summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:00:16 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:00:16 -0700
commitf6a2978be05c0221864981df647fbe405d014301 (patch)
tree2899cb0e6824d839f2b89807d3ec7679035519e0
initial commit of ebook 33822HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--33822-8.txt6241
-rw-r--r--33822-8.zipbin0 -> 125255 bytes
-rw-r--r--33822-h.zipbin0 -> 2057758 bytes
-rw-r--r--33822-h/33822-h.htm6533
-rw-r--r--33822-h/images/ill_fp-th.jpgbin0 -> 35900 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_fp.jpgbin0 -> 453178 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_p012a-th.jpgbin0 -> 35765 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_p012a.jpgbin0 -> 454268 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_p066a-th.jpgbin0 -> 33034 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_p066a.jpgbin0 -> 421742 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_p080a-th.jpgbin0 -> 35550 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_p080a.jpgbin0 -> 446924 bytes
-rw-r--r--33822-h/images/ill_tp.jpgbin0 -> 6607 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
16 files changed, 12790 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/33822-8.txt b/33822-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..a750ad2
--- /dev/null
+++ b/33822-8.txt
@@ -0,0 +1,6241 @@
+The Project Gutenberg EBook of Geschiedenis van het tijdperk van
+25-jarigen vrede, by Pieter Jacob Andriessen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Geschiedenis van het tijdperk van 25-jarigen vrede
+ 1849-1874
+
+Author: Pieter Jacob Andriessen
+
+Release Date: October 1, 2010 [EBook #33822]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GESCHIENDENIS
+VAN HE TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE ***
+
+
+
+Produced by
+The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net for Project Gutenberg (http://www.gutenberg.org).
+
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling en opmaak zijn behouden. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
+ | _cursief_. Uitgespatieerde tekst is weergegeven als |
+ | ~uitgespatieerd~; vette tekst als #vet#. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | De dubbele aanhalingstekens zijn in dit e-boek aangegeven als |
+ | »aanhalingstekens". |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+ GESCHIEDENIS
+ VAN HET
+ TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE.
+
+[Illustratie: _Tresling & Co Hof-Lith Amst._]
+
+
+
+
+ GESCHIEDENIS
+
+ VAN HET
+
+ Tijdperk van Vijfentwintigjarigen Vrede.
+
+ 1849-1874.
+
+
+ DOOR
+
+ P. J. ANDRIESSEN,
+
+ Schrijver van: De Kinderen van den Zoetelaar, De Vrijheidsoorlog,
+ De Schildknaap van Gijsbrecht van Aemstel.
+
+
+ TWEEDE DRUK.
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+ LEIDEN.--A. W. SIJTHOFF
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+_In 1874 hebben we 't vijfentwintigjarig jubilé van Koning _Willem den
+derden_ gevierd. Was er reden voor, om dien dag feestelijk te gedenken,
+of was het slechts vleierij, een laffe hulde, aan 't Hoofd van onzen
+Staat toegebracht en die geen raison d'être had?_
+
+_Of er reden voor was?--~Nederland~ was in zijn volle recht om feest te
+vieren bij 't herdenken aan een vijfentwintigjarig tijdperk van bloei,
+vooruitgang en vrede. Gelooft gij 't niet--lees dan deze bladzijden,
+waarin ik slechts heb aangestipt wat er in dat tijdstip gebeurd is. Of
+liever--koopt het voor uwe kinderen; opdat de toekomstige Nederlandsche
+natie wete, wat ze aan de regeering van den derden _Willem_ verschuldigd
+is. Ze zullen 't met genoegen lezen: 't is geen droge opsomming van
+feiten, maar een zooveel mogelijk levendige voorstelling van enkele
+gebeurtenissen uit dat tijdperk._
+
+_Mijn doel met het schrijven van dit werkje was, om de Nederlandsche
+jeugd bekend te maken met de gezegende vijfentwintig jaren, opdat zij
+wete, waarom wij feestvierden. Moge het dus in veler handen komen, moge
+het ook in veler harten het zaad strooien van liefde voor ons dierbaar
+vaderland, liefde voor het doorluchtig stamhuis van Oranje! Dat is de
+wensch van_
+
+ den Schrijver.
+
+
+
+
+ INHOUD.
+
+
+ #Eerste Hoofdstuk.#
+ Bladz.
+ 's Konings intocht in de hoofdstad 1
+
+ #Tweede Hoofdstuk.#
+ 's Konings inhuldiging 15
+
+ #Derde Hoofdstuk.#
+ Een zilveren bruiloft in de Bommelerwaard 30
+
+ #Vierde Hoofdstuk.#
+ De watersnood 46
+
+ #Vijfde Hoofdstuk.#
+ De Koning als redder van ongelukkigen 62
+
+ #Zesde Hoofdstuk.#
+ Het feest van Neerlands herstelling 75
+
+ #Zevende Hoofdstuk.#
+ 's Konings rouw 99
+
+ #Achtste Hoofdstuk.#
+ Het feest van Neerlands onafhankelijkheid 111
+
+ #Negende Hoofdstuk.#
+ Koning Willem de derde, de beschermer der kunst 131
+
+ #Tiende Hoofdstuk.#
+ Het zilveren feest 136
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+'s Konings intocht in de Hoofdstad.
+
+
+»Nu, dat is je wachten! 't Is of die trein nooit aankomt. En dat noemen
+ze nog al snel!"
+
+»'t Is altoos toch sneller dan met de trekschuit, Gustaaf."
+
+»Daarin heb je gelijk, Margot. Maar ik vind toch, dat zoo'n trein op
+zijn tijd moest aankomen."
+
+»Ja, Gustaaf, je moogt dat vinden zooveel je wilt. Daar storen ze zich
+echter al heel weinig aan. Toen we laatst ma met de vigilante van de
+spoor gingen halen, was 't immers een half uur te laat."
+
+»O ja, toen je zoo bang waart, dat ze een ongeluk mocht hebben
+gekregen."
+
+»Net of jij ook niet bang waart, broertje."
+
+»Nu, ja, Margot! Ik wil 't wel weten; ik was ook alles behalve gerust.
+Want men hoort uit ~Engeland~ zoo dikwijls van spoorwegongelukken--dat
+men er bang voor zou worden. Hier echter rijden ze veel langzamer en ze
+zijn veel voorzichtiger."
+
+»Ja, maar daar zijn ook zooveel spoorwegen," hernam Margot. »Juf zegt,
+dat men daar met spoortreinen naar alle groote steden kan komen. Waarom
+maken ze hier ook niet meer spoorwegen?"
+
+»Ja, Margot dat vind ik ook. Mijnheer Valk zei onlangs, toen we 't op
+school over de spoorwegen hadden, dat die door 't land moesten worden
+aangelegd; maar dat zou zooveel geld kosten."
+
+»Nu, 't land is dunkt me, rijk genoeg. Als je maar eens rekent, hoeveel
+hier in ~Amsterdam~ de menschen aan belasting betalen."
+
+»Maar daar is ook wat noodig, Margot, om al de uitgaven te bestrijden.
+Reken nog niet eens den koning en de leden der Staten-Generaal: want dat
+is in vergelijking maar een bitter beetje. Maar dan de ministers met hun
+ministeries, al die ambtenaren, van de secretaris-generaals tot aan de
+minste klerken en boden, dan de justitie en politie, en dan vooral de
+marine en 't leger."
+
+»Wat doen we ook met al die soldaten, Gustaaf. Sedert het jaar 39 leven
+we in vollen vrede."
+
+»We dienen toch een marine te hebben voor onze Oost-Indische
+bezittingen, en een leger, om in tijd van oorlog klaar te zijn. Dat zou
+nu alles nog niets wezen, als ons land maar zooveel schuld niet had."
+
+»Schuld! Ons land schuld!" riep Margot uit. »Nu moet ik om u lachen. Een
+land schuld!"
+
+»O, jou dom gansje!" zeide Gustaaf lachend. »Ik wou, dat ik een
+duizendste part van 't bedrag der schuld had, die ons land heeft. Dan
+kon ik wel met een koets met zes paarden rijden."
+
+»Maar waarom betaalt het land die schuld dan niet!" vroeg Margot. »Als
+ma of oom Henri of wie 't ook zij, schulden hadden en ze betaalden
+niet...."
+
+»Dan zouden ze hun boel aanslaan en publiek verkoopen, niet waar? Maar
+een land bestaat uit ingezetenen en die ingezetenen hebben huizen en
+meubelen. Moeten dan de schuldeischers van 't land die meubels en die
+huizen verkoopen! Misschien de menschen ook nog wel?"
+
+»Foei, Gustaaf. Menschen verkoopen! Dat is slavenhandel."
+
+»Welnu, in onze West-Indische bezittingen, in Suriname, koopen en
+verkoopen ze de arme zwarten. Waarom dan hier ook niet de blanken?"
+
+»Ma zegt, dat het een schande voor ons land is, dat in onze bezittingen
+slaven zijn. Ze zegt, dat het in 't geheel niet christelijk is."
+
+»Daarin heeft ma volkomen gelijk," hernam Gustaaf. »En 't is te hopen,
+dat dit eens ophoudt. Misschien zou onze Regeering 't wel willen doen;
+maar 't zou ook al weer zooveel geld kosten."
+
+»Geld! Wel geen cent!" riep Margot uit. »Als ik koning was, dan zou ik
+zeggen: Alle slaven zijn vrij."
+
+»Een mooi ding. Als gij koning waart, zoudt ge dan ook maar zeggen: alle
+huizen en meubels zijn voor uw buurman. Ik denk dat ma daar wel tegen
+zou hebben."
+
+»Maar huizen en meubels zijn rechtmatig eigendom. Deze zijn gekocht of
+geërfd."
+
+»En slaven en slavinnen zijn evenzeer rechtmatig eigendom. Die hebben
+de menschen in West-Indië ook gekocht of geërfd. We hadden 't er juist
+laatst op school over en toen zei mijnheer Valk, dat ons gouvernement,
+als het de slaven wilde vrijmaken, ze moest onteigenen; d. i. ze tegen
+een billijken prijs van hun meesters afkoopen, of deze 't wilden of
+niet. En daar zou menig kwartje mee heengaan."
+
+»Nu, dat denk ik ook. Maar we zijn daar bij ons onderwerp blijven
+steken. Ik begrijp nog niet, hoe een land schulden heeft."
+
+»Luister, dan zal ik het u uitleggen. Ons land heeft in vroegere tijden
+dikwijls oorlog gevoerd. Zoo'n leger kostte vrij wat geld aan werving,
+kleeding, onderhoud, wapenen en buskruit, de schepen moesten gebouwd,
+bemand en van alles voorzien worden. Dat konden de menschen niet aan
+belastingen opbrengen. Welnu, wat deed dan ons land? Dan leende het geld
+van de ingezetenen en 't gaf hun daarvoor staatspapieren of effecten.
+Van die effecten gaf het eerst twee en een halven gulden 's jaars van
+elke honderd gulden, dat noemt men percent, later drie, vier, en vijf
+percent."
+
+»O, zijn dat dan de coupons, zooals ma ze knipt en die net zoo goed als
+geld zijn?"
+
+»Juist, bij elk effect behoort een stel coupons met een talon er aan, op
+welk laatste men nieuwe coupons kan krijgen als het blad oude op is. Een
+van die coupons kan men om 't half jaar afsnijden en dat is de interest
+of huur welke men voor zijn geleend geld krijgt."
+
+»Maar heeft ma dan geld aan 't land geleend?"
+
+»Ma nu juist wel niet. Maar andere menschen: groote kantoren. En die
+verkoopen dan de effecten of schuldbewijzen aan de beurs."
+
+»Dan kocht ik altijd effecten, die 5 percent interest geven," zeide
+Margot.
+
+»Die zijn er niet meer, ten minste geen Nederlandsche. Toen mijnheer van
+Hall in 't jaar '42 de vrijwillige driepercents leening van 127 millioen
+guldens vol had gekregen, heeft hij ook de vijf percents in vier
+percents geconverteerd of verwisseld."
+
+»Nu, dan kocht ik 4 percents," hernam Margot.
+
+»Ja maar, die zijn de duurste. Als men bijvoorbeeld aan de beurs voor
+de honderd gulden twee en een half percents vijftig gulden betaalt, dan
+moet men voor de drie percents zestig en voor de vier percents tachtig
+geven."
+
+»Nu begrijp ik er niets meer van," hernam Margot. »Maar daar fluit de
+trein. Kijk, de baanwachters waaien al met hun witte vlaggetjes--nu
+zullen we hem wel spoedig zien arriveeren."
+
+Terwijl onze beide jongelieden op het perron van 't station staan, om
+den trein af te wachten, willen we hen eens nader beschouwen en u 't een
+en ander van hen mededeelen.
+
+Gustaaf, een fiksche krullebol van ruim vijftien jaren, en die nog bij
+mijnheer Valk school gaat, heeft het vak van zijn sedert twee jaren
+overleden vader gekozen: hij zal makelaar in effecten worden. Dat hebt
+ge zeker wel gedacht, toen ge hem daar zoo dapper over staatspapieren
+hoordet spreken. En er is alle hoop, dat de knaap een knap man in zijn
+vak zal worden; want hij is een matador in 't rekenen, en dat is toch
+nummer één bij de mannen van de beurs, vooral voor hen, die in de
+effectenzaak thuis hooren. Margot is zijn zuster, een jaar jonger dan
+hij, over 't algemeen een aardige, vroolijke meid; doch die 't nog
+al eens te kwaad heeft met de oude tante de Bosson, die sedert den
+dood van mijnheer de Winter bij hun mama is komen inwonen en niet heel
+gemakkelijk van humeur is. En om nu 't huisgezin te voltooien, noemen we
+u nog vriendelijke, dikke Jans of Jenske, zooals ze eigenlijk heet, die
+reeds vier jaren bij mevrouw de Winter heeft gewoond. En zoo hebben we u
+de lijst der geheele familie medegedeeld.
+
+Mevrouw de weduwe de Winter de Bosson kan leven; ze woont in een huisje
+op de ~Heerengracht~, juist groot genoeg voor de vijf menschen, welke er
+in leven, en met een ferme logeerkamer, om gasten van buiten de stad te
+ontvangen.
+
+Nog moet ik u mededeelen, dat het tijdstip, waarop onze beide
+jongelieden op den trein stonden te wachten, op Donderdag den tienden
+Mei van 't jaar 1849 was.
+
+En nu genoeg: want daar komt de locomotief al hijgend en stampend aan;
+'t is waarlijk of ze moede is van den langen tocht. En wij kijken met
+Gustaaf en Margot naar de verwachtwordende gasten.
+
+»Zoo, bonjour, Margot, bonjour, Gustaaf!" klinkt het, en uit een waggon
+tweede klasse stapt een allerliefste veertienjarige jonge dame.
+'t Is Florence, de eenige dochter van oom Henri, die kapitein bij de
+grenadiers te ~'s-Hage~ is. Ze ziet er allerliefst uit, die Florence,
+met haar blozend gelaat, haar helder blauwe oogen en de blonde krullen,
+die keurig zijn opgemaakt en waarop een allerélégantst hoedje staat.
+
+»Bonjour, Florence!" zegt Margot. »En waar is uw geleider neef Bernard?"
+
+»Daar is hij reeds," antwoordt een knaap van vijftien jaren, die niet
+zonder eenige voorzichtigheid de hooge trede van den waggon afkomt. En
+geen wonder; want de arme jongen is een weinig contrefait. Hij heeft
+hooge schouders, waarvan de eene wat boven den anderen uitsteekt, en
+zonder juist een bochel te hebben, is hij toch zoo verdraaid, dat men
+hem onder de bultenaars zou kunnen rangschikken. Daarbij heeft zijn
+gelaat dat lange en scherpe, hetwelk men gewoonlijk bij die soort van
+gebrekkigen aantreft. Maar dat onaangename in zijn voorkomen wordt veel
+verminderd door de heldere, flikkerende oogen en 't hooge voorhoofd,
+welke een vernuft verraden, dat boven zijn jaren is en de kleine
+gestalte ruimschoots vergoedt, welke hem in grootte gelijk doet staan
+met een die den leeftijd van twaalf jaren bereikt heeft.
+
+»Laat mij u helpen, Bernard," zegt Gustaaf goedig.
+
+»Dank u, mijn waarde," antwoordt de aangesprokene, terwijl hij de hem
+aangeboden hand afwijst. »»Help u zelf!" zegt het Engelsche spreekwoord;
+en dat beteekent: zorg maar, dat je de wereld doorkomt, al moet je er
+ook doorheenkruipen."
+
+»En hoe gaat het u, Florence? En hoe maakt papa het? En August en Emile?
+en juffrouw Medemeier?" vraagt Margot.
+
+»'t Is jammer, dat je niet nog naar onze oude Kee ook vraagt," antwoordt
+Florence. »Dan hadden we de geheele familie bij elkaar gehad. Welnu, ik
+zal 't u zeggen. Pa is gezond, August is springlevend; Emile een beetje
+verkouden en heeft huisarrest; juffrouw Medemeier brommig als altijd, en
+Kee was blij, dat ik eens naar ~Amsterdam~ ging, omdat ik dan voor een
+dag of wat van 't gebrom van juf af was. En hoe gaat het bij u thuis?"
+
+»Allen springlevend. Tante lastig als altijd. Maar daaraan zijn we
+gewoon," hervat Margot. »Doch hoe vaart mijn waarde neef Bernard?"
+
+»Uw neef Bernard," antwoordt de knaap, »is gelukkig, dat hij zijn lieve
+nichtje Margot van zijn gezondheid kan verzekeren. Even gaarne zou hij
+'t haar doen van zijn oprechte toewijding, maar daartoe heeft moeder
+natuur hem 't vermogen ontzegd, daar ze hem tamelijk krom en verdraaid
+heeft geschapen. Intusschen, als ge u niet geneert, om door de straten
+van ~Amsterdam~ met een bochel te loopen, dan zal hij zeer gelukkig
+zijn, u zijn arm te presenteeren."
+
+»Wel zeker, laat ons eens geslaemmerd gaan, Bernard," zegt Margot,
+ofschoon ze 't wel een beetje zot vindt, met een knaap, die een hoofd
+kleiner is dan zij, gearmd te loopen.
+
+»En ik verzoek den arm van nichtje Florence," zegt Gustaaf.
+
+»Met genoegen, Gustaaf," antwoordt deze. »Dan gaan we twee aan twee...."
+
+»En de rest aan troepjes," voegt Bernard er bij.
+
+»Je hebt toch geen goed bij u?" vraagt Gustaaf.
+
+»Dat hebben we per expeditie Koens gezonden," antwoordt Florence. »Is 't
+nog niet aangekomen?"
+
+»Toen we ons huis verlieten, was het er nog niet," verzekert Margot.
+»Misschien is 't er nu al."
+
+»En avant!" commandeert Gustaaf; terwijl hij met zijn nichtje aan den
+arm vooruitstapt. »'t Zal hier morgen drukker zijn, Florence," vervolgt
+hij tot zijn dame. »Zie, men is al aan 't versieren van 't station. Ook
+van de Willemspoort, zooals je merkt."
+
+»Nu, 't zal een pret zijn," antwoordt Florence. »Ik was toch zoo blij,
+dat uw ma mij vroeg! De burgers zullen toch ook wel hun huizen
+versieren!"
+
+»Dat zul je eens zien. Men is hier en daar al bezig. Jammer maar, dat
+het nog zoo vroeg in 't jaar is en er nog zoo weinig bloemen zijn. Maar
+aan groenmaken en aan vlaggen zal 't niet mankeeren."
+
+»Ik hoop dat we den trein bij den intocht eens goed zien," zegt Bernard.
+
+»Zien?" vraagt Gustaaf. »Stellig driemaal. Eerst op den Haarlemmerdijk,
+wanneer je niet bang bent voor gedrang; dan bij ons aan huis--want hij
+komt vlak voorbij ons, en daarna nog op 't Reguliersplein, waar neef
+Biel woont, die ons heeft uitgenoodigd, om te komen als hij ons
+gepasseerd is."
+
+»En zullen we dat alles kunnen avonturen?" vraagt Bernard.
+
+»Voorzeker. Zoodra we den trein op den Haarlemmerdijk gezien hebben,
+steken we dwars door en gaan naar huis; en als hij daar voorbij is,
+nemen we den kortsten weg naar neef Biel. Maar dan moeten we beenen
+maken."
+
+»Nu, we zijn jong en sterk," verzekert Florence.
+
+»Maar ge hebt geen Amsterdamsche beenen zooals wij," waarschuwt Margot.
+
+»Dan zullen we onze gewrichten maar wat smeren, zooals de oude Grieken
+het deden, als ze deel namen aan de Olympische spelen," zegt Bernard.
+
+»Ik dacht, dat het alleen jonge Grieken waren, die daaraan deelnamen,"
+meent Margot schijnbaar onnoozel.
+
+»O, ondeugd!" roept Bernard uit. »Dat is een geestige aanmerking. Als we
+Franschen waren, zouden we van de »anciens" Grieken gesproken hebben en
+niet van de »vieux". Ik had me toch ook beter kunnen uitdrukken als ik
+van »vroegere" Grieken gesproken had. Doch: errare humanum est[1]."
+
+[1] Dwalen is menschelijk.
+
+»Daar komt de latinist weer voor den dag," zegt Florence. »O, die
+Bernard is altijd met zijn Latijn in de war. Hij wil ons laten hooren,
+dat hij de Latijnsche school te Bommel frequenteert."
+
+»Ik?" vraagt Bernard. »Die spreuk viel me daar zoo uit den mond. Als ik
+nu nog trotsch op mijn Grieksch was, dan zou 't wat anders zijn."
+
+»Waarom?" vraagt Gustaaf.
+
+»Wel, omdat mijn lotgenoot, Esopus, een Griek was," antwoordt Bernard.
+»Juist daarom verlang ik zoo, om aan 't Grieksch te gaan."
+
+»Me dunkt, dat je dan veel van dien ondeugenden Esopus zult hebben, ten
+minste wat de scherpte van uw tong aangaat," verzekert Margot.
+
+»Dank voor uw compliment, schoone Athalante," herneemt Bernard. »Maar,
+om tot ons ongrieksch Holland terug te komen. Wat doen de menschen hier
+toch? Gaan ze hun huizen barricadeeren?"
+
+Dit zeggende, wijst hij op de houten staketsels, die allerwegen, waar
+morgen de trein moet doorkomen, met lage schuttingen worden afgepaald.
+
+»Dat doen ze, opdat het ongenoodigde publiek zich geen meester moge
+maken van hun stoepen. Bij ons is de stoep ook zoo afgesloten. Je
+begrijpt toch wel, dat men anders geen plaats zou hebben om zelf met
+zijn familie en zijn genoodigden te staan. Sommigen trekken er nog een
+broodje van en verhuren de plaatsen voor een gulden of twee kwartjes,
+al naardat zij mooi zijn. Ook heele kamers of ramen zijn reeds verhuurd
+voor dien éénen dag, en ik verzeker u, dat daar met zulk een gelegenheid
+geld voor wordt betaald."
+
+»Nu, dat is nog een aardigheid voor sommige menschen," vindt Bernard.
+
+»O ja," verzekert Margot. »Bij al zulke gelegenheden wordt er vrij wat
+geld verdiend. Vooreerst door timmerlieden, die de staketsels opslaan en
+moeten zorgen voor latten als anderszins voor de illuminatie; ten tweede
+door de menschen, die groen verkoopen of de huizen versieren, ten derde
+door de verkoopers van illumineerglazen, ten vierde door degenen, die
+plaatsen verhuren, ten vijfde door bakkers en slagers, om de meerdere
+consumptie, ten zesde door de logementhouders, ten zevende door de
+slepers, daar er wat gereden wordt op zoo'n tijd, ten achtste door
+de wijnhuishouders of herbergiers: want de mindere klasse doet zijn
+oranjegezindheid graag blijken door 't ruim gebruik van Schiedammernat."
+
+Onder zulke gesprekken waren ze thuisgekomen. Jans deed ons viertal
+open, en de beide logés werden hartelijk ontvangen door mevrouw de
+Winter. De oude tante scheen dien dag nog al goed gemutst te zijn;
+ten minste toen zij binnenkwam, verwelkomde zij de aangekomenen vrij
+hartelijk en was onuitputtelijk in het vragen naar neef Henri en de
+kleine neefjes August en Emile, vooral naar den laatste, die haar
+petekind was; en 't smartte haar zeer, te vernemen, dat het arme kind
+zoo verkouden was. Ook Bernard moest haar op de hoogte brengen, hoe 't
+met zijn zusjes Netje en Truda en zijn broertje Frits was, zoodat er
+vrij wat te praten en te vertellen viel. Daar wij echter tot nu toe geen
+belang stellen in de kleine familiegeschiedenis en evenmin lust hebben,
+de jongelieden in den namiddag van dien dag door de stad te vergezellen;
+waar ze ook enkele met bogen en slingers versierde achterbuurten
+doorwandelden, wenschen we op den avond van dien dag de geheele familie
+een goeden nacht, en bezoeken haar liever den volgenden dag, Vrijdag den
+11 Mei 1849.
+
+Op dien gedenkwaardigen dag was de geheele hoofdstad in feestgewaad
+getooid. Groen noch vlaggedoek was gespaard, om de gevels der huizen
+te versieren; bij sommigen waren die versieringen keurig van binnen
+voor de spiegelruiten aangebracht en stonden geheele piramides van fijne
+kasbloemen, doorslingerd met oranje-draperiën en met de borstbeelden
+van Willem I en Willem II en in 't midden de naam van Willem III. Van
+alle huizen, waar de trein moest doorkomen, wapperde de Nederlandsche
+driekleur. Alle woningen waren van onder tot boven bezet met menschen,
+op hun keurigst gekleed, de straten en grachten wemelden van
+vreemdelingen en ingezetenen, zelfs goten en daken waren in gebruik
+genomen, om den Vorst te zien, die thans voor 't eerst als koning der
+~Nederlanden~ binnen zijn hoofdstad zou komen, om daar den eed aan
+zijn volk te doen en door dat volk als koning erkend en ingehuldigd
+te worden. Willem de tweede, de ridderlijke vorst, die nog geen negen
+jaren geleden in dit zelfde ~Amsterdam~ zijn eersten intocht als koning
+gedaan en de huldiging had ontvangen, was den 17den Maart te ~Tilburg~
+overleden en volgens artikel 13 der Grondwet was Willem de derde hem
+terstond opgevolgd. Doch volgens dezelfde Grondwet moest de nieuwe
+koning in ~Amsterdam~ gehuldigd worden. En dat zou morgen geschieden.
+Heden zou hij zijn plechtigen intocht in de Hoofdstad des Rijks doen.
+
+Aan 't stationsgebouw, waar we gisteren vertoefden, is een eerewacht
+geplaatst, bestaande uit het eerste bataljon der dienstdoende
+schutterij. Het derde bataljon staat als eerewacht aan het paleis; de
+overige troepen zijn in ordre de bataille op den ~Dam~ geschaard. Het
+muziekkorps der schutterij, onder leiding van zijn kapelmeester P. P.
+Christiani, staat aan 't station.
+
+Alles is in gespannen verwachting. Om halfeen zijn prinses Frederik
+en hare dochter, prinses Louise, met haar gevolg met een extratrein
+aangekomen, en terstond naar 't paleis gereden.
+
+Een prachtige statiekoets, rondom van glas, rijk verguld, met een rood
+fluweelen kussen op haar verhemelte, waarop een groote gouden kroon,
+en bespannen met acht schoone appelgrauwe paarden, een koetsier in
+galakleeding en een witte allongepruik, was met twee hofrijtuigen
+reeds naar 't station gereden en had, evenzeer als de aanzienlijken en
+hooggeplaatsten, die allen in groot tenue derwaarts reden, gediend om
+het ongeduld der wachtende menigte eenigermate afwisseling te schenken.
+
+Reeds is het drie uren geslagen en nog verneemt men niets van de
+aankomst des konings. 't Programma sprak toch van »tegen drie ure!" Elke
+minuut schijnt een kwartier te duren. Daar--'t is juist vijf minuten
+over drieën, wordt de vlag op de Willemspoort omhoog geheven, het eerste
+kanonschot brandt los, de klokken beginnen te spelen.--Willem de derde
+is te ~Amsterdam~ aangekomen. De muziek der schutterij doet een nieuwen
+marsch van Berlin hooren.
+
+Intusschen schaart zich de stoet en trekt tot aan de prachtig versierde
+Willemspoort. De façade naar 't station is op smaakvolle wijs met
+guirlandes van vlaggen, met de kleuren van ~Nederland~, ~Oranje~ en
+~Wurtemberg~ en met veelvuldig groen gedrapeerd. Boven op de poort is
+een fraaie tropee van oranjedoek aangebracht, rondom lange wimpels, op
+den top door een lauwerkrans bijeengehouden. Aan weerszijden van den
+ingang staan allerlei soorten van bloemen en gewassen; o. a. twee
+schoone oranjeboomen, met tal van vruchten beladen.
+
+Aan de Willemspoort, het eigenlijke begin der stad, staan Burgemeester
+en Wethouders, benevens de Leden van den Raad der Hoofdstad. De
+burgemeester, de heer P. Huidecoper, verwelkomt Z. M. uit naam der
+burgerij, geeft de vreugde der ingezetenen te kennen over Z. M. komst in
+de hoofdstad des Rijks, en verzekert den koning, dat geheel ~Amsterdam~
+deelneemt in het feest, hetwelk het thans viert. Koning Willem III
+beantwoordt die toespraak kort, maar hartelijk.
+
+Zulke toespraken zijn behoorlijk, ze zijn heel interessant voor wie
+er dicht bij staan, voor de wachtenden op straten en grachten zijn ze
+vrij vervelend; daar ze het oogenblik verschuiven, waarop men den lang
+gewenschten stoet ziet. Eindelijk--daar komt hij. Let nu goed op.
+
+Eerst een commando cavalerie. Dat is niet alleen statig, maar ook goed
+om wat ruimte te krijgen voor den stoet. Langzaam en deftig rijden ze
+daar voort, die mannen te paard. Aan hun hoofd de trompetters, die de
+lucht van het geliefde Wilhelmus doen weergalmen. Dan komt de helft der
+eerewacht te paard, bestaande uit jongelieden van aanzienlijken huize.
+Wat zien ze er keurig uit, zoo deftig in 't zwart en met witte vesten,
+hun karmozijnrood fluweelen sjerpen met witte zijden randen afgezet
+en wier slippen in zilveren franjes eindigen, om 't lijf gestrikt.
+Op hun hoeden hebben ze een grooten oranjestrik, waarin de zwarte en
+roode kleuren van ~Wurtemberg~; daarin een sierlijk gedreven zilveren
+lauwerkrans, met een koninklijke kroon getooid, en in haar midden de
+naamcijfers van Hunne Majesteiten.
+
+En nu de hoofdpersoon van den optocht: Koning Willem de derde, een
+statige, fiere gestalte, gekleed als generaal der infanterie, versierd
+met de grootkruisen zijner ridderorden en gezeten op een fraai
+appelgrauw ros. Naast hem de prinsen Frederik en Hendrik, en daarachter
+het militaire huis des Konings en de adjudanten van Hunne Koninklijke
+Hoogheden. Achter dezen stoet, die onder 't onophoudelijk geroep van:
+»Hoezee! Leve de koning! Leve Willem de derde!" voortrijdt, komt een
+koets met twee paarden bespannen, waarin de grootmeester van de koningin
+en de kamerheer van dienst. En daarop; men hoort het wel aan 't nieuwe
+gejuich dat er oprijst en nu den kreet: »Leve de koningin! leve de
+prinsen!" doet hooren, de statiekoets met zijn acht appelgrauwe
+schimmels. Voor op de koets, ter zijde van den koetsier, staan vier
+keurig uitgedoste pages. De koningin is in 't wit satijn gekleed;
+tegenover haar zitten de beide jonge prinsen, Willem en Maurits.
+
+Het derde rijtuig, waarin mevrouw Falck, een dame du palais en twee
+hofdames van H. M. gezeten zijn, wordt gevolgd door de andere helft
+van de eerewacht, een commando cavalerie en het bataljon schutterij met
+vol muziek. De trein gaat den Haarlemmerdijk tot aan de Heerenmarkt.
+Eensklaps wordt er bevel gegeven, om stil te houden; de trompetters
+zwijgen, de muziek verstomt. Daar verheffen zich eenvoudige doch
+liefelijke kinderstemmen; 't zijn de weezen der Hersteld-Evangelisch
+Luthersche gemeente, die voor 't gesticht staan, waarin ze verpleegd
+worden. Ze zingen:
+
+ »Welkom, welkom, Neerlands Koning,
+ Welkom, in de stad aan 't IJ!
+ Grijzen, weezen in deez' woning,
+ Vieren blijde feestgetij.
+ Nu ge, o Vorst! wordt ingehuldigd,
+ Zijn wij, Weezen, ook verschuldigd,
+ Om te bidden tot den Heer:
+ Daal met Uwen zegen neer!
+
+ Ja, wij doen het, Neerlands Hoeder!
+ Allen, allen één van zin;
+ Bidden ook voor Neerlands Moeder,
+ Onze dierbre Koningin.
+ God spaar lang Uw beider leven;
+ Roem moog' Uwen troon omgeven.
+ En de liefde van Uw volk,
+ Zij daarvan de minste tolk."
+
+Met eenige toepasselijke woorden reikt nu een der weeskinderen aan Hunne
+Majesteiten een in goud gedrukt exemplaar van dit vers over. We volgen
+den trein niet verder, die eerst om halfvijf op den ~Dam~ komt, waar de
+vorstelijke familie zich op 't balkon van 't paleis aan 't in geestdrift
+ontbrande volk vertoont.
+
+[Illustratie: _Tresling & Co Hof-Lith Amst._]
+
+Daarop begeven zich twee wapenkoningen en vier herauten (die van
+~Nederland~, van ~Oranje~, van ~Limburg~ en van ~Luxemburg~) vergezeld
+van rijknechts van Z. M. en van detachementen cavalerie, naar de groote
+pleinen en de voornaamste straten der stad, waar zij de aanstaande
+plechtigheid op morgen den volke luide verkondigen.
+
+En hiermede liep deze eerste dag ten einde. Ofschoon het 's morgens van
+tijd tot tijd geregend had en de straten alles behalve zindelijk waren,
+was er toch gedurende den geheelen tijd, dat de optocht duurde, geen
+druppel regen gevallen.
+
+'t Was ruim vijf ure, toen onze vier jongelieden thuiskwamen. Trouwens
+mama had daarop gerekend en tegen Jans gezegd, dat van middag 't eten
+niet vóór zes ure op tafel behoefde te staan. Ze hadden dan ook alles
+goed opgenomen, en daar hadden ze gelijk in gehad; want zulke zaken
+komen niet alle dagen voor.
+
+»Nu raadt ge nooit, wier er zooeven in de stad is gekomen, Florence,"
+zeide mevrouw de Winter tegen haar nichtje, toen ze binnenkwam.
+
+»Ja, tantelief, hoe zou ik dat kunnen raden?" vroeg Florence. »Er zullen
+vandaag misschien nog tal van vreemdelingen in ~Amsterdam~ zijn gekomen.
+'t Is zeker een Hagenaar, en een kennis van mij."
+
+»Natuurlijk, en een heel goede kennis ook!"
+
+»Toch niet, papa?"
+
+»Juist, broer Henri," antwoordde tante.
+
+»En hoe is die zoo onverwachts gekomen?" vroeg Florence. »Gisteren was
+daarop geen plan."
+
+»Zooals gij weet zijn er van morgen een compagnie grenadiers en een dito
+jagers per spoortrein gearriveerd, die morgen de eerewacht aan de Nieuwe
+kerk moeten vervullen. Daar nu de kapitein van de compagnie grenadiers
+eensklaps ongesteld was geworden, heeft uw papa met hem geruild en in
+zijn plaats 't commando op zich genomen."
+
+»O, dat is heerlijk!" riep Florence uit. »Dat is een verrassing.
+Misschien heeft papa nu wel gelegenheid, om ons in de kerk te brengen."
+»In alle gevallen kunt gij er stellig op rekenen, dat hij u een goed
+plaatsje buiten het kerkgebouw zal verschaffen," antwoordde mevrouw de
+Winter. »Hij is er echter nu op uit, om te zien, of hij ook
+toegangsbewijzen tot de kerk krijgen kan."
+
+»Dus komt hij hier eten!" zeide Margot.
+
+»Stellig," antwoordde mevrouw de Winter. »Hij was hier al vroeg. Toen
+hij echter hoorde, dat we om de gelegenheid zoo laat aten, is hij zijn
+boodschap maar vóór het diner gaan verrichten."
+
+Het duurde echter niet lang, of kapitein de Bosson kwam thuis. Hij had
+niet meer dan twee kaarten voor de tribune kunnen machtig worden, die
+voor mevrouw de Winter en tante de Bosson bestemd werden; hij beloofde
+echter de vier jongelieden in de kerk op de galerij te zullen bezorgen.
+Hij had vernomen, dat dit wel gaan kon, mits ze heel vroeg op ~den Dam~
+waren.
+
+Ge begrijpt wel, dat ons viertal dien Vrijdagavond niet stil thuis
+bleef. Daar was zoo'n drukte op de straat en er was nog zooveel te
+kijken, dat ze tamelijk laat thuiskwamen.
+
+»En nu van avond vroeg naar bed," zei mevrouw de Winter, die wel zag,
+dat Florence en Bernard, minder gewoon aan de Amsterdamsche einden en
+Amsterdamsche keien, doodmoe waren. »We zullen 't souper laten opzetten,
+en dan gauw in de veeren gekropen--morgen wacht u weer een vermoeiende
+dag."
+
+»Wat mij aangaat, tante," zeide Bernard. »Ik zal niet soupeeren. 't Was
+van middag zeven uren vóór we van tafel opstonden; ik heb volstrekt geen
+behoefte aan iets."
+
+»Ik evenmin," voegde Florence er bij. »Daarenboven ben ik te moe om te
+eten. We hebben dan ook vandaag onze beenen 't noodige werk gegeven. We
+hebben wat afgeloopen!"
+
+»En dan van morgen een heelen tijd gestaan," zeide Margot. »Dat rekent
+ook mee. Ik ten minste verlang naar bed."
+
+»En ik ook," hernam Florence.
+
+Daar alle vier betuigden, geen trek in eten te hebben en vrij wat meer
+lust te gevoelen, om zich in de armen van Morpheus te werpen, zeide
+mevrouw de Winter:
+
+»Welnu, als dat het geval is, dan maar met de kippen op stok. Morgen is
+'t vroeg dag!"
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+'s Konings inhuldiging.
+
+
+»O, wat prachtig weer! Wat scheelt dat bij gisteren!" riep Margot den
+volgenden morgen uit, toen ze met Florence beneden kwam, om te
+ontbijten.
+
+»En 't mooist van alles is, dat we 't zullen houden," zeide Bernard met
+die zekerheid, waarmede een buitenman over 't weer praat.
+
+»Dat zal heerlijk komen voor de illuminatie van heden avond, die
+prachtig belooft te zijn," zeide Gustaaf.
+
+»Goeden morgen, ma! Goeden morgen, tante!" klonk het, toen mevrouw de
+Winter binnentrad.
+
+»Goeden morgen, kinderen!" zeide deze, terwijl ze de meisjes een kus en
+den jongens een hand gaf. »Zooals ik bemerk, reeds vroeg uit de veeren.
+En al gekleed en gereed! Nu, ge moet vooral niet te laat komen. Oom
+Henri heeft het mij nog zoo op 't hart gedrukt, toen hij van morgen
+vertrok."
+
+»Is papa dan al weg!" riep Florence uit. »Moest hij zoo vroeg naar de
+kazerne?"
+
+»Natuurlijk," antwoordde mevrouw de Winter. »Bij zulke gelegenheden is
+'t voor heeren militairen vroeg dag."
+
+»En voor ons ook, mama," zeide Margot. »Als u het dus goedvindt, moesten
+we maar gaan ontbijten."
+
+»Zoo'n vreeselijken haast hebt ge nu juist niet," hernam mevrouw de
+Winter, terwijl ze op de pendule keek. »Als ge echter zoo ongeduldig
+zijt, gaat dan uw gang maar. Ik zal op tante wachten; die zou geheel uit
+haar humeur zijn, wanneer het ontbijt was afgeloopen zonder haar. Voor u
+maakt dit echter van daag een onderscheid. Op dagen als deze moet men 't
+met eten en drinken maar nemen zooals 't valt. Uw papa, Florence, zei
+toen hij jong was altijd: op zulke dagen kijkt een mensch zijn buik
+vol."
+
+»En deed papa dat?" vroeg Florence.
+
+»Met dien verstande, dat hij zich dikwerf vergenoegde, met bij een
+bakker een paar broodjes te koopen, die hij dan maar zoo droog
+oppeuzelde, of dat hij uitgerammeld van den honger thuiskwam. En toch
+hield hij vol, dat hij zijn buik volkeek."
+
+Toen ons viertal ontbeten had, ging het regelrecht op ~den Dam~ aan.
+Wat was 't overal reeds vol! 't Leek wel of 't midden op den dag was.
+Maar 't verwonderlijkste gezicht van alles leverde ~de Dam~ zelf op.
+Van de meeste huizen waren op de eerste en tweede verdieping de ramen
+uitgenomen en amphitheatersgewijs zitplaatsen van ruw hout getimmerd; om
+de stoepen staketsels, waarboven zitplaatsen uitstaken, van verscheidene
+daken de pannen afgehaald en op de zolders planken op verschillende
+hoogte gelegd als staanplaatsen; ja, zelfs het plat van de Beurs en de
+platten van de Nieuwe kerk waren met zitplaatsen bezet. Daar is dien dag
+wat geld voor plaatsen betaald; en nog gelukkig hij, die voor geld een
+goed plaatsje kon erlangen--menigeen heeft zich moeten behelpen met
+onder de opgepakte menigte te staan en, als hij wat klein van persoon
+was uitgevallen, niets te zien. De weg van 't paleis naar de kerk was
+door een balustrade afgeschut en de grond met groen laken bekleed.
+Buiten dat hek reden, tot handhaving der orde, dragonders op en neer.
+
+Daar slaat het acht ure! »Bom!" klinkt het eerste schot van de honderd
+en een, die er gelost worden; de klokken beginnen te spelen; aan Amstels
+burgerij is geen houden meer. Trouwens, daarin verschilt ze niet met
+die van andere steden. Intusschen hebben schutterij, grenadiers, jagers,
+infanterie en cavalerie hun standplaatsen ingenomen. Aan 't paleis staat
+een eerewacht van twee compagniën schutterij, binnen de balustrade
+hebben zich aan de eene zijde schutters, aan de andere 't garnizoen
+geplaatst. Aan de kerk zelf een eerewacht jagers en grenadiers, die ook
+de posten aan de andere kerkdeuren betrekken. Bij die grenadiers staan
+reeds vóór acht ure onze vier jongelieden.
+
+Wij, die daar niet bij behoeven te staan, maar 't voordeel boven hen
+hebben, dat we ons gemakkelijk overal bewegen kunnen, kijken eens
+fiksch rond. Alles stroomt naar ~den Dam~, die langzamerhand een
+vreemd schouwspel van menschenhoofden oplevert; want al de zit- en
+staanplaatsen worden gevuld, en zelfs op den nok der huizen zitten
+schrijlings de werklieden, die de stellages gemaakt en voor zich een
+plaatsje in de goot of op den nok bedongen hebben. De ruimte van ~den
+Dam~ vóór 't paleis ziet zwart van menschen. Voor elke kerkdeur staat
+het vol met prachtig gekleede heeren en dames, allen van toegangskaarten
+voorzien. Velen hunner zijn met rijtuig gekomen; doch staan nu evenals
+de anderen te wachten, tot de kerk zal opengaan. Zoo door infanterie
+als door cavalerie wordt er zorg gedragen, dat er geen anderen voor de
+kerkdeur komen dan zij die van toegangskaarten voorzien zijn. Daar slaat
+het halftien. De deuren gaan open.
+
+»Nu zal ik u een goede plaats bezorgen," zegt kapitein de Bosson tot
+zijn dochter en haar gezelschap, en we volgen hen naar de publieke
+galerij, waar we reeds niet zonder moeite komen, maar een perfect
+plaatsje hebben, zoodat we alles kunnen overzien.
+
+»Nu, die kerk ziet er prachtig uit!" zegt Bernard. »Men zou er haast
+geen kerk meer in herkennen. Wat zijn die pilaren heerlijk gedrapeerd!"
+
+»Dat zijn zeker de wapens der provinciën, daar boven aan elke pilaar,"
+meent Margot.
+
+»Juist," antwoordt Gustaaf. »En dat die van onze buitenlandsche
+bezittingen. Wat staan er die tropeeën goed boven."
+
+»En hoe sierlijk hangen die Oranjevlaggen aan hun zwarte stokken!" vindt
+Florence. »Maar waarom die roode en zwarte vlaggen daartusschen. Of is
+dat de kleur van ~Amsterdam~?"
+
+»Ook wel, Florence," antwoordt Gustaaf. »Hier echter stellen ze de
+kleuren van ~Wurtemberg~ voor. Ge weet toch, dat onze koningin een
+~Wurtemburgsche~ prinses is."
+
+»O, ja, dat is waar," hervat Florence. »En die met wit gedrapeerde
+gang, door welke wij gekomen zijn, is zeker de plaats waar Zijne
+Majesteit zal binnentreden."
+
+»Juist," antwoordt Gustaaf. »En daartoe is de grond met dat prachtige
+tapijt belegd. Maar hoe vindt ge den troon, die daar tegen 't koor
+aanstaat?"
+
+»Allerprachtigst!" oordeelt Florence. »Maar wat is daar achter dien
+troon?"
+
+»Het koor der kerk, waarin 't graf van de Ruyter," antwoordt Gustaaf.
+»Dat is nu echter geheel en al door den troon verborgen. Hoe rijk
+is dat tapijt, waarmee de trappen zijn belegd. Ziet ge wel, op 't
+achtergedeelte van purperfluweel met wit en rood afgewisseld, is het
+koninklijke wapen, met de spreuk van Oranje »Je maintiendrai"
+geborduurd."
+
+»Maar wat is die troonhemel prachtig!" roept Margot uit. »Wat smaakvolle
+draperieën!"
+
+»En dan die koninklijke zetel!" zegt Bernard.
+
+»Dat is de fauteuil van koning Willem II en door Hare Majesteit de
+koningin-weduwe voor deze gelegenheid aan haar zoon geschonken. Op den
+achterkant, dien we natuurlijk nu niet zien kunnen, staat het met gouden
+letters. Deze fauteuil van moirée mahoniehout, werd vroeger dagelijks
+gebruikt door koning Willem II, en is nu tot een troonzetel ingericht."
+
+»Inderdaad een aandoenlijk geschenk voor onzen Koning," verzekert
+Florence. »Ik had er reeds in ~Den Haag~ van gehoord. De gebroeders
+Horrix hebben den stoel gemaakt en nu zoo versierd. Dat alziend oog met
+stralen omgeven, in goud op den rug geborduurd, steekt prachtig af bij
+dat scharlakenfluweel. En daaronder staan letters; doch die kan ik op
+dezen afstand niet lezen."
+
+»Ik wel," zegt Bernard. »'t Zijn de naamcijfers van koning Willem II en
+Zijne gemalin: W. A. P. (Willem en Anna Paulowna), met een kroon gedekt.
+Doch 't sierlijkst van alles vind ik die groote vergulde kroon boven den
+rand van den rug. Wat schittert zij van edelgesteenten!"
+
+»En dan die fraaie vergulde leeuwen, zich aan beide zijden
+vastklampende," merkt Margot op. »Even rijk als de pooten, die in vier
+kolossale leeuwenklauwen eindigen. Wat zouden dat voor borduursels op de
+armkussens zijn?"
+
+»Dat zijn twee maarschalkstaven," verzekert Bernard. »'t Geheel is
+prachtig en rijk omzet met goud en franje."
+
+Al duurt de tijd tusschen halftien en één uur wat lang; onze jongelieden
+vervelen zich in 't geheel niet. Eerst beschouwen ze de verschillende
+tribunes en zitplaatsen; dan houden hen de prachtige galacostumes en de
+schitterende kleeding der dames genoegzaam bezig; zoodat het twaalf ure
+is, vóór ze 't weten. Maar al wordt hun geest ook ruimschoots door dat
+alles bezig gehouden; de jonge magen beginnen braaf te jeuken. Gelukkig
+is mama de Winter daarop bedacht geweest, en heeft ze ieder van hen,
+toen ze 't huis verlieten, twee krentebroodjes meegegeven, die dan ook
+nu met veel smaak verorberd worden en hen voor 't gevaar behoeden van
+flauw te vallen.
+
+En nu zullen we eens mededeelen, wat ze al verder bijwonen en 't geen
+hun opmerkzaamheid geheel en al inneemt.
+
+Eerst klinkt ons de militaire muziek in de ooren en trekken de
+schutters, die Z. M. eerewacht in de kerk zullen uitmaken, binnen,
+zich scharende van den ingang tot aan den troon. Kort daarop ('t slaat
+juist 12 ure) komen de leden van de beide Kamers der Staten-Generaal,
+vergezeld van hare griffiers, door de deur van ~den Dam~ de kerk binnen
+en nemen plaats op de voor hen bestemde zitplaatsen, vlak tegenover den
+troon. Daar behooren zij ook te zitten; want zij vertegenwoordigen het
+geheele Nederlandsche volk, hetwelk hen gekozen heeft, om zijn belangen
+voor te staan. Onder een doodelijke stilte, die thans in de kerk
+heerscht, opent de voorzitter der Eerste kamer, de graaf van Limburg
+Stirum, de vergadering met een korte toespraak, benoemt een commissie
+van negentien leden, onder welke ook Mr. Thorbecke, om Z. M. bij diens
+binnenkomen te ontvangen en bij het vertrekken uitgeleide te doen. Kort
+daarop komen door de Damdeur de ministers, de hoofden der ministerieele
+departementen en de leden van den Raad van State binnen; terwijl het
+corps diplomatique (de ambassadeurs der vreemde Mogendheden), door de
+deur onder 't orgel binnengekomen, ingelijks naar de voor hen bestemde
+zetels worden geleid. Na hen, de ministers van Staat, de kanselier en de
+grootkruisen der ordes, de leden van den Hoogen Raad der Nederlanden,
+het hoog militair gerechtshof, de gouverneurs der provinciën, de
+algemeene Rekenkamer, de Hooge Raad van Adel, Raden en Generaalmeesters
+der Munt en andere collegiën en staatsambtenaren.
+
+Ik zal u niet vermoeien met u al de andere collegies te wijzen, welke
+hier vertegenwoordigd zijn, en waaronder we de Kamer van Koophandel,
+de Handelmaatschappij, het stedelijk bestuur van ~Amsterdam~, ook
+kerkbestuur en collegiën van diakens en collectanten vinden. Onze
+aandacht wordt ('t is kwart voor éénen) afgeleid door 't liefelijk
+orgelspel en de oplettende blikken, welke alle zich naar de deur onder
+'t orgel richten.
+
+Daar komt een fiere vrouwelijke gestalte binnen, gekleed in wit satijn
+en hermelijn, het hoofd versierd met een diadeem van schitterende
+briljanten, de lange sleep van haar kleed door twee pages gedragen.
+Aan elke hand houdt ze een harer zoontjes, prins Willem, nu prins van
+Oranje, en prins Maurits. Haar volgen twee prinsessen: prinses Frederik
+met haar dochter Louise, ook schitterend gekleed, wier slepen insgelijks
+door pages worden opgehouden. Onder 't spelen van 't orgel bezetten zij
+de voor haar bestemde loge, van buiten purper fluweel met gouden bloemen
+doorwerkt. In het midden zit de koningin, naast haar aan de rechterzijde
+de beide jonge prinsen, van welke de oudste den leeftijd van negen jaren
+nog niet bereikt heeft. Aan de linkerzijde van Hare Majesteit, prinses
+Frederik en achter deze, prinses Louise, schitterende door jeugd en door
+haar bevallig toilet. De edeldames van het Huis der beide vorstinnen
+zitten naar rang; de pages hebben zich op een kleinen afstand ter
+linkerzijde van de loge geplaatst.
+
+Thans wacht alles op den held van het feest--op den koning. Reeds heeft
+zich de commissie der Staten-Generaal buiten de kerk begeven, om Z. M.
+te ontvangen. Daar slaat het één uur, het geschut dondert, de klokken
+beginnen te spelen, 't gejuich van 't volk klinkt tot ons door in de
+kerk, het orgel begint weder zijn tonen te doen hooren. Nog weinige
+oogenblikken, en daar komt de stoet binnen.
+
+Eerst komen twee wapenkoningen, vergezeld van vier herauten, met hun
+rokken waarop van voren en van achteren de wapens van ~Nederland~,
+~Luxemburg~, ~Limburg~ en ~Oranje~ zijn geschilderd, dan de
+kamerheer-ceremoniemeester, zes kamerheeren, twee aan twee, de
+grootofficieren van het Huis des konings. Daarop het ontbloote
+rijkszwaard, gedragen door den generaal graaf de Perponcher, begeleid
+door twee ordonnans-officieren des konings, vervolgens de standaard van
+'t koninkrijk, gedragen door den vice-admiraal Lucas, ook door twee
+ordonnans-officieren vergezeld; gevolgd door de vaandels van het achtste
+regiment infanterie, de dienstdoende schutterij te ~Amsterdam~, en 't
+regiment grenadiers en jagers, alsmede de standaard van het regiment
+dragonders.
+
+En nu komt de man, die 't middelpunt van al die statie is, de spil om
+wien alles zich beweegt: Zijne Majesteit koning Willem de derde. Een
+schetterend trompetgeschal heeft het intreden van den koning in de kerk
+aangekondigd; de commissie uit de Staten-Generaal heeft hem aan de deur
+van 't gebouw ontvangen. Allen zijn van hun plaatsen opgerezen.
+
+Welk een vorstelijke gestalte, die koning Willem de derde, zooals hij
+daar gaat, gekleed in de uniform der marine, waarover een purperen
+mantel, bezaaid met kleine gouden leeuwen, gevoerd met hermelijn en
+voorzien van een palatine van 't zelfde bont. De prachtdegen, dien hij
+draagt, is hem dezen morgen door H. M. de koningin ten geschenke
+gegeven.
+
+Achter hem gaan prins Frederik en prins Hendrik; dan volgen: het
+militaire huis des konings, de adjudanten van Hunne koninklijke
+Hoogheden, de vlagofficieren, generaals en eindelijk zes kamerheeren,
+allen drie aan drie. Het orgelspel blijft voortduren, tot de koning
+gezeten is en allen zich om den troon geschaard hebben. De koninklijke
+kroon, de schepter, de rijksappel en de grondwet liggen op rood
+fluweelen kussens op de credens-tafel in de nabijheid van den troon.
+
+Het orgelspel houdt op; daar spreekt de koning tot de Staten-Generaal,
+als de vertegenwoordigers van 't Nederlandsche volk:
+
+ »Mijne Heeren! Leden der Staten-Generaal!
+
+»Door Mijne geboorte en de Grondwet, na het afsterven van Mijnen
+onvergetelijken Vader, tot den koninklijken troon der Nederlanden
+geroepen, heb Ik onmiddellijk de Regeering aanvaard en dit plechtig aan
+al Mijne beminde onderdanen bekend gemaakt.
+
+»Thans is het oogenblik daar, dat Ik, vóór het oog van den Almachtigen,
+die het lot van koningen en Volken in handen heeft, Mij onder inroeping
+van Zijnen Heiligen Naam, aan mijn edel, trouw en ordelievend Volk zal
+verbinden.
+
+»Hoog is de betrekking, waarin Ik geplaatst ben; zwaar zijn de plichten,
+die op Mij rusten. Ook den koningen kleven menschelijke zwakheden aan,
+en daarom behoeven zij instellingen en zelfstandige voorlichting; opdat
+de kroon een brandpunt blijve, dat weldadigen gloed verspreidt.
+
+»Dit Volk, dat een der eerste is geweest, om uit de duisternis, het
+geweld en de verdrukking der middeleeuwen orde en vrijheid en waarborgen
+voor het behoud van beide te voorschijn te roepen, heeft ook thans
+weder, naar de behoefte des tijds, zijne instellingen herzien en
+bevestigd. Koning en Volk, Oranje en Nederland hebben met kalmte dit
+gewichtig werk volbracht, en de onberekenbare voorrechten van rust en
+vrede zijn het deel van den dierbaren Nederlandschen grond gebleven.
+
+»Indien wij het oog slaan op de beroeringen, die een groot deel van
+~Europa~ teisteren, op de vernietiging der bronnen van bestaan en
+welvaart, die zulke treffende lessen geven, laat ons dan God dankbaar
+zijn, die het dierbaar Vaderland heeft behoed, en sluiten wij ons nauwer
+en nauwer aaneen, opdat wij Zijn zegen mogen waardig blijven.
+
+»Laten wij ons dagelijks afvragen, of wij onze plichten als
+Nederlanders jegens het Vaderland, Ik als Koning, gij mijne Heeren! als
+Vertegenwoordigers des Volks, allen hebben vervuld, en die Rechter, die
+in ons binnenste is, dien niemand verloochenen kan, zal ons den weg
+wijzen tot handhaving der eer, tot bevordering van het heil des Lands.
+
+»Onze rustige houding in deze bewogene tijden heeft ons niet slechts
+behoed voor groote rampen; zij heeft ook het aanzien des Rijks
+vermeerderd; want zij heeft de bewondering van alle beschaafde volken
+tot zich getrokken.
+
+»Ik verbind mij aan een Volk, grooter in deugden dan in het bezit van
+een uitgestrekt grondgebied; krachtiger door eensgezindheid dan door
+zielental. Het is een grootsche roeping, koning van zulk een volk te
+zijn."
+
+Hierop staat de koning op en legt blootshoofds en met luide duidelijke
+stem den eed af:
+
+»Ik zweer aan het Nederlandsche Volk, dat ik de Grondwet van het Rijk
+steeds zal onderhouden en handhaven.
+
+»Ik zweer, dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks
+met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene
+en bijzondere vrijheid en de rechten mijner onderdanen zal beschermen
+en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere
+welvaart alle middelen zal aanwenden, welke de wetten te mijner
+beschikking stellen, zooals een goed koning schuldig is te doen. Zoo
+waarlijk helpe mij God almachtig!"
+
+Na 't uitspreken van dien plechtigen eed, zet de koning zich weder op
+zijn zetel en nadert de Voorzitter van de Eerste Kamer, als president
+van beide Kamers, den troon; zeggende:
+
+»Wij ontvangen en huldigen, in naam van het Nederlandsche volk
+en krachtens de Grondwet, U als koning; wij zweren, dat wij uwe
+onschendbaarheid en de rechten Uwer kroon zullen handhaven; wij zweren
+alles te zullen doen, wat goede en getrouwe Staten-Generaal schuldig
+zijn te doen.
+
+»Zoo waarlijk helpe ons God Almachtig!"
+
+Nadat deze plechtige verklaring door den voorzitter der Tweede Kamer en
+door de leden van beide Kamers hoofd voor hoofd beëedigd is geworden,
+zwaait een der wapenkoningen zijn schepter, en roept met luider stem,
+zoodat het door 't geheele gebouw klinkt:
+
+»Zijne Majesteit, koning Willem de derde is ingehuldigd! Leve de koning!
+Leve de koning! Leve de koning!"
+
+»Leve de koning! Leve de koningin!" roepen we met de vierduizend
+menschen, die zich in de kerk bevinden. Daar blazen de trompetters 't
+geliefd Wilhelmus, het orgelspel doet vaderlandsche liederen hooren,
+de beide wapenkoningen begeven zich buiten de kerk, om strooipenningen
+onder 't volk te werpen, de vier herauten springen te paard en gaan,
+ieder vergezeld van een commando cavalerie, naar verschillende plaatsen
+der stad, om ook daar die penningen onder de menigte uit te strooien.
+
+Het duurde een heelen tijd, eer onze jongelieden de kerk uit waren. Toch
+hoorden ze nog de klokken spelen en de saluutschoten lossen.
+
+»En nu moeten we zien, dat we een strooipenning machtig worden!" zeide
+Gustaaf.
+
+»Dat zal zoo gemakkelijk niet gaan, Gustaaf," zeide Margot. »'t Zal nog
+al een erg gedrang zijn."
+
+»Ja, die eksteroogen heeft of bang is voor zijn glimmende laarzen,
+behoeft zich niet bij de herauten te wagen," hernam Gustaaf. »U en
+Florence is 't niet geraden, zich in 't gedrang te begeven, evenmin als
+Bernard, die aan geen ~Amsterdamsche~ standjes gewoon is. Laat ons dus
+maar eens opwandelen en de aanstalten voor de illuminatie van dezen
+avond zien. Komen we dan toevallig op een plaats, waar een heraut
+penningen uitstrooit, dan zal ik mij wel alleen in 't gedrang begeven.
+Intusschen past Bernard op de beide dames."
+
+»Of wij op hem," zeide Margot lachend. »Zoo'n buitenman heeft in de
+drukte meer oppassing noodig dan wij."
+
+Inderdaad was Gustaaf zoo gelukkig, door 't ophouden van zijn hoed zes
+bronzen strooipenningen machtig te worden. Nu had ieder er een; de beide
+andere bestemde hij voor mama en oom Henri.
+
+De strooipenningen (er waren ook zilveren onder) waren iets grooter dan
+een halve cent. Aan de eene zijde was een geopende grondwet, waarop
+stond: _Grondwet, art. 50, 51_ en _52_. Zij lag in een eikenkroon en
+rustte op een kruis, gevormd door het rijkszwaard en den schepter,
+waarboven een koninklijke kroon. Op de andere zijde stond: _Willem III,
+Koning der Nederlanden, ingehuldigd XII Mei MDCCCXLIX._
+
+ * * * * *
+
+»Nu, oom, gij hebt ons een heerlijke plaats bezorgd!" riep Margot
+kapitein de Bosson te gemoet, toen hij kort na hen bij zijn zuster
+thuiskwam, om te dineeren.
+
+»Zoo, Margot, dat doet me genoegen," antwoordde oom Henri. »Je hebt dus
+alles goed kunnen zien en hooren?"
+
+»O, perfect," antwoordde Margot. »'t Was geducht vol; maar daar we
+vooraan zaten, kon ons niets ontgaan. Tante en mama zijn zoo gelukkig
+niet geweest; want daar de tribune, waarvoor haar kaarten waren
+afgegeven, vol was, hebben ze zich met een plaats achteraf moeten
+vergenoegen."
+
+»Dat is jammer," antwoordde de kapitein. »Doch ze hebben in 't lot van
+zoovelen gedeeld. Er zijn meer heeren en dames geweest, die niet op hun
+plaatsen hebben kunnen komen. Trouwens, bij zulke gelegenheden heerscht
+er wel eens meer wanorde. Intusschen doet het mij genoegen, dat gij
+allen hebt kunnen zien. Voor jongelieden is zoo'n plechtigheid een
+herinnering voor 't gansche leven."
+
+»En we hebben zes strooipenningen machtig kunnen worden, oom," zeide
+Gustaaf. »'t Heeft mij wel een paar platgetrapte teenen gekost; dat is
+echter minder. Mag ik u er een offreeren?"
+
+»Heel gaarne. Dank u, Gustaaf," antwoordde de kapitein; terwijl hij den
+penning aannam. »'t Is jammer, dat ge er geen zilveren hebt kunnen
+opvangen."
+
+»Nu oom! Een zilveren!" riep Gustaaf lachend uit; »ik mag inderdaad van
+geluk spreken, dat ik een bronzen heb. Ik hield mijn hoed op, en moest
+mij nog geducht weren ook: want tien handen tegelijk wilden mij den buit
+ontrukken. Als er hier zoo iets te doen is zijn de Amsterdammers
+hachjes."
+
+»Ja, dat zijn ze. Dat heb ik ondervonden," zeide de kapitein.
+
+Op dit oogenblik kwam mevrouw de Winter binnen en noodigde de familie
+aan tafel.
+
+Onder den maaltijd werd er druk gesproken over 't geen men gezien had,
+ook over de plannen om dien avond de illuminatie te gaan zien. Tante
+de Bosson was over de slechte plaats welke zij dien morgen in de kerk
+gehad had, geheel en al uit haar humeur en had geen lust om naar de
+illuminatie te gaan kijken. Er werd dus bepaald, dat de kapitein, die
+dezen avond vrij had, met mevrouw de Winter, Bernard met Margot en
+Gustaaf met Florence te zamen zouden gaan, om de voornaamste punten
+te zien. Van een open rijtuig, 't geen de kapitein voorstelde, wilde
+mevrouw de Winter niet hooren. Ze was in zulk een drukte veel te bang om
+te rijden, daarenboven ging zij liever te voet; omdat men dan meer kon
+zien. En zoo werd het plan tot een wandeling door de verlichte stad
+goedgekeurd.
+
+'t Was een schitterende illuminatie op dien Zaterdagavond in de
+hoofdstad des Rijks. Zoowel van stadswege als van de zijde der burgers
+was alles aangewend, om die prachtig te doen zijn. Waar men ging,
+overal bevond men zich in een zee van licht, dat met het groen
+en de draperieën der gevels, alsook met de tallooze vlaggen een
+allerfeestelijkst tooneel opleverde. Duizenden bij duizenden, inwoners
+zoowel als vreemdelingen, waren er op de been, een echt nationale
+vreugde heerschte onder die allen. Vaderlandsche liederen werden er
+gezongen, ~Oranje~ en ~Nederland~ was de leus. 't Was merkwaardig te
+zien, hoe, terwijl nog zoo kort geleden in andere landen de vlammen des
+oproers in de hoofdsteden van Europa gloorden, hier op den ~Kadijk~
+en ~'t Kattenburg~ vreugdevuren werden gebrand ter eere van Neerlands
+geliefden koning, hoe, terwijl elders oproerige liederen werden
+aangeheven, hier 't Wilhelmus, 't Wien Neerlandsch bloed, en andere
+vaderlandsche gezangen uit volle longen schalden, en hoe, terwijl ginds
+de kreet: »Weg met den koning!" weerklonk, geen andere toon werd gehoord
+dan »Oranje boven! Leve koning Willem III!"
+
+En toch wist niemand nog, wat Willem de derde voor een koning wezen zou;
+niemand kon voorspellen, of zijn regeering tot zegen of tot straf, tot
+heil of tot onheil van 't land zou zijn. Maar Willem de derde was een
+vorst uit het geliefde stamhuis, welks zonen goed en bloed voor 't lieve
+Vaderland hadden opgeofferd, een stamhuis, sedert bijna drie eeuwen
+aan ons door de onverbreekbaarste banden verknocht, en daarom juichte
+~Amsterdam~, en met ~Amsterdam~ geheel Nederland, dat het stamhuis van
+Oranje-Nassau niet was uitgestorven, maar 't een vorst bezat, om zijn
+kroon te dragen, den schepter over zijn volk te voeren.
+
+»O, hemel! ma! Bernard is van mij afgeraakt!" riep Margot doodelijk
+verschrikt uit, toen men op de Muntsluis in een vreeselijk gedrang was
+geweest. Kapitein de Bosson, die met zijn zuster vooruitging, was 't
+eerst uit het gedrang en stond nu op een stoep op 't Schapenplein de
+andere op te wachten; weldra voegden zich Gustaaf met Florence bij
+hen--het duurde echter eenige minuten, eer ze iets van Margot vernamen,
+die met Bernard de achterhoede had uitgemaakt. Daar kwam ze geheel
+ontdaan zich aan de menigte ontworstelen, keek angstig rond, en werd
+haar gezelschap spoedig op den stoep gewaar. Radeloos was ze op hen
+aangesneld, en uitte den kreet, dien we haar hoorden slaken.
+
+»Bernard van u afgeraakt. Goede Hemel!" riep mevrouw de Winter uit. »En
+hoe is dat gekomen, Margot?"
+
+»Door 't vreeselijke gedrang, ma!" antwoordde Margot. »We konden
+elkander niet meer vasthouden. Ik dacht niet anders of we raakten onder
+den voet. Ik gilde 't uit van angst. Toen ik weer adem kon halen, miste
+ik Bernard."
+
+»Als hij maar niet gevallen is!" riep Florence uit.
+
+»We willen hopen van neen," merkte de kapitein aan. »Blijft mij hier
+even wachten, dan zal ik de ~Muntsluis~ opgaan, en zien of ik hem daar
+of op de ~Reguliersbreestraat~ vind. De knaap is hier vreemd, en zal
+waarschijnlijk, door 't gedrang meegesleept, op een plaats blijven
+wachten, waar hij vrij staat."
+
+»Doe zoo, Henri," zeide mevrouw de Winter.
+
+En de kapitein ging de ~Muntsluis~ weer op. Na geruimen tijd gewacht te
+hebben, zag men hem terugkomen maar zonder Bernard.
+
+»Ik heb overal rondgekeken, maar hem niet kunnen vinden," zeide hij.
+
+»Als hij maar niet onder den voet geraakt is," zeide mevrouw de Winter.
+
+»Daarover behoeft ge u niet ongerust te maken. Als dat gebeurt, gaat het
+zoo stil niet in zijn werk, en zou ik er dus dadelijk iets van vernomen
+hebben. Zeer waarschijnlijk is hij, in de meening van u en Margot te
+volgen een verkeerden kant opgegaan."
+
+»We moesten maar naar huis gaan," zeide mevrouw de Winter. »Ik heb nu
+toch geen lust meer om te kijken. Dat ook zoo iets moest gebeuren!"
+
+»Hoor eens, zusje," zei de kapitein. »Naar huis gaan, zou de grootste
+dwaasheid zijn, die er bestaat, Bernard is geen klein kind en zal dus
+zijn weg wel vinden. Hij weet zeer goed, dat gij vooreerst nog niet
+thuiskomt, en zal dus, als ik hem wel ken, de zaak nemen zooals zij is
+en wat op eigen gelegenheid rondloopen eer hij de weg naar huis vraagt.
+Uw kinderen en Florence zullen nog graag wat van de illuminatie zien. Er
+is altijd nog mogelijkheid, dat we den jongen hier of daar bij 't een of
+andere groote stuk ontmoeten. Doch dan moeten we de Muntsluis weer over.
+Margot kom jij aan mijn linkerarm."
+
+Mevrouw de Winter begreep, dat de raad haars broeders de beste was. Men
+drong dus de ~Muntsluis~ weer over en ging de ~Reguliersbreestraat~ op.
+Doch hoe zou men in zulk een volte Bernard vinden? Dat was wel niet zeer
+waarschijnlijk. Het ongeval had allen van het pleizier van den avond
+beroofd; want, al was men nu niet bang, dat Bernard juist een ongeluk
+zou krijgen; 't was toch onaangenaam, dat hij van hen was afgeraakt en
+men was er verzekerd van, dat hij die onbekend was in ~Amsterdam~, zeker
+de tiende part niet zien zou. Vooral mevrouw de Winter was geheel en al
+neergeslagen.
+
+»Hoor eens, Henri," zei ze eenigen tijd daarna tot haar broeder. »Mijn
+genoegen is geheel en al over. Brengt mij met u vieren naar huis, en ga
+gij dan nog eens met de kinderen kijken."
+
+»Zooals ge wilt," antwoordde de kapitein. »Maar wat is 't, Margot? Waar
+moet je heen?"
+
+Het meisje had zich eensklaps van hem losgerukt, een oogenblik daarna
+kwam ze zegepralend met haar gebochelden cavelier terug. Terwijl ze
+stilstonden, had haar scherp oog bemerkt, hoe de knaap blijkbaar
+zoekende onder de menigte voortsukkelde. Ze had zich eensklaps van haar
+oom losgemaakt en was den zoekende achternagesneld, dien ze luid
+jubelend terugbracht.
+
+»Hier heb ik den deserteur, kapitein," zei ze tegen haar oom. »Wat
+vonnis velt de krijgsraad over hem?"
+
+»Dat hij u vast moet houden in plaats van jij hem; verder is hij
+veroordeeld, om voortaan 't centrum uit te maken, opdat hij ons niet ten
+tweeden malen ontloope."
+
+Mevrouw de Winter was nu ten volle gerustgesteld, en stemde er in toe,
+om nog verder te zien. Men begaf zich echter eerst naar Hartman, om wat
+ijs te gebruiken en een weinig uit te rusten. Daar er verder dien avond
+niets bijzonders gebeurde, en het geval met Bernard, nu 't zoo goed
+afgeloopen was, meer stof tot pret gaf, dan 't vroeger de vreugde
+verstoord had, melden we alleen, dat de familie vrij laat en braaf
+vermoeid thuiskwam; doch uiterst tevreden over de wandeling was.
+
+Den volgenden dag werden er in de kerken der onderscheidene
+godsdienstige gezindheden dankzeggingen en gebeden ter gelegenheid
+van de plechtigheid van den vorigen dag opgezonden. De koning,
+de koningin en de geheele koninklijke familie woonden de
+voormiddaggodsdienstoefening bij in de Westerkerk, onder 't gehoor
+van Ds. Wildschut. En 't was met dien bedestond, dat het werk der
+inhuldiging, met den plechtigen intocht in de hoofdstad aangevangen,
+voleindigd was. Ook wij eindigen hiermede dit hoofdstuk en rekenen ons
+gelukkig, dat we, na vijfentwintig jaren, die plechtige gebeurtenis voor
+'t nu levende aankomende geslacht hebben mogen beschrijven.
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+Een zilveren bruiloft in de Bommelerwaard.
+
+
+We treden elf jaren later, op den vroegen morgen van den elfden Mei
+1860, een der grootste boerderijen van het eiland tusschen ~Maas~ en
+~Waal~, den ~Bommelerwaard~, binnen. De boerderij behoort tot het dorp
+~Brakel~, en ligt dicht bij den dijk, tusschen dat dorp en 't meer
+oostwaarts gelegen ~Zuilichem~; men kan het aan alles bemerken, dat de
+boer rijk is. Daarenboven zullen we, wanneer we haar binnentreden,
+terstond bespeuren, dat, hoewel al wat tot het boerenbedrijf behoort
+hier in de uiterste orde is en door zijn keurigheid den rijkdom des
+eigenaars vertoont; we in de huis- en andere vertrekken een smaak en een
+geest vinden, die er van getuigen, dat de eigenaar der boerderij en zijn
+vrouw in hun jeugd een steedsche opvoeding genoten hebben. Immers, we
+vinden er niet die bonte, schreeuwende kleuren, die misplaatsing van
+somtijds prachtige meubelen, die overlading van ornementen, zooals
+men ze in andere boerenhuizingen aantreft; maar iets steedsch, iets
+comfortabels, ja, men zou zich bijna verbeelden, in de stad verplaatst
+te zijn, wanneer de blik naar buiten ons niet herinnerde, dat we ons op
+het land bevinden. Een en ander zal u niet verwonderen, als ik u zeg,
+dat deze woning het eigendom is van Ernst Veldhuis, wiens vrouw de eigen
+zuster is van mevrouw de Winter. Hij is zoo wat een heereboer en beiden
+zijn in een stad grootgebracht. Ernst had in zijn jeugd zin om boer
+te worden, en is door zijn vader op de landbouwkundige school te
+~Groningen~ gedaan, waar hij zich voor zijn vak gevormd heeft. Toen, nu
+ruim vijfentwintig jaren geleden, deze boerderij te koop kwam, heeft hij
+haar gekocht. Ze zag er destijds echter heel anders uit dan nu. Naast
+het oude, sombere huis heeft hij in later jaren dit laten bouwen en 't
+andere laten afbreken. En zoo vinden we hier een tweeslachtig gebouw:
+van voren heerenhuis, van achteren boerderij, met al de zaken welke
+daartoe noodig zijn.
+
+We weten er nu genoeg van, om het huis zelf binnen te treden en begeven
+ons naar de zoogenaamde pronkkamer, een ruim hoog vertrek met modernen
+schoorsteenmantels en glazen deuren, die met spanjoletten gesloten
+worden en toegang schenken tot een vriendelijk aangelegden bloemtuin.
+Een man van zesentwintig jaren, eenigszins contrefait, staat op een
+trapladder, en is bezig, hier en daar uiterst fijne duimpjes in de
+balkstukken te slaan, waaraan hij slingers van groen met bloemen
+doorstoken vasthecht. Een jeugdige vrouw, ruim een jaar jonger dan hij,
+met den blos der gezondheid op de frissche wangen en den schalkschen
+lach van 't geluk op 't gelaat, helpt hem. Twee andere meisjes van
+eenentwintig en twintig jaren, kennelijk zusters, zoo sprekend gelijken
+zij op elkander, zijn bezig den spiegel te versieren, terwijl een
+jongman van tweeëntwintig jaren, wiens kleeding tusschen die van een
+boer en een stedeling is, bloemen steekt in de slingers, welke op de net
+geschuurde gele steentjes voor de kamer liggen.
+
+Wie die personen zijn! Slechts twee kennen wij er van. Hij, die op den
+trapladder staat, is onze oude kennis, Bernard Veldhuis, sedert een jaar
+predikant op een klein dorp in Gelderland; die hem helpt, is zijn vrouw,
+Margot de Winter, met wie hij, toen hij zijn dorp betrok, gehuwd is;
+dezelfde, die hem terugvond, toen hij bij de illuminatie was weggeraakt.
+Bernard is geworden, wat hij reeds in zijn jeugd deed verwachten, een
+zeer knap degelijk mensch, en men houdt het er voor, dat hij, wanneer
+hij slechts lang genoeg op zijn dorpje gestaan heeft, wel spoedig een
+ander beroep zal krijgen. De twee, die den spiegel versieren, zijn
+Bernards zusters Truda en Netje. Beide meisjes hebben, even als haar
+broeders, in ~Bommel~ school gegaan en zijn daarna nog twee jaren op
+een goede kostschool geweest. Hij, die zich met het versieren der
+slingers bezighoudt, is Frits Veldhuis, die eens zijn vader in de
+boerderij zal opvolgen en er nu reeds deel in heeft. Zijn vrouw, want
+hij is reeds meer dan anderhalf jaar gehuwd, zit in een andere kamer,
+waar ze haar kleinen Ernst aankleedt. Straks, als het kind gereed is,
+zal ze 't aan de meid overgeven, en wel hier komen, om te zien, of ze
+een handje helpen kan. De reden waarom alles zoo versierd wordt, is, dat
+op morgen 12 Mei vader en moeder hun zilveren bruiloft vieren.
+
+»Hoor eens, Bernard," zegt Frits. »Ik heb geen bloemen meer, en Net en
+Truda hebben den tuin zoo geplunderd, dat er geen enkele meer te vinden
+is."
+
+»Wacht dan maar wat," antwoordt Margot. »Jans heeft me beloofd, ons nog
+wat bloemen te bezorgen."
+
+Jans? vraagt ge. Zou dat de vroegere dienstmaagd van mevrouw de Winter
+zijn? Ja, dat is ze. In den zomer van 't zelfde jaar, toen we haar voor
+'t eerst ontmoetten, kreeg zij verlof, om haar ouders te gaan bezoeken,
+en daar een dag of wat te logeeren, en toen ze terugkwam, had ze tegen
+haar meesteres gezegd: »Hoor eens, mevrouw, u moet het mij niet kwalijk
+nemen, maar ik heb thuis een vrijer opgedaan."--»Zoo, Jans," had mevrouw
+geantwoord, »en wat is dat voor een soort van vrijer?"--»Welnou," had
+Jans geantwoord, »een boerenknecht, mevrouw, die bij uw broer Veldhuis
+werkt, een knappe, brave borst. En als mevrouw 't nu goedvindt, dan
+hadden we afgesproken, om 't volgende voorjaar te trouwen!"--»Nu, Jans,
+ik heb daar niets tegen, ofschoon 't me zal spijten, als ik je zal
+missen. Maar eerst zal ik eens aan mijn broer schrijven, om te weten,
+wat voor een knaap uw aanstaande is: want ik zou niet graag hebben, dat
+je in je ongeluk liept."--»O, dat kan mevrouw gerust doen; zijn naam is
+Klaas Veen."--En mevrouw de Winter had onderzoek gedaan, en Jans was in
+'t voorjaar van 1850 vrouw Veen geworden en ze woonde nu met haar man en
+vier kinderen in een aardig huisje op eenigen afstand van de woning van
+baas Veldhuis, bij wien Klaas echter nog in 't werk was; want van knecht
+was hij arbeider geworden, en ik moet u zeggen, dat hij een oppassend
+man was, en hij en zijn vrouw bij de familie van zijn baas zeer gezien
+waren. Om u nu verder op de hoogte te brengen van 't geen er in de tien
+jaren met onze oude kennissen gebeurd was, moet ik u meedeelen, dat de
+oude tante de Bosson sedert drie jaren dood was, dat Gustaaf makelaar
+in effekten en met zijn nicht Florence gehuwd was, en dat mevrouw
+de Winter nog altijd haar huisje op de Heeregracht bewoonde, doch
+om de gezelligheid een juffrouw van gezelschap had genomen, een
+officiersdochter en een zeer beschaafd meisje, Emma Kellner, die zich
+bij de geheele familie zeer bemind had weten te maken. Kapitein de
+Bosson was sedert twee jaren gepensionneerd: zijn oudste zoon August was
+op de militaire academie te ~Breda~, zijn jongste, Emile, was bij hem
+aan huis, en (want hij woonde tegenwoordig in Amsterdam) bij Gustaaf
+op 't kantoor. Ge bemerkt wel, dat we er eenige nieuwe kennissen bij
+gemaakt hebben. En zoo zijn we nu na tien jaren geheel en al op de
+hoogte van de familie, van welke we er in onze vorige hoofdstukken
+eenige leerden kennen.
+
+»Hoe laat komt tante, Margot?" vroeg Truda aan haar nicht en
+schoonzuster.
+
+»Dat weet ik niet," antwoordde Margot. »Mama heeft mij geschreven, dat
+ze met de Rijnspoor uit ~Amsterdam~ zou vertrekken en dan naar ~Gorkum~,
+waar ze wel gelegenheid zou vinden om hier te komen."
+
+»Een lastige reis," zeide Ernst. »Waarom is ze niet over ~Rotterdam~
+gegaan; dan was ze met de Nijmeegsche boot hier vlak voor den dijk
+aangeland."
+
+»Nu, die reis zou nog vrij wat lastiger zijn geweest," oordeelde Margot.
+»Dan had ze den nacht in ~Rotterdam~ moeten overblijven."
+
+»En een grooten omweg moeten maken ook," voegde Bernard er bij. »Zooals
+ze nu de reis doet, is die veel beter. 't Zal echter zoo lang niet meer
+duren, of de reis herwaarts en door 't geheele land wordt vrij wat
+gemakkelijker!"
+
+»Hoe meen je dat, Bernard?" vroeg Netje.
+
+»Wel, nu de wet op de staatsspoorwegen is aangenomen. Weet je wel, dat
+we dan door den tijd een brug over de Waal krijgen?"
+
+»Die spoorwegen zullen duiten genoeg kosten," zeide Ernst. »Eenige
+millioenen, naar ik hoor."
+
+»En toch zullen ze een zegen voor handel, nijverheid en akkerbouw zijn,"
+hernam Bernard. »'t Is nu elf jaren geleden, sedert we koning Willem den
+derden te ~Amsterdam~ zagen huldigen, Margot. En in dien tijd is er al
+wat gebeurd. Daar heb je vooreerst in 't jaar '52 het voltooien van de
+droogmaking der ~Haarlemmermeer~. Dat land heeft wat geld aan 't Rijk
+opgebracht."
+
+»Maar ook geld genoeg gekost," hernam Ernst. »Sakkerloot! daar zijn wat
+duiten mee heengegaan."
+
+»Vergeet echter niet, dat die droogmaking driedubbele voordeelen
+oplevert Ernst," hernam Bernard. »Vooreerst is daardoor 't nationale
+kapitaal aanzienlijk vermeerderd, ten tweede is er een groot terrein
+voor akkerbouw en veeteelt aangewonnen, en ten derde brengen dat land en
+de gebouwen die er op gezet zijn, jaarlijks vrij wat in de belastingen
+op."
+
+»Daar heb je gelijk in, Bernard," hernam Ernst. »En wat is er dan nu
+meer onder de regeering van koning Willem den derden gebeurd, dat je die
+zoo roemt?"
+
+»De wet op de rijkstelegrafen, zoo onmisbaar voor een goede
+correspondentie met het buitenland, vooral voor den handel van groot
+gewicht."
+
+»Wat hebben wij daaraan?" vroeg Truda.
+
+»Wat wij er aan hebben?" hervatte Bernard. »Nu eenmaal de wet er door
+is, wordt het telegraafnet langzamerhand meer en meer uitgebreid, en
+zullen we spoedig zien, dat men voor weinig geld naar alle oorden van
+ons land in onbegrijpelijk korten tijd allerlei soort van berichten kan
+zenden."
+
+»Maar 't kost allemaal zooveel geld," zeide Ernst. »En de belastingen
+zijn toch al zoo hoog. Waarom geen vermindering van lasten?"
+
+»En dat zegt een landbouwer, die zijn producten reeds zooveel duurder
+verkoopt dan vroeger! Laat het spoorwegnet maar eens klaar zijn, en de
+landbouwproducten zullen nog meer stijgen. Daarenboven, wat klaagt gij,
+landlieden, over de belastingen? Je moest eens in ~Amsterdam~ of andere
+groote steden wonen; dan zou je anders praten. Uw land, uw producten
+zijn ontzaglijk in waarde vermeerderd, en uw belastingen zijn
+genoegzaam 't zelfde gebleven."
+
+»Maar wij hebben ook onze polder- en andere lasten, Bernard; vergeet dat
+niet."
+
+»Dat is waar; doch...."
+
+»Kom, kom! Twist nu niet over die belastingen," zeide Margot. »Laat
+ieder gewillig dragen wat hij kan. Ik zeg maar, dat we een gezegende
+regeering onder onzen Willem den derden hebben, en geld moet er wezen,
+als er onder hem wat tot stand zal komen. Daar heb je nu onder ander die
+nieuwe schoolwet, voor een paar jaren ingevoerd. Wat kost tegenwoordig
+het onderwijs een boel geld meer als vroeger. Op ons dorp ten minste
+klagen ze er steen en been over. Doch _ik_ zeg: Als men 't onderwijs wil
+verbeteren, moeten de onderwijzers ook beter betaald worden, er moeten
+beter schoollokalen zijn; kortom, zachts dat we wat meer betalen voor
+een zaak, die een weldaad is voor de natie."
+
+»Hoor me zoo'n advocaat eens aan!" riep Bernard uit. »Dat zou goed voor
+de rechtbank kunnen pleiten. Inderdaad, verbetering van den toestand van
+'t lager onderwijs is een zegen voor Volk en Staat. En welk een
+vooruitgang in beschaving, dat alle openbare schavotstraffen[2] zijn
+afgeschaft...."
+
+[2] 29 Juli 1854. Veel later is de doodstraf afgeschaft, voor 't welker
+behoud nog velen waren.
+
+»Behalve de doodstraf," hernam Ernst. »Ik had dat overblijfsel uit de
+middeleeuwen nu meteen maar uit ons strafwetboek verwijderd."
+
+»Wacht maar, Ernst, dat zal later wel volgen," hernam Bernard, »evengoed
+als er spoedig kans is op uitdelging van schuld en vermindering van
+rentelast. En wat zeg je dan van de afschaffing der belasting op 't
+gemaal, Ernst?"
+
+»Voorzeker een zegenrijke wet; daar nu de arme man vrij wat goedkooper
+brood kan eten dan vroeger. Doch daar is Jans. Sakkerloot; ze brengt een
+heelen schoot bloemen mee. Zoo, vrouw Veen! Daar doe je goed aan."
+
+»Niet waar, baas?" antwoordde Jans, die vrij wat gezetter geworden was
+dan toen we haar voor 't eerst zagen. »Maar wat zie ik? Den dominé en
+zijn vrouw! Wel, juffrouw Margot! Hoe maak je 't en kun je al zoo wat
+aan 't stille buitenleven wennen?"
+
+»Dat gaat nog al, Jans," antwoordde Margot. »Trouwens, we hebben een
+lieve pastorie. Die moest je eens zien."
+
+»'t Is anders nog al een verschil: het drukke, levendige ~Amsterdam~ bij
+zoo'n stil eenzaam boerendorp," hernam Jans. »Niet, dat ik er wat tegen
+heb. Als 't aan mij staat, verkies ik een dorp boven zoo'n rumoerige
+stad. Maar, zie je, dat maakt verschil: ik ben buiten op 't land
+gewonnen en geboren, en de juffrouw is van kindsbeen in ~Amsterdam~
+grootgebracht."
+
+»En is dat nu uw oudste dochter, Jans?" vroeg Margot, op een achtjarig
+meisje wijzende, dat heel verlegen aan den ingang van het huishek was
+blijven staan.
+
+»Ja, juffrouw Margot, dat is Johanna, mijn oudste. Dan volgt Jaap, die
+wordt aanstaanden Allerheiligen zeven jaar; die gaan beiden al school."
+
+»En leeren ze goed, Jans?" vroeg Bernard.
+
+»Nu, dat zou ik meenen, dominé," antwoordde Jans. »De meester is wat
+tevreden. En weet u al, dominé, dat we hier een nieuwen meester gekregen
+hebben? Onze oude is gepensionneerd, en nu hebben we er een--kijk, zoo
+is er geen tweeden in den heelen ~Bommelerwaard~."
+
+»Jij bent ook wel de bevoegde persoon om dat te beoordeelen, Jans,"
+hernam Bernard lachende, en toch was 't roemen van die eenvoudige vrouw
+koren op zijn molen. »Maar laat ons nu eens kijken, wat je voor ons hebt
+meegebracht?"
+
+»Veel is 't niet, dominé," antwoordde Jans. »Maar 't spreekwoord zegt:
+die geeft van 't geen hij heeft, is waard dat hij leeft, en ik heb meer
+gedaan dan dat; ik heb alles gegeven, wat ik had en bij de buren de
+tuinen geplunderd op den koop toe.--Maar jongens! wat maakt u dat daar
+netjes," vervolgde zij, toen ze naar binnen keek. »En wat moet dat
+groote papier met die letters beteekenen?"
+
+»Dat zijn de eerste letters van de namen van 't zilveren bruidspaar,"
+antwoordde Margot, »en die cijfers zijn de jaartallen van hun groene en
+die van hun zilveren bruiloft."
+
+»Kijk, dat vind ik aardig," hernam vrouw Veen. »En mevrouw komt vandaag
+toch zeker ook?"
+
+»Niet alleen mama, maar ook neef Gustaaf en zijn vrouw en nog een van
+de neven," antwoordde Margot.
+
+»Nu dan mag ik toch nog wel eens aankomen, om mijn goede oude mevrouw te
+zien," zeide Jans. »'t Is al een tijd geleden dat ik haar niet ontmoet
+heb."
+
+»Welzeker Jans. Je bent ons allen welkom," antwoordde Margot. »Misschien
+wil mama zelf ons wel vergezellen, als we na den middag eens bij je
+aankomen."
+
+»Wel, dat zou heerlijk zijn!" zeide vrouw Veen. »Dan kan ze mijn vier
+kinderen eens zien, juffrouw Margot. En de dominé komt dan toch zeker
+ook mee, niet waar?"
+
+»Welzeker," zeide Bernard. »'t Is meteen een kleine wandeling."
+
+»Nu, dan ga ik gauw naar huis," zeide Jans. »Want als er zulke groote
+gasten komen, mag ik wel maken, dat de boel netjes aan kant is."
+
+»Daar zul je toch altijd wel voor zorgen," zei Margot. »Mama zegt ten
+minste dikwijls, dat ze nooit zoo'n heldere en zindelijke meid gehad
+heeft als jou."
+
+»Wel, dat doet me pleizier," antwoordde Jans. »En daarom moet alles krek
+in orde zijn, als mevrouw komt. Zie je, juffrouw Margot. Als men vier
+kinders heeft, dan kan alles niet zoo in de puntjes wezen. Dus tot dezen
+achtermiddag!"
+
+En zoo vertrok Jans.
+
+Dien namiddag kwam mevrouw de Winter met hare beide kinderen, Gustaaf en
+Florence, benevens haar broeder met zijn zoon August, den kadet op de
+academie te ~Breda~. Emile had thuis moeten blijven, om gedurende de
+afwezigheid van den patroon de zaken op het kantoor te besturen. Ons
+vijftal werd hartelijk verwelkomd, en ik behoef u niet te zeggen, dat
+het geheele huis op stelten stond bij zooveel logés. Mevrouw de Winter
+en haar broeder, de gepensionneerde kapitein, waren er niet jonger op
+geworden; toch hadden zij zich goed gehouden, en August was een knappe
+kerel en zou, vooral daar hij een helder hoofd en studielust bezat, eens
+een ferm officier worden.
+
+Den volgenden dag werd het aantal gasten nog vermeerderd; want behalve
+een paar vrienden met vrouwen, dochters en zoons uit ~Gorkum~ en
+~Bommel~, kwamen ook de broeder van Veldhuis, Frans genaamd, uit
+~Whamel~ (een dorp tegenover ~Tiel~) met vrouw, twee zoons en twee
+dochters, en dan nog een oude neef, die 't vorige jaar als Oost-Indisch
+invalide te ~Bronbeek~ geplaatst, en evenals kapitein de Bosson
+metalen-kruisridder was. Hij heette Jan van Dijk, had in den
+tiendaagschen veldtocht onder de compagnie van de Bosson, toen nog
+maar tweeden luitenant, gestaan en daarna jaren lang in de Oost-Indiën
+gediend. De ontmoeting tusschen hem en zijn vroegeren luitenant was heel
+hartelijk.
+
+»Zoo, oude jongen," zei kapitein de Bosson, toen de veteraan met de
+stoomboot was aangekomen en hij hem hartelijk de hand reikte. »Hoe maak
+je 't sinds 't jaar '56 toen we beiden in ~Amsterdam~ waren ter
+gelegenheid van de onthulling van 't monument op ~den Dam~[3]?"
+
+[3] Op Woensdag, 27 Augustus. De feestelijkheden, waarin vooral de
+metalen kruisridders de hoofdpersonen waren, duurden van 25 tot en met
+28 Augustus 1856.
+
+»O, kapitein," antwoordde de veteraan. »Ik ben zoo gezond als een visch,
+en heb, sedert onze goede koning Willem III ons 't Huis te ~Bronbeek~
+ter residentie gegeven heeft, een oud leventje."
+
+»Dat wil ik wel gelooven, van Dijk," antwoordde de kapitein. »Zoo'n
+troep mannen bij elkaar, die allen in de ~Oost~ geweest zijn, zullen
+elkander wat te vertellen hebben."
+
+»Ja, doch dat vertellen is gauw uit. Maar we hebben een prachtige
+bibliotheek, een biljard, allerlei spelen, en dan een mooien tuin om
+in te wandelen. Wat echter sommigen van ons niet bevalt (want er zijn
+altijd menschen die ontevreden zijn, al hebben ze 't nog zoo goed) is,
+dat we op onzen tijd thuis moeten wezen en aan militaire discipline
+onderworpen zijn."
+
+»Nu, dat zal jou toch niet hinderen," hernam kapitein de Bosson. »Ten
+minste, toen je nog in mijn compagnie stondt, was je altijd prompt op je
+tijd. Ik geloof niet, dat je daarvoor ooit straf gehad hebt."
+
+»Ja, maar zulk een goeden luitenant als u heb ik ook nooit weer
+gekregen. In de ~Oost~ had ik er een, dat was een ware Nero. Dien kerel
+kon je ook nooit iets naar zijn zin doen."
+
+»'t Is toch een nobele daad van onzen koning, om zijn buiten ~Bronbeek~
+aan die oude Oost-Indische militairen af te staan, papa," zeide
+Florence.
+
+»Dat is het. En eere zij dien goeden Vorst daarvoor," hernam kapitein de
+Bosson. »Als we van middag aan het diner zijn, van Dijk, dan zullen we
+eens een boordevol glas op hem leeg drinken."
+
+»Nu, dat hebben we voor vier jaren in ~Amsterdam~ ook gedaan, kapitein,"
+zeide van Dijk. »Dat waren prettige dagen, hé!"
+
+»Dat zou ik denken," hernam de kapitein. »'s Maandags[4], afgehaald
+van den trein en onder 't spelen van 't carillon door de met duizende
+vlaggen versierde straten gewandeld naar ~'t Park~, waar we feestelijk
+ontvangen werden. Toen om vier ure den maaltijd in de Nederlanden, waar
+wat toasten werden geslagen, 's avonds voorstelling van »Onthoud uw dag"
+in den grooten schouwburg."
+
+[4] 25 Augustus.
+
+»En wat daar een geestdrift was, kapitein!" zeide van Dijk. »En toen
+Dinsdag dien optocht naar de werf William op de ~Kadijk~, waar 't
+klipperschip, »Het Metalen kruis" te water werd gelaten."
+
+»En des avonds in 't Park dat groote landelijke feest," zei kapitein de
+Bosson. »Toen zijt gij nog mee geweest, zusje."
+
+»En ik ook, oom," zei Margot. »Dat was daar toen allergezelligst."
+
+»Ik wil 't wel gelooven," zeide van Dijk. »Mij was het te duur. Een
+gulden vijftig de persoon."
+
+»Ho, ho! voor kruisridders half geld, dus maar vijfenzeventig cents,"
+zei kapitein de Bosson.
+
+»Nu ja, kapitein," antwoordde van Dijk. »Maar voor een gepensioneerd
+Oost-Indisch onderofficier is vijfenzeventig cents al een heele schat,
+vooral wanneer de vertering er niet onder begrepen is. Dat grapje kostte
+ons toch al geld genoeg."
+
+»Dan zijt ge ook Woensdag niet aan 't feestmaal in 't Park geweest, van
+Dijk. Dat kostte tien gulden de persoon: maar 't was prachtig."
+
+»Ik zou mijn tien gulden zeker twintigmaal hebben omgekeerd, eer ik
+daartoe besloten had," zeide van Dijk. »'t Was anders een heerlijke
+dag, die Woensdag. Eerst de ontvangst van Z. M. den Koning en toen de
+onthulling van 't monument. En dan Donderdags die réunie in Artis. Doch
+dien dag ben ik vertrokken. Den wedstrijd met de buks in ~Frankendaal~
+heb ik niet bijgewoond."
+
+Zoo spraken de beide grijze mannen over hun herinneringen, en wij hebben
+daarbij gelegenheid gehad te vernemen, hoe koning Willem III zijn
+landgoed ~Bronbeek~ voor in den dienst grijs geworden krijgslieden had
+laten inrichten, een daad, die hem tot eer verstrekt en hem de
+zegenbeden van menigen hulpbehoevenden grijsaard heeft waardig gemaakt.
+
+Ons doel is niet, u een beschrijving te geven van de viering der
+zilveren bruiloft, noch met u de verrassing te beschrijven van het
+zilveren paar toen ze in de keurig versierde pronkkamer kwamen, waar hun
+bij de schoone cadeaux de hartelijkste zegenwenschen werden aangeboden;
+noch met u aan den feestdisch aan te zitten, waaraan de gulste vreugde
+heerschte; we willen liever Gustaaf en Bernard met hun vrouwen en August
+den volgenden dag op een toertje vergezellen, hetwelk zij door den
+~Bommelerwaard~ maakten, en dat bovenal voor Florence, Margot, Gustaaf
+en August merkwaardig was. Bernard kende 't land en had alleen 't
+genoegen der herinnering; Ernst mende de twee bruine blessen, die voor
+'t keurige eikenhouten speelwagentje gespannen waren.
+
+Eerst ging men naar ~Loevestein~, vermaard in onze geschiedenis door
+de inneming en verdediging van Herman de Ruyter, alsmede door de
+inkerkering van den geleerden Hugo de Groot. Dat fort, gebouwd op de
+plaats waar ~Maas~ en ~Waal~ zich vereenigen en te zamen den naam van
+~Merwede~ aannemen, bestaat uit een onregelmatigen vijfhoek, die bij
+hoogen waterstand geheel en al door water omringd is. De binnenruimte
+wordt ingenomen door het kasteel, eenige rijksgebouwen en drie
+particuliere huizen.
+
+»Wanneer is dit fort toch gesticht?" vroeg Margot haren man.
+
+»Men weet het niet," antwoordde Bernard. »Alleen gist men op goede
+gronden, dat het in 't laatst der negende eeuw door de Noormannen
+gebouwd is. In 1397 werd het door Willem, den zoon van Albrecht van
+Beieren, ingenomen; doch eerst later is 't vermaard geworden."
+
+»Juist--door de inneming van den dapperen Herman de Ruyter, die 't in
+1570 met een gering aantal manschappen verdedigde," zeide Margot.
+
+»Toen het door driehonderd Spanjaards belegerd werd," zeide Florence,
+»en de dappere Bosschenaar daar hij het tegen de overmacht niet kon
+volhouden, het in de lucht deed springen!"[5]
+
+[5] 't Geen later door den heer Acquoy op goede gronden is
+tegengesproken.
+
+Intusschen was men over de houten brug de breede gracht overgegaan,
+en kreeg verlof, ~Loevestein~ te bezichtigen. 't Meest van allen
+interesseerde hen de kamer van Hugo de Groot, waar men hun 't venster
+wees, uit hetwelk Maria van Reigersbergen het trouwe Elsje van
+Houweningen nastaarde; ook bezag men de kamer van Hoogerbeets en die,
+waar de Remonstrantsche predikanten gevangen gezeten hadden.
+
+»'t Is of 't slot ~Loevenstein~ een levend getuigenis moet zijn
+van echtelijke liefde," zeide Bernard. »Behalve toch Maria van
+Reigersbergen, blonk hier ook de trouwe gade van Rombout Hoogerbeets
+uit, die in 't lot van haar man deelde. Niet minder Susanna van
+Oostdijk, een edele jonge dochter uit ~Den Briel~, die met een der
+Remonstrantsche predikanten, Arnold Geesteranus, verloofd was, en verlof
+wist te bekomen, hem in zijn gevangenschap te huwen, en als vrouw
+gezelschap te houden en te vertroosten!"
+
+»Hier hebben Jacob de Witt en de andere ~Hollandsche~ heeren onder
+Willem II immers ook gevangen gezeten?" vroeg Margot.
+
+»Welzeker," antwoordde August. »Vandaar nog den naam van
+~Loevesteinsche~ factie, aan de anti-stadhouderlijke partij gegeven.
+Later heeft dit kasteel gediend tot kerker van krijgsgevangenen en
+voorname personen onder andere van den Engelschen admiraal Ascue."
+
+Nadat zij ~Loevenstein~, welks bevolking met inbegrip van de bezetting
+30 zielen bedraagt, bezichtigd hadden, zetteden zij zich weder in het
+wagentje, waarin Ernst was gebleven om op de paarden te passen, en reden
+over ~Poederrooien~ met 450 inwoners, en ~Aalst~, een even gering dorp
+met slechts 400 inwoners en een heel oude kerk, naar ~Neder-Hemert~,
+even als ~Aalst~ aan de ~Maas~ gelegen.
+
+»Een gedeelte van dit dorp ligt aan de overzijde der ~Maas~," zeide
+Ernst.
+
+»En wat voor een gebouw is dat, hetwelk daar aan de overzijde zoo
+bevallig boven 't geboomte uitsteekt?" vroeg Florence.
+
+»Dat is 't adellijk huis van ~Neder-Hemert~," antwoordde Ernst. »Het
+ligt te midden van aangename tuinen en boschages. We rijden echter nu
+voort; 't zou ons te lang ophouden, om de rivier over te steken, en dan
+zou 't nog de vraag zijn, of we 't mogen zien. Het huis zelf en 't
+andere gedeelte van het dorp ligt op een eiland, den ~Hemerwaard~
+genaamd."
+
+»Waar Floris de eerste, graaf van ~Holland~, ~Zeeland~ en
+~West-Friesland~ de ~Stichtschen~ geslagen had; toen hij na den strijd
+zoo verraderlijk door Floris van Kuyk vermoord werd," zeide August.
+
+Altijd den ~Maasdijk~ volgende, reed ons gezelschap over ~Ammerroden~,
+een dorp met 900 inwoners en een deftig kasteel met vier ronde torens,
+naar het onder de zelfde gemeente gelegen ~Well~, waar ook een klein
+slot staat, omgeven door grachten en bezet met twee hangtorentjes.
+
+»We zullen te ~Hedel~ uitspannen; daar is een goede herberg," zei Ernst.
+
+»En dan te gelijk koffie drinken en er 't noodige bij gebruiken," zeide
+August. »Ik wil wel ronduit bekennen, dat ik de plaats begin te voelen,
+waar mijn maag zit."
+
+»Om u de waarheid te zeggen, begint de mijne ook te jeuken," zeide
+Bernard.
+
+»Foei, welk een uitdrukking, Bernard!" zeide Margot. »Een maag jeukt
+niet, maar vermaant."
+
+»Eigenlijk zijn geen van beiden goed," merkte Bernard aan. »Ik zou
+zeggen: waarschuwt dat ze gebrek aan werk heeft: want het gevoel dat
+wij honger noemen en hetgeen eigenlijk trek is, komt immers door 't
+inkrimpen van de wanden der maag, die geen werkeloosheid kunnen
+verdragen."
+
+»Ten minste als ze in haar normalen toestand zijn," hernam Gustaaf.
+»Doch kijkt eens uit; vindt ge dit landschap niet schoon?"
+
+»Inderdaad prachtig!" riep Florence uit.
+
+Te ~Hedel~, een dorp met 1400 inwoners en waarvan reeds in 840 gewag
+gemaakt wordt, stapte men in de voornaamste herberg uit en bestelde
+koffie, brood, boter en vleesch.
+
+»'t Laatste hebben we niet, mijnheer," zeide de kastelein. »Wel
+heerlijke ham."
+
+»Ook al goed, hospes," zei Ernst. »Dan maar een fermen schotel met
+gesneden ham; want je krijgt hongerige lui te gast."
+
+Weldra stond er, behalve een kolossale koffiekan, een groote schotel met
+ham benevens brood en boter op tafel, en onze zes reizigers deden zich
+dapper te goed. Men kon 't merken, dat de frissche morgenlucht en de
+lange rit hun eetlust hadden opgewekt.
+
+Van ~Hedel~ deden ze te voet een uitstapje naar ~Bruchem~ zoo wat midden
+in den ~Bommelerwaard~ gelegen, en dat met het dorp ~Kerkwijk~ en de
+heerlijkheid ~Delwijnen~, ongeveer duizend inwoners bevat. Alles was
+heerlijk bebouwd of leverde prachtige mollige weiden op, zoodat het oog
+met welgevallen op de afwisselende kleuren rustte, en ons zestal zeer
+tevreden over hun wandeling, in de uitspanning te ~Hedel~ terugkwam,
+waar men, na nog iets gebruikt en den kastelein betaald te hebben, 't
+rijtuig weer liet voorkomen, en steeds den ~Maasdijk~ over, naar ~Driel~
+reed, een welvarend dorp, ook reeds vroeg en wel in de tiende eeuw
+bekend en vroeger door verscheidene adellijke sloten omringd. In zijn
+buurtschappen bevat het een bevolking van 2800 zielen. Van hier reden
+zij tot aan het dorp ~Rossum~, in den Noord-Oostelijken hoek van den
+~Bommelerwaard~ gelegen, en waarbij het in 1816 gebouwde fort
+Sint-Andries ligt. De beruchte Maarten van Rossum, heer van
+~Poederooien~, ligt hier begraven.
+
+Hier lieten zij zich met de pont over de Maas zetten, om oom Frans te
+~Whamel~, te bezoeken, die hen dien middag te eten gevraagd had, en wien
+zij beloofd hadden, aan zijn verzoek te zullen voldoen, mits hij zijn
+diner tot 's namiddags vier ure uitstelde; hetgeen tante Betje beloofd
+had. Te ~Dreumel~, aan den ~Waaldijk~ gelegen, stapten ze even uit, om
+er de prachtige, in 1838 ingewijde R. K. kerk te bezichtigen, met haar
+zwaar orgel en drie altaren, waarvan het hoofdaltaar, dat een rots
+voorstelt, een meesterstuk van kunst is. Spoedig kwamen zij aan het dorp
+~Whamel~ aan, waar een gierpont over de Waal is, ze werden zoowel door
+oom Frans als tante Betje, ook door de neven en nichten hartelijk
+ontvangen, en hadden 't er zeer goed. Daar ze echter nog een heelen
+tocht te maken hadden, eer ze thuis waren, gingen zij terstond na het
+theedrinken weer op reis, reden andermaal over ~Dreumel~ naar 't veer
+van Sint-Andries, en nu over den ~Waaldijk~ naar huis. De tocht, welke
+bijna rechtuit ging, was slechts de helft van dien, van dezen morgen.
+Van ~Rossum~ reden ze over 't kleine ~Hurwenen~, met slechts 350
+inwoners en een oud-adellijk huis, naar de stad ~Bommel~ of
+~Zalt-Bommel~, reeds in 850 vermeld en in 1316 als stad voorkomende. Men
+hield zich echter hier niet op en reed door naar ~Gameren~, dat met het
+kleine ~Nieuwaal~ éen gemeente vormt en welks 1300 inwoners genoegzaam
+geheel van den aardappeloogst bestaan; terwijl een steenoven aan enkele
+andere brood verschaft. Van ~Gameren~ reden zij over ~Zuilichem~, waar
+vroeger een zwaar vierkant kasteel stond, dat in 1753 werd afgebroken en
+aan de in de geschiedenis wel bekenden Constantijn Huygens toebehoorde.
+In 1819 heeft de toenmalige eigenaar der heerlijkheid op den
+overgebleven voorburg een grooten ronden toren laten opbouwen en een
+kleineren zeskanten met bijgebouwen opgetrokken, waarbij de oude poort
+van het slot hersteld is. Daar 't echter reeds donker begon te worden,
+kon ons gezelschap er niet veel van zien. Het duurde niet lang, of ze
+waren te ~Brakel~, waar ze den dijk afreden en weldra thuis waren, zeer
+tevreden over hun tochtje, hetwelk hun een goed denkbeeld van den
+~Bommelerwaard~ had gegeven. Eer we echter dit hoofdstuk sluiten, moet
+ik u nog even met de dijken en polders van den ~Bommelerwaard~ bekend
+maken.
+
+Van het aan den ~Waaldijk~ gelegen ~Zuilichem~ loopt een dwarsdijk
+tot aan den ~Maasdijk~ nagenoeg halverwege tusschen ~Aalst~ en
+~Poederooien~. Die dijk, de ~Meidijk~ genoemd en een kwartier
+gaans lang, verdeelt den ~Bommelerwaard~ in twee zeer ongelijke
+polderdistricten, bekend onder de namen, van »boven- en beneden den
+~Meidijk~." Nog loopt er van ~Brakel~ tot ~Poederooien~ een andere,
+de ~Nieuwe-~ of ~Dwarsdijk~ genoemd, die beide polders van het
+~Munnikenland~, een buitenpolder, waarop ~Loevestein~ gelegen is,
+scheidt. Dat ~Munnikenland~ loopt bij hoog water, ook met den geringsten
+ijsgang, onder.
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+De watersnood.
+
+
+»Jongens, baas, wat is het buiten glad!" zeide vrouw Veen, toen ze met
+haar man de familie Veldhuis geluk kwam wenschen met den nieuwjaarsdag
+van 1861. Ze had haar jongste kind, een zuigeling van ongeveer drie
+maanden, op den arm, en haar oudste zoontje Jaap aan de hand. Klaas
+Veen, een ferme, stoere kerel, hield zijn oudste dochtertje Johanna en
+heur op haar volgend zusje Maartje bij de hand. Op éen na het jongste
+kind had ze zoo lang bij een buurvrouw gebracht, die haar beloofd had,
+er gedurende haar afwezigheid op te zullen passen. Want niet alleen
+zouden Klaas en zijn vrouw om alles ter wereld verzuimd hebben, den baas
+met vrouw en dochters, en den jongen baas en diens vrouw met nieuwjaar
+geluk te wenschen; maar ze vonden 't ook hun plicht, hun oudste kinderen
+mee te brengen. Of dat nu juist wel zulk een plichtgevoel was, dan of
+'t zijn oorsprong te danken had aan het kwartje, dat de oude vader
+Veldhuis, behalve de fooi welke hij aan Klaas gaf, ieder kind in de
+handen stopte, willen we liefst niet beoordeelen.
+
+We vinden daar in de pronkkamer van Veldhuis een allerliefst
+familie-tafereeltje. 't Is er nu wel niet versierd, zooals voor acht
+maanden, en de tuin, waar 't zwart van den grond hier en daar met wat
+nog niet door den dooi gesmolten sneeuw wordt afgewisseld, staat kaal
+en treurig; daarbinnen is 't aangenaam warm: want de kachel wordt ferm
+gestookt. En hoewel 't anders geen gewoonte is, de arbeiders en hun
+vrouwen binnen 't pronkvertrek te laten, Jans en haar man maken hierop
+een uitzondering. Klaas toch is reeds als knaap in dienst van den ouden
+Veldhuis geweest, en moeder Veldhuis heeft Jans, die naar haar genoemd
+is, onder den doop gehouden. Daarom ook heeft Jans haar oudste
+dochtertje naar haar eigen peetmoeder vernoemd, die er tevens de
+conditie bij gemaakt had, dat ze geen Jans maar Johanna zou genoemd
+worden. En als nu 't petekind No. 2 jarig is, geeft juffrouw Veldhuis
+haar altijd een aardig cadeau, bestaande in 't een of andere warme
+kleedingstuk en met nieuwejaar wordt er een kwartje extra door moeder
+Veldhuis in Johanna's handje gestopt. Hun oudsten jongen hadden ze zoo
+gaarne naar vader Veldhuis genoemd; maar die was er niet op gesteld,
+zeide hij, en daarom had het kind den poëtischen naam van Jaap gekregen
+naar zijn grootvader van vaders zijde.
+
+Doch we houden ons veel te lang op bij Jans en haar man en kroost. We
+zouden eens even een kijkje nemen in de ons bekende pronkkamer van de
+woning van vader Veldhuis. En inderdaad, die is wel een kijkje waard.
+Niet de bruin gepolitoerde meubelen, of de groote kom met brandewijn en
+rozijnen op de tafel, in welke een lepel, om die in de rondom staande
+glazen te gieten, en waaruit de geur van notemuskaat u te gemoet komt;
+maar 't groepje zelf, dat we daar zoo gelukkig en tevreden zien zitten.
+
+Daar hebt ge vooreerst den goeden ouden vader Veldhuis, in zijn
+gemakkelijken leuningstoel gezeten, een langen gouwenaar in den mond,
+waaruit hij tusschenbeiden geduchte rookwolken blaast, een man met een
+vriendelijk goedig gelaat, grijs haar, dat eerwaardig langs zijn slapen
+krult; naast hem de oude juffrouw Veldhuis, eenvoudig maar keurig
+gekleed, en wier gelaat de fatsoenlijkheid van haar afkomst bewijst. Ze
+houdt haar oudste kleinkind, Ernst, den naamgenoot van haar man, op den
+schoot, een frisch, woelig kind van een jaar en natuurlijk de afgod van
+beide grootouders, die weer jong worden in den kleinen guit. 't Is een
+werk voor de oude vrouw om hem stil te houden, en ze zal hem straks wel
+aan Truda moeten overgeven, zoo lastig maakt het ongedurige knaapje
+'t haar. Naast haar zit haar schoondochter, de vrouw van Frits, een
+jeugdige knappe vrouw met haar slapende zuigeling van drie maanden op
+den schoot, een allerliefst meisje, doch dat tusschenbeiden vrij wat
+spektakel kan maken. Truda zit naast vader. Frits is uit, om een paar
+vrienden geluk te wenschen, en Netje is reeds sedert een uur tot
+hetzelfde doel met haar beminde op weg. 't Is inderdaad een liefelijk
+gezicht, deze goede vriendelijke menschen daar te zien, die geen grooter
+geluk kennen dan hun eigen vreedzaam thuis.
+
+»Jongens, baas! wat is het buiten glad!" zeide Jans dan, nadat ze haar
+zegenwenschen geuit en plaats genomen had op den stoel, door Truda voor
+haar neergezet.
+
+»Dat zei Frits me van morgen al," antwoordde Veldhuis. »Geen wonder ook.
+Eerst dooi, waardoor de sneeuw genoegzaam tot water is geworden, en nu
+daar die vorst weer op, 't kan niet anders of 't moet glad zijn. Daarom
+denk ik er vandaag maar stilletjes in te blijven."
+
+»Nu, baas, die door u een gelukkig nieuwjaar willen gewenscht zijn,
+kunnen ook best zelf bij u komen, dunkt me," zeide Klaas Veen.
+
+»Daar heb je gelijk in, Klaas," antwoordde Veldhuis. »Toch spijt het
+mij, dat de dooi niet is doorgegaan. 't IJs werd langzamerhand week, en
+daar zit boven nog zoo veel."
+
+»Wat zal ik er van zeggen, baas," antwoordde Veen. »Als 't zoo'n zachten
+dooi bleef, was 't wat anders. Maar we zijn nog in 't hartje van den
+tijd. En als er wat storm bijkomt, dan zou 't leelijk kunnen worden."
+
+»Weet je ook, hoe 't met het ~Munnikenland~ geschapen is?" vroeg
+Veldhuis.
+
+»Tot nog toe goed, baas," verzekerde de knecht. »Ze zijn op 't oogenblik
+nog zonder water. Eergisteren begonnen ze daar reeds te pakken; nu
+echter schijnt alle gevaar geweken. Maar 't weer bevalt me nog niet. De
+wind is nog te laag om door te vriezen. Als 't maar niet gaat stormen."
+
+»Ja, vriezen met een lagen wind, en dat na een dooi is kwaad genoeg,
+Klaas," antwoordde Veldhuis. »We zullen er echter 't beste van hopen."
+
+Maar dat beste hopen hielp niet veel. Reeds in den avond van den
+eersten Januari begon de wind een weinig op te steken, 's nachts werd
+het een vrij hevige storm, 't ijs in de rivier barstte, en er kwam
+ijsgang, en toen de morgen van den tweeden Januari aanbrak, kwamen
+de bewoners van ~'t Munnikenland~ die 's avonds, gerust op de vorst,
+doodbedaard naar bed waren gegaan, met hun tilbare have in den boven
+~Meidijkpolder~ vluchten; daar 't water hun velden overstroomde en ze
+zich in hun woningen niet meer veilig achtten.
+
+Deze tijding bracht echter in 't gezin van Veldhuis geen de minste
+ongerustheid te weeg. 't Overstroomen van ~Munnikenland~ was een gewone
+zaak. De nieuwe dam beschutte den polder boven den ~Meidijk~ genoegzaam,
+en zat het ijs ook in de ~Maas~ reeds vast, de ~Waal~ was vrij en 't ijs
+dreef met den storm des te spoediger naar zee.
+
+Doch reeds den derden Januari werd hun gerustheid op onaangename wijs
+gestoord. Tusschen ~Brakel~ en ~Loevestein~ had zich een zware ijsdam
+gezet en de dijkwachten waren reeds 's morgens om acht ure betrokken.
+
+»'t Water staat reeds tot aan de kruin van den dijk!" zeide Frits, toen
+hij in den vooravond van dien dag thuiskwam. »Onze wakkere dijkgraaf,
+Aart van Os, is onophoudelijk in de weer en laat den dijk sterk kisten.
+Maar de ijsdam is en blijft onbewegelijk. En wat nog het ongelukkigst
+is, de grond is zoo hard bevroren, dat men er niet in kan heien."
+
+Toch schepte men den volgenden dag ruimer adem. 't Water was
+aanmerkelijk gevallen. Er scheen een sleuf of geul in den ijsdam te
+zijn gekomen, die het deed afloopen. Doch die gerustheid duurde slechts
+eenige uren. De ijsdam, dien ze opgeruimd of doorgedreven meenden, had
+zich slechts een weinig verschoven en zat nu nog steviger dan zij gedaan
+had. 't Water rees nu weer, en nog sneller dan gisteren en eergisteren.
+De dwarsdijk liep het meeste gevaar. Reeds in den vroegen morgen van
+den vierden Januari vreesde men, dat hij zou bezwijken en dan liep de
+geheele polder even als ~'t Munnikenland~ onder. Men heide palen in,
+stutte met planken; allen die handen hadden hielpen. Doch 't water kwam
+met te veel geweld opzetten. Daar kondigde, in den nacht tusschen den
+vierden en vijfden Januari, het treurig geklep van den torenklok aan,
+dat alle hoop vervlogen was: het water, die vreeselijkste aller
+vijanden, naderde.
+
+Reeds den vorigen dag hadden Veldhuis en andere landbouwers hun vee
+naar hoogere plaatsen gevoerd, die altijd watervrij geweest waren. Uit
+voorzorg bracht men hout en horden bij elkaar en maakte er steigers van,
+om het daarop te redden, wanneer ook die plaatsen van 't water mochten
+lijden. Terwijl droeg men, zoowel bij Veldhuis als in de andere woningen
+in den polder, alles naar boven, wat door 't water zou bederven en
+wat men niet kon meevoeren: meubelen, gereedschappen, boeken, bedden,
+dekens, turf, hout, steenkolen, aardappelen, vleesch, kortom alles
+wat men maar kon. Uit kleine, lager gelegene hutten zag men reeds
+de bewoners vluchten, die hun ouden van dagen ondersteunden of op
+kruiwagens meevoerden, en een gastvrij dak zochten, om zich en de hunnen
+met hun armoedige bezitting te redden. Alle hoogergelegen huizen werden
+vol van die ongelukkigen. Alleen in 't schoolhuis te ~Brakel~, dat door
+de verplaatsing van den onderwijzer gelukkig ledig stond, waren er
+weldra honderd en dertig gehuisvest; het heerenhuis te ~Poederrooien~
+was van boven tot beneden met vluchtelingen gevuld.
+
+»Houdt de dwarsdijk zich nog goed, Frits?" vroeg de oude Veldhuis,
+toen zijn zoon in den vooravond van den vierden Januari braaf moede
+thuiskwam; want wie armen aan 't lijf had, had aan den dijk gewerkt.
+
+»Dat doet hij, vader," antwoordde Frits. »'t Heeft ook werk genoeg
+gekost. En toch vrees ik, dat het ons niet zal helpen. Eer ik hier
+kwam, ben ik nog even naar den ~Waaldijk~ gaan kijken. De dam aan
+den steenoven zit nog maar even vast, en 't water blijft rijzende.
+Vreeselijke ijsbergen kruien op de rivier en dreigen met een doorbraak."
+
+»Groote God!" riep de jonge vrouw uit, die juist met warm eten voor haar
+man binnentrad. »Wat zeg je daar, Frits. Watersnood, en dat tegen den
+nacht!"
+
+»Gij allen moet u op de bovenverdieping begeven," hernam Frits. »Ons
+huis is stevig, en zal 't wel uithouden. Als ik gegeten heb, ga ik een
+paar uren slapen, en dan naar den dijk. We moeten doen, wat we kunnen
+om den algemeenen vijand te bestrijden."
+
+Maar dat bestrijden hielp niet. In den nacht tusschen den vierden en
+vijfden Januari, tusschen vier en vijf ure, bemerkte men op den dijk,
+waar te midden van de nijpende koude, onbeschut voor wind en regen,
+duizenden de wijk genomen hadden, dat het water eensklaps viel.
+
+»Zou de ijsdam gebroken zijn!" riep de een.
+
+»De dijk te ~Vuren~ kan bezweken en de ~Tielerwaard~ ondergeloopen
+zijn!" zeide een ander.
+
+»De ~Waaldijk~ is doorgebroken!" gilde een derde. En spoedig was de
+noodlottige tijding tot zekerheid geworden. De ~Waaldijk~ was bezweken;
+drie huizen, die tegen het punt van den doorbraak stonden, waren
+weggeslagen. Spoedig was dit getal tot drieëntwintig gestegen, sommige
+door 't water ingestort, andere door de ijsbergen vergruisd, die er
+bonzend tegen aankwamen. En als ware dit niet genoeg, ook de den vorigen
+dag met zooveel moeite en inspanning behouden dijk brak op vier plaatsen
+tegelijk door, en uit vijf wijd geopende monden braakte de ~Waal~ haar
+water en haar ijsbrokken in den ongelukkigen polder. Boomen, huizen,
+alles werd door het ijs afgesneden. Honderd en vijftig menschen reddeden
+zich, wadende door 't onstuimige water, op den dijk--twaalf kwamen er
+bij dien jammerlijken tocht ellendig om; anderen poogden zoo spoedig
+mogelijk hun woningen te bereiken, om voor de hunnen te zorgen, welke
+zij verlaten hadden, om aan den dijk te werken. Onder deze laatste
+behoorde ook Frits Veldhuis. Meermalen was hij in gevaar, om door 't
+binnenstroomende water omvergeworpen te worden, meer dan eens moest
+hij op zijde springen, om een aangierend stuk ijs te ontwijken;
+gelukkig kwam hij aan het tamelijk hoog gelegen huis, waar toch alles
+in de rondte reeds blank stond. En dat water rees met iedere minuut. 't
+Geheele huisgezin was reeds op de eerste verdieping; God alleen wist, of
+ze die niet met den zolder zouden moeten verwisselen, God alleen wist,
+of ze, wanneer ook tegen hun huis de ijsbergen kwamen aandrijven, niet
+spoedig onder de puinhoopen van hun woning zouden bedolven worden. Het
+water toch wies niet minder dan twintig duim in 't uur.
+
+In 't lager liggende ~Poederrooien~ was het nog treuriger gesteld.
+Daar verhief het zich dreigend tegen den ~Maasdijk~. De verschrikte en
+beangstigde inwoners vluchtten met levensgevaar over de nog bevroren
+~Maas~ naar de overzijde. En gelukkig, dat ze er nog bij tijds waren;
+want het ~Munnikenland~ was nu als een nieuwe rivier geworden, die het
+water uit de bij ~Loevestein~ verstopte ~Waal~ in de ~Maas~ ontlastte,
+welke vreeselijk hoog zwol en 't land van ~Heusden~ en ~Altona~
+bedreigde.
+
+We hoorden hoe de bewoners van den polder hun vee op een hooge plaats
+onder dak gebracht, ja, het zelfs op steigers geplaatst hadden. Reeds
+in den avond van den dag der doorbraak stonden paarden, ossen en koeien
+niet meer droog. Sommige van hen rukten zich los en trachtten zwemmend
+een veilige plaats te bereiken. Enkele werden op die manier gered;
+andere met kleine schuitjes weggehaald en op den dijk gebracht, waar nog
+tal van menschen zonder huisvesting waren; terwijl het al sterker en
+sterker begon te vriezen.
+
+Zoo brak Zondag de zesde Januari aan, een treurige Zondag voor de
+bewoners van den polder boven den ~Meidijk~, een angstige Zondag voor
+duizende anderen, wie 't zelfde gevaar dreigde. In den nacht was het
+water in de ~Waal~ weder geducht gewassen; de geheele polder was een
+zee, waarboven hier en daar enkele daken uitstaken, en die weldra in een
+onafzienbaar ijsveld zou veranderd zijn. Zoo hoog steeg de ~Waal~ op
+dien zesden Januari, dat het vee boven op den dijk tot aan de knieën in
+'t water stond.
+
+Daar begon in den vroegen morgen van den zevenden het water langzaam,
+maar gestadig te dalen: de oorzaak daarvan was een nieuwe doorbraak.
+
+Om den polder beneden den ~Meidijk~ tegen 't water te beschermen, had
+men dien dijk door kistdammen verhoogd, en hoopte men aldaar vrij te
+zullen blijven. Doch 't rijzen van 't water in de ~Waal~ deed van dien
+kant het ergste vreezen. Hoe men ook aan den door de vorst ijzerharden
+dijk had gearbeid, 't gevaar werd hoe langer hoe grooter, en wie in de
+laagte woonde, poogde ten minste zich en de zijnen bij tijds te bergen.
+De herberg van Hooikaas aan den ~Meidijk~ bevatte een paar honderd
+mannen, vrouwen en kinderen, de hooger dan den dijk gelegen pastorie van
+Ds. Carlier even zooveel. Niemand werd teruggewezen, zoolang er nog
+plaats was.
+
+'t Is Zondag-avond. Omstreeks tien uur wordt er op een der ramen der
+pastorie gebonsd, en een angstige stem roept: »Komt naar buiten, want de
+pastorie is niet meer veilig!" In doodelijken angst verlaten de meesten
+het gebouw, waar een wisse dood hen wacht, en snellen naar den dijk,
+waar zij in de felle kou tot aan de knieën in 't water staan. Daar
+begint het water te vallen. 't Is reeds onder de knie--aan den enkel--nu
+staan ze droog. Dicht bij het dorp ~Zuilichem~ waren twee dijkbreuken
+ontstaan, een iets boven de ruïne van de burcht, een andere beneden
+~Nieuwaal~; een dijkbreuk, die den korenmolen en een zestal huizen had
+medegesleept. Ook 't huis van Ds. Carlier, ofschoon 't gespaard was
+gebleven, had in groot gevaar verkeerd. Op een plaats in den gang was de
+vloer door 't welwater gezakt. Gelukkig echter was 't blijven staan, en
+vonden de verkleumden er op nieuw een toevlucht.
+
+Nieuwe ellende was er nu in den uitgestrekte polder beneden den
+~Meidijk~. Zoo hoog steeg het water, dat het te ~Aalst~ over den dijk in
+de ~Maas~ stroomde, en dat ondanks de daar opgeworpen kistingen. Behalve
+de pastorie bleef er geen enkel toevluchtsoord open. Met achterlating
+van alles namen de meesten de vlucht naar het tegenoverliggend ~Veen~.
+~Nederhemert~, ~Well~ en ~Ammerzoden~ werden verlaten; hun inwoners
+vluchtten naar ~Heusden~, waar ze door Ds. Pape in zijn pastorie en
+de consistorie-kamer, vervolgens ook in de kazerne werden opgenomen
+en liefderijk verzorgd. Die van ~Ammerzoden~ vluchtten op 't kasteel;
+anderen betrokken de bovengedeelten hunner woningen. Die van ~Bruchem~,
+~Kerkwijk~ en ~Dellewijnen~ werden met hun grijzen leeraar J. van
+Schaik op schuiten en schietschouwen naar ~Bommel~ gevoerd. En ook
+zelfs die stad was verre van veilig. Daar moesten alle krachten worden
+ingespannen, om haar door 't opkisten der dijken voor den ondergang te
+beveiligen. Te ~Hedel~, ~Driel~ en ~Hurwenen~ waren de menschen naar hun
+zolders gevlucht. In ~Gameren~ en ~Nieuwaal~ was de toestand
+allerhachelijkst.
+
+En zoo stond de geheele ~Bommelerwaard~ onder water.
+
+'t Huis van Hendrik Veldhuis was gespaard gebleven. Een ijsberg[6] had
+zich tegen de zware boomen van den hof vastgezet en was door 't steeds
+aanschuivende ijs tot een vervaarlijke hoogte geklommen. 't Had in 't
+huis een akelig gekraak en gedreun gegeven; toch was diezelfde ijsberg
+waarschijnlijk de redding der woning. Frits had haar nog bij tijds
+bereikt en spoorde de zijnen tot vluchten aan: 't was te laat! Het
+eenige middel om een wissen dood te ontkomen, was te blijven, waar men
+zich bevond.
+
+[6] Hierdoor zijn meer woningen bewaard gebleven.
+
+»Weet ge ook, of Veen met zijn gezin gered is?" vroeg moeder Veldhuis.
+
+»Ik heb hen in de verwarring die er op den dijk heerschte niet gezien,
+moeder," antwoordde Frits. »'t Is vreeselijk, zooals het daar toegaat!"
+
+Twee angstige dagen en nachten had men in de woning van Veldhuis
+doorgebracht. Men was door 't water uit de eerste verdieping verdreven
+en naar den zolder verjaagd. Gelukkig had men bij tijds de kachel en
+brandstof, alsook levensmiddelen en beddegoed derwaarts verhuisd; want
+het was zeer koud.
+
+De Zondag kwam. Wel bleef het water nog wassend, maar de stroom was niet
+meer zoo sterk.
+
+»Ik moet gaan zien, of 't gezin van Veen gered is," zeide Frits. »Onze
+mestpraam is sterk genoeg en kan tegen een stootje."
+
+»Hoe, Frits? Ge wilt u aan een wissen dood blootstellen!" riep zijn
+vrouw uit. »Als er een ijsschol tegen uw schuit aankomt..."
+
+»Wij zijn in Gods hand, Maartje!" antwoordde Frits. »Jacob en Krijn
+zullen wel met mij mee willen gaan."
+
+»Voorzeker baas," antwoordden de knechts. »Als 't om menschen te redden
+is, zijn we gereed."
+
+»En ik ga ook met u mee," zeide de oude Veldhuis.
+
+»Neen, vader," antwoordde Frits. »Dat niet. Het is goed, dat er een man
+blijft bij al de vrouwen. Men kan nooit weten, wat er gebeurt."
+
+»Maar de praam zal weggeslagen zijn, of onder 't water bedolven," zeide
+Truda.
+
+»Daarvoor heb ik gezorgd," antwoordde Frits. »Toen ik eergisteren
+thuiskwam, is mijn eerste werk geweest, de praam los te maken en er een
+lang touw aan vast te knoopen, hetwelk ik aan het zoldervenster achter
+heb bevestigd. Naardat het wies, heb ik dat touw aangetrokken en nu ligt
+de praam veilig en wel achter 't huis."
+
+»Hoe voorzichtig van u!" zeide de vader.
+
+»Ik begreep, dat, ingeval van nood, de praam 't eenige middel was, om
+ons allen te redden," hernam Frits. »En nu we haar niet noodig hebben
+voor ons zelf, zijn we verplicht, haar te gebruiken tot mogelijke
+redding van anderen. Doch we willen niet talmen--iedere minuut, die Jans
+met haar man en kinderen, als ze nog niet gered zijn, in hun bedreigde
+woning doorbrengen is voor haar en de haren een eeuwigheid."
+
+En Frits stapte met de beide knechts in de praam. Vreeselijk was de
+aanblik rondom hen. Overal water en ijsschotsen, overal puinhoopen, waar
+vroeger welvarende woningen stonden. Ze waren de eenigen niet, die hun
+medemenschen poogden te redden. Meer edele menschenvrienden trotseerden
+het gevaar van zelf om te komen door de drijvende ijsschotsen. Toen zij
+echter aan de plaats kwamen, waar de woning van Veen moest staan, vonden
+zij daar niets meer. 't Hutje had aan 't geweld van 't water geen
+weerstand kunnen bieden.
+
+»God geve, dat de ongelukkigen zich nog bij tijds gered hebben!" zeide
+Frits. »Thans echter, jongens, willen we niet vruchteloos terugkeeren.
+We moeten anderen redden. Zie je daar ginds het dak, hetwelk boven 't
+water uitsteekt? Misschien zijn daar menschen op."
+
+»Ik geloof 't niet, baas," zei Jacob.
+
+»Ze kunnen immers aan den anderen kant zitten," zeide Krijn.
+
+»Laat ons 't beproeven," hernam Frits. »Met een ledige schuit kom ik
+niet terug, al zou ik den ganschen dag op den wijden plas zwalken."
+
+Men hield nu op het dak aan. Het duurde echter eenigen tijd, eer men er
+was. Doch welk een vreugde voor onze moedige mannen, toen men aan den
+anderen kant een twaalftal menschen zag, uitgeput door honger, koude,
+angst en inspanning. En wat nog 't heerlijkst was ook Veen met vrouw en
+vijf kinderen! Allen te gelijk te redden was niet mogelijk; de praam
+kon hoogstens negen personen bevatten.
+
+»Blijft bedaard!" riep Frits uit. »Eerst de vrouwen en kinderen. Als we
+die in veiligheid gebracht hebben, komen we de anderen halen."
+
+»Maar toch voor den avond!" riep een van de mannen uit. »Want we kunnen
+'t niet langer uithouden. We vergaan van honger."
+
+»We komen spoedig terug en brengen brood mede," zeide Frits, terwijl hij
+intusschen vrouw Veen en haar kinderen met nog twee vrouwen voorzichtig
+in de boot hielp. Het verhaal, wat de ongelukkigen geleden hadden, is te
+lang om hier in te voegen. Toen de eerste vracht goed en wel bezorgd
+was, gingen zij de tweede halen welke ze ook veilig overbrachten. 't
+Huisgezin was nu echter met twaalf monden vermeerderd, en de weinige
+provisie, welke men gered had, zou spoedig op zijn.
+
+»God zal wel zorgen," zeide de vrome moeder Veldhuis.
+
+En God zorgde. Den volgenden dag, Maandag, begon de vorst zoodanig
+te vermeerderen, dat de gansche oppervlakte van den ~Waard~ boven den
+~Meidijk~ met een dikke ijskorst bedekt werd, waardoor 't nu gemakkelijk
+werd, van ~Gorkum~ en ~Bommel~ met wagens menschen te redden en
+levensmiddelen aan te voeren. Tevens gaf die ijsvlakte gelegenheid, om
+'t nog op de steigers overgebleven vee in veiligheid te brengen. Maar
+'t kostte ook brandstof, en nog zaten Veldhuis en de zijnen, ondanks
+'t gloeien van de kachel, op den zolder te rillen en te beven.
+
+'k Zou u nog menig tafereel van ellende kunnen voorstellen; 'k zou
+u kunnen binnenleiden in de woning en de school van den vroegeren
+onderwijzer, waar honderd en dertig personen waren opgenomen en waar
+gebrek was aan versche lucht, voedsel, deksel en brandstof. Gelukkig,
+dat de weldadigheid... doch dat is voor een volgend hoofdstuk. Mijn
+verhaal van de rampen van den watersnood van 1861 is nog niet uit; het
+is eerst begonnen. Nog meerdere moet ik meedeelen, zwaarder dan die,
+welke ik reeds beschreven heb.
+
+Ook de ~Maas~ had in ~Noord-Brabant~ een doorbraak veroorzaakt; daar was
+de ramp echter op verre na niet zoo groot. Wel stond o. a. te ~Dungen~
+en ~St. Michielsgestel~ het water 4 à 5 voet hoog, en moest men met
+elkander door middel van schuitjes communicatie houden; het ongelukkige
+~Gelderland~ scheen ditmaal ontzaglijk geteisterd te moeten worden.
+
+Omstreeks 21 Januari begon de dooi weer in te vallen. Een angstig
+vooruitzicht voor ons land. Op den ~Bovenrijn~ en de ~Moezel~ begon
+het ijs reeds in beweging te raken en nog zaten de rivieren hier vast.
+Eerst was ~Duitschland~ aan de beurt, waar de dijk tegenover ~Emmerik~
+doorbrak en de polders overliepen; spoedig zou ~Gelderland~ volgen. Het
+eerst had er een doorbraak bij ~Zevenaar~ plaats (28 Januari) waarbij
+een gedeelte van den Rijnspoorweg werd weggeslagen; deze was echter
+van weinig belang. In grooter gevaar verkeerden de ~Betuwe~ en de
+~Tielerwaard~. 't Was de eerste Februari. Van ~Gorkum~ tot ~Loevestein~
+zat de dam nog steeds muurvast. 't Was een dam die de lengte had van een
+uur gaans. Er was nog niet de minste beweging in geweest. En toch was de
+rivier, volgens telegrafische berichten, boven geweldig aan 't kruien.
+Ook te ~Nijmegen~ was 't ijs losgeraakt. Gisteren kwart over vijven
+hadden drie kanonschoten verkondigd, dat de ~Waal~ begon. Doch hij had
+zich om acht uur weer vastgezet. Er was beneden ook geen schot. Hoog
+hadden zich daar de ijsschollen tegen de huizen langs de kade opgewerkt.
+'s Nachts om drie uur was 't ijs weer in beweging gekomen. Steeds klom
+het onophoudelijk van boven afkomende water al hooger en hooger en brak
+met geweld de ijskorst los. 't Lage gedeelte der stad liep onder water.
+
+~Tiel~ is in gevaar. Reeds is er een stuk van de borstwering der wallen
+door 't ijs weggesneden. Reeds stroomt het water in de stad. Ook de
+~Betuwe~ is in geen minderen perijkel. Daar begint het water om zes uur
+in den morgen eensklaps te dalen. Maar 't angstig gelui der noodklokken
+aan den overkant verkondigt de oorzaak van die daling. Een vreeselijke
+doorbraak bij het dorp ~Leeuwen~, op ongeveer een uur afstands boven
+~Whamel~ gelegen, doet het opgezette water met zijn ijsschotsen in den
+~Tielerwaard~ stroomen. De ~Betuwe~ was gered, ten koste van den
+vruchtbaren ~Tielerwaard~. Onder aanhoudend aanwassen was het water al
+hooger en hooger gestegen, spoedig was het boven noodpeil. De ijsmassa's
+staken heele stukken van den dijk af: geen menschelijke macht was
+berekend tegen Gods elementen. Twaalf huizen worden door den brullenden
+stroom meegesleept; tal van menschen reddeloos door hem weggevoerd. Hun
+angstgeschrei klinkt boven 't geweld van het water; niemand kan hen
+helpen. Een nieuwe doorbraak bij ~Whamel~ verhaast slechts den spoed,
+waarmede het water in den ongelukkigen ~Waard~ stroomt. Huizen storten
+in puin, hutten worden meegesleept. Daar staat het huis van Nikkels.
+Bij alle vorige vloeden of gevaar voor overstrooming heeft het zich
+goedgehouden en was het een toevlucht voor vluchtelingen. Daar dicht bij
+is het huis van Van Beek. 't Gezin verkeert in den doodelijksten angst.
+Er wordt geklopt. Een doodsbleek man met verwilderde haren komt binnen.
+'t Is Marcelis van der Veen. Hij vraagt naar een zijner kinderen.
+'t Is bij zijn vlucht naar den dijk achtergebleven en zou hier een
+schuilplaats gezocht hebben. Het kind is er niet. Dan terug om zijn
+kind te zoeken. 't Is te laat! Daar is geen tijd meer, arme vader! 't
+Water dringt in huis. »Naar boven!" roept Verbeek. Ook daar is men niet
+veilig. »Dan maar naar het dak!" Doch ook dat is geen schuilplaats. Een
+geweldige ijsschots scheurt het achterdak weg, waarop vrouw Verbeek met
+haar jongste kind, haar dochtertje, Johanna of Hanneke, en Marcelis van
+der Veen zich bevinden. Vrouw Verbeek met haar zuigeling wordt in de
+grondelooze diepte bedolven. Marcelis en de kleine Hanneke drijven, in
+'t gezicht van den wanhopigen vader, de woeste zee in. Jammerend klemmen
+zich de drie overgebleven kinderen vast aan hun vader, die zich met hen
+en een dienstbode op het voordak bevindt. Een oogenblik later stort ook
+het voorhuis in; zich aan elkander vastklemmende worden de ongelukkigen
+door den stroom medegevoerd. Goddank! daar drijven ze tegen 't huis van
+Nikkels aan. Ze worden er in opgenomen en rekenen zich behouden. Doch
+ook dat huis begint te waggelen. »Naar de schuur!" gillen allen, en in
+doodsangst ijlen ze derwaarts. 't Stevige huis, dat zooveel stormen en
+vloeden getrotseerd heeft, valt voor de oogen der ongelukkigen, die het
+dak der schuur beklommen hebben, in puin. Nog eenige pijnlijke, angstige
+oogenblikken. Daar scheurt ook het dak der schuur in vieren; meer dan
+vijftig wanhopige menschen die er hun redding hebben gezocht, worden
+met hen, die op den hooizolder zitten, door den vloed meegesleept en
+verzwolgen! Een tijdlang drijft Verbeek met zijn drie oudste kinderen
+op den vloed rond; hij ziet ze alle drie in de diepte verzinken--hij
+is het laatste slachtoffer van de vier. En Marcelis van der Veen en de
+achtjarige Hanneke? vraagt gij. Ik zal 't u vertellen. Toen ze nog op
+het dak zaten, had Verbeek het lieve kind, dat van koude rilde, zijn
+jas toegeworpen, om zich daar mede te dekken. Onder angstig gekerm klemt
+het arme Hanneke zich dichter tegen Marcelis aan. Pijlsnel vliegen
+ze op hun broos vaartuig tusschen bergen van ijs, vernielde gebouwen
+en ontwortelde boomen. Het dak blijft hen houden. Daar komen zij
+aan eenige nog staande boomen. Met reuzenkracht wordt het dak daar
+tegenaangeslingerd en scheurt in tweeën. Van der Veen klemt zich in zijn
+doodsangst aan de takken vast. »Ach! Celis!" roept het arme kind. »Laat
+mij niet alleen, houd me toch bij u!" Hij doet een poging om haar te
+grijpen--onmogelijk! Het stuk dak waarop het kind zit, is reeds te ver
+weggedreven; 't bestaat uit hoogstens drie vierkante ellen.
+
+Zes dagen later, op den middag van den 7en Februari, vaart een ranke
+boot uit ~Puifdijk~ naar een in 't veld gelegen woning om te zien wat
+er gered kan worden. Daar valt de roeiers een blauw pakje in 't oog,
+dat op 't water drijft, ze weten niet, of 't een kleedingstuk of
+misschien een drenkeling is. Toch sturen zij er hun boot heen. Eensklaps
+komt er beweging in het pakje; een kind rijst er uit omhoog. 't Is
+Hanneke Verbeek, die, voor zoover haar krachten 't haar toelaten, hoofd
+en bovenlijf omhoogbeurt. Spoedig is men bij haar. Een der mannen wil
+voorzichtig den eenen voet op het stukje dak zetten; Hanneke komt hem
+voor. Eerst reikt zij hem haars vaders jas toe, aan welker beschutting
+en verwarming zij haar leven te danken heeft, het eenige wat haar van
+den man is overgebleven, die nog in zijn laatste ure zoo liefderijk voor
+zijn kind gezorgd had, toen laat zij zich in de boot tillen. »Heb je
+geen honger, kind?" vraagt een der mannen die in de boot zijn.--»Ja,
+vader," antwoordt het vaderlooze kind, de eenige overgeblevene van een
+huisgezin van acht personen.
+
+Volgens haar verhaal, had ze den meesten tijd slapend doorgebracht;
+tegen den avond, als 't haar tusschen die ontzaglijke ijsbrokken zoo
+angstig werd, verborg zij zich in haars vaders jas en viel dan spoedig
+in slaap; ook des daags wikkelde zij zich warmpjes in dien jas. En als
+er een ijsschol of ander voorwerp haar stuk dak bedreigde, hield ze
+de handjes voor de oogen, om 't gevaar niet te zien, waaraan ze was
+blootgesteld. Al den tijd dien ze op den vloed had doorgebracht, had
+ze niets gegeten; slechts met een stukje ijs, nu en dan in den mond
+genomen, haar dorst gelescht; ze had van tijd tot tijd lekkere appelen
+zien voorbijdrijven, waarvan ze zooveel hield, maar er de handjes niet
+naar uitgestrekt, dewijl ze bang was, dat ze in 't water zou vallen.
+
+Met het huis van Nikkels waren ook de kuiper Piek en zijn gezin een
+prooi der golven geworden. Hij had met vrouw en vijf kinderen een
+schuilplaats gezocht op den zolder van Nikkels' schuur.
+
+En Marcelis van der Veen? Twee malen moest hij, na zijn scheiding van
+Hanneke, van boom verwisselen. Zeven uren hing hij aan den laatsten;
+toen werd hij, uitgeput naar ziel en lichaam, door eenige schippers van
+~Druten~ gevonden.
+
+De geheele ~Tielsche waard~, die met het stedeke ~Batenburg~ twintig
+dorpen, benevens vele buurtschappen en gehuchten telt, werd een
+prooi van het woedende water. Van ~Whamel~ af zag men niets dan een
+onafzienbaren waterplas, waarboven hier en daar een enkel dak uitstak.
+Te ~Alphen~ stroomde het water op sommige plaatsen een el hoog over
+den Maasdijk. Omstreeks tachtig menschen, die hun toevlucht op de
+zolders hunner woningen gezocht hadden, verkeerden te ~Ammerzoden~ in
+doodsgevaar. Ook een grijsaard van zesennegentig jaren, Roekof van
+Woelderen, de oudste man der geheele gemeente. Kalm en gelaten bleef
+deze eerwaarde grijsaard in 't gevaar: geen jammerkreet kwam hem over de
+lippen. In stille onderworpenheid aan God wachtte hij af, wat de Heer
+over hem beschikken zou.
+
+Dieper den polder in woont Martinus van Fraaijen met de zijnen. Zoodra
+hij de ramp van de doorbraak verneemt, brengt hij met behulp van zijn
+zoontje een gedeelte van zijn vee naar de ~Maasdijk~ in veiligheid, en
+keert daarop met den knaap naar huis terug, om zijn vrouw te helpen bij
+'t inpakken en zoo mogelijk redden van hun tilbare have. Doch reeds
+komt de verbolgen vloed hem tegen. Slechts door een snelle vlucht kan
+hij zich redden. Alleen kan hij dat doen; maar hij kan den knaap toch
+niet achterlaten. Hem in de armen te nemen, dat zal zijn loop vertragen.
+Daar ontdekt hij een hoogte. »Klim daar op, dan kan ik u straks halen,"
+zegt hij en spoedt zich, nadat hij zijn jongen in veiligheid gezien
+heeft, ijlings voort. Hij werpt zich in een drieplanker, een bootje van
+de kleinste soort. Hij waagt er zich mee op den vloed en brengt het kind
+behouden thuis. Maar ook hier begint het water te rijzen--eerst zoeken
+ze hun toevlucht op den zolder, toen op het dak. Levensmiddelen hebben
+ze niet mee kunnen nemen. Hongerdood of verdrinken--beiden grimmen hen
+aan. In Gods naam begeeft hij zich met vrouw en zes kinderen in de ranke
+boot. De moeder bindt haar zuigeling op het bloote lijf, uit vrees, dat
+het kind bevriezen zal. Zes uren lang dobberen zij op den vloed. Vrouw
+en kinderen zijn verkleumd van koude. Daar komen zij aan de ruïnen eener
+kerk. Nu zijn ze dicht bij hun redding en worden voorloopig opgenomen in
+de woning van den heer J. de Waal, van alles beroofd, behalve van het
+vee, dat Martinus naar een dijk gebracht en een bed, hetwelk hij in 't
+schuitje meegenomen heeft.
+
+Op 't kasteel, bewoond door baron Arthur de Woelmond, zijn, behalve de
+paarden en koeien welke er gestald zijn, drie honderd menschen geborgen,
+die niets dan 't leven hebben overgehouden.
+
+Ook in ~Driel~ is de ellende vreeselijk. Daar zijn meer dan twee duizend
+menschen in de Protestantsche kerk bijeen, die niets meer te eten
+hebben. Te ~Rossum~ is het bedehuis met ongelukkigen gevuld en loopt
+het water over den dijk, zoodat ze niet weten, of ze hun leven zullen
+behouden. Te ~Hurwenen~ zitten allen in angstige bekommering op hun
+zolders.
+
+Doch ik kan zoo niet voortgaan, en u de ellende schetsen, die er overal
+heerscht. Ik sluit dus dit Hoofdstuk, om u in 't volgende een
+liefelijker tooneel voor oogen te stellen.
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+De Koning als redder van ongelukkigen.
+
+
+Hoe vreeselijk elke ramp is, hoe verschrikkelijk vooral volksrampen
+zijn--in ~Nederland~ hebben ze altijd een schoone keerzijde: ze geven
+den alouden geest van weldadigheid een ruim veld om zich te doen zien.
+Misschien was het als een tegenhanger van 't vorige Hoofdstuk niet
+kwaad, dat ik u een tafereel ophing van al wat er in ~Nederland~
+gedaan werd tot leniging van de ramp, zoo door particulieren als door
+vereenigingen en genootschappen; gaarne zou ik de namen en daden van
+de menschenvrienden mededeelen, die ondanks 't gevaar, waaraan zij
+zich blootstelden, niet aarzelden, om met dikwerf ranke vaartuigen den
+uitgestrekten plas in te varen, waar ze ieder oogenblik ijsschotsen
+zagen drijven, die hen dreigden te verpletteren--ik wil in de eerste
+plaats uw oog vestigen op een enkel man, den eersten uit het land, op
+koning Willem den derden.
+
+'t Was op den vierentwintigsten Januari, dat op den dijk bij ~Brakel~,
+kort na twaalven, ondanks het koude, mistige weder, een groote menigte
+volks zich om het door de wateren gespaarde veerhuis verzameld had. Ge
+herkent onder hen den ouden Veldhuis en zijn zoon Frits, ook Bernard die
+uit zijn dorp is overgekomen, om zijn ouders te bezoeken, en te zien, of
+hij ze met zijn geheele familie naar zijn pastorie kan medekrijgen. Ze
+hebben dat echter afgeslagen; daar ze hopen, dat voor hen 't gevaar te
+boven is en ze gaarne bij hun goed willen blijven. Bernard zou wel eer
+zijn gekomen; maar ook bij hem heeft het gespannen, en hij kon vrouw en
+kind (want hij heeft een zoon) niet verlaten, ook zijn gemeente niet,
+zoolang ook zij door watersnood bedreigd werden. Doch nu 't gevaar
+geheel van hen is afgewend, is hij overgekomen, in de hoop, dat er ten
+minste eenigen mede zouden gaan--we hoorden reeds, dat dit hem mislukt
+is.
+
+In 't veerhuis bevinden zich onder anderen de burgemeester van ~Brakel~,
+die tevens dijkgraaf van het polderdistrict ~Bommelerwaard~ beneden den
+~Meidijk~ is, ook de predikant en de rijksontvanger der belastingen van
+~Brakel~. Doch waarom staat al dat volk daar; waarom richten allen hun
+blikken naar de overzijde der rivier en wel bepaald in de richting van
+~Gorkum~? Waarom schijnt hun 't wachten niet te verdrieten; ondanks den
+door 't sterk ontdooide ijs modderige paden en den kouden nevel, die hen
+door de kleederen heendringt?
+
+Ik zal het u zeggen. Er is tijding gekomen, dat Zijne Majesteit de
+Koning zich met eigen oogen zal komen overtuigen van de ramp, welke zijn
+volk getroffen heeft, dat hij zooveel hem mogelijk is, hulp en leniging
+zal toebrengen. Welnu, dat is de oorzaak van hun geduldig wachten. Velen
+zijn er onder hen, die geen eigen woning meer hebben, wien alles door
+den watersnood ontnomen is; o, met welk een ongeduld verwachten deze den
+vader des vaderlands, die komen zal om met eigen oogen de ramp te
+aanschouwen, welke hen getroffen heeft.
+
+Toch duurt het tot twee ure. Daar bemerkt men, in de verte eenige
+rijtuigen aan den overkant der rivier. »Dat zal de Koning zijn!" is de
+kreet, die uit vele monden oprijst. »Gezegend hij, die komt als Vader
+des Volks!" klinkt het in menig hart. Daar staan de rijtuigen aan den
+overkant stil. Koning Willem de derde, vergezeld van zijn broeder
+Prins Hendrik en van den gouverneur[7] van ~Gelderland~, stapt in de
+schietschouw en laat zich de ~Waal~ overzetten. Nauwelijks is hij aan
+land, of hij wordt door een luid »Hoezee! Leve de Koning!" verwelkomd.
+
+[7] Tegenwoordig commissaris des Konings.
+
+Terstond worden de burgemeester, de predikant en de rijksontvanger van
+~Brakel~ aan Zijne Majesteit voorgesteld.
+
+»Mijne Heeren!" zegt de Koning. »Ik verzeker u, dat ik gevoelig ben over
+al hetgeen gij verricht hebt, om in den eersten en dringendsten nood te
+voorzien. Nooit--neen nooit zal ik dit vergeten."
+
+Nu leidt men Zijne Majesteit rond, opdat hij eenig denkbeeld moge
+erlangen van de grootte en uitgestrektheid der ramp, hier door 't water
+aangericht, en men kan 't hem aanzien, hoezeer 't leed zijner geliefde
+onderdanen, zijner medemenschen hem schokt.
+
+Nauwelijks gunde de Vorst zich den tijd, om des nachts te rusten van
+zijn vermoeiende en door den dooi al gevaarlijker en gevaarlijker
+wordende tochten; terwijl hij de ongelukkigen van de overstroomde dorpen
+in den beneden- en boven- ~Bommelerwaard~ bezocht. Overal poogde hij
+de slachtoffers van den watersnood te bemoedigen door een vriendelijke
+toespraak, overal zorgde hij met milde hand, dat er in hun behoeften
+voorzien werd. We zullen den Vorst niet voet voor voet op zijn tocht
+volgen; liever willen we enkele schitterende tooneelen van zijn verblijf
+op de plaats van den rampspoed opgeven.
+
+Geen koude, hagel of sneeuw, geen levensgevaar zelfs, hield den Vorst
+terug om zijn landgenooten te helpen en op te beuren. Hij bezocht alle
+plaatsen, waar ongelukkigen gehuisvest waren, deed zelf onderzoek naar
+hun behoeften, luisterde met deelneming naar 't verhaal hunner rampen en
+de bijzonderheden hunner redding, ja wilde weten, of ze wel goed gevoed
+werden. In een der openbare gebouwen van ~Kerk-Driel~ was men juist
+bezig aan 't opscheppen van soep. »'t Schijnt hun goed te smaken," zegt
+de Vorst met een vergenoegd gelaat. »Apropos! Schep mij ook eens bord
+op," beveelt hij op vriendelijken toon. Men gehoorzaamt; de koning eet
+met smaak de helft van 't bord leeg. »Nu, dat is krachtige kost," zegt
+hij tevreden, »dat zal den menschen goed doen. Laat het hun vooral aan
+niets ontbreken, hoor!"--»Informeer eens bij de commissie, of er nog
+voorraad genoeg is," vervolgt hij tot zijn adjudant, »en zeg haar, dat
+zij anders op mij kan rekenen."
+
+Maar door de steeds herhaalde bijdragen, welke de verschillende
+commissiën, uit 's konings kas ontvingen, raakte die eindelijk uitgeput.
+Men zeide het hem. »Nu, wat zou dat?" vroeg hij, »als 't niet anders
+kan, zullen we ons wel eenigen tijd behelpen; die arme bloeden hebben
+'t vrij wat meer noodig dan wij."
+
+De koning was te ~Tiel~. 't Was kort na de overstrooming van 't land
+tusschen ~Maas~ en ~Waal~.
+
+»Sire," waarschuwt men hem. »De tocht is gevaarlijk. Uwe Majesteit zal
+vóór den nacht niet terug kunnen, en 't zal Haar bezwaarlijk vallen, een
+voegzaam nachtverblijf te vinden."
+
+»Een nachtverblijf, mijne heeren?" vraagt de Vorst lachend. »Ziet mij
+eens aan. Zoudt ge niet denken, dat ik nog sterk genoeg was, om 't een
+nacht op den dijk uit te houden? Kunnen we niet terugkomen, welnu, dan
+blijven we op den dijk. Er zijn er zoo velen die er zich in moeten
+schikken; wij zullen er ook niet van sterven."
+
+»Maar Sire," zegt de veerman, toen de koning in de veerschuit stapt. »De
+tocht zal lang duren en is gevaarlijk ook."
+
+»Durf jij er over?" vraagt de koning.
+
+»Ja, Sire, als 't moet, durf ik alles," antwoordt de veerman.
+
+»Dan durf ik het ook. Steek af!"
+
+In een dikken pijakker gehuld, met hooge kaplaarzen aan, blijft hij twee
+uren (want zoo lang duurde de overtocht) kalm en bedaard, waar allen
+sidderen. En 't was inderdaad een vreeselijke overtocht. Niet alleen,
+dat een scherpe sneeuwjacht allen kil en snijdend in 't gezicht jaagt;
+maar men moet tusschen dichte ijsschollen heendobberen, die telkenmale
+dreigen het ranke vaartuig te zullen verbrijzelen.
+
+Het eerst gaat de koning aan wal, klautert over het ijs, springt over
+wakken, waadt door plassen, 't is of hij geen rust heeft voor hij bij
+de ongelukkigen is. Hij komt te ~Dreumel~, waar de burgemeester, die
+van zijn komst verwittigd is, hem een eenvoudig ontbijt aanbiedt.
+
+»Nu, dat is goed," zegt de Vorst. »Men zou trek krijgen, als men zoo
+lang op 't water is."
+
+De koning laat zich het ontbijt goed smaken, en onderhoudt zich
+intusschen met den burgemeester over de plaats gehad hebbende ramp. Ook
+de tijd, die 't ontbijt kost, kan ten nutte der ongelukkigen besteed
+worden. Spoedig is 't ontbijt afgeloopen. De koning schenkt zijn glas
+nog eens vol.
+
+»Om u te bedanken, mijn waarde gastheer," zegt hij minzaam, terwijl hij
+het glas ledigt. »Ik moet u zeggen, dat ik geheel en al bekomen ben, na
+'t frissche morgentoertje, dat ik gedaan heb.--Doch nu spoedig verder,"
+zegt hij tot zijn gevolg.
+
+Ook hier worden weder de overstroomde dorpen bezocht; ook het punt,
+waar de doorbraak heeft plaats gehad. De koning laat zich de plaatsen
+aanwijzen, waar vroeger huizen stonden, doch die door den geweldigen
+vloed verdwenen zijn. »Die arme menschen!" roept hij uit. »Zoo
+van alles beroofd te zijn. Worden ook hier van die ongelukkigen
+verpleegd?"--»Voorzeker, Sire," luidt het antwoord. »Welnu, brengt
+mij dan derwaarts."
+
+En nu stapt de koning in een schuit, die hem weldra bij de bovenramen
+van een stevig gebouw brengt, hetwelk de woede van stroom en ijsgang
+doorstaan heeft, en waar zich niet minder dan driehonderd menschen
+bevinden. De Vorst treedt er binnen; hij gaat de rijen door en heeft
+voor allen een vriendelijk woord. Nu eens spreekt hij een ouden van
+dagen aan: »Wel hoe gaat het, vader? Op uw ouden dag zoo iets te moeten
+ondervinden! 't Is erg!"--of het klinkt uit zijn mond: »Wel, moedertje.
+Hoe maak je 't? Toch nog gelukkig gered?"--Of hij staat stil bij een
+moeder, die haar kind op den schoot houdt, streelt vriendelijk de wangen
+van het wicht, en zegt: »Dat heb je ten minste nog behouden!"--Zoo
+spreekt hij tot allen, vooral tot hen, van wie men hem zegt, dat zij het
+meest geleden hebben. Daar wijst men hem een oud, maar nog krachtig en
+stevig man. »Die heeft twee dagen lang op een boomstam doorgebracht;
+terwijl de golven om hem heenbruisten, en ieder oogenblik dacht, dat
+zijn laatste uur gekomen was."
+
+De koning nadert hem, en ziet, dat de grijsaard het metalen kruis op de
+oude, versleten jas heeft gehecht. De man neemt een flinke houding aan
+en brengt de hand aan de pet, om op militaire wijs Zijne Majesteit te
+begroeten.
+
+»Wel vriend," zegt de koning. »Hoe gaat het u? Je hebt je taai gehouden
+naar ik hoor. En zooals ik zie, ben je ridder van 't metalen kruis. Heb
+je den tiendaagschen veldtocht meegemaakt?"
+
+[Illustratie: _Tresling & Co Hof-Lith Amst._]
+
+»Pardon, Sire," antwoordt de grijsaard. »Ik diende destijds bij de
+tiende afdeeling, en was onder generaal Chassè op de citadel."
+
+»Nu, daar heb je 't warm genoeg gehad," herneemt de koning. »'t Was daar
+geen haar beter dan bij ~Hasselt~ en ~Leuven~. Je kunt dus meepraten van
+vuur en van water. Waar vondt je 't nu wel 't minst prettig: op de
+citadel of op je boomstam?"
+
+»Sire," antwoordt de man. »Als 't zijn moet, dan tienmaal liever in 't
+vuur, dat de kogels om mij heen fluiten, dan ooit weer in 't water. Doch
+in beiden heeft God mij bewaard."
+
+»God bewaart brave soldaten altijd," hervat de koning, terwijl hij zijn
+beurs uit den zak haalt en die den man overreikt. Daarna drukt hij den
+braven krijgsman hartelijk de hand, en zegt bewogen: »Houd maar moed; we
+zullen ook u niet vergeten."
+
+En met deze woorden verwijdert hij zich.
+
+»Vaartwel!" zegt hij daarop met krachtige stem tot allen. »Vaartwel!
+Hebt slechts geduld en weest tevreden; 't zal u aan niets ontbreken!"
+
+Ik behoef u wel niet te zeggen, hoeveel zegenbeden er uit de borst van
+die ongelukkigen oprezen, zegenbeden voor den Vorst, die zoozeer toonde,
+de vader en helper zijner onderdanen te zijn. De tranen, welke in de
+oogen van die ongelukkigen glinsterden over de liefdevolle behandeling,
+welke zij van hun koning ondervonden, waren zeker wel de schoonste
+parelen, welke zijn kroon konden versieren. De tijding van 's konings
+edelaardige grootmoedigheid ging door 't gansche land, en uit millioenen
+harten steeg de bede op tot den Koning aller Koningen: »O Heer! spaar
+onzen goeden Vorst!"--Evenals zijn naamgenoot, graaf Willem de derde,
+had hij zich bij de ramp, die ~Nederland~ getroffen had, den naam van:
+»Willem den goeden" waardig gemaakt!
+
+Zijn terugreis uit de overstroomde landen naar de residentie was dan ook
+inderdaad een zegetocht. En toen hij in dat voorjaar in de hoofdstad
+kwam, werd hij luisterrijk ingehaald en vierde men daar feest, omdat
+»Willem de goede," niet alleen koning der ~Nederlanden~ was, maar
+ook getoond had, de vriend en weldoener zijner door den rampspoed
+geteisterde onderdanen te zijn. En met hoeveel geestdrift werd zijn
+vierenveertigste verjaardag, de 19de Februari, gevierd. Schooner echter
+nog volgens 's konings wensch zelf: want op dien dag had de algemeene
+collecte voor de door den watersnood ongelukkig gewordenen plaats.
+
+En waar haar koning dus voortging, volgde de natie. Neen, niet alleen
+volgde zij hem--ze was hem reeds voorgekomen. Nauwelijks toch was de
+mare van de eerste ramp vernomen, of er vormden zich terstond overal
+commissiën om gaven voor de noodlijdenden in te zamelen. Uitgevers
+van dagbladen plaatsten kosteloos advertentiën en boden zich aan tot
+ontvangst van giften. Concerten werden gegeven, tooneelvoorstellingen
+gehouden, waarvan de opbrengst geheel voor de noodlijdenden was. Daar
+kwam van alle kanten vrij wat in! Koren, brood, rijst, aardappelen,
+allerlei levensmiddelen, hemden, kousen, broeken, en alle soorten van
+bovenkleederen, bedden, matrassen, dekens, en wat niet al. En behalve
+dat alles geld, geld in overvloed. Zoo was er onder andere op den 21sten
+Januari alleen bij de commissie te ~Amsterdam~ de niet geringe som
+van f 63,090.82½ ontvangen, en dat reeds op dien datum. Bij de meeste
+van die gaven schreef men alleen letters; bij sommige ook versjes,
+dikwerf erg kreupelrijm. Een der aardigste versjes heb ik indertijd
+uitgeschreven; ik vond het zeer lief. 't Was van de leerlingen eener
+jongeheerenschool, die elk uit zijn spaarpot wat gegeven hadden, en de
+som van negenendertig gulden inzonden met de volgende dichtregelen:
+
+ »Onze ouders zijn ons voorgegaan,
+ Zij gaven van hun overvloed;
+ Wij geven van 't gespaarde geld,
+ God weet het, dankbaar van gemoed,
+ En toonen, door te lenigen
+ Der armen bittren nood en pijn,
+ Dat wij disciplen van den Heer,
+ Dat we Amsterdamsche jongens zijn."
+
+Bij den minister van Binnenlandsche Zaken werd alleen uit ~Nederland~ en
+zijn overzeesche bezittingen de som van f 253,583.86, van buiten'slands
+f 304,439.69 ontvangen; terwijl de collectie van den 19den Februari
+f 774,774.28 en een later gehouden algemeene verloting van voorwerpen
+van kunst en smaak (alle geschenken van de inzenders) f 191,034.14
+opbracht; zoodat de totale opbrengst meer dan anderhalf millioen
+(1,523,831.97) bedroeg. Hoe kon 't anders bij een volk, welks koning
+zulk een voorbeeld had gegeven? Wat het den koning zelf gekost heeft,
+is ontzaglijk. Toch heeft hij, nog meer dan door dat geld, zich een
+naam gesticht in de harten der dankbare natie door zijn bezoek aan de
+overstroomde gewesten, en zal de naam van Willem den derden daar steeds
+in dankbare herinnering blijven.
+
+En spreken wij van menschenliefde, dan voorzeker mogen wij ook hen niet
+vergeten, die hun eigen leven waagden, om dat hunner medemenschen te
+redden. Een voorbeeld onder vele. Drie schippers, Cornelis, Dirk en Jan
+van de Weerd waren de eersten, die zich omstreeks acht ure in den morgen
+van den 30sten Januari, dus zoo wat anderhalf uur nadat de dijkbreuk
+was ontstaan, door den burgemeester van ~Whamel~, den heer Kolfschoten,
+lieten bewegen, om met genoemden burgemeester op redding van menschen
+uit te gaan. Dat voorbeeld werkte; Hendrik van Kessel en Andries Adams
+volgden met een tweede schuit; Hol en Brouwer met een derde. De drie
+schuiten voegden zich bij elkander en waren na twee uren een heel
+eind in den polder gekomen. Daar kwam op eens zulk een geweldige
+strooming, dat de schuit van Kessel en Adams, waarin de burgemeester was
+overgegaan, zijwaarts afdreef en met ontzaglijk veel krachtsinspanning
+aan het bosch van den Hoogen kamp aanlandde, vanwaar ze trachtten naar
+den dijk te geraken; 't geen hun belet werd door het ijs, dat hen van
+rondsomme insloot. De burgemeester, niet zoo gewoon aan wind en weer
+als de flinke varensgezellen, kon 't niet langer uithouden van de
+strenge koude. Andries Adams kon dat niet kalm aanzien; hij stapte
+uit de schuit, nam den half verkleumden burgervader op de schouders en
+bracht hem, na een vreeselijke worsteling van tien minuten tegen het
+ijs en het water, waarin hij tot aan den buik ging, behouden aan den
+dijk. De andere booten keerden eenigen tijd later met zestien geredden
+terug, menschen, die zonder hen een wisse prooi van den dood zouden zijn
+geworden.
+
+Maar de edele redders hadden nog niet genoeg gedaan. Andermaal gaan Jan
+en Cornelis van de Weerd met Evert Kessel in een schuit den plas op.
+Daar zien ze een vrouw met vier kinderen op een ellendige stroowisch.
+'t Was de vrouw van Nicolaas Elsen met haar vier kinderen. Met haar man
+en hun gezin en nog dertig andere menschen waren zij op het dak hunner
+woning gevlucht. De woning was ingestort, de vader met de anderen waren
+door den vloed weggesleept; zij met haar kinderen bleven op een stukje
+riet of stroo, ter grootte van ongeveer vier vierkante ellen, drijven.
+Achtereenvolgens zag ze al haar buren en vrienden verdrinken, ja zij
+zelf was reeds ten halvenlijve door het dak gezakt. Daar komt de
+schuit met de drie wakkere mannen aan, regelrecht op haar toe. Maar de
+schippers, die reeds anderen gered hebben, kunnen er ternauwernood twee
+van de vijf bergen. Dat geeft een edele wedstrijd: de moeder wil niet
+gaan zonder haar kinderen, de kinderen niet zonder hun moeder. Doch er
+is geen tijd tot beraad. De moeder verkeert in 't grootste gevaar; half
+met geweld maken ze zich van haar meester en trekken haar met een harer
+kinderen in 't schuitje. Toen ze haar aan wal gebracht hebben, keeren
+ze om de andere drie kinderen terug en--brengen ze in de armen hunner
+moeder, die daarenboven 't geluk heeft, den volgenden dag ook haar man
+gezond en wel terug te zien.
+
+Ziedaar een enkel voorbeeld uit honderde. 't Is genoeg, om u te
+verheugen, dat er in dergelijke rampen altijd menschen in overvloed
+zijn, die 't beeld van God niet verloren hebben, waar 't aankomt om hun
+menschenliefde te toonen en anderen te redden en te behouden.
+
+En thans--genoeg van den watervloed. Als we dominé Veldhuis spraken, zou
+hij zeggen:
+
+»Daar is in dat jaar veel geleden en veel vergoed. Maar we moeten ons
+ook herinneren, dat hetzelfde jaar 1861 voor Gelderland in gezegend
+aandenken wordt gehouden; daar den 21sten October van dat zelfde jaar
+door Z. M. den koning de eerste steen werd gelegd van de eerste
+spoorwegbrug, en wel over den IJsel, te ~Zutfen~."
+
+»Alweer de koning?" vraagt ge. Welzeker, alweer koning Willem de derde.
+Waar nood was, wist hij te helpen; waar een goede zaak, weldaad voor 't
+land, in 't spel was, wist hij die door zijn tegenwoordigheid en
+medewerking op te luisteren.
+
+We willen ditmaal onze lezeressen en lezers zelf niet naar ~Zutfen~
+voeren; maar hun liever een brief mededeelen, op den namiddag van het
+feest door Bernard aan Gustaaf geschreven. Waarschijnlijk zullen ze uit
+dien brief bemerken, dat de familie van Veldhuis en die van de Bosson
+vermeerderd is, en misschien knorren ze op mij, dat ik hun daarvan op
+zijn tijd geen mededeeling heb gedaan. 't Is mijn schuld niet; dan
+hadden ze eenvoudig maar de Oprechte Haarlemmercourant moeten lezen;
+daar zouden ze beide advertenties hebben gevonden.
+
+Thans echter wil ik hun den door mij genoemden brief van dominé Veldhuis
+mededeelen. Deze luidt als volgt:
+
+ Zutphen, den 22en October 1861.
+
+ »Gustaaf!
+
+»De dag van heden was voor deze stad een ware feestdag; doch niet alleen
+voor ~Zutphen~, maar voor 't geheele land. Het spoorwegnet bestaat thans
+niet alleen meer in de verbeelding, niet alleen meer op 't papier--de
+eerste steen is gelegd van 't gebouw, dat ~Nederland~ zal doen
+concurreeren met andere natiën. Ik ben gisteren naar ~Zutphen~
+gereden--Margot durfde niet, om onzen kleinen Ernst; anders ware ze
+zeker meegegaan.
+
+Ge weet, dat onze goede koning zelf zijn voornemen had te kennen
+gegeven, om den eersten steen te leggen van de spoorwegbrug over
+den IJsel, en zoo te toonen, hoeveel belang hij er in stelt, dat ook
+de Noordelijke provinciën het voorrecht zullen smaken, hetwelk een
+versnelde communicatie geeft. Reeds gisteren wapperde de driekleur
+van ~Zutphens~ toren, waren er aan de IJselkade tribunes opgericht en
+stonden van den overkant van de rivier een eereboog en groene tropeën
+te prijken. Verschillende ministers en andere aanzienlijken kwamen in de
+stad aan, die zelf zoo geheel en al feestelijk getooid was en waarin een
+drukte heerschte, welke der stille veste anders vreemd is. Ook Jan, bij
+wien ik logeerde, had zijn huis vol logés. Doch laat mij nu tot het
+verhaal van de plechtigheid van den dag overgaan.
+
+Om twaalf ure kondigde een algemeene geestdrift de komst van Z. M. aan,
+die met zijn gevolg door de commissie voor de Staatsspoorwegen aan de
+brug ontvangen en onder fanfares naar de smaakvol ingerichte tribune
+geleid werd. Hierop hield de minister van Binnenlandsche Zaken, baron
+van Heemstra, een redevoering tot Z. M., waarin hij te kennen gaf, van
+hoe hooge waarde de spoorwegen voor ~Nederland~, een land van handel,
+nijverheid en landbouw waren, en hoe de natie met geestdrift had
+vernomen, dat de koning in persoon den eersten steen tot het groote
+gebouw wilde leggen, omdat Z. M. daarvan de diepe beteekenis gevoelde.
+De natie was dankbaar aan zijn Vorst, die zelf het groote werk wilde
+inwijden, en wenschte vurig dat het hem vergund moge zijn, de voltooiing
+daarvan en de ontwikkeling des lands te aanschouwen. Hierop begon de
+plechtigheid: de koning stond van zijn zitplaats op en begaf zich naar
+den pijler, waar de president der commissie het proces-verbaal van de
+handeling voorlas, dat, met sierlijk gekleurde letters op perkament
+geschreven, van de zaak zelf en de personen, die er deel aan namen,
+melding maakt. Z. M. onderteekende dit stuk: dezelfde hand, die 't
+vorige jaar de spoorwegwet bekrachtigde, vereeuwigde thans voor de
+nakomelingschap de eerste uitvoering daarvan. Hierop rolde de president
+het perkament op, en deed de koning het in een looden bus, hem tot dat
+einde overhandigd. Nadat Z. M. in dezelfde bus een exemplaar van alle
+munten van den Staat had geworpen, werd zij door den opzichter Springer
+gesoldeerd. Nu legde Z. M. de bus in een steen, waarop gebeiteld stond:
+»Koning Willem de derde heeft van deze brug den eersten steen gelegd en
+daarmede den aanleg van staatsspoorwegen in Zijn rijk ingewijd." Hierop
+trad de dochter van den burgemeester, de gravin van Limburg Stirum,
+nader en bood, met een treffende toespraak, den Vorst den troffel aan.
+Aan de linkerzijde van den koning stond de ingenieur Waldorp met den
+kalkbak. Op een wenk zakte de steen langzaam en statig naar beneden.
+Hierop bood de ingenieur Reuvens den koning den hamer aan; allen vormden
+een kring om den Vorst, die nu een slag op den steen gaf--en de eerste
+steen was gelegd.
+
+Op 't zelfde oogenblik hief de muziek het Volkslied aan, de klokken
+begonnen te spelen, en het donderen van 't geschut verkondigde aan de
+omliggende plaatsen, wat er geschied was: terwijl de geestdrift van 't
+volk zich in een luid: »Hoezee! leve de koning!" openbaarde.
+
+Toen de koning de tribune verliet, zongen de jongens van Mettray eenige
+door den heer Heije vervaardigde coupletten, waarvan vooral mij het
+volgende zeer interesseerde. Het luidt aldus:
+
+ »Wat ge dezen winter dee,
+ Koning, hebben we óok vernomen,
+ En nu ziet ons heel Mettray,
+ Hoe ge 't stoompaard van de vree
+ Een weg baant over de IJselstroomen.
+ Dubbele dwinger van den vloed,
+ God zij met u--wat Ge doet."
+
+Nadat de Vorst in de groote Societeit een déjeuner had gebruikt, verliet
+hij ~Zutphen~, om zich met zijn gevolg naar ~'t Loo~ te begeven, alwaar
+van middag groot diner zal zijn, tot hetwelk verschillende hooge
+personen, o. a. de voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal
+zijn genoodigd.
+
+De koning is vertrokken; maar de feestvreugde blijft aanhouden, en we
+zullen van avond een prachtige illuminatie hebben. De stadswaag o. a.
+zal met gas worden geïllumineerd. Ook de prachtige eereboog zal fraai
+verlicht zijn. 't Is hier dan ook vreeselijk druk. Volgens een matige
+berekening zijn er 5 à 6000 vreemdelingen in de stad. Alle kamers en
+logementen zijn van den dag van gisteren tot morgenavond besproken.
+Binnen een rayon van zes uren gaans waren er reeds gisteren geen
+rijtuigen meer te krijgen. Ik behoef u dus niet te zeggen, hoe vol het
+overal is. Gelukkig, dat ik een goed onderkomen heb. En nu, te midden
+der feestvreugde heb ik aan u geschreven; 't zij voor ditmaal voldoende.
+Mijn groeten aan Florence, veel kussen aan de kleine Marie.
+
+ Ik ben als altijd
+
+ Uw toegenegen broeder
+ Bernard.
+
+PS. Juist wilde ik mijn brief in 't couvert doen, toen Jan mij nog de
+volgende bijzonderheid mededeelde, welke ook gij zeker niet onaardig
+zult vinden. De stoel, waarop Z. M. op de tribune zat, was die, welke
+zijn doorluchtige voorouderen bij hun bezoeken te ~Zutphen~ gebruikten,
+namelijk de zoogenoemde »stadhouderlijke stoel." Op dezen stoel zat
+Willem IV den 9 October 1750, toen hij op de landschapsvergadering te
+~Zutphen~ tegenwoordig was, en waarschijnlijk ook Willem de vijfde, bij
+zijn bezoek in die stad, 18 Augustus 1766."
+
+De brief van Bernard Veldhuis heeft ons genoegzaam op de hoogte gebracht
+van de geheele plechtigheid. Ik behoef er dus niets meer bij te voegen.
+Alleen kan ik niet nalaten, u de woorden mede te deelen door koning
+Willem den derden in antwoord op de toespraak van den burgemeester der
+stad ~Zwolle~ gesproken, en die zeker merkwaardig zijn en wel aan de
+vergetelheid mogen ontrukt worden.
+
+»Het verheugt mij," zeide Zijne Majesteit, »den eersten steen te hebben
+mogen leggen van het groote werk, dat voor ~Nederland~ van zooveel
+belang zal zijn. Het verheugt mij dubbel, dat Ik, die reeds als
+kroonprins en beschermheer der Koninklijke Academie te ~Delft~, een
+warm voorstander was van het spoorwegnet, hetwelk thans door de wet ten
+uitvoer zal worden gebracht, het voorrecht geniet dien steen te hebben
+gelegd."
+
+Welk een edel Vorst, die niet alleen het welzijn van zijn onderdanen ter
+harte neemt, wanneer hun rampen treffen, hetgeen alleen het uitvloeisel
+van een liefderijk, medelijdend gemoed kon zijn; maar ook met krachtige
+hand medewerkt aan hun welwezen, waar 't er op aankomt, handel,
+nijverheid en landbouw te bevorderen. Gelukkig het volk, dat zich in
+zulk een koning mag verheugen!
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+Het feest van Neerlands herstelling.
+
+
+Dat was een drukte in ~Amsterdam~ op den 16en November 1863, het feest
+van ~Nederlands~ herstelling, na de Fransche heerschappij. Bijna geen
+huis, of 't was vol logés, die overgekomen waren om de feesten bij te
+wonen. Want al waren die feesten reeds Zondag begonnen (toen was die
+herdenking kerkelijk gevierd); Maandag den zestienden zouden ze
+eigenlijk eerst aanvangen. 't Zou een rechte feestdag zijn voor
+~Amsterdams~ ingezetenen.
+
+Ook onze oude vrienden hadden hun deel aan logeergasten. We
+willen daartoe eerst eens de woning van mevrouw de Winter op de
+~Heeregracht~ binnentreden. We vinden haar met kapitein de Bosson en
+haar gezelschapsjuffrouw, Emma Kellner, op Zaterdag, den 14en November
+aan 't ontbijt zitten. Ze ziet er nog frisch en gezond uit, al heeft ze
+haar vierenvijftigste jaar reeds achter den rug, die goede mevrouw de
+Winter; ook de kapitein, ondanks zijn zesenvijftig jaren en zijn grijzen
+knevel, doet ons zien, dat hij niet veel verdriet in de wereld heeft, en
+juffrouw Kellner, die we nog niet ontmoet hebben, en die daar een lieve
+en hooggeschatte huisgenoot is, draagt haar tweeëntwintig jaren ook met
+eere.
+
+»Zoodat nu alles klaar is, lieve Emma," zegt mevrouw de Winter: »het
+ledikant voor Margot en haar man, het kleine ledikantje voor Ernst en
+Frédérique, en de wieg voor Marietje!"
+
+»Alles in orde, mevrouw," antwoordt juffrouw Kellner. »'t Is wel wat
+vol op de logeerkamer; maar de dominé en zijn gezin zullen er zich toch
+goed in kunnen roeren."
+
+»Uw huis zal veel van een kazerne weghebben, Frédérique," zegt de
+kapitein. »'t Is jammer, dat je zwager Veldhuis met zuster Marie ook nog
+niet te logeeren genomen hebt."
+
+»O, wat dat aangaat, Henri," antwoordt mevrouw de Winter. »Als Gustaaf
+niet gepresenteerd had, om ze bij zich aan huis te hebben, dan zouden we
+er ook plaats voor gevonden hebben, niet waar Emma?"
+
+»Voorzeker, mevrouw. Dan had ik eenvoudig mijn kamer geruimd, en zou wel
+een plaatsje op zolder hebben gezocht, om voor een nacht of wat te
+slapen."
+
+»Op zolder!" riep de kapitein lachend uit. »Onze Emma heeft zeker aan
+den watersnood van voor twee jaren gedacht. Dan zoudt ge 't veiligst op
+zolder zijn, niet waar?"
+
+»Waarom niet, kapitein?" antwoordde Emma. »Iemands gedachten zijn immers
+tolvrij. Doch van iets anders gesproken, mevrouw. Zou ik Betje niet naar
+den sleeper zenden, om de vigilante te bestellen, waarmee u de gasten
+van 't station wilt afhalen?"
+
+»Eén vigilante, Frédérique?" vroeg kapitein de Bosson. »Laat Betje naar
+Koens gaan, en vragen, of hij ons geen heelen omnibus kan verhuren. Dan
+ga ik ook mee, om de karavaan die uit het Oosten komt, af te halen. Vijf
+personen, en gij zijt de zesde, in één vigilante! De sleeper mag er ten
+minste wel twee paarden voorspannen!"
+
+»'t Zijn er ook personen naar!" riep mevrouw de Winter uit. »Als je
+meegaan wilt, Henri, is er nog plaats genoeg. Dan moogt gij de kleine
+Marie op den schoot nemen."
+
+»Op gevaar van een paar natte knieën; ik dank u, Frédérique. Laat Margot
+haar eenjarig dochtertje zelf op den schoot houden, dan neemt gij uw
+tweejarig petekindje Frédérique, en dan mag dominé Bernard voor zijn
+wilden driejarigen Ernst zorgen."
+
+»Ei, ei! Zoudt ge er zoo gemakkelijk af willen komen, Henri!" vroeg
+mevrouw de Winter. »Voor niemendal meerijden, en er niets voor doen!
+Neen man, dan blijf je maar stilletjes thuis."
+
+»O, ik ben in 't geheel niet verlegen om uw vigilante, Frédérique.
+Weet je, wat ik doe. Ik rijd op mijn eigen kosten met Florence naar
+'t station--Gustaaf heeft er geen tijd toe, daar hij het te druk op
+'t kantoor heeft--en dan haal ik Ernst en Marie af."
+
+»En dan moeten Marietje en Henri natuurlijk ook mee. En dan zal
+grootvader zijn eenjarig petekind wel op den schoot nemen, ook met
+gevaar van natte knieën te krijgen!" schertste mevrouw de Winter.
+
+»Natuurlijk zal Florence de kinderen graag meenemen," zeide de kapitein.
+»Dus Emma, wees zoo goed, om aan Betje te zeggen, dat ze twee vigilanten
+bestelt: een voor mijn zuster en één voor mij."
+
+»Toch zeker voor u een met twee paarden, kapitein?" vroeg Emma
+schertsend.
+
+»Of een omnibus van Koens?" voegde mevrouw de Winter er bij. »Want dan
+zijn 't vier volwassen personen en twee kinderen."
+
+»Een tegen twee gaat niet," zeide de kapitein lachend. »Vooral als die
+twee dames zijn, en de andere zoo'n afgeleefde veteraan als ik."
+
+»Een afgeleefde veteraan!" riep Emma lachend uit. »Kapitein, ge ziet er
+nog zoo jong uit, dat ik alle dagen bang ben, u met uw aanstaande thuis
+te zullen zien komen."
+
+Zoo schertsen die goede menschen voort, en we hebben uit hun gesprek
+al zoo wat gemerkt, wat er in den tijd, sedert we ze voor 't laatst
+zagen, en dat is nu drie en een half jaar geleden, voorgevallen is.
+Ten aanzien van des kapiteins zoons moet ik u nog mededeelen, dat de
+vierentwintigjarige August op dit tijdstip eerste luitenant bij de
+grenadiers, en diens een jaar jongere broeder deelgenoot in de zaak
+van Gustaaf is, welke zaak tegenwoordig onder de firma van de Winter en
+Co. gedreven wordt. Dat er een heele drukte aan 't huis van mevrouw de
+Winter zou zijn door de overkomst van dominé Veldhuis met zijn vrouw en
+drie kinderen, behoef ik u wel niet te zeggen. Grootmama zag daar echter
+volstrekt niet tegen op; daarenboven had ze een trouwe hulp aan haar
+gezelschapsjuffrouw, Emma Kellner. Bij Gustaaf zouden het de oude lui
+Veldhuis zeker wel zoo druk niet maken; toch gaf het Florence natuurlijk
+veel bemoeiing.
+
+Nog bestond er een plan, dat echter voor een gedeelte van de beslissing
+der logés zou afhangen. Op Dinsdag namelijk zou kapitein de Bosson met
+Gustaaf en Florence naar ~Den Haag~ gaan, om ook daar het feest van
+~Nederlands~ herstelling bij te wonen; nu hoopten ze Veldhuis en zijn
+vrouw en Bernard en Margot over te halen, hen te vergezellen. Mevrouw de
+Winter zou dien dag wel op Margot's kleinen passen, en juffrouw Kellner
+zou bij Gustaaf aan huis komen, om daar voor de kinderen te zorgen. Dat
+was een plan van den kapitein, en als 't niet werd goedgekeurd, zou 't
+hem zeker uit zijn humeur brengen. Men zou met retour met den eersten
+trein vertrekken, en 's avonds met den laatsten terugkeeren; dan kon men
+nog best de illuminatie zien--zeide hij. Hij had dienaangaande reeds aan
+August geschreven, en hem aangemaand, om te zorgen, dat ten minste een
+paar van hen op de tribune konden komen, om 't leggen van den eersten
+steen van 't monument bij te wonen.
+
+En nu laten we den kapitein en zijn zuster de gasten afhalen, we laten
+hen komen, in ~Amsterdam~ vertoeven, en willen eens zien, wat er op
+Maandag den 16en November in de hoofdstad te doen was; om daarna onze
+goede vrienden voor een dag naar ~Den Haag~ te vergezellen.
+
+Geheel de hoofdstad had een feestelijk aanzien. De straten waren schier
+verduisterd door de menigte van vlaggen; groen en festoenen, prachtige
+decoratiën in sommige winkels, eerebogen, chassinetten, alles toonde
+aan, dat ~Amsterdam~ feest zou vieren, en de nationale kleuren, met
+Oranje doorweven, welke ieder zonder onderscheid van rang of kunne op
+den hoed of op de borst droeg, gaven den aard van 't feest aan: 't zou
+er een zijn, waarbij ~Nederland~ niet alleen de herkrijging zijner
+onafhankelijkheid, maar ook de herstelling van 't geliefde stamhuis zou
+herdenken. Daarom ook waren al de vlaggen versierd met oranjewimpels;
+niemand toch kwam het in de gedachten, ~Oranje~ van ~Nederland~ te
+scheiden; integendeel elk burger van ons koninkrijk gevoelde het, dat
+onze vaderen met Oranje hun onafhankelijkheid hadden bevochten, en dat
+die onafhankelijkheid alleen door 't Huis van Oranje duurzaam was
+geweest.
+
+Den Zondag te voren was de gedenkwaardige dag in de verschillende kerken
+van ~Amsterdam~ plechtig herdacht, en had de burgemeester den koning een
+telegram gezonden, inhoudende gelukwensching van de hoofdstad des Rijks
+op den huidigen feestdag. Per telegraaf had Z. M. daarop geantwoord, dat
+hij hoogen prijs stelde op de gevoelens, daarin door den burgemeester
+namens zijn stad uitgedrukt. Des namiddags om drie ure had er een
+treffende plechtigheid plaats op de nieuwe brug. Barend Ponstijn, die
+daar vijftig jaren geleden met de vlag om zijn middel gewonden gekomen
+was en haar op dezelfde plek en op 't zelfde uur geplant had, kwam nu,
+vergezeld van de personen, die destijds bij hem geweest waren. Reeds
+wachtte er hem de burgemeester, die zich vriendelijk met hem en zijn
+kameraden onderhield. Zoodra nu 't speelwerk van de Oude kerk het uur
+van drieën aankondigde, haalde Ponstijn, als weleer, de vlag onder zijn
+bovenkleederen vandaan, en heesch die, onder het daverend gejuich der
+tallooze aldaar verzamelde menigte. Daarop hield de burgemeester een
+korte, maar gepaste toespraak tot den waardigen grijsaard, die dezen dag
+had mogen beleven.
+
+We zullen de verschillende decoratiën niet beschrijven; alleen willen
+we vermelden, dat de burgemeester der hoofdstad een aangename verrassing
+had ondervonden. Immers, toen hij dien morgen wakker was geworden, zag
+hij, dat de voorgevel van zijn huis prachtig was gedecoreerd. Dat was in
+den afgeloopen nacht gedaan door de leden van 't genootschap »Hooger zij
+ons doel." In die versiering had men het volgende vierregelige versje
+aangebracht:
+
+ »Heel de Amstelstad mag 't feest der vrijheid vieren,
+ Zoo heuglijk voor ons dierbaar koninkrijk;
+ Ons zij 't vergund, uw woning op te sieren,
+ Der dankbaarheid van Amsterdam ten blijk!"
+
+Maar we spreken van den Zondag te voren. Reeds in de vorige week was
+de bevolking feestelijk gestemd, getuige verscheidene optochten bij
+fakkellicht, waarbij die van de Kattenburgers en Willemstraters
+merkwaardig zijn, omdat ze den goeden geest aanduiden, welke in die
+dagen de bevolking van ~Amsterdam~ bezielde. Immers de bewoners van
+beide van elkander verwijderde buurten, menschen uit de heffe des volks,
+brachten elkaar wederkeerig een bezoek en een contravisite.
+
+En zoo was de Zondag voorbijgegaan in feestelijke stemming. Druk was
+'t op de straten geweest; want ieder was nieuwsgierig om de sierlijke
+decoratiën te zien; ieder stelde belang in de aanstalten, reeds gemaakt
+tot de schitterende verlichting, die den volgenden avond zou plaats
+hebben. Ook onze oude vrienden, Gustaaf en zijn vrouw en Bernard en
+Margot, hadden de nog jonge beenen vrij wat te doen gegeven, en zelfs de
+oude Veldhuis met zijn Maria hadden ook de hunne niet ontzien; ofschoon
+ze toch 's avonds, toen de geheele familie bij mevrouw de Winter op
+visite was, klaagden over de geduchte einden en de slechte bestrating.
+Wie echter 't meest van allen gezien had, was kapitein de Bosson, die
+met zijn zoon Emile de geheele stad was door geweest; waarom de laatste
+dan ook schertsend verklaarde, dat papa hem dien dag een militaire
+marschroute had doen maken, en hij zeker den volgenden geen voet buiten
+de deur zou kunnen zetten. Papa lachte hem daarover braaf uit en zei,
+dat hij niet beter kon doen, dan dien volgenden dag maar stil voor de
+ruiten te zitten koekeloeren, om eens goed van zijn fatigues uit te
+rusten. En dat zou hem zeer gemakkelijk zijn; daar de geheele familie
+toch ten huize van Gustaaf was vereenigd, om den optocht te zien,
+die, naar men gehoord had, uit niet minder dan zesduizend menschen zou
+bestaan, en waarbij, volgens 't programma, zeer mooie zegewagens zouden
+zijn. Papa de Bosson echter zou, als ridder van 't metalen kruis, den
+tocht mee maken, en toch had hij zijn beenen niet ontzien. Nu, dat
+feest begon 's Maandags dan ook vroeg genoeg. Om acht uur 's morgens
+verkondigde een kanonschot, dat het een aanvang had genomen, en
+vereenigden zich de verschillende deelnemers aan den optocht. Denkt
+echter niet, dat toen allen zich reeds in 't huis van Gustaaf op de
+Heerengracht verzameld hadden. Zóó vroeg behoefden ze daar niet te zijn.
+Eerst vrij wat later kondigde een ander kanonschot aan, dat de trein
+zich in beweging gesteld had, en dan had die nog een heel eind af te
+leggen, eer hij voor 't huis van Gustaaf was. Toen hij echter aankwam,
+zaten allen voor de glazen, of stonden ze achter 't staketsel,
+dat voor den stoep van 't huis was opgeslagen.
+
+[Illustratie: Tresling & Co Hof-Lith Amst.]
+
+En 't was een lange stoet, die trein van 6000 menschen, voorafgegaan en
+gevolgd door een detachement cavalerie. We zullen hem niet in al zijn
+bijzonderheden beschrijven; maar willen, terwijl we evenals Gustaaf het
+gedrukte programma van den optocht in de hand houden, slechts enkele
+bijzonderheden er van mededeelen.
+
+»Daar komt de tjotter aan, getrokken door zes paarden en begeleid door
+zevenenveertig leerlingen van 's lands marinewerf," zeide Gustaaf, en 't
+was inderdaad een aardig gezicht, die op een wagen geplaatste schuit te
+zien, waarin een bootsman en vier matrozen zaten. De matrozen deelden
+aan de omstanders exemplaren uit van een gelegenheidslied, en ze hadden
+daarmee de handen vol.
+
+»Let nu eens op, mama," zei hij iets later. »Daar komen de oude
+strijders van 't jaar dertien aan."
+
+Vier grijsaards, en onder hen een visscher van 't eiland ~Marken~, zaten
+in een open rijtuig, door twee paarden getrokken, en daarachter in een
+ander rijtuig, de oude Ponstijn, met zijn oranjevlag in de hand. 't Was
+een hoezee! waar die vijf mannen verschenen.
+
+»En daar komt nu de eerste zegewagen!" riep hij. »Let nu goed op!"
+
+'t Was een heel gevaarte, die zegewagen, welke ~Nederland~ moest
+voorstellen. Daar zat aan 't achtereinde op een troon, de Nederlandsche
+Maagd, den helm op 't hoofd met de linkerhand rustende op haar
+wapenschild en in de rechter de speer houdende, waarop de vrijheidshoed.
+Aan haar voeten lag de Nederlandsche leeuw (natuurlijk in beeld); ze was
+omringd door vier vrouwenbeelden, die den handel, de scheepvaart, den
+landbouw en de nijverheid voorstelden. Aan weerszijden van den wagen
+zaten zes meisjes in 't wit gekleed, met oranjesjerpen om en die op
+rood fluweelen kussens verschillende voorwerpen droegen. De wagen zelf,
+die antiek van vorm en keurig gedecoreerd was, werd door zes paarden
+getrokken, door twee postiljons geleid. Paarden, wagen, alles was met
+rijk oranje versierd. Heel spoedig hierop volgde de tweede zegewagen,
+voorstellende de vrije drukpers na 1813. Aan 't achtereind van dien
+wagen prijkten de bustes van koning Willem I, II, en III, met groen
+omgeven. Verder stond er 't beeld van Laurens Janszoon Koster op, een
+ijzeren drukpers en een letterkast, en waren de zich daarop bevindende
+gezellen in gewoon werkkostuum gekleed, bezig met verschillende liederen
+te drukken, welke zij onder 't volk uitstrooiden. Deze liederen waren:
+»Neerlands vrijheid," »De volksgeest," »Feestlied 1813-1863," »Drukpers,
+nijverheid en kunst," »~Amsterdam~ op den 16den November 1863," »Hoezee!
+Oranje boven!" en »16 November 1863," alle door drukkersgezellen
+vervaardigd. Deze wagen werd getrokken door acht paarden, door vier
+postiljons geleid; wagen, paarden en postiljons met de Nederlandsche
+kleuren versierd. Minder groot was de met zes paarden bespannen
+zegewagen, voorstellende den boekhandel en de boekbinderij. Deze was
+met rood en zwart, de stadskleuren, gedecoreerd. Een vijfde wagen stelde
+de litographie voor, en werd getrokken door zes paarden; waarvan de
+twee eerste met oranje, de twee volgende met nationale kleuren, de twee
+laatste met de stadskleuren getooid waren. Het voorste gedeelte van dien
+wagen stelde allegorisch ~Nederland~ voor, het achterste verbeeldde de
+steenmijnen van ~Sollinghoven~ in ~Beieren~, waarbij eenige mijnwerkers.
+Men zag er verder de steendrukpers in volle werking, als ook den
+steendrukker, slijper, teekenaar en eenige gezellen. Op den wagen werd
+het portret van Z. M. den koning gedrukt, hetwelk in duizende exemplaren
+onder 't volk werd uitgedeeld. De zes stalknechts, die de paarden
+geleidden, waren in 't kostuum uit de dagen van Maurits en Frederik
+Hendrik.
+
+En hiermede nemen wij afscheid van den triomftocht, die rijkelijk
+voorzien was van muziekcorpsen, en zich op den ~Dam~ om het monument
+schaarde. Dat de meesten, der bij Gustaaf de Winter verzamelden den
+optocht meer dan eens zagen, zal ik u wel niet behoeven te zeggen; Emile
+had hem wel zes maal gezien; en 't was ook wel de moeite waard, om alles
+meer dan eens te beschouwen, vooral de tjotter en den zegewagen; kortom
+'t was in alle deelen een welgeslaagde optocht en hij deed ~Amsterdam~
+eer aan.
+
+Intusschen hadden de volksspelen op de drie daarvoor bestemde en
+geheel ingerichte plaatsen, het ~Funen~, het ~Amstelveld~ en aan
+de ~Zaagmolenpoort~, een aanvang genomen. Daar werden allerlei
+volksvermakelijkheden uitgevoerd tot groot genoegen van de toeschouwers
+en de werkende leden zelf; als klimmen in de groote en in de kleine
+mast, boegsprietloopen, wedstrijd in manden en 't loopen in zakken,
+terwijl na afloop tal van prijzen en premiën werden uitgedeeld; zoodat
+menige bewoner der achterbuurten, menige knaap uit den geringen stand
+met een aardig gedachtenisje naar huis ging.
+
+En 's avonds de illuminatie--die was zoo algemeen, en over 't geheel zoo
+schitterend, dat niemand onvoldaan huiswaarts keerde. Gaarne zou ik er
+de meest uitstekende verlichtingen van beschrijven, of met u naar de
+~Plantage~ gaan, waar de bedienden van 't koninklijk genootschap Natura-
+Artis- Magistra, als kozakken verkleed, om een ferm wachtvuur gelegerd
+waren, op hetwelk pannekoeken gebakken werden, hetgeen een trouwe
+herinnering aan 't jaar 1813 gaf;--we hebben echter geen tijd meer; want
+we moeten morgen weer vroeg op, om met de familie de Winter en Veldhuis
+met den eersten trein naar ~'s-Gravenhage~ te trekken. Daarenboven laat
+mevrouw de Winter (de jonge namelijk) ons niet los, voor we bij haar
+gesoupeerd hebben, waarbij met een lekker glas wijn tal van toosten
+gedronken worden, en natuurlijk ook een op koning Willem den derden.
+
+Met blijde vooruitzichten stapten de zeven reizigers in een waggon
+tweede klasse, om zich naar ~Den Haag~ te laten vervoeren en aldaar
+wederom een feestdag bij te wonen. 't Waren kapitein de Bosson,
+Veldhuis, Gustaaf en Florence, Bernard en Margot, Emile en Emma. Mevrouw
+de Winter en juffrouw Veldhuis waren nog te vermoeid van den tocht van
+gisterenavond; de laatste had er op aangedrongen, dat Emma mee naar
+~Den Haag~ zou gaan; _zij_ zou dien dag wel op de kinderen van Florence
+passen; en Gustaaf had zijn boekhouder voor dien dag de zorg over
+'t kantoor opgedragen; omdat zijn vrouw gaarne had, dat hij haar
+vergezelde, en hij wenschte, dat zijn compagnon ook zou meegaan. Deze
+deed dit des te liever, omdat hij een goed oogje had op juffrouw Emma,
+'t geen waarschijnlijk wel spoedig op een engagement zou uitloopen.
+
+De reis per spoor, ofschoon vrij wat sneller dan vroeger per trekschuit
+of diligence, duurde onzen reizigers nog veel te lang; eindelijk,
+daar klonk de stem van den conducteur »~'s-Gravenhage~, heeren!" hun
+als hemelmuziek in de ooren, en spoedden zij zich naar de door August
+bewoonde kamers. Hem zelf vonden ze echter niet thuis; hij was reeds
+vroeg naar de kazerne vertrokken, omdat hij dienst had; hij had
+echter gezorgd, dat zijn hospita alles tot ontvangst van de gasten in
+gereedheid had gebracht, en een klein briefje achtergelaten, waarin hij
+meldde, dat hij de wacht aan den ingang der tribune zou hebben; waarom
+hij diegenen van 't gezelschap, welke lust hadden de eerste steenlegging
+van 't monument bij te wonen, uitnoodigde, om in ~'t Willemspark~ te
+komen, als wanneer hij hun den toegang zou verschaffen. Onder een ferm
+ontbijt, hetwelk onze reizigers geheel en al restaureerde, besprak men
+dat punt.
+
+»Ik ga naar ~'t Willemspark~," zeide Veldhuis. »Ik wil den koning graag
+eens weerzien, dien ik, sedert hij met den watersnood bij ons was, niet
+weer aanschouwd heb. Willem de derde heeft door zijn edel gedrag bij die
+gelegenheid voor altijd mijn hart gestolen."
+
+»En ik," zei Bernard, »wenschte Oosterzee wel eens te hooren, en ga
+dus mede; tenzij Margot liever naar de ~Maliebaan~ mocht gaan, om de
+volksvermakelijkheden en de fraai gedecoreerde gebouwen te zien."
+
+»Jongens neen," zei Margot. »Ik wil ook den koning wel eens zien en
+Oosterzee hooren. Sedert ik uit ~Amsterdam~ ben, heb ik 't eerste
+genoegen niet gehad; daarenboven zoo'n eerste steenlegging moet wel
+aardig zijn. Jij hebt dat in ~Zutfen~ bijgewoond, Bernard; ik niet."
+
+»Ik ga naar de ~Maliebaan~," zeide Emile. »Ik heb gehoord, dat het een
+geheel ander soort van volksvermakelijkheden zal zijn, dan bij ons in
+~Amsterdam~. En dat wil ik gaarne eens zien. Je gaat toch met me mee,
+juffrouw Emma?"
+
+»Volgaarne, mijnheer Emile," antwoordde Emma. »En wat denkt mevrouw de
+Winter te doen?"
+
+»Ik ga, waar mijn man gaat," antwoordde Florence. »Wat ben jij van plan,
+Gustaaf?"
+
+»Ik zat er juist over te denken, Florence," gaf hij ten antwoord, »en
+ben 't met mij zelf niet eens. Beslis jij dus vrouwtjelief."
+
+»Als _ik_ zeg, dat het mij onverschillig is, dan zou de zaak hangend
+blijven. Nu, om u de waarheid te zeggen, wenschte ik 't liefst naar 't
+~Willemspark~ te gaan."
+
+»Aangenomen," zeide Gustaaf. »Nu, Emile, dan zul jij de firma wel in de
+~Maliebaan~ representeeren."
+
+»Dat beloof ik u," antwoordde Emile. »En ik hoop er u van middag 't een
+en ander van mee te deelen, mits gij mij _uw_ ervaringen vertelt."
+
+»Voorzeker. Misschien lees ik u wel de redevoering van Oosterzee voor;
+ten minste, als die al te koop is."
+
+»Och, laat dat maar voor een anderen tijd over, compagnon," zeide Emile.
+»Je zult die toch nooit met zooveel welsprekendheid voordragen als de
+Utrechtsche redenaar. Doch wil je haar koopen, ga uw gang. Ik wil haar
+graag eens lezen."
+
+»Dus voor rekening van de firma?" vroeg Gustaaf lachend.
+
+»Wel zeker, voor rekening van de firma," antwoordde Emile. »Of nog beter
+voor gezamenlijke kosten."
+
+»Ferm zoo," zeide kapitein de Bosson. »'t Heele ding kost misschien twee
+dubbeltjes, dat is twee en een halven cent voor ieder van ons."
+
+»'t Zal wel acht stuivers kosten," zeide Florence. »Nu, dat is tien
+centen voor mijn man en mij. 't Is alweer een dubbeltje voor een plaats
+in het doophuis. Maar soit! 't Is alle dagen niet de 17de November."
+
+»Wat is die Florence toch een zuinige huishoudster!" riep Margot uit.
+»Dat berekent zelfs de dubbeltjes, die ze voor een plaats in 't doophuis
+geeft."
+
+»Geen wonder," zei Florence. »Jij hebt makkelijk praten, Margot. Als
+vrouw van den dominé heb je een plaats in de kerk, en nog wel een
+gedistingueerde. Bij mij is ieder dubbeltje er een."
+
+»Bij mij ook," antwoordde Margot. »Ofschoon ik dikwijls zou wenschen,
+dat ieder dubbeltje er twee was."
+
+Alzoo was er dan bepaald, dat er zes naar 't ~Willemspark~ en twee naar
+de ~Maliebaan~ zouden gaan. Daar we ons, zooals de meeste menschen doen,
+bij de meerderheid aansluiten, gaan we dus eerst naar genoemd park, waar
+de tribune gebouwd is. Het middengedeelte is hooger uitgebouwd dan de
+beide zijvleugels, en gedekt met het ~Nederlandsche~ wapen, waarboven
+de koninklijke kroon; aan weerszijden twee schilden met vrouwenbeelden,
+wier arm rust op een hoeksteen, met de inscriptiën: »~Nederland~" en
+»~Oranje~." Boven de zijvleugels prijken aan beide kanten de wapens
+der verschillende provinciën, en daarboven wapperen nationale en
+oranjevlaggen. In 't midden is de loge van den koning; rechts daarvan
+staat het gestoelte, voor prof. Oosterzee bestemd. Vlak over de loge van
+Z. M. is de tribune voor de zangers en zangeressen; aan de linkerhand
+daarvan die voor 't muziekcorps der stedelijke schutterij, aan de
+rechter- die van de kapel der grenadiers. Nog zijn er op het terrein
+zelf drie rijen stoelen, die tusschen de zangers en den steen staan en
+bestemd zijn voor de overgebleven strijders van 1813. In 't midden is de
+steen, omringd door met oranje omstrengelde palen, waarboven een linnen
+dak, om, indien 't mocht gaan regenen, de plechtigheid ongestoord te
+doen doorgaan.
+
+Toen echter onze zes vrienden aankwamen, waren de tribunes der
+muzikanten en zangers reeds bezet, en begonnen ook de andere vol te
+worden. Ofschoon de kapitein een toegangskaart en dus een aangewezen
+tribune had, vond hij het toch prettiger om bij 't gezelschap te
+blijven, en vergezelde hen naar de algemeene.
+
+Daar komt de grijze prins Frederik, eere-president der hoofdcommissie
+voor 't monument, en wordt terstond door die commissie naar de stoelen
+geleid, waarop nu de oudstrijders, omstreeks 150 in getal, gezeten zijn,
+hij vertoeft lang onder hen. Intusschen geleidt de hoofdcommissie de
+afstammelingen van de groote mannen van 't jaar 1813, de Hogendorps, de
+van der Duins van Maasdam, de van Stirums, de Kempers, naar de voor hen
+bestemde loge, en prins Frederik richt tot hen een hartelijke toespraak,
+welke door graaf Frederik van Hogendorp beantwoord wordt. Hierop gaat
+de prins naar zijn loge. Daar hadden inmiddels ook zijn doorluchtige
+gemalin met hare dochter prinses Marie, alsmede de prins van Oranje en
+prins Hendrik hun plaatsen ingenomen. Eensklaps doet zich een fanfare
+van 't orkest hooren. In een met vier schimmels bespannen opene calèche
+komt het vorstelijke echtpaar; tegenover hen zit hun jongste zoon, prins
+Alexander. Terwijl ze de met een sierlijk tapijt bekleede trappen hunner
+tribune opstijgen, overstemt het: »Oranje boven!" de muziek van 't
+orkest. De geestdrift in ~Den Haag~ was dien dag niet minder dan ze
+gisteren in ~Amsterdam~ was geweest.
+
+Den ouden Veldhuis stonden de tranen in de oogen.
+
+»Dat doet me goed!" zei hij. »O, ze hadden koning Willem den derden eens
+moeten zien, zooals ik hem in den ~Bommelerwaard~ gezien heb, er zou
+geen eind aan hun gejuich zijn."
+
+»Dan ben _ik_ blij dat ze er hem niet gezien hebben," zeide Florence,
+»want ik verlang hartelijk naar de feestcantate." Daar hief de grijze
+Lubeck den dirigeerstok op, en begon het koor:
+
+ »De Heer heeft groote dingen[8]
+ Aan ~Nederland~ gedaan,
+ Dies zijn we blijde en zingen!
+ 't Is feest! Hef hymnen aan!
+ O volk, hersteld in eere!
+ Wie wendde uw treurig lot?
+ 't Is God!--Der vaadren God!
+ Almachtige! U zij de eere!"
+
+[8] Woorden van C. G. Withuijs, muziek van J. H. Lubeck.
+
+Prachtig waren niet alleen de koren, maar ook de solo's, door de dames
+van Heun, Borst-Hoppenbrouwers en van Deventer, de heeren Nievelt en
+Deckers. Dit eerste gedeelte eindigde met een koraal, waarvan het
+laatste couplet dus luidde:
+
+ »Neerlands bloeien doet herdenken,
+ Hoe de dag des heils verscheen,
+ En hun blijvende eere schenken,
+ Die het volk zijn voorgeschreên.
+ Maar de mannen die wij eeren,
+ Waren tot niets groots bekwaam,
+ Buiten U!--o Heer der Heeren!
+ Alles in ons looft Uw naam!"
+
+Nu trad professor J. J. van Oosterzee op het voor hem bestemde
+gestoelte. We zullen u uit die redevoering niets mededeelen. De keus is
+te moeilijk; we zouden het stuk genoegzaam geheel moeten overschrijven.
+Alleen het einde van het eerste gedeelte:
+
+»In tallooze harten, o, Vorst," zei de redenaar, »rees in stilte een
+monument voor U op: wie verdient meer dan gij de hand te slaan ook aan
+dit zichtbaar gedenkteeken? De natie alleen wil het bouwen, de rijke
+heeft van zijn schat, de weduwe haar penningske ten offer gebracht, maar
+de eerste steen mag door geen andere dan door Oranjes handen worden
+gelegd!"
+
+Een donderend hoezee! toonde, hoezeer 't volk met den redenaar instemde,
+dat geen ander dan een Oranje den eersten steen voor 't monument van
+~Neerlands~ onafhankelijkheid mocht leggen. 't Was of er geen eind aan
+'t juichen zou komen. Doch daar hief Lubeck zijn dirigeerstok weer op,
+en klonk de solo schoon:
+
+ »Een drietal eedle mannen[9] zat,
+ Voor 's aadlaars[10] blik verborgen,
+ In Hollands oude Gravenstad[11]
+ Te wachten naar den morgen;
+ Daar groette, als op een tooverslag,
+ Een nieuwe Staat den nieuwen dag."
+
+[9] Hogendorp, van der Duijn van Maasdam en van Limburg Stirum.
+
+[10] der Franschen.
+
+[11] ~'s-Gravenhage~.
+
+Hierop viel het koor in, en werd het tweede gedeelte der feestcantate
+gezongen. Intusschen had prins Frederik zich met de hoofdcommissie naar
+de koninklijke tribune begeven, bij welken stoet zich de ministers en de
+voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal hadden aangesloten.
+Zoodra nu 't slotkoor was geëindigd, noodigde de prins zijn koninklijken
+neef uit, om ingevolge Z. M. belofte, den eersten steen te leggen tot
+het Nationaal gedenkteeken. Nu stond de koning op en begaf zich, gevolgd
+door zijn zonen en zijn broeder, alsmede prinses Marie, naar de plaats,
+waar de keurig versierde fondamenten van 't op te richten monument
+zich bevonden. Daar we reeds een dergelijke plechtigheid hebben hooren
+beschrijven, zal ik u alleen zeggen, dat het hier prinses Marie was, die
+haar koninklijken neef den troffel aanbood. Nauwelijks was ook hier de
+hamerslag gevallen, of 't geschutgebulder kondigde den volke aan, dat
+de eerste steen gelegd was van een gedenkstuk, hetwelk, zoo wij hopen,
+nog aan het verre nageslacht zal verkondigen, dat er in 1863 een volk
+leefde, krachtig genoeg door eendracht, om gelden bijeen te brengen tot
+een gedenkzuil voor zijn verlossing uit vreemde overheersching, en een
+koning, die nationaliteit genoeg bezat, om den eersten steen voor dat
+gedenkteeken te leggen. Want er was inderdaad in die dagen wel energie
+noodig, om hier te lande feest te vieren van de verlossing der Fransche
+dwingelandij; terwijl daar in ~Frankrijk~ een Napoleon III op den troon
+zat, die toen nog ~Europa's~ vorsten deed sidderen voor zijn toorn[12].
+
+[12] Ofschoon er geen bepaalde demonstratiën tegen ~Frankrijk~ zijn
+voorgevallen, hoorde men 's avonds bij de illuminatie in ~Amsterdam~ 't
+volk, behalve Vaderlandsche liederen, zingen: »Weg met Napoleon, leve
+Willem drie!"
+
+Nauwelijks was het eerste schot gehoord, of daar hieven de leerlingen
+der nationale zangschool het geliefde volkslied aan, en.... alsof een
+electrieke vonk door die duizenden gevaren was, allen stemden mee »het
+God gevallig feestlied in voor Vaderland en Vorst." Plechtig klonk dat
+daar in de opene lucht, uit den mond van een geheel volk; want uit alle
+oorden des lands waren er saamgekomen, om de plechtigheid bij te wonen
+van de stichting eener gedenkzuil, waartoe allen van 't hunne hadden
+bijgedragen. En dat gezang, 't overstemde de tonen van 't geschut, en
+een vriendelijke Novemberzon scheen op dat in geestdrift ontstoken volk,
+en vermeerderde, kon 't zijn, die geestdrift nog. O, 't was een plechtig
+oogenblik, lieve lezeressen en lezers! Ook de koning gevoelde dat, toen
+hij zijn vorstelijken oom om den hals viel, als wilde hij hem danken
+voor het schoone oogenblik, hem door den president der commissie bereid;
+dat gevoelde ook de grijze prins, toen hij, op de tribune teruggekomen,
+zijn vorstelijke gemalin, die hem, tot schreiens toe bewogen, de hand
+drukte, aan zijn borst klemde.
+
+De laatste tonen van 't lied waren nauwelijks weggestorven op de
+vleugelen van den wind, toen zich weer de welbespraakte mond van den
+Utrechtschen hoogleeraar deed hooren. En nadat daarop het slot der
+feestcantate was gezongen, hief andermaal al 't verzamelde volk aan:
+
+ »Wilhelmus van Nassauwen
+ Stichtte ons Gemeenebest,
+ Wilhelmus van Nassauwen
+ Heeft Neerlands troon gevest,
+ Wilhelmus van Nassauwen
+ Regeert ons, hoog geloofd:
+ Wilhelmus van Nassauwen
+ Zij eeuwig Neerlands hoofd!"
+
+Nu werden door prins Frederik de feestredenaar, de dichter en de
+componist aan Z. M. en de geheele koninklijke familie voorgesteld. »Die
+compositie was u uit het hart gekomen, mijnheer Lubeck," zeide de koning
+en dat was inderdaad een hooge lof uit den mond van hem, die zelf zulk
+een gelukkig beoefenaar der muziek is.
+
+Thans defileerden vóór de koninklijke tribune, van de zijde der
+Willemskerk komende, de kinderen der weeshuizen. Op hen volgde de
+feesttrein der werklieden, en hield de heer van Coeverden, medechef van
+de firma de Wed. A. Sterkman en Zoon, een aanspraak tot den koning,
+waarin hij deed uitkomen, dat ook de werklieden, ofschoon nederige
+burgers, zich met hen, die in hoog aanzien zijn geplaatst, volkomen
+gelijk stellen wanneer het de liefde geldt voor Vaderland en Koning. Nu
+zongen de werklieden uit de fabriek van de heeren van Kempen en Zoon, te
+~Voorschoten~, Psalm 134, vers 3:
+
+ »Dat 's Heeren zegen op u daal!
+ Zijn gunst uit ~Sion~ u bestraal!
+ Hij schiep 't heelal Zijn naam ter eer,
+ Looft, looft nu aller Heeren Heer!"
+
+Intusschen drukte de lithograaf van den heer Lankhout, op zijn met groen
+en oranje versierden wagen, 't portret van den koning op oranjepapier,
+en verspreidde die platen onder 't volk. Toen deze wagen vóór de
+koninklijke tribune stilhield, verlangden ook H. M. de koningin en prins
+Alexander daarvan een afdruk. Nu defileerden voorbij de koninklijke
+tribune: de Haagsche schutterij, de grenadiers en jagers en de
+dragonders, en was de plechtigheid afgeloopen, een plechtigheid zoo
+indrukwekkend, dat onze vrienden uit ~Amsterdam~ onuitwischbaar in 't
+geheugen bleef.
+
+»Hoe komen we nog door die menigte heen!" zeide de oude Veldhuis.
+
+»O, daar weten wij Amsterdammers niet van, oom," zeide Gustaaf. »We zijn
+niet bang voor een beetje gedrang."
+
+'t Was dan ook werkelijk een gedrang. De paarden der vorstelijke
+rijtuigen moesten stapvoets rijden, en nog konden ze zich ter nauwernood
+een weg banen door de steeds juichende menigte, die 't niet moe scheen
+te worden »Oranje boven! leve de koning!" te roepen. Nog vóór echter de
+koning in zijn rijtuig was gestegen, had hij tot prins Frederik en al
+het volk met zijn krachtige stem voor de vuist de volgende woorden
+gesproken:
+
+»Mijn hart gevoelt de diepste erkentelijkheid. Ik ben ten diepste
+getroffen over hetgeen ik gezien en gehoord heb. Wanneer Ik dàt zeg,
+dan geloof ik de tolk te zijn van de gevoelens van al de prinsen en de
+prinsessen uit het Huis van Oranje.
+
+»Het is heden de schoonste dag van Mijn leven, die dag van heden, waarop
+het Nederlandsche volk op nieuw op de ondubbelzinnigste wijze heeft doen
+blijken van zijne gehechtheid en trouw, die het steeds en onder alle
+omstandigheden, welke het der Voorzienigheid heeft behaagd in ons
+Vaderland te doen plaats hebben, aan den dag heeft gelegd.
+
+»Ik stel die gevoelens op hoogen prijs, en wanneer het eenigzins
+vermetel van Mij is, op dit oogenblik het woord te nemen, uit het
+oogpunt der welsprekendheid, dan toch is het voor Mijn hart een behoefte
+tot u een echt Nederlandsch woord te richten, een woord gesproken uit
+het hart van een koning uit het Huis van Oranje. Dat woord kan niet
+anders zijn, mag niet anders wezen dan aan allen, hier tegenwoordig, de
+plechtige verzekering te geven, op den dag van heden, waarop de eerste
+steen is gelegd voor het Nationaal gedenkteeken, waarop de liefde en de
+trouw van het Nederlandsche volk bij die onvergetelijke plechtigheid
+zoozeer zijn gebleken, op dezen dag van groote Nationale herinneringen,
+voor Mij niet alleen, maar voor alle leden van het Huis van Oranje;--dat
+het heden gebeurde een nieuwe prikkel voor Uw Vorstenhuis zal wezen,
+om nog meer dan vroeger voor het welzijn en den bloei van het volk van
+~Nederland~ werkzaam te zijn, zooals in vroegere dagen, zooals het
+altijd zal blijven. Want wij allen uit het Huis van Oranje, wij kunnen
+_nooit_, ja NOOIT genoeg doen voor ons ~Nederland~."
+
+ * * * * *
+
+»Nu nog even naar de Maliebaan!" zeide de oude Veldhuis. »Daar hebben
+immers de volksvermakelijkheden plaats!"
+
+»Ik vrees, dat we te laat zullen komen, en 't grootste deel afgeloopen
+is," zeide Gustaaf, terwijl hij op zijn horloge keek. »We moesten liever
+de stad een weinig rondwandelen, en al 't schoons en sierlijks bekijken,
+dat er te zien is."
+
+»En eerst eens beproeven, of we wat te eten kunnen krijgen," zeide
+Bernard. »Want ik rammel van den honger. Na zooveel geestelijke spijs
+herneemt de maag toch ook haar rechten."
+
+»Hadden we mama maar bij ons gehad," zeide Margot, »dan zou ze ons ieder
+wel een paar krentebroodjes in den zak gestopt hebben, net als voor
+veertien jaren, toen we de inhuldiging bijwoonden."
+
+»En die ons toen zoo heerlijk smaakten!" voegde Florence er bij. »'k
+Wou, dat ik ze op 't oogenblik had!"
+
+»Ik niet," zei Bernard. »Ze zouden in dien tijd tamelijk droog en
+oudbakken geworden zijn."
+
+»Nu ja, allebedil," hernam Florence. »Ik meen zulke soort van
+krentebroodjes."
+
+»Dan hadt ge u wat duidelijker moeten uitdrukken," antwoordde Bernard
+glimlachend. »Doch ik ben hier zoo onbekend als een pelgrim, die pas
+in 't Heilige Land komt. Gelukkig, dat we zulk een goeden gids bij ons
+hebben als oom Henri. Die zal ons ook wel in de een of ander caravansera
+brengen, waar we onze hongerende en dorstende lichamen kunnen
+restaureeren."
+
+»Ja, oom Henri zal u even naar huis brengen, jonge lui," antwoordde de
+kapitein. »Want in koffiehuizen of restauraties zal wel niets te krijgen
+zijn."
+
+En hij had gelijk. Een twee- of drietal, welke men binnenstapte,
+waren zoo volgepropt met hongerige en dorstige menschen, dat men daar
+onmogelijk iets voor zijn geld kon krijgen. Men besloot dus maar, naar
+August's kamer te gaan, waar de hospita wel zou opdisschen.
+
+»O, kijk eens! Wat komt daar aan?" riep Florence eensklaps uit.
+»Neerlands kleuren te paard!"
+
+»En oranje als aanvoerder!" voegde Margot er bij. »Dat is
+alleraardigst!"
+
+Inderdaad--het waren vier heeren Leidsche studenten, keurig net gekleed.
+Een hunner reed vooruit, van top tot teen in 't oranje gekleed; de drie
+volgden hem: de een geheel in 't rood, de andere in 't wit en de derde
+in 't blauw. 't Gaf nieuwe stof tot vroolijkheid. Nauwelijks waren die
+voorbij, of daar kwam een rijtuig aan met boeren en boerinnen, kwistig
+met oranje versierd. 't Rijtuig zelf was met de namen van de mannen
+van 1813 beschilderd en de twee melkwitte paarden met groote strikken
+en rozetten van oranje en de Nederlandsche kleuren getooid. Honden en
+paarden waren, evenals in ~Amsterdam~, goed Oranjegezind; als men ten
+minste rekende naar de oranjestrikken die ze om den hals of aan den
+staart droegen. Tal van kleine optochten kwamen hen tegen, wier leden
+wel niet altijd even keurig waren uitgedost, maar die toch door hun
+potsierlijke tooisels, waarin 't oranje den boventoon had, er veel toe
+bijbrachten, om afwisseling en levendigheid in de reeds zoo drukke stad
+aan te brengen. De oude wapenbroeders van 't jaar 1813 begaven zich
+onder 't geleide van de commissie van orde der feestviering naar het
+societeitsgebouw »de Vereeniging," waar ze onthaald werden en o. a.
+prins Frederik hun de lieve attentie had betoond, om twee kistjes fijne
+oranjesigaren te zenden, elke sigaar met een oranje étiquette en 't
+jaartal 1813 versierd. Jammer, dat de prins tot zijn innig leedwezen
+door ongesteldheid verhinderd was, zelf daar te komen. Immers nog den
+vorigen dag had de toestand van den edelen grijsaard zich zeer dreigend
+doen aanzien, en was het te vreezen geweest, dat hij de steenlegging
+niet zou bijwonen. Gelukkig was die vrees niet uitgekomen; maar nu was
+Zijne Hoogheid zóó vermoeid, dat het hem niet geraden was, meer van zijn
+krachten te vergen.
+
+Toen onze zes vrienden op de kamers van August kwamen, vonden ze diens
+hospita terstond bereid, om hun 't noodige te verschaffen. Emile en
+Emma waren nog niet terug. Het duurde echter niet lang, of ook dezen
+kwamen, doodvermoeid van 't staan in 't veld bij de Maliebaan, 't
+gezelschap vergrooten en spoedig daarna maakte August het voltallig.
+
+Wat de bezoekers van 't Willemspark te verhalen hadden, kunnen we gerust
+overslaan--we hebben 't immers bijgewoond. We laten dus Emile en Emma
+spreken.
+
+»Nu," zeide Emile. »Zeker hebben we niet zoo veel gezien, wat ons
+nationaal gevoel opwekte, als gij; dat is waar. Maar we hebben vrij wat
+meer pret gehad, niet waar, Emma?"
+
+»Nu, dat zou ik zeggen, Emile," zeide Emma.
+
+»Een oogenblikje, jongelui," zei de kapitein vroolijk. »Wat beteekent
+het, dat jelui elkaar zoo plat Emile en Emma noemt? Heb je ook soms in
+de Maliebaan wat verloren? Uw hart, bijvoorbeeld?"
+
+»Papa," antwoordde Emile. »We hebben in die Maliebaan integendeel wat
+gevonden!"
+
+»O, daarom heb je zoo veel pret gehad!" riep de kapitein uit. »En 't is
+zeker wat moois, komt, laat het ons eerst eens zien. Misschien wel een
+paar oranjestrikken of oranjekokardes!"
+
+»Neen, papa," antwoordde Emile, op koddig ernstigen toon: »Ik heb in
+Emma Kellner een toekomstige gezellin gevonden op 't pad mijns levens.
+Met andere woorden, we hebben ons, met uw permissie, geëngageerd."
+
+»Wel, drommels!" riep de kapitein uit. »Dat zal de zeventiende November
+1863 tot een gedenkdag maken in de familie de Bosson. Nu, wat mij
+aangaat, ik verheug mij er hartelijk in: want je verlost me zoodoende
+door den tijd van een geduchte huisplaag. Maar van jou spijt het me,
+jongen; want die Emma is zoo scherp als een els. Doch"--en de kapitein
+zette een vreeselijk bedenkelijk gezicht--»of mama de Winter er genoegen
+mee zal nemen, is een andere vraag. Dat goede mensch zal haar Emmaatje,
+dat bedorven schepsel, niet willen missen!"
+
+»Dan schaak ik haar," zeide Emile. »Zeg dat maar gerust aan tante,
+en dan kan Mr. J. van Lennep een schaking van de negentiende eeuw
+beschrijven. Ik zal er hem de bouwstoffen wel toe leveren."
+
+»O, ridderlijke zoon!" riep de kapitein uit. »Waarom ben je niet
+evenals August militair geworden! Dan zou zoo'n schaking veel
+interessanter zijn."
+
+»Nu, ik feliciteer u, Emile, met uw engagement," zeide Margot, »en
+ben heel blij, dat ik zoo'n lief schoonzusje krijg als Emma."
+
+»Ja," zeide de kapitein, »daar kun jij heel gemakkelijk over
+heenstappen, die 't aanstaande schoonzusje maar een paar malen in 't
+jaar zult zien. Maar mijn arme Florence, die..."
+
+»Die haar lieve Emma eens hartelijk kussen zal," zeide Florence, »en
+hoopt, spoedig op haar bruiloft te dansen!"
+
+»'t Is mooi, dat mijn eigen vleeschelijke schoondochter mij zoo afvalt,"
+zeide de kapitein. »Gelukkig, dat ik Gustaaf en Bernard nog op mijn hand
+heb. Maar dat ook kan wel mis zijn: Gustaaf zal blij zijn, als hij zijn
+lastigen commensaal kwijt is, en Bernard verlangt al naar 't oogenblik,
+dat hij als predikant het huwelijk kan inzegenen. Doch, gelukkig, daar
+komt August. Zoo jongen! je komt juist van pas om mij te helpen."
+
+»Ik, papa?" vroeg August, die de kamer binnentrad.
+
+»Ja, August," hernam de kapitein. »Begrijp eens, dat uw broer Emile van
+zins is, om binnen kort in 't huwelijk te treden met dat aardige kind,
+dat daar naast hem zit."
+
+»Wel, papa! Emile is oud en wijs genoeg, om te weten of hij onder de
+infanterie of de cavalerie dienst wil nemen," antwoordde August. »En als
+hij in 't huwelijk wil treden, dan wensch ik hem de medaille van vijf en
+twintigjarigen dienst toe!"
+
+»Ook alweer geen troost!" zuchtte de kapitein. »Nu dan, tot straf zullen
+Emile en Emma ons mededeelen, wat ze in de Maliebaan gezien hebben.
+Ofschoon ik vrees, dat dat niet veel zal zijn."
+
+»Dat zou u meevallen, papa," hernam Emile. »'t Was er alleraardigst,
+niet waar, Emma."
+
+»Nu, dat zou ik zeggen," zeide Emma.
+
+»Ja, maar zoo komen we niet verder," hernam de kapitein. »Van aardigheid
+gesproken. We hebben om hier te komen, een omweg gemaakt, en op de
+Langegracht, waar ook in den mast geklommen werd, ons halfziek gelachen
+om de jongens, die aan 't stroophappen waren[13]."
+
+[13] Dat is happen naar een waterbroodje vol stroop. Als de gelukkige
+onder 't voorbijgaan in het broodje hapt, druipt hem, tot groot vermaak
+der toeschouwers, al de stroop langs den baard.
+
+»Stroophappen hebben we niet gezien," zeide Emile, »maar wel mastklimmen
+en andere volksspelen. 't Aardigst echter van allen was de opgeslagen
+tent, waar comedie gespeeld werd, nu niet juist om dat comediespel, maar
+om 't uitbundig gelach der toeschouwers. Men gaf twee vaudevilles: »Het
+dubbel huishouden," in twee bedrijven en »De grillen van een jeugdig
+echtpaar," in één bedrijf. Dat duurde van halftwaalf tot eenen. Van twee
+tot vier ure vertoonden ze weer twee vaudevilles: »De metselaar en de
+waterdrager," en, wat vooral de meeste sympathie verwekte: »De verpande
+krijgslieden," beiden in een bedrijf."
+
+»De krijgslieden in één bedrijf?" vroeg Bernard.
+
+»Nu, dan de vaudevilles," hernam Emile. »Ik weet niet, dat ik ooit zulk
+een hartelijk lachen heb gehoord, als van dat onbedorven en uitgelaten
+vroolijke volk!"
+
+»En donderende applaudissementen," voegde Emma er bij. »Natuurlijk
+stonden wij ver genoeg af, om niets te verstaan. Doch wij amuseerden ons
+maar met die vergenoegde gezichten en die onbetoomde uitingen van dolle
+vroolijkheid."
+
+»En dan de wedloop van die dertig jongens!" zeide Emile. »Die was
+onbetaalbaar om aan te zien! Doch daar was wat aan te doen, eer ze goed
+op dreef waren. Telkens gingen ze vóór hun beurt af."
+
+»Och! en dan dat boegsprietloopen!" riep Emma uit. »Honderde malen
+rolden de loopers er af, nu eens aan de linker- en dan aan de
+rechterzijde."
+
+»En konden ze zich dan niet bezeeren?" vroeg Florence.
+
+»Wel neen, er waren aan weerskanten stevige linnen zeilen gespannen,
+waarin ze vielen," hernam Emma. »Maar 't kluchtigst van alles was, dat
+in 't zeil aan de rechterzijde meel en in dat aan de linkerzijde roet of
+zwartsel was. Viel er nu een aan den eersten kant in 't meel, dan kwam
+hij er zoo wit als een pierrot uit--aan de andere zijde, dan zag hij er
+uit als een schoorsteenveger. Dat gaf voortdurend pret."
+
+»En vielen ze er dikwijls af?" vroeg Margot.
+
+»Honderde malen; want de schuin oploopende liggende mast was met zeep
+besmeerd," antwoordde Emma. »Eenige oogenblikken zag men er een dapper
+loopen, dan begon hij te wankelen, 't geen reeds gejuich gaf, eindelijk,
+plomp! daar rolde hij en kwam onder een uitbundig gejubel zwart of wit
+weer te voorschijn!"
+
+»Mijnheer! De tafel is gereed," brak de hospita 't vroolijke gesprek
+af--af.... neen, dat niet. Eerst aan tafel werd het recht vroolijk, en
+de gastheer had voor een goed glas wijn gezorgd, zoodat er vrij wat
+toosten op koning, vaderland, prinsen en prinsessen, ook op 't
+engagement van Emile en Emma gedronken werden.
+
+Evenmin als onze vrienden gaan we naar de galavoorstelling in den
+schouwburg, daar we anders niet met den retourtrein naar ~Amsterdam~
+zouden kunnen terugkomen.--Neen, we vergezellen hen liever naar de
+prachtige illuminatie. Doch zal ik u, na al 't geen ik reeds medegedeeld
+heb, nog een beschrijving van de illuminatie geven?--ik zou te
+uitgebreid worden. Alleen dit: al de koninklijke paleizen waren van
+boven tot beneden geïllumineerd en 't schoonst van alles was het Breede
+Voorhout, waar men onder een dak van lampions wandelde, aan een lichtzee
+gelijk. Na afloop van de galavoorstelling in den schouwburg toerden de
+koning en de koningin, de prins van Oranje en de prinsessen Frederik en
+Maria in open rijtuigen door de geheele stad. Dat toeren had veel van
+een onophoudelijken zegetocht. Ook de koningin-moeder toerde in een open
+calèche. En hiermede stappen we van 't Oranjefeest af, dat onvergetelijk
+zal blijven voor de bewoners der hoofdstad en die der residentie.
+We konden u natuurlijk in de andere steden van ons land moeilijk
+binnenleiden--anders zouden we gezien hebben, dat het overal met
+geestdrift gevierd werd. We gaan dus met de familie in den laatsten
+spoortrein, komen gezond en wel met hen in de hoofdstad des Rijks terug,
+en sluiten dit hoofdstuk met de woorden van een chassinet, hetwelk op
+den Zuid-Oost-Buitensingel was te lezen en meer kijkers waard was, dan
+'t nu op die min of meer gelegene plek had.
+
+Dit chassinet luidde aldus:
+
+ »Omstrengeld door éen liefdeband
+ Blijft Vorst en Volk van Nederland,
+ Zoowel in voor- als tegenheen,
+ Oranje en Nederland, steeds een."
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+'s Konings rouw.
+
+
+»Vrijheid en onafhankelijkheid!" dat was de nagalm van 't Oranjefeest.
+En velen juichten het toe, dat de ~Nederlandsche~ natie het gevoelde,
+dat zij het palladium der vrijheid, haar door de vaderen nagelaten en
+voor een halve eeuw herwonnen, op prijs wist te stellen; allen waren
+'t er over eens, dat ~Nederland~, onder zijn constitutioneelen
+regeeringsvorm en met een Oranje aan 't hoofd, het meest vrije en
+gezegende land van ~Europa~ was. Waar toch vond men zulk een vrijheid
+van godsdienst als hier, alwaar geen uitsluiting eener enkele
+godsdienstige gezindheid bestond en ieder, tot welk kerkgenootschap hij
+ook behoorde, tot de hoogste staatsambten kon geroepen worden. Daarbij
+vrijheid van drukpers--inderdaad een der grootste voorrechten eener
+vrije natie. En toch waren er tal van menschen, die oordeelden,
+dat het tegen ons vrijheidsgevoel indruischte, wanneer daar in onze
+West-Indische kolonieën, ondanks de humaniteit waarmede men altijd te
+koop liep, nog een aantal menschen waren, schepselen als wij, onderdanen
+van denzelfden koning, die geen eigen vrijen wil hadden, genoodzaakt
+waren al hun krachten te besteden voor een meester, die hen voor geld
+gekocht had, en kon verkoopen aan wien hij wilde; kortom, dat er in
+~Suriname~ en elders nog slaven waren. 't Was aan de gezegende regeering
+van Willem den derden voorbehouden, die vlek van onze natie af te
+wisschen. In 't zelfde jaar toch, dat ~Nederland~ zijn feest ter
+herdenking van zijn eigen vrijheid vierde, had het de vrijheid hergeven
+aan zijn ongelukkige medebroeders, die 't juk der slavernij droegen, en
+eerlang zou er, zoover Willem III zijn schepter zwaaide, geen slaaf of
+slavin meer zijn. Maar ook voor eigen vooruitgang en ontwikkeling had
+men gezorgd. Een nieuwe tak van onderwijs werd er in 't leven geroepen:
+het middelbaar onderwijs. En spoedig na de uitvaardiging dier wet
+verrezen er alom hoogere burgerscholen met vijf- en driejarigen cursus.
+
+Ook waren de stoffelijke belangen der natie niet vergeten. ~Rotterdam~
+zou weldra een verbeterden waterweg krijgen, ~Amsterdam~ een kanaal naar
+de Noordzee, door ~Holland~ op zijn smalst. Beide besluiten moesten den
+bloei des handels verhoogen; de laatste zou daarenboven duizende bunders
+goed en bebouwbaar land droogmaken en zoo medewerken tot de welvaart van
+akkerbouw en veeteelt.
+
+Geen wonder, dat de natie, onder zulk een wijs en vaderlijk bestuur,
+verlangend uitzag naar den 18en Juni 1865, als wanneer zij den dag zou
+vieren, waarop, vijftig jaren geleden, de verkregene onafhankelijkheid
+van ons land in den slag bij ~Waterloo~ was behouden gebleven. Ook dien
+dag zou men algemeen herdenken, en--kon men den held van ~Quatrebras~ en
+~Waterloo~ niet meer blijken geven van de sympathie, welke het dankbare
+vaderland voor hem gevoelde--koningin Anna Paulowna leefde nog, en wat
+men den Vorst niet meer kon toebrengen, zou men haar wijden. Doch de
+feestviering van den Waterloodag zou op treurige wijs verstoord worden;
+ze zou den gloed missen, dien ze zoo noodig had; het koninklijke huis
+zou niet mede feestvieren.
+
+Wanneer ge langs de Zeestraat te ~'s-Gravenhage~, den ouden, schoonen
+straatweg naar ~Scheveningen~ opgaat, dan ziet ge aan uw linkerhand een
+eenvoudig doch statig gebouw, met een ruime voorplaats, door een hekwerk
+van den grooten weg afgesloten. Dat gebouw met de daarbij behoorende
+tuinen en nevengebouwen heet Buitenrust. Aan die tuinen is ook het oude
+bekende Zorgvliet getrokken, waar vader Cats zijn leven sleet, en vele
+zijner verzen maakte. Die buitenplaats, in de duinen aangelegd, en waar
+men nog het oude huis van den Raadpensionaris-dichter aantreft, levert
+uitgebreide wandelingen op; want zij beslaat eene aanmerkelijke ruimte
+aan den linkerkant van den Scheveningschen weg. Dat Buitenrust nu, met
+Zorgvliet en de vroegere woning van den graaf Rheede van Ghinkel van
+Athlone, had de koningin-weduwe aangekocht en met vrij wat nieuwe
+aanplantingen vergroot; hier sleet zij haar aan weldadigheid gewijd
+leven in kalmte en vrede.
+
+Ge zoudt het niet denken, als ge 't huis van buiten ziet, dat het
+een geschikt verblijf is voor de dochter der Russische Czaren. Een
+vorstelijk paleis is het zeker niet te noemen. En toch zou u 't
+smaakvolle en keurige ameublement treffen, rijk en kostbaar, en
+tegelijkertijd zoo beminlijk eenvoudig; meer aantrekkelijk door zijn
+aanzienlijke kunstschatten, dan door zijn prachtige meubels. Ge zoudt
+zeker lang stilstaan bij die reusachtige geschilderde porseleinen
+vazen, die u de Russische kunstvaardigheid zouden doen bewonderen,
+en u niet kunnen verwijderen van die juweelen der ~Nederlandsche~
+schilderschool--ge zoudt.... doch ditmaal willen we niet ronddwalen in
+die vertrekken; daarenboven--ze hebben iets sombers door 't sluiten der
+jaloezieën, die het uitzicht op den tuin belemmeren. Misschien zoudt ge
+gaarne eens naar boven gaan, om in de keurige bibliotheek te snuffelen,
+waar u misschien die oude teekeningen en beschrijvingen met platen van
+'t vroegere Zorgvliet zouden aantrekken--of, al is 't ook Maart, eens
+ronddwalen door de plaats van vader Cats, waar we nog een steenen tafel
+zouden vinden en.... we treden de groote zaal uit, en gaan aan onze
+linkerhand een zijvertrek binnen, het boudoir der koningin-weduwe. Ook
+hier vertoeven we evenmin; maar treden in 't nevenvertrek, de slaapkamer
+van Anna Paulowna; thans haar sterfkamer.
+
+Zeker zou 't oneerbiedig kunnen heeten, wanneer we zoo onaangediend
+binnentraden, waar zooveel vorsten en vorstinnen verzameld zijn om 't
+sterfbed eener koningin, en er zou dan ook wel niemand geweest zijn, die
+'t gewaagd zou hebben, ons aan te dienen; wij echter hebben 't groote
+voorrecht, er in den geest te vertoeven, en geen macht ter aarde kan den
+geest verhinderen, zich een weg te banen. Die toch gaat door gesloten en
+gegrendelde deuren, treedt in de paleizen der vorsten en aanschouwt
+daar, wat voor geen ander te aanschouwen wordt gegeven. En zoo treden
+we op Woensdag den eersten Maart 1865 des namiddags ruim vier uren de
+kamer van Anna Paulowna binnen, en willen zien, wat daar plaats heeft.
+
+Het eerst valt ons oog op die alkoof, waar de stervende vorstin
+nederligt. Aan 't hoofdeneind van het veldbed, waarop ze rust, staat
+haar kamenier, die haar jaren lang trouw gediend heeft, en meer haar
+vriendin dan haar ondergeschikte is. Ze houdt het hoofd der stervende
+in haar armen, om het te ondersteunen. Aan 't voeteneinde staan de HH.
+doctoren Van der Grijp en Vinkhuyzen, die H. M. gedurende haar laatste
+ziekte behandeld hebben. 't Is een aandoenlijke groep, waarvan de
+koningin het middelpunt uitmaakt. Vermagerd en bleek is ze, bleek,
+wanneer de vreeselijke benauwdheden haar 't bloed niet naar de wangen
+drijven. Reeds sedert eenige dagen hebben de uitgegeven bulletins de
+natie in spanning gehouden ten aanzien van den afloop der ziekte, die in
+een hevige borstaandoening bestaat, gekenmerkt door benauwdheden, welke
+in de beide laatste etmalen zoo zeer waren toegenomen, dat haar krachten
+waren uitgeput en men 't ergste vreesde.
+
+Grootvorstin Anna Paulowna, de dochter van keizer Paul I van ~Rusland~
+en keizerin Maria Federowna (Dorothea Augusta Sophia van ~Wurtemberg~),
+is den 19en Januari 1795 geboren, dus op denzelfden dag, toen haar
+aanstaande gemaal, als kind uit zijn land verdreven, nog als balling
+op de Noordzee zwalkte en men voor 't eerst de Engelsche kust in 't
+oog kreeg. Toen keizer Napoleon zijn eerste gemalin, Josephine de
+Beauharnais, verstiet, liet hij, eer hij aanzoek deed om aartshertogin
+Maria Louise, door Canlaincourt de hand der Russische vorstin vragen. En
+voorzeker zou de vorstelijke Anna Paulowna, edel van gestalte als van
+gemoed, een keizerstroon als die van het toen zoo machtige ~Frankrijk~
+tot sieraad gestrekt hebben--haar broeder, keizer Alexander, bedankte
+echter voor die eer. Veel liever schonk hij de hand zijner zuster
+aan een vrij wat geringer vorst, maar die van edeler bloed en hooger
+afkomst was: aan zijn vriend, den ridderlijken Oranje, toen nog slechts
+kroonprins van het koninkrijk der ~Nederlanden~. Den 21en Februari 1816
+werd het hooge huwelijk te ~St.-Petersburg~ voltrokken.
+
+En Anna Paulowna had de liefde der natie weten te verwerven. Niet
+alleen maakte zij zich op voortreffelijke wijze onze taal eigen, maar ze
+drong ook door in de meesterwerken onzer letterkunde. En bovenal werd de
+vorstin geliefd om haar minzaamheid en weldadigheid. Vergeten we niet,
+hoe ze, in 't klein, haar naaischool te ~Scheveningen~ had, in 't groot,
+in 1830 en 31 haar naam in gezegend aandenken bracht door het stichten
+op eigen kosten van een hospitaal voor gekwetste militairen. Groot
+was de sympathie, welke zij bij 't bestijgen van den troon in 1840
+mocht ondervinden. Als koningin was ze niet minder geliefd dan als
+kroonprinses. En toen ze den 17den Maart 1849 te ~Tilburg~ bij 't lijk
+van haar zoo beminden gemaal nederknielde en uitriep: »O, wat ben ik
+ongelukkig!" toen een andere koningin haar plaats op den troon innam,
+bleef ze nog steeds de geëerde en hooggeschatte, de beminde Vorstin. Dat
+getuigde steeds de eerbiedige groet, haar, waar zij zich in 't openbaar
+vertoonde, door de menigte toegebracht; dat had men in 't jaar 1858
+gezien, toen ze, bij gelegenheid van 't feest der meerderjarigheid van
+haar kleinzoon, den kroonprins der ~Nederlanden~, voor de laatste maal
+in ~Amsterdam~ vertoefde, en de luide toejuiching van de bevolking der
+hoofdstad haar te gemoet klonk bij haar verschijning op het balkon vóor
+'t paleis op den Dam; dat had ze ook nog op den avond van dien 17en
+November 1863 kunnen bespeuren, toen ze door de hel verlichte straten
+der residentie toerde, en haar overal de kreten, »Leve de koningin!" in
+de ooren klonken.
+
+Geen wonder dus, dat de natie met belangstelling de bulletins had
+ontvangen en gelezen; dat ook de natie volgens de laatst uitgegevene
+vreesde, dat de lamp haar levens spoedig zou worden uitgebluscht. Ook de
+vorstin zag het gevaarlijke van haar toestand in, ja, ze was de eerste,
+die van sterven gewaagde. Maar krachtig van ziel als ze was, verschrikte
+haar de aanblik van den dood niet: kalm en onderworpen verbeidde zij
+haar laatste uur, even kalm en onderworpen nam ze een aandoenlijk
+afscheid van haar kinderen; daarna van haar trouwe bedienden, welke ze
+dankte voor de gehechtheid, haar gedurende een reeks van jaren bewezen.
+Toen had ze verlangd, dat haar de bulletins omtrent haar toestand zouden
+worden voorgelezen: daarna vroeg zij om haar priester, die haar de
+laatste troostmiddelen der Grieksche kerk, tot welke zij behoorde,
+toediende. En zoo wacht zij daar kalm en gelaten het oogenblik af,
+waarop God haar van deze aarde zal oproepen.
+
+Om haar bed bevinden zich al de vorsten en vorstinnen van 't koninklijk
+huis: Z. M. koning Willem de derde en zijn koninklijke gemalin; hun
+beide zonen, de kroonprins en prins Alexander; prins Hendrik en zijn
+gemalin, Amelia Maria da Gloria Augusta, dochter van hertog Bernhard van
+Saksen Weimar Eisenach, met wien hij sedert 19 Mei 1853 gehuwd is; ook
+prinses Sophie, de eenige dochter der stervende, gehuwd met den
+groothertog van Saxen Weimar Eisenach; prins Frederik met zijn gemalin
+en dochter Marie. Op een wenk van een der doctoren, dat het laatste
+oogenblik nadert, zijn ze allen neergeknield; een doodelijke stilte,
+alleen door zacht, bedwongen snikken afgebroken, heerscht in de
+sterfkamer en breidt zich van daar in al de vertrekken van 't vorstelijk
+paleis uit--nog eer de wijzer der pendule, die zich in de kamer bevindt,
+op half vijf staat, heeft Anna Paulowna haar laatsten strijd
+voleindigd--is de koningin-moeder der ~Nederlanden~ gestorven.
+
+We schuiven een gordijn voor de smart en den rouw, die thans het
+sterfvertrek vervulden--evenmin zullen we de aandoeningen schetsen,
+waarmede die tijding in de Hofstad, ja, in 't gansche land vernomen
+werd, en die vergezeld ging van de nieuwsgierige vraag: waar 't lijk der
+overledene vorstin ter aarde zou worden besteld? Wel wist men, dat, op
+het door haar uitdrukkelijk te kennen gegeven verlangen, haar lijk niet
+zou worden gebalsemd--de plaats der begraving bleef voor alsnog een
+geheim. Sommigen herinnerden zich, dat Anna Paulowna, bij gelegenheid
+toen zij een bezoek aan 't familiegraf te ~Delft~ had gebracht, den
+wensch zou hebben geuit, om eenmaal te rusten tusschen haar koninklijken
+gemaal en haar zoon, prins Alexander--men vreesde echter, dat daartegen
+van wege de Grieksche kerk onoverkomelijke zwarigheden zouden bestaan.
+Geruchten noemden de Grieksche kapel te ~Amsterdam~ als de plaats, waar
+de begrafenis zou plaats vinden, wanneer die bezwaren niet waren op te
+heffen.
+
+Reeds Donderdag om acht ure verkondigde het doffe klokgebrom, dat
+Neerlands koningin-moeder gestorven was, en dat had driemaal daags,
+telkens een uur lang, plaats. Tevens waren de woningen van vele
+aanzienlijke particulieren gesloten, ten teeken van deelneming in 's
+vorsten rouw. Schouwburgen en openbare vermakelijkheden mochten geen
+voorstellingen geven. Alles moest er toe dienen, om den rouw over den
+dood der vorstin te verkondigen. Dat hield tot Donderdag, den 18den
+Maart aan, om nogmaals twee dagen vóór en op den dag der begrafenis
+herhaald te worden.
+
+En die begrafenis--ze had den 17den Maart, op den sterfdag van koning
+Willem den tweeden, te ~Delft~ plaats. De moeielijkheden waren uit den
+weg geruimd, en Anna Paulowna zou, volgens haar wensch, tusschen haar
+gemaal en haar zoon rusten. 't Was een heele stoet, die daar op Vrijdag
+den 17den Maart 1865 zich door de straten van 't vorstelijk
+~'s-Gravenhage~ bewoog. Ik zal u dien niet beschrijven; daar geen onzer
+vrienden hem bijwoonden. Alleen vestig ik uw oog voor een enkel
+oogenblik op de prachtige rouwkoets voorafgegaan door den heraut van
+wapenen (~Rusland~) te paard met zijn wapendrager, en bespannen met acht
+rouwpaarden. Op de kist de koninklijke kroon, benevens het ordeteeken
+van St.-Catharina, gehecht op een rood fluweelen kussen, de slippen van
+'t lijkkleed gedragen door de barons van Tuyl van Serooskerken en Taets
+van Amerongen en twee groot-officieren van 's konings huis. Naast den
+rouwwagen de vierentwintig kamerheeren--dragers van het lijk. En
+daarachter Z. M. de koning der ~Nederlanden~, de groot-hertog van Saxen
+Weimar, de kroonprins en prins Hendrik der ~Nederlanden~ in een koets
+met zes paarden bespannen, gevolgd door een met even veel paarden
+bespannen koets, waarin prins Frederik en prins Herman van Saxen Weimar.
+
+En was 't een heele stoet; 't was ook een heele tocht van Buitenrust
+naar de Nieuwe kerk te ~Delft~. Gedurende al dien tijd hielden de
+klokken van ~'s-Gravenhage~ en ~Delft~ niet met luiden op, en werd er
+elke minuut een kanonschot gelost. En toen 't vorstelijke lijk in den
+grafkelder was neergezet en Zijne Majesteit met de prinsen de kerk
+verlaten had, verzegelde de minister van justitie in 't bijzijn van den
+grootmeester, den opperkamerheer en den opperceremoniemeester, de kist
+met 's rijks grootzegel en riep de heraut van ~Nederland~ met luider
+stem uit:
+
+»De plechtige teraardebestelling van het stoffelijk overblijfsel van
+Hare Majesteit Anna Paulowna, koningin-weduwe der ~Nederlanden~, geboren
+grootvorstin van ~Rusland~, is volbracht."
+
+En zoo was de koningin der ~Nederlanden~ gestorven en begraven in 't
+zelfde jaar, waarin men gedacht had het feest van de herdenking van den
+slag bij ~Waterloo~ te vieren. »Doch waarom is er bij die plechtige
+begrafenis geen enkele der familie de Bosson of de Winter tegenwoordig
+geweest?" vraagt ge. Een der Bossons wel, en dat was de luitenant der
+grenadiers, August; die was zelfs met het bataljon, waarbij hij stond,
+in den trein mede naar ~Delft~ gemarcheerd, maar juist daarom had hij
+genoegzaam niets van den optocht zelf gezien. Geen der andere leden had
+zich noch te ~Delft~, noch te ~'s-Gravenhage~ bevonden. Indien ge de
+reden daarvan wilt weten, volgt mij dan slechts op dienzelfden Vrijdag
+den 17den Maart en wel na afloop der begrafenis, naar 't ons bekende
+huis op de ~Heeregracht~.
+
+Ook in dat huis heerscht een doodelijke stilte en treurigheid. Laat
+ons slechts binnentreden. We gaan niet in de huiskamer, die is op 't
+oogenblik ledig en verlaten. Maar we gaan den trap op naar boven, waar
+de slaapkamer van mevrouw de Winter is. En daar vinden we onze goede,
+lieve mevrouw de Winter stervende. Ze had in 't vorige najaar een zware
+rheumatische aandoening op de borst gekregen, en wat de dokter ook deed,
+hij kon die niet overwinnen. 't Had den geheelen winter sukkelen gegeven
+en reeds meer dan twee maanden lang was de goede vrouw bedlegerig;
+d. i. werd ze van het bed naar de canapé en van de canapé naar 't bed
+gebracht. Die voortdurende zwakte en de uitputting harer krachten,
+welke volgens den dokter wel met den dood zouden eindigen, waren dan
+ook de oorzaak geweest, dat het huwelijk van Emile en Emma, dat in
+'t vorige najaar zou plaats hebben, was uitgesteld. Want Emma, de
+trouwe, zorgvuldige Emma, wilde haar vriendin in die omstandigheden
+niet verlaten. Ze had haar opgepast, zonder haar eigene gezondheid te
+ontzien. En wanneer kapitein de Bosson of Florence haar vermaanden,
+toch aan zich zelf te denken dan antwoordde ze: »ik ben jong en sterk;
+daarenboven is 't mij een genoegen, en wat men gaarne doet, valt licht."
+Vooral in den laatsten tijd had ze een goeden steun gehad aan den
+kapitein, die zijn zuster zoo ferm kon tillen en dragen. Ook werd zij
+trouw afgewisseld door Florence, als die haar huisgezin kon verlaten; en
+nu sedert zes weken door Margot, die voor eenige dagen was overgekomen,
+maar de zaken zóó bevonden had, dat ze niet meer wegdurfde.
+
+Ze gevoelde het wel, de brave vrouw, dat haar levenslampje spoedig zou
+worden uitgebluscht; ze had er reeds herhaalde malen met haar broeder en
+haar kinderen over gesproken. Vooral met Emma sprak zij er gedurig over.
+
+»Lieve," had ze onder anderen op zekeren dag tegen haar trouwe
+verzorgster gezegd. »Wanneer ik niet meer ben, zal Henri zich zoo
+eenzaam en verlaten gevoelen. Wil je me iets beloven. Zoodra ik niet
+meer zijn zal, moet uw huwelijk met Emile plaats vinden, en dan kom je
+met uw man hier in huis wonen. Dan blijft mijn broeder bij u, en voelt
+hij zijn verlies minder."
+
+En Emma had het haar beloofd, ook Emile, dien ze daarover had gesproken
+en wien ze die belofte had afgevergd. En evenals deze zaak, had ze ook
+met de grootst mogelijke kalmte al haar aardsche beschikkingen afgedaan,
+en rustig en gelaten verbeidde zij het oogenblik, dat het God zou
+behagen, haar uit de wereld weg te nemen. Van haar kinderen had ze een
+teeder en aandoenlijk afscheid genomen, ook van haar broeder; terwijl ze
+in de laatste dagen zoozeer verlangd had, haar zuster Marie nog eens te
+zien, dat ook deze uit ~Brakel~ was overgekomen. En zoo stonden ze nu
+daar allen om het sterfbed van de geliefde vrouw. Spreken kon deze niet
+meer, en haar gebroken oogen konden zelfs de dierbaren, die om haar
+sterfbed geschaard waren, niet zien. Doch een tevredene, zalige glimlach
+lag op haar bleek, vermagerd gelaat verspreid, van hetwelk Margot, die
+aan 't hoofdeneinde van 't ledikant zat, van tijd tot tijd het doodzweet
+afwischte. Eensklaps hield de adem op, een kleine beweging van den mond,
+en--mevrouw de Winter was niet meer. Ze was zoo zacht en kalm
+gestorven, als ware ze in slaap gevallen.
+
+Vier dagen later had de begrafenis plaats; waarbij ook de oude Veldhuis
+en Bernard tegenwoordig waren; en de korte doch roerende toespraak,
+welke de laatste aan den geopenden grafkuil hield, was treffend en gaf
+in weinige woorden te kennen, hoe de vrouw, die daar in den schoot
+der aarde nederzonk, geleefd had en gestorven was. Juffrouw Veldhuis
+wist haar broeder over te halen, om met haar naar ~Brakel~ te gaan en
+daar een paar weken te logeeren. En toen de kapitein in ~Amsterdam~
+teruggekeerd was, had het huwelijk van Emile en Emma in alle stilte
+plaats, en werd het kerkelijk door dominé Veldhuis ingezegend.
+
+Wel werd het feest van Waterloo den 18en Juni in ~Amsterdam~ gevierd;
+doch het was er echter verre van daan, dat deze viering ook in de verte
+op die van 't Oranjefeest zou geleken hebben. We gaan het daarom in
+stilte voorbij, en willen u slechts mededeelen, dat Z. M. den koning aan
+allen, die tijdens den slag bij ~Waterloo~ in dienst waren geweest en 't
+vijftigjarig feest beleefden, een zilveren kruis schonk, om dit aan een
+oranjelint op de borst te dragen. En thans willen we aanstippen wat er
+in 't zelfde jaar 1865 nog heeft plaats gehad.
+
+En dan noemen wij een zaak, belangrijk voor den handel: de afschaffing
+van den accijns op 't gemaal, d. i. de belasting op het koren. En niet
+alleen was die afschaffing een zegen voor den handel in 't algemeen en
+den graanhandel in 't bijzonder--ze heeft ook in de uitkomst ten zegen
+gestrekt voor de mindere klasse. De broodprijzen toch, die vroeger tot
+zulk een hoogte konden stijgen, zijn sedert dien tijd zeer gematigd
+geworden en gebleven, en dat is gelukkig. Immers, het brood is een der
+eerste levensbehoeften voor den minderen man, en, bij 't gebrek aan
+vleesch, zoo noodig tot de bewaring zijner gezondheid. Toch had die
+afschaffing ook wel haar keerzijde: want nu moesten ook de steden
+langzamerhand haar accijns op 't gemaal afschaffen. Om in 't gemis
+daarvan te gemoet te komen, hieven ze nu van de rijken en de burgers
+een plaatselijke belasting. En natuurlijk drukt die meer dan de accijns
+op 't gemaal. Want, terwijl het betalen van dien accijns ongevoelig
+gaat, daar men het brood slechts wat duurder betaalt, werden door die
+afschaffing de kleine burgerij en de werkman van de betaling ontheven,
+ook de vreemdeling, die in de stad vertoefde en er mede toe bijdroeg. En
+dat alles moet nu door een gedeelte der burgerij betaald worden.
+
+Een andere bijzonderheid van 't jaar 1865 is, dat de eerste spade in den
+grond werd gestoken tot het graven van 't kanaal van ~Amsterdam~ naar de
+Noordzee, een kanaal hetwelk nog niet geheel voltooid is, maar reeds tal
+van bunders land heeft aangewonnen, waarover vroeger 't water plaste en
+dat nu voor landbouw en veeteelt een aanzienlijke aanwinst is.
+
+Toch nog iets, eer we dit hoofdstuk sluiten, en hetwelk ons een blik
+zal doen slaan op de zegeningen, welke een vreedzame regeering als
+die van Willem den derden voor een volk oplevert. Ondanks de groote
+uitgaven voor de spoorwegen, die in 1868 alleen tien millioenen gulden
+beliepen, en de schadeloosstelling aan de West-Indische slavenhouders,
+ten bedrage van meer dan 10 millioen, benevens bijna 3 millioenen voor
+de onteigening van vee ten gevolge der veepest, werd er sedert 1850
+voor ongeveer tweehonderd drieenzeventig en een half millioen aan
+schuldbrieven afgelost, waardoor de jaarlijks op te brengen rente met
+omtrent acht en een half millioen 's jaars verminderd werd.
+
+Ik sprak daar van de veepest. Die veepest, welke onzen veestapel zoozeer
+verminderde, was een volksramp, evengoed als de aardappelziekte en de
+cholera. Om die veepest te doen ophouden, werden strenge maatregelen
+genomen. Waar in een stal de ziekte uitbrak, werden al de koeien, ziek
+of gezond, welke in dien stal stonden, terstond onteigend en afgemaakt.
+Natuurlijk kreeg de eigenaar daarvoor een behoorlijke vergoeding.
+Toch had hij altijd groot nadeel door 't verlies zijner beesten, van
+wie hij nu geen melk kon trekken. 't Gaf dus vrij wat aanleiding tot
+ontevredenheid, en kostte aan 't land ongeveer drie millioenen. Doch de
+veepest, die zeker nog vrij wat meer millioenen aan de veehouders zou
+gekost hebben, werd er gelukkig door gestuit. En daar we nu toch zoo
+ongemerkt wat verder gekomen zijn, maak ik hier tevens melding van een
+paar feiten, die nog al opmerkelijk zijn. Vooreerst: de invoering eener
+verbeterde en naar de behoefte van den tijd gewijzigde spelling door te
+Winkel en de Vries, vervolgens afschaffing van 't zegel van dagbladen
+en andere gedrukte stukken, waarop reeds sedert lang was aangedrongen;
+eindelijk de opening van den eersten spoorweglijn op ~Java~, een begin
+van 't spoorwegnet, hetwelk ook onze Oost-Indische koloniën door den
+tijd in den zegen van 't Moederland zal doen deelen. Over 't geheel
+zijn onder koning Willems regeering 't cultuurstelsel in Indiën en de
+toestand van den Javaan reeds veel verbeterd. Dat alles daar nog niet
+is zooals 't behoort, is daaraan toe te schrijven, dat er in onze Oost
+veel, zeer veel bestond hetwelk verkeerd was, en men verbeteringen langs
+den langen weg en niet met schokken moet verkrijgen. Ook onder koning
+Willems bestuur heeft zich ons gouvernement op ~Bali~ krachtig doen
+gelden en de opstandelingen aldaar overwonnen. Zij, die aan de expeditie
+hebben deelgenomen, hebben daarvoor een zilveren gedenkteeken ontvangen,
+hetwelk ze aan een groen- en oranjelint op de borst dragen.
+
+
+
+
+ACHTSTE HOOFDSTUK.
+
+Het feest van Neerlands onafhankelijkheid.
+
+
+»Alweer een feest?" hoor ik u uitroepen. En ik antwoord: ja, alweer een
+feest en wel weer een nationaal feest. Tot het eigenaardige van koning
+Willems regeering mag dan ook wel het vieren van feesten genoemd worden.
+Vooral sedert het jaar 1863 is de Nederlandsche natie verzot op feesten
+geworden. Kan het anders? Behalve dat de nationale gedenkjaren van 1863,
+65, 72 en 73 daarin vielen, zijn er tal van zaken, die hier en daar de
+aanleiding hebben gegeven tot feestelijkheden. Landbouw- en andere
+tentoonstellingen, congressen, opening van groote werken, 't oprichten
+van standbeelden voor groote mannen, ze hebben allen aanleiding gegeven
+tot feesten. En is 't niet veel beter, dat een volk om zulke vreedzame
+gebeurtenissen feestviert, dan dat het zulks doet om een overwinning,
+die duizende ouders kinderloos gemaakt, duizenden in de kracht van hun
+leven verminkt heeft! Is 't niet beter het buskruit te besteden aan
+prachtige vuurwerken, dan om het te gebruiken tot slachting van zijn
+medemenschen? Is de gloed der lampions bij een illuminatie niet veel
+schooner dan die van een ~Straatsburg~, door 't Pruisisch kanon in brand
+geschoten? Gelukkig dus 't volk van ~Nederland~, dat zijn geld besteedt
+aan feestvieren!
+
+Van standbeelden gesproken; daar we toch aan 't praten zijn over de
+regeering van koning Willem den derden, wil ik u eens opnoemen, welke
+er alzoo onder zijn regeering zijn opgericht. Een voor den grooten
+historieschilder Rembrand van Rijn, te ~Amsterdam~ ('54), voor den
+volksdichter Tollens, te ~Rotterdam~ ('59), voor den schilder Ary
+Scheffer, te ~Dordt~ ('62), voor Joost van den Vondel, te ~Amsterdam~
+('67), voor Hogendorp, te ~Rotterdam~ ('68), en voor Boerhave te
+~Leiden~ ('71). Behalve deze standbeelden nog 't monument van den
+volksgeest in 1830 en 31, op den Dam te ~Amsterdam~ ('56), dat ter
+herinnering aan 1813, in 't Willemspark te ~'s-Gravenhage~ ('63), en dat
+tot aandenken aan de inneming van ~Den Briel~ in 1572 ('72). Doch zoo
+pratende, zou ik mijn verhaal vooruitloopen.
+
+We verbeelden ons dan in 't laatst van de maand Maart van 't jaar 1872
+in een welvarend dorp te zijn, niet ver van ~Den Briel~. We treden het
+dorp binnen en begeven ons naar de herberg. Terwijl we 't noodige
+bestellen, en de dochter van den kastelein ons helpt, maken we een
+praatje met haar vader.
+
+»Een mooi dorp, kastelein," beginnen we. »En 't ziet er welvarend uit
+ook."
+
+»Nu, dat zou ik denken," antwoordt hij. »Je hebt hier boeren, die voor
+geen ton of wat opstaan. Daar wordt hier vandaan ook wat naar ~Engeland~
+gezonden."
+
+»En daarvoor moeten wij alles duur betalen."
+
+»Ja, meneer! Wat zal ik u zeggen? 't Is in de laatste jaren al wat
+duurder geworden. En voor groote huishoudens is 't zeker een toer om
+rond te komen. Daar hadt je nog gisteren de dominé...."
+
+»De dominé. Hé, kastelein, wie staat hier als dominé?"
+
+»Dominé Veldhuis, een knap en geleerd man, al is hij een beetje
+verdraaid van figuur."
+
+»Dominé Veldhuis? Weet je ook soms of hij B. Veldhuis heet?"
+
+»Jawel, mijnheer; B. Veldhuis. Hij is verleden jaar in 't voorjaar hier
+gekomen en bevalt uitstekend."
+
+»Wel man, het doet me pleizier, dat ik het hoor. Die dominé Veldhuis is
+een oude kennis van mij. Hoe maken 't zijn vrouw en zijn drie
+kindertjes?"
+
+»Zijn drie kindertjes! Nu kan ik wel merken, dat mijnheer de kennis niet
+met hem heeft aangehouden. Hij heeft er al zes."
+
+»Kom, dat doet me pleizier, kastelein. Ik heb dien dominé Veldhuis
+reeds als een jongen van veertien, vijftien jaren gekend. Toen was 't al
+een vlugge knaap, dat verzeker ik u."
+
+»Dan heeft mijnheer hem al een heelen tijd gekend. Hij zal nu zoo wat
+naar de veertig loopen. En kent mijnheer zijn vrouw ook?"
+
+»Welzeker, dat is een Amsterdamsche. Och, man! Die heele familie ken
+ik van haver tot gort. Sedert het jaar '65, toen de mama van mevrouw
+Veldhuis stierf, heb ik echter niets van hen gehoord. Maar het doet me
+plezier, dat de dominé hier staat. Ik ga hem straks eens opzoeken."
+
+»Dan zal mijnheer er het huis vol volk vinden. Een broer van den dominé
+uit ~Brakel~ logeert er met vrouw en twee kinderen, en mevrouws broer
+uit ~Amsterdam~ met vrouw en drie kinderen."
+
+»Wel, wel! dan is het een huishouden van zeventien personen! Die broer
+en die zwager van den dominé zijn ook oude kennissen van mij. Als ik dat
+van nacht had kunnen droomen, dan zou ik een voorspellende geest gehad
+hebben! Kijk; ik ben recht blij, dat ik hier gekomen ben. Want ik stel
+machtig veel belang in die menschen."
+
+»Geen wonder, als men iemand zoolang gekend heeft!" herneemt de
+kastelein, terwijl zijn dochter het gevraagde brengt, en we 't nu te
+druk hebben met eten en drinken, om 't gesprek verder voort te zetten.
+
+En thans, na ons behoorlijk gerestaureerd te hebben, stappen we naar de
+pastorie van dominé Veldhuis. We schellen aan. Een knaap van twaalf
+jaren doet ons open.
+
+»Is dominé Veldhuis te spreken?" vragen we den blonden krullebol, die
+ons met zijn helderblauwe oogen zoo schalksch aankijkt.
+
+»Wel zeker, mijnheer," antwoordt de knaap. »Wil u maar in de zijkamer
+gaan. Papa zal wel dadelijk bij u komen."
+
+»Papa? Ben jij dan Ernst, de oudste zoon van den dominé?"
+
+»Om u te dienen, mijnheer," antwoordt de knaap. »Maar hoe kent u me? Ik
+weet niet, dat ik u ooit gezien heb."
+
+»Ik jou wel. Maar dat is nu ruim acht jaren geleden. Toen was je nog een
+klein kereltje van een jaar of drie. 't Was bij gelegenheid van de
+Oranjefeesten, toen je bij grootmama de Winter logeerdet."
+
+»Ja, mijnheer, daar weet ik niets meer van. Dat begrijpt u wel."
+
+»Dat laat zich hooren. En hoe maakt het uw zusje Frédérique? Dat zal ook
+al een heele meid zijn."
+
+»Die is al elf jaar, mijnheer, maar ze is niet groot voor haar jaren,
+zegt papa."
+
+»Nu, jij bent des te beter uit de kluiten gewassen, Ernst."
+
+»Wat is er toch, Ernst?" roept een vrouwenstem uit de geopende deur der
+tuinkamer. »Is 't weer zoo'n venter? Zeg hem toch, dat wij niets noodig
+hebben. Al wat we gebruiken, nemen we hier op het dorp, of laten we uit
+~Den Briel~ komen."
+
+»Neen, mama! 't Is een heer, om papa te spreken."
+
+»Laat mijnheer dan in de zijkamer, en roep papa. Hij is in zijn
+studeervertrek."
+
+»En ik zal maar in de huiskamer komen, Margot," roep ik uit, en op 't
+zelfde oogenblik komt onze goede Margot, die ge niet zoudt herkennen,
+zoo gezet is ze geworden, maar die altijd nog hetzelfde vriendelijke
+gezicht en haar lieve stem heeft, naar mij toe.
+
+»Zijt gij 't, mijnheer! Wel, eer had ik verwacht, koning Willem den
+derden in eigen persoon voor mij te zien, dan u."
+
+»Ja Margot. Evenzeer had ik eerder gedacht, Zijne Majesteit hier te
+vinden dan u en uw man. Ik hoorde het toevallig in 't logement, en kon
+niet nalaten, u eens een visite te maken."
+
+»Daar doet ge goed aan, mijnheer," antwoordt Margot. »Maar sta, als 't u
+belieft, nu niet langer op de vloermat, en kom in onze huiskamer. 't Is
+hier wel de doove of 't huis vol volk, maar hoe meer zieltjes, hoe meer
+vreugd."
+
+»Dat zeg ik ook, Margot. En daarom zal ik mij ook maar terstond in de
+pret begeven."
+
+Wat we nu al zoo verder babbelen, laat ik rusten. We zullen dus maar
+eens doen, alsof we een generaal waren, die zijn troepen de revue laat
+passeeren.
+
+Eerst de kinderen van dominé Veldhuis.
+
+Ernst hebben we reeds ontmoet. Ik moet u evenwel nog iets van hem
+zeggen. Hij is een ferme jongen, die aanstaanden September naar de
+Latijnsche school in ~Den Briel~ zal gaan, en stellig in de tweede
+klasse zal komen; want papa heeft hem al vrij wat van 't Latijn geleerd.
+De elfjarige Frédérique is een allerliefst meisje. Ze zal met oom
+en tante de Winter mee naar ~Amsterdam~ trekken, om daar een jonge
+juffrouwenschool te bezoeken; want mama vindt het minder geschikt, haar
+naar ~Den Briel~ te sturen: daar ze dan door alle wind en weer heen zou
+moeten. De tienjarige Marie is bijna zoo groot als Frédérique; ze is
+echter minder vlug, ook heeft ze nog een jaar den tijd, om gelijk te
+zijn met haar zuster. De drie andere kinderen zijn de achtjarige Sophie,
+die evenals Marie en haar zesjarig broertje Willem op de dorpschool
+gaat; 't jongste kind van dominé Veldhuis, Anna, is nog bij mama thuis.
+
+Marie de Winter is net een goed vriendinnetje voor haar oudste nichtje
+Frédérique. Ze is dan ook wat blij, dat dit naar ~Amsterdam~ zal
+meegaan; want aan haar ondeugenden broer Henri en aan den kleinen
+achtjarigen Leonard heeft ze niets. »Die Henri," zegt ze tegen
+Frédérique, »is grootpapa's lieveling en dien heeft hij braaf bedorven.
+Die grootpapa heeft zijn naamgenoot allerlei ondeugende streken
+geleerd." Zoo erg als Marie 't nu maakt, is het wel niet; maar zeker is
+het, dat de kleine Henri bij grootpapa een potje breken kan, en dat deze
+meer van hem houdt dan van al zijn kleinkinderen; zelfs van de drie van
+Emile en Emma, die toch bij hem in huis wonen. Onze goede oude kapitein
+de Bosson is nu drie-en-zestig jaar; maar hij lijdt het grootste deel
+van 't jaar aan rheumatiek, hetwelk hem wel eens heel lastig van humeur
+maakt. Gelukkig, dat hij in Emma een schoondochter heeft, die veel van
+hem kan velen, en hem meestal weet op te beuren en op te vroolijken. Hij
+houdt dan ook zielsveel van haar, er zou maar eens iemand moeten komen,
+die een kwaad woord van haar zeide--de oude rheumatieke kapitein zou in
+staat zijn, hem op de punt van zijn degen te dagen. Florence zegt wel
+eens spottend, dat zij nu geheel bij papa achterligt; maar dat meent
+ze niet, en ze is wat gelukkig, dat haar goede papa zulk een lieve
+schoondochter heeft. Die Florence is nog altijd even vroolijk en
+opgeruimd, als toen we haar voor 't eerst ontmoetten; en ofschoon ze
+haar zesendertigste jaar reeds achter den rug heeft, lijkt ze veeleer op
+vierentwintig. Gustaaf en Bernard zijn ouder geworden, dat kan men hen
+duidelijk aanzien, ook Frits Veldhuis en zijn vrouw, wier beide oudste
+kinderen, Ernst en Marie, mede bij oom den dominé te logeeren zijn. Die
+Ernst zou u echter niet bevallen. 't Is een goede lobbes van dertien
+jaren, maar een broer in optima forma. Dat scheelt wat bij oom Bernard,
+toen we hem op dien leeftijd in ~Amsterdam~ ontmoetten. Den dag bij den
+nacht! En Marietje is wel wat onplezierig van humeur: ze schijnt niet
+erg tevreden te zijn; ook kan ze niet best met de anderen overweg. Ernst
+van den dominé noemt haar »een kribbebijter," en Frédérique zegt, dat ze
+»zoo zuur kijkt, alsof er een paar flesschen azijn vóor haar staan."
+
+En zoo zijn we, nu ongeveer drie en twintig jaren nadat we aan 't
+station aan den Hollandschen spoorweg voor 't eerst kennis maakten met
+onze vrienden, in een geheel nieuw geslacht gekomen, en vinden we de
+kinderen van hen, die toen kinderen waren, als nieuwe kennissen terug.
+Dat is wel aardig, vooral als we daarbij eens berekenen, dat _wij_ in
+dien tijd niet zooveel ouder zijn geworden. Want zoolang toch is 't nog
+niet geleden, sedert we daar voor 't eerst Gustaaf en Margot hun neef en
+nicht Bernard en Florence zagen begroeten. Zie, dat is 't voordeel,
+wanneer we in den geest iets bijwonen.
+
+Doch waartoe zijn we nu in het dorp bij ~Den Briel~ en waarom zijn
+zooveel logé's bij dominé Veldhuis? Ik zal 't u zeggen.
+
+Nu ruim driehonderd jaren geleden lag ons lieve ~Nederland~ in ijzeren
+boeien. Toen was er een man, een Willem van Oranje-Nassau, die de groote
+ideé opvatte, om een door de onderdrukking vernederd volk op te heffen.
+Die Willem van Oranje-Nassau was een voorzaat van onzen Willem den
+derden. De zaak stond hopeloos: 't was ook een strijd tusschen een
+kleinen prins en den machtigen reus, die over ~Spanje~ en ~Amerika~
+gebood. En ziet, overmorgen zal het driehonderd jaren geleden zijn, dat
+een hoop zeeschuimers, waaronder de edelsten van ons volk, den eersten
+steen legden tot de onafhankelijkheid van onze natie, dat de eerste
+lichtstraal in dien stikdonkeren nacht doorbrak: op den eersten
+April zal het driehonderd jaren geleden zijn, dat ~Brielle~ door de
+Watergeuzen werd ingenomen! Geheel Nederland zal dien eersten April met
+opgewondenheid vieren; overal zal het feest zijn, een nationaal feest,
+niet minder dan dat van 1863. Maar wij willen ons naar de kern van dat
+feest begeven, naar ~Den Briel~. En evenals het Paaschfeest het feest
+is van de opstanding van onzen Heer, en daardoor de verrijzenis van de
+menschheid uit den stikdonkeren nacht waarin zij verzonken lag; zoo zal
+de tweede Paaschdag voor ~Nederland~ het feest zijn van zijn verrijzenis
+uit de boeien van schande en smaad, waarin het onder de Spaansche
+dwingelandij geketend lag.
+
+We zouden dat feest overal kunnen medevieren. Maar daar we ons hebben
+voorgesteld, voor u een gedenkboek van de vijfentwintigjarige regeering
+van koning Willem den derden te schrijven, moeten we ons naar ~Den
+Briel~ begeven, waar het Hoofd van onzen Staat, even als voor negen
+jaren, zal toonen, dat Hij en zijn Huis zoo nauw met ons volk en ons
+volksbestaan zijn verbonden, dat, als ~Nederland~ feestviert, ook Oranje
+daar deel in neemt. We laten dus den eersten Paaschdag stil voorbijgaan,
+begeven ons naar de kerk, waar dominé Veldhuis, dien we als een wakkeren
+vaderlander kennen, een warm woord tot zijn gemeente spreekt, en gaan
+met de geheele familie, behalve den achtjarigen Leonard de Winter en
+de drie jongste kinderen van den dominé, op den vroegen morgen van den
+eersten April naar ~Den Briel~. We hebben dus gezelschap genoeg.
+
+»Daar is al weer wat gebeurd, sinds we u voor 't laatst zagen,
+mijnheer," zegt dominé Veldhuis, dien we gerust een wandelenden kalender
+zouden kunnen noemen, zoo houdt hij zich steeds op de hoogte van zijn
+tijd. »Daar hebt ge vooreerst de scherpschutterijen."
+
+»Maar dominé!" roep ik uit. »De scherpschutterijen. Dat is
+soldaatjespelen."
+
+»Zoo beschouwt Zijne Majesteit de koning het toch niet," antwoordt
+Veldhuis ernstig. »Ge vergeet, waaraan die scherpschutterijen hun
+oorsprong te danken hebben."
+
+»Aan den lust om soldaatje te spelen, dominé. Als 't land eens in gevaar
+kwam, dan zullen die dappere scherpschutters wel naar hun schoenen
+moeten zoeken."
+
+»Zeg dat niet, mijnheer," herneemt de dominé. »Toen in 't jaar 1870,
+tijdens den Fransch-Pruisischen oorlog, ons land een gewapende
+neutraliteit aannam; toen de vrees voor Pruisens annexatiegeest ook
+hier vele gemoederen vervulde, toen greep de bloem onzer natie, de
+jongelingschap die niet tot den dienst verplicht was, naar 't geweer, en
+vormde vrijkorpsen, wier leus ~Oranje~ en ~Nederland~ was. Dat was een
+goed, 't was een manhaftig besluit. Zoo ontstond er, nevens ons leger,
+een aanzienlijke krijgsmacht, die 't geweer kon behandelen, en in tijd
+van nood, haardstede en altaren verdedigen. En onze goede koning Willem
+de derde begreep, welk een edele krachtsontwikkeling dit was, en door
+hun concoursen bij te wonen, door prijzen uit te loven, door hen te
+erkennen als gevestigde genootschappen, heeft hij 't vaderland een
+dienst bewezen."
+
+»Ge hebt gelijk, dominé. Ik vind echter de oprichting en de
+werkzaamheden van 't Roode kruis vrij wat meer onzen eerbied waard."
+
+»Alles op zijn tijd, mijnheer. Terwijl 't Roode kruis naar de elkander
+vijandelijke volken toeging en daar de wonden heelde, welke de oorlog
+geslagen had, vormden zich hier de scherpschutterijen. Ook 't Roode
+kruis roem ik als een van de gewichtige gebeurtenissen, onder koning
+Willems regeering voorgevallen, en we weten genoeg, hoezeer Zijne
+Majesteit daarmede is ingenomen en hoe hij 't ondersteund heeft. Maar de
+bescherming, welke hij aan de scherpschuttersvereenigingen verleent, is
+evenzeer tot eer en roem zijner regeering. Doch laat ons van dit punt
+afstappen, en zeg mij, wat ge denkt van de afschaffing der doodstraf?"
+
+»Een teeken, dat ~Nederland~ den geest van Christus heeft begrepen,
+die niet wil dat iemand verloren ga, zoolang er nog redding voor
+hem mogelijk is. Na 't afschaffen van geeseling, brandmerk en
+tepronkstelling moest ook die van de doodstraf natuurlijk volgen."
+
+»Toch heeft dat nog jaren geduurd; zij is echter een nieuwe parel
+aan de kroon van Willem den derden, daar hij 't besluit heeft mogen
+onderteekenen, waarbij wordt afgeschaft, dat de eene mensch (al is
+het dan ook rechterlijk) in koelen bloede zijn evenmensch het leven
+ontneemt. Alsof een mensch, al is hij ook een koning, recht heeft op
+iets, wat alleen God heeft geschonken en Hij alleen kan ontnemen!"
+
+»Ik ben 't volkomen met u eens, dominé. En ik zegen het, dat onze natie
+dat besluit genomen heeft, toen er elders duizenden in koelen bloede
+op 't slagveld vermoord werden. Maar, waardoor ook 't jaar 1870 voor
+mij merkwaardig is geworden, is niet alleen door de oprichting van
+scherpschutterijen, niet alleen door den arbeid van 't Roode kruis en
+de afschaffing van de doodstraf; maar nog door iets anders, waarvan we
+schier dagelijks de weldadige gevolgen ondervinden."
+
+»En dat is, als ik u vragen mag?" zegt dominé Veldhuis.
+
+»Aha! daar heb ik nu onzen knappen dominé Veldhuis eens gevangen. De
+man, die altijd zoo goed op de hoogte is, weet niet wat er nog meer in
+1870 gebeurd is. Kom, beste dominé, roep uw geheugen eens te hulp!"
+
+»Ik weet waarlijk niet, wat ge meent, mijnheer. Help mij uit den droom."
+
+»Wel, de wet op de posterijen," antwoord ik.
+
+»En hecht gij daaraan zulk een groote waarde?" vraagt de dominé.
+
+»De grootste waarde, dominé. Wat is toch belangrijker, dan een
+gemakkelijke correspondentie?"
+
+»Nu ja, die had men vroeger ook," antwoordt de dominé. »Reeds in 1850
+werd het port verminderd van 30 op 15 cents en vijf jaren later op 10
+cents. Acht gij nu de vermindering op 5 cents van zulk een groot
+belang?"
+
+»Van hoog belang, dominé," antwoord ik. »En wel, omdat nu alle
+ingezetenen van 't Rijk dezelfde rechten hebben verkregen. Een
+voorbeeld: vóor 1870 zondt ge een brief naar ~Den Briel~, en men
+betaalde er 5 cents voor, omdat de stad in uw postcirkel lag; maar was
+het adres naar ~Amsterdam~, dan moest men er 10 cents voor betalen. Was
+dat nu rechtvaardig van een rijksinstelling? Even goed als een telegram
+door 't gansche rijk met 30 cents betaald wordt, moet ook het briefport
+voor allen gelijk staan. 't Land is uw brievenbode, maar mag geen
+afstand berekenen."
+
+»Ge hebt gelijk, mijnheer. En wat de gedwongen frankeering aangaat,
+daar heb ik volkomen vrede mee. Ik ontvang nu geen onbelangrijke brieven
+meer, waarvoor ik een dubbeltje moet betalen; en niemand zal meer klagen
+over de missives, welke ik hem schrijf; want ze kosten hem geen duit."
+
+Onder dergelijke aangename gesprekken reden we ~Den Briel~ binnen; want
+ik heb u vergeten te zeggen, dat dominé reeds dagen te voren voor een
+fermen janplezier had gezorgd, waarin we met ons twaalven ruim konden
+zitten.
+
+We rijden dan ~Den Briel~ binnen, en stallen ons rijtuig en onze
+paarden. Eerst gaan we eens rondwandelen. Wat ziet er hier alles
+feestelijk uit! Nooit is ~Brielle~ zoo schoon geweest. En we schijnen
+het nog te treffen met het weer! 't Lijkt wel, dat de plasregens van de
+vorige dagen hebben opgehouden, zoo vriendelijk schijnt de zon. Frits
+Veldhuis, de buitenman, zegt wel, dat hij het weer niet veel vertrouwt;
+maar dat heeft hij van morgen toen we uitreden ook al gezegd, en die
+buitenlui zijn toch ook maar profeten, die brood eten.--Daar in ~Den
+Briel~ zijn ze ook al vroeg opgeweest evenals wij; de kastelein ten
+minste vertelt ons, dat reeds om 7 uur de donder van 't geschut en 't
+gelui der klokken den aanvang van 't feest verkondigd heeft.
+
+»Wat mij aangaat," voegt hij er bij. »'t Was mij niet te vroeg; want we
+zijn den geheelen nacht niet naar bed geweest. Ons heele huis is vol
+logé's en we zullen vandaag geen handen genoeg hebben, om al de gasten
+te bedienen!"
+
+Of die olijke kastelein ook mazematten zal maken! Nu, hij is de eenige
+niet, dien 't feest van ~Brielle~ geld als water doet verdienen!
+
+»Dan ben jelui vroeg genoeg begonnen," zegt dominé Veldhuis.
+
+»Dat moest ook wel," antwoordt de kastelein. »Want tot eer van ~Den
+Briel~ moet ik het zeggen: de dag is aangevangen met een werk van
+liefdadigheid. Op een dag als heden moet er geen enkele Briellenaar
+zijn, die niet mee feest kan vieren. Van morgen om halfacht zijn al de
+armen op de daartoe bestemde plaats van een goed maal voorzien."
+
+»Dat is nobel, en recht in den geest der Nederlanders," zegt dominé
+Veldhuis. »Dan kunnen ze eens van goeder harte feestvieren; want met een
+leege maag gaat dat niet bijzonder."
+
+De godsdienstoefening in alle kerken is bepaald van negen tot halfelf.
+Druk worden ze ditmaal niet bezocht, ofschoon de herinnering aan vóor
+300 jaren de gewone Paaschpreek vervangt. Maar er is ook zooveel te
+zien! Immers geheel ~Brielle~ is met groen, oranje en vlaggen versierd.
+En om negen uur worden de eerste booten verwacht. Toch stappen we even
+de Roomsche kerk binnen, en zien tot ons genoegen, dat de kaarsen op het
+altaar met oranje en groen versierd zijn, en een paar schilden ons aan
+de jaartallen 1572 en 1872 herinneren. Dat doet ons plezier: want bij
+een feest als de herinnering aan de vestiging onzer onafhankelijkheid,
+komt immers geen verschil van geloofsbelijdenis te pas. Daar bulderden
+de saluutschoten en alles stroomt naar de haven; ook wij laten ons
+derwaarts voeren. O, jammer! Daar begint het te regenen, en met een
+zegevierend gelaat roept Frits Veldhuis uit:
+
+»Nu, heb ik niet goed voorspeld? Een geluk, dat je mijn raad gevolgd en
+parapluies meegenomen hebt."
+
+En waarlijk een geluk was het, dat we naar den raad van den
+ongeluksprofeet geluisterd hebben; want het is een plasregen. 't Is
+alsof 't water met bakken van den hemel valt.
+
+»Goed om 't groen frisch te houden," zegt dominé Veldhuis. »Dat hebben
+we nu voor onze pekelzonde, omdat we niet naar de kerk zijn gegaan. Daar
+hadden we ten minste droog gezeten."
+
+»Als 't er niet lekt," meent Florence ondeugend. »Maar wie had ook zoo'n
+bui verwacht?"
+
+»Ik," zegt Frits Veldhuis, die de eenige van ons is, wien de regen
+genoegen schijnt te doen; alleen omdat zijn profetie is uitgekomen.
+
+»In alle gevallen zijn we er met onze parapluies toch beter aan toe, dan
+de arme feestgangers, die geen weerprofeet bij zich gehad en te veel op
+'t Aprilzonnetje vertrouwd hebben," zegt Florence. »Wat worden die arme
+menschen nat! En met dat natte pak mogen ze den ganschen dag loopen!
+Inderdaad geen buitenkansje!"
+
+»Toch eer een buiten- dan een binnenkansje," merkt dominé Veldhuis aan.
+»Ik vrees echter, dat er van 't laatste ook genoeg gevaar is, en vandaag
+menigeen van binnen niet minder nat zal zijn dan van buiten."
+
+»En dan die metalen kruisridders, die daar uit de Rotterdamsche boot
+ontscheept worden. Eer ze aan 't feestlokaal komen, zijn ze even
+druipnat als de huzaren, die ze hebben afgewacht om hen derwaarts te
+vergezellen," zegt Florence.
+
+»Nu, ik ga naar 't logement terug," zegt Margot. »'t Is me hier al te
+lekker, en ik zou kans hebben, dat al dat regenwater mijn geestdrift
+voor den heelen dag verkoelde."
+
+»En ik ga met u mee," voegt Florence er bij. »'t Is inderdaad voor ons,
+vrouwen, geen weer om hier te blijven staan."
+
+En zoo keeren we voorloopig naar 't logement terug, om na kerktijd bij
+een der dominé's te gaan, die zijn collega met diens gezelschap had
+uitgenoodigd; maar bij wien we toch onder kerktijd slecht konden komen.
+We verlaten nu onze goede vrienden voor eenigen tijd en laten hen in
+'t logement, terwijl wij ons met een der leden van de hoofdcommissie,
+een goeden kennis van ons, naar 't kleine feestlokaal begeven. Dat
+feestlokaal ('t is de openbare school op de ~Lijnbaan~) is met groen en
+vlaggen versierd. Hier worden de Utrechtsche commissie voor 't Asyl nu
+de sub-commissiën ontvangen.
+
+Daar neemt de secretaris der hoofdcommissie, de heer Jager, het woord.
+»Welkom! Welkom! gij allen," zegt hij, »op den klassieken bodem, waarop
+wij thans staan, een bodem, die ons de tirannie der Spaansche beulen
+herinnert, ons gezonden als antwoord op de smeekbeden der landzaten, om
+verlichting van den druk." Daarop roept de spreker ook de »Vlaamsche"
+broeders, die in grooten getale zijn opgekomen, een hartelijk welkom
+toe, en brengt in herinnering, hoe in den geuzenstrijd ook veel Vlaamsch
+bloed was gestort. Daverende toejuichingen klinken door de feestzaal.
+En nu de heer Jager zijn toespraak sluit met de woorden: »Heil zij het
+vrije ~Nederland~ onder het geliefde Huis van Oranje!" schijnt er aan 't
+uitbundig gejuich geen einde te komen.
+
+Daar opent de heer de Geijter uit ~Antwerpen~ den mond. Warm en bezield
+is zijn taal. Hij erkent het, welke groote verplichtingen ook de
+Zuid-Nederlanders hebben aan den heldenmoed van 't voorgeslacht, en
+verzekert, dat ook in België's groote steden, vooral in ~Antwerpen~, de
+eerste April wordt gevierd, in zijn stad misschien niet minder dan in
+sommige Noord-Nederlandsche steden.
+
+Dat is een goed, een hartelijk woord geweest van dien Antwerpschen
+broeder. 't Is of men den regen vergeet, die kletterend tegen de glazen
+van 't lokaal aanslaat. Met geestdrift wordt de eerewijn aangenomen, met
+geestdrift een luide dronk aan koning Willem den derden gewijd.
+
+We hebben, door tegenwoordig te zijn in dat feestlokaal, verzuimd om
+ons naar het terrein te begeven, waar de volksvermakelijkheden plaats
+hebben, en de acrobaat Hart, ondanks den neerplassenden regen, zijn
+toeren aan een deel van 't volk ten beste geeft. Het spijt ons niet; we
+hebben ons hier niet alleen droog bevonden, maar tevens een vaderlandsch
+genot gesmaakt.
+
+'t Is intusschen elf uur geworden, de regen heeft opgehouden, en 't is
+als wil de zon doorbreken. Nu zouden we wel weer naar 't logement willen
+terugkeeren; maar daar zullen we onze vrienden niet vinden: dewijl die
+zeker reeds bij den collega van dominé Veldhuis zijn, en misschien zich
+al op marsch naar of op de tribune bevinden; want als we goed verstaan
+hebben, dan zal deze hen op het feestterrein brengen. We sluiten ons
+dus bij den trein aan, die juist om elf uur, met de muziek van 't korps
+veldartillerie voorop, derwaarts marcheert. Reeds om halfelf is dat
+feestterrein, hetwelk zich op het Maarlandsplein bevindt, voor hen die
+van toegangsbewijzen voorzien zijn, geopend.
+
+Ziezoo, daar zijn we er. Gelukkig was 't van boven droog. Maar van
+onderen? Menigeen zal van daag last hebben van koude voeten. In
+vredesnaam! Als 't hart maar warm blijft. En daar zal wel voor gezorgd
+worden. 't Ziet er goed uit, dat feestterrein, niet waar? Kijkt nu eens,
+die toren aan onze linkerhand is die van de groote hervormde kerk. Van
+dezen toren nu heschen de Watergeuzen van daag vóor drie honderd jaren
+het eerst de prinsenvlag. Hoe vroolijk wappert ze daar nog na drie
+eeuwen. Toen waren de Briellenaars in angst en vrees, toen waren ze
+(en niet ten onrechte) bang voor die woeste zeeschuimers,--en, waren er
+onder hen niet zooveel edele en rechtschapene mannen geweest, hun vrees
+zou bewaarheid zijn geworden--thans juicht al wat Briellenaar is en
+verheft de namen van diezelfde piraten, die den eersten straal der
+vrijheid uit den donkeren nacht deden te voorschijn komen.
+
+Doch laat ons nu het terrein eens bekijken. Naar de zijde der
+Voorstraat ziet gij de koninklijke tribune, prachtig met rood fluweel,
+de kleur van 't Brielsche wapen gedrapeerd. Ge ziet dat wapen, een roode
+verticale balk op een wit veld, boven op de tribune aangebracht. Ter
+wederzijde, aan elken kant vier tribunes, voor de genoodigden, elke met
+het rijkswapen en een tropee van vlaggen versierd. 't Geheel is omgeven
+door de wapens der ~Nederlandsche~ provinciën. Op een dertigtal schreden
+afstands staat, midden vóór de koninklijke tribune, het spreekgestoelte
+van den redenaar, den Leidschen hoogleeraar M. de Vries, gedekt door een
+driekleurig afdakje, en links van daar de plaats, waar de eerste steen
+voor 't monument zal worden gelegd.
+
+»Hé, mijnheer! U ook al op het terrein!" roept een stem uit de algemeene
+tribune. 't Is die van Margot. »Kom bij ons," vervolgt ze, »of ge moet
+een beter plaatsje kunnen krijgen."
+
+»Waar kan men beter zijn dan bij zijn beste vrienden!" roep ik, verlaat
+mijn vriend van de Hoofd-commissie, die het veel te druk heeft om op mij
+te letten, en zit weldra heel plezierig te midden van onze oude
+vrienden.
+
+»'t Is veel beter, dat u maar hier gekomen is, mijnheer," zegt Florence.
+»Want kijk eens, u steekt met uw winterjas zoo af bij al die heeren met
+hun zwarte rokken."
+
+»En wij niet minder bij al die dames in haar feesttoilet," voegt Margot
+er bij. »Daarom hebben we ook maar op de achterste bank van de tribune
+plaats genomen. We zouden er anders zoo mal bijzitten."
+
+»Hoe laat komt de koning?" vraagt Ernst van den dominé.
+
+»Volgens 't programma om halftwaalf," antwoordt zijn vader. »'t Kan
+echter wel iets later worden."
+
+»Wat zijn dat voor kleine hokjes, papa, daar aan weerszijden van de
+tribune?" vraagt Henri de Winter. »De heeren die daarin zitten, hebben
+lessenaars voor zich en schijnen wat te moeten schrijven."
+
+»Dat zijn de tribunetjes voor de verslaggevers der dagbladen, Henri,"
+antwoordt Gustaaf. »Er zijn ook correspondenten van buitenlandsche
+bladen onder."
+
+»En wat moeten die dan schrijven?" herneemt de knaap.
+
+»Wel, alles wat hier voorvalt; ook wat er gesproken wordt."
+
+»Maar papa! Zoo gauw kunnen die menschen dat toch niet doen."
+
+»Dat zou u meevallen, Henri. 't Zijn stenografen of snelschrijvers.
+Ze schrijven niet met letters zoo als wij, maar met teekens. Later
+vereenigen zij zich en vergelijken hun opteekeningen met elkander. Zoo
+gaat het bij ons in den gemeenteraad, in de kamers der Staten-Generaal,
+kortom, overal waarin 't publiek gesproken wordt en de dagbladen verslag
+van 't gesprokene willen geven."
+
+Daar klinken weer kanonschoten. 't Is het sein, dat het koninklijk jacht
+de haven nadert. Op 't feestterrein is nu alles voltallig, behalve de
+commissie, die naar 't havenhoofd is gegaan om Z. M. te ontvangen.
+
+»Zou 't nog lang duren, oom, eer de koning hier is?" vraagt Marie de
+Winter aan oom Veldhuis.
+
+»O, neen! ~Brielle~ is geen ~Amsterdam~, waar de einden zoo vreeselijk
+groot zijn. We zullen niet lang behoeven te wachten; daar kunt ge zeker
+van zijn."
+
+En dominé Veldhuis heeft gelijk. Kort nadat het geschut zich heeft doen
+hooren, kondigt een daverende fanfare van 't orkest der veldartillerie
+de komst des konings aan. Z. M. is gekleed in generaalsuniform en
+vergezeld van zijn jongsten zoon, prins Alexander der ~Nederlanden~, die
+de uniform van zeeofficier draagt. Hij wordt door de geheele commissie
+ontvangen en naar de tribune geleid, waar ook de heer Fock, commissaris
+des konings van ~Zuid-Holland~, en de generaal-majoor Schönstedt plaats
+nemen. Nauwelijks is Z. M. gezeten, of daar heft Brielles mannekoor met
+begeleiding van 't orkest het Wilhelmuslied aan, op dezelfde wijs als
+'t hier vóor drie honderd jaren door de trompetters der geuzen werd
+geblazen, en nu beklimt professor de Vries het spreekgestoelte en houdt
+een keurige, opgewekte redevoering, aan 't slot waarvan hij Z. M.
+uitnoodigt om, volgens belofte, den eersten steen te leggen voor de
+beide gedenkteekenen; het monument en het asyl.
+
+Hierop zingt het mannenkoor de daartoe vervaardigde feestcantate,
+getiteld: »Hollands glorie", en volbrengt Z. M. de plechtigheid op
+dezelfde wijs als bij de brug te ~Zutfen~ en in 't Willemspark te
+~'s-Gravenhage~. Doch luistert. De koning spreekt tot de commissiën voor
+'t op te richten standbeeld en zeemanshuis:
+
+»Wanneer mijne woorden gering zullen zijn, gij zult het mij gewis
+vergeven; want in het oogenblik dat de nazaten van den grooten Zwijger,
+de nakomelingen van het geuzenvolk zich op deze heilige plek vereenigen,
+mijne heeren, zijn mijne woorden weinig in getal. Gij moogt het
+verschoonen; want het is de taal van het hart, dat moeilijk kan
+uitdrukken de fierheid die het doet kloppen. Ik ben er grootsch, zeer
+grootsch op, ~Nederlander~ te zijn en ik dank u voor de groote eer en
+het groote voorrecht, welke gij mij wel hebt willen schenken, om den
+eersten steen te leggen van deze beide heerlijke plannen, welke op deze
+plek in de toekomst zullen worden verwezenlijkt.
+
+»Leve het Vaderland!"
+
+Welk een oorverdoovend gejuich volgt op deze woorden des konings!
+Men hoort het schieten van 't kanon niet. Daar heffen de orkesten 't
+Volkslied aan. Intusschen hebben allen hun plaatsen weer ingenomen, en
+houdt professor de Vries het slot zijner feestrede, die eindigt met de
+tegenstelling van de ~Nederlanders~ in de 16e en 19e eeuw. Toen: haat
+en opstand tegen hun vorst--thans: innige gehechtheid en trouw aan hun
+koning. Een derde feestcantate vervangt deze keurige redevoering.
+
+En nu, nadat Z. M. den feestredenaar bedankt heeft, verlaat hij de
+tribune en gaat naar 't groote feestlokaal, hetwelk zich daar vlak
+achter bevindt, en waar 't concert en operettengezelschap van den heer
+Pfläging van ~Rotterdam~ een matinée muzicale geeft. Hier blijft de
+koning niet lang, hij begeeft zich naar het keurig versierde huis van
+den burgemeester, G. F. Lette, tevens voorzitter van de commissie, waar
+een receptie plaats heeft en uit welks vensters Z. M. den optocht zal
+zien passeeren. In ons tenue mogen wij ons achterafhouden en blijven dus
+maar bij de familie. We zullen dus ook straks niet met het vijftigtal
+hooge gasten aan het déjeuner dinatoire aanzitten en weten niet, welke
+toosten daar worden geslagen. Dat déjeuner dinatoire duurt tot 6 ure, en
+om halfzeven verlaat de koning de stad ~Brielle~.
+
+Intusschen gaan we naar 't groote feestlokaal, om den troep van
+Pfläging te hooren en wat te gebruiken. 't Is hier wel wat donker;
+misschien komt het door de decoratiën, die inderdaad sierlijk zijn.
+Ziezoo, nu gaan we den optocht zien, die hier langs komt. Ha! daar
+is hij. We zullen onze attentie slechts op enkele nummers daarvan
+vestigen. Ziet, die banier van ~Brielle~ is door eenige Brielsche dames
+vervaardigd en aan de hoofdcommissie ten geschenke gegeven ten gebruike
+bij de feestviering. Die zegewagen, door vier zwarte paarden getrokken,
+stelt ~Nederland~ voor. De vrouw, in wit neteldoek gekleed en den helm
+op het hoofd, leunende op de grondwet van 1848 en de zijden teugels der
+door pages geleide paarden in de linkerhand houdende, terwijl ze in haar
+rechter- den koninklijken schepter torscht, stelt de Nederlandsche maagd
+voor. Op den wagen zien we de borstbeelden van koning Willem den derden,
+en zijn doorluchtige gemalin, gekroond wordende door de geniën van den
+vrede. De wagen ziet er goed uit; ook die tweede, voorstellende de
+zeevaart en getrokken door vier witte paarden. Het is de reddingsboot
+Rotterdamsch welvaren No. 1, bemand, als moest ze de équipage van 't een
+of andere gestrande schip redden. En niet minder is die derde zegewagen,
+voorstellende de bronnen van Neerlands welvaart: koophandel, nijverheid,
+landbouw, kunsten en wetenschappen, getrokken door vier bruine paarden,
+en waarop zich Ceres, Flora en Pomona, met de geniën van kunsten en
+wetenschappen, koophandel en nijverheid bevinden.
+
+»Maar ik zie er geen enkelen watergeus bij!" roept Henri uit.
+
+»Ik ook niet," antwoordt Ernst van den dominé. »Een Brielsche optocht
+zonder watergeuzen!"
+
+»De schrik van 't jaar 1572 zal nog in de Briellenaars zitten!" zegt
+Frédérique spottend.
+
+»Nu, bij ons in ~Amsterdam~ zijn ze dan niet zoo bang voor de
+watergeuzen," zegt Marie de Winter. »Ik heb 't programma gelezen, en
+daar zijn wel degelijk watergeuzen bij."
+
+»Degelijke watergeuzen?" vraagt Ernst Veldhuis uit ~Brakel~, die 't
+zeker verkeerd verstaan heeft.
+
+»Och, jongen, ben je mal?" vraagt Marie. »Denk je dan, dat ze die, drie
+honderd jaren geleden, op sterk water gezet hebben, om ze nu weer te
+vertoonen?"
+
+»Maar je hebt het toch gezegd, Marie," herneemt Ernst.
+
+»Ik heb gezegd, dat er wel degelijk van die mannen bij zijn, welke zich
+als watergeuzen verkleed hebben," antwoordt Marie. »Maar lieve hemel!
+Wat wordt de lucht weer donker! Daar straks scheen de zon nog zoo
+helder."
+
+»En haalde ze water," hernam Ernst. »We krijgen weer een buitje."
+
+»Dan maar naar huis," zegt de Brielsche predikant. »Zoo zien we meteen
+den trein nog eens."
+
+En we zien den trein. Maar hoe? Och! lieve hemel! Nauwelijks zijn we
+bij den dominé geborgen, of daar slaat het drie uur, en 't is of die
+klokslag 't sein geeft tot een slagregen. Een letterlijke stortvloed.
+Die arme maagd heeft nu veel van een kat, die te water is geweest; de
+sierlijke plooien van haar neteldoeksche japon zijn weggeregend; alles
+hangt haar druipend langs 't lijf. En nu wij droog daar binnen zitten,
+is het een koddig gezicht, die druipnatte menschen hier en ginds te zien
+stuiven.
+
+Vele feestgenooten zoeken plassend en bibberend een schuilplaats op
+de booten. De tocht is verstoord--de kleuren der vlaggen loopen in
+elkander--de illumineerglazen staan vol met water--'t vuurwerk zal wel
+bedorven zijn. En die menschen daar ginds, waar de volksspelen gehouden
+worden. Wat zullen die mastklimmers, boegsprietloopers, schijfspuiters,
+zakkeloopers, pap-eters, renners, wat zal die arme Hart nat zijn! Nu,
+dat is toch jammer!
+
+Gelukkig dat het tegen zes uur weer wat opgehelderd is, en tal van
+Briellenaars zich naar de haven kunnen begeven, om Zijne Majesteit
+het vaarwel toe te roepen. En dat geeft hoop op het doorgaan van de
+illuminatie en (als ze het ten minste nog niet hadden aangeslagen) het
+vuurwerk.
+
+Wij blijven. Om halfacht wordt de illuminatie opgestoken. Gelukkig is
+het droog.
+
+»Daar hebben we toch een watergeus," roept Henri eensklaps uit, toen we
+voor 't huis staan, aangekocht voor 't Geuzengesticht (het asyl voor
+verminkte zeelieden.)
+
+»Een leelijke kerel!" zegt Frédérique. »Als ze er zoo hebben uitgezien,
+behoeft men niet bang te zijn, dat men er verliefd op zal worden."
+
+»Nu, mooi zijn de meesten wel niet geweest," hervat Henri. »Denk maar
+eens aan dien kapitein zonder neus en ooren."
+
+Inderdaad zien we de afbeeldingen van een dier zonen der zee, door een
+krans van licht omgeven. Doch we kunnen den geheelen avond niet langs de
+straten dwalen, en gaan ter afwisseling eens naar de kleine feestzaal,
+waar evenals in de groote een soireé musicale wordt gegeven, en waar we
+tegen entrée binnenkomen. Tegen tien ure gaan we naar de plaats, waar
+'t vuurwerk zal worden afgestoken. En inderdaad, men heeft de voorzorg
+genomen, om het droog te houden. 't Is een prachtig vuurwerk, bestaande
+uit dertien nummers. 't Mooist is het tweede, zijnde het Brielsche
+wapen met de zinspreuk: »Libertatis Primitiae" (de eersteling der
+vrijheid) door bengaalsch vuur verlicht en omgeven door fonteinen en
+luchtbolspelen in de vaderlandsche kleuren. Maar 't allermooist is het
+laatste nummer, de slotdecoratie. 't Bestaat uit zes kolommen, wier
+basementen met het opschrift Oranje versierd zijn. Door gekleurde
+vuurlansen worden de jaartallen 1572 en 1872, benevens 1 April
+voortgebracht. En wat tal van zonnen, wat een menigte vazen, waaruit
+nationale bouquetten opstijgen. En welk een geweld aan 't slot, dat
+bouquet van 1200 luchtzwermers en die honderd vuurpijlen! We zijn doof
+van 't leven. Gelukkig, dat het uitbundig gejuich op die vreeselijke
+kanonnade volgt; een doodsche stilte zou een te groote afwisseling zijn,
+en ons angstig doen rondkijken, of hier ook een tweede slag van ~Sédan~
+geleverd was en 't slagveld vol dooden en gekwetsten lag.
+
+En wij, we nemen afscheid van onze vrienden, die zich naar 't logement
+spoeden, waar ze hun rijtuig zullen inspannen, om naar huis te rijden.
+Wij nemen plaats op een der volgepropte stoombooten, om dien nacht in
+~Rotterdam~ te logeeren.
+
+En terwijl we naar de Rottestad stoomen, herhalen we in ons zelf nog
+eens het eerste en tweede gedeelte der tweede feestcantate, die we op
+het feestterrein hoorden zingen:
+
+ 't Hart klopt ons met hooger slagen,
+ Holland, bij uw dierbren naam;
+ Naam, langs zee en zand gedragen,
+ Glorievol en zonder blaam;
+ Wie zijn land met fierheid noem!--
+ Hooger, Holland, stijg uw roem!
+
+ Ja, de daden blijven spreken,
+ Door der vad'ren moed gewrocht:
+ Nimmer zal de roem verbleeken.
+ Met hun goed en bloed gekocht:
+ Wat onsterflijk blijven zal,--
+ Hollands glorie bovenal.
+
+ Hollands zonen, toont u waard
+ 't Bloed van d' ouden heldenaard,
+ Vloeiende in uw adren.
+ Weest, gelijk uw vadren,
+ Fier en moedig,
+ Vroom en goedig,
+ Koel van zinnen, warm van bloed,
+ Trouw en vroed.
+
+ En dreigt;--wat God verhoed'!--
+ De krijg met fellen gloed,
+ Dan, 't oog op God, Oranje aan 't hoofd!
+ Oud-Hollands glorie niet gedoofd!
+ Doet, houw en trouw
+ In nood en dood,
+ Dan der vadren leus gestand:
+ Goed en bloed voor 't Vaderland!
+
+'t Feest van 1 April, door 't geheele land gevierd, had er wederom niet
+weinig toe bijgebracht, om den band tusschen Koning en Volk te
+versterken.
+
+
+
+
+NEGENDE HOOFDSTUK.
+
+Koning Willem de derde, de beschermer der kunst.
+
+
+We treden, op den 19en Februari van 't jaar 1874, de woning van Gustaaf
+de Winter binnen. 't Is daar feest. Nu ja, zegt ge, geen wonder: want
+onze koning is op dien dag jarig, en dan is het feest in elk huisgezin,
+waar men met koning en vaderland hoog loopt. De 19de Februari en de
+17de Juni zijn altijd feesten in ~Nederland~; dan steken de burgers de
+vlaggen uit; want naast den koning heeft de natie hare edele koningin
+lief, en, al hebben we weinig van haar in dit boekje gesproken, 't is
+niet, omdat wij de vorstin, die zoo altijd toont, al wat goed en edel
+is te beschermen, vergeten hebben; maar omdat dit werkje, blijkens den
+titel, aan 's konings zilveren feest is gewijd, en dat we dus Zijner
+Majesteits regeering en wat hij gedaan heeft op den voorgrond moesten
+stellen. Onze lezeressen en lezers zullen dat wel begrepen hebben, en we
+kunnen hun daarbij de verzekering geven, dat er, zoowel in de familie de
+Bosson, als in die van de Winter en die van Veldhuis, warme liefde voor
+Hare Majesteit woonde. Doch thans ter zake.
+
+We voerden onze lezeressen en lezers op den avond van den 19de Februari
+1874 de woning van den heer Gustaaf de Winter binnen, en wanneer we hen
+naar de zaal geleiden, waar behalve de gaskroon ook de lusters aan den
+schoorsteen ontstoken zijn, dan hebben we ten minste licht genoeg,
+om te zien, dat hier een feest wordt gevierd, en wel een feest van
+jongelieden: want we zien een aardig groepje bij elkander. En daar de
+beleefdheid eischt, dat we elk der aanwezigen aan een nieuw inkomenden
+gast voorstellen, zoo willen we dit nu ook doen, met dien verstande, dat
+we u wat meer van den een en den ander zullen mededeelen, dan zulks wel
+de gewoonte is, dus ons niet met een bloote opnoeming der namen zullen
+vergenoegen.
+
+We beginnen met de heldin van het feest, de lieve Marie de Winter, die
+van daag haar dertienden verjaardag viert. Van de cadeaux welke ze
+gekregen heeft, zullen we maar zwijgen, hoe gaarne mijn eenigszins
+nieuwsgierige lezeressen dat ook zouden vernemen; ik kan haar die toch
+niet laten zien, en ze zouden mij op den koop toe nog maar uitlachen,
+als ik eens een fout in de beschrijving van al die meisjesartikelen
+maakte. Liever wil ik u meedeelen, dat Marie een allerliefste meid is
+en sprekend op haar mama lijkt, die we, nu zoo wat vijfentwintig jaren
+geleden, op schier denzelfden leeftijd voor 't eerst ontmoetten. Ze kan
+even ondeugend (altoos in den goeden zin) en even schalksch zijn als
+haar mama toen was.
+
+Haar broer Henri is nu twaalf jaren, en nog altijd de geprononceerde
+lieveling van grootpapa de Bosson. In 't leeren aardt hij weinig naar
+zijn oom Bernard; niet dat hij juist dom is, maar uitsteken doet hij
+niet in al wat de school betreft--vrij wat meer in een ander vak,
+en dat heeft hij dan ook gekozen--in het handteekenen. Sedert October
+jongstleden heeft zijn papa hem op de teekenacademie gedaan en
+daar vordert hij, volgens 't getuigenis zijner leermeesters, met
+reuzenschreden. We zullen straks wel hooren, welke plannen papa de
+Winter met hem heeft. Op 't punt van leeren is zijn tienjarige broeder
+Leonard hem ver de baas. Oom Bernard zei nog onlangs, toen hij voor een
+dag of wat over was en den knaap examineerde, dat Leonard, als hij zoo
+voortging, niet in 't vak van zijn papa moest komen, maar voor de studie
+moest worden opgeleid. En als dat gebeurt, zal 't me niet verwonderen,
+of, als we tijd van leven hebben, lezen we nog eens in de courant: »Door
+Z. M. den koning is benoemd als professor aan de Hooge school te ..., de
+heer Leonard de Winter." Nu, dat heeft in alle gevallen nog tijd.
+
+En daar we nu toch aan de huisgenooten zijn, vergeten we de
+dertienjarige Frédérique Veldhuis, Marie's tweede _ik_ en de lieveling
+van de familie niet. Frédérique heeft een bijzonderen aanleg voor de
+muziek en wordt daarin opgeleid. Ook van de plannen, welke er met haar
+zijn, hopen we straks iets te vernemen. Dat ze een dochter van onze oude
+vriendin Margot de Winter is, kunnen we dadelijk aan haar zien, wij, die
+Margot op dien leeftijd gekend hebben. Om zich geheel aan de muziek te
+kunnen wijden, heeft ze reeds verleden jaar Juli de school verlaten; wel
+een droefheid voor Marie, die zoo ongaarne haar kameraadje miste en nu
+den weg naar en van de school alleen moet afleggen, wanneer niet
+toevallig de uren der muziekles er gelijk mee komen.
+
+We vinden echter nog drie huisgenooten van de familie de Winter in de
+zaal, al zijn 't dan ook maar huisgenooten voor eenige dagen, namelijk
+logés. Twee daarvan herkent ge terstond. 't Zijn kinderen van dominé
+Veldhuis, overgekomen om Marie's verjaardag te vieren: Ernst, die nu
+reeds den leeftijd van veertien jaren bereikt heeft en op het gymnasium
+te ~Brielle~ de taal der oude Latijnen en Grieken leert, en de
+twaalfjarige Marie Veldhuis, die ook wat grooter geworden is, sedert
+we haar, nu bijna twee jaren geleden, voor 't laatst zagen. De derde
+logé is ook een Ernst Veldhuis; hij is de zoon van den landbouwer uit
+den Bommelerwaard en door zijn vader bij een heereboer te ~Apeldoorn~
+besteed, om daar eens wat andere denkbeelden van den landbouw op te
+doen. Hij is er, sedert hij onder een vreemde leiding is, veel op
+verbeterd, en niet meer die stijve houten klaas, als toen we hem in ~Den
+Briel~ ontmoetten. In 't gesprek zullen we, om hem te onderscheiden, hem
+Ernst den boer, en zijn jongeren neef, Ernst van den dominé noemen; 't
+is maar, omdat onze lezeressen en lezers anders in de war zouden raken.
+We vinden er nog een Frédérique, en wel Frédérique de Winter, de dochter
+van oom Emile. Ze is wel pas acht jaren; maar Marie stond er op, dat ze
+ook zou komen. Leonard en Karel waren nog te jong, die zijn dus
+thuisgebleven.
+
+Hoewel nu 't liedje zegt:
+
+ »Où peut-on être mieux,
+ Qu'au sein de sa famille?"
+
+wil men er bij zulk een gelegenheid ook wel eens een paar vreemden bij
+hebben. Vreemd zijn ze nu wel niet, ten minste niet in de familie de
+Winter (ons wel); want het zijn twee vriendinnetjes van Marie: Lucie
+Brouwer en Angelique Sander; benevens twee vrienden van Henri: Jan van
+Dalen en Hendrik Korteweg. Daar we geen bijzondere belangstelling voor
+hen koesteren, bepalen wij ons bij het noemen hunner namen, en hebben
+hen dus fatsoenlijk aan u voorgesteld. En zoo vinden we dus juist een
+dozijntje bij elkaar aan de theetafel zitten.
+
+Marie de Winter neemt de honneurs waar; zij schenkt thee.
+
+»Hé, Ernst," zegt Jan van Dalen op eens tot den Apeldoornschen logé. »Je
+komt zoo regelrecht uit ~Apeldoorn~. Ik heb wel eens gehoord, dat onze
+koning daar een school heeft, welke hij geheel en al bekostigt. Is dat
+waar?"
+
+»Voorzeker," antwoordt de aangesprokene, »en ik kan u daarvan, als ge 't
+wilt, wel wat vertellen; daar ik de avondcursus bezoek."
+
+»O, doe dat, Ernst," zegt Jan. »Ik heb al zoo lang verlangd, daarvan
+iets naders te hooren."
+
+»Het oorspronkelijke doel der school," hervat Ernst, »die niet te
+~Apeldoorn~, maar op ~'t Loo~ ligt...."
+
+»Op de buitenplaats van den koning?" vraagt Henri.
+
+»Neen, op het dorp ~het Loo~," herneemt Ernst, »en wel aan de
+linkerzijde van de prachtige Loolaan, waarmede men van ~Apeldoorn~
+naar 't schoone landgoed van Zijne Majesteit wandelt. De school dan is
+oorspronkelijk een lagere opvoedingsschool, den 3den Mei 1852 geopend
+ter verspreiding van meerdere kennis onder ambachtslieden en den
+landbouwenden stand."
+
+»Bestaat die school al zoo lang!" roept Frédérique Veldhuis uit. »Dat is
+al twee en twintig jaren!"
+
+»'t Is toch zoo," hervat Ernst. »En 't aantal leerlingen bedraagt
+honderd en twintig. Ze is in de eerste plaats bestemd voor de zonen
+en beambten in dienst van 't koninklijk domein, of als zoodanig
+gepensioneerd door de twee laatste koningen, en verder voor die van
+minvermogenden, welke niet te ver af wonen, om hun kinderen, in elk
+jaargetijde, de school te doen bezoeken. Ze wordt geheel en al op kosten
+van Z. M. onderhouden. Sedert 1854 is er een teekencursus bijgevoegd en
+twee jaren later de avondcursus, welke ik bezoek, die van 1 November tot
+ultimo Maart duurt, en waarop reken-, meet- en scheikunde, benevens
+bouwkundig teekenen worden onderwezen."
+
+»En is dat ook geheel op kosten van den koning?" vroeg Henri.
+
+»Alles," antwoordde Ernst. »Alle drie de verschillende afdeelingen zijn
+geheel gratis voor de bezoekers. Alleen voor den teekencursus moeten ze
+voor een portefeuille en voor de dagelijksche teekenbehoeften zorgen."
+
+»Nu," zeide Hendrik. »Dat is voor ~Apeldoorn~. Maar voor 't geheele land
+toont Z. M. een beschermer van de kunst te zijn. Aan jonge schilders,
+die eenigen aanleg hebben, schenkt hij jaarlijks een subsidie, en
+jeugdige kunstenaars en kunstenaressen in de muziek worden op zijn
+kosten buiten'slands gezonden, om aan een der conservatoires, 't zij te
+~Brussel~, te ~Parijs~ of te ~Berlijn~, voor de muziek te worden
+opgeleid."
+
+»Waardoor we hoop hebben, dat ons land in schilderkunst en muziek niet
+bij andere volken zal achterblijven!" zegt Ernst van den dominé.
+
+Gaarne zou ik met u nog langer bij onze jongelieden vertoeven; we willen
+echter liever eens zien, hoe ze 's konings zilveren feest vierden. Doch
+dit in een volgend hoofdstuk.
+
+
+
+
+TIENDE HOOFDSTUK.
+
+Het zilveren feest.
+
+
+»Kom, Marie, word wakker!" zeide Frédérique op den morgen van Maandag
+den 11den Mei tegen haar nichtje, dat met haar op dezelfde kamer sliep.
+»'t Is allerprachtigst weer en de zon schijnt al zoo vriendelijk, alsof
+ze alle langeslaapsters als u ten bedde wil uithalen."
+
+»Ik was net zoo prettig aan het droomen," antwoordde Marie, terwijl zij
+zich uitrekte. »Gij buitenmenschen spookt ook altijd zoo vroeg. Dat kun
+je maar niet afleeren."
+
+»Vroeg?" hernam Frédérique. »De Westerklok is daar zoo even zeven uur
+geslagen. Kom, sta nu maar gauw op. 't Is heden de dag, waarop Hunne
+Majesteiten in de hoofdstad komen."
+
+»Nu, als ik daarvoor om zeven uur moet opstaan, dan mag ik 't morgen wel
+om vier uur doen. Maar, in vredesnaam! Ik ben nu toch wakker, en dus zal
+ik u uw zin maar geven."
+
+Allerprachtigst weer! Ja, dat was het in den vroegen morgen van den
+11den Mei. En er was dan ook vrij wat volk op de been, om de schoon
+versierde stad te zien. En wat een tal van vreemdelingen! In de
+logementen was geen plaats meer te krijgen; ja, vele particulieren
+hadden tegen groote sommen gelds hun kamers voor drie of vier dagen
+verhuurd. 't Bracht veel geld in de hoofdstad; maar er is in die dagen
+ook vrij wat geld besteed. Want ~Amsterdam~ was met recht in feestgewaad
+getooid en de burgerij heeft geen kosten ontzien, om alles mooi te
+maken. We willen in gezelschap van Frédérique, Marie, Henri en Leonard
+eens een kleine wandeling door de stad doen.
+
+Eerst gaan we met hen naar de Willemstraat, die er keurig netjes
+uitziet, met haar slingers van groen en haar drie eerepoorten; dan door
+een dwarsweg naar de Westerstraat, waar we een door de feestcommissie
+opgerichte obelisk en een door de bewoners daargeplaatst fraai
+borstbeeld van koning Willem III zien, gekroond door de ~Nederlandsche~
+Maagd.
+
+»Die kroon zal van avond met gas geïllumineerd worden," zegt Henri.
+
+»Nu, dat zal een goed effect maken," oordeelt Marie. »Doch we kunnen
+hier niet lang staan kijken; anders komen we niet op onzen tijd aan 't
+station."
+
+»Waar zullen we nu heengaan?" vraagt Frédérique.
+
+»Wel naar den prachtigen bloementempel op 't Koningsplein," antwoordt
+Henri. »Dan bekijken we meteen de schoone decoratie bij den
+burgemeester."
+
+Zoo gezegd zoo gedaan. We wandelen langs 't Singel naar 't Koningsplein;
+waar we een prachtigen bloementempel zien staan, versierd met de
+schoonste kinderen van Flora. Daarna gaan we even de Heeregracht
+op, waar we, onder verschillende prachtige decoratiën, die van den
+burgemeester van ~Amsterdam~ bewonderen, vooral om zijn rijkdom.
+
+»En nu naar de Botermarkt," zegt Henri.
+
+»Wat is daar te zien?" vraagt Leonard.
+
+»Wel een groote eerepoort met het ruiterstandbeeld van Willem den
+Zwijger er op," antwoordt Henri.
+
+Van de Botermarkt gaan we met onze jongelieden naar het
+Jozua-Daniël-Meyersplein, waar we een oud kasteel vinden opgericht,
+zoo natuurlijk, alsof het er wezenlijk stond.
+
+»O, dat is prachtig!" roept Marie uit. »'t Doet me denken aan den
+Dillenburg, 't stamslot der Nassau's."
+
+»Als ik 't niet beter wist, zou ik denken, dat er zoo straks een stoet
+van edelen uit de burchtpoort zou te voorschijn komen," zegt Frédérique;
+»zoo natuurlijk is 't geschilderd."
+
+»Maar we moeten voort," zegt Henri, terwijl hij op zijn horloge kijkt.
+»Indien we ten minste nog koffie willen drinken, vóor we naar 't station
+gaan."
+
+»Mij goed," antwoordt Marie. »Dan gaan we den Dam over, en zien daar
+meteen 't versierde monument en de eerepoort."
+
+»'t Weer schijnt te betrekken," merkt Frédérique aan, terwijl zij naar
+de lucht kijkt. »'t Zou me niet verwonderen, of we krijgen regen."
+
+»O, ongeluksprofetes!" roept Henri uit. »Doch ik vrees, dat je gelijk
+hebt. 't Zou vreeselijk jammer zijn."
+
+»Als de koning 't maar droog treft," wenscht Leonard.
+
+»We willen 't hopen," antwoordt Frédérique, met de zekerheid van iemand,
+die lang buiten heeft gewoond. »Ik zou er echter aan twijfelen."
+
+»Welnu, dan nemen we onze parapluie's mee!" troost Marie. »Als het niet
+anders is, in vredesnaam."
+
+We gaan met ons viertal den Dam over; drinken koffie, en wandelen met
+hen, met parapluie's gewapend, naar 't station.
+
+'t Is bij halftwee. Een kanonschot verkondigt ons, dat de trein met
+H. H. M. M. gearriveerd is. Vergezeld van den prins van ~Oranje~, prins
+Alexander en Frederik, alsook van den hertog van Saksen-Weimar en
+diens gemalin, 's konings eenige zuster, komen ze 't station binnen.
+Amsterdams burgemeester houdt een toespraak, en zijn dochtertje, in 't
+wit gekleed en met de Amsterdamsche kleuren op ceintuur en strikken,
+biedt der koningin een prachtigen bouquet aan. 't Zelfde doet de jonge
+juffrouw Westervoudt, na een aanspraak van den president der
+feestcommissie.
+
+»Mijnheer de burgemeester," zegt de koning, terwijl hij dezen hartelijk
+de hand schudt. »Het doet mij onuitsprekelijk veel genoegen, het
+vijfentwintigjarig feest mijner regeering in de hoofdstad te zullen
+vieren."
+
+En nu spoeden we ons met de jongelui naar 't huis van mijnheer de
+Winter, om den stoet te zien passeeren. Jammer, dat het regent--wel niet
+hard; maar toch, er valt vocht. Wat den stoet aangaat, die is uiterst
+eenvoudig. Na een escadron huzaren en de helft der eerewacht, komt
+Z. M., omstuwd door zijn adjudanten en gevolgd door de prinsen met de
+hunne, allen te paard gezeten, aan. Daarachter H. M. de koningin in een
+open rijtuig met de groothertogin van Saksen-Weimar en prins Frederik,
+en eindelijk de andere helft der eerewacht.
+
+»Ziezoo! Nu gaan we naar den Dam," zegt Henri. »We hebben echter tijd
+in overvloed; want behalve dat de stoet een heelen weg te maken heeft,
+moet die aan 't Burger-weeshuis nog tweemalen wachten, daar de weezen
+voor koning en koningin elk een couplet zullen zingen."
+
+En zoo vergezellen we hen naar den Dam, waar 't geducht vol is, en
+moeten nog een heelen tijd wachten, eer de stoet de Kalverstraat uit is.
+Doch daar komt hij onder 't uitbundig gejuich der menigte aan. Jammer,
+dat het zulk ongunstig weer is; wel zien we H. H. M. M. op 't balkon
+verschijnen; maar dat duurt slechts kort: de regen jaagt hen spoedig
+in huis. Dien avond om 9 ure gaan we nog eenmaal naar den Dam, om er
+door Amstels mannenkoor den »Jubeltoon" van Hofdijk en een paar andere
+stukken van Hol en Verhulst te hooren zingen. Gelukkig is 't weer goed,
+en, ofschoon we er niet veel van kunnen verstaan, door 't leven hetwelk
+de bijeengestroomde menigte maakt, is het toch een aardig gezicht, de
+zangers met hun verlichting à la giorno te zien aftrekken.
+
+'t Is Dinsdagmorgen, en, daar we kaarten voor de kerk hebben gekregen en
+we er al om acht uur moeten zijn, kunnen we de bidstond in de Westerkerk
+niet bijwonen. In 't naar de kerk gaan vangen wij nog eenige tonen op,
+welke de militaire muziek op den Dam doet hooren, in 't programma voor
+de feestviering »reveille" genoemd.
+
+We treden de kerk binnen, waar we, vijfentwintig jaren geleden, met de
+ouders onzer jongelieden de inhuldiging bijwoonden. We zullen er nu den
+koning door de natie hooren gelukwenschen. Een koor van niet minder dan
+vijfhonderd zangers en zangeressen, begeleid door twee orkesten, zal de
+feestcantate zingen, door J. J. L. ten Kate vervaardigd en op muziek
+gezet door Joh. J. H. Verhulst, onder wiens directie de cantate zal
+worden uitgevoerd. Daar laat zich een fanfare hooren; de vorstelijke
+familie treedt de kerk binnen en neemt plaats op den troon. In 't midden
+de koning, naast hem de koningin, aan wier linkerhand de groothertog van
+Saksen-Weimar en diens gemalin prinses Sophia zich bevinden; aan 's
+konings rechterhand zitten de prinsen van Oranje, Alexander en Frederik.
+De stoel van prins Hendrik is ledig, daar deze keizer Alexander II van
+~Rusland~ tegemoet is gereisd.
+
+Daar doet het orkest het eerste gedeelte van de schoone feestcantate
+hooren, en plechtig klinken die heerlijke tonen door 't ruime
+kerkgebouw. Juffrouw Gips van ~Dordrecht~ zingt de solo's. Hierop
+naderen achtervolgens de leden van de Eerste en de Tweede Kamer der
+Staten-Generaal, die bij monde van hun voorzitters den koning uit naam
+van het Nederlandsche volk geluk wenschen, waarop de koning antwoordt:
+
+»Mijne heeren! Leden van de Eerste en de Tweede Kamer der
+Staten-Generaal! Diep geroerd ben ik door de woorden, die het
+Nederlandsche volk door uw mond tot mij heeft gesproken. Aan de liefde
+en trouw, Mij en Mijn huis zoo ondubbelzinnig gebleken, wensch Ik te
+beantwoorden door een ernstig streven om den bloei en den voorspoed van
+ons aller dierbaar Vaderland te bevorderen. De Almachtige God geve mij
+daartoe Zijn onmisbare hulp en schenke aan ~Nederland~ Zijn besten
+zegen."
+
+Daarop nadert de burgemeester van ~Amsterdam~, met de Wethouders en
+de leden van den gemeenteraad; toen de Commissarissen des konings met
+deputatiën uit de Provinciale Staten; eindelijk een aantal burgemeesters
+uit alle oorden des lands, om Z. M. het geschenk van de natie aan
+te bieden, bedragende een som van f 193.000, waaraan de koning
+beloofd heeft, een bestemming te zullen geven. En die bestemming is de
+ondersteuning van de invaliden der land- en zeemacht, zoo in ~Nederland~
+als in Indië. Met donderend gejuich wordt dat woord des konings begroet.
+Nu wordt de tweede helft der feestcantate gezongen, waarin de heer W.
+Deckers Jr. van ~'s-Hertogenbosch~ de solopartijen zingt: na 't eindigen
+daarvan is de plechtigheid afgeloopen.
+
+O, wat een weer, nu we uit de kerk komen! 't Is geen Meiregen--'t lijkt
+wel November, zoo koud en guur is 't er bij. In vredesnaam; we gaan
+maar even mee naar 't huis van mijnheer de Winter, waar we de koffie
+gebruiken, doen onze winterjassen aan en spoeden ons, met een parapluie
+gewapend, naar 't station van den Rijnspoorweg, om--den Czaar van
+~Rusland~ te zien aankomen. Dat station is keurig met bloemen getooid.
+Onze koning komt er met de prinsen, en begroet daar zijn Russischen neef
+met hartelijkheid. In gestrekten draf gaat het naar 't paleis, van
+welks balkon de keizer aller Russen een gedeelte van den optocht ziet.
+
+En die optocht! Prachtig en indrukwekkend, wat het historische gedeelte
+aangaat, en waar we onze zeven stadhouders met hun voornaamste
+tijdgenooten, allen in het kostuum van hun tijd zien voorgesteld.
+Jammer maar, dat het zoo regent en de prachtige fluweelen en zijden
+kleedingstukken pletten of bederven. Onder de nummers van den
+allegorischen optocht treft ons vooral de vereeniging der goudsmeden met
+hun prachtige banier, voorafgegaan door hun schutspatroon, den bisschop
+St.-Eligius, in plechtgewaad en op een wit paard gezeten.
+
+Indien we nu tot de genoodigden behoorden, konden we dien namiddag, lang
+na 't vertrek van den Czaar, naar 't Paleis voor Volksvlijt gaan, waar
+van wege 't gemeentebestuur den koning een galadiner wordt aangeboden.
+Daar onze vrienden er echter niet genoodigd zijn, moeten we ons maar
+vergenoegen met de vermelding, dat het prachtig is geweest, en de koning
+er een hartelijken toost op ~Amsterdam~ gedronken heeft.
+
+Lang uitblijven bevalt ons ook al niet; wel is de illuminatie hier en
+daar opgestoken--meestal is zij uitgeregend of uitgewaaid, en waar zij
+aangebleven is, speelt de wind zoo onbarmhartig met de gasvlammetjes,
+dat alle effect verloren gaat.
+
+Woensdagmorgen gaan we onder een stortbui naar den Dam, om er
+vierhonderd weeskinderen te hooren zingen. Wat worden ze tot op hun hemd
+toe nat, die arme schapen! Beter zijn er die dertien jongens en dertien
+meisjes aan toe, die om ruim tien ure, uit naam van 400,000 kinderen
+uit ~Nederland~ en ~Suriname~, bij monde van den jongenheer Felix
+Westerwoudt, Z. M. het voor de door hen bijeengebrachte penningen
+vervaardigde feestgeschenk aanbieden, hetwelk de koning erkent een der
+aangenaamste te zijn van al welke hij tot nog toe ontvangen heeft. Niet
+minder aangenaam is hem dat van de maatschappij »Arti et Amicitiae,"
+bestaande uit ongeveer honderd prachtige miniatuurschilderijtjes, door
+verschillende Nederlandsche kunstenaars vervaardigd en, met de gravures
+en medailjes, in acht keurige lijsten gevat.
+
+Daarna zouden we naar de volksspelen op 't Amstelveld of buiten de
+Willemspoort kunnen gaan, (want het is gelukkig nu goed weer geworden
+en 't Meizonnetje schijnt wat lief); we vergezellen onze jongelui liever
+naar de Plantage, waar we de harddraverij zien, en 's avonds gaan we
+naar den schouwburg, waar een gala-voorstelling plaats heeft, en
+»Uitgaan" van Glanor, en »het Meifeest" van Binger worden opgevoerd.
+
+Wanneer we ons nu Donderdag naar de Westerkerk begeven, kunnen we H.H.
+M.M. in de bank zien zitten, of we gaan naar Artis Natura Magistra,
+waaraan de vorstelijke familie haar gewone bezoek brengt. Liever
+echter reizen we met Henri en Marie dien namiddag per spoor naar
+~'s-Gravenhage~ om daar bij oom August te logeeren en er de feesten bij
+te wonen.
+
+ * * * * *
+
+Wat een regen en wind op Vrijdag den 15en Mei, den dag dat Z. M. binnen
+de residentie zou worden ingehaald!
+
+»Nu, die heeren van de eerewacht en die schutters zullen maar niet nat
+worden," zegt Marie.
+
+»Alsof papa droog zal blijven, die ook met zijn grenadiers gecommandeerd
+is," zucht Frédérique de Winter.
+
+»Gelukkig, dat de duizend kinderen van de gemeentescholen, die van
+morgen al in hun lokalen bijeenwaren, om naar 't Willemspark te trekken
+en om 't monument te zingen, naar huis gezonden zijn," zegt mevrouw de
+Winter.
+
+»En hoe hebben die van ~Scheveningen~ het dan gemaakt, mama?" vraagt
+Frédérique, »hebben die in dat weer heel naar hun dorp moeten
+terugwandelen?"
+
+»Die zijn in vier wagens van de tramway gepakt, en zoo franco naar huis
+gezonden," antwoordt mevrouw de Winter.
+
+Gelukkig wordt het weer wat beter, en begeven we ons naar 't station. We
+merken, dat de gesloten rijtuigen, die op 't plein stonden, door opene
+vervangen worden, en treden het stationsgebouw binnen, waar de gewone
+uitgang prachtig gedecoreerd is tot ontvangst van HH. MM. Daar komt de
+trein aan. In 't wit gekleede meisjes met kransen in 't haar, bestrooien
+het pad, hetwelk de vorstelijke personen gaan, met frissche bloemen, of
+bieden HH. MM. ruikers aan. Na een korte toespraak van 's-Gravenhages
+burgemeester, zingt de liedertafel Caecilia hun een Welkomslied toe,
+waarvan de woorden zijn vervaardigd door Jan J. F. Wap, de muziek door
+Richard Hol.
+
+Nadat de koning aan den directeur van 't mannenkoor zijn compliment
+gemaakt heeft, betuigt hij aan de ministers, de leden van den Raad, enz.
+zijn dank voor hun tegenwoordigheid te dezer plaatse, en stapt men in de
+open rijtuigen.
+
+Daarop rijdt de stoet door de prachtige eerepoort aan de Wagenbrug, door
+de Wagenstraten, Veenestraat en Hoogstraat, naar 't Noordeinde en zoo
+naar 't Paleis, waar voor 't met vlaggen versierde ruiterstandbeeld
+een prachtige eereboog van groen is opgericht, en op het plein voor 't
+paleis 's middags om halfdrie de zangers van Caecilia, gesecondeerd door
+een koor van jongens en meisjes en andere Haagsche zangvereenigingen,
+het Volkslied en daarna een plechtig Te Deum aanheffen.
+
+»Jammer, dat de optocht der jongelui van de Hoogere Burgerschool en 't
+Gymnasium is afgezegd," zegt mevrouw de Winter tegen haar man, toen hij
+thuiskomt.
+
+»Jammer?" vraagt deze. »Ik ben blij voor de jongens. Een nat pak te
+halen is niet alles. Dat heb _ik_ van morgen ondervonden."
+
+»En de heeren van den optocht in ~Amsterdam~ niet minder, oom," zegt
+Marie. »Die dropen, alsof ze in 't water gelegen hadden. De Haagsche
+regeering heeft dus zeer verstandig gehandeld."
+
+»Ook de illuminatie zal van avond niet doorgaan," verzekert mijnheer de
+Winter. »En dat is ook goed; anders wordt het, evenals in ~Amsterdam~,
+broddelwerk."
+
+»'t Is te hopen, dat we morgen mooi weer hebben!" wenscht Henri. »Voor
+heden zullen we ons dus maar vergenoegen met de volksvermakelijkheden op
+het Oranjeplein!"
+
+Vergenoegen?--Nu, of we daar pret hebben! Ziet daar eens die
+kunstenmakers, met hun gymnastische toeren op het slappe en stijve
+koord, of die, als ware herculessen, zware gewichten tillen. Ginds staan
+Tobias Bamberg en andere goochelaars hun kunsten te vertoonen aan een
+verbaasd publiek. Maar 't meeste amuseeren we ons bij die kolossale
+poppenkast, voor welke groote en kleine kinderen een dolle pret hebben.
+Gelukkig, dat Henri ons hierheen heeft gebracht; we zouden anders vrij
+wat gemist hebben.
+
+'t Verdere van den Vrijdag brengen we door met het bekijken der
+prachtige versieringen. Naar den schouwburg gaan we maar niet; ofschoon
+daar een aardig gelegenheidsstukje van Bigot wordt gegeven, een
+jubelzang door de liedertafel »Kunstoefening" wordt uitgevoerd, en alles
+eindigt met een allegorische voorstelling met kooren, door Wijnstok.
+
+Zaterdag is 't mooi weer. En de ingezetenen zijn wat blij, toen hun
+wordt aangezegd, dat optocht en illuminatie dezen dag zullen doorgaan.
+
+Nu, die optocht van de jongens is alleraardigst. Keurig zijn ze gekleed,
+en wat gaat alles ordelijk en netjes! 't Is geheel en al een historische
+optocht, waarbij we prins Willem I en drie zijner broeders te paard
+zien. En wat is 't prettig, dat ze zulk goed weer treffen! We zien den
+optocht driemaal; maar zouden hem met plezier nog eenmaal voorbij laten
+defileeren. Waarlijk, zulk een troep ferme jongens strekt der residentie
+tot eer!
+
+'s Avonds naar de illuminatie. Nu, die is schitterend! Vooral de
+paleizen en 't Voorhout. 't Is letterlijk, alsof we in een zee van licht
+loopen. En alles blijft zoo goed aan. Doch uit den weg, en de hoeden af!
+Daar komen de koning en de koningin aan, die door de stad toeren, om
+alles eens te bezien. Wat een gejuich! Geen gebrek aan »Oranje boven!"
+
+Als we nu lang genoeg in ~Den Haag~ bleven en een uitnoodigingskaart
+hadden ontvangen, dan zouden we met HH. MM. en de vorstelijke familie
+naar ~Scheveningen~ zijn gegaan, om in de prachtig gedecoreerde zaal van
+'t Stedelijk Badhuis het diner bij te wonen, hetwelk de gemeenteraad
+der residentie den koning heeft aangeboden. Dan hadden we ook de
+verschillende toosten kunnen hooren, o. a. die, welke Z. M. op zijn
+zuster en haar gemaal dronk. Daar we echter geen toegang hebben,
+verlaten we met dankzegging voor 't gesmaakte genot onze vrienden, en
+stoomen liever naar ~Rotterdam~, waar we dominé Veldhuis met zijn beide
+kinderen, Ernst en Marie aantreffen, overgekomen om daar het
+kroningsfeest bij te wonen.
+
+ * * * * *
+
+'t Is de 21e Mei. ~Rotterdam~ is prachtig versierd; vooral de
+Delftsche poort, door welke Z. M. de stad moet binnenkomen, is
+allerkeurigst gedecoreerd, even als het station, het groote uit
+papiermaché vervaardigde standbeeld van Z. M. op de Erasmusmarkt, dat,
+omgeven door een verrukkelijk bloembed, een goed effect maakt, en het
+feestterrein op 't Westerplein, waar zich de vorstelijk gedecoreerde
+koningstribune bevindt, en welk plein bezet is met vijftig hooge
+standaards, tusschen welke guirlandes van groen, die van avond à giorno
+zullen worden verlicht.
+
+Voorloopig echter blijven we met onze drie oude vrienden aan 't station,
+waar de koning en koningin door den burgemeester van ~Rotterdam~ worden
+toegesproken. De trein gaat over de Erasmusmarkt naar de koninklijke
+Yachtclub, waar een zeil- en roeiwedstrijd gehouden wordt en waar we
+door een toegangskaart binnenkomen. Wat is 't gebouw der Yachtclub
+keurig versierd: vooral de zaal, waarin de vorstelijke familie het haar
+door de club aangeboden déjeûné gebruikt. Na afloop daarvan begeven de
+vorstelijke personen zich op het balkon, en zien den wedstrijd eenigen
+tijd aan; daarna stappen ze in hun rijtuigen en rijden naar het
+feestterrein, waar ze den gekostumeerden optocht zien voorbijtrekken.
+
+Nu! dat is een optocht, waarvan 't historische gedeelte onze geheele
+geschiedenis, met de Batavieren beginnende, voorstelt.
+
+Wat zijn die twee vierwielige wagens met hun voorspan van ossen aardig;
+niet minder die druïde en die Bataafsche vrouwen en kinderen, welke er
+opzitten. 't Is een optocht van belang! We kijken dan ook, zooals men 't
+noemt, onze oogen uit.
+
+Nadat de optocht voorbij is, volgen we de vorstelijke personen naar de
+Boompjes, waar een stoomboot gereed ligt, om haar door de Noorderhaven,
+die voortaan »Koningshaven" zal heeten, naar de plaats te brengen, waar
+Z. M. den eersten steen zal leggen aan de Maasbrug. Zoo iets hebben we
+al meer gezien, niet waar? Ik zal er u dan ook maar geen beschrijving
+van geven; ofschoon Ernst en Marie wat blij zijn, dat ze nu ook eens
+zulk een steenlegging zien, waarvan ze papa zoo dikwijls hebben hooren
+praten, die zoo iets te ~Zutfen~ aan de eerste spoorbrug gezien had.
+Voor ons echter levert de ~Maas~ met zijn tallooze versierde vaartuigen
+van allerlei vorm en grootte, alle vol menschen, een allerintéressantst
+gezicht op.
+
+Nadat de koning weder naar de Yachtclub gereden is, waar hij de prijzen
+uitdeelt, keert hij nogmaals naar 't feestterrein terug, waar we
+andermaal den optocht zien. Daarna vertrekken H. M. met de groothertogin
+en prins Frederik naar ~'s-Gravenhage~, en begeeft zich Z. M. met den
+prins van Oranje en prins Hendrik naar den Doelen, waar hem een diner
+wacht, hem door den gemeenteraad van ~Rotterdam~ aangeboden. Daar wij
+er niet bij kunnen zijn, wandelen we de stad eens door, om de keurige
+versieringen te zien, die overal aangebracht zijn, en zorgen, dat we
+ons bij tijds weer op het feestterrein bevinden, dat nu geïllumineerd
+is, en waar Z. M. ten derden male verschijnt, doch nu in zijn rijtuig
+blijft, om naar 't zingen van Rotte's mannenkoor te luisteren. Toen deze
+muziekvereeniging op verzoek van den koning het eerste couplet van 't
+»Wien Neerlands bloed" aanheft, ontbloot Z. M. het hoofd, hetwelk door
+alle aanwezigen met luid gejuich gevolgd wordt.
+
+Eindelijk toert de vorst van halfelf tot middernacht door de
+rijkverlichte straten, en houdt stil op de plaats, waar een schitterend
+vuurwerk wordt afgestoken. Eerst om 1 uur verlaat Z. M. met prins
+Hendrik de stad, om zich naar ~Vlissingen~ te begeven, waar zij den
+Czaar bij diens terugkomst uit ~Engeland~ zullen verwelkomen; terwijl
+de prins van Oranje met den groothertog van Saksen Weimar naar
+~'s-Gravenhage~ vertrekt.
+
+En nu, lieve lezeressen en lezers, hebben we de drie koningsfeesten
+bijgewoond, waarbij Z. M. in persoon tegenwoordig was. Den 25sten
+Mei vertrok de koning naar ~'t Loo~, en, als ik u den brief van Ernst
+Veldhuis voorlas, dan zoudt gij daaruit zien, hoe Z. M. te ~Apeldoorn~
+werd ingehaald. Maar hierover zwijgen wij, evenals over al de andere
+gemeenten in ons land, in welke de Meifeesten herdacht zijn. Nooit is
+er door 't geheele land zoo eenstemmig en met zooveel geestdrift feest
+gevierd. Wat mij aangaat, ik leg hier de pen neer en ben er ten volle
+verzekerd van, dat gij dit laatste hoofdstuk een waardig besluit zult
+vinden voor een werkje, waarin we gelezen hebben wat er gebeurd is
+gedurende
+
+ HET TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE.
+
+
+
+
+ +---------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: Ja, Margot dat vind |
+ | C: »Ja, Margot dat vind |
+ | B: vijftig gulden betaald, dan |
+ | C: vijftig gulden betaalt, dan |
+ | B: hand afwijst. »Help u |
+ | C: hand afwijst. »»Help u |
+ | B: »Stellig driemaal." Eerst |
+ | C: »Stellig driemaal. Eerst |
+ | B: gepasseerd is. |
+ | C: gepasseerd is." |
+ | B: Dan zullen we onze |
+ | C: »Dan zullen we onze |
+ | B: geld voor wordt betaald. |
+ | C: geld voor wordt betaald." |
+ | B: zusjes Netje en Truida en zijn |
+ | C: zusjes Netje en Truda en zijn |
+ | B: dochter, prinses Louize, met haar |
+ | C: dochter, prinses Louise, met haar |
+ | B: zijn heel interesant voor wie |
+ | C: zijn heel interessant voor wie |
+ | B: Zooals gij weet zijn er |
+ | C: »Zooals gij weet zijn er |
+ | B: andere colllegiën en staatsambtenaren. |
+ | C: andere collegiën en staatsambtenaren. |
+ | B: »Na 't uitspreken van |
+ | C: Na 't uitspreken van |
+ | B: Bernardt, die aan geen |
+ | C: Bernard, die aan geen |
+ | B: Bernard op de beide dames. |
+ | C: Bernard op de beide dames." |
+ | B: zei de kapitein, »Naar huis |
+ | C: zei de kapitein. »Naar huis |
+ | B: geheele koninklijke famile woonden |
+ | C: geheele koninklijke familie woonden |
+ | B: uw oudste dochter Jans?" vroeg |
+ | C: uw oudste dochter, Jans?" vroeg |
+ | B: maar ook oom Gustaaf en zijn |
+ | C: maar ook neef Gustaaf en zijn |
+ | B: pleizier," antwoorde Jans. |
+ | C: pleizier," antwoordde Jans. |
+ | B: als mevrouw komt, Zie je, |
+ | C: als mevrouw komt. Zie je, |
+ | B: Oost-Indische militaren af te |
+ | C: Oost-Indische militairen af te |
+ | B: ook, oom zei Margot. |
+ | C: ook, oom," zei Margot. |
+ | B: We zullen te ~Hedel~ |
+ | C: »We zullen te ~Hedel~ |
+ | B: zoo hard bevoren, dat men |
+ | C: zoo hard bevroren, dat men |
+ | B: ijs afgesneden Honderd en vijftig |
+ | C: ijs afgesneden. Honderd en vijftig |
+ | B: »Men hield nu op |
+ | C: Men hield nu op |
+ | B: veiligheid te brengen, Maar |
+ | C: veiligheid te brengen. Maar |
+ | B: den overkant verkondigd de oorzaak |
+ | C: den overkant verkondigt de oorzaak |
+ | B: aan Zijne Majesteit, voorgesteld. |
+ | C: aan Zijne Majesteit voorgesteld. |
+ | B: commissien, uit 's konings |
+ | C: commissiën, uit 's konings |
+ | B: jij er over?', vraagt de |
+ | C: jij er over?" vraagt de |
+ | B: dreigen, het ranke vaartuig |
+ | C: dreigen het ranke vaartuig |
+ | B: over het ijs springt |
+ | C: over het ijs, springt |
+ | B: de Vorst. Men zou trek krijgen, |
+ | C: de Vorst. »Men zou trek krijgen, |
+ | B: dagbladen plaatsen kosteloos |
+ | C: dagbladen plaatsten kosteloos |
+ | B: levensmiddelen, hemden. kousen, |
+ | C: levensmiddelen, hemden, kousen, |
+ | B: f 304.439.69 ontvangen; terwijl |
+ | C: f 304,439.69 ontvangen; terwijl |
+ | B: leve de koning?" openbaarde. |
+ | C: leve de koning!" openbaarde. |
+ | B: geen heelen onnibus kan |
+ | C: geen heelen omnibus kan |
+ | B: August is, welke zaak tegenwoordig |
+ | C: Gustaaf is, welke zaak tegenwoordig |
+ | B: beschrijven; maar willen; terwijl we |
+ | C: beschrijven; maar willen, terwijl we |
+ | B: werd uitgedeeld De zes stalknechts, |
+ | C: werd uitgedeeld. De zes stalknechts, |
+ | B: van Hogendorp beantwoordt wordt. |
+ | C: van Hogendorp beantwoord wordt. |
+ | B: volk zijn voorgeschrêen. |
+ | C: volk zijn voorgeschreên. |
+ | B: gemalin, die hem tot schreiens toe |
+ | C: gemalin, die hem, tot schreiens toe |
+ | B: uit ~Amsterdam~ ontuitwischbaar in |
+ | C: uit ~Amsterdam~ onuitwischbaar in |
+ | B: ik zeggen, Emile, zeide |
+ | C: ik zeggen, Emile," zeide |
+ | B: met uw permissie, geengageerd." |
+ | C: met uw permissie, geëngageerd." |
+ | B: kapitein, daar kun jij heel |
+ | C: kapitein, »daar kun jij heel |
+ | B: hebt. Maar dat ook kan |
+ | C: heb. Maar dat ook kan |
+ | B: sympathie verwekte: »de verpande |
+ | C: sympathie verwekte: »De verpande |
+ | B: Augusta Sophia van ~Wurtemberg~) |
+ | C: Augusta Sophia van ~Wurtemberg~), |
+ | B: Januari 1795, geboren, dus |
+ | C: Januari 1795 geboren, dus |
+ | B: »Geen wonder dus |
+ | C: Geen wonder dus |
+ | B: te vieren. Doch waarom is er bij |
+ | C: te vieren. »Doch waarom is er bij |
+ | B: brengt, en 't nu te |
+ | C: brengt, en we 't nu te |
+ | B: de knaap, »Wil u maar |
+ | C: de knaap. »Wil u maar |
+ | B: Wilmems regeering voorgevallen |
+ | C: Willems regeering voorgevallen |
+ | B: de sub-commissien ontvangen |
+ | C: de sub-commissiën ontvangen |
+ | B: ons de tirannie, der Spaansche |
+ | C: ons de tirannie der Spaansche |
+ | B: hun zwarte rokken. |
+ | C: hun zwarte rokken." |
+ | B: dames in haar feesttoitlet," voegt |
+ | C: dames in haar feesttoilet," voegt |
+ | B: antwoordt Gustaaf, »Er zijn ook |
+ | C: antwoordt Gustaaf. »Er zijn ook |
+ | B: behoeven te wachtten; daar kunt |
+ | C: behoeven te wachten; daar kunt |
+ | B: Degelijke watergeuzen?" vraag |
+ | C: »Degelijke watergeuzen?" vraag |
+ | B: vertoonen." |
+ | C: vertoonen?" |
+ | B: 't Geuzengesticht (het alsyl voor |
+ | C: 't Geuzengesticht (het asyl voor |
+ | B: O, doe dat, Ernst |
+ | C: »O, doe dat, Ernst |
+ | B: op ~'t Loo~ ligt.... |
+ | C: op ~'t Loo~ ligt...." |
+ | B: 't Is allerprachtigst weer |
+ | C: »'t Is allerprachtigst weer |
+ | B: antwoordde Marie; terwijl |
+ | C: antwoordde Marie, terwijl |
+ | B: ruiterstandbeeld van »Willem den |
+ | C: ruiterstandbeeld van Willem den |
+ | B: geen Meireigen--'t lijkt |
+ | C: geen Meiregen--'t lijkt |
+ | B: wit gekleedde meisjes met |
+ | C: wit gekleede meisjes met |
+ | B: door de liefdertafel »Kunstoefening" |
+ | C: door de liedertafel »Kunstoefening" |
+ | B: de 21 Mei. ~Rotterdam~ |
+ | C: de 21e Mei. ~Rotterdam~ |
+ | |
+ +---------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Geschiedenis van het tijdperk van
+25-jarigen vrede, by Pieter Jacob Andriessen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GESCHIENDENIS
+VAN HE TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE ***
+
+***** This file should be named 33822-8.txt or 33822-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/8/2/33822/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+<a http://www.pgdp.net for Project Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/33822-8.zip b/33822-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..492e882
--- /dev/null
+++ b/33822-8.zip
Binary files differ
diff --git a/33822-h.zip b/33822-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..a9dafd4
--- /dev/null
+++ b/33822-h.zip
Binary files differ
diff --git a/33822-h/33822-h.htm b/33822-h/33822-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..d21035f
--- /dev/null
+++ b/33822-h/33822-h.htm
@@ -0,0 +1,6533 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Geschiedenis van het tijdperk van vijfentwintigjarigen vrede, by P. J. Andriessen.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 1em;
+ line-height: 2em; font-size: 175%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 100%; font-weight: normal;}
+h2.h2voor {font-size: 115%;}
+h2.h2inh {letter-spacing: -0.1em; font-size: 160%;}
+big {letter-spacing: -0.1em; font-size: 120%;}
+small {font-size: 33%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.subh1 {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; text-align: center; text-indent: 0em;
+ font-weight: bold; font-size: 85%;}
+p.subh2 {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; text-align: center; text-indent: 0em;
+ font-weight: bold; font-size: 85%;}
+p.noi {text-indent: 0em;}
+p.aanhef {text-indent: 4em; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;}
+
+div.title {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;}
+div.voorblad {margin-top: 4em; margin-bottom: 4em; text-align: center;}
+div.voorrede {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;}
+div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; font-size: 90%;}
+
+/* TB */
+hr {width: 20%; clear: both;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.tb {border-style: none;}
+hr.fnsep {width: 10%; text-align: left; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+hr.chend {width: 15%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+hr.chbegin {width: 20%; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.toc {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em; font-size: 85%;}
+td.tdc {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+
+/* ALIGN */
+.clear {clear: both;}
+.center {text-align: center;}
+.right {text-align: right;}
+.schrijver {float: right; margin-right: 1em; text-align: center; margin-bottom: 1.5em;}
+
+.margin2 {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;}
+.i1 {text-indent: 1em; text-align: left;}
+.i2 {text-indent: 2em;}
+.i3 {text-indent: 3em;}
+.ri4 {padding-right: 4em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.smcap {font-size: 80%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.f {font-weight: normal; font-style: normal;}
+.g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;}
+.ls2 {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+ins.info {border-bottom: 1px dotted green; text-decoration: none;}
+
+/* IMAGES */
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+.caption {font-style: italic; text-align: right; font-size: 85%;}
+img {border: none;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {text-indent: 1.5em; font-size: 85%; text-align: justify; }
+.footnote .label {text-decoration: none;}
+.fnanchor {text-decoration: none; padding-left: 0.15em;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left; font-size: 80%;}
+.poem br {display: none;}
+.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i1 {display: block; margin-left: 1em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+.size60 {font-size: 60%;}
+.size67 {font-size: 67%;}
+.size133 {font-size: 133%;}
+.size175 {font-size: 175%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Geschiedenis van het tijdperk van
+25-jarigen vrede, by Pieter Jacob Andriessen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Geschiedenis van het tijdperk van 25-jarigen vrede
+ 1849-1874
+
+Author: Pieter Jacob Andriessen
+
+Release Date: October 1, 2010 [EBook #33822]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GESCHIENDENIS
+VAN HE TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE ***
+
+
+
+
+Produced by
+The Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://wwww.pgdp.net/">http://www.pgdp.net</a>
+for <a href="http://www.gutenberg.org/">Project Gutenberg</a>.
+
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p>
+
+ <p>Uitgezonderd de titelpagina zijn van de weergegeven illustraties vergrotingen beschikbaar
+ door op de illustraties te klikken.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.
+ Variaties in spelling en opmaak zijn behouden.<br />
+ Een extra verduidelijking of vertaling is beschikbaar bij woorden die voorzien zijn van een
+ <ins class="info" title="Vertaling of verduidelijking.">dunne groene stippellijn</ins>.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+ <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn
+ dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="i"></span><a id="p_i"></a></p>
+
+<div class="voorblad"><span class="size175">GESCHIEDENIS</span><br />
+<span class="size60">VAN HET</span><br />
+<span class="size133">TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE.</span></div>
+
+<p><span class="pagenum" title="ii"></span><a id="p_ii"></a>
+<span class="pagenum" title="-"><br /></span>
+<span class="pagenum" title="-"><br /><br /></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 412px;">
+<a href="images/ill_fp.jpg"><img src="images/ill_fp-th.jpg" width="412" height="269" alt="" title="Klik voor vergroting (1718×1122px, 442kb)" /></a>
+<div class="caption">Tresling &amp; C<sup>o</sup> Hof-Lith Amst.</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="iii"></span><a id="p_iii"></a></p>
+
+<div class="title">
+
+ <h1>GESCHIEDENIS<br />
+ <small>VAN HET</small><br />
+ <big>Tijdperk van Vijfentwintigjarigen Vrede.</big></h1>
+
+ <p class="subh1">1849&ndash;1874.</p>
+
+ <p class="tp size60">DOOR</p>
+
+ <p class="tp"><span class="size133">P. J. ANDRIESSEN,</span><br />
+ <span class="size67">Schrijver van: De Kinderen van den Zoetelaar, De Vrijheidsoorlog,
+ De Schildknaap van Gijsbrecht van Aemstel.</span></p>
+
+ <p class="tp size67">TWEEDE DRUK.</p>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 126px; margin-top: 5em; margin-bottom: 5em;">
+ <img src="images/ill_tp.jpg" width="126" height="151" alt="" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="tp">LEIDEN.&mdash;A. W. SIJTHOFF</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="iv"></span><a id="p_iv"></a>
+<span class="pagenum" title="v"><br /></span><a id="p_v"></a></p>
+
+<div class="voorrede">
+
+ <h2 class="h2voor"><a id="VOORBERICHT"></a>VOORBERICHT.</h2>
+
+ <hr class="chbegin" />
+
+ <p><i>In 1874 hebben we 't vijfentwintigjarig jubilé van Koning
+ <em>Willem den derden</em> gevierd. Was er reden voor, om dien dag feestelijk te
+ gedenken, of was het slechts vleierij, een laffe hulde, aan 't Hoofd van
+ onzen Staat toegebracht en die geen <span xml:lang="fr">raison d'être</span> had?</i></p>
+
+ <p><i>Of er reden voor was?&mdash;<em class="g">Nederland</em> was in zijn volle recht om feest te
+ vieren bij 't herdenken aan een vijfentwintigjarig tijdperk van bloei,
+ vooruitgang en vrede. Gelooft gij 't niet&mdash;lees dan deze bladzijden,
+ waarin ik slechts heb aangestipt wat er in dat tijdstip gebeurd is. Of
+ liever&mdash;koopt het voor uwe kinderen; opdat de toekomstige Nederlandsche
+ natie wete, wat ze aan de regeering van den derden <em class="f">Willem</em> verschuldigd
+ <span class="pagenum" title="vi"></span><a id="p_vi"></a>is. Ze zullen 't met genoegen lezen: 't is geen droge opsomming van
+ feiten, maar een zooveel mogelijk levendige voorstelling van enkele
+ gebeurtenissen uit dat tijdperk.</i></p>
+
+ <p><i>Mijn doel met het schrijven van dit werkje was, om de Nederlandsche
+ jeugd bekend te maken met de gezegende vijfentwintig jaren, opdat zij
+ wete, waarom wij feestvierden. Moge het dus in veler handen komen, moge
+ het ook in veler harten het zaad strooien van liefde voor ons dierbaar
+ vaderland, liefde voor het doorluchtig stamhuis van Oranje! Dat is de
+ wensch van</i></p>
+
+ <p class="schrijver"><span class="mixcap">den Schrijver.</span></p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="vii"></span><a id="p_vii"></a></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+ <h2 class="h2inh"><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+
+ <hr class="chbegin" />
+
+ <table class="toc" id="toc" summary="inhoudsopgave">
+ <tbody>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#EERSTE_HOOFDSTUK"><b>Eerste Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdr size67" colspan="2">Bladz.</td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">'s Konings intocht in de hoofdstad </td><td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#TWEEDE_HOOFDSTUK"><b>Tweede Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">'s Konings inhuldiging</td><td class="tdr"><a href="#p_15">15</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#DERDE_HOOFDSTUK"><b>Derde Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">Een zilveren bruiloft in de Bommelerwaard</td><td class="tdr"><a href="#p_30">30</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#VIERDE_HOOFDSTUK"><b>Vierde Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">De watersnood</td><td class="tdr"><a href="#p_46">46</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#VIJFDE_HOOFDSTUK"><b>Vijfde Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">De Koning als redder van ongelukkigen</td><td class="tdr"><a href="#p_62">62</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#ZESDE_HOOFDSTUK"><b>Zesde Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">Het feest van Neerlands herstelling</td><td class="tdr"><a href="#p_75">75</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#ZEVENDE_HOOFDSTUK"><b>Zevende Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">'s Konings rouw</td><td class="tdr"><a href="#p_99">99</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><span class="pagenum" title="viii"></span><a id="p_viii"></a><a href="#ACHTSTE_HOOFDSTUK"><b>Achtste Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">Het feest van Neerlands onafhankelijkheid</td><td class="tdr"><a href="#p_111">111</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#NEGENDE_HOOFDSTUK"><b>Negende Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">Koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde, de beschermer der kunst</td><td class="tdr"><a href="#p_131">131</a></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc" colspan="2"><a href="#TIENDE_HOOFDSTUK"><b>Tiende Hoofdstuk.</b></a></td>
+ </tr><tr>
+ <td class="tdl">Het zilveren feest</td><td class="tdr"><a href="#p_136">136</a></td>
+ </tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="1"></span><a id="p_1"></a></p>
+
+<h2><a id="EERSTE_HOOFDSTUK"></a>EERSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">'s Konings intocht in de Hoofdstad.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat is je wachten! 't Is of die trein nooit aankomt. En dat noemen
+ze nog al snel!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is altoos toch sneller dan met de trekschuit, <span class="mixcap">Gustaaf</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Daarin heb je gelijk, <span class="mixcap">Margot</span>. Maar ik vind toch, dat zoo'n trein op
+zijn tijd moest aankomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, <span class="mixcap">Gustaaf</span>, je moogt dat vinden zooveel je wilt. Daar storen ze zich
+echter al heel weinig aan. Toen we laatst ma met de vigilante van de
+spoor gingen halen, was 't immers een half uur te laat.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O ja, toen je zoo bang waart, dat ze een ongeluk mocht hebben
+gekregen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Net of jij ook niet bang waart, broertje.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, ja, <span class="mixcap">Margot</span>! Ik wil 't wel weten; ik was ook alles behalve gerust.
+Want men hoort uit <em class="g">Engeland</em> zoo dikwijls van spoorwegongelukken&mdash;dat men
+er bang voor zou worden. Hier echter rijden ze veel langzamer en ze zijn
+veel voorzichtiger.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, maar daar zijn ook zooveel spoorwegen,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Juf zegt,
+dat men daar met spoortreinen naar alle groote steden kan komen. Waarom
+maken ze hier ook niet meer spoorwegen?&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr1" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Ja, <span class="mixcap">Margot</span> dat vind ik ook. Mijnheer <span class="mixcap">Valk</span> zei onlangs, toen we 't
+op school over de spoorwegen hadden, dat die door <span class="pagenum" title="2"></span><a id="p_2"></a>'t land moesten
+worden aangelegd; maar dat zou zooveel geld kosten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, 't land is dunkt me, rijk genoeg. Als je maar eens rekent, hoeveel
+hier in <em class="g">Amsterdam</em> de menschen aan belasting betalen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar daar is ook wat noodig, <span class="mixcap">Margot</span>, om al de uitgaven te bestrijden.
+Reken nog niet eens den koning en de leden der Staten-Generaal: want dat
+is in vergelijking maar een bitter beetje. Maar dan de ministers met hun
+ministeries, al die ambtenaren, van de secretaris-generaals tot aan de
+minste klerken en boden, dan de justitie en politie, en dan vooral de
+marine en 't leger.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat doen we ook met al die soldaten, <span class="mixcap">Gustaaf</span>. Sedert het jaar 39 leven
+we in vollen vrede.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;We dienen toch een marine te hebben voor onze Oost-Indische
+bezittingen, en een leger, om in tijd van oorlog klaar te zijn. Dat zou
+nu alles nog niets wezen, als ons land maar zooveel schuld niet had.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Schuld! Ons land schuld!&rdquo; riep <span class="mixcap">Margot</span> uit. &bdquo;Nu moet ik om u lachen. Een
+land schuld!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, jou dom gansje!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Gustaaf</span> lachend. &bdquo;Ik wou, dat ik een
+duizendste part van 't bedrag der schuld had, die ons land heeft. Dan
+kon ik wel met een koets met zes paarden rijden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar waarom betaalt het land die schuld dan niet!&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Als
+ma of oom <span class="mixcap">Henri</span> of wie 't ook zij, schulden hadden en ze betaalden
+niet....&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan zouden ze hun boel aanslaan en publiek verkoopen, niet waar? Maar
+een land bestaat uit ingezetenen en die ingezetenen hebben huizen en
+meubelen. Moeten dan de schuldeischers van 't land die meubels en die
+huizen verkoopen! Misschien de menschen ook nog wel?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Foei, <span class="mixcap">Gustaaf</span>. Menschen verkoopen! Dat is slavenhandel.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu, in onze West-Indische bezittingen, in Suriname, koopen en
+verkoopen ze de arme zwarten. Waarom dan hier ook niet de blanken?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ma zegt, dat het een schande voor ons land is, dat in onze bezittingen
+slaven zijn. Ze zegt, dat het in 't geheel niet christelijk is.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="3"></span><a id="p_3"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Daarin heeft ma volkomen gelijk,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;En 't is te hopen,
+dat dit eens ophoudt. Misschien zou onze Regeering 't wel willen doen;
+maar 't zou ook al weer zooveel geld kosten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Geld! Wel geen cent!&rdquo; riep <span class="mixcap">Margot</span> uit. &bdquo;Als ik koning was, dan zou ik
+zeggen: Alle slaven zijn vrij.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Een mooi ding. Als gij koning waart, zoudt ge dan ook maar zeggen: alle
+huizen en meubels zijn voor uw buurman. Ik denk dat ma daar wel tegen
+zou hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar huizen en meubels zijn rechtmatig eigendom. Deze zijn gekocht of
+geërfd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En slaven en slavinnen zijn evenzeer rechtmatig eigendom. Die hebben de
+menschen in West-Indië ook gekocht of geërfd. We hadden 't er juist
+laatst op school over en toen zei mijnheer <span class="mixcap">Valk</span>, dat ons gouvernement,
+als het de slaven wilde vrijmaken, ze moest onteigenen; d. i. ze tegen
+een billijken prijs van hun meesters afkoopen, of deze 't wilden of
+niet. En daar zou menig kwartje mee heengaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat denk ik ook. Maar we zijn daar bij ons onderwerp blijven
+steken. Ik begrijp nog niet, hoe een land schulden heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Luister, dan zal ik het u uitleggen. Ons land heeft in vroegere tijden
+dikwijls oorlog gevoerd. Zoo'n leger kostte vrij wat geld aan werving,
+kleeding, onderhoud, wapenen en buskruit, de schepen moesten gebouwd,
+bemand en van alles voorzien worden. Dat konden de menschen niet aan
+belastingen opbrengen. Welnu, wat deed dan ons land? Dan leende het geld
+van de ingezetenen en 't gaf hun daarvoor staatspapieren of effecten.
+Van die effecten gaf het eerst twee en een halven gulden 's jaars van
+elke honderd gulden, dat noemt men percent, later drie, vier, en vijf
+percent.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, zijn dat dan de coupons, zooals ma ze knipt en die net zoo goed als
+geld zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Juist, bij elk effect behoort een stel coupons met een talon er aan, op
+welk laatste men nieuwe coupons kan krijgen als het blad oude op is. Een
+van die coupons kan men om 't half jaar afsnijden en dat is de interest
+of huur welke men voor zijn geleend geld krijgt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar heeft ma dan geld aan 't land geleend?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="4"></span><a id="p_4"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ma nu juist wel niet. Maar andere menschen: groote kantoren. En die
+verkoopen dan de effecten of schuldbewijzen aan de beurs.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan kocht ik altijd effecten, die 5 percent interest geven,&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Die zijn er niet meer, ten minste geen Nederlandsche. Toen mijnheer <span class="mixcap">van
+Hall</span> in 't jaar '42 de vrijwillige driepercents leening van 127 millioen
+guldens vol had gekregen, heeft hij ook de vijf percents in vier
+percents geconverteerd of verwisseld.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dan kocht ik 4 percents,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja maar, die zijn de duurste. Als men bijvoorbeeld aan de beurs voor de
+honderd gulden twee en een half percents vijftig gulden
+<ins class="corr" id="corr2" title="Bron: betaald">betaalt</ins>, dan moet men voor de drie percents zestig en voor
+de vier percents tachtig geven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu begrijp ik er niets meer van,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Maar daar fluit de
+trein. Kijk, de baanwachters waaien al met hun witte vlaggetjes&mdash;nu
+zullen we hem wel spoedig zien arriveeren.&rdquo;</p>
+
+<p>Terwijl onze beide jongelieden op het perron van 't station staan, om
+den trein af te wachten, willen we hen eens nader beschouwen en u 't een
+en ander van hen mededeelen.</p>
+
+<p><span class="mixcap">Gustaaf</span>, een fiksche krullebol van ruim vijftien jaren, en die nog bij
+mijnheer <span class="mixcap">Valk</span> school gaat, heeft het vak van zijn sedert twee jaren
+overleden vader gekozen: hij zal makelaar in effecten worden. Dat hebt
+ge zeker wel gedacht, toen ge hem daar zoo dapper over staatspapieren
+hoordet spreken. En er is alle hoop, dat de knaap een knap man in zijn
+vak zal worden; want hij is een matador in 't rekenen, en dat is toch
+nummer één bij de mannen van de beurs, vooral voor hen, die in de
+effectenzaak thuis hooren. <span class="mixcap">Margot</span> is zijn zuster, een jaar jonger dan
+hij, over 't algemeen een aardige, vroolijke meid; doch die 't nog al
+eens te kwaad heeft met de oude tante <span class="mixcap">de Bosson</span>, die sedert den dood van
+mijnheer <span class="mixcap">de Winter</span> bij hun mama is komen inwonen en niet heel
+gemakkelijk van humeur is. En om nu 't huisgezin te voltooien, noemen we
+u nog vriendelijke, dikke <span class="mixcap">Jans</span> of <span class="mixcap">Jenske</span>, zooals ze eigenlijk heet, die
+reeds vier jaren bij mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> heeft gewoond. En zoo hebben we u
+de lijst der geheele familie medegedeeld.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="5"></span><a id="p_5"></a></p>
+
+<p>Mevrouw de weduwe <span class="mixcap">de Winter de Bosson</span> kan leven; ze woont in een huisje
+op de <em class="g">Heerengracht</em>, juist groot genoeg voor de vijf menschen, welke er
+in leven, en met een ferme logeerkamer, om gasten van buiten de stad te
+ontvangen.</p>
+
+<p>Nog moet ik u mededeelen, dat het tijdstip, waarop onze beide
+jongelieden op den trein stonden te wachten, op Donderdag den tienden
+Mei van 't jaar 1849 was.</p>
+
+<p>En nu genoeg: want daar komt de locomotief al hijgend en stampend aan;
+'t is waarlijk of ze moede is van den langen tocht. En wij kijken met
+<span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Margot</span> naar de verwachtwordende gasten.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo, <span xml:lang="fr">bonjour</span>, <span class="mixcap">Margot</span>, <span xml:lang="fr">bonjour</span>, <span class="mixcap">Gustaaf</span>!&rdquo; klinkt het, en uit een waggon
+tweede klasse stapt een allerliefste veertienjarige jonge dame. 't Is
+<span class="mixcap">Florence</span>, de eenige dochter van oom <span class="mixcap">Henri</span>, die kapitein bij de
+grenadiers te <em class="g">'s-Hage</em> is. Ze ziet er allerliefst uit, die <span class="mixcap">Florence</span>, met
+haar blozend gelaat, haar helder blauwe oogen en de blonde krullen, die
+keurig zijn opgemaakt en waarop een allerélégantst hoedje staat.</p>
+
+<p>&bdquo;<span xml:lang="fr">Bonjour</span>, <span class="mixcap">Florence</span>!&rdquo; zegt <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;En waar is uw geleider neef <span class="mixcap">Bernard</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Daar is hij reeds,&rdquo; antwoordt een knaap van vijftien jaren, die niet
+zonder eenige voorzichtigheid de hooge trede van den waggon afkomt. En
+geen wonder; want de arme jongen is een weinig <span xml:lang="fr">contrefait</span>. Hij heeft
+hooge schouders, waarvan de eene wat boven den anderen uitsteekt, en
+zonder juist een bochel te hebben, is hij toch zoo verdraaid, dat men
+hem onder de bultenaars zou kunnen rangschikken. Daarbij heeft zijn
+gelaat dat lange en scherpe, hetwelk men gewoonlijk bij die soort van
+gebrekkigen aantreft. Maar dat onaangename in zijn voorkomen wordt veel
+verminderd door de heldere, flikkerende oogen en 't hooge voorhoofd,
+welke een vernuft verraden, dat boven zijn jaren is en de kleine
+gestalte ruimschoots vergoedt, welke hem in grootte gelijk doet staan
+met een die den leeftijd van twaalf jaren bereikt heeft.</p>
+
+<p>&bdquo;Laat mij u helpen, <span class="mixcap">Bernard</span>,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Gustaaf</span> goedig.</p>
+
+<p>&bdquo;Dank u, mijn waarde,&rdquo; antwoordt de aangesprokene, terwijl hij de hem
+aangeboden hand afwijst. <ins class="corr" id="corr3" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>&bdquo;Help u zelf!&rdquo; zegt het <span class="pagenum" title="6"></span><a id="p_6"></a>Engelsche spreekwoord;
+en dat beteekent: zorg maar, dat je de wereld doorkomt, al moet je er
+ook doorheenkruipen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En hoe gaat het u, <span class="mixcap">Florence</span>? En hoe maakt papa het? En <span class="mixcap">August</span> en <span class="mixcap">Emile</span>?
+en juffrouw <span class="mixcap">Medemeier</span>?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is jammer, dat je niet nog naar onze oude <span class="mixcap">Kee</span> ook vraagt,&rdquo; antwoordt
+<span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Dan hadden we de geheele familie bij elkaar gehad. Welnu, ik
+zal 't u zeggen. Pa is gezond, <span class="mixcap">August</span> is springlevend; <span class="mixcap">Emile</span> een beetje
+verkouden en heeft huisarrest; juffrouw <span class="mixcap">Medemeier</span> brommig als altijd, en
+<span class="mixcap">Kee</span> was blij, dat ik eens naar <em class="g">Amsterdam</em> ging, omdat ik dan voor een dag
+of wat van 't gebrom van juf af was. En hoe gaat het bij u thuis?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Allen springlevend. Tante lastig als altijd. Maar daaraan zijn we
+gewoon,&rdquo; hervat <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Doch hoe vaart mijn waarde neef <span class="mixcap">Bernard</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Uw neef <span class="mixcap">Bernard</span>,&rdquo; antwoordt de knaap, &bdquo;is gelukkig, dat hij zijn lieve
+nichtje <span class="mixcap">Margot</span> van zijn gezondheid kan verzekeren. Even gaarne zou hij
+'t haar doen van zijn oprechte toewijding, maar daartoe heeft moeder
+natuur hem 't vermogen ontzegd, daar ze hem tamelijk krom en verdraaid
+heeft geschapen. Intusschen, als ge u niet geneert, om door de straten
+van <em class="g">Amsterdam</em> met een bochel te loopen, dan zal hij zeer gelukkig zijn,
+u zijn arm te presenteeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel zeker, laat ons eens geslaemmerd gaan, <span class="mixcap">Bernard</span>,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Margot</span>,
+ofschoon ze 't wel een beetje zot vindt, met een knaap, die een hoofd
+kleiner is dan zij, gearmd te loopen.</p>
+
+<p>&bdquo;En ik verzoek den arm van nichtje <span class="mixcap">Florence</span>,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Gustaaf</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Met genoegen, <span class="mixcap">Gustaaf</span>,&rdquo; antwoordt deze. &bdquo;Dan gaan we twee aan twee....&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En de rest aan troepjes,&rdquo; voegt <span class="mixcap">Bernard</span> er bij.</p>
+
+<p>&bdquo;Je hebt toch geen goed bij u?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Gustaaf</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat hebben we per expeditie <span class="mixcap">Koens</span> gezonden,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Is 't
+nog niet aangekomen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toen we ons huis verlieten, was het er nog niet,&rdquo; verzekert <span class="mixcap">Margot</span>.
+&bdquo;Misschien is 't er nu al.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En avant!&rdquo; commandeert <span class="mixcap">Gustaaf</span>; terwijl hij met zijn nichtje aan den
+arm vooruitstapt. &bdquo;'t Zal hier morgen drukker zijn, <span class="mixcap">Florence</span>,&rdquo; vervolgt
+hij tot zijn dame. &bdquo;Zie, men is al aan <span class="pagenum" title="7"></span><a id="p_7"></a>'t versieren van 't station. Ook
+van de Willemspoort, zooals je merkt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, 't zal een pret zijn,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Ik was toch zoo blij,
+dat uw ma mij vroeg! De burgers zullen toch ook wel hun huizen
+versieren!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zul je eens zien. Men is hier en daar al bezig. Jammer maar, dat
+het nog zoo vroeg in 't jaar is en er nog zoo weinig bloemen zijn. Maar
+aan groenmaken en aan vlaggen zal 't niet mankeeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik hoop dat we den trein bij den intocht eens goed zien,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Zien?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;Stellig driemaal.<ins class="corr" id="corr4" title="Bron: &rdquo;"></ins> Eerst op
+den Haarlemmerdijk, wanneer je niet bang bent voor gedrang; dan bij ons
+aan huis&mdash;want hij komt vlak voorbij ons, en daarna nog op 't
+Reguliersplein, waar neef <span class="mixcap">Biel</span> woont, die ons heeft uitgenoodigd, om te
+komen als hij ons gepasseerd is.<ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;En zullen we dat alles kunnen avonturen?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Voorzeker. Zoodra we den trein op den Haarlemmerdijk gezien hebben,
+steken we dwars door en gaan naar huis; en als hij daar voorbij is,
+nemen we den kortsten weg naar neef <span class="mixcap">Biel</span>. Maar dan moeten we beenen
+maken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, we zijn jong en sterk,&rdquo; verzekert <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar ge hebt geen Amsterdamsche beenen zooals wij,&rdquo; waarschuwt <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Dan zullen we onze gewrichten maar wat smeren, zooals de oude
+Grieken het deden, als ze deel namen aan de Olympische spelen,&rdquo; zegt
+<span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik dacht, dat het alleen jonge Grieken waren, die daaraan deelnamen,&rdquo;
+meent <span class="mixcap">Margot</span> schijnbaar onnoozel.</p>
+
+<p>&bdquo;O, ondeugd!&rdquo; roept <span class="mixcap">Bernard</span> uit. &bdquo;Dat is een geestige aanmerking. Als we
+Franschen waren, zouden we van de &bdquo;anciens&rdquo; Grieken gesproken hebben en
+niet van de &bdquo;vieux&rdquo;. Ik had me toch ook beter kunnen uitdrukken als ik
+van &bdquo;vroegere&rdquo; Grieken gesproken had. Doch: <span xml:lang="la">errare humanum est</span><a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Daar komt de latinist weer voor den dag,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;O, die
+<span class="mixcap">Bernard</span> is altijd met zijn Latijn in de war. Hij wil ons laten hooren,
+dat hij de Latijnsche school te Bommel frequenteert.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="8"></span><a id="p_8"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ik?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Die spreuk viel me daar zoo uit den mond. Als ik
+nu nog trotsch op mijn Grieksch was, dan zou 't wat anders zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Gustaaf</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, omdat mijn lotgenoot, <span class="mixcap">Esopus</span>, een Griek was,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Bernard</span>.
+&bdquo;Juist daarom verlang ik zoo, om aan 't Grieksch te gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Me dunkt, dat je dan veel van dien ondeugenden <span class="mixcap">Esopus</span> zult hebben, ten
+minste wat de scherpte van uw tong aangaat,&rdquo; verzekert <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dank voor uw compliment, schoone Athalante,&rdquo; herneemt <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Maar,
+om tot ons ongrieksch Holland terug te komen. Wat doen de menschen hier
+toch? Gaan ze hun huizen barricadeeren?&rdquo;</p>
+
+<p>Dit zeggende, wijst hij op de houten staketsels, die allerwegen, waar
+morgen de trein moet doorkomen, met lage schuttingen worden afgepaald.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat doen ze, opdat het ongenoodigde publiek zich geen meester moge
+maken van hun stoepen. Bij ons is de stoep ook zoo afgesloten. Je
+begrijpt toch wel, dat men anders geen plaats zou hebben om zelf met
+zijn familie en zijn genoodigden te staan. Sommigen trekken er nog een
+broodje van en verhuren de plaatsen voor een gulden of twee kwartjes, al
+naardat zij mooi zijn. Ook heele kamers of ramen zijn reeds verhuurd
+voor dien éénen dag, en ik verzeker u, dat daar met zulk een gelegenheid
+geld voor wordt betaald.<ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat is nog een aardigheid voor sommige menschen,&rdquo; vindt <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;O ja,&rdquo; verzekert <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Bij al zulke gelegenheden wordt er vrij wat
+geld verdiend. Vooreerst door timmerlieden, die de staketsels opslaan en
+moeten zorgen voor latten als anderszins voor de illuminatie; ten tweede
+door de menschen, die groen verkoopen of de huizen versieren, ten derde
+door de verkoopers van illumineerglazen, ten vierde door degenen, die
+plaatsen verhuren, ten vijfde door bakkers en slagers, om de meerdere
+consumptie, ten zesde door de logementhouders, ten zevende door de
+slepers, daar er wat gereden wordt op zoo'n tijd, ten achtste door de
+wijnhuishouders of herbergiers: want de mindere klasse <span class="pagenum" title="9"></span><a id="p_9"></a>doet zijn
+oranjegezindheid graag blijken door 't ruim gebruik van Schiedammernat.&rdquo;</p>
+
+<p>Onder zulke gesprekken waren ze thuisgekomen. <span class="mixcap">Jans</span> deed ons viertal
+open, en de beide logés werden hartelijk ontvangen door mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span>. De oude tante scheen dien dag nog al goed gemutst te zijn; ten
+minste toen zij binnenkwam, verwelkomde zij de aangekomenen vrij
+hartelijk en was onuitputtelijk in het vragen naar neef <span class="mixcap">Henri</span> en de
+kleine neefjes <span class="mixcap">August</span> en <span class="mixcap">Emile</span>, vooral naar den laatste, die haar
+petekind was; en 't smartte haar zeer, te vernemen, dat het arme kind
+zoo verkouden was. Ook <span class="mixcap">Bernard</span> moest haar op de hoogte brengen, hoe 't
+met zijn zusjes <span class="mixcap">Netje</span> en <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr8" title="Bron: Truida">Truda</ins></span> en zijn broertje <span class="mixcap">Frits</span> was,
+zoodat er vrij wat te praten en te vertellen viel. Daar wij echter tot
+nu toe geen belang stellen in de kleine familiegeschiedenis en evenmin
+lust hebben, de jongelieden in den namiddag van dien dag door de stad te
+vergezellen; waar ze ook enkele met bogen en slingers versierde
+achterbuurten doorwandelden, wenschen we op den avond van dien dag de
+geheele familie een goeden nacht, en bezoeken haar liever den volgenden
+dag, Vrijdag den 11 Mei 1849.</p>
+
+<p>Op dien gedenkwaardigen dag was de geheele hoofdstad in feestgewaad
+getooid. Groen noch vlaggedoek was gespaard, om de gevels der huizen te
+versieren; bij sommigen waren die versieringen keurig van binnen voor de
+spiegelruiten aangebracht en stonden geheele piramides van fijne
+kasbloemen, doorslingerd met oranje-draperiën en met de borstbeelden van
+<span class="mixcap">Willem</span> I en <span class="mixcap">Willem</span> II en in 't midden de naam van <span class="mixcap">Willem</span> III. Van alle
+huizen, waar de trein moest doorkomen, wapperde de Nederlandsche
+driekleur. Alle woningen waren van onder tot boven bezet met menschen,
+op hun keurigst gekleed, de straten en grachten wemelden van
+vreemdelingen en ingezetenen, zelfs goten en daken waren in gebruik
+genomen, om den Vorst te zien, die thans voor 't eerst als koning der
+<em class="g">Nederlanden</em> binnen zijn hoofdstad zou komen, om daar den eed aan zijn
+volk te doen en door dat volk als koning erkend en ingehuldigd te
+worden. <span class="mixcap">Willem</span> de tweede, de ridderlijke vorst, die nog geen negen jaren
+geleden in dit zelfde <em class="g">Amsterdam</em> zijn eersten intocht als koning gedaan
+<span class="pagenum" title="10"></span><a id="p_10"></a>en de huldiging had ontvangen, was den 17<sup>den</sup> Maart te <em class="g">Tilburg</em>
+overleden en volgens artikel 13 der Grondwet was <span class="mixcap">Willem</span> de derde hem
+terstond opgevolgd. Doch volgens dezelfde Grondwet moest de nieuwe
+koning in <em class="g">Amsterdam</em> gehuldigd worden. En dat zou morgen geschieden.
+Heden zou hij zijn plechtigen intocht in de Hoofdstad des Rijks doen.</p>
+
+<p>Aan 't stationsgebouw, waar we gisteren vertoefden, is een eerewacht
+geplaatst, bestaande uit het eerste bataljon der dienstdoende
+schutterij. Het derde bataljon staat als eerewacht aan het paleis; de
+overige troepen zijn in <span xml:lang="fr">ordre de bataille</span> op den <em class="g">Dam</em> geschaard. Het
+muziekkorps der schutterij, onder leiding van zijn kapelmeester <span class="mixcap">P. P.
+Christiani</span>, staat aan 't station.</p>
+
+<p>Alles is in gespannen verwachting. Om halfeen zijn prinses <span class="mixcap">Frederik</span> en
+hare dochter, prinses <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Louize"><span class="mixcap">Louise</span></ins>, met haar gevolg met een extratrein
+aangekomen, en terstond naar 't paleis gereden.</p>
+
+<p>Een prachtige statiekoets, rondom van glas, rijk verguld, met een rood
+fluweelen kussen op haar verhemelte, waarop een groote gouden kroon, en
+bespannen met acht schoone appelgrauwe paarden, een koetsier in
+galakleeding en een witte allongepruik, was met twee hofrijtuigen reeds
+naar 't station gereden en had, evenzeer als de aanzienlijken en
+hooggeplaatsten, die allen in groot tenue derwaarts reden, gediend om
+het ongeduld der wachtende menigte eenigermate afwisseling te schenken.</p>
+
+<p>Reeds is het drie uren geslagen en nog verneemt men niets van de
+aankomst des konings. 't Programma sprak toch van &bdquo;tegen drie ure!&rdquo; Elke
+minuut schijnt een kwartier te duren. Daar&mdash;'t is juist vijf minuten
+over drieën, wordt de vlag op de Willemspoort omhoog geheven, het eerste
+kanonschot brandt los, de klokken beginnen te spelen.&mdash;<span class="mixcap">Willem</span> de derde
+is te <em class="g">Amsterdam</em> aangekomen. De muziek der schutterij doet een nieuwen
+marsch van <span class="mixcap">Berlin</span> hooren.</p>
+
+<p>Intusschen schaart zich de stoet en trekt tot aan de prachtig versierde
+Willemspoort. De façade naar 't station is op smaakvolle wijs met
+guirlandes van vlaggen, met de kleuren van <em class="g">Nederland</em>, <em class="g">Oranje</em> en
+<em class="g">Wurtemberg</em> en met veelvuldig groen gedrapeerd. Boven op de poort is een
+fraaie tropee van <span class="pagenum" title="11"></span><a id="p_11"></a>oranjedoek aangebracht, rondom lange wimpels, op den
+top door een lauwerkrans bijeengehouden. Aan weerszijden van den ingang
+staan allerlei soorten van bloemen en gewassen; o. a. twee schoone
+oranjeboomen, met tal van vruchten beladen.</p>
+
+<p>Aan de Willemspoort, het eigenlijke begin der stad, staan Burgemeester
+en Wethouders, benevens de Leden van den Raad der Hoofdstad. De
+burgemeester, de heer <span class="mixcap">P. Huidecoper</span>, verwelkomt Z. M. uit naam der
+burgerij, geeft de vreugde der ingezetenen te kennen over Z. M. komst in
+de hoofdstad des Rijks, en verzekert den koning, dat geheel <em class="g">Amsterdam</em>
+deelneemt in het feest, hetwelk het thans viert. Koning <span class="mixcap">Willem</span> III
+beantwoordt die toespraak kort, maar hartelijk.</p>
+
+<p>Zulke toespraken zijn behoorlijk, ze zijn heel
+<ins class="corr" id="corr10" title="Bron: interesant">interessant</ins> voor wie er dicht bij staan, voor de
+wachtenden op straten en grachten zijn ze vrij vervelend; daar ze het
+oogenblik verschuiven, waarop men den lang gewenschten stoet ziet.
+Eindelijk&mdash;daar komt hij. Let nu goed op.</p>
+
+<p>Eerst een commando cavalerie. Dat is niet alleen statig, maar ook goed
+om wat ruimte te krijgen voor den stoet. Langzaam en deftig rijden ze
+daar voort, die mannen te paard. Aan hun hoofd de trompetters, die de
+lucht van het geliefde Wilhelmus doen weergalmen. Dan komt de helft der
+eerewacht te paard, bestaande uit jongelieden van aanzienlijken huize.
+Wat zien ze er keurig uit, zoo deftig in 't zwart en met witte vesten,
+hun karmozijnrood fluweelen sjerpen met witte zijden randen afgezet en
+wier slippen in zilveren franjes eindigen, om 't lijf gestrikt. Op hun
+hoeden hebben ze een grooten oranjestrik, waarin de zwarte en roode
+kleuren van <em class="g">Wurtemberg</em>; daarin een sierlijk gedreven zilveren
+lauwerkrans, met een koninklijke kroon getooid, en in haar midden de
+naamcijfers van Hunne Majesteiten.</p>
+
+<p>En nu de hoofdpersoon van den optocht: Koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde, een
+statige, fiere gestalte, gekleed als generaal der infanterie, versierd
+met de grootkruisen zijner ridderorden en gezeten op een fraai
+appelgrauw ros. Naast hem de prinsen <span class="mixcap">Frederik</span> en <span class="mixcap">Hendrik</span>, en daarachter
+het militaire huis des Konings en de adjudanten van Hunne Koninklijke
+Hoogheden. Achter dezen stoet, die onder 't onophoudelijk geroep van:
+&bdquo;Hoezee! Leve de koning! Leve <span class="mixcap">Willem</span> de derde!&rdquo; voortrijdt, <span class="pagenum" title="12"></span><a id="p_12"></a>komt een
+koets met twee paarden bespannen, waarin de grootmeester van de koningin
+en de kamerheer van dienst. En daarop; men hoort het wel aan 't nieuwe
+gejuich dat er oprijst en nu den kreet: &bdquo;Leve de koningin! leve de
+prinsen!&rdquo; doet hooren, de statiekoets met zijn acht appelgrauwe
+schimmels. Voor op de koets, ter zijde van den koetsier, staan vier
+keurig uitgedoste pages. De koningin is in 't wit satijn gekleed;
+tegenover haar zitten de beide jonge prinsen, <span class="mixcap">Willem</span> en <span class="mixcap">Maurits</span>.</p>
+
+<p>Het derde rijtuig, waarin mevrouw <span class="mixcap">Falck</span>, een dame du palais en twee
+hofdames van H. M. gezeten zijn, wordt gevolgd door de andere helft van
+de eerewacht, een commando cavalerie en het bataljon schutterij met vol
+muziek. De trein gaat den Haarlemmerdijk tot aan de Heerenmarkt.
+Eensklaps wordt er bevel gegeven, om stil te houden; de trompetters
+zwijgen, de muziek verstomt. Daar verheffen zich eenvoudige doch
+liefelijke kinderstemmen; 't zijn de weezen der Hersteld-Evangelisch
+Luthersche gemeente, die voor 't gesticht staan, waarin ze verpleegd
+worden. Ze zingen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Welkom, welkom, Neerlands Koning,<br /></span>
+ <span class="i1">Welkom, in de stad aan 't IJ!<br /></span>
+ <span class="i0">Grijzen, weezen in deez' woning,<br /></span>
+ <span class="i1">Vieren blijde feestgetij.<br /></span>
+ <span class="i0">Nu ge, o Vorst! wordt ingehuldigd,<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn wij, Weezen, ook verschuldigd,<br /></span>
+ <span class="i1">Om te bidden tot den Heer:<br /></span>
+ <span class="i1">Daal met Uwen zegen neer!<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Ja, wij doen het, Neerlands Hoeder!<br /></span>
+ <span class="i1">Allen, allen één van zin;<br /></span>
+ <span class="i0">Bidden ook voor Neerlands Moeder,<br /></span>
+ <span class="i1">Onze dierbre Koningin.<br /></span>
+ <span class="i0">God spaar lang Uw beider leven;<br /></span>
+ <span class="i0">Roem moog' Uwen troon omgeven.<br /></span>
+ <span class="i1">En de liefde van Uw volk,<br /></span>
+ <span class="i1">Zij daarvan de minste tolk.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Met eenige toepasselijke woorden reikt nu een der weeskinderen aan Hunne
+Majesteiten een in goud gedrukt exemplaar van dit vers over. We volgen
+den trein niet verder, die eerst om halfvijf op den <em class="g">Dam</em>
+komt, waar de vorstelijke familie <span class="pagenum" title="13"></span><a id="p_13"></a>zich
+op 't balkon van 't paleis aan 't in geestdrift ontbrande volk vertoont.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="-"></span><span class="pagenum" title="-"><br /></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 275px;">
+<a href="images/ill_p012a.jpg"><img src="images/ill_p012a-th.jpg" width="275" height="408" alt="" title="Klik voor vergroting (1146×1700px, 443kb)" /></a>
+<div class="caption">Tresling &amp; C<sup>o</sup> Hof-Lith Amst.</div>
+</div>
+
+<p>Daarop begeven zich twee wapenkoningen en vier herauten (die van
+<em class="g">Nederland</em>, van <em class="g">Oranje</em>, van <em class="g">Limburg</em> en van <em class="g">Luxemburg</em>) vergezeld van
+rijknechts van Z. M. en van detachementen cavalerie, naar de groote
+pleinen en de voornaamste straten der stad, waar zij de aanstaande
+plechtigheid op morgen den volke luide verkondigen.</p>
+
+<p>En hiermede liep deze eerste dag ten einde. Ofschoon het 's morgens van
+tijd tot tijd geregend had en de straten alles behalve zindelijk waren,
+was er toch gedurende den geheelen tijd, dat de optocht duurde, geen
+druppel regen gevallen.</p>
+
+<p>'t Was ruim vijf ure, toen onze vier jongelieden thuiskwamen. Trouwens
+mama had daarop gerekend en tegen <span class="mixcap">Jans</span> gezegd, dat van middag 't eten
+niet vóór zes ure op tafel behoefde te staan. Ze hadden dan ook alles
+goed opgenomen, en daar hadden ze gelijk in gehad; want zulke zaken
+komen niet alle dagen voor.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu raadt ge nooit, wier er zooeven in de stad is gekomen, <span class="mixcap">Florence</span>,&rdquo;
+zeide mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> tegen haar nichtje, toen ze binnenkwam.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, tantelief, hoe zou ik dat kunnen raden?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Er zullen
+vandaag misschien nog tal van vreemdelingen in <em class="g">Amsterdam</em> zijn gekomen.
+'t Is zeker een Hagenaar, en een kennis van mij.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Natuurlijk, en een heel goede kennis ook!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toch niet, papa?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Juist, broer <span class="mixcap">Henri</span>,&rdquo; antwoordde tante.</p>
+
+<p>&bdquo;En hoe is die zoo onverwachts gekomen?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Gisteren was
+daarop geen plan.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr11" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Zooals gij weet zijn er van morgen een compagnie grenadiers en een
+dito jagers per spoortrein gearriveerd, die morgen de eerewacht aan de
+Nieuwe kerk moeten vervullen. Daar nu de kapitein van de compagnie
+grenadiers eensklaps ongesteld was geworden, heeft uw papa met hem
+geruild en in zijn plaats 't commando op zich genomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, dat is heerlijk!&rdquo; riep <span class="mixcap">Florence</span> uit. &bdquo;Dat is een verrassing.
+Misschien heeft papa nu wel gelegenheid, om ons in de kerk te brengen.&rdquo;
+&bdquo;In alle gevallen kunt gij er stellig op rekenen, <span class="pagenum" title="14"></span><a id="p_14"></a>dat hij u een goed
+plaatsje buiten het kerkgebouw zal verschaffen,&rdquo; antwoordde mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span>. &bdquo;Hij is er echter nu op uit, om te zien, of hij ook
+toegangsbewijzen tot de kerk krijgen kan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dus komt hij hier eten!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Stellig,&rdquo; antwoordde mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>. &bdquo;Hij was hier al vroeg. Toen
+hij echter hoorde, dat we om de gelegenheid zoo laat aten, is hij zijn
+boodschap maar vóór het diner gaan verrichten.&rdquo;</p>
+
+<p>Het duurde echter niet lang, of kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> kwam thuis. Hij had
+niet meer dan twee kaarten voor de tribune kunnen machtig worden, die
+voor mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> en tante <span class="mixcap">de Bosson</span> bestemd werden; hij beloofde
+echter de vier jongelieden in de kerk op de galerij te zullen bezorgen.
+Hij had vernomen, dat dit wel gaan kon, mits ze heel vroeg op <em class="g">den Dam</em>
+waren.</p>
+
+<p>Ge begrijpt wel, dat ons viertal dien Vrijdagavond niet stil thuis
+bleef. Daar was zoo'n drukte op de straat en er was nog zooveel te
+kijken, dat ze tamelijk laat thuiskwamen.</p>
+
+<p>&bdquo;En nu van avond vroeg naar bed,&rdquo; zei mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>, die wel zag,
+dat <span class="mixcap">Florence</span> en <span class="mixcap">Bernard</span>, minder gewoon aan de Amsterdamsche einden en
+Amsterdamsche keien, doodmoe waren. &bdquo;We zullen 't souper laten opzetten,
+en dan gauw in de veeren gekropen&mdash;morgen wacht u weer een vermoeiende
+dag.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat mij aangaat, tante,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Ik zal niet soupeeren. 't Was
+van middag zeven uren vóór we van tafel opstonden; ik heb volstrekt geen
+behoefte aan iets.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik evenmin,&rdquo; voegde <span class="mixcap">Florence</span> er bij. &bdquo;Daarenboven ben ik te moe om te
+eten. We hebben dan ook vandaag onze beenen 't noodige werk gegeven. We
+hebben wat afgeloopen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan van morgen een heelen tijd gestaan,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Dat rekent
+ook mee. Ik ten minste verlang naar bed.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En ik ook,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>Daar alle vier betuigden, geen trek in eten te hebben en vrij wat meer
+lust te gevoelen, om zich in de armen van Morpheus te werpen, zeide
+mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>:</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu, als dat het geval is, dan maar met de kippen op stok. Morgen is
+'t vroeg dag!&rdquo;</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">1)</a> Dwalen is menschelijk.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="15"></span><a id="p_15"></a></p>
+
+<h2><a id="TWEEDE_HOOFDSTUK"></a>TWEEDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2 ls2">'s Konings inhuldiging.</p>
+
+<p>&bdquo;O, wat prachtig weer! Wat scheelt dat bij gisteren!&rdquo; riep <span class="mixcap">Margot</span> den
+volgenden morgen uit, toen ze met <span class="mixcap">Florence</span> beneden kwam, om te
+ontbijten.</p>
+
+<p>&bdquo;En 't mooist van alles is, dat we 't zullen houden,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Bernard</span> met
+die zekerheid, waarmede een buitenman over 't weer praat.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zal heerlijk komen voor de illuminatie van heden avond, die
+prachtig belooft te zijn,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Gustaaf</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Goeden morgen, ma! Goeden morgen, tante!&rdquo; klonk het, toen mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span> binnentrad.</p>
+
+<p>&bdquo;Goeden morgen, kinderen!&rdquo; zeide deze, terwijl ze de meisjes een kus en
+den jongens een hand gaf. &bdquo;Zooals ik bemerk, reeds vroeg uit de veeren.
+En al gekleed en gereed! Nu, ge moet vooral niet te laat komen. Oom
+<span class="mixcap">Henri</span> heeft het mij nog zoo op 't hart gedrukt, toen hij van morgen
+vertrok.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Is papa dan al weg!&rdquo; riep <span class="mixcap">Florence</span> uit. &bdquo;Moest hij zoo vroeg naar de
+kazerne?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Natuurlijk,&rdquo; antwoordde mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>. &bdquo;Bij zulke gelegenheden is
+'t voor heeren militairen vroeg dag.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En voor ons ook, mama,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Als u het dus goedvindt, moesten
+we maar gaan ontbijten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo'n vreeselijken haast hebt ge nu juist niet,&rdquo; hernam mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span>, terwijl ze op de pendule keek. &bdquo;Als ge <span class="pagenum" title="16"></span><a id="p_16"></a>echter zoo ongeduldig
+zijt, gaat dan uw gang maar. Ik zal op tante wachten; die zou geheel uit
+haar humeur zijn, wanneer het ontbijt was afgeloopen zonder haar. Voor u
+maakt dit echter van daag een onderscheid. Op dagen als deze moet men 't
+met eten en drinken maar nemen zooals 't valt. Uw papa, <span class="mixcap">Florence</span>, zei
+toen hij jong was altijd: op zulke dagen kijkt een mensch zijn buik
+vol.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En deed papa dat?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Met dien verstande, dat hij zich dikwerf vergenoegde, met bij een
+bakker een paar broodjes te koopen, die hij dan maar zoo droog
+oppeuzelde, of dat hij uitgerammeld van den honger thuiskwam. En toch
+hield hij vol, dat hij zijn buik volkeek.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen ons viertal ontbeten had, ging het regelrecht op <em class="g">den Dam</em> aan. Wat
+was 't overal reeds vol! 't Leek wel of 't midden op den dag was. Maar
+'t verwonderlijkste gezicht van alles leverde <em class="g">de Dam</em> zelf op. Van de
+meeste huizen waren op de eerste en tweede verdieping de ramen
+uitgenomen en amphitheatersgewijs zitplaatsen van ruw hout getimmerd; om
+de stoepen staketsels, waarboven zitplaatsen uitstaken, van verscheidene
+daken de pannen afgehaald en op de zolders planken op verschillende
+hoogte gelegd als staanplaatsen; ja, zelfs het plat van de Beurs en de
+platten van de Nieuwe kerk waren met zitplaatsen bezet. Daar is dien dag
+wat geld voor plaatsen betaald; en nog gelukkig hij, die voor geld een
+goed plaatsje kon erlangen&mdash;menigeen heeft zich moeten behelpen met
+onder de opgepakte menigte te staan en, als hij wat klein van persoon
+was uitgevallen, niets te zien. De weg van 't paleis naar de kerk was
+door een balustrade afgeschut en de grond met groen laken bekleed.
+Buiten dat hek reden, tot handhaving der orde, dragonders op en neer.</p>
+
+<p>Daar slaat het acht ure! &bdquo;Bom!&rdquo; klinkt het eerste schot van de honderd
+en een, die er gelost worden; de klokken beginnen te spelen; aan Amstels
+burgerij is geen houden meer. Trouwens, daarin verschilt ze niet met die
+van andere steden. Intusschen hebben schutterij, grenadiers, jagers,
+infanterie en cavalerie hun standplaatsen ingenomen. Aan 't paleis staat
+een eerewacht van twee compagniën schutterij, binnen de balustrade
+hebben zich aan de eene zijde schutters, aan de andere 't garnizoen
+geplaatst. <span class="pagenum" title="17"></span><a id="p_17"></a>Aan de kerk zelf een eerewacht jagers en grenadiers, die ook
+de posten aan de andere kerkdeuren betrekken. Bij die grenadiers staan
+reeds vóór acht ure onze vier jongelieden.</p>
+
+<p>Wij, die daar niet bij behoeven te staan, maar 't voordeel boven hen
+hebben, dat we ons gemakkelijk overal bewegen kunnen, kijken eens fiksch
+rond. Alles stroomt naar <em class="g">den Dam</em>, die langzamerhand een vreemd
+schouwspel van menschenhoofden oplevert; want al de zit- en
+staanplaatsen worden gevuld, en zelfs op den nok der huizen zitten
+schrijlings de werklieden, die de stellages gemaakt en voor zich een
+plaatsje in de goot of op den nok bedongen hebben. De ruimte van <em class="g">den Dam</em>
+vóór 't paleis ziet zwart van menschen. Voor elke kerkdeur staat het vol
+met prachtig gekleede heeren en dames, allen van toegangskaarten
+voorzien. Velen hunner zijn met rijtuig gekomen; doch staan nu evenals
+de anderen te wachten, tot de kerk zal opengaan. Zoo door infanterie als
+door cavalerie wordt er zorg gedragen, dat er geen anderen voor de
+kerkdeur komen dan zij die van toegangskaarten voorzien zijn. Daar slaat
+het halftien. De deuren gaan open.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu zal ik u een goede plaats bezorgen,&rdquo; zegt kapitein <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: de"><span class="mixcap">de</span></ins>
+<span class="mixcap">Bosson</span> tot zijn dochter en haar gezelschap, en we volgen hen naar
+de publieke galerij, waar we reeds niet zonder moeite komen, maar een
+perfect plaatsje hebben, zoodat we alles kunnen overzien.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, die kerk ziet er prachtig uit!&rdquo; zegt <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Men zou er haast
+geen kerk meer in herkennen. Wat zijn die pilaren heerlijk gedrapeerd!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zijn zeker de wapens der provinciën, daar boven aan elke pilaar,&rdquo;
+meent <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Juist,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;En dat die van onze buitenlandsche
+bezittingen. Wat staan er die tropeeën goed boven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En hoe sierlijk hangen die Oranjevlaggen aan hun zwarte stokken!&rdquo; vindt
+<span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Maar waarom die roode en zwarte vlaggen daartusschen. Of is
+dat de kleur van <em class="g">Amsterdam</em>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ook wel, <span class="mixcap">Florence</span>,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;Hier echter stellen ze de
+kleuren van <em class="g">Wurtemberg</em> voor. Ge weet toch, dat onze koningin een
+<em class="g">Wurtemburgsche</em> prinses is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, ja, dat is waar,&rdquo; hervat <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;En die met wit gedrapeerde
+<span class="pagenum" title="18"></span><a id="p_18"></a>gang, door welke wij gekomen zijn, is zeker de plaats waar Zijne
+Majesteit zal binnentreden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Juist,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;En daartoe is de grond met dat prachtige
+tapijt belegd. Maar hoe vindt ge den troon, die daar tegen 't koor
+aanstaat?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Allerprachtigst!&rdquo; oordeelt <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Maar wat is daar achter dien
+troon?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Het koor der kerk, waarin 't graf van <span class="mixcap">de Ruyter</span>,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Gustaaf</span>.
+&bdquo;Dat is nu echter geheel en al door den troon verborgen. Hoe rijk is dat
+tapijt, waarmee de trappen zijn belegd. Ziet ge wel, op 't
+achtergedeelte van purperfluweel met wit en rood afgewisseld, is het
+koninklijke wapen, met de spreuk van Oranje &bdquo;<span xml:lang="fr">Je maintiendrai</span>&rdquo;
+geborduurd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar wat is die troonhemel prachtig!&rdquo; roept <span class="mixcap">Margot</span> uit. &bdquo;Wat smaakvolle
+draperieën!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan die koninklijke zetel!&rdquo; zegt <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is de fauteuil van koning <span class="mixcap">Willem</span> II en door Hare Majesteit de
+koningin-weduwe voor deze gelegenheid aan haar zoon geschonken. Op den
+achterkant, dien we natuurlijk nu niet zien kunnen, staat het met gouden
+letters. Deze fauteuil van moirée mahoniehout, werd vroeger dagelijks
+gebruikt door koning <span class="mixcap">Willem</span> II, en is nu tot een troonzetel ingericht.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Inderdaad een aandoenlijk geschenk voor onzen Koning,&rdquo; verzekert
+<span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Ik had er reeds in <em class="g">Den Haag</em> van gehoord. De gebroeders <span class="mixcap">Horrix</span>
+hebben den stoel gemaakt en nu zoo versierd. Dat alziend oog met stralen
+omgeven, in goud op den rug geborduurd, steekt prachtig af bij dat
+scharlakenfluweel. En daaronder staan letters; doch die kan ik op dezen
+afstand niet lezen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik wel,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;'t Zijn de naamcijfers van koning <span class="mixcap">Willem</span> II en
+Zijne gemalin: W. A. P. (<span class="mixcap">Willem</span> en <span class="mixcap">Anna Paulowna</span>), met een kroon gedekt.
+Doch 't sierlijkst van alles vind ik die groote vergulde kroon boven den
+rand van den rug. Wat schittert zij van edelgesteenten!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan die fraaie vergulde leeuwen, zich aan beide zijden
+vastklampende,&rdquo; merkt <span class="mixcap">Margot</span> op. &bdquo;Even rijk als de pooten, die in vier
+kolossale leeuwenklauwen eindigen. Wat zouden dat voor borduursels op de
+armkussens zijn?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="19"></span><a id="p_19"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Dat zijn twee maarschalkstaven,&rdquo; verzekert <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;'t Geheel is
+prachtig en rijk omzet met goud en franje.&rdquo;</p>
+
+<p>Al duurt de tijd tusschen halftien en één uur wat lang; onze jongelieden
+vervelen zich in 't geheel niet. Eerst beschouwen ze de verschillende
+tribunes en zitplaatsen; dan houden hen de prachtige galacostumes en de
+schitterende kleeding der dames genoegzaam bezig; zoodat het twaalf ure
+is, vóór ze 't weten. Maar al wordt hun geest ook ruimschoots door dat
+alles bezig gehouden; de jonge magen beginnen braaf te jeuken. Gelukkig
+is mama <span class="mixcap">de Winter</span> daarop bedacht geweest, en heeft ze ieder van hen,
+toen ze 't huis verlieten, twee krentebroodjes meegegeven, die dan ook
+nu met veel smaak verorberd worden en hen voor 't gevaar behoeden van
+flauw te vallen.</p>
+
+<p>En nu zullen we eens mededeelen, wat ze al verder bijwonen en 't geen
+hun opmerkzaamheid geheel en al inneemt.</p>
+
+<p>Eerst klinkt ons de militaire muziek in de ooren en trekken de
+schutters, die Z. M. eerewacht in de kerk zullen uitmaken, binnen, zich
+scharende van den ingang tot aan den troon. Kort daarop ('t slaat juist
+12 ure) komen de leden van de beide Kamers der Staten-Generaal,
+vergezeld van hare griffiers, door de deur van <em class="g">den Dam</em> de kerk binnen en
+nemen plaats op de voor hen bestemde zitplaatsen, vlak tegenover den
+troon. Daar behooren zij ook te zitten; want zij vertegenwoordigen het
+geheele Nederlandsche volk, hetwelk hen gekozen heeft, om zijn belangen
+voor te staan. Onder een doodelijke stilte, die thans in de kerk
+heerscht, opent de voorzitter der Eerste kamer, de graaf <span class="mixcap">van Limburg
+Stirum</span>, de vergadering met een korte toespraak, benoemt een commissie
+van negentien leden, onder welke ook Mr. <span class="mixcap">Thorbecke</span>, om Z. M. bij diens
+binnenkomen te ontvangen en bij het vertrekken uitgeleide te doen. Kort
+daarop komen door de Damdeur de ministers, de hoofden der ministerieele
+departementen en de leden van den Raad van State binnen; terwijl het
+<span xml:lang="fr">corps diplomatique</span> (de ambassadeurs der vreemde Mogendheden), door de
+deur onder 't orgel binnengekomen, ingelijks naar de voor hen bestemde
+zetels worden geleid. Na hen, de ministers van Staat, de kanselier en de
+grootkruisen der ordes, de leden van den Hoogen Raad der Nederlanden,
+het hoog militair gerechtshof, de gouverneurs der provinciën, <span class="pagenum" title="20"></span><a id="p_20"></a>de
+algemeene Rekenkamer, de Hooge Raad van Adel, Raden en Generaalmeesters
+der Munt en andere <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: colllegiën">collegiën</ins> en staatsambtenaren.</p>
+
+<p>Ik zal u niet vermoeien met u al de andere collegies te wijzen, welke
+hier vertegenwoordigd zijn, en waaronder we de Kamer van Koophandel, de
+Handelmaatschappij, het stedelijk bestuur van <em class="g">Amsterdam</em>, ook kerkbestuur
+en collegiën van diakens en collectanten vinden. Onze aandacht wordt ('t
+is kwart voor éénen) afgeleid door 't liefelijk orgelspel en de
+oplettende blikken, welke alle zich naar de deur onder 't orgel richten.</p>
+
+<p>Daar komt een fiere vrouwelijke gestalte binnen, gekleed in wit satijn
+en hermelijn, het hoofd versierd met een diadeem van schitterende
+briljanten, de lange sleep van haar kleed door twee pages gedragen. Aan
+elke hand houdt ze een harer zoontjes, prins <span class="mixcap">Willem</span>, nu prins van
+Oranje, en prins <span class="mixcap">Maurits</span>. Haar volgen twee prinsessen: prinses <span class="mixcap">Frederik</span>
+met haar dochter <span class="mixcap">Louise</span>, ook schitterend gekleed, wier slepen insgelijks
+door pages worden opgehouden. Onder 't spelen van 't orgel bezetten zij
+de voor haar bestemde loge, van buiten purper fluweel met gouden bloemen
+doorwerkt. In het midden zit de koningin, naast haar aan de rechterzijde
+de beide jonge prinsen, van welke de oudste den leeftijd van negen jaren
+nog niet bereikt heeft. Aan de linkerzijde van Hare Majesteit, prinses
+<span class="mixcap">Frederik</span> en achter deze, prinses <span class="mixcap">Louise</span>, schitterende door jeugd en door
+haar bevallig toilet. De edeldames van het Huis der beide vorstinnen
+zitten naar rang; de pages hebben zich op een kleinen afstand ter
+linkerzijde van de loge geplaatst.</p>
+
+<p>Thans wacht alles op den held van het feest&mdash;op den koning. Reeds heeft
+zich de commissie der Staten-Generaal buiten de kerk begeven, om Z. M.
+te ontvangen. Daar slaat het één uur, het geschut dondert, de klokken
+beginnen te spelen, 't gejuich van 't volk klinkt tot ons door in de
+kerk, het orgel begint weder zijn tonen te doen hooren. Nog weinige
+oogenblikken, en daar komt de stoet binnen.</p>
+
+<p>Eerst komen twee wapenkoningen, vergezeld van vier herauten, met hun
+rokken waarop van voren en van achteren de wapens van <em class="g">Nederland</em>,
+<em class="g">Luxemburg</em>, <em class="g">Limburg</em> en <em class="g">Oranje</em> zijn geschilderd, dan de
+kamerheer-ceremoniemeester, zes kamerheeren, <span class="pagenum" title="21"></span><a id="p_21"></a>twee aan twee, de
+grootofficieren van het Huis des konings. Daarop het ontbloote
+rijkszwaard, gedragen door den generaal graaf <span class="mixcap">de Perponcher</span>, begeleid
+door twee ordonnans-officieren des konings, vervolgens de standaard van
+'t koninkrijk, gedragen door den vice-admiraal <span class="mixcap">Lucas</span>, ook door twee
+ordonnans-officieren vergezeld; gevolgd door de vaandels van het achtste
+regiment infanterie, de dienstdoende schutterij te <em class="g">Amsterdam</em>, en 't
+regiment grenadiers en jagers, alsmede de standaard van het regiment
+dragonders.</p>
+
+<p>En nu komt de man, die 't middelpunt van al die statie is, de spil om
+wien alles zich beweegt: Zijne Majesteit koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde. Een
+schetterend trompetgeschal heeft het intreden van den koning in de kerk
+aangekondigd; de commissie uit de Staten-Generaal heeft hem aan de deur
+van 't gebouw ontvangen. Allen zijn van hun plaatsen opgerezen.</p>
+
+<p>Welk een vorstelijke gestalte, die koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde, zooals hij
+daar gaat, gekleed in de uniform der marine, waarover een purperen
+mantel, bezaaid met kleine gouden leeuwen, gevoerd met hermelijn en
+voorzien van een palatine van 't zelfde bont. De prachtdegen, dien hij
+draagt, is hem dezen morgen door H. M. de koningin ten geschenke
+gegeven.</p>
+
+<p>Achter hem gaan prins <span class="mixcap">Frederik</span> en prins <span class="mixcap">Hendrik</span>; dan volgen: het
+militaire huis des konings, de adjudanten van Hunne koninklijke
+Hoogheden, de vlagofficieren, generaals en eindelijk zes kamerheeren,
+allen drie aan drie. Het orgelspel blijft voortduren, tot de koning
+gezeten is en allen zich om den troon geschaard hebben. De koninklijke
+kroon, de schepter, de rijksappel en de grondwet liggen op rood
+fluweelen kussens op de credens-tafel in de nabijheid van den troon.</p>
+
+<p>Het orgelspel houdt op; daar spreekt de koning tot de Staten-Generaal,
+als de vertegenwoordigers van 't Nederlandsche volk:</p>
+
+<p class="aanhef">&bdquo;Mijne Heeren! Leden der Staten-Generaal!</p>
+
+<p>&bdquo;Door Mijne geboorte en de Grondwet, na het afsterven van Mijnen
+onvergetelijken Vader, tot den koninklijken troon der Nederlanden
+geroepen, heb Ik onmiddellijk de Regeering aanvaard en dit plechtig aan
+al Mijne beminde onderdanen bekend gemaakt.</p>
+
+<p>&bdquo;Thans is het oogenblik daar, dat Ik, vóór het oog van den <span class="pagenum" title="22"></span><a id="p_22"></a>Almachtigen,
+die het lot van koningen en Volken in handen heeft, Mij onder inroeping
+van Zijnen Heiligen Naam, aan mijn edel, trouw en ordelievend Volk zal
+verbinden.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoog is de betrekking, waarin Ik geplaatst ben; zwaar zijn de plichten,
+die op Mij rusten. Ook den koningen kleven menschelijke zwakheden aan,
+en daarom behoeven zij instellingen en zelfstandige voorlichting; opdat
+de kroon een brandpunt blijve, dat weldadigen gloed verspreidt.</p>
+
+<p>&bdquo;Dit Volk, dat een der eerste is geweest, om uit de duisternis, het
+geweld en de verdrukking der middeleeuwen orde en vrijheid en waarborgen
+voor het behoud van beide te voorschijn te roepen, heeft ook thans
+weder, naar de behoefte des tijds, zijne instellingen herzien en
+bevestigd. Koning en Volk, Oranje en Nederland hebben met kalmte dit
+gewichtig werk volbracht, en de onberekenbare voorrechten van rust en
+vrede zijn het deel van den dierbaren Nederlandschen grond gebleven.</p>
+
+<p>&bdquo;Indien wij het oog slaan op de beroeringen, die een groot deel van
+<em class="g">Europa</em> teisteren, op de vernietiging der bronnen van bestaan en
+welvaart, die zulke treffende lessen geven, laat ons dan God dankbaar
+zijn, die het dierbaar Vaderland heeft behoed, en sluiten wij ons nauwer
+en nauwer aaneen, opdat wij Zijn zegen mogen waardig blijven.</p>
+
+<p>&bdquo;Laten wij ons dagelijks afvragen, of wij onze plichten als Nederlanders
+jegens het Vaderland, Ik als Koning, gij mijne Heeren! als
+Vertegenwoordigers des Volks, allen hebben vervuld, en die Rechter, die
+in ons binnenste is, dien niemand verloochenen kan, zal ons den weg
+wijzen tot handhaving der eer, tot bevordering van het heil des Lands.</p>
+
+<p>&bdquo;Onze rustige houding in deze bewogene tijden heeft ons niet slechts
+behoed voor groote rampen; zij heeft ook het aanzien des Rijks
+vermeerderd; want zij heeft de bewondering van alle beschaafde volken
+tot zich getrokken.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik verbind mij aan een Volk, grooter in deugden dan in het bezit van
+een uitgestrekt grondgebied; krachtiger door eensgezindheid dan door
+zielental. Het is een grootsche roeping, koning van zulk een volk te
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Hierop staat de koning op en legt blootshoofds en met luide duidelijke
+stem den eed af:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="23"></span><a id="p_23"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ik zweer aan het Nederlandsche Volk, dat ik de Grondwet van
+het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik zweer, dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks met
+al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en
+bijzondere vrijheid en de rechten mijner onderdanen zal beschermen en
+tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere
+welvaart alle middelen zal aanwenden, welke de wetten te mijner
+beschikking stellen, zooals een goed koning schuldig is te doen. Zoo
+waarlijk helpe mij God almachtig!&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr14" title="Bron: &bdquo;"></ins>Na 't uitspreken van dien plechtigen eed, zet de
+koning zich weder op zijn zetel en nadert de Voorzitter van de Eerste
+Kamer, als president van beide Kamers, den troon; zeggende:</p>
+
+<p>&bdquo;Wij ontvangen en huldigen, in naam van het Nederlandsche volk en
+krachtens de Grondwet, U als koning; wij zweren, dat wij uwe
+onschendbaarheid en de rechten Uwer kroon zullen handhaven; wij zweren
+alles te zullen doen, wat goede en getrouwe Staten-Generaal schuldig
+zijn te doen.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo waarlijk helpe ons God Almachtig!&rdquo;</p>
+
+<p>Nadat deze plechtige verklaring door den voorzitter der Tweede Kamer en
+door de leden van beide Kamers hoofd voor hoofd beëedigd is geworden,
+zwaait een der wapenkoningen zijn schepter, en roept met luider stem,
+zoodat het door 't geheele gebouw klinkt:</p>
+
+<p>&bdquo;Zijne Majesteit, koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde is ingehuldigd! Leve de koning!
+Leve de koning! Leve de koning!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Leve de koning! Leve de koningin!&rdquo; roepen we met de vierduizend
+menschen, die zich in de kerk bevinden. Daar blazen de trompetters 't
+geliefd Wilhelmus, het orgelspel doet vaderlandsche liederen hooren, de
+beide wapenkoningen begeven zich buiten de kerk, om strooipenningen
+onder 't volk te werpen, de vier herauten springen te paard en gaan,
+ieder vergezeld van een commando cavalerie, naar verschillende plaatsen
+der stad, om ook daar die penningen onder de menigte uit te strooien.</p>
+
+<p>Het duurde een heelen tijd, eer onze jongelieden de kerk uit waren. Toch
+hoorden ze nog de klokken spelen en de saluutschoten lossen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="24"></span><a id="p_24"></a></p>
+
+<p>&bdquo;En nu moeten we zien, dat we een strooipenning machtig worden!&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Gustaaf</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zal zoo gemakkelijk niet gaan, <span class="mixcap">Gustaaf</span>,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;'t Zal nog
+al een erg gedrang zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, die eksteroogen heeft of bang is voor zijn glimmende laarzen,
+behoeft zich niet bij de herauten te wagen,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;U en
+<span class="mixcap">Florence</span> is 't niet geraden, zich in 't gedrang te begeven, evenmin als
+<span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr15" title="Bron: Bernardt">Bernard</ins></span>, die aan geen <em class="g">Amsterdamsche</em> standjes gewoon is.
+Laat ons dus maar eens opwandelen en de aanstalten voor de illuminatie
+van dezen avond zien. Komen we dan toevallig op een plaats, waar een
+heraut penningen uitstrooit, dan zal ik mij wel alleen in 't gedrang
+begeven. Intusschen past <span class="mixcap">Bernard</span> op de beide dames.<ins class="corr" id="corr16" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;Of wij op hem,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span> lachend. &bdquo;Zoo'n buitenman heeft in de
+drukte meer oppassing noodig dan wij.&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad was <span class="mixcap">Gustaaf</span> zoo gelukkig, door 't ophouden van zijn hoed zes
+bronzen strooipenningen machtig te worden. Nu had ieder er een; de beide
+andere bestemde hij voor mama en oom <span class="mixcap">Henri</span>.</p>
+
+<p>De strooipenningen (er waren ook zilveren onder) waren iets grooter dan
+een halve cent. Aan de eene zijde was een geopende grondwet, waarop
+stond: <i>Grondwet, art. 50, 51</i> en <i>52</i>. Zij lag in een eikenkroon en
+rustte op een kruis, gevormd door het rijkszwaard en den schepter,
+waarboven een koninklijke kroon. Op de andere zijde stond: <i>Willem III,
+Koning der Nederlanden, ingehuldigd XII Mei MDCCCXLIX.</i></p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>&bdquo;Nu, oom, gij hebt ons een heerlijke plaats bezorgd!&rdquo; riep <span class="mixcap">Margot</span>
+kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> te gemoet, toen hij kort na hen bij zijn zuster
+thuiskwam, om te dineeren.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo, <span class="mixcap">Margot</span>, dat doet me genoegen,&rdquo; antwoordde oom <span class="mixcap">Henri</span>. &bdquo;Je hebt dus
+alles goed kunnen zien en hooren?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, perfect,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;'t Was geducht vol; maar daar we
+vooraan zaten, kon ons niets ontgaan. Tante en mama zijn zoo gelukkig
+niet geweest; want daar de tribune, waarvoor haar kaarten waren
+afgegeven, vol was, hebben ze zich met een plaats achteraf moeten
+vergenoegen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is jammer,&rdquo; antwoordde de kapitein. &bdquo;Doch ze hebben <span class="pagenum" title="25"></span><a id="p_25"></a>in 't lot van
+zoovelen gedeeld. Er zijn meer heeren en dames geweest, die niet op hun
+plaatsen hebben kunnen komen. Trouwens, bij zulke gelegenheden heerscht
+er wel eens meer wanorde. Intusschen doet het mij genoegen, dat gij
+allen hebt kunnen zien. Voor jongelieden is zoo'n plechtigheid een
+herinnering voor 't gansche leven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En we hebben zes strooipenningen machtig kunnen worden, oom,&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;'t Heeft mij wel een paar platgetrapte teenen gekost; dat is
+echter minder. Mag ik u er een offreeren?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Heel gaarne. Dank u, <span class="mixcap">Gustaaf</span>,&rdquo; antwoordde de kapitein; terwijl hij den
+penning aannam. &bdquo;'t Is jammer, dat ge er geen zilveren hebt kunnen
+opvangen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu oom! Een zilveren!&rdquo; riep <span class="mixcap">Gustaaf</span> lachend uit; &bdquo;ik mag inderdaad van
+geluk spreken, dat ik een bronzen heb. Ik hield mijn hoed op, en moest
+mij nog geducht weren ook: want tien handen tegelijk wilden mij den buit
+ontrukken. Als er hier zoo iets te doen is zijn de Amsterdammers
+hachjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, dat zijn ze. Dat heb ik ondervonden,&rdquo; zeide de kapitein.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik kwam mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> binnen en noodigde de familie
+aan tafel.</p>
+
+<p>Onder den maaltijd werd er druk gesproken over 't geen men gezien had,
+ook over de plannen om dien avond de illuminatie te gaan zien. Tante <span class="mixcap">de
+Bosson</span> was over de slechte plaats welke zij dien morgen in de kerk gehad
+had, geheel en al uit haar humeur en had geen lust om naar de
+illuminatie te gaan kijken. Er werd dus bepaald, dat de kapitein, die
+dezen avond vrij had, met mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>, <span class="mixcap">Bernard</span> met <span class="mixcap">Margot</span> en
+<span class="mixcap">Gustaaf</span> met <span class="mixcap">Florence</span> te zamen zouden gaan, om de voornaamste punten te
+zien. Van een open rijtuig, 't geen de kapitein voorstelde, wilde
+mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> niet hooren. Ze was in zulk een drukte veel te bang om
+te rijden, daarenboven ging zij liever te voet; omdat men dan meer kon
+zien. En zoo werd het plan tot een wandeling door de verlichte stad
+goedgekeurd.</p>
+
+<p>'t Was een schitterende illuminatie op dien Zaterdagavond in de
+hoofdstad des Rijks. Zoowel van stadswege als van de zijde der burgers
+was alles aangewend, om die prachtig te doen zijn. Waar men ging, overal
+bevond men zich in een zee van licht, <span class="pagenum" title="26"></span><a id="p_26"></a>dat met het groen en de
+draperieën der gevels, alsook met de tallooze vlaggen een
+allerfeestelijkst tooneel opleverde. Duizenden bij duizenden, inwoners
+zoowel als vreemdelingen, waren er op de been, een echt nationale
+vreugde heerschte onder die allen. Vaderlandsche liederen werden er
+gezongen, <em class="g">Oranje</em> en <em class="g">Nederland</em> was de leus. 't Was merkwaardig te zien,
+hoe, terwijl nog zoo kort geleden in andere landen de vlammen des
+oproers in de hoofdsteden van Europa gloorden, hier op den <em class="g">Kadijk</em> en
+'t <em class="g">Kattenburg</em> vreugdevuren werden gebrand ter eere
+van Neerlands geliefden koning, hoe, terwijl elders oproerige liederen
+werden aangeheven, hier 't Wilhelmus, 't Wien Neerlandsch bloed, en
+andere vaderlandsche gezangen uit volle longen schalden, en hoe, terwijl
+ginds de kreet: &bdquo;Weg met den koning!&rdquo; weerklonk, geen andere toon werd
+gehoord dan &bdquo;Oranje boven! Leve koning <span class="mixcap">Willem</span> III!&rdquo;</p>
+
+<p>En toch wist niemand nog, wat <span class="mixcap">Willem</span> de derde voor een koning wezen zou;
+niemand kon voorspellen, of zijn regeering tot zegen of tot straf, tot
+heil of tot onheil van 't land zou zijn. Maar <span class="mixcap">Willem</span> de derde was een
+vorst uit het geliefde stamhuis, welks zonen goed en bloed voor 't lieve
+Vaderland hadden opgeofferd, een stamhuis, sedert bijna drie eeuwen aan
+ons door de onverbreekbaarste banden verknocht, en daarom juichte
+<em class="g">Amsterdam</em>, en met <em class="g">Amsterdam</em> geheel Nederland, dat het stamhuis van
+Oranje-Nassau niet was uitgestorven, maar 't een vorst bezat, om zijn
+kroon te dragen, den schepter over zijn volk te voeren.</p>
+
+<p>&bdquo;O, hemel! ma! <span class="mixcap">Bernard</span> is van mij afgeraakt!&rdquo; riep <span class="mixcap">Margot</span> doodelijk
+verschrikt uit, toen men op de Muntsluis in een vreeselijk gedrang
+was geweest. Kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>, die met zijn zuster vooruitging, was 't
+eerst uit het gedrang en stond nu op een stoep op 't Schapenplein de
+andere op te wachten; weldra voegden zich <span class="mixcap">Gustaaf</span> met <span class="mixcap">Florence</span> bij
+hen&mdash;het duurde echter eenige minuten, eer ze iets van <span class="mixcap">Margot</span> vernamen,
+die met <span class="mixcap">Bernard</span> de achterhoede had uitgemaakt. Daar kwam ze geheel
+ontdaan zich aan de menigte ontworstelen, keek angstig rond, en werd
+haar gezelschap spoedig op den stoep gewaar. Radeloos was ze op hen
+aangesneld, en uitte den kreet, dien we haar hoorden slaken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="27"></span><a id="p_27"></a></p>
+
+<p>&bdquo;<span class="mixcap">Bernard</span> van u afgeraakt. Goede Hemel!&rdquo; riep mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> uit. &bdquo;En
+hoe is dat gekomen, <span class="mixcap">Margot</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Door 't vreeselijke gedrang, ma!&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;We konden
+elkander niet meer vasthouden. Ik dacht niet anders of we raakten onder
+den voet. Ik gilde 't uit van angst. Toen ik weer adem kon halen, miste
+ik <span class="mixcap">Bernard</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Als hij maar niet gevallen is!&rdquo; riep <span class="mixcap">Florence</span> uit.</p>
+
+<p>&bdquo;We willen hopen van neen,&rdquo; merkte de kapitein aan. &bdquo;Blijft mij hier
+even wachten, dan zal ik de <em class="g">Muntsluis</em> opgaan, en zien of ik hem daar of
+op de <em class="g">Reguliersbreestraat</em> vind. De knaap is hier vreemd, en zal
+waarschijnlijk, door 't gedrang meegesleept, op een plaats blijven
+wachten, waar hij vrij staat.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Doe zoo, <span class="mixcap">Henri</span>,&rdquo; zeide mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>.</p>
+
+<p>En de kapitein ging de <em class="g">Muntsluis</em> weer op. Na geruimen tijd gewacht te
+hebben, zag men hem terugkomen maar zonder <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik heb overal rondgekeken, maar hem niet kunnen vinden,&rdquo; zeide hij.</p>
+
+<p>&bdquo;Als hij maar niet onder den voet geraakt is,&rdquo; zeide mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Daarover behoeft ge u niet ongerust te maken. Als dat gebeurt, gaat het
+zoo stil niet in zijn werk, en zou ik er dus dadelijk iets van vernomen
+hebben. Zeer waarschijnlijk is hij, in de meening van u en <span class="mixcap">Margot</span> te
+volgen een verkeerden kant opgegaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;We moesten maar naar huis gaan,&rdquo; zeide mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>. &bdquo;Ik heb nu
+toch geen lust meer om te kijken. Dat ook zoo iets moest gebeuren!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoor eens, zusje,&rdquo; zei de kapitein<ins class="corr" id="corr17" title="Bron: ,">.</ins> &bdquo;Naar huis gaan, zou de
+grootste dwaasheid zijn, die er bestaat, <span class="mixcap">Bernard</span> is geen klein kind en
+zal dus zijn weg wel vinden. Hij weet zeer goed, dat gij vooreerst nog
+niet thuiskomt, en zal dus, als ik hem wel ken, de zaak nemen zooals zij
+is en wat op eigen gelegenheid rondloopen eer hij de weg naar huis
+vraagt. Uw kinderen en <span class="mixcap">Florence</span> zullen nog graag wat van de illuminatie
+zien. Er is altijd nog mogelijkheid, dat we den jongen hier of daar bij
+'t een of andere groote stuk ontmoeten. Doch dan moeten we de
+Muntsluis weer over. <span class="mixcap">Margot</span> kom jij aan mijn linkerarm.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="28"></span><a id="p_28"></a></p>
+
+<p>Mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> begreep, dat de raad haars broeders de beste was. Men
+drong dus de <em class="g">Muntsluis</em> weer over en ging de <em class="g">Reguliersbreestraat</em> op. Doch
+hoe zou men in zulk een volte <span class="mixcap">Bernard</span> vinden? Dat was wel niet zeer
+waarschijnlijk. Het ongeval had allen van het pleizier van den avond
+beroofd; want, al was men nu niet bang, dat <span class="mixcap">Bernard</span> juist een ongeluk
+zou krijgen; 't was toch onaangenaam, dat hij van hen was afgeraakt en
+men was er verzekerd van, dat hij die onbekend was in <em class="g">Amsterdam</em>, zeker
+de tiende part niet zien zou. Vooral mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> was geheel en al
+neergeslagen.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoor eens, <span class="mixcap">Henri</span>,&rdquo; zei ze eenigen tijd daarna tot haar broeder. &bdquo;Mijn
+genoegen is geheel en al over. Brengt mij met u vieren naar huis, en ga
+gij dan nog eens met de kinderen kijken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zooals ge wilt,&rdquo; antwoordde de kapitein. &bdquo;Maar wat is 't, <span class="mixcap">Margot</span>? Waar
+moet je heen?&rdquo;</p>
+
+<p>Het meisje had zich eensklaps van hem losgerukt, een oogenblik daarna
+kwam ze zegepralend met haar gebochelden cavelier terug. Terwijl ze
+stilstonden, had haar scherp oog bemerkt, hoe de knaap blijkbaar
+zoekende onder de menigte voortsukkelde. Ze had zich eensklaps van haar
+oom losgemaakt en was den zoekende achternagesneld, dien ze luid
+jubelend terugbracht.</p>
+
+<p>&bdquo;Hier heb ik den deserteur, kapitein,&rdquo; zei ze tegen haar oom. &bdquo;Wat
+vonnis velt de krijgsraad over hem?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat hij u vast moet houden in plaats van jij hem; verder is hij
+veroordeeld, om voortaan 't centrum uit te maken, opdat hij ons niet ten
+tweeden malen ontloope.&rdquo;</p>
+
+<p>Mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> was nu ten volle gerustgesteld, en stemde er in toe,
+om nog verder te zien. Men begaf zich echter eerst naar <span class="mixcap">Hartman</span>, om wat
+ijs te gebruiken en een weinig uit te rusten. Daar er verder dien avond
+niets bijzonders gebeurde, en het geval met <span class="mixcap">Bernard</span>, nu 't zoo goed
+afgeloopen was, meer stof tot pret gaf, dan 't vroeger de vreugde
+verstoord had, melden we alleen, dat de familie vrij laat en braaf
+vermoeid thuiskwam; doch uiterst tevreden over de wandeling was.</p>
+
+<p>Den volgenden dag werden er in de kerken der onderscheidene
+godsdienstige gezindheden dankzeggingen en gebeden ter gelegenheid van
+de plechtigheid van den vorigen dag opgezonden. <span class="pagenum" title="29"></span><a id="p_29"></a>De koning, de koningin
+en de geheele koninklijke <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: famile">familie</ins> woonden de
+voormiddaggodsdienstoefening bij in de Westerkerk, onder 't gehoor van
+<span class="mixcap">Ds. Wildschut</span>. En 't was met dien bedestond, dat het werk der
+inhuldiging, met den plechtigen intocht in de hoofdstad aangevangen,
+voleindigd was. Ook wij eindigen hiermede dit hoofdstuk en rekenen ons
+gelukkig, dat we, na vijfentwintig jaren, die plechtige gebeurtenis voor
+'t nu levende aankomende geslacht hebben mogen beschrijven.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="30"></span><a id="p_30"></a></p>
+
+<h2><a id="DERDE_HOOFDSTUK"></a>DERDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">Een zilveren bruiloft in de Bommelerwaard.</p>
+
+<p>We treden elf jaren later, op den vroegen morgen van den elfden Mei
+1860, een der grootste boerderijen van het eiland tusschen <em class="g">Maas</em> en <em class="g">Waal</em>,
+den <em class="g">Bommelerwaard</em>, binnen. De boerderij behoort tot het dorp <em class="g">Brakel</em>, en
+ligt dicht bij den dijk, tusschen dat dorp en 't meer oostwaarts gelegen
+<em class="g">Zuilichem</em>; men kan het aan alles bemerken, dat de boer rijk is.
+Daarenboven zullen we, wanneer we haar binnentreden, terstond bespeuren,
+dat, hoewel al wat tot het boerenbedrijf behoort hier in de uiterste
+orde is en door zijn keurigheid den rijkdom des eigenaars vertoont; we
+in de huis- en andere vertrekken een smaak en een geest vinden, die er
+van getuigen, dat de eigenaar der boerderij en zijn vrouw in hun jeugd
+een steedsche opvoeding genoten hebben. Immers, we vinden er niet die
+bonte, schreeuwende kleuren, die misplaatsing van somtijds prachtige
+meubelen, die overlading van ornementen, zooals men ze in andere
+boerenhuizingen aantreft; maar iets steedsch, iets comfortabels, ja, men
+zou zich bijna verbeelden, in de stad verplaatst te zijn, wanneer de
+blik naar buiten ons niet herinnerde, dat we ons op het land bevinden.
+Een en ander zal u niet verwonderen, als ik u zeg, dat deze woning het
+eigendom is van <span class="mixcap">Ernst Veldhuis</span>, wiens vrouw de eigen zuster is van
+mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>. Hij is zoo wat een heereboer en beiden zijn in een
+stad grootgebracht. <span class="mixcap">Ernst</span> had in zijn jeugd zin om <span class="pagenum" title="31"></span><a id="p_31"></a>boer te worden, en
+is door zijn vader op de landbouwkundige school te <em class="g">Groningen</em> gedaan,
+waar hij zich voor zijn vak gevormd heeft. Toen, nu ruim vijfentwintig
+jaren geleden, deze boerderij te koop kwam, heeft hij haar gekocht. Ze
+zag er destijds echter heel anders uit dan nu. Naast het oude, sombere
+huis heeft hij in later jaren dit laten bouwen en 't andere laten
+afbreken. En zoo vinden we hier een tweeslachtig gebouw: van voren
+heerenhuis, van achteren boerderij, met al de zaken welke daartoe noodig
+zijn.</p>
+
+<p>We weten er nu genoeg van, om het huis zelf binnen te treden en begeven
+ons naar de zoogenaamde pronkkamer, een ruim hoog vertrek met modernen
+schoorsteenmantels en glazen deuren, die met spanjoletten gesloten
+worden en toegang schenken tot een vriendelijk aangelegden bloemtuin.
+Een man van zesentwintig jaren, eenigszins <span xml:lang="fr">contrefait</span>, staat op een
+trapladder, en is bezig, hier en daar uiterst fijne duimpjes in de
+balkstukken te slaan, waaraan hij slingers van groen met bloemen
+doorstoken vasthecht. Een jeugdige vrouw, ruim een jaar jonger dan hij,
+met den blos der gezondheid op de frissche wangen en den schalkschen
+lach van 't geluk op 't gelaat, helpt hem. Twee andere meisjes van
+eenentwintig en twintig jaren, kennelijk zusters, zoo sprekend gelijken
+zij op elkander, zijn bezig den spiegel te versieren, terwijl een
+jongman van tweeëntwintig jaren, wiens kleeding tusschen die van een
+boer en een stedeling is, bloemen steekt in de slingers, welke op de net
+geschuurde gele steentjes voor de kamer liggen.</p>
+
+<p>Wie die personen zijn! Slechts twee kennen wij er van. Hij, die op den
+trapladder staat, is onze oude kennis, <span class="mixcap">Bernard Veldhuis</span>, sedert een jaar
+predikant op een klein dorp in Gelderland; die hem helpt, is zijn vrouw,
+<span class="mixcap">Margot de Winter</span>, met wie hij, toen hij zijn dorp betrok, gehuwd is;
+dezelfde, die hem terugvond, toen hij bij de illuminatie was weggeraakt.
+<span class="mixcap">Bernard</span> is geworden, wat hij reeds in zijn jeugd deed verwachten, een
+zeer knap degelijk mensch, en men houdt het er voor, dat hij, wanneer
+hij slechts lang genoeg op zijn dorpje gestaan heeft, wel spoedig een
+ander beroep zal krijgen. De twee, die den spiegel versieren, zijn
+<span class="mixcap">Bernards</span> zusters <span class="mixcap">Truda</span> en <span class="mixcap">Netje</span>. Beide meisjes hebben, even als haar
+broeders, in <em class="g">Bommel</em> school gegaan <span class="pagenum" title="32"></span><a id="p_32"></a>en zijn daarna nog twee jaren op een
+goede kostschool geweest. Hij, die zich met het versieren der slingers
+bezighoudt, is <span class="mixcap">Frits Veldhuis</span>, die eens zijn vader in de boerderij zal
+opvolgen en er nu reeds deel in heeft. Zijn vrouw, want hij is reeds
+meer dan anderhalf jaar gehuwd, zit in een andere kamer, waar ze haar
+kleinen <span class="mixcap">Ernst</span> aankleedt. Straks, als het kind gereed is, zal ze 't aan
+de meid overgeven, en wel hier komen, om te zien, of ze een handje
+helpen kan. De reden waarom alles zoo versierd wordt, is, dat op morgen
+12 Mei vader en moeder hun zilveren bruiloft vieren.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoor eens, <span class="mixcap">Bernard</span>,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Ik heb geen bloemen meer, en <span class="mixcap">Net</span> en
+<span class="mixcap">Truda</span> hebben den tuin zoo geplunderd, dat er geen enkele meer te vinden
+is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wacht dan maar wat,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;<span class="mixcap">Jans</span> heeft me beloofd, ons nog
+wat bloemen te bezorgen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="mixcap">Jans</span>? vraagt ge. Zou dat de vroegere dienstmaagd van mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>
+zijn? Ja, dat is ze. In den zomer van 't zelfde jaar, toen we haar voor
+'t eerst ontmoetten, kreeg zij verlof, om haar ouders te gaan bezoeken,
+en daar een dag of wat te logeeren, en toen ze terugkwam, had ze tegen
+haar meesteres gezegd: &bdquo;Hoor eens, mevrouw, u moet het mij niet kwalijk
+nemen, maar ik heb thuis een vrijer opgedaan.&rdquo;&mdash;&bdquo;Zoo, <span class="mixcap">Jans</span>,&rdquo; had mevrouw
+geantwoord, &bdquo;en wat is dat voor een soort van vrijer?&rdquo;&mdash;&bdquo;Welnou,&rdquo; had
+<span class="mixcap">Jans</span> geantwoord, &bdquo;een boerenknecht, mevrouw, die bij uw broer <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+werkt, een knappe, brave borst. En als mevrouw 't nu goedvindt, dan
+hadden we afgesproken, om 't volgende voorjaar te trouwen!&rdquo;&mdash;&bdquo;Nu, <span class="mixcap">Jans</span>,
+ik heb daar niets tegen, ofschoon 't me zal spijten, als ik je zal
+missen. Maar eerst zal ik eens aan mijn broer schrijven, om te weten,
+wat voor een knaap uw aanstaande is: want ik zou niet graag hebben, dat
+je in je ongeluk liept.&rdquo;&mdash;&bdquo;O, dat kan mevrouw gerust doen; zijn naam is
+<span class="mixcap">Klaas Veen</span>.&rdquo;&mdash;En mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> had onderzoek gedaan, en <span class="mixcap">Jans</span> was in
+'t voorjaar van 1850 vrouw <span class="mixcap">Veen</span> geworden en ze woonde nu met haar man en
+vier kinderen in een aardig huisje op eenigen afstand van de woning van
+baas <span class="mixcap">Veldhuis</span>, bij wien <span class="mixcap">Klaas</span> echter nog in 't werk was; want van knecht
+was hij arbeider geworden, en ik moet u zeggen, dat hij een oppassend
+<span class="pagenum" title="33"></span><a id="p_33"></a>man was, en hij en zijn vrouw bij de familie van zijn baas zeer gezien
+waren. Om u nu verder op de hoogte te brengen van 't geen er in de tien
+jaren met onze oude kennissen gebeurd was, moet ik u meedeelen, dat de
+oude tante <span class="mixcap">de Bosson</span> sedert drie jaren dood was, dat <span class="mixcap">Gustaaf</span> makelaar in
+effekten en met zijn nicht <span class="mixcap">Florence</span> gehuwd was, en dat mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>
+nog altijd haar huisje op de Heeregracht bewoonde, doch om de
+gezelligheid een juffrouw van gezelschap had genomen, een
+officiersdochter en een zeer beschaafd meisje, <span class="mixcap">Emma Kellner</span>, die zich
+bij de geheele familie zeer bemind had weten te maken. Kapitein <span class="mixcap">de
+Bosson</span> was sedert twee jaren gepensionneerd: zijn oudste zoon <span class="mixcap">August</span> was
+op de militaire academie te <em class="g">Breda</em>, zijn jongste, <span class="mixcap">Emile</span>, was bij hem aan
+huis, en (want hij woonde tegenwoordig in Amsterdam) bij <span class="mixcap">Gustaaf</span>
+op 't kantoor. Ge bemerkt wel, dat we er eenige nieuwe kennissen bij
+gemaakt hebben. En zoo zijn we nu na tien jaren geheel en al op de
+hoogte van de familie, van welke we er in onze vorige hoofdstukken
+eenige leerden kennen.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe laat komt tante, <span class="mixcap">Margot</span>?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Truda</span> aan haar nicht en
+schoonzuster.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat weet ik niet,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Mama heeft mij geschreven, dat
+ze met de Rijnspoor uit <em class="g">Amsterdam</em> zou vertrekken en dan naar <em class="g">Gorkum</em>,
+waar ze wel gelegenheid zou vinden om hier te komen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Een lastige reis,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Waarom is ze niet over <em class="g">Rotterdam</em>
+gegaan; dan was ze met de Nijmeegsche boot hier vlak voor den dijk
+aangeland.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, die reis zou nog vrij wat lastiger zijn geweest,&rdquo; oordeelde <span class="mixcap">Margot</span>.
+&bdquo;Dan had ze den nacht in <em class="g">Rotterdam</em> moeten overblijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En een grooten omweg moeten maken ook,&rdquo; voegde <span class="mixcap">Bernard</span> er bij. &bdquo;Zooals
+ze nu de reis doet, is die veel beter. 't Zal echter zoo lang niet meer
+duren, of de reis herwaarts en door 't geheele land wordt vrij wat
+gemakkelijker!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe meen je dat, <span class="mixcap">Bernard</span>?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Netje</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, nu de wet op de staatsspoorwegen is aangenomen. Weet je wel, dat
+we dan door den tijd een brug over de Waal krijgen?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="34"></span><a id="p_34"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Die spoorwegen zullen duiten genoeg kosten,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Eenige
+millioenen, naar ik hoor.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En toch zullen ze een zegen voor handel, nijverheid en akkerbouw zijn,&rdquo;
+hernam <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;'t Is nu elf jaren geleden, sedert we koning <span class="mixcap">Willem</span> den
+derden te <em class="g">Amsterdam</em> zagen huldigen, <span class="mixcap">Margot</span>. En in dien tijd is er al wat
+gebeurd. Daar heb je vooreerst in 't jaar '52 het voltooien van de
+droogmaking der <em class="g">Haarlemmermeer</em>. Dat land heeft wat geld aan 't Rijk
+opgebracht.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar ook geld genoeg gekost,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Sakkerloot! daar zijn wat
+duiten mee heengegaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Vergeet echter niet, dat die droogmaking driedubbele voordeelen
+oplevert <span class="mixcap">Ernst</span>,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Vooreerst is daardoor 't nationale
+kapitaal aanzienlijk vermeerderd, ten tweede is er een groot terrein
+voor akkerbouw en veeteelt aangewonnen, en ten derde brengen dat land en
+de gebouwen die er op gezet zijn, jaarlijks vrij wat in de belastingen
+op.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Daar heb je gelijk in, <span class="mixcap">Bernard</span>,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;En wat is er dan nu
+meer onder de regeering van koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden gebeurd, dat je die
+zoo roemt?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De wet op de rijkstelegrafen, zoo onmisbaar voor een goede
+correspondentie met het buitenland, vooral voor den handel van groot
+gewicht.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat hebben wij daaraan?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Truda</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat wij er aan hebben?&rdquo; hervatte <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Nu eenmaal de wet er door
+is, wordt het telegraafnet langzamerhand meer en meer uitgebreid, en
+zullen we spoedig zien, dat men voor weinig geld naar alle oorden van
+ons land in onbegrijpelijk korten tijd allerlei soort van berichten kan
+zenden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar 't kost allemaal zooveel geld,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;En de belastingen
+zijn toch al zoo hoog. Waarom geen vermindering van lasten?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dat zegt een landbouwer, die zijn producten reeds zooveel duurder
+verkoopt dan vroeger! Laat het spoorwegnet maar eens klaar zijn, en de
+landbouwproducten zullen nog meer stijgen. Daarenboven, wat klaagt gij,
+landlieden, over de belastingen? Je moest eens in <em class="g">Amsterdam</em> of andere
+groote steden wonen; dan zou je anders praten. Uw land, uw producten
+zijn <span class="pagenum" title="35"></span><a id="p_35"></a>ontzaglijk in waarde vermeerderd, en uw belastingen zijn
+genoegzaam 't zelfde gebleven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar wij hebben ook onze polder- en andere lasten, <span class="mixcap">Bernard</span>; vergeet dat
+niet.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is waar; doch....&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, kom! Twist nu niet over die belastingen,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Laat
+ieder gewillig dragen wat hij kan. Ik zeg maar, dat we een gezegende
+regeering onder onzen <span class="mixcap">Willem</span> den derden hebben, en geld moet er wezen,
+als er onder hem wat tot stand zal komen. Daar heb je nu onder ander die
+nieuwe schoolwet, voor een paar jaren ingevoerd. Wat kost tegenwoordig
+het onderwijs een boel geld meer als vroeger. Op ons dorp ten minste
+klagen ze er steen en been over. Doch <i>ik</i> zeg: Als men 't onderwijs wil
+verbeteren, moeten de onderwijzers ook beter betaald worden, er moeten
+beter schoollokalen zijn; kortom, zachts dat we wat meer betalen voor
+een zaak, die een weldaad is voor de natie.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoor me zoo'n advocaat eens aan!&rdquo; riep <span class="mixcap">Bernard</span> uit. &bdquo;Dat zou goed voor
+de rechtbank kunnen pleiten. Inderdaad, verbetering van den toestand van
+'t lager onderwijs is een zegen voor Volk en Staat. En welk een
+vooruitgang in beschaving, dat alle openbare schavotstraffen<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor"><sup>2</sup>)</a> zijn
+afgeschaft....&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Behalve de doodstraf,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Ik had dat overblijfsel uit de
+middeleeuwen nu meteen maar uit ons strafwetboek verwijderd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wacht maar, <span class="mixcap">Ernst</span>, dat zal later wel volgen,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Bernard</span>, &bdquo;evengoed
+als er spoedig kans is op uitdelging van schuld en vermindering van
+rentelast. En wat zeg je dan van de afschaffing der belasting op 't
+gemaal, <span class="mixcap">Ernst</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Voorzeker een zegenrijke wet; daar nu de arme man vrij wat goedkooper
+brood kan eten dan vroeger. Doch daar is <span class="mixcap">Jans</span>. Sakkerloot; ze brengt een
+heelen schoot bloemen mee. Zoo, vrouw <span class="mixcap">Veen</span>! Daar doe je goed aan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Niet waar, baas?&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Jans</span>, die vrij wat gezetter geworden was
+dan toen we haar voor 't eerst zagen. &bdquo;Maar wat zie ik? Den dominé en
+zijn vrouw! Wel, juffrouw <span class="mixcap">Margot</span>! <span class="pagenum" title="36"></span><a id="p_36"></a>Hoe maak je 't en kun je al zoo wat
+aan 't stille buitenleven wennen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat gaat nog al, <span class="mixcap">Jans</span>,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Trouwens, we hebben een
+lieve pastorie. Die moest je eens zien.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is anders nog al een verschil: het drukke, levendige <em class="g">Amsterdam</em> bij
+zoo'n stil eenzaam boerendorp,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Jans</span>. &bdquo;Niet, dat ik er wat tegen
+heb. Als 't aan mij staat, verkies ik een dorp boven zoo'n rumoerige
+stad. Maar, zie je, dat maakt verschil: ik ben buiten op 't land
+gewonnen en geboren, en de juffrouw is van kindsbeen in <em class="g">Amsterdam</em>
+grootgebracht.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En is dat nu uw oudste dochter<ins class="corr" id="corr19" title="Niet in Bron.">,</ins> <span class="mixcap">Jans</span>?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Margot</span>, op een
+achtjarig meisje wijzende, dat heel verlegen aan den ingang van het
+huishek was blijven staan.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, juffrouw <span class="mixcap">Margot</span>, dat is <span class="mixcap">Johanna</span>, mijn oudste. Dan volgt <span class="mixcap">Jaap</span>, die
+wordt aanstaanden Allerheiligen zeven jaar; die gaan beiden al school.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En leeren ze goed, <span class="mixcap">Jans</span>?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat zou ik meenen, dominé,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Jans</span>. &bdquo;De meester is wat
+tevreden. En weet u al, dominé, dat we hier een nieuwen meester gekregen
+hebben? Onze oude is gepensionneerd, en nu hebben we er een&mdash;kijk, zoo
+is er geen tweeden in den heelen <em class="g">Bommelerwaard</em>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jij bent ook wel de bevoegde persoon om dat te beoordeelen, <span class="mixcap">Jans</span>,&rdquo;
+hernam <span class="mixcap">Bernard</span> lachende, en toch was 't roemen van die eenvoudige vrouw
+koren op zijn molen. &bdquo;Maar laat ons nu eens kijken, wat je voor ons hebt
+meegebracht?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Veel is 't niet, dominé,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Jans</span>. &bdquo;Maar 't spreekwoord zegt:
+die geeft van 't geen hij heeft, is waard dat hij leeft, en ik heb meer
+gedaan dan dat; ik heb alles gegeven, wat ik had en bij de buren de
+tuinen geplunderd op den koop toe.&mdash;Maar jongens! wat maakt u dat daar
+netjes,&rdquo; vervolgde zij, toen ze naar binnen keek. &bdquo;En wat moet dat
+groote papier met die letters beteekenen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zijn de eerste letters van de namen van 't zilveren bruidspaar,&rdquo;
+antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>, &bdquo;en die cijfers zijn de jaartallen van hun groene en
+die van hun zilveren bruiloft.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Kijk, dat vind ik aardig,&rdquo; hernam vrouw <span class="mixcap">Veen</span>. &bdquo;En mevrouw komt vandaag
+toch zeker ook?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="37"></span><a id="p_37"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Niet alleen mama, maar ook <ins class="corr" id="corr20" title="Bron: oom">neef</ins> <span class="mixcap">Gustaaf</span> en zijn vrouw en nog
+een van de neven,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu dan mag ik toch nog wel eens aankomen, om mijn goede oude mevrouw te
+zien,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Jans</span>. &bdquo;'t Is al een tijd geleden dat ik haar niet ontmoet
+heb.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welzeker <span class="mixcap">Jans</span>. Je bent ons allen welkom,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Misschien
+wil mama zelf ons wel vergezellen, als we na den middag eens bij je
+aankomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, dat zou heerlijk zijn!&rdquo; zeide vrouw <span class="mixcap">Veen</span>. &bdquo;Dan kan ze mijn vier
+kinderen eens zien, juffrouw <span class="mixcap">Margot</span>. En de dominé komt dan toch zeker
+ook mee, niet waar?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welzeker,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;'t Is meteen een kleine wandeling.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dan ga ik gauw naar huis,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Jans</span>. &bdquo;Want als er zulke groote
+gasten komen, mag ik wel maken, dat de boel netjes aan kant is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Daar zul je toch altijd wel voor zorgen,&rdquo; zei <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Mama zegt ten
+minste dikwijls, dat ze nooit zoo'n heldere en zindelijke meid gehad
+heeft als jou.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, dat doet me pleizier,&rdquo; <ins class="corr" id="corr21" title="Bron: antwoorde">antwoordde</ins> <span class="mixcap">Jans</span>. &bdquo;En daarom
+moet alles krek in orde zijn, als mevrouw komt<ins class="corr" id="corr22" title="Bron: ,">.</ins> Zie je, juffrouw
+<span class="mixcap">Margot</span>. Als men vier kinders heeft, dan kan alles niet zoo in de puntjes
+wezen. Dus tot dezen achtermiddag!&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo vertrok <span class="mixcap">Jans</span>.</p>
+
+<p>Dien namiddag kwam mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> met hare beide kinderen, <span class="mixcap">Gustaaf</span> en
+<span class="mixcap">Florence</span>, benevens haar broeder met zijn zoon <span class="mixcap">August</span>, den kadet op de
+academie te <em class="g">Breda</em>. <span class="mixcap">Emile</span> had thuis moeten blijven, om gedurende de
+afwezigheid van den patroon de zaken op het kantoor te besturen. Ons
+vijftal werd hartelijk verwelkomd, en ik behoef u niet te zeggen, dat
+het geheele huis op stelten stond bij zooveel logés. Mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>
+en haar broeder, de gepensionneerde kapitein, waren er niet jonger op
+geworden; toch hadden zij zich goed gehouden, en <span class="mixcap">August</span> was een knappe
+kerel en zou, vooral daar hij een helder hoofd en studielust bezat, eens
+een ferm officier worden.</p>
+
+<p>Den volgenden dag werd het aantal gasten nog vermeerderd; want behalve
+een paar vrienden met vrouwen, dochters en <span class="pagenum" title="38"></span><a id="p_38"></a>zoons uit <em class="g">Gorkum</em> en <em class="g">Bommel</em>,
+kwamen ook de broeder van <span class="mixcap">Veldhuis</span>, <span class="mixcap">Frans</span> genaamd, uit <em class="g">Whamel</em> (een dorp
+tegenover <em class="g">Tiel</em>) met vrouw, twee zoons en twee dochters, en dan nog een
+oude neef, die 't vorige jaar als Oost-Indisch invalide te <em class="g">Bronbeek</em>
+geplaatst, en evenals kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> metalen-kruisridder was. Hij
+heette <span class="mixcap">Jan van Dijk</span>, had in den tiendaagschen veldtocht onder de
+compagnie van <span class="mixcap">de Bosson</span>, toen nog maar tweeden luitenant, gestaan en
+daarna jaren lang in de Oost-Indiën gediend. De ontmoeting
+tusschen hem en zijn vroegeren luitenant was heel hartelijk.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo, oude jongen,&rdquo; zei kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>, toen de veteraan met de
+stoomboot was aangekomen en hij hem hartelijk de hand reikte. &bdquo;Hoe maak
+je 't sinds 't jaar '56 toen we beiden in <em class="g">Amsterdam</em> waren ter
+gelegenheid van de onthulling van 't monument op <em class="g">den Dam</em><a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor"><sup>3</sup>)</a>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, kapitein,&rdquo; antwoordde de veteraan. &bdquo;Ik ben zoo gezond als een visch,
+en heb, sedert onze goede koning <span class="mixcap">Willem</span> III ons 't Huis te <em class="g">Bronbeek</em> ter
+residentie gegeven heeft, een oud leventje.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat wil ik wel gelooven, <span class="mixcap">van Dijk</span>,&rdquo; antwoordde de kapitein. &bdquo;Zoo'n
+troep mannen bij elkaar, die allen in de <em class="g">Oost</em> geweest zijn, zullen
+elkander wat te vertellen hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, doch dat vertellen is gauw uit. Maar we hebben een prachtige
+bibliotheek, een biljard, allerlei spelen, en dan een mooien tuin om in
+te wandelen. Wat echter sommigen van ons niet bevalt (want er zijn
+altijd menschen die ontevreden zijn, al hebben ze 't nog zoo goed) is,
+dat we op onzen tijd thuis moeten wezen en aan militaire discipline
+onderworpen zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat zal jou toch niet hinderen,&rdquo; hernam kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>. &bdquo;Ten
+minste, toen je nog in mijn compagnie stondt, was je altijd prompt op je
+tijd. Ik geloof niet, dat je daarvoor ooit straf gehad hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, maar zulk een goeden luitenant als u heb ik ook nooit weer
+gekregen. In de <em class="g">Oost</em> had ik er een, dat was een ware <span class="pagenum" title="39"></span><a id="p_39"></a><span class="mixcap">Nero</span>. Dien kerel
+kon je ook nooit iets naar zijn zin doen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is toch een nobele daad van onzen koning, om zijn buiten <em class="g">Bronbeek</em>
+aan die oude Oost-Indische <ins class="corr" id="corr23" title="Bron: militaren">militairen</ins> af te staan, papa,&rdquo;
+zeide <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is het. En eere zij dien goeden Vorst daarvoor,&rdquo; hernam kapitein <span class="mixcap">de
+Bosson</span>. &bdquo;Als we van middag aan het diner zijn, <span class="mixcap">van Dijk</span>, dan zullen we
+eens een boordevol glas op hem leeg drinken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat hebben we voor vier jaren in <em class="g">Amsterdam</em> ook gedaan, kapitein,&rdquo;
+zeide <span class="mixcap">van Dijk</span>. &bdquo;Dat waren prettige dagen, hé!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zou ik denken,&rdquo; hernam de kapitein. &bdquo;'s Maandags<a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor"><sup>4</sup>)</a>, afgehaald van
+den trein en onder 't spelen van 't carillon door de met duizende
+vlaggen versierde straten gewandeld naar <em class="g">'t Park</em>, waar we feestelijk
+ontvangen werden. Toen om vier ure den maaltijd in de Nederlanden, waar
+wat toasten werden geslagen, 's avonds voorstelling van &bdquo;Onthoud uw dag&rdquo;
+in den grooten schouwburg.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En wat daar een geestdrift was, kapitein!&rdquo; zeide <span class="mixcap">van Dijk</span>. &bdquo;En toen
+Dinsdag dien optocht naar de werf <span class="mixcap">William</span> op de <em class="g">Kadijk</em>, waar 't
+klipperschip, &bdquo;Het Metalen kruis&rdquo; te water werd gelaten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En des avonds in 't Park dat groote landelijke feest,&rdquo; zei kapitein <span class="mixcap">de
+Bosson</span>. &bdquo;Toen zijt gij nog mee geweest, zusje.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En ik ook, oom<ins class="corr" id="corr24" title="Niet in Bron.">,&rdquo;</ins> zei <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Dat was daar toen allergezelligst.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik wil 't wel gelooven,&rdquo; zeide <span class="mixcap">van Dijk</span>. &bdquo;Mij was het te duur. Een
+gulden vijftig de persoon.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ho, ho! voor kruisridders half geld, dus maar vijfenzeventig cents,&rdquo;
+zei kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu ja, kapitein,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">van Dijk</span>. &bdquo;Maar voor een gepensioneerd
+Oost-Indisch onderofficier is vijfenzeventig cents al een heele schat,
+vooral wanneer de vertering er niet onder begrepen is. Dat grapje kostte
+ons toch al geld genoeg.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan zijt ge ook Woensdag niet aan 't feestmaal in 't Park
+geweest, <span class="mixcap">van Dijk</span>. Dat kostte tien gulden de persoon: maar 't was
+prachtig.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="40"></span><a id="p_40"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ik zou mijn tien gulden zeker twintigmaal hebben omgekeerd, eer ik
+daartoe besloten had,&rdquo; zeide <span class="mixcap">van Dijk</span>. &bdquo;'t Was anders een heerlijke dag,
+die Woensdag. Eerst de ontvangst van Z. M. den Koning en toen de
+onthulling van 't monument. En dan Donderdags die réunie in Artis. Doch
+dien dag ben ik vertrokken. Den wedstrijd met de buks in <em class="g">Frankendaal</em> heb
+ik niet bijgewoond.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo spraken de beide grijze mannen over hun herinneringen, en wij hebben
+daarbij gelegenheid gehad te vernemen, hoe koning <span class="mixcap">Willem</span> III zijn
+landgoed <em class="g">Bronbeek</em> voor in den dienst grijs geworden krijgslieden had
+laten inrichten, een daad, die hem tot eer verstrekt en hem de
+zegenbeden van menigen hulpbehoevenden grijsaard heeft waardig gemaakt.</p>
+
+<p>Ons doel is niet, u een beschrijving te geven van de viering der
+zilveren bruiloft, noch met u de verrassing te beschrijven van het
+zilveren paar toen ze in de keurig versierde pronkkamer kwamen, waar hun
+bij de schoone cadeaux de hartelijkste zegenwenschen werden aangeboden;
+noch met u aan den feestdisch aan te zitten, waaraan de gulste vreugde
+heerschte; we willen liever <span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Bernard</span> met hun vrouwen en <span class="mixcap">August</span>
+den volgenden dag op een toertje vergezellen, hetwelk zij door den
+<em class="g">Bommelerwaard</em> maakten, en dat bovenal voor <span class="mixcap">Florence</span>, <span class="mixcap">Margot</span>, <span class="mixcap">Gustaaf</span> en
+<span class="mixcap">August</span> merkwaardig was. <span class="mixcap">Bernard</span> kende 't land en had alleen 't genoegen
+der herinnering; <span class="mixcap">Ernst</span> mende de twee bruine blessen, die voor 't keurige
+eikenhouten speelwagentje gespannen waren.</p>
+
+<p>Eerst ging men naar <em class="g">Loevestein</em>, vermaard in onze geschiedenis door de
+inneming en verdediging van <span class="mixcap">Herman de Ruyter</span>, alsmede door de
+inkerkering van den geleerden <span class="mixcap">Hugo de Groot</span>. Dat fort, gebouwd op de
+plaats waar <em class="g">Maas</em> en <em class="g">Waal</em> zich vereenigen en te zamen den naam van
+<em class="g">Merwede</em> aannemen, bestaat uit een onregelmatigen vijfhoek, die bij
+hoogen waterstand geheel en al door water omringd is. De binnenruimte
+wordt ingenomen door het kasteel, eenige rijksgebouwen en drie
+particuliere huizen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wanneer is dit fort toch gesticht?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Margot</span> haren man.</p>
+
+<p>&bdquo;Men weet het niet,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Alleen gist men op goede
+gronden, dat het in 't laatst der negende eeuw door <span class="pagenum" title="41"></span><a id="p_41"></a>de Noormannen
+gebouwd is. In 1397 werd het door <span class="mixcap">Willem</span>, den zoon van <span class="mixcap">Albrecht van
+Beieren</span>, ingenomen; doch eerst later is 't vermaard geworden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Juist&mdash;door de inneming van den dapperen <span class="mixcap">Herman de Ruyter</span>, die 't in
+1570 met een gering aantal manschappen verdedigde,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Toen het door driehonderd Spanjaards belegerd werd,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Florence</span>,
+&bdquo;en de dappere Bosschenaar daar hij het tegen de overmacht niet kon
+volhouden, het in de lucht deed springen!&rdquo;<a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor"><sup>5</sup>)</a></p>
+
+<p>Intusschen was men over de houten brug de breede gracht overgegaan, en
+kreeg verlof, <em class="g">Loevestein</em> te bezichtigen. 't Meest van allen
+interesseerde hen de kamer van <span class="mixcap">Hugo de Groot</span>, waar men hun 't venster
+wees, uit hetwelk <span class="mixcap">Maria van Reigersbergen</span> het trouwe <span class="mixcap">Elsje van
+Houweningen</span> nastaarde; ook bezag men de kamer van <span class="mixcap">Hoogerbeets</span> en die,
+waar de Remonstrantsche predikanten gevangen gezeten hadden.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is of 't slot <em class="g">Loevenstein</em> een levend getuigenis moet zijn van
+echtelijke liefde,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Behalve toch <span class="mixcap">Maria van
+Reigersbergen</span>, blonk hier ook de trouwe gade van <span class="mixcap">Rombout Hoogerbeets</span>
+uit, die in 't lot van haar man deelde. Niet minder <span class="mixcap">Susanna van
+Oostdijk</span>, een edele jonge dochter uit <em class="g">Den Briel</em>, die met een der
+Remonstrantsche predikanten, <span class="mixcap">Arnold Geesteranus</span>, verloofd was, en verlof
+wist te bekomen, hem in zijn gevangenschap te huwen, en als vrouw
+gezelschap te houden en te vertroosten!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hier hebben <span class="mixcap">Jacob de Witt</span> en de andere <em class="g">Hollandsche</em> heeren onder <span class="mixcap">Willem</span>
+II immers ook gevangen gezeten?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Welzeker,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">August</span>. &bdquo;Vandaar nog den naam van <em class="g">Loevesteinsche</em>
+factie, aan de anti-stadhouderlijke partij gegeven. Later heeft dit
+kasteel gediend tot kerker van krijgsgevangenen en voorname personen
+onder andere van den Engelschen admiraal <span class="mixcap">Ascue</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>Nadat zij <em class="g">Loevenstein</em>, welks bevolking met inbegrip van de bezetting 30
+zielen bedraagt, bezichtigd hadden, zetteden zij <span class="pagenum" title="42"></span><a id="p_42"></a>zich weder in het
+wagentje, waarin <span class="mixcap">Ernst</span> was gebleven om op de paarden te passen, en reden
+over <em class="g">Poederrooien</em> met 450 inwoners, en <em class="g">Aalst</em>, een even gering dorp met
+slechts 400 inwoners en een heel oude kerk, naar <em class="g">Neder-Hemert</em>, even als
+<em class="g">Aalst</em> aan de <em class="g">Maas</em> gelegen.</p>
+
+<p>&bdquo;Een gedeelte van dit dorp ligt aan de overzijde der <em class="g">Maas</em>,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Ernst</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;En wat voor een gebouw is dat, hetwelk daar aan de overzijde zoo
+bevallig boven 't geboomte uitsteekt?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is 't adellijk huis van <em class="g">Neder-Hemert</em>,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Het ligt
+te midden van aangename tuinen en boschages. We rijden echter nu voort;
+'t zou ons te lang ophouden, om de rivier over te steken, en dan zou 't
+nog de vraag zijn, of we 't mogen zien. Het huis zelf en 't andere
+gedeelte van het dorp ligt op een eiland, den <em class="g">Hemerwaard</em> genaamd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waar <span class="mixcap">Floris</span> de eerste, graaf van <em class="g">Holland</em>, <em class="g">Zeeland</em> en <em class="g">West-Friesland</em> de
+<em class="g">Stichtschen</em> geslagen had; toen hij na den strijd zoo verraderlijk door
+<span class="mixcap">Floris van Kuyk</span> vermoord werd,&rdquo; zeide <span class="mixcap">August</span>.</p>
+
+<p>Altijd den <em class="g">Maasdijk</em> volgende, reed ons gezelschap over <em class="g">Ammerroden</em>, een
+dorp met 900 inwoners en een deftig kasteel met vier ronde torens, naar
+het onder de zelfde gemeente gelegen <em class="g">Well</em>, waar ook een klein slot
+staat, omgeven door grachten en bezet met twee hangtorentjes.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr25" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>We zullen te <em class="g">Hedel</em> uitspannen; daar is een goede herberg,&rdquo; zei
+<span class="mixcap">Ernst</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;En dan te gelijk koffie drinken en er 't noodige bij gebruiken,&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">August</span>. &bdquo;Ik wil wel ronduit bekennen, dat ik de plaats begin te voelen,
+waar mijn maag zit.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Om u de waarheid te zeggen, begint de mijne ook te jeuken,&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Foei, welk een uitdrukking, <span class="mixcap">Bernard</span>!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Een maag jeukt
+niet, maar vermaant.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Eigenlijk zijn geen van beiden goed,&rdquo; merkte <span class="mixcap">Bernard</span> aan. &bdquo;Ik zou
+zeggen: waarschuwt dat ze gebrek aan werk heeft: want het gevoel dat wij
+honger noemen en hetgeen eigenlijk trek is, komt immers door 't
+inkrimpen van de wanden der maag, die geen werkeloosheid kunnen
+verdragen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="43"></span><a id="p_43"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ten minste als ze in haar normalen toestand zijn,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Gustaaf</span>.
+&bdquo;Doch kijkt eens uit; vindt ge dit landschap niet schoon?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Inderdaad prachtig!&rdquo; riep <span class="mixcap">Florence</span> uit.</p>
+
+<p>Te <em class="g">Hedel</em>, een dorp met 1400 inwoners en waarvan reeds in 840 gewag
+gemaakt wordt, stapte men in de voornaamste herberg uit en bestelde
+koffie, brood, boter en vleesch.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Laatste hebben we niet, mijnheer,&rdquo; zeide de kastelein. &bdquo;Wel
+heerlijke ham.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ook al goed, hospes,&rdquo; zei <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Dan maar een fermen schotel met
+gesneden ham; want je krijgt hongerige lui te gast.&rdquo;</p>
+
+<p>Weldra stond er, behalve een kolossale koffiekan, een groote schotel met
+ham benevens brood en boter op tafel, en onze zes reizigers deden zich
+dapper te goed. Men kon 't merken, dat de frissche morgenlucht en de
+lange rit hun eetlust hadden opgewekt.</p>
+
+<p>Van <em class="g">Hedel</em> deden ze te voet een uitstapje naar <em class="g">Bruchem</em> zoo wat midden in
+den <em class="g">Bommelerwaard</em> gelegen, en dat met het dorp <em class="g">Kerkwijk</em> en de
+heerlijkheid <em class="g">Delwijnen</em>, ongeveer duizend inwoners bevat. Alles was
+heerlijk bebouwd of leverde prachtige mollige weiden op, zoodat het oog
+met welgevallen op de afwisselende kleuren rustte, en ons zestal zeer
+tevreden over hun wandeling, in de uitspanning te <em class="g">Hedel</em> terugkwam, waar
+men, na nog iets gebruikt en den kastelein betaald te hebben, 't rijtuig
+weer liet voorkomen, en steeds den <em class="g">Maasdijk</em> over, naar <em class="g">Driel</em> reed, een
+welvarend dorp, ook reeds vroeg en wel in de tiende eeuw bekend en
+vroeger door verscheidene adellijke sloten omringd. In zijn
+buurtschappen bevat het een bevolking van 2800 zielen. Van hier reden
+zij tot aan het dorp <em class="g">Rossum</em>, in den Noord-Oostelijken hoek van den
+<em class="g">Bommelerwaard</em> gelegen, en waarbij het in 1816 gebouwde fort Sint-Andries
+ligt. De beruchte <span class="mixcap">Maarten van Rossum</span>, heer van <em class="g">Poederooien</em>, ligt hier
+begraven.</p>
+
+<p>Hier lieten zij zich met de pont over de Maas zetten, om oom <span class="mixcap">Frans</span> te
+<em class="g">Whamel</em>, te bezoeken, die hen dien middag te eten gevraagd had, en wien
+zij beloofd hadden, aan zijn verzoek te zullen voldoen, mits hij zijn
+diner tot 's namiddags vier ure uitstelde; hetgeen tante <span class="mixcap">Betje</span> beloofd
+had. Te <em class="g">Dreumel</em>, aan <span class="pagenum" title="44"></span><a id="p_44"></a>den <em class="g">Waaldijk</em> gelegen, stapten ze even uit, om er
+de prachtige, in 1838 ingewijde R. K. kerk te bezichtigen, met haar
+zwaar orgel en drie altaren, waarvan het hoofdaltaar, dat een rots
+voorstelt, een meesterstuk van kunst is. Spoedig kwamen zij aan het dorp
+<em class="g">Whamel</em> aan, waar een gierpont over de Waal is, ze werden zoowel door oom
+<span class="mixcap">Frans</span> als tante <span class="mixcap">Betje</span>, ook door de neven en nichten hartelijk ontvangen,
+en hadden 't er zeer goed. Daar ze echter nog een heelen tocht te maken
+hadden, eer ze thuis waren, gingen zij terstond na het theedrinken weer
+op reis, reden andermaal over <em class="g">Dreumel</em> naar 't veer van Sint-Andries, en
+nu over den <em class="g">Waaldijk</em> naar huis. De tocht, welke bijna rechtuit ging, was
+slechts de helft van dien, van dezen morgen. Van <em class="g">Rossum</em> reden ze over 't
+kleine <em class="g">Hurwenen</em>, met slechts 350 inwoners en een oud-adellijk huis, naar
+de stad <em class="g">Bommel</em> of <em class="g">Zalt-Bommel</em>, reeds in 850 vermeld en in 1316 als stad
+voorkomende. Men hield zich echter hier niet op en reed door naar
+<em class="g">Gameren</em>, dat met het kleine <em class="g">Nieuwaal</em> éen gemeente vormt en welks 1300
+inwoners genoegzaam geheel van den aardappeloogst bestaan; terwijl een
+steenoven aan enkele andere brood verschaft. Van <em class="g">Gameren</em> reden zij over
+<em class="g">Zuilichem</em>, waar vroeger een zwaar vierkant kasteel stond, dat in 1753
+werd afgebroken en aan de in de geschiedenis wel bekenden <span class="mixcap">Constantijn
+Huygens</span> toebehoorde. In 1819 heeft de toenmalige eigenaar der
+heerlijkheid op den overgebleven voorburg een grooten ronden toren laten
+opbouwen en een kleineren zeskanten met bijgebouwen opgetrokken, waarbij
+de oude poort van het slot hersteld is. Daar 't echter reeds donker
+begon te worden, kon ons gezelschap er niet veel van zien. Het duurde
+niet lang, of ze waren te <em class="g">Brakel</em>, waar ze den dijk afreden en weldra
+thuis waren, zeer tevreden over hun tochtje, hetwelk hun een goed
+denkbeeld van den <em class="g">Bommelerwaard</em> had gegeven. Eer we echter dit hoofdstuk
+sluiten, moet ik u nog even met de dijken en polders van den
+<em class="g">Bommelerwaard</em> bekend maken.</p>
+
+<p>Van het aan den <em class="g">Waaldijk</em> gelegen <em class="g">Zuilichem</em> loopt een dwarsdijk tot aan
+den <em class="g">Maasdijk</em> nagenoeg halverwege tusschen <em class="g">Aalst</em> en <em class="g">Poederooien</em>. Die
+dijk, de <em class="g">Meidijk</em> genoemd en een kwartier gaans lang, verdeelt den
+<em class="g">Bommelerwaard</em> <span class="pagenum" title="45"></span><a id="p_45"></a>in twee zeer ongelijke polderdistricten, bekend onder de
+namen, van &bdquo;boven- en beneden den <em class="g">Meidijk</em>.&rdquo; Nog loopt er van <em class="g">Brakel</em> tot
+<em class="g">Poederooien</em> een andere, de <em class="g">Nieuwe-</em> of <em class="g">Dwarsdijk</em> genoemd, die beide
+polders van het <em class="g">Munnikenland</em>, een buitenpolder, waarop <em class="g">Loevestein</em>
+gelegen is, scheidt. Dat <em class="g">Munnikenland</em> loopt bij hoog water, ook met den
+geringsten ijsgang, onder.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">2)</a> 29 Juli 1854. Veel later is de doodstraf afgeschaft, voor
+'t welker behoud nog velen waren.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">3)</a> Op Woensdag, 27 Augustus. De feestelijkheden, waarin vooral
+de metalen kruisridders de hoofdpersonen waren, duurden van 25 tot en
+met 28 Augustus 1856.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">4)</a> 25 Augustus.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">5)</a> 't Geen later door den heer <span class="mixcap">Acquoy</span> op goede gronden is
+tegengesproken.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="46"></span><a id="p_46"></a></p>
+
+<h2><a id="VIERDE_HOOFDSTUK"></a>VIERDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">De watersnood.</p>
+
+<p>&bdquo;Jongens, baas, wat is het buiten glad!&rdquo; zeide vrouw <span class="mixcap">Veen</span>, toen ze met
+haar man de familie <span class="mixcap">Veldhuis</span> geluk kwam wenschen met den nieuwjaarsdag
+van 1861. Ze had haar jongste kind, een zuigeling van ongeveer drie
+maanden, op den arm, en haar oudste zoontje <span class="mixcap">Jaap</span> aan de hand. <span class="mixcap">Klaas
+Veen</span>, een ferme, stoere kerel, hield zijn oudste dochtertje <span class="mixcap">Johanna</span> en
+heur op haar volgend zusje <span class="mixcap">Maartje</span> bij de hand. Op éen na het jongste
+kind had ze zoo lang bij een buurvrouw gebracht, die haar beloofd had,
+er gedurende haar afwezigheid op te zullen passen. Want niet alleen
+zouden <span class="mixcap">Klaas</span> en zijn vrouw om alles ter wereld verzuimd hebben, den baas
+met vrouw en dochters, en den jongen baas en diens vrouw met nieuwjaar
+geluk te wenschen; maar ze vonden 't ook hun plicht, hun oudste kinderen
+mee te brengen. Of dat nu juist wel zulk een plichtgevoel was, dan of 't
+zijn oorsprong te danken had aan het kwartje, dat de oude vader
+<span class="mixcap">Veldhuis</span>, behalve de fooi welke hij aan <span class="mixcap">Klaas</span> gaf, ieder kind in de
+handen stopte, willen we liefst niet beoordeelen.</p>
+
+<p>We vinden daar in de pronkkamer van <span class="mixcap">Veldhuis</span> een allerliefst
+familie-tafereeltje. 't Is er nu wel niet versierd, zooals voor acht
+maanden, en de tuin, waar 't zwart van den grond hier en daar met wat
+nog niet door den dooi gesmolten sneeuw wordt afgewisseld, staat kaal en
+treurig; daarbinnen is 't aangenaam <span class="pagenum" title="47"></span><a id="p_47"></a>warm: want de kachel wordt ferm
+gestookt. En hoewel 't anders geen gewoonte is, de arbeiders en hun
+vrouwen binnen 't pronkvertrek te laten, <span class="mixcap">Jans</span> en haar man maken hierop
+een uitzondering. <span class="mixcap">Klaas</span> toch is reeds als knaap in dienst van den ouden
+<span class="mixcap">Veldhuis</span> geweest, en moeder <span class="mixcap">Veldhuis</span> heeft <span class="mixcap">Jans</span>, die naar haar genoemd
+is, onder den doop gehouden. Daarom ook heeft <span class="mixcap">Jans</span> haar oudste
+dochtertje naar haar eigen peetmoeder vernoemd, die er tevens de
+conditie bij gemaakt had, dat ze geen <span class="mixcap">Jans</span> maar <span class="mixcap">Johanna</span> zou genoemd
+worden. En als nu 't petekind N<sup>o</sup>. 2 jarig is, geeft juffrouw <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+haar altijd een aardig cadeau, bestaande in 't een of andere warme
+kleedingstuk en met nieuwejaar wordt er een kwartje extra door moeder
+<span class="mixcap">Veldhuis</span> in <span class="mixcap">Johanna's</span> handje gestopt. Hun oudsten jongen hadden ze zoo
+gaarne naar vader <span class="mixcap">Veldhuis</span> genoemd; maar die was er niet op gesteld,
+zeide hij, en daarom had het kind den poëtischen naam van <span class="mixcap">Jaap</span> gekregen
+naar zijn grootvader van vaders zijde.</p>
+
+<p>Doch we houden ons veel te lang op bij <span class="mixcap">Jans</span> en haar man en kroost. We
+zouden eens even een kijkje nemen in de ons bekende pronkkamer van de
+woning van vader <span class="mixcap">Veldhuis</span>. En inderdaad, die is wel een kijkje waard.
+Niet de bruin gepolitoerde meubelen, of de groote kom met brandewijn en
+rozijnen op de tafel, in welke een lepel, om die in de rondom staande
+glazen te gieten, en waaruit de geur van notemuskaat u te gemoet komt;
+maar 't groepje zelf, dat we daar zoo gelukkig en tevreden zien zitten.</p>
+
+<p>Daar hebt ge vooreerst den goeden ouden vader <span class="mixcap">Veldhuis</span>, in zijn
+gemakkelijken leuningstoel gezeten, een langen gouwenaar in den mond,
+waaruit hij tusschenbeiden geduchte rookwolken blaast, een man met een
+vriendelijk goedig gelaat, grijs haar, dat eerwaardig langs zijn slapen
+krult; naast hem de oude juffrouw <span class="mixcap">Veldhuis</span>, eenvoudig maar keurig
+gekleed, en wier gelaat de fatsoenlijkheid van haar afkomst bewijst. Ze
+houdt haar oudste kleinkind, <span class="mixcap">Ernst</span>, den naamgenoot van haar man, op den
+schoot, een frisch, woelig kind van een jaar en natuurlijk de afgod van
+beide grootouders, die weer jong worden in den kleinen guit. 't Is een
+werk voor de oude vrouw om hem stil te houden, en ze zal hem straks wel
+aan <span class="mixcap">Truda</span> moeten <span class="pagenum" title="48"></span><a id="p_48"></a>overgeven, zoo lastig maakt het ongedurige knaapje 't
+haar. Naast haar zit haar schoondochter, de vrouw van <span class="mixcap">Frits</span>, een
+jeugdige knappe vrouw met haar slapende zuigeling van drie maanden op
+den schoot, een allerliefst meisje, doch dat tusschenbeiden vrij wat
+spektakel kan maken. <span class="mixcap">Truda</span> zit naast vader. <span class="mixcap">Frits</span> is uit, om een paar
+vrienden geluk te wenschen, en <span class="mixcap">Netje</span> is reeds sedert een uur tot
+hetzelfde doel met haar beminde op weg. 't Is inderdaad een liefelijk
+gezicht, deze goede vriendelijke menschen daar te zien, die geen grooter
+geluk kennen dan hun eigen vreedzaam thuis.</p>
+
+<p>&bdquo;Jongens, baas! wat is het buiten glad!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Jans</span> dan, nadat ze haar
+zegenwenschen geuit en plaats genomen had op den stoel, door <span class="mixcap">Truda</span> voor
+haar neergezet.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zei <span class="mixcap">Frits</span> me van morgen al,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;Geen wonder ook.
+Eerst dooi, waardoor de sneeuw genoegzaam tot water is geworden, en nu
+daar die vorst weer op, 't kan niet anders of 't moet glad zijn. Daarom
+denk ik er vandaag maar stilletjes in te blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, baas, die door u een gelukkig nieuwjaar willen gewenscht zijn,
+kunnen ook best zelf bij u komen, dunkt me,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Klaas Veen</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar heb je gelijk in, <span class="mixcap">Klaas</span>,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;Toch spijt het
+mij, dat de dooi niet is doorgegaan. 't IJs werd langzamerhand week, en
+daar zit boven nog zoo veel.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat zal ik er van zeggen, baas,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Veen</span>. &bdquo;Als 't zoo'n zachten
+dooi bleef, was 't wat anders. Maar we zijn nog in 't hartje van den
+tijd. En als er wat storm bijkomt, dan zou 't leelijk kunnen worden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Weet je ook, hoe 't met het <em class="g">Munnikenland</em> geschapen is?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Tot nog toe goed, baas,&rdquo; verzekerde de knecht. &bdquo;Ze zijn op 't oogenblik
+nog zonder water. Eergisteren begonnen ze daar reeds te pakken; nu
+echter schijnt alle gevaar geweken. Maar 't weer bevalt me nog niet. De
+wind is nog te laag om door te vriezen. Als 't maar niet gaat stormen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, vriezen met een lagen wind, en dat na een dooi is kwaad genoeg,
+<span class="mixcap">Klaas</span>,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;We zullen er echter 't beste van hopen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="49"></span><a id="p_49"></a></p>
+
+<p>Maar dat beste hopen hielp niet veel. Reeds in den avond van den
+eersten Januari begon de wind een weinig op te steken, 's nachts werd
+het een vrij hevige storm, 't ijs in de rivier barstte, en er kwam
+ijsgang, en toen de morgen van den tweeden Januari aanbrak, kwamen de
+bewoners van <em class="g">'t Munnikenland</em> die 's avonds, gerust op de vorst,
+doodbedaard naar bed waren gegaan, met hun tilbare have in den boven
+<em class="g">Meidijkpolder</em> vluchten; daar 't water hun velden overstroomde en ze zich
+in hun woningen niet meer veilig achtten.</p>
+
+<p>Deze tijding bracht echter in 't gezin van <span class="mixcap">Veldhuis</span> geen de minste
+ongerustheid te weeg. 't Overstroomen van <em class="g">Munnikenland</em> was een gewone
+zaak. De nieuwe dam beschutte den polder boven den <em class="g">Meidijk</em> genoegzaam,
+en zat het ijs ook in de <em class="g">Maas</em> reeds vast, de <em class="g">Waal</em> was vrij en 't ijs
+dreef met den storm des te spoediger naar zee.</p>
+
+<p>Doch reeds den derden Januari werd hun gerustheid op onaangename wijs
+gestoord. Tusschen <em class="g">Brakel</em> en <em class="g">Loevestein</em> had zich een zware ijsdam gezet
+en de dijkwachten waren reeds 's morgens om acht ure betrokken.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Water staat reeds tot aan de kruin van den dijk!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Frits</span>, toen
+hij in den vooravond van dien dag thuiskwam. &bdquo;Onze wakkere dijkgraaf,
+<span class="mixcap">Aart van Os</span>, is onophoudelijk in de weer en laat den dijk sterk kisten.
+Maar de ijsdam is en blijft onbewegelijk. En wat nog het ongelukkigst
+is, de grond is zoo hard <ins class="corr" id="corr26" title="Bron: bevoren">bevroren</ins>, dat men er niet in kan
+heien.&rdquo;</p>
+
+<p>Toch schepte men den volgenden dag ruimer adem. 't Water was
+aanmerkelijk gevallen. Er scheen een sleuf of geul in den ijsdam te zijn
+gekomen, die het deed afloopen. Doch die gerustheid duurde slechts
+eenige uren. De ijsdam, dien ze opgeruimd of doorgedreven meenden, had
+zich slechts een weinig verschoven en zat nu nog steviger dan zij gedaan
+had. 't Water rees nu weer, en nog sneller dan gisteren en eergisteren.
+De dwarsdijk liep het meeste gevaar. Reeds in den vroegen morgen van den
+vierden Januari vreesde men, dat hij zou bezwijken en dan liep de
+geheele polder even als <em class="g">'t Munnikenland</em> onder. Men heide palen in,
+stutte met planken; allen die handen hadden hielpen. Doch 't water kwam
+met te veel geweld opzetten. Daar kondigde, in den nacht tusschen den
+vierden en <span class="pagenum" title="50"></span><a id="p_50"></a>vijfden Januari, het treurig geklep van den torenklok aan,
+dat alle hoop vervlogen was: het water, die vreeselijkste aller
+vijanden, naderde.</p>
+
+<p>Reeds den vorigen dag hadden <span class="mixcap">Veldhuis</span> en andere landbouwers hun vee naar
+hoogere plaatsen gevoerd, die altijd watervrij geweest waren. Uit
+voorzorg bracht men hout en horden bij elkaar en maakte er steigers van,
+om het daarop te redden, wanneer ook die plaatsen van 't water mochten
+lijden. Terwijl droeg men, zoowel bij <span class="mixcap">Veldhuis</span> als in de andere woningen
+in den polder, alles naar boven, wat door 't water zou bederven en wat
+men niet kon meevoeren: meubelen, gereedschappen, boeken, bedden,
+dekens, turf, hout, steenkolen, aardappelen, vleesch, kortom alles wat
+men maar kon. Uit kleine, lager gelegene hutten zag men reeds de
+bewoners vluchten, die hun ouden van dagen ondersteunden of op
+kruiwagens meevoerden, en een gastvrij dak zochten, om zich en de hunnen
+met hun armoedige bezitting te redden. Alle hoogergelegen huizen werden
+vol van die ongelukkigen. Alleen in 't schoolhuis te <em class="g">Brakel</em>, dat door de
+verplaatsing van den onderwijzer gelukkig ledig stond, waren er weldra
+honderd en dertig gehuisvest; het heerenhuis te <em class="g">Poederrooien</em> was van
+boven tot beneden met vluchtelingen gevuld.</p>
+
+<p>&bdquo;Houdt de dwarsdijk zich nog goed, <span class="mixcap">Frits</span>?&rdquo; vroeg de oude <span class="mixcap">Veldhuis</span>, toen
+zijn zoon in den vooravond van den vierden Januari braaf moede
+thuiskwam; want wie armen aan 't lijf had, had aan den dijk gewerkt.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat doet hij, vader,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;'t Heeft ook werk genoeg
+gekost. En toch vrees ik, dat het ons niet zal helpen. Eer ik hier kwam,
+ben ik nog even naar den <em class="g">Waaldijk</em> gaan kijken. De dam aan den steenoven
+zit nog maar even vast, en 't water blijft rijzende. Vreeselijke
+ijsbergen kruien op de rivier en dreigen met een doorbraak.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Groote God!&rdquo; riep de jonge vrouw uit, die juist met warm eten voor haar
+man binnentrad. &bdquo;Wat zeg je daar, <span class="mixcap">Frits</span>. Watersnood, en dat tegen den
+nacht!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Gij allen moet u op de bovenverdieping begeven,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Ons
+huis is stevig, en zal 't wel uithouden. Als ik gegeten heb, ga ik een
+paar uren slapen, en dan naar den dijk. <span class="pagenum" title="51"></span><a id="p_51"></a>We moeten doen, wat we kunnen
+om den algemeenen vijand te bestrijden.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar dat bestrijden hielp niet. In den nacht tusschen den vierden en
+vijfden Januari, tusschen vier en vijf ure, bemerkte men op den dijk,
+waar te midden van de nijpende koude, onbeschut voor wind en regen,
+duizenden de wijk genomen hadden, dat het water eensklaps viel.</p>
+
+<p>&bdquo;Zou de ijsdam gebroken zijn!&rdquo; riep de een.</p>
+
+<p>&bdquo;De dijk te <em class="g">Vuren</em> kan bezweken en de <em class="g">Tielerwaard</em> ondergeloopen zijn!&rdquo;
+zeide een ander.</p>
+
+<p>&bdquo;De <em class="g">Waaldijk</em> is doorgebroken!&rdquo; gilde een derde. En spoedig was de
+noodlottige tijding tot zekerheid geworden. De <em class="g">Waaldijk</em> was bezweken;
+drie huizen, die tegen het punt van den doorbraak stonden, waren
+weggeslagen. Spoedig was dit getal tot drieëntwintig gestegen, sommige
+door 't water ingestort, andere door de ijsbergen vergruisd, die er
+bonzend tegen aankwamen. En als ware dit niet genoeg, ook de den vorigen
+dag met zooveel moeite en inspanning behouden dijk brak op vier plaatsen
+tegelijk door, en uit vijf wijd geopende monden braakte de <em class="g">Waal</em> haar
+water en haar ijsbrokken in den ongelukkigen polder. Boomen, huizen,
+alles werd door het ijs afgesneden<ins class="corr" id="corr27" title="Niet in Bron.">.</ins> Honderd en vijftig menschen
+reddeden zich, wadende door 't onstuimige water, op den dijk&mdash;twaalf
+kwamen er bij dien jammerlijken tocht ellendig om; anderen poogden zoo
+spoedig mogelijk hun woningen te bereiken, om voor de hunnen te zorgen,
+welke zij verlaten hadden, om aan den dijk te werken. Onder deze laatste
+behoorde ook <span class="mixcap">Frits Veldhuis</span>. Meermalen was hij in gevaar, om door 't
+binnenstroomende water omvergeworpen te worden, meer dan eens moest hij
+op zijde springen, om een aangierend stuk ijs te ontwijken; gelukkig
+kwam hij aan het tamelijk hoog gelegen huis, waar toch alles in de
+rondte reeds blank stond. En dat water rees met iedere minuut. 't
+Geheele huisgezin was reeds op de eerste verdieping; God alleen wist, of
+ze die niet met den zolder zouden moeten verwisselen, God alleen wist,
+of ze, wanneer ook tegen hun huis de ijsbergen kwamen aandrijven, niet
+spoedig onder de puinhoopen van hun woning zouden bedolven worden. Het
+water toch wies niet minder dan twintig <ins class="info" title="1 duim = 1 cm">duim</ins> in 't uur.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="52"></span><a id="p_52"></a></p>
+
+<p>In 't lager liggende <em class="g">Poederrooien</em> was het nog treuriger gesteld. Daar
+verhief het zich dreigend tegen den <em class="g">Maasdijk</em>. De verschrikte en
+beangstigde inwoners vluchtten met levensgevaar over de nog bevroren
+<em class="g">Maas</em> naar de overzijde. En gelukkig, dat ze er nog bij tijds waren; want
+het <em class="g">Munnikenland</em> was nu als een nieuwe rivier geworden, die het water
+uit de bij <em class="g">Loevestein</em> verstopte <em class="g">Waal</em> in de <em class="g">Maas</em> ontlastte, welke
+vreeselijk hoog zwol en 't land van <em class="g">Heusden</em> en <em class="g">Altona</em> bedreigde.</p>
+
+<p>We hoorden hoe de bewoners van den polder hun vee op een hooge plaats
+onder dak gebracht, ja, het zelfs op steigers geplaatst hadden. Reeds in
+den avond van den dag der doorbraak stonden paarden, ossen en koeien
+niet meer droog. Sommige van hen rukten zich los en trachtten zwemmend
+een veilige plaats te bereiken. Enkele werden op die manier gered;
+andere met kleine schuitjes weggehaald en op den dijk gebracht, waar nog
+tal van menschen zonder huisvesting waren; terwijl het al sterker en
+sterker begon te vriezen.</p>
+
+<p>Zoo brak Zondag de zesde Januari aan, een treurige Zondag voor de
+bewoners van den polder boven den <em class="g">Meidijk</em>, een angstige Zondag voor
+duizende anderen, wie 't zelfde gevaar dreigde. In den nacht was het
+water in de <em class="g">Waal</em> weder geducht gewassen; de geheele polder was een zee,
+waarboven hier en daar enkele daken uitstaken, en die weldra in een
+onafzienbaar ijsveld zou veranderd zijn. Zoo hoog steeg de <em class="g">Waal</em> op dien
+zesden Januari, dat het vee boven op den dijk tot aan de knieën in 't
+water stond.</p>
+
+<p>Daar begon in den vroegen morgen van den zevenden het water langzaam,
+maar gestadig te dalen: de oorzaak daarvan was een nieuwe doorbraak.</p>
+
+<p>Om den polder beneden den <em class="g">Meidijk</em> tegen 't water te beschermen, had men
+dien dijk door kistdammen verhoogd, en hoopte men aldaar vrij te zullen
+blijven. Doch 't rijzen van 't water in de <em class="g">Waal</em> deed van dien kant het
+ergste vreezen. Hoe men ook aan den door de vorst ijzerharden dijk had
+gearbeid, 't gevaar werd hoe langer hoe grooter, en wie in de laagte
+woonde, poogde ten minste zich en de zijnen bij tijds te bergen. De
+herberg van <span class="mixcap">Hooikaas</span> aan den <em class="g">Meidijk</em> bevatte een paar <span class="pagenum" title="53"></span><a id="p_53"></a>honderd mannen,
+vrouwen en kinderen, de hooger dan den dijk gelegen pastorie van <span class="mixcap">Ds.
+Carlier</span> even zooveel. Niemand werd teruggewezen, zoolang er nog plaats
+was.</p>
+
+<p>'t Is Zondag-avond. Omstreeks tien uur wordt er op een der ramen der
+pastorie gebonsd, en een angstige stem roept: &bdquo;Komt naar buiten, want de
+pastorie is niet meer veilig!&rdquo; In doodelijken angst verlaten de meesten
+het gebouw, waar een wisse dood hen wacht, en snellen naar den dijk,
+waar zij in de felle kou tot aan de knieën in 't water staan. Daar
+begint het water te vallen. 't Is reeds onder de knie&mdash;aan den enkel&mdash;nu
+staan ze droog. Dicht bij het dorp <em class="g">Zuilichem</em> waren twee dijkbreuken
+ontstaan, een iets boven de ruïne van de burcht, een andere beneden
+<em class="g">Nieuwaal</em>; een dijkbreuk, die den korenmolen en een zestal huizen had
+medegesleept. Ook 't huis van <span class="mixcap">Ds. Carlier</span>, ofschoon 't gespaard was
+gebleven, had in groot gevaar verkeerd. Op een plaats in den gang was de
+vloer door 't welwater gezakt. Gelukkig echter was 't blijven staan, en
+vonden de verkleumden er op nieuw een toevlucht.</p>
+
+<p>Nieuwe ellende was er nu in den uitgestrekte polder beneden den <em class="g">Meidijk</em>.
+Zoo hoog steeg het water, dat het te <em class="g">Aalst</em> over den dijk in de <em class="g">Maas</em>
+stroomde, en dat ondanks de daar opgeworpen kistingen. Behalve de
+pastorie bleef er geen enkel toevluchtsoord open. Met achterlating van
+alles namen de meesten de vlucht naar het tegenoverliggend <em class="g">Veen</em>.
+<em class="g">Nederhemert</em>, <em class="g">Well</em> en <em class="g">Ammerzoden</em> werden verlaten; hun inwoners vluchtten
+naar <em class="g">Heusden</em>, waar ze door <span class="mixcap">Ds. Pape</span> in zijn pastorie en de
+consistorie-kamer, vervolgens ook in de kazerne werden opgenomen en
+liefderijk verzorgd. Die van <em class="g">Ammerzoden</em> vluchtten op 't kasteel; anderen
+betrokken de bovengedeelten hunner woningen. Die van <em class="g">Bruchem</em>, <em class="g">Kerkwijk</em>
+en <em class="g">Dellewijnen</em> werden met hun grijzen leeraar <span class="mixcap">J. van Schaik</span> op schuiten
+en schietschouwen naar <em class="g">Bommel</em> gevoerd. En ook zelfs die stad was verre
+van veilig. Daar moesten alle krachten worden ingespannen, om haar door
+'t opkisten der dijken voor den ondergang te beveiligen. Te <em class="g">Hedel</em>, <em class="g">Driel</em>
+en <em class="g">Hurwenen</em> waren de menschen naar hun zolders gevlucht. In <em class="g">Gameren</em> en
+<em class="g">Nieuwaal</em> was de toestand allerhachelijkst.</p>
+
+<p>En zoo stond de geheele <em class="g">Bommelerwaard</em> onder water.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="54"></span><a id="p_54"></a></p>
+
+<p>'t Huis van <span class="mixcap">Hendrik Veldhuis</span> was gespaard gebleven. Een ijsberg<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor"><sup>6</sup>)</a> had
+zich tegen de zware boomen van den hof vastgezet en was door 't steeds
+aanschuivende ijs tot een vervaarlijke hoogte geklommen. 't Had in 't
+huis een akelig gekraak en gedreun gegeven; toch was diezelfde ijsberg
+waarschijnlijk de redding der woning. <span class="mixcap">Frits</span> had haar nog bij tijds
+bereikt en spoorde de zijnen tot vluchten aan: 't was te laat! Het
+eenige middel om een wissen dood te ontkomen, was te blijven, waar men
+zich bevond.</p>
+
+<p>&bdquo;Weet ge ook, of <span class="mixcap">Veen</span> met zijn gezin gered is?&rdquo; vroeg moeder <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik heb hen in de verwarring die er op den dijk heerschte niet gezien,
+moeder,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;'t Is vreeselijk, zooals het daar toegaat!&rdquo;</p>
+
+<p>Twee angstige dagen en nachten had men in de woning van <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+doorgebracht. Men was door 't water uit de eerste verdieping verdreven
+en naar den zolder verjaagd. Gelukkig had men bij tijds de kachel en
+brandstof, alsook levensmiddelen en beddegoed derwaarts verhuisd; want
+het was zeer koud.</p>
+
+<p>De Zondag kwam. Wel bleef het water nog wassend, maar de stroom was niet
+meer zoo sterk.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik moet gaan zien, of 't gezin van <span class="mixcap">Veen</span> gered is,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Onze
+mestpraam is sterk genoeg en kan tegen een stootje.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe, <span class="mixcap">Frits</span>? Ge wilt u aan een wissen dood blootstellen!&rdquo; riep zijn
+vrouw uit. &bdquo;Als er een ijsschol tegen uw schuit aankomt...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wij zijn in Gods hand, <span class="mixcap">Maartje</span>!&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;<span class="mixcap">Jacob</span> en <span class="mixcap">Krijn</span>
+zullen wel met mij mee willen gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Voorzeker baas,&rdquo; antwoordden de knechts. &bdquo;Als 't om menschen te redden
+is, zijn we gereed.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En ik ga ook met u mee,&rdquo; zeide de oude <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, vader,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Dat niet. Het is goed, dat er een man
+blijft bij al de vrouwen. Men kan nooit weten, wat er gebeurt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar de praam zal weggeslagen zijn, of onder 't water bedolven,&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Truda</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Daarvoor heb ik gezorgd,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Toen ik eergisteren
+<span class="pagenum" title="55"></span><a id="p_55"></a>thuiskwam, is mijn eerste werk geweest, de praam los te maken en er een
+lang touw aan vast te knoopen, hetwelk ik aan het zoldervenster achter
+heb bevestigd. Naardat het wies, heb ik dat touw aangetrokken en nu ligt
+de praam veilig en wel achter 't huis.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe voorzichtig van u!&rdquo; zeide de vader.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik begreep, dat, ingeval van nood, de praam 't eenige middel was, om
+ons allen te redden,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;En nu we haar niet noodig hebben
+voor ons zelf, zijn we verplicht, haar te gebruiken tot mogelijke
+redding van anderen. Doch we willen niet talmen&mdash;iedere minuut, die <span class="mixcap">Jans</span>
+met haar man en kinderen, als ze nog niet gered zijn, in hun bedreigde
+woning doorbrengen is voor haar en de haren een eeuwigheid.&rdquo;</p>
+
+<p>En <span class="mixcap">Frits</span> stapte met de beide knechts in de praam. Vreeselijk was de
+aanblik rondom hen. Overal water en ijsschotsen, overal puinhoopen, waar
+vroeger welvarende woningen stonden. Ze waren de eenigen niet, die hun
+medemenschen poogden te redden. Meer edele menschenvrienden trotseerden
+het gevaar van zelf om te komen door de drijvende ijsschotsen. Toen zij
+echter aan de plaats kwamen, waar de woning van <span class="mixcap">Veen</span> moest staan, vonden
+zij daar niets meer. 't Hutje had aan 't geweld van 't water geen
+weerstand kunnen bieden.</p>
+
+<p>&bdquo;God geve, dat de ongelukkigen zich nog bij tijds gered hebben!&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Thans echter, jongens, willen we niet vruchteloos terugkeeren.
+We moeten anderen redden. Zie je daar ginds het dak, hetwelk boven 't
+water uitsteekt? Misschien zijn daar menschen op.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik geloof 't niet, baas,&rdquo; zei <span class="mixcap">Jacob</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ze kunnen immers aan den anderen kant zitten,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Krijn</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Laat ons 't beproeven,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Frits</span>. &bdquo;Met een ledige schuit kom ik
+niet terug, al zou ik den ganschen dag op den wijden plas zwalken.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr28" title="Bron: &bdquo;"></ins>Men hield nu op het dak aan. Het duurde echter
+eenigen tijd, eer men er was. Doch welk een vreugde voor onze moedige
+mannen, toen men aan den anderen kant een twaalftal menschen zag,
+uitgeput door honger, koude, angst en inspanning. En wat nog 't
+heerlijkst was ook <span class="mixcap">Veen</span> met vrouw en <span class="pagenum" title="56"></span><a id="p_56"></a>vijf kinderen! Allen te gelijk te
+redden was niet mogelijk; de praam kon hoogstens negen personen
+bevatten.</p>
+
+<p>&bdquo;Blijft bedaard!&rdquo; riep <span class="mixcap">Frits</span> uit. &bdquo;Eerst de vrouwen en kinderen. Als we
+die in veiligheid gebracht hebben, komen we de anderen halen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar toch voor den avond!&rdquo; riep een van de mannen uit. &bdquo;Want we kunnen
+'t niet langer uithouden. We vergaan van honger.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;We komen spoedig terug en brengen brood mede,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Frits</span>, terwijl hij
+intusschen vrouw <span class="mixcap">Veen</span> en haar kinderen met nog twee vrouwen voorzichtig
+in de boot hielp. Het verhaal, wat de ongelukkigen geleden hadden, is te
+lang om hier in te voegen. Toen de eerste vracht goed en wel bezorgd
+was, gingen zij de tweede halen welke ze ook veilig overbrachten. 't
+Huisgezin was nu echter met twaalf monden vermeerderd, en de weinige
+provisie, welke men gered had, zou spoedig op zijn.</p>
+
+<p>&bdquo;God zal wel zorgen,&rdquo; zeide de vrome moeder <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>En God zorgde. Den volgenden dag, Maandag, begon de vorst zoodanig te
+vermeerderen, dat de gansche oppervlakte van den <em class="g">Waard</em> boven den <em class="g">Meidijk</em>
+met een dikke ijskorst bedekt werd, waardoor 't nu gemakkelijk werd, van
+<em class="g">Gorkum</em> en <em class="g">Bommel</em> met wagens menschen te redden en levensmiddelen aan te
+voeren. Tevens gaf die ijsvlakte gelegenheid, om 't nog op de steigers
+overgebleven vee in veiligheid te brengen<ins class="corr" id="corr29" title="Bron: ,">.</ins> Maar 't kostte ook
+brandstof, en nog zaten <span class="mixcap">Veldhuis</span> en de zijnen, ondanks 't gloeien van de
+kachel, op den zolder te rillen en te beven.</p>
+
+<p>'k Zou u nog menig tafereel van ellende kunnen voorstellen; 'k zou u
+kunnen binnenleiden in de woning en de school van den vroegeren
+onderwijzer, waar honderd en dertig personen waren opgenomen en waar
+gebrek was aan versche lucht, voedsel, deksel en brandstof. Gelukkig,
+dat de weldadigheid... doch dat is voor een volgend hoofdstuk. Mijn
+verhaal van de rampen van den watersnood van 1861 is nog niet uit; het
+is eerst begonnen. Nog meerdere moet ik meedeelen, zwaarder dan die,
+welke ik reeds beschreven heb.</p>
+
+<p>Ook de <em class="g">Maas</em> had in <em class="g">Noord-Brabant</em> een doorbraak veroorzaakt; daar was de
+ramp echter op verre na niet zoo groot. Wel stond o. a. te <em class="g">Dungen</em> en <em class="g">St.
+Michielsgestel</em> het <span class="pagenum" title="57"></span><a id="p_57"></a>water 4 à 5 voet hoog, en moest men met elkander
+door middel van schuitjes communicatie houden; het ongelukkige
+<em class="g">Gelderland</em> scheen ditmaal ontzaglijk geteisterd te moeten worden.</p>
+
+<p>Omstreeks 21 Januari begon de dooi weer in te vallen. Een angstig
+vooruitzicht voor ons land. Op den <em class="g">Bovenrijn</em> en de <em class="g">Moezel</em> begon het ijs
+reeds in beweging te raken en nog zaten de rivieren hier vast. Eerst was
+<em class="g">Duitschland</em> aan de beurt, waar de dijk tegenover <em class="g">Emmerik</em> doorbrak en de
+polders overliepen; spoedig zou <em class="g">Gelderland</em> volgen. Het eerst had er een
+doorbraak bij <em class="g">Zevenaar</em> plaats (28 Januari) waarbij een gedeelte van den
+Rijnspoorweg werd weggeslagen; deze was echter van weinig belang. In
+grooter gevaar verkeerden de <em class="g">Betuwe</em> en de <em class="g">Tielerwaard</em>. 't Was de eerste
+Februari. Van <em class="g">Gorkum</em> tot <em class="g">Loevestein</em> zat de dam nog steeds muurvast. 't
+Was een dam die de lengte had van een uur gaans. Er was nog niet de
+minste beweging in geweest. En toch was de rivier, volgens telegrafische
+berichten, boven geweldig aan 't kruien. Ook te <em class="g">Nijmegen</em> was 't ijs
+losgeraakt. Gisteren kwart over vijven hadden drie kanonschoten
+verkondigd, dat de <em class="g">Waal</em> begon. Doch hij had zich om acht uur weer
+vastgezet. Er was beneden ook geen schot. Hoog hadden zich daar de
+ijsschollen tegen de huizen langs de kade opgewerkt. 's Nachts om drie
+uur was 't ijs weer in beweging gekomen. Steeds klom het onophoudelijk
+van boven afkomende water al hooger en hooger en brak met geweld de
+ijskorst los. 't Lage gedeelte der stad liep onder water.</p>
+
+<p><em class="g">Tiel</em> is in gevaar. Reeds is er een stuk van de borstwering der wallen
+door 't ijs weggesneden. Reeds stroomt het water in de stad. Ook de
+<em class="g">Betuwe</em> is in geen minderen perijkel. Daar begint het water om zes uur in
+den morgen eensklaps te dalen. Maar 't angstig gelui der noodklokken aan
+den overkant <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: verkondigd">verkondigt</ins> de oorzaak van die daling. Een
+vreeselijke doorbraak bij het dorp <em class="g">Leeuwen</em>, op ongeveer een uur afstands
+boven <em class="g">Whamel</em> gelegen, doet het opgezette water met zijn ijsschotsen in
+den <em class="g">Tielerwaard</em> stroomen. De <em class="g">Betuwe</em> was gered, ten koste van den
+vruchtbaren <em class="g">Tielerwaard</em>. Onder aanhoudend aanwassen was het water al
+hooger en hooger gestegen, spoedig was het boven noodpeil. De ijsmassa's
+staken heele stukken <span class="pagenum" title="58"></span><a id="p_58"></a>van den dijk af: geen menschelijke macht was
+berekend tegen Gods elementen. Twaalf huizen worden door den brullenden
+stroom meegesleept; tal van menschen reddeloos door hem weggevoerd. Hun
+angstgeschrei klinkt boven 't geweld van het water; niemand kan hen
+helpen. Een nieuwe doorbraak bij <em class="g">Whamel</em> verhaast slechts den spoed,
+waarmede het water in den ongelukkigen <em class="g">Waard</em> stroomt. Huizen storten in
+puin, hutten worden meegesleept. Daar staat het huis van <span class="mixcap">Nikkels</span>. Bij
+alle vorige vloeden of gevaar voor overstrooming heeft het zich
+goedgehouden en was het een toevlucht voor vluchtelingen. Daar dicht bij
+is het huis van <span class="mixcap">Van Beek</span>. 't Gezin verkeert in den doodelijksten angst.
+Er wordt geklopt. Een doodsbleek man met verwilderde haren komt binnen.
+'t Is <span class="mixcap">Marcelis van der Veen</span>. Hij vraagt naar een zijner kinderen. 't Is
+bij zijn vlucht naar den dijk achtergebleven en zou hier een
+schuilplaats gezocht hebben. Het kind is er niet. Dan terug om zijn kind
+te zoeken. 't Is te laat! Daar is geen tijd meer, arme vader! 't Water
+dringt in huis. &bdquo;Naar boven!&rdquo; roept <span class="mixcap">Verbeek</span>. Ook daar is men niet
+veilig. &bdquo;Dan maar naar het dak!&rdquo; Doch ook dat is geen schuilplaats. Een
+geweldige ijsschots scheurt het achterdak weg, waarop vrouw <span class="mixcap">Verbeek</span> met
+haar jongste kind, haar dochtertje, <span class="mixcap">Johanna</span> of <span class="mixcap">Hanneke</span>, en <span class="mixcap">Marcelis van
+der Veen</span> zich bevinden. Vrouw <span class="mixcap">Verbeek</span> met haar zuigeling wordt in de
+grondelooze diepte bedolven. <span class="mixcap">Marcelis</span> en de kleine <span class="mixcap">Hanneke</span> drijven, in
+'t gezicht van den wanhopigen vader, de woeste zee in. Jammerend klemmen
+zich de drie overgebleven kinderen vast aan hun vader, die zich met hen
+en een dienstbode op het voordak bevindt. Een oogenblik later stort ook
+het voorhuis in; zich aan elkander vastklemmende worden de ongelukkigen
+door den stroom medegevoerd. Goddank! daar drijven ze tegen 't huis van
+<span class="mixcap">Nikkels</span> aan. Ze worden er in opgenomen en rekenen zich behouden. Doch
+ook dat huis begint te waggelen. &bdquo;Naar de schuur!&rdquo; gillen allen, en in
+doodsangst ijlen ze derwaarts. 't Stevige huis, dat zooveel stormen en
+vloeden getrotseerd heeft, valt voor de oogen der ongelukkigen, die het
+dak der schuur beklommen hebben, in puin. Nog eenige pijnlijke, angstige
+oogenblikken. Daar scheurt ook het dak der schuur in vieren; meer dan
+vijftig wanhopige menschen die er hun redding hebben <span class="pagenum" title="59"></span><a id="p_59"></a>gezocht, worden
+met hen, die op den hooizolder zitten, door den vloed meegesleept en
+verzwolgen! Een tijdlang drijft <span class="mixcap">Verbeek</span> met zijn drie oudste kinderen op
+den vloed rond; hij ziet ze alle drie in de diepte verzinken&mdash;hij is het
+laatste slachtoffer van de vier. En <span class="mixcap">Marcelis van der Veen</span> en de
+achtjarige <span class="mixcap">Hanneke</span>? vraagt gij. Ik zal 't u vertellen. Toen ze nog op
+het dak zaten, had <span class="mixcap">Verbeek</span> het lieve kind, dat van koude rilde, zijn jas
+toegeworpen, om zich daar mede te dekken. Onder angstig gekerm klemt het
+arme <span class="mixcap">Hanneke</span> zich dichter tegen <span class="mixcap">Marcelis</span> aan. Pijlsnel vliegen ze op hun
+broos vaartuig tusschen bergen van ijs, vernielde gebouwen en
+ontwortelde boomen. Het dak blijft hen houden. Daar komen zij aan eenige
+nog staande boomen. Met reuzenkracht wordt het dak daar
+tegenaangeslingerd en scheurt in tweeën. <span class="mixcap">Van der Veen</span> klemt zich in zijn
+doodsangst aan de takken vast. &bdquo;Ach! <span class="mixcap">Celis</span>!&rdquo; roept het arme kind. &bdquo;Laat
+mij niet alleen, houd me toch bij u!&rdquo; Hij doet een poging om haar te
+grijpen&mdash;onmogelijk! Het stuk dak waarop het kind zit, is reeds te ver
+weggedreven; 't bestaat uit hoogstens drie vierkante ellen.</p>
+
+<p>Zes dagen later, op den middag van den 7<sup>en</sup> Februari, vaart een ranke
+boot uit <em class="g">Puifdijk</em> naar een in 't veld gelegen woning om te zien wat er
+gered kan worden. Daar valt de roeiers een blauw pakje in 't oog, dat op
+'t water drijft, ze weten niet, of 't een kleedingstuk of misschien een
+drenkeling is. Toch sturen zij er hun boot heen. Eensklaps komt er
+beweging in het pakje; een kind rijst er uit omhoog. 't Is <span class="mixcap">Hanneke
+Verbeek</span>, die, voor zoover haar krachten 't haar toelaten, hoofd en
+bovenlijf omhoogbeurt. Spoedig is men bij haar. Een der mannen wil
+voorzichtig den eenen voet op het stukje dak zetten; <span class="mixcap">Hanneke</span> komt hem
+voor. Eerst reikt zij hem haars vaders jas toe, aan welker beschutting
+en verwarming zij haar leven te danken heeft, het eenige wat haar van
+den man is overgebleven, die nog in zijn laatste ure zoo liefderijk voor
+zijn kind gezorgd had, toen laat zij zich in de boot tillen. &bdquo;Heb je
+geen honger, kind?&rdquo; vraagt een der mannen die in de boot zijn.&mdash;&bdquo;Ja,
+vader,&rdquo; antwoordt het vaderlooze kind, de eenige overgeblevene van een
+huisgezin van acht personen.</p>
+
+<p>Volgens haar verhaal, had ze den meesten tijd slapend doorgebracht;
+<span class="pagenum" title="60"></span><a id="p_60"></a>tegen den avond, als 't haar tusschen die ontzaglijke ijsbrokken zoo
+angstig werd, verborg zij zich in haars vaders jas en viel dan spoedig
+in slaap; ook des daags wikkelde zij zich warmpjes in dien jas. En als
+er een ijsschol of ander voorwerp haar stuk dak bedreigde, hield ze de
+handjes voor de oogen, om 't gevaar niet te zien, waaraan ze was
+blootgesteld. Al den tijd dien ze op den vloed had doorgebracht, had ze
+niets gegeten; slechts met een stukje ijs, nu en dan in den mond
+genomen, haar dorst gelescht; ze had van tijd tot tijd lekkere appelen
+zien voorbijdrijven, waarvan ze zooveel hield, maar er de handjes niet
+naar uitgestrekt, dewijl ze bang was, dat ze in 't water zou vallen.</p>
+
+<p>Met het huis van <span class="mixcap">Nikkels</span> waren ook de kuiper <span class="mixcap">Piek</span> en zijn gezin een
+prooi der golven geworden. Hij had met vrouw en vijf kinderen een
+schuilplaats gezocht op den zolder van <span class="mixcap">Nikkels'</span> schuur.</p>
+
+<p>En <span class="mixcap">Marcelis van der Veen</span>? Twee malen moest hij, na zijn scheiding van
+<span class="mixcap">Hanneke</span>, van boom verwisselen. Zeven uren hing hij aan den laatsten;
+toen werd hij, uitgeput naar ziel en lichaam, door eenige schippers van
+<em class="g">Druten</em> gevonden.</p>
+
+<p>De geheele <em class="g">Tielsche waard</em>, die met het stedeke <em class="g">Batenburg</em> twintig dorpen,
+benevens vele buurtschappen en gehuchten telt, werd een prooi van het
+woedende water. Van <em class="g">Whamel</em> af zag men niets dan een onafzienbaren
+waterplas, waarboven hier en daar een enkel dak uitstak. Te <em class="g">Alphen</em>
+stroomde het water op sommige plaatsen een el hoog over den Maasdijk.
+Omstreeks tachtig menschen, die hun toevlucht op de zolders hunner
+woningen gezocht hadden, verkeerden te <em class="g">Ammerzoden</em> in doodsgevaar. Ook
+een grijsaard van zesennegentig jaren, <span class="mixcap">Roekof van Woelderen</span>, de oudste
+man der geheele gemeente. Kalm en gelaten bleef deze eerwaarde grijsaard
+in 't gevaar: geen jammerkreet kwam hem over de lippen. In stille
+onderworpenheid aan God wachtte hij af, wat de Heer over hem beschikken
+zou.</p>
+
+<p>Dieper den polder in woont <span class="mixcap">Martinus van Fraaijen</span> met de zijnen. Zoodra
+hij de ramp van de doorbraak verneemt, brengt hij met behulp van zijn
+zoontje een gedeelte van zijn vee naar de <em class="g">Maasdijk</em> in veiligheid, en
+keert daarop met den knaap naar huis terug, om zijn vrouw te helpen bij
+'t inpakken en <span class="pagenum" title="61"></span><a id="p_61"></a>zoo mogelijk redden van hun tilbare have. Doch reeds
+komt de verbolgen vloed hem tegen. Slechts door een snelle vlucht kan
+hij zich redden. Alleen kan hij dat doen; maar hij kan den knaap toch
+niet achterlaten. Hem in de armen te nemen, dat zal zijn loop vertragen.
+Daar ontdekt hij een hoogte. &bdquo;Klim daar op, dan kan ik u straks halen,&rdquo;
+zegt hij en spoedt zich, nadat hij zijn jongen in veiligheid gezien
+heeft, ijlings voort. Hij werpt zich in een drieplanker, een bootje van
+de kleinste soort. Hij waagt er zich mee op den vloed en brengt het kind
+behouden thuis. Maar ook hier begint het water te rijzen&mdash;eerst zoeken
+ze hun toevlucht op den zolder, toen op het dak. Levensmiddelen hebben
+ze niet mee kunnen nemen. Hongerdood of verdrinken&mdash;beiden grimmen hen
+aan. In Gods naam begeeft hij zich met vrouw en zes kinderen in de ranke
+boot. De moeder bindt haar zuigeling op het bloote lijf, uit vrees, dat
+het kind bevriezen zal. Zes uren lang dobberen zij op den vloed. Vrouw
+en kinderen zijn verkleumd van koude. Daar komen zij aan de ruïnen eener
+kerk. Nu zijn ze dicht bij hun redding en worden voorloopig opgenomen in
+de woning van den heer <span class="mixcap">J. de Waal</span>, van alles beroofd, behalve van het
+vee, dat <span class="mixcap">Martinus</span> naar een dijk gebracht en een bed, hetwelk hij in 't
+schuitje meegenomen heeft.</p>
+
+<p>Op 't kasteel, bewoond door baron <span class="mixcap">Arthur de Woelmond</span>, zijn, behalve de
+paarden en koeien welke er gestald zijn, drie honderd menschen geborgen,
+die niets dan 't leven hebben overgehouden.</p>
+
+<p>Ook in <em class="g">Driel</em> is de ellende vreeselijk. Daar zijn meer dan twee duizend
+menschen in de Protestantsche kerk bijeen, die niets meer te eten
+hebben. Te <em class="g">Rossum</em> is het bedehuis met ongelukkigen gevuld en loopt het
+water over den dijk, zoodat ze niet weten, of ze hun leven zullen
+behouden. Te <em class="g">Hurwenen</em> zitten allen in angstige bekommering op hun
+zolders.</p>
+
+<p>Doch ik kan zoo niet voortgaan, en u de ellende schetsen, die er overal
+heerscht. Ik sluit dus dit Hoofdstuk, om u in 't volgende een
+liefelijker tooneel voor oogen te stellen.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">6)</a> Hierdoor zijn meer woningen bewaard gebleven.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="62"></span><a id="p_62"></a></p>
+
+<h2><a id="VIJFDE_HOOFDSTUK"></a>VIJFDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">De Koning als redder van ongelukkigen.</p>
+
+<p>Hoe vreeselijk elke ramp is, hoe verschrikkelijk vooral volksrampen
+zijn&mdash;in <em class="g">Nederland</em> hebben ze altijd een schoone keerzijde: ze geven den
+alouden geest van weldadigheid een ruim veld om zich te doen zien.
+Misschien was het als een tegenhanger van 't vorige Hoofdstuk niet
+kwaad, dat ik u een tafereel ophing van al wat er in <em class="g">Nederland</em> gedaan
+werd tot leniging van de ramp, zoo door particulieren als door
+vereenigingen en genootschappen; gaarne zou ik de namen en daden van de
+menschenvrienden mededeelen, die ondanks 't gevaar, waaraan zij zich
+blootstelden, niet aarzelden, om met dikwerf ranke vaartuigen den
+uitgestrekten plas in te varen, waar ze ieder oogenblik ijsschotsen
+zagen drijven, die hen dreigden te verpletteren&mdash;ik wil in de eerste
+plaats uw oog vestigen op een enkel man, den eersten uit het land, op
+koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden.</p>
+
+<p>'t Was op den vierentwintigsten Januari, dat op den dijk bij <em class="g">Brakel</em>,
+kort na twaalven, ondanks het koude, mistige weder, een groote menigte
+volks zich om het door de wateren gespaarde veerhuis verzameld had. Ge
+herkent onder hen den ouden <span class="mixcap">Veldhuis</span> en zijn zoon <span class="mixcap">Frits</span>, ook <span class="mixcap">Bernard</span> die
+uit zijn dorp is overgekomen, om zijn ouders te bezoeken, en te zien, of
+hij ze met zijn geheele familie naar zijn pastorie kan medekrijgen. Ze
+hebben dat echter afgeslagen; daar ze hopen, dat voor hen <span class="pagenum" title="63"></span><a id="p_63"></a>'t gevaar te
+boven is en ze gaarne bij hun goed willen blijven. <span class="mixcap">Bernard</span> zou wel eer
+zijn gekomen; maar ook bij hem heeft het gespannen, en hij kon vrouw en
+kind (want hij heeft een zoon) niet verlaten, ook zijn gemeente niet,
+zoolang ook zij door watersnood bedreigd werden. Doch nu 't gevaar
+geheel van hen is afgewend, is hij overgekomen, in de hoop, dat er ten
+minste eenigen mede zouden gaan&mdash;we hoorden reeds, dat dit hem mislukt
+is.</p>
+
+<p>In 't veerhuis bevinden zich onder anderen de burgemeester van <em class="g">Brakel</em>,
+die tevens dijkgraaf van het polderdistrict <em class="g">Bommelerwaard</em> beneden den
+<em class="g">Meidijk</em> is, ook de predikant en de rijksontvanger der belastingen van
+<em class="g">Brakel</em>. Doch waarom staat al dat volk daar; waarom richten allen hun
+blikken naar de overzijde der rivier en wel bepaald in de richting van
+<em class="g">Gorkum</em>? Waarom schijnt hun 't wachten niet te verdrieten; ondanks den
+door 't sterk ontdooide ijs modderige paden en den kouden nevel, die hen
+door de kleederen heendringt?</p>
+
+<p>Ik zal het u zeggen. Er is tijding gekomen, dat Zijne Majesteit de
+Koning zich met eigen oogen zal komen overtuigen van de ramp, welke zijn
+volk getroffen heeft, dat hij zooveel hem mogelijk is, hulp en leniging
+zal toebrengen. Welnu, dat is de oorzaak van hun geduldig wachten. Velen
+zijn er onder hen, die geen eigen woning meer hebben, wien alles door
+den watersnood ontnomen is; o, met welk een ongeduld verwachten deze den
+vader des vaderlands, die komen zal om met eigen oogen de ramp te
+aanschouwen, welke hen getroffen heeft.</p>
+
+<p>Toch duurt het tot twee ure. Daar bemerkt men, in de verte eenige
+rijtuigen aan den overkant der rivier. &bdquo;Dat zal de Koning zijn!&rdquo; is de
+kreet, die uit vele monden oprijst. &bdquo;Gezegend hij, die komt als Vader
+des Volks!&rdquo; klinkt het in menig hart. Daar staan de rijtuigen aan den
+overkant stil. Koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde, vergezeld van zijn broeder Prins
+<span class="mixcap">Hendrik</span> en van den gouverneur<a id="FNa_7" href="#FN_7" class="fnanchor"><sup>7</sup>)</a> van <em class="g">Gelderland</em>, stapt in de
+schietschouw en laat zich de <em class="g">Waal</em> overzetten. Nauwelijks is hij aan
+land, of hij wordt door een luid &bdquo;Hoezee! Leve de Koning!&rdquo; verwelkomd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="64"></span><a id="p_64"></a></p>
+
+<p>Terstond worden de burgemeester, de predikant en de rijksontvanger van
+<em class="g">Brakel</em> aan Zijne Majesteit<ins class="corr" id="corr31" title="Bron: ,"></ins> voorgesteld.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijne Heeren!&rdquo; zegt de Koning. &bdquo;Ik verzeker u, dat ik gevoelig ben over
+al hetgeen gij verricht hebt, om in den eersten en dringendsten nood te
+voorzien. Nooit&mdash;neen nooit zal ik dit vergeten.&rdquo;</p>
+
+<p>Nu leidt men Zijne Majesteit rond, opdat hij eenig denkbeeld moge
+erlangen van de grootte en uitgestrektheid der ramp, hier door 't water
+aangericht, en men kan 't hem aanzien, hoezeer 't leed zijner geliefde
+onderdanen, zijner medemenschen hem schokt.</p>
+
+<p>Nauwelijks gunde de Vorst zich den tijd, om des nachts te rusten van
+zijn vermoeiende en door den dooi al gevaarlijker en gevaarlijker
+wordende tochten; terwijl hij de ongelukkigen van de overstroomde dorpen
+in den beneden- en boven-&nbsp;<em class="g">Bommelerwaard</em> bezocht. Overal poogde hij
+de slachtoffers van den watersnood te bemoedigen door een vriendelijke
+toespraak, overal zorgde hij met milde hand, dat er in hun behoeften
+voorzien werd. We zullen den Vorst niet voet voor voet op zijn tocht
+volgen; liever willen we enkele schitterende tooneelen van zijn verblijf
+op de plaats van den rampspoed opgeven.</p>
+
+<p>Geen koude, hagel of sneeuw, geen levensgevaar zelfs, hield den Vorst
+terug om zijn landgenooten te helpen en op te beuren. Hij bezocht alle
+plaatsen, waar ongelukkigen gehuisvest waren, deed zelf onderzoek naar
+hun behoeften, luisterde met deelneming naar 't verhaal hunner rampen en
+de bijzonderheden hunner redding, ja wilde weten, of ze wel goed gevoed
+werden. In een der openbare gebouwen van <em class="g">Kerk-Driel</em> was men juist bezig
+aan 't opscheppen van soep. &bdquo;'t Schijnt hun goed te smaken,&rdquo; zegt de
+Vorst met een vergenoegd gelaat. &bdquo;Apropos! Schep mij ook eens bord op,&rdquo;
+beveelt hij op vriendelijken toon. Men gehoorzaamt; de koning eet met
+smaak de helft van 't bord leeg. &bdquo;Nu, dat is krachtige kost,&rdquo; zegt hij
+tevreden, &bdquo;dat zal den menschen goed doen. Laat het hun vooral aan niets
+ontbreken, hoor!&rdquo;&mdash;&bdquo;Informeer eens bij de commissie, of er nog voorraad
+genoeg is,&rdquo; vervolgt hij tot zijn adjudant, &bdquo;en zeg haar, dat zij anders
+op mij kan rekenen.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar door de steeds herhaalde bijdragen, welke de verschillende
+<span class="pagenum" title="65"></span><a id="p_65"></a><ins class="corr" id="corr32" title="Bron: commissien">commissiën</ins>, uit 's konings kas ontvingen, raakte die
+eindelijk uitgeput. Men zeide het hem. &bdquo;Nu, wat zou dat?&rdquo; vroeg hij,
+&bdquo;als 't niet anders kan, zullen we ons wel eenigen tijd behelpen; die
+arme bloeden hebben 't vrij wat meer noodig dan wij.&rdquo;</p>
+
+<p>De koning was te <em class="g">Tiel</em>. 't Was kort na de overstrooming van 't land
+tusschen <em class="g">Maas</em> en <em class="g">Waal</em>.</p>
+
+<p>&bdquo;Sire,&rdquo; waarschuwt men hem. &bdquo;De tocht is gevaarlijk. Uwe Majesteit zal
+vóór den nacht niet terug kunnen, en 't zal Haar bezwaarlijk vallen, een
+voegzaam nachtverblijf te vinden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Een nachtverblijf, mijne heeren?&rdquo; vraagt de Vorst lachend. &bdquo;Ziet mij
+eens aan. Zoudt ge niet denken, dat ik nog sterk genoeg was, om 't een
+nacht op den dijk uit te houden? Kunnen we niet terugkomen, welnu, dan
+blijven we op den dijk. Er zijn er zoo velen die er zich in moeten
+schikken; wij zullen er ook niet van sterven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar Sire,&rdquo; zegt de veerman, toen de koning in de veerschuit stapt. &bdquo;De
+tocht zal lang duren en is gevaarlijk ook.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Durf jij er over?<ins class="corr" id="corr33" title="Bron: &rsquo;,">&rdquo;</ins> vraagt de koning.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, Sire, als 't moet, durf ik alles,&rdquo; antwoordt de veerman.</p>
+
+<p>&bdquo;Dan durf ik het ook. Steek af!&rdquo;</p>
+
+<p>In een dikken pijakker gehuld, met hooge kaplaarzen aan, blijft hij twee
+uren (want zoo lang duurde de overtocht) kalm en bedaard, waar allen
+sidderen. En 't was inderdaad een vreeselijke overtocht. Niet alleen,
+dat een scherpe sneeuwjacht allen kil en snijdend in 't gezicht jaagt;
+maar men moet tusschen dichte ijsschollen heendobberen, die telkenmale
+dreigen<ins class="corr" id="corr34" title="Bron: ,"></ins> het ranke vaartuig te zullen verbrijzelen.</p>
+
+<p>Het eerst gaat de koning aan wal, klautert over het ijs<ins class="corr" id="corr35" title="Niet in Bron.">,</ins> springt
+over wakken, waadt door plassen, 't is of hij geen rust heeft voor hij
+bij de ongelukkigen is. Hij komt te <em class="g">Dreumel</em>, waar de burgemeester, die
+van zijn komst verwittigd is, hem een eenvoudig ontbijt aanbiedt.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat is goed,&rdquo; zegt de Vorst. <ins class="corr" id="corr36" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Men zou trek krijgen, als men
+zoo lang op 't water is.&rdquo;</p>
+
+<p>De koning laat zich het ontbijt goed smaken, en onderhoudt zich
+intusschen met den burgemeester over de plaats gehad hebbende ramp. Ook
+de tijd, die 't ontbijt kost, kan ten nutte der <span class="pagenum" title="66"></span><a id="p_66"></a>ongelukkigen besteed
+worden. Spoedig is 't ontbijt afgeloopen. De koning schenkt zijn glas
+nog eens vol.</p>
+
+<p>&bdquo;Om u te bedanken, mijn waarde gastheer,&rdquo; zegt hij minzaam, terwijl hij
+het glas ledigt. &bdquo;Ik moet u zeggen, dat ik geheel en al bekomen ben, na
+'t frissche morgentoertje, dat ik gedaan heb.&mdash;Doch nu spoedig verder,&rdquo;
+zegt hij tot zijn gevolg.</p>
+
+<p>Ook hier worden weder de overstroomde dorpen bezocht; ook het punt, waar
+de doorbraak heeft plaats gehad. De koning laat zich de plaatsen
+aanwijzen, waar vroeger huizen stonden, doch die door den geweldigen
+vloed verdwenen zijn. &bdquo;Die arme menschen!&rdquo; roept hij uit. &bdquo;Zoo van alles
+beroofd te zijn. Worden ook hier van die ongelukkigen
+verpleegd?&rdquo;&mdash;&bdquo;Voorzeker, Sire,&rdquo; luidt het antwoord. &bdquo;Welnu, brengt mij
+dan derwaarts.&rdquo;</p>
+
+<p>En nu stapt de koning in een schuit, die hem weldra bij de bovenramen
+van een stevig gebouw brengt, hetwelk de woede van stroom en ijsgang
+doorstaan heeft, en waar zich niet minder dan driehonderd menschen
+bevinden. De Vorst treedt er binnen; hij gaat de rijen door en heeft
+voor allen een vriendelijk woord. Nu eens spreekt hij een ouden van
+dagen aan: &bdquo;Wel hoe gaat het, vader? Op uw ouden dag zoo iets te moeten
+ondervinden! 't Is erg!&rdquo;&mdash;of het klinkt uit zijn mond: &bdquo;Wel, moedertje.
+Hoe maak je 't? Toch nog gelukkig gered?&rdquo;&mdash;Of hij staat stil bij een
+moeder, die haar kind op den schoot houdt, streelt vriendelijk de wangen
+van het wicht, en zegt: &bdquo;Dat heb je ten minste nog behouden!&rdquo;&mdash;Zoo
+spreekt hij tot allen, vooral tot hen, van wie men hem zegt, dat zij het
+meest geleden hebben. Daar wijst men hem een oud, maar nog krachtig en
+stevig man. &bdquo;Die heeft twee dagen lang op een boomstam doorgebracht;
+terwijl de golven om hem heenbruisten, en ieder oogenblik dacht, dat
+zijn laatste uur gekomen was.&rdquo;</p>
+
+<p>De koning nadert hem, en ziet, dat de grijsaard het metalen kruis op de
+oude, versleten jas heeft gehecht. De man neemt een flinke houding aan
+en brengt de hand aan de pet, om op militaire wijs Zijne Majesteit te
+begroeten.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel vriend,&rdquo; zegt de koning. &bdquo;Hoe gaat het u? Je hebt je taai gehouden
+naar ik hoor. En zooals ik zie, ben je ridder van 't metalen kruis. Heb
+je den tiendaagschen veldtocht meegemaakt?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="-"></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 408px;">
+<a href="images/ill_p066a.jpg"><img src="images/ill_p066a-th.jpg" width="408" height="268" alt="" title="Klik voor vergroting (1700×1119px, 411kb)" /></a>
+<div class="caption">Tresling &amp; C<sup>o</sup> Hof-Lith Amst.</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="-"></span>
+<span class="pagenum" title="67"><br /></span><a id="p_67"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Pardon, Sire,&rdquo; antwoordt de grijsaard. &bdquo;Ik diende destijds bij de
+tiende afdeeling, en was onder generaal <span class="mixcap">Chassè</span> op de citadel.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, daar heb je 't warm genoeg gehad,&rdquo; herneemt de koning. &bdquo;'t Was daar
+geen haar beter dan bij <em class="g">Hasselt</em> en <em class="g">Leuven</em>. Je kunt dus meepraten van
+vuur en van water. Waar vondt je 't nu wel 't minst prettig: op de
+citadel of op je boomstam?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Sire,&rdquo; antwoordt de man. &bdquo;Als 't zijn moet, dan tienmaal liever in 't
+vuur, dat de kogels om mij heen fluiten, dan ooit weer in 't water. Doch
+in beiden heeft God mij bewaard.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;God bewaart brave soldaten altijd,&rdquo; hervat de koning, terwijl hij zijn
+beurs uit den zak haalt en die den man overreikt. Daarna drukt hij den
+braven krijgsman hartelijk de hand, en zegt bewogen: &bdquo;Houd maar moed; we
+zullen ook u niet vergeten.&rdquo;</p>
+
+<p>En met deze woorden verwijdert hij zich.</p>
+
+<p>&bdquo;Vaartwel!&rdquo; zegt hij daarop met krachtige stem tot allen. &bdquo;Vaartwel!
+Hebt slechts geduld en weest tevreden; 't zal u aan niets ontbreken!&rdquo;</p>
+
+<p>Ik behoef u wel niet te zeggen, hoeveel zegenbeden er uit de borst van
+die ongelukkigen oprezen, zegenbeden voor den Vorst, die zoozeer toonde,
+de vader en helper zijner onderdanen te zijn. De tranen, welke in de
+oogen van die ongelukkigen glinsterden over de liefdevolle behandeling,
+welke zij van hun koning ondervonden, waren zeker wel de schoonste
+parelen, welke zijn kroon konden versieren. De tijding van 's konings
+edelaardige grootmoedigheid ging door 't gansche land, en uit millioenen
+harten steeg de bede op tot den Koning aller Koningen: &bdquo;O Heer! spaar
+onzen goeden Vorst!&rdquo;&mdash;Evenals zijn naamgenoot, graaf <span class="mixcap">Willem</span> de derde,
+had hij zich bij de ramp, die <em class="g">Nederland</em> getroffen had, den naam van:
+&bdquo;<span class="mixcap">Willem</span> den goeden&rdquo; waardig gemaakt!</p>
+
+<p>Zijn terugreis uit de overstroomde landen naar de residentie was dan ook
+inderdaad een zegetocht. En toen hij in dat voorjaar in de hoofdstad
+kwam, werd hij luisterrijk ingehaald en vierde men daar feest, omdat
+&bdquo;<span class="mixcap">Willem</span> de goede,&rdquo; niet alleen koning der <em class="g">Nederlanden</em> was, maar ook
+getoond had, de vriend en weldoener zijner door den rampspoed
+geteisterde <span class="pagenum" title="68"></span><a id="p_68"></a>onderdanen te zijn. En met hoeveel geestdrift werd zijn
+vierenveertigste verjaardag, de 19<sup>de</sup> Februari, gevierd. Schooner
+echter nog volgens 's konings wensch zelf: want op dien dag had de
+algemeene collecte voor de door den watersnood ongelukkig gewordenen
+plaats.</p>
+
+<p>En waar haar koning dus voortging, volgde de natie. Neen, niet alleen
+volgde zij hem&mdash;ze was hem reeds voorgekomen. Nauwelijks toch was de
+mare van de eerste ramp vernomen, of er vormden zich terstond overal
+commissiën om gaven voor de noodlijdenden in te zamelen. Uitgevers van
+dagbladen <ins class="corr" id="corr37" title="Bron: plaatsen">plaatsten</ins> kosteloos advertentiën en boden zich
+aan tot ontvangst van giften. Concerten werden gegeven,
+tooneelvoorstellingen gehouden, waarvan de opbrengst geheel voor de
+noodlijdenden was. Daar kwam van alle kanten vrij wat in! Koren, brood,
+rijst, aardappelen, allerlei levensmiddelen, hemden<ins class="corr" id="corr38" title="Bron: .">,</ins> kousen,
+broeken, en alle soorten van bovenkleederen, bedden, matrassen, dekens,
+en wat niet al. En behalve dat alles geld, geld in overvloed. Zoo was er
+onder andere op den 21<sup>sten</sup> Januari alleen bij de commissie te
+<em class="g">Amsterdam</em> de niet geringe som van &fnof;&nbsp;63,090.82&frac12; ontvangen, en dat
+reeds op dien datum. Bij de meeste van die gaven schreef men alleen
+letters; bij sommige ook versjes, dikwerf erg kreupelrijm. Een der
+aardigste versjes heb ik indertijd uitgeschreven; ik vond het zeer lief.
+'t Was van de leerlingen eener jongeheerenschool, die elk uit zijn
+spaarpot wat gegeven hadden, en de som van negenendertig gulden inzonden
+met de volgende dichtregelen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Onze ouders zijn ons voorgegaan,<br /></span>
+ <span class="i0">Zij gaven van hun overvloed;<br /></span>
+ <span class="i0">Wij geven van 't gespaarde geld,<br /></span>
+ <span class="i0">God weet het, dankbaar van gemoed,<br /></span>
+ <span class="i0">En toonen, door te lenigen<br /></span>
+ <span class="i0">Der armen bittren nood en pijn,<br /></span>
+ <span class="i0">Dat wij disciplen van den Heer,<br /></span>
+ <span class="i0">Dat we Amsterdamsche jongens zijn.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Bij den minister van Binnenlandsche Zaken werd alleen uit <em class="g">Nederland</em> en
+zijn overzeesche bezittingen de som van &fnof;&nbsp;253,583.86, van
+buiten'slands &fnof;&nbsp;304<ins class="corr" id="corr39" title="Bron: .">,</ins>439.69 ontvangen; terwijl <span class="pagenum" title="69"></span><a id="p_69"></a>de collectie van
+den 19<sup>den</sup> Februari &fnof;&nbsp;774,774.28 en een later gehouden algemeene
+verloting van voorwerpen van kunst en smaak (alle geschenken van de
+inzenders) &fnof;&nbsp;191,034.14 opbracht; zoodat de totale opbrengst meer dan
+anderhalf millioen (1,523,831.97) bedroeg. Hoe kon 't anders bij een
+volk, welks koning zulk een voorbeeld had gegeven? Wat het den koning
+zelf gekost heeft, is ontzaglijk. Toch heeft hij, nog meer dan door dat
+geld, zich een naam gesticht in de harten der dankbare natie door zijn
+bezoek aan de overstroomde gewesten, en zal de naam van <span class="mixcap">Willem</span> den
+derden daar steeds in dankbare herinnering blijven.</p>
+
+<p>En spreken wij van menschenliefde, dan voorzeker mogen wij ook hen niet
+vergeten, die hun eigen leven waagden, om dat hunner medemenschen te
+redden. Een voorbeeld onder vele. Drie schippers, <span class="mixcap">Cornelis</span>, <span class="mixcap">Dirk</span> en <span class="mixcap">Jan
+van de Weerd</span> waren de eersten, die zich omstreeks acht ure in den morgen
+van den 30<sup>sten</sup> Januari, dus zoo wat anderhalf uur nadat de dijkbreuk
+was ontstaan, door den burgemeester van <em class="g">Whamel</em>, den heer <span class="mixcap">Kolfschoten</span>,
+lieten bewegen, om met genoemden burgemeester op redding van menschen
+uit te gaan. Dat voorbeeld werkte; <span class="mixcap">Hendrik van Kessel</span> en <span class="mixcap">Andries Adams</span>
+volgden met een tweede schuit; <span class="mixcap">Hol</span> en <span class="mixcap">Brouwer</span> met een derde. De drie
+schuiten voegden zich bij elkander en waren na twee uren een heel eind
+in den polder gekomen. Daar kwam op eens zulk een geweldige strooming,
+dat de schuit van <span class="mixcap">Kessel</span> en <span class="mixcap">Adams</span>, waarin de burgemeester was
+overgegaan, zijwaarts afdreef en met ontzaglijk veel krachtsinspanning
+aan het bosch van den Hoogen kamp aanlandde, vanwaar ze trachtten naar
+den dijk te geraken; 't geen hun belet werd door het ijs, dat hen van
+rondsomme insloot. De burgemeester, niet zoo gewoon aan wind en weer als
+de flinke varensgezellen, kon 't niet langer uithouden van de strenge
+koude. <span class="mixcap">Andries Adams</span> kon dat niet kalm aanzien; hij stapte uit de
+schuit, nam den half verkleumden burgervader op de schouders en bracht
+hem, na een vreeselijke worsteling van tien minuten tegen het ijs en het
+water, waarin hij tot aan den buik ging, behouden aan den dijk. De
+andere booten keerden eenigen tijd later met zestien geredden terug,
+menschen, die zonder hen een wisse prooi van den dood zouden zijn
+geworden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="70"></span><a id="p_70"></a></p>
+
+<p>Maar de edele redders hadden nog niet genoeg gedaan. Andermaal gaan <span class="mixcap">Jan</span>
+en <span class="mixcap">Cornelis van de Weerd</span> met <span class="mixcap">Evert Kessel</span> in een schuit den plas op.
+Daar zien ze een vrouw met vier kinderen op een ellendige stroowisch. 't
+Was de vrouw van <span class="mixcap">Nicolaas Elsen</span> met haar vier kinderen. Met haar man en
+hun gezin en nog dertig andere menschen waren zij op het dak hunner
+woning gevlucht. De woning was ingestort, de vader met de anderen waren
+door den vloed weggesleept; zij met haar kinderen bleven op een stukje
+riet of stroo, ter grootte van ongeveer vier vierkante ellen, drijven.
+Achtereenvolgens zag ze al haar buren en vrienden verdrinken, ja zij
+zelf was reeds ten halvenlijve door het dak gezakt. Daar komt de schuit
+met de drie wakkere mannen aan, regelrecht op haar toe. Maar de
+schippers, die reeds anderen gered hebben, kunnen er ternauwernood twee
+van de vijf bergen. Dat geeft een edele wedstrijd: de moeder wil niet
+gaan zonder haar kinderen, de kinderen niet zonder hun moeder. Doch er
+is geen tijd tot beraad. De moeder verkeert in 't grootste gevaar; half
+met geweld maken ze zich van haar meester en trekken haar met een harer
+kinderen in 't schuitje. Toen ze haar aan wal gebracht hebben, keeren ze
+om de andere drie kinderen terug en&mdash;brengen ze in de armen hunner
+moeder, die daarenboven 't geluk heeft, den volgenden dag ook haar man
+gezond en wel terug te zien.</p>
+
+<p>Ziedaar een enkel voorbeeld uit honderde. 't Is genoeg, om u te
+verheugen, dat er in dergelijke rampen altijd menschen in overvloed
+zijn, die 't beeld van God niet verloren hebben, waar 't aankomt om hun
+menschenliefde te toonen en anderen te redden en te behouden.</p>
+
+<p>En thans&mdash;genoeg van den watervloed. Als we dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> spraken, zou
+hij zeggen:</p>
+
+<p>&bdquo;Daar is in dat jaar veel geleden en veel vergoed. Maar we moeten ons
+ook herinneren, dat hetzelfde jaar 1861 voor Gelderland in gezegend
+aandenken wordt gehouden; daar den 21<sup>sten</sup> October van dat zelfde jaar
+door Z. M. den koning de eerste steen werd gelegd van de eerste
+spoorwegbrug, en wel over den IJsel, te <em class="g">Zutfen</em>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Alweer de koning?&rdquo; vraagt ge. Welzeker, alweer koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde.
+Waar nood was, wist hij te helpen; waar <span class="pagenum" title="71"></span><a id="p_71"></a>een goede zaak, weldaad voor 't
+land, in 't spel was, wist hij die door zijn tegenwoordigheid en
+medewerking op te luisteren.</p>
+
+<p>We willen ditmaal onze lezeressen en lezers zelf niet naar <em class="g">Zutfen</em>
+voeren; maar hun liever een brief mededeelen, op den namiddag van het
+feest door <span class="mixcap">Bernard</span> aan <span class="mixcap">Gustaaf</span> geschreven. Waarschijnlijk zullen ze uit
+dien brief bemerken, dat de familie van <span class="mixcap">Veldhuis</span> en die van <span class="mixcap">de Bosson</span>
+vermeerderd is, en misschien knorren ze op mij, dat ik hun daarvan op
+zijn tijd geen mededeeling heb gedaan. 't Is mijn schuld niet; dan
+hadden ze eenvoudig maar de Oprechte Haarlemmercourant moeten lezen;
+daar zouden ze beide advertenties hebben gevonden.</p>
+
+<p>Thans echter wil ik hun den door mij genoemden brief van dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+mededeelen. Deze luidt als volgt:</p>
+
+<p class="right ri4" style="margin-top: 1.5em;">Zutphen, den 22<sup>en</sup> October 1861.</p>
+
+<p class="i3">&bdquo;Gustaaf!</p>
+
+<p>&bdquo;De dag van heden was voor deze stad een ware feestdag; doch niet alleen
+voor <em class="g">Zutphen</em>, maar voor 't geheele land. Het spoorwegnet bestaat thans
+niet alleen meer in de verbeelding, niet alleen meer op 't papier&mdash;de
+eerste steen is gelegd van 't gebouw, dat <em class="g">Nederland</em> zal doen
+concurreeren met andere natiën. Ik ben gisteren naar <em class="g">Zutphen</em>
+gereden&mdash;<span class="mixcap">Margot</span> durfde niet, om onzen kleinen <span class="mixcap">Ernst</span>; anders ware ze
+zeker meegegaan.</p>
+
+<p>Ge weet, dat onze goede koning zelf zijn voornemen had te kennen
+gegeven, om den eersten steen te leggen van de spoorwegbrug over den
+IJsel, en zoo te toonen, hoeveel belang hij er in stelt, dat ook de
+Noordelijke provinciën het voorrecht zullen smaken, hetwelk een
+versnelde communicatie geeft. Reeds gisteren wapperde de driekleur van
+<em class="g">Zutphens</em> toren, waren er aan de IJselkade tribunes opgericht en stonden
+van den overkant van de rivier een eereboog en groene tropeën te
+prijken. Verschillende ministers en andere aanzienlijken kwamen in de
+stad aan, die zelf zoo geheel en al feestelijk getooid was en waarin een
+drukte heerschte, welke der stille veste anders vreemd is. Ook <span class="mixcap">Jan</span>, bij
+wien ik logeerde, had zijn huis vol logés. Doch laat mij nu tot het
+verhaal van de plechtigheid van den dag overgaan.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="72"></span><a id="p_72"></a></p>
+
+<p>Om twaalf ure kondigde een algemeene geestdrift de komst van Z. M. aan,
+die met zijn gevolg door de commissie voor de Staatsspoorwegen aan de
+brug ontvangen en onder fanfares naar de smaakvol ingerichte tribune
+geleid werd. Hierop hield de minister van Binnenlandsche Zaken, baron
+<span class="mixcap">van Heemstra</span>, een redevoering tot Z. M., waarin hij te kennen gaf, van
+hoe hooge waarde de spoorwegen voor <em class="g">Nederland</em>, een land van handel,
+nijverheid en landbouw waren, en hoe de natie met geestdrift had
+vernomen, dat de koning in persoon den eersten steen tot het groote
+gebouw wilde leggen, omdat Z. M. daarvan de diepe beteekenis gevoelde.
+De natie was dankbaar aan zijn Vorst, die zelf het groote werk wilde
+inwijden, en wenschte vurig dat het hem vergund moge zijn, de voltooiing
+daarvan en de ontwikkeling des lands te aanschouwen. Hierop begon de
+plechtigheid: de koning stond van zijn zitplaats op en begaf zich naar
+den pijler, waar de president der commissie het proces-verbaal van de
+handeling voorlas, dat, met sierlijk gekleurde letters op perkament
+geschreven, van de zaak zelf en de personen, die er deel aan namen,
+melding maakt. Z. M. onderteekende dit stuk: dezelfde hand, die 't
+vorige jaar de spoorwegwet bekrachtigde, vereeuwigde thans voor de
+nakomelingschap de eerste uitvoering daarvan. Hierop rolde de president
+het perkament op, en deed de koning het in een looden bus, hem tot dat
+einde overhandigd. Nadat Z. M. in dezelfde bus een exemplaar van alle
+munten van den Staat had geworpen, werd zij door den opzichter <span class="mixcap">Springer</span>
+gesoldeerd. Nu legde Z. M. de bus in een steen, waarop gebeiteld stond:
+&bdquo;Koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde heeft van deze brug den eersten steen gelegd en
+daarmede den aanleg van staatsspoorwegen in Zijn rijk ingewijd.&rdquo; Hierop
+trad de dochter van den burgemeester, de gravin van <span class="mixcap">Limburg Stirum</span>,
+nader en bood, met een treffende toespraak, den Vorst den troffel aan.
+Aan de linkerzijde van den koning stond de ingenieur <span class="mixcap">Waldorp</span> met den
+kalkbak. Op een wenk zakte de steen langzaam en statig naar beneden.
+Hierop bood de ingenieur <span class="mixcap">Reuvens</span> den koning den hamer aan; allen vormden
+een kring om den Vorst, die nu een slag op den steen gaf&mdash;en de eerste
+steen was gelegd.</p>
+
+<p>Op 't zelfde oogenblik hief de muziek het Volkslied aan, de <span class="pagenum" title="73"></span><a id="p_73"></a>klokken
+begonnen te spelen, en het donderen van 't geschut verkondigde aan de
+omliggende plaatsen, wat er geschied was: terwijl de geestdrift van 't
+volk zich in een luid: &bdquo;Hoezee! leve de koning<ins class="corr" id="corr40" title="Bron: ?">!</ins>&rdquo; openbaarde.</p>
+
+<p>Toen de koning de tribune verliet, zongen de jongens van Mettray eenige
+door den heer <span class="mixcap">Heije</span> vervaardigde coupletten, waarvan vooral mij het
+volgende zeer interesseerde. Het luidt aldus:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i1">&bdquo;Wat ge dezen winter dee,<br /></span>
+ <span class="i1">Koning, hebben we óok vernomen,<br /></span>
+ <span class="i1">En nu ziet ons heel Mettray,<br /></span>
+ <span class="i1">Hoe ge 't stoompaard van de vree<br /></span>
+ <span class="i0">Een weg baant over de IJselstroomen.<br /></span>
+ <span class="i1">Dubbele dwinger van den vloed,<br /></span>
+ <span class="i1">God zij met u&mdash;wat Ge doet.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Nadat de Vorst in de groote Societeit een <span xml:lang="fr">déjeuner</span> had gebruikt, verliet
+hij <em class="g">Zutphen</em>, om zich met zijn gevolg naar <em class="g">'t Loo</em> te begeven, alwaar van
+middag groot diner zal zijn, tot hetwelk verschillende hooge personen,
+o. a. de voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal zijn
+genoodigd.</p>
+
+<p>De koning is vertrokken; maar de feestvreugde blijft aanhouden, en we
+zullen van avond een prachtige illuminatie hebben. De stadswaag o. a.
+zal met gas worden geïllumineerd. Ook de prachtige eereboog zal fraai
+verlicht zijn. 't Is hier dan ook vreeselijk druk. Volgens een matige
+berekening zijn er 5 à 6000 vreemdelingen in de stad. Alle kamers en
+logementen zijn van den dag van gisteren tot morgenavond besproken.
+Binnen een rayon van zes uren gaans waren er reeds gisteren geen
+rijtuigen meer te krijgen. Ik behoef u dus niet te zeggen, hoe vol het
+overal is. Gelukkig, dat ik een goed onderkomen heb. En nu, te midden
+der feestvreugde heb ik aan u geschreven; 't zij voor ditmaal voldoende.
+Mijn groeten aan <span class="mixcap">Florence</span>, veel kussen aan de kleine <span class="mixcap">Marie</span>.</p>
+
+<p class="i3">Ik ben als altijd</p>
+
+<div class="schrijver">Uw toegenegen broeder<br />
+<span class="mixcap">Bernard</span>.</div>
+
+<p class="clear">PS. Juist wilde ik mijn brief in 't couvert doen, toen <span class="mixcap">Jan</span> <span class="pagenum" title="74"></span><a id="p_74"></a>mij nog de
+volgende bijzonderheid mededeelde, welke ook gij zeker niet onaardig
+zult vinden. De stoel, waarop Z. M. op de tribune zat, was die, welke
+zijn doorluchtige voorouderen bij hun bezoeken te <em class="g">Zutphen</em> gebruikten,
+namelijk de zoogenoemde &bdquo;stadhouderlijke stoel.&rdquo; Op dezen stoel zat
+<span class="mixcap">Willem</span> IV den 9 October 1750, toen hij
+op de landschapsvergadering te <em class="g">Zutphen</em> tegenwoordig was, en
+waarschijnlijk ook <span class="mixcap">Willem</span> de vijfde, bij zijn bezoek in die stad, 18
+Augustus 1766.&rdquo;</p>
+
+<p>De brief van <span class="mixcap">Bernard Veldhuis</span> heeft ons genoegzaam op de hoogte gebracht
+van de geheele plechtigheid. Ik behoef er dus niets meer bij te voegen.
+Alleen kan ik niet nalaten, u de woorden mede te deelen door koning
+<span class="mixcap">Willem</span> den derden in antwoord op de toespraak van den burgemeester der
+stad <em class="g">Zwolle</em> gesproken, en die zeker merkwaardig zijn en wel aan de
+vergetelheid mogen ontrukt worden.</p>
+
+<p>&bdquo;Het verheugt mij,&rdquo; zeide Zijne Majesteit, &bdquo;den eersten steen te hebben
+mogen leggen van het groote werk, dat voor <em class="g">Nederland</em> van zooveel belang
+zal zijn. Het verheugt mij dubbel, dat Ik, die reeds als kroonprins en
+beschermheer der Koninklijke Academie te <em class="g">Delft</em>, een warm voorstander was
+van het spoorwegnet, hetwelk thans door de wet ten uitvoer zal worden
+gebracht, het voorrecht geniet dien steen te hebben gelegd.&rdquo;</p>
+
+<p>Welk een edel Vorst, die niet alleen het welzijn van zijn onderdanen ter
+harte neemt, wanneer hun rampen treffen, hetgeen alleen het uitvloeisel
+van een liefderijk, medelijdend gemoed kon zijn; maar ook met krachtige
+hand medewerkt aan hun welwezen, waar 't er op aankomt, handel,
+nijverheid en landbouw te bevorderen. Gelukkig het volk, dat zich in
+zulk een koning mag verheugen!</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">7)</a> Tegenwoordig commissaris des Konings.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="75"></span><a id="p_75"></a></p>
+
+<h2><a id="ZESDE_HOOFDSTUK"></a>ZESDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">Het feest van Neerlands herstelling.</p>
+
+<p>Dat was een drukte in <em class="g">Amsterdam</em> op den 16<sup>en</sup> November 1863, het feest
+van <em class="g">Nederlands</em> herstelling, na de Fransche heerschappij. Bijna geen
+huis, of 't was vol logés, die overgekomen waren om de feesten bij te
+wonen. Want al waren die feesten reeds Zondag begonnen (toen was die
+herdenking kerkelijk gevierd); Maandag den zestienden zouden ze
+eigenlijk eerst aanvangen. 't Zou een rechte feestdag zijn voor
+<em class="g">Amsterdams</em> ingezetenen.</p>
+
+<p>Ook onze oude vrienden hadden hun deel aan logeergasten. We willen
+daartoe eerst eens de woning van mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> op de <em class="g">Heeregracht</em>
+binnentreden. We vinden haar met kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> en haar
+gezelschapsjuffrouw, <span class="mixcap">Emma Kellner</span>, op Zaterdag, den 14<sup>en</sup> November aan
+'t ontbijt zitten. Ze ziet er nog frisch en gezond uit, al heeft ze haar
+vierenvijftigste jaar reeds achter den rug, die goede mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>;
+ook de kapitein, ondanks zijn zesenvijftig jaren en zijn grijzen knevel,
+doet ons zien, dat hij niet veel verdriet in de wereld heeft, en
+juffrouw <span class="mixcap">Kellner</span>, die we nog niet ontmoet hebben, en die daar een lieve
+en hooggeschatte huisgenoot is, draagt haar tweeëntwintig jaren ook met
+eere.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoodat nu alles klaar is, lieve <span class="mixcap">Emma</span>,&rdquo; zegt mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>: &bdquo;het
+ledikant voor <span class="mixcap">Margot</span> en haar man, het kleine ledikantje voor <span class="mixcap">Ernst</span> en
+<span class="mixcap">Frédérique</span>, en de wieg voor <span class="mixcap">Marietje</span>!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="76"></span><a id="p_76"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Alles in orde, mevrouw,&rdquo; antwoordt juffrouw <span class="mixcap">Kellner</span>. &bdquo;'t Is wel wat
+vol op de logeerkamer; maar de dominé en zijn gezin zullen er zich toch
+goed in kunnen roeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Uw huis zal veel van een kazerne weghebben, <span class="mixcap">Frédérique</span>,&rdquo; zegt de
+kapitein. &bdquo;'t Is jammer, dat je zwager <span class="mixcap">Veldhuis</span> met zuster <span class="mixcap">Marie</span> ook nog
+niet te logeeren genomen hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, wat dat aangaat, <span class="mixcap">Henri</span>,&rdquo; antwoordt mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>. &bdquo;Als <span class="mixcap">Gustaaf</span>
+niet gepresenteerd had, om ze bij zich aan huis te hebben, dan zouden we
+er ook plaats voor gevonden hebben, niet waar <span class="mixcap">Emma</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Voorzeker, mevrouw. Dan had ik eenvoudig mijn kamer geruimd, en zou wel
+een plaatsje op zolder hebben gezocht, om voor een nacht of wat te
+slapen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Op zolder!&rdquo; riep de kapitein lachend uit. &bdquo;Onze <span class="mixcap">Emma</span> heeft zeker aan
+den watersnood van voor twee jaren gedacht. Dan zoudt ge 't veiligst op
+zolder zijn, niet waar?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waarom niet, kapitein?&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emma</span>. &bdquo;Iemands gedachten zijn immers
+tolvrij. Doch van iets anders gesproken, mevrouw. Zou ik <span class="mixcap">Betje</span> niet naar
+den sleeper zenden, om de vigilante te bestellen, waarmee u de gasten
+van 't station wilt afhalen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Eén vigilante, <span class="mixcap">Frédérique</span>?&rdquo; vroeg kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>. &bdquo;Laat <span class="mixcap">Betje</span> naar
+<span class="mixcap">Koens</span> gaan, en vragen, of hij ons geen heelen <ins class="corr" id="corr41" title="Bron: onnibus">omnibus</ins> kan
+verhuren. Dan ga ik ook mee, om de karavaan die uit het Oosten komt, af
+te halen. Vijf personen, en gij zijt de zesde, in één vigilante! De
+sleeper mag er ten minste wel twee paarden voorspannen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Zijn er ook personen naar!&rdquo; riep mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> uit. &bdquo;Als je
+meegaan wilt, <span class="mixcap">Henri</span>, is er nog plaats genoeg. Dan moogt gij de kleine
+<span class="mixcap">Marie</span> op den schoot nemen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Op gevaar van een paar natte knieën; ik dank u, <span class="mixcap">Frédérique</span>. Laat <span class="mixcap">Margot</span>
+haar eenjarig dochtertje zelf op den schoot houden, dan neemt gij uw
+tweejarig petekindje <span class="mixcap">Frédérique</span>, en dan mag dominé <span class="mixcap">Bernard</span> voor zijn
+wilden driejarigen <span class="mixcap">Ernst</span> zorgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ei, ei! Zoudt ge er zoo gemakkelijk af willen komen, <span class="mixcap">Henri</span>!&rdquo; vroeg
+mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>. &bdquo;Voor niemendal meerijden, en er niets voor doen!
+Neen man, dan blijf je maar stilletjes thuis.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="77"></span><a id="p_77"></a></p>
+
+<p>&bdquo;O, ik ben in 't geheel niet verlegen om uw vigilante, <span class="mixcap">Frédérique</span>. Weet
+je, wat ik doe. Ik rijd op mijn eigen kosten met <span class="mixcap">Florence</span> naar 't
+station&mdash;<span class="mixcap">Gustaaf</span> heeft er geen tijd toe, daar hij het te druk op 't
+kantoor heeft&mdash;en dan haal ik <span class="mixcap">Ernst</span> en <span class="mixcap">Marie</span> af.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan moeten <span class="mixcap">Marietje</span> en <span class="mixcap">Henri</span> natuurlijk ook mee. En dan zal
+grootvader zijn eenjarig petekind wel op den schoot nemen, ook met
+gevaar van natte knieën te krijgen!&rdquo; schertste mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Natuurlijk zal <span class="mixcap">Florence</span> de kinderen graag meenemen,&rdquo; zeide de kapitein.
+&bdquo;Dus <span class="mixcap">Emma</span>, wees zoo goed, om aan <span class="mixcap">Betje</span> te zeggen, dat ze twee vigilanten
+bestelt: een voor mijn zuster en één voor mij.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toch zeker voor u een met twee paarden, kapitein?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Emma</span>
+schertsend.</p>
+
+<p>&bdquo;Of een omnibus van <span class="mixcap">Koens</span>?&rdquo; voegde mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> er bij. &bdquo;Want dan
+zijn 't vier volwassen personen en twee kinderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Een tegen twee gaat niet,&rdquo; zeide de kapitein lachend. &bdquo;Vooral als die
+twee dames zijn, en de andere zoo'n afgeleefde veteraan als ik.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Een afgeleefde veteraan!&rdquo; riep <span class="mixcap">Emma</span> lachend uit. &bdquo;Kapitein, ge ziet er
+nog zoo jong uit, dat ik alle dagen bang ben, u met uw aanstaande thuis
+te zullen zien komen.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo schertsen die goede menschen voort, en we hebben uit hun gesprek al
+zoo wat gemerkt, wat er in den tijd, sedert we ze voor 't laatst zagen,
+en dat is nu drie en een half jaar geleden, voorgevallen is. Ten aanzien
+van des kapiteins zoons moet ik u nog mededeelen, dat de
+vierentwintigjarige <span class="mixcap">August</span> op dit tijdstip eerste luitenant bij de
+grenadiers, en diens een jaar jongere broeder deelgenoot in de zaak van
+<span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr42" title="Bron: August">Gustaaf</ins></span> is, welke zaak tegenwoordig onder de firma van <span class="mixcap">de
+Winter</span> en <span class="mixcap">Co.</span> gedreven wordt. Dat er een heele drukte aan 't huis van
+mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> zou zijn door de overkomst van dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> met
+zijn vrouw en drie kinderen, behoef ik u wel niet te zeggen. Grootmama
+zag daar echter volstrekt niet tegen op; daarenboven had ze een trouwe
+hulp aan haar gezelschapsjuffrouw, <span class="mixcap">Emma Kellner</span>. Bij <span class="mixcap">Gustaaf</span> zouden het
+de oude lui <span class="mixcap">Veldhuis</span> zeker <span class="pagenum" title="78"></span><a id="p_78"></a>wel zoo druk niet maken; toch gaf het
+<span class="mixcap">Florence</span> natuurlijk veel bemoeiing.</p>
+
+<p>Nog bestond er een plan, dat echter voor een gedeelte van de beslissing
+der logés zou afhangen. Op Dinsdag namelijk zou kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> met
+<span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Florence</span> naar <em class="g">Den Haag</em> gaan, om ook daar het feest van
+<em class="g">Nederlands</em> herstelling bij te wonen; nu hoopten ze <span class="mixcap">Veldhuis</span> en zijn
+vrouw en <span class="mixcap">Bernard</span> en <span class="mixcap">Margot</span> over te halen, hen te vergezellen. Mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span> zou dien dag wel op <span class="mixcap">Margot's</span> kleinen passen, en juffrouw <span class="mixcap">Kellner</span>
+zou bij <span class="mixcap">Gustaaf</span> aan huis komen, om daar voor de kinderen te zorgen. Dat
+was een plan van den kapitein, en als 't niet werd goedgekeurd, zou 't
+hem zeker uit zijn humeur brengen. Men zou met retour met den eersten
+trein vertrekken, en 's avonds met den laatsten terugkeeren; dan kon men
+nog best de illuminatie zien&mdash;zeide hij. Hij had dienaangaande reeds aan
+<span class="mixcap">August</span> geschreven, en hem aangemaand, om te zorgen, dat ten minste een
+paar van hen op de tribune konden komen, om 't leggen van den eersten
+steen van 't monument bij te wonen.</p>
+
+<p>En nu laten we den kapitein en zijn zuster de gasten afhalen, we laten
+hen komen, in <em class="g">Amsterdam</em> vertoeven, en willen eens zien, wat er op
+Maandag den 16<sup>en</sup> November in de hoofdstad te doen was; om daarna onze
+goede vrienden voor een dag naar <em class="g">Den Haag</em> te vergezellen.</p>
+
+<p>Geheel de hoofdstad had een feestelijk aanzien. De straten waren schier
+verduisterd door de menigte van vlaggen; groen en festoenen, prachtige
+decoratiën in sommige winkels, eerebogen, chassinetten, alles toonde
+aan, dat <em class="g">Amsterdam</em> feest zou vieren, en de nationale kleuren, met Oranje
+doorweven, welke ieder zonder onderscheid van rang of kunne op den hoed
+of op de borst droeg, gaven den aard van 't feest aan: 't zou er een
+zijn, waarbij <em class="g">Nederland</em> niet alleen de herkrijging zijner
+onafhankelijkheid, maar ook de herstelling van 't geliefde stamhuis zou
+herdenken. Daarom ook waren al de vlaggen versierd met oranjewimpels;
+niemand toch kwam het in de gedachten, <em class="g">Oranje</em> van <em class="g">Nederland</em> te scheiden;
+integendeel elk burger van ons koninkrijk gevoelde het, dat onze vaderen
+met Oranje hun onafhankelijkheid hadden bevochten, en dat die
+<span class="pagenum" title="79"></span><a id="p_79"></a>onafhankelijkheid alleen door 't Huis van Oranje duurzaam was geweest.</p>
+
+<p>Den Zondag te voren was de gedenkwaardige dag in de verschillende kerken
+van <em class="g">Amsterdam</em> plechtig herdacht, en had de burgemeester den koning een
+telegram gezonden, inhoudende gelukwensching van de hoofdstad des Rijks
+op den huidigen feestdag. Per telegraaf had Z. M. daarop geantwoord, dat
+hij hoogen prijs stelde op de gevoelens, daarin door den burgemeester
+namens zijn stad uitgedrukt. Des namiddags om drie ure had er een
+treffende plechtigheid plaats op de nieuwe brug. <span class="mixcap">Barend Ponstijn</span>, die
+daar vijftig jaren geleden met de vlag om zijn middel gewonden gekomen
+was en haar op dezelfde plek en op 't zelfde uur geplant had, kwam nu,
+vergezeld van de personen, die destijds bij hem geweest waren. Reeds
+wachtte er hem de burgemeester, die zich vriendelijk met hem en zijn
+kameraden onderhield. Zoodra nu 't speelwerk van de Oude kerk het uur
+van drieën aankondigde, haalde <span class="mixcap">Ponstijn</span>, als weleer, de vlag onder zijn
+bovenkleederen vandaan, en heesch die, onder het daverend gejuich der
+tallooze aldaar verzamelde menigte. Daarop hield de burgemeester een
+korte, maar gepaste toespraak tot den waardigen grijsaard, die dezen dag
+had mogen beleven.</p>
+
+<p>We zullen de verschillende decoratiën niet beschrijven; alleen willen we
+vermelden, dat de burgemeester der hoofdstad een aangename verrassing
+had ondervonden. Immers, toen hij dien morgen wakker was geworden, zag
+hij, dat de voorgevel van zijn huis prachtig was gedecoreerd. Dat was in
+den afgeloopen nacht gedaan door de leden van 't genootschap &bdquo;Hooger zij
+ons doel.&rdquo; In die versiering had men het volgende vierregelige versje
+aangebracht:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Heel de Amstelstad mag 't feest der vrijheid vieren,<br /></span>
+ <span class="i2">Zoo heuglijk voor ons dierbaar koninkrijk;<br /></span>
+ <span class="i0">Ons zij 't vergund, uw woning op te sieren,<br /></span>
+ <span class="i2">Der dankbaarheid van Amsterdam ten blijk!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Maar we spreken van den Zondag te voren. Reeds in de vorige week was de
+bevolking feestelijk gestemd, getuige verscheidene optochten bij
+fakkellicht, waarbij die van de Kattenburgers en Willemstraters
+merkwaardig zijn, omdat ze den goeden <span class="pagenum" title="80"></span><a id="p_80"></a>geest aanduiden, welke in die
+dagen de bevolking van <em class="g">Amsterdam</em> bezielde. Immers de bewoners van beide
+van elkander verwijderde buurten, menschen uit de heffe des volks,
+brachten elkaar wederkeerig een bezoek en een contravisite.</p>
+
+<p>En zoo was de Zondag voorbijgegaan in feestelijke stemming. Druk was 't
+op de straten geweest; want ieder was nieuwsgierig om de sierlijke
+decoratiën te zien; ieder stelde belang in de aanstalten, reeds gemaakt
+tot de schitterende verlichting, die den volgenden avond zou plaats
+hebben. Ook onze oude vrienden, <span class="mixcap">Gustaaf</span> en zijn vrouw en <span class="mixcap">Bernard</span> en
+<span class="mixcap">Margot</span>, hadden de nog jonge beenen vrij wat te doen gegeven, en zelfs de
+oude <span class="mixcap">Veldhuis</span> met zijn <span class="mixcap">Maria</span> hadden ook de hunne niet ontzien; ofschoon
+ze toch 's avonds, toen de geheele familie bij mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> op
+visite was, klaagden over de geduchte einden en de slechte bestrating.
+Wie echter 't meest van allen gezien had, was kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>, die
+met zijn zoon <span class="mixcap">Emile</span> de geheele stad was door geweest; waarom de laatste
+dan ook schertsend verklaarde, dat papa hem dien dag een militaire
+marschroute had doen maken, en hij zeker den volgenden geen voet buiten
+de deur zou kunnen zetten. Papa lachte hem daarover braaf uit en zei,
+dat hij niet beter kon doen, dan dien volgenden dag maar stil voor de
+ruiten te zitten koekeloeren, om eens goed van zijn fatigues uit te
+rusten. En dat zou hem zeer gemakkelijk zijn; daar de geheele familie
+toch ten huize van <span class="mixcap">Gustaaf</span> was vereenigd, om den optocht te zien, die,
+naar men gehoord had, uit niet minder dan zesduizend menschen zou
+bestaan, en waarbij, volgens 't programma, zeer mooie zegewagens zouden
+zijn. Papa <span class="mixcap">de Bosson</span> echter zou, als ridder van 't metalen kruis, den
+tocht mee maken, en toch had hij zijn beenen niet ontzien. Nu, dat feest
+begon 's Maandags dan ook vroeg genoeg. Om acht uur 's morgens
+verkondigde een kanonschot, dat het een aanvang had genomen, en
+vereenigden zich de verschillende deelnemers aan den optocht. Denkt
+echter niet, dat toen allen zich reeds in 't huis van <span class="mixcap">Gustaaf</span> op de
+Heerengracht verzameld hadden. Zóó vroeg behoefden ze daar niet te
+zijn. Eerst vrij wat later kondigde een ander kanonschot aan, dat de
+trein zich in beweging gesteld had, en dan had die nog een heel eind af
+te leggen, eer hij voor 't huis van <span class="mixcap">Gustaaf</span> was. Toen hij <span class="pagenum" title="81"></span><a id="p_81"></a>echter
+aankwam, zaten allen voor de glazen, of stonden ze achter 't staketsel,
+dat voor den stoep van 't huis was opgeslagen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="-"></span></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 410px;">
+<a href="images/ill_p080a.jpg"><img src="images/ill_p080a-th.jpg" width="410" height="274" alt="" title="Klik voor vergroting (1708×1142px, 436kb)" /></a>
+<div class="caption">Tresling &amp; C<sup>o</sup> Hof-Lith Amst.</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="-"></span></p>
+
+<p>En 't was een lange stoet, die trein van 6000 menschen, voorafgegaan en
+gevolgd door een detachement cavalerie. We zullen hem niet in al zijn
+bijzonderheden beschrijven; maar willen<ins class="corr" id="corr43" title="Bron: ;">,</ins> terwijl we evenals
+<span class="mixcap">Gustaaf</span> het gedrukte programma van den optocht in de hand houden,
+slechts enkele bijzonderheden er van mededeelen.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar komt de tjotter aan, getrokken door zes paarden en begeleid door
+zevenenveertig leerlingen van 's lands marinewerf,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Gustaaf</span>, en 't
+was inderdaad een aardig gezicht, die op een wagen geplaatste schuit te
+zien, waarin een bootsman en vier matrozen zaten. De matrozen deelden
+aan de omstanders exemplaren uit van een gelegenheidslied, en ze hadden
+daarmee de handen vol.</p>
+
+<p>&bdquo;Let nu eens op, mama,&rdquo; zei hij iets later. &bdquo;Daar komen de oude
+strijders van 't jaar dertien aan.&rdquo;</p>
+
+<p>Vier grijsaards, en onder hen een visscher van 't eiland <em class="g">Marken</em>, zaten
+in een open rijtuig, door twee paarden getrokken, en daarachter in een
+ander rijtuig, de oude <span class="mixcap">Ponstijn</span>, met zijn oranjevlag in de hand. 't Was
+een hoezee! waar die vijf mannen verschenen.</p>
+
+<p>&bdquo;En daar komt nu de eerste zegewagen!&rdquo; riep hij. &bdquo;Let nu goed op!&rdquo;</p>
+
+<p>'t Was een heel gevaarte, die zegewagen, welke <em class="g">Nederland</em> moest
+voorstellen. Daar zat aan 't achtereinde op een troon, de Nederlandsche
+Maagd, den helm op 't hoofd met de linkerhand rustende op haar
+wapenschild en in de rechter de speer houdende, waarop de vrijheidshoed.
+Aan haar voeten lag de Nederlandsche leeuw (natuurlijk in beeld); ze was
+omringd door vier vrouwenbeelden, die den handel, de scheepvaart, den
+landbouw en de nijverheid voorstelden. Aan weerszijden van den wagen
+zaten zes meisjes in 't wit gekleed, met oranjesjerpen om en die op rood
+fluweelen kussens verschillende voorwerpen droegen. De wagen zelf, die
+antiek van vorm en keurig gedecoreerd was, werd door zes paarden
+getrokken, door twee postiljons geleid. Paarden, wagen, alles was met
+rijk oranje versierd. Heel spoedig hierop volgde de tweede zegewagen,
+voorstellende <span class="pagenum" title="82"></span><a id="p_82"></a>de vrije drukpers na 1813. Aan 't achtereind van dien
+wagen prijkten de bustes van koning <span class="mixcap">Willem</span> I, II, en III, met groen
+omgeven. Verder stond er 't beeld van <span class="mixcap">Laurens Janszoon Koster</span> op, een
+ijzeren drukpers en een letterkast, en waren de zich daarop bevindende
+gezellen in gewoon werkkostuum gekleed, bezig met verschillende liederen
+te drukken, welke zij onder 't volk uitstrooiden. Deze liederen waren:
+&bdquo;Neerlands vrijheid,&rdquo; &bdquo;De volksgeest,&rdquo; &bdquo;Feestlied 1813&ndash;1863,&rdquo; &bdquo;Drukpers,
+nijverheid en kunst,&rdquo; &bdquo;<em class="g">Amsterdam</em> op den 16<sup>den</sup> November 1863,&rdquo;
+&bdquo;Hoezee! Oranje boven!&rdquo; en &bdquo;16 November 1863,&rdquo; alle door
+drukkersgezellen vervaardigd. Deze wagen werd getrokken door acht
+paarden, door vier postiljons geleid; wagen, paarden en postiljons met
+de Nederlandsche kleuren versierd. Minder groot was de met zes paarden
+bespannen zegewagen, voorstellende den boekhandel en de boekbinderij.
+Deze was met rood en zwart, de stadskleuren, gedecoreerd. Een vijfde
+wagen stelde de litographie voor, en werd getrokken door zes paarden;
+waarvan de twee eerste met oranje, de twee volgende met nationale
+kleuren, de twee laatste met de stadskleuren getooid waren. Het voorste
+gedeelte van dien wagen stelde allegorisch <em class="g">Nederland</em> voor, het achterste
+verbeeldde de steenmijnen van <em class="g">Sollinghoven</em> in <em class="g">Beieren</em>, waarbij eenige
+mijnwerkers. Men zag er verder de steendrukpers in volle werking, als
+ook den steendrukker, slijper, teekenaar en eenige gezellen. Op den
+wagen werd het portret van Z. M. den koning gedrukt, hetwelk in duizende
+exemplaren onder 't volk werd uitgedeeld<ins class="corr" id="corr44" title="Niet in Bron.">.</ins> De zes stalknechts, die
+de paarden geleidden, waren in 't kostuum uit de dagen van <span class="mixcap">Maurits</span> en
+<span class="mixcap">Frederik Hendrik</span>.</p>
+
+<p>En hiermede nemen wij afscheid van den triomftocht, die rijkelijk
+voorzien was van muziekcorpsen, en zich op den <em class="g">Dam</em> om het monument
+schaarde. Dat de meesten, der bij <span class="mixcap">Gustaaf de Winter</span> verzamelden den
+optocht meer dan eens zagen, zal ik u wel niet behoeven te zeggen; <span class="mixcap">Emile</span>
+had hem wel zes maal gezien; en 't was ook wel de moeite waard, om alles
+meer dan eens te beschouwen, vooral de tjotter en den zegewagen; kortom
+'t was in alle deelen een welgeslaagde optocht en hij deed <em class="g">Amsterdam</em> eer
+aan.</p>
+
+<p>Intusschen hadden de volksspelen op de drie daarvoor bestemde <span class="pagenum" title="83"></span><a id="p_83"></a>en geheel
+ingerichte plaatsen, het <em class="g">Funen</em>, het <em class="g">Amstelveld</em> en aan de <em class="g">Zaagmolenpoort</em>,
+een aanvang genomen. Daar werden allerlei volksvermakelijkheden
+uitgevoerd tot groot genoegen van de toeschouwers en de werkende leden
+zelf; als klimmen in de groote en in de kleine mast, boegsprietloopen,
+wedstrijd in manden en 't loopen in zakken, terwijl na afloop tal van
+prijzen en premiën werden uitgedeeld; zoodat menige bewoner der
+achterbuurten, menige knaap uit den geringen stand met een aardig
+gedachtenisje naar huis ging.</p>
+
+<p>En 's avonds de illuminatie&mdash;die was zoo algemeen, en over 't geheel zoo
+schitterend, dat niemand onvoldaan huiswaarts keerde. Gaarne zou ik er
+de meest uitstekende verlichtingen van beschrijven, of met u naar de
+<em class="g">Plantage</em> gaan, waar de bedienden van 't koninklijk genootschap <span xml:lang="la">Natura-
+Artis- Magistra</span>, als kozakken verkleed, om een ferm wachtvuur gelegerd
+waren, op hetwelk pannekoeken gebakken werden, hetgeen een trouwe
+herinnering aan 't jaar 1813 gaf;&mdash;we hebben echter geen tijd meer; want
+we moeten morgen weer vroeg op, om met de familie <span class="mixcap">de Winter</span> en <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+met den eersten trein naar <em class="g">'s-Gravenhage</em> te trekken. Daarenboven laat
+mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> (de jonge namelijk) ons niet los, voor we bij haar
+gesoupeerd hebben, waarbij met een lekker glas wijn tal van toosten
+gedronken worden, en natuurlijk ook een op koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden.</p>
+
+<p>Met blijde vooruitzichten stapten de zeven reizigers in een waggon
+tweede klasse, om zich naar <em class="g">Den Haag</em> te laten vervoeren en aldaar
+wederom een feestdag bij te wonen. 't Waren kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>,
+<span class="mixcap">Veldhuis</span>, <span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Florence</span>, <span class="mixcap">Bernard</span> en <span class="mixcap">Margot</span>, <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span>. Mevrouw
+<span class="mixcap">de Winter</span> en juffrouw <span class="mixcap">Veldhuis</span> waren nog te vermoeid van den tocht van
+gisterenavond; de laatste had er op aangedrongen, dat <span class="mixcap">Emma</span> mee naar <em class="g">Den
+Haag</em> zou gaan; <i>zij</i> zou dien dag wel op de kinderen van <span class="mixcap">Florence</span>
+passen; en <span class="mixcap">Gustaaf</span> had zijn boekhouder voor dien dag de zorg over 't
+kantoor opgedragen; omdat zijn vrouw gaarne had, dat hij haar
+vergezelde, en hij wenschte, dat zijn compagnon ook zou meegaan. Deze
+deed dit des te liever, omdat hij een goed oogje had op juffrouw <span class="mixcap">Emma</span>,
+'t geen waarschijnlijk wel spoedig op een engagement zou uitloopen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="84"></span><a id="p_84"></a></p>
+
+<p>De reis per spoor, ofschoon vrij wat sneller dan vroeger per trekschuit
+of diligence, duurde onzen reizigers nog veel te lang; eindelijk, daar
+klonk de stem van den conducteur &bdquo;<em class="g">'s-Gravenhage</em>, heeren!&rdquo; hun als
+hemelmuziek in de ooren, en spoedden zij zich naar de door <span class="mixcap">August</span>
+bewoonde kamers. Hem zelf vonden ze echter niet thuis; hij was reeds
+vroeg naar de kazerne vertrokken, omdat hij dienst had; hij had echter
+gezorgd, dat zijn hospita alles tot ontvangst van de gasten in
+gereedheid had gebracht, en een klein briefje achtergelaten, waarin hij
+meldde, dat hij de wacht aan den ingang der tribune zou hebben; waarom
+hij diegenen van 't gezelschap, welke lust hadden de eerste steenlegging
+van 't monument bij te wonen, uitnoodigde, om in <em class="g">'t Willemspark</em> te
+komen, als wanneer hij hun den toegang zou verschaffen. Onder een ferm
+ontbijt, hetwelk onze reizigers geheel en al restaureerde, besprak men
+dat punt.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ga naar <em class="g">'t Willemspark</em>,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;Ik wil den koning
+graag eens weerzien, dien ik, sedert hij met den watersnood bij ons was,
+niet weer aanschouwd heb. <span class="mixcap">Willem</span> de derde heeft door zijn edel gedrag
+bij die gelegenheid voor altijd mijn hart gestolen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En ik,&rdquo; zei <span class="mixcap">Bernard</span>, &bdquo;wenschte <span class="mixcap">Oosterzee</span> wel eens te hooren, en ga dus
+mede; tenzij <span class="mixcap">Margot</span> liever naar de <em class="g">Maliebaan</em> mocht gaan, om de
+volksvermakelijkheden en de fraai gedecoreerde gebouwen te zien.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jongens neen,&rdquo; zei <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Ik wil ook den koning wel eens zien en
+<span class="mixcap">Oosterzee</span> hooren. Sedert ik uit <em class="g">Amsterdam</em> ben, heb ik 't eerste genoegen
+niet gehad; daarenboven zoo'n eerste steenlegging moet wel aardig zijn.
+Jij hebt dat in <em class="g">Zutfen</em> bijgewoond, <span class="mixcap">Bernard</span>; ik niet.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ga naar de <em class="g">Maliebaan</em>,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;Ik heb gehoord, dat het een
+geheel ander soort van volksvermakelijkheden zal zijn, dan bij ons in
+<em class="g">Amsterdam</em>. En dat wil ik gaarne eens zien. Je gaat toch met me mee,
+juffrouw <span class="mixcap">Emma</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Volgaarne, mijnheer <span class="mixcap">Emile</span>,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emma</span>. &bdquo;En wat denkt mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span> te doen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ga, waar mijn man gaat,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Wat ben jij van plan,
+<span class="mixcap">Gustaaf</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik zat er juist over te denken, <span class="mixcap">Florence</span>,&rdquo; gaf hij ten antwoord, <span class="pagenum" title="85"></span><a id="p_85"></a>&bdquo;en
+ben 't met mij zelf niet eens. Beslis jij dus vrouwtjelief.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Als <i>ik</i> zeg, dat het mij onverschillig is, dan zou de zaak hangend
+blijven. Nu, om u de waarheid te zeggen, wenschte ik 't liefst naar 't
+<em class="g">Willemspark</em> te gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Aangenomen,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;Nu, <span class="mixcap">Emile</span>, dan zul jij de firma wel in de
+<em class="g">Maliebaan</em> representeeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat beloof ik u,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;En ik hoop er u van middag 't een
+en ander van mee te deelen, mits gij mij <i>uw</i> ervaringen vertelt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Voorzeker. Misschien lees ik u wel de redevoering van <span class="mixcap">Oosterzee</span> voor;
+ten minste, als die al te koop is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Och, laat dat maar voor een anderen tijd over, compagnon,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emile</span>.
+&bdquo;Je zult die toch nooit met zooveel welsprekendheid voordragen als de
+Utrechtsche redenaar. Doch wil je haar koopen, ga uw gang. Ik wil haar
+graag eens lezen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dus voor rekening van de firma?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Gustaaf</span> lachend.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel zeker, voor rekening van de firma,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;Of nog beter
+voor gezamenlijke kosten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ferm zoo,&rdquo; zeide kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span>. &bdquo;'t Heele ding kost misschien twee
+dubbeltjes, dat is twee en een halven cent voor ieder van ons.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Zal wel acht stuivers kosten,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Nu, dat is tien
+centen voor mijn man en mij. 't Is alweer een dubbeltje voor een plaats
+in het doophuis. Maar soit! 't Is alle dagen niet de 17<sup>de</sup> November.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat is die <span class="mixcap">Florence</span> toch een zuinige huishoudster!&rdquo; riep <span class="mixcap">Margot</span> uit.
+&bdquo;Dat berekent zelfs de dubbeltjes, die ze voor een plaats in 't doophuis
+geeft.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Geen wonder,&rdquo; zei <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Jij hebt makkelijk praten, <span class="mixcap">Margot</span>. Als
+vrouw van den dominé heb je een plaats in de kerk, en nog wel een
+gedistingueerde. Bij mij is ieder dubbeltje er een.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Bij mij ook,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Ofschoon ik dikwijls zou wenschen,
+dat ieder dubbeltje er twee was.&rdquo;</p>
+
+<p>Alzoo was er dan bepaald, dat er zes naar 't <em class="g">Willemspark</em> en twee naar de
+<em class="g">Maliebaan</em> zouden gaan. Daar we ons, zooals de meeste menschen doen, bij
+de meerderheid aansluiten, gaan we dus eerst naar genoemd park, waar de
+tribune gebouwd <span class="pagenum" title="86"></span><a id="p_86"></a>is. Het middengedeelte is hooger uitgebouwd dan de
+beide zijvleugels, en gedekt met het <em class="g">Nederlandsche</em> wapen, waarboven de
+koninklijke kroon; aan weerszijden twee schilden met vrouwenbeelden,
+wier arm rust op een hoeksteen, met de inscriptiën: &bdquo;<em class="g">Nederland</em>&rdquo; en
+&bdquo;<em class="g">Oranje</em>.&rdquo; Boven de zijvleugels prijken aan beide kanten de wapens der
+verschillende provinciën, en daarboven wapperen nationale en
+oranjevlaggen. In 't midden is de loge van den koning; rechts daarvan
+staat het gestoelte, voor prof. <span class="mixcap">Oosterzee</span> bestemd. Vlak over de loge van
+Z. M. is de tribune voor de zangers en zangeressen; aan de linkerhand
+daarvan die voor 't muziekcorps der stedelijke schutterij, aan de
+rechter- die van de kapel der grenadiers. Nog zijn er op het terrein
+zelf drie rijen stoelen, die tusschen de zangers en den steen staan en
+bestemd zijn voor de overgebleven strijders van 1813. In 't midden is de
+steen, omringd door met oranje omstrengelde palen, waarboven een linnen
+dak, om, indien 't mocht gaan regenen, de plechtigheid ongestoord te
+doen doorgaan.</p>
+
+<p>Toen echter onze zes vrienden aankwamen, waren de tribunes der
+muzikanten en zangers reeds bezet, en begonnen ook de andere vol te
+worden. Ofschoon de kapitein een toegangskaart en dus een aangewezen
+tribune had, vond hij het toch prettiger om bij 't gezelschap te
+blijven, en vergezelde hen naar de algemeene.</p>
+
+<p>Daar komt de grijze prins <span class="mixcap">Frederik</span>, eere-president der hoofdcommissie
+voor 't monument, en wordt terstond door die commissie naar de stoelen
+geleid, waarop nu de oudstrijders, omstreeks 150 in getal, gezeten zijn,
+hij vertoeft lang onder hen. Intusschen geleidt de hoofdcommissie de
+afstammelingen van de groote mannen van 't jaar 1813, de <span class="mixcap">Hogendorps</span>, de
+<span class="mixcap">van der Duins van Maasdam</span>, de <span class="mixcap">van Stirums</span>, de <span class="mixcap">Kempers</span>, naar de voor hen
+bestemde loge, en prins <span class="mixcap">Frederik</span> richt tot hen een hartelijke toespraak,
+welke door graaf <span class="mixcap">Frederik van Hogendorp</span> <ins class="corr" id="corr45" title="Bron: beantwoordt">beantwoord</ins>
+wordt. Hierop gaat de prins naar zijn loge. Daar hadden inmiddels ook
+zijn doorluchtige gemalin met hare dochter prinses <span class="mixcap">Marie</span>, alsmede de
+prins van <span class="mixcap">Oranje</span> en prins <span class="mixcap">Hendrik</span> hun plaatsen ingenomen. Eensklaps doet
+zich een fanfare van 't orkest hooren. In een met vier schimmels
+bespannen opene calèche komt het vorstelijke echtpaar; tegenover hen zit
+hun jongste zoon, prins <span class="mixcap">Alexander</span>. <span class="pagenum" title="87"></span><a id="p_87"></a>Terwijl ze de met een sierlijk
+tapijt bekleede trappen hunner tribune opstijgen, overstemt het: &bdquo;Oranje
+boven!&rdquo; de muziek van 't orkest. De geestdrift in <em class="g">Den Haag</em> was dien dag
+niet minder dan ze gisteren in <em class="g">Amsterdam</em> was geweest.</p>
+
+<p>Den ouden <span class="mixcap">Veldhuis</span> stonden de tranen in de oogen.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat doet me goed!&rdquo; zei hij. &bdquo;O, ze hadden koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden eens
+moeten zien, zooals ik hem in den <em class="g">Bommelerwaard</em> gezien heb, er zou geen
+eind aan hun gejuich zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan ben <i>ik</i> blij dat ze er hem niet gezien hebben,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Florence</span>,
+&bdquo;want ik verlang hartelijk naar de feestcantate.&rdquo; Daar hief de grijze
+<span class="mixcap">Lubeck</span> den dirigeerstok op, en begon het koor:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;De Heer heeft groote dingen<a id="FNa_8" href="#FN_8" class="fnanchor"><sup>8</sup>)</a><br /></span>
+ <span class="i1">Aan <em class="g">Nederland</em> gedaan,<br /></span>
+ <span class="i0">Dies zijn we blijde en zingen!<br /></span>
+ <span class="i1">'t Is feest! Hef hymnen aan!<br /></span>
+ <span class="i0">O volk, hersteld in eere!<br /></span>
+ <span class="i1">Wie wendde uw treurig lot?<br /></span>
+ <span class="i1">'t Is God!&mdash;Der vaadren God!<br /></span>
+ <span class="i0">Almachtige! U zij de eere!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Prachtig waren niet alleen de koren, maar ook de solo's, door de dames
+<span class="mixcap">van Heun</span>, <span class="mixcap">Borst-Hoppenbrouwers</span> en <span class="mixcap">van Deventer</span>, de heeren <span class="mixcap">Nievelt</span> en
+<span class="mixcap">Deckers</span>. Dit eerste gedeelte eindigde met een koraal, waarvan het
+laatste couplet dus luidde:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Neerlands bloeien doet herdenken,<br /></span>
+ <span class="i1">Hoe de dag des heils verscheen,<br /></span>
+ <span class="i0">En hun blijvende eere schenken,<br /></span>
+ <span class="i1">Die het volk zijn <ins class="corr" id="corr46" title="Bron: voorgeschrêen">voorgeschreên</ins>.<br /></span>
+ <span class="i0">Maar de mannen die wij eeren,<br /></span>
+ <span class="i1">Waren tot niets groots bekwaam,<br /></span>
+ <span class="i0">Buiten U!&mdash;o Heer der Heeren!<br /></span>
+ <span class="i1">Alles in ons looft Uw naam!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Nu trad professor <span class="mixcap">J. J. van Oosterzee</span> op het voor hem bestemde
+gestoelte. We zullen u uit die redevoering niets mededeelen. De keus is
+te moeilijk; we zouden het stuk genoegzaam geheel moeten overschrijven.
+Alleen het einde van het eerste gedeelte:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="88"></span><a id="p_88"></a></p>
+
+<p>&bdquo;In tallooze harten, o, Vorst,&rdquo; zei de redenaar, &bdquo;rees in stilte een
+monument voor U op: wie verdient meer dan gij de hand te slaan ook aan
+dit zichtbaar gedenkteeken? De natie alleen wil het bouwen, de rijke
+heeft van zijn schat, de weduwe haar penningske ten offer gebracht, maar
+de eerste steen mag door geen andere dan door Oranjes handen worden
+gelegd!&rdquo;</p>
+
+<p>Een donderend hoezee! toonde, hoezeer 't volk met den redenaar instemde,
+dat geen ander dan een Oranje den eersten steen voor 't monument van
+<em class="g">Neerlands</em> onafhankelijkheid mocht leggen. 't Was of er geen eind aan 't
+juichen zou komen. Doch daar hief <span class="mixcap">Lubeck</span> zijn dirigeerstok weer op, en
+klonk de solo schoon:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Een drietal eedle mannen<a id="FNa_9" href="#FN_9" class="fnanchor"><sup>9</sup>)</a> zat,<br /></span>
+ <span class="i1">Voor 's aadlaars<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="fnanchor"><sup>10</sup>)</a> blik verborgen,<br /></span>
+ <span class="i0">In Hollands oude Gravenstad<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="fnanchor"><sup>11</sup>)</a><br /></span>
+ <span class="i1">Te wachten naar den morgen;<br /></span>
+ <span class="i0">Daar groette, als op een tooverslag,<br /></span>
+ <span class="i0">Een nieuwe Staat den nieuwen dag.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Hierop viel het koor in, en werd het tweede gedeelte der feestcantate
+gezongen. Intusschen had prins <span class="mixcap">Frederik</span> zich met de hoofdcommissie naar
+de koninklijke tribune begeven, bij welken stoet zich de ministers en de
+voorzitters van de beide Kamers der Staten-Generaal hadden aangesloten.
+Zoodra nu 't slotkoor was geëindigd, noodigde de prins zijn koninklijken
+neef uit, om ingevolge Z. M. belofte, den eersten steen te leggen tot
+het Nationaal gedenkteeken. Nu stond de koning op en begaf zich, gevolgd
+door zijn zonen en zijn broeder, alsmede prinses <span class="mixcap">Marie</span>, naar de plaats,
+waar de keurig versierde fondamenten van 't op te richten monument zich
+bevonden. Daar we reeds een dergelijke plechtigheid hebben hooren
+beschrijven, zal ik u alleen zeggen, dat het hier prinses <span class="mixcap">Marie</span> was, die
+haar koninklijken neef den troffel aanbood. Nauwelijks was ook hier de
+hamerslag gevallen, of 't geschutgebulder kondigde den volke aan, dat de
+eerste steen gelegd was van een gedenkstuk, hetwelk, <span class="pagenum" title="89"></span><a id="p_89"></a>zoo wij hopen, nog
+aan het verre nageslacht zal verkondigen, dat er in 1863 een volk
+leefde, krachtig genoeg door eendracht, om gelden bijeen te brengen tot
+een gedenkzuil voor zijn verlossing uit vreemde overheersching, en een
+koning, die nationaliteit genoeg bezat, om den eersten steen voor dat
+gedenkteeken te leggen. Want er was inderdaad in die dagen wel energie
+noodig, om hier te lande feest te vieren van de verlossing der Fransche
+dwingelandij; terwijl daar in <em class="g">Frankrijk</em> een <span class="mixcap">Napoleon</span> III op den troon
+zat, die toen nog <em class="g">Europa's</em> vorsten deed sidderen voor zijn toorn<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="fnanchor"><sup>12</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Nauwelijks was het eerste schot gehoord, of daar hieven de leerlingen
+der nationale zangschool het geliefde volkslied aan, en.... alsof een
+electrieke vonk door die duizenden gevaren was, allen stemden mee &bdquo;het
+God gevallig feestlied in voor Vaderland en Vorst.&rdquo; Plechtig klonk dat
+daar in de opene lucht, uit den mond van een geheel volk; want uit alle
+oorden des lands waren er saamgekomen, om de plechtigheid bij te wonen
+van de stichting eener gedenkzuil, waartoe allen van 't hunne hadden
+bijgedragen. En dat gezang, 't overstemde de tonen van 't geschut, en
+een vriendelijke Novemberzon scheen op dat in geestdrift ontstoken volk,
+en vermeerderde, kon 't zijn, die geestdrift nog. O, 't was een plechtig
+oogenblik, lieve lezeressen en lezers! Ook de koning gevoelde dat, toen
+hij zijn vorstelijken oom om den hals viel, als wilde hij hem danken
+voor het schoone oogenblik, hem door den president der commissie bereid;
+dat gevoelde ook de grijze prins, toen hij, op de tribune teruggekomen,
+zijn vorstelijke gemalin, die hem<ins class="corr" id="corr47" title="Niet in Bron.">,</ins> tot schreiens toe bewogen, de
+hand drukte, aan zijn borst klemde.</p>
+
+<p>De laatste tonen van 't lied waren nauwelijks weggestorven op de
+vleugelen van den wind, toen zich weer de welbespraakte mond van den
+Utrechtschen hoogleeraar deed hooren. En nadat daarop het slot der
+feestcantate was gezongen, hief andermaal al 't verzamelde volk aan:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="90"></span><a id="p_90"></a></p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Wilhelmus van Nassauwen<br /></span>
+ <span class="i4">Stichtte ons Gemeenebest,<br /></span>
+ <span class="i0">Wilhelmus van Nassauwen<br /></span>
+ <span class="i4">Heeft Neerlands troon gevest,<br /></span>
+ <span class="i0">Wilhelmus van Nassauwen<br /></span>
+ <span class="i4">Regeert ons, hoog geloofd:<br /></span>
+ <span class="i0">Wilhelmus van Nassauwen<br /></span>
+ <span class="i4">Zij eeuwig Neerlands hoofd!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Nu werden door prins <span class="mixcap">Frederik</span> de feestredenaar, de dichter en de
+componist aan Z. M. en de geheele koninklijke familie voorgesteld. &bdquo;Die
+compositie was u uit het hart gekomen, mijnheer <span class="mixcap">Lubeck</span>,&rdquo; zeide de koning
+en dat was inderdaad een hooge lof uit den mond van hem, die zelf zulk
+een gelukkig beoefenaar der muziek is.</p>
+
+<p>Thans defileerden vóór de koninklijke tribune, van de zijde der
+Willemskerk komende, de kinderen der weeshuizen. Op hen volgde de
+feesttrein der werklieden, en hield de heer <span class="mixcap">van Coeverden</span>, medechef van
+de firma de <span class="mixcap">Wed. A. Sterkman en Zoon</span>, een aanspraak tot den koning,
+waarin hij deed uitkomen, dat ook de werklieden, ofschoon nederige
+burgers, zich met hen, die in hoog aanzien zijn geplaatst, volkomen
+gelijk stellen wanneer het de liefde geldt voor Vaderland en Koning. Nu
+zongen de werklieden uit de fabriek van de heeren <span class="mixcap">van Kempen en Zoon</span>, te
+<em class="g">Voorschoten</em>, Psalm 134, vers 3:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Dat 's Heeren zegen op u daal!<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn gunst uit <em class="g">Sion</em> u bestraal!<br /></span>
+ <span class="i0">Hij schiep 't heelal Zijn naam ter eer,<br /></span>
+ <span class="i0">Looft, looft nu aller Heeren Heer!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Intusschen drukte de lithograaf van den heer <span class="mixcap">Lankhout</span>, op zijn met groen
+en oranje versierden wagen, 't portret van den koning op oranjepapier,
+en verspreidde die platen onder 't volk. Toen deze wagen vóór de
+koninklijke tribune stilhield, verlangden ook H. M. de koningin en prins
+<span class="mixcap">Alexander</span> daarvan een afdruk. Nu defileerden voorbij de koninklijke
+tribune: de Haagsche schutterij, de grenadiers en jagers en de
+dragonders, en was de plechtigheid afgeloopen, een plechtigheid zoo
+indrukwekkend, <span class="pagenum" title="91"></span><a id="p_91"></a>dat onze vrienden uit <em class="g">Amsterdam</em>
+<ins class="corr" id="corr48" title="Bron: ontuitwischbaar">onuitwischbaar</ins> in 't geheugen bleef.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe komen we nog door die menigte heen!&rdquo; zeide de oude <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;O, daar weten wij Amsterdammers niet van, oom,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Gustaaf</span>. &bdquo;We zijn
+niet bang voor een beetje gedrang.&rdquo;</p>
+
+<p>'t Was dan ook werkelijk een gedrang. De paarden der vorstelijke
+rijtuigen moesten stapvoets rijden, en nog konden ze zich ter nauwernood
+een weg banen door de steeds juichende menigte, die 't niet moe scheen
+te worden &bdquo;Oranje boven! leve de koning!&rdquo; te roepen. Nog vóór echter de
+koning in zijn rijtuig was gestegen, had hij tot prins <span class="mixcap">Frederik</span> en al
+het volk met zijn krachtige stem voor de vuist de volgende woorden
+gesproken:</p>
+
+<p>&bdquo;Mijn hart gevoelt de diepste erkentelijkheid. Ik ben ten diepste
+getroffen over hetgeen ik gezien en gehoord heb. Wanneer Ik dàt zeg,
+dan geloof ik de tolk te zijn van de gevoelens van al de prinsen en de
+prinsessen uit het Huis van Oranje.</p>
+
+<p>&bdquo;Het is heden de schoonste dag van Mijn leven, die dag van heden, waarop
+het Nederlandsche volk op nieuw op de ondubbelzinnigste wijze heeft doen
+blijken van zijne gehechtheid en trouw, die het steeds en onder alle
+omstandigheden, welke het der Voorzienigheid heeft behaagd in ons
+Vaderland te doen plaats hebben, aan den dag heeft gelegd.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik stel die gevoelens op hoogen prijs, en wanneer het eenigzins
+vermetel van Mij is, op dit oogenblik het woord te nemen, uit het
+oogpunt der welsprekendheid, dan toch is het voor Mijn hart een behoefte
+tot u een echt Nederlandsch woord te richten, een woord gesproken uit
+het hart van een koning uit het Huis van Oranje. Dat woord kan niet
+anders zijn, mag niet anders wezen dan aan allen, hier tegenwoordig, de
+plechtige verzekering te geven, op den dag van heden, waarop de eerste
+steen is gelegd voor het Nationaal gedenkteeken, waarop de liefde en de
+trouw van het Nederlandsche volk bij die onvergetelijke plechtigheid
+zoozeer zijn gebleken, op dezen dag van groote Nationale herinneringen,
+voor Mij niet alleen, maar voor alle leden van het Huis van Oranje;&mdash;dat
+het heden gebeurde een nieuwe prikkel voor Uw Vorstenhuis zal wezen, om
+nog <span class="pagenum" title="92"></span><a id="p_92"></a>meer dan vroeger voor het welzijn en den bloei van het volk van
+<em class="g">Nederland</em> werkzaam te zijn, zooals in vroegere dagen, zooals het altijd
+zal blijven. Want wij allen uit het Huis van Oranje, wij kunnen <i>nooit</i>,
+ja <span class="smcap">NOOIT</span> genoeg doen voor ons <em class="g">Nederland</em>.&rdquo;</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>&bdquo;Nu nog even naar de Maliebaan!&rdquo; zeide de oude <span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;Daar hebben
+immers de volksvermakelijkheden plaats!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik vrees, dat we te laat zullen komen, en 't grootste deel afgeloopen
+is,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Gustaaf</span>, terwijl hij op zijn horloge keek. &bdquo;We moesten liever
+de stad een weinig rondwandelen, en al 't schoons en sierlijks bekijken,
+dat er te zien is.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En eerst eens beproeven, of we wat te eten kunnen krijgen,&rdquo; zeide
+<span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Want ik rammel van den honger. Na zooveel geestelijke spijs
+herneemt de maag toch ook haar rechten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hadden we mama maar bij ons gehad,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>, &bdquo;dan zou ze ons ieder
+wel een paar krentebroodjes in den zak gestopt hebben, net als voor
+veertien jaren, toen we de inhuldiging bijwoonden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En die ons toen zoo heerlijk smaakten!&rdquo; voegde <span class="mixcap">Florence</span> er bij. &bdquo;'k
+Wou, dat ik ze op 't oogenblik had!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik niet,&rdquo; zei <span class="mixcap">Bernard</span>. &bdquo;Ze zouden in dien tijd tamelijk droog en
+oudbakken geworden zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu ja, allebedil,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Ik meen zulke soort van
+krentebroodjes.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan hadt ge u wat duidelijker moeten uitdrukken,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Bernard</span>
+glimlachend. &bdquo;Doch ik ben hier zoo onbekend als een pelgrim, die pas in
+'t Heilige Land komt. Gelukkig, dat we zulk een goeden gids bij ons
+hebben als oom <span class="mixcap">Henri</span>. Die zal ons ook wel in de een of ander caravansera
+brengen, waar we onze hongerende en dorstende lichamen kunnen
+restaureeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, oom <span class="mixcap">Henri</span> zal u even naar huis brengen, jonge lui,&rdquo; antwoordde de
+kapitein. &bdquo;Want in koffiehuizen of restauraties zal wel niets te krijgen
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>En hij had gelijk. Een twee- of drietal, welke men binnenstapte, waren
+zoo volgepropt met hongerige en dorstige menschen, dat men daar
+onmogelijk iets voor zijn geld kon krijgen. <span class="pagenum" title="93"></span><a id="p_93"></a>Men besloot dus maar, naar
+<span class="mixcap">August's</span> kamer te gaan, waar de hospita wel zou opdisschen.</p>
+
+<p>&bdquo;O, kijk eens! Wat komt daar aan?&rdquo; riep <span class="mixcap">Florence</span> eensklaps uit.
+&bdquo;Neerlands kleuren te paard!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En oranje als aanvoerder!&rdquo; voegde <span class="mixcap">Margot</span> er bij. &bdquo;Dat is
+alleraardigst!&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad&mdash;het waren vier heeren Leidsche studenten, keurig net gekleed.
+Een hunner reed vooruit, van top tot teen in 't oranje gekleed; de drie
+volgden hem: de een geheel in 't rood, de andere in 't wit en de derde
+in 't blauw. 't Gaf nieuwe stof tot vroolijkheid. Nauwelijks waren die
+voorbij, of daar kwam een rijtuig aan met boeren en boerinnen, kwistig
+met oranje versierd. 't Rijtuig zelf was met de namen van de mannen van
+1813 beschilderd en de twee melkwitte paarden met groote strikken en
+rozetten van oranje en de Nederlandsche kleuren getooid. Honden en
+paarden waren, evenals in <em class="g">Amsterdam</em>, goed Oranjegezind; als men ten
+minste rekende naar de oranjestrikken die ze om den hals of aan den
+staart droegen. Tal van kleine optochten kwamen hen tegen, wier leden
+wel niet altijd even keurig waren uitgedost, maar die toch door hun
+potsierlijke tooisels, waarin 't oranje den boventoon had, er veel toe
+bijbrachten, om afwisseling en levendigheid in de reeds zoo drukke stad
+aan te brengen. De oude wapenbroeders van 't jaar 1813 begaven zich
+onder 't geleide van de commissie van orde der feestviering naar het
+societeitsgebouw &bdquo;de Vereeniging,&rdquo; waar ze onthaald werden en o. a.
+prins <span class="mixcap">Frederik</span> hun de lieve attentie had betoond, om twee kistjes fijne
+oranjesigaren te zenden, elke sigaar met een oranje étiquette en 't
+jaartal 1813 versierd. Jammer, dat de prins tot zijn innig leedwezen
+door ongesteldheid verhinderd was, zelf daar te komen. Immers nog den
+vorigen dag had de toestand van den edelen grijsaard zich zeer dreigend
+doen aanzien, en was het te vreezen geweest, dat hij de steenlegging
+niet zou bijwonen. Gelukkig was die vrees niet uitgekomen; maar nu was
+Zijne Hoogheid zóó vermoeid, dat het hem niet geraden was, meer van zijn
+krachten te vergen.</p>
+
+<p>Toen onze zes vrienden op de kamers van <span class="mixcap">August</span> kwamen, vonden ze diens
+hospita terstond bereid, om hun 't noodige te <span class="pagenum" title="94"></span><a id="p_94"></a>verschaffen. <span class="mixcap">Emile</span> en
+<span class="mixcap">Emma</span> waren nog niet terug. Het duurde echter niet lang, of ook dezen
+kwamen, doodvermoeid van 't staan in 't veld bij de Maliebaan, 't
+gezelschap vergrooten en spoedig daarna maakte <span class="mixcap">August</span> het voltallig.</p>
+
+<p>Wat de bezoekers van 't Willemspark te verhalen hadden, kunnen we gerust
+overslaan&mdash;we hebben 't immers bijgewoond. We laten dus <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span>
+spreken.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;Zeker hebben we niet zoo veel gezien, wat ons
+nationaal gevoel opwekte, als gij; dat is waar. Maar we hebben vrij wat
+meer pret gehad, niet waar, <span class="mixcap">Emma</span>?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat zou ik zeggen, <span class="mixcap">Emile</span>,<ins class="corr" id="corr49" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> zeide <span class="mixcap">Emma</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Een oogenblikje, jongelui,&rdquo; zei de kapitein vroolijk. &bdquo;Wat beteekent
+het, dat jelui elkaar zoo plat <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span> noemt? Heb je ook soms in
+de Maliebaan wat verloren? Uw hart, bijvoorbeeld?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Papa,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;We hebben in die Maliebaan integendeel wat
+gevonden!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, daarom heb je zoo veel pret gehad!&rdquo; riep de kapitein uit. &bdquo;En 't is
+zeker wat moois, komt, laat het ons eerst eens zien. Misschien wel een
+paar oranjestrikken of oranjekokardes!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, papa,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emile</span>, op koddig ernstigen toon: &bdquo;Ik heb in
+<span class="mixcap">Emma Kellner</span> een toekomstige gezellin gevonden op 't pad mijns levens.
+Met andere woorden, we hebben ons, met uw permissie, <ins class="corr" id="corr50" title="Bron: geengageerd">geëngageerd</ins>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, drommels!&rdquo; riep de kapitein uit. &bdquo;Dat zal de zeventiende November
+1863 tot een gedenkdag maken in de familie <span class="mixcap">de Bosson</span>. Nu, wat mij
+aangaat, ik verheug mij er hartelijk in: want je verlost me zoodoende
+door den tijd van een geduchte huisplaag. Maar van jou spijt het me,
+jongen; want die <span class="mixcap">Emma</span> is zoo scherp als een els. Doch&rdquo;&mdash;en de kapitein
+zette een vreeselijk bedenkelijk gezicht&mdash;&bdquo;of mama <span class="mixcap">de Winter</span> er genoegen
+mee zal nemen, is een andere vraag. Dat goede mensch zal haar <span class="mixcap">Emmaatje</span>,
+dat bedorven schepsel, niet willen missen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan schaak ik haar,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;Zeg dat maar gerust aan tante, en
+dan kan Mr. <span class="mixcap">J. van Lennep</span> een schaking van de negentiende eeuw
+beschrijven. Ik zal er hem de bouwstoffen wel toe leveren.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="95"></span><a id="p_95"></a></p>
+
+<p>&bdquo;O, ridderlijke zoon!&rdquo; riep de kapitein uit. &bdquo;Waarom ben je niet
+evenals <span class="mixcap">August</span> militair geworden! Dan zou zoo'n schaking veel
+interessanter zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, ik feliciteer u, <span class="mixcap">Emile</span>, met uw engagement,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Margot</span>, &bdquo;en ben
+heel blij, dat ik zoo'n lief schoonzusje krijg als <span class="mixcap">Emma</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zeide de kapitein, <ins class="corr" id="corr51" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>daar kun jij heel gemakkelijk over
+heenstappen, die 't aanstaande schoonzusje maar een paar malen in 't
+jaar zult zien. Maar mijn arme <span class="mixcap">Florence</span>, die...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Die haar lieve <span class="mixcap">Emma</span> eens hartelijk kussen zal,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Florence</span>, &bdquo;en
+hoopt, spoedig op haar bruiloft te dansen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is mooi, dat mijn eigen vleeschelijke schoondochter mij zoo afvalt,&rdquo;
+zeide de kapitein. &bdquo;Gelukkig, dat ik <span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Bernard</span> nog op mijn hand
+<ins class="corr" id="corr52" title="Bron: hebt">heb</ins>. Maar dat ook kan wel mis zijn: <span class="mixcap">Gustaaf</span> zal blij zijn, als
+hij zijn lastigen commensaal kwijt is, en <span class="mixcap">Bernard</span> verlangt al naar 't
+oogenblik, dat hij als predikant het huwelijk kan inzegenen. Doch,
+gelukkig, daar komt <span class="mixcap">August</span>. Zoo jongen! je komt juist van pas om mij te
+helpen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik, papa?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">August</span>, die de kamer binnentrad.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, <span class="mixcap">August</span>,&rdquo; hernam de kapitein. &bdquo;Begrijp eens, dat uw broer <span class="mixcap">Emile</span> van
+zins is, om binnen kort in 't huwelijk te treden met dat aardige kind,
+dat daar naast hem zit.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, papa! <span class="mixcap">Emile</span> is oud en wijs genoeg, om te weten of hij onder de
+infanterie of de cavalerie dienst wil nemen,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">August</span>. &bdquo;En als
+hij in 't huwelijk wil treden, dan wensch ik hem de medaille van vijf en
+twintigjarigen dienst toe!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ook alweer geen troost!&rdquo; zuchtte de kapitein. &bdquo;Nu dan, tot straf zullen
+<span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span> ons mededeelen, wat ze in de Maliebaan gezien hebben.
+Ofschoon ik vrees, dat dat niet veel zal zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zou u meevallen, papa,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;'t Was er alleraardigst,
+niet waar, <span class="mixcap">Emma</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat zou ik zeggen,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emma</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, maar zoo komen we niet verder,&rdquo; hernam de kapitein. &bdquo;Van aardigheid
+gesproken. We hebben om hier te komen, een omweg gemaakt, en op de
+Langegracht, waar ook in den mast <span class="pagenum" title="96"></span><a id="p_96"></a>geklommen werd, ons halfziek gelachen
+om de jongens, die aan 't stroophappen waren<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="fnanchor"><sup>13</sup>)</a>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Stroophappen hebben we niet gezien,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emile</span>, &bdquo;maar wel mastklimmen
+en andere volksspelen. 't Aardigst echter van allen was de opgeslagen
+tent, waar comedie gespeeld werd, nu niet juist om dat comediespel, maar
+om 't uitbundig gelach der toeschouwers. Men gaf twee vaudevilles: &bdquo;Het
+dubbel huishouden,&rdquo; in twee bedrijven en &bdquo;De grillen van een jeugdig
+echtpaar,&rdquo; in één bedrijf. Dat duurde van halftwaalf tot eenen. Van twee
+tot vier ure vertoonden ze weer twee vaudevilles: &bdquo;De metselaar en de
+waterdrager,&rdquo; en, wat vooral de meeste sympathie verwekte: &bdquo;<ins class="corr" id="corr53" title="Bron: de">De</ins>
+verpande krijgslieden,&rdquo; beiden in een bedrijf.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De krijgslieden in één bedrijf?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Bernard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dan de vaudevilles,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;Ik weet niet, dat ik ooit zulk
+een hartelijk lachen heb gehoord, als van dat onbedorven en uitgelaten
+vroolijke volk!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En donderende applaudissementen,&rdquo; voegde <span class="mixcap">Emma</span> er bij. &bdquo;Natuurlijk
+stonden wij ver genoeg af, om niets te verstaan. Doch wij amuseerden ons
+maar met die vergenoegde gezichten en die onbetoomde uitingen van dolle
+vroolijkheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan de wedloop van die dertig jongens!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Emile</span>. &bdquo;Die was
+onbetaalbaar om aan te zien! Doch daar was wat aan te doen, eer ze goed
+op dreef waren. Telkens gingen ze vóór hun beurt af.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Och! en dan dat boegsprietloopen!&rdquo; riep <span class="mixcap">Emma</span> uit. &bdquo;Honderde malen
+rolden de loopers er af, nu eens aan de linker- en dan aan de
+rechterzijde.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En konden ze zich dan niet bezeeren?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel neen, er waren aan weerskanten stevige linnen zeilen gespannen,
+waarin ze vielen,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Emma</span>. &bdquo;Maar 't kluchtigst van alles was, dat
+in 't zeil aan de rechterzijde meel en in dat aan de linkerzijde roet of
+zwartsel was. Viel er nu een aan den <span class="pagenum" title="97"></span><a id="p_97"></a>eersten kant in 't meel, dan kwam
+hij er zoo wit als een pierrot uit&mdash;aan de andere zijde, dan zag hij er
+uit als een schoorsteenveger. Dat gaf voortdurend pret.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En vielen ze er dikwijls af?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Margot</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Honderde malen; want de schuin oploopende liggende mast was met zeep
+besmeerd,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Emma</span>. &bdquo;Eenige oogenblikken zag men er een dapper
+loopen, dan begon hij te wankelen, 't geen reeds gejuich gaf, eindelijk,
+plomp! daar rolde hij en kwam onder een uitbundig gejubel zwart of wit
+weer te voorschijn!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Mijnheer! De tafel is gereed,&rdquo; brak de hospita 't vroolijke gesprek
+af&mdash;af.... neen, dat niet. Eerst aan tafel werd het recht vroolijk, en
+de gastheer had voor een goed glas wijn gezorgd, zoodat er vrij wat
+toosten op koning, vaderland, prinsen en prinsessen, ook op 't
+engagement van <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span> gedronken werden.</p>
+
+<p>Evenmin als onze vrienden gaan we naar de galavoorstelling in den
+schouwburg, daar we anders niet met den retourtrein naar <em class="g">Amsterdam</em>
+zouden kunnen terugkomen.&mdash;Neen, we vergezellen hen liever naar de
+prachtige illuminatie. Doch zal ik u, na al 't geen ik reeds medegedeeld
+heb, nog een beschrijving van de illuminatie geven?&mdash;ik zou te
+uitgebreid worden. Alleen dit: al de koninklijke paleizen waren van
+boven tot beneden geïllumineerd en 't schoonst van alles was het Breede
+Voorhout, waar men onder een dak van lampions wandelde, aan een lichtzee
+gelijk. Na afloop van de galavoorstelling in den schouwburg toerden de
+koning en de koningin, de prins van Oranje en de prinsessen <span class="mixcap">Frederik</span> en
+<span class="mixcap">Maria</span> in open rijtuigen door de geheele stad. Dat toeren had veel van
+een onophoudelijken zegetocht. Ook de koningin-moeder toerde in een open
+calèche. En hiermede stappen we van 't Oranjefeest af, dat onvergetelijk
+zal blijven voor de bewoners der hoofdstad en die der residentie. We
+konden u natuurlijk in de andere steden van ons land moeilijk
+binnenleiden&mdash;anders zouden we gezien hebben, dat het overal met
+geestdrift gevierd werd. We gaan dus met de familie in den laatsten
+spoortrein, komen gezond en wel met hen in de hoofdstad des Rijks terug,
+en sluiten dit hoofdstuk met de woorden van een chassinet, hetwelk op
+den <span class="pagenum" title="98"></span><a id="p_98"></a>Zuid-Oost-Buitensingel was te lezen en meer kijkers waard was, dan
+'t nu op die min of meer gelegene plek had.</p>
+
+<p>Dit chassinet luidde aldus:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Omstrengeld door éen liefdeband<br /></span>
+ <span class="i0">Blijft Vorst en Volk van Nederland,<br /></span>
+ <span class="i0">Zoowel in voor- als tegenheen,<br /></span>
+ <span class="i0">Oranje en Nederland, steeds een.&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">8)</a> Woorden van <span class="mixcap">C. G. Withuijs</span>, muziek van <span class="mixcap">J. H. Lubeck</span>.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">9)</a> <span class="mixcap">Hogendorp</span>, <span class="mixcap">van der Duijn van Maasdam</span> en <span class="mixcap">van Limburg
+Stirum</span>.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">10)</a> der Franschen.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">11)</a> <em class="g">'s-Gravenhage</em>.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">12)</a> Ofschoon er geen bepaalde demonstratiën tegen <em class="g">Frankrijk</em>
+zijn voorgevallen, hoorde men 's avonds bij de illuminatie in <em class="g">Amsterdam</em>
+'t volk, behalve Vaderlandsche liederen, zingen: &bdquo;Weg met <span class="mixcap">Napoleon</span>, leve
+<span class="mixcap">Willem</span> drie!&rdquo;</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">13)</a> Dat is happen naar een waterbroodje vol stroop. Als de
+gelukkige onder 't voorbijgaan in het broodje hapt, druipt hem, tot
+groot vermaak der toeschouwers, al de stroop langs den baard.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="99"></span><a id="p_99"></a></p>
+
+<h2><a id="ZEVENDE_HOOFDSTUK"></a>ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">'s Konings rouw.</p>
+
+<p>&bdquo;Vrijheid en onafhankelijkheid!&rdquo; dat was de nagalm van 't Oranjefeest.
+En velen juichten het toe, dat de <em class="g">Nederlandsche</em> natie het gevoelde, dat
+zij het palladium der vrijheid, haar door de vaderen nagelaten en voor
+een halve eeuw herwonnen, op prijs wist te stellen; allen waren 't er
+over eens, dat <em class="g">Nederland</em>, onder zijn constitutioneelen regeeringsvorm en
+met een Oranje aan 't hoofd, het meest vrije en gezegende land van
+<em class="g">Europa</em> was. Waar toch vond men zulk een vrijheid van godsdienst als
+hier, alwaar geen uitsluiting eener enkele godsdienstige gezindheid
+bestond en ieder, tot welk kerkgenootschap hij ook behoorde, tot de
+hoogste staatsambten kon geroepen worden. Daarbij vrijheid van
+drukpers&mdash;inderdaad een der grootste voorrechten eener vrije natie. En
+toch waren er tal van menschen, die oordeelden, dat het tegen ons
+vrijheidsgevoel indruischte, wanneer daar in onze West-Indische
+kolonieën, ondanks de humaniteit waarmede men altijd te koop liep, nog
+een aantal menschen waren, schepselen als wij, onderdanen van denzelfden
+koning, die geen eigen vrijen wil hadden, genoodzaakt waren al hun
+krachten te besteden voor een meester, die hen voor geld gekocht had, en
+kon verkoopen aan wien hij wilde; kortom, dat er in <em class="g">Suriname</em> en elders
+nog slaven waren. 't Was aan de gezegende regeering van <span class="mixcap">Willem</span> den
+derden voorbehouden, die vlek van onze natie af te wisschen. In 't
+zelfde jaar toch, <span class="pagenum" title="100"></span><a id="p_100"></a>dat <em class="g">Nederland</em> zijn feest ter herdenking van zijn
+eigen vrijheid vierde, had het de vrijheid hergeven aan zijn ongelukkige
+medebroeders, die 't juk der slavernij droegen, en eerlang zou er,
+zoover <span class="mixcap">Willem</span> III zijn schepter zwaaide, geen slaaf of slavin meer zijn.
+Maar ook voor eigen vooruitgang en ontwikkeling had men gezorgd. Een
+nieuwe tak van onderwijs werd er in 't leven geroepen: het middelbaar
+onderwijs. En spoedig na de uitvaardiging dier wet verrezen er alom
+hoogere burgerscholen met vijf- en driejarigen cursus.</p>
+
+<p>Ook waren de stoffelijke belangen der natie niet vergeten. <em class="g">Rotterdam</em> zou
+weldra een verbeterden waterweg krijgen, <em class="g">Amsterdam</em> een kanaal naar de
+Noordzee, door <em class="g">Holland</em> op zijn smalst. Beide besluiten moesten den bloei
+des handels verhoogen; de laatste zou daarenboven duizende bunders goed
+en bebouwbaar land droogmaken en zoo medewerken tot de welvaart van
+akkerbouw en veeteelt.</p>
+
+<p>Geen wonder, dat de natie, onder zulk een wijs en vaderlijk bestuur,
+verlangend uitzag naar den 18<sup>en</sup> Juni 1865, als wanneer zij den dag
+zou vieren, waarop, vijftig jaren geleden, de verkregene
+onafhankelijkheid van ons land in den slag bij <em class="g">Waterloo</em> was behouden
+gebleven. Ook dien dag zou men algemeen herdenken, en&mdash;kon men den held
+van <em class="g">Quatrebras</em> en <em class="g">Waterloo</em> niet meer blijken geven van de sympathie,
+welke het dankbare vaderland voor hem gevoelde&mdash;koningin <span class="mixcap">Anna Paulowna</span>
+leefde nog, en wat men den Vorst niet meer kon toebrengen, zou men haar
+wijden. Doch de feestviering van den Waterloodag zou op treurige wijs
+verstoord worden; ze zou den gloed missen, dien ze zoo noodig had; het
+koninklijke huis zou niet mede feestvieren.</p>
+
+<p>Wanneer ge langs de Zeestraat te <em class="g">'s-Gravenhage</em>, den ouden, schoonen
+straatweg naar <em class="g">Scheveningen</em> opgaat, dan ziet ge aan uw linkerhand een
+eenvoudig doch statig gebouw, met een ruime voorplaats, door een hekwerk
+van den grooten weg afgesloten. Dat gebouw met de daarbij behoorende
+tuinen en nevengebouwen heet Buitenrust. Aan die tuinen is ook het oude
+bekende Zorgvliet getrokken, waar vader <span class="mixcap">Cats</span> zijn leven sleet, en vele
+zijner verzen maakte. Die buitenplaats, in de duinen aangelegd, en waar
+men nog het oude huis van den Raadpensionaris-dichter <span class="pagenum" title="101"></span><a id="p_101"></a>aantreft, levert
+uitgebreide wandelingen op; want zij beslaat eene aanmerkelijke ruimte
+aan den linkerkant van den Scheveningschen weg. Dat Buitenrust nu, met
+Zorgvliet en de vroegere woning van den graaf <span class="mixcap">Rheede van Ghinkel van
+Athlone</span>, had de koningin-weduwe aangekocht en met vrij wat nieuwe
+aanplantingen vergroot; hier sleet zij haar aan weldadigheid gewijd
+leven in kalmte en vrede.</p>
+
+<p>Ge zoudt het niet denken, als ge 't huis van buiten ziet, dat het een
+geschikt verblijf is voor de dochter der Russische Czaren. Een
+vorstelijk paleis is het zeker niet te noemen. En toch zou u 't
+smaakvolle en keurige ameublement treffen, rijk en kostbaar, en
+tegelijkertijd zoo beminlijk eenvoudig; meer aantrekkelijk door zijn
+aanzienlijke kunstschatten, dan door zijn prachtige meubels. Ge zoudt
+zeker lang stilstaan bij die reusachtige geschilderde porseleinen vazen,
+die u de Russische kunstvaardigheid zouden doen bewonderen, en u niet
+kunnen verwijderen van die juweelen der <em class="g">Nederlandsche</em> schilderschool&mdash;ge
+zoudt.... doch ditmaal willen we niet ronddwalen in die vertrekken;
+daarenboven&mdash;ze hebben iets sombers door 't sluiten der jaloezieën, die
+het uitzicht op den tuin belemmeren. Misschien zoudt ge gaarne eens naar
+boven gaan, om in de keurige bibliotheek te snuffelen, waar u misschien
+die oude teekeningen en beschrijvingen met platen van 't vroegere
+Zorgvliet zouden aantrekken&mdash;of, al is 't ook Maart, eens ronddwalen
+door de plaats van vader <span class="mixcap">Cats</span>, waar we nog een steenen tafel zouden
+vinden en.... we treden de groote zaal uit, en gaan aan onze linkerhand
+een zijvertrek binnen, het boudoir der koningin-weduwe. Ook hier
+vertoeven we evenmin; maar treden in 't nevenvertrek, de slaapkamer van
+<span class="mixcap">Anna Paulowna</span>; thans haar sterfkamer.</p>
+
+<p>Zeker zou 't oneerbiedig kunnen heeten, wanneer we zoo onaangediend
+binnentraden, waar zooveel vorsten en vorstinnen verzameld zijn om 't
+sterfbed eener koningin, en er zou dan ook wel niemand geweest zijn, die
+'t gewaagd zou hebben, ons aan te dienen; wij echter hebben 't groote
+voorrecht, er in den geest te vertoeven, en geen macht ter aarde kan den
+geest verhinderen, zich een weg te banen. Die toch gaat door gesloten en
+gegrendelde deuren, treedt in de paleizen der vorsten en aanschouwt
+daar, wat voor geen ander te aanschouwen wordt <span class="pagenum" title="102"></span><a id="p_102"></a>gegeven. En zoo treden
+we op Woensdag den eersten Maart 1865 des namiddags ruim vier uren de
+kamer van <span class="mixcap">Anna Paulowna</span> binnen, en willen zien, wat daar plaats heeft.</p>
+
+<p>Het eerst valt ons oog op die alkoof, waar de stervende vorstin
+nederligt. Aan 't hoofdeneind van het veldbed, waarop ze rust, staat
+haar kamenier, die haar jaren lang trouw gediend heeft, en meer haar
+vriendin dan haar ondergeschikte is. Ze houdt het hoofd der stervende in
+haar armen, om het te ondersteunen. Aan 't voeteneinde staan de HH.
+doctoren <span class="mixcap">Van der Grijp</span> en <span class="mixcap">Vinkhuyzen</span>, die H. M. gedurende haar laatste
+ziekte behandeld hebben. 't Is een aandoenlijke groep, waarvan de
+koningin het middelpunt uitmaakt. Vermagerd en bleek is ze, bleek,
+wanneer de vreeselijke benauwdheden haar 't bloed niet naar de wangen
+drijven. Reeds sedert eenige dagen hebben de uitgegeven bulletins de
+natie in spanning gehouden ten aanzien van den afloop der ziekte, die in
+een hevige borstaandoening bestaat, gekenmerkt door benauwdheden, welke
+in de beide laatste etmalen zoo zeer waren toegenomen, dat haar krachten
+waren uitgeput en men 't ergste vreesde.</p>
+
+<p>Grootvorstin <span class="mixcap">Anna Paulowna</span>, de dochter van keizer <span class="mixcap">Paul</span> I van <em class="g">Rusland</em> en
+keizerin <span class="mixcap">Maria Federowna</span> (<span class="mixcap">Dorothea Augusta Sophia</span> van <em class="g">Wurtemberg</em>)<ins class="corr" id="corr54" title="Niet in Bron.">,</ins>
+is den 19<sup>en</sup> Januari 1795<ins class="corr" id="corr55" title="Bron: ,"></ins> geboren, dus op denzelfden dag,
+toen haar aanstaande gemaal, als kind uit zijn land verdreven, nog als
+balling op de Noordzee zwalkte en men voor 't eerst de Engelsche kust in
+'t oog kreeg. Toen keizer <span class="mixcap">Napoleon</span> zijn eerste gemalin, <span class="mixcap" xml:lang="fr">Josephine de
+Beauharnais</span>, verstiet, liet hij, eer hij aanzoek deed om aartshertogin
+<span class="mixcap">Maria Louise</span>, door <span class="mixcap" xml:lang="fr">Canlaincourt</span> de hand der Russische vorstin vragen. En
+voorzeker zou de vorstelijke <span class="mixcap">Anna Paulowna</span>, edel van gestalte als van
+gemoed, een keizerstroon als die van het toen zoo machtige <em class="g">Frankrijk</em> tot
+sieraad gestrekt hebben&mdash;haar broeder, keizer <span class="mixcap">Alexander</span>, bedankte echter
+voor die eer. Veel liever schonk hij de hand zijner zuster aan een vrij
+wat geringer vorst, maar die van edeler bloed en hooger afkomst was: aan
+zijn vriend, den ridderlijken Oranje, toen nog slechts kroonprins van
+het koninkrijk der <em class="g">Nederlanden</em>. Den 21<sup>en</sup> Februari 1816 werd het hooge
+huwelijk te <em class="g">St.-Petersburg</em> voltrokken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="103"></span><a id="p_103"></a></p>
+
+<p>En <span class="mixcap">Anna Paulowna</span> had de liefde der natie weten te verwerven. Niet
+alleen maakte zij zich op voortreffelijke wijze onze taal eigen, maar ze
+drong ook door in de meesterwerken onzer letterkunde. En bovenal werd de
+vorstin geliefd om haar minzaamheid en weldadigheid. Vergeten we niet,
+hoe ze, in 't klein, haar naaischool te <em class="g">Scheveningen</em> had, in 't groot,
+in 1830 en 31 haar naam in gezegend aandenken bracht door het
+stichten op eigen kosten van een hospitaal voor gekwetste militairen.
+Groot was de sympathie, welke zij bij 't bestijgen van den troon in 1840
+mocht ondervinden. Als koningin was ze niet minder geliefd dan als
+kroonprinses. En toen ze den 17<sup>den</sup> Maart 1849 te <em class="g">Tilburg</em> bij 't lijk
+van haar zoo beminden gemaal nederknielde en uitriep: &bdquo;O, wat ben ik
+ongelukkig!&rdquo; toen een andere koningin haar plaats op den troon innam,
+bleef ze nog steeds de geëerde en hooggeschatte, de beminde Vorstin. Dat
+getuigde steeds de eerbiedige groet, haar, waar zij zich in 't openbaar
+vertoonde, door de menigte toegebracht; dat had men in 't jaar 1858
+gezien, toen ze, bij gelegenheid van 't feest der meerderjarigheid van
+haar kleinzoon, den kroonprins der <em class="g">Nederlanden</em>, voor de laatste maal in
+<em class="g">Amsterdam</em> vertoefde, en de luide toejuiching van de bevolking der
+hoofdstad haar te gemoet klonk bij haar verschijning op het balkon vóor
+'t paleis op den Dam; dat had ze ook nog op den avond van dien 17<sup>en</sup>
+November 1863 kunnen bespeuren, toen ze door de hel verlichte straten
+der residentie toerde, en haar overal de kreten, &bdquo;Leve de koningin!&rdquo; in
+de ooren klonken.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr56" title="Bron: &bdquo;"></ins>Geen wonder dus, dat de natie met belangstelling de
+bulletins had ontvangen en gelezen; dat ook de natie volgens de laatst
+uitgegevene vreesde, dat de lamp haar levens spoedig zou worden
+uitgebluscht. Ook de vorstin zag het gevaarlijke van haar toestand in,
+ja, ze was de eerste, die van sterven gewaagde. Maar krachtig van ziel
+als ze was, verschrikte haar de aanblik van den dood niet: kalm en
+onderworpen verbeidde zij haar laatste uur, even kalm en onderworpen nam
+ze een aandoenlijk afscheid van haar kinderen; daarna van haar trouwe
+bedienden, welke ze dankte voor de gehechtheid, haar gedurende een reeks
+van jaren bewezen. Toen had ze verlangd, dat haar de bulletins omtrent
+haar toestand zouden worden voorgelezen: daarna vroeg <span class="pagenum" title="104"></span><a id="p_104"></a>zij om haar
+priester, die haar de laatste troostmiddelen der Grieksche kerk, tot
+welke zij behoorde, toediende. En zoo wacht zij daar kalm en gelaten het
+oogenblik af, waarop God haar van deze aarde zal oproepen.</p>
+
+<p>Om haar bed bevinden zich al de vorsten en vorstinnen van 't koninklijk
+huis: Z. M. koning <span class="mixcap">Willem</span> de derde en zijn koninklijke gemalin; hun
+beide zonen, de kroonprins en prins <span class="mixcap">Alexander</span>; prins <span class="mixcap">Hendrik</span> en zijn
+gemalin, <span class="mixcap">Amelia Maria da Gloria Augusta</span>, dochter van hertog <span class="mixcap">Bernhard van
+Saksen Weimar Eisenach</span>, met wien hij sedert 19 Mei 1853 gehuwd is; ook
+prinses <span class="mixcap">Sophie</span>, de eenige dochter der stervende, gehuwd met den
+groothertog van <span class="mixcap">Saxen Weimar Eisenach</span>; prins <span class="mixcap">Frederik</span> met zijn gemalin
+en dochter <span class="mixcap">Marie</span>. Op een wenk van een der doctoren, dat het laatste
+oogenblik nadert, zijn ze allen neergeknield; een doodelijke stilte,
+alleen door zacht, bedwongen snikken afgebroken, heerscht in de
+sterfkamer en breidt zich van daar in al de vertrekken van 't vorstelijk
+paleis uit&mdash;nog eer de wijzer der pendule, die zich in de kamer bevindt,
+op half vijf staat, heeft <span class="mixcap">Anna Paulowna</span> haar laatsten strijd
+voleindigd&mdash;is de koningin-moeder der <em class="g">Nederlanden</em> gestorven.</p>
+
+<p>We schuiven een gordijn voor de smart en den rouw, die thans het
+sterfvertrek vervulden&mdash;evenmin zullen we de aandoeningen schetsen,
+waarmede die tijding in de Hofstad, ja, in 't gansche land vernomen
+werd, en die vergezeld ging van de nieuwsgierige vraag: waar 't lijk der
+overledene vorstin ter aarde zou worden besteld? Wel wist men, dat, op
+het door haar uitdrukkelijk te kennen gegeven verlangen, haar lijk niet
+zou worden gebalsemd&mdash;de plaats der begraving bleef voor alsnog een
+geheim. Sommigen herinnerden zich, dat <span class="mixcap">Anna Paulowna</span>, bij gelegenheid
+toen zij een bezoek aan 't familiegraf te <em class="g">Delft</em> had gebracht, den wensch
+zou hebben geuit, om eenmaal te rusten tusschen haar koninklijken gemaal
+en haar zoon, prins <span class="mixcap">Alexander</span>&mdash;men vreesde echter, dat daartegen van
+wege de Grieksche kerk onoverkomelijke zwarigheden zouden bestaan.
+Geruchten noemden de Grieksche kapel te <em class="g">Amsterdam</em> als de plaats, waar de
+begrafenis zou plaats vinden, wanneer die bezwaren niet waren op te
+heffen.</p>
+
+<p>Reeds Donderdag om acht ure verkondigde het doffe klokgebrom, <span class="pagenum" title="105"></span><a id="p_105"></a>dat
+Neerlands koningin-moeder gestorven was, en dat had driemaal daags,
+telkens een uur lang, plaats. Tevens waren de woningen van vele
+aanzienlijke particulieren gesloten, ten teeken van deelneming in 's
+vorsten rouw. Schouwburgen en openbare vermakelijkheden mochten geen
+voorstellingen geven. Alles moest er toe dienen, om den rouw over den
+dood der vorstin te verkondigen. Dat hield tot Donderdag, den 18<sup>den</sup>
+Maart aan, om nogmaals twee dagen vóór en op den dag der begrafenis
+herhaald te worden.</p>
+
+<p>En die begrafenis&mdash;ze had den 17<sup>den</sup> Maart, op den sterfdag van koning
+<span class="mixcap">Willem</span> den tweeden, te <em class="g">Delft</em> plaats. De moeielijkheden waren uit den weg
+geruimd, en <span class="mixcap">Anna Paulowna</span> zou, volgens haar wensch, tusschen haar gemaal
+en haar zoon rusten. 't Was een heele stoet, die daar op Vrijdag den
+17<sup>den</sup> Maart 1865 zich door de straten van 't vorstelijk <em class="g">'s-Gravenhage</em>
+bewoog. Ik zal u dien niet beschrijven; daar geen onzer vrienden hem
+bijwoonden. Alleen vestig ik uw oog voor een enkel oogenblik op de
+prachtige rouwkoets voorafgegaan door den heraut van wapenen (<em class="g">Rusland</em>)
+te paard met zijn wapendrager, en bespannen met acht rouwpaarden. Op de
+kist de koninklijke kroon, benevens het ordeteeken van <span class="mixcap">St.-Catharina</span>,
+gehecht op een rood fluweelen kussen, de slippen van 't lijkkleed
+gedragen door de barons <span class="mixcap">van Tuyl van Serooskerken</span> en <span class="mixcap">Taets van Amerongen</span>
+en twee groot-officieren van 's konings huis. Naast den rouwwagen de
+vierentwintig kamerheeren&mdash;dragers van het lijk. En daarachter Z. M. de
+koning der <em class="g">Nederlanden</em>, de groot-hertog van <span class="mixcap">Saxen Weimar</span>, de kroonprins
+en prins <span class="mixcap">Hendrik</span> der <em class="g">Nederlanden</em> in een koets met zes paarden bespannen,
+gevolgd door een met even veel paarden bespannen koets, waarin prins
+<span class="mixcap">Frederik</span> en prins <span class="mixcap">Herman van Saxen Weimar</span>.</p>
+
+<p>En was 't een heele stoet; 't was ook een heele tocht van Buitenrust
+naar de Nieuwe kerk te <em class="g">Delft</em>. Gedurende al dien tijd hielden de klokken
+van <em class="g">'s-Gravenhage</em> en <em class="g">Delft</em> niet met luiden op, en werd er elke minuut
+een kanonschot gelost. En toen 't vorstelijke lijk in den grafkelder was
+neergezet en Zijne Majesteit met de prinsen de kerk verlaten had,
+verzegelde de minister van justitie in 't bijzijn van den grootmeester,
+den <span class="pagenum" title="106"></span><a id="p_106"></a>opperkamerheer en den opperceremoniemeester, de kist met 's rijks
+grootzegel en riep de heraut van <em class="g">Nederland</em> met luider stem uit:</p>
+
+<p>&bdquo;De plechtige teraardebestelling van het stoffelijk overblijfsel van
+Hare Majesteit <span class="mixcap">Anna Paulowna</span>, koningin-weduwe der <em class="g">Nederlanden</em>, geboren
+grootvorstin van <em class="g">Rusland</em>, is volbracht.&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo was de koningin der <em class="g">Nederlanden</em> gestorven en begraven in 't
+zelfde jaar, waarin men gedacht had het feest van de herdenking van den
+slag bij <em class="g">Waterloo</em> te vieren. <ins class="corr" id="corr57" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Doch waarom is er bij die plechtige
+begrafenis geen enkele der familie <span class="mixcap">de Bosson</span> of <span class="mixcap">de Winter</span> tegenwoordig
+geweest?&rdquo; vraagt ge. Een der <span class="mixcap">Bossons</span> wel, en dat was de luitenant der
+grenadiers, <span class="mixcap">August</span>; die was zelfs met het bataljon, waarbij hij stond,
+in den trein mede naar <em class="g">Delft</em> gemarcheerd, maar juist daarom had hij
+genoegzaam niets van den optocht zelf gezien. Geen der andere leden had
+zich noch te <em class="g">Delft</em>, noch te <em class="g">'s-Gravenhage</em> bevonden. Indien ge de reden
+daarvan wilt weten, volgt mij dan slechts op dienzelfden Vrijdag den
+17<sup>den</sup> Maart en wel na afloop der begrafenis, naar 't ons bekende huis
+op de <em class="g">Heeregracht</em>.</p>
+
+<p>Ook in dat huis heerscht een doodelijke stilte en treurigheid. Laat ons
+slechts binnentreden. We gaan niet in de huiskamer, die is op 't
+oogenblik ledig en verlaten. Maar we gaan den trap op naar boven, waar
+de slaapkamer van mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> is. En daar vinden we onze goede,
+lieve mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> stervende. Ze had in 't vorige najaar een zware
+rheumatische aandoening op de borst gekregen, en wat de dokter ook deed,
+hij kon die niet overwinnen. 't Had den geheelen winter sukkelen gegeven
+en reeds meer dan twee maanden lang was de goede vrouw bedlegerig; d. i.
+werd ze van het bed naar de canapé en van de canapé naar 't bed
+gebracht. Die voortdurende zwakte en de uitputting harer krachten, welke
+volgens den dokter wel met den dood zouden eindigen, waren dan ook de
+oorzaak geweest, dat het huwelijk van <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span>, dat in 't vorige
+najaar zou plaats hebben, was uitgesteld. Want <span class="mixcap">Emma</span>, de trouwe,
+zorgvuldige <span class="mixcap">Emma</span>, wilde haar vriendin in die omstandigheden niet
+verlaten. Ze had haar opgepast, zonder <span class="pagenum" title="107"></span><a id="p_107"></a>haar eigene gezondheid te
+ontzien. En wanneer kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> of <span class="mixcap">Florence</span> haar vermaanden, toch
+aan zich zelf te denken dan antwoordde ze: &bdquo;ik ben jong en sterk;
+daarenboven is 't mij een genoegen, en wat men gaarne doet, valt licht.&rdquo;
+Vooral in den laatsten tijd had ze een goeden steun gehad aan den
+kapitein, die zijn zuster zoo ferm kon tillen en dragen. Ook werd zij
+trouw afgewisseld door <span class="mixcap">Florence</span>, als die haar huisgezin kon verlaten; en
+nu sedert zes weken door <span class="mixcap">Margot</span>, die voor eenige dagen was overgekomen,
+maar de zaken zóó bevonden had, dat ze niet meer wegdurfde.</p>
+
+<p>Ze gevoelde het wel, de brave vrouw, dat haar levenslampje spoedig zou
+worden uitgebluscht; ze had er reeds herhaalde malen met haar broeder en
+haar kinderen over gesproken. Vooral met <span class="mixcap">Emma</span> sprak zij er gedurig over.</p>
+
+<p>&bdquo;Lieve,&rdquo; had ze onder anderen op zekeren dag tegen haar trouwe
+verzorgster gezegd. &bdquo;Wanneer ik niet meer ben, zal <span class="mixcap">Henri</span> zich zoo
+eenzaam en verlaten gevoelen. Wil je me iets beloven. Zoodra ik niet
+meer zijn zal, moet uw huwelijk met <span class="mixcap">Emile</span> plaats vinden, en dan kom je
+met uw man hier in huis wonen. Dan blijft mijn broeder bij u, en voelt
+hij zijn verlies minder.&rdquo;</p>
+
+<p>En <span class="mixcap">Emma</span> had het haar beloofd, ook <span class="mixcap">Emile</span>, dien ze daarover had gesproken
+en wien ze die belofte had afgevergd. En evenals deze zaak, had ze ook
+met de grootst mogelijke kalmte al haar aardsche beschikkingen afgedaan,
+en rustig en gelaten verbeidde zij het oogenblik, dat het God zou
+behagen, haar uit de wereld weg te nemen. Van haar kinderen had ze een
+teeder en aandoenlijk afscheid genomen, ook van haar broeder; terwijl ze
+in de laatste dagen zoozeer verlangd had, haar zuster <span class="mixcap">Marie</span> nog eens te
+zien, dat ook deze uit <em class="g">Brakel</em> was overgekomen. En zoo stonden ze nu daar
+allen om het sterfbed van de geliefde vrouw. Spreken kon deze niet meer,
+en haar gebroken oogen konden zelfs de dierbaren, die om haar sterfbed
+geschaard waren, niet zien. Doch een tevredene, zalige glimlach lag op
+haar bleek, vermagerd gelaat verspreid, van hetwelk <span class="mixcap">Margot</span>, die aan 't
+hoofdeneinde van 't ledikant zat, van tijd tot tijd het doodzweet
+afwischte. Eensklaps hield de adem op, een kleine beweging van den mond,
+en&mdash;mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> was niet <span class="pagenum" title="108"></span><a id="p_108"></a>meer. Ze was zoo zacht en kalm
+gestorven, als ware ze in slaap gevallen.</p>
+
+<p>Vier dagen later had de begrafenis plaats; waarbij ook de oude <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+en <span class="mixcap">Bernard</span> tegenwoordig waren; en de korte doch roerende toespraak,
+welke de laatste aan den geopenden grafkuil hield, was treffend en gaf
+in weinige woorden te kennen, hoe de vrouw, die daar in den schoot der
+aarde nederzonk, geleefd had en gestorven was. Juffrouw <span class="mixcap">Veldhuis</span> wist
+haar broeder over te halen, om met haar naar <em class="g">Brakel</em> te gaan en daar een
+paar weken te logeeren. En toen de kapitein in <em class="g">Amsterdam</em> teruggekeerd
+was, had het huwelijk van <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span> in alle stilte plaats, en werd
+het kerkelijk door dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> ingezegend.</p>
+
+<p>Wel werd het feest van Waterloo den 18<sup>en</sup> Juni in <em class="g">Amsterdam</em> gevierd;
+doch het was er echter verre van daan, dat deze viering ook in de verte
+op die van 't Oranjefeest zou geleken hebben. We gaan het daarom in
+stilte voorbij, en willen u slechts mededeelen, dat Z. M. den koning aan
+allen, die tijdens den slag bij <em class="g">Waterloo</em> in dienst waren geweest en 't
+vijftigjarig feest beleefden, een zilveren kruis schonk, om dit aan een
+oranjelint op de borst te dragen. En thans willen we aanstippen wat er
+in 't zelfde jaar 1865 nog heeft plaats gehad.</p>
+
+<p>En dan noemen wij een zaak, belangrijk voor den handel: de afschaffing
+van den accijns op 't gemaal, d. i. de belasting op het koren. En niet
+alleen was die afschaffing een zegen voor den handel in 't algemeen en
+den graanhandel in 't bijzonder&mdash;ze heeft ook in de uitkomst ten zegen
+gestrekt voor de mindere klasse. De broodprijzen toch, die vroeger tot
+zulk een hoogte konden stijgen, zijn sedert dien tijd zeer gematigd
+geworden en gebleven, en dat is gelukkig. Immers, het brood is een der
+eerste levensbehoeften voor den minderen man, en, bij 't gebrek aan
+vleesch, zoo noodig tot de bewaring zijner gezondheid. Toch had die
+afschaffing ook wel haar keerzijde: want nu moesten ook de steden
+langzamerhand haar accijns op 't gemaal afschaffen. Om in 't gemis
+daarvan te gemoet te komen, hieven ze nu van de rijken en de burgers een
+plaatselijke belasting. En natuurlijk drukt die meer dan de accijns op
+'t gemaal. Want, terwijl het betalen van dien accijns ongevoelig gaat,
+daar men het brood <span class="pagenum" title="109"></span><a id="p_109"></a>slechts wat duurder betaalt, werden door die
+afschaffing de kleine burgerij en de werkman van de betaling ontheven,
+ook de vreemdeling, die in de stad vertoefde en er mede toe bijdroeg. En
+dat alles moet nu door een gedeelte der burgerij betaald worden.</p>
+
+<p>Een andere bijzonderheid van 't jaar 1865 is, dat de eerste spade in den
+grond werd gestoken tot het graven van 't kanaal van <em class="g">Amsterdam</em> naar de
+Noordzee, een kanaal hetwelk nog niet geheel voltooid is, maar reeds tal
+van bunders land heeft aangewonnen, waarover vroeger 't water plaste en
+dat nu voor landbouw en veeteelt een aanzienlijke aanwinst is.</p>
+
+<p>Toch nog iets, eer we dit hoofdstuk sluiten, en hetwelk ons een blik zal
+doen slaan op de zegeningen, welke een vreedzame regeering als die van
+<span class="mixcap">Willem</span> den derden voor een volk oplevert. Ondanks de groote uitgaven
+voor de spoorwegen, die in 1868 alleen tien millioenen gulden beliepen,
+en de schadeloosstelling aan de West-Indische slavenhouders, ten bedrage
+van meer dan 10 millioen, benevens bijna 3 millioenen voor de
+onteigening van vee ten gevolge der veepest, werd er sedert 1850 voor
+ongeveer tweehonderd drieenzeventig en een half
+millioen aan schuldbrieven afgelost, waardoor de jaarlijks op te brengen
+rente met omtrent acht en een half millioen 's jaars verminderd werd.</p>
+
+<p>Ik sprak daar van de veepest. Die veepest, welke onzen veestapel zoozeer
+verminderde, was een volksramp, evengoed als de aardappelziekte en de
+cholera. Om die veepest te doen ophouden, werden strenge maatregelen
+genomen. Waar in een stal de ziekte uitbrak, werden al de koeien, ziek
+of gezond, welke in dien stal stonden, terstond onteigend en afgemaakt.
+Natuurlijk kreeg de eigenaar daarvoor een behoorlijke vergoeding. Toch
+had hij altijd groot nadeel door 't verlies zijner beesten, van wie hij
+nu geen melk kon trekken. 't Gaf dus vrij wat aanleiding tot
+ontevredenheid, en kostte aan 't land ongeveer drie millioenen. Doch de
+veepest, die zeker nog vrij wat meer millioenen aan de veehouders zou
+gekost hebben, werd er gelukkig door gestuit. En daar we nu toch zoo
+ongemerkt wat verder gekomen zijn, maak ik hier tevens melding van een
+paar feiten, die nog al opmerkelijk zijn. Vooreerst: de invoering eener
+verbeterde <span class="pagenum" title="110"></span><a id="p_110"></a>en naar de behoefte van den tijd gewijzigde
+<a href="http://www.gutenberg.org/files/27335/27335-h/27335-h.htm" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #27335 beschikbaar.">spelling
+door <span class="mixcap">te Winkel</span> en <span class="mixcap">de Vries</span></a>, vervolgens
+afschaffing van 't zegel van dagbladen en andere gedrukte stukken,
+waarop reeds sedert lang was aangedrongen; eindelijk de opening van den
+eersten spoorweglijn op <em class="g">Java</em>, een begin van 't spoorwegnet, hetwelk ook
+onze Oost-Indische koloniën door den tijd in den zegen van 't Moederland
+zal doen deelen. Over 't geheel zijn onder koning <span class="mixcap">Willems</span> regeering 't
+cultuurstelsel in Indiën en de toestand van den Javaan reeds veel
+verbeterd. Dat alles daar nog niet is zooals 't behoort, is daaraan toe
+te schrijven, dat er in onze Oost veel, zeer veel bestond hetwelk
+verkeerd was, en men verbeteringen langs den langen weg en niet met
+schokken moet verkrijgen. Ook onder koning <span class="mixcap">Willems</span> bestuur heeft zich
+ons gouvernement op <em class="g">Bali</em> krachtig doen gelden en de opstandelingen
+aldaar overwonnen. Zij, die aan de expeditie hebben deelgenomen, hebben
+daarvoor een zilveren gedenkteeken ontvangen, hetwelk ze aan een groen-
+en oranjelint op de borst dragen.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="111"></span><a id="p_111"></a></p>
+
+<h2><a id="ACHTSTE_HOOFDSTUK"></a>ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">Het feest van Neerlands onafhankelijkheid.</p>
+
+<p>&bdquo;Alweer een feest?&rdquo; hoor ik u uitroepen. En ik antwoord: ja, alweer een
+feest en wel weer een nationaal feest. Tot het eigenaardige van koning
+<span class="mixcap">Willems</span> regeering mag dan ook wel het vieren van feesten genoemd worden.
+Vooral sedert het jaar 1863 is de Nederlandsche natie verzot op feesten
+geworden. Kan het anders? Behalve dat de nationale gedenkjaren van 1863,
+65, 72 en 73 daarin vielen, zijn er tal van zaken, die hier en daar de
+aanleiding hebben gegeven tot feestelijkheden. Landbouw- en andere
+tentoonstellingen, congressen, opening van groote werken, 't oprichten
+van standbeelden voor groote mannen, ze hebben allen aanleiding gegeven
+tot feesten. En is 't niet veel beter, dat een volk om zulke vreedzame
+gebeurtenissen feestviert, dan dat het zulks doet om een overwinning,
+die duizende ouders kinderloos gemaakt, duizenden in de kracht van hun
+leven verminkt heeft! Is 't niet beter het buskruit te besteden aan
+prachtige vuurwerken, dan om het te gebruiken tot slachting van zijn
+medemenschen? Is de gloed der lampions bij een illuminatie niet veel
+schooner dan die van een <em class="g">Straatsburg</em>, door 't Pruisisch kanon in brand
+geschoten? Gelukkig dus 't volk van <em class="g">Nederland</em>, dat zijn geld besteedt
+aan feestvieren!</p>
+
+<p>Van standbeelden gesproken; daar we toch aan 't praten zijn over de
+regeering van koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden, wil ik u eens opnoemen, welke er
+alzoo onder zijn regeering zijn opgericht. <span class="pagenum" title="112"></span><a id="p_112"></a>Een voor den grooten
+historieschilder <span class="mixcap">Rembrand van Rijn</span>, te <em class="g">Amsterdam</em> ('54), voor den
+volksdichter <span class="mixcap">Tollens</span>, te <em class="g">Rotterdam</em> ('59), voor den schilder <span class="mixcap">Ary
+Scheffer</span>, te <em class="g">Dordt</em> ('62), voor <span class="mixcap">Joost van den Vondel</span>, te <em class="g">Amsterdam</em> ('67),
+voor <span class="mixcap">Hogendorp</span>, te <em class="g">Rotterdam</em> ('68), en voor <span class="mixcap">Boerhave</span> te <em class="g">Leiden</em> ('71).
+Behalve deze standbeelden nog 't monument van den volksgeest in 1830 en
+31, op den Dam te <em class="g">Amsterdam</em> ('56), dat ter herinnering aan 1813, in 't
+Willemspark te <em class="g">'s-Gravenhage</em> ('63), en dat tot aandenken aan de inneming
+van <em class="g">Den Briel</em> in 1572 ('72). Doch zoo pratende, zou ik mijn verhaal
+vooruitloopen.</p>
+
+<p>We verbeelden ons dan in 't laatst van de maand Maart van 't jaar 1872
+in een welvarend dorp te zijn, niet ver van <em class="g">Den Briel</em>. We treden het
+dorp binnen en begeven ons naar de herberg. Terwijl we 't noodige
+bestellen, en de dochter van den kastelein ons helpt, maken we een
+praatje met haar vader.</p>
+
+<p>&bdquo;Een mooi dorp, kastelein,&rdquo; beginnen we. &bdquo;En 't ziet er welvarend uit
+ook.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat zou ik denken,&rdquo; antwoordt hij. &bdquo;Je hebt hier boeren, die voor
+geen ton of wat opstaan. Daar wordt hier vandaan ook wat naar <em class="g">Engeland</em>
+gezonden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En daarvoor moeten wij alles duur betalen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, meneer! Wat zal ik u zeggen? 't Is in de laatste jaren al wat
+duurder geworden. En voor groote huishoudens is 't zeker een toer om
+rond te komen. Daar hadt je nog gisteren de dominé....&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De dominé. Hé, kastelein, wie staat hier als dominé?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>, een knap en geleerd man, al is hij een beetje
+verdraaid van figuur.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>? Weet je ook soms of hij <span class="mixcap">B. Veldhuis</span> heet?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jawel, mijnheer; <span class="mixcap">B. Veldhuis</span>. Hij is verleden jaar in 't voorjaar hier
+gekomen en bevalt uitstekend.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel man, het doet me pleizier, dat ik het hoor. Die dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> is
+een oude kennis van mij. Hoe maken 't zijn vrouw en zijn drie
+kindertjes?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zijn drie kindertjes! Nu kan ik wel merken, dat mijnheer de kennis niet
+met hem heeft aangehouden. Hij heeft er al zes.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="113"></span><a id="p_113"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Kom, dat doet me pleizier, kastelein. Ik heb dien dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>
+reeds als een jongen van veertien, vijftien jaren gekend. Toen was 't al
+een vlugge knaap, dat verzeker ik u.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan heeft mijnheer hem al een heelen tijd gekend. Hij zal nu zoo wat
+naar de veertig loopen. En kent mijnheer zijn vrouw ook?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welzeker, dat is een Amsterdamsche. Och, man! Die heele familie ken ik
+van haver tot gort. Sedert het jaar '65, toen de mama van mevrouw
+<span class="mixcap">Veldhuis</span> stierf, heb ik echter niets van hen gehoord. Maar het doet me
+plezier, dat de dominé hier staat. Ik ga hem straks eens opzoeken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan zal mijnheer er het huis vol volk vinden. Een broer van den dominé
+uit <em class="g">Brakel</em> logeert er met vrouw en twee kinderen, en mevrouws broer uit
+<em class="g">Amsterdam</em> met vrouw en drie kinderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, wel! dan is het een huishouden van zeventien personen! Die broer
+en die zwager van den dominé zijn ook oude kennissen van mij. Als ik dat
+van nacht had kunnen droomen, dan zou ik een voorspellende geest gehad
+hebben! Kijk; ik ben recht blij, dat ik hier gekomen ben. Want ik stel
+machtig veel belang in die menschen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Geen wonder, als men iemand zoolang gekend heeft!&rdquo; herneemt de
+kastelein, terwijl zijn dochter het gevraagde brengt, en <ins class="corr" id="corr58" title="Niet in Bron.">we</ins>
+'t nu te druk hebben met eten en drinken, om 't gesprek
+verder voort te zetten.</p>
+
+<p>En thans, na ons behoorlijk gerestaureerd te hebben, stappen we naar de
+pastorie van dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>. We schellen aan. Een knaap van twaalf
+jaren doet ons open.</p>
+
+<p>&bdquo;Is dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> te spreken?&rdquo; vragen we den blonden krullebol, die
+ons met zijn helderblauwe oogen zoo schalksch aankijkt.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel zeker, mijnheer,&rdquo; antwoordt de knaap<ins class="corr" id="corr59" title="Bron: ,">.</ins> &bdquo;Wil u maar in de
+zijkamer gaan. Papa zal wel dadelijk bij u komen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Papa? Ben jij dan <span class="mixcap">Ernst</span>, de oudste zoon van den dominé?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Om u te dienen, mijnheer,&rdquo; antwoordt de knaap. &bdquo;Maar hoe kent u me? Ik
+weet niet, dat ik u ooit gezien heb.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik jou wel. Maar dat is nu ruim acht jaren geleden. Toen was je nog een
+klein kereltje van een jaar of drie. 't Was bij <span class="pagenum" title="114"></span><a id="p_114"></a>gelegenheid van de
+Oranjefeesten, toen je bij grootmama <span class="mixcap">de Winter</span> logeerdet.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, mijnheer, daar weet ik niets meer van. Dat begrijpt u wel.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat laat zich hooren. En hoe maakt het uw zusje <span class="mixcap">Frédérique</span>? Dat zal ook
+al een heele meid zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Die is al elf jaar, mijnheer, maar ze is niet groot voor haar jaren,
+zegt papa.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, jij bent des te beter uit de kluiten gewassen, <span class="mixcap">Ernst</span>.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat is er toch, <span class="mixcap">Ernst</span>?&rdquo; roept een vrouwenstem uit de geopende deur der
+tuinkamer. &bdquo;Is 't weer zoo'n venter? Zeg hem toch, dat wij niets noodig
+hebben. Al wat we gebruiken, nemen we hier op het dorp, of laten we uit
+<em class="g">Den Briel</em> komen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, mama! 't Is een heer, om papa te spreken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Laat mijnheer dan in de zijkamer, en roep papa. Hij is in zijn
+studeervertrek.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En ik zal maar in de huiskamer komen, <span class="mixcap">Margot</span>,&rdquo; roep ik uit, en op 't
+zelfde oogenblik komt onze goede <span class="mixcap">Margot</span>, die ge niet zoudt herkennen,
+zoo gezet is ze geworden, maar die altijd nog hetzelfde vriendelijke
+gezicht en haar lieve stem heeft, naar mij toe.</p>
+
+<p>&bdquo;Zijt gij 't, mijnheer! Wel, eer had ik verwacht, koning <span class="mixcap">Willem</span> den
+derden in eigen persoon voor mij te zien, dan u.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja <span class="mixcap">Margot</span>. Evenzeer had ik eerder gedacht, Zijne Majesteit hier te
+vinden dan u en uw man. Ik hoorde het toevallig in 't logement, en kon
+niet nalaten, u eens een visite te maken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Daar doet ge goed aan, mijnheer,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Maar sta, als 't u
+belieft, nu niet langer op de vloermat, en kom in onze huiskamer. 't Is
+hier wel de doove of 't huis vol volk, maar hoe meer zieltjes, hoe meer
+vreugd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zeg ik ook, <span class="mixcap">Margot</span>. En daarom zal ik mij ook maar terstond in de
+pret begeven.&rdquo;</p>
+
+<p>Wat we nu al zoo verder babbelen, laat ik rusten. We zullen dus maar
+eens doen, alsof we een generaal waren, die zijn troepen de revue laat
+passeeren.</p>
+
+<p>Eerst de kinderen van dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p><span class="mixcap">Ernst</span> hebben we reeds ontmoet. Ik moet u evenwel nog iets van hem
+zeggen. Hij is een ferme jongen, die aanstaanden September naar de
+Latijnsche school in <em class="g">Den Briel</em> zal gaan, <span class="pagenum" title="115"></span><a id="p_115"></a>en stellig in de tweede klasse
+zal komen; want papa heeft hem al vrij wat van 't Latijn geleerd. De
+elfjarige <span class="mixcap">Frédérique</span> is een allerliefst meisje. Ze zal met oom en tante
+<span class="mixcap">de Winter</span> mee naar <em class="g">Amsterdam</em> trekken, om daar een jonge juffrouwenschool
+te bezoeken; want mama vindt het minder geschikt, haar naar <em class="g">Den Briel</em> te
+sturen: daar ze dan door alle wind en weer heen zou moeten. De
+tienjarige <span class="mixcap">Marie</span> is bijna zoo groot als <span class="mixcap">Frédérique</span>; ze is echter minder
+vlug, ook heeft ze nog een jaar den tijd, om gelijk te zijn met haar
+zuster. De drie andere kinderen zijn de achtjarige <span class="mixcap">Sophie</span>, die evenals
+<span class="mixcap">Marie</span> en haar zesjarig broertje <span class="mixcap">Willem</span> op de dorpschool gaat; 't jongste
+kind van dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>, <span class="mixcap">Anna</span>, is nog bij mama thuis.</p>
+
+<p><span class="mixcap">Marie de Winter</span> is net een goed vriendinnetje voor haar oudste nichtje
+<span class="mixcap">Frédérique</span>. Ze is dan ook wat blij, dat dit naar <em class="g">Amsterdam</em> zal meegaan;
+want aan haar ondeugenden broer <span class="mixcap">Henri</span> en aan den kleinen achtjarigen
+<span class="mixcap">Leonard</span> heeft ze niets. &bdquo;Die <span class="mixcap">Henri</span>,&rdquo; zegt ze tegen <span class="mixcap">Frédérique</span>, &bdquo;is
+grootpapa's lieveling en dien heeft hij braaf bedorven. Die grootpapa
+heeft zijn naamgenoot allerlei ondeugende streken geleerd.&rdquo; Zoo erg als
+<span class="mixcap">Marie</span> 't nu maakt, is het wel niet; maar zeker is het, dat de kleine
+<span class="mixcap">Henri</span> bij grootpapa een potje breken kan, en dat deze meer van hem houdt
+dan van al zijn kleinkinderen; zelfs van de drie van <span class="mixcap">Emile</span> en <span class="mixcap">Emma</span>, die
+toch bij hem in huis wonen. Onze goede oude kapitein <span class="mixcap">de Bosson</span> is nu
+drie-en-zestig jaar; maar hij lijdt het grootste
+deel van 't jaar aan rheumatiek, hetwelk hem wel eens heel lastig van
+humeur maakt. Gelukkig, dat hij in <span class="mixcap">Emma</span> een schoondochter heeft, die
+veel van hem kan velen, en hem meestal weet op te beuren en op te
+vroolijken. Hij houdt dan ook zielsveel van haar, er zou maar eens
+iemand moeten komen, die een kwaad woord van haar zeide&mdash;de oude
+rheumatieke kapitein zou in staat zijn, hem op de punt van zijn degen te
+dagen. <span class="mixcap">Florence</span> zegt wel eens spottend, dat zij nu geheel bij papa
+achterligt; maar dat meent ze niet, en ze is wat gelukkig, dat haar
+goede papa zulk een lieve schoondochter heeft. Die <span class="mixcap">Florence</span> is nog
+altijd even vroolijk en opgeruimd, als toen we haar voor 't eerst
+ontmoetten; en ofschoon ze haar zesendertigste jaar reeds achter den rug
+heeft, lijkt ze veeleer op vierentwintig. <span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Bernard</span> zijn ouder
+geworden, <span class="pagenum" title="116"></span><a id="p_116"></a>dat kan men hen duidelijk aanzien, ook <span class="mixcap">Frits Veldhuis</span> en zijn
+vrouw, wier beide oudste kinderen, <span class="mixcap">Ernst</span> en <span class="mixcap">Marie</span>, mede bij oom den
+dominé te logeeren zijn. Die <span class="mixcap">Ernst</span> zou u echter niet bevallen. 't Is een
+goede lobbes van dertien jaren, maar een broer in optima forma. Dat
+scheelt wat bij oom <span class="mixcap">Bernard</span>, toen we hem op dien leeftijd in <em class="g">Amsterdam</em>
+ontmoetten. Den dag bij den nacht! En <span class="mixcap">Marietje</span> is wel wat onplezierig
+van humeur: ze schijnt niet erg tevreden te zijn; ook kan ze niet best
+met de anderen overweg. <span class="mixcap">Ernst</span> van den dominé noemt haar &bdquo;een
+kribbebijter,&rdquo; en <span class="mixcap">Frédérique</span> zegt, dat ze &bdquo;zoo zuur kijkt, alsof er een
+paar flesschen azijn vóor haar staan.&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo zijn we, nu ongeveer drie en twintig jaren
+nadat we aan 't station aan den Hollandschen spoorweg voor 't eerst
+kennis maakten met onze vrienden, in een geheel nieuw geslacht gekomen,
+en vinden we de kinderen van hen, die toen kinderen waren, als nieuwe
+kennissen terug. Dat is wel aardig, vooral als we daarbij eens
+berekenen, dat <i>wij</i> in dien tijd niet zooveel ouder zijn geworden. Want
+zoolang toch is 't nog niet geleden, sedert we daar voor 't eerst
+<span class="mixcap">Gustaaf</span> en <span class="mixcap">Margot</span> hun neef en nicht <span class="mixcap">Bernard</span> en <span class="mixcap">Florence</span> zagen begroeten.
+Zie, dat is 't voordeel, wanneer we in den geest iets bijwonen.</p>
+
+<p>Doch waartoe zijn we nu in het dorp bij <em class="g">Den Briel</em> en waarom zijn zooveel
+logé's bij dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>? Ik zal 't u zeggen.</p>
+
+<p>Nu ruim driehonderd jaren geleden lag ons lieve <em class="g">Nederland</em> in ijzeren
+boeien. Toen was er een man, een <span class="mixcap">Willem</span> van Oranje-Nassau, die de groote
+ideé opvatte, om een door de onderdrukking vernederd volk op te heffen.
+Die <span class="mixcap">Willem</span> van Oranje-Nassau was een voorzaat van onzen <span class="mixcap">Willem</span> den
+derden. De zaak stond hopeloos: 't was ook een strijd tusschen een
+kleinen prins en den machtigen reus, die over <em class="g">Spanje</em> en <em class="g">Amerika</em> gebood.
+En ziet, overmorgen zal het driehonderd jaren geleden zijn, dat een hoop
+zeeschuimers, waaronder de edelsten van ons volk, den eersten steen
+legden tot de onafhankelijkheid van onze natie, dat de eerste
+lichtstraal in dien stikdonkeren nacht doorbrak: op den eersten April
+zal het driehonderd jaren geleden zijn, dat <em class="g">Brielle</em> door de Watergeuzen
+werd ingenomen! Geheel Nederland zal dien eersten April met
+<span class="pagenum" title="117"></span><a id="p_117"></a>opgewondenheid vieren; overal zal het feest zijn, een nationaal feest,
+niet minder dan dat van 1863. Maar wij willen ons naar de kern van dat
+feest begeven, naar <em class="g">Den Briel</em>. En evenals het Paaschfeest het feest is
+van de opstanding van onzen Heer, en daardoor de verrijzenis van de
+menschheid uit den stikdonkeren nacht waarin zij verzonken lag; zoo zal
+de tweede Paaschdag voor <em class="g">Nederland</em> het feest zijn van zijn verrijzenis
+uit de boeien van schande en smaad, waarin het onder de Spaansche
+dwingelandij geketend lag.</p>
+
+<p>We zouden dat feest overal kunnen medevieren. Maar daar we ons hebben
+voorgesteld, voor u een gedenkboek van de vijfentwintigjarige regeering
+van koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden te schrijven, moeten we ons naar <em class="g">Den Briel</em>
+begeven, waar het Hoofd van onzen Staat, even als voor negen jaren, zal
+toonen, dat Hij en zijn Huis zoo nauw met ons volk en ons volksbestaan
+zijn verbonden, dat, als <em class="g">Nederland</em> feestviert, ook Oranje daar deel in
+neemt. We laten dus den eersten Paaschdag stil voorbijgaan, begeven ons
+naar de kerk, waar dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>, dien we als een wakkeren vaderlander
+kennen, een warm woord tot zijn gemeente spreekt, en gaan met de geheele
+familie, behalve den achtjarigen <span class="mixcap">Leonard de Winter</span> en de drie jongste
+kinderen van den dominé, op den vroegen morgen van den eersten April
+naar <em class="g">Den Briel</em>. We hebben dus gezelschap genoeg.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar is al weer wat gebeurd, sinds we u voor 't laatst zagen,
+mijnheer,&rdquo; zegt dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>, dien we gerust een wandelenden kalender
+zouden kunnen noemen, zoo houdt hij zich steeds op de hoogte van zijn
+tijd. &bdquo;Daar hebt ge vooreerst de scherpschutterijen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar dominé!&rdquo; roep ik uit. &bdquo;De scherpschutterijen. Dat is
+soldaatjespelen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo beschouwt Zijne Majesteit de koning het toch niet,&rdquo; antwoordt
+<span class="mixcap">Veldhuis</span> ernstig. &bdquo;Ge vergeet, waaraan die scherpschutterijen hun
+oorsprong te danken hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Aan den lust om soldaatje te spelen, dominé. Als 't land eens in gevaar
+kwam, dan zullen die dappere scherpschutters wel naar hun schoenen
+moeten zoeken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zeg dat niet, mijnheer,&rdquo; herneemt de dominé. &bdquo;Toen in 't <span class="pagenum" title="118"></span><a id="p_118"></a>jaar 1870,
+tijdens den Fransch-Pruisischen oorlog, ons land een gewapende
+neutraliteit aannam; toen de vrees voor Pruisens annexatiegeest ook hier
+vele gemoederen vervulde, toen greep de bloem onzer natie, de
+jongelingschap die niet tot den dienst verplicht was, naar 't geweer, en
+vormde vrijkorpsen, wier leus <em class="g">Oranje</em> en <em class="g">Nederland</em> was. Dat was een goed,
+'t was een manhaftig besluit. Zoo ontstond er, nevens ons leger, een
+aanzienlijke krijgsmacht, die 't geweer kon behandelen, en in tijd van
+nood, haardstede en altaren verdedigen. En onze goede koning <span class="mixcap">Willem</span> de
+derde begreep, welk een edele krachtsontwikkeling dit was, en door hun
+concoursen bij te wonen, door prijzen uit te loven, door hen te erkennen
+als gevestigde genootschappen, heeft hij 't vaderland een dienst
+bewezen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ge hebt gelijk, dominé. Ik vind echter de oprichting en de
+werkzaamheden van 't Roode kruis vrij wat meer onzen eerbied waard.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Alles op zijn tijd, mijnheer. Terwijl 't Roode kruis naar de elkander
+vijandelijke volken toeging en daar de wonden heelde, welke de oorlog
+geslagen had, vormden zich hier de scherpschutterijen. Ook 't Roode
+kruis roem ik als een van de gewichtige gebeurtenissen, onder koning
+<span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr60" title="Bron: Wilmems">Willems</ins></span> regeering voorgevallen, en we weten genoeg, hoezeer
+Zijne Majesteit daarmede is ingenomen en hoe hij 't ondersteund heeft.
+Maar de bescherming, welke hij aan de scherpschuttersvereenigingen
+verleent, is evenzeer tot eer en roem zijner regeering. Doch laat ons
+van dit punt afstappen, en zeg mij, wat ge denkt van de afschaffing der
+doodstraf?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Een teeken, dat <em class="g">Nederland</em> den geest van <span class="mixcap">Christus</span> heeft begrepen, die
+niet wil dat iemand verloren ga, zoolang er nog redding voor hem
+mogelijk is. Na 't afschaffen van geeseling, brandmerk en
+tepronkstelling moest ook die van de doodstraf natuurlijk volgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toch heeft dat nog jaren geduurd; zij is echter een nieuwe parel aan de
+kroon van <span class="mixcap">Willem</span> den derden, daar hij 't besluit heeft mogen
+onderteekenen, waarbij wordt afgeschaft, dat de eene mensch (al is het
+dan ook rechterlijk) in koelen bloede zijn evenmensch het leven
+ontneemt. Alsof een mensch, al is <span class="pagenum" title="119"></span><a id="p_119"></a>hij ook een koning, recht heeft op
+iets, wat alleen God heeft geschonken en Hij alleen kan ontnemen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ben 't volkomen met u eens, dominé. En ik zegen het, dat onze natie
+dat besluit genomen heeft, toen er elders duizenden in koelen bloede op
+'t slagveld vermoord werden. Maar, waardoor ook 't jaar 1870 voor mij
+merkwaardig is geworden, is niet alleen door de oprichting van
+scherpschutterijen, niet alleen door den arbeid van 't Roode kruis en de
+afschaffing van de doodstraf; maar nog door iets anders, waarvan we
+schier dagelijks de weldadige gevolgen ondervinden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dat is, als ik u vragen mag?&rdquo; zegt dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Aha! daar heb ik nu onzen knappen dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> eens gevangen. De
+man, die altijd zoo goed op de hoogte is, weet niet wat er nog meer in
+1870 gebeurd is. Kom, beste dominé, roep uw geheugen eens te hulp!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik weet waarlijk niet, wat ge meent, mijnheer. Help mij uit den droom.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, de wet op de posterijen,&rdquo; antwoord ik.</p>
+
+<p>&bdquo;En hecht gij daaraan zulk een groote waarde?&rdquo; vraagt de dominé.</p>
+
+<p>&bdquo;De grootste waarde, dominé. Wat is toch belangrijker, dan een
+gemakkelijke correspondentie?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu ja, die had men vroeger ook,&rdquo; antwoordt de dominé. &bdquo;Reeds in 1850
+werd het port verminderd van 30 op 15 cents en vijf jaren later op 10
+cents. Acht gij nu de vermindering op 5 cents van zulk een groot
+belang?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Van hoog belang, dominé,&rdquo; antwoord ik. &bdquo;En wel, omdat nu alle
+ingezetenen van 't Rijk dezelfde rechten hebben verkregen. Een
+voorbeeld: vóor 1870 zondt ge een brief naar <em class="g">Den Briel</em>, en men betaalde
+er 5 cents voor, omdat de stad in uw postcirkel lag; maar was het adres
+naar <em class="g">Amsterdam</em>, dan moest men er 10 cents voor betalen. Was dat nu
+rechtvaardig van een rijksinstelling? Even goed als een telegram door 't
+gansche rijk met 30 cents betaald wordt, moet ook het briefport voor
+allen gelijk staan. 't Land is uw brievenbode, maar mag geen afstand
+berekenen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ge hebt gelijk, mijnheer. En wat de gedwongen frankeering aangaat, daar
+heb ik volkomen vrede mee. Ik ontvang nu geen <span class="pagenum" title="120"></span><a id="p_120"></a>onbelangrijke brieven
+meer, waarvoor ik een dubbeltje moet betalen; en niemand zal meer klagen
+over de missives, welke ik hem schrijf; want ze kosten hem geen duit.&rdquo;</p>
+
+<p>Onder dergelijke aangename gesprekken reden we <em class="g">Den Briel</em> binnen; want ik
+heb u vergeten te zeggen, dat dominé reeds dagen te voren voor een
+fermen janplezier had gezorgd, waarin we met ons twaalven ruim konden
+zitten.</p>
+
+<p>We rijden dan <em class="g">Den Briel</em> binnen, en stallen ons rijtuig en onze paarden.
+Eerst gaan we eens rondwandelen. Wat ziet er hier alles feestelijk uit!
+Nooit is <em class="g">Brielle</em> zoo schoon geweest. En we schijnen het nog te treffen
+met het weer! 't Lijkt wel, dat de plasregens van de vorige dagen hebben
+opgehouden, zoo vriendelijk schijnt de zon. <span class="mixcap">Frits Veldhuis</span>, de
+buitenman, zegt wel, dat hij het weer niet veel vertrouwt; maar dat
+heeft hij van morgen toen we uitreden ook al gezegd, en die buitenlui
+zijn toch ook maar profeten, die brood eten.&mdash;Daar in <em class="g">Den Briel</em> zijn ze
+ook al vroeg opgeweest evenals wij; de kastelein ten minste vertelt ons,
+dat reeds om 7 uur de donder van 't geschut en 't gelui der klokken den
+aanvang van 't feest verkondigd heeft.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat mij aangaat,&rdquo; voegt hij er bij. &bdquo;'t Was mij niet te vroeg; want we
+zijn den geheelen nacht niet naar bed geweest. Ons heele huis is vol
+logé's en we zullen vandaag geen handen genoeg hebben, om al de gasten
+te bedienen!&rdquo;</p>
+
+<p>Of die olijke kastelein ook mazematten zal maken! Nu, hij is de eenige
+niet, dien 't feest van <em class="g">Brielle</em> geld als water doet verdienen!</p>
+
+<p>&bdquo;Dan ben jelui vroeg genoeg begonnen,&rdquo; zegt dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat moest ook wel,&rdquo; antwoordt de kastelein. &bdquo;Want tot eer van <em class="g">Den Briel</em>
+moet ik het zeggen: de dag is aangevangen met een werk van
+liefdadigheid. Op een dag als heden moet er geen enkele Briellenaar
+zijn, die niet mee feest kan vieren. Van morgen om halfacht zijn al de
+armen op de daartoe bestemde plaats van een goed maal voorzien.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is nobel, en recht in den geest der Nederlanders,&rdquo; zegt dominé
+<span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;Dan kunnen ze eens van goeder harte feestvieren; want met een
+leege maag gaat dat niet bijzonder.&rdquo;</p>
+
+<p>De godsdienstoefening in alle kerken is bepaald van negen <span class="pagenum" title="121"></span><a id="p_121"></a>tot halfelf.
+Druk worden ze ditmaal niet bezocht, ofschoon de herinnering aan vóor
+300 jaren de gewone Paaschpreek vervangt. Maar er is ook zooveel te
+zien! Immers geheel <em class="g">Brielle</em> is met groen, oranje en vlaggen versierd. En
+om negen uur worden de eerste booten verwacht. Toch stappen we even de
+Roomsche kerk binnen, en zien tot ons genoegen, dat de kaarsen op het
+altaar met oranje en groen versierd zijn, en een paar schilden ons aan
+de jaartallen 1572 en 1872 herinneren. Dat doet ons plezier: want bij
+een feest als de herinnering aan de vestiging onzer onafhankelijkheid,
+komt immers geen verschil van geloofsbelijdenis te pas. Daar bulderden
+de saluutschoten en alles stroomt naar de haven; ook wij laten ons
+derwaarts voeren. O, jammer! Daar begint het te regenen, en met een
+zegevierend gelaat roept <span class="mixcap">Frits Veldhuis</span> uit:</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, heb ik niet goed voorspeld? Een geluk, dat je mijn raad gevolgd en
+parapluies meegenomen hebt.&rdquo;</p>
+
+<p>En waarlijk een geluk was het, dat we naar den raad van den
+ongeluksprofeet geluisterd hebben; want het is een plasregen. 't Is
+alsof 't water met bakken van den hemel valt.</p>
+
+<p>&bdquo;Goed om 't groen frisch te houden,&rdquo; zegt dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span>. &bdquo;Dat hebben
+we nu voor onze pekelzonde, omdat we niet naar de kerk zijn gegaan. Daar
+hadden we ten minste droog gezeten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Als 't er niet lekt,&rdquo; meent <span class="mixcap">Florence</span> ondeugend. &bdquo;Maar wie had ook zoo'n
+bui verwacht?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Frits Veldhuis</span>, die de eenige van ons is, wien de regen
+genoegen schijnt te doen; alleen omdat zijn profetie is uitgekomen.</p>
+
+<p>&bdquo;In alle gevallen zijn we er met onze parapluies toch beter aan toe, dan
+de arme feestgangers, die geen weerprofeet bij zich gehad en te veel op
+'t Aprilzonnetje vertrouwd hebben,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Florence</span>. &bdquo;Wat worden die arme
+menschen nat! En met dat natte pak mogen ze den ganschen dag loopen!
+Inderdaad geen buitenkansje!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toch eer een buiten- dan een binnenkansje,&rdquo; merkt dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> aan.
+&bdquo;Ik vrees echter, dat er van 't laatste ook genoeg gevaar is, en vandaag
+menigeen van binnen niet minder nat zal zijn dan van buiten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan die metalen kruisridders, die daar uit de Rotterdamsche <span class="pagenum" title="122"></span><a id="p_122"></a>boot
+ontscheept worden. Eer ze aan 't feestlokaal komen, zijn ze even
+druipnat als de huzaren, die ze hebben afgewacht om hen derwaarts te
+vergezellen,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Florence</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, ik ga naar 't logement terug,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;'t Is me hier al te
+lekker, en ik zou kans hebben, dat al dat regenwater mijn geestdrift
+voor den heelen dag verkoelde.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En ik ga met u mee,&rdquo; voegt <span class="mixcap">Florence</span> er bij. &bdquo;'t Is inderdaad voor ons,
+vrouwen, geen weer om hier te blijven staan.&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo keeren we voorloopig naar 't logement terug, om na kerktijd bij
+een der dominé's te gaan, die zijn collega met diens gezelschap had
+uitgenoodigd; maar bij wien we toch onder kerktijd slecht konden komen.
+We verlaten nu onze goede vrienden voor eenigen tijd en laten hen in 't
+logement, terwijl wij ons met een der leden van de hoofdcommissie, een
+goeden kennis van ons, naar 't kleine feestlokaal begeven. Dat
+feestlokaal ('t is de openbare school op de <em class="g">Lijnbaan</em>) is met groen en
+vlaggen versierd. Hier worden de Utrechtsche commissie voor 't Asyl nu
+de <ins class="corr" id="corr61" title="Bron: sub-commissien">sub-commissiën</ins> ontvangen.</p>
+
+<p>Daar neemt de secretaris der hoofdcommissie, de heer <span class="mixcap">Jager</span>, het woord.
+&bdquo;Welkom! Welkom! gij allen,&rdquo; zegt hij, &bdquo;op den klassieken bodem, waarop
+wij thans staan, een bodem, die ons de tirannie<ins class="corr" id="corr62" title="Bron: ,"></ins> der
+Spaansche beulen herinnert, ons gezonden als antwoord op de smeekbeden
+der landzaten, om verlichting van den druk.&rdquo; Daarop roept de spreker ook
+de &bdquo;Vlaamsche&rdquo; broeders, die in grooten getale zijn opgekomen, een
+hartelijk welkom toe, en brengt in herinnering, hoe in den geuzenstrijd
+ook veel Vlaamsch bloed was gestort. Daverende toejuichingen klinken
+door de feestzaal. En nu de heer <span class="mixcap">Jager</span> zijn toespraak sluit met de
+woorden: &bdquo;Heil zij het vrije <em class="g">Nederland</em> onder het geliefde Huis van
+Oranje!&rdquo; schijnt er aan 't uitbundig gejuich geen einde te komen.</p>
+
+<p>Daar opent de heer <span class="mixcap">de Geijter</span> uit <em class="g">Antwerpen</em> den mond. Warm en bezield is
+zijn taal. Hij erkent het, welke groote verplichtingen ook de
+Zuid-Nederlanders hebben aan den heldenmoed van 't voorgeslacht, en
+verzekert, dat ook in België's groote steden, vooral in <em class="g">Antwerpen</em>, de
+eerste April wordt gevierd, in zijn stad misschien niet minder dan in
+sommige Noord-Nederlandsche steden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="123"></span><a id="p_123"></a></p>
+
+<p>Dat is een goed, een hartelijk woord geweest van dien Antwerpschen
+broeder. 't Is of men den regen vergeet, die kletterend tegen de glazen
+van 't lokaal aanslaat. Met geestdrift wordt de eerewijn aangenomen, met
+geestdrift een luide dronk aan koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden gewijd.</p>
+
+<p>We hebben, door tegenwoordig te zijn in dat feestlokaal, verzuimd om ons
+naar het terrein te begeven, waar de volksvermakelijkheden plaats
+hebben, en de acrobaat <span class="mixcap">Hart</span>, ondanks den neerplassenden regen, zijn
+toeren aan een deel van 't volk ten beste geeft. Het spijt ons niet; we
+hebben ons hier niet alleen droog bevonden, maar tevens een vaderlandsch
+genot gesmaakt.</p>
+
+<p>'t Is intusschen elf uur geworden, de regen heeft opgehouden, en 't is
+als wil de zon doorbreken. Nu zouden we wel weer naar 't logement willen
+terugkeeren; maar daar zullen we onze vrienden niet vinden: dewijl die
+zeker reeds bij den collega van dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> zijn, en misschien zich
+al op marsch naar of op de tribune bevinden; want als we goed verstaan
+hebben, dan zal deze hen op het feestterrein brengen. We sluiten ons dus
+bij den trein aan, die juist om elf uur, met de muziek van 't korps
+veldartillerie voorop, derwaarts marcheert. Reeds om halfelf is dat
+feestterrein, hetwelk zich op het Maarlandsplein bevindt, voor hen die
+van toegangsbewijzen voorzien zijn, geopend.</p>
+
+<p>Ziezoo, daar zijn we er. Gelukkig was 't van boven droog. Maar van
+onderen? Menigeen zal van daag last hebben van koude voeten. In
+vredesnaam! Als 't hart maar warm blijft. En daar zal wel voor gezorgd
+worden. 't Ziet er goed uit, dat feestterrein, niet waar? Kijkt nu eens,
+die toren aan onze linkerhand is die van de groote hervormde kerk. Van
+dezen toren nu heschen de Watergeuzen van daag vóor drie honderd jaren
+het eerst de prinsenvlag. Hoe vroolijk wappert ze daar nog na drie
+eeuwen. Toen waren de Briellenaars in angst en vrees, toen waren ze (en
+niet ten onrechte) bang voor die woeste zeeschuimers,&mdash;en, waren er
+onder hen niet zooveel edele en rechtschapene mannen geweest, hun vrees
+zou bewaarheid zijn geworden&mdash;thans juicht al wat Briellenaar is en
+verheft de namen van diezelfde piraten, die den eersten straal der
+vrijheid uit den donkeren nacht deden te voorschijn komen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="124"></span><a id="p_124"></a></p>
+
+<p>Doch laat ons nu het terrein eens bekijken. Naar de zijde der
+Voorstraat ziet gij de koninklijke tribune, prachtig met rood fluweel,
+de kleur van 't Brielsche wapen gedrapeerd. Ge ziet dat wapen, een roode
+verticale balk op een wit veld, boven op de tribune aangebracht. Ter
+wederzijde, aan elken kant vier tribunes, voor de genoodigden, elke met
+het rijkswapen en een tropee van vlaggen versierd. 't Geheel is omgeven
+door de wapens der <em class="g">Nederlandsche</em> provinciën. Op een dertigtal schreden
+afstands staat, midden vóór de koninklijke tribune, het spreekgestoelte
+van den redenaar, den Leidschen hoogleeraar <span class="mixcap">M. de Vries</span>, gedekt door een
+driekleurig afdakje, en links van daar de plaats, waar de eerste steen
+voor 't monument zal worden gelegd.</p>
+
+<p>&bdquo;Hé, mijnheer! U ook al op het terrein!&rdquo; roept een stem uit de algemeene
+tribune. 't Is die van <span class="mixcap">Margot</span>. &bdquo;Kom bij ons,&rdquo; vervolgt ze, &bdquo;of ge moet
+een beter plaatsje kunnen krijgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waar kan men beter zijn dan bij zijn beste vrienden!&rdquo; roep ik, verlaat
+mijn vriend van de Hoofd-commissie, die het veel te druk heeft om op mij
+te letten, en zit weldra heel plezierig te midden van onze oude
+vrienden.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is veel beter, dat u maar hier gekomen is, mijnheer,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Florence</span>.
+&bdquo;Want kijk eens, u steekt met uw winterjas zoo af bij al die heeren met
+hun zwarte rokken.<ins class="corr" id="corr63" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;En wij niet minder bij al die dames in haar <ins class="corr" id="corr64" title="Bron: feesttoitlet">feesttoilet</ins>,&rdquo;
+voegt <span class="mixcap">Margot</span> er bij. &bdquo;Daarom hebben we
+ook maar op de achterste bank van de tribune plaats genomen. We zouden
+er anders zoo mal bijzitten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe laat komt de koning?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Ernst</span> van den dominé.</p>
+
+<p>&bdquo;Volgens 't programma om halftwaalf,&rdquo; antwoordt zijn vader. &bdquo;'t Kan
+echter wel iets later worden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat zijn dat voor kleine hokjes, papa, daar aan weerszijden van de
+tribune?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Henri de Winter</span>. &bdquo;De heeren die daarin zitten, hebben
+lessenaars voor zich en schijnen wat te moeten schrijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zijn de tribunetjes voor de verslaggevers der dagbladen, <span class="mixcap">Henri</span>,&rdquo;
+antwoordt <span class="mixcap">Gustaaf</span><ins class="corr" id="corr65" title="Bron: ,">.</ins> &bdquo;Er zijn ook correspondenten van
+buitenlandsche bladen onder.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En wat moeten die dan schrijven?&rdquo; herneemt de knaap.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="125"></span><a id="p_125"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Wel, alles wat hier voorvalt; ook wat er gesproken wordt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar papa! Zoo gauw kunnen die menschen dat toch niet doen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zou u meevallen, <span class="mixcap">Henri</span>. 't Zijn stenografen of snelschrijvers. Ze
+schrijven niet met letters zoo als wij, maar met teekens. Later
+vereenigen zij zich en vergelijken hun opteekeningen met elkander. Zoo
+gaat het bij ons in den gemeenteraad, in de kamers der Staten-Generaal,
+kortom, overal waarin 't publiek gesproken wordt en de dagbladen verslag
+van 't gesprokene willen geven.&rdquo;</p>
+
+<p>Daar klinken weer kanonschoten. 't Is het sein, dat het koninklijk jacht
+de haven nadert. Op 't feestterrein is nu alles voltallig, behalve de
+commissie, die naar 't havenhoofd is gegaan om Z. M. te ontvangen.</p>
+
+<p>&bdquo;Zou 't nog lang duren, oom, eer de koning hier is?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Marie de
+Winter</span> aan oom <span class="mixcap">Veldhuis</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;O, neen! <em class="g">Brielle</em> is geen <em class="g">Amsterdam</em>, waar de einden zoo vreeselijk groot
+zijn. We zullen niet lang behoeven te <ins class="corr" id="corr66" title="Bron: wachtten">wachten</ins>; daar kunt
+ge zeker van zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>En dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> heeft gelijk. Kort nadat het geschut zich heeft doen
+hooren, kondigt een daverende fanfare van 't orkest der veldartillerie
+de komst des konings aan. Z. M. is gekleed in generaalsuniform en
+vergezeld van zijn jongsten zoon, prins <span class="mixcap">Alexander</span> der <em class="g">Nederlanden</em>, die
+de uniform van zeeofficier draagt. Hij wordt door de geheele commissie
+ontvangen en naar de tribune geleid, waar ook de heer <span class="mixcap">Fock</span>, commissaris
+des konings van <em class="g">Zuid-Holland</em>, en de generaal-majoor <span class="mixcap">Schönstedt</span> plaats
+nemen. Nauwelijks is Z. M. gezeten, of daar heft Brielles mannekoor met
+begeleiding van 't orkest het Wilhelmuslied aan, op dezelfde wijs als 't
+hier vóor drie honderd jaren door de trompetters der geuzen werd
+geblazen, en nu beklimt professor <span class="mixcap">de Vries</span> het spreekgestoelte en houdt
+een keurige, opgewekte redevoering, aan 't slot waarvan hij Z. M.
+uitnoodigt om, volgens belofte, den eersten steen te leggen voor de
+beide gedenkteekenen; het monument en het asyl.</p>
+
+<p>Hierop zingt het mannenkoor de daartoe vervaardigde feestcantate,
+getiteld: &bdquo;Hollands glorie&rdquo;, en volbrengt Z. M. de plechtigheid op
+dezelfde wijs als bij de brug te <em class="g">Zutfen</em> en in <span class="pagenum" title="126"></span><a id="p_126"></a>'t Willemspark te
+<em class="g">'s-Gravenhage</em>. Doch luistert. De koning spreekt tot de commissiën voor
+'t op te richten standbeeld en zeemanshuis:</p>
+
+<p>&bdquo;Wanneer mijne woorden gering zullen zijn, gij zult het mij gewis
+vergeven; want in het oogenblik dat de nazaten van den grooten Zwijger,
+de nakomelingen van het geuzenvolk zich op deze heilige plek vereenigen,
+mijne heeren, zijn mijne woorden weinig in getal. Gij moogt het
+verschoonen; want het is de taal van het hart, dat moeilijk kan
+uitdrukken de fierheid die het doet kloppen. Ik ben er grootsch, zeer
+grootsch op, <em class="g">Nederlander</em> te zijn en ik dank u voor de groote eer en het
+groote voorrecht, welke gij mij wel hebt willen schenken, om den eersten
+steen te leggen van deze beide heerlijke plannen, welke op deze plek in
+de toekomst zullen worden verwezenlijkt.</p>
+
+<p>&bdquo;Leve het Vaderland!&rdquo;</p>
+
+<p>Welk een oorverdoovend gejuich volgt op deze woorden des konings! Men
+hoort het schieten van 't kanon niet. Daar heffen de orkesten 't
+Volkslied aan. Intusschen hebben allen hun plaatsen weer ingenomen, en
+houdt professor <span class="mixcap">de Vries</span> het slot zijner feestrede, die eindigt met de
+tegenstelling van de <em class="g">Nederlanders</em> in de 16<sup>e</sup> en 19<sup>e</sup> eeuw. Toen:
+haat en opstand tegen hun vorst&mdash;thans: innige gehechtheid en trouw aan
+hun koning. Een derde feestcantate vervangt deze keurige redevoering.</p>
+
+<p>En nu, nadat Z. M. den feestredenaar bedankt heeft, verlaat hij de
+tribune en gaat naar 't groote feestlokaal, hetwelk zich daar vlak
+achter bevindt, en waar 't concert en operettengezelschap van den heer
+<span class="mixcap" xml:lang="de">Pfläging</span> van <em class="g">Rotterdam</em> een <span xml:lang="fr">matinée muzicale</span> geeft. Hier blijft de koning
+niet lang, hij begeeft zich naar het keurig versierde huis van den
+burgemeester, <span class="mixcap">G. F. Lette</span>, tevens voorzitter van de commissie, waar een
+receptie plaats heeft en uit welks vensters Z. M. den optocht zal zien
+passeeren. In ons tenue mogen wij ons achterafhouden en blijven dus maar
+bij de familie. We zullen dus ook straks niet met het vijftigtal hooge
+gasten aan het <span xml:lang="fr">déjeuner dinatoire</span> aanzitten en weten niet, welke toosten
+daar worden geslagen. Dat <span xml:lang="fr">déjeuner dinatoire</span> duurt tot 6 ure, en om
+halfzeven verlaat de koning de stad <em class="g">Brielle</em>.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="127"></span><a id="p_127"></a></p>
+
+<p>Intusschen gaan we naar 't groote feestlokaal, om den troep van
+<span class="mixcap" xml:lang="de">Pfläging</span> te hooren en wat te gebruiken. 't Is hier wel wat donker;
+misschien komt het door de decoratiën, die inderdaad sierlijk zijn.
+Ziezoo, nu gaan we den optocht zien, die hier langs komt. Ha! daar is
+hij. We zullen onze attentie slechts op enkele nummers daarvan vestigen.
+Ziet, die banier van <em class="g">Brielle</em> is door eenige Brielsche dames vervaardigd
+en aan de hoofdcommissie ten geschenke gegeven ten gebruike bij de
+feestviering. Die zegewagen, door vier zwarte paarden getrokken, stelt
+<em class="g">Nederland</em> voor. De vrouw, in wit neteldoek gekleed en den helm op het
+hoofd, leunende op de grondwet van 1848 en de zijden teugels der door
+pages geleide paarden in de linkerhand houdende, terwijl ze in haar
+rechter- den koninklijken schepter torscht, stelt de Nederlandsche maagd
+voor. Op den wagen zien we de borstbeelden van koning <span class="mixcap">Willem</span> den derden,
+en zijn doorluchtige gemalin, gekroond wordende door de geniën van den
+vrede. De wagen ziet er goed uit; ook die tweede, voorstellende de
+zeevaart en getrokken door vier witte paarden. Het is de reddingsboot
+Rotterdamsch welvaren N<sup>o</sup>. 1, bemand, als moest ze de équipage van 't
+een of andere gestrande schip redden. En niet minder is die derde
+zegewagen, voorstellende de bronnen van Neerlands welvaart: koophandel,
+nijverheid, landbouw, kunsten en wetenschappen, getrokken door vier
+bruine paarden, en waarop zich <span class="mixcap">Ceres</span>, <span class="mixcap">Flora</span> en <span class="mixcap">Pomona</span>, met de geniën van
+kunsten en wetenschappen, koophandel en nijverheid bevinden.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar ik zie er geen enkelen watergeus bij!&rdquo; roept <span class="mixcap">Henri</span> uit.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ook niet,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Ernst</span> van den dominé. &bdquo;Een Brielsche optocht
+zonder watergeuzen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De schrik van 't jaar 1572 zal nog in de Briellenaars zitten!&rdquo; zegt
+<span class="mixcap">Frédérique</span> spottend.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, bij ons in <em class="g">Amsterdam</em> zijn ze dan niet zoo bang voor de
+watergeuzen,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Marie de Winter</span>. &bdquo;Ik heb 't programma gelezen, en
+daar zijn wel degelijk watergeuzen bij.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr67" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Degelijke watergeuzen?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Ernst Veldhuis</span> uit <em class="g">Brakel</em>, die 't
+zeker verkeerd verstaan heeft.</p>
+
+<p>&bdquo;Och, jongen, ben je mal?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Marie</span>. &bdquo;Denk je dan, dat ze die, drie
+honderd jaren geleden, op sterk water gezet hebben, om ze nu weer te
+vertoonen<ins class="corr" id="corr68" title="Bron: .">?</ins>&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="128"></span><a id="p_128"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Maar je hebt het toch gezegd, <span class="mixcap">Marie</span>,&rdquo; herneemt <span class="mixcap">Ernst</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik heb gezegd, dat er wel degelijk van die mannen bij zijn, welke zich
+als watergeuzen verkleed hebben,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Marie</span>. &bdquo;Maar lieve hemel!
+Wat wordt de lucht weer donker! Daar straks scheen de zon nog zoo
+helder.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En haalde ze water,&rdquo; hernam <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;We krijgen weer een buitje.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan maar naar huis,&rdquo; zegt de Brielsche predikant. &bdquo;Zoo zien we meteen
+den trein nog eens.&rdquo;</p>
+
+<p>En we zien den trein. Maar hoe? Och! lieve hemel! Nauwelijks zijn we bij
+den dominé geborgen, of daar slaat het drie uur, en 't is of die
+klokslag 't sein geeft tot een slagregen. Een letterlijke stortvloed.
+Die arme maagd heeft nu veel van een kat, die te water is geweest; de
+sierlijke plooien van haar neteldoeksche japon zijn weggeregend; alles
+hangt haar druipend langs 't lijf. En nu wij droog daar binnen zitten,
+is het een koddig gezicht, die druipnatte menschen hier en ginds te zien
+stuiven.</p>
+
+<p>Vele feestgenooten zoeken plassend en bibberend een schuilplaats op de
+booten. De tocht is verstoord&mdash;de kleuren der vlaggen loopen in
+elkander&mdash;de illumineerglazen staan vol met water&mdash;'t vuurwerk zal wel
+bedorven zijn. En die menschen daar ginds, waar de volksspelen gehouden
+worden. Wat zullen die mastklimmers, boegsprietloopers, schijfspuiters,
+zakkeloopers, pap-eters, renners, wat zal die arme <span class="mixcap">Hart</span> nat zijn! Nu,
+dat is toch jammer!</p>
+
+<p>Gelukkig dat het tegen zes uur weer wat opgehelderd is, en tal van
+Briellenaars zich naar de haven kunnen begeven, om Zijne Majesteit het
+vaarwel toe te roepen. En dat geeft hoop op het doorgaan van de
+illuminatie en (als ze het ten minste nog niet hadden aangeslagen) het
+vuurwerk.</p>
+
+<p>Wij blijven. Om halfacht wordt de illuminatie opgestoken. Gelukkig is
+het droog.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar hebben we toch een watergeus,&rdquo; roept <span class="mixcap">Henri</span> eensklaps uit, toen we
+voor 't huis staan, aangekocht voor 't Geuzengesticht (het
+<ins class="corr" id="corr69" title="Bron: alsyl">asyl</ins> voor verminkte zeelieden.)</p>
+
+<p>&bdquo;Een leelijke kerel!&rdquo; zegt <span class="mixcap">Frédérique</span>. &bdquo;Als ze er zoo hebben uitgezien,
+behoeft men niet bang te zijn, dat men er verliefd op zal worden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, mooi zijn de meesten wel niet geweest,&rdquo; hervat <span class="mixcap">Henri</span>. <span class="pagenum" title="129"></span><a id="p_129"></a>&bdquo;Denk maar
+eens aan dien kapitein zonder neus en ooren.&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad zien we de afbeeldingen van een dier zonen der zee, door een
+krans van licht omgeven. Doch we kunnen den geheelen avond niet langs de
+straten dwalen, en gaan ter afwisseling eens naar de kleine feestzaal,
+waar evenals in de groote een <span xml:lang="fr">soireé musicale</span> wordt gegeven, en waar we
+tegen entrée binnenkomen. Tegen tien ure gaan we naar de plaats, waar 't
+vuurwerk zal worden afgestoken. En inderdaad, men heeft de voorzorg
+genomen, om het droog te houden. 't Is een prachtig vuurwerk, bestaande
+uit dertien nummers. 't Mooist is het tweede, zijnde het Brielsche wapen
+met de zinspreuk: &bdquo;<span xml:lang="la">Libertatis Primitiae</span>&rdquo; (de eersteling der vrijheid)
+door bengaalsch vuur verlicht en omgeven door fonteinen en
+luchtbolspelen in de vaderlandsche kleuren. Maar 't allermooist is het
+laatste nummer, de slotdecoratie. 't Bestaat uit zes kolommen, wier
+basementen met het opschrift Oranje versierd zijn. Door gekleurde
+vuurlansen worden de jaartallen 1572 en 1872, benevens 1 April
+voortgebracht. En wat tal van zonnen, wat een menigte vazen, waaruit
+nationale bouquetten opstijgen. En welk een geweld aan 't slot, dat
+bouquet van 1200 luchtzwermers en die honderd vuurpijlen! We zijn doof
+van 't leven. Gelukkig, dat het uitbundig gejuich op die vreeselijke
+kanonnade volgt; een doodsche stilte zou een te groote afwisseling zijn,
+en ons angstig doen rondkijken, of hier ook een tweede slag van <em class="g">Sédan</em>
+geleverd was en 't slagveld vol dooden en gekwetsten lag.</p>
+
+<p>En wij, we nemen afscheid van onze vrienden, die zich naar 't logement
+spoeden, waar ze hun rijtuig zullen inspannen, om naar huis te rijden.
+Wij nemen plaats op een der volgepropte stoombooten, om dien nacht in
+<em class="g">Rotterdam</em> te logeeren.</p>
+
+<p>En terwijl we naar de Rottestad stoomen, herhalen we in ons zelf nog
+eens het eerste en tweede gedeelte der tweede feestcantate, die we op
+het feestterrein hoorden zingen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">'t Hart klopt ons met hooger slagen,<br /></span>
+ <span class="i1">Holland, bij uw dierbren naam;<br /></span>
+ <span class="i0">Naam, langs zee en zand gedragen,<br /></span>
+ <span class="i1">Glorievol en zonder blaam;<br /></span>
+ <span class="i0">Wie zijn land met fierheid noem!&mdash;<br /></span>
+ <span class="i0">Hooger, Holland, stijg uw roem!<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+<span class="pagenum" title="130"></span><a id="p_130"></a>
+ <span class="i0">Ja, de daden blijven spreken,<br /></span>
+ <span class="i1">Door der vad'ren moed gewrocht:<br /></span>
+ <span class="i0">Nimmer zal de roem verbleeken.<br /></span>
+ <span class="i1">Met hun goed en bloed gekocht:<br /></span>
+ <span class="i0">Wat onsterflijk blijven zal,&mdash;<br /></span>
+ <span class="i0">Hollands glorie bovenal.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hollands zonen, toont u waard<br /></span>
+ <span class="i0">'t Bloed van d' ouden heldenaard,<br /></span>
+ <span class="i1">Vloeiende in uw adren.<br /></span>
+ <span class="i1">Weest, gelijk uw vadren,<br /></span>
+ <span class="i2">Fier en moedig,<br /></span>
+ <span class="i2">Vroom en goedig,<br /></span>
+ <span class="i0">Koel van zinnen, warm van bloed,<br /></span>
+ <span class="i2">Trouw en vroed.<br /></span>
+</div>
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">En dreigt;&mdash;wat God verhoed'!&mdash;<br /></span>
+ <span class="i0">De krijg met fellen gloed,<br /></span>
+ <span class="i1">Dan, 't oog op God, Oranje aan 't hoofd!<br /></span>
+ <span class="i1">Oud-Hollands glorie niet gedoofd!<br /></span>
+ <span class="i2">Doet, houw en trouw<br /></span>
+ <span class="i2">In nood en dood,<br /></span>
+ <span class="i0">Dan der vadren leus gestand:<br /></span>
+ <span class="i0">Goed en bloed voor 't Vaderland!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>'t Feest van 1 April, door 't geheele land gevierd, had er wederom niet
+weinig toe bijgebracht, om den band tusschen Koning en Volk te
+versterken.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="131"></span><a id="p_131"></a></p>
+
+<h2><a id="NEGENDE_HOOFDSTUK"></a>NEGENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">Koning Willem de derde, de beschermer der kunst.</p>
+
+<p>We treden, op den 19<sup>en</sup> Februari van 't jaar 1874, de woning van
+<span class="mixcap">Gustaaf de Winter</span> binnen. 't Is daar feest. Nu ja, zegt ge, geen wonder:
+want onze koning is op dien dag jarig, en dan is het feest in elk
+huisgezin, waar men met koning en vaderland hoog loopt. De 19<sup>de</sup>
+Februari en de 17<sup>de</sup> Juni zijn altijd feesten in <em class="g">Nederland</em>; dan steken
+de burgers de vlaggen uit; want naast den koning heeft de natie hare
+edele koningin lief, en, al hebben we weinig van haar in dit boekje
+gesproken, 't is niet, omdat wij de vorstin, die zoo altijd toont, al
+wat goed en edel is te beschermen, vergeten hebben; maar omdat dit
+werkje, blijkens den titel, aan 's konings zilveren feest is gewijd, en
+dat we dus Zijner Majesteits regeering en wat hij gedaan heeft op den
+voorgrond moesten stellen. Onze lezeressen en lezers zullen dat wel
+begrepen hebben, en we kunnen hun daarbij de verzekering geven, dat er,
+zoowel in de familie <span class="mixcap">de Bosson</span>, als in die van <span class="mixcap">de Winter</span> en die van
+<span class="mixcap">Veldhuis</span>, warme liefde voor Hare Majesteit woonde. Doch thans ter zake.</p>
+
+<p>We voerden onze lezeressen en lezers op den avond van den 19<sup>de</sup>
+Februari 1874 de woning van den heer <span class="mixcap">Gustaaf de Winter</span> binnen, en
+wanneer we hen naar de zaal geleiden, waar behalve de gaskroon ook de
+lusters aan den schoorsteen ontstoken zijn, dan hebben we ten minste
+licht genoeg, om te zien, dat hier een feest wordt gevierd, en wel een
+feest van jongelieden: want <span class="pagenum" title="132"></span><a id="p_132"></a>we zien een aardig groepje bij elkander. En
+daar de beleefdheid eischt, dat we elk der aanwezigen aan een nieuw
+inkomenden gast voorstellen, zoo willen we dit nu ook doen, met dien
+verstande, dat we u wat meer van den een en den ander zullen mededeelen,
+dan zulks wel de gewoonte is, dus ons niet met een bloote opnoeming der
+namen zullen vergenoegen.</p>
+
+<p>We beginnen met de heldin van het feest, de lieve <span class="mixcap">Marie de Winter</span>, die
+van daag haar dertienden verjaardag viert. Van de cadeaux welke ze
+gekregen heeft, zullen we maar zwijgen, hoe gaarne mijn eenigszins
+nieuwsgierige lezeressen dat ook zouden vernemen; ik kan haar die toch
+niet laten zien, en ze zouden mij op den koop toe nog maar uitlachen,
+als ik eens een fout in de beschrijving van al die meisjesartikelen
+maakte. Liever wil ik u meedeelen, dat <span class="mixcap">Marie</span> een allerliefste meid is en
+sprekend op haar mama lijkt, die we, nu zoo wat vijfentwintig jaren
+geleden, op schier denzelfden leeftijd voor 't eerst ontmoetten. Ze kan
+even ondeugend (altoos in den goeden zin) en even schalksch zijn als
+haar mama toen was.</p>
+
+<p>Haar broer <span class="mixcap">Henri</span> is nu twaalf jaren, en nog altijd de geprononceerde
+lieveling van grootpapa <span class="mixcap">de Bosson</span>. In 't leeren aardt hij weinig naar
+zijn oom <span class="mixcap">Bernard</span>; niet dat hij juist dom is, maar uitsteken doet hij
+niet in al wat de school betreft&mdash;vrij wat meer in een ander vak, en dat
+heeft hij dan ook gekozen&mdash;in het handteekenen. Sedert October
+jongstleden heeft zijn papa hem op de teekenacademie gedaan en daar
+vordert hij, volgens 't getuigenis zijner leermeesters, met
+reuzenschreden. We zullen straks wel hooren, welke plannen papa <span class="mixcap">de
+Winter</span> met hem heeft. Op 't punt van leeren is zijn tienjarige broeder
+<span class="mixcap">Leonard</span> hem ver de baas. Oom <span class="mixcap">Bernard</span> zei nog onlangs, toen hij voor een
+dag of wat over was en den knaap examineerde, dat <span class="mixcap">Leonard</span>, als hij zoo
+voortging, niet in 't vak van zijn papa moest komen, maar voor de studie
+moest worden opgeleid. En als dat gebeurt, zal 't me niet verwonderen,
+of, als we tijd van leven hebben, lezen we nog eens in de courant: &bdquo;Door
+Z. M. den koning is benoemd als professor aan de Hooge school te ..., de
+heer <span class="mixcap">Leonard de Winter</span>.&rdquo; Nu, dat heeft in alle gevallen nog tijd.</p>
+
+<p>En daar we nu toch aan de huisgenooten zijn, vergeten we de
+dertienjarige <span class="mixcap">Frédérique Veldhuis</span>, <span class="mixcap">Marie's</span> tweede <i>ik</i> en <span class="pagenum" title="133"></span><a id="p_133"></a>de lieveling
+van de familie niet. <span class="mixcap">Frédérique</span> heeft een bijzonderen aanleg voor de
+muziek en wordt daarin opgeleid. Ook van de plannen, welke er met haar
+zijn, hopen we straks iets te vernemen. Dat ze een dochter van onze oude
+vriendin <span class="mixcap">Margot de Winter</span> is, kunnen we dadelijk aan haar zien, wij, die
+<span class="mixcap">Margot</span> op dien leeftijd gekend hebben. Om zich geheel aan de muziek te
+kunnen wijden, heeft ze reeds verleden jaar Juli de school verlaten; wel
+een droefheid voor <span class="mixcap">Marie</span>, die zoo ongaarne haar kameraadje miste en nu
+den weg naar en van de school alleen moet afleggen, wanneer niet
+toevallig de uren der muziekles er gelijk mee komen.</p>
+
+<p>We vinden echter nog drie huisgenooten van de familie <span class="mixcap">de Winter</span> in de
+zaal, al zijn 't dan ook maar huisgenooten voor eenige dagen, namelijk
+logés. Twee daarvan herkent ge terstond. 't Zijn kinderen van dominé
+<span class="mixcap">Veldhuis</span>, overgekomen om <span class="mixcap">Marie's</span> verjaardag te vieren: <span class="mixcap">Ernst</span>, die nu
+reeds den leeftijd van veertien jaren bereikt heeft en op het gymnasium
+te <em class="g">Brielle</em> de taal der oude Latijnen en Grieken leert, en de
+twaalfjarige <span class="mixcap">Marie Veldhuis</span>, die ook wat grooter geworden is, sedert we
+haar, nu bijna twee jaren geleden, voor 't laatst zagen. De derde logé
+is ook een <span class="mixcap">Ernst Veldhuis</span>; hij is de zoon van den landbouwer uit den
+Bommelerwaard en door zijn vader bij een heereboer te <em class="g">Apeldoorn</em> besteed,
+om daar eens wat andere denkbeelden van den landbouw op te doen. Hij is
+er, sedert hij onder een vreemde leiding is, veel op verbeterd, en niet
+meer die stijve houten klaas, als toen we hem in <em class="g">Den Briel</em> ontmoetten.
+In 't gesprek zullen we, om hem te onderscheiden, hem <span class="mixcap">Ernst</span> den boer, en
+zijn jongeren neef, <span class="mixcap">Ernst</span> van den dominé noemen; 't is maar, omdat onze
+lezeressen en lezers anders in de war zouden raken. We vinden er nog een
+<span class="mixcap">Frédérique</span>, en wel <span class="mixcap">Frédérique de Winter</span>, de dochter van oom <span class="mixcap">Emile</span>. Ze is
+wel pas acht jaren; maar <span class="mixcap">Marie</span> stond er op, dat ze ook zou komen.
+<span class="mixcap">Leonard</span> en <span class="mixcap">Karel</span> waren nog te jong, die zijn dus thuisgebleven.</p>
+
+<p>Hoewel nu 't liedje zegt:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="fr">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Où peut-on être mieux,<br /></span>
+ <span class="i0">Qu'au sein de sa famille?&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="134"></span><a id="p_134"></a></p>
+
+<p class="noi">wil men er bij zulk een gelegenheid ook wel eens een paar
+vreemden bij hebben. Vreemd zijn ze nu wel niet, ten minste niet in de
+familie <span class="mixcap">de Winter</span> (ons wel); want het zijn twee vriendinnetjes van
+<span class="mixcap">Marie</span>: <span class="mixcap">Lucie Brouwer</span> en <span class="mixcap">Angelique Sander</span>; benevens twee vrienden van
+<span class="mixcap">Henri</span>: <span class="mixcap">Jan van Dalen</span> en <span class="mixcap">Hendrik Korteweg</span>. Daar we geen bijzondere
+belangstelling voor hen koesteren, bepalen wij ons bij het noemen hunner
+namen, en hebben hen dus fatsoenlijk aan u voorgesteld. En zoo vinden we
+dus juist een dozijntje bij elkaar aan de theetafel zitten.</p>
+
+<p><span class="mixcap">Marie de Winter</span> neemt de honneurs waar; zij schenkt thee.</p>
+
+<p>&bdquo;Hé, <span class="mixcap">Ernst</span>,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Jan van Dalen</span> op eens tot den Apeldoornschen logé. &bdquo;Je
+komt zoo regelrecht uit <em class="g">Apeldoorn</em>. Ik heb wel eens gehoord, dat onze
+koning daar een school heeft, welke hij geheel en al bekostigt. Is dat
+waar?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Voorzeker,&rdquo; antwoordt de aangesprokene, &bdquo;en ik kan u daarvan, als ge 't
+wilt, wel wat vertellen; daar ik de avondcursus bezoek.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr70" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>O, doe dat, <span class="mixcap">Ernst</span>,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Jan</span>. &bdquo;Ik heb al zoo lang verlangd,
+daarvan iets naders te hooren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Het oorspronkelijke doel der school,&rdquo; hervat <span class="mixcap">Ernst</span>, &bdquo;die niet te
+<em class="g">Apeldoorn</em>, maar op <em class="g">'t Loo</em> ligt....<ins class="corr" id="corr71" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;Op de buitenplaats van den koning?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Henri</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, op het dorp <em class="g">het Loo</em>,&rdquo; herneemt <span class="mixcap">Ernst</span>, &bdquo;en wel aan de linkerzijde
+van de prachtige Loolaan, waarmede men van <em class="g">Apeldoorn</em> naar 't schoone
+landgoed van Zijne Majesteit wandelt. De school dan is oorspronkelijk
+een lagere opvoedingsschool, den 3<sup>den</sup> Mei 1852 geopend ter
+verspreiding van meerdere kennis onder ambachtslieden en den
+landbouwenden stand.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Bestaat die school al zoo lang!&rdquo; roept <span class="mixcap">Frédérique Veldhuis</span> uit. &bdquo;Dat is
+al twee en twintig jaren!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is toch zoo,&rdquo; hervat <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;En 't aantal leerlingen bedraagt
+honderd en twintig. Ze is in de eerste plaats bestemd voor de zonen en
+beambten in dienst van 't koninklijk domein, of als zoodanig
+gepensioneerd door de twee laatste koningen, en verder voor die van
+minvermogenden, welke niet te ver af wonen, om hun kinderen, in elk
+jaargetijde, de school te doen bezoeken. Ze wordt geheel en al op kosten
+van Z. M. onderhouden. <span class="pagenum" title="135"></span><a id="p_135"></a>Sedert 1854 is er een teekencursus bijgevoegd en
+twee jaren later de avondcursus, welke ik bezoek, die van 1 November tot
+ultimo Maart duurt, en waarop reken-, meet- en scheikunde, benevens
+bouwkundig teekenen worden onderwezen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En is dat ook geheel op kosten van den koning?&rdquo; vroeg <span class="mixcap">Henri</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Alles,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Ernst</span>. &bdquo;Alle drie de verschillende afdeelingen zijn
+geheel gratis voor de bezoekers. Alleen voor den teekencursus moeten ze
+voor een portefeuille en voor de dagelijksche teekenbehoeften zorgen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu,&rdquo; zeide <span class="mixcap">Hendrik</span>. &bdquo;Dat is voor <em class="g">Apeldoorn</em>. Maar voor 't geheele land
+toont Z. M. een beschermer van de kunst te zijn. Aan jonge schilders,
+die eenigen aanleg hebben, schenkt hij jaarlijks een subsidie, en
+jeugdige kunstenaars en kunstenaressen in de muziek worden op zijn
+kosten buiten'slands gezonden, om aan een der conservatoires, 't zij te
+<em class="g">Brussel</em>, te <em class="g">Parijs</em> of te <em class="g">Berlijn</em>, voor de muziek te worden opgeleid.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waardoor we hoop hebben, dat ons land in schilderkunst en muziek niet
+bij andere volken zal achterblijven!&rdquo; zegt <span class="mixcap">Ernst</span> van den dominé.</p>
+
+<p>Gaarne zou ik met u nog langer bij onze jongelieden vertoeven; we willen
+echter liever eens zien, hoe ze 's konings zilveren feest vierden. Doch
+dit in een <a href="#TIENDE_HOOFDSTUK">volgend hoofdstuk</a>.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="136"></span><a id="p_136"></a></p>
+
+<h2><a id="TIENDE_HOOFDSTUK"></a>TIENDE HOOFDSTUK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="subh2">Het zilveren feest.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, <span class="mixcap">Marie</span>, word wakker!&rdquo; zeide <span class="mixcap">Frédérique</span> op den morgen van Maandag
+den 11<sup>den</sup> Mei tegen haar nichtje, dat met haar op dezelfde kamer
+sliep. <ins class="corr" id="corr72" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>'t Is allerprachtigst weer en de zon schijnt al zoo
+vriendelijk, alsof ze alle langeslaapsters als u ten bedde wil
+uithalen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik was net zoo prettig aan het droomen,&rdquo; antwoordde <span class="mixcap">Marie</span><ins class="corr" id="corr73" title="Bron: ;">,</ins>
+terwijl zij zich uitrekte. &bdquo;Gij buitenmenschen spookt ook altijd zoo
+vroeg. Dat kun je maar niet afleeren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Vroeg?&rdquo; hernam <span class="mixcap">Frédérique</span>. &bdquo;De Westerklok is daar zoo even zeven uur
+geslagen. Kom, sta nu maar gauw op. 't Is heden de dag, waarop Hunne
+Majesteiten in de hoofdstad komen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, als ik daarvoor om zeven uur moet opstaan, dan mag ik 't morgen wel
+om vier uur doen. Maar, in vredesnaam! Ik ben nu toch wakker, en dus zal
+ik u uw zin maar geven.&rdquo;</p>
+
+<p>Allerprachtigst weer! Ja, dat was het in den vroegen morgen van den
+11<sup>den</sup> Mei. En er was dan ook vrij wat volk op de been, om de schoon
+versierde stad te zien. En wat een tal van vreemdelingen! In de
+logementen was geen plaats meer te krijgen; ja, vele particulieren
+hadden tegen groote sommen gelds hun kamers voor drie of vier dagen
+verhuurd. 't Bracht veel geld in de hoofdstad; maar er is in die dagen
+ook vrij wat geld besteed. Want <em class="g">Amsterdam</em> was met recht in feestgewaad
+getooid en de burgerij heeft geen kosten ontzien, om <span class="pagenum" title="137"></span><a id="p_137"></a>alles mooi te
+maken. We willen in gezelschap van <span class="mixcap">Frédérique</span>, <span class="mixcap">Marie</span>, <span class="mixcap">Henri</span> en <span class="mixcap">Leonard</span>
+eens een kleine wandeling door de stad doen.</p>
+
+<p>Eerst gaan we met hen naar de Willemstraat, die er keurig netjes
+uitziet, met haar slingers van groen en haar drie eerepoorten; dan door
+een dwarsweg naar de Westerstraat, waar we een door de feestcommissie
+opgerichte obelisk en een door de bewoners daargeplaatst fraai
+borstbeeld van koning <span class="mixcap">Willem</span> III zien, gekroond door de <em class="g">Nederlandsche</em>
+Maagd.</p>
+
+<p>&bdquo;Die kroon zal van avond met gas geïllumineerd worden,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Henri</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat zal een goed effect maken,&rdquo; oordeelt <span class="mixcap">Marie</span>. &bdquo;Doch we kunnen
+hier niet lang staan kijken; anders komen we niet op onzen tijd aan 't
+station.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waar zullen we nu heengaan?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Frédérique</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel naar den prachtigen bloementempel op 't Koningsplein,&rdquo; antwoordt
+<span class="mixcap">Henri</span>. &bdquo;Dan bekijken we meteen de schoone decoratie bij den
+burgemeester.&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo gezegd zoo gedaan. We wandelen langs 't Singel
+naar 't Koningsplein; waar we een prachtigen bloementempel zien staan,
+versierd met de schoonste kinderen van Flora. Daarna gaan we even de
+Heeregracht op, waar we, onder verschillende prachtige decoratiën, die
+van den burgemeester van <em class="g">Amsterdam</em> bewonderen, vooral om zijn rijkdom.</p>
+
+<p>&bdquo;En nu naar de Botermarkt,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Henri</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat is daar te zien?&rdquo; vraagt <span class="mixcap">Leonard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel een groote eerepoort met het ruiterstandbeeld van
+<ins class="corr" id="corr74" title="Bron: &bdquo;"></ins><span class="mixcap">Willem</span>
+den Zwijger er op,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Henri</span>.</p>
+
+<p>Van de Botermarkt gaan we met onze jongelieden naar het
+Jozua-Daniël-Meyersplein, waar we een oud kasteel vinden opgericht, zoo
+natuurlijk, alsof het er wezenlijk stond.</p>
+
+<p>&bdquo;O, dat is prachtig!&rdquo; roept <span class="mixcap">Marie</span> uit. &bdquo;'t Doet me denken aan den
+Dillenburg, 't stamslot der Nassau's.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Als ik 't niet beter wist, zou ik denken, dat er zoo straks een stoet
+van edelen uit de burchtpoort zou te voorschijn komen,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Frédérique</span>;
+&bdquo;zoo natuurlijk is 't geschilderd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar we moeten voort,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Henri</span>, terwijl hij op zijn horloge kijkt.
+&bdquo;Indien we ten minste nog koffie willen drinken, vóor we naar 't station
+gaan.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="138"></span><a id="p_138"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Mij goed,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Marie</span>. &bdquo;Dan gaan we den Dam over, en zien daar
+meteen 't versierde monument en de eerepoort.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Weer schijnt te betrekken,&rdquo; merkt <span class="mixcap">Frédérique</span> aan, terwijl zij naar
+de lucht kijkt. &bdquo;'t Zou me niet verwonderen, of we krijgen regen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, ongeluksprofetes!&rdquo; roept <span class="mixcap">Henri</span> uit. &bdquo;Doch ik vrees, dat je gelijk
+hebt. 't Zou vreeselijk jammer zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Als de koning 't maar droog treft,&rdquo; wenscht <span class="mixcap">Leonard</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;We willen 't hopen,&rdquo; antwoordt <span class="mixcap">Frédérique</span>, met de zekerheid van iemand,
+die lang buiten heeft gewoond. &bdquo;Ik zou er echter aan twijfelen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu, dan nemen we onze parapluie's mee!&rdquo; troost <span class="mixcap">Marie</span>. &bdquo;Als het niet
+anders is, in vredesnaam.&rdquo;</p>
+
+<p>We gaan met ons viertal den Dam over; drinken koffie, en wandelen met
+hen, met parapluie's gewapend, naar 't station.</p>
+
+<p>'t Is bij halftwee. Een kanonschot verkondigt ons, dat de trein met H.
+H. M. M. gearriveerd is. Vergezeld van den prins van <em class="g">Oranje</em>, prins
+<span class="mixcap">Alexander</span> en <span class="mixcap">Frederik</span>, alsook van den hertog van <span class="mixcap">Saksen-Weimar</span> en diens
+gemalin, 's konings eenige zuster, komen ze 't station binnen.
+Amsterdams burgemeester houdt een toespraak, en zijn dochtertje, in 't
+wit gekleed en met de Amsterdamsche kleuren op ceintuur en strikken,
+biedt der koningin een prachtigen bouquet aan. 't Zelfde doet de jonge
+juffrouw <span class="mixcap">Westervoudt</span>, na een aanspraak van den president der
+feestcommissie.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijnheer de burgemeester,&rdquo; zegt de koning, terwijl hij dezen hartelijk
+de hand schudt. &bdquo;Het doet mij onuitsprekelijk veel genoegen, het
+vijfentwintigjarig feest mijner regeering in de hoofdstad te zullen
+vieren.&rdquo;</p>
+
+<p>En nu spoeden we ons met de jongelui naar 't huis van mijnheer <span class="mixcap">de
+Winter</span>, om den stoet te zien passeeren. Jammer, dat het regent&mdash;wel niet
+hard; maar toch, er valt vocht. Wat den stoet aangaat, die is uiterst
+eenvoudig. Na een escadron huzaren en de helft der eerewacht, komt Z.
+M., omstuwd door zijn adjudanten en gevolgd door de prinsen met de
+hunne, allen te paard gezeten, aan. Daarachter H. M. de koningin in een
+open rijtuig met de groothertogin van <span class="mixcap">Saksen-Weimar</span> en prins <span class="mixcap">Frederik</span>,
+en eindelijk de andere helft der eerewacht.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="139"></span><a id="p_139"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ziezoo! Nu gaan we naar den Dam,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Henri</span>. &bdquo;We hebben echter tijd
+in overvloed; want behalve dat de stoet een heelen weg te maken heeft,
+moet die aan 't Burger-weeshuis nog tweemalen wachten, daar de weezen
+voor koning en koningin elk een couplet zullen zingen.&rdquo;</p>
+
+<p>En zoo vergezellen we hen naar den Dam, waar 't geducht vol is, en
+moeten nog een heelen tijd wachten, eer de stoet de Kalverstraat uit is.
+Doch daar komt hij onder 't uitbundig gejuich der menigte aan. Jammer,
+dat het zulk ongunstig weer is; wel zien we H. H. M. M. op 't balkon
+verschijnen; maar dat duurt slechts kort: de regen jaagt hen spoedig in
+huis. Dien avond om 9 ure gaan we nog eenmaal naar den Dam, om er door
+Amstels mannenkoor den &bdquo;Jubeltoon&rdquo; van <span class="mixcap">Hofdijk</span> en een paar andere
+stukken van <span class="mixcap">Hol</span> en <span class="mixcap">Verhulst</span> te hooren zingen. Gelukkig is 't weer goed,
+en, ofschoon we er niet veel van kunnen verstaan, door 't leven hetwelk
+de bijeengestroomde menigte maakt, is het toch een aardig gezicht, de
+zangers met hun verlichting à <span xml:lang="it">la giorno</span> te zien aftrekken.</p>
+
+<p>'t Is Dinsdagmorgen, en, daar we kaarten voor de kerk hebben gekregen en
+we er al om acht uur moeten zijn, kunnen we de bidstond in de Westerkerk
+niet bijwonen. In 't naar de kerk gaan vangen wij nog eenige tonen op,
+welke de militaire muziek op den Dam doet hooren, in 't programma voor
+de feestviering &bdquo;reveille&rdquo; genoemd.</p>
+
+<p>We treden de kerk binnen, waar we, vijfentwintig jaren geleden, met de
+ouders onzer jongelieden de inhuldiging bijwoonden. We zullen er nu den
+koning door de natie hooren gelukwenschen. Een koor van niet minder dan
+vijfhonderd zangers en zangeressen, begeleid door twee orkesten, zal de
+feestcantate zingen, door <span class="mixcap">J. J. L. ten Kate</span> vervaardigd en op muziek
+gezet door <span class="mixcap">Joh. J. H. Verhulst</span>, onder wiens directie de cantate zal
+worden uitgevoerd. Daar laat zich een fanfare hooren; de vorstelijke
+familie treedt de kerk binnen en neemt plaats op den troon. In 't midden
+de koning, naast hem de koningin, aan wier linkerhand de groothertog van
+<span class="mixcap">Saksen-Weimar</span> en diens gemalin prinses <span class="mixcap">Sophia</span> zich bevinden; aan 's
+konings rechterhand zitten de prinsen van <span class="mixcap">Oranje</span>, <span class="mixcap">Alexander</span> en <span class="mixcap">Frederik</span>.
+De stoel van prins <span class="mixcap">Hendrik</span> is ledig, daar deze keizer <span class="mixcap">Alexander</span> II van
+<em class="g">Rusland</em> tegemoet is gereisd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="140"></span><a id="p_140"></a></p>
+
+<p>Daar doet het orkest het eerste gedeelte van de schoone feestcantate
+hooren, en plechtig klinken die heerlijke tonen door 't ruime
+kerkgebouw. Juffrouw <span class="mixcap">Gips</span> van <em class="g">Dordrecht</em> zingt de solo's. Hierop naderen
+achtervolgens de leden van de Eerste en de Tweede Kamer der
+Staten-Generaal, die bij monde van hun voorzitters den koning uit naam
+van het Nederlandsche volk geluk wenschen, waarop de koning antwoordt:</p>
+
+<p>&bdquo;Mijne heeren! Leden van de Eerste en de Tweede Kamer der
+Staten-Generaal! Diep geroerd ben ik door de woorden, die het
+Nederlandsche volk door uw mond tot mij heeft gesproken. Aan de liefde
+en trouw, Mij en Mijn huis zoo ondubbelzinnig gebleken, wensch Ik te
+beantwoorden door een ernstig streven om den bloei en den voorspoed van
+ons aller dierbaar Vaderland te bevorderen. De Almachtige God geve mij
+daartoe Zijn onmisbare hulp en schenke aan <em class="g">Nederland</em> Zijn besten zegen.&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop nadert de burgemeester van <em class="g">Amsterdam</em>, met de Wethouders en de
+leden van den gemeenteraad; toen de Commissarissen des konings met
+deputatiën uit de Provinciale Staten; eindelijk een aantal burgemeesters
+uit alle oorden des lands, om Z. M. het geschenk van de natie aan te
+bieden, bedragende een som van &fnof;&nbsp;193.000, waaraan de koning beloofd
+heeft, een bestemming te zullen geven. En die bestemming is de
+ondersteuning van de invaliden der land- en zeemacht, zoo in <em class="g">Nederland</em>
+als in Indië. Met donderend gejuich wordt dat woord des konings begroet.
+Nu wordt de tweede helft der feestcantate gezongen, waarin de heer <span class="mixcap">W.
+Deckers</span> Jr. van <em class="g">'s-Hertogenbosch</em> de solopartijen zingt: na 't eindigen
+daarvan is de plechtigheid afgeloopen.</p>
+
+<p>O, wat een weer, nu we uit de kerk komen! 't Is geen
+<ins class="corr" id="corr75" title="Bron: Meireigen">Meiregen</ins>&mdash;'t lijkt wel November, zoo koud en guur is 't
+er bij. In vredesnaam; we gaan maar even mee naar 't huis van mijnheer
+<span class="mixcap">de Winter</span>, waar we de koffie gebruiken, doen onze winterjassen aan en
+spoeden ons, met een parapluie gewapend, naar 't station van den
+Rijnspoorweg, om&mdash;den Czaar van <em class="g">Rusland</em> te zien aankomen. Dat station is
+keurig met bloemen getooid. Onze koning komt er met de prinsen, en
+begroet daar zijn Russischen neef met hartelijkheid. In gestrekten draf
+gaat het <span class="pagenum" title="141"></span><a id="p_141"></a>naar 't paleis, van welks balkon de keizer aller Russen een
+gedeelte van den optocht ziet.</p>
+
+<p>En die optocht! Prachtig en indrukwekkend, wat het historische gedeelte
+aangaat, en waar we onze zeven stadhouders met hun voornaamste
+tijdgenooten, allen in het kostuum van hun tijd zien voorgesteld. Jammer
+maar, dat het zoo regent en de prachtige fluweelen en zijden
+kleedingstukken pletten of bederven. Onder de nummers van den
+allegorischen optocht treft ons vooral de vereeniging der goudsmeden met
+hun prachtige banier, voorafgegaan door hun schutspatroon, den bisschop
+<span class="mixcap">St.-Eligius</span>, in plechtgewaad en op een wit paard gezeten.</p>
+
+<p>Indien we nu tot de genoodigden behoorden, konden we dien namiddag, lang
+na 't vertrek van den Czaar, naar 't Paleis voor Volksvlijt gaan, waar
+van wege 't gemeentebestuur den koning een galadiner wordt aangeboden.
+Daar onze vrienden er echter niet genoodigd zijn, moeten we ons maar
+vergenoegen met de vermelding, dat het prachtig is geweest, en de koning
+er een hartelijken toost op <em class="g">Amsterdam</em> gedronken heeft.</p>
+
+<p>Lang uitblijven bevalt ons ook al niet; wel is de illuminatie hier en
+daar opgestoken&mdash;meestal is zij uitgeregend of uitgewaaid, en waar zij
+aangebleven is, speelt de wind zoo onbarmhartig met de gasvlammetjes,
+dat alle effect verloren gaat.</p>
+
+<p>Woensdagmorgen gaan we onder een stortbui naar den Dam, om er
+vierhonderd weeskinderen te hooren zingen. Wat worden ze tot op hun hemd
+toe nat, die arme schapen! Beter zijn er die dertien jongens en dertien
+meisjes aan toe, die om ruim tien ure, uit naam van 400,000 kinderen uit
+<em class="g">Nederland</em> en <em class="g">Suriname</em>, bij monde van den jongenheer <span class="mixcap">Felix Westerwoudt</span>,
+Z. M. het voor de door hen bijeengebrachte penningen vervaardigde
+feestgeschenk aanbieden, hetwelk de koning erkent een der aangenaamste
+te zijn van al welke hij tot nog toe ontvangen heeft. Niet minder
+aangenaam is hem dat van de maatschappij &bdquo;Arti et Amicitiae,&rdquo; bestaande
+uit ongeveer honderd prachtige miniatuurschilderijtjes, door
+verschillende Nederlandsche kunstenaars vervaardigd en, met de gravures
+en medailjes, in acht keurige lijsten gevat.</p>
+
+<p>Daarna zouden we naar de volksspelen op 't Amstelveld of buiten de
+Willemspoort kunnen gaan, (want het is gelukkig nu <span class="pagenum" title="142"></span><a id="p_142"></a>goed weer geworden
+en 't Meizonnetje schijnt wat lief); we vergezellen onze jongelui liever
+naar de Plantage, waar we de harddraverij zien, en 's avonds gaan we
+naar den schouwburg, waar een gala-voorstelling plaats heeft, en
+&bdquo;Uitgaan&rdquo; van <span class="mixcap">Glanor</span>, en &bdquo;het Meifeest&rdquo; van <span class="mixcap">Binger</span> worden opgevoerd.</p>
+
+<p>Wanneer we ons nu Donderdag naar de Westerkerk begeven, kunnen we H.H.
+M.M. in de bank zien zitten, of we gaan naar Artis Natura Magistra,
+waaraan de vorstelijke familie haar gewone bezoek brengt. Liever echter
+reizen we met <span class="mixcap">Henri</span> en <span class="mixcap">Marie</span> dien namiddag per spoor naar <em class="g">'s-Gravenhage</em>
+om daar bij oom <span class="mixcap">August</span> te logeeren en er de feesten bij te wonen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Wat een regen en wind op Vrijdag den 15<sup>en</sup> Mei, den dag dat Z. M.
+binnen de residentie zou worden ingehaald!</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, die heeren van de eerewacht en die schutters zullen maar niet nat
+worden,&rdquo; zegt <span class="mixcap">Marie</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Alsof papa droog zal blijven, die ook met zijn grenadiers gecommandeerd
+is,&rdquo; zucht <span class="mixcap">Frédérique de Winter</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Gelukkig, dat de duizend kinderen van de gemeentescholen, die van
+morgen al in hun lokalen bijeenwaren, om naar 't Willemspark te trekken
+en om 't monument te zingen, naar huis gezonden zijn,&rdquo; zegt mevrouw <span class="mixcap">de
+Winter</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;En hoe hebben die van <em class="g">Scheveningen</em> het dan gemaakt, mama?&rdquo; vraagt
+<span class="mixcap">Frédérique</span>, &bdquo;hebben die in dat weer heel naar hun dorp moeten
+terugwandelen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Die zijn in vier wagens van de tramway gepakt, en zoo franco naar huis
+gezonden,&rdquo; antwoordt mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span>.</p>
+
+<p>Gelukkig wordt het weer wat beter, en begeven we ons naar 't station. We
+merken, dat de gesloten rijtuigen, die op 't plein stonden, door opene
+vervangen worden, en treden het stationsgebouw binnen, waar de gewone
+uitgang prachtig gedecoreerd is tot ontvangst van HH. MM. Daar komt de
+trein aan. In 't wit <ins class="corr" id="corr76" title="Bron: gekleedde">gekleede</ins> meisjes met kransen in 't
+haar, bestrooien het pad, hetwelk de vorstelijke personen gaan, met
+frissche bloemen, of bieden HH. MM. ruikers aan. Na een korte toespraak
+van 's-Gravenhages burgemeester, zingt de liedertafel Caecilia hun een
+Welkomslied toe, waarvan de woorden zijn vervaardigd door <span class="mixcap">Jan J. F. Wap</span>,
+de muziek door <span class="mixcap">Richard Hol</span>.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="143"></span><a id="p_143"></a></p>
+
+<p>Nadat de koning aan den directeur van 't mannenkoor zijn compliment
+gemaakt heeft, betuigt hij aan de ministers, de leden van den Raad, enz.
+zijn dank voor hun tegenwoordigheid te dezer plaatse, en stapt men in de
+open rijtuigen.</p>
+
+<p>Daarop rijdt de stoet door de prachtige eerepoort aan de Wagenbrug, door
+de Wagenstraten, Veenestraat en Hoogstraat, naar 't Noordeinde en zoo
+naar 't Paleis, waar voor 't met vlaggen versierde ruiterstandbeeld een
+prachtige eereboog van groen is opgericht, en op het plein voor 't
+paleis 's middags om halfdrie de zangers van Caecilia, gesecondeerd door
+een koor van jongens en meisjes en andere Haagsche zangvereenigingen,
+het Volkslied en daarna een plechtig Te Deum aanheffen.</p>
+
+<p>&bdquo;Jammer, dat de optocht der jongelui van de Hoogere Burgerschool en 't
+Gymnasium is afgezegd,&rdquo; zegt mevrouw <span class="mixcap">de Winter</span> tegen haar man, toen hij
+thuiskomt.</p>
+
+<p>&bdquo;Jammer?&rdquo; vraagt deze. &bdquo;Ik ben blij voor de jongens. Een nat pak te
+halen is niet alles. Dat heb <i>ik</i> van morgen ondervonden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En de heeren van den optocht in <em class="g">Amsterdam</em> niet minder, oom,&rdquo; zegt
+<span class="mixcap">Marie</span>. &bdquo;Die dropen, alsof ze in 't water gelegen hadden. De Haagsche
+regeering heeft dus zeer verstandig gehandeld.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ook de illuminatie zal van avond niet doorgaan,&rdquo; verzekert mijnheer <span class="mixcap">de
+Winter</span>. &bdquo;En dat is ook goed; anders wordt het, evenals in <em class="g">Amsterdam</em>,
+broddelwerk.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is te hopen, dat we morgen mooi weer hebben!&rdquo; wenscht <span class="mixcap">Henri</span>. &bdquo;Voor
+heden zullen we ons dus maar vergenoegen met de volksvermakelijkheden op
+het Oranjeplein!&rdquo;</p>
+
+<p>Vergenoegen?&mdash;Nu, of we daar pret hebben! Ziet daar eens die
+kunstenmakers, met hun gymnastische toeren op het slappe en stijve
+koord, of die, als ware herculessen, zware gewichten tillen. Ginds staan
+<span class="mixcap">Tobias Bamberg</span> en andere goochelaars hun kunsten te vertoonen aan een
+verbaasd publiek. Maar 't meeste amuseeren we ons bij die kolossale
+poppenkast, voor welke groote en kleine kinderen een dolle pret hebben.
+Gelukkig, dat <span class="mixcap">Henri</span> ons hierheen heeft gebracht; we zouden anders vrij
+wat gemist hebben.</p>
+
+<p>'t Verdere van den Vrijdag brengen we door met het bekijken <span class="pagenum" title="144"></span><a id="p_144"></a>der
+prachtige versieringen. Naar den schouwburg gaan we maar niet; ofschoon
+daar een aardig gelegenheidsstukje van <span class="mixcap">Bigot</span> wordt gegeven, een
+jubelzang door de <ins class="corr" id="corr77" title="Bron: liefdertafel">liedertafel</ins> &bdquo;Kunstoefening&rdquo; wordt
+uitgevoerd, en alles eindigt met een allegorische voorstelling met
+kooren, door <span class="mixcap">Wijnstok</span>.</p>
+
+<p>Zaterdag is 't mooi weer. En de ingezetenen zijn wat blij, toen hun
+wordt aangezegd, dat optocht en illuminatie dezen dag zullen doorgaan.</p>
+
+<p>Nu, die optocht van de jongens is alleraardigst. Keurig zijn ze gekleed,
+en wat gaat alles ordelijk en netjes! 't Is geheel en al een historische
+optocht, waarbij we prins <span class="mixcap">Willem</span> I en drie zijner broeders te paard
+zien. En wat is 't prettig, dat ze zulk goed weer treffen! We zien den
+optocht driemaal; maar zouden hem met plezier nog eenmaal voorbij laten
+defileeren. Waarlijk, zulk een troep ferme jongens strekt der residentie
+tot eer!</p>
+
+<p>'s Avonds naar de illuminatie. Nu, die is schitterend! Vooral de
+paleizen en 't Voorhout. 't Is letterlijk, alsof we in een zee van licht
+loopen. En alles blijft zoo goed aan. Doch uit den weg, en de hoeden af!
+Daar komen de koning en de koningin aan, die door de stad toeren, om
+alles eens te bezien. Wat een gejuich! Geen gebrek aan &bdquo;Oranje boven!&rdquo;</p>
+
+<p>Als we nu lang genoeg in <em class="g">Den Haag</em> bleven en een uitnoodigingskaart
+hadden ontvangen, dan zouden we met HH. MM. en de vorstelijke familie
+naar <em class="g">Scheveningen</em> zijn gegaan, om in de prachtig gedecoreerde zaal van
+'t Stedelijk Badhuis het diner bij te wonen, hetwelk de gemeenteraad der
+residentie den koning heeft aangeboden. Dan hadden we ook de
+verschillende toosten kunnen hooren, o. a. die, welke Z. M. op zijn
+zuster en haar gemaal dronk. Daar we echter geen toegang hebben,
+verlaten we met dankzegging voor 't gesmaakte genot onze vrienden, en
+stoomen liever naar <em class="g">Rotterdam</em>, waar we dominé <span class="mixcap">Veldhuis</span> met zijn beide
+kinderen, <span class="mixcap">Ernst</span> en <span class="mixcap">Marie</span> aantreffen, overgekomen om daar het
+kroningsfeest bij te wonen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>'t Is de 21<ins class="corr" id="corr78" title="Niet in Bron."><sup>e</sup></ins> Mei. <em class="g">Rotterdam</em> is prachtig versierd; vooral de
+Delftsche poort, door welke Z. M. de stad moet binnenkomen, is
+allerkeurigst gedecoreerd, even als het station, het groote <span class="pagenum" title="145"></span><a id="p_145"></a>uit
+papiermaché vervaardigde standbeeld van Z. M. op de Erasmusmarkt, dat,
+omgeven door een verrukkelijk bloembed, een goed effect maakt, en het
+feestterrein op 't Westerplein, waar zich de vorstelijk gedecoreerde
+koningstribune bevindt, en welk plein bezet is met vijftig hooge
+standaards, tusschen welke guirlandes van groen, die van avond à giorno
+zullen worden verlicht.</p>
+
+<p>Voorloopig echter blijven we met onze drie oude vrienden aan 't station,
+waar de koning en koningin door den burgemeester van <em class="g">Rotterdam</em> worden
+toegesproken. De trein gaat over de Erasmusmarkt naar de koninklijke
+<span xml:lang="en">Yachtclub</span>, waar een zeil- en roeiwedstrijd gehouden wordt en waar we
+door een toegangskaart binnenkomen. Wat is 't gebouw der <span xml:lang="en">Yachtclub</span>
+keurig versierd: vooral de zaal, waarin de vorstelijke familie het haar
+door de club aangeboden <span xml:lang="fr">déjeûné</span> gebruikt. Na afloop daarvan begeven de
+vorstelijke personen zich op het balkon, en zien den wedstrijd eenigen
+tijd aan; daarna stappen ze in hun rijtuigen en rijden naar het
+feestterrein, waar ze den gekostumeerden optocht zien voorbijtrekken.</p>
+
+<p>Nu! dat is een optocht, waarvan 't historische gedeelte onze geheele
+geschiedenis, met de Batavieren beginnende, voorstelt.</p>
+
+<p>Wat zijn die twee vierwielige wagens met hun voorspan van ossen aardig;
+niet minder die druïde en die Bataafsche vrouwen en kinderen, welke er
+opzitten. 't Is een optocht van belang! We kijken dan ook, zooals men 't
+noemt, onze oogen uit.</p>
+
+<p>Nadat de optocht voorbij is, volgen we de vorstelijke personen naar de
+Boompjes, waar een stoomboot gereed ligt, om haar door de Noorderhaven,
+die voortaan &bdquo;Koningshaven&rdquo; zal heeten, naar de plaats te brengen, waar
+Z. M. den eersten steen zal leggen aan de Maasbrug. Zoo iets hebben we
+al meer gezien, niet waar? Ik zal er u dan ook maar geen beschrijving
+van geven; ofschoon <span class="mixcap">Ernst</span> en <span class="mixcap">Marie</span> wat blij zijn, dat ze nu ook eens
+zulk een steenlegging zien, waarvan ze papa zoo dikwijls hebben hooren
+praten, die zoo iets te <em class="g">Zutfen</em> aan de eerste spoorbrug gezien had. Voor
+ons echter levert de <em class="g">Maas</em> met zijn tallooze versierde vaartuigen van
+allerlei vorm en grootte, alle vol menschen, een allerintéressantst
+gezicht op.</p>
+
+<p>Nadat de koning weder naar de <span xml:lang="en">Yachtclub</span> gereden is, waar hij de prijzen
+uitdeelt, keert hij nogmaals naar 't feestterrein <span class="pagenum" title="146"></span><a id="p_146"></a>terug, waar we
+andermaal den optocht zien. Daarna vertrekken H. M. met de groothertogin
+en prins <span class="mixcap">Frederik</span> naar <em class="g">'s-Gravenhage</em>, en begeeft zich Z. M. met den
+prins van Oranje en prins <span class="mixcap">Hendrik</span> naar den Doelen, waar hem een diner
+wacht, hem door den gemeenteraad van <em class="g">Rotterdam</em> aangeboden. Daar wij er
+niet bij kunnen zijn, wandelen we de stad eens door, om de keurige
+versieringen te zien, die overal aangebracht zijn, en zorgen, dat we ons
+bij tijds weer op het feestterrein bevinden, dat nu geïllumineerd is, en
+waar Z. M. ten derden male verschijnt, doch nu in zijn rijtuig blijft,
+om naar 't zingen van Rotte's mannenkoor te luisteren. Toen deze
+muziekvereeniging op verzoek van den koning het eerste couplet van 't
+&bdquo;Wien Neerlands bloed&rdquo; aanheft, ontbloot Z. M. het hoofd, hetwelk door
+alle aanwezigen met luid gejuich gevolgd wordt.</p>
+
+<p>Eindelijk toert de vorst van halfelf tot middernacht door de
+rijkverlichte straten, en houdt stil op de plaats, waar een schitterend
+vuurwerk wordt afgestoken. Eerst om 1 uur verlaat Z. M. met prins
+<span class="mixcap">Hendrik</span> de stad, om zich naar <em class="g">Vlissingen</em> te begeven, waar zij den Czaar
+bij diens terugkomst uit <em class="g">Engeland</em> zullen verwelkomen; terwijl de prins
+van Oranje met den groothertog van <span class="mixcap">Saksen Weimar</span> naar <em class="g">'s-Gravenhage</em>
+vertrekt.</p>
+
+<p>En nu, lieve lezeressen en lezers, hebben we de drie koningsfeesten
+bijgewoond, waarbij Z. M. in persoon tegenwoordig was. Den 25<sup>sten</sup> Mei
+vertrok de koning naar <em class="g">'t Loo</em>, en, als ik u den brief van <span class="mixcap">Ernst Veldhuis</span>
+voorlas, dan zoudt gij daaruit zien, hoe Z. M. te <em class="g">Apeldoorn</em> werd
+ingehaald. Maar hierover zwijgen wij, evenals over al de andere
+gemeenten in ons land, in welke de Meifeesten herdacht zijn. Nooit is er
+door 't geheele land zoo eenstemmig en met zooveel geestdrift feest
+gevierd. Wat mij aangaat, ik leg hier de pen neer en ben er ten volle
+verzekerd van, dat gij dit laatste hoofdstuk een waardig besluit zult
+vinden voor een werkje, waarin we gelezen hebben wat er gebeurd is
+gedurende</p>
+
+<p class="center margin2"><span class="smcap">HET TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE.</span></p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 1</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 4</a></td><td class="td4">betaald</td><td class="td4">betaalt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 5</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 7</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 7</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 7</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 8</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 9</a></td><td class="td4">Truida</td><td class="td4">Truda</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 10</a></td><td class="td4"><span class="mixcap">Louize</span></td><td class="td4"><span class="mixcap">Louise</span></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 11</a></td><td class="td4">interesant</td><td class="td4">interessant</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 13</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 17</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4"><span class="mixcap">de</span></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 20</a></td><td class="td4">colllegiën</td><td class="td4">collegiën</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 23</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 24</a></td><td class="td4">Bernardt</td><td class="td4">Bernard</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 24</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 27</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 29</a></td><td class="td4">famile</td><td class="td4">familie</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 36</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 37</a></td><td class="td4">oom</td><td class="td4">neef</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 37</a></td><td class="td4">antwoorde</td><td class="td4">antwoordde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 37</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 39</a></td><td class="td4">militaren</td><td class="td4">militairen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 39</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 42</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 49</a></td><td class="td4">bevoren</td><td class="td4">bevroren</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 51</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 55</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 56</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 57</a></td><td class="td4">verkondigd</td><td class="td4">verkondigt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 64</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 65</a></td><td class="td4">commissien</td><td class="td4">commissiën</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 65</a></td><td class="td4">&rsquo;,</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 65</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 65</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 65</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 68</a></td><td class="td4">plaatsen</td><td class="td4">plaatsten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 68</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 68</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 73</a></td><td class="td4">?</td><td class="td4">!</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 76</a></td><td class="td4">onnibus</td><td class="td4">omnibus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 77</a></td><td class="td4">August</td><td class="td4">Gustaaf</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 81</a></td><td class="td4">;</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 82</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 86</a></td><td class="td4">beantwoordt</td><td class="td4">beantwoord</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 87</a></td><td class="td4">voorgeschrêen</td><td class="td4">voorgeschreên</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 89</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr48">Blz. 91</a></td><td class="td4">ontuitwischbaar</td><td class="td4">onuitwischbaar</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr49">Blz. 94</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr50">Blz. 94</a></td><td class="td4">geengageerd</td><td class="td4">geëngageerd</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr51">Blz. 95</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr52">Blz. 95</a></td><td class="td4">hebt</td><td class="td4">heb</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr53">Blz. 96</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">De</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr54">Blz. 102</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr55">Blz. 102</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr56">Blz. 103</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr57">Blz. 106</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr58">Blz. 113</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">we</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr59">Blz. 113</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr60">Blz. 118</a></td><td class="td4">Wilmems</td><td class="td4">Willems</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr61">Blz. 122</a></td><td class="td4">sub-commissien</td><td class="td4">sub-commissiën</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr62">Blz. 122</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4"></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr63">Blz. 124</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr64">Blz. 124</a></td><td class="td4">feesttoitlet</td><td class="td4">feesttoilet</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr65">Blz. 124</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr66">Blz. 125</a></td><td class="td4">wachtten</td><td class="td4">wachten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr67">Blz. 127</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr68">Blz. 127</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">?</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr69">Blz. 128</a></td><td class="td4">alsyl</td><td class="td4">asyl</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr70">Blz. 134</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr71">Blz. 134</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr72">Blz. 136</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr73">Blz. 136</a></td><td class="td4">;</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr74">Blz. 137</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4"></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr75">Blz. 140</a></td><td class="td4">Meireigen</td><td class="td4">Meiregen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr76">Blz. 142</a></td><td class="td4">gekleedde</td><td class="td4">gekleede</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr77">Blz. 144</a></td><td class="td4">liefdertafel</td><td class="td4">liedertafel</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr78">Blz. 144</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4"><sup>e</sup></td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Geschiedenis van het tijdperk van
+25-jarigen vrede, by Pieter Jacob Andriessen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GESCHIENDENIS
+VAN HE TIJDPERK VAN VIJFENTWINTIGJARIGEN VREDE ***
+
+***** This file should be named 33822-h.htm or 33822-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/8/2/33822/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net for Project Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/33822-h/images/ill_fp-th.jpg b/33822-h/images/ill_fp-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..afc4db7
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_fp-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_fp.jpg b/33822-h/images/ill_fp.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ac0b242
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_fp.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_p012a-th.jpg b/33822-h/images/ill_p012a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..75fbbaf
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_p012a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_p012a.jpg b/33822-h/images/ill_p012a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0425048
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_p012a.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_p066a-th.jpg b/33822-h/images/ill_p066a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f368a83
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_p066a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_p066a.jpg b/33822-h/images/ill_p066a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5bf4e0f
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_p066a.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_p080a-th.jpg b/33822-h/images/ill_p080a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2721708
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_p080a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_p080a.jpg b/33822-h/images/ill_p080a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a6c46c7
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_p080a.jpg
Binary files differ
diff --git a/33822-h/images/ill_tp.jpg b/33822-h/images/ill_tp.jpg
new file mode 100644
index 0000000..391cb84
--- /dev/null
+++ b/33822-h/images/ill_tp.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..a51f203
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #33822 (https://www.gutenberg.org/ebooks/33822)