diff options
Diffstat (limited to 'old/33075.txt')
| -rw-r--r-- | old/33075.txt | 9508 |
1 files changed, 9508 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/33075.txt b/old/33075.txt new file mode 100644 index 0000000..19360d5 --- /dev/null +++ b/old/33075.txt @@ -0,0 +1,9508 @@ +The Project Gutenberg EBook of Het Stoomhuis, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het Stoomhuis + De IJzeren Reus + +Author: Jules Verne + +Release Date: July 4, 2010 [EBook #33075] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET STOOMHUIS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + Wonderreizen. + + + Jules Verne. + + + Het Stoomhuis. + + De IJzeren Reus. + + + + Rotterdam.--Jacs. G. Robbers. + + + + + + + Gedrukt bij G.J. Thieme te Arnhem. + + + + + + +I. + +EEN VOGELVRIJVERKLAARDE. + + +"Eene belooning van duizend gulden aan hem, die dood of levend een +der oude hoofden van den opstand der Sipayers uitlevert, gezien in +het presidentschap van Bombay, den nabob [1] Dandou-Pant, meer bekend +onder den naam van...." + +Dit was de bekendmaking, die de inwoners van Aurungabad konden lezen +in den avond van den 6n Maart 1867. + +De laatste naam,--door sommigen verfoeid en voor altijd vervloekt, +door anderen in het geheim bewonderd,--ontbrak aan de afkondiging, +die voor korten tijd was aangeplakt op den muur van een bouwvalligen +bungalow, aan den oever der Doudhma. + +Die naam ontbrak, omdat de onderste hoek van het aanplakbiljet, +waar hij in groote letters gedrukt stond, was afgescheurd door de +hand van een fakir (Mohamedaanschen bedelmonnik), die dit op den +toen verlaten oever onopgemerkt had kunnen doen. Tegelijk met dien +naam was ook de naam verdwenen van den gouverneur-generaal van het +presidentschap van Bombay, die met den onderkoning van Indie de +afkondiging onderteekend had. + +Wat zou den fakir toch tot deze handeling bewogen hebben? Hoopte +hij door het verscheuren van deze bekendmaking, dat de opstandeling +van 1857 aan de algemeene vervolging en bestraffing van zijn persoon +zou ontsnappen? Kon hij werkelijk gelooven, dat zulk een vreeselijke +beroemdheid met de verscheurde stukjes van dat papier in het niet +zou verdwijnen? + +Dat ware dwaasheid geweest, want andere aanplakbiljetten in menigte +verspreid, prijkten overal op de muren der huizen, der paleizen, der +moskeeen, der hotels van Aurungabad. Daarenboven liep een omroeper +door de straten der stad en las met luider stemme het besluit van +het gouvernement. De bewoners der geringste gehuchten in de provincie +wisten reeds, dat een gansch fortuin was toegezegd aan hem, die dien +Dandou-Pant in handen van het gerecht zou stellen. Zijn naam was +nutteloos vernietigd en zou, voordat er twaalf uren verloopen waren, +de rondte van het geheele presidentschap gemaakt hebben. Indien de +inlichtingen juist waren, indien de nabob werkelijk een schuilplaats +in dit gedeelte van Hindostan gezocht had, leed het geen twijfel of +hij zou weldra in de handen vallen van hen, die er groot belang bij +hadden hem te vangen. + +Welk gevoel had dien fakir dan toch wel bezield bij het verscheuren +van een aanplakbiljet, waarvan reeds verscheidene duizenden exemplaren +getrokken waren? + +Een gevoel van toorn zeker,--misschien ook had hij toegegeven aan +een opwelling van minachting. Hoe het zij, na de schouders te hebben +opgehaald, drong hij door tot het volkrijkste, maar armoedigst bewoonde +kwartier der stad. + +Men noemt Dekan het uitgestrekte gedeelte van het Indische +schiereiland, dat begrepen is tusschen de westelijke Ghatta (passen +of gassen, straten) en de Ghatta van de golf van Bengalen. Dit is +de naam, die gewoonlijk aan het zuidelijk gedeelte van Indie, aan de +andere zijde van den Ganges, gegeven wordt. Dit Dekan, waarvan de naam +in het Sanskriet "Zuid" beteekent, telt in de presidentschappen van +Bombay en Madras, een zeker aantal provincies. Een van de voornaamste +is de provincie van Aurungabad, welker hoofdstad eertijds die van +geheel Dekan was. + +In de XVIIe eeuw bracht de beroemde Mongoolsche keizer Aureng-Zeb zijn +hof in die stad over, welke in de vroegste tijden van de geschiedenis +van Hindostan onder den naam van Kirkhi bekend was. Zij had toen +eene bevolking van honderd duizend inwoners. Tegenwoordig bezit +zij er slechts eene van vijftig duizend, onder de heerschappij +der Engelschen, die haar besturen uit naam van den Nizam (een +vorstentitel) van Hyderabad. Toch is het een der gezondste steden +van het schiereiland, tot nog toe gespaard door de zoozeer gevreesde +Aziatische cholera en die zelfs nooit bezocht was geweest door de in +Indie zoo geduchte koortsen. + +Aurungabad heeft prachtige overblijfselen van haar vroegeren luister +overgehouden. Het paleis van den grooten Mogol, aan den rechteroever +van de Doudhma, het praalgraf van de begunstigde sultane van Shah +Jahan, vader van Aureng-Zeb, de moskee, gebouwd volgens den sierlijken +Tadje d'Agra, die zijn vier minarets rondom een bevallig geronden +koepel ten hemel richt, nog andere monumenten, kunstig gebouwd, rijk +versierd, getuigen van de macht en de grootheid van den beroemdsten +overwinnaar van Hindostan, die dit koninkrijk, waarbij hij Kaboel en +Assam voegde, tot een ongekenden trap van grootheid bracht. + +Alhoewel de bevolking van Aurungabad, zooals wij reeds zeiden, sterk +verminderd was, kon toch een man te midden van de zoo verschillende +typen, waaruit zij was samengesteld, zich nog gemakkelijk verborgen +houden. De fakir, hij mocht dan waar of valsch zijn, onderscheidde +zich in niets van die volksmassa. Het krioelt van zijne gelijken in +Indie. Zij maken met de "Sayeds" (muzelmannen uit het geslacht van +den profeet) een lichaam uit van de godsdienstige bedelaars, die te +voet of te paard een aalmoes vragen en deze weten te eischen, als men +haar niet goedschiks geeft. Zij versmaden ook de rol van vrijwillige +martelaars niet en genieten in de lagere rangen van het Hindoesche +volk een groot vertrouwen. + +De fakir, van wien hier sprake is, was een rijzig man van vijf +Engelsche voeten negen duim. Indien hij ouder dan veertig was, bedroeg +dit op zijn hoogst een paar jaar. Zijn gelaat herinnerde aan de schoone +Mahratten-type, vooral door den glans zijner zwarte, levendige oogen; +maar moeielijk zou men anders op dat door de kinderpokken vreeselijk +geschonden gelaat de fijne trekken van zijn ras herkend hebben. De +man was overigens in de kracht van zijn leven en vlug en sterk. Als +kenmerkend teeken ontbrak hem een vinger aan de linkerhand. De haren +rood geverfd, ging hij half naakt, barrevoets, een tulband op het +hoofd, nauwlijks bedekt met een versleten, gestreept wollen hemd, +om het middel toegehaald. Op zijn borst waren in levendige kleuren de +zinnebeelden te zien van de twee behoudende en verwoestende beginselen +der Hindoesche godenleer, de leeuwenkop van de vierde incarnatie +(vleesch-mensch-wording) van Vishnoe, de drie oogen en de symbolische +drietand van den woesten Civa. + +Evenwel heerschte er in de straten van Aurungabad een licht te +begrijpen drukte, meer bijzonder in die waarin de cosmopolitische +bevolking der geringe wijken zich samendrong. Daar krioelde het +buiten de armzalige stulpen, die haar tot woning strekten. Mannen, +vrouwen, kinderen, grijsaards, Europeanen of inboorlingen, soldaten der +koninklijke of inlandsche regimenten, allerlei soorten van bedelaars, +boeren uit den omtrek, ontmoetten elkander, praatten, gesticuleerden, +behandelden de afkondiging en berekenden de kansen om de enorme som, +door het gouvernement uitgeloofd, te winnen. De opgewondenheid der +gemoederen zou niet grooter hebben kunnen zijn bij het rad eener +loterij, waarvan de grootste prijs duizend gulden zou bedragen +hebben. Men kan er zelfs nog bijvoegen, dat er ditmaal niemand was, +die niet een goed briefje kon nemen: dit briefje namelijk was het +hoofd van Dandou-Pant. Het is waar, dat men al zeer gelukkig moest +zijn om den nabob te ontmoeten en daarenboven stoutmoedig genoeg om +zich van hem meester te maken. + +De fakir,--blijkbaar de eenige, die niet door de hoop bezield werd de +uitgeloofde belooning te winnen,--bewoog zich te midden der groepen, +bleef tusschenbeiden eens staan om te hooren wat men zeide, als iemand, +die er misschien zijn voordeel mede kon doen. Maar hij mengde zich +niet in de gesprekken, die gevoerd werden en, mocht zijn mond al stom +blijven, zijn oogen en ooren liet hij niet ongebruikt. + +"Duizend gulden om den nabob op te sporen!" riep er een uit, zijne +kromme vingers ten hemel heffende. + +"Niet om hem op te sporen," antwoordde een ander, "maar om hem te +vatten, dat een groot verschil maakt!" + +"Dat zal waar zijn, want 't is geen man om zich maar zoo weerloos te +laten gevangen nemen." + +"Maar vertelde men onlangs niet, dat hij in de jungles van Nepaul +aan de koorts gestorven was?" + +"Daar is niets van waar! De slimme Dandou-Pant heeft zich voor dood +laten doorgaan, om met meer zekerheid in 't leven te kunnen blijven!" + +"Er had zelfs een gerucht geloopen, dat hij te midden van zijn kamp +aan de grenzen begraven was!" + +"Valsche lijkdienst om iedereen om den tuin te leiden!" + +De fakir had geen spier van zijn gelaat vertrokken, toen hij dit +laatste feit hoorde bevestigen op een wijze, die geen den minsten +twijfel overliet. Doch wel rimpelde zich onwillekeurig zijn voorhoofd, +toen hij een van de luidruchtigste Hindoes van de groep, waarbij +hij zich gevoegd had, de volgende bijzonderheden hoorde vermelden, +bijzonderheden, die al te juist waren om niet waar te zijn. + +"Dat is zeker," zeide de Hindoe, "dat in 1859 de nabob met zijn broeder +Balao Rao en den ex-rajah van Gonda, Debi-Bux-Singh de wijk genomen +had in een kamp, aan den voet van een der bergen van Nepaul. Toen de +Engelsche troepen hen aldaar te dicht op de hielen zaten, besloten ze +alle drie de Indisch-Chineesche grens te passeeren. Doch, alvorens +deze over te gaan, hebben de nabob en zijn twee metgezellen, om het +gerucht van hun dood des te beter ingang te doen verschaffen, hunne +eigen begrafenis bezorgd; maar 't eenige wat men van hen begraven +heeft, is een vinger van de linkerhand geweest, die ze zich op het +oogenblik der plechtigheid hebben afgehouwen." + +"En hoe weet je dat?" vroeg een der toehoorders dien Hindoe, die met +zooveel zekerheid sprak. + +"'k Was tegenwoordig bij de begrafenisplechtigheid," antwoordde de +Hindoe. "De soldaten van Dandou-Pant hadden me gevangen genomen en +eerst zes maanden later heb ik kunnen ontvluchten." + +Terwijl de Hindoe dit met allen schijn van waarheid vertelde, +verloor de fakir hem geen oogenblik uit het gezicht. Zijn oogen +schitterden. Hij had zijn verminkte hand voorzichtig onder de wollen +lap verborgen, die hem de borst bedekte. Hij hoorde toe zonder een +woord te zeggen, maar zijn lippen trilden en lieten zijne scherpe +tanden bloot. + +"Dus ken je den nabob?" vroeg men den ouden gevangene van Dandou-Pant. + +"Ja," antwoordde de Hindoe. + +"En zou je 'm dadelijk herkennen, als het toeval je eens met hem +samenbracht?" + +"Zoo zeker als ik me zelven zou herkennen!" + +"Dan heb je wel eenige kans om den prijs van duizend gulden te +winnen!" antwoordde een der omstanders, niet zonder een gevoel van +kwalijk verborgen spijt. + +"Misschien...." hernam de Hindoe, "als het althans waar is, dat de +nabob de onvoorzichtigheid gehad heeft zich tot in het presidentschap +van Bombay te wagen, 't geen me zeer onwaarschijnlijk voorkomt!" + +"Wat zou hij er ook doen!" + +"Zeker een nieuwen opstand trachten te bewerken," zei een van de +personen uit de groep, "zooal niet onder de Sipayers, dan toch onder +de bevolking van de middenstaten." + +"Omdat het gouvernement verzekert, dat zijn tegenwoordigheid in de +provincie gesignaleerd is," hernam een der sprekers, tot die klasse +van menschen behoorende, die meenen dat de overheid zich nooit kan +vergissen, "moet het gouvernement in dit opzicht goed ingelicht zijn!" + +"Welnu!" antwoordde de Hindoe. "Brahma (Brahmanen zijn de halfvergode +priesters en wetgevers bij de Indiers) geve dat Dandou-Pant mijn weg +kruise, en mijn fortuin is gemaakt!" + +De fakir trad eenige schreden terug, maar hij verloor den ex-gevangene +van den nabob niet uit het oog. + +Het was nu volkomen duister geworden, en toch verminderde de woeligheid +in de straten van Aurungabad niet. Nog drukker deden de praatjes over +den nabob de rondte. Hier zeide men, dat hij in de stad zelve gezien +was, daar, dat hij reeds ver weg was. Men verzekerde ook, dat een +renbode uit het noorden der provincie, den gouverneur de tijding van +de inhechtenisneming van Dandou-Pant was komen berichten. Ten negen +ure 's avonds hielden de best ingelichten vol, dat hij reeds in de +gevangenis zat in gezelschap van eenige Thugs, die er reeds langer +dan dertig jaren wegkwijnden, en dat hij den volgenden dag, met het +opgaan der zon zou gehangen worden, met niet meer formaliteiten dan +dit met Tantia-Topi, zijn beruchten medeopstandeling geschied was, +op het plein van Sipri. Doch, te tien uur, een andere tijding, geheel +in strijd met de eerste. Het gerucht verspreidde zich namelijk, dat +de gevangene bijna dadelijk had kunnen ontsnappen, hetgeen de hoop +verlevendigde van allen, wien de premie van duizend gulden toelachte. + +Werkelijk waren al die verschillende geruchten slechts praatjes. De +best ingelichten wisten er niets meer van dan zij, die niet zoo goed +of slecht op de hoogte waren. Het hoofd van den nabob was nog altijd +den uitgeloofden prijs waard, het was nog altijd een benijdenswaardige +buit. + +Intusschen was de Hindoe, door het feit dat hij Dandou-Pant persoonlijk +kende, beter dan iemand anders in staat de uitgeloofde belooning te +winnen. Weinigen slechts, vooral in het presidentschap van Bombay, +waren in de gelegenheid geweest het woeste opperhoofd van den grooten +opstand te ontmoeten. Meer noordelijk en meer in het midden, in +Scindia Bundelkund, in Oude, in de omstreken van Agra, van Delhi, +van Cawnpore, van Lucknow, op het voornaamste tooneel der op zijn +bevel bedreven wreedheden, zou de geheele bevolking zich tegen hem +verzet en hem aan de Engelsche rechtspleging overgeleverd hebben. De +bloedverwanten zijner slachtoffers, echtgenooten, broeders, kinderen, +vrouwen, beweenden nog steeds hen, die de nabob bij honderden had doen +ombrengen. Een tijdvak van tien jaren was niet voldoende geweest om +de rechtmatigste gevoelens van wraak en haat uit te dooven. Het was +dan ook niet mogelijk, dat Dandou-Pant onvoorzichtig genoeg geweest +was zich juist in die provincie te wagen waar zijn naam door iedereen +verfoeid werd. Indien hij dus, zooals men zeide, de Indisch-Chineesche +grens weder was overschreden, indien een of andere onbekende drijfveer, +zooals plannen van oproer of andere, hem bewogen hadden de veilige +schuilplaats te verlaten, waarvan het geheim door de Engelsch-Indische +politie nog niet ontdekt was, dan waren het alleen de provincies van +Dekan, die hem een soort van veiligheid konden verschaffen. + +Men ziet evenwel, dat de gouverneur de lucht van zijn verschijning +in het presidentschap verkregen en dadelijk een prijs op zijn hoofd +gesteld had. + +Nu moeten wij echter doen opmerken, dat de leden der hoogere klassen, +overheidspersonen, officieren, ambtenaars, de inlichtingen, door +den gouverneur ingewonnen, wel eenigszins betwijfelden. Reeds zoo +dikwijls was het gerucht verspreid geworden, dat de moeielijk te vatten +Dandou-Pant gezien en zelfs gevangen was! Zoovele valsche tijdingen +hadden ten zijnen opzichte de rondte gedaan, dat er een soort van +legende in omloop was over de gave van alomtegenwoordigheid van den +nabob en over zijn behendigheid om de bekwaamste agenten van politie +om den tuin te leiden; maar onder het volk twijfelde men niet. + +Onder de minst ongeloovigen bevond zich natuurlijk de oud-gevangene van +den nabob. Die arme duivel van een Hindoe, uitgelokt door de belooning +en daarenboven bezield door een behoefte aan persoonlijke wraak, dacht +nergens aan dan om de campagne te beginnen en beschouwde zijn succes +bijna als verzekerd. Zijn plan was zeer eenvoudig. Den volgenden +dag reeds, stelde hij zich voor den gouverneur zijne diensten aan +te bieden; daarna, na nauwkeurig vernomen te hebben waarop de in de +afkondiging vermelde inlichtingen berustten, was hij van plan zich +naar de plaats zelve te begeven waar de nabob gezien was. + +Tegen elf uren 's avonds, na zooveel verschillende praatjes gehoord +te hebben, die weliswaar zijn denkvermogen in de war brachten, maar +hem in zijn voornemen versterkten, dacht de Hindoe er eindelijk aan +eenige rust te nemen. Hij had geen andere woning dan een schuit aan +een der oevers van de Doudhma vastgelegd en hij richtte zich naar +dien kant, droomende, met de oogen half gesloten. + +Zonder dat hij er iets van merkte, had de fakir hem niet verlaten; +hij zette hem na zonder zijn aandacht te wekken en volgde hem slechts +in de schaduw. + +Aan het einde van de volkrijke buurt van Aurungabad, waren de straten +om dezen tijd minder druk. De voornaamste uitgang dezer buurt eindigde +in eenige ledige terreinen, waarvan de eene zijde gevormd werd door +een der oevers van de Doudhma. Het was een soort van woestijn, aan het +uiteinde der stad. Zij werd slechts bezocht door eenige achterblijvers, +die haar haastig doorliepen om zich naar de meer bezochte wijken te +begeven. Weldra liet zich het geluid der laatste voetstappen hooren, +maar de Hindoe merkte niet op, dat hij niet de eenige was, die langs +den oever der rivier liep. + +De fakir volgde hem altijd en koos de donkere plekken van het terrein, +hetzij onder bescherming der boomen, hetzij dicht langs de sombere +muren der hier en daar verspreide in puin gevallen woningen. + +De voorzorg was niet overbodig. De maan was zooeven opgekomen en +verspreidde een onzeker licht. De Hindoe zou dus hebben kunnen zien, +dat hij bespied en zelfs dicht achtervolgd werd. De schreden van den +fakir te hooren, ware onmogelijk geweest. Deze gleed op zijn bloote +voeten voort eerder dan hij liep. Niet het geringste geluid verried +zijn tegenwoordigheid aan den oever van de Doudhma. + +Vijf minuten waren op deze wijze verloopen. De Hindoe bereikte als +werktuiglijk de armzalige schuit, waarin hij gewoon was den nacht +door te brengen. De richting, die hij volgde, was voor geen andere +uitlegging vatbaar. Hij liep als iemand, die gewoon was elken avond +deze verlaten plaats te bezoeken; hij was geheel verdiept in de +gedachte van den stap, dien hij den volgenden dag bij den gouverneur +ging doen. De hoop zich op den nabob te wreken, die zijne gevangenen +nooit bijzonder zacht behandeld had, gevoegd bij de hevige begeerte +den uitgeloofden prijs te winnen, maakte hem blind en doof. + +Hij had dan ook niet het minste bewustzijn van het gevaar, dat hij +door zijn onvoorzichtig gebabbel liep. + +Hij zag niet, dat de fakir hem langzamerhand naderde. + +Maar plotseling sprong als een tijger een man op hem toe, met iets +bliksemends in de hand. Het was het maanlicht, dat het lemmer van +een maleischen dolk bescheen. + +De Hindoe viel, in de borst getroffen, met een doffen slag op den +grond. + +Evenwel was de ongelukkige, hoewel de stoot met een zekeren arm was +toegebracht, niet dood. Eenige half uitgesproken woorden ontsnapten +met een golf bloeds zijne lippen. + +De moordenaar bukte zich naar den grond, pakte zijn slachtoffer aan, +lichtte het in de hoogte, en, zijn eigen gelaat door het volle licht +der maan latende beschijnen, zeide hij: + +"Herkent ge me?" + +"Hij!" prevelde de Hindoe. + +En de vreeselijke naam van den fakir zou zijn laatste woord zijn, +toen hij plotseling stikte en den laatsten adem uitblies. + +Een oogenblik later verdween het lijk van den Hindoe in den stroom +der Doudhma, die het nooit zou teruggeven. + +De fakir wachtte totdat de rimpels aan de oppervlakte des waters +verdwenen waren. Daarna trad hij terug, ging de ledige terreinen weder +over, vervolgens door de wijken waar de stilte begon en richtte zich +met snelle schreden naar een van de poorten der stad. + +Doch juist op het oogenblik dat hij daar aankwam, had men de poort +gesloten. Eenige soldaten van het koninklijke leger bezetten de wacht, +die den toegang verdedigde. De fakir kon Aurungabad niet meer verlaten, +zooals hij van plan geweest was. + +"Ik moet er toch uit en dezen nacht nog.... of ik zou er nooit meer +uit komen!" mompelde hij. + +Hij keerde dus op zijne schreden terug, liep den muur van binnen langs +en beklom twee honderd passen verder het talud, ten einde boven op +de borstwering te komen. + +Deze borstwering verhief zich een vijftig voet boven het niveau van +de gracht, die tusschen de escarp en contrescarp gegraven was. Het +was een loodrechte muur, zonder eenig uitsteeksel om tot steunpunt +voor den voet te dienen. Ook was het ten eenemale onmogelijk, dat +iemand zich langs de bekleeding kon laten afglijden. Met een touw +was de nederdaling ongetwijfeld te beproeven geweest, maar de gordel +om de lendenen van den fakir was nauwlijks eenige voeten lang en dus +niet voldoende om hem aan den voet van het talud te brengen. + +De fakir bleef een oogenblik staan, sloeg een blik in het rond en +dacht na over hetgeen hem nu te doen stond. + +Boven de borstwering stak een donker koepeldak van gebladerte uit, +gevormd door het loof der groote boomen, die Aurungabad als in een +groene lijst omvatten. Van dit koepeldak bogen lange buigzame en +sterke takken naar buiten uit, waarvan men misschien gebruik zou kunnen +maken om, niet zonder groot gevaar, den bodem der gracht te bereiken. + +Nauwlijks was dit denkbeeld bij den fakir opgekomen of hij aarzelde +niet. Hij begaf zich onder een dezer koepeldaken en kwam weldra buiten +den muur weder te voorschijn, aan het uiteinde van een langen tak +hangende, die allengs onder zijn gewicht boog. + +Zoodra de tak genoeg gebogen was om den bovensten zoom van den muur +even aan te raken, liet de fakir zich langzaam zakken, alsof hij een +touw met knoopen tusschen de handen had. Hij kon op die wijze tot de +halve hoogte van de inwendige escarp afdalen, doch hij bevond zich +nog op een hoogte van dertig voet boven den grond, dien hij moest +bereiken om te kunnen ontvluchten. + +Hij hing dus te slingeren tusschen hemel en aarde en zocht met den voet +een of andere ongelijkheid, die hem tot steunpunt kon verstrekken..... + +Eensklaps schitterde geweervuur in de duisternis en deden zich +losbarstingen hooren. De soldaten der wacht hadden den vluchteling +opgemerkt en op hem gevuurd, doch zonder hem te raken. Toch trof een +kogel den tak waaraan hij hing, twee duim boven zijn hoofd. + +Twintig seconden later brak de tak en viel de fakir in de droge +gracht.... Een ander ware dood geweest, maar hem deerde niets. + +Op te staan, te midden van een kogelregen, waarvan geen een hem trof, +tegen het talud van de escarp op te klauteren en in de duisternis +weg te sluipen, was voor den vluchteling slechts spel. + +Twee mijlen verder passeerde hij ongezien het kantonnement der +Engelsche troepen, die buiten Aurungabad gelegerd waren. + +Een paar honderd schreden verder bleef hij staan, keerde zich om, +stak zijn verminkte hand naar de stad uit en uitte deze woorden: + +"Wee hen, die nog in de handen zullen vallen van Dandou-Pant! Gij +Engelschen, uw rekening met Nana Sahib is nog niet vereffend!" + +Nana Sahib! Nogmaals had de nabob dien naam, den geduchtsten onder al +de namen, die in den opstand van 1857 zulk een bloedige vermaardheid +verwierven, den veroveraars van Indie als een laatste uitdaging voor +de voeten geworpen! + + + + + + +II. + +DE KOLONEL MUNRO. + + +"Komaan, mijn waarde Maucler," voerde de ingenieur Banks mij te gemoet, +"je vertelt ons niets van je reis! 't Is alsof je Parijs nog niet +verlaten hebt! Hoe bevalt het je in Indie?" + +"Indie!" antwoordde ik, "wel, om er goed over te oordeelen, zou ik +het althans eerst moeten zien." + +"Die is goed!" hernam de ingenieur, "heb je niet pas het geheele +schiereiland doorkruist, van Bombay naar Calcutta, en als je niet +blind zijt...." + +"'k Ben niet blind, mijn waarde Banks, maar op dien tocht was ik +verblind...." + +"Verblind?...." + +"Ja! verblind door den rook, door den stoom, door het stof, en +vooral door de snelheid van het vervoer. Hoor eens! 'k Wil geen kwaad +van de spoorwegen spreken, omdat het tot je vak hoort ze te maken, +mijn waarde Banks, maar om zich in een wagon te laten opsluiten, met +niets anders tot gezichtsveld dan het raampje van het portier, dag +en nacht door te sporen met een gemiddelde snelheid van tien mijlen +per uur, nu eens over bergen, in gezelschap van arenden of gieren, +dan weder door tunnels, in gezelschap van ratten of muizen, slechts +op te houden aan de stations die allen op elkaar gelijken, van de +steden niets anders te zien dan de muren of de spitsen der minarets, +een tijd achtereen gedoemd te zijn te verkeeren in het onophoudelijk +rumoer van het zuchten der locomotief, van het gefluit der stoomketels, +van het geknars der rails en het dreunen der wielen, is dat reizen!" + +"Goed gesproken!" riep kapitein Hod uit. "Zeg daar eens wat tegen, +als je kunt, Banks! Wat zegt u er van, kolonel?" + +De kolonel tot wien kapitein Hod zich wendde, knikte even met het +hoofd, en vergenoegde zich met te zeggen: + +"'k Zou wel eens willen weten wat Banks er den heer Maucler, onzen +gast, op zou kunnen antwoorden." + +"Dat brengt me volstrekt niet in verlegenheid," antwoordde de ingenieur +en 'k moet zeggen, dat Maucler volkomen gelijk heeft." + +"Als dat dan zoo is," riep kapitein Hod uit, "waarom maak je dan +spoorwegen?" + +"Om u, als u haast hebt, kapitein, instaat te stellen u binnen zestig +uren van Calcutta naar Bombay te begeven." + +"'k Heb nooit haast!" + +"Welnu, volg dan den Great Trunk road," antwoordde de ingenieur. "Volg +hem, Hod, en ga te voet!" + +"Dat denk ik ook stellig te doen!" + +"Wanneer?" + +"Zoodra mijn kolonel er in toestemt een wandelingetje door het +schiereiland met me te maken van een acht of negen honderd mijlen!" + +De kolonel vergenoegde zich met te glimlachen en verviel al weder +spoedig in een van die langdurige droomerijen, waaruit zelfs zijne +beste vrienden, zooals de ingenieur Banks en kapitein Hod zooveel +moeite hadden hem te wekken. + +Ik was nog slechts sedert een maand in Indie, en daar ik met den Great +Indian Peninsularspoorweg, die Bombay met Calcutta over Allahabad +verbindt, gekomen was, kende ik tot nog toe niets van het schiereiland. + +Maar het was mijn voornemen eerst het noordelijk gedeelte te +doorreizen, aan de andere zijde van den Ganges de groote steden te +bezoeken, de voornaamste gedenkteekenen te bestudeeren en aan dezen +tocht al den tijd te wijden, die noodig was om alles goed te zien en +te onderzoeken. + +Ik had te Parijs den ingenieur Banks leeren kennen. Sedert eenige +jaren reeds hadden wij vriendschap gesloten en een meer innige +vertrouwelijkheid had dezen vriendschapsband slechts versterkt. Ik +had beloofd hem te Calcutta te bezoeken, zoodra de voltooiing van +het gedeelte Scindia Pendjab en Delhi, waarmede hij belast was, hem +den tijd zou geven. Nu waren die werkzaamheden werkelijk voltooid +en Banks had daardoor recht op een rust van verscheidene maanden, +zoodat ik hem was komen vragen te rusten door zich te vermoeien met +Indie te doorkruisen. Het spreekt van zelf, dat hij mijn voorstel +met geestdrift had aangenomen. We zouden dan ook binnen eenige weken +vertrekken, zoodra het seizoen gunstig zou geworden zijn. + +Bij mijn komst te Calcutta, in Maart 1867, had Banks mij in kennis +gebracht met een zijner goede kameraden, den kapitein Hod; daarna had +hij mij voorgesteld aan zijn vriend, den kolonel Munro, bij wien we +den avond doorbrachten. + +De kolonel, toen zeven en veertig jaar oud, bewoonde een alleenstaand +huis in de Europeesche wijk, en bijgevolg buiten de drukte en +beweging, welke die handelsstad, de hoofdstad van Indie, met hare +uitsluitend zwarte bevolking, kenmerkt. Deze wijk is somwijlen +de "Stad der paleizen" genoemd en inderdaad is er geen gebrek aan +paleizen, indien men althans die benaming mag toepassen op woningen, +die van paleizen niets anders hebben dan de open arcadengalerijen, +de zuilen en de terrassen. Calcutta is de verzamelplaats van al de +bouworden, die de Engelsche smaak in de steden der oude en nieuwe +wereld gewoonlijk in praktijk brengt. + +Wat de woning van den kolonel betreft, deze was de "bungalow" in al +zijn eenvoudigheid, een gebouw, opgericht op een grondmuur van steen, +met een verdieping gelijkvloers, bedekt door een dak, dat in een +pyramide uitloopt. Een veranda, gedragen door lichte kolommetjes, omgaf +het geheele gebouw. Aan de zijden vormden de keukens, de koetshuizen, +het verblijf der dienstboden, twee vleugels. Het geheel was bevat in +een tuin met schoone boomen beplant en omringd door lage muren. + +Het huis van den kolonel was dat van een zeer gegoed man. Zijn +dienstbodenpersoneel was talrijk, zooals de bediening +in de Indisch-Engelsche families het medebrengt. Meubelen, +levensbenoodigdheden, huiselijke beschikkingen, alles was goed en +deftig ingericht. Men gevoelde, dat de hand eener verstandige vrouw +daar geordend en ook voor de toekomst gezorgd had, maar men gevoelde +ook, dat die vrouw er niet meer was. + +Het bestuur over zijne dienstboden, de algemeene leiding van zijn huis, +had de kolonel geheel overgegeven aan een zijner krijgskameraden, +een Schot, den sergeant Mac Neil, met wien hij al de veldtochten +van Indie had medegemaakt, een van die edelaardige karakters, +die hun leven veil hebben voor hem, dien ze hun vriend noemen. Het +was een man van vijf en veertig jaar, krachtig, groot, met langen, +vollen baard, als de Bergschotten. In zijn voorkomen, zijn gelaat, +zoowel als door zijn costuum op de overlevering gegrond, was hij met +hart en ziel hooglander gebleven, alhoewel hij tegelijk met kolonel +Munro den militairen dienst verlaten had. Beiden hadden in 1860 hun +ontslag genomen. Doch inplaats naar hunne bergen, te midden hunner +voorvaderlijke klans terug te keeren, waren zij in Indie gebleven +en woonden zij te Calcutta, in een soort van afzondering, waarvoor +redenen bestonden. + +Voor dat Banks mij aan kolonel Munro voorstelde, gaf hij mij onder +vier oogen de volgende aanbeveling: + +"Spreek niet over den opstand der Sipayers, en noem vooral nooit den +naam van Nana Sahib!" + +Kolonel Edward Munro behoorde tot een oude Schotsche familie, wier +voorvaderen in de geschiedenis van het Vereenigd Koninkrijk een +schitterende rol gespeeld hadden. Hij telde onder zijne voorvaderen +Sir Hector Munro, die in 1760 het leger van Bengalen aanvoerde en die +juist een oproer moest dempen, dat de Sipayers een eeuw later zouden +herhalen. Majoor Munro onderdrukte den opstand met meedoogenlooze +gestrengheid,--en aarzelde niet dienzelfden dag acht en twintig +opstandelingen voor den mond der kanonnen te laten binden,--een +vreeselijke strafoefening, die gedurende den opstand van 1857 telkens +herhaald werd en waarvan die voorvader van den kolonel misschien de +wreede uitvinder was. + +Ten tijde dat de Sipayers opstonden, kommandeerde kolonel Munro het 93e +regiment Schotsche infanterie. Hij maakte bijna den geheelen veldtocht +mede, onder de bevelen van Sir James Outram, een der helden van dien +oorlog, hij die den naam verwierf van "Bayard van het Indische leger", +zooals Sir Charles Napier het bij proclamatie bekend maakte. Met +hem was kolonel Munro dan ook te Cawnpore; hij maakte den tweeden +veldtocht mede onder Colin Campbell; ook was hij bij het beleg van +Lucknow en verliet dezen beroemden soldaat niet eer dan toen Outram +tot lid van den raad van Indie te Calcutta benoemd was. + +In 1858 was kolonel sir Edward Munro ridder-kommandant van de Ster van +Indie, "the Star of India" (K. C. S. I.). Hij werd tot baronet verheven +en zijn echtgenoote zou den titel van lady Munro [2] verkregen hebben, +indien de ongelukkige den 27n Juni, 1857 niet omgekomen was in den +vreeselijken moord van Cawnpore, een moord op bevel en onder de oogen +van Nana Sahib volbracht. + +Lady Munro.--de vrienden van den kolonel noemden haar nooit +anders,--werd door haren man aangebeden. Zij was nauwelijks zeven +en twintig jaar oud, toen zij met de tweehonderd slachtoffers dier +afschuwelijke slachterij verdween. Mistress Orr en miss Jackson, +wonderdadig gered na de inneming van Lucknow, hadden hun man en +hun vader overleefd. Wat Lady Munro betreft, zij kon haren man niet +teruggegeven worden. Het was onmogelijk geweest hare overblijfselen, +onder die van zoovele slachtoffers in den put van Cawnpore, weder te +vinden en ze een christelijke begrafenis te bezorgen. + +Sir Edward Munro was wanhopig en had van dat oogenblik af slechts eene +gedachte, eene enkele slechts, die van Nana Sahib weder te vinden, +dien het Engelsche gouvernement overal deed opsporen en met zijn +wraak een soort van dorst naar recht te stillen, die hem verteerde. Om +vrijer in zijne handelingen te zijn, nam hij zijn ontslag. + +Mac Neil volgde hem op al zijn schreden. Deze twee menschen, door +denzelfden geest bezield, eene zelfde gedachte met zich omdragende, +slechts hetzelfde doel beoogende, trachtten als speurhonden hem op het +spoor te komen, maar zij waren niet gelukkiger dan de Engelsch-Indische +politie. De Nana wist aan alle nasporingen te ontkomen en na drie jaren +van vruchtelooze pogingen, moesten de kolonel en de sergeant hunne +nasporingen voorloopig staken. Daarenboven had zich omstreeks dezen +tijd het gerucht van den dood van Nana Sahib door Indie verspreid en +ditmaal met zulk een schijn van waarheid, dat er geen reden was het +te betwijfelen. + +Sir Edward Munro en Mac Neil keerden naar Calcutta terug, waar zij zich +in dien afgelegen bungalow vestigden. Daar, geen boeken noch dagbladen +lezende, die hem het bloedige tijdperk van den opstand in het geheugen +hadden kunnen terugroepen, nooit zijn woning verlatende, leefde de +kolonel als iemand wiens leven verder doelloos is. Nooit evenwel was +de vrouw, die hij eenmaal zoo liefhad, uit zijne gedachten. Het scheen +zelfs, dat de tijd niet vermocht zijn smart te lenigen. + +Wij moeten hier nog bijvoegen, dat de mare der wederverschijning van +den Nana in het presidentschap van Bombay,--de tijding, die sedert +eenige dagen in omloop was,--niet ter oore van den kolonel gekomen +was. En dat was gelukkig, want hij zou onmiddellijk den bungalow +verlaten hebben. + +Dit had Banks mij medegedeeld, alvorens mij in deze woning voor te +stellen, waar de vreugde voor altijd verbannen was en ziedaar ook +de reden waarom elke zinspeling op den opstand der Sipayers en den +wreedsten hunner aanvoerders, Nana Sahib, moest vermeden worden. + +Slechts twee vrienden,--twee beproefde vrienden,--bezochten ijverig het +huis van den kolonel. Het waren de ingenieur Banks en de kapitein Hod. + +Banks had, zooals ik gezegd heb, juist de werkzaamheden voltooid, +waarmede hij belast was geweest ter vestiging van de "Great Indian +Peninsular" spoorbaan. Hij was een man van vijf en veertig jaren, in +de volle kracht des levens. Hij moest ook een werkzaam deel nemen aan +het leggen van den Madras-spoorweg, die bestemd was om de Arabische +golf in gemeenschap te brengen met de baai van Benguela; maar het was +niet waarschijnlijk, dat de werkzaamheden voor een jaar een aanvang +konden nemen. Hij rustte dus uit te Calcutta, zich bezig houdende +met verschillende onderwerpen van werktuigkunde, want het was een +werkzame en vruchtbare geest, die altijd op nieuwe uitvindingen uit +was. Buiten zijne bezigheden, wijdde hij al zijn tijd aan den kolonel, +met wien hij door een vriendschap van twintig jaren verbonden was. Ook +bracht hij al zijne avonden door onder de veranda van den bungalow, +in gezelschap van sir Edward Munro en van kapitein Hod, die juist +een verlof van tien maanden verkregen had. + +Hod behoorde tot het 1e escadron karabiniers der koninklijke armee +en had den geheelen veldtocht van 1857-58 medegemaakt, eerst met sir +Colin Campbell in Oude en Rohilkhande, daarna met sir Hugh Rose, +in Centraal-Indie,--een veldtocht, die eindigde met de inneming +van Gwalior. + +Kapitein Hod, een leerling uit de harde school van Indie, een +der voortreffelijke leden van de Club van Madras, roodblond van +haren en baard, was niet ouder dan dertig jaren. Ofschoon hij tot +het koninklijke leger behoorde, zou men hem voor een officier der +inlandsche armee gehouden hebben, zoo had hij zich gedurende zijn +verblijf op het schiereiland "geindianiseerd." Al was hij werkelijk +in Hindostan geboren, kon hij niet meer Hindoe geweest zijn. Voor +hem was Indie dan ook het land bij uitnemendheid, het beloofde land, +het eenige land waar een mensch leven kon. Daar inderdaad kon hij +aan al zijne neigingen voldoen. Soldaat van inborst, hernieuwden zich +onophoudelijk de gelegenheden om te strijden. Was hij, de uitmuntende +jager, niet in het land waar de natuur al de wilde dieren der schepping +scheen vereenigd te hebben, en al het behaarde en gevederde wild der +oude en nieuwe wereld? Had hij, de moedige bergbeklimmer, niet de +ontzagverwekkende bergketen van Thibet bij de hand, die de hoogste +toppen van den aardbol telt? Wie belette hem, den stoutmoedigen +reiziger, den voet te zetten op plekken, nog nooit door iemand +betreden, in de ontoegankelijke streken namelijk van het Himalaya +gebergte. Had hij niet, als hartstochtelijke wedrenner, de renbanen +van Indie, die in zijne oogen konden opwegen tegen die van La Marche +of Epsom? Op dit punt, waren Banks en hij het zelfs geheel oneens. De +ingenieur stelde in zijne hoedanigheid van volbloed werktuigkundige +slechts een zeer middelmatig belang in de heldendaden der Gladiators +en Filles-de-l'air. + +En zelfs toen kapitein Hod het hierover met hem had, antwoordde Banks +hem, dat de wedrennen naar zijne meening slechts op eene voorwaarde +werkelijk merkwaardig zouden zijn. + +"En op welke?" vroeg Hod. + +"Dat er bepaald moest worden," antwoordde Banks ernstig, "dat de +jockey, die het laatst aankomt, op staanden voet aan den eindpaal +moet opgehangen worden!" + +"Dat is nog zoo'n kwaad idee niet!...." antwoordde kapitein Hod +eenvoudig. + +En hij zou ongetwijfeld in staat geweest zijn, die kans in eigen +persoon te wagen! + +Zoodanig waren de twee ijverige bezoekers van den bungalow van sir +Edward Munro. De kolonel mocht hen gaarne over alle dingen hooren +redetwisten en zelfs brachten hunne eeuwige woordenwisselingen somtijds +een soort van glimlach op zijn lippen. + +Een wensch hadden de beide kameraden gemeen, den kolonel namelijk over +te halen tot een reis, die hem kon verstrooien. Meermalen reeds hadden +zij hem voorgesteld met hen naar het noorden van het schiereiland +te vertrekken en eenige maanden te gaan doorbrengen in de omstreken +van een van die sanitariums, waar de rijke Engelsch-Indische wereld +gedurende het heete seizoen gaarne een toevlucht zoekt, maar de +kolonel had altijd geweigerd. + +Wat betreft de reis, die Banks en ik wenschten te ondernemen, hadden +wij hem reeds gepolst. Dienzelfden avond kwam de zaak opnieuw op +het tapijt. Men heeft gezien, dat kapitein Hod maar eventjes plan +had gemaakt te voet een grooten tocht in het noorden van Indie te +ondernemen. Mocht Banks niet op paarden gesteld zijn, Hod hield van +geen spoorwegen. Wat de eene niet wilde, wenschte de andere. + +Nu hadden zij er dat op kunnen vinden, dat ieder op zijne wijze, om +beurten, hetzij per rijtuig, hetzij per palankijn reisde,--hetgeen +op de goed aangelegde en goed onderhouden wegen van Hindostan vrij +gemakkelijk is. + +"Spreek me toch niet van je wagens met bultossen bespannen!" riep Banks +uit. "Als wij er niet voor gezorgd hadden, behielp je je nog altijd +met die primitieve voertuigen, die men in Europa voor vijfhonderd +jaren al afgeschaft heeft!" + +"Nu, Banks," antwoordde kapitein Hod, "die zijn licht zoo goed als je +met kussens voorziene waggons en je Cramptons! Die groote, witte ossen, +die steeds in galop blijven en om de twee mijlen aan de poststations +verwisseld worden...." + +"En die een soort van tartanen op vier wielen voortsleepen, waarin +men ruwer heen en weer geschud wordt dan de visschers in hunne booten +op een onstuimige zee!" + +"'k Moet je dat gedeeltelijk toestemmen, Banks," antwoordde kapitein +Hod. "Maar hebben we niet onze rijtuigen met twee, drie en vier +paarden, die in spoed kunnen wedijveren met je "treinen", veel +gelijkende op een lijkstatie! Dan vind ik den eenvoudigen palankijn +nog beter...." + +"Je palankijnen, kapitein Hod, echte doodkisten, zes voet lang, +vier breed, waarin men als een lijk ligt uitgestrekt!" + +"Goed, Banks, maar geen schokken, men kan lezen, schrijven en gerust +slapen, zonder bij elk station wakker te worden! Met een palankijn met +vier of zes Bengaalsche Gamals [3] maakt men nog vier en een halve +mijl [4] per uur en, zooals dat met je geweldige sneltreinen het geval +is, waagt men althans niet om aan te komen, voordat je nog goed en wel +vertrokken zijt.... als men aankomt.." + +"Het best," zei ik daarop, "zou zeker zijn zijn huis met zich mede +te kunnen nemen!" + +"Als een slak!" riep Banks uit. + +"Mijn vriend," antwoordde ik, "een slak, die zijn huisje kan +verlaten en er naar goedvinden weer in kan komen, is misschien niet +zoo bijzonder te beklagen! Met in zijn huis, een beweegbaar huis, +te reizen, zal waarschijnlijk het laatste woord gezegd zijn van den +vooruitgang in het reizen!" + +"Misschien," zei daarop kolonel Munro; "thuis blijvende zich te +verplaatsen, zijn thuis en al de herinneringen daaraan verbonden, mede +te kunnen nemen, zijn horizont af te wisselen, zijn gezichtspunten, +zijn klimaat te wijzigen, zonder zijne dagelijksche gewoonten te +veranderen.... ja.... misschien!" + +"Geen bungalows meer dus voor de reizigers!" antwoordde kapitein Hod, +"waar voor de geriefelijkheden des levens altijd iets te wenschen +zal overblijven en waarin men zonder toestemming van de plaatselijke +overheid niet mag wonen!" + +"Geen ellendige herbergen meer, waarin men naar ziel en lichaam op +alle mogelijke manieren gevild wordt!" deed ik niet zonder eenige +reden opmerken. + +"Het rijtuig der goochelaars dus!" riep kapitein Hod uit, "maar +ingericht naar den tijd waarin we leven. Welk een droom nog! Op +te houden als men wil, te vertrekken naar goedvinden, te stappen +of in galop voort te snellen naar den luim van het oogenblik, +niet alleen zijn slaapkamer met zich te voeren, maar zijn salon, +zijn eetzaal, zijn rookvertrek en vooral zijn keuken en zijn kok, +dat noem ik je vooruitgang, vriend Banks! Dat is honderdmaal beter +dan spoorwegen! Durf me dat eens tegenspreken, gij, ingenieur!" + +"Wel! vriend Hod," antwoordde Banks, "'k zou 't volkomen met je eens +zijn, als...." + +"Als?...." vroeg de kapitein, het hoofd schuddende. + +"Als in de vlucht naar vooruitgang, je niet plotseling onderweg waart +blijven stilstaan." + +"Zou er dan nog iets beters te doen zijn?" + +"Oordeel zelf. Je stelt het rollende huis ver boven den waggon, zelfs +boven het salonrijtuig, zelfs boven den slaapwaggon der spoorwegen. Je +hebt gelijk, kapitein, als men tijd te verliezen heeft, als men voor +zijn pleizier en niet voor zaken reist. 'k Geloof dat we 't allen in +dit opzicht geheel eens zijn?" + +"Allen!" antwoordde ik. + +Kolonel Munro boog het hoofd, bij wijze van goedkeuring. + +"Toegestemd dus," antwoordde Banks. "Goed! 'k Vervolg. Je hebt je +gewend tot een rijtuigmaker, die den raad van een architect heeft +ingewonnen en hij heeft je een rollend huis gemaakt. Het is sterk, goed +ingericht en voldoet aan al de eischen van gemak en weelde. Het is niet +te hoog, waardoor het niet licht kan ombuitelen, het is niet te groot, +zoodat het alle wegen kan begaan; het is vernuftig opgehangen, zoodat +het gemakkelijk en zacht rijdt. Uitstekend! Uitstekend! 'k Veronderstel +dat het vervaardigd is voor onzen vriend den kolonel. Hij ontvangt er +ons gastvrij. We gaan, als je wilt, de noordelijke streken van Indie +bezoeken, weliswaar op de wijze van slakken, maar als slakken, wier +staart niet onafscheidelijk aan hunne schelpen vast zitten. Alles is +gereed. Men heeft niets vergeten.... zelfs niet den kok en de keuken, +die de kapitein zoo lief heeft. De dag van het vertrek is gekomen, +men gaat werkelijk vertrekken! Alles is in order!.... En wie zal het +voorttrekken, uw rollend huis, mijn beste vriend?" + +"Wie?" riep kapitein Hod uit! "wel, muilezels, ezels, paarden, +ossen!..." + +"Bij dozijnen?" zei Banks. + +"Olifanten!" antwoordde kapitein Hod, "olifanten! Dat zou trotsch en +statig zijn! Een huis voortgetrokken door een bespanning olifanten, +goed gedresseerd, met fieren gang, die draven en galoppeeren als de +beste koetspaarden van de wereld!" + +"Dat zou prachtig zijn, kapitein!" + +"Een rajah-trein te velde, ingenieur!" + +"Ja, maar...." + +"Maar.... wat? Is er nog een maar?" riep kapitein Hod uit. + +"Een groote maar!" + +"Die ingenieurs! overal zien ze moeielijkheden in!..." + +"Die ze weten te overwinnen, als ze niet onoverkomelijk zijn," +antwoordde Banks. + +"Welnu, geef dan raad!" + +"Wat is het geval, mijn waarde Munro. Al die trekdieren, die de +kapitein opsomde, dat loopt, dat trekt, dat sleept, maar dat vermoeit +zich ook. Daarenboven zijn ze koppig, weerspannig en hebben vooral veel +voedsel noodig. Zoodra nu de weiden ontbreken en men geen vijfhonderd +bunders weiland op sleeptouw kan nemen, staat de bespanning stil, put +zich uit, valt, sterft van honger, het rollende huis rolt niet meer +en blijft even onbeweeglijk als de bungalow waar we op dit oogenblik +zitten te praten. Er volgt dus uit, dat het genoemde huis dan eerst +praktisch bruikbaar zal zijn als het een stoomhuis zal zijn." + +"Dat op rails zal loopen!" riep de kapitein uit, de schouders +ophalende. + +"Neen, op wegen en getrokken door een tot volkomenheid gebrachte +weglocomotief." + +"Bravo!" juichte de kapitein, "bravo! zoodra je huis geen spoorweg +noodig heeft en zich naar willekeur kan richten, zonder genoodzaakt +te zijn een ijzeren spoor te volgen, ben ik je man." + +"Maar," deed ik Banks opmerken, "als muilezels, ezels, paarden, ossen, +olifanten eten, een machine eet ook, en uit gebrek aan brandstof zal +je ook onderweg blijven staan." + +"Een stoompaard," antwoordde Banks, "staat in kracht gelijk met drie of +vier gewone paarden en dit vermogen kan nog toenemen. Een stoompaard +is niet aan vermoeienis noch aan ziekte onderhevig. Ten allen tijde, +onder alle breedten, in de zon, in den regen, in de sneeuw, altijd +gaat het voort, zonder ooit uitgeput te raken. Het behoeft zelfs +de aanvallen der wilde beesten niet te vreezen, noch den beet der +slangen, noch den steek der horzels en andere geduchte insecten. Het +heeft noch den prikstok der ossendrijvers, noch de zweep der geleiders +noodig. Rust is overbodig en slaap kan het missen. Het stoompaard, +door de hand van den mensch vervaardigd, is, met het oog op zijne +bestemming en bij de onmogelijkheid dat het eenmaal tot voedsel zal +verstrekken, te verkiezen boven al de trekdieren, die de Voorzienigheid +ter beschikking van den mensch gesteld heeft. Een weinig olie en +vet, een weinig steenkolen of hout, is alles wat het verteert. En, +ge weet het, mijne vrienden, aan bosschen is geen gebrek op het +Indische schiereiland en het hout is er het eigendom van iedereen. + +"Goed gesproken!" riep kapitein Hod uit. "Hoera voor het stoompaard! 'k +Zie reeds in mijne verbeelding het rollende huis van den ingenieur +Banks, in beweging op de groote wegen van Indie, door de wilde +kreupelbosschen zich een weg banende, doordringende onder de boomen +van het woud, zich wagende tot in de holen der leeuwen, der tijgers, +der beeren, der panters, der luipaarden, en wij achter zijne muren +verscholen, een slachting makende onder de wilde dieren om al de +Nimrods, de Andersons, de Gerards, de Pertuisets, de Chassaings +van de wereld van ergernis te doen barsten! Zeg, Banks, 'k moet er +van watertanden en je doet het me bitter betreuren, dat ik niet een +vijftig jaren later geboren ben!" + +"En waarom dat, kapitein?" + +"Omdat je droom over een vijftig jaar zal verwezenlijkt worden en +eerst dan het stoomrijtuig zal gereed zijn." + +"Het is gereed," antwoordde eenvoudig de ingenieur. + +"Gereed! en door u vervaardigd misschien?...." + +"Door mij, en om de waarheid te zeggen vrees ik maar eene zaak, +dat het je verwachting overtreft." + +"Op weg, Banks, op weg!" riep kapitein Hod uit, die zich oprichtte +als door den schok eener electrische ontlading. Hij was gereed om +te vertrekken. + +De ingenieur bracht hem tot bedaren; daarna, op ernstiger toon zich +tot sir Edward Munro wendende, zeide hij: + +"Edward, als ik een rollend huis ter uwer beschikking stel, als ik +over een maand, zoodra het seizoen er geschikt toe is, je kom zeggen: +Daar is je kamer, die zich zal verplaatsen en gaan zal waarheen je +wilt, daar zijn je vrienden, Maucler, kapitein Hod en ik, die niets +liever willen dan je vergezellen op een tocht door het noorden van +Indie, zal je me dan antwoorden: Laten we vertrekken, Banks, laten +we vertrekken, en dat de God der reizigers ons bescherme!" + +"Ja, mijne vrienden," antwoordde kolonel Munro, na een oogenblik +nagedacht te hebben. "Banks, beschik over het noodige geld. Doe, +wat je belooft. Breng ons dat ideale stoomhuis, dat de stoutste +verwachtingen zou overtreffen en we zullen geheel Indie doorkruisen!" + +"Hoera! Hoera! Hoera!" juichte kapitein Hod, "en wee de wilde dieren +op de Nepaulsche grenzen!" + +Op dit oogenblik verscheen sergeant Mac Neil, aangetrokken door de +hoera's van den kapitein, aan de deur der woning. + +"Mac Neil," zei kolonel Munro tot hem, "we vertrekken binnen een +maand naar het noorden van Indie. Je maakt immers de reis mee?" + +"Natuurlijk, kolonel, omdat u gaat!" antwoordde sergeant Mac Neil. + + + + + + +III. + +DE OPSTAND DER SIPAYERS. + + +Eenige weinige woorden zullen voldoende zijn om den toestand van +Indie te doen kennen ten tijde van de voorvallen, die in dit verhaal +voorkomen en meer bijzonder van het geduchte oproer der Sipayers, +waarvan we hier de voornaamste feiten in het geheugen willen +terugbrengen. + +Het was in 1600, onder de regeering van Elisabeth, op den gewijden +grond van Aryavarta, te midden eener bevolking van twee honderd +millioen bewoners, waarvan honderd twaalf millioen den Hindoeschen +godsdienst beleden, dat de zeer achtbare Oost-Indische Compagnie +gesticht werd, bekend onder den echt Engelschen bijnaam van "Old +John Company." + +Het was in het begin een eenvoudige "vereeniging van kooplieden, +die handel op Oost-Indie dreven" en aan welker hoofd de hertog van +Cumberland geplaatst werd. + +Omstreeks dezen tijd was de Portugeesche macht, die groot in Indie +geweest was, reeds aan het afnemen. Ook namen de Engelschen, van dezen +toestand gebruik makende, een eerste proef van politiek en militair +bestuur in het presidentschap van Bengalen, waarvan de hoofdstad, +Calcutta, weldra het middelpunt der nieuwe regeering zou worden. Al +dadelijk kwam het 39e regiment der koninklijke armee, uit Engeland +afgezonden, de provincie bezetten. Van daar de zinspreuk, die het +nog altijd in zijn vaandel draagt: Primus in Indiis. + +Intusschen had zich ongeveer terzelfder tijd, onder bescherming van +Colbert een Fransche Compagnie gevestigd. Zij had hetzelfde doel +als de Compagnie van de Londensche kooplieden. Wat wonder dat uit +die mededinging een strijd van belangen geboren werd. Er volgde een +langdurige met afwisselend geluk gevoerde worsteling uit, die de +namen van Dupleix, Labourdonnais en Lally-Tollendal beroemd maakte. + +Eindelijk moesten de Franschen voor de overmacht bukken en Carnatie, +dat gedeelte van het schiereiland, dat een gedeelte van zijn oostelijke +grens bevat, verlaten. + +Lord Clive, zonder concurrenten voortaan, niets meer van Portugal +noch van Frankrijk te vreezen hebbende, ondernam toen de verovering +van Bengalen, waarvan lord Hastings tot Gouverneur-generaal +benoemd werd. Door een bekwaam en volhardend bestuur kwamen +heilzame hervormingen tot stand. Maar van dien tijd af aan werd +de Oost-Indische Compagnie, eens zoo machtig, rechtstreeks in hare +dierbaarste belangen getroffen. Eenige jaren later, in 1784, bracht +Pitt nogmaals wijzigingen in de oorspronkelijke oorkonde. Haar schepter +moest overgaan in de handen van de raadslieden der Kroon. Het gevolg +van dezen stand van zaken was, dat in 1813 de Compagnie het monopolie +van den Indischen handel en in 1833 het monopolie van den handel met +China ging verliezen. + +Al had nu evenwel Engeland niet meer te strijden tegen de vreemde +maatschappijen op het schiereiland, moest het toch moeielijke oorlogen +voeren, hetzij tegen de oude bezitters van den grond, hetzij tegen +de laatste Aziatische veroveraars van dit rijke grondgebied. + +Onder lord Cornwallis, in 1784, was het de strijd met Tippo Sahib, +gedood den 4n Mei 1799, bij de laatste bestorming van Seringapatam +door generaal Harris. Het was de oorlog met de Mahratten, dat volk +van voornaam ras, zeer machtig in de XVIIIe eeuw, en de oorlog +met de Pindaris, die zich zoo moedig verdedigden. Het was nog de +oorlog met de Gourgkhas van Nepaul, de stoutmoedige bergbewoners, +die in de gevaarlijke beproeving van 1857 de getrouwe bondgenooten +der Engelschen zouden blijven. Eindelijk was het de oorlog tegen de +Birmanen, van 1823 tot 1824. + +In 1828 waren de Engelschen meester, direct of indirect, van een +groot gedeelte van het grondgebied. Met lord William Bentinck begon +een nieuw tijdperk van bestuur. + +Sedert de regeling der militaire macht in Indie, had het leger altijd +twee zeer onderscheiden contingenten geteld, het Europeesche en het +inlandsche contingent. Het eerste vormde het koninklijke leger, +samengesteld uit regimenten cavalerie, bataillons infanterie en +bataillons Europeesche infanterie in dienst van de Oost-Indische +Compagnie; het tweede vormde het inlandsche leger, bevattende +bataillons infanterie en bataillons geregelde, maar inlandsche +cavalerie, gekommandeerd door Engelsche officieren. Daarbij kwam +een artillerie, waarvan het personeel, tot de Compagnie behoorende, +met uitzondering van eenige batterijen, uit Europeanen bestond. + +Welk was het effectief dezer regimenten of bataillons, die +onverschillig op deze wijze in het koninklijk leger genoemd worden? Wat +de infanterie aangaat, elfhonderd man per bataillon in het leger van +Bengalen en acht a negen honderd in de legers van Bombay en Madras; +wat de cavalerie betreft, zeshonderd paarden in ieder regiment der +twee legers. + +In het geheel kon men in 1837, zooals het door de Valbezen in zijne +Nieuwe studieen over de Engelschen en Indie, een zeer merkwaardig werk, +met groote nauwkeurigheid wordt vastgesteld, de gansche macht der +drie presidentschappen, schatten op twee honderd duizend inlandsche +troepen en op vijf en veertig duizend Europeesche. + +Nu maakten de Sipayers wel is waar een geregeld corps uit, door +Engelsche officieren gekommandeerd, maar zij koesterden toch altijd een +stille neiging om het harde juk der Europeesche discipline, hun door +de veroveraars opgelegd, af te schudden. Reeds had in 1806, misschien +zelfs op aanstoken van den zoon van Tippo Sahib, het garnizoen van het +inlandsche leger van Madras, gekantonneerd te Vellore, de hoofdwacht +van het 69e regiment der koninklijke armee vermoord, de kazernen in +brand gestoken, de officieren en hunne families omgebracht en de zieke +soldaten tot in het hospitaal doodgeschoten. Wat was de oorzaak van +dezen opstand geweest,--de schijnbare oorzaak, althans? Een voorgewende +quaestie van knevels, van kapsel en oorringen, maar eigenlijk was +het de haat der veroverden tegen de veroveraars. + +Deze eerste opstand werd spoedig in de geboorte gestikt door de +koninklijke troepen, die te Ascot gekantonneerd waren. + +Een dergelijke reden,--ook een voorwendsel,--was evenzeer de aanleiding +tot de eerste oproerige beweging van 1857,--een nog veel geduchter +opstand, die voor altijd de Engelsche macht in Indie zou vernietigd +hebben, indien de inlandsche troepen van de presidentschappen van +Madras en Bombay er aan deel hadden genomen. + +Alvorens evenwel verder te gaan, moet vermeld worden, dat deze +opstand niet nationaal was. De Hindoes van het land en der steden, +dat is zeker, stelden er niet het minste belang in. Bovendien bepaalde +hij zich tot de half onafhankelijke Staten van Centraal-Indie, tot +de provincies van het noordwesten en het koninkrijk Oude. Pendjab +bleef den Engelschen getrouw met zijn regiment van drie escadrons +uit den Indischen Caucasus. Ook de Sikhs, deze werklieden van lagere +kaste, die zich inzonderheid bij het beleg van Delhi onderscheidden; +getrouw ook de Gourgkhas, ten getale van twaalfduizend naar het beleg +van Lucknow gevoerd door den rajah van Nepaul, getrouw eindelijk +de Maharajahs van Gwalior en van Pattyalah, de rajah van Rampore, +de Rani van Bhopal, getrouw aan de wetten van de militaire eer en +om de gewone uitdrukking, in zwang onder de inboorlingen van Indie, +te gebruiken "getrouw aan het zout." + +Bij den aanvang van den opstand, bevond lord Canning zich aan het hoofd +van het bestuur in hoedanigheid van gouverneur-generaal. Misschien +had die staatsman zich verkeerde voorstellingen gevormd aangaande de +strekking der beweging. Reeds sedert eenige jaren was de ster van +het Vereenigde Koninkrijk zichtbaar verbleekt aan den Hindoeschen +hemel. In 1842 had de terugtocht van Kaboel het prestige der +Europeesche veroveraars doen afnemen. De houding van het Engelsche +leger gedurende den Krimoorlog was in sommige opzichten beneden de +militaire faam gebleven. Ook was er een oogenblik dat de Sipayers, +die zeer op de hoogte waren van hetgeen er voorviel op de oevers +van de Zwarte zee, dachten dat een opstand der inlandsche troepen +misschien zou gelukken. Er was trouwens slechts een vonk noodig om +de behoorlijk voorbereide gemoederen, die de barden, de Brahmanen, +de "moulvis" door hunne redevoeringen en gezangen aanvuurden, in +lichtelaaie vlam te brengen. + +Deze gelegenheid bood zich aan in het jaar 1857, toen, tengevolge +van buitenlandsche aangelegenheden, het contingent van het koninklijk +leger noodzakelijk had moeten verminderd worden. + +In het begin van dit jaar had Nana Sahib, anders genoemd de nabob +Dandou-Pant, die bij Cawnpore zijn verblijf hield, zich naar Delhi +en daarna naar Lucknow begeven, met het doel ongetwijfeld de sedert +lang voorbereide omwenteling te bevorderen. + +En werkelijk barstte korten tijd na het vertrek van den Nana de +oproerige beweging los. + +Het Engelsche gouvernement had voor korten tijd in het inlandsche leger +de Enfield-karabijn ingevoerd, die het gebruik noodzakelijk maakt van +met vet bestreken patronen. Zekeren dag verspreidde zich het gerucht, +dat dit vet of rundervet of varkensvet was, al naardat de patronen +bestemd waren voor de Hindoesche of Mohamedaansche soldaten van het +inlandsche leger. + +In een land nu waar zelfs het volk weigert zeep te gebruiken, omdat +zij kan vervaardigd zijn van het vet van een heilig of onrein dier, +moest het gebruik van patronen met deze stof besmeerd,--patronen die +met de tanden moeten afgebeten worden en met de lippen in aanraking +komen,--de algemeene ontevredenheid opwekken. Het gouvernement gaf +gedeeltelijk toe aan de bezwaren, die hiertegen gemaakt werden, maar +het mocht de behandeling der karabijn al wijzigen, verzekeren dat +het vet in quaestie niet diende tot de vervaardiging der patronen, +toch bevredigde en overtuigde het niemand in het leger der Sipayers. + +Den 24n Februari, te Berampore, weigert het 34e regiment de +patronen. In het midden van Maart wordt een adjudant vermoord en zal +weldra het afgedankte regiment, na de straf der moordenaars, in de +naburige provincies nog vruchtbaarder zaden van muiterij verspreiden. + +Den 10n Mei komen te Mirat, iets ten noorden van Delhi, het 3e, 11e +en 20e regiment in opstand, dooden hunne kolonels en verscheidene +officieren van den grooten staf, geven de stad aan plundering over +en trekken naar Delhi terug. Daar voegt de rajah, een afstammeling +van Timour, zich bij hen. Het arsenaal valt in hunne handen, en de +officieren van het 54e regiment worden omgebracht. + +Den 11n Mei, te Delhi, worden majoor Fraser en zijne officieren +meedoogenloos vermoord door de opstandelingen van Mirat tot in +het paleis van den Europeeschen kommandant en den 16n Mei vallen +negen-en-veertig gevangenen, mannen, vrouwen en kinderen onder de +bijl der moordenaars. + +Den 20n Mei doodt het 26e regiment, bij Lahore gekantonneerd, den +havenkommandant en den Europeeschen sergeant-majoor. + +De eerste stoot was nu eenmaal tot die afschuwelijke slachterijen +gegeven. + +Den 28n Mei, te Nourabad, nieuwe slachtoffers onder de +Engelsch-Indische officieren. + +Den 30n Mei, in de kantonnementen van Lucknow, moord van den +brigadier-kommandant, van zijn adjudant en van verscheidene andere +officieren. + +Den 31n Mei, te Barreilli in Rohilkhande, moord van eenige officieren, +die overvallen werden en zich zelfs niet kunnen verdedigen. + +Op denzelfden datum, te Schajahanpore, moord van den ontvanger en van +een zeker aantal officieren door de Sipayers van het 38e regiment, +en den volgenden dag, aan de andere zijde van Barwar, dood van de +officieren, vrouwen en kinderen, die op weg waren gegaan om het +station van Sivapore, op een mijl van Anrungabad te bereiken. + +In de eerste dagen van Juni, te Bhopal, moord van een gedeelte van de +Europeesche bevolking en te Jansi, op aanstoken van de vreeselijke, +afgezette Rani, een bloedbad, met verfijnde wreedheid aangericht, +onder de op het fort gevluchte vrouwen en kinderen. + +Den 6n Juni, vallen te Allahabad acht jonge vaandrigs onder het lood +der Sipayers. + +Den 14n Juni, te Gwalior, muiterij van twee inlandsche regimenten en +moord der officieren. + +Den 27n Juni, te Cawnpore, eerste hecatombe van slachtoffers van +iederen leeftijd en sekse, doodgeschoten of verdronken,--voorspel van +het afschuwelijk treurspel, dat eenige weken later zou plaats hebben. + +Te Holkar, den 1n Juli, moord van vier-en-dertig Europeanen, +officieren, vrouwen en kinderen, plundering, brandstichting, en te +Ugow, denzelfden dag, moord van den kolonel en den adjudant van het +23e regiment der koninklijke armee. + +Den 15n Juli, tweede moord te Cawnpore. Dien dag, worden vele honderden +kinderen en vrouwen,--en onder deze lady Munro,--met ongehoorde +wreedheid op bevel van den Nana zelven omgebracht, die de muzelmansche +slachters der openbare slachtplaatsen te hulp riep. Verschrikkelijke +slachting, na welke de lijken in een put geworpen werden, die voor +altijd berucht gebleven is. + +Den 26n September, worden op een plein van Lucknow, tegenwoordig +"square der draagbaren" genoemd, talrijke gewonden neergesabeld en +nog levend in de vlammen geworpen. + +En eindelijk nog zooveel andere afzonderlijke moorden in de steden +en op het land, die aan dezen opstand een karakter van gruwzame +wreedheid verleenden. + +De Engelsche generaals beantwoordden trouwens deze moorden dadelijk +met weerwraak, die wel is waar noodzakelijk, omdat zij een heilzame +vrees onder de opstandelingen verspreidde, maar die niettemin +verschrikkelijk was. + +In het begin van den opstand hadden de opperrechter Montgomery en +de brigade-generaal Corbett, te Lahore, zonder bloed te vergieten, +voor den mond van twaalf stukken geschut, met brandende lont, het 8e, +16e, 26e en 49e regiment van het inlandsche leger kunnen ontwapenen. Te +Moulton hadden het 62e en 29e inlandsche regiment ook de wapenen moeten +nederleggen, zonder ernstigen tegenstand te kunnen bieden. Evenzeer +werden te Peschawar het 24e, 27e en 51e regiment ontwapend door den +brigade-generaal S. Colton en den kolonel Nicholson op het oogenblik +dat het oproer zou uitbarsten. Maar toen eenige officieren van het +51e regiment in de bergen gevlucht waren, werd een som op hun hoofd +gezet en werden weldra allen door de bergbewoners teruggebracht. + +Dit was het begin der wederwraak. + +Nu werd een legerafdeeling, onder kolonel Nicholson, tegen een +inlandsch regiment aangevoerd, dat naar Delhi marcheerde. De +opstandelingen werden weldra bereikt, geslagen, verspreid en honderd +twintig man gevangen genomen en te Peschawar binnengebracht. Allen +werden ter dood veroordeeld, maar een op de drie man zou werkelijk +ter dood gebracht worden. Tien kanonnen werden op het exercitieveld +in slagorde gesteld, een gevangene voor elk hunner monden gebonden +en vijfmaal gaven de tien kanonnen vuur, het plein met vormlooze +overblijfselen bedekkende, te midden van een ondraaglijke lucht van +verbrand vleesch. + +Deze slachtoffers stierven, volgens de Valbezen, bijna allen met +de heldhaftige onverschilligheid, die de Indianen met den dood voor +oogen, zoo goed weten te bewaren. "Mijnheer de kapitein," sprak tot +een der officieren, die de terechtstelling kommandeerden, een schoone +Sipayer van twintig jaar, in een bevallige houding tegen het moordtuig +aangeleund, "mijnheer de kapitein, 't is niet noodig me vast te binden, +'k ben niet van plan te vluchten." + +Dit was de eerste van een talrijke reeks van vreeselijke +terechtstellingen. + +Ziehier overigens de dagorder, die op dienzelfden datum te Lahore de +brigade-generaal Chamberlain, na de terechtstelling van twee Sipayers +van het 55e regiment, ter kennisse bracht van de inlandsche troepen. + +"Gij hebt twee uwer kameraden levend voor den mond der kanonnen zien +vastbinden en in stukken schieten; deze kastijding zal het lot zijn +van alle verraders. Uw geweten zal u zeggen welke straffen zij in de +andere wereld zullen ondergaan. De twee soldaten zijn door het kanon +en niet aan de galg ter dood gebracht, omdat ik hun de bezoedeling +van de aanraking des beuls heb willen besparen en daardoor heb willen +bewijzen dat het gouvernement, in deze dagen van spanning, niets wil +doen om hen in hun godsdienst of kaste te krenken." + +Den 30n Juli vielen twaalfhonderd zeven en dertig gevangenen +achtereenvolgens voor het peleton, dat met de terechtstelling belast +was en vijfhonderd anderen ontsnapten slechts aan de uitvoering van +het doodvonnis om van honger en gebrek aan lucht te sterven in de +gevangenis waar men hen had opgesloten. + +Den 28n Augustus werden van de achthonderd zeventig Sipayers, die +Lahore ontvluchtten, zeshonderd negen en vijftig meedoogenloos door +de soldaten van het koninklijk leger vermoord. + +Den 23n September, na de inneming van Delhi, gaven zich drie prinsen +van de familie des konings, de vermoedelijke erfprins en zijne twee +neven, onvoorwaardelijk aan generaal Hodson over, die hen medevoerde +met een geleide van slechts vijf man te midden van een dreigenden +hoop van vijfduizend Hindoes,--een tegen duizend. En evenwel liet +Hodson halfweg de kar met de gevangenen stilhouden, klom bij hen, +beval hun zich de borst te ontblooten en doodde hen alle drie met +revolverschoten. "Deze bloedige terechtstelling, door de hand van een +Engelsch officier," zei de Valbezen, "moest in Pendjab de grootste +bewondering wekken." + +Na de inneming van Delhi, kwamen drieduizend gevangenen door het kanon +of de galg om, waaronder negenentwintig leden van de koninklijke +familie. Het beleg van Delhi, wel is waar, had den belegeraars +tweeduizend eenenvijftig Europeanen en zestienhonderd zesentachtig +inboorlingen gekost. + +Te Allahabad hadden vreeselijke menschenslachtingen plaats, niet +alleen onder de Sipayers, maar in de rangen van de lagere volksklasse, +die door de dweepers bijna onwetend tot plundering waren medegesleept. + +Te Lucknow bedekten twee duizend gedoode Sipayers met hunne lijken +een oppervlakte van honderdtwintig vierkante meters. + +Te Cawnpore verplichtte kolonel Neil de veroordeelden, alvorens hen +aan de galg over te leveren, naar gelang van hun kasterang, met de +tong alle bloedvlekken af te likken en schoon te maken, die in het +huis waar men de slachtoffers had omgebracht, waren overgebleven. Dit +was voor deze Hindoes den dood door de schande doen voorafgaan. + +Gedurende den tocht door Centraal-Indie, hielden de terechtstellingen +der gevangenen aanhoudend aan, en werden "muren van menschenvleesch +door geweervuur omvergeworpen!" + +Den 9n Maart 1858, bij den aanval van het Gele Huis, ten tijde van +het tweede beleg van Lucknow, na een vreeselijke slachting onder de +Sipayers, schijnt het boven allen twijfel verheven, dat een dezer +ongelukkigen, onder de oogen der Engelsche officieren zelven, levend +door de Sikhs gebraden werd. + +Den 11n vulden vijftig lijken van Sipayers de grachten om het paleis +der Begoem te Lucknow, zonder dat een enkele gewonde was gespaard +geworden door soldaten, die geen meester van zich zelven meer waren. + +Eindelijk stierven in twaalf dagen van strijd, drie duizend +inboorlingen door het koord of door den kogel en onder hen, drie +honderd tachtig vluchtelingen, opgehoopt op het eiland Hydaspes, +die zich tot in Kasjmir gered hadden. + +Om kort te gaan, zonder het aantal Sipayers mede te rekenen, die +gedurende deze meedoogenlooze fnuiking van den opstand,--eene fnuiking, +die geen gevangenen duldde omkwamen, telt men alleen in den veldtocht +van Pendjab, niet minder dan zes honderd acht en twintig op bevel +der militaire autoriteit doodgeschoten of voor den mond der kanonnen +vastgebonden inboorlingen, dertien honderd zeventig op bevel van de +burgerlijke autoriteit, drie honderd zes en tachtig gehangen op bevel +der beide autoriteiten. + +In het geheel dus schatte men in het begin van het jaar 1859 op meer +dan honderd twintig duizend het aantal officieren en inlandsche +soldaten die omkwamen, en op meer dan twee honderd duizend dat +der burgerlijke inboorlingen, die met hun leven hunne dikwijls +twijfelachtige deelneming aan dezen opstand boetten. Verschrikkelijke +weerwraak, waartegen Gladstone, misschien niet zonder reden in het +Engelsche parlement, met kracht opkwam. + +Het was voor het verhaal dat volgt, van belang van weerszijden de +balans van dit doodregister vast te stellen. Dit moest, om den lezer +te doen begrijpen, welk een onvoldane haat, zoowel in het hart der +naar wraak dorstende overwonnelingen, als in dat der overwinnaars, +die tien jaar later rouwden over de slachtoffers van Cawnpore en +Lucknow, moest zijn overgebleven. + +Wat de zuiver militaire feiten van den geheelen veldtocht tegen de +oproerlingen betreft, zij bestaan uit de volgende expedities, die +hier kortelijk vermeld zullen worden. + +Het is vooreerst de eerste veldtocht van Pendjab, die aan sir John +Laurence het leven kostte. + +Daarna volgt het beleg van Delhi, de hoofdstad van den opstand, +versterkt door duizenden vluchtelingen en gedurende welk Mohammed +Schah Bahadour tot keizer van Hindostan werd uitgeroepen. "Maak het +uit met Delhi!" had de gouverneur-generaal in een laatste depeche aan +den opperbevelhebber verordend en het beleg, in den nacht van 13 Juni +begonnen, eindigde den 19n September, na het leven gekost te hebben +aan de generaals sir Harry Barnard en John Nicholson. + +Ter zelfder tijd, nadat Nana Sahib zich tot Peischwah had laten +benoemen en in het versterkte kasteel Bilhour had laten kronen, +marcheerde generaal Havelock naar Cawnpore. Hij kwam er den 17n Juli +binnen, maar te laat om den laatsten moord te beletten en zich van +den Nana meester te maken, die met vijf duizend man en veertig stukken +geschut kon ontvluchten. + +Daarna ondernam Havelock een eersten veldtocht in het koninkrijk Oude, +en trok den 28n den Ganges over met slechts zeventien honderd man en +tien kanonnen, zich naar Lucknow richtende. + +Nu verschenen sir Colin Campbell en de generaal-majoor sir James +Outram op het tooneel. Het beleg van Lucknow zou zeven en tachtig +dagen duren en het leven kosten aan sir Henri Lawrence en generaal +Havelock. Vervolgens maakte Colin Campbell de toebereidselen voor +een tweeden veldtocht, na gedwongen te zijn zich op Cawnpore terug +te trekken, waarvan hij zich eindelijk meester maakte. + +Gedurende dien tijd ontzetten andere troepen Mohir, een stad van +Centraal-Indie en maakten een expeditie door Malwa, waardoor het +Engelsche gezag in dit koninkrijk hersteld werd. + +In het begin van het jaar 1858, ondernamen Campbell en Outram +een tweeden veldtocht in Oude, met vier divisies infanterie, +aangevoerd door de generaals sir James Outram, sir Edward Lugar en +de brigade-generaals Walpole en Franks. De kavalerie stond onder de +bevelen van sir Hope Grant, de andere wapens onder Wilson en Robert +Napier,--uitmakende ongeveer vijf en twintig duizend strijders, die de +maharajah van Nepaul met twaalf duizend Gourgkhas ging versterken. Doch +het oproerige leger van de Begoem telde niet minder dan honderd +twintig duizend man, en de stad Lucknow zeven- a acht honderd duizend +inwoners. De eerste aanval had plaats den 6n Maart. Den 16n Maart, na +een reeks van gevechten, waarin de kapitein ter zee sir William Peel +en majoor Hodson sneuvelden, kwamen de Engelschen in bezit van het aan +de Goumti gelegen gedeelte der stad. Niettegenstaande deze voordeelen, +boden de Begoem en haar zoon nog wederstand in het paleis van Mousa +Bagh, aan het noord-westelijk uiteinde van Lucknow en de Moulvi, +een muzelmansch opperhoofd van den opstand, die in het midden der +stad zelve de wijk genomen had, weigerde zich over te geven. Den 19n +verzekerde een aanval van Outram en den 21n, een gelukkig gevecht, +den Engelschen eindelijk het volle bezit van dit geduchte bolwerk +van den opstand der Sipayers. + +Met de maand April trad de opstand in zijn laatste tijdperk. Er +werd een veldtocht beraamd en uitgevoerd in Rohilkhande, waarheen +voortvluchtige opstandelingen zich in grooten getale begeven +hadden. Bareilli, de hoofdstad van het koninkrijk, was het +punt waarheen de opperhoofden der Engelsche armee zich het eerst +richtten. Het begin was niet gelukkig. De Engelschen leden een soort +van nederlaag te Judgespore. De brigade-generaal Adrien Hope werd +gedood. Doch, tegen het einde van de maand snelde Campbell te hulp, +hernam Schah-Jahanpore, schoot, den 5n Mei Bareilli aanvallende, +de stad in brand en nam haar in, zonder te kunnen beletten, dat de +opstandelingen haar eerst ontruimden. + +Gedurende dien tijd werd in Centraal-Indie de veldtocht van sir +Hugh Rose geopend. Deze generaal marcheerde in de eerste dagen van +Januari 1858 op Saungor, door het koninkrijk Bhopal, ontzette er het +garnizoen den 3n Februari, nam tien dagen later het fort Gurakota, +maakte zich met geweld meester van den Mandapore-pas van de keten der +Vindhyas, stak de Betwa over, verscheen voor Jansi, verdedigd door +elf duizend opstandelingen, onder bevel der woeste Rani, sloot de +stad den 22n Maart onder een verzengende hitte in, detacheerde twee +duizend man van zijn leger om twintig duizend man van het contingent +van Gwalior af te snijden, aangevoerd door den befaamden Tantia-Topi, +wierp dit oproerige opperhoofd overhoop, bestormde de stad den 2n +April, overweldigde den muur, nam de citadel, waaruit het de Rani +gelukte te ontsnappen, hernam de operaties tegen het fort Calpi, +waar de Rani en Tantia-Topi besloten hadden te sterven, bemachtigde +het den 22n Mei, na een heldhaftige bestorming, zette den veldtocht +voort met de vervolging van de Rani en haren metgezel, die zich +in Gwalior geworpen hadden, vereenigde er den 16n Juni zijne beide +brigades, versterkt door een macht onder den brigade-generaal Napier, +verpletterde de opstandelingen te Morar, veroverde de plaats den 18n +en kwam na een zegevierenden veldtocht te Bombay terug. + +Het was in een voorposten-gevecht, voor Gwalior, dat de Rani +sneuvelde. Deze geduchte koningin, met hart en ziel gehecht aan den +nabob, wiens getrouwe gezellin zij gedurende den opstand geweest +was, werd gedood door de eigen hand van sir Edward Munro. Nana Sahib +over het lijk van lady Munro te Cawnpore, de kolonel over het lijk +van de Rani te Gwalior, waren twee mannen die den opstand en zijne +onderdrukking vertegenwoordigden, wier bittere haat jegens elkander +vreeselijke gevolgen zoude hebben, indien zij elkander ooit van +aangezicht tot aangezicht weder mochten ontmoeten! + +Op dit oogenblik kon men den opstand als bedwongen beschouwen, +uitgenomen misschien in eenige gedeelten van het koninkrijk +Oude. Campbell opent dus den 2n November een nieuwen veldtocht, +maakt zich van de laatste stellingen der opstandelingen meester en +verplicht eenige voorname opperhoofden zich te onderwerpen. Evenwel is +er een van hen, Beni Madho, die nog altijd niet gevat is. Men verneemt +in December, dat hij in een aangrenzend distrikt van Nepaul de wijk +genomen heeft. Men verzekert dat Nana Sahib, Balao Rao, zijn broeder, +en de Begoem van Oude met hem zijn. Later, gedurende de laatste dagen +van het jaar, loopt er een gerucht, dat zij een schuilplaats gezocht +hebben aan de grens der koninkrijken Nepaul en Oude. Campbell zit hen +dicht op de hielen, maar zij gaan over de grens. Het was eerst in de +eerste dagen van Februari 1859, dat een Engelsche brigade, waarvan +een der regimenten onder bevel stond van den kolonel Munro, hen tot +in Nepaul kon vervolgen. Beni Madho wordt gedood, de Begoem van Oude +en haar zoon worden gevangen genomen en verkrijgen vergunning in de +hoofdstad van Nepaul te wonen. Wat Nana Sahib en Balao Rao betreft, +geruimen tijd meende men dat zij dood waren en toch was dit niet +het geval. + +Hoe het zij, de geduchte opstand was gefnuikt. Tantia-Topi, +overgeleverd door zijn luitenant Man-Singh en ter dood veroordeeld, +stond den 15n April te Sipri te recht. Deze oproerling, "deze inderdaad +merkwaardige figuur uit het groote treurspel van den Indischen +opstand," zegt de Valbezen, "en die bewijzen gaf van een staatkundig +genie vol berekening en overleg," stierf moedig op het schavot. + +Toch moest het einde van dezen opstand der Sipayers, die den Engelschen +misschien Indie zou gekost hebben, indien hij zich over het geheele +schiereiland had uitgestrekt, en vooral indien de beweging nationaal +geweest was, den val van de achtbare Indische Compagnie na zich +sleepen. + +Inderdaad werd met het einde van het jaar 1857 het Hof der Direkteurs +door lord Palmerston met ondergang bedreigd. + +Den 1n November 1858, verkondigde een proclamatie, in twintig talen +uitgevaardigd, dat Haar Majesteit Victoria Beatrix, koningin van +Engeland, den schepter van Indie in handen nam, waarvan zij eenige +jaren later tot keizerin zou gekroond worden. + +Dit was het werk van lord Stanley. De titel van gouverneur, +vervangen door dien van onderkoning, een secretaris van Staat en +vijftien leden, de centrale regeering uitmakende, de leden van den +raad van Indie buiten den Indischen dienst benoemd, de gouverneurs +der presidentschappen van Madras en Bombay, door de koningin gekozen, +de leden van den Indischen dienst en de hoofdkommandanten gekozen door +den secretaris van Staat, zoodanig waren de voornaamste beschikkingen +van het nieuwe gouvernement. + +Wat de militaire macht betreft, het koninklijk leger telt tegenwoordig +zeventien duizend man meer dan voor den opstand der Sipayers, +namelijk twee en vijftig regimenten infanterie, negen regimenten +fuziliers en een aanzienlijke artillerie, met vijf honderd man per +kavallerie-regiment en zeven honderd man per infanterie-regiment. + +Het inlandsche leger bestaat uit honderd zeven en dertig regimenten +infanterie en veertig regimenten kavalerie; maar de artillerie is +Europeesch, bijna zonder uitzondering. + +Zoodanig is tegenwoordig de toestand van het schiereiland uit een +administratief en militair oogpunt, zoodanig is het effectief der +gewapende macht, die een grondgebied moet beschermen van vier honderd +duizend vierkante mijlen. + +"De Engelschen," zegt terecht Grandidier, "zijn gelukkig geweest in +dit groote en prachtige land een zacht, schrander, beschaafd volk +aan te treffen, dat van ouds geleerd heeft zich te onderwerpen. Doch, +zij mogen op hun hoede zijn, de zachtheid heeft hare grenzen en moge +het juk niet te zwaar zijn, of eenmaal richten de hoofden zich op en +verbreken het." + + + + + + +IV. + +IN DE GROTTEN VAN ELLORA. + + +Het was maar al te waar. De mahratten-prins Dandou-Pant, de aangenomen +zoon van Baji-Rao, Peischwah van Pounah, in een woord Nana-Sahib,--op +dit oogenblik misschien de eenige overlevende van de hoofden der +omwenteling der Sipayers,--had zijne ongenaakbare schuilhoeken in +Nepaul kunnen verlaten. Dapper, stoutmoedig, gewoon allerlei gevaren +te trotseeren, bekwaam in de kunst zijn vervolgers het spoor bijster +te doen worden, buitengewoon listig, had hij zich tot in de provincie +van Dekan gewaagd, onder de nooit sluimerende inblazingen van een +haat, dien de vreeselijke weerwraak van den opstand van 1857 slechts +vertienvoudigd had. + +Ja! het was een doodelijke haat, dien de Nana den bezitters van +Indie gezworen had. Hij was de erfgenaam van Baji-Rao en, toen de +Peischwah in 1851 stierf, weigerde de Compagnie hem voortaan het +pensioen van acht lakhs ropyen (een millioen gulden) uit te keeren, +waarop hij recht had. Dit was een der oorzaken van dien haat, die +tot de grootste buitensporigheden zou leiden. + +Maar wat hoopte Nana Sahib dan? Sedert acht jaren was de opstand der +Sipayers volkomen gedempt. Het Engelsche gouvernement was allengs in +de plaats getreden van de achtbare Indische Compagnie en hield het +gansche schiereiland onder vrij wat strenger bestuur dan dat van de +vereeniging der kooplieden. Er was geen spoor van den opstand meer +overgebleven, zelfs niet in de rangen van het inlandsche leger, dat +ook geheel gereorganiseerd was. Had de Nana dan kans van slagen in +zijne pogingen om onder de lagere klassen van Hindostan een nieuwe +beweging aan te stoken? Zijne plannen zullen weldra bekend zijn. Eene +zaak wist hij, dat namelijk zijne tegenwoordigheid in de provincie +Aurungabad gesignaleerd was geworden, dat de gouverneur-generaal er +de onderkoning te Calcutta van verwittigd had en dat er een prijs op +zijn hoofd gesteld was. Zeker was het dat hij overijld op de vlucht had +moeten gaan en zich op nieuw in zulk een goed verborgen schuilplaats +had moeten verbergen, dat hij aan de nasporingen van de agenten der +Engelsch-Indische politie kon ontsnappen. + +De Nana verloor in den nacht van den 6n op den 7n Maart geen uur. Hij +kende het land volkomen en besloot Ellora te bereiken, gelegen op +vijf en twintig mijlen van Aurungabad, om zich daar bij een zijner +medeplichtigen te voegen. + +De nacht was donker. De gewaande fakir richtte zich, na zich +overtuigd te hebben dat hij niet vervolgd werd, naar het praalgraf, +op eenigen afstand van de stad opgericht ter eere van den mohamedaan +Sha-Soufi, een heilige wiens reliquien den naam hebben genezingen +te volbrengen. Maar alles sliep toen in het praalgraf, priesters en +bedevaartgangers, en de Nana kon zich bewegen zonder door lastige +vragen verontrust te worden. + +Evenwel was het niet zoo duister, dat dit granietblok, het onneembare +fort van Daoulutabad dragende en zich midden in eene vlakte tot eene +hoogte van twee honderd veertig voet verheffende, zijn ontzaglijk +schaduwbeeld aan de blikken kon onttrekken. Toen de nabob het +zag, herinnerde hij zich dat een der keizers van Dekan, een zijner +voorouders, zijn hoofdstad had willen maken van de uitgestrekte stad, +die vroeger aan den voet van het fort gebouwd was. En werkelijk +zou het een onverwinlijke positie geweest zijn, zeer geschikt om in +dit gedeelte van Indie het middelpunt eener oproerige beweging te +worden. Doch Nana Sahib wendde het hoofd om en had slechts een blik +vol haat over voor die sterkte, nu in de handen zijner vijanden. + +Op deze vlakte volgde een meer afwisselend terrein. Het waren de eerste +oneffenheden van den bodem, die weldra bergachtig zou worden. De Nana, +nog in de volle kracht des levens, vertraagde zijne schreden niet, +toen hij reeds vrij steile hellingen moest beklimmen. Hij wilde dien +nacht vijf en twintig mijlen maken, dat is den afstand afleggen, +die Ellora van Aurungabad scheidt. Eenmaal daar, hoopte hij in +veiligheid te kunnen uitrusten. Ook hield hij zich niet op, noch in +een karavansera, voor iedereen open, die men op weg ontmoette, noch +in een half vervallen bungalow, waar hij in een afgezonderd gedeelte +van den berg een paar uur had kunnen slapen. + +Bij het opgaan der zon ging de vluchteling om het dorp Ranzah heen, +dat het zeer eenvoudige graf bezit van den grootsten Mongoolschen +keizer, Aureng-Zeb. Eindelijk had hij de beroemde groep holen bereikt, +die hun naam ontleend hebben aan het kleine dorp bij Ellora. + +De heuvel, waarin die holen ten getale van een dertigtal gegraven +zijn, heeft de gedaante van een halve maan. Vier tempels, vier en +twintig bouddhisten-kloosters, eenige minder belangrijke grotten, +zijn de monumenten van de groep. De basaltgroeve is rijkelijk +door menschenhanden geexploiteerd. Maar niet om de kunststukken, +hier en daar over de onmetelijke oppervlakte van het schiereiland +verspreid, hebben de hindostansche bouwkundigen in de eerste eeuwen der +christelijke jaartelling er de steenen uitgegraven. Neen! die steenen +zijn alleen daarom weggenomen om ledige ruimten in de hoofdmassa +te maken en het zijn deze ruimten, die, al naar hunne bestemming, +"chaityas" of "viharas" geworden zijn. + +De zonderlingste dezer tempels is voorzeker die der Kailas. Men stelle +zich een blok voor van honderd twintig voet hoog, bij een omtrek +van zes honderd voet. Dit blok heeft men stoutweg in den berg zelven +uitgesneden en te midden van een plein van drie honderd zestig voet +lang en honderd zes en tachtig breed afgezonderd,--een plein, verkregen +ten koste van de basaltmassa. Toen nu eenmaal dit blok op deze wijze +was vrijgemaakt, hebben de architecten het uitgehouwen, evenals een +beeldhouwer een stuk ivoor. Uitwendig hebben zij kolommen uitgesneden, +kleine pyramiden gebeeldhouwd, koepels vervaardigd, zooveel van de +rots gespaard als noodig was om de bas-reliefs goed te doen uitkomen, +meer dan levensgroote olifanten voorstellende, die het geheele gebouw +schijnen te dragen; inwendig hebben zij een groote zaal uitgehouwen, +omgeven met kapellen en waarvan het gewelf op kolommen rust, die +van de geheele massa zijn afgezonderd. Eindelijk hebben zij van dit +uit een steen gemaakte kunstwerk een tempel vervaardigd, die in de +eigenlijke beteekenis van het woord niet "gebouwd" is geworden, maar +een tempel eenig op de wereld en die waardig is mede te dingen met de +bewonderenswaardigste gebouwen van Indie en zeer goed de vergelijking +kan doorstaan met de onderaardsche begraafplaatsen van het oude Egypte. + +Deze tempel, nu bijna verlaten, is als alle aardsche dingen, niet +door den tijd gespaard. In sommige gedeelten begint hij reeds +te vervallen. Zijne bas-reliefs slijten af als de wanden van de +steenen massa, waaruit men ze vervaardigd heeft en toch bestaat dit +kunstgewrocht nog slechts duizend jaren. Maar wat in de werken der +natuur nog nieuw is, is dikwijls reeds oud en vervallen in den arbeid +der menschen. In den zijdelingschen grondmuur links waren eenige diepe +scheuren gekomen, en het is door een dezer openingen, die half door het +kruis van een der torschende olifanten verborgen waren, dat Nana Sahib +weg sloop, zonder dat iemand zijn komst te Ellora had kunnen vermoeden. + +De scheur kwam uit in een donkeren gang, die door den grondmuur liep en +zich in de diepte tot onder den bodem des tempels uitstrekte. Daar had +men een soort van onderaardsche kapel of put, nu droog, uitgegraven, +die tot vergaarbak van het regenwater diende. + +Zoodra de Nana in den gang was gekomen, deed hij een zeker gefluit +hooren, dat door een gelijk gefluit beantwoord werd. Het was geen +echo. Weldra werd de duisternis verlicht door een Hindoe, die een +kleinen lantaren in de hand droeg. + +"Geen licht!" zei de Nana. + +"Ben jij het, Dandou-Pant?" antwoordde de Hindoe, die dadelijk zijn +lantaren uitdoofde. + +"Ik, broeder!" + +"Is.....?" + +"Eerst iets te eten," antwoordde de Nana, "dan zullen we praten. Maar +noch om te praten, noch om te eten heb ik licht noodig. Neem mijn +hand en geleid me." + +De Hindoe greep de hand van den Nana, nam hem mede naar de enge +kapel en liet hem zich uitstrekken op een hoop drooge kruiden, dien +hij zooeven verlaten had. Het fluiten van den fakir had hem uit zijn +laatsten slaap gewekt. + +Deze man, gewoon zich in deze donkere schuilplaats te bewegen, had +spoedig eenig voedsel gevonden, brood, een soort van pastei, bereid van +kippenvleesch, dat veel in Indie gegeten wordt, en een kalbasflesch +met een halve pint met die sterke likeur, bekend onder den naam van +"arak," verkregen door de distillatie van het sap van den kokosnoot. + +De Nana at en dronk zonder een woord te spreken. Hij bezweek bijna +van honger en vermoeienis. Zijn geheele leven concentreerde zich +toen in zijne oogen, die in de duisternis vuur schoten als de oogen +eens tijgers. + +De Hindoe wachtte zonder zich te bewegen totdat de nabob goedvond om +te spreken. + +Die man was Balao Rao, de eigen broeder van Nana Sahib. + +Balao Rao, oudere broeder van Dandou-Pant, doch nauwlijks een jaar, +geleek hem lichamelijk sprekend, maar ook geestelijk was het Nana Sahib +volkomen. Dezelfde haat jegens de Engelschen, dezelfde sluwheid in +zijne plannen, dezelfde wreedheid in de uitvoering, dezelfde ziel in +twee lichamen. Gedurende den geheelen opstand hadden de twee broeders +elkander niet verlaten. Na de nederlaag had hetzelfde kampement +aan de grenzen van Nepaul hun een schuilplaats verleend. En nu, +door een zelfde gedachte bezield de worsteling op nieuw te beginnen, +waren zij beiden gereed te handelen. + +Toen de Nana, door den haastig verslonden maaltijd verkwikt, zijne +krachten had terug erlangd, bleef hij eenigen tijd met het hoofd +in de handen geleund zitten. Balao Rao, meenende dat hij zich door +eenige uren slaap wilde versterken, bewaarde altijd het stilzwijgen. + +Doch Dandou-Pant, het hoofd oprichtende, vatte de hand van zijn +broeder en zeide met doffe stem: + +"'k Ben gesignaleerd in het presidentschap van Bombay! De gouverneur +van het presidentschap heeft een prijs op mijn hoofd gesteld! Hij heeft +duizend gulden uitgeloofd aan hen, die hem Nana Sahib zal overleveren!" + +"Dandou-Pant!" riep Balao Rao uit, "je hoofd is meer waard! Dat zou +nauwlijks de prijs van het mijne zijn en na drie maanden zouden ze +maar al te gelukkig zijn ze beiden voor tien duizend gulden te hebben!" + +"Ja," antwoordde de Nana, "over drie maanden, den 23n Juni, is het +de verjaardag van den veldslag van Plassey waarvan de honderdste +verjaardag, in 1857, het eind van de Engelsche heerschappij en de +vrijmaking van het zonneras moest zien! Onze profeten hadden het +voorzegd! Onze barden hadden het bezongen! Binnen drie maanden, +broeder, zullen honderd negen jaren verloopen zijn en nog altijd is +de vreemdeling heer en meester over Indie!" + +"Dandou-Pant," antwoordde Balao Rao, "wat in 1857 niet gelukt is, +kan en moet tien jaren later gelukken. In 1827, in 1737, in 1847 +hebben er oproeren in Indie plaats gehad! Om de tien jaar worden de +Hindoes door de omwentelingskoorts aangetast! welnu, dit jaar zullen +ze zich genezen door zich in golven Europeesch bloed te baden!" + +"Dat Brahma ons geleide," zeide Nana zacht, "en dan oog om oog, tand +om tand! Wee den aanvoerders van het koninklijke leger, die onder de +slagen onzer Sipayers niet gevallen zijn! Laurence is dood, Barnard +is dood, Hope is dood, Napier is dood, Hodson is dood, Havelock is +dood! Maar eenigen hebben het overleefd! Campbell, Rose leven nog, +en onder hen hij, dien ik het meest van allen haat, die kolonel Munro, +die afstammeling van den beul, hij, die met eigen hand mijn gezellin, +de Rani van Jansi gedood heeft! Als hij in mijn handen valt, zal hij +zien of ik de gruwelen van den kolonel Neil, de moorden van Sekander +Bagh, de slachtingen van het paleis der Begoem, van Bareilli, van +Jansi en van Morar, van het eiland Hydaspes en van Delhi vergeet! Hij +zal zien of ik vergeten heb, dat wij elkander's dood gezworen hebben!" + +"Heeft hij zijn ontslag niet uit den dienst genomen?" vroeg Balao Rao. + +"O! wat dat aangaat!" antwoordde Nana Sahib, "bij de eerste beweging +treedt hij weder in dienst! Maar wordt ook deze opstand onderdrukt, +dan zal ik hem opsporen tot in zijn bungalow van Calcutta en hem +daar dooden!" + +"Goed, maar nu?...." + +"Nu, het eenmaal begonnen werk moet voortgezet worden. De beweging +zal dezen keer nationaal zijn. Als in de steden en buiten op het +land de Hindoes opstaan, zullen de Sipayers spoedig gemeene zaak +met hen maken. Ik heb het midden en noorden van Dekan doorgetrokken +en overal heb ik de gemoederen geneigd tot den opstand gevonden. Er +zijn geen steden, noch gehuchten, waar we geen aanvoerders hebben, +gereed om dadelijk te handelen. De Brahmanen zullen het volk +opwinden. De godsdienst zal ditmaal de volgelingen van Civa en van +Vishnoe medesleepen. Op het vooraf beraamde tijdstip, zullen bij het +overeengekomen signaal, millioenen Hindoes opstaan, en de koninklijke +armee zal vernietigd worden!" + +"En Dandou-Pant?...." vroeg Balao Rao, de hand van zijn broeder +grijpende. + +"Dandou-Pant," antwoordde de Nana, "zal niet slechts zijn de op +het sterke kasteel Bilhour bekroonde Peischwah! Hij zal dan zijn de +souverein van het heilige land der Indien!" + +Na deze woorden gesproken te hebben, bleef Nana Sahib, de armen +gekruist, met den droomenden blik van hen, die niet het verledene of +het tegenwoordige, maar de toekomst gadeslaan, in stilte verzonken. + +Balao Rao wachtte zich wel hem te storen. Liever liet hij deze +ongetemde ziel zich door haar eigen vuur ontvlammen en des +noods was hij immers daar om het vuur dat in hem smeulde, aan te +blazen. Nana Sahib kon geen medeplichtige hebben, inniger aan zijn +persoon verbonden, geen vuriger raadsman om hem zijn doel te doen +bereiken. Het is reeds gezegd, het was zijn ander ik. + +Na eenige minuten van stilte, richtte de Nana het hoofd op en kwam +tot den tegenwoordigen toestand terug. + +"Waar zijn onze metgezellen?" vroeg hij. + +"In de grotten van Adjuntah, waar ze ons volgens afspraak zouden +wachten," antwoordde Balao Rao. + +"En onze paarden?" + +"'k Heb ze een eind van hier op den weg van Ellora naar Boregami in +bewaring gegeven." + +"Bij Kalagani immers?" + +"Juist, broeder. Ze worden daar goed verzorgd en staan gereed om +te vertrekken." + +"Laten we dan vertrekken," antwoordde de Nana. "We moeten voor het +aanbreken van den dag te Adjuntah zijn." + +"En waarheen dan verder?" vroeg Balao Rao. "Heeft deze overhaaste +vlucht je plannen niet tegengewerkt?" + +"Neen," antwoordde Nana Sahib. "We zullen de Sautpourrabergen bereiken, +waarvan ik al de passen ken en waar ik de nasporingen van de Engelsche +politie kan trotseeren. Daar ook zullen we op het grondgebied zijn +der Bhils en der Gounds, die onze zaak getrouw zijn gebleven. Daar +zal ik dan het gunstige oogenblik kunnen afwachten, te midden van +de bergachtige streek der Vindhyas, waar de gemoederen altijd in +gisting verkeeren! + +"Op marsch!" antwoordde Balao Rao. "Welnu, ze hebben duizend gulden +uitgeloofd aan hem, die je vangt. Maar, 't is niet voldoende om een +prijs op je hoofd te stellen, 't moet genomen worden ook!" + +"Ze krijgen 't niet," antwoordde Nana Sahib. "Kom, zonder een oogenblik +te verliezen, broeder, kom!" + +Balao Rao liep met zekeren tred door den nauwen gang, die naar deze +donkere schuilplaats, onder den vloer van den tempel gegraven, +geleidde. Aan de opening gekomen, door het kruis van den steenen +olifant verborgen, stak hij voorzichtig het hoofd naar buiten, keek +rechts en links, verzekerde zich dat de toegangen vrij waren en waagde +zich buiten. Uit overmaat van voorzorg, liep hij een twintig schreden +ver in de laan, die de richting volgde van de as des tempels, doch +niets verdachts opmerkende, liet hij een gefluit hooren, om Nana te +waarschuwen dat de weg vrij was. + +Eenige oogenblikken later, verlieten de beide broeders de een halve +mijl lange, kunstmatige vallei, waarin een menigte galerijen, gewelven, +uitdiepingen, op zekere plaatsen tot een groote hoogte trapsgewijze +boven elkander zijn uitgehouwen. Zij vermeden het mohamedaansche +praalgraf, dat tot bungalow dient voor de bedevaartsgangers of de +nieuwsgierigen van allerlei landaard, aangetrokken door de wonderen +van Ellora; eindelijk, na het dorp Ranzah te zijn omgegaan, bevonden +zij zich op den weg, die Adjuntah met Boregami verbindt. + +De afstand van Ellora naar Adjuntah bedroeg vijftig mijlen (80 +kilometers ongeveer); doch de Nana was nu niet meer de vluchteling, die +te voet en zonder middel van vervoer uit Aurungabad ontsnapte. Zooals +Balao Rao gezegd had, wachtten hun drie paarden op den weg op, +onder de hoede van den Hindoe Kalagani, een getrouwen dienaar +van Dandou-Pant. Deze paarden waren verborgen geweest in een dicht +bosch, een mijl van het dorp af. Het eene was bestemd voor den Nana, +het andere voor Balao Rao, het derde voor Kalagani en even daarna +galoppeerden alle drie in de richting van Adjuntah. Niemand trouwens +zou er zich over verwonderd hebben een fakir te paard te zien, want +inderdaad vragen deze brutale bedelaars dikwijls te paard zittende +een aalmoes. + +Daarenboven was de weg in dezen voor de bedevaarten minder gunstigen +tijd van het jaar, niet druk bezocht. De Nana en zijne beide +metgezellen reden dus snel, zonder vrees dat iets hen kon hinderen +of ophouden. Zij namen er den tijd van af om hunne dieren te laten +uitblazen, en op deze korte halten, putten zij uit den voorraad, dien +Kalagani aan den zadelknop had opgehangen. Zij vermeden zoodoende de +meer bezochte gedeelten der provincie, de bungalows en de dorpen, onder +anderen het gehucht Roja, een ellendige hoop zwarte huizen, zooals +de door den rook zwart geworden sombere woningen van Cornonailles en +Pulmary, een klein, verlaten gehucht in een woeste landstreek. + +De bodem was gelijk en vlak. In alle richtingen strekten zich +heidevelden uit, overal met dichte jungles bezet. Doch in de nabijheid +van Adjuntah werd de landstreek meer oneffen. + +De prachtige grotten van dien naam, mededingsters der wondervolle +grotten van Ellora, en in hun geheel misschien schooner, nemen het +lagere gedeelte eener kleine vallei in, een halve mijl ongeveer van +de stad af. + +Nana Sahib behoefde dus niet door Adjuntah te gaan, waar de afkondiging +van den gouverneur reeds aangeplakt moest zijn. Bijgevolg bestond er +voor hem geen vrees herkend te worden. + +Vijftien uren dus na Ellora verlaten te hebben, drong hij met zijne +metgezellen door een nauwen bergpas, die naar de beroemde vallei +geleidde, waarvan de zeven en twintig tempels, in de rotsachtige +massa zelve uitgehouwen, over duizelingwekkende afgronden hangen. + +Het was een prachtige nacht, met een schitterenden sterrenhemel, +doch zonder maan. Hooge vijgeboomen en eenige "bars," die onder +de reuzen der Indische flora geteld worden, teekenden zich zwart +tegen den met sterren bezaaiden hemel af. Geen windje verstoorde de +kalmte van den dampkring, geen blaadje bewoog zich, niet het minste +geluid deed zich hooren, of het moest het zacht geruisch zijn van +een bergstroom, die eenige honderden schreden verder in een diepe +kloof vloeide. Doch dit geruisch nam toe en werd een waar geloei, +toen de paarden den waterval van den Satkhound bereikt hadden, die +van een hoogte van vijftig vademen valt, gebroken en verscheurd door +de scherpe rotsen van kwarts en basalt. Vloeibaar stof dwarrelde in +den bergpas rond en zou, zoo de maan in dien schoonen lentenacht den +horizont verlicht had, het prachtige schouwspel hebben opgeleverd +van de zeven kleuren van den regenboog. + +De Nana, Balao Rao en Kalagani vertoonden zich nu in den bergpas, +die op deze plaats een scherpe kromming maakt en een prachtig uitzicht +geeft op de vallei, verrijkt door de meesterstukken der boeddhistische +bouwkunst. Daar, op de muren dier tempels, rijkelijk met zuilen, +rozetten, arabesken, veranda's versierd, bevolkt met kolossale +figuren van fantastisch gevormde dieren, voorzien van in de rotsmassa +uitgeholde sombere cellen, eertijds door priesters, de bewaarders +dezer heilige verblijfplaatsen bewoond, kan de kunstenaar ook nog +eenige fresco's bewonderen, die eerst gisteren geschilderd schijnen +te zijn en die koninklijke plechtigheden, godsdienstige processies, +veldslagen voorstellen waarin al de wapenen van dien tijd voorkomen, +zooals ze in de eerste tijden van de christelijke jaartelling in het +prachtige land van Indie in zwang waren. + +Nana Sahib kende al de geheimen dezer onderaardsche verblijven. Meer +dan eens hadden zijne metgezellen en hij, door de koninklijke +troepen in 't nauw gebracht, er in de kwade dagen van den opstand +een schuilplaats gevonden. De onderaardsche galerijen, die ze met +elkander verbonden, de nauwste tunnels in de kwartsachtige rotsmassa +uitgegraven, de bochtige gangen, die elkaar in alle richtingen +kruisten, de duizend vertakkingen van dien doolhof, die den geduldigste +wanhopend zouden gemaakt hebben, alles was hem gemeenzaam. Hij kon er +niet verdwalen, zelfs al verlichtte geen fakkel hunne donkerste hoeken. + +De Nana ging als iemand, volkomen zeker van zich zelven, recht naar +een van de minst belangrijke holen der groep. De opening was verborgen +door dicht struikgewas en een hoop groote steenen, afkomstig van een +oude instorting, tusschen de struiken van den bodem en de planten, +die tusschen de spleten van de rots groeiden. + +Een licht tikje op den wand was den nabob voldoende om zijne +tegenwoordigheid aan de opening van het hol te kennen te geven. + +Dadelijk kwamen twee of drie hoofden van Hindoes tusschen de takken +te voorschijn, daarna tien, twintig en weldra vormden die hoofden, +door lichamen gevolgd, als slangen tusschen de steenen doorkruipende, +een groep van een veertigtal goed gewapende mannen. + +"Op marsch!" zeide Nana Sahib. + +En zonder eenige verklaring te vragen, zonder te weten waarheen +hij hen leidde, volgden hem de getrouwe metgezellen van den nabob, +gereed zich op een teeken van hem te laten dooden. Zij waren te voet, +maar hunne beenen konden in snelheid wedijveren met die van een paard. + +De kleine troep drong door den bergpas, die langs den rand van den +afgrond in de richting van het noorden liep en ging om den top van den +berg heen. Een uur later had hij den weg van den Kandeisch bereikt, +die zich verliest in de bergpassen der Sautpourrabergen. + +Met het aanbreken van den dag passeerden zij den tak op Nagpore van +den spoorweg van Bombay op Allahabad en even later den weg zelven, +die naar het noordoosten loopt. + +Op dit oogenblik bruiste de sneltrein van Calcutta voorbij, en +liet zijn witten rook in de toppen der trotsche vijgeboomen langs +den weg hangen, terwijl de roofdieren der jungles verschrikt op de +vlucht joegen. + +De nabob hield zijn paard in en riep met luide stem, de hand naar +den voortsnellenden trein uitgestrekt: + +"Ga en zeg den onderkoning van Indie, dat Nana Sahib nog altijd in +leven is en dat hij dezen spoorweg, dat vervloekte gewrocht hunner +handen, in het bloed der veroveraars zal verdrinken!" + + + + + + +V. + +DE IJZEREN REUS. + + +Wie beschrijft de verbazing der mannen, vrouwen en kinderen, van +Hindoes zoowel als van Engelschen, op den grooten weg van Calcutta +naar Chandernagor, toen zij in den vroegen morgen van den 6n Mei uit +een der laatste voorsteden van de hoofdstad van Indie, tusschen twee +dichte rijen nieuwsgierigen een vreemde equipage zagen te voorschijn +komen,--indien men althans dien naam kan geven aan den zonderlingen +toestel, die zich langs den oever der Hoogly voortbewoog. + +Aan het hoofd en als de eenige beweegkracht van den trein, stapte +een reusachtige olifant, van twintig voet hoog, dertig lang en breed +naar evenredigheid, bedaard en geheimzinnig voort. Zijn snuit was half +omgebogen, als een enorme hoorn van overvloed, met het uiteinde in de +lucht. Zijne vergulde slagtanden staken buiten zijn ontzaglijk kakebeen +uit, gelijk aan twee dreigende zeisen. Over zijn donkergroen lichaam, +zonderling gevlekt, was een in ruime plooien afhangend kleed van +schitterende kleuren geslagen, afgezet met goud- en zilverdraadwerk, +omgeven door groote eikels van gedraaide franje. Zijn rug torste +een soort van prachtig versierd torentje, bekroond met een op de +Indische wijze rond koepeldak en welks wanden voorzien waren van +groote lensvormige glazen, veel gelijkende op de patrijspoorten +eener scheepskajuit. + +Wat nu die olifant voorttrok, was een trein van twee enorme wagens, +of liever twee werkelijke huizen, een soort van rollende bungalows, +elk op vier raderen met sierlijk gebeeldhouwde naven, speken en +velgen. Deze wielen, waarvan men slechts het onderste segment zag, +bewogen zich in kasten, die half door het onderstel dezer enorme +bewegingstoestellen verborgen waren. Een van scharnieren voorzien +smal brugje, dat zich naar de beweging der wielen schikte, verbond +het eerste voertuig met het tweede. + +Hoe kon nu een enkele olifant, hoe sterk ook, schijnbaar zonder +de minste moeite, deze twee zware gevaarten trekken? Hij deed het +evenwel, het wonderdier! Zijne dikke pooten lichtten zich op en +daalden automatisch neder met een echt mechanische regelmaat en hij +ging onmiddellijk van den stap in den draf over, zonder dat noch de +stem, noch de hand van een "mahout" zich deed hooren of zien. + +Dat was voorzeker iets waarover de nieuwsgierigen zich moesten +verwonderen, indien zij zich althans op eenigen afstand hielden, +want, als zij dichter bij den kolos kwamen, ontdekten zij het geheim +en week hunne verbazing voor bewondering. + +En inderdaad werd het oor onmiddellijk getroffen door een soort van +op de maat afgepast geloei, dat zeer veel overeenkomst had met het +eigenaardig geschreeuw van die reuzen der Indische fauna. Daarenboven +ontsnapte er in kleine tusschenpoozen uit de naar den hemel gerichte +tromp een schitterende rookwolk. + +En toch was het zeer zeker een olifant! Zijn met vouwen en rimpels +bedekte, zwartachtig groene huid hield ongetwijfeld een dier machtige +beenderengestellen verborgen, waarmede de natuur de dikhuidigen +begiftigd heeft! Zijne oogen schitterden met een levendigen glans! Zijn +leden waren met beweging begaafd! + +Doch, zoo de een of andere nieuwsgierige het gewaagd had de hand op het +ontzaglijke dier te leggen, was alles helder voor hem geworden. Het +was slechts een bewonderenswaardige oogbedrieger, een verrassende +navolging, met al de uiterlijke kenteekenen van het leven, zelfs +van dichtbij. + +Werkelijk was die olifant van plaatijzer en hield inwendig een +weglocomotief verborgen, en wat den trein, het "Stoomhuis" betreft, +om de benaming te gebruiken, die hem toekomt, het was de door den +ingenieur beloofde rollende woning. + +De eerste wagen of liever het eerste huis, diende tot woning voor +kolonel Munro, kapitein Hod, Banks en mij. + +Het tweede huisvestte sergeant Mac Neil en de lieden, die het personeel +van den tocht uitmaakten. + +Banks had zijne belofte gehouden, kolonel Munro de zijne en ziedaar +hoe men in den morgen van den 6n Mei, in die buitengewone equipage +vertrokken was om de noordelijke streken van het Indische schiereiland +te bezoeken. + +Doch waartoe zulk een kunstmatige olifant? Waarom die fantasie, +in strijd met den praktischen geest der Engelschen? Tot nog toe was +het nooit bij iemand opgekomen om aan een locomotief, bestemd om, +hetzij op de groote straatwegen of op de rails der spoorbanen, te +circuleeren, de gedaante van een viervoetig dier te geven! + +Het valt niet te ontkennen, dat we, voor 't eerst de wonderlijke +machine ziende, ten hoogste verbaasd stonden te kijken. Er kwam geen +einde aan de vragen, die onzen vriend Banks ten opzichte der machine +gedaan werden. Volgens zijne plannen toch en onder zijne leiding was +deze weglocomotief vervaardigd. Wie had hem de zonderlinge gedachte +ingeblazen haar tusschen de ijzeren wanden van een mechanischen +olifant te verbergen? + +"Mijne vrienden," vergenoegde Banks zich zeer ernstig te antwoorden, +"kent ge den rajah van Bouthan?" + +"Ik ken hem," antwoordde kapitein Hod, "of liever, ik kende hem, +want hij is nu sedert drie maanden overleden." + +"Welnu, voor hij stierf," antwoordde de ingenieur, "was de rajah +van Bouthan niet alleen in leven, maar hij leefde heel anders +dan een ander. Hij was zeer op pracht gesteld, onder welken vorm +ook. Hij weigerde zich niets, niets namelijk van 't geen hem in +zijn hoofd opkwam. Hij bedacht het onmogelijke en indien zijn +beurs niet onuitputtelijk geweest ware, had zij werkelijk kans +gehad uitgeput te worden in de verwezenlijking zijner weelderige +fantasie. Hij was rijk als de nabobs van vroegere tijden. Zoo hij +ooit door eenige zorg gekweld werd, dan was het door de zorg hoe +zijne schatten iets minder alledaags te verteren dan zijne millioenen +rijke medebroeders. Nu kwam er eens een gedachte bij hem op, die zich +zoodanig van hem meester maakte, dat hij er niet meer van kon slapen, +een gedachte waarop Salomo trotsch zou geweest zijn, en die hij zeker +verwezenlijkt zou hebben, als hij den stoom gekend had: de gedachte +namelijk om op eene tot nog toe geheel nieuwe wijze te reizen, met +een equipage zooals nooit iemand er een had kunnen droomen. Hij +kende mij, liet mij aan zijn hof komen en teekende mij zelf het +plan van zijn voertuig. En als ge nu denkt, mijne vrienden, dat ik +in lachen uitbarstte bij het voorstel van den rajah, dan bedriegt ge +u! Ik begreep volkomen dat dit grootsche idee slechts in de hersenen +van een Hindoeschen souverein had kunnen opkomen, en 'k had van dat +oogenblik af slechts eene begeerte, het zoodra mogelijk uit te voeren +op eene wijze, die mijn dichterlijken client en mij zelven het best +kon bevredigen. Een ingenieur is niet alle dag in de gelegenheid +zijne krachten aan fantastische voorstellingen te beproeven en de +fauna der Apocalypsis of de schepping der Duizend en een Nacht met +een dier van eigen vinding te verrijken. En toch, de fantasie van den +rajah was uitvoerbaar. Ge weet wat men in werktuigkunde al doet, wat +men al kan doen en wat men eenmaal zal doen. Ik zette mij dus aan den +arbeid en in dit omhulsel van plaatijzer, dat een olifant voorstelt, +gelukte het mij den stoomketel, met het mechanisme en den tender van +een weglocomotief met zijn geheele toebehooren in te sluiten. De +gelede tromp, die naar goedvinden kan opgeheven en neergedrukt +worden, diende mij tot schoorsteen; door middel van een excentriek [5] +kon ik de beenen van mijn dier aan de wielen van mijn toestel +spannen; ik richtte de oogen in als de lensglazen van een vuurtoren, +teneinde op die wijze twee stralen electrisch licht te verspreiden +en daarmede was de kunstmatige olifant voltooid. Ik had meer dan eene +moeielijkheid moeten overwinnen, die niet dadelijk was opgelost. Het +gevaarte kostte mij vrij wat slapelooze nachten, zoodat mijn rajah, +die hoogst ongeduldig was en den meesten tijd van zijn leven in mijn +werkplaats doorbracht, kwam te sterven, voordat mijn olifant zijne +wandeling op de groote wegen van Indie kon beginnen. De ongelukkige +had den tijd niet gehad de proef van zijn rollend huis te nemen. Maar +zijn erfgenamen, minder fantastisch dan hij, beschouwden den toestel +met schrik en bijgeloof, als het werk van een krankzinnige. Zij +haastten zich dus er zich tegen een lagen prijs van te ontdoen en +daarom kocht ik alles voor rekening van den kolonel. Ge weet nu, mijne +vrienden, hoe en waarom wij alleen op de wereld, ik sta er voor in, +kunnen beschikken over een stoomolifant van tachtig paardenkracht, +of liever van tachtig olifanten van drie honderd kilogrammeters!" + +"Bravo! Banks, bravo!" riep kapitein Hod uit. "Een ingenieur, die +daarenboven kunstenaar is, een dichter in ijzer en staal, dat mag +een witte raaf genoemd worden!" + +"Toen nu de rajah dood was," antwoordde Banks, "en zijn equipage +teruggekocht, had ik den moed niet mijn olifant te vernietigen en +den locomotief zijn gewonen vorm terug te geven!" + +"En je hebt volmaakt goed gehandeld!" hernam de kapitein. "Onze olifant +is prachtig! En wat zullen we een effect met dat reusachtige dier +maken, als het ons over de vlakten en door de jungles van Hindostan +voert! Een dergelijk denkbeeld kon alleen bij een rajah opkomen! Welnu, +wij zullen dat idee in praktijk brengen, niet waar, kolonel?" + +Kolonel Munro had bijna geglimlacht. Dat stond gelijk met een volslagen +goedkeuring van de woorden des kapiteins. De reis werd dus vastgesteld +en dat was de reden, waarom een ijzeren olifant, eenig in zijn soort, +een kunstmatige Leviathan er toe gebracht werd de rollende woning te +trekken van vier Engelschen, inplaats van in groote staatsie een der +rijkste rajahs van het Indische schiereiland rond te leiden. + +En hoe is nu deze weglocomotief ingericht, waaraan Banks vernuftig +al de verbeteringen der moderne wetenschap had aangebracht? + +Tusschen de vier wielen strekt zich het geheele mechanisme, +cilinders, stangen, stoomschuiven, voedingspomp, excentrieken, +in het lichaam van den stoomketel geborgen, uit. Deze pijpketel +heeft zestig vierkante meters verwarmend oppervlak. Hij is geheel +bevat in het voorste gedeelte van het lichaam des olifants, welks +achterste gedeelte den tender verbergt, bestemd om het water en +de brandstof mede te voeren. De stoomketel en de tender, beiden op +hetzelfde gestel geplaatst, zijn alleen van elkander gescheiden door +een tusschenruimte voor den stoker. De machinist houdt zijn verblijf +in den toren, bestand tegen de kogels, welke toren boven het lichaam +van het dier uitkomt en waarin, in geval van een ernstigen aanval, +al onze manschappen zich zullen kunnen verschuilen. Onder de oogen van +den machinist bevinden zich de veiligheidskleppen en de manometer, die +de spanning van den stoom aangeven; binnen zijn bereik de regulator en +de gangkruk die hem dienen, de een om den aanvoer van stoom, de andere +om de beweging der stoomschuiven te regelen en bijgevolg den gang naar +voren of achteren van den toestel te bepalen. Uit dit torentje kan +hij door dikke lensvormige glazen den weg waarnemen, dien zij gaan, +terwijl een pedaal, die met de voorwielen in verband staat, deze +verstelt en het gevaarte de scherpste bochten en krommingen doet maken. + +Veeren van het beste staal, aan de assen bevestigd, torsen den ketel +en den tender, om de schokken door de ongelijkheden van den grond +teweeggebracht, te temperen. Wat de wielen betreft, van beproefde +sterkte, zij zijn aan den omtrek van tanden voorzien, die in den +grond ingrijpen, hetgeen het slijten of doorslaan belet. + +Zooals Banks ons mededeelde, is de nominale kracht der machine +tachtig paarden, die men evenwel tot honderd vijftig effectieve +kracht kan opvoeren, zonder vrees voor ontploffing. Deze machine, +samengesteld volgens de beginselen van het "stelsel Field," is +met dubbelen cilinder en veranderlijke uitzetting. Een hermetisch +gesloten omhulsel beveiligt het geheele mechanisme voor het stof der +wegen, dat het anders spoedig zou bederven. De voortreffelijkheid +dezer machine bestaat vooral hierin, dat zij weinig verbruikt en veel +voortbrengt. Inderdaad is het gemiddelde verbruik, in verhouding tot de +verkregen trekkracht, even voordeelig, hetzij men kool of hout stoke, +want de rooster van den vuurhaard is zoo ingericht, dat alle soorten +van brandstof kunnen gebruikt worden. Wat de normale snelheid van +dezen weglocomotief betreft, deze wordt door den ingenieur geschat +op vijf en twintig kilometers per uur, maar op een gunstig terrein, +zal hij het tot veertig brengen. De wielen kunnen, zooals wij zeiden, +niet gemakkelijk doorslaan, niet alleen door het ingrijpen hunner +vellingen in den grond, doch ook omdat de ophanging van den toestel +op veeren van uitstekende hoedanigheid, volkomen is en het gewicht, +dat door de schokken telkens ongelijk zou worden, daardoor overal +gelijkelijk verdeeld blijft. Daarenboven kunnen deze wielen gemakkelijk +vastgezet worden door een remtoestel met samengeperste lucht, die +het voertuig of langzamerhand, of bijna plotseling doet stilstaan. + +Wat het vermogen der machine aangaat om tegen hellingen op te gaan, +dit is werkelijk merkwaardig. Banks heeft inderdaad de schoonste +resultaten verkregen door rekening te houden met het gewicht en het +voortdrijvend vermogen, op elken zuiger van zijn locomotief. Ook kan +hij gemakkelijk hellingen bestijgen van tien a twaalf centimeters +per meter,--'t geen aanzienlijk is. + +Overigens zijn de wegen, door de Engelschen in Indie aangelegd en +die een net uitmaken van verscheidene duizenden mijlen, wezenlijk +prachtig. Zij leenen zich uitstekend voor deze soort van vervoer. Om +van geen anderen weg te spreken dan van den "Great Trunk Road", die +het geheele schiereiland doorsnijdt, deze strekt zich onafgebroken +twaalf honderd mijlen, of bij de twee duizend kilometers ver uit. + +En nu, laat ons een en ander vertellen van het Stoomhuis, dat de +kunstmatige olifant voorttrok. + +Banks toch had van de erfgenamen van den nabob, voor rekening van +kolonel Munro niet alleen den weglocomotief gekocht, maar ook den +trein, dien hij voorttrok. Wien zal het verwonderen, dat de rajah +van Bouthan hem geheel naar eigen vinding en in Hindoeschen trant had +laten vervaardigen? Ik noemde hem reeds een rollenden bungalow; hij +verdient dien naam ten volle en inderdaad mogen de twee wagens, waaruit +de trein bestaat, een wonder van de bouwkunst des lands genoemd worden. + +Men stelle zich twee soorten van pagoden zonder minarets voor, met hare +dubbele, dikbuikige, ronde koepeldaken, hare uitstekende vensters, door +vierkante, platte, gebeeldhouwde zuilen gedragen, haar versiering in +veelkleurig lofwerk van kostbare houtsoorten, hare bevallig geteekende, +sierlijk gebogen omtrekken, de rijk aangebrachte veranda's, waarin +zij van voren en achteren uitloopen. Men zou gezegd hebben, dat het +twee aan den heiligen heuvel van Sonnaghur ontleende pagoden waren, +die, met elkander verbonden, door dien ijzeren olifant op sleeptouw +genomen, de groote wegen van Indie gingen bewandelen! + +En, opdat er toch niets aan dit wonderbaarlijke voertuig zou ontbreken, +moet nog vermeld worden, dat het drijven kon. Het benedengedeelte toch +van het lichaam des olifants, de buik in een woord, die de machine +bevat, zoowel als het onderstel der twee rollende huizen, vormden +vaartuigen van licht plaatijzer. Deed er zich nu een stroom op zijn +weg voor, dan trad de olifant er in, de trein volgde hem en de pooten +van het dier, door de drijfstangen als schoepen in beweging gebracht, +sleepte het geheele stoomhuis over de rivieren en stroomen voort. Een +onschatbaar voordeel voorzeker in het uitgestrekte land van Indie, +door zooveel stroomen doorsneden, waarover de bruggen nog moeten +gelegd worden. + +Zoodanig was dus die trein, eenig in zijn soort en zoodanig had de +zonderlinge rajah van Bouthan hem gewild. Maar, mocht Banks al aan de +fantasie van den rajah hebben toegegeven, die aan de beweegkracht den +vorm van een olifant en aan de rijtuigen de gedaante van pagoden gaf, +het inwendige had hij gemeend naar den Engelschen smaak te moeten +inrichten en daarbij in het oog gehouden, dat het een reis van langen +duur zou zijn. En hierin was hij volkomen geslaagd. + +Het Stoomhuis bestond, zooals ik gezegd heb, uit twee wagens, die +inwendig niet minder dan zes meters breed waren. Zij overschreden +bijgevolg de assen der wielen, die slechts vijf meters breed waren. Op +zeer lange en buitengewoon buigzame veeren rustende, hadden zij evenmin +van schokken te lijden als de wagens op een goed aangelegden spoorweg. + +De eerste wagen had een lengte van vijftien meters. Van voren +overschaduwde een sierlijke veranda, op lichte zuilen rustende, een +ruim balkon, dat gemakkelijk een tiental personen kon bevatten. Twee +vensters en een deur kwamen op het salon uit, daarenboven verlicht +door twee zijvensters. Dit salon, gemeubeld met een tafel en een +bibliotheek, in zijn geheele breedte voorzien van zachte divans, was +smaakvol versierd en met rijke stoffen behangen. Een dik Smyrna's +tapijt bedekte den vloer. "Tatti's," een soort van lichtschermen +van met bloemen versierd rietgras, voor de vensters gehangen en +onophoudelijk met welriekend water besproeid, onderhielden een +aangename frischheid, zoowel in het salon als in de kleinere +vertrekken. Aan de zoldering hing een "punka," die, terwijl de +trein op weg was, automatisch bewogen of gedurende de halten door +een dienaar heen en weder gezwaaid werd. Moest men niet met alle +mogelijke middelen het onaangename bestrijden eener temperatuur, +die gedurende zekere maanden van het jaar, in de schaduw boven vijf +en veertig graden C. rijst? + +Achter in de zaal verleende een tweede deur, van kostbaar hout, +tegenover de deur der veranda, toegang tot de eetzaal, die haar licht +niet alleen ontving van de zijvensters, maar ook van een plafond +van mat glas. Rondom de in het midden geplaatste tafel, konden acht +gasten plaats nemen. Wij waren slechts met ons vieren en zouden het +dus ruim genoeg hebben. Buffetten en kredenstafeltjes, beladen met al +de weelde van zilverwerk, glazen en porceleinen voorwerpen, door het +Engelsche comfort vereischt, meubelden deze eetzaal. Het spreekt van +zelf, dat al de licht breekbare voorwerpen, half in bijzonder daartoe +vervaardigde inkervingen gevat, evenals dit aan boord van schepen +geschiedt, voor de schokken bewaard bleven, zelfs op de slechtste +wegen, ingeval onze trein ooit genoodzaakt werd zich op dezen te wagen. + +De deur, achter in de eetzaal, kwam uit op een gang, die uitliep +op een achterbalkon, mede bedekt door een veranda. Langs dezen gang +bevonden zich vier kamers, zijdelings verlicht, een bed, een toilet, +een kleerkast, een divan bevattende en ingericht als de kajuiten van +de rijkste transatlantische paketbooten. De eerste kamer links werd +bewoond door kolonel Munro, de tweede rechts, door den ingenieur +Banks. Dan volgde rechts, op de kamer van den ingenieur, die van +kapitein Hod en de mijne links op die van kolonel Munro. + +De tweede wagen, twaalf meters lang, bezat evenals de eerste, een +balkon met veranda, dat uitkwam op een groote keuken, aan iedere zijde +geflankeerd door twee provisiekamers, en natuurlijk voorzien van de +noodige keukengereedschappen. Deze keuken stond in verbinding met een +gang, die zich in het midden tot een vierkant vertrek verwijdde en +voor het personeel der expeditie een tweede eetzaal vormde, verlicht +door een vallicht in de zoldering. Aan de vier hoeken bevonden zich +vier kleine vertrekken, bewoond door sergeant Mac Neil, den machinist, +den stoker en den ordonnans van kolonel Munro; vervolgens waren er van +achteren nog twee andere vertrekjes, het eene bestemd voor den kok, +het andere voor den oppasser van kapitein Hod; eindelijk nog andere +vertrekken, die dienden tot berging van wapenen, tot ijskelder, +bagagekamer, enz., en allen uitkwamen op het verandabalkon van +achteren. + +Men ziet dat Banks de twee rollende woningen van het Stoomhuis +doelmatig en gemakkelijk had ingericht. Zij konden 's winters +verwarmd worden door een toestel, waarvan de verwarmde lucht, door de +machine verschaft, door de kamers circuleerde, behalve twee kleine +schoorsteenen, die in het salon en de eetzaal geplaatst waren. Wij +waren dus in staat het barre jaargetijde te trotseeren, zelfs aan +den voet van de bergen van Thibet. + +De belangrijke vraag der levensmiddelen was natuurlijk niet verzuimd en +we namen zooveel fijne verduurzaamde spijzen van allerlei aard mede, +dat het geheele personeel der expeditie er een jaar lang genoeg aan +zou gehad hebben. Het overvloedigst waren wij voorzien van vleesch +in blikken bussen van de beste merken, vooral gekookt en gestoofd +ossenvleesch, en van kippenpasteien, waarvan het gebruik in Indie +zoo algemeen verspreid is. + +Ook aan melk zou het ons niet ontbreken voor het ontbijt in den +vroegen morgen, dat het eigenlijke ontbijt voorafgaat, ook niet +aan bouillon voor de "tiffin," (het tweede ontbijt) die het diner +des avonds voorafgaat, dank zij de nieuwe toebereidingen, die het +mogelijk maken, dat men ze geconcentreerd op reis medeneemt. + +Na de melk tot deegachtige consistentie uitgedampt te hebben, +wordt zij in hermetisch dichte bussen gesloten van vier honderd +vijftig gram inhoud, die drie kan vloeistof kunnen opleveren +door de bijvoeging van het vijfvoudig gewicht aan water. In dezen +toestand komt zij in samenstelling overeen met normale melk van goede +hoedanigheid. Hetzelfde resultaat wordt verkregen met den bouillon, +die, na op dezelfde wijze geconserveerd en tot tabletjes gevormd te +zijn, opgelost uitmuntende soepen geeft. + +Wat het ijs aangaat, zoo nuttig in die heete luchtstreek, het was +ons gemakkelijk het in weinige oogenblikken te maken, door middel +van den toestel van Carre, die de verlaging der temperatuur door +de verdamping van vloeibaar ammoniakgas bewerkt. Een der kleinere +vertrekken van achteren was zelfs tot ijskelder ingericht en hetzij +door de verdamping van den ammoniak, hetzij door de vervluchtiging van +den methylether, kon de opbrengst onzer jachten onbepaald geconserveerd +worden, dank zij de toepassing der methode van een Franschman, +mijn landgenoot Ch. Tellier. Men zal moeten toestemmen, dat dit een +kostbare hulpbron was, die in alle omstandigheden levensmiddelen van +de beste hoedanigheid ter onzer beschikking stelde. + +Wat de dranken betreft, ook hiervan was de kelder goed +voorzien. Fransche wijnen, verschillende soorten van bier, brandewijn, +arak, hadden allen afzonderlijke plaatsen en waren in voldoende +hoeveelheid voorhanden voor de eerste behoeften. + +Wij moeten overigens opmerken, dat onze reisweg ons niet belangrijk van +de bewoonde provincien van het schiereiland zou verwijderen. Men stelle +zich ook vooral Indie niet als een woestijn voor. Mits men de ropijen +niet spaart, kan men er zich niet alleen het noodige, maar meer dan +dat verschaffen. Het zou kunnen zijn dat, als wij in de noordelijke +streken, aan den voet van het Himalaya-gebergte overwinteren, we aan +onze eigen hulpmiddelen zullen overgeleverd zijn. Doch ook in dat +geval zouden we aan al de behoeften van een comfortable levenswijze +kunnen voldoen. De praktische geest van onzen vriend Banks had alles +voorzien, en men kon zich voor de zorg ons onder weg te proviandeeren, +gerust op hem verlaten. + +Ziehier nu het plan dezer reis,--een plan, dat in beginsel werd +vastgesteld, uitgenomen de weinige wijzigingen, die onvoorziene +omstandigheden er in konden brengen: + +Te vertrekken van Calcutta langs de vallei van den Ganges naar +Allahabad; door het koninkrijk Oude in de richting van het noorden +verder te gaan, teneinde de eerste berghellingen van Thibet te +bereiken, gedurende eenige maanden nu eens hier, dan weder daar te +kampeeren, het daarbij kapitein Hod gemakkelijk makende zijne jachten +te organiseeren, om vervolgens weder naar Bombay af te zakken. + +Dat was bijna negen honderd mijlen af te leggen. Doch ons huis en +zijn geheele personeel reisden met ons. Wie zou er iets tegen hebben +om onder dergelijke omstandigheden meermalen de reis om de wereld +te maken? + + + + + + +VI. + +EERSTE HALTEN. + + +Den 6n Mei had ik met het aanbreken van den dag het hotel Spencer +verlaten, een der beste van Calcutta, alwaar ik sedert mijn komst in de +hoofdstad van Indie mijn verblijf had gevestigd. Deze groote stad had +nu voortaan geene geheimen meer voor mij. Morgenwandelingen, te voet, +gedurende de eerste uren van den dag, avondwandelingen, per rijtuig, +in het Strand, tot het voorplein van het fort William, te midden van +de prachtige equipages der Europeanen, die de niet minder prachtige +rijtuigen der dikke, vette inlandsche baboes (Bengaalsche burgers) +vrij minachtend kruisen; tochten door de merkwaardige neringdoende +straten, die zeer juist den naam van bazars dragen; bezoeken aan de +velden waar de dooden tot asch verbrand worden, aan de oevers van den +Ganges, aan de botanische tuinen van den natuurkundige Hooker, aan +"mevrouw Kali", de vreeselijke vrouw met vier armen, de wreede godin +des doods, die zich in een kleinen tempel van een der voorsteden +verbergt, waar de moderne beschaving hand aan hand gaat met de +inlandsche barbaarschheid. Het paleis beschouwen van den onderkoning, +dat juist tegenover het hotel Spencer gelegen is; het zonderlinge +paleis bewonderen van Chowringhi Road en den Town-Hall, gewijd aan +de herinnering der groote mannen van onzen tijd; in bijzonderheden +de belangwekkende moskee van Hoogly bestudeeren; langs de haven te +wandelen, bezaaid met de schoonste koopvaardijschepen der Engelsche +marine; afscheid te nemen eindelijk van de arghila's, adjudanten of +wijsgeeren,--die vogels hebben zooveel namen!--die belast zijn met +het schoonhouden der straten en met de openbare gezondheid der stad, +dat alles was verricht en mijn vertrek was bepaald. + +Dien morgen dus kwam een palki-ghari, een soort van slecht rijtuig met +twee paarden en op vier wielen,--dat onder de fraaie en gemakkelijke +producten der Engelsche rijtuigfabrieken onwaardig was zich te +vertoonen,--mij op het plein van het Gouvernement afhalen, om mij even +daarna aan de deur van den bungalow van kolonel Munro af te zetten. + +Een honderd schreden verder buiten de voorstad, stond onze trein +ons af te wachten. We hadden alleen nog maar te verhuizen,--in de +eigenlijke beteekenis van het woord. + +Het spreekt van zelf, dat onze bagage vooraf in de daartoe afzonderlijk +ingerichte bergplaats was overgebracht. We namen trouwens niets dan +het hoognoodige met ons. Wat evenwel wapens aangaat, had kapitein +Hod gemeend het met niet minder dan met vier Enfield-karabijnen, met +ontplofbare kogels, vier jachtgeweren en twee eendenroeren te kunnen +stellen, behalve nog een zeker aantal geweren en revolvers,--genoeg +om al onze lieden te wapenen. Al die oorlogswapenen bedreigden meer +de wilde dieren dan het eenvoudige wild voor de keuken, doch men zou +dit den Nimrod onzer expeditie niet gemakkelijk aan zijn verstand +hebben kunnen brengen. + +Kapitein Hod was overigens verrukt! Het pleizier zijn kolonel aan +zijne eenzame levenswijze te ontrukken, de vreugde naar de noordelijke +provincien van Indie te vertrekken, in een equipage zonder weerga, +het vooruitzicht van buitengewone jachtoefeningen, jachttochten, +jachtavonturen in het Himalaya-gebergte, dit alles lachte hem toe, +wond hem op en uitte zich door onophoudelijke uitroepen en stevige +handdrukken. + +Het uur van vertrek had geslagen. De stoom had de noodige drukking, de +machine stond gereed om dienst te doen. De machinist was op zijn post, +met de hand op den regulateur. De gewone stoomfluit deed zich hooren. + +"Vooruit!" riep kapitein Hod, zijn hoed zwaaiende. "IJzeren Reus, +vooruit!" + +De IJzeren Reus, waarmede onze opgewonden vriend, +de bewonderenswaardige beweegkracht van onzen trein bestempelde, +verdiende dien naam terecht en bleef haar bij. + +Een woord over het personeel der expeditie, dat het tweede rollende +huis bewoonde: + +De machinist Storr, een Engelschman, behoorde tot de Compagnie van +den "Great Southern of India," die hij nog maar sedert weinige maanden +verlaten had. Banks kende hem als zeer bekwaam en had hem in den dienst +van kolonel Munro doen overgaan. Het was een man van veertig jaar, +handig werkman, zeer op de hoogte van alles wat zijn vak betrof, +en die ons groote diensten zou bewijzen. + +De stoker heette Kalouth. Hij behoorde tot de door de +Spoorwegcompagnieen zoo gezochte klasse van Hindoes, die ongestraft +de tropische hitte van Indie, nog verhoogd door de hitte van hun +stoomketel, kunnen verdragen. Ditzelfde is het geval met de Arabieren +waaraan de Compagnieen van zeetransporten op den tocht door de +Roode Zee den dienst als stoker toevertrouwen. Deze goede menschen +vergenoegen zich met zich slechts te laten koken, waar de Europeanen +in eenige oogenblikken zouden braden. Ook dit was een goede keus. + +De ordonnans van kolonel Munro was een Hindoe van vijf en dertig +jaar, van het ras der Gourgkhas, Goumi genaamd. Hij behoorde tot het +regiment, dat als een bewijs van goede discipline, het gebruik der +nieuwe munitie aannam, die aanleiding gaf of althans het voorwendsel +was van de omwenteling der Sipayers. Klein, vlug, welgemaakt, +van beproefde getrouwheid, droeg hij nog de zwarte uniform van de +"riflebrigade", waaraan hij gehecht was als aan zijn eigen huid. + +Sergeant Mac Neil en Goumi waren met ziel en lichaam gehecht aan +kolonel Munro. + +Na in al de oorlogen van Indie aan zijne zijde gestreden te hebben, +na hem te hebben bijgestaan in zijne vruchtelooze pogingen om Nana +Sahib weder te vinden, hadden zij hem in zijne afzondering gevolgd +en zouden hem nimmermeer verlaten. + +Was Goumi de ordonnans van den kolonel, Fox,--een echte Engelschman, +zeer vroolijk, zeer spraakzaam,--was de oppasser van kapitein Hod, +en niet minder hartstochtelijk jager dan hij. De goede jongen had +zijn betrekking voor geen andere, welke ook, willen verruilen. Zijn +slimheid maakte hem den naam dien hij droeg waardig. Fox! Vos! maar +een vos, die zeven en dertig tijgers gedood had,--drie minder dan +zijn kapitein. Hij dacht het er trouwens niet bij te laten. + +Om van het geheele personeel der expeditie een woord te zeggen, mogen +we onzen kok niet onvermeld laten, die tusschen de twee provisiekamers, +in het voorste gedeelte van het tweede huis, het bevel voerde. Hij +was een neger van Franschen oorsprong en had reeds onder alle +breedten gebraden en gestoofd. "Monsieur Parazard" verbeeldde zich +geen alledaagsch bedrijf, maar een ambt van het grootste gewicht uit +te oefenen. Met de deftigheid van een paus stapte hij van het eene +fornuis naar het andere en bestrooide met de nauwkeurigheid van een +scheikundige, zijne spijzen met peper, zout en de andere specerijen, +die den smaak zijner geleerde preparaten moesten verhoogen. Maar, +"monsieur Parazard" was bekwaam en zindelijk en daarom vergaf men +hem gaarne deze keukenijdelheid. + +Dus bestond de expeditie, die de IJzeren Reus met zijn uit twee +rollende huizen bestaanden trein naar het noorden van het schiereiland +medevoerde, uit de heeren sir Edward Munro, Banks, kapitein Hod en mij +van de eene zijde en Mac Neil, Storr, Kalouth, Goumi, Fox en "monsieur +Parazard" van de andere,--te zamen dus uit tien personen. Men vergete +daarbij niet de twee honden Phann en Black, wier hoedanigheden de +kapitein op de jacht van allerlei wild niet genoeg kon roemen. + +Bengalen is misschien, zooal niet het belangrijkste, dan toch zeker +het rijkste presidentschap van Hindostan. Het is het eigenlijke +land der rajahs niet, hetgeen meer bijzonder het middelpunt van dit +uitgestrekte Koninkrijk uitmaakt; doch deze provincie beslaat een +zeer bevolkt grondgebied, dat misschien beschouwd kan worden als +het ware land der Hindoes. Zij strekt zich ten noorden uit tot de +ontoegankelijke grenzen van het Himalaya-gebergte en onze reisweg +zou haar in schuinsche richting doorsnijden. + +Na over de het eerst te houden halten beraadslaagd te hebben, waren +wij het allen omtrent dit punt eens geworden: gedurende eenige mijlen +langs den oever der Hoogly, een arm van den Ganges, waaraan Calcutta +gelegen is op te klimmen, de Fransche stad Chandernagor rechts te laten +liggen, van daar langs den spoorweg tot Burdwan te gaan, daarna schuins +Behar te doortrekken, om den Ganges later te Benares weder te vinden. + +"Mijne vrienden," had kolonel Munro gezegd, "ik laat het geheel aan +u over welken weg wij nemen zullen.... Laat mij er buiten. Handelt +daaromtrent zooals gij goedvindt." + +"Maar mijn waarde Munro," antwoordde Banks, "ge moest ons althans +ook uw meening zeggen...." + +"Neen, Banks," hernam de kolonel, "'k ben volkomen onverschillig +daaromtrent en heb waarlijk niet de minste voorliefde tot het bezoeken +van de eene provincie boven de andere. Een vraag evenwel: welke +richting denkt ge te nemen, als we Benares zullen bereikt hebben?" + +"De richting naar het noorden!" riep kapitein Hod onstuimig uit, +"den weg, die rechtstreeks door het koninkrijk Oude naar den voet +der Himalaya voert!" + +"Welnu, mijne vrienden, op dit oogenblik...." antwoordde kolonel +Munro, "zal ik u misschien vragen om.... Doch, we zullen er over +spreken als het tijd zal zijn. Gaat vooreerst, zooals het u goeddunkt!" + +Dit antwoord van Sir Edward Munro verwonderde mij wel eenigszins. Wat +meende hij toch? Had hij slechts toegestemd om die reis te ondernemen +met de gedachte, dat het toeval hem misschien beter zou dienen dan +zijn wil het vermocht had? Zeide hij bij zich zelven dat, indien Nana +Sahib niet dood was, hij hem misschien zou kunnen wedervinden in het +Noorden van Indie? Hoopte hij nog altijd zich te kunnen wreken? Wat +mij aangaat, ik had als een voorgevoel dat een verborgen gedachte den +kolonel Munro bezielde en het scheen me toe dat sergeant Mac Neil in +het geheim van zijn meester moest zijn. + +Gedurende de eerste uren van dezen morgen, waren wij bijeen in het +salon van het Stoomhuis. De deur en de twee vensters der veranda +waren geopend en de punka, de lucht in beweging brengende, maakte de +temperatuur draaglijker. + +De IJzeren Reus werd door den regulateur van Storr zoodanig in bedwang +gehouden, dat men niet sneller ging dan een kleine mijl per uur en +dit was op het oogenblik snel genoeg voor reizigers, die gaarne het +land wilden zien, dat zij doorreisden. + +Bij het verlaten der voorsteden van Calcutta, werden wij gevolgd door +een zeker aantal Europeanen, die onze equipage verbaasd opnamen en +door een menigte Hindoes, die haar met een soort van bewondering, met +vrees gemengd, aanstaarden. Deze menigte was gaandeweg verminderd, +maar wij ontsnapten niet aan de bevreemding der voorbijgangers, +die hunne bewonderende wahs! wahs! uitten. Het spreekt van zelf dat +al deze uitroepen minder de twee prachtige wagens golden dan den +reusachtigen olifant, die ze trok, onder het onophoudelijk uitbraken +van wolken stoom. + +Te tien uur werd de tafel aangerecht in de eetzaal en deden wij eer aan +het ontbijt van "monsieur Parazard," minder geschud voorzeker dan we +'t zouden geweest zijn in een wagon-salon eerste klasse. + +De weg, dien onze trein volgde, liep toen langs den linkeroever +der Hoogly, de meest westelijke der talrijke armen van den Ganges, +die te zamen het warnet vormen van den delta der Sunderbunds. Dit +geheele gedeelte van het grondgebied is van alluviaal-formatie. + +"Wat ge daar ziet, mijn waarde Maucler," zei Banks tot mij, "is +een verovering van den heiligen stroom op de niet minder heilige +Bengaalsche golf. Een quaestie van tijd. Er is misschien geen enkel +deeltje van dezen grond, dat niet van het Himalaya gebergte gekomen is, +overgebracht door den Gangesstroom. De stroom heeft allengs den berg +afgekabbeld om er den bodem dezer provincie mede samen te stellen, +waar hij zich een bedding gevormd heeft...." + +"Die hij dikwijls verlaat voor een ander!" voegde Kapitein Hod er +bij. "Ja, hij is luimig, fantastisch, wonderlijk, die Ganges! Men +bouwt een stad aan zijn oevers en eenige eeuwen later, is de stad +midden in een vlakte gelegen, zijn de kaden droog en is de stroom +van richting en van monding veranderd! Zoo ging het met Rajmahal, +zoo met Gaur, die beiden vroeger door den ongetrouwen stroom bespoeld, +nu te midden van de dorre rijstvelden der vlakte van dorst omkomen!" + +"En!" antwoordde ik, "moet men niet vreezen dat ook Calcutta een +dergelijk lot beschoren is?" + +"Wie weet?" + +"Wel! zijn wij er dan niet?" antwoordde Banks. "'t Is maar een quaestie +van dijken! Als 't noodig is, zullen de ingenieurs de overstroomingen +van dien Ganges wel weten te bedwingen! Men zal hem het dwangbuis +aantrekken!" + +"Gelukkig voor u, waarde Banks," antwoordde ik, "dat de Hindoes u +zoo niet hooren spreken over hun heiligen stroom! Ze zouden het u +nooit vergeven!" + +"Werkelijk," antwoordde Banks, "is de Ganges een zoon van God, als +hij God zelf niet is, en niets van 't geen hij doet, is kwaad in +hunne oogen!" + +"Zelfs de koortsen, de cholera, de pest niet, die hij in endemischen +toestand onderhoudt!" riep kapitein Hod uit. "Het is waar, dat de +tijgers en de krokodillen, waarvan het in de Sunderbunds krioelt, er +niet te slechter om varen. Integendeel? Men zou waarlijk zeggen, dat +de verpeste lucht die dieren goed doet, als de zuivere lucht van ons +sanitarium de Engelsch-Indiers gedurende het warme jaargetijde. O! die +roofdieren!--Fox?" zei Hod, zich naar zijn oppasser omkeerende, +die de tafel afnam. + +"Kapitein?" antwoordde Fox. + +"Heb je daar je zevenendertigste niet gedood?" + +"Ja, kapitein, twee mijlen van de haven van Canning," antwoordde +Fox. "'t Was op een avond...." + +"Genoeg, Fox!" hernam de kapitein, een groot glas grog ledigende, +"'k ken de geschiedenis van den zevenendertigsten. Die van den +achtendertigsten zou me meer belang inboezemen!" + +"De achtendertigste is nog niet dood, kapitein!" + +"Je zult hem dooden, Fox, zooals ik mijn eenenveertigsten!" + +Men ziet dat in de gesprekken van kapitein Hod en zijn oppasser het +woord "tijger" nooit werd uitgesproken. Het was onnoodig, de twee +jagers begrepen elkander. + +Intusschen versmalde zich de bedding der Hoogly, die bij Calcutta +bijna een kilometer breed is, al naarmate wij verder gingen. Boven +de stad zijn de oevers vrij laag en heerschen er maar al te dikwijls +geduchte cyclonen, die hunne verwoestingen over de geheele provincie +uitstrekken. Geheele wijken worden vernietigd, honderden huizen +verpletterd, onmetelijke bebouwde velden verwoest, duizenden lijken +bedekken steden en velden; dat zijn de rampen, die deze onweerstaanbare +natuurverschijnselen na zich sleepen en waarvan de cycloon van 1864 +een der noodlottigste voorbeelden opleverde. + +Men weet dat het klimaat van Indie drie seizoenen bezit: het +regenseizoen, het koude en het heete jaargetijde. Dit laatste is +het kortste, maar ook het moeielijkst te verdragen. Maart, April en +Mei zijn bijzonder ongunstige maanden. Onder allen is Mei de heetste +maand. Door in dezen tijd gedurende zekere uren van den dag de zon +te trotseeren, waagt men zijn leven,--althans de Europeanen. Het +is inderdaad niet zeldzaam dat de thermometer, zelfs in de schaduw, +tot honderd zes graden Fahrenheit (ongeveer 41 deg. C) rijst. + +"De menschen," zegt de Valbezen, "blazen dan als droezige paarden +en gedurende den oorlog tegen de rebellen, moesten officieren en +soldaten hun toevlucht tot stortbaden op het hoofd nemen ten einde +congestie te voorkomen." + +Nochtans hadden we, dank zij den snellen gang van het Stoomhuis, +de door het zwaaien der punka in voortdurende beweging verkeerende +lucht, den vochtigen dampkring, die door de telkens besproeide +lichtschermen van rietgras circuleerde, niet al te veel van de warmte +te lijden. Daarenboven was het regenseizoen, dat van de maand Juni tot +de maand October duurt, niet ver meer verwijderd en het was te vreezen, +dat het onaangenamer zou zijn dan het heete jaargetijde. Doch, alles +wel beschouwd, hadden we in de omstandigheden waaronder onze reis +zich voordeed, niets ernstigs te vreezen. + +Tegen een uur 's namiddags, kwamen we na een heerlijk niet al te snel +ritje te Chandernagor aan. + +Ik had dit hoekje land,--het eenige in het presidentschap Bengalen, +dat nog aan Frankrijk behoort, reeds vroeger bezocht. Deze stad, +waar nog altijd de driekleur woei en die het recht niet heeft +meer dan vijftien soldaten voor hare bewaking te houden, deze oude +mededingster van Calcutta gedurende de worsteling in de XVIIIe eeuw, +is tegenwoordig zeer van hare grootheid vervallen, zonder nijverheid, +zonder handel, de bazars verlaten, haar fort ledig. Misschien ware +Chandernagor er een weinig boven opgekomen, zoo de spoorweg van +Allahabad de stad doorkruist of althans langs hare muren geloopen +had; doch bij al de moeilijkheden door het Fransche gouvernement +de Engelsche compagnie in den weg gelegd, heeft deze den weg een +schuinsche richting moeten geven, teneinde ons grondgebied om te gaan +en daardoor heeft Chandernagor de eenige gelegenheid verloren eenig +commercieel gewicht te herwinnen. + +Onze trein kwam dus de stad niet binnen. Hij hield op drie mijlen van +daar, op den weg, bij den ingang van een bosch van waaierpalmen. Toen +het kamp geheel was ingericht, zou men gezegd hebben dat er een +begin van een dorp op deze plaats in aanbouw was. Maar het dorp +was beweeglijk en hernam den volgenden dag, 7 Mei, den afgebroken +marsch, na een rustigen nacht in onze gemakkelijke en goed ingerichte +vertrekken te hebben doorgebracht. + +Gedurende deze halt had Banks de brandstof laten hernieuwen. Alhoewel +de machine weinig verteerd had, was hij er op gesteld dat de tender +altijd zijn vollen last inhield, namelijk water, hout of kolen genoeg +om zestig uren achtereen te stoomen. + +Dezen regel bleven kapitein Hod en zijn getrouwe Fox niet in gebreke +op zichzelven toe te passen en hun vuurhaard,--ik meen hun maag, +die een groote verwarmingsoppervlakte aanbood,--was steeds voorzien +van de stikstofrijke brandstof, onmisbaar om de menschelijke machine +goed en lang te laten loopen. + +Dezen keer moest de halt langer duren. We zouden twee dagen reizen +en twee nachten rusten, teneinde den 9n Burdwan te bereiken en deze +stad dien dag te bezoeken. + +Ten 6 ure 's morgens liet Storr met een scherp, doordringend gefluit +eenigen stoom ontsnappen en den IJzeren Reus een snelleren gang +aannemen dan den vorigen dag. + +Gedurende eenige uren hadden wij langs den spoorweg gereden, die +over Burdwan te Rajmahal naar de vallei van den Ganges loopt, dien +hij dan tot aan de andere zijde van Benares volgt. De trein van +Calcutta kwam in volle vaart voorbij. Hij scheen ons uit te dagen +door de bewonderende uitroepen der reizigers. Wij beantwoordden hunne +uitdaging niet. Zij mochten sneller gaan dan wij, gemakkelijker en +aangenamer voorzeker niet! + +Het land, dat gedurende die twee dagen doorkruist werd, was +onveranderlijk vlak en daardoor vrij eentonig. Hier en daar werd de +eentonigheid afgebroken door eenige buigzame kokosboomen, die, aan de +andere zijde van Burdwan, eindelijk ook achterbleven. Deze boomen, +tot de groote familie der palmboomen behoorende, bevinden zich bij +voorkeur in de nabijheid der kust en ademen gaarne de zeelucht in, +zoodat men ze in Centraal-Indie te vergeefs zal zoeken. Doch de flora +van het binnenland is er niet te minder belangrijk en rijk om. + +Aan elken kant van den weg was het in den eigenlijken zin des woords +slechts een onmetelijk schaakbord van rijstvelden, die zich in het +verre verschiet verloren. De bodem was verdeeld in vier hoeken als de +zoutmoeren of de oesterparken eener kuststreek. Doch de groene kleur +had de overhand en de oogst beloofde rijk te zijn op dien vochtigen, +warmen bodem, die van een verbazende vruchtbaarheid getuigde. + +Den volgenden avond hield het gevaarte met de grootste nauwkeurigheid, +op het vooraf bepaalde uur voor de poorten van Burdwan op. + +Uit een administratief oogpunt is deze stad de hoofdplaats van +een Engelsch distrikt, maar het distrikt is het eigendom van een +maharajah, die niet minder dan tien millioen aan belasting aan de +regeering betaalt. De stad bestaat grootendeels uit lage huizen, +van elkander afgescheiden door fraaie lanen van boomen, kokosboomen +en pinangpalmen. Deze lanen waren breed genoeg om door onzen trein +bereden te kunnen worden. We sloegen dus op een bekoorlijke plek, +waar het schaduwrijk en frisch was, ons kamp op. Dien avond telde de +hoofdstad van den maharajah een kleine wijk te meer, ons draagbaar +gehucht namelijk, ons dorp van twee huizen en we zouden het niet +geruild hebben tegen het geheele kwartier waar het prachtige paleis +van Engelsch-Indische bouwkunst van Burdwan's souverein zich verheft. + +Men kan zich voorstellen, dat onze olifant daar de gewone uitwerking +had, namelijk die van een soort van bewondering met schrik gemengd; +van alle kanten kwamen de goede Bengaalsche burgers aangeloopen, +blootshoofds, de haren geknipt a la Titus en niets anders voor kleeding +dan, de mannen een schortje om de lendenen, de vrouwen een wit hemd, +waarin zij van het hoofd tot de voeten gehuld waren. + +"'k Heb slechts eene vrees!" zei kapitein Hod, "dat de maharajah onzen +IJzeren Reus zal willen koopen en er ons zulk een buitensporigen +prijs voor biedt, dat we wel verplicht zijn hem aan zijn Hoogheid +te verkoopen!" + +"Nooit!" riep Banks uit. "'k Zal hem een anderen olifant maken, als +hij wil, en dan zoo enorm, dat hij zijn heele hoofdstad van 't eene +einde van zijn land naar 't andere zal kunnen medenemen! Maar den onzen +verkoopen we niet, al biedt hij er nog zooveel voor, niet waar, Munro?" + +"Al wil hij er nog zooveel voor geven!" antwoordde de kolonel op den +toon van iemand, dien het aanbod van een millioen niet zou kunnen +overhalen. + +Gelukkig evenwel behoefde er over den aankoop van onzen kolos niet +beraadslaagd te worden. De maharajah was niet te Burdwan. Het eenige +bezoek, dat we ontvingen was dat van zijn "kamdar," een soort van +geheim-secretaris, die onze equipage eens kwam bekijken. Toen dit +afgeloopen was, bood dit personage ons aan,--en dit aanbod werd gaarne +aangenomen,--de tuinen van het paleis te gaan zien, beplant met de +heerlijkste planten der tropische gewesten, besproeid door het water +uit vijvers of uit beken, die in alle richtingen heen liepen, het +park te bezoeken, versierd met hier en daar schilderachtig geplaatste +kiosken, bekleed met groene grasperken, bevolkt door reeen, herten, +olifanten, vertegenwoordigers der huisdieren, en door tijgers, leeuwen, +panters, beren, vertegenwoordigers der wilde dieren, die in prachtige +menagerieen verblijf hielden. + +"Tijgers in kooien als vogels, kapitein!" riep Fox uit. "Hoe treurig +toch!" + +"Ja, Fox!" antwoordde de kapitein. "Als men hen ondervroeg, die +goede beesten, zouden ze liever in de jungles rondzwerven.... zelfs +op geweerschots afstand!" + +"Of ik dat begrijp, kapitein!" antwoordde de oppasser, een zucht +loozende. + +Den volgenden morgen, 10 Mei, verlieten we Burdwan. Het Stoomhuis, +goed van alles voorzien, ging weder op weg, dwars de rails over, in +rechtstreeksche richting naar Ramghur, eene stad op vijf en zeventig +mijlen ongeveer van Calcutta gelegen. + +Wel is waar liet deze reisweg rechts de belangrijke stad Mourchedabad +liggen, die noch in haar Indisch, noch in haar Engelsch gedeelte iets +bijzonders aanbiedt; Monghir, een soort van Birmingham in Hindostan, +op een voorgebergte genesteld, dat den heiligen stroom bestrijkt; +Patna, de hoofdstad van het koninkrijk Behar, dat we schuins zouden +doortrekken, een rijke stapelplaats voor het opium en die dreigt +te verdwijnen onder den rijkdom van klimplanten, waarvan de flora +krioelt. Doch het kwam ons beter uit een meer zuidelijke richting te +volgen, twee graden beneden de vallei van den Ganges. + +Op dit gedeelte van de reis, werd de IJzeren Reus iets meer aangezet +en in een lichten draf gebracht, waaruit wij de uitmuntende inrichting +onzer opgehangen huizen leerden op prijs stellen. De weg was overigens +best en leende zich goed tot de proefneming. Zouden de roofdieren +verschrikt geworden zijn bij de passage van den reusachtigen olifant, +rook en stoom uitbrakende? Mogelijk wel! Zeker is het, dat we tot +groote verbazing van kapitein Hod er te midden der jungles dezer streek +geen een zagen. Doch het was in de noordelijke streken van Indie en +niet in de provincies van Bengalen, dat hij zijn lust tot jagen wilde +botvieren en hij dacht er daarom nog niet over zich te beklagen. + +Den 15n Mei bevonden wij ons bij Ramghur, op vijftig mijlen omstreeks +van Burdwan verwijderd. De gemiddelde snelheid was vijftien mijlen +op de twaalf uren geweest, niet meer. + +Drie dagen later, den 18n, hield de trein honderd kilometers verder, +bij de kleine stad Chittra stil. + +Geen enkel bijzonder toeval had dit gedeelte van de reis gekenmerkt. De +dagen waren warm, maar hoe heerlijk was de siesta onder beschutting +der veranda's! Wij brachten er de heetste uren van den dag in een +aangenaam farniente door. + +Des avonds hielden Storr en Kalouth onder toezicht van Banks zich bezig +met het schoonmaken van den stoomketel en het onderzoeken der machine. + +Gedurende dien tijd gingen kapitein Hod en ik, vergezeld van Fox, +Goumi en de twee staande honden, in den omtrek van het kamp jagen. Dit +betrof alleen nog maar het kleine wild, doch al trok de kapitein er +als jager zijn neus voor op, als lekkerbek kon hij er zich goed mede +vereenigen en den volgenden middag telde het menu van den maaltijd tot +zijn groot genoegen en niet minder tot dat van "monsieur Parazard" een +paar smakelijke schotels meer, die onze verduurzaamde levensmiddelen +bespaarden. + +Soms ook bleven Goumi en Fox achter om als houthakkers en waterdragers +dienst te doen. Men moest immers den tender van nieuwen voorraad +voorzien voor den volgenden dag. Ook koos Banks zooveel mogelijk de +halten aan den oever van de beek en in de nabijheid van een bosch. Deze +noodzakelijke proviandeering had plaats onder het toezicht van den +ingenieur, die geen enkele bijzonderheid verzuimde. + +Wanneer dan alles in orde was, staken we onze sigaren aan,--uitmuntende +"cherouts" van Manilla,--en rookten we, steeds over het land pratende, +dat Hod en Banks tot in de minste bijzonderheden kenden. Wat den +kapitein betreft, hij versmaadde de nietige sigaar en haalde met zijne +krachtige longen, door een twintig voet lange buis, den aromatischen +rook op van een zorgvuldig door de hand van zijn oppasser gestopten +"houka." + +We zouden zeer gaarne gezien hebben, dat kolonel Munro ons op die korte +tochten in den omtrek van het kamp vergezeld had. Nooit verzuimden +we 't dan ook het hem op het oogenblik van ons vertrek te vragen, +doch even standvastig wees hij ons aanbod van de hand en bleef met +sergeant Mac Neil achter. Beiden wandelden dan op den weg een honderd +passen heen en weder. Zij spraken weinig, maar zij schenen elkander +opperbest te verstaan en behoefden geene woorden te wisselen om +gedachten te wisselen. Zij waren beiden geheel verdiept in noodlottige +herinneringen, die door niets konden uitgewischt worden. Wie weet zelfs +of die herinneringen zich niet verlevendigden, naarmate sir Edward +Munro en de sergeant het tooneel van den bloedigen opstand naderden. + +Blijkbaar had de een of andere gedachte, die wij eerst later zullen +leeren kennen en niet de eenvoudige begeerte zich niet van ons te +scheiden, den kolonel Munro overgehaald zich bij deze expeditie +in Noord-Indie aan te sluiten. Banks en kapitein Hod deelden mijne +zienswijze ten dezen opzichte. Ook vroegen wij ons niet zonder eenige +ongerustheid in de toekomst af of die ijzeren olifant op zijn tocht +door de vlakten van het schiereiland geen treurspel met zich voerde. + + + + + + +VII. + +DE BEDEVAARTGANGERS VAN DEN PHALGOU. + + +Behar vormde in vroegere eeuwen het rijk van Magadha. Het was een soort +van heilig grondgebied ten tijde der Bouddhisten en nog heden is het +bedekt met tempels en kloosters. Doch sedert lang hebben de brahmanen +de priesters van Bouddha opgevolgd. Zij hebben zich meester gemaakt +van de "viharas," zij exploiteeren ze, zij leven van de opbrengst +van den eeredienst; van alle kanten stroomen de geloovigen naar hen +toe; zij concurreeren met de heilige wateren van den Ganges, met de +pelgrimstochten van Benares, met de plechtigheden van Jaggernaut, +in een woord, men kan gerust zeggen, dat het land hun toebehoort. + +Het is een rijk land met zijn onmetelijke smaragd-groene rijstvelden en +zijn uitgestrekte vlakten met maankop, met zijn talrijke gehuchten, +verloren in het groen, beschaduwd door palmboomen, mangoboomen, +dadels, taras, waarover de natuur een niet te ontwarren net van lianen +geworpen heeft. De wegen, door het Stoomhuis bereden, vormen zoovele +dichte, overdekte lanen, waarvan de vochtige bodem de frischheid +onderhoudt. Wij gaan vooruit met de kaart voor ons, zonder ooit te +vreezen te verdwalen. Het gebriesch van onzen olifant vermengt zich +met de oorverdoovende concerten van het gevogelte en het wanluidende +geschreeuw der talrijke apensoorten. Zijn rook verliest zich in het +dichte gebladerte dier feniksen der velden, de bananen, waarvan +de gouden vruchten nedervallen als sterren te midden van lichte +wolkjes. Bij zijn passage vliegen troepen teere rijstvogeltjes op, +wier wit gevederte zich vermengt met de witte stoomspiralen. Hier +en daar teekenen zich groepen vijgeboomen, boschjes pampelmoezen, +bedden met "dalhs," een soort van boomvormige erwten, gedragen door +een steel van een el hoog, scherp tegen den wolkeloozen hemel af en +vormen den voorgrond van het onvergelijkelijk schoone landschap. + +Maar welk een hitte! Nauwlijks dringt een weinig vochtige lucht door de +lichtschermen van rietgras onzer vensters. De heete winden, bezwangerd +met de warmtestof der uitgestrekte pleinen van het westen, strijken +met hun vurigen adem over de velden. Het is tijd, dat de moesson van +Juni den toestand van den dampkring komt veranderen. Niemand zou die +gloeiende zonnestralen kunnen verdragen, zonder met een doodelijke +stikking bedreigd te worden. + +Het landschap is dan ook verlaten. Zelfs de "raiots," hoe gehard ook +tegen deze brandende zon, zouden zich niet met den veldarbeid kunnen +bezighouden. Alleen de schaduwrijke weg is begaanbaar en dan nog alleen +in onzen rollenden bungalow. De stoker Kalouth moet wel, 'k zal niet +zeggen van platina zijn, want platina zou smelten, maar van zuiver +koolstof, om de brandende hitte van het vuur te kunnen weerstaan. Maar +de brave Hindoe biedt krachtig weerstand. Hij heeft het zich bij +zijn leven op de locomotieven der spoortreinen van Centraal-Indie, +tot een tweede natuur gemaakt, zulk een temperatuur te verdragen! + +De thermometer, aan den wand der eetzaal, staat den 19n Mei op +honderd zes graden Fahrenheit (41,11 deg. C.) Dien avond, hebben we onze +hygienische wandeling om na de verstikkende hitte van een tropischen +dag een weinig lauwe en zuivere lucht in te ademen, niet kunnen +maken. Dezen keer was de dampkring werkelijk verschroeiend. + +"Mijnheer Maucler," richtte zich de sergeant Mac Neil tot mij, "dat +doet me denken aan de laatste dagen van Maart, toen sir Hugh Rose, +met een batterij van slechts 2 stukken, bres trachtte te schieten in +de omheining van Lucknow. Er waren zestien dagen verloopen, sedert we +de Betwa waren overgestoken en sedert zestien dagen waren de paarden +geen enkele maal onttoomd geweest. We streden tusschen enorme muren +van graniet, dat zooveel beteekende als tusschen de steenen wanden +van een hoogoven. "Chitsis" met emmers water, doorliepen onze rangen +en terwijl we onze geweren afschoten, goten ze water op onze hoofden, +daar we anders neergevallen zouden zijn. 'k Zal 't nooit vergeten. Ik +kon niet meer, mijn hoofd zou bersten en 'k was op het punt neer te +slaan.... Kolonel Munro ziet het en den emmer uit de handen van een +chitsi rukkende, stort hij hem over mij uit.... 't was de laatste, +dien de dragers zich hadden kunnen verschaffen!.... Ziet u, dat zal +ik niet licht vergeten! Neen! een druppel bloed voor een druppel +water! Al had ik al het mijne voor mijn kolonel gestort, zou ik nog +zijn schuldenaar zijn!" + +"Sergeant," vroeg ik, "vindt ge niet dat de kolonel sedert ons vertrek +er bezorgder uitziet dan gewoonlijk? Hij schijnt elken dag...." + +"Ja, mijnheer," antwoordde Mac Neil, die me vrij driftig in de rede +viel, "maar dat is zeer natuurlijk! De kolonel komt elken dag dichter +bij Lucknow, bij Cawnpore, waar Nana Sahib zijn vrouw.... O! ik kan +er niet van spreken of het bloed stijgt me naar 't hoofd! Misschien +zou 't beter geweest zijn onze reis anders te nemen en de provincies +niet door te trekken, die door den opstand verwoest zijn! 't Is nog +te kort geleden, dat die vreeselijke gebeurtenissen plaats hadden en +ze zijn nog te versch in 't geheugen!" + +"Waarom zouden we onzen weg dan niet veranderen!" zei ik daarop. "Als +ge wilt, Mac Neil, zal ik er met Banks, met kapitein Hod over +spreken...." + +"'t Is te laat," antwoordde de sergeant. "'k Heb alle reden, trouwens, +om te gelooven, dat de kolonel misschien een laatste maal, het tooneel +van dien vreeselijken oorlog wil weerzien, dat hij de plek wil bezoeken +waar lady Munro den dood en welken dood, gevonden heeft!" + +"Als ge dat denkt, Mac Neil," antwoordde ik, "is het beter kolonel +Munro te laten begaan en niets aan onze plannen te veranderen. 't Is +dikwijls een troost en een verzachting voor onze smart, hen die we +liefhebben op hun graf te gaan beweenen...." + +"Op het graf, ja!" riep Mac Neil uit. "Maar is dat dan een graf, +die put van Cawnpore, waar zoovele slachtoffers op en onder elkander +zijn neergesmeten! Is dat een graftombe, die te midden van bloemen, +in de schaduw van statig geboomte, met een enkelen naam, den naam +van hem, die niet meer is, en dien we zoo innig lief hadden, de +herinnering levendig houdt! O mijnheer! ik vrees maar al te zeer, +dat de smart van mijn kolonel onherstelbaar is! Maar, nogmaals, +het is nu te laat om hem een anderen weg te doen inslaan. Wie weet +of hij dan niet weigeren zou ons te volgen! Kom! laten we de zaken +haar loop hebben en dat God ons geleide!" + +Blijkbaar wist Mac Neil, toen hij zoo sprak, waaraan zich te houden +ten opzichte van de plannen van Sir Edward Munro. Doch, zeide hij +mij wel alles en was het slechts het plan Cawnpore weder te zien, +dat den kolonel had doen besluiten Calcutta te verlaten? Wat er van +zij, het was nu alsof een zeilsteen hem naar de plek trok waar de +ontknooping van dit noodlottige treurspel had plaats gehad!.... Men +moest hem zijn gang laten gaan! + +Ik kwam toen op het denkbeeld den sergeant te vragen of hij voor zich +alle idee van wraak had opgegeven, in een woord, of hij meende dat +Nana Sahib werkelijk dood was. + +"Neen," antwoordde Mac Neil mij onbewimpeld. "Ofschoon ik geen +enkel bewijs voor mijne meening heb, geloof ik niet en kan ik +niet gelooven, dat Nana Sahib gestorven is zonder gestraft +te zijn voor zooveel misdaden! Neen! En toch, ik weet niets +en heb ook niets vernomen!... Het is alsof een instinct mij +drijft!.... O! mijnheer! zich tot doel een wettige wraak te stellen, +zou iets zijn in het leven! Geve de hemel dat mijne voorgevoelens +mij niet bedriegen en dat eenmaal...." + +De sergeant eindigde niet.... Een gebaar gaf te kennen, wat zijn mond +niet had willen zeggen. De dienaar was het eens met den meester! + +Toen ik Banks en kapitein Hod den inhoud van dit gesprek mededeelde, +waren beiden het er over eens, dat het reisplan niet mocht en kon +veranderd worden. Trouwens was er nooit sprake van geweest de reis over +Cawnpore te nemen en na eenmaal den Ganges te Benares overgestoken +te zijn, zouden we ons rechtstreeks naar het noorden richten door +het oostelijk gedeelte van de koninkrijken Oude en Rohilkhande. Wat +ook Mac Neil mocht denken, het was niet zeker dat Sir Edward Munro +Lucknow of Cawnpore wilde terug zien, plaatsen, die hem zoovele +vreeselijke herinneringen in het geheugen zouden terug roepen; maar, +als hij het wilde, zoude men hem op dit punt niet tegenwerken. + +Wat Nana Sahib betreft, hij was zoo bekend, dat, indien de afkondiging, +die zijne wederverschijning in het presidentschap van Bombay, waarheid +sprak, wij er op nieuw iets van hadden moeten vernemen. Maar, bij ons +vertrek van Calcutta was er reeds geen sprake meer van den nabob en +de onderweg verkregen inlichtingen gaven aanleiding tot het vermoeden, +dat de overheid op een dwaalspoor gebracht was. + +In alle geval, indien er mogelijk iets van aan ware, indien kolonel +Munro een geheim plan had, dan mocht het werkelijk verwonderlijk +schijnen dat Banks, zijn intiemste vriend, niet in zijn vertrouwen +deelde, eerder dan de sergeant Mac Neil. Doch dit kwam zeker +daarvandaan, zooals Banks zeide, dat hij alles gedaan had om den +kolonel terug te houden zich in gevaarlijke en nuttelooze nasporingen +te begeven, terwijl de sergeant hem er zeker toe aanzette! + +Den 19n Mei, tegen twaalf uren hadden wij het gehucht Chittra achter +den rug. Het Stoomhuis bevond zich nu honderdvijftig kilometers van +zijn punt van uitgang verwijderd. + +Den volgenden dag, 20 Mei, kwam de IJzeren Reus, bij het vallen van +den nacht, na een buitengewoon heeten dag, in de omstreken van Gaya +aan. Aan den oever eener heilige rivier, de Phalgou, zeer bekend bij +de bedevaartgangers, werd halt gehouden. De twee huizen hielden stand +op een fraaie plek, aan den steilen oever, beschaduwd door schoone +boomen, op twee mijlen ongeveer van de stad af. + +Ons voornemen was zesendertig uren op deze plaats te vertoeven, +namelijk twee nachten en een dag, want de plek bood veel +bezienswaardigs aan, zooals ik reeds vroeger gezegd heb. + +Den volgenden dag begaven Banks, kapitein Hod en ik te vier uur +'s morgens, teneinde de middaghitte te vermijden, na afscheid van +kolonel Munro genomen te hebben, zich naar Gaya. + +Men verzekert dat jaarlijks honderdvijftig duizend geloovigen naar dit +middelpunt der Brahmaansche vestigingen stroomden. En inderdaad waren +bij de toegangen tot de stad de wegen bezaaid met een ontelbaren stoet +mannen, vrouwen, grijsaards en kinderen. Al die menschen gingen bij +wijze eener processie door het veld, na de duizend vermoeienissen van +een langen pelgrimstocht getrotseerd te hebben ter vervulling hunner +godsdienstige plichten. + +Banks had reeds vroeger dit grondgebied van Behar bezocht tijdens +hij opmetingen deed voor een spoorweg, die nog niet tot uitvoering +gekomen was. Hij kende dus het land en we konden geen beteren gids +hebben. Hij had overigens kapitein Hod verplicht al zijn jachttuig +in het kamp te laten en men had dus niet te vreezen, dat onze Nimrod +ons onderweg verlaten zou. + +Even voor in de stad aan te komen, waaraan men met recht den naam van +heilige stad kan geven, deed Banks ons stil houden voor een heiligen +boom, waaromheen pelgrims van allerlei leeftijd en van beide seksen +in aanbidding waren neergezonken. + +Deze boom was een "pipala," met een enormen stam; maar, hoewel de +meeste takken reeds van ouderdom waren afgevallen, kon hij toch +niet meer dan twee of driehonderd jaren levens tellen. Dit zou ook +twee jaren later bevestigd worden door Louis Rousselet, op zijn +belangwekkende reis door het Indie der Rajahs. + +De boom Boddhi, was de godsdienstige naam van dezen laatsten +vertegenwoordiger van het geslacht van pipala's, die gedurende +een lange reeks van eeuwen deze plek beschaduwden en waarvan de +eerste vijf honderd jaar voor de christelijke jaartelling gepoot +werd. Waarschijnlijk was het voor de geknielde dweepers aan zijn voet, +de boom zelf, door Bouddha op deze plaats gewijd. Hij verheft zich +nu op een bouwvallig terras, zeer nabij een steenen tempel, welks +oorsprong blijkbaar zeer oud is. + +De tegenwoordigheid van drie Europeanen, te midden dier duizenden +Hindoes, werd met geen goede oogen aangezien. Men sprak echter niet +tot ons, doch we konden niet bij het terras komen, noch doordringen +tot de bouwvallen van den tempel. Overigens werden wij zoo dicht door +de bedevaartgangers omringd, dat het moeielijk geweest zou zijn zich +een weg tusschen hen door te banen. + +"Zoo daar een Brahmaan geweest was," zei Banks, "zouden we meer +pleizier van ons bezoek gehad hebben en het gebouw misschien tot in +zijn diepste schuilhoeken hebben kunnen bezoeken." + +"Wat!" antwoordde ik, "zou een priester minder streng geweest zijn +dan zijn eigen geloovigen?" + +"Mijn waarde Maucler," antwoordde Banks, "er is geen gestrengheid +bestand tegen het aanbod van eenige ropyen en de brahmanen moeten +immers toch ook leven!" + +"'k Zie er de noodzakelijkheid niet van in," antwoordde kapitein +Hod, die het zwak had voor de Hindoes, hunne zeden, vooroordeelen, +gewoonten en de voorwerpen hunner vereering, de verdraagzaamheid te +gevoelen, die zijne landgenooten hun met alle recht verleenen. + +Voor het oogenblik was Indie voor hem slechts een uitgestrekt +jachtgebied en gaf hij onbetwistbaar boven de bevolking van de steden +en het land de voorkeur aan de woeste roofdieren der jungles. + +Na een behoorlijk poosje aan den voet van den heiligen boom +vertoefd te hebben, geleidde Banks ons op den weg in de richting +van Gaya. Naargelang wij de heilige stad naderden, nam de toevloed +der pelgrims steeds toe. Weldra deed zich door een open plek in het +groen Gaya aan ons voor op den top van de rots, die zij met hare +schilderachtige bouwwerken bekroont. + +Wat vooral de aandacht der toeristen op deze plaats wekt, is de tempel +van Vishnoe in eigen persoon achtergelaten, toen hij zich verwaardigde +op de aarde neder te dalen om met den demon Maya te worstelen. Nu kon +de worsteling tusschen een god en een duivel niet lang twijfelachtig +zijn. De duivel delfde het onderspit en een steenen blok, zichtbaar in +de omheining zelve van Vishnoe-Pad, getuigt door de diepe indrukselen +van de voeten zijns tegenstanders, dat de duivel het hard genoeg te +verantwoorden had. + +Ik zeg "een blok van steen, dat zichtbaar was," en ik haast mij er +bij te voegen "zichtbaar alleen voor de Hindoes," want geen Europeaan +is het vergund deze goddelijke voetstappen te aanschouwen. Misschien +moet men, om ze goed op den wonderdadigen steen te onderscheiden, een +sterk geloof hebben, dat men niet meer aantreft bij de geloovigen der +westelijke volkeren. Hoe dit zij, Banks bood dezen keer te vergeefs +zijne ropijen aan. Geen priester wilde aannemen wat de prijs van een +heiligschennis zou geweest zijn. Ik zou niet durven beslissen of de +som niet groot genoeg was voor het geweten van een brahmaan. Zeker +is het, dat we niet tot in den tempel konden doordringen en ik heb er +niet achter kunnen komen, wat er eigenlijk van is, van dat zachte en +schoone jonge mensch, hemelsblauw gekleurd, gekleed als een koning +uit ver vervlogen tijden, beroemd door zijne tien incarnaties [6], +die het behoudend beginsel vertegenwoordigt, in tegenoverstelling met +Civa, het woeste zinnebeeld van het vernietigend beginsel en dien de +Vaichnavas, de aanbidders van Vishnoe erkennen als den eerste der +drie honderd dertig millioenen goden, die hunne bij uitnemendheid +polytheistische mythologie bevolken. + +Toch hadden wij geen reden spijt te gevoelen over onzen tocht naar +de heilige stad, noch over dien naar Vishnoe-Pad. Het zou onmogelijk +zijn den verwarden hoop tempels, de reeks pleinen, de ophooping van +viharas, die we moesten omgaan of doorkruisen om tot hem te komen, +te beschrijven. Theseus zelf met den draad van Ariadne in de hand, +zou verdwaald zijn in dien doolhof! Wij daalden dus van de rots van +Gaya weder naar omlaag. + +Kapitein Hod was woedend en had den Brahmaan, die ons den toegang +tot Vishnoe-Pad weigerde, wel te lijf gewild. + +"Ben je niet wijs, Hod?" zei Banks tot hem, hem terughoudende. "Weet +je niet dat de Hindoes hunne priesters de brahmanen niet alleen +beschouwen als wezens van aanzienlijken bloede, maar ook als wezens +van een hoogeren oorsprong?" + +Toen wij bij dat gedeelte der Phalgou-rivier aangekomen waren, dat +de rots van Gaya bespoelt, breidde zich de verbazende ophooping van +bedevaartgangers voor onze blikken uit. Daar verdrongen zich in een +verward mengelmoes door elkander, mannen en vrouwen, grijsaards en +kinderen, stad- en landbewoners, rijke Bengaalsche burgers en arme +mannen van het volk, van de minste soort, Vaichyas, kooplieden +en boeren, Kchatryas, fiere krijgslieden, Sudras, armzalige +handwerkslieden van verschillende secten, parias, die buiten de +wet gesteld zijn en wier oogen de voorwerpen bezoedelen, die ze +beschouwen,--in een woord alle klassen of alle kasten van Indie, +de krachtige Radsjpoet den zwakkelijken Bengali op zijde dringende, +de lieden van Pendjab tegenover de mohamedanen van Scinde. Dezen +zijn in palankijns gekomen, genen in rijtuigen, getrokken door +groote bultossen. Dezen liggen uitgestrekt bij hunne kameelen, genen +hebben den weg te voet afgelegd en nog altijd stroomt het toe van alle +gedeelten van het schiereiland. Hier en daar worden tenten opgeslagen, +hier en daar ziet men uitgespannen karren, hier en daar hutten van +takken, die tot voorloopige woning van al die menschen dienen. + +"Welk een gedrang!" zei kapitein Hod. + +"Het water van den Phalgou zal van avond niet lekker zijn!" deed +Banks opmerken. + +"En waarom niet?" vroeg ik. + +"Omdat dat water heilig is en die heele verdachte troep er zich in +gaat baden, zooals de Gangisten in de wateren van den Ganges." + +"Zijn we dan hier benedenwaarts van den stroom?" riep Hod uit, de +hand naar ons kamp uitstrekkende. + +"Neen, kapitein, wees gerust," antwoordde de ingenieur, "we zijn +stroomopwaarts." + +"Opperbest, Banks, want we moeten onzen IJzeren Reus zijn dorst aan +deze onzuivere bron niet laten lesschen!" + +Intusschen vervolgden wij onzen weg te midden van die duizenden +Hindoes, in een betrekkelijk kleine ruimte opgehoopt. + +Het oor werd getroffen door een wanluidenden klank van kettingen +en schelletjes. Het waren bedelaars, die de openbare liefdadigheid +inriepen. + +Het wemelde namelijk van allerlei soorten van dat landloopers +gilde, over het geheele Indische schiereiland verspreid. De meesten +vertoonden valsche wonden en gebreken, als de Clopin-Trouillefous der +middeleeuwen. Doch, mogen de bedelaars van bedrijf meestal voorgewende +gebrekkigen zijn, met de dweepers is dit niet het geval. En inderdaad +zou het moeielijk geweest zijn voorbeelden te vinden van inniger +overtuiging. + +Er bevonden zich daar fakirs, goussains, bijna naakt, met asch bedekt; +hier een met een stijven arm door hem voortdurend uitgestrekt gehouden +te hebben, daar een ander de hand doorboord met de nagels zijner +eigen vingers. + +Anderen hadden zich tot voorwaarde gesteld den geheelen door +hen afgelegden weg met hun lichaam te meten. Zich op den grond +uitstrekkende, zich weder oprichtende, zich opnieuw uitstrekkende, +hadden zij op deze wijze honderden mijlen afgelegd, alsof zij tot +meetketting van een landmeter gediend hadden. + +Hier waren geloovigen, bedwelmd door het gebruik van "bang,"--een +drank van opium met een infusie van hennip gemengd,--met boomtakken +verbonden door in hunne schouders geslagen ijzeren haken. Op deze +wijze opgehangen zwaaiden zij zoolang heen en weder, tot eindelijk +hun vleesch begon mede te geven en zij in de wateren van den Phalgou +vielen. + +Daar waren nog anderen, die ter eere van Civa, de beenen doorboord, met +doorstoken tong, en pijlen, die hen eveneens het lichaam doorboorden, +het bloed, dat uit hunne wonden vloeide, door slangen lieten oplikken. + +Dit geheele schouwspel moest voor een Europeaan iets terugstootends +hebben en daarom haastte ik mij ook het te ontvlieden toen Banks mij +tegenhield en zeide: + +"Het biduur!" + +Op dit oogenblik verscheen een Brahmaan te midden der menigte. Hij +hield de rechterhand opgeheven en richtte haar naar de zon, die tot +nog toe door de rots van Gaya verborgen was gehouden. + +De eerste straal der dagvorstin was het teeken. De genoegzaam naakte +menigte trad in het heilige water. Vooreerst waren het eenvoudige +indompelingen, zooals in de eerste tijden van den doop; doch weldra +ging dit over in werkelijke onderdompelingen, waarvan het godsdienstig +karakter moeielijk te vatten was. Ik weet niet of de ingewijden, +bij het reciteeren der "slocas" of verzen, die de priesters hun +tegen een vastgestelden prijs voorzeiden, er meer aan dachten hun +lichaam dan wel hun ziel te wasschen. Zeker is het dat, na water in +het holle van de hand geschept te hebben, na er de vier hoofdstreken +mede besproeid te hebben, zij er zich eenige druppels van in het +gelaat wierpen, evenals baders die zich in de eerste golven van een +zeebadstrand verlustigen. Ik moet er overigens nog bijvoegen, dat zij +niet vergaten zich althans een haar uit te trekken voor elke zonde, +die zij bedreven hadden. Hoevelen waren er onder hen, die verdiend +hadden kaal uit de wateren van den Phalgou te treden! + +En zulk een beweging maakten die geloovigen, nu eens plotseling +onderduikende, dan het water pijlsnel doorklievende, dat de verschrikte +krokodillen naar den tegenovergestelden oever vluchtten. Van daar +keken zij met hunne groene oogen, op een rij geschaard, naar die +luidruchtige menigte, de lucht met het geklapper hunner geduchte +kakebeenen doende weergalmen. De pelgrims stoorden er zich trouwens +niet meer aan, dan of het onschadelijke hagedissen waren. + +Het was tijd deze zonderlinge vromen zich in staat te laten stellen +in den Kailas te komen, die het paradijs van Brahma is. Wij begaven +ons dus langs het strand van den Phalgou naar het kamp terug. + +Het ontbijt vereenigde ons allen aan tafel en het overige van dien dag, +die buitengewoon warm geweest was, ging zonder bijzondere toevallen +voorbij. Kapitein Hod doorkruiste tegen den avond de omringende vlakte +en bracht eenig klein wild mede. In dien tijd hernieuwden Storr, +Kalouth en Goumi den voorraad water en brandstof want het plan bestond +om den volgenden morgen met het krieken van den dag te vertrekken. + +Ten negen ure 's avonds hadden wij allen onze kamers bereikt. Een +zeer kalme, maar vrij donkere nacht was in aantocht. Dikke wolken +hielden de sterren verborgen, en maakten den dampkring zwaar. Het +was nog even warm, zelfs met het ondergaan der zon. + +De temperatuur was zoo drukkend, dat ik eenige moeite had om in te +slapen. Door mijn opengelaten venster drong een heete lucht naar +binnen, die mij zeer ongeschikt toescheen voor de geregelde werking +der longen. + +Het was middernacht en ik had nog geen oogenblik rust genoten; toch +had ik het stellige plan gemaakt drie of vier uren voor ons vertrek te +slapen, maar ik was ook zoo dwaas den slaap te willen dwingen en juist +daarom ontvlood hij mij. De wil kan er niets aan doen, integendeel. + +Het zal omstreeks een uur van den morgen geweest zijn, toen ik een +dof geruisch meende te hooren, dat zich langs de oevers van den +Phalgou verspreidde. + +Eerst kwam de gedachte bij mij op dat, onder den invloed van een zeer +met electriciteit verzadigden dampkring, een stormwind in het westen +begon op te steken. Ook deze wind zou zeker wel brandend zijn, maar +hij zou misschien toch de luchtlagen verplaatsen en misschien eenige +koelte verspreiden. + +Ik bedroog mij. De takken der boomen, die het kamp beschutten, bleven +volkomen onbeweeglijk. + +Ik stak het hoofd buiten mijn venster en luisterde. Het verre +geruisch deed zich opnieuw hooren, maar ik zag niets. Het watervlak +van den Phalgou was volkomen duister, zonder een van die trillende +lichtpuntjes, die de minste beweging aan de oppervlakte gewoonlijk +doet ontstaan. Het geruisch kwam noch van het water noch uit de lucht. + +Intusschen merkte ik niets verdachts op. Ik ging dus weder naar bed en +door vermoeienis overmand, viel ik in een lichte sluimering. In zekere +tusschenpoozen kwamen nog eenige windvlaagjes met dat onverklaarbaar +geruisch tot mij, maar eindelijk sliep ik voor goed in. + +Twee uren later, op het oogenblik dat de eerste lichtflikkering van +den aanbrekenden dageraad zich een weg baande door de duisternis, +werd ik eensklaps wakker. + +Men riep den ingenieur. + +"Mijnheer Banks?" + +"Wat is er?" + +"Kom eens hier." + +Ik had de stem van Banks en die van den machinist herkend, die zooeven +den gang was binnengetreden. + +Ik stond dadelijk op en ging mijn kamer uit. Banks en Storr waren +reeds onder de voorste veranda. Kolonel Munro was er mij voorgegaan +en weldra voegde ook kapitein Hod zich bij ons. + +"Wat gebeurt er?" vroeg de ingenieur. + +"Zie eens, mijnheer," antwoordde Storr. + +Bij het eerste licht van den aanbrekenden dag kon ik de oevers van +den Phalgou en een gedeelte van den weg, die zich verscheidene mijlen +voor ons uitstrekte, onderscheiden. Hoe groot was onze verbazing, +toen wij verscheidene honderden Hindoes bij groepen aan den kant van +den weg zagen liggen. + +"Dat zijn onze bedevaartgangers van gisteren," zei kapitein Hod. + +"Wat doen ze daar?" vroeg ik. + +"Ze wachten zeker tot de zon opkomt," antwoordde de kapitein, "om +zich in de gewijde wateren te storten!" + +"Neen," antwoordde Banks. "Kunnen ze hunne reiniging niet te Gaya +zelve volbrengen? De reden waarom ze hier gekomen zijn, is om...." + +"Omdat onze IJzeren Reus zijn gewone uitwerking heeft gedaan!" riep +kapitein Hod uit. "Ze zullen teweten gekomen zijn, dat een reusachtige +olifant, een kolos, zooals zij er nooit een gezien hebben, in de +nabuurschap was, en ze komen hem nu bewonderen!" + +"Als het maar bij bewonderen blijft!" antwoordde de ingenieur, het +hoofd schuddende. + +"Wat vrees je dan toch, Banks?" vroeg kolonel Munro. + +"Wel, 'k vrees, dat die dweepers ons den weg zullen versperren!" + +"Wees in alle geval voorzichtig! Met zulke vromen kan men niet te +veel voorzorgen nemen." + +"Inderdaad," antwoordde Banks. + +Daarna riep hij den stoker en vroeg dezen of alles gereed was. + +"Ja, mijnheer." + +"Welnu, steek aan." + +"Ja, steek aan, Kalouth!" riep kapitein Hod. "En stook op, Kalouth, +laat onzen olifant zijn rook en stoom in het gelaat van al die +pelgrims spuwen!" + +Het was toen drie en een half uur 's morgens. Hoogstens over een +half uur, kon de machine de noodige drukking hebben. De vuren werden +dadelijk aangestoken, het hout knapte in den vuurhaard en weldra +ontsnapte een zwarte rook uit den reusachtigen snuit van den olifant, +waarvan het uiteinde zich in de takken der hooge boomen verloor. + +Op dit oogenblik kwamen eenige groepen Hindoes naderbij. Er had een +algemeene beweging in de menigte plaats. Men verdrong zich om onzen +trein. In de eerste rangen dezer pelgrims, lichtte men de armen in +de hoogte, men strekte ze naar den olifant uit, men bukte zich, men +knielde neder, men kroop tot in het stof. Het was duidelijk aanbidding +tot haar hoogste punt gevoerd. + +Wij zagen van onder de veranda dat schouwspel aan, kolonel Munro, +kapitein Hod en ik, niet zonder bezorgdheid waarop deze dweeperij zou +uitloopen. Mac Neil had zich bij ons vervoegd en zag in stilte toe. Wat +Banks aangaat, hij was met Storr in den toren, dien het enorme dier +droeg, gaan staan en van waar hij het naar goedvinden kon besturen. + +Te vier uur bromde de stoomketel reeds. Dit helderklinkend gesnor +moest door de Hindoes gehouden worden voor het vertoornde gebrom van +een bovennatuurlijken olifant. Op dit oogenblik wees de manometer +een drukking aan van vijf atmosferen, en Storr liet den stoom door +de veiligheidskleppen ontsnappen, alsof hij door de huid van het +reusachtige dikhuidige dier uitzweette. + +"We zijn gereed, Munro!" riep Banks. + +"Vooruit, Banks," antwoordde de kolonel, "maar voorzichtig en laten +we niemand verpletteren!" + +Het was toen bijna dag. De weg langs den oever van den Phalgou was +geheel bedekt met geloovigen, weinig geneigd, naar het scheen, om +plaats te maken. In die omstandigheid was het geen gemakkelijke zaak +voorwaarts te gaan en niemand te verpletteren. + +Banks liet twee- of driemalen fluiten, hetgeen door de bedevaartgangers +met een uitzinnig gehuil beantwoord werd. + +"Op zij! Op zij!" riep de ingenieur, den machinist bevelende den +regulateur een weinig te openen. + +Het geloei van den stoom, die zich in de cilinders stortte, deed zich +hooren. De machine stelde zich langzaam in beweging. Een machtige +kolom van witten rook werd met kracht uit den snuit gestooten. + +De menigte was in een oogenblik uiteengeweken. De regulateur werd +toen half geopend. Het gebriesch van den IJzeren Reus nam toe en onze +trein begon zich tusschen de dichte rangen der Hindoes te bewegen, +die geen plaats schenen te willen maken. + +"Banks, pas op!" riep ik eensklaps uit. + +Toen ik mij voorover buiten de veranda boog, had ik gezien dat er +zich een twaalftal van die dweepers op den weg geworpen hadden, +met den vasten wil zich onder de raderen van het zware gevaarte te +laten verpletteren. + +"Geeft acht! geeft acht! Terug," riep kolonel Munro, die hen beduidde +zich op te richten. + +"Die onnozelen!" riep op zijn beurt kapitein Hod. "Zij houden ons +voertuig voor de kar van Jaggernaut! Zij willen zich onder de pooten +van den heiligen olifant laten verpletteren!" + +Op een teeken van Banks, sloot de machinist den stoom af. De +bedevaartgangers, dwars over den weg uitgestrekt, schenen besloten +niet op te staan. Om hen heen gilde de dweepende menigte het uit en +moedigde ze met gebaren aan. + +De machine stond stil. Banks was ten einde raad en wist wezenlijk +niet wat te doen. + +Plotseling komt er een idee bij hem op. + +"We zullen eens zien!" zeide hij. + +Hij opende oogenblikkelijk de stoomkraan en krachtige stoomstralen +sisten langs den grond, terwijl de lucht van een scherp gefluit +weerklonk. + +"Hoera! hoera! hoera!" riep kapitein Hod uit. + +"Geesel ze, vriend Banks, geesel ze!" + +Dit middel baatte. De dweepers, door de stoomstralen getroffen, +vlogen op onder een oorverdoovend geschreeuw. Zij konden zich wel +laten verpletteren, maar zich te laten verbranden, dat nooit! + +De menigte week terug en de weg was open. Nu werd de regulateur geheel +geopend en sloegen de wielen diep in den grond. + +"Vooruit! vooruit!" riep kapitein Hod uit, die in de handen klapte +en hartelijk lachte. + +En nu ijlde de IJzeren Reus, het midden van den weg houdende, snel +voort en was weldra uit het oog der verbaasde menigte verdwenen, +als een fantastisch dier in een wolk van stoom. + + + + + + +VIII. + +EENIGE UREN TE BENARES. + + +De groote weg lag nu voor het Stoomhuis open, de weg, die over +Sasseram, naar den rechter oever van den Ganges tegenover Benares liep. + +Een mijl voorbij het kamp, nam de machine een meer gematigden gang aan, +zoo omstreeks twee en een halve mijl per uur. Het plan van Banks was, +dien zelfden avond op vijf en twintig mijlen van Gaya te kampeeren +en den nacht rustig door te brengen in de omstreken van de kleine +stad Sasseram. + +In het algemeen vermijden de Indische wegen zooveel mogelijk de +stroomen, die bruggen noodzakelijk maken, daar het leggen van dezen +op die alluviale gronden zeer kostbaar is. Ook moeten ze op vele +plaatsen, waar het niet mogelijk geweest is een rivier of een stroom +te beletten den weg te versperren, nog gelegd worden. Wel is waar is +de oude, primitieve pont nog in werking, die evenwel om onzen trein +over te brengen zonder twijfel onvoldoende zoude geweest zijn. Zeer +gelukkig konden wij er buiten. + +Juist moesten wij dien dag een belangrijke rivier oversteken, de +Sone. Deze rivier boven Rhotas gevoed door twee andere, den Coput en +den Coyle, vloeit in den Ganges, nagenoeg tusschen Arrah en Dinapore. + +Niets gemakkelijker dan deze overtocht. De olifant daalde langs een +zachte helling den steilen oever af, trad in den stroom, bleef op de +oppervlakte en trok, het water met zijn dikke pooten als de schoepen +van een drijfrad slaande, den trein zacht voort. + +Kapitein Hod gaf luide zijne verrukking te kennen. + +"Een rollend huis!" riep hij uit, "een huis dat tegelijk een rijtuig +en een stoomboot is. De vleugels ontbreken er nog maar aan om zich +in een vliegtoestel te herscheppen en de ruimte te doorklieven!" + +"Dat zal den een of anderen dag ook nog wel eens gebeuren, vriend Hod," +antwoordde de ingenieur ernstig. + +"Ik weet het, vriend Banks," antwoordde niet minder ernstig de +kapitein. "Alles zal gebeuren! Maar wat toch niet gebeuren zal, +is, dat we over twee honderd jaar in leven zijn om die wonderen te +zien! Het leven is alle dag wel niet even vroolijk en toch zou ik +gaarne tien eeuwen wenschen te leven, enkel uit nieuwsgierigheid!" + +Dien avond kampeerden wij, na onder de prachtige brug, die den spoorweg +draagt, gegaan te zijn, op tachtig voet boven de bedding van de Sone, +op twaalf uren afstand van Gaya, in de omstreken van Sasseram. We +zouden ons hier slechts een nacht ophouden om ons van hout en water +te voorzien en met den dageraad weder vertrekken. + +Dit programma werd in alle deelen gevolgd en den volgenden morgen 22 +Mei, voor de brandende uren, die de gloeiende middagzon ons bezorgde, +waren wij weder op reis. + +Het land was overal hetzelfde, namelijk zeer rijk, zeer +bebouwd. Zoodanig doet het zich voor bij het naderen van de +prachtige vallei van den Ganges. Ik zal hier niet spreken van de +talrijke dorpen, die zich verliezen te midden van de onmetelijke +rijstvelden, tusschen de groepen van tara-palmboomen met hun dicht +gewelfd bladerdak, in de schaduw der mangoboomen en ander weelderig +opschietend geboomte. Overigens hielden wij ons niet op en indien +somtijds de weg door een wagen, langzaam door zebus voortgetrokken, +gestremd werd, deed een twee of driemalig fluiten hem op zijde gaan, +waarna dan onze trein tot groote verbazing der raiots doorging. + +Op dien dag, had ik het pleizier een groot aantal rozenvelden te +zien. En geen wonder, want wij waren niet ver verwijderd van Ghazipore, +het groote middelpunt der fabricatie van het water of liever van de +olie, uit deze bloemen vervaardigd. + +Ik vroeg Banks of hij mij eenige inlichtingen betreffende dit zoo +gezochte voortbrengsel kon geven, dat het toppunt schijnt te zijn +der kunst op het stuk van parfumerie. + +"Hier zijn cijfers, waarde vriend," gaf Banks mij ten antwoord, +"en ze zullen u toonen hoe kostbaar deze bereiding is. Veertig pond +rozen worden vooraf aan een soort van langzame distillatie over een +zacht vuur onderworpen en geven ongeveer dertig pond rozenwater. Dit +water wordt op een nieuw pak bloemen van veertig pond gegoten, +waarvan men de distillatie voortzet totdat het mengsel twintig pond +bedraagt. Men stelt dit mengsel gedurende twaalf uren bloot aan de +frissche nachtlucht en den volgenden dag vindt men de oppervlakte +van het mengsel bedekt met hoeveel? een ons welriekende olie. Dus +heeft men uit tachtig pond rozen--eene hoeveelheid die niet minder +dan twee honderd duizend bloemen telt,--ten slotte slechts een ons +vocht getrokken. Het is een wezenlijke moord! Het is dan ook niet +te verwonderen, dat zelfs in het land der bewerking, de rozenolie +veertig ropijen of honderd franken het ons kost. + +"Nu," antwoordde kapitein Hod, "als men om een ons brandewijn te +fabriceeren, tachtig pond druiven noodig had, zouden de grogjes fameus +duur worden!" + +Op dien dag, moesten we ook de Karamnaca, een der takken van den Ganges +nog overtrekken. De Hindoes hebben van die onschuldige rivier een soort +van Styx gemaakt, waarop het niet goed is te varen. Hare oevers zijn +niet minder vervloekt dan de oevers van den Jordaan of van de Doode +Zee. De lijken, die men haar toevertrouwt, brengt zij regelrecht naar +de Brahmaansche hel. Ik wil over deze geloofsleer niet redetwisten, +doch ik protesteer tegen de algemeen verspreide meening dat het water +dezer diabolische rivier onaangenaam smaakt en slecht voor de maag +zou zijn. Het is overheerlijk. + +Na een weinig heuvelachtig land te zijn doorgetrokken, tusschen de +onmetelijke velden met slaapbollen en het uitgestrekte dambord der +rijstvelden, kampeerden wij op den rechteroever van den Ganges, +tegenover het antieke Jeruzalem der Hindoes, de heilige stad Benares. + +"Vierentwintig uren halt!" zei Banks. + +"Hoever zijn we nu nog van Calcutta?" vroeg ik den ingenieur. + +"Nog driehonderdvijftig mijlen ongeveer," antwoordde hij mij, "en +ge zult me moeten bekennen, waarde vriend, dat we tot nog toe niet +den minsten last gehad hebben noch van den langen weg, noch van de +vermoeienissen der reis!" + +De Ganges! Is er een stroom waarvan de naam dichterlijker legendes +voor onze verbeelding toovert en is het niet alsof gansch Indie in hem +opgaat? Bestaat er op de wereld een vallei, te vergelijken met die, +welke tot richting van zijn trotschen loop, zich vijfhonderd mijlen ver +uitstrekt en niet minder telt dan honderd millioen bewoners? Is er een +plek op den aardbol waar sedert de verschijning der Aziatische rassen +meer wonderen zijn opgehoopt? Wat zou Victor Hugo, die zoo trotsch +den Donau bezongen heeft, wel van den Ganges gezegd hebben! Want even +als de zee heeft de Ganges zijn deining, zijne cyclonen, vreeselijker +dan de orkanen van den Europeeschen stroom! Als een slang ontrolt hij +zich in de meest dichterlijke streken der wereld! Ook hij stroomt van +het westen naar het oosten! Doch aan geen onaanzienlijke heuvelreeks +ontleent hij zijn oorsprong! Neen, van de hoogste bergketen des +aardbols, van de bergen van Thibet stort hij naar beneden en neemt +onderweg al de schatplichtige stroomen op. Zijn plaats van oorsprong +is het Himalaya gebergte! + +Den volgenden dag, 23 Mei, bij het opgaan der zon, lag het zich in +hare stralen afspiegelende watervlak voor onze blikken uitgespreid. Op +het witte zand schenen eenige troepen krokodillen, groot van stuk, +het eerste daglicht met volle teugen in te zwelgen. Zij lagen daar +onbeweeglijk, naar de zon gekeerd, alsof zij de getrouwste aanhangers +van de leer van Brahma geweest waren. Maar eenige voorbij drijvende +lijken ontrukten hen aan hunne aanbidding. Men heeft wel eens beweerd, +dat de lijken, door den stroom medegevoerd, op den rug drijven als +het mannen zijn en op den buik van vrouwen. Ik kon mij nu verzekeren, +dat er niets waar is van deze opmerking. Een oogenblik later wierpen +de monsters zich op hun prooi, die hun dagelijks door de rivieren van +het schiereiland verschaft wordt en oogenblikkelijk door hen naar de +diepte wordt gesleurd. + +De spoorweg van Calcutta volgt, alvorens zich te Allahabad te vertakken +om naar Delhi ten noordwesten en naar Bombay ten zuidwesten te loopen, +voortdurend den rechter oever van den Ganges, waarvan hij door zijn +rechtlijnige richting de talrijke bochten bespaart. Aan het station +van Mogul-Serai, waarvan wij slechts eenige mijlen verwijderd waren, +scheidt zich een kleine tak af, die over den stroom naar Benares +loopt en door de vallei van de Goumti een zestig mijlen ver naar +Jaunpore gaat. + +Benares is dus aan den linkeroever gelegen. Doch op deze plaats +zouden wij den Ganges niet oversteken, dat zou eerst te Allahabad +geschieden. De IJzeren Reus bleef dus in het kamp, dat den vorigen +avond, 22 Mei gekozen was. Er lagen gondels aan den oever gereed +om ons naar de heilige stad over te brengen, die ik met eenige zorg +wenschte te bezoeken. + +Wat kolonel Munro betreft, voor hem had het bezoek dezer steden, waar +hij zoo vaak geweest was, niets vreemds of verrassends en toch dacht +hij er dien dag een oogenblik over ons te vergezellen; doch, na rijpe +overweging besloot hij een tocht langs de oevers van den stroom te +maken, in gezelschap van sergeant Mac Niel. Werkelijk verlieten beiden +het Stoomhuis, zelfs voordat wij nog vertrokken waren. Kapitein Hod, +die reeds in garnizoen te Benares geweest was, had het plan gevormd +eenigen zijner kameraden te gaan zien. Banks en ik dus,--de ingenieur +had mij tot gids willen verstrekken,--wij waren de eenigen, die uit +een gevoel van belangstelling de stad wilden bezoeken. + +Als ik zeg, dat kapitein Hod te Benares in garnizoen geweest was, +moet men weten, dat de troepen der koninklijke armee gewoonlijk +niet in de Hindoesche steden wonen. Hunne kazernen zijn te midden +van "kantonnementen" gelegen, die inderdaad echte Engelsche steden +worden. Dit is met Allahabad, met Benares het geval, evenals op +andere punten van het grondgebied, waar niet alleen de soldaten, +maar de ambtenaren, de kooplieden, de renteniers zich bij voorkeur +groepsgewijze vereenigen. Ieder dezer groote steden is in tweeen +verdeeld, het eene gedeelte met al het comfort van het moderne Europa, +terwijl het andere de gewoonten van het land en de Hindoesche gebruiken +in al hunne oorspronkelijkheid bewaard heeft! + +De Engelsche stad, met Benares vereenigd, is Secrole waarvan de +bungalows, de wandeldreven, de christelijke kerken zeer weinig +belangstelling inboezemen. Daar bevonden zich ook de voornaamste +hotels, door toeristen bezocht. Secrole is een van die steden, gereed +om door de toeristen van het Vereenigd Koninkrijk ingepakt en verzonden +te worden en die men dadelijk weer kan opslaan. Zij bieden dus niets +bijzonders ter bezichtiging aan. Nadat Banks en ik dus in een gondel +plaats hadden genomen, staken wij den Ganges schuins over, teneinde +eerst het prachtige schouwspel, dat Benares, amphiteatersgewijze +tegen den steilen oever gelegen, aanbiedt, in zijn geheel te overzien. + +"Benares," zeide mij Banks, "is bij uitnemendheid de heilige stad +van Indie. Het is het Hindostansche Mecca en iedereen, die er, +al is het slechts vierentwintig uren, gewoond heeft, is verzekerd +de eeuwige zaligheid deelachtig te worden. Men begrijpt dus welk +een toevloed van bedevaartgangers zulk een geloof kan uitlokken, en +welk een aantal inwoners een stad moet tellen waaraan Brahma zulke +belangrijke voorrechten verleend heeft." + +Men kent aan Benares meer dan dertig eeuwen bestaan toe. Zij zou +dus gesticht zijn geworden nagenoeg ten tijde van de verwoesting van +Troje. Na altijd een grooten, geen staatkundigen, maar geestelijken +invloed op Hindostan gehad te hebben, was zij het meest bekende centrum +van den bouddhistischen godsdienst tot de negende eeuw. Er had toen +een godsdienstige omwenteling plaats. Het Brahmanisme vernietigde +den ouden eeredienst. Benares werd de hoofdstad der brahmanen, +het middelpunt van aantrekking voor de geloovigen en men verzekert, +dat driehonderdduizend bedevaartgangers haar jaarlijks bezoeken. + +De metropolitaansche overheid heeft voor de heilige stad haar +rajah weten te bewaren. Deze vorst, die vrij zuinig door Engeland +bezoldigd werd, bewoont een prachtige residentie te Ramnagur, aan +den Ganges. Hij is een wettige afstammeling van de koningen van Kaci, +den ouden naam van Benares, maar hij heeft niet den minsten invloed +meer en zou zich dit laten welgevallen, indien zijn pensioen niet een +lakh ropyen--honderdduizend ropyen, of honderd vijfentwintig duizend +gulden ongeveer verminderd was, een som, die nauwlijks het zakgeld +van een nabob van weleer bedroeg. + +Ook Benares deelde, zooals bijna al de steden van de vallei van +den Ganges, een oogenblik in den grooten opstand van 1857. Destijds +bestond haar garnizoen uit het 37e regiment inlandsche infanterie, +een corps ongeregelde kavallerie en een half regiment sikhs. Van +koninklijke troepen bezat zij slechts een halve batterij Europeesche +artillerie. Men kon niet verwachten, dat deze handvol mannen +de inlandsche soldaten zou ontwapenen. Ook wachtte de overheid, +niet zonder ongeduld, de aankomst af van kolonel Neil, die zich +met het 10e regiment van de koninklijke armee naar Allahabad op +weg had begeven. Kolonel Neil trad Benares binnen met slechts twee +honderd vijftig man en gaf bevel tot het houden eener parade op het +exercitieveld. + +Toen de Sipayers vereenigd waren, gelastte men hun de wapenen neder te +leggen. Zij weigerden en dadelijk begon er een worsteling tusschen hen +en de infanterie van kolonel Neil. Bijna onmiddellijk daarop voegden +zich de ongeregelde kavallerie en daarna de sikhs, die zich verraden +waanden, bij de opstandelingen. Doch toen opende de halve batterij +haar vuur, beschoot de opstandelingen met schroot en niettegenstaande +hunne dapperheid, niettegenstaande hunne verwoedheid, werden allen +op de vlucht gedreven. + +Dit gevecht werd buiten de stad geleverd. Binnen had er slechts een +eenvoudige poging tot opstand der muzelmannen plaats, die de groene +vaan opstaken--eene poging, die dadelijk mislukte. Sedert dien dag +werd Benares, zelfs ten tijde toen de opstand in de provincies van +het Westen scheen te zullen zegevieren, niet meer verontrust. + +Banks had mij deze bijzonderheden medegedeeld, terwijl onze gondel +langzaam over de wateren van den Ganges gleed. + +"Mijn waarde vriend," zei hij, "we gaan Benares opzoeken, goed! Maar, +hoe oud deze hoofdstad ook zij, zult ge er geen enkel monument vinden, +dat meer dan drie honderd jaren oud is. Verwonder er u niet over. Dat +is het gevolg der godsdienstige worstelingen, waarbij het vuur en het +zwaard een maar al te treurige rol hebben gespeeld. Toch is Benares +een merkwaardige stad en ge zult u uw wandeling niet berouwen!" + +Weldra hield onze gondel op zekeren afstand stil, teneinde op +den achtergrond eener baai, blauw als de golf van Napels, de +schilderachtige, amphiteatersgewijze tegen den heuvel oploopende +huizen en de opeenstapeling van paleizen te bewonderen, waarvan een +groot blok dreigt in te storten ten gevolge van een verzakking van den +grond, ondermijnd door het water der rivier. Een nepaulsche pagode, +van Chineeschen bouw, gewijd aan Bouddha, een woud van torens, +spitsen, minarets, kleine piramiden, die zich van de moskeeen en +tempels verheffen, beheerscht door de gouden naald van den lingam +van Civa en de twee magere torenspitsen van de moskee van Aureng-Zeb, +bekroont dit bewonderenswaardig panorama. + +Inplaats van onmiddellijk aan een der "ghats" of trappen, die de +boorden in gemeenschap stellen met het bovenvlak der steile oevers, +af te stappen, liet Banks den gondel bij de kaden aanleggen, waarvan +de grondlagen door den stroom bespoeld worden. + +Ik vond daar het tooneel van Gaya terug, maar in een ander +landschap. In plaats van de groene wouden van den Phalgou, werd nu +de achtergrond der schilderij ingenomen door de heilige stad. Wat +het onderwerp betreft, het was nagenoeg hetzelfde. + +Werkelijk bedekten duizenden bedevaartgangers den steilen oever, de +terrassen, de trappen en kwamen zich in drie- of vierdubbele rijen +in den stroom dompelen. Men meene daarom niet dat dit bad kosteloos +genoten werd. Bewaarders met rooden tulband op het hoofd, de sabel op +zijde, namen de onderste treden der ghats in, vorderden de schatting, +in gezelschap van nijvere brahmanen, die rozenkransen, amuletten of +andere vroomheidsmiddelen verkochten. + +Bovendien waren er niet alleen bedevaartgangers, die voor eigen +rekening baadden, maar ook handelaars, die niets anders deden dan het +heilige water in flesschen te putten om het tot in de meest verwijderde +streken van het schiereiland rond te venten. Als bewijs van echtheid +wordt elke flesch met het zegel der brahmanen verzegeld. Men moet +evenwel aannemen, dat op uitgebreide schaal bedrog hiermede gepleegd +wordt, zoo aanzienlijk is de uitvoer van deze wonderdadige vloeistof +geworden. + +"Misschien wel," zei Banks, "zou al het water van den Ganges niet +aan de behoeften der geloovigen voldoen!" + +Ik vroeg hem toen of die badkuren niet dikwijls ongelukken +veroorzaakten, die men volstrekt niet trachtte te voorkomen. Er waren +toch geen zwemmeesters tegenwoordig om over de onvoorzichtigen te +waken, die zich in den snellen stroom der rivier waagden. + +"Ongelukken komen dan ook veel voor," antwoordde mij Banks, "maar al +is het lichaam van den vrome verloren gegaan, zijn ziel is gered. Ook +ziet men zoo nauw niet." + +"En de krokodillen?" liet ik er op volgen. + +"De krokodillen," antwoordde mij Banks, "houden zich gewoonlijk +op een afstand. Al dat geraas verschrikt ze. Deze monsters zijn +niet het meest te vreezen, maar meer de boosdoeners, die duiken, +onder het water voortsluipen, de vrouwen en kinderen beetpakken, +ze medenemen en ze van hunne kostbaarheden berooven. Men vertelt +zelfs van een dezer schurken, die door middel van een kunstkop lang +de rol van een valschen krokodil speelde en een aardig fortuintje met +dit winstgevend en tegelijk gevaarlijk bedrijf gewonnen heeft, want +werkelijk is deze gauwdief op zekeren dag door een echten krokodil +verslonden geworden en men heeft niets meer van hem gevonden dan zijn +lederen kop, die aan de oppervlakte der rivier dreef." + +Dan zijn er eindelijk ook nog van die dolle dweepers, die uit +eigen beweging den dood in de golven van den Ganges komen zoeken +en dit zelfs met een berekende, verfijnde barbaarschheid doen. Zij +binden zich om het lichaam een rozenkrans van ledige urnen met open +monden. Langzamerhand dringt het water in die urnen en doet ze allengs +onderdompelen onder de uitbundige toejuichingen der geloovige menigte. + +Onze gondel had ons weldra voor de Manmenka Ghat gebracht, alwaar +de brandstapels waaraan men de lijken heeft toevertrouwd van al de +dooden, die bij hun leven eenige zorg voor een toekomstig leven gehad +hebben, amphiteatersgewijze boven elkander gesteld zijn. Gretig wordt +de lijkverbranding op deze heilige plaats door de geloovigen gezocht +en de brandstapels branden dag en nacht. De rijke baboes laten zich +uit verre oorden naar Benares brengen zoodra ze zich door een ziekte +voelen aangedaan, waaraan zij bezwijken zullen. Want Benares is +ontegenzeggelijk het beste uitgangspunt voor "de reis naar de andere +wereld." Indien de overledene slechts lichte zonden op zijn geweten +heeft, zal zijn ziel, met den rook der brandstapels medegevoerd, +rechtstreeks naar het verblijf der eeuwige gelukzaligheid gaan. Is hij +daarentegen een groot zondaar geweest, dan zal zijn ziel integendeel +vooraf wedergeboren worden in het lichaam van een brahmaan, die nog +geboren moet worden. Het is dus te hopen, dat gedurende deze tweede +incarnatie, als zijn leven nu voorbeeldig geweest is, hem geen tweede +avatar zal opgelegd worden, alvorens hij ten slotte toegelaten wordt +tot de genietingen van den hemel van Brahma. + +Wij besteedden het overige van den dag aan het bezoeken der stad, +hare voornaamste monumenten, hare bazars, naar Arabische mode, met +sombere winkels bezet. Daar worden voornamelijk fijne mousselinen van +kostbaar weefsel verkocht, alsmede de "kinkob", een soort van zijden +stof met goud bewerkt, een van de voornaamste nijverheidsproducten +van Benares. De straten waren zindelijk onderhouden, maar nauw, +zooals noodzakelijk is voor de steden, die bijna altijd beschenen +worden door de stralen eener tropische zon. Maar zelfs in de schaduw, +was de warmte nog om te stikken. Ik beklaagde de dragers van onzen +palankijn, die evenwel zich zelve niet zeer schenen te beklagen. + +Trouwens, de arme duivels waren in de gelegenheid eenige ropyen te +verdienen en dat was genoeg om hun moed en kracht te geven. Doch +dat was het geval niet met een zekeren Hindoe, of liever Bengali, +met een levendig oog en listige gelaatstrekken, die, zonder juist te +trachten het te verbergen, ons gedurende onzen geheelen tocht volgde. + +Toen wij op de kaai van de Manmenka Ghat aan land stapten, had ik, met +Banks sprekende, hardop den naam van kolonel Munro genoemd. De Bengali, +die onzen gondel had zien aanleggen, ontstelde onwillekeurig. Ik had +daar wel niet zoo bijzonder op gelet, maar toch herinnerde ik het +mij, toen ik zag, dat die soort van spion zich hardnekkig aan onze +schreden vasthechtte. Hij verliet ons slechts om eenige oogenblikken +later voor of achter ons op nieuw voor den dag te komen. Was het een +vriend of een vijand? Ik wist het niet, maar het was een man wien de +naam van kolonel Munro stellig niet onverschillig was. + +Onze palankijn hield weldra stil onder aan den grooten trap van +honderd treden, die van de kaai naar de moskee van Aureng-Zeb voert. + +Voorheen beklommen de vromen slechts geknield deze soort van Santa +Scala, in navolging van de geloovigen van Rome. Destijds was het de +tempel van Vishnoe, die zich op deze plek verhief en nu vervangen is +door de moskee van den veroveraar. + +Ik zou gaarne Benares aanschouwd hebben van den top van een +der minarets dezer moskee, welker bouworde voor een meesterstuk +van architectuur gehouden werd. Deze minarets zijn honderd twee +en dertig voet hoog, zijn nauwlijks zoo dik als een eenvoudige +fabrieksschoorsteen en toch bevatten zij inwendig een wenteltrap; +maar het is niet meer veroorloofd dezen te beklimmen, hetgeen ook +niet geraden zou zijn, daar deze twee minarets aanmerkelijk van de +loodlijn afwijken en minder levenskracht schijnen te bezitten dan de +toren van Pisa. + +Bij het verlaten van de moskee van Aureng-Zeb, vond ik den Bengali +terug, die ons aan de poort afwachtte. Ditmaal keek ik hem strak +aan en hij sloeg de oogen neder. Alvorens de aandacht van Banks +op dit voorval te vestigen, wilde ik zien of het individu in zijne +dubbelzinnige houding zou volharden, en zei daarom niets. + +Bij honderden worden de pagoden en de moskeeen in de +bewonderenswaardige stad van Benares geteld. Dit is ook het geval +met de prachtige paleizen, waarvan het schoonste ontegenzeglijk aan +den koning van Nagpore behoort. Weinige rajahs verzuimen inderdaad +een te huis in de heilige stad te hebben, en komen er ten tijde der +groote godsdienstige feesten van Mela. + +Het zou mij moeilijk geweest zijn, in den korten tijd waarover wij te +beschikken hadden, al die tempels te bezoeken. Ik bepaalde mij dus +tot een bezoek van den tempel van Bicheshwar, alwaar de lingam van +Civa zich verheft. Deze wanstaltige steen, die als een gedeelte van +het lichaam van den wreedsten der Goden van de Hindoesche godenleer +beschouwd wordt, bedekt een put, welks stilstaand, groenachtig, +stinkend water wonderbaarlijke krachten bezit. Ik zag ook de +Mankarnika-tempel met de heilige fontein, waarin de geloovigen zich +baden ten profijte der Brahmanen, vervolgens den Man-Mundir, een +sterretoren voor twee honderd jaar gebouwd door den keizer Akbar en +waarvan al de instrumenten, onbeweeglijk als marmer, slechts in steen +zijn voorgesteld. + +Ik had ook hooren spreken van een apenpaleis, dat de toeristen niet +in gebreke blijven te Benares te bezoeken. Een Parijzenaar moest +natuurlijk gelooven, dat hij zich voor de beroemde kooi van den +Plantentuin zou bevinden. Dit was echter geenszins het geval. + +Dit paleis is slechts een tempel, de Dourga-Khound, even buiten de +voorsteden gelegen. Hij dagteekent van de IXe eeuw, en is een van +de oudste monumenten der stad. De apen zijn er niet in een traliehok +opgesloten. Zij loopen vrij op de binnenplaats rond, springen van den +eenen muur op den anderen, klimmen naar den top van enorme mangoboomen, +betwisten elkander de geroosterde graankorrels waarop zij zeer verzot +zijn en die de bezoekers hun brengen. Daar, gelijk overal, heffen de +brahmanen, de bewaarders van den Dourga-Khound, een kleine vergoeding, +die van dit ambt een der meest winstgevende van Indie maakt. + +Het spreekt van zelf, dat we tamelijk afgemat waren van de hitte, +toen wij tegen den avond er over dachten naar het Stoomhuis terug te +keeren. We hadden te Secrole in een der beste hotels der Engelsche +stad ontbeten en gedineerd en toch moet ik zeggen, dat deze keuken +ons die van "monsieur Parazard" deed betreuren. + +Toen de gondel onder aan de Gath kwam aanleggen om ons naar den +rechteroever van den Ganges terug te brengen, ontmoette ik voor de +laatste maal den Bengali, dicht bij het vaartuig. Een boot, door een +Hindoe bestuurd, wachtte hem op en stak dadelijk af. Wilde hij ons +ook op de rivier volgen, tot het kampement? Dat werd zeer verdacht. + +"Banks," zeide ik toen zacht, hem op den Bengali wijzende, "daar is +een spion, die ons geen oogenblik uit het gezicht verloren heeft...." + +"'k Heb hem wel gezien," antwoordde Banks, "en 'k heb opgemerkt, dat +de naam van den kolonel, door u uitgesproken, hem opmerkzaam maakte." + +"Zou er geen reden zijn, om....?" zei ik toen. + +"Neen! Laat hem begaan," antwoordde Banks. "Het is beter, dat hij +zich niet verdacht weet.... Trouwens, hij is al weg." + +En inderdaad was de boot van den Bengali reeds te midden der talrijke +vaartuigen van allerlei vormen, die toen de sombere wateren van den +Ganges kliefden, verdwenen. + +Daarop vroeg Banks, zich tot onzen schipper wendende, op een toon, +die onverschilligheid voorgaf: + +"Ken je dien man?" + +"Neen, 't is de eerste keer dat ik hem zie," antwoordde de schipper. + +Het was nu avond geworden. Honderden met vlaggen en wimpels versierde +vaartuigen, door veelkleurige lantarens verlicht, opgevuld met zangers +en muzikanten, kruisten elkander op den feestelijken stroom in alle +richtingen. Aan den linkeroever vertoonde zich allerlei soort van +vuurwerk, mij herinnerende, dat we ons niet ver van het Hemelsche +Rijk bevonden, waar men altijd zooveel met vuurwerk opheeft. Het +zou moeielijk zijn een beschrijving van dit schouwspel te geven, +dat waarlijk onbeschrijfelijk schoon was. Tot mijn spijt kon ik niet +te weten komen welk geimproviseerd nachtfeest, waaraan Hindoes van +allerlei klassen deelnamen, er gevierd werd. Op het oogenblik dat +het eindigde, lag de gondel reeds aan den anderen oever aan. + +Het was dus als een visioen, en duurde niet langer dan de kortstondige, +schitterende meteoren, die slechts een oogenblik het luchtruim in vuur +en vlam zetten, om in het volgende oogenblik de nachtelijke duisternis +nog dieper te doen schijnen. Doch Indie, ik zeide het reeds, vereert +drie honderd millioen goden, mindere goden, heiligen en halve heiligen +van allerlei soorten en het jaar telt zelfs niet genoeg uren, minuten +en seconden om ieder dezer godheden de noodige eer te bewijzen. + +In het kampement teruggekomen, vonden wij er reeds kolonel Munro en +Mac Neil. Banks vroeg den sergeant of er gedurende onze afwezigheid +niets nieuws gebeurd was. + +"Niets," antwoordde Mac Neil. + +"Heb je geen verdacht persoon zien rondwaren?" + +"Neen, mijnheer Banks. Hebt u eenige reden te vermoeden..." + +"We zijn op onzen tocht naar Benares gespionneerd," antwoordde de +ingenieur, "en 'k heb liever niet dat men ons spionneert!" + +"En wie was die spion?" + +"Een Bengali, die bij het hooren van den naam van kolonel Munro de +ooren spitste." + +"Wat kan die man van ons willen?" + +"Dat weet ik niet, Mac Neil. We moeten oppassen!" + +"Men zal oppassen," antwoordde de sergeant. + + + + + + +IX. + +ALLAHABAD. + + +De afstand tusschen Benares en Allahabad bedraagt ongeveer +honderddertig kilometers. De weg loopt bijna gestadig langs +den rechteroever van den Ganges, tusschen den spoorweg en den +stroom. Storr had zich steenkolen in briquetten verschaft en hij had +er den tender mede beladen. De olifant was dus voor verscheidene dagen +van voedsel verzekerd. Zorgvuldig schoongemaakt,--ik had haast gezegd +geroskamd,--opgepoetst alsof hij zoo pas uit de werkplaats kwam, +wachtte hij ongeduldig op het oogenblik van vertrek. Hij trappelde +wel niet, maar eenige trillingen zijner raderen bewezen de spankracht +van den stoom, die zijne ijzeren longen vulde. + +Onze trein vertrok dus 's morgens vroeg, den 24n, met een snelheid +van 3 a vier mijlen per uur. + +De nacht was zonder bijzondere voorvallen verloopen en wij hadden +den Bengali niet teruggezien. + +Wij moeten hier eens vooral vermelden, dat het programma van iederen +dag, bevattende de uren van het opstaan en het naar bed gaan, het +ontbijt, de lunch, diners, de siesta, met militaire nauwkeurigheid werd +in acht genomen. Het leven in het Stoomhuis verliep even geregeld als +in den bungalow van Calcutta. Het landschap wisselde onophoudelijk af, +zonder dat onze woning zich scheen te verplaatsen. Wij waren geheel +gewoon geraakt aan dit nieuwe leven, evenals een passagier aan het +leven aan boord van een transatlantische stoomboot,--op de eentonigheid +na, want wij hadden niet altijd den zelfden horizont voor ons. + +Ten elf ure, dien dag, deed zich in de vlakte een zonderling praalgraf +voor, van Mongoolsche bouwkunde, dat opgericht is ter eere van twee +heilige personages van den Islam, Kassim-Soliman, vader en zoon. Een +half uur later zagen wij de belangrijke vesting van Chunar, welker +schilderachtige bolwerken een onneembare rots bekronen, die zich +honderdvijftig voet loodrecht boven den Ganges verheft. + +Er was geen sprake van halt te houden om deze vesting te bezoeken, +een der belangrijkste van de vallei van den Ganges, zoodanig gelegen, +dat men in geval van een aanval kruit en kogel kan besparen. Inderdaad +zou de aanvalskolonne, die het wagen dorst de muren te bereiken, +door een stortbui van rotssteenen, met opzet daartoe gereed gehouden, +verpletterd worden. + +Aan den voet breidt zich de stad uit, die haar naam draagt en welker +lieve woningen zich tusschen het groen verschuilen. + +Te Benares hebben wij gezien, dat er verscheidene bevoorrechte plaatsen +bestaan, die door de Hindoes beschouwd worden als de heiligste der +wereld. Als men goed telde, zou men er op het gansche schiereiland +honderden van die soort vinden. Ook de vesting Chunar bezit een +dezer wonderdadige plekken. Daar vertoont men u een marmeren plaat, +waarop de een of andere god geregeld zijn dagelijksche siesta komt +nemen. Weliswaar is die god onzichtbaar en hebben wij dan ook niet +getracht hem te zien. + +Des avonds hield de IJzeren Reus bij Mirzapore halt om er den nacht +door te brengen. Niet alleen bezit de stad een aantal tempels, maar +zij heeft ook fabrieken en een haven ter inscheping van het katoen, dat +aldaar veel gebouwd wordt. Eens zal het een rijke handelsstad worden. + +Den volgenden dag, 25 Mei, tegen twee uren 's namiddags doorwaadden +wij de kleine rivier de Tonsa, die op dat tijdstip geen voet water +had. Ten vijf ure, waren wij het punt voorbij, waar zich de groote tak +van Bombay met dien naar Calcutta verbindt. Nagenoeg op de plek waar de +Jumna in den Ganges valt, bewonderden wij den ijzeren viaduct, die haar +zestien pijlers, zestig voet hoog, in de wateren van dien trotschen +stroom dompelt. Aan de een kilometer lange schipbrug aangekomen, +die den rechter- met den linkeroever van den stroom verbindt, gingen +wij deze zonder veel moeite over en sloegen wij 's avonds ons kamp +op aan het einde van een der voorsteden van Allahabad. + +De 26e zou gewijd worden aan het bezoeken dezer belangrijke stad, +het middelpunt waar al de spoorwegen van het groote Indische vasteland +samenloopen. Zij heeft eene heerlijke ligging, te midden der rijkste +landouwen, tusschen de twee armen van de Jumna en den Ganges. + +De natuur heeft voorzeker alles gedaan ons Allahabad tot hoofdstad te +maken van Engelsch-Indie, het middelpunt der regeering, de residentie +van den onderkoning. Het is daarom niet onmogelijk dat, als de cyclonen +Calcutta, de tegenwoordige hoofdstad, eenige slechte streken spelen, +zij het eenmaal worde. Het is zeker, dat eenige goede geesten deze +mogelijkheid reeds ingezien en voorzien hebben. In het groote lichaam, +Indie genoemd, wordt de plaats van het hart door Allahabad ingenomen, +evenals Parijs het hart van Frankrijk is. Londen bevindt zich wel niet +in het middelpunt van het Vereenigd Koninkrijk, doch heeft ook Londen +op de groote Engelsche steden, Liverpool, Manchester, Birmingham niet +denzelfden voorrang als Parijs op al de andere steden van Frankrijk. + +"En gaan we nu van dit punt af," vroeg ik Banks, "rechtstreeks naar +het noorden?" + +"Ja," antwoordde Banks, "of althans bijna rechtstreeks. Allahabad is +in het westen de grens van dit eerste gedeelte van onzen tocht." + +"Nu!" riep kapitein Hod uit, "de groote steden, goed, maar de groote +vlakten, de groote jungles, beter! Als we zoo voortgaan met langs +de spoorwegen te reizen, zullen we eindigen met er op te reizen en +zou onze IJzeren Reus tot een eenvoudige locomotief gedegradeerd +worden! Welk een achteruitgang!" + +"Stel je gerust, Hod," antwoordde de ingenieur, "dat zal niet +gebeuren. We zullen ons weldra in je geliefkoosde streken wagen." + +"Dus, Banks, gaan we rechtuit naar de Indisch-Chineesche grens, +zonder Lucknow door te gaan?" + +"Ik zou er voor zijn deze stad te vermijden, en vooral Cawnpore, +zoo vol noodlottige herinneringen voor kolonel Munro." + +"Je hebt gelijk," hernam ik, "en we kunnen er ons nooit ver genoeg +van verwijderd houden!" + +"Zeg eens, Banks," vroeg kapitein Hod, "heb je tijdens je bezoek van +Benares, niets bijzonders van Nana Sahib vernomen?" + +"Niets," antwoordde de ingenieur. "Waarschijnlijk zal de gouverneur +van Bombay nogmaals op een dwaalspoor gebracht en Nana nooit weder +in het presidentschap van Bombay verschenen zijn." + +"Werkelijk, zeer waarschijnlijk," antwoordde de kapitein, "want anders +zou de oude opstandeling zeker al van zich hebben doen spreken?" + +"Hoe het zij," zeide Banks, "gaarne zou ik zoo spoedig mogelijk die +vallei van den Ganges, die van Allahabad af tot Cawnpore toe, tijdens +den opstand der Sipayers, het tooneel van zooveel onheilen geweest is, +willen verlaten. Maar laten we vooral zorgen, dat de naam van die +stad, even als die van Nana Sahib, nooit meer in tegenwoordigheid +van den kolonel worde uitgesproken!" + +Den volgenden dag wilde Banks mij wederom vergezellen tijdens +de weinige uren, die ik nog aan een bezoek van Allahabad zou +wijden. Misschien zouden er drie dagen noodig geweest zijn om de drie +steden, waaruit Allahabad eigenlijk bestaat, goed te zien. En toch +biedt zij over het geheel niet zooveel bijzonderheden aan als Benares, +alhoewel ook zij onder de heilige steden telt. + +Van de Hindoesche stad valt niets te zeggen. Het is een ophooping +van lage huizen, gescheiden door nauwe straten, beschaduwd hier en +daar door prachtige tamarindeboomen. + +Ook van de Engelsche stad en de kantonnementen zullen we niets +zeggen. Goed beplante, fraaie lanen, rijke woningen, groote pleinen, +al de elementen eener stad, eenmaal bestemd om een groote hoofdstad +te worden. + +Het geheel is gelegen in een uitgestrekte vlakte, begrensd ten noorden +en ten zuiden door de Jumna (Djoemna) en den Ganges. Men noemt het de +"vlakte der Aalmoezen," omdat de Hindoesche vorsten zich ten allen +tijde derwaarts begaven om weldaden te bewijzen en aalmoezen uit te +reiken, terwijl de overlevering beweert, "dat het verdienstelijker +is een stuk geld op deze plaats te geven, dan honderdduizend stuks +elders." + +De God der christenen geeft slechts honderdvoudig. Dat is voorzeker +honderdmaal minder, doch Hij boezemt mij meer vertrouwen in. + +Een woord slechts van de citadel van Allahabad, die der moeite waard +is om te bezoeken. Zij is gebouwd ten westen van de groote vlakte +der Aalmoezen en hare hooge muren van rooden zandsteen beheerschen +de beide stroomen. Binnen de wallen van de vesting bevindt zich een +paleis, vroeger de geliefkoosde residentie van den sultan Akbar, later +tot arsenaal ingericht. In een der hoeken is een zeer fraaie zuil +of lat van Feroze-Schachs, een prachtige, cylindervormige monolith, +zesendertig voet hoog, een leeuw dragende, terwijl niet ver vandaar een +kleine tempel wordt aangetroffen, dien de Hindoes, wien men den toegang +tot het fort weigert, niet bezoeken kunnen, ofschoon het een der +heiligste punten der vesting is, die de aandacht der toeristen trekken. + +Banks deelde mij mede, dat het fort van Allahabad ook zijn legende had, +die aan de bijbelsche legende herinnert betreffende den wederopbouw +van den tempel van Salomon te Jeruzalem. + +Toen de sultan de citadel van Allahabad wilde bouwen, schijnt het +dat de steenen zich zeer wederspannig toonden. Nauwlijks was een muur +opgebouwd, of hij stortte weder in. Men raadpleegde het orakel en dit +antwoordde als altijd, dat er een gewillig slachtoffer noodig was om +de betoovering te bezweren. Een Hindoe bood zich aan, werd geofferd +en het fort kon nu voltooid worden. Deze Hindoe noemde zich Brog en +daarom wordt nog heden ten dage de stad aangeduid onder den dubbelen +naam van Brog-Allahabad. + +Banks geleidde mij vervolgens naar de tuinen van Khousrou, die beroemd +zijn en hunne beroemdheid werkelijk verdienen. Daar, in de schaduw +der schoonste tamarinden van de wereld, verheffen zich verscheidene +Mohamedaansche praalgraven. Een van deze is de laatste woning van den +sultan, wiens naam deze tempels dragen. Op een der muren in wit marmer +is de palm eener enorme hand ingedrukt. Men toonde haar ons met een +bereidwilligheid, die wij misten bij de heilige indrukselen van Gaya. + +Weliswaar was het niet het spoor van den voet eens gods, maar het +teeken van de hand eens eenvoudigen stervelings, naneef van Mahomet. + +Tijdens den opstand van 1857, werd er niet minder bloed vergoten te +Allahabad dan in de andere steden van de vallei van den Ganges. De +strijd der opstandelingen op het exercitieveld van Benares +geleverd, lokte de omwenteling uit van de inlandsche troepen, en, +in het bijzonder, den opstand van het 6e regiment van het leger van +Bengalen. Al dadelijk werden acht vaandrigs vermoord, doch dank zij +de krachtige houding van eenige Europeesche artilleristen, die tot +het corps der invaliden van Chounar behoorden, eindigden de Sipayers +met de wapenen neer te leggen. + +In de kantonnementen ging het erger toe. De inlanders stonden op, +de gevangenissen werden geopend, de dokken geplunderd, de Europeesche +woningen in brand gestoken. Middelerwijl kwam kolonel Neil, na de orde +te Benares hersteld te hebben, met zijn regiment en honderd fusiliers +van het regiment van Madras aan. Hij heroverde de schipbrug op de +opstandelingen, nam den 18n Juni de voorsteden in, joeg de leden +eener voorloopige regeering, door een muzelman ingesteld, uiteen en +werd opnieuw het hoofd der provincie. + +Gedurende dit uitstapje naar Allahabad letten Banks en ik zorgvuldig +op of we ook gevolgd werden zooals dit te Benares het geval was +geweest. Doch ditmaal zagen wij niets verdachts. + +"Om 't even," zei de ingenieur, "we kunnen niet te voorzichtig zijn! 'k +Was gaarne incognito gebleven, want de naam van kolonel Munro is maar +al te zeer bekend bij de inboorlingen dezer provincie!" + +Wij waren te zes uur terug voor het diner. Sir Edward Munro, die +gedurende een paar uren het kampement had verlaten, was terug en +wachtte ons. Wat kapitein Hod aangaat, die eenigen zijner kameraden +in de kantonnementen in garnizoen was op gaan zoeken, hij kwam bijna +tegelijk met ons terug. + +Ik merkte toen op en deed Banks opmerken, dat kolonel Munro er niet +zoo zeer meer bedroefd, dan wel meer bezorgd dan gewoonlijk uitzag. Ik +meende in zijne blikken een zeker vuur op te merken, dat de tranen +er sedert lang moesten hebben uitgedoofd! + +"Je hebt gelijk," antwoordde Banks mij, "er is iets! wat zou er +voorgevallen zijn?" + +"Als je 't Mac Neil eens vroegt?" zei ik. + +"Ja, Mac Neil zal er misschien meer van weten." + +Dit zeggende verliet de ingenieur het salon en opende de deur van +het kamertje van den sergeant. + +De sergeant was er niet. + +"Waar is Mac Neil?" vroeg Banks aan Goumi, die ons aan tafel zou +bedienen. + +"Hij heeft het kampement verlaten," antwoordde Goumi. + +"Sedert wanneer?" + +"Sedert ongeveer een uur en op bevel van kolonel Munro." + +"Je weet niet waarheen hij gegaan is?" + +"Neen, mijnheer Banks, en 'k weet ook niet waarom hij gegaan is." + +"Er is toch sedert ons vertrek niets bijzonders voorgevallen?" + +"Niets." + +Banks kwam terug, deelde mij de afwezigheid van den sergeant mede +waarvan niemand de reden wist, en herhaalde: + +"'k Weet niet wat er is, maar zeer zeker is er iets! We dienen wat +geduld te hebben." + +Men zette zich aan tafel. Gewoonlijk nam kolonel Munro onder den +maaltijd deel aan het gesprek. Hij hoorde gaarne wat we op onze +uitstapjes gezien en ondervonden hadden. Ik vermeed steeds snaren aan +te roeren, die hem zelfs van verre den opstand der Sipayers konden +herinneren. Ik geloof dat hij het opmerkte, maar, zou hij mij dank +weten voor mijne discretie? Daarbij kwam dat het soms vrij moeielijk +was, als er gesproken werd over steden als Benares of Allahabad, +die het tooneel van oproerige bewegingen geweest waren. + +Heden en onder het diner mocht ik dus terecht vreezen, verplicht +te zijn om over Allahabad te spreken. IJdele vrees. Kolonel Munro +ondervroeg noch Banks, noch mij, hoe we onzen dag besteed hadden. Hij +bleef zwijgen, tijdens den geheelen duur van onzen maaltijd. Zijne +afgetrokkenheid scheen zelfs van uur tot uur toe te nemen. Hij keek +dikwijls naar den weg, die naar de kantonnementen voerde en ik geloof +zelfs, dat hij verscheidene malen op het punt was van tafel op te staan +om beter in deze richting te kunnen zien. Sir Edward Munro wachtte +blijkbaar met ongeduld op de terugkomst van den sergeant Mac Neil. + +Het diner ging dus vrij vervelend voorbij. Kapitein Hod keek Banks +aan, om hem stilzwijgend te vragen wat er toch aan scheelde, maar +Banks wist het evenmin als hij. + +Toen het diner was afgeloopen, stapte kolonel Munro, in plaats van +zijn gewoon middagdutje te doen, de trede van de veranda af, deed +eenige schreden op den weg, sloeg er een laatste maal een langen blik +op en zeide, zich naar ons omkeerende: + +"Banks, Hod en gij ook Maucler, zoudt gij me willen vergezellen tot +de eerste huizen van de kantonnementen?" + +Wij verlieten onmiddellijk de tafel en volgden den kolonel, die +langzaam zonder een woord te spreken, voortstapte. + +Na een honderd schreden afgelegd te hebben, bleef sir Edward Munro +staan voor een paal, die aan den rechterkant van den weg was opgericht +en waaraan een aankondiging was aangeplakt. + +"Lees," zeide hij. + +Het was de afkondiging, nu reeds meer dan twee maanden oud, die +een prijs stelde op het hoofd van den nabob Nana Sahib en zijne +tegenwoordigheid in het presidentschap van Bombay bekend maakte. + +Banks en Hod maakten onwillekeurig een gebaar van teleurstelling. Tot +nog toe was het hun gelukt zoowel te Calcutta als onder de reis, +te beletten dat deze afkondiging onder de oogen van den kolonel +kwam. Een noodlottig toeval had hunne voorzorgen verijdeld! + +"Banks," zeide sir Edward Munro, de hand van den ingenieur grijpende, +"je kende deze afkondiging?" + +Banks antwoordde niet. + +"Je wist, nu al voor twee maanden," hernam de kolonel, "dat de +tegenwoordigheid van Nana Sahib in het presidentschap van Bombay was +aangegeven en je hebt er me niets van gezegd!" + +Banks bleef zwijgen, niet wetende wat te antwoorden. + +"Welnu, ja, kolonel," riep kapitein Hod uit, "ja, we wisten het, +maar waarom zouden we 't u gezegd hebben? Wie bewijst dat het feit, +door deze afkondiging aangeduid, waar is en waartoe herinneringen +bij u opgewekt, die u zoo smartelijk aandoen?" + +"Banks," riep Kolonel Munro uit, wiens gelaat plotseling een geheel +andere uitdrukking aannam, "heb je dan vergeten, dat het mij, mij meer +dan iemand anders, toekomt, dien man te rechten! Weet, dat, zoo ik er +in toegestemd heb Calcutta te verlaten, deze reis mij naar het noorden +van Indie moest terugvoeren, dat ik geen enkelen dag aan den dood van +Nana Sahib geloofd heb, dat ik nooit mijn plicht als handhaver van het +recht vergeten heb! Met u vertrekkende, heb ik slechts een denkbeeld, +een hoop gehad! 'k Heb, om me mijn doel te doen bereiken, gerekend +op de toevalligheden der reis en op de hulp van God! 'k Heb gelijk +gehad! God heeft me voor deze aankondiging geleid! In het noorden +moeten we Nana Sahib niet meer zoeken, maar in het zuiden! Welnu! 'k +Zal naar het zuiden gaan!" + +Onze voorgevoelens hadden ons dus niet bedrogen! Het was maar al te +waar! Meer dan ooit werd kolonel Munro beheerscht door een geheime +gedachte of liever een idee fixe. Hij had zich nu geheel aan ons +blootgegeven. + +"Munro," antwoordde Banks, "'k heb je wel nergens over gesproken, maar +'k dacht ook volstrekt niet dat Nana Sahib zich in het presidentschap +van Bombay zou ophouden. Het blijkt maar al te zeer, dat de overheid +nogmaals bedrogen is. Inderdaad, de afkondiging is den 6n Maart +gedateerd en sedert dat tijdstip heeft niets de tijding van de +verschijning des nabobs bevestigd." + +Kolonel Munro gaf niet dadelijk antwoord op de opmerking van den +ingenieur. Hij wierp nog een laatsten blik op den weg en zeide toen: + +"Mijne vrienden, 'k zal trachten te vernemen wat er van de zaak is. Mac +Neil is met een brief voor den gouverneur naar Allahabad vertrokken. In +een oogenblik zal ik weten of Nana Sahib zich werkelijk in een van +de provincies van het westen heeft laten zien, of hij er nog of reeds +verdwenen is." + +"En zoo hij er gezien is, zoo het feit niet te betwijfelen valt, +Munro, wat denk je dan te doen?" vroeg Banks, die de hand van den +kolonel greep. + +"'k Zal vertrekken!" antwoordde sir Edward Munro. "'k Zal overal gaan +waar het in den naam van de opperste gerechtigheid, mijn plicht is +te gaan!" + +"Is dat vast beslist, Munro?" + +"Ja, Banks, vast. Gij, mijne vrienden, zult uw reis zonder mij +voortzetten.... Heden avond nog ga ik met den trein van Bombay." + +"Goed, maar je zult niet alleen gaan!" antwoordde de ingenieur, +zich tot ons wendende. "We vergezellen je, Munro!" + +"Ja, ja, kolonel!" riep kapitein Hod uit. "We laten u niet zonder +ons vertrekken! In plaats van op wilde beesten te jagen, zullen we +op schurken jagen!" + +"Kolonel Munro," liet ik er op volgen, "u zult me toestaan me bij +den kapitein en uwe vrienden te voegen!" + +"Ja, Maucler," antwoordde Banks, "en van avond nog, zullen we allen +Allahabad verlaten hebben...." + +"Onnoodig!" sprak een ernstige stem. + +We keerden ons om. Sergeant Mac Neil stond voor ons, met een dagblad +in de hand. + +"Lees, kolonel," zeide hij. "Dit heeft de gouverneur me verzocht u +te laten lezen." + +En sir Edward Munro las het volgende: + + + "De gouverneur van het presidentschap van Bombay brengt ter + kennisse van het publiek, dat de afkondiging van den 6n Maart + ll., ter zake van den nabob Dandou-Pant, voortaan als nutteloos + moet beschouwd worden. Gisteren is Nana Sahib aangetast in de + bergpassen van Sauptourra, alwaar hij met zijn troep de wijk + genomen had en is in het gevecht gedood. Er valt niet te twijfelen + aan zijn identiteit. Hij is herkend door de inwoners van Cawnpore + en Lucknow. Er ontbrak hem een vinger aan de linkerhand en men + weet, dat Nana Sahib een zijner vingers had afgesneden op het + oogenblik dat hij door een valsche begrafenis aan zijn dood wilde + doen gelooven. Het koninkrijk van Indie heeft dus niets meer te + vreezen van den wreeden nabob, die het zooveel bloed gekost heeft." + + +Kolonel Munro had deze regels op doffen toon voorgelezen en legde +het dagblad uit de hand. + +Wij zwegen. De dood van Nana Sahib, ontwijfelbaar zeker dezen keer, +verloste ons van alle vrees voor de toekomst. + +Na eenige minuten van stilte, streek kolonel Munro de hand over zijne +oogen als om vreeselijke herinneringen weg te wisschen. Vervolgens +vroeg hij: + +"Wanneer moeten we Allahabad verlaten?" + +"Morgen, met het krieken van den dag," antwoordde de ingenieur. + +"Banks," hernam kolonel Munro, "kunnen we ons niet eenige uren te +Cawnpore ophouden?" + +"Wil je?...." + +"Ja, Banks, gaarne.... 'k zou voor een laatste maal Cawnpore nog eens +willen terugzien!" + +"Welnu, we zijn er binnen twee dagen!" antwoordde de ingenieur +eenvoudig. + +"En dan?" hernam kolonel Munro. + +"Dan?...." antwoordde Banks, "zullen we onzen tocht naar het noorden +van Indie voortzetten!" + +"Ja!.... naar het noorden! naar het noorden!...." zei de kolonel op +een toon, die me tot in de ziel trof. + +Inderdaad was het niet onwaarschijnlijk, dat sir Edward Munro nog +eenigen twijfel koesterde omtrent den uitslag dezer laatste worsteling +tusschen Nana Sahib en de agenten der Engelsche overheid. Had hij +gelijk tegenover hetgeen overtuigend bewezen scheen? + +De toekomst zal het ons leeren. + + + + + + +X. + +VIA DOLOROSA. + + +Het koninkrijk Oude was vroeger een der belangrijkste gedeelten van het +schiereiland en ook heden nog is het een der rijkste van Indie. Het +had vorsten waarvan deze sterk, geene zwak waren. Door de zwakheid +van een hunner, Wajad-Ali-Schah, werd 6 Februari 1857, zijn koninkrijk +bij het domein der Compagnie geannexeerd. Dit was dus nauwlijks eenige +maanden voor het begin van den opstand en juist op dit gebied werden +de vreeselijkste moorden, gevolgd door de felste weerwraak gepleegd. + +Twee namen van steden, Lucknow en Cawnpore, hebben sedert dien tijd +een treurige vermaardheid verworven. + +Lucknow is de hoofdstad, Cawnpore een van de voornaamste steden van +het oude koninkrijk. + +Kolonel Munro wilde naar Cawnpore gaan, alwaar wij dan ook in den +morgen van den 29n Mei aankwamen, na den rechteroever van den Ganges +gevolgd te zijn, door een vlakte waar zich onmetelijke met indigo +beplante velden uitstrekten. Twee dagen achtereen had de IJzeren +Reus met een gemiddelde snelheid van drie mijlen per uur geloopen, +en waren dus op die wijze de twee honderd vijftig kilometers tusschen +Cawnpore en Allahabad afgelegd. + +Wij bevonden ons toen nagenoeg duizend kilometers van Calcutta, +ons punt van uitgang, verwijderd. + +Cawnpore is een stad van ongeveer zestigduizend zielen. Zij neemt op +den rechter oever van den Ganges een strook grond in van vijf mijlen +lang. Er bevindt zich een militair kantonnement, waarin zeven duizend +man gekazerneerd zijn. + +De toerist zou in deze stad te vergeefs een monument vinden, dat +waardig is zijn aandacht te trekken, ofschoon zij van zeer ouden +oorsprong is en, naar men zegt, reeds van voor de christelijke +jaartelling dateert. + +Het was dus geenszins een gevoel van nieuwsgierigheid, dat ons naar +Cawnpore gevoerd had. Alleen de wil van Sir Edward Munro had er +ons gebracht. + +'s Morgens van den 30n Mei hadden wij ons kamp verlaten. Banks, +kapitein Hod en ik, we vergezelden den kolonel en sergeant Mac Neil +bij dien smartelijken gang, dien Sir Edward Munro voor het laatst +doen wilde. + +Het volgende is het verkorte verhaal van hetgeen Banks mij omtrent +die vreeselijke gebeurtenissen mededeelde. + +"Cawnpore, dat op het oogenblik van de annexatie van het Koninkrijk +Oude van zeer vertrouwde troepen voorzien was, telde in den aanvang +van den opstand slechts tweehonderdvijftig soldaten van het koninklijke +leger tegenover drie inlandsche regimenten infanterie, het 1e, 53e en +56e, twee regimenten kavallerie en een batterij artillerie van het +leger van Bengalen. Bovendien bevonden er zich een vrij aanzienlijk +getal Europeanen, bedienden, ambtenaren, kooplieden, enz., verder, +achthonderdvijftig vrouwen en kinderen van het 32e regiment der +koninklijke armee, in garnizoen te Lucknow. + +"Sedert vele jaren, bewoonde kolonel Munro Cawnpore. Daar was het +dat hij het jonge meisje, later zijne vrouw, leerde kennen. + +"Miss Honlay was een jong, bekoorlijk, verstandig Engelsch meisje, +met een verheven karakter, een edel hart, een heldennatuur, waardig +bemind te worden door een man als den kolonel, die haar bewonderde +en aanbad. Zij bewoonde met haar moeder een bungalow in de omstreken +der stad, alwaar Edward Munro haar in 1855 huwde. + +"Twee jaar na zijn huwelijk, in 1857, toen zich de eerste +verschijnselen van den opstand te Mirat vertoonden, moest kolonel +Munro zich zonder een dag te verliezen, weder bij zijn regiment +bevinden. Hij was dus verplicht zijn vrouw en zijn schoonmoeder te +Cawnpore te laten, haar evenwel op het hart drukkende onmiddellijk +aanstalten te maken voor hun vertrek naar Calcutta. Kolonel Munro +meende, dat Cawnpore niet veilig was en de feiten hebben later zijne +voorgevoelens maar al te zeer gerechtvaardigd. + +"De afdeeling werd toen gekommandeerd door den generaal Sir Hugh +Wheeler, een rond en braaf soldaat, die weldra het slachtoffer der +listige handelingen van Nana Sahib moest worden. + +"De nabob bewoonde toen, op tien mijlen van Cawnpore, zijn kasteel +van Bilhour en sedert lang veinsde hij in de beste termen met de +Europeanen te leven. + +"Ge weet, waarde Maucler, dat de eerste beginselen der omwenteling +zich te Mirat en te Delhi voordeden. De tijding er van kwam den 14n +Mei te Cawnpore aan. Dienzelfden dag toonde het 1e regiment Sipayers +vijandige neigingen. + +"Toen bood Nana Sahib de regeering zijne goede diensten aan. Generaal +Wheeler was onvoorzichtig genoeg om aan de goede trouw van dien +bedrieger geloof te slaan, wiens eigen soldaten dadelijk de gebouwen +der schatkamer bezetten. + +"Dienzelfden dag vermoordde een ongeregeld regiment Sipayers, +dat Cawnpore passeerde, aan de poorten der stad zijne Europeesche +officieren. + +"Het gevaar deed zich toen voor zooals het was, ontzettend. Generaal +Wheeler gaf bevel aan al de Europeanen in de kazerne de wijk te +nemen, waar de vrouwen en kinderen van het 32e regiment van Lucknow +woonden,--eene kazerne op het dichtst bijzijnde punt van den weg naar +Allahabad gelegen, die de eenige weg was waarlangs hulp kon komen. + +"Daar was het waar lady Munro en hare moeder zich moesten +opsluiten. Tijdens den geheelen duur dezer gevangenschap, wijdde de +jonge vrouw zich geheel aan hare lotgenooten toe. Zij verzorgde hen met +hare eigen handen, zij hielp hen met haar beurs, zij moedigde hen aan +door haar voorbeeld en hare woorden, zij toonde zich zooals zij was, +een edel hart, en zooals ik u gezegd heb, een heldhaftige vrouw. + +"Het duurde niet lang of ook het arsenaal werd aan de bewaking der +soldaten van Nana Sahib toevertrouwd. + +"De verrader ontrolde toen de vaan des opstands en op zijn bevel, +tastten de Sipayers den 7n Juni de kazerne aan, die geen driehonderd +soldaten telde in staat de wapenen te dragen. + +"Deze dapperen verdedigden zich evenwel onder het vuur der belegeraars, +te midden van een kogelregen en van ziekten van allerlei aard, +stervende van honger en dorst, zonder levensmiddelen, want de voorraad +was onvoldoende, zonder water, want de putten waren spoedig opgedroogd. + +"Deze weerstand duurde tot den 27n Juni. + +"Nana Sahib stelde toen een capitulatie voor, waarin de generaal +Wheeler de onvergeeflijke fout beging toe te stemmen, niettegenstaande +lady Munro hem smeekte en zelfs bezwoer den strijd voort te zetten. + +"Tengevolge dezer capitulatie werden de mannen, vrouwen en kinderen, +vijfhonderd personen ongeveer,--lady Munro en hare moeder behoorden +tot deze,--ingescheept op vaartuigen, die den Ganges moesten afzakken +en hen naar Allahabad zouden brengen. + +"Nauwelijks zijn deze vaartuigen van den oever losgemaakt, of +de Sipayers openen er hun vuur op. Een hagelbui van kogels en +schroot! Eenigen zinken, anderen worden in brand geschoten. Een der +vaartuigen evenwel mocht het gelukken, eenige mijlen ver den stroom +af te zakken. + +"Lady Munro en haar moeder bevonden zich op dit vaartuig. Een oogenblik +mochten zij de hoop voeden, dat zij gered waren, doch de soldaten van +den Nana vervolgden hen, en namen hen weder naar de kantonnementen +terug. + +"Daar verdeelde men de gevangenen. Al de mannen werden over de kling +gejaagd. Wat de vrouwen en kinderen aangaat, men vereenigde ze met +de andere kinderen en vrouwen, die den 27n Juni niet vermoord waren +geworden. + +"Het was een totaal van twee honderd slachtoffers wien een lange +doodstrijd was voorbehouden en die opgesloten werden in den bungalow, +waarvan de naam Bibi-Ghar een treurige vermaardheid heeft behouden." + +"Maar hoe heb je die vreeselijke bijzonderheden vernomen?" vroeg +ik Banks. + +"Door een oud sergeant van het 32e regiment van het koninklijk leger," +antwoordde de ingenieur. "Die man, als door een wonder ontkomen, +werd opgenomen door den rajah van Raischwarah, een der provincien +van het koninkrijk Oude, die hem en eenige andere vluchtelingen met +de grootste liefderijkheid ontving." + +"En wat werd er van lady Munro en haar moeder?" + +"Mijn waarde vriend," antwoordde Banks mij, "we hebben geen +rechtstreeksche getuigenis meer van 't geen er sedert dien +datum is voorgevallen, maar 't is maar al te gemakkelijk het te +gissen. Inderdaad, de Sipayers waren meester van Cawnpore. Zij waren +het tot den 15n Juli en die negentien dagen waren negentien eeuwen! De +ongelukkige slachtoffers wachtten elk oogenblik hulp, die slechts te +laat zou komen. + +"Reeds sedert eenigen tijd was generaal Havelock uit Calcutta +vertrokken op marsch, tot ontzet van Cawnpore, en na de opstandelingen +herhaalde malen geslagen te hebben, hield hij er den 17n Juli zijn +intocht." + +"Maar, twee dagen te voren, toen Nana Sahib vernam, dat de koninklijke +troepen de rivier Pandou-Naddi waren overgestoken, besloot hij de +laatste uren zijner heerschappij door gruwelijke moordtooneelen voor +eeuwig in het geheugen te griffelen. Tegenover de veroveraars van +Indie scheen hem alles veroorloofd!" + +"Eenige mannelijke gevangenen, die de gevangenschap der vrouwen in +Bibi-Ghar gedeeld hadden, werden voor hem gebracht en onder zijne +oogen geworgd." + +"De menigte vrouwen en kinderen bleef nog over en onder dezen, +lady Munro en haar moeder. Een peloton van het 6e regiment Sipayers +kreeg order ze te fusilleeren door de vensters van Bibi-Ghar heen. De +terechtstelling of liever de moord begon, maar daar het naar den zin +van Nana, verplicht weldra te wijken, niet snel genoeg ging, voegde +deze bloeddorstige vorst muzelmansche slagers bij de soldaten zijner +garde en nu werd het een ware slachting!" + +"Den volgenden dag werden dooden en levenden, vrouwen en kinderen, +in een naburige put gestort, en toen de soldaten van Havelock te hulp +snelden, rookte deze put, tot den rand toe gevuld, nog!" + +"Toen begon de wederwraak. Een zeker aantal opstandelingen, +medeplichtigen van Nana Sahib, waren in de handen van generaal Havelock +gevallen. Nu vaardigde deze de volgende vreeselijke dagorder uit, +waarvan ik de bewoordingen nooit vergeten, zal: + + + "De put waarin de stoffelijke overblijfselen rusten der arme + vrouwen en kinderen, vermoord op last van den snoodaard Nana Sahib, + zal gedempt en met zorg bedekt worden in den vorm van een graf. Een + detachement Europeesche soldaten, aangevoerd door een officier, zal + zich heden avond van die vrome taak kwijten. Het huis en de kamers + waar de moord heeft plaatsgehad zullen door de landgenooten der + slachtoffers niet schoongemaakt en gewit worden. De generaal wil, + dat elke druppel onschuldig bloed, door de veroordeelden met de + tong schoongemaakt of afgelikt worde, voordat zij terechtstaan, + en dat, naargelang van hun kastenrang en het deel, dat zij in + den moord genomen hebben. Bij gevolg zal iedere veroordeelde, + na de lezing van het doodvonnis gehoord te hebben, naar het huis + gevoerd worden waar de moord gepleegd is en gedwongen worden een + zeker gedeelte van den vloer schoon te likken. Men drage zorg + de taak zoo stuitend mogelijk te maken voor de godsdienstige + gevoelens van den veroordeelde en de provoost-geweldige spare + zijne roede niet. Nadat de taak verricht is, worde het vonnis + tenuitvoergebracht aan de galg, bij het huis opgericht." + + +"Dit was," hernam Banks, die zeer ontroerd was, "deze dagorder. Zij +werd letterlijk opgevolgd. Maar de slachtoffers waren niet meer. Zij +waren vermoord, verminkt, verscheurd! Toen kolonel Munro, twee dagen +later aangekomen, wilde beproeven, eenige overblijfselen van lady +Munro en haar moeder op te sporen, vond hij niets.... niets!" + +Dit was het wat Banks mij, voor onze komst te Cawnpore had medegedeeld +en nu was het diezelfde plek waar de afgrijslijke moord gepleegd was, +die de kolonel wilde bezoeken. + +Maar vooraf wilde hij den bungalow terugzien waar lady Munro gewoond +had, waar zij haar jeugd had doorgebracht, de woning waar hij haar +het laatst gezien had, den drempel waarop hij hare laatste omhelzingen +genoten had. + +Deze bungalow was een klein eind buiten de voorsteden der stad gelegen, +niet ver van de lijn der militaire kantonnementen. Bouwvallen, stukken +zwarte muren, eenige omgevallen, verdorde boomen, was alles wat er +van de woning was overgebleven. De kolonel had niet gewild dat iets +hersteld werd. De bungalow verkeerde na zes jaren nog in denzelfden +toestand als de hand der brandstichters hem gebracht had. + +Wij brachten een uur op die verwoeste plek door. Sir Edward Munro +waarde zwijgend onder die bouwvallen rond, waaruit zich zooveel +herinneringen voor hem opdeden. Zijne gedachten waren geheel vervuld +met dat gelukkige leven, dat niets hem voortaan kon teruggeven. Hij +zag het jonge meisje weder, gelukkig in het huis waar zij geboren was, +waar hij haar gekend had en somtijds sloot hij de oogen als om zich +haar nog beter te kunnen voorstellen. + +Doch eindelijk, plotseling, alsof hij zich zelven geweld had moeten +aandoen, voerde hij ons met zich naar buiten. + +Banks had gehoopt dat de kolonel zich alleen tot het bezoeken van dezen +bungalow bepalen zou.... Maar neen! Sir Edward Munro had besloten +tot de laatste toe de bitterheden uitteputten, die deze noodlottige +stad voor hem bewaard had! Na de woning van lady Munro, wilde hij de +kazerne wederzien waar zoovele slachtoffers, waaraan de krachtvolle +vrouw zich zoo heldhaftig had toegewijd, al de verschrikkingen van +een beleg hadden doorgestaan. + +De kazerne was op de vlakte buiten de stad gelegen en men bouwde toen +een kerk op de plek waar de bevolking van Cawnpore een schuilplaats +had moeten zoeken. De weg daarheen was een macadamweg, beschaduwd +door fraaie boomen. + +Daar was het eerste bedrijf van het vreeselijk treurspel +afgespeeld. Daar hadden lady Munro en hare moeder geleefd, geleden, +met den dood geworsteld tot het oogenblik dat de capitulatie in de +handen van Nana Sahib den troep slachtoffers stelde, reeds tot een +afgrijslijken moord gedoemd en dien de verrader beloofd had behouden +te Allahabad te zullen brengen. + +Te midden van den onvoltooiden bouw, onderscheidde men nog +overblijfselen van steenen muren, sporen der verdedigingswerken, +die door generaal Wheeler [7] waren opgericht. + +Kolonel Munro bleef langen tijd onbeweeglijk en zwijgend voor +deze overblijfselen. In zijne herinnering kwamen de afschuwelijke +voorvallen waarvan zij het tooneel geweest waren, levendiger terug. Na +den bungalow, waar lady Munro gelukkig geleefd had, de kazerne waarin +zij meer geleden had dan alles wat men zich kan voorstellen! + +Nog bleef het bezoek over van den Bibi-Ghar, de woning waarvan de +Nana een gevangenis maakte, waar zich de put bevond op welks bodem +de slachtoffers in den dood vermengd waren geworden. + +Toen Banks den kolonel zich naar deze zijde zag wenden, greep hij +hem bij den arm als om hem terug te houden. + +Sir Edward Munro zag hem vlak in het gelaat en zeide op vreeselijk +kalmen toon: + +"Kom, laat ons gaan!" + +"Munro! ik bid je!...." + +"Dan zal ik alleen gaan." + +Er bleek niets aan te doen. + +Wij hebben ons toen naar den Bibi-Ghar gewend, waaraan prachtig +aangelegde tuinen, beplant met fraaie boomen voorafgingen. + +Er verheft zich daar een zuilengang in Gothischen stijl, van +octogonalen vorm. Hij omgeeft de plek waar de put zich bevindt, +welks opening nu met een bekleeding van steenen gesloten is. Het is +een soort van voetstuk, dat een standbeeld van wit marmer draagt, den +Engel van het Medelijden, een der laatste werken van den beeldhouwer +Marocchette voorstellende. + +Het was lord Canning, gouverneur-generaal van Indie gedurende den +grooten opstand van 1857, die dit monument van boete en rouw deed +oprichten; het was vervaardigd naar de teekeningen van den kolonel +der genie Yule en lord Canning verkoos het uit zijne eigene middelen +te betalen. + +Voor dezen put waarin de beide vrouwen, de moeder en de dochter, na +door de slachters van Nana getroffen te zijn, misschien nog levend +waren geworden, kon Sir Edward Munro zijne tranen niet inhouden. Hij +viel op zijne knieen op de steenen van het monument neder. + +Sergeant Mac Neil weende naast hem in stilte. + +Het hart ontzonk ons en woorden ontbraken ons om deze ontroostbare +smart te lenigen, hopende dat Sir Edward Munro daar zijne laatste +tranen zou weenen! + +O! als hij een der eerste soldaten van het koninklijk leger geweest +was, die te Cawnpore binnenkwamen en die na den gruwzamen moord in +dat Bibi-Ghar doordrongen, zou hij van smart gestorven zijn! + +En wat wonder als men het verslag leest van een der Engelsche +officieren,--een verhaal door den reiziger Rousselet medegedeeld. + +"Nauwlijks te Cawnpore binnengekomen, haastten we ons om de ongelukkige +vrouwen op te sporen, die wij wisten, dat zich in de handen bevonden +van den verfoeilijken Nana, doch weldra vernamen wij de afschuwelijke +terdoodbrenging. Gekweld door een verschrikkelijken dorst naar wraak en +doordrongen van het gevoel der ontzettende smarten, die de ongelukkige +slachtoffers hadden moeten verduren, gevoelden wij zonderlinge +en woeste ideeen in ons wakker worden. Half krankzinnig van drift, +loopen wij naar de droevige plek van het martelaarschap. Gestold bloed, +vermengd met overblijfselen, waaraan men geen naam kon geven, bedekte +den grond van het kleine vertrek waar zij opgesloten waren en reikte +ons tot de enkels. Lange, zijdeachtige haarvlechten, brokstukken van +vrouwenkleederen, kleine kinderschoentjes, speelgoed, lagen op den +vochtigen grond verspreid. De met bloed besmeerde muren, droegen de +sporen van den vreeselijken doodstrijd. Ik raapte een klein gebedenboek +op, waarvan op de eerste bladzijde deze treffende woorden geschreven +stonden: "27 Juni, de vaartuigen verlaten.... 7 Juli, gevangenen van +den Nana.... noodlottige dag." Maar dit waren niet de eenige gruwelen, +die ons wachtten. Veel verschrikkelijker nog was het gezicht van den +diepen en nauwen put waar de verminkte overblijfselen van die teere +schepselen waren opgehoopt!...." + +Sir Edward Munro was in de eerste uren dat de soldaten van Havelock +zich van de stad meester maakten, niet tegenwoordig. Hij kwam slechts +twee dagen na de verfoeielijke slachting! En nu had hij niets anders +voor oogen dan de plek waar de noodlottige put zich opende, het +vreeselijke graf der twee honderd slachtoffers van Nana Sahib! + +Ditmaal gelukte het Banks, geholpen door den sergeant, hem met geweld +weg te voeren. + +Kolonel Munro zou nooit de twee woorden vergeten, die een der soldaten +van Havelock met zijn bajonet op den rand van den put geschreven had: + +"Remember Cawnpore!" + +"Herinner u Cawnpore." + + + + + + +XI. + +DE VERANDERING VAN MOESSON. + + +Ten elf ure waren wij in het kamp terug en hadden wij natuurlijk +grooten haast Cawnpore te verlaten, maar eenige herstellingen aan de +voedingspomp der machine lieten niet toe dat wij voor den volgenden +morgen vertrokken. + +Er bleef mij dus nog een halve dag over. Ik meende hem niet beter te +kunnen besteden dan met het bezoeken van Lucknow. Het plan van Banks +was niet door deze stad te gaan, alwaar kolonel Munro zich wederom op +een der voornaamste tooneelen van den oorlog bevonden zou hebben. Hij +had gelijk. Ook dat waren al te pijnlijke herinneringen voor hem. + +Na dus te twaalf uur het Stoomhuis verlaten te hebben, bereisde ik +het kleine eindje spoorweg, dat Cawnpore met Lucknow verbindt. De +afstand bedraagt geen twintig mijlen en ik kwam binnen twee uren +in de belangrijke hoofdstad van het Koninkrijk Oude aan, waarvan ik +slechts een oppervlakkig overzicht wilde nemen, niets meer dan wat +men een indruk noemt. + +Ik moest overigens de waarheid erkennen van hetgeen ik had hooren +zeggen van de monumenten te Lucknow, gebouwd onder de regeering der +muzelmansche keizers in de XVIIe eeuw. + +Het was een Franschman, een inwoner van Lyon, Martin genaamd, een +eenvoudig soldaat uit het leger van Lally-Tollendal, die, in 1730, +de gunsteling van den koning geworden, de schepper, de bestuurder, men +zou kunnen zeggen de bouwmeester werd van die alom geroemde wonderen +van het Koninkrijk Oude. De officieele residentie der vorsten, de +Kaiserbagh, een vreemde verzameling van alle bouwstijlen, die in +de verbeelding van een korporaal konden opkomen, is slechts een zeer +oppervlakkig werk. Niets inwendig, alles uitwendig, maar dat uitwendige +is tegelijk Hindoesch, Chineesch, Moorsch en.... Europeesch. Het is +hetzelfde geval met een ander, kleiner paleis, Farid Bakch, dat ook +het werk van Martin is. Wat de Imambara betreft, gebouwd midden in +de vesting door Kaifiatoulla, den eerste bouwkundige van Indie in +de XVIIe eeuw, dat is werkelijk een prachtig monument en brengt +een grootsche uitwerking teweeg, met de duizend klokjes, die de +tusschenwanden overdekken. + +Ik kon Lucknow niet verlaten zonder het paleis Konstantijn te bezoeken, +dat ook het persoonlijk gewrocht is van den Franschen korporaal en den +naam draagt van paleis de la Martiniere. Ik wilde ook nog den naburigen +tuin zien, den Secunder Bagh, waar de Sipayers, die, alvorens de stad +te verlaten, het graf van den nederigen soldaat geschonden hadden, +bij honderden vermoord werden. + +Wij moeten hier nog bijvoegen, dat de naam van Martin niet de +eenige Fransche naam is, die te Lucknow in eere wordt gehouden. Een +oude onderofficier van de Afrikaansche jagers, Duprat genaamd, +onderscheidde zich zoodanig door zijne dapperheid tijdens het +tijdperk van den opstand, dat de opstandelingen hem aanboden zich +aan hun hoofd te plaatsen. Duprat was te edel om dit aanbod aan te +nemen, niettegenstaande de rijkdommen, die hem werden toegezegd, +niettegenstaande de bedreigingen, die hem naar 't hoofd werden +geslingerd. Hij bleef den Engelschen getrouw. Maar, bijzonder +blootgesteld aan de schoten der Sipayers, die geen verrader van hem +hadden kunnen maken, werd hij gedood in een ontmoeting. "Ongeloovige +hond," hadden de opstandelingen gezegd, "we zullen je toch hebben, +al wilde je niet!" Zij hadden hem, dood. + +Beide deze Fransche soldaten werden bloedig gewroken. De Sipayers, +die het graf van den een geschonden en het graf voor den ander gegraven +hadden, werden zonder mededoogen vermoord. + +Eindelijk, na de prachtige parken bewonderd te hebben, die deze groote +stad van vijfhonderd duizend inwoners als een krans van groen en +bloemen omgeven, na op den rug van een olifant de voornaamste straten +en haar heerlijken boulevard van Hazrat Gaudj doorloopen te hebben, +kwam ik dienzelfden avond met den trein te Cawnpore terug. + +Den volgenden dag, 31 Mei, begaven wij ons in den vroegen morgen +op weg. + +"Eindelijk," riep kapitein Hod uit, "is het dan toch uit met al die +steden, die me mooi beginnen te vervelen!" + +"Ja, 't is gedaan, Hod," antwoordde Banks, "en nu gaan we rechtstreeks +op weg naar het noorden, om bijna in rechte lijn den voet van het +Himalaya-gebergte te bereiken." + +"Bravo!" hernam de kapitein. "Wat ik bij uitnemendheid Indie noem, +dat zijn niet de provincien met steden bezaaid of met Hindoes bevolkt, +dat is het land waar mijne vrienden de olifanten, de leeuwen, de +tijgers, de panters, de luipaarden, de beren, de buffels, de slangen +in vrijheid leven! Daar is het eenige werkelijk bewoonbare gedeelte +van het schiereiland! Als je dat ziet, Maucler, zullen de wonderen +van de vallei van den Ganges je niet berouwen!" + +"'k Zal in uw gezelschap nergens berouw over hebben, mijn waarde +kapitein," antwoordde ik. + +"En toch," zeide Banks, "zijn er in het noordwesten nog andere zeer +belangrijke steden, Delhi, Agra, Lahore." + +"Wel, vriend Banks," riep Hod uit, "wie heeft ooit iets bijzonders +gehoord van die ellendige gehuchten!" + +"Ellendige gehuchten!" antwoordde Banks, "wel neen, Hod, je meent +prachtige steden! Stel je gerust, waarde vriend," voegde de ingenieur +er bij, zich tot mij wendende, "we zullen trachten je dat alles te +laten zien, zonder de veldtochtsplannen van den kapitein in de war +te brengen." + +"Nu, daar heb ik vrede mee, Banks," antwoordde Hod, "maar vandaag +begint onze reis pas!" + +Toen riep hij met luide stem: + +"Fox?" + +De oppasser verscheen. + +"Present! kapitein," zei hij. + +"Fox, zorg dat de geweren, de karabijnen en de revolvers in orde zijn!" + +"Alles in orde." + +"Heb je alles goed nagekeken?" + +"Alles." + +"Maak de patronen gereed." + +"Ze zijn gereed." + +"Alles goed klaar dus?" + +"Alles klaar." + +"'t Zal niet lang duren of de acht en dertigste zal op je lijst +prijken, Fox!" + +"De achtendertigste!" riep de oppasser uit, wiens gelaat plotseling +verhelderde. "'k Zal hem een springkogeltje gereed maken, waarover +hij zich niet zal te beklagen hebben!" + +"Ga je gang, Fox, ga je gang!" + +Fox groette op soldatenwijs, maakte rechtsomkeert en sloot zich in +zijn arsenaal op. + +Zie hier nu het plan van dit tweede gedeelte onzer reis,--een plan, +waarin geen verandering zal komen, of er moeten zich onverwachts +gebeurtenissen opdoen, die onmogelijk te voorzien waren. + +Vijf en zeventig kilometers ver ongeveer zal de reis in de richting +van het noordwesten langs den Ganges worden voortgezet, doch van dit +punt af aan gaat het recht naar het noorden tusschen een der takken van +den grooten stroom en een anderen belangrijken tak van de Goutmi. Op +deze wijze wordt een zeker aantal stroomen vermeden, die zich links +en rechts verspreiden, terwijl de reis verder door Biswah schuins +naar de eerste bergen van Nepaul gaat, door het westelijk gedeelte +van het koninkrijk Oude en Rokilkhanne. + +Deze weg was met de grootste zorg door den ingenieur gekozen en +daardoor werden allerlei moeielijkheden vermeden. Mocht de steenkool in +het noorden van Hindostan moeielijker te vinden zijn, aan hout zou het +nimmer ontbreken en wat onzen IJzeren Reus betreft, de goed onderhouden +wegen door de prachtige wouden van het Indische schiereiland, zouden +voor hem geen beletsel zijn om te gaan in welken tred hij verkoos. + +Wij waren nog ongeveer tachtig kilometers van de kleine stad Biswah +verwijderd. Men kwam overeen dien afstand met zeer gematigde snelheid +af te leggen--in zes dagen. Men kon dan halt houden, als de streek ons +beviel, terwijl de jagers dan tijd zouden hebben hunne heldendaden +te verrichten. Kapitein Hod en de oppasser Fox, aan wie Goumi zich +gaarne aansloot, zouden dan gemakkelijk het veld kunnen ontdekken, +terwijl de IJzeren Reus gelijken tred met hen zou houden. Het was mij +niet verboden hen op hun drijfjacht te vergezellen, ofschoon ik een +slechts weinig bedreven jager was, en ik voegde mij dan ook enkele +malen bij hen. + +Ik moet niet onvermeld laten, dat kolonel Munro sedert het oogenblik +dat onze reis een nieuw tijdperk was ingetreden, zich wat minder +afgezonderd hield. Hij scheen buiten de meer volkrijke buurten, te +midden van de Ganges-vallei, die we pas doorreisd hadden, gezelliger +te worden. Onder die veranderde omstandigheden, scheen hij de kalmte +terug te erlangen van het bestaan, dat hij te Calcutta leidde. En toch, +kon hij vergeten, dat zijn rollend huis zich begaf naar het noorden +van Indie, waar een onweerstaanbaar noodlot hem heen trok? Hoe het zij, +onder de maaltijden, alsmede in den tijd, die gewoonlijk aan de siesta +gewijd wordt, was hij veel levendiger en dikwijls zelfs werd in de +uren van de halt, en in de schoone nachten, die het warme seizoen ons +nog schonk, het gesprek tot diep in den nacht voortgezet. Wat Mac Neil +aangaat, sedert het bezoek aan de put van Cawnpore, scheen hij mij nog +somberder toe dan gewoonlijk. Had misschien het gezicht van Bibi-Ghar +een haat bij hem verlevendigd, dien hij nog altijd hoopte te koelen? + +"Neen, mijnheer, neen," zeide hij mij op zekeren dag, "'k houd het +voor onmogelijk, dat ze 't niet aan ons zouden hebben overgelaten +Nana Sahib te dooden." + +De eerste dag ging voorbij zonder voorvallen die der moeite waard +zijn vermeld te worden. Noch kapitein Hod, noch Fox waren in de +gelegenheid eenig dier te schieten. Het was verdrietig en zonderling +genoeg om de vraag te wettigen of de verschijning van den IJzeren +Reus de vreeselijke roofdieren dezer streken niet op een afstand +hield. Werkelijk ging men eenige jungles voorbij, die toch de +gewone schuilplaatsen der tijgers en andere wilde dieren van het +kattengeslacht zijn en geen een vertoonde zich. Evenwel hadden +de jagers zich een paar mijlen ter zijde van onzen trein begeven +en moesten het zich getroosten Black en Phann mede te nemen om op +klein wild te jagen, waarvan "Monsieur Parazard" zijn dagelijkschen +voorraad eischte. Hij verstond geen rede daaromtrent, onze zwarte chef, +en toen de oppasser hem over tijgers, luipaarden en andere weinig +eetbare dieren sprak, trok hij minachtend de schouders op, zeggende: + +"Is dat eetbare waar!" + +Dienzelfden avond kampeerden wij onder het lommer van een groep +enorme vijgeboomen. De nacht was even rustig als de dag stil geweest +was. De stilte werd zelfs niet verstoord door het gehuil der wilde +beesten. Onze olifant rustte evenwel. Zijn gebriesch liet zich niet +meer hooren. De kampvuren waren uitgedoofd en om den kapitein te +voldoen, liet Banks zelfs den electrischen stroom niet werken, +die de oogen van den IJzeren Reus in twee machtige vuurbakens +veranderde. Maar niets! + +Dit was eveneens tijdens de dagen van den 1n en 2n Juni het geval. Het +was om wanhopig te worden. + +"Ze hebben mijn koninkrijk Oude veranderd!" herhaalde kapitein Hod. "Ze +hebben 't in 't midden van Europa overgebracht. Er zijn hier evenmin +tijgers als in de laaglanden van Schotland!" + +"Mogelijk, mijn waarde Hod," antwoordde kolonel Munro, "hebben ze hier +pas drijf jacht gehouden en zijn de dieren in massa verhuisd. Maar +wanhoop niet en wacht totdat we aan den voet van de bergen van Nepaul +zijn. Daar zult ge naar hartelust aan uw instinct van jager kunnen +voldoen." + +"We willen het hopen, kolonel," antwoordde Hod het hoofd schuddende, +"want anders zouden we onze kogels tot hagel moeten omgieten!" + +De dag van den 3n Juni was een der heetste, die we nog gehad +hadden. Zoo de weg niet door groote boomen beschaduwd was geworden, +geloof ik dat we letterlijk in onze rollende woning gekookt zouden +zijn. De thermometer steeg tot zeven-en-veertig graden in de schaduw en +er was zelfs geen tochtje wind. Het was dus mogelijk, dat de roofdieren +bij een dergelijke temperatuur, in dien gloeienden dampkring hunne +holen niet durfden te verlaten, zelfs des nachts. + +Den volgende morgen, den 3n Juni, vertoonde zich de horizont bij het +opgaan der zon, voor de eerste maal vrij mistig in het westen. We +hadden toen het prachtige schouwspel van een dier verschijnselen van +luchtspiegeling, die men in zekere gedeelten van Indie "seekote," +of luchtkasteelen en in andere "dessasur" of "zinsbegoocheling" noemt. + +Het was geene gewaande watervlakte met hare zonderlinge uitwerkselen +van straalbreking, die zich aan onze blikken voordeed, het was een +lage heuvelrij, bebouwd met de meest fantastische kasteelen van de +wereld, iets in den trant van de hoogten langs den Rijn, met hare oude +roofsloten. In een oogwenk gevoelden we ons overgebracht, niet alleen +in het Romaansche gedeelte van het oude Europa, maar een tijdvak van +vijf of zes honderd jaren terug, in het hart der middeleeuwen. + +Dit natuurverschijnsel gaf ons met verrassende duidelijkheid, het +gevoel eener volkomen werkelijkheid. De IJzeren Reus met den geheelen +toestel der moderne machinerie, onderweg naar een stad der elfde eeuw, +kwam mij dan ook veel vreemder voor dan toen hij met een rookpluim +versierd, het land van Vishnoe en Brahma bewandelde. + +"'k Zeg u dank, vrouw natuur!" riep kapitein Hod uit. "Na zooveel +minarets en koepels, na zooveel moskeeen en pagoden, laat ge ons een +oude stad uit het leenroerig tijdvak bewonderen, met de Romaansche +of Gothische wonderen, die zich zoo prachtig aan onze oogen voordoen!" + +"Wat is onze vriend Hod dezen morgen dichterlijk!" antwoordde +Banks. "Zou hij bij zijn ontbijt misschien een ballade geslikt hebben?" + +"Lach maar, Banks, steek den gek maar met me!" hernam kapitein Hod, +"maar verzuim niet te kijken! Zie de voorwerpen op den voorgrond +grooter worden! Zie de struiken, boomen, de heuvels, bergen worden, +de....." + +"De gewone katten tijgers worden, als er katten waren, niet waar, Hod?" + +"Nu, dat zou nog zoo kwaad niet zijn, Banks! Maar, zie, daar storten +mijn kasteelen aan den Rijn in, daar zakt de stad ineen en we komen +tot de werkelijkheid terug, een eenvoudig landschap van het koninkrijk +Oude, dat zelfs de wilde dieren niet meer willen bewonen!" + +Nauwelijks verscheen de zon boven den oostelijken horizont, of zij +veranderde oogenblikkelijk het spel der straalbreking. De burchten +zakten met de heuvels ineen, die zich in vlakten veranderden. + +"Welnu, de luchtspiegeling is verdwenen," zei Banks, "en met haar +de dichterlijke geestdrift van kapitein Hod, maar weet je nu wel, +mijne vrienden, wat dit natuurverschijnsel voorspelt?" + +"Wel, ingenieur?" riep de kapitein uit. + +"Een spoedig ophanden zijnde weersverandering," antwoordde +Banks. "Overigens zijn we in de eerste dagen van Juni, waarin +wijzigingen van het klimaat voorkomen. De verandering van moesson +zal ons spoedig in het seizoen der periodieke regens brengen." + +"Waarde Banks," zei ik, "me dunkt we behoeven niet bang voor den +regen te zijn, niet waar, al waren het aanhoudende plasregens, toch +schijnen ze mij verkieslijker, dan die warmte....." + +"Nu, je zult je zin hebben, waarde vriend," antwoordde Banks. "'k +Geloof dat de regen niet ver meer af is en dat we weldra de eerste +wolken uit het zuidwesten zullen zien opdagen!" + +Banks bedroog zich niet. Tegen den avond begonnen er dampen aan den +westelijken horizont op te komen, hetgeen beteekende dat de moesson, +zooals dat meestal gebeurt, zich des nachts zou instellen. Het was +de Indische oceaan, die ons over het schiereiland zijne dampen met +electriciteit beladen, overzond, dampen met stormen bezwangerd, +die weldra over onze hoofden zouden losbarsten. + +Ook hadden zich dien dag eenige andere verschijnselen voorgedaan, +waarin een Anglo-Indier zich niet had kunnen vergissen. Wolken +zeer fijn stof hadden onder den marsch van den trein over den +weg gedwarreld. De beweging der wielen, die weliswaar niet zeer +snel was, zou toch stof hebben kunnen doen opwaaien, maar niet +zoo woest en wild. Men zou gezegd hebben, dat het een wolk van +die vlokjes was, die door electrische machines in beweging worden +gebracht. De bodem kon dus vergeleken worden met een onmetelijken +ontvanger, waarin de electriciteit zich sedert vele dagen zou hebben +opgehoopt. Bovendien was dit stof met een gelen weerschijn gekleurd, +van een allerzonderlingste uitwerking, terwijl in elk stofdeeltje een +klein lichtend middelpunt schitterde. Er waren oogenblikken geweest, +waarin ons geheele voertuig zich te midden der vlammen scheen voort +te bewegen,--vlammen zonder warmte, doch die, noch door hun kleur, +noch door hun beweeglijkheid aan die van het St. Elmusvuur herinnerden. + +Storr vertelde ons, dat hij somtijds op die wijze treinen op hunne +rails had zien loopen te midden eener dubbele haag lichtend stof en +Banks bevestigde dit zeggen van den machinist. Een kwartier lang +had ik dit zonderlinge natuurverschijnsel zeer nauwkeurig kunnen +waarnemen door de kleine vensters van het torentje, waardoor ik den +weg over een lengte van vijf of zes kilometers kon gadeslaan. Deze weg, +zonder boomen, was stofferig en wit verbrand door de verticale stralen +der zon. Op dit oogenblik scheen het mij toe, dat de warmte van den +dampkring die van den vuurhaard der machine overtrof. Het was waarlijk +niet om uit te houden en toen ik onder het heen en weer zwaaien der +punka een frisscher lucht kwam inademen, was ik half gestikt. + +'s Avonds, tegen zeven uur, hield het Stoomhuis halt. De rustplaats, +door Banks uitgekozen, was aan den zoom van een bosch met prachtige +vijgeboomen, dat zich tot in het oneindige naar het noorden scheen uit +te strekken. Een vrij fraaie weg doorkruiste dit bosch en beloofde +ons voor den volgenden dag een aangenamer en gemakkelijker tocht +onder een ruim en hoog koepeldak van groen. + +De vijgeboomen, die reuzen der Hindoesche flora, zijn te beschouwen +als de grootvaders, men zou kunnen zeggen als de huisvaders der +plantenfamilie, omringd door hunne kinderen en kleinkinderen. Dezen, +uit een zelfden wortel ontspringende, klimmen recht om den hoofdstam, +waarmede zij volstrekt geen gemeenschap hebben, in de hoogte en gaan +zich in de verheven vaderlijke takken verliezen. Het is wezenlijk alsof +ze onder dit dichte gebladerte zijn uitgebroeid, als de kiekens onder +de vleugelen hunner moeder. Daarvandaan het zonderlinge gezicht, dat +deze meerdere eeuwen oude bosschen opleveren. De oude boomen gelijken +op alleenstaande pilaren, het onmetelijke gewelf onderschragende, +waarvan de fijne ribben op jonge vijgeboomen rusten, die op hun beurt +pilaren zullen worden. + +Dien avond werd het kamp met nog meer zorg ingericht dan +gewoonlijk. Mocht toch de volgende dag even heet zijn als deze geweest +was, dan stelde Banks zich voor de halt te verlengen, en zoo het +noodig was, 's nachts te reizen. + +Kolonel Munro trouwens vond het heerlijk om eenige uren in dat schoone, +schaduwrijke en kalme bosch door te brengen. Allen waren zijne meening +toegedaan, dezen omdat zij werkelijk rust noodig hadden, anderen +omdat zij eindelijk toch eens een dier wenschten te ontmoeten, dat +een geweerschot van een Anderson of van een Gerard waardig was. Men +raadt wie deze laatsten waren. + +"Fox, Goumi, 't is pas zeven uren!" riep kapitein Hod. "Een toertje +in het bosch, voordat het nog geheel donker is!--Ben je van de partij, +Maucler?" + +"Mijn waarde Hod," zei Banks, alvorens ik had kunnen antwoorden, "je +moest je waarlijk niet van het kamp verwijderen. De lucht voorspelt +niet veel goeds. Als de storm losbarst, zal je moeielijk het kamp +kunnen bereiken. Morgen, als we ons kamp blijven betrekken, kan +je gaan...." + +"Morgen, is het licht," antwoordde Hod, "en juist nu is het oogenblik +gunstig!" + +"Dat weet ik, Hod, maar 'k ben bang voor den nacht. Wil je daarom +toch vertrekken, ga dan niet ver. Over een uur is het al pikdonker +en je zoudt misschien moeielijk het kamp kunnen weervinden." + +"Wees gerust, Banks. 't Is pas zeven uren, en 'k vraag mijn kolonel +slechts een permissie tot tien uren." + +"Ga je gang, mijn waarde Hod," antwoordde Sir Edward Munro, "maar +denk aan 't geen Banks je gezegd heeft." + +"Ja, kolonel." + +Kapitein Hod, Fox en Goumi, met uitmuntende jachtkarabijnen gewapend, +verlieten het kamp en verdwenen onder de hooge vijgeboomen, die aan +de rechterzijde van den weg stonden. + +Ik was zoo vermoeid van de warmte en de vermoeienissen van den dag, +dat ik liever thuis bleef. + +Evenwel werd het vuur, op bevel van Banks, in plaats van geheel te +worden uitgedoofd, slechts naar achteren van den vuurhaard geschoven, +zoodat de stoom een paar atmosfeeren drukking bleef behouden. De +ingenieur wilde zich voor elke mogelijkheid gereed houden. + +Storr en Kalouth hielden zich in dien tusschentijd bezig met het +opdoen van brandstof en water. Een klein beekje, aan den linkerkant van +den weg, verschafte hun het noodige water, en de naburige boomen het +hout, dat zij benoodigd hadden om den tender te voorzien. Gedurende +dien tijd hield "monsieur" Parazard zich met zijne gewone bezigheden +onledig en onder het afnemen van de overblijfselen van den maaltijd, +bepeinsde hij het menu voor het diner van den volgenden dag. + +Het was nog vrij licht en kolonel Munro, Banks, sergeant Mac Neil en +ik, gingen aan den oever van de beek ons middagslaapje houden. Deze +heldere waterstroom verfrischte den dampkring, die werkelijk, zelfs op +dit uur, verstikkend was. De zon was nog niet ondergegaan. Haar licht +verfde de massa dampen, die men door de groote openingen tusschen het +gebladerte zich allengs aan het zenith zag ophoopen, donker blauw. Het +waren zware, dikke wolken, die niet door wind schenen bewogen te +worden en hun beweegkracht in zichzelven schenen te bezitten. + +We zaten of lagen tot omstreeks acht uren te praten. Van tijd tot tijd +stond Banks op om een ruimer gezicht van den horizont te nemen, door +te gaan tot aan den zoom van het bosch, dat de vlakte, op minder dan +een kwart mijl van het kamp, doorsneed. Toen hij terugkwam, schudde +hij niet zeer gerustgesteld het hoofd. + +De laatste maal vergezelden wij hem. Reeds viel de duisternis onder +de vijgeboomen. Toen wij aan den zoom gekomen waren, zag ik, dat in +het westen tot daar, waar zich een rij onduidelijk omschreven heuvels +vertoonde die reeds met de wolken ineensmolten, zich een onmetelijke +vlakte uitstrekte. + +Het voorkomen van de lucht was vreeselijk in haar kalmte. Geen +tochtje wind bewoog de hooge bladeren der boomen. Het was niet de +rust van de ingeslapen natuur, die de dichters zoo vaak bezongen +hebben, het was integendeel een zware en ziekelijke slaap. Het was +alsof de atmosfeer in een toestand van spanning verkeerde en ik kon +het luchtruim nergens beter bij vergelijken dan bij een stoomketel, +als de te sterk saamgeperste stoom op het punt staat los te barsten. + +De ontploffing was nabij. + +De stormachtige wolken dreven inderdaad zeer hoog, zooals dit +gewoonlijk plaatsheeft boven vlakten, en hadden breede, kromlijnige, +scherp omschreven omtrekken. Zij schenen zelfs zich uit te zetten, +in aantal te verminderen en in grootte toe te nemen, steeds evenwel +dezelfde basis behoudende. Blijkbaar zouden ze spoedig allen tot +een zelfde massa zijn opgelost, die de dichtheid der eenige wolk zou +doen toenemen. Reeds smolten de kleine bijwolkjes, aan een soort van +aantrekkingskracht gehoorzamende, tegen elkander aanbotsende en zich +van elkander afstootende, in een verwarde massa in een. + +Tegen half negen uur verscheurde een zig-zagsgewijze uitschietende, +bliksemstraal, in zeer scherpe hoeken, de donkere massa op een lengte +van twee duizend vijf honderd a drie duizend meters. + +Vijf en zestig seconden later barstte een donderslag los en liet +een lang gerekt, dof gerommel hooren, eigenaardig aan deze soort van +bliksemflitsen, dat ongeveer vijftien seconden aanhield. + +"Een en twintig kilometers," zei Banks, na zijn horloge geraadpleegd +te hebben. "Dat is bijna de grootste afstand, waarop de donder zich +kan doen hooren. Maar als eenmaal het onweer losgebroken is, komt +het spoedig en we moeten het niet afwachten. Laten we naar binnen +gaan, vrienden." + +"En kapitein Hod?" zei sergeant Mac Neil. + +"De donder gebiedt hem terug te komen," antwoordde Banks. "'k Hoop +dat hij zal gehoorzamen." + +Vijf minuten later waren we in het kamp terug, en namen plaats onder +de veranda van het salon. + + + + + + +XII. + +DRIEDUBBELE VUREN. + + +Indie deelt met zekere oorden van Brazilie,--die van Rio-Janeiro onder +andere,--het voorrecht om van alle landen van den aardbol het meest +door onweders geteisterd te worden. Wordt in Frankrijk, Engeland en +Duitschland, in Midden-Europa dus, het aantal dagen van donder niet +meer dan op twintig per jaar geteld, dan bedraagt dit getal jaarlijks +in het Indische schiereiland meer dan vijftig. + +Zooveel wat de algemeene meteorologie betreft. In dit bijzondere +geval moesten wij met het oog op de omstandigheden waaronder het zich +voordeed, een onweer van buitengewone hevigheid verwachten. + +Zoodra wij in het stoomhuis waren teruggekomen, raadpleegde ik +den barometer. Er had een plotselinge daling van twee duim--van +negenentwintig tot zevenentwintig duim, [8] der kwikkolom plaatsgehad. + +Ik deed dit kolonel Munro opmerken. + +"'k Maak me ongerust over het lang wegblijven van kapitein Hod en zijn +metgezellen," antwoordde hij mij. "Het onweer is op punt van los te +barsten, de nacht komt, het wordt steeds donkerder. Jagers gaan altijd +verder dan ze beloven en zelfs verder dan ze zelven willen. Hoe zullen +ze den weg in die diepe duisternis vinden?" + +"Die dwazen!" zeide Banks. "'t Is onmogelijk geweest ze reden te doen +verstaan! Zeer zeker zouden ze beter gedaan hebben niet te vertrekken!" + +"'t Is waar, Banks, maar ze zijn nu eenmaal vertrokken," antwoordde +kolonel Munro, "en we moeten al 't mogelijke doen om ze te vinden." + +"Is er geen middel hun de plaats te doen kennen waar we zijn?" vroeg +ik den ingenieur. + +"Jawel," antwoordde Banks, "door onze electrische vuren te ontsteken, +die een groot lichtvermogen bezitten en van zeer ver gezien worden. 'k +Ga den stroom stellen." + +"Uitmuntend idee, Banks." + +"Wilt u dat ik er op uit ga om kapitein Hod op te zoeken?" vroeg +de sergeant. + +"Neen, mijn oude Neil," antwoordde kolonel Munro, "je zoudt hem toch +niet vinden en ook verdwalen." + +Banks haastte zich nu om gebruik te maken van de vuren waarover hij +beschikte. De elementen der kolom werden in werking gesteld, de stroom +geleid en al spoedig wierpen de twee oogen van den IJzeren Reus, +als twee electrische seinvuren hun schitterenden lichtbundel onder +en door het sombere bladerengewelf der vijgeboomen. Zeker is het, +dat dit licht in den donkeren nacht van zeer ver moest gezien worden +en onze jagers tot gids kon verstrekken. + +Op dit oogenblik barstte er een soort van orkaan van ongekende +hevigheid los. Hij verscheurde de takken der boomen, richtte zich +schuins naar den bodem en floot door de dunne zuilen der vijgeboomen, +alsof hij door de welluidende pijpen van een kabinetorgel gesuisd had. + +In een oogenblik werd de weg als bezaaid met een stortvloed van +losgerukte takken en bladeren. Deze aanhoudende regen van met kracht +op het dak van het stoomhuis neergeworpen boomloof, veroorzaakte een +geluid als van aanhoudenden donder. + +Wij moesten de wijk nemen naar het salon en al de vensters sluiten. Er +viel nog geen regen. + +"'t Schijnt een soort van "tofan" te zijn," zei Banks. + +De Hindoes geven dezen naam gewoonlijk aan de woeste en plotseling +opkomende orkanen, die meer in het bijzonder de bergachtige streken +verwoesten en zeer in het land geducht zijn. + +"Storr!" riep Banks den machinist toe, "heb je de schietgaten van +het torentje zorgvuldig gesloten?" + +"Ja, mijnheer Banks," antwoordde de machinist. "Van dien kant is er +niets te vreezen." + +"Waar is Kalouth?" + +"Hij heeft juist den tender van brandstof voorzien." + +"Morgen," antwoordde de ingenieur, "ligt het hout overal voor 't +oprapen! De wind wordt houthakker en bespaart ons veel arbeid! Blijf +onder stoom, Storr en kom weer schuilen!" + +"Dadelijk, mijnheer." + +"Zijn je kuipen vol, Kalouth?" vroeg Banks. + +"Ja, mijnheer Banks," antwoordde de stoker. "We hebben nu genoeg +water." + +"Goed, maar kom binnen! kom binnen!" + +De machinist en de stoker hadden weldra in het tweede rijtuig +plaatsgenomen. + +De bliksemstralen volgden elkander toen snel op, terwijl de ontploffing +der electrische wolken een dof gerommel deed hooren. De "tofan" +had den dampkring niet verfrischt. Het was een verschroeiende wind, +die verbrandde alsof hij uit een heeten oven woei. + +Sir Edward Munro, Banks, Mac Neil en ik, we verlieten de zaal +slechts om onder de veranda te gaan. Onze blikken naar de toppen +der vijgeboomen richtende, zag men het gebladerte zich als fijn zwart +kantwerk tegen de brandende lucht afteekenen. Geen bliksemstraal of hij +werd een paar seconden later door donderslagen gevolgd. Nauwlijks had +de echo tijd gehad uit te sterven of een nieuwe donderslag werd door +haar teruggekaatst. Ook was aanhoudend een diepe bas als grondtoon te +hooren, waartegen dan de eigenaardige kort afgebroken ontploffingen +uitkwamen, die Lucretius zoo te recht vergeleken heeft met het scherpe +geluid van papier dat verscheurd wordt. + +"Hoe is 't mogelijk, dat de storm ze nog niet naar huis gejaagd +heeft!" zei kolonel Munro. + +"Misschien," antwoordde de sergeant, "hebben kapitein Hod en zijne +metgezellen een schuilplaats in het bosch gevonden, in een hollen +boom of in een rotsholte en staan ze eerst morgen voor onze oogen! Het +kamp is altijd daar om ze te ontvangen!" + +Banks schudde het hoofd als iemand, die niet gerust is. Hij scheen +de meening van Mac Neil niet te deelen. + +Op dit oogenblik,--het was bijna negen uren,--begon het buitengewoon +hard te regenen. Deze regen was vermengd met enorme hagelsteenen, +die ons steenigden en op het luidklinkend dak van het Stoomhuis neer +knetterden. Het was als het geroffel van honderden trommen, zoodat +het onmogelijk was zich te hooren spreken, al had het geratel van den +donder het luchtruim niet vervuld. Van alle kanten dwarrelden de door +den hagel verscheurde bladeren der vijgeboomen rond. + +Banks kon zich te midden van dat oorverdoovend geraas niet doen +hooren en strekte toen den arm uit om ons opmerkzaam te maken op de +hagelsteenen, die tegen de zijden van de IJzeren Reus aansloegen. + +Het was ongeloofelijk. Alles flikkerde bij de aanraking met die +harde lichamen. Men zou gezegd hebben, dat wat uit de wolken viel, +werkelijke druppels waren van een in smelting verkeerend metaal, +die het plaatijzer treffende, een lichtstraal terugwierpen. Dit +natuurverschijnsel toonde hoe sterk de atmosfeer met electriciteit +verzadigd was. Onophoudelijk werd de dampkring door den bliksem +doorkruist, zoodat alles in vuur en vlam scheen te staan. + +Banks gaf ons met een gebaar te verstaan, dat we in het salon zouden +gaan en sloot de deur, die op de veranda uitkwam. Het was toch hoogst +gevaarlijk zich in de open lucht aan den schok der electrische stroomen +bloot te stellen. + +Wij waren nu binnen in diepe duisternis gehuld, die door het +onophoudelijk weerlichten buiten, nog dieper gemaakt werd. Hoe +groot was niet onze verbazing toen we zagen, dat zelfs ons speeksel +lichtend was! Het bleek dat we door en door met de omringende vloeistof +verzadigd waren. + +"We spogen vuur," om de uitdrukking te gebruiken, die gediend heeft om +dit zeldzaam voorkomend, maar altijd ontzettend natuurverschijnsel +te kenmerken. En waarlijk, te midden van al die vlammen, zoowel +van binnen als van buiten, te midden van het woeste geweld dier +vreeselijke donderslagen, altijd vergezeld van felle bliksemstralen, +moest wel den koelbloedigste onder ons het hart sneller kloppen. + +"En zij!" sprak kolonel Munro. + +"Zij!.... zij!.... zij!" antwoordde Banks. + +We maakten ons nu zeer ongerust en konden niets doen om kapitein Hod +en zijne metgezellen te hulp te komen. + +Indien zij werkelijk een schuilplaats gevonden hadden, dan kon het +slechts onder de boomen zijn en men weet welke gevaren men onder +dergelijke omstandigheden gedurende het onweer loopt. Hoe zouden ze +zich in dat dichte bosch op vijf of zes meters van de loodlijn af +hebben kunnen plaatsen, die door het uiteinde van de langste takken +gaat,--zooals dit den personen, die in de nabijheid van boomen door +het onweer verrast worden, wordt aanbevolen? + +Dit alles kwam mij in de gedachte, toen een donderslag, korter +afgebroken dan een der anderen, plotseling losbarstte. Een tusschenpoos +van nauwlijks een seconde was er tusschen den slag en den bliksem +verloopen. + +Het Stoomhuis trilde er van en werd als van den grond opgelicht. Ik +dacht niet anders of de trein zou omvervallen. + +Op hetzelfde oogenblik verspreidde er zich een sterke lucht,--de +doordringende lucht van salpeterdamp,--en ongetwijfeld zou het +regenwater, gedurende dit onweer verzameld, een groote hoeveelheid +salpeterzuur bevat hebben. + +"De bliksem is ergens ingeslagen...." zei Mac Neil. + +"Storr! Kalouth! Parazard!" schreeuwde Banks. + +De drie mannen stormden de zaal binnen. Gelukkig was niemand getroffen. + +De ingenieur opende toen de deur der veranda en begaf zich op het +balkon. + +"Daar!.... kijk!...." riep hij. + +Op tien passen afstand, links van den weg, was een enorme vijgeboom +door den bliksem getroffen. Bij het onophoudelijk lichten, kon men +zien als op klaarlichten dag. De ontzaglijke stam, die door zijne +uitspruitsels niet meer kon gedragen worden, was dwars over de naburige +boomen heen gevallen. Hij was in zijn geheele lengte netjes van den +bast ontdaan en een lange reep schors, door de rukwinden als een slang +heen en weder bewogen, zweepte al draaiende de lucht. Dit afscheuren +van den bast moest zeker van onderen naar boven geschied zijn, onder +de werking van een buitengewoon hevigen, opstijgenden bliksemstraal. + +"'t Scheelde weinig of het Stoomhuis was getroffen!" zei de +ingenieur. "Toch moeten we blijven, want 't is hier nog veiliger +schuilplaats dan die der boomen!" + +"Laat ons dus blijven," antwoordde kolonel Munro. + +Op dit oogenblik deed zich een geschreeuw hooren. Waren het onze +metgezellen, die eindelijk terug kwamen? + +"'t Is de stem van Parazard," zei Storr. + +En werkelijk was het de kok, die, onder de achterste veranda staande, +ons luidkeels riep. + +We ijlden onmiddellijk naar hem toe. + +Op minder dan honderd meters afstand, achter en aan de rechterzijde van +het kamp, stond het vijgeboomenbosch in brand. De hoogste toppen der +boomen verdwenen reeds in de vlammen. De brand nam met ongeloofelijke +hevigheid toe in de richting van het Stoomhuis, dat dus in het grootste +gevaar verkeerde. + +Een langdurige gebrek aan regen, de hooge temperatuur gedurende de +drie maanden van het heete jaargetijde, hadden boomen, struiken, +kruiden en planten verdroogd. De brand voedde zich met al die licht +ontvlambare brandstoffen en, zooals het menigmaal in Indie gebeurt, +dreigde het geheele bosch verteerd te worden. + +En werkelijk zag men dat het vuur al grootere kringen beschreef +en hoe langer hoe dichter naderde. Indien het de plek van het kamp +bereikte, zouden binnen weinige minuten de twee wagens vernield zijn, +want hunne dunne paneelen konden ze niet voor het vuur beschermen, +als de dikke wanden van plaatijzer van een koffer dit kunnen. + +Zwijgend stonden wij dit gevaar aan te zien. Kolonel Munro kruiste +zich de armen en zeide eenvoudig: + +"Banks, jij bent de man om ons hieruit te helpen!" + +"Ja, Munro," antwoordde de ingenieur, "en daar we geen enkel middel +hebben, om den brand te blusschen, moeten we hem ontvluchten!" + +"Te voet?" riep ik uit. + +"Neen, met onzen trein." + +"En kapitein Hod en zijn metgezellen?" zei Mac Neil. + +"We kunnen hen niet helpen! als ze voor ons vertrek niet terug zijn, +vertrekken we toch!" + +"We kunnen ze toch niet aan hun lot overlaten!" zei de kolonel. + +"Munro," antwoordde Banks, "als de trein in veiligheid zal zijn, +buiten het bereik van het vuur, zullen we terugkomen en het bosch +doorzoeken totdat we ze gevonden hebben!" + +"Ga je gang dan maar, Banks," antwoordde kolonel Munro, die zich naar +de meening van den ingenieur moest schikken, omdat zij werkelijk de +eenige geschikte bleek. + +"Storr," zei Banks, "naar je machine! Kalouth, naar je stoomketel, +en stook de vuren op! Welke drukking op den manometer?" + +"Twee atmosfeeren," antwoordde de machinist. + +"Binnen tien minuten moeten we er vier hebben! Komt, mijne vrienden, +komt!" + +De machinist en de stoker lieten geen oogenblik verloren gaan. Het +duurde niet lang of een stortvloed van zwarten rook ontwrong zich aan +de tromp van den olifant en vermengde zich met de stroomen regen, die +de reus scheen te trotseeren. De bliksemstralen, die het luchtruim +doorkliefden, beantwoordde hij met een dichten vonkenregen. Een +straal van stoom floot in den schoorsteen en de kunstmatige trekking +verhaastte de verbranding van het hout, dat Kalouth in zijn oven +ophoopte. + +Sir Edward Munro, Banks en ik, wij waren onder de achterste veranda +gebleven, van waar wij de vorderingen van den brand in het bosch +konden waarnemen. Zij waren snel en vreeselijk om aan te zien. De +groote boomen stortten in den onmetelijken vuurhaard, de takken +knapten met een geluid als van revolverschoten, de lianen wrongen +zich van den eenen stam naar den anderen en het vuur deelde zich +bijna onmiddellijk aan nieuwe brandstof mede. Binnen vijf minuten +was de verbranding vijftig meters vooruit gegaan, terwijl de vlammen, +verdeeld en verscheurd door den stormwind, zich tot zulk een hoogte +verhieven, dat de bliksemstralen ze in alle richtingen doorploegden! + +"Binnen vijf minuten moeten we de plek verlaten hebben!" zei Banks, +"of alles vliegt in den brand!" + +"Hij gaat snel, die brand!" antwoordde ik. + +"We zullen sneller gaan dan hij!" + +"Als Hod en zijn metgezellen maar terug waren!" zei sir Edward Munro. + +"Gefloten, gefloten!" riep Banks uit. "Ze zullen 't misschien hooren!" + +En, op het torentje toesnellende, deed hij dadelijk de lucht van de +schrille tonen der stoomfluit weergalmen, die scherp tegen het diepe +gerommel van den donder uitkwamen en ver moesten gehoord worden. + +Men kan zich dezen toestand voorstellen, men kan hem niet beschrijven. + +Van den eenen kant was men genoodzaakt zoo snel mogelijk te vluchten, +van den anderen kant verplicht op hen, die nog niet terug waren, +te wachten! + +Banks was naar de achter veranda teruggekeerd. De zoom van den brand +was nu tot minstens vijftig voet van het stoomhuis voortgeschreden. Een +ondraaglijke hitte kwam tot ons over en de brandende lucht zou ons +weldra de ademhaling beletten. Talrijke vuurspranken vielen reeds +op onzen trein neder, die evenwel, zeer gelukkig, in zekere mate +door de stortvloeden beschermd werd, doch blijkbaar niet tegen den +rechtstreekschen aanval van het vuur bestand zou zijn. + +De machine deed steeds haar schel gefluit hooren, doch noch Hod, +noch Fox, noch Goumi kwamen voor den dag. + +Op dit oogenblik vervoegde de machinist zich bij Banks en zeide hem +dat alles gereed was. + +"Welnu, op marsch dan, Storr!" antwoordde Banks, "maar niet al te +snel vooruit!.... Juist snel genoeg om ons buiten het bereik van den +brand te houden!" + +"Wacht nog wat, Banks!" zei kolonel Munro, die niet kon besluiten +het kamp te verlaten. + +"Nog drie minuten, Munro," antwoordde Banks koel, "maar niet +langer. Over drie minuten zal de trein van achteren vuur vatten!" + +Er verliepen twee minuten. Het was nu onmogelijk langer onder de +veranda te blijven. Het plaatijzer begon te blakeren en was zoo heet, +dat men het niet kon aanraken. Het was hoogst onvoorzichtig slechts +eenige oogenblikken langer te blijven! + +"Op marsch, Storr!" riep Banks. + +"Daar zijn ze!" riep de sergeant uit. + +Kapitein Hod en Fox vertoonden zich rechts van den weg, Goumi als +een onbezield lichaam in de armen dragende en kwamen met hem aan de +voettrede van achteren. + +"Dood!" riep Banks uit. + +"Neen, door den bliksem getroffen, die zijn geweer in de hand +verbrijzeld heeft," antwoordde kapitein Hod, "en alleen aan het +linkerbeen verlamd!" + +"God zij geloofd!" zei kolonel Munro. + +"Dank, Banks!" voegde de kapitein er bij. "Zonder je gefluit, zouden +we het kamp nooit hebben kunnen terugvinden!" + +"Op marsch!" riep Banks, "op marsch!" + +Hod en Fox waren in den trein gesprongen, en Goumi, die het gebruik +zijner zintuigen niet verloren had, werd in zijn kamertje neergelegd. + +"Welke drukking hebben we nu?" vroeg Banks, die even naar den machinist +gegaan was. + +"Bijna vijf atmosfeeren," antwoordde Storr. + +"Op marsch!" herhaalde Banks. + +Het was half elf uur. Banks en Storr plaatsten zich in het torentje. De +regulateur werd geopend, de stoom stortte zich in de cilinders, +het eerste gebriesch deed zich hooren en de trein ging te midden van +het driesoortige licht, voortgebracht door den brand van het bosch, +de electrische vuren en den bliksem in het eerst langzaam voorwaarts. + +Met weinige woorden vertelde kapitein Hod ons de lotgevallen van +zijn tocht. Zijne metgezellen en hij hadden geen spoor van dieren +ontmoet. Met het opkomende onweer kwam de duisternis sneller en +vooral dieper dan ze zich hadden voorgesteld. De eerste donderslag +verraste hen dus toen ze zich reeds meer dan drie mijlen van het kamp +af bevonden. Toen wilden ze op hunne schreden terugkeeren, maar wat ze +ook deden om zich te orienteeren, waren ze al spoedig te midden van +de groepen vijgeboomen, die allen op elkander gelijken, verdwaald, +terwijl geen enkel pad hun de goede richting aanwees. + +Het onweer barstte nu met buitengewone hevigheid los. Op dit +oogenblik bevonden ze zich alle drie buiten het bereik van het +electrische licht en konden ze zich dus niet in rechte lijn naar het +Stoomhuis richten. De hagel en de regen vielen in stroomen neder en +geen schuilplaats behalve het onvoldoende bladerendak, dat weldra +doorboord was, beschutte hen. + +Eensklaps barstte een donderslag los op hetzelfde oogenblik dat een +felle bliksemstraal nederschoot. Goumi viel door den bliksem getroffen +bij kapitein Hod, aan de voeten van Fox neder. Van het geweer, dat +hij in de hand hield, bleef niets dan de kolf over. In een oogwenk +was het beroofd van loop, slot, trekker, van alles in een woord wat +er van metaal aan het geweer wordt aangetroffen. + +Zijne metgezellen dachten dat hij dood was. Gelukkig evenwel was dit +zoo niet, maar zijn linkerbeen was, hoewel niet rechtstreeks, door +den bliksem getroffen, verlamd. Het was den armen Goumi onmogelijk +een voet te verzetten. Men moest hem dus dragen. Tevergeefs drong +hij er op aan hem te laten waar hij was, men kon hem dan later wel +komen halen. Zijne metgezellen wilden dit volstrekt niet, de een +nam hem bij de schouders op, de andere aan de voeten en goed schiks, +kwaad schiks, namen zij den tocht door het donkere bosch aan. + +Twee uren achtereen dwaalden Hod en Fox op goed geluk rond, nu eens +stilhoudende, dan hun marsch weder hervattende, zonder een enkel +teeken, dat hun de richting naar het Stoomhuis aanwees. + +Gelukkig drong eindelijk het schrille geluid van de stoomfluit, +duidelijker hoorbaar dan wanneer het geweerschoten geweest waren, +boven het geraas der elementen, tot hen door. Het was de stem van +den IJzeren Reus. + +Een kwartier later, kwamen zij juist aan op het oogenblik dat de halt +weldra zou verlaten zijn. Het was meer dan tijd! + +Mocht evenwel de trein zich op den breeden en effen weg van het bosch +voortspoeden, de brand ging even spoedig als hij. Wat het gevaar +dreigender maakte, was dat de wind veranderd was, wat meermalen bij +onweer plaatsheeft. Inplaats van ter zijde, waaide hij nu van achteren +en blies door zijn hevigheid het vuur nog meer aan. Het vuur maakte +zichtbaar vorderingen. Het regende brandende takken en gloeiende +spranken te midden van een wolk heete asch, van den grond opgewaaid, +alsof een krater allerlei brandbare voorwerpen in het luchtruim had +uitgebraakt. En werkelijk kon men dezen boschbrand nergens beter bij +vergelijken dan bij den loop van een stroom lava, zich een weg door +de vlakte banende en alles op zijn weg vernietigende. + +Banks had het oog op dit alles en, al had hij het niet gezien, zou hij +het gemerkt hebben aan den verschroeienden wind, die den adem beklemde. + +Men ging dus sneller voorwaarts, alhoewel dit op dien onbekenden +weg niet zonder gevaar was. Doch de weg was door den regen zoo diep +uitgehold, dat de machine niet zoo hard kon werken als de ingenieur +het wel gewenscht had. + +Tegen half twaalf uur was er een nieuwe donderslag en was de bliksem +opnieuw ingeslagen! We uitten een kreet van ontzetting en dachten +dat Banks en Storr beiden getroffen waren in het torentje van waaruit +zij den trein bestuurden. + +Dit ongeluk was ons evenwel bespaard geworden. Het was onze olifant, +die door de electrische ontlading aan de punt van een zijner lange +hangende ooren getroffen was. + +Gelukkig was de machine er volstrekt niet door beschadigd, en het +scheen dat de IJzeren Reus de donderslagen wilde beantwoorden door +zijn sneller brieschend geluid. + +"Hoera!" schreeuwde kapitein Hod, "hoera! Een olifant van vleesch +en been zou stellig gevallen zijn! Gij, gij trotseert den bliksem en +niets kan je tegenhouden! Hoera, IJzeren Reus, hoera!" + +Nog een half uur lang bleef de trein denzelfden afstand bewaren. Uit +vreeze al te hard ergens tegen aan te stooten, gaf Banks hem slechts +de noodige snelheid om niet door het vuur bereikt te worden. + +Van de veranda waar kolonel Munro, Hod en ik plaats genomen hadden, +zagen wij bij het licht door den brand en den bliksem verspreid, +groote schaduwen voorbijgaan. Het waren eindelijk roofdieren! + +Uit voorzorg greep kapitein Hod zijn geweer, want het was mogelijk, +dat de door den schrik waanzinnige dieren zich op den trein wilden +werpen om er een schuilplaats te zoeken. + +En werkelijk wilde een reusachtige tijger dit beproeven, doch een +ontzettenden sprong nemende, bleef hij met den nek tusschen twee +uitspruitsels van een vijgeboom vastzitten. Toen deze zich nu onder +den storm boog, spande hij zijne loten als twee enorme koorden, +die het dier verworgden. + +"Arm dier!" zei Fox. + +"Die wilde dieren," antwoordde kapitein Hod, "zijn geschapen om +behoorlijk door een karabijnkogel gedood te worden en niet op zulk +een ellendige manier! Jawel, arm dier!" + +Waarlijk, het liep den kapitein niet mede! Toen hij tijgers zocht, +zag hij ze niet en toen hij ze niet meer zocht, gingen ze hem in de +vlucht voorbij, zonder dat hij ze kon schieten, of ze kwamen om als +een muis in den val! + +Ten een ure 's morgens verdubbelde het gevaar nog, hoe groot het tot +nog toe ook geweest ware. + +Onder den invloed van de ongestadige winden, die al de streken van +het kompas doorliepen, had de brand den weg voor ons bereikt en waren +we nu van alle kanten ingesloten. + +Intusschen was het onweer nu zeer in hevigheid afgenomen, zooals +dit bijna onveranderlijk gebeurt, als deze luchtverschijnselen boven +een bosch heen gaan, waarvan de boomen allengs de electrische stof +onttrekken en uitputten. Doch zoo de bliksemstralen zeldzamer waren +en de donderslagen zich in langere tusschenpoozen lieten hooren, +zoo de regen met minder hevigheid nederviel, streek daarentegen de +wind steeds met eene ongeloofelijke woede langs den grond. + +Het kostte wat het wilde, men moest den gang van den trein verhaasten, +op het gevaar af in onzachte aanraking met eenig voorwerp te komen +of hem in een diepen kuil te storten. + +Banks ging er dan ook toe over, maar hij deed het met een +verwonderlijke koelbloedigheid, den blik gevestigd houdende door +de lensvormige glazen van het torentje, de hand aan den regulateur, +dien zij niet meer verliet. + +De weg scheen nog slechts half open tusschen twee rijen vuur. Het +was dus noodzakelijk tusschen deze twee rijen door te gaan. + +Banks aarzelde niet en stuurde den trein er tusschen door met een +snelheid van zes a zeven mijlen per uur. + +Ik dacht dat wij er zouden blijven, vooral toen men een vijftig +meters ver, een zeer nauwe plaats van den oven moest passeeren. De +wielen van den trein knarsten over de gloeiende kolen, die den grond +bedekten en een brandende atmosfeer omgaf hem geheel!.... + +Gelukkig waren wij er door! + +Eindelijk deed zich te twee uur 's morgens de uiterste zoom van het +bosch in het licht der nu zeldzame bliksemstralen voor. Achter ons +ontvouwde zich een uitgestrekt panorama van vlammen. De brand zou +niet eerder gebluscht zijn, dan na den laatsten vijgeboom van het +onmetelijk woud verteerd te hebben. + +Toen het dag was, hield de trein eindelijk op; het onweer was geheel +geweken en men richtte een voorloopig kamp in. + +Onze olifant werd met zorg onderzocht en nu bleek het, dat de punt +van het rechteroor door verscheidene gaatjes doorboord was. + +Ongetwijfeld ware onder zulk een bliksemstraal ieder ander dier dan +een dier van ijzer, gevallen om zich niet weder op te richten en zou +de trein in nood snel door het vuur verslonden zijn! + +Ten zes ure 's morgens, werd de reis na een korte rust voortgezet en +ten twaalf ure kampeerden wij in de omstreken van Rewah. + + + + + + +XIII. + +HELDENDADEN VAN KAPITEIN HOD. + + +De halve dag van den 5n Juni en de volgende nacht werden rustig in het +kamp doorgebracht. Na zooveel vermoeienissen en doorgestane gevaren, +hadden wij die rust hoog noodig. + +Het was nu niet meer het koninkrijk Oude, dat zijne vruchtbare vlakten +voor ons uitbreidde; het Stoomhuis vervolgde toen zijn reis door het +grondgebied, steeds vruchtbaar, doch met "nullahs", of bergkloven +doorsneden, dat Rohilkhande genoemd wordt. Bareilli is de hoofdstad +van den uitgestrekten vierhoek van honderd vijf en vijftig duizend +mijlen kustland, rijkelijk besproeid door de talrijke takken van de +Cogra, hier en daar bepoot met prachtige mangoboomen en bezaaid met +dichte jungles, die evenwel allengs plaatsmaken voor bebouwde velden. + +Daar was het middelpunt van den opstand na de inneming van Delhi; daar +was het tooneel van een der veldtochten van sir Colin Campbell; daar +was de legerafdeeling van den brigade-generaal Walpole in den aanvang +niet gelukkig: daar kwam een vriend van sir Edward Munro om het leven, +de kolonel van het 93e regiment Schotten, dat zich in het gevecht van +den 14n April bij de twee belegeringen van Lucknow onderscheiden had. + +Met het oog op de gansche inrichting van dit grondgebied, kon geen +ander gunstiger geweest zijn voor onzen trein. Fraaie, effen wegen, +gemakkelijk over te steken stroomen tusschen de twee belangrijker +slagaderen die van het noorden komen, alles bracht mede dit gedeelte +van ons reisplan gemakkelijk te maken. Er bleef ons slechts nog +eenige honderden kilometers te doorloopen over, alvorens de eerste +verheffing van den bodem te gevoelen, die de vlakte met de bergen +van Nepaul verbindt. + +Alleen slechts moest nu ernstig rekening gehouden worden met het +regenseizoen. De regentijd doet zich heviger in de kuststreek gevoelen +dan binnen in het schiereiland en duurt ook wat langer. De reden +hiervan is dat de wolken zich ontlasten alvorens het midden van Indie +te bereiken, doch behalve dat veranderen zij eenigszins van richting +door den slagboom der hooge bergen. Op de kust van Malabar begint de +moesson in de maand Mei; in de centrale en noordelijke provincien, +doet hij zich slechts eenige weken later gevoelen, in de maand Juni. + +Nu bevonden wij ons juist in Juni en in deze bijzondere, doch vooruit +geziene omstandigheden zou onze reis voortgezet worden. + +Alvorens evenwel met de mededeeling onzer lotgevallen verder te gaan, +moet ik zeggen dat het met onzen braven Goumi, zoo ongelukkig door den +bliksem ontwapend, den volgenden dag reeds beter ging. De verlamming +van zijn linkerbeen was slechts tijdelijk. Hij hield er niets uit over, +maar scheen toch eenigen wrok tegen het hemelvuur te koesteren. + +Op de twee dagen van den 6n en 7n Juni, had kapitein Hod met behulp +van Phann en Black gelukkige jacht. Hij kon toch een paar antilopen, +hier "nilgaus" genaamd, schieten. Dit zijn de blauwe ossen der +Hindoes, die men juister herten zou moeten noemen, omdat zij meer +op herten dan op de stamgenooten van den god Apis gelijken. Men zou +ze zelfs parelgrijze herten kunnen noemen en hunne kleur herinnert +voorzeker meer aan de kleur van een stormachtige lucht dan aan die +van een azuurblauwen hemel. Men verzekert evenwel, dat bij eenigen +dezer prachtige dieren met kleine, scherpe en rechte horens, langen +en een weinig gewelfden kop, het haar bijna blauw wordt,--een kleur +die de natuur den viervoetigen dieren standvastig schijnt geweigerd +te hebben, zelfs den blauwen vos, wiens pels eerder zwart is. + +Toch waren dit de roofdieren nog niet, waarvan kapitein Hod +droomde. Evenwel is de nilgau, al is het geen roofdier, gevaarlijk, +wanneer hij licht gekwetst den jager aanvalt. Een eerste kogel van den +kapitein, een tweede van Fox, stuitten deze tweede prachtige dieren +in hun vaart. Zij werden als in de vlucht geschoten. Voor Fox was +het dan ook slechts vliegend wild! + +"Monsieur" Parazard, evenwel dacht er heel anders over en de heerlijk +gebraden bouten, die hij ons dien dag opdischte, deden ons tot zijne +meening overhellen. + +Den 8n Juni, met het krieken van den dag, verlieten wij ons kamp, +dat bij een klein dorp van Rohilkhande was opgeslagen. Wij waren er +den vorigen avond aangekomen, na de veertig kilometers, die het van +Rewah scheiden, te hebben afgelegd. Onze trein had dus slechts met +een zeer gematigde snelheid gereisd over een grond, dien de regens +steeds weeker maakten. Bovendien begonnen de beken te zwellen, +terwijl verscheidene doorwaadbare plaatsen onze reis eenige uren +vertraagden. Doch, aan een paar dagen waren wij niet gebonden. Wij +waren toch zeker voor het einde van Juni de bergachtige streek te +bereiken, waar wij ons gedurende eenige maanden van den zomer met +het Stoomhuis wilden ophouden, als te midden van een sanitarium. Wij +behoefden ons dus niet ongerust hierover te maken. + +Dien dag van den 8n miste kapitein Hod een prachtig schot. + +Terzijde van den weg bevonden zich dichte jungles van bamboes, +zooals men er velen rondom de dorpen aantreft, die gebouwd schijnen +in bloemenkorfjes. Het was nog de echte jungle niet, zooals die zoo +vaak in Hindostan op de woeste, naakte, onvruchtbare vlakte wordt +aangetroffen, en waarboven grijsachtige struiken uitsteken. Wij +bevonden ons integendeel in een bebouwd land, te midden van vruchtbare +landouwen, die gewoonlijk waren afgedeeld in moerassige rijstvelden. + +De IJzeren Reus ging bedaard voorwaarts, bestuurd door de hand van +Storr en wierp fraaie rookwolkjes uit, die door den wind over het +bamboes langs den weg verspreid werden. + +Eensklaps sprong een dier met verbazende vlugheid op den nek van +onzen olifant. + +"Een tchita! een tchita!" riep de machinist. + +Op dezen kreet snelde kapitein Hod naar het voorste balkon en greep +een geweer, dat daar altijd gereed stond. + +"Een tchita!" riep hij op zijn beurt. + +"Schiet hem dan toch!" schreeuwde ik. + +"'k Heb den tijd!" antwoordde kapitein Hod, die zich vergenoegde met +op het dier aan te leggen. + +De tchita is een soort van luipaard, in Indie thuis behoorende, +niet zoo groot als de tijger, maar bijna even zoo geducht, zoo vlug, +lenig en sterk is hij. + +Kolonel Munro, Banks en ik wij hielden hem onder de veranda staande in +'t oog, en wachtten altijd op het schot van den kapitein. + +Blijkbaar had zich de luipaard op het gezicht van onzen olifant +vergist. Hij had zich stoutmoedig op hem geworpen, doch daar waar hij +levend vleesch meende te vinden, waarin hij zijne tanden of klauwen +kon slaan, was het vleesch van plaatijzer, dat noch zijn tanden, noch +zijn klauwen konden oprijten. Woedend over dit slechte resultaat, +klampte hij zich aan de lange ooren van het gewaande dier vast, en +was ongetwijfeld op punt het weder los te laten, toen hij ons opmerkte. + +Kapitein Hod bleef steeds op hem aanleggen, als een jager, die zeker +van zijn schot is en het dier slechts op het juiste oogenblik en op +de juiste plek wil treffen. + +De tchita richtte zich brullende op. Zeker gevoelde hij het gevaar, +maar scheen het niet te willen ontvluchten. Misschien zocht hij het +gunstige oogenblik om zich op de veranda te werpen. + +Werkelijk zagen wij hem weldra naar den kop van den olifant kruipen, +met zijne pooten den snuit, die tot schoorsteen diende, omvatten en +daarna naar de opening klimmen, waaruit de stoom ontsnapte. + +"Schiet dan toch, Hod!" zei ik weder. + +"'k Heb den tijd," antwoordde de kapitein. + +Daarna, zich tot mij wendende, vroeg hij, zonder echter den luipaard, +die naar ons keek, uit het oog te verliezen: + +"Heb je nooit een tchita gedood, Maucler?" + +"Nooit." + +"Wil je er een dooden?" + +"Kapitein," antwoordde ik, "'k wil je dat prachtige schot niet +ontnemen...." + +"Wat dat betreft," zei Hod, "'t is toch geen schot voor een jager! Neem +een geweer en leg op het schoudergewricht van het dier aan! Als je +mis schiet, zal ik het in de vlucht raken!" + +"Nu, goed." + +Fox gaf mij een karabijn met dubbelen loop aan, die hij in de hand +hield. Ik nam haar aan, spande den haan, legde op het schoudergewricht +van het dier aan, dat zich steeds onbeweeglijk hield en schoot. + +Het dier, gekwetst, doch licht, nam een geweldigen sprong, en over +het torentje van den machinist heen gaande, stortte het zich op het +eerste dak van het Stoomhuis neder. + +Welk een goede jager kapitein Hod ook ware, hij had den tijd niet +gehad het in het voorbijgaan te treffen.... + +"Pas op, Fox, pas op!" riep hij uit. + +En beiden snelden van de veranda af en posteerden zich in het torentje. + +De luipaard, die heen en weer ging, wierp zich op het tweede dak, +na het brugje te zijn overgesprongen. + +Op het oogenblik dat de kapitein zou schieten, nam het dier opnieuw +een aanloop, die het op den grond deed neerkomen, richtte zich met +een krachtigen sprong in de hoogte en verdween in de jungle. + +"Stop! stop!" riep Banks den machinist haastig toe, die, den stoom +afsluitende, de wielen van den trein door middel van den remtoestel +oogenblikkelijk tot staan bracht. + +De kapitein en Fox sprongen op den weg en wierpen zich in het dichte +kreupelhout om den tchita te bereiken. + +Eenige minuten luisterden wij niet zonder eenig ongeduld of zich ook +een geweerschot deed hooren, doch te vergeefs en de twee jagers kwamen +met ledige handen terug. + +"Verdwenen! gevlogen!" riep kapitein Hod uit, "en zelfs geen spoor +van bloed op den grond!" + +"'t Is mijn schuld!" zei ik tot den kapitein, "en 't zou beter geweest +zijn, als gij op dien tchita geschoten hadt, inplaats van het aan +mij over te laten! Gij zoudt hem niet gemist hebben!" + +"En gij hebt hem toch geraakt, daar ben ik zeker van," antwoordde Hod, +"maar niet op de goede plaats!" + +"Die zal mijn acht en dertigste en uw een en veertigste niet zijn, +kapitein!" zei Fox, tamelijk onthutst. + +"Ook goed!" zei Hod, op een toon van gemaakte onverschilligheid, +"een tchita is geen tijger. Als dat het geval niet geweest was, mijn +waarde Maucler, zou ik het niet van me hebben kunnen verkrijgen, +u dat schot af te staan!" + +"Aan tafel, mijne vrienden," zei toen kolonel Munro. "Het ontbijt +wacht ons en dat zal u troosten...." + +"Des te meer nog," zei Mac Neil, "omdat alles de schuld van Fox is!" + +"Mijn schuld?" antwoordde de oppasser, die niets in zijn schik was +over deze onverwachte opmerking. + +"Ongetwijfeld, Fox," hernam de sergeant. "De karabijn, die je mijnheer +Maucler hebt overhandigd, was slechts met hagel No. 6 geladen!" + +En Mac Neil liet de tweede patroon zien, die hij uit het geweer +gehaald had waarvan ik me bediend had. Zij bevatte werkelijk niets +anders dan patrijzenhagel. + +"Fox!" zei kapitein Hod. + +"Kapitein?" + +"Twee dagen politiekamer!" + +"Tot uw orders, kapitein!" + +En Fox begaf zich naar zijn kamertje, vast besloten binnen acht en +veertig uren niet meer voor ons te verschijnen. Hij was zeer beschaamd +over zijn vergissing en wilde zijn schande verbergen. + +Den volgenden dag, 9 Juni, doorkruisten Hod, Goumi en ik, gedurende den +halven dag rust, dien Banks ons had toegestaan, de vlakte langs den +weg. Het had den geheelen morgen geregend, doch tegen den middag was +de lucht wat opgeklaard en mocht men eenige uren droog weer verwachten. + +Intusschen was het niet Hod, de jager op roofdieren, die mij ditmaal +medenam, maar de jager op wild. Ter voorziening van de tafel, ging +hij bedaard langs den zoom der rijstvelden wandelen, in gezelschap +van Black en van Phann. "Monsieur" Parazard had den kapitein laten +weten, dat de voorraadkamer ledig was en hij van Zijn Achtbaarheid +verlangde dat Zijn Achtbaarheid "de noodige maatregelen" wel wilde +nemen om haar te vullen. + +Kapitein Hod onderwierp zich en wij vertrokken, gewapend met eenvoudige +jachtgeweren. Gedurende twee uren zagen wij niets anders dan eenige +hazen en patrijzen, maar op zulk een afstand, dat wij, niettegenstaande +den goeden wil onzer honden, alle hoop ze te bereiken, moesten opgeven. + +Kapitein Hod was dan ook niets in zijn humeur. Trouwens, midden +in die uitgestrekte vlakte, zonder jungles, zonder kreupelhout, +bezaaid met dorpen en landhoeven, kon hij niet op de ontmoeting van +eenig verscheurend dier rekenen, dat hem den gemisten luipaard van +den vorigen dag had kunnen vergoeden. Hij was slechts uitgegaan in +zijne hoedanigheid als proviandmeester en dacht aan de ontvangst van +"monsieur" Parazard als hij met ledigen weitasch thuiskwam. + +Het was toch onze schuld niet. Te vier uur waren we nog niet in de +gelegenheid geweest een enkel schot te lossen. Het woei flink en, +zooals ik reeds zeide, rees al het wild buiten schot op. + +"Mijn waarde vriend," sprak toen kapitein Hod tot mij, "het loopt ons +alles tegen! Toen we Calcutta verlieten heb ik je prachtige jachten +beloofd en een halsstarrig noodlot, dat me volkomen onverklaarbaar is, +belet mij mijne belofte gestand te doen." + +"Kom, kom, kapitein," antwoordde ik, "we moeten niet wanhopen. Als ik +er eenig verdriet van heb, dan is dat minder voor mij, dan wel voor +u!.... We zullen onze schade trouwens inhalen in de bergen van Nepaul!" + +"Ja," zei kapitein Hod, "daar op de eerste hellingen van het +Himalaya-gebergte zullen de omstandigheden beter voor ons zijn. Zie +je, Maucler, 'k zou willen wedden, dat onze trein met al zijn omhaal, +het geloei van zijn stoom, en vooral zijn reusachtigen olifant, die +verwenschte roofdieren schrik aanjaagt, nog meer dan een spoortrein zou +doen en dit zal maar al te zeer het geval zijn, zoolang hij op marsch +is! Als de trein rust, moeten wij hopen, dat we gelukkiger zullen +zijn. Die luipaard was toch werkelijk dwaas! Hij moet zeker woest van +den honger geweest zijn, dat hij zich zoo op onzen IJzeren Reus wierp +en hij was waard geweest morsdood geschoten te zijn! Die satansche +Fox! 'k Zal nooit vergeten wat hij gedaan heeft!--Hoe laat is 't nu?" + +"'t Is bij vijf uren!" + +"Al vijf uur, en we hebben nog geen patroon verschoten!" + +"Ze wachten ons eerst om zeven uur in 't kamp terug. Misschien dat +in dien tijd....!" + +"Neen, 't loopt ons allemaal tegen," riep kapitein Hod uit, "en zie +je, geluk moet er bij zijn!" + +"Maar volharding ook," antwoordde ik. "Kom aan, kapitein, laten we +afspreken, dat we niet met ledige handen zullen thuiskomen! Vindt u +dat goed?" + +"Of ik dat goed vind!" riep Hod uit. "Een man een man, een woord +een woord!" + +"Afgesproken." + +"Zie je, Maucler, 'k bracht liever een veldmuis of een eekhoorn mee +dan platzak thuis te komen!" + +Kapitein Hod, Goumi en ik, we bevonden ons in een stemming om met alles +tevreden te zijn. De jacht werd dus met een hardnekkigheid voortgezet, +een beter lot waardig, maar 't was alsof de onschadelijkste vogeltjes +onze vijandige voornemens geraden hadden. Het was niet mogelijk er +een onder schot te krijgen. + +Zoo gingen wij tusschen de rijstvelden door, nu eens de eene zijde +van den weg, dan de andere houdende, op onze schreden terugkeerende, +om ons niet te ver van het kamp te verwijderen. Alles te vergeefs! Ten +half zeven ure 's avonds, was er nog geen schot gevallen. We hadden +daar even goed met een rotting in de hand kunnen komen. Het resultaat +zou hetzelfde geweest zijn. + +Ik keek kapitein Hod aan. Hij liep met de tanden op elkaar geklemd. Een +stille woede had zich van hem meester gemaakt, kenbaar aan een diepen +rimpel op zijn voorhoofd, tusschen de twee wenkbrauwen. Hij prevelde +tusschen zijn saamgeknepen lippen allerlei bedreigingen tegen alle +levende behaarde of gevederde wezens, waarvan geen enkel exemplaar +zich op deze vlakte vertoonde. Ik zag aankomen, dat hij zijn geweer +tegen een boom of een rots of eenig ander voorwerp ging lossen--een +jagersmanier om aan zijn toorn lucht te geven. Zijn wapen brandde +hem in de hand. Dat bleek uit zijn heele wijze van doen. Hij wierp +het op in den arm, dan op schouder, dan droeg hij het in de hand, +alles onwillekeurig, ondanks zich zelven. + +Goumi keek hem aan. + +"De kapitein zal gek worden als dat zoo voortgaat!" zeide hij tot mij, +het hoofd schuddende. + +"Ja," antwoordde ik, "en ik zou wel dertig shillings willen geven +voor de eenvoudigste tamme duif, die een menschenvriend in zijn bereik +wierp! Dat zou hem wat kalmeeren!" + +Maar, noch voor dertig shillings, noch voor het dubbele, noch voor +het driedubbele had men op het oogenblik zich het minst kostbare +en gemeenste stuk wild kunnen verschaffen. Het was nu alles stil en +verlaten op de vlakte en zelfs zagen we geen landhoeve noch dorp meer. + +Ik geloof waarlijk, dat als het mogelijk geweest was, ik Goumi had +uitgestuurd om tegen elken prijs een of ander stuk gevogelte te koopen, +al was het een geplukte kip, om haar onzen vergramden kapitein ter +voldoening van zijn wraak over te leveren! + +De avond begon nu evenwel te vallen. Overeen uur zou het zoo +donker zijn, dat het onmogelijk was onzen vergeefschen tocht voort +te zetten. Alhoewel wij waren overeengekomen in geen geval met een +ledigen weitasch in het kamp terug te komen, zouden we er toch wel toe +verplicht zijn, tenzij we den nacht op de vlakte doorbrachten. Doch, +behalve dat we een regenachtigen nacht te wachten hadden, zouden +kolonel Munro en Banks, ons niet ziende terugkeeren, in groote +ongerustheid verkeerd hebben. + +Kapitein Hod keek met wijd geopende oogen, van links naar rechts en van +rechts naar links met de vlugheid van een vogel en liep een tiental +passen vooruit, in een richting, die ons nu juist niet dichter bij +het Stoomhuis bracht. + +Ik wilde juist mijne schreden verhaasten en hem inhalen om hem te +zeggen, dat we het toch eindelijk maar moesten opgeven langer tegen +het noodlot te strijden, toen een luid vleugelgeklep zich rechts van +mij deed hooren. Ik keek en zag een witachtige massa zich langzaam +boven een kreupelboschje verheffen. + +Snel, zonder kapitein Hod den tijd te laten zich omtekeeren, legde +ik aan en schoot achtereenvolgens mijne twee loopen af. + +De onbekende vogel, dien ik geschoten had, viel zwaar aan den zoom +van een rijstveld neder. + +Phann maakte zich met een sprong meester van het wild, dat ik getroffen +had en bracht het den kapitein. + +"Eindelijk!" riep Hod uit, "als "monsieur" Parazard nu niet tevreden +is, mag hij zich met zijn hoofd vooruit in zijn ketel storten!" + +"Maar, is 't wel wild, dat gegeten wordt?" vroeg ik. + +"Wel zeker.... bij gebrek aan wat anders!" antwoordde de kapitein. + +"Zeer gelukkig heeft niemand u gezien, mijnheer Maucler!" zei Goumi. + +"Welk kwaad heb ik dan gedaan?" + +"Wel! u heb een pauw geschoten en het is verboden pauwen te dooden, +die in gansch Indie als gewijde vogels geeerd worden." + +"De duivel hale de gewijde vogels en hen, die ze vereeren!" riep +kapitein Hod uit. "Deze is nu eenmaal gedood en men zal hem +eten.... met eerbied, als je wilt, maar gegeten zal hij worden!" + +Inderdaad is in dit land der brahmanen, sedert de expeditie van +Alexander, de pauw, die zich omstreeks dezen tijd over het schiereiland +verspreidde, een dier heilig boven allen. De Hindoes hebben er het +zinnebeeld van de godin Saravasti van gemaakt, die voorzit bij de +geboorten en huwelijken. Het is verboden dezen vogel te dooden op +straffen, die door de Engelsche wet bekrachtigd zijn. + +Dit exemplaar van het hoendergeslacht, dat de vreugde uitmaakte +van kapitein Hod, was prachtig met zijn donkergroene vleugels met +metaalachtigen weerglans, aan de randen omzoomd met een smal goud +randje. De goed gevulde en met schitterende oogen voorziene staart +van den vogel, vormde een prachtigen waaier met zijdeachtige franjes. + +"Op marsch! op marsch!" zei de kapitein. "Morgen zal "monsieur" +Parazard ons pauwenvleesch laten eten, wat al de brahmanen van Indie +er van mogen denken! Weliswaar is de pauw maar een verwaand hoentje, +maar deze zal met zijn kunstig opgemaakte veeren, toch een goed effect +op onze tafel maken!" + +"Eindelijk ben je dan toch tevreden, kapitein!" + +"Tevreden.... over u, mijn waarde vriend, maar volstrekt niet over +mijzelven! Mijn ongelukkig gestarnte heeft me nog niet verlaten! Kom, +op marsch!" + +Wij keerden dus nu op onze schreden naar den kant van het kamp terug, +waarvan wij omstreeks drie mijlen moesten verwijderd zijn. Onze weg +liep in bochten tusschen de dichte jungles van bamboes en noodzaakte +ons dicht bij elkander te gaan, terwijl Goumi met ons wild een pas +of drie achter ons liep. De zon was nog niet verdwenen, doch door +dichte wolken omsluierd, zoodat wij onzen weg half in het duister +moesten zoeken. + +Plotseling weerklonk een vreeselijk gebrul in een kreupelbosch +rechts. Dit gebrul maakte zulk een geduchten indruk op mij, dat ik +eensklaps stil bleef staan, als ondanks mij zelven. + +Kapitein Hod greep mij bij de hand. + +"Een tijger!" zeide hij. + +Daarna uitte hij een vloek. + +"Bij alle duivels!" riep hij uit, "we hebben slechts hagel op onze +geweren!" + +Het was maar al te waar, en noch Hod, noch Goumi, noch ik, hadden +scherpe patronen bij ons! + +Trouwens zou ons de tijd ontbroken hebben om onze geweren met kogels +te laden. Tien seconden later nam het dier, na zijn gebrul herhaald +te hebben, een sprong buiten het kreupelhout en kwam op twintig passen +van daar op den weg terecht. + +Het was een prachtige tijger, van de soort, die door de Hindoes +menscheneters genoemd worden, woeste roofdieren, waarvan de +slachtoffers jaarlijks bij honderden geteld worden. + +De toestand was vreeselijk. + +Ik keek den tijger aan, ik verslond hem met de oogen en ik moet +bekennen, dat ik bevende mijn geweer vasthield. Hij was negen a tien +voet lang, oranjekleurig en wit en zwart gestreept. + +Hij keek ons ook aan. Zijn kattenoog schitterde in het halfdonker. Zijn +staart zweepte koortsachtig den grond. Hij dook ineen als om ons +te bespringen. + +Hod had niets van zijn koelbloedigheid verloren en hield steeds de +tromp van zijn geweer op het dier gevestigd, terwijl hij op een toon, +die moeielijk was weer te geven, mompelde: + +"No. zes! Een tijger te vernietigen met hagel no. zes! Als ik hem +niet heel dichtbij in zijn oogen schiet, zijn we...." + +De kapitein kon niet uitspreken. De tijger naderde, niet bij sprongen, +maar met kleine pasjes. + +Goumi, achter ons neergehurkt, mikte ook op hem, maar ook zijn geweer +bevatte slechts hagel. Wat het mijne betreft, het was zelfs niet +meer geladen. + +Ik wilde een patroon uit mijn patroontasch nemen. + +"Niet de minste beweging!" fluisterde de kapitein mij in. "De tijger +zou springen en hij moet niet springen!" + +Alle drie hielden we ons dus onbeweeglijk. + +De tijger kwam langzaam naderbij. Zijn kop, dien hij straks nog heen +en weer schudde, bewoog zich nu niet meer. Zijne oogen keken strak, +maar als van onderen op. Met zijn half geopenden muil, dien hij dicht +bij den grond hield, scheen hij er de uitwasemingen van op te snuiven. + +Weldra was het geduchte dier nog slechts tien schreden van den +kapitein af. + +Hod, die zich stevig in postuur gezet had, onbeweeglijk als een +standbeeld, concentreerde zijn geheele leven in zijn blik. De +vreeselijke worsteling, die zou plaats hebben en waaruit misschien +niemand onzer levend zou ontkomen, deed hem het hart zelfs niet +sneller slaan! + +Op dit oogenblik dacht ik, dat de tijger eindelijk zijn sprong +zou nemen. + +Hij deed nog vijf schreden vooruit. Ik had al mijn geestkracht noodig +om kapitein Hod niet toe te roepen: + +"Maar schiet dan toch! schiet!" + +Neen! De kapitein had het gezegd,--en het was waarschijnlijk het +eenige reddingsmiddel,--hij wilde het dier de oogen verbranden, +maar daarvoor moest hij hem van zeer nabij schieten. + +De tijger deed nog drie passen voorwaarts en richtte zich op om zijn +sprong te nemen.... + +Daar klonk een geweldige losbarsting, die bijna dadelijk door een +tweede gevolgd werd. + +Deze tweede losbarsting had plaats in het lichaam van het dier zelf, +dat na drie of vier schokken en een gebrul van pijn, dood neerviel. + +"O, wonder!" riep kapitein Hod uit. "Mijn geweer was dan toch met een +kogel geladen! en nog wel met een ontplofbaren kogel! o! ditmaal dank, +Fox, dank!" + +"Is 't mogelijk!" riep ik uit. + +"Kijk!" + +En zijn geweer naar omlaag houdende, haalde kapitein Hod de patroon +uit den linker loop. + +Het was een kogelpatroon. + +Hoe was de toedracht der zaak? + +Kapitein Hod had een karabijn en een geweer met dubbelen loop beiden +van hetzelfde kaliber. Terwijl nu Fox, bij vergissing, de karabijn met +jachthagel geladen had, had hij het jachtgeweer met de ontplofbare +kogels geladen. En terwijl nu die vergissing den vorigen dag het +leven van het luipaard gered had, had zij heden ons leven gered! + +"Ja," antwoordde kapitein Hod, "en nooit heb ik van meer nabij den +dood onder de oogen gezien!" + +Een half uur later, waren wij in het kamp terug. Hod liet Fox voor +zich komen en vertelde hetgeen gebeurd was. + +"Kapitein," antwoordde de oppasser, "dat bewijst, dat ik in plaats +van twee dagen consigne er vier verdien, omdat ik mij tweemalen +vergist heb?" + +"Dat is ook mijn meening," antwoordde kapitein Hod; "maar omdat ik +door je vergissing den een en veertigsten geschoten heb, is het ook +mijn meening je een guinje aan te bieden...." + +"En de mijne haar aan te nemen," antwoordde Fox. + +Dit waren de bijzonderheden, die de eerste ontmoeting van kapitein +Hod en zijn een en veertigsten tijger kenmerkten. + +Den 12n Juni 's avonds, hield onze trein stil bij een weinig belangrijk +gehucht en den volgenden morgen vertrokken wij weder om de honderd +vijftig kilometers af te leggen, die nog tusschen ons en de bergen +van Nepaul lagen. + + + + + + +XIV. + +EEN TEGEN DRIE. + + +Nog eenige dagen en we zouden eindelijk de eerste hellingen beklimmen +van die noordelijke streken van Indie, die al hooger en hooger, van +heuvel tot heuvel, van berg tot berg, de grootste hoogten van den +aardbol bereiken. Tot nog toe was de helling van den bodem slechts +ongevoelig geweest en scheen ook onze IJzeren Reus er niets van +te bemerken. + +Het weer was stormachtig, regenachtig vooral, doch het bleef overigens +een zeer draaglijke gemiddelde temperatuur. De wegen waren nog niet +slecht en nog hard genoeg om de wielen van den zwaren trein met hare +breede vellingen niet te diep te doen inzakken. Gebeurde het somtijds +dat de gaten te diep waren, dan was een lichte druk van de hand van +Storr op den regulateur voldoende om den stoom krachtiger te doen +werken en den trein den hinderpaal te doen overwinnen. Men weet, +dat onze machine kracht in overvloed bezat en, werd de toelaatklep +een vierde slag meer geopend, zoo werd onmiddellijk de effectieve +werking met eenige dozijnen paardekracht vermeerderd. + +En inderdaad hadden we slechts reden tot tevredenheid, zoowel over +de wijze van vervoer als over de beweegkracht, door Banks aangenomen +en de geriefelijkheid onzer rollende huizen, met hunne telkens zich +hernieuwende gezichtspunten. + +Want nu was het niet meer de onbegrensde vlakte, die zich uitstrekt +van de vallei van den Ganges tot het grondgebied van Oude en +Rohilkhande. De toppen toch van het Himalayagebergte vormden in +het noorden een reusachtigen rand, waartegen de door den zuidwesten +wind voortgedreven wolken kwamen aanbotsen. Het was nog onmogelijk +het schilderachtige profiel goed te bewonderen van een bergketen, +die zich op een gemiddelde hoogte van acht duizend meters boven het +vlak der zee tegen den hemel afteekende; doch bij het naderen van de +grenzen van Thibet, werd het voorkomen van het land woester en maakten +zich de jungles ten koste der bebouwde velden van den bodem meester. + +Ook de flora van dit gedeelte van het Hindoesche grondgebied was +dezelfde niet meer. Reeds hadden de palmboomen plaats gemaakt voor +prachtige pisangboomen, voor die dichte mangoboomen, die de lekkerste +vruchten van Indie geven, doch vooral voor de groepen bamboes, welker +takken en bladeren tot een hoogte van honderd voet boven den grond +ontloken. Daar ook vertoonden zich magnolias, met groote bloemen, +die de lucht met hare doordringende geuren vervulden, prachtige +ahornboomen, verschillende soorten van eikenboomen, kastanjeboomen +met de met stekels als zeeegels bezette vruchten, caoutchoucboomen, +waarvan het sap uit hunne geopende aderen stroomde, pijnboomen met +hunne enorme bladeren; vervolgens kleiner van stuk, schitterender van +kleuren, geraniums, rhododendrons, laurierboomen, in bedden geschikt, +die de wegen omzoomden. + +Ook vertoonden zich nog eenige dorpen met hutten van stroo of bamboes, +twee of drie landhoeven, verloren te midden der hooge boomen, maar +reeds door een grooter aantal mijlen van elkander afgescheiden. De +bevolking nam bij de nadering der hooge gronden af. + +Als achtergrond van de schilderij denke men zich nu over dat +uitgestrekte landschap, een grijze en nevelachtige lucht verspreid, +terwijl de regen meestal in stroomen nederviel. Gedurende vier dagen, +van den 14n tot den 17n Juni, hadden wij misschien geen halven dag +goed weer. Men was dus verplicht in het salon van het stoomhuis te +blijven en moest dus de lange uren doorbrengen als in een vaste woning, +rookende, pratende en whist spelende. + +Gedurende al dien tijd hadden de geweren niets te doen, tot groot +verdriet van kapitein Hod, maar twee "schlems" op een enkelen avond, +brachten hem weder in zijn gewoon humeur. + +"Men kan altijd een tijger dooden," zeide hij, "maar men kan niet +altijd schlem maken!" + +Op zulk een ware en juist uitgedrukte bewering viel niet veel te +antwoorden. + +Den 17n Juni werd het kamp opgeslagen bij een serai,--de naam der +bungalows, die inzonderheid voor de reizigers bestemd zijn. Het weder +was een weinig opgehelderd en de IJzeren Reus, die gedurende die vier +dagen gewerkt had, vorderde zooal niet eenige rust, dan toch eenige +zorg. Men besloot dus den halven dag en den volgenden nacht op deze +plaats door te brengen. + +De serai is de karavansera, de openbare herberg der groote wegen van +het schiereiland, een vierhoek van lage gebouwen, die een binnenplein +omgeven, en meestal voorzien van vier hoektorens, hetgeen er een +recht Oostersch voorkomen aan geeft. In die serais wordt de bediening +waargenomen door een bijzonder daartoe aangewezen personeel, den +"bhisti," of waterdrager, den kok, die voorzienigheid der reizigers +die, niet veel eischend, zich met eieren en kippen weten te behelpen, +en den "khansama," of bezorger van levensmiddelen, met wien men +rechtstreeks en gewoonlijk tegen lagen prijs kan handelen. + +De bewaarder van den serai is eenvoudig een agent der zeer achtbare +Compagnie, waaraan de meesten dezer inrichtingen behooren en die ze +door den hoofdingenieur van het distrikt laat inspecteeren. + +Een vrij zonderlinge regel, maar die gestreng in deze inrichtingen +gehandhaafd wordt, is deze: iedere reiziger kan gedurende vier en +twintig uren van den serai gebruik maken, doch, wil hij er langer +in vertoeven, dan moet hij verlof van den inspecteur hebben. Heeft +hij deze machtiging niet, dan kan de eerste de beste Engelschman of +Hindoe, vorderen dat hij hem zijn plaats afstaat. + +Het spreekt van zelf dat, zoodra wij onze halt bereikt hadden, de +IJzeren Reus zijn gewone uitwerking teweegbracht, namelijk zeer werd +opgemerkt en misschien wel benijd werd. Toch beschouwden de aldaar +toen aanwezige gasten van den serai hem eerder met een soort van +minachting,--een minachting evenwel, die te gemaakt was om gemeend +te zijn. + +Nu hadden wij weliswaar met geen eenvoudige stervelingen te doen, +die voor hun pleizier of hun handel reisden. Het was geen Engelsch +officier, zich naar zijne kantonnementen aan de Nepaulsche grenzen +begevende, noch een Hindoesche koopman, die zijn karavaan naar +de steppen van Afghanistan, aan gene zijde van Lahore of Peshawar +geleidde, neen, het was niemand anders dan de prins Gourou Singh in +eigen persoon, de zoon van een onafhankelijken rajah van Guzarate, +zelf een rajah en die met groote staatsie het noorden van het Indische +schiereiland bereisde. + +Deze prins bewoonde niet alleen de drie of vier zalen van den serai, +maar ook al de toegangen, die zoodanig waren ingericht, dat zij de +lieden van zijn gevolg konden herbergen. + +Ik had nooit een rajah op reis gezien. Toen dus nu onze halt op een +kwartier uur afstand van den Serai, op een bekoorlijke plek, aan den +oever van een kleinen stroom en in de schaduw van prachtige boomen +was ingericht, ging ik in gezelschap van kapitein Hod en Banks het +kamp van den prins Gourou Singh bezoeken. + +De zoon van een rajah, die zich verplaatst, verplaatst zich niet +alleen, verre van daar! Onder de menschen, die ik niet benijd, +rangschik ik hen, die geen voet kunnen verzetten zonder dadelijk +honderden van menschen in beweging te brengen! Naar mijn inzien is +het beter een eenvoudige voetganger, met zijn bagage op den rug, +zijn stok in de hand, zijn geweer op schouder te zijn, dan een prins +in Indie reizende, met al de staatsie, hem door zijn rang opgelegd. + +"'t Is geen mensch, die van de eene stad naar de andere gaat," zei +Banks tot mij, "'t is een geheel gehucht, dat zich op reis begeeft." + +"Ik reis liever met ons Stoomhuis," antwoordde ik, "en 'k zou niet +graag ruilen met dien zoon van een rajah!" + +"En wie weet," hernam kapitein Hod, "of die prins ons rollend huis +niet ver zou verkiezen boven al dien omslag op reis!" + +"Hij heeft maar een woord te zeggen," riep Banks uit, "en 'k zal hem +een stoompaleis maken, als hij 't maar goed betaalt! Maar laten we, +al wachtende op zijn bestelling, dat kamp eens zien, of 't ook de +moeite waard is!" + +Het gevolg van den prins bedroeg niet minder dan vijf honderd +personen. Buiten, onder de groote boomen op de vlakte, stonden twee +honderd symmetrisch geplaatste wagens geschaard, als de tenten van +een uitgestrekt kamp. Om deze wagens te trekken, hadden dezen zebus, +anderen buffels, zonder drie prachtige olifanten te rekenen, die op +hun rug palankijns van den grootsten rijkdom droegen, behalve nog +een twintig kameelen, afkomstig uit de landstreken ten westen van +den Indus, die a la Daumont worden voorgespannen. Niets ontbrak aan +deze vorstelijke karavaan, noch de muzikanten, die de ooren van Zijn +Hoogheid streelden, noch de bajaderen, die zijne oogen bekoorden, noch +de kunstenaars, die hem in zijn ledige oogenblikken vermaakten. Drie +honderd dragers en twee honderd hellebardiers voltooiden dit personeel, +waarvan de soldij iedere andere beurs zou uitgeput hebben dan die +van een onafhankelijken rajah van Indie. + +De muzikanten bespeelden de tamboerijn, cimbalen, den tamtam en +behoorden tot de school, die de toonen door geraas doet vervangen; +vervolgens bespelers van gitaar en viool met vier snaren, welke +instrumenten nooit in de hand van den stemmer geweest waren. + +Onder de kunstemakers waren eenige "sapwallahs" of slangenbezweerders, +die door hunne betooveringen kruipende dieren wegjagen en aanlokken; +"nutuis", zeer bekwaam in de behandeling van de sabel; koordedansers +die op de losse koord dansen, het hoofd bedekt met een pyramide van +aarden potten en buffelhorens aan de voeten en eindelijk goochelaars, +die het talent hebben oude slangenvellen in vergiftige "cobra's" +te veranderen, of andersom, naar gelieve des toeschouwers. + +Wat de bajaderen aangaat, zij behoorden tot de klasse van die schoone +"boundelis", zoo gezocht voor de "nautchs" of soirees, waarop zij +de dubbele rol van zangeressen en danseressen vervullen. Zeer zedig +gekleed, sommigen van haar in moesseline met goud geborduurd, anderen +met geplooide rokken en sluiers, die zij bij hunne passen ontvouwen, +droegen deze balletdanseressen kostbare juweelen, rijke armbanden, +gouden ringen aan de vingers en teenen, zilveren schelletjes aan +den enkel. Aldus opgeschikt, voeren zij den beroemden eierdans uit +met een wezenlijk buitengewone bevalligheid en behendigheid, en ik +rekende er op, dat wij in de gelegenheid zouden zijn ze op speciale +uitnoodiging van den rajah te bewonderen. + +Dan was er nog een zeker aantal mannen, vrouwen en kinderen, die onder +geen bepaalden titel bij het personeel der karavaan voorkwamen. De +mannen waren omhangen met een lange strook eener stof, die "dhoti" +genoemd wordt, of gekleed met het hemd "angarkah" en het lange witte +kleed "jamah", waarmede zij er recht schilderachtig uitzagen. + +De vrouwen droegen den "choli", een soort van jakje met korte mouwen en +den "sarrie", overeenkomende met den dhoti der mannen, dien zij om de +lendenen wikkelen en waarvan zij het eind koket over het hoofd slaan. + +Deze Hindoes rookten onder de boomen uitgestrekt en het uur van den +maaltijd afwachtende, sigaartjes, gewikkeld in een groen blad, of den +"gurago", een soort van zwartachtig mengsel, samengesteld uit tabak, +suikersiroop en opium. Anderen kauwden het mengsel van betelbladeren, +arekanoten en gebluschte kalk, dat zekere spijsverterende eigenschappen +bezit, zeer nuttig in het heete klimaat van Indie. + +Al die menschen, gewoon aan het onrustige leven der karavanen, +leefden in de beste verstandhouding en vertoonden alleen bij de +feestelijkheden eenige levendigheid. Zij hadden veel van de figuranten +bij een komedietroep, die, zoodra zij niet meer op het tooneel zijn, +zich volkomen onverschillig houden. + +Toen wij evenwel bij het kamp waren aangekomen, haastten deze +Hindoes zich ons met eenige "salams" te begroeten, zich tot den grond +buigende. De meesten schreeuwden: "Sahib! sahib!" hetgeen wil zeggen: +Mijnheer! mijnheer! dat wij met teekenen van vriendschap beantwoordden. + +Zooals ik zei, was het mij in de gedachte gekomen, dat de prins Gourou +Singh ter onzer eere misschien een van die feesten wilde geven, +waarmede de rajahs niet karig zijn. Het groote binnenplein van den +bungalow was als aangewezen voor een soortgelijke plechtigheid en +scheen mij bijzonder geschikt toe voor de dansen der bajaderen, de +betooveringen der slangenbezweerders en de kunsten der koorddansers. Ik +moet bekennen, dat ik verrukt zou geweest zijn als ik te midden +van een serai, in de schaduw van prachtige boomen dit schouwspel +had kunnen bijwonen en daarenboven bekend had kunnen worden met de +natuurlijke tooneelmatige inrichting, door het personeel der karavaan +gevormd. Het zou ongetwijfeld beter geweest zijn dan de planken van +een bekrompen theater, met zijn wanden van geschilderd doek, zijn +randen van valsch groen en zijn beperkte ruimte. + +Ik deelde mijne gedachten aan mijne metgezellen mede, die, hetzelfde +verlangen koesterende, niet aan de verwezenlijking geloofden. + +"De rajah van Guzarate," vertelde mij Banks, "is een onafhankelijk +vorst, die zich na den opstand der Sipayers, waarin hij een vrij +dubbelzinnige rol gespeeld heeft, nauwlijks onderworpen heeft. Hij +houdt niet van de Engelschen en zijn zoon zal voorzeker niets doen +om het ons aangenaam te maken." + +"Welnu, we kunnen zeer goed buiten zijne nautchs!" antwoordde kapitein +Hod, met een minachtend schouderophalen. + +En het geschiedde zooals Banks wel gedacht had en wij werden zelfs +niet tot het inwendige bezoek van den serai toegelaten. Misschien +verwachtte de prins Gourou Singh het officieele bezoek van den kolonel, +maar sir Edward Munro had dit personage niets te vragen, hij verwachtte +er niets van en bekreunde zich niets om hem. + +Wij kwamen dus in ons kamp terug en bewezen het uitstekende diner, dat +"monsieur" Parazard ons opdischte, alle eer. Ik moet evenwel zeggen, +dat de verduurzaamde levensmiddelen er het voornaamste menu van +uitmaakten. Sedert verscheidene dagen hadden wij wegens het slechte +weer niet kunnen jagen, maar onze kok was een knap man en onder zijn +bekwaam toezicht kregen onze verduurzaamde vleezen en groenten hunne +natuurlijke frischheid en smaak terug. + +Gedurende den geheelen avond en niettegenstaande de beweringen van +Banks, verwachtte ik, door een gevoel van nieuwsgierigheid gedreven, +een uitnoodiging, die niet kwam. Kapitein Hod lachte mij uit om mijn +smaak voor de balletten in de open lucht en verzekerde mij zelfs, +dat het in de Opera veel beter was. Ik wilde er niets van gelooven, +doch, wegens de weinige beminnelijkheid van den prins, was het mij +niet mogelijk dit uit te maken. + +Den volgenden dag, den 18n Juni, werd alles in gereedheid gebracht +om met het krieken van den dag te vertrekken. + +Te vijf uur begon Kalouth te stoken. Onze olifant, die uitgespannen +was, bevond zich een vijftig passen van den trein verwijderd en de +machinist hield zich bezig met den voorraad water te vernieuwen. + +Onderwijl wandelden wij aan den oever der kleine rivier. + +Veertig minuten later had de ketel de noodige drukking en Storr zou +juist zijn achterwaartsche beweging beginnen, toen een groep Hindoes +kwam aanwandelen. + +Zij waren met hun vijven of zessen, rijk gekleed in witte toga's, +zijden onderkleederen en tulbanden met goud borduursel. Zij +werden vergezeld door een twaalftal wachters, met geweren en sabels +gewapend. Een dezer soldaten droeg een kroon van groene bladeren,--'t +geen de tegenwoordigheid van een voornaam personage aanduidde. + +Werkelijk was dit voornaam personage niemand anders dan de prins +Gourou Singh in eigen persoon, een man van ongeveer vijf en dertig +jaar, trotsch van voorkomen,--de vrij goed geslaagde type van de +afstammelingen dier rajahs van vroegere tijden, in wiens trekken het +maharatten-karakter niet te miskennen was. + +De prins verwaardigde zich zelfs niet onze tegenwoordigheid +op te merken. Hij deed eenige passen voorwaarts en naderde den +reusachtigen olifant, dien de hand van Storr weldra in beweging zou +brengen. Vervolgens, na hem niet zonder nieuwsgierigheid bekeken +te hebben, ofschoon hij er niets van wilde laten blijken, vroeg hij +aan Storr: + +"Wie heeft die machine gemaakt?" + +De machinist wees den ingenieur aan, die eenige schreden van ons +afstond. + +Prins Gourou Singh drukte zich zeer gemakkelijk in 't Engelsch uit +en zich tot Banks wendende, zeide hij gedwongen: + +"Is u het, die....?" + +"Ik ben het, die....!" antwoordde Banks. + +"Men heeft, meen ik, me gezegd, dat het een fantasie was van den +overleden rajah van Bouthan?" + +Banks knikte. + +"Waartoe," hernam Zijn Hoogheid, onbeleefd de schouders ophalende, +"waartoe zich dan door een machine te laten trekken, als men olifanten +van vleesch en beenderen tot zijn dienst heeft!" + +"Omdat," antwoordde Banks, "deze olifant waarschijnlijk sterker is +dan al de olifanten, die de overleden rajah in gebruik had." + +"Wat zeg je!" zei Gourou Singh, ongeloovig glimlachende, "sterker?...." + +"Oneindig sterker!" antwoordde Banks. + +"Niet een van uw lieden," zei toen kapitein Hod, wien dit gesprek +bijzonder hinderde, "niet een van uw lieden is in staat dien olifant +een poot te doen verzetten, als hij 't niet wilde." + +"U zegt?"..... zei de prins. + +"Mijn vriend zegt," antwoordde de ingenieur, "en ik zeg het hem na, +dat dit kunstdier alleen is opgewassen tegen de trekkracht van tien +spannen paarden en dat uw drie olifanten, te zamen aangespannen, +hem geen stroobreedte zouden kunnen doen wijken!" + +"'k Geloof er letterlijk niets van," antwoordde de prins. + +"U hebt ongelijk er letterlijk niets van te gelooven," antwoordde +kapitein Hod. + +"En als uw Hoogheid er een behoorlijke prijs voor geven wil," voegde +Banks er bij, "neem ik aan hem er een te leveren, die zoo sterk zal +zijn als twintig olifanten, gekozen uit de beste van zijn stallen!" + +"Men kan dat licht zeggen," hernam Gourou Singh droog. + +"En men kan het doen," antwoordde Banks. + +De prins maakte zich warm. Men zag dat hij niet gaarne tegengesproken +werd. + +"Men zou er nu dadelijk de proef van kunnen nemen," zeide hij na een +oogenblik nagedacht te hebben. + +"Dat zou kunnen," antwoordde de ingenieur. + +"En zelfs," voegde prins Gourou Singh er bij, "zou men met deze proef +een aanzienlijke weddenschap kunnen verbinden,--of je zoudt moeten +achteruitgaan voor de vrees haar te verliezen, zoo als je olifant +ongetwijfeld zou achteruitgaan, als hij met de mijne moest kampen!" + +"De IJzeren Reus achteruitgaan!" riep kapitein Hod uit. "Wie durft +beweren, dat de IJzeren Reus zou achteruitgaan?" + +"Ik," antwoordde Gourou Singh. + +"En wat zou Uwe Hoogheid verwedden?" vroeg de ingenieur de armen +kruisende. + +"Vier duizend ropijen," antwoordde de prins, "als je vier duizend +ropijen te verliezen hebt!" + +Dat bedroeg ongeveer vijf duizend gulden. Het was voorzeker geen +geringe som en 'k zag wel, dat Banks, in weerwil van zijn vertrouwen, +niet gaarne zooveel geld waagde. + +Kapitein Hod zou met pleizier het dubbele gehouden hebben, als zijn +vrij bescheiden soldij het had toegelaten. + +"Je weigert!" zei toen Zijn Hoogheid, voor wien vier duizend ropijen +niet veel beteekenden. "Je durft dus geen vierduizend ropijen te +wagen?" + +"Gehouden," zei kolonel Munro, die dichterbij gekomen was en met dit +enkele woord tusschenbeiden kwam. + +"Kolonel Munro houdt dus vier duizend ropijen?" vroeg prins Gourou +Singh. + +"En zelfs tienduizend," antwoordde sir Edward Munro, "als Uwe Hoogheid +het goedvindt." + +"Best!" antwoordde Gourou Singh. + +Het werd waarlijk interessant. De ingenieur drukte den kolonel de +hand, als om hem dank te zeggen, dat hij hem, Banks, niet door dien +minachtenden rajah had laten uittarten, maar een oogenblik had hij +zijne wenkbrauwen gefronst en dacht bij zich zelven of hij geen te +hoogen dunk had van het vermogen zijner machine. + +Wat kapitein Hod aangaat, hij was verrukt, hij wreef zich in de handen +en den olifant naderende, riep hij uit: + +"Opgepast, IJzeren Reus! Het geldt hier de eer van ons vaderland!" + +Al onze lieden hadden zich aan een der zijden van den weg geschaard +en ook een honderdtal Hindoes hadden den serai verlaten en kwamen +den kampstrijd bijwonen. + +Banks had zich in het torentje bij Storr begeven, die door een +kunstmatige trekking den vuurhaard opstookte. + +Intusschen waren op een wenk van prins Gourou Singh eenigen zijner +dienaars naar den serai gegaan en kwamen zij terug met drie olifanten, +ontdaan van hun reisbagage. Het waren drie prachtige dieren, afkomstig +uit Bengalen en grooter dan hunne stamgenooten uit Zuid-Indie. Deze +trotsche dieren, in de kracht huns levens, deden mij toch wel wat +ongerust zijn. + +De "mahouts", op hun enormen nek gezeten, bestuurden ze met de hand +en dreven ze aan met de stem. + +Toen deze olifanten voorbij Zijne Hoogheid gingen, bleef de grootste +van de drie,--een echte reus van zijn geslacht,--stilstaan, boog de +knieen, lichtte zijn snuit op en groette den prins als een volleerde +hoveling. Daarna naderden zijn twee makkers en hij den IJzeren Reus, +dien zij met verwondering en niet zonder eenigen schrik schenen op +te nemen. + +Nu werden sterke kettingen aan den tender en aan de trekstangen, +die door het achterdeel van onzen olifant verborgen waren, vastgemaakt. + +Ik beken dat mijn hart klopte. Kapitein Hod beet koortsachtig op zijn +knevel en kon geen oogenblik blijven staan. + +Wat kolonel Munro betreft, hij was even bedaard en zelfs nog bedaarder +dan de prins Gourou Singh. + +"We zijn gereed," zei de ingenieur. "Als het Zijne Hoogheid +behaagt?...." + +"'t Behaagt me," antwoordde de prins. + +Gourou Singh gaf een teeken, de mahouts deden een eigenaardig gefluit +hooren, en de drie olifanten, hunne kolossale pooten schrap zettende, +trokken volkomen gelijk aan. De machine ging eenige schreden achteruit. + +Ik gaf een schreeuw. Hod stond te trappelen. + +"Rem de wielen!" zei de ingenieur kalm, zich tot den machinist +wendende. + +En met een enkelen druk, waarop een stoomgesis volgde, werd +onmiddellijk de atmosfeerische remtoestel toegepast. + +De IJzeren Reus stond stil. + +De mahouts zetten de drie olifanten aan, die, met gespannen spieren, +een nieuwe poging deden. + +Alles te vergeefs. Onze olifant stond als aan den grond geworteld. + +De prins Gourou Singh beet zich de lippen ten bloede. + +Kapitein Hod klapte in de handen. + +"Vooruit!" schreeuwde Banks. + +"Ja, vooruit," herhaalde de kapitein, "vooruit!" + +De regulateur werd geheel geopend, dikke rookkolommen ontsnapten +slag op slag uit den snuit, de ontremde wielen draaiden langzaam rond +en sloegen in den macadamweg, met dat gevolg dat de drie olifanten, +niettegenstaande hun hardnekkigen wederstand, achteruitgesleept werden, +diepe gaten in den grond borende. + +"Vooruit! vooruit!" gilde kapitein Hod het uit. + +En, terwijl de IJzeren Reus werkelijk steeds vooruitging, vielen de +drie ontzaglijke dieren omver en werden zij een twintig schreden +voortgesleurd, zonder dat onze olifant er zelfs iets van scheen +te merken. + +"Hoera! hoera! hoera!" schreeuwde kapitein Hod, die zich geen meester +meer was. "Voeg den geheelen serai van Zijn Hoogheid er ook nog maar +bij! 't Zal er voor onzen IJzeren Reus geen greintje zwaarder om zijn!" + +Kolonel Munro gaf een teeken met de hand. Banks sloot nu den regulateur +en de toestel stond stil. + +Geen jammerlijker gezicht dan de drie olifanten van Zijn Hoogheid, +met den snuit en de pooten in de lucht, zich werende als reusachtige +torren op den rug! + +Wat den prins aangaat, boos en beschaamd ging hij heen, zonder zelfs +het eind der proef af te wachten. + +De drie olifanten werden toen uitgespannen. Zij stonden op, zichtbaar +vernederd door hun nederlaag. Toen zij weder voorbij den IJzeren +Reus kwamen, kon de grootste, in spijt van zijn cornac, zich niet +weerhouden de knie te buigen en met de tromp te groeten, gelijk hij +voor prins Gourou Singh gedaan had. + +Een kwartier later kregen wij een bezoek van een Hindoe, den +"kamdar" of secretaris van Zijn Hoogheid, die den kolonel een zak +met tienduizend ropyen kwam brengen, het bedrag van de verloren +weddingschap. + +Kolonel Munro nam den zak en zeide, hem met minachting den verbluften +secretaris voor de voeten werpende: + +"Voor de bedienden van Zijn Hoogheid!" + +Daarna wendde hij zich bedaard naar het stoomhuis. + +Men kon dien verwaanden prins, die ons zoo minachtend had uitgedaagd, +niet beter op zijn plaats zetten. + +Zoodra intusschen de IJzeren Reus was ingespannen, gaf Banks het +teeken van vertrek en, te midden van een ontzaglijken toeloop van +verbaasde Hindoes, vertrok onze trein in volle vaart. + +Jubelende kreten begroetten hem bij zijn vertrek en weldra hadden +wij bij een kromming van den weg den serai van den prins Gourou Singh +uit het gezicht verloren. + +Den volgenden dag begon het Stoomhuis de eerste hellingen te +beklimmen, die het vlakke land met den voet van het Himalaya-gebergte +verbinden. Het was slechts spel voor onzen IJzeren Reus, die met zijn +vermogen van tachtig paardenkracht, in zijn schoot verborgen, in staat +was geweest zonder moeite te kampen tegen de drie olifanten van prins +Gourou Singh. Hij waagde zich dus gemakkelijk op de hellende wegen +van die streek, zonder dat het noodig was de normale stoomdrukking +te versterken. + +Het was wezenlijk een vreemd gezicht den kolos te zien, stroomen vonken +uitbrakende, met minder snelle, maar diepere zuchten de twee wagens +voorttrekkende, die langs de wegen in de hoogte stegen. Weliswaar +liet ons zware dier diepe gaten achter en bedierf het den weg, die +door de stortregens reeds zacht geworden was, nog meer. + +Toch steeg het Stoomhuis langzamerhand al hooger en hooger, steeds +ontvouwde zich het panorama achter ons al verder en verder, al dieper +en dieper zakte de vlakte onder ons weg en naar het zuiden ging de +horizont zoover het oog reikte, achteruit. + +De uitwerking was nog merkbaarder wanneer de weg eenige uren achtereen +onder de boomen van een dicht woud liep. Als dan, als een onmetelijk +venster op den top eens bergs, een uitgestrekte open plek in het +woud zich voordeed, bleef de trein stilstaan,--een oogenblik slechts +als een vochtige mist het landschap als met een sluier bedekte,--een +halven dag, als het zich duidelijker aan onze blikken vertoonde. Dan +kwamen wij alle vier onder de prachtige achterveranda gezeten, het +prachtige panorama, dat zich aan onze blikken ontrolde, genieten en +waren niet spoedig van dat treffende schouwspel verzadigd. + +Deze opstijging, afgebroken door kortere of langere halten, al naar +het uitkwam, duurde niet minder dan zeven dagen, van den 19n tot den +25n Juni. + +"Met een weinig geduld," zei kapitein Hod, "zou onze trein tot de +hoogste toppen der Himalaya stijgen!" + +"Toch vooral geen al te grootsche verwachtingen, kapitein," antwoordde +de ingenieur. + +"Hij zou het werkelijk doen, Banks!" + +"Ja, Hod, 'k wil gelooven, dat hij het doen zou, als de weg maar goed +bleef en we brandstoffen mede konden nemen, die hij over de ijsvelden +niet vinden zou en dan, als we op die hoogten maar lucht hadden, +geschikt om in te ademen, maar op een hoogte van twee duizend vademen +zou deze ons al gaan ontbreken. En wat hebben we er ook aan verder +te gaan dan de bewoonbare grens van het Himalayagebergte! Zoodra +de IJzeren Reus de gemiddelde hoogte der satitariums zal bereikt +hebben, zal hij halt houden op de een of andere bekoorlijke plek, +aan den zoom van een bergwoud, in een door de bovenstroomen van het +luchtruim verfrischte atmosfeer. Onze vriend Munro zal dan eenvoudig +zijn bungalow van Calcutta naar de bergen van Nepaul verplaatst hebben +en we zullen er zoolang blijven als hij wil." + +Deze plek, waar wij eenige maanden zouden kampeeren, werd gelukkig +den 25n Juni gevonden. Sedert acht en veertig uren werd de weg al +minder en minder begaanbaar, hetzij hij onvolkomen was aangelegd, +hetzij de zware regens hem te sterk gehavend hadden. De IJzeren +Reus moest hier werkelijk sjouwen en had een weinig meer brandstof +noodig. Eenige stukken hout meer in den vuurhaard van Kalouth geworpen, +waren voldoende om de spankracht van den stoom te doen toenemen. Maar +het was nooit noodig de veiligheidskleppen te belasten, waarvan de +smoorklep den stoom slechts onder een drukking van zeven atmosfeeren +liet ontsnappen,--een drukking, die nooit overschreden werd. + +Sedert acht en veertig uren trok onze trein dan ook door een +nagenoeg verlaten streek. Van dorpen of gehuchten was niets meer te +vinden. Nauwelijks nog eenige eenzame woningen, somtijds een landhoeve +in de groote dennenwouden verloren, die de zuidelijk gelegen zijden +der bergkruinen bedekten. Drie of vier malen werden wij door de +bewonderende uitroepen der enkele bergbewoners begroet. Moesten ze op +het gezicht van dat wonderbaarlijk gevaarte, dat den berg besteeg, +niet denken, dat Brahma het in zijn hoofd had gekregen een geheele +pagode naar een ontoegankelijke hoogte aan de Nepaulsche grens over +te brengen? + +Eindelijk, den 25n Juni, riep Banks ons een laatste maal het woord: +"Halt!" toe, dat het eerste gedeelte van onze reis in Noord-Indie +voleindigde. De trein hield stil op een ruime open plek, bij een +bergstroom, welks helder water aan al de behoeften van een kamp van +eenige maanden kon voldoen. Van daar uit kon men den blik laten weiden +over een vlakte van vijftig of zestig mijlen in omtrek. + +Het Stoomhuis bevond zich toen op drie honderd vijf en twintig mijlen +van zijn uitgangspunt af, op twee duizend meters ongeveer boven het +vlak der zee en aan den voet van den Dwalaghiri, wiens top zich op +vijf en twintig duizend voet in het luchtruim verloor. + + + + + + +XV. + +DE PAL VAN TANDIT. + + +Wij moeten nu kolonel Munro en zijne metgezellen, den ingenieur Banks, +den kapitein Hod, den Franschman Maucler een oogenblik verlaten en +eenige bladzijden het verhaal dezer reis opschorten, waarvan het +eerste gedeelte, den reisweg van Calcutta naar de Indisch-Chineesche +grens bevattende, eindigt aan den voet der bergen van Thibet. + +Men herinnert zich het voorval, dat plaats had op den tocht van het +Stoomhuis naar Allahabad. Een nummer van het stedelijk dagblad, +gedateerd 25 Mei, deed kolonel Munro den dood van Nana Sahib +kennen. Deze tijding was al zoo dikwijls verspreid en daarna altijd +weder tegengesproken, dat men niet wist of zij waar of valsch was. Kon +sir Edward Munro, na zulke nauwkeurige bijzonderheden nog twijfelen +en moest hij het niet eindelijk opgeven zich op den opstandeling van +1857 te wreken? + +Men zal er later zelf over oordeelen. + +Zie hier wat er sedert den nacht van den 7n op den 8n Maart gebeurd +was, waarin Nana Sahib, vergezeld van zijn broeder Balao Rao, +begeleid door zijn getrouwste krijgskameraden en gevolgd door den +Hindoe Kalagani, de grotten van Adjuntah verlaten had. + +Zestig uren later bereikte de nabob de nauwe bergpassen van Sautpourra, +na de Tapi te zijn overgestoken, die zich op de westkust van het +schiereiland bij Surati in zee werpt. Hij bevond zich toen op honderd +duizend mijlen van Adjuntah, in een weinig bezocht gedeelte der +provincie, hetgeen hem voor het oogenblik eenige zekerheid verschafte. + +De plaats was goed gekozen. + +De Sautpourrabergen, van middelmatige hoogte, beheerschen ten zuiden +het dal der Nerbudda, waarvan de noordelijke grens bekroond wordt door +de Vindhyabergen. Deze twee bergketens, bijna evenwijdig met elkander +loopende, vertakken zich wederzijds en vormen in dit bergachtige +land moeielijk te ontdekken schuilhoeken. Doch terwijl de Vindhyas +op de hoogte van den drie en twintigsten breedtegraad Indie bijna +geheel van het westen naar het oosten doorsnijden, en zij een der +groote zijden van den centralen driehoek van het schiereiland vormen, +zoo is dit niet het geval met de Sautpourrabergen, die den vijf en +zeventigsten lengtegraad niet overschrijden en er zich met den berg +Kaligong vereenigen. + +Daar bevond Nana Sahib zich bij den toegang tot het land der Gounds, +geduchte stammen van die volkeren van oud ras, die slechts ten halve +ten onder gebracht waren en die hij tot den opstand wilde aanzetten. + +Het land van Goudwana, waarvan Rousselet de bewoners als oorspronkelijk +beschouwt en waar de kiemen van den opstand altijd gereed zijn zich +te ontwikkelen, bestaat uit een grondgebied van twee honderd vierkante +mijlen en een bevolking van meer dan drie millioen inwoners. Het maakt +een belangrijk gedeelte van Hindostan uit en verkeert eigenlijk slechts +in naam onder Engelsch beheer. Wel loopt de spoorweg van Bombay naar +Allahabad van het zuidwesten naar het noordoosten dwars door dit land +en geeft zelfs een tak naar het midden af van de provincie van Nagpore, +maar de stammen zijn woest gebleven, wars van alle beschaving, onwillig +zich aan de Europeanen te onderwerpen, in een woord, zeer moeielijk +in hunne ongenaakbare bergen tot onderwerping te brengen,--en Nana +Sahib wist het wel. + +Daar was het dus dat hij zich het eerst had willen verschuilen, +teneinde de nasporingen der Engelsche politie te ontsnappen, totdat +het uur zou slaan de oproerige beweging uit te lokken. + +Indien de nabob in zijn onderneming slaagde, indien de Gounds aan +zijne oproeping gehoorzaamden en hem volgden, zou de opstand snel +een aanmerkelijke uitbreiding kunnen erlangen. + +Inderdaad is het ten noorden van Goudwana, Bundelkund, dat de geheele +bergachtige streek, gelegen tusschen het verheven bergvlak der Vindhyas +en den belangrijken stroom der Jumna bevat. In dit land, bedekt met +de schoonste maagdelijke wouden van Hindostan, woont een volk van +Boundelas, bedrieglijk en wreed, waarbij alle misdadigers, staatkundige +of andere gaarne een schuilplaats zoeken en gemakkelijk vinden; daar +hoopt zich op een oppervlakte van acht en twintig duizend vierkante +mijlen een bevolking op van twee en een half millioen bewoners; +daar zijn de provincien onbeschaafd gebleven; daar leven nog enkele +partijgangers, die onder Tippo Sabib tegen de veroveraars streden; +daar zijn de Thugs, de beruchte worgers geboren, zoo lang de schrik +van Indie, dweepzieke moordenaars die, zonder ooit bloed te vergieten, +ontelbare slachtoffers gemaakt hebben; daar hebben benden van Pindaris +bijna straffeloos de verfoeielijkste moorden bedreven; daar wemelt +het nog van die vreeselijke Dacoits, een secte van giftmengers, die +in het bedrijven der ontzettendste misdaden met de Thugs wedijveren; +daar eindelijk had Nana Sahib zelf reeds eens de wijk genomen, na aan +de koninklijke troepen, die Jansie vermeesterd hadden, ontsnapt te +zijn; daar was hij al de nasporingen ontkomen, alvorens een veiliger +toevluchtsoord te gaan vragen aan de ontoegankelijke schuilplaatsen +van de Indisch-Chineesche grens. + +Ten oosten van Goudwana is Khondistan of het land der Kounds +gelegen. Zoo worden de woeste volgers genoemd van Tado Pennor, +den god der aarde en Maunck Soro, den rooden god der gevechten, +de bloedige aanhangers der "Meriahs," of menschenoffers, die de +Engelschen zooveel moeite hebben uit te roeien, die woestelingen, +waardig vergeleken te worden met de inboorlingen van de onbeschaafde +eilanden van Australie, tegen wie van 1840 tot 1854, de generaal-majoor +John Campbell, de kapiteins Macpherson, Macviccar en Frye moeielijke en +lange krijgstochten ondernamen,--dweepers, die alles zouden durven, +als onder eenig godsdienstig voorwendsel, een machtige hand hen +zou aanzetten. + +Ten westen van Goudwana bevindt zich een land van vijftien honderd +duizend a twee millioen zielen, bewoond door de Bhils, machtig eertijds +in Malwa en Rajpoutuna, nu verdeeld in klans, door de geheele streek +der Vindhyas verspreid, bijna altijd dronken van den brandewijn, +hun door den boom van "mhowah" verschaft, doch dapper, stoutmoedig, +sterk, vlug en het oor altijd open voor den "kisri," hun oorlogskreet. + +Men ziet dat Nana Sahib een goede keus gedaan had. In dat centrale +gedeelte van het schiereiland hoopte hij, in plaats van een eenvoudigen +militairen opstand, dezen keer een nationale beweging uit te lokken, +waaraan de Hindoes van alle kanten zouden deelnemen. + +Doch, alvorens iets te ondernemen, moest hij zich in het land +vestigen, teneinde, naargelang de omstandigheden het medebrachten, +op de bevolking te kunnen werken. Het was dus van het hoogste belang +een veilige schuilplaats te zoeken, voor het oogenblik althans, +om haar in geval zij verdacht mocht worden, te verlaten. + +Dit was de eerste zorg van Nana Sahib. De Hindoes, die hem van Adjuntah +af gevolgd hadden, konden in het geheele presidentschap vrij komen +en gaan. Balao Rao, op wien de afkondiging van den gouverneur niet +van toepassing was, zou ook dezelfde vrijheid hebben kunnen genieten, +indien hij niet zoo sterk op zijn broeder geleken had. Sedert zijne +vlucht naar de grenzen van Nepaul, was de aandacht niet meer op +zijn persoon gevestigd geweest, en men had alle reden hem voor dood +te houden. Doch, voor Nana Sahib aangezien, zou hij gevat geworden +zijn,--hetgeen men tot elken prijs moest vermijden. + +Voor deze twee broeders dus, door hetzelfde doel vereenigd, door +dezelfde gedachte bezield, was een zelfde schuilplaats noodig. Zulk +eene te vinden nu, kon in de bergpassen van Sautpourra niet moeielijk +zijn. + +En inderdaad werd al spoedig zulk een schuilplaats door een der +Hindoes van den troep, een Gound, die de vallei tot in haar meest +afgelegen schuilhoeken kende, gevonden. + +Aan den rechteroever van een kleinen bijstroom der Nerbudda bevond +zich een verlaten pal, de pal van Tandit genaamd. + +Een pal is minder dan een dorp, nauwelijks een gehucht, een vereeniging +van hutten, dikwijls zelfs een eenzame woning. De zwervende familie, +die haar bewoont, heeft er zich tijdelijk gevestigd. Na eenige +boomen verbrand te hebben, waarvan de asch voor een kort seizoen den +bodem eenig leven schenkt, hebben de Gound en de zijnen hunne woning +gebouwd. Doch, daar de veiligheid der streek veel te wenschen overlaat, +heeft het huis het voorkomen van een klein fort aangenomen. Het is +omringd door een rij palissaden en kan zich tegen een verrassing +verdedigen. Daarenboven is het in dicht geboomte verborgen en schuilt +het als het ware geheel weg onder een bladerengewelf van cactus en +struikgewas, zoodat het niet gemakkelijk is het te ontdekken. + +Gewoonlijk is de pal gevestigd op een kleine hoogte, aan den kant +eener nauwe vallei, tusschen twee steile berghellingen, temidden van +een ondoordringbaar kreupelbosch. Bij het zien van een dergelijk +verblijf doet zich de vraag bij ons op, hoe daar menschen kunnen +wonen. Wegen, die er heen leiden, zijn er niet en zelfs van voetpaden +is er geen spoor. Om zulk een pal te bereiken, moet men somtijds +de uitgeholde bedding van een bergstroom, welks water elk spoor +uitwischt, volgen. Natuurlijk laat het gaan in zulk een bedding geen +spoor na zich. In het heete jaargetijde loopt men tot aan de enkels, +in het koude tot aan de knieen in het water en niets verraadt, dat +eenig levend wezen daar gepasseerd is. Daarenboven zou een stortvloed +van rotsen, die de hand van een kind zou kunnen doen nederstorten, +iedereen verpletteren, die het zou wagen den pal te genaken tegen +den wil zijner bewoners. + +Hoe afgezonderd zij evenwel in hunne ongenaakbare nesten wonen, kunnen +de Gounds van pal tot pal snel met elkander in gemeenschap komen. Van +de toppen der Sautpourra verspreiden zich de signalen binnen eenige +minuten over twintig mijlen in de rondte. Nu eens is het een vuur +op den top van een steile rots, nu eens een boom in een reusachtigen +fakkel veranderd, dan weder een eenvoudige rookkolom op den top van een +bergrug. Men kent de beteekenis van dergelijke signalen. De vijand, +namelijk een detachement soldaten der koninklijke armee, een kleine +afdeeling van de Engelsche politie, is in de vallei doorgedrongen, +doorzoekt de bergengten ter opsporing van een misdadiger, wien dit +land zoo gaarne een schuilplaats aanbiedt. De oorlogskreet, den +bergbewoners zoo gemeenzaam, wordt een alarmkreet. Een vreemdeling +zou hem houden voor het gehuil van nachtvogels of het gesis van +slangen. De Gound kent ze, die geluiden. Men moet waken, men waakt, +men moet vluchten, men vlucht. De verdachte pals worden verlaten, +verbrand zelfs. Deze zwervers zoeken andere schuilplaatsen op, die +zij opnieuw gaan verlaten, als zij te dicht op de hielen gezeten +worden en op die met asch bedekte terreinen, vinden de agenten van +het openbare gezag slechts bouwvallen. + +In een dezer pals nu,--de pal van Tandit,--waren Nana Sahib en de +zijnen een schuilplaats komen zoeken. Daarheen had de getrouwe Gound, +aan den persoon van den nabob gehecht, hen dadelijk geleid. Daar +vestigden zij zich den 12n Maart. + +Zoodra de twee broeders bezit van den pal van Tandit genomen hadden, +onderzochten zij met de grootste zorg de toegangen. Zij namen +nauwkeurig waar in welke richting en hoever het oog kon reiken. Zij +lieten zich inlichten welke de dichtstbij zijnde woningen en wie de +bewoners waren. Zij bestudeerden den verlaten bergrug, die den pal +van Tandit te midden van een dichte boomgroep beheerschte en kwamen +eindelijk tot de overtuiging van de onmogelijkheid er zich toegang te +verschaffen zonder de bedding van een bergstroom te volgen, denzelfden +stroom, waarlangs zij zelven gekomen waren. + +De pal van Tandit mocht dus als volkomen veilig beschouwd worden, te +meer nog daar hij zich boven een sousterrein verhief, welks geheime +uitgangen uitkwamen aan de zijde van den berg, die bij een voorkomend +geval de gelegenheid aanboden te ontvluchten. + +Nana Sahib en zijn broeder hadden nooit veiliger toevluchtsoord +kunnen vinden. + +Maar het was Balao Rao niet voldoende te weten wat de pal van Tandit +heden was, hij wilde ook weten wat hij geweest was en terwijl de +nabob het inwendige van het fort bezocht, ging hij voort met den +Gound te ondervragen. + +"Nog eenige vragen," zeide hij tot hem. "Hoe lang is die pal verlaten?" + +"Sedert langer dan een jaar," antwoordde de Gound. + +"Wie bewoonde hem?" + +"Een familie van zwervers die er slechts eenige maanden gebleven is." + +"Waarom hebben zij hem verlaten?" + +"Omdat de bodem, die hen moest voeden, hun geen voedsel meer kon +verschaffen." + +"En heeft niemand na hun vertrek, voor zoover je weet, hem bewoond?" + +"Niemand." + +"Heeft nooit een soldaat van het koninklijk leger, nooit een agent +van politie den voet binnen de omheining van dezen pal gezet?" + +"Nooit." + +"Heeft ook geen vreemdeling hem ooit bezocht?" + +"Niemand," antwoordde de Gound, "behalve een vrouw." + +"Eene vrouw?" vroeg Balao Rao driftig. + +"Ja, een vrouw, die sedert ongeveer drie jaren in de vallei der +Nerbudda rondzwerft." + +"Wie is die vrouw?" + +"Wie zij is, weet ik niet," antwoordde de Gound. "Vanwaar ze komt, +kan ik evenmin zeggen en in de geheele vallei is er niemand die iets +meer van haar weet dan ik! Is ze een vreemde, is ze een Hindoesche, +men heeft het nooit kunnen te weten komen!" + +Balao Rao dacht een oogenblik na en vroeg toen: + +"Wat doet die vrouw?" + +"Ze komt, ze gaat," antwoordde de Gound, "en leeft alleen +van aalmoezen. Men heeft in de gansche vallei een soort van +bijgeloovigen eerbied voor haar. Meermalen heb ik haar in mijn eigen +pal ontvangen. Zij spreekt nooit. Men zou haast denken, dat ze stom +was en 't zou me niet verwonderen of ze is het. 's Nachts ziet men +haar wandelen met een harsachtigen, brandenden tak in de hand. Ook +kent men haar niet anders dan onder den naam van de "Dwalende Vlam!" + +"Maar," zei Balao Rao, "als die vrouw den pal van Tandit kent, zou +ze er wel eens kunnen terugkomen terwijl we er wonen, en gevaarlijk +voor ons kunnen worden?" + +"Dat nooit," antwoordde de Gound. "Die vrouw is niet recht bij haar +verstand, hare oogen zien zonder te weten wat ze zien, hare ooren +hooren niet wat ze meenen te hooren, haar tong kan geen woord meer +uitspreken! Ze is als een blinde, een doove, een stomme voor al de +dingen van het dagelijksch leven. Ze is krankzinnig en een krankzinnige +is een doode, die in 't leven blijft!" + +De Gound had met de aan de Hindoes der bergen eigenaardige taal het +portret geschilderd van een vreemd schepsel, zeer bekend in de vallei, +"de Dwalende Vlam," der Nerbudda. + +Het was een vrouw, wier bleek, nog schoon gelaat, verouderd en niet +oud, doch zonder eenige uitdrukking, noch den oorsprong, noch den +leeftijd aanduidde. Men zou gezegd hebben, dat hare verwilderde +oogen zich voor het leven des geestes gesloten hadden bij een of +ander vreeselijk tooneel, dat zij "inwendig" bleven zien. + +Dit argeloos schepsel, van haar verstand beroofd, had een goede +ontvangst bij de bergbewoners genoten. Krankzinnigen zijn voor de +Gounds, gelijk trouwens voor al de wilde volkeren, heilige wezens, +die een bijgeloovige eerbied beschermt. De Dwalende Vlam werd dan +ook, overal waar zij zich vertoonde, gastvrij ontvangen. Geen pal, +die de deur voor haar sloot. Men voedde haar wanneer zij honger had +men bereidde haar een rustplaats als zij uitgeput van vermoeienis +neerviel, zonder een woord van dank te verwachten, dat haar mond niet +meer kon uitspreken. + +Hoelang duurde dat bestaan? Van waar kwam die vrouw? Op welk tijdstip +was zij in Goudwana verschenen? 't Zou moeilijk geweest zijn het juist +te zeggen. Waarom wandelde zij rond met een brandende toorts in de +hand? Was het om haar pad te verlichten? Was het om de wilde dieren op +een afstand te houden? Niemand kon het zeggen. Het gebeurde somtijds, +dat zij geheele maanden achtereen verdween. Waar was zij dan? Verliet +zij de bergpassen, der Sautpourra, om zich naar die der Vindhyas +te begeven? Dwaalde zij aan den anderen kant der Nerbudda, tot in +Malwa of in Bundelkund rond? Er was niemand die het wist. Meermalen +bleef zij zoolang weg, dat men niet anders dacht dan dat haar treurig +leven een einde had genomen. Maar neen! Men zag haar weder terugkomen, +altijd dezelfde, zonder dat noch vermoeienis, noch ziekte, noch gebrek +haar schijnbaar zoo teer gestel schenen te hebben aangedaan. + +Balao Rao had den Hindoe met de grootste aandacht aangehoord. Hij +was het nog niet met zich zelven eens, of er niet eenig gevaar in +gelegen was, dat de Dwalende Vlam den pal van Tandit kende, er reeds +een schuilplaats gezocht had en haar instinct er haar kon terugvoeren. + +Hij kwam dus op dit punt terug en vroeg den Gound of hij of de zijnen +wisten waar de krankzinnige zich op dit oogenblik bevond. + +"'k Weet het niet," antwoordde de Gound. "'t Is al langer dan zes +maanden geleden, dat men haar in de vallei gezien heeft. Mogelijk is ze +dus dood. Maar, al kwam ze terug en bezocht ze ook den pal van Tandit, +dan was er toch niets van haar te vreezen. 't Is slechts een levend +standbeeld. Ze zou u niet zien, u niet hooren, ze zou niet weten wie +ge zijt. Ze zou binnenkomen, ze zou neerzitten aan uw haard, voor +een, misschien twee dagen, dan zou ze haar uitgedoofde toorts weder +aansteken, u verlaten en opnieuw beginnen met van huis tot huis te +zwerven. Dat is haar geheele leven. Trouwens is ze ditmaal zoo lang +weg geweest, dat ze waarschijnlijk wel nooit zal terugkomen. Zij, die +geestelijk reeds dood was, zal nu ook lichamelijk wel overleden zijn!" + +Balao Rao meende over dit onderwerp niet met Nana Sahib te moeten +spreken en zelf hechtte hij er al spoedig niet het minste gewicht +meer aan. + +Een maand na hun komst in den pal van Tandit, was van den terugkeer +der Dwalende Vlam in de vallei van Nerbudda nog niets gebleken. + + + + + + +XVI. + +DE DWALENDE VLAM. + + +Gedurende een geheele maand, van den 12n Maart tot den 12n April, +bleef Nana Sahib in den pal verborgen. Hij wilde het Engelsche bewind +den tijd geven, hetzij de opsporingen op te geven, hetzij het op een +valsch spoor te brengen. + +Mochten al de twee broeders overdag niet uitgaan, hunne vrienden +daarentegen doorliepen de vallei, bezochten de dorpen en de gehuchten, +kondigden in bedekte termen de op handen zijnde verschijning aan van +een "geduchten moulti," half god, half mensch, en zij bereidden de +gemoederen voor op een nationale omwenteling. + +Zoodra de nacht was aangebroken, waagden Nana Sahib en Balao Rao +het hunne schuilplaats te verlaten. Zij begaven zich dan naar de +oevers der Nerbudda en gingen van dorp tot dorp, van pal tot pal, +het oogenblik verbeidende waarop zij met eenige zekerheid het domein +konden bezoeken der aan de Engelschen schatplichtige rajahs. Nana +Sahib wist trouwens, dat vele halfonafhankelijken, ongeduldig om het +vreemde juk af te werpen, zich op zijne stem zouden vereenigen. Doch, +op dit oogenblik gold het slechts de woeste bevolking van Goudwana. + +Die onbeschaafde Bhils, die zwervende Kounds, die Gounds, wild en woest +als de inboorlingen van de eilanden van den stillen Oceaan, vond de +Nana gereed, om hem te volgen. Indien hij zich uit onvoorzichtigheid +slechts aan twee of drie machtige stamhoofden bekend maakte, was +dat voldoende om hem te bewijzen, dat zijn naam alleen verscheidene +millioenen Hindoes zou medesleepen, die over de centrale bergvlakten +van Hindostan verspreid zijn. + +Toen de beide broeders in den pal van Tandit waren teruggekeerd, +deelden zij elkander mede wat zij gehoord, gezien en gedaan +hadden. Hunne metgezellen voegden zich toen bij hen, van alle kanten +de tijding medebrengende, dat de geest van oproer als een stormwind in +de vallei der Nerbudda was losgebroken. De Gounds wilden niet anders +dan den "kisri" doen weergalmen, den oorlogskreet der bergbewoners, +en de militaire kantonnementen van het presidentschap te overrompelen. + +Het oogenblik was nog niet gekomen. + +Het was namelijk niet voldoende, dat de geheele landstreek tusschen de +Sautpourrabergen en de Vindhyas in vuur en vlam gezet werd, de brand +moest al verder en verder om zich heen grijpen. Het was dus noodig de +brandstoffen in de nabij de Nerbudda gelegen provincien op te hoopen, +die meer rechtstreeks onder Engelsche heerschappij verkeerden. Van +al de steden en gehuchten van Bhopal, Malwa, Bundelkund en van het +geheele uitgestrekte koninkrijk van Scindia moest een onmetelijke +brandstapel gebouwd worden, gereed om ontstoken te worden. Doch Nana +Sahib wilde met recht aan niemand anders dan aan zich zelven de zorg +toevertrouwen de oude deelnemers aan den opstand van 1857 te bezoeken; +al die landgenooten, die zijn zaak getrouw gebleven waren en nooit +aan zijn dood geloofd hadden, verwachtten hem elken dag weder te +zien verschijnen. + +Een maand na zijn aankomst in den pal van Tandit meende Nana Sahib +veilig te kunnen handelen, daar toch het feit zijner wederverschijning +in de provincie als valsch was erkend geworden. Partijgangers hielden +hem op de hoogte van alles wat de gouverneur van het presidentschap +van Bombay gedaan had om hem te vangen. Hij wist dat de overheid in +de eerste dagen een nauwkeurig onderzoek had ingesteld, maar zonder +gevolg. De visscher van Aurungabad, de oude gevangene van den Nana, +was door een dolksteek omgebracht en niemand had kunnen vermoeden, +dat de ontvluchte fakir de nabob Dandou-Pant was, op wiens hoofd een +prijs gesteld was. Een week later, waren de geruchten tot zwijgen +gekomen, de mededingers naar de premie van duizend gulden hadden alle +hoop verloren en de naam van Nana Sahib kwam weder in vergetelheid. + +De nabob kon dus in eigen persoon handelen en zonder vrees van erkend +te worden, zijne omwentelingsplannen verwezenlijken. Nu eens in het +kostuum van een parsi, dan weder in dat van een eenvoudigen raiot, +vandaag alleen, morgen van zijn broeder vergezeld, begon hij zich van +den pal van Tandit te verwijderen, aan den anderen oever der Nerbudda +naar het noorden en zelfs naar de andere zijde van de noordelijke +helling der Vindhyas te reizen. + +Een spion, die hem in al zijne gangen had willen bespieden, zou hem +den 12n April te Indore hebben aangetroffen. + +Daar, in die hoofdstad van het koninkrijk Holcar stelde Nana Sahib, +een streng incognito bewarende, zich in gemeenschap met de talrijke +landelijke bevolking, die zich met den bouw der slaapbollenvelden +bezig hield. Het waren Rihillas, Mekranis, Valayalis, vurige, moedige, +dweepzuchtige lieden, waarvan de meesten gedeserteerde Sipayers der +inlandsche armee waren, die zich in de kleeding van den Hindoeschen +boer verborgen hielden. + +Daarna stak Nana Sahib de Betwa, een tak van de Jumna over, die naar +het noorden aan de westelijke grens van Bundelkund loopt en kwam den +19n April, door een prachtige vallei met een overvloed van dadel- +en mangoboomen, te Souari aan. + +Daar bevinden zich zonderlinge bouwgewrochten van zeer hooge +oudheid. Het zijn "topes," een soort van tumuli, bedekt met +halfbolvormige koepeldaken, die ten noorden der vallei de voornaamste +groep van Saldhara vormen. Uit die praalgraven, uit die woningen +der dooden, waarvan de altaren, aan den Boeddhistischen eeredienst +gewijd, beschut zijn onder steenen zonneschermen, uit die sedert +zoovele eeuwen ledige graven kwamen, op de stem van Nana Sahib +honderden vluchtelingen te voorschijn. Verscholen in de bouwvallen, +om de vreeselijke weerwraak der Engelschen te ontgaan, was een woord +voldoende hun te doen begrijpen wat de nabob van hunne medewerking +verwachtte; een wenk zou op het bepaalde uur voldoende zijn om hen +in massa op de veroveraars te werpen. + +Den 24n April was Nana Sahib te Bhilsa, de hoofdplaats van een +belangrijk distrikt van Malwa en daar, te midden van de bouwvallen +der oude stad, verzamelde hij bouwstoffen voor den opstand, die de +nieuwe hem niet zou verschaft hebben. + +Den 27n April bereikte Nana Sahib Raygurh, op de grenzen van het +koninkrijk Pannah en den 30n de overblijfselen van de oude stad Sangar, +niet ver van de plek waar de generaal sir Hugh Rose den opstandelingen +een bloedigen veldslag leverde, die hem met den Maudanporepas den +sleutel gaf van de bergengten der Vindhyas. + +Daar voegde zijn broeder, door Kalagani vergezeld, zich bij den nabob +en beiden maakten zich bekend aan de hoofden der voornaamste stammen, +waarvan zij volkomen zeker waren. In deze geheime vergaderingen, werden +de voorloopige handelingen van een algemeenen opstand besproken en +vastgesteld. Terwijl Nana Sahib en Balao Rao dan in het zuiden zouden +werken, moesten hunne bondgenooten aan de noordelijke hellingen der +Vindhyas hunne maatregelen nemen. + +Alvorens naar de vallei der Nerbudda terug te gaan, wilden de twee +broeders het koninkrijk Pannah nog bezoeken. Zij waagden zich langs +de Keyne, onder bedekking van reusachtige teks, van kolossale bamboes +en onder de beschutting van die ontelbare Indische vijgeboomen, welke +bestemd schijnen gansch Indie in te nemen. Daar werden talrijke en +woeste aanhangers geworven onder het ellendige personeel, dat voor +rekening van den rajah, de rijke diamantmijnen exploiteert. "Deze +rajah," zegt Rousselot, "de positie begrijpende, die de Engelsche +overheersching den vorsten van Bundelkund bereidt, heeft de rol +van een rijken grondeigenaar verkozen boven die van een weinig +beteekenend vorstje." Een rijke grondbezitter is hij inderdaad! De +diamanten bevattende streek, in zijn bezit, strekt zich uit over een +lengte van dertig kilometers ten noorden van Pannah en de exploitatie +zijner diamantmijnen, waarvan de producten op de markten van Benares +en Allahabad het meest geacht zijn, houdt een groot aantal Hindoes +bezig. Maar onder de ongelukkigen, gewoon aan den zwaarsten arbeid, +die de rajah doet onthoofden, zoodra de opbrengst van de mijn aan het +dalen is, moest Nana Sahib duizenden aanhangers vinden, die gereed +waren zich voor de onafhankelijkheid van hun land te laten dooden, +en hij vond ze. + +Van dit punt af, keerden de beide broeders naar de Nerbudda terug, +teneinde de pal van Tandit wederom te bereiken. Evenwel wilden zij, +alvorens den opstand van het zuiden voor te bereiden, die tegelijk met +dien van het noorden moest losbreken, zich te Bhopal ophouden. Dit +is een belangrijke muzelmansche stad, die het middelpunt van het +Islamisme in Indie gebleven is en waarvan de begoem gedurende het +gansche tijdperk van den opstand den Engelschen getrouw is gebleven. + +Nana Sahib en Balao Rao, vergezeld van een dozijn Gounds, kwamen +den 24n Mei, den laatsten dag van de feesten van Moharum, ingesteld +ter viering van de hernieuwing van het Muzelmansche leger, te +Bhopal aan. Beiden waren gekleed als "joguis," sombere godsdienstige +bedelaars, met lange dolken gewapend waarmede zij zich uit dweepzucht +treffen, doch zonder zich gevaarlijke wonden toe te brengen. + +De twee broeders, die in deze vermomming onherkenbaar waren, hadden +de processie in de straten der stad gevolgd, te midden der talrijke +olifanten, die "tadzias," een soort van kleine tempels van twintig +voet hoog op den rug droegen; zij hadden zich kunnen mengen onder +de rijk met goud gestikte onderrokken gekleede en met moesselinen +mutsen gedekte muzelmannen en zich kunnen wegschuilen in de rangen +der muzikanten, der soldaten, der bajaderen, der als vrouwen vermomde +jongelingen,--een vreemde opeenhooping van menschen, die aan deze +plechtigheid het voorkomen gaf van een vastenavondsvertooning. Met +deze Hindoes van allerlei kasten, waaronder zij talrijke aanhangers +telden, hadden zij een soort van maconniek teeken kunnen wisselen, +dat bij de oude opstandelingen van 1857 in zwang was. + +Met het vallen van den avond hadden al die menschen zich naar het +meer begeven, dat de oostelijke voorstad bespoelde. + +Daar wierpen onder een oorverdoovend geschreeuw, het ontbranden van +vuurwapenen, het geknetter van voetzoekers en ander klein vuurwerk, +bij het licht van duizenden toortsen, al deze geestdrijvers de tadzias +in het meer. De feesten van Moharum waren hiermede geeindigd. + +Op dit oogenblik voelde Nana Sahib een hand op zijn schouder. Hij +keerde zich om. Een Bengali stond voor hem. + +Nana Sahib herkende in dezen Hindoe een zijner oude krijgskameraden +van Lucknow. Hij ondervroeg hem met de oogen. + +De Bengali bepaalde zich tot het fluisteren van de volgende woorden, +die Nana Sahib hoorde zonder dat een enkel gebaar zijn ontroering +verraden had. + +"Kolonel Munro heeft Calcutta verlaten." + +"Waar is hij?" + +"Hij was gisteren te Benares." + +"Waar gaat hij heen?" + +"Naar de grenzen van Nepaul." + +"Met welk doel?" + +"Om er eenige maanden te verblijven." + +"En dan?" + +"Naar Bombay terug te keeren." + +Eensklaps deed zich een scherp geluid hooren. Een Hindoe sloop door +de verzamelde menigte en was weldra Nana Sahib genaderd. + +Het was Kalagani. + +"Vertrek dadelijk," zei de nabob. "Zoek Munro op, die zich op 't +oogenblik naar het noorden begeeft. Dring je aan hem op, maak je +noodzakelijk door hem den een of anderen dienst te bewijzen en waag +je leven, als 't moet. Verlaat hem niet voordat hij aan gene zijde der +Vindhyas weder naar de vallei der Nerbudda is teruggekeerd en kom dan, +maar alleen dan mij zijn tegenwoordigheid melden." + +Kalagani vergenoegde zich met een bevestigend teeken te geven en was +weldra onder de menigte verdwenen. Een gebaar van den nabob was voor +hem een order. Tien minuten later, had hij Bhopal achter den rug. + +Op dit oogenblik naderde Balao Rao zijn broeder. + +"Het is tijd om te vertrekken," zeide hij tot hem. + +"Ja," antwoordde Nana Sahib, "en voor den morgen moeten we den pal +van Tandit bereikt hebben." + +"Op marsch dan." + +Beiden, door hunne Gounds gevolgd, begaven zich langs den noordelijken +oever van het meer naar een afgezonderde landhoeve. Daar werden zij +opgewacht door paarden voor hen en hun geleide. Het waren van die +snelloopende paarden, die met een zeer gekruid voedsel gevoerd worden, +en die vijftig mijlen in een enkelen nacht kunnen afleggen. Ten acht +ure galoppeerden zij op den weg van Bhopal naar de Vindhyas. + +Dat de nabob voor den dageraad in den pal van Tandit terug wilde zijn, +was slechts een maatregel van voorzichtigheid. Natuurlijk was het +beter, dat zijn terugkeer in de vallei onopgemerkt voorbijging. + +De kleine troep ging dus zoo snel als de paarden slechts loopen +konden, vooruit. + +Nana Sahib en Balao Rao, hoewel dicht bij elkander, reden stilzwijgend +voort, maar dezelfde gedachte hield hen bezig. Van dien tocht aan +gene zijde der Vindhyas, brachten zij niet alleen de hoop, maar ook +de zekerheid mede, dat ontelbare aanhangers hunne zaak omhelsden. De +centrale hoogvlakte van Indie was geheel in hunne handen. De militaire +kantonnementen, over dit uitgestrekte grondgebied verdeeld, konden aan +de eerste aanvallen der opstandelingen geen weerstand bieden. Hunne +vernietiging zou de omwenteling vrij spel geven en weldra zou van +het eene strand naar het andere een gansche muur dweepzieke Hindoes +in opstand komen, waartegen de koninklijke armee zich te bersten +zou stooten. + +Doch terzelfder tijd was Nana Sahib met de gedachte vervuld aan het +gelukkige toeval, dat hem Munro in handen zou leveren. De kolonel +had eindelijk Calcutta verlaten, alwaar het moeielijk was hem +te bereiken. Voortaan zou geen enkele zijner bewegingen den nabob +ontgaan. Geheel onbewust, zou de hand van Kalagani hem naar de woeste +streek der Vindhyas geleiden en eenmaal daar, zou niemand hem aan het +vonnis kunnen onttrekken, dat de haat van Nana Sahib hem bereid had. + +Balao Rao wist nog niets van hetgeen tusschen den Bengali en zijn +broeder gesproken was. Eerst bij de nadering van den pal van Tandit, +terwijl de paarden een oogenblik uitbliezen, vergenoegde Nana Sahib +zich het hem in deze termen te zeggen: + +"Munro heeft Calcutta verlaten en richt zich naar Bombay." + +"De weg van Bombay," riep Balao Rao uit, "loopt naar het strand van +de Indische Zee!" + +"De weg van Bombay, ditmaal," antwoordde Nana Sahib, "zal ophouden +bij de Vindhyas!" + +In dit antwoord lag alles opgesloten. + +De paarden werden op nieuw in galop gebracht en sloegen den weg in door +het bosch, dat zich aan den zoom van de vallei der Nerbudda verhief. + +Het was toen vijf uur 's morgens. De dag was pas aangebroken. Nana +Sahib, Balao Rao en hunne metgezellen waren aan den woest stroomenden +Nazzur aangekomen, die naar den pal liep. + +De paarden werden hier achtergelaten en aan de hoede toevertrouwd +van twee Gounds, belast ze naar het dichtstbijzijnde dorp te geleiden. + +De anderen volgden de beide broeders, die de door het water van den +bergstroom schuddende treden bestegen. + +Alles was stil en de eerste geluiden van den dag hadden de plechtige +stilte van den nacht nog niet afgebroken. + +Eensklaps barstte een geweerschot los, dat door vele andere gevolgd +werd. Terzelfder tijd deden zich deze kreten hooren: + +"Hoera! hoera! voorwaarts!" + +Een officier, aan het hoofd van een vijftig soldaten van het koninklijk +leger, verscheen op den rug van den pal. + +"Vuur! Dat niemand ontsnappe!" riep hij opnieuw. + +Nieuwe losbranding, van zeer nabij gericht op de groep Gounds, die +Nana Sahib en zijn broeder omringde. + +Vijf of zes Hindoes vielen. De anderen wierpen zich terug in de bedding +van den Nazzur en verdwenen onder de eerste boomen van het woud. + +"Nana Sahib! Nana Sahib!" schreeuwden de Engelschen, de nauwe bergkloof +betredende. + +Toen richtte een van hen, doodelijk getroffen, zich op met de hand +naar hen uitgestrekt. + +"Dood aan de veroveraars!" schreeuwde hij met een nog vreeselijke +stem en viel toen onbeweeglijk neder. + +De officier naderde nu het lijk. + +"Is dit werkelijk Nana Sahib?" vroeg hij. + +"Hij is het," antwoordden twee soldaten van het detachement, die te +Cawnpore in garnizoen geweest zijnde, den nabob van nabij kenden. + +"En de anderen!" riep de officier. + +En het geheele detachement ijlde het bosch in ter vervolging der +Gounds. + +Nauwlijks was het verdwenen, of een schaduw gleed over de steilte +waarboven de pal zich verhief. + +Het was de Dwalende Vlam, in een lang bruin kleed gewikkeld, dat met +een gordel om haar middel bevestigd was. + +Den vorigen avond was deze krankzinnige de onbewuste gids geweest +van den Engelschen officier en zijne manschappen. Sedert den vorigen +dag in de vallei teruggekomen, was zij werktuiglijk naar den pal van +Tandit gegaan, waarheen een soort van instinct haar terugvoerde. Doch +dezen keer liet het zonderlinge schepsel, dat men stom waande, aan +hare lippen een naam ontsnappen, slechts een enkelen, dien van den +moordenaar van Cawnpore! + +"Nana Sahib! Nana Sahib!" herhaalde zij, alsof het beeld van den +nabob, door eenig onverklaarbaar voorgevoel, in hare herinnering +was opgekomen. + +Deze naam deed den officier ontroeren. Hij volgde de schreden der +krankzinnige. Zij scheen hem niet te zien, noch de soldaten die haar +naar den pal volgden. Was het daar dus, dat de nabob, op wiens hoofd +een prijs gesteld was, de wijk genomen had? De officier nam de noodige +maatregelen en liet de bedding van den Nazzur bezetten totdat de dag +aanbrak. Toen nu Nana Sahib en zijne Gounds er zich in hadden begeven, +ontving hij ze met een losbranding, die er verscheidenen neervelde +en onder hen, het hoofd van den opstand der Sipayers. + +Dit was de ontmoeting, die de telegraaf denzelfden dag den gouverneur +van het presidentschap van Bombay berichtte. Deze telegram verspreidde +zich over het geheele schiereiland, de dagbladen namen hem onmiddellijk +over en zoo kwam het, dat kolonel Munro er den 26n Mei in het dagblad +van Allahabad kennis van kon nemen. + +Het was dus ditmaal niet te betwijfelen of Nana Sahib was wel degelijk +dood. Zijn identiteit was nu werkelijk vastgesteld en het dagblad kon +met volle recht zeggen: "Het koninkrijk Indie heeft voortaan niets meer +te vreezen van den wreeden rajah, die het zooveel bloed gekost heeft!" + +Intusschen daalde de krankzinnige, na den pal verlaten te hebben, +langs de bedding van den Nazzur naar beneden. In hare oogen blonk de +glans van een inwendig vuur, dat plotseling in haar scheen ontbrand +te zijn, terwijl zij werktuiglijk in zich zelve den naam van den +nabob herhaalde. + +Zoo kwam zij op de plaats waar de lijken lagen en hield stil bij dat +wat door de soldaten van Lucknow was herkend geworden. Het vertrokken +gelaat van den doode scheen nog te dreigen. Het was alsof, na slechts +voor de wraak geleefd te hebben, de haat in hem overleefde. + +De krankzinnige knielde, betastte met beide handen het met kogels +doorboorde lijk, waarvan het bloed de plooien van haar kleed +bevlekte. Zij beschouwde het langen tijd, richtte zich daarna op en +het hoofd schuddende, daalde zij langzaam langs de bedding van den +Nazzur naar beneden. + +Maar toen was de Dwalende Vlam weder in hare gewone onverschilligheid +vervallen en herhaalde haar mond niet meer den vervloekten naam van +Nana Sahib. + + + + + + +XVII. + +ONS SANITARIUM. + + +Zou de grootsche uitdrukking, "de onmeetbaren in de schepping," +waarvan de mineraloog Hauey zich bediend heeft om de Amerikaansche +Andes aan te duiden, niet met meer recht van toepassing zijn op de +ontzagverwekkende Himalayaketen, die de mensch nog niet bij machte +is met mathematische juistheid te bepalen? + +Een dergelijk gevoel bezielt mij op het gezicht van die +onvergelijkelijke streek, alwaar kolonel Munro, kapitein Hod, Banks +en ik eenige weken zouden doorbrengen. + +"Niet alleen," deelt de ingenieur ons mede, "zijn deze bergen +onmeetbaar, maar hunne toppen moeten als ontoegankelijk beschouwd +worden, omdat het menschelijk lichaam op zulke hoogten, waar de +lucht niet dicht genoeg meer is om aan de behoeften der ademhaling +te voldoen, de gewone functies niet meer kan volbrengen!" + +Een bolwerk van primitieve rotsen, van graniet, gneis, micaschilfer, +tweeduizend vijfhonderd kilometers lang, dat zich van den twee en +zeventigsten tot den vijf en negentigsten meridiaan uitstrekt over twee +presidentschappen, Agra en Calcutta en over twee koninkrijken, Bouthan +en Nepaul;--een keten, waarvan de gemiddelde hoogte, een derde hooger +dan de top van den Mont-Blanc, in drie onderscheiden luchtstreken kan +afgedeeld worden, de eerste, vijfduizend voeten hoog, meer gematigd +dan de lager gelegen vlakte, des winters een korenoogst gevende, +des zomers een rijstoogst; de tweede van vijf tot negen duizend voet, +waar de sneeuw bij den terugkeer der lente smelt; de derde, van negen +duizend tot vijf en twintig duizend voet, met dikke ijsmassa's bezet, +die zelfs in het heete seizoen de zonnestralen trotseeren,--dwars +door die grootsche verhevenheid, de hoogste der aarde, verleenen +elf bergpassen, waarvan eenige den berg op een hoogte van twintig +duizend voet doorboren, den toegang van Indie naar Thibet, doch niet +dan ten koste van buitengewone moeielijkheden, want die bergpassen +worden onophoudelijk bedreigd door sneeuwvallen, door bergstroomen +vernield en uitgehold, overweldigd door het ijs;--boven die kruin, +nu eens in groote koepels afgerond, dan weder vlak als de Tafelberg +van de Kaap de Goede Hoop, zeven a acht spitse bergtoppen, waarvan +eenige vulkanisch, de bronnen van de Cogra, de Djoemna en den Ganges +beheerschende, de Doukia en de Kinchinjunga, zich tot een hoogte +van meer dan zeven duizend meters, de Dhiodounga tot acht duizend, +de Dawaghaliri tot acht duizend vijf honderd, de Tchamoulari tot acht +duizend zeven honderd, de berg Everest, zich tot negen duizend meters +verheffende en van welks top de blik een omtrek zou omvatten gelijk +aan dien van geheel Frankrijk;--een opeenhooping van bergen eindelijk, +die door de Alpen op de Alpen, de Pyreneeen op de Andes op de schaal +van de hoogten der aarde niet zou overtroffen worden; zoodanig +is die kolossale verhevenheid, waarvan de voet der stoutmoedigste +bergbeklimmers misschien nooit de hoogste toppen zal betreden en die +bekend is onder den naam van het Himalayagebergte! + +De eerste trappen naar die reusachtige zuilengangen zijn met dichte +en uitgestrekte bosschen bedekt. Men vindt er nog verschillende +vertegenwoordigers van de rijke familie der palmboomen, die in +een hoogere luchtstreek plaats maken voor uitgestrekte wouden van +eikenboomen, cipressen en pijnboomen, voor weelderige bosschen van +bamboes en grasachtige planten. + +Banks, die ons deze bijzonderheden mededeelt, vertelt ons ook, +dat, terwijl de onderste sneeuwlijn langs de Hindoesche helling der +bergketen tot vier duizend meters daalt, zij zich aan de Thibetsche +helling tot zes duizend meters verheft. De reden hiervan is, dat de +dampen, door de zuidenwinden aangevoerd, door den enormen slagboom +worden opgehouden. Daardoor hebben zich dan ook aan de andere zijde +dorpen kunnen vestigen tot een hoogte van vijftien duizend voet, te +midden van gerstevelden en prachtige weilanden. Volgens het getuigenis +der bergbewoners zouden in een nacht die weilanden met een grastapijt +bedekt zijn. + +In de middelste, de gematigde luchtstreek wordt het rijk der vogelen +vertegenwoordigd door pauwen, patrijzen, fazanten, trapganzen +en kwartels. Het wemelt er van geiten en schapen. In de hoogste +luchtstreek ontmoet men slechts het wilde zwijn, de gems, de wilde +kat, terwijl de arend alleen boven de zeldzame gewassen zweeft, +die slechts tot de nederige planten der Noordpoolflora behooren. + +Doch dat was het niet wat kapitein Hod aanlokte. Waarom zou die +Nimrod in de streken der Himalaya gekomen zijn, als hij niets anders +te doen had gehad dan wild voor de keuken te schieten? Zeer gelukkig +voor hem was er ook geen gebrek aan groote roofdieren, waardig door +zijn Enfield-buks en zijne ontplofbare kogels geveld te worden. + +Inderdaad strekt zich aan den voet van de eerste helling der keten +een onderste streek uit, die de Hindoes den gordel van Tarryani +noemen. Het is een uitgestrekte, afhellende vlakte, zeven a acht +kilometers groot, vochtig, warm, met een somberen plantengroei, bedekt +met dichte bosschen, waarin de wilde dieren gaarne een schuilplaats +zoeken. Dit Eden van den jager, die de sterke gemoedsbewegingen van +den kampstrijd lief heeft, was slechts vijftien honderd meters onder +ons kamp gelegen. Het was dus gemakkelijk naar dit afgesloten terrein +af te dalen, dat zich zelf bewaarde. + +Het was dus waarschijnlijk, dat kapitein Hod de onderste hellingen +der Himalaya liever zou bezoeken dan de bovenste streken. Daar toch +zijn zelfs na den humoristischen reiziger Victor Jacquemont, nog vele +belangrijke geografische ontdekkingen te maken. + +"Die enorme bergketen is dus nog maar zeer onvolkomen bekend?" vroeg +ik aan Banks. + +"Zeer onvolkomen," antwoordde de ingenieur. "Het Himalaya-gebergte +is als een soort van kleine planeet, die zich aan onzen aardbol heeft +vastgehecht en die hare geheimen bewaart." + +"Maar men heeft het toch doorkruist," antwoordde ik, "men heeft het +toch zooveel mogelijk doorzocht!" + +"O! voorzeker heeft het niet aan reizigers in de Himalaya +ontbroken!" antwoordde Banks. "De gebroeders Gerard de Webb, +de officieren Kirpatrick en Fraser, Hogdson, Herbert, Lloyd, +Hooker, Cuningham, Strabing, Skinner, Johnson, Moorcroft, Thomson, +Griffith, Vigne, Huegel, de zendelingen Huk en Gabet, en later de +gebroeders Schlagintweit, de kolonel Wangh, de luitenant Reuillier +en Montgomery, hebben na een belangrijken arbeid op groote schaal +de orografische gesteldheid der bergketen doen kennen. Toch, +mijne vrienden, blijft er veel over, dat nog nader moet uitgemaakt +worden. De juiste hoogte der voornaamste toppen heeft aanleiding +gegeven tot ontelbare verbeteringen. Zoo was vroeger de Dwalaghiri +de koning der geheele keten, daarna heeft deze, na nieuwe metingen, +plaats moeten maken voor den Kintchindjinga, die op zijn beurt nu +onttroond is door den berg Everest. Tot nog toe wint deze laatste +het van al zijne mededingers. Evenwel zou volgens het zeggen der +Chineezen, de Kouin-Lun,--op welken, weliswaar, de juiste methode der +Europeesche meetkundigen nog niet zijn toegepast,--den berg Everest +iets overtreffen en zou het dus niet in de Himalaya zijn, dat men +het hoogste punt van onzen aardbol zou moeten zoeken. Doch werkelijk +kunnen deze metingen niet eerder als mathematisch beschouwd worden dan +wanneer men ze ook barometrisch en met al de voorzorgen zal verkregen +hebben, die deze rechtstreeksche bepaling medebrengt. En hoe ze te +verkrijgen, zonder een barometer te brengen naar het hoogste punt +dezer bijna ontoegankelijke bergtoppen? En, tot nog toe is dit niet +kunnen verricht worden." + +"Dat zal geschieden," antwoordde kapitein Hod, "zooals eenmaal de +reizen naar de zuid- en de noordpool zullen gedaan worden!" + +"Waarschijnlijk!" + +"De reis naar de grootste diepten van den Oceaan!" + +"Ongetwijfeld!" + +"De reis naar het middelpunt der aarde!" + +"Bravo, Hod!" + +"Zooals alles eenmaal geschieden zal!" voegde ik er bij. + +"Zelfs een reis op de planeten van het zonnestelsel!" antwoordde +kapitein Hod, die nergens meer voor stond. + +"Neen, kapitein," antwoordde ik. "De mensch, als eenvoudige +aardbewoner, zal er de grenzen nooit van kunnen overschrijden! Doch, +gebonden aan haar korst, kan hij er al de geheimen van doorgronden!" + +"Hij kan en moet zulks!" hernam Banks. "Alles wat binnen de grens der +mogelijkheid ligt, moet en zal volbracht worden. Dan, als er niets meer +voor den mensch overblijft te weten van den bol, dien hij bewoont....." + +"Zal hij verdwijnen met dien bol, die geene geheimen meer voor hem +heeft," antwoordde kapitein Hod. + +"Volstrekt niet!" hernam Banks. "Als meester zal hij er dan genot van +hebben en er nog beter partij van trekken. Maar, vriend Hod, daar we +ons in de streek der Himalaya bevinden, zal ik je in de gelegenheid +stellen onder anderen een zonderlinge ontdekking te doen, waarin je +voorzeker belang zult stellen." + +"Wat meen je, Banks?" + +"De zendeling Huc spreekt in het verhaal zijner reizen van een +wonderlijken boom, dien men in Thibet "den boom met de tienduizend +spreuken" noemt. Volgens de Hindoesche legende, zou Tong Kabac, +de hervormer van den Boeddhistischen godsdienst, een duizend jaren +nadat hetzelfde avontuur aan Philemon, Baucis, Daphne, die vreemde +plantenwezens in de mythologische flora, overkomen was, in een boom +veranderd zijn. Het haar van Tong Kabac zou het gebladerte van dien +heiligen boom geworden zijn en op die bladeren verzekert de zendeling +met eigen oogen Thibetaansche letters, duidelijk door hunne ribben +gevormd, gezien te hebben." + +"Een boom met bedrukte bladeren!" riep ik uit. + +"En waarop men spreuken van de reinste zedekunde leest," antwoordde +de ingenieur. + +"Dat is de moeite waard om te onderzoek," zei ik lachende. + +"Onderzoek het dan, mijne vrienden," antwoordde Banks. "Als er van +die boomen in het zuidelijke gedeelte van Thibet bestaan, moeten er +ook in de noordelijke streken, aan de zuidelijke helling der Himalaya +gevonden worden. Zoek dus, op uw tochten, zoek dien..... hoe zal ik +zeggen?.... dien spreukenschrijver...." + +"Waarachtig niet!" antwoordde kapitein Hod. "'k Ben hier gekomen om +te jagen en niet om bergen te beklimmen!" + +"Wel, vriend Hod!" hernam Banks. "Zoo'n stoutmoedige bergbeklimmer +als gij, zal toch hier of daar wel eens een opstijging wagen?" + +"Nooit," riep de kapitein uit. + +"En waarom niet?" + +"'k Heb het beklimmen van bergen opgegeven!" + +"En sedert wanneer?....." + +"Sedert den dag toen het mij, na twintigmaal het leven er bij gewaagd +te hebben," antwoordde kapitein Hod, "eindelijk mocht gelukken den +top van den Vrigel, in het koninkrijk Bouthan te bereiken. Men had +me verzekerd, dat de top van dezen berg nooit door den voet van eenig +menschelijk wezen was betreden geworden! Mijn eigenliefde kwam er dus +bij in het spel! Nu, eindelijk, na duizend gevaren bereik ik den top +en wat zie ik? deze woorden in een rots gegrift: "Durand, tandmeester, +14, straat Caumartin te Parijs!" Sedert dien tijd bestijg ik geen +bergen meer!" + +Die goede kapitein! We mogen niet onvermeld laten, dat, toen hij ons +deze treurige omstandigheid vermeldde, hij zulk een dwaas gezicht trok, +dat het onmogelijk was niet hartelijk te lachen! + +Meermalen heb ik van de "sanitariums" van het schiereiland +gesproken. Deze stations in de bergen worden in den zomer druk bezocht +door de renteniers, de ambtenaren en de kooplieden van Indie, die de +brandende hitte der vlakte ontvlieden. + +Bovenaan staat Simla, gelegen op den een en dertigsten breedtegraad +en ten westen van den vijf en zeventigsten meridiaan. Het is een +klein hoekje van Zwitserland met zijn bergstroomen, zijn beken, zijn +chalets, bekoorlijk gelegen in de schaduw van ceders en pijnboomen, +op twee duizend meters boven het vlak der zee. + +Na Simla komt Dorjiling met zijn witte huizen, aan den voet van den +Kinchinjinga, twee duizend drie honderd meters hoog, op vijf honderd +kilometers ten noorden van Calcutta, op den zes en tachtigsten +lengtegraad en den zeven en twintigsten breedtegraad,--een +verrukkelijke plek in het schoonste land der wereld. + +Op verschillende punten van de Himalayaketen bevinden zich nog andere +sanitariums. + +En nu bij die frissche en gezonde stations, die het brandende +klimaat van Indie onmisbaar maakt, moet ons Stoomhuis gevoegd +worden. Maar dit hoort ons toe. Het biedt al de geriefelijkheid +aan der weelderigste woningen van het schiereiland. Er wacht ons in +een gelukkige luchtstreek, met al het genot van het moderne leven, +een kalmte, die men te vergeefs te Simla of te Dorjiling zou zoeken, +waar de Anglo-Indiers in menigte voorkomen. + +De plek is met zorg gekozen. De weg, die langs het onderste gedeelte +van den berg loopt, verdeelt zich op deze hoogte in tweeen ter +verbinding met eenige in het oosten en westen verspreide gehuchten. Het +dichtstbij gelegen dezer dorpen bevindt zich op vijf mijlen van het +Stoomhuis. Het wordt bewoond door een gastvrij ras van bergbewoners, +fokkers van geiten en schapen, bebouwers van rijke velden koren +en gerst. + +Dank zij de medewerking van ons personeel onder de leiding van Banks, +heeft het slechts eenige uren gekost om een kamp in orde te brengen, +waarin we gedurende zes of zeven weken moeten verblijven. + +Het bergvlak, waarop ons kamp gevestigd is, is zacht golvend +en heeft een lengte van ongeveer een mijl en een breedte van +een halve mijl. Het groene tapijt, dat het bedekt, bestaat uit +een kort, dicht, plucheachtig gras, hier en daar met viooltjes +bestrooid. Dichte boschjes van boomvormige rhododendrons, zoo groot +als kleine eikenboomen, natuurlijke korfjes met camelias, vormen er +een honderdtal bekoorlijke boeketten. De natuur heeft geen werklieden +van Ispahan of Smyrna noodig gehad om dit prachtig plantaardig tapijt +samen te stellen. Eenige duizenden zaadkorreltjes, op dien vruchtbaren +bodem door den zuidenwind medegevoerd, een weinig water, een weinig +zon, zijn voldoende geweest om dit zachte en onverslijtbaar weefsel +te fabriceeren. + +Verder prijkt het plateau met een dozijn prachtige boomgroepen. Het +is alsof zij zich losgemaakt hebben van het onmetelijke bosch, dat +de berghelling bedekt en tot een hoogte van zes honderd meters tegen +de naburige bergen opklimt. Ceders, eikenboomen, pendanus met lange +bladeren, beuken, ahornboomen vermengen zich met pisangboomen, bamboes, +magnolias, St. Jan's broodboomen en Japansche vijgeboomen. Sommigen +dezer reuzen spreiden hunne hoogste takken tot meer dan honderd +voet boven den grond uit. Zij schijnen op deze plek gebracht te +zijn met het doel een boschwoning te overschaduwen. Het Stoomhuis, +op het juiste tijdstip gekomen, heeft het landschap voltooid. De +koepelsgewijze daken zijner twee pagoden paren zich gelukkig met al +dat verschillende loof, met al die stijve of buigzame takken, die nu +eens kleine en teere bladeren als vlindervleugels, dan weder breede +en lange als Australische pagaaien dragen. De rijtuigentrein schuilt +weg onder een dicht bosch van groen en bloemen. Niets verraadt het +beweegbare huis en men zou zeggen, dat het een vaste woning was, +volkomen ingericht om niet van haar plaats te gaan. + +Achter, rechts van de schilderij, loopt een bergstroom, welks zilveren +band men tot een hoogte van verscheidene duizenden voeten langs de +helling van de bergsteilte kan volgen en die zich in een natuurlijk +bekken stort, dat door een groep heerlijke boomen overschaduwd wordt. + +Uit dit bekken vloeit het water als een beek weg, loopt door het +grasveld en eindigt in een ruischenden waterval, die in een afgrond +valt, welks diepte niet met den blik kan gepeild worden. + +Met ziet dat het Stoomhuis, wat de ligging betreft, het nuttige met +het aangename vereenigde. + +Begeeft men zich naar den voorsten rand der bergvlakte, dan ziet men, +dat zij zich boven een aantal minder belangrijke bergruggen uitstrekt, +die in reusachtige trappen naar de vlakte afdalen. De helling is zoo +zacht, dat men haar in haar geheel met den blik kan omvatten. + +Rechts is het eerste huis van het Stoomhuis schuins geplaatst, +zoodanig dat het gezicht van den zuidelijken horizont gespaard is, +zoowel voor het balkon der veranda als voor de zijramen van het salon, +de eetzaal en de kleine vertrekken links. Groote cederboomen breiden +hunne takken er boven uit en teekenen zich in zwarte lijnen scherp +af tegen den verren achtergrond der groote keten, die door de eeuwige +sneeuw bekleed wordt. + +Links is het tweede huis aangeleund tegen de zijde van een enorme rots +van graniet, door de stralen der zon verguld. Deze rots herinnert +zoowel door haar zonderlingen vorm als door haar warme kleur aan de +reusachtige "plumpudding" van steen, die Russell-Killough in zijn reis +door Zuid-Indie vermeldt. Van die woning, toegewezen aan den sergeant +Mac Neil en zijne metgezellen van het personeel, ziet men slechts de +zijde. Zij bevindt zich twintig passen van het voornaamste huis af, +als een aanhangsel eener belangrijker pagode. Aan het uiteinde van +een der daken, die haar bedekken, ziet men een klein blauwachtig +rookkolommetje uit het keuken-laboratorium van "monsieur" Parazard +ten hemel stijgen. Meer links bevindt zich een groep boomen op de +westelijke borstwering, als een voorpost van het bosch, en vormt deze +het zijplan van het landschap. + +Op den achtergrond, tusschen de twee woningen, vertoont zich een +reusachtige mastodont. Het is onze IJzeren Reus, die onder een +prieel van groote pendanus als in een koetshuis geborgen is. Met +zijn opgerichte tromp, zou men zeggen, dat hij er de bovenste takken +van af eet. Maar hij blijft stationnair en rust uit, ofschoon hij +volstrekt geen behoefte aan rast heeft. Thans de onwankelbare bewaker +van het Stoomhuis, verdedigt hij als een enorm autediluviaansch dier +er den toegang van. In tegenwoordigheid van de reusachtige bergketen, +die zich tot een hoogte van zes duizend meters boven het bergvlak +verheft, schijnt onze kunstmatige reus, waarmede de hand van Banks de +Hindoesche fauna verrijkt heeft, niets buitengewoons meer te hebben, +hoe kolossaal onze olifant ook zij, met andere woorden, hij past +volkomen in de schilderij van het landschap. + +Ja zelfs had kapitein Hod recht, toen hij niet zonder eenigen spijt +de aanmerking maakte: "Een vlieg op den gevel van een hoofdkerk!" + +En hij heeft volkomen gelijk. Achter ons toch bevindt zich een blok +van graniet, waarin men gemakkelijk duizend olifanten, zoo groot +als de onze, zou kunnen uithouwen en dit blok is slechts een van de +honderd treden van den trap, die naar den top van de bergketen leidt +en waarboven de Dwalaghiri zich met zijn scherpe spits verheft. + +Somwijlen daalt de hemel van dit tooneel voor het oog van den +waarnemer. Niet alleen verdwijnen de hooge toppen, maar ook de lager +gelegen bergrug van de keten verdwijnt een oogenblik onder de dikke +dampen, die zich van de middelste streek der Himalaya verheffen en het +geheele bovenste gedeelte in nevelen hullen. Het landschap verkleint +zich en dan is het alsof door een lichteffect de woningen, de boomen, +de naburige bergruggen en de IJzeren Reus zelf hunne werkelijke +grootte hernemen. + +Ook gebeurt het dat de nog lager hangende wolken door zekere vochtige +winden voortgedreven, zich onder het bergvlak ontrollen. Het oog +ziet dan slechts een golvende zee van wolken aan welker oppervlakte +de zon verwonderlijke lichtspelingen toovert. Dan is, zoowel in de +hoogte als in de laagte, de horizont verdwenen en schijnt het alsof +wij naar de een of andere streek van het luchtruim zijn overgebracht, +buiten de grenzen der aarde. + +Doch de wind loopt naar het noorden en, zich met geweld een weg +tusschen de openingen der keten banende, jaagt hij al die nevelen +uiteen, de zee van dampen verdicht zich bijna oogenblikkelijk, de +vlakte komt aan den zuidelijken horizont weder te voorschijn, de +grootsche gevaarten van het Himalayagebergte teekenen zich opnieuw +scherp af tegen den thans helderen hemel, de schilderij doet zich +wederom in al haar oorspronkelijke grootschheid voor en de blik, die +nu door niets meer beperkt wordt, kan langs een horizont van zestig +mijlen al de bijzonderheden onderscheiden van een onvergelijkelijk +schoon panorama. + + + + + + +XVIII. + +MATTHIAS VAN GUITT. + + +Den volgenden dag, den 26n Juni, werd ik bij het aanbreken van den +dageraad door het geluid van bekende stemmen gewekt. Ik stond dadelijk +op. Kapitein Hod en zijn oppasser Fox hadden een druk gesprek in de +eetzaal van het Stoomhuis. Ik voegde mij dadelijk bij hen. + +Op hetzelfde oogenblik verliet Banks zijn kamer en werd dadelijk door +den kapitein met zijn luidklinkende stem toegesproken: + +"Wel, vriend Banks," zeide hij tot hem, "eindelijk zijn we dan toch +in een goede haven aangekomen! Ditmaal is het voor goed. 't Is nu +geen halt meer van eenige uren, maar een verblijf van eenige maanden." + +"Ja, waarde Hod," antwoordde de ingenieur, "en nu kunt ge uw jachten +op uw gemak organiseeren. De fluit van den IJzeren Reus zal u niet +meer in het kamp terugroepen." + +"Hoor je, Fox?" + +"Ja, kapitein," antwoordde de oppasser. + +"De hemel sta me bij!" riep Hod uit, "maar 'k verzeker je, dat ik +ons sanitarium niet verlaat voordat ik mijn vijftigsten geschoten +heb! Mijn vijftigsten, Fox! 'k Heb zoo'n idee, dat die al bijzonder +moeilijk te snappen zal zijn!" + +"Toch zal men hem snappen," antwoordde Fox. + +"Hoe kom je aan dat idee, kapitein Hod?" vroeg ik. + +"Wat zal 'k je zeggen, Maucler, 't is een voorgevoel, niets anders!" + +"Dus," zei Banks, "ga je vandaag den veldtocht al openen?" + +"Vandaag al," antwoordde kapitein Hod. "We zullen beginnen met het +terrein te verkennen, en de onderste streek gaan doorzoeken tot de +bosschen van Tarryani. Als de tijgers die streek maar niet verlaten +hebben!" + +"Waarom zou je dat denken?..." + +"En, mijn slechte veine?" + +"Slechte veine!... in de Himalaya!..." antwoordde de ingenieur. "Is +dat mogelijk!" + +"Nu, we zullen zien!--Je gaat toch mede, Maucler?" vroeg kapitein Hod, +zich tot mij wendende. + +"Ja zeker." + +"En gij, Banks?" + +"Ik ook," antwoordde de ingenieur, "en 'k denk dat Munro zich bij u +zal voegen, zooals ik het doen zal... als liefhebber!" + +"Nu, mij wel!" antwoordde kapitein Hod, "als liefhebbers, maar dan toch +als goed gewapende liefhebbers! Men kan daar moeilijk gaan wandelen +met een rotting in de hand! Dat zou vernederend zijn voor de wilde +dieren van Tarryani!" + +"Dat is dus afgesproken!" antwoordde de ingenieur. + +"En nu, Fox," hernam de kapitein, zich tot zijn oppasser richtende, +"geen vergissingen, dezen keer! We zijn in het land der tijgers! Vier +Enfield-karabijnen voor den kolonel, Banks, Maucler en mij, twee +geweren met ontplofbare kogels voor jou en Goumi." + +"Wees gerust, kapitein," antwoordde Fox. "'t Wild zal zich niet te +beklagen hebben!" + +Deze dag zou dus gewijd zijn aan de verkenning van het bosch van +Tarryani, dat het onderste gedeelte van de Himalayaketen onder ons +sanitarium, bedekt. Tegen elf uren dus, na het ontbijt, daalden we, +Sir Edward Munro, Banks, Hod, Fox, Goumi en ik, allen goed gewapend, +den weg af, die schuins naar de vlakte loopt, na gezorgd te hebben +de twee honden in het kamp achter te laten, die we op dezen tocht +niet noodig hadden. + +Sergeant Mac Neil was met Storr, Kalouth en den kok in het Stoomhuis +gebleven om de laatste hand aan onze installatie te leggen. Na +een reis van twee maanden, was het noodig dat de IJzeren Reus in- +en uitwendig onderzocht, schoon gemaakt en opgeknapt werd. Dat was +een lange, nauwkeurige, moeielijke arbeid, die zijn gewonen cornacs, +den stoker en den machinist niet veel rust zou geven. + +Ten elf ure hadden wij het sanitarium verlaten en eenige minuten +daarna, bij de eerste kromming van den weg, hadden we het Stoomhuis +achter het dichte geboomte uit het oog verloren. + +Het regende niet meer. Een frissche wind uit het noordoosten joeg het +zwerk in de hooge streken van den dampkring met drift voort. De hemel +was grijs,--de temperatuur zeer geschikt voor voetgangers; maar nu +ook miste men de schilderachtige afwisseling van licht en schaduw, die +zulk een eigenaardige bekoorlijkheid aan de groote bosschen verleent. + +Een recht eind wegs van twee duizend meters af te dalen, zou het +werk van vijf en twintig a dertig minuten geweest zijn, maar nu die +weg zich verlengde door al de bochten, waardoor de steile hellingen +vermeden werden, was er meer tijd toe noodig. We hadden niet minder dan +anderhalf uur noodig om den bovensten zoom van de bosschen van Tarryani +op vijf of zes honderd voet boven de vlakte te bereiken. Natuurlijk +werd de weg in vroolijke stemming afgelegd. + +"Opgepast!" zei kapitein Hod. "We komen nu op het domein der tijgers, +leeuwen, panters, luipaarden en andere lieve diertjes van de streek +der Himalaya-bergen. 't Is goed om de wilde dieren te dooden, maar +'t is beter niet door hen gedood te worden! Laten we ons dus niet +van elkander verwijderen en voorzichtig zijn!" + +Zulk een aanbeveling in den mond van den koenen jager was geld +waard. Ook stelden we haar allen op prijs. De karabijnen en de geweren +waren geladen, de hanen gespannen. Wij bereidden ons op alles voor. + +Doch het waren niet alleen de verscheurende dieren, waartegen wij op +onze hoede moesten zijn, maar ook de slangen, waarvan de gevaarlijkste +in de wouden van Indie worden aangetroffen. De "belongas," de groene +slangen, de zweepslangen en nog zooveel andere soorten zijn zeer +vergiftig. Het aantal slachtoffers, die jaarlijks ten gevolge van de +beten dezer kruipende dieren omkomen, is vijf- of zesmaal grooter +dan dat der huisdieren of der menschen, die ten prooi der wilde +beesten bezwijken. + +Het is dan ook in deze streken meer dan ooit zaak op alles te letten, +goed toe te zien waar men den voet zet, waar men de hand steunt, +het oor te leenen aan de minste geruchten, die uit het gras of van +tusschen de struiken voortkomen. + +Het was half een uur toen wij onder de groote boomen aan den zoom +van het bosch aankwamen. Hunne hooge takken breidden zich boven +eenige breede lanen uit, waardoor de IJzeren Reus, gevolgd door den +trein, dien hij zooals gewoonlijk voorttrok, gemakkelijk had kunnen +passeeren. Werkelijk was dan ook dit gedeelte van den weg sedert +lang in gebruik voor het vervoer van het door de bergbewoners in den +handel gebrachte hout, hetgeen te zien was aan de versche sporen in +de weeke klei. Deze groote lanen liepen in de richting der keten +en, in de lengte loopende van het Tarryani-woud, verbonden zij de +door den bijl van den houthakker hier en daar opengehouden plekken; +maar aan elke zijde namen zij smalle voetpaden op, die zich onder +ondoordringbaar kreupelhout verloren. + +Wij volgden dus deze lanen, meer als landmeters dan als jagers, +teneinde hare algemeene richting te verkennen. Geen gehuil verstoorde +de stilte in het diepst van het woud. Groote, versche in den bodem +achtergelaten indrukselen evenwel, waren het bewijs dat de roofdieren +het woud van Tarryani niet verlaten hadden. + +Eensklaps, op het oogenblik dat wij een van de bochten der laan +doorliepen, die op deze plaats door den voet van een berg van de +rechte lijn was afgeweken, deed een uitroep van kapitein Hod, die +vooruitliep, ons stilstaan. + +Op twintig schreden van ons af, aan den hoek van een open plek in +het bosch, omzoomd door groote pendanus, verhief zich een gebouwtje +van vrij zonderlingen vorm. Het was geen huis, want het had noch +schoorsteen, noch vensters. Het was ook geen jagershut, want het +had noch schietgaten, noch openingen voor deuren en vensters. Men +zou het eerder voor een Hindoesche grafplaats hebben kunnen houden, +verloren in het diepst van dit woud. + +Men stelle zich namelijk een soort van lang vierkant voor, samengesteld +uit boomstammen, vertikaal tegen elkander geplaatst, die stevig in +den grond geheid en aan hun bovenste gedeelte door een dikken band +van takken verbonden waren. Als dak andere dwarsstammen, stevig aan +de opgaande stammen bevestigd. + +Blijkbaar had de bouwer zijn best gedaan het gebouwtje tegen alle +uitwendige invloeden bestand te maken. Het was ongeveer zes voet +hoog, twaalf lang en vijf breed, Het had schijnbaar geen opening, +behalve aan den voorgevel, alwaar zij door een zwaren balk, waarvan +het afgeronde hoofd iets boven het dak uitstak, verborgen was. + +Boven het dak uit waren lange, buigzame staken opgericht, op een +zonderlinge wijze met elkander verbonden. Aan het uiteinde van een +horizontale spaak, die deze stelling torschte, hing een lus, of liever +een ring, gevormd door een dikke vlecht lianen. + +"Wat is dat?" riep ik uit. + +"Dat is eenvoudig," antwoordde Banks, na alles goed opgenomen te +hebben, "een muizenval, maar 'k geef je te raden, mijne vrienden, +welke muizen zij bestemd is te vangen!" + +"Een tijgerval?" riep kapitein Hod uit. + +"Ja," antwoordde Banks, "een tijgerval, waarvan de deur, gesloten +door den balk, die door dezen strik van lianen gedragen werd +is nedergevallen, omdat de wipplank van binnen door een dier is +aangeraakt." + +"Voor het eerst," antwoordde Hod, "zie ik in een bosch van Indie een +val van deze soort. Een muizenval, je hebt gelijk! Maar dat is een +jager onwaardig!" + +"Een tijger ook," voegde Fox er bij. + +"Zeer zeker," antwoordde Banks, "maar zoo het er op aankomt deze woeste +dieren te vernietigen en niet ze voor pleizier te jagen, dan is de +beste val die, welke de meeste vangt. Nu komt deze mij werkelijk +schrander gesteld voor om wilde beesten te lokken en gevangen te +houden, hoe wantrouwig en sterk ze ook zijn!" + +"En daar," zei toen kolonel Munro, "het evenwicht der wipplank, die +de deur van den val ophield, verbroken is, is het waarschijnlijk dat +werkelijk een dier zich heeft laten vangen." + +"We zullen het gauw weten!" riep kapitein Hod uit, "en als de muis +niet dood is!..." + +Dit zeggende gaf de kapitein het voorbeeld en hield zich gereed zijn +karabijn aan te leggen, hetgeen door allen gevolgd werd. + +Natuurlijk twijfelden wij geen oogenblik of dit gebouwtje was +werkelijk een val van die soort, welke dikwijls in de bosschen van Java +wordt aangetroffen. Doch, al was het niet het werk van een Hindoe, +dan beantwoordde het toch ten volle aan al de voorwaarden die deze +vernielingswerktuigen zoo praktisch maken, buitengewone gevoeligheid, +gepaard aan beproefde stevigheid. + +Nadat onze beschikkingen genomen waren, naderden kapitein Hod, +Fox en Goumi den val, dien zij eerst van alle kanten wilden +opnemen. Ongelukkig was er geen opening tusschen de vertikale stammen, +die hun veroorloofde een blik in het inwendige te slaan. + +Zij luisterden met de grootste aandacht. Geen enkel geluid verried +de tegenwoordigheid van een levend wezen binnen het houten vierkant, +zoo stom als het graf. + +Kapitein Hod en zijne metgezellen kwamen aan de voorzijde terug. Zij +overtuigden zich, dat de beweegbare balk in twee groote vertikaal +gestelde groeven gegleden was. Men behoefde hem dus slechts op te +lichten om tot het inwendige van den val door te dringen. + +"Niet het minste geluid!" zei kapitein Hod, die zijn oor tegen de +deur had aangelegd, "geen zuchtje zelfs! De muizenval is ledig!" + +"Het doet er niet toe, weest voorzichtig!" antwoordde kolonel Munro. + +En hij zette zich op een boomstam, links van de open plek. Ik plaatste +mij naast hem. + +"Kom Goumi!" zei kapitein Hod. + +Goumi, vlug, hoewel klein van persoon, toch slank, snel in zijn +bewegingen als een aap, lenig als een luipaard, een echte Hindoesche +clown, begreep wat de kapitein wilde. Door al deze hoedanigheden +was hij de aangewezen persoon voor den dienst, welken men van hem +verwachtte. Met een sprong was hij op het dak van den val en in een +oogenblik had hij een der staken bereikt die de bovenste stelling +vormden. Daarna liet hij zich langs de spaak, die tot hefboom diende, +tot den ring van lianen afglijden en door zijn gewicht boog hij haar +tot het boveneinde van den balk, die de opening sloot. + +Deze ring werd vervolgens in een keep boven aan den balk geschoven en +nu had men niets anders te doen dan even te wippen, door het andere +uiteinde van de spaak of hefboom naar beneden te drukken. + +Maar toen moesten al de vereenigde krachten van onzen kleinen troep +te hulp geroepen worden. Kolonel Munro, Banks, Fox en ik, we begaven +ons dus achter den val om deze beweging voort te brengen. + +Goumi was in de stelling gebleven, om den hefboom los te maken, +ingeval hij door eenigen hinderpaal belet werd vrij te werken. + +"Mijne vrienden," riep kapitein Hod ons toe, "als het noodig is dat +ik me bij je voeg, kom ik, maar als je 't zonder me kunt doen, blijf +ik liever bij de opening staan. Als er dan althans een tijger uit +tevoorschijn komt, begroet ik hem in het voorbijgaan met een kogel!" + +"En telt die dan voor den twee en veertigsten?" vroeg ik den kapitein. + +"Waarom niet?" antwoordde Hod. "Als hij onder mijn schot valt, zal +hij altijd in volle vrijheid gevallen zijn!" + +"Laten we het vel van den beer niet verkoopen....." hernam de +ingenieur, "voordat hij geschoten is!" + +"Vooral als die beer wel eens een tijger kon zijn!....." voegde +kolonel Munro er bij. + +"Tegelijk, mijne vrienden," riep Banks, "tegelijk!" + +De balk was zwaar en gleed slecht in zijn sponningen. Toch gelukte +het ons hem in beweging te brengen, hij schommelde een oogenblik en +bleef een voet van den grond af hangen. + +Kapitein Hod trachtte in half gebogen houding, met aangelegde karabijn, +te zien of er geen enorme poot of open muil in de opening van den +val te voorschijn kwam, doch niets vertoonde zich nog. + +"Nog een poging, mijne vrienden!" riep Banks. + +En dank zij Goumi, die het achtereinde van den hefboom eenige schokken +kwam geven, werd de balk langzamerhand in de hoogte geheschen. Weldra +was de opening wijd genoeg om zelfs een groot dier door te laten. + +Doch er vertoonde zich geen dier, welk ook. + +Evenwel was het mogelijk, dat, tengevolge van al het leven in den +omtrek van den val, de gevangene in het achterste gedeelte van zijn +gevangenis de wijk had gekomen. Misschien zelfs wachtte hij slechts +op het geschikte oogenblik om zijn sprong te nemen, iedereen omver +te werpen, die zich tegen zijn vlucht zou verzetten en in het dichtst +van het woud te verdwijnen. + +Het was waarlijk een kritiek oogenblik. + +Kapitein Hod deed nu eenige schreden voorwaarts met den vinger aan +den trekker van zijn karabijn en spande zich in om met den blik tot +in het achterste gedeelte van den val door te dringen. + +Eindelijk was de balk geheel opgelicht en stroomde het licht door de +opening naar binnen. + +Op dit oogenblik meende men door de wanden van den val heen een +lichte beweging te vernemen, daarna een dof geronk of liever een +geducht gegeeuw, dat ik zeer verdacht vond. + +Hoogst waarschijnlijk was daar een dier, dat sliep en dat we plotseling +hadden wakker gemaakt. + +Kapitein Hod kwam nog wat naderbij en richtte zijn karabijn op iets, +dat hij in de halve duisternis zag bewegen. + +Eensklaps bewoog zich iets van binnen en weerklonk een kreet van +schrik, die dadelijk gevolgd werd door deze woorden, in goed Engelsch +uitgesproken: + +"Schiet niet, in God's naam! Schiet niet!" + +Daar sprong een man buiten den val. + +We waren zoo verbaasd, dat wij den balk loslieten en hij met een dof +geluid voor de opening neerviel, die hij wederom sloot. + +Intusschen liep deze zoo geheel onverwachte persoon op kapitein Hod +toe, wiens karabijn hem steeds bleef bedreigen, en zeide op een vrij +verwaanden toon, gepaard met een sprekend gebaar: + +"Wees zoo goed, mijnheer, en wend uw wapen af. Ge hebt met geen tijger +van Tarryani te doen!" + +Kapitein Hod bracht na eenige aarzeling zijn karabijn in een minder +gevaarlijke positie. + +"Tot wien hebben we de eer te spreken?" vroeg Banks. + +"Tot den natuurkundige Matthias van Guitt, gewoon leverancier van +dikhuidige dieren, luiaards, zoolgangers, snuitdragers, verscheurende +en andere zoogdieren voor het huis Charles Rice van Londen en het +huis Hagenbeck van Hamburg!" + +Vervolgens een zwierig gebaar in de rondte makende: + +"En de heeren?...." + +"Kolonel Munro en zijne reisgenooten," antwoordde Banks, ons met de +hand aanduidende. + +"Op een wandeling in de wouden van het Himalayagebergte!" hernam de +leverancier. "Werkelijk een bekoorlijk tochtje! Uw onderdanige dienaar, +mijne heeren, uw onderdanige dienaar!" + +Wie was de origineel met wien we te doen hadden? Zijne hersenen +waren toch niet gekrenkt tengevolge zijner gevangenschap in den +tijgerval? Was hij krankzinnig of bij zijn verstand? Tot welke +categorie van tweehandige schepselen behoorde toch dat wezen? + +We zouden het spoedig weten en in het vervolg leerden wij dat +zonderlinge personage, dat zich natuurkundige noemde en het inderdaad +geweest was, beter kennen. + +De heer Matthias van Guitt, leverancier van menagerieen, droeg een +bril en was vijftig jaar oud. Zijn glad gelaat, zijn knippende oogen, +zijn neus in den wind, de aanhoudende beweeglijkheid van zijn geheelen +persoon, zijn levendige gebaren bij elken volzin, die aan zijn wijden +mond ontrolde, dat alles deed hem kennen als het overbekende type +van den reizenden komediant. Wie heeft niet hier of daar een van die +acteurs ontmoet, wier geheele leven verloopt tusschen het voetlicht en +den achtergrond van een tooneel? Als onvermoeide praters, vervelende +gebarenmakers, bluffers met zich zelve ingenomen, dragen ze het hoofd +hoog, dat te ledig is in den ouderdom om op jeugdigen leeftijd ooit +goed gevuld geweest te zijn. Werkelijk had Matthias van Guitt veel +van den ouden komediespeler. + +Misschien heeft men de aardige anecdote wel eens hooren vertellen, +betreffende dien armen drommel van een zanger, die elk woord van zijn +rol door een bijzonder gebaar meende te moeten doen vergezeld gaan. + +Hief hij bijvoorbeeld in de opera Masaniello uit volle borst aan: + + + Als van een Napelschen visscher.... + + +dan zwaaide hij zijn rechter arm, naar de zaal uitgestrekt, +koortsachtig alsof hij een snoek aan zijn hengel had, die den haak +had ingeslikt. Daarna voortgaande: + + + De hemel een monarch wilde maken, + + +terwijl hij een zijner handen naar boven uitstak om den hemel aan te +wijzen, vertoonde de andere, een kring om zijn fier opgericht hoofd +beschrijvende, een koningskroon. + + + + Zich verzettende tegen de beslissing van het noodlot, + + +zijn geheele lichaam bood hevig weerstand tegen een kracht, die poogde +hem achterover te doen vallen. + + + + Zou hij, zijn bootje besturende, zeggen.... + + + +en nu bewogen zich zijn beide armen snel van links naar rechts en +van rechts naar links, alsof hij den wrikriem behandelde en toonde +hij daarmede zijne handigheid in het besturen van een bootje. + +Welnu, dergelijke gebaren, die vermelden zanger tot een tweede natuur +geworden waren, waren nagenoeg die van den leverancier Matthias van +Guitt. Hij maakte in zijn spreken slechts van uitgezochte termen +gebruik en moest voor hem, die met hem sprak en zich niet buiten het +bereik zijner gebaren kon stellen, al zeer hinderlijk zijn. + +Zooals wij later van hem zelven vernamen was Matthias van Guitt +oud-hoogleeraar in de natuurkunde, die evenwel niet veel succes van +zijn professoraat gehad had. Het is zeker, dat de waardige man veel +stof tot lachen moest geven en dat, zoo hij al veel toehoorders kreeg, +dit meer was om zich te vermaken, dan om te leeren. Het kwam eindelijk +zoo ver, dat het hem begon te vervelen zonder succes de theoretische +zooelogie te onderwijzen en hij liever naar de Indien ging om de +practische zooelogie te bestudeeren. Deze soort van handel beviel hem +beter en hij werd aangesteld als leverancier der belangrijke huizen +van Hamburg en Londen, die meerendeels de publieke en bijzondere +diergaarden der twee werelden voorzien. + +En de reden waarom Matthias van Guitt zich thans in Tarryani ophield, +was dat een belangrijke bestelling van wilde dieren voor Europa hem +daar gebracht had. Inderdaad was zijn kamp niet meer dan twee mijlen +van den val verwijderd, waaruit wij hem pas verlost hadden. + +Maar hoe kwam toch de leverancier in den val? Dit was de eerste vraag, +die Banks hem deed en ziehier wat hij antwoordde in een taal door +een menigte gebaren opgeluisterd: + +"Het was gisteren. De zon had reeds de helft van haar dagelijkschen +weg afgelegd, toen de gedachte bij mij opkwam een der tijgervallen te +gaan bezoeken, door mijne handen gesteld. Ik verliet dus mijn kraal, +dien ge wel met een bezoek zult willen vereeren, mijne heeren, en ik +kwam op deze open plek in het bosch. 'k Was alleen, mijn personeel +hield zich met allernoodzakelijkste bezigheden onledig en ik had +er hen niet in willen stooren. Dat was onvoorzichtig. Toen ik mij +voor den val bevond, zag ik dadelijk dat de schuifdeur, door den +beweeglijken balk gevormd, was opgehaald, waaruit ik niet zonder een +logische opeenvolging van feiten besloot, dat zich tot nog toe geen +wild dier in den val had laten vangen. Evenwel wilde ik mij overtuigen +of het lokaas nog altijd aanwezig was en de wipplank goed werkte. Met +een handige kruipende beweging, sloop ik dus door de nauwe opening." + +En met een sierlijk gebaar bootste Matthias van Guitt de beweging na +van een slang, die door het hooge gras kruipt. + +"Achter in den val gekomen," hernam de leverancier, "verzekerde ik mij +dat het stuk geitenvleesch, waarvan de reuk de gasten van dit gedeelte +van het bosch moest aantrekken, onaangeroerd was. Toen ik wilde +heengaan, stootte ik onwillekeurig met mijn arm tegen de wipplank, +de stelling boven ontspande zich, de schuifdeur viel neder en 'k was +in mijn eigen val gevangen, zonder eenig middel er uit te komen." + +Hier hield Matthias van Guitt even op om al het ernstige van zijn +toestand te doen begrijpen. + +"Evenwel, mijne heeren," hernam hij, "wil ik u niet verzwijgen, +dat ik de zaak eerst geheel van haar komieke zijde beschouwde. 'k +Was gevangen, goed! Geen cipier om de deur mijner gevangenis te +openen, volkomen waar! Maar ik verkeerde in het gelukkige denkbeeld, +dat mijne onderhoorigen, zoodra ze mij niet zagen terugkeeren, zich +over mijn langdurige afwezigheid ongerust zouden maken en nasporingen +zouden gaan doen, die vroeger of later met een goeden uitslag zouden +bekroond worden. 't Was slechts een quaestie van tijd. 'k Gaf mij +dus, om den tijd door te brengen, aan mijne overpeinzingen over en +uren verliepen, zonder dat iets verandering in mijn toestand kwam +brengen. Toen de avond gevallen was, begon de honger zich te doen +gevoelen en 't beste wat ik meende te kunnen doen, was in den slaap +verlichting van mijn leed te zoeken. 'k Nam dus vrij philosophisch +mijn partij en 'k viel in een diepen slaap. De nacht was kalm te +midden van de diepe stilte des wouds. Niets verstoorde mijn slaap en +misschien zou ik op dit oogenblik nog slapen, zoo een vreemd geluid me +niet gewekt had. De schuifdeur van den val werd opgehaald, het licht +drong in stroomen mijn duister verblijf binnen en 'k had niet anders +te doen dan naar buiten te snellen!..... Wat was ik verschrikt toen +ik het doodelijk werktuig op mijn borst gericht zag! Een oogenblik en +'k was getroffen! Het uur van mijn verlossing zou het laatste mijns +levens geweest zijn!..... Maar mijnheer de kapitein wilde wel een +schepsel van zijn soort in mij zien..... en er blijft mij nog slechts +over u te danken, mijne heeren, mij de vrijheid te hebben weergegeven." + +Dit was het verhaal van den leverancier. Ik moet bekennen, dat we +niet zonder moeite een glimlach konden weerhouden, dien zijn toon en +zijn gebaren ons ontlokten. + +"Dus, mijnheer," vroeg Banks hem, "is uw kamp in dit gedeelte van +Tarryani gevestigd?" + +"Ja, mijnheer," antwoordde Matthias van Guitt. "Zooals ik het genoegen +had u medetedeelen, is mijn kraal niet meer dan twee mijlen van hier +verwijderd, en mocht u hem met uwe tegenwoordigheid willen vereeren, +zal ik zeer gelukkig zijn er u te ontvangen." + +"Ongetwijfeld, mijnheer van Guitt," antwoordde kolonel Munro, "zullen +we u een bezoek komen brengen!" + +"We zijn jagers," voegde kapitein Hod er bij, "en de inrichting van +een kraal boezemt ons veel belang in." + +"Jagers!" riep Matthias van Guitt uit, "jagers!" + +En er kwam een uitdrukking op zijn gelaat, waaruit te lezen was, +dat hij de zonen van Nimrod nu juist niet veel telde. + +"U jaagt op wilde dieren.... om ze te dooden zeker?" hernam hij, +zich tot den kapitein wendende. + +"Alleen om ze te dooden," antwoordde Hod. + +"En ik, alleen om ze te vangen!" zei de leverancier, met een zeker +gevoel van fierheid. + +"Welnu, mijnheer van Guitt, we zullen, hoop ik, geen concurrenten +zijn!" antwoordde kapitein Hod. + +De leverancier schudde het hoofd. Intusschen belette onze hoedanigheid +van jager niet zijne uitnoodiging aan te nemen. + +"U hebt me slechts te volgen, mijne heeren!" zeide hij bevallig +buigende. + +Doch op dit oogenblik deden zich verscheidene stemmen in het bosch +hooren en verscheen een half dozijn Hindoes om den hoek der groote +laan, die aan geene zijde der open plek begon. + +"O! daar zijn mijn onderhoorigen," zei Matthias van Guitt. + +Daarna kwam hij naar ons toe met den vinger op den mond en zeide, +de lippen een weinig vooruitstekende: + +"Geen woord over ons avontuur! Het personeel van den kraal moet niet +weten, dat ik me als een gewoon dier in mijn eigen val heb laten +vangen! Dat zou het gevoel van onderdanigheid, dat ze jegens mij +koesteren kunnen verzwakken!" + +Een teeken van instemming onzerzijds stelde den leverancier gerust. + +"Meester," zei toen een der Hindoes, wiens strak maar schrander gelaat +mijn aandacht trok, "meester, we zoeken u sedert langer dan een uur +zonder u......" + +"'k Heb kennis gemaakt met deze heeren, die me wel tot onzen kraal +willen vergezellen," antwoordde van Guitt. "Maar voordat we op weg +gaan, dient deze val in orde gebracht te worden." + +Op bevel van den leverancier, gingen de Hindoes over tot het op nieuw +stellen van den val. + +Inmiddels noodigde Matthias van Guitt ons uit het inwendige van den +val te onderzoeken. Kapitein Hod sloop er na hem in en ik volgde hem. + +De plaats was wel wat bekrompen voor de gebaren van onzen gastheer, +die zich weerde alsof hij in een salon geweest was. + +"'k Maak u mijn kompliment," zei kapitein Hod, na den toestel bekeken +te hebben. "'t Is waarlijk vernuftig bedacht." + +"'k Kan u verzekeren, mijnheer de kapitein," antwoordde Matthias +van Guitt, "dat deze soort van vallen verre de voorkeur verdient +boven de oude kuilen, voorzien van palen van gehard hout en de +buigzame als bogen gespannen boomen, van een strik voorzien. In het +eerste geval wordt de buik opengereten, in het tweede wordt het dier +geworgd. Nu komt er dat weinig op aan als het alleen te doen is om +de wilde dieren te dooden! Maar ik moet ze levend, volkomen gaaf, +zonder gebreken hebben!" + +"'t Is duidelijk," antwoordde kapitein Hod, "dat we niet op dezelfde +wijze te werk gaan." + +"De mijne is zeker wel de beste!" hernam de leverancier. "Als men de +wilde dieren raadpleegde....." + +"Maar ik raadpleeg ze niet!" antwoordde de kapitein. + +Het bleek, dat kapitein Hod en Matthias van Guitt wel eenige moeite +zouden hebben elkander te verstaan. + +"Maar," vroeg ik den leverancier, "hoe doet u om deze dieren uit den +val te halen?" + +"Er wordt een kooi op rollen voor de opening geplaatst, antwoordde +Matthias van Guitt, "de gevangenen gaan er uit zich zelve in over en +'k heb niets anders te doen dan ze naar den kraal over te brengen, +met den bedaarden en langzamen stap van mijn tamme buffels." + +Nauwelijks had hij deze woorden uitgesproken, of er deed zich buiten +een geschreeuw hooren. + +Onze eerste beweging, van kapitein Hod en mij, was ons buiten den +val te storten. + +Wat was er gebeurd? + +Een zweepslang van de boosaardigste soort was door een stokje dat +een Hindoe in de hand hield, door midden geslagen en wel op hetzelfde +oogenblik dat het vergiftige dier zich op den kolonel wierp. + +Het was dezelfde Hindoe, dien ik reeds had opgemerkt. Zijn snelle +tusschenkomst had ongetwijfeld Sir Edward Munro van een onmiddellijken +dood gered, waarvan we ons allen konden overtuigen. + +Werkelijk kwam het geschreeuw, dat we gehoord hadden, van een der +bedienden van den kraal, die zich in de laatste stuiptrekkingen van +den doodstrijd op den grond lag te wringen. + +Een betreurenswaardig noodlot wilde, dat de kop der slang, glad +afgesneden, op zijn borst was terecht gekomen, alwaar hij zich met +de tanden had vastgehecht, zoodat de ongelukkige, doordrongen van het +scherpe vergif, in minder dan een minuut den laatsten adem uitblies, +zonder dat het mogelijk was hem hulp te verleenen. + +In het eerste oogenblik, ontzet door dit vreeselijk tooneel, snelden +we op den kolonel toe. + +"Ben je niet gebeten?" vroeg Banks, die hem haastig bij de hand vatte. + +"Neen, Banks, stel je gerust," antwoordde Sir Edward Munro. + +Vervolgens, zich oprichtende en op den Hindoe toetredende, wien hij +het leven verschuldigd was, zeide hij tot hem: + +"Dank, mijn vriend." + +De Hindoe gaf hem met een gebaar te kennen, dat hem daarvoor volstrekt +geen dank verschuldigd was. + +"Hoe is je naam?" vroeg kolonel Munro hem. + +"Kalagani," antwoordde de Hindoe. + + + + + + +INHOUD. + + + I. Een vogelvrij verklaarde 1 + II. De kolonel Munro 12 + III. De opstand der Sipayers 26 + IV. In de grotten van Ellora 40 + V. De IJzeren Reus 52 + VI. Eerste halten 63 + VII. De bedevaartgangers van den Phalgou 78 + VIII. Eenige uren te Benares 92 + IX. Allahabad 107 + X. Via Dolorosa 118 + XI. De verandering van moesson 127 + XII. Driedubbele vuren 140 + XIII. Heldendaden van kapitein Hod 152 + XIV. Een tegen drie 167 + XV. De Pal van Tandit 182 + XVI. De dwalende vlam 191 + XVII. Ons sanitarium 200 + XVIII. Matthias van Guitt 211 + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Onderkoning, prins, regent. + +[2] Een vrouw zonder titel, die een baronet of ridder huwt, neemt den +titel aan van lady, voor den naam haars mans. Maar deze benaming van +lady mag den doopnaam niet voorafgaan; dit is alleen het geval met +de dochters van pairs. + +[3] Naam der palankijndragers in Indie. + +[4] Ongeveer 8 kilometers. + +[5] Toestel om bij werktuigen eene ronddraaiende beweging in eene +rechtlijnige te veranderen. + +[6] De in de Indische godenleer voorkomende tien gedaanten van dieren +en menschen, die Vishnoe, naar men beweert, heeft aangenomen. + +[7] Sedert dien tijd is de kerk, aan de herinnering gewijd, +voltooid. Op marmeren platen herinneren opschriften aan de ingenieurs +van den Oostindische spoorweg, die tijdens den grooten opstand van +1857 aan ziekte of aan hunne wonden stierven, aan de officieren, +sergeants en soldaten van het 34e regiment van het koninklijke +leger, gedood in den strijd van den 17n November voor Cawnpore, aan +kapitein Stuart Beatson, de officieren, mannen en vrouwen van het +32e regiment, gestorven gedurende de belegeringen van Cawnpore en +Lucknow of gedurende de omwenteling, aan de martelaressen eindelijk +van Bibi-Ghar, vermoord in Juli 1857. + +[8] Omstreeks zeven honderd dertig millimeters. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het Stoomhuis, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET STOOMHUIS *** + +***** This file should be named 33075.txt or 33075.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/3/0/7/33075/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
