summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/34898-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '34898-8.txt')
-rw-r--r--34898-8.txt4024
1 files changed, 4024 insertions, 0 deletions
diff --git a/34898-8.txt b/34898-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..d9d435f
--- /dev/null
+++ b/34898-8.txt
@@ -0,0 +1,4024 @@
+The Project Gutenberg EBook of Nevelhekse, by Albertus Alidus Steenbergen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Nevelhekse
+ een verhaal uit de Drentsche venen naar authentieke
+ bescheiden medegedeeld
+
+Author: Albertus Alidus Steenbergen
+
+Release Date: January 6, 2011 [EBook #34898]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEVELHEKSE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | Voetnoten[cijfer] zijn weergegeven na de bijbehorende alinea. |
+ | De eindnoten[letter] zijn als in het origineel weergegeven aan |
+ | het eind van het boek onder 'Aanteekeningen'. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | Uitgespatiëerde tekst is weergeven als ~uitgespatiëerd~. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als |
+ | »aanhalingstekens". |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | Het origineel bevatte 2 titels. De titel 'Berend Veltink' is |
+ | beschikbaar op https://www.gutenberg.org als e-boek #34899. |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ NEVELHEKSE.
+
+ EEN VERHAAL UIT DE DRENTSCHE
+ VENEN, NAAR AUTHENTIEKE
+ BESCHEIDEN MEDEGEDEELD DOOR:
+ ... ALB. STEENBERGEN. ...
+
+ EN
+
+
+ BEREND VELTINK
+
+ OET 't EMMER KERSPEL OP REIZE
+ NAO GRÖNNINGEN UM 't PEERDESPUL
+ VAN CARRÉ TE ZEEN EN WAT HUM
+ DAORBIJ OVERKWAM, HEN EN
+ WEERUM. ... DOOR H. BOOM.
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+
+ GRATIS-PREMIE AAN DE ABONNÉ's DER
+ PROVINCIALE DRENTSCHE EN ASSER COURANT.
+ 1911.
+
+
+
+
+NEVELHEKSE.
+
+1705.
+
+
+ Maar in 't gantse beloop van deze Historie was ene sonderlinge
+ vremtheyt niet te miskennen, en, paste 't een Christen niet, bij
+ de Beschickingen der Voorsienigheyt te swijgen en uyt te roepen
+ met Paulus: »Hoe geheel onbegrijpelijk sijn Sijne Oordeelen,
+ en ondoorgrondelijk Sijne Weghen", men soude met de Ouden hier
+ genegen zijn aen te nemen een blint en onversoenlijk Fatum.
+
+ Mr. Petrus Calkoen.
+ Tijtsgetuyghenissen-Clapper.
+
+De veenkolonie Echtens-Hoogeveen had in 't jaar, waarin de
+geschiedenis voorvalt, die ik voornemens ben hier mede te deelen,
+haar negen-en-zeventigste levensjaar bereikt, want het octrooi harer
+stichting, dat in zekere mate als haar geboorteacte mag worden
+aangemerkt, is gedateerd: 30 Maart 1626.
+
+Zij was op dat tijdstip dus al eene matrone van vrij gevorderden
+leeftijd, maar men hoorde haar echter heel weinig noemen; trouwens,
+datzelfde was het geval met »de Landschap" waarin zij lag, en ik geloof
+alzoo--vooral voor hen, die geene gelegenheid hadden kennis te maken met
+den »Clapper" van de heeren A. en P. Calkoen (waaraan mijn stuk voor een
+goed deel is ontleend)[1]--geen nutteloos werk te doen, met in breede
+trekken hare gelegenheid en de eigenaardigheden van hare bevolking in
+die dagen mede te deelen en aan de geschiedenis van Nevelhekse te doen
+voorafgaan.
+
+[1] Notulen Mijner Daghen, ofte Tijtsgetuygenissen-Clapper van Arent
+Calkoen I. U. D. en Petrus Calkoen I. U. D. 1661-1709. Van dat werk,
+thans nog in manuscript, werden eenige fragmenten medegedeeld in de
+Hoogeveensche Courant, 1884-1885.
+
+Zooals ik zeide, was zij eene genoegzaam onbekende in Nederland. Op de
+landkaarten, in die dagen, en nog in veel later tijden vervaardigd,
+zocht men haar te vergeefs, en hoewel nagenoeg 3000 inwoners
+tellende, en alzoo het gehucht Echten meer dan tienmaal in bevolking
+overtreffende, achtte men het noodig op de adressen der brieven, aan
+hare bewoners gericht, steeds uitdrukkelijk te vermelden: Op 't
+Hogeveen, bij Echten.
+
+Echtens-Hoogeveen bestond destijds, en vrij meer dan thans het geval
+is, uit twee zeer van elkander verschillende deelen: het kerkdorp,
+gewoonlijk ~de Huizen~ genoemd, en de veenderijen, in die dagen, en ook
+thans nog wel eens, ~de Velden~ betiteld.
+
+In 't eerste gedeelte woonde de burgerij, in het tweede de
+veenarbeiders.
+
+Wat het eerste gedeelte aangaat, het begon zich naar alle zijden uit
+te breiden, maar het getal huizen langs de vaart, of, om juister
+te spreken--de vaarten--die thans de kom der gemeente vormen, zal
+waarschijnlijk de 400 niet overschreden hebben.
+
+En--verre van als thans, in dicht aaneen gesloten rijen te zijn
+geschaard--vertoonden zich overal gapingen in hare gelederen, ingenomen
+door tuinen, boomgaarden, en weidelanden, door slooten of schuttingen
+van den gemeenen weg gescheiden.
+
+Op enkele uitzonderingen na, waren die huizen ook laag en onaanzienlijk,
+en hadden meestal rieten daken, en hoewel zij in 't algemeen de lijn
+van het kanaal volgden, stonden zij op sommige plaatsen verder af,
+op andere weder dichter bij het water, en daar er zeer weinig passage
+van rijtuigen was, werd het den smid niet belet zijne travaalje
+of slijpsteen ter halverwege van den weg te plaatsen, noch aan den
+houtkooper of timmerman, zijne waren uit te stallen voor zijn huis en
+zoo dicht bij de vaart, als de reglementen op de scheepvaart dit maar
+eenigszins toelieten.
+
+De vaart, waaraan de kolonie haar aanwezen en opkomst had te danken,
+was zeer gebrekkig. Zij was vrij wat smaller dan tegenwoordig, en had
+niet minder dan elf schutten, en 't duurde dan ook gewoonlijk een uur of
+acht, vóór de schippers den toch maar vier uren langen waterweg hadden
+afgelegd.
+
+En toch was deze vaart de genoegzaam eenige weg, waardoor de kolonie met
+de buitenwereld in betrekking gebracht werd. Want de rijwegen, die naar
+haar leidden, waren van de zeer primitieve soort, zandig in den zomer,
+modderig in den winter, ja zoodanig, dat zij in laatstgenoemd saizoen
+niet dan met het grootste bezwaar en gevaar waren te gebruiken.
+
+Een »karos," die kwam binnenrijden, was dan ook een evenement, »dat alle
+jonge en oude wijven van 't spinnewiel riep, en de schooljongens met hun
+monarch aan 't hoofd voor de deur der school."
+
+De correspondentie met de post was zoo gebrekkig mogelijk. De brieven
+uit Holland, voor Hoogeveen en de daarbij gelegen plaatsen bestemd,
+werden naar Groningen verzonden, kwamen van daar te Assen, om vervolgens
+door de Landschapsboden, die één en later tweemalen in de week, naar
+de Scholten der verschillende Carspels werden afgevaardigd, aan hunne
+adressen te worden bezorgd, met de weinige couranten, die sommige van
+de aanzienlijkste ingezetenen lazen.
+
+Het bestuur der kolonie berustte voor één deel in handen van de
+afstammelingen der stichters--de heeren van Echten--en voor het andere
+deel in die van de Landschapsregenten.
+
+De Scholten, door beide machten aangesteld, werden bijgestaan in hun
+beheer door de dorpsvolmachten, die direct en door ~alle~ mannelijke
+meerderjarige ingezetenen der kolonie, en alzoo zonder aanzien van stand
+of gegoedheid, werden gekozen en waarvan jaarlijks de helft aftrad.
+
+Aan dit college was het Dagelijksch bestuur der gemeente opgedragen, en
+het deed daarvan ieder jaar, in de maand Februari, verslag aan het volk,
+tot dat einde bijeengeroepen, onder den blooten hemel, naar oud
+Germaansch gebruik en zede.
+
+Dan werd ook de Carspelrekening ter tafel gebracht en de belastingen
+vastgesteld, die er in den loop van het jaar dienden te worden
+geïnd en die--vergeleken met wat tegenwoordig ten kantore van den
+gemeente-ontvanger moet worden geofferd--niet noemenswaardig mogen
+worden genoemd, want onder gewone omstandigheden zullen zij weinig meer
+dan achthonderd gulden jaarlijks hebben bedragen.
+
+En geen wonder ook, want het Carspel bezoldigde geene ambtenaren[2],
+bezat geene publieke gebouwen, had geene schulden, liet het onderwijs
+der kinderen aan de zorgen der ouders over, en het onderhoud of den
+aanleg van wegen, straten, vonders, bruggen enz. aan den
+gemeenschappelijken boer of de aangelanden.
+
+[2] Alleen de Carspelsoldaten werden gekleed op kosten van de
+gemeenten. Hunne bezoldiging genoten zij van het Landschapsbestuur.
+
+En deze geringe schatting, waaronder tevens begrepen was het onderhoud
+der kerk en de gedeeltelijke bezoldiging van den predikant, was alles
+wat de koloniërs aan belasting betaalden, want van de landschapslasten
+waren zij vrijgesteld.
+
+Volgens de bepalingen toch, van het octrooi, door Ridderschap en
+Eigenerfden gegeven in den jare 1630, was het toen in wording
+verkeerende Carspel Echtens-Hoogeveen, vrijgesteld »van alle lasten en
+impositien hoe ook genaemd"[3] en dit gedurende een tijdvak van vijftig
+jaren.
+
+[3] De kasteleins betaalden--en dat was ook de eenige fiscale
+uitzondering van het octrooi--»sestien stuyvers van ydere tonne bier,
+op den tap".
+
+Dat octrooi, in 1680 geëindigd, was lang voor het vervallen van dien
+termijn verlengd. In 1663 toch, wendden zich de Participanten van de
+»5000 morgen," mitsgaders die van Steenbergen en ten Arlo, namens het
+Zuidwoldinger Hoogeveen optredende, tot het Landschapsbestuur, met
+»submis verzoek, dat het Octroy mogte worden verlengd, aengesien zij
+tot noch toe weynich profyt daarvan hadden genoten, en zij sodanige
+prolongatie niet obtinerende, gediscourageert zouden worden de hand
+langer aan 't werk te houden, maar genootsaekt souden zijn, hetzelve te
+verlaeten, tot haeren excessiven schade, alsmede tot ondienst van de
+Landschap."
+
+Ridderschap en Eygenerfden, deze »redenen gouterende", hadden daarop
+in hunne vergadering van 23 Februari 1664 het Octroi geprolongeert met
+dertig jaren, »aftereekenen oft te beginnen van den tijt aft dat het
+oude octroy sal comen te expireren."
+
+Was er dus over den druk van belastingen niet te klagen, over grooten
+vooruitgang op materieel gebied viel niet te roemen.
+
+Behalve in turf was er weinig handel en gering vertier.
+
+Er waren twee korenmolens--beide op de Schutstreek staande--, een
+kalkoven, eenige scheepshellingen, eene tichelarij, een drietal
+brouwerijen en grutterijen en verder een paar weefgetouwen, waarop grove
+wollen stoffen en linnens geweven werden.
+
+Wat de winkels aangaat, zij waren klein en men kon er zich niet anders
+dan van de allernoodzakelijkste levensbehoeften voorzien.
+
+Wat daar boven ging, kwam óf uit Meppel, óf werd door schippers, wier
+pramen groot genoeg waren om zich op de Zuiderzee te wagen, uit
+Amsterdam aangevoerd.
+
+Want een veerschip op laatstgenoemde stad was er niet, en een beurtveer
+op Meppel kwam eerst in 1735, en alzoo in veel lateren tijd tot stand.
+
+Over gebrek aan geneeskundige hulp was er lang geklaagd, maar daarin
+was in 1683 voorzien, toen een te Leiden gepromoveerd geneesheer, zich
+in de kolonie kwam nederzetten.
+
+Dat hij het echter niet breed had met zijne practijk blijkt uit de
+omstandigheid, dat hij zich tevens »met de borst" op de vervening
+toelei, zoowel als op den landbouw.
+
+Trouwens dit was ook het geval met de vier advocaten, die den
+pleitlustigen koloniërs dienden van rechtsgeleerde adviezen. Ook deze
+heeren waren veenbaas en boer en verkochten turf, melk en boter, zoo
+goed als hunne niet geletterde collega's en concurrenten.
+
+Wat het andere gedeelte der kolonie--~de Velden~--aangaat, hier was het
+voor een goed deel nog woest en ledig.
+
+Aan het Hollandscheveldsche Opgaande[4] zag men tot den hoek, waar dit
+eene oostelijke richting neemt, eenige huisjes van steen, afgewisseld
+door andere, tot welker bouw geene andere materialen waren gebruikt dan
+turf en leem, en waarvan de deur zoowel diende tot ingang als tot
+schoorsteen.
+
+[4] Vaart.
+
+Het in oostelijke richting opschietende gedeelte was meer een breede
+wijke[5] dan eene vaart.
+
+[5] Zijkanalen, minder breed en diep dan het hoofdkanaal.
+
+Diep tusschen hooge oevers van donker veen gelegen, werd dit kanaal
+omzoomd door eenige hutten, of liever holen, want het waren weinig
+anders dan in den grond gegraven gaten, waarop een dak van zoden of
+bonkaarde[6] geplaatst was, en die, uit de verte gezien, niet kwalijk
+geleken op reusachtige molshoopen.
+
+[6] De bovenste laag van het veen, bestaande uit dicht ineengegroeide
+heide en mosplanten.
+
+Van de bewoners dezer verblijven wordt door een tijdgenoot verzekerd,
+dat zij waren: »een Rapiamus, hokkelende bij elkanderen, comende wel
+van Tijdt tot Tijdt in de Cercke, maar sonder enige bate, sijnde sij te
+onwetent om de woorden te connen verstaen van den Leeraar."
+
+Wellicht was dat oordeel wel wat al te ongunstig en zeer zeker niet van
+toepassing op alle bewoners der »Velden", maar voor een goed deel was
+het juist.
+
+'t Was een wild en woest volkje, de bewoners van het Hollandscheveld
+hier, en van nog veel latere dagen, en hoe zou het ook anders kunnen
+zijn?
+
+Onderricht ontvingen zij niet of weinig, want de twee scholen, die er in
+de kolonie bestonden, lagen in de bebouwde kom van 't Carspel en alzoo
+veel te ver weg om er gebruik van te kunnen maken, en hetzelfde bezwaar
+gold tegen het bezoek van de catechisatie, een oogenblik aangenomen, dat
+de ouders besef genoeg hadden om het nut er van voor hunne kinderen in
+te zien.
+
+Dat het bijgeloof dan ook welig onder hen tierde, behoef ik niet te
+zeggen, maar wèl, dat dit evenzeer het geval was aan »de Huizen".
+
+Ook daar waren spokerijen en hekserijen aan de orde van den dag, en de
+duivel stoorde zich zoo weinig aan de tegen hem geslingerde banbliksems
+van den zeer Voetiaanschen predikant Curtenius, dat hij stoutmoedig
+genoeg bleek te zijn, dezen dienaar Christi persoonlijk lagen te leggen.
+
+Heksen waren er dan ook van allerlei soort en zeer diverse
+kunstvaardigheid. De een verstond de kunst melk uit het hecht van
+een mes te tappen; een ander wist uit slootwater boter te karnen van
+»redelycke qualiteit"--als de berichtgever er bijvoegt--, en een derde
+kon een bok met zooveel snelheid doen voortstappen, dat zijn vaart die
+der sneltreinen van onze dagen nog overtrof.
+
+Volgens onwraakbare getuigen toch, reed zekere heks, op zulk een beestje
+gezeten, op éénen nacht heen en weerom naar den Bloksberg!
+
+En welk soort van hekserij Nevelhekse uitoefende, zullen we nu zien,
+want deze mogelijk te lange inleiding sluitende, zullen we overgaan tot
+het verhaal harer lotgevallen.
+
+
+
+
+I.
+
+
+Het was in 't midden van de maand Augustus van 't hierboven vermelde
+jaar 1705, dat een gezelschap jonge lieden, meestal studenten, die
+de vacantie te huis doorbrachten, zich al vroeg in den morgen op weg
+begaven, om te visschen in het Riegmeer, eene waterplas, een half uurtje
+zuidwaarts van de kolonie Hoogeveen gelegen en in die dagen gewoonlijk
+Alberts-Holtien genoemd, naar een boschje van opgaand hout, dat het
+omringde.
+
+Niet alle leden van 't gezelschap waren ingezetenen van het Carspel of
+Coloniërs, als men ze veelal betitelde, want er was een vreemdeling
+onder hen, een Hagenaar, die een paar dagen vroeger te Hoogeveen was
+aangekomen en bij zijne bloedverwanten--de familie Bentinck--logeerde.
+
+Zijn geslachtsnaam kan ik niet met volle zekerheid mededeelen, maar
+wèl dat hij van moeder's zijde verwant was aan de Bentincks en--meer
+bepaald--aan den tak dier aanzienlijke familie, waartoe Jan Willem
+Bentinck, den grooten vriend van Koning William, behoorde.
+
+Noem ik hem dus ook Bentinck, en stel ik hem onder dien naam aan den
+lezer voor, ik meen daarmede geen te groote zonde tegen de waarheid te
+begaan.
+
+Hij wordt in het manuscript van de heeren Calkoen beschreven, als een
+jongen man van »ene hoge gestalte, en een so innement voorkomen, dat
+sijn Gesigt alleen voldoende was hem te doen beminnen."
+
+Verder wordt van hem getuigd, »dat hij had enen dichterlijken Geest,
+en was een jonkman van voorbeeldigen wandel, en hoewel Godsdienstig van
+herte, tog een vriend van vrolijkheit, en--gulle scherts, mits blijvende
+binnen de perken der sedelijkheidt, zeer geerne gedoghende ende
+gouterende."
+
+Tegen de gewoonte van den adel dier dagen, had hij niet in de
+rechtsgeleerdheid gestudeerd, maar in de medicijnen, en was in dat vak,
+nu twee jaren geleden, met glans gepromoveerd.
+
+Hij had echter de practijk slechts korten tijd uitgeoefend, en hoewel
+het hem niet ontbroken had aan patienten, strookte het »dokteren" zoo
+weinig met zijn smaak, dat hij het er had aangegeven.
+
+En geen wonder ook!
+
+In 't bezit van een van zijn ouders geheel onafhankelijk vermogen,
+behoefde hij om den broode niet een vak te beoefenen, dat hem noopte
+zich in een kring te bewegen, waarin hij zich niet te huis gevoelde, en
+waarin van zijne waarheidsliefde grooter offers zouden worden gevergd,
+dan hij geneigd was te brengen.
+
+Daarbij stond de studie der Natuur hooger bij hem aangeschreven dan die
+der geneeskunde, en 't was dan ook--voor een goed deel althans--aan
+zijne begeerte te danken, om zich met de Fauna van deze schaarsch
+bezochte, ja bijna onbekende streken bekend te maken, dat hij zich te
+Hoogeveen bevond.
+
+Deze zijne zucht verloochende zich ook thans niet, want, na zich een
+poosje, evenals de overige leden van zijn gezelschap met het visschen te
+hebben bezig gehouden, stak Jonker Bentinck, dien ik voortaan bij zijn
+doopnaam--Allard--zal noemen, zijne hengelroede in den wal, en trok,
+gewapend met vlindernet en plantendoos, de achter Alberts-Holtien
+gelegen veenachtige heide in.
+
+Wat hij daar zag, geleek in geen enkel opzicht op 't geen men er
+tegenwoordig kan aanschouwen.
+
+Waar in onze dagen het oog van den wandelaar, rust op eene
+aaneenschakeling van weide- en bouwland, van elkander gescheiden door
+met bosch omzoomde wijken, rustte het zijne op eene breede watervlakte,
+wellicht een twintigtal morgens groot, golvende tusschen hooge oevers
+van donkerbruin veen, hier en daar bezet met boekweit en aan de
+noordzijde begrensd door een lagen dijk.
+
+Die dijk--opgeworpen om de aan deze zijde lager gelegen gronden te
+beveiligen, tegen de door zuidweste winden dikwijls hoog opgestuwde
+wateren van het meer--was hier en daar beplant met hoog opgeschoten
+kreupelhout en schoot oostwaarts op tot een plek, waar een door welig
+bosch omringd, vrij groot steenen huis stond. Hier vereenigde hij zich
+met een anderen dijk, die naar het zuiden liep en het meer in twee zeer
+ongelijke helften verdeelde, waarvan het westelijkste deel verreweg 't
+grootst was.
+
+Allard volgde het pad door de boekweitakkers, beneden den eersten dijk,
+tot hij aan een plek kwam, waar een drietal veldnimfen bezig was de
+reeds gedeeltelijk gemaaide boekweit aan schoven te binden.
+
+Weinig aangetrokken door dit ruwe veldvolkje, dat hem met open mond
+aanstaarde, om daarop in een schaterend gelach uit te barsten, wilde hij
+zich omkeeren, toen een wondervreemd gezang, dat van de overzijde van
+den met hoog kreupelhout beplanten dijk scheen te komen, zijn oor trof
+en hem ademloos deed toeluisteren.
+
+'t Was een hooge, maar tevens volle vrouwenstem, die dit gezang
+voortbracht, maar hij verstond zoo weinig de woorden van het lied, als
+hij er de melodie van kende. Die melodie geleek dan ook volstrekt niet
+op de zangwijzen, in die dagen in zwang en die hem, als beoefenaar der
+muziek, zeer goed bekend waren, en hoewel de klank van sommige woorden
+hem deden denken aan 't Italiaansch, klonken andere weer zoo geheel
+anders, dat hij begreep ze tot eene hem niet bekende taal te moeten
+rekenen.
+
+Een lang aangehouden toon, uitgaande in een parelzuiveren triller,
+besloot het gezang en juist stond de jonker gereed om het dijkje
+te beklimmen, teneinde de zangster te kunnen aanschouwen, die zulke
+wonderbare tonen voortbracht onder het wandelen--want opnieuw klonk haar
+lied, maar reeds zeer uit de verte--toen een vreeselijk gegil achter
+hem, hem verschrikt deed omzien.
+
+Een helsche furie scheen wel gevaren in de arbeidsters, straks nog zoo
+ijverig en vreedzaam aan 't werk.
+
+Eene er van wentelde zich gillende op den grond en de overigen balden de
+vuisten naar de plaats van den dijk, van waar het gezang geklonken had,
+terwijl zij met verbazende rapheid van tong eene menigte scheldwoorden
+uitbraakten.
+
+Een geruime poos duurde het voor Allard, verbaasd over dit
+verschrikkelijk getier, gewaar wierd wat er eindelijk was gebeurd.
+
+En het bleek hem toen, dat het geen »leven over niets" was, maar dat het
+geval ernstig mocht genoemd worden.
+
+Een der meisjes namelijk had, bij het binden van een schoof, op een
+adder getast en deze had haar in den arm gebeten.
+
+Die adder nu, en dit verklaarde de toorn van hare gezellinnen, was
+niet op eene natuurlijke wijze in de boekweit gekomen: de zang van de
+Nevelhekse had haar daarin gezworen en--aan haar was dus het ongeluk te
+wijten!
+
+De beet van een adder--een dier, destijds vrij gemeener in deze streken
+dan thans--is wel gevaarlijk, maar zelden doodelijk.
+
+Warme zomers verhoogen echter de werkzaamheid van het venijn, terwijl
+de genezing zeer wordt bemoeilijkt, wanneer een lichaamsdeel wordt
+verwond, dat bezwaarlijk valt te onderbinden.
+
+Geen dezer ongunstige factoren was hier aanwezig: de warmte was zeer
+gematigd geweest in den afgeloopen zomer en de beet van het dier had den
+onderarm, even boven de hand, getroffen.
+
+De jonge geneesheer deed wat hij in de gegeven omstandigheden doen kon.
+
+Hij opende de wondjes--schijnbaar niet anders dan twee bloedroode
+stippen--met zijn pennemes, om eene bloeding te bevorderen, en onderbond
+vervolgens met zijn zakdoek, dien hij middendoor sneed, den arm beneden
+de elleboog.
+
+Vervolgens zocht hij de misdadigster op, en toen hij gelukkig genoeg was
+haar te vinden, verbrijzelde hij haar den kop en bond deze met de andere
+helft van de zakdoek op de wonden, in het volle, ook medische geloof
+dier dagen: dat niets beter de beet van een venijnig dier geneest, dan
+den verbrijzelden kop van dat dier te doen dienen als trekpleister van
+het venijn.
+
+En na de patiente rust en een gestadig gebruik van een afkooksel van
+kamillen, die onder aan den dijk in overvloed groeiden, te hebben
+aanbevolen, zocht hij zijne metgezellen op, om hun het verslag van zijn
+wedervaren te doen en vooral ook om meer te vernemen van Nevelhekse, dan
+hij uit de verwarde verhalen van de vertoornde veldnimfen had kunnen
+opmaken.
+
+Ziehier wat hij hoorde:
+
+In de laatste jaren der verloopen eeuw, kwam in de kolonie een man
+wonen--niemand wist van waar, maar zeker uit verre landen--want hij had
+de taanachtige kleur van lieden, die lang in tropische gewesten hadden
+vertoefd, en gebruikte vele woorden en uitdrukkingen, die zelfs dominé
+verklaarde niet recht te kunnen begrijpen.
+
+Ook het kind, dat hem vergezelde, een meisje van nog zeer jeugdigen
+leeftijd, was gewis niet geboren onder deze kille noorderzon, en,
+verraadde ook de blanke, eenigszins in 't bruine spelende kleur der huid
+niet duidelijk genoeg eene zuidelijke herkomst, de groote donkere oogen
+en het gitzwarte, prachtig golvende haar, die het bezat, deden dit
+zooveel te beter.
+
+Ook was het wonderbaarlijk vlug in zijne bewegingen, sprong als een
+geitje langs den weg en kon klimmen als een aapje!
+
+Tot groote verbazing van de buurt stond dit meisje den morgen na hare
+aankomst in de herberg »De vliegende Visch," waar de vreemdeling
+voorloopig zijn intrek genomen had, op het rieten dak van het huis te
+zingen, maar in eene taal, die heel vreemd in de ooren klonk en wel iets
+had van vogelgezang.
+
+Ook sprong en wipte zij op onder het zingen en maakte bewegingen met de
+armen, als een klapwiekende vogel doet, die zóó, zóó weg zal vliegen.
+
+Wat den man betreft, hij was stuursch tegen ieder, behalve tegen dit
+kind, en er gingen dagen om, waarin hij een bijna volstrekt stilzwijgen
+bewaarde.
+
+Zijn tijd bracht hij door met tochten in de venen en vreemd was het
+daarbij, dat hij, hoewel een vreemdeling, den weg in de omstreken zeer
+wel wist te vinden en de gevaarlijke plekken in het moer te vermijden,
+zoo goed als een geboren veldrot.
+
+Niet lang na zijne komst in de kolonie was hij in onderhandeling
+getreden met Piet Warries--alias slimme Piet--over den koop van een hoek
+gronds aan den Riegsdijk, de plek waar thans het steenen huis stond, dat
+Allard in de verte had gezien.
+
+'t Was een plek van niet zeer groote geldelijke waarde, maar overigens
+merkwaardig genoeg, daar, hetgeen men er op vond bij de wegneming
+van het veen dat het bedekte, ten klaarste bewees, dat er vóór de
+veenvorming, in deze streken menschen gewoond hadden, die de Nomadische
+levenswijze der Germaansche volksstammen niet volgden of--alree hadden
+vaarwel gezegd.
+
+De arbeiders toch, die hier 't veen afgroeven, ontdekten op eene diepte
+van vier of vijf voet een steenen vuurhaard en daar om heen de wortels
+van zware boomen en later nog de overblijfselen van een uit flinten
+opgestapelden muur, die een erf van groote uitgestrektheid had
+omsloten.[a]
+
+Dit alles was echter sinds lang opgeruimd, en nagenoeg vergeten ook,
+maar toen de vreemdeling er zoo op stond om juist dit plekje gronds te
+willen koopen, begreep »slimme Piet" dat dit was om de daarop gevondene
+oudheden, en hield zich dus op een afstand.
+
+Dit duurde echter niet lang, want toen de man een bod deed, zóó hoog
+boven de waarde, dat de lui die er bij tegenwoordig waren naar hunne
+voorhoofden wezen, als wilden zij zeggen: niet pluis hier bij den bieder
+en nog minder pluis bij den eigenaar, zoo hij geen gebruik maakt van de
+gelegenheid,--sloeg hij toe.
+
+Intusschen--onder borgstelling voor betaling op kort termijn.
+
+De ~Stroeve~--want zóó werd de vreemdeling aldra in 't Carspel
+genoemd--de ~Stroeve~ antwoordde met een schamperen grijnslach: dat hij
+betere borgen in zijn kist had, dan er in de gansche kolonie te vinden
+waren, en wierp daarop een zoo zwaar met groote goudstukken gespekte
+beurs op de tafel, dat »slimme Piet" er anders van wierd.
+
+Ja, zijne begeerlijkheid werd zoodanig opgewekt, dat hij het uiterste
+wilde wagen, om meer nog dan het bepaalde aantal van den gelen buit
+machtig te worden, en hij veinsde dus berouw te gevoelen over den
+gesloten koop. Zijne vrouw, zeide hij, hechtte bijzonder veel aan dit
+lapje gronds, en zou hare toestemming nooit geven, om dit voor een appel
+en een ei van de hand te doen.
+
+'t Was daarom maar beter--voegde hij er bij--den gesloten koop te
+beschouwen als een grap.
+
+De gansche vergadering schudde het hoofd bij deze verklaring, want zij
+doorzag Piet's spel niet.
+
+De ~Stroeve~, daarentegen, zooveel te beter, maar hij was geen man, om
+zich door een Veenkluit te laten vangen.
+
+Na al de aanwezigen als getuigen te hebben opgeroepen, begon hij zoo
+vreeselijk uit te varen, zoo geweldig zijne tanden aan »slimmen Piet" te
+laten zien, dat deze bang werd en verklaarde--in Gods naam te berusten
+in de zaak, mits de kooper eenige mutsjes brandewijn als zoenoffer
+plengde.
+
+Deze liet zich aan zulk een kleinigheid volstrekt niet kennen, maar
+stond er op, dat de Schout, die aanwezig was, oogenblikkelijk den
+Stokleggingsbrief gereed zou maken.[b] Deze voldeed aan dat verzoek, en
+zoo kon de Stoklegging, naar Landrechts eisch, nog denzelfden avond
+geschieden.
+
+Niet lang daarna, liet de nieuwe bezitter de noodige bouwmaterialen voor
+een huis komen, dat in 't voorjaar verrees en wel, geheel van steen en
+met een pannen dak.
+
+Ook omheinde hij het geheele terrein met wilgenstekken, man aan man
+gezet, en plantte daaromheen eiken hakhout, en in den tuin allerlei
+fijne vruchtboomen.
+
+Het eerste jaar was de opbrengst van den zorgvuldig omgespitten grond
+reeds zeer voldoende, en in het tweede jaar stond alles, wat de
+»Stroeve" verbouwde, schooner dan de wilde veldrotten, die in zijne
+buurt hunne hutten en holen hadden, ooit hadden gezien.
+
+En jaar op jaar werd dit beter, en wat het vreemdst was: wanneer bij
+ieder de oogst schraal uitviel, had de ~Stroeve~ geen reden van klagen,
+maar mocht zich verheugen in een goed beschot.
+
+Men begreep er niets van, en omdat men er niets van begreep, lag het
+voor de hand--niet aan meerdere kennis, en zorgvuldiger behandeling van
+den voor eeuwen al bebouwden grond te denken, maar aan geheel iets
+anders.
+
+De ~Stroeve~ (hij zelf noemde zich Jansen) de ~Stroeve~--dus fluisterde
+men--deelde in de gunst van zeker iemand, wiens naam men maar liefst
+niet noemen wou, maar die te zijner tijd wel het loon voor de betoonde
+bescherming zou komen opvorderen.
+
+In 's Heeren zegen, dat was zeker! deelde hij niet, want hij zette nooit
+een voet in kerk of kluis, en had bij zijne komst in de kolonie zelfs
+geweigerd zijne lidmaatsattestatie in te dienen.
+
+Maar dat was nog lang niet alles.
+
+Hij had den vromen predikant der gemeente, die met zijn ouderling, Amos
+Grootendost, hem in 't belang zijner onsterfelijke ziele, en die van
+zijn onschuldig kind, waren komen bezoeken, op eene zoo onhebbelijke
+wijze bejegend, dat zij het huis hadden verlaten, schuddende het stof
+van hunne voetzolen, en onder luide bedreigingen, met den toorn en het
+oordeel des Heeren!
+
+En ook dit was nog niet alles!
+
+De man bewaarde in een zijner vertrekken zeer verdachte dingen.
+
+Men zag er flesschen staan met vreemde gedrochten, en daartusschen, dito
+met menschelijke ledematen, ja zelfs volslagen kinderen, aan den nek
+opgehangen aan roode draden!
+
+Voorts stond er naast een boekenkast, een volledig menschelijk geraamte,
+en grijnsden er op die kast, mogelijk wel tien doodshoofden!
+
+Kwam nu een van zijne buren hem 't een of ander vragen, dan had hij de
+gewoonte, hem door Cicilie, zijn dochtertje, in dit vertrek te doen
+brengen, en hem daar een poos alleen te laten.
+
+De meesten echter, wachtten daar niet zoo lang tot de heer des huizes
+verscheen, maar verkozen liever onverrichter zake te vertrekken.
+
+Niet alleen toch bevond men zich hier te midden van de opgenoemde
+verschrikkingen, maar..... er leefde en bewoog zich iets in die kamer,
+dat zonder den minsten twijfel reden had zich niet te laten zien.
+
+Oude ~Haasoor~, de vermaarde strooper, en een kerel, die voor geen
+kleintje vervaard was, verklaarde, na een minuut of tien deze proef
+te hebben doorgestaan--dat hij liever een heelen dag wilde zitten,
+tegenover tien koddebeyers en vier scholten, dan een uur door te brengen
+in de spookkamer van den ~Stroeve~.
+
+De doodshoofden op de kast had hij hooren knarsetanden, en het geraamte,
+dat daar naast stond, deed zijn best, om zich den kop af te schudden; en
+het had rondom hem gepiept, en getikt, en geknetst, en geduiveljaagd,
+dat het er den Satan zelf te benauwd zou geworden zijn!
+
+Nu waren er wel lui, die de waarheid van deze bevindingen eenigszins
+in twijfel trokken en 't grootste deel er van op rekening stelden van
+Haasoor's overprikkelde verbeelding, en zijn niet al te zuiver geweten.
+Maar..... dat het overigens niet pluis was bij den ~Stroeve~, zie! dat
+stond ook bij hen vast.
+
+Waren deze bevindingen en verhalen meer dan voldoende, om alles wat er
+vreemds en noodlottigs in de buurt voorviel, aan den boozen invloed van
+den vreemdeling toe te schrijven, de eigenschappen van zijne dochter,
+die--ik behoef het wel niet te zeggen--de zangster was, welker lied
+jonker Allard zoo had bekoord, droegen niet weinig bij, om de vrees,
+die men voor den bewoner van het »steenen huis" had, te vermeerderen.
+
+'t Was, als de verhalers het om strijd verzekerden, een wonderschoon,
+maar ook een wonder vreemd meisje.[c]
+
+In 't dorp zag men haar maar zelden, maar in de »velden", en dat
+dikwijls ver van 't huis haars vaders, zwierf zij gansche dagen, en,
+naar sommigen verzekerden, halve nachten om.
+
+Velen hadden haar in den maneschijn, of in de nevelen van den avond of
+vroegen morgen zien dansen, en hooren zingen, en 't was daarom, dat men
+haar den naam van Nevelhekse gegeven had.
+
+Maar wanneer men haar poogde te naderen, verwijderde zij zich schielijk,
+en alleen een paar jonge meisjes uit de buurt kenden haar persoonlijk,
+en gaven breed op van hare gaven en van de lichtheid van haren tred,
+die, zeiden zij, het gras nauw neêrdrukte, dat zij betrad.
+
+Alles, wat anderen met moeite moesten leeren, scheen zij uit zich zelve
+te kunnen en te kennen.
+
+Want, om van lezen en schrijven niet te spreken, dat zij van haar vader
+kon hebben geleerd, wie had haar zoo meesterlijk leeren breien, naaien
+en strijken als zij kon?
+
+De ~Stroeve~ noch zijne eenvoudige huishoudster had haar ook kleedjes
+kunnen leeren maken, en ziet! alles wat zij aan had zat haar even
+keurig, al was 't ook waar, dat het zeer afweek van de gewone
+kleederdracht, en 't meestal van zuiver witte of van ongewoon kleurige
+stoffen was vervaardigd.
+
+En dan haar muziek! haar zang!
+
+Daar was inderdaad iets betooverends in, want zong of speelde zij--wat
+somtijds gebeurde--op eene fluit, men moest er naar luisteren, of men
+wilde of niet!
+
+Nauw klonk dan ook hare muziek, of--evenals vroeger om Orpheus de
+dieren--verzamelden zich de veldrotten om haar heen, en luisterden
+(op een eerbiedigen afstand altijd!) naar hare tonen en melodiën.
+
+Intusschen was deze zucht in de laatste tijden merkelijk verflauwd.
+
+En geen wonder ook!
+
+Tweemalen toch was er onder het spelen en zingen van Nevelhekse een
+ongeluk in den kring van hare toehoorders voorgevallen.
+
+Marren-Diene, een meisje van veertien jaren, onder den toover der fluit
+rondspringende, was plotseling neergevallen, en bleek zich den enkel
+zoodanig verstuikt te hebben, dat zij niet anders kon doen dan hinken,
+en dat veertien dagen lang.
+
+Verder had Haasoor's-Benne--een jongen van vijf jaar--er »termienen",
+d. i. stuipen, van gekregen en het er ternauwernood afgebracht. Daarbij
+had men opgemerkt, dat er onweer volgde op haar gezang, en eens was het
+gebeurd, dat er onder haar spelen, zich een zwerm pennevogels (vlinders)
+vertoonden, en dat men daarop druppels bloed op 't gras had
+gevonden![d]
+
+Een kwaad gerucht maakt weinig vrienden!
+
+De ~Stroeve~ en zijn dochter hadden ze dan ook niet, straksgenoemde
+meisjes uitgezonderd, en een invloedrijk burger in de kolonie--jonker
+Swaap genoemd.
+
+Nooit was deze in de Velden, of hij ging bij den ~Stroeve~ aan, en jonker
+Swaap's huis was dan ook bijna het eenigst in 't dorp, dat deze en zijne
+dochter somwijlen bezochten.
+
+De jonker wilde dan ook van heksen en tooverijen niets weten, en sprak
+men er van, dan riep hij: »Papperlepap! allemaal gekheid! De kerel is
+een knappe kerel, en weet meer dan alle veenbazen hier met hun allen,
+en 't kind is een engel! Was ik dertig jaar jonger, en had ik geen
+huiskruis, ik ging naar haar vrijen, zoo waar als ik een oude zeebonk
+ben!"
+
+Intusschen fluisterde men dan ook vrij algemeen, dat jonker Swaap onder
+den geheimzinnigen invloed van Nevelhekse stond, en dat het alleen door
+haar toedoen was, dat hij den ~Stroeve~ had benoemd tot schutbaas van
+het sluisje, waarmee hij de wateren van het groote meer in zijn bedwang
+hield.
+
+Maar anderen waren wijzer, en begrepen zeer wel, dat niet de invloed van
+Nevelhekse, maar de invloed van zijn eigenbelang, den doorslag had
+gegeven bij het benoemen van den alom gevreesden Jansen tot bewaker van
+een verlaat, dat door de aangelanden gestadig bedreigd wierd.
+
+En het ~waarom~ zal ieder duidelijk wezen, die weet, hoe de vork daarbij
+aan den steel zat, iets wat ik niet duidelijker kan maken dan door eene
+aanhaling uit het geschrift van dr. P. Calkoen te schuiven in het
+relaas, dat de jongelieden aan het Riegmeer gaven, aan Allard Bentinck.
+
+Bedoelde aanteekening luidt als volgt:
+
+»Jonker Swaap, die namens de aangelanden, gelegen tusschen 't Grote
+Riegmeer en 't Hollandse Veldtse Opgaande (Vaart) en den Heere v.
+Echten, (die dese lose vos maar al te veel vertrout) 't beheer uitoefent
+over de waateren van 't meer, is deser daghen (1699) met buren,
+bontgenoten en vijanden, tegelijckertijd (geraakt) in dispuyt.
+
+»In plaatse oock van dese waateren te gebruycken en aan te wenden als
+sulx behoort, en ook ampel bedongen, besteede hij deselve bijna
+gantselijck ten eygen profijte.
+
+»Is er te veel, dan tragt hij de Suydwoldingers (sijne speciale
+vijanden) er mee te versuypen, en is er te weynigh, hij stuwt 't meer op
+tot de hoogte dat hij 't kan bevaren met de sponturfbakken, waarmee hij
+de sponturf, uyt sijne Trekkerijen, aan de suydoostelijke kant van 't
+Meer gelegen, afvaart na 't Opgaande, en gerijft de Compagnie alleen met
+'t overschot, en 't gunt dat door 't schutten vrij komt.
+
+»Want in plaatse van een Vallaat, voldoende om de waateren te keeren of
+door te laaten, heeft hij een schutje laten timmeren, met een keerdeure
+daarvoor, geschickt om sijne bokken (turfschuitjes) bequamelijck te
+konnen schutten.
+
+»En voorsiende dat sommige Luyden met geweldt dit vallaat souden willen
+openen, heeft hij tot schutmeester aangestelt, een man die yder vreest
+en ontsiet, en die vlack aan dat schut woonende, bij uytnementheyt
+geschikt is om sijne belangen te dienen, en zijne ordres te executeren.
+
+»En dat is niemand anders als Jansen, . . . . . . . . . . . . . . . .
+. . die bij naest allen ontsien, sij 't niet om Sijn roep van swarte
+konste, dan ten minste om sijne extravagante brutaliteit."
+
+Men ziet, niet Nevelhekse, maar het eigenbelang van den zeer
+zelfzuchtigen jonker Swaap, had hem bewogen, »den ~Stroeve~" op eene
+plaats te stellen, waar hij hem bij uitnemendheid konde dienen.
+
+Dat echter ook de roep, die van de bovennatuurlijke vermogens van het
+meisje uitging, medewerkte in het belang van den jonker, is zeker, en
+was ~hij~ eerlijk genoeg, er voor zich zelven geen gebruik van te maken,
+de schutbaas dacht er anders over, want hij trachtte op alle mogelijke
+wijzen het geloof aan de buitengewone krachten, die het publiek haar
+toeschreef, te versterken.
+
+Maar--en dit moet ik er bijvoegen--hij deed dit niet alleen in 't belang
+van zijne veiligheid, maar ook, en meer nog, in 't belang van die van
+'t meisje zelve, dat, gewoon, geheel alleen in 't veld rond te zwerven,
+daarbij niet veilig zoude geweest zijn, ware de onbeschoftheid niet in
+'t begrip, dat eene onzichtbare macht hare schreden vergezelde.
+
+ * * * * *
+
+Jonker Allard vond zich ten zeerste geboeid door deze verhalen, en een
+wonderbaar verlangen, het meisje te zien, waarvan hij zooveel vreemds
+gehoord had, vervulde hem zoo zeer, dat hij om bijna niets anders dacht.
+
+Hij werd dan ook zoo stil en afgetrokken, dat zijne metgezellen er hem
+mede plaagden. Zij noemden hem betooverd door het gezang van Nevelhekse,
+en terwijl hij dit lachend toegaf, verlangde hij steeds meerdere
+bijzonderheden betrekkelijk haar en haren vader te vernemen.
+
+Maar, wat men wist, had men verteld, en daar slechts een paar van de
+jongelieden het meisje gezien hadden, en dat nog wel van verre, konden
+zij van haar uiterlijk niet anders dan in zeer onbepaalde termen
+spreken.
+
+'t Was intusschen schemeravond geworden, en hoewel Allard plan had nog
+eens naar het meisje te gaan zien, dat door de adder was gebeten, liet
+hij dit voornemen varen, toen hij hoorde, dat hij daartoe nog wel een
+minuut of tien hooger op zou moeten wandelen, en keerde dus met zijn
+gezelschap naar huis.
+
+FOOTNOTES:
+
+
+
+
+II.
+
+
+Het was, als licht te begrijpen is, niet het meest, de begeerte om zijne
+patiente te zien, die Allard reeds vroeg in den morgen van den volgenden
+dag naar »de Velden" dreef.
+
+Zeer zeker stelde de arts belang in zijne zieke, en wenschte hij de
+gevolgen van zijne behandeling waar te nemen, maar...... de wensch, om
+opnieuw iets van Nevelhekse te hooren, en de hoop haar zelve te zullen
+zien, hadden hem den ganschen nacht bezig gehouden, en hem reeds voor 't
+rijzen van de zon ten bedde uitgedreven.
+
+En zie! hij zou niet terugkeeren, zonder zijn wensch te zien vervuld.
+
+Wat de zieke aanging, zij was niet bijzonder wel. De arm en een deel
+van den hals waren gezwollen. Ze had pijn in de keel, een droge tong,
+drukking op de hersenen, en klaagde over groote zwaarte in de leden.
+
+De ouders van het meisje zaten bij haar leger,
+
+ »~Een bed van stroo, wel half bedorven~,"
+
+en wisselden hunne betuigingen van angst af, met bedreigingen tegen
+haar, welke zij niet twijfelden, de veroorzaakster te zijn van deze
+ellende.
+
+Vooral de moeder, eene vrouw van meer dan gewone lichaamslengte en
+krachten, drukte zich zeer hevig uit, en verzekerde, terwijl zij met
+gebalde vuist op de tafel sloeg: »dat zij--zoo Marrije mocht komen te
+bezwijken--wel wist wie haar gezelschap zou houden!"
+
+Allard deed zijn best, om aan deze onwetende lieden het dwaze hunner
+vooronderstellingen onder 't oog te brengen, maar, als te denken is,
+zonder het minste gevolg.
+
+Het meisje alleen, was redelijk genoeg, aan de mogelijkheid van dwaling
+te willen denken, maar hare ouders bleven stijf en strak volhouden, dat
+niet alleen dit, maar genoegzaam alle ongelukken, die er in de buurt
+voorvielen, aan den schutbaas en zijne dochter waren te wijten, en dat
+de man, die het land van deze pesten verloste, verdienen zou, door allen
+te worden gezegend.
+
+Na het arme meisje iets ingegeven te hebben van den drank, dien hij had
+medegebracht, kroop Allard de donkere van turf en leem gebouwde hut uit,
+waarin de lijderes lag, en richtte zijne schreden naar den dijk, die
+naar 't huis van den ~Stroeve~ geleidde.
+
+Bij de begeerte, om met de geheimzinnige bewoners er van kennis
+te maken, voegde zich thans eene andere beweegreden. Hij wilde hun
+mededeelen, wat hij gehoord had, en raden op hunne hoede te zijn voor
+de betrekkingen van Marrije, wanneer deze, onverhoopt, mocht komen te
+bezwijken.
+
+Weldra stond hij tegenover het gezochte huis, waarvan hij echter weinig
+meer dan het pannen dak kon zien, daar een welig plantsoen het aan alle
+zijden omringde.
+
+Intusschen overtuigde hem een blik op het meer, dat zich, van de sluis
+daarnevens gezien, in al zijne uitgestrektheid aan hem vertoonde, dat
+hij den man, dien hij wenschte te spreken, niet te huis zou vinden.
+
+In de verte toch zag hij iemand, wiens voorkomen aan dat des
+sluiswachters beantwoordde, in een roeiboot zich van den wal
+verwijderen, en aanleggen bij een der talrijke eilandjes in het meer.
+
+Een geweerschot, gevolgd door een blauw wolkje, en een gansche schare
+watervogels, die zich krijschend boven het kreupelhout verhieven,
+verklaarde zijne bezigheid op die plek.
+
+Wellicht was het jonge meisje tehuis. Maar het woedend geblaf van een
+forschen hofhond, die zijne nadering bespeurd had, en naar het hek
+schoof, dat het erf van het pad scheidde, deed hem van de voorgenomen
+poging afzien, om zich bij haar aan te melden.
+
+Hij wandelde dus het erf om, dat, aan alle zijden zorgvuldig omtuind
+door dichte wilgenhagen, aan de akkers van den vreemden kolonist paalde,
+en die op dit oogenblik bedekt waren met spurrie en in schoven staande
+boekweit.
+
+Voor hem uit, strekte een eenigzins heuvelachtige en met kreupelhout
+en heesters bedekte vlakte, zich uit tot de noordwaarts gelegen vaart,
+aan welker overzijde, een van veen ontbloot stuk grond paalde aan de
+nog onontgonnen hooge venen, die met de grauwgroene kleur van hare
+oppervlakte en de hooge donkere turfhoopen aan haren voet, een
+eigenaardig voorkomen aan het landschap bijzett'en.
+
+Intusschen was het niet dit, wat Allard's oog boeide, en even weinig was
+het 't gezang der tallooze leeuwrikken, die alom in de stralen van de
+warme Augustus-zon opstegen, dat hem de ooren deed spitsen.
+
+Achter een boschje van els en hazelaren hoorde hij een luid geklap in de
+handen, gevolgd door een levendigen schaterlach, en niet lang behoefde
+hij te vragen naar de herkomst dezer geluiden, want met luchtige
+sprongen vloog een in 't wit gekleed meisje het boschje uit, en de heide
+op.
+
+Zij scheen een haas in zijn leger te hebben verrast, en met kinderlijke
+dartelheid zette zij het vluchtende dier na, tot het in een greppel
+verdween.
+
+»Ut flos in saeptis secreta nascitur hortis"[7] sprak Allard half
+overluid. »Ziedaar dan Nevelhekse!..... Stond een bewoner van het oude
+Griekenland op mijne plaats, hij zou haar hoogeren oorsprong niet
+ontzegd hebben, maar haar groeten als eene dochter der Goden, of als
+eene Dryade. Welke gratie! Welk eene verwonderlijke losheid van
+bewegingen! Welk een sierlijke gestalte!"
+
+[7] Als eene bloem, in een verborgen tuin getogen, en daar bloeiende.
+Catullus.
+
+Vermoeid van den dollen wedren, vlijde zij zich bij een braamboschje
+neder, en begon het mandje, dat zij aan den arm droeg, met de donkere
+vruchten te vullen.
+
+Zij bleef ook in deze houding Allard den rug toekeeren, en daar hij dus
+zeker was, dat zij hem niet had opgemerkt, trad hij zachtkens naar haar
+toe, met den wensch haar onbemerkt te verrassen, en dan mede te deelen,
+wat zij zoo noodig had te weten.
+
+Zijne krijgslist gelukte.
+
+Druk bezig met plukken, en door het ritselen van het loof belet het
+geluid van zijne schreden te hooren, werd zij zijne tegenwoordigheid
+niet eer gewaar voor hij haar reeds dicht was genaderd.
+
+Met een luiden schreeuw van verrassing vloog zij op, wierp haar mandje
+weg, en staarde hem met hare groote, zwarte oogen aan, gereed om bij
+de geringste verdachte beweging van zijne zijde, zich op de vlucht te
+begeven.
+
+Maar een geruststellende wenk van Allard, vergezeld van de woorden:
+»Vrees mij niet, lief kind! ik kom om u te waarschuwen voor een groot
+gevaar!" deden haar stilstaan.
+
+»En wat!" vroeg zij met een eenigzins vreemden tongval, terwijl zij hare
+oogen angstig op hem bleef vestigen.
+
+»Wat? Ik wilde het liever aan uwen vader zeggen, dan aan u. Waar is
+hij?"
+
+»Aan de jacht? Wie mijneer wezen?"
+
+Sprak uit het donkere van haar oogen, het gitzwarte van heur haar, de
+vreemde afkomst van Nevelhekse niet genoegzaam, haar gebrekkig
+Hollandsch stelde deze buiten allen twijfel.
+
+»Ik woon hier ver van daan, heel ver, en kwam bij toeval op deze plaats,
+Cilie."
+
+»Cilie!" riep zij, met de opgetogenheid van een kind in de handen
+klappende. »Cilie! hij weet mijn naam wel! En... hoe?"
+
+De uitleg volgde en de uitleg scheen naar Cilie's zin te zijn ook, want
+zij lachte, en begon daarop de gevallen braambessen op te rapen en weer
+in haar mandje te vlijen.
+
+»Neem een of wat!" sprak zij, en bood het mandje Allard aan.
+
+»Gaarne."
+
+Allard at, en stak van tijd tot tijd Cilie een bes in den mond.
+
+Blijkbaar vond zij dit aardig, en het duurde nu ook maar zeer kort, of
+het meisje had al haar wantrouwen afgelegd, en zat rustig nevens haar
+bezoeker in de heide.
+
+Daar moest hij haar vertellen hoe hij heette, waar hij woonde en wat hij
+hier kwam doen, en haar sprekend oog en levendige gebaren, getuigden van
+hare belangstelling in dat onderwerp.
+
+Toen hij vertelde wat men van haar gezegd had van het ongeluk, Marrije
+overkomen, balde zij de kleine vuisten, maar barstte terstond daarop in
+snikken uit.
+
+»Ach!" riep zij, »ik zij goed ben deze menschen, maar zij boos op
+mij!--Wat doen?"
+
+»Wèl blijven doen, Cilie: maar zeer voorzichtig, ja ~zeer~ voorzichtig
+wezen."
+
+»O ja! ik.... maar mijneer mij gelooven goed?"
+
+»Kun je dat vragen, Cilie?"
+
+»Dieu merci!"[8] en zij lei hare hand in die van Allard.
+
+[8] Goddank.
+
+»Gij gelooven mij goed, Dieu merci! Och! waarom niet hier wezen altijd?"
+
+»Dat zou u dus genoegen doen?"
+
+»Ja, want gij wezen zou, mijn vriend!" sprak het meisje, terwijl zij een
+blik vol kinderlijk vertrouwen op Allard vestigde.
+
+Dezen werd het vreemd te moede; ja, als het iemand zou zijn, die, gewoon
+te wandelen in een naar de regelen der kunst aangelegden tuin, zich
+plotseling verplaatst ziet in een landschap, waarin de natuur alleen
+heerscheresse is, en waarin alles verrast door zijn verrukkelijken
+eenvoud.
+
+Geheel buiten de wereld opgevoed, was Cilia vreemd gebleven van de
+kunstenarijen en geveinsdheden der samenleving.
+
+Zij vertrouwde ieder te zijn gelijk zij zelve was, en sprak uit wat zij
+dacht.
+
+Met al de oprechtheid van een kind, sprak zij over zich zelve en hare
+omstandigheden, en haar stamelen in de taal die zij sprak, verhoogde nog
+het kinderlijke in haar wezen.
+
+Maar was zij onwetend in veel, wat meisjes van haar leeftijd, in de stad
+en op het platte land, zeer goed weten, zij was daarentegen bedreven in
+veel, wat dezulken--vooral in die dagen--nimmer trachtten te leeren.
+
+Van haar »Vooge"--als zij hem noemde, die gewoonlijk voor haar vader
+doorging, had zij een tamelijk uitgebreide kennis van de kruiden en
+hunne krachten en werkingen opgedaan, en was tevens niet onervaren in 't
+gereedmaken van geneesmiddelen.
+
+Ook kon zij vrij goed lezen en schrijven, en de weinige boeken, die de
+~Stroeve~ bezat, en die meerendeels bestonden uit reisbeschrijvingen, had
+zij met aandacht gelezen.
+
+Maar ook zij was uit een vreemd en ver land, en een wonderland tevens,
+verzekerde zij. Als een jong kind had zij het verlaten, maar de
+schitterende zon er van, straalde nog met warmen naglans in hare
+verbeelding.
+
+Wonderbaar hooge boomen groeiden er; prachtige en met duizend kleuren
+getooide bloemen, vlinders en vogelen, bloeiden en zweefden er, en de
+liefelijkste geuren doorbalsemden er de lucht.
+
+Suriname heette het, dat wist zij, en ook, dat zij er eenmaal gewoond
+had in een landhuis te midden van tuinen--groot, ja, zoo groot, als zij
+er hier nooit een gezien had.
+
+Van hare ouders wist ze weinig van te vertellen. Hare moeder herinnerde
+zij zich bijna niet meer, maar haar vader wel, »ah qu'oui"! Menigmalen
+had zij op zijn schoot gezeten, en had hij haar wonderliefelijke
+vruchten gegeven, en haar genoemd: Petite Marquise. Ook had hij met
+haar gesproken in de taal, waarin zij hare liedjes zong--Fransch uit 't
+zuiden van Frankrijk, als 't Allard voorkwam, toen zij op zijn verzoek
+een liedje aanhief, en met verwonderlijk heldere en welluidende stem
+zong:
+
+ Para loulou, pti ota
+ Para loulou!
+ Para loulou, qu'imposta
+ La voi douna!
+ Para loulou, qu'imposta
+ Lou mouton![9]
+
+[9] Wacht u voor den wolf, kleine! Wacht u voor den wolf, die het lam
+rooft! Wacht u voor den wolf, die het schaap rooft! (Landtaal van
+Auvergne).
+
+Deze liedjes had zij echter niet geleerd van haar vader, maar van een
+»ma tante", in welker huis zij later, toen hare ouders overleden waren,
+gewoond had, en dat »veel tijd wel".
+
+Maar deze »ma tante, si belle et si bonne"[10]--en hier schreide het
+arme kind--was ook overleden, en toen was zij afgehaald door den man,
+die thans haar »vooge" was, en met hem gereisd over die groote zee,
+»heel lang naar hier."
+
+[10] Tante, zoo schoon en zoo goed.
+
+Deze »Vooge" nu, was altijd zeer goed voor haar geweest, en zij had ook
+wel veel van hem gehouden, maar in den laatsten tijd was hij geworden
+Ȏtrange"[11] en was zij hem daarom minder genegen.
+
+[11] Vreemd.
+
+En dat was er niet op verbeterd, sedert den dood van de goede oude
+huishoudster. Want toen had hij eene vrouw in hare plaats genomen, die
+zij niet mocht, en geen wonder ook, want zij sprak »vele boosheden" en
+vertelde niet zelden »liegens".
+
+Over hare afkomst en familie was haar »Vooge", secret, bien secret"[12],
+en nu onlangs had hij haar zeer bedroefd gemaakt, met haar te zeggen:
+dat de man, wien zij altijd papa noemde, eigenlijk haar papa niet was,
+en toen zij hem schreiende gevraagd had: waarom hij haar dat ~nu~ eerst
+zeide? had hij eerst gezwegen, maar haar later toegevoegd: dat hij niet
+voor hare meerderjarigheid aan hare nieuwsgierigheid kon voldoen, maar
+dat zij wel zou doen naar dat tijdstip niet te zeer te verlangen.
+
+[12] Geheimzinnig.
+
+Van godsdienst bleek zij weinig of geen besef te hebben.
+
+Haar voogd sprak daarover nooit, en wanneer zij hem vroeg--waarom hij
+niet als andere menschen naar de kerk ging? lachte hij smadelijk, en
+zeide, dat de dominé's en pastoors bedriegers waren, die de menschen wat
+voorlogen, om daardoor gemakkelijk en aangenaam te kunnen leven.
+
+Zij dacht echter, dat hij dit maar zei, om ook haar uit de kerk te
+houden, want hij wilde haar niet onder de menschen zien, en daarin had
+hij dan ook wel wat gelijk, want de menschen waren zeer slecht, en
+»deden veel boosheid aan haar".
+
+Van haar »ma tante" had zij echter een rozekrans gekregen en ook bidden
+geleerd.
+
+Alle morgen riep zij dan ook »Notre Dame du bon sécours[13] aan", en
+dankte des avonds »Ons Heer en le doux Jesus"[14] voor hunne
+bescherming.
+
+[13] Onze lieve Vrouwe de goede helpster.
+
+[14] De lieve Jezus.
+
+Maar zij deed dat nooit in tegenwoordigheid van haar »Vooge", want die
+spotte ook met zulke dingen.
+
+»Mijnheer Allard zou er mogelijk anders over denken?"
+
+Gewis dacht »mijnheer Allard" er anders over en terwijl hij haar sprak
+over God, den Schepper van hemel en aarde, en Zijn eenig geboren Zoon
+Jezus Christus, den Heiland der Wereld, en zich daarbij het hoofd
+ontblootte, zonk Cilie op hare knieën voor hem neer, vouwde de handen,
+en luisterde met ingespannen aandacht en half geopenden mond naar hem,
+terwijl zij van tijd tot tijd lispte: »Ah que c'est sublime"![15]
+
+[15] Ach, wat is dat mooi.
+
+En, evenals een kind doet na eene vertelling, riep zij, toen hij ophield
+met spreken: »meer nog! meer nog!"
+
+»Ik begrijp, Cilie, dat je geen Bijbel hebt?"
+
+Ze wist niet eens wat dat was.
+
+»In den Bijbel staat dit alles te lezen, en zoo oneindig veel meer,
+wat ons stervelingen onmisbaar is, om hier beneden zóó te leven, dat we
+ginds de eeuwige zaligheid kunnen beërven. En daar ik begrijp, dat het
+je bezwaarlijk zal vallen zulk een boek aan te schaffen, zal ik, zoodra
+ik in Holland ben teruggekomen, u er een toezenden, en wel een met
+gouden haken."
+
+Op vloog het meisje in kinderlijke verrukking, sprong en danste eenige
+malen in 't rond, plukte daarop eenige veldbloemen en takjes bloeiende
+heide, en vlijde zich toen weer bij Allard neer.
+
+»Je vous ferai un petit bouquet!"[16]
+
+[16] Ik zal u een ruiker maken.
+
+Met vlugge vingeren en aangeboren smaak schikte zij de eenvoudige
+bloemen, bond ze met een biesje bijeen, en bood ze hem aan.
+
+»En gij zult komen hier--nog weer?"
+
+»Zeker, Cilie!"
+
+»Ah quel bonheur!"[17]
+
+[17] Ach, welk een geluk.
+
+»En laat ik u nu eene gedachtenis geven van onze kennismaking, in ruil
+voor uw boeket."
+
+Hij nam de struisveer met het met diamanten ingelegde gespje, dat zijn
+hoed versierde, er af, en maakte die vast op den strooien hoed van het
+meisje.
+
+En een blos van verrassing en.... genoegen kleurde hare wangen, toen
+hij, na dit verricht te hebben, eene kus op hare lippen drukte.
+
+Nog lag zij op de knieën voor hem, toen er een schot in de buurt knalde.
+
+»Deja?"[18] riep Cilie met eene beweging van verdriet, en terwijl zij
+opsprong.
+
+[18] Nu reeds.
+
+Het was het sein, verklaarde zij, dat haar »Vooge" was teruggekeerd, en
+dat hij haar thuiskomst verlangde.
+
+Daar hij ongaarne vreemdelingen ontving, wilde zij hem gaan voorbereiden
+op Allard's bezoek, en een liedje, dat zij zou aanheffen, zou het sein
+wezen, dat hij verwacht wierd.
+
+Met een vriendelijken blik, en na een vertrouwelijk tikje op zijn arm te
+hebben gegeven, snelde de bekoorster voort, en liet hem alleen.
+
+Droomend wandelde hij op en neer, terwijl hij zich afvroeg.... of hij
+werkelijk wel waakte? Of zij, die hem daareven verliet, wel bestond?
+Of zij niet zou blijken te zijn een beeld zijner phantasie, of een
+lichtgeest, die zich zou oplossen in nevelen?
+
+Maar hoor! daar klonk weer de liefelijke stem!
+
+ Lou cuoer dé ma mie, ly fait tant de maou;
+ Quand io vaz, quand io vaz la vir, la soulage au paou.[19]
+
+[19]
+ Het hart van mijn liefje doet--o zoo zeer;
+ Wanneer ik bij haar kom, troost ik haar teer.
+
+Geen droom--werkelijkheid! Cilie bestond; Cilie riep hem, en..... zoo
+snel hij maar kon, gehoorzaamde hij aan hare liefelijke roepstem.
+
+Bij het tuinhek wachtte zij hem op, in gezelschap van den nog altijd
+brommenden, maar--op haar bevel--niet meer dreigenden hofhond.
+
+Haar »Vooge" was binnen, zeide zij, en..... was ook niet heel boos
+geweest, maar toch »gebrom wat".
+
+Terwijl zij hem noodigde naar binnen te gaan, floot zij een paar witte
+duiven, die op het dak zaten, tot zich. Beide kwamen zich op haar arm en
+schouder neerzetten, en fladderden rondom haar, toen zij schaterlachende
+in wilde vaart door den tuin vloog, gevolgd door den luid blaffenden
+hond.
+
+ * * * * *
+
+Allard werd door den ~Stroeve~, in het bekende vertrek met de
+doodshoofden verbeid, en vrij koeltjes, zoo niet norsch, ontvangen.
+
+'t Was een man van een kleine zestig jaren, wellicht, en van een alles
+behalve vriendelijk en aangenaam voorkomen.
+
+Met een somberen blik ontving hij Allard's mededeelingen, en hoewel hij
+zeide, de beleefdheid en belangstelling op prijs te stellen, die een
+»zoo aanzienlijk heer" (met zekeren nadruk sprak hij die woorden uit!)
+in hem, en ~vooral~ in zijn pupil stelde, was deze dankbetuiging, niet
+weinig in strijd met den toon er van.
+
+Intusschen werd hij een weinig spraakzamer, toen het gesprek viel op
+de Natuur en hare wonderen, waartoe Allard, in 't geen hem omringde,
+gereede aanleiding vond.
+
+»Wat gij hier ziet", zeide hij, »is maar eene kleinigheid, vergeleken
+bij 't geen ik eenmaal bezat. Het grootste gedeelte mijner verzameling
+is verongelukt bij een schipbreuk, niet verre van Paramaribo, waar ik
+destijds nog gevestigd was."
+
+Zijn voorkomen betrok echter weder, toen Allard van Cilie gewaagde, en
+hare wonderschoone stem prees, en nog donkerder werd zijn blik, toen het
+meisje binnenkwam, en hij bemerkte, dat niet alleen het oog van zijn
+bezoeker met welgevallen op haar rustte, maar dat alles in zijne pupil
+den grooten indruk verraadde, door den jongen en knappen vreemdeling op
+haar gemoed gemaakt.
+
+Zij bracht brood, kaas en bier binnen, en een keteltje met de destijds,
+in deze streken vooral, nog zeldzame koffie.
+
+Nadat Allard op hare dringende uitnoodiging, er een kopje van gedronken
+had, nam hij afscheid van den barren sluiswachter.
+
+Wat Cillie betreft, zij was op dit oogenblik niet in het vertrek, maar
+Allard vond haar bij het hek staan, en wel met tranen in de oogen.
+
+Zij reikte hem hare hand, terwijl zij het kopje afwendde, en zacht
+fluisterde: »Et vouz reviendrez?"[20]
+
+[20] En gij zult terugkomen?
+
+»Bientôt, cher enfant!"[21] en hij deed meer dan hare hem toegestoken
+hand te kussen.
+
+[21] Spoedig, mijn lief kind.
+
+
+
+
+III.
+
+
+Gewis was Allard van plan, om den volgenden dag, zoo vroeg mogelijk, aan
+eene uitnoodiging te voldoen, die maar al te zeer strookte met zijne
+wenschen. En toch verliepen er verscheiden dagen voor Cilie hem
+wederzag.
+
+Verscheiden dagen, die hij doorbracht in gestadige onrust, in pijnlijke
+zelfkwelling, in een voortdurenden strijd, tusschen zijne levendige
+begeerte, en--hetgeen hij achtte zijn plicht te zijn.
+
+En wat was er dan voorgevallen, dat hem tot dit zonderlinge gedrag
+noopte; dat er hem toebracht, te handelen in strijd met zijne beloften,
+en de hoogste wensch van zijn hart?
+
+Het manuscript, waaraan deze geschiedenis ontleend is, gewaagt van een
+visioen, dat zich op zijn terugkeer naar de kolonie aan zijne oogen
+vertoonde, en dat een zoo geweldigen indruk op zijn gemoed maakte, dat
+hij besloot ~voorshands~ alle verkeering met Cilie af te breken, en,
+zoodra 't hem maar mogelijk was, naar Holland terug te keeren.
+
+Ik wil de getuigenis van mijn oorkunde niet volstrekt wraken.
+
+Allard Bentinck was iemand, die, hoewel in menig opzicht van een
+verlichte denkwijze, ook op godsdienstig gebied, niet te min wel een
+weinig besmet was met het »bevindelijke geloof", in die dagen door
+zoovele, overigens heldere koppen aangekleefd.[22]
+
+[22] Men denke aan van Beuningen en Swammerdam en, hoewel in mindere
+mate, aan Defoe.
+
+Hij geloofde--en later zal dat overtuigend blijken, hoe dit geloof van
+invloed was op zijne handelingen--dat de Godheid dikwijls, hetzij door
+uitwendige teekenen, hetzij door geheime intuitie, den mensch het pad
+aanwees, dat hij moest bewandelen, om tot de bestemming te komen, die
+hem was gezet, en dat het dus plicht was op deze teekenen te letten, en
+de stemmen, die zoo vaak wonderbaar in 't gemoed weerklonken, niet te
+smoren.
+
+Had hij dus werkelijk in de meening verkeerd, zulk een visioen te hebben
+aanschouwd; het plotseling afbreken van zijne aangeknoopte betrekking
+met Cilie, zou volstrekt niet in strijd geweest zijn met zijne
+denkwijze, maar ik meen toch (en mijne opvatting wordt gewettigd door
+den verderen loop der gebeurtenissen), dat hier niets dergelijks in
+'t spel was en dat zijn vreemd gedrag, niets dan een gevolg was van
+redeneering--eene levendige voorstelling van wat noodwendig moest
+volgen, ging hij voort op den ingeslagen weg.
+
+Een weg gansch en al een anderen, dan men had gehoopt, dat hij zou
+inslaan, en een handelwijze geheel in strijd met beloften, die
+hij--ofschoon gedwongen--had afgelegd.
+
+Een kleine terugtred naar zijn verleden, en 't geen er was voorgevallen,
+voor hij het ouderlijke huis verliet, zal noodig zijn om 't een en ander
+in 't ware licht te stellen.
+
+Er bestond zekere spanning tusschen hem en zijne bloedverwanten, of meer
+bepaald tusschen hem en zijn vader en zuster, want zijne moeder deelde
+niet in alle opzichten, de zienswijze van echtgenoot en dochter.
+
+Zijn vader, die een aanzienlijk ambt bij de Thesaurie bekleedde, was een
+man »ganschelijk gevangen" in den kring van hoogheid en voornaamheid,
+dien hij begreep, dat tot zijn stand in de maatschappij behoorde.
+
+Trotsch op zijn geld, zijne betrekking, en voornamelijk zijn adel, zag
+hij met minachting neer op al wat burgerlijk was, en kende geen grooter
+vergrijp, dan wat hij noemde »deroger a la noblesse".[23]
+
+[23] Te kort doen aan den adeldom.
+
+De Hofstad met haar leven »au grand ton",[24] en hare thans meer en
+meer buitenlandsche, of meer bepaald op Fransche leest geschoeide
+vermakelijkheden, was zijn lust en ofschoon de jaren der jeugd al lang
+voorbij--hij ontbrak nooit er een levendig deel aan te nemen.
+
+[24] Op voornamen voet.
+
+Zijn zoon daarentegen was van gansch andere natuur. Hij had de oude
+vaderlandsche manieren en zeden lief; noemde de gestadig veldwinnende
+buitenlandsche levenswijze en levensbeschouwingen een ondergang van 't
+land; had alleen eerbied voor adel, verkregen door verdienste, en zou,
+had zijne moeder vooral, het niet tegengehouden, de Hofstad al lang
+vaarwel gezegd hebben, om ergens in een vergeten hoek van 't land te
+gaan wonen, en zich aan de studie te wijden, aan de zijde van eene
+vrouw, die hij lief had, en die, evenals hij, haar geluk zocht in een
+stil huiselijk leven.
+
+Maar zijne moeder had steeds de opkomende stormen bezworen, en door haar
+invloed den huisvrede zooveel mogelijk gehandhaafd.
+
+Allard beminde zij als haar oogappel, en zij kon het denkbeeld niet
+verdragen, verre verwijderd van hem te moeten leven.
+
+Intusschen had ook zij hare grieven tegen hem. Haar Alceste, als zij hem
+schertsenderwijze noemde--naar den held van Molières beroemde comedie,
+die destijds in den Haag werd opgevoerd--haar Alceste, anders zoo gereed
+aan hare minste wenschen toe te geven, bleef weigeren haar wil te
+volgen, in één, en wel een kardinaal punt.
+
+Zij kon hem niet bewegen, zich te verloven met het meisje, dat zij hem
+tot vrouw had toegedacht, en wel van zijn vroegste jeugd af.
+
+En dit huwelijk was de wensch van haar hart!
+
+Niet alleen toch, zou het de kroon zetten op een door haar aangegane
+verbintenis met de liefste vriendin harer jeugd, maar het beantwoordde
+tevens aan alle eischen van stand en familie-belangen.
+
+Daarbij geloofde zij vast, dat freule Elisabeth Dubois eene uitmuntende
+vrouw voor haar zoon zou wezen, en volkomen geschikt tevens, om
+hem te genezen van zijne ~mesquine~[25] begrippen betrekkelijk de
+samenleving, die hem zelven, zoowel als zijne familie, steeds zooveel
+onaangenaamheden hadden berokkend, en gewis nog verder zouden
+berokkenen.
+
+[25] Minder voorname.
+
+Maar het waren juist deze ~mesquine~ begrippen, die hem terughielden,
+aan de wenschen van zijne teederbeminde moeder--althans, voor als
+nog--toe te geven, want of hij niet eindigen zou, met te handelen
+naar hare begeerte, het tegendeel stond allesbehalve bij hem vast.
+
+In menig opzicht toch voelde hij zich door Elisabeth Dubois
+aangetrokken. Zij was niet alleen schoon en lieftallig, maar
+onderscheidde zich ook door haar verstand en geest van de meeste harer
+Haagsche zusteren, en men mocht haar niet rekenen onder de »Jofferschap,
+die den tijd met »caerte en taerling" zoek bracht."
+
+Maar..... voor 't overige ging zij zoo goed als alle anderen, geheel in
+'t leven der Hofstad op, bezocht geregeld den Franschen schouwburg, en
+ontbrak nooit op de bals in 't Mauritshuis, waar de dames van 't corps
+diplomatique, als Coenraad Droste zegt:
+
+ »Te zamen om den prijs der grootste schoonheid stonden".
+
+Werd hij de echtgenoot van freule Dubois, hij zou genoodzaakt zijn
+in den Haag te blijven wonen niet alleen, maar ook om met haar deel
+te nemen aan vermakelijkheden, en eene levenswijze, die niets
+aantrekkelijks voor hem hadden, en hem op den duur zouden walgen.
+
+En daar de laatste overwegingen, de eersten geregeld overwogen, bleef de
+kwestie hangende.
+
+Maar zijne moeder rustte niet, en maakte alle omstandigheden cijnsbaar
+aan haar doel.
+
+Zelfs huiselijke twisten!
+
+Vader en zoon hadden geruimen tijd in tamelijk goede harmonie geleefd,
+maar eene aanmerking, die de laatste zich veroorloofd had te maken,
+op het gedrag van zeker hooggeplaatst, maar naar ziel en lichaam zeer
+wormstekig bezoeker zijner salons, deed diens toorn ontbranden, en gaf
+aanleiding tot nieuwe onaangenaamheden.
+
+Er werd nu besloten, dat Allard een poosje op reis zou gaan, en zijne
+moeder maakte van deze gelegenheid gebruik, om hem nogmaals, en met
+grooten aandrang, haar beschermelinge aan te prijzen, en zijne
+argumenten tegen eene verbintenis met haar te weerleggen.
+
+En zij deed dit met zooveel warmte, en zoo overtuigend, dat zij er in
+slaagde, Allard over te halen, om voor zijn vertrek afscheid van haar
+te nemen, en wel in hare tegenwoordigheid en die van de moeder van het
+jonge meisje.
+
+Deze afscheidsvisite--behoorlijk door de beide moeders gearrangeerd--had
+plaats gevonden, en was naar 't oordeel der geallieerden zeer wel
+geslaagd.
+
+Freule Elisabeth--door Allard gewoonlijk zijne Celimène genoemd--had
+haar bijnaam bij deze gelegenheid doen vergeten.
+
+Ze was natuurlijk aanminnig geweest, ja was zelfs zoo ver gegaan het
+leven op het land--altijd onder zekere voorwaarden--te prijzen, en had,
+zoowel door 't een als 't andere, een zoo gunstigen indruk op het gemoed
+van den nog altijd weerbarstigen Alceste gemaakt, dat hij onder 't
+huiswaarts keeren aan zijne moeder beloofde, na zijn uitstapje ernstig
+het hof te zullen maken aan haar lieveling, thans fraaitjes op weg ook
+de zijne te zullen worden.
+
+Haar beeld toch had hem gestadig vergezeld op zijne reis, en was nog
+sterker op den voorgrond getreden na de kennismaking met zijne nichten,
+de freules Alida en Coosje.
+
+Maar thans was dat geheel anders geworden.
+
+Het liefelijke wezen van Cilie, vervulde zijn gemoed zoo geheel, dat hij
+aan niets anders denken kon.
+
+Evenals Romeo, die na het ontmoeten van Julia, zich plotseling bewust
+wierd, dat zijne liefde voor Rosalinde niets was dan zelfbedrog, had
+zich ook in zijne ziel de overtuiging gevestigd, dat hij niemand dan
+Cilie zou kunnen beminnen; dat Cilie, en zij alleen, beantwoordde aan
+het ideaal, dat hij zoo lang in zijn hart had gekoesterd, maar zonder
+hoop, het ooit anders dan in droomen te zullen aanschouwen.
+
+En thans, hij had het aanschouwd, hij had in werkelijkheid gezien een
+wezen, dat hooger stond dan het beeld zijner phantasie.
+
+En--wilde hij--hij zou haar de zijne mogen noemen.
+
+Maar!......
+
+En de herinnering van wat er gebeurd was, en dat nog zoo kort geleden,
+rees op als een spook en stelde zich tusschen hem en zijne wenschen.
+
+Mocht hij alleen met de begeerte van zijn hart te rade gaan?
+
+Kon hij het voor God en zijn geweten verantwoorden, wanneer hij geheel
+buiten zijne ouders om, zich verbond aan het meisje zijner keuze?
+
+Zou het niet zijne moeder het harte breken, wanneer hij tot haar kwam
+met de verklaring--dat hij niet alleen de hem toegedachte bruid van
+onberispelijke geboorte en stand verwierp, maar in plaats van haar, eene
+voorstelde--zonder geboorte, zonder opvoeding, zonder fortuin en--zonder
+godsdienst: een kind gekomen van wie weet waar, en eene dochter van wie
+weet wie?
+
+Neen! dat kon hij niet, en daarom wilde hij zijn hart geweld aandoen, en
+zich wachten onmiddellijk eene verbindtenis te sluiten, die de
+noodlottigste gevolgen na zich zoude kunnen slepen.
+
+En daarom wilde hij Cilie niet wederzien voor hij alles had aangewend,
+om zijne keuze door zijne ouders, of althans door zijne moeder te doen
+billijken.
+
+Want, naderde hij haar nogmaals, hij zou zich zelven niet meester kunnen
+blijven.
+
+Waagde hij het nog eenmaal naar de liefelijke klanken van deze volle
+betooverende stem te luisteren, nog eenmaal in deze donkere oogen te
+staren, nog eenmaal zich te verlustigen in de uitingen van dit zoo rein,
+kinderlijk, en van alle onoprechtheid vervreemd gemoed--de teerling zou
+voor goed zijn geworpen.
+
+Hij zou moeten spreken.... aan zijn hart drukken wat hem met zoo
+onweerstaanbare macht tot zich trok.
+
+En tot terugtreden of liever om stil te blijven staan op den ingeslagen
+weg--daartoe was het nog niet te laat.
+
+Er was geen woord van liefde tusschen hem en het meisje gewisseld, er
+was geene belofte gedaan, ja zelfs geen wensch anders dan tot wederzien
+uitgesproken, en keerde hij dus niet terug, Cilie kon hem ontrouw, noch
+misleiding verwijten; een oogenblik aangenomen, dat zijn wezen op haar
+gemoed een indruk gemaakt had, groot genoeg, om anders dan met een
+voorbijgaand gevoel van belangstelling aan hem te denken.
+
+Neen! het was besloten!
+
+Hij wilde zoo schielijk mogelijk naar den Haag wederkeeren, en er
+beproeven of hij de vooroordeelen zijner ouders zou kunnen overwinnen.
+
+En eenig uitzicht daarop bleef er.
+
+Voorondersteld eens--dat Cilie een spruit was van even goede familie als
+de zijne, zou dat niet al zeer veel gewonnen wezen?
+
+Hare herinneringen pleiten levendig voor deze opvatting.
+
+Schitterde het verleden niet in hare verbeelding als een gouden droom?
+
+Had ze niet in een groot landhuis gewoond, en klonk niet nog in hare
+ooren, het woord van haar vader: »petite marquise?"[26]
+
+[26] Kleine markiezin.
+
+En bleek trok het tegendeel eens waar te wezen, zouden zijne ouders,
+en vooral zijne moeder, zich op den duur kunnen verzetten tegen het
+huwelijk huns eenigen zoons, met de vrouw zijner keuze?
+
+En zouden zij, leerden zij Cilie kennen, die keuze niet moeten
+billijken, in weerwil van hunne vooroordeelen, en tevens niet moeten
+erkennen, dat het een vreemde weg geweest was, die hem tot haar geleid
+had, en geen gewone drang, die hem genoopt had, haar te naderen?
+
+En--maar genoeg--hij wilde geen middel onbeproefd laten, om tot zijn
+doel te geraken, en--faalden al zijne pogingen; waren zijne ouders
+onredelijk genoeg, de hoogste wensch van zijn hart te weerstreven, hij
+zou... maar hij huiverde het uit te spreken, wat hem bij dit rampzalig
+uiterste te doen zou staan.
+
+En na deze lange uitweiding--noodig niettemin--om het vreemde gedrag van
+den jongen man tegenover Cilie op natuurlijke wijze te verklaren, kan ik
+den draad van het verhaal weder opvatten.
+
+ * * * * *
+
+Dat Allard zoo schielijk mogelijk de kolonie trachtte te verlaten,
+zal ik na het aangevoerde, wel niet behoeven te verzekeren; maar wèl,
+dat hij niet terstond een geschikt voorwendsel vond, om dit gansch
+onverwacht vertrek bij zijne bloedverwanten te bewimpelen. Overigens
+noopten hem de gebrekkige reisgelegenheden nog eenige dagen te
+vertoeven, en om gedurende dat tijdsverloop alle verzoekingen af
+te snijden, elke weifeling te voorkomen, droeg hij de zorg voor
+zijne patiente op aan den dorpschirurgijn, wien hij eene ruime
+schadeloosstelling voor zijne diensten ter hand stelde, en tevens eenig
+geld voor de zieke en hare ouders, met verzoek dit ten huize van den
+sluiswachter te overreiken, met de boodschap, dat hij vroeger dan hij
+dacht naar Holland moest terugkeeren, maar eerlang dacht weder te komen.
+
+En na al deze beschikkingen te hebben gemaakt, dacht hij verre te zullen
+blijven van wat hij 't liefst wenschte te naderen.
+
+Zoo dacht hij, maar hoe gansch anders zou het uitkomen!
+
+ »De mensch, dus zegt men--
+ Is Schepper van zijn eigen noodlot; zelf
+ Weeft hij aan 't weefgetouw des tijds, het weefsel
+ Van zijn lotgevallen.
+ Voor een deel is 't waar:
+ De mensch weeft eigen toekomst, maar verborgen hand,
+ Schiet somtijds vreemde draden door het weefsel,
+ En knoopt aan gulden draad een zwarten vast,
+ Of, aan een zwarten, omgekeerd een gulden."
+
+Er zijn oogenblikken in het leven, waarin de omstandigheden met al onze
+berekeningen den spot drijvende, ons dwingen te gaan, waar wij niet
+wenschen te wezen; oogenblikken waarin een dusgenaamde toevalligheid
+eene gansche omkeering in onze beschouwingen te weeg brengt, en een
+golfslag doet ontstaan, die voortrolt tot, en mogelijk--verre over het
+graf!
+
+»Zij is dood!" dus klonk het Allard in de ooren, toen hij, van eene
+wandeling teruggekeerd, thuis kwam,--»de arme Marrije is dood!"
+
+'t Was kort voor zijn vertrek naar Holland was bepaald, en de
+barbier, die op zijn verzoek de zieke behandelde, bracht hem deze
+tijding--trouwens niet geheel onverwacht.
+
+Haar toestand was verergerd in de laatste dagen.
+
+Wel stond de wonde niet slecht, maar de patient had gestadig
+hartkloppingen, en de koorts was in hevigheid toegenomen.
+
+Het meisje had nooit tot de sterksten behoord en het bleek nu, dat
+hare krachten niet toereikend geweest waren, de door de werking van
+het venijn voortgebrachte ziekte te wederstaan.
+
+Den laatsten nacht had zij ijlende doorgebracht, en in dien
+toestand--als haar moeder zeide--dingen geopenbaard, die zeer bezwarend
+waren voor den ~Stroeve~ en zijn pupil, en eene algemeene verontwaardiging
+onder het volk hadden verwekt, niet verminderd door de toespraak, die de
+catechiseermeester Greve tot de omstanders had gehouden, even voor haar
+dood.
+
+'t Werd Allard droef te moede bij het ontvangen van dat bericht, en
+hij maakte zich in hooge mate ongerust over de gevolgen, die dit
+overlijden, onder dergelijke omstandigheden, voor de arme Cilie kon
+hebben.
+
+De vreeselijke bedreigingen van de moeder van Marrije klonken hem nog
+schril in de ooren, en hoewel de ~Stroeve~ zich volstrekt niet ongerust
+betoond had, toen hij ze hem mededeelde, en lachend had aangemerkt: dat
+deze lieden gewoon waren geweldig te blaffen, maar niet te bijten, en
+dat hij, ook wanneer zij dit mochten willen doen, volstrekt niet voor
+hen vervaard was, bleef hij van een heel ander gevoelen.
+
+Eene niet te miskennen dweepzucht bezielde de oude vrouw, en maakte van
+hare droefheid en toorn vreeselijke wapens.
+
+En was zij ook al onmachtig om daarmede den sluiswachter te treffen, hoe
+licht was het weerlooze kind er door te bereiken!
+
+Hij begreep niet beter te kunnen doen, dan aan den Schout mede te
+deelen, wat hij gehoord had, en hem aan te bevelen, den sluiswachter op
+het gevaar, dat hem en zijne pupil dreigde, opmerkzaam te maken.
+
+Maar deze was geen vriend van den ~Stroeve~, en wat het meisje aanging,
+hij begreep dat zij schrander genoeg was, om zich niet binnen het bereik
+van hare vijandin te wagen. Intusschen beloofde hij toch haar
+persoonlijk te gaan waarschuwen, en dat binnenkort.
+
+Allard bleef echter de drie dagen, die er nog moesten verloopen, voor
+hij met den Coevordschen postwagen naar Zwartsluis zou vertrekken,
+onrustig en gejaagd, ja zóó, dat zijne nichtjes, die--ik vergat het
+te zeggen--verre waren van hem met onverschillige oogen aan te zien,
+begrepen, dat hier meer in 't spel was, dan verdriet over den dood van
+Marrije, en allerlei pogingen aanwendden om achter het fijne van de mis
+te komen.
+
+ * * * * *
+
+In den nacht, die den dag voorging, waarop zijn vertrek was bepaald,
+sliep hij zoo onrustig, dat hij bij 't aanbreken van den morgen zijn
+leger verliet, om in de buurt rond te zwerven.
+
+Haast zonder het zelf te weten, waar hij zich bevond, had hij het pad
+langs de vaart ingeslagen dat naar de Riegshoogte geleidde.
+
+Een paar zwaar geladen vaartuigen, nog vochtig van den nachtdauw, en met
+moeite voortgesleept door een drietal vrouwen, kwam het kanaal langzaam
+afzakken.
+
+Vol medelijden met deze arme schepsels, aldus gedoemd tot een werk,
+geheel ongeschikt voor hare sekse en verre hare krachten te boven
+gaande[27], stapte Allard haastig voorbij, maar vertraagde zijne
+schreden aldra opnieuw, bij het aanschouwen van wat deze vaartuigen
+onmiddellijk volgde.
+
+[27] Nog in onze dagen kan men getuige zijn van dit onhebbelijk
+misbruik.
+
+'t Was een klein schuitje, langzaam voortgetrokken door twee mannen.
+
+Daarin stond een doodkist, en op deze zat, in voorover gebogen houding,
+en geheel gedoken in zwarte faliën, een viertal vrouwen.
+
+Van hare gelaatstrekken was niets te zien, want evenals de Grieksche
+treurvrouwen, hielden zij met hare mantels het hoofd bedekt; maar de
+hooge statuur, en de eigenaardige vormen van eene van haar, maakte
+gissing naar haar persoon overbodig.
+
+Het was de moeder van Marrije, en de kist bevatte het lijk van het arme
+meisje.
+
+Een lange sleep van donker uitziende mannen en vrouwen volgde het
+schuitje, en het geheel van deze aan de begrafenisplechtigheden der oude
+Egyptenaren herinnerende lijkstaatsie, maakte een zoo diepen indruk op
+het bewogen gemoed van Allard, dat hij met ontbloot hoofd bleef staan,
+nog lang nadat de laatste der lijkvolgers hem waren voorbijgegaan.
+
+Toen hij een uur daarna in de kolonie terugkeerde, hoorde hij, dat
+de gansche gemeente in rep en roer was geweest, en dat ds. Curtenius
+op het kerkhof eene rede had gehouden, die meer getuigde van zijne
+bekrompenheid en onverdraagzaamheid, dan van Christelijke liefde.
+
+Algemeen voorspelde men nu, dat het ginds wel niet rustig zou blijven,
+en dat de schutbaas en zijne pupil het hard zouden te verantwoorden
+hebben tegenover het volk.
+
+ * * * * *
+
+Op den avond van dienzelfden dag, was Allard opnieuw uitgegaan, om
+in de eenzaamheid te overwegen, wat hem nu te doen stond, en, bewogen
+door de meest strijdige gedachten en plannen, bleef hij besluiteloos
+rondstappen, toen een ongewoon gedruisch in de lucht boven hem, hem in
+zijne overpeinzingen stoorde en verschrikt deed opzien.
+
+Eene witte duif, waarop een sperwer een mislukten raam had gedaan, deed
+haar best om aan diens verdere vervolgingen te ontkomen, en stortte, na
+twee- of driemalen dicht over 't hoofd van Allard te zijn gevlogen, voor
+zijne voeten neder, als wilde zij zijne bescherming inroepen.
+
+Zonderling getroffen, nam hij het dier op, dat, als zich bewust, hier
+niets te vreezen te hebben, zich gewillig liet vangen.
+
+Er was niets ongewoons in dit geval.
+
+Blijkbaar was het duifje afkomstig van een til, dat door vriendelijke
+menschenhanden wierd verzorgd, en welker bewoners, hunne gewone
+schuwheid hebbende afgelegd, het gezelschap van den mensch eer zochten,
+dan vermeden.
+
+Maar Allard zag daarin iets geheel anders, en de stemming, waarin hij
+verkeerde, was maar al te geschikt, om hem zijne opvatting aldra als
+zekerheid te doen aannemen:
+
+De witte duif was Cilie; Cilie, die, aldus door een vijand vervolgd, een
+beschermer zocht, maar..... niet zoo gelukkig als het duifje--dien niet
+zou vinden!
+
+Niet zou vinden?.....
+
+En was hij er dan niet?
+
+Was hij er dan niet? en had hij niet begrepen wààrom de witte duif bij
+hem haar toevlucht had gezocht, en...... was dit gansche geval niet een
+vingerwijzing van Hooger Hand?
+
+Vertoonde het hem niet--klaar als in een spiegel--wat het lot der arme
+duive ginds zou worden, wanneer hij, in zijne onmannelijke berusting
+volhardende, haar overliet aan hare vijanden?
+
+Had hij dan zoo weinig zelfbeheersching, eene zoo geringe gedachte van
+zijn wil, dat hij meende zich niet te kunnen vrijwaren voor het aangaan
+eener overijlde verbindtenis, dan door het zich volstrekt onthouden van
+alle bijeenzijn met het voorwerp zijner min?
+
+Neen! het was besloten! de witte duif zou hem niet te vergeefs zijn
+toegezonden!
+
+Hij wilde Cilie opzoeken, en dat onmiddellijk, want wie wist, hoe zeer
+ze zijne hulp behoefde!
+
+Lang was de sperwer verdwenen, toen Allard nog met de duif aan zijne
+borst gedrukt voortschreedt.
+
+Eindelijk liet hij haar vrij.
+
+Hoog steeg zij op in de lucht, zeker om de plaats te verkennen waar zij
+zich bevond en vloog toen met snelle vaart oostwaarts.
+
+Oostwaarts lag het Riegmeer.... was het niet een nieuwe wenk?
+
+ * * * * *
+
+Het begon reeds te schemeren, toen Allard het veld bereikte, gelegen
+tusschen Alberts-Holtien en het groote Riegmeer.
+
+In 't zuiden broeide een onweer, en het bruine water van den grooten
+plas, die kalm en bewegingloos tusschen zijne donkere oevers lag,
+weerspiegelde van tijd tot tijd de rosse gloed van het weerlicht, dat
+tusschen de samenpakkende wolken speelde, terwijl eenige oogenblikken
+later, eene doffe, langzaam voortrollende donder volgde.
+
+Het huis van den ~Stroeve~ lag oostwaarts verscholen achter de
+boschaadiën, die het omringden, en de vlucht witte duiven die er boven
+zweefde, deed zijn hart sneller kloppen, daar ze hem levendig herinnerde
+aan hetgeen pas was geschied.
+
+Juist stond hij gereed het pad, dat er heen leidde in te slaan, toen een
+zonderling geluid, dat van de zijde van het meer kwam, zijne ooren trof.
+
+In 't eerst dacht hij, dat het veroorzaakt wierd, door een vlucht
+eendvogels, die, beducht wellicht voor het naderend onweer, eene
+schuilplaats zocht, maar weldra overtuigde hij zich, dat het noodkreten
+waren, en wel van een menschelijk wezen.
+
+Een kind of vrouw scheen in doodsangst te verkeeren en riep dan eens met
+gesmoorde stem, dan eens met een luid gegil om hulp.
+
+In een oogenblik had Allard het kreupelbosch, dat zich tusschen hem en
+de plaats vanwaar de kreten klonken, bevond, omgetrokken.
+
+Niets belemmerde thans zijn uitzicht op de vlakte, die hem nog van het
+meer scheidde, en zoo zag hij dan ook, dat niet ver van den dijk, die
+het aan deze zijde beteugelde, eene donkere gestalte iets onder zich
+uitgestrekt hield, dat zich aan haar poogde te ontworstelen.
+
+Door een, met al de kracht zijner longen voortgebrachten kreet, kondigde
+hij zijne tegenwoordigheid en aanstaande tusschenkomst aan, en dat deze
+niet onopgemerkt gebleven was, bleek uit de gevolgen.
+
+Want, de donkere gestalte, die nu duidelijk bleek van eene vrouw te
+zijn, en wel van niemand anders dan van de moeder van Marrije, rees op,
+en balde de vuist naar de zijde van den snel naderenden, maar zich nog
+altijd op een tamelijken afstand bevindenden Allard.
+
+Maar in plaats van te vluchten, greep zij plotseling op, wat zij onder
+haar hield neergestrekt, wrong het vast in hare armen, en rende er mee
+naar den dijk.
+
+Opnieuw stiet Allard een geweldigen kreet uit, terwijl hij zijn vaart
+verdubbelde, want het witte gewaad der aldus weggevoerde, en de klank
+van hare stem liet hem geen twijfel over, of het was Cilie die zich in
+de macht harer vijandin bevond en die door haar naar het meer werd
+gesleept, met een licht te bevroeden, afgrijselijk doel.
+
+En dit laatste--meestal zoo kalm, en als sluimerende, vertoonde op dit
+oogenblik een gansch ander karakter.
+
+Een felle bliksemstraal, gevolgd door een ratelenden donderslag, scheen
+den stormwind te hebben ontketend.
+
+Met wilde vaart vloog hij over het water en joeg het met geweldige
+golven tegen den dijk.
+
+De moeder van Marrije, eene met buitengewone lichaamskracht begaafde
+vrouw, was het kinderspel geweest met een zoo lichten last als Cilie
+was, den dijk op te schrijden, en lang voor het Allard gelukt was, dien
+te bereiken, stond zij daarop, met den eenen arm het nog altijd kermende
+en gillende meisje tegen zich aanklemmende, en met den anderen allerlei
+bewegingen makende, terwijl zij al krijschende de afschuwelijkste
+verwenschingen uitbraakte.
+
+»Moed, Cilie! moed!" riep Allard, terwijl hij niet ver van de plaats,
+waar het wijf stond, den dijk opsprong.
+
+Maar het arme kind had geen tijd om te antwoorden, want op hetzelfde
+oogenblik, omvatte de reuzin met de eene hand haar den nek, met de
+andere de enkels, hief haar hoog boven haar hoofd, en wierp haar daarop
+in de bruischende diepte!
+
+Wel woelde het water het gezonken lichaam weer naar boven, en zag Allard
+het vlak aan den dijk, maar in 't volgende oogenblik was het verdwenen.
+
+Er was geen tijd te verliezen--hij sprong het meisje na in de diepte.
+
+Nog eenmaal, maar al veel verder weg, zag hij haar witte gewaad
+schemeren, en met forsche slagen zwom hij naar die plaats.
+
+Maar de golfslag van het hier, gelukkig! niet zeer diepe meer, had
+haar al weer naar den dijk teruggevoerd, en na een paar vruchtelooze
+pogingen, gelukte het hem de drenkelinge te grijpen, en op een met riet
+en gagel begroeide plek, die glooiend van den dijk in 't meer afdaalde,
+vasten voet te krijgen.
+
+De krampachtig om zijn hals geslagen arm van het meisje overtuigde hem,
+dat zijne hulp nog niet te laat gekomen was, en dit bewustzijn schonk
+hem nieuwe krachten tot de worsteling met de elementen, die nu nog
+overbleef, om weer op den dijk te geraken.
+
+De plek toch, waarop hij stond, was niet alleen met allerlei struikgewas
+begroeid, maar zij werd ook gestadig overstroomd door het water, dat,
+door den meer en meer aanwakkerenden stormwind voortgezweept, met hooge
+golven er over kwam rollen.
+
+Tweemalen struikelde hij dan ook, en was op het punt neer te storten,
+maar eindelijk kreeg hij vasten voet, en stond, met de geredde in zijne
+armen, op den dijk, niet verre van de plaats, waar de veroorzaakster van
+al dat leed nog toefde, om allerlei verwenschingen uit te braken, en den
+redder zoo goed als de geredde te vervloeken.
+
+Allard was echter veel te ijverig bezig met zijne pogingen, om Cilie het
+ingezwolgen water te doen overgeven, en haar tot bewustzijn te brengen,
+om veel op haar te letten.
+
+Alleen toen hij zag, dat de enkels van het arme meisje door een breeden
+band van russchen waren saamgebonden, kon hij eenige woorden van toorn
+niet bedwingen, terwijl hij haar met de vuist dreigde.
+
+Een onbeschaamd gebaar, en een nieuwe stroom van vuile scheldwoorden,
+was haar antwoord.
+
+Kort daarop verwijderde zij zich echter.
+
+Het onweer was intusschen in hevigheid toegenomen.
+
+Rusteloos flitste de bliksem door de lucht, en ratelde de donder,
+terwijl de regen, die in stroomen neerdaalde, het oog weldra belette
+zelfs de meest nabijzijnde voorwerpen te onderscheiden.
+
+En wat nu te doen?
+
+Gedaald van het gestadig door de golven overspoelde dijkje, zocht hij
+naar een plek, waar hij eenigermate beschutting kon vinden voor wind en
+regen, want om naar eene meer afdoende schuilplaats om te zien, was
+onder de tegenwoordige omstandigheden onmogelijk.
+
+Met het meisje in zijn eenen arm, tastte hij met de andere rond, en vond
+eindelijk een kreupelboschje, waarachter hij zich met haar kon
+nederzetten.
+
+Pas was hij daar gezeten, toen hij opnieuw een noodkreet meende te
+hooren. Het kletteren van den regen en het gedruisch van donder en wind
+beletten hem echter, waar te nemen, van welke zijde het geroep kwam, en
+daarbij was hij te bekommerd over den toestand van Cilie, om er
+bijzonder op te letten.
+
+Want nog altoos lag zij bewusteloos in zijne armen, en licht te denken
+was het, dat er geene beterschap kon worden verwacht, bleven dezelfde
+ongunstige omstandigheden voortduren.
+
+En dit was het geval. De regen stroomde met voortdurend geweld neder, en
+al werd hij ook minder, wat dan nog te beginnen? Want het was zoo donker
+geworden, dat er geen denken aan was, een pad te zoeken door het drassig
+geworden terrein.
+
+Maar hoor! nogmaals het geroep van daareven!
+
+Het klonk nu echter dichter bij, en 't werd Allard dra duidelijk, dat
+het niet was van iemand die hulp zocht, maar van een die hulp zocht te
+verleenen.
+
+Mogelijk was het wel de ~Stroeve~, die--Cilie missende--haar kwam zoeken.
+
+Hij stond dus op, en, zijne stem met alle kracht verheffende, riep hij
+eenige malen achter elkander: »Hier!"
+
+En niet zonder gevolg!
+
+Weldra schemerde het licht van een lantaarn in de nabijheid, en
+verscheen er een man, die inderdaad bleek de ~Stroeve~ te zijn, en die
+niet weinig verrast scheen, toen hij haar, die hij zocht, in de armen
+van Allard zag rusten.
+
+Met een enkel woord verklaarde deze de toedracht der zaak, en drukte den
+man tevens op 't hart, geen oogenblik te zuimen, wilde hij het meisje in
+het leven behouden.
+
+De ~Stroeve~ ging nu met den lantaarn voor, en wees Allard, die Cilie
+droeg, den weg naar een arbeidershut in de nabijheid, en die men--echter
+niet zonder veel moeite en struikelingen--weldra bereikte.
+
+Er was, als licht te denken is, weinig gemak in dit berookt verblijf,
+maar de lieden, die het bewoonden, waren gul en dienstvaardig.
+
+Terwijl de ~Stroeve~ naar huis liep, om brandewijn en de noodige
+kleedingstukken te gaan halen, stak Allard zich onder een afdak in
+'t Zondagspak van den arbeider. De vrouw hield zich met Cilie bezig,
+kleedde haar uit, rolde haar in de eenige deken die zij bezat, en
+bereidde haar daarna een leger, vlak bij het inmiddels levendig
+opflikkerende vuur.
+
+Weldra begon de warmte weldadig te werken en tot innige vreugde van
+Allard sloeg het meisje de oogen op.
+
+Een teug brandewijn, haar door haar pleegvader ingegeven, bracht haar
+langzamerhand tot bewustzijn, en na het gebruik van de andere voor haar
+medegebrachte middelen, look zij weldra zóó op, dat men het wagen kon,
+haar, in warme dekens en mantels gewikkeld, op eene burrie te leggen, en
+naar huis te brengen.
+
+Toen Allard zich onder 't voortgaan over haar heenboog, om haar te
+vragen hoe 't haar ging, fluisterde zij hem toe: »Zoo gij weggaan van
+mij--ik sterven!"
+
+Een welsprekende handdruk was zijn antwoord.
+
+FOOTNOTES:
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Ziehier, wat Cilie--met moeite en afgebroken woorden evenwel--verhaalde
+van hare ontmoeting met hare booze vijandin:
+
+Ze had voor een ziek kind in de buurt iets gekookt, en was, nadat zij
+dit had aangereikt, in gedachten verzonken, naar het meer gewandeld.
+
+Niet ver van den dijk was haar een jongen tegemoet gekomen, die haar
+zeide, dat Caro (de hond van den ~Stroeve~, en waarmee zij veel ophad)
+door een jager was aangeschoten, en achter een boschje, dat hij haar
+aanwees, lag te sterven.
+
+IJlings was zij daarheen gesneld, maar in plaats van den hond, vond zij
+de moeder van Marrije, en wel bezig met russchen te vlechten.
+
+Hevig ontsteld, wilde zij vluchten, maar met een sprong had het wijf
+haar bereikt, en onder zich neer geworpen.
+
+Nadat zij haar handen en voeten had vastgebonden, met de banden die zij
+bezig geweest was van de russchen te vlechten, had zij de nu gansch
+en al weerlooze, het lichaam ontbloot, om daarin met tijgerwellust te
+knijpen, onder de verzekering, dat haar schreeuwen zoo min als hare
+duivelskunstenarijen, haar iets zouden baten, want dat zij op die plak
+zou sterven.
+
+Daar zij waarschijnlijk vreesde, dat het luide gekerm van haar
+slachtoffer, toch zou kunnen gehoord worden, wilde zij haar een doek
+voor den mond binden, en het was op dat oogenblik, dat Allard verscheen
+en verdere marteling deed ophouden.
+
+Het bewustzijn van naderende hulp, had Cilie nieuwen moed en kracht
+gegeven, en zoo was het haar gelukt hare handen vrij te maken, en
+daarmee den strop te grijpen, waarmede de moordenares haar den hals
+wilde dichtsnoeren.
+
+Onder tranen en pijnlijke bewegingen bracht het arme kind dit verhaal
+ten einde, en zoo levendig trof het Allard, dat hij, de tegenwoordigheid
+van den »voogd" vergetende, haar handen greep en die overdekte met
+kussen.
+
+Maar de ~Stroeve~, die met een zeer donkeren blik deze daad aanschouwde,
+maakte kortweg aan alle verdere betuigingen van sympathie een einde.
+
+Met de verklaring, dat het meisje voor alle dingen rust noodig had,
+wenkte hij de huishoudster, voor haar bed plaats te nemen, en verzocht
+Allard hem te volgen.
+
+Er bleef dezen dan ook niets anders over, dan een vluchtig afscheid van
+de zieke te nemen, echter niet, dan na haar toegefluisterd te hebben,
+dat hij den volgenden morgen zoo vroeg mogelijk weer bij haar zou zijn.
+
+Hij dacht nu huiswaarts te keeren, maar de schutbaas verzocht hem, nog
+eenige oogenblikken te vertoeven.
+
+»Uwe kleeren," zeide hij, »zijn nog niet droog genoeg om ze te kunnen
+aantrekken, en--terwijl zij drogen, willen we een ernstig woordje met
+elkander wisselen."
+
+Allard wenschte niets liever, en nadat hij zich verkwikt had aan een
+glas sterk gekruiden heeten wijn, door den schutbaas in der haast gereed
+gemaakt, zette hij zich tegen hem over bij het helder brandende vuur.
+
+»Mijnheer!" dus begon de ~Stroeve~, terwijl hij een doordringenden blik
+op zijn' gast vestigde--»wat is uwe bedoeling met uwe herhaalde bezoeken
+aan mijne pupil? Ik weet, dat gij behoort tot eene familie, die eene
+wettige verbintenis van een harer leden met een ~burgermanskind~, als
+eene diepe vernedering zou aanmerken, en dat gij dus betrekkelijk Cilie
+plannen moet koesteren, die..... niet overeenkomen met de verwachtingen,
+die uwe aanzoeken bij haar zullen hebben opgewekt."
+
+»Jansen!" sprak Allard met verontwaardiging, »ik verzoek u voorzichtig
+te zijn met uwe uitdrukkingen, want ik ben nooit gewoon geweest,
+dergelijke voor mijne eer en karakter honende uitdrukkingen ongestraft
+te aanhooren!"
+
+»Ik sprak als ik denk, jonker Allard! en heb te lang in de wereld
+verkeerd, om niet te weten, wat gewoonlijk de gevolgen zijn van
+dergelijke..... hm! verbindtenissen."
+
+»Maar wanneer ik zeg, dat uwe onderstellingen ten mijnen opzichte geheel
+valsch zijn!....."
+
+»Wil dat zeggen, dat jonker Allard Bentinck, in alle oprechtheid de hand
+zoekt te verkrijgen van een meisje--zonder vermogen, zonder stand,
+zonder godsdienst, en......"
+
+»Spreek uit!"
+
+»Zonder naam!" sprak de ~Stroeve~ met een vloek.
+
+»Zonder naam? dat is: zonder een naam, dien de wereld acht en
+eerbiedigt? En, zoo ik nu eens zeide, dat ik voor mij, vrij ben van alle
+vooroordeelen, aan lieden van mijne geboorte en stand gewoonlijk eigen,
+en dat ik, bij het zoeken naar eene vrouw, alleen te rade denk te gaan
+met de wenschen van mijn hart?"
+
+»En hoe weet gij, dat uw hart u hier niet bedriegt?" vroeg de ~Stroeve~
+schamper. »Maar," voegde hij er eenigszins zachter bij, »al waart gij
+overtuigd, dat Cilie is, wat zij u toeschijnt te zijn, dan zoudt gij u
+toch driemalen bedenken, om toe te slaan."
+
+»Dat dunkt u, maar uwe onderstelling is valsch."
+
+»Ik zal oprecht jegens u wezen! Ik zal u het geheim van Cilie's geboorte
+onthullen, en ik twijfel volstrekt niet, of gij zult daarna erkennen,
+dat een meisje als zij, nooit deel van uwe familie kan uitmaken, en dat,
+zoo ge haar zoudt willen trouwen, gij genoodzaakt zoudt wezen, met uwe
+ouders en àl uwe bloedverwanten te breken."
+
+Daar was iets in de laatste opmerking, dat Allard pijnlijk aandeed, en
+dat hem een oogenblik het stilzwijgen deed bewaren.
+
+De man had met ruwe hand eene gevoelige plaats in zijn gemoed
+aangeraakt, en de donkere blik, dien hij van onder zijne borstelige
+wenkbrauwen op hem vestigde, getuigde maar al te zeer, dat hij des
+bewust was.
+
+»Zie," vervolgde hij na een oogenblik zwijgens, en nadat hij opnieuw de
+glazen gevuld had, »ik kèn uwe familie, en dat van zeer nabij, want--ik
+heb in 't huis uws vaders eenigen tijd gewoond als bediende. Maar dat
+was vóór uwe geboorte."
+
+»En hoe is uw naam?"
+
+»Of weet jonker Bentinck niet, dat ik Jansen heet?" was de spottende
+wedervraag van de ~Stroeve~, en, na een oogenblik zwijgens, vervolgde hij:
+»gij beseft nu te wel, dat ik niet van ~hooren zeggen~ spreek, wanneer ik
+verzeker, dat ik de trots der Bentinck's en van die tot hen behooren,
+ken. Maar ter zake!
+
+»Ongeveer twintig jaren geleden, was ik Bastiaan[28] op eene plantage in
+Suriname. Die plantage was het eigendom van een Franschman, die zich
+»Marquis" noemde, en met de dochter getrouwd was van een Hollandschen
+planter--zekeren meneer Deleman.
+
+[28] Slavenmeester.
+
+De Franschman, mijn patroon--hij heette de Renneval--was een zeer lastig
+heerschap, en een wreed meester over zijne slaven.
+
+Hij beschouwde en behandelde ze niet anders, dan als lastdieren, waarvan
+men 't meest mogelijke voordeel moet zien te trekken, tegen de minst
+mogelijke kosten van onderhoud.
+
+Nu ben ik alles behalve een teederhartig man, en langdurige omgang met
+het ebbenhout, heeft mij niet vriendelijker gezind jegens hen gemaakt.
+
+Het is een lui, morsig, dom en brutaal ras, en wanneer de patroon hun
+verwantschap met den mensch ontzei, en--meer of min ontwikkelde apen
+noemde--was dit een van de weinige punten, waarop ik het vrij wel met
+hem eens was.
+
+Dat ik mijne onderhoorigen dus zachtmoedig behandelde, wil ik niet
+beweren, maar mijn streven was toch, om hen goed te voeden, en na den
+zwaren arbeid, behoorlijk rust te gunnen.
+
+Dat de patroon gehaat was door de zwarten, behoef ik u niet te zeggen,
+en evenmin, dat zij zich op alle mogelijke wijzen op hem trachtten te
+wreken.
+
+Nu was er onder de mannelijke slaven zekere Hanno, die pretendeerde van
+Arabischen stam te wezen, en die zich dan ook door lichteren tint,
+dunnere lippen en beschaafder manieren van het overige beestegoed
+onderscheidde.
+
+Hij was de beschermeling van de meesteresse, en was ook bij den patroon,
+tot zekere hoogte althans, vrij wel gezien, toen het volgende geval
+alles deed verkeeren.
+
+De meesteresse had een jonge quarteronne tot lijfmeid, die door den
+patroon met zooveel attenties bejegend wierd, dat zijne vrouw besloot
+haar uit te huwelijken, en wel aan niemand dan aan Hanno.
+
+Dat geschiedde, maar in plaats van nu af te zien van verder pogen,
+vervolgde monsieur de Renneval met verdubbelden ijver zijn doel, en het
+gelukte hem, op een uur, dat Hanno buiten was, zijne jonge vrouw te
+verrassen.
+
+Dit nu nam Hanno, die werkelijk iets hooger stond dan een gewonen
+nikker, zeer euvel op, en 't was niet heel lang daarna, dat hij de
+gelegenheid waarnam van eene visite, die de patroon aflei op een
+naburige plantage, om in de slaapkamer van mevrouw te sluipen, en van
+haar te nemen wat de patroon van zijne vrouw genomen had.
+
+Wellicht ware deze zaak geheim te houden geweest, want de meesteres zou
+zich wel gewacht hebben, de haar aangedane beleediging ruchtbaar te
+maken, maar dat lag niet in de bedoeling van Hanno.
+
+Toen na negen maanden, mevrouw de Renneval beviel van eene dochter, zond
+hij eene oude slavin naar den patroon, om hem bekend te maken met het
+gebeurde, en vluchtte daarop met zijne vrouw naar de bosschen.
+
+Dat monsieur de Renneval in 't eerst meende te moeten twijfelen aan
+de waarheid der zaak, is licht te bevroeden, maar het verhaal van de
+negerin (bijna een ooggetuige) liet weinig twijfel over, en 't werd
+ten overvloede bevestigd, door de bekentenis van mevrouw--stervende
+uitgebracht--, want zij overleefde de geboorte van hare dochter maar een
+paar dagen!
+
+In zijn toorn wilde de patroon het kind laten verhongeren, maar 't
+gelukte aan mijne vrouw, die de meesteresse als vroedvrouw had ter zijde
+gestaan, om hem diets te maken, dat het gestorven was.
+
+Intusschen had zij het bij ons in veiligheid gebracht.
+
+Toen een jaar daarna, de plantage wierd afgeloopen door Hanno, waarbij
+de patroon werd gedood, namen wij het hulpelooze schepsel mee naar
+Paramaribo, waar ik, het slavenranselen moede, van plan was mij als
+chirurgijn te vestigen.
+
+Ik wist, dat daar eene zuster van mevrouw de Renneval woonde, en vond
+haar bereid, om zich het meisje aan te trekken.
+
+Maar, zij wierd na een viertal jaren ziek en stierf.
+
+Voor haar dood liet ze mij komen, en droeg mij het nu opnieuw verweesde
+kind op, voor welks onderhoud ze mij een klein kapitaal ter hand stelde.
+
+Niet lang daarna werd ik weduwnaar, en daar 't mij op den duur te
+Paramaribo niet beviel, nam ik 't besluit mijne bezittingen te gelde te
+maken, en naar Holland terug te keeren.
+
+Een gedeelte er van, op een ander schip vooruit gezonden, leed
+schipbreuk; het andere kwam behouden aan, en 't was met een deel
+daarvan, dat ik mij hier (waar ik in mijne jeugd woonde) grond kocht en
+er een huis op liet timmeren.
+
+In 't eerst was ik van plan, om het meisje slechts tot zekeren leeftijd
+bij mij te houden, en haar dan bij lieden, waarbij zij iets beters kon
+leeren dan bij mij, op te doen voeden.
+
+Maar"--en hier nam het gelaat van den verhaler eene zonderlinge
+uitdrukking aan--»maar.... ik ben van plan veranderd; waarom--dat gaat
+niemand aan!"
+
+Hij zweeg.
+
+»En is dat alles?" vroeg Allard.
+
+»Dunkt het u niet genoeg?"
+
+»Hebt ge mij den ~waren~ naam medegedeeld van de ouders van Cilie?"
+
+»Haar vader noemde zich Hanno," sprak de ~Stroeve~ met een grijnzenden
+lach, »en zoo gij meent, dat hij dit ten onrechte deed, moogt gij het
+onderzoeken."
+
+»En hoe heette de plantage, waar Cilie geboren wierd?"
+
+»Tranquilité."
+
+»Jansen!" sprak Allard, »gij tracht mij te misleiden. In uw verhaal is
+waarheid, dat is zeker! maar even zeker is het, dat sommige
+omstandigheden daarin, al zeer onwaarschijnlijk klinken."
+
+»Wat!?" riep de ~Stroeve~ met een paar geweldige vloeken.
+
+»Uw vloeken vervaart mij niet, en het is niet uit vrees er voor, dat ik
+mij ga verwijderen. Maar mijne kleederen zijn thans droog genoeg, om ze
+weer aan te trekken, en 't wordt meer dan tijd om huiswaarts te keeren.
+Morgen kom ik terug, en we zullen dan nader spreken."
+
+»Als ik wil!" was het knorrige antwoord.
+
+ * * * * *
+
+Dat het avontuur van Allard, den volgenden dag niet weinig besproken
+werd in de kolonie, en dat de held er van honderde vragen daarover had
+te beantwoorden, zal wel niemand verwonderen, en evenmin, dat het aan
+zijne nichten aanleiding gaf tot het maken van niet weinig bitterzoete
+commentariën.
+
+Vooral nicht Alida kon niet nalaten, neef de opmerking te maken,
+dat zijn moed zeker zeer te bewonderen was, maar dat hij--naar haar
+oordeel!--toch beter gedaan had, zijn leven niet te wagen, om een
+~schepsel~ als ~dit~, van den dood te redden.
+
+Maar neef's repliek was zoo levendig, en de verdediging van het
+~schepsel~ zoo warm, dat freule Alida er niet weinig van ontzet was,
+en begreep, beter te doen--~hier~ verdere opmerkingen te sparen, om ze
+later op eene plaats ter markt te brengen, waar zij geen effect zouden
+missen; eene manoeuvre, die--als men later zien zal--goed beraamd was,
+en niet zonder gevolgen bleef.
+
+Wat Allard betreft, hij stoorde zich aan spot noch blaam.
+
+De treffende gebeurtenis van den vorigen dag, had Cilie dierbaarder dan
+ooit gemaakt aan zijn hart, en hoe ook ~zij~ zich aan hem verbonden
+gevoelde,--de woorden, op de burrie hem toegefluisterd, bewezen het maar
+al te zeer.
+
+Al wat naar weifeling geleek, was thans ook bij hem geweken. Gods vinger
+had hem verordineerd, haar ten beschermer te zijn, en wat er ook mocht
+gebeuren, wie zich tegen zijne vereeniging met haar mocht willen
+verzetten, hij zou haar niet verlaten, maar haar de zijne noemen, zoowel
+voor de menschen als voor God.
+
+En het was met deze gedachten en voornemens, dat hij zich zoo schielijk
+hem maar eenigszins mogelijk was, naar 't huis aan 't meer spoedde.
+
+Hij vond het arme kind wel wat bekomen van de angst en vermoeienissen,
+den vorigen dag geleden, maar toch pijnlijk, vooral op die plaatsen,
+waar het booze wijf haar met tanden en nagels had gehavend.
+
+Maar de tegenwoordigheid van haar vriend, en vooral, wat hij, over
+hare peluw gebogen, haar herhaalde malen influisterde, oefende een zoo
+weldadigen invloed op haar uit, dat zij, alle leed vergetende, tegen den
+avond opstond en, door zijne armen ondersteund, nevens hem voor 't raam
+ging zitten.
+
+Hier vertelde hij haar, wat haar voogd (deze was des morgens vroeg
+al uitgegaan) hem den vorigen avond betrekkelijk hare afkomst had
+medegedeeld. Zij hoorde hem met ingespannen aandacht aan, maar was verre
+van met alles in te stemmen, van hetgeen er in dat verhaal voorkwam.
+
+Hoewel hare herinneringen, vooral op sommige punten, vrij vaag waren,
+was dit lang niet overal 't geval, en 't bleek Allard weldra, dat hij
+den ~Stroeve~ niet ten onrechte verdacht hield, van onjuiste voorstelling
+der feiten.
+
+Haar vader, wien zij naar 't verhaal van Jansen niet zou gekend hebben,
+herinnerde zij zich vrij wel. Zij wist, dat zij menigmalen op zijne
+knieën gezeten had, dat hij haar geliefkoosd en »petite marquise" had
+genoemd.
+
+En, in plaats van weinig meer dan een zuigeling geweest te zijn, toen
+zij bij hare tante kwam, was zij minstens zes of zeven jaar oud
+geweest.
+
+Deze tante kon ook geene zuster van hare moeder geweest zijn, maar wel
+van haar vader, want zij was eene Française, en van haar had zij de
+liedjes geleerd, die zij gewoonlijk zong, en het Fransch, dat zij ook
+nu nog gemakkelijker sprak dan het Hollandsch, en waarin zij zich bij
+voortduring had kunnen oefenen, daar haar voogd, die uit Fransch
+Vlaanderen afkomstig was, die taal zeer goed kende, en er zich bij
+voorkeur van bediende, wanneer hij met haar sprak.
+
+Intusschen heette deze tante niet: de Renneval, maar: de Cosse, als zij
+bewees uit een Catholiek gebedenboekje, dat haar eenmaal had toebehoord,
+en op welks schutblad met duidelijke letters geschreven stond: Desirée
+Louise Posada, née de Cosse, 1687.
+
+De naam ~Cosse~ klonk Allard vrij bekend in de ooren, en bij eenig
+nadenken herinnerde hij zich, dat hij te Amsterdam, ten huize van een
+zijner kennissen, een refugié had ontmoet, die onder dien naam aan hem
+was voorgesteld.
+
+Was hij nog in leven, dan zou er zeker wel gelegenheid bestaan om hem
+te spreken, en van hem te vernemen, of de tante van Cilie ook behoorde
+onder zijne bloedverwanten, en was dit laatste het geval, dan had men
+den draad in handen, om in dit labyrinth den weg te vinden. Ook kon
+daartoe dienen, de--zeker in een onbewaakt oogenblik--aan den ~Stroeve~
+ontsnapte mededeeling: dat hij kort voor Allard's geboorte, in diens
+ouderlijk huis had gediend.
+
+Hij deelde dat alles aan Cilie mede, en trachtte haar duidelijk te
+maken, dat zijn bespoedigd vertrek naar den Haag--hoe ongewenscht ook
+onder de tegenwoordige omstandigheden--noodig was, om den weg te
+effenen, die tot hunne vereeniging leidde.
+
+Maar Cilie wilde daarvan niets hooren.
+
+Te scheiden, en dat voor wie weet hoe lang; haar te verlaten,--nu
+al weer te verlaten, en dat terwijl zijn bijzijn haar zoo nameloos
+gelukkig maakte... het denkbeeld maakte het hartstochtelijk schepseltje
+zoo rampzalig, dat Allard zich haastte den storm te bedaren, door de
+verzekering te geven, dat hij vooreerst aan geen weggaan dacht, en
+althans zoo lang zou blijven, tot zij geheel hersteld was.
+
+Eene belofte trouwens! die maar al te zeer instemde met de wenschen van
+zijn hart.
+
+Want het waren dagen vol weelde, die hem wachtten aan de zijde van de
+teedergeliefde--vooral toen zij, als weldra 't geval was, slechts weinig
+letsel meer leed, van wat zij verduurd had op den schrikkelijksten dag
+van haar leven; den dag evenwel, waarvoor zij toch den goeden God niet
+genoeg kon danken, want na de doorgestane angsten en smarten, was haar
+geschonken, wat zij nooit had gedacht te zullen verwerven.
+
+Bijna elken namiddag kwam Allard haar bezoeken, en, hing het schoone
+kopje mat en treurig neer, als eene bloem, die het aan water ontbreekt,
+het richtte zich op, wanneer het uur naderde, waarop de welbeminde
+gewoon was te verschijnen.
+
+En, sloeg dat uur, 't was uit met mijmeren, en stond zij aan het hek van
+den hof, in gezelschap van den getrouwen hofhond, en omfladderd door
+hare duifjes.
+
+Niet zoodra kreeg zij hem in 't oog, of in wilde vaart vloog zij hem
+tegemoet, drukte hem aan haar hart, en rustte niet voor hij haar evenals
+een kind op den arm nam, en huiswaarts droeg, gelijk hij gedaan had,
+toen hij haar, na haar uit het water te hebben getogen, naar de hut
+bracht waar zij de oogen had opgeslagen tot een nieuw leven.
+
+Op die armen, en aan die borst, zeide zij, was zij veilig voor alle
+boozen en al het booze, dat in de wereld bestond, en--behoeft het gezegd
+te worden--dat de drager zich even gelukkig gevoelde als de gedragene,
+en onder de weelderige lokken, die zijn aangezicht omzwierden, de kus
+beantwoordde waarmede het schoone kind van tijd tot tijd haar gesnap
+afbrak?
+
+Het zure gezicht van den ~Stroeve~ (die echter zelden thuis was) en de
+tegenwoordigheid van de huishoudster, die order scheen te hebben, op
+al de bewegingen van het jonge paar acht te geven, maakte het verblijf
+binnenshuis minder aangenaam, en daarom ging men--wanneer het weer
+het maar eenigszins toeliet--naar buiten, en bezocht, arm in arm, de
+plekjes, merkwaardig en veelal dierbaar geworden, door de
+gebeurtenissen, der laatste dagen.
+
+Het hutje van den goeden arbeider, waarin men liefderijk was verpleegd;
+de plek op den dijk, waar Allard gestaan had, toen hij de geliefde aan
+de golven had ontrukt, en het boschje, waarbij hij gepoogd had, haar in
+'t leven terug te roepen, werden niet vergeten, maar 't liefst en 't
+langst verwijlde zij met hem, op het plekje, waar hij haar 't eerst
+had toegesproken, »en waar ik »petite folle"[29]--als zij zeide--wou
+ontvluchten, wat mij was toegezonden door den lieven God, om mijn alles
+te worden."
+
+[29] Kleine zottin.
+
+Maar.... als alle idyllen, was ook de hunne kort, en helaas! al te kort.
+
+Eens op een morgen kwam Allard vroeger dan naar gewoonte, aan het
+schuthuis, en hoe verheugd Cilie ook was hem nu al te zien,--hare
+vreugde verkeerde aldra in angst, bij 't aanschouwen der donkere wolken,
+die er rustten op zijn voorhoofd.
+
+En waarlijk niet zonder reden, stond zijn wezen zoo droef.
+
+Hij had den avond te voren, bij zijne thuiskomst, een brief gevonden van
+zijn vader, met het bericht, dat zijne moeder vrij ernstig ongesteld was
+geworden, en dringend zijn terugkomst verlangde.
+
+Zijn onmiddellijk vertrek was nu onvermijdelijk, en dienzelfden avond
+wilde hij zich te paard naar Meppel begeven, om daar met de beste
+gelegenheid de terugreis naar den Haag te aanvaarden.
+
+Het arme meisje was radeloos, en waarlijk geen wonder!
+
+De toekomst was zoo duister.
+
+Bij wien zou zij thans haar toevlucht nemen?--waar zou zij bescherming
+zoeken, tegen de vijanden, die haar alom belaagden?
+
+Haar voogd?... maar had zij het steeds verzwegen, wat zij nu wel zeggen
+moest: daar was in zijne gedragingen jegens haar in den laatsten tijd
+veel geweest, dat haar méér zijne vriendelijkheid, dan zijn wrevel moest
+doen duchten!"
+
+Met schrik hoorde Allard de laatste mededeeling aan.
+
+Zij voegde eene groote bekommernis bij de reeds bestaande, en hij dacht
+er een oogenblik aan, om het arme meisje bij vertrouwde lieden onder dak
+te brengen, maar.... Cilie was nog niet meerderjarig, en door welk
+middel zou hij, en dat vooral bij de korte oogenblikken, die hem
+restten, haar aan de macht van haar voogd onttrekken?
+
+En bij wien zou de door de meesten verafschuwde heks, een onderkomen
+zoeken?
+
+Haar vriend jonker Swaap lag gevaarlijk krank, en een ander, verre boven
+de vooroordeelen van het onzinnig gepeupel verheven en haar zeer
+toegenegen man, was met zijne gansche familie op reis.[30]
+
+[30] Mr. Petrus Calkoen, aan wiens aanteekeningen verre weg het
+grootste deel van Cilie's geschiedenis is ontleend.
+
+Duisternis dus waar hij het oog vestte, en toch moest hij zich sterk
+betoonen, moest hij woorden van troost en bemoediging spreken.
+
+Maar, evenals Rachel, wilde Cilie niet vertroost worden, en hoe meer het
+oogenblik van afscheid naderde, hoe sterker het hartstochtelijke kind
+zich aan hem vastklemde, en hem bezwoer, bij haar te blijven, en haar
+niet aan den dood prijs te geven!
+
+Met geweld moest hij zich eindelijk uit hare armen los maken!
+
+Driemalen ging hij heen, en driemalen keerde hij weder, en 't was niet
+dan met inspanning van al zijne krachten, dat hij er eindelijk toe kwam,
+de halfbezwijmde in de armen der huishoudster neer te leggen, en zoo
+schielijk hij kon zich te verwijderen.
+
+
+
+
+V.
+
+
+Een paar weken zijn er verloopen sedert Allard's vertrek en de arme
+Cilie was reeds ten einde raad.
+
+In de eerste dagen was 't haar ook zeer droef te moede geweest, maar bij
+nader inzien had zij toch begrepen, dat deze scheiding moest voorgaan
+aan hunne vereeniging, en dat de woorden, door den heengaanden vriend
+gesproken, toch ook veel troostrijks inhielden.
+
+Hunne vereeniging, had hij gezegd, was in den hemel gesloten, en alzoo
+zou geen menschelijke macht er zich tegen kunnen stellen.
+
+Voorts zou de scheiding slechts kort zijn, want slaagde hij niet, om
+het voorgenomen onderzoek naar hare familiebetrekkingen in korten tijd
+ten einde te brengen, en liet de ziekte zijner moeder het maar even
+toe,--hij zou haar komen afhalen, om haar in een of ander stil verblijf
+in veiligheid te brengen.
+
+En in allen gevalle zou hij haar terstond na zijne aankomst ginds
+schrijven, en het beloofde bijbeltje toezenden; het Goddelijke boek,
+waaruit zij troost en bemoediging zou kunnen putten, wanneer het donker
+om haar heen wierd, en haar vertrouwen op de toekomst wankelde.
+
+En thans was het veertien dagen geleden, sinds hij haar den laatsten kus
+op de lippen drukte, en zij had taal noch teeken van hem ontvangen.
+
+Dag noch nacht had zij rust meer!
+
+De nachten bracht zij wakende door, of--sliep zij--haar slaap was kort
+en vol van de ontrustendste en duisterste droomgezichten.
+
+Des daags zwierf zij droevig en mistroostig om, en bezocht de plekjes,
+die zij nog zoo kort geleden, aan zijne zijde bezocht had, en die er nu
+somber en verlaten uitzagen, ook al bescheen de herfstzon ze met hare
+vriendelijke stralen.
+
+Zelve had zij reeds tweemalen geschreven, en hoewel het haar veel moeite
+gekost had, hare gedachten in schrift te brengen--zij hanteerde zoo
+zelden de pen!--meende zij het toch duidelijk genoeg gemaakt te hebben,
+hoe vreeselijk angstig het haar om 't hart was, en hoe een enkele regel
+schrifts van zijne hand--slechts eene enkele!--haar tot rust zou
+brengen, en haar lot met onderwerping doen dragen.
+
+En toch kwam er niets, letterlijk niets!
+
+Elken Saterdag--de brieven uit Holland kwamen slechts eens in de week in
+de kolonie aan--elken Saterdag had zij haar vertrouwde gezonden naar den
+schatbeurder,[31] die belast was met het postbeheer voor de Velden, om
+te vragen of er iets was voor haar, maar--het meisje bracht haar steeds
+hetzelfde antwoord, en vergezelde dit met een zoo zonderlingen blik, dat
+zij niet wist, wat er van te moeten denken.
+
+[31] Ontvanger.
+
+En--zonk zij schreiend neder op haren stoel, dan lachten haar voogd en
+zijn bondgenoote de huishoudster schamperlijk, en beiden plaagden haar
+met hare onnoozelheid.
+
+Dan verzekerden zij haar, dat zij dwaas deed met te hopen op iets, dat
+nooit zou verwezenlijkt worden.
+
+De voorname heer had haar verlaten, en dat voor altijd! Hij had haar
+gepaaid met ijdele beloften, om op eene aangename wijze met haar den
+tijd te kunnen korten, en..... nu hij wellicht zijn doel bij haar had
+bereikt, had hij haar weggeworpen, als een speeltuig, dat men moede is
+geworden!
+
+Met verontwaardiging wierp het jonge meisje deze beschuldigingen terug.
+
+Nooit was haar iets gevergd, dat streed met de eerbaarheid!
+
+Hunne verkeering was rein begonnen en rein gebleven, en...... bleef
+Allard weg, dan was dat niet uit ontrouw, niet omdat hij haar niet lief
+had als weleer, maar dan was hem het een of ander overkomen.
+
+Dan was hij ziek.... ~te~ ziek om het haar te kunnen melden!
+
+En dit laatste denkbeeld, vestigde zich voor goed in hare ziel.
+
+Allard was ziek en kon dus, hoe gaarne hij ook wilde, haar zijn toestand
+niet melden, en--zijne bloedverwanten weigerden dit voor hem te doen.
+
+En was dat zoo, wat dan aan te vangen?
+
+Een oogenblik had zij er over gedacht naar Holland te reizen.
+
+Maar.... zij had geen geld, en al ware dit wel het geval geweest, wat
+zou het gebaat hebben, want zij was zoo bijster onervaren!
+
+Waar zou zij, ware 't haar ook al gelukt, de groote en gevaarlijke reize
+over zee te volbrengen, waar zou zij in de--in hare verbeelding
+ontzaglijk groote Hofstad--Allard vinden?
+
+Uit hare kindsheid herinnerde zij zich nog, hoe zij, aan de hand van
+haar voogd, door de straten van Amsterdam had gezworven, en hoe angstig
+te moede het haar was geweest, toen zij--door het geweldig gedrang van
+de menigte van hem gescheiden--een korten tijd door den menschenstroom
+was weggesleept.
+
+En ook deze stad zou zij thans--en dat alleen--moeten doorkruisen!
+
+Dit ging alzoo niet, en toch, zij wilde en moest zekerheid hebben.
+
+En om deze te verkrijgen, besloot zij naar »de Huizen" te gaan, en zich
+bij de familie Bentinck, waar Allard gelogeerd geweest was, aan te
+melden.
+
+Wel wist zij--Allard had het haar meermalen gezegd--dat die familie haar
+zeer ongenegen was, maar zij wilde haar dan ook volstrekt geen overlast
+doen, en alleen maar vragen: wat men van den zieke wist, en.... of er
+eenige hoop op zijn spoedig herstel bestond?
+
+'t Was een moeilijke gang voor haar--dien gang naar het dorp, want zij
+wist, en maar al te vaak had zij het ondervonden! dat het volk in haar
+zag eene dienaresse des duivels, die men beleedigen mocht naar
+welgevallen.[e]
+
+En thans..... nu men ook den dood van Marrije aan haar toeschreef.....
+wie kon haar zeggen wat haar stond te wachten!
+
+De beide meisjes ten minsten, die haar vroeger plachten te vergezellen,
+weigerden thans met haar mede te gaan, en had zij weleer in het dorp
+twee haar toegenegen vrienden, bij wie zij toevlucht zou kunnen zoeken,
+dit was thans het geval niet meer.
+
+Maar al die overwegingen hielden haar niet terug.
+
+Haar onrust was zoo groot, dat zij haar niet langer kon verduren, en
+toen ook de derde Saterdag geen bericht bracht, aanvaardde zij den
+tocht, na langen tijd op hare knieën den goeden God te hebben gebeden
+om zijne bescherming, als Allard haar had aanbevolen te doen, bij alle
+bezwaren en nooden.
+
+'t Was tegen den avond, toen zij in het dorp aankwam, en daar zij, om
+niet zoo gemakkelijk herkend te worden, haar wit kleedje onder eene
+donkere falie hield bedekt, gelukte het haar onbemerkt het huis van den
+heer Bentinck te bereiken.
+
+Met bevende hand klopte zij hier aan.
+
+De deur werd geopend, en--ongelukkiger kon het niet--juist door de jonge
+dame, die ik vroeger vermeldde als hare bitterste vijandin.
+
+Men kon denken, met welke oogen zij het rampzalig voorwerp van haar haat
+aanstaarde, en welk antwoord het bevende kind ontving op haar met
+nauwelijks hoorbare stem gedane vraag.
+
+Ook was deze nog niet ten volle uitgesproken, of eene stortvloed
+van verwenschingen en scheldwoorden barstte los, gevolgd door de
+verzekering, »dat zij jonker Allard nooit weer zou zien, want dat hij
+God gedankt had, toen hij--thuis gekomen--zich buiten 't bereik gevoelde
+van de tooverijen en liefkozingen eener infame heks!"
+
+Als vurige pijlen drongen deze bitse woorden in het hart der rampzalige
+maagd, en, niet in staat om een enkel woord te antwoorden, kruiste zij
+de armen op de borst, keerde zich wankelende om, en ging heen.
+
+Onder de pijnlijkste gedachten vervolgde zij haar weg.
+
+Verlaten.... verstooten door hem, die haar duizendmalen de verzekering
+had gegeven, dat zij zijn alles was, en voor wiens behoud zij haar
+laatsten droppel bloed zou veil gehad hebben! O, Vader in den Hemel!
+Waarom haar in gindsche ure niet tot u genomen? Waarom haar een korte
+wijle gespaard, om haar thans een dood te laten sterven, oneindig
+pijnlijker, dan die haar gewacht zou hebben in den schoot der golven?
+
+Vreeselijk waren de martelingen geweest, die zij verduurd had, van de
+handen harer pijnigster op de heide, maar wat waren zij, vergeleken bij
+het knagen van het venijn, dat thans haar hart doorwoelde?
+
+Verstooten! beschimpt... door hem.
+
+Werktuigelijk had zij den terugtocht aangenomen, werktuigelijk sloeg
+zij den weg in, die naar de »Velden" geleidde, en zoo zeer was zij
+verzonken in droevig gepeins, dat zij ter nauwernood hoorde, dat eenige
+jongens, die haar herkend hadden, haar nariepen, en »hekse! hekse!
+nevelhekse!" scholden.
+
+Maar toen dat geroep sterker wierd, deed het haar toch hare schreden
+verhaasten.
+
+Weldra was zij de laatste huizen van het Haagje, eene destijds door
+geringe lieden bewoonde buurt, genaderd, toen zij het ongeluk had, een
+klein kind, dat onvoorziens uit eene deur kwam schieten, omver te
+loopen.
+
+Daar het kind schreide, nam zij het op, en poogde het door liefkozingen
+te sussen.
+
+Maar de moeder, die op het geschrei van het meisje was komen toeloopen,
+zag niet zoodra haar kind in de armen van »Nevelhekse", of zij hief een
+onzinnig geschreeuw aan, en riep daarmee de geheele buurt buiten.
+
+»Haar kind"--riep zij--»werd behekst door deze duivelin, en zou nu
+eerlang sterven, evenals de arme Marrije!" en--honderd keelen hieven
+weldra denzelfden kreet aan.
+
+De arme Cilie, verschrikt geworden door dit geweld, keerde zich om, en
+poogde uit te leggen wat er gebeurd was, maar in plaats van naar haar te
+luisteren, overlaadde men haar met scheldwoorden, en begonnen de jongens
+met slijk en steenen naar haar te werpen. Een van de laatsten trof haar
+boven het oog, en deed haar met een pijnlijken kreet neerstorten. Met de
+gevouwen handen opgeheven, terwijl een stroom van bloed haar over het
+oog gudste, lag zij op hare knieën, zag smeekend naar hare vervolgers
+op, en bad om medelijden.
+
+Maar wat weet een dom en door godsdienstwaanzin verblind gepeupel van
+medelijden?
+
+Haar val was een soort van triomf voor deze ellendigen.
+
+Men bleek sterker te zijn dan de duivel, die deze heks beschermde, en
+kon dus niet beter doen de aanvankelijk behaalde overwinning te
+vervolgen.
+
+Nieuwe verwenschingen en--nieuwe steenworpen alzoo!
+
+Het arme kind uitte geen woord meer, maar toen een van de grootste
+jongens met kracht een steen haar tegen het lijf slingerde, stiet zij
+een kreet uit, stortte voorover en bleef--haar hoofd werktuigelijk met
+de handen beschermende, roerloos liggen.
+
+Een vroolijk gejuich steeg op uit de borst der zegevierende helden, en
+men maakte zich gereed den laatsten beslissenden slag aan te brengen,
+toen de dorpsschoolmeester, die niet verre van de martelplaats woonde,
+kwam toeschieten.
+
+Deze man, die soldaat geweest was en de wereld gezien had, bleek verre
+verheven boven het akelig bijgeloof der menigte.
+
+Moedig stelde hij zich voor het meisje in de bres, en het gelukte hem
+door zijn woord en gezag, zooveel invloed uit te oefenen, dat de woeste
+bende, althans vooreerst, afzag van verdere geweldpleging.
+
+In zijn hoed putte hij water uit de vaart, en bevochtigde daarmede de
+slapen van het nu bezwijmde meisje, en zond daarop een zijner kinderen
+naar den chirurgijn.
+
+Deze verscheen spoedig, en met zijne hulp gelukte het weldra, de gewonde
+zoover bij te brengen, dat men haar naar het huis van den meester kon
+vervoeren.
+
+Hier werd zij door diens vrouw met liefde verzorgd, en toen de
+chirurgijn verklaard had, dat de toegebrachte wonden en kneuzingen niet,
+of althans niet terstond, doodelijk waren en bij zorgvuldige verpleging
+zouden kunnen genezen, deed de goede schoolmeester een schuitje in
+gereedheid brengen, en nam een man aan om het voort te trekken.
+
+Toen bracht hij een bed daarin, lei het meisje er op, bedekte haar met
+zijne oude ruitermantel en, zelf aan 't roer plaats nemende, voerde hij
+haar te middernacht naar het schuthuis.
+
+Bleek en ongedaan, en naar lichaam en geest ongesteld, kwam de arme
+gefolterde daar aan, en legde zich op haar leger neder.
+
+Den volgenden dag was zij doodziek, maar geen klacht ontglipte aan hare
+lippen.
+
+Zwijgende liet zij zich door haar voogd verbinden, en gebruikte de haar
+toegediende medicijnen, maar--met gesloten oogen.
+
+Meestal scheen zij verzonken in droeve gepeinzen, of in een toestand,
+die aan bewusteloosheid grensde, maar dat zij toch wist, wat om haar
+heen gebeurde, bleek aan den handdruk, waarmede zij meester van Xanten
+bedankte, toen hij naar haar kwam vernemen.
+
+Den schout, die hem vergezelde, en haar een verhoor wilde doen
+ondergaan, gaf zij echter geen antwoord.
+
+O, had de man, die de schrikkelijke oorzaak was van haar lijden, haar de
+toedracht der zaken in Holland--hem maar al te wel bekend--destijds
+medegedeeld, alles ware wellicht nog terecht gekomen!
+
+Dat hij op het punt stond om het te doen, is zeker, maar hebzucht en
+begeerte, gesterkt door valsche schaamte, sloten hem de lippen, en toen
+hij eenige dagen later zoo gaarne had willen spreken, was het.... te
+laat!
+
+In den vierden nacht na haar terugkeer, verbrak de zieke eensklaps het
+stilzwijgen, en verschrikte de huishoudster, die bij haar sliep, door
+een zonderling gemompel, van tijd tot tijd onderbroken door vreemde en
+met een schrille stem geslaakte kreten.
+
+De sluiswachter die opgestaan was, dacht eerst aan een aanval van
+koorts, en, was dit vermoeden wellicht niet ongegrond, hij merkte aldra,
+dat hierbij iets ergers in 't spel was.
+
+De schrikkelijkste kwaal, en die maar al te dikwijls een diepgaand
+zielelijden volgt, vertoonde zich weldra in al hare akeligheid bij
+Cilie: hare rede had haar begeven--zij was volslagen krankzinnig
+geworden.
+
+Des daags zat zij soms uren aaneen met het hoofd in de handen, naar
+buiten of in het vuur te staren, maar tegen den avond verhieven zich
+buien van waanzinnige woestheid.
+
+Dan werd zij druk en levendig, sprak allerlei onzin, en was niet dan met
+geweld binnenshuis te houden.
+
+Tegen haar voogd bleek zij een geweldigen afkeer te hebben opgevat.
+
+Zijne nadering was voldoende, om haar, zelfs gedurende hare betrekkelijk
+kalme buien, in hevige woede te doen uitvaren, en hem met allerlei half
+Fransche, half Hollandsche schimpnamen te overladen.
+
+Meestal verwijderde hij zich dan ook zoo schielijk mogelijk en geen
+wonder! want sommige van hare uitdrukkingen deden een vreemd licht
+opgaan over zijne handelingen en bedoelingen, zoo jegens haar als
+anderen.
+
+Maar daarover straks.
+
+
+
+
+VI.
+
+
+Ik heb in 't begin van deze geschiedenis gesproken over de twisten
+tusschen de aangelanden van het meer, en jonker Swaap, over het beheer
+van het verlaat, dat de wateren er van bedwong.
+
+Deze twisten hadden een rechtsgeding ten gevolge gehad, dat op dit
+oogenblik nog aanhangig was.
+
+Naar de gewoonte van die dagen waren er door beide partijen tal van
+excepties opgeworpen en bepleit, die dan eens gewonnen, dan eens
+verloren werden, maar die, zeer ten genoege van de advocaten, de
+procedure gerekt, en bijgevolg voordeeliger voor hunne beurzen hadden
+gemaakt.
+
+Men pleitte echter thans ten principale, en naar velen meenden, zou het
+eindvonnis niet ten voordeele van den jonker uitvallen.
+
+Maar deze, dit wellicht niet geloovende, had den sluiswachter
+aanbevolen, niet de minste toegevendheid tegenover zijne tegenstanders
+te gebruiken, en hen te kwellen zooveel hij maar kon.
+
+Thans was hij wel is waar doodziek, maar de ~Stroeve~ hield zich aan
+zijne ontvangen orders. Hij gaf in droge tijden niet meer water, dan er
+noodwendig moest gegeven worden bij het doorschutten van de turfbakken,
+waarmede de jonker zijne sponturf afscheepte, en wist bij overvloedig
+vocht, door kunstmatige opstuwing er--vooral de Zuidwoldingers--overlast
+mede te doen.
+
+Van tijd tot tijd waren er in stilte pogingen aangewend, om het schut te
+openen, maar de baas was zoodanig op zijne hoede, dat dit maar eenmaal
+gelukt was, en sedert dien tijd was zijne waakzaamheid dan ook
+verdubbeld.
+
+Intusschen was thans door Participanten en aangelanden besloten, het
+Hollandscheveldsche Opgaande opnieuw te verdiepen en te verbreeden, en
+daar dit niet geschieden kon, zonder afsluiting van alle zijkanalen, was
+er ook een dam geplaatst in de wijke, waardoor het water van het groote
+meer in dat Opgaande afloosde.
+
+Er was alzoo thans geene noodzaak om het verlaat te bewaken, want
+bestond er voor eenige weken nog behoefte aan het meerwater, thans zou
+het openen van de sluis eene ramp geweest zijn, want het water uit het,
+door de laatste regens boven 't gewone peil gestegen meer, zoude den dam
+beneden wegspoelende, het leeggepompte pand opnieuw onder hebben doen
+loopen.
+
+De ~Stroeve~ keurde het alzoo niet noodig, om het windrad, waarmede de
+valdeur van het sluisje werd opgetrokken, als naar gewoonte met een
+hangslot te sluiten.
+
+Dit verzuim wierd hem noodlottig.
+
+Op een stormachtigen nacht, in 't laatst der maand September, was hij te
+bed gegaan, en Cilie, die den vorigen nacht wat rustiger geweest was,
+had zich ook thans zonder veel tegenstribbelen naast de huishoudster
+neergelegd.
+
+De slaap had hem--als hij later verklaarde--schielijk bevangen, maar al
+spoedig werd zijne rust verstoord door bange droomen.
+
+Eerst in geheel onbepaalde vormen.
+
+Hij voelde, dat hem iets dreigde, maar wat dit was, kon hij onmogelijk
+uitmaken.
+
+Er school, dacht hem, gevaar in alle hoeken, en het gansche vertrek zag
+hij vervuld met vormelooze, en in 't rond wriemelende wezens.
+
+Dan hoorde hij een vervaarlijk gesis, als van de adders en slangen der
+boorden van de Coppename, dan weer een brullen als van de tijgers der
+vlakten, en vervolgens als van het loeien des orkaans door het dichte
+loover der West-Indische wouden.
+
+En daartusschen klonken stemmen, en vertoonden zich gestalten uit een
+lang verdwenen, maar toch alles behalve vergeten verleden; gestalten,
+die hem zoo wakende als droomende, maar al te dikwijls hadden
+verontrust.
+
+En achter hen verrees nu eene nieuwe, en evenzeer dreigende gedaante.
+
+Zij was gehuld in een blinkend wit gewaad, en had de trekken en houding
+van Cilie, en terwijl zij grooter en blinkender wierd, wees zij hem met
+de hand naar een donkeren hoek, aan den voet van een hoogen boom, waar
+iets lag,--verborgen door hooge struiken.
+
+Wat dit was, wist hij maar al te wel, en met afgrijzen keerde hij zich
+af.
+
+Maar het baatte hem niet, want een geweldig ruischen als van een
+waterval kwam nader, en de wind woei het lijk bloot dat daar
+lag--bloedende en met verglaasde oogen.
+
+Hij uitte een kreet van ontzetting, en ontwaakte.
+
+Goddank!--dacht hij--'t was niets dan een bangen droom, veroorzaakt
+door 't huilen van den wind.
+
+Maar was het wel alleen de stem van den wind, wat hij hoorde?
+
+Hij woei met ongeregelde rukken, maar tusschen die rukken klonk het
+geweldig en aanhoudende ruischen van een waterval.
+
+Zoo het verlaat eens.....
+
+En met een sprong was hij uit zijn bed, en rukte de zijdeur open.
+
+De schrik verlamde een oogenblik zijn krachten, en, als op den drempel
+vastgenageld, staarde hij het wilde tafereel voor hem aan, thans helder
+beschenen door het licht der maan, die een oogenblik onbelemmerd
+straalde, tusschen de donkere wolken die in geweldige vaart voorbij haar
+schoven.
+
+Een vijandige hand had de valdeur van het schut opgehaald, en met woeste
+vaart stortte het water van het meer zich naar beneden.
+
+Blijkbaar was het schut al eenigen tijd geopend geweest, want het water,
+gestuit door de keersluis en vervolgens door den dam in den mond der
+wijke, vloeide over de boekweitakkers, en stortte zich, met het op 't
+land gelaten boekweitstroo, welker massa's zich als groote donkere
+plekken op het schuim teekenden, in de vaart.
+
+Tot bezinning gekomen, snelde de sluiswachter naar het schut, en poogde
+de valdeur te doen zinken, wat hem met de hulp der inmiddels toegesnelde
+huishoudster eindelijk gelukte.
+
+In 't eerst schreef hij dit woest bedrijf toe aan de moeder van Marrije,
+maar de huishoudster verzekerde, dat zij reeds voor veertien dagen met
+hare gansche familie naar 't Bentheimsche was vertrokken, en.. klonk
+daar niet in de verte de stem van Cilie?
+
+Gewis, en veel vreemder dan ooit!
+
+'t Was niet meer het welluidend gekweel van vroeger, maar het geleek op
+het wild gekrijsch van trekkende vogels, hoog in de lucht!
+
+Het meisje scheen zich met snelle schreden naar de oostzijde van het
+meer te begeven, want van daar, doch al reeds heel ver weg, klonk haar
+gezang.
+
+Zonder twijfel was zij de schuldige!
+
+Onbemerkt had zij de zijde van de huishoudster verlaten, was stilletjes
+door de achterdeur ontsnapt, en had de valdeur weten op te winden en
+vast te zetten.
+
+Zoo snel als de stormwind en de duisternis het hem toelieten volgde
+Jansen de vluchtelinge, maar 't bleek hem weldra vergeefsche moeite te
+zijn.
+
+Nog slechts eenmaal hoorde hij de stem van de arme waanzinnige
+weerklinken over de woeste donkere vlakte, maar het was heel, heel ver
+weg, en nauwelijks hoorbaar door 't gehuil van den stormwind.
+
+Met het aanbreken van den dag, zette hij zijn onderzoek voort, en
+doorkruiste het land om het groote meer, maar zonder eenig gevolg--het
+meisje was en bleef verdwenen!
+
+Het slot dezer geschiedenis vereischt geen lang verhaal.
+
+Bij den Banner-Schultus van het Beiler Dingspil, die zich op dit
+oogenblik te Zuidwolde bevond, meldde zich een drietal dagen na deze
+gebeurtenissen een man aan, die verklaarde: een drievoudigen moord op
+zijn geweten te hebben.
+
+De God--zeide hij--wiens geboden hij zijn leven lang gehoond en
+overtreden had, had zich eindelijk een machtig God betoond en zijn
+verzet gebroken.
+
+Het brandde hem inwendig.
+
+Hij had rust noch duur meer, en kwam zich aan de menschelijke
+gerechtigheid overgeven.
+
+Hij woonde te Hoogeveen en was daar bekend onder den naam van Jansen,
+maar zijn ware naam was Martin Balingre.
+
+De Banner-Schultus, dacht eerst te doen te hebben met een
+krankzinnige--en zijn verwilderd en woest voorkomen wettigde dan ook
+volkomen deze onderstelling--maar het klaar en geregeld verslag, dat de
+man gaf van zijne lotgevallen en misdrijven, overtuigde hem weldra van
+het tegendeel, en hij aarzelde dus niet langer, hem gevangen te doen
+nemen, en voorloopig naar Assen op te zenden.[f]
+
+Ziehier wat een handschrift van een tijdgenoot, en dat onder mijne
+papieren berust, van den man en zijne bekentenissen vermeldt:
+
+Martin Balingre, geboren te Rijssel, in Fransch Vlaanderen, had, nu
+vijf-en-veertig jaren geleden, eerst als kleermakersgezel, vervolgens
+als barbiersleerling, een korten tijd te Hoogeveen vertoefd, en stond
+bij het Schoutambt aldaar niet bijzonder gunstig aangeschreven.
+
+Herhaalde malen toch was hij op de Gôspraken beboet wegens
+geweldplegingen en bekkesnijderijen.
+
+Hadden deze tot nog toe geene andere gevolgen gehad, dan eene gedwongene
+werkstaking van eenige weken of dagen bij zijne slachtoffers,--anders
+wierd het, toen hij bij een twist in een herberg, zijn tegenstander zoo
+geweldig verwondde, dat deze nog dienzelfden nacht bezweek.
+
+Hij was echter gelukkig genoeg den Schout te ontkomen, en nam de wijk
+naar Holland.
+
+Eerst te Haarlem en later in den Haag, verhuurde hij zich als
+heerenknecht, en was in de laatste stad, gelijk hij ook aan Allard
+verteld had, een poos als huisknecht in dienst geweest bij diens ouders,
+en wel in 't jaar 1676.
+
+Hij bleef hier, zoo min als trouwens ergens, heel lang.
+
+Uit den dienst der Bentinck's ontslagen, kwam hij bij een Oostersch heer
+wonen, en daar maakte hij kennis met iemand, die in de kolonie Suriname
+een groot fortuin had gemaakt en breed opgaf van de vele gelegenheden
+die er bestonden, voor iemand van ondernemenden geest, om er schielijk
+en gemakkelijk rijk te worden.
+
+Martijn Balingre, of Dupré, als hij zich destijds noemde, die niets
+liever wenschte, vond aldra gelegenheid om naar de West over te steken,
+maar niet--om als hem was voorgespiegeld--er in korten tijd fortuin te
+maken.
+
+Nadat hij het eenige jaren te vergeefs met de Chirurgie beproefd had,
+ging hij over in dienst van den Marquis de Cosse, een refugié uit het
+zuiden van Frankrijk, die gehuwd was met een Hollandsche erfdochter, die
+hem de plantage »~Mon Désir~", aan de boorden der Suriname, ten bruidschat
+had aangebracht.
+
+Hier nam Balingre eenigen tijd het ambt van Bastiaan waar, en 't was een
+jaar ongeveer voor zijn ontslag, dat het geval gebeurde met Hanno, als
+hij indertijd aan Allard verhaalde.
+
+Het kind, dat de vrucht was van Hanno's geweldpleging, was echter niet
+Cilie--want deze was destijds al vijf à zes jaren oud, en alzoo een
+wettige dochter van den heer de Cosse en zijne echtgenoote Bertha
+Wilhelmi.
+
+Ook was de plantage wel verwoest door Hanno en zijne medestanders,
+maar Martin Balingre had hen daartoe niet alleen aangezet, maar ook de
+gelegenheid verschaft, en wèl, om zich te wreken op zijn meester, die
+hem--naar hij beweerde--grievend had beleedigd.
+
+Ook was hij het, die met eigen hand het huis van den patroon in brand
+stak, en erger! hem had neergeveld, toen hij, vluchtende met zijn kind,
+bij een buurman onderkomen zocht.
+
+Bewogen door de lieftalligheid van het meisje, en meer nog door de
+verwijtingen van zijn geweten, had hij zich harer aangetrokken, en haar
+later toevertrouwd aan hare tante, mevrouw Posada, die, evenals haar
+broeder in Holland, geheel onkundig was gebleven van de waarachtige
+toedracht der gebeurtenissen, waardoor de kleine Cilie wees was
+geworden.
+
+Maar ook zij wierd weldra ziek, en 't was even voor haar dood, dat zij
+hem het meisje opnieuw toevertrouwde, en verzocht het mee te nemen naar
+haar broeder in Amsterdam.
+
+Tevens had zij hem eene aanzienlijke som gelds ter hand gesteld, en een
+goed deel van hare juweelen en kostbaarheden voor het kind, en daarbij
+hem ruimschoots vergoeding gegeven voor zijne moeite en de te maken
+onkosten, voor overtocht en onderhoud.
+
+Maar de duivel der hebzucht had hem bekropen, en--gebruik makende
+van de omstandigheid, dat het schip, waarop een deel van zijne eigene
+bezittingen was ingescheept, verongelukte--had hij den heer de Cosse te
+Amsterdam weten diets te maken, dat het hem toevertrouwde kind, bij deze
+gelegenheid met al wat het bezat, was verloren gegaan.
+
+Hij had zich hierop te Hoogeveen, waar hij in zijne jeugd--als gezegd
+is--korten tijd gewoond had, te kort--als hij hoopte en ook waar
+bleek--om er te worden herkend, nedergezet onder de verhaalde
+omstandigheden, en er verder--op zijne wijze altijd--voor zijne pupil
+gezorgd.
+
+Gelijk hij aan Allard gezegd had, was hij aanvankelijk van plan geweest,
+om Cilie, wanneer zij tot zekeren leeftijd zou zijn gekomen, op een of
+andere school te doen, en haar bij hare meerderjarigheid, of wanneer zij
+kwam te trouwen, een deel althans van haar eigendom terug te geven.
+
+Maar zijne hebzucht verzette zich meer en meer tegen dit plan, en kreeg
+later eene bondgenoote, die het voorgoed verijdelde.
+
+Deze sombere, norsche en menschenhatende man, die met alles spotte,
+en die bij elke gelegenheid op de liefde, het huwelijk, de vrouwen en
+hare gebreken schold, werd--de onwaarschijnlijkheid blijkt bijna even
+dikwijls wààr te zijn, als de waarschijnlijkheid onwaar--verliefd op
+zijne achttienjarige pupil!
+
+En deze verliefdheid was vrij plotseling ontstaan ook!
+
+Nog niet zoo heel lang geleden, zag hij het zich toen reeds toch al
+heerlijk ontwikkelend kind, met onverschillige oogen aan, en wenschte
+hij haar alleen bij zich te houden, om vrij te kunnen blijven beschikken
+over hare bezittingen.
+
+Maar dit was thans geheel anders geworden!
+
+Het sinds lang in zijn boezem gedoofd vuur der zinnelijkheid ontvonkte
+opnieuw, en verkeerde zijn gansche wezen.
+
+Met een begeerig oog bespiedde hij Cilie en al hare gangen, en hij
+besloot geen middel onbeproefd te laten, om zoowel over hare goederen,
+als over hare bekoorlijkheden te beschikken.
+
+Maar hoe dit aan te vangen?
+
+Hoe haar over te halen tot iets, dat--hij gevoelde het maar al te
+wel--niet de minste bekoorlijkheid voor haar zou kunnen hebben?
+
+Gewis, het zou alles behalve gemakkelijk zijn, maar hij wilde het
+beproeven.
+
+De eerste maatregel zou zijn: den stuggen en vaak onvriendelijken voogd
+te vervangen, en in zijne plaats te schuiven een welwillenden en
+aangenamen vriend.
+
+En na dezen, moest komen--de minnaar.
+
+Gelijk hij gedacht had, handelde hij!
+
+Langzamerhand behandelde hij zijn pleegkind met meer onderscheiding, en
+werd hij beleefd, vriendelijk en voorkomend jegens haar.
+
+Natuurlijk was dit naar den zin van Cilie, want de argelooze was verre
+van te vermoeden, wat daarachter school.
+
+Maar toen zij dit ontdekte; toen hij zich meer en meer ontmaskerde; met
+haar alleen poogde te wezen, en dan allerhande vreemde uitdrukkingen en
+gedragingen zich veroorloofde, ontweek zij hem met schrik, die niet
+verminderde, toen de vroegere huishoudster, die zeer wel gemerkt had
+wat er gaande was, haar de geheime bedoelingen van den schandelijken
+grijsaard blootlei, en haar wees op de strikken, die hij harer onschuld
+spreidde.
+
+Van dat oogenblik vermeed zij dan ook alle toenadering, en hield zich
+bij Gerre, hare beschermster, die haar met moederlijke teederheid
+beminde.
+
+Maar deze goede vriendin ontviel haar, want zij werd ziek en stierf na
+een kort, maar hevig lijden.
+
+Jansen haastte zich nu haar een opvolgster te geven, en wel
+eene--geschikt en tevens, genegen om zijne plannen te dienen.
+
+Het was eene vrouw van middelbaren leeftijd, maar met een alles behalve
+onberispelijk verleden, en die er zekere lust in vond, jonge meisjes den
+weg te doen bewandelen, dien zij zelve bewandeld had.
+
+Maar zij faalde in hare berekeningen, en geen wonder!
+
+Cilie was veel te rein, haar aangeboren gevoel van betamelijkheid en
+kieschheid te groot, om niet van de kunstjes, die dit door en door
+bedorven schepsel aanwendde, om hare deugd te verschalken, en begeerten
+op te wekken, die bij haar schenen te sluimeren, zich met walging af te
+wenden, zoowel als van haar persoon.
+
+Wat den voogd betreft--zij bleef hem in alles gehoorzamen wat hij met
+recht van haar kon verlangen, maar gaf hem tevens duidelijk te kennen,
+dat zij--liet hij haar niet met vrede--een toevlucht zou gaan zoeken bij
+jonker Swaap of den advocaat Calkoen, twee lieden, die zij wist, dat
+haar genegen waren. Deze waarschuwing had hem voorzichtig gemaakt, en
+zijne plannen een oogenblik doen opschorten, want ging hij werkelijk
+over tot geweld, dan zouden de openbaringen van zijn slachtoffer, licht
+aanleiding kunnen geven tot een onderzoek, dat hij moest vreezen en wel
+onder meer dan een opzicht.
+
+Zoo stonden de zaken, toen Cilie kennis maakte met jonker Allard; eene
+kennismaking, die hij hoopte dat tot niets zou leiden, maar die aldra
+dreigde zijne hoop op een eindelijke bevrediging zijner wenschen geheel
+te verijdelen, zoo hij er niets op vond, om een spaak in 't wiel te
+steken.
+
+Hoe hij te vergeefs het doorgaans werkzame middel van bedrog en
+misleiding had beproefd bij Allard, is verhaald, en wat hij verder wilde
+beginnen, hij was 't nog met zich zelven oneens, toen hij bemerkte, dat
+er meer lieden waren, die eene vereeniging der gelieven met leede oogen
+aanzagen, en over machtiger middelen konden beschikken, dan die hem ten
+dienste stonden.
+
+Hij vond middel met hen in aanraking te komen, en aarzelde niet, om
+hetgeen er was voorgevallen tusschen zijn pupil en Allard, zoodanig voor
+te stellen, als men wenschte het voorgesteld te zien.
+
+Dat freule Alida van deze mededeelingen het noodige gebruik maakte, is
+te denken, en dat men er zich in den Haag niet weinig over ontrustte,
+evenzeer.
+
+Allard werd plotseling teruggeroepen, en nu dit geschied was, stelde
+Jansen zich ten taak, de tijdelijke scheiding tot eene duurzame te
+maken.
+
+Om den zoo zeer geliefden Allard door het jonge meisje te doen vergeten,
+hij begreep terecht, dat dit--voorshands althans--onmogelijk zou
+zijn, maar om haar te doen gelooven, dat zij door hem was vergeten
+en verlaten, dit dacht hem niet zoo moeielijk, en vooral niet nu hij
+wist, dat men ginds alles zou doen, om zijn terugkeer naar Drenthe te
+beletten.
+
+Door zijne bondgenoote, de huishoudster, had hij vernomen, dat de
+correspondentie der gelieven zou geschieden door de tusschenkomst van
+een der meisjes, die Cilie gewoonlijk op hare tochten naar het dorp
+vergezelden.
+
+Dit meisje wist hij om te koopen en tot eene verraderresse te maken.
+
+Zij beloofde hem alle brieven, die Cilie naar den Haag zond, achter te
+houden, en alles, wat de schatbeurder van daar voor haar ontving, aan
+hem te overhandigen.
+
+Ontving nu Allard geen antwoord op zijne brieven, 't zou hem wellicht
+eene welkome gelegenheid wezen, om zich langzaam van zijne aangegane
+verbindtenis los te maken, en tot zijne vroegere geliefde te doen
+terugkeeren, en wat Cilie betreft, hij twijfelde niet, of zij zou
+eindigen met geloof te slaan, aan de haar reeds zoo lang gegeven
+verzekeringen, en aannemen, dat, zoo zij al niet door den voornamen
+jongeling was misleid, de invloed zijner familie, en de macht der
+vooroordeelen, sterk genoeg waren geweest, om hem voor goed van haar te
+doen afzien.
+
+En was men zoo verre gekomen, waren de banden, die Cilie aan Allard
+knoopten, op deze wijze losgemaakt, dan wilde hij opnieuw beproeven, wat
+met het meisje was aan te vangen, en of hij haar, 't zij door overreding
+of geweld, tot de zijne zou kunnen maken.
+
+Maar.... al die zoo vernuftig gemaakte berekeningen faalden.
+
+Cilie's geloof aan de trouw van den welbeminde werd er niet door aan 't
+wankelen gebracht. Zij zag maar al te wel in, dat er iets moest wezen,
+dat hem belette zich aan haar te openbaren, en om te ervaren wat dit
+was, ging zij tot den stap over, die aan alles een einde maakte.
+
+Thans zag hij in, hoe deerlijk hij zich vergist had, en het lijden van
+het ook door hem beminde wezen, schudde zijn geweten wakker.
+
+Ongekende wroegingen verscheurden hem het hart, toen de ziekte der
+naamloos gefolterde, uitliep op het verschrikkelijkst, wat een denkend
+wezen kan treffen--krankzinnigheid.
+
+Een geneesmiddel, dat--onmiddellijk aangewend na haar terugkeer--gewis
+gunstig zou hebben gewerkt, beproefde hij toen het daartoe te laat was.
+
+Hij lei het bijbeltje met den brief, dien het begeleidde, en die Allard
+terstond na zijne komst in den Haag aan Cilie had afgezonden, op het
+tafeltje voor haar bed, en zóó, dat beide voorwerpen haar in 't oog
+moesten vallen.
+
+Ook zag zij ze, maar roerde ze niet aan.
+
+Wat, eenige dagen geleden, haar gansche wezen met eene wonderbare
+vreugde zou hebben doortrild, trok thans hare aandacht niet.
+
+En nu--geheel ten einde raad--besloot hij een brief naar den Haag te
+zenden, en daarin onbewimpeld zijn schuld te belijden.
+
+Hij ontveinsde zich volstrekt niet, dat deze stap de noodlottigste
+gevolgen voor hem zelven zou hebben, maar de hoop, dat het wederzien van
+den geliefde, weldadig zou werken op het gemoed van de inmiddels bijna
+razend gewordene krankzinnige overwon alle vreeze en bedenkingen.
+
+Maar.... toen deze brief zijne bestemming bereikte, was alles
+beslist.....
+
+Drie dagen na het verdwijnen van Cilie kwam Allard in de kolonie aan, en
+zijne smart kende geene grenzen, toen men hem de laatste gebeurtenissen
+had medegedeeld.
+
+Maar zich nog altijd vleiende met de hoop, dat het meisje zich hier of
+daar verscholen zou houden, doorkruiste hij dagen lang de omstreken van
+het groote meer, onder het uitroepen van den dierbaren naam.
+
+Maar niets dan de echo antwoordde op zijn roepen.
+
+Cilie's stem was voor eeuwig verstomd!
+
+Eindelijk, overtuigd van het nuttelooze zijner pogingen, verliet hij het
+oord, hem eens zoo dierbaar--maar thans vol van de pijnlijkste
+herinneringen.
+
+En--onder een grievend zelfverwijt! Want het stond thans bij hem vast,
+dat hij Cilie had kunnen redden, had hij, in tijds geluisterd naar de
+stem, die in zijn binnenste weerklonk, en hem gestadig had aangemaand
+alle bedenkingen ter zijde te stellen, en zonder verwijl naar haar terug
+te keeren, en dat vooral, toen hem gebleken was, dat hij de toestemming
+zijns vaders tot eene verbindtenis met haar niet zoude verwerven, ook al
+gelukte het hem te bewijzen, dat er op hare geboorte niet de minste smet
+kleefde.
+
+Maar hij had deze goddelijke waarschuwingen in den wind geslagen.
+
+Hij had, zich vleiende, zijne moeder althans naar zijne zijde te zullen
+overhalen, het onderzoek naar Cilie's betrekkingen begonnen, en was,
+vooral toen hij daarin boven verwachting slaagde, daarmede ijverig
+voortgegaan.
+
+'t Is waar, hij meende dit te kunnen doen in een zeer korten tijd,
+en, bleek het ook meer tijd te vorderen, dan hij aanvankelijk gehoopt
+had, hij had aan Cilie geschreven, zich over zijn uitblijven niet te
+verontrusten, en evenmin, wanneer zij niet geregeld brieven van hem
+ontving.
+
+Vooreerst zou zijn onderzoek veel heen en weer trekken vergen, en ten
+andere was het licht mogelijk, dat zijn brieven onderschept wierden.
+
+En vooral dit laatste vreesde hij, dat ook met hare brieven aan hem het
+geval kon worden, waarom hij haar aanraadde, weinig aan hem te
+schrijven, en alleen dan, wanneer zij begreep, dat dit ~volstrekt~ noodig
+was.
+
+Een met de beste bedoelingen gegeven wenk, maar die de oorzaak werd van
+zijn en haar ongeluk!
+
+Want in het vertrouwen, dat de gegeven raadgeving was opgevolgd, maakte
+hij zich over haar stilzwijgen niet alleen niet ongerust, maar achtte
+hij het een bewijs voor zijne opvatting: dat er niets was voorgevallen,
+'t geen zijne onmiddellijke overkomst noodig maakte.
+
+Eerst later veranderde hij van gedachten en wel, toen een brief van hem,
+waarin hij haar dringend verzocht om een onmiddellijk antwoord, en dit
+onder een ander adres, dan van het huis zijns vaders, onbeantwoord
+bleef.
+
+Het werd hem nu angstig om het hart, ja zóó, dat hij besloot de reis
+naar Drenthe geen oogenblik langer uit te stellen.
+
+En juist was hij bezig zijn valies te pakken, toen hem een brief werd
+overhandigd, die uit het noorden kwam.
+
+Was hij van Cilie? Hij hoopte, ja verwachtte het, en dat te vaster, daar
+het adres door eene weinig ervarene hand was geschreven, en gesteld in
+zeer gebrekkig Fransch.
+
+Haastig brak hij hem dan ook open, maar.... hij was pas begonnen te
+lezen, toen eene doodelijke bleekheid zijn wezen overtoog.
+
+Het was de straks vermelde brief van Jansen, en dat is genoeg gezegd!
+
+Met een pijnlijken kreet zonk hij neer op zijn stoel, maar hopende, dat
+nog niet alles zou zijn verloren, sprong hij op, liet zijn paard
+zadelen, en ging nog voor den nacht op reis.
+
+Wellicht was het nog niet te laat om haar van den dood te redden, en
+deze gedachte sterkte hem, den ganschen langen weg over.
+
+Helaas, het was ook daartoe--te laat!
+
+Te laat!
+
+Voortaan zou dat woord hem op alle zijne wegen vergezellen.
+
+Het klonk nevens hem, overal waar hij ging!
+
+Hij las het op alles, wat hem omringde, ja op de wolken des hemels, die
+over zijn hoofd wegdreven!
+
+Eene diepe, en door niets te verzetten melancholie maakte zich van hem
+meester.
+
+Na een kort verwijl in den Haag, verliet hij het land zijner geboorte,
+om in een gestadig reizen eenige afleiding te zoeken.
+
+Of hem dit gelukt is, weet ik niet, maar het is zeker, dat hij eenige
+jaren later overleed--verre van zijn Vaderland.
+
+ * * * * *
+
+Het huis, waarin de arme Cilie leefde en leed, is met alles wat het
+omringde verdwenen, en men weet thans zelfs de plaats niet meer aan te
+wijzen, waar het eenmaal stond.
+
+En wat haar zelve betreft, haar naam leeft zelfs niet voort in de Sage,
+anders zoo gereed het verledene mede te deelen, gehuld in het
+nevelachtig gewaad van haar wezen.
+
+Maar eenige losse en half vergane bladen, geschreven door een haar
+toegenegen vriend, werden door het toeval in mijne handen gespeeld, en
+leerden mij haar kennen in al de liefelijkheid van haar wezen.
+
+Ik heb met haar rondgewandeld langs paden, die sinds lang zijn
+verdwenen.
+
+Ik heb haar vergezeld, droomend en peinzend bij het meer, waarvan niets
+meer bestaat dan een flauwe herinnering.
+
+Ik heb hare stem gehoord, melodisch en zoet klinkend, als het gezang des
+leeuwriks, wanneer het opklimt tot den hoogen, en--schrikwekkend als zij
+klonk op den oogenblik, voor zij voor eeuwig gesmoord wierd in de diepte
+van een drabbigen poel.
+
+En nu zeg ik haar vaarwel!
+
+Vaarwel, Cecilia! arme, te midden van uw schoonsten bloei, deerlijk
+vertreden bloem!
+
+Uw rein en edel hart is sinds lange, lange jaren tot stof vergaan, maar
+wat nood, wanneer we gelooven:
+
+ Ob das arme Herz in Staub zerfällt,
+ Liebend lebt es fort in höhern Welt.
+
+Dan zijn de wonden, u hier geslagen, geheeld en vergeten, en in plaats
+van in raadselen, als hier op deze, voor velen, en vooral voor u zoo
+droevige aarde, wandelt gij daarboven om, in eeuwige vrede, in een
+eeuwig licht!
+
+EINDE.
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN.
+
+
+_a._ ~Woningen onder 't veen.~
+
+Het vinden van overblijfselen van voorhistorische woonplaatsen onder het
+veen is, hoewel zeldzaam, niet ongewoon.
+
+In de »Tegenwoordige Staat van Drenthe", stuk I, blz. 174 en 175, leest
+men daaromtrent het volgende:
+
+»De zandgronden, waarop deze wijd uitgestrekte Veenen ontstaan zijn,
+schijnen in vroeger eeuwen, vóór de Veenwording zeer Boschrijk en door
+Vee en menschen bewoond te zijn geweest. Want, van waar zoo veele
+Overblijfselen? als bij voorbeeld: lederen Kolders, ruyge Mutsen,
+Schoenen, Potten, geplaveide Vuursteden, Heggen, Sloten, Wegen, hoorns
+van Ossen en Herten, Tanden van Dieren en andere Saacken, welke men
+onder de Veengronden vindt."
+
+Ook te Hoogeveen is de vondst, in het verhaal vermeld, niet de eenigste
+van dien aard.
+
+Nog in 't begin dezer eeuw werd er in tegenwoordigheid van den heer
+Warner de Jonge, in leven vrederechter, eene oude haardstede opgedolven,
+waarin nog asch en half verbrande houtskool was te onderkennen. Deze
+haardstede lag in het midden van eene erve, die met zwaar geboomte was
+omringd geweest, blijkens de nog aanwezige wortelen en boomstronken.
+
+_b._ ~Stokleggingsbrief.~
+
+De gerechtelijke overdracht van vaste goederen, geschiedde in die dagen,
+met in tegenwoordigheid van Schout en Keurgenooten (getuigen) een stok
+op den grond te doen leggen door den verkooper, die dan door den kooper
+werd opgenomen. De acte, van deze handeling door den Schout opgemaakt,
+heette »Stokleggingsbrief". (Zie hierover het Lantrecht van Drenthe 2de
+Boek, Art. 52).
+
+_c._ Een wonderschoon, maar ook een wondervreemd meisje.
+
+Maijo 10 1696. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wat sijne Dogter
+aangaat, dat nu een Meysken sal wesen van 10 of 11 jaaren, men kan sigh
+beswaarlijck yct lieffelijkers voorstellen en denken.
+
+Noijt sagh ik sulke groote donkere ooghen, sulck luisterlijck krullend
+Haar, sulcke fijn besneden en in allen dele schoon gevormde
+Aengesightstrekken, sulck een tengere en dog veelbeloovende
+vrouwengestalte.
+
+Dit kind heeft bij haare schoonheijt ook wonderbaare talenten en die
+haar als aangeboren schenen te sijn, want hoewel hij, die hem haar Vader
+noempt, een Man schijnt te wesen, die niet sonder kennisse is, en haar
+gewisselijk den aard der kruyden, en 't koocken van dranken en Tisanen
+heeft konnen leeren, wie heeft haar onderwesen in 't snijderen van haar
+eijgen kleedije, dat sij seer uijtnement doet?
+
+En van wie leerde sij de konste van speelen op diverse Instrumenten en
+daarbij te singen als sij 't verstaat?
+
+Maijo 12 1702.
+
+Mijne vrouwe bewonderde ook de fijne gestalte van dit vremde Kint; hare
+wonder losse bewegingen, haare nobele trekken, maar vooral haare Oogen,
+die--soals sij seijde, wel straelen schenen te schieten, en die alleen
+wel aanleydinge konden gegeven hebben tot de tooverkragt die men haar
+toeschreef, want sij ijder betooverde die zij er mede aansagh.
+
+Ik was geheel van deselfde Opinie, en dagt bij mijn selve: komt dit Kint
+tot de Jaaren van Jonckvrouwe--die sij nu nog niet gantselijck bereikt
+heeft--sij sal gelijcken op de Armida van den Italiaansen Poeet Tasso,
+en daar sal geen Man haar konnen naaderen, sonder door hare blicken te
+worden geboeit.
+
+ (Notulen Mijner Daghen ofte Tijtsgetuijghenissen-Clapper van Arent
+ Calkoen, j. u. d., en Petrus Calkoen, j. u. d., 1661-1709.)
+
+~Cilies geloof.~
+
+Daar hare tante, Made. Desirée Louise de Cosse, bij haar huwelijk met
+een Spaansch inwoner der colonie Suriname, tot het Catholicisme
+terugkeerde, is het zeer natuurlijk dat de gebeden en gedachten van het
+meisje een Roomsch tintje hadden verkregen.
+
+_d._ ~Bloedregen.~
+
+Ziehier wat Houttuin, in zijne bekende »Natuurlijk Historie, of
+Uitvoerige Beschrijving der Dieren, Planten en Mineraalen enz." verder
+over deze zaak schrijft.
+
+Na gezegd te hebben, dat de vlinders, die zeer weinig voedsel gebruiken,
+ook weinig uitwerpselen hebben, voegt hij er bij: »uitgenomen wanneer
+zij zoo eerst uit de poppen gekomen zijn, of liever, zoodra zij in staat
+zijn om te vliegen; want dan spuiten sommigen een groote veelheid van
+een dik vocht uit, hetwelk aanmerkelijke Vlakken maakt op de Boomschors
+en Bladen, inzonderheid op Hout en Papier zeer zigtbaar en bestendig.
+Het Vogt, dat zij dus uitwerpen, is in velen bruin of witachtig, doch
+hoogrood in eenige Dagkapellen, gelijk die van gedoornde Rupsen komen,
+als de Aurelia, Nommervlinder, 't Pauwoog enz. De Bloedregen, die men
+somtijds zig wijs maakt, dat hier of daar gevallen zou zijn, wort niet
+ten onregte aan de Uitwerpselen van zoodanige Kapellen
+toegeschreven.[32]
+
+[32] Zie Journal das Scavans, Febr. 1767, Art. 8.
+
+_e._ Het geloof aan, en de afschuw van heksen was in die dagen algemeen,
+en dat niet alleen, als thans nog, onder de geringe klasse, maar ook
+onder de zeer beschaafde en ontwikkelde menschen. En geen wonder ook!
+want de geestelijkheid, destijds voor 't meerendeel behoorende tot de
+steil orthodoxe richting, stond vooraan bij de verspreiding van dit
+onzalig wanbegrip.
+
+Het was nog niet zoo heel lang geleden, dat een geleerd Professor in de
+Theologie, de vermaarde Gijsbertus Voetius, de verklaring had afgelegd:
+»dat iemand, die aan den duivel geloofde--als hij van ganscher harte
+deed--noodwendig moest gelooven aan tooverije!"
+
+Hij noemde dan ook het verschrikkelijk boek van Sprenger »de
+Heksenhamer" een voortreffelijk boek, en geloofde niet alleen aan
+de mogelijkheid van het vliegen der heksen door de lucht, maar ook
+aan het formeel sluiten van verbonden met den Booze. Schreef ook twee
+verhandelingen om deze gevoelens te verdedigen, en die zijn opgenomen
+in het 3de deel zijner »Disputationes Theologicae Selecta."
+
+_f._ Uit eene korte aanteekening van den Clapper van de Heeren Calkoen
+blijkt, dat hij zich in de gevangenis van het leven beroofde.
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: VAN CARRE TE ZEEN |
+ | C: VAN CARRÉ TE ZEEN |
+ | B: jonkman van voorbeldigen wandel, |
+ | C: jonkman van voorbeeldigen wandel, |
+ | B: steenen huis stond, Hier vereenigde |
+ | C: steenen huis stond. Hier vereenigde |
+ | B: algemeen, dat jonker Swaab onder |
+ | C: algemeen, dat jonker Swaap onder |
+ | B: toen 'Allard van Cilie |
+ | C: toen Allard van Cilie |
+ | B: aangetrokken. Zij was-niet alleen |
+ | C: aangetrokken. Zij was niet alleen |
+ | B: zou kunnen benminnen; dat Cilie, |
+ | C: zou kunnen beminnen; dat Cilie, |
+ | B: zwarten, omgekeerd een gulden. |
+ | C: zwarten, omgekeerd een gulden." |
+ | B: gloed van het weerlicht. dat |
+ | C: gloed van het weerlicht, dat |
+ | B: langzaam voortrollende donder volgde |
+ | C: langzaam voortrollende donder volgde. |
+ | B: huis van den Stroeve lag oostwaarts |
+ | C: huis van den ~Stroeve~ lag oostwaarts |
+ | B: uitzicht op de vlakte. die hem nog |
+ | C: uitzicht op de vlakte, die hem nog |
+ | B: het gezonken lichaaam weer naar boven, |
+ | C: het gezonken lichaam weer naar boven, |
+ | B: niet bedriegt?" vroege de ~Stroeve~ |
+ | C: niet bedriegt?" vroeg de ~Stroeve~ |
+ | B: het stilzwijgen deed bewarën. |
+ | C: het stilzwijgen deed bewaren. |
+ | B: wenkbrouwen op hem vestigde |
+ | C: wenkbrauwen op hem vestigde |
+ | B: Slavenmeester, |
+ | C: Slavenmeester. |
+ | B: mijn patroon--hij heettë de |
+ | C: mijn patroon--hij heette de |
+ | B: gezicht van den Stroeve (die echter |
+ | C: gezicht van den ~Stroeve~ (die echter |
+ | B: bij 't aanschouwen der dondere wolken, |
+ | C: bij 't aanschouwen der donkere wolken, |
+ | B: Cilie's geschiedenis is ontleend |
+ | C: Cilie's geschiedenis is ontleend. |
+ | B: zijde bezocht had. en die er |
+ | C: zijde bezocht had, en die er |
+ | B: vôcht, door kunstmatige opstuwing |
+ | C: vocht, door kunstmatige opstuwing |
+ | B: in korten tijd fortuin të |
+ | C: in korten tijd fortuin te |
+ | B: rein, haar aangebo en gevoel van |
+ | C: rein, haar aangeboren gevoel van |
+ | B: einde raad--be/sloot hij een brief |
+ | C: einde raad--besloot hij een brief |
+ | B: es fort in höhern Welt |
+ | C: es fort in höhern Welt. |
+ | B: singen als sij 't verstaat?" |
+ | C: singen als sij 't verstaat? |
+ | B: en Petrus Catkoen, j. u. d., |
+ | C: en Petrus Calkoen, j. u. d., |
+ | |
+ +----------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Nevelhekse, by Albertus Alidus Steenbergen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEVELHEKSE ***
+
+***** This file should be named 34898-8.txt or 34898-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/4/8/9/34898/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.