst geweest zijn
+te midden van de koninklijkste pracht en pronk. Doch mademoiselle
+Musette, die zelf jong en knap was, zou er nooit in toegestemd hebben
+de maîtresse te worden van een man, die niet eveneens jong en knap
+zou zijn. Men had haar dan ook eens de prachtige aanbiedingen hooren
+weigeren van een grijsaard, die zoo rijk was, dat hij de Croesus van
+de Chaussée-d'Antin genoemd werd, en aan Musette gouden bergen beloofd
+had. Intelligent en geestig als zij was, kon zij evenmin dwazen en
+fatten uitstaan, hoe ook hun leeftijd, hun titel en hun naam was.
+
+Musette was dus een flink, knap meisje, dat in liefdesaangelegenheden
+de helft van Champforts beroemd aphorisme: "De liefde is de
+uitwisseling van twee phantasieën" tot het hare maakte. [17]
+Haar liaisons werden dan ook nooit voorafgegaan door een van die
+schandelijke koopcontracten, welke de tegenwoordige galanterie
+onteeren. Zij speelde, zooals zij zelf zeide, altijd een eerlijk en
+open spel, en eischte, dat men haar oprechtheid met dezelfde munt
+terugbetaalde.
+
+Maar al waren haar neigingen heftig en spontaan, toch waren
+zij nooit duurzaam genoeg, om te stijgen tot de hoogte van een
+hartstocht. De buitensporige onbestendigheid van haar grillen
+en de groote onverschilligheid, die zij had voor de beurzen en
+spaarpenningen van hen, die haar het hof maakten, brachten een even
+buitensporige onbestendigheid in haar bestaan, dat een eeuwigdurende
+wisseling was tusschen eigen equipage en omnibus, tusschen bel-étage
+en vijfde verdieping, zijden japonnen en katoenen rokjes. Bekoorlijk
+meisje, levend gedicht van jeugd met uw helderen lach en vroolijk
+lied! Medelijdend hart, dat onder het even-geopende boezemlijfje
+voor iedereen klopt! mademoiselle Musette, zuster van Bernerette en
+Mimi Pinson! [18] Ik zou de pen van Alfred de Musset moeten hebben,
+om uw zorgelooze zwerftochten op de bloeiende paden der jeugd naar
+waarde te verhalen; en zeker zou hij u ook hebben willen bezingen,
+indien hij, evenals ik, u met uw lieve, valsche stem dit ongekunstelde
+couplet uit een van uw lievelingsliederen had hooren voordragen:
+
+
+ C'était un beau jour de printemps
+ Que je me déclarai l'amant,
+ L'amant d'une brunette
+ Au coeur de Cupidon,
+ Portant fine cornette
+ Posée en papillon.
+
+
+De geschiedenis, die wij nu gaan vertellen, is een der bekoorlijkste
+episoden uit het leven van deze bekoorlijke gelukzoekster, die zich
+aan het oordeel der wereld al heel weinig gelegen liet.
+
+Ten tijde, dat zij de maîtresse was van een jongen staatsraad, die
+haar galant den sleutel van zijn erfdeel in handen gegeven had, placht
+mademoiselle Musette eens per week een soirée te geven in haar aardig
+klein salonnetje in de rue de la Bruyère. Deze avondpartijen geleken
+op de meeste Parijsche soirées, met dit verschil, dat de gasten zich
+hier werkelijk amuseerden; wanneer er niet genoeg ruimte was, ging de
+een op den schoot van den ander zitten; en meermalen gebeurde het,
+dat twee uit hetzelfde glas dronken. Rodolphe, die de vriend van
+Musette was en die nooit iets anders dan haar vriend was (zij hebben
+geen van beiden ooit geweten, waarom), vroeg Musette op een goeden
+dag, of hij zijn vriend Marcel niet eens mocht medebrengen--"een
+talentvollen jongen", zeide hij, "voor wien de toekomst bezig is een
+rok van de Académie te borduren."
+
+"Breng hem maar mee," antwoordde Musette.
+
+Den avond nu, dat zij samen naar Musette zouden gaan, ging Rodolphe
+Marcel afhalen. De kunstenaar was bezig zijn toilet te maken.
+
+"Wat?" vroeg Rodolphe, "wil jij met een gekleurd overhemd in gezelschap
+verschijnen?"
+
+"Kwetst dat dan de etiquette?" zeide Marcel kalm.
+
+"Of het die kwetst? Tot bloedens toe, ongelukkige."
+
+"Bliksems!" vloekte Marcel met een blik op zijn overhemd, waar op
+een blauwen achtergrond wilde zwijnen door een troep honden vervolgd
+werden; "ik heb hier geen ander. Enfin, ik weet er niets anders op
+dan dat ik een vadermoorder aantrek; niemand zal dan de kleur van
+mijn overhemd zien, daar ik Methusalem tot mijn hals kan toeknoopen."
+
+"Wat?" zeide Rodolphe ongerust, "trek je Methusalem weer aan?"
+
+"Ik moet wel!" was Marcels antwoord. "God wil het, en mijn kleermaker
+ook; trouwens er zijn pas nieuwe knoopen aangezet, en ik heb hem pas
+met Frankfurter zwart opgeknapt."
+
+Methusalem was de rok van Marcel; hij noemde dien zoo, omdat het de
+doyen van zijn garde-robe was. Methusalem was naar de laatste mode
+van vier jaar geleden en schreeuwend groen van kleur. Marcel echter
+beweerde, dat hij er bij kunstlicht zwart uitzag.
+
+Vijf minuten later was Marcel met zijn toilet klaar; hij was met
+den meest volkomen slechten smaak gekleed: precies een kladschilder,
+die voor het eerst in de wereld gaat.
+
+Mijnheer Casimir Bonjour zal den dag, waarop men hem zal komen
+vertellen, dat hij tot lid van het Instituut gekozen is, nooit zoo
+verwonderd kunnen zijn als Marcel en Rodolphe waren, toen zij bij
+het huis van mademoiselle Musette kwamen. Ziehier de reden van hun
+verbazing: mademoiselle Musette, die sedert eenigen tijd met haar
+vriend den staatsraad gebrouilleerd was, was op een zeer kritiek
+oogenblik door hem in den steek gelaten. In opdracht van haar
+schuldeischers en van haar huisbaas waren haar meubels in beslag
+genomen en naar beneden gebracht, om den volgenden dag weggehaald en
+verkocht te worden. Niettegenstaande dit incident kwam het in Musette
+geen oogenblik op haar gasten in den steek te laten of de soirée
+af te zeggen. Met den meesten ernst liet zij de binnenplaats in een
+salon veranderen, legde zelf een tapijt op de steenen, maakte alles
+zooals gewoonlijk in orde, kleedde zich om haar gasten te ontvangen
+en noodigde al de medebewoners van het huis op haar klein feestje, ter
+opluistering waarvan de goede God voor een mooie illuminatie zorgde.
+
+Deze grap had een groot succes, nooit had er op de soirées van Musette
+zoo'n prettige en opgewekte toon geheerscht; er werd nog gezongen
+en gedanst, toen de witkielen de meubels, tapijten en divans kwamen
+halen en daardoor het gezelschap noodzaakten weg te gaan.
+
+Musette deed al haar gasten uitgeleide met het gezang:
+
+
+ "On en parlera longtemps, la ri ra,
+ De ma soirée de jeudi;
+ On en parlera longtemps, la ri ri."
+
+
+Slechts Marcel en Rodolphe bleven bij Musette, die naar haar kamer
+gegaan was, waar alleen het bed nog maar stond.
+
+"Hè," zeide Musette; "ik vind nu mijn avontuur lang zoo aardig niet
+meer; ik zal in het hotel De Bloote Hemel moeten gaan logeeren;
+ik ken het heel goed, het kan er zoo gemeen tochten."
+
+"O, mevrouw," zeide Marcel, "als ik de rijkdommen van Plutus bezat, dan
+zou ik u een tempel, schooner dan die van Salomo, aanbieden, maar ..."
+
+"Ge zijt geen Plutus, vriendlief. Maar dat is minder, ik ben je toch
+dankbaar voor je goede bedoeling .... Maar kom!" voegde zij eraan
+toe, terwijl zij haar blik door de kamer liet gaan; "ik verveelde me
+hier, en bovendien werd het meubilair oud; ik heb het nu al bijna zes
+maanden. Maar dat is niet alles; na het bal wordt er toch gesoupeerd,
+en ik zou graag wat consumeeren."
+
+"Laten we dan consou-peeren," zeide Marcel, die aan een
+woordspelingziekte leed, welke vooral in de ochtenduren zich deed
+gelden.
+
+Daar Rodolphe 's avonds bij het lansquenetspel een klein sommetje
+gewonnen had, nam hij Musette en Marcel mede naar een restaurant,
+dat juist geopend was.
+
+Na het déjeuner besloten zij, daar zij volstrekt geen lust hadden te
+gaan slapen, den dag in het vrije veld te gaan doorbrengen; en daar
+zij vlak bij een station waren, stapten zij in den eersten den besten
+trein, die vertrok, en reden naar Saint-Germain.
+
+Den geheelen dag liepen zij door de bosschen; eerst tegen zeven uur
+in den avond kwamen zij in Parijs terug. Marcel hield stok en stijf
+vol, dat het pas half een en de donkerte het gevolg van de bedekte
+lucht was.
+
+Gedurende de geheele soirée en de rest van den dag was Marcel, wiens
+hart als buskruit was, dat een enkele blik deed ontbranden, steeds
+verliefder geworden op Musette en had haar het hof gemaakt "in alle
+kleuren", zooals hij tegen Rodolphe zeide. Ja, hij was zelfs zoo ver
+gekomen, dat hij het knappe meisje had voorgesteld een nog mooier
+meubilair voor haar te koopen dan het oude; hij zou er zijn beroemde
+schilderij "De doortocht door de Roode Zee" voor verkoopen. Met
+angst en beven zag hij dan ook het oogenblik naderen, waarop hij zou
+moeten scheiden van Musette, die, hoewel zij zich haar handen, hals
+en toebehooren liet kussen, hem telkens, wanneer hij door middel van
+inbraak in haar hart trachtte te dringen, zachtjes van zich af stiet.
+
+Zoodra zij in Parijs terug waren, had Rodolphe zijn vriend met
+het jonge meisje alleen gelaten, dat hem nu vroeg haar naar huis
+te brengen.
+
+"Wilt u mij toestaan, dat ik u kom bezoeken?" vroeg Marcel. "Ik zou
+graag uw portret schilderen."
+
+"Maar beste jongen," antwoordde Musette; "ik kan je mijn adres niet
+geven, omdat ik dat morgen misschien niet meer heb; maar ik zal bij
+jou komen en je rok verstellen, waar zoo'n gat in zit, dat je er,
+zonder betalen, door zoudt kunnen verhuizen."
+
+"Ik zal op u wachten als op den Messias," zeide Marcel.
+
+"Maar niet zoo lang," was Musette's lachend antwoord.
+
+"Wat een bekoorlijk schepseltje," zeide Marcel tot zichzelf, terwijl
+hij langzaam verder liep; "de godin der vroolijkheid. Ik zal twee
+gaten in Methusalem maken."
+
+Hij was nog geen dertig pas verder, toen hij zich op zijn schouder
+voelde kloppen: het was mademoiselle Musette.
+
+"Beste mijnheer Marcel!" zeide zij; "is u een Fransch ridder?"
+
+"Dat ben ik. Rubens en mijn dame, luidt mijn devies."
+
+"Welnu, leen dan het oor aan mijn kommer en erbarm u mijner, edele
+heer," ging Musette verder, die een weinig in de litteratuur bedreven
+was, hoewel zij met de grammatica op zeer gespannen voet leefde;
+"de huisbaas heeft den sleutel van mijn kamer meegenomen, en het is
+elf uur: begrijp je?"
+
+"Natuurlijk," zeide Marcel en bood Musette zijn arm aan. Hij nam haar
+mede naar zijn op den Quai aux Fleurs gelegen atelier.
+
+Hoewel Musette bijna omviel van slaap, had zij toch nog kracht genoeg
+om te zeggen:
+
+"Vergeet niet, wat je me beloofd hebt."
+
+"O Musette, bekoorlijk wezen," zeide de artist met eenigszins ontroerde
+stem; "ge zijt hier onder een gastvrij dak; slaap in vrede, goeden
+nacht! Ik ga heen."
+
+"Waarom?" vroeg Musette, wier oogen bijna dicht vielen; "ik ben
+heusch niet bang; en dan zijn er toch twee kamers, ik zal op je canapé
+gaan slapen."
+
+"Mijn canapé is te hard, om erop te slapen; het lijkt wel, of hij
+met keisteenen opgemaakt is. Ik verleen u gastvrijheid bij mij en
+ga die vragen aan een vriend, die hier op dezelfde verdieping woont
+.... dat is verstandiger. Ik houd gewoonlijk wel mijn woord; maar ik
+ben twee-en-twintig en gij achttien, Musette .... ik ga. Goeden nacht."
+
+Den volgenden ochtend om acht uur kwam Marcel met een bloempot, dien
+hij op de markt gekocht had, weer op zijn kamer. Hij vond Musette,
+die zich geheel gekleed op bed geworpen had, nog slapende. Door het
+leven, dat hij maakte, werd zij wakker en stak Marcel haar hand toe.
+
+"Brave jongen!" zeide zij.
+
+"Brave jongen!" herhaalde Marcel, "is dat niet synoniem met:
+belachelijke dwaas?"
+
+"O, hoe kan je dat zeggen!" viel Musette hem in de rede; "dat is
+niets aardig van je; geef me liever dien mooien pot met bloemen,
+in plaats van dergelijke onaardige dingen naar mijn hoofd te werpen."
+
+"Alleen met dat doel heb ik hem hier gebracht," zeide Marcel. "Aanvaard
+hem dus en zing, als dank voor mijn gastvrijheid, een van je aardige
+liedjes voor mij; de echo van mijn dakkamertje zal misschien iets van
+uw stem bewaren, zoodat ik u nog kan hooren, wanneer ge weer weg zijt."
+
+"Zoo, dus je wilt me wegsturen?" vroeg Musette. "En als ik nu eens niet
+weg wil? Luister eens, Marcel, ik neem geen blaadje voor mijn mond, om
+te zeggen wat ik denk. Jij valt in mijn smaak en ik in den jouwe. Dat
+is nog geen liefde, maar het is er misschien de kiem van. Welnu, ik
+ga niet weg; ik blijf hier en zal hier blijven zoolang als de bloemen,
+die je me daarnet gegeven hebt, niet verwelkt zijn."
+
+"Ach!" riep Marcel uit, "maar dat zijn ze binnen twee dagen. Had ik
+dat geweten, dan had ik immortellen gekocht."
+
+
+
+Veertien dagen woonden Musette en Marcel al samen en leidden,
+hoewel zij dikwijls zonder geld zaten, het heerlijkste leven der
+wereld. Musette voelde voor Marcel een toegenegenheid, die niets
+gemeen had met haar vroegere verliefdheden, en Marcel begon bang te
+worden, dat hij werkelijk van zijn maîtresse zou gaan houden. Daar
+hij echter niet wist, dat zij harerzijds hetzelfde vreesde, keek hij
+iederen ochtend naar de bloemen, wier afsterven het einde van hun
+liaison zou beteekenen, en trachtte hij zich te verklaren, hoe zij
+iederen morgen opnieuw weer zoo frisch waren. Doch weldra vond hij den
+sleutel van het mysterie: toen hij op een goeden nacht wakker werd,
+zag hij Musette niet naast zich. Hij stond op, liep naar de kamer
+en vond daar zijn geliefde, die iederen nacht tijdens zijn slaap de
+bloemen begoot, om op die manier het verwelken tegen te gaan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+DE GOLVEN VAN DEN PACTOLUS. [19]
+
+
+Het was 19 Maart .... En al zou Rodolphe zoo oud worden als
+Raoul-Rochette, die Ninive heeft zien bouwen, nooit zal hij dien
+datum vergeten, want juist op dien aan St. Joseph gewijden dag, des
+namiddags om drie uur verliet onze vriend het kantoor van een bankier,
+waar hij een som van vijfhonderd francs in klinkenden, gangbaren munt
+uitbetaald gekregen had.
+
+Het eerste gebruik, dat Rodolphe van dit in zijn zak terecht gekomen
+stukje van Peru maakte, bestond hierin, dat hij zijn schulden niet
+betaalde, en wel omdat hij zichzelf plechtig beloofd had voortaan
+spaarzaamheid te betrachten en geen extra- of overbodige uitgaven
+te doen. Hij had trouwens op dit punt zeer vaststaande denkbeelden
+en beweerde dan ook, dat men, alvorens te denken aan het overbodige,
+eerst voor het noodzakelijke zorgen moest; daarom betaalde hij zijn
+schuldeischers niet en kocht een Turksche pijp, die reeds sedert lang
+zijn begeerte had opgewekt.
+
+Met dit kostbare voorwerp gewapend, ging hij naar de woning van zijn
+vriend Marcel, bij wien hij reeds sedert eenigen tijd logeerde. Toen
+hij het atelier binnenkwam, luidden zijn zakken als de klokken van
+een dorpstoren op een hoogen feestdag. Toen Marcel dit ongewone
+geluid hoorde, dacht hij, dat het een van zijn buurlieden was, een
+verwoed beurs-speculant, die zijn agio-winst de revue liet passeeren,
+en hij mompelde:
+
+"Daar begint die intrigant van hiernaast weer met zijn epigrammen. Als
+dat nog lang zoo duurt, ga ik verhuizen. Het is niet mogelijk onder
+zoo'n lawaai te werken. Je zoudt waarachtig lust krijgen, om de kunst
+aan den kapstok te hangen en straatroover te worden."
+
+En zonder in de verste verte te vermoeden, dat zijn vriend Rodolphe
+in een Croesus veranderd was, ging Marcel verder werken aan zijn
+"Doortocht door de Roode Zee," waaraan hij nu al drie jaar bezig was.
+
+Rodolphe, die nog geen woord gezegd had en een proef bedacht, die
+hij met zijn vriend wilde nemen, zeide tot zichzelf: "We zullen
+dadelijk lachen, dat zal een jolige boel worden." En hij liet een
+vijffrancstuk vallen.
+
+Marcel keek op en staarde Rodolphe aan, die even ernstig was als een
+artikel uit de "Revue des deux Mondes".
+
+De kunstenaar raapte het geldstuk met een zeer voldaan gebaar op
+en bereidde het een zeer vriendelijke ontvangst, want, hoewel hij
+een kleurenmenger was, kende hij toch zijn wereld en was steeds
+zeer beleefd tegenover vreemdelingen. Daar hij bovendien wist, dat
+Rodolphe uitgegaan was, om te trachten wat geld te krijgen, beperkte
+hij, nu hij zag, dat zijn vriend daarin geslaagd was, zich ertoe het
+resultaat te bewonderen, zonder hem te vragen met behulp van welke
+middelen het verkregen was.
+
+Zonder een woord te zeggen, begon hij weer aan zijn werk en ging voort
+een Egyptenaar in de golven der Roode Zee te verdrinken. Terwijl hij
+bezig was dien moord te plegen, liet Rodolphe een tweede vijffrancstuk
+vallen. En terwijl hij heimelijk keek naar het gezicht, dat zijn
+vriend zou trekken, begon hij in zijn vuistje te lachen.
+
+Bij den helderen klank van het metaal sprong Marcel als door een
+electrischen schok getroffen, plotseling op en riep uit:
+
+"Wat? Heeft dat lied een tweede couplet?"
+
+Een derde stuk rolde over den vloer, toen nog een en nog een; ten
+slotte danste er een heele quadrille daalders in de kamer rond.
+
+Marcel begon zichtbare teekenen van zinsverbijstering te geven en
+Rodolphe lachte als het parterre van het Théâtre Français bij de
+eerste opvoering van "Johanna van Vlaanderen". Plotseling en zonder
+eenige omzichtigheid greep Rodolphe met volle handen in zijn zakken
+en begonnen de daalders een fabelachtigen steeple chase. Het was als
+een overstrooming van den Pactolus, als het bacchanaal van Juppiter
+bij Danaë.
+
+Marcel stond onbeweeglijk, stom, met starre oogen; de verbazing
+veroorzaakte bij hem een metamorphose, als die, welke de
+nieuwsgierigheid vroeger de vrouw van Loth had doen ondergaan; en
+toen Rodolphe zijn laatste rol van honderd francs op den grond smeet,
+was de artist aan een kant van zijn lichaam reeds geheel verzout.
+
+Rodolphe stond nog steeds te lachen. En bij die stormachtige
+vroolijkheid zou het gedonder van een orkest van Sax [20] zoo iets
+als het gezucht van een kind aan de moederborst geweest zijn.
+
+Verblind, ademloos en verstomd van ontroering dacht Marcel, dat hij
+droomde; en om de nachtmerrie, die zijn borst benauwde, te verjagen,
+beet hij zich tot bloedens toe in zijn vinger, wat hem zoo'n pijn
+deed, dat hij het uitschreeuwde. Toen merkte hij, dat hij klaar
+wakker was; en al dat goud aan zijn voeten ziende, riep hij als een
+treurspelheld uit:
+
+"Mag ik mijn oogen gelooven?"
+
+En dan de hand van Rodolphe in de zijne nemend:
+
+"Geef mij de verklaring van dit mysterie!"
+
+"Als ik die gaf, zou het er geen meer zijn!"
+
+"Maar hoe dan....?"
+
+"Dit goud is de vrucht van mijn zweet," zeide Rodolphe, terwijl hij
+het geld opraapte, dat hij op een tafel opstapelde! Dan ging hij een
+paar stappen achteruit, keek met eerbied naar de vijfhonderd francs
+en dacht:
+
+"Nu zal ik dus mijn droomen kunnen verwezenlijken."
+
+"Dat zal niet ver van de zesduizend francs af zijn," dacht op zijn
+beurt Marcel met een blik op de daalders, die op de tafel stonden te
+trillen. "Daar kom ik op een goed idée. Ik zal Rodolphe vragen mijn
+"Doortocht door de Roode Zee" te koopen!"
+
+Plotseling nam Rodolphe een theatrale houding aan en met groote
+plechtigheid in gebaar en stem zeide hij:
+
+"Luister eens, Marcel; het fortuin, dat ik hier voor uw oogen heb
+laten schitteren, is niet het resultaat van lage handelingen, ik heb
+niet met mijn pen gesjacherd, ik ben rijk, maar op mijn naam kleeft
+geen smet; een edelmoedige hand heeft mij dat goud gegeven, en ik
+heb een plechtige belofte afgelegd, om het te gebruiken ten einde
+mij door mijn werk een positie te verschaffen, die een ernstig man
+waardig is. De arbeid is de heiligste der plichten."
+
+"En het paard het edelste der dieren," viel Marcel hem in de
+rede. "Maar waar wil je eigenlijk heen? Wat bedoel je met die
+woorden? Waar haal je dat proza vandaan? Zeker uit de steengroeven
+der school van het gezond verstand?"
+
+"Val mij niet in de rede en scheid uit met je flauwe spotternijen,"
+zeide Rodolphe; "zij zouden trouwens toch afstuiten op het harnas
+van een onkwetsbaren wil, waarmede ik in het vervolg gepantserd ben."
+
+"Nou is de proloog lang genoeg. Waar wou je eigenlijk op neer komen?"
+
+"Luister naar mijn plannen: Gevrijwaard tegen de materieele zorgen
+des levens, wil ik ernstig aan het werk gaan; ik zal mijn meesterwerk
+voltooien en mij voor goed naam maken. In de eerste plaats breek ik
+met de Bohème-manieren, ik kleed mij zooals iedereen, koop een rok en
+ga de salons frequenteeren. Indien je denzelfden weg bewandelen wilt,
+zullen we samen kunnen blijven wonen, maar je zult mijn programma
+moeten aanvaarden. De strengste spaarzaamheid zal ons bestaan moeten
+beheerschen. Wanneer wij goed onze maatregelen weten te nemen, kunnen
+we drie maanden ongestoord en onbekommerd werken. Maar daarvoor is
+oeconomie noodig."
+
+"Beste vriend," zeide Marcel, "de oeconomie is een wetenschap,
+die alleen onder het bereik van de rijken valt, zoodat jij en ik er
+zelfs de grondbeginselen niet van kennen. Maar met een uitgave van
+zes francs zouden wij de werken kunnen koopen van Jean-Baptiste Say,
+een uitstekend oeconoom, die ons misschien de manier, om die kunst
+praktisch te beoefenen, zal kunnen leeren... Maar wat zie ik, heb je
+daar een Turksche pijp?"
+
+"Ja," zeide Rodolphe: "die heb ik voor vijf-en-twintig francs gekocht."
+
+"Wat, jij geeft vijf-en-twintig francs uit voor een pijp .... en
+durft dan nog van oeconomie te praten?"
+
+"Dat is zeer zeker oeconomie," antwoordde Rodolphe; "ik brak iederen
+dag een pijp van twee sous; aan het eind van een jaar maakt dat een
+uitgave, die heel wat grooter is dan die, welke ik nu gedaan heb
+.... Het is dus in werkelijkheid een besparing."
+
+"Waarachtig," zeide Marcel; "je hebt gelijk, daar zou ik nooit op
+gekomen zijn."
+
+Op dat oogenblik sloeg het zes uur.
+
+"Laten we nu gauw gaan dineeren," zeide Rodolphe; "ik wil vanavond nog
+met de uitvoering van mijn plan beginnen. Maar van eten gesproken,
+daar valt me iets in: wij verliezen iederen dag kostbaren tijd met
+het klaarmaken van ons diner. De tijd echter is de rijkdom van den
+arbeider, wij moeten er dus zuinig mede zijn. Met vandaag te beginnen
+gaan we buitenshuis eten."
+
+"Uitstekend," zeide Marcel; "twintig pas hier vandaan is een uitstekend
+restaurant; het is er wel een beetje duur; maar daar het vlak bij is,
+behoeven we niet ver te loopen en verdienen we aan tijd wat we aan
+geld uitgeven."
+
+"Vandaag zullen we nog gaan," zeide Rodolphe; "maar morgen of
+overmorgen zullen we nog oeconomischer maatregelen toepassen .... In
+plaats van naar een restaurant te gaan, zullen we een keukenmeid
+nemen."
+
+"Neen, neen!" viel Marcel hem in de rede; "laten we liever een knecht
+nemen, die tevens voor kok fungeeren kan. Bedenk eens welke groote
+voordeelen daaruit zullen kunnen voortvloeien. In de eerste plaats zal
+ons huishouden steeds in orde zijn: hij kan onze schoenen poetsen,
+mijn penseelen uitwasschen, onze boodschappen doen; ik zal zelfs
+probeeren hem wat smaak voor de schoone kunsten bij te brengen,
+dan kan hij mijn leerling worden. Op die manier sparen we met ons
+beiden per dag minstens zes uur uit, die we nu besteden aan allerlei
+onnoodige bezigheden, welke ons in ons werk hinderen."
+
+"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik heb nog een ander idée .... maar
+laten we eerst gaan dineeren!"
+
+Vijf minuten later zaten de beide vrienden in een der kamertjes van
+het naburige restaurant en zetten daar hun oeconomisch debat voort.
+
+"Weet je wat mijn idée is?" waagde Rodolphe op te merken; "wat zou
+je ervan zeggen, als we in plaats van een knecht een maîtresse nemen?"
+
+"Een maîtresse voor twee man!" viel Marcel verbaasd uit; "dat zou
+de gierigheid tot in het verkwistende drijven zijn; wij zouden onze
+spaarduiten gebruiken, om messen en andere moordwerktuigen te koopen,
+waarmede we elkaar te lijf zouden gaan. Neen, ik prefereer een knecht;
+bovendien staat dat deftig ook!"
+
+"Je hebt gelijk," zeide Rodolphe; "wij zullen een intelligenten jongen
+nemen; en als hij eenig begrip van orthographie heeft, zal ik hem
+leeren redigeeren."
+
+"Dat zal dan een bron van inkomsten voor hem zijn op zijn ouden dag,"
+zeide Marcel, terwijl hij de rekening, die vijftien francs bedroeg,
+optelde. "Jongens, dat is vrij duur. Gewoonlijk dineerden wij voor
+dertig sous samen."
+
+"Dat is zoo," vond Rodolphe, "maar we dineerden slecht en waren
+daardoor genoodzaakt 's avonds weer te soupeeren. Goed beschouwd is
+het dus een besparing."
+
+"Tegen jou valt niet te redeneeren," mompelde de schilder, door die
+redeneering overtuigd; "jij hebt altijd gelijk. Gaan we vanavond
+werken?"
+
+"Waarachtig niet. Ik ga naar mijn oom; dat is een brave kerel, ik zal
+hem op de hoogte brengen van mijn nieuwe positie, hij zal me goeden
+raad kunnen geven. En waar ga jij heen, Marcel?"
+
+"Ik ga den ouden Médicis vragen, of hij geen schilderijen voor mij
+te restaureeren heeft. A propos, geef mij even vijf francs."
+
+"Waarvoor?"
+
+"Ik wil over den Pont des Arts gaan."
+
+"O, dat is een onnoodige uitgave, die, ook al is zij niet zoo heel
+groot, toch met onze principes in strijd is."
+
+"Ik heb ongelijk, het is zoo," antwoordde Marcel; "ik zal over den
+Pont Neuf gaan .... maar dan neem ik een rijtuig."
+
+De twee vrienden namen afscheid en sloegen ieder een verschillenden
+weg in, die door een zonderlingen samenloop van omstandigheden hen
+beiden op dezelfde plaats terugbracht.
+
+"Zoo, heb je je oom niet thuis gevonden?" vroeg Marcel.
+
+"En was de oude Médicis er niet?" was Rodolphe's wedervraag.
+
+En zij barstten in lachen uit.
+
+Toch gingen zij op een vroeg uur naar huis terug ... den volgenden
+ochtend namelijk.
+
+Twee dagen later hadden Rodolphe en Marcel een volledige metamorphose
+ondergaan. Beiden gekleed als pasgehuwden, waren zij zoo mooi,
+zoo schitterend, zoo elegant, dat zij, wanneer zij elkaar op straat
+tegenkwamen, aarzelden elkaar te herkennen.
+
+Hun oeconomisch stelsel werkte in al zijn kracht, de organisatie van
+het werk kwam echter slechts met groote moeite tot stand. Zij hadden
+een knecht gehuurd. Het was een lange slungel van vier-en-dertig jaar
+en Zwitsersche afkomst en niet al te groote intelligentie. Bovendien
+was hij niet voor knecht in de wieg gelegd; wanneer een van zijn
+heeren hem een eenigszins groot pakket te bezorgen gaf, kreeg
+Baptiste een kleur van verontwaardiging en liet de boodschap
+door een witkiel doen. Maar Baptiste had ook goede eigenschappen:
+wanneer men hem bijv. een haas gaf, kon hij daarvan zoo noodig een
+hazenpeper maken. Ook had hij, daar hij, alvorens knecht te worden,
+destillateur geweest was, een groote voorliefde voor die kunst gehouden
+en ontstal hij een groot deel van den tijd, dien hij voor zijn meesters
+moest gebruiken, aan het zoeken naar de samenstelling van een nieuw
+wondmiddel, waaraan hij zijn naam wilde geven. Verder had hij het
+ver gebracht in het maken van notenbrandewijn. Maar de kunst, waarin
+Baptiste door niemand geëvenaard werd, was die om de sigaren van Marcel
+op te rooken en ze aan te steken met de manuscripten van Rodolphe.
+
+Op een goeden dag wilde Marcel Baptiste in het costuum van Pharao voor
+zijn "Doortocht door de Roode Zee" laten poseeren. Baptiste weigerde
+dit beslist en zeide zijn dienst op.
+
+"Goed," zeide Marcel; "we zullen vanavond afrekenen."
+
+Toen Rodolphe thuis kwam, zeide zijn vriend tegen hem, dat Baptiste
+beslist weggezonden moest worden.
+
+"Wij hebben absoluut geen nut van hem," zeide hij.
+
+"Dat is zoo," antwoordde Rodolphe; "hij is een levend kunstvoorwerp."
+
+"Hij is zoo dom als het achtereind van een koe."
+
+"En lui!"
+
+"Hij moet weg."
+
+"Laten we hem wegsturen!"
+
+"Toch heeft hij eenige goede eigenschappen. Hij kan heel lekker
+hazenpeper maken."
+
+"En notenbrandewijn dan. Hij is de Raphaël van den notenbrandewijn."
+
+"Zeker, maar dat is ook het eenige, waarvoor hij deugt, en dat is
+voor ons niet voldoende. Wij verliezen al onzen tijd door al die
+discussies met hem."
+
+"Hij hindert ons in ons werk."
+
+"Het is zijn schuld, dat ik mijn "Doortocht door de Roode Zee" nog
+niet heb kunnen tentoonstellen. Hij heeft geweigerd om voor Pharao
+te poseeren."
+
+"En door hem heb ik het werk, dat mij opgedragen was, niet kunnen
+afmaken. Hij heeft geweigerd, om in de bibliotheek de aanteekeningen,
+die ik noodig had, te gaan halen."
+
+"Hij ruïneert ons."
+
+"We kunnen hem beslist niet houden."
+
+"Laten we hem dan wegzenden .... Maar eerst moeten we hem betalen."
+
+"Wij zullen hem betalen, maar weg moet hij! Geef me geld, dan zal ik
+met hem afrekenen."
+
+"Wat, geld! Ik houd toch de kas niet, maar jij!"
+
+"Geen quaestie van, jij! Jij hebt je met de generale intendantuur
+belast," zeide Rodolphe.
+
+"Maar ik geef je de heilige verzekering, dat ik geen geld heb!" riep
+Marcel uit.
+
+"Zou al het geld nou al op zijn? Dat is onmogelijk! Je kan geen
+vijfhonderd francs in acht dagen uitgeven, vooral wanneer je,
+zooals wij, met de grootste spaarzaamheid geleefd hebt en je je tot
+het strikt noodzakelijke beperkt (Tot het strikt overbodige had hij
+moeten zeggen.). Wij moeten de rekeningen even verifieeren, dan zullen
+we de fout wel vinden."
+
+"Ja, die wel," zeide Marcel, "maar niet het geld. Maar dat hindert
+minder, we kunnen toch het uitgaven-boekje wel even doorloopen."
+
+Ziehier het specimen van die boekhouding, welke onder de auspiciën
+van Sancta Oeconomica begonnen was.
+
+"19 Maart. Ontvangen: 500 francs. Uitgegeven: een Turksche pijp,
+25 francs; diner, 15 francs; diversen, 40 francs."
+
+"Wat zijn dat voor uitgaven?" vroeg Rodolphe aan Marcel, die las.
+
+"Dat weet je wel," antwoordde deze, "dat is de avond, dat we 's
+morgens pas thuis gekomen zijn. Trouwens daardoor hebben we vuur en
+licht gespaard."
+
+"Verder."
+
+"20 Maart. Dejeuner, 1 fr. 50; tabak 20 cent; diner, 2 fr.; een
+monocle, 2 fr. 50. Die monocle is voor jouw rekening. Waarvoor hadt
+je een monocle noodig? Je mankeert niets aan je oogen."
+
+"Je weet heel goed, dat ik voor de Echarpe d'Iris een verslag over
+de schilderijen-tentoonstelling moest maken; en zonder monocle
+kan je geen schilderijen beoordeelen; dat was een gerechtvaardigde
+uitgave. Verder? ...."
+
+"Een wandelstok ..."
+
+"O, die is voor jouw rekening," zeide Rodolphe. "Je hadt geen
+wandelstok noodig."
+
+"Dat is alles, wat den 20sten uitgegeven is," zeide Marcel, die
+op Rodolphe's uitval niet inging. "Den 21sten hebben we in de stad
+geluncht, gedineerd en gesoupeerd."
+
+"Dan hebben we dien dag toch niet veel uit kunnen geven?"
+
+"Inderdaad slechts een kleinigheid .... Bijna dertig francs."
+
+"Maar waaraan toch in hemelsnaam?"
+
+"Dat weet ik niet meer," antwoordde Marcel; "maar het staat onder de
+rubriek: Diversen."
+
+"Dat is een heel vage en verraderlijke titel," riep Rodolphe.
+
+"22 Maart. Dat was de dag, waarop Baptiste in dienst gekomen is;
+we hebben hem een voorschot van 5 francs op zijn loon gegeven; voor
+een draaiorgel 50 centimes; voor den afkoop van vier Chineesche
+boerenjongens, die door hun ouders, ongelooflijke drankorgels en
+doordraaiers, tot verdrinking in de Gele Rivier gedoemd waren,
+2 fr. 40 c."
+
+"Lieve Hemel," zeide Rodolphe, "verklaar mij toch eens de
+tegenstelling, die in dit artikel op te merken is. Als je aan
+draaiorgels geeft, waarom scheldt je dan op die doordraaiers en
+drankorgels van ouders. En waar was het noodig voor geld voor die
+Chineesche boerenjongens uit te geven? Als het nu nog boerenjongens
+op brandewijn geweest waren!"
+
+"Ik ben nu eenmaal grootmoedig geboren," antwoordde Marcel. "Doch
+lees jij nu eens verder. Tot nu toe zijn we niet veel van het
+spaarzaamheidsprincipe afgeweken."
+
+"23 Maart. Niets. 24 Maart. Idem. Dat zijn twee goede dagen, 25
+Maart. Een voorschot van 3 francs op het loon van Baptiste."
+
+"Het schijnt, dat we hem nog al veel voorschot gegeven hebben,"
+zeide Marcel.
+
+"Des te minder hebben we hem dan nu uit te betalen," antwoordde
+Rodolphe. "Ga verder."
+
+"26 Maart. Verschillende, uit een oogpunt van kunst nuttige uitgaven,
+36 fr. 40 c."
+
+"Wat hebben we dan voor nuttigs gekocht?" vroeg Rodolphe; "ik herinner
+me er niets van. 36 fr. 40 c., wat kan dat zijn?"
+
+"Herinner je je dat niet?... Dat is de dag, waarop wij de Notre-Dame
+beklommen hebben, om Parijs in vogelvlucht te zien."
+
+"Maar dat kost toch niet meer dan acht sous," dacht Rodolphe.
+
+"Ja, maar toen we weer beneden waren, zijn we in St. Germain gaan
+dineeren."
+
+"Dan is de zaak duidelijk."
+
+"27 Maart: Niets!"
+
+"Prachtig! Dat is nu eens spaarzaam!"
+
+"28 Maart. Voorschot aan Baptiste, 6 fr."
+
+"O, nu ben ik er zeker van, dat we hem niets meer te betalen
+hebben. Het is zelfs niet onmogelijk, dat hij ons nog wat schuldig
+is .... Enfin, dat zal ik wel eens narekenen."
+
+"29 Maart. Waarachtig, op 29 Maart hebben we niets uitgegeven. Er
+staat het begin van een preek voor in de plaats. 30 Maart. Juist, toen
+hadden we menschen te dineeren; een groote uitgave: 30 fr. 55c. Den
+31sten, dit is vandaag, hebben we nog niets uitgegeven. Je ziet dus,
+dat de boekhouding zeer nauwkeurig geweest is. Het totaal bedraagt
+op geen stukken na 500 francs."
+
+"Dan moet er nog geld in kas zijn."
+
+"We zullen zien," zeide Marcel, terwijl hij een lade opentrok. "Neen,
+er is niets meer, alleen een spin."
+
+"Een spin op den morgen brengt kommer en zorgen," merkte Rodolphe op.
+
+"Maar waar kan al dat geld gebleven zijn?" vroeg Marcel,
+terneergeslagen bij het zien van de ledige kas.
+
+"Vraag je dat nog?" zeide Rodolphe. "Dat is nogal eenvoudig: we hebben
+het aan Baptiste gegeven."
+
+"Wat is dat?" riep Marcel uit, die in de lade een stuk papier vond. "De
+rekening voor het laatste kwartaal huur!"
+
+"Hoe is die hier gekomen?" vroeg Rodolphe.
+
+"En gequiteerd ook!" voegde Marcel eraan toe. "Heb jij huur betaald?"
+
+"Ik? Loop nou rond!"
+
+"Maar wat beteekent dan?"
+
+"Maar ik bezweer je ...."
+
+"Wat is dan dit mysterie?" zongen zij in koor op de melodie der finale
+van La Dame Blanche.
+
+Baptiste, die graag muziek hoorde, kwam dadelijk aanloopen.
+
+Marcel liet hem de quitantie zien.
+
+"O ja, dat is waar ook!" zeide Baptiste langs zijn neus weg; "dat had
+ik nog vergeten te zeggen. De huisbaas is hier geweest, toen jullie
+uit waren, en om hem de moeite te besparen terug te moeten komen,
+heb ik hem maar betaald."
+
+"Waar heb je dat geld vandaan gehaald?"
+
+"O, ik heb het uit de la genomen, die stond open; ik dacht, dat de
+heeren die juist daarom open hadden laten staan, en ik zei zoo tegen
+mezelvers; De heeren hebben, toen ze uit gingen, vergeten te zeggen:
+"Baptiste, de huisbaas zal zijn huur komen halen, je moet hem betalen;"
+en toen heb ik gedaan, alsof ik dat bevel gekregen had, zonder het
+bevel gekregen te hebben."
+
+"Baptiste," zeide Marcel, ziedend van woede, "je hebt onze bevelen
+overtreden. Van af heden ben je uit onzen dienst ontslagen. Baptiste,
+geef je livrei terug."
+
+Baptiste nam zijn wasdoeken pet, waaruit zijn heele uniform bestond,
+af en gaf die aan Marcel.
+
+"Goed," zeide deze; "je kunt gaan ..."
+
+"En mijn loon?"
+
+"Ben je soms niet erg lekker? Je hebt al meer gekregen dan we je
+schuldig zijn. Ik heb je in nog geen veertien dagen veertien francs
+gegeven. Wat doe je met al dat geld? Mainteneer je soms een danseres?"
+
+"Op het slappe koord," voegde Rodolphe eraan toe.
+
+"Ik sta dus alleen op de wereld," zeide de ongelukkige knecht;
+"zonder iets, waarop ik mijn hoofd kan nederleggen!"
+
+"Neem dan je livrei maar terug," antwoordde Marcel, ondanks zichzelf
+aangedaan.
+
+En hij gaf de pet aan Baptiste terug.
+
+"En toch heeft die ongelukkige ons fortuin verkwist," zeide Rodolphe,
+toen hij den armen Baptiste zag weggaan. "Waar dineeren we vandaag?"
+
+"Dat zullen we morgen weten," antwoordde Marcel.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+WAT EEN VIJFFRANCSSTUK KOST.
+
+
+Op een Zaterdagavond in den tijd, dat hij nog niet met mademoiselle
+Mimi "was", met wie we weldra kennis zullen maken, leerde Rodolphe
+aan zijn table-d'hôte een handelaarster in mode-artikelen,
+mademoiselle Laure geheeten, kennen. Toen zij gehoord had, dat
+Rodolphe hoofdredacteur van de Echarpe d'Iris en van den Castor,
+twee modebladen, was, begon zij, in de hoop, dat hij reclame voor
+haar artikelen zou maken, op vrij in het oog loopende wijze met hem
+te coquetteeren. Op die uitdagingen had Rodolphe geantwoord met een
+vuurwerk van galante complimentjes, die Benserade, Voiture en alle
+Ruggieri's van den precieusen stijl jaloersch gemaakt zouden hebben;
+en toen zij na afloop van het diner vernam, dat Rodolphe dichter was,
+gaf zij hem heel duidelijk te verstaan, dat zij niet ongeneigd was
+hem als haar Petrarca aan te nemen. Zelfs stond zij hem zonder veel
+omhaal van woorden een rendez-vous voor den volgenden dag toe.
+
+"Bij Juppiter!" zeide Rodolphe tot zichzelf, toen hij
+mademoiselle Laure naar huis bracht, "dat is beslist een beminlijke
+persoonlijkheid. Het lijkt wel, dat zij over een voldoende grammatica
+en een rijk voorziene garde-robe beschikt. Ik ben werkelijk wel
+geneigd haar gelukkig te maken."
+
+Toen zij bij de deur van haar huis gekomen was, liet mademoiselle
+Laure den arm van Rodolphe los en dankte hem hartelijk voor de moeite,
+die hij zich getroost had, om haar naar een zoo afgelegen stadswijk
+te brengen.
+
+"O, madame," antwoordde Rodolphe met een buiging, waarbij zijn gezicht
+op den grond kwam, "ik wilde, dat u te Moskou of op de Sunda-eilanden
+woonde, alleen om nog langer uw cavalier te kunnen zijn!"
+
+"Dat is wel wat erg ver!" antwoordde Laure gemaakt.
+
+"We zouden over de boulevards gegaan zijn, madame," zeide Rodolphe. "En
+sta mij toe, u, in den persoon van uw wang, de hand te kussen,"
+vervolgde hij, terwijl hij Laure, voor zij het verhinderen kon,
+een kus op de lippen drukte.
+
+"O, mijnheer," kirde zij, "dat gaat te vlug."
+
+"Ja, maar dan bereik ik ook eerder mijn doel," zeide Rodolphe. "In
+de liefde moeten de eerste afstanden in galop worden afgelegd."
+
+"Een type!" dacht de modiste, terwijl zij naar binnen ging.
+
+"Een allerliefst persoonlijkheidje," zeide Rodolphe, toen hij naar
+huis wandelde.
+
+Zoodra hij op zijn kamer was, ging hij naar bed en droomde de zoetste
+droomen. Hij zag zich op bals, in de schouwburgen en op wandelplaatsen
+met Laure aan zijn arm, die nog mooiere japonnen dan die, welke in
+de sprookjes van Moeder de Gans voorkomen, aan had.
+
+Volgens zijn gewoonte stond Rodolphe den volgenden dag om elf uur
+op. Zijn eerste gedachte was voor mademoiselle Laure.
+
+"Een heel beschaafde vrouw," mompelde hij. "Ik ben er zeker van,
+dat zij te Saint-Denis is opgevoed. Ik zal dus eindelijk het geluk
+leeren kennen een maîtresse te bezitten, die er warmpjes in zit. Ik
+moet mij offers voor haar getroosten. Ik zal dus mijn geld aan de
+Echarpe d'Iris gaan halen, een paar handschoenen koopen en met Laure
+gaan dineeren in een restaurant, waar ze servetten geven. Mijn rok
+is wel niet heel mooi meer, maar zwart kleedt toch altijd goed!"
+
+En hij ging naar het bureau van de Echarpe d'Iris.
+
+Op straat zag hij echter in den omnibus groote affiches met de woorden:
+
+
+ "Heden, Zondag, springen de waterwerken te Versailles."
+
+
+Het inslaan van den bliksem vlak voor zijn voeten zou op Rodolphe
+geen dieperen indruk gemaakt hebben dan het zien van dat affiche.
+
+"Het is vandaag Zondag! Dat was ik heelemaal vergeten!" riep hij
+uit. "Dan krijg ik nergens geld vandaag. Zondag! Alles wat in Parijs
+daalders heeft, is al op weg naar Versailles."
+
+Desniettemin liep Rodolphe, voortgedreven door een van die fabelachtige
+verwachtingen, waaraan de mensch zich steeds vastklampt, zoo snel als
+zijn beenen hem dragen konden, naar het bureau van zijn blad. Misschien
+zou een gelukkig toeval den kassier daar gebracht hebben.
+
+Mijnheer Boniface was er inderdaad geweest, doch onmiddellijk weer
+vertrokken.
+
+"Hij is naar Versailles," zeide de loopjongen.
+
+"Dat is verkeken," zeide Rodolphe.... "Maar wacht eens even. Het
+rendez-vous is vanavond pas. Het is nu twaalf uur, ik heb dus nog
+vijf uur om vijf francs te vinden--dat is twintig sous per uur,
+net als de paarden in het Bois de Boulogne. En nu voorwaarts marsch!"
+
+Daar hij juist in het stadsdeel was, waar een journalist woonde,
+dien hij den invloedrijken criticus noemde, besloot hij bij dezen
+een poging te wagen.
+
+"Ik vind hem zeker thuis," zeide hij, terwijl hij de trap opliep;
+"het is vandaag zijn feuilletondag, dus gaat hij niet uit. Ik zal
+van hem vijf francs leenen."
+
+"Ha, ben jij het!" zeide de criticus, toen hij Rodolphe zag, "je komt
+als geroepen; ik heb je een kleinen dienst te vragen."
+
+"Dat treft prachtig!" dacht de redacteur van de Echarpe d'Iris.
+
+"Was je gisteren in den Odéon?"
+
+"Daar ben ik altijd!"
+
+"Je hebt dus het nieuwe stuk gezien?"
+
+"Wie zou het anders gezien hebben? Het publiek van den Odéon ben ik!"
+
+"Dat is waar ook," zeide de criticus. "Je bent een der steunpilaren
+van dien schouwburg. Er loopt zelfs een gerucht, dat je subsidie
+geeft. Doch om op de zaak terug te komen, kan je me geen overzicht
+van het nieuwe stuk geven?"
+
+"Niets makkelijker dan dat. Ik heb het geheugen van een schuldeischer."
+
+"Van wien was het stuk?" vroeg de journalist aan Rodolphe, terwijl
+deze aan het schrijven was.
+
+"Van een mijnheer."
+
+"Dan zal het geen sterk stuk zijn."
+
+"In geen geval zoo sterk als een Turk."
+
+"Dan is het ook niet sterk. Want de Turken hebben geheel ten onrechte
+den naam van sterk te zijn. Zij zouden hier nog niet eens voor
+schoorsteenvegers deugen."
+
+"En waarom niet?"
+
+"Omdat alle schoorsteenvegers Savoyaards zijn, en alle Savoyaards
+weer Auvergners, en alle Auvergners weer kruiers zijn. En bovendien
+zijn er geen Turken meer, behalve op de bals masqués in de voorsteden
+en op de Champs Elysées, waar zij dadels verkoopen. De Turk is een
+vooroordeel. Een van mijn vrienden kent het Oosten heel goed en die
+heeft me verzekerd, dat al de onderdanen van die natie geboren zijn
+in de rue Coquenard."
+
+"Alleraardigst!"
+
+"Vind je?" vroeg de criticus. "Dan zet ik het in mijn feuilleton."
+
+"Hier heb je de analyse van het stuk," zeide Rodolphe. "Gauw gedaan,
+wat?"
+
+"Dat wel, maar het is verduiveld kort."
+
+"Wanneer je er wat gedachtenstreepjes bij zet en je kritische opinie
+ontwikkelt, neemt het plaats genoeg in."
+
+"Daar heb ik geen tijd voor, mijn waarde, en bovendien beslaat mijn
+kritische meening zooveel plaats niet."
+
+"Dan zet je er om de drie woorden een adjectief bij."
+
+"Zou je aan de analyse niet een korte, of liever een lange beschouwing
+over het stuk kunnen vasthechten?" vroeg de criticus.
+
+"Och," zeide Rodolphe, "ik heb wel mijn bepaalde ideeën over de
+tragedie, maar ik waarschuw je, dat ik ze al driemaal in den Castor
+en in de Echarpe d'Iris heb laten afdrukken."
+
+"Dat is minder; hoeveel regels beslaan je ideeën?"
+
+"Veertig regels."
+
+"Bliksems, jij hebt groote ideeën! Nou, wil je me je veertig regels
+leenen?"
+
+"Prachtig!" dacht Rodolphe. "Als ik hem voor twintig francs copie
+lever, zal hij mij geen vijf francs kunnen weigeren. Ik moet je
+echter eerlijk bekennen," zeide hij vervolgens tot den criticus, "dat
+mijn denkbeelden niet bepaald nieuw zijn. Zij zijn aan den elleboog
+een beetje doorgesleten. Voor ik ze liet drukken, heb ik ze in alle
+koffiehuizen van Parijs uitgebazuind: er is geen kellner in Parijs,
+die ze niet uit zijn hoofd kent."
+
+"Wat kan mij dat schelen?.... Je kent me nog niet. Is er, uitgezonderd
+de deugd, iets nieuws in de wereld?"
+
+"Hier!" zeide Rodolphe toen hij klaar was.
+
+"Donder en bliksem! Er mankeeren nog twee kolom... Waarmede dien
+afgrond te dempen? Kom, lever me, nu je toch hier bent, nog een
+paar paradoxen!"
+
+"Ik heb er van mijzelf niet bij me," zeide Rodolphe; "maar ik kan
+je er wel een paar leenen; ze zijn echter niet van mij; ik heb ze
+voor vijftig centimes van een vriend, die in geldverlegenheid zat,
+gekocht. Ze hebben nog maar heel weinig dienst gedaan."
+
+"Des te beter!" zeide de criticus.
+
+"Het gaat goed!" zeide Rodolphe tot zichzelf, terwijl hij weer begon
+te schrijven; "ik vraag hem minstens tien francs; in dezen tijd zijn
+de paradoxen even duur als jonge patrijzen."
+
+En hij schreef een dertig regels, waarin hij zottenpraat uitkraamde
+over piano's, goudvisschen, de school van het gezond verstand en
+Rijnwijn, dien hij toiletwijn noemde.
+
+"Prachtig," zeide de criticus; "doe mij nu nog het genoegen er bij
+te schrijven, dat het bagno de plaats in de wereld is, waar je de
+meeste rechtschapen menschen vindt."
+
+"Waarom?"
+
+"Om nog twee regels te vullen. Zoo, dat is in orde," zeide de
+invloedrijke criticus en riep zijn bediende, om zijn feuilleton naar
+de drukkerij te brengen.
+
+"En nu," zeide Rodolphe; "de koe bij de horens gevat!" En hij deed
+plechtig en ernstig zijn verzoek.
+
+"O je, mijn waarde," zuchtte de criticus, "ik heb zelf geen sou in
+huis. Lolotte ruïneert me met pomade en zooeven heeft zij mij tot
+mijn laatste halve duit uitgeschud om naar Versailles te gaan en de
+Nereïden en andere bronzen monsters water te zien spuwen."
+
+"Naar Versailles?" vroeg Rodolphe. "Is het vandaag dan een epidemie?"
+
+"Maar waarom heb je geld noodig?"
+
+"Ziehier het geval," antwoordde Rodolphe. "Om vijf uur heb ik een
+afspraak met een vrouw van de wereld, een gedistingeerde dame, die
+altijd in een omnibus uitgaat. Ik zou gaarne voor eenige dagen mijn
+lot aan het hare verbinden; en daarom komt het mij passend voor haar
+de zoetheden des levens te laten smaken. Diner, bal, wandelingen
+enz. enz. Ik heb absoluut vijf francs noodig; als ik ze niet vind,
+is in mijn persoon de geheele Fransche litteratuur onteerd."
+
+"Waarom leen je die som niet van die dame zelf?" vroeg de criticus.
+
+"Dat gaat den eersten keer niet. Alleen jij kunt mij redden!"
+
+"Bij alle mummies van Egypte zweer ik je op mijn woord van eer, dat
+ik zelfs geen geld heb, om een pijp van een sou of een panatella
+te koopen. Maar ik heb daar een paar boeken, die je zoudt kunnen
+verkoopen."
+
+"Vandaag, op Zondag, onmogelijk. Moeder Mansut, Lebigre en alle winkels
+op de kaden en in de rue Saint-Jacques zijn gesloten. En wat zijn het
+voor boeken? Zeker gedichten met het portret van den schrijver. Maar
+die dingen zijn onverkoopbaar."
+
+"Tenzij je er door de rechtbank toe veroordeeld wordt. Doch wacht
+even, daar heb je nog een bundel romances en een paar billetten voor
+concerten. Wanneer je het wat handig aanlegt, zou je er best wat geld
+van kunnen maken."
+
+"Ik zou liever wat anders meenemen, een broek bijv."
+
+"Daar," zeide de criticus, "neem dien Bossuet en die gipsbuste
+van Odilon Barrot nog mee; maar op mijn woord van eer, dat is het
+penningske der weduwe."
+
+"Ik zie in ieder geval je goeden wil," zeide Rodolphe. "Ik neem de
+schatten mede, maar als ik er dertig sous voor krijg, dan beschouw
+ik dat kunststuk als het dertiende werk van Hercules."
+
+Nadat hij ongeveer vier mijl had afgelegd, slaagde hij er met behulp
+van een welsprekendheid, waarvan hij bij groote gelegenheden het geheim
+bezat, in bij zijn waschvrouw twee francs te leenen, waarvoor hij de
+deelen poëzie, de romances en de buste van Barrot in pand moest geven.
+
+"Kom," zeide hij, toen hij de bruggen weer overging, "dat is tenminste
+de jus, nu moet ik het vleesch nog zien te vinden. Als ik eens naar
+mijn oom ging!"
+
+Een half uur later was hij bij zijn oom Monetti, die op het gelaat
+van zijn neef dadelijk las, waarom het ging. Hij was dus op zijn
+hoede en voorkwam iedere vraag door een serie klachten als:
+
+"Het zijn moeilijke tijden: het brood is duur, de klanten betalen niet,
+de huur moet worden opgebracht, de handel zit in het moeras enz. enz.,"
+en al de verdere huichelachtige klachten van winkeliers.
+
+"Zou je wel willen gelooven," zeide de oom, "dat ik genoodzaakt ben
+geld te leenen van mijn bediende, om een wissel te betalen?"
+
+"Dan hadt u mij even een boodschap moeten sturen," zeide Rodolphe. "Ik
+zou u het geld gaarne geleend hebben; drie dagen geleden heb ik
+tweehonderd francs gekregen."
+
+"Ik vind het heel aardig van je, jongen, maar je hebt zelf je geld
+noodig .... Maar zeg, nu je toch hier bent, zou je wel even een
+paar rekeningen voor me kunnen schrijven, die ik wil laten innen;
+je schrijft zoo'n mooie hand."
+
+"O je, die vijf francs zullen me duur kosten," zeide Rodolphe,
+terwijl hij zich aan het werk zette, dat hij zooveel mogelijk bekortte.
+
+"Beste oom," zeide hij, "daar ik weet, dat u een groot muziekliefhebber
+bent, heb ik een paar entrée's voor u medegebracht."
+
+"Heel vriendelijk van je, jongen. Wil je bij me blijven dineeren?"
+
+"Neen, dank u, oom; ik word in den Fauborg St. Germain op een diner
+verwacht. Ik verkeer zelfs eenigszins in verlegenheid, omdat ik geen
+tijd meer heb om geld te gaan halen, om handschoenen te koopen."
+
+"Heb je geen handschoenen bij je? Wil je de mijne leenen?"
+
+"Dat zal niet gaan; we hebben hetzelfde nummer niet; maar u zoudt
+mij verplichten mij te leenen...."
+
+"Negen-en-twintig sous, om een paar te koopen? Zeker, jongen, daar
+heb je ze. Wanneer je in gezelschap komt, moet je fatsoenlijk voor
+den dag komen. Beter benijd dan beklaagd, zeide je tante altijd. Ik
+ben blij, dat je in betere kringen komt .... Ik zou je wel wat meer
+gegeven hebben, maar ik heb op het oogenblik hier in het kantoor niet
+meer; ik zou naar boven moeten en ik kan den winkel niet alleen laten:
+ieder oogenblik komen er koopers."
+
+"En u vertelde daarnet, dat het zoo slecht met den handel ging!"
+
+Oom Monetti deed, of hij die opmerking niet hoorde en zeide tot zijn
+neef, die de negen-en-twintig sous in zijn zak stak:
+
+"Je behoeft je niet te haasten, om ze terug te geven."
+
+"Wat een gierige brok!" zeide Rodolphe, terwijl hij zich
+wegspoedde. "Nu ontbreken me nog een-en-dertig sous. Waar die
+te vinden? Wacht, een idee, laat ik naar den viersprong van de
+Voorzienigheid gaan."
+
+Dat was de naam, dien Rodolphe gaf aan het meest centrale punt van
+Parijs, d. w. z. het Palais Royal, een plek, waar het bijna onmogelijk
+is tien minuten te blijven staan zonder tien personen te ontmoeten,
+die je kent, vooral schuldeischers.
+
+Rodolphe ging dus op het bordes van het Palais-Royal op wacht
+staan. Ditmaal liet de Voorzienigheid zich lang wachten. Eindelijk
+meende Rodolphe haar te zien. Zij had een witten hoed, een groenen
+paletot en een wandelstok met een gouden knop .... een zeer elegant
+gekleede Voorzienigheid dus.
+
+Het was een voorkomende en bemiddelde, maar eenigszins woordenrijke
+jongeling.
+
+"Ik ben blij je te zien," zeide hij tot Rodolphe; "loop een eindje
+mede, dan kunnen we wat praten."
+
+"Ach, ik zal die woordenmarteling maar ondergaan," mompelde Rodolphe,
+terwijl hij zich door den witten hoed liet medenemen, die hem inderdaad
+zijn trommelvlies half kapot praatte.
+
+Toen zij bij den Pont des Arts kwamen, zeide Rodolphe:
+
+"Ik moet je nu verlaten, daar ik geen geld heb, om de tol voor de
+brug te betalen."
+
+"Kom maar mee," antwoordde de witte hoed, terwijl hij den invalide
+twee sous toewierp.
+
+"Nu is het oogenblik gekomen," dacht de redacteur van de Echarpe
+d'Iris, toen hij de brug overliep; aan het einde ervan bij de klok
+van het Instituut gekomen, bleef Rodolphe plotseling staan, wees met
+een wanhopig gebaar naar de wijzerplaat en riep uit:
+
+"Vervloekt! Kwart voor vijf. Ik ben verloren."
+
+"Wat is er?" zeide de andere verwonderd.
+
+"Wel, dat ik door jouw schuld een rendez-vous verzuim."
+
+"Een belangrijk?"
+
+"Dat zou ik denken .... Ik moest om vijf uur geld gaan halen .... in
+Batignolles .... Ik zal er nooit op tijd zijn .... Bliksems! Wat moet
+ik beginnen?"
+
+"Dat is nogal eenvoudig," zeide de woordenrijke, "ga met mij mee naar
+huis, dan zal ik je wat leenen."
+
+"Onmogelijk! Je woont in Montrouge, en om zes uur moet ik voor een
+zaak in de Chaussée-d'Antin zijn .... Een beroerde geschiedenis!"
+
+"Ik heb wel een paar sous op zak," zeide de Voorzienigheid bescheiden
+.... "maar niet veel."
+
+"Als ik genoeg had om een bakje te nemen, dan zou ik misschien nog
+op tijd in Batignolles kunnen zijn."
+
+"Hier heb je den inhoud van mijn beurs, mijn waarde, een-en-dertig
+sous."
+
+"Geef maar gauw hier, dan maak ik, dat ik weg kom!" zeide Rodolphe,
+die het vijf uur had hooren slaan, en hij haastte zich naar de plaats
+van zijn rendez-vous.
+
+"Dat is een heele toer geweest," zeide hij, terwijl hij zijn geld
+telde. "Honderd sous, precies op den kop af. Enfin, ik ben nu
+gered, en Laure zal zien, dat zij te doen heeft met een man, die
+savoir-vivre heeft. Ik wil vanavond met geen centime thuis komen. Ik
+moet de litteratuur weer tot eer brengen en bewijzen, dat het haar
+beoefenaars slechts aan geld ontbreekt, om rijk te zijn."
+
+Rodolphe vond mademoiselle Laure op de afgesproken plaats.
+
+"Nou," zeide hij tot zichzelf, "wat stiptheid betreft, lijkt zij wel
+een chronometer."
+
+Hij bracht den avond met haar door en smolt zijn vijf francs dapper
+in den smeltkroes der verkwisting. Mademoiselle Laure was verrukt
+over zijn manieren en was wel zoo goed eerst te merken, dat Rodolphe
+haar niet naar haar huis terugbracht vóór het oogenblik, dat hij haar
+zijn kamer liet binnentreden.
+
+"Het is verkeerd wat ik doe," zeide zij. "Zorg, dat ik er geen berouw
+over moet hebben door een ondankbaarheid, die uw sexe eigen is."
+
+"Madame," zeide Rodolphe, "ik sta bekend voor mijn bestendigheid, en
+wel in dien mate, dat al mijn vrienden zich over mijn trouw verwonderen
+en mij den bijnaam gegeven hebben van generaal Bertrand der Liefde."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+DE WITTE VIOOLTJES.
+
+
+In dien tijd was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle, die
+hem niet kon uitstaan, en de thermometer van den ingenieur Chevalier
+wees twaalf graden onder nul.
+
+Mademoiselle Angèle was de dochter van mijnheer Monetti, den
+kachelsmid-rookverdrijver, over wien we reeds meermalen gelegenheid
+hadden te spreken. Mademoiselle Angèle was achttien jaar en pas
+terug uit Bourgondië, waar zij vijf jaar doorgebracht had bij een
+bloedverwante, van wie zij later moest erven. Die bloedverwante
+was een oude vrouw, die nooit jong of mooi geweest was, maar altijd
+kwaadaardig, niettegenstaande of liever omdat zij vroom was. Angèle,
+die bij haar vertrek een bekoorlijk kind was, dat in haar jonge jaren
+reeds een bekoorlijk meisje beloofde te worden, kwam na verloop van
+vijf jaar als een knap, maar koel, droog, ongevoelig jong meisje
+terug. Het teruggetrokken provincieleven, de overdreven godsdienstige
+oefeningen en de bekrompen beginselen, volgens welke zij was opgevoed,
+hadden haar geest vervuld met vulgaire en dwaze vooroordeelen,
+haar phantasie lam geslagen en van haar hart een orgaan gemaakt,
+dat zich er toe bepaalde zijn functie als bloedsomloop-regulateur te
+vervullen. Angèle had, om zoo te zeggen, wijwater in plaats van bloed
+in haar aderen. Bij haar terugkeer ontving zij hem met een ijskoude
+reserve en Rodolphe trachtte ieder oogenblik vergeefs in haar de
+teedere snaar der herinneringen weer te doen trillen, herinneringen
+uit den tijd, toen zij samen de amourette à la Paul et Virginie
+gespeeld hadden, die tusschen neef en nicht zoo dikwijls gespeeld
+wordt. Toch was Rodolphe doodelijk verliefd op zijn nicht Angèle,
+die hem niet kon uitstaan; en toen hij op een goeden dag hoorde, dat
+het jonge meisje binnenkort naar een bal, dat ter gelegenheid van het
+huwelijk van een harer vriendinnen gegeven werd, zou gaan, liet hij
+zich door zijn hartstocht zoo ver medesleepen, dat hij Angèle voor dat
+bal een bouquet viooltjes beloofde. En na toestemming van haar vader
+gekregen te hebben, nam Angèle het galante aanbod van haar neef aan,
+waarbij zij er echter op aandrong, dat zij witte viooltjes zou krijgen.
+
+Gelukkig door de beminlijk- en vriendelijkheid van zijn nicht, ging
+hij dansend en zingend naar zijn "St. Bernard" terug. Zoo noemde hij
+zijn toenmalig domicilie; waarom zullen we dadelijk zien. Toen hij
+door het Paleis Royal ging en voorbij den winkel van madame Provost,
+de beroemde bloemiste, kwam, zag hij witte viooltjes in de etalage;
+uit nieuwsgierigheid liep hij naar binnen, om den prijs ervan te
+vragen. Een eenigszins toonbare bouquet kostte niet minder dan tien
+francs, doch er bestonden er, die nog duurder waren.
+
+"Alle duivels!" zeide Rodolphe; "tien francs, en nog maar acht dagen
+tijd, om dat millioen te vinden. Dat zal moeite kosten; maar dat is
+minder, mijn nicht krijgt haar bouquet. Ik heb al een idée."
+
+Dit avontuur overkwam Rodolphe in den tijd, dat hij nog in zijn
+litteraire genesis was. Al zijn inkomsten bestonden toen uit een
+maandelijksche toelage van vijftien francs, welke hem toegekend
+was door een van zijn vrienden, een groot dichter, die na een lang
+verblijf te Parijs met behulp van de noodige kruiwagens schoolmeester
+in de provincie geworden was. Rodolphe, aan wiens wieg de verkwisting
+als peet gestaan had, kwam met die toelage precies vier dagen rond;
+en daar hij het gewijde, maar weinig productieve beroep van elegisch
+dichter niet wilde opgeven, leefde hij de rest van de maand van die
+manna van het toeval, welke langzaam uit de korven der Voorzienigheid
+druppelt. Doch die vastentijd had voor hem geen verschrikkingen;
+hij bracht dien vroolijk door dank zij een stoïsche matigheid
+en de schatten der phantasie, die hij dagelijks uitgaf, om den
+eersten der maand te bereiken, dien Paaschdag, welke een einde
+maakte aan zijn lijdenstijd. Rodolphe woonde toentertijd in de rue
+Contrescarpe-Saint-Marcel in een groot gebouw, dat vroeger het hôtel
+de l'Eminence grise heette, omdat vader Joseph, de vervloekte ziel van
+Richelieu, daar gewoond zou hebben. Rodolphe woonde op de bovenste
+verdieping van dat huis, een der hoogste van Parijs. Zijn kamer,
+een soort belvédère, was in den zomer een heerlijke verblijfplaats;
+maar van October tot April was het een klein Kamschatka. De vier
+hoofdwinden, die door de vier vensters drongen, kwamen er gedurende
+den geheelen winter de meest woeste quatuors uitvoeren. Als een ironie
+zag men er nog een grooten schoorsteen, waarvan de groote opening een
+eerepoort scheen te zijn voor Borreas [21] en zijn gevolg. Dadelijk bij
+het intreden van de eerste koude had Rodolphe zijn toevlucht genomen
+tot een bijzonder verwarmingssysteem, hij had namelijk de weinige
+meubelen, die hij bezat, in regelmatige stukken gezaagd en na verloop
+van acht dagen was zijn meubilair aanzienlijk verminderd; hij hield
+niet meer dan zijn bed en twee stoelen over, waarbij de eerlijkheid nog
+gebiedt te zeggen, dat die meubelen van ijzer waren en dus van nature
+tegen brand verzekerd waren. Rodolphe had voor dit verwarmingsstelsel
+den naam: "verhuizen door den schoorsteen" uitgedacht.
+
+We waren dus in het midden van Januari, en de thermometer, die op den
+Quai des Lunettes twaalf graden aanwees, zou zeker nog twee of drie
+graden gedaald zijn, indien hij overgebracht was naar den belvédère,
+waaraan Rodolphe de bijnamen St. Bernard, Spitsbergen en Siberië
+gegeven had.
+
+Den avond, waarop hij aan zijn nicht witte viooltjes beloofd had,
+geraakte Rodolphe bij zijn thuiskomst in een heftige woede: de vier
+hoofdwinden hadden bij hun spel in de vier hoeken der kamer nog een
+ruit gebroken. Dat was in de laatste veertien dagen de derde. Rodolphe
+barstte in woedende vervloekingen tegen Aeolus en zijn heele familie
+Breekal los. Na dit nieuwe gat met het portret van een van zijn
+vrienden gestopt te hebben, ging Rodolphe geheel gekleed tusschen de
+twee wollen planken, die hij zijn matras noemde, liggen en droomde
+den geheelen nacht van witte viooltjes.
+
+Vijf dagen later had Rodolphe nog geen enkel middel gevonden, dat
+hem zou kunnen helpen zijn droom te verwezenlijken, en toch moest hij
+acht-en-veertig uur later den bouquet aan zijn nicht geven. Gedurende
+dien tijd was de thermometer nog meer gedaald, en de ongelukkige
+dichter was de wanhoop nabij bij de gedachte, dat de viooltjes
+nog duurder geworden zouden zijn. Eindelijk had de Voorzienigheid
+medelijden met hem en kwam hem op de volgende wijze te hulp.
+
+Toen hij op een goeden morgen toevallig bij zijn vriend Marcel, den
+schilder, ging dejeuneeren, vond hij hem in gesprek met een dame in
+den rouw. Het was een weduwe, wier man pas kort geleden gestorven
+was; zij kwam hem vragen naar den prijs van een manlijke hand, die
+met het opschrift:
+
+
+ "Ik wacht u, geliefde vrouw"
+
+
+geschilderd moest worden op het grafteeken, dat zij voor haar man
+had laten oprichten.
+
+Om het kunstwerk goedkooper te krijgen, liet zij den artist in den
+loop van het gesprek doorschemeren, dat hij, wanneer God haar weer
+met haar echtgenoot zou vereenigen, een tweede hand te schilderen zou
+krijgen, haar met een armband versierde hand, en wel met een nieuw
+opschrift, luidende:
+
+
+ "Eindelijk heeft God ons vereenigd"
+
+
+"Ik zal die beschikking in mijn testament zetten," zeide de weduwe,
+"met mijn uitdrukkelijken wil, dat u met de uitvoering ervan belast
+zult worden."
+
+"In dat geval, mevrouw," antwoordde de artist, "neem ik den prijs, die
+u mij voorstelt, aan, maar dan reken ik ook op den handdruk. Vergeet
+niet mij in uw testament te zetten."
+
+"Ook zou ik graag zien, dat het werk zoo gauw mogelijk gereed was,"
+zeide de weduwe; "maar neem er uw tijd voor, en vergeet vooral het
+litteeken op den duim niet. Ik wil een goed gelijkende hand."
+
+"Zij zal sprekend zijn, mevrouw, wees gerust," zeide Marcel, terwijl
+hij de weduwe uitliet. Doch op den drempel keerde zij zich weer om.
+
+"O ja, ik wou u nog graag wat vragen; ik zou graag op het graf van
+mijn man nog een vers laten aanbrengen, waarin de edele levenswandel
+en de laatste woorden, die hij op zijn sterfbed gesproken heeft,
+vermeld worden. Staat dat voornaam?"
+
+"Zeer voornaam .... men noemt dat een epitaphium .... het is heel
+voornaam."
+
+"Kent u niet iemand, die dat goedkoop voor mij zou kunnen maken? Ik
+heb wel een buurman, mijnheer Guérin, den openbaren schrijver, maar
+die is zoo peperduur."
+
+Bij die woorden wierp Rodolphe Marcel een blik toe, dien deze dadelijk
+begreep.
+
+"Mevrouw," zeide de schilder en wees op Rodolphe, "een gelukkig
+toeval heeft hier den persoon heen gevoerd, die u in deze droevige
+omstandigheden zou kunnen helpen. Mijnheer hier is een uitstekend
+dichter, u zoudt geen beteren kunnen vinden."
+
+"Ik zou er zeer op staan, dat het heel treurige verzen zijn," zeide
+de weduwe, "en dat er geen spelfouten in voor komen."
+
+"Mevrouw," antwoordde Marcel, "mijn vriend kent de orthographie op
+zijn duimpje: hij heeft op het college alle prijzen gewonnen."
+
+"Zoo," zeide de weduwe; "mijn neefje heeft laatst ook een prijs
+gekregen; en hij is toch pas zeven jaar."
+
+"Een zeer voorspoedig kind, mevrouw," was Marcels antwoord.
+
+"Maar," drong de weduwe aan, "kan mijnheer ook treurige verzen maken?"
+
+"Beter dan wie ook, mevrouw, want hij heeft veel verdriet in zijn
+leven gehad. Mijn vriend munt uit in treurige verzen; dat verwijten
+de couranten hem zelfs wel eens."
+
+"Wat?" riep de weduwe uit, "wordt er over hem in de couranten
+geschreven? Dan is hij zeker even knap als mijnheer Guérin, de
+openbare schrijver!"
+
+"O, nog veel knapper! Wend u maar tot hem, mevrouw, u zult er geen
+berouw over hebben."
+
+Nadat de weduwe den dichter de bedoeling van het opschrift in verzen,
+dat zij op het graf van haar man wilde laten aanbrengen, uiteengezet
+had, stemde zij erin toe Rodolphe tien francs te geven, als het gedicht
+in haar smaak viel; maar zij wilde de verzen heel gauw hebben. De
+dichter beloofde ze haar den volgenden dag reeds door bemiddeling
+van zijn vriend te zullen doen toekomen.
+
+"O goede fee Artemisia," riep Rodolphe uit, toen de weduwe weg was,
+"ik zweer je, dat je tevreden zult zijn; ik zal je een goede maat
+dooden-lyriek geven, en mijn orthographie zal beter zijn dan die
+van een hertogin. O goed oudje, moge, om u te beloonen, de hemel je
+honderdzeven jaar laten leven evenals goede brandewijn!"
+
+"Daar kom ik tegen op!" riep Marcel uit.
+
+"Dat is waar ook!" zeide Rodolphe; "ik zou bijna vergeten, dat je
+na haar dood nog een tweede hand te schilderen krijgt, en zoo'n lang
+leven je dat geld dus zou doen verliezen." En zijn handen ten hemel
+heffend, bad hij: "O, lieve God, verhoor mijn gebed niet! Hè," voegde
+hij er aan toe, "dat is een bofje, dat ik hierheen gekomen ben."
+
+"Ja, wat kwam je eigenlijk hier doen?" vroeg Marcel.
+
+"Daar denk ik nu ook weer aan en vooral nu ik, om dat gedicht te
+maken, den geheelen nacht op zal moeten blijven zitten, kan ik dat,
+wat ik je kwam vragen, onmogelijk missen, n.l. 1e. wat eten; 2e. wat
+tabak en een kaars; 3e. je ijsberencostuum."
+
+"Ga je naar een bal masqué? O ja, dat is waar ook, vanavond wordt
+het eerste gegeven."
+
+"Neen, dat niet; maar zooals je me hier ziet, ben ik even bevroren
+als het groote leger op zijn terugtocht uit Rusland. Mijn groen
+wollen paletot en mijn broek van Schotsch merinos zijn ongetwijfeld
+heel mooi, maar toch beter geschikt voor de lente en om onder den
+equator te wonen; wanneer je echter, zooals ik, je tenten onder den
+pool hebt opgeslagen, is een ijsberencostuum passender, ik zou bijna
+zeggen, onmisbaar."
+
+"Daar heb je de pels," zeide Marcel. "Het denkbeeld is niet kwaad,
+het beest heeft een vurig gestel, en je zult je erin voelen als een
+brood in een oven."
+
+Rodolphe was intusschen reeds in de huid van het dier gekropen.
+
+"Wat zal mijn thermometer gloeiend boos worden," zeide hij.
+
+"Wil je in dat costuum de straat op?" zeide Marcel tot zijn vriend,
+toen zij hun geheimzinnig diner, dat in schalen van vijf centimes
+opgediend werd, naar binnen hadden gewerkt.
+
+"Ik heb maling aan de heele wereld," zeide Rodolphe; "en bovendien
+begint vandaag het carnaval."
+
+En hij doorliep werkelijk heel Parijs in de ernstige houding van den
+viervoeter, in wiens huid hij zich gestoken had. En toen hij voorbij
+den thermometer van den ingenieur Chevalier kwam, trok hij er een
+langen neus tegen.
+
+Toen hij, niet zonder zijn concierge de stuipen van schrik op het lijf
+gejaagd te hebben, weer boven op zijn kamer was, stak de dichter zijn
+kaars aan, die hij, om de moedwillige streken van de Noordenwinden te
+voorkomen, met een doorschijnend stuk papier omgaf, en ging dadelijk
+aan het werk. Maar al heel gauw kwam hij tot de ontdekking, dat,
+al was zijn lichaam vrijwel tegen de koude beschermd, zijn handen
+het niet waren; en hij had nog geen twee verzen van zijn epitaphium
+op het papier, of zijn vingers begonnen te tintelen van de koude en
+lieten de pen vallen.
+
+"Tegen de elementen kan zelfs de moedigste niet op," zeide Rodolphe,
+die zich wanhopig achterover in zijn stoel liet vallen. "Caesar heeft
+wel den Rubicon overgestoken, maar over de Beresina had hij nooit
+kunnen komen."
+
+Plotseling echter ontsnapte een kreet van vreugde aan het diepst van
+zijn berenborst en stond hij zoo bruusk op, dat hij een deel van zijn
+inkt liet vallen op het smettelooze wit van zijn pels: hij had een
+idée, een nieuwen druk van het denkbeeld van Chatterton.
+
+Hij haalde onder zijn bed een grooten stapel papieren te voorschijn,
+waaronder zich een dozijn reusachtige manuscripten van zijn beroemd
+drama Le Vengeur bevond. Dit drama, waaraan hij twee jaar gewerkt
+had, was zoo dikwijls over- en omgewerkt, dat de gezamenlijke copieën
+een gewicht van zeven kilogram vormden. Rodolphe legde het jongste
+manuscript ter zijde en sleepte de overige naar den schoorsteen.
+
+"Ik wist wel, dat het nog eens geplaatst zou worden," riep hij uit
+.... "je moet echter geduld weten te hebben! Dat is toch zeker een
+flink takkenbosje proza. O, als ik geweten had, wat er gebeuren zou,
+dan had ik er nog een voorspel bij gemaakt en zou ik nu meer brandstof
+hebben .... Maar je kunt niet alles van te voren weten."
+
+En hij stak eenige bladen van het manuscript in brand en ontdooide
+zijn handen bij de vlammen daarvan. Na vijf minuten was het eerste
+bedrijf van Le Vengeur afgespeeld en had Rodolphe drie verzen van
+zijn epitaphium gereed.
+
+Niets ter wereld zou de verbazing der vier hoofdwinden hebben kunnen
+schilderen, toen zij vuur in de haard zagen.
+
+"Dat is gezichtsbedrog," blies de Noordenwind, die vroolijk in de
+berenharen van Rodolphe speelde.
+
+"Als we eens in den schoorsteen gingen blazen," antwoordde een andere
+wind, "dan zou de haard heerlijk gaan rooken."
+
+Maar juist toen zij den armen Rodolphe wilden gaan kwellen en
+treiteren, zag de Zuidenwind mijnheer Arago voor een raam van het
+observatorium zitten, vanwaar de geleerde met zijn vinger de vier
+winden dreigde.
+
+Onmiddellijk riep de Zuidenwind zijn broeders toe: "Laten we maken,
+dat we weg komen, de almanak geeft voor dezen nacht stil weer aan;
+wij zijn dus in tegenspraak met de sterrenwacht, en als we om twaalf
+uur niet thuis zijn, zal mijnheer Arago ons school laten blijven."
+
+Gedurende dien tijd brandde het tweede bedrijf van Le Vengeur met
+groot succes. En Rodolphe had tien verzen geschreven. Maar tijdens
+den duur van het derde bedrijf kon hij er slechts twee schrijven.
+
+"Ik heb altijd gevonden, dat die acte te kort was," mompelde Rodolphe;
+"maar je merkt die fouten altijd pas bij de opvoering. Gelukkig zal
+het volgende bedrijf langer duren: drie-en-twintig scènes, waaronder
+de troonscène, die het tooneel van mijn roem had moeten zijn."
+
+De slotwoorden der troonscène gingen in vlammen op, toen Rodolphe
+nog een strophe van zes regels te schrijven had.
+
+"En nu het vierde bedrijf," zei hij, terwijl zijn gezicht van dichtvuur
+gloeide. "Dat zal wel vijf minuten duren, het is heelemaal monoloog."
+
+Hij ging over tot de ontknooping, die opvlamde en onmiddellijk weer
+uitging. Op hetzelfde oogenblik vatte Rodolphe de laatste woorden
+van den overledene, te wiens verheerlijking hij gewerkt had, in een
+prachtvolle lyrische ontboezeming samen.
+
+"Er blijft nog genoeg over voor een tweede opvoering," zeide hij,
+terwijl hij de overgebleven manuscripten weer onder het bed schoof.
+
+
+
+Den volgenden avond om acht uur deed mademoiselle Angèle haar
+intrede in de balzaal met een prachtigen bouquet witte viooltjes,
+in het midden waarvan twee pas-ontloken witte rozen prijkten. Den
+geheelen avond kreeg zij om dien bouquet complimentjes van de
+dames en galante vleierijen van de heeren te hooren. Angèle was
+haar neef, die haar al die kleine voldoeningen van haar eigenliefde
+verschaft had, dan ook wel eenigermate dankbaar, en misschien zou
+zij, wanneer een bloedverwant der bruid, met wien zij verscheidene
+malen gedanst had, niet steeds om haar heen gedraaid had, nog meer
+aan hem gedacht hebben. Dat familielid was een jonge blonde man met
+een prachtige, kurkentrekkerachtig opgedraaide snor, de echte angel,
+waaraan onervaren jonge meisjesharten blijven hangen. De jonge man
+had Angèle reeds gevraagd om de twee witte rozen, die alleen nog
+waren overgebleven van den bouquet, waarvan iedereen een viooltje
+geplukt had .... Maar Angèle had geweigerd, doch alleen om ze tegen
+het einde van het bal te lagen liggen op een stoeltje, waarvan de
+blonde jongeling ze onmiddellijk ging weghalen.
+
+Op dat oogenblik vroor het veertien graden in den belvédère van
+Rodolphe, die, geleund voor zijn venster, in de richting van de
+barrière du Maine keek naar de lichten van de balzaal, waar Angèle
+danste, die hem niet uit kon staan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+DE STORMKAAP.
+
+
+Er zijn in de maanden, waarin een kwartaal begint, angstwekkende
+oogenblikken, gewoonlijk de 1ste en de 15de. Rodolphe, die deze beide
+data nooit zonder schrik zag naderen, noemde ze de "Stormkaap". Dien
+dag opent niet Aurora de poorten van het Oosten, maar schuldeischers,
+huiseigenaars, deurwaarders en andere geldzakdragers staan buiten de
+deur. Die dag begint met een plasregen van aanmaningen, rekeningen
+en wissels en eindigt met een hagelbui van protesten, dies irae!
+
+In den ochtend van zoo'n 15den April lag Rodolphe rustig te slapen
+.... en droomde, dat een van zijn ooms hem bij testament een geheele
+provincie van Peru had vermaakt .... met alle Peruaansche schoonen
+erin begrepen.
+
+Terwijl hij daar midden in een imaginairen Pactolus rondzwom, kwam het
+geluid van een sleutel, die in het slot ronddraaide, den ingebeelden
+erfgenaam op het schitterendste oogenblik van zijn gouden droom storen.
+
+Rodolphe ging rechtop in zijn bed zitten en keek slaapdronken om
+zich heen.
+
+Hij zag toen vaag in het midden van zijn kamer een man staan, die
+pas binnengekomen was, .... en wat voor een man!
+
+De matineuse vreemdeling had een driekanten hoed op, een lederen
+geldzak op zijn rug en een grooten portefeuille in zijn hand; hij had
+een grijzen linnen rok met staanden kraag aan en scheen buiten adem
+van het klimmen naar de vijfde verdieping. Zijn manier van optreden
+was zeer vriendelijk en minzaam en zijn gang was klankrijk als wanneer
+het kantoor van een bankier aan het wandelen zou gaan.
+
+Rodolphe was een oogenblik angstig; hij meende, bij den aanblik van
+den driekanten hoed en den rok, een politie-agent voor zich te zien.
+
+Maar het zien van den vrij goed gespekten geldzak genas hem van
+zijn dwaling.
+
+"O, nu begrijp ik het," dacht hij, "dat is een voorschot op mijn
+erfenis en die man komt van de Eilanden .... Maar waarom is hij dan
+geen neger?" Hij gaf den onbekende een wenk en zeide, op den geldzak
+wijzend:
+
+"Ik weet wat het is. Leg hem daar maar neer. Dank je wel."
+
+De vreemdeling was een wissellooper van de Banque de France en hield,
+als antwoord op Rodolphe's uitnoodiging, dezen een klein papiertje
+met veelkleurige teekens en cijfers onder den neus.
+
+"U wilt een bewijs van ontvangst?" vroeg Rodolphe. "Ja, dat hoort
+zoo. Geef me maar even pen en inkt."
+
+"Neen, ik kom zelf wat ontvangen," antwoordde de wissellooper;
+"een bedrag van honderdvijftig francs. Het is vandaag 15 April."
+
+"Ach zoo!" zeide Rodolphe, terwijl hij den wissel bekeek.... "Order
+Birmann, dat is mijn kleermaker .... Helaas!" voegde hij er
+droefgeestig aan toe, terwijl hij afwisselend naar de over het bed
+liggende overjas en naar den wissel keek, "de oorzaken verdwijnen,
+maar de gevolgen blijven. Wat, is het vandaag 15 April! Merkwaardig! Ik
+heb nog geen aardbeien gegeten!"
+
+De wissellooper, wien dat gepraat begon te vervelen, ging weg en
+zeide tot Rodolphe: "U hebt tot vier uur tijd om te betalen!"
+
+"Voor eerlijke menschen is er geen uur," antwoordde Rodolphe. "De
+intrigant", voegde hij er woedend aan toe, terwijl hij met zijn
+blikken den financier met zijn driekanten hoed volgde; "hij neemt
+zijn geldzak weer mee."
+
+Rodolphe trok de gordijnen van zijn bed dicht en trachtte weer den
+weg van zijn erfenis terug te vinden; maar hij vergiste zich in
+de richting en kwam trotsch en wel terecht in een droom, waarin de
+directeur van het Théâtre-Français hem heel nederig een drama voor
+zijn schouwburg kwam vragen en Rodolphe, met de gebruiken bekend,
+een voorschot vroeg. Maar juist op het oogenblik, dat de directeur
+door den zuren appel scheen te willen bijten, werd de slaper opnieuw
+half wakker gemaakt door het binnenkomen van een tweeden persoon,
+een nieuw creatuur van den 15den April.
+
+Het was mijnheer Benoît, de eigenaar van het hotel garni, waarin
+Rodolphe woonde; mijnheer Benoît was tegelijkertijd de huisheer, de
+schoenmaker en woekeraar voor zijn huurders; dien ochtend rook mijnheer
+Benoît sterk naar slechten brandewijn en vervallen rekeningen. Ook
+hij had een ledigen zak in zijn hand.
+
+"Duivels!" dacht Rodolphe; "dat is de directeur van het
+Théâtre-Français niet .... die zou een witte das dragen .... en zijn
+geldzak zou gevuld zijn!"
+
+"Morgen, mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, op het bed
+toetredend.
+
+"Mijnheer Benoît .... bonjour! Wat verschaft mij de eer van uw bezoek?"
+
+"Ach, ik wilde u komen zeggen, dat het vandaag 15 April is!"
+
+"Nu al? Wat gaat de tijd toch gauw! Het is ongelooflijk. Ik zal
+een nanking-broek moeten koopen. 15 April. Lieve Hemel, zonder u,
+mijnheer Benoît zou ik er nooit aan gedacht hebben. Wat een dank ben
+ik u verschuldigd!"
+
+"U bent me ook honderd twee-en-zestig francs schuldig," viel mijnheer
+Benoît hem in de rede. "En het wordt tijd, dat wij die kleine rekening
+eens in orde maken!"
+
+"Ik heb absoluut geen haast, mijnheer Benoît .... Ik wil u graag tijd
+geven .... Die kleine rekening zal nog wel grooter worden ...."
+
+"Maar u hebt mij al zoo dikwijls uitgesteld," merkte de huisheer op.
+
+"Nu, dan zullen we de zaak in orde maken, mijnheer Benoît, het is mij
+precies hetzelfde, vandaag of morgen ... En bovendien zijn we allen
+sterfelijk .... Laten we dus de zaak in orde maken ...."
+
+Een beminlijke glimlach speelde bij die woorden over het gerimpelde
+gelaat van mijnheer Benoît; en zelfs zijn geldzak blies zich tot
+hoopvolle verwachting op.
+
+"Wat ben ik u schuldig?" vroeg Rodolphe.
+
+"In de eerste plaats een kwartaal huur tegen vijf-en-twintig francs
+per maand, dat maakt vijf-en-zeventig francs."
+
+"Vergissingen buitengesloten," zeide Rodolphe. "En verder?"
+
+"Verder drie paar schoenen à twintig francs."
+
+"Een oogenblikje, mijnheer Benoît, een oogenblikje; laten we de
+zaken niet verwarren; ik heb nu niet meer te doen met den huisheer,
+maar met den laarzenmaker ... ik verlang daarvoor een afzonderlijke
+rekening. Cijfers zijn ernstige dingen, daarbij moet je geen abuizen
+maken."
+
+"Voor mijn part," zeide mijnheer Benoît, zacht gestemd door de hoop,
+dat hij eindelijk het woord: Voldaan onder de rekening zou kunnen
+zetten. "Hier is een afzonderlijke nota voor het schoeisel. Drie paar
+schoenen à twintig francs, maakt zestig francs."
+
+Rodolphe wierp een medelijdenden blik op een paar afgeloopen schoenen.
+
+"Helaas!" dacht hij, "wanneer de Wandelende Jood ze gedragen had,
+zouden ze in geen deerniswaardiger toestand kunnen zijn. En toch
+zijn ze door het naloopen van Marie zoo versleten .... Ga verder,
+mijnheer Benoît."
+
+"Ik zeide dus zestig francs," herhaalde deze. "Verder geleend
+zeven-en-twintig francs."
+
+"Wacht even, mijnheer Benoît. We hebben afgesproken, dat iedere
+heilige zijn eigen nis zou krijgen. U hebt mij dat geld geleend als
+vriend. Laten wij dus het gebied van het schoeisel verlaten en die
+van het vertrouwen en van de vriendschap, welke een afzonderlijke
+rekening vereischen, betreden. Hoe hoog loopt uw vriendschap voor mij?"
+
+"Zeven-en-twintig francs."
+
+"Zeven-en-twintig francs. Dan hebt u een vriend voor een koopje,
+mijnheer Benoît. Enfin, laten we eens optellen: Vijf-en-zeventig,
+zestig en zeven-en-twintig ... Dat is samen?"
+
+"Honderd twee-en-zestig francs," zeide mijnheer Benoît en presenteerde
+tegelijk de drie nota's.
+
+"Honderd twee-en-zestig francs," zeide Rodolphe .... "dat is
+merkwaardig. Wat is optellen toch een mooie kunst. Welnu, mijnheer
+Benoît, nu de rekening in orde gebracht is, kunnen we beiden gerust
+zijn en weten we waar we ons aan te houden hebben. De volgende maand
+zal ik u vragen de rekening voor Voldaan te teekenen, en daar in dien
+tijd het vertrouwen en de vriendschap, die gij voor mij koestert,
+slechts grooter kunnen worden, zult u mij voor het geval, dat dit
+noodig mocht zijn, opnieuw uitstel willen geven. Inmiddels zou ik,
+wanneer de huisheer en de laarzenmaker al te veel op betaling
+aandringen, den vriend vragen hen tot rede te brengen. Het is
+merkwaardig, mijnheer Benoît, maar telkens als ik aan uw drievoudige
+qualiteit van huisheer, laarzenmaker en vriend denk, voel ik de
+neiging in mij opkomen aan de Drieëenheid te gelooven."
+
+Terwijl Rodolphe sprak, was de huisheer tegelijk rood, groen, geel
+en wit geworden, en bij iedere nieuwe spotternij van zijn huurder nam
+deze regenboog der woede op zijn gelaat een meer intensieve kleur aan.
+
+"Mijnheer," antwoordde hij ten slotte, "ik houd er niet van voor den
+gek gehouden te worden. Ik heb lang genoeg gewacht. Ik zeg u de kamer
+op en indien u mij vanavond het geld niet geeft .... zal ik zien wat
+mij te doen staat ...."
+
+"Geld! Geld! Vraag ik van u geld?" zeide Rodolphe. "En bovendien,
+zelfs al had ik het, dan zou ik het u niet geven .... het is vandaag
+Vrijdag, en dat brengt ongeluk aan ...."
+
+De woede van mijnheer Benoît wakkerde aan tot een orkaan; en indien
+de meubelen niet zijn eigendom geweest waren, zou hij ongetwijfeld
+de pooten van een fauteuil stuk geslagen hebben.
+
+In plaats daarvan ging hij, bedreigingen mompelend, weg.
+
+"U vergeet uw geldzak!" riep Rodolphe hem achterna.
+
+"Wat een baantje!" mompelde de jonge man, toen hij alleen was. "Ik
+zou nog liever leeuwentemmer zijn."
+
+"Maar," ging Rodolphe voort, terwijl hij uit zijn bed sprong en zich
+vlug aankleedde, "hier kan ik niet blijven. De invasie der geallieerden
+zal hiermede nog wel niet geëindigd zijn. Ik moet vluchten, moet
+zelfs ontbijten. Wacht, als ik eens naar Schaunard ging. Ik kan bij
+hem eten en hem een paar sous te leen vragen. Honderd francs zullen
+voldoende voor mij zijn.... Naar Schaunard dus...."
+
+Terwijl hij de trap afging, kwam hij mijnheer Benoît tegen, die
+bij zijn andere huurders nieuwe échecs geleden had, wat zijn ledige
+geldzak, in deze omstandigheden een luxevoorwerp, duidelijk aantoonde.
+
+"Wanneer iemand naar me vraagt, moet u maar zeggen, dat ik buiten
+ben ... in de Alpen of zoo ...." zeide Rodolphe. "Of nog beter,
+dat ik hier niet meer woon."
+
+"Dan zeg ik tenminste de waarheid," bromde mijnheer Benoît, terwijl
+hij aan zijn woorden een bijzonderen nadruk gaf.
+
+Schaunard woonde in Montmartre. Dus moest Rodolphe heel Parijs
+door. Die wandeling was voor Rodolphe allergevaarlijkst.
+
+"Vandaag," zeide hij tot zichzelf, "zijn de straten met schuldeischers
+geplaveid."
+
+Toch ging hij niet, zooals hij eigenlijk het liefst gedaan had, de
+buitenboulevards. Een phantastische hoop drong hem den gevaarlijken
+weg door het centrum van Parijs te volgen. Op een dag, dat de
+millioenen in het openbaar op den rug der wisselloopers wandelen,
+dacht Rodolphe, zou het heel goed kunnen gebeuren, dat een onderweg
+vergeten billet van duizend francs op zijn Vincentius de Paula [22]
+lag te wachten. Hij liep daarom langzaam en met zijn hoofd naar den
+grond. Doch hij vond slechts twee spelden.
+
+Na verloop van twee uur kwam hij eindelijk bij Schaunard aan.
+
+"Zoo, ben jij het?" zeide deze.
+
+"Ja, ik kom vragen, of ik bij je dejeuneeren mag."
+
+"O je, dat treft slecht; ik heb zoo juist bezoek gehad van mijn
+maîtresse, die ik in geen veertien daag gezien had; als je tien
+minuten eerder was gekomen ...."
+
+"Maar heb je dan niet een honderd francs voor me te leen?" viel
+Rodolphe hem in de rede.
+
+"Wat?" antwoordde Schaunard vol verbazing; "kom jij me ook al geld
+vragen? Schaar je je bij mijn vijanden?"
+
+"Ik zal ze je Maandag teruggeven."
+
+"Of met St. Juttemis. Maar ben je dan vergeten, mijn waarde, welke
+dag het vandaag is. Ik kan je onmogelijk helpen. Maar je behoeft
+niet te wanhopen, de dag is nog niet om. Je kunt de Voorzienigheid
+nog tegenkomen, die staat nooit vòòr twaalven op."
+
+"Lieve Hemel!" zeide Rodolphe; "de Voorzienigheid heeft het veel te
+druk met de vogeltjes. Ik zal liever maar naar Marcel gaan."
+
+Marcel woonde toentertijd in de rue de Bréda. Rodolphe vond hem in
+een gedrukte stemming zitten voor zijn groot doek, dat den doortocht
+door de Roode Zee moest voorstellen.
+
+"Wat scheelt eraan?" vroeg Rodolphe bij zijn binnenkomen, "je ziet
+er zoo in-bedroefd uit."
+
+"Ach God!" zeide de dichter; "ik leef nu al veertien dagen in de
+Stille Week."
+
+Voor Rodolphe was dit allegorische antwoord zoo helder als bronwater.
+
+"Gezouten haring en ramenas! Dat ken ik!"
+
+Inderdaad voelde Rodolphe nog altijd een zouten smaak in zijn mond,
+wanneer hij dacht aan den tijd, dat hij tot het exclusieve gebruik
+van die visschen gedoemd was.
+
+"Alle duivels!" zeide hij, "dat is ernstig! Ik kwam je juist honderd
+francs vragen."
+
+"Honderd francs!" zeide Marcel .... "Je zweeft dus altijd nog in
+fantastische regionen. Me deze mythologische som te komen vragen
+op een tijdstip, dat je geregeld onder den aequator van de misère
+zit. Heb je soms hatchiche [23] gebruikt?"
+
+"Ik heb helaas heelemaal niets gebruikt!" zuchtte Rodolphe.
+
+En hij liet zijn vriend aan het strand der Roode Zee achter.
+
+Van twaalf tot vier uur zocht Rodolphe al zijn kennissen op; hij
+doorliep de acht-en-veertig stadsdeelen en legde, doch zonder eenig
+succes, acht mijlen af. De invloed van den 15den April deed zich
+overal met dezelfde strengheid gelden; intusschen naderde het uur van
+het diner. Maar het leek er niet veel op, dat het diner met het uur
+naderde. Rodolphe had een gevoel, alsof hij op het vlot der Medusa was.
+
+Toen hij den Pont Neuf over ging, viel hem plotseling iets in:
+
+"O, o!" zeide hij tot zichzelf, terwijl hij rechtsomkeert maakte,
+15 April, 15 April .... maar ik heb een uitnoodiging voor vandaag om
+te dineeren."
+
+Hij zocht in zijn zakken en vond er een gedrukt billet van den
+volgenden inhoud:
+
+
+ Barrière de la Villette
+
+ In den grooten Overwinnaar.
+
+ Salon voor drie honderd couverts
+
+ Jaarlijksch Banket Ter eere van de Geboorte van den Messias der
+ Menschheid op 15 April 184...
+
+ Geldig voor één persoon.
+
+ N.B. Men heeft slechts recht op een halve flesch wijn.
+
+
+"Ik deel weliswaar de meeningen der discipelen van den Messias niet,"
+zeide Rodolphe tot zichzelf, "maar ik wil met genoegen hun voedsel
+deelen." En met de snelheid van een vogel verslond hij den afstand,
+die hem van de barrière de la Villette scheidde.
+
+Toen hij in de salons van den Grooten Overwinnaar kwam, was er
+een ontzaglijke menigte bijeen .... De salon voor driehonderd
+couverts bevatte vijfhonderd personen. Een uitgestrekte horizont van
+kalfsvleesch met peen doemde op voor Rodolphe's blik.
+
+Eindelijk begon men de soep op te doen.
+
+Juist toen de gasten den lepel naar hun mond brachten, deden plotseling
+vijf of zes personen in burgerkleeding met verscheidene agenten en
+een commissaris van politie een inval in de zaal.
+
+"Mijne heeren!" zeide de commissaris, "op hoog bevel mag dit banket
+niet plaats hebben. Ik verzoek u dit lokaal te verlaten."
+
+"O, o!" zuchtte Rodolphe, terwijl hij met de anderen de zaal verliet:
+"het noodlot heeft mijn bord soep omgegooid!"
+
+Droefgeestig gestemd ging hij weer op weg naar zijn kamer, waar hij
+om elf uur aankwam.
+
+Mijnheer Benoît wachtte hem op.
+
+"O, bent u het?" zeide de huiseigenaar. "Hebt u gedacht aan wat ik
+u van ochtend gezegd heb? Brengt u geld mede?"
+
+"Ik moet het vannacht krijgen en zal het u dan morgenochtend geven,"
+antwoordde Rodolphe, terwijl hij in het hokje naar zijn sleutel en
+zijn kandelaar zocht. Hij vond geen van beide.
+
+"Mijnheer Rodolphe," zeide mijnheer Benoît, "het spijt me erg, maar
+ik heb uw kamer verhuurd; en een andere heb ik niet disponibel,
+u moet ergens anders een onderkomen zien te vinden."
+
+Rodolphe was voor geen klein geruchtje vervaard en een nacht onder den
+blooten hemel had voor hem niets verschrikkelijks. Bovendien kon hij
+bij slecht weer in een loge d'avant-scène van den Odéon overnachten,
+wat hem al meermalen overkomen was. Hij eischte echter eerst van
+mijnheer Benoît zijn "dingen" op, die uit een berg papieren bestonden.
+
+"Volkomen juist," zeide de huisheer; "ik heb niet het recht u die
+zaken af te nemen--zij liggen nog boven in de secretaire. Ga maar even
+mee; indien de persoon, die uw kamer gehuurd heeft, nog niet slaapt,
+kunnen we wel even binnen gaan."
+
+In den loop van den dag was de kamer verhuurd aan een jong meisje,
+Mimi, met wie Rodolphe indertijd een liefdes-duo begonnen was.
+
+Zij herkenden elkaar dadelijk. Rodolphe fluisterde Mimi iets in het
+oor en drukte haar zacht de hand.
+
+"Kijk eens hoe het regent!" zeide hij, terwijl hij haar opmerkzaam
+maakte op het onweer, dat juist losgebarsten was.
+
+Mademoiselle Mimi liep regelrecht naar mijnheer Benoît, die in een
+hoek van de kamer stond te wachten, en zeide tegen hem, terwijl zij
+op Rodolphe wees:
+
+"Mijnheer, mijnheer hier is degene, dien ik vanavond verwachtte
+.... Ik ben voor niemand verder thuis."
+
+"Zoo," zeide mijnheer Benoît met den lach van een boer, die kiespijn
+heeft. "Het is goed!"
+
+Terwijl Mimi inderhaast een geïmproviseerd souper klaarzette, sloeg
+het middernacht.
+
+"God zij dank!" zeide Rodolphe, "15 April is voorbij en de Stormkaap
+is gelukkig omzeild. Lieve Mimi," en hij sloot het mooie meisje in
+zijn armen en drukte haar een kus in haar hals; "ik wist vooruit,
+dat je het niet over je hart zou verkrijgen mij de deur uit te laten
+zetten. Jij bezit den gastvrijheidsknobbel!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+EEN CAFÉ DER BOHÈME.
+
+
+Hier volgt het verhaal hoe Carolus Barbemuche, letterkundige en
+Platonisch wijsgeer, op zijn vier-en-twintigste jaar lid der bohème
+werd.
+
+In dien tijd bezochten Gustave Colline, de groote wijsgeer, Marcel,
+de groote schilder, Schaunard, de groote musicus, en Rodolphe, de
+groote dichter, zooals zij elkaar onderling noemden, geregeld het café
+Momus, waar zij, omdat men ze altijd samen zag, den bijnaam van de
+"vier musketiers" [24] gekregen hadden. Inderdaad kwamen zij samen,
+gingen samen, speelden samen, bleven soms samen hun vertering schuldig,
+alles met een eenheid, het orkest van het Conservatorium waardig.
+
+Voor hun samenkomsten hadden zij een zaal gekozen, waarin veertig
+personen op hun gemak hadden kunnen zitten, maar men vond ze steeds
+alleen, want zij hadden ten slotte het vertrek voor de stamgasten
+onmogelijk gemaakt.
+
+De toevallige bezoeker, die zich in dat hol waagde, werd onmiddellijk
+bij zijn binnentreden het slachtoffer van het ruwe quartet en maakte
+zich meestal uit de voeten zonder zijn courant gelezen of zijn kleintje
+koffie gedronken te hebben, waarvan de room door de ongehoorde
+aphorismen over kunst, liefde en staathuishoudkunde zuur werd. De
+gesprekken van het vriendenviertal waren van dien aard, dat de kellner,
+die hen bediende, in den bloei van zijn leven idioot geworden was.
+
+Ten slotte liep het echter met de dwaasheden zoo de spuigaten uit,
+dat de eigenaar van het café zijn geduld verloor en op een goeden
+avond naar boven ging, om een ernstige uiteenzetting van zijn grieven
+te geven:
+
+1o. Mijnheer Rodolphe kwam reeds vroeg in den ochtend dejeuneeren en
+nam alle couranten van het etablissement mede naar zijn salon: hij was
+daarbij zelfs zoo veeleischend, dat hij opspeelde, wanneer de strookjes
+verbroken waren. Dit had ten gevolge, dat de overige gasten, van alle
+organen der openbare meening verstoken, tot aan het diner omtrent de
+politiek van den dag zoo onwetend bleven als een visch. Het gezelschap
+Bosquet wist nauwlijks de namen der leden van het nieuwe ministerie.
+
+Mijnheer Rodolphe had het café zelfs verplicht zich te abonneeren
+op den Castor, waarvan hij hoofdredacteur was. De eigenaar van het
+café had er zich eerst tegen verzet, maar daar mijnheer Rodolphe en
+zijn vrienden ieder kwartier den kellner met luide stem om den Castor
+vroegen, begonnen ook enkele andere stamgasten, wier nieuwsgierigheid
+door die herhaalde vragen gaande gemaakt was, naar dat blad te
+informeeren. Er werd dus een abonnement genomen op den Castor, een
+hoedenmakersvakblad, dat maandelijks met een vignet en wijsgeerig
+artikel van Gustave Colline verscheen.
+
+2o. Genoemde mijnheer Colline en zijn vriend Rodolphe waren gewoon zich
+van hun geestelijke inspanning te verpoozen door van 's ochtends tien
+tot 's nachts twaalf uur tric-trac te spelen; en daar het etablissement
+slechts één tric-tracbord had, werden de andere bezoekers in hun
+hartstocht voor dat spel benadeeld door het inbeslagnemen van dat
+bord door die heeren, die telkens, als men er hen om kwam vragen,
+strijk en zet antwoordden:
+
+"Het tric-tracbord is in handen. Kom morgen maar terug."
+
+Het gezelschap Bosquet zag zich dus genoodzaakt elkaar hun
+liefdesavonturen te vertellen of piquet te spelen.
+
+3o. Uit het oog verliezend, dat een café een openbare plaats is,
+heeft mijnheer Marcel zich de vrijheid veroorloofd er zijn ezel,
+zijn verfdoos en alle verdere schildersbenoodigdheden heen te
+brengen. Zelfs drijft hij de onbeschaamdheid zoo ver, dat hij personen
+van verschillend geslacht er als model laat poseeren, wat de zedelijke
+gevoelens van het gezelschap Bosquet kan kwetsen.
+
+4o. Het voorbeeld van zijn vriend volgend, heeft mijnheer Schaunard
+het plan zijn klavier naar het café over te brengen; ook heeft hij
+niet geschroomd er in koor een motief uit zijn symphonie: "De invloed
+van het blauw in de kunsten" te laten zingen. Mijnheer Schaunard is
+nog verder gegaan; hij heeft in de lantaarn, die als uithangbord voor
+het café dient, een transparant aangebracht met het opschrift:
+
+
+ GRATIS CURSUS IN VOCALE EN INSTRUMENTALE MUZIEK VOOR BEIDE
+ GESLACHTEN.
+
+ Zich aan te melden aan het buffet.
+
+
+Wat ten gevolge heeft, dat genoemd buffet ieder oogenblik overstroomd
+wordt door slechts oppervlakkig gekleede personen, die komen vragen
+"waar ze wezen motten."
+
+Bovendien geeft mijnheer Schaunard er rendez-vous aan een dame,
+die zich Phémie Klad noemt en nooit een hoed op heeft.
+
+Mijnheer Bosquet Jr. heeft dan ook verklaard, dat hij geen voet meer
+zou zetten in een café, waar de natuur zoo met voeten getreden wordt.
+
+5o. Ofschoon de heeren zich toch al met een zeer matige
+consumptie tevreden stelden, hebben zij getracht die nog meer te
+verminderen. Onder voorwendsel, dat zij de mokka op overspel met de
+chicorei betrapt hebben, hebben zij hier een spiritustoestel gebracht,
+waarop zij zelf koffie zetten, die zij aanzoeten met suiker, die
+buiten de deur tegen lagen prijs gekocht is, welke handelwijze een
+beleediging is voor de keuken van het etablissement.
+
+6o. Door de gesprekken der heeren tot in den grond bedorven, heeft de
+kellner Bergami, zijn nederige afkomst en alle gevoel van schaamte uit
+het oog verliezend, zich vermeten aan de buffetjuffrouw een gedicht
+te richten, waarin hij haar aanspoort haar plichten als moeder en
+echtgenoote te verzaken; uit den verwarden stijl heeft men meenen te
+moeten opmaken, dat die brief geschreven is onder den verderfelijken
+invloed van mijnheer Rodolphe en diens letterkundige voortbrengselen.
+
+Dientengevolge ziet de directeur van het etablissement zich tot zijn
+spijt verplicht het gezelschap-Colline te verzoeken een andere plaats
+voor zijn revolutionnaire samenkomsten te kiezen.
+
+Gustave Colline, de Cicero der troep, nam nu het woord en bewees a
+priori aan den eigenaar van het café, dat zijn klachten belachelijk
+en ongegrond waren; dat het voor hem juist een groote eer was, indien
+men zijn inrichting ervoor uitkoos om er een haard van intelligentie
+van te maken; dat zijn en zijner vrienden vertrek den ondergang van
+zijn café zou veroorzaken, dat door hun tegenwoordigheid tot de hoogte
+van een artistiek en litterair café verheven was.
+
+"Maar," merkte de eigenaar van het café op, "u en uw vrienden verteert
+zoo weinig."
+
+"Deze matigheid, waarover gij u beklaagt, is een argument ten gunste
+van onze goede zeden," was Colline's antwoord. "Bovendien hangt het
+slechts van u af, of wij onze uitgaven kunnen vermeerderen; u behoeft
+dan slechts crediet te geven."
+
+"Wij willen zelfs het rekening-courantboek cadeau geven," zeide Marcel.
+
+De eigenaar deed, alsof hij het niet hoorde, en vroeg eenige
+inlichtingen omtrent den brandbrief, dien Bergami tot zijn vrouw
+gericht had. Rodolphe, die ervan beschuldigd was als secretaris voor
+dien ongeoorloofden hartstocht gediend te hebben, betuigde met vuur
+en ijver zijn onschuld.
+
+"Trouwens," voegde hij eraan toe, "de deugd van uw vrouw was een
+zekere barrière, die ...."
+
+"O," zeide de eigenaar met een glimlach van trots, "mijn vrouw is te
+Saint-Denis [25] opgevoed."
+
+In het kort, Colline slaagde er tenslotte in den café-man te vangen
+in het net van zijn arglistige welsprekendheid, waarna de vrede
+hersteld werd op voorwaarde, dat de vier vrienden niet meer hun
+koffie zelf zouden zetten, dat het café een gratis-exemplaar van
+den Castor zou ontvangen, dat Phémie Klad een hoed zou opzetten, dat
+het tric-tracspel alle Zondagen van twaalf tot twee uur overgelaten
+zou worden aan het gezelschap Bosquet, en vooral, dat er geen nieuwe
+crediet zou gegeven worden.
+
+Gedurende enkele dagen ging alles goed.
+
+Den avond vòòr Kerstmis kwamen de vier vrienden in gezelschap van
+hun respectievelijke "echtgenooten" in het café.
+
+Er waren dus mademoiselle Musette, mademoiselle Mimi, het nieuwe
+vriendinnetje van Rodolphe, een allerliefst persoontje met een stem,
+helder als een klok, en Phémie Klad, de afgod van Schaunard. Dien avond
+droeg Phémie Klad een mutsje. Mademoiselle Colline, die men nooit zag,
+was als gewoonlijk thuis gebleven, om komma's in de handschriften
+van haar man te zetten. Na de koffie, die tegen alle gewoonten in
+door een bataillon glaasjes likeur geëscorteerd werd, bestelden zij
+punch. Weinig aan dergelijke uitspattingen gewend, liet de kellner de
+bestelling nog tweemaal herhalen. Phémie, die nog nooit in het café
+geweest was, scheen in extase, dat zij uit glaasjes met een voet mocht
+drinken. Marcel had het aan den stok met Musette over een nieuwen
+hoed, waarvan de herkomst hem verdacht voorkwam. Mimi en Rodolphe,
+die nog in de wittebroodsweken van hun samenleven waren, voerden
+een gesprek zonder woorden maar met allerlei vreemde geluiden. Wat
+Colline betreft, met een vriendelijken lach op zijn gelaat ging hij
+bij de dames alle galanterieën, die hij uit zijn collectie van den
+Almanach des Muses verzameld had, verkoopen.
+
+Terwijl dit vroolijke gezelschap zich aldus aan spel en lach overgaf,
+keek een vreemdeling, die eenzaam aan een tafeltje achter in de
+zaal zat, met vreemde blikken naar het schouwspel, dat zich voor
+hem afspeelde.
+
+Reeds sedert veertien dagen kwam hij iederen avond: hij was van alle
+bezoekers de eenige, die het vreeselijke lawaai, dat de bohémiens
+maakten, had kunnen uithouden. De lafste voor-de-gek-houderijen waren
+op zijn onverstoorbaarheid afgestooten; hij bleef met een mathematische
+regelmaat zijn pijp zitten rooken, zijn oogen starend op één punt,
+alsof hij een schat bewaken moest, het oor geopend voor alles,
+wat er om hem heen gezegd werd. Overigens scheen hij zachtmoedig en
+welgesteld, want hij bezat een horloge, dat door een gouden ketting
+in zijn zak in slaverij gehouden werd. Toen Marcel toevallig eens
+gelijk met hem aan het buffet stond, had hij gezien, dat hij een
+louis wisselde, om zijn vertering te betalen. Van dat oogenblik af
+noemden de vier vrienden hem den "kapitalist."
+
+Plotseling ontdekte Schaunard, die uitstekende oogen had, dat de
+glazen leeg waren.
+
+"Voor den duivel," zeide Rodolphe; "het is de avond vòòr Kerstmis;
+wij zijn allen goede Christenen .... we moeten een extraatje nemen."
+
+"Waarachtig, zeker," zeide Marcel, "laten we bovennatuurlijke dingen
+bestellen."
+
+"Colline," voegde Rodolphe eraan toe, "bel den kellner eens."
+
+Colline belde als een bezetene.
+
+"Wat zal het zijn?" vroeg Marcel.
+
+Colline maakte met zijn bovenlichaam een hoek van vijf-en-veertig
+graden en zeide, op de dames wijzend:
+
+"Het staat aan de dames om de volgorde en den aard der ververschingen
+te bepalen."
+
+"Ik," zeide Musette, die met haar tong klapte, "ik zou een glas
+champagne niet graag weigeren."
+
+"Ben je niet wijs?" vloog Marcel op. "Champagne .... dat is zelfs
+geen wijn."
+
+"Dat kan me minder schelen, ik vind het lekker en het maakt lawaai."
+
+"Ik," zeide Mimi, terwijl zij Rodolphe met een blik liefkoosde,
+"ik zou graag beaune willen hebben in zoo'n klein mandje."
+
+"Is jouw hoofd op hol?" vroeg Rodolphe.
+
+"Neen, maar ik wil het laten hollen," antwoordde Mimi, op wie de beaune
+een bijzonderen invloed had. Haar man werd door dat woord verpletterd.
+
+"En ik," zeide Phémie Klad, die op den elastischen divan op en neer zat
+te springen, "ik wil graag parfait amour. Dat is goed voor je maag."
+
+Schaunard bracht met zijn neusklank eenige woorden voort, die Phémie
+op haar basis deden sidderen.
+
+"Ach wat!" zeide Marcel, "het is niet alle dagen ker(st)mis, laten
+we er voor dezen keer eens honderdduizend francs aan spendeeren."
+
+"En," voegde Rodolphe eraan toe, "laten we niet vergeten, dat de baas
+zich beklaagt, dat we te weinig verteren."
+
+"Dat is zoo," zeide Colline. "Laten we een schitterend festijn
+aanrichten: trouwens we zijn den dames de meest passieve gehoorzaamheid
+verschuldigd; de liefde leeft van zelfverloochening, de wijn is het
+sap van het pleizier; het pleizier is de plicht der jeugd,--de vrouwen
+zijn bloemen, je moet ze begieten. Laten we haar dus begieten! Kellner,
+kellner!"
+
+En met een koortsachtige opgewondenheid ging hij aan het schelkoord
+hangen.
+
+De kellner schoot toe als op de vleugelen van den wind.
+
+Toen hij van champagne, beaune en diverse likeuren hoorde spreken,
+speelden zijn gelaatstrekken alle toonladders der verbazing af.
+
+"Ik heb zoo'n leeg gevoel in mijn maag," zeide Mimi, "ik zou wel trek
+in een paar sneedjes ham hebben."
+
+"En ik in sardientjes met boter," voegde Musette eraan toe.
+
+"En ik in radijs," zeide Phémie, "met wat vleesch erom heen."
+
+"Zeggen jullie nou maar dadelijk, dat je een souper wilt hebben,"
+merkte Marcel op.
+
+"Dat zou heusch zoo'n gek idée niet zijn," antwoordden de vrouwen.
+
+"Kellner, breng alles boven, wat voor een goed souper noodig is,"
+zeide Colline ernstig.
+
+De kellner was van verbazing driekleurig geworden.
+
+Langzaam liep hij naar het buffet en deelde daar den eigenaar van
+het café de buitengewone dingen mede, die ze hem besteld hadden.
+
+De café-man dacht, dat het een grap was, maar toen er weer gescheld
+werd, ging hij zelf naar boven en wendde zich tot Colline, voor wien
+hij een zeker respect had. Colline legde hem uit, dat zij den réveillon
+bij hem wilden vieren en hij het bestelde dus moest laten brengen.
+
+De eigenaar van het café antwoordde niets en ging met den kreeftengang
+weg, terwijl hij knoopen in zijn servet maakte. Een kwartier lang
+overlegde hij met zijn vrouw, tot deze, die dank zij de liberale
+opvoeding, die zij te Saint-Denis gehad had, een vereerster der
+schoone kunsten was, haar echtvriend wist over te halen het souper
+te laten opdienen.
+
+"Eigenlijk heb je gelijk," zeide hij; "het is best mogelijk, dat
+zij bij uitzondering eens geld hebben." En hij gaf den kellner order
+alles wat besteld was boven te brengen. Dan verdiepte hij zich met
+een ouden stamgast in een partij piquet. Een fatale onvoorzichtigheid!
+
+Van tien tot twaalf uur deed de kellner niets dan de trap op- en
+afloopen. Ieder oogenblik werden er extra-schotels besteld. Musette
+liet zich op zijn Engelsch bedienen en moest bij iederen hap een
+nieuw couvert hebben; Mimi dronk van alle wijnsoorten uit alle glazen;
+Schaunard had een onleschbaren Sahara in zijn keel; Colline onderhield,
+terwijl hij zijn servet met zijn tanden doorbeet, een kruisvuur met
+zijn oogen en kneep in den poot van de tafel, dien hij voor de knie
+van Phémie hield. Marcel en Rodolphe bleven echter stevig in den
+stijgbeugel der koelbloedigheid zitten en zagen niet zonder angst
+het uur der ontknooping naderen.
+
+De vreemdeling keek met een ernstige nieuwsgierigheid naar dit tooneel;
+van tijd tot tijd zag men zijn mond als tot een glimlach opengaan;
+dan hoorde men een knarsend geluid, alsof er een raam dicht gedaan
+werd. Dat was de vreemdeling, die inwendig lachte.
+
+Om kwart voor twaalf zond de buffetjuffrouw de rekening, die het
+ontzaglijke bedrag van 25 fr. 75 c. aanwees.
+
+"Ja," zeide Marcel, "nu zullen we moeten loten wie met den eigenaar zal
+moeten gaan onderhandelen. Dat zal een lang niet makkelijke zaak zijn."
+
+Ze namen een dominospel en trokken om het hoogste aantal.
+
+Het lot wees ongelukkigerwijze Schaunard als plenipotentiaris
+aan. Schaunard was een uitstekend virtuoos, maar een slecht
+diplomaat. Hij kwam juist bij het buffet, toen de waard van zijn ouden
+stamgast verloren had. Woedend over zijn schandelijk verlies, was Momus
+in het humeur van een menscheneter en geraakte bij de eerste woorden
+van Schaunard in een hevigen toorn. Schaunard was een goed musicus,
+doch had een buitengewoon heftig karakter. Hij antwoordde met dubbel
+zoo grof geschut. De twist werd zoodoende hoe langer hoe giftiger,
+en ten slotte stormde de waard naar boven, om te zeggen, dat hij ze
+niet zou laten vertrekken, vòòr alles betaald was. Colline trachtte met
+zijn kalmeerende welsprekendheid den storm te bezweren, doch toen de
+café-man het servet zag, waarvan Colline pluksel gemaakt had, barstte
+zijn woede in dubbele heftigheid los en waagde hij het, om tenminste
+eenige zekerheid te hebben, zijn profane hand uit te steken naar den
+notehoutkleurigen paletot van den philosoof en de mantels van de dames.
+
+Een pelotonvuur van beleedigingen werd nu tusschen de bohémiens en
+den eigenaar van het établissement geopend.
+
+Intusschen praatten de dames gezellig over vroegere amourettes en
+modenieuwtjes.
+
+De vreemdeling echter liet nu zijn passieve houding varen;
+langzamerhand was hij opgestaan, had één pas gedaan, dan twee en liep
+ten slotte als een heel gewoon mensch op zijn twee beenen; hij kwam
+naar den café-man toe, nam hem ter zijde en praatte heel zachtjes
+met hem. Rodolphe en Marcel volgden hem met de oogen. Eindelijk was
+het gesprek afgeloopen en zeide de waard tot den vreemdeling:
+
+"Zeker vind ik het goed, mijnheer Barbemuche, zeker, maak u het maar
+met hen in orde."
+
+Mijnheer Barbemuche ging naar zijn tafeltje, om zijn hoed te halen,
+zette dien op, maakte een zwenking naar rechts, was in drie stappen
+bij Rodolphe en Marcel, nam zijn hoed af, boog voor de heeren,
+wierp den dames een groet toe, haalde zijn zakdoek te voorschijn,
+snoot zijn neus en nam dan met schuchtere stem het woord:
+
+"Ik moet u vergiffenis vragen voor mijn indiscretie, heeren. Reeds
+lang brand ik van verlangen, om kennis met u te maken, maar tot nog
+toe heb ik geen gunstige gelegenheid gevonden, om mij aan u voor
+te stellen. Veroorlooft u mij deze, welke zich thans voordoet, aan
+te grijpen?"
+
+"Zeker, zeker," zeide Colline, die dadelijk begreep waar de vreemdeling
+heen wilde.
+
+Rodolphe en Marcel bogen, zonder iets te zeggen.
+
+De overdreven lichtgeraaktheid van Schaunard bedierf bijna alles.
+
+"Neem me niet kwalijk, mijnheer," zeide hij eenigszins heftig,
+"u hebt niet de eer ons te kennen en de etiquette verzet er zich
+tegen, dat .... Zoudt u de goedheid willen hebben mij wat tabak
+te geven .... Verder zal ik mij bij het gevoelen van mijn vrienden
+aansluiten..."
+
+"Heeren," begon Barbemuche, "ik ben evenals u een discipel der
+schoone kunsten. Voor zoover ik uit uw gesprekken heb kunnen opmaken,
+stemmen onze smaken overeen, waarom ik de vurige begeerte koester tot
+uw vriendenkring te mogen behooren en u iederen avond hier te kunnen
+ontmoeten .... De eigenaar van dit etablissement is een bruut, maar ik
+heb een paar woorden met hem gesproken, en gij zijt volkomen vrij om
+te gaan of te blijven ..... Ik waag het de hoop uit te spreken, dat
+u mij het middel, om u hier weer te ontmoeten, niet zult onthouden,
+door den kleinen dienst aan te nemen, dien ...."
+
+Naar Schaunards wangen steeg een kleur van verontwaardiging.
+
+"Hij speculeert op onzen toestand," zeide hij. "Wij mogen zijn aanbod
+niet aannemen. Hij heeft onze rekening betaald--ik zal met hem een
+partij billard spelen om vijf-en-twintig francs en hem een paar
+caramboles voorgeven."
+
+Barbemuche nam het voorstel aan en was verstandig genoeg de partij
+te verliezen; maar door dezen trek won hij de achting der Bohème. Men
+scheidde met de afspraak den volgenden dag weer samen te komen.
+
+"Op die manier," zeide Schaunard tot Marcel, "zijn we hem niets
+schuldig en is onze waardigheid gered."
+
+"En kunnen we bijna nog een souper van hem eischen," voegde Colline
+eraan toe.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+EEN INSTALLATIE IN DE BOHÈME.
+
+
+Carolus Barbemuche had het den avond, waarop hij een door de bohémiens
+gebruikt souper uit zijn particuliere kas betaald had, zoo weten aan te
+leggen, dat Gustave Colline met hem het café verliet, om naar huis te
+gaan. Van af het oogenblik n.l., dat hij de bijeenkomsten van de vier
+vrienden in het etablissement, waar hij hen uit een pijnlijken toestand
+verloste, bijwoonde, had Colline zijn bijzondere aandacht getrokken
+en voelde hij zich aangetrokken tot dien Sokrates, wiens Plato hij
+later worden zou. Daarom had hij al dadelijk Colline uitverkoren, om
+zich in den vriendenkring te introduceeren. Onderweg stelde Barbemuche
+Colline voor even in een café, dat nog open was, binnen te loopen, om
+nog wat te gebruiken. Niet alleen sloeg Colline die uitnoodiging af,
+maar hij verhaastte nog zijn tred, toen hij genoemd café voorbijging,
+en drukte zijn hyperphysischen vilten hoed diep in zijn oogen.
+
+"Waarom wilt u daar niet binnengaan?" vroeg Barbemuche, die met
+fijngevoelde beleefdheid aandrong.
+
+"Daar heb ik mijn redenen voor," antwoordde Colline. "De buffetjuffrouw
+in dat etablissement houdt zich veel met de exacte wetenschappen
+bezig, en wanneer wij er binnen gingen, zou het onvermijdelijk op een
+langdurig debat uitloopen, wat ik tracht te vermijden door noch op
+den middag, noch op andere uren, dat de zon schijnt, door deze straat
+te gaan. Dat is trouwens heel natuurlijk", voegde hij eraan toe;
+"ik heb met Marcel in dezen wijk gewoond."
+
+"Toch zou ik graag onder het genot van een glas punch nog een
+oogenblikje met u praten. Weet u hier in de buurt niet een of
+ander lokaal, waar u zoudt kunnen gaan zonder bezwaren .... van
+natuur-philosophischen aard weerhouden te worden?" vroeg Barbemuche,
+die het noodig oordeelde buitengewoon geestig te zijn.
+
+Colline dacht een oogenblik na.
+
+"O, ja, dat is waar, hier is een lokaal, waar ik beter verschijnen
+kan."
+
+En hij wees op den winkel van een wijnhandelaar.
+
+Barbemuche zette een leelijk gezicht en scheen te aarzelen.
+
+"Is het een fatsoenlijke inrichting?" vroeg hij.
+
+Zijn koude, gereserveerde houding, zijn weinige spraakzaamheid,
+zijn discreet glimlachje en vooral zijn horloge en zijn ketting met
+breloques hadden Colline op het denkbeeld gebracht, dat Barbemuche
+tot het een of ander gezantschap behoorde en bang was om zich te
+compromitteeren, wanneer hij in zoo'n kroeg kwam.
+
+"Er is geen kans, dat wij gezien worden," zeide hij; "op dit uur ligt
+het geheele corps diplomatique al onder de wol."
+
+Eindelijk besloot Barbemuche toch maar om naar binnen te gaan;
+maar met den geheimen wensch een kartonnen neus te hebben. Voor alle
+zekerheid vroeg hij een afzonderlijke kamer en hing een servet voor
+de ruiten van de glazen deur. Na deze voorzorgsmaatregelen scheen
+hij minder ongerust en bestelde een bowl punch. Door de warme drank
+wat opgewonden, werd Barbemuche iets spraakzamer; en na enkele
+bijzonderheden over zichzelf medegedeeld te hebben, waagde hij het
+de hoop uit te spreken, dat hij officieel in den bond der bohémiens
+zou worden opgenomen, en verzocht hij Colline's medewerking om hem
+te helpen dit eerzuchtige plan te verwezenlijken.
+
+Colline antwoordde, dat hij voor zijn persoon zich gaarne ter
+beschikking van Barbemuche stelde, doch dat hij hem natuurlijk niets
+zeker beloven kon.
+
+"U kunt op mijn stem rekenen," zeide hij, "maar ik kan natuurlijk
+niet op mij nemen over die van mijn vrienden te beschikken."
+
+"Maar om welke redenen zouden zij weigeren mij in hun kring op
+te nemen?"
+
+Colline zette het glas, dat hij juist naar zijn mond wilde brengen,
+weer op tafel en vroeg met een zeer ernstig gelaat aan den vermetelen
+Carolus:
+
+"Cultiveert u de schoone kunsten?"
+
+"Ik bebouw op bescheiden wijze deze edele velden der intelligentie,"
+antwoordde Carolus, die de vlag van zijn kunst meende te moeten toonen.
+
+Colline vond de phrase mooi gestyleerd en vroeg met een buiging:
+
+"Doet u aan muziek?"
+
+"Ik heb op den contrabas gespeeld."
+
+"Dat is een philosophisch instrument; die geeft zulke ernstige
+tonen. Welnu, daar gij dus verstand hebt van muziek, begrijpt u heel
+goed, dat men niet, zonder de wetten der harmonie te verstoren, een
+vijfden speler aan een quartet kan toevoegen; anders zou het geen
+quartet meer zijn."
+
+"Dat is zoo, dan wordt het een quintet," antwoordde Carolus.
+
+"U zegt?" vroeg Colline.
+
+"Een quintet."
+
+"Precies--juist op dezelfde wijze, alsof je aan de Drieëenheid, dien
+goddelijken driehoek, een vierden persoon toevoegde; het zou dan een
+vierhoek vormen, maar de godsdienst zou zijn basis verloren hebben."
+
+"Neem me niet kwalijk," zeide Carolus; wiens verstand te midden
+van al die doornstruiken van Colline's logica begon te struikelen,
+"maar ik zie niet in ...."
+
+"Let eens goed op," ging Colline voort; "hebt u verstand van
+astronomie?"
+
+"Een beetje .... ik ben bachelier." [26]
+
+"Daar bestaat nog een liedje over," zeide Colline: "Bachelier
+de Lisette .... Het wijsje herinner ik me niet meer .... Dus dan
+weet u natuurlijk, dat er vier hoofdwinden bestaan. Welnu, als er
+nu plotseling een hoofdwind bijkwam, dan zou de heele harmonie der
+natuur verstoord worden. Dat noemt men een cataclysme. Begrijpt u me?"
+
+"Ik wacht op de slotsom."
+
+"Inderdaad de slotsom is het slot van een rede, evenals de dood het
+einde van het leven en het huwelijk het einde van de liefde is. Welnu,
+mijn waarde heer, mijn vrienden en ik zijn gewoon met elkaar te leven
+en wij zijn bang door de opneming van een vijfde in onzen kring, de
+harmonie, die in ons concert van zeden, meeningen, smaak en karakter
+heerscht, te verstoren. Wij moeten eenmaal de vier hoofdwindstreken
+der moderne kunst worden; ik zeg u dit zonder er doekjes om te winden;
+en daar wij nu eenmaal met dat denkbeeld vertrouwd zijn, zou het ons
+onaangenaam stemmen nog een vijfde hoofdwindstreek te zien."
+
+"Maar wanneer je met je vieren bent, kan je toch even goed met je
+vijfjes zijn," waagde Carolus op te merken.
+
+"Ja, zeer zeker, maar dan ben je niet meer met je vieren."
+
+"Dat is een nietswaardige uitvlucht."
+
+"Er is niets nietswaardigs in deze wereld, alles is in alles, kleine
+beken maken groote rivieren, kleine lettergrepen maken alexandrijnen
+en bergen zijn uit zandkorrels opgebouwd; dat las ik dezer dagen in de
+Sagesse des nations; u kunt een exemplaar daarvan op den quai vinden."
+
+"U denkt dus, dat de heeren bezwaar zullen hebben mij in hun intiemen
+kring op te nemen?"
+
+"Ik ben er wel eenigszins bang voor. Maar vertel me eens, waarde heer,
+welke vore beploegt u het liefst in de edele velden der intelligentie?"
+
+"De groote wijsgeeren en de goede klassieke schrijvers zijn mijn
+voorbeelden, ik voed mij met hun studie. Télémaque heeft mij het
+eerst den hartstocht, die mij verteert, ingeboezemd."
+
+"Télémaque vind je bij hoopjes op de boekenstalletjes," zeide
+Colline. "Onlangs heb ik er nog een voor vijf sous gekocht, omdat
+het een koopje was. Maar ik wil het u, om u een pleizier te doen,
+graag afstaan. Overigens een goed en voor den toenmaligen tijd heel
+aardig samengesteld werk."
+
+"Ja, mijnheer," ging Carolus voort, "de hooge philosophie en de
+gezonde litteratuur, daarheen gaat mijn streven; mijns inziens is de
+kunst een priesterschap."
+
+"Zeker, zeker ...." zeide Colline; "daar bestaat nog een liedje op."
+
+En hij begon te zingen:
+
+
+ "Oui, l'art est un sacerdoce
+ Et sachons nous en servir.
+
+
+Ik geloof dat het uit Robert le Diable is," voegde hij eraan toe.
+
+"Ik zeide dus," ging Barbemuche voort, "dat de kunst een heilig beroep
+is en dat de schrijvers dus onophoudelijk ...."
+
+"Pardon, mijnheer," viel Colline, die een laat uur had hooren slaan,
+hem in de rede; "het zal zoo dadelijk ochtend zijn en ik ben erg bang,
+dat ik door nog langer uit te blijven iemand, die mij dierbaar is,
+ongerust zal maken; trouwens," mompelde hij nog in zichzelf, "ik had
+haar beloofd vroeg thuis te komen; het is vandaag haar ontvangdag!"
+
+"Inderdaad het is tamelijk laat!" zeide Carolus. "Laten we naar
+huis gaan."
+
+"Woont u ver hiervandaan?"
+
+"Rue Royale-Saint-Honoré, 10."
+
+Colline was bij een vroegere gelegenheid eens in dit huis geweest en
+herinnerde zich, dat het een prachtig heerenhuis was.
+
+"Ik zal morgen met de heeren over u spreken," zeide hij bij het
+afscheid nemen tot Carolus, "en ik beloof u, dat ik al mijn invloed
+zal aanwenden, om ze gunstig voor u te stemmen .... A propos, mag ik
+u nog een raad geven?"
+
+"Gaarne".
+
+"Wees aardig en galant tegenover de dames. Mimi, Musette en Phémie
+hebben een niet geringen invloed op mijn vrienden, en wanneer u het
+zoo weet aan te leggen, dat zij onder den druk van hun maîtressen
+komen, dan zult gij veel makkelijker bereiken, wat gij van Marcel,
+Schaunard en Rodolphe gedaan wilt krijgen."
+
+"Ik zal er mijn best voor doen."
+
+Den volgenden dag viel Colline als een bom te midden van het gezelschap
+der bohémiens: het was op het ontbijtuurtje, en ditmaal was werkelijk
+het ontbijt met het uur gekomen. De drie paren zaten aan tafel en
+deden zich te goed aan een orgie van artisjokken in pepersaus.
+
+"Alle donders!" zeide Colline; "het gaat hier royal toe, dat zal
+niet lang zoo kunnen duren. Ik kom," ging hij voort, "als gezant
+van den edelmoedigen sterveling, dien wij gisteravond in het café
+ontmoet hebben."
+
+"Zou hij nu het geld al komen terugvragen, dat hij ons voorgeschoten
+heeft?" vroeg Marcel.
+
+"He," zeide mademoiselle Mimi, "dat zou ik nooit van hem gedacht
+hebben, hij ziet er zoo fatsoenlijk uit."
+
+"Daar is geen sprake van," antwoordde Colline; "de jonge man zou gaarne
+in onzen kring worden opgenomen; hij wil aandeelen in onze maatschappij
+nemen en, zooals van zelf spreekt, ook de voordeelen daarvan genieten."
+
+De drie bohémiens keken elkaar aan.
+
+"Het voorstel is ingediend," eindigde Colline; "de discussies erover
+kunnen geopend worden."
+
+"Welke maatschappelijke positie bekleedt je beschermeling?" vroeg
+Rodolphe.
+
+"Hij is geen beschermeling van me," antwoordde Colline; "toen we
+gisteren avond uiteen gingen, hebben jullie me gevraagd hem te volgen,
+en hij, van zijn kant, noodigde me uit om met hem mede te gaan, dat
+viel dus prachtig samen. Ik heb hem dus gevolgd; en hij heeft mij
+een gedeelte van den nacht met allerlei attenties en fijne likeuren
+overstelpt, maar desniettemin heb ik mijn onafhankelijkheid bewaard."
+
+"Bravo!" zeide Schaunard.
+
+"Geef ons een schets van eenige van zijn hoofdkaraktertrekken,"
+vroeg Marcel.
+
+"Zielegrootheid, strenge zeden, bang om een wijnkroegje binnen te
+gaan, eind-examen gymnasium, de oprechtheid in eigen persoon, speelt
+op den contrabas, een natuur, die tusschenbeide vijf francs wisselt."
+
+"Bravo!" zeide Schaunard.
+
+"Wat verwacht hij van ons?"
+
+"Zooals ik reeds zeide, kent zijn eerzucht geen grenzen; zijn ideaal
+is ons te tutoyeeren."
+
+"Met andere woorden, hij wil ons exploiteeren, hij wil in onze karossen
+gezien worden."
+
+"En wat is zijn beroep?" was Marcels vraag.
+
+"Zijn kunstrichting? Zijn beroep? Litteratuur en philosophie door
+elkaar."
+
+"Waaruit bestaat zijn philosophische kennis?"
+
+"Hij beoefent een kleinsteedsche wijsbegeerte. Hij noemt de kunst
+een priesterschap."
+
+"Een priesterschap!" riep Rodolphe verschrikt uit.
+
+"Hij zegt het."
+
+"En tot welke litteratuurrichting behoort hij?"
+
+"Hij leest druk in Télémaque."
+
+"Bravo!" riep Schaunard, die op de wortels der artisjokken zat te
+knabbelen.
+
+"Wat, bravo, stommeling?" viel Marcel hem in de rede. "Zeg zoo iets
+als het je blieft niet, wanneer er andere menschen bij zijn."
+
+Schaunard gaf, in zijn woede over die terechtwijzing, Phémie, die
+hij op een aanval op zijn saus betrapte, bovendien nog onder de tafel
+door een trap.
+
+"Nog een vraag," zeide Rodolphe; "wat is zijn positie in deze
+wereld? Waarvan leeft hij? Hoe heet hij? Waar woont hij?"
+
+"Zijn positie is zeer eervol; hij is leeraar in alle mogelijke
+vakken bij een rijke familie. Hij heet Carolus Barbemuche, verteert
+zijn inkomsten op zeer voorname wijze en woont in de rue Royale in
+een hôtel."
+
+"Een hôtel garni?"
+
+"Neen, er zijn echte meubelen in."
+
+"Ik vraag het woord," zeide Marcel. "Het is duidelijk, dat Colline
+omgekocht is; hij heeft voor een som van kleine glaasjes likeur zijn
+stem verkocht. Val mij niet in de rede," zeide Marcel, die den wijsgeer
+zag opstaan, om te protesteeren; "je kunt straks antwoorden. Colline,
+die veile ziel, heeft u den vreemdeling onder een veel te gunstig
+aspect laten zien, dan dat het het beeld der waarheid kan zijn. Ik heb
+reeds gezegd, dat ik de bedoelingen van dezen vreemdeling doorzie. Hij
+wil op ons speculeeren. Hij denkt bij zichzelf: Kijk eens eventjes, dat
+zijn jongens, die carrière zullen maken; ik moet zien, dat ik me in hun
+zak verberg, dan kom ik tegelijk met hen aan den steiger van den roem."
+
+"Bravo," zeide Schaunard; "is er geen saus meer?"
+
+"Neen," antwoordde Rodolphe; "de oplaag is uitverkocht."
+
+"Anderzijds," ging Marcel voort, "streeft deze arglistige sterveling,
+welke door Colline beschermd wordt, misschien slechts met misdadige
+gedachten naar de eer, om in onzen kring opgenomen te worden. Wij zijn
+hier niet alleen, heeren," ging de redenaar voort en wierp daarbij
+een welsprekenden blik op de dames; "en de protégé van Colline is
+mogelijk een trouwelooze verleider, die zich onder den mantel der
+litteratuur bij ons wil indringen. Denkt goed na! Ik voor mij stem
+tegen de toelating."
+
+"Ik vraag slechts het woord voor een rectificatie," zeide
+Rodolphe. "In zijn merkwaardige improvisatie heeft Marcel gezegd,
+dat genoemde Carolus zich, met het doel om ons te onteeren, bij ons
+wil binnendringen onder den mantel der litteratuur."
+
+"Dat is een oratorische figuur," zeide Marcel.
+
+"Ik keur die figuur af; zij is slecht. De litteratuur heeft geen
+mantel."
+
+"Omdat ik hier de functies van rapporteur vervul," zeide Colline
+opstaande, "zal ik de conclusies van mijn rapport verdedigen. De
+jalousie, welke onzen vriend Marcel verteert, heeft zijn verstand
+verstoord, de groote kunstenaar is krankzinnig ...."
+
+"Tot de orde!" brulde Marcel.
+
+"Zoo krankzinnig, dat hij, een zoo voortreffelijke teekenaar, in
+zijn rede een figuur gebruikt heeft, waarvan de onjuistheid door den
+geestigen redenaar, die vòòr mij gesproken heeft, ten duidelijkste
+is aangetoond."
+
+"Colline is een idioot!" riep Marcel uit en gaf een heftigen vuistslag
+op tafel, die geen kleine beroering onder de borden veroorzaakte,
+"Colline heeft niet het minste begrip van gevoelszaken; op dat gebied
+is hij te eenenmale onbevoegd; in plaats van een hart heeft hij een
+oud, beschimmeld boek!" (Langdurig gelach van Schaunard.)
+
+Gedurende dit tumult schudde Colline den vloed van welsprekendheid,
+die hij tusschen de plooien van zijn witte das verborg. Toen de stilte
+weer hersteld was, ging hij verder:
+
+"Mijne heeren, met één enkel woord zal ik de hersenschimmige vrees,
+die de vermoedens van Marcel misschien ten opzichte van Carolus in
+u wakker geroepen hebben, doen verdwijnen."
+
+"Probeer het maar eens," zeide Marcel spottend.
+
+"Dat zal me niet moeilijker vallen dan dit", antwoordde Colline en
+blies een lucifer uit, waarmede hij zijn pijp aangestoken had.
+
+"Maar spreek dan toch," riepen Rodolphe, Schaunard en de vrouwen,
+die in het debat een levendig belang stelden, in koor uit.
+
+"Mijne heeren," zeide Colline, "hoewel ik persoonlijk en heftig
+in dezen kring ben aangevallen, hoewel men mij beschuldigd heeft
+den invloed, dien ik op u zou kunnen hebben, voor spiritualiën
+verkocht te hebben, zal ik toch, krachtig in het bewustzijn van
+mijn onschuld, niet antwoorden op de aanvallen, die gedaan zijn op
+mijn rechtschapenheid, oprechtheid en moraliteit." (Beweging.) "Een
+eigenschap echter wil ik echter niet, dat ook maar één oogenblik
+in twijfel getrokken wordt." (De redenaar slaat zich tweemaal op
+zijn buik.) "Men heeft het willen doen voorkomen, alsof ik mijn u
+zoo welbekende voorzichtigheid verloren heb. Men beschuldigt mij in
+uw kring een sterveling te willen binnensmokkelen, die de bedoeling
+heeft een aanslag te plegen op uw liefdesgeluk. Deze veronderstelling
+is een beleediging, de eerbaarheid en den goeden smaak van de dames
+hier aangedaan. Carolus Barbemuche is foei leelijk," (zichtbare
+tegenspraak op het gelaat van Phémie Klad. Lawaai onder de tafel,
+afkomstig van Schaunard, die de compromitteerende openhartigheid van
+zijn jonge vriendin met zijn voeten verbetert.)
+
+"Maar," ging Colline voort, "wat het ellendige argument, waarvan
+mijn tegenstander, door gebruik te maken van uw eersten schrik, een
+wapen smeedt tegen Carolus, geheel ontzenuwt: genoemde Carolus is een
+Platonisch wijsgeer." (Sensatie op de bank der heeren, tumult op de
+bank der dames.)
+
+"Platonisch, wat beteekent dat?" vroeg Phémie.
+
+"Dat is de ziekte van mannen, die een meisje niet durven zoenen,"
+antwoordde Mimi. "Ik heb een minnaar van dat soort gehad, maar na
+twee uur heb ik bonjour tegen hem gezegd."
+
+"Je reinste onzin!" vond Musette.
+
+"Je hebt gelijk, lieveling!" zeide Marcel tot haar; "Platonisme in
+liefde is hetzelfde als water in wijn. Laten we onzen wijn onversneden
+drinken."
+
+"En leve de jeugd!"
+
+De verklaring van Colline had een voor Carolus gunstigen ommekeer
+veroorzaakt. De wijsgeer wilde van die goede wending, door zijn
+handige en welsprekende pleitrede te weeg gebracht, gebruik maken.
+
+"Ik zie niet in", ging hij voort, "welke bezwaren redelijkerwijze
+nog ingebracht kunnen worden tegen dezen jeugdigen sterveling, die
+ons in ieder geval een dienst bewezen heeft. Wat mij nu betreft, ik,
+dien men beschuldigt onbezonnen gehandeld te hebben door hem in onzen
+kring te willen doen opnemen, ik beschouw die meening als een aanslag
+op mijn waardigheid. Ik heb in deze zaak gehandeld met de listigheid
+van een slang, en wanneer dit beleid niet door een gemotiveerd votum
+erkend wordt, neem ik mijn ontslag."
+
+"Wil je de kabinetsquaestie stellen?" vroeg Marcel.
+
+"Ja, die stel ik," antwoordde Colline.
+
+De drie bohémiens beraadslaagden onderling en verklaarden ten slotte
+eenstemmig, dat zij den wijsgeer het karakter van groot beleid,
+dat hij eischte, teruggaven. Colline liet daarop het woord aan
+Marcel, die, eenigszins teruggekomen van zijn vooringenomenheid,
+verklaarde, dat hij misschien voor de conclusies van den rapporteur
+zou stemmen. Maar alvorens het definitieve besluit, dat Carolus in
+de intimiteit van den vriendenkring zou worden toegelaten, te nemen,
+liet Marcel over het volgende amendement stemmen:
+
+"Daar het toelaten van een nieuw lid in den vriendenkring een ernstige
+zaak is, en daar een vreemdeling, onbekend als hij is met de zeden,
+karakters en inzichten van zijn kameraden, er elementen van tweedracht
+in zou kunnen brengen, moet ieder der leden een dag met genoemden
+Carolus doorbrengen en een onderzoek instellen naar zijn leven, zijn
+smaak, zijn litteraire capaciteiten en zijn garde-robe. De bohémiens
+zouden elkaar dan hun particuliere indrukken mededeelen, waarna
+zij zouden stemmen over weigering of aanneming: verder zou Carolus,
+vòòr zijn toelating, een proeftijd van een maand moeten doormaken,
+dat wil zeggen, dat hij vòòr dien tijd niet het recht zou hebben
+hen te tutoyeeren en hun op straat een arm te geven. Op den dag der
+installatie zou het nieuw-aangenomen lid een schitterend feestmaal
+moeten geven, waarvan de kosten minstens twaalf francs zouden moeten
+bedragen."
+
+Dit amendement werd met drie stemmen tegen één, die van Colline,
+aangenomen; deze vond, dat men niet genoeg vertrouwen in hem had en
+dat dit amendement een nieuwe aanslag op zijn beleid was.
+
+Dienzelfden avond ging Colline met opzet zeer vroegtijdig naar het
+café, om de eerste te zijn om Carolus te zien.
+
+Hij behoefde niet lang te wachten: Carolus kwam weldra met drie
+reusachtige bouquetten rozen in de hand.
+
+"Allemachtig!" riep Colline uit; "wat wilt u met dien tuin?"
+
+"Ik heb gedacht aan wat u me gisteren gezegd hebt: uw vrienden
+zullen ongetwijfeld met hun dames komen, en daarom heb ik die bloemen
+meegebracht; zij zijn heel mooi."
+
+"Dat geloof ik graag; ze zullen u minstens vijftien sous gekost
+hebben."
+
+"Stel u voor! In de maand December. Als u nu vijftien francs zeide!"
+
+"Lieve Hemel!" riep Carolus uit, "een trio daalders voor die eenvoudige
+kinderen van Flora, wat een dwaasheid! Is u misschien familie van de
+Cordillera's? Welnu, waarde heer, dat zijn vijftien francs, die wij
+in den letterlijken zin des woords uit het raam zullen moeten smijten."
+
+"Wat wilt u daarmede zeggen?"
+
+Colline vertelde nu welke jaloersche vermoedens Marcel onder zijn
+vrienden had gewekt, en bracht Carolus op de hoogte van de heftige
+discussie, die plaats had gehad tusschen de bohémiens naar aanleiding
+van zijn verzoek, om in den vriendenkring te worden opgenomen.
+
+"Ik heb betoogd, dat uw bedoelingen zoo rein en zuiver en eerlijk
+mogelijk waren," voegde Colline eraan toe; "maar de oppositie is niet
+minder krachtig geweest. Zorg er dus voor de jaloersche vermoedens,
+die men tegen u koesteren kan, niet aan te wakkeren door te galant
+tegen de dames te zijn; laten wij dus, om te beginnen, die bouquetten
+doen verdwijnen."
+
+En Colline nam de rozen en verborg ze in een kast, waarin ze alles
+en nog wat bewaarden.
+
+"Maar dat is niet alles," ging hij voort; "de heeren wenschen,
+alvorens op meer intiemen voet met u te komen, ieder afzonderlijk
+een onderzoek in te stellen naar uw karakter, uw smaak enz."
+
+En opdat Barbemuche zijn vrienden niet te veel aanstoot zou geven, gaf
+Colline hem in ruwe trekken een moreel portret van ieder der bohémiens.
+
+"Tracht nu met ieder afzonderlijk op goeden voet te komen, dan zullen
+zij ten slotte allemaal voor uw toelating stemmen."
+
+Carolus stemde in alles toe.
+
+Kort daarop verschenen de drie vrienden met hun respectievelijke
+"vrouwen".
+
+Rodolphe was zeer beleefd tegenover Carolus, Schaunard erg
+vertrouwelijk en familiaar, terwijl Marcel koel bleef. Carolus trachtte
+vroolijk en hartelijk te zijn tegenover de mannen, doch hield zich
+op een afstand van de dames.
+
+Bij het afscheid noodigde Barbemuche Rodolphe uit den volgenden dag
+met hem te dineeren met het verzoek 's middags reeds te komen.
+
+De dichter nam de invitatie aan.
+
+"Goed", zeide hij tot zichzelf; "ik begin dus de enquête."
+
+Rodolphe zorgde den volgenden dag op het afgesproken uur bij Carolus te
+zijn. Barbemuche woonde inderdaad in een zeer mooi heerenhuis in de rue
+Royale en had daar een kamer, waarin een zeker confort heerschte. Wel
+verwonderde het Rodolphe, dat, hoewel het nog klaarlichte dag was,
+de luiken gesloten, de gordijnen dichtgetrokken en twee kaarsen op
+een tafel aangestoken waren. Hij vroeg Barbemuche naar de bedoeling
+daarvan.
+
+"De studie," zeide deze, "is de dochter van het mysterie en der
+stilte."
+
+Ze gingen zitten en begonnen te praten. Na een uur wist Carolus met
+een geduld en een oratorische handigheid, die oneindig was, een zin
+te pas te brengen, die, niettegenstaande zijn bescheiden vorm, niets
+meer of minder dan een sommatie aan Rodolphe was, om te luisteren naar
+de voorlezing van een klein werkje, dat de vrucht van de doorwaakte
+nachten van genoemden Carolus was.
+
+Rodolphe begreep, dat hij gevangen was, en daar hij bovendien gaarne
+den stijl van Barbemuche wilde leeren kennen, boog hij zeer beleefd
+en verzekerde, dat het hem een waar genoegen en .....
+
+Carolus wachtte het slot van den zin niet af, vloog naar de deur,
+schoof den grendel ervoor, draaide den sleutel om, ging naar Rodolphe
+terug en nam eindelijk een klein schrift, waarvan het kleine formaat
+en de geringe dikte een glimlach van tevredenheid op het gelaat van
+den dichter te voorschijn riepen.
+
+"Is dat het manuscript van uw werk?" vroeg hij.
+
+"Neen", antwoordde Carolus, "dat is de catalogus van mijn manuscripten;
+ik zoek naar het nummer van het werkje, dat u mij wel wilt vergunnen
+u voor te lezen .. Hier is het: Don Lopez of het Noodlot, No. 14. Dat
+is op de derde plank."
+
+Hij opende een klein kastje, waarin Rodolphe tot zijn schrik een
+groote hoeveelheid handschriften zag staan, Carolus nam er een uit,
+sloot de kast en ging tegenover den dichter zitten.
+
+Rodolphe wierp een blik op een der vier cahiers, waaruit het werk
+bestond, waarvan het formaat hem aan de Maliebaan deed denken.
+
+"Enfin", zeide hij tot zichzelf, "het is niet in verzen ... maar het
+heet Don Lopez!"
+
+Carolus nam het eerste cahier en begon te lezen:
+
+"In een kouden winternacht reden twee ruiters, dicht gewikkeld in
+hun jassen op twee trage muilezels naast elkaar op een der wegen,
+die de vreeselijke eenzaamheid der stille Sierra Morena ...."
+
+"Lieve Hemel, waar ben ik!" dacht Rodolphe, die door dit begin
+verschrikt was. Carolus ging verder en las aan één stuk het eerste
+hoofdstuk, dat geheel in dien stijl geschreven was.
+
+Rodolphe luisterde maar half en zon op een middel om te ontsnappen.
+
+"Daar is wel een raam," zeide hij tot zichzelf; "maar behalve dat
+het dicht is, zijn we hier op de vierde verdieping. Ha, nu begrijp
+ik al die voorzorgsmaatregelen."
+
+"Wat zegt u van mijn eerste hoofdstuk?" vroeg Carolus; "maar wat ik
+u verzoeken mag, spaar mij uw kritiek niet."
+
+Rodolphe meende zich te kunnen herinneren, dat hij stukken hoogdravende
+philosophie over den zelfmoord, door genoemden Lopez, den held van
+den roman, uitgesproken, gehoord had en antwoordde op goed geluk af:
+
+"De groote figuur van don Lopez is zeer gewetensvol bestudeerd--het
+doet je onwillekeurig denken aan de Profession de foi du vicaire
+savoyard [27]; de beschrijving van den muilezel van don Alvar bevalt
+mij uitstekend en herinnert aan een schets van Géricault [28]. Het
+landschap geeft heele mooie lijnen; en wat de denkbeelden betreft,
+dat is zaad van Jean Jacques Rousseau, gezaaid op den bodem van
+Lesage. Echter moet ik één opmerking maken; U zet te veel komma's en
+gebruikt te veel het woord: "in den vervolge"; dat is een aardige
+uitdrukking, die het van tijd tot tijd wel doet en aan het geheel
+kleur geeft, maar die je niet te dikwijls gebruiken moet."
+
+Carolus nam zijn tweede cahier op en las nogmaals den titel: Don
+Lopez of het noodlot.
+
+"Ik heb indertijd ook een don Lopez gekend," zeide Rodolphe; "hij
+handelde in sigaretten en chocolade uit Bayonne; hij was misschien
+wel familie van den uwe.. Doch lees verder ...."
+
+Bij het einde van het tweede hoofdstuk viel de dichter Carolus in
+de rede:
+
+"Begint u nog geen keelpijn te krijgen?" vroeg hij.
+
+"Volstrekt niet," antwoordde Carolus; "ik zal u nu de geschiedenis
+van Inésille voorlezen."
+
+"Ik ben er zeer nieuwsgierig naar .... Maar indien het u vermoeien
+mocht, dan zou ik ...."
+
+"Hoofdstuk III!" zeide Carolus met een heldere stem.
+
+Rodolphe nam Carolus aandachtig op en merkte, dat hij een zeer korten,
+dikken nek en een hoog roode gelaatskleur had.
+
+"Ik heb nog één hoop," dacht de dichter, nadat hij die ontdekking
+gedaan had;--"een beroerte!"
+
+"Wij zullen nu met hoofdstuk IV beginnen. U wilt dan zeker wel zoo
+goed zijn mij te zeggen wat u van de liefdesscène denkt."
+
+En Carolus las verder.
+
+Toen Carolus Rodolphe even aankeek om op zijn gelaat de uitwerking
+van het tweegesprek te lezen, zag hij, dat de dichter, gebogen
+over zijn stoel zijn hoofd rekte in de houding van iemand, die naar
+ververwijderde klanken luistert.
+
+"Wat hebt u?" vroeg hij.
+
+"Sst!" zeide Rodolphe; "hoort u niets? Het is net of ik: Brand hoor
+roepen! Willen we even gaan kijken?"
+
+Carolus luisterde een oogenblik, doch hoorde niets.
+
+"Dan zal ik een oorsuizing gehad hebben," zeide Rodolphe; "lees verder;
+don Alvar interesseert me buitengewoon; het is een edele jongeling."
+
+Carolus las verder en legde al de muziek van zijn orgaan in de volgende
+woorden van den jongen don Alvar.
+
+"O, Inésille, wie ge zijt, engel of demon, en wat ook uw vaderland
+moge zijn, mijn leven behoort u, en ik zal u volgen, zij het naar
+den hemel, zij het naar de hel."
+
+Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt; een stem buiten riep
+Carolus.
+
+Het was de concierge, die een brief bracht, welken Carolus vlug
+open scheurde.
+
+"Een leelijke streep door de rekening!" zeide hij; "wij zullen
+verplicht zijn de verdere lezing tot een volgenden keer uit te stellen;
+ik krijg nl. een bericht, dat mij noodzaakt onmiddellijk uit te gaan."
+
+"O", dacht Rodolphe; "dat is een brief, die uit den hemel valt;
+ik herken daarop het zegel van de Voorzienigheid."
+
+"Indien u het goed vindt," zeide Carolus, "dan zullen we samen de
+boodschap doen, waartoe deze tijding mij noodzaakt, dan kunnen we
+daarna gaan dineeren."
+
+"Ik ben geheel tot uw dienst," zeide Rodolphe.
+
+Toen hij 's avonds weer in den vriendenkring zat, werd de dichter
+door zijn kameraden met vragen over Barbemuche bestormd.
+
+"Ben je tevreden over hem? Heeft hij je goed onthaald?" vroegen Marcel
+en Schaunard.
+
+"Ja, maar het heeft me heel wat gekost."
+
+"Wat? Heeft Carolus je laten betalen?" vroeg Schaunard met stijgende
+verontwaardiging.
+
+"Dat niet, maar hij heeft me een roman voorgelezen, waarin don Lopez
+en don Alvar de hoofdpersonen zijn en de jeune premiers hun geliefden
+Engel of Demon noemen."
+
+"Ontzettend!" riepen alle bohémiens in koor.
+
+"Maar", vroeg Colline, "afgezien nu van de litteratuur, wat is je
+meening omtrent Carolus?"
+
+"Barbemuche is een fatsoenlijke jonge man. Trouwens jullie kunnen
+persoonlijk je waarnemingen doen: Carolus wil ons n.l. een voor een als
+gast hebben. Schaunard is voor morgen te dejeuneeren gevraagd. Maar
+vertrouw, wanneer je naar Barbemuche gaat, de kast met manuscripten
+niet, dat is een gevaarlijk meubel."
+
+Schaunard was den volgenden dag precies op tijd bij Barbemuche
+en stelde een onderzoek in, zooals een beëedigd taxateur of een
+deurwaarder, die gerechtelijk beslag komt leggen, gewoon zijn in te
+stellen. Hij kwam dan ook terug met zijn hoofd vol aanteekeningen;
+hij had Carolus bestudeerd uit een oogpunt van zijn roerend goed.
+
+"Nu?" zoo vroegen ze hem; "wat is jouw meening?"
+
+"Die Barbemuche", riep Schaunard uit; "loopt over van goede
+eigenschappen; hij kent de namen van alle wijnsoorten en heeft
+me dingen laten eten zòò lekker, als je ze bij mijn tante op haar
+verjaardag niet krijgt. Met de kleermakers uit de rue Vivienne en
+de laarzenmakers van de Panorama's schijnt hij op den besten voet te
+staan. Bovendien heb ik opgemerkt, dat hij ongeveer even groot is als
+wij, zoodat we hem desnoods onze pakken kunnen leenen. Zijn zeden zijn
+minder streng dan Colline ons heeft willen doen gelooven; hij is overal
+heen meegegaan, waar ik hem wilde brengen, en hij heeft me getracteerd
+op een déjeuner in twee bedrijven, waarvan het tweede zich afgespeeld
+heeft in een kroeg van de halle, waarin ik heel goed bekend ben, omdat
+ik er in carnavalstijd heel wat orgieën heb medegemaakt. Carolus deed
+net alsof hij er thuis was. Marcel is voor morgen uitgenoodigd."
+
+Carolus wist, dat van de bohémiens Marcel zich het meest tegen zijn
+opneming in den vriendenkring verzette: hij ontving hem dan ook met
+de grootste voorkomendheid; maar vooral wist hij den kunstenaar voor
+zich te winnen door hem voor te spiegelen, dat hij portretten van de
+familie van zijn leerling te schilderen zou krijgen.
+
+Toen het Marcels beurt was, om zijn bevindingen mede te deelen,
+merkten zijn vrienden niets meer van de vijandelijke gezindheid,
+die hij in den beginne ten opzichte van Carolus getoond had.
+
+Den vierden dag deelde Colline Barbemuche mede, dat hij toegelaten was.
+
+"Wat? Ben ik heusch toegelaten?" riep Carolus dol-verheugd uit.
+
+"Ja", antwoordde Colline, "maar als u u verandert."
+
+"Wat bedoelt u daarmede?"
+
+"Ik bedoel, dat u nog een groot aantal vulgaire gewoonten hebt,
+die u u zult moeten afwennen."
+
+"Ik zal mijn best doen u in alles na te volgen," antwoordde Carolus.
+
+Gedurende zijn noviciaat bezocht de Platonische wijsgeer de bohémiens
+dagelijks, en daar hij op die manier in staat gesteld werd hun zeden
+grondiger te bestudeeren, kon het niet anders, of hij moest van de
+eene verbazing in de andere vallen.
+
+Op een goeden morgen kwam Colline met een van vreugde stralend gezicht
+bij Barbemuche.
+
+"Nu, mijn waarde," zeide hij, "je bent definitief toegelaten. Nu
+blijft nog slechts over om den dag en de plaats voor het groote
+feestmaal vast te stellen, en ik kom nu daarover eens met je praten."
+
+"Maar dat treft prachtig," antwoordde Carolus; "de ouders van mijn
+leerling zijn op dit oogenblik buiten en de jonge vicomte, wiens
+mentor ik ben, zal mij voor een avond de kamers wel willen afstaan:
+op die manier kunnen we het veel prettiger hebben, maar we zullen
+ook den jongen vicomte moeten inviteeren."
+
+"Dat zou prachtig zijn," vond Colline. "Wij zouden de horizonten
+der litteratuur voor hem kunnen openen; maar geloof je, dat hij zijn
+toestemming geven zal?"
+
+"Daar ben ik bij voorbaat zeker van."
+
+"Dan blijft nog alleen over den dag vast te stellen."
+
+"Dat zullen we vanavond in het café verder afspreken."
+
+Carolus ging nu dadelijk zijn leerling opzoeken en deelde hem mede,
+dat hij aangenomen was als lid van een voorname litterair-artistieke
+vereeniging, en dat hij, om zijn toelating te vieren, van plan was
+een diner en daarna een klein feestje te geven. Ten slotte noodigde
+hij hem uit aan de plechtige installatie deel te nemen ...
+
+"En daar je toch niet laat thuis kunt komen en het feest wel tot
+na middernacht zal duren, zullen we voor alle gemak dat diner maar
+hier aan huis geven. François, je knecht, zal het niet verraden;
+je ouders zullen er dus niets van te weten komen en jij zult op
+die manier kennis maken met de geestrijkste menschen uit Parijs,
+kunstenaars en schrijvers."
+
+"Die al gedrukt zijn?" vroeg de jonge man.
+
+"Zeker wel, gedrukt; een van hen is hoofdredacteur van de Echarpe,
+een tijdschrift waarop je moeder geabonneerd is; het zijn zeer
+gedistingeerde, bijna beroemde personen; ik ben hun intieme vriend. Zij
+hebben bekoorlijke vrouwen."
+
+"Komen er ook vrouwen bij?" vroeg de vicomte.
+
+"Verrukkelijke schepsels."
+
+"O, ik ben u zeer dankbaar voor uw uitnoodiging, waarde meester;
+natuurlijk zullen we het feest hier geven; we zullen alle kroonluchters
+laten aansteken en de hoezen van de meubelen laten nemen."
+
+'s Avonds in het café vertelde Barbemuche, dat het feest den volgenden
+Zaterdag gegeven zou worden.
+
+De bohémiens verzochten hun vriendinnen aan haar toilet te denken.
+
+"Vergeet vooral niet," zeiden zij tot haar, "dat we ditmaal in echte
+salons komen. Bereid je daar dus op voor: eenvoudige, maar rijke
+toiletten."
+
+Denzelfden dag nog werd de geheele straat er mede in kennis gesteld,
+dat Mimi, Phémie en Musette in de "wereld" zouden gaan.
+
+Op den ochtend van de plechtigheid geschiedde nog het volgende:
+Colline, Schaunard, Marcel en Rodolphe begaven zich gezamenlijk naar
+Barbemuche, die zeer verwonderd was ze al zoo vroeg te zien.
+
+"Er is toch niets gebeurd, waardoor het feest uitgesteld moet
+worden?" vroeg hij eenigszins ongerust.
+
+"Ja en neen," antwoordde Colline. "De zaak is deze. Tusschen ons
+gezegd en gezwegen, doen we onder ons nooit aan plichtplegingen;
+maar wanneer we met vreemden samenkomen, dan willen we graag een
+zeker decorum bewaren."
+
+"Welnu?" vroeg Barbemuche.
+
+"Welnu", ging Colline voort, "daar we vanavond den jongen edelman
+ontmoeten, die zijn salon voor ons opent, komen wij uit achting voor
+hem en uit achting voor onszelf je heel vriendschappelijk vragen,
+of je ons voor vanavond niet een paar kleedingstukken van goeden snit
+kan leenen. Je begrijpt even goed als wij, dat het voor ons zoo goed
+als onmogelijk is in trui en paletot de weelderige vertrekken van
+deze woning te bezoeken."
+
+"Maar," zeide Carolus; "ik heb geen vier rokken."
+
+"Ach!" zeide Colline, "we zullen ons wel weten te behelpen met wat
+je hebt."
+
+"Kijk maar eens!" zeide Carolus en opende een tamelijk rijk voorziene
+kleerkast.
+
+"Maar je hebt daar een compleet kleeding-arsenaal."
+
+"Drie hoeden!" zeide Schaunard in extase; "hoe kan je in Godsnaam
+drie hoeden hebben, als je maar één hoofd hebt."
+
+"En kijk eens wat een schoenen!" brulde Colline.
+
+In een oogwenk hadden zij ieder een volledige uitrusting gekozen.
+
+"Tot vanavond," zeiden zij, terwijl zij afscheid namen van Barbemuche;
+"de dames zullen er schitterend uitzien."
+
+"Maar", zeide Barbemuche met een blik op de geheel leeggeplunderde
+kast, "jullie laat voor mij niets over. Hoe moet ik jullie ontvangen?"
+
+"O, jij", zeide Rodolphe, "voor jou is het heel wat anders; jij bent
+de heer des huizes en behoeft het dus met de etiquette zoo nauw niet
+te nemen."
+
+"Maar ik heb alleen nog maar een kamerjapon, een slaapbroek, een
+flanellen vest en pantoffels over; jullie hebt alles weggenomen."
+
+"Wat hindert dat? Je bent bij voorbaat geëxcuseerd," antwoordden
+de bohémiens.
+
+Om zes uur werd er een prachtig diner in de eetzaal opgediend. De
+bohémiens arriveerden. Marcel hinkte een beetje en was in een slecht
+humeur. De jonge vicomte Paul snelde den dames tegemoet en geleidde
+ze naar de beste plaatsen. Mimi had een zeer fantastisch toilet
+aan. Musette was zeer uitdagend gekleed. Phémie geleek op een venster
+met gekleurde ramen, zij durfde bijna niet te gaan zitten. Het diner,
+dat twee en een half uur duurde, was zeer geanimeerd.
+
+De jonge vicomte Paul, die Mimi tot tafeldame had, stootte haar ieder
+oogenblik met waren hartstocht aan met zijn voet. Phémie vroeg bij
+iedere gang tweemaal om dezen of genen schotel. Schaunard zwelgde
+in het druivennat. Rodolphe improviseerde sonnetten en brak bij het
+aangeven van den rhythmus de glazen. Colline praatte met Marcel,
+die nog steeds knorrig was.
+
+"Wat heb je toch?" vroeg hij.
+
+"Ik heb zoo'n vreeselijke pijn aan mijn voet en dat hindert me. Die
+Carolus heeft een voet als een jong meisje."
+
+"O, als het anders niet is," vond Colline, "dan zullen we hem aan
+zijn verstand brengen, dat dit zoo niet langer gaat en dat hij
+"in den vervolge" zijn laarzen een paar nummers grooter moet laten
+maken. Wees maar gerust, dat zal ik wel in orde brengen. Maar ga nu
+mee naar den salon, waar liqueuren der Antillen ons roepen."
+
+Het feest begon met nieuwen glans en schittering. Schaunard zette
+zich voor den piano en speelde met een wonderbare bravoure zijn
+nieuwe symphonie: "De dood der jonkvrouw". Het mooie gedeelte van
+de Schuldeischersmarsch had zoo'n succes, dat hij het driemaal moest
+herhalen. Na afloop waren er twee snaren gesprongen.
+
+Marcel was nog steeds uit zijn humeur, en toen Carolus zich daarover
+bij hem beklaagde, antwoordde de schilder hem:
+
+"Mijn waarde heer Barbemuche, wij zullen nooit op intiemen voet met
+elkaar omgaan. Ziehier de reden. Physieke verschillen zijn bijna altijd
+een zekere aanwijzing voor psychische verschillen. Op dit punt zijn
+de wijsbegeerte en geneeskunde het volmaakt eens."
+
+"En verder?"
+
+"Welnu," zeide Marcel en wees op zijn voeten, "je laarzen, die veel
+en veel te nauw voor mij zijn, toonen aan, dat we niet hetzelfde
+karakter hebben; overigens was je feestje heel charmant!"
+
+Om één uur in den ochtend gingen de bohémiens langs een grooten omweg
+naar huis. Barbemuche was lichtelijk aangeschoten en sloeg allerlei
+onzin uit tegen zijn leerling, die op zijn beurt droomde van de blauwe
+oogen van mademoiselle Mimi.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+DE INWIJDINGSFUIF.
+
+
+Het gebeurde eenigen tijd, nadat de dichter Rodolphe met de jonge
+mademoiselle Mimi een eigen huishoudentje had opgezet; sedert
+ongeveer acht dagen heerschte er in den geheelen vriendenkring een
+groote onrust naar aanleiding van de verdwijning van Rodolphe, die
+plotseling als in een nevel scheen te zijn opgelost. Ze hadden hem
+gezocht op alle plaatsen, waar hij gewoon was te komen, en overal
+kregen ze hetzelfde antwoord:
+
+"We hebben hem in geen acht dagen gezien."
+
+Gustave Colline vooral was in duizend angsten en vreezen, en wel
+om de volgende reden. Eenige dagen te voren had hij Rodolphe een
+artikel van groote wijsgeerige waarde toevertrouwd, dat deze in de
+rubriek "Varia" van le Castor, het bekende hoedenmakersblad, waarvan
+hij hoofdredacteur was, zou opnemen. Was het philosophische artikel
+reeds voor de oogen van het verbaasde Europa verschenen? Dat was de
+vraag, die de ongelukkige Colline zich stelde; en men zal zich dien
+angst kunnen begrijpen, wanneer men weet, dat de philosoof nog niet
+het genoegen gehad had zich gedrukt te zien en dus van verlangen
+brandde, om te zien welken indruk zijn in cicero [29] gedrukt proza
+zou maken. Om zich die bevrediging van zijn eigenliefde te verschaffen,
+had hij reeds zes francs uitgegeven voor verschillende leeszalen zonder
+er le Castor te vinden. Daar hij dit niet langer volhouden kon, zwoer
+Colline zich een duren eed, dat hij geen minuut rust zou nemen alvorens
+de hand op den onvindbaren redacteur van dat blad gelegd te hebben.
+
+Geholpen door verschillende toevallige omstandigheden--het zou te veel
+tijd vorderen die alle te vertellen--gelukte het den wijsgeer zijn
+eed te houden. Twee dagen later had hij Rodolphe's woning uitgevorscht
+en ging hij hem 's morgens om zes uur opzoeken.
+
+Rodolphe woonde toentertijd in een hôtel garni in een eenzame straat
+van den faubourg Saint Germain, waar hij de vijfde verdieping betrokken
+had, omdat er geen zesde was. Toen Colline bij de deur kwam, vond hij
+den sleutel niet in het slot steken. Hij klopte een minuut of tien
+zonder dat hij van binnen antwoord kreeg; op de aubade kwam zelfs de
+concierge af, die Colline vroeg kalm te zijn.
+
+"U ziet toch wel, dat mijnheer slaapt," zeide hij.
+
+"Daarom wil ik hem wakker trommelen," antwoordde Colline en begon
+opnieuw te kloppen.
+
+"Dan wil hij u zeker niet antwoorden," meende de concierge, terwijl
+hij voor de deur van Rodolphe een paar lakschoenen en een paar
+dameslaarsjes, die hij juist gepoetst had, neerzette.
+
+"Wacht eens even," zeide Colline, terwijl hij het mannelijke en
+vrouwelijke paar laarzen bekeek; "een paar nieuwe lakschoenen. Ik
+heb me zeker in de deur vergist; hier moet ik zeker niet zijn."
+
+"Wien moet u eigenlijk hebben?" vroeg de concierge.
+
+"Vrouwenlaarsjes!" ging Colline voort als in zichzelf sprekend en
+denkend aan de strenge zeden van zijn vriend; "ja, ik heb me beslist
+vergist. Dit kan de kamer van Rodolphe beslist niet zijn."
+
+"Vraag excuus, mijnheer; dat is hier wel."
+
+"Zoo. Dan vergis jij je, beste man!"
+
+"Hoe bedoelt u dat?"
+
+"Dat je je beslist vergist," zeide Colline, terwijl hij op de
+lakschoenen wees. "Wat zijn dat?"
+
+"Dat zijn de schoenen van mijnheer Rodolphe; wat is daar voor
+verwonderlijks aan?"
+
+"En die daar?" zeide Rodolphe en wees hem de dameslaarsjes; "zijn
+die ook van mijnheer Rodolphe?"
+
+"Die zijn van zijn dame," zeide de concierge.
+
+"Van zijn dame?" riep Colline verbaasd uit. "Wat een
+wellusteling! Daarom wil hij natuurlijk niet open doen!"
+
+"Lieve Hemel!" zeide de concierge; "die jonge man is toch vrij om te
+doen of te laten wat hij wil; als mijnheer mij zijn naam wil zeggen,
+dan zal ik mijnheer Rodolphe zeggen, dat u hier geweest is."
+
+"Neen", zeide Colline, "nu ik eenmaal weet waar ik hem vinden kan,
+zal ik wel terugkomen." En hij ging heen, om zijn vrienden het groote
+nieuws te gaan vertellen.
+
+De lakschoenen van Rodolphe werden algemeen als fabels beschouwd, als
+een vrucht van Colline's rijke fantasie, en éénstemmig werd verklaard,
+dat zijn maîtresse een paradox was.
+
+En toch was die paradox een waarheid; want nog dienzelfden avond kreeg
+Marcel een collectieven brief voor alle vrienden van dezen inhoud:
+
+"Mijnheer en Mevrouw Rodolphe, letterkundigen, hebben de eer u uit
+te noodigen voor een diner, dat zij zich voorstellen morgenavond om
+vijf uur precies te geven.
+
+P.S. Er wordt van borden gegeten."
+
+"Mijne heeren," zeide Marcel, die zijn vrienden met den inhoud van
+den brief in kennis stelde, "Colline heeft toch gelijk: Rodolphe
+heeft werkelijk een maîtresse; bovendien vraagt hij ons te dineeren
+en het postscriptum belooft zelfs tafelgerei. Ik wil u niet verhelen,
+dat deze laatste paragraaf mij een lyrisch-poëtische overdrijving
+toeschijnt; we zullen echter dienen af te wachten."
+
+Op het aangegeven uur gingen den volgenden dag Marcel, Gustave Colline
+en Alexander Schaunard, uitgehongerd alsof ze in geen dagen gegeten
+hadden, naar Rodolphe, dien zij bezig vonden te spelen met een roode
+kat, terwijl een jonge vrouw de tafel dekte.
+
+"Heeren", zeide Rodolphe, terwijl hij zijn vrienden de hand drukte
+en met een gebaar naar de jonge vrouw wees, "mag ik u de vrouw des
+huizes voorstellen?"
+
+"Dan ben jij dus de heer des huizes?" zeide Colline.
+
+"Mimi," antwoordde Rodolphe, "ik stel je mijn beste vrienden voor,
+en doe nu de soep op."
+
+"O, mevrouw," zeide Alexandre Schaunard, terwijl hij naar Mimi toe
+ging, "u zijt frisch als een woudbloem."
+
+Na zich overtuigd te hebben, dat er in werkelijkheid assietten op tafel
+stonden, informeerde Schaunard wat zij te eten zouden krijgen. Hij
+dreef de nieuwsgierigheid zoo ver, dat hij de deksels van de pannen
+nam, waarin het diner kookte. De aanwezigheid van een kreeft maakte
+een diepen indruk op hem.
+
+Colline had Rodolphe even apart genomen, om hem naar zijn philosophisch
+artikel te vragen.
+
+"Dat is op de drukkerij," zeide Rodolphe. "Le Castor verschijnt
+a.s. Donderdag."
+
+Wij zullen niet trachten de vreugde van den wijsgeer te schilderen.
+
+"Heeren", zeide Rodolphe tot zijn vrienden; "jullie moeten het me niet
+kwalijk nemen, dat ik jullie zoolang zonder eenig bericht gelaten heb,
+maar ik was in mijn wittebroodsweken."
+
+En hij vertelde hun de geschiedenis van zijn "huwlijk" met dit
+bekoorlijke schepseltje, dat hem als bruidschat haar achttien jaar
+en zes maanden, twee porceleinen kopjes en een roode poes, eveneens
+Mimi genaamd, medegebracht had.
+
+"En nu, heeren," ging Rodolphe voort, "zullen wij onze nieuwe woning
+inwijden. Maar ik waarschuw je van te voren, dat het een eenvoudige
+burgerpot is en de truffels door de grootste hartelijkheid vervangen
+worden."
+
+Inderdaad bleef die bekoorlijke godin dan ook heerschen onder de
+gasten, die intusschen vonden, dat die "eenvoudige burgerpot" nog
+al meeviel. Rodolphe was dan ook "uit zijn slof geschoten." Colline
+maakte er op opmerkzaam, dat de borden verwisseld werden en verklaarde
+op luiden toon, dat mademoiselle Mimi het blauwe lint waardig was,
+waarmede de keizerinnen van het fornuis gedecoreerd worden, een zin,
+die voor het jonge meisje zuiver Sanskriet was, en die Rodolphe voor
+haar aldus vertaalde, "dat zij een uitstekende keukenmeid zou zijn."
+
+Het optreden van de kreeft veroorzaakte een algemeene
+bewondering. Onder voorwendsel dat hij in de natuurlijke historie
+gestudeerd had, vroeg Schaunard het dier te mogen verdeelen; hij maakte
+zelfs van de gelegenheid gebruik om een mes te breken en zichzelf de
+grootste portie toe te eigenen, wat een algemeene verontwaardiging
+deed ontstaan. Doch Schaunard was niet gevoelig, vooral niet op het
+punt: kreeft; en toen er nog een portie overbleef, was hij brutaal
+genoeg die apart te leggen onder voorwendsel, dat die hem als model
+moest dienen voor een stilleven, dat hij juist onder handen had.
+
+In hun toegeeflijke vriendschap deden de kameraden, alsof zij aan dezen
+leugen, die de vrucht van een onmatige eetlust was, geloof schonken.
+
+Colline daarentegen bewaarde al zijn sympathieën voor het dessert
+en weigerde zelfs halsstarrig om zijn deel van de rhumkoek te ruilen
+voor een toegangsbewijs voor de orangerie te Versailles, wat Schaunard
+hem voorstelde.
+
+Het discours werd langzamerhand geanimeerder.
+
+Op de drie flesschen met roode capsules volgden er drie met groene,
+in het midden waarvan ze weldra een flesch zagen te voorschijn
+komen, welker met een zilveren helm bedekte hals dadelijk verried,
+dat zij tot het regiment van Royal-Champenois behoorde. Het was
+een imitatie-champagne, die in de wijnbergen van Saint-Ouen geoogst
+was en te Parijs voor twee francs verkocht werd wegens liquidatie,
+zooals de wijnhandelaar beweerde.
+
+Maar niet het land maakt den wijn, en onze bohémiens aanvaardden
+den drank, dien ze in speciaal daarvoor bestemde glazen kregen,
+als echte Champagne en waren ondanks de weinige opgewektheid,
+waarmede de kurk uit zijn gevangenis ontsnapte, in extase over
+het voortreffelijke merk, toen zij de groote hoeveelheid schuim
+zagen. Schaunard gebruikte daarbij de rest van zijn bezinning, om
+zich in de glazen te vergissen en dat van Colline te ledigen, die op
+zijn beurt met het ernstigste gezicht van de wereld zijn beschuit in
+den mosterdpot doopte en mademoiselle Mimi het wijsgeerige artikel,
+dat in le Castor moest verschijnen, trachtte uit te leggen. Terwijl
+hij daarmede bezig was, werd hij plotseling bleek en vroeg permissie
+of hij even aan het raam naar de ondergaande zon mocht gaan kijken,
+hoewel het al tien uur was en de zon reeds lang onder de wol lag.
+
+"Het is jammer, dat de champagne niet gefrappeerd is," zeide Schaunard,
+die nogmaals trachtte zijn leeg glas te verwisselen voor een vol van
+zijn tafelbuurman, welke poging echter ditmaal geen succes had.
+
+"Mevrouw," zeide Colline, die genoeg versche lucht gehapt had, tegen
+Mimi, "je koelt champagne met ijs, ijs wordt gevormd door condensatie
+van water, aqua in het Latijn. Water bevriest bij twee graden, en er
+zijn vier jaargetijden, zomer, herfst en winter. Dat is de oorzaak
+geweest van den terugtocht uit Rusland; Rodolphe, geef mij nog een
+hemistichium champagne!"
+
+"Wat zegt je vriend toch?" vroeg Mimi, die er niets van begreep,
+aan Rodolphe.
+
+"O, hij vraagt, of ik hem nog een half glas Champagne wil geven,"
+antwoordde deze.
+
+Plotseling gaf Colline Rodolphe een harden klap op zijn schouder en
+zeide stotterend, alsof de lettergrepen als taai-taai tusschen zijn
+lippen bleven zitten:
+
+"Het is morgen Donderdag, niet?"
+
+"Neen, het is morgen Zondag."
+
+"Neen, Donderdag."
+
+"Neen, heusch niet, Zondag."
+
+"O, Zondag," zeide Colline, terwijl hij zijn hoofd heen en weer wiegde,
+"meestal is het morgen Don...der...dag..."
+
+En terwijl hij zijn gezicht in de ijspudding, die nog op zijn bord lag,
+drukte, sliep hij in.
+
+"Wat wil hij toch eigenlijk met zijn Donderdag?" vroeg Mimi.
+
+"O, nou ben ik er achter!" antwoordde Rodolphe, die de halsstarrigheid
+van den door zijn idée fixe gekwelden wijsgeer begon te begrijpen;
+"dat komt door zijn artikel in Le Castor ... Luister maar, hij droomt
+er hardop van."
+
+"Goed", zeide Schaunard, "dan krijgt hij ook geen koffie, niet waar
+mevrouw?"
+
+"Dat is waar ook, Mimi," zeide Rodolphe, "presenteer de koffie eens."
+
+Zij wilde juist opstaan, toen Colline, die van de ijspudding zijn
+koelbloedigheid eenigszins teruggekregen had, haar om haar middel
+vatte en haar vertrouwelijk in het oor fluisterde:
+
+"Mevrouw, de koffie is afkomstig uit Arabië, waar hij door een geit
+ontdekt is. Van daar uit kwam de gewoonte om koffie te drinken naar
+Europa. Voltaire dronk twee-en-zeventig koppen per dag. Ik drink ze
+zonder suiker, maar graag heel warm."
+
+"Lieve Hemel, wat een knappe vent!" dacht Mimi, terwijl zij de koffie
+en de pijpen bracht.
+
+Intusschen was het aardig laat geworden; het had al geruimen tijd
+geleden middernacht geslagen en Rodolphe trachtte zijn vrienden aan
+het verstand te brengen, dat het nu langzamerhand tijd werd om heen
+te gaan. Marcel, die nog volkomen helder was, stond op, om afscheid
+te nemen.
+
+Schaunard echter ontdekte, dat er in een flesch nog wat brandewijn
+was, en verklaarde, dat het nooit middernacht kon zijn, zoolang er
+nog een druppel in het glas was. Colline zat schrijlings op zijn
+stoel en bromde binnensmonds.
+
+"Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag...."
+
+"Maar lieve hemel," zeide Rodolphe wanhopig, "ik kan ze toch vannacht
+hier niet houden. Vroeger ging dat goed, maar nu is dat wat anders,"
+en hij keek daarbij naar Mimi, wier warme blik om eenzaamheid met
+hun tweetjes scheen te smeeken.
+
+"Wat moet ik beginnen? Geef mij toch eens raad, Marcel. Verzin toch
+een middel, om ze hier vandaan te krijgen!"
+
+"Neen, ik verzin er geen," zeide Marcel; "maar ik zal er een
+navolgen. Ik herinner me een comedie, waarin een intelligente knecht
+het middel vindt om drie als tempelieren zoo dronken schelmen uit
+het huis van zijn meester te zetten."
+
+"Ja, dat herinner ik me," antwoordde Rodolphe "dat komt in Kean [30]
+voor. De toestand is inderdaad vrijwel dezelfde."
+
+"Welnu, dan zullen we eens zien of het tooneel met de werkelijkheid
+overeenkomt. Wacht even, we zullen met Schaunard beginnen. Hé,
+Schaunard!" riep de schilder.
+
+"Ja, wat is er?" antwoordde deze, die in de blauwe zee van een zoete
+roes scheen te zwemmen.
+
+"Er is hier niets meer te drinken en we hebben allemaal nog dorst."
+
+"Ach ja," zeide Schaunard, "die flesschen zijn ook zoo klein!"
+
+"Nou luister dan; Rodolphe heeft besloten, dat we vannacht hier zouden
+blijven; maar er moet nog eerst wat gehaald worden, om te drinken,
+vòòr de winkels gesloten worden."
+
+"Mijn leverancier woont hier op den hoek van de straat," zeide
+Rodolphe. "Schaunard, ga jij er even heen en vraag uit mijn naam twee
+flesschen rhum."
+
+"Zeker, zeker, zeker!" zeide Schaunard, die bij vergissing de
+overjas van Colline aantrok, welke laatste met zijn mes ruiten op
+het tafellaken teekende.
+
+"Dat is nummer één!" zeide Marcel, toen Schaunard weg was. "Nou
+komt Colline aan de beurt: dat zal een heele dobber worden. Wacht,
+een idee. He, he, Colline!" schreeuwde hij, terwijl hij den wijsgeer
+heen en weer schudde.
+
+"Wat is er.... wat is er?"
+
+"Schaunard is weggegaan en heeft bij vergissing jouw jas aangetrokken."
+
+Colline keek om zich heen en zag inderdaad in plaats van zijn
+notehoutkleurige jas de geruite van Schaunard hangen. Deze ontdekking
+maakte hem zeer ongerust. Colline had n.l. ouder gewoonte in den loop
+van den dag de boekenstalletjes bezocht en voor vijftien sous een
+Finsche grammatica en een kleinen roman van Nisard: "De begrafenis
+van de melkvrouw" gekocht. Bij deze nieuwe aanwinst kwamen nog zeven
+of acht deelen hoogere philosophie, die hij altijd bij zich droeg, om
+steeds een arsenaal te hebben, waaruit hij argumenten zou kunnen putten
+voor het geval er wijsgeerige discussies ontstonden. De gedachte,
+dat die bibliotheek in handen van Schaunard was, deed bij hem het
+angstzweet uitbreken.
+
+"De ongelukkige!" riep Colline uit; "wat heeft hem bezield mijn
+overjas mee te nemen?"
+
+"Het is een vergissing."
+
+"Maar mijn boeken..... hij kan er een slecht gebruik van maken."
+
+"Wees maar niet bezorgd: hij zal ze niet lezen," zeide Rodolphe.
+
+"O, ik ken hem! Hij is in staat er zijn pijp mede aan te steken!"
+
+"Als je daar bang voor bent, dan kan je hem nog best inhalen," zeide
+Rodolphe; "hij is net weg; je zal hem nog wel aan de deur vinden."
+
+"Zeker moet ik hem inhalen," antwoordde Colline, terwijl hij zijn hoed
+opzette, waarvan de randen zoo breed waren, dat men er makkelijk voor
+tien personen thee op zou kunnen ronddienen.
+
+"Dat is nummer twee," zeide Marcel tot Rodolphe; "nu ben je vrij. Ik
+ga ook weg en zal den portier op zijn hart drukken, dat hij niet open
+moet doen, als er geklopt wordt."
+
+"Slaap lekker," zeide Rodolphe, "en wel bedankt!"
+
+Nadat hij zijn vriend uitgelaten had, hoorde Rodolphe op de trap een
+langaangehouden gemiauw, waarop zijn roode kat teeder antwoordde,
+terwijl hij behendig door de halfgeopende deur trachtte te ontsnappen.
+
+"Arme Romeo!" zeide Rodolphe; "je Julia roept je. Vooruit, ga je
+gang maar," en hij opende de deur voor het verliefde dier, dat met
+één sprong de trap af was en in de armen van zijn geliefde lag.
+
+Eindelijk met zijn maîtresse, die voor een spiegel in een bekoorlijke
+en verleidelijke houding haar haar in de krul stond te zetten, alleen,
+ging Rodolphe naar Mimi toe en drukte haar in zijn armen. Dan trok
+hij, als een musicus, die, alvorens zijn stuk te beginnen, een reeks
+accoorden aanslaat, om zich van de qualiteit van zijn instrument te
+overtuigen, Mimi op zijn knieën en drukte op haar schouder een langen,
+vurigen kus, die het frissche schepseltje van verlangen deed rillen.
+
+Het instrument klonk prachtig.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+MADEMOISELLE MIMI.
+
+
+O, vriend Rodolphe, wat is er toch gebeurd, dat ge zoo veranderd
+zijt? Moet ik de geruchten gelooven, die in omloop zijn, en heeft dat
+ongeluk zoozeer uw krachtige philosophie kunnen terneerslaan? Hoe zal
+ik, ik, de geschiedschrijver van uw vrij kunstenaarsheldendicht,
+zoo vol vroolijk gelach en jolijt, hoe zal ik op een voldoend
+melancholischen toon het smartelijk avontuur kunnen vertellen, dat
+een rouwfloers werpt over uw voortdurende levenslust en op die wijze
+plotseling den vroolijken klank van uw paradoxen tot zwijgen brengt?
+
+O, vriend Rodolphe, gaarne wil ik gelooven, dat uw smart groot is,
+maar dat is toch werkelijk geen reden, om dadelijk in het water te
+springen. Daarom raad ik je aan zoo gauw mogelijk een streep door
+het verleden te halen. Ontvlucht vooral de eenzaamheid, die bevolkt
+is met spookgestalten, welke uw bekommernissen tot het oneindige
+verlengen. Ontvlucht de stilte, waarin de echo der herinneringen nog
+weerklinkt van doorleefde vreugde en doorleefde smart. Werp moedig naar
+alle windstreken der vergetelheid den naam, dien ge zoo lief gehad
+hebt, en ook alles wat u nog overblijft van haar, die hem droeg. De
+haarlokken, die uw van hartstocht vurige lippen hebben gekust; het
+kristallen flaconnetje, waarin nog een rest van den parfum sluimert,
+die op dit oogenblik voor u gevaarlijker is om in te ademen dan alle
+vergiften der wereld; in het vuur de bloemen, de bloemen van gaas,
+van zijde en van fluweel; de witte jasmijnen, de door het bloed van
+Adonis gepurperde anemonen, de blauwe vergeet-mij-nietjes, en al die
+bekoorlijke ruikers, welke zij in de verre dagen van uw kort geluk
+samenbond. Toen hield ik ook van uw Mimi, en zag ik er geen gevaar in,
+dat gij haar lief hadt. Maar volg mijn raad: in het vuur die linten,
+die mooie roode, blauwe en gele linten, die haar hals en boezem
+sierden, om uw blikken te trekken en te boeien; in het vuur de kanten
+en mutsjes en sluiers, al die coquette prulletjes, waarmede ze zich
+tooide, om te gaan liefkoozen met mijnheer César, mijnheer Jérôme,
+mijnheer Charles of een anderen geliefde, dien de kalender aangaf,
+terwijl gij aan uw venster op haar stondt te wachten, rillend onder
+den guren wind en den rijp van den winter; in het vuur, Rodolphe,
+alles wat haar heeft toebehoord en wat u aan haar herinneren kan;
+in het vuur, meedoogenloos in het vuur, de liefdesbrieven. Zie, daar
+is er juist een, waarover ge tranen hebt gestort als uit een fontein,
+o, rampzalige vriend!
+
+
+ "Daar je niet thuis komt, ga ik naar mijn tante.
+
+ Het aanwezige geld neem ik mede, om een rijtuig te kunnen betalen.
+
+ Lucile."
+
+
+En dien avond hebt ge niet gegeten, Rodolphe; herinnert ge het u
+nog? En ge zijt bij mij gekomen en hebt op mijn kamer een vuurwerk van
+geestigheden afgestoken, die getuigden van de rust van uw ziel. Want ge
+geloofdet, dat Lucile bij haar tante was, en indien ik u gezegd had,
+dat zij bij mijnheer César of bij een comediant van den Montparnasse
+was, dan zoudt ge me zeker naar de keel gevlogen hebben. In het vuur
+ook dat andere briefje, dat geheel en al de laconische teederheid
+van het eerste ademt:
+
+"Ik ga laarzen bestellen; je moet beslist zorgen, dat je geld krijgt,
+zoodat ik ze overmorgen kan gaan halen."
+
+O, vriendlief, die laarzen hebben heel wat contredansen gedanst,
+waarin gij haar vis-à-vis niet waart!
+
+Aan het vuur die herinneringen, aan de winden haar asch prijsgeven!
+
+Maar Rodolphe, grijp, uit liefde voor de menschheid en ter wille van
+den roem van de Echarpe d'Iris en van den Castor, weer met vaste
+hand de teugels van den goeden smaak, die ge in uw zelfzuchtige
+smart slap hebt laten hangen; anders zouden de vreeselijkste dingen,
+waarvoor gij verantwoordelijk zoudt zijn, kunnen gebeuren. Wij zouden
+weer terugkeeren tot de pofmouwen en de klepbroeken en wij zouden op
+een goeden dag misschien weer hoeden in de mode zien komen, die het
+heelal beleedigen en den toorn des hemels op ons laden zouden.
+
+En nu is dan het oogenblik gekomen, om de liefdesgeschiedenis van onzen
+vriend Rodolphe en mademoiselle Lucile, meer bekend als mademoiselle
+Mimi, te vertellen.
+
+Midden in zijn vier-en-twintigste levensjaar werd Rodolphe plotseling
+aangegrepen door dien hartstocht, welke zoo'n grooten invloed op
+zijn leven had. In den tijd, dat hij Mimi voor het eerst ontmoette,
+leidde Rodolphe dat bewogen en fantastische leven, dat wij in de
+vorige tooneelen van deze serie hebben trachten te beschrijven. Hij
+was ongetwijfeld een der vroolijkste armoedzaaiers, die ooit in het
+land der bohémiens geleefd hebben. Wanneer hij een slecht middagmaal
+gebruikt en een goede aardigheid getapt had, dan liep hij trotscher
+op het plaveisel, dat hem dikwijls tot hoofdkussen diende, trotscher
+in zijn versleten rok, die uit alle naden om genade smeekte, dan een
+keizer in zijn purperen mantel. In den vriendenkring, waarin Rodolphe
+verkeerde, deed men ten gevolge van een geblaseerdheid, die aan sommige
+jonge mannen eigen is, net alsof men de liefde als een luxe-artikel,
+als een voorwendsel voor platte grappen beschouwde. Gustave Colline,
+die sedert lang intieme relaties onderhield met een vestenmaakster,
+welke hij naar lichaam en geest mismaakt had door haar dag en nacht de
+manuscripten van zijn wijsgeerige werken te laten copieeren, beweerde,
+dat de liefde een soort purgeermiddel was, geschikt om ieder nieuw
+jaargetijde in te nemen, ten einde de slechte lichaamsvochten te
+verwijderen. Te midden van al die valsche sceptici was Rodolphe de
+eenige, die met een zekeren eerbied over de liefde placht te spreken;
+en wanneer men het ongeluk had om met hem over dat thema te beginnen,
+dan was hij in staat om meer dan een uur lang elegieën te kirren over
+het geluk bemind te worden, over het blauw van het vredige meer, het
+suizen van den wind, het concert der sterren enz. enz. Schaunard had
+hem naar aanleiding daarvan den bijnaam Harmonika gegeven, terwijl
+Marcel een heel aardig woord verzonnen had, waarin hij een toespeling
+maakte zoowel op de Germaansch-sentimenteele ontboezemingen als op
+de vroegtijdige kaalheid van Rodolphe; hij noemde hem n.l. myosotis
+calva, d.i. het kale vergeet-mij-nietje. De waarheid was echter,
+dat toentertijd Rodolphe in allen ernst geloofde met alle dingen
+van jeugd en liefde afgerekend te hebben; hij zong overmoedig het De
+profundis over zijn hart, dat hij dood waande, terwijl het slechts
+sliep en gereed was ieder oogenblik te ontwaken, toegankelijker dan
+ooit voor vreugde en ontvankelijker dan ooit voor die zoete smarten,
+waarop hij niet meer hoopte en die hem nu wanhopig maakten. Gij hebt
+het gewild, Rodolphe, en wij zullen u niet beklagen, want de smart,
+waaraan gij lijdt, behoort tot die, welke men het meest terugwenscht,
+vooral wanneer men weet, dat men er voor goed van genezen is.
+
+Rodolphe dan ontmoette de jonge Mimi, die hij trouwens vroeger, toen
+zij nog de maîtresse van een zijner vrienden was, gekend had, en maakte
+haar tot de zijne. In den beginne was het een luid gebrom van afkeuring
+onder Rodolphe's vrienden, toen zij van zijn liaison hoorden, maar
+daar mademoiselle Mimi een zeer innemend persoontje was, volstrekt
+niet preutsch, en, zonder hoofdpijn te krijgen, hun tabaksrook en
+litteraire gesprekken kon verdragen, raakte men al spoedig aan haar
+gewend en behandelde haar als een kameraad. Mimi was een bekoorlijk en
+mooi wezentje, dat de plastieke en poëtische sympathieën van Rodolphe
+op bijzondere wijze bevredigde. Zij telde toen twee-en-twintig zomers,
+was klein, tenger gebouwd en grappig-ondeugend. Haar gelaat had iets
+aristocratisch, haar trekken echter, die buitengewoon fijn waren
+en door den glans van haar vochtig-blauwe oogen als het ware met
+een zacht licht overgoten werden, konden in sommige oogenblikken van
+verveling of slecht humeur een uitdrukking van een bijna beestachtige
+woestheid krijgen, waarin een physioloog misschien de aanwijzing
+gezien zou hebben van een grenzenlooze zelfzucht of van een groote
+ongevoeligheid. Maar meestal was het een charmant kopje met een jong,
+frisch lachje en oogen, die nu eens smachtend, dan weer veroverend
+coquet iemand aankeken. Het bloed der jeugd stroomde warm en snel door
+haar aderen en kleurde haar doorzichtige, als camelia's zoo blanke huid
+met rozenroode tinten. Die ziekelijke schoonheid bekoorde Rodolphe,
+dikwijls kroonde hij 's nachts uren lang steeds weer met kussen het
+bleeke voorhoofd van zijn geliefde, wier vochtige en moede oogen,
+half geopend, schitterden onder den gordijn van haar prachtige,
+bruine haren. Maar vooral haar handen, die zij niettegenstaande
+de zorgen voor het huishouden, blanker wist te houden dan wanneer
+zij de godin van het dolce far niente in eigen persoon geweest was,
+maakten Rodolphe waanzinnig op haar verliefd. En toch zouden die zoo
+teere en kleine handen, die voor de liefkoozingen van een lip zoo
+zachte kinderhanden, waarin Rodolphe zijn opnieuw bloeiend hart had
+nedergelegd, toch zouden die blanke handen van Mimi spoedig het hart
+van den dichter met haar rose nageltjes verminken.
+
+Na verloop van een maand begon Rodolphe te merken, dat hij een liaison
+gesloten had met een stormwind en dat zijn maîtresse een groot gebrek
+had. Zij ging n.l. gaarne op buurbezoek en bracht een groot gedeelte
+van haar tijd door bij de maintenées uit de buurt, waarmede zij, God
+weet hoe, kennis gemaakt had. En al heel spoedig werden de gevolgen
+merkbaar, waarvoor Rodolphe gevreesd had, toen hij van de nieuwe
+"kennissen" van zijn maîtresse hoorde. De onbestendige rijkdom van
+sommige dier nieuwe vriendinnen had een geheel woud van begeerten
+doen ontstaan in den geest van Mimi, die tot op dat oogenblik slechts
+bescheiden eischen gehad had en met het noodzakelijke, dat Rodolphe
+haar naar zijn beste krachten gaf, tevreden geweest was. Mimi begon te
+droomen van zijde, fluweel en kant. En niettegenstaande Rodolphe het
+haar verbood, bleef zij omgaan met die vrouwen, die haar éénstemmig
+trachtten te overreden te breken met den bohémien, die haar zelfs
+geen honderdvijftig francs kon geven voor een lakensche japon.
+
+"Een zoo knap meisje als jij," zeiden haar raadgeefsters haar,
+"kan makkelijk een betere "positie" vinden. Je behoeft maar te zoeken."
+
+En mademoiselle Mimi begon te zoeken. Rodolphe, die deze menigvuldige
+en onhandig gemotiveerde uitgangen met leede oogen aanzag, begon nu
+den smartelijken weg van argwaan en vermoedens in te slaan. Maar
+zoodra hij weer een nieuw bewijs van ontrouw op het spoor meende
+te zijn, bond hij steeds weer stevig een doek voor zijn oogen, om
+toch maar niets te zien, want niettegenstaande alles bleef hij Mimi
+aanbidden. Hij koesterde voor haar een jaloersche, phantastische,
+twistzieke liefde, die de jonge vrouw niet begreep, omdat zij toen
+voor Rodolphe nog slechts die lauwe genegenheid voelde, welke uit het
+dagelijksche samenzijn voortspruit. En bovendien was de eene helft
+van haar hart reeds verbruikt ten tijde van haar eerste liefde en
+was de andere helft nog vol herinnering aan haar eersten minnaar.
+
+Zoo verliepen acht maanden van afwisselend goede en slechte
+dagen. Gedurende dien tijd stond Rodolphe wel twintigmaal op het
+punt met Mimi te breken, die hem met alle uitgezochte wreedheden,
+waarover een vrouw zonder liefde beschikt, kwelde. Eerlijk gezegd
+was dit bestaan voor beiden een hel geworden. Maar Rodolphe had zich
+aan die dagelijksche twisten vrijwel gewend en vreesde niets zoozeer
+als het einde van dien toestand, omdat hij begreep, dat daarmede
+tevens voor goed een einde zou komen aan die opbruisingen van zijn
+jeugdig bloed en aan al de gemoedsbewegingen, die hij in zoo langen
+tijd niet meer gekend had. En dan waren er, om de waarheid niet te
+kort te doen, ook uren, waarin mademoiselle Mimi allen argwaan uit
+Rodolphe's door booze vermoedens verscheurd hart wist te verjagen. Er
+waren oogenblikken, waarin deze dichter, die door haar zijn verloren
+poëzie had teruggevonden, aan wien zij zijn jeugd teruggegeven had,
+die dank zij haar weer onder den aequator der liefde was doorgegaan,
+als een kind aan haar knieën nederknielde onder de betoovering van
+haar blauwen blik. Twee of driemaal per maand staakten Rodolphe en
+Mimi hun stormachtige twisten, om zich te verkwikken in de frissche
+oase van een liefdesnacht en liefdesgesprekken. Dan nam Rodolphe het
+glimlachende en opgewekte kopje van zijn vriendinnetje in zijn armen
+en sprak tot haar uren lang die bewonderenswaardige en dwaze taal,
+welke de hartstocht in uren van passie improviseert. In den beginne
+luisterde Mimi kalm, meer verbaasd dan ontroerd, maar langzamerhand
+sleepte de geestdriftige welsprekendheid, die beurtelings teeder,
+vroolijk en melancholiek was, ook haar mede. Zij voelde bij het
+contact van die liefde, het ijs der onverschilligheid, dat haar hart
+deed verstijven, smelten; koortsachtige begeerten begonnen haar dan
+te doortrillen, en zij sloeg haar armen om zijn hals en zeide hem in
+kussen alles wat zij niet in woorden zou hebben kunnen uitdrukken. En
+zoo verraste hen dan het morgenrood, oog in oog, hand in hand, borst
+aan borst, terwijl hun vochtige, van hartstocht brandende lippen nog
+steeds het onsterfelijke woord mompelden:
+
+
+ "Qui depuis cinq mille ans,
+ Se suspend chaque nuit aux lèvres des amants."
+
+
+Doch den volgenden dag ontstond uit een nietige aanleiding weer een
+twist en vluchtte de liefde, verschrikt, weer voor langen tijd.
+
+Eindelijk en ten laatste merkte Rodolphe, dat, als hij niet oppaste,
+de blanke handen van mademoiselle Mimi hem naar een afgrond zouden
+voeren, waarin hij zijn toekomst en zijn jeugd zou zien verdwijnen. Een
+oogenblik sprak de strenge logica in hem krachtiger dan de liefde,
+en hij overtuigde zichzelf door prachtige, op bewijzen steunende
+redeneeringen, dat zijn vriendinnetje hem niet lief had. Hij hield
+zich zelfs voor, dat de uren van liefde, die zij hem toestond,
+niets anders waren dan zinnelijke caprices, die getrouwde vrouwen
+voor haar mannen voelen, wanneer zij een nieuwe sjaal of een nieuwe
+japon willen hebben, of wanneer haar minnaar ver van haar weg is,
+wat als het ware een pendant is van het spreekwoord: "Bij gebrek
+aan brood eet men korstjes van pasteien." Om kort te gaan, Rodolphe
+kon zijn vriendinnetje alles vergeven behalve dat zij hem niet lief
+had. Hij nam dus een kloek besluit en zeide tegen mademoiselle Mimi,
+dat zij naar een anderen minnaar moest uitzien. Mimi begon te lachen
+en nam een uitdagende houding aan. Toen zij echter eindelijk inzag,
+dat Rodolphe bij zijn besluit bleef en haar heel kalm ontving, toen
+zij na een afwezigheid van vier-en-twintig uur weer terugkwam, begon
+toch die vastberadenheid, waaraan zij niet gewend was, haar ongerust te
+maken. Zij was nu twee of drie dagen lang de lieftalligheid zelve. Maar
+Rodolphe bleef bij wat hij gezegd had en vergenoegde zich te vragen,
+of zij al een ander gevonden had.
+
+"Ik heb nog niet eens gezocht," was haar antwoord.
+
+Zij had echter wel gezocht, en wel reeds voordat Rodolphe het haar
+aangeraden had. In een tijdsverloop van veertien dagen had zij twee
+pogingen gedaan. Een van haar vriendinnen had haar geholpen en haar
+in kennis gebracht met een manlijken bakvisch, die voor Mimi's oogen
+een horizont van Indische sjaals en palissandermeubelen had laten
+schitteren. Maar volgens het oordeel van Mimi zelf was de jonge
+student, die misschien heel sterk in algebra was, op het gebied der
+liefde nog een leek; en daar Mimi absoluut geen opvoedkundige neigingen
+had, liet zij haar verliefden novitius zitten met zijn sjaals, die nog
+in de weiden van Tibet graasden, en met de palissanderhouten meubelen,
+die in de Amerikaansche oerwouden nog in blad stonden.
+
+De student werd al heel spoedig vervangen door een Bretonschen edelman,
+waarop zij bliksemsnel verliefd raakte, en dien zij niet lang behoefde
+te smeeken haar tot gravin te verheffen.
+
+Niettegenstaande de protesten van zijn maîtresse had Rodolphe toch
+lucht van de een of andere intrigue gekregen; hij wilde precies weten
+waar hij aan toe was; en op een goeden morgen ging hij, na een nacht,
+dat mademoiselle Mimi niet thuis gekomen was, naar een plaats, waar hij
+vermoedde, dat zij zijn zou. Hier had hij volop gelegenheid zich een
+van die bewijzen, waaraan men nolens volens gelooven moet, diep in het
+hart te boren. Hij zag Mimi met door een aureool van wellust omkringde
+oogen aan den arm van haar nieuwen heer en meester het huis verlaten,
+waarin zij tot den adelstand verheven was. Haar nieuwe minnaar scheen
+echter heel wat minder trotsch op zijn nieuwe verovering dan Paris,
+de mooie Grieksche herder, na de schaking van de schoone Helena.
+
+Mademoiselle Mimi scheen eenigszins verrast, toen zij Rodolphe zag
+aankomen. Zij ging naar hem toe en zij spraken gedurende een minuut
+of vijf heel kalm met elkaar. Dan namen zij afscheid, om ieder huns
+weegs te gaan. De breuk was definitief.
+
+Rodolphe keerde dadelijk naar huis terug en bracht den geheelen dag
+door met het in pakjes bijeenpakken van alle dingen, die aan zijn
+maîtresse toebehoorden.
+
+In den loop van den dag na de "echtscheiding" kreeg Rodolphe bezoek
+van verscheidene van zijn vrienden en vertelde hun wat er voorgevallen
+was. Allen feliciteerden hem met die gebeurtenis als met een groot
+geluk.
+
+"Wij zullen u helpen, o dichter," zeide een van hen, die meermalen
+getuige geweest was van de kwellingen welke mademoiselle Mimi Rodolphe
+had laten verduren, "wij zullen u helpen om uw hart uit de handen van
+dat ellendige schepsel te bevrijden. En binnen korten tijd zult gij
+genezen zijn en weer verlangen met een andere Mimi te dwalen over de
+groene paden van Aulnay en Fontenay-aux-Roses."
+
+Rodolphe bezwoer, dat het nu voor goed uit was met zijn wroeging
+en wanhoop. Hij liet zich zelfs overhalen mede te gaan naar het
+bal Mabille, waar zijn veronachtzaamde kleeding al heel slecht de
+Echarpe d'Iris vertegenwoordigde, die hem vrijen toegang tot dezen
+tuin van galanterie en genot verschafte. Daar ontmoette Rodolphe weer
+andere vrienden, met wie hij begon te drinken. Hij vertelde hun zijn
+ongeluk met een ongehoorde overdaad van bizarre wendingen en woorden
+en gedurende een uur sprak hij met een hartstocht en een vuur, die
+de anderen stil maakten.
+
+"Helaas, helaas!" zeide de schilder Marcel, toen hij den regen van
+ironie hoorde, die van de lippen van zijn vriend stroomde, "Rodolphe
+is te vroolijk."
+
+"Hij is charmant!" antwoordde een jonge vrouw, aan wie Rodolphe een
+ruikertje bloemen aangeboden had, "en hoewel zijn kleeding nu niet
+bepaald schitterend is, zou ik mij graag compromitteeren door met
+hem te dansen, als hij mij vragen zou."
+
+Twee seconden later stond Rodolphe, die deze woorden gehoord had,
+voor haar en noodigde haar ten dans, wat dankbaar werd aanvaard.
+
+Rodolphe kende van de eerste grondbeginselen der dans evenveel als
+van den regel van drieën. Doch bezield door een buitengewonen moed,
+aarzelde hij niet zich in het dansgewoel te storten en improviseerde
+een dans, die aan alle vroegere choreographieën onbekend geweest
+was. Men noemt haar den pas des regrets et soupirs (dans der tranen
+en zuchten) en haar originaliteit verschafte haar een ongelooflijk
+succes. De drieduizend gasvlammen mochten vrij haar vurige tongen
+naar hem uitsteken, als om hem te bespotten, Rodolphe bleef steeds
+doordansen en wierp onophoudelijk zijn danseres handenvol nog
+onuitgegeven galanterieën in het gelaat.
+
+"Het is waarachtig bijna niet te gelooven," zeide Marcel, "Rodolphe
+doet me denken aan een dronken man, die op gebroken glazen danst."
+
+"Intusschen heeft hij een heele knappe vrouw aan den haak geslagen,"
+zeide een andere, die Rodolphe met zijn danseres zag weggaan.
+
+"Je neemt niet eens afscheid van ons!" riep Marcel tegen hem.
+
+Rodolphe ging weer naar den artist terug en stak hem zijn hand toe;
+die hand was koud en klam als vochtig marmer.
+
+Rodolphe's danseres was een krachtige dochter van Normandië, een
+opgewekte en levenslustige natuur, wier aangeboren onbeholpenheid te
+midden van de elegance en de luxe van het Parijsche bestaan en een
+lui leventje, al heel spoedig plaats gemaakt had voor aristocratische
+vormen. Zij liet zich madame Séraphine of iets van dien aard noemen en
+was op dat oogenblik de maîtresse van een door rheumatiek geplaagden
+pair de France, die haar maandelijks vijftig louis gaf, welke zij
+deelde met een elleridder, die haar niets dan slaag gaf. Rodolphe
+was in haar smaak gevallen; zij hoopte, dat hij haar niets zou geven,
+en nam hem mee naar huis.
+
+"Lucile," zeide zij tot haar kamenier; "ik ben vanavond voor niemand
+te spreken."
+
+En na even in haar toiletkamer geweest te zijn, kwam zij na vijf
+minuten in een speciaal kostuum terug. Zij vond Rodolphe onbeweeglijk
+en zwijgend in de kamer staan, want sedert hij daar binnen was,
+had hij zich verdiept in een duisternis vol stille snikken.
+
+"U kijkt mij niet meer aan, je spreekt niet tegen me," zeide Séraphine
+verwonderd.
+
+"Kom," zeide Rodolphe tot zich zelf en keek op, "laat ik naar haar
+kijken, maar alleen uit een oogpunt van kunst!"
+
+Et quel spectacle, alors, vint s'offrir à ses yeux! zooals Raoul in
+de Hugenooten zingt.
+
+Séraphine was bewonderenswaardig mooi. Haar prachtige vormen, die
+door de coupe van haar kleed zeer voordeelig uitkwamen, schemerden
+uitdagend en verleidelijk door het half doorzichtige weefsel. In
+Rodolphe's aderen begon het bloed van koortsachtig verlangen onstuimig
+te kloppen. Een gloeiende nevel steeg hem naar het hoofd. Hij zag
+Séraphine nu reeds met andere oogen dan die van een kunstkenner aan en
+nam de handen van het mooie meisje in de zijne. Het waren sublieme
+handen, als het ware gebeeldhouwd met den zuiversten beitel der
+Grieksche sculptuur. Rodolphe voelde die bewonderenswaardige handen
+in de zijne beven; en hoe langer hoe minder kunstcriticus wordend,
+drukte hij Séraphine tegen zich aan, wier wangen zich kleurden met
+den blos, dien men het morgenrood der wellust zou kunnen noemen.
+
+"Dit schepsel is werkelijk een instrument der wellust, een
+liefde-stradivarius, waarop ik gaarne een lied zou willen spelen,"
+dacht Rodolphe, toen hij het hart der schoone zeer duidelijk een
+stormaanval hoorde slaan.
+
+Op dat oogenblik werd er hard aan de bel getrokken.
+
+"Lucile, Lucile!" riep Séraphine tegen haar kamenier; "doe niet open,
+zeg, dat ik nog niet thuis ben."
+
+Bij den tweemaal uitgesproken naam Lucile stond Rodolphe op.
+
+"Ik wil u op geen enkele wijze in ongelegenheid brengen, mevrouw,"
+zeide hij. "Trouwens het wordt mijn tijd, het is al laat en ik woon
+ver weg. Goeden nacht!"
+
+"Wat, wilt u weg?" riep Séraphine uit, en liet haar oogen snelvuur
+geven; "waarom gaat u weg, waarom? Ik ben vrij; u kunt blijven."
+
+"Onmogelijk, mevrouw," antwoordde Rodolphe. "Ik verwacht vanavond
+een van mijn familieleden uit Vuurland, en die zou me zeker onterven,
+als hij mij niet thuis vond, om hem behoorlijk te ontvangen. Goeden
+nacht, mevrouw!"
+
+En hij snelde weg. De kamenier lichtte hem bij en Rodolphe keek haar
+toevallig in het gezicht. Het was een jong tenger meisje met sleependen
+gang; haar bleek gezichtje vormde een bekoorlijke tegenstelling met
+het van nature golvende, zwarte haar; haar blauwe oogen geleken op
+twee zwakke sterren.
+
+"O, spookgestalte!" riep Rodolphe uit en week terug voor haar, die
+den naam en het gezicht van zijn vriendinnetje had. "Terug! Wat wilt
+ge van mij?"
+
+En hij stormde de trap af.
+
+"Maar mevrouw!" zeide de kamenier, toen zij weer bij haar meesteres
+terugkwam, "bij dien jongen man is er één van de vijf op den loop!"
+
+"Zeg liever, dat hij een groote stommeling is!" antwoordde Séraphine
+woedend. "Enfin een goede leer voor een volgende keer! Als die stomme
+Léon nu maar zoo verstandig was dadelijk te komen!"
+
+Léon was de elleridder, die in zijn liefde-blazoen een zweep voerde.
+
+Rodolphe liep zoo hard als zijn beenen hem dragen konden, naar
+huis. Toen hij de trap opging, hoorde hij zijn rooden kater klagende
+zuchten uitstooten. Twee nachten lang riep hij zoo reeds vergeefs naar
+zijn ontrouwe schoone, een angora-Manon Lescaut, die op de daken in
+de buurt op galante avonturen uit was.
+
+"Arm dier," zeide Rodolphe; "ook jij bent bedrogen; jouw Mimi heeft
+je al even leelijke poetsen gebakken als de mijne mij. Maar laten
+we ons troosten. Het hart van vrouwen en van katten is een afgrond,
+dien mannen en katers nooit zullen kunnen peilen."
+
+Toen hij zijn kamer binnentrad, had hij, niettegenstaande de drukkende
+hitte, een gevoel, alsof er een ijsmantel om zijn schouders gelegd
+werd. Het was de koude der eenzaamheid, de vreeselijke eenzaamheid
+van den nacht, die door niets gestoord werd. Hij stak zijn kaars aan
+en zag bij het licht daarvan de kale kamer. Uit de kasten staken de
+ledige laden, en van den zolder tot den grond vulde een eindelooze
+triestheid deze kleine kamer, die aan Rodolphe grooter dan een woestijn
+scheen. Al voortloopend stiet zijn voet tegen de pakjes, die Mimi's
+eigendommen bevatten, en een gevoel van blijdschap doorstroomde hem,
+toen hij zag, dat zij ze nog niet was komen halen, wat zij volgens
+afspraak dien ochtend zou hebben gedaan. Rodolphe voelde, hoe hij
+er zich ook tegen verzette, het uur der reactie naderen, en hij
+voorzag heel goed, dat hij zijn uitgelatenheid van dien avond met een
+afschuwelijken nacht zou moeten boeten. Toch had hij nog eenige hoop,
+dat zijn door en door vermoeid lichaam zou slapen vòòr de smart,
+die hij zoo lang in zijn binnenste had onderdrukt, ontwaken zou.
+
+Toen hij echter het bed naderde en de gordijnen open sloeg, voelde hij
+bij den aanblik van deze legerstede, die in twee dagen niet aangeraakt
+was, en van de beide naast elkaar liggende kussens, onder een waarvan
+nog het kanten borduursel van een nachtmutsje te voorschijn kwam,
+zijn hart samenpersen in de onontkoombare schroef van die doffe smart,
+welke zich niet uiten kan. Hij viel neer voor het bed, drukte zijn
+voorhoofd in zijn handen, en riep, na een smartelijken blik in de
+eenzame kamer geworpen te hebben, uit:
+
+"Mimi, kleine Mimi, vreugde van mijn huis, ben je werkelijk heengegaan,
+heb ik je werkelijk weggezonden, zal ik je nooit meer terugzien? O
+God! O, gij lief, bruin kopje, dat zoo lang op deze plaats geslapen
+hebt, zult gij niet meer terugkomen, om er weer te slapen? O, gij
+grillige stem, wier liefdesgefluister me in verrukking bracht en
+wier booze tonen als muziek klonken, zal ik je niet meer hooren? En
+gij kleine, blanke, blauwdooraderde handjes, waarop ik zoo dikwijls
+mijn heete lippen drukte, o, gij kleine, blanke handen, hebt gij mijn
+laatsten kus ontvangen?"
+
+En Rodolphe drukte als in koortswaanzin zijn hoofd in de kussens,
+waaruit nog steeds de geur van het haar van zijn vriendinnetje
+opsteeg. Van achter uit het alkoof meende hij de spookgestalte
+van de heerlijke nachten, die hij met zijn jonge maîtresse daar had
+doorgebracht, te zien opdoemen. Helder en duidelijk hoorde hij Mimi's
+frisschen lach nog klinken door de nachtelijke stilte, en hij dacht
+verlangend terug aan die betooverende, aanstekelijke vroolijkheid,
+waarmede zij hem zoo dikwijls de zorgen en ellenden van hun aan
+wisselvalligheden zoo rijk bestaan had doen vergeten.
+
+Gedurende dien geheelen langen nacht liet hij de acht maanden de
+revue passeeren, welke hij met de jonge vrouw doorleefd had, die hem
+misschien nooit lief gehad had, maar wier gelogen teederheid toch
+aan zijn hart zijn jeugd en manlijke kracht had teruggegeven.
+
+Het grauwe ochtendlicht verraste hem, toen hij, door moeheid
+overmeesterd, zijn oogen, rood door de in den nacht gestorte tranen,
+gesloten had. Een smartelijke en vreeselijke nacht, zooals zelfs de
+meest spottende sceptici onder ons meer dan eens doorwaakt hebben.
+
+Toen 's ochtends zijn vrienden bij hem binnenkwamen, schrikten zij
+bij het zien van Rodolphe, wiens gelaat nog de duidelijkste sporen
+droeg van al de benauwdheden, die hem gedurende zijn nachtwake op
+den Olijfberg der liefde gekweld hadden.
+
+"Dat wist ik vooruit wel," zeide Marcel; "zijn vroolijkheid van
+gisteravond is hem op het hart geslagen. Maar dat mag niet zoo
+blijven voortgaan."
+
+En in overleg met twee of drie vrienden begon hij over mademoiselle
+Mimi een groot aantal indiscrete onthullingen te vertellen, waarvan
+ieder woord als een doorn in Rodolphe's hart drong. Zijn vrienden
+bewezen hem zonneklaar, dat zijn maîtresse hem steeds en overal,
+binnen- en buitenshuis, bedrogen had alsof hij een sul was, en dat dit
+als de engel der tering zoo bleeke schepsel slechts een juweelkistje
+was van lage gevoelens en verdorven instincten.
+
+De vrienden wisselden elkaar af in de taak, die zij op zich genomen
+hadden en waarvan het doel was Rodolphe tot het punt te brengen, waarop
+de liefde overgaat in verachting; doch dat doel werd slechts voor de
+helft bereikt. De wanhoop van den dichter veranderde in toorn. Woedend
+wierp hij zich op de pakjes, die hij den vorigen dag gereed gemaakt
+had; en nadat hij alle voorwerpen, die reeds Mimi's eigendom waren
+bij haar komst, op zijde gelegd had, hield hij alles wat hij haar
+gedurende hun liaison gegeven had, achter, d.w.z. het grootste gedeelte
+en voornamelijk de toiletartikelen, waaraan zij met alle vezels van
+haar in den laatsten tijd onverzadigbaar geworden behaagzucht hing.
+
+In den loop van den volgenden dag kwam Mimi haar "boeltje"
+halen. Rodolphe was thuis en alleen. Hij moest op dat oogenblik al
+zijn zelfrespect te hulp roepen, om zijn maîtresse niet om de hals
+te vallen. Hij ontving haar met zwijgende, stille beleedigingen,
+welke zij met dien kouden scherpen toon beantwoordde, die zelfs de
+zwakste en meest bedeesde naturen buiten zich zelf doet geraken. Bij
+de minachting, waarmede Mimi hem op hardnekkig-brutale wijze geeselde,
+barstte Rodolphe's toorn woest en angstaanjagend los, zoodat Mimi,
+bleek van vrees, zich een oogenblik afvroeg, of zij levend uit zijn
+handen zou komen. Op haar angstkreten snelden eenige medebewoners
+toe en trokken haar uit Rodolphe's kamer.
+
+Twee dagen later kwam een vriendin van Mimi Rodolphe vragen of hij
+Mimi's "boeltje" wilde teruggeven.
+
+"Neen," antwoordde Rodolphe.
+
+Dan wist hij de afgezante van zijn maîtresse aan het praten
+te krijgen. Zij vertelde hem, dat Mimi zich in uiterst benarde
+omstandigheden bevond en dat het niet lang meer zou duren, of zij
+had geen dak meer boven haar hoofd.
+
+"En haar geliefde, waar zij zoo dol op is?"
+
+"Maar die jonge man heeft volstrekt geen plan haar tot maîtresse te
+nemen," antwoordde Amélie. "Hij heeft er al lang een en hij schijnt
+zich van Mimi, die nu zoo lang bij mij is en mij erg in verlegenheid
+brengt, niets aan te trekken."
+
+"Zij moet maar zien, hoe zij het klaar speelt," zeide Rodolphe;
+"zij heeft het zelf zoo gewild; de zaak gaat mij niet langer aan."
+
+En hij begon mademoiselle Amélie het hof te maken en verzekerde haar,
+dat zij het mooiste meisje op aarde was.
+
+Amélie vertelde Mimi van haar bezoek aan Rodolphe.
+
+"Wat zegt hij? Wat doet hij?" vroeg Mimi. "Heeft hij over mij
+gesproken?"
+
+"Geen woord. Hij heeft je reeds heelemaal vergeten. Rodolphe heeft
+al een nieuw liefje en hij heeft voor haar een prachtig toilet
+gekocht, want hij heeft veel geld gekregen, en ziet er zelf uit als
+een prins. Het is een heel aardig iemand en hij zelf heeft mij heel
+vleiende complimentjes gemaakt."
+
+"Ik zal er wel achter komen wat dat allemaal beteekent," dacht Mimi.
+
+Dagelijks ging mademoiselle Amélie nu onder een of ander voorwendsel
+naar Rodolphe, die, men kon het draaien hoe men wilde, steeds weer
+over Mimi begon.
+
+"Zij is erg vroolijk," antwoordde de vriendin, "en schijnt zich al
+heel weinig van haar toestand aan te trekken. Overigens beweert zij,
+dat zij weer bij je terug kan komen, wanneer zij maar wil, zonder
+eenige tegemoetkoming van haar kant, en alleen maar om je vrienden
+woedend te maken."
+
+"Het is goed," zeide Rodolphe; "laat ze maar komen dan zullen we
+verder zien."
+
+En hij begon Amélie weer het hof te maken, die alles dadelijk aan
+Mimi ging overbrieven en verzekerde, dat Rodolphe "smoor" op haar was.
+
+"Hij heeft mijn handen en mijn pols gezoend," zeide zij; "kijk maar,
+ze zijn er nog rood van. Hij wil me morgen meenemen naar het bal."
+
+"Maar beste meid," zeide Mimi gepiqueerd, "ik begrijp heel goed,
+waar je heen wilt. Je wilt me wijs maken, dat Rodolphe verliefd op
+je is en niet meer aan mij denkt. Maar je verspilt je tijd, zoowel
+bij hem als bij mij."
+
+Inderdaad was Rodolphe alleen maar zoo vriendelijk tegen Amélie,
+om haar dikwijls bij zich te lokken, waardoor hij de gelegenheid had
+met haar over zijn maîtresse te spreken; doch met een macchiavellisme,
+dat misschien een welbewust doel had, deed Amélie, die zeer goed inzag,
+dat Rodolphe nog steeds van Mimi hield, en dat deze er volstrekt niet
+ongeneigd toe was weer naar hem terug te gaan, al haar best om door
+handig verzonnen berichten alles te vermijden, wat de twee geliefden
+weer tot elkaar zou kunnen brengen.
+
+Den dag, waarop zij naar het bal zou gaan, ging Amélie in den ochtend
+aan Rodolphe vragen, of de afspraak zoo bleef.
+
+"Zeker", antwoordde hij haar, "ik zou de gelegenheid, om de cavalier
+van de mooiste vrouw van onzen tegenwoordigen tijd te zijn, niet
+gaarne verzuimen."
+
+Amélie zette hetzelfde coquette gezicht, dat zij den avond van haar
+eenig debuut in een voorstadschouwburg in de rol van een soubrette
+van den vierden rang getrokken had, en beloofde op het afgesproken
+uur klaar te zijn.
+
+"A propos," zeide Rodolphe, "zeg aan mademoiselle Mimi, dat ik haar
+al haar zaakjes zal teruggeven, wanneer zij ter wille van mij haar
+minnaar eens voor een nacht ontrouw wil worden."
+
+Amélie bracht de boodschap over, doch gaf aan zijn woorden een geheel
+andere beteekenis dan die, welke zij erin geraden had.
+
+"Jouw Rodolphe is een ignobele kerel," zeide zij tegen Mimi; "zijn
+voorstel is een schande. Hij wil je door dien stap vernederen tot
+den rang der laagste deernen; en indien je naar hem toe gaat, zal
+hij je niet alleen je boeltje teruggeven, maar je bovendien de risée
+maken van al zijn vrienden; dat is een samenzwering, die ze onderling
+gesmeed hebben."
+
+"Ik ben niet van plan te gaan," zeide Mimi en vroeg, toen ze zag,
+dat Amélie bezig was toilet te maken, of zij naar het bal ging.
+
+"Ja", antwoordde de ander.
+
+"Met Rodolphe?"
+
+"Ja, hij zal me vanavond op twintig pas van het huis wachten."
+
+"Veel pleizier," zeide Mimi, die, toen het uur van het rendez-vous
+naderde, zoo gauw mogelijk naar den minnaar van mademoiselle Amélie
+liep en hem mededeelde, dat deze op het punt stond hem met haar
+(Mimi's) vroegeren minnaar te bedriegen.
+
+De mijnheer, jaloersch als een tijger, vloog naar mademoiselle Amélie
+en zeide tegen haar, dat hij het uitstekend vond, dat zij den avond
+in zijn gezelschap doorbracht.
+
+Om acht uur snelde Mimi naar de plek, waar Rodolphe op Amélie zou
+wachten. Zij zag haar vroegeren minnaar daar heen en weer loopen in de
+houding van iemand, die wacht; zij liep tweemaal langs hem heen, zonder
+hem te durven aanspreken. Rodolphe was dien avond heel elegant gekleed,
+en de heftige gemoedsbewegingen, waaraan hij in de laatste acht
+dagen ten prooi geweest was, hadden aan zijn gelaatsuitdrukking iets
+verhevens gegeven. Mimi voelde zich zeer onder den indruk. Eindelijk
+vermande zij zich om hem aan te spreken. Rodolphe nam het kalm en
+waardig op, informeerde naar haar gezondheidstoestand en vroeg ten
+slotte naar de beweegreden, die haar tot hem voerde; en dit alles
+op zachten, kalmen toon, waarin een accent van droefheid niet te
+miskennen viel.
+
+"Ik moet u een onaangename boodschap overbrengen: mademoiselle Amélie
+kan niet met u medegaan naar het bal--zij heeft bezoek van haar man."
+
+"Dan zal ik alleen naar het bal moeten gaan."
+
+Mimi deed op dit oogenblik alsof zij struikelde en leunde op den
+schouder van Rodolphe: hij gaf haar een arm en bood haar aan haar
+naar huis te brengen.
+
+"Dat zal niet gaan," zeide Mimi; "ik woon bij Amélie, en daar haar
+man bij haar is, kan ik niet naar huis gaan, vòòr hij weg is."
+
+"Luister eens," zeide nu de dichter tot haar; "ik heb je door
+bemiddeling van mademoiselle Amélie een voorstel laten doen; heeft
+ze dat overgebracht?"
+
+"Ja", zeide Mimi, "maar in bewoordingen, waaraan ik, zelfs na alles,
+wat er tusschen ons voorgevallen is, geen geloof schenken kan. Neen,
+Rodolphe, niettegenstaande alles wat u me verwijten kunt, heb ik nooit
+geloofd, dat gij in mij zoo weinig fijn gevoel veronderstelde, dat
+gij ook maar een oogenblik hebt kunnen denken, dat ik zoo'n voorstel
+zou aannemen."
+
+"U hebt me niet begrepen of men heeft u mijn voorstel verkeerd
+overgebracht. Maar wat ik gezegd heb, blijft van kracht," zeide
+Rodolphe; "het is nu negen uur, u hebt nog drie uur tijd om na te
+denken. Mijn sleutel steekt tot twaalf uur in het slot. Bonsoir,
+adieu, of tot weerziens."
+
+"Adieu dan!" zeide Mimi met bevende stem.
+
+En zoo scheidden zij ..... Rodolphe ging naar zijn kamer terug en
+wierp zich geheel gekleed op bed. Om half twaalf kwam Mimi binnen.
+
+"Ik kom u gastvrijheid vragen," zeide zij; "de man van Amélie is
+gebleven, en nu kan ik niet naar huis."
+
+Tot drie uur in den ochtend praatten zij. De eene verklaring volgde
+op de andere, waarin het familiare jij en jou afwisselde met het
+officieele u.
+
+Om vier uur ging de kaars uit. Rodolphe wilde een nieuwe aansteken.
+
+"Ach neen," zeide Mimi, "het is de moeite niet waard. Het is tijd,
+om naar bed te gaan."
+
+En vijf minuten later had haar aardig bruin kopje zijn plaats op het
+kussen weer ingenomen en riep zij met een vleiend stemmetje Rodolphe's
+lippen weer op haar kleine, blanke, blauwdooraderde handen, waarvan
+de paarlemoerkleur wedijverde met het wit der lakens. Rodolphe stak
+geen nieuwe kaars aan.
+
+Den volgenden ochtend stond Rodolphe het eerst op en zeide, terwijl
+hij Mimi verschillende pakjes wees, heel zacht en teeder:
+
+"Dat is uw eigendom, u kunt het medenemen .... ik houd woord."
+
+"O," antwoordde Mimi; "ik ben erg moe en kan al die groote pakken
+niet tegelijk dragen. Ik kom liever nog eens terug."
+
+En nadat zij zich aangekleed had, nam zij alleen een kraagje en een
+paar manchetten mede.
+
+"De rest kom ik wel halen .... stuk voor stuk," voegde zij er
+glimlachend aan toe.
+
+"Neen," zeide Rodolphe; "neem alles mede of niets, er moet een eind
+aan de zaak komen."
+
+"Of een nieuw begin, maar dan om altijd te duren," zeide de jonge Mimi,
+terwijl zij Rodolphe om de hals vloog.
+
+Na samen ontbeten te hebben, gingen ze in de omstreken een uitstapje
+maken. Toen zij door den Luxembourg liepen, kwamen zij een groot
+dichter tegen, die Rodolphe steeds met de grootste welwillendheid
+ontvangen had. Uit beleefdheid wilde Rodolphe doen, alsof hij hem
+niet zag. Maar de dichter liet hem er den tijd niet voor, en knikte
+hem in het voorbijgaan familiaar toe, terwijl hij zijn gezellin met
+een vriendelijk glimlachje groette.
+
+"Wie is dat?" vroeg Mimi.
+
+Rodolphe noemde haar een naam, die haar een kleur van blijdschap en
+trots deed krijgen.
+
+"Ja," zeide Rodolphe, "die ontmoeting met den dichter, die zoo mooi de
+liefde bezongen heeft, is een goed voorteeken en zal onze verzoening
+geluk aanbrengen."
+
+"Ik heb je lief," zeide Mimi innig en drukte haar vriend de hand,
+hoewel zij midden in de drukte van het verkeer waren.
+
+"Lieve hemel!" dacht Rodolphe; "wat is nu beter, of je altijd te
+laten misleiden, omdat je geloofd hebt, of nooit te gelooven uit
+vrees altijd misleid te worden?"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV.
+
+DONEC GRATUS.....
+
+
+We hebben reeds verteld op welke wijze de schilder Marcel mademoiselle
+Musette had leeren kennen. Op een goeden dag door den priester van
+de luim, die tevens maire van het dertiende arrondissement [31] is,
+met elkaar verbonden, hadden zij, zooals dat dikwijls het geval is,
+gemeend, met uitsluiting van hun hart getrouwd te zijn. Maar op een
+avond, toen zij na een heftigen twist besloten hadden onmiddellijk van
+elkaar weg te gaan, kwamen zij tot de ontdekking, dat hun handen,
+die zij elkaar ten afscheid gereikt hadden, elkander niet meer
+loslaten wilden. Bijna zonder het zelf te weten was hun luim liefde
+geworden. Half lachend bekenden zij elkaar hun liefde.
+
+"Dat is een heel ernstige zaak," zeide Marcel. "Hoe zijn we zoover
+gekomen?"
+
+"O," antwoordde Musette, "we zijn onoplettend geweest, we hebben niet
+genoeg voorzorgsmaatregelen genomen."
+
+"Wat is er aan het handje?" vroeg Rodolphe, die naast Marcel was
+komen wonen, toen hij de kamer binnenkwam.
+
+"Wel," antwoordde de schilder en wees daarbij op Musette, "mademoiselle
+en ik zijn daar zooeven tot een prachtige ontdekking gekomen. Wij
+zijn verliefd op elkaar. Dat is zeker in den slaap gekomen."
+
+"Oho, in den slaap, neen, dat geloof ik zoo gauw niet. Maar waar
+is het bewijs, dat jullie van elkaar houdt? Je overdrijft misschien
+het gevaar."
+
+"Voor den duivel!" riep Marcel uit, "we kunnen elkaar niet uitstaan."
+
+"En kunnen niet buiten elkaar," voegde Musette eraan toe.
+
+"Dan is de zaak zoo duidelijk mogelijk, kinderen. Jullie hebt allebei
+heel mooi willen spelen en je hebt allebei verloren. Het is precies
+mijn geschiedenis met Mimi. Bijna twee jaar lang hebben we nu al van
+'s morgens vroeg tot 's avonds laat ruzie. Met dat systeem laat je de
+huwlijken eeuwig duren. Vereenigt een Ja met een Neen en je krijgt
+een verbintenis à la Philemon en Baucis. Jullie huishouden zal een
+pendant van het mijne worden; en wanneer Schaunard en Phémie bij hun
+dreigement blijven en bij ons komen wonen, dan kan ons trio het hier
+in huis erg gezellig maken."
+
+Op dat oogenblik kwam Gustave Colline binnen. Ze vertelden hem het
+ongeluk, dat Musette en Marcel overkomen was.
+
+"Nou, philosoof," vroeg deze, "wat denk jij ervan?"
+
+Colline krabbelde op de haren van zijn hoed, die hem als dak diende,
+en bromde:
+
+"Dat heb ik van te voren wel zien aankomen. De liefde is een
+hazardspel. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. Het is
+niet goed, dat de mensch alleen zij."
+
+Toen Rodolphe 's avonds bij Mimi kwam, waren zijn eerste woorden:
+
+"Ik heb nieuws. Musette is dol op Marcel en wil niet van hem vandaan."
+
+"Arme meid!" zeide Mimi. "Zij had zoo'n gezonde eetlust."
+
+"En van zijn kant is Marcel smoor op Musette. Zijn liefde is
+zes-en-dertig karaat, zooals die intrigant van een Colline zou zeggen."
+
+"Arme jongen," vond Mimi; "hij is zoo jaloersch!"
+
+"Dat is zoo," zeide Rodolphe; "hij en ik zijn leerlingen van Othello."
+
+Eenigen tijd later kwamen werkelijk Schaunard en Phémie Klad in
+hetzelfde huis als Rodolphe en Marcel wonen.
+
+Van af dien dag sliepen alle andere bewoners op een vulkaan en zegden
+na afloop van het kwartaal gezamenlijk de huur op.
+
+Inderdaad ging er bijna geen dag voorbij of er barstte in één van
+de huishoudens een onweer los. Nu eens waren het Mimi en Rodolphe,
+die, wanneer hun de krachten om te schreeuwen begonnen te ontbreken,
+elkaar hun meening duidelijk maakten door elkander de eerste de beste
+projectielen, die ze in handen kregen, naar het hoofd te slingeren. Dan
+weer, en dat gebeurde het meest, maakte Schaunard met het einde van
+zijn wandelstok eenige aanmerkingen op de melancholieke Phémie. Marcel
+en Musette echter hielden hun beraadslagingen met gesloten deuren;
+zij waren tenminste zoo voorzichtig de deuren en ramen dicht te doen.
+
+Wanneer er toevallig eens vrede heerschte in de drie huishoudens, dan
+waren de andere huurders wederom het slachtoffer van die tijdelijke
+eensgezindheid. De indiscretie der tusschenmuren verried hun al de
+geheimen der bohème-families en wijdde hen tegen hun wil in al hun
+mysteriën in. Meer dan een buurman verkoos dan ook den casus belli
+boven de ratificatiën der vredes-verdragen.
+
+Het bestaan, dat onze vrienden gedurende zes maanden leidden, was,
+eerlijk gezegd, al heel buitengewoon. De meest oprechte broederschap
+heerschte, zonder eenige mooidoenerij, in den vriendenkring, waarin
+alles aan allen behoorde, en, al naar het viel, geluk of ongeluk
+trouw gedeeld werd.
+
+Er waren in iedere maand enkele gala-dagen, dagen, waarop ze voor geen
+geld van de wereld zich zonder handschoenen op straat vertoond zouden
+hebben, dagen van uitgelatenheid, waarop ze van 's morgens vroeg tot
+'s avonds laat aten. Er waren echter ook andere dagen, waarop ze
+bijna zonder schoenen naar beneden gegaan zouden zijn, vastendagen,
+waarop ze, na niet gemeenschappelijk ontbeten te hebben, ook niet
+samen dineerden of hoogstens ertoe kwamen met behulp van oeconomische
+combinaties een van die maaltijden te ensceneeren, waarbij borden en
+lepels en vorken "geen rol speelden", zooals Mimi dat noemde.
+
+Doch wonderlijk genoeg ontstond er in dien kring, waartoe toch drie
+jonge, knappe vrouwen behoorden, tusschen de mannen niet de geringste
+oneenigheid; zij knielden dikwijls neer voor de minste luim van hun
+maîtresse, maar geen van drieën zou ook maar één oogenblik geaarzeld
+hebben tusschen de vrouw en den vriend.
+
+Liefde ontstaat vooral uit eigen beweging: zij is als het ware een
+improvisatie. Vriendschap daarentegen bouwt zich om zoo te zeggen op;
+zij is een gevoel, dat met omzichtigheid en bedachtzaamheid rondtast;
+zij is het egoïsme van den geest, terwijl de liefde het egoïsme der
+ziel is.
+
+Zes jaar lang kenden onze bohémiens elkaar nu al. Dit lange
+tijdsverloop, waarin zij dagelijks in elkaars gezelschap verkeerden,
+had, zonder de scherp omlijnde individualiteit van ieder afzonderlijk
+afbreuk te doen, een overeenstemming van ideeën, een geheel geschapen,
+dat zij elders niet gevonden zouden hebben. Zij hadden hun eigen zeden
+en gewoonten en een bijzondere taal, waarvan een vreemde den sleutel
+niet gevonden zou hebben. Wie hen niet van dichtbij kende, noemde hun
+vrije manier van optreden cynisme. En toch was het niets anders dan
+zich geven zooals zij waren. Als uitgesproken vijanden van iederen
+dwang, haatten zij alles wat onwaar, verachtten zij alles wat laag
+en gemeen was. Wanneer men hen van zelfoverschatting beschuldigde,
+antwoordden zij met een openhartige uiteenzetting van hun eerzucht,
+en in het bewustzijn van hun eigen waarde misbruikten zij hun eigen
+Ik niet.
+
+Hoewel zij gedurende de vele jaren van hun gemeenschappelijk leven
+en streven dikwijls door den nood gedwongen werden met elkaar te
+wedijveren, hadden zij nooit den vriendschapsband verbroken en,
+zonder er bepaald moeite voor behoeven te doen, den gevaarlijken
+klip van eigenliefde en ijdelheid weten te omzeilen, telkens wanneer
+anderen die in hen hadden trachten op te wekken, om oneenigheid
+tusschen hen te zaaien. Zij schatten elkaar op hun juiste waarde;
+en de trots, het beste tegengif tegen de ijverzucht, bewaarde hen
+voor alle kleinzielige beroepsjaloezie.
+
+Doch na zes maanden gemeenschappelijk samenleven brak er plotseling
+onder de bohémiens een echtscheidings-epidemie uit.
+
+Schaunard opende de rij. Op een goeden dag merkte hij, dat de eene
+knie van Phémie Klad beter gebouwd was dan de andere, en daar hij
+op het gebied der plastiek het strengste purisme huldigde, zond hij
+Phémie weg en gaf haar als souvenir den wandelstok, waarmede hij haar
+zoo dikwijls opmerkingen gemaakt had. Hij zelf ging inwonen bij een
+bloedverwant, bij wien hij gratis onderdak kreeg.
+
+Veertien dagen later verliet Mimi Rodolphe, om plaats te nemen in
+de equipage van den jongen vicomte Paul, den vroegeren leerling van
+Barbemuche, die haar geelzijden japonnen beloofd had.
+
+Na Mimi verdween Musette, om op opzienbarende wijze terug te keeren
+in de aristocratie der galante wereld, die zij verlaten had, om Marcel
+te volgen.
+
+Deze scheiding geschiedde zonder twist, zonder strijd, zonder
+voorbedachten rade. Geboren uit een luim, die liefde geworden was,
+werd deze liaison door een andere luim weer verbroken.
+
+Op een carnavalsavond had Musette op het gemaskerde bal in de Opera,
+waarheen zij met Marcel gegaan was, in een contredans als vis-à-vis
+een jongen man, die haar vroeger het hof gemaakt had. Zij herkenden
+elkaar en wisselden onder het dansen enkele woorden. Misschien
+zonder het te willen liet Musette, toen zij den jongen man van haar
+tegenwoordige levenswijze op de hoogte bracht, eenige spijt over het
+verleden doorschemeren. Doch hoe dit zij, aan het einde der quadrille
+vergiste Musette zich en nam, in plaats van Marcel, die haar cavalier
+was, de hand te geven, die van haar vis-à-vis, welke haar meetrok en
+met haar in het gewoel verdween.
+
+Marcel, die vrij ongerust was, zocht haar. Na een uur zag hij haar aan
+den arm van den jongen man en een van haar lievelingsliedjes zingend,
+uit het café van de Opera komen. Toen zij Marcel, die met zijn armen
+over elkaar in een hoek stond, zag, wierp zij hem een afscheidsgroet
+toe en zeide:
+
+"Ik kom terug."
+
+"Dat wil zeggen: wacht niet op mij!" vertaalde Marcel. Hij was
+jaloersch, maar logisch en kende Musette; hij wachtte dan ook niet
+langer, doch keerde met een vol hart en een leege maag naar huis
+terug. Hij keek in de kast, of er niet een paar kliekjes over waren:
+hij vond een stuk brood, zoo hard als graniet, en het skelet van een
+haring in het zuur.
+
+"Tegen truffels kon ik niet op," dacht hij. "Enfin, Musette zal
+tenminste goed gesoupeerd hebben." En nadat hij, onder voorwendsel
+zijn neus te moeten snuiten, een punt van zijn zakdoek tegen zijn
+oogen gedrukt had, ging hij naar bed.
+
+Twee dagen later werd Musette in een in rose tinten gehouden boudoir
+wakker. Voor de deur wachtte een blauwe equipage, en alle feeën der
+mode, die tot haar dienst gerequireerd waren, legden haar wonderwerken
+aan haar voeten. Musette zag er uit om te stelen, en haar jeugd scheen
+in dezen eleganten lijst nog jonger te worden. Zij begon nu haar oude
+leven weer, nam deel aan alle feesten en heroverde weer spoedig haar
+vroegere beroemdheid. Overal werd over haar gesproken: op de beurs
+zoowel als in de koffiekamer van het Parlement. Haar nieuwe minnaar,
+mijnheer Alexis, was een charmante jonge man. Dikwijls beklaagde hij
+zich tegenover Musette, dat hij haar wat lichtzinnig en onverschillig
+vond, wanneer hij over zijn liefde met haar sprak; dan keek Musette
+hem glimlachend aan, gaf hem haar hand en zeide:
+
+"Wat zal ik je zeggen, mijn waarde? Ik heb zes maanden lang geleefd
+met een jongen man, die me voedde met salade en waterachtige soep,
+me in het katoen gekleed liet gaan en me veel meenam naar het Odéon,
+omdat hij niet rijk was. Daar de liefde niets kost en ik gewoonweg
+gek op dat monster was, hebben we heel wat liefde verbruikt. Er zijn
+alleen nog maar wat kruimels over. Raap die op, ik zal je dat niet
+beletten. Ik heb je trouwens van te voren alles opgebiecht; en als
+de linten en strikjes niet zoo duur waren, zou ik nu nog bij mijn
+schilder zijn. En wat mijn hart betreft, ik hoor het, sedert ik een
+corset van tachtig francs draag, bijna niet meer kloppen, en ik ben
+erg bang, dat ik het in een van de laden van Marcel heb laten liggen."
+
+Het verdwijnen der drie Bohème-huishoudens gaf aanleiding tot een groot
+feest in het huis, dat zij bewoond hadden. Als vreugdebetoon gaf de
+eigenaar een grootsch diner en illumineerden de huurders hun ramen.
+
+Rodolphe en Marcel waren samen gaan wonen. Beiden hadden zij een
+idool gevormd, waarvan zij den naam niet goed wisten. Tusschenbeide
+gebeurde het, dat de een over Musette en de ander over Mimi sprak;
+dan hadden zij stof genoeg voor den geheelen avond. Zij haalden
+hun vroeger leven weer op en de liederen van Musette en de liederen
+van Mimi, en de slapelooze nachten en de verslapen ochtenduren en
+de in droomen genoten diners. Een voor een lieten zij in hun duo's
+van herinneringen al die vervlogen uren aan hun geest voorbijgaan;
+en zij eindigden gewoonlijk hun tweegesprek met te zeggen, dat zij
+per slot van rekening nog gelukkig waren, daar zij gezellig samen met
+hun voeten op het haardkleedje zaten, het houtvuur konden oppoken
+en hun pijp rooken en zij elkander hadden, om al die dingen hardop
+te zeggen, welke zij tot zichzelf zeiden, als zij alleen waren:
+n.l. dat zij van die schepseltjes, die bij haar verdwijning een stuk
+van hun jeugd hadden medegenomen, veel gehouden hadden en dat zij ze
+misschien nog lief hadden.
+
+Toen op een goeden avond Marcel den boulevard overstak, zag hij op
+enkele passen voor zich een jonge dame, die bij het uit haar rijtuig
+stappen een witten kous liet zien, welke een buitengewoon zuiveren
+vorm van het been verried; de koetsier zelf verslond de bekoorlijke
+"fooi" met zijn oogen.
+
+"Bliksems," dacht Marcel, "een alleraardigste kuit! Ik heb waarachtig
+zin haar mijn arm aan te bieden; laat eens kijken .... op welke manier
+zal ik haar het best aanspreken!.... Daar heb ik een idee.... Iets
+heel nieuws!"
+
+"Pardon, mevrouw," zeide hij, terwijl hij naar de onbekende, wier
+gezicht hij niet dadelijk zien kon, toe ging; "u hebt bij toeval mijn
+zakdoek niet gevonden?"
+
+"Zeker, mijnheer," antwoordde zij; "als het u blieft."
+
+En zij gaf Marcel een zakdoek, die zij in haar hand hield.
+
+De schilder rolde bij die woorden in een afgrond van verbazing.
+
+Maar een luid gelach, waarvan hij plotseling de volle laag in het
+gelaat kreeg, deed hem weer tot zichzelf komen; aan die vreugdefanfare
+herkende hij zijn oude liefde.
+
+Het was mademoiselle Musette.
+
+"Zoo, zoo!" riep zij uit; "mijnheer Marcel op jacht naar galante
+avontuurtjes. Hoe vindt je dit, zeg? Vroolijk is het zeker."
+
+"Ik vind het tamelijk," was zijn antwoord.
+
+"Wat doe je zoo laat in dit stadsdeel?" vroeg Musette.
+
+"Ik ga naar dit gebouw," lichtte hij haar in en wees naar een kleinen
+schouwburg, waar hij vrijen toegang had.
+
+"Uit liefde voor de kunst?"
+
+"Neen uit liefde voor Laure."
+
+"Wie is Laure?" vroeg Musette, wier oogen vraagteekens schoten.
+
+Marcel ging op zijn flauwe aardigheid door.
+
+"Dat is een chimère, die ik najaag en die binnen deze kleine muren
+ingénue-rollen speelt."
+
+En hij verfrommelde met zijn hand een imaginairen boezem.
+
+"U bent vanavond wel geestig," zeide Musette.
+
+"En u nieuwsgierig!"
+
+"Praat toch wat zachter, iedereen hoort ons, ze zullen ons nog voor
+een verliefd paar, dat ruzie heeft, aanzien."
+
+"Het zou de eerste keer niet zijn, dat zoo iets ons overkwam!" zeide
+Marcel.
+
+Musette zag in die woorden een uitdaging en antwoordde vlug:
+
+"En misschien de laatste keer ook niet, wel?"
+
+De vraag was duidelijk, zij klonk Marcel als het fluiten van een
+kogel in het oor.
+
+"Gij schitterende hemellichten," riep hij, opkijkend naar de sterren;
+"gij zijt getuigen, dat ik niet het eerste schot gelost heb. Vlug
+mijn pantser."
+
+Van dat oogenblik af was het vuur geopend.
+
+Het eenige noodige was nu nog maar, om een verbindingsstreepje te
+vinden, ten einde deze twee grillen, welke plotseling weer met zulk
+een gloed ontwaakt waren, samen te brengen.
+
+Al verder loopend keek Musette Marcel en Marcel Musette aan. Zij
+spraken niet, maar hun oogen, die plenipotentiarissen van het hart,
+ontmoetten elkaar dikwijls. Na een diplomatieke conferentie van een
+kwartier had dit congres van blikken deze aangelegenheid in alle
+stilte geregeld. Alleen de ratificatie moest nog plaats hebben.
+
+Het afgebroken gesprek werd weer voortgezet.
+
+"Zeg nou eens eerlijk," vroeg Musette, "waar wou je daarnet heen?"
+
+"Ik heb het je al gezegd: naar Laure."
+
+"Is zij knap?"
+
+"Haar mond is een nestje van glimlachjes!"
+
+"Dat ken ik al," zeide Musette.
+
+"Maar jij?" vroeg Marcel, "waar kwam jij vandaan op de vleugelen van
+dat rijtuig?"
+
+"Ik heb Alexis, die zijn familie gaat bezoeken, naar het station
+gebracht."
+
+"Wat is die Alexis voor een man?"
+
+Op haar beurt ontwierp Musette van haar tegenwoordigen minnaar een
+bekoorlijk beeld. Al verder wandelend bleven Marcel en Musette midden
+op den boulevard de comedie: "De terugkeer der liefde" spelen. Met
+dezelfde, nu eens liefkoozende, dan weer spottend plagende naïeveteit
+herhaalden zij strophe voor strophe die onsterfelijke ode, waarin
+Horatius en Lydia met zooveel gratie en bekoorlijkheid de heerlijkheid
+van hun nieuwe liefde bezingen en ten slotte aan hun oude liefde een
+postscriptum toevoegen.
+
+Toen zij bij den hoek van een straat kwamen, marcheerde plotseling
+een vrij sterke patrouille voorbij.
+
+Musette "organiseerde" vlug een angstige houding, klampte zich vast
+aan Marcel's arm en zeide:
+
+"Lieve Hemel, kijk eens, daar komen de schutters, zeker een
+revolutie. Laten we maken, dat we wegkomen; ik ben zoo bang: breng
+me weg!"
+
+"Maar waarheen?" vroeg Marcel.
+
+"Naar mijn huis," zeide Musette; "je zult eens zien hoe aardig het
+er is. Ik geef een souper: we zullen over politiek praten."
+
+"Neen," antwoordde Marcel, die steeds aan Alexis dacht; "ik ga
+niettegenstaande je uitnoodiging voor een souper niet met je mee. Ik
+drink niet graag wijn uit een andermans glazen."
+
+Musette wist op die weigering geen antwoord te geven. Plotseling zag
+zij door de mist van haar herinneringen weer het armoedige kamertje van
+den armen schilder--want Marcel was geen millionair geworden--en zij
+kwam op een ander denkbeeld. Een tweede patrouille, die kwam aanrukken,
+was voor haar een welkome gelegenheid om opnieuw een aanval van angst
+te krijgen.
+
+"Ze zullen gaan vechten!" riep zij uit; "ik durf niet naar huis
+terug. Lieve Marcel, breng mij naar een vriendin van me, die dicht
+bij jou wonen moet!"
+
+Toen zij den Pont Neuf overgingen, barstte Musette in een schaterlach
+uit.
+
+"Wat heb je?" vroeg Marcel.
+
+"Niets," antwoordde Musette; "ik bedenk me daar op eens, dat mijn
+vriendin verhuisd is. Zij woont tegenwoordig in Batignolles!"
+
+Toen Rodolphe Marcel en Musette arm in arm binnen zag komen, was hij
+heelemaal niet verbaasd.
+
+"Als de liefde niet goed begraven is," zeide hij, "is dat altijd het
+slot van het lied!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI.
+
+DE DOORTOCHT DOOR DE ROODE ZEE.
+
+
+Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat beroemde doek,
+dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee moest
+voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury hardnekkig
+dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer trekken
+van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het atelier
+had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het, wanneer
+men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat geweest
+zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die het
+tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef
+het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten
+Salon ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden
+en had in zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van
+het Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld,
+die met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling
+was al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de
+Ecole des Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel
+gevallen was aan het onsterfelijke klaaglied van Jean Bélin, [32]
+schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen van
+Parijs hadden er een exemplaar van in hun geheugen.
+
+Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige weigeringen,
+welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel vielen,
+niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd gezet,
+dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte pendant
+was van de "Bruiloft te Kanaän", dat gigantische meesterwerk, welks
+schitterende kleurenpracht het stof van drie eeuwen niet dof had kunnen
+maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook weer tegen de opening van den
+"Salon" zijn doek aan de jury ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij,
+om de juryleden op een dwaalspoor te brengen en te trachten het
+vooroordeel, dat zij blijkbaar tegen de "Doortocht van de Roode Zee"
+hadden, op te heffen, telkens een of ander detail, zonder echter
+iets te veranderen aan de compositie in haar geheel, en gaf het doek
+dienovereenkomstig een anderen naam.
+
+Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als "Overtocht
+over den Rubicon" voor de jury; maar Pharao, die onder den mantel
+van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met alle eer, die hem
+verschuldigd was, afgewezen.
+
+Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het
+linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in
+een hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier
+der keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: "Overtocht over
+de Beresina."
+
+Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met
+groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen
+slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek
+onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een
+golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit duivelsche paard werd
+door Marcel gebruikt voor alle proefnemingen, die hij op het gebied
+van coloriet deed, en hij noemde het in vertrouwelijke gesprekken de
+"synoptische tabel der fijne tinten," omdat hij met het spel van licht
+en schaduw op die plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist
+aan te brengen. Doch, ongevoelig voor dit détail, had ook ditmaal de
+jury geen zwarte bolletjes genoeg om den "Overtocht over de Beresina"
+te weigeren.
+
+"Goed," zeide Marcel, "dat dacht ik wel. Het volgend jaar zal ik het
+inzenden onder den titel: "Doortocht door de panorama's"."
+
+"Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden worden!" zong
+Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde melodie, een vreeselijke
+melodie, lawaaierig als een gamma van donderslagen, en waarvan de
+begeleiding de schrik van alle piano's in de buurt was.
+
+"Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van
+mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken
+van schaamte bedekt?" mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek
+keek..... "Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf en
+een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone
+jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig
+werk, dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij
+zullen het niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn
+laatsten ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen
+dat het tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!"
+
+"Dat is de zekerste manier, om er gravures van te krijgen," merkte
+Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf aan toe: "Een heel
+aardige woordspeling, heel aardig .... die zal ik verder vertellen."
+
+Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds weer
+op muziek bracht.
+
+"Zij willen mij niet in den Salon toelaten!" riep Marcel uit. "Ha,
+de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis van het
+Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar, den
+eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed,
+wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen,
+dat ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel,
+dat ik, wanneer zij mijn "Doortocht door de Roode Zee" weigeren, mij
+hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten. Maar zij kennen
+mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo'n plompe list hopen te
+vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon niet afwachten. Van
+af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek zijn, dat eeuwig boven
+hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af eenmaal per week aan een
+van de heeren thuis zenden, in zijn eigen woning, in de schoot van
+zijn familie, midden in het hart van zijn particulier leven. Het zal
+hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij zullen daardoor hun wijn
+zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen onuitstaanbaar vinden. Zij
+zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig worden; en men zal ze een
+dwangbuis moeten aantrekken om op de zittingsdagen naar den Salon te
+kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij toe."
+
+Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen
+zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van
+vader Médicis. Zoo noemde men in den vriendenkring een Jood, Salomon
+geheeten, die toentertijd heel goed bekend was aan alle artistieke
+en litteraire bohémiens, met wie hij bijna dagelijks in aanraking
+kwam. Vader Médicis schacherde in alles en nog wat. Hij verkocht
+complete ameublementen van twaalf tot duizend daalders. Hij kocht
+alles en wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van
+Proudhon is niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem,
+die het schachergenie bezat in een graad, welken zelfs de handigsten
+van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de
+Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat
+je maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen
+der kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het
+brein der menschen--alles was voor Médicis een handelsobject. Hij
+schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte
+zelfs in het denkbeeldige. Médicis kocht n.l. denkbeelden, hetzij om ze
+zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen. Bekend met alle
+schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de paletten en vriend
+van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de Asmodé der kunsten. Hij
+gaf je sigaren in ruil voor een feuilleton, pantoffels voor een sonnet,
+versche zeevisch voor paradoxen; hij praatte tegen betaling--per
+uur zoo en zooveel--met de journalisten, die stof voor de chronique
+scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor
+de kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soirées; hij
+gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand
+en liet zich daarvoor met copieën naar oude meesters in den Louvre
+betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor,
+dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een
+wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en
+de geheimen van alle beroemdheden--zelfs van de meest obscure.
+
+Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden
+uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles
+omvattenden handel:
+
+
+20 Maart 184..
+
+Verkocht aan den antiquair L. het kompas, dat Archimedes
+tijdens het beleg van Syracuse gebruikt heeft. 75 francs
+
+Gekocht van den journalist V. ... de verzamelde, nog
+niet opengesneden werken van * * * *, lid der Académie. 10 francs
+
+Verkocht aan denzelfde een kritisch opstel over
+de verzamelde werken van * * * * lid der Académie. 30 francs
+
+Verkocht aan * * *, lid der Académie, een feuilleton
+van twaalf kolom over zijn verzamelde werken. 50 francs
+
+Gekocht van den schrijver R . . . een kritische verhandeling
+over de verzamelde werken van * * * * , lid der Académie
+française 10 francs
+
+benevens 50 pond steenkool en 2 K.G. koffie.
+Verkocht aan * * * * een porseleinen vaas, die aan madame
+du Barry toebehoord heeft. 18 francs
+
+Gekocht van de kleine D .... haar haar. 15 francs
+
+Gekocht van B .... een verzameling zedestudiën en de drie
+laatste spelfouten van den prefect van de Seine 6 francs
+
+benevens een paar Napolitaansche laarzen
+
+Verkocht aan Mlle. O ..... een blonde haarvlecht. 120 francs
+
+Gekocht van den historieschilder M. een reeks vroolijke
+teekeningen 25 francs
+
+Voor het opgeven aan mijnheer Ferdinand van het uur, waarop
+barones R .... de P..... naar de kerk gaat, en voor het
+verhuren van den kleinen entresol in den faubourg Montmartre,
+te zamen 30 francs
+
+Verkocht aan mijnheer Isidore zijn portret als Apollo 30 francs
+
+Verkocht aan Mlle. R .... een paar kreeften en zes paar
+handschoenen 36 francs
+
+(Ontvangen als voorschot 2 fr. 75 c.)
+
+Voor het verschaffen van een zesmaandsch crediet aan dezelfde
+bij madame * * *, modiste
+
+(Prijs nader overeen te komen)
+
+Voor het verschaffen aan madame * * *, modiste, van Mlle. R
+..... als klant
+
+(In plaats contant geld ontvangen 3 M. zijde en 6 el kant).
+
+Gekocht van den journalist R .... een vordering van
+120 francs op het blad * * *, thans in liquidatie 5 francs
+
+benevens 2 pond Turksche tabak.
+
+Verkocht aan mijnheer Ferdinand twee liefdesbrieven. 12 francs
+
+Gekocht van den schilder J .... het portret van Isidore als
+Apollo. 6 francs
+
+Gekocht van * * * * 75 K.G. van zijn werk over "Onderzeesche
+revoluties" 15 francs
+
+Verhuurd aan gravin de G .... een Saksisch servies 20 francs
+
+Gekocht van den journalist * * * * 52 regels in zijn
+Courrier de Paris 100 francs
+
+Verkocht aan O .... & Co. 52 regels in den Courrier de Paris
+van * * * * 300 francs
+
+Verhuurd aan Mlle. S .... G. .. op één dag een bed en een
+equipage . . . . . memorie
+
+(Zie de rekening van Mlle. S . ... G ..... in het grootboek,
+folio's 26 en 27)
+
+Gekocht van Gustave C .. . een brochure over de
+linnen-industrie 50 francs
+
+benevens een zeldzame editie van Flavius Josephus.
+
+Verkocht aan Mlle. S .... G . . . een modern ameublement 5000 francs
+
+Voor dezelfde een rekening bij den apotheker betaald 75 francs
+
+Idem idem bij de melkvrouw . . . . 3 fr. 85 c.
+
+Enz. enz.
+
+
+Uit deze aanhalingen ziet men duidelijk hoe uitgebreid de
+handelsbetrekkingen van den Jood Médicis waren, die, niettegenstaande
+zijn wijze van zaken doen niet steeds door den beugel kon, nog nooit
+door iemand lastig gevallen was.
+
+Toen de Jood met zijn intelligent gezicht bij de bohémiens binnentrad,
+zag hij dadelijk, dat hij op een voor hem gunstig oogenblik
+kwam. Inderdaad zaten de vier vrienden in krijgsraad bijeen en
+bespraken, onder voorzitterschap van een in hun maag hamerenden honger,
+de hoogst belangrijke brood- en vleeschvraagstukken. Het was een Zondag
+tegen het einde der maand--een rampzalige dag en een sinistere datum.
+
+Het binnenkomen van Médicis werd derhalve met een luid Hoera begroet,
+want ze wisten, dat de Jood te gierig was met zijn tijd, om dien met
+beleefdheidsbezoeken te verspillen. Zijn komst was dan ook steeds
+een zeker bewijs, dat er zaken te doen waren.
+
+"Goedenavond, heeren!" zeide de Jood. "Hoe gaat het?"
+
+"Colline!" riep Rodolphe, die languit op zijn bed lag en zwelgde in
+het genot van een horizontale houding; "Colline, neem jij de honneurs
+waar en geef onzen gast een stoel; een gast is heilig. Ik groet u
+uit naam van Abraham!" voegde de dichter eraan toe.
+
+Colline haalde een fauteuil, die even elastisch als staal was, schoof
+dien naar den Jood toen en zeide gastvrij:
+
+"Stel u een oogenblik voor, dat u Cinna [33] bent, en neem dezen
+zetel."
+
+Médicis liet zich in den fauteuil vallen en wilde enkele opmerkingen
+omtrent de hardheid ervan maken, toen hem nog juist bijtijds te
+binnen schoot, dat hij zelf dien indertijd met Colline geruild had
+voor een beginselverklaring, welke hij verkocht had aan een Kamerlid,
+dat de gave der improvisatie miste. Toen de jood ging zitten, lieten
+zijn zakken een zilveren klank hooren, waarvan de melodie de vier
+bohémiens in zoete droomerijen deed verzinken.
+
+"Laten we nu naar het lied luisteren," fluisterde Rodolphe Marcel
+in. "Het accompagnement is niet kwaad."
+
+"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "ik kom uw fortuin maken. Dat
+wil zeggen, ik kom u een prachtige gelegenheid aanbieden, om u in
+den artistieken wereld te introduceeren. U weet, mijnheer Marcel,
+de kunst is een dorre woestijnweg, waarop de roem een oase is."
+
+"Papa Médicis," zeide Marcel, die op kolen van ongeduld zat; "in naam
+der vijftig procent, uw gebenedijden schutspatroon, wees kort!"
+
+"Ja," voegde Colline eraan toe; "even kort als koning Pepijn, die even
+bondig was als u, want gij moet kort en bondig zijn, zoon van Jacob!"
+
+"Hei, hei, hei!" riepen de bohémiens verschrikt en keken rond, of de
+vloer zich niet opende, om den wijsgeer te verzwelgen.
+
+Doch ditmaal werd Colline nog niet verzwolgen.
+
+"De zaak is deze," ging Médicis voort. "Een rijke liefhebber, die een
+galerij verzamelt, welke een tournée door Europa moet maken, heeft
+mij opgedragen een reeks interessante schilderijen voor hem aan te
+koopen. Ik kom u nu voorstellen u in dat museum een plaatsje in te
+ruimen; in één woord: ik wil uw "Doortocht door de Roode Zee" koopen."
+
+"A contant?" vroeg Marcel.
+
+"A contant," antwoordde de Jood en liet het orkest in zijn broekzak
+weer spelen.
+
+"Ben je nou tevreden?" vroeg Colline.
+
+"Natuurlijk," zeide Rodolphe woedend; "we moeten waarachtig een paar
+bittere pillen koopen, om dien kerel zijn mond te stoppen. Zie je
+dan niet, lummel, dat hij met daalders spreekt? Bestaat er dan niets
+heiligs voor jou, vervloekte atheïst?"
+
+Colline klom op een tafel en nam de houding van Harpokrates, den god
+van het zwijgen, aan.
+
+"Ga verder, Médicis," zeide Marcel en wees op zijn schilderij:
+"Ik wil u de eer laten zelf den prijs van dit werk, dat eigenlijk
+onbetaalbaar is, te bepalen."
+
+De Jood legde vijftig nieuwe daalders op de tafel neer.
+
+"Dat is de voorhoede," zeide Marcel; "en wat verder?"
+
+"Mijnheer Marcel," zeide Médicis, "u weet heel goed, dat mijn eerste
+woord ook altijd mijn laatste is. Ik geef geen sou meer. Denk eens
+goed: 50 daalders, dat is 150 francs. Dit is een heele som, wat?"
+
+"Maar te weinig," antwoordde de artist; "alleen aan den mantel van
+Pharao zit voor meer dan vijftig daalders kobalt. Betaal tenminste
+het maakloon. Maak de stapeltjes gelijk, rond de som af en ik zal u
+Leo X noemen, Leo X bis."
+
+"Ziehier mijn laatste woord," antwoordde Médicis; "ik doe er geen sou
+bij, maar ik bied u alle vier een diner aan, wijn zooveel als u lust,
+en bij het dessert betaal ik in goud."
+
+"Niemand meer?" brulde Colline en sloeg driemaal met zijn vuist op
+tafel. "Eenmaal, andermaal; niemand meer? ten derden male!"
+
+"Nou goed dan!" zeide Marcel.
+
+"Ik zal morgen de schilderij laten halen," zeide de Jood. "En nu mee,
+mijne heeren, de tafel is gedekt!"
+
+Onder het zingen van het koor uit de Hugenooten: "A table, à
+table!" gingen de vier vrienden naar beneden.
+
+Médicis onthaalde de bohémiens op zeer royale manier. Hij liet hun een
+groot aantal gerechten voorzetten, die tot nog toe voor hen onbekende
+grootheden geweest waren. Na dit diner was kreeft niet langer een
+mythe voor Schaunard, die voor deze amphibie een hartstocht opvatte,
+welke dicht aan waanzin grensde.
+
+De vier vrienden verlieten het festijn dronken als waren zij op een
+wijnoogstfeest geweest. Deze dronkenschap had bijna betreurenswaardige
+gevolgen voor Marcel, die, toen hij 's morgens om twee uur voorbij
+zijn kleermaker kwam, met alle geweld zijn schuldeischer wilde wekken,
+om hem de honderd vijftig francs, die hij zoo pas ontvangen had,
+op afrekening te geven. Een sprankje gezond verstand, dat nog in
+Colline's geest over was, redde den kunstenaar nog juist op den rand
+van den afgrond.
+
+Acht dagen later zag Marcel in welke galerij zijn doek een plaatsje
+gekregen had. Toen hij door den faubourg Saint Honoré liep, stootte hij
+op een troepje menschen, dat blijkbaar met alle aandacht toekeek hoe er
+aan een winkel een uithangbord werd aangebracht. Dit uithangbord was
+niets meer of minder dan de schilderij van Marcel, die door Médicis
+aan een delicatessenhandelaar verkocht was. Alleen had de "Doortocht
+door de Roode Zee" nog een nieuwe verandering ondergaan en weer een
+anderen naam gekregen. Er was nog een stoomschip bij geschilderd en
+het doek heette nu: "In de haven van Marseille." Toen het doek onthuld
+werd, liet de nieuwsgierige menigte een gemompel van goedkeuring en
+bewondering hooren.
+
+Verrukt over dezen triomf, keerde Marcel zich om en zeide tot zichzelf:
+
+"De stem van het volk is de stem van God!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII.
+
+HET TOILET DER GRATIËN.
+
+
+Op een goeden morgen werd Mimi, die anders gewoon was tot diep in den
+ochtend te slapen, reeds op klokslag van tien uur wakker en scheen heel
+verbaasd Rodolphe noch naast zich noch in de kamer te zien. Den vorigen
+avond had zij hem, voor zij in slaap viel, toch aan zijn schrijftafel
+zien zitten, waaraan hij van plan was den geheelen nacht te blijven
+werken aan een extra-litterairen arbeid, die hem opgedragen was en
+waarbij, als hij gereed was, Mimi zeer veel belang had. De dichter
+had zijn vriendinnetje namelijk beloofd haar van de opbrengst van
+zijn werk een bepaalde voorjaarsjapon te koopen, waarvan zij een
+coupon had zien liggen in "De Twee Apen", een bekend modemagazijn,
+voor welks etalages Mimi's coquetterie haar godsdienstige plichten
+dikwijls ging vervullen. Sedert Rodolphe met het werk begonnen was,
+nam de voortgang ervan al de gedachten van Mimi in beslag. Dikwijls
+ging zij vlak bij den schrijvenden Rodolphe staan, keek over zijn
+schouder en zeide dan heel ernstig:
+
+"Nou, en hoe staat het met mijn japon?"
+
+"Wees maar gerust hoor, er is al een mouw klaar!"
+
+Toen zij op een goeden nacht hoorde hoe Rodolphe met zijn vingers
+klapte, wat meestal een bewijs was, dat hij tevreden was over zijn
+werk, ging zij plotseling rechtop in bed zitten, en riep, terwijl
+zij haar bruin kopje door de gordijnen stak:
+
+"Is mijn japon af?"
+
+"Kijk maar", antwoordde Rodolphe en liet haar vier groote,
+dichtbeschreven zijdjes zien; "ik heb zooeven den corsage gekocht."
+
+"Heerlijk!" riep Mimi. "Nu ontbreekt alleen de rok nog maar; hoeveel
+blaadjes heb je noodig om een rok te maken?"
+
+"Dat hangt ervan af; maar daar jij niet groot bent, zullen we met een
+blaadje of tien van vijftig regels à drie-en-dertig letters een heel
+fatsoenlijken rok kunnen hebben."
+
+"Ik ben niet groot, dat is zoo," zeide Mimi; "maar het mag toch niet
+den schijn hebben, alsof we stof te kort kwamen: de rokken worden op
+het oogenblik heel wijd gedragen en ik zou graag mooie groote plooien
+hebben, die zoo aardig frou-frou maken, wanneer je loopt."
+
+"Heel goed hoor," antwoordde Rodolphe ernstig, "ik zal tien letters
+meer op een regel zetten, dan kan jij je frou-frou krijgen."
+
+En overgelukkig sliep Mimi weer in.
+
+Daar zij zoo onvoorzichtig geweest was met haar vriendinnen Musette
+en Phémie te spreken over de mooie japon, die Rodolphe bezig was voor
+haar te maken, hadden de twee jonge meisjes al heel gauw de heeren
+Marcel en Schaunard in kennis gesteld met de vrijgevigheid van hun
+vriend tegenover zijn liefje; welke vertrouwelijke mededeelingen al
+even spoedig gevolgd waren door ondubbelzinnige toespelingen om het
+door den dichter gegeven voorbeeld na te volgen.
+
+"Wanneer het namelijk nog acht dagen zoo duurt," zeide Musette en
+trok daarbij aan de snor van Marcel, "dan zal ik me verplicht zien
+een broek van je te leenen, wanneer ik uit wil gaan."
+
+"Ik moet nog vijftien francs van een solide firma hebben," antwoordde
+Marcel; "zoodra ik die som krijg, zal ik een vijgeblad naar de nieuwste
+mode voor je koopen."
+
+"En wat krijg ik?" vroeg Phémie aan Schaunard. "Mijn peigne noir
+(zij kon het woord peignoir niet uitspreken) valt aan flarden."
+
+Schaunard vischte drie sous uit zijn vestjeszak op en gaf die aan
+zijn maîtresse met de woorden:
+
+"Hier kan je naald en draad voor koopen. Naai daar je peigne noir
+maar mee, dat zal je kennis vermeerderen en je tevens aangenaam bezig
+houden: utile dulci."
+
+Toch kwamen in een zeer in het geheim gehouden bijeenkomst Marcel en
+Schaunard met Rodolphe overeen, dat ieder van zijn kant zou trachten
+de rechtmatige ijdelheid van hun vriendinnetjes te bevredigen.
+
+"Een kleinigheid maakt die arme kinderen al mooi," had Rodolphe gezegd;
+"maar die kleinigheid moeten zij dan ook hebben. Sedert eenigen tijd
+gaat het met de schoone kunsten en de litteratuur zeer naar wensch;
+we verdienen bijna even veel als pakjesdragers."
+
+"Dat is zoo," antwoordde Marcel, "ik heb niet te klagen: de schoone
+kunsten verheugen zich in een ongekenden bloei; je zoudt bijna denken
+in den tijd van Leo X te leven."
+
+"Dat is waar ook," viel Rodolphe hem in de rede, "Musette heeft mij
+verteld, dat je de laatste acht dagen 's morgens vroeg al weggaat en
+pas met het vallen van den avond thuiskomt. Heb je werkelijk zooveel
+te doen?"
+
+"Een prachtig werk, mijn waarde! Médicis heeft het mij bezorgd. Ik maak
+n.l. in de kazerne Ave Maria de portretten van achttien grenadiers
+tegen gemiddeld 6 francs per stuk, met een éénjarige garantie voor
+de gelijkenis, net als bij horloges. Ik hoop het heele regiment tot
+klant te krijgen. Het was juist mijn voornemen Musette weer eens
+op te tuigen, zoodra Médicis mij betaald heeft, want met hem heb ik
+gecontracteerd, niet met de modellen."
+
+"En wat mij betreft," zeide Schaunard langs zijn neus weg, "ik heb,
+al zou je het niet zeggen, tweehonderd francs ergens liggen."
+
+"Laat ze dan voor den donder opstaan!" riep Rodolphe.
+
+"Binnen een paar dagen hoop ik ze bij den bankier te gaan halen,"
+ging Schaunard verder; "en ik wil het voor jullie niet onder stoelen
+en banken steken, dat het mijn plan is om, wanneer ik ze in ontvangst
+genomen heb, aan enkele van mijn hartstochten den vrijen teugel te
+laten. Bij den uitdrager hier vlak naast hangen n.l. een nangkin rok
+en een jachthoren, die me reeds lang de oogen uitsteken. Die zal ik
+me zeker zelf cadeau doen."
+
+"Maar," vroegen Marcel en Rodolphe tegelijk, "waar hoop je dat
+reusachtige kapitaal vandaan te krijgen?"
+
+"Luistert, heeren," zeide Schaunard, terwijl hij met een ernstig
+gezicht tusschen zijn twee vrienden ging zitten; "we behoeven
+elkaar niet te verhelen, dat we, voor we lid van het Instituut en
+belastingplichtig worden, nog een aardig stukje roggebrood zullen
+moeten naar binnen werken, en het dagelijksch brood is moeilijk te
+verdienen. Bovendien zijn we niet alleen; waar de hemel ons met een
+liefderijk hart geschapen heeft, heeft ieder van ons zijn tweede ik
+gekozen, om zijn lot met haar te deelen."
+
+"Waar natuurlijk een niet op gevallen is," viel Marcel hem in de rede.
+
+"Nu is het," ging Schaunard voort, "zelfs al betracht je de grootste
+zuinigheid, beslist onmogelijk, wanneer je niets hebt, nog wat over te
+leggen, vooral niet wanneer je honger altijd grooter is dan de schaal."
+
+"Waar wil je eigenlijk op neer komen?" vroeg Rodolphe.
+
+"Hierop", antwoordde Schaunard, "dat wij in onzen tegenwoordigen
+toestand al heel verkeerd zouden doen, om onzen neus op te halen,
+wanneer er zich, zelfs buiten het gebied van onze kunst, een
+gelegenheid voordoet, om een cijfer te zetten voor de nul, die ons
+maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt."
+
+"Hei, hei!" zeide Marcel, "wien van ons kan jij verwijten, dat hij zijn
+neus ophaalt? Heb ik, hoe groot schilder ik mettertijd ook zal zijn,
+er niet in toegestemd mijn penseel te offeren aan een schilderachtige
+reproductie van Fransche krijgers, die mij van hun zakgeld betalen? Ik
+zou zoo denken, dat ik niet aarzel af te dalen van den ladder van
+mijn toekomstige grootheid!"
+
+"En ik dan?" zeide op zijn beurt Rodolphe; "weet je niet, dat ik sinds
+veertien dagen aan een medisch-chirurgisch-osanorisch gedicht bezig
+ben voor een beroemden tandarts, die mijn inspiratie subsidieert met
+vijftien sous voor een dozijn Alexandrijnen, dat is iets meer dan voor
+een dozijn oesters? .... En toch schaam ik me daar niet voor; voor ik
+mijn Muze werkeloos zou laten, zou ik nog liever het adresboek van
+Parijs op rijm brengen. Wanneer je een lier hebt, dan moet je die,
+duivels nog toe, gebruiken ook .... En bovendien heeft Mimi hard
+schoenen noodig."
+
+"Dan zult ge mij er niet hard om vallen, wanneer je hoort, uit
+welken bron de Pactolus, waarvan ik een overstrooming verwacht,
+ontsprongen is."
+
+De geschiedenis van Schaunards tweehonderd francs was de volgende:
+
+Een dag of veertien geleden was hij binnengeloopen bij een
+muziekuitgever, die hem beloofd had hem bij zijn klanten muzieklessen
+of een plaats als pianist te bezorgen.
+
+"Bliksems," zeide de uitgever, toen hij hem binnen zag komen, "u komt
+als geroepen. Er is mij juist vandaag om een pianist gevraagd. Het
+is een Engelschman. Ik geloof, dat hij goed betalen zal .... Bent u
+werkelijk een goed pianist?"
+
+Schaunard dacht, dat een bescheiden optreden hem in de achting van
+zijn uitgever zou kunnen doen dalen. Een musicus, vooral een pianist,
+en bescheiden .... dat is een weinig voorkomende combinatie. Schaunard
+antwoordde dan ook met veel aplomb:
+
+"Ik ben een prima-pianist; als ik de tering, lange haren en een
+zwarten rok had, zou ik op dit oogenblik even beroemd zijn als de zon,
+en zoudt u, in plaats van aan mij achthonderd francs te vragen voor
+het drukken der partituur van de "Dood van de jonge maagd", mij op
+uw knieën en in een zilveren schaal er drieduizend komen aanbieden.
+
+"Doch hoe het zij," ging de kunstenaar voort, "een feit is het, dat,
+waar mijn vingers reeds tien jaar lang dwangarbeid op de toetsen
+verrichten, ik het ivoor en de kruisen vrij goed weet te behandelen."
+
+De persoon, tot wien Schaunard verwezen werd, was een Engelschman,
+Mr. Birn'n geheeten. De musicus werd het eerst in ontvangst genomen
+door een blauwen lakei, die hem aan een groenen lakei overhandigde,
+welke op zijn beurt hem weer overgaf aan een zwarten lakei, die hem
+in een salon bracht, waar hij een eilandbewoner tegenover zich zag,
+die in de houding van een spleenlijder, waardoor hij aan Hamlet
+deed denken, peinzend over de nietswaardigheid van ons bestaan,
+in een fauteuil weggedoken zat. Juist wilde Schaunard het doel
+van zijn komst uiteenzetten, toen doordringende kreten zich lieten
+hooren en hem de woorden afsneden. Dit vreeselijke gekrijsch, dat je
+trommelvlies bijna deed scheuren, werd uitgestooten door een papegaai,
+die op het balcon van de benedenverdieping op zijn stok zat.
+
+"O, deze beest, deze beest!" jammerde de Engelschman, die uit zijn
+fauteuil opsprong. "Hij zal doen sterven mij."
+
+En op hetzelfde oogenblik begon de vogel zijn repertoire af
+te krijschen, dat veel uitgebreider was dan dat van gewone
+papegaaien. Schaunard bleef stom verbaasd staan, toen hij het dier,
+op bevel van een vrouwelijke stem, de eerste verzen van het verhaal
+van Théramène [34] met de intonaties, die op het Conservatoire geleerd
+worden, hoorde voordragen.
+
+Deze papegaai was de lieveling van een actrice, wier boudoir
+toentertijd zeer gezocht was. Het was een van die vrouwen, welke,
+zonder dat men weet waarom of hoe, op den turf der galanterie
+tot waanzinnige prijzen genoteerd zijn en wier naam op de menu's
+van vrijgezellensoupers staat, waar zij als levend dessert dienst
+doen. In onzen tijd staat het voor een Christen "gekleed" om gezien
+te worden in het gezelschap van zulke heidinnen, die dikwijls niets
+antieks hebben behalve haar geboortebewijs. Wanneer zij knap zijn,
+zit er per slot van rekening nog zooveel kwaad niet bij: het ergste,
+dat je riskeert, is dat je eens op stroo moet slapen, omdat je haar
+een palissanderhouten ameublement gegeven hebt. Maar wanneer ze haar
+schoonheid bij het ons in parfumeriewinkels koopen en deze niet bestand
+is tegen drie druppels water op een lapje, wanneer haar geestigheid
+ophoudt bij een café-chantant-couplet en haar talent zetelt in de
+hand van een claqueur, dan is het bijna onbegrijpelijk hoe menschen
+van stand, die soms geest, een naam en een nieuw-modisch pak hebben,
+zich uit liefde tot het laag-bij-den-grondsche zoo laten medeslepen,
+dat zij schepsels, die hun huisknecht niet als liefje zou willen
+hebben, tot een mode-voorwerp verheffen.
+
+De hier bedoelde actrice nu behoorde tot die modeschoonheden. Zij
+noemde zich Dolorès en gaf zich uit voor een Spaansche, hoewel zij
+geboren was in het Parijsche Andalusië, dat de rue Coquenard [35]
+heet. Ofschoon de afstand tusschen de rue Coquenard en de rue de
+Provence slechts tien minuten bedraagt, had zij toch zeven à acht
+jaar noodig gehad om dien weg af te leggen. Haar voorspoed was
+toegenomen in denzelfden mate als haar schoonheid afgenomen was. Zoo
+had zij op den dag, dat zij haar eersten valschen tand liet inzetten,
+één paard, en den dag, dat zij een tweeden een buurman gaf, twee
+paarden. Thans leefde zij op zeer grooten voet, woonde in een paleis,
+gaf op de wedrennen te Longchamp de mode aan en organiseerde bals,
+waarop geheel Parijs tegenwoordig was, d.w.z. het geheele Parijs van
+die dames: de nietsdoende hovelingen van de lichtzinnigheid en van het
+schandaal, de lansquenetspelers en paradoxenjagers; zij, die met ledige
+hoofden rondboemelen en hun eigen tijd en die van anderen verspillen;
+de bravi der ontucht, de valsche adel, de ridders van geheimzinnige
+orden, die geheele bohème, waarvan men niet weet vanwaar zij komt en
+waar zij heen gaat; al die slechtbefaamde en beruchte schepsels; al
+die Eva's-dochteren, welke vroeger de lichaamsvrucht van haar moeder
+op een stalletje verkochten en deze nu in elegante boudoirs te koop
+aanbieden; dat geheele van de wieg tot het graf in het vuil wentelende
+ras, dat men bij de premières vindt met Golconda op het voorhoofd
+en Tibet op de schouders, en waarvoor toch de eerste viooltjes der
+lente en de eerste liefde der jonge mannen bloeien. Al die menschen,
+welke de couranten tout Paris noemen, verkeerden in de salons van
+mademoiselle Dolorès, de meesteres van de bovenbedoelde papegaai.
+
+Deze vogel, dien zijn oratorische talenten in den geheelen wijk
+beroemd gemaakt hadden, was langzamerhand de schrik der naaste buren
+geworden. Van zijn stang op het balcon maakte hij een tribune, vanwaar
+hij van 's morgens vroeg tot 's avonds laat eindelooze redevoeringen
+hield. Enkele met zijn meesteres bevriende journalisten hadden hem een
+paar parlementaire spreekwijzen geleerd, waardoor het dier buitengewoon
+sterk in de suikerquaestie was. Hij kende het repertoire der actrice
+van buiten en declameerde het zòò goed, dat hij in geval van ziekte
+desnoods haar rollen zou kunnen opnemen. Daar deze bovendien een
+polyglotte in haar gevoelens was en uit alle oorden der wereld
+bezoeken ontving, sprak de papegaai alle talen en ging zich soms
+in alle idiomen te buiten aan vloeken en verwenschingen, welke den
+schippersknechts, aan wie Vert-Vert [36] zijn al te geavanceerde
+opvoeding te danken had, het schaamrood naar de wangen gejaagd zoude
+hebben. Het gezelschap van dien vogel, dat de eerste tien minuten
+leerzaam en amusant kon zijn, werd een ware kwelling, wanneer het
+langer duurde. De buren hadden reeds meermalen geklaagd, doch de
+actrice had er geen oor voor gehad. Twee of drie huurders, eerzame
+familievaders, hadden in hun verontwaardiging over de lichte zeden
+der actrice, waarin de indiscreties van den papegaai ze had ingewijd,
+zelfs hun huur opgezegd aan den huiseigenaar, dien Dolorès in zijn
+zwakke zijde had weten te tasten.
+
+De Engelschman, bij wien we Schaunard hebben zien binnenkomen, had
+drie maanden lang geduld geoefend.
+
+Op een goeden dag echter hulde hij zijn woede, die eindelijk
+uitgebarsten was, onder een rok en witte das en liet zich met al
+de plichtplegingen, die noodig zijn om te Windsor bij koningin
+Victoria voor den handkus te worden toegelaten, bij mademoiselle
+Dolorès aanmelden.
+
+Toen deze hem zag binnenkomen, dacht zij eerst, dat het Hoffmann [37]
+in zijn kostuum van lord Spleen was, en noodigde hem, daar zij een
+collega goed wilde ontvangen, uit bij haar te blijven déjeuneeren. De
+Engelschman echter antwoordde in een Fransch, dat een Spaansche réfugié
+hem in vijf-en-twintig lessen geleerd had, met den grootsten ernst:
+
+"Ik neem aan uw uitnoodiging op voorwaarde, dat wij zullen opeten dien
+.... vreeselijken vogel," en hij wees op de kooi van den papegaai,
+die reeds den eilandbewoner in hem geroken had en hem met het "God
+save the King" begroette.
+
+Dolorès dacht, dat de Engelschman gekomen was, om haar voor den gek
+te houden, en wilde juist een heftig antwoord geven, toen Mr. Birn'n
+eraan toevoegde:
+
+"Daar ik ben zeer rijk, ik vogel wel koopen wil."
+
+Dolorès antwoordde, dat zij zeer gehecht was aan het dier en het niet
+in de handen van een ander wilde zien overgaan.
+
+"O, ik wil het ook niet hebben in mijne handen, maar onder mijne
+voeten!" zeide de Engelschman en liet den hak van zijn laarzen zien.
+
+Dolorès beefde van woede en wilde in verontwaardiging losbarsten,
+toen zij aan den vinger van den Engelschman een ring zag, waarvan de
+diamant misschien wel een rente van vijf-en-twintighonderd francs
+vertegenwoordigde. Die ontdekking werkte als een stortbad op haar
+woede. Zij bedacht, dat het niet verstandig zou zijn het aan den stok
+te krijgen met een man, die vijftigduizend francs aan zijn pink droeg.
+
+"Goed, mijnheer!" zeide zij dan ook; "als de arme Coco u last
+veroorzaakt, zal ik hem in de achterkamer zetten; op die manier zult
+u hem niet meer kunnen hooren."
+
+Het gezicht van den Engelschman helderde eenigszins op.
+
+"Maar toch," zeide hij en liet nogmaals zijn schoenen zien, "zou ik
+liever ...."
+
+"Wees maar niet bang," viel Dolorès hem in de rede; "van de plek,
+waar ik hem zetten zal, kan hij milord onmogelijk lastig vallen."
+
+"O, ik niet ben milord .... ik enkel ben esquire."
+
+Toen echter Mr. Birn'n zich, na een stijve buiging gemaakt te
+hebben, wilde terugtrekken, nam Dolorès, die haar belangen onder alle
+omstandigheden in het oog hield, van een hoektafeltje een klein pakje
+en zeide:
+
+"Mijnheer, vanavond wordt in den * * * Schouwburg mijn
+benefice-voorstelling gegeven. Ik moet in drie stukken optreden. Zoudt
+u mij willen toestaan u een paar loges aan te bieden. De prijs der
+plaatsen is slechts weinig verhoogd."
+
+En met die woorden drukte zij den eilandbewoner een tiental
+loge-biljetten in de hand.
+
+"Nu ik zoo bereidwillig geweest ben hem een dienst te bewijzen," dacht
+zij bij zichzelf, "is het voor hem, als hij tenminste een welopgevoed
+iemand is, onmogelijk mij dit te weigeren; en wanneer hij mij in mijn
+rood costuum ziet .... je kan nooit weten .... we wonen zoo vlak naast
+elkaar .... de diamant, dien hij aan zijn pink draagt, is de voorhoede
+van een millioen. Nou ja, hij is wel leelijk en erg vervelend, maar
+dat zal mij gelegenheid geven om zonder zeeziekte naar Londen te gaan."
+
+Nadat de Engelschman de toegangsbewijzen in zijn zak gestoken had,
+liet hij zich het doel, waarvoor zij bestemd waren, nog eens verklaren
+en vroeg dan naar den prijs.
+
+"De loge kost zestig francs en u hebt er tien .... Maar het heeft geen
+haast," voegde Dolorès eraan toe, toen zij zag, dat de Engelschman zijn
+portefeuille voor den dag wilde halen; "ik hoop, dat u, als buurman,
+mij van tijd tot tijd wel een bezoek zult brengen."
+
+Doch Mr. Birn'n antwoordde:
+
+"Ik niet houd van zaken op crediet;" en hij nam een billet van duizend
+francs uit zijn zak, legde het op tafel en stak de toegangsbewijzen
+in zijn portefeuille.
+
+"Ik zal u teruggeven," zeide Dolorès en opende een kastje, waarin
+zij haar geld bewaarde.
+
+"O, neen," zeide de Engelschman; "dat is drinkgeld," en hij ging heen,
+Dolorès, die door die woorden met stomheid geslagen was, alleen latend.
+
+"Drinkgeld!" riep zij uit, toen zij haar spraak teruggekregen had. "Wat
+een lomperd! Ik zal hem zijn geld teruggeven."
+
+Doch deze grofheid van Mr. Birn'n had slechts de opperhuid van haar
+trots gekwetst; bij nadere overweging werd zij kalmer; zij bedacht
+zich, dat twintig louis d'or toch een aardig sommetje vormden, en
+dat zij vroeger voor heel wat minder geld veel meer had moeten slikken.
+
+"Ach wat," zeide zij tot zichzelf; "je moet niet zoo trotsch
+zijn. Niemand heeft mij gezien en vandaag komt juist mijn
+waschvrouw. En bovendien radbraakt die Engelschman onze taal zoo,
+dat hij misschien wel gedacht heeft mij een complimentje te maken."
+
+En vroolijk deed Dolorès haar twintig louis achter slot en
+grendel. Doch na de voorstelling kwam zij woedend thuis. Mr. Birn'n had
+de toegangsbewijzen niet gebruikt en de tien loges waren leeg gebleven.
+
+Toen zij dan ook om half een het tooneel betrad, las de ongelukkige
+beneficiante op het gezicht van haar coulissen-"vriendinnen" heel
+duidelijk, hoe zij zich verkneukelden, dat de zaal zoo leeg was.
+
+Zij hoorde zelfs, hoe een vriendelijke collega, terwijl zij op de
+leege loges wees, tot een andere zeide:
+
+"Die arme Dolorès heeft een leeg huis."
+
+"In de loges zit bijna niemand."
+
+"En in het orkest geen kip!"
+
+"Lieve Hemel; haar naam op het affiche werkt als een luchtpomp."
+
+"En dan nog zoo verwaand, om de prijzen te verhoogen."
+
+"Een mooie benefiet. Ik wed, dat de recette in een spaarpot of in
+een hiel van een kous kan."
+
+"Daar is ze met haar fameus costuum met rood fluweelen linten."
+
+"Zij ziet er uit als een gekookte kreeft."
+
+"Hoeveel heb jij met je laatste benefiet gemaakt?" vroeg een der
+actrices aan haar vriendin. "Ik heb slechts zes francs overgehouden;
+de rest heeft mijn modiste genomen. Als ik niet bang was voor
+winterkloven, dan zou ik naar St. Petersburg gaan."
+
+"Wat? Nog geen dertig jaar en dan wil je al naar Rusland gaan!"
+
+"Wat zal ik je zeggen? En is jouw benefiet gauw?"
+
+"Over veertien dagen. Ik heb al voor duizend daalders verkocht,
+ongerekend de cadetten."
+
+"Kijk eens, de stalles loopen leeg."
+
+"Omdat Dolorès zingt."
+
+Inderdaad bracht Dolorès, even rood als haar kostuum, haar niet aan te
+hooren coupletten eruit. Toen zij met groote moeite het slot bereikt
+had, werden haar twee bloemruikers toegeworpen door twee vriendinnen
+(eveneens actrices), die zich over haar baignoire heen bogen en riepen:
+
+"Bravo, Dolorès!"
+
+Men kan zich voorstellen hoe woedend zij was. Zoodra zij op haar
+kamer kwam, opende zij, hoewel het midden in den nacht was, het
+raam en maakte Coco wakker, die op zijn beurt Mr. Birn'n weer wekte,
+die in vol vertrouwen op het woord der actrice was gaan slapen.
+
+Van dien dag af was de oorlog tusschen de actrice en den Engelschman
+uitgebroken: een oorlog op leven en dood, een oorlog zonder
+wapenstilstand of rust, waarin de beide betrokken deelnemers voor
+geen kosten of moeiten terugdeinsden. De papegaai, die door Dolorès
+diensovereenkomstig opgeleid werd, had een ernstige studie gemaakt van
+de tale Albions en braakte nu den geheelen dag door met zijn scherpste
+faussettonen vloeken tegen zijn buurman uit. Dat was inderdaad iets
+onverdragelijks. Dolorès zelf leed eronder, maar zij hoopte dat
+dit Mr. Birn'n binnen enkele dagen tot den aftocht zou dwingen:
+dat toch was het doel, dat haar eigenliefde zich gesteld had. De
+eilandbewoner van zijn kant had allerlei middelen uitgedacht om zich
+te wreken. Om te beginnen had hij in zijn salon een trommel-academie
+gesticht, maar de commissaris van politie had daarover zijn veto
+uitgesproken. Toen had hij, met den dag vindingrijker wordend, een
+schietbaan voor pistool aangelegd; dagelijks verschoten zijn bedienden
+minstens vijftig schijven. Weer kwam de commissaris tusschenbeide
+en maakte hem opmerkzaam op een artikel uit de politieverordening,
+waarbij het gebruik van vuurwapen in bewoonde huizen strafbaar
+gesteld was. Mr. Birn'n liet het vuren dus staken. Maar acht dagen
+later merkte mademoiselle Dolorès dat het in haar appartementen
+regende. Ten gevolge daarvan stelde de huiseigenaar een onderzoek in
+bij Mr. Birn'n, dien hij aantrof juist op het oogenblik, dat hij op
+het punt stond een zeebad te nemen in zijn salon. De wanden van dit
+vrij groote vertrek waren n.l. in de rondte met zinken platen bekleed;
+alle deuren waren toegespijkerd; en in dat geïmproviseerde bassin
+had men in een honderd drachten water een vijfhonderd centenaars zout
+vermengd. Het was een echte Oceaan in het klein. Niets ontbrak eraan,
+zelfs de visschen niet. Door een in het bovenpaneel van de middendeur
+aangebrachte opening kon men in dit zeetje afdalen en Mr. Birn'n nam
+op die wijze dagelijks een bad. Na korten tijd begon men in den wijk
+de werkingen van eb en vloed waar te nemen, terwijl mademoiselle
+Dolorès een halven duim water in haar slaapkamer had staan.
+
+De huisheer werd woedend en dreigde Mr. Birn'n met een proces tot
+schadevergoeding voor de in zijn pand aangerichte verwoesting.
+
+"Ik dan niet heb het recht in mijn huis mij te baden?"
+
+"Neen, mijnheer!"
+
+"Als ik niet heb het recht, dan goed," zeide de Engelschman vol
+eerbied voor de wet van het land, waarin hij leefde. "Het is jammer,
+ik amuseerde zoo mij."
+
+En denzelfden avond nog gaf hij order zijn Oceaan te laten
+leegloopen. Het was inderdaad hoog tijd: op den vloer had zich reeds
+een oesterbank gevormd.
+
+Doch daarom had Mr. Birn'n den strijd niet opgegeven; integendeel
+hij zocht naar een wettig middel tot voortzetting van dezen zeldzamen
+oorlog, die het onderwerp van gesprek uitmaakte van geheel Parijs, want
+de tijding van dit avontuur had zich spoedig in de schouwburg-foyers
+en andere openbare plaatsen verspreid. Het was dus voor Dolorès
+een eere-zaak om als overwinnares uit dezen strijd, die reeds tot
+verschillende weddenschappen aanleiding gegeven had, te voorschijn
+te treden.
+
+Mr. Birn'n was toen op het denkbeeld van den piano gekomen. Dat was
+zoo'n kwaad denkbeeld niet: het nietswaardigste van alle instrumenten
+was zonder twijfel in staat den strijd aan te binden tegen den
+nietswaardigsten van alle vogels. Zoodra dat goede denkbeeld
+bij hem opgekomen was, had de Engelschman zich gehaast het ten
+uitvoer te brengen. Hij had een piano gehuurd en daarbij een pianist
+gevraagd. Die pianist nu was, zooals men zich herinneren zal, onze
+vriend Schaunard. De Engelschman wijdde hem dadelijk in alle hem
+door den papegaai van zijn buurvrouw aangedane martelingen in en
+stelde hem ook in kennis met alles wat hij reeds geprobeerd had om
+de actrice tot overgave te dwingen.
+
+"Maar milord," zeide Schaunard; "er bestaat toch een heel eenvoudig
+middel om dat beest uit den weg te ruimen; peterselie. Alle
+scheikundigen zijn het volkomen eens, dat deze soepplant Pruisisch
+zuur voor die dieren is; strooi dus wat fijngehakte peterselie op uw
+tapijten en laat die uit het raam boven de kooi van Coco uitkloppen:
+hij zal daar even zeker aan sterven als wanneer hij te dineeren
+gevraagd was bij paus Alexander VI."
+
+"Daar ik wel aan heb gedacht," antwoordde Mr. Birn'n, "maar de dier
+wordt bewaakt; de piano is zekerder."
+
+Schaunard, die den Engelschman in den beginne niet begreep, keek hem
+verwonderd aan.
+
+"Luister eens wat ik bedacht heb. De comediante en haar dier slapen
+tot 's middags twaalf uur. Volg nu goed mijn redeneering ..... Ik
+van plan ben haar te storen in haar slaap. De wet van dit land mij
+toestaat te maken muziek van den ochtend tot den avond. Begrijpt u,
+wat ik verwacht van u?"
+
+"Maar de actrice zal het heusch niet zoo onaangenaam vinden om mij
+den geheelen dag piano te hooren spelen, en dat nog wel gratis,"
+meende Schaunard. "Ik ben een eerste klas pianist en wanneer ik tering
+had ....."
+
+"Ho, ho!" viel de Engelschman hem in de rede; "ik u ook niet zeg
+te maken goede muziek. U moet maar slaan op het instrument. Zoo
+bijvoorbeeld ....." en Mr. Birn'n probeerde een gamma te spelen;
+"en altijd hetzelfde, altijd hetzelfde, meedoogenloos, mijnheer
+de muzikant, altijd weer de gamma. Ik weet wat van geneeskunde,
+dat maakt krankzinnig. Zij zullen daar beneden krankzinnig worden,
+daarop ik reken. Neem plaats aan het instrument, mijnheer; ik betalen
+zal u goed."
+
+"Dit nu," zeide Schaunard, die al de bijzonderheden, welke men
+hierboven gelezen heeft, verteld had; "dit nu is sedert veertien
+dagen mijn bezigheid: een gamma en niets dan diezelfde gamma van
+'s ochtends vijf uur tot 's avonds. Het behoort, strikt genomen,
+niet tot de ernstige kunst; maar wat kan ik eraan doen, kinderen? De
+Engelschman betaalt voor het lawaaimaken tweehonderd francs per maand;
+je moet wel een beul voor je eigen lichaam zijn, om zoo'n buitenkansje
+van de hand te wijzen. Ik heb het aangenomen en over een paar dagen
+ga ik naar de bank om het salaris voor de eerste maand te halen."
+
+Aan het slot van die wederkeerige vertrouwelijke mededeelingen
+besloten de drie vrienden dit gelijktijdige binnenkomen van
+looddeelen te gebruiken, om de gerechtvaardigde coquetterie van hun
+vriendinnetjes te bevredigen en haar het voorjaarscostuum te geven,
+waarnaar zij zoo vurig verlangden. Bovendien spraken zij af, dat
+degene, die het eerst zijn geld krijgen zou, wachten moest tot bij
+de andere dezelfde blijde gebeurtenis plaats gehad zou hebben, om op
+die manier de inkoopen gemeenschappelijk te doen en de dames Mimi,
+Musette en Phémie gelijktijdig het genoegen te laten smaken zich
+"in een nieuwe huid te steken", zooals Schaunard het noemde.
+
+Twee of drie dagen na deze geheime bijeenkomst opende Rodolphe de
+rij, zijn osanorisch gedicht was betaald; hij woog tachtig francs
+zwaarder. Nog twee dagen later had Marcel van Médicis het honorarium
+voor achttien korporaalsportretten à zes francs ontvangen.
+
+"Het is net, of ik goud zweet," zeide de dichter.
+
+"Ik heb precies hetzelfde gevoel," antwoordde Marcel. "Als Schaunard
+nog lang talmt, zal ik onmogelijk mijn rol van anonymen Croesus verder
+kunnen spelen."
+
+Maar den volgenden dag reeds zagen de bohémiens Schaunard in een
+prachtig goudgeel nangkin jaquette thuiskomen.
+
+"Goede God!" riep Phémie, die door het zien van haar zoo elegant
+gebonden minnaar verblind werd; "waar heb jij die jas gevonden?"
+
+"Tusschen mijn papieren," antwoordde de gammakunstenaar, terwijl hij
+zijn vrienden een wenk gaf, om hem te volgen.
+
+"Ik heb het," zeide hij, toen zij alleen waren; "daar heb je het
+zaakje," en hij liet een handvol goudstukken zien.
+
+"Voorwaarts, marsch dan!" riep Marcel uit; "laten we de magazijnen
+gaan plunderen! Wat zal Musette in haar schik zijn!"
+
+"En Mimi dan!" voegde Rodolphe eraan toe. "Nou vooruit, ga je mee,
+Schaunard?"
+
+"Laat ik nog even op één ding wijzen!" antwoordde de
+gammakunstenaar. "Wanneer we de dames overladen met de duizend
+luimen der mode, begaan we misschien een dwaasheid. Denkt eens goed
+na. Zijn jullie niet bang, dat, als zij op de platen uit de Echarpe
+d'Iris gelijken, al die pracht en praal een verderfelijken invloed
+op haar karakter zal uitoefenen? En past het bovendien jongemannen,
+zooals wij zijn, de vrouwen zoo te behandelen, alsof wij afgeleefde en
+gerimpelde grijsaards waren? Ik zeg dit niet, omdat ik geen veertien of
+achttien francs ervoor over heb, om Phémie een nieuw costuum te geven,
+maar omdat ik bang ben, dat zij mij niet meer zal willen groeten, als
+zij eenmaal een nieuwen hoed heeft. En wat is ze knap, als ze alleen
+maar een bloem in haar haar heeft. Wat zeg jij ervan?" Deze vraag was
+gericht tot Colline, die tijdens Schaunard's rede binnengekomen was.
+
+"Ondank is de zoon der weldaad," zeide de wijsgeer.
+
+"En ook mogen jullie wel eens overwegen," ging Schaunard voort, "wat
+voor figuur jullie in je afgedragen pakken naast je vriendinnetjes
+in haar elegante costuums zult maken. Je zult er uit zien als haar
+kamermeisjes. Ik zeg dat niet voor mij," voegde Schaunard er aan toe,
+terwijl hij in zijn nangkin rok een breede borst zette, "ik kan mij
+nu, Goddank, overal laten zien!"
+
+Niettegenstaande de oppositie van Schaunard werd toch besloten
+den volgenden dag alle bazars in de buurt ter wille van de dames
+te plunderen.
+
+En werkelijk kwamen den volgenden ochtend op hetzelfde uur, dat wij
+in het begin van dit hoofdstuk mademoiselle Mimi heel verbaasd over
+de afwezigheid van Rodolphe wakker hebben zien worden, de dichter
+en zijn twee vrienden met een loopjongen uit de "Twee Apen" en een
+modiste, die de stalen droegen, de trap naar hun kamer op. Schaunard,
+die inmiddels den beroemden jachthoorn gekocht had, liep voorop en
+blies de ouverture van "De Karavaan."
+
+Musette en Phémie, door Mimi, die in den entresol woonde, geroepen,
+vlogen op het bericht, dat er hoeden en japonnen voor haar gebracht
+werden, als een lawine de trap af. Bij het zien van al de armzalige
+rijkdommen, die voor haar uitgestald lagen, werden de drie vrouwen
+bijna dol van blijdschap. Mimi kreeg een aanval van overmoedige
+vroolijkheid: zij sprong rond als een geit en zwaaide een dunne
+wollen sjaal heen en weer. Musette was Marcel om den hals gevlogen
+en had in iedere hand een klein groen laarsje, die zij als cymbalen
+tegen elkaar sloeg. Phémie keek snikkend Schaunard aan en kon niets
+anders uitbrengen dan de woorden:
+
+"O, mijn Alexander, mijn Alexander!"
+
+"Bij haar is het gevaar niet groot, dat ze de geschenken van Artaxerxes
+weigert," mompelde de wijsgeer Colline.
+
+Toen de eerste vreugde wat geluwd, de keuze gemaakt en de rekeningen
+betaald waren, zeide Rodolphe tot de drie dames, dat zij zorgen
+moesten den volgenden ochtend haar costuums af te hebben.
+
+"We gaan naar buiten!" zeide hij.
+
+"Dat is zoo moeilijk niet!" riep Musette uit. "Het is niet voor het
+eerst, dat ik op één en denzelfden dag een japon gekocht, geknipt,
+genaaid en aangetrokken heb. Wij zullen klaar zijn, niet waar dames?"
+
+"Natuurlijk!" riepen Mimi en Phémie tegelijk uit.
+
+Dadelijk gingen zij aan het werk en de eerstvolgende zestien uur
+gaven zij schaar en naald geen oogenblik rust.
+
+De volgende dag was de eerste Mei. De Paaschklokken hadden reeds
+eenige dagen tevoren de opstanding der lente ingeluid; en van alle
+kanten kwam zij nu haastig en vroolijk aan; zij kwam, zooals het in
+het Duitsche volkslied heet, als de jonge bruidegom, die den Meiboom
+onder het venster van zijn geliefde gaat planten. Zij schilderde den
+hemel blauw, de boomen groen en al het andere in mooie kleuren. Zij
+wekte de zon, die in haar nevelbed sliep, het hoofd op de van sneeuw
+zwangere wolken, die haar tot kussen dienden, en riep haar toe:
+"Sta op, vriendin, het is tijd! Hier ben ik! Vlug aan het werk! Trek
+zonder talmen je mooi nieuw stralenkleed aan en laat je dadelijk op
+je balkon zien, om mijn komst te melden!"
+
+Op dit verzoek was de zon inderdaad op weg gegaan en wandelde nu
+trotsch en stralend als een hoveling rond. De zwaluwen, die van hun
+pelgrimstocht naar het Oosten teruggekeerd waren, schoten pijlsnel
+door de lucht, de meidoorn sierde de struiken met de sneeuw van zijn
+bloesems; het viooltje doorgeurde het gras der bosschen, waarin men
+reeds de vogels met een liederenboek onder de vleugels uit hun nest
+zag komen. Het was inderdaad de lente, de echte lente der dichters
+en verliefden, en niet de lente van Matthieu Laensberg, [38] een
+leelijke lente met een rooden neus en door koude stijve vingers,
+die den arme nog doet rillen aan het hoekje van zijn haard, waarin
+de laatste vonken van zijn laatste houtblok reeds lang uitgedoofd
+zijn. Zoele koeltjes golfden door de heldere atmospheer en droegen
+de eerste geuren der naburige velden naar de stad. De heldere, warme
+zonnestralen klopten tegen de vensterruiten en zeiden tot den zieke:
+"Doe open, wij zijn de gezondheid!" en tot het meisje, dat in haar
+dakkamertje voor haar spiegel staat, die onschuldige eerste liefde
+der onschuldigen: "Doe open, opdat wij uw schoonheid beschijnen;
+wij zijn de lenteboden; nu kunt ge je linnen pakje aantrekken,
+je stroohoed opzetten en je mooie schoentjes gaan dragen: zie, de
+grasperken, waarop gedanst wordt, tooien zich met nieuwe bloemen,
+en reeds lokken de violen ten dans. Gegroet, gij schoone!"
+
+Toen de dichtstbijzijnde kerkklokjes het Angelus luidden, stonden onze
+drie ijverige coquetten, die nauwelijks tijd hadden kunnen vinden,
+om een paar uur te slapen, reeds voor haar spiegel, om een laatsten
+onderzoekenden blik op haar nieuwe toiletjes te werpen.
+
+Zij zagen er in haar gelijkkleurige costuums alle drie bekoorlijk
+uit en op haar gezichtjes was duidelijk de bevrediging te lezen,
+die de verwezenlijking van een lang gekoesterden wensch geeft.
+
+Vooral Musette straalde van schoonheid.
+
+"Ik ben nog nooit zoo in mijn schik geweest," zeide zij tot Marcel;
+"het is net, alsof de goede God al het geluk, dat voor mij bestemd is,
+in dit eene uur samengedrongen heeft, en ik ben bang, dat er nu voor
+het vervolg niet veel meer overblijft. Maar kom, wanneer er niet meer
+zijn zal, dan maken we het zelf. Wij hebben er een goed recept voor,"
+voegde zij er vroolijk aan toe, terwijl ze Marcel een kus gaf.
+
+Phémie had iets, dat haar hinderde.
+
+"Ik houd wel van het groen en de kleine vogels," zeide zij; "maar
+buiten kom je niemand tegen, zoodat niemand mijn mooien hoed en japon
+zal zien. Kunnen we niet op den boulevard gaan picnicken?"
+
+Om acht uur werd de geheele straat door de fanfares van den jachthoorn
+van Schaunard, die het signaal tot vertrek gaf, in rep en roer
+gebracht. De buren kwamen aan het venster, om de bohémiens voorbij
+te zien gaan. Colline, die van de partij was, sloot den stoet met
+de parasols der dames onder zijn arm. Een uur later was het geheele
+vroolijke troepje in Fontenay-aux-Roses.
+
+Toen zij 's avonds, aardig laat, thuiskwamen, verklaarde Colline,
+die den geheelen dag de functies van schatbewaarder vervuld had, dat
+zij zes francs vergeten hadden uit te geven, en legde dat overschot
+op tafel.
+
+"Wat moeten we daarmee beginnen?" vroeg Marcel.
+
+"Hoe zou je het vinden, als we er effecten voor kochten?" was
+Schaunard's antwoord.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII.
+
+DE MOF VAN FRANCINE.
+
+
+I
+
+Onder de echte bohémiens der echte bohème heb ik indertijd een
+zekeren Jacques D.... gekend. Hij was beeldhouwer en beloofde
+mettertijd een groot kunstenaar te zullen worden. Doch zijn ellendige
+levensomstandigheden hebben hem niet den tijd gelaten die beloften
+te houden. Hij stierf in Maart 1814, in het hospitaal Saint-Louis,
+zaal Sainte-Victoire, bed 14, aan uitputting.
+
+Ik leerde Jacques kennen in het hospitaal, waarin ik zelf langen tijd
+ziek gelegen had. Zooals ik reeds gezegd heb, stak er in Jacques
+een groot kunstenaar, doch hij liet er zich volstrekt niet op
+voorstaan. Gedurende de twee maanden, waarin ik hem bijna dagelijks
+opzocht en hij zich in de armen van den dood wiegen voelde, heb ik
+hem geen enkele maal hooren klagen, noch dat gelamenteer aanheffen,
+dat den onbegrepen kunstenaar zoo belachelijk gemaakt heeft. Hij is
+gestorven zonder eenige pose, met den vreeselijken grijns van de met
+den dood strijdenden op het gelaat. Zijn dood doet me zelfs denken aan
+een der afschuwelijkste scènes, die ik in dezen caravansérail [39]
+van menschelijk lijden heb medegemaakt. De vader, dien men met zijn
+overlijden in kennis gesteld had, was het lijk komen opeischen en had
+een tijd lang afgedongen op de door de administratie geëischte som van
+zes-en-dertig francs. Ook voor den dienst in de kerk marchandeerde
+hij zóó lang en zóó hardnekkig, dat men hem ten slotte zes francs
+minder liet betalen. Toen men het lijk in de kist wilde leggen, nam
+de ziekenoppasser het aan het hospitaal behoorende laken weg en vroeg
+aan een der vrienden van den overledene om geld voor het lijkkleed. De
+arme duivel, die geen sou bezat, ging dadelijk naar Jacques' vader,
+die in een opwelling van drift en woede vroeg, of men hem nooit met
+rust zou laten.
+
+Toen wierp de zuster, die dit afschuwelijke tooneel meemaakte, een
+blik op het lijk en sprak de aangrijpend naïeve woorden:
+
+"Maar mijnheer, de arme jongen kan toch zoo niet begraven worden:
+het is zoo koud; geef hem tenminste een hemd, opdat hij niet heelemaal
+naakt voor onzen lieven Heer verschijnt."
+
+Eindelijk gaf de vader den vriend vijf francs om een hemd te koopen,
+doch drukte hem daarbij op het hart het te halen bij een uitdrager
+in de rue Grange-aux-Belles, die tweedehandsche hemden had.
+
+"Dat is niet zoo duur," voegde hij eraan toe.
+
+Later kreeg ik opheldering omtrent die onmenschelijke hardheid van
+Jacques' vader: hij was woedend, dat zijn zoon zich aan de kunst
+gewijd had, en die woede was zelfs bij het zien van de lijkkist niet
+tot bedaren gekomen.
+
+Maar ik ben al heel ver afgedwaald van mademoiselle Francine en haar
+mof. Doch ik kom er nu toe: mademoiselle Francine was het eerste en
+eenige vriendinnetje van Jacques geweest, die toch niet oud gestorven
+was, want hij was nauwelijks drie-en-twintig, toen zijn vader hem
+heelemaal naakt onder den grond wilde laten stoppen. Jacques heeft
+mij het verhaal van die amourette gedaan, toen hij nummer 14 en ik
+nummer 16 was op de zaal Sainte-Victoire, een vreeselijke plaats om
+te sterven.
+
+Maar wacht nog even, lezer! Voor ik dit verhaal begin, dat zeer mooi
+zou zijn, als ik het kon oververtellen zooals Jacques het mij verteld
+heeft, moet ik nog eerst een pijp aansteken, die oude steenen pijp,
+die Jacques mij gegeven heeft op den dag, dat de dokter hem het rooken
+verboden had. Maar 's nachts, wanneer de broeder sliep, leende hij
+zijn pijp van mij en vroeg me wat tabak: je verveelt je 's nachts
+zoo in die groote zalen, wanneer je niet slapen kunt en pijn hebt.
+
+"Een of twee trekjes maar!" zeide hij, en ik liet hem zijn gang
+gaan en wanneer zuster Sainte-Géneviève de rondte deed, hield zij
+zich alsof zij niet merkte, dat er gerookt werd. O, goede zuster,
+wat waart ge goed en wat waart ge mooi, wanneer ge ons met wijwater
+kwaamt besprenkelen! We zagen u reeds van verre aankomen, wanneer
+ge zoo zacht liept onder de sombere gewelven in uw wijden witten
+nonnesluier, welks mooie plooien Jacques zoo bewonderde. O, goede
+zuster, gij waart de Beatrice [40] van dezen hel. Zoo zoet en zacht
+klonken uw troostwoorden, dat we alleen klaagden, om door u getroost
+te worden. Als mijn vriend Jacques niet gestorven was, zou hij voor
+u een kleine Heilige Maagd gebeeldhouwd hebben, goede zuster Géneviève!
+
+Eerste lezer: En waar blijft de mof nu? Ik zie er nog niets van.
+
+Tweede lezer: En mademoiselle Francine dan?
+
+Eerste lezer: Het is heelemaal geen vroolijk verhaal.
+
+Tweede lezer: Je kunt niets zeggen, voor we het slot weten.
+
+Ik vraag u wel vergiffenis, heeren, de pijp van mijn vriend is de
+oorzaak van al deze afdwalingen. Overigens heb ik volstrekt niet
+beloofd u te zullen laten lachen. Het gaat niet altijd vroolijk toe
+in het bohème-leven.
+
+Jacques en Francine hadden elkaar leeren kennen in een huis in de rue
+de la Tour d'Auvergne, waarin zij in het begin van April gelijktijdig
+waren komen wonen.
+
+Eerst na acht dagen werden tusschen den kunstenaar en het jonge meisje
+die buurpraatjes gewisseld, welke een noodzakelijk gevolg zijn van
+het op dezelfde verdieping wonen; en toch kenden zij elkaar reeds, nog
+voordat ze één woord gewisseld hadden. Francine wist, dat haar buurman
+een arme tobberd van een kunstenaar was, en Jacques had gehoord, dat
+zijn buurmeisje een naaistertje was, van huis weggeloopen, om zich
+aan de slechte behandeling door haar stiefmoeder te onttrekken. Zij
+deed wonderen van spaarzaamheid om er zich, zooals men dat noemt,
+"door heen te slaan" en daar zij nooit genietingen had leeren kennen,
+miste zij die niet en verlangde zij er niet naar.
+
+De kennismaking had plaats op de volgende manier. Op een zekeren
+Aprilavond kwam Jacques doodmoe, met een leege maag en in een heele
+trieste stemming op zijn kamer. Het was een onbestemde triestheid,
+die geen bepaalde reden heeft, die je overal en op ieder uur kan
+overvallen--een soort apoplexie van het hart, waarvoor voornamelijk die
+ongelukkigen, die alleen leven, vatbaar zijn. Jacques, die het in het
+kleine kamertje benauwd kreeg, wierp het raam open, om versche lucht te
+kunnen inademen. Het was een prachtige avond en de ondergaande zon spon
+om de heuvels van Montmartre een droefgeestigen tooversluier. Jacques
+bleef voor het raam zitten mijmeren en luisterde naar het koor der
+gevederde lentezangers, die in de avondstilte zongen; en zijn trieste
+stemming werd nog triester. Toen hij een raaf krassend voorbij zag
+vliegen, dacht hij aan den tijd, waarin de raven brood brachten aan
+Elia, den vromen kluizenaar, en maakte hij bij zichzelf de opmerking,
+dat de raven thans niet zoo barmhartig meer zijn. Ten slotte kon hij
+het niet langer uithouden, hij sloot zijn raam, trok het gordijn dicht
+en stak, daar hij geen geld had, om olie te koopen, een harskaars aan,
+die hij van een reis naar La Grande Chartreuse meegebracht had. En
+in een steeds melancholieker stemming stopte hij zijn pijp.
+
+"Gelukkig, dat ik nog zooveel tabak heb, dat ik het pistool door den
+rook niet meer zal zien," mompelde hij en begon te rooken.
+
+Mijn vriend Jacques moest dien avond wel heel droefgeestig zijn, dat
+hij erover dacht "het pistool te omsluieren". Dat was zijn laatste
+toevlucht in groote crisissen; en meestal lukte het hem wel. Het middel
+bestond hierin: Jacques rookte tabak, waarop hij een paar druppels
+laudanum gesprenkeld had, en hij rookte zoo lang, totdat de rookwolk,
+die uit zijn pijp kwam, dik genoeg geworden was, om alle voorwerpen,
+die in zijn kamertje waren, en met name een aan den muur hangend
+pistool in een waas voor hem te hullen. Dat was een kwestie van een
+pijp of tien. Wanneer het pistool geheel onzichtbaar geworden was,
+sliep hij gewoonlijk door de gecombineerde werking van de tabak en
+het laudanum in en meestal verliet zijn droefgeestigheid hem op den
+drempel van zijn droomen.
+
+Doch dien avond had Jacques al zijn tabak opgerookt en was het
+pistool volkomen onzichtbaar geworden, en nog was hij steeds bitter
+droefgeestig. Dien avond was daarentegen mademoiselle Francine
+buitengewoon opgewekt, toen zij naar huis terugkeerde en evenmin
+als Jacques' droefgeestigheid had Francine's opgewekte stemming
+een bepaalde oorzaak: het was een vroolijkheid, die, om zoo te
+zeggen, uit den hemel valt en die de goede God in goede harten doet
+nederdalen. Kort en goed, mademoiselle Francine was dus vroolijk en
+opgewekt en kwam zingend de trap op. Maar toen zij haar kamerdeur wilde
+open maken, blies plotseling een rukwind, die door het openstaande
+raam binnenkwam, haar kaars uit.
+
+"Lieve Hemel, hoe vervelend!" riep het jonge meisje uit. "Nu moet ik
+weer zes trappen op en af."
+
+Toen zij echter in Jacques' kamer licht zag, gaf een instinct van
+gemakzucht, geënt op een gevoel van nieuwsgierigheid, haar de gedachte
+in den kunstenaar om licht te vragen. Dat zijn van die diensten,
+die je elkaar onder verdiepingsgenooten dagelijks bewijst, dacht zij
+bij zichzelf, en het is volstrekt niet compromitteerend. Dus klopte
+zij tweemaal zacht op de deur van Jacques, die, een weinig verrast
+over dit late bezoek, open ging doen. Doch nauwelijks had zij een
+stap in de kamer gedaan, of de rook, die daarin hing, benam haar
+den adem en zij viel, voordat zij nog een woord had kunnen zeggen,
+bewusteloos op een stoel, waarbij zij haar sleutel en haar kaars
+uit haar hand liet vallen. Het was middernacht, iedereen in huis
+lag in diepe rust. Jacques vond het beter niet om hulp te roepen:
+hij was bang daardoor zijn buurmeisje aan allerlei praatjes te zullen
+blootstellen. Hij wierp dus slechts het raam open, om frissche lucht
+binnen te laten; en toen hij het jonge meisje een paar druppels water
+in het gezicht gesprenkeld had, zag hij, dat zij haar oogen opsloeg
+en langzamerhand weer bijkwam. Toen zij na verloop van vijf minuten
+weer geheel tot bewustzijn gekomen was, vertelde zij hem waarom zij
+bij hem had aangeklopt en maakte zij hem haar excuses voor den last,
+dien zij hem veroorzaakt had.
+
+"Nu ik weer heelemaal beter ben," voegde zij eraan toe, "kan ik
+weer naar mijn kamer". Hij had de deur geopend, toen zij bemerkte,
+dat zij niet alleen vergat haar kaars aan te steken, maar ook dat
+zij den sleutel van haar kamer niet had.
+
+"Ik ben nog wat in den war," zeide zij, terwijl zij met haar blaker
+naar de harskaars ging; "ik ben hier gekomen om licht te halen en nu
+ga ik zonder weg."
+
+Doch op hetzelfde oogenblik ging door de tocht, die ontstond door het
+open gebleven zijn van de deur en van het raam, plotseling de kaars
+uit en bevonden de twee jonge menschen zich in het donker.
+
+"Je zoudt bijna gelooven, dat het expres gebeurt," zeide Francine. "Wat
+vervelend, dat ik u zooveel overlast moet aandoen, maar zoudt u niet
+zoo goed willen zijn om wat licht te maken, anders zal ik mijn sleutel
+niet kunnen vinden."
+
+"Zeker wel, mademoiselle," antwoordde Jacques en zocht tastend naar
+lucifers.
+
+Hij had ze al heel gauw gevonden. Plotseling echter kwam hij op een
+eigenaardige gedachte; hij stak de lucifers in zijn zak en riep uit:
+
+"Lieve hemel, al weer een nieuwe moeilijkheid, mademoiselle, ik heb
+geen enkelen lucifer meer hier; ik heb den laatsten gebruikt, toen
+ik thuis kwam."
+
+"Een prachtig gevonden list," dacht hij bij zichzelf.
+
+"Goede God!" riep Francine uit; "ik kan wel naar mijn kamer gaan--ik
+zal daar niet in zeven slooten tegelijk loopen, maar om erin te komen,
+moet ik mijn sleutel hebben. Ach mijnheer, help mij even zoeken,
+hij moet op den grond liggen".
+
+"Laten we maar even zoeken, mademoiselle," zeide Jacques.
+
+En nu waren zij beiden in het donker naar het verloren schaap aan
+het zoeken; maar alsof zij door hetzelfde instinct bestuurd werden,
+ontmoetten hun handen, die op dezelfde plaats zochten, elkaar wel
+tienmaal in de minuut. En daar zij beiden even onhandig waren, vonden
+zij den sleutel niet.
+
+"De maan is op het oogenblik door een wolk bedekt, maar schijnt
+dadelijk vlak in mijn kamer," zeide Jacques. "Wacht u dus even. Straks
+zal zij ons bij het zoeken helpen."
+
+Om den tijd wat te bekorten, begonnen zij te praten. Een gesprek in
+het donker, in een klein kamertje, in een lentenacht; een gesprek,
+dat, in den beginne nietszeggend en onbeteekenend, langzamerhand
+vertrouwelijker wordt ..... u weet, waarheen dat leidt. De zinnen
+worden wat onsamenhangend en door veelzeggende pauzes onderbroken;
+de stem wordt zachter; woorden wisselen af met zuchten. De handen,
+die elkaar ontmoeten, vullen de gedachte aan, die uit het hart naar
+de lippen stijgt, en .... Zoekt het slot maar in uw herinneringen,
+jonge paartjes. Zoek het, jonge man, zoek het, jonge vrouw, zoekt
+het gij, die vandaag arm in arm en hand in hand loopt en elkaar twee
+dagen tevoren nog nooit gezien hadt.
+
+Eindelijk kwam de maan achter de wolken te voorschijn en wierp haar
+lichte stralen in het kamertje. Mademoiselle Francine werd wakker
+als uit een droom en stiet een klein gilletje uit.
+
+"Wat is er?" vroeg Jacques, die zijn armen om haar middel sloeg.
+
+"Niets," mompelde Francine; "ik dacht, dat ik hoorde kloppen."
+
+En zonder dat Jacques het merkte, schoof zij met haar voet den sleutel,
+dien zij vlak bij zag liggen, onder een kast.
+
+Zij wilde hem niet vinden.
+
+
+
+Eerste Lezer: Ik zal dit verhaal mijn dochter zeker niet in handen
+geven.
+
+Tweede Lezer: Tot nog toe heb ik geen haar van Francine's mof gezien;
+en wat het meisje zelf betreft, ik weet nog niet eens of zij bruin
+of blond is.
+
+Geduld lezers, geduld! Ik heb u een mof beloofd en ik zal u die ook
+geven, zooals mijn vriend Jacques er een gegeven heeft aan zijn arm
+vriendinnetje Francine, die, zooals ik hierboven door de puntjes heb
+aangeduid, zijn maîtresse geworden was. Francine was blond, blond
+en vroolijk, wat niet dikwijls voorkomt. Tot haar twintigste jaar
+had zij de liefde niet gekend; maar een onbestemd voorgevoel van
+haar naderend einde waarschuwde haar, dat zij zich moest haasten,
+als zij die nog wilde leeren kennen.
+
+Zij ontmoette Jacques en kreeg hem lief. Hun liaison duurde zes
+maanden. In het voorjaar hadden zij elkaar gevonden; in het najaar
+scheidden zij weer. Francine was een teringlijdster, zij wist het en
+haar vriend Jacques wist het ook: veertien dagen nadat hij met Francine
+was gaan samen wonen, had hij het gehoord van een van zijn vrienden,
+die dokter was. Zij zou met het vallen der gele bladeren heengaan,
+had hij gezegd.
+
+Francine had die voorspelling gehoord en zag eveneens, hoe wanhopig
+haar vriend daaronder was.
+
+"Wat kunnen ons die gele bladeren schelen?" zeide zij met een
+glimlach, waarin zij al haar liefde legde; "wat kan ons het najaar
+schelen? Wij zijn in den zomer en de bladeren zijn groen: laten we
+die niet ongebruikt voorbij laten gaan ..... En wanneer je ziet,
+dat ik uit dit leven heengaan wil, neem me dan in je armen, kus me
+en verbied me weg te gaan. Ik ben gehoorzaam, dat weet je; dus zal
+ik bij je blijven!"
+
+En zoo leefde dit bekoorlijke schepseltje vijf maanden lang met lachjes
+en liedjes op haar lippen het moeilijke bohème-leven mede. Jacques
+liet zich daardoor om den tuin leiden; zijn vriend zeide dikwijls tot
+hem: "Francine gaat achteruit; zij moet goed verpleegd worden." Dan
+liep Jacques heel Parijs af om geld te vinden voor de door den dokter
+voorgeschreven geneesmiddelen, maar Francine wilde er niets van weten
+en wierp ze het raam uit. Wanneer zij 's nachts een hoestaanval kreeg,
+stond zij zachtjes op en ging naar de gang, uit vrees, dat Jacques
+het anders hooren zou.
+
+Toen zij op een goeden dag samen buiten waren, zag Jacques, dat er aan
+de boomen gele bladeren begonnen te komen. Treurig keek hij Francine
+aan, die langzaam en mijmerend naast hem liep.
+
+Francine zag hem bleek worden en raadde de oorzaak ervan.
+
+"Je lijkt wel niet goed wijs," zeide zij, terwijl zij hem een kus gaf;
+"wij zijn pas in Juli; het is nog drie maanden voor October in het
+land is: en wanneer wij, zooals wij dat doen, elkaar dag en nacht
+liefhebben, dan verdubbelen we den tijd, dien we nog samen te leven
+hebben. En wanneer ik mij met het vallen der gele bladeren erger voel
+worden, dan gaan we in een dennenbosch wonen: daar zijn de bladeren
+altijd groen."
+
+
+
+In het begin van October moest Francine het bed blijven
+houden. Jacques' vriend behandelde haar. Het kleine kamertje, waarin
+zij woonden, lag op de bovenste verdieping van het huis en zag uit
+op een binnenplaats, waarin een boom stond, welks bladerentooi met
+den dag dunner werd. Jacques had een gordijn voor het raam gehangen,
+om den boom voor het oog van de zieke te verbergen; maar Francine
+stond erop, dat het weer weggenomen werd.
+
+"Lieve jongen!" zeide zij tot Jacques; "ik zal je honderd maal meer
+zoenen geven, dan de boom bladeren heeft .... En zij voegde eraan toe:
+"Ik voel me trouwens veel beter .... Ik zal heel gauw weer uit kunnen
+gaan, maar omdat het zoo koud is en ik geen winterhanden wil krijgen,
+moet je een mof voor me koopen."
+
+Gedurende den geheelen duur van haar ziekte was die mof haar eenige
+wensch.
+
+Den dag voor Allerheiligen was Jacques wanhopiger dan ooit. Francine
+zag het en wilde hem wat moed geven, en om hem te bewijzen, dat het
+werkelijk beter ging, stond zij op.
+
+Juist op dat oogenblik kwam de dokter, die haar dwong onmiddellijk
+weer naar bed te gaan.
+
+"Jacques," fluisterde hij den artist in het oor; "wees sterk,
+kerel! Het is afgeloopen .... Francine moet sterven."
+
+Jacques smolt in tranen weg.
+
+"Je kunt haar nu alles geven, wat zij vraagt; er is geen hoop meer."
+
+Francine hoorde met haar oogen wat de dokter haar vriend toefluisterde.
+
+"Geloof hem niet!" riep zij, terwijl zij haar armen naar Jacques
+uitstrekte; "geloof hem niet, hij liegt. Morgen gaan we samen uit
+.... dan is het Allerheiligen; het zal koud zijn, ga een mof voor me
+koopen .... Ik heb zoo vreeselijk het land aan winterhanden."
+
+Jacques wilde met zijn vriend weggaan; Francine echter vroeg den
+dokter nog even te blijven.
+
+"Ga jij de mof koopen, Jacques," zeide zij; "neem maar een goede,
+dan duurt hij des te langer."
+
+Toen zij met den dokter alleen was, zeide zij:
+
+"O, dokter, ik ga sterven, ik weet het .... Maar geef mij, vòòr ik
+heenga, nog een middel, dat mij voor één nacht mijn krachten teruggeeft
+.... ik smeek u erom: maak mij nog één nacht mooi, dan wil ik gaarne
+sterven, nu de goede God niet wil, dat ik nog langer leef."
+
+Toen de dokter haar zoo goed mogelijk troostte, woei een windvlaag
+door het openstaande raam een geel blad van den boom op de binnenplaats
+op het bed der zieke.
+
+Francine schoof het gordijn weg en zag, dat de boom heelemaal kaal was.
+
+"Dat is het laatste," mompelde zij en legde het blad onder haar kussen.
+
+"U zult morgen pas sterven," zeide de dokter tot haar; "u hebt nog
+een nacht voor u."
+
+"Wat een geluk!" zeide het jonge meisje. "Een winternacht .... die
+duurt lang."
+
+Jacques kwam met een mof terug.
+
+"Wat een mooie!" zeide Francine; "als ik uitga, zal ik hem dragen."
+
+Den nacht bracht zij in Jacques' armen door.
+
+Den volgenden dag, Allerheiligen, trad met het kleppen van het
+middag-angelus de doodstrijd in. Zij begon over haar geheele lichaam
+te beven.
+
+"Ik heb zulke koude handen," mompelde zij. "Geef me mijn mof."
+
+En zij wikkelde haar magere handen in het bont ....
+
+"Het is het einde," zeide de dokter tot Jacques; "geef haar een
+afscheidskus."
+
+Jacques drukte zijn lippen op die van zijn vriendinnetje. In het
+laatste oogenblik wilden zij de mof wegnemen, maar krampachtig hield
+zij die vast.
+
+"Neen, neen!" zuchtte zij; "laat ik die houden; het is winter en zoo
+koud ..... Mijn arme Jacques .... Mijn arme Jacques .... wat moet er
+van je worden ... O, God!"
+
+En den volgenden dag was Jacques alleen.
+
+Eerste lezer: Ik heb wel gezegd, dat het geen vroolijk verhaal was!
+
+Wat zal ik u zeggen, lezer? Men kan niet altijd lachen.
+
+
+
+
+II.
+
+Het was de ochtend van Allerheiligen. Francine was zooeven gestorven.
+
+Twee mannen waakten aan het sterfbed: de een, die erbij stond, was de
+dokter; de ander, die naast het bed geknield lag, drukte zijn lippen op
+de handen der doode en scheen die er in een wanhopigen kus voor eeuwig
+aan vast te willen kleven; dat was Jacques, Francine's minnaar. Reeds
+zes uur lang lag hij daar in een toestand van gevoelloosheid, die een
+gevolg van diepen smart schijnt te zijn. Een draaiorgel, dat onder
+zijn raam begon te spelen, riep hem eindelijk weer tot het leven terug.
+
+Dit orgel speelde een wijsje, dat Francine 's morgens bij het wakker
+worden placht te zingen.
+
+Een van die waanzinnige verwachtingen, welke slechts in de grootste
+wanhoop kunnen geboren worden, doorflitste plotseling Jacques'
+geest. Hij ging in gedachten een maand in het verleden terug, naar
+den tijd, dat Francine nog slechts stervende was; hij vergat het
+heden en beeldde zich een oogenblik in, dat de doode slechts sliep
+en dadelijk met het gewone morgenliedje op de lippen wakker zou worden.
+
+Doch nog voor de tonen van het orgel geheel weggestorven waren, was
+Jacques reeds tot de werkelijkheid teruggekeerd. Francine's mond was
+voor altijd verstomd en de glimlach, die haar laatste gedachte op
+haar lippen getooverd had, verdween reeds, om plaats te maken voor
+de trekken des doods.
+
+"Moed, Jacques!" zeide de dokter tot zijn vriend.
+
+Jacques stond op en keek den dokter aan:
+
+"Het is afgeloopen, niet waar? Er is geen hoop meer?"
+
+Zonder op die droevig-dwaze vraag te antwoorden, ging de dokter
+naar het bed, trok de gordijnen dicht, wendde zich dan weer tot den
+beeldhouwer en drukte hem de hand.
+
+"Francine is dood ....." zeide hij; "het was te verwachten. God weet,
+dat wij alles, wat in onze macht stond, gedaan hebben, om haar te
+redden. Het was een braaf meisje, Jacques, dat veel van je gehouden
+heeft, meer en anders, dan jij van haar hieldt; want haar liefde was
+niets dan liefde, terwijl er bij jou nog iets anders bij kwam. Francine
+is dood .... maar alles is nog niet afgeloopen; we moeten nu aan de
+voor de begrafenis noodige maatregelen denken. Wij zullen dat samen
+doen en een buurvrouw vragen tijdens onze afwezigheid bij het lijk
+te waken."
+
+Willoos liet Jacques zich door zijn vriend medenemen. De geheele
+dag ging heen met bezoeken aan de mairie, den begrafenisondernemer
+en het kerkhof. Daar Jacques in het geheel geen geld had, verpandde
+de dokter zijn horloge, een ring en verschillende kleedingstukken,
+om de kosten voor de begrafenis, die den volgenden dag zou plaats
+hebben, te kunnen bestrijden.
+
+Eerst laat in den avond kwamen zij samen terug. De buurvrouw drong
+er bij Jacques op aan wat te eten.
+
+"Goed," zeide hij; "geef maar wat; ik heb het koud en moet weer wat
+krachten verzamelen, want ik moet vannacht nog werken."
+
+De buurvrouw en de dokter begrepen niet wat hij bedoelde.
+
+Jacques ging aan tafel zitten en slokte zoo gulzig een paar happen
+naar binnen, dat hij er bijna in stikte. Toen vroeg hij wat te
+drinken. Doch toen hij het glas naar zijn mond bracht, liet hij het
+op den grond vallen. Het brak. Het glas had een herinnering in hem
+wakker geroepen, die op haar beurt zijn verdriet, dat een oogenblik
+ingesluimerd was, weer tot nieuw leven wekte. Op den dag n.l., dat
+Francine voor het eerst bij hem gekomen was, had het jonge meisje,
+dat toen reeds lijdende was, zich plotseling onwel gevoeld, en had
+Jacques haar uit dat glas wat suikerwater laten drinken. Later,
+toen zij samen woonden, hadden zij er een liefde-reliquie van gemaakt.
+
+Ook had de beeldhouwer in zijn zeldzame oogenblikken van rijkdom een
+paar maal voor zijn vriendinnetje een of twee flesschen versterkenden
+wijn, die haar door den dokter was voorgeschreven, gekocht, en dan
+had Francine altijd uit dat glas dien drank gedronken, waaruit haar
+liefde een betooverende vroolijkheid putte.
+
+Langer dan een half uur bleef Jacques sprakeloos naar die
+overblijfselen van dat dierbare, brooze souvenir te staren. Hij had
+een gevoel alsof ook zijn hart gebroken was en de scherven daarvan
+zijn borst verscheurden. Toen hij eindelijk weer tot de werkelijkheid
+teruggekeerd was, raapte hij de scherven van het glas bijeen en sloot
+die weg in een kast. Dan vroeg hij zijn buurvrouw twee kaarsen te
+halen en door den portier een emmer water te laten boven brengen.
+
+"Ga niet weg," verzocht hij den dokter, die daar geen oogenblik aan
+dacht; "ik heb je straks noodig."
+
+Toen het water en de kaarsen gebracht waren, bleven de twee vrienden
+alleen.
+
+"Wat wil je doen?" vroeg de dokter, toen hij zag, dat Jacques, na
+het water in een houten bak gegoten te hebben, er gips bij wierp.
+
+"Wat ik doen wil?" antwoordde Jacques; "kan je het niet raden? Ik
+wil een afdruk maken van Francine's hoofd; en omdat de moed daartoe
+mij zou ontbreken, als ik alleen bleef, mag je niet weggaan."
+
+Jacques trok de gordijnen van het bed open en sloeg het laken, waarmede
+het gelaat van de doode bedekt was, weg. Zijn hand begon te beven en
+een half-verstikte zucht steeg uit zijn borst op.
+
+"Breng de kaarsen eens hier," riep hij zijn vriend toe, "en houd den
+bak eens vast."
+
+De eene kaars werd aan het hoofdeinde van het bed gezet, zoodat het
+volle licht ervan op het gelaat der doode viel; de andere aan het
+voeteneinde. Dan doopte hij een penseel in olijfolie en wreef daarmede
+de wenkbrauwen, de wimpers en het haar in, dat hij opgemaakt had,
+zooals Francine het gewoonlijk droeg.
+
+"Op die manier zal het haar geen pijn doen, wanneer wij het masker
+afnemen," zeide hij tot zichzelf.
+
+Na deze voorzorgsmaatregelen genomen en het hoofd in een gemakkelijke
+houding gelegd te hebben, begon Jacques het gips in gelijke lagen op
+te leggen, totdat het masker de vereischte dikte had. Na een kwartier
+was de bewerking afgeloopen en volkomen geslaagd.
+
+Door een eigenaardig proces had op het gelaat van Francine een
+merkwaardige verandering plaats gegrepen. Het bloed, dat nog geen
+tijd gehad had geheel en al te verstijven, was ongetwijfeld door de
+hooge temperatuur van het gips weer warm geworden en naar de bovenste
+lichaamsdeelen gestroomd, zoodat het matwitte van het voorhoofd en de
+wangen langzamerhand een rosen tint begon te krijgen. De oogleden, die
+door het wegnemen van het masker eenigszins geopend waren, lieten het
+rustige blauw der oogen zien, welker blik een vaag begrijpen scheen
+te verraden, en de door een half glimlachje even geopende lippen
+schenen het bij het laatste afscheid vergeten woord te spreken,
+dat men slechts met het hart hoort.
+
+Trouwens, wie zou kunnen verzekeren, dat het begrip ophoudt op
+hetzelfde oogenblik, dat de gevoelloosheid van een wezen intreedt? Wie
+kan zeggen, dat de hartstochten sterven en verdwijnen tegelijk met
+den laatsten harteklop? Zou de ziel niet een enkele maal vrijwillig
+besloten kunnen blijven in het reeds voor de begrafenis gekleede
+lichaam, en van uit haar vleeschelijk omhulsel een oogenblik de
+droefheid en de tranen bespieden kunnen? Zij, die van ons scheiden,
+hebben zooveel redenen om hen, die blijven, te wantrouwen.
+
+Wie weet, of niet misschien op het oogenblik, dat Jacques besloot haar
+trekken met behulp der kunst te vereeuwigen, een laatste aardsche
+gedachte Francine weer was komen wekken uit den eersten sluimer van
+haar eeuwige rust. Misschien had zij zich herinnerd, dat hij, dien
+zij zoo pas verlaten had, behalve een minnaar ook een kunstenaar was;
+dat hij beide was, omdat hij niet het een zonder het andere kon zijn;
+dat voor hem de liefde de ziel der kunst was, en dat hij haar daarom
+slechts zoo lief gehad had, omdat zij voor hem vrouw en minnares
+tegelijk, een gevoel in een vorm had kunnen zijn. En toen had in haar
+begeerte om Jacques dat menschelijk beeld, dat voor hem het ideaal
+zelve geworden was, achter te laten, Francine misschien, hoewel reeds
+dood en koud en stijf, nog eenmaal op haar gelaat den glans van haar
+liefde en al de bekoring van haar jeugd weten te voorschijn te roepen:
+zij blies het kunstwerk leven in.
+
+En misschien had het arme meisje goed gedacht: want er bestaan onder
+de ware kunstenaars van die Pygmalions, die, in tegenstelling met
+hun klassieken naamgenoot, gaarne hun levende Galathea's in marmer
+zouden willen veranderen.
+
+Bij het zien van die kalme rust op dat gelaat, waarop de doodstrijd
+geen sporen achtergelaten had, zou niemand hebben kunnen gelooven aan
+het lange lijden, dat aan den dood voorafgegaan was. Francine scheen
+een liefdesdroom verder te droomen; en wanneer men haar daar zoo zag
+liggen, zou men gezegd hebben, dat zij aan schoonheid gestorven was.
+
+Uitgeput door vermoeienis, was de dokter in een hoek in slaap gevallen.
+
+Jacques daarentegen was opnieuw ten prooi aan zijn twijfel van
+zooeven. Zijn aan zinsbegoochelingen lijdende geest bleef hardnekkig
+in den waan, dat de vrouw, die hij zoo grenzenloos lief had, weer zou
+ontwaken; en daar van tijd tot tijd zwakke zenuwtrekkingen (het gevolg
+van het mouleeren van het gezicht) de onbeweeglijkheid van het lijk
+verbraken, versterkte dit schijnbare leven Jacques in zijn gelukkige
+illusie, die voortduurde tot den ochtend, toen een ambtenaar den dood
+constateeren en verlof tot begraven geven kwam.
+
+Trouwens evenals men geheel waanzinnig van wanhoop moest zijn, om aan
+haar dood te twijfelen, zoo moest men de onfeilbaarheid der wetenschap
+te hulp roepen om bij het zien van dat schoone wezen aan den dood te
+kunnen gelooven.
+
+Toen de buurvrouw Francine in de lijkkist legde, bracht men Jacques
+in een ander vertrek, waar hij enkele van zijn vrienden vond,
+die gekomen waren, om de ontslapene de laatste eer te bewijzen. De
+bohémiens onthielden zich tegenover Jacques, hoewel zij hem heel graag
+mochten lijden, van al die troostwoorden, die het verdriet toch slechts
+grooter maken. Zonder een van die woorden te spreken, welke in zulke
+oogenblikken zoo moeilijk te vinden en zoo pijnlijk om aan te hooren
+zijn, drukten zij, de een na den ander, hun vriend zwijgend de hand.
+
+"Het sterven van Francine is een groot ongeluk voor Jacques," zeide
+een hunner.
+
+"Zeker," antwoordde de schilder Lazare, een bizarre persoonlijkheid,
+die reeds vroeg alle hartstochten der jeugd had weten te overwinnen
+door daartegenover de onbuigzaamheid van een vasten wil te stellen,
+zoodat eindelijk de mensch in den kunstenaar ten onder gegaan
+was--"zeker, maar dan toch een ongeluk, waarvan hij zelf de grootste
+schuld is. Sedert Jacques Francine kent, is hij vreeselijk veranderd."
+
+"Zij heeft hem gelukkig gemaakt," merkte een derde op.
+
+"Gelukkig?" antwoordde Lazare; "wat noem je gelukkig? Hoe kunt ge een
+hartstocht, die iemand brengt in een toestand, waarin Jacques thans
+verkeert, geluk noemen? Laat hem eens een meesterwerk zien, hij zal
+er zich van afwenden; en om nog eenmaal zijn vriendinnetje levend te
+zien, zou hij desnoods een Titiaan of een Raphaël vertrappen. Mijn
+geliefde daarentegen is onsterfelijk en zal mij nooit bedriegen;
+zij woont in den Louvre en heet Joconda."
+
+Juist toen Lazare zijn theorieën over kunst en gevoel nader uiteen
+wilde gaan zetten, vertrok de stoet naar de kerk.
+
+Na enkele fluisterend uitgesproken gebeden zette de stoet zich in
+beweging naar het kerkhof.
+
+Daar het toevallig Allerzielen was, verdrong zich een groote menigte
+op den doodenakker. Velen keken om naar Jacques, die blootshoofds
+achter den lijkwagen liep.
+
+"Arme jongen!" zeide er een; "zeker zijn moeder."
+
+"Neen zijn vader!" dacht een ander.
+
+"Of zijn zuster!" merkte een derde op.
+
+Slechts een dichter, die op dit feest der herinnering, dat eenmaal
+per jaar in de nevels van November herdacht wordt, den doodenakker
+was komen bezoeken, om de gebaren van droefheid te bestudeeren, zou
+bij het zien van Jacques, als bij instinct gevoeld hebben, dat hij
+zijn geliefde naar haar laatste rustplaats bracht.
+
+Toen zij bij het graf gekomen waren, ontblootten de bohémiens het hoofd
+en plaatsten zich in een kring erom heen. Jacques stond aan den rand,
+zijn vriend de dokter hield zijn arm vast.
+
+De doodgravers hadden haast en wilden zoo gauw mogelijk klaar zijn.
+
+"Er wordt gelukkig niet gesproken," zeide er een. "Des te
+beter. Vooruit kameraad, opgepast!"
+
+En in een oogwenk werd de kist uit den wagen genomen en aan touwen in
+het graf neergelaten. De man trok nu de touwen onder de kist uit en
+kwam uit het gat, nam dan een schop en begon met een van zijn kameraads
+aarde op de kist te werpen. Weldra was het graf dichtgegooid. Een
+klein houten kruis werd erop geplaatst.
+
+Toen hoorde de dokter Jacques onder luide zuchten deze egoïstische
+woorden uitstooten:
+
+"Daar wordt mijn jeugd begraven!"
+
+Jacques behoorde tot een club, waarvan de leden zich "Waterdrinkers"
+noemden, en die een navolging scheen te zijn van den beroemden
+vriendenkring uit de rue des Quatre-Vents, waarvan sprake is in
+Balzac's mooien roman: "Un Grand Homme de province." Maar toch bestond
+er een groot verschil tusschen de helden van dien vriendenkring en
+de Waterdrinkers, die, zooals alle navolgers, het systeem, dat zij
+in praktijk wilden brengen, gruwlijk overdreven hadden. Dit verschil
+zal men alleen reeds uit dit enkele feit kunnen begrijpen, dat in
+het boek van Balzac de leden van den vriendenkring het doel, dat zij
+zich voor oogen gesteld hadden, ten slotte bereikten en daarmede het
+bewijs leverden, dat ieder systeem, dat tot het doel leidt, goed is,
+terwijl de club der waterdrinkers na een bestaan van vele jaren op
+heel natuurlijke wijze, n.l. door den dood van al haar leden, aan
+haar eind kwam, zonder dat de naam van een hunner verbonden was aan
+een werk, dat van hun bestaan had kunnen getuigen.
+
+Gedurende zijn liaison met Francine was de verhouding van Jacques
+tot de club der Waterdrinkers minder intiem geworden. Om in het
+onderhoud van hem en zijn vriendinnetje te kunnen voorzien, had
+hij enkele wetten en voorschriften, die op den oprichtingsdag der
+club door de Waterdrinkers plechtig onderteekend en bezworen waren,
+moeten overtreden.
+
+Steeds doorstappend op de stelten van een onzinnigen trots hadden deze
+jonge menschen als hoofdprincipe van hun club opgesteld, dat zij nooit
+van de hooge toppen der kunst zouden mogen afdalen, d.w.z. dat geen
+hunner, ook al drong de nood nog zoo, ook maar de geringste concessie
+daaraan mocht doen. Zoo zou bijv. de dichter Melchior er nooit in
+hebben toegestemd zijn "lier" voor eenige oogenblikken aan de wilgen
+te hangen, om een handelsprospectus of een politieke geloofsbelijdenis
+te schrijven. Dat was goed voor den dichter Rodolphe, een deugniet,
+die voor alles deugde, en die nooit een honderd-sous-stuk in zijn
+nabijheid liet komen zonder er, het kwam er niet op aan waarmee, op te
+schieten. Zoo zou ook de schilder Lazare, een trotsche armoedzaaier,
+nooit zijn penseel hebben willen bezoedelen door het portret van een
+kleermaker met een papegaai op zijn vinger te schilderen, zooals
+onze vriend Marcel eens gedaan had in ruil voor den beruchten rok
+Methusalem, waarop ieder van zijn maîtressen de kunst van oplappen
+geleerd had. Zoolang Jacques met de Waterdrinkers in gemeenschap van
+denkbeelden leefde, had hij zich aan die tyrannieke clubvoorschriften
+onderworpen; maar toen hij Francine had leeren kennen, wilde hij het
+arme, toen reeds zieke kind niet blootstellen aan de levenswijze, die
+hij tijdens zijn "ongehuwden staat", geleid had. Jacques was vòòr alles
+een oprechte, eerlijke natuur. Hij ging dus naar den president der
+club, den starren Lazare, en deelde hem mede, dat hij in het vervolg
+alle werkzaamheden, die hem wat zouden kunnen opbrengen, aannemen zou.
+
+"Je liefdesverklaring," antwoordde Lazare hem, "was tevens je afscheid
+aan de kunst. Wij zullen je vrienden blijven, als je dat wilt, maar je
+medeleden kunnen we niet meer zijn. Oefen je vak uit zooals je wilt;
+voor mij ben je geen beeldhouwer meer, maar een gipsmenger. Wel zal
+jij nu in het vervolg wijn kunnen drinken, en zullen wij evenals
+vroeger ons water drinken en ons kommiesbrood eten; maar wij blijven
+kunstenaars!"
+
+Wat Lazare echter ook zeggen mocht, Jacques bleef een kunstenaar. Maar
+om Francine bij zich te kunnen houden nam hij ook, wanneer de
+gelegenheid zich daartoe aanbood, werkzaamheden aan, die wat
+opbrachten. Zoo werkte hij bijv. een tijd lang in het atelier van
+den ornamentist Romagnési. Handig in de uitvoering en vindingrijk
+in het ontwerpen, had Jacques, zonder daarom ernstige kunst geheel
+vaarwel te moeten zeggen, een groote reputatie kunnen krijgen in
+die genre-composities, welke een der voornaamste artikelen in den
+luxe-handel geworden zijn. Maar Jacques was lui, zooals alle ware
+kunstenaars, en verliefd als een dichter. De jeugd was in hem laat,
+maar daardoor des te vuriger ontwaakt; en hij wilde, als had hij een
+voorgevoel van zijn vroegen dood, die geheel en al uitleven in de armen
+van Francine. Het gevolg daarvan was, dat de goede gelegenheden om
+te werken dikwijls aan zijn deur kwamen kloppen, zonder dat Jacques
+er antwoord op gaf; hij wilde zich niet laten storen: hij vond het
+te heerlijk te droomen in den glans der oogen van zijn vriendinnetje.
+
+Toen Francine gestorven was, ging de beeldhouwer zijn oude
+vrienden, de Waterdrinkers, weer opzoeken. Maar in dezen kring
+voerde de geest van Lazare de opperheerschappij: ieder lid leefde
+als versteend in het egoïsme van de kunst. Jacques vond daar niet wat
+hij zocht. Zijn wanhoop werd er niet begrepen; men trachtte zelfs die
+door redeneeringen tot zwijgen te brengen. Toen Jacques die weinige
+sympathie bemerkte, wilde hij liever met zijn smart alleen zijn dan
+deze op zoo'n manier aan discussies blootgesteld te zien. Hij brak
+dus volkomen met de Waterdrinkers en leefde alleen voor zichzelf.
+
+Vijf of zes dagen na Francine's begrafenis ging Jacques naar een
+marmerhandelaar van het kerkhof Mont-Parnasse en stelde hem de volgende
+transactie voor: de handelaar zou voor het graf van Francine een hekje
+leveren, dat Jacques zich voorbehield te teekenen, en bovendien den
+kunstenaar een stuk wit marmer geven, waartegenover Jacques zich
+verplichtte drie maanden lang als steenhouwer of beeldhouwer te
+werken. De fabrikant had toen verscheidene belangrijke bestellingen;
+hij ging naar het atelier van Jacques en kwam bij het zien der
+vele begonnen werken tot de overtuiging, dat het toeval hem in den
+persoon van Jacques een mooi fortuintje bracht. Acht dagen later had
+Francine's graf een hekje, terwijl het houten kruisje vervangen was
+door een groot steenen kruis, waarin Francine's naam gebeiteld was.
+
+Gelukkig had Jacques met een fatsoenlijk iemand te doen, die inzag,
+dat honderd kilogram gietijzer en drie vierkante voet marmer niet
+voldoende waren om drie maanden arbeid van den jongen kunstenaar,
+wiens talent hem verscheidene duizenden daalders had opgebracht,
+te betalen. Hij bood Jacques dan ook aan hem tegen een aandeel in de
+winst deelgenoot te maken van zijn zaak, maar de kunstenaar sloeg dat
+aanbod af. De weinige verscheidenheid der te behandelen onderwerpen
+kwam niet overeen met zijn vindingrijke natuur, en bovendien had hij
+wat hij wilde: n.l. een groot stuk marmer, waaruit hij een kunstwerk,
+dat hij voor Francine's graf bestemde, wilde te voorschijn roepen.
+
+In het begin der lente werden trouwens de levensomstandigheden van
+Jacques beter: zijn vriend de dokter bracht hem n.l. in kennis
+met een voornamen en rijken edelman, die zich te Parijs wilde
+vestigen en in een der voornaamste wijken een prachtig huis liet
+bouwen. Verschillende beroemde kunstenaars waren reeds aangezocht om
+mede te werken aan dit luxueuse paleis. Jacques kreeg de opdracht voor
+een salonschoorsteen. Het is me alsof ik zijn cartons nog voor mij zie;
+het was een bekoorlijk iets: het geheele sprookje van den winter was op
+dit marmer verteld, dat als omlijsting voor het vuur moest dienen. Daar
+Jacques' atelier te klein was, vroeg en verkreeg hij, om zijn werk
+uit te voeren, een vertrek in het nog niet bewoonde huis, terwijl hem
+bovendien een vrij groot voorschot op de voor het werk overeengekomen
+som gegeven werd. Het eerste, wat Jacques daarvan deed, was zijn vriend
+den dokter het geld, dat deze hem bij den dood van Francine geleend
+had, terug te geven; daarna ging hij naar het kerkhof, om den grond,
+waaronder zijn vriendinnetje rustte, onder bloemen te bedekken.
+
+Maar de lente was Jacques voor geweest, en op het graf van het jonge
+meisje bloeiden tusschen het groenende gras duizend bloemen. De
+kunstenaar had den moed niet ze eruit te trekken, want hij dacht, dat
+er iets van zijn vriendinnetje in deze bloemen overgegaan was. Toen
+de tuinman hem vroeg wat hij met die rozen en viooltjes doen moest,
+verzocht Jacques hem die te planten op een pas gedolven graf ernaast,
+de armzalige laatste rustplaats van een armzalige, die geen ander
+herkenningsteeken had dan een in de losse aarde gestoken stuk hout,
+waarop een krans van verschoten papieren bloemen hing, een armzalige
+liefdegave van een armzalige. Jacques verliet het kerkhof in een geheel
+andere stemming dan hij er gekomen was. Opgewekt en nieuwsgierig keek
+hij naar de mooie lentezon, diezelfde zon, die zoo dikwijls gouden
+stralen getooverd had in Francine's haar, wanneer zij met hem door
+de weiden liep en met haar blanke handen bloemen plukte. Een groote
+zwerm heerlijke gedachten en herinneringen zoemde in zijn hart. Toen
+hij voorbij een klein herbergje van den buitenboulevard kwam, viel het
+hem in, dat hij op een dag, toen hij door een onweer verrast werd, met
+Francine daar was binnengegaan en dat zij er samen gegeten hadden. Hij
+ging er nu ook binnen en liet het diner aan hetzelfde tafeltje van
+toen brengen. Het dessert werd op een beschilderd schaaltje opgediend;
+hij herkende het schaaltje en herinnerde zich, dat Francine wel een
+half uur lang bezig geweest was om de rebus, die er op geschilderd
+was, op te lossen; ook kwam hem weer een liedje in de gedachte,
+dat Francine voor hem gezongen had, toen de goedkoope landwijn, die
+meer vroolijkheid dan druivensap bevat, haar in een montere stemming
+gebracht had. Doch deze opwelling van zoete herinneringen deed thans
+wel zijn liefde, maar niet zijn verdriet ontwaken. Bijgeloovig, zooals
+alle dichterlijke en mijmerende naturen, verbeeldde Jacques zich, dat
+Francine zelf, toen zij hem daareven vlak bij zich had hooren loopen,
+hem uit haar graf deze wolk van blijde herinneringen had toegezonden,
+die hij niet met tranen wilde bevlekken. En hij verliet met lichten
+stap, opgeheven hoofd, schitterende oogen, kloppend hart en bijna een
+glimlach op de lippen het herbergje en neuriede onder het loopen het
+refrein van Francine's liedje:
+
+
+ L'amour rôde dans mon quartier,
+ Il faut tenir ma porte ouverte.
+
+
+Dit refrein was in den mond van Jacques nog een herinnering, maar toch
+was het ook reeds een lied, en misschien deed hij dien avond, zonder
+het zelf te vermoeden, den eersten stap op den weg, die van droefheid
+tot weemoed en van weemoed tot vergetelheid leidt. Ach, wat men ook
+doet of laat, de eeuwige en rechtvaardige wet der veranderlijkheid
+wil het zoo.
+
+Evenals de bloemen, die, misschien uit Francine's lichaam
+voortgesproten, op haar graf waren ontbloeid, zoo gistten de
+jeugdsappen in Jacques' hart, waarin de herinneringen aan zijn
+oude liefde onbestemde verlangens naar een nieuwe wekten. Bovendien
+behoorde Jacques tot dat ras van kunstenaars en dichters, die van
+hun hartstochten een werktuig voor hun kunst en poëzie maken en wier
+geest eerst dan volkomen levend is, wanneer de drijfkracht van het
+hart dien in beweging brengt. Bij Jacques was de kunst inderdaad
+een kind van zijn gevoel; tot in de kleinste dingen, die hij maakte,
+legde hij een stuk van zijn eigen ik. Hij kwam tot de ontdekking, dat
+de herinneringen niet langer voldoende voor hem waren, en dat zijn
+hart, evenals de molensteen, die bij gebrek aan koren afslijt, uit
+gebrek aan emotie zijn kracht verloor. Het werken had geen bekoring
+meer voor hem; de inspiratie, die anders koortsachtig en als uit
+zichzelf voortkomend werkte, kwam nu slechts onder den druk van lang
+en geduldig nadenken. Jacques was ontevreden en benijdde bijna de
+levenswijze van zijn oude vrienden, de Waterdrinkers.
+
+Hij trachtte afleiding te vinden, knoopte nieuwe vriendschapsbanden
+aan. Zoo ging hij veel om met den dichter Rodolphe, dien hij in
+een café had leeren kennen; beiden hadden een groote sympathie voor
+elkaar opgevat. Jacques had hem zijn verdriet verteld en Rodolphe
+had al heel gauw de oorzaak daarvan geraden.
+
+"Ik ken dat, kerel," zeide hij. En terwijl hij Jacques op de
+borst klopte, voegde hij eraan toe: "Gauw het vuur daarin weer
+aansteken! Zorg onmiddellijk voor een nieuw hartstochtje, dan komen
+de denkbeelden ook weer terug."
+
+"Ach!" zeide Jacques; "ik heb te veel van Francine gehouden."
+
+"Dat zal je niet beletten om haar altijd lief te hebben. Kus haar op
+de lippen van een ander."
+
+"O," zeide Jacques, "dat zal ik alleen maar kunnen, als ik een vrouw
+vond, die op haar leek!"
+
+En diep in gedachten verzonken ging hij heen.
+
+
+
+Zes weken later had Jacques al zijn phantasie weer terug gevonden,
+die weer ontvlamd was door de zachte blikken van een knap meisje,
+dat Marie heette en wier ziekelijke schoonheid eenigszins aan de arme
+Francine deed denken. Men kon zich inderdaad moeilijk iets aardigers
+denken dan die kleine Marie met haar achttien jaar min zes weken,
+wat zij nooit vergat op te merken. Hun liefdesbetrekkingen waren
+begonnen in den maneschijn, in den tuin van een danslokaal, bij
+den klank van een scherpe viool, van een teringachtige bas en een
+klarinet, die schetterde als een merel. Jacques had haar opgemerkt,
+toen hij met een ernstig gelaat om den voor de dansers gereserveerden
+kring heen liep. De luidruchtige en knappe bezoeksters van het lokaal,
+die den kunstenaar van gezicht kenden, fluisterden, wanneer zij hem in
+zijn eeuwig zwarte, tot aan de hals dichtgeknoopte jas stijf voorbij
+zagen komen, elkaar toe:
+
+"Wat komt die doodbidder hier toch doen? Moet er iemand begraven
+worden?"
+
+Jacques liep steeds alleen: zijn hart bloedde onder de doornen van
+een herinnering, die het orkest, dat op dit oogenblik een contradans
+speelde, die den kunstenaar droef als een De Profundis in de ooren
+klonk, nog levendiger maakte. Midden in zijn droomerijen zag hij Marie,
+die van uit een hoekje naar hem keek en in een luiden lach uitbarstte,
+toen zij zijn doodgraversgezicht zag. Jacques sloeg zijn oogen op en
+hoorde op drie pas van hem dat gelach, dat van onder een rose hoedje
+opklonk. Hij ging naar het jonge meisje toe en zeide enkele woorden
+tot haar, waarop zij antwoordde; hij bood haar zijn arm aan, om een
+wandeling door den tuin te maken; zij nam dien aan. Hij zeide haar,
+dat zij mooi was als een engel, wat zij hem nog tweemaal zeggen liet;
+hij plukte voor haar van de boomen groene appels, die zij met veel
+smaak opat, terwijl zij daarbij telkens weer dien helderen lach liet
+hooren, die het refrein van haar onverwoestbare vroolijkheid scheen
+te zijn. Jacques dacht aan den Bijbel en bedacht, dat men nooit
+tegenover een vrouw wanhopig moet zijn, vooral niet tegenover die,
+welke veel van appels houden. Hij maakte dus met het rose hoedje nog
+een wandeling door den tuin, waarvan weer het gevolg was, dat hij,
+die alleen op het bal gekomen was, het niet alleen verliet.
+
+Maar toch had hij Francine niet vergeten: hij kuste, zooals Rodolphe
+het uitgedrukt had, haar dagelijks op de lippen van Marie en werkte in
+het geheim aan het beeld, dat hij op het graf der doode plaatsen wilde.
+
+Toen Jacques op een goeden dag geld gekregen had, kocht hij voor
+Marie een zwarte japon. Het jonge meisje was er erg blij mede, ook al
+vond zij, dat zwart voor den zomer geen bijzondere vroolijke kleur
+was. Doch Jacques zeide haar, dat zwart zijn lievelingskleur was en
+dat zij hem een groot pleizier zou doen, als zij die japon iederen
+dag zou dragen. Marie deed hem dat pleizier.
+
+Op een Zaterdagavond zeide Jacques tot het jonge meisje:
+
+"Kom morgenochtend vroeg, dan gaan we naar buiten."
+
+"Dat treft prachtig," antwoordde Marie; "ik heb een verrassing voor
+je. Het zal wel mooi weer zijn!"
+
+Marie werkte den geheelen nacht door aan een nieuwe japon, die zij
+voor haar spaarduitjes gekocht had, een allerliefst, rose japonnetje,
+waarmede zij 's Zondagsochtends, stralend van vreugde, in het atelier
+van Jacques kwam.
+
+De kunstenaar ontving haar koel, bijna grof.
+
+"En ik dacht nogal, dat ik je een plezier zou doen, toen ik dat lichte
+pakje kocht!" zeide Marie, die voor Jacques' koelheid geen verklaring
+vinden kon.
+
+"Wij gaan niet naar buiten," antwoordde hij; "ga maar terug, ik
+moet werken."
+
+Marie ging bedroefd naar huis. Onderweg kwam zij een jongen man
+tegen, die de geschiedenis van Jacques kende en haar vroeger het hof
+gemaakt had.
+
+"Wat, mademoiselle Marie, bent u niet meer in den rouw?"
+
+"In den rouw?" vroeg zij; "en voor wie?"
+
+"Wat, weet u dat niet? Het is toch bekend genoeg die zwarte japon,
+die Jacques u gegeven heeft ...."
+
+"Nou?"
+
+"Wel dat was een rouwjapon: Jacques liet u om Francine rouwen."
+
+Na dien dag heeft Jacques Marie niet meer gezien.
+
+Die breuk bracht hem ongeluk. De slechte dagen keerden terug: hij had
+geen werk meer en verviel in zoo'n groote ellende, dat hij, daar hij
+niet wist wat hij beginnen moest, zijn vriend den dokter vroeg hem
+in een ziekenhuis te laten opnemen. De dokter zag bij den eersten
+oogopslag, dat het niet veel moeite zou kosten daarvoor toestemming
+te krijgen. Zonder dat Jacques eenig vermoeden van zijn toestand had,
+was hij op weg, om weer spoedig bij Francine te zijn.
+
+Hij werd opgenomen in het hospitaal Saint-Louis.
+
+Daar hij nog werken en loopen kon, verzocht hij den directeur van
+het ziekenhuis hem een klein kamertje te willen geven, dat toch niet
+gebruikt werd, en liet daar een werkbank, beitels en leem brengen. De
+eerste veertien dagen werkte hij daar aan het beeld, dat hij voor
+Francine's graf bestemd had. Het was een engel met uitgestrekte
+vleugels. Dit beeld, dat Francine's trekken had, werd niet voltooid,
+want al heel gauw kon Jacques de trap niet meer op, en kort daarop
+mocht hij zelfs het bed niet meer uit.
+
+Toen Jacques op zekeren dag het cahier van den dokter in handen
+kreeg en daaruit zag welke geneesmiddelen hij kreeg, begreep hij,
+dat hij verloren was: hij schreef aan zijn familie en liet zuster
+Sainte-Géneviève, die hem met groote toewijding verpleegde, roepen.
+
+"Zuster," zeide hij tot haar, "in het kamertje boven, dat men mij
+heeft afgestaan, staat een kleine gipsfiguur; het beeld, dat een engel
+voorstelt, was bestemd voor een graf; maar ik heb geen tijd gehad
+het in marmer uit te voeren. En toch heb ik thuis een prachtig stuk,
+wit met rose aderen, liggen. Om kort te gaan .... zuster, ik geef u
+het kleine beeld, om het in de kapel te zetten."
+
+Enkele dagen later stierf Jacques. Daar de begrafenis gelijktijdig
+met de opening van den salon plaats had, konden de Waterdrinkers er
+niet bij tegenwoordig zijn. De kunst voor alles, had Lazare gezegd.
+
+Jacques' familie was niet rijk en de kunstenaar had geen eigen graf.
+
+Hij werd in een hoek van het kerkhof begraven.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX.
+
+DE GRILLEN VAN MUSETTE.
+
+
+Men zal zich herinneren hoe Marcel zijn beroemd doek "De Doortocht door
+de Roode Zee", dat later als uithangbord voor een comestibleswinkel
+dienen zou, aan Médicis verkocht had. Den dag na den verkoop, die
+gevolgd was door een schitterend souper, hetwelk de Jood als toegift op
+den koop aan de bohémiens had aangeboden, ontwaakten Marcel, Schaunard,
+Colline en Rodolphe eerst diep in den ochtend en konden zich, nog
+onder den invloed als zij waren van de wijnen van den vorigen avond,
+eerst niet goed herinneren wat er eigenlijk gebeurd was. Toen van een
+kerk in de buurt het middag-Angelus klepte, keken zij elkaar met een
+melancholiek glimlachje aan.
+
+"Dat is het klokje, dat met zijn vrome klanken de geloovigen naar de
+eetzaal roept," zeide Marcel.
+
+"Zeker," antwoordde Rodolphe, "dit is het plechtige uur, waarop alle
+fatsoenlijke menschen naar het refectorium opgaan."
+
+"Dan zullen we toch moeten zien fatsoenlijke menschen te worden,"
+bromde Colline, voor wien iedere dag op den kalender St. Appetitus
+[41] was.
+
+"O, melkinrichting van mijn min; o, gezegende vier maaltijden van mijn
+jeugd, wat is er van u geworden?" voegde Schaunard eraan toe. En op
+een melancholiek, droomerig en zacht motief herhaalde hij: "Wat is
+er van u geworden?"
+
+"En te moeten denken, dat er op dit uur in Parijs alleen meer dan
+honderd coteletten in de pan liggen!" zeide Marcel.
+
+"En evenveel biefstukjes!" zuchtte Rodolphe.
+
+En als een tegenstelling vol bittere ironie schreeuwden, terwijl de
+vier vrienden elkaar voor het vreeselijke, dagelijks terugkeerende
+probleem van het dejeuner stelden, de kellners uit het restaurant
+beneden in het huis de bestellingen der gasten de keuken in.
+
+"Zullen die lummels nooit hun mond houden?" vroeg Marcel; "ieder
+woord geeft me een steek in mijn maag."
+
+"De wind zit in het Noorden!" zeide Colline ernstig en wees daarbij
+op een weerhaantje, dat op een dak in de buurt vroolijk heen en
+weer zwaaide; "wij zullen dus vandaag niet dejeuneeren, de elementen
+verzetten zich er tegen."
+
+"Hoe dat?" vroeg Marcel.
+
+"Dat is een atmospherologische waarneming, die ik gedaan heb," legde
+de wijsgeer uit: "een Noordenwind beteekent bijna altijd onthouding,
+evenals de Zuidenwind gewoonlijk pleizier en goed eten voorspelt. De
+philosophie noemt dat: wenken van uit den hooge."
+
+Als Gustave Colline een leege maag had, hadden zijn geestigheden
+iets grimmigs.
+
+Op hetzelfde oogenblik stiet Schaunard, die een van zijn armen in den
+afgrond, die als zak dienst deed, had gestoken, een gil van angst uit.
+
+"Hulp! Hulp! Er zit iemand in mijn jas," brulde hij, terwijl hij
+trachtte zijn hand uit de scharen van een levende kreeft te bevrijden.
+
+Op den angstkreet van Schaunard volgde onmiddellijk een andere
+gil. Marcel had werktuigelijk zijn hand in zijn zak gestoken en daarin
+een Amerika ontdekt, waaraan hij in het geheel niet meer dacht:
+d.w.z. de honderdvijftig francs, die de Jood Médicis hem voor zijn
+"Doortocht door de Roode Zee" betaald had.
+
+"Salueert, heeren!" zeide Marcel, terwijl hij een stapeltje daalders,
+waartusschen vijf of zes nieuwe louis schitterden, neerzette.
+
+"Je zoudt zeggen, dat ze leven!" vond Colline.
+
+"En wat een prachtige stemmen!" merkte Schaunard, die de goudstukken
+liet rinkelen, op.
+
+"Wat een mooie medailles!" voegde Rodolphe eraan toe; "precies stukjes
+uit de zon. Als ik koning was, zou ik geen andere munten in mijn rijk
+dulden en er de beeltenis van mijn vriendinnetje op laten slaan."
+
+"Kan je eigenlijk wel gelooven, dat er een land is, waar die dingen
+evenveel waard zijn als kiezelsteenen?" vroeg Schaunard. "De Amerikanen
+gaven er vroeger vier voor twee sous. Een van mijn voorouders heeft
+indertijd Amerika bezocht; hij heeft zijn graf gevonden in de maag
+der Wilden. Dat heeft den bloei der familie veel kwaad gedaan."
+
+"Maar vertel toch eens even," zeide Marcel met een blik op den kreeft,
+die een wandeling door de kamer was gaan maken; "waar komt dat beest
+vandaan?"
+
+"Nou begin ik me te herinneren," antwoordde Schaunard, "dat ik
+gisteren een ontdekkingsreis gemaakt heb in de keuken van Médicis;
+ik moet wel aannemen, dat dit reptiel, zonder het zelf te willen,
+in mijn zak gevallen is--die dieren zijn zoo bijziende. En nu ik het
+beest eenmaal heb, zal ik het maar houden ook; ik zal het temmen
+en rood verven, dat is een vroolijker kleur. Sinds Phémie weg is,
+ben ik melancholiek; nu heb ik tenminste gezelschap."
+
+"Heeren," riep Colline uit; "kijkt als het je blieft eens, de wind
+is naar het Zuiden gedraaid: we zullen dejeuneeren."
+
+"Dat geloof ik graag," zeide Marcel, terwijl hij een goudstuk van
+de tafel nam; "hier heb je er een, dat we eens lekker zullen laten
+braden, en met veel jus ook."
+
+De vaststelling van het menu werd lang en ernstig besproken. Iedere
+schotel gaf aanleiding tot een levendige discussie en werd daarna met
+meerderheid van stemmen vastgesteld. De door Schaunard voorgestelde
+omelette soufflée werd na zorgvuldig onderzoek afgestemd, evenals
+de witte wijnen, waartegen Marcel in verzet kwam in een krachtige
+improvisatie, die zijn oinologische kennis duidelijk aan het licht
+bracht.
+
+"De eerste plicht van een wijn is rood te zijn," riep de kunstenaar
+uit; "laat me met rust met jullie witte wijnen."
+
+"En de Champagne dan?" merkte Schaunard op.
+
+"Onzin! Een elegante appelwijn! Een epileptische coco [42]! Ik zou alle
+kelders van Epernay en Aï [43] voor één vat Bourgogne geven. Bovendien
+behoeven we vandaag geen grisettes te verleiden of vaudevilles te
+dichten. Ik stem tegen Champagne."
+
+Toen het programma definitief vastgesteld was, gingen Schaunard en
+Colline in het restaurant beneden het dejeuner bestellen.
+
+"Wat zou je er van zeggen als we wat vuur aanlegden?" vroeg Marcel.
+
+"Dat zou geen halsmisdaad zijn, de thermometer noodigt ons daar reeds
+lang toe uit," antwoordde Rodolphe. "Laten we wat vuur maken. Wat
+zal de kachel een kleur van verbazing krijgen!"
+
+En hij liep naar de trap en schreeuwde Colline na, dat hij hout moest
+laten boven brengen.
+
+Enkele oogenblikken later kwamen Schaunard en Colline, gevolgd door
+een kolendrager met een zware bos hout, weer boven.
+
+Toen Marcel in een lade naar waardelooze papieren zocht, om de kachel
+aan te maken, kreeg hij toevallig een brief in handen, waarvan het
+handschrift hem deed beven en dien hij heimelijk begon te lezen.
+
+Het was een door Musette met potlood geschreven brief uit den tijd,
+dat zij nog met Marcel samenwoonde; op den dag af was hij een jaar
+oud. De inhoud der weinige regels luidde:
+
+
+ "Lieveling,
+
+
+ Wees niet ongerust over mij, ik kom dadelijk weer terug. Ik ga
+ wat uit, om door het loopen wat warmer te worden: het vriest in
+ de kamer en de kolenhandelaar is voor ons dood. Ik heb de twee
+ laatste pooten van den stoel kapot geslagen, maar ze hebben niet
+ lang genoeg gebrand, om er een ei bij te koken. Bovendien fluit
+ de wind door het raam alsof hij hier thuis is, en blaast mij een
+ hoop slechte raadgevingen in, die je, wanneer ik ze zou opvolgen,
+ verdriet zouden doen. Ik vind het daarom beter een oogenblikje in
+ de buurt te gaan winkelen. Er moet fluweel zijn van tien francs
+ den meter. Het is ongelooflijk, dat moet ik zelf zien. Voor het
+ eten ben ik weer terug.
+
+
+ Musette."
+
+
+"Arme meid!" mompelde Marcel in zichzelf, terwijl hij den brief in
+zijn zak stak .... En met zijn hoofd in zijn handen bleef hij eenige
+oogenblikken in gedachten bij de haard zitten.
+
+In dien tijd leefden de bohémiens reeds lang in een toestand van
+weduwnaarschap, uitgezonderd Colline, wiens liefje steeds onzichtbaar
+en anoniem gebleven was.
+
+Zelfs Phémie, de lieve levensgezellin van Schaunard, had een naïeve
+ziel gevonden, die haar haar hart, een mahoniehouten ameublement en
+een ring van haar roode lokken aangeboden had. Veertien dagen na die
+schenking echter had Phémie's amant haar zijn hart en ameublement weer
+willen ontnemen, omdat hij aan haar vinger een ring van haar, maar
+nu zwart haar gezien had en haar daarom van verraad durfde verdenken.
+
+Toch was Phémie niet van het pad der deugd afgeweken; zij had alleen,
+omdat haar vriendinnen haar ieder oogenblik met den ring van roode
+haren plaagden, dien zwart laten verven. De "mijnheer" was met die
+verklaring zòò voldaan, dat hij voor Phémie een zijden japon kocht--de
+eerste in haar leven! Den dag, dat zij die voor het eerst droeg,
+riep de arme meid uit:
+
+"Nu kan ik rustig sterven."
+
+Musette was weer een bijna officieele persoonlijkheid geworden. Marcel
+had haar in geen drie of vier maanden meer gezien.
+
+En wat Mimi ten slotte betreft, Rodolphe had nooit meer iemand over
+haar hooren praten, behalve zichzelf, wanneer hij alleen was.
+
+"Nou?" vroeg plotseling Rodolphe, toen hij Marcel zoo peinzend bij
+den schoorsteen zag staan; "wil de kachel niet trekken?"
+
+"Zeker wel, zeker wel!" zeide de schilder, terwijl hij het hout
+aanstak, dat knetterend begon te branden.
+
+Terwijl de drie anderen door de voorbereidende maatregelen voor het
+dejeuner hun eetlust nog prikkelden, had Marcel zich weer in een hoekje
+teruggetrokken en legde het briefje, dat hij toevallig gevonden had,
+bij de andere souvenirs, die Musette hem gelaten had. Plotseling viel
+hem het adres in van een vrouw, met wie zijn vroegere vlam op zeer
+intiemen voet stond.
+
+"Ha!" riep hij hard genoeg, om door de anderen gehoord te worden, uit;
+"nu weet ik tenminste, waar ik ze vinden kan."
+
+"Wat vinden?" vroeg Rodolphe. "En wat voer je toch eigenlijk
+uit?" voegde hij eraan toe, toen hij zag, dat Marcel wilde gaan
+schrijven.
+
+"Niets .... Een brief, die haast heeft en dien ik bijna vergeten
+had. Ik ben dadelijk weer tot je beschikking."
+
+En hij schreef:
+
+
+ "Lieve kind,
+
+
+ Door een verpletterende apoplexie van geluk heb ik geld in mijn
+ schrijftafel! We hebben een reuzendejeuner, dat op dit oogenblik
+ staat te braden, edele wijnen, ja zelfs in de haard een echt
+ vuur, zooals gezeten burgers dat hebben. Dat moet ik zelf zien,
+ zou je vroeger gezegd hebben. Kom dus een oogenblik bij ons;
+ je zult hier Rodolphe, Colline en Schaunard vinden, en bij het
+ dessert, want er is waarachtig een dessert ook, moet jij dan
+ wat voor ons zingen. Daar wij nu eenmaal bij elkaar zijn, zullen
+ we waarschijnlijk een dag of acht aan tafel blijven. Je behoeft
+ dus niet bang te zijn, dat je te laat komt. Het is al zoo'n tijd
+ geleden, dat ik je niet heb hooren lachen. Rodolphe zal je het hof
+ maken en wij zullen van alles drinken op onze gestorven liefde,
+ op gevaar of ze tot nieuw leven te wekken. Tusschen menschen
+ zooals wij .... is de laatste kus nooit de laatste. Ach, als het
+ den vorigen winter niet zoo koud geweest was, zou je me misschien
+ in het geheel niet verlaten hebben. Je hebt me bedrogen voor een
+ bos hout en omdat je bang was voor winterhanden. Je hadt gelijk,
+ en ik ben er voor ditmaal even min boos om als voor andere
+ keeren. Maar kom je nu tenminste warmen, zoolang er vuur is.
+
+
+ Met heel veel kussen, Marcel."
+
+
+Toen deze brief af was, schreef Marcel een tweeden aan madame
+Sidonie, de vriendin van Musette, waarin hij haar verzocht den
+ingesloten brief zoo spoedig mogelijk aan het juiste adres te doen
+toekomen. Vervolgens ging hij naar den concierge, die de twee epistels
+moest wegbrengen. Daar hij hem vooruitbetaalde, zag de concierge
+in de hand van den schilder een goudstuk schitteren, waarom hij,
+alvorens zijn boodschap te doen, den huiseigenaar, aan wien Marcel
+nog achterstallige huur schuldig was, ging waarschuwen.
+
+"Mijnheer," zeide hij buiten adem van het trappen klimmen, "de
+kunstenmaker van de zesde etasie heit geld. U weet wel, die groote,
+die me altijd in m'n gezicht uitlacht, als ik met de kietansie kom!"
+
+"Ja, ik weet het wel!" zeide de huisheer; "die kerel, die zoo brutaal
+is geweest geld van me te willen leenen, om een gedeelte van de huur
+te kunnen afdoen. Ik heb hem de huur al opgezegd."
+
+"Juist, mijnheer. Maar nou zit-ie stikvol met geld; m'n oogen doen
+nog pijn van al het geschitter. Hij geeft nu een feest ..... het is
+een prachtig oogenblik."
+
+"Je hebt gelijk," viel de eigenaar hem in de rede; "ik zal straks
+zelf even naar boven gaan."
+
+Madame Sidonie was thuis, toen de brief van Marcel kwam, en liet haar
+kamermeisje dadelijk het ingesloten briefje naar Musette brengen.
+
+Musette woonde toen in een mooi appartement op de Chaussée
+d'Antin. Toen zij den brief van Marcel kreeg, was zij niet alleen en
+had bovendien voor dienzelfden avond een groot aantal uitnoodigingen
+voor een groot diner rondgezonden.
+
+"Dat is ook een wonder!" riep zij, lachend als een bezetene, uit.
+
+"Wat is er?" vroeg een knappe, jonge man, die stijf als een standbeeld
+voor haar stond.
+
+"Een invitatie voor een diner," antwoordde de jonge vrouw. "Hoe vindt
+je het?"
+
+"Ik vind het vervelend," zeide de jongeman.
+
+"Waarom?"
+
+"Waarom? Je denkt er toch zeker niet aan naar dat diner te gaan."
+
+"Daar denk ik zeker wel aan ..... Zie jij maar hoe jij het alleen
+klaar speelt!"
+
+"Maar beste kind, dat geeft toch heelemaal geen pas! Je moet een
+anderen keer maar eens gaan."
+
+"Die is goed, een anderen keer! Het is een invitatie van mijn ouden
+vriend Marcel en het is zoo'n zeldzaam geval, dat ik het zelf zien
+moet. Een anderen keer! Maar echte diners komen daar nog minder voor
+dan zonsverduisteringen!"
+
+"Wat! Je wilt ons in den steek laten, om naar dien kerel te gaan,
+en dat zeg je me zoo maar in mijn gezicht!"
+
+"Aan wien moet ik het anders zeggen? Aan den sultan van Turkije
+soms? Maar die heeft met de zaak niets te maken."
+
+"Maar dat is een buitengewone openhartigheid."
+
+"Je weet wel, dat ik anders ben dan de anderen," antwoordde Musette.
+
+"Maar wat zou je wel van mij denken, als ik je liet gaan, nu ik weet
+waarheen je gaat. Bedenk toch eens Musette, zoowel voor jou als voor
+mij zou dat in het geheel geen pas geven. Je moet je maar excuseeren
+bij dien jongen man."
+
+"Mijn beste Maurice," antwoordde Musette op vastberaden toon; "je
+wist wat je aan me hadt voor je me nam, je wist, dat ik vol grillen
+zit en dat niemand er zich op beroemen kan er één uit mijn hoofd
+gepraat te hebben."
+
+"Vraag me wat je wilt .... maar dat niet," zeide Maurice. "Er zijn
+grillen ..... en grillen."
+
+"Maurice, ik wil naar Marcel gaan ..... en ik ga," zeide Musette,
+terwijl zij haar hoed opzette. "Verlaat me, als je wilt, maar ik kan
+niet anders: Marcel is de beste jongen van de wereld en de eenige,
+waar ik ooit van gehouden heb. Als zijn hart van goud geweest was,
+zou hij het hebben laten smelten, om er ringen van voor mij te laten
+maken. Arme jongen!" voegde zij eraan toe, terwijl zij Maurice den
+brief liet zien, "zoodra hij wat vuur heeft, vraagt hij me me te komen
+warmen. O, als hij maar niet zoo lui en er geen fluweel en zijde in
+de winkels geweest was. Ik was echt gelukkig met hem; hij had het
+talent mij nu en dan werkelijk verdriet te doen, en hij heeft mij
+om al mijn liedjes den naam Musette gegeven. Als ik naar hem toe ga,
+kan je er tenminste zeker van zijn, dat ik bij je terugkom ..... als
+je tenminste de deur niet voor mijn neus dicht gooit."
+
+"Openhartiger zou je me moeilijk kunnen zeggen, dat je niet van me
+houdt," zeide de jonge man.
+
+"Kom nou, mijn beste Maurice, je bent te veel man van geest om ons in
+zoo'n ernstige discussie te verdiepen. Je hebt me net zoo als je een
+mooi paard in stal hebt, en ik houd van je ..... omdat ik houd van
+luxe, van drukke feesten, van alles wat straalt en schittert. Laten
+we niet sentimenteel worden: dat zou belachelijk en nutteloos zijn."
+
+"Maar laat ik dan tenminste met je mee gaan."
+
+"Maar je zou je daar volstrekt niet amuseeren," zeide Musette,
+"en je zou ons maar beletten het ook te doen. Je begrijpt toch,
+dat die jongen mij noodwendig zoenen zal."
+
+"Musette," vroeg Maurice; "heb je ooit iemand ontmoet, die zoo
+inschikkelijk is als ik?"
+
+"Mijnheer de vicomte," antwoordde Musette; "toen ik onlangs met
+lord*** op de Champs Elysées een wandelrit maakte, heb ik Marcel
+daar ontmoet met zijn vriend Rodolphe: ze waren te voet, zaten
+slecht in hun kleeren en rookten hun neuswarmertjes. In geen drie
+maanden had ik Marcel gezien; ik had het gevoel, alsof mijn hart
+door het portier wou springen. Ik heb het rijtuig laten stil houden
+en een half uur lang met Marcel gepraat, terwijl geheel Parijs in
+equipages voorbij reed. Marcel heeft me toen een taartje gegeven en
+een ruikertje viooltjes van een sou, die ik dadelijk in mijn ceintuur
+gestoken heb. Toen hij wegging, wilde lord**** hem terugroepen, om
+hem te vragen met ons te gaan dineeren. Voor die vriendelijkheid heb
+ik hem een zoen gegeven. Dat is nu eenmaal mijn karakter; en als je
+dat niet bevalt, dan moet je het maar dadelijk zeggen, dan neem ik
+mijn pantoffels en mijn nachtmuts mee."
+
+"Het heeft toch ook zijn goede zijde, om arm te zijn!" zeide Maurice
+met iets van afgunst en droefheid in zijn stem.
+
+"O neen," antwoordde Musette; "als Marcel rijk was, zou ik hem nooit
+verlaten hebben."
+
+"Ga dan maar," zeide de jonge man en gaf haar de hand. "Die nieuwe
+japon staat je heel goed!"
+
+"Inderdaad het is of ik er vanochtend een voorgevoel van gehad
+heb. Marcel zal de eerste zijn, die me in mijn nieuwe japon een zoen
+zal geven. Nou, adieu, ik ga een beetje van het gewijde brood der
+vroolijkheid eten."
+
+Musette had dien dag een bekoorlijk toilet aan: nooit had het gedicht
+van haar jeugd en van haar schoonheid in een verleidelijker band
+gezeten. Bovendien bezat Musette van nature een goeden smaak. Toen
+zij op de wereld kwam, moet het eerste, wat zij met haar blikken
+zocht, een spiegel geweest zijn, om zich in haar luiers een mooie
+houding te kunnen geven; en voor zij gedoopt werd, had zij reeds de
+zonde der coquetterie begaan. Reeds in den tijd, dat zij nog in zeer
+behoeftige omstandigheden leefde en zich nog met japonnetjes van
+gedrukt katoen, hoedjes met pompons en geitenleeren laarsjes moest
+tevreden stellen, droeg zij die eenvoudige grisette-toiletjes met
+elegance en coquetterie. Deze knappe meisjes, half bijen, half mieren,
+die zingend de geheele week door werkten en den Goeden God slechts om
+mooi weer op Zondag smeekten, hadden gewoonlijk slechts lief met haar
+hart en zetten nu en dan de bloemetjes buiten. Nu is die soort geheel
+verdwenen, dank zij de tegenwoordige generatie van jonge mannen: een
+verdorven en verderfelijke, maar boven alles aanmatigende, opgeblazen
+en brutale generatie. Alleen uit genoegen voor minne paradoxen hebben
+zij die arme meisjes om haar door de heilige litteekenen van het
+werk geschonden handen gehoond en bespot, zoodat die handen weldra
+niet genoeg meer konden verdienen, om de uitgaven voor amandelzeep
+te bestrijden. Langzamerhand is het dien jongelingen gelukt haar hun
+opgeblazenheid en dwaasheid in te enten, en sedert is de grisette
+verdwenen. Toen werd de lorette geboren, een bastaardgeslacht,
+impertinente schepsels van middelmatige schoonheid, half vleesch,
+half schmink, wier boudoir een toonbank is, waarop zij stukken van
+haar hart, alsof het sneedjes roastbeef waren, te koop aanbieden. Het
+meerendeel van die meisjes, die het pleizier onteeren en een schande
+zijn voor de moderne galanterie, heeft dikwijls niet eens den geest
+van de dieren, wier veeren zij op haar hoeden dragen. En wanneer
+het door een groot toeval nog eens gebeurt, dat zij niet een liefde,
+zelfs niet een verliefdheid, maar een geile begeerte hebben, dan is
+het nog voor den een of anderen alledaagschen potsenmaker, dien de
+dwaze menigte op openbare bals toejuicht en voor wien de couranten,
+die vleiende hovelingen van al wat belachelijk is, reclame maken.
+
+Hoewel Musette gedwongen was in die wereld te leven, had zij toch
+niet de gewoonten noch de allures ervan; zij had niet die tot slavin
+zijn vernederende hebzucht, zooals die maar al te veel voorkomt bij
+die schepsels, welke alleen maar Bartjens lezen en cijfers schrijven
+kunnen. Zij was een intelligent, geestig meisje, dat in haar aderen
+het bloed van Manon Lescaut had, en, wars van elken dwang, zich nooit
+tegen een enkele gril had kunnen of willen verzetten, wat de gevolgen
+ervan ook mochten zijn.
+
+Marcel was de eenige man geweest, van wien zij werkelijk gehouden
+had. In ieder geval was hij de eenige geweest voor wien zij inderdaad
+geleden had, en al de hardnekkigheid van die instincten, welke haar
+trokken naar "alles wat schittert en straalt", was noodig geweest,
+om haar ertoe te kunnen brengen hem te verlaten. Zij was twintig jaar
+en luxe was voor haar bijna een levensbehoefte. Zij kon er wel eenigen
+tijd buiten, maar geheel afstand ervan doen kon zij niet. Haar eigen
+wispelturigheid maar al te goed kennende, had zij nooit het hangslot
+van een eed van trouw voor haar hart willen doen. Verscheidene jonge
+mannen, voor wie zij zelf veel voelde, hadden haar waarachtig lief
+gehad; en altijd had zij tegenover dezen met een openhartigheid, die
+gepaard ging met voorzichtigheid, gehandeld. De verbintenissen, die zij
+aanging, waren eenvoudig, eerlijk en waar als de liefdesverklaringen
+van Molière's boeren. "Jij hebt zin in mij, en ik zin in jou; top,
+laten we bruiloft vieren!" Wel tienmaal had Musette als zij gewild
+had, een "vaste positie", een zoogenaamde toekomst kunnen hebben;
+maar zij geloofde nauwlijks in de toekomst; ten opzichte daarvan was
+zij het scepticisme van Figaro toegedaan.
+
+"Morgen," zeide zij dikwijls, "morgen is een dwaasheid van den
+kalender, een dagelijksch voorwendsel, dat de menschen uitgevonden
+hebben, om hun zaken vandaag niet behoeven te doen. Morgen is er
+misschien een aardbeving--en vandaag staat de aarde nog vast!"
+
+Op een goeden dag deed een gentleman, met wien zij bijna zes maanden
+samengeleefd had en die intusschen tot over zijn ooren verliefd
+op haar geworden was, haar in allen ernst het voorstel met haar te
+trouwen. Musette had hem in zijn gezicht uitgelachen.
+
+"Ik mijn vrijheid door een huwlijkscontract aan banden leggen? Nooit
+in der eeuwigheid!"
+
+"Maar dag in dag uit sidder ik van angst, dat ik je verliezen zal."
+
+"Je zoudt me nog veel eerder verliezen, wanneer ik je vrouw was,"
+antwoordde Musette. "Laten we er niet verder over spreken. Trouwens
+ik ben niet vrij meer ook," voegde zij eraan toe en dacht bij die
+woorden ongetwijfeld aan Marcel.
+
+Zoo ging haar jeugd voorbij, terwijl zij zich op alle winden
+van het toeval liet medevoeren en velen, ja bijna ook zichzelf
+gelukkig maakte. Vicomte Maurice, met wien zij op dat oogenblik
+leefde, kostte het niet weinig moeite om zich aan dat ontembare,
+naar vrijheid snakkende karakter te wennen, en met een met jalousie
+sterk geoxydeerd ongeduld wachtte hij op den terugkeer van Musette,
+die hij naar Marcel had zien gaan.
+
+"Zal ze bij hem blijven?" vroeg de jonge man zich den geheelen avond
+af, terwijl hij zich dat vraagteeken als een dolk in zijn hart boorde.
+
+"Die arme Maurice!" zeide Musette van haar kant tot zichzelf; "hij
+vindt dat een beetje kras. Maar ach, de jeugd moet opgevoed worden."
+
+Toen sloeg haar gedachtengang plotseling een heel andere richting
+in; zij dacht aan Marcel, naar wien ze toeging; en terwijl zij alle
+herinneringen, die de naam van haar aanbidder in haar wakker riep,
+de revue liet passeeren, vroeg zij zich nieuwsgierig af, welk wonder
+bij hem de tafel gedekt had. Al loopende las zij den brief, dien de
+schilder haar geschreven had, nog eens over, en onwillekeurig maakte
+een gevoel van droefheid zich van haar meester. Doch dat duurde
+slechts een oogenblik. Musette overwoog terecht, dat zij nu minder
+dan ooit reden had om bedroefd te zijn, en toen er op dat oogenblik
+een sterke wind opstak, riep zij uit:
+
+"Het is toch gek; als ik niet naar Marcel zou willen gaan, zou de
+wind mij nu naar hem toe blazen."
+
+En haar pas versnellend liep zij verder, blij als een vogeltje,
+dat naar zijn eerste nest terugkeert.
+
+Plotseling begon het hard te sneeuwen. Musette keek rond of zij geen
+rijtuig zag, maar er was geen te bekennen. Daar zij juist in de straat
+was, waar haar vriendin Sidonie woonde, die Marcel's brief naar haar
+doorgestuurd had, kwam zij op het denkbeeld even bij haar binnen te
+gaan en daar te wachten, tot het weer wat beter zou zijn.
+
+Bij madame Sidonie vond zij een groot gezelschap bijeen. Er werd een
+partij lansquenet gespeeld, die drie dagen tevoren reeds begonnen was.
+
+"Laat ik jullie niet storen," zei de Musette; "ik blijf maar even."
+
+"Heb je den brief van Marcel gekregen?" fluisterde madame Sidonie
+haar in het oor.
+
+"Ja, dank je," antwoordde Musette, "ik ben op weg naar hem toe, hij
+heeft me te dineeren gevraagd. Ga je mee? Je zult je best amuseeren!"
+
+"Tot mijn spijt kan ik niet," zeide Sidonie, op de speeltafel
+wijzend. "En hoe staat het?" vroeg zij den bankhouder.
+
+"Er staan zes louis," antwoordde deze, terwijl hij de kaarten schudde.
+
+"Ik zet er twee," riep Sidonie.
+
+"Goed, ik ben niet trotsch, ik begin ook met twee," antwoordde de
+bankhouder, die reeds verscheidene malen gepast had. "Koning en aas;
+ik ben naar de maan," ging hij voort, terwijl hij de kaarten liet
+vallen; "alle koningen zijn dood!"
+
+"Hier mag niet over politiek gesproken worden," zeide een journalist.
+
+"En het aas is de vijand van mijn familie," merkte de bankhouder op,
+die nog een koning keerde. "Leve de koning!" riep hij uit; "lieve
+Sidonie, geef mij twee louis d'or."
+
+"Schrijf ze maar in je memorie pro memorie," zeide Sidonie woedend,
+dat zij verloren had.
+
+"Dat maakt dan vijfhonderd francs, kleintje," zeide de bankhouder." Je
+zult de duizend wel bereiken. Ik geef."
+
+Sidonie en Musette praatten zachtjes met elkaar. Het spel ging door.
+
+Ongeveer op hetzelfde uur gingen de bohémiens aan tafel. Gedurende
+het geheele dejeuner was Marcel opvallend onrustig. Iederen keer,
+dat men op de trap stappen hoorde, zagen de anderen hem opschrikken.
+
+"Wat heb je toch?" vroeg Rodolphe; "het is net, of je nog iemand
+wacht. Zijn we niet compleet?"
+
+Maar uit een blik, dien de schilder hem toewierp, begreep de dichter,
+welke gedachten zijn vriend bezig hielden.
+
+"Hij heeft gelijk," dacht hij bij zichzelf; "we zijn niet compleet."
+
+De blik van Marcel beteekende: Musette, die van Rodolphe: Mimi.
+
+"Er ontbreken vrouwen," zeide Schaunard plotseling.
+
+"Wil jij voor den duivel je losbandige taal wel eens voor je houden? We
+hadden toch afgesproken, dat er niet over liefde gesproken zou
+worden!" brulde Colline. "Daar schift de jus van."
+
+En terwijl buiten de sneeuw nog viel en in de haard het hout vroolijk
+vlamde en een vuurwerk van vonken afstak, begonnen de vier vrienden
+weer hun tot den rand gevulde glazen te ledigen.
+
+Terwijl Rodolphe met luide stem het refrein van een lied begon te
+zingen, dat hij onder in zijn glas gevonden had, werd er verscheidene
+malen op de deur geklopt.
+
+Als een duiker, die door een krachtigen afzet tegen den bodem weer naar
+de oppervlakte van het water komt, vloog Marcel, die reeds eenigszins
+onder den invloed was, haastig van zijn stoel op om open te maken.
+
+Musette was het niet.
+
+Op den drempel vertoonde zich een man, die een klein stukje papier
+in zijn hand hield. Zijn uiterlijk was niet onaangenaam, maar zijn
+chambercloak zag er onooglijk uit.
+
+"Ik vind u hier in nog al goeden welstand," zeide hij met een blik
+op de tafel, op het midden waarvan een groote lamsbout prijkte.
+
+"De huisbaas!" zeide Rodolphe; "laten wij hem de verschuldigde eer
+bewijzen!"
+
+"En hij begon met zijn mes en vork den generaalsmarsch op zijn bord
+te slaan.
+
+Colline gaf hem een stoel en Marcel riep uit:
+
+"Schaunard, geef mijnheer een glas!"
+
+En zich tot den huiseigenaar wendende, zeide hij:
+
+"U komt juist op het goede oogenblik! Wij waren juist op het
+punt een toast uit te brengen op den eigendom. Mijn vriend hier,
+mijnheer Colline, zeide precies eenige treffende dingen omtrent
+dat onderwerp. Maar nu u hier bent, zal hij, om u genoegen te doen,
+opnieuw beginnen. Vooruit, Colline!"
+
+"Pardon, heeren!" antwoordde de huisheer; "ik zou u niet graag
+verder storen."
+
+En hij ontvouwde het kleine papiertje, dat hij in zijn hand hield.
+
+"Wat is dat voor drukwerk?" vroeg Marcel.
+
+De huisheer, die inmiddels onderzoekend de kamer rondkeek, had het
+goud en zilver, dat nog op den schoorsteen was blijven staan, gezien
+en zeide:
+
+"De quitantie, die ik reeds de eer had u te laten presenteeren."
+
+"Precies," viel Marcel hem in de rede; "mijn trouw geheugen heeft die
+bijzonderheid niet vergeten; het was Vrijdag 8 October des namiddags
+te 12 uur."
+
+"Ik heb de quitantie reeds, als voldaan geteekend, en als het u niet
+derangeert, dan ....."
+
+"Mijnheer," zeide Marcel, "het lag in mijn bedoeling u te komen
+bezoeken. Ik moet eens ernstig met u praten."
+
+"Geheel tot uw dienst."
+
+"Doe mij dan eerst het genoegen een kleine verfrissching te nemen,"
+ging Marcel voort, terwijl hij hem een glas wijn opdrong. "Welnu,
+mijnheer, u hebt mij onlangs een papiertje thuis gestuurd met de
+beeltenis van een dame, die een weegschaal in haar hand houdt. De
+inhoud was onderteekend: "Godard.""
+
+"Dat is mijn deurwaarder," zeide de huisheer.
+
+"Hij heeft al een heel leelijk pootje," zeide Marcel. "Mijn vriend
+hier"--en hij wees op Colline--"die alle talen kent, is zoo goed
+geweest deze depeche, die mij vijf francs gekost heeft, voor mij te
+vertalen ...."
+
+"Het was een opzegging van de huur," viel de huisheer hem in de rede;
+"een voorzorgsmaatregel .... dat is zoo de gewoonte."
+
+"Ja juist, een opzegging," antwoordde Marcel. "Ik wilde u juist komen
+opzoeken, om over die zaak te spreken; ik zou n.l. die opzegging graag
+in een huurceel veranderd zien. Het huis bevalt me, de trap is netjes,
+de straat vroolijk en bovendien ben ik om familieredenen en andere
+oorzaken zeer aan deze woning gehecht".
+
+"Maar de laatste termijn huur moet nog betaald worden," zeide de
+huiseigenaar en liet opnieuw zijn quitantie zien.
+
+"Wij zullen die betalen, mijnheer, dat is ons vaste voornemen."
+
+Intusschen had de huisheer geen oog afgewend van den schoorsteen,
+waarop het geld lag, en de aantrekkingskracht van zijn hebzuchtige
+blikken was zòò groot, dat de geldstukken schenen te bewegen en naar
+hem toe te komen.
+
+"Ik vind het zeer aangenaam, dat ik juist op een oogenblik kom, dat
+wij deze kleine zaak kunnen regelen, zonder dat het u derangeert,"
+zeide hij en bood de quitantie aan Marcel aan, die de attaque niet
+anders pareeren kon dan door uit te wijken en met zijn schuldeischer
+nogmaals de scène tusschen don Juan en Dimanche [44] te spelen.
+
+"U hebt, geloof ik, ook nog eigendommen in de provincie?" vroeg hij.
+
+"O," antwoordde de huisheer; "niet noemenswaard: een klein landhuis
+in Bourgondië, een boerderij, weinig zaaks ..... de pachters betalen
+niet ..... Deze kleine vereffening," voegde hij eraan toe, terwijl
+hij nogmaals de quitantie aan Marcel trachtte te geven, "komt mij
+dan ook zeer van pas ..... Het is zestig francs, zooals u weet."
+
+"Zestig francs, precies!" zeide Marcel en nam van den schoorsteen
+drie goudstukken af. "Zestig francs, zeiden we," en hij legde de drie
+louis op eenigen afstand van den huisheer op de tafel.
+
+"Eindelijk!" mompelde deze; en zijn gelaat helderde op.
+
+En op zijn beurt legde hij de quitantie op tafel.
+
+Schaunard, Colline en Rodolphe volgden de ontwikkeling van het drama
+met gespannen aandacht.
+
+"Maar lieve Hemel," zeide Marcel; "daar u een Bourgondiër bent,
+zult u toch zeker niet weigeren een paar woordjes met een landgenoot
+te spreken."
+
+En hij trok een flesch ouden Mâcon open en schonk den huisheer een
+glas in.
+
+"Heerlijk!" zeide deze; "ik heb nooit beteren gedronken."
+
+"Ach, een oom van me, die in die streken woont, stuurt me zoo nu en
+dan een mandje."
+
+De huisheer was opgestaan en strekte zijn hand naar het voor hem
+geplaatste geld uit, maar Marcel hield hem tegen.
+
+"Ja, maar op één been kunt u niet loopen," zeide hij en dwong zijn
+schuldeischer nogmaals met hem en de drie andere bohémiens te klinken.
+
+De huisheer durfde niet weigeren. Hij dronk zijn glas leeg, zette
+het neer en wilde weer het geld nemen, toen Marcel uitriep:
+
+"Maar daar valt me nog iets in, mijnheer. Ik ben op het oogenblik nogal
+ruim bij kas. Mijn oom uit Bourgondië heeft me een supplement op mijn
+jaargeld gezonden. Ik ben bang dat geld er door te lappen. U weet,
+niet waar, de jeugd haalt wel eens dolle streken uit .... Wanneer ik
+u er niet mede beleedig, zou ik graag een termijn vooruit betalen."
+
+En opnieuw nam hij zestig francs in zilver van den schoorsteen en
+legde die bij de louis op tafel.
+
+"Ik zal u daar dadelijk een quitantie voor maken," zeide de eigenaar;
+"ik heb blanco formulieren in mijn zak"--en hij haalde zijn
+portefeuille te voorschijn--"ik zal die invullen en antidateeren."
+
+"Een aardige huurder," dacht hij bij zichzelf en wierp verliefde
+blikken naar de honderd-twintig francs.
+
+Bij dit voorstel stonden de drie bohémiens, die toch al niets van
+Marcel's diplomatie begrepen, gewoonweg "paf",
+
+"Maar de schoorsteen rookt," begon nu de schilder, "dat is erg
+onaangenaam."
+
+"Maar waarom hebt u me dat niet eerder gezegd? Dan had ik den
+schoorsteenveger laten komen," zeide de eigenaar, die voor den schilder
+niet onder wilde doen. "Morgen zal ik werklui sturen."
+
+En nadat hij de tweede quitantie ingevuld had, legde hij die bij de
+eerste, schoof ze toen beide naar Marcel toe en stak zijn hand weer
+naar het stapeltje geld uit.
+
+"U kunt u niet voorstellen, hoe gelegen die som mij op het oogenblik
+komt," zeide hij; "ik moet een paar rekeningen voor reparaties aan
+het huis betalen en ik was werkelijk om geld verlegen."
+
+"Het spijt mij, dat ik u wat heb moeten laten wachten!" viel Marcel
+hem in de rede.
+
+"O, zoo erg is het niet ..... Heeren, ik heb de eer ...." En weer
+stak hij zijn hand uit.
+
+"O, o, neem me niet kwalijk," zeide Marcel vlug; "zoover zijn we nog
+niet. Wie a zegt," en hij schonk opnieuw in, "moet ook b zeggen."
+
+"Dat is zoo," zeide deze en ging uit beleefdheid weer zitten.
+
+Ditmaal begrepen de bohémiens uit een blik, dien Marcel hun toewerp,
+wat zijn doel was.
+
+Intusschen begon de huisheer al op een vreemde manier met zijn
+oogen te draaien. Hij balanceerde op zijn stoel heen en weer, begon
+dubbelzinnige taal uit te slaan en beloofde Marcel, die hem een paar
+reparaties vroeg, fabelachtige verfraaiingen.
+
+"En nu de zware artillerie voor het front!" fluisterde de schilder
+Rodolphe in en wees op een flesch rhum.
+
+Na het eerste glaasje zong de huisheer een schuin liedje, dat Schaunard
+deed blozen.
+
+Na het tweede glaasje vertelde hij zijn huiselijke onaangenaamheden;
+en daar zijn vrouw Helena heette, vergeleek hij zich bij Menelaus.
+
+Na het derde glaasje kreeg hij een philosophische vlaag en gaf de
+volgende aphorismen ten beste:
+
+"Het leven is een stroom."
+
+"Geld maakt niet gelukkig."
+
+"De mensch is een ééndagsvlinder."
+
+"O, hoe lieflijk is de liefde!"
+
+Dan maakte hij Schaunard tot zijn vertrouweling en vertelde hij hem
+van zijn heimelijke liaison met een jong meisje, Euphémie geheeten,
+aan wie hij een mahoniehouten ameublement gegeven had. Daarbij gaf
+hij zoo'n nauwkeurig portret van dit jonge meisje, dat Schaunard een
+vreemd vermoeden in zich voelde opkomen, dat onmiddellijk daarna een
+zekerheid werd, toen de huisheer hem een brief, dien hij uit zijn
+portefeuille haalde, liet zien.
+
+"O, hemel!" riep Schaunard uit, toen hij de onderteekening zag;
+"hardvochtige, gij boort mij een dolk door het hart."
+
+"Wat heeft hij toch?" riepen de bohémiens, over die taal verwonderd,
+uit.
+
+"Kijk maar," zeide Schaunard; "deze brief is van Phémie. Dat is haar
+onderteekening."
+
+Schaunard liet den brief van zijn vroegere maîtresse circuleeren. Deze
+begon met de woorden:
+
+
+ "Mijn lief, dik beertje,"
+
+
+"Dat lief, dik beertje ben ik," zeide de huisheer, die vergeefsche
+pogingen deed om op te staan.
+
+"Prachtig!" zeide Marcel, die dit zag, "hij heeft zijn anker
+uitgeworpen."
+
+"Phémie, hardvochtige Phémie!" zuchtte Schaunard; "wat heb je me
+aangedaan!"
+
+"Ik heb voor haar in de rue Coquenard No. 12 een entresol laten
+meubileeren," stamelde de huisheer; "het is er heel aardig, heel
+aardig ..... maar het heeft me een aardige duit gekost .... Doch de
+ware liefde ziet niet op geld ..... en bovendien heb ik twintigduizend
+francs rente ..... Zij vraagt mij geld ...." ging hij voort, terwijl
+hij den brief weer in zijn zak stak; "Arme kleine! ... Ik zal haar
+dit geld geven ..... dat zal haar plezier doen."
+
+En hij strekte weer zijn hand naar het geld uit.
+
+"Wat is dat?" vroeg hij verbaasd, terwijl hij op de tafel rond tastte,
+"waar is het gebleven?"
+
+Het geld was verdwenen.
+
+"Een fatsoenlijk man mag zich onder geen voorwaarden tot zulk een
+misdadigen minnehandel leenen," had Marcel gezegd. "Mijn geweten en
+de moraal verbieden mij de huur aan dezen wellustigen kerel in handen
+te geven. Ik zal mijn huur niet betalen. Maar mijn ziel zal tenminste
+geen wroeging hebben. Wat een zeden! Een man met zoo weinig haren op
+zijn hoofd!"
+
+Intusschen was de huiseigenaar stomdronken geworden en sloeg met
+luide stem allerlei onzin tegen de flesschen uit.
+
+Daar hij nu al twee uur weg was, stuurde zijn vrouw, die ongerust
+begon te worden, eindelijk het dienstmeisje naar boven; toen zij haar
+meester in zoo'n toestand zag, stiet zij een gil van schrik uit.
+
+"Wat hebt u met hem uitgevoerd?" vroeg zij aan de bohémiens.
+
+"Niets," antwoordde Marcel; "hij is daarnet hierboven gekomen,
+om de huur te halen, en daar we geen geld hadden, hebben we hem
+uitstel gevraagd."
+
+"Maar hij is stom bezopen," zeide het dienstmeisje.
+
+"Dat was hij al grootendeels, toen hij hier kwam," antwoordde Rodolphe;
+"hij vertelde ons, dat hij zijn wijnkelder opgeruimd had."
+
+"Hij was al zòò in den lorem," voegde Colline eraan toe, "dat hij
+zijn quitanties zonder betaling hier wou laten."
+
+"Geef ze maar aan zijn vrouw," zeide ten slotte de schilder, terwijl
+hij de quitanties aan het dienstmeisje overhandigde, "wij zijn eerlijke
+jongens en willen geen misbruik maken van zijn toestand."
+
+"Lieve God, wat zal mevrouw wel zeggen?" zuchtte het dienstmeisje,
+dat haar meester, die nauwelijks op zijn beenen staan kon, meetrok.
+
+"Eindelijk!" riep Marcel verlicht uit.
+
+"Hij zal morgen wel terugkomen," zeide Rodolphe; "nu hij eenmaal geld
+gezien heeft."
+
+"Als hij terugkomt," zeide de kunstenaar, "dan dreig ik hem zijn
+vrouw zijn liaison met de jonge Phémie te zullen vertellen, dan zal
+hij wel uitstel geven."
+
+Toen de huisheer weg was, begonnen de vier vrienden weer te drinken
+en te rooken. Marcel was niettegenstaande zijn roes de eenige, die
+nog eenig besef had van wat er om hem gebeurde. Bij het minste leven
+op de trap vloog hij op, om de deur open te maken. Maar degenen, die
+naar boven kwamen, bleven altijd op een lagere verdieping. Langzaam
+ging de schilder dan weer in het hoekje bij de haard zitten. Het
+sloeg middernacht, en nog was Musette er niet.
+
+"Misschien was ze niet thuis, toen mijn brief kwam," dacht hij. "Ze
+zal hem dan vanavond bij haar thuiskomst vinden en morgen komen. Morgen
+hebben we ook nog vuur. Want komen zal zij. Tot morgen dus."
+
+En in zijn hoekje sliep hij in.
+
+Op hetzelfde oogenblik, dat Marcel van haar droomde, verliet Musette
+het huis van madame Sidonie, bij wie zij tot zoo lang gebleven
+was. Musette was niet alleen, een jong mensch was met haar; een
+rijtuig wachtte beneden voor de deur; zij stapten er samen in; het
+rijtuig reed in grooten vaart weg.
+
+De partij lansquenet duurde bij madame Sidonie voort.
+
+"Waar is Musette toch?" vroeg plotseling een der spelers.
+
+"En de kleine Séraphin?" een tweede.
+
+Madame Sidonie begon te lachen.
+
+"Die zijn er samen stil vandoor gegaan," zeide zij. "Een typische
+geschiedenis! Wat een zeldzaam exemplaar is die Musette toch! Stel
+je voor ...."
+
+En zij begon te vertellen hoe Musette, na bijna ongenoegen met vicomte
+Maurice gekregen en zich op weg naar Marcel begeven te hebben, heel
+toevallig even bij haar opgeloopen was en hier den jongen Séraphin
+aangetroffen had.
+
+"Ik had er dadelijk wel vermoeden op," zeide Sidonie, zichzelf in
+de rede vallend; "ik heb ze den geheelen avond in het oog gehouden,
+en waarachtig de jonge man is zoo kwaad niet. Kort en goed, zij zijn,
+zonder een woord te zeggen, weggegaan, en een kraan, die ze vinden
+kan. Doch hoe het zij; het is eigenlijk te gek om los te loopen,
+wanneer je bedenkt, dat Musette dol op Marcel is."
+
+"Maar als ze dol is op Marcel, wat wil ze dan eigenlijk met den
+kleinen Séraphin, die nog bijna een kind is? Hij heeft nooit een
+maîtresse gehad," merkte een der aanwezigen op.
+
+"Zij wil hem leeren lezen," antwoordde de journalist, die altijd heel
+"geestig" was, als hij verloren had.
+
+"Dat is goed en wel," meende Sidonie. "Waarom gaat ze met Séraphin,
+als ze van Marcel houdt? Dat gaat boven mijn petje."
+
+"Ja, waarom?"
+
+
+
+Vijf dagen lang leidden de bohémiens, zonder hun kamer ook maar
+één oogenblik te verlaten, het vroolijkste leventje, dat men zich
+denken kan. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat zaten zij aan
+tafel. Een bewonderenswaardige wanorde heerschte in het vertrek,
+waarin een Pantagruelistische atmospheer hing. Op een bijna geheel uit
+oesterschalen bestaande bank lag een leger van de meest verschillende
+flesschen. De tafel was bedekt met allerlei etensrestjes, en in de
+haard brandde een formeel bosch.
+
+Ook op den ochtend van den zesden dag maakte Colline als
+opper-ceremoniemeester het menu voor het dejeuner, het diner en het
+souper op, zooals hij dat iederen morgen deed, en onderwierp het
+dan aan de goedkeuring van zijn vrienden, die het als teeken van
+instemming met hun handteekening voorzagen.
+
+Maar toen Colline de lade, die als schatkist dienst deed, opentrok,
+om het voor dien dag noodige geld te krijgen, deed hij verschrikt
+twee pas achteruit en werd bleek als de schim van Banquo. [45]
+
+"Wat is er?" vroegen de anderen onverschillig.
+
+"Wat er is? Ik heb nog maar dertig sous," zeide de philosoof.
+
+"Alle duivels!" riepen de anderen uit; "dat zal een heele verandering
+in het menu veroorzaken. Enfin, wanneer we die dertig sous goed
+gebruiken ..... Maar de truffels zullen er wel bij moeten inschieten."
+
+Eenige oogenblikken later was de tafel gedekt. Er stonden in volkomen
+symmetrie drie schotels op, n.l.:
+
+Een schotel haring;
+
+Een schotel aardappelen
+
+Een schotel kaas.
+
+In den schoorsteen brandden twee blokjes hout, zoo groot als een vuist.
+
+Buiten viel nog steeds de sneeuw.
+
+De vier bohémiens gingen aan tafel en legden hun servetten op hun
+knieën.
+
+"Het is vreemd," zeide Marcel; "maar die haring smaakt naar fazant."
+
+"Dat ligt aan de manier, waarop ik hem klaargemaakt heb," antwoordde
+Colline; "tot nu toe is de haring miskend."
+
+Op dat oogenblik kwam een vroolijk gezang de trap op en klopte aan
+de deur. Marcel, die bij de eerste tonen al opgesprongen was, vloog
+naar de deur, om open te doen.
+
+Musette sloeg haar armen om hem heen en zoende hem wel vijf minuten
+lang. Marcel voelde hoe zij in zijn armen beefde.
+
+"Wat heb je?" vroeg hij haar.
+
+"Ik heb het koud," zeide zij en liep naar den schoorsteen.
+
+"Hè," zeide Marcel, "we hebben zoo'n lekker vuurtje gehad."
+
+"Ja," zeide Musette met een blik op de overblijfselen van het
+vijfdaagsche feestmaal; "ik kom te laat."
+
+"Waarom?" vroeg Marcel.
+
+"Waarom?" zeide Musette .... en kreeg een kleur. In plaats van antwoord
+te geven ging zij op Marcels knieën zitten; zij beefde nog steeds en
+haar handen waren blauw van de kou.
+
+"Was je niet vrij?" vroeg Marcel haar fluisterend.
+
+"Ik niet vrij!" riep Musette uit. "O Marcel, al zat ik midden tusschen
+de sterren of in het paradijs van den goeden God, en jij gaf me een
+teeken, ik zou naar beneden komen. Ik niet vrij!...."
+
+En zij begon weer te rillen.
+
+"Er zijn hier vijf stoelen," zeide Rodolphe; "dat is een oneven getal,
+en bovendien heeft de vijfde een allerbelachelijksten vorm."
+
+En hij sloeg den stoel tegen den muur kapot en wierp de stukken in
+de haard. Het vuur flikkerde plotseling tot een heldere en vroolijke
+vlam op. Dan gaf hij Colline en Schaunard een wenk en ging met hen weg.
+
+"Waar gaan jullie heen?" vroeg Marcel.
+
+"Tabak halen!" antwoordden zij.
+
+"Ja, in Havana!" voegde Schaunard er aan toe en gaf Marcel een teeken
+van verstandhouding, waarop deze met een dankbaren blik antwoordde,
+
+"Waarom ben je niet eerder gekomen?" vroeg hij opnieuw aan Musette,
+toen zij alleen waren.
+
+"Ja, het is zoo, ik ben wat laat ...."
+
+"Vijf dagen om over den pont Neuf te komen. Heb je misschien een
+omweg over de Pyreneeën gemaakt?"
+
+Musette sloeg haar oogen neer en bleef zwijgen.
+
+"O jou slecht meisje!" zeide Marcel op droefgeestigen toon, terwijl
+hij zacht met zijn hand op den corsage van zijn vriendinnetje sloeg;
+"wat heb je daar toch onder zitten?"
+
+"Dat weet je heel goed," antwoordde zij snel.
+
+"Maar wat heb je gedaan, nadat ik je geschreven heb?"
+
+"Vraag het me niet!" smeekte zij en sloeg haar armen om hem heen;
+"vraag me niets. Laat ik me naast je warmen, zoo lang het koud is. Je
+ziet, ik had mijn mooiste japon aangetrokken, om naar je toe te gaan
+..... Die arme Maurice kon zich maar niet begrijpen, dat ik naar je
+toe wilde .... maar ik kon mijn verlangen niet bedwingen .... ik ben
+op weg gegaan .... Lekker, dat vuur!" voegde zij eraan toe, terwijl
+zij haar handjes dichter bij de vlammen hield. "Ik blijf tot morgen
+bij je. Goed?"
+
+"Het zal hier leelijk koud worden," zeide Marcel, "en eten is er ook
+niet meer. Je bent te laat gekomen."
+
+"Och, wat!" antwoordde Musette; "dan lijkt het des te meer op vroeger!"
+
+
+
+Rodolphe, Colline en Schaunard bleven vier-en-twintig uur uit, om
+hun tabak te halen. Toen zij weer terugkwamen, was Marcel alleen.
+
+Vicomte Maurice zag Musette na een afwezigheid van zes dagen eerst
+terug.
+
+Hij maakte haar geen enkel verwijt, vroeg alleen waarom zij zoo
+bedroefd was.
+
+"Ik heb ruzie gehad met Marcel," antwoordde zij; "we zijn kwaad van
+elkaar weggegaan!"
+
+"En toch zal je misschien weer naar hem terugkeeren?"
+
+"Wat zal ik je zeggen?" zeide Musette; "ik heb behoefte om van
+tijd tot tijd de lucht van dat leven in te ademen. Mijn dol bestaan
+gelijkt op een lied; ieder van mijn amourettes is een couplet ervan;
+maar Marcel is het refrein."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX.
+
+MIMI IN ZIJDE EN FLUWEEL.
+
+
+I.
+
+"Neen, neen, neen, ge zijt niet meer Lisette. Neen, neen, ge zijt
+niet meer Mimi!
+
+"Ge zijt nu mevrouw de vicomtesse, overmorgen zult ge misschien
+mevrouw de hertogin zijn, want ge hebt den voet op den ladder, die tot
+hoogheid leidt, bestegen; de deur van uw droomen heeft zich eindelijk
+voor uw schreden geopend en overwinnend en triompheerend zijt gij
+binnengetreden. Ik heb vooruit geweten, dat gij den een of anderen
+nacht daarin slagen zoudt. Het moest trouwens zoo gaan: uw kleine,
+blanke handjes waren voor niets doen geschapen en verlangden reeds
+lang naar den ring van een aristocratische verbintenis. Eindelijk
+hebt ge een blazoen! Maar wij zien toch nog altijd liever dat, hetwelk
+de jeugd aan uw schoonheid gaf: uw bleek gelaat, welks leliënveld uw
+blauwe oogen in vier kwartieren scheen te verdeelen. Doch edele vrouwe
+of grisette, bekoorlijk zijt gij altijd; en ik herkende u dadelijk,
+toen ge me onlangs op een avond op straat snel in uw mooie laarsjes
+voorbij liept, terwijl uw gehandschoend handje den wind hielp om
+de volants van uw robe op te houden, eensdeels om die niet vuil te
+laten worden, anderdeels om uw geborduurde onderrokken en à-jour
+kousen te laten zien. Ge hadt een hoed van een bewonderenswaardigen
+vorm en het kwam me voor, dat ge in groote verlegenheid verkeerde ten
+gevolge van een kostbaren kanten voile, die van dien kostbaren hoed
+neergolfde. Inderdaad een moeilijk geval: het gold immers de vraag, wat
+beter en voor uw coquetterie voordeeliger was, die voile neergelaten
+of opgeslagen te dragen. Wanneer ge hem voor uw gezicht zoudt dragen,
+dan liept ge kans niet herkend te worden door uw vrienden, die ge
+tegen zoudt kunnen komen, want die zouden zeker tienmaal langs u
+gegaan kunnen zijn, zonder ook maar te vermoeden, dat die prachtige
+enveloppe mademoiselle Mimi verborg. Sloegt ge hem daarentegen terug,
+dan liep de voile gevaar niet gezien te worden--en waartoe diende
+het anders dien te hebben? Doch ge wist die moeilijkheid op zeer
+geestrijke wijze te overwinnen, door den voile om de tien pas neer
+te doen en weer terug te slaan, dezen voile, dit kostbare weefsel,
+dat ongetwijfeld bewerkt is in het spinnewebbenland, dat Vlaanderen
+genoemd wordt en dat alleen zeker meer gekost heeft dan uw geheele
+vroegere garderobe samen .... Ach, Mimi! .... Pardon .... Ach, mevrouw
+de vicomtesse! Ik had, zooals ge nu ziet, wel gelijk, toen ik zeide:
+"Geduld, wanhoop niet: de toekomst gaat zwanger van kaschmir-sjaals,
+brillanten en intieme soupers. Ge wildet me toen niet gelooven,
+ongeloovige. Welnu, mijn voorspellingen zijn toch werkelijkheid
+geworden, en ik sta bij u thans zeker even hoog in aanzien als uw
+Oracles des Dames, die kleine heksenmeester in 18°, dien ge voor
+vijf sous aan een boekenstalletje op den pont Neuf gekocht hebt en
+dien ge met uw eeuwigdurende ondervragingen lastig vielt? Nogmaals,
+had ik geen gelijk met mijn prophetieën en zult ge me nu gelooven,
+wanneer ik u zeg, dat ge op deze trede niet zult blijven staan;
+als ik u zeg, dat ik, als ik aandachtig luister, in de diepte van
+uw toekomst, reeds het getrappel en gehinnik hoor van paarden,
+gespannen voor een blauwen coupé, bestuurd door een gepoederden
+koetsier, die de trede voor u neerslaat met de eerbiedige vraag:
+"Waar gaat mevrouw heen?" En zult ge me ook gelooven, als ik u zeg,
+dat ge later .... God geve, zoo laat mogelijk!... het doel van een
+lang gekoesterde eerzucht zult bereiken en een table d'hôte zult
+houden te Belleville of in Batignolles en u het hof gemaakt zal worden
+door oude militairen en gepensionneerde smachtende aanbidders, die
+in het geheim lansquenet en baccaraat bij u komen spelen. Maar voor
+dit tijdstip, waarop de zon van uw jeugd reeds ter kimme zal dalen,
+komt, zult ge nog heel wat ellen zijde en fluweel gebruiken; zullen
+nog heel wat vaderlijke erfdeelen in de smeltkroes van uw grillen en
+luimen wegsmelten, zal nog menige bloem in uw haar, nog menige bloem
+onder uw voet ontbladerd worden, zult ge zelf nog dikwijls van blazoen
+veranderen. Beurtelings zal op uw hoofd de parelsnoer der baronessen,
+de kroon der gravinnen en de diadeem der markiezinnen schitteren;
+als devies zult ge in uw wapen het woord: "Onbestendigheid" voeren;
+gij zult, al naar luim of behoefte, al die talrijke aanbidders op hun
+beurt of allen tegelijk weten te bevredigen, welke queue zullen komen
+maken in de anti-chambre van uw hart, zooals men queue maakt voor
+den ingang van een schouwburg, waar een trekstuk gegeven wordt. Ga
+dus voorwaarts, schud al uw herinneringen van u af, om ruimte te
+hebben voor uw eerzucht; voorwaarts dus: de weg, die voor u ligt,
+is mooi, en wij hopen, dat hij nog lang zacht voor uw voeten zijn
+mag; maar vòòr alles hopen wij, dat al die luxe en pracht, al die
+schitterende toiletten niet te spoedig de lijkwade zullen worden,
+waarin men uw vroolijkheid inwikkelt."
+
+Zoo sprak de schilder Marcel tot de kleine Mimi, die hij drie of vier
+dagen na haar tweede echtscheiding van den dichter Rodolphe ontmoet
+had. Hoewel hij getracht had op de spotternijen, die hier en daar door
+zijn horoscoop heen gezaaid waren, een sourdine te zetten, was Mimi
+in geen enkel opzicht het slachtoffer van Marcel's mooie woorden en
+begreep zij heel goed dat hij zich zonder eenigen eerbied voor haar
+nieuwen titel, vroolijk maakte over haar.
+
+"Je bent heel onaardig tegen me, Marcel," zeide mademoiselle Mimi;
+"dat is slecht van je: ik ben altijd goed voor je geweest, toen
+ik met Rodolphe samenwoonde, en dat ik hem verlaten heb, is zijn
+schuld. Heeft hij me niet bijna op straat gezet, en hoe heeft hij
+mij de laatste dagen, dat we bij elkaar waren, behandeld? Ik was erg
+ongelukkig. Jij weet niet wat voor een man Rodolphe is: een opvliegend
+en jaloersch karakter, dat mij langzamerhand vermoordde. Hij hield van
+me, dat weet ik heel goed, maar zijn liefde was even gevaarlijk als een
+geladen pistool. En wat voor een leven heb ik die vijftien maanden bij
+hem gehad? Ach, Marcel, ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben,
+maar ik heb met Rodolphe veel geleden, dat weet je trouwens zelf
+ook wel! En niet omdat we het arm hadden, ben ik van hem weggegaan,
+daaraan was ik van jongsaf aan gewend; neen ik zeg je het je nogmaals:
+hij heeft mij weggejaagd; hij heeft mijn hart met voeten getreden;
+hij heeft me gezegd, dat ik geen eergevoel had, als ik bij hem bleef;
+hij heeft me gezegd, dat hij niet meer van me hield en dat ik maar een
+anderen minnaar moest zoeken; ja hij is zelfs zòò ver gegaan, dat hij
+mij een jongen man heeft aangewezen, die me het hof maakte; en door
+zijn eeuwige uittartingen is hij, om zoo te zeggen, de trait-d'union
+tusschen mij en dien jongen man geworden. Ik heb met hem slechts
+uit dépit tegen Rodolphe en door den nood gedwongen geleefd, want
+ik hield niet van hem; je weet zelf heel goed, dat ik niet veel op
+heb met zoo heel jonge kereltjes, zij zijn bijna altijd vervelend en
+sentimenteel als harmonica's. Enfin wat gebeurd is, is gebeurd en ik
+heb er geen spijt van; wanneer ik weer in denzelfden toestand kwam,
+zou ik hetzelfde doen. Nu ik niet meer bij hem ben en nu hij weet, dat
+ik gelukkig ben, is Rodolphe woedend en voelt hij zich verongelijkt;
+dat weet ik van iemand, die hem een paar dagen geleden gezien heeft:
+hij had roode oogen. En dat verwondert me niets, want ik wist wel, dat
+het zoo gaan zou en hij me heel gauw weer zou naloopen; maar je kunt
+hem uit mijn naam zeggen, dat het vergeefsche moeite is ..... ditmaal
+is het ernst geweest; het is nu voor goed tusschen ons uit ..... Heb
+je hem de laatste dagen nog gezien, Marcel en is hij werkelijk zoo
+veranderd?" vroeg Mimi plotseling op een heel anderen toon.
+
+"Zeker is hij veranderd," antwoordde Marcel; "heel erg veranderd
+zelfs."
+
+"Hij is bedroefd, dat spreekt. Maar wat kan ik er aan doen? Des te
+erger voor hem, het is zijn eigen schuld. Ten slotte moest er een
+eind aan komen. Troost jij hem, Marcel."
+
+"O, o," zeide Marcel kalm; "maak je daar maar niet ongerust over,
+Mimi; dat is al voor de grootste helft in orde."
+
+"Wat je daar zegt, is niet waar, beste jongen!" merkte Mimi eenigszins
+ironisch op; "zoo gauw zal Rodolphe er niet over heen zijn. Hoe
+was hij den avond voor mijn vertrek niet! Het was op een Vrijdag,
+ik wou dien nacht niet bij mijn nieuwen minnaar blijven, omdat ik
+bijgeloovig ben en de Vrijdag een ongeluksdag is."
+
+"Daar vergis je je in, Mimi: in de liefde is de Vrijdag een geluksdag;
+de Ouden noemden hem Dies Veneris."
+
+"Latijn heb ik nooit geleerd," viel Mimi hem in de rede. "Maar
+enfin; ik kwam dan bij Paul uit en vond Rodolphe beneden op straat op
+schildwacht staan. Hij wachtte op me. Het was laat, al over twaalven,
+en ik had honger, want ik had slecht gedineerd. Ik vroeg Rodolphe of
+hij niet wat voor het souper wilde halen. Een half uur later kwam
+hij terug met niet zoo veel bijzonders: brood, wijn, sardientjes,
+kaas en een appelkoek, dat was alles. In dien tusschentijd was ik
+onder de wol gekropen. Hij schoof de tafel bij het bed. Ik deed net,
+alsof ik niet op hem lette, maar ik nam hem heel goed op: hij was
+zoo bleek als een lijk, hij rilde en liep in de kamer op en neer
+als iemand, die niet weet wat hij wil. In een hoekje zag hij mijn
+pakjes met kleeren liggen. Dat scheen hem te hinderen en hij zette
+het scherm voor die pakjes, om ze niet meer te zien. Toen alles klaar
+was, begonnen we te eten; hij probeerde me te laten drinken, maar ik
+had geen honger of dorst meer. Ik had net een gevoel, alsof er een
+prop in mijn keel zat. Het was koud, want we hadden geen hout om vuur
+aan te leggen; je hoorde den wind door den schoorsteen fluiten. Het
+was wel triest. Rodolphe keek me voortdurend aan, zijn oogen stonden
+strak. Dan legde hij zijn hand in de mijne; en ik voelde hoe de zijne
+beefde, zij was warm en koud tegelijk.
+
+--"Dat is het begrafenismaal van onze liefde," zeide hij heel zacht.
+
+"Ik antwoordde niet, maar had ook niet den moed, mijn hand terug
+te trekken.
+
+--"Ik ben moe," zeide ik eindelijk; "het is laat, we moesten maar
+gaan slapen."
+
+"Rodolphe keek me aan. Ik had een van mijn dassen om mijn hoofd
+gebonden, om me een beetje tegen de koude te beschermen. Zonder een
+woord te zeggen nam hij die das weg.
+
+--"Waarom doe je dat?" vroeg ik. "Ik heb het koud."
+
+--"O, Mimi," zeide hij; "zet dezen nacht je gestreepte mutsje nog
+eens op. Dat zal je zooveel moeite niet kosten."
+
+"Hij bedoelde een bruin en wit gestreept nachtmutsje van gedrukt
+katoen, dat hij mij graag op zag hebben, omdat het hem herinnerde
+aan eenige gelukkige nachten. want daarnaar telden we onze gelukkige
+dagen. Daar het de laatste nacht was, dat ik bij hem zou slapen,
+durfde ik zijn verzoek niet te weigeren. Ik stond op en ging het
+mutsje, dat onder in een van de pakjes lag, halen; ik vergat het
+scherm weer op zijn plaats te zetten. Rodolphe merkte het en verborg
+voor de tweede maal de pakjes.
+
+--"Goeden nacht!" zeide hij tegen me.
+
+--"Goeden nacht!" antwoordde ik.
+
+"Ik dacht, dat hij mij een zoen zou geven, en ik zou mij daar niet
+tegen verzet hebben, maar hij nam slechts mijn hand en drukte die aan
+zijn lippen. Je weet, Marcel, hoe graag hij mijn handen kuste. Ik
+hoorde hem klappertanden en voelde, dat zijn lichaam zoo koud als
+marmer was. Hij hield mijn hand maar steeds vast en had zijn hoofd op
+mijn schouder gelegd, die al heel gauw nat van tranen was. Rodolphe
+was in een vreeselijken toestand. Hij beet in de beddelakens, om
+het niet uit te schreeuwen; maar ik hoorde zijn onderdrukt gesteun
+en voelde zijn tranen over mijn schouders stroomen, waarop zij eerst
+brandden als vuur, dan koud werden als ijs. Op dat oogenblik had ik
+al mijn moed noodig; en ik had dien noodig, dat verzeker ik je, want
+ik had maar één woord behoeven te zeggen, mijn hoofd maar behoeven om
+te keeren, en mijn mond zou Rodolphe's lippen aangeraakt hebben en wij
+zouden ons nogmaals verzoend hebben. Een oogenblik dacht ik werkelijk,
+dat hij in mijn armen sterven of minstens krankzinnig worden zou,
+wat vroeger bijna reeds het geval geweest is ..... herinner je je nog
+wel? Ik voelde, dat ik op het punt stond toe te geven; ik wilde den
+eersten stap tot verzoening doen; ik wilde hem in mijn armen sluiten,
+want je moet wel een hart van steen hebben om tegenover zoo'n smart
+ongevoelig te blijven. Plotseling herinnerde ik me echter de woorden,
+die hij den vorigen avond gezegd had: "Je hebt geen eergevoel, als je
+bij me blijft, want ik houd niet meer van je." En bij de herinnering
+aan die grofheden had ik Rodolphe naast mij hebben kunnen zien sterven,
+zou ik, ook al had ik geweten, dat een kus van mij hem zou hebben
+kunnen redden, mijn hoofd hebben afgewend. Uitgeput door vermoeienis
+viel ik eindelijk in een lichte sluimering. Ik hoorde Rodolphe nog
+steeds snikken, en ik verzeker je, Marcel, het duurde den geheelen
+nacht door. Toen de dag aanbrak en ik in dat bed, waarin ik voor het
+laatst sliep, keek naar mijn minnaar, dien ik ging verlaten, om in de
+armen van een ander te snellen, schrok ik vreeslijk bij het zien van
+de verwoestingen, die de smart op Rodolphe's gezicht had aangericht.
+
+"Hij stond op zonder iets te zeggen. Bij de eerste stappen, die
+hij deed, sloeg hij bijna tegen den grond, zoo zwak en afgemat was
+hij. Toch kleedde hij zich vlug aan en vroeg mij slechts of alles
+al klaar was en wanneer ik wegging. Ik antwoordde, dat ik nog niets
+zekers wist. Hij ging uit, zonder afscheid te nemen, zonder me een hand
+te geven. Op die manier zijn we van elkaar gegaan. Wat een steek zal
+het hem in zijn hart gegeven hebben, toen hij me bij zijn thuiskomst
+niet meer vond!"
+
+"Ik was op zijn kamer, toen hij thuiskwam," zeide Marcel tot Mimi,
+die buiten adem was van het lange verhaal. "Toen hij beneden om den
+sleutel vroeg, zeide de vrouw van den concierge tegen hem:
+
+--"De kleine is weg."
+
+--"Zoo," antwoordde Rodolphe, "dat verwondert me niets, dat had ik
+wel gedacht."
+
+"Toen liep hij de trap op en ik volgde hem, omdat ook ik voor een
+crisis vreesde. Maar er gebeurde niets van dien aard.
+
+--"Daar het nu al te laat is om nog een andere kamer te huren,"
+zeide hij tegen me, "zullen we het maar tot morgen uitstellen. Dan
+kan je met me meegaan. En laten we nu gaan eten."
+
+"Ik dacht, dat hij zich wilde gaan bedrinken, maar ik vergiste me. We
+dineerden heel eenvoudigjes in een restaurant, waar jij ook dikwijls
+met hem gezeten hebt. Om hem een beetje onder verdooving te brengen,
+had ik Beaune besteld."
+
+--"Dat was de lievelingswijn van Mimi," zeide hij tegen me;
+"we hebben dien samen dikwijls gedronken aan hetzelfde tafeltje,
+waaraan we nu zitten. Ik herinner me nog hoe zij op een goeden dag
+haar glas, dat zij reeds verscheidene malen geledigd had, naar mij
+toeschoof met de woorden: "Schenk nog eens in, met dien Beaune kom
+je uit de boonen." Een vrij flauwe woordspeling, nauwelijks goed voor
+een vaudeville, vindt je niet? Ja, Mimi kan goed drinken!"
+
+"Daar ik zag, dat hij zich weer in herinneringen wilde gaan verdiepen,
+begon ik over wat anders te praten, van jou was er geen sprake
+meer. Hij bracht den geheelen avond in mijn gezelschap door en scheen
+even kalm als de Middellandsche Zee. Wat mij het meest verwonderde,
+was dat zijn kalmte niets gekunstelds had. Hij was de onverschilligheid
+in eigen persoon. Tegen middernacht gingen we naar huis."
+
+--"Je schijnt je er over te verwonderen, dat ik in mijn toestand
+zoo kalm ben," zeide hij tegen me; "laat ik even een vergelijking
+gebruiken, die, als is zij misschien ook wat triviaal, tenminste de
+verdienste heeft juist te zijn. Mijn hart is als een fontein, waarvan
+de kraan den geheelen nacht open heeft gestaan, 's morgens is er
+geen droppel meer in. Zoo is het nu ook met mijn hart; al de tranen,
+die ik nog had, heb ik vannacht verhuild. Het is vreemd; ik dacht,
+dat ik rijker was aan smartuitingen en nu heeft één lijdensnacht
+mij uitgeput, mij volkomen op het droge gezet. Ik verklaar je op
+mijn eerewoord, dat het zoo is. En in hetzelfde bed, waarin ik den
+afgeloopen nacht naast een vrouw, die als een blok naast me lag, uit
+wanhoop bijna gestorven ben, zal ik straks, terwijl het hoofd van die
+vrouw op het kussen van een ander rust, slapen als een pakjesdrager,
+die een zwaren dag achter den rug heeft."
+
+"Comedie," dacht ik bij mijzelf; "voordat ik goed en wel weg ben,
+loopt hij met zijn hoofd tegen den muur."
+
+"Toch liet ik Rodolphe alleen en ging naar mijn eigen kamer, maar
+slapen deed ik niet. Om drie uur meende ik leven in de kamer van
+Rodolphe te hooren; ik vloog naar beneden in de meening, dat hij aan
+het ijlen was."
+
+"En?" vroeg Mimi.
+
+"Och, beste meid, Rodolphe sliep, het bed was in het geheel niet in
+de war; alles wees erop, dat zijn slaap rustig geweest was en niet
+lang op zich had laten wachten."
+
+"Dat is heel goed mogelijk," vond Mimi; "hij was zoo moe van den
+vorigen nacht ... Maar den volgenden morgen?"
+
+"Den volgenden morgen is Rodolphe mij al heel vroeg komen halen, en
+toen zijn we kamers gaan huren in een ander huis, die we denzelfden
+avond nog betrokken hebben."
+
+"En wat heeft hij gedaan, toen hij de kamer verliet, waarin we samen
+gewoond hebben?" vroeg Mimi; "wat heeft hij gezegd, toen hij scheidde
+van de kamer, waarin hij mij zoo heeft liefgehad?"
+
+"Hij heeft heel kalm zijn boeltje gepakt," antwoordde Marcel; "en
+daar hij in een lade een paar gehaakte handschoenen en twee of drie
+brieven vond, die jij vergeten hadt mede te nemen ...."
+
+"Dat weet ik," viel Mimi hem in de rede op een toon, die scheen te
+willen zeggen: Ik heb ze exprès vergeten, om een souvenir aan me achter
+te laten. "En wat heeft hij er mede gedaan?" voegde zij eraan toe.
+
+"Ik meen me te herinneren, dat hij de brieven in de haard en de
+handschoenen uit het raam gegooid heeft; maar zonder eenig theatraal
+gebaar, zonder pose, op een heel natuurlijke manier, zooals je dat
+doet, wanneer je iets, waar je niets meer aan hebt, weg doet."
+
+"Beste Marcel, uit den grond van mijn hart hoop ik, dat die
+onverschilligheid voortduren zal. Maar eerlijk gezegd, ik geloof niet
+aan een zoo spoedige genezing, en niettegenstaande alles wat je me
+zegt, ben ik er zeker van, dat mijn dichter een gebroken hart heeft."
+
+"Het is best mogelijk," antwoordde Marcel, terwijl hij afscheid nam van
+Mimi; "maar de stukken zijn nog goed, als ik mij niet sterk vergis."
+
+Gedurende dat gesprek op de straat wachtte vicomte Paul op zijn
+nieuwe maîtresse, die veel later dan afgesproken was bij hem kwam en
+allesbehalve vriendelijk tegen den vicomte was. Hij knielde voor haar
+neer en kirde haar zijn lievelingsromance voor: dat zij bekoorlijk
+was, bleek als de maan, zacht als een lam, maar dat hij haar vooral
+liefhad om de schoonheid van haar ziel.
+
+"Ach!" dacht Mimi, terwijl zij de golven van haar bruin haar op de
+sneeuw van haar schouders liet neervallen; "Rodolphe was niet zoo
+exclusief."
+
+
+
+
+II.
+
+Het was, zooals Marcel tegen Mimi gezegd had: Rodolphe scheen radicaal
+genezen te zijn van zijn liefde voor Mademoiselle Mimi, en drie of vier
+dagen na hun scheiding zag men den dichter geheel gemetamorphoseerd
+weer verschijnen. Hij was gekleed met een elegance, die hem zelf
+onherkenbaar voor zijn spiegel moest maken, en niets in of aan hem
+scheen de vrees te rechtvaardigen, dat hij het voornemen had zich te
+storten in de afgronden van het Niet, welk praatje mademoiselle Mimi
+met gehuicheld medelijden ingang trachtte te doen vinden. Rodolphe
+was inderdaad volkomen kalm; hij luisterde, zonder dat er ook maar één
+spier op zijn gelaat vertrok, naar de verhalen, die hem gedaan werden
+over de nieuwe en weelderige levenswijze van zijn vriendinnetje, dat
+er van haar kant een genoegen in vond hem zooveel mogelijk over haar te
+laten inlichten door een jonge vrouw, die haar vertrouwde gebleven was
+en in de gelegenheid verkeerde bijna iederen avond met hem te praten.
+
+"Mimi is erg gelukkig met vicomte Paul," zeide zij tegen den dichter;
+"zij schijnt dol verliefd op hem te zijn; één ding echter verontrust
+haar, zij is n.l. bang, dat gij haar rust zult komen storen door
+achtervolgingen, die echter zeer gevaarlijk voor u zouden zijn,
+want de vicomte aanbidt zijn maîtresse en heeft twee jaar lang de
+schermschool bezocht."
+
+"Zoo!" antwoordde Rodolphe; "zij kan rustig slapen; ik heb heelemaal
+geen lust azijn in het suikerwater van haar wittebroodsweken te
+gieten. En wat haar jeugdigen minnaar betreft, die kan gerust zijn
+degen aan den spijker laten hangen evenals Gastibelza, den man met
+den karabijn. [46]"
+
+Natuurlijk werd Mimi op de hoogte gebracht van de kalmte, waarmede
+haar vroegere minnaar al die bijzonderheden opnam, en van haar kant
+verzuimde zij niet met een schouderophalen te antwoorden:
+
+"Het is goed! We zullen binnenkort wel zien, waar het op uitloopt!"
+
+Intusschen was Rodolphe nog meer dan ieder ander verbaasd over die
+plotselinge onverschilligheid, welke, zonder de gewone phasen van
+droefgeestigheid en melancholie te doorloopen, volgde op de woeste
+stormen, die nog eenige dagen te voren in zijn hart gewoed hadden. De
+vergetelheid, die anders vooral voor ongelukkige verliefden zoo
+langzaam komt; de vergetelheid, die zij luide roepen en die zij
+nog luider terugstooten, wanneer zij haar voelen naderen; deze
+onverbiddelijke troosteresse had zich plotseling en onverwachts,
+zonder dat hij er zich tegen had kunnen verzetten, in Rodolphe's hart
+ingedrongen, en de naam van de vrouw, die hij zoo hartstochtelijk had
+liefgehad, kon nu genoemd worden, zonder in zijn ziel een weerklank te
+vinden. Wonderlijk, Rodolphe, wiens sterk geheugen de herinneringen aan
+dingen, die in de verst verwijderde dagen van het verleden geschied
+waren, en aan personen, die in zijn leven, al was het nog zoo lang
+geleden, een rol gespeeld of op zijn bestaan invloed gehad hadden,
+bewaarde; diezelfde Rodolphe kon, hoe hij zich ook inspande, zich vier
+dagen na de scheiding niet duidelijk de trekken herinneren van zijn
+vriendinnetje, dat met haar blanke, zachte handjes zijn leven bijna
+gebroken had. De zachte oogen, in wier schittering hij zoo dikwijls
+ingeslapen was, kon hij zich niet meer voor den geest roepen. Hij
+herinnerde zich zelfs den klank der stem niet meer, wier uitbarstingen
+van woede of verliefd gefluister hem tot waanzin brachten.
+
+Een van zijn vrienden, ook een dichter, die hem sinds zijn
+echtscheiding niet gezien had, zag hem op een avond blijkbaar in droeve
+gedachten verzonken met groote passen op straat op en neer loopen.
+
+"Zoo, ben jij daar!" zeide de dichter, terwijl hij Rodolphe de hand
+toestak en hem nieuwsgierig opnam.
+
+Daar hij zag, dat Rodolphe een bedroefd gezicht zette, meende hij
+hem wat moed te moeten inspreken:
+
+"Kom, kerel, moed! Ik weet, dat dergelijke dingen zwaar te dragen zijn,
+maar het had er toch eenmaal toe moeten komen. Beter nu dan later! En
+binnen drie maanden ben je weer heelemaal genezen!"
+
+"Wat voor een dwaasheid sta je toch uit te slaan?" zeide Rodolphe;
+"ik ben niet ziek."
+
+"Kom," antwoordde de ander, "houd je nou maar zoo groot niet. Ik ken
+de heele geschiedenis, en al kende ik die niet, dan zou ik die toch
+op je gezicht kunnen lezen."
+
+"Pas op, kerel, je vergist je!" zeide Rodolphe; "weliswaar ben ik
+vanavond een beetje mismoedig, waar wat de oorzaak daarvan betreft,
+sla je de plank heelemaal mis."
+
+"Ach, Rodolphe, waarom strijdt je toch zoo tegen? Het is heel
+natuurlijk; een liaison, die bijna twee jaar geduurd heeft, breek je
+niet zoo maar zonder kleerscheuren af."
+
+"Dat zeggen jullie allemaal!" zeide Rodolphe ongeduldig; "maar jullie
+hebt het allemaal op mijn woord van eer mis. Ik ben erg bedroefd en
+zie er misschien ook zoo uit, dat is mogelijk; maar ik ben het alleen
+maar, omdat mijn kleermaker mij vandaag mijn nieuwe pak zou bezorgen
+en het niet gedaan heeft. Zie je, daarom heb ik het land."
+
+"Grappenmaker, grappenmaker!" zeide de ander lachend.
+
+"Waarachtig niet, ik ben ernstig, doodernstig. Luister maar even naar
+mijn redeneering."
+
+"Nou ik luister: bewijs mij eens hoe je redelijkerwijze zoo'n bedroefd
+gezicht kunt zetten, omdat een kleermaker je pak niet thuisbezorgd
+heeft. Ga je gang, en laat eens hooren."
+
+"Je weet toch," zeide Rodolphe, "dat kleine oorzaken groote gevolgen
+kunnen hebben. Ik moest vanavond een zeer gewichtig bezoek afleggen
+en dat kan ik nu niet doen, omdat ik geen fatsoenlijk pak heb. Begrijp
+je het nu?"
+
+"Neen, volstrekt nog niet. Ik zie tot op dit oogenblik geen voldoende
+motief, om zoo het land te hebben. Je vindt het vervelend ..... omdat
+..... kort en goed, je lijkt wel dwaas, om me zoo iets op de mouw te
+willen spelden. Dat is mijn meening."
+
+"Kerel, je bent al bliksems halsstarrig. Je hebt altijd reden om het
+land te hebben, wanneer je een gelukje of zelfs maar een pleiziertje
+misloopt, omdat het dan zoo goed als onherroepelijk verloren is, want
+het is meestal zelfbedrog als je tegen je zelf zegt: "Ik zal het een
+anderen keer wel inhalen!" Maar om kort te gaan, ik had vanavond een
+rendez-vous met een jong meisje: ik zou haar ontmoeten in een huis,
+vanwaar ik haar misschien mee naar mijn kamer genomen zou hebben,
+als het korter was dan om naar de hare te gaan, en misschien ook wel,
+al was het langer. In dat huis nu wordt vanavond een soirée gegeven,
+een soirée waarop je alleen maar in rok kunt komen; ik heb geen rok,
+mijn kleermaker moest mij er een brengen; hij brengt dien rok niet, dus
+kan ik ook niet naar de soirée gaan; dus ontmoet ik het jonge meisje
+niet, dat nu misschien een ander ontmoet; dus breng ik haar noch naar
+mijn kamer noch naar de hare, waarheen ze nu misschien door een ander
+gebracht wordt. Zooals ik al zeide, loop ik derhalve een gelukje of
+een pleiziertje mis; derhalve heb ik het land; derhalve zie ik eruit,
+alsof ik het land heb; derhalve is de heele zaak heel natuurlijk."
+
+"Nou goed dan," zeide de vriend. "Derhalve ben je nauwelijks met je
+eenen voet uit de hel, of je stapt met je anderen weer in een nieuwe;
+maar, waarde vriend, toen ik je hier in de straat zag, maakte het
+toch precies den indruk, alsof je hier liept te schilderen."
+
+"Dat deed ik ook," antwoordde Rodolphe.
+
+"Maar het is toch wel heel toevallig, dat dit juist gebeurt in het
+stadsdeel, waarin je vroeger vriendinnetje woont: wat bewijst mij,
+dat je niet op haar wacht?"
+
+"Hoewel ik van haar gescheiden ben, hebben particuliere redenen mij
+genoopt in dit stadsgedeelte te blijven wonen; maar al zijn we bijna
+buren, toch zijn we even ver van elkaar verwijderd, alsof zij zich
+aan de Noord- en ik mij aan de Zuidpool bevond. Bovendien zit mijn
+vroegere maîtresse op dit oogenblik in het hoekje van den haard en
+neemt les in de Fransche taal bij vicomte Paul, die haar door middel
+van de orthographie op het pad der deugd wil terugbrengen. Lieve
+Hemel, wat zal hij haar verwennen! Enfin, dat is zijn zaak, nu hij de
+hoofdredacteur van zijn geluk is! Je ziet dus, dat je opmerkingen meer
+dan onzinnig zijn, en dat ik, verre van het uitgewischte spoor van mijn
+oude liefde weer te willen zoeken, juist een nieuwe op het spoor ben,
+die reeds in mijn nabijheid woont en nog dichter bij mij komen zal,
+want ik ben volkomen bereid haar een eind weegs tegemoet te gaan,
+en als zij dat ook wil doen, zal het niet lang duren voor we het
+eens zijn."
+
+"Ben je dus werkelijk alweer verliefd?" vroeg de dichter.
+
+"Dat ligt nu eenmaal in mijn natuur," antwoordde Rodolphe; "mijn
+hart lijkt op een woning, die je dadelijk te huur hangt, zoodra de
+bewoner heeft opgezegd. Wanneer een liefde mijn hart verlaat, hang
+ik een bordje uit, om een andere te krijgen. De kamers zijn bovendien
+prettig om te bewonen en pas gerepareerd."
+
+"En wie is die nieuwe afgod? Waar en wanneer heb je ze leeren kennen?"
+
+"Laat ik het je regelmatig vertellen," zeide Rodolphe. "Toen Mimi
+me verlaten had, was ik er vast van overtuigd, dat ik nooit van
+mijn leven weer verliefd zou worden, en geloofde ik in allen ernst,
+dat mijn hart van uitputting of ouderdomszwakte of wat je maar wilt
+gestorven was. Het had zoo hard en zoo lang geklopt, dat dit zeer
+goed mogelijk was. Kortom ik waande het dood, morsdood, zòò dood,
+dat ik erover dacht het net als Marlborough te begraven. Bij die
+gelegenheid gaf ik een klein begrafenisdinertje, waarop ik enkele
+van mijn intieme vrienden inviteerde. De gasten moesten een bedroefd
+gezicht trekken en de flesschen hadden een rouwfloers over de hals."
+
+"En waarom heb je mij niet gevraagd?"
+
+"Neem me niet kwalijk, maar ik wist het adres van de wolk, waarop je
+troont, niet."
+
+"Nou enfin, vertel maar verder!"
+
+"Een van de gasten had een jong meisje meegebracht, dat ook kort
+geleden door haar minnaar verlaten was. Een van mijn vrienden, die heel
+goed op de violoncel der sentimentaliteit speelt, vertelde haar mijn
+geschiedenis. Hij schilderde de jonge weduwe de goede hoedanigheden
+van mijn hart, dien armen doode, dien we juist wilden gaan begraven,
+en noodigde haar ten slotte uit een dronk te wijden aan zijn eeuwige
+rust. Doch haar glas opheffende zeide zij: "Integendeel, ik drink op
+zijn voortdurende gezondheid!" En bij die woorden wierp zij mij een
+blik toe, om een doode weer levend te maken, zooals men dat noemt, en
+hier kon men dat met recht zeggen, want nauwelijks had zij haar toast
+uitgebracht, of ik voelde, dat mijn hart het O Filii der Opstanding
+begon aan te heffen. Wat hadt jij in mijn plaats gedaan?"
+
+"Dat is ook een vraag!.... hoe heet zij?"
+
+"Dat weet ik zelf niet, en ik zal haar naam niet vragen, voordat we ons
+contract teekenen. Ik weet wel, dat ik volgens het inzicht van sommige
+menschen den wettelijken treurtermijn nog niet geheel doorloopen heb,
+maar ik heb aan mezelf dispensatie gevraagd en.... . verleend. Wat ik
+wel weet, is dat mijn aanstaande als bruidschat vroolijkheid, die de
+gezondheid is van den geest, en gezondheid, die de vroolijkheid van
+het lichaam is, zal medebrengen."
+
+"Is zij knap?"
+
+"Heel knap, vooral haar tint is mooi; je zoudt bijna denken, dat zij
+zich 's ochtends met het palet van Watteau schminkt.
+
+Elle est blonde, mon cher, et ses regards vainqueurs Allument
+l'incendie aux quatre coins des coeurs.
+
+Getuige het mijne!"
+
+"Een blondine? Dat verwondert me van jou!"
+
+"Ja ik heb genoeg van ivoor en ebbenhout, ik ga over tot de blondines."
+
+En al luchtsprongen makend, begon Rodolphe te zingen:
+
+
+ "Et nous chanterons à la ronde,
+ Si, vous voulez,
+ Que je l'adore, et qu'elle est blonde
+ Comme les blés."
+
+
+"Arme Mimi!" zeide de vriend; "zoo gauw vergeten!"
+
+Deze naam deed Rodolphe's uitbundigheid dadelijk verstommen en gaf aan
+het gesprek plotseling een andere wending. Rodolphe gaf zijn vriend
+een arm en vertelde hem uitvoerig de oorzaken van zijn breuk met Mimi;
+den angst, die zich van hem meester had gemaakt, toen zij hem had
+verlaten; hoe ontroostbaar hij geweest was, omdat hij meende, dat zij
+al zijn levenskracht en liefde met zich medegenomen had; en hoe hij
+twee dagen later tot de ontdekking gekomen was, dat hij zich vergist
+had, toen hij voelde, hoe het kruit van zijn hart, dat door zooveel
+snikken en tranen nat geworden was, onder den eersten van jeugd en
+hartstocht fonkelenden blik voor de eerste vrouw, die hij ontmoette,
+weer warm geworden was, vuur had gevat en ontploft was. Hij schilderde
+hem den plotselingen en geweldigen ommekeer, dien de vergetelheid,
+zonder dat hij die te hulp had geroepen, in hem veroorzaakt had,
+en hoe de smart in hem gestorven en in die vergetelheid begraven was.
+
+"Is het geen wonder?" vroeg hij aan den dichter.
+
+Doch deze, die alle smartelijke hoofdstukken van een ongelukkige
+liefde uit eigen ervaring kende, antwoordde:
+
+"Welneen, beste kerel, er gebeuren geen wonderen meer, noch voor jou
+noch voor anderen. Wat jou nu overkomt is mij ook overkomen. Wanneer
+de vrouwen, die wij liefhebben, onze maîtressen worden, houden zij
+op voor ons te zijn wat zij in werkelijkheid zijn. Wij zien ze dan
+niet alleen meer met de oogen van den minnaar, maar ook met die van
+den dichter. Zooals de schilder om een ledepop het keizerlijke purper
+of den met sterren bezaaiden sluier van een heilige jonkvrouw hangt,
+hebben wij altijd magazijnen vol schitterende mantels en verblindend
+witte gewaden, die we onverstandige, onbevallige of kwaadaardige
+schepselen om de schouders werpen; en wanneer zij dan zoo gekleed
+zijn in het kostuum, waarin onze ideale geliefden ons in het azuur
+van onze droomen verschenen, dan laten wij ons door deze vermomming
+om den tuin leiden. Wij belichamen onzen droom in de eerste de beste
+vrouw, tegen wie wij onze taal spreken, en die ons niet begrijpt.
+
+"En wanneer dan zoo'n schepsel, dat wij aanbidden en aan wiens voeten
+wij nederknielen, zichzelf het goddelijk omhulsel, waaronder wij het
+verborgen hadden, afrukt, om ons des te beter haar lage natuur en haar
+gemeene instincten te laten zien; wanneer zoo'n vrouw onze hand op haar
+hart legt, waarin niets meer klopt en misschien nooit iets geklopt
+heeft; wanneer zij haar sluier wegslaat en ons haar doffe oogen,
+haar bleeke lippen en haar verwelkte trekken zien laat, dan hullen
+wij haar weer in dien sluier en roepen uit: "Gij liegt, gij liegt! Ik
+heb je lief en gij hebt mij lief! Die witte boezem is het omhulsel
+van een hart, dat nog in de volle kracht van zijn jeugd is; ik heb je
+lief en gij hebt mij lief! Gij zijt mooi, gij zijt jong! Onder in al
+je gebreken leeft nog de liefde. Ik heb je lief en gij hebt mij lief!
+
+"Ten slotte echter--o, heelemaal ten slotte--bemerken wij, nadat wij
+ons vergeefs een driedubbele blinddoek voor de oogen gebonden hebben,
+dat wij zelfs de slachtoffers van onze dwalingen geworden zijn en
+jagen wij de ellendige weg, die den dag tevoren nog onze afgod was
+geweest; wij nemen dan den gouden sluier van onze poëzie terug, om
+ze den volgenden dag weer te werpen over de schouders van een nieuwe
+onbekende, die onmiddellijk haar plaats als stralenomkranst afgodsbeeld
+inneemt. En zoo zijn wij allen--vreeselijke egoisten bovendien, die de
+liefde liefhebben ter wille van de liefde; je begrijpt, wat ik bedoel;
+en wij drinken dien goddelijken nektar uit het eerste het beste glas,
+getrouw aan de spreuk:
+
+"Qu'importe le flacon, pourvu qu'on ait l'ivresse!"
+
+"Wat je daar zegt is even waar, als tweemaal twee vier is," zeide
+Rodolphe tot den dichter.
+
+"Ja," antwoordde deze, "het is waar en treurig, zooals bijna alle
+waarheden. Bonsoir."
+
+
+
+Twee dagen later hoorde mademoiselle Mimi, dat Rodolphe een nieuw
+vriendinnetje had. Zij informeerde echter verder slechts naar één ding,
+n.l. of hij haar even dikwijls de hand kuste als haarzelf vroeger.
+
+"Even dikwijls!" antwoordde Marcel. "En bovendien kust hij ook haar
+haren, het eene na het andere, en zij zullen zòò lang bij elkaar
+blijven, tot hij ze alle gekust heeft."
+
+"Hè!" antwoordde Mimi, terwijl ze met beide handen door haar haar
+streek; "gelukkig maar, dat hij zich niet in zijn hoofd gehaald heeft
+met mij hetzelfde te doen, anders waren we ons leven lang bij elkaar
+gebleven. Geloof je overigens werkelijk, dat hij heelemaal niet meer
+van me houdt?"
+
+"Ach!.... En houdt jij nog van hem?"
+
+"Ik heb nooit van hem gehouden!"
+
+"Dat is wel waar, Mimi, je hebt van hem gehouden op het oogenblik,
+dat het hart van een vrouw op zijn goede plaats zit. Je hebt van
+hem gehouden--spreek dat niet tegen, want juist daarin ligt je
+rechtvaardiging."
+
+"Bah!" zeide Mimi; "hij houdt nu van een ander!"
+
+"Dat is zoo!" zeide Marcel, "maar dat doet aan de andere zaak niets
+af. Later zal de herinnering aan jou voor hem zijn als die bloemen,
+welke men frisch en geurend tusschen de bladeren van een boek legt,
+en die men veel, heel veel later terugvindt, verwelkt, verkleurd en
+dood, maar toch nog altijd met een onbestemden geur van haar eerste
+frischheid."
+
+
+
+Op een avond, dat Mimi zacht een melodie neuriede, vroeg vicomte
+Paul haar:
+
+"Wat zing je daar, lieveling?"
+
+"De lijkrede van onze liefde, die mijn vroegere minnaar Rodolphe
+onlangs gedicht heeft."
+
+En zij zong:
+
+
+ "Je n'ai plus le sou, ma chère, et le Code,
+ Dans un cas pareil, ordonne l'oubli;
+ Et sans pleurs, ainsi qu'une ancienne mode,
+ Tu vas m'oublier, n'est-ce pas, Mimi?
+
+ C'est égal, vois-tu, nous aurons, ma chère,
+ Sans compter les nuits, passé d'heureux jours,
+ Ils n'ont pas duré longtemps; mais qu' y faire?
+ Ce sont les plus beaux qui sont les plus courts."
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXI.
+
+ROMEO EN JULIA.
+
+
+Mooi als een plaatje uit zijn tijdschrift l'Echarpe d'Iris, met
+nieuwe handschoenen, elegante schoenen, gladgeschoren, gefriseerd,
+opgedraaide snorpunten, een wandelstokje in de hand, een monocle in
+het oog, stralend en verjongd stond onze vriend, de dichter Rodolphe
+op een Novemberavond op den boulevard op een rijtuig te wachten,
+waarmede hij zich naar huis wilde laten brengen.
+
+Rodolphe wachten op een rijtuig? Welk een ommekeer was er plotseling
+in zijn particulier leven gekomen?
+
+Op hetzelfde uur, dat de als het ware gemetamophorseerde dichter, een
+grooten regalia in den mond, zijn snor opdraaide en de blikken der
+dames trok, kwam een vriend van hem denzelfden boulevard langs. Het
+was de wijsgeer Colline. Rodolphe zag hem in de verte aankomen en
+herkende hem dadelijk; trouwens wie, die hem ook maar éénmaal in zijn
+leven gezien had, zou hem niet herkennen? Colline was als gewoonlijk
+belast en beladen met een dozijn oude boeken. In zijn onsterfelijken
+bruinen paletot, welks onverslijtbaarheid de veronderstelling,
+dat hij door de Romeinen gemaakt was, rechtvaardigde, en met zijn
+beroemden, breedgeranden hoed, die op een vilten koepel geleek,
+waaronder een zwerm hyperphysische droomen door elkaar krioelde,
+en die den bijnaam had van de "stormhoed van den Mambrin der moderne
+philosophie", liep Gustave Colline langzaam voort en declameerde voor
+zichzelf zacht de voorrede van een werk, dat sedert drie maanden ter
+perse lag ..... in zijn verbeelding. Zoo kwam hij langzamerhand bij
+den plek, waar Rodolphe stond te wachten; hij meende hem te herkennen,
+maar de buitengewone elegance van den dichter bracht den wijsgeer in
+twijfel en onzekerheid.
+
+"Rodolphe met handschoenen en een wandelstok! Een chimère! Een
+utopie! Een verstandsverbijstering! Rodolphe, die al even weinig haren
+heeft als de gelegenheid, gefriseerd! Waar zitten mijn oogen? Bovendien
+is mijn ongelukkige vriend op dit oogenblik druk bezig met het
+dichten van klaagliederen over het vertrek van zijn Mimi, die hem,
+naar ik heb hooren vertellen, heeft laten zitten.
+
+Intusschen was Colline, toen hij vlak bij Rodolphe stil bleef staan,
+wel genoodzaakt zich door de werkelijkheid der feiten te laten
+overtuigen; het was inderdaad Rodolphe, gefriseerd, met een wandelstok
+en handschoenen; het was onmogelijk, maar het was waar.
+
+"Alle duivels," riep Colline; "ik vergis me niet; jij bent het,
+het kan niet missen, ik ben er zeker van."
+
+"Ik ook," antwoordde Rodolphe.
+
+Colline begon nu zijn vriend van top tot teen op te nemen en zette
+daarbij een gezicht zooals de hofschilder Lebrun het geschilderd had,
+om de allergrootste verbazing uit te drukken. Maar plotseling ontdekte
+hij twee heel bijzondere dingen, die Rodolphe bij zich had, n.l. 1o
+een touwladder en 2o een kooitje, waarin een vogel rondvloog. Toen
+Colline die dingen zag, drukte zijn physionomie een gevoel uit, dat
+de hofschilder Lebrun op zijn doek der "Menschelijke Hartstochten"
+vergeten heeft weer te geven.
+
+"Kom," zeide Rodolphe tot zijn vriend; "ik heb de nieuwsgierigheid
+van je geest heel duidelijk door het venster van je oogen zien gluren;
+ik zal ze bevredigen; maar laten wij niet zoo hier op straat blijven;
+het is zoo koud, dat vraag en antwoord zouden bevriezen."
+
+En zij gingen een café binnen.
+
+Colline's oogen waren geen moment van den touwladder af, evenmin als
+van het kooitje, waarin de vogel, die door de warmte van het café wat
+fleuriger werd, begon te zingen in een taal, welke Colline, die toch
+een polyglot was, niet kende.
+
+"Vertel me nu eindelijk eens," vroeg Colline op den touwladder wijzend,
+"wat dat is?"
+
+"Een verbinding tusschen mijn geliefde en mij," antwoordde Rodolphe
+met den klank van een mandoline in zijn stem.
+
+"En dat?" vroeg de wijsgeer met een blik op den vogel.
+
+"Dat," zeide de dichter en zijn stem werd zacht als een lentebriesje;
+"dat is een klok."
+
+"Spreek toch zonder gelijkenissen, in alledaagsch proza, maar
+duidelijk!"
+
+"Goed. Heb je Shakespeare gelezen?"
+
+"En of! To be or not to be. Een groot philosoof.... Of ik hem
+gelezen heb!"
+
+"Herinner je je Romeo en Julia?"
+
+"Dat zou ik denken!" zeide Colline.
+
+En hij begon te reciteeren:
+
+
+ "It is not yet near day;
+ It was the nightingale, and not the lark,
+ That pierc'd the fearful hollow of thine ear. [47]
+
+
+"Ja hoor, ik herinner me Romeo en Julia best. En verder?"
+
+"Wat?" zeide Rodolphe, op den touwladder en den vogel wijzend, "begrijp
+je het nu nog niet? Ik ben verliefd, kerel, verliefd op een meisje,
+dat Julia heet!"
+
+"Nou, en verder?" vroeg Colline ongeduldig.
+
+"Welnu, daar mijn nieuwe geliefde Julia heet, heb ik het plan gevormd
+met haar het drama van Shakespeare nogmaals op te voeren. In de eerste
+plaats heet ik niet meer Rodolphe, maar Romeo Montague, en je zult me
+zeer verplichten mij in het vervolg zoo te noemen. Bovendien heb ik,
+opdat iedereen het zal weten, nieuwe visitekaartjes laten drukken. Maar
+dat is niet alles: ik zal van de omstandigheid, dat we nog niet in
+den carnavalstijd zijn, gebruik maken, om een fluweelen wambuis en
+een degen te dragen."
+
+"Om Tybalt te dooden?" vroeg Colline.
+
+"Precies," antwoordde Rodolphe. "Kort en goed, deze touwladder moet
+dienen, om binnen te komen bij mijn geliefde, die toevallig een balcon
+voor haar kamer heeft."
+
+"Maar die vogel, die vogel?" bleef Colline aandringen.
+
+"Wel, die vogel is een duif en moet de rol spelen van nachtegaal
+door iederen ochtend precies het oogenblik aan te geven, waarop mijn
+geliefde, uit wier omarming ik mij losmaken wil, haar armen om mijn
+hals slaan en juist zooals in de balconscène zeggen zal: "Neen, het
+is nog niet de dag, het was de nachtegaal ....." d.w.z.: "Neen , het
+is nog geen elf uur, het is vuil op straat, ga nog niet weg, het is
+zoo lekker hier." Om de illusie volkomen te maken, zal ik probeeren
+een min te krijgen en die ter beschikking van mijn geliefde stellen;
+en ik hoop, dat de kalender zoo goedgunstig zal zijn om mij nu en
+dan, wanneer ik het balcon van mijn Julia beklim, wat maneschijn te
+verleenen. Wat zeg je van mijn plan, philosoof?"
+
+"Heel aardig," antwoordde Colline; "maar wil je me misschien ook
+het mysterie van dit prachtige omhulsel, dat je onherkenbaar maakt,
+ontsluieren? .... Ben je millionair geworden?"
+
+Rodolphe gaf geen antwoord, maar wenkte een kellner en gaf hem
+onverschillig een louis met de woorden:
+
+"Houd maar af!"
+
+Dan sloeg hij op zijn vestjeszakje, dat begon te zingen.
+
+"Heb je soms een klokketoren in je zak, dat het daar zoo luidt?"
+
+"Een paar louis maar."
+
+"Echte louis d'or?" zeide Colline met een van verbazing gesmoorde
+stem. "Laat mij eens kijken, hoe die eruit zien!"
+
+Dan scheidden de beide vrienden, Colline, om Rodolphe's schatten en
+nieuwe liefde verder uit te bazuinen, Rodolphe om naar huis te gaan.
+
+In de week, die gevolgd was op den tweeden breuk met Mimi, had zich
+het volgende afgespeeld.
+
+Toen de dichter met zijn vriendinnetje gebroken had, voelde hij
+behoefte om van omgeving te veranderen en verliet hij met zijn vriend
+Marcel het sombere hôtel garni, welks eigenaar de beide heeren zonder
+al te veel spijt zag heengaan. Zooals wij reeds verteld hebben, gingen
+zij samen een ander onderdak zoeken en huurden twee kamers in hetzelfde
+huis en op dezelfde verdieping. De door Rodolphe gekozen kamer was
+veel geriefelijker dan al degene, die hij vroeger bewoond had. Er
+stonden bijna werkelijke meubels in; met name een canapé met een rood
+overtrek, dat fluweel moest voorstellen, welke stof echter in geen
+enkel opzicht het spreekwoord: "Doe wat ge moet" in praktijk bracht.
+
+Op den schoorsteen flankeerden twee porceleinen vazen met bloemen en
+een albasten pendule met afschuwlijke versieringen. Rodolphe zette
+de vazen in een kast en verzocht den huisheer, toen deze de pendule
+kwam opwinden, dat liever niet te doen.
+
+"De pendule mag voor mijn part op den schoorsteen blijven staan," zeide
+hij, "maar alleen als kunstvoorwerp; zij staat nu op middernacht,
+dat is een mooi uur; zij moet er dus op blijven staan. Zoodra zij
+vijf minuten later wijst, ga ik verhuizen ..... Een pendule!" ging
+Rodolphe, die zich nooit aan de tyrannie van een wijzerplaat had
+kunnen onderwerpen, tot zichzelf sprekende, voort; "een pendule is een
+verbitterde vijand , die je onverbiddelijk je bestaan uur voor uur,
+minuut voor minuut voortelt en je ieder oogenblik zegt: "Daar is weer
+een deel van je leven voorbij!" O, ik zou niet rustig kunnen slapen
+in een kamer, waarin een van die martelwerktuigen staat, in welker
+nabijheid zorgeloosheid en droomen onmogelijk zijn .... Een pendule,
+waarvan de wijzers zich verlengen tot aan je bed en je 's ochtends,
+wanneer je in een heerlijken sluimer ligt, komen prikken ..... Een
+pendule, die je steeds toeroept: "ding, ding, ding! Het is tijd,
+om te gaan werken, maak je los uit de armen van je heerlijken droom,
+onttrek je aan de liefkozingen van je visioenen (en soms aan die van
+werkelijkheden). Zet je hoed op, trek je schoenen aan, het is koud, het
+regent, ga aan je werk, het is tijd, ding, ding" ..... Een kalender is
+al meer dan mooi .... Mijn pendule moet verlamd blijven, anders ...."
+
+Gedurende dezen monoloog onderwierp Rodolphe zijn nieuwe kamer aan een
+nauwgezette inspectie en voelde daarbij in zich die heimelijke onrust,
+welke zich bijna altijd van ons meester maakt, wanneer we een nieuwe
+woning betrekken.
+
+"Ik heb," dacht hij bij zichzelf, "opgemerkt, dat de kamers, die we
+bewonen, een geheimzinnigen invloed uitoefenen op onze gedachten en
+derhalve ook op onze daden. Deze kamer hier is kil en stil als een
+graf. Indien hier ooit vroolijkheid heerschen zal, dan moet zij van
+buitenaf worden ingevoerd; en ook dan zal zij hier niet lang blijven,
+want onder dezen lagen zolder, die koud en grijs als een sneeuwlucht
+is, moet de lach zónder echo sterven. O wee, hoe zal mijn leven
+tusschen deze vier muren zijn!"
+
+
+
+Eenige dagen later echter was deze zoo trieste kamer verlicht en
+weerklonk van vroolijk gelach: Rodolphe gaf een inwijdingsfeest, en
+de talrijke ledige flesschen verklaarden meer dan genoeg de opgewekte
+stemming der gasten. De dichter zelf had zich door de aanstekelijke
+vroolijkheid der feestgenooten laten medesleepen. Hij zat met een
+jong meisje, dat het toeval hier gebracht en waar hij dadelijk
+beslag op gelegd had, in een hoek en flirtte met haar met woorden
+en handbewegingen. Tegen het einde van het feest was hij al zoover,
+dat hij een rendez-vous met haar had voor den volgenden dag.
+
+"Zoo," zeide hij tot zichzelf, toen hij weer alleen was, "deze
+avond is nog al aardig geslaagd. Mijn verblijf hier is onder goede
+voorteekenen begonnen."
+
+Den volgenden dag kwam Julia op het afgesproken uur bij hem. De avond
+ging geheel weg met verklaringen en uitleggingen. Julia had gehoord,
+dat Rodolphe kort geleden gebroken had met het blauwoogige meisje,
+waar hij zooveel van gehouden had; zij wist ook, dat Rodolphe na de
+eerste scheiding haar weer teruggenomen had, en was daarom bang het
+slachtoffer van een nieuwe verzoening te zullen worden.
+
+"Want, zie je," zeide zij met een aardig en schalksch gebaartje,
+"ik voel er heelemaal niets voor een belachelijke rol te spelen. Ik
+zeg je vooruit, dat ik niet makkelijk ben; ben ik hier eenmaal de
+vrouw des huizes"--en met een guitigen blik onderstreepte zij de
+beteekenis, die zij aan deze laatste woorden gaf--"dan blijf ik het
+en sta ik mijn plaats niet af."
+
+Rodolphe riep al zijn welsprekendheid te hulp om haar te overtuigen,
+dat haar vrees ongegrond was, en daar het jonge meisje van haar kant
+niets liever wilde dan overtuigd worden, waren zij het heel gauw
+eens. Doch die eensgezindheid hield weer op, toen het twaalf uur was,
+want Rodolphe wilde, dat Julia bleef, terwijl zij naar huis wilde gaan.
+
+"Neen!" zeide zij, toen hij bleef aandringen. "Waarom zouden we ons
+zoo haasten? Wij komen nog altijd vroeg genoeg waar we wezen willen,
+als jij tenminste niet blijft staan. Morgen kom ik terug."
+
+En zoo kwam zij een week lang iederen avond terug, om weer weg te gaan,
+zoodra het twaalf uur sloeg.
+
+Rodolphe vond dien langzamen voortgang volstrekt niet vervelend. Hij
+behoorde in het land der liefde of verliefdheid tot die soort van
+reizigers, die de reis rekken en schilderachtig trachten te maken. Deze
+kleine sentimenteele inleiding voerde hem echter ten slotte verder
+dan hij eigenlijk wilde gaan. En ongetwijfeld had mademoiselle Julia
+deze taktiek toegepast met het oogmerk hem tot dat punt te brengen,
+waarop verliefdheid, gerijpt door den tegenstand, op liefde begint
+te gelijken.
+
+Iederen keer, dat zij den dichter opzocht, merkte Julia in wat hij
+tot haar zeide, een grootere innigheid, een duidelijker uitgesproken
+gevoel op. Wanneer zij wat laat was, maakte zich die kenteekenende
+onrust van hem meester, welke het jonge meisje in verrukking bracht;
+en hij schreef haar zelfs brieven, welker bewoordingen haar reden gaven
+te hopen, dat zij weldra zijn wettige "vrouw des huizes" zou worden.
+
+Toen Marcel, die zijn vertrouwde gebleven was, bij toeval eens een
+van die epistels gelezen had, vroeg hij lachend:
+
+"Zijn dat stijloefeningen, of meen je werkelijk wat je schrijft?"
+
+"Waarachtig, ik meen het," antwoordde Rodolphe; "en het verwondert
+me zelf ook wel een beetje, maar toch is het zoo. Acht dagen geleden
+was ik in een zeer droefgeestige stemming. Die stilte en die kalmte,
+die zoo plotseling en onmiddellijk op de stormen van mijn vroeger leven
+gevolgd waren, maakten mij vreeselijk van streek, maar heel onverwacht
+kwam Julia. Ik hoorde in mijn ooren de fanfares van een vroolijkheid
+van een twintig-jarige weerklinken. Ik zag voor mij een frisch
+gezichtje, lachende oogen, een mondje om te kussen, en langzamerhand
+heb ik mij laten medevoeren op die helling der verliefdheid, welke
+mij misschien tot liefde leiden zal. Ik heb graag lief."
+
+Intusschen begon Rodolphe al heel gauw te merken, dat het slechts
+van hem afhing, om een slot te maken aan dezen roman, en was toen op
+het denkbeeld gekomen Shakespeare's Romeo en Julia te monteeren. Zijn
+toekomstige geliefde vond het een aardig idee en had haar medewerking
+toegezegd.
+
+De repetitie van de balconscène was vastgesteld juist op denzelfden
+avond, dat de wijsgeer Colline Rodolphe op straat ontmoette. De
+dichter had even te voren den zijden touwladder gekocht, waarmede
+hij op het balcon van Julia wilde klimmen. Daar de vogelkoopman geen
+nachtegaal voorhanden had, nam hij er een duif voor in de plaats, die,
+naar hem verzekerd werd, iederen ochtend bij het opgaan der zon zong.
+
+Op zijn kamer gekomen, bedacht de dichter, dat een hemelvaart per
+touwladder nu niet zoo heel gemakkelijk was en dat het derhalve
+wenschelijk was de balconscène vooruit in te studeeren, als hij niet,
+behalve de kans om te vallen, ook het gevaar wilde loopen, belachelijk
+en onhandig te schijnen in de oogen van haar, die hem wachtte. Hij
+sloeg dus twee spijkers diep in het plafond, maakte daaraan den
+touwladder vast en gebruikte de twee uren, die nog voor hem lagen,
+voor gymnastische oefeningen. Na talrijke vergeefsche pogingen slaagde
+hij er ten slotte in zoo goed en zoo kwaad als het ging twaalf sporten
+hoog te klimmen.
+
+"Ziezoo," zeide hij tot zichzelf; "nu ben ik zeker van mijn zaak;
+trouwens als ik onderweg blijf steken, zal de liefde mij vleugels
+geven."
+
+En met zijn touwladder en zijn duivenkooitje ging hij op weg naar
+Julia, die dicht in zijn buurt woonde. Haar kamer lag achter in een
+kleinen tuin en had inderdaad een balcon. Doch helaas, deze kamer
+bevond zich op den rez-de-chaussée en van den grond af kon men
+makkelijk zoo op het balcon stappen.
+
+Toen Rodolphe deze terreingesteldheid, welke zijn poëtisch klimplan
+in duigen deed vallen, zag, was hij zeer teneergeslagen.
+
+"Het zij zoo," zeide hij tot Julia; "wij kunnen de balconscène daarom
+toch wel opvoeren. Deze vogel hier zal ons morgen vroeg met zijn
+welluidende stem uit onzen sluimer wekken en ons precies het oogenblik
+kond doen, waarop wij met wanhoop in onze ziel moeten scheiden."
+
+En met deze woorden hing Rodolphe zijn kooitje in een hoekje van
+de kamer.
+
+Den volgenden ochtend om vijf uur vervulde de duif op tijd haar plicht
+en de kamer met een langaangehouden gekir, dat de twee geliefden
+zeker gewekt zou hebben, als zij geslapen hadden.
+
+"Welnu," zeide Julia, "thans is het oogenblik gekomen om naar het
+balcon te gaan en wanhopig afscheid te nemen."
+
+"De duif gaat voor," zeide Rodolphe; "wij zijn in November en dan
+gaat de zon pas om twaalf uur op."
+
+"Dat komt er niet op aan," zeide Julia; "ik sta op!"
+
+"En waarom?"
+
+"Ik heb een leeg gevoel in mijn maag en zou graag wat eten."
+
+"Het is merkwaardig, zooals onze sympathieën overeenstemmen, ik heb
+ook zoo'n gruwelijken honger," zeide Rodolphe, die nu ook opstond en
+zich vlug aankleedde.
+
+Intusschen had Julia reeds vuur aangelegd en keek nu of er nog wat
+in het buffet te vinden was; Rodolphe hielp haar zoeken.
+
+"Hier," zeide hij; "uien!"
+
+"En spek!"
+
+"En boter!"
+
+"En brood!"
+
+"Maar dat is ook alles."
+
+Gedurende dezen onderzoekingstocht kirde de optimistische duif niets
+vermoedend voort.
+
+Romeo keek Julia aan, Julia Romeo, en beiden de duif.
+
+Zij spraken geen woord, maar met dien blik was het vonnis over de
+klok-duif geveld. Hooger beroep en cassatie zou haar niet geholpen
+hebben--honger is een wreede raadgever.
+
+Rodolphe liet het spek in de sissende boter opkomen. Hij trok een
+ernstig en plechtig gezicht.
+
+Julia maakte in een droefgeestige stemming de uien schoon.
+
+De duif kirde nog steeds door... het was haar zwanezang.
+
+Het sudderen van de boter in de pan begeleidde het stervenslied.
+
+Vijf minuten later sudderde de boter nog, maar de duif zong, evenals
+de tempelridders, niet meer. [48]
+
+Romeo en Julia hadden hun klok à la crapoudine [49] gebraden.
+
+"Het diertje had een lieve stem," zeide Julia, toen zij aan tafel ging.
+
+"Ja, het was een lief beest," zeide Romeo en sneed het volgens de
+regelen der kunst bruingebraden duifje in stukken.
+
+En de twee verliefden keken elkaar aan en zagen in elkaars oog
+een traan.
+
+De huichelaars! Dat hadden de uien gedaan!
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXII.
+
+MIMI'S DOOD.
+
+
+I.
+
+In de eerste dagen na zijn definitieven breuk met mademoiselle Mimi,
+die hem, zooals onze lezers zich herinneren zullen, verlaten had,
+om plaats te nemen in de equipage van vicomte Paul, had Rodolphe
+getracht zijn smart te vergeten door een nieuwe liefdesbetrekking
+aan te knoopen.
+
+Zijn nieuwe vriendinnetje was de blondine, voor wie wij hem op
+den dag van paradoxale dwaasheid het kostuum van Romeo hebben zien
+aantrekken. Doch deze liaison, die hij uit dépit en zij uit een gril
+begonnen waren, kon onmogelijk van langen duur zijn, daar Julia, in
+één woord gezegd, een ongestadige deerne was, die alle vrouwenstreken
+van a tot z kende, geestrijk genoeg was, om den geest van anderen
+op te merken en daarvan, als de gelegenheid zich voordeed, gebruik
+te maken, en slechts zooveel hart had, dat zij hartwater kreeg, als
+zij te veel gegeten had. Daarbij kwam nog een ongebreidelde zelfzucht
+en een grenzenlooze ijdelheid, die haar minder deden treuren om een
+gebroken been van haar minnaar dan om een volant minder aan haar japon
+of een verkleurd lint om haar hoed. Een betwistbare schoonheid, een
+ordinair schepsel, van nature begiftigd met alle slechte instincten,
+was zij toch door sommige eigenschappen en op sommige oogenblikken
+verleidelijk. Al heel gauw bemerkte zij, dat Rodolphe haar alleen
+genomen had, om hem met haar hulp de verlorene te doen vergeten,
+aan wie hij integendeel met meer verlangen dan ooit begon terug te
+denken, want nooit was de herinnering aan zijn vroeger vriendinnetje
+zoo levendig geweest.
+
+Op een goeden dag praatte Julia met een student in de medicijnen, die
+haar sedert eenigen tijd het hof maakte. Het gesprek kwam op Rodolphe.
+
+"Maar lieve kind," zeide de student, "die jongen gebruikt je,
+zooals wij helschen steen gebruiken om wonden te branden; hij wil
+zijn hart cauteriseeren. Je behoeft je voor hem niet druk te maken,
+en hem trouw zijn is absoluut niet noodig."
+
+"Maar," riep het jonge meisje lachend uit; "dacht je dan heusch,
+dat ik mij voor hem geneer?"
+
+En denzelfden avond nog gaf zij den student het bewijs van het
+tegendeel.
+
+Dank zij de babbelzucht van een van die gedienstige vrienden, die
+voor geen geld ter wereld een tijding, welke je bedroefd maken kan,
+onder zich zouden houden, kreeg Rodolphe lucht van de zaak en maakte
+er onmiddellijk gebruik van, om den ad-interim liaison af te breken.
+
+Hij zonderde zich nu af in een volkomen eenzaamheid, waarin al heel
+gauw alle vleermuizen der verveling hun nest kwamen maken. Dan riep
+hij het werk te hulp, maar het was vergeefsche moeite. lederen avond
+schreef hij, nadat hij evenveel droppels water gezweet als droppels
+inkt gebruikt had, een twintigtal regels, waarin een oud denkbeeld,
+nog meer levensmoe dan de Wandelende Jood, en gehuld in lompen,
+die hij gehaald had in een uitdragerswinkel, op het slappe koord der
+paradoxen danste. Bij het overlezen van die regels voelde Rodolphe
+zich als iemand, die in het bloembed, waar hij rozen gezaaid meent te
+hebben, brandnetels ziet groeien. Hij verscheurde dan het blad papier,
+waarop hij die rozenkrans van zotheden had afgebeden, en vertrapte
+het woedend onder zijn voet.
+
+"Waarachtig," zeide hij, terwijl hij zich op zijn linkerborst sloeg,
+"de snaar is gesprongen; ik moet van de kunst afzien."
+
+En daar eenigen tijd achtereen op al zijn pogingen, om te werken, een
+zelfde teleurstelling volgde, maakte een van die moedeloosheden zich
+van hem meester, welke het krachtigste zelfvertrouwen doen wankelen
+en de helderste geesten afstompen. Inderdaad niets is vreeselijker
+dan die eenzame worstelingen, welke nu en dan plaats vinden tusschen
+den koppig volhoudenden kunstenaar en de weerspannige kunst; niets
+is aangrijpender dan die nu eens smeekende, dan weer gebiedende
+aanroepingen van den scheppen willenden dichter tot de minachtend op
+hem neerziende of hem ontvluchtende Muze.
+
+De hevigste zielsangsten, de diepste aan het hart toegebrachte
+wonden veroorzaken geen lijden, dat te vergelijken is met dat,
+hetwelk men ondergaat in die uren van wanhoop en twijfel, welke maar
+al te dikwijls voorkomen bij hen, die zich wijden aan het gevaarlijke
+kunstenaarsberoep.
+
+Op die heftige crisissen volgden pijnlijke afmattingen. Uren lang bleef
+Rodolphe dan in een doffe wezenloosheid als versteend zitten. Zijn
+ellebogen rustend op de tafel, zijn oogen strak gericht op den
+lichtplek, dien het lamplicht op het blad papier beschreef, op het
+"slagveld", waarop zijn geest dagelijks overwonnen werd en zijn pen
+zich vergeefs inspande om het ongrijpbare denkbeeld te vervolgen,
+zag hij, gelijk aan figuren uit een tooverlantaren, waarmede men
+kinderen bezig houdt, fantastische beelden aan zich voorbijtrekken,
+die een panorama van zijn verleden voor hem ontrolden. Eerst kwamen
+de dagen van harden arbeid, waarin ieder uur van de wijzerplaat de
+vervulling van een plicht eischte, de aan de studie gewijde nachten,
+waarin hij sprak met de muze, die zijn in eenzaamheid en geduld
+gedragen armoede als in een tooverweelde herschiep. En met afgunst
+dacht hij terug aan het trotsche gevoel van zelfvertrouwen, dat hem
+vroeger bezielde, wanneer hij de taak, die hij zichzelf gesteld had,
+ten einde had gebracht.
+
+"O," riep hij uit; "niets gelijkt op u, niets evenaart u, genotrijke
+uitputting na volbrachten arbeid, die de rust van het far niente
+zachter doet schijnen. Noch de bevrediging van de ijdelheid noch de
+koortsachtige, onder de zware gordijnen van geheimzinnige alkoven
+verstikte zinnenzwijmel--niets gelijkt op dien edelen, kalmen vrede,
+die gewettigde zelfvoldaanheid, welke de arbeid den vlijtigen als
+eerste belooning geeft."
+
+En zijn blikken nog steeds gericht op de visioenen, die de tooneelen
+uit het verleden voor zijn geest bleven tooveren, klom hij weer naar de
+dakkamertjes, die hij gedurende zijn avontuurlijk bestaan bewoond had,
+en waarheen zijn muze, zijn eenige liefde en trouwe en standvastige
+vriendin toen, hem steeds gevolgd had, en het met de armoede goed
+vinden kon, zonder ooit haar hoopvol gezang te onderbreken. Doch
+daar verscheen plotseling midden in dit rustige, vredige en kalme
+bestaan de gestalte van een vrouw, en toen de muze die vrouw zag
+binnentreden in de woning, waarin zij tot dat oogenblik de eenige
+koningin en meesteresse geweest was, stond zij bedroefd op en ruimde
+haar plaats in voor de nieuw-aangekomene, in wie zij dadelijk een
+mededingster vermoedde. Een oogenblik aarzelde Rodolphe tusschen de
+muze, wie zijn blik een: "Blijf!" scheen toe te werpen, en de vreemde,
+tot wie zijn gebaar een: "Kom!" zeide. Hoe zou hij ook het bekoorlijke
+schepseltje, dat, gewapend met de verleidelijke bekoorlijkheden van een
+ontluikende schoonheid, tot hem kwam, hebben kunnen van zich stooten,
+dat schepseltje met haar kleine mondje en rose lipjes, dat een naief
+en tevens brutaal taaltje, vol guitige beloften, sprak? Hoe kon hij
+zijn hand weigeren aan het blanke, blauw geaderde handje, dat zich
+liefkozend naar hem uitstrekte? Hoe had hij: "Gaat heen!" kunnen
+roepen tot die bloeiende achttien jaren, wier aanwezigheid het huis
+reeds met een geur van jeugd en vreugde vervulde. En met haar zachte,
+licht bewogen stem zong zij de cavatine der verzoeking zoo verleidelijk
+mooi! Met haar levendige en schitterende oogen zeide zij: "Ik ben
+de liefde"; met haar lippen, waarop de kussen ontloken: "Ik ben het
+genot"; met haar bloeiend lichaam: "Ik ben het geluk" zòò wondermooi,
+dat Rodolphe zich liet medesleepen. En was die jonge vrouw dan ook
+in werkelijkheid niet de levende, geïncarneerde poëzie? Dankte hij
+haar niet de oogenblikken van meest verheven inspiratie? Had zij hem
+niet dikwijls bezield tot een enthousiasme, dat hem zoo hoog in den
+aether van het ideaal meevoerde, dat hij al het aardsche uit het oog
+verloor? En als hij om en door haar veel geleden had--was dan dat
+lijden niet een boetedoening voor al de ontzaglijke genietingen,
+die zij hem geschonken had; was het niet de gewone wraak van het
+noodlot, dat het volmaakte, ongestoorde geluk als iets goddeloos
+verbiedt? Indien de christelijke leer hun vergiffenis schenkt, die
+veel hebben lief gehad, dan schenkt zij die slechts, omdat zij ook
+veel geleden hebben, want aardsche liefde wordt eerst goddelijke
+hartstocht, als zij door tranen gelouterd is.
+
+Evenals men zich soms bedwelmt door den geur van reeds lang verwelkte
+rozen in te ademen, zoo bedwelmde Rodolphe zich door voor zijn geest
+te roepen zijn vroeger leven, waarin iedere dag een nieuwe elegie,
+een schokkend drama, een groteske comedie bracht. Hij doorleefde
+nogmaals alle phasen van zijn liefde voor de verloren geliefde,
+van af hun wittebroodsweken tot de huiselijke stormen, die tot hun
+laatsten breuk geleid hadden. Hij riep het geheele repertoire van
+alle listen van zijn vroeger vriendinnetje in zijn geheugen terug, hij
+herhaalde in zichzelf al haar kwinkslagen. Hij zag weer voor zich hoe
+zij in hun klein huishoudentje om hem heen draaide, haar lijfdeuntje:
+Ma mie Annette op de lippen, met dezelfde zorgelooze opgewektheid
+zoowel blijde als droeve dagen aanvaardend. En ten slotte moest hij
+erkennen, dat het verstand in liefdesaangelegenheiden altijd ongelijk
+heeft. Immers wat had hij bij dien breuk gewonnen? Toen hij met Mimi
+samenleefde, bedroog zij hem, dat is waar--maar dat hij het wist, was
+zijn eigen schuld, omdat hij zich de grootste moeite getroostte, om
+het te weten te komen, omdat hij altijd op den loer lag naar bewijzen,
+omdat hij zelf de dolken scherpte, die hij zich in het hart boorde. Was
+bovendien Mimi niet handig genoeg om hem zoo noodig te bewijzen, dat
+hij zich vergiste? En bovendien met wie was zij hem ontrouw? Meestal
+was het met een sjaal, een hoed, met dingen, niet met mannen. En had
+hij nu die rust, die kalmte, welke hij van een breuk met Mimi verwacht
+had, na haar vertrek teruggevonden? Helaas, neen! Alles, behalve zij,
+was gebleven. Vroeger kon hij tenminste nog uiting geven aan zijn
+smart, kon hij zijn hart luchten in beleedigingen en verwijten, kon
+hij laten zien, wat hij leed en het medelijden opwekken van haar,
+die de oorzaak van dat lijden was. Doch nu moest hij zijn smart in
+zich opkroppen, nu was zijn ijverzucht machtelooze woede geworden,
+want vroeger kon hij, wanneer hij achterdocht koesterde, Mimi beletten
+uit te gaan, haar bij zich houden en bewaken; maar thans zag hij
+haar aan den arm van haar nieuwen minnaar op straat en moest hij
+zich afwenden, om haar van vreugde stralend en op weg naar het een
+of ander pleiziertje, voorbij te laten gaan.
+
+Dat ellendige leven duurde een maand of drie, vier. Dan werd Rodolphe
+langzamerhand rustiger. Marcel, die, om te trachten Musette te
+vergeten, een lange reis gemaakt had kwam in Parijs terug en ging
+weer met Rodolphe samen wonen, zoodat zij elkaar konden troosten.
+
+Toen Rodolphe op een Zondag door den Luxembourg wandelde, kwam
+hij Mimi in groot toilet tegen. Zij ging naar een bal. Zij knikte
+hem in het voorbijgaan toe, wat hij met het afnemen van zijn hoed
+beantwoordde. Deze ontmoeting gaf hem weliswaar een steek door zijn
+hart, maar de emotie was toch minder pijnlijk dan gewoonlijk. Hij
+bleef nog wat in den Jardin du Luxembourg wandelen en ging vervolgens
+naar huis. Toen Marcel 's avonds ook thuiskwam, vond hij Rodolphe
+aan zijn schrijftafel.
+
+"Wat?" vroeg Marcel, terwijl hij over den schouder van den dichter
+keek, "ben je aan het werk ... en zelfs verzen?"
+
+"Ja," antwoordde Rodolphe vroolijk; "dat kleine dingetje hier in mijn
+borst is blijkbaar niet heelemaal dood. De vier uur, die ik hier
+nu al zit, heb ik het dichtvuur uit vroegere dagen teruggevonden,
+ik heb Mimi gezien!"
+
+"Ei!" zeide Marcel bang. "En hoe staat het met jullie?"
+
+"O, wees maar niet bang, we hebben elkaar slechts gegroet--verder
+niets."
+
+"Heusch?" vroeg Marcel.
+
+"Heusch! Tusschen ons is het voor goed uit, dat voel ik; maar als ik
+weer werken kan, schenk ik haar graag vergiffenis."
+
+"Maar waarom maak je, wanneer alles tusschen jullie uit is, nog verzen
+voor haar?" vroeg Marcel, die Rodolphe's verzen intusschen gelezen had.
+
+"Ach!" zeide de dichter; "ik neem mijn poëzie waar ik ze vind!"
+
+Acht dagen lang werkte hij aan dit kleine gedicht. Toen het klaar
+was, las hij het aan Marcel voor, die er heel tevreden over was en
+Rodolphe aanspoorde om zijn dichtader, die weer ontsprongen was,
+ook op ander gebied te laten vloeien.
+
+"Want," zoo merkte hij op, "het zou de moeite niet loonen van Mimi
+te scheiden, als je toch altijd met haar schim blijft leven. Maar,"
+voegde hij er glimlachend aan toe, "ik zou beter doen, wanneer ik,
+in plaats van tot anderen te preeken, tegen mezelf een strafpredikatie
+hield, want mijn hart is nog vol van Musette. Maar enfin, wij zullen
+toch niet altijd jonge menschen blijven, die op zulk duivelsgebroed
+verliefd zijn."
+
+"Ach!" zeide Rodolphe; "tot de jeugd behoef je helaas niet te zeggen:
+Ingerukt, marsch!"
+
+"Dat is wel zoo," antwoordde Marcel, "maar toch zijn er dagen, waarop
+ik een eerwaardige grijsaard zou willen zijn, lid van het Instituut,
+ridder van verschillende orden, en los van alle Musettes ter wereld. En
+de duivel mag me halen, als ik ooit weer tot haar terug keeren zou! En
+jij," vroeg hij lachend, "zou jij al graag zestig jaar achter den
+rug hebben?"
+
+"Vandaag had ik liever zestig francs in mijn zak!"
+
+
+
+Eenige dagen later sloeg mademoiselle Mimi, die met den jongen vicomte
+Paul in een koffiehuis zat, een revue open, waarin de verzen stonden,
+die Rodolphe voor haar gemaakt had.
+
+"Zoo, zoo!" zeide zij eerst lachend, "mijn vriend Rodolphe spreekt
+kwaad van me in tijdschriften."
+
+Doch toen zij het gedicht heelemaal uitgelezen had, bleef zij stil
+en peinzend voor zich uit zitten staren. Vicomte Paul vermoedde,
+dat zij aan Rodolphe dacht, en trachtte haar af te leiden.
+
+"Ik zal dat paar mooie oorbelletjes voor je koopen!" zeide hij
+tot haar.
+
+"Ja," zeide Mimi; "jij ..... jij hebt geld!"
+
+"En een hoed van Italiaansch stroo," voegde hij eraan toe.
+
+"Dank je," zeide Mimi, "maar als je me een pleizier wilt doen, koop
+dan dat hier voor mij."
+
+En zij wees op de aflevering, waarin zij het gedicht van Rodolphe
+gelezen had.
+
+"Dat? Neen!" zeide de vicomte boos.
+
+"Goed!" antwoordde Mimi koel. "Ik zal het zelf koopen voor geld,
+dat ik zelf verdienen wil. Ik koop het liever niet voor jouw geld."
+
+En werkelijk keerde Mimi voor twee dagen terug naar het atelier,
+waar zij vroeger bloemen gemaakt had, en verdiende daar het geld,
+dat zij noodig had, om de aflevering te kunnen koopen. Zij leerde
+Rodolphe's verzen van buiten en droeg ze, om den vicomte te plagen,
+dagelijks aan zijn vrienden voor.
+
+Het gedicht luidde:
+
+
+ Alors que je voulais choisir une maîtresse
+ Et qu'un jour le hasard fit rencontrer nos pas,
+ J'ai mis entre tes mains mon coeur et ma jeunesse
+ Et je t'ai dit: Fais-en tout ce que tu voudras.
+
+ Hélas! ta volonté fut cruelle, ma chère:
+ Dans tes mains ma jeunesse est restée en lambeaux.
+ Mon coeur s'est en éclats brisé comme du verre,
+ Et ma chambre est le cimetière
+ Où sont enterrés les morceaux
+ De ce qui t'aima tant naguère.
+
+ Entre nous maintenant, n-i, ni- c'est fini,
+ Je ne suis plus qu'un spectre et tu n'es qu'un fantôme,
+ Et sur notre amour mort et bien enselevi,
+ Nous allons, si tu veux, chanter le dernier psaume.
+
+ Pourtant ne prenons point un air écrit trop haut,
+ Nous pourrions tous les deux n'avoir pas la voix sûre;
+ Choisissons un mineur grave et sans fioriture;
+ Moi je ferai la basse et toi le soprano.
+
+ Mi, ré, mi, do, ré, la.--Pas cet air, ma petite!
+ S'il entendait cet air que tu chantais jadis,
+ Mon coeur, tout mort qu'il est, tressaillirait bien vite,
+ Et ressusciterait à ce De profundis.
+
+ Do, mi, fa, sol, mi, do,--Celui-ce me rappelle
+ Une valse à deux temps, qui me fit bien du mal,
+ Le fifre du rire aigu raillait le violoncelle,
+ Qui pleurait sous l'archet ses notes de cristal.
+
+ Sol, do, do, si, si, la.--Point cet air, je t'en prie,
+ Nous l'avons, l'an dernier, ensemble répété
+ Avec les Allemands qui chantaient leur patrie
+ Dans les bois de Meudon, par une nuit d'été.
+
+ Eh, bien, ne chantons pas, restons-en là, ma chère;
+ Et pour n'y plus penser, pour n'y plus revenir,
+ Sur nos amours défunts, sans haine et sans colère,
+ Jetons en souriant un dernier souvenir.
+
+ Nous étions bien heureux dans la petite chambre
+ Quand ruisselait la pluie et que soufflait le vent;
+ Assis dans le fauteuil, pres de l'âtre, en décembre,
+ Aux lueurs de tes yeux j'ai rêvé bien souvent.
+
+ La houille petillait; en chauffant sur les cendres,
+ La bouilloire chantait son refrein régulier,
+ Et faisait un orchestre au bal des salamandres
+ Qui voltigeaient dans le foyer.
+
+ Feuilletant un roman, paresseuse et frileuse,
+ Tandis que tu fermais tes yeux ensommeillés,
+ Moi je rajeunissais ma jeunesse amoureuse,
+ Mes lèvres sur tes mains et mon coeur à tes pieds.
+
+ Aussi, quand on entrait, la porte ouverte à peine,
+ On sentait le parfum d'amour et de gaîté
+ Dont notre chambre était du matin au soir pleine,
+ Car le bonheur aimait notre hospitalité.
+
+ Puis l'hiver s'en alla; par la fenêtre ouverte,
+ Le printemps un matin vint nous donner l'éveil,
+ Et ce jour-là tous deux dans la campagne verte
+ Nous allâmes courir au-devant du soleil.
+
+ C'était le vendredi de la sainte semaine,
+ Et, contre l'ordinaire, il faisait un beau temps,
+ Du val à la colline, et du bois à la plaine
+ D'un pied leste et joyeux, nous courûmes longtemps.
+
+ Fatigués cependant par ce pèlerinage,
+ Dans un lieu qui formait un divan naturel
+ Et d'où l'on pouvait voir du loin le paysage,
+ Nous nous sommes assis en regardant le ciel.
+
+ Les mains pressant les mains, épaule contre épaule,
+ Et sans savoir pourquoi, l'un et l'autre oppressés,
+ Notre bouche s'ouvrit sans dire une parole,
+ Et nous nous sommes embrassés.
+
+ Près de nous l'hyacinthe avec la violette
+ Mariaient leur parfum qui montait dans l'air pur;
+ Et nous vîmes tous deux, en relevant la tête,
+ Dieu qui nous souriait à son balcon d'azur.
+
+ Aimez-vous, disait-il; c'est pour rendre plus douce
+ La route où vous marchez que j'ai fait sous vos pas
+ Dérouler en tapis le velours de la mousse,
+ Embrassez-vous encore,--je ne regarde pas.
+
+ Aimez-vous, aimez-vous: dans le vent qui murmure,
+ Dans les limpides eaux, dans les bois reverdis,
+ Dans l'astre, dans la fleur, dans la chanson des nids,
+ C'est pour vous que j'ai fait renaître ma nature.
+
+ Aimez-vous, aimez-vous; et de mon soleil d'or,
+ De mon printemps nouveau qui réjouit la terre,
+ Si vous êtes contents, au lieu d'une prière
+ Pour me remercier--embrassez-vous encore.
+
+ Un mois après ce jour, quand fleurirent les roses,
+ Dans le petit jardin que nous avions planté,
+ Quand je t'aimais le mieux, sans m'en dire les causes,
+ Brusquement ton amour de moi s'est écarté.
+
+ Où s'en est-il allé? partout un peu, je pense;
+ Car, faisant triompher l'une et l'autre couleur,
+ Ton amour inconstant flotte sans préférence
+ D'un brun valet de pique au blond valet de coeur.
+
+ Te voilà maintenant heureuse: ton caprice
+ Règne sur une cour de joyeux jouvenceaux
+ Et tu ne peux marcher sans qu'à tes pieds fleurisse
+ Un parterre émaillé d'odorants madrigaux.
+
+ Dans les jardins de bal, quand tu fais ton entrée,
+ Autour de toi se forme un cercle langoureux;
+ Et le frémissement de la robe moirée,
+ Pâme en choeur laudatif ta meute d'amoureux.
+
+ Elégamment chaussé d'une souple bottine
+ Qui serait trop étroite au pied de Cendrillon,
+ Ton pied est si petit qu'à peine on le devine
+ Quand la valse t'emporte en son gai tourbillon.
+
+ Dans les bains onctueux d'une huile de paresse,
+ Tes mains, brunes jadis, ont retrouvé depuis
+ La pâleur de l'ivoire ou du lis que caresse
+ Le rayon argenté dont s'éclairent les nuits.
+
+ Autour de ton bras blanc une perle choisie
+ Constelle un bracelet ciselé par Froment,
+ Et sur tes reins cambrés un grand châle d'Asie
+ En cascade de plis ondule artistement.
+
+ La dentelle de Flandres et le point d'Angleterre,
+ La guipure gothique à la mate blancheur
+ Chef d'oeuvre arachnéen d'un age séculaire,
+ De ta riche toilette achève la splendeur.
+
+ Pour moi, je t'aimais mieux dans tes robes de toile
+ Printanière, indienne ou modeste organdi,
+ Atours frais et coquets, simple chapeau sans voile,
+ Brodequins gris ou noirs, et col blanc tout uni.
+
+ Car ce luxe nouveau qui te rend si jolie
+ Ne me rappelle pas mes amours disparus,
+ Et tu n'es que plus morte et mieux enselevie
+ Dans ce linceul de soie où ton coeur ne bat plus.
+
+ Lorsque je composai ce morceau funéraire
+ Qui n'est qu'un long regret de mon bonheur passé,
+ J'étais vêtu de noir comme un parfait notaire
+ Moins les bésicles d'or et le jabot plissé.
+
+ Un crêpe enveloppait le manche de ma plume
+ Et des filets de deuil encadraient le papier
+ Sur lequel j'écrivais ces strophes où j'exhume
+ Le dernier souvenir de mon amour dernier.
+
+ Arrivé cependant à la fin d'un poëme
+ Où je jette mon coeur dans le fond d'un grand trou,
+ --Gaîté de croque-mort qui s'enterre lui-même
+ Voilà que je me mets à rire comme un fou.
+
+ Mais cette gaîté-là n'est qu'une raillerie
+ Ma plume en écrivant a tremblé dans ma main,
+ Et quand je souriais, comme une chaude pluie,
+ Mes larmes effaçaient les mots sur le vélin.
+
+
+
+
+II.
+
+Het was 24 December, en dien avond had het quartier Latin steeds
+een bijzondere physiognomie. Van vier uur af waren de bureaux
+van de Bank van Leening, de winkels van uitdragers en antiquairs
+in boeken overstelpt door een luidruchtige menigte, die later in
+den avond een stormaanval begon op de slagerijen, gaarkeukens en
+kruidenierswinkels. En hadden de winkelknechts ook al evenals Briareus
+[50] honderd armen gehad, dan zouden zij toch niet in staat geweest
+zijn de klanten, die elkaar de waren als het ware uit de handen
+rukten, te helpen. Bij de bakkers werd, als in tijden van hongersnood,
+queue gemaakt. De wijnhandelaars verkochten de opbrengst van drie
+oogsten, en zelfs een handig statisticus zou moeite gehad hebben om
+het getal hammen en worsten te tellen, die door den beroemden Borel
+uit de rue Dauphine verkocht werden. Alleen op dien avond zette
+vader Cretaine, bijgenaamd Petit-Pain, achttien uitgaven van zijn
+boterkoekjes om. Gedurende den geheelen avond klonk uit alle huizen
+gezang en gelach, waren de vensters hel verlicht en vulde een ware
+kermis-atmospheer het stadskwartier.
+
+Naar oud gebruik werd het "réveillon" gevierd.
+
+Dien avond gingen tegen tien uur Marcel en Rodolphe in een vrij droeve
+stemming naar huis. Toen zij door de rue Dauphine kwamen, zagen zij
+in een fijne vleeschwaren- en comestibleshandel een groot gedrang
+en bleven, door die geurige gastronomische producten aangelokt, een
+oogenblik voor de ramen staan kijken; in hun aandachtige beschouwing
+geleken de twee bohémiens op den persoon uit een Spaanschen roman,
+die alleen door ernaar te kijken, de hammen mager deed worden.
+
+"Dat noemen ze een kalkoenschen haan met truffels," zeide Marcel en
+wees op een prachtigen vogel, die door zijn rose en doorzichtige
+huid de Perigourdsche knolletjes liet zien, waarmede het dier
+gefarceerd was. "Ik heb menschen gezien, die zòò goddeloos waren,
+om die dingen te eten zonder dat ze daarbij op hun knieën vielen,"
+voegde de schilder eraan toe, terwijl hij naar den kalkoen keek met
+blikken, die in staat geweest zouden zijn het dier te braden.
+
+"En wat zeg je van die heerlijke lamsbout?" vroeg Rodolphe. "Wat een
+prachtkleur. Je zoudt denken, dat hij zoo pas uit dien slagerswinkel,
+dien je op een schilderij van Jordaens ziet, weggehaald is. Lamsbouten
+zijn de lievelingsspijzen der goden en van madame Chandelier, mijn
+peettante."
+
+"En kijk die visschen eens," ging Marcel voort en wees op eenige
+forellen, "dat zijn de handigste zwemmers onder de waterbewoners. Die
+kleine diertjes, die er op het eerste gezicht zoo onbeduidend uitzien,
+zouden schatten kunnen verdienen, wanneer zij hun kunststukken lieten
+zien; stel je voor, ze zwemmen een snellen bergstroom even makkelijk
+op, als wij een paar uitnoodigingen voor een souper aannemen."
+
+"En daar dan, die groote stapel goudkleurige vruchten, waarvan
+het gebladerte gelijkt op een tropee van Turksche sabels; dat zijn
+ananassen, de goudreinetten der tropen."
+
+"Dat laat mij koud," antwoordde Marcel; "als het om fruit gaat, geef ik
+den voorkeur aan dat muisje rookvleesch, dien lamsbout of dat hammetje
+met zijn pantser van gelei, die zoo doorzichtig is als barnsteen."
+
+"Je hebt gelijk!" zeide Rodolphe; "de ham is de vriend van den mensch,
+als hij ze heeft. En toch zou ik die fazant niet afslaan."
+
+"Dat geloof ik graag," antwoordde Marcel; "fazant is het gerecht van
+gekroonde hoofden."
+
+Verder voortwandelend, kwamen zij verschillende vroolijke troepjes
+tegen, die naar huis terugkeerden, om Momus, Bacchus, Comus en andere
+lekkerbekkerij-godheden op us te vieren, en zij vroegen elkaar af,
+wie die mijnheer Camacho [51] was, wiens bruiloft met een grooten
+voorraad levensmiddelen gevierd werd.
+
+Marcel herinnerde zich plotseling welke datum het was.
+
+"Het is vandaag réveillon," zeide hij.
+
+"Herinner je je nog, hoe wij verleden jaar dien avond gesmuld hebben?"
+
+"Waarachtig zeker, bij Momus. Barbemuche heeft toen betaald. Ik had
+nooit kunnen denken, dat een zoo tenger meisje als Phémie zooveel
+worstjes naar binnen kon werken."
+
+"Hoe jammer, dat Momus onze vrijkaarten heeft ingetrokken," zeide
+Rodolphe.
+
+"Helaas!" antwoordde Marcel. "De dagen volgen, maar gelijken niet
+op elkaar."
+
+"Zou jij niet graag réveillon vieren?" vroeg Rodolphe.
+
+"Met wien en waarmee?"
+
+"Nou met mij!"
+
+"En het geld?"
+
+"Wacht even!" zeide Rodolphe; "ik zal even dat café hier binnenloopen,
+waar altijd een paar kennissen van me zijn, die grof spelen. Ik zal
+van een door het geluk begunstigde eenige sestertiën leenen en wel
+zooveel meebrengen, dat we een sardientje of een varkenspootje met
+een glas wijn kunnen bevochtigen."
+
+"Doe dat!" zeide Marcel; "ik heb honger als een paard. Ik zal wel
+even op je wachten."
+
+Rodolphe ging het café, waarvan hij de meeste stamgasten kende,
+binnen. Het was voor een der aanwezigen, die in tien keer drie honderd
+francs gewonnen had, een waar genoegen den dichter veertig sous te
+leenen, welke hij hem gaf met het slechte humeur, dat de speelkoorts
+in ons opwekt. Op een ander oogenblik en op een andere plaats zou
+hij hem misschien veertig francs geleend hebben.
+
+"En?" vroeg Marcel, toen hij Rodolphe weer buiten zag komen.
+
+"Hier heb je de recette," zeide de dichter en liet het geldstuk zien.
+
+"Een korstje met een klein worstje!" meende Marcel.
+
+Toch wisten zij het met die bescheiden som nog zòò ver te brengen,
+dat zij brood, wijn, vleesch, tabak, vuur en licht hadden.
+
+Dan gingen zij naar huis. Zij woonden toen in een hôtel garni,
+waar zij ieder een afzonderlijke kamer hadden. Daar die van Marcel,
+welke tegelijk als atelier dienst deed, grooter was, werd deze tot
+feestzaal uitverkoren. De beide vrienden maakten samen hun intiemen
+maaltijd gereed.
+
+Doch aan het kleine tafeltje, dat zij naast den kachel geschoven
+hadden, waarin het vochtige en slechte hout zonder vlammen of warmte
+verkoolde, kwam als een melancholieke geest de schim van het verleden
+aanzitten.
+
+Minstens een uur lang bleven zij zwijgend en peinzend zoo zitten,
+beiden bezig met dezelfde gedachte en beiden trachtend die voor elkaar
+te verbergen. Eindelijk verbrak Marcel het eerst de stilte.
+
+"Kom," zeide hij tot Rodolphe; "dit was toch ons plan niet!"
+
+"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe.
+
+"Lieve hemel, speel toch met mij geen kiekeboetje! Jij denkt aan wat je
+moest vergeten .... en met mij is het precies zoo, dat ontken ik niet!"
+
+"Nu dan ...."
+
+"Maar het moet de laatste maal zijn! Naar den duivel met al
+die herinneringen, die den wijn een zuren smaak geven en ons
+triest stemmen, terwijl iedereen zich amuseert!" riep Marcel uit,
+zinspelende op het vroolijke gelach en gezang, dat uit de kamers
+ernaast klonk. "Kom laten we aan wat anders denken en laat het verleden
+begraven blijven!"
+
+"Dat zeggen we altijd, en toch ...." zeide Rodolphe en viel weer in
+zijn droomen terug.
+
+"En toch komen wij er altijd weer op terug," vulde Marcel aan. "Dat
+komt, omdat we, in plaats van eerlijk de vergetelheid te zoeken,
+de meest onbeteekenende dingen als voorwendsel gebruiken, om oude
+herinneringen weer in ons wakker te roepen; dat komt vooral, omdat wij
+maar blijven voortleven in datzelfde milieu, waarin die schepsels,
+welke ons zoolang gekweld hebben, geleefd hebben. Wij zijn niet
+zoozeer de slaven van een hartstocht als wel van een gewoonte. Die
+boeien nu moeten wij verbreken, anders gaan wij in een belachelijke
+en schandelijke slavernij ten gronde. Welnu, het verleden is het
+verleden--weg met de banden, die ons daar nog aan binden; het uur is
+gekomen om voorwaarts te gaan zonder achterwaarts te zien; wij hebben
+onze jeugd, onzen tijd van onbezorgdheid en paradoxen gehad. Dit
+alles is heel mooi, je zoudt er een aardigen roman van kunnen maken;
+maar deze comedie van verliefde dwaasheden, deze tijdverspilling,
+die wij bedrijven met de verkwisting van menschen, die denken, dat zij
+de eeuwigheid uit kunnen geven, dat alles moet nu eindelijk eens een
+einde nemen! Wij zouden de verachting, die ons zou treffen, verdienen,
+wij zouden ons zelf moeten verachten, indien wij dit leven buiten
+de maatschappij, ja bijna buiten het leven zelf, nog langer zouden
+voortzetten. Want is het bestaan, dat wij leiden, eigenlijk wel een
+leven? En zijn die onafhankelijkheid, die vrijheid van zeden, waarop
+wij zoo prat gaan, eigenlijk geen heel middelmatige voordeelen? De
+ware vrijheid is: zonder hulp van anderen, uit eigen kracht kunnen
+leven. En kunnen wij dat? Neen. De eerste de beste domkop, wiens
+naam we geen vijf minuten zouden willen dragen, wreekt zich over onze
+spotternijen en wordt onze meester van af den dag, waarop wij honderd
+sous van hem leenen, die hij ons geeft, na ons voor honderd daalders
+aan listen en zelfvernedering te hebben laten uitgeven. Ik voor mij
+heb er genoeg van. De poëzie bestaat niet alleen in een ongeordend
+bestaan, in onverwachte meevallertjes, in verliefdheden, die den
+levensduur van een kaars hebben, in min of meer excentriek verzet
+tegen bestaande vooroordeelen, die eeuwig de wereld zullen blijven
+beheerschen, want het is makkelijker een dynastie omver te werpen
+dan een vooroordeel, hoe belachelijk het ook zijn mag. Het is nog
+geen bewijs van talent of genie, om midden in December een zomerjas
+te dragen; en je kan heel goed een echt dichter of kunstenaar zijn,
+wanneer je voor warme voeten zorgt en driemaal per dag eet. Hoe je de
+zaak ook draait of keert, indien je iets wilt bereiken, moet je den
+weg nemen, dien ook anderen inslaan. Deze woorden zullen je misschien
+wel verbazen, beste kerel, misschien zal je zeggen, dat ik mijn
+idealen verraad, je noemt me misschien verdorven, maar toch is wat
+ik zeg de uitdrukking van mijn vaste overtuiging. Buiten mijn weten
+heeft zich in mij een langzame en heilzame metamorphose voltrokken:
+het gezonde verstand is in mijn geest binnengekomen, met inbraak,
+wanneer je wilt, en ondanks mijzelf misschien; maar hoe dit zij,
+het is eindelijk binnengekomen en heeft mij bewezen, dat ik op den
+verkeerden weg was en dat het even belachelijk als gevaarlijk zou
+zijn daarop te blijven voortgaan. Ik vraag je af, wat zal er van
+ons worden, indien wij dit eentonige en nuttelooze vagabonden-leven
+blijven voortzetten? Wij loopen zoo langzamerhand naar de dertig en
+zijn nog steeds onbekend, hebben geen relaties, zijn ontevreden met
+alles en met ons zelf, afgunstig op allen, die wij een doel, wat het
+dan ook zij, zien bereiken, verplicht onze toevlucht te nemen tot een
+schandelijk parasiteeren, om verder te kunnen leven. En denk nu niet,
+dat dit een phantasiebeeld is, dat ik oproep, om je bang te maken! Ik
+zie volstrekt de toekomst niet systematisch zwart in, maar evenmin
+rooskleurig; ik zie ze met een juisten blik. Tot nog toe was het
+leven, dat wij geleid hebben, ons door de omstandigheden opgedrongen;
+wij hadden het excuus der noodwendigheid. Maar thans zouden we die
+verontschuldiging niet meer kunnen doen gelden; en wanneer wij niet in
+het gewone leven terugkeeren, dan is dat heelemaal onze vrije wil, want
+de hindernissen, waartegen we te vechten hadden, bestaan niet meer."
+
+"Maar kerel," zeide Rodolphe; "waar wil je eigenlijk heen? Om welke
+reden en met welk doel sta je zoo te preeken?"
+
+"Je begrijpt me heel goed," antwoordde Marcel op denzelfden ernstigen
+toon; "ik heb daarnet gezien, hoe jij, evenals ik trouwens, bestormd
+werdt door herinneringen, die je het verleden deden terugverlangen:
+jij dacht aan Mimi, zooals ik aan Musette; jij zoudt, evenals ik,
+je vriendinnetje graag naast je zien zitten. Welnu, ik zeg je, dat
+we niet meer aan die schepsels moeten denken, dat wij niet alleen
+geschapen en op de wereld gekomen zijn, om ons geheele bestaan op
+te offeren aan die vulgaire Manons, en dat die chevalier Desgrieux,
+die zoo mooi, zoo waar en zoo poëtisch is, alleen door zijn jeugd
+en door de illusies, die hij had weten te bewaren, niet belachelijk
+geworden is. Toen hij twintig jaar was, kon hij, zonder op te houden
+interessant te zijn, zijn geliefde naar de Antillen volgen; maar indien
+hij vijf-en twintig geweest was, zou hij Manon de deur gewezen hebben,
+en dat met het volste recht. Wij kunnen er onze oogen wel voor sluiten,
+beste kerel, maar het feit blijft bestaan: wij zijn oud, wij hebben te
+veel en te snel geleefd; ons hart is gesprongen en brengt nog slechts
+valsche tonen voort: je blijft niet drie jaar lang ongestraft verliefd
+op een Musette of een Mimi. Doch voor mij is het nu voor goed uit;
+en daar ik volkomen wil breken met de herinneringen aan Musette, zal
+ik nu onmiddellijk enkele kleinigheden, die zij bij mij achtergelaten
+heeft en die me dwingen aan haar te denken, als ik ze weer zie,
+in het vuur werpen."
+
+Marcel stond op en ging uit de lade van zijn commode een kartonnen
+doos halen, waarin de souvenirs aan Musette lagen, te weten een
+verdorde bouquet, een ceintuur, een stuk lint en enkele brieven.
+
+"Kom, Rodolphe, volg mijn voorbeeld!" zeide hij tot den dichter.
+
+"Welnu, het zij zoo!" riep Rodolphe, als kostte het hem moeite, uit;
+"je hebt gelijk. Ook ik wil een einde maken aan die herinnering aan
+dat meisje met haar blanke handen."
+
+En hij vloog de kamer uit, om een klein pakje met de souvenirs aan
+Mimi te halen, zoo ongeveer van denzelfden aard als die, waarvan
+Marcel nu zwijgend den inventaris opmaakte.
+
+"Dat treft prachtig," mompelde de schilder. "Deze snuisterijen kunnen
+gelijk het vuur, dat bijna uit is, nog wat aanwakkeren."
+
+"Waarachtig," antwoordde Rodolphe, "het is hier in de kamer een
+temperatuur voor een ijsberenfokkerij."
+
+"Kom," zeide Marcel, "laten we het brandduet aanheffen. Kijk, het
+proza van Musette vlamt als een punchbowl; het arme kind hield zoo
+van punch. Allo, Rodolphe, jouw beurt!"
+
+En gedurende enkele minuten wierpen zij beurtelings de reliquieën
+van hun liefde stuk voor stuk in het vuur, dat vroolijk knetterend
+opvlamde.
+
+"Arme Musette," zeide Marcel zacht, terwijl hij naar het laatste
+souvenir, dat hij in zijn handen had, keek.
+
+Het was een klein verwelkt bouquetje van veldbloemen.
+
+"Arme Musette, ze was toch wel mooi en ze hield wel van me, niet waar,
+klein bouquetje, heeft haar hart het je niet gezegd, toen je bloemen
+in haar corsage prijkten? Arm, klein bouquetje, het is net alsof je
+om genade smeekt; nu ik schenk je die, maar onder voorwaarde, dat je
+niet meer met mij over haar praat, nooit, nooit meer!"
+
+En hij maakte gebruik van een oogenblik, waarop hij meende, dat
+Rodolphe niet op hem lette, om het bouquetje in zijn borstzak te
+laten glijden.
+
+"Het spijt mij, maar ik kan niet anders," dacht de schilder.
+
+Toen hij echter tersluiks naar Rodolphe keek, zag hij, hoe de dichter
+aan het slot van zijn auto-da-fé een nachtmutsje, dat Mimi gedragen
+had, eerbiedig kuste en dan heimelijk in zijn zak stak.
+
+"Zoo," mompelde Marcel, "die is al even laf als ik."
+
+Toen Rodolphe naar zijn eigen kamer wilde gaan, werd er tweemaal
+zacht op de deur van Marcel geklopt.
+
+"Wie voor den duivel kan nog zoo laat hier willen zijn?" zeide de
+schilder.
+
+Een kreet van verbazing ontsnapte hem, toen hij de deur geopend had.
+
+Het was Mimi.
+
+Daar het donker in de kamer was, herkende Rodolphe zijn vriendinnetje
+niet dadelijk. Hij kon slechts een vrouwelijk wezen onderscheiden,
+en daar hij dacht, dat het een van die tijdelijke veroveringen van
+zijn vriend was, wilde hij zich uit discretie verwijderen.
+
+"Stoor ik jullie?" vroeg Mimi, die op den drempel was blijven staan.
+
+Bij het hooren van die stem viel Rodolphe, als door den bliksem
+getroffen, op zijn stoel neer.
+
+"Goeden avond," zeide Mimi, die naar hem toe ging en hem de hand
+drukte, wat hij werktuigelijk toeliet.
+
+"Wat voor den duivel kom jij hier doen?" vroeg Marcel; "en nog wel
+op dit uur?"
+
+"Ik heb het zoo koud," antwoordde Mimi rillend; "en daar ik in het
+voorbijgaan nog licht hier zag, ben ik, al is het wat laat, naar
+boven gekomen."
+
+Zij rilde nog steeds. Haar stem had een bijzonderen, kristalhelderen
+klank, die als een doodsklok in het hart van Rodolphe echode en het
+met een doffen angst vervulde: heimelijk nam hij haar nauwkeuriger
+op. Het was Mimi niet meer, het was haar schim.
+
+Marcel schoof een stoel naast den kachel voor haar.
+
+Mimi glimlachte, toen zij de heldere vlam vroolijk in de haard
+zag dansen.
+
+"Dat doet je goed," zeide zij, terwijl zij haar arme, door de koude
+blauwe handjes boven het vuur hield. "Tusschen twee haakjes, Marcel,
+weet je, waarom ik hier kom?"
+
+"Op mijn woord van eer niet!" antwoordde deze.
+
+"Nou," zeide Mimi; "ik kwam vragen of jullie niet zoudt kunnen zorgen,
+dat ik een kamer in dit huis krijg. In mijn hôtel garni hebben ze mij
+de deur gewezen, omdat ik in een maand geen huur betaald heb. Ik weet
+niet, waar ik heen moet."
+
+"Duivels," zeide Marcel hoofdschuddend; "wij staan bij den huisbaas
+ook niet erg in den pas, en een aanbeveling van ons zou je eer schaden
+dan nuttig zijn."
+
+"Maar wat moet ik dan beginnen? Ik weet werkelijk niet, waar ik
+heen moet."
+
+"Wat, ben je dan geen vicomtesse meer?" vroeg Marcel.
+
+"O God, neen!"
+
+"Al hoe lang niet meer?"
+
+"Al sedert twee maanden!"
+
+"Heb je den jongen vicomte te veel geplaagd?"
+
+"Neen," zeide zij, terwijl zij een steelschen blik wierp op Rodolphe,
+die in den donkersten hoek van de kamer was gaan zitten; "de vicomte
+heeft me een scène gemaakt naar aanleiding van het gedicht, dat men
+op mij gemaakt heeft. Wij hebben woorden gekregen, en toen heb ik
+hem den bons gegeven! Het is een echte gierigaard!"
+
+"Maar hij had je toch aardig in de kleeren gestoken, ten minste te
+oordeelen naar den keer, dat ik je eens gezien heb."
+
+"Dat wel!" zeide Mimi, "maar stel je voor, dat hij, toen ik den
+liaison afgebroken had, mij alles weer afgenomen heeft, en dat hij,
+zooals ik later gehoord heb, mijn kleeren verloot heeft aan een slechte
+table d'hôte, waar ik dikwijls met hem gegeten heb. En toch is het een
+rijke jongen, maar met al zijn fortuin is hij zoo gierig als een vrek
+en zoo stom als het achtereind van een koe; ik mocht niet eens wijn
+zonder water drinken en Vrijdag moest ik altijd vasten. Wil je wel
+gelooven, dat hij me zwarte wollen kousen wilde laten dragen, omdat
+die niet zoo gauw vuil worden als witte? Je kunt je niet voorstellen
+hoe driftig hij is. Hij heeft me dan ook aardig geërgerd. Ik kan wel
+zeggen, dat ik bij hem mijn vagevuurtijd doorgemaakt heb!"
+
+"En weet hij in welken toestand je nu bent?"
+
+"Ik heb hem niet meer teruggezien en wil hem ook niet
+terugzien!" antwoordde Mimi. "Alleen door aan hem te denken word ik
+al zeeziek! Ik zou liever van honger sterven dan hem om een stuiver
+vragen."
+
+"Maar," vroeg Marcel verder, "je bent, nadat je hem verlaten hebt,
+toch zeker niet alleen gebleven?"
+
+"Zeker wel, Marcel, zeker wel!" riep Mimi eenigszins heftig uit;
+"ik heb gewerkt om te kunnen leven; maar daar ik met het bloemenmaken
+niet genoeg verdienen kon, heb ik een ander beroep gekozen: ik poseer
+nu voor schilders. Als je soms werk voor mij hebt...." voegde zij er
+lachend aan toe.
+
+En toen zij zag, hoe Rodolphe, dien zij, hoewel zij tot zijn vriend
+sprak, geen oogenblik uit het oog verloor, een ongeduldige beweging
+maakte, ging zij verder:
+
+"O, maar ik poseer alleen maar voor mijn hoofd en mijn handen. Ik
+heb nog al wat te doen en van twee of drie schilders moet ik nog
+geld hebben. Binnen een paar dagen krijg ik het, maar tot zoolang
+moet ik onderdak hebben. Zoodra ik weer geld heb, ga ik naar mijn
+hôtel terug. Zoo," zeide zij met een blik op de tafel, waarop nog de
+praeparatieven stonden voor het bescheiden maal, dat de twee vrienden
+nauwlijks hadden aangeraakt; "zoo, gaan jullie soupeeren?"
+
+"Neen," zeide Marcel; "wij hebben geen honger."
+
+"Dan zijn jullie wel gelukkig," merkte Mimi naïef op.
+
+Bij die woorden voelde Rodolphe een steek in zijn hart; hij gaf Marcel
+een wenk, dien deze dadelijk begreep.
+
+"Maar nu je eenmaal hier bent," zeide de schilder, "moest je maar à
+la fortune du pot bij ons blijven eten. Wij waren van plan réveillon
+te vieren, maar ..... toen zijn we waarachtig aan iets anders gaan
+denken."
+
+"Ik val met mijn neus in de boter," zeide Mimi, terwijl zij een bijna
+hongerigen blik op de tafel wierp; "ik heb vanmiddag in het geheel niet
+gegeten," fluisterde zij den schilder in, opdat Rodolphe, die op zijn
+zakdoek beet, om niet in tranen uit te barsten, het niet zou hooren.
+
+"Schuif wat bij, Rodolphe!" zeide Marcel tot zijn vriend; "we zullen
+met ons drieën soupeeren!"
+
+"Neen!" zeide dichter, die in zijn hoek bleef zitten.
+
+"Ben je boos, Rodolphe, dat ik hier gekomen ben," vroeg Mimi zacht;
+"heb je liever, dat ik weer weg ga?"
+
+"Neen, neen!" antwoordde Rodolphe; "maar het doet mij pijn, dat ik
+je zoo terugzie."
+
+"Dat is mijn eigen schuld, Rodolphe--ik klaag dan ook niet; wat voorbij
+is, is voorbij, denk er maar niet verder aan. Kan je mijn vriend niet
+zijn, omdat je vroeger wat anders geweest ben? Ja toch! Zet dus niet
+zoo'n verdrietig gezicht meer en kom bij ons zitten!"
+
+Zij stond op, om naar hem toe te gaan; maar zij was zoo zwak, dat
+zij geen stap doen kon en op haar stoel terugviel.
+
+"De warmte heeft me bevangen," zeide zij; "ik kan niet meer op mijn
+beenen staan."
+
+"Kom nou bij ons zitten, Rodolphe," zeide Marcel.
+
+De dichter kwam bij hen zitten en begon met hen te eten. Mimi was
+erg uitgelaten.
+
+Toen het eenvoudige maal afgeloopen was, zeide Marcel tot Mimi:
+
+"Beste kind, het is ons niet mogelijk je hier in dit huis een kamer
+te geven."
+
+"Dus moet ik gaan!" zeide zij, terwijl zij trachtte op te staan.
+
+"Wel neen!" riep Marcel uit; "er is nog wel een andere manier, om de
+zaak te regelen; jij blijft hier in deze kamer en ik ga zoolang bij
+Rodolphe logeeren."
+
+"Dat is wel lastig voor jullie!" zeide Mimi; "maar het zal niet langer
+dan een paar dagen duren."
+
+"Het is volstrekt niet lastig voor ons," antwoordde Marcel; "dus zoo
+blijft het afgesproken: jij blijft hier en Rodolphe en ik slapen op
+de kamer van Rodolphe. Bonsoir, Mimi, slaap lekker!"
+
+"Ik dank jullie wel!" zeide zij, terwijl zij Marcel en Rodolphe,
+die weggingen, de hand gaf.
+
+"Wil ik de deur afsluiten?" vroeg Marcel, toen hij bij de deur was.
+
+"Waarom?" zeide Mimi met een blik op Rodolphe; "ik ben niet bang."
+
+Toen de twee vrienden in de kamer ernaast waren, vroeg Marcel
+plotseling aan Rodolphe:
+
+"En wat ben jij nu van plan te doen?"
+
+"Ik weet het zelf niet!" stamelde Rodolphe.
+
+"Kom, sta niet zoo te treuzelen, ga naar Mimi! Ik voorspel je, dat,
+wanneer je naar haar toegaat, jullie morgen weer verzoend zullen zijn!"
+
+"Wat zou jij gedaan hebben, als Musette teruggekomen was?" vroeg
+Rodolphe.
+
+"Als Musette in de kamer hiernaast was," antwoordde Marcel, "dan zou
+ik al een kwartier geleden niet meer in deze zijn."
+
+"Nou," zeide Rodolphe; "ik zal moediger zijn dan jij, ik blijf hier!"
+
+"Dat zullen we nog eens zien!" zeide Marcel, die reeds in bed lag;
+"ga jij ook naar bed?"
+
+"Zeker!" antwoordde Rodolphe.
+
+Doch toen Marcel midden in den nacht wakker werd, zag hij, dat Rodolphe
+weg was.
+
+'s Ochtends klopte Marcel zachtjes op de deur van de kamer, waarin
+Mimi sliep.
+
+"Binnen," riep zij. Toen zij hem zag, gaf zij hem een wenk zachtjes
+te praten, om Rodolphe, die nog sliep, niet wakker te maken. Hij zat
+in een fauteuil, dien hij bij het bed geschoven had, en rustte met
+zijn hoofd op het kussen naast Mimi.
+
+"Hebben jullie zoo den nacht doorgebracht?" vroeg Marcel verwonderd.
+
+"Ja," antwoordde het jonge meisje.
+
+Plotseling werd Rodolphe wakker. Na Mimi een kus gegeven te hebben,
+stak hij den schilder, die hoe langer hoe verbaasder scheen, de
+hand toe.
+
+"Ik zal zien, dat ik wat geld krijg, om eten te koopen," zeide hij
+tot Marcel; "houd jij Mimi zoo lang gezelschap."
+
+"En," vroeg Marcel aan het jonge meisje, toen zij alleen waren,
+"wat is er vannacht gebeurd?"
+
+"Ach God, niets dan treurige dingen," zeide Mimi; "Rodolphe houdt
+nog altijd van me."
+
+"Dat weet ik!"
+
+"Ja, jij hebt hem van mij willen aftrekken," zeide zij; "maar dat
+neem ik je niet kwalijk, Marcel, je hadt gelijk; ik heb dien armen
+jongen leelijk behandeld!"
+
+"En jij," vroeg Marcel, "houdt jij nog altijd van hem?"
+
+"Of ik van hem houd!" zeide zij handenwringend. "En dat is juist zoo'n
+pijniging voor me. Ik ben wel veranderd, beste jongen, en daarvoor
+is niet veel tijd noodig geweest."
+
+"Nou, als hij van jou houdt en jij van hem en jullie niet buiten
+elkaar kunt, moeten jullie maar weer samen gaan leven en dan probeeren,
+dat het ditmaal voor goed is."
+
+"Dat is onmogelijk," zeide Mimi.
+
+"Waarom?" vroeg Marcel; "zeker, het zou verstandiger zijn, indien
+jullie voor goed van elkaar gingen; maar om elkaar niet meer te zien,
+zouden jullie wel duizend mijl van elkaar moeten zijn!"
+
+"Wat bedoel je daarmee?"
+
+"Spreek er niet met Rodolphe over, dat zou hem te veel aanpakken--maar
+ik ga gauw voor goed weg."
+
+"Maar waarheen?"
+
+"Kijk eens, Marcel," zeide Mimi snikkend.
+
+En de dekens wat terugslaande, liet zij den schilder haar schouders,
+haar hals en haar armen zien.
+
+"Goede God!" riep Marcel verschrikt uit. "Arme meid!"
+
+"Zie je wel, beste jongen, dat ik mij niet vergis en dat ik spoedig
+sterven zal?"
+
+"Maar hoe is dat in zoo'n korten tijd kunnen gebeuren?" vroeg Marcel.
+
+"Ach!" antwoordde Mimi; "bij het leven, dat ik sedert twee maanden
+leid, is dat niet te verwonderen: al die slapelooze, doorweende
+nachten, dat poseeren in onverwarmde ateliers, het slechte voedsel,
+het vele verdriet.... En dan weet je nog niet alles: ik heb me
+met eau de Javel willen vergiftigen; ze hebben me gered, maar niet
+voor lang, zooals je ziet. Bovendien ben ik nooit heelemaal gezond
+geweest. Enfin, het is mijn eigen schuld: als ik kalm bij Rodolphe
+gebleven was, zou het zoover niet gekomen zijn. En nu kom ik dien
+armen jongen weer lastig vallen, maar het zal niet voor lang zijn:
+het laatste kleedingstuk, dat hij me geven zal, zal heelemaal wit
+zijn, Marcel, en daarin zal ik begraven worden. O, als je eens wist,
+hoe vreeselijk ik het vind, dat ik sterven moet! Rodolphe weet, dat ik
+ziek ben; gisteren heeft hij langer dan een uur sprakeloos naast mijn
+bed gezeten, toen hij mijn magere armen en schouders heeft gezien:
+hij herkende zijn Mimi niet meer ..... ach, mijn spiegel herkent
+me zelfs niet meer. Maar enfin, ik ben knap geweest en hij heeft
+veel van me gehouden. O lieve God," riep zij uit, terwijl zij haar
+gezicht in Marcel's handen verborg, "ik ga je verlaten, beste jongen,
+en Rodolphe ook. O, lieve God!"
+
+Tranen verstikten haar stem.
+
+"Kom, Mimi," zeide Marcel, "doe niet zoo wanhopig, je zult weer beter
+worden; je hebt alleen een goede verpleging en rust noodig."
+
+"Ach, neen!" antwoordde Mimi; "het loopt af met mij, ik voel het heel
+goed. Ik ben zoo vreeselijk zwak: toen ik gisterenavond hier kwam,
+heb ik meer dan een uur noodig gehad om boven te komen. En als ik hier
+een andere vrouw had aangetroffen, zou ik me uit het raam geworpen
+hebben. En toch was hij vrij, nu wij niet meer samen waren; maar
+zie je, Marcel, ik was er zeker van, dat hij nog van me hield. En
+daarom"--en weer barstte Mimi in tranen uit--"daarom alleen heb ik
+niet dadelijk willen sterven. Maar toch is het gedaan met mij. Och,
+Marcel, wat is hij toch een goede jongen, dat hij mij na alles wat ik
+hem aangedaan heb, toch nog bij zich genomen heeft. Ach, de lieve God
+is niet rechtvaardig, dat hij mij den tijd zelfs niet laat om weer
+goed te maken wat ik tegenover Rodolphe misdaan heb. En hij begrijpt
+heel goed hoe het met mij gesteld is. Ik wou niet, dat hij naast mij
+kwam liggen, want het is net alsof ik de wormen al aan mijn lichaam
+voel vreten. Wij hebben den geheelen nacht door samen geweend en over
+vroeger gesproken. O, wat is het toch droevig, dat je het geluk dan
+eerst ziet, wanneer het niet meer bereikbaar is en nadat het aan je
+voorbijgegaan is, zonder het te zien!.... O, het brandt me in mijn
+borst als vuur; en wanneer ik mijn ledematen beweeg, is het net,
+alsof zij zullen breken ..... Och, Marcel, geef me mijn japon even
+aan. Ik wil de kaart leggen, om te zien of Rodolphe geld meebrengen
+zal. Ik zou nog zoo graag eens lekker met jullie willen dejeuneeren,
+net als vroeger--het zal me geen kwaad doen, want God kan me toch niet
+zieker maken dan ik al ben. Kijk," zeide zij, terwijl ze Marcel de
+kaart liet zien, die zij gecoupeerd had; "dat is schoppen, de kleur
+van den dood. En hier klaveren," voegde zij er vroolijk aan toe. "We
+krijgen geld."
+
+Marcel wist niet wat hij moest zeggen bij die helderziende ijlkoortsen
+van dit ongelukkige schepseltje, dat, zooals zij zeide, de wormen
+reeds aan zich voelde vreten.
+
+Na een uur kwam Rodolphe terug. Hij bracht Schaunard en Colline
+mede. De musicus had zijn zomerjas aan: hij had, zoodra hij gehoord
+had, dat Mimi ziek was zijn winterjas verkocht, om Rodolphe geld te
+kunnen leenen. Colline van zijn kant had verschillende boeken van
+de hand gedaan. Weliswaar had hij liever een arm of been verzilverd,
+maar Schaunard had hem aan zijn verstand gebracht, dat men met zijn
+arm of been niets beginnen kan, waarom hij maar besloten had van zijn
+lievelingen afstand te doen.
+
+Mimi spande al haar krachten in om haar oude vrienden met een vroolijk
+gezicht te ontvangen.
+
+"Ik ben niet ondeugend meer," zeide zij tot hen, "en Rodolphe heeft
+mij vergiffenis geschonken. Als hij mij bij zich wij houden, zal ik
+klompen aantrekken en een halsdoek omdoen. Zijde is niet goed voor mijn
+gezondheid," voegde zij er met een hartverscheurend glimlachje aan toe.
+
+Op aandringen van Marcel had Rodolphe een van zijn vrienden, die
+pas dokter geworden was, laten halen. Het was dezelfde, die vroeger
+de kleine Francine behandeld had. Toen hij kwam, liet men hem met
+Mimi alleen.
+
+Rodolphe was door Marcel reeds te voren op de hoogte gebracht van
+den gevaarlijken toestand, waarin Mimi verkeerde. Toen de dokter Mimi
+onderzocht had, zeide hij tot Rodolphe:
+
+"Je kunt haar hier niet houden. Slechts een wonder kan haar redden. Zij
+moet naar het ziekenhuis. Ik zal je een brief voor de Pitié geven;
+een van mijn kennissen is daar assistent; ik zal hem vragen haar
+te behandelen. Als zij de lente haalt, kunnen we haar misschien nog
+heelemaal beter maken; maar als zij hier blijft, is het binnen acht
+dagen afgeloopen."
+
+"Ik zal het haar nooit durven voorstellen," zeide Rodolphe.
+
+"Ik heb het haar al gezegd," antwoordde de dokter, "en zij vindt het
+goed. Morgen zal ik je een formulier voor de Pitié zenden."
+
+"Beste jongen," zeide Mimi tot Rodolphe, "de dokter heeft gelijk. Je
+zoudt me hier niet kunnen verplegen, zooals het behoort; je moet
+mij naar het ziekenhuis laten gaan. O, ik zou nu zòò graag blijven
+leven, dat ik de rest van mijn leven mijn linkerhand in het vuur
+zou houden, als ik de jouwe in mijn rechter mocht hebben. Je komt me
+toch zeker dikwijls opzoeken. Kom wees niet zoo bedroefd: ik zal daar
+goed verpleegd worden, heeft de dokter gezegd. Je krijgt kalfssoep
+in het ziekenhuis, en het is er warm. En terwijl ik daar aan het
+opknappen ben, moet jij werken, om geld te verdienen; en wanneer ik
+weer beter ben, kom ik weer bij je terug en blijf ik altijd bij je. Ik
+heb nu heel veel hoop. Ik kom even knap als vroeger terug. Vroeger,
+toen ik je nog niet kende, ben ik ook eens ziek geweest, en toen
+ben ik ook beter geworden. En in dien tijd was ik niet gelukkig,
+en het zou beter geweest zijn, als ik toen maar gestorven was. Nu
+ik jou teruggevonden heb en wij nog gelukkig kunnen zijn, zullen
+ze me ook wel beter maken, want ik zal me krachtig tegen de ziekte
+verzetten. Ik zal alle leelijke drankjes, die ze me geven, slikken,
+en de dood zal me alleen maar met geweld van je kunnen nemen. Geef den
+spiegel eens, het is net, of ik al weer een kleur krijg. Ja," zeide
+zij, terwijl zij in den spiegel keek, "mijn mooie tint komt alweer
+terug. En kijk, mijn handen zijn nog altijd mooi; geef er nog eens
+een zoen op; het zal heusch de laatste keer niet zijn, jongenlief!"
+
+Toen zij dit gezegd had, sloeg zij haar armen om zijn hals en bedekte
+zijn gezicht onder haar loshangende haren.
+
+Voor zij naar het ziekenhuis ging, wilde zij nog een avond met al de
+vroegere vrienden samen zijn.
+
+"Laat me lachen," zeide zij; "vroolijkheid is voor een mensch het
+beste geneesmiddel. Die slaapmuts van een vicomte heeft mij ziek
+gemaakt. Hij wou me orthographie leeren, stel je voor; wat moest ik
+daarmede beginnen? En zijn vrienden--lieve God, wat een kerels! Je
+reinste hoenderhof, waarin de vicomte de pauw was. Hij merkte, God
+betert, zijn eigen linnengoed. Als hij ooit trouwt, krijgt hij vast
+de kinderen."
+
+Niets kon aangrijpender zijn dan deze opgewekte stemming, die, om zoo
+te zeggen, den dood van het lichaam overleefde. Slechts met inspanning
+van al hun geestkracht slaagden de bohémiens erin hun tranen terug
+te houden en het gesprek in den schertsenden toon te houden, waarin
+het gebracht was door dat arme kind, voor wie het noodlot zoo vlug
+het linnen voor haar laatste kleed weefde.
+
+Den volgenden ochtend kreeg Rodolphe het formulier voor het
+ziekenhuis. Mimi kon onmogelijk meer loopen: ze moest in het rijtuig
+worden gedragen. Tijdens het rijden leed zij vreeselijk onder de
+schokken. Maar het laatste, dat bij vrouwen sterft, de ijdelheid,
+overwon ook nu nog die pijnen: twee of driemaal liet zij het rijtuig
+voor mode-magazijnen stil staan, om naar de étalages te kijken.
+
+Toen zij in de op het formulier aangegeven zaal kwam, voelde Mimi
+haar hart samenkrimpen; een inwendige stem zeide haar, dat zij haar
+leven tusschen deze kale, droefgeestige muren zou eindigen. Al haar
+wilskracht moest zij te hulp roepen, om den somberen indruk, die haar
+had doen rillen, voor Rodolphe te verbergen.
+
+Toen zij te bed lag, omhelsde zij hem voor de laatste maal en drukte
+hem op het hart haar den volgenden Zondag te komen opzoeken.
+
+"Het ruikt hier zoo akelig," zeide zij; "breng bloemen voor me mee,
+viooltjes, die zijn er nog!"
+
+"Ja," zeide Rodolphe; "adieu, tot Zondag!"
+
+En hij trok de gordijnen dicht. Toen Mimi hoorde hoe de stappen van
+haar geliefde zich steeds verder verwijderden, kreeg zij plotseling
+een koortsaanval. Zij sloeg wild de gordijnen open, boog zich half
+uit haar bed en riep met een door tranen verstikte stem:
+
+"Rodolphe, neem me weer mee; ik wil weg!"
+
+De zuster kwam naar haar toe en trachtte haar te kalmeeren.
+
+"O," steunde Mimi; "ik zal hier sterven!"
+
+'s Zondagsochtends, den dag dat hij Mimi zou gaan opzoeken,
+herinnerde Rodolphe zich, dat hij haar beloofd had viooltjes mee
+te zullen brengen. Door een poëtisch bijgeloof gedreven, ging hij,
+niettegenstaande het vreeselijke weer, te voet naar de bosschen van
+Aulnay en Fontenay, waar hij zoo dikwijls met haar geweest was, om daar
+zelf de bloemen te zoeken, waarom zij hem gevraagd had. Twee uur lang
+dwaalde hij door het met sneeuw bedekte kreupelhout en lichtte met
+een klein stokje de struiken en het heidekruid op, tot hij eindelijk
+een paar viooltjes vond vlak bij het struikgewas langs den vijver
+van Le Plessis, hun lievelingsplekje, waar ze altijd heengingen,
+als ze buiten waren.
+
+Toen hij op den terugweg naar Parijs door het dorp Châtillon kwam, zag
+hij op het kerkplein een doopstoet en daarbij een van zijn vrienden,
+die met een zangeres van de Opéra peet was.
+
+"Wat voer jij hier uit?" vroeg hij, verwonderd Rodolphe daar te zien.
+
+De dichter vertelde wat er gebeurd was.
+
+De jonge man, die Mimi gekend had, werd door het verhaal zeer
+aangegrepen. Hij haalde een doos bonbons uit zijn zak en gaf die
+aan Rodolphe.
+
+"Die arme Mimi, geef haar dit uit mijn naam en zeg, dat ik eens naar
+haar kom kijken!"
+
+"Als je dat wil, moet je je haasten, anders zou je te laat kunnen
+komen," zeide Rodolphe en ging verder.
+
+Toen hij in het hospitaal kwam, vloog Mimi, die zich niet meer bewegen
+kon, hem met een blik om de hals.
+
+"Ha, daar zijn mijn bloemen!" riep zij, terwijl een glimlach van
+geluk om haar lippen speelde.
+
+Rodolphe vertelde haar zijn pelgrimstocht naar het struikgewas langs
+den vijver, dat het paradijs van hun liefde geweest was.
+
+"Lieve bloemen!" zeide het arme kind, terwijl zij de viooltjes kuste.
+
+Ook de bonbons vielen in haar smaak.
+
+"Ze hebben me dus nog niet heelemaal vergeten!" zeide zij. "Wat zijn
+jullie toch allemaal goed. Ik mag al je vrienden graag, Rodolphe!"
+
+Het samenzijn was bijna vroolijk te noemen. Ook Schaunard en Colline
+waren gekomen. De zuster moest hen tot weggaan aansporen, daar de
+bezoektijd reeds lang voorbij was.
+
+"Vaarwel!" zeide Mimi; "tot Donderdag dus! En zorg op tijd te zijn!"
+
+Toen Rodolphe den volgenden avond thuis kwam, vond hij een brief van
+een jongen assistent uit het ziekenhuis, aan wien hij Mimi bijzonder
+aanbevolen had. De brief bevatte slechts deze woorden:
+
+"Amice, ik moet je een treurige tijding geven: No. 8 is dood. Toen
+ik vanochtend door de zaal kwam, vond ik het bed leeg."
+
+
+
+Rodolphe viel op een stoel neer, maar geen tranen kwamen hem
+verlichting brengen. Toen Marcel later op den avond bij hem kwam,
+vond hij zijn vriend nog in dezelfde wezenlooze houding; met een
+handgebaar wees Rodolphe hem op den brief.
+
+"Arme meid!" zeide Marcel.
+
+"Het is vreemd," merkte Rodolphe op; "ik voel niets. Zou mijn liefde
+reeds gestorven zijn, toen ik hoorde, dat Mimi sterven moest?"
+
+"Wie zal het zeggen?" mompelde de schilder.
+
+Mimi's dood veroorzaakte in den kring der bohémiens een groote
+ontroering.
+
+Acht dagen later ontmoette Rodolphe op straat den assistent, die hem
+den dood van zijn vriendinnetje gemeld had.
+
+"Beste Rodolphe," zeide hij, "je neemt het me toch niet al te kwalijk,
+dat ik je door mijn voorbarigheid verdriet gedaan heb?"
+
+"Wat bedoel je?" vroeg Rodolphe verwonderd.
+
+"Wat? .... Weet je het niet? Heb je haar dan niet meer gezien?"
+
+"Wie?" schreeuwde Rodolphe.
+
+"Maar Mimi natuurlijk!"
+
+"Wat?" stamelde de dichter, die doodsbleek werd.
+
+"Ik had me vergist. Toen ik je die vreeselijke tijding schreef,
+was ik het slachtoffer van een dwaling. Kijk eens, ik was in twee
+dagen niet in het ziekenhuis geweest. Toen ik den derden dag weer
+terugkwam, vond ik het bed van je vrouw leeg. Op mijn vraag aan de
+zuster waar de zieke was, kreeg ik ten antwoord, dat zij 's nachts
+gestorven was. De zaak zit zoo in elkaar. Tijdens mijn afwezigheid
+was Mimi naar een andere zaal gebracht. In bed No. 8 hadden ze een
+andere vrouw gelegd, die nog denzelfden dag gestorven is. Dat is de
+oorzaak van mijn vergissing. Den dag, nadat ik je geschreven had,
+vond ik Mimi in een zaal ernaast. Jouw wegblijven had haar vreeselijk
+veel verdriet gedaan; zij gaf me een brief voor je, dien ik dadelijk
+naar je kamer gebracht heb."
+
+"Lieve God!" riep Rodolphe uit; "vanaf het oogenblik dat ik dacht,
+dat Mimi dood was, ben ik niet meer op mijn kamer geweest. Ik heb
+hier en daar bij mijn vrienden geslapen. Mimi leeft. God, wat moet
+zij wel van mijn wegblijven denken! Arme, arme meid! En hoe is het
+met haar? Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?"
+
+"Eergisterenochtend. Zij was niet erger en niet beter, maar zij is
+erg ongerust over jou, ze denkt, dat je ziek bent!"
+
+"Ga dadelijk met me naar de Pitié," zeide Rodolphe; "ik moet ze zien."
+
+"Wacht hier een oogenblik," zeide de assistent, toen zij bij den
+ingang van het ziekenhuis waren, "ik zal den directeur vragen, of je
+haar zien mag."
+
+Rodolphe wachtte een kwartier in de vestibule. Toen kwam de assistent
+terug, greep de hand van den dichter en zeide:
+
+"Je moet maar denken, beste kerel, dat de brief, dien ik je acht
+dagen geleden geschreven heb, waarheid gesproken heeft."
+
+"Wat?" zeide Rodolphe, terwijl hij wankelde en steun zocht tegen een
+pilaar; "Mimi....."
+
+"Vanochtend om vier uur."
+
+"Breng mij naar de snijkamer, dan kan ik ze nog eenmaal zien,"
+vroeg Rodolphe.
+
+"Daar is ze niet meer," zeide de dokter. En terwijl hij den dichter op
+een grooten wagen wees, die op de binnenplaats stond voor een gebouw,
+waarboven het woord: Snijkamer te lezen was, voegde hij eraan toe:
+
+"Daarin is zij."
+
+Het was inderdaad de lijkwagen, waarin de niet opgevraagde lijken
+naar de gemeenschappelijke graven gebracht worden.
+
+"Adieu," zeide Rodolphe tot den assistent.
+
+"Wil ik soms met je meegaan?" vroeg deze.
+
+"Neen, dank je," zeide Rodolphe, terwijl hij zich langzaam
+verwijderde. "Ik wil alleen zijn!"
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIII.
+
+MEN IS SLECHTS EENS JONG.
+
+
+Een jaar na Mimi's dood vierden Rodolphe en Marcel, die steeds bij
+elkaar gebleven waren, met een feest hun intrede in de officieele
+wereld. Marcel, die eindelijk tot den Salon was toegelaten, had er twee
+schilderijen geëxposeerd, waarvan er een gekocht was door een rijken
+Engelschman, een vroegeren minnaar van Musette. Met de opbrengst van
+dien verkoop en met die van een hem door de regeering opgedragen werk,
+had Marcel het grootste gedeelte van zijn oude schulden afgelost,
+zich in een fatsoenlijke woning geïnstalleerd en een echt atelier
+ingericht. Bijna tegelijk waren Schaunard en Rodolphe voor het publiek
+getreden, dat over den naam en het fortuin van kunstenaars beslist,
+de eerste met een album liederen, die op alle concerten gezongen
+werden en die zijn naam vestigden; de tweede met een boek, waarmede
+de kritiek zich een maand lang bezig hield. Barbemuche had zich sedert
+lang uit het bohème leven teruggetrokken, terwijl Gustave Colline een
+erfenis gekregen en een rijk huwlijk gedaan had en nu avondjes gaf,
+waarop muziek gemaakt en koekjes gegeten werden.
+
+Op een avond, dat Rodolphe in zijn fauteuil en met zijn voeten op
+zijn tapijt zat, zag hij Marcel opgewonden binnenkomen.
+
+"Weet je wat mij overkomen is?" vroeg hij.
+
+"Neen," antwoordde de dichter. "Ik weet alleen, dat ik bij je geweest
+ben, dat je beslist thuis was en dat je me niet hebt willen open doen."
+
+"Ik heb je wel gehoord. Raad eens wie bij mij was."
+
+"Hoe zou ik dat weten?"
+
+"Musette! Zij is gisteravond als débardeur [52] bij me binnen komen
+vallen."
+
+"Musette? Heb jij Musette teruggevonden?" vroeg Rodolphe met iets
+van spijt in zijn stem.
+
+"Maak je niet ongerust! de vijandelijkheden zijn niet hervat. Musette
+is den laatsten nacht van haar bohème-leven bij mij komen doorbrengen."
+
+"Wat bedoel je daarmee?"
+
+"Zij gaat trouwen."
+
+"Wat!" riep Rodolphe uit. "En met wien, lieve hemel?"
+
+"Met een postmeester, den voogd van haar laatsten minnaar, een type,
+naar het schijnt. Musette heeft tegen hem gezegd: "Waarde heer,
+alvorens ik u definitief mijn hand geef en met u naar het stadhuis
+rijd, wil ik nog eerst acht dagen volkomen vrijheid. Ik moet mijn zaken
+regelen en ik wil mijn laatste glas champagne drinken, mijn laatsten
+quadrille dansen en mijn vriend Marcel, die net zoo goed is als ieder
+ander, een laatsten kus geven." Acht dagen lang heeft het lieve kind
+naar mij gezocht, tot ze gisteravond juist op een oogenblik, dat ik aan
+haar dacht, bij mij is komen binnenvallen. Wij hebben een treurigen
+nacht gehad ..... het was lang dat van vroeger niet, lang niet. Wij
+zagen er net uit als een slechte copie van een meesterwerk. Ik heb
+naar aanleiding van deze laatste scheiding een klein klaaglied gemaakt,
+dat ik je voorjammeren zal, als je het goed vindt."
+
+En toen begon hij eenige coupletten te neuriën ...
+
+
+
+"Nou ben je toch zeker wel gerustgesteld," zeide Marcel, toen hij
+uitgejammerd had; "mijn liefde voor Musette is zoo dood als een pier,
+dat bewijst dit treurige treurlied wel."
+
+"Arme kerel!" zeide Rodolphe; "je verstand duelleert met je hart;
+pas op, dat het laatste niet gedood wordt."
+
+"Dat is al gebeurd," antwoordde de dichter; "het is afgeloopen met
+ons, we zijn dood en begraven. Je bent maar eens jong. Waar dineer
+je vanavond?"
+
+"Als je het goed vindt, kunnen we voor twaalf sous in ons oud
+restaurant in de rue du Four gaan eten, waar je nog van die echte
+dorpsborden hebt, en waar je, als je klaar bent, nog steeds trek hebt."
+
+"Neen, dank je wel," antwoordde Marcel. "Ik wil wel nog eens praten
+over het verleden, maar dan bij een goed glas wijn in een makkelijken
+fauteuil. Ach ja, ik ben nu eenmaal verdorven. Ik houd alleen nog
+maar van wat goed is."
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een hôtel in de tegenwoordige rue-Jean-Jacques-Rousseau, waarin
+meubelverkoopingen gehouden werden.
+
+[2] Een bekend soort, met brons ingelegde meubelen.
+
+[3] De in het quartier latin gebruikelijke naam voor het Théâtre
+du Luxembourg.
+
+[4] Tweehoofdig.
+
+[5] De Regenboog.
+
+[6] Een beroemde slemppartij uit Cervantes' Don Quichotte, beschreven
+in hoofdstuk XX van dat werk.
+
+[7] Gastheer.
+
+[8] Vatel was de hofkok van Lodewijk XIV.
+
+[9] Greuze, volgens Diderot "le peintre des familles et des honnêtes
+gens", is bekend door zijn sentimenteel-kokette meisjesfiguren; Gavarni
+daarentegen gaf aan die koketterie een meer overmoedige uitdrukking.
+
+[10] Het fabriekstempel J. G. vindt men op kleine aarden pijpen,
+die voor twee sous verkrijgbaar zijn.
+
+[11] Cicero's uitdrukking was: Nascuntur poetae (Dichters worden
+geboren). Poêlier, beteekent kachelsmid, rookverdrijver.
+
+[12] Door geweld gedwongen.
+
+[13] Persoon uit don Juan, die steeds geharnast was en dus zeer
+zwaar liep.
+
+[14] Letterkundige wedstrijden, waarbij de winnaars een gouden bloem,
+meestal een roos, krijgen.
+
+[15] Met het personeel van de firma Bidault (den toenmaligen
+postdirecteur) worden de brievenbestellers bedoeld.
+
+[16] Een gefingeerde naam.
+
+[17] De tweede helft luidt... "en de aanraking van twee opperhuiden."
+
+[18] Zie de beide novellen van de Musset: "Frédéric et Bernerette"
+en "Mademoiselle Mimi Pinson."
+
+[19] Rivier in Lydië, bekend om haar goudrijkdom.
+
+[20] Sax was een fabrikant van beroemde muziekinstrumenten.
+
+[21] Borreas = Noordenwind.
+
+[22] Een heilige uit de R.K. kerk, die zich voornamelijk het lot van
+arme verworpenen en maatschappelijk ellendigen aantrok.
+
+[23] Een verdoovend, uit een soort hennepplant bereid middel.
+
+[24] Toespeling op Dumas' roman: "De drie musketiers".
+
+[25] Te Saint-Denis was een kostschool, waar dochters van officieren
+van het Legioen van Eer werden opgevoed.
+
+[26] Iemand, die toelatingsexamen voor de universiteit heeft gedaan.
+
+[27] "Geloofsbelijdenis van den savoyaardschen vicaris". Vergelijk
+Rousseau's Emile.
+
+[28] Géricault, een beroemd schilder, wiens doek "Vlot der Medusa",
+in 1819 groot opzien verwekte en de eerste overwinning van het realisme
+in de schilderkunst genoemd wordt.
+
+[29] Cicero is een lettersoort.
+
+[30] Vergelijk Dumas' Kean, 2de bedrijf, tooneel 1-3.
+
+[31] Parijs bezat vroeger slechts twaalf arrondissementen en evenveel
+bureaux voor den burgerlijken stand--een voor den maire van het
+dertiende arrondissement gesloten huwelijk was dus een huwelijk uit
+vrije liefde.
+
+[32] De "Complainte van Jean Bélin" is een satyriek gedicht van een
+onbekenden schrijver, dat in 1840 verschenen was. Ook in andere werken
+zinspeelt Murger er op.
+
+[33] Vergelijk Racine's Cinna, acte V, Scène I.
+
+[34] Vergelijk Racine's Phèdre, acte I, scène I.
+
+[35] In de Rue Coquenard ligt de kerk Notre-Dame-de-Lorette, wier
+naam overgegaan is op de schoone zondaressen, die in deze straat wonen.
+
+[36] De papegaai Vert-Vert is de held van een naar hem genoemd komisch
+epos van Gresset. Opgevoed in een klooster te Nivers, was hij zoo
+deugdzaam en vroom, dat zijn roem zich overal heen verbreidde en ook
+de nonnen in een klooster te Nantes hem wenschten te hooren. Op een
+boot daarheen gebracht, leerden de schippersknechts hem vloeken als
+een ketter, wat bij de nonnen groote consternatie verwekte.
+
+[37] Toespeling op Offenbach's operette Les contes d'Hoffmann.
+
+[38] Matthieu Laensberg leefde omstreeks 1680 als canonicus in Luik en
+gaf een kalender met weersvoorspellingen uit. Omstreeks 1840 aapten
+de socialisten (Louis Blanc) in hun volkskalender de populaire taal
+van den canonicus na om propaganda te maken voor revolutionnaire
+doeleinden; hierdoor werd de naam in Frankrijk in grootere kringen
+populair.
+
+[39] Letterlijk: een pleisterplaats voor karavanen.
+
+[40] Zinspeling op Dante's Inferno.
+
+[41] Eetlust.
+
+[42] Een verfrisschende drank (bereid uit citroen en zoethout),
+die in Frankrijk langs den weg verkocht wordt.
+
+[43] Bekende champagne-merken.
+
+[44] Zie Molière's Don Juan: Acte IV, scène III.
+
+[45] Zie Shakespeare's Macbeth.
+
+[46] Gastibelza is de held van het drama "Gastibelza of de Waanzinnige
+van Toledo" van d'Ennery en Cormon. In het tweede bedrijf wordt hij
+krankzinnig, in het derde echter krijgt hij, zooals dat een held
+betaamt, zijn verstand vrijwel weer terug. Hij komt nooit zonder zijn
+karabijn op het tooneel.
+
+[47] Neen, het is nog niet de dag; het was de nachtegaal en niet de
+leeuwerik, wiens tonen doordrongen tot je angstige ooren.
+
+[48] Toespeling op den versregel uit het laatste tooneel van
+Raynouard's tragedie: "Les Templiers":
+
+
+ "Mais il n'était plus temps; les chants avaient cessé".
+
+
+[49] Een duif à la crapoudine is een duif, die opgediend wordt in
+den vorm van een pad.
+
+[50] Een persoon uit de Grieksche mythologie met honderd armen.
+
+[51] Bekende persoon uit don Quichotte.
+
+[52] Débardeur = iemand, die tijdens het carnavalsfeest als houtdrager
+gecostumeerd rondloopt.
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Kunstenaarsleven te Parijs, by Henri Murger
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK KUNSTENAARSLEVEN TE PARIJS ***
+
+***** This file should be named 35741-8.txt or 35741-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/5/7/4/35741/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/35741-8.zip b/old/35741-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..4a58585
--- /dev/null
+++ b/old/35741-8.zip
Binary files differ