summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/33075-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/33075-8.txt')
-rw-r--r--old/33075-8.txt9508
1 files changed, 9508 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/33075-8.txt b/old/33075-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..ddafe75
--- /dev/null
+++ b/old/33075-8.txt
@@ -0,0 +1,9508 @@
+The Project Gutenberg EBook of Het Stoomhuis, by Jules Verne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het Stoomhuis
+ De IJzeren Reus
+
+Author: Jules Verne
+
+Release Date: July 4, 2010 [EBook #33075]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET STOOMHUIS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Wonderreizen.
+
+
+ Jules Verne.
+
+
+ Het Stoomhuis.
+
+ De IJzeren Reus.
+
+
+
+ Rotterdam.--Jacs. G. Robbers.
+
+
+
+
+
+
+ Gedrukt bij G.J. Thieme te Arnhem.
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+EEN VOGELVRIJVERKLAARDE.
+
+
+»Eene belooning van duizend gulden aan hem, die dood of levend een
+der oude hoofden van den opstand der Sipayers uitlevert, gezien in
+het presidentschap van Bombay, den nabob [1] Dandou-Pant, meer bekend
+onder den naam van...."
+
+Dit was de bekendmaking, die de inwoners van Aurungabad konden lezen
+in den avond van den 6n Maart 1867.
+
+De laatste naam,--door sommigen verfoeid en voor altijd vervloekt,
+door anderen in het geheim bewonderd,--ontbrak aan de afkondiging,
+die voor korten tijd was aangeplakt op den muur van een bouwvalligen
+bungalow, aan den oever der Doudhma.
+
+Die naam ontbrak, omdat de onderste hoek van het aanplakbiljet,
+waar hij in groote letters gedrukt stond, was afgescheurd door de
+hand van een fakir (Mohamedaanschen bedelmonnik), die dit op den
+toen verlaten oever onopgemerkt had kunnen doen. Tegelijk met dien
+naam was ook de naam verdwenen van den gouverneur-generaal van het
+presidentschap van Bombay, die met den onderkoning van Indië de
+afkondiging onderteekend had.
+
+Wat zou den fakir toch tot deze handeling bewogen hebben? Hoopte
+hij door het verscheuren van deze bekendmaking, dat de opstandeling
+van 1857 aan de algemeene vervolging en bestraffing van zijn persoon
+zou ontsnappen? Kon hij werkelijk gelooven, dat zulk een vreeselijke
+beroemdheid met de verscheurde stukjes van dat papier in het niet
+zou verdwijnen?
+
+Dat ware dwaasheid geweest, want andere aanplakbiljetten in menigte
+verspreid, prijkten overal op de muren der huizen, der paleizen, der
+moskeeën, der hotels van Aurungabad. Daarenboven liep een omroeper
+door de straten der stad en las met luider stemme het besluit van
+het gouvernement. De bewoners der geringste gehuchten in de provincie
+wisten reeds, dat een gansch fortuin was toegezegd aan hem, die dien
+Dandou-Pant in handen van het gerecht zou stellen. Zijn naam was
+nutteloos vernietigd en zou, voordat er twaalf uren verloopen waren,
+de rondte van het geheele presidentschap gemaakt hebben. Indien de
+inlichtingen juist waren, indien de nabob werkelijk een schuilplaats
+in dit gedeelte van Hindostan gezocht had, leed het geen twijfel of
+hij zou weldra in de handen vallen van hen, die er groot belang bij
+hadden hem te vangen.
+
+Welk gevoel had dien fakir dan toch wel bezield bij het verscheuren
+van een aanplakbiljet, waarvan reeds verscheidene duizenden exemplaren
+getrokken waren?
+
+Een gevoel van toorn zeker,--misschien ook had hij toegegeven aan
+een opwelling van minachting. Hoe het zij, na de schouders te hebben
+opgehaald, drong hij door tot het volkrijkste, maar armoedigst bewoonde
+kwartier der stad.
+
+Men noemt Dekan het uitgestrekte gedeelte van het Indische
+schiereiland, dat begrepen is tusschen de westelijke Ghatta (passen
+of gassen, straten) en de Ghatta van de golf van Bengalen. Dit is
+de naam, die gewoonlijk aan het zuidelijk gedeelte van Indië, aan de
+andere zijde van den Ganges, gegeven wordt. Dit Dekan, waarvan de naam
+in het Sanskriet »Zuid" beteekent, telt in de presidentschappen van
+Bombay en Madras, een zeker aantal provincies. Een van de voornaamste
+is de provincie van Aurungabad, welker hoofdstad eertijds die van
+geheel Dekan was.
+
+In de XVIIe eeuw bracht de beroemde Mongoolsche keizer Aureng-Zeb zijn
+hof in die stad over, welke in de vroegste tijden van de geschiedenis
+van Hindostan onder den naam van Kirkhi bekend was. Zij had toen
+eene bevolking van honderd duizend inwoners. Tegenwoordig bezit
+zij er slechts eene van vijftig duizend, onder de heerschappij
+der Engelschen, die haar besturen uit naam van den Nizam (een
+vorstentitel) van Hyderabad. Toch is het een der gezondste steden
+van het schiereiland, tot nog toe gespaard door de zoozeer gevreesde
+Aziatische cholera en die zelfs nooit bezocht was geweest door de in
+Indië zoo geduchte koortsen.
+
+Aurungabad heeft prachtige overblijfselen van haar vroegeren luister
+overgehouden. Het paleis van den grooten Mogol, aan den rechteroever
+van de Doudhma, het praalgraf van de begunstigde sultane van Shah
+Jahan, vader van Aureng-Zeb, de moskee, gebouwd volgens den sierlijken
+Tadje d'Agra, die zijn vier minarets rondom een bevallig geronden
+koepel ten hemel richt, nog andere monumenten, kunstig gebouwd, rijk
+versierd, getuigen van de macht en de grootheid van den beroemdsten
+overwinnaar van Hindostan, die dit koninkrijk, waarbij hij Kaboel en
+Assam voegde, tot een ongekenden trap van grootheid bracht.
+
+Alhoewel de bevolking van Aurungabad, zooals wij reeds zeiden, sterk
+verminderd was, kon toch een man te midden van de zoo verschillende
+typen, waaruit zij was samengesteld, zich nog gemakkelijk verborgen
+houden. De fakir, hij mocht dan waar of valsch zijn, onderscheidde
+zich in niets van die volksmassa. Het krioelt van zijne gelijken in
+Indië. Zij maken met de »Sayeds" (muzelmannen uit het geslacht van
+den profeet) een lichaam uit van de godsdienstige bedelaars, die te
+voet of te paard een aalmoes vragen en deze weten te eischen, als men
+haar niet goedschiks geeft. Zij versmaden ook de rol van vrijwillige
+martelaars niet en genieten in de lagere rangen van het Hindoesche
+volk een groot vertrouwen.
+
+De fakir, van wien hier sprake is, was een rijzig man van vijf
+Engelsche voeten negen duim. Indien hij ouder dan veertig was, bedroeg
+dit op zijn hoogst een paar jaar. Zijn gelaat herinnerde aan de schoone
+Mahratten-type, vooral door den glans zijner zwarte, levendige oogen;
+maar moeielijk zou men anders op dat door de kinderpokken vreeselijk
+geschonden gelaat de fijne trekken van zijn ras herkend hebben. De
+man was overigens in de kracht van zijn leven en vlug en sterk. Als
+kenmerkend teeken ontbrak hem een vinger aan de linkerhand. De haren
+rood geverfd, ging hij half naakt, barrevoets, een tulband op het
+hoofd, nauwlijks bedekt met een versleten, gestreept wollen hemd,
+om het middel toegehaald. Op zijn borst waren in levendige kleuren de
+zinnebeelden te zien van de twee behoudende en verwoestende beginselen
+der Hindoesche godenleer, de leeuwenkop van de vierde incarnatie
+(vleesch-mensch-wording) van Vishnoe, de drie oogen en de symbolische
+drietand van den woesten Çiva.
+
+Evenwel heerschte er in de straten van Aurungabad een licht te
+begrijpen drukte, meer bijzonder in die waarin de cosmopolitische
+bevolking der geringe wijken zich samendrong. Daar krioelde het
+buiten de armzalige stulpen, die haar tot woning strekten. Mannen,
+vrouwen, kinderen, grijsaards, Europeanen of inboorlingen, soldaten der
+koninklijke of inlandsche regimenten, allerlei soorten van bedelaars,
+boeren uit den omtrek, ontmoetten elkander, praatten, gesticuleerden,
+behandelden de afkondiging en berekenden de kansen om de énorme som,
+door het gouvernement uitgeloofd, te winnen. De opgewondenheid der
+gemoederen zou niet grooter hebben kunnen zijn bij het rad eener
+loterij, waarvan de grootste prijs duizend gulden zou bedragen
+hebben. Men kan er zelfs nog bijvoegen, dat er ditmaal niemand was,
+die niet een goed briefje kon nemen: dit briefje namelijk was het
+hoofd van Dandou-Pant. Het is waar, dat men al zeer gelukkig moest
+zijn om den nabob te ontmoeten en daarenboven stoutmoedig genoeg om
+zich van hem meester te maken.
+
+De fakir,--blijkbaar de eenige, die niet door de hoop bezield werd de
+uitgeloofde belooning te winnen,--bewoog zich te midden der groepen,
+bleef tusschenbeiden eens staan om te hooren wat men zeide, als iemand,
+die er misschien zijn voordeel mede kon doen. Maar hij mengde zich
+niet in de gesprekken, die gevoerd werden en, mocht zijn mond al stom
+blijven, zijn oogen en ooren liet hij niet ongebruikt.
+
+»Duizend gulden om den nabob op te sporen!" riep er een uit, zijne
+kromme vingers ten hemel heffende.
+
+»Niet om hem op te sporen," antwoordde een ander, »maar om hem te
+vatten, dat een groot verschil maakt!"
+
+»Dat zal waar zijn, want 't is geen man om zich maar zoo weerloos te
+laten gevangen nemen."
+
+»Maar vertelde men onlangs niet, dat hij in de jungles van Népaul
+aan de koorts gestorven was?"
+
+»Daar is niets van waar! De slimme Dandou-Pant heeft zich voor dood
+laten doorgaan, om met meer zekerheid in 't leven te kunnen blijven!"
+
+»Er had zelfs een gerucht geloopen, dat hij te midden van zijn kamp
+aan de grenzen begraven was!"
+
+»Valsche lijkdienst om iedereen om den tuin te leiden!"
+
+De fakir had geen spier van zijn gelaat vertrokken, toen hij dit
+laatste feit hoorde bevestigen op een wijze, die geen den minsten
+twijfel overliet. Doch wel rimpelde zich onwillekeurig zijn voorhoofd,
+toen hij een van de luidruchtigste Hindoes van de groep, waarbij
+hij zich gevoegd had, de volgende bijzonderheden hoorde vermelden,
+bijzonderheden, die al te juist waren om niet waar te zijn.
+
+»Dat is zeker," zeide de Hindoe, »dat in 1859 de nabob met zijn broeder
+Balao Rao en den ex-rajah van Gonda, Debi-Bux-Singh de wijk genomen
+had in een kamp, aan den voet van een der bergen van Népaul. Toen de
+Engelsche troepen hen aldaar te dicht op de hielen zaten, besloten ze
+alle drie de Indisch-Chineesche grens te passeeren. Doch, alvorens
+deze over te gaan, hebben de nabob en zijn twee metgezellen, om het
+gerucht van hun dood des te beter ingang te doen verschaffen, hunne
+eigen begrafenis bezorgd; maar 't eenige wat men van hen begraven
+heeft, is een vinger van de linkerhand geweest, die ze zich op het
+oogenblik der plechtigheid hebben afgehouwen."
+
+»En hoe weet je dat?" vroeg een der toehoorders dien Hindoe, die met
+zooveel zekerheid sprak.
+
+»'k Was tegenwoordig bij de begrafenisplechtigheid," antwoordde de
+Hindoe. »De soldaten van Dandou-Pant hadden me gevangen genomen en
+eerst zes maanden later heb ik kunnen ontvluchten."
+
+Terwijl de Hindoe dit met allen schijn van waarheid vertelde,
+verloor de fakir hem geen oogenblik uit het gezicht. Zijn oogen
+schitterden. Hij had zijn verminkte hand voorzichtig onder de wollen
+lap verborgen, die hem de borst bedekte. Hij hoorde toe zonder een
+woord te zeggen, maar zijn lippen trilden en lieten zijne scherpe
+tanden bloot.
+
+»Dus ken je den nabob?" vroeg men den ouden gevangene van Dandou-Pant.
+
+»Ja," antwoordde de Hindoe.
+
+»En zou je 'm dadelijk herkennen, als het toeval je eens met hem
+samenbracht?"
+
+»Zoo zeker als ik me zelven zou herkennen!"
+
+»Dan heb je wel eenige kans om den prijs van duizend gulden te
+winnen!" antwoordde een der omstanders, niet zonder een gevoel van
+kwalijk verborgen spijt.
+
+»Misschien...." hernam de Hindoe, »als het althans waar is, dat de
+nabob de onvoorzichtigheid gehad heeft zich tot in het presidentschap
+van Bombay te wagen, 't geen me zeer onwaarschijnlijk voorkomt!"
+
+»Wat zou hij er ook doen!"
+
+»Zeker een nieuwen opstand trachten te bewerken," zei een van de
+personen uit de groep, »zooal niet onder de Sipayers, dan toch onder
+de bevolking van de middenstaten."
+
+»Omdat het gouvernement verzekert, dat zijn tegenwoordigheid in de
+provincie gesignaleerd is," hernam een der sprekers, tot die klasse
+van menschen behoorende, die meenen dat de overheid zich nooit kan
+vergissen, »moet het gouvernement in dit opzicht goed ingelicht zijn!"
+
+»Welnu!" antwoordde de Hindoe. »Brahma (Brahmanen zijn de halfvergode
+priesters en wetgevers bij de Indiërs) geve dat Dandou-Pant mijn weg
+kruise, en mijn fortuin is gemaakt!"
+
+De fakir trad eenige schreden terug, maar hij verloor den ex-gevangene
+van den nabob niet uit het oog.
+
+Het was nu volkomen duister geworden, en toch verminderde de woeligheid
+in de straten van Aurungabad niet. Nog drukker deden de praatjes over
+den nabob de rondte. Hier zeide men, dat hij in de stad zelve gezien
+was, daar, dat hij reeds ver weg was. Men verzekerde ook, dat een
+renbode uit het noorden der provincie, den gouverneur de tijding van
+de inhechtenisneming van Dandou-Pant was komen berichten. Ten negen
+ure 's avonds hielden de best ingelichten vol, dat hij reeds in de
+gevangenis zat in gezelschap van eenige Thugs, die er reeds langer
+dan dertig jaren wegkwijnden, en dat hij den volgenden dag, met het
+opgaan der zon zou gehangen worden, met niet meer formaliteiten dan
+dit met Tantia-Topi, zijn beruchten medeopstandeling geschied was,
+op het plein van Sipri. Doch, te tien uur, een andere tijding, geheel
+in strijd met de eerste. Het gerucht verspreidde zich namelijk, dat
+de gevangene bijna dadelijk had kunnen ontsnappen, hetgeen de hoop
+verlevendigde van allen, wien de premie van duizend gulden toelachte.
+
+Werkelijk waren al die verschillende geruchten slechts praatjes. De
+best ingelichten wisten er niets meer van dan zij, die niet zoo goed
+of slecht op de hoogte waren. Het hoofd van den nabob was nog altijd
+den uitgeloofden prijs waard, het was nog altijd een benijdenswaardige
+buit.
+
+Intusschen was de Hindoe, door het feit dat hij Dandou-Pant persoonlijk
+kende, beter dan iemand anders in staat de uitgeloofde belooning te
+winnen. Weinigen slechts, vooral in het presidentschap van Bombay,
+waren in de gelegenheid geweest het woeste opperhoofd van den grooten
+opstand te ontmoeten. Meer noordelijk en meer in het midden, in
+Scindia Bundelkund, in Oude, in de omstreken van Agra, van Delhi,
+van Cawnpore, van Lucknow, op het voornaamste tooneel der op zijn
+bevel bedreven wreedheden, zou de geheele bevolking zich tegen hem
+verzet en hem aan de Engelsche rechtspleging overgeleverd hebben. De
+bloedverwanten zijner slachtoffers, echtgenooten, broeders, kinderen,
+vrouwen, beweenden nog steeds hen, die de nabob bij honderden had doen
+ombrengen. Een tijdvak van tien jaren was niet voldoende geweest om
+de rechtmatigste gevoelens van wraak en haat uit te dooven. Het was
+dan ook niet mogelijk, dat Dandou-Pant onvoorzichtig genoeg geweest
+was zich juist in die provincie te wagen waar zijn naam door iedereen
+verfoeid werd. Indien hij dus, zooals men zeide, de Indisch-Chineesche
+grens weder was overschreden, indien een of andere onbekende drijfveer,
+zooals plannen van oproer of andere, hem bewogen hadden de veilige
+schuilplaats te verlaten, waarvan het geheim door de Engelsch-Indische
+politie nog niet ontdekt was, dan waren het alleen de provincies van
+Dekan, die hem een soort van veiligheid konden verschaffen.
+
+Men ziet evenwel, dat de gouverneur de lucht van zijn verschijning
+in het presidentschap verkregen en dadelijk een prijs op zijn hoofd
+gesteld had.
+
+Nu moeten wij echter doen opmerken, dat de leden der hoogere klassen,
+overheidspersonen, officieren, ambtenaars, de inlichtingen, door
+den gouverneur ingewonnen, wel eenigszins betwijfelden. Reeds zoo
+dikwijls was het gerucht verspreid geworden, dat de moeielijk te vatten
+Dandou-Pant gezien en zelfs gevangen was! Zoovele valsche tijdingen
+hadden ten zijnen opzichte de rondte gedaan, dat er een soort van
+legende in omloop was over de gave van alomtegenwoordigheid van den
+nabob en over zijn behendigheid om de bekwaamste agenten van politie
+om den tuin te leiden; maar onder het volk twijfelde men niet.
+
+Onder de minst ongeloovigen bevond zich natuurlijk de oud-gevangene van
+den nabob. Die arme duivel van een Hindoe, uitgelokt door de belooning
+en daarenboven bezield door een behoefte aan persoonlijke wraak, dacht
+nergens aan dan om de campagne te beginnen en beschouwde zijn succes
+bijna als verzekerd. Zijn plan was zeer eenvoudig. Den volgenden
+dag reeds, stelde hij zich voor den gouverneur zijne diensten aan
+te bieden; daarna, na nauwkeurig vernomen te hebben waarop de in de
+afkondiging vermelde inlichtingen berustten, was hij van plan zich
+naar de plaats zelve te begeven waar de nabob gezien was.
+
+Tegen elf uren 's avonds, na zooveel verschillende praatjes gehoord
+te hebben, die weliswaar zijn denkvermogen in de war brachten, maar
+hem in zijn voornemen versterkten, dacht de Hindoe er eindelijk aan
+eenige rust te nemen. Hij had geen andere woning dan een schuit aan
+een der oevers van de Doudhma vastgelegd en hij richtte zich naar
+dien kant, droomende, met de oogen half gesloten.
+
+Zonder dat hij er iets van merkte, had de fakir hem niet verlaten;
+hij zette hem na zonder zijn aandacht te wekken en volgde hem slechts
+in de schaduw.
+
+Aan het einde van de volkrijke buurt van Aurungabad, waren de straten
+om dezen tijd minder druk. De voornaamste uitgang dezer buurt eindigde
+in eenige ledige terreinen, waarvan de eene zijde gevormd werd door
+een der oevers van de Doudhma. Het was een soort van woestijn, aan het
+uiteinde der stad. Zij werd slechts bezocht door eenige achterblijvers,
+die haar haastig doorliepen om zich naar de meer bezochte wijken te
+begeven. Weldra liet zich het geluid der laatste voetstappen hooren,
+maar de Hindoe merkte niet op, dat hij niet de eenige was, die langs
+den oever der rivier liep.
+
+De fakir volgde hem altijd en koos de donkere plekken van het terrein,
+hetzij onder bescherming der boomen, hetzij dicht langs de sombere
+muren der hier en daar verspreide in puin gevallen woningen.
+
+De voorzorg was niet overbodig. De maan was zooeven opgekomen en
+verspreidde een onzeker licht. De Hindoe zou dus hebben kunnen zien,
+dat hij bespied en zelfs dicht achtervolgd werd. De schreden van den
+fakir te hooren, ware onmogelijk geweest. Deze gleed op zijn bloote
+voeten voort eerder dan hij liep. Niet het geringste geluid verried
+zijn tegenwoordigheid aan den oever van de Doudhma.
+
+Vijf minuten waren op deze wijze verloopen. De Hindoe bereikte als
+werktuiglijk de armzalige schuit, waarin hij gewoon was den nacht
+door te brengen. De richting, die hij volgde, was voor geen andere
+uitlegging vatbaar. Hij liep als iemand, die gewoon was elken avond
+deze verlaten plaats te bezoeken; hij was geheel verdiept in de
+gedachte van den stap, dien hij den volgenden dag bij den gouverneur
+ging doen. De hoop zich op den nabob te wreken, die zijne gevangenen
+nooit bijzonder zacht behandeld had, gevoegd bij de hevige begeerte
+den uitgeloofden prijs te winnen, maakte hem blind en doof.
+
+Hij had dan ook niet het minste bewustzijn van het gevaar, dat hij
+door zijn onvoorzichtig gebabbel liep.
+
+Hij zag niet, dat de fakir hem langzamerhand naderde.
+
+Maar plotseling sprong als een tijger een man op hem toe, met iets
+bliksemends in de hand. Het was het maanlicht, dat het lemmer van
+een maleischen dolk bescheen.
+
+De Hindoe viel, in de borst getroffen, met een doffen slag op den
+grond.
+
+Evenwel was de ongelukkige, hoewel de stoot met een zekeren arm was
+toegebracht, niet dood. Eenige half uitgesproken woorden ontsnapten
+met een golf bloeds zijne lippen.
+
+De moordenaar bukte zich naar den grond, pakte zijn slachtoffer aan,
+lichtte het in de hoogte, en, zijn eigen gelaat door het volle licht
+der maan latende beschijnen, zeide hij:
+
+»Herkent ge me?"
+
+»Hij!" prevelde de Hindoe.
+
+En de vreeselijke naam van den fakir zou zijn laatste woord zijn,
+toen hij plotseling stikte en den laatsten adem uitblies.
+
+Een oogenblik later verdween het lijk van den Hindoe in den stroom
+der Doudhma, die het nooit zou teruggeven.
+
+De fakir wachtte totdat de rimpels aan de oppervlakte des waters
+verdwenen waren. Daarna trad hij terug, ging de ledige terreinen weder
+over, vervolgens door de wijken waar de stilte begon en richtte zich
+met snelle schreden naar een van de poorten der stad.
+
+Doch juist op het oogenblik dat hij daar aankwam, had men de poort
+gesloten. Eenige soldaten van het koninklijke leger bezetten de wacht,
+die den toegang verdedigde. De fakir kon Aurungabad niet meer verlaten,
+zooals hij van plan geweest was.
+
+»Ik moet er toch uit en dezen nacht nog.... of ik zou er nooit meer
+uit komen!" mompelde hij.
+
+Hij keerde dus op zijne schreden terug, liep den muur van binnen langs
+en beklom twee honderd passen verder het talud, ten einde boven op
+de borstwering te komen.
+
+Deze borstwering verhief zich een vijftig voet boven het niveau van
+de gracht, die tusschen de escarp en contrescarp gegraven was. Het
+was een loodrechte muur, zonder eenig uitsteeksel om tot steunpunt
+voor den voet te dienen. Ook was het ten eenemale onmogelijk, dat
+iemand zich langs de bekleeding kon laten afglijden. Met een touw
+was de nederdaling ongetwijfeld te beproeven geweest, maar de gordel
+om de lendenen van den fakir was nauwlijks eenige voeten lang en dus
+niet voldoende om hem aan den voet van het talud te brengen.
+
+De fakir bleef een oogenblik staan, sloeg een blik in het rond en
+dacht na over hetgeen hem nu te doen stond.
+
+Boven de borstwering stak een donker koepeldak van gebladerte uit,
+gevormd door het loof der groote boomen, die Aurungabad als in een
+groene lijst omvatten. Van dit koepeldak bogen lange buigzame en
+sterke takken naar buiten uit, waarvan men misschien gebruik zou kunnen
+maken om, niet zonder groot gevaar, den bodem der gracht te bereiken.
+
+Nauwlijks was dit denkbeeld bij den fakir opgekomen of hij aarzelde
+niet. Hij begaf zich onder een dezer koepeldaken en kwam weldra buiten
+den muur weder te voorschijn, aan het uiteinde van een langen tak
+hangende, die allengs onder zijn gewicht boog.
+
+Zoodra de tak genoeg gebogen was om den bovensten zoom van den muur
+even aan te raken, liet de fakir zich langzaam zakken, alsof hij een
+touw met knoopen tusschen de handen had. Hij kon op die wijze tot de
+halve hoogte van de inwendige escarp afdalen, doch hij bevond zich
+nog op een hoogte van dertig voet boven den grond, dien hij moest
+bereiken om te kunnen ontvluchten.
+
+Hij hing dus te slingeren tusschen hemel en aarde en zocht met den voet
+een of andere ongelijkheid, die hem tot steunpunt kon verstrekken.....
+
+Eensklaps schitterde geweervuur in de duisternis en deden zich
+losbarstingen hooren. De soldaten der wacht hadden den vluchteling
+opgemerkt en op hem gevuurd, doch zonder hem te raken. Toch trof een
+kogel den tak waaraan hij hing, twee duim boven zijn hoofd.
+
+Twintig seconden later brak de tak en viel de fakir in de droge
+gracht.... Een ander ware dood geweest, maar hem deerde niets.
+
+Op te staan, te midden van een kogelregen, waarvan geen een hem trof,
+tegen het talud van de escarp op te klauteren en in de duisternis
+weg te sluipen, was voor den vluchteling slechts spel.
+
+Twee mijlen verder passeerde hij ongezien het kantonnement der
+Engelsche troepen, die buiten Aurungabad gelegerd waren.
+
+Een paar honderd schreden verder bleef hij staan, keerde zich om,
+stak zijn verminkte hand naar de stad uit en uitte deze woorden:
+
+»Wee hen, die nog in de handen zullen vallen van Dandou-Pant! Gij
+Engelschen, uw rekening met Nana Sahib is nog niet vereffend!"
+
+Nana Sahib! Nogmaals had de nabob dien naam, den geduchtsten onder al
+de namen, die in den opstand van 1857 zulk een bloedige vermaardheid
+verwierven, den veroveraars van Indië als een laatste uitdaging voor
+de voeten geworpen!
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+DE KOLONEL MUNRO.
+
+
+»Komaan, mijn waarde Maucler," voerde de ingenieur Banks mij te gemoet,
+»je vertelt ons niets van je reis! 't Is alsof je Parijs nog niet
+verlaten hebt! Hoe bevalt het je in Indië?"
+
+»Indië!" antwoordde ik, »wel, om er goed over te oordeelen, zou ik
+het althans eerst moeten zien."
+
+»Die is goed!" hernam de ingenieur, »heb je niet pas het geheele
+schiereiland doorkruist, van Bombay naar Calcutta, en als je niet
+blind zijt...."
+
+»'k Ben niet blind, mijn waarde Banks, maar op dien tocht was ik
+verblind...."
+
+»Verblind?...."
+
+»Ja! verblind door den rook, door den stoom, door het stof, en
+vooral door de snelheid van het vervoer. Hoor eens! 'k Wil geen kwaad
+van de spoorwegen spreken, omdat het tot je vak hoort ze te maken,
+mijn waarde Banks, maar om zich in een wagon te laten opsluiten, met
+niets anders tot gezichtsveld dan het raampje van het portier, dag
+en nacht door te sporen met een gemiddelde snelheid van tien mijlen
+per uur, nu eens over bergen, in gezelschap van arenden of gieren,
+dan weder door tunnels, in gezelschap van ratten of muizen, slechts
+op te houden aan de stations die allen op elkaar gelijken, van de
+steden niets anders te zien dan de muren of de spitsen der minarets,
+een tijd achtereen gedoemd te zijn te verkeeren in het onophoudelijk
+rumoer van het zuchten der locomotief, van het gefluit der stoomketels,
+van het geknars der rails en het dreunen der wielen, is dat reizen!"
+
+»Goed gesproken!" riep kapitein Hod uit. »Zeg daar eens wat tegen,
+als je kunt, Banks! Wat zegt u er van, kolonel?"
+
+De kolonel tot wien kapitein Hod zich wendde, knikte even met het
+hoofd, en vergenoegde zich met te zeggen:
+
+»'k Zou wel eens willen weten wat Banks er den heer Maucler, onzen
+gast, op zou kunnen antwoorden."
+
+»Dat brengt me volstrekt niet in verlegenheid," antwoordde de ingenieur
+en 'k moet zeggen, dat Maucler volkomen gelijk heeft."
+
+»Als dat dan zoo is," riep kapitein Hod uit, »waarom maak je dan
+spoorwegen?"
+
+»Om u, als u haast hebt, kapitein, instaat te stellen u binnen zestig
+uren van Calcutta naar Bombay te begeven."
+
+»'k Heb nooit haast!"
+
+»Welnu, volg dan den Great Trunk road," antwoordde de ingenieur. »Volg
+hem, Hod, en ga te voet!"
+
+»Dat denk ik ook stellig te doen!"
+
+»Wanneer?"
+
+»Zoodra mijn kolonel er in toestemt een wandelingetje door het
+schiereiland met me te maken van een acht of negen honderd mijlen!"
+
+De kolonel vergenoegde zich met te glimlachen en verviel al weder
+spoedig in een van die langdurige droomerijen, waaruit zelfs zijne
+beste vrienden, zooals de ingenieur Banks en kapitein Hod zooveel
+moeite hadden hem te wekken.
+
+Ik was nog slechts sedert een maand in Indië, en daar ik met den Great
+Indian Peninsularspoorweg, die Bombay met Calcutta over Allahabad
+verbindt, gekomen was, kende ik tot nog toe niets van het schiereiland.
+
+Maar het was mijn voornemen eerst het noordelijk gedeelte te
+doorreizen, aan de andere zijde van den Ganges de groote steden te
+bezoeken, de voornaamste gedenkteekenen te bestudeeren en aan dezen
+tocht al den tijd te wijden, die noodig was om alles goed te zien en
+te onderzoeken.
+
+Ik had te Parijs den ingenieur Banks leeren kennen. Sedert eenige
+jaren reeds hadden wij vriendschap gesloten en een meer innige
+vertrouwelijkheid had dezen vriendschapsband slechts versterkt. Ik
+had beloofd hem te Calcutta te bezoeken, zoodra de voltooiing van
+het gedeelte Scindia Pendjab en Delhi, waarmede hij belast was, hem
+den tijd zou geven. Nu waren die werkzaamheden werkelijk voltooid
+en Banks had daardoor recht op een rust van verscheidene maanden,
+zoodat ik hem was komen vragen te rusten door zich te vermoeien met
+Indië te doorkruisen. Het spreekt van zelf, dat hij mijn voorstel
+met geestdrift had aangenomen. We zouden dan ook binnen eenige weken
+vertrekken, zoodra het seizoen gunstig zou geworden zijn.
+
+Bij mijn komst te Calcutta, in Maart 1867, had Banks mij in kennis
+gebracht met een zijner goede kameraden, den kapitein Hod; daarna had
+hij mij voorgesteld aan zijn vriend, den kolonel Munro, bij wien we
+den avond doorbrachten.
+
+De kolonel, toen zeven en veertig jaar oud, bewoonde een alleenstaand
+huis in de Europeesche wijk, en bijgevolg buiten de drukte en
+beweging, welke die handelsstad, de hoofdstad van Indië, met hare
+uitsluitend zwarte bevolking, kenmerkt. Deze wijk is somwijlen
+de »Stad der paleizen" genoemd en inderdaad is er geen gebrek aan
+paleizen, indien men althans die benaming mag toepassen op woningen,
+die van paleizen niets anders hebben dan de open arcadengalerijen,
+de zuilen en de terrassen. Calcutta is de verzamelplaats van al de
+bouworden, die de Engelsche smaak in de steden der oude en nieuwe
+wereld gewoonlijk in praktijk brengt.
+
+Wat de woning van den kolonel betreft, deze was de »bungalow" in al
+zijn eenvoudigheid, een gebouw, opgericht op een grondmuur van steen,
+met een verdieping gelijkvloers, bedekt door een dak, dat in een
+pyramide uitloopt. Een veranda, gedragen door lichte kolommetjes, omgaf
+het geheele gebouw. Aan de zijden vormden de keukens, de koetshuizen,
+het verblijf der dienstboden, twee vleugels. Het geheel was bevat in
+een tuin met schoone boomen beplant en omringd door lage muren.
+
+Het huis van den kolonel was dat van een zeer gegoed man. Zijn
+dienstbodenpersoneel was talrijk, zooals de bediening
+in de Indisch-Engelsche families het medebrengt. Meubelen,
+levensbenoodigdheden, huiselijke beschikkingen, alles was goed en
+deftig ingericht. Men gevoelde, dat de hand eener verstandige vrouw
+daar geordend en ook voor de toekomst gezorgd had, maar men gevoelde
+ook, dat die vrouw er niet meer was.
+
+Het bestuur over zijne dienstboden, de algemeene leiding van zijn huis,
+had de kolonel geheel overgegeven aan een zijner krijgskameraden,
+een Schot, den sergeant Mac Neil, met wien hij al de veldtochten
+van Indië had medegemaakt, een van die edelaardige karakters,
+die hun leven veil hebben voor hem, dien ze hun vriend noemen. Het
+was een man van vijf en veertig jaar, krachtig, groot, met langen,
+vollen baard, als de Bergschotten. In zijn voorkomen, zijn gelaat,
+zoowel als door zijn costuum op de overlevering gegrond, was hij met
+hart en ziel hooglander gebleven, alhoewel hij tegelijk met kolonel
+Munro den militairen dienst verlaten had. Beiden hadden in 1860 hun
+ontslag genomen. Doch inplaats naar hunne bergen, te midden hunner
+voorvaderlijke klans terug te keeren, waren zij in Indië gebleven
+en woonden zij te Calcutta, in een soort van afzondering, waarvoor
+redenen bestonden.
+
+Voor dat Banks mij aan kolonel Munro voorstelde, gaf hij mij onder
+vier oogen de volgende aanbeveling:
+
+»Spreek niet over den opstand der Sipayers, en noem vooral nooit den
+naam van Nana Sahib!"
+
+Kolonel Edward Munro behoorde tot een oude Schotsche familie, wier
+voorvaderen in de geschiedenis van het Vereenigd Koninkrijk een
+schitterende rol gespeeld hadden. Hij telde onder zijne voorvaderen
+Sir Hector Munro, die in 1760 het leger van Bengalen aanvoerde en die
+juist een oproer moest dempen, dat de Sipayers een eeuw later zouden
+herhalen. Majoor Munro onderdrukte den opstand met meedoogenlooze
+gestrengheid,--en aarzelde niet dienzelfden dag acht en twintig
+opstandelingen voor den mond der kanonnen te laten binden,--een
+vreeselijke strafoefening, die gedurende den opstand van 1857 telkens
+herhaald werd en waarvan die voorvader van den kolonel misschien de
+wreede uitvinder was.
+
+Ten tijde dat de Sipayers opstonden, kommandeerde kolonel Munro het 93e
+regiment Schotsche infanterie. Hij maakte bijna den geheelen veldtocht
+mede, onder de bevelen van Sir James Outram, een der helden van dien
+oorlog, hij die den naam verwierf van »Bayard van het Indische leger",
+zooals Sir Charles Napier het bij proclamatie bekend maakte. Met
+hem was kolonel Munro dan ook te Cawnpore; hij maakte den tweeden
+veldtocht mede onder Colin Campbell; ook was hij bij het beleg van
+Lucknow en verliet dezen beroemden soldaat niet eer dan toen Outram
+tot lid van den raad van Indië te Calcutta benoemd was.
+
+In 1858 was kolonel sir Edward Munro ridder-kommandant van de Ster van
+Indië, »the Star of India" (K. C. S. I.). Hij werd tot baronet verheven
+en zijn echtgenoote zou den titel van lady Munro [2] verkregen hebben,
+indien de ongelukkige den 27n Juni, 1857 niet omgekomen was in den
+vreeselijken moord van Cawnpore, een moord op bevel en onder de oogen
+van Nana Sahib volbracht.
+
+Lady Munro.--de vrienden van den kolonel noemden haar nooit
+anders,--werd door haren man aangebeden. Zij was nauwelijks zeven
+en twintig jaar oud, toen zij met de tweehonderd slachtoffers dier
+afschuwelijke slachterij verdween. Mistress Orr en miss Jackson,
+wonderdadig gered na de inneming van Lucknow, hadden hun man en
+hun vader overleefd. Wat Lady Munro betreft, zij kon haren man niet
+teruggegeven worden. Het was onmogelijk geweest hare overblijfselen,
+onder die van zoovele slachtoffers in den put van Cawnpore, weder te
+vinden en ze een christelijke begrafenis te bezorgen.
+
+Sir Edward Munro was wanhopig en had van dat oogenblik af slechts eene
+gedachte, eene enkele slechts, die van Nana Sahib weder te vinden,
+dien het Engelsche gouvernement overal deed opsporen en met zijn
+wraak een soort van dorst naar recht te stillen, die hem verteerde. Om
+vrijer in zijne handelingen te zijn, nam hij zijn ontslag.
+
+Mac Neil volgde hem op al zijn schreden. Deze twee menschen, door
+denzelfden geest bezield, eene zelfde gedachte met zich omdragende,
+slechts hetzelfde doel beoogende, trachtten als speurhonden hem op het
+spoor te komen, maar zij waren niet gelukkiger dan de Engelsch-Indische
+politie. De Nana wist aan alle nasporingen te ontkomen en na drie jaren
+van vruchtelooze pogingen, moesten de kolonel en de sergeant hunne
+nasporingen voorloopig staken. Daarenboven had zich omstreeks dezen
+tijd het gerucht van den dood van Nana Sahib door Indië verspreid en
+ditmaal met zulk een schijn van waarheid, dat er geen reden was het
+te betwijfelen.
+
+Sir Edward Munro en Mac Neil keerden naar Calcutta terug, waar zij zich
+in dien afgelegen bungalow vestigden. Daar, geen boeken noch dagbladen
+lezende, die hem het bloedige tijdperk van den opstand in het geheugen
+hadden kunnen terugroepen, nooit zijn woning verlatende, leefde de
+kolonel als iemand wiens leven verder doelloos is. Nooit evenwel was
+de vrouw, die hij eenmaal zoo liefhad, uit zijne gedachten. Het scheen
+zelfs, dat de tijd niet vermocht zijn smart te lenigen.
+
+Wij moeten hier nog bijvoegen, dat de mare der wederverschijning van
+den Nana in het presidentschap van Bombay,--de tijding, die sedert
+eenige dagen in omloop was,--niet ter oore van den kolonel gekomen
+was. En dat was gelukkig, want hij zou onmiddellijk den bungalow
+verlaten hebben.
+
+Dit had Banks mij medegedeeld, alvorens mij in deze woning voor te
+stellen, waar de vreugde voor altijd verbannen was en ziedaar ook
+de reden waarom elke zinspeling op den opstand der Sipayers en den
+wreedsten hunner aanvoerders, Nana Sahib, moest vermeden worden.
+
+Slechts twee vrienden,--twee beproefde vrienden,--bezochten ijverig het
+huis van den kolonel. Het waren de ingenieur Banks en de kapitein Hod.
+
+Banks had, zooals ik gezegd heb, juist de werkzaamheden voltooid,
+waarmede hij belast was geweest ter vestiging van de »Great Indian
+Peninsular" spoorbaan. Hij was een man van vijf en veertig jaren, in
+de volle kracht des levens. Hij moest ook een werkzaam deel nemen aan
+het leggen van den Madras-spoorweg, die bestemd was om de Arabische
+golf in gemeenschap te brengen met de baai van Benguela; maar het was
+niet waarschijnlijk, dat de werkzaamheden voor een jaar een aanvang
+konden nemen. Hij rustte dus uit te Calcutta, zich bezig houdende
+met verschillende onderwerpen van werktuigkunde, want het was een
+werkzame en vruchtbare geest, die altijd op nieuwe uitvindingen uit
+was. Buiten zijne bezigheden, wijdde hij al zijn tijd aan den kolonel,
+met wien hij door een vriendschap van twintig jaren verbonden was. Ook
+bracht hij al zijne avonden door onder de veranda van den bungalow,
+in gezelschap van sir Edward Munro en van kapitein Hod, die juist
+een verlof van tien maanden verkregen had.
+
+Hod behoorde tot het 1e escadron karabiniers der koninklijke armée
+en had den geheelen veldtocht van 1857-58 medegemaakt, eerst met sir
+Colin Campbell in Oude en Rohilkhande, daarna met sir Hugh Rose,
+in Centraal-Indië,--een veldtocht, die eindigde met de inneming
+van Gwalior.
+
+Kapitein Hod, een leerling uit de harde school van Indië, een
+der voortreffelijke leden van de Club van Madras, roodblond van
+haren en baard, was niet ouder dan dertig jaren. Ofschoon hij tot
+het koninklijke leger behoorde, zou men hem voor een officier der
+inlandsche armee gehouden hebben, zoo had hij zich gedurende zijn
+verblijf op het schiereiland »geïndianiseerd." Al was hij werkelijk
+in Hindostan geboren, kon hij niet meer Hindoe geweest zijn. Voor
+hem was Indië dan ook het land bij uitnemendheid, het beloofde land,
+het eenige land waar een mensch leven kon. Daar inderdaad kon hij
+aan al zijne neigingen voldoen. Soldaat van inborst, hernieuwden zich
+onophoudelijk de gelegenheden om te strijden. Was hij, de uitmuntende
+jager, niet in het land waar de natuur al de wilde dieren der schepping
+scheen vereenigd te hebben, en al het behaarde en gevederde wild der
+oude en nieuwe wereld? Had hij, de moedige bergbeklimmer, niet de
+ontzagverwekkende bergketen van Thibet bij de hand, die de hoogste
+toppen van den aardbol telt? Wie belette hem, den stoutmoedigen
+reiziger, den voet te zetten op plekken, nog nooit door iemand
+betreden, in de ontoegankelijke streken namelijk van het Himalaya
+gebergte. Had hij niet, als hartstochtelijke wedrenner, de renbanen
+van Indië, die in zijne oogen konden opwegen tegen die van La Marche
+of Epsom? Op dit punt, waren Banks en hij het zelfs geheel oneens. De
+ingenieur stelde in zijne hoedanigheid van volbloed werktuigkundige
+slechts een zeer middelmatig belang in de heldendaden der Gladiators
+en Filles-de-l'air.
+
+En zelfs toen kapitein Hod het hierover met hem had, antwoordde Banks
+hem, dat de wedrennen naar zijne meening slechts op eene voorwaarde
+werkelijk merkwaardig zouden zijn.
+
+»En op welke?" vroeg Hod.
+
+»Dat er bepaald moest worden," antwoordde Banks ernstig, »dat de
+jockey, die het laatst aankomt, op staanden voet aan den eindpaal
+moet opgehangen worden!"
+
+»Dat is nog zoo'n kwaad idée niet!...." antwoordde kapitein Hod
+eenvoudig.
+
+En hij zou ongetwijfeld in staat geweest zijn, die kans in eigen
+persoon te wagen!
+
+Zoodanig waren de twee ijverige bezoekers van den bungalow van sir
+Edward Munro. De kolonel mocht hen gaarne over alle dingen hooren
+redetwisten en zelfs brachten hunne eeuwige woordenwisselingen somtijds
+een soort van glimlach op zijn lippen.
+
+Eén wensch hadden de beide kameraden gemeen, den kolonel namelijk over
+te halen tot een reis, die hem kon verstrooien. Meermalen reeds hadden
+zij hem voorgesteld met hen naar het noorden van het schiereiland
+te vertrekken en eenige maanden te gaan doorbrengen in de omstreken
+van een van die sanitariums, waar de rijke Engelsch-Indische wereld
+gedurende het heete seizoen gaarne een toevlucht zoekt, maar de
+kolonel had altijd geweigerd.
+
+Wat betreft de reis, die Banks en ik wenschten te ondernemen, hadden
+wij hem reeds gepolst. Dienzelfden avond kwam de zaak opnieuw op
+het tapijt. Men heeft gezien, dat kapitein Hod maar eventjes plan
+had gemaakt te voet een grooten tocht in het noorden van Indië te
+ondernemen. Mocht Banks niet op paarden gesteld zijn, Hod hield van
+geen spoorwegen. Wat de eene niet wilde, wenschte de andere.
+
+Nu hadden zij er dat op kunnen vinden, dat ieder op zijne wijze, om
+beurten, hetzij per rijtuig, hetzij per palankijn reisde,--hetgeen
+op de goed aangelegde en goed onderhouden wegen van Hindostan vrij
+gemakkelijk is.
+
+»Spreek me toch niet van je wagens met bultossen bespannen!" riep Banks
+uit. »Als wij er niet voor gezorgd hadden, behielp je je nog altijd
+met die primitieve voertuigen, die men in Europa voor vijfhonderd
+jaren al afgeschaft heeft!"
+
+»Nu, Banks," antwoordde kapitein Hod, »die zijn licht zoo goed als je
+met kussens voorziene waggons en je Cramptons! Die groote, witte ossen,
+die steeds in galop blijven en om de twee mijlen aan de poststations
+verwisseld worden...."
+
+»En die een soort van tartanen op vier wielen voortsleepen, waarin
+men ruwer heen en weer geschud wordt dan de visschers in hunne booten
+op een onstuimige zee!"
+
+»'k Moet je dat gedeeltelijk toestemmen, Banks," antwoordde kapitein
+Hod. »Maar hebben we niet onze rijtuigen met twee, drie en vier
+paarden, die in spoed kunnen wedijveren met je »treinen", veel
+gelijkende op een lijkstatie! Dan vind ik den eenvoudigen palankijn
+nog beter...."
+
+»Je palankijnen, kapitein Hod, echte doodkisten, zes voet lang,
+vier breed, waarin men als een lijk ligt uitgestrekt!"
+
+»Goed, Banks, maar geen schokken, men kan lezen, schrijven en gerust
+slapen, zonder bij elk station wakker te worden! Met een palankijn met
+vier of zes Bengaalsche Gamals [3] maakt men nog vier en een halve
+mijl [4] per uur en, zooals dat met je geweldige sneltreinen het geval
+is, waagt men althans niet om aan te komen, voordat je nog goed en wel
+vertrokken zijt.... als men aankomt.."
+
+»Het best," zei ik daarop, »zou zeker zijn zijn huis met zich mede
+te kunnen nemen!"
+
+»Als een slak!" riep Banks uit.
+
+»Mijn vriend," antwoordde ik, »een slak, die zijn huisje kan
+verlaten en er naar goedvinden weer in kan komen, is misschien niet
+zoo bijzonder te beklagen! Met in zijn huis, een beweegbaar huis,
+te reizen, zal waarschijnlijk het laatste woord gezegd zijn van den
+vooruitgang in het reizen!"
+
+»Misschien," zei daarop kolonel Munro; »thuis blijvende zich te
+verplaatsen, zijn thuis en al de herinneringen daaraan verbonden, mede
+te kunnen nemen, zijn horizont af te wisselen, zijn gezichtspunten,
+zijn klimaat te wijzigen, zonder zijne dagelijksche gewoonten te
+veranderen.... ja.... misschien!"
+
+»Geen bungalows meer dus voor de reizigers!" antwoordde kapitein Hod,
+»waar voor de geriefelijkheden des levens altijd iets te wenschen
+zal overblijven en waarin men zonder toestemming van de plaatselijke
+overheid niet mag wonen!"
+
+»Geen ellendige herbergen meer, waarin men naar ziel en lichaam op
+alle mogelijke manieren gevild wordt!" deed ik niet zonder eenige
+reden opmerken.
+
+»Het rijtuig der goochelaars dus!" riep kapitein Hod uit, »maar
+ingericht naar den tijd waarin we leven. Welk een droom nog! Op
+te houden als men wil, te vertrekken naar goedvinden, te stappen
+of in galop voort te snellen naar den luim van het oogenblik,
+niet alleen zijn slaapkamer met zich te voeren, maar zijn salon,
+zijn eetzaal, zijn rookvertrek en vooral zijn keuken en zijn kok,
+dat noem ik je vooruitgang, vriend Banks! Dat is honderdmaal beter
+dan spoorwegen! Durf me dat eens tegenspreken, gij, ingenieur!"
+
+»Wel! vriend Hod," antwoordde Banks, »'k zou 't volkomen met je eens
+zijn, als...."
+
+»Als?...." vroeg de kapitein, het hoofd schuddende.
+
+»Als in de vlucht naar vooruitgang, je niet plotseling onderweg waart
+blijven stilstaan."
+
+»Zou er dan nog iets beters te doen zijn?"
+
+»Oordeel zelf. Je stelt het rollende huis ver boven den waggon, zelfs
+boven het salonrijtuig, zelfs boven den slaapwaggon der spoorwegen. Je
+hebt gelijk, kapitein, als men tijd te verliezen heeft, als men voor
+zijn pleizier en niet voor zaken reist. 'k Geloof dat we 't allen in
+dit opzicht geheel eens zijn?"
+
+»Allen!" antwoordde ik.
+
+Kolonel Munro boog het hoofd, bij wijze van goedkeuring.
+
+»Toegestemd dus," antwoordde Banks. »Goed! 'k Vervolg. Je hebt je
+gewend tot een rijtuigmaker, die den raad van een architect heeft
+ingewonnen en hij heeft je een rollend huis gemaakt. Het is sterk, goed
+ingericht en voldoet aan al de eischen van gemak en weelde. Het is niet
+te hoog, waardoor het niet licht kan ombuitelen, het is niet te groot,
+zoodat het alle wegen kan begaan; het is vernuftig opgehangen, zoodat
+het gemakkelijk en zacht rijdt. Uitstekend! Uitstekend! 'k Veronderstel
+dat het vervaardigd is voor onzen vriend den kolonel. Hij ontvangt er
+ons gastvrij. We gaan, als je wilt, de noordelijke streken van Indië
+bezoeken, weliswaar op de wijze van slakken, maar als slakken, wier
+staart niet onafscheidelijk aan hunne schelpen vast zitten. Alles is
+gereed. Men heeft niets vergeten.... zelfs niet den kok en de keuken,
+die de kapitein zoo lief heeft. De dag van het vertrek is gekomen,
+men gaat werkelijk vertrekken! Alles is in order!.... En wie zal het
+voorttrekken, uw rollend huis, mijn beste vriend?"
+
+»Wie?" riep kapitein Hod uit! »wel, muilezels, ezels, paarden,
+ossen!..."
+
+»Bij dozijnen?" zei Banks.
+
+»Olifanten!" antwoordde kapitein Hod, »olifanten! Dat zou trotsch en
+statig zijn! Een huis voortgetrokken door een bespanning olifanten,
+goed gedresseerd, met fieren gang, die draven en galoppeeren als de
+beste koetspaarden van de wereld!"
+
+»Dat zou prachtig zijn, kapitein!"
+
+»Een rajah-trein te velde, ingenieur!"
+
+»Ja, maar...."
+
+»Maar.... wat? Is er nog een maar?" riep kapitein Hod uit.
+
+»Een groote maar!"
+
+»Die ingenieurs! overal zien ze moeielijkheden in!..."
+
+»Die ze weten te overwinnen, als ze niet onoverkomelijk zijn,"
+antwoordde Banks.
+
+»Welnu, geef dan raad!"
+
+»Wat is het geval, mijn waarde Munro. Al die trekdieren, die de
+kapitein opsomde, dat loopt, dat trekt, dat sleept, maar dat vermoeit
+zich ook. Daarenboven zijn ze koppig, weerspannig en hebben vooral veel
+voedsel noodig. Zoodra nu de weiden ontbreken en men geen vijfhonderd
+bunders weiland op sleeptouw kan nemen, staat de bespanning stil, put
+zich uit, valt, sterft van honger, het rollende huis rolt niet meer
+en blijft even onbeweeglijk als de bungalow waar we op dit oogenblik
+zitten te praten. Er volgt dus uit, dat het genoemde huis dan eerst
+praktisch bruikbaar zal zijn als het een stoomhuis zal zijn."
+
+»Dat op rails zal loopen!" riep de kapitein uit, de schouders
+ophalende.
+
+»Neen, op wegen en getrokken door een tot volkomenheid gebrachte
+weglocomotief."
+
+»Bravo!" juichte de kapitein, »bravo! zoodra je huis geen spoorweg
+noodig heeft en zich naar willekeur kan richten, zonder genoodzaakt
+te zijn een ijzeren spoor te volgen, ben ik je man."
+
+»Maar," deed ik Banks opmerken, »als muilezels, ezels, paarden, ossen,
+olifanten eten, een machine eet ook, en uit gebrek aan brandstof zal
+je ook onderweg blijven staan."
+
+»Een stoompaard," antwoordde Banks, »staat in kracht gelijk met drie of
+vier gewone paarden en dit vermogen kan nog toenemen. Een stoompaard
+is niet aan vermoeienis noch aan ziekte onderhevig. Ten allen tijde,
+onder alle breedten, in de zon, in den regen, in de sneeuw, altijd
+gaat het voort, zonder ooit uitgeput te raken. Het behoeft zelfs
+de aanvallen der wilde beesten niet te vreezen, noch den beet der
+slangen, noch den steek der horzels en andere geduchte insecten. Het
+heeft noch den prikstok der ossendrijvers, noch de zweep der geleiders
+noodig. Rust is overbodig en slaap kan het missen. Het stoompaard,
+door de hand van den mensch vervaardigd, is, met het oog op zijne
+bestemming en bij de onmogelijkheid dat het eenmaal tot voedsel zal
+verstrekken, te verkiezen boven al de trekdieren, die de Voorzienigheid
+ter beschikking van den mensch gesteld heeft. Een weinig olie en
+vet, een weinig steenkolen of hout, is alles wat het verteert. En,
+ge weet het, mijne vrienden, aan bosschen is geen gebrek op het
+Indische schiereiland en het hout is er het eigendom van iedereen.
+
+»Goed gesproken!" riep kapitein Hod uit. »Hoera voor het stoompaard! 'k
+Zie reeds in mijne verbeelding het rollende huis van den ingenieur
+Banks, in beweging op de groote wegen van Indië, door de wilde
+kreupelbosschen zich een weg banende, doordringende onder de boomen
+van het woud, zich wagende tot in de holen der leeuwen, der tijgers,
+der beeren, der panters, der luipaarden, en wij achter zijne muren
+verscholen, een slachting makende onder de wilde dieren om al de
+Nimrods, de Andersons, de Gérards, de Pertuisets, de Chassaings
+van de wereld van ergernis te doen barsten! Zeg, Banks, 'k moet er
+van watertanden en je doet het me bitter betreuren, dat ik niet een
+vijftig jaren later geboren ben!"
+
+»En waarom dat, kapitein?"
+
+»Omdat je droom over een vijftig jaar zal verwezenlijkt worden en
+eerst dan het stoomrijtuig zal gereed zijn."
+
+»Het is gereed," antwoordde eenvoudig de ingenieur.
+
+»Gereed! en door u vervaardigd misschien?...."
+
+»Door mij, en om de waarheid te zeggen vrees ik maar eene zaak,
+dat het je verwachting overtreft."
+
+»Op weg, Banks, op weg!" riep kapitein Hod uit, die zich oprichtte
+als door den schok eener electrische ontlading. Hij was gereed om
+te vertrekken.
+
+De ingenieur bracht hem tot bedaren; daarna, op ernstiger toon zich
+tot sir Edward Munro wendende, zeide hij:
+
+»Edward, als ik een rollend huis ter uwer beschikking stel, als ik
+over een maand, zoodra het seizoen er geschikt toe is, je kom zeggen:
+Daar is je kamer, die zich zal verplaatsen en gaan zal waarheen je
+wilt, daar zijn je vrienden, Maucler, kapitein Hod en ik, die niets
+liever willen dan je vergezellen op een tocht door het noorden van
+Indië, zal je me dan antwoorden: Laten we vertrekken, Banks, laten
+we vertrekken, en dat de God der reizigers ons bescherme!"
+
+»Ja, mijne vrienden," antwoordde kolonel Munro, na een oogenblik
+nagedacht te hebben. »Banks, beschik over het noodige geld. Doe,
+wat je belooft. Breng ons dat ideale stoomhuis, dat de stoutste
+verwachtingen zou overtreffen en we zullen geheel Indië doorkruisen!"
+
+»Hoera! Hoera! Hoera!" juichte kapitein Hod, »en wee de wilde dieren
+op de Népaulsche grenzen!"
+
+Op dit oogenblik verscheen sergeant Mac Neil, aangetrokken door de
+hoera's van den kapitein, aan de deur der woning.
+
+»Mac Neil," zei kolonel Munro tot hem, »we vertrekken binnen een
+maand naar het noorden van Indië. Je maakt immers de reis mee?"
+
+»Natuurlijk, kolonel, omdat u gaat!" antwoordde sergeant Mac Neil.
+
+
+
+
+
+
+III.
+
+DE OPSTAND DER SIPAYERS.
+
+
+Eenige weinige woorden zullen voldoende zijn om den toestand van
+Indië te doen kennen ten tijde van de voorvallen, die in dit verhaal
+voorkomen en meer bijzonder van het geduchte oproer der Sipayers,
+waarvan we hier de voornaamste feiten in het geheugen willen
+terugbrengen.
+
+Het was in 1600, onder de regeering van Elisabeth, op den gewijden
+grond van Aryavarta, te midden eener bevolking van twee honderd
+millioen bewoners, waarvan honderd twaalf millioen den Hindoeschen
+godsdienst beleden, dat de zeer achtbare Oost-Indische Compagnie
+gesticht werd, bekend onder den echt Engelschen bijnaam van »Old
+John Company."
+
+Het was in het begin een eenvoudige »vereeniging van kooplieden,
+die handel op Oost-Indië dreven" en aan welker hoofd de hertog van
+Cumberland geplaatst werd.
+
+Omstreeks dezen tijd was de Portugeesche macht, die groot in Indië
+geweest was, reeds aan het afnemen. Ook namen de Engelschen, van dezen
+toestand gebruik makende, een eerste proef van politiek en militair
+bestuur in het presidentschap van Bengalen, waarvan de hoofdstad,
+Calcutta, weldra het middelpunt der nieuwe regeering zou worden. Al
+dadelijk kwam het 39e regiment der koninklijke armée, uit Engeland
+afgezonden, de provincie bezetten. Van daar de zinspreuk, die het
+nog altijd in zijn vaandel draagt: Primus in Indiïs.
+
+Intusschen had zich ongeveer terzelfder tijd, onder bescherming van
+Colbert een Fransche Compagnie gevestigd. Zij had hetzelfde doel
+als de Compagnie van de Londensche kooplieden. Wat wonder dat uit
+die mededinging een strijd van belangen geboren werd. Er volgde een
+langdurige met afwisselend geluk gevoerde worsteling uit, die de
+namen van Dupleix, Labourdonnais en Lally-Tollendal beroemd maakte.
+
+Eindelijk moesten de Franschen voor de overmacht bukken en Carnatië,
+dat gedeelte van het schiereiland, dat een gedeelte van zijn oostelijke
+grens bevat, verlaten.
+
+Lord Clive, zonder concurrenten voortaan, niets meer van Portugal
+noch van Frankrijk te vreezen hebbende, ondernam toen de verovering
+van Bengalen, waarvan lord Hastings tot Gouverneur-generaal
+benoemd werd. Door een bekwaam en volhardend bestuur kwamen
+heilzame hervormingen tot stand. Maar van dien tijd af aan werd
+de Oost-Indische Compagnie, eens zoo machtig, rechtstreeks in hare
+dierbaarste belangen getroffen. Eenige jaren later, in 1784, bracht
+Pitt nogmaals wijzigingen in de oorspronkelijke oorkonde. Haar schepter
+moest overgaan in de handen van de raadslieden der Kroon. Het gevolg
+van dezen stand van zaken was, dat in 1813 de Compagnie het monopolie
+van den Indischen handel en in 1833 het monopolie van den handel met
+China ging verliezen.
+
+Al had nu evenwel Engeland niet meer te strijden tegen de vreemde
+maatschappijen op het schiereiland, moest het toch moeielijke oorlogen
+voeren, hetzij tegen de oude bezitters van den grond, hetzij tegen
+de laatste Aziatische veroveraars van dit rijke grondgebied.
+
+Onder lord Cornwallis, in 1784, was het de strijd met Tippo Sahib,
+gedood den 4n Mei 1799, bij de laatste bestorming van Seringapatam
+door generaal Harris. Het was de oorlog met de Mahratten, dat volk
+van voornaam ras, zeer machtig in de XVIIIe eeuw, en de oorlog
+met de Pindaris, die zich zoo moedig verdedigden. Het was nog de
+oorlog met de Gourgkhas van Népaul, de stoutmoedige bergbewoners,
+die in de gevaarlijke beproeving van 1857 de getrouwe bondgenooten
+der Engelschen zouden blijven. Eindelijk was het de oorlog tegen de
+Birmanen, van 1823 tot 1824.
+
+In 1828 waren de Engelschen meester, direct of indirect, van een
+groot gedeelte van het grondgebied. Met lord William Bentinck begon
+een nieuw tijdperk van bestuur.
+
+Sedert de regeling der militaire macht in Indië, had het leger altijd
+twee zeer onderscheiden contingenten geteld, het Europeesche en het
+inlandsche contingent. Het eerste vormde het koninklijke leger,
+samengesteld uit regimenten cavalerie, bataillons infanterie en
+bataillons Europeesche infanterie in dienst van de Oost-Indische
+Compagnie; het tweede vormde het inlandsche leger, bevattende
+bataillons infanterie en bataillons geregelde, maar inlandsche
+cavalerie, gekommandeerd door Engelsche officieren. Daarbij kwam
+een artillerie, waarvan het personeel, tot de Compagnie behoorende,
+met uitzondering van eenige batterijen, uit Europeanen bestond.
+
+Welk was het effectief dezer regimenten of bataillons, die
+onverschillig op deze wijze in het koninklijk leger genoemd worden? Wat
+de infanterie aangaat, elfhonderd man per bataillon in het leger van
+Bengalen en acht à negen honderd in de legers van Bombay en Madras;
+wat de cavalerie betreft, zeshonderd paarden in ieder regiment der
+twee legers.
+
+In het geheel kon men in 1837, zooals het door de Valbezen in zijne
+Nieuwe studieën over de Engelschen en Indië, een zeer merkwaardig werk,
+met groote nauwkeurigheid wordt vastgesteld, de gansche macht der
+drie presidentschappen, schatten op twee honderd duizend inlandsche
+troepen en op vijf en veertig duizend Europeesche.
+
+Nu maakten de Sipayers wel is waar een geregeld corps uit, door
+Engelsche officieren gekommandeerd, maar zij koesterden toch altijd een
+stille neiging om het harde juk der Europeesche discipline, hun door
+de veroveraars opgelegd, af te schudden. Reeds had in 1806, misschien
+zelfs op aanstoken van den zoon van Tippo Sahib, het garnizoen van het
+inlandsche leger van Madras, gekantonneerd te Vellore, de hoofdwacht
+van het 69e regiment der koninklijke armee vermoord, de kazernen in
+brand gestoken, de officieren en hunne families omgebracht en de zieke
+soldaten tot in het hospitaal doodgeschoten. Wat was de oorzaak van
+dezen opstand geweest,--de schijnbare oorzaak, althans? Een voorgewende
+quaestie van knevels, van kapsel en oorringen, maar eigenlijk was
+het de haat der veroverden tegen de veroveraars.
+
+Deze eerste opstand werd spoedig in de geboorte gestikt door de
+koninklijke troepen, die te Ascot gekantonneerd waren.
+
+Een dergelijke reden,--ook een voorwendsel,--was evenzeer de aanleiding
+tot de eerste oproerige beweging van 1857,--een nog veel geduchter
+opstand, die voor altijd de Engelsche macht in Indië zou vernietigd
+hebben, indien de inlandsche troepen van de presidentschappen van
+Madras en Bombay er aan deel hadden genomen.
+
+Alvorens evenwel verder te gaan, moet vermeld worden, dat deze
+opstand niet nationaal was. De Hindoes van het land en der steden,
+dat is zeker, stelden er niet het minste belang in. Bovendien bepaalde
+hij zich tot de half onafhankelijke Staten van Centraal-Indië, tot
+de provincies van het noordwesten en het koninkrijk Oude. Pendjab
+bleef den Engelschen getrouw met zijn regiment van drie escadrons
+uit den Indischen Caucasus. Ook de Sikhs, deze werklieden van lagere
+kaste, die zich inzonderheid bij het beleg van Delhi onderscheidden;
+getrouw ook de Gourgkhas, ten getale van twaalfduizend naar het beleg
+van Lucknow gevoerd door den rajah van Nepaul, getrouw eindelijk
+de Maharajahs van Gwalior en van Pattyalah, de rajah van Rampore,
+de Rani van Bhopal, getrouw aan de wetten van de militaire eer en
+om de gewone uitdrukking, in zwang onder de inboorlingen van Indië,
+te gebruiken »getrouw aan het zout."
+
+Bij den aanvang van den opstand, bevond lord Canning zich aan het hoofd
+van het bestuur in hoedanigheid van gouverneur-generaal. Misschien
+had die staatsman zich verkeerde voorstellingen gevormd aangaande de
+strekking der beweging. Reeds sedert eenige jaren was de ster van
+het Vereenigde Koninkrijk zichtbaar verbleekt aan den Hindoeschen
+hemel. In 1842 had de terugtocht van Kaboel het prestige der
+Europeesche veroveraars doen afnemen. De houding van het Engelsche
+leger gedurende den Krimoorlog was in sommige opzichten beneden de
+militaire faam gebleven. Ook was er een oogenblik dat de Sipayers,
+die zeer op de hoogte waren van hetgeen er voorviel op de oevers
+van de Zwarte zee, dachten dat een opstand der inlandsche troepen
+misschien zou gelukken. Er was trouwens slechts een vonk noodig om
+de behoorlijk voorbereide gemoederen, die de barden, de Brahmanen,
+de »moulvis" door hunne redevoeringen en gezangen aanvuurden, in
+lichtelaaie vlam te brengen.
+
+Deze gelegenheid bood zich aan in het jaar 1857, toen, tengevolge
+van buitenlandsche aangelegenheden, het contingent van het koninklijk
+leger noodzakelijk had moeten verminderd worden.
+
+In het begin van dit jaar had Nana Sahib, anders genoemd de nabob
+Dandou-Pant, die bij Cawnpore zijn verblijf hield, zich naar Delhi
+en daarna naar Lucknow begeven, met het doel ongetwijfeld de sedert
+lang voorbereide omwenteling te bevorderen.
+
+En werkelijk barstte korten tijd na het vertrek van den Nana de
+oproerige beweging los.
+
+Het Engelsche gouvernement had voor korten tijd in het inlandsche leger
+de Enfield-karabijn ingevoerd, die het gebruik noodzakelijk maakt van
+met vet bestreken patronen. Zekeren dag verspreidde zich het gerucht,
+dat dit vet of rundervet of varkensvet was, al naardat de patronen
+bestemd waren voor de Hindoesche of Mohamedaansche soldaten van het
+inlandsche leger.
+
+In een land nu waar zelfs het volk weigert zeep te gebruiken, omdat
+zij kan vervaardigd zijn van het vet van een heilig of onrein dier,
+moest het gebruik van patronen met deze stof besmeerd,--patronen die
+met de tanden moeten afgebeten worden en met de lippen in aanraking
+komen,--de algemeene ontevredenheid opwekken. Het gouvernement gaf
+gedeeltelijk toe aan de bezwaren, die hiertegen gemaakt werden, maar
+het mocht de behandeling der karabijn al wijzigen, verzekeren dat
+het vet in quaestie niet diende tot de vervaardiging der patronen,
+toch bevredigde en overtuigde het niemand in het leger der Sipayers.
+
+Den 24n Februari, te Berampore, weigert het 34e regiment de
+patronen. In het midden van Maart wordt een adjudant vermoord en zal
+weldra het afgedankte regiment, na de straf der moordenaars, in de
+naburige provincies nog vruchtbaarder zaden van muiterij verspreiden.
+
+Den 10n Mei komen te Mirat, iets ten noorden van Delhi, het 3e, 11e
+en 20e regiment in opstand, dooden hunne kolonels en verscheidene
+officieren van den grooten staf, geven de stad aan plundering over
+en trekken naar Delhi terug. Daar voegt de rajah, een afstammeling
+van Timour, zich bij hen. Het arsenaal valt in hunne handen, en de
+officieren van het 54e regiment worden omgebracht.
+
+Den 11n Mei, te Delhi, worden majoor Fraser en zijne officieren
+meedoogenloos vermoord door de opstandelingen van Mirat tot in
+het paleis van den Europeeschen kommandant en den 16n Mei vallen
+negen-en-veertig gevangenen, mannen, vrouwen en kinderen onder de
+bijl der moordenaars.
+
+Den 20n Mei doodt het 26e regiment, bij Lahore gekantonneerd, den
+havenkommandant en den Europeeschen sergeant-majoor.
+
+De eerste stoot was nu eenmaal tot die afschuwelijke slachterijen
+gegeven.
+
+Den 28n Mei, te Nourabad, nieuwe slachtoffers onder de
+Engelsch-Indische officieren.
+
+Den 30n Mei, in de kantonnementen van Lucknow, moord van den
+brigadier-kommandant, van zijn adjudant en van verscheidene andere
+officieren.
+
+Den 31n Mei, te Barreilli in Rohilkhande, moord van eenige officieren,
+die overvallen werden en zich zelfs niet kunnen verdedigen.
+
+Op denzelfden datum, te Schajahanpore, moord van den ontvanger en van
+een zeker aantal officieren door de Sipayers van het 38e regiment,
+en den volgenden dag, aan de andere zijde van Barwar, dood van de
+officieren, vrouwen en kinderen, die op weg waren gegaan om het
+station van Sivapore, op een mijl van Anrungabad te bereiken.
+
+In de eerste dagen van Juni, te Bhopal, moord van een gedeelte van de
+Europeesche bevolking en te Jansi, op aanstoken van de vreeselijke,
+afgezette Rani, een bloedbad, met verfijnde wreedheid aangericht,
+onder de op het fort gevluchte vrouwen en kinderen.
+
+Den 6n Juni, vallen te Allahabad acht jonge vaandrigs onder het lood
+der Sipayers.
+
+Den 14n Juni, te Gwalior, muiterij van twee inlandsche regimenten en
+moord der officieren.
+
+Den 27n Juni, te Cawnpore, eerste hecatombe van slachtoffers van
+iederen leeftijd en sekse, doodgeschoten of verdronken,--voorspel van
+het afschuwelijk treurspel, dat eenige weken later zou plaats hebben.
+
+Te Holkar, den 1n Juli, moord van vier-en-dertig Europeanen,
+officieren, vrouwen en kinderen, plundering, brandstichting, en te
+Ugow, denzelfden dag, moord van den kolonel en den adjudant van het
+23e regiment der koninklijke armée.
+
+Den 15n Juli, tweede moord te Cawnpore. Dien dag, worden vele honderden
+kinderen en vrouwen,--en onder deze lady Munro,--met ongehoorde
+wreedheid op bevel van den Nana zelven omgebracht, die de muzelmansche
+slachters der openbare slachtplaatsen te hulp riep. Verschrikkelijke
+slachting, na welke de lijken in een put geworpen werden, die voor
+altijd berucht gebleven is.
+
+Den 26n September, worden op een plein van Lucknow, tegenwoordig
+»square der draagbaren" genoemd, talrijke gewonden neergesabeld en
+nog levend in de vlammen geworpen.
+
+En eindelijk nog zooveel andere afzonderlijke moorden in de steden
+en op het land, die aan dezen opstand een karakter van gruwzame
+wreedheid verleenden.
+
+De Engelsche generaals beantwoordden trouwens deze moorden dadelijk
+met weerwraak, die wel is waar noodzakelijk, omdat zij een heilzame
+vrees onder de opstandelingen verspreidde, maar die niettemin
+verschrikkelijk was.
+
+In het begin van den opstand hadden de opperrechter Montgomery en
+de brigade-generaal Corbett, te Lahore, zonder bloed te vergieten,
+voor den mond van twaalf stukken geschut, met brandende lont, het 8e,
+16e, 26e en 49e regiment van het inlandsche leger kunnen ontwapenen. Te
+Moulton hadden het 62e en 29e inlandsche regiment ook de wapenen moeten
+nederleggen, zonder ernstigen tegenstand te kunnen bieden. Evenzeer
+werden te Peschawar het 24e, 27e en 51e regiment ontwapend door den
+brigade-generaal S. Colton en den kolonel Nicholson op het oogenblik
+dat het oproer zou uitbarsten. Maar toen eenige officieren van het
+51e regiment in de bergen gevlucht waren, werd een som op hun hoofd
+gezet en werden weldra allen door de bergbewoners teruggebracht.
+
+Dit was het begin der wederwraak.
+
+Nu werd een legerafdeeling, onder kolonel Nicholson, tegen een
+inlandsch regiment aangevoerd, dat naar Delhi marcheerde. De
+opstandelingen werden weldra bereikt, geslagen, verspreid en honderd
+twintig man gevangen genomen en te Peschawar binnengebracht. Allen
+werden ter dood veroordeeld, maar een op de drie man zou werkelijk
+ter dood gebracht worden. Tien kanonnen werden op het exercitieveld
+in slagorde gesteld, een gevangene voor elk hunner monden gebonden
+en vijfmaal gaven de tien kanonnen vuur, het plein met vormlooze
+overblijfselen bedekkende, te midden van een ondraaglijke lucht van
+verbrand vleesch.
+
+Deze slachtoffers stierven, volgens de Valbezen, bijna allen met
+de heldhaftige onverschilligheid, die de Indianen met den dood voor
+oogen, zoo goed weten te bewaren. »Mijnheer de kapitein," sprak tot
+een der officieren, die de terechtstelling kommandeerden, een schoone
+Sipayer van twintig jaar, in een bevallige houding tegen het moordtuig
+aangeleund, »mijnheer de kapitein, 't is niet noodig me vast te binden,
+'k ben niet van plan te vluchten."
+
+Dit was de eerste van een talrijke reeks van vreeselijke
+terechtstellingen.
+
+Ziehier overigens de dagorder, die op dienzelfden datum te Lahore de
+brigade-generaal Chamberlain, na de terechtstelling van twee Sipayers
+van het 55e regiment, ter kennisse bracht van de inlandsche troepen.
+
+»Gij hebt twee uwer kameraden levend voor den mond der kanonnen zien
+vastbinden en in stukken schieten; deze kastijding zal het lot zijn
+van alle verraders. Uw geweten zal u zeggen welke straffen zij in de
+andere wereld zullen ondergaan. De twee soldaten zijn door het kanon
+en niet aan de galg ter dood gebracht, omdat ik hun de bezoedeling
+van de aanraking des beuls heb willen besparen en daardoor heb willen
+bewijzen dat het gouvernement, in deze dagen van spanning, niets wil
+doen om hen in hun godsdienst of kaste te krenken."
+
+Den 30n Juli vielen twaalfhonderd zeven en dertig gevangenen
+achtereenvolgens voor het peleton, dat met de terechtstelling belast
+was en vijfhonderd anderen ontsnapten slechts aan de uitvoering van
+het doodvonnis om van honger en gebrek aan lucht te sterven in de
+gevangenis waar men hen had opgesloten.
+
+Den 28n Augustus werden van de achthonderd zeventig Sipayers, die
+Lahore ontvluchtten, zeshonderd negen en vijftig meedoogenloos door
+de soldaten van het koninklijk leger vermoord.
+
+Den 23n September, na de inneming van Delhi, gaven zich drie prinsen
+van de familie des konings, de vermoedelijke erfprins en zijne twee
+neven, onvoorwaardelijk aan generaal Hodson over, die hen medevoerde
+met een geleide van slechts vijf man te midden van een dreigenden
+hoop van vijfduizend Hindoes,--een tegen duizend. En evenwel liet
+Hodson halfweg de kar met de gevangenen stilhouden, klom bij hen,
+beval hun zich de borst te ontblooten en doodde hen alle drie met
+revolverschoten. »Deze bloedige terechtstelling, door de hand van een
+Engelsch officier," zei de Valbezen, »moest in Pendjab de grootste
+bewondering wekken."
+
+Na de inneming van Delhi, kwamen drieduizend gevangenen door het kanon
+of de galg om, waaronder negenentwintig leden van de koninklijke
+familie. Het beleg van Delhi, wel is waar, had den belegeraars
+tweeduizend eenenvijftig Europeanen en zestienhonderd zesentachtig
+inboorlingen gekost.
+
+Te Allahabad hadden vreeselijke menschenslachtingen plaats, niet
+alleen onder de Sipayers, maar in de rangen van de lagere volksklasse,
+die door de dweepers bijna onwetend tot plundering waren medegesleept.
+
+Te Lucknow bedekten twee duizend gedoode Sipayers met hunne lijken
+een oppervlakte van honderdtwintig vierkante meters.
+
+Te Cawnpore verplichtte kolonel Neil de veroordeelden, alvorens hen
+aan de galg over te leveren, naar gelang van hun kasterang, met de
+tong alle bloedvlekken af te likken en schoon te maken, die in het
+huis waar men de slachtoffers had omgebracht, waren overgebleven. Dit
+was voor deze Hindoes den dood door de schande doen voorafgaan.
+
+Gedurende den tocht door Centraal-Indië, hielden de terechtstellingen
+der gevangenen aanhoudend aan, en werden »muren van menschenvleesch
+door geweervuur omvergeworpen!"
+
+Den 9n Maart 1858, bij den aanval van het Gele Huis, ten tijde van
+het tweede beleg van Lucknow, na een vreeselijke slachting onder de
+Sipayers, schijnt het boven allen twijfel verheven, dat een dezer
+ongelukkigen, onder de oogen der Engelsche officieren zèlven, levend
+door de Sikhs gebraden werd.
+
+Den 11n vulden vijftig lijken van Sipayers de grachten om het paleis
+der Begoem te Lucknow, zonder dat een enkele gewonde was gespaard
+geworden door soldaten, die geen meester van zich zelven meer waren.
+
+Eindelijk stierven in twaalf dagen van strijd, drie duizend
+inboorlingen door het koord of door den kogel en onder hen, drie
+honderd tachtig vluchtelingen, opgehoopt op het eiland Hydaspes,
+die zich tot in Kasjmir gered hadden.
+
+Om kort te gaan, zonder het aantal Sipayers mede te rekenen, die
+gedurende deze meedoogenlooze fnuiking van den opstand,--eene fnuiking,
+die geen gevangenen duldde omkwamen, telt men alleen in den veldtocht
+van Pendjab, niet minder dan zes honderd acht en twintig op bevel
+der militaire autoriteit doodgeschoten of voor den mond der kanonnen
+vastgebonden inboorlingen, dertien honderd zeventig op bevel van de
+burgerlijke autoriteit, drie honderd zes en tachtig gehangen op bevel
+der beide autoriteiten.
+
+In het geheel dus schatte men in het begin van het jaar 1859 op meer
+dan honderd twintig duizend het aantal officieren en inlandsche
+soldaten die omkwamen, en op meer dan twee honderd duizend dat
+der burgerlijke inboorlingen, die met hun leven hunne dikwijls
+twijfelachtige deelneming aan dezen opstand boetten. Verschrikkelijke
+weerwraak, waartegen Gladstone, misschien niet zonder reden in het
+Engelsche parlement, met kracht opkwam.
+
+Het was voor het verhaal dat volgt, van belang van weerszijden de
+balans van dit doodregister vast te stellen. Dit moest, om den lezer
+te doen begrijpen, welk een onvoldane haat, zoowel in het hart der
+naar wraak dorstende overwonnelingen, als in dat der overwinnaars,
+die tien jaar later rouwden over de slachtoffers van Cawnpore en
+Lucknow, moest zijn overgebleven.
+
+Wat de zuiver militaire feiten van den geheelen veldtocht tegen de
+oproerlingen betreft, zij bestaan uit de volgende expedities, die
+hier kortelijk vermeld zullen worden.
+
+Het is vooreerst de eerste veldtocht van Pendjab, die aan sir John
+Laurence het leven kostte.
+
+Daarna volgt het beleg van Delhi, de hoofdstad van den opstand,
+versterkt door duizenden vluchtelingen en gedurende welk Mohammed
+Schah Bahadour tot keizer van Hindostan werd uitgeroepen. »Maak het
+uit met Delhi!" had de gouverneur-generaal in een laatste dépêche aan
+den opperbevelhebber verordend en het beleg, in den nacht van 13 Juni
+begonnen, eindigde den 19n September, na het leven gekost te hebben
+aan de generaals sir Harry Barnard en John Nicholson.
+
+Ter zelfder tijd, nadat Nana Sahib zich tot Peïschwah had laten
+benoemen en in het versterkte kasteel Bilhour had laten kronen,
+marcheerde generaal Havelock naar Cawnpore. Hij kwam er den 17n Juli
+binnen, maar te laat om den laatsten moord te beletten en zich van
+den Nana meester te maken, die met vijf duizend man en veertig stukken
+geschut kon ontvluchten.
+
+Daarna ondernam Havelock een eersten veldtocht in het koninkrijk Oude,
+en trok den 28n den Ganges over met slechts zeventien honderd man en
+tien kanonnen, zich naar Lucknow richtende.
+
+Nu verschenen sir Colin Campbell en de generaal-majoor sir James
+Outram op het tooneel. Het beleg van Lucknow zou zeven en tachtig
+dagen duren en het leven kosten aan sir Henri Lawrence en generaal
+Havelock. Vervolgens maakte Colin Campbell de toebereidselen voor
+een tweeden veldtocht, na gedwongen te zijn zich op Cawnpore terug
+te trekken, waarvan hij zich eindelijk meester maakte.
+
+Gedurende dien tijd ontzetten andere troepen Mohir, een stad van
+Centraal-Indië en maakten een expeditie door Malwa, waardoor het
+Engelsche gezag in dit koninkrijk hersteld werd.
+
+In het begin van het jaar 1858, ondernamen Campbell en Outram
+een tweeden veldtocht in Oude, met vier divisies infanterie,
+aangevoerd door de generaals sir James Outram, sir Edward Lugar en
+de brigade-generaals Walpole en Franks. De kavalerie stond onder de
+bevelen van sir Hope Grant, de andere wapens onder Wilson en Robert
+Napier,--uitmakende ongeveer vijf en twintig duizend strijders, die de
+maharajah van Nepaul met twaalf duizend Gourgkhas ging versterken. Doch
+het oproerige leger van de Begoem telde niet minder dan honderd
+twintig duizend man, en de stad Lucknow zeven- à acht honderd duizend
+inwoners. De eerste aanval had plaats den 6n Maart. Den 16n Maart, na
+een reeks van gevechten, waarin de kapitein ter zee sir William Peel
+en majoor Hodson sneuvelden, kwamen de Engelschen in bezit van het aan
+de Goumti gelegen gedeelte der stad. Niettegenstaande deze voordeelen,
+boden de Begoem en haar zoon nog wederstand in het paleis van Mousa
+Bagh, aan het noord-westelijk uiteinde van Lucknow en de Moulvi,
+een muzelmansch opperhoofd van den opstand, die in het midden der
+stad zelve de wijk genomen had, weigerde zich over te geven. Den 19n
+verzekerde een aanval van Outram en den 21n, een gelukkig gevecht,
+den Engelschen eindelijk het volle bezit van dit geduchte bolwerk
+van den opstand der Sipayers.
+
+Met de maand April trad de opstand in zijn laatste tijdperk. Er
+werd een veldtocht beraamd en uitgevoerd in Rohilkhande, waarheen
+voortvluchtige opstandelingen zich in grooten getale begeven
+hadden. Bareilli, de hoofdstad van het koninkrijk, was het
+punt waarheen de opperhoofden der Engelsche armee zich het eerst
+richtten. Het begin was niet gelukkig. De Engelschen leden een soort
+van nederlaag te Judgespore. De brigade-generaal Adrien Hope werd
+gedood. Doch, tegen het einde van de maand snelde Campbell te hulp,
+hernam Schah-Jahanpore, schoot, den 5n Mei Bareilli aanvallende,
+de stad in brand en nam haar in, zonder te kunnen beletten, dat de
+opstandelingen haar eerst ontruimden.
+
+Gedurende dien tijd werd in Centraal-Indië de veldtocht van sir
+Hugh Rose geopend. Deze generaal marcheerde in de eerste dagen van
+Januari 1858 op Saungor, door het koninkrijk Bhopal, ontzette er het
+garnizoen den 3n Februari, nam tien dagen later het fort Gurakota,
+maakte zich met geweld meester van den Mandapore-pas van de keten der
+Vindhyas, stak de Betwa over, verscheen voor Jansi, verdedigd door
+elf duizend opstandelingen, onder bevel der woeste Rani, sloot de
+stad den 22n Maart onder een verzengende hitte in, detacheerde twee
+duizend man van zijn leger om twintig duizend man van het contingent
+van Gwalior af te snijden, aangevoerd door den befaamden Tantia-Topi,
+wierp dit oproerige opperhoofd overhoop, bestormde de stad den 2n
+April, overweldigde den muur, nam de citadel, waaruit het de Rani
+gelukte te ontsnappen, hernam de operaties tegen het fort Calpi,
+waar de Rani en Tantia-Topi besloten hadden te sterven, bemachtigde
+het den 22n Mei, na een heldhaftige bestorming, zette den veldtocht
+voort met de vervolging van de Rani en haren metgezel, die zich
+in Gwalior geworpen hadden, vereenigde er den 16n Juni zijne beide
+brigades, versterkt door een macht onder den brigade-generaal Napier,
+verpletterde de opstandelingen te Morar, veroverde de plaats den 18n
+en kwam na een zegevierenden veldtocht te Bombay terug.
+
+Het was in een voorposten-gevecht, voor Gwalior, dat de Rani
+sneuvelde. Deze geduchte koningin, met hart en ziel gehecht aan den
+nabob, wiens getrouwe gezellin zij gedurende den opstand geweest
+was, werd gedood door de eigen hand van sir Edward Munro. Nana Sahib
+over het lijk van lady Munro te Cawnpore, de kolonel over het lijk
+van de Rani te Gwalior, waren twee mannen die den opstand en zijne
+onderdrukking vertegenwoordigden, wier bittere haat jegens elkander
+vreeselijke gevolgen zoude hebben, indien zij elkander ooit van
+aangezicht tot aangezicht weder mochten ontmoeten!
+
+Op dit oogenblik kon men den opstand als bedwongen beschouwen,
+uitgenomen misschien in eenige gedeelten van het koninkrijk
+Oude. Campbell opent dus den 2n November een nieuwen veldtocht,
+maakt zich van de laatste stellingen der opstandelingen meester en
+verplicht eenige voorname opperhoofden zich te onderwerpen. Evenwel is
+er een van hen, Beni Madho, die nog altijd niet gevat is. Men verneemt
+in December, dat hij in een aangrenzend distrikt van Nepaul de wijk
+genomen heeft. Men verzekert dat Nana Sahib, Balao Rao, zijn broeder,
+en de Begoem van Oude met hem zijn. Later, gedurende de laatste dagen
+van het jaar, loopt er een gerucht, dat zij een schuilplaats gezocht
+hebben aan de grens der koninkrijken Nepaul en Oude. Campbell zit hen
+dicht op de hielen, maar zij gaan over de grens. Het was eerst in de
+eerste dagen van Februari 1859, dat een Engelsche brigade, waarvan
+een der regimenten onder bevel stond van den kolonel Munro, hen tot
+in Népaul kon vervolgen. Beni Madho wordt gedood, de Begoem van Oude
+en haar zoon worden gevangen genomen en verkrijgen vergunning in de
+hoofdstad van Nepaul te wonen. Wat Nana Sahib en Balao Rao betreft,
+geruimen tijd meende men dat zij dood waren en toch was dit niet
+het geval.
+
+Hoe het zij, de geduchte opstand was gefnuikt. Tantia-Topi,
+overgeleverd door zijn luitenant Man-Singh en ter dood veroordeeld,
+stond den 15n April te Sipri te recht. Deze oproerling, »deze inderdaad
+merkwaardige figuur uit het groote treurspel van den Indischen
+opstand," zegt de Valbezen, »en die bewijzen gaf van een staatkundig
+genie vol berekening en overleg," stierf moedig op het schavot.
+
+Toch moest het einde van dezen opstand der Sipayers, die den Engelschen
+misschien Indië zou gekost hebben, indien hij zich over het geheele
+schiereiland had uitgestrekt, en vooral indien de beweging nationaal
+geweest was, den val van de achtbare Indische Compagnie na zich
+sleepen.
+
+Inderdaad werd met het einde van het jaar 1857 het Hof der Direkteurs
+door lord Palmerston met ondergang bedreigd.
+
+Den 1n November 1858, verkondigde een proclamatie, in twintig talen
+uitgevaardigd, dat Haar Majesteit Victoria Beatrix, koningin van
+Engeland, den schepter van Indië in handen nam, waarvan zij eenige
+jaren later tot keizerin zou gekroond worden.
+
+Dit was het werk van lord Stanley. De titel van gouverneur,
+vervangen door dien van onderkoning, een secretaris van Staat en
+vijftien leden, de centrale regeering uitmakende, de leden van den
+raad van Indië buiten den Indischen dienst benoemd, de gouverneurs
+der presidentschappen van Madras en Bombay, door de koningin gekozen,
+de leden van den Indischen dienst en de hoofdkommandanten gekozen door
+den secretaris van Staat, zoodanig waren de voornaamste beschikkingen
+van het nieuwe gouvernement.
+
+Wat de militaire macht betreft, het koninklijk leger telt tegenwoordig
+zeventien duizend man meer dan voor den opstand der Sipayers,
+namelijk twee en vijftig regimenten infanterie, negen regimenten
+fuziliers en een aanzienlijke artillerie, met vijf honderd man per
+kavallerie-regiment en zeven honderd man per infanterie-regiment.
+
+Het inlandsche leger bestaat uit honderd zeven en dertig regimenten
+infanterie en veertig regimenten kavalerie; maar de artillerie is
+Europeesch, bijna zonder uitzondering.
+
+Zoodanig is tegenwoordig de toestand van het schiereiland uit een
+administratief en militair oogpunt, zoodanig is het effectief der
+gewapende macht, die een grondgebied moet beschermen van vier honderd
+duizend vierkante mijlen.
+
+»De Engelschen," zegt terecht Grandidier, »zijn gelukkig geweest in
+dit groote en prachtige land een zacht, schrander, beschaafd volk
+aan te treffen, dat van ouds geleerd heeft zich te onderwerpen. Doch,
+zij mogen op hun hoede zijn, de zachtheid heeft hare grenzen en moge
+het juk niet te zwaar zijn, of eenmaal richten de hoofden zich op en
+verbreken het."
+
+
+
+
+
+
+IV.
+
+IN DE GROTTEN VAN ELLORA.
+
+
+Het was maar al te waar. De mahratten-prins Dandou-Pant, de aangenomen
+zoon van Baji-Rao, Peïschwah van Pounah, in een woord Nana-Sahib,--op
+dit oogenblik misschien de eenige overlevende van de hoofden der
+omwenteling der Sipayers,--had zijne ongenaakbare schuilhoeken in
+Nepaul kunnen verlaten. Dapper, stoutmoedig, gewoon allerlei gevaren
+te trotseeren, bekwaam in de kunst zijn vervolgers het spoor bijster
+te doen worden, buitengewoon listig, had hij zich tot in de provincie
+van Dekan gewaagd, onder de nooit sluimerende inblazingen van een
+haat, dien de vreeselijke weerwraak van den opstand van 1857 slechts
+vertienvoudigd had.
+
+Ja! het was een doodelijke haat, dien de Nana den bezitters van
+Indië gezworen had. Hij was de erfgenaam van Baji-Rao en, toen de
+Peïschwah in 1851 stierf, weigerde de Compagnie hem voortaan het
+pensioen van acht lakhs ropyen (een millioen gulden) uit te keeren,
+waarop hij recht had. Dit was een der oorzaken van dien haat, die
+tot de grootste buitensporigheden zou leiden.
+
+Maar wat hoopte Nana Sahib dan? Sedert acht jaren was de opstand der
+Sipayers volkomen gedempt. Het Engelsche gouvernement was allengs in
+de plaats getreden van de achtbare Indische Compagnie en hield het
+gansche schiereiland onder vrij wat strenger bestuur dan dat van de
+vereeniging der kooplieden. Er was geen spoor van den opstand meer
+overgebleven, zelfs niet in de rangen van het inlandsche leger, dat
+ook geheel gereorganiseerd was. Had de Nana dan kans van slagen in
+zijne pogingen om onder de lagere klassen van Hindostan een nieuwe
+beweging aan te stoken? Zijne plannen zullen weldra bekend zijn. Eene
+zaak wist hij, dat namelijk zijne tegenwoordigheid in de provincie
+Aurungabad gesignaleerd was geworden, dat de gouverneur-generaal er
+de onderkoning te Calcutta van verwittigd had en dat er een prijs op
+zijn hoofd gesteld was. Zeker was het dat hij overijld op de vlucht had
+moeten gaan en zich op nieuw in zulk een goed verborgen schuilplaats
+had moeten verbergen, dat hij aan de nasporingen van de agenten der
+Engelsch-Indische politie kon ontsnappen.
+
+De Nana verloor in den nacht van den 6n op den 7n Maart geen uur. Hij
+kende het land volkomen en besloot Ellora te bereiken, gelegen op
+vijf en twintig mijlen van Aurungabad, om zich daar bij een zijner
+medeplichtigen te voegen.
+
+De nacht was donker. De gewaande fakir richtte zich, na zich
+overtuigd te hebben dat hij niet vervolgd werd, naar het praalgraf,
+op eenigen afstand van de stad opgericht ter eere van den mohamedaan
+Sha-Soufi, een heilige wiens reliquiën den naam hebben genezingen
+te volbrengen. Maar alles sliep toen in het praalgraf, priesters en
+bedevaartgangers, en de Nana kon zich bewegen zonder door lastige
+vragen verontrust te worden.
+
+Evenwel was het niet zoo duister, dat dit granietblok, het onneembare
+fort van Daoulutabad dragende en zich midden in eene vlakte tot eene
+hoogte van twee honderd veertig voet verheffende, zijn ontzaglijk
+schaduwbeeld aan de blikken kon onttrekken. Toen de nabob het
+zag, herinnerde hij zich dat een der keizers van Dekan, een zijner
+voorouders, zijn hoofdstad had willen maken van de uitgestrekte stad,
+die vroeger aan den voet van het fort gebouwd was. En werkelijk
+zou het een onverwinlijke positie geweest zijn, zeer geschikt om in
+dit gedeelte van Indië het middelpunt eener oproerige beweging te
+worden. Doch Nana Sahib wendde het hoofd om en had slechts een blik
+vol haat over voor die sterkte, nu in de handen zijner vijanden.
+
+Op deze vlakte volgde een meer afwisselend terrein. Het waren de eerste
+oneffenheden van den bodem, die weldra bergachtig zou worden. De Nana,
+nog in de volle kracht des levens, vertraagde zijne schreden niet,
+toen hij reeds vrij steile hellingen moest beklimmen. Hij wilde dien
+nacht vijf en twintig mijlen maken, dat is den afstand afleggen,
+die Ellora van Aurungabad scheidt. Eenmaal daar, hoopte hij in
+veiligheid te kunnen uitrusten. Ook hield hij zich niet op, noch in
+een karavansera, voor iedereen open, die men op weg ontmoette, noch
+in een half vervallen bungalow, waar hij in een afgezonderd gedeelte
+van den berg een paar uur had kunnen slapen.
+
+Bij het opgaan der zon ging de vluchteling om het dorp Ranzah heen,
+dat het zeer eenvoudige graf bezit van den grootsten Mongoolschen
+keizer, Aureng-Zeb. Eindelijk had hij de beroemde groep holen bereikt,
+die hun naam ontleend hebben aan het kleine dorp bij Ellora.
+
+De heuvel, waarin die holen ten getale van een dertigtal gegraven
+zijn, heeft de gedaante van een halve maan. Vier tempels, vier en
+twintig bouddhisten-kloosters, eenige minder belangrijke grotten,
+zijn de monumenten van de groep. De basaltgroeve is rijkelijk
+door menschenhanden geëxploiteerd. Maar niet om de kunststukken,
+hier en daar over de onmetelijke oppervlakte van het schiereiland
+verspreid, hebben de hindostansche bouwkundigen in de eerste eeuwen der
+christelijke jaartelling er de steenen uitgegraven. Neen! die steenen
+zijn alleen daarom weggenomen om ledige ruimten in de hoofdmassa
+te maken en het zijn deze ruimten, die, al naar hunne bestemming,
+»chaityas" of »viharas" geworden zijn.
+
+De zonderlingste dezer tempels is voorzeker die der Kaïlas. Men stelle
+zich een blok voor van honderd twintig voet hoog, bij een omtrek
+van zes honderd voet. Dit blok heeft men stoutweg in den berg zelven
+uitgesneden en te midden van een plein van drie honderd zestig voet
+lang en honderd zes en tachtig breed afgezonderd,--een plein, verkregen
+ten koste van de basaltmassa. Toen nu eenmaal dit blok op deze wijze
+was vrijgemaakt, hebben de architecten het uitgehouwen, evenals een
+beeldhouwer een stuk ivoor. Uitwendig hebben zij kolommen uitgesneden,
+kleine pyramiden gebeeldhouwd, koepels vervaardigd, zooveel van de
+rots gespaard als noodig was om de bas-reliefs goed te doen uitkomen,
+meer dan levensgroote olifanten voorstellende, die het geheele gebouw
+schijnen te dragen; inwendig hebben zij een groote zaal uitgehouwen,
+omgeven met kapellen en waarvan het gewelf op kolommen rust, die
+van de geheele massa zijn afgezonderd. Eindelijk hebben zij van dit
+uit één steen gemaakte kunstwerk een tempel vervaardigd, die in de
+eigenlijke beteekenis van het woord niet »gebouwd" is geworden, maar
+een tempel eenig op de wereld en die waardig is mede te dingen met de
+bewonderenswaardigste gebouwen van Indië en zeer goed de vergelijking
+kan doorstaan met de onderaardsche begraafplaatsen van het oude Egypte.
+
+Deze tempel, nu bijna verlaten, is als alle aardsche dingen, niet
+door den tijd gespaard. In sommige gedeelten begint hij reeds
+te vervallen. Zijne bas-reliefs slijten af als de wanden van de
+steenen massa, waaruit men ze vervaardigd heeft en toch bestaat dit
+kunstgewrocht nog slechts duizend jaren. Maar wat in de werken der
+natuur nog nieuw is, is dikwijls reeds oud en vervallen in den arbeid
+der menschen. In den zijdelingschen grondmuur links waren eenige diepe
+scheuren gekomen, en het is door een dezer openingen, die half door het
+kruis van een der torschende olifanten verborgen waren, dat Nana Sahib
+weg sloop, zonder dat iemand zijn komst te Ellora had kunnen vermoeden.
+
+De scheur kwam uit in een donkeren gang, die door den grondmuur liep en
+zich in de diepte tot onder den bodem des tempels uitstrekte. Daar had
+men een soort van onderaardsche kapel of put, nu droog, uitgegraven,
+die tot vergaarbak van het regenwater diende.
+
+Zoodra de Nana in den gang was gekomen, deed hij een zeker gefluit
+hooren, dat door een gelijk gefluit beantwoord werd. Het was geen
+echo. Weldra werd de duisternis verlicht door een Hindoe, die een
+kleinen lantaren in de hand droeg.
+
+»Geen licht!" zei de Nana.
+
+»Ben jij het, Dandou-Pant?" antwoordde de Hindoe, die dadelijk zijn
+lantaren uitdoofde.
+
+»Ik, broeder!"
+
+»Is.....?"
+
+»Eerst iets te eten," antwoordde de Nana, »dan zullen we praten. Maar
+noch om te praten, noch om te eten heb ik licht noodig. Neem mijn
+hand en geleid me."
+
+De Hindoe greep de hand van den Nana, nam hem mede naar de enge
+kapel en liet hem zich uitstrekken op een hoop drooge kruiden, dien
+hij zooeven verlaten had. Het fluiten van den fakir had hem uit zijn
+laatsten slaap gewekt.
+
+Deze man, gewoon zich in deze donkere schuilplaats te bewegen, had
+spoedig eenig voedsel gevonden, brood, een soort van pastei, bereid van
+kippenvleesch, dat veel in Indië gegeten wordt, en een kalbasflesch
+met een halve pint met die sterke likeur, bekend onder den naam van
+»arak," verkregen door de distillatie van het sap van den kokosnoot.
+
+De Nana at en dronk zonder een woord te spreken. Hij bezweek bijna
+van honger en vermoeienis. Zijn geheele leven concentreerde zich
+toen in zijne oogen, die in de duisternis vuur schoten als de oogen
+eens tijgers.
+
+De Hindoe wachtte zonder zich te bewegen totdat de nabob goedvond om
+te spreken.
+
+Die man was Balao Rao, de eigen broeder van Nana Sahib.
+
+Balao Rao, oudere broeder van Dandou-Pant, doch nauwlijks een jaar,
+geleek hem lichamelijk sprekend, maar ook geestelijk was het Nana Sahib
+volkomen. Dezelfde haat jegens de Engelschen, dezelfde sluwheid in
+zijne plannen, dezelfde wreedheid in de uitvoering, dezelfde ziel in
+twee lichamen. Gedurende den geheelen opstand hadden de twee broeders
+elkander niet verlaten. Na de nederlaag had hetzelfde kampement
+aan de grenzen van Nepaul hun een schuilplaats verleend. En nu,
+door een zelfde gedachte bezield de worsteling op nieuw te beginnen,
+waren zij beiden gereed te handelen.
+
+Toen de Nana, door den haastig verslonden maaltijd verkwikt, zijne
+krachten had terug erlangd, bleef hij eenigen tijd met het hoofd
+in de handen geleund zitten. Balao Rao, meenende dat hij zich door
+eenige uren slaap wilde versterken, bewaarde altijd het stilzwijgen.
+
+Doch Dandou-Pant, het hoofd oprichtende, vatte de hand van zijn
+broeder en zeide met doffe stem:
+
+»'k Ben gesignaleerd in het presidentschap van Bombay! De gouverneur
+van het presidentschap heeft een prijs op mijn hoofd gesteld! Hij heeft
+duizend gulden uitgeloofd aan hen, die hem Nana Sahib zal overleveren!"
+
+»Dandou-Pant!" riep Balao Rao uit, »je hoofd is meer waard! Dat zou
+nauwlijks de prijs van het mijne zijn en na drie maanden zouden ze
+maar al te gelukkig zijn ze beiden voor tien duizend gulden te hebben!"
+
+»Ja," antwoordde de Nana, »over drie maanden, den 23n Juni, is het
+de verjaardag van den veldslag van Plassey waarvan de honderdste
+verjaardag, in 1857, het eind van de Engelsche heerschappij en de
+vrijmaking van het zonneras moest zien! Onze profeten hadden het
+voorzegd! Onze barden hadden het bezongen! Binnen drie maanden,
+broeder, zullen honderd negen jaren verloopen zijn en nog altijd is
+de vreemdeling heer en meester over Indië!"
+
+»Dandou-Pant," antwoordde Balao Rao, »wat in 1857 niet gelukt is,
+kan en moet tien jaren later gelukken. In 1827, in 1737, in 1847
+hebben er oproeren in Indië plaats gehad! Om de tien jaar worden de
+Hindoes door de omwentelingskoorts aangetast! welnu, dit jaar zullen
+ze zich genezen door zich in golven Europeesch bloed te baden!"
+
+»Dat Brahma ons geleide," zeide Nana zacht, »en dan oog om oog, tand
+om tand! Wee den aanvoerders van het koninklijke leger, die onder de
+slagen onzer Sipayers niet gevallen zijn! Laurence is dood, Barnard
+is dood, Hope is dood, Napier is dood, Hodson is dood, Havelock is
+dood! Maar eenigen hebben het overleefd! Campbell, Rose leven nog,
+en onder hen hij, dien ik het meest van allen haat, die kolonel Munro,
+die afstammeling van den beul, hij, die met eigen hand mijn gezellin,
+de Rani van Jansi gedood heeft! Als hij in mijn handen valt, zal hij
+zien of ik de gruwelen van den kolonel Neil, de moorden van Sekander
+Bagh, de slachtingen van het paleis der Begoem, van Bareilli, van
+Jansi en van Morar, van het eiland Hydaspes en van Delhi vergeet! Hij
+zal zien of ik vergeten heb, dat wij elkander's dood gezworen hebben!"
+
+»Heeft hij zijn ontslag niet uit den dienst genomen?" vroeg Balao Rao.
+
+»O! wat dat aangaat!" antwoordde Nana Sahib, »bij de eerste beweging
+treedt hij weder in dienst! Maar wordt ook deze opstand onderdrukt,
+dan zal ik hem opsporen tot in zijn bungalow van Calcutta en hem
+daar dooden!"
+
+»Goed, maar nu?...."
+
+»Nu, het eenmaal begonnen werk moet voortgezet worden. De beweging
+zal dezen keer nationaal zijn. Als in de steden en buiten op het
+land de Hindoes opstaan, zullen de Sipayers spoedig gemeene zaak
+met hen maken. Ik heb het midden en noorden van Dekan doorgetrokken
+en overal heb ik de gemoederen geneigd tot den opstand gevonden. Er
+zijn geen steden, noch gehuchten, waar we geen aanvoerders hebben,
+gereed om dadelijk te handelen. De Brahmanen zullen het volk
+opwinden. De godsdienst zal ditmaal de volgelingen van Çiva en van
+Vishnoe medesleepen. Op het vooraf beraamde tijdstip, zullen bij het
+overeengekomen signaal, millioenen Hindoes opstaan, en de koninklijke
+armee zal vernietigd worden!"
+
+»En Dandou-Pant?...." vroeg Balao Rao, de hand van zijn broeder
+grijpende.
+
+»Dandou-Pant," antwoordde de Nana, »zal niet slechts zijn de op
+het sterke kasteel Bilhour bekroonde Peïschwah! Hij zal dan zijn de
+souverein van het heilige land der Indiën!"
+
+Na deze woorden gesproken te hebben, bleef Nana Sahib, de armen
+gekruist, met den droomenden blik van hen, die niet het verledene of
+het tegenwoordige, maar de toekomst gadeslaan, in stilte verzonken.
+
+Balao Rao wachtte zich wel hem te storen. Liever liet hij deze
+ongetemde ziel zich door haar eigen vuur ontvlammen en des
+noods was hij immers daar om het vuur dat in hem smeulde, aan te
+blazen. Nana Sahib kon geen medeplichtige hebben, inniger aan zijn
+persoon verbonden, geen vuriger raadsman om hem zijn doel te doen
+bereiken. Het is reeds gezegd, het was zijn ander ik.
+
+Na eenige minuten van stilte, richtte de Nana het hoofd op en kwam
+tot den tegenwoordigen toestand terug.
+
+»Waar zijn onze metgezellen?" vroeg hij.
+
+»In de grotten van Adjuntah, waar ze ons volgens afspraak zouden
+wachten," antwoordde Balao Rao.
+
+»En onze paarden?"
+
+»'k Heb ze een eind van hier op den weg van Ellora naar Boregami in
+bewaring gegeven."
+
+»Bij Kâlagani immers?"
+
+»Juist, broeder. Ze worden daar goed verzorgd en staan gereed om
+te vertrekken."
+
+»Laten we dan vertrekken," antwoordde de Nana. »We moeten voor het
+aanbreken van den dag te Adjuntah zijn."
+
+»En waarheen dan verder?" vroeg Balao Rao. »Heeft deze overhaaste
+vlucht je plannen niet tegengewerkt?"
+
+»Neen," antwoordde Nana Sahib. »We zullen de Sautpourrabergen bereiken,
+waarvan ik al de passen ken en waar ik de nasporingen van de Engelsche
+politie kan trotseeren. Daar ook zullen we op het grondgebied zijn
+der Bhîls en der Gounds, die onze zaak getrouw zijn gebleven. Daar
+zal ik dan het gunstige oogenblik kunnen afwachten, te midden van
+de bergachtige streek der Vindhyas, waar de gemoederen altijd in
+gisting verkeeren!
+
+»Op marsch!" antwoordde Balao Rao. »Welnu, ze hebben duizend gulden
+uitgeloofd aan hem, die je vangt. Maar, 't is niet voldoende om een
+prijs op je hoofd te stellen, 't moet genomen worden ook!"
+
+»Ze krijgen 't niet," antwoordde Nana Sahib. »Kom, zonder een oogenblik
+te verliezen, broeder, kom!"
+
+Balao Rao liep met zekeren tred door den nauwen gang, die naar deze
+donkere schuilplaats, onder den vloer van den tempel gegraven,
+geleidde. Aan de opening gekomen, door het kruis van den steenen
+olifant verborgen, stak hij voorzichtig het hoofd naar buiten, keek
+rechts en links, verzekerde zich dat de toegangen vrij waren en waagde
+zich buiten. Uit overmaat van voorzorg, liep hij een twintig schreden
+ver in de laan, die de richting volgde van de as des tempels, doch
+niets verdachts opmerkende, liet hij een gefluit hooren, om Nana te
+waarschuwen dat de weg vrij was.
+
+Eenige oogenblikken later, verlieten de beide broeders de een halve
+mijl lange, kunstmatige vallei, waarin een menigte galerijen, gewelven,
+uitdiepingen, op zekere plaatsen tot een groote hoogte trapsgewijze
+boven elkander zijn uitgehouwen. Zij vermeden het mohamedaansche
+praalgraf, dat tot bungalow dient voor de bedevaartsgangers of de
+nieuwsgierigen van allerlei landaard, aangetrokken door de wonderen
+van Ellora; eindelijk, na het dorp Ranzah te zijn omgegaan, bevonden
+zij zich op den weg, die Adjuntah met Boregami verbindt.
+
+De afstand van Ellora naar Adjuntah bedroeg vijftig mijlen (80
+kilometers ongeveer); doch de Nana was nu niet meer de vluchteling, die
+te voet en zonder middel van vervoer uit Aurungabad ontsnapte. Zooals
+Balao Rao gezegd had, wachtten hun drie paarden op den weg op,
+onder de hoede van den Hindoe Kâlagani, een getrouwen dienaar
+van Dandou-Pant. Deze paarden waren verborgen geweest in een dicht
+bosch, een mijl van het dorp af. Het eene was bestemd voor den Nana,
+het andere voor Balao Rao, het derde voor Kâlagani en even daarna
+galoppeerden alle drie in de richting van Adjuntah. Niemand trouwens
+zou er zich over verwonderd hebben een fakir te paard te zien, want
+inderdaad vragen deze brutale bedelaars dikwijls te paard zittende
+een aalmoes.
+
+Daarenboven was de weg in dezen voor de bedevaarten minder gunstigen
+tijd van het jaar, niet druk bezocht. De Nana en zijne beide
+metgezellen reden dus snel, zonder vrees dat iets hen kon hinderen
+of ophouden. Zij namen er den tijd van af om hunne dieren te laten
+uitblazen, en op deze korte halten, putten zij uit den voorraad, dien
+Kâlagani aan den zadelknop had opgehangen. Zij vermeden zoodoende de
+meer bezochte gedeelten der provincie, de bungalows en de dorpen, onder
+anderen het gehucht Roja, een ellendige hoop zwarte huizen, zooals
+de door den rook zwart geworden sombere woningen van Cornonailles en
+Pulmary, een klein, verlaten gehucht in een woeste landstreek.
+
+De bodem was gelijk en vlak. In alle richtingen strekten zich
+heidevelden uit, overal met dichte jungles bezet. Doch in de nabijheid
+van Adjuntah werd de landstreek meer oneffen.
+
+De prachtige grotten van dien naam, mededingsters der wondervolle
+grotten van Ellora, en in hun geheel misschien schooner, nemen het
+lagere gedeelte eener kleine vallei in, een halve mijl ongeveer van
+de stad af.
+
+Nana Sahib behoefde dus niet door Adjuntah te gaan, waar de afkondiging
+van den gouverneur reeds aangeplakt moest zijn. Bijgevolg bestond er
+voor hem geen vrees herkend te worden.
+
+Vijftien uren dus na Ellora verlaten te hebben, drong hij met zijne
+metgezellen door een nauwen bergpas, die naar de beroemde vallei
+geleidde, waarvan de zeven en twintig tempels, in de rotsachtige
+massa zelve uitgehouwen, over duizelingwekkende afgronden hangen.
+
+Het was een prachtige nacht, met een schitterenden sterrenhemel,
+doch zonder maan. Hooge vijgeboomen en eenige »bars," die onder
+de reuzen der Indische flora geteld worden, teekenden zich zwart
+tegen den met sterren bezaaiden hemel af. Geen windje verstoorde de
+kalmte van den dampkring, geen blaadje bewoog zich, niet het minste
+geluid deed zich hooren, of het moest het zacht geruisch zijn van
+een bergstroom, die eenige honderden schreden verder in een diepe
+kloof vloeide. Doch dit geruisch nam toe en werd een waar geloei,
+toen de paarden den waterval van den Satkhound bereikt hadden, die
+van een hoogte van vijftig vademen valt, gebroken en verscheurd door
+de scherpe rotsen van kwarts en basalt. Vloeibaar stof dwarrelde in
+den bergpas rond en zou, zoo de maan in dien schoonen lentenacht den
+horizont verlicht had, het prachtige schouwspel hebben opgeleverd
+van de zeven kleuren van den regenboog.
+
+De Nana, Balao Rao en Kâlagani vertoonden zich nu in den bergpas,
+die op deze plaats een scherpe kromming maakt en een prachtig uitzicht
+geeft op de vallei, verrijkt door de meesterstukken der boeddhistische
+bouwkunst. Daar, op de muren dier tempels, rijkelijk met zuilen,
+rozetten, arabesken, veranda's versierd, bevolkt met kolossale
+figuren van fantastisch gevormde dieren, voorzien van in de rotsmassa
+uitgeholde sombere cellen, eertijds door priesters, de bewaarders
+dezer heilige verblijfplaatsen bewoond, kan de kunstenaar ook nog
+eenige fresco's bewonderen, die eerst gisteren geschilderd schijnen
+te zijn en die koninklijke plechtigheden, godsdienstige processies,
+veldslagen voorstellen waarin al de wapenen van dien tijd voorkomen,
+zooals ze in de eerste tijden van de christelijke jaartelling in het
+prachtige land van Indië in zwang waren.
+
+Nana Sahib kende al de geheimen dezer onderaardsche verblijven. Meer
+dan eens hadden zijne metgezellen en hij, door de koninklijke
+troepen in 't nauw gebracht, er in de kwade dagen van den opstand
+een schuilplaats gevonden. De onderaardsche galerijen, die ze met
+elkander verbonden, de nauwste tunnels in de kwartsachtige rotsmassa
+uitgegraven, de bochtige gangen, die elkaar in alle richtingen
+kruisten, de duizend vertakkingen van dien doolhof, die den geduldigste
+wanhopend zouden gemaakt hebben, alles was hem gemeenzaam. Hij kon er
+niet verdwalen, zelfs al verlichtte geen fakkel hunne donkerste hoeken.
+
+De Nana ging als iemand, volkomen zeker van zich zelven, recht naar
+een van de minst belangrijke holen der groep. De opening was verborgen
+door dicht struikgewas en een hoop groote steenen, afkomstig van een
+oude instorting, tusschen de struiken van den bodem en de planten,
+die tusschen de spleten van de rots groeiden.
+
+Een licht tikje op den wand was den nabob voldoende om zijne
+tegenwoordigheid aan de opening van het hol te kennen te geven.
+
+Dadelijk kwamen twee of drie hoofden van Hindoes tusschen de takken
+te voorschijn, daarna tien, twintig en weldra vormden die hoofden,
+door lichamen gevolgd, als slangen tusschen de steenen doorkruipende,
+een groep van een veertigtal goed gewapende mannen.
+
+»Op marsch!" zeide Nana Sahib.
+
+En zonder eenige verklaring te vragen, zonder te weten waarheen
+hij hen leidde, volgden hem de getrouwe metgezellen van den nabob,
+gereed zich op een teeken van hem te laten dooden. Zij waren te voet,
+maar hunne beenen konden in snelheid wedijveren met die van een paard.
+
+De kleine troep drong door den bergpas, die langs den rand van den
+afgrond in de richting van het noorden liep en ging om den top van den
+berg heen. Een uur later had hij den weg van den Kandeisch bereikt,
+die zich verliest in de bergpassen der Sautpourrabergen.
+
+Met het aanbreken van den dag passeerden zij den tak op Nagpore van
+den spoorweg van Bombay op Allahabad en even later den weg zelven,
+die naar het noordoosten loopt.
+
+Op dit oogenblik bruiste de sneltrein van Calcutta voorbij, en
+liet zijn witten rook in de toppen der trotsche vijgeboomen langs
+den weg hangen, terwijl de roofdieren der jungles verschrikt op de
+vlucht joegen.
+
+De nabob hield zijn paard in en riep met luide stem, de hand naar
+den voortsnellenden trein uitgestrekt:
+
+»Ga en zeg den onderkoning van Indië, dat Nana Sahib nog altijd in
+leven is en dat hij dezen spoorweg, dat vervloekte gewrocht hunner
+handen, in het bloed der veroveraars zal verdrinken!"
+
+
+
+
+
+
+V.
+
+DE IJZEREN REUS.
+
+
+Wie beschrijft de verbazing der mannen, vrouwen en kinderen, van
+Hindoes zoowel als van Engelschen, op den grooten weg van Calcutta
+naar Chandernagor, toen zij in den vroegen morgen van den 6n Mei uit
+een der laatste voorsteden van de hoofdstad van Indië, tusschen twee
+dichte rijen nieuwsgierigen een vreemde equipage zagen te voorschijn
+komen,--indien men althans dien naam kan geven aan den zonderlingen
+toestel, die zich langs den oever der Hoogly voortbewoog.
+
+Aan het hoofd en als de eenige beweegkracht van den trein, stapte
+een reusachtige olifant, van twintig voet hoog, dertig lang en breed
+naar evenredigheid, bedaard en geheimzinnig voort. Zijn snuit was half
+omgebogen, als een énorme hoorn van overvloed, met het uiteinde in de
+lucht. Zijne vergulde slagtanden staken buiten zijn ontzaglijk kakebeen
+uit, gelijk aan twee dreigende zeisen. Over zijn donkergroen lichaam,
+zonderling gevlekt, was een in ruime plooien afhangend kleed van
+schitterende kleuren geslagen, afgezet met goud- en zilverdraadwerk,
+omgeven door groote eikels van gedraaide franje. Zijn rug torste
+een soort van prachtig versierd torentje, bekroond met een op de
+Indische wijze rond koepeldak en welks wanden voorzien waren van
+groote lensvormige glazen, veel gelijkende op de patrijspoorten
+eener scheepskajuit.
+
+Wat nu die olifant voorttrok, was een trein van twee énorme wagens,
+of liever twee werkelijke huizen, een soort van rollende bungalows,
+elk op vier raderen met sierlijk gebeeldhouwde naven, speken en
+velgen. Deze wielen, waarvan men slechts het onderste segment zag,
+bewogen zich in kasten, die half door het onderstel dezer énorme
+bewegingstoestellen verborgen waren. Een van scharnieren voorzien
+smal brugje, dat zich naar de beweging der wielen schikte, verbond
+het eerste voertuig met het tweede.
+
+Hoe kon nu een enkele olifant, hoe sterk ook, schijnbaar zonder
+de minste moeite, deze twee zware gevaarten trekken? Hij deed het
+evenwel, het wonderdier! Zijne dikke pooten lichtten zich op en
+daalden automatisch neder met een echt mechanische regelmaat en hij
+ging onmiddellijk van den stap in den draf over, zonder dat noch de
+stem, noch de hand van een »mahout" zich deed hooren of zien.
+
+Dat was voorzeker iets waarover de nieuwsgierigen zich moesten
+verwonderen, indien zij zich althans op eenigen afstand hielden,
+want, als zij dichter bij den kolos kwamen, ontdekten zij het geheim
+en week hunne verbazing voor bewondering.
+
+En inderdaad werd het oor onmiddellijk getroffen door een soort van
+op de maat afgepast geloei, dat zeer veel overeenkomst had met het
+eigenaardig geschreeuw van die reuzen der Indische fauna. Daarenboven
+ontsnapte er in kleine tusschenpoozen uit de naar den hemel gerichte
+tromp een schitterende rookwolk.
+
+En toch was het zeer zeker een olifant! Zijn met vouwen en rimpels
+bedekte, zwartachtig groene huid hield ongetwijfeld een dier machtige
+beenderengestellen verborgen, waarmede de natuur de dikhuidigen
+begiftigd heeft! Zijne oogen schitterden met een levendigen glans! Zijn
+leden waren met beweging begaafd!
+
+Doch, zoo de een of andere nieuwsgierige het gewaagd had de hand op het
+ontzaglijke dier te leggen, was alles helder voor hem geworden. Het
+was slechts een bewonderenswaardige oogbedrieger, een verrassende
+navolging, met al de uiterlijke kenteekenen van het leven, zelfs
+van dichtbij.
+
+Werkelijk was die olifant van plaatijzer en hield inwendig een
+weglocomotief verborgen, en wat den trein, het »Stoomhuis" betreft,
+om de benaming te gebruiken, die hem toekomt, het was de door den
+ingenieur beloofde rollende woning.
+
+De eerste wagen of liever het eerste huis, diende tot woning voor
+kolonel Munro, kapitein Hod, Banks en mij.
+
+Het tweede huisvestte sergeant Mac Neil en de lieden, die het personeel
+van den tocht uitmaakten.
+
+Banks had zijne belofte gehouden, kolonel Munro de zijne en ziedaar
+hoe men in den morgen van den 6n Mei, in die buitengewone equipage
+vertrokken was om de noordelijke streken van het Indische schiereiland
+te bezoeken.
+
+Doch waartoe zulk een kunstmatige olifant? Waarom die fantasie,
+in strijd met den praktischen geest der Engelschen? Tot nog toe was
+het nooit bij iemand opgekomen om aan een locomotief, bestemd om,
+hetzij op de groote straatwegen of op de rails der spoorbanen, te
+circuleeren, de gedaante van een viervoetig dier te geven!
+
+Het valt niet te ontkennen, dat we, voor 't eerst de wonderlijke
+machine ziende, ten hoogste verbaasd stonden te kijken. Er kwam geen
+einde aan de vragen, die onzen vriend Banks ten opzichte der machine
+gedaan werden. Volgens zijne plannen toch en onder zijne leiding was
+deze weglocomotief vervaardigd. Wie had hem de zonderlinge gedachte
+ingeblazen haar tusschen de ijzeren wanden van een mechanischen
+olifant te verbergen?
+
+»Mijne vrienden," vergenoegde Banks zich zeer ernstig te antwoorden,
+»kent ge den rajah van Bouthan?"
+
+»Ik ken hem," antwoordde kapitein Hod, »of liever, ik kende hem,
+want hij is nu sedert drie maanden overleden."
+
+»Welnu, voor hij stierf," antwoordde de ingenieur, »was de rajah
+van Bouthan niet alleen in leven, maar hij leefde heel anders
+dan een ander. Hij was zeer op pracht gesteld, onder welken vorm
+ook. Hij weigerde zich niets, niets namelijk van 't geen hem in
+zijn hoofd opkwam. Hij bedacht het onmogelijke en indien zijn
+beurs niet onuitputtelijk geweest ware, had zij werkelijk kans
+gehad uitgeput te worden in de verwezenlijking zijner weelderige
+fantasie. Hij was rijk als de nabobs van vroegere tijden. Zoo hij
+ooit door eenige zorg gekweld werd, dan was het door de zorg hoe
+zijne schatten iets minder alledaags te verteren dan zijne millioenen
+rijke medebroeders. Nu kwam er eens een gedachte bij hem op, die zich
+zoodanig van hem meester maakte, dat hij er niet meer van kon slapen,
+een gedachte waarop Salomo trotsch zou geweest zijn, en die hij zeker
+verwezenlijkt zou hebben, als hij den stoom gekend had: de gedachte
+namelijk om op eene tot nog toe geheel nieuwe wijze te reizen, met
+een equipage zooals nooit iemand er een had kunnen droomen. Hij
+kende mij, liet mij aan zijn hof komen en teekende mij zelf het
+plan van zijn voertuig. En als ge nu denkt, mijne vrienden, dat ik
+in lachen uitbarstte bij het voorstel van den rajah, dan bedriegt ge
+u! Ik begreep volkomen dat dit grootsche idée slechts in de hersenen
+van een Hindoeschen souverein had kunnen opkomen, en 'k had van dat
+oogenblik af slechts ééne begeerte, het zoodra mogelijk uit te voeren
+op eene wijze, die mijn dichterlijken cliënt en mij zelven het best
+kon bevredigen. Een ingenieur is niet alle dag in de gelegenheid
+zijne krachten aan fantastische voorstellingen te beproeven en de
+fauna der Apocalypsis of de schepping der Duizend en een Nacht met
+een dier van eigen vinding te verrijken. En toch, de fantasie van den
+rajah was uitvoerbaar. Ge weet wat men in werktuigkunde al doet, wat
+men al kan doen en wat men eenmaal zal doen. Ik zette mij dus aan den
+arbeid en in dit omhulsel van plaatijzer, dat een olifant voorstelt,
+gelukte het mij den stoomketel, met het mechanisme en den tender van
+een weglocomotief met zijn geheele toebehooren in te sluiten. De
+gelede tromp, die naar goedvinden kan opgeheven en neergedrukt
+worden, diende mij tot schoorsteen; door middel van een excentriek [5]
+kon ik de beenen van mijn dier aan de wielen van mijn toestel
+spannen; ik richtte de oogen in als de lensglazen van een vuurtoren,
+teneinde op die wijze twee stralen electrisch licht te verspreiden
+en daarmede was de kunstmatige olifant voltooid. Ik had meer dan eene
+moeielijkheid moeten overwinnen, die niet dadelijk was opgelost. Het
+gevaarte kostte mij vrij wat slapelooze nachten, zoodat mijn rajah,
+die hoogst ongeduldig was en den meesten tijd van zijn leven in mijn
+werkplaats doorbracht, kwam te sterven, voordat mijn olifant zijne
+wandeling op de groote wegen van Indië kon beginnen. De ongelukkige
+had den tijd niet gehad de proef van zijn rollend huis te nemen. Maar
+zijn erfgenamen, minder fantastisch dan hij, beschouwden den toestel
+met schrik en bijgeloof, als het werk van een krankzinnige. Zij
+haastten zich dus er zich tegen een lagen prijs van te ontdoen en
+daarom kocht ik alles voor rekening van den kolonel. Ge weet nu, mijne
+vrienden, hoe en waarom wij alleen op de wereld, ik sta er voor in,
+kunnen beschikken over een stoomolifant van tachtig paardenkracht,
+of liever van tachtig olifanten van drie honderd kilogrammeters!"
+
+»Bravo! Banks, bravo!" riep kapitein Hod uit. »Een ingenieur, die
+daarenboven kunstenaar is, een dichter in ijzer en staal, dat mag
+een witte raaf genoemd worden!"
+
+»Toen nu de rajah dood was," antwoordde Banks, »en zijn equipage
+teruggekocht, had ik den moed niet mijn olifant te vernietigen en
+den locomotief zijn gewonen vorm terug te geven!"
+
+»En je hebt volmaakt goed gehandeld!" hernam de kapitein. »Onze olifant
+is prachtig! En wat zullen we een effect met dat reusachtige dier
+maken, als het ons over de vlakten en door de jungles van Hindostan
+voert! Een dergelijk denkbeeld kon alleen bij een rajah opkomen! Welnu,
+wij zullen dat idée in praktijk brengen, niet waar, kolonel?"
+
+Kolonel Munro had bijna geglimlacht. Dat stond gelijk met een volslagen
+goedkeuring van de woorden des kapiteins. De reis werd dus vastgesteld
+en dat was de reden, waarom een ijzeren olifant, eenig in zijn soort,
+een kunstmatige Leviathan er toe gebracht werd de rollende woning te
+trekken van vier Engelschen, inplaats van in groote staatsie een der
+rijkste rajahs van het Indische schiereiland rond te leiden.
+
+En hoe is nu deze weglocomotief ingericht, waaraan Banks vernuftig
+al de verbeteringen der moderne wetenschap had aangebracht?
+
+Tusschen de vier wielen strekt zich het geheele mechanisme,
+cilinders, stangen, stoomschuiven, voedingspomp, excentrieken,
+in het lichaam van den stoomketel geborgen, uit. Deze pijpketel
+heeft zestig vierkante meters verwarmend oppervlak. Hij is geheel
+bevat in het voorste gedeelte van het lichaam des olifants, welks
+achterste gedeelte den tender verbergt, bestemd om het water en
+de brandstof mede te voeren. De stoomketel en de tender, beiden op
+hetzelfde gestel geplaatst, zijn alleen van elkander gescheiden door
+een tusschenruimte voor den stoker. De machinist houdt zijn verblijf
+in den toren, bestand tegen de kogels, welke toren boven het lichaam
+van het dier uitkomt en waarin, in geval van een ernstigen aanval,
+al onze manschappen zich zullen kunnen verschuilen. Onder de oogen van
+den machinist bevinden zich de veiligheidskleppen en de manometer, die
+de spanning van den stoom aangeven; binnen zijn bereik de regulator en
+de gangkruk die hem dienen, de een om den aanvoer van stoom, de andere
+om de beweging der stoomschuiven te regelen en bijgevolg den gang naar
+voren of achteren van den toestel te bepalen. Uit dit torentje kan
+hij door dikke lensvormige glazen den weg waarnemen, dien zij gaan,
+terwijl een pedaal, die met de voorwielen in verband staat, deze
+verstelt en het gevaarte de scherpste bochten en krommingen doet maken.
+
+Veeren van het beste staal, aan de assen bevestigd, torsen den ketel
+en den tender, om de schokken door de ongelijkheden van den grond
+teweeggebracht, te temperen. Wat de wielen betreft, van beproefde
+sterkte, zij zijn aan den omtrek van tanden voorzien, die in den
+grond ingrijpen, hetgeen het slijten of doorslaan belet.
+
+Zooals Banks ons mededeelde, is de nominale kracht der machine
+tachtig paarden, die men evenwel tot honderd vijftig effectieve
+kracht kan opvoeren, zonder vrees voor ontploffing. Deze machine,
+samengesteld volgens de beginselen van het »stelsel Field," is
+met dubbelen cilinder en veranderlijke uitzetting. Een hermetisch
+gesloten omhulsel beveiligt het geheele mechanisme voor het stof der
+wegen, dat het anders spoedig zou bederven. De voortreffelijkheid
+dezer machine bestaat vooral hierin, dat zij weinig verbruikt en veel
+voortbrengt. Inderdaad is het gemiddelde verbruik, in verhouding tot de
+verkregen trekkracht, even voordeelig, hetzij men kool of hout stoke,
+want de rooster van den vuurhaard is zoo ingericht, dat alle soorten
+van brandstof kunnen gebruikt worden. Wat de normale snelheid van
+dezen weglocomotief betreft, deze wordt door den ingenieur geschat
+op vijf en twintig kilometers per uur, maar op een gunstig terrein,
+zal hij het tot veertig brengen. De wielen kunnen, zooals wij zeiden,
+niet gemakkelijk doorslaan, niet alleen door het ingrijpen hunner
+vellingen in den grond, doch ook omdat de ophanging van den toestel
+op veeren van uitstekende hoedanigheid, volkomen is en het gewicht,
+dat door de schokken telkens ongelijk zou worden, daardoor overal
+gelijkelijk verdeeld blijft. Daarenboven kunnen deze wielen gemakkelijk
+vastgezet worden door een remtoestel met samengeperste lucht, die
+het voertuig òf langzamerhand, òf bijna plotseling doet stilstaan.
+
+Wat het vermogen der machine aangaat om tegen hellingen op te gaan,
+dit is werkelijk merkwaardig. Banks heeft inderdaad de schoonste
+resultaten verkregen door rekening te houden met het gewicht en het
+voortdrijvend vermogen, op elken zuiger van zijn locomotief. Ook kan
+hij gemakkelijk hellingen bestijgen van tien à twaalf centimeters
+per meter,--'t geen aanzienlijk is.
+
+Overigens zijn de wegen, door de Engelschen in Indië aangelegd en
+die een net uitmaken van verscheidene duizenden mijlen, wezenlijk
+prachtig. Zij leenen zich uitstekend voor deze soort van vervoer. Om
+van geen anderen weg te spreken dan van den »Great Trunk Road", die
+het geheele schiereiland doorsnijdt, deze strekt zich onafgebroken
+twaalf honderd mijlen, of bij de twee duizend kilometers ver uit.
+
+En nu, laat ons een en ander vertellen van het Stoomhuis, dat de
+kunstmatige olifant voorttrok.
+
+Banks toch had van de erfgenamen van den nabob, voor rekening van
+kolonel Munro niet alleen den weglocomotief gekocht, maar ook den
+trein, dien hij voorttrok. Wien zal het verwonderen, dat de rajah
+van Bouthan hem geheel naar eigen vinding en in Hindoeschen trant had
+laten vervaardigen? Ik noemde hem reeds een rollenden bungalow; hij
+verdient dien naam ten volle en inderdaad mogen de twee wagens, waaruit
+de trein bestaat, een wonder van de bouwkunst des lands genoemd worden.
+
+Men stelle zich twee soorten van pagoden zonder minarets voor, met hare
+dubbele, dikbuikige, ronde koepeldaken, hare uitstekende vensters, door
+vierkante, platte, gebeeldhouwde zuilen gedragen, haar versiering in
+veelkleurig lofwerk van kostbare houtsoorten, hare bevallig geteekende,
+sierlijk gebogen omtrekken, de rijk aangebrachte veranda's, waarin
+zij van voren en achteren uitloopen. Men zou gezegd hebben, dat het
+twee aan den heiligen heuvel van Sonnaghur ontleende pagoden waren,
+die, met elkander verbonden, door dien ijzeren olifant op sleeptouw
+genomen, de groote wegen van Indië gingen bewandelen!
+
+En, opdat er toch niets aan dit wonderbaarlijke voertuig zou ontbreken,
+moet nog vermeld worden, dat het drijven kon. Het benedengedeelte toch
+van het lichaam des olifants, de buik in een woord, die de machine
+bevat, zoowel als het onderstel der twee rollende huizen, vormden
+vaartuigen van licht plaatijzer. Deed er zich nu een stroom op zijn
+weg voor, dan trad de olifant er in, de trein volgde hem en de pooten
+van het dier, door de drijfstangen als schoepen in beweging gebracht,
+sleepte het geheele stoomhuis over de rivieren en stroomen voort. Een
+onschatbaar voordeel voorzeker in het uitgestrekte land van Indië,
+door zooveel stroomen doorsneden, waarover de bruggen nog moeten
+gelegd worden.
+
+Zoodanig was dus die trein, eenig in zijn soort en zoodanig had de
+zonderlinge rajah van Bouthan hem gewild. Maar, mocht Banks al aan de
+fantasie van den rajah hebben toegegeven, die aan de beweegkracht den
+vorm van een olifant en aan de rijtuigen de gedaante van pagoden gaf,
+het inwendige had hij gemeend naar den Engelschen smaak te moeten
+inrichten en daarbij in het oog gehouden, dat het een reis van langen
+duur zou zijn. En hierin was hij volkomen geslaagd.
+
+Het Stoomhuis bestond, zooals ik gezegd heb, uit twee wagens, die
+inwendig niet minder dan zes meters breed waren. Zij overschreden
+bijgevolg de assen der wielen, die slechts vijf meters breed waren. Op
+zeer lange en buitengewoon buigzame veeren rustende, hadden zij evenmin
+van schokken te lijden als de wagens op een goed aangelegden spoorweg.
+
+De eerste wagen had een lengte van vijftien meters. Van voren
+overschaduwde een sierlijke veranda, op lichte zuilen rustende, een
+ruim balkon, dat gemakkelijk een tiental personen kon bevatten. Twee
+vensters en een deur kwamen op het salon uit, daarenboven verlicht
+door twee zijvensters. Dit salon, gemeubeld met een tafel en een
+bibliotheek, in zijn geheele breedte voorzien van zachte divans, was
+smaakvol versierd en met rijke stoffen behangen. Een dik Smyrna's
+tapijt bedekte den vloer. »Tatti's," een soort van lichtschermen
+van met bloemen versierd rietgras, voor de vensters gehangen en
+onophoudelijk met welriekend water besproeid, onderhielden een
+aangename frischheid, zoowel in het salon als in de kleinere
+vertrekken. Aan de zoldering hing een »punka," die, terwijl de
+trein op weg was, automatisch bewogen of gedurende de halten door
+een dienaar heen en weder gezwaaid werd. Moest men niet met alle
+mogelijke middelen het onaangename bestrijden eener temperatuur,
+die gedurende zekere maanden van het jaar, in de schaduw boven vijf
+en veertig graden C. rijst?
+
+Achter in de zaal verleende een tweede deur, van kostbaar hout,
+tegenover de deur der veranda, toegang tot de eetzaal, die haar licht
+niet alleen ontving van de zijvensters, maar ook van een plafond
+van mat glas. Rondom de in het midden geplaatste tafel, konden acht
+gasten plaats nemen. Wij waren slechts met ons vieren en zouden het
+dus ruim genoeg hebben. Buffetten en kredenstafeltjes, beladen met al
+de weelde van zilverwerk, glazen en porceleinen voorwerpen, door het
+Engelsche comfort vereischt, meubelden deze eetzaal. Het spreekt van
+zelf, dat al de licht breekbare voorwerpen, half in bijzonder daartoe
+vervaardigde inkervingen gevat, evenals dit aan boord van schepen
+geschiedt, voor de schokken bewaard bleven, zelfs op de slechtste
+wegen, ingeval onze trein ooit genoodzaakt werd zich op dezen te wagen.
+
+De deur, achter in de eetzaal, kwam uit op een gang, die uitliep
+op een achterbalkon, mede bedekt door een veranda. Langs dezen gang
+bevonden zich vier kamers, zijdelings verlicht, een bed, een toilet,
+een kleerkast, een divan bevattende en ingericht als de kajuiten van
+de rijkste transatlantische paketbooten. De eerste kamer links werd
+bewoond door kolonel Munro, de tweede rechts, door den ingenieur
+Banks. Dan volgde rechts, op de kamer van den ingenieur, die van
+kapitein Hod en de mijne links op die van kolonel Munro.
+
+De tweede wagen, twaalf meters lang, bezat evenals de eerste, een
+balkon met veranda, dat uitkwam op een groote keuken, aan iedere zijde
+geflankeerd door twee provisiekamers, en natuurlijk voorzien van de
+noodige keukengereedschappen. Deze keuken stond in verbinding met een
+gang, die zich in het midden tot een vierkant vertrek verwijdde en
+voor het personeel der expeditie een tweede eetzaal vormde, verlicht
+door een vallicht in de zoldering. Aan de vier hoeken bevonden zich
+vier kleine vertrekken, bewoond door sergeant Mac Neil, den machinist,
+den stoker en den ordonnans van kolonel Munro; vervolgens waren er van
+achteren nog twee andere vertrekjes, het eene bestemd voor den kok,
+het andere voor den oppasser van kapitein Hod; eindelijk nog andere
+vertrekken, die dienden tot berging van wapenen, tot ijskelder,
+bagagekamer, enz., en allen uitkwamen op het verandabalkon van
+achteren.
+
+Men ziet dat Banks de twee rollende woningen van het Stoomhuis
+doelmatig en gemakkelijk had ingericht. Zij konden 's winters
+verwarmd worden door een toestel, waarvan de verwarmde lucht, door de
+machine verschaft, door de kamers circuleerde, behalve twee kleine
+schoorsteenen, die in het salon en de eetzaal geplaatst waren. Wij
+waren dus in staat het barre jaargetijde te trotseeren, zelfs aan
+den voet van de bergen van Thibet.
+
+De belangrijke vraag der levensmiddelen was natuurlijk niet verzuimd en
+we namen zooveel fijne verduurzaamde spijzen van allerlei aard mede,
+dat het geheele personeel der expeditie er een jaar lang genoeg aan
+zou gehad hebben. Het overvloedigst waren wij voorzien van vleesch
+in blikken bussen van de beste merken, vooral gekookt en gestoofd
+ossenvleesch, en van kippenpasteiën, waarvan het gebruik in Indië
+zoo algemeen verspreid is.
+
+Ook aan melk zou het ons niet ontbreken voor het ontbijt in den
+vroegen morgen, dat het eigenlijke ontbijt voorafgaat, ook niet
+aan bouillon voor de »tiffin," (het tweede ontbijt) die het diner
+des avonds voorafgaat, dank zij de nieuwe toebereidingen, die het
+mogelijk maken, dat men ze geconcentreerd op reis medeneemt.
+
+Na de melk tot deegachtige consistentie uitgedampt te hebben,
+wordt zij in hermetisch dichte bussen gesloten van vier honderd
+vijftig gram inhoud, die drie kan vloeistof kunnen opleveren
+door de bijvoeging van het vijfvoudig gewicht aan water. In dezen
+toestand komt zij in samenstelling overeen met normale melk van goede
+hoedanigheid. Hetzelfde resultaat wordt verkregen met den bouillon,
+die, na op dezelfde wijze geconserveerd en tot tabletjes gevormd te
+zijn, opgelost uitmuntende soepen geeft.
+
+Wat het ijs aangaat, zoo nuttig in die heete luchtstreek, het was
+ons gemakkelijk het in weinige oogenblikken te maken, door middel
+van den toestel van Carré, die de verlaging der temperatuur door
+de verdamping van vloeibaar ammoniakgas bewerkt. Een der kleinere
+vertrekken van achteren was zelfs tot ijskelder ingericht en hetzij
+door de verdamping van den ammoniak, hetzij door de vervluchtiging van
+den methylether, kon de opbrengst onzer jachten onbepaald geconserveerd
+worden, dank zij de toepassing der methode van een Franschman,
+mijn landgenoot Ch. Tellier. Men zal moeten toestemmen, dat dit een
+kostbare hulpbron was, die in alle omstandigheden levensmiddelen van
+de beste hoedanigheid ter onzer beschikking stelde.
+
+Wat de dranken betreft, ook hiervan was de kelder goed
+voorzien. Fransche wijnen, verschillende soorten van bier, brandewijn,
+arak, hadden allen afzonderlijke plaatsen en waren in voldoende
+hoeveelheid voorhanden voor de eerste behoeften.
+
+Wij moeten overigens opmerken, dat onze reisweg ons niet belangrijk van
+de bewoonde provinciën van het schiereiland zou verwijderen. Men stelle
+zich ook vooral Indië niet als een woestijn voor. Mits men de ropijen
+niet spaart, kan men er zich niet alleen het noodige, maar meer dan
+dat verschaffen. Het zou kunnen zijn dat, als wij in de noordelijke
+streken, aan den voet van het Himalaya-gebergte overwinteren, we aan
+onze eigen hulpmiddelen zullen overgeleverd zijn. Doch ook in dat
+geval zouden we aan al de behoeften van een comfortable levenswijze
+kunnen voldoen. De praktische geest van onzen vriend Banks had alles
+voorzien, en men kon zich voor de zorg ons onder weg te proviandeeren,
+gerust op hem verlaten.
+
+Ziehier nu het plan dezer reis,--een plan, dat in beginsel werd
+vastgesteld, uitgenomen de weinige wijzigingen, die onvoorziene
+omstandigheden er in konden brengen:
+
+Te vertrekken van Calcutta langs de vallei van den Ganges naar
+Allahabad; door het koninkrijk Oude in de richting van het noorden
+verder te gaan, teneinde de eerste berghellingen van Thibet te
+bereiken, gedurende eenige maanden nu eens hier, dan weder daar te
+kampeeren, het daarbij kapitein Hod gemakkelijk makende zijne jachten
+te organiseeren, om vervolgens weder naar Bombay af te zakken.
+
+Dat was bijna negen honderd mijlen af te leggen. Doch ons huis en
+zijn geheele personeel reisden met ons. Wie zou er iets tegen hebben
+om onder dergelijke omstandigheden meermalen de reis om de wereld
+te maken?
+
+
+
+
+
+
+VI.
+
+EERSTE HALTEN.
+
+
+Den 6n Mei had ik met het aanbreken van den dag het hotel Spencer
+verlaten, een der beste van Calcutta, alwaar ik sedert mijn komst in de
+hoofdstad van Indië mijn verblijf had gevestigd. Deze groote stad had
+nu voortaan geene geheimen meer voor mij. Morgenwandelingen, te voet,
+gedurende de eerste uren van den dag, avondwandelingen, per rijtuig,
+in het Strand, tot het voorplein van het fort William, te midden van
+de prachtige équipages der Europeanen, die de niet minder prachtige
+rijtuigen der dikke, vette inlandsche baboes (Bengaalsche burgers)
+vrij minachtend kruisen; tochten door de merkwaardige neringdoende
+straten, die zeer juist den naam van bazars dragen; bezoeken aan de
+velden waar de dooden tot asch verbrand worden, aan de oevers van den
+Ganges, aan de botanische tuinen van den natuurkundige Hooker, aan
+»mevrouw Kâli", de vreeselijke vrouw met vier armen, de wreede godin
+des doods, die zich in een kleinen tempel van een der voorsteden
+verbergt, waar de moderne beschaving hand aan hand gaat met de
+inlandsche barbaarschheid. Het paleis beschouwen van den onderkoning,
+dat juist tegenover het hôtel Spencer gelegen is; het zonderlinge
+paleis bewonderen van Chowringhi Road en den Town-Hall, gewijd aan
+de herinnering der groote mannen van onzen tijd; in bijzonderheden
+de belangwekkende moskee van Hoogly bestudeeren; langs de haven te
+wandelen, bezaaid met de schoonste koopvaardijschepen der Engelsche
+marine; afscheid te nemen eindelijk van de arghila's, adjudanten of
+wijsgeeren,--die vogels hebben zooveel namen!--die belast zijn met
+het schoonhouden der straten en met de openbare gezondheid der stad,
+dat alles was verricht en mijn vertrek was bepaald.
+
+Dien morgen dus kwam een palki-ghari, een soort van slecht rijtuig met
+twee paarden en op vier wielen,--dat onder de fraaie en gemakkelijke
+producten der Engelsche rijtuigfabrieken onwaardig was zich te
+vertoonen,--mij op het plein van het Gouvernement afhalen, om mij even
+daarna aan de deur van den bungalow van kolonel Munro af te zetten.
+
+Een honderd schreden verder buiten de voorstad, stond onze trein
+ons af te wachten. We hadden alleen nog maar te verhuizen,--in de
+eigenlijke beteekenis van het woord.
+
+Het spreekt van zelf, dat onze bagage vooraf in de daartoe afzonderlijk
+ingerichte bergplaats was overgebracht. We namen trouwens niets dan
+het hoognoodige met ons. Wat evenwel wapens aangaat, had kapitein
+Hod gemeend het met niet minder dan met vier Enfield-karabijnen, met
+ontplofbare kogels, vier jachtgeweren en twee eendenroeren te kunnen
+stellen, behalve nog een zeker aantal geweren en revolvers,--genoeg
+om al onze lieden te wapenen. Al die oorlogswapenen bedreigden meer
+de wilde dieren dan het eenvoudige wild voor de keuken, doch men zou
+dit den Nimrod onzer expeditie niet gemakkelijk aan zijn verstand
+hebben kunnen brengen.
+
+Kapitein Hod was overigens verrukt! Het pleizier zijn kolonel aan
+zijne eenzame levenswijze te ontrukken, de vreugde naar de noordelijke
+provinciën van Indië te vertrekken, in een equipage zonder weerga,
+het vooruitzicht van buitengewone jachtoefeningen, jachttochten,
+jachtavonturen in het Himalaya-gebergte, dit alles lachte hem toe,
+wond hem op en uitte zich door onophoudelijke uitroepen en stevige
+handdrukken.
+
+Het uur van vertrek had geslagen. De stoom had de noodige drukking, de
+machine stond gereed om dienst te doen. De machinist was op zijn post,
+met de hand op den regulateur. De gewone stoomfluit deed zich hooren.
+
+»Vooruit!" riep kapitein Hod, zijn hoed zwaaiende. »IJzeren Reus,
+vooruit!"
+
+De IJzeren Reus, waarmede onze opgewonden vriend,
+de bewonderenswaardige beweegkracht van onzen trein bestempelde,
+verdiende dien naam terecht en bleef haar bij.
+
+Een woord over het personeel der expeditie, dat het tweede rollende
+huis bewoonde:
+
+De machinist Storr, een Engelschman, behoorde tot de Compagnie van
+den »Great Southern of India," die hij nog maar sedert weinige maanden
+verlaten had. Banks kende hem als zeer bekwaam en had hem in den dienst
+van kolonel Munro doen overgaan. Het was een man van veertig jaar,
+handig werkman, zeer op de hoogte van alles wat zijn vak betrof,
+en die ons groote diensten zou bewijzen.
+
+De stoker heette Kâlouth. Hij behoorde tot de door de
+Spoorwegcompagnieën zoo gezochte klasse van Hindoes, die ongestraft
+de tropische hitte van Indië, nog verhoogd door de hitte van hun
+stoomketel, kunnen verdragen. Ditzelfde is het geval met de Arabieren
+waaraan de Compagnieën van zeetransporten op den tocht door de
+Roode Zee den dienst als stoker toevertrouwen. Deze goede menschen
+vergenoegen zich met zich slechts te laten koken, waar de Europeanen
+in eenige oogenblikken zouden braden. Ook dit was een goede keus.
+
+De ordonnans van kolonel Munro was een Hindoe van vijf en dertig
+jaar, van het ras der Gourgkhas, Goûmi genaamd. Hij behoorde tot het
+regiment, dat als een bewijs van goede discipline, het gebruik der
+nieuwe munitie aannam, die aanleiding gaf of althans het voorwendsel
+was van de omwenteling der Sipayers. Klein, vlug, welgemaakt,
+van beproefde getrouwheid, droeg hij nog de zwarte uniform van de
+»riflebrigade", waaraan hij gehecht was als aan zijn eigen huid.
+
+Sergeant Mac Neil en Goûmi waren met ziel en lichaam gehecht aan
+kolonel Munro.
+
+Na in al de oorlogen van Indië aan zijne zijde gestreden te hebben,
+na hem te hebben bijgestaan in zijne vruchtelooze pogingen om Nana
+Sahib weder te vinden, hadden zij hem in zijne afzondering gevolgd
+en zouden hem nimmermeer verlaten.
+
+Was Goûmi de ordonnans van den kolonel, Fox,--een echte Engelschman,
+zeer vroolijk, zeer spraakzaam,--was de oppasser van kapitein Hod,
+en niet minder hartstochtelijk jager dan hij. De goede jongen had
+zijn betrekking voor geen andere, welke ook, willen verruilen. Zijn
+slimheid maakte hem den naam dien hij droeg waardig. Fox! Vos! maar
+een vos, die zeven en dertig tijgers gedood had,--drie minder dan
+zijn kapitein. Hij dacht het er trouwens niet bij te laten.
+
+Om van het geheele personeel der expeditie een woord te zeggen, mogen
+we onzen kok niet onvermeld laten, die tusschen de twee provisiekamers,
+in het voorste gedeelte van het tweede huis, het bevel voerde. Hij
+was een neger van Franschen oorsprong en had reeds onder alle
+breedten gebraden en gestoofd. »Monsieur Parazard" verbeeldde zich
+geen alledaagsch bedrijf, maar een ambt van het grootste gewicht uit
+te oefenen. Met de deftigheid van een paus stapte hij van het eene
+fornuis naar het andere en bestrooide met de nauwkeurigheid van een
+scheikundige, zijne spijzen met peper, zout en de andere specerijen,
+die den smaak zijner geleerde preparaten moesten verhoogen. Maar,
+»monsieur Parazard" was bekwaam en zindelijk en daarom vergaf men
+hem gaarne deze keukenijdelheid.
+
+Dus bestond de expeditie, die de IJzeren Reus met zijn uit twee
+rollende huizen bestaanden trein naar het noorden van het schiereiland
+medevoerde, uit de heeren sir Edward Munro, Banks, kapitein Hod en mij
+van de eene zijde en Mac Neil, Storr, Kâlouth, Goûmi, Fox en »monsieur
+Parazard" van de andere,--te zamen dus uit tien personen. Men vergete
+daarbij niet de twee honden Phann en Black, wier hoedanigheden de
+kapitein op de jacht van allerlei wild niet genoeg kon roemen.
+
+Bengalen is misschien, zooal niet het belangrijkste, dan toch zeker
+het rijkste presidentschap van Hindostan. Het is het eigenlijke
+land der rajahs niet, hetgeen meer bijzonder het middelpunt van dit
+uitgestrekte Koninkrijk uitmaakt; doch deze provincie beslaat een
+zeer bevolkt grondgebied, dat misschien beschouwd kan worden als
+het ware land der Hindoes. Zij strekt zich ten noorden uit tot de
+ontoegankelijke grenzen van het Himalaya-gebergte en onze reisweg
+zou haar in schuinsche richting doorsnijden.
+
+Na over de het eerst te houden halten beraadslaagd te hebben, waren
+wij het allen omtrent dit punt eens geworden: gedurende eenige mijlen
+langs den oever der Hoogly, een arm van den Ganges, waaraan Calcutta
+gelegen is op te klimmen, de Fransche stad Chandernagor rechts te laten
+liggen, van daar langs den spoorweg tot Burdwan te gaan, daarna schuins
+Béhar te doortrekken, om den Ganges later te Bénares weder te vinden.
+
+»Mijne vrienden," had kolonel Munro gezegd, »ik laat het geheel aan
+u over welken weg wij nemen zullen.... Laat mij er buiten. Handelt
+daaromtrent zooals gij goedvindt."
+
+»Maar mijn waarde Munro," antwoordde Banks, »ge moest ons althans
+ook uw meening zeggen...."
+
+»Neen, Banks," hernam de kolonel, »'k ben volkomen onverschillig
+daaromtrent en heb waarlijk niet de minste voorliefde tot het bezoeken
+van de eene provincie boven de andere. Eén vraag evenwel: welke
+richting denkt ge te nemen, als we Bénares zullen bereikt hebben?"
+
+»De richting naar het noorden!" riep kapitein Hod onstuimig uit,
+»den weg, die rechtstreeks door het koninkrijk Oude naar den voet
+der Himalaya voert!"
+
+»Welnu, mijne vrienden, op dit oogenblik...." antwoordde kolonel
+Munro, »zal ik u misschien vragen om.... Doch, we zullen er over
+spreken als het tijd zal zijn. Gaat vooreerst, zooals het u goeddunkt!"
+
+Dit antwoord van Sir Edward Munro verwonderde mij wel eenigszins. Wat
+meende hij toch? Had hij slechts toegestemd om die reis te ondernemen
+met de gedachte, dat het toeval hem misschien beter zou dienen dan
+zijn wil het vermocht had? Zeide hij bij zich zelven dat, indien Nana
+Sahib niet dood was, hij hem misschien zou kunnen wedervinden in het
+Noorden van Indië? Hoopte hij nog altijd zich te kunnen wreken? Wat
+mij aangaat, ik had als een voorgevoel dat een verborgen gedachte den
+kolonel Munro bezielde en het scheen me toe dat sergeant Mac Neil in
+het geheim van zijn meester moest zijn.
+
+Gedurende de eerste uren van dezen morgen, waren wij bijeen in het
+salon van het Stoomhuis. De deur en de twee vensters der véranda
+waren geopend en de punka, de lucht in beweging brengende, maakte de
+temperatuur draaglijker.
+
+De IJzeren Reus werd door den regulateur van Storr zoodanig in bedwang
+gehouden, dat men niet sneller ging dan een kleine mijl per uur en
+dit was op het oogenblik snel genoeg voor reizigers, die gaarne het
+land wilden zien, dat zij doorreisden.
+
+Bij het verlaten der voorsteden van Calcutta, werden wij gevolgd door
+een zeker aantal Europeanen, die onze equipage verbaasd opnamen en
+door een menigte Hindoes, die haar met een soort van bewondering, met
+vrees gemengd, aanstaarden. Deze menigte was gaandeweg verminderd,
+maar wij ontsnapten niet aan de bevreemding der voorbijgangers,
+die hunne bewonderende wahs! wahs! uitten. Het spreekt van zelf dat
+al deze uitroepen minder de twee prachtige wagens golden dan den
+reusachtigen olifant, die ze trok, onder het onophoudelijk uitbraken
+van wolken stoom.
+
+Te tien uur werd de tafel aangerecht in de eetzaal en deden wij eer aan
+het ontbijt van »monsieur Parazard," minder geschud voorzeker dan we
+'t zouden geweest zijn in een wagon-salon eerste klasse.
+
+De weg, dien onze trein volgde, liep toen langs den linkeroever
+der Hoogly, de meest westelijke der talrijke armen van den Ganges,
+die te zamen het warnet vormen van den delta der Sunderbunds. Dit
+geheele gedeelte van het grondgebied is van alluviaal-formatie.
+
+»Wat ge daar ziet, mijn waarde Maucler," zei Banks tot mij, »is
+een verovering van den heiligen stroom op de niet minder heilige
+Bengaalsche golf. Een quaestie van tijd. Er is misschien geen enkel
+deeltje van dezen grond, dat niet van het Himalaya gebergte gekomen is,
+overgebracht door den Gangesstroom. De stroom heeft allengs den berg
+afgekabbeld om er den bodem dezer provincie mede samen te stellen,
+waar hij zich een bedding gevormd heeft...."
+
+»Die hij dikwijls verlaat voor een ander!" voegde Kapitein Hod er
+bij. »Ja, hij is luimig, fantastisch, wonderlijk, die Ganges! Men
+bouwt een stad aan zijn oevers en eenige eeuwen later, is de stad
+midden in een vlakte gelegen, zijn de kaden droog en is de stroom
+van richting en van monding veranderd! Zoo ging het met Rajmahal,
+zoo met Gaur, die beiden vroeger door den ongetrouwen stroom bespoeld,
+nu te midden van de dorre rijstvelden der vlakte van dorst omkomen!"
+
+»En!" antwoordde ik, »moet men niet vreezen dat ook Calcutta een
+dergelijk lot beschoren is?"
+
+»Wie weet?"
+
+»Wel! zijn wij er dan niet?" antwoordde Banks. »'t Is maar een quaestie
+van dijken! Als 't noodig is, zullen de ingenieurs de overstroomingen
+van dien Ganges wel weten te bedwingen! Men zal hem het dwangbuis
+aantrekken!"
+
+»Gelukkig voor u, waarde Banks," antwoordde ik, »dat de Hindoes u
+zoo niet hooren spreken over hun heiligen stroom! Ze zouden het u
+nooit vergeven!"
+
+»Werkelijk," antwoordde Banks, »is de Ganges een zoon van God, als
+hij God zelf niet is, en niets van 't geen hij doet, is kwaad in
+hunne oogen!"
+
+»Zelfs de koortsen, de cholera, de pest niet, die hij in endemischen
+toestand onderhoudt!" riep kapitein Hod uit. »Het is waar, dat de
+tijgers en de krokodillen, waarvan het in de Sunderbunds krioelt, er
+niet te slechter om varen. Integendeel? Men zou waarlijk zeggen, dat
+de verpeste lucht die dieren goed doet, als de zuivere lucht van ons
+sanitarium de Engelsch-Indiërs gedurende het warme jaargetijde. O! die
+roofdieren!--Fox?" zei Hod, zich naar zijn oppasser omkeerende,
+die de tafel afnam.
+
+»Kapitein?" antwoordde Fox.
+
+»Heb je daar je zevenendertigste niet gedood?"
+
+»Ja, kapitein, twee mijlen van de haven van Canning," antwoordde
+Fox. »'t Was op een avond...."
+
+»Genoeg, Fox!" hernam de kapitein, een groot glas grog ledigende,
+»'k ken de geschiedenis van den zevenendertigsten. Die van den
+achtendertigsten zou me meer belang inboezemen!"
+
+»De achtendertigste is nog niet dood, kapitein!"
+
+»Je zult hem dooden, Fox, zooals ik mijn eenenveertigsten!"
+
+Men ziet dat in de gesprekken van kapitein Hod en zijn oppasser het
+woord »tijger" nooit werd uitgesproken. Het was onnoodig, de twee
+jagers begrepen elkander.
+
+Intusschen versmalde zich de bedding der Hoogly, die bij Calcutta
+bijna een kilometer breed is, al naarmate wij verder gingen. Boven
+de stad zijn de oevers vrij laag en heerschen er maar al te dikwijls
+geduchte cyclonen, die hunne verwoestingen over de geheele provincie
+uitstrekken. Geheele wijken worden vernietigd, honderden huizen
+verpletterd, onmetelijke bebouwde velden verwoest, duizenden lijken
+bedekken steden en velden; dat zijn de rampen, die deze onweerstaanbare
+natuurverschijnselen na zich sleepen en waarvan de cycloon van 1864
+een der noodlottigste voorbeelden opleverde.
+
+Men weet dat het klimaat van Indië drie seizoenen bezit: het
+regenseizoen, het koude en het heete jaargetijde. Dit laatste is
+het kortste, maar ook het moeielijkst te verdragen. Maart, April en
+Mei zijn bijzonder ongunstige maanden. Onder allen is Mei de heetste
+maand. Door in dezen tijd gedurende zekere uren van den dag de zon
+te trotseeren, waagt men zijn leven,--althans de Europeanen. Het
+is inderdaad niet zeldzaam dat de thermometer, zelfs in de schaduw,
+tot honderd zes graden Fahrenheit (ongeveer 41° C) rijst.
+
+»De menschen," zegt de Valbezen, »blazen dan als droezige paarden
+en gedurende den oorlog tegen de rebellen, moesten officieren en
+soldaten hun toevlucht tot stortbaden op het hoofd nemen ten einde
+congestie te voorkomen."
+
+Nochtans hadden we, dank zij den snellen gang van het Stoomhuis,
+de door het zwaaien der punka in voortdurende beweging verkeerende
+lucht, den vochtigen dampkring, die door de telkens besproeide
+lichtschermen van rietgras circuleerde, niet al te veel van de warmte
+te lijden. Daarenboven was het regenseizoen, dat van de maand Juni tot
+de maand October duurt, niet ver meer verwijderd en het was te vreezen,
+dat het onaangenamer zou zijn dan het heete jaargetijde. Doch, alles
+wel beschouwd, hadden we in de omstandigheden waaronder onze reis
+zich voordeed, niets ernstigs te vreezen.
+
+Tegen een uur 's namiddags, kwamen we na een heerlijk niet al te snel
+ritje te Chandernagor aan.
+
+Ik had dit hoekje land,--het eenige in het presidentschap Bengalen,
+dat nog aan Frankrijk behoort, reeds vroeger bezocht. Deze stad,
+waar nog altijd de driekleur woei en die het recht niet heeft
+meer dan vijftien soldaten voor hare bewaking te houden, deze oude
+mededingster van Calcutta gedurende de worsteling in de XVIIIe eeuw,
+is tegenwoordig zeer van hare grootheid vervallen, zonder nijverheid,
+zonder handel, de bazars verlaten, haar fort ledig. Misschien ware
+Chandernagor er een weinig boven opgekomen, zoo de spoorweg van
+Allahabad de stad doorkruist of althans langs hare muren geloopen
+had; doch bij al de moeilijkheden door het Fransche gouvernement
+de Engelsche compagnie in den weg gelegd, heeft deze den weg een
+schuinsche richting moeten geven, teneinde ons grondgebied om te gaan
+en daardoor heeft Chandernagor de eenige gelegenheid verloren eenig
+commercieel gewicht te herwinnen.
+
+Onze trein kwam dus de stad niet binnen. Hij hield op drie mijlen van
+daar, op den weg, bij den ingang van een bosch van waaierpalmen. Toen
+het kamp geheel was ingericht, zou men gezegd hebben dat er een
+begin van een dorp op deze plaats in aanbouw was. Maar het dorp
+was beweeglijk en hernam den volgenden dag, 7 Mei, den afgebroken
+marsch, na een rustigen nacht in onze gemakkelijke en goed ingerichte
+vertrekken te hebben doorgebracht.
+
+Gedurende deze halt had Banks de brandstof laten hernieuwen. Alhoewel
+de machine weinig verteerd had, was hij er op gesteld dat de tender
+altijd zijn vollen last inhield, namelijk water, hout of kolen genoeg
+om zestig uren achtereen te stoomen.
+
+Dezen regel bleven kapitein Hod en zijn getrouwe Fox niet in gebreke
+op zichzelven toe te passen en hun vuurhaard,--ik meen hun maag,
+die een groote verwarmingsoppervlakte aanbood,--was steeds voorzien
+van de stikstofrijke brandstof, onmisbaar om de menschelijke machine
+goed en lang te laten loopen.
+
+Dezen keer moest de halt langer duren. We zouden twee dagen reizen
+en twee nachten rusten, teneinde den 9n Burdwan te bereiken en deze
+stad dien dag te bezoeken.
+
+Ten 6 ure 's morgens liet Storr met een scherp, doordringend gefluit
+eenigen stoom ontsnappen en den IJzeren Reus een snelleren gang
+aannemen dan den vorigen dag.
+
+Gedurende eenige uren hadden wij langs den spoorweg gereden, die
+over Burdwan te Rajmahal naar de vallei van den Ganges loopt, dien
+hij dan tot aan de andere zijde van Bénares volgt. De trein van
+Calcutta kwam in volle vaart voorbij. Hij scheen ons uit te dagen
+door de bewonderende uitroepen der reizigers. Wij beantwoordden hunne
+uitdaging niet. Zij mochten sneller gaan dan wij, gemakkelijker en
+aangenamer voorzeker niet!
+
+Het land, dat gedurende die twee dagen doorkruist werd, was
+onveranderlijk vlak en daardoor vrij eentonig. Hier en daar werd de
+eentonigheid afgebroken door eenige buigzame kokosboomen, die, aan de
+andere zijde van Burdwan, eindelijk ook achterbleven. Deze boomen,
+tot de groote familie der palmboomen behoorende, bevinden zich bij
+voorkeur in de nabijheid der kust en ademen gaarne de zeelucht in,
+zoodat men ze in Centraal-Indië te vergeefs zal zoeken. Doch de flora
+van het binnenland is er niet te minder belangrijk en rijk om.
+
+Aan elken kant van den weg was het in den eigenlijken zin des woords
+slechts een onmetelijk schaakbord van rijstvelden, die zich in het
+verre verschiet verloren. De bodem was verdeeld in vier hoeken als de
+zoutmoeren of de oesterparken eener kuststreek. Doch de groene kleur
+had de overhand en de oogst beloofde rijk te zijn op dien vochtigen,
+warmen bodem, die van een verbazende vruchtbaarheid getuigde.
+
+Den volgenden avond hield het gevaarte met de grootste nauwkeurigheid,
+op het vooraf bepaalde uur voor de poorten van Burdwan op.
+
+Uit een administratief oogpunt is deze stad de hoofdplaats van
+een Engelsch distrikt, maar het distrikt is het eigendom van een
+maharajah, die niet minder dan tien millioen aan belasting aan de
+regeering betaalt. De stad bestaat grootendeels uit lage huizen,
+van elkander afgescheiden door fraaie lanen van boomen, kokosboomen
+en pinangpalmen. Deze lanen waren breed genoeg om door onzen trein
+bereden te kunnen worden. We sloegen dus op een bekoorlijke plek,
+waar het schaduwrijk en frisch was, ons kamp op. Dien avond telde de
+hoofdstad van den maharajah een kleine wijk te meer, ons draagbaar
+gehucht namelijk, ons dorp van twee huizen en we zouden het niet
+geruild hebben tegen het geheele kwartier waar het prachtige paleis
+van Engelsch-Indische bouwkunst van Burdwan's souverein zich verheft.
+
+Men kan zich voorstellen, dat onze olifant daar de gewone uitwerking
+had, namelijk die van een soort van bewondering met schrik gemengd;
+van alle kanten kwamen de goede Bengaalsche burgers aangeloopen,
+blootshoofds, de haren geknipt à la Titus en niets anders voor kleeding
+dan, de mannen een schortje om de lendenen, de vrouwen een wit hemd,
+waarin zij van het hoofd tot de voeten gehuld waren.
+
+»'k Heb slechts eene vrees!" zei kapitein Hod, »dat de maharajah onzen
+IJzeren Reus zal willen koopen en er ons zulk een buitensporigen
+prijs voor biedt, dat we wel verplicht zijn hem aan zijn Hoogheid
+te verkoopen!"
+
+»Nooit!" riep Banks uit. »'k Zal hem een anderen olifant maken, als
+hij wil, en dan zoo énorm, dat hij zijn heele hoofdstad van 't eene
+einde van zijn land naar 't andere zal kunnen medenemen! Maar den onzen
+verkoopen we niet, al biedt hij er nog zooveel voor, niet waar, Munro?"
+
+»Al wil hij er nog zooveel voor geven!" antwoordde de kolonel op den
+toon van iemand, dien het aanbod van een millioen niet zou kunnen
+overhalen.
+
+Gelukkig evenwel behoefde er over den aankoop van onzen kolos niet
+beraadslaagd te worden. De maharajah was niet te Burdwan. Het eenige
+bezoek, dat we ontvingen was dat van zijn »kâmdar," een soort van
+geheim-secretaris, die onze equipage eens kwam bekijken. Toen dit
+afgeloopen was, bood dit personage ons aan,--en dit aanbod werd gaarne
+aangenomen,--de tuinen van het paleis te gaan zien, beplant met de
+heerlijkste planten der tropische gewesten, besproeid door het water
+uit vijvers of uit beken, die in alle richtingen heen liepen, het
+park te bezoeken, versierd met hier en daar schilderachtig geplaatste
+kiosken, bekleed met groene grasperken, bevolkt door reeën, herten,
+olifanten, vertegenwoordigers der huisdieren, en door tijgers, leeuwen,
+panters, beren, vertegenwoordigers der wilde dieren, die in prachtige
+menagerieën verblijf hielden.
+
+»Tijgers in kooien als vogels, kapitein!" riep Fox uit. »Hoe treurig
+toch!"
+
+»Ja, Fox!" antwoordde de kapitein. »Als men hen ondervroeg, die
+goede beesten, zouden ze liever in de jungles rondzwerven.... zelfs
+op geweerschots afstand!"
+
+»Of ik dat begrijp, kapitein!" antwoordde de oppasser, een zucht
+loozende.
+
+Den volgenden morgen, 10 Mei, verlieten we Burdwan. Het Stoomhuis,
+goed van alles voorzien, ging weder op weg, dwars de rails over, in
+rechtstreeksche richting naar Ramghur, eene stad op vijf en zeventig
+mijlen ongeveer van Calcutta gelegen.
+
+Wel is waar liet deze reisweg rechts de belangrijke stad Mourchedabad
+liggen, die noch in haar Indisch, noch in haar Engelsch gedeelte iets
+bijzonders aanbiedt; Monghir, een soort van Birmingham in Hindostan,
+op een voorgebergte genesteld, dat den heiligen stroom bestrijkt;
+Patna, de hoofdstad van het koninkrijk Béhar, dat we schuins zouden
+doortrekken, een rijke stapelplaats voor het opium en die dreigt
+te verdwijnen onder den rijkdom van klimplanten, waarvan de flora
+krioelt. Doch het kwam ons beter uit een meer zuidelijke richting te
+volgen, twee graden beneden de vallei van den Ganges.
+
+Op dit gedeelte van de reis, werd de IJzeren Reus iets meer aangezet
+en in een lichten draf gebracht, waaruit wij de uitmuntende inrichting
+onzer opgehangen huizen leerden op prijs stellen. De weg was overigens
+best en leende zich goed tot de proefneming. Zouden de roofdieren
+verschrikt geworden zijn bij de passage van den reusachtigen olifant,
+rook en stoom uitbrakende? Mogelijk wel! Zeker is het, dat we tot
+groote verbazing van kapitein Hod er te midden der jungles dezer streek
+geen een zagen. Doch het was in de noordelijke streken van Indië en
+niet in de provincies van Bengalen, dat hij zijn lust tot jagen wilde
+botvieren en hij dacht er daarom nog niet over zich te beklagen.
+
+Den 15n Mei bevonden wij ons bij Ramghur, op vijftig mijlen omstreeks
+van Burdwan verwijderd. De gemiddelde snelheid was vijftien mijlen
+op de twaalf uren geweest, niet meer.
+
+Drie dagen later, den 18n, hield de trein honderd kilometers verder,
+bij de kleine stad Chittra stil.
+
+Geen enkel bijzonder toeval had dit gedeelte van de reis gekenmerkt. De
+dagen waren warm, maar hoe heerlijk was de siesta onder beschutting
+der veranda's! Wij brachten er de heetste uren van den dag in een
+aangenaam farniente door.
+
+Des avonds hielden Storr en Kâlouth onder toezicht van Banks zich bezig
+met het schoonmaken van den stoomketel en het onderzoeken der machine.
+
+Gedurende dien tijd gingen kapitein Hod en ik, vergezeld van Fox,
+Goûmi en de twee staande honden, in den omtrek van het kamp jagen. Dit
+betrof alleen nog maar het kleine wild, doch al trok de kapitein er
+als jager zijn neus voor op, als lekkerbek kon hij er zich goed mede
+vereenigen en den volgenden middag telde het menu van den maaltijd tot
+zijn groot genoegen en niet minder tot dat van »monsieur Parazard" een
+paar smakelijke schotels meer, die onze verduurzaamde levensmiddelen
+bespaarden.
+
+Soms ook bleven Goûmi en Fox achter om als houthakkers en waterdragers
+dienst te doen. Men moest immers den tender van nieuwen voorraad
+voorzien voor den volgenden dag. Ook koos Banks zooveel mogelijk de
+halten aan den oever van de beek en in de nabijheid van een bosch. Deze
+noodzakelijke proviandeering had plaats onder het toezicht van den
+ingenieur, die geen enkele bijzonderheid verzuimde.
+
+Wanneer dan alles in orde was, staken we onze sigaren aan,--uitmuntende
+»cherouts" van Manilla,--en rookten we, steeds over het land pratende,
+dat Hod en Banks tot in de minste bijzonderheden kenden. Wat den
+kapitein betreft, hij versmaadde de nietige sigaar en haalde met zijne
+krachtige longen, door een twintig voet lange buis, den aromatischen
+rook op van een zorgvuldig door de hand van zijn oppasser gestopten
+»houka."
+
+We zouden zeer gaarne gezien hebben, dat kolonel Munro ons op die korte
+tochten in den omtrek van het kamp vergezeld had. Nooit verzuimden
+we 't dan ook het hem op het oogenblik van ons vertrek te vragen,
+doch even standvastig wees hij ons aanbod van de hand en bleef met
+sergeant Mac Neil achter. Beiden wandelden dan op den weg een honderd
+passen heen en weder. Zij spraken weinig, maar zij schenen elkander
+opperbest te verstaan en behoefden geene woorden te wisselen om
+gedachten te wisselen. Zij waren beiden geheel verdiept in noodlottige
+herinneringen, die door niets konden uitgewischt worden. Wie weet zelfs
+of die herinneringen zich niet verlevendigden, naarmate sir Edward
+Munro en de sergeant het tooneel van den bloedigen opstand naderden.
+
+Blijkbaar had de een of andere gedachte, die wij eerst later zullen
+leeren kennen en niet de eenvoudige begeerte zich niet van ons te
+scheiden, den kolonel Munro overgehaald zich bij deze expeditie
+in Noord-Indië aan te sluiten. Banks en kapitein Hod deelden mijne
+zienswijze ten dezen opzichte. Ook vroegen wij ons niet zonder eenige
+ongerustheid in de toekomst af of die ijzeren olifant op zijn tocht
+door de vlakten van het schiereiland geen treurspel met zich voerde.
+
+
+
+
+
+
+VII.
+
+DE BEDEVAARTGANGERS VAN DEN PHALGOU.
+
+
+Béhar vormde in vroegere eeuwen het rijk van Magadha. Het was een soort
+van heilig grondgebied ten tijde der Bouddhisten en nog heden is het
+bedekt met tempels en kloosters. Doch sedert lang hebben de brahmanen
+de priesters van Bouddha opgevolgd. Zij hebben zich meester gemaakt
+van de »viharas," zij exploiteeren ze, zij leven van de opbrengst
+van den eeredienst; van alle kanten stroomen de geloovigen naar hen
+toe; zij concurreeren met de heilige wateren van den Ganges, met de
+pelgrimstochten van Bénares, met de plechtigheden van Jaggernaut,
+in een woord, men kan gerust zeggen, dat het land hun toebehoort.
+
+Het is een rijk land met zijn onmetelijke smaragd-groene rijstvelden en
+zijn uitgestrekte vlakten met maankop, met zijn talrijke gehuchten,
+verloren in het groen, beschaduwd door palmboomen, mangoboomen,
+dadels, taras, waarover de natuur een niet te ontwarren net van lianen
+geworpen heeft. De wegen, door het Stoomhuis bereden, vormen zoovele
+dichte, overdekte lanen, waarvan de vochtige bodem de frischheid
+onderhoudt. Wij gaan vooruit met de kaart voor ons, zonder ooit te
+vreezen te verdwalen. Het gebriesch van onzen olifant vermengt zich
+met de oorverdoovende concerten van het gevogelte en het wanluidende
+geschreeuw der talrijke apensoorten. Zijn rook verliest zich in het
+dichte gebladerte dier feniksen der velden, de bananen, waarvan
+de gouden vruchten nedervallen als sterren te midden van lichte
+wolkjes. Bij zijn passage vliegen troepen teere rijstvogeltjes op,
+wier wit gevederte zich vermengt met de witte stoomspiralen. Hier
+en daar teekenen zich groepen vijgeboomen, boschjes pampelmoezen,
+bedden met »dalhs," een soort van boomvormige erwten, gedragen door
+een steel van een el hoog, scherp tegen den wolkeloozen hemel af en
+vormen den voorgrond van het onvergelijkelijk schoone landschap.
+
+Maar welk een hitte! Nauwlijks dringt een weinig vochtige lucht door de
+lichtschermen van rietgras onzer vensters. De heete winden, bezwangerd
+met de warmtestof der uitgestrekte pleinen van het westen, strijken
+met hun vurigen adem over de velden. Het is tijd, dat de moesson van
+Juni den toestand van den dampkring komt veranderen. Niemand zou die
+gloeiende zonnestralen kunnen verdragen, zonder met een doodelijke
+stikking bedreigd te worden.
+
+Het landschap is dan ook verlaten. Zelfs de »raïots," hoe gehard ook
+tegen deze brandende zon, zouden zich niet met den veldarbeid kunnen
+bezighouden. Alleen de schaduwrijke weg is begaanbaar en dan nog alleen
+in onzen rollenden bungalow. De stoker Kâlouth moet wel, 'k zal niet
+zeggen van platina zijn, want platina zou smelten, maar van zuiver
+koolstof, om de brandende hitte van het vuur te kunnen weerstaan. Maar
+de brave Hindoe biedt krachtig weerstand. Hij heeft het zich bij
+zijn leven op de locomotieven der spoortreinen van Centraal-Indië,
+tot een tweede natuur gemaakt, zulk een temperatuur te verdragen!
+
+De thermometer, aan den wand der eetzaal, staat den 19n Mei op
+honderd zes graden Fahrenheit (41,11° C.) Dien avond, hebben we onze
+hygiénische wandeling om na de verstikkende hitte van een tropischen
+dag een weinig lauwe en zuivere lucht in te ademen, niet kunnen
+maken. Dezen keer was de dampkring werkelijk verschroeiend.
+
+»Mijnheer Maucler," richtte zich de sergeant Mac Neil tot mij, »dat
+doet me denken aan de laatste dagen van Maart, toen sir Hugh Rose,
+met een batterij van slechts 2 stukken, bres trachtte te schieten in
+de omheining van Lucknow. Er waren zestien dagen verloopen, sedert we
+de Betwa waren overgestoken en sedert zestien dagen waren de paarden
+geen enkele maal onttoomd geweest. We streden tusschen énorme muren
+van graniet, dat zooveel beteekende als tusschen de steenen wanden
+van een hoogoven. »Chitsis" met emmers water, doorliepen onze rangen
+en terwijl we onze geweren afschoten, goten ze water op onze hoofden,
+daar we anders neergevallen zouden zijn. 'k Zal 't nooit vergeten. Ik
+kon niet meer, mijn hoofd zou bersten en 'k was op het punt neer te
+slaan.... Kolonel Munro ziet het en den emmer uit de handen van een
+chitsi rukkende, stort hij hem over mij uit.... 't was de laatste,
+dien de dragers zich hadden kunnen verschaffen!.... Ziet u, dat zal
+ik niet licht vergeten! Neen! een druppel bloed voor een druppel
+water! Al had ik al het mijne voor mijn kolonel gestort, zou ik nog
+zijn schuldenaar zijn!"
+
+»Sergeant," vroeg ik, »vindt ge niet dat de kolonel sedert ons vertrek
+er bezorgder uitziet dan gewoonlijk? Hij schijnt elken dag...."
+
+»Ja, mijnheer," antwoordde Mac Neil, die me vrij driftig in de rede
+viel, »maar dat is zeer natuurlijk! De kolonel komt elken dag dichter
+bij Lucknow, bij Cawnpore, waar Nana Sahib zijn vrouw.... O! ik kan
+er niet van spreken of het bloed stijgt me naar 't hoofd! Misschien
+zou 't beter geweest zijn onze reis anders te nemen en de provincies
+niet door te trekken, die door den opstand verwoest zijn! 't Is nog
+te kort geleden, dat die vreeselijke gebeurtenissen plaats hadden en
+ze zijn nog te versch in 't geheugen!"
+
+»Waarom zouden we onzen weg dan niet veranderen!" zei ik daarop. »Als
+ge wilt, Mac Neil, zal ik er met Banks, met kapitein Hod over
+spreken...."
+
+»'t Is te laat," antwoordde de sergeant. »'k Heb alle reden, trouwens,
+om te gelooven, dat de kolonel misschien een laatste maal, het tooneel
+van dien vreeselijken oorlog wil weerzien, dat hij de plek wil bezoeken
+waar lady Munro den dood en welken dood, gevonden heeft!"
+
+»Als ge dat denkt, Mac Neil," antwoordde ik, »is het beter kolonel
+Munro te laten begaan en niets aan onze plannen te veranderen. 't Is
+dikwijls een troost en een verzachting voor onze smart, hen die we
+liefhebben op hun graf te gaan beweenen...."
+
+»Op het graf, ja!" riep Mac Neil uit. »Maar is dat dan een graf,
+die put van Cawnpore, waar zoovele slachtoffers op en onder elkander
+zijn neergesmeten! Is dat een graftombe, die te midden van bloemen,
+in de schaduw van statig geboomte, met een enkelen naam, den naam
+van hem, die niet meer is, en dien we zoo innig lief hadden, de
+herinnering levendig houdt! O mijnheer! ik vrees maar al te zeer,
+dat de smart van mijn kolonel onherstelbaar is! Maar, nogmaals,
+het is nu te laat om hem een anderen weg te doen inslaan. Wie weet
+of hij dan niet weigeren zou ons te volgen! Kom! laten we de zaken
+haar loop hebben en dat God ons geleide!"
+
+Blijkbaar wist Mac Neil, toen hij zoo sprak, waaraan zich te houden
+ten opzichte van de plannen van Sir Edward Munro. Doch, zeide hij
+mij wel alles en was het slechts het plan Cawnpore weder te zien,
+dat den kolonel had doen besluiten Calcutta te verlaten? Wat er van
+zij, het was nu alsof een zeilsteen hem naar de plek trok waar de
+ontknooping van dit noodlottige treurspel had plaats gehad!.... Men
+moest hem zijn gang laten gaan!
+
+Ik kwam toen op het denkbeeld den sergeant te vragen of hij voor zich
+alle idée van wraak had opgegeven, in een woord, of hij meende dat
+Nana Sahib werkelijk dood was.
+
+»Neen," antwoordde Mac Neil mij onbewimpeld. »Ofschoon ik geen
+enkel bewijs voor mijne meening heb, geloof ik niet en kan ik
+niet gelooven, dat Nana Sahib gestorven is zonder gestraft
+te zijn voor zooveel misdaden! Neen! En toch, ik weet niets
+en heb ook niets vernomen!... Het is alsof een instinct mij
+drijft!.... O! mijnheer! zich tot doel een wettige wraak te stellen,
+zou iets zijn in het leven! Geve de hemel dat mijne voorgevoelens
+mij niet bedriegen en dat eenmaal...."
+
+De sergeant eindigde niet.... Een gebaar gaf te kennen, wat zijn mond
+niet had willen zeggen. De dienaar was het eens met den meester!
+
+Toen ik Banks en kapitein Hod den inhoud van dit gesprek mededeelde,
+waren beiden het er over eens, dat het reisplan niet mocht en kon
+veranderd worden. Trouwens was er nooit sprake van geweest de reis over
+Cawnpore te nemen en na eenmaal den Ganges te Bénares overgestoken
+te zijn, zouden we ons rechtstreeks naar het noorden richten door
+het oostelijk gedeelte van de koninkrijken Oude en Rohilkhande. Wat
+ook Mac Neil mocht denken, het was niet zeker dat Sir Edward Munro
+Lucknow of Cawnpore wilde terug zien, plaatsen, die hem zoovele
+vreeselijke herinneringen in het geheugen zouden terug roepen; maar,
+als hij het wilde, zoude men hem op dit punt niet tegenwerken.
+
+Wat Nana Sahib betreft, hij was zoo bekend, dat, indien de afkondiging,
+die zijne wederverschijning in het presidentschap van Bombay, waarheid
+sprak, wij er op nieuw iets van hadden moeten vernemen. Maar, bij ons
+vertrek van Calcutta was er reeds geen sprake meer van den nabob en
+de onderweg verkregen inlichtingen gaven aanleiding tot het vermoeden,
+dat de overheid op een dwaalspoor gebracht was.
+
+In alle geval, indien er mogelijk iets van aan ware, indien kolonel
+Munro een geheim plan had, dan mocht het werkelijk verwonderlijk
+schijnen dat Banks, zijn intiemste vriend, niet in zijn vertrouwen
+deelde, eerder dan de sergeant Mac Neil. Doch dit kwam zeker
+daarvandaan, zooals Banks zeide, dat hij alles gedaan had om den
+kolonel terug te houden zich in gevaarlijke en nuttelooze nasporingen
+te begeven, terwijl de sergeant hem er zeker toe aanzette!
+
+Den 19n Mei, tegen twaalf uren hadden wij het gehucht Chittra achter
+den rug. Het Stoomhuis bevond zich nu honderdvijftig kilometers van
+zijn punt van uitgang verwijderd.
+
+Den volgenden dag, 20 Mei, kwam de IJzeren Reus, bij het vallen van
+den nacht, na een buitengewoon heeten dag, in de omstreken van Gaya
+aan. Aan den oever eener heilige rivier, de Phalgou, zeer bekend bij
+de bedevaartgangers, werd halt gehouden. De twee huizen hielden stand
+op een fraaie plek, aan den steilen oever, beschaduwd door schoone
+boomen, op twee mijlen ongeveer van de stad af.
+
+Ons voornemen was zesendertig uren op deze plaats te vertoeven,
+namelijk twee nachten en een dag, want de plek bood veel
+bezienswaardigs aan, zooals ik reeds vroeger gezegd heb.
+
+Den volgenden dag begaven Banks, kapitein Hod en ik te vier uur
+'s morgens, teneinde de middaghitte te vermijden, na afscheid van
+kolonel Munro genomen te hebben, zich naar Gaya.
+
+Men verzekert dat jaarlijks honderdvijftig duizend geloovigen naar dit
+middelpunt der Brahmaansche vestigingen stroomden. En inderdaad waren
+bij de toegangen tot de stad de wegen bezaaid met een ontelbaren stoet
+mannen, vrouwen, grijsaards en kinderen. Al die menschen gingen bij
+wijze eener processie door het veld, na de duizend vermoeienissen van
+een langen pelgrimstocht getrotseerd te hebben ter vervulling hunner
+godsdienstige plichten.
+
+Banks had reeds vroeger dit grondgebied van Béhar bezocht tijdens
+hij opmetingen deed voor een spoorweg, die nog niet tot uitvoering
+gekomen was. Hij kende dus het land en we konden geen beteren gids
+hebben. Hij had overigens kapitein Hod verplicht al zijn jachttuig
+in het kamp te laten en men had dus niet te vreezen, dat onze Nimrod
+ons onderweg verlaten zou.
+
+Even voor in de stad aan te komen, waaraan men met recht den naam van
+heilige stad kan geven, deed Banks ons stil houden voor een heiligen
+boom, waaromheen pelgrims van allerlei leeftijd en van beide seksen
+in aanbidding waren neergezonken.
+
+Deze boom was een »pipala," met een énormen stam; maar, hoewel de
+meeste takken reeds van ouderdom waren afgevallen, kon hij toch
+niet meer dan twee of driehonderd jaren levens tellen. Dit zou ook
+twee jaren later bevestigd worden door Louis Rousselet, op zijn
+belangwekkende reis door het Indië der Rajahs.
+
+De boom Boddhi, was de godsdienstige naam van dezen laatsten
+vertegenwoordiger van het geslacht van pipala's, die gedurende
+een lange reeks van eeuwen deze plek beschaduwden en waarvan de
+eerste vijf honderd jaar voor de christelijke jaartelling gepoot
+werd. Waarschijnlijk was het voor de geknielde dweepers aan zijn voet,
+de boom zelf, door Bouddha op deze plaats gewijd. Hij verheft zich
+nu op een bouwvallig terras, zeer nabij een steenen tempel, welks
+oorsprong blijkbaar zeer oud is.
+
+De tegenwoordigheid van drie Europeanen, te midden dier duizenden
+Hindoes, werd met geen goede oogen aangezien. Men sprak echter niet
+tot ons, doch we konden niet bij het terras komen, noch doordringen
+tot de bouwvallen van den tempel. Overigens werden wij zoo dicht door
+de bedevaartgangers omringd, dat het moeielijk geweest zou zijn zich
+een weg tusschen hen door te banen.
+
+»Zoo daar een Brahmaan geweest was," zei Banks, »zouden we meer
+pleizier van ons bezoek gehad hebben en het gebouw misschien tot in
+zijn diepste schuilhoeken hebben kunnen bezoeken."
+
+»Wat!" antwoordde ik, »zou een priester minder streng geweest zijn
+dan zijn eigen geloovigen?"
+
+»Mijn waarde Maucler," antwoordde Banks, »er is geen gestrengheid
+bestand tegen het aanbod van eenige ropyen en de brahmanen moeten
+immers toch ook leven!"
+
+»'k Zie er de noodzakelijkheid niet van in," antwoordde kapitein
+Hod, die het zwak had voor de Hindoes, hunne zeden, vooroordeelen,
+gewoonten en de voorwerpen hunner vereering, de verdraagzaamheid te
+gevoelen, die zijne landgenooten hun met alle recht verleenen.
+
+Voor het oogenblik was Indië voor hem slechts een uitgestrekt
+jachtgebied en gaf hij onbetwistbaar boven de bevolking van de steden
+en het land de voorkeur aan de woeste roofdieren der jungles.
+
+Na een behoorlijk poosje aan den voet van den heiligen boom
+vertoefd te hebben, geleidde Banks ons op den weg in de richting
+van Gaya. Naargelang wij de heilige stad naderden, nam de toevloed
+der pelgrims steeds toe. Weldra deed zich door een open plek in het
+groen Gaya aan ons voor op den top van de rots, die zij met hare
+schilderachtige bouwwerken bekroont.
+
+Wat vooral de aandacht der toeristen op deze plaats wekt, is de tempel
+van Vishnoe in eigen persoon achtergelaten, toen hij zich verwaardigde
+op de aarde neder te dalen om met den demon Maya te worstelen. Nu kon
+de worsteling tusschen een god en een duivel niet lang twijfelachtig
+zijn. De duivel delfde het onderspit en een steenen blok, zichtbaar in
+de omheining zelve van Vishnoe-Pad, getuigt door de diepe indrukselen
+van de voeten zijns tegenstanders, dat de duivel het hard genoeg te
+verantwoorden had.
+
+Ik zeg »een blok van steen, dat zichtbaar was," en ik haast mij er
+bij te voegen »zichtbaar alleen voor de Hindoes," want geen Europeaan
+is het vergund deze goddelijke voetstappen te aanschouwen. Misschien
+moet men, om ze goed op den wonderdadigen steen te onderscheiden, een
+sterk geloof hebben, dat men niet meer aantreft bij de geloovigen der
+westelijke volkeren. Hoe dit zij, Banks bood dezen keer te vergeefs
+zijne ropijen aan. Geen priester wilde aannemen wat de prijs van een
+heiligschennis zou geweest zijn. Ik zou niet durven beslissen of de
+som niet groot genoeg was voor het geweten van een brahmaan. Zeker
+is het, dat we niet tot in den tempel konden doordringen en ik heb er
+niet achter kunnen komen, wat er eigenlijk van is, van dat zachte en
+schoone jonge mensch, hemelsblauw gekleurd, gekleed als een koning
+uit ver vervlogen tijden, beroemd door zijne tien incarnaties [6],
+die het behoudend beginsel vertegenwoordigt, in tegenoverstelling met
+Çiva, het woeste zinnebeeld van het vernietigend beginsel en dien de
+Vaichnavas, de aanbidders van Vishnoe erkennen als den eerste der
+drie honderd dertig millioenen goden, die hunne bij uitnemendheid
+polytheïstische mythologie bevolken.
+
+Toch hadden wij geen reden spijt te gevoelen over onzen tocht naar
+de heilige stad, noch over dien naar Vishnoe-Pad. Het zou onmogelijk
+zijn den verwarden hoop tempels, de reeks pleinen, de ophooping van
+viharas, die we moesten omgaan of doorkruisen om tot hem te komen,
+te beschrijven. Theseus zelf met den draad van Ariadne in de hand,
+zou verdwaald zijn in dien doolhof! Wij daalden dus van de rots van
+Gaya weder naar omlaag.
+
+Kapitein Hod was woedend en had den Brahmaan, die ons den toegang
+tot Vishnoe-Pad weigerde, wel te lijf gewild.
+
+»Ben je niet wijs, Hod?" zei Banks tot hem, hem terughoudende. »Weet
+je niet dat de Hindoes hunne priesters de brahmanen niet alleen
+beschouwen als wezens van aanzienlijken bloede, maar ook als wezens
+van een hoogeren oorsprong?"
+
+Toen wij bij dat gedeelte der Phalgou-rivier aangekomen waren, dat
+de rots van Gaya bespoelt, breidde zich de verbazende ophooping van
+bedevaartgangers voor onze blikken uit. Daar verdrongen zich in een
+verward mengelmoes door elkander, mannen en vrouwen, grijsaards en
+kinderen, stad- en landbewoners, rijke Bengaalsche burgers en arme
+mannen van het volk, van de minste soort, Vaïchyas, kooplieden
+en boeren, Kchatryas, fiere krijgslieden, Sudras, armzalige
+handwerkslieden van verschillende secten, parias, die buiten de
+wet gesteld zijn en wier oogen de voorwerpen bezoedelen, die ze
+beschouwen,--in een woord alle klassen of alle kasten van Indië,
+de krachtige Radsjpoet den zwakkelijken Bengali op zijde dringende,
+de lieden van Pendjab tegenover de mohamedanen van Scinde. Dezen
+zijn in palankijns gekomen, genen in rijtuigen, getrokken door
+groote bultossen. Dezen liggen uitgestrekt bij hunne kameelen, genen
+hebben den weg te voet afgelegd en nog altijd stroomt het toe van alle
+gedeelten van het schiereiland. Hier en daar worden tenten opgeslagen,
+hier en daar ziet men uitgespannen karren, hier en daar hutten van
+takken, die tot voorloopige woning van al die menschen dienen.
+
+»Welk een gedrang!" zei kapitein Hod.
+
+»Het water van den Phalgou zal van avond niet lekker zijn!" deed
+Banks opmerken.
+
+»En waarom niet?" vroeg ik.
+
+»Omdat dat water heilig is en die heele verdachte troep er zich in
+gaat baden, zooals de Gangisten in de wateren van den Ganges."
+
+»Zijn we dan hier benedenwaarts van den stroom?" riep Hod uit, de
+hand naar ons kamp uitstrekkende.
+
+»Neen, kapitein, wees gerust," antwoordde de ingenieur, »we zijn
+stroomopwaarts."
+
+»Opperbest, Banks, want we moeten onzen IJzeren Reus zijn dorst aan
+deze onzuivere bron niet laten lesschen!"
+
+Intusschen vervolgden wij onzen weg te midden van die duizenden
+Hindoes, in een betrekkelijk kleine ruimte opgehoopt.
+
+Het oor werd getroffen door een wanluidenden klank van kettingen
+en schelletjes. Het waren bedelaars, die de openbare liefdadigheid
+inriepen.
+
+Het wemelde namelijk van allerlei soorten van dat landloopers
+gilde, over het geheele Indische schiereiland verspreid. De meesten
+vertoonden valsche wonden en gebreken, als de Clopin-Trouillefous der
+middeleeuwen. Doch, mogen de bedelaars van bedrijf meestal voorgewende
+gebrekkigen zijn, met de dweepers is dit niet het geval. En inderdaad
+zou het moeielijk geweest zijn voorbeelden te vinden van inniger
+overtuiging.
+
+Er bevonden zich daar fakirs, goussaïns, bijna naakt, met asch bedekt;
+hier een met een stijven arm door hem voortdurend uitgestrekt gehouden
+te hebben, daar een ander de hand doorboord met de nagels zijner
+eigen vingers.
+
+Anderen hadden zich tot voorwaarde gesteld den geheelen door
+hen afgelegden weg met hun lichaam te meten. Zich op den grond
+uitstrekkende, zich weder oprichtende, zich opnieuw uitstrekkende,
+hadden zij op deze wijze honderden mijlen afgelegd, alsof zij tot
+meetketting van een landmeter gediend hadden.
+
+Hier waren geloovigen, bedwelmd door het gebruik van »bâng,"--een
+drank van opium met een infusie van hennip gemengd,--met boomtakken
+verbonden door in hunne schouders geslagen ijzeren haken. Op deze
+wijze opgehangen zwaaiden zij zoolang heen en weder, tot eindelijk
+hun vleesch begon mede te geven en zij in de wateren van den Phalgou
+vielen.
+
+Daar waren nog anderen, die ter eere van Çiva, de beenen doorboord, met
+doorstoken tong, en pijlen, die hen eveneens het lichaam doorboorden,
+het bloed, dat uit hunne wonden vloeide, door slangen lieten oplikken.
+
+Dit geheele schouwspel moest voor een Europeaan iets terugstootends
+hebben en daarom haastte ik mij ook het te ontvlieden toen Banks mij
+tegenhield en zeide:
+
+»Het biduur!"
+
+Op dit oogenblik verscheen een Brahmaan te midden der menigte. Hij
+hield de rechterhand opgeheven en richtte haar naar de zon, die tot
+nog toe door de rots van Gaya verborgen was gehouden.
+
+De eerste straal der dagvorstin was het teeken. De genoegzaam naakte
+menigte trad in het heilige water. Vooreerst waren het eenvoudige
+indompelingen, zooals in de eerste tijden van den doop; doch weldra
+ging dit over in werkelijke onderdompelingen, waarvan het godsdienstig
+karakter moeielijk te vatten was. Ik weet niet of de ingewijden,
+bij het reciteeren der »slocas" of verzen, die de priesters hun
+tegen een vastgestelden prijs vóórzeiden, er meer aan dachten hun
+lichaam dan wel hun ziel te wasschen. Zeker is het dat, na water in
+het holle van de hand geschept te hebben, na er de vier hoofdstreken
+mede besproeid te hebben, zij er zich eenige druppels van in het
+gelaat wierpen, evenals baders die zich in de eerste golven van een
+zeebadstrand verlustigen. Ik moet er overigens nog bijvoegen, dat zij
+niet vergaten zich althans één haar uit te trekken voor elke zonde,
+die zij bedreven hadden. Hoevelen waren er onder hen, die verdiend
+hadden kaal uit de wateren van den Phalgou te treden!
+
+En zulk een beweging maakten die geloovigen, nu eens plotseling
+onderduikende, dan het water pijlsnel doorklievende, dat de verschrikte
+krokodillen naar den tegenovergestelden oever vluchtten. Van daar
+keken zij met hunne groene oogen, op een rij geschaard, naar die
+luidruchtige menigte, de lucht met het geklapper hunner geduchte
+kakebeenen doende weergalmen. De pelgrims stoorden er zich trouwens
+niet meer aan, dan of het onschadelijke hagedissen waren.
+
+Het was tijd deze zonderlinge vromen zich in staat te laten stellen
+in den Kaïlas te komen, die het paradijs van Brahma is. Wij begaven
+ons dus langs het strand van den Phalgou naar het kamp terug.
+
+Het ontbijt vereenigde ons allen aan tafel en het overige van dien dag,
+die buitengewoon warm geweest was, ging zonder bijzondere toevallen
+voorbij. Kapitein Hod doorkruiste tegen den avond de omringende vlakte
+en bracht eenig klein wild mede. In dien tijd hernieuwden Storr,
+Kâlouth en Goûmi den voorraad water en brandstof want het plan bestond
+om den volgenden morgen met het krieken van den dag te vertrekken.
+
+Ten negen ure 's avonds hadden wij allen onze kamers bereikt. Een
+zeer kalme, maar vrij donkere nacht was in aantocht. Dikke wolken
+hielden de sterren verborgen, en maakten den dampkring zwaar. Het
+was nog even warm, zelfs met het ondergaan der zon.
+
+De temperatuur was zoo drukkend, dat ik eenige moeite had om in te
+slapen. Door mijn opengelaten venster drong een heete lucht naar
+binnen, die mij zeer ongeschikt toescheen voor de geregelde werking
+der longen.
+
+Het was middernacht en ik had nog geen oogenblik rust genoten; toch
+had ik het stellige plan gemaakt drie of vier uren voor ons vertrek te
+slapen, maar ik was ook zoo dwaas den slaap te willen dwingen en juist
+daarom ontvlood hij mij. De wil kan er niets aan doen, integendeel.
+
+Het zal omstreeks één uur van den morgen geweest zijn, toen ik een
+dof geruisch meende te hooren, dat zich langs de oevers van den
+Phalgou verspreidde.
+
+Eerst kwam de gedachte bij mij op dat, onder den invloed van een zeer
+met electriciteit verzadigden dampkring, een stormwind in het westen
+begon op te steken. Ook deze wind zou zeker wel brandend zijn, maar
+hij zou misschien toch de luchtlagen verplaatsen en misschien eenige
+koelte verspreiden.
+
+Ik bedroog mij. De takken der boomen, die het kamp beschutten, bleven
+volkomen onbeweeglijk.
+
+Ik stak het hoofd buiten mijn venster en luisterde. Het verre
+geruisch deed zich opnieuw hooren, maar ik zag niets. Het watervlak
+van den Phalgou was volkomen duister, zonder een van die trillende
+lichtpuntjes, die de minste beweging aan de oppervlakte gewoonlijk
+doet ontstaan. Het geruisch kwam noch van het water noch uit de lucht.
+
+Intusschen merkte ik niets verdachts op. Ik ging dus weder naar bed en
+door vermoeienis overmand, viel ik in een lichte sluimering. In zekere
+tusschenpoozen kwamen nog eenige windvlaagjes met dat onverklaarbaar
+geruisch tot mij, maar eindelijk sliep ik voor goed in.
+
+Twee uren later, op het oogenblik dat de eerste lichtflikkering van
+den aanbrekenden dageraad zich een weg baande door de duisternis,
+werd ik eensklaps wakker.
+
+Men riep den ingenieur.
+
+»Mijnheer Banks?"
+
+»Wat is er?"
+
+»Kom eens hier."
+
+Ik had de stem van Banks en die van den machinist herkend, die zooeven
+den gang was binnengetreden.
+
+Ik stond dadelijk op en ging mijn kamer uit. Banks en Storr waren
+reeds onder de voorste veranda. Kolonel Munro was er mij voorgegaan
+en weldra voegde ook kapitein Hod zich bij ons.
+
+»Wat gebeurt er?" vroeg de ingenieur.
+
+»Zie eens, mijnheer," antwoordde Storr.
+
+Bij het eerste licht van den aanbrekenden dag kon ik de oevers van
+den Phalgou en een gedeelte van den weg, die zich verscheidene mijlen
+voor ons uitstrekte, onderscheiden. Hoe groot was onze verbazing,
+toen wij verscheidene honderden Hindoes bij groepen aan den kant van
+den weg zagen liggen.
+
+»Dat zijn onze bedevaartgangers van gisteren," zei kapitein Hod.
+
+»Wat doen ze daar?" vroeg ik.
+
+»Ze wachten zeker tot de zon opkomt," antwoordde de kapitein, »om
+zich in de gewijde wateren te storten!"
+
+»Neen," antwoordde Banks. »Kunnen ze hunne reiniging niet te Gaya
+zelve volbrengen? De reden waarom ze hier gekomen zijn, is om...."
+
+»Omdat onze IJzeren Reus zijn gewone uitwerking heeft gedaan!" riep
+kapitein Hod uit. »Ze zullen teweten gekomen zijn, dat een reusachtige
+olifant, een kolos, zooals zij er nooit een gezien hebben, in de
+nabuurschap was, en ze komen hem nu bewonderen!"
+
+»Als het maar bij bewonderen blijft!" antwoordde de ingenieur, het
+hoofd schuddende.
+
+»Wat vrees je dan toch, Banks?" vroeg kolonel Munro.
+
+»Wel, 'k vrees, dat die dweepers ons den weg zullen versperren!"
+
+»Wees in alle geval voorzichtig! Met zulke vromen kan men niet te
+veel voorzorgen nemen."
+
+»Inderdaad," antwoordde Banks.
+
+Daarna riep hij den stoker en vroeg dezen of alles gereed was.
+
+»Ja, mijnheer."
+
+»Welnu, steek aan."
+
+»Ja, steek aan, Kâlouth!" riep kapitein Hod. »En stook op, Kâlouth,
+laat onzen olifant zijn rook en stoom in het gelaat van al die
+pelgrims spuwen!"
+
+Het was toen drie en een half uur 's morgens. Hoogstens over een
+half uur, kon de machine de noodige drukking hebben. De vuren werden
+dadelijk aangestoken, het hout knapte in den vuurhaard en weldra
+ontsnapte een zwarte rook uit den reusachtigen snuit van den olifant,
+waarvan het uiteinde zich in de takken der hooge boomen verloor.
+
+Op dit oogenblik kwamen eenige groepen Hindoes naderbij. Er had een
+algemeene beweging in de menigte plaats. Men verdrong zich om onzen
+trein. In de eerste rangen dezer pelgrims, lichtte men de armen in
+de hoogte, men strekte ze naar den olifant uit, men bukte zich, men
+knielde neder, men kroop tot in het stof. Het was duidelijk aanbidding
+tot haar hoogste punt gevoerd.
+
+Wij zagen van onder de veranda dat schouwspel aan, kolonel Munro,
+kapitein Hod en ik, niet zonder bezorgdheid waarop deze dweeperij zou
+uitloopen. Mac Neil had zich bij ons vervoegd en zag in stilte toe. Wat
+Banks aangaat, hij was met Storr in den toren, dien het enorme dier
+droeg, gaan staan en van waar hij het naar goedvinden kon besturen.
+
+Te vier uur bromde de stoomketel reeds. Dit helderklinkend gesnor
+moest door de Hindoes gehouden worden voor het vertoornde gebrom van
+een bovennatuurlijken olifant. Op dit oogenblik wees de manometer
+een drukking aan van vijf atmosferen, en Storr liet den stoom door
+de veiligheidskleppen ontsnappen, alsof hij door de huid van het
+reusachtige dikhuidige dier uitzweette.
+
+»We zijn gereed, Munro!" riep Banks.
+
+»Vooruit, Banks," antwoordde de kolonel, »maar voorzichtig en laten
+we niemand verpletteren!"
+
+Het was toen bijna dag. De weg langs den oever van den Phalgou was
+geheel bedekt met geloovigen, weinig geneigd, naar het scheen, om
+plaats te maken. In die omstandigheid was het geen gemakkelijke zaak
+voorwaarts te gaan en niemand te verpletteren.
+
+Banks liet twee- of driemalen fluiten, hetgeen door de bedevaartgangers
+met een uitzinnig gehuil beantwoord werd.
+
+»Op zij! Op zij!" riep de ingenieur, den machinist bevelende den
+regulateur een weinig te openen.
+
+Het geloei van den stoom, die zich in de cilinders stortte, deed zich
+hooren. De machine stelde zich langzaam in beweging. Een machtige
+kolom van witten rook werd met kracht uit den snuit gestooten.
+
+De menigte was in een oogenblik uiteengeweken. De regulateur werd
+toen half geopend. Het gebriesch van den IJzeren Reus nam toe en onze
+trein begon zich tusschen de dichte rangen der Hindoes te bewegen,
+die geen plaats schenen te willen maken.
+
+»Banks, pas op!" riep ik eensklaps uit.
+
+Toen ik mij voorover buiten de veranda boog, had ik gezien dat er
+zich een twaalftal van die dweepers op den weg geworpen hadden,
+met den vasten wil zich onder de raderen van het zware gevaarte te
+laten verpletteren.
+
+»Geeft acht! geeft acht! Terug," riep kolonel Munro, die hen beduidde
+zich op te richten.
+
+»Die onnozelen!" riep op zijn beurt kapitein Hod. »Zij houden ons
+voertuig voor de kar van Jaggernaut! Zij willen zich onder de pooten
+van den heiligen olifant laten verpletteren!"
+
+Op een teeken van Banks, sloot de machinist den stoom af. De
+bedevaartgangers, dwars over den weg uitgestrekt, schenen besloten
+niet op te staan. Om hen heen gilde de dweepende menigte het uit en
+moedigde ze met gebaren aan.
+
+De machine stond stil. Banks was ten einde raad en wist wezenlijk
+niet wat te doen.
+
+Plotseling komt er een idée bij hem op.
+
+»We zullen eens zien!" zeide hij.
+
+Hij opende oogenblikkelijk de stoomkraan en krachtige stoomstralen
+sisten langs den grond, terwijl de lucht van een scherp gefluit
+weerklonk.
+
+»Hoera! hoera! hoera!" riep kapitein Hod uit.
+
+»Geesel ze, vriend Banks, geesel ze!"
+
+Dit middel baatte. De dweepers, door de stoomstralen getroffen,
+vlogen op onder een oorverdoovend geschreeuw. Zij konden zich wel
+laten verpletteren, maar zich te laten verbranden, dat nooit!
+
+De menigte week terug en de weg was open. Nu werd de regulateur geheel
+geopend en sloegen de wielen diep in den grond.
+
+»Vooruit! vooruit!" riep kapitein Hod uit, die in de handen klapte
+en hartelijk lachte.
+
+En nu ijlde de IJzeren Reus, het midden van den weg houdende, snel
+voort en was weldra uit het oog der verbaasde menigte verdwenen,
+als een fantastisch dier in een wolk van stoom.
+
+
+
+
+
+
+VIII.
+
+EENIGE UREN TE BÉNARES.
+
+
+De groote weg lag nu voor het Stoomhuis open, de weg, die over
+Sasserâm, naar den rechter oever van den Ganges tegenover Bénares liep.
+
+Een mijl voorbij het kamp, nam de machine een meer gematigden gang aan,
+zoo omstreeks twee en een halve mijl per uur. Het plan van Banks was,
+dien zelfden avond op vijf en twintig mijlen van Gaya te kampeeren
+en den nacht rustig door te brengen in de omstreken van de kleine
+stad Sasserâm.
+
+In het algemeen vermijden de Indische wegen zooveel mogelijk de
+stroomen, die bruggen noodzakelijk maken, daar het leggen van dezen
+op die alluviale gronden zeer kostbaar is. Ook moeten ze op vele
+plaatsen, waar het niet mogelijk geweest is een rivier of een stroom
+te beletten den weg te versperren, nog gelegd worden. Wel is waar is
+de oude, primitieve pont nog in werking, die evenwel om onzen trein
+over te brengen zonder twijfel onvoldoende zoude geweest zijn. Zeer
+gelukkig konden wij er buiten.
+
+Juist moesten wij dien dag een belangrijke rivier oversteken, de
+Sône. Deze rivier boven Rhotas gevoed door twee andere, den Coput en
+den Coyle, vloeit in den Ganges, nagenoeg tusschen Arrah en Dinapore.
+
+Niets gemakkelijker dan deze overtocht. De olifant daalde langs een
+zachte helling den steilen oever af, trad in den stroom, bleef op de
+oppervlakte en trok, het water met zijn dikke pooten als de schoepen
+van een drijfrad slaande, den trein zacht voort.
+
+Kapitein Hod gaf luide zijne verrukking te kennen.
+
+»Een rollend huis!" riep hij uit, »een huis dat tegelijk een rijtuig
+en een stoomboot is. De vleugels ontbreken er nog maar aan om zich
+in een vliegtoestel te herscheppen en de ruimte te doorklieven!"
+
+»Dat zal den een of anderen dag ook nog wel eens gebeuren, vriend Hod,"
+antwoordde de ingenieur ernstig.
+
+»Ik weet het, vriend Banks," antwoordde niet minder ernstig de
+kapitein. »Alles zal gebeuren! Maar wat toch niet gebeuren zal,
+is, dat we over twee honderd jaar in leven zijn om die wonderen te
+zien! Het leven is alle dag wel niet even vroolijk en toch zou ik
+gaarne tien eeuwen wenschen te leven, enkel uit nieuwsgierigheid!"
+
+Dien avond kampeerden wij, na onder de prachtige brug, die den spoorweg
+draagt, gegaan te zijn, op tachtig voet boven de bedding van de Sône,
+op twaalf uren afstand van Gaya, in de omstreken van Sasserâm. We
+zouden ons hier slechts een nacht ophouden om ons van hout en water
+te voorzien en met den dageraad weder vertrekken.
+
+Dit programma werd in alle deelen gevolgd en den volgenden morgen 22
+Mei, vóór de brandende uren, die de gloeiende middagzon ons bezorgde,
+waren wij weder op reis.
+
+Het land was overal hetzelfde, namelijk zeer rijk, zeer
+bebouwd. Zoodanig doet het zich voor bij het naderen van de
+prachtige vallei van den Ganges. Ik zal hier niet spreken van de
+talrijke dorpen, die zich verliezen te midden van de onmetelijke
+rijstvelden, tusschen de groepen van tara-palmboomen met hun dicht
+gewelfd bladerdak, in de schaduw der mangoboomen en ander weelderig
+opschietend geboomte. Overigens hielden wij ons niet op en indien
+somtijds de weg door een wagen, langzaam door zebus voortgetrokken,
+gestremd werd, deed een twee of driemalig fluiten hem op zijde gaan,
+waarna dan onze trein tot groote verbazing der raïots doorging.
+
+Op dien dag, had ik het pleizier een groot aantal rozenvelden te
+zien. En geen wonder, want wij waren niet ver verwijderd van Ghazipore,
+het groote middelpunt der fabricatie van het water of liever van de
+olie, uit deze bloemen vervaardigd.
+
+Ik vroeg Banks of hij mij eenige inlichtingen betreffende dit zoo
+gezochte voortbrengsel kon geven, dat het toppunt schijnt te zijn
+der kunst op het stuk van parfumerie.
+
+»Hier zijn cijfers, waarde vriend," gaf Banks mij ten antwoord,
+»en ze zullen u toonen hoe kostbaar deze bereiding is. Veertig pond
+rozen worden vooraf aan een soort van langzame distillatie over een
+zacht vuur onderworpen en geven ongeveer dertig pond rozenwater. Dit
+water wordt op een nieuw pak bloemen van veertig pond gegoten,
+waarvan men de distillatie voortzet totdat het mengsel twintig pond
+bedraagt. Men stelt dit mengsel gedurende twaalf uren bloot aan de
+frissche nachtlucht en den volgenden dag vindt men de oppervlakte
+van het mengsel bedekt met hoeveel? een ons welriekende olie. Dus
+heeft men uit tachtig pond rozen--eene hoeveelheid die niet minder
+dan twee honderd duizend bloemen telt,--ten slotte slechts een ons
+vocht getrokken. Het is een wezenlijke moord! Het is dan ook niet
+te verwonderen, dat zelfs in het land der bewerking, de rozenolie
+veertig ropijen of honderd franken het ons kost.
+
+»Nu," antwoordde kapitein Hod, »als men om een ons brandewijn te
+fabriceeren, tachtig pond druiven noodig had, zouden de grogjes fameus
+duur worden!"
+
+Op dien dag, moesten we ook de Karamnaca, een der takken van den Ganges
+nog overtrekken. De Hindoes hebben van die onschuldige rivier een soort
+van Styx gemaakt, waarop het niet goed is te varen. Hare oevers zijn
+niet minder vervloekt dan de oevers van den Jordaan of van de Doode
+Zee. De lijken, die men haar toevertrouwt, brengt zij regelrecht naar
+de Brahmaansche hel. Ik wil over deze geloofsleer niet redetwisten,
+doch ik protesteer tegen de algemeen verspreide meening dat het water
+dezer diabolische rivier onaangenaam smaakt en slecht voor de maag
+zou zijn. Het is overheerlijk.
+
+Na een weinig heuvelachtig land te zijn doorgetrokken, tusschen de
+onmetelijke velden met slaapbollen en het uitgestrekte dambord der
+rijstvelden, kampeerden wij op den rechteroever van den Ganges,
+tegenover het antieke Jeruzalem der Hindoes, de heilige stad Bénares.
+
+»Vierentwintig uren halt!" zei Banks.
+
+»Hoever zijn we nu nog van Calcutta?" vroeg ik den ingenieur.
+
+»Nog driehonderdvijftig mijlen ongeveer," antwoordde hij mij, »en
+ge zult me moeten bekennen, waarde vriend, dat we tot nog toe niet
+den minsten last gehad hebben noch van den langen weg, noch van de
+vermoeienissen der reis!"
+
+De Ganges! Is er een stroom waarvan de naam dichterlijker legendes
+voor onze verbeelding toovert en is het niet alsof gansch Indië in hem
+opgaat? Bestaat er op de wereld een vallei, te vergelijken met die,
+welke tot richting van zijn trotschen loop, zich vijfhonderd mijlen ver
+uitstrekt en niet minder telt dan honderd millioen bewoners? Is er een
+plek op den aardbol waar sedert de verschijning der Aziatische rassen
+meer wonderen zijn opgehoopt? Wat zou Victor Hugo, die zoo trotsch
+den Donau bezongen heeft, wel van den Ganges gezegd hebben! Want even
+als de zee heeft de Ganges zijn deining, zijne cyclonen, vreeselijker
+dan de orkanen van den Europeeschen stroom! Als een slang ontrolt hij
+zich in de meest dichterlijke streken der wereld! Ook hij stroomt van
+het westen naar het oosten! Doch aan geen onaanzienlijke heuvelreeks
+ontleent hij zijn oorsprong! Neen, van de hoogste bergketen des
+aardbols, van de bergen van Thibet stort hij naar beneden en neemt
+onderweg al de schatplichtige stroomen op. Zijn plaats van oorsprong
+is het Himalaya gebergte!
+
+Den volgenden dag, 23 Mei, bij het opgaan der zon, lag het zich in
+hare stralen afspiegelende watervlak voor onze blikken uitgespreid. Op
+het witte zand schenen eenige troepen krokodillen, groot van stuk,
+het eerste daglicht met volle teugen in te zwelgen. Zij lagen daar
+onbeweeglijk, naar de zon gekeerd, alsof zij de getrouwste aanhangers
+van de leer van Brahma geweest waren. Maar eenige voorbij drijvende
+lijken ontrukten hen aan hunne aanbidding. Men heeft wel eens beweerd,
+dat de lijken, door den stroom medegevoerd, op den rug drijven als
+het mannen zijn en op den buik van vrouwen. Ik kon mij nu verzekeren,
+dat er niets waar is van deze opmerking. Een oogenblik later wierpen
+de monsters zich op hun prooi, die hun dagelijks door de rivieren van
+het schiereiland verschaft wordt en oogenblikkelijk door hen naar de
+diepte wordt gesleurd.
+
+De spoorweg van Calcutta volgt, alvorens zich te Allahabad te vertakken
+om naar Delhi ten noordwesten en naar Bombay ten zuidwesten te loopen,
+voortdurend den rechter oever van den Ganges, waarvan hij door zijn
+rechtlijnige richting de talrijke bochten bespaart. Aan het station
+van Mogul-Seraï, waarvan wij slechts eenige mijlen verwijderd waren,
+scheidt zich een kleine tak af, die over den stroom naar Bénares
+loopt en door de vallei van de Goûmti een zestig mijlen ver naar
+Jaunpore gaat.
+
+Bénares is dus aan den linkeroever gelegen. Doch op deze plaats
+zouden wij den Ganges niet oversteken, dat zou eerst te Allahabad
+geschieden. De IJzeren Reus bleef dus in het kamp, dat den vorigen
+avond, 22 Mei gekozen was. Er lagen gondels aan den oever gereed
+om ons naar de heilige stad over te brengen, die ik met eenige zorg
+wenschte te bezoeken.
+
+Wat kolonel Munro betreft, voor hem had het bezoek dezer steden, waar
+hij zoo vaak geweest was, niets vreemds of verrassends en toch dacht
+hij er dien dag een oogenblik over ons te vergezellen; doch, na rijpe
+overweging besloot hij een tocht langs de oevers van den stroom te
+maken, in gezelschap van sergeant Mac Niel. Werkelijk verlieten beiden
+het Stoomhuis, zelfs voordat wij nog vertrokken waren. Kapitein Hod,
+die reeds in garnizoen te Bénares geweest was, had het plan gevormd
+eenigen zijner kameraden te gaan zien. Banks en ik dus,--de ingenieur
+had mij tot gids willen verstrekken,--wij waren de eenigen, die uit
+een gevoel van belangstelling de stad wilden bezoeken.
+
+Als ik zeg, dat kapitein Hod te Bénares in garnizoen geweest was,
+moet men weten, dat de troepen der koninklijke armée gewoonlijk
+niet in de Hindoesche steden wonen. Hunne kazernen zijn te midden
+van »kantonnementen" gelegen, die inderdaad echte Engelsche steden
+worden. Dit is met Allahabad, met Bénares het geval, evenals op
+andere punten van het grondgebied, waar niet alleen de soldaten,
+maar de ambtenaren, de kooplieden, de renteniers zich bij voorkeur
+groepsgewijze vereenigen. Ieder dezer groote steden is in tweeën
+verdeeld, het eene gedeelte met al het comfort van het moderne Europa,
+terwijl het andere de gewoonten van het land en de Hindoesche gebruiken
+in al hunne oorspronkelijkheid bewaard heeft!
+
+De Engelsche stad, met Bénares vereenigd, is Sécrole waarvan de
+bungalows, de wandeldreven, de christelijke kerken zeer weinig
+belangstelling inboezemen. Daar bevonden zich ook de voornaamste
+hôtels, door toeristen bezocht. Sécrole is een van die steden, gereed
+om door de toeristen van het Vereenigd Koninkrijk ingepakt en verzonden
+te worden en die men dadelijk weer kan opslaan. Zij bieden dus niets
+bijzonders ter bezichtiging aan. Nadat Banks en ik dus in een gondel
+plaats hadden genomen, staken wij den Ganges schuins over, teneinde
+eerst het prachtige schouwspel, dat Bénares, amphiteatersgewijze
+tegen den steilen oever gelegen, aanbiedt, in zijn geheel te overzien.
+
+»Bénares," zeide mij Banks, »is bij uitnemendheid de heilige stad
+van Indië. Het is het Hindostansche Mecca en iedereen, die er,
+al is het slechts vierentwintig uren, gewoond heeft, is verzekerd
+de eeuwige zaligheid deelachtig te worden. Men begrijpt dus welk
+een toevloed van bedevaartgangers zulk een geloof kan uitlokken, en
+welk een aantal inwoners een stad moet tellen waaraan Brahma zulke
+belangrijke voorrechten verleend heeft."
+
+Men kent aan Bénares meer dan dertig eeuwen bestaan toe. Zij zou
+dus gesticht zijn geworden nagenoeg ten tijde van de verwoesting van
+Troje. Na altijd een grooten, geen staatkundigen, maar geestelijken
+invloed op Hindostan gehad te hebben, was zij het meest bekende centrum
+van den bouddhistischen godsdienst tot de negende eeuw. Er had toen
+een godsdienstige omwenteling plaats. Het Brahmanisme vernietigde
+den ouden eeredienst. Bénares werd de hoofdstad der brahmanen,
+het middelpunt van aantrekking voor de geloovigen en men verzekert,
+dat driehonderdduizend bedevaartgangers haar jaarlijks bezoeken.
+
+De metropolitaansche overheid heeft voor de heilige stad haar
+rajah weten te bewaren. Deze vorst, die vrij zuinig door Engeland
+bezoldigd werd, bewoont een prachtige residentie te Ramnagur, aan
+den Ganges. Hij is een wettige afstammeling van de koningen van Kaci,
+den ouden naam van Bénares, maar hij heeft niet den minsten invloed
+meer en zou zich dit laten welgevallen, indien zijn pensioen niet een
+lakh ropyen--honderdduizend ropyen, of honderd vijfentwintig duizend
+gulden ongeveer verminderd was, een som, die nauwlijks het zakgeld
+van een nabob van weleer bedroeg.
+
+Ook Bénares deelde, zooals bijna al de steden van de vallei van
+den Ganges, een oogenblik in den grooten opstand van 1857. Destijds
+bestond haar garnizoen uit het 37e regiment inlandsche infanterie,
+een corps ongeregelde kavallerie en een half regiment sikhs. Van
+koninklijke troepen bezat zij slechts een halve batterij Europeesche
+artillerie. Men kon niet verwachten, dat deze handvol mannen
+de inlandsche soldaten zou ontwapenen. Ook wachtte de overheid,
+niet zonder ongeduld, de aankomst af van kolonel Neil, die zich
+met het 10e regiment van de koninklijke armée naar Allahabad op
+weg had begeven. Kolonel Neil trad Bénares binnen met slechts twee
+honderd vijftig man en gaf bevel tot het houden eener parade op het
+exercitieveld.
+
+Toen de Sipayers vereenigd waren, gelastte men hun de wapenen neder te
+leggen. Zij weigerden en dadelijk begon er een worsteling tusschen hen
+en de infanterie van kolonel Neil. Bijna onmiddellijk daarop voegden
+zich de ongeregelde kavallerie en daarna de sikhs, die zich verraden
+waanden, bij de opstandelingen. Doch toen opende de halve batterij
+haar vuur, beschoot de opstandelingen met schroot en niettegenstaande
+hunne dapperheid, niettegenstaande hunne verwoedheid, werden allen
+op de vlucht gedreven.
+
+Dit gevecht werd buiten de stad geleverd. Binnen had er slechts een
+eenvoudige poging tot opstand der muzelmannen plaats, die de groene
+vaan opstaken--eene poging, die dadelijk mislukte. Sedert dien dag
+werd Bénares, zelfs ten tijde toen de opstand in de provincies van
+het Westen scheen te zullen zegevieren, niet meer verontrust.
+
+Banks had mij deze bijzonderheden medegedeeld, terwijl onze gondel
+langzaam over de wateren van den Ganges gleed.
+
+»Mijn waarde vriend," zei hij, »we gaan Bénares opzoeken, goed! Maar,
+hoe oud deze hoofdstad ook zij, zult ge er geen enkel monument vinden,
+dat meer dan drie honderd jaren oud is. Verwonder er u niet over. Dat
+is het gevolg der godsdienstige worstelingen, waarbij het vuur en het
+zwaard een maar al te treurige rol hebben gespeeld. Toch is Bénares
+een merkwaardige stad en ge zult u uw wandeling niet berouwen!"
+
+Weldra hield onze gondel op zekeren afstand stil, teneinde op
+den achtergrond eener baai, blauw als de golf van Napels, de
+schilderachtige, amphiteatersgewijze tegen den heuvel oploopende
+huizen en de opeenstapeling van paleizen te bewonderen, waarvan een
+groot blok dreigt in te storten ten gevolge van een verzakking van den
+grond, ondermijnd door het water der rivier. Een nepaulsche pagode,
+van Chineeschen bouw, gewijd aan Bouddha, een woud van torens,
+spitsen, minarets, kleine piramiden, die zich van de moskeeën en
+tempels verheffen, beheerscht door de gouden naald van den lingam
+van Çiva en de twee magere torenspitsen van de moskee van Aureng-Zeb,
+bekroont dit bewonderenswaardig panorama.
+
+Inplaats van onmiddellijk aan een der »ghâts" of trappen, die de
+boorden in gemeenschap stellen met het bovenvlak der steile oevers,
+af te stappen, liet Banks den gondel bij de kaden aanleggen, waarvan
+de grondlagen door den stroom bespoeld worden.
+
+Ik vond daar het tooneel van Gaya terug, maar in een ander
+landschap. In plaats van de groene wouden van den Phalgou, werd nu
+de achtergrond der schilderij ingenomen door de heilige stad. Wat
+het onderwerp betreft, het was nagenoeg hetzelfde.
+
+Werkelijk bedekten duizenden bedevaartgangers den steilen oever, de
+terrassen, de trappen en kwamen zich in drie- of vierdubbele rijen
+in den stroom dompelen. Men meene daarom niet dat dit bad kosteloos
+genoten werd. Bewaarders met rooden tulband op het hoofd, de sabel op
+zijde, namen de onderste treden der ghâts in, vorderden de schatting,
+in gezelschap van nijvere brahmanen, die rozenkransen, amuletten of
+andere vroomheidsmiddelen verkochten.
+
+Bovendien waren er niet alleen bedevaartgangers, die voor eigen
+rekening baadden, maar ook handelaars, die niets anders deden dan het
+heilige water in flesschen te putten om het tot in de meest verwijderde
+streken van het schiereiland rond te venten. Als bewijs van echtheid
+wordt elke flesch met het zegel der brahmanen verzegeld. Men moet
+evenwel aannemen, dat op uitgebreide schaal bedrog hiermede gepleegd
+wordt, zoo aanzienlijk is de uitvoer van deze wonderdadige vloeistof
+geworden.
+
+»Misschien wel," zei Banks, »zou al het water van den Ganges niet
+aan de behoeften der geloovigen voldoen!"
+
+Ik vroeg hem toen of die badkuren niet dikwijls ongelukken
+veroorzaakten, die men volstrekt niet trachtte te voorkomen. Er waren
+toch geen zwemmeesters tegenwoordig om over de onvoorzichtigen te
+waken, die zich in den snellen stroom der rivier waagden.
+
+»Ongelukken komen dan ook veel voor," antwoordde mij Banks, »maar al
+is het lichaam van den vrome verloren gegaan, zijn ziel is gered. Ook
+ziet men zoo nauw niet."
+
+»En de krokodillen?" liet ik er op volgen.
+
+»De krokodillen," antwoordde mij Banks, »houden zich gewoonlijk
+op een afstand. Al dat geraas verschrikt ze. Deze monsters zijn
+niet het meest te vreezen, maar meer de boosdoeners, die duiken,
+onder het water voortsluipen, de vrouwen en kinderen beetpakken,
+ze medenemen en ze van hunne kostbaarheden berooven. Men vertelt
+zelfs van een dezer schurken, die door middel van een kunstkop lang
+de rol van een valschen krokodil speelde en een aardig fortuintje met
+dit winstgevend en tegelijk gevaarlijk bedrijf gewonnen heeft, want
+werkelijk is deze gauwdief op zekeren dag door een echten krokodil
+verslonden geworden en men heeft niets meer van hem gevonden dan zijn
+lederen kop, die aan de oppervlakte der rivier dreef."
+
+Dan zijn er eindelijk ook nog van die dolle dweepers, die uit
+eigen beweging den dood in de golven van den Ganges komen zoeken
+en dit zelfs met een berekende, verfijnde barbaarschheid doen. Zij
+binden zich om het lichaam een rozenkrans van ledige urnen met open
+monden. Langzamerhand dringt het water in die urnen en doet ze allengs
+onderdompelen onder de uitbundige toejuichingen der geloovige menigte.
+
+Onze gondel had ons weldra voor de Mânmênka Ghât gebracht, alwaar
+de brandstapels waaraan men de lijken heeft toevertrouwd van al de
+dooden, die bij hun leven eenige zorg voor een toekomstig leven gehad
+hebben, amphiteatersgewijze boven elkander gesteld zijn. Gretig wordt
+de lijkverbranding op deze heilige plaats door de geloovigen gezocht
+en de brandstapels branden dag en nacht. De rijke baboes laten zich
+uit verre oorden naar Bénares brengen zoodra ze zich door een ziekte
+voelen aangedaan, waaraan zij bezwijken zullen. Want Bénares is
+ontegenzeggelijk het beste uitgangspunt voor »de reis naar de andere
+wereld." Indien de overledene slechts lichte zonden op zijn geweten
+heeft, zal zijn ziel, met den rook der brandstapels medegevoerd,
+rechtstreeks naar het verblijf der eeuwige gelukzaligheid gaan. Is hij
+daarentegen een groot zondaar geweest, dan zal zijn ziel integendeel
+vooraf wedergeboren worden in het lichaam van een brahmaan, die nog
+geboren moet worden. Het is dus te hopen, dat gedurende deze tweede
+incarnatie, als zijn leven nu voorbeeldig geweest is, hem geen tweede
+avatar zal opgelegd worden, alvorens hij ten slotte toegelaten wordt
+tot de genietingen van den hemel van Brahma.
+
+Wij besteedden het overige van den dag aan het bezoeken der stad,
+hare voornaamste monumenten, hare bazars, naar Arabische mode, met
+sombere winkels bezet. Daar worden voornamelijk fijne mousselinen van
+kostbaar weefsel verkocht, alsmede de »kinkôb", een soort van zijden
+stof met goud bewerkt, een van de voornaamste nijverheidsproducten
+van Bénares. De straten waren zindelijk onderhouden, maar nauw,
+zooals noodzakelijk is voor de steden, die bijna altijd beschenen
+worden door de stralen eener tropische zon. Maar zelfs in de schaduw,
+was de warmte nog om te stikken. Ik beklaagde de dragers van onzen
+palankijn, die evenwel zich zelve niet zeer schenen te beklagen.
+
+Trouwens, de arme duivels waren in de gelegenheid eenige ropyen te
+verdienen en dat was genoeg om hun moed en kracht te geven. Doch
+dat was het geval niet met een zekeren Hindoe, of liever Bengali,
+met een levendig oog en listige gelaatstrekken, die, zonder juist te
+trachten het te verbergen, ons gedurende onzen geheelen tocht volgde.
+
+Toen wij op de kaai van de Mânmênka Ghât aan land stapten, had ik, met
+Banks sprekende, hardop den naam van kolonel Munro genoemd. De Bengali,
+die onzen gondel had zien aanleggen, ontstelde onwillekeurig. Ik had
+daar wel niet zoo bijzonder op gelet, maar toch herinnerde ik het
+mij, toen ik zag, dat die soort van spion zich hardnekkig aan onze
+schreden vasthechtte. Hij verliet ons slechts om eenige oogenblikken
+later voor of achter ons op nieuw voor den dag te komen. Was het een
+vriend of een vijand? Ik wist het niet, maar het was een man wien de
+naam van kolonel Munro stellig niet onverschillig was.
+
+Onze palankijn hield weldra stil onder aan den grooten trap van
+honderd treden, die van de kaai naar de moskee van Aureng-Zeb voert.
+
+Voorheen beklommen de vromen slechts geknield deze soort van Santa
+Scala, in navolging van de geloovigen van Rome. Destijds was het de
+tempel van Vishnoe, die zich op deze plek verhief en nu vervangen is
+door de moskee van den veroveraar.
+
+Ik zou gaarne Bénares aanschouwd hebben van den top van een
+der minarets dezer moskee, welker bouworde voor een meesterstuk
+van architectuur gehouden werd. Deze minarets zijn honderd twee
+en dertig voet hoog, zijn nauwlijks zoo dik als een eenvoudige
+fabrieksschoorsteen en toch bevatten zij inwendig een wenteltrap;
+maar het is niet meer veroorloofd dezen te beklimmen, hetgeen ook
+niet geraden zou zijn, daar deze twee minarets aanmerkelijk van de
+loodlijn afwijken en minder levenskracht schijnen te bezitten dan de
+toren van Pisa.
+
+Bij het verlaten van de moskee van Aureng-Zeb, vond ik den Bengali
+terug, die ons aan de poort afwachtte. Ditmaal keek ik hem strak
+aan en hij sloeg de oogen neder. Alvorens de aandacht van Banks
+op dit voorval te vestigen, wilde ik zien of het individu in zijne
+dubbelzinnige houding zou volharden, en zei daarom niets.
+
+Bij honderden worden de pagoden en de moskeeën in de
+bewonderenswaardige stad van Bénares geteld. Dit is ook het geval
+met de prachtige paleizen, waarvan het schoonste ontegenzeglijk aan
+den koning van Nagpore behoort. Weinige rajahs verzuimen inderdaad
+een te huis in de heilige stad te hebben, en komen er ten tijde der
+groote godsdienstige feesten van Méla.
+
+Het zou mij moeilijk geweest zijn, in den korten tijd waarover wij te
+beschikken hadden, al die tempels te bezoeken. Ik bepaalde mij dus
+tot een bezoek van den tempel van Bichêshwar, alwaar de lingam van
+Çiva zich verheft. Deze wanstaltige steen, die als een gedeelte van
+het lichaam van den wreedsten der Goden van de Hindoesche godenleer
+beschouwd wordt, bedekt een put, welks stilstaand, groenachtig,
+stinkend water wonderbaarlijke krachten bezit. Ik zag ook de
+Mankarnika-tempel met de heilige fontein, waarin de geloovigen zich
+baden ten profijte der Brahmanen, vervolgens den Mân-Mundir, een
+sterretoren voor twee honderd jaar gebouwd door den keizer Akbar en
+waarvan al de instrumenten, onbeweeglijk als marmer, slechts in steen
+zijn voorgesteld.
+
+Ik had ook hooren spreken van een apenpaleis, dat de toeristen niet
+in gebreke blijven te Bénares te bezoeken. Een Parijzenaar moest
+natuurlijk gelooven, dat hij zich voor de beroemde kooi van den
+Plantentuin zou bevinden. Dit was echter geenszins het geval.
+
+Dit paleis is slechts een tempel, de Dourga-Khound, even buiten de
+voorsteden gelegen. Hij dagteekent van de IXe eeuw, en is een van
+de oudste monumenten der stad. De apen zijn er niet in een traliehok
+opgesloten. Zij loopen vrij op de binnenplaats rond, springen van den
+eenen muur op den anderen, klimmen naar den top van énorme mangoboomen,
+betwisten elkander de geroosterde graankorrels waarop zij zeer verzot
+zijn en die de bezoekers hun brengen. Daar, gelijk overal, heffen de
+brahmanen, de bewaarders van den Dourga-Khound, een kleine vergoeding,
+die van dit ambt een der meest winstgevende van Indië maakt.
+
+Het spreekt van zelf, dat we tamelijk afgemat waren van de hitte,
+toen wij tegen den avond er over dachten naar het Stoomhuis terug te
+keeren. We hadden te Secrole in een der beste hôtels der Engelsche
+stad ontbeten en gedineerd en toch moet ik zeggen, dat deze keuken
+ons die van »monsieur Parazard" deed betreuren.
+
+Toen de gondel onder aan de Gâth kwam aanleggen om ons naar den
+rechteroever van den Ganges terug te brengen, ontmoette ik voor de
+laatste maal den Bengali, dicht bij het vaartuig. Een boot, door een
+Hindoe bestuurd, wachtte hem op en stak dadelijk af. Wilde hij ons
+ook op de rivier volgen, tot het kampement? Dat werd zeer verdacht.
+
+»Banks," zeide ik toen zacht, hem op den Bengali wijzende, »daar is
+een spion, die ons geen oogenblik uit het gezicht verloren heeft...."
+
+»'k Heb hem wel gezien," antwoordde Banks, »en 'k heb opgemerkt, dat
+de naam van den kolonel, door u uitgesproken, hem opmerkzaam maakte."
+
+»Zou er geen reden zijn, om....?" zei ik toen.
+
+»Neen! Laat hem begaan," antwoordde Banks. »Het is beter, dat hij
+zich niet verdacht weet.... Trouwens, hij is al weg."
+
+En inderdaad was de boot van den Bengali reeds te midden der talrijke
+vaartuigen van allerlei vormen, die toen de sombere wateren van den
+Ganges kliefden, verdwenen.
+
+Daarop vroeg Banks, zich tot onzen schipper wendende, op een toon,
+die onverschilligheid voorgaf:
+
+»Ken je dien man?"
+
+»Neen, 't is de eerste keer dat ik hem zie," antwoordde de schipper.
+
+Het was nu avond geworden. Honderden met vlaggen en wimpels versierde
+vaartuigen, door veelkleurige lantarens verlicht, opgevuld met zangers
+en muzikanten, kruisten elkander op den feestelijken stroom in alle
+richtingen. Aan den linkeroever vertoonde zich allerlei soort van
+vuurwerk, mij herinnerende, dat we ons niet ver van het Hemelsche
+Rijk bevonden, waar men altijd zooveel met vuurwerk opheeft. Het
+zou moeielijk zijn een beschrijving van dit schouwspel te geven,
+dat waarlijk onbeschrijfelijk schoon was. Tot mijn spijt kon ik niet
+te weten komen welk geïmproviseerd nachtfeest, waaraan Hindoes van
+allerlei klassen deelnamen, er gevierd werd. Op het oogenblik dat
+het eindigde, lag de gondel reeds aan den anderen oever aan.
+
+Het was dus als een visioen, en duurde niet langer dan de kortstondige,
+schitterende meteoren, die slechts een oogenblik het luchtruim in vuur
+en vlam zetten, om in het volgende oogenblik de nachtelijke duisternis
+nog dieper te doen schijnen. Doch Indië, ik zeide het reeds, vereert
+drie honderd millioen goden, mindere goden, heiligen en halve heiligen
+van allerlei soorten en het jaar telt zelfs niet genoeg uren, minuten
+en seconden om ieder dezer godheden de noodige eer te bewijzen.
+
+In het kampement teruggekomen, vonden wij er reeds kolonel Munro en
+Mac Neil. Banks vroeg den sergeant of er gedurende onze afwezigheid
+niets nieuws gebeurd was.
+
+»Niets," antwoordde Mac Neil.
+
+»Heb je geen verdacht persoon zien rondwaren?"
+
+»Neen, mijnheer Banks. Hebt u eenige reden te vermoeden..."
+
+»We zijn op onzen tocht naar Bénares gespionneerd," antwoordde de
+ingenieur, »en 'k heb liever niet dat men ons spionneert!"
+
+»En wie was die spion?"
+
+»Een Bengali, die bij het hooren van den naam van kolonel Munro de
+ooren spitste."
+
+»Wat kan die man van ons willen?"
+
+»Dat weet ik niet, Mac Neil. We moeten oppassen!"
+
+»Men zal oppassen," antwoordde de sergeant.
+
+
+
+
+
+
+IX.
+
+ALLAHABAD.
+
+
+De afstand tusschen Bénares en Allahabad bedraagt ongeveer
+honderddertig kilometers. De weg loopt bijna gestadig langs
+den rechteroever van den Ganges, tusschen den spoorweg en den
+stroom. Storr had zich steenkolen in briquetten verschaft en hij had
+er den tender mede beladen. De olifant was dus voor verscheidene dagen
+van voedsel verzekerd. Zorgvuldig schoongemaakt,--ik had haast gezegd
+geroskamd,--opgepoetst alsof hij zoo pas uit de werkplaats kwam,
+wachtte hij ongeduldig op het oogenblik van vertrek. Hij trappelde
+wel niet, maar eenige trillingen zijner raderen bewezen de spankracht
+van den stoom, die zijne ijzeren longen vulde.
+
+Onze trein vertrok dus 's morgens vroeg, den 24n, met een snelheid
+van 3 à vier mijlen per uur.
+
+De nacht was zonder bijzondere voorvallen verloopen en wij hadden
+den Bengali niet teruggezien.
+
+Wij moeten hier eens vooral vermelden, dat het programma van iederen
+dag, bevattende de uren van het opstaan en het naar bed gaan, het
+ontbijt, de lunch, diners, de siesta, met militaire nauwkeurigheid werd
+in acht genomen. Het leven in het Stoomhuis verliep even geregeld als
+in den bungalow van Calcutta. Het landschap wisselde onophoudelijk af,
+zonder dat onze woning zich scheen te verplaatsen. Wij waren geheel
+gewoon geraakt aan dit nieuwe leven, evenals een passagier aan het
+leven aan boord van een transatlantische stoomboot,--op de eentonigheid
+na, want wij hadden niet altijd den zelfden horizont voor ons.
+
+Ten elf ure, dien dag, deed zich in de vlakte een zonderling praalgraf
+voor, van Mongoolsche bouwkunde, dat opgericht is ter eere van twee
+heilige personages van den Islam, Kassim-Soliman, vader en zoon. Een
+half uur later zagen wij de belangrijke vesting van Chunar, welker
+schilderachtige bolwerken een onneembare rots bekronen, die zich
+honderdvijftig voet loodrecht boven den Ganges verheft.
+
+Er was geen sprake van halt te houden om deze vesting te bezoeken,
+een der belangrijkste van de vallei van den Ganges, zoodanig gelegen,
+dat men in geval van een aanval kruit en kogel kan besparen. Inderdaad
+zou de aanvalskolonne, die het wagen dorst de muren te bereiken,
+door een stortbui van rotssteenen, met opzet daartoe gereed gehouden,
+verpletterd worden.
+
+Aan den voet breidt zich de stad uit, die haar naam draagt en welker
+lieve woningen zich tusschen het groen verschuilen.
+
+Te Bénares hebben wij gezien, dat er verscheidene bevoorrechte plaatsen
+bestaan, die door de Hindoes beschouwd worden als de heiligste der
+wereld. Als men goed telde, zou men er op het gansche schiereiland
+honderden van die soort vinden. Ook de vesting Chunar bezit een
+dezer wonderdadige plekken. Daar vertoont men u een marmeren plaat,
+waarop de een of andere god geregeld zijn dagelijksche siesta komt
+nemen. Weliswaar is die god onzichtbaar en hebben wij dan ook niet
+getracht hem te zien.
+
+Des avonds hield de IJzeren Reus bij Mirzapore halt om er den nacht
+door te brengen. Niet alleen bezit de stad een aantal tempels, maar
+zij heeft ook fabrieken en een haven ter inscheping van het katoen, dat
+aldaar veel gebouwd wordt. Eens zal het een rijke handelsstad worden.
+
+Den volgenden dag, 25 Mei, tegen twee uren 's namiddags doorwaadden
+wij de kleine rivier de Tonsa, die op dat tijdstip geen voet water
+had. Ten vijf ure, waren wij het punt voorbij, waar zich de groote tak
+van Bombay met dien naar Calcutta verbindt. Nagenoeg op de plek waar de
+Jumna in den Ganges valt, bewonderden wij den ijzeren viaduct, die haar
+zestien pijlers, zestig voet hoog, in de wateren van dien trotschen
+stroom dompelt. Aan de een kilometer lange schipbrug aangekomen,
+die den rechter- met den linkeroever van den stroom verbindt, gingen
+wij deze zonder veel moeite over en sloegen wij 's avonds ons kamp
+op aan het einde van een der voorsteden van Allahabad.
+
+De 26e zou gewijd worden aan het bezoeken dezer belangrijke stad,
+het middelpunt waar al de spoorwegen van het groote Indische vasteland
+samenloopen. Zij heeft eene heerlijke ligging, te midden der rijkste
+landouwen, tusschen de twee armen van de Jumna en den Ganges.
+
+De natuur heeft voorzeker alles gedaan ons Allahabad tot hoofdstad te
+maken van Engelsch-Indië, het middelpunt der regeering, de residentie
+van den onderkoning. Het is daarom niet onmogelijk dat, als de cyclonen
+Calcutta, de tegenwoordige hoofdstad, eenige slechte streken spelen,
+zij het eenmaal worde. Het is zeker, dat eenige goede geesten deze
+mogelijkheid reeds ingezien en voorzien hebben. In het groote lichaam,
+Indië genoemd, wordt de plaats van het hart door Allahabad ingenomen,
+evenals Parijs het hart van Frankrijk is. Londen bevindt zich wel niet
+in het middelpunt van het Vereenigd Koninkrijk, doch heeft ook Londen
+op de groote Engelsche steden, Liverpool, Manchester, Birmingham niet
+denzelfden voorrang als Parijs op al de andere steden van Frankrijk.
+
+»En gaan we nu van dit punt af," vroeg ik Banks, »rechtstreeks naar
+het noorden?"
+
+»Ja," antwoordde Banks, »of althans bijna rechtstreeks. Allahabad is
+in het westen de grens van dit eerste gedeelte van onzen tocht."
+
+»Nu!" riep kapitein Hod uit, »de groote steden, goed, maar de groote
+vlakten, de groote jungles, beter! Als we zoo voortgaan met langs
+de spoorwegen te reizen, zullen we eindigen met er op te reizen en
+zou onze IJzeren Reus tot een eenvoudige locomotief gedegradeerd
+worden! Welk een achteruitgang!"
+
+»Stel je gerust, Hod," antwoordde de ingenieur, »dat zal niet
+gebeuren. We zullen ons weldra in je geliefkoosde streken wagen."
+
+»Dus, Banks, gaan we rechtuit naar de Indisch-Chineesche grens,
+zonder Lucknow door te gaan?"
+
+»Ik zou er voor zijn deze stad te vermijden, en vooral Cawnpore,
+zoo vol noodlottige herinneringen voor kolonel Munro."
+
+»Je hebt gelijk," hernam ik, »en we kunnen er ons nooit ver genoeg
+van verwijderd houden!"
+
+»Zeg eens, Banks," vroeg kapitein Hod, »heb je tijdens je bezoek van
+Bénares, niets bijzonders van Nana Sahib vernomen?"
+
+»Niets," antwoordde de ingenieur. »Waarschijnlijk zal de gouverneur
+van Bombay nogmaals op een dwaalspoor gebracht en Nana nooit weder
+in het presidentschap van Bombay verschenen zijn."
+
+»Werkelijk, zeer waarschijnlijk," antwoordde de kapitein, »want anders
+zou de oude opstandeling zeker al van zich hebben doen spreken?"
+
+»Hoe het zij," zeide Banks, »gaarne zou ik zoo spoedig mogelijk die
+vallei van den Ganges, die van Allahabad af tot Cawnpore toe, tijdens
+den opstand der Sipayers, het tooneel van zooveel onheilen geweest is,
+willen verlaten. Maar laten we vooral zorgen, dat de naam van die
+stad, even als die van Nana Sahib, nooit meer in tegenwoordigheid
+van den kolonel worde uitgesproken!"
+
+Den volgenden dag wilde Banks mij wederom vergezellen tijdens
+de weinige uren, die ik nog aan een bezoek van Allahabad zou
+wijden. Misschien zouden er drie dagen noodig geweest zijn om de drie
+steden, waaruit Allahabad eigenlijk bestaat, goed te zien. En toch
+biedt zij over het geheel niet zooveel bijzonderheden aan als Bénares,
+alhoewel ook zij onder de heilige steden telt.
+
+Van de Hindoesche stad valt niets te zeggen. Het is een ophooping
+van lage huizen, gescheiden door nauwe straten, beschaduwd hier en
+daar door prachtige tamarindeboomen.
+
+Ook van de Engelsche stad en de kantonnementen zullen we niets
+zeggen. Goed beplante, fraaie lanen, rijke woningen, groote pleinen,
+al de elementen eener stad, eenmaal bestemd om een groote hoofdstad
+te worden.
+
+Het geheel is gelegen in een uitgestrekte vlakte, begrensd ten noorden
+en ten zuiden door de Jumna (Djoemna) en den Ganges. Men noemt het de
+»vlakte der Aalmoezen," omdat de Hindoesche vorsten zich ten allen
+tijde derwaarts begaven om weldaden te bewijzen en aalmoezen uit te
+reiken, terwijl de overlevering beweert, »dat het verdienstelijker
+is één stuk geld op deze plaats te geven, dan honderdduizend stuks
+elders."
+
+De God der christenen geeft slechts honderdvoudig. Dat is voorzeker
+honderdmaal minder, doch Hij boezemt mij meer vertrouwen in.
+
+Een woord slechts van de citadel van Allahabad, die der moeite waard
+is om te bezoeken. Zij is gebouwd ten westen van de groote vlakte
+der Aalmoezen en hare hooge muren van rooden zandsteen beheerschen
+de beide stroomen. Binnen de wallen van de vesting bevindt zich een
+paleis, vroeger de geliefkoosde residentie van den sultan Akbar, later
+tot arsenaal ingericht. In een der hoeken is een zeer fraaie zuil
+of lât van Féroze-Schachs, een prachtige, cylindervormige monolith,
+zesendertig voet hoog, een leeuw dragende, terwijl niet ver vandaar een
+kleine tempel wordt aangetroffen, dien de Hindoes, wien men den toegang
+tot het fort weigert, niet bezoeken kunnen, ofschoon het een der
+heiligste punten der vesting is, die de aandacht der toeristen trekken.
+
+Banks deelde mij mede, dat het fort van Allahabad ook zijn legende had,
+die aan de bijbelsche legende herinnert betreffende den wederopbouw
+van den tempel van Salomon te Jeruzalem.
+
+Toen de sultan de citadel van Allahabad wilde bouwen, schijnt het
+dat de steenen zich zeer wederspannig toonden. Nauwlijks was een muur
+opgebouwd, of hij stortte weder in. Men raadpleegde het orakel en dit
+antwoordde als altijd, dat er een gewillig slachtoffer noodig was om
+de betoovering te bezweren. Een Hindoe bood zich aan, werd geofferd
+en het fort kon nu voltooid worden. Deze Hindoe noemde zich Brog en
+daarom wordt nog heden ten dage de stad aangeduid onder den dubbelen
+naam van Brog-Allahabad.
+
+Banks geleidde mij vervolgens naar de tuinen van Khousrou, die beroemd
+zijn en hunne beroemdheid werkelijk verdienen. Daar, in de schaduw
+der schoonste tamarinden van de wereld, verheffen zich verscheidene
+Mohamedaansche praalgraven. Een van deze is de laatste woning van den
+sultan, wiens naam deze tempels dragen. Op een der muren in wit marmer
+is de palm eener énorme hand ingedrukt. Men toonde haar ons met een
+bereidwilligheid, die wij misten bij de heilige indrukselen van Gaya.
+
+Weliswaar was het niet het spoor van den voet eens gods, maar het
+teeken van de hand eens eenvoudigen stervelings, naneef van Mahomet.
+
+Tijdens den opstand van 1857, werd er niet minder bloed vergoten te
+Allahabad dan in de andere steden van de vallei van den Ganges. De
+strijd der opstandelingen op het exercitieveld van Bénares
+geleverd, lokte de omwenteling uit van de inlandsche troepen, en,
+in het bijzonder, den opstand van het 6e regiment van het leger van
+Bengalen. Al dadelijk werden acht vaandrigs vermoord, doch dank zij
+de krachtige houding van eenige Europeesche artilleristen, die tot
+het corps der invaliden van Chounar behoorden, eindigden de Sipayers
+met de wapenen neer te leggen.
+
+In de kantonnementen ging het erger toe. De inlanders stonden op,
+de gevangenissen werden geopend, de dokken geplunderd, de Europeesche
+woningen in brand gestoken. Middelerwijl kwam kolonel Neil, na de orde
+te Bénares hersteld te hebben, met zijn regiment en honderd fusiliers
+van het regiment van Madras aan. Hij heroverde de schipbrug op de
+opstandelingen, nam den 18n Juni de voorsteden in, joeg de leden
+eener voorloopige regeering, door een muzelman ingesteld, uiteen en
+werd opnieuw het hoofd der provincie.
+
+Gedurende dit uitstapje naar Allahabad letten Banks en ik zorgvuldig
+op of we ook gevolgd werden zooals dit te Bénares het geval was
+geweest. Doch ditmaal zagen wij niets verdachts.
+
+»Om 't even," zei de ingenieur, »we kunnen niet te voorzichtig zijn! 'k
+Was gaarne incognito gebleven, want de naam van kolonel Munro is maar
+al te zeer bekend bij de inboorlingen dezer provincie!"
+
+Wij waren te zes uur terug voor het diner. Sir Edward Munro, die
+gedurende een paar uren het kampement had verlaten, was terug en
+wachtte ons. Wat kapitein Hod aangaat, die eenigen zijner kameraden
+in de kantonnementen in garnizoen was op gaan zoeken, hij kwam bijna
+tegelijk met ons terug.
+
+Ik merkte toen op en deed Banks opmerken, dat kolonel Munro er niet
+zoo zeer meer bedroefd, dan wel meer bezorgd dan gewoonlijk uitzag. Ik
+meende in zijne blikken een zeker vuur op te merken, dat de tranen
+er sedert lang moesten hebben uitgedoofd!
+
+»Je hebt gelijk," antwoordde Banks mij, »er is iets! wat zou er
+voorgevallen zijn?"
+
+»Als je 't Mac Neil eens vroegt?" zei ik.
+
+»Ja, Mac Neil zal er misschien meer van weten."
+
+Dit zeggende verliet de ingenieur het salon en opende de deur van
+het kamertje van den sergeant.
+
+De sergeant was er niet.
+
+»Waar is Mac Neil?" vroeg Banks aan Goûmi, die ons aan tafel zou
+bedienen.
+
+»Hij heeft het kampement verlaten," antwoordde Goûmi.
+
+»Sedert wanneer?"
+
+»Sedert ongeveer een uur en op bevel van kolonel Munro."
+
+»Je weet niet waarheen hij gegaan is?"
+
+»Neen, mijnheer Banks, en 'k weet ook niet waarom hij gegaan is."
+
+»Er is toch sedert ons vertrek niets bijzonders voorgevallen?"
+
+»Niets."
+
+Banks kwam terug, deelde mij de afwezigheid van den sergeant mede
+waarvan niemand de reden wist, en herhaalde:
+
+»'k Weet niet wat er is, maar zeer zeker is er iets! We dienen wat
+geduld te hebben."
+
+Men zette zich aan tafel. Gewoonlijk nam kolonel Munro onder den
+maaltijd deel aan het gesprek. Hij hoorde gaarne wat we op onze
+uitstapjes gezien en ondervonden hadden. Ik vermeed steeds snaren aan
+te roeren, die hem zelfs van verre den opstand der Sipayers konden
+herinneren. Ik geloof dat hij het opmerkte, maar, zou hij mij dank
+weten voor mijne discretie? Daarbij kwam dat het soms vrij moeielijk
+was, als er gesproken werd over steden als Bénares of Allahabad,
+die het tooneel van oproerige bewegingen geweest waren.
+
+Heden en onder het diner mocht ik dus terecht vreezen, verplicht
+te zijn om over Allahabad te spreken. IJdele vrees. Kolonel Munro
+ondervroeg noch Banks, noch mij, hoe we onzen dag besteed hadden. Hij
+bleef zwijgen, tijdens den geheelen duur van onzen maaltijd. Zijne
+afgetrokkenheid scheen zelfs van uur tot uur toe te nemen. Hij keek
+dikwijls naar den weg, die naar de kantonnementen voerde en ik geloof
+zelfs, dat hij verscheidene malen op het punt was van tafel op te staan
+om beter in deze richting te kunnen zien. Sir Edward Munro wachtte
+blijkbaar met ongeduld op de terugkomst van den sergeant Mac Neil.
+
+Het diner ging dus vrij vervelend voorbij. Kapitein Hod keek Banks
+aan, om hem stilzwijgend te vragen wat er toch aan scheelde, maar
+Banks wist het evenmin als hij.
+
+Toen het diner was afgeloopen, stapte kolonel Munro, in plaats van
+zijn gewoon middagdutje te doen, de trede van de veranda af, deed
+eenige schreden op den weg, sloeg er een laatste maal een langen blik
+op en zeide, zich naar ons omkeerende:
+
+»Banks, Hod en gij ook Maucler, zoudt gij me willen vergezellen tot
+de eerste huizen van de kantonnementen?"
+
+Wij verlieten onmiddellijk de tafel en volgden den kolonel, die
+langzaam zonder een woord te spreken, voortstapte.
+
+Na een honderd schreden afgelegd te hebben, bleef sir Edward Munro
+staan voor een paal, die aan den rechterkant van den weg was opgericht
+en waaraan een aankondiging was aangeplakt.
+
+»Lees," zeide hij.
+
+Het was de afkondiging, nu reeds meer dan twee maanden oud, die
+een prijs stelde op het hoofd van den nabob Nana Sahib en zijne
+tegenwoordigheid in het presidentschap van Bombay bekend maakte.
+
+Banks en Hod maakten onwillekeurig een gebaar van teleurstelling. Tot
+nog toe was het hun gelukt zoowel te Calcutta als onder de reis,
+te beletten dat deze afkondiging onder de oogen van den kolonel
+kwam. Een noodlottig toeval had hunne voorzorgen verijdeld!
+
+»Banks," zeide sir Edward Munro, de hand van den ingenieur grijpende,
+»je kende deze afkondiging?"
+
+Banks antwoordde niet.
+
+»Je wist, nu al voor twee maanden," hernam de kolonel, »dat de
+tegenwoordigheid van Nana Sahib in het presidentschap van Bombay was
+aangegeven en je hebt er me niets van gezegd!"
+
+Banks bleef zwijgen, niet wetende wat te antwoorden.
+
+»Welnu, ja, kolonel," riep kapitein Hod uit, »ja, we wisten het,
+maar waarom zouden we 't u gezegd hebben? Wie bewijst dat het feit,
+door deze afkondiging aangeduid, waar is en waartoe herinneringen
+bij u opgewekt, die u zoo smartelijk aandoen?"
+
+»Banks," riep Kolonel Munro uit, wiens gelaat plotseling een geheel
+andere uitdrukking aannam, »heb je dan vergeten, dat het mij, mij meer
+dan iemand anders, toekomt, dien man te rechten! Weet, dat, zoo ik er
+in toegestemd heb Calcutta te verlaten, deze reis mij naar het noorden
+van Indië moest terugvoeren, dat ik geen enkelen dag aan den dood van
+Nana Sahib geloofd heb, dat ik nooit mijn plicht als handhaver van het
+recht vergeten heb! Met u vertrekkende, heb ik slechts één denkbeeld,
+één hoop gehad! 'k Heb, om me mijn doel te doen bereiken, gerekend
+op de toevalligheden der reis en op de hulp van God! 'k Heb gelijk
+gehad! God heeft me voor deze aankondiging geleid! In het noorden
+moeten we Nana Sahib niet meer zoeken, maar in het zuiden! Welnu! 'k
+Zal naar het zuiden gaan!"
+
+Onze voorgevoelens hadden ons dus niet bedrogen! Het was maar al te
+waar! Meer dan ooit werd kolonel Munro beheerscht door een geheime
+gedachte of liever een idée fixe. Hij had zich nu geheel aan ons
+blootgegeven.
+
+»Munro," antwoordde Banks, »'k heb je wel nergens over gesproken, maar
+'k dacht ook volstrekt niet dat Nana Sahib zich in het presidentschap
+van Bombay zou ophouden. Het blijkt maar al te zeer, dat de overheid
+nogmaals bedrogen is. Inderdaad, de afkondiging is den 6n Maart
+gedateerd en sedert dat tijdstip heeft niets de tijding van de
+verschijning des nabobs bevestigd."
+
+Kolonel Munro gaf niet dadelijk antwoord op de opmerking van den
+ingenieur. Hij wierp nog een laatsten blik op den weg en zeide toen:
+
+»Mijne vrienden, 'k zal trachten te vernemen wat er van de zaak is. Mac
+Neil is met een brief voor den gouverneur naar Allahabad vertrokken. In
+een oogenblik zal ik weten of Nana Sahib zich werkelijk in een van
+de provincies van het westen heeft laten zien, of hij er nog of reeds
+verdwenen is."
+
+»En zoo hij er gezien is, zoo het feit niet te betwijfelen valt,
+Munro, wat denk je dan te doen?" vroeg Banks, die de hand van den
+kolonel greep.
+
+»'k Zal vertrekken!" antwoordde sir Edward Munro. »'k Zal overal gaan
+waar het in den naam van de opperste gerechtigheid, mijn plicht is
+te gaan!"
+
+»Is dat vast beslist, Munro?"
+
+»Ja, Banks, vast. Gij, mijne vrienden, zult uw reis zonder mij
+voortzetten.... Heden avond nog ga ik met den trein van Bombay."
+
+»Goed, maar je zult niet alleen gaan!" antwoordde de ingenieur,
+zich tot ons wendende. »We vergezellen je, Munro!"
+
+»Ja, ja, kolonel!" riep kapitein Hod uit. »We laten u niet zonder
+ons vertrekken! In plaats van op wilde beesten te jagen, zullen we
+op schurken jagen!"
+
+»Kolonel Munro," liet ik er op volgen, »u zult me toestaan me bij
+den kapitein en uwe vrienden te voegen!"
+
+»Ja, Maucler," antwoordde Banks, »en van avond nog, zullen we allen
+Allahabad verlaten hebben...."
+
+»Onnoodig!" sprak een ernstige stem.
+
+We keerden ons om. Sergeant Mac Neil stond voor ons, met een dagblad
+in de hand.
+
+»Lees, kolonel," zeide hij. »Dit heeft de gouverneur me verzocht u
+te laten lezen."
+
+En sir Edward Munro las het volgende:
+
+
+ »De gouverneur van het presidentschap van Bombay brengt ter
+ kennisse van het publiek, dat de afkondiging van den 6n Maart
+ ll., ter zake van den nabob Dandou-Pant, voortaan als nutteloos
+ moet beschouwd worden. Gisteren is Nana Sahib aangetast in de
+ bergpassen van Sauptourra, alwaar hij met zijn troep de wijk
+ genomen had en is in het gevecht gedood. Er valt niet te twijfelen
+ aan zijn identiteit. Hij is herkend door de inwoners van Cawnpore
+ en Lucknow. Er ontbrak hem een vinger aan de linkerhand en men
+ weet, dat Nana Sahib een zijner vingers had afgesneden op het
+ oogenblik dat hij door een valsche begrafenis aan zijn dood wilde
+ doen gelooven. Het koninkrijk van Indië heeft dus niets meer te
+ vreezen van den wreeden nabob, die het zooveel bloed gekost heeft."
+
+
+Kolonel Munro had deze regels op doffen toon voorgelezen en legde
+het dagblad uit de hand.
+
+Wij zwegen. De dood van Nana Sahib, ontwijfelbaar zeker dezen keer,
+verloste ons van alle vrees voor de toekomst.
+
+Na eenige minuten van stilte, streek kolonel Munro de hand over zijne
+oogen als om vreeselijke herinneringen weg te wisschen. Vervolgens
+vroeg hij:
+
+»Wanneer moeten we Allahabad verlaten?"
+
+»Morgen, met het krieken van den dag," antwoordde de ingenieur.
+
+»Banks," hernam kolonel Munro, »kunnen we ons niet eenige uren te
+Cawnpore ophouden?"
+
+»Wil je?...."
+
+»Ja, Banks, gaarne.... 'k zou voor een laatste maal Cawnpore nog eens
+willen terugzien!"
+
+»Welnu, we zijn er binnen twee dagen!" antwoordde de ingenieur
+eenvoudig.
+
+»En dan?" hernam kolonel Munro.
+
+»Dan?...." antwoordde Banks, »zullen we onzen tocht naar het noorden
+van Indië voortzetten!"
+
+»Ja!.... naar het noorden! naar het noorden!...." zei de kolonel op
+een toon, die me tot in de ziel trof.
+
+Inderdaad was het niet onwaarschijnlijk, dat sir Edward Munro nog
+eenigen twijfel koesterde omtrent den uitslag dezer laatste worsteling
+tusschen Nana Sahib en de agenten der Engelsche overheid. Had hij
+gelijk tegenover hetgeen overtuigend bewezen scheen?
+
+De toekomst zal het ons leeren.
+
+
+
+
+
+
+X.
+
+VIA DOLOROSA.
+
+
+Het koninkrijk Oude was vroeger een der belangrijkste gedeelten van het
+schiereiland en ook heden nog is het een der rijkste van Indië. Het
+had vorsten waarvan deze sterk, geene zwak waren. Door de zwakheid
+van een hunner, Wajad-Ali-Schah, werd 6 Februari 1857, zijn koninkrijk
+bij het domein der Compagnie geannexeerd. Dit was dus nauwlijks eenige
+maanden voor het begin van den opstand en juist op dit gebied werden
+de vreeselijkste moorden, gevolgd door de felste weerwraak gepleegd.
+
+Twee namen van steden, Lucknow en Cawnpore, hebben sedert dien tijd
+een treurige vermaardheid verworven.
+
+Lucknow is de hoofdstad, Cawnpore een van de voornaamste steden van
+het oude koninkrijk.
+
+Kolonel Munro wilde naar Cawnpore gaan, alwaar wij dan ook in den
+morgen van den 29n Mei aankwamen, na den rechteroever van den Ganges
+gevolgd te zijn, door een vlakte waar zich onmetelijke met indigo
+beplante velden uitstrekten. Twee dagen achtereen had de IJzeren
+Reus met een gemiddelde snelheid van drie mijlen per uur geloopen,
+en waren dus op die wijze de twee honderd vijftig kilometers tusschen
+Cawnpore en Allahabad afgelegd.
+
+Wij bevonden ons toen nagenoeg duizend kilometers van Calcutta,
+ons punt van uitgang, verwijderd.
+
+Cawnpore is een stad van ongeveer zestigduizend zielen. Zij neemt op
+den rechter oever van den Ganges een strook grond in van vijf mijlen
+lang. Er bevindt zich een militair kantonnement, waarin zeven duizend
+man gekazerneerd zijn.
+
+De toerist zou in deze stad te vergeefs een monument vinden, dat
+waardig is zijn aandacht te trekken, ofschoon zij van zeer ouden
+oorsprong is en, naar men zegt, reeds van voor de christelijke
+jaartelling dateert.
+
+Het was dus geenszins een gevoel van nieuwsgierigheid, dat ons naar
+Cawnpore gevoerd had. Alleen de wil van Sir Edward Munro had er
+ons gebracht.
+
+'s Morgens van den 30n Mei hadden wij ons kamp verlaten. Banks,
+kapitein Hod en ik, we vergezelden den kolonel en sergeant Mac Neil
+bij dien smartelijken gang, dien Sir Edward Munro voor het laatst
+doen wilde.
+
+Het volgende is het verkorte verhaal van hetgeen Banks mij omtrent
+die vreeselijke gebeurtenissen mededeelde.
+
+»Cawnpore, dat op het oogenblik van de annexatie van het Koninkrijk
+Oude van zeer vertrouwde troepen voorzien was, telde in den aanvang
+van den opstand slechts tweehonderdvijftig soldaten van het koninklijke
+leger tegenover drie inlandsche regimenten infanterie, het 1e, 53e en
+56e, twee regimenten kavallerie en een batterij artillerie van het
+leger van Bengalen. Bovendien bevonden er zich een vrij aanzienlijk
+getal Europeanen, bedienden, ambtenaren, kooplieden, enz., verder,
+achthonderdvijftig vrouwen en kinderen van het 32e regiment der
+koninklijke armée, in garnizoen te Lucknow.
+
+»Sedert vele jaren, bewoonde kolonel Munro Cawnpore. Daar was het
+dat hij het jonge meisje, later zijne vrouw, leerde kennen.
+
+»Miss Honlay was een jong, bekoorlijk, verstandig Engelsch meisje,
+met een verheven karakter, een edel hart, een heldennatuur, waardig
+bemind te worden door een man als den kolonel, die haar bewonderde
+en aanbad. Zij bewoonde met haar moeder een bungalow in de omstreken
+der stad, alwaar Edward Munro haar in 1855 huwde.
+
+»Twee jaar na zijn huwelijk, in 1857, toen zich de eerste
+verschijnselen van den opstand te Mirat vertoonden, moest kolonel
+Munro zich zonder een dag te verliezen, weder bij zijn regiment
+bevinden. Hij was dus verplicht zijn vrouw en zijn schoonmoeder te
+Cawnpore te laten, haar evenwel op het hart drukkende onmiddellijk
+aanstalten te maken voor hun vertrek naar Calcutta. Kolonel Munro
+meende, dat Cawnpore niet veilig was en de feiten hebben later zijne
+voorgevoelens maar al te zeer gerechtvaardigd.
+
+»De afdeeling werd toen gekommandeerd door den generaal Sir Hugh
+Wheeler, een rond en braaf soldaat, die weldra het slachtoffer der
+listige handelingen van Nana Sahib moest worden.
+
+»De nabob bewoonde toen, op tien mijlen van Cawnpore, zijn kasteel
+van Bilhour en sedert lang veinsde hij in de beste termen met de
+Europeanen te leven.
+
+»Ge weet, waarde Maucler, dat de eerste beginselen der omwenteling
+zich te Mirat en te Delhi voordeden. De tijding er van kwam den 14n
+Mei te Cawnpore aan. Dienzelfden dag toonde het 1e regiment Sipayers
+vijandige neigingen.
+
+»Toen bood Nana Sahib de regeering zijne goede diensten aan. Generaal
+Wheeler was onvoorzichtig genoeg om aan de goede trouw van dien
+bedrieger geloof te slaan, wiens eigen soldaten dadelijk de gebouwen
+der schatkamer bezetten.
+
+»Dienzelfden dag vermoordde een ongeregeld regiment Sipayers,
+dat Cawnpore passeerde, aan de poorten der stad zijne Europeesche
+officieren.
+
+»Het gevaar deed zich toen voor zooals het was, ontzettend. Generaal
+Wheeler gaf bevel aan al de Europeanen in de kazerne de wijk te
+nemen, waar de vrouwen en kinderen van het 32e regiment van Lucknow
+woonden,--eene kazerne op het dichtst bijzijnde punt van den weg naar
+Allahabad gelegen, die de eenige weg was waarlangs hulp kon komen.
+
+»Daar was het waar lady Munro en hare moeder zich moesten
+opsluiten. Tijdens den geheelen duur dezer gevangenschap, wijdde de
+jonge vrouw zich geheel aan hare lotgenooten toe. Zij verzorgde hen met
+hare eigen handen, zij hielp hen met haar beurs, zij moedigde hen aan
+door haar voorbeeld en hare woorden, zij toonde zich zooals zij was,
+een edel hart, en zooals ik u gezegd heb, een heldhaftige vrouw.
+
+»Het duurde niet lang of ook het arsenaal werd aan de bewaking der
+soldaten van Nana Sahib toevertrouwd.
+
+»De verrader ontrolde toen de vaan des opstands en op zijn bevel,
+tastten de Sipayers den 7n Juni de kazerne aan, die geen driehonderd
+soldaten telde in staat de wapenen te dragen.
+
+»Deze dapperen verdedigden zich evenwel onder het vuur der belegeraars,
+te midden van een kogelregen en van ziekten van allerlei aard,
+stervende van honger en dorst, zonder levensmiddelen, want de voorraad
+was onvoldoende, zonder water, want de putten waren spoedig opgedroogd.
+
+»Deze weerstand duurde tot den 27n Juni.
+
+»Nana Sahib stelde toen een capitulatie voor, waarin de generaal
+Wheeler de onvergeeflijke fout beging toe te stemmen, niettegenstaande
+lady Munro hem smeekte en zelfs bezwoer den strijd voort te zetten.
+
+»Tengevolge dezer capitulatie werden de mannen, vrouwen en kinderen,
+vijfhonderd personen ongeveer,--lady Munro en hare moeder behoorden
+tot deze,--ingescheept op vaartuigen, die den Ganges moesten afzakken
+en hen naar Allahabad zouden brengen.
+
+»Nauwelijks zijn deze vaartuigen van den oever losgemaakt, of
+de Sipayers openen er hun vuur op. Een hagelbui van kogels en
+schroot! Eenigen zinken, anderen worden in brand geschoten. Een der
+vaartuigen evenwel mocht het gelukken, eenige mijlen ver den stroom
+af te zakken.
+
+»Lady Munro en haar moeder bevonden zich op dit vaartuig. Een oogenblik
+mochten zij de hoop voeden, dat zij gered waren, doch de soldaten van
+den Nana vervolgden hen, en namen hen weder naar de kantonnementen
+terug.
+
+»Daar verdeelde men de gevangenen. Al de mannen werden over de kling
+gejaagd. Wat de vrouwen en kinderen aangaat, men vereenigde ze met
+de andere kinderen en vrouwen, die den 27n Juni niet vermoord waren
+geworden.
+
+»Het was een totaal van twee honderd slachtoffers wien een lange
+doodstrijd was voorbehouden en die opgesloten werden in den bungalow,
+waarvan de naam Bibi-Ghar een treurige vermaardheid heeft behouden."
+
+»Maar hoe heb je die vreeselijke bijzonderheden vernomen?" vroeg
+ik Banks.
+
+»Door een oud sergeant van het 32e regiment van het koninklijk leger,"
+antwoordde de ingenieur. »Die man, als door een wonder ontkomen,
+werd opgenomen door den rajah van Raïschwarah, een der provinciën
+van het koninkrijk Oude, die hem en eenige andere vluchtelingen met
+de grootste liefderijkheid ontving."
+
+»En wat werd er van lady Munro en haar moeder?"
+
+»Mijn waarde vriend," antwoordde Banks mij, »we hebben geen
+rechtstreeksche getuigenis meer van 't geen er sedert dien
+datum is voorgevallen, maar 't is maar al te gemakkelijk het te
+gissen. Inderdaad, de Sipayers waren meester van Cawnpore. Zij waren
+het tot den 15n Juli en die negentien dagen waren negentien eeuwen! De
+ongelukkige slachtoffers wachtten elk oogenblik hulp, die slechts te
+laat zou komen.
+
+»Reeds sedert eenigen tijd was generaal Havelock uit Calcutta
+vertrokken op marsch, tot ontzet van Cawnpore, en na de opstandelingen
+herhaalde malen geslagen te hebben, hield hij er den 17n Juli zijn
+intocht."
+
+»Maar, twee dagen te voren, toen Nana Sahib vernam, dat de koninklijke
+troepen de rivier Pandou-Naddi waren overgestoken, besloot hij de
+laatste uren zijner heerschappij door gruwelijke moordtooneelen voor
+eeuwig in het geheugen te griffelen. Tegenover de veroveraars van
+Indië scheen hem alles veroorloofd!"
+
+»Eenige mannelijke gevangenen, die de gevangenschap der vrouwen in
+Bibi-Ghar gedeeld hadden, werden voor hem gebracht en onder zijne
+oogen geworgd."
+
+»De menigte vrouwen en kinderen bleef nog over en onder dezen,
+lady Munro en haar moeder. Een peloton van het 6e regiment Sipayers
+kreeg order ze te fusilleeren door de vensters van Bibi-Ghar heen. De
+terechtstelling of liever de moord begon, maar daar het naar den zin
+van Nana, verplicht weldra te wijken, niet snel genoeg ging, voegde
+deze bloeddorstige vorst muzelmansche slagers bij de soldaten zijner
+garde en nu werd het een ware slachting!"
+
+»Den volgenden dag werden dooden en levenden, vrouwen en kinderen,
+in een naburige put gestort, en toen de soldaten van Havelock te hulp
+snelden, rookte deze put, tot den rand toe gevuld, nog!"
+
+»Toen begon de wederwraak. Een zeker aantal opstandelingen,
+medeplichtigen van Nana Sahib, waren in de handen van generaal Havelock
+gevallen. Nu vaardigde deze de volgende vreeselijke dagorder uit,
+waarvan ik de bewoordingen nooit vergeten, zal:
+
+
+ »De put waarin de stoffelijke overblijfselen rusten der arme
+ vrouwen en kinderen, vermoord op last van den snoodaard Nana Sahib,
+ zal gedempt en met zorg bedekt worden in den vorm van een graf. Een
+ detachement Europeesche soldaten, aangevoerd door een officier, zal
+ zich heden avond van die vrome taak kwijten. Het huis en de kamers
+ waar de moord heeft plaatsgehad zullen door de landgenooten der
+ slachtoffers niet schoongemaakt en gewit worden. De generaal wil,
+ dat elke druppel onschuldig bloed, door de veroordeelden met de
+ tong schoongemaakt of afgelikt worde, voordat zij terechtstaan,
+ en dat, naargelang van hun kastenrang en het deel, dat zij in
+ den moord genomen hebben. Bij gevolg zal iedere veroordeelde,
+ na de lezing van het doodvonnis gehoord te hebben, naar het huis
+ gevoerd worden waar de moord gepleegd is en gedwongen worden een
+ zeker gedeelte van den vloer schoon te likken. Men drage zorg
+ de taak zoo stuitend mogelijk te maken voor de godsdienstige
+ gevoelens van den veroordeelde en de provoost-geweldige spare
+ zijne roede niet. Nadat de taak verricht is, worde het vonnis
+ tenuitvoergebracht aan de galg, bij het huis opgericht."
+
+
+»Dit was," hernam Banks, die zeer ontroerd was, »deze dagorder. Zij
+werd letterlijk opgevolgd. Maar de slachtoffers waren niet meer. Zij
+waren vermoord, verminkt, verscheurd! Toen kolonel Munro, twee dagen
+later aangekomen, wilde beproeven, eenige overblijfselen van lady
+Munro en haar moeder op te sporen, vond hij niets.... niets!"
+
+Dit was het wat Banks mij, vóór onze komst te Cawnpore had medegedeeld
+en nu was het diezelfde plek waar de afgrijslijke moord gepleegd was,
+die de kolonel wilde bezoeken.
+
+Maar vooraf wilde hij den bungalow terugzien waar lady Munro gewoond
+had, waar zij haar jeugd had doorgebracht, de woning waar hij haar
+het laatst gezien had, den drempel waarop hij hare laatste omhelzingen
+genoten had.
+
+Deze bungalow was een klein eind buiten de voorsteden der stad gelegen,
+niet ver van de lijn der militaire kantonnementen. Bouwvallen, stukken
+zwarte muren, eenige omgevallen, verdorde boomen, was alles wat er
+van de woning was overgebleven. De kolonel had niet gewild dat iets
+hersteld werd. De bungalow verkeerde na zes jaren nog in denzelfden
+toestand als de hand der brandstichters hem gebracht had.
+
+Wij brachten een uur op die verwoeste plek door. Sir Edward Munro
+waarde zwijgend onder die bouwvallen rond, waaruit zich zooveel
+herinneringen voor hem opdeden. Zijne gedachten waren geheel vervuld
+met dat gelukkige leven, dat niets hem voortaan kon teruggeven. Hij
+zag het jonge meisje weder, gelukkig in het huis waar zij geboren was,
+waar hij haar gekend had en somtijds sloot hij de oogen als om zich
+haar nog beter te kunnen voorstellen.
+
+Doch eindelijk, plotseling, alsof hij zich zelven geweld had moeten
+aandoen, voerde hij ons met zich naar buiten.
+
+Banks had gehoopt dat de kolonel zich alleen tot het bezoeken van dezen
+bungalow bepalen zou.... Maar neen! Sir Edward Munro had besloten
+tot de laatste toe de bitterheden uitteputten, die deze noodlottige
+stad voor hem bewaard had! Na de woning van lady Munro, wilde hij de
+kazerne wederzien waar zoovele slachtoffers, waaraan de krachtvolle
+vrouw zich zoo heldhaftig had toegewijd, al de verschrikkingen van
+een beleg hadden doorgestaan.
+
+De kazerne was op de vlakte buiten de stad gelegen en men bouwde toen
+een kerk op de plek waar de bevolking van Cawnpore een schuilplaats
+had moeten zoeken. De weg daarheen was een macadamweg, beschaduwd
+door fraaie boomen.
+
+Daar was het eerste bedrijf van het vreeselijk treurspel
+afgespeeld. Daar hadden lady Munro en hare moeder geleefd, geleden,
+met den dood geworsteld tot het oogenblik dat de capitulatie in de
+handen van Nana Sahib den troep slachtoffers stelde, reeds tot een
+afgrijslijken moord gedoemd en dien de verrader beloofd had behouden
+te Allahabad te zullen brengen.
+
+Te midden van den onvoltooiden bouw, onderscheidde men nog
+overblijfselen van steenen muren, sporen der verdedigingswerken,
+die door generaal Wheeler [7] waren opgericht.
+
+Kolonel Munro bleef langen tijd onbeweeglijk en zwijgend voor
+deze overblijfselen. In zijne herinnering kwamen de afschuwelijke
+voorvallen waarvan zij het tooneel geweest waren, levendiger terug. Na
+den bungalow, waar lady Munro gelukkig geleefd had, de kazerne waarin
+zij meer geleden had dan alles wat men zich kan voorstellen!
+
+Nog bleef het bezoek over van den Bibi-Ghar, de woning waarvan de
+Nana een gevangenis maakte, waar zich de put bevond op welks bodem
+de slachtoffers in den dood vermengd waren geworden.
+
+Toen Banks den kolonel zich naar deze zijde zag wenden, greep hij
+hem bij den arm als om hem terug te houden.
+
+Sir Edward Munro zag hem vlak in het gelaat en zeide op vreeselijk
+kalmen toon:
+
+»Kom, laat ons gaan!"
+
+»Munro! ik bid je!...."
+
+»Dan zal ik alleen gaan."
+
+Er bleek niets aan te doen.
+
+Wij hebben ons toen naar den Bibi-Ghar gewend, waaraan prachtig
+aangelegde tuinen, beplant met fraaie boomen voorafgingen.
+
+Er verheft zich daar een zuilengang in Gothischen stijl, van
+octogonalen vorm. Hij omgeeft de plek waar de put zich bevindt,
+welks opening nu met een bekleeding van steenen gesloten is. Het is
+een soort van voetstuk, dat een standbeeld van wit marmer draagt, den
+Engel van het Medelijden, een der laatste werken van den beeldhouwer
+Marocchette voorstellende.
+
+Het was lord Canning, gouverneur-generaal van Indië gedurende den
+grooten opstand van 1857, die dit monument van boete en rouw deed
+oprichten; het was vervaardigd naar de teekeningen van den kolonel
+der genie Yule en lord Canning verkoos het uit zijne eigene middelen
+te betalen.
+
+Voor dezen put waarin de beide vrouwen, de moeder en de dochter, na
+door de slachters van Nana getroffen te zijn, misschien nog levend
+waren geworden, kon Sir Edward Munro zijne tranen niet inhouden. Hij
+viel op zijne knieën op de steenen van het monument neder.
+
+Sergeant Mac Neil weende naast hem in stilte.
+
+Het hart ontzonk ons en woorden ontbraken ons om deze ontroostbare
+smart te lenigen, hopende dat Sir Edward Munro daar zijne laatste
+tranen zou weenen!
+
+O! als hij een der eerste soldaten van het koninklijk leger geweest
+was, die te Cawnpore binnenkwamen en die na den gruwzamen moord in
+dat Bibi-Ghar doordrongen, zou hij van smart gestorven zijn!
+
+En wat wonder als men het verslag leest van een der Engelsche
+officieren,--een verhaal door den reiziger Rousselet medegedeeld.
+
+»Nauwlijks te Cawnpore binnengekomen, haastten we ons om de ongelukkige
+vrouwen op te sporen, die wij wisten, dat zich in de handen bevonden
+van den verfoeilijken Nana, doch weldra vernamen wij de afschuwelijke
+terdoodbrenging. Gekweld door een verschrikkelijken dorst naar wraak en
+doordrongen van het gevoel der ontzettende smarten, die de ongelukkige
+slachtoffers hadden moeten verduren, gevoelden wij zonderlinge
+en woeste ideeën in ons wakker worden. Half krankzinnig van drift,
+loopen wij naar de droevige plek van het martelaarschap. Gestold bloed,
+vermengd met overblijfselen, waaraan men geen naam kon geven, bedekte
+den grond van het kleine vertrek waar zij opgesloten waren en reikte
+ons tot de enkels. Lange, zijdeachtige haarvlechten, brokstukken van
+vrouwenkleederen, kleine kinderschoentjes, speelgoed, lagen op den
+vochtigen grond verspreid. De met bloed besmeerde muren, droegen de
+sporen van den vreeselijken doodstrijd. Ik raapte een klein gebedenboek
+op, waarvan op de eerste bladzijde deze treffende woorden geschreven
+stonden: »27 Juni, de vaartuigen verlaten.... 7 Juli, gevangenen van
+den Nana.... noodlottige dag." Maar dit waren niet de eenige gruwelen,
+die ons wachtten. Veel verschrikkelijker nog was het gezicht van den
+diepen en nauwen put waar de verminkte overblijfselen van die teere
+schepselen waren opgehoopt!...."
+
+Sir Edward Munro was in de eerste uren dat de soldaten van Havelock
+zich van de stad meester maakten, niet tegenwoordig. Hij kwam slechts
+twee dagen na de verfoeielijke slachting! En nu had hij niets anders
+voor oogen dan de plek waar de noodlottige put zich opende, het
+vreeselijke graf der twee honderd slachtoffers van Nana Sahib!
+
+Ditmaal gelukte het Banks, geholpen door den sergeant, hem met geweld
+weg te voeren.
+
+Kolonel Munro zou nooit de twee woorden vergeten, die een der soldaten
+van Havelock met zijn bajonet op den rand van den put geschreven had:
+
+»Remember Cawnpore!"
+
+»Herinner u Cawnpore."
+
+
+
+
+
+
+XI.
+
+DE VERANDERING VAN MOESSON.
+
+
+Ten elf ure waren wij in het kamp terug en hadden wij natuurlijk
+grooten haast Cawnpore te verlaten, maar eenige herstellingen aan de
+voedingspomp der machine lieten niet toe dat wij voor den volgenden
+morgen vertrokken.
+
+Er bleef mij dus nog een halve dag over. Ik meende hem niet beter te
+kunnen besteden dan met het bezoeken van Lucknow. Het plan van Banks
+was niet door deze stad te gaan, alwaar kolonel Munro zich wederom op
+een der voornaamste tooneelen van den oorlog bevonden zou hebben. Hij
+had gelijk. Ook dat waren al te pijnlijke herinneringen voor hem.
+
+Na dus te twaalf uur het Stoomhuis verlaten te hebben, bereisde ik
+het kleine eindje spoorweg, dat Cawnpore met Lucknow verbindt. De
+afstand bedraagt geen twintig mijlen en ik kwam binnen twee uren
+in de belangrijke hoofdstad van het Koninkrijk Oude aan, waarvan ik
+slechts een oppervlakkig overzicht wilde nemen, niets meer dan wat
+men een indruk noemt.
+
+Ik moest overigens de waarheid erkennen van hetgeen ik had hooren
+zeggen van de monumenten te Lucknow, gebouwd onder de regeering der
+muzelmansche keizers in de XVIIe eeuw.
+
+Het was een Franschman, een inwoner van Lyon, Martin genaamd, een
+eenvoudig soldaat uit het leger van Lally-Tollendal, die, in 1730,
+de gunsteling van den koning geworden, de schepper, de bestuurder, men
+zou kunnen zeggen de bouwmeester werd van die alom geroemde wonderen
+van het Koninkrijk Oude. De officiëele residentie der vorsten, de
+Kaiserbâgh, een vreemde verzameling van alle bouwstijlen, die in
+de verbeelding van een korporaal konden opkomen, is slechts een zeer
+oppervlakkig werk. Niets inwendig, alles uitwendig, maar dat uitwendige
+is tegelijk Hindoesch, Chineesch, Moorsch en.... Europeesch. Het is
+hetzelfde geval met een ander, kleiner paleis, Farid Bâkch, dat ook
+het werk van Martin is. Wat de Imâmbara betreft, gebouwd midden in
+de vesting door Kaïfiâtoulla, den eerste bouwkundige van Indië in
+de XVIIe eeuw, dat is werkelijk een prachtig monument en brengt
+een grootsche uitwerking teweeg, met de duizend klokjes, die de
+tusschenwanden overdekken.
+
+Ik kon Lucknow niet verlaten zonder het paleis Konstantijn te bezoeken,
+dat ook het persoonlijk gewrocht is van den Franschen korporaal en den
+naam draagt van paleis de la Martinière. Ik wilde ook nog den naburigen
+tuin zien, den Secunder Bâgh, waar de Sipayers, die, alvorens de stad
+te verlaten, het graf van den nederigen soldaat geschonden hadden,
+bij honderden vermoord werden.
+
+Wij moeten hier nog bijvoegen, dat de naam van Martin niet de
+eenige Fransche naam is, die te Lucknow in eere wordt gehouden. Een
+oude onderofficier van de Afrikaansche jagers, Duprat genaamd,
+onderscheidde zich zoodanig door zijne dapperheid tijdens het
+tijdperk van den opstand, dat de opstandelingen hem aanboden zich
+aan hun hoofd te plaatsen. Duprat was te edel om dit aanbod aan te
+nemen, niettegenstaande de rijkdommen, die hem werden toegezegd,
+niettegenstaande de bedreigingen, die hem naar 't hoofd werden
+geslingerd. Hij bleef den Engelschen getrouw. Maar, bijzonder
+blootgesteld aan de schoten der Sipayers, die geen verrader van hem
+hadden kunnen maken, werd hij gedood in een ontmoeting. »Ongeloovige
+hond," hadden de opstandelingen gezegd, »we zullen je toch hebben,
+al wilde je niet!" Zij hadden hem, dood.
+
+Beide deze Fransche soldaten werden bloedig gewroken. De Sipayers,
+die het graf van den een geschonden en het graf voor den ander gegraven
+hadden, werden zonder mededoogen vermoord.
+
+Eindelijk, na de prachtige parken bewonderd te hebben, die deze groote
+stad van vijfhonderd duizend inwoners als een krans van groen en
+bloemen omgeven, na op den rug van een olifant de voornaamste straten
+en haar heerlijken boulevard van Hazrat Gaudj doorloopen te hebben,
+kwam ik dienzelfden avond met den trein te Cawnpore terug.
+
+Den volgenden dag, 31 Mei, begaven wij ons in den vroegen morgen
+op weg.
+
+»Eindelijk," riep kapitein Hod uit, »is het dan toch uit met al die
+steden, die me mooi beginnen te vervelen!"
+
+»Ja, 't is gedaan, Hod," antwoordde Banks, »en nu gaan we rechtstreeks
+op weg naar het noorden, om bijna in rechte lijn den voet van het
+Himalaya-gebergte te bereiken."
+
+»Bravo!" hernam de kapitein. »Wat ik bij uitnemendheid Indië noem,
+dat zijn niet de provinciën met steden bezaaid of met Hindoes bevolkt,
+dat is het land waar mijne vrienden de olifanten, de leeuwen, de
+tijgers, de panters, de luipaarden, de beren, de buffels, de slangen
+in vrijheid leven! Daar is het eenige werkelijk bewoonbare gedeelte
+van het schiereiland! Als je dat ziet, Maucler, zullen de wonderen
+van de vallei van den Ganges je niet berouwen!"
+
+»'k Zal in uw gezelschap nergens berouw over hebben, mijn waarde
+kapitein," antwoordde ik.
+
+»En toch," zeide Banks, »zijn er in het noordwesten nog andere zeer
+belangrijke steden, Delhi, Agra, Lahore."
+
+»Wel, vriend Banks," riep Hod uit, »wie heeft ooit iets bijzonders
+gehoord van die ellendige gehuchten!"
+
+»Ellendige gehuchten!" antwoordde Banks, »wel neen, Hod, je meent
+prachtige steden! Stel je gerust, waarde vriend," voegde de ingenieur
+er bij, zich tot mij wendende, »we zullen trachten je dat alles te
+laten zien, zonder de veldtochtsplannen van den kapitein in de war
+te brengen."
+
+»Nu, daar heb ik vrede mee, Banks," antwoordde Hod, »maar vandaag
+begint onze reis pas!"
+
+Toen riep hij met luide stem:
+
+»Fox?"
+
+De oppasser verscheen.
+
+»Present! kapitein," zei hij.
+
+»Fox, zorg dat de geweren, de karabijnen en de revolvers in orde zijn!"
+
+»Alles in orde."
+
+»Heb je alles goed nagekeken?"
+
+»Alles."
+
+»Maak de patronen gereed."
+
+»Ze zijn gereed."
+
+»Alles goed klaar dus?"
+
+»Alles klaar."
+
+»'t Zal niet lang duren of de acht en dertigste zal op je lijst
+prijken, Fox!"
+
+»De achtendertigste!" riep de oppasser uit, wiens gelaat plotseling
+verhelderde. »'k Zal hem een springkogeltje gereed maken, waarover
+hij zich niet zal te beklagen hebben!"
+
+»Ga je gang, Fox, ga je gang!"
+
+Fox groette op soldatenwijs, maakte rechtsomkeert en sloot zich in
+zijn arsenaal op.
+
+Zie hier nu het plan van dit tweede gedeelte onzer reis,--een plan,
+waarin geen verandering zal komen, of er moeten zich onverwachts
+gebeurtenissen opdoen, die onmogelijk te voorzien waren.
+
+Vijf en zeventig kilometers ver ongeveer zal de reis in de richting
+van het noordwesten langs den Ganges worden voortgezet, doch van dit
+punt af aan gaat het recht naar het noorden tusschen een der takken van
+den grooten stroom en een anderen belangrijken tak van de Goutmi. Op
+deze wijze wordt een zeker aantal stroomen vermeden, die zich links
+en rechts verspreiden, terwijl de reis verder door Biswah schuins
+naar de eerste bergen van Nepaul gaat, door het westelijk gedeelte
+van het koninkrijk Oude en Rokilkhanne.
+
+Deze weg was met de grootste zorg door den ingenieur gekozen en
+daardoor werden allerlei moeielijkheden vermeden. Mocht de steenkool in
+het noorden van Hindostan moeielijker te vinden zijn, aan hout zou het
+nimmer ontbreken en wat onzen IJzeren Reus betreft, de goed onderhouden
+wegen door de prachtige wouden van het Indische schiereiland, zouden
+voor hem geen beletsel zijn om te gaan in welken tred hij verkoos.
+
+Wij waren nog ongeveer tachtig kilometers van de kleine stad Biswah
+verwijderd. Men kwam overeen dien afstand met zeer gematigde snelheid
+af te leggen--in zes dagen. Men kon dan halt houden, als de streek ons
+beviel, terwijl de jagers dan tijd zouden hebben hunne heldendaden
+te verrichten. Kapitein Hod en de oppasser Fox, aan wie Goûmi zich
+gaarne aansloot, zouden dan gemakkelijk het veld kunnen ontdekken,
+terwijl de IJzeren Reus gelijken tred met hen zou houden. Het was mij
+niet verboden hen op hun drijfjacht te vergezellen, ofschoon ik een
+slechts weinig bedreven jager was, en ik voegde mij dan ook enkele
+malen bij hen.
+
+Ik moet niet onvermeld laten, dat kolonel Munro sedert het oogenblik
+dat onze reis een nieuw tijdperk was ingetreden, zich wat minder
+afgezonderd hield. Hij scheen buiten de meer volkrijke buurten, te
+midden van de Ganges-vallei, die we pas doorreisd hadden, gezelliger
+te worden. Onder die veranderde omstandigheden, scheen hij de kalmte
+terug te erlangen van het bestaan, dat hij te Calcutta leidde. En toch,
+kon hij vergeten, dat zijn rollend huis zich begaf naar het noorden
+van Indië, waar een onweerstaanbaar noodlot hem heen trok? Hoe het zij,
+onder de maaltijden, alsmede in den tijd, die gewoonlijk aan de siesta
+gewijd wordt, was hij veel levendiger en dikwijls zelfs werd in de
+uren van de halt, en in de schoone nachten, die het warme seizoen ons
+nog schonk, het gesprek tot diep in den nacht voortgezet. Wat Mac Neil
+aangaat, sedert het bezoek aan de put van Cawnpore, scheen hij mij nog
+somberder toe dan gewoonlijk. Had misschien het gezicht van Bibi-Ghar
+een haat bij hem verlevendigd, dien hij nog altijd hoopte te koelen?
+
+»Neen, mijnheer, neen," zeide hij mij op zekeren dag, »'k houd het
+voor onmogelijk, dat ze 't niet aan ons zouden hebben overgelaten
+Nana Sahib te dooden."
+
+De eerste dag ging voorbij zonder voorvallen die der moeite waard
+zijn vermeld te worden. Noch kapitein Hod, noch Fox waren in de
+gelegenheid eenig dier te schieten. Het was verdrietig en zonderling
+genoeg om de vraag te wettigen of de verschijning van den IJzeren
+Reus de vreeselijke roofdieren dezer streken niet op een afstand
+hield. Werkelijk ging men eenige jungles voorbij, die toch de
+gewone schuilplaatsen der tijgers en andere wilde dieren van het
+kattengeslacht zijn en geen een vertoonde zich. Evenwel hadden
+de jagers zich een paar mijlen ter zijde van onzen trein begeven
+en moesten het zich getroosten Black en Phann mede te nemen om op
+klein wild te jagen, waarvan »Monsieur Parazard" zijn dagelijkschen
+voorraad eischte. Hij verstond geen rede daaromtrent, onze zwarte chef,
+en toen de oppasser hem over tijgers, luipaarden en andere weinig
+eetbare dieren sprak, trok hij minachtend de schouders op, zeggende:
+
+»Is dat eetbare waar!"
+
+Dienzelfden avond kampeerden wij onder het lommer van een groep
+énorme vijgeboomen. De nacht was even rustig als de dag stil geweest
+was. De stilte werd zelfs niet verstoord door het gehuil der wilde
+beesten. Onze olifant rustte evenwel. Zijn gebriesch liet zich niet
+meer hooren. De kampvuren waren uitgedoofd en om den kapitein te
+voldoen, liet Banks zelfs den electrischen stroom niet werken,
+die de oogen van den IJzeren Reus in twee machtige vuurbakens
+veranderde. Maar niets!
+
+Dit was eveneens tijdens de dagen van den 1n en 2n Juni het geval. Het
+was om wanhopig te worden.
+
+»Ze hebben mijn koninkrijk Oude veranderd!" herhaalde kapitein Hod. »Ze
+hebben 't in 't midden van Europa overgebracht. Er zijn hier evenmin
+tijgers als in de laaglanden van Schotland!"
+
+»Mogelijk, mijn waarde Hod," antwoordde kolonel Munro, »hebben ze hier
+pas drijf jacht gehouden en zijn de dieren in massa verhuisd. Maar
+wanhoop niet en wacht totdat we aan den voet van de bergen van Népaul
+zijn. Daar zult ge naar hartelust aan uw instinct van jager kunnen
+voldoen."
+
+»We willen het hopen, kolonel," antwoordde Hod het hoofd schuddende,
+»want anders zouden we onze kogels tot hagel moeten omgieten!"
+
+De dag van den 3n Juni was een der heetste, die we nog gehad
+hadden. Zoo de weg niet door groote boomen beschaduwd was geworden,
+geloof ik dat we letterlijk in onze rollende woning gekookt zouden
+zijn. De thermometer steeg tot zeven-en-veertig graden in de schaduw en
+er was zelfs geen tochtje wind. Het was dus mogelijk, dat de roofdieren
+bij een dergelijke temperatuur, in dien gloeienden dampkring hunne
+holen niet durfden te verlaten, zelfs des nachts.
+
+Den volgende morgen, den 3n Juni, vertoonde zich de horizont bij het
+opgaan der zon, voor de eerste maal vrij mistig in het westen. We
+hadden toen het prachtige schouwspel van een dier verschijnselen van
+luchtspiegeling, die men in zekere gedeelten van Indië »seekote,"
+of luchtkasteelen en in andere »dessasur" of »zinsbegoocheling" noemt.
+
+Het was geene gewaande watervlakte met hare zonderlinge uitwerkselen
+van straalbreking, die zich aan onze blikken voordeed, het was een
+lage heuvelrij, bebouwd met de meest fantastische kasteelen van de
+wereld, iets in den trant van de hoogten langs den Rijn, met hare oude
+roofsloten. In een oogwenk gevoelden we ons overgebracht, niet alleen
+in het Romaansche gedeelte van het oude Europa, maar een tijdvak van
+vijf of zes honderd jaren terug, in het hart der middeleeuwen.
+
+Dit natuurverschijnsel gaf ons met verrassende duidelijkheid, het
+gevoel eener volkomen werkelijkheid. De IJzeren Reus met den geheelen
+toestel der moderne machinerie, onderweg naar een stad der elfde eeuw,
+kwam mij dan ook veel vreemder voor dan toen hij met een rookpluim
+versierd, het land van Vishnoe en Brahma bewandelde.
+
+»'k Zeg u dank, vrouw natuur!" riep kapitein Hod uit. »Na zooveel
+minarets en koepels, na zooveel moskeeën en pagoden, laat ge ons een
+oude stad uit het leenroerig tijdvak bewonderen, met de Romaansche
+of Gothische wonderen, die zich zoo prachtig aan onze oogen voordoen!"
+
+»Wat is onze vriend Hod dezen morgen dichterlijk!" antwoordde
+Banks. »Zou hij bij zijn ontbijt misschien een ballade geslikt hebben?"
+
+»Lach maar, Banks, steek den gek maar met me!" hernam kapitein Hod,
+»maar verzuim niet te kijken! Zie de voorwerpen op den voorgrond
+grooter worden! Zie de struiken, boomen, de heuvels, bergen worden,
+de....."
+
+»De gewone katten tijgers worden, als er katten waren, niet waar, Hod?"
+
+»Nu, dat zou nog zoo kwaad niet zijn, Banks! Maar, zie, daar storten
+mijn kasteelen aan den Rijn in, daar zakt de stad ineen en we komen
+tot de werkelijkheid terug, een eenvoudig landschap van het koninkrijk
+Oude, dat zelfs de wilde dieren niet meer willen bewonen!"
+
+Nauwelijks verscheen de zon boven den oostelijken horizont, of zij
+veranderde oogenblikkelijk het spel der straalbreking. De burchten
+zakten met de heuvels ineen, die zich in vlakten veranderden.
+
+»Welnu, de luchtspiegeling is verdwenen," zei Banks, »en met haar
+de dichterlijke geestdrift van kapitein Hod, maar weet je nu wel,
+mijne vrienden, wat dit natuurverschijnsel voorspelt?"
+
+»Wel, ingenieur?" riep de kapitein uit.
+
+»Een spoedig ophanden zijnde weersverandering," antwoordde
+Banks. »Overigens zijn we in de eerste dagen van Juni, waarin
+wijzigingen van het klimaat voorkomen. De verandering van moesson
+zal ons spoedig in het seizoen der periodieke regens brengen."
+
+»Waarde Banks," zei ik, »me dunkt we behoeven niet bang voor den
+regen te zijn, niet waar, al waren het aanhoudende plasregens, toch
+schijnen ze mij verkieslijker, dan die warmte....."
+
+»Nu, je zult je zin hebben, waarde vriend," antwoordde Banks. »'k
+Geloof dat de regen niet ver meer af is en dat we weldra de eerste
+wolken uit het zuidwesten zullen zien opdagen!"
+
+Banks bedroog zich niet. Tegen den avond begonnen er dampen aan den
+westelijken horizont op te komen, hetgeen beteekende dat de moesson,
+zooals dat meestal gebeurt, zich des nachts zou instellen. Het was
+de Indische oceaan, die ons over het schiereiland zijne dampen met
+electriciteit beladen, overzond, dampen met stormen bezwangerd,
+die weldra over onze hoofden zouden losbarsten.
+
+Ook hadden zich dien dag eenige andere verschijnselen voorgedaan,
+waarin een Anglo-Indiër zich niet had kunnen vergissen. Wolken
+zeer fijn stof hadden onder den marsch van den trein over den
+weg gedwarreld. De beweging der wielen, die weliswaar niet zeer
+snel was, zou toch stof hebben kunnen doen opwaaien, maar niet
+zoo woest en wild. Men zou gezegd hebben, dat het een wolk van
+die vlokjes was, die door electrische machines in beweging worden
+gebracht. De bodem kon dus vergeleken worden met een onmetelijken
+ontvanger, waarin de electriciteit zich sedert vele dagen zou hebben
+opgehoopt. Bovendien was dit stof met een gelen weerschijn gekleurd,
+van een allerzonderlingste uitwerking, terwijl in elk stofdeeltje een
+klein lichtend middelpunt schitterde. Er waren oogenblikken geweest,
+waarin ons geheele voertuig zich te midden der vlammen scheen voort
+te bewegen,--vlammen zonder warmte, doch die, noch door hun kleur,
+noch door hun beweeglijkheid aan die van het St. Elmusvuur herinnerden.
+
+Storr vertelde ons, dat hij somtijds op die wijze treinen op hunne
+rails had zien loopen te midden eener dubbele haag lichtend stof en
+Banks bevestigde dit zeggen van den machinist. Een kwartier lang
+had ik dit zonderlinge natuurverschijnsel zeer nauwkeurig kunnen
+waarnemen door de kleine vensters van het torentje, waardoor ik den
+weg over een lengte van vijf of zes kilometers kon gadeslaan. Deze weg,
+zonder boomen, was stofferig en wit verbrand door de verticale stralen
+der zon. Op dit oogenblik scheen het mij toe, dat de warmte van den
+dampkring die van den vuurhaard der machine overtrof. Het was waarlijk
+niet om uit te houden en toen ik onder het heen en weer zwaaien der
+punka een frisscher lucht kwam inademen, was ik half gestikt.
+
+'s Avonds, tegen zeven uur, hield het Stoomhuis halt. De rustplaats,
+door Banks uitgekozen, was aan den zoom van een bosch met prachtige
+vijgeboomen, dat zich tot in het oneindige naar het noorden scheen uit
+te strekken. Een vrij fraaie weg doorkruiste dit bosch en beloofde
+ons voor den volgenden dag een aangenamer en gemakkelijker tocht
+onder een ruim en hoog koepeldak van groen.
+
+De vijgeboomen, die reuzen der Hindoesche flora, zijn te beschouwen
+als de grootvaders, men zou kunnen zeggen als de huisvaders der
+plantenfamilie, omringd door hunne kinderen en kleinkinderen. Dezen,
+uit een zelfden wortel ontspringende, klimmen recht om den hoofdstam,
+waarmede zij volstrekt geen gemeenschap hebben, in de hoogte en gaan
+zich in de verheven vaderlijke takken verliezen. Het is wezenlijk alsof
+ze onder dit dichte gebladerte zijn uitgebroeid, als de kiekens onder
+de vleugelen hunner moeder. Daarvandaan het zonderlinge gezicht, dat
+deze meerdere eeuwen oude bosschen opleveren. De oude boomen gelijken
+op alleenstaande pilaren, het onmetelijke gewelf onderschragende,
+waarvan de fijne ribben op jonge vijgeboomen rusten, die op hun beurt
+pilaren zullen worden.
+
+Dien avond werd het kamp met nog meer zorg ingericht dan
+gewoonlijk. Mocht toch de volgende dag even heet zijn als deze geweest
+was, dan stelde Banks zich voor de halt te verlengen, en zoo het
+noodig was, 's nachts te reizen.
+
+Kolonel Munro trouwens vond het heerlijk om eenige uren in dat schoone,
+schaduwrijke en kalme bosch door te brengen. Allen waren zijne meening
+toegedaan, dezen omdat zij werkelijk rust noodig hadden, anderen
+omdat zij eindelijk toch eens een dier wenschten te ontmoeten, dat
+een geweerschot van een Anderson of van een Gérard waardig was. Men
+raadt wie deze laatsten waren.
+
+»Fox, Goûmi, 't is pas zeven uren!" riep kapitein Hod. »Een toertje
+in het bosch, voordat het nog geheel donker is!--Ben je van de partij,
+Maucler?"
+
+»Mijn waarde Hod," zei Banks, alvorens ik had kunnen antwoorden, »je
+moest je waarlijk niet van het kamp verwijderen. De lucht voorspelt
+niet veel goeds. Als de storm losbarst, zal je moeielijk het kamp
+kunnen bereiken. Morgen, als we ons kamp blijven betrekken, kan
+je gaan...."
+
+»Morgen, is het licht," antwoordde Hod, »en juist nu is het oogenblik
+gunstig!"
+
+»Dat weet ik, Hod, maar 'k ben bang voor den nacht. Wil je daarom
+toch vertrekken, ga dan niet ver. Over een uur is het al pikdonker
+en je zoudt misschien moeielijk het kamp kunnen weervinden."
+
+»Wees gerust, Banks. 't Is pas zeven uren, en 'k vraag mijn kolonel
+slechts een permissie tot tien uren."
+
+»Ga je gang, mijn waarde Hod," antwoordde Sir Edward Munro, »maar
+denk aan 't geen Banks je gezegd heeft."
+
+»Ja, kolonel."
+
+Kapitein Hod, Fox en Goûmi, met uitmuntende jachtkarabijnen gewapend,
+verlieten het kamp en verdwenen onder de hooge vijgeboomen, die aan
+de rechterzijde van den weg stonden.
+
+Ik was zoo vermoeid van de warmte en de vermoeienissen van den dag,
+dat ik liever thuis bleef.
+
+Evenwel werd het vuur, op bevel van Banks, in plaats van geheel te
+worden uitgedoofd, slechts naar achteren van den vuurhaard geschoven,
+zoodat de stoom een paar atmosfeeren drukking bleef behouden. De
+ingenieur wilde zich voor elke mogelijkheid gereed houden.
+
+Storr en Kâlouth hielden zich in dien tusschentijd bezig met het
+opdoen van brandstof en water. Een klein beekje, aan den linkerkant van
+den weg, verschafte hun het noodige water, en de naburige boomen het
+hout, dat zij benoodigd hadden om den tender te voorzien. Gedurende
+dien tijd hield »monsieur" Parazard zich met zijne gewone bezigheden
+onledig en onder het afnemen van de overblijfselen van den maaltijd,
+bepeinsde hij het menu voor het diner van den volgenden dag.
+
+Het was nog vrij licht en kolonel Munro, Banks, sergeant Mac Neil en
+ik, gingen aan den oever van de beek ons middagslaapje houden. Deze
+heldere waterstroom verfrischte den dampkring, die werkelijk, zelfs op
+dit uur, verstikkend was. De zon was nog niet ondergegaan. Haar licht
+verfde de massa dampen, die men door de groote openingen tusschen het
+gebladerte zich allengs aan het zenith zag ophoopen, donker blauw. Het
+waren zware, dikke wolken, die niet door wind schenen bewogen te
+worden en hun beweegkracht in zichzelven schenen te bezitten.
+
+We zaten of lagen tot omstreeks acht uren te praten. Van tijd tot tijd
+stond Banks op om een ruimer gezicht van den horizont te nemen, door
+te gaan tot aan den zoom van het bosch, dat de vlakte, op minder dan
+een kwart mijl van het kamp, doorsneed. Toen hij terugkwam, schudde
+hij niet zeer gerustgesteld het hoofd.
+
+De laatste maal vergezelden wij hem. Reeds viel de duisternis onder
+de vijgeboomen. Toen wij aan den zoom gekomen waren, zag ik, dat in
+het westen tot daar, waar zich een rij onduidelijk omschreven heuvels
+vertoonde die reeds met de wolken ineensmolten, zich een onmetelijke
+vlakte uitstrekte.
+
+Het voorkomen van de lucht was vreeselijk in haar kalmte. Geen
+tochtje wind bewoog de hooge bladeren der boomen. Het was niet de
+rust van de ingeslapen natuur, die de dichters zoo vaak bezongen
+hebben, het was integendeel een zware en ziekelijke slaap. Het was
+alsof de atmosfeer in een toestand van spanning verkeerde en ik kon
+het luchtruim nergens beter bij vergelijken dan bij een stoomketel,
+als de te sterk saamgeperste stoom op het punt staat los te barsten.
+
+De ontploffing was nabij.
+
+De stormachtige wolken dreven inderdaad zeer hoog, zooals dit
+gewoonlijk plaatsheeft boven vlakten, en hadden breede, kromlijnige,
+scherp omschreven omtrekken. Zij schenen zelfs zich uit te zetten,
+in aantal te verminderen en in grootte toe te nemen, steeds evenwel
+dezelfde basis behoudende. Blijkbaar zouden ze spoedig allen tot
+een zelfde massa zijn opgelost, die de dichtheid der eenige wolk zou
+doen toenemen. Reeds smolten de kleine bijwolkjes, aan een soort van
+aantrekkingskracht gehoorzamende, tegen elkander aanbotsende en zich
+van elkander afstootende, in een verwarde massa in een.
+
+Tegen half negen uur verscheurde een zig-zagsgewijze uitschietende,
+bliksemstraal, in zeer scherpe hoeken, de donkere massa op een lengte
+van twee duizend vijf honderd à drie duizend meters.
+
+Vijf en zestig seconden later barstte een donderslag los en liet
+een lang gerekt, dof gerommel hooren, eigenaardig aan deze soort van
+bliksemflitsen, dat ongeveer vijftien seconden aanhield.
+
+»Een en twintig kilometers," zei Banks, na zijn horloge geraadpleegd
+te hebben. »Dat is bijna de grootste afstand, waarop de donder zich
+kan doen hooren. Maar als eenmaal het onweer losgebroken is, komt
+het spoedig en we moeten het niet afwachten. Laten we naar binnen
+gaan, vrienden."
+
+»En kapitein Hod?" zei sergeant Mac Neil.
+
+»De donder gebiedt hem terug te komen," antwoordde Banks. »'k Hoop
+dat hij zal gehoorzamen."
+
+Vijf minuten later waren we in het kamp terug, en namen plaats onder
+de veranda van het salon.
+
+
+
+
+
+
+XII.
+
+DRIEDUBBELE VUREN.
+
+
+Indië deelt met zekere oorden van Brazilië,--die van Rio-Janeiro onder
+andere,--het voorrecht om van alle landen van den aardbol het meest
+door onweders geteisterd te worden. Wordt in Frankrijk, Engeland en
+Duitschland, in Midden-Europa dus, het aantal dagen van donder niet
+meer dan op twintig per jaar geteld, dan bedraagt dit getal jaarlijks
+in het Indische schiereiland meer dan vijftig.
+
+Zooveel wat de algemeene meteorologie betreft. In dit bijzondere
+geval moesten wij met het oog op de omstandigheden waaronder het zich
+voordeed, een onweer van buitengewone hevigheid verwachten.
+
+Zoodra wij in het stoomhuis waren teruggekomen, raadpleegde ik
+den barometer. Er had een plotselinge daling van twee duim--van
+negenentwintig tot zevenentwintig duim, [8] der kwikkolom plaatsgehad.
+
+Ik deed dit kolonel Munro opmerken.
+
+»'k Maak me ongerust over het lang wegblijven van kapitein Hod en zijn
+metgezellen," antwoordde hij mij. »Het onweer is op punt van los te
+barsten, de nacht komt, het wordt steeds donkerder. Jagers gaan altijd
+verder dan ze beloven en zelfs verder dan ze zelven willen. Hoe zullen
+ze den weg in die diepe duisternis vinden?"
+
+»Die dwazen!" zeide Banks. »'t Is onmogelijk geweest ze reden te doen
+verstaan! Zeer zeker zouden ze beter gedaan hebben niet te vertrekken!"
+
+»'t Is waar, Banks, maar ze zijn nu eenmaal vertrokken," antwoordde
+kolonel Munro, »en we moeten al 't mogelijke doen om ze te vinden."
+
+»Is er geen middel hun de plaats te doen kennen waar we zijn?" vroeg
+ik den ingenieur.
+
+»Jawel," antwoordde Banks, »door onze electrische vuren te ontsteken,
+die een groot lichtvermogen bezitten en van zeer ver gezien worden. 'k
+Ga den stroom stellen."
+
+»Uitmuntend idée, Banks."
+
+»Wilt u dat ik er op uit ga om kapitein Hod op te zoeken?" vroeg
+de sergeant.
+
+»Neen, mijn oude Neil," antwoordde kolonel Munro, »je zoudt hem toch
+niet vinden en ook verdwalen."
+
+Banks haastte zich nu om gebruik te maken van de vuren waarover hij
+beschikte. De elementen der kolom werden in werking gesteld, de stroom
+geleid en al spoedig wierpen de twee oogen van den IJzeren Reus,
+als twee electrische seinvuren hun schitterenden lichtbundel onder
+en door het sombere bladerengewelf der vijgeboomen. Zeker is het,
+dat dit licht in den donkeren nacht van zeer ver moest gezien worden
+en onze jagers tot gids kon verstrekken.
+
+Op dit oogenblik barstte er een soort van orkaan van ongekende
+hevigheid los. Hij verscheurde de takken der boomen, richtte zich
+schuins naar den bodem en floot door de dunne zuilen der vijgeboomen,
+alsof hij door de welluidende pijpen van een kabinetorgel gesuisd had.
+
+In een oogenblik werd de weg als bezaaid met een stortvloed van
+losgerukte takken en bladeren. Deze aanhoudende regen van met kracht
+op het dak van het stoomhuis neergeworpen boomloof, veroorzaakte een
+geluid als van aanhoudenden donder.
+
+Wij moesten de wijk nemen naar het salon en al de vensters sluiten. Er
+viel nog geen regen.
+
+»'t Schijnt een soort van »tofan" te zijn," zei Banks.
+
+De Hindoes geven dezen naam gewoonlijk aan de woeste en plotseling
+opkomende orkanen, die meer in het bijzonder de bergachtige streken
+verwoesten en zeer in het land geducht zijn.
+
+»Storr!" riep Banks den machinist toe, »heb je de schietgaten van
+het torentje zorgvuldig gesloten?"
+
+»Ja, mijnheer Banks," antwoordde de machinist. »Van dien kant is er
+niets te vreezen."
+
+»Waar is Kâlouth?"
+
+»Hij heeft juist den tender van brandstof voorzien."
+
+»Morgen," antwoordde de ingenieur, »ligt het hout overal voor 't
+oprapen! De wind wordt houthakker en bespaart ons veel arbeid! Blijf
+onder stoom, Storr en kom weer schuilen!"
+
+»Dadelijk, mijnheer."
+
+»Zijn je kuipen vol, Kâlouth?" vroeg Banks.
+
+»Ja, mijnheer Banks," antwoordde de stoker. »We hebben nu genoeg
+water."
+
+»Goed, maar kom binnen! kom binnen!"
+
+De machinist en de stoker hadden weldra in het tweede rijtuig
+plaatsgenomen.
+
+De bliksemstralen volgden elkander toen snel op, terwijl de ontploffing
+der electrische wolken een dof gerommel deed hooren. De »tofan"
+had den dampkring niet verfrischt. Het was een verschroeiende wind,
+die verbrandde alsof hij uit een heeten oven woei.
+
+Sir Edward Munro, Banks, Mac Neil en ik, we verlieten de zaal
+slechts om onder de veranda te gaan. Onze blikken naar de toppen
+der vijgeboomen richtende, zag men het gebladerte zich als fijn zwart
+kantwerk tegen de brandende lucht afteekenen. Geen bliksemstraal of hij
+werd een paar seconden later door donderslagen gevolgd. Nauwlijks had
+de echo tijd gehad uit te sterven of een nieuwe donderslag werd door
+haar teruggekaatst. Ook was aanhoudend een diepe bas als grondtoon te
+hooren, waartegen dan de eigenaardige kort afgebroken ontploffingen
+uitkwamen, die Lucretius zoo te recht vergeleken heeft met het scherpe
+geluid van papier dat verscheurd wordt.
+
+»Hoe is 't mogelijk, dat de storm ze nog niet naar huis gejaagd
+heeft!" zei kolonel Munro.
+
+»Misschien," antwoordde de sergeant, »hebben kapitein Hod en zijne
+metgezellen een schuilplaats in het bosch gevonden, in een hollen
+boom of in een rotsholte en staan ze eerst morgen voor onze oogen! Het
+kamp is altijd daar om ze te ontvangen!"
+
+Banks schudde het hoofd als iemand, die niet gerust is. Hij scheen
+de meening van Mac Neil niet te deelen.
+
+Op dit oogenblik,--het was bijna negen uren,--begon het buitengewoon
+hard te regenen. Deze regen was vermengd met énorme hagelsteenen,
+die ons steenigden en op het luidklinkend dak van het Stoomhuis neer
+knetterden. Het was als het geroffel van honderden trommen, zoodat
+het onmogelijk was zich te hooren spreken, al had het geratel van den
+donder het luchtruim niet vervuld. Van alle kanten dwarrelden de door
+den hagel verscheurde bladeren der vijgeboomen rond.
+
+Banks kon zich te midden van dat oorverdoovend geraas niet doen
+hooren en strekte toen den arm uit om ons opmerkzaam te maken op de
+hagelsteenen, die tegen de zijden van de IJzeren Reus aansloegen.
+
+Het was ongeloofelijk. Alles flikkerde bij de aanraking met die
+harde lichamen. Men zou gezegd hebben, dat wat uit de wolken viel,
+werkelijke druppels waren van een in smelting verkeerend metaal,
+die het plaatijzer treffende, een lichtstraal terugwierpen. Dit
+natuurverschijnsel toonde hoe sterk de atmosfeer met electriciteit
+verzadigd was. Onophoudelijk werd de dampkring door den bliksem
+doorkruist, zoodat alles in vuur en vlam scheen te staan.
+
+Banks gaf ons met een gebaar te verstaan, dat we in het salon zouden
+gaan en sloot de deur, die op de veranda uitkwam. Het was toch hoogst
+gevaarlijk zich in de open lucht aan den schok der electrische stroomen
+bloot te stellen.
+
+Wij waren nu binnen in diepe duisternis gehuld, die door het
+onophoudelijk weerlichten buiten, nog dieper gemaakt werd. Hoe
+groot was niet onze verbazing toen we zagen, dat zelfs ons speeksel
+lichtend was! Het bleek dat we door en door met de omringende vloeistof
+verzadigd waren.
+
+»We spogen vuur," om de uitdrukking te gebruiken, die gediend heeft om
+dit zeldzaam voorkomend, maar altijd ontzettend natuurverschijnsel
+te kenmerken. En waarlijk, te midden van al die vlammen, zoowel
+van binnen als van buiten, te midden van het woeste geweld dier
+vreeselijke donderslagen, altijd vergezeld van felle bliksemstralen,
+moest wel den koelbloedigste onder ons het hart sneller kloppen.
+
+»En zij!" sprak kolonel Munro.
+
+»Zij!.... zij!.... zij!" antwoordde Banks.
+
+We maakten ons nu zeer ongerust en konden niets doen om kapitein Hod
+en zijne metgezellen te hulp te komen.
+
+Indien zij werkelijk een schuilplaats gevonden hadden, dan kon het
+slechts onder de boomen zijn en men weet welke gevaren men onder
+dergelijke omstandigheden gedurende het onweer loopt. Hoe zouden ze
+zich in dat dichte bosch op vijf of zes meters van de loodlijn af
+hebben kunnen plaatsen, die door het uiteinde van de langste takken
+gaat,--zooals dit den personen, die in de nabijheid van boomen door
+het onweêr verrast worden, wordt aanbevolen?
+
+Dit alles kwam mij in de gedachte, toen een donderslag, korter
+afgebroken dan een der anderen, plotseling losbarstte. Een tusschenpoos
+van nauwlijks een seconde was er tusschen den slag en den bliksem
+verloopen.
+
+Het Stoomhuis trilde er van en werd als van den grond opgelicht. Ik
+dacht niet anders of de trein zou omvervallen.
+
+Op hetzelfde oogenblik verspreidde er zich een sterke lucht,--de
+doordringende lucht van salpeterdamp,--en ongetwijfeld zou het
+regenwater, gedurende dit onweer verzameld, een groote hoeveelheid
+salpeterzuur bevat hebben.
+
+»De bliksem is ergens ingeslagen...." zei Mac Neil.
+
+»Storr! Kâlouth! Parazard!" schreeuwde Banks.
+
+De drie mannen stormden de zaal binnen. Gelukkig was niemand getroffen.
+
+De ingenieur opende toen de deur der veranda en begaf zich op het
+balkon.
+
+»Daar!.... kijk!...." riep hij.
+
+Op tien passen afstand, links van den weg, was een énorme vijgeboom
+door den bliksem getroffen. Bij het onophoudelijk lichten, kon men
+zien als op klaarlichten dag. De ontzaglijke stam, die door zijne
+uitspruitsels niet meer kon gedragen worden, was dwars over de naburige
+boomen heen gevallen. Hij was in zijn geheele lengte netjes van den
+bast ontdaan en een lange reep schors, door de rukwinden als een slang
+heen en weder bewogen, zweepte al draaiende de lucht. Dit afscheuren
+van den bast moest zeker van onderen naar boven geschied zijn, onder
+de werking van een buitengewoon hevigen, opstijgenden bliksemstraal.
+
+»'t Scheelde weinig of het Stoomhuis was getroffen!" zei de
+ingenieur. »Toch moeten we blijven, want 't is hier nog veiliger
+schuilplaats dan die der boomen!"
+
+»Laat ons dus blijven," antwoordde kolonel Munro.
+
+Op dit oogenblik deed zich een geschreeuw hooren. Waren het onze
+metgezellen, die eindelijk terug kwamen?
+
+»'t Is de stem van Parazard," zei Storr.
+
+En werkelijk was het de kok, die, onder de achterste veranda staande,
+ons luidkeels riep.
+
+We ijlden onmiddellijk naar hem toe.
+
+Op minder dan honderd meters afstand, achter en aan de rechterzijde van
+het kamp, stond het vijgeboomenbosch in brand. De hoogste toppen der
+boomen verdwenen reeds in de vlammen. De brand nam met ongeloofelijke
+hevigheid toe in de richting van het Stoomhuis, dat dus in het grootste
+gevaar verkeerde.
+
+Een langdurige gebrek aan regen, de hooge temperatuur gedurende de
+drie maanden van het heete jaargetijde, hadden boomen, struiken,
+kruiden en planten verdroogd. De brand voedde zich met al die licht
+ontvlambare brandstoffen en, zooals het menigmaal in Indië gebeurt,
+dreigde het geheele bosch verteerd te worden.
+
+En werkelijk zag men dat het vuur al grootere kringen beschreef
+en hoe langer hoe dichter naderde. Indien het de plek van het kamp
+bereikte, zouden binnen weinige minuten de twee wagens vernield zijn,
+want hunne dunne paneelen konden ze niet voor het vuur beschermen,
+als de dikke wanden van plaatijzer van een koffer dit kunnen.
+
+Zwijgend stonden wij dit gevaar aan te zien. Kolonel Munro kruiste
+zich de armen en zeide eenvoudig:
+
+»Banks, jij bent de man om ons hieruit te helpen!"
+
+»Ja, Munro," antwoordde de ingenieur, »en daar we geen enkel middel
+hebben, om den brand te blusschen, moeten we hem ontvluchten!"
+
+»Te voet?" riep ik uit.
+
+»Neen, met onzen trein."
+
+»En kapitein Hod en zijn metgezellen?" zei Mac Neil.
+
+»We kunnen hen niet helpen! als ze vóór ons vertrek niet terug zijn,
+vertrekken we toch!"
+
+»We kunnen ze toch niet aan hun lot overlaten!" zei de kolonel.
+
+»Munro," antwoordde Banks, »als de trein in veiligheid zal zijn,
+buiten het bereik van het vuur, zullen we terugkomen en het bosch
+doorzoeken totdat we ze gevonden hebben!"
+
+»Ga je gang dan maar, Banks," antwoordde kolonel Munro, die zich naar
+de meening van den ingenieur moest schikken, omdat zij werkelijk de
+eenige geschikte bleek.
+
+»Storr," zei Banks, »naar je machine! Kâlouth, naar je stoomketel,
+en stook de vuren op! Welke drukking op den manometer?"
+
+»Twee atmosfeeren," antwoordde de machinist.
+
+»Binnen tien minuten moeten we er vier hebben! Komt, mijne vrienden,
+komt!"
+
+De machinist en de stoker lieten geen oogenblik verloren gaan. Het
+duurde niet lang of een stortvloed van zwarten rook ontwrong zich aan
+de tromp van den olifant en vermengde zich met de stroomen regen, die
+de reus scheen te trotseeren. De bliksemstralen, die het luchtruim
+doorkliefden, beantwoordde hij met een dichten vonkenregen. Een
+straal van stoom floot in den schoorsteen en de kunstmatige trekking
+verhaastte de verbranding van het hout, dat Kâlouth in zijn oven
+ophoopte.
+
+Sir Edward Munro, Banks en ik, wij waren onder de achterste veranda
+gebleven, van waar wij de vorderingen van den brand in het bosch
+konden waarnemen. Zij waren snel en vreeselijk om aan te zien. De
+groote boomen stortten in den onmetelijken vuurhaard, de takken
+knapten met een geluid als van revolverschoten, de lianen wrongen
+zich van den eenen stam naar den anderen en het vuur deelde zich
+bijna onmiddellijk aan nieuwe brandstof mede. Binnen vijf minuten
+was de verbranding vijftig meters vooruit gegaan, terwijl de vlammen,
+verdeeld en verscheurd door den stormwind, zich tot zulk een hoogte
+verhieven, dat de bliksemstralen ze in alle richtingen doorploegden!
+
+»Binnen vijf minuten moeten we de plek verlaten hebben!" zei Banks,
+»of alles vliegt in den brand!"
+
+»Hij gaat snel, die brand!" antwoordde ik.
+
+»We zullen sneller gaan dan hij!"
+
+»Als Hod en zijn metgezellen maar terug waren!" zei sir Edward Munro.
+
+»Gefloten, gefloten!" riep Banks uit. »Ze zullen 't misschien hooren!"
+
+En, op het torentje toesnellende, deed hij dadelijk de lucht van de
+schrille tonen der stoomfluit weergalmen, die scherp tegen het diepe
+gerommel van den donder uitkwamen en ver moesten gehoord worden.
+
+Men kan zich dezen toestand voorstellen, men kan hem niet beschrijven.
+
+Van den eenen kant was men genoodzaakt zoo snel mogelijk te vluchten,
+van den anderen kant verplicht op hen, die nog niet terug waren,
+te wachten!
+
+Banks was naar de achter veranda teruggekeerd. De zoom van den brand
+was nu tot minstens vijftig voet van het stoomhuis voortgeschreden. Een
+ondraaglijke hitte kwam tot ons over en de brandende lucht zou ons
+weldra de ademhaling beletten. Talrijke vuurspranken vielen reeds
+op onzen trein neder, die evenwel, zeer gelukkig, in zekere mate
+door de stortvloeden beschermd werd, doch blijkbaar niet tegen den
+rechtstreekschen aanval van het vuur bestand zou zijn.
+
+De machine deed steeds haar schel gefluit hooren, doch noch Hod,
+noch Fox, noch Goûmi kwamen voor den dag.
+
+Op dit oogenblik vervoegde de machinist zich bij Banks en zeide hem
+dat alles gereed was.
+
+»Welnu, op marsch dan, Storr!" antwoordde Banks, »maar niet al te
+snel vooruit!.... Juist snel genoeg om ons buiten het bereik van den
+brand te houden!"
+
+»Wacht nog wat, Banks!" zei kolonel Munro, die niet kon besluiten
+het kamp te verlaten.
+
+»Nog drie minuten, Munro," antwoordde Banks koel, »maar niet
+langer. Over drie minuten zal de trein van achteren vuur vatten!"
+
+Er verliepen twee minuten. Het was nu onmogelijk langer onder de
+veranda te blijven. Het plaatijzer begon te blakeren en was zoo heet,
+dat men het niet kon aanraken. Het was hoogst onvoorzichtig slechts
+eenige oogenblikken langer te blijven!
+
+»Op marsch, Storr!" riep Banks.
+
+»Daar zijn ze!" riep de sergeant uit.
+
+Kapitein Hod en Fox vertoonden zich rechts van den weg, Goûmi als
+een onbezield lichaam in de armen dragende en kwamen met hem aan de
+voettrede van achteren.
+
+»Dood!" riep Banks uit.
+
+»Neen, door den bliksem getroffen, die zijn geweer in de hand
+verbrijzeld heeft," antwoordde kapitein Hod, »en alleen aan het
+linkerbeen verlamd!"
+
+»God zij geloofd!" zei kolonel Munro.
+
+»Dank, Banks!" voegde de kapitein er bij. »Zonder je gefluit, zouden
+we het kamp nooit hebben kunnen terugvinden!"
+
+»Op marsch!" riep Banks, »op marsch!"
+
+Hod en Fox waren in den trein gesprongen, en Goûmi, die het gebruik
+zijner zintuigen niet verloren had, werd in zijn kamertje neergelegd.
+
+»Welke drukking hebben we nu?" vroeg Banks, die even naar den machinist
+gegaan was.
+
+»Bijna vijf atmosfeeren," antwoordde Storr.
+
+»Op marsch!" herhaalde Banks.
+
+Het was half elf uur. Banks en Storr plaatsten zich in het torentje. De
+regulateur werd geopend, de stoom stortte zich in de cilinders,
+het eerste gebriesch deed zich hooren en de trein ging te midden van
+het driesoortige licht, voortgebracht door den brand van het bosch,
+de electrische vuren en den bliksem in het eerst langzaam voorwaarts.
+
+Met weinige woorden vertelde kapitein Hod ons de lotgevallen van
+zijn tocht. Zijne metgezellen en hij hadden geen spoor van dieren
+ontmoet. Met het opkomende onweer kwam de duisternis sneller en
+vooral dieper dan ze zich hadden voorgesteld. De eerste donderslag
+verraste hen dus toen ze zich reeds meer dan drie mijlen van het kamp
+af bevonden. Toen wilden ze op hunne schreden terugkeeren, maar wat ze
+ook deden om zich te orienteeren, waren ze al spoedig te midden van
+de groepen vijgeboomen, die allen op elkander gelijken, verdwaald,
+terwijl geen enkel pad hun de goede richting aanwees.
+
+Het onweer barstte nu met buitengewone hevigheid los. Op dit
+oogenblik bevonden ze zich alle drie buiten het bereik van het
+electrische licht en konden ze zich dus niet in rechte lijn naar het
+Stoomhuis richten. De hagel en de regen vielen in stroomen neder en
+geen schuilplaats behalve het onvoldoende bladerendak, dat weldra
+doorboord was, beschutte hen.
+
+Eensklaps barstte een donderslag los op hetzelfde oogenblik dat een
+felle bliksemstraal nederschoot. Goûmi viel door den bliksem getroffen
+bij kapitein Hod, aan de voeten van Fox neder. Van het geweer, dat
+hij in de hand hield, bleef niets dan de kolf over. In een oogwenk
+was het beroofd van loop, slot, trekker, van alles in één woord wat
+er van metaal aan het geweer wordt aangetroffen.
+
+Zijne metgezellen dachten dat hij dood was. Gelukkig evenwel was dit
+zoo niet, maar zijn linkerbeen was, hoewel niet rechtstreeks, door
+den bliksem getroffen, verlamd. Het was den armen Goûmi onmogelijk
+een voet te verzetten. Men moest hem dus dragen. Tevergeefs drong
+hij er op aan hem te laten waar hij was, men kon hem dan later wel
+komen halen. Zijne metgezellen wilden dit volstrekt niet, de een
+nam hem bij de schouders op, de andere aan de voeten en goed schiks,
+kwaad schiks, namen zij den tocht door het donkere bosch aan.
+
+Twee uren achtereen dwaalden Hod en Fox op goed geluk rond, nu eens
+stilhoudende, dan hun marsch weder hervattende, zonder een enkel
+teeken, dat hun de richting naar het Stoomhuis aanwees.
+
+Gelukkig drong eindelijk het schrille geluid van de stoomfluit,
+duidelijker hoorbaar dan wanneer het geweerschoten geweest waren,
+boven het geraas der elementen, tot hen door. Het was de stem van
+den IJzeren Reus.
+
+Een kwartier later, kwamen zij juist aan op het oogenblik dat de halt
+weldra zou verlaten zijn. Het was meer dan tijd!
+
+Mocht evenwel de trein zich op den breeden en effen weg van het bosch
+voortspoeden, de brand ging even spoedig als hij. Wat het gevaar
+dreigender maakte, was dat de wind veranderd was, wat meermalen bij
+onweer plaatsheeft. Inplaats van ter zijde, waaide hij nu van achteren
+en blies door zijn hevigheid het vuur nog meer aan. Het vuur maakte
+zichtbaar vorderingen. Het regende brandende takken en gloeiende
+spranken te midden van een wolk heete asch, van den grond opgewaaid,
+alsof een krater allerlei brandbare voorwerpen in het luchtruim had
+uitgebraakt. En werkelijk kon men dezen boschbrand nergens beter bij
+vergelijken dan bij den loop van een stroom lava, zich een weg door
+de vlakte banende en alles op zijn weg vernietigende.
+
+Banks had het oog op dit alles en, al had hij het niet gezien, zou hij
+het gemerkt hebben aan den verschroeienden wind, die den adem beklemde.
+
+Men ging dus sneller voorwaarts, alhoewel dit op dien onbekenden
+weg niet zonder gevaar was. Doch de weg was door den regen zoo diep
+uitgehold, dat de machine niet zoo hard kon werken als de ingenieur
+het wel gewenscht had.
+
+Tegen half twaalf uur was er een nieuwe donderslag en was de bliksem
+opnieuw ingeslagen! We uitten een kreet van ontzetting en dachten
+dat Banks en Storr beiden getroffen waren in het torentje van waaruit
+zij den trein bestuurden.
+
+Dit ongeluk was ons evenwel bespaard geworden. Het was onze olifant,
+die door de electrische ontlading aan de punt van een zijner lange
+hangende ooren getroffen was.
+
+Gelukkig was de machine er volstrekt niet door beschadigd, en het
+scheen dat de IJzeren Reus de donderslagen wilde beantwoorden door
+zijn sneller brieschend geluid.
+
+»Hoera!" schreeuwde kapitein Hod, »hoera! Een olifant van vleesch
+en been zou stellig gevallen zijn! Gij, gij trotseert den bliksem en
+niets kan je tegenhouden! Hoera, IJzeren Reus, hoera!"
+
+Nog een half uur lang bleef de trein denzelfden afstand bewaren. Uit
+vreeze al te hard ergens tegen aan te stooten, gaf Banks hem slechts
+de noodige snelheid om niet door het vuur bereikt te worden.
+
+Van de veranda waar kolonel Munro, Hod en ik plaats genomen hadden,
+zagen wij bij het licht door den brand en den bliksem verspreid,
+groote schaduwen voorbijgaan. Het waren eindelijk roofdieren!
+
+Uit voorzorg greep kapitein Hod zijn geweer, want het was mogelijk,
+dat de door den schrik waanzinnige dieren zich op den trein wilden
+werpen om er een schuilplaats te zoeken.
+
+En werkelijk wilde een reusachtige tijger dit beproeven, doch een
+ontzettenden sprong nemende, bleef hij met den nek tusschen twee
+uitspruitsels van een vijgeboom vastzitten. Toen deze zich nu onder
+den storm boog, spande hij zijne loten als twee énorme koorden,
+die het dier verworgden.
+
+»Arm dier!" zei Fox.
+
+»Die wilde dieren," antwoordde kapitein Hod, »zijn geschapen om
+behoorlijk door een karabijnkogel gedood te worden en niet op zulk
+een ellendige manier! Jawel, arm dier!"
+
+Waarlijk, het liep den kapitein niet mede! Toen hij tijgers zocht,
+zag hij ze niet en toen hij ze niet meer zocht, gingen ze hem in de
+vlucht voorbij, zonder dat hij ze kon schieten, of ze kwamen om als
+een muis in den val!
+
+Ten een ure 's morgens verdubbelde het gevaar nog, hoe groot het tot
+nog toe ook geweest ware.
+
+Onder den invloed van de ongestadige winden, die al de streken van
+het kompas doorliepen, had de brand den weg voor ons bereikt en waren
+we nu van alle kanten ingesloten.
+
+Intusschen was het onweer nu zeer in hevigheid afgenomen, zooals
+dit bijna onveranderlijk gebeurt, als deze luchtverschijnselen boven
+een bosch heen gaan, waarvan de boomen allengs de electrische stof
+onttrekken en uitputten. Doch zoo de bliksemstralen zeldzamer waren
+en de donderslagen zich in langere tusschenpoozen lieten hooren,
+zoo de regen met minder hevigheid nederviel, streek daarentegen de
+wind steeds met eene ongeloofelijke woede langs den grond.
+
+Het kostte wat het wilde, men moest den gang van den trein verhaasten,
+op het gevaar af in onzachte aanraking met eenig voorwerp te komen
+of hem in een diepen kuil te storten.
+
+Banks ging er dan ook toe over, maar hij deed het met een
+verwonderlijke koelbloedigheid, den blik gevestigd houdende door
+de lensvormige glazen van het torentje, de hand aan den regulateur,
+dien zij niet meer verliet.
+
+De weg scheen nog slechts half open tusschen twee rijen vuur. Het
+was dus noodzakelijk tusschen deze twee rijen door te gaan.
+
+Banks aarzelde niet en stuurde den trein er tusschen door met een
+snelheid van zes à zeven mijlen per uur.
+
+Ik dacht dat wij er zouden blijven, vooral toen men een vijftig
+meters ver, een zeer nauwe plaats van den oven moest passeeren. De
+wielen van den trein knarsten over de gloeiende kolen, die den grond
+bedekten en een brandende atmosfeer omgaf hem geheel!....
+
+Gelukkig waren wij er door!
+
+Eindelijk deed zich te twee uur 's morgens de uiterste zoom van het
+bosch in het licht der nu zeldzame bliksemstralen voor. Achter ons
+ontvouwde zich een uitgestrekt panorama van vlammen. De brand zou
+niet eerder gebluscht zijn, dan na den laatsten vijgeboom van het
+onmetelijk woud verteerd te hebben.
+
+Toen het dag was, hield de trein eindelijk op; het onweer was geheel
+geweken en men richtte een voorloopig kamp in.
+
+Onze olifant werd met zorg onderzocht en nu bleek het, dat de punt
+van het rechteroor door verscheidene gaatjes doorboord was.
+
+Ongetwijfeld ware onder zulk een bliksemstraal ieder ander dier dan
+een dier van ijzer, gevallen om zich niet weder op te richten en zou
+de trein in nood snel door het vuur verslonden zijn!
+
+Ten zes ure 's morgens, werd de reis na een korte rust voortgezet en
+ten twaalf ure kampeerden wij in de omstreken van Rewah.
+
+
+
+
+
+
+XIII.
+
+HELDENDADEN VAN KAPITEIN HOD.
+
+
+De halve dag van den 5n Juni en de volgende nacht werden rustig in het
+kamp doorgebracht. Na zooveel vermoeienissen en doorgestane gevaren,
+hadden wij die rust hoog noodig.
+
+Het was nu niet meer het koninkrijk Oude, dat zijne vruchtbare vlakten
+voor ons uitbreidde; het Stoomhuis vervolgde toen zijn reis door het
+grondgebied, steeds vruchtbaar, doch met »nullahs", of bergkloven
+doorsneden, dat Rohilkhande genoemd wordt. Bareilli is de hoofdstad
+van den uitgestrekten vierhoek van honderd vijf en vijftig duizend
+mijlen kustland, rijkelijk besproeid door de talrijke takken van de
+Cogra, hier en daar bepoot met prachtige mangoboomen en bezaaid met
+dichte jungles, die evenwel allengs plaatsmaken voor bebouwde velden.
+
+Daar was het middelpunt van den opstand na de inneming van Delhi; daar
+was het tooneel van een der veldtochten van sir Colin Campbell; daar
+was de legerafdeeling van den brigade-generaal Walpole in den aanvang
+niet gelukkig: daar kwam een vriend van sir Edward Munro om het leven,
+de kolonel van het 93e regiment Schotten, dat zich in het gevecht van
+den 14n April bij de twee belegeringen van Lucknow onderscheiden had.
+
+Met het oog op de gansche inrichting van dit grondgebied, kon geen
+ander gunstiger geweest zijn voor onzen trein. Fraaie, effen wegen,
+gemakkelijk over te steken stroomen tusschen de twee belangrijker
+slagaderen die van het noorden komen, alles bracht mede dit gedeelte
+van ons reisplan gemakkelijk te maken. Er bleef ons slechts nog
+eenige honderden kilometers te doorloopen over, alvorens de eerste
+verheffing van den bodem te gevoelen, die de vlakte met de bergen
+van Népaul verbindt.
+
+Alleen slechts moest nu ernstig rekening gehouden worden met het
+regenseizoen. De regentijd doet zich heviger in de kuststreek gevoelen
+dan binnen in het schiereiland en duurt ook wat langer. De reden
+hiervan is dat de wolken zich ontlasten alvorens het midden van Indië
+te bereiken, doch behalve dat veranderen zij eenigszins van richting
+door den slagboom der hooge bergen. Op de kust van Malabar begint de
+moesson in de maand Mei; in de centrale en noordelijke provinciën,
+doet hij zich slechts eenige weken later gevoelen, in de maand Juni.
+
+Nu bevonden wij ons juist in Juni en in deze bijzondere, doch vooruit
+geziene omstandigheden zou onze reis voortgezet worden.
+
+Alvorens evenwel met de mededeeling onzer lotgevallen verder te gaan,
+moet ik zeggen dat het met onzen braven Goûmi, zoo ongelukkig door den
+bliksem ontwapend, den volgenden dag reeds beter ging. De verlamming
+van zijn linkerbeen was slechts tijdelijk. Hij hield er niets uit over,
+maar scheen toch eenigen wrok tegen het hemelvuur te koesteren.
+
+Op de twee dagen van den 6n en 7n Juni, had kapitein Hod met behulp
+van Phann en Black gelukkige jacht. Hij kon toch een paar antilopen,
+hier »nilgaus" genaamd, schieten. Dit zijn de blauwe ossen der
+Hindoes, die men juister herten zou moeten noemen, omdat zij meer
+op herten dan op de stamgenooten van den god Apis gelijken. Men zou
+ze zelfs parelgrijze herten kunnen noemen en hunne kleur herinnert
+voorzeker meer aan de kleur van een stormachtige lucht dan aan die
+van een azuurblauwen hemel. Men verzekert evenwel, dat bij eenigen
+dezer prachtige dieren met kleine, scherpe en rechte horens, langen
+en een weinig gewelfden kop, het haar bijna blauw wordt,--een kleur
+die de natuur den viervoetigen dieren standvastig schijnt geweigerd
+te hebben, zelfs den blauwen vos, wiens pels eerder zwart is.
+
+Toch waren dit de roofdieren nog niet, waarvan kapitein Hod
+droomde. Evenwel is de nilgau, al is het geen roofdier, gevaarlijk,
+wanneer hij licht gekwetst den jager aanvalt. Een eerste kogel van den
+kapitein, een tweede van Fox, stuitten deze tweede prachtige dieren
+in hun vaart. Zij werden als in de vlucht geschoten. Voor Fox was
+het dan ook slechts vliegend wild!
+
+»Monsieur" Parazard, evenwel dacht er heel anders over en de heerlijk
+gebraden bouten, die hij ons dien dag opdischte, deden ons tot zijne
+meening overhellen.
+
+Den 8n Juni, met het krieken van den dag, verlieten wij ons kamp,
+dat bij een klein dorp van Rohilkhande was opgeslagen. Wij waren er
+den vorigen avond aangekomen, na de veertig kilometers, die het van
+Rewah scheiden, te hebben afgelegd. Onze trein had dus slechts met
+een zeer gematigde snelheid gereisd over een grond, dien de regens
+steeds weeker maakten. Bovendien begonnen de beken te zwellen,
+terwijl verscheidene doorwaadbare plaatsen onze reis eenige uren
+vertraagden. Doch, aan een paar dagen waren wij niet gebonden. Wij
+waren toch zeker vóór het einde van Juni de bergachtige streek te
+bereiken, waar wij ons gedurende eenige maanden van den zomer met
+het Stoomhuis wilden ophouden, als te midden van een sanitarium. Wij
+behoefden ons dus niet ongerust hierover te maken.
+
+Dien dag van den 8n miste kapitein Hod een prachtig schot.
+
+Terzijde van den weg bevonden zich dichte jungles van bamboes,
+zooals men er velen rondom de dorpen aantreft, die gebouwd schijnen
+in bloemenkorfjes. Het was nog de echte jungle niet, zooals die zoo
+vaak in Hindostan op de woeste, naakte, onvruchtbare vlakte wordt
+aangetroffen, en waarboven grijsachtige struiken uitsteken. Wij
+bevonden ons integendeel in een bebouwd land, te midden van vruchtbare
+landouwen, die gewoonlijk waren afgedeeld in moerassige rijstvelden.
+
+De IJzeren Reus ging bedaard voorwaarts, bestuurd door de hand van
+Storr en wierp fraaie rookwolkjes uit, die door den wind over het
+bamboes langs den weg verspreid werden.
+
+Eensklaps sprong een dier met verbazende vlugheid op den nek van
+onzen olifant.
+
+»Een tchîta! een tchîta!" riep de machinist.
+
+Op dezen kreet snelde kapitein Hod naar het voorste balkon en greep
+een geweer, dat daar altijd gereed stond.
+
+»Een tchîta!" riep hij op zijn beurt.
+
+»Schiet hem dan toch!" schreeuwde ik.
+
+»'k Heb den tijd!" antwoordde kapitein Hod, die zich vergenoegde met
+op het dier aan te leggen.
+
+De tchîta is een soort van luipaard, in Indië thuis behoorende,
+niet zoo groot als de tijger, maar bijna even zoo geducht, zoo vlug,
+lenig en sterk is hij.
+
+Kolonel Munro, Banks en ik wij hielden hem onder de veranda staande in
+'t oog, en wachtten altijd op het schot van den kapitein.
+
+Blijkbaar had zich de luipaard op het gezicht van onzen olifant
+vergist. Hij had zich stoutmoedig op hem geworpen, doch daar waar hij
+levend vleesch meende te vinden, waarin hij zijne tanden of klauwen
+kon slaan, was het vleesch van plaatijzer, dat noch zijn tanden, noch
+zijn klauwen konden oprijten. Woedend over dit slechte resultaat,
+klampte hij zich aan de lange ooren van het gewaande dier vast, en
+was ongetwijfeld op punt het weder los te laten, toen hij ons opmerkte.
+
+Kapitein Hod bleef steeds op hem aanleggen, als een jager, die zeker
+van zijn schot is en het dier slechts op het juiste oogenblik en op
+de juiste plek wil treffen.
+
+De tchîta richtte zich brullende op. Zeker gevoelde hij het gevaar,
+maar scheen het niet te willen ontvluchten. Misschien zocht hij het
+gunstige oogenblik om zich op de veranda te werpen.
+
+Werkelijk zagen wij hem weldra naar den kop van den olifant kruipen,
+met zijne pooten den snuit, die tot schoorsteen diende, omvatten en
+daarna naar de opening klimmen, waaruit de stoom ontsnapte.
+
+»Schiet dan toch, Hod!" zei ik weder.
+
+»'k Heb den tijd," antwoordde de kapitein.
+
+Daarna, zich tot mij wendende, vroeg hij, zonder echter den luipaard,
+die naar ons keek, uit het oog te verliezen:
+
+»Heb je nooit een tchîta gedood, Maucler?"
+
+»Nooit."
+
+»Wil je er een dooden?"
+
+»Kapitein," antwoordde ik, »'k wil je dat prachtige schot niet
+ontnemen...."
+
+»Wat dat betreft," zei Hod, »'t is toch geen schot voor een jager! Neem
+een geweer en leg op het schoudergewricht van het dier aan! Als je
+mis schiet, zal ik het in de vlucht raken!"
+
+»Nu, goed."
+
+Fox gaf mij een karabijn met dubbelen loop aan, die hij in de hand
+hield. Ik nam haar aan, spande den haan, legde op het schoudergewricht
+van het dier aan, dat zich steeds onbeweeglijk hield en schoot.
+
+Het dier, gekwetst, doch licht, nam een geweldigen sprong, en over
+het torentje van den machinist heen gaande, stortte het zich op het
+eerste dak van het Stoomhuis neder.
+
+Welk een goede jager kapitein Hod ook ware, hij had den tijd niet
+gehad het in het voorbijgaan te treffen....
+
+»Pas op, Fox, pas op!" riep hij uit.
+
+En beiden snelden van de veranda af en posteerden zich in het torentje.
+
+De luipaard, die heen en weer ging, wierp zich op het tweede dak,
+na het brugje te zijn overgesprongen.
+
+Op het oogenblik dat de kapitein zou schieten, nam het dier opnieuw
+een aanloop, die het op den grond deed neerkomen, richtte zich met
+een krachtigen sprong in de hoogte en verdween in de jungle.
+
+»Stop! stop!" riep Banks den machinist haastig toe, die, den stoom
+afsluitende, de wielen van den trein door middel van den remtoestel
+oogenblikkelijk tot staan bracht.
+
+De kapitein en Fox sprongen op den weg en wierpen zich in het dichte
+kreupelhout om den tchîta te bereiken.
+
+Eenige minuten luisterden wij niet zonder eenig ongeduld of zich ook
+een geweerschot deed hooren, doch te vergeefs en de twee jagers kwamen
+met ledige handen terug.
+
+»Verdwenen! gevlogen!" riep kapitein Hod uit, »en zelfs geen spoor
+van bloed op den grond!"
+
+»'t Is mijn schuld!" zei ik tot den kapitein, »en 't zou beter geweest
+zijn, als gij op dien tchîta geschoten hadt, inplaats van het aan
+mij over te laten! Gij zoudt hem niet gemist hebben!"
+
+»En gij hebt hem toch geraakt, daar ben ik zeker van," antwoordde Hod,
+»maar niet op de goede plaats!"
+
+»Die zal mijn acht en dertigste en uw een en veertigste niet zijn,
+kapitein!" zei Fox, tamelijk onthutst.
+
+»Ook goed!" zei Hod, op een toon van gemaakte onverschilligheid,
+»een tchîta is geen tijger. Als dat het geval niet geweest was, mijn
+waarde Maucler, zou ik het niet van me hebben kunnen verkrijgen,
+u dat schot af te staan!"
+
+»Aan tafel, mijne vrienden," zei toen kolonel Munro. »Het ontbijt
+wacht ons en dat zal u troosten...."
+
+»Des te meer nog," zei Mac Neil, »omdat alles de schuld van Fox is!"
+
+»Mijn schuld?" antwoordde de oppasser, die niets in zijn schik was
+over deze onverwachte opmerking.
+
+»Ongetwijfeld, Fox," hernam de sergeant. »De karabijn, die je mijnheer
+Maucler hebt overhandigd, was slechts met hagel No. 6 geladen!"
+
+En Mac Neil liet de tweede patroon zien, die hij uit het geweer
+gehaald had waarvan ik me bediend had. Zij bevatte werkelijk niets
+anders dan patrijzenhagel.
+
+»Fox!" zei kapitein Hod.
+
+»Kapitein?"
+
+»Twee dagen politiekamer!"
+
+»Tot uw orders, kapitein!"
+
+En Fox begaf zich naar zijn kamertje, vast besloten binnen acht en
+veertig uren niet meer voor ons te verschijnen. Hij was zeer beschaamd
+over zijn vergissing en wilde zijn schande verbergen.
+
+Den volgenden dag, 9 Juni, doorkruisten Hod, Goûmi en ik, gedurende den
+halven dag rust, dien Banks ons had toegestaan, de vlakte langs den
+weg. Het had den geheelen morgen geregend, doch tegen den middag was
+de lucht wat opgeklaard en mocht men eenige uren droog weer verwachten.
+
+Intusschen was het niet Hod, de jager op roofdieren, die mij ditmaal
+medenam, maar de jager op wild. Ter voorziening van de tafel, ging
+hij bedaard langs den zoom der rijstvelden wandelen, in gezelschap
+van Black en van Phann. »Monsieur" Parazard had den kapitein laten
+weten, dat de voorraadkamer ledig was en hij van Zijn Achtbaarheid
+verlangde dat Zijn Achtbaarheid »de noodige maatregelen" wel wilde
+nemen om haar te vullen.
+
+Kapitein Hod onderwierp zich en wij vertrokken, gewapend met eenvoudige
+jachtgeweren. Gedurende twee uren zagen wij niets anders dan eenige
+hazen en patrijzen, maar op zulk een afstand, dat wij, niettegenstaande
+den goeden wil onzer honden, alle hoop ze te bereiken, moesten opgeven.
+
+Kapitein Hod was dan ook niets in zijn humeur. Trouwens, midden
+in die uitgestrekte vlakte, zonder jungles, zonder kreupelhout,
+bezaaid met dorpen en landhoeven, kon hij niet op de ontmoeting van
+eenig verscheurend dier rekenen, dat hem den gemisten luipaard van
+den vorigen dag had kunnen vergoeden. Hij was slechts uitgegaan in
+zijne hoedanigheid als proviandmeester en dacht aan de ontvangst van
+»monsieur" Parazard als hij met ledigen weitasch thuiskwam.
+
+Het was toch onze schuld niet. Te vier uur waren we nog niet in de
+gelegenheid geweest een enkel schot te lossen. Het woei flink en,
+zooals ik reeds zeide, rees al het wild buiten schot op.
+
+»Mijn waarde vriend," sprak toen kapitein Hod tot mij, »het loopt ons
+alles tegen! Toen we Calcutta verlieten heb ik je prachtige jachten
+beloofd en een halsstarrig noodlot, dat me volkomen onverklaarbaar is,
+belet mij mijne belofte gestand te doen."
+
+»Kom, kom, kapitein," antwoordde ik, »we moeten niet wanhopen. Als ik
+er eenig verdriet van heb, dan is dat minder voor mij, dan wel voor
+u!.... We zullen onze schade trouwens inhalen in de bergen van Népaul!"
+
+»Ja," zei kapitein Hod, »daar op de eerste hellingen van het
+Himalaya-gebergte zullen de omstandigheden beter voor ons zijn. Zie
+je, Maucler, 'k zou willen wedden, dat onze trein met al zijn omhaal,
+het geloei van zijn stoom, en vooral zijn reusachtigen olifant, die
+verwenschte roofdieren schrik aanjaagt, nog meer dan een spoortrein zou
+doen en dit zal maar al te zeer het geval zijn, zoolang hij op marsch
+is! Als de trein rust, moeten wij hopen, dat we gelukkiger zullen
+zijn. Die luipaard was toch werkelijk dwaas! Hij moet zeker woest van
+den honger geweest zijn, dat hij zich zoo op onzen IJzeren Reus wierp
+en hij was waard geweest morsdood geschoten te zijn! Die satansche
+Fox! 'k Zal nooit vergeten wat hij gedaan heeft!--Hoe laat is 't nu?"
+
+»'t Is bij vijf uren!"
+
+»Al vijf uur, en we hebben nog geen patroon verschoten!"
+
+»Ze wachten ons eerst om zeven uur in 't kamp terug. Misschien dat
+in dien tijd....!"
+
+»Neen, 't loopt ons allemaal tegen," riep kapitein Hod uit, »en zie
+je, geluk moet er bij zijn!"
+
+»Maar volharding ook," antwoordde ik. »Kom aan, kapitein, laten we
+afspreken, dat we niet met ledige handen zullen thuiskomen! Vindt u
+dat goed?"
+
+»Of ik dat goed vind!" riep Hod uit. »Een man een man, een woord
+een woord!"
+
+»Afgesproken."
+
+»Zie je, Maucler, 'k bracht liever een veldmuis of een eekhoorn mee
+dan platzak thuis te komen!"
+
+Kapitein Hod, Goûmi en ik, we bevonden ons in een stemming om met alles
+tevreden te zijn. De jacht werd dus met een hardnekkigheid voortgezet,
+een beter lot waardig, maar 't was alsof de onschadelijkste vogeltjes
+onze vijandige voornemens geraden hadden. Het was niet mogelijk er
+een onder schot te krijgen.
+
+Zoo gingen wij tusschen de rijstvelden door, nu eens de eene zijde
+van den weg, dan de andere houdende, op onze schreden terugkeerende,
+om ons niet te ver van het kamp te verwijderen. Alles te vergeefs! Ten
+half zeven ure 's avonds, was er nog geen schot gevallen. We hadden
+daar even goed met een rotting in de hand kunnen komen. Het resultaat
+zou hetzelfde geweest zijn.
+
+Ik keek kapitein Hod aan. Hij liep met de tanden op elkaar geklemd. Een
+stille woede had zich van hem meester gemaakt, kenbaar aan een diepen
+rimpel op zijn voorhoofd, tusschen de twee wenkbrauwen. Hij prevelde
+tusschen zijn saamgeknepen lippen allerlei bedreigingen tegen alle
+levende behaarde of gevederde wezens, waarvan geen enkel exemplaar
+zich op deze vlakte vertoonde. Ik zag aankomen, dat hij zijn geweer
+tegen een boom of een rots of eenig ander voorwerp ging lossen--een
+jagersmanier om aan zijn toorn lucht te geven. Zijn wapen brandde
+hem in de hand. Dat bleek uit zijn heele wijze van doen. Hij wierp
+het op in den arm, dan op schouder, dan droeg hij het in de hand,
+alles onwillekeurig, ondanks zich zelven.
+
+Goûmi keek hem aan.
+
+»De kapitein zal gek worden als dat zoo voortgaat!" zeide hij tot mij,
+het hoofd schuddende.
+
+»Ja," antwoordde ik, »en ik zou wel dertig shillings willen geven
+voor de eenvoudigste tamme duif, die een menschenvriend in zijn bereik
+wierp! Dat zou hem wat kalmeeren!"
+
+Maar, noch voor dertig shillings, noch voor het dubbele, noch voor
+het driedubbele had men op het oogenblik zich het minst kostbare
+en gemeenste stuk wild kunnen verschaffen. Het was nu alles stil en
+verlaten op de vlakte en zelfs zagen we geen landhoeve noch dorp meer.
+
+Ik geloof waarlijk, dat als het mogelijk geweest was, ik Goûmi had
+uitgestuurd om tegen elken prijs een of ander stuk gevogelte te koopen,
+al was het een geplukte kip, om haar onzen vergramden kapitein ter
+voldoening van zijn wraak over te leveren!
+
+De avond begon nu evenwel te vallen. Overeen uur zou het zoo
+donker zijn, dat het onmogelijk was onzen vergeefschen tocht voort
+te zetten. Alhoewel wij waren overeengekomen in geen geval met een
+ledigen weitasch in het kamp terug te komen, zouden we er toch wel toe
+verplicht zijn, tenzij we den nacht op de vlakte doorbrachten. Doch,
+behalve dat we een regenachtigen nacht te wachten hadden, zouden
+kolonel Munro en Banks, ons niet ziende terugkeeren, in groote
+ongerustheid verkeerd hebben.
+
+Kapitein Hod keek met wijd geopende oogen, van links naar rechts en van
+rechts naar links met de vlugheid van een vogel en liep een tiental
+passen vooruit, in een richting, die ons nu juist niet dichter bij
+het Stoomhuis bracht.
+
+Ik wilde juist mijne schreden verhaasten en hem inhalen om hem te
+zeggen, dat we het toch eindelijk maar moesten opgeven langer tegen
+het noodlot te strijden, toen een luid vleugelgeklep zich rechts van
+mij deed hooren. Ik keek en zag een witachtige massa zich langzaam
+boven een kreupelboschje verheffen.
+
+Snel, zonder kapitein Hod den tijd te laten zich omtekeeren, legde
+ik aan en schoot achtereenvolgens mijne twee loopen af.
+
+De onbekende vogel, dien ik geschoten had, viel zwaar aan den zoom
+van een rijstveld neder.
+
+Phann maakte zich met één sprong meester van het wild, dat ik getroffen
+had en bracht het den kapitein.
+
+»Eindelijk!" riep Hod uit, »als »monsieur" Parazard nu niet tevreden
+is, mag hij zich met zijn hoofd vooruit in zijn ketel storten!"
+
+»Maar, is 't wel wild, dat gegeten wordt?" vroeg ik.
+
+»Wel zeker.... bij gebrek aan wat anders!" antwoordde de kapitein.
+
+»Zeer gelukkig heeft niemand u gezien, mijnheer Maucler!" zei Goûmi.
+
+»Welk kwaad heb ik dan gedaan?"
+
+»Wel! u heb een pauw geschoten en het is verboden pauwen te dooden,
+die in gansch Indië als gewijde vogels geëerd worden."
+
+»De duivel hale de gewijde vogels en hen, die ze vereeren!" riep
+kapitein Hod uit. »Deze is nu eenmaal gedood en men zal hem
+eten.... met eerbied, als je wilt, maar gegeten zal hij worden!"
+
+Inderdaad is in dit land der brahmanen, sedert de expeditie van
+Alexander, de pauw, die zich omstreeks dezen tijd over het schiereiland
+verspreidde, een dier heilig boven allen. De Hindoes hebben er het
+zinnebeeld van de godin Saravasti van gemaakt, die voorzit bij de
+geboorten en huwelijken. Het is verboden dezen vogel te dooden op
+straffen, die door de Engelsche wet bekrachtigd zijn.
+
+Dit exemplaar van het hoendergeslacht, dat de vreugde uitmaakte
+van kapitein Hod, was prachtig met zijn donkergroene vleugels met
+metaalachtigen weerglans, aan de randen omzoomd met een smal goud
+randje. De goed gevulde en met schitterende oogen voorziene staart
+van den vogel, vormde een prachtigen waaier met zijdeachtige franjes.
+
+»Op marsch! op marsch!" zei de kapitein. »Morgen zal »monsieur"
+Parazard ons pauwenvleesch laten eten, wat al de brahmanen van Indië
+er van mogen denken! Weliswaar is de pauw maar een verwaand hoentje,
+maar deze zal met zijn kunstig opgemaakte veeren, toch een goed effect
+op onze tafel maken!"
+
+»Eindelijk ben je dan toch tevreden, kapitein!"
+
+»Tevreden.... over u, mijn waarde vriend, maar volstrekt niet over
+mijzelven! Mijn ongelukkig gestarnte heeft me nog niet verlaten! Kom,
+op marsch!"
+
+Wij keerden dus nu op onze schreden naar den kant van het kamp terug,
+waarvan wij omstreeks drie mijlen moesten verwijderd zijn. Onze weg
+liep in bochten tusschen de dichte jungles van bamboes en noodzaakte
+ons dicht bij elkander te gaan, terwijl Goûmi met ons wild een pas
+of drie achter ons liep. De zon was nog niet verdwenen, doch door
+dichte wolken omsluierd, zoodat wij onzen weg half in het duister
+moesten zoeken.
+
+Plotseling weerklonk een vreeselijk gebrul in een kreupelbosch
+rechts. Dit gebrul maakte zulk een geduchten indruk op mij, dat ik
+eensklaps stil bleef staan, als ondanks mij zelven.
+
+Kapitein Hod greep mij bij de hand.
+
+»Een tijger!" zeide hij.
+
+Daarna uitte hij een vloek.
+
+»Bij alle duivels!" riep hij uit, »we hebben slechts hagel op onze
+geweren!"
+
+Het was maar al te waar, en noch Hod, noch Goûmi, noch ik, hadden
+scherpe patronen bij ons!
+
+Trouwens zou ons de tijd ontbroken hebben om onze geweren met kogels
+te laden. Tien seconden later nam het dier, na zijn gebrul herhaald
+te hebben, een sprong buiten het kreupelhout en kwam op twintig passen
+van daar op den weg terecht.
+
+Het was een prachtige tijger, van de soort, die door de Hindoes
+menscheneters genoemd worden, woeste roofdieren, waarvan de
+slachtoffers jaarlijks bij honderden geteld worden.
+
+De toestand was vreeselijk.
+
+Ik keek den tijger aan, ik verslond hem met de oogen en ik moet
+bekennen, dat ik bevende mijn geweer vasthield. Hij was negen à tien
+voet lang, oranjekleurig en wit en zwart gestreept.
+
+Hij keek ons ook aan. Zijn kattenoog schitterde in het halfdonker. Zijn
+staart zweepte koortsachtig den grond. Hij dook ineen als om ons
+te bespringen.
+
+Hod had niets van zijn koelbloedigheid verloren en hield steeds de
+tromp van zijn geweer op het dier gevestigd, terwijl hij op een toon,
+die moeielijk was weer te geven, mompelde:
+
+»No. zes! Een tijger te vernietigen met hagel no. zes! Als ik hem
+niet heel dichtbij in zijn oogen schiet, zijn we...."
+
+De kapitein kon niet uitspreken. De tijger naderde, niet bij sprongen,
+maar met kleine pasjes.
+
+Goûmi, achter ons neergehurkt, mikte ook op hem, maar ook zijn geweer
+bevatte slechts hagel. Wat het mijne betreft, het was zelfs niet
+meer geladen.
+
+Ik wilde een patroon uit mijn patroontasch nemen.
+
+»Niet de minste beweging!" fluisterde de kapitein mij in. »De tijger
+zou springen en hij moet niet springen!"
+
+Alle drie hielden we ons dus onbeweeglijk.
+
+De tijger kwam langzaam naderbij. Zijn kop, dien hij straks nog heen
+en weer schudde, bewoog zich nu niet meer. Zijne oogen keken strak,
+maar als van onderen op. Met zijn half geopenden muil, dien hij dicht
+bij den grond hield, scheen hij er de uitwasemingen van op te snuiven.
+
+Weldra was het geduchte dier nog slechts tien schreden van den
+kapitein af.
+
+Hod, die zich stevig in postuur gezet had, onbeweeglijk als een
+standbeeld, concentreerde zijn geheele leven in zijn blik. De
+vreeselijke worsteling, die zou plaats hebben en waaruit misschien
+niemand onzer levend zou ontkomen, deed hem het hart zelfs niet
+sneller slaan!
+
+Op dit oogenblik dacht ik, dat de tijger eindelijk zijn sprong
+zou nemen.
+
+Hij deed nog vijf schreden vooruit. Ik had al mijn geestkracht noodig
+om kapitein Hod niet toe te roepen:
+
+»Maar schiet dan toch! schiet!"
+
+Neen! De kapitein had het gezegd,--en het was waarschijnlijk het
+eenige reddingsmiddel,--hij wilde het dier de oogen verbranden,
+maar daarvoor moest hij hem van zeer nabij schieten.
+
+De tijger deed nog drie passen voorwaarts en richtte zich op om zijn
+sprong te nemen....
+
+Daar klonk een geweldige losbarsting, die bijna dadelijk door een
+tweede gevolgd werd.
+
+Deze tweede losbarsting had plaats in het lichaam van het dier zelf,
+dat na drie of vier schokken en een gebrul van pijn, dood neerviel.
+
+»O, wonder!" riep kapitein Hod uit. »Mijn geweer was dan toch met een
+kogel geladen! en nog wel met een ontplofbaren kogel! o! ditmaal dank,
+Fox, dank!"
+
+»Is 't mogelijk!" riep ik uit.
+
+»Kijk!"
+
+En zijn geweer naar omlaag houdende, haalde kapitein Hod de patroon
+uit den linker loop.
+
+Het was een kogelpatroon.
+
+Hoe was de toedracht der zaak?
+
+Kapitein Hod had een karabijn en een geweer met dubbelen loop beiden
+van hetzelfde kaliber. Terwijl nu Fox, bij vergissing, de karabijn met
+jachthagel geladen had, had hij het jachtgeweer met de ontplofbare
+kogels geladen. En terwijl nu die vergissing den vorigen dag het
+leven van het luipaard gered had, had zij heden ons leven gered!
+
+»Ja," antwoordde kapitein Hod, »en nooit heb ik van meer nabij den
+dood onder de oogen gezien!"
+
+Een half uur later, waren wij in het kamp terug. Hod liet Fox voor
+zich komen en vertelde hetgeen gebeurd was.
+
+»Kapitein," antwoordde de oppasser, »dat bewijst, dat ik in plaats
+van twee dagen consigne er vier verdien, omdat ik mij tweemalen
+vergist heb?"
+
+»Dat is ook mijn meening," antwoordde kapitein Hod; »maar omdat ik
+door je vergissing den een en veertigsten geschoten heb, is het ook
+mijn meening je een guinje aan te bieden...."
+
+»En de mijne haar aan te nemen," antwoordde Fox.
+
+Dit waren de bijzonderheden, die de eerste ontmoeting van kapitein
+Hod en zijn een en veertigsten tijger kenmerkten.
+
+Den 12n Juni 's avonds, hield onze trein stil bij een weinig belangrijk
+gehucht en den volgenden morgen vertrokken wij weder om de honderd
+vijftig kilometers af te leggen, die nog tusschen ons en de bergen
+van Népaul lagen.
+
+
+
+
+
+
+XIV.
+
+EEN TEGEN DRIE.
+
+
+Nog eenige dagen en we zouden eindelijk de eerste hellingen beklimmen
+van die noordelijke streken van Indië, die al hooger en hooger, van
+heuvel tot heuvel, van berg tot berg, de grootste hoogten van den
+aardbol bereiken. Tot nog toe was de helling van den bodem slechts
+ongevoelig geweest en scheen ook onze IJzeren Reus er niets van
+te bemerken.
+
+Het weer was stormachtig, regenachtig vooral, doch het bleef overigens
+een zeer draaglijke gemiddelde temperatuur. De wegen waren nog niet
+slecht en nog hard genoeg om de wielen van den zwaren trein met hare
+breede vellingen niet te diep te doen inzakken. Gebeurde het somtijds
+dat de gaten te diep waren, dan was een lichte druk van de hand van
+Storr op den regulateur voldoende om den stoom krachtiger te doen
+werken en den trein den hinderpaal te doen overwinnen. Men weet,
+dat onze machine kracht in overvloed bezat en, werd de toelaatklep
+een vierde slag meer geopend, zoo werd onmiddellijk de effectieve
+werking met eenige dozijnen paardekracht vermeerderd.
+
+En inderdaad hadden we slechts reden tot tevredenheid, zoowel over
+de wijze van vervoer als over de beweegkracht, door Banks aangenomen
+en de geriefelijkheid onzer rollende huizen, met hunne telkens zich
+hernieuwende gezichtspunten.
+
+Want nu was het niet meer de onbegrensde vlakte, die zich uitstrekt
+van de vallei van den Ganges tot het grondgebied van Oude en
+Rohilkhande. De toppen toch van het Himalayagebergte vormden in
+het noorden een reusachtigen rand, waartegen de door den zuidwesten
+wind voortgedreven wolken kwamen aanbotsen. Het was nog onmogelijk
+het schilderachtige profiel goed te bewonderen van een bergketen,
+die zich op een gemiddelde hoogte van acht duizend meters boven het
+vlak der zee tegen den hemel afteekende; doch bij het naderen van de
+grenzen van Thibet, werd het voorkomen van het land woester en maakten
+zich de jungles ten koste der bebouwde velden van den bodem meester.
+
+Ook de flora van dit gedeelte van het Hindoesche grondgebied was
+dezelfde niet meer. Reeds hadden de palmboomen plaats gemaakt voor
+prachtige pisangboomen, voor die dichte mangoboomen, die de lekkerste
+vruchten van Indië geven, doch vooral voor de groepen bamboes, welker
+takken en bladeren tot een hoogte van honderd voet boven den grond
+ontloken. Daar ook vertoonden zich magnolias, met groote bloemen,
+die de lucht met hare doordringende geuren vervulden, prachtige
+ahornboomen, verschillende soorten van eikenboomen, kastanjeboomen
+met de met stekels als zeeëgels bezette vruchten, caoutchoucboomen,
+waarvan het sap uit hunne geopende aderen stroomde, pijnboomen met
+hunne énorme bladeren; vervolgens kleiner van stuk, schitterender van
+kleuren, geraniums, rhododendrons, laurierboomen, in bedden geschikt,
+die de wegen omzoomden.
+
+Ook vertoonden zich nog eenige dorpen met hutten van stroo of bamboes,
+twee of drie landhoeven, verloren te midden der hooge boomen, maar
+reeds door een grooter aantal mijlen van elkander afgescheiden. De
+bevolking nam bij de nadering der hooge gronden af.
+
+Als achtergrond van de schilderij denke men zich nu over dat
+uitgestrekte landschap, een grijze en nevelachtige lucht verspreid,
+terwijl de regen meestal in stroomen nederviel. Gedurende vier dagen,
+van den 14n tot den 17n Juni, hadden wij misschien geen halven dag
+goed weer. Men was dus verplicht in het salon van het stoomhuis te
+blijven en moest dus de lange uren doorbrengen als in een vaste woning,
+rookende, pratende en whist spelende.
+
+Gedurende al dien tijd hadden de geweren niets te doen, tot groot
+verdriet van kapitein Hod, maar twee »schlems" op een enkelen avond,
+brachten hem weder in zijn gewoon humeur.
+
+»Men kan altijd een tijger dooden," zeide hij, »maar men kan niet
+altijd schlem maken!"
+
+Op zulk een ware en juist uitgedrukte bewering viel niet veel te
+antwoorden.
+
+Den 17n Juni werd het kamp opgeslagen bij een seraï,--de naam der
+bungalows, die inzonderheid voor de reizigers bestemd zijn. Het weder
+was een weinig opgehelderd en de IJzeren Reus, die gedurende die vier
+dagen gewerkt had, vorderde zooal niet eenige rust, dan toch eenige
+zorg. Men besloot dus den halven dag en den volgenden nacht op deze
+plaats door te brengen.
+
+De seraï is de karavansera, de openbare herberg der groote wegen van
+het schiereiland, een vierhoek van lage gebouwen, die een binnenplein
+omgeven, en meestal voorzien van vier hoektorens, hetgeen er een
+recht Oostersch voorkomen aan geeft. In die seraïs wordt de bediening
+waargenomen door een bijzonder daartoe aangewezen personeel, den
+»bhisti," of waterdrager, den kok, die voorzienigheid der reizigers
+die, niet veel eischend, zich met eieren en kippen weten te behelpen,
+en den »khansama," of bezorger van levensmiddelen, met wien men
+rechtstreeks en gewoonlijk tegen lagen prijs kan handelen.
+
+De bewaarder van den seraï is eenvoudig een agent der zeer achtbare
+Compagnie, waaraan de meesten dezer inrichtingen behooren en die ze
+door den hoofdingenieur van het distrikt laat inspecteeren.
+
+Een vrij zonderlinge regel, maar die gestreng in deze inrichtingen
+gehandhaafd wordt, is deze: iedere reiziger kan gedurende vier en
+twintig uren van den seraï gebruik maken, doch, wil hij er langer
+in vertoeven, dan moet hij verlof van den inspecteur hebben. Heeft
+hij deze machtiging niet, dan kan de eerste de beste Engelschman of
+Hindoe, vorderen dat hij hem zijn plaats afstaat.
+
+Het spreekt van zelf dat, zoodra wij onze halt bereikt hadden, de
+IJzeren Reus zijn gewone uitwerking teweegbracht, namelijk zeer werd
+opgemerkt en misschien wel benijd werd. Toch beschouwden de aldaar
+toen aanwezige gasten van den seraï hem eerder met een soort van
+minachting,--een minachting evenwel, die te gemaakt was om gemeend
+te zijn.
+
+Nu hadden wij weliswaar met geen eenvoudige stervelingen te doen,
+die voor hun pleizier of hun handel reisden. Het was geen Engelsch
+officier, zich naar zijne kantonnementen aan de Népaulsche grenzen
+begevende, noch een Hindoesche koopman, die zijn karavaan naar
+de steppen van Afghanistan, aan gene zijde van Lahore of Peshawar
+geleidde, neen, het was niemand anders dan de prins Gourou Singh in
+eigen persoon, de zoon van een onafhankelijken rajah van Guzarate,
+zelf een rajah en die met groote staatsie het noorden van het Indische
+schiereiland bereisde.
+
+Deze prins bewoonde niet alleen de drie of vier zalen van den seraï,
+maar ook al de toegangen, die zoodanig waren ingericht, dat zij de
+lieden van zijn gevolg konden herbergen.
+
+Ik had nooit een rajah op reis gezien. Toen dus nu onze halt op een
+kwartier uur afstand van den Seraï, op een bekoorlijke plek, aan den
+oever van een kleinen stroom en in de schaduw van prachtige boomen
+was ingericht, ging ik in gezelschap van kapitein Hod en Banks het
+kamp van den prins Gourou Singh bezoeken.
+
+De zoon van een rajah, die zich verplaatst, verplaatst zich niet
+alleen, verre van daar! Onder de menschen, die ik niet benijd,
+rangschik ik hen, die geen voet kunnen verzetten zonder dadelijk
+honderden van menschen in beweging te brengen! Naar mijn inzien is
+het beter een eenvoudige voetganger, met zijn bagage op den rug,
+zijn stok in de hand, zijn geweer op schouder te zijn, dan een prins
+in Indië reizende, met al de staatsie, hem door zijn rang opgelegd.
+
+»'t Is geen mensch, die van de eene stad naar de andere gaat," zei
+Banks tot mij, »'t is een geheel gehucht, dat zich op reis begeeft."
+
+»Ik reis liever met ons Stoomhuis," antwoordde ik, »en 'k zou niet
+graag ruilen met dien zoon van een rajah!"
+
+»En wie weet," hernam kapitein Hod, »of die prins ons rollend huis
+niet ver zou verkiezen boven al dien omslag op reis!"
+
+»Hij heeft maar één woord te zeggen," riep Banks uit, »en 'k zal hem
+een stoompaleis maken, als hij 't maar goed betaalt! Maar laten we,
+al wachtende op zijn bestelling, dat kamp eens zien, of 't ook de
+moeite waard is!"
+
+Het gevolg van den prins bedroeg niet minder dan vijf honderd
+personen. Buiten, onder de groote boomen op de vlakte, stonden twee
+honderd symmetrisch geplaatste wagens geschaard, als de tenten van
+een uitgestrekt kamp. Om deze wagens te trekken, hadden dezen zebus,
+anderen buffels, zonder drie prachtige olifanten te rekenen, die op
+hun rug palankijns van den grootsten rijkdom droegen, behalve nog
+een twintig kameelen, afkomstig uit de landstreken ten westen van
+den Indus, die à la Daumont worden voorgespannen. Niets ontbrak aan
+deze vorstelijke karavaan, noch de muzikanten, die de ooren van Zijn
+Hoogheid streelden, noch de bajaderen, die zijne oogen bekoorden, noch
+de kunstenaars, die hem in zijn ledige oogenblikken vermaakten. Drie
+honderd dragers en twee honderd hellebardiers voltooiden dit personeel,
+waarvan de soldij iedere andere beurs zou uitgeput hebben dan die
+van een onafhankelijken rajah van Indië.
+
+De muzikanten bespeelden de tamboerijn, cimbalen, den tamtam en
+behoorden tot de school, die de toonen door geraas doet vervangen;
+vervolgens bespelers van gitaar en viool met vier snaren, welke
+instrumenten nooit in de hand van den stemmer geweest waren.
+
+Onder de kunstemakers waren eenige »sapwallahs" of slangenbezweerders,
+die door hunne betooveringen kruipende dieren wegjagen en aanlokken;
+»nutuis", zeer bekwaam in de behandeling van de sabel; koordedansers
+die op de losse koord dansen, het hoofd bedekt met een pyramide van
+aarden potten en buffelhorens aan de voeten en eindelijk goochelaars,
+die het talent hebben oude slangenvellen in vergiftige »cobra's"
+te veranderen, of andersom, naar gelieve des toeschouwers.
+
+Wat de bajaderen aangaat, zij behoorden tot de klasse van die schoone
+»boundelis", zoo gezocht voor de »nautchs" of soirées, waarop zij
+de dubbele rol van zangeressen en danseressen vervullen. Zeer zedig
+gekleed, sommigen van haar in moesseline met goud geborduurd, anderen
+met geplooide rokken en sluiers, die zij bij hunne passen ontvouwen,
+droegen deze balletdanseressen kostbare juweelen, rijke armbanden,
+gouden ringen aan de vingers en teenen, zilveren schelletjes aan
+den enkel. Aldus opgeschikt, voeren zij den beroemden eierdans uit
+met een wezenlijk buitengewone bevalligheid en behendigheid, en ik
+rekende er op, dat wij in de gelegenheid zouden zijn ze op speciale
+uitnoodiging van den rajah te bewonderen.
+
+Dan was er nog een zeker aantal mannen, vrouwen en kinderen, die onder
+geen bepaalden titel bij het personeel der karavaan voorkwamen. De
+mannen waren omhangen met een lange strook eener stof, die »dhoti"
+genoemd wordt, of gekleed met het hemd »angarkah" en het lange witte
+kleed »jamah", waarmede zij er recht schilderachtig uitzagen.
+
+De vrouwen droegen den »choli", een soort van jakje met korte mouwen en
+den »sarrie", overeenkomende met den dhoti der mannen, dien zij om de
+lendenen wikkelen en waarvan zij het eind koket over het hoofd slaan.
+
+Deze Hindoes rookten onder de boomen uitgestrekt en het uur van den
+maaltijd afwachtende, sigaartjes, gewikkeld in een groen blad, of den
+»gurago", een soort van zwartachtig mengsel, samengesteld uit tabak,
+suikersiroop en opium. Anderen kauwden het mengsel van betelbladeren,
+arekanoten en gebluschte kalk, dat zekere spijsverterende eigenschappen
+bezit, zeer nuttig in het heete klimaat van Indië.
+
+Al die menschen, gewoon aan het onrustige leven der karavanen,
+leefden in de beste verstandhouding en vertoonden alleen bij de
+feestelijkheden eenige levendigheid. Zij hadden veel van de figuranten
+bij een komedietroep, die, zoodra zij niet meer op het tooneel zijn,
+zich volkomen onverschillig houden.
+
+Toen wij evenwel bij het kamp waren aangekomen, haastten deze
+Hindoes zich ons met eenige »salams" te begroeten, zich tot den grond
+buigende. De meesten schreeuwden: »Sahib! sahib!" hetgeen wil zeggen:
+Mijnheer! mijnheer! dat wij met teekenen van vriendschap beantwoordden.
+
+Zooals ik zei, was het mij in de gedachte gekomen, dat de prins Gourou
+Singh ter onzer eere misschien een van die feesten wilde geven,
+waarmede de rajahs niet karig zijn. Het groote binnenplein van den
+bungalow was als aangewezen voor een soortgelijke plechtigheid en
+scheen mij bijzonder geschikt toe voor de dansen der bajaderen, de
+betooveringen der slangenbezweerders en de kunsten der koorddansers. Ik
+moet bekennen, dat ik verrukt zou geweest zijn als ik te midden
+van een seraï, in de schaduw van prachtige boomen dit schouwspel
+had kunnen bijwonen en daarenboven bekend had kunnen worden met de
+natuurlijke tooneelmatige inrichting, door het personeel der karavaan
+gevormd. Het zou ongetwijfeld beter geweest zijn dan de planken van
+een bekrompen theater, met zijn wanden van geschilderd doek, zijn
+randen van valsch groen en zijn beperkte ruimte.
+
+Ik deelde mijne gedachten aan mijne metgezellen mede, die, hetzelfde
+verlangen koesterende, niet aan de verwezenlijking geloofden.
+
+»De rajah van Guzarate," vertelde mij Banks, »is een onafhankelijk
+vorst, die zich na den opstand der Sipayers, waarin hij een vrij
+dubbelzinnige rol gespeeld heeft, nauwlijks onderworpen heeft. Hij
+houdt niet van de Engelschen en zijn zoon zal voorzeker niets doen
+om het ons aangenaam te maken."
+
+»Welnu, we kunnen zeer goed buiten zijne nautchs!" antwoordde kapitein
+Hod, met een minachtend schouderophalen.
+
+En het geschiedde zooals Banks wel gedacht had en wij werden zelfs
+niet tot het inwendige bezoek van den seraï toegelaten. Misschien
+verwachtte de prins Gourou Singh het officieele bezoek van den kolonel,
+maar sir Edward Munro had dit personage niets te vragen, hij verwachtte
+er niets van en bekreunde zich niets om hem.
+
+Wij kwamen dus in ons kamp terug en bewezen het uitstekende diner, dat
+»monsieur" Parazard ons opdischte, alle eer. Ik moet evenwel zeggen,
+dat de verduurzaamde levensmiddelen er het voornaamste menu van
+uitmaakten. Sedert verscheidene dagen hadden wij wegens het slechte
+weer niet kunnen jagen, maar onze kok was een knap man en onder zijn
+bekwaam toezicht kregen onze verduurzaamde vleezen en groenten hunne
+natuurlijke frischheid en smaak terug.
+
+Gedurende den geheelen avond en niettegenstaande de beweringen van
+Banks, verwachtte ik, door een gevoel van nieuwsgierigheid gedreven,
+een uitnoodiging, die niet kwam. Kapitein Hod lachte mij uit om mijn
+smaak voor de balletten in de open lucht en verzekerde mij zelfs,
+dat het in de Opera veel beter was. Ik wilde er niets van gelooven,
+doch, wegens de weinige beminnelijkheid van den prins, was het mij
+niet mogelijk dit uit te maken.
+
+Den volgenden dag, den 18n Juni, werd alles in gereedheid gebracht
+om met het krieken van den dag te vertrekken.
+
+Te vijf uur begon Kâlouth te stoken. Onze olifant, die uitgespannen
+was, bevond zich een vijftig passen van den trein verwijderd en de
+machinist hield zich bezig met den voorraad water te vernieuwen.
+
+Onderwijl wandelden wij aan den oever der kleine rivier.
+
+Veertig minuten later had de ketel de noodige drukking en Storr zou
+juist zijn achterwaartsche beweging beginnen, toen een groep Hindoes
+kwam aanwandelen.
+
+Zij waren met hun vijven of zessen, rijk gekleed in witte toga's,
+zijden onderkleederen en tulbanden met goud borduursel. Zij
+werden vergezeld door een twaalftal wachters, met geweren en sabels
+gewapend. Een dezer soldaten droeg een kroon van groene bladeren,--'t
+geen de tegenwoordigheid van een voornaam personage aanduidde.
+
+Werkelijk was dit voornaam personage niemand anders dan de prins
+Gourou Singh in eigen persoon, een man van ongeveer vijf en dertig
+jaar, trotsch van voorkomen,--de vrij goed geslaagde type van de
+afstammelingen dier rajahs van vroegere tijden, in wiens trekken het
+maharatten-karakter niet te miskennen was.
+
+De prins verwaardigde zich zelfs niet onze tegenwoordigheid
+op te merken. Hij deed eenige passen voorwaarts en naderde den
+reusachtigen olifant, dien de hand van Storr weldra in beweging zou
+brengen. Vervolgens, na hem niet zonder nieuwsgierigheid bekeken
+te hebben, ofschoon hij er niets van wilde laten blijken, vroeg hij
+aan Storr:
+
+»Wie heeft die machine gemaakt?"
+
+De machinist wees den ingenieur aan, die eenige schreden van ons
+afstond.
+
+Prins Gourou Singh drukte zich zeer gemakkelijk in 't Engelsch uit
+en zich tot Banks wendende, zeide hij gedwongen:
+
+»Is u het, die....?"
+
+»Ik ben het, die....!" antwoordde Banks.
+
+»Men heeft, meen ik, me gezegd, dat het een fantasie was van den
+overleden rajah van Bouthan?"
+
+Banks knikte.
+
+»Waartoe," hernam Zijn Hoogheid, onbeleefd de schouders ophalende,
+»waartoe zich dan door een machine te laten trekken, als men olifanten
+van vleesch en beenderen tot zijn dienst heeft!"
+
+»Omdat," antwoordde Banks, »deze olifant waarschijnlijk sterker is
+dan al de olifanten, die de overleden rajah in gebruik had."
+
+»Wat zeg je!" zei Gourou Singh, ongeloovig glimlachende, »sterker?...."
+
+»Oneindig sterker!" antwoordde Banks.
+
+»Niet een van uw lieden," zei toen kapitein Hod, wien dit gesprek
+bijzonder hinderde, »niet een van uw lieden is in staat dien olifant
+een poot te doen verzetten, als hij 't niet wilde."
+
+»U zegt?"..... zei de prins.
+
+»Mijn vriend zegt," antwoordde de ingenieur, »en ik zeg het hem na,
+dat dit kunstdier alleen is opgewassen tegen de trekkracht van tien
+spannen paarden en dat uw drie olifanten, te zamen aangespannen,
+hem geen stroobreedte zouden kunnen doen wijken!"
+
+»'k Geloof er letterlijk niets van," antwoordde de prins.
+
+»U hebt ongelijk er letterlijk niets van te gelooven," antwoordde
+kapitein Hod.
+
+»En als uw Hoogheid er een behoorlijke prijs voor geven wil," voegde
+Banks er bij, »neem ik aan hem er een te leveren, die zoo sterk zal
+zijn als twintig olifanten, gekozen uit de beste van zijn stallen!"
+
+»Men kan dat licht zeggen," hernam Gourou Singh droog.
+
+»En men kan het doen," antwoordde Banks.
+
+De prins maakte zich warm. Men zag dat hij niet gaarne tegengesproken
+werd.
+
+»Men zou er nu dadelijk de proef van kunnen nemen," zeide hij na een
+oogenblik nagedacht te hebben.
+
+»Dat zou kunnen," antwoordde de ingenieur.
+
+»En zelfs," voegde prins Gourou Singh er bij, »zou men met deze proef
+een aanzienlijke weddenschap kunnen verbinden,--of je zoudt moeten
+achteruitgaan voor de vrees haar te verliezen, zoo als je olifant
+ongetwijfeld zou achteruitgaan, als hij met de mijne moest kampen!"
+
+»De IJzeren Reus achteruitgaan!" riep kapitein Hod uit. »Wie durft
+beweren, dat de IJzeren Reus zou achteruitgaan?"
+
+»Ik," antwoordde Gourou Singh.
+
+»En wat zou Uwe Hoogheid verwedden?" vroeg de ingenieur de armen
+kruisende.
+
+»Vier duizend ropijen," antwoordde de prins, »als je vier duizend
+ropijen te verliezen hebt!"
+
+Dat bedroeg ongeveer vijf duizend gulden. Het was voorzeker geen
+geringe som en 'k zag wel, dat Banks, in weerwil van zijn vertrouwen,
+niet gaarne zooveel geld waagde.
+
+Kapitein Hod zou met pleizier het dubbele gehouden hebben, als zijn
+vrij bescheiden soldij het had toegelaten.
+
+»Je weigert!" zei toen Zijn Hoogheid, voor wien vier duizend ropijen
+niet veel beteekenden. »Je durft dus geen vierduizend ropijen te
+wagen?"
+
+»Gehouden," zei kolonel Munro, die dichterbij gekomen was en met dit
+enkele woord tusschenbeiden kwam.
+
+»Kolonel Munro houdt dus vier duizend ropijen?" vroeg prins Gourou
+Singh.
+
+»En zelfs tienduizend," antwoordde sir Edward Munro, »als Uwe Hoogheid
+het goedvindt."
+
+»Best!" antwoordde Gourou Singh.
+
+Het werd waarlijk interessant. De ingenieur drukte den kolonel de
+hand, als om hem dank te zeggen, dat hij hem, Banks, niet door dien
+minachtenden rajah had laten uittarten, maar een oogenblik had hij
+zijne wenkbrauwen gefronst en dacht bij zich zelven of hij geen te
+hoogen dunk had van het vermogen zijner machine.
+
+Wat kapitein Hod aangaat, hij was verrukt, hij wreef zich in de handen
+en den olifant naderende, riep hij uit:
+
+»Opgepast, IJzeren Reus! Het geldt hier de eer van ons vaderland!"
+
+Al onze lieden hadden zich aan een der zijden van den weg geschaard
+en ook een honderdtal Hindoes hadden den seraï verlaten en kwamen
+den kampstrijd bijwonen.
+
+Banks had zich in het torentje bij Storr begeven, die door een
+kunstmatige trekking den vuurhaard opstookte.
+
+Intusschen waren op een wenk van prins Gourou Singh eenigen zijner
+dienaars naar den seraï gegaan en kwamen zij terug met drie olifanten,
+ontdaan van hun reisbagage. Het waren drie prachtige dieren, afkomstig
+uit Bengalen en grooter dan hunne stamgenooten uit Zuid-Indië. Deze
+trotsche dieren, in de kracht huns levens, deden mij toch wel wat
+ongerust zijn.
+
+De »mahouts", op hun énormen nek gezeten, bestuurden ze met de hand
+en dreven ze aan met de stem.
+
+Toen deze olifanten voorbij Zijne Hoogheid gingen, bleef de grootste
+van de drie,--een echte reus van zijn geslacht,--stilstaan, boog de
+knieën, lichtte zijn snuit op en groette den prins als een volleerde
+hoveling. Daarna naderden zijn twee makkers en hij den IJzeren Reus,
+dien zij met verwondering en niet zonder eenigen schrik schenen op
+te nemen.
+
+Nu werden sterke kettingen aan den tender en aan de trekstangen,
+die door het achterdeel van onzen olifant verborgen waren, vastgemaakt.
+
+Ik beken dat mijn hart klopte. Kapitein Hod beet koortsachtig op zijn
+knevel en kon geen oogenblik blijven staan.
+
+Wat kolonel Munro betreft, hij was even bedaard en zelfs nog bedaarder
+dan de prins Gourou Singh.
+
+»We zijn gereed," zei de ingenieur. »Als het Zijne Hoogheid
+behaagt?...."
+
+»'t Behaagt me," antwoordde de prins.
+
+Gourou Singh gaf een teeken, de mahouts deden een eigenaardig gefluit
+hooren, en de drie olifanten, hunne kolossale pooten schrap zettende,
+trokken volkomen gelijk aan. De machine ging eenige schreden achteruit.
+
+Ik gaf een schreeuw. Hod stond te trappelen.
+
+»Rem de wielen!" zei de ingenieur kalm, zich tot den machinist
+wendende.
+
+En met een enkelen druk, waarop een stoomgesis volgde, werd
+onmiddellijk de atmosfeerische remtoestel toegepast.
+
+De IJzeren Reus stond stil.
+
+De mahouts zetten de drie olifanten aan, die, met gespannen spieren,
+een nieuwe poging deden.
+
+Alles te vergeefs. Onze olifant stond als aan den grond geworteld.
+
+De prins Gourou Singh beet zich de lippen ten bloede.
+
+Kapitein Hod klapte in de handen.
+
+»Vooruit!" schreeuwde Banks.
+
+»Ja, vooruit," herhaalde de kapitein, »vooruit!"
+
+De regulateur werd geheel geopend, dikke rookkolommen ontsnapten
+slag op slag uit den snuit, de ontremde wielen draaiden langzaam rond
+en sloegen in den macadamweg, met dat gevolg dat de drie olifanten,
+niettegenstaande hun hardnekkigen wederstand, achteruitgesleept werden,
+diepe gaten in den grond borende.
+
+»Vooruit! vooruit!" gilde kapitein Hod het uit.
+
+En, terwijl de IJzeren Reus werkelijk steeds vooruitging, vielen de
+drie ontzaglijke dieren omver en werden zij een twintig schreden
+voortgesleurd, zonder dat onze olifant er zelfs iets van scheen
+te merken.
+
+»Hoera! hoera! hoera!" schreeuwde kapitein Hod, die zich geen meester
+meer was. »Voeg den geheelen seraï van Zijn Hoogheid er ook nog maar
+bij! 't Zal er voor onzen IJzeren Reus geen greintje zwaarder om zijn!"
+
+Kolonel Munro gaf een teeken met de hand. Banks sloot nu den regulateur
+en de toestel stond stil.
+
+Geen jammerlijker gezicht dan de drie olifanten van Zijn Hoogheid,
+met den snuit en de pooten in de lucht, zich werende als reusachtige
+torren op den rug!
+
+Wat den prins aangaat, boos en beschaamd ging hij heen, zonder zelfs
+het eind der proef af te wachten.
+
+De drie olifanten werden toen uitgespannen. Zij stonden op, zichtbaar
+vernederd door hun nederlaag. Toen zij weder voorbij den IJzeren
+Reus kwamen, kon de grootste, in spijt van zijn cornac, zich niet
+weerhouden de knie te buigen en met de tromp te groeten, gelijk hij
+voor prins Gourou Singh gedaan had.
+
+Een kwartier later kregen wij een bezoek van een Hindoe, den
+»kâmdar" of secretaris van Zijn Hoogheid, die den kolonel een zak
+met tienduizend ropyen kwam brengen, het bedrag van de verloren
+weddingschap.
+
+Kolonel Munro nam den zak en zeide, hem met minachting den verbluften
+secretaris voor de voeten werpende:
+
+»Voor de bedienden van Zijn Hoogheid!"
+
+Daarna wendde hij zich bedaard naar het stoomhuis.
+
+Men kon dien verwaanden prins, die ons zoo minachtend had uitgedaagd,
+niet beter op zijn plaats zetten.
+
+Zoodra intusschen de IJzeren Reus was ingespannen, gaf Banks het
+teeken van vertrek en, te midden van een ontzaglijken toeloop van
+verbaasde Hindoes, vertrok onze trein in volle vaart.
+
+Jubelende kreten begroetten hem bij zijn vertrek en weldra hadden
+wij bij een kromming van den weg den seraï van den prins Gourou Singh
+uit het gezicht verloren.
+
+Den volgenden dag begon het Stoomhuis de eerste hellingen te
+beklimmen, die het vlakke land met den voet van het Himalaya-gebergte
+verbinden. Het was slechts spel voor onzen IJzeren Reus, die met zijn
+vermogen van tachtig paardenkracht, in zijn schoot verborgen, in staat
+was geweest zonder moeite te kampen tegen de drie olifanten van prins
+Gourou Singh. Hij waagde zich dus gemakkelijk op de hellende wegen
+van die streek, zonder dat het noodig was de normale stoomdrukking
+te versterken.
+
+Het was wezenlijk een vreemd gezicht den kolos te zien, stroomen vonken
+uitbrakende, met minder snelle, maar diepere zuchten de twee wagens
+voorttrekkende, die langs de wegen in de hoogte stegen. Weliswaar
+liet ons zware dier diepe gaten achter en bedierf het den weg, die
+door de stortregens reeds zacht geworden was, nog meer.
+
+Toch steeg het Stoomhuis langzamerhand al hooger en hooger, steeds
+ontvouwde zich het panorama achter ons al verder en verder, al dieper
+en dieper zakte de vlakte onder ons weg en naar het zuiden ging de
+horizont zoover het oog reikte, achteruit.
+
+De uitwerking was nog merkbaarder wanneer de weg eenige uren achtereen
+onder de boomen van een dicht woud liep. Als dan, als een onmetelijk
+venster op den top eens bergs, een uitgestrekte open plek in het
+woud zich voordeed, bleef de trein stilstaan,--een oogenblik slechts
+als een vochtige mist het landschap als met een sluier bedekte,--een
+halven dag, als het zich duidelijker aan onze blikken vertoonde. Dan
+kwamen wij alle vier onder de prachtige achterveranda gezeten, het
+prachtige panorama, dat zich aan onze blikken ontrolde, genieten en
+waren niet spoedig van dat treffende schouwspel verzadigd.
+
+Deze opstijging, afgebroken door kortere of langere halten, al naar
+het uitkwam, duurde niet minder dan zeven dagen, van den 19n tot den
+25n Juni.
+
+»Met een weinig geduld," zei kapitein Hod, »zou onze trein tot de
+hoogste toppen der Himalaya stijgen!"
+
+»Toch vooral geen al te grootsche verwachtingen, kapitein," antwoordde
+de ingenieur.
+
+»Hij zou het werkelijk doen, Banks!"
+
+»Ja, Hod, 'k wil gelooven, dat hij het doen zou, als de weg maar goed
+bleef en we brandstoffen mede konden nemen, die hij over de ijsvelden
+niet vinden zou en dan, als we op die hoogten maar lucht hadden,
+geschikt om in te ademen, maar op een hoogte van twee duizend vademen
+zou deze ons al gaan ontbreken. En wat hebben we er ook aan verder
+te gaan dan de bewoonbare grens van het Himalayagebergte! Zoodra
+de IJzeren Reus de gemiddelde hoogte der satitariums zal bereikt
+hebben, zal hij halt houden op de een of andere bekoorlijke plek,
+aan den zoom van een bergwoud, in een door de bovenstroomen van het
+luchtruim verfrischte atmosfeer. Onze vriend Munro zal dan eenvoudig
+zijn bungalow van Calcutta naar de bergen van Népaul verplaatst hebben
+en we zullen er zoolang blijven als hij wil."
+
+Deze plek, waar wij eenige maanden zouden kampeeren, werd gelukkig
+den 25n Juni gevonden. Sedert acht en veertig uren werd de weg al
+minder en minder begaanbaar, hetzij hij onvolkomen was aangelegd,
+hetzij de zware regens hem te sterk gehavend hadden. De IJzeren
+Reus moest hier werkelijk sjouwen en had een weinig meer brandstof
+noodig. Eenige stukken hout meer in den vuurhaard van Kâlouth geworpen,
+waren voldoende om de spankracht van den stoom te doen toenemen. Maar
+het was nooit noodig de veiligheidskleppen te belasten, waarvan de
+smoorklep den stoom slechts onder een drukking van zeven atmosfeeren
+liet ontsnappen,--een drukking, die nooit overschreden werd.
+
+Sedert acht en veertig uren trok onze trein dan ook door een
+nagenoeg verlaten streek. Van dorpen of gehuchten was niets meer te
+vinden. Nauwelijks nog eenige eenzame woningen, somtijds een landhoeve
+in de groote dennenwouden verloren, die de zuidelijk gelegen zijden
+der bergkruinen bedekten. Drie of vier malen werden wij door de
+bewonderende uitroepen der enkele bergbewoners begroet. Moesten ze op
+het gezicht van dat wonderbaarlijk gevaarte, dat den berg besteeg,
+niet denken, dat Brahma het in zijn hoofd had gekregen een geheele
+pagode naar een ontoegankelijke hoogte aan de Népaulsche grens over
+te brengen?
+
+Eindelijk, den 25n Juni, riep Banks ons een laatste maal het woord:
+»Halt!" toe, dat het eerste gedeelte van onze reis in Noord-Indië
+voleindigde. De trein hield stil op een ruime open plek, bij een
+bergstroom, welks helder water aan al de behoeften van een kamp van
+eenige maanden kon voldoen. Van daar uit kon men den blik laten weiden
+over een vlakte van vijftig of zestig mijlen in omtrek.
+
+Het Stoomhuis bevond zich toen op drie honderd vijf en twintig mijlen
+van zijn uitgangspunt af, op twee duizend meters ongeveer boven het
+vlak der zee en aan den voet van den Dwalaghiri, wiens top zich op
+vijf en twintig duizend voet in het luchtruim verloor.
+
+
+
+
+
+
+XV.
+
+DE PÂL VAN TANDÎT.
+
+
+Wij moeten nu kolonel Munro en zijne metgezellen, den ingenieur Banks,
+den kapitein Hod, den Franschman Maucler een oogenblik verlaten en
+eenige bladzijden het verhaal dezer reis opschorten, waarvan het
+eerste gedeelte, den reisweg van Calcutta naar de Indisch-Chineesche
+grens bevattende, eindigt aan den voet der bergen van Thibet.
+
+Men herinnert zich het voorval, dat plaats had op den tocht van het
+Stoomhuis naar Allahabad. Een nummer van het stedelijk dagblad,
+gedateerd 25 Mei, deed kolonel Munro den dood van Nana Sahib
+kennen. Deze tijding was al zoo dikwijls verspreid en daarna altijd
+weder tegengesproken, dat men niet wist of zij waar of valsch was. Kon
+sir Edward Munro, na zulke nauwkeurige bijzonderheden nog twijfelen
+en moest hij het niet eindelijk opgeven zich op den opstandeling van
+1857 te wreken?
+
+Men zal er later zelf over oordeelen.
+
+Zie hier wat er sedert den nacht van den 7n op den 8n Maart gebeurd
+was, waarin Nana Sahib, vergezeld van zijn broeder Balao Rao,
+begeleid door zijn getrouwste krijgskameraden en gevolgd door den
+Hindoe Kâlagani, de grotten van Adjuntah verlaten had.
+
+Zestig uren later bereikte de nabob de nauwe bergpassen van Sautpourra,
+na de Tapi te zijn overgestoken, die zich op de westkust van het
+schiereiland bij Surati in zee werpt. Hij bevond zich toen op honderd
+duizend mijlen van Adjuntah, in een weinig bezocht gedeelte der
+provincie, hetgeen hem voor het oogenblik eenige zekerheid verschafte.
+
+De plaats was goed gekozen.
+
+De Sautpourrabergen, van middelmatige hoogte, beheerschen ten zuiden
+het dal der Nerbudda, waarvan de noordelijke grens bekroond wordt door
+de Vindhyabergen. Deze twee bergketens, bijna evenwijdig met elkander
+loopende, vertakken zich wederzijds en vormen in dit bergachtige
+land moeielijk te ontdekken schuilhoeken. Doch terwijl de Vindhyas
+op de hoogte van den drie en twintigsten breedtegraad Indië bijna
+geheel van het westen naar het oosten doorsnijden, en zij een der
+groote zijden van den centralen driehoek van het schiereiland vormen,
+zoo is dit niet het geval met de Sautpourrabergen, die den vijf en
+zeventigsten lengtegraad niet overschrijden en er zich met den berg
+Kaligong vereenigen.
+
+Daar bevond Nana Sahib zich bij den toegang tot het land der Gounds,
+geduchte stammen van die volkeren van oud ras, die slechts ten halve
+ten onder gebracht waren en die hij tot den opstand wilde aanzetten.
+
+Het land van Goudwana, waarvan Rousselet de bewoners als oorspronkelijk
+beschouwt en waar de kiemen van den opstand altijd gereed zijn zich
+te ontwikkelen, bestaat uit een grondgebied van twee honderd vierkante
+mijlen en een bevolking van meer dan drie millioen inwoners. Het maakt
+een belangrijk gedeelte van Hindostan uit en verkeert eigenlijk slechts
+in naam onder Engelsch beheer. Wel loopt de spoorweg van Bombay naar
+Allahabad van het zuidwesten naar het noordoosten dwars door dit land
+en geeft zelfs een tak naar het midden af van de provincie van Nagpore,
+maar de stammen zijn woest gebleven, wars van alle beschaving, onwillig
+zich aan de Europeanen te onderwerpen, in een woord, zeer moeielijk
+in hunne ongenaakbare bergen tot onderwerping te brengen,--en Nana
+Sahib wist het wel.
+
+Daar was het dus dat hij zich het eerst had willen verschuilen,
+teneinde de nasporingen der Engelsche politie te ontsnappen, totdat
+het uur zou slaan de oproerige beweging uit te lokken.
+
+Indien de nabob in zijn onderneming slaagde, indien de Gounds aan
+zijne oproeping gehoorzaamden en hem volgden, zou de opstand snel
+een aanmerkelijke uitbreiding kunnen erlangen.
+
+Inderdaad is het ten noorden van Goudwana, Bundelkund, dat de geheele
+bergachtige streek, gelegen tusschen het verheven bergvlak der Vindhyas
+en den belangrijken stroom der Jumna bevat. In dit land, bedekt met
+de schoonste maagdelijke wouden van Hindostan, woont een volk van
+Boundelas, bedrieglijk en wreed, waarbij alle misdadigers, staatkundige
+of andere gaarne een schuilplaats zoeken en gemakkelijk vinden; daar
+hoopt zich op een oppervlakte van acht en twintig duizend vierkante
+mijlen een bevolking op van twee en een half millioen bewoners;
+daar zijn de provinciën onbeschaafd gebleven; daar leven nog enkele
+partijgangers, die onder Tippo Sabib tegen de veroveraars streden;
+daar zijn de Thugs, de beruchte worgers geboren, zoo lang de schrik
+van Indië, dweepzieke moordenaars die, zonder ooit bloed te vergieten,
+ontelbare slachtoffers gemaakt hebben; daar hebben benden van Pindaris
+bijna straffeloos de verfoeielijkste moorden bedreven; daar wemelt
+het nog van die vreeselijke Dacoits, een secte van giftmengers, die
+in het bedrijven der ontzettendste misdaden met de Thugs wedijveren;
+daar eindelijk had Nana Sahib zelf reeds eens de wijk genomen, na aan
+de koninklijke troepen, die Jansie vermeesterd hadden, ontsnapt te
+zijn; daar was hij al de nasporingen ontkomen, alvorens een veiliger
+toevluchtsoord te gaan vragen aan de ontoegankelijke schuilplaatsen
+van de Indisch-Chineesche grens.
+
+Ten oosten van Goudwana is Khondistan of het land der Kounds
+gelegen. Zoo worden de woeste volgers genoemd van Tado Pennor,
+den god der aarde en Maunck Soro, den rooden god der gevechten,
+de bloedige aanhangers der »Meriahs," of menschenoffers, die de
+Engelschen zooveel moeite hebben uit te roeien, die woestelingen,
+waardig vergeleken te worden met de inboorlingen van de onbeschaafde
+eilanden van Australië, tegen wie van 1840 tot 1854, de generaal-majoor
+John Campbell, de kapiteins Macpherson, Macviccar en Frye moeielijke en
+lange krijgstochten ondernamen,--dweepers, die alles zouden durven,
+als onder eenig godsdienstig voorwendsel, een machtige hand hen
+zou aanzetten.
+
+Ten westen van Goudwana bevindt zich een land van vijftien honderd
+duizend à twee millioen zielen, bewoond door de Bhîls, machtig eertijds
+in Malwa en Rajpoutuna, nu verdeeld in klans, door de geheele streek
+der Vindhyas verspreid, bijna altijd dronken van den brandewijn,
+hun door den boom van »mhowah" verschaft, doch dapper, stoutmoedig,
+sterk, vlug en het oor altijd open voor den »kisri," hun oorlogskreet.
+
+Men ziet dat Nana Sahib een goede keus gedaan had. In dat centrale
+gedeelte van het schiereiland hoopte hij, in plaats van een eenvoudigen
+militairen opstand, dezen keer een nationale beweging uit te lokken,
+waaraan de Hindoes van alle kanten zouden deelnemen.
+
+Doch, alvorens iets te ondernemen, moest hij zich in het land
+vestigen, teneinde, naargelang de omstandigheden het medebrachten,
+op de bevolking te kunnen werken. Het was dus van het hoogste belang
+een veilige schuilplaats te zoeken, voor het oogenblik althans,
+om haar in geval zij verdacht mocht worden, te verlaten.
+
+Dit was de eerste zorg van Nana Sahib. De Hindoes, die hem van Adjuntah
+af gevolgd hadden, konden in het geheele presidentschap vrij komen
+en gaan. Balao Rao, op wien de afkondiging van den gouverneur niet
+van toepassing was, zou ook dezelfde vrijheid hebben kunnen genieten,
+indien hij niet zoo sterk op zijn broeder geleken had. Sedert zijne
+vlucht naar de grenzen van Népaul, was de aandacht niet meer op
+zijn persoon gevestigd geweest, en men had alle reden hem voor dood
+te houden. Doch, voor Nana Sahib aangezien, zou hij gevat geworden
+zijn,--hetgeen men tot elken prijs moest vermijden.
+
+Voor deze twee broeders dus, door hetzelfde doel vereenigd, door
+dezelfde gedachte bezield, was een zelfde schuilplaats noodig. Zulk
+eene te vinden nu, kon in de bergpassen van Sautpourra niet moeielijk
+zijn.
+
+En inderdaad werd al spoedig zulk een schuilplaats door een der
+Hindoes van den troep, een Gound, die de vallei tot in haar meest
+afgelegen schuilhoeken kende, gevonden.
+
+Aan den rechteroever van een kleinen bijstroom der Nerbudda bevond
+zich een verlaten pâl, de pâl van Tandît genaamd.
+
+Een pâl is minder dan een dorp, nauwelijks een gehucht, een vereeniging
+van hutten, dikwijls zelfs een eenzame woning. De zwervende familie,
+die haar bewoont, heeft er zich tijdelijk gevestigd. Na eenige
+boomen verbrand te hebben, waarvan de asch voor een kort seizoen den
+bodem eenig leven schenkt, hebben de Gound en de zijnen hunne woning
+gebouwd. Doch, daar de veiligheid der streek veel te wenschen overlaat,
+heeft het huis het voorkomen van een klein fort aangenomen. Het is
+omringd door een rij palissaden en kan zich tegen een verrassing
+verdedigen. Daarenboven is het in dicht geboomte verborgen en schuilt
+het als het ware geheel weg onder een bladerengewelf van cactus en
+struikgewas, zoodat het niet gemakkelijk is het te ontdekken.
+
+Gewoonlijk is de pâl gevestigd op een kleine hoogte, aan den kant
+eener nauwe vallei, tusschen twee steile berghellingen, temidden van
+een ondoordringbaar kreupelbosch. Bij het zien van een dergelijk
+verblijf doet zich de vraag bij ons op, hoe daar menschen kunnen
+wonen. Wegen, die er heen leiden, zijn er niet en zelfs van voetpaden
+is er geen spoor. Om zulk een pâl te bereiken, moet men somtijds
+de uitgeholde bedding van een bergstroom, welks water elk spoor
+uitwischt, volgen. Natuurlijk laat het gaan in zulk een bedding geen
+spoor na zich. In het heete jaargetijde loopt men tot aan de enkels,
+in het koude tot aan de knieën in het water en niets verraadt, dat
+eenig levend wezen daar gepasseerd is. Daarenboven zou een stortvloed
+van rotsen, die de hand van een kind zou kunnen doen nederstorten,
+iedereen verpletteren, die het zou wagen den pâl te genaken tegen
+den wil zijner bewoners.
+
+Hoe afgezonderd zij evenwel in hunne ongenaakbare nesten wonen, kunnen
+de Gounds van pâl tot pâl snel met elkander in gemeenschap komen. Van
+de toppen der Sautpourra verspreiden zich de signalen binnen eenige
+minuten over twintig mijlen in de rondte. Nu eens is het een vuur
+op den top van een steile rots, nu eens een boom in een reusachtigen
+fakkel veranderd, dan weder een eenvoudige rookkolom op den top van een
+bergrug. Men kent de beteekenis van dergelijke signalen. De vijand,
+namelijk een detachement soldaten der koninklijke armée, een kleine
+afdeeling van de Engelsche politie, is in de vallei doorgedrongen,
+doorzoekt de bergengten ter opsporing van een misdadiger, wien dit
+land zoo gaarne een schuilplaats aanbiedt. De oorlogskreet, den
+bergbewoners zoo gemeenzaam, wordt een alarmkreet. Een vreemdeling
+zou hem houden voor het gehuil van nachtvogels of het gesis van
+slangen. De Gound kent ze, die geluiden. Men moet waken, men waakt,
+men moet vluchten, men vlucht. De verdachte pâls worden verlaten,
+verbrand zelfs. Deze zwervers zoeken andere schuilplaatsen op, die
+zij opnieuw gaan verlaten, als zij te dicht op de hielen gezeten
+worden en op die met asch bedekte terreinen, vinden de agenten van
+het openbare gezag slechts bouwvallen.
+
+In een dezer pâls nu,--de pâl van Tandît,--waren Nana Sahib en de
+zijnen een schuilplaats komen zoeken. Daarheen had de getrouwe Gound,
+aan den persoon van den nabob gehecht, hen dadelijk geleid. Daar
+vestigden zij zich den 12n Maart.
+
+Zoodra de twee broeders bezit van den pâl van Tandît genomen hadden,
+onderzochten zij met de grootste zorg de toegangen. Zij namen
+nauwkeurig waar in welke richting en hoever het oog kon reiken. Zij
+lieten zich inlichten welke de dichtstbij zijnde woningen en wie de
+bewoners waren. Zij bestudeerden den verlaten bergrug, die den pâl
+van Tandît te midden van een dichte boomgroep beheerschte en kwamen
+eindelijk tot de overtuiging van de onmogelijkheid er zich toegang te
+verschaffen zonder de bedding van een bergstroom te volgen, denzelfden
+stroom, waarlangs zij zelven gekomen waren.
+
+De pâl van Tandît mocht dus als volkomen veilig beschouwd worden, te
+meer nog daar hij zich boven een sousterrein verhief, welks geheime
+uitgangen uitkwamen aan de zijde van den berg, die bij een voorkomend
+geval de gelegenheid aanboden te ontvluchten.
+
+Nana Sahib en zijn broeder hadden nooit veiliger toevluchtsoord
+kunnen vinden.
+
+Maar het was Balao Rao niet voldoende te weten wat de pâl van Tandît
+heden was, hij wilde ook weten wat hij geweest was en terwijl de
+nabob het inwendige van het fort bezocht, ging hij voort met den
+Gound te ondervragen.
+
+»Nog eenige vragen," zeide hij tot hem. »Hoe lang is die pâl verlaten?"
+
+»Sedert langer dan een jaar," antwoordde de Gound.
+
+»Wie bewoonde hem?"
+
+»Een familie van zwervers die er slechts eenige maanden gebleven is."
+
+»Waarom hebben zij hem verlaten?"
+
+»Omdat de bodem, die hen moest voeden, hun geen voedsel meer kon
+verschaffen."
+
+»En heeft niemand na hun vertrek, voor zoover je weet, hem bewoond?"
+
+»Niemand."
+
+»Heeft nooit een soldaat van het koninklijk leger, nooit een agent
+van politie den voet binnen de omheining van dezen pâl gezet?"
+
+»Nooit."
+
+»Heeft ook geen vreemdeling hem ooit bezocht?"
+
+»Niemand," antwoordde de Gound, »behalve een vrouw."
+
+»Eene vrouw?" vroeg Balao Rao driftig.
+
+»Ja, een vrouw, die sedert ongeveer drie jaren in de vallei der
+Nerbudda rondzwerft."
+
+»Wie is die vrouw?"
+
+»Wie zij is, weet ik niet," antwoordde de Gound. »Vanwaar ze komt,
+kan ik evenmin zeggen en in de geheele vallei is er niemand die iets
+meer van haar weet dan ik! Is ze een vreemde, is ze een Hindoesche,
+men heeft het nooit kunnen te weten komen!"
+
+Balao Rao dacht een oogenblik na en vroeg toen:
+
+»Wat doet die vrouw?"
+
+»Ze komt, ze gaat," antwoordde de Gound, »en leeft alleen
+van aalmoezen. Men heeft in de gansche vallei een soort van
+bijgeloovigen eerbied voor haar. Meermalen heb ik haar in mijn eigen
+pâl ontvangen. Zij spreekt nooit. Men zou haast denken, dat ze stom
+was en 't zou me niet verwonderen of ze is het. 's Nachts ziet men
+haar wandelen met een harsachtigen, brandenden tak in de hand. Ook
+kent men haar niet anders dan onder den naam van de »Dwalende Vlam!"
+
+»Maar," zei Balao Rao, »als die vrouw den pâl van Tandît kent, zou
+ze er wel eens kunnen terugkomen terwijl we er wonen, en gevaarlijk
+voor ons kunnen worden?"
+
+»Dat nooit," antwoordde de Gound. »Die vrouw is niet recht bij haar
+verstand, hare oogen zien zonder te weten wat ze zien, hare ooren
+hooren niet wat ze meenen te hooren, haar tong kan geen woord meer
+uitspreken! Ze is als een blinde, een doove, een stomme voor al de
+dingen van het dagelijksch leven. Ze is krankzinnig en een krankzinnige
+is een doode, die in 't leven blijft!"
+
+De Gound had met de aan de Hindoes der bergen eigenaardige taal het
+portret geschilderd van een vreemd schepsel, zeer bekend in de vallei,
+»de Dwalende Vlam," der Nerbudda.
+
+Het was een vrouw, wier bleek, nog schoon gelaat, verouderd en niet
+oud, doch zonder eenige uitdrukking, noch den oorsprong, noch den
+leeftijd aanduidde. Men zou gezegd hebben, dat hare verwilderde
+oogen zich voor het leven des geestes gesloten hadden bij een of
+ander vreeselijk tooneel, dat zij »inwendig" bleven zien.
+
+Dit argeloos schepsel, van haar verstand beroofd, had een goede
+ontvangst bij de bergbewoners genoten. Krankzinnigen zijn voor de
+Gounds, gelijk trouwens voor al de wilde volkeren, heilige wezens,
+die een bijgeloovige eerbied beschermt. De Dwalende Vlam werd dan
+ook, overal waar zij zich vertoonde, gastvrij ontvangen. Geen pâl,
+die de deur voor haar sloot. Men voedde haar wanneer zij honger had
+men bereidde haar een rustplaats als zij uitgeput van vermoeienis
+neerviel, zonder een woord van dank te verwachten, dat haar mond niet
+meer kon uitspreken.
+
+Hoelang duurde dat bestaan? Van waar kwam die vrouw? Op welk tijdstip
+was zij in Goudwana verschenen? 't Zou moeilijk geweest zijn het juist
+te zeggen. Waarom wandelde zij rond met een brandende toorts in de
+hand? Was het om haar pad te verlichten? Was het om de wilde dieren op
+een afstand te houden? Niemand kon het zeggen. Het gebeurde somtijds,
+dat zij geheele maanden achtereen verdween. Waar was zij dan? Verliet
+zij de bergpassen, der Sautpourra, om zich naar die der Vindhyas
+te begeven? Dwaalde zij aan den anderen kant der Nerbudda, tot in
+Malwa of in Bundelkund rond? Er was niemand die het wist. Meermalen
+bleef zij zoolang weg, dat men niet anders dacht dan dat haar treurig
+leven een einde had genomen. Maar neen! Men zag haar weder terugkomen,
+altijd dezelfde, zonder dat noch vermoeienis, noch ziekte, noch gebrek
+haar schijnbaar zoo teer gestel schenen te hebben aangedaan.
+
+Balao Rao had den Hindoe met de grootste aandacht aangehoord. Hij
+was het nog niet met zich zelven eens, of er niet eenig gevaar in
+gelegen was, dat de Dwalende Vlam den pâl van Tandît kende, er reeds
+een schuilplaats gezocht had en haar instinct er haar kon terugvoeren.
+
+Hij kwam dus op dit punt terug en vroeg den Gound of hij of de zijnen
+wisten waar de krankzinnige zich op dit oogenblik bevond.
+
+»'k Weet het niet," antwoordde de Gound. »'t Is al langer dan zes
+maanden geleden, dat men haar in de vallei gezien heeft. Mogelijk is ze
+dus dood. Maar, al kwam ze terug en bezocht ze ook den pâl van Tandît,
+dan was er toch niets van haar te vreezen. 't Is slechts een levend
+standbeeld. Ze zou u niet zien, u niet hooren, ze zou niet weten wie
+ge zijt. Ze zou binnenkomen, ze zou neerzitten aan uw haard, voor
+een, misschien twee dagen, dan zou ze haar uitgedoofde toorts weder
+aansteken, u verlaten en opnieuw beginnen met van huis tot huis te
+zwerven. Dat is haar geheele leven. Trouwens is ze ditmaal zoo lang
+weg geweest, dat ze waarschijnlijk wel nooit zal terugkomen. Zij, die
+geestelijk reeds dood was, zal nu ook lichamelijk wel overleden zijn!"
+
+Balao Rao meende over dit onderwerp niet met Nana Sahib te moeten
+spreken en zelf hechtte hij er al spoedig niet het minste gewicht
+meer aan.
+
+Een maand na hun komst in den pâl van Tandît, was van den terugkeer
+der Dwalende Vlam in de vallei van Nerbudda nog niets gebleken.
+
+
+
+
+
+
+XVI.
+
+DE DWALENDE VLAM.
+
+
+Gedurende een geheele maand, van den 12n Maart tot den 12n April,
+bleef Nana Sahib in den pâl verborgen. Hij wilde het Engelsche bewind
+den tijd geven, hetzij de opsporingen op te geven, hetzij het op een
+valsch spoor te brengen.
+
+Mochten al de twee broeders overdag niet uitgaan, hunne vrienden
+daarentegen doorliepen de vallei, bezochten de dorpen en de gehuchten,
+kondigden in bedekte termen de op handen zijnde verschijning aan van
+een »geduchten moulti," half god, half mensch, en zij bereidden de
+gemoederen voor op een nationale omwenteling.
+
+Zoodra de nacht was aangebroken, waagden Nana Sahib en Balao Rao
+het hunne schuilplaats te verlaten. Zij begaven zich dan naar de
+oevers der Nerbudda en gingen van dorp tot dorp, van pâl tot pâl,
+het oogenblik verbeidende waarop zij met eenige zekerheid het domein
+konden bezoeken der aan de Engelschen schatplichtige rajahs. Nana
+Sahib wist trouwens, dat vele halfonafhankelijken, ongeduldig om het
+vreemde juk af te werpen, zich op zijne stem zouden vereenigen. Doch,
+op dit oogenblik gold het slechts de woeste bevolking van Goudwana.
+
+Die onbeschaafde Bhîls, die zwervende Kounds, die Gounds, wild en woest
+als de inboorlingen van de eilanden van den stillen Oceaan, vond de
+Nana gereed, om hem te volgen. Indien hij zich uit onvoorzichtigheid
+slechts aan twee of drie machtige stamhoofden bekend maakte, was
+dat voldoende om hem te bewijzen, dat zijn naam alleen verscheidene
+millioenen Hindoes zou medesleepen, die over de centrale bergvlakten
+van Hindostan verspreid zijn.
+
+Toen de beide broeders in den pâl van Tandît waren teruggekeerd,
+deelden zij elkander mede wat zij gehoord, gezien en gedaan
+hadden. Hunne metgezellen voegden zich toen bij hen, van alle kanten
+de tijding medebrengende, dat de geest van oproer als een stormwind in
+de vallei der Nerbudda was losgebroken. De Gounds wilden niet anders
+dan den »kisri" doen weergalmen, den oorlogskreet der bergbewoners,
+en de militaire kantonnementen van het presidentschap te overrompelen.
+
+Het oogenblik was nog niet gekomen.
+
+Het was namelijk niet voldoende, dat de geheele landstreek tusschen de
+Sautpourrabergen en de Vindhyas in vuur en vlam gezet werd, de brand
+moest al verder en verder om zich heen grijpen. Het was dus noodig de
+brandstoffen in de nabij de Nerbudda gelegen provinciën op te hoopen,
+die meer rechtstreeks onder Engelsche heerschappij verkeerden. Van
+al de steden en gehuchten van Bhopal, Malwa, Bundelkund en van het
+geheele uitgestrekte koninkrijk van Scindia moest een onmetelijke
+brandstapel gebouwd worden, gereed om ontstoken te worden. Doch Nana
+Sahib wilde met recht aan niemand anders dan aan zich zelven de zorg
+toevertrouwen de oude deelnemers aan den opstand van 1857 te bezoeken;
+al die landgenooten, die zijn zaak getrouw gebleven waren en nooit
+aan zijn dood geloofd hadden, verwachtten hem elken dag weder te
+zien verschijnen.
+
+Een maand na zijn aankomst in den pâl van Tandît meende Nana Sahib
+veilig te kunnen handelen, daar toch het feit zijner wederverschijning
+in de provincie als valsch was erkend geworden. Partijgangers hielden
+hem op de hoogte van alles wat de gouverneur van het presidentschap
+van Bombay gedaan had om hem te vangen. Hij wist dat de overheid in
+de eerste dagen een nauwkeurig onderzoek had ingesteld, maar zonder
+gevolg. De visscher van Aurungabad, de oude gevangene van den Nana,
+was door een dolksteek omgebracht en niemand had kunnen vermoeden,
+dat de ontvluchte fakir de nabob Dandou-Pant was, op wiens hoofd een
+prijs gesteld was. Een week later, waren de geruchten tot zwijgen
+gekomen, de mededingers naar de premie van duizend gulden hadden alle
+hoop verloren en de naam van Nana Sahib kwam weder in vergetelheid.
+
+De nabob kon dus in eigen persoon handelen en zonder vrees van erkend
+te worden, zijne omwentelingsplannen verwezenlijken. Nu eens in het
+kostuum van een parsi, dan weder in dat van een eenvoudigen raïot,
+vandaag alleen, morgen van zijn broeder vergezeld, begon hij zich van
+den pâl van Tandît te verwijderen, aan den anderen oever der Nerbudda
+naar het noorden en zelfs naar de andere zijde van de noordelijke
+helling der Vindhyas te reizen.
+
+Een spion, die hem in al zijne gangen had willen bespieden, zou hem
+den 12n April te Indore hebben aangetroffen.
+
+Daar, in die hoofdstad van het koninkrijk Holcar stelde Nana Sahib,
+een streng incognito bewarende, zich in gemeenschap met de talrijke
+landelijke bevolking, die zich met den bouw der slaapbollenvelden
+bezig hield. Het waren Rihillas, Mekranis, Valayalis, vurige, moedige,
+dweepzuchtige lieden, waarvan de meesten gedeserteerde Sipayers der
+inlandsche armée waren, die zich in de kleeding van den Hindoeschen
+boer verborgen hielden.
+
+Daarna stak Nana Sahib de Betwa, een tak van de Jumna over, die naar
+het noorden aan de westelijke grens van Bundelkund loopt en kwam den
+19n April, door een prachtige vallei met een overvloed van dadel-
+en mangoboomen, te Souari aan.
+
+Daar bevinden zich zonderlinge bouwgewrochten van zeer hooge
+oudheid. Het zijn »tôpes," een soort van tumuli, bedekt met
+halfbolvormige koepeldaken, die ten noorden der vallei de voornaamste
+groep van Saldhara vormen. Uit die praalgraven, uit die woningen
+der dooden, waarvan de altaren, aan den Boeddhistischen eeredienst
+gewijd, beschut zijn onder steenen zonneschermen, uit die sedert
+zoovele eeuwen ledige graven kwamen, op de stem van Nana Sahib
+honderden vluchtelingen te voorschijn. Verscholen in de bouwvallen,
+om de vreeselijke weerwraak der Engelschen te ontgaan, was een woord
+voldoende hun te doen begrijpen wat de nabob van hunne medewerking
+verwachtte; een wenk zou op het bepaalde uur voldoende zijn om hen
+in massa op de veroveraars te werpen.
+
+Den 24n April was Nana Sahib te Bhilsa, de hoofdplaats van een
+belangrijk distrikt van Malwa en daar, te midden van de bouwvallen
+der oude stad, verzamelde hij bouwstoffen voor den opstand, die de
+nieuwe hem niet zou verschaft hebben.
+
+Den 27n April bereikte Nana Sahib Raygurh, op de grenzen van het
+koninkrijk Pannah en den 30n de overblijfselen van de oude stad Sangar,
+niet ver van de plek waar de generaal sir Hugh Rose den opstandelingen
+een bloedigen veldslag leverde, die hem met den Maudanporepas den
+sleutel gaf van de bergengten der Vindhyas.
+
+Daar voegde zijn broeder, door Kâlagani vergezeld, zich bij den nabob
+en beiden maakten zich bekend aan de hoofden der voornaamste stammen,
+waarvan zij volkomen zeker waren. In deze geheime vergaderingen, werden
+de voorloopige handelingen van een algemeenen opstand besproken en
+vastgesteld. Terwijl Nana Sahib en Balao Rao dan in het zuiden zouden
+werken, moesten hunne bondgenooten aan de noordelijke hellingen der
+Vindhyas hunne maatregelen nemen.
+
+Alvorens naar de vallei der Nerbudda terug te gaan, wilden de twee
+broeders het koninkrijk Pannah nog bezoeken. Zij waagden zich langs
+de Keyne, onder bedekking van reusachtige teks, van kolossale bamboes
+en onder de beschutting van die ontelbare Indische vijgeboomen, welke
+bestemd schijnen gansch Indië in te nemen. Daar werden talrijke en
+woeste aanhangers geworven onder het ellendige personeel, dat voor
+rekening van den rajah, de rijke diamantmijnen exploiteert. »Deze
+rajah," zegt Rousselot, »de positie begrijpende, die de Engelsche
+overheersching den vorsten van Bundelkund bereidt, heeft de rol
+van een rijken grondeigenaar verkozen boven die van een weinig
+beteekenend vorstje." Een rijke grondbezitter is hij inderdaad! De
+diamanten bevattende streek, in zijn bezit, strekt zich uit over een
+lengte van dertig kilometers ten noorden van Pannah en de exploitatie
+zijner diamantmijnen, waarvan de producten op de markten van Bénares
+en Allahabad het meest geacht zijn, houdt een groot aantal Hindoes
+bezig. Maar onder de ongelukkigen, gewoon aan den zwaarsten arbeid,
+die de rajah doet onthoofden, zoodra de opbrengst van de mijn aan het
+dalen is, moest Nana Sahib duizenden aanhangers vinden, die gereed
+waren zich voor de onafhankelijkheid van hun land te laten dooden,
+en hij vond ze.
+
+Van dit punt af, keerden de beide broeders naar de Nerbudda terug,
+teneinde de pâl van Tandît wederom te bereiken. Evenwel wilden zij,
+alvorens den opstand van het zuiden voor te bereiden, die tegelijk met
+dien van het noorden moest losbreken, zich te Bhopal ophouden. Dit
+is een belangrijke muzelmansche stad, die het middelpunt van het
+Islamisme in Indië gebleven is en waarvan de bégoem gedurende het
+gansche tijdperk van den opstand den Engelschen getrouw is gebleven.
+
+Nana Sahib en Balao Rao, vergezeld van een dozijn Gounds, kwamen
+den 24n Mei, den laatsten dag van de feesten van Moharum, ingesteld
+ter viering van de hernieuwing van het Muzelmansche leger, te
+Bhopal aan. Beiden waren gekleed als »joguis," sombere godsdienstige
+bedelaars, met lange dolken gewapend waarmede zij zich uit dweepzucht
+treffen, doch zonder zich gevaarlijke wonden toe te brengen.
+
+De twee broeders, die in deze vermomming onherkenbaar waren, hadden
+de processie in de straten der stad gevolgd, te midden der talrijke
+olifanten, die »tadzias," een soort van kleine tempels van twintig
+voet hoog op den rug droegen; zij hadden zich kunnen mengen onder
+de rijk met goud gestikte onderrokken gekleede en met moesselinen
+mutsen gedekte muzelmannen en zich kunnen wegschuilen in de rangen
+der muzikanten, der soldaten, der bajaderen, der als vrouwen vermomde
+jongelingen,--een vreemde opeenhooping van menschen, die aan deze
+plechtigheid het voorkomen gaf van een vastenavondsvertooning. Met
+deze Hindoes van allerlei kasten, waaronder zij talrijke aanhangers
+telden, hadden zij een soort van maçonniek teeken kunnen wisselen,
+dat bij de oude opstandelingen van 1857 in zwang was.
+
+Met het vallen van den avond hadden al die menschen zich naar het
+meer begeven, dat de oostelijke voorstad bespoelde.
+
+Daar wierpen onder een oorverdoovend geschreeuw, het ontbranden van
+vuurwapenen, het geknetter van voetzoekers en ander klein vuurwerk,
+bij het licht van duizenden toortsen, al deze geestdrijvers de tadzias
+in het meer. De feesten van Moharum waren hiermede geëindigd.
+
+Op dit oogenblik voelde Nana Sahib een hand op zijn schouder. Hij
+keerde zich om. Een Bengali stond voor hem.
+
+Nana Sahib herkende in dezen Hindoe een zijner oude krijgskameraden
+van Lucknow. Hij ondervroeg hem met de oogen.
+
+De Bengali bepaalde zich tot het fluisteren van de volgende woorden,
+die Nana Sahib hoorde zonder dat een enkel gebaar zijn ontroering
+verraden had.
+
+»Kolonel Munro heeft Calcutta verlaten."
+
+»Waar is hij?"
+
+»Hij was gisteren te Bénares."
+
+»Waar gaat hij heen?"
+
+»Naar de grenzen van Népaul."
+
+»Met welk doel?"
+
+»Om er eenige maanden te verblijven."
+
+»En dan?"
+
+»Naar Bombay terug te keeren."
+
+Eensklaps deed zich een scherp geluid hooren. Een Hindoe sloop door
+de verzamelde menigte en was weldra Nana Sahib genaderd.
+
+Het was Kâlagani.
+
+»Vertrek dadelijk," zei de nabob. »Zoek Munro op, die zich op 't
+oogenblik naar het noorden begeeft. Dring je aan hem op, maak je
+noodzakelijk door hem den een of anderen dienst te bewijzen en waag
+je leven, als 't moet. Verlaat hem niet voordat hij aan gene zijde der
+Vindhyas weder naar de vallei der Nerbudda is teruggekeerd en kom dan,
+maar alleen dan mij zijn tegenwoordigheid melden."
+
+Kâlagani vergenoegde zich met een bevestigend teeken te geven en was
+weldra onder de menigte verdwenen. Een gebaar van den nabob was voor
+hem een order. Tien minuten later, had hij Bhopal achter den rug.
+
+Op dit oogenblik naderde Balao Rao zijn broeder.
+
+»Het is tijd om te vertrekken," zeide hij tot hem.
+
+»Ja," antwoordde Nana Sahib, »en vóór den morgen moeten we den pâl
+van Tandît bereikt hebben."
+
+»Op marsch dan."
+
+Beiden, door hunne Gounds gevolgd, begaven zich langs den noordelijken
+oever van het meer naar een afgezonderde landhoeve. Daar werden zij
+opgewacht door paarden voor hen en hun geleide. Het waren van die
+snelloopende paarden, die met een zeer gekruid voedsel gevoerd worden,
+en die vijftig mijlen in een enkelen nacht kunnen afleggen. Ten acht
+ure galoppeerden zij op den weg van Bhopal naar de Vindhyas.
+
+Dat de nabob vóór den dageraad in den pâl van Tandît terug wilde zijn,
+was slechts een maatregel van voorzichtigheid. Natuurlijk was het
+beter, dat zijn terugkeer in de vallei onopgemerkt voorbijging.
+
+De kleine troep ging dus zoo snel als de paarden slechts loopen
+konden, vooruit.
+
+Nana Sahib en Balao Rao, hoewel dicht bij elkander, reden stilzwijgend
+voort, maar dezelfde gedachte hield hen bezig. Van dien tocht aan
+gene zijde der Vindhyas, brachten zij niet alleen de hoop, maar ook
+de zekerheid mede, dat ontelbare aanhangers hunne zaak omhelsden. De
+centrale hoogvlakte van Indië was geheel in hunne handen. De militaire
+kantonnementen, over dit uitgestrekte grondgebied verdeeld, konden aan
+de eerste aanvallen der opstandelingen geen weerstand bieden. Hunne
+vernietiging zou de omwenteling vrij spel geven en weldra zou van
+het eene strand naar het andere een gansche muur dweepzieke Hindoes
+in opstand komen, waartegen de koninklijke armée zich te bersten
+zou stooten.
+
+Doch terzelfder tijd was Nana Sahib met de gedachte vervuld aan het
+gelukkige toeval, dat hem Munro in handen zou leveren. De kolonel
+had eindelijk Calcutta verlaten, alwaar het moeielijk was hem
+te bereiken. Voortaan zou geen enkele zijner bewegingen den nabob
+ontgaan. Geheel onbewust, zou de hand van Kâlagani hem naar de woeste
+streek der Vindhyas geleiden en eenmaal daar, zou niemand hem aan het
+vonnis kunnen onttrekken, dat de haat van Nana Sahib hem bereid had.
+
+Balao Rao wist nog niets van hetgeen tusschen den Bengali en zijn
+broeder gesproken was. Eerst bij de nadering van den pâl van Tandît,
+terwijl de paarden een oogenblik uitbliezen, vergenoegde Nana Sahib
+zich het hem in deze termen te zeggen:
+
+»Munro heeft Calcutta verlaten en richt zich naar Bombay."
+
+»De weg van Bombay," riep Balao Rao uit, »loopt naar het strand van
+de Indische Zee!"
+
+»De weg van Bombay, ditmaal," antwoordde Nana Sahib, »zal ophouden
+bij de Vindhyas!"
+
+In dit antwoord lag alles opgesloten.
+
+De paarden werden op nieuw in galop gebracht en sloegen den weg in door
+het bosch, dat zich aan den zoom van de vallei der Nerbudda verhief.
+
+Het was toen vijf uur 's morgens. De dag was pas aangebroken. Nana
+Sahib, Balao Rao en hunne metgezellen waren aan den woest stroomenden
+Nazzur aangekomen, die naar den pâl liep.
+
+De paarden werden hier achtergelaten en aan de hoede toevertrouwd
+van twee Gounds, belast ze naar het dichtstbijzijnde dorp te geleiden.
+
+De anderen volgden de beide broeders, die de door het water van den
+bergstroom schuddende treden bestegen.
+
+Alles was stil en de eerste geluiden van den dag hadden de plechtige
+stilte van den nacht nog niet afgebroken.
+
+Eensklaps barstte een geweerschot los, dat door vele andere gevolgd
+werd. Terzelfder tijd deden zich deze kreten hooren:
+
+»Hoera! hoera! voorwaarts!"
+
+Een officier, aan het hoofd van een vijftig soldaten van het koninklijk
+leger, verscheen op den rug van den pâl.
+
+»Vuur! Dat niemand ontsnappe!" riep hij opnieuw.
+
+Nieuwe losbranding, van zeer nabij gericht op de groep Gounds, die
+Nana Sahib en zijn broeder omringde.
+
+Vijf of zes Hindoes vielen. De anderen wierpen zich terug in de bedding
+van den Nazzur en verdwenen onder de eerste boomen van het woud.
+
+»Nana Sahib! Nana Sahib!" schreeuwden de Engelschen, de nauwe bergkloof
+betredende.
+
+Toen richtte een van hen, doodelijk getroffen, zich op met de hand
+naar hen uitgestrekt.
+
+»Dood aan de veroveraars!" schreeuwde hij met een nog vreeselijke
+stem en viel toen onbeweeglijk neder.
+
+De officier naderde nu het lijk.
+
+»Is dit werkelijk Nana Sahib?" vroeg hij.
+
+»Hij is het," antwoordden twee soldaten van het détachement, die te
+Cawnpore in garnizoen geweest zijnde, den nabob van nabij kenden.
+
+»En de anderen!" riep de officier.
+
+En het geheele détachement ijlde het bosch in ter vervolging der
+Gounds.
+
+Nauwlijks was het verdwenen, of een schaduw gleed over de steilte
+waarboven de pâl zich verhief.
+
+Het was de Dwalende Vlam, in een lang bruin kleed gewikkeld, dat met
+een gordel om haar middel bevestigd was.
+
+Den vorigen avond was deze krankzinnige de onbewuste gids geweest
+van den Engelschen officier en zijne manschappen. Sedert den vorigen
+dag in de vallei teruggekomen, was zij werktuiglijk naar den pâl van
+Tandît gegaan, waarheen een soort van instinct haar terugvoerde. Doch
+dezen keer liet het zonderlinge schepsel, dat men stom waande, aan
+hare lippen een naam ontsnappen, slechts een enkelen, dien van den
+moordenaar van Cawnpore!
+
+»Nana Sahib! Nana Sahib!" herhaalde zij, alsof het beeld van den
+nabob, door eenig onverklaarbaar voorgevoel, in hare herinnering
+was opgekomen.
+
+Deze naam deed den officier ontroeren. Hij volgde de schreden der
+krankzinnige. Zij scheen hem niet te zien, noch de soldaten die haar
+naar den pâl volgden. Was het daar dus, dat de nabob, op wiens hoofd
+een prijs gesteld was, de wijk genomen had? De officier nam de noodige
+maatregelen en liet de bedding van den Nazzur bezetten totdat de dag
+aanbrak. Toen nu Nana Sahib en zijne Gounds er zich in hadden begeven,
+ontving hij ze met een losbranding, die er verscheidenen neervelde
+en onder hen, het hoofd van den opstand der Sipayers.
+
+Dit was de ontmoeting, die de telegraaf denzelfden dag den gouverneur
+van het presidentschap van Bombay berichtte. Deze telegram verspreidde
+zich over het geheele schiereiland, de dagbladen namen hem onmiddellijk
+over en zoo kwam het, dat kolonel Munro er den 26n Mei in het dagblad
+van Allahabad kennis van kon nemen.
+
+Het was dus ditmaal niet te betwijfelen of Nana Sahib was wel degelijk
+dood. Zijn identiteit was nu werkelijk vastgesteld en het dagblad kon
+met volle recht zeggen: »Het koninkrijk Indië heeft voortaan niets meer
+te vreezen van den wreeden rajah, die het zooveel bloed gekost heeft!"
+
+Intusschen daalde de krankzinnige, na den pâl verlaten te hebben,
+langs de bedding van den Nazzur naar beneden. In hare oogen blonk de
+glans van een inwendig vuur, dat plotseling in haar scheen ontbrand
+te zijn, terwijl zij werktuiglijk in zich zelve den naam van den
+nabob herhaalde.
+
+Zoo kwam zij op de plaats waar de lijken lagen en hield stil bij dat
+wat door de soldaten van Lucknow was herkend geworden. Het vertrokken
+gelaat van den doode scheen nog te dreigen. Het was alsof, na slechts
+voor de wraak geleefd te hebben, de haat in hem overleefde.
+
+De krankzinnige knielde, betastte met beide handen het met kogels
+doorboorde lijk, waarvan het bloed de plooien van haar kleed
+bevlekte. Zij beschouwde het langen tijd, richtte zich daarna op en
+het hoofd schuddende, daalde zij langzaam langs de bedding van den
+Nazzur naar beneden.
+
+Maar toen was de Dwalende Vlam weder in hare gewone onverschilligheid
+vervallen en herhaalde haar mond niet meer den vervloekten naam van
+Nana Sahib.
+
+
+
+
+
+
+XVII.
+
+ONS SANITARIUM.
+
+
+Zou de grootsche uitdrukking, »de onmeetbaren in de schepping,"
+waarvan de mineraloog Haüy zich bediend heeft om de Amerikaansche
+Andes aan te duiden, niet met meer recht van toepassing zijn op de
+ontzagverwekkende Himalayaketen, die de mensch nog niet bij machte
+is met mathematische juistheid te bepalen?
+
+Een dergelijk gevoel bezielt mij op het gezicht van die
+onvergelijkelijke streek, alwaar kolonel Munro, kapitein Hod, Banks
+en ik eenige weken zouden doorbrengen.
+
+»Niet alleen," deelt de ingenieur ons mede, »zijn deze bergen
+onmeetbaar, maar hunne toppen moeten als ontoegankelijk beschouwd
+worden, omdat het menschelijk lichaam op zulke hoogten, waar de
+lucht niet dicht genoeg meer is om aan de behoeften der ademhaling
+te voldoen, de gewone functies niet meer kan volbrengen!"
+
+Een bolwerk van primitieve rotsen, van graniet, gneis, micaschilfer,
+tweeduizend vijfhonderd kilometers lang, dat zich van den twee en
+zeventigsten tot den vijf en negentigsten meridiaan uitstrekt over twee
+presidentschappen, Agra en Calcutta en over twee koninkrijken, Bouthan
+en Népaul;--een keten, waarvan de gemiddelde hoogte, een derde hooger
+dan de top van den Mont-Blanc, in drie onderscheiden luchtstreken kan
+afgedeeld worden, de eerste, vijfduizend voeten hoog, meer gematigd
+dan de lager gelegen vlakte, des winters een korenoogst gevende,
+des zomers een rijstoogst; de tweede van vijf tot negen duizend voet,
+waar de sneeuw bij den terugkeer der lente smelt; de derde, van negen
+duizend tot vijf en twintig duizend voet, met dikke ijsmassa's bezet,
+die zelfs in het heete seizoen de zonnestralen trotseeren,--dwars
+door die grootsche verhevenheid, de hoogste der aarde, verleenen
+elf bergpassen, waarvan eenige den berg op een hoogte van twintig
+duizend voet doorboren, den toegang van Indië naar Thibet, doch niet
+dan ten koste van buitengewone moeielijkheden, want die bergpassen
+worden onophoudelijk bedreigd door sneeuwvallen, door bergstroomen
+vernield en uitgehold, overweldigd door het ijs;--boven die kruin,
+nu eens in groote koepels afgerond, dan weder vlak als de Tafelberg
+van de Kaap de Goede Hoop, zeven à acht spitse bergtoppen, waarvan
+eenige vulkanisch, de bronnen van de Cogra, de Djoemna en den Ganges
+beheerschende, de Doukia en de Kinchinjunga, zich tot een hoogte
+van meer dan zeven duizend meters, de Dhiodounga tot acht duizend,
+de Dawaghaliri tot acht duizend vijf honderd, de Tchamoulari tot acht
+duizend zeven honderd, de berg Everest, zich tot negen duizend meters
+verheffende en van welks top de blik een omtrek zou omvatten gelijk
+aan dien van geheel Frankrijk;--een opeenhooping van bergen eindelijk,
+die door de Alpen op de Alpen, de Pyreneeën op de Andes op de schaal
+van de hoogten der aarde niet zou overtroffen worden; zoodanig
+is die kolossale verhevenheid, waarvan de voet der stoutmoedigste
+bergbeklimmers misschien nooit de hoogste toppen zal betreden en die
+bekend is onder den naam van het Himalayagebergte!
+
+De eerste trappen naar die reusachtige zuilengangen zijn met dichte
+en uitgestrekte bosschen bedekt. Men vindt er nog verschillende
+vertegenwoordigers van de rijke familie der palmboomen, die in
+een hoogere luchtstreek plaats maken voor uitgestrekte wouden van
+eikenboomen, cipressen en pijnboomen, voor weelderige bosschen van
+bamboes en grasachtige planten.
+
+Banks, die ons deze bijzonderheden mededeelt, vertelt ons ook,
+dat, terwijl de onderste sneeuwlijn langs de Hindoesche helling der
+bergketen tot vier duizend meters daalt, zij zich aan de Thibetsche
+helling tot zes duizend meters verheft. De reden hiervan is, dat de
+dampen, door de zuidenwinden aangevoerd, door den énormen slagboom
+worden opgehouden. Daardoor hebben zich dan ook aan de andere zijde
+dorpen kunnen vestigen tot een hoogte van vijftien duizend voet, te
+midden van gerstevelden en prachtige weilanden. Volgens het getuigenis
+der bergbewoners zouden in één nacht die weilanden met een grastapijt
+bedekt zijn.
+
+In de middelste, de gematigde luchtstreek wordt het rijk der vogelen
+vertegenwoordigd door pauwen, patrijzen, fazanten, trapganzen
+en kwartels. Het wemelt er van geiten en schapen. In de hoogste
+luchtstreek ontmoet men slechts het wilde zwijn, de gems, de wilde
+kat, terwijl de arend alleen boven de zeldzame gewassen zweeft,
+die slechts tot de nederige planten der Noordpoolflora behooren.
+
+Doch dat was het niet wat kapitein Hod aanlokte. Waarom zou die
+Nimrod in de streken der Himalaya gekomen zijn, als hij niets anders
+te doen had gehad dan wild voor de keuken te schieten? Zeer gelukkig
+voor hem was er ook geen gebrek aan groote roofdieren, waardig door
+zijn Enfield-buks en zijne ontplofbare kogels geveld te worden.
+
+Inderdaad strekt zich aan den voet van de eerste helling der keten
+een onderste streek uit, die de Hindoes den gordel van Tarryani
+noemen. Het is een uitgestrekte, afhellende vlakte, zeven à acht
+kilometers groot, vochtig, warm, met een somberen plantengroei, bedekt
+met dichte bosschen, waarin de wilde dieren gaarne een schuilplaats
+zoeken. Dit Eden van den jager, die de sterke gemoedsbewegingen van
+den kampstrijd lief heeft, was slechts vijftien honderd meters onder
+ons kamp gelegen. Het was dus gemakkelijk naar dit afgesloten terrein
+af te dalen, dat zich zelf bewaarde.
+
+Het was dus waarschijnlijk, dat kapitein Hod de onderste hellingen
+der Himalaya liever zou bezoeken dan de bovenste streken. Daar toch
+zijn zelfs na den humoristischen reiziger Victor Jacquemont, nog vele
+belangrijke geografische ontdekkingen te maken.
+
+»Die énorme bergketen is dus nog maar zeer onvolkomen bekend?" vroeg
+ik aan Banks.
+
+»Zeer onvolkomen," antwoordde de ingenieur. »Het Himalaya-gebergte
+is als een soort van kleine planeet, die zich aan onzen aardbol heeft
+vastgehecht en die hare geheimen bewaart."
+
+»Maar men heeft het toch doorkruist," antwoordde ik, »men heeft het
+toch zooveel mogelijk doorzocht!"
+
+»O! voorzeker heeft het niet aan reizigers in de Himalaya
+ontbroken!" antwoordde Banks. »De gebroeders Gérard de Webb,
+de officieren Kirpatrick en Fraser, Hogdson, Herbert, Lloyd,
+Hooker, Cuningham, Strabing, Skinner, Johnson, Moorcroft, Thomson,
+Griffith, Vigne, Hügel, de zendelingen Huk en Gabet, en later de
+gebroeders Schlagintweit, de kolonel Wangh, de luitenant Reuillier
+en Montgomery, hebben na een belangrijken arbeid op groote schaal
+de orografische gesteldheid der bergketen doen kennen. Toch,
+mijne vrienden, blijft er veel over, dat nog nader moet uitgemaakt
+worden. De juiste hoogte der voornaamste toppen heeft aanleiding
+gegeven tot ontelbare verbeteringen. Zoo was vroeger de Dwalaghiri
+de koning der geheele keten, daarna heeft deze, na nieuwe metingen,
+plaats moeten maken voor den Kintchindjïnga, die op zijn beurt nu
+onttroond is door den berg Everest. Tot nog toe wint deze laatste
+het van al zijne mededingers. Evenwel zou volgens het zeggen der
+Chineezen, de Kouin-Lun,--op welken, weliswaar, de juiste methode der
+Europeesche meetkundigen nog niet zijn toegepast,--den berg Everest
+iets overtreffen en zou het dus niet in de Himalaya zijn, dat men
+het hoogste punt van onzen aardbol zou moeten zoeken. Doch werkelijk
+kunnen deze metingen niet eerder als mathematisch beschouwd worden dan
+wanneer men ze ook barometrisch en met al de voorzorgen zal verkregen
+hebben, die deze rechtstreeksche bepaling medebrengt. En hoe ze te
+verkrijgen, zonder een barometer te brengen naar het hoogste punt
+dezer bijna ontoegankelijke bergtoppen? En, tot nog toe is dit niet
+kunnen verricht worden."
+
+»Dat zal geschieden," antwoordde kapitein Hod, »zooals eenmaal de
+reizen naar de zuid- en de noordpool zullen gedaan worden!"
+
+»Waarschijnlijk!"
+
+»De reis naar de grootste diepten van den Oceaan!"
+
+»Ongetwijfeld!"
+
+»De reis naar het middelpunt der aarde!"
+
+»Bravo, Hod!"
+
+»Zooals alles eenmaal geschieden zal!" voegde ik er bij.
+
+»Zelfs een reis op de planeten van het zonnestelsel!" antwoordde
+kapitein Hod, die nergens meer voor stond.
+
+»Neen, kapitein," antwoordde ik. »De mensch, als eenvoudige
+aardbewoner, zal er de grenzen nooit van kunnen overschrijden! Doch,
+gebonden aan haar korst, kan hij er al de geheimen van doorgronden!"
+
+»Hij kan en moet zulks!" hernam Banks. »Alles wat binnen de grens der
+mogelijkheid ligt, moet en zal volbracht worden. Dan, als er niets meer
+voor den mensch overblijft te weten van den bol, dien hij bewoont....."
+
+»Zal hij verdwijnen met dien bol, die geene geheimen meer voor hem
+heeft," antwoordde kapitein Hod.
+
+»Volstrekt niet!" hernam Banks. »Als meester zal hij er dan genot van
+hebben en er nog beter partij van trekken. Maar, vriend Hod, daar we
+ons in de streek der Himalaya bevinden, zal ik je in de gelegenheid
+stellen onder anderen een zonderlinge ontdekking te doen, waarin je
+voorzeker belang zult stellen."
+
+»Wat meen je, Banks?"
+
+»De zendeling Huc spreekt in het verhaal zijner reizen van een
+wonderlijken boom, dien men in Thibet »den boom met de tienduizend
+spreuken" noemt. Volgens de Hindoesche legende, zou Tong Kabac,
+de hervormer van den Boeddhistischen godsdienst, een duizend jaren
+nadat hetzelfde avontuur aan Philemon, Baucis, Daphné, die vreemde
+plantenwezens in de mythologische flora, overkomen was, in een boom
+veranderd zijn. Het haar van Tong Kabac zou het gebladerte van dien
+heiligen boom geworden zijn en op die bladeren verzekert de zendeling
+met eigen oogen Thibétaansche letters, duidelijk door hunne ribben
+gevormd, gezien te hebben."
+
+»Een boom met bedrukte bladeren!" riep ik uit.
+
+»En waarop men spreuken van de reinste zedekunde leest," antwoordde
+de ingenieur.
+
+»Dat is de moeite waard om te onderzoek," zei ik lachende.
+
+»Onderzoek het dan, mijne vrienden," antwoordde Banks. »Als er van
+die boomen in het zuidelijke gedeelte van Thibet bestaan, moeten er
+ook in de noordelijke streken, aan de zuidelijke helling der Himalaya
+gevonden worden. Zoek dus, op uw tochten, zoek dien..... hoe zal ik
+zeggen?.... dien spreukenschrijver...."
+
+»Waarachtig niet!" antwoordde kapitein Hod. »'k Ben hier gekomen om
+te jagen en niet om bergen te beklimmen!"
+
+»Wel, vriend Hod!" hernam Banks. »Zoo'n stoutmoedige bergbeklimmer
+als gij, zal toch hier of daar wel eens een opstijging wagen?"
+
+»Nooit," riep de kapitein uit.
+
+»En waarom niet?"
+
+»'k Heb het beklimmen van bergen opgegeven!"
+
+»En sedert wanneer?....."
+
+»Sedert den dag toen het mij, na twintigmaal het leven er bij gewaagd
+te hebben," antwoordde kapitein Hod, »eindelijk mocht gelukken den
+top van den Vrigel, in het koninkrijk Bouthan te bereiken. Men had
+me verzekerd, dat de top van dezen berg nooit door den voet van eenig
+menschelijk wezen was betreden geworden! Mijn eigenliefde kwam er dus
+bij in het spel! Nu, eindelijk, na duizend gevaren bereik ik den top
+en wat zie ik? deze woorden in een rots gegrift: »Durand, tandmeester,
+14, straat Caumartin te Parijs!" Sedert dien tijd bestijg ik geen
+bergen meer!"
+
+Die goede kapitein! We mogen niet onvermeld laten, dat, toen hij ons
+deze treurige omstandigheid vermeldde, hij zulk een dwaas gezicht trok,
+dat het onmogelijk was niet hartelijk te lachen!
+
+Meermalen heb ik van de »sanitariums" van het schiereiland
+gesproken. Deze stations in de bergen worden in den zomer druk bezocht
+door de renteniers, de ambtenaren en de kooplieden van Indië, die de
+brandende hitte der vlakte ontvlieden.
+
+Bovenaan staat Simla, gelegen op den een en dertigsten breedtegraad
+en ten westen van den vijf en zeventigsten meridiaan. Het is een
+klein hoekje van Zwitserland met zijn bergstroomen, zijn beken, zijn
+châlets, bekoorlijk gelegen in de schaduw van ceders en pijnboomen,
+op twee duizend meters boven het vlak der zee.
+
+Na Simla komt Dorjiling met zijn witte huizen, aan den voet van den
+Kinchinjinga, twee duizend drie honderd meters hoog, op vijf honderd
+kilometers ten noorden van Calcutta, op den zes en tachtigsten
+lengtegraad en den zeven en twintigsten breedtegraad,--een
+verrukkelijke plek in het schoonste land der wereld.
+
+Op verschillende punten van de Himalayaketen bevinden zich nog andere
+sanitariums.
+
+En nu bij die frissche en gezonde stations, die het brandende
+klimaat van Indië onmisbaar maakt, moet ons Stoomhuis gevoegd
+worden. Maar dit hoort ons toe. Het biedt al de geriefelijkheid
+aan der weelderigste woningen van het schiereiland. Er wacht ons in
+een gelukkige luchtstreek, met al het genot van het moderne leven,
+een kalmte, die men te vergeefs te Simla of te Dorjiling zou zoeken,
+waar de Anglo-Indiërs in menigte voorkomen.
+
+De plek is met zorg gekozen. De weg, die langs het onderste gedeelte
+van den berg loopt, verdeelt zich op deze hoogte in tweeën ter
+verbinding met eenige in het oosten en westen verspreide gehuchten. Het
+dichtstbij gelegen dezer dorpen bevindt zich op vijf mijlen van het
+Stoomhuis. Het wordt bewoond door een gastvrij ras van bergbewoners,
+fokkers van geiten en schapen, bebouwers van rijke velden koren
+en gerst.
+
+Dank zij de medewerking van ons personeel onder de leiding van Banks,
+heeft het slechts eenige uren gekost om een kamp in orde te brengen,
+waarin we gedurende zes of zeven weken moeten verblijven.
+
+Het bergvlak, waarop ons kamp gevestigd is, is zacht golvend
+en heeft een lengte van ongeveer een mijl en een breedte van
+een halve mijl. Het groene tapijt, dat het bedekt, bestaat uit
+een kort, dicht, plucheachtig gras, hier en daar met viooltjes
+bestrooid. Dichte boschjes van boomvormige rhododendrons, zoo groot
+als kleine eikenboomen, natuurlijke korfjes met camelias, vormen er
+een honderdtal bekoorlijke boeketten. De natuur heeft geen werklieden
+van Ispahan of Smyrna noodig gehad om dit prachtig plantaardig tapijt
+samen te stellen. Eenige duizenden zaadkorreltjes, op dien vruchtbaren
+bodem door den zuidenwind medegevoerd, een weinig water, een weinig
+zon, zijn voldoende geweest om dit zachte en onverslijtbaar weefsel
+te fabriceeren.
+
+Verder prijkt het plateau met een dozijn prachtige boomgroepen. Het
+is alsof zij zich losgemaakt hebben van het onmetelijke bosch, dat
+de berghelling bedekt en tot een hoogte van zes honderd meters tegen
+de naburige bergen opklimt. Ceders, eikenboomen, pendanus met lange
+bladeren, beuken, ahornboomen vermengen zich met pisangboomen, bamboes,
+magnolias, St. Jan's broodboomen en Japansche vijgeboomen. Sommigen
+dezer reuzen spreiden hunne hoogste takken tot meer dan honderd
+voet boven den grond uit. Zij schijnen op deze plek gebracht te
+zijn met het doel een boschwoning te overschaduwen. Het Stoomhuis,
+op het juiste tijdstip gekomen, heeft het landschap voltooid. De
+koepelsgewijze daken zijner twee pagoden paren zich gelukkig met al
+dat verschillende loof, met al die stijve of buigzame takken, die nu
+eens kleine en teere bladeren als vlindervleugels, dan weder breede
+en lange als Australische pagaaien dragen. De rijtuigentrein schuilt
+weg onder een dicht bosch van groen en bloemen. Niets verraadt het
+beweegbare huis en men zou zeggen, dat het een vaste woning was,
+volkomen ingericht om niet van haar plaats te gaan.
+
+Achter, rechts van de schilderij, loopt een bergstroom, welks zilveren
+band men tot een hoogte van verscheidene duizenden voeten langs de
+helling van de bergsteilte kan volgen en die zich in een natuurlijk
+bekken stort, dat door een groep heerlijke boomen overschaduwd wordt.
+
+Uit dit bekken vloeit het water als een beek weg, loopt door het
+grasveld en eindigt in een ruischenden waterval, die in een afgrond
+valt, welks diepte niet met den blik kan gepeild worden.
+
+Met ziet dat het Stoomhuis, wat de ligging betreft, het nuttige met
+het aangename vereenigde.
+
+Begeeft men zich naar den voorsten rand der bergvlakte, dan ziet men,
+dat zij zich boven een aantal minder belangrijke bergruggen uitstrekt,
+die in reusachtige trappen naar de vlakte afdalen. De helling is zoo
+zacht, dat men haar in haar geheel met den blik kan omvatten.
+
+Rechts is het eerste huis van het Stoomhuis schuins geplaatst,
+zoodanig dat het gezicht van den zuidelijken horizont gespaard is,
+zoowel voor het balkon der veranda als voor de zijramen van het salon,
+de eetzaal en de kleine vertrekken links. Groote cederboomen breiden
+hunne takken er boven uit en teekenen zich in zwarte lijnen scherp
+af tegen den verren achtergrond der groote keten, die door de eeuwige
+sneeuw bekleed wordt.
+
+Links is het tweede huis aangeleund tegen de zijde van een énorme rots
+van graniet, door de stralen der zon verguld. Deze rots herinnert
+zoowel door haar zonderlingen vorm als door haar warme kleur aan de
+reusachtige »plumpudding" van steen, die Russell-Killough in zijn reis
+door Zuid-Indië vermeldt. Van die woning, toegewezen aan den sergeant
+Mac Neil en zijne metgezellen van het personeel, ziet men slechts de
+zijde. Zij bevindt zich twintig passen van het voornaamste huis af,
+als een aanhangsel eener belangrijker pagode. Aan het uiteinde van
+een der daken, die haar bedekken, ziet men een klein blauwachtig
+rookkolommetje uit het keuken-laboratorium van »monsieur" Parazard
+ten hemel stijgen. Meer links bevindt zich een groep boomen op de
+westelijke borstwering, als een voorpost van het bosch, en vormt deze
+het zijplan van het landschap.
+
+Op den achtergrond, tusschen de twee woningen, vertoont zich een
+reusachtige mastodont. Het is onze IJzeren Reus, die onder een
+prieel van groote pendanus als in een koetshuis geborgen is. Met
+zijn opgerichte tromp, zou men zeggen, dat hij er de bovenste takken
+van af eet. Maar hij blijft stationnair en rust uit, ofschoon hij
+volstrekt geen behoefte aan rast heeft. Thans de onwankelbare bewaker
+van het Stoomhuis, verdedigt hij als een énorm autediluviaansch dier
+er den toegang van. In tegenwoordigheid van de reusachtige bergketen,
+die zich tot een hoogte van zes duizend meters boven het bergvlak
+verheft, schijnt onze kunstmatige reus, waarmede de hand van Banks de
+Hindoesche fauna verrijkt heeft, niets buitengewoons meer te hebben,
+hoe kolossaal onze olifant ook zij, met andere woorden, hij past
+volkomen in de schilderij van het landschap.
+
+Ja zelfs had kapitein Hod recht, toen hij niet zonder eenigen spijt
+de aanmerking maakte: »Een vlieg op den gevel van een hoofdkerk!"
+
+En hij heeft volkomen gelijk. Achter ons toch bevindt zich een blok
+van graniet, waarin men gemakkelijk duizend olifanten, zoo groot
+als de onze, zou kunnen uithouwen en dit blok is slechts een van de
+honderd treden van den trap, die naar den top van de bergketen leidt
+en waarboven de Dwalaghiri zich met zijn scherpe spits verheft.
+
+Somwijlen daalt de hemel van dit tooneel voor het oog van den
+waarnemer. Niet alleen verdwijnen de hooge toppen, maar ook de lager
+gelegen bergrug van de keten verdwijnt een oogenblik onder de dikke
+dampen, die zich van de middelste streek der Himalaya verheffen en het
+geheele bovenste gedeelte in nevelen hullen. Het landschap verkleint
+zich en dan is het alsof door een lichteffect de woningen, de boomen,
+de naburige bergruggen en de IJzeren Reus zelf hunne werkelijke
+grootte hernemen.
+
+Ook gebeurt het dat de nog lager hangende wolken door zekere vochtige
+winden voortgedreven, zich onder het bergvlak ontrollen. Het oog
+ziet dan slechts een golvende zee van wolken aan welker oppervlakte
+de zon verwonderlijke lichtspelingen toovert. Dan is, zoowel in de
+hoogte als in de laagte, de horizont verdwenen en schijnt het alsof
+wij naar de een of andere streek van het luchtruim zijn overgebracht,
+buiten de grenzen der aarde.
+
+Doch de wind loopt naar het noorden en, zich met geweld een weg
+tusschen de openingen der keten banende, jaagt hij al die nevelen
+uiteen, de zee van dampen verdicht zich bijna oogenblikkelijk, de
+vlakte komt aan den zuidelijken horizont weder te voorschijn, de
+grootsche gevaarten van het Himalayagebergte teekenen zich opnieuw
+scherp af tegen den thans helderen hemel, de schilderij doet zich
+wederom in al haar oorspronkelijke grootschheid voor en de blik, die
+nu door niets meer beperkt wordt, kan langs een horizont van zestig
+mijlen al de bijzonderheden onderscheiden van een onvergelijkelijk
+schoon panorama.
+
+
+
+
+
+
+XVIII.
+
+MATTHIAS VAN GUITT.
+
+
+Den volgenden dag, den 26n Juni, werd ik bij het aanbreken van den
+dageraad door het geluid van bekende stemmen gewekt. Ik stond dadelijk
+op. Kapitein Hod en zijn oppasser Fox hadden een druk gesprek in de
+eetzaal van het Stoomhuis. Ik voegde mij dadelijk bij hen.
+
+Op hetzelfde oogenblik verliet Banks zijn kamer en werd dadelijk door
+den kapitein met zijn luidklinkende stem toegesproken:
+
+»Wel, vriend Banks," zeide hij tot hem, »eindelijk zijn we dan toch
+in een goede haven aangekomen! Ditmaal is het voor goed. 't Is nu
+geen halt meer van eenige uren, maar een verblijf van eenige maanden."
+
+»Ja, waarde Hod," antwoordde de ingenieur, »en nu kunt ge uw jachten
+op uw gemak organiseeren. De fluit van den IJzeren Reus zal u niet
+meer in het kamp terugroepen."
+
+»Hoor je, Fox?"
+
+»Ja, kapitein," antwoordde de oppasser.
+
+»De hemel sta me bij!" riep Hod uit, »maar 'k verzeker je, dat ik
+ons sanitarium niet verlaat voordat ik mijn vijftigsten geschoten
+heb! Mijn vijftigsten, Fox! 'k Heb zoo'n idée, dat die al bijzonder
+moeilijk te snappen zal zijn!"
+
+»Toch zal men hem snappen," antwoordde Fox.
+
+»Hoe kom je aan dat idée, kapitein Hod?" vroeg ik.
+
+»Wat zal 'k je zeggen, Maucler, 't is een voorgevoel, niets anders!"
+
+»Dus," zei Banks, »ga je vandaag den veldtocht al openen?"
+
+»Vandaag al," antwoordde kapitein Hod. »We zullen beginnen met het
+terrein te verkennen, en de onderste streek gaan doorzoeken tot de
+bosschen van Tarryani. Als de tijgers die streek maar niet verlaten
+hebben!"
+
+»Waarom zou je dat denken?..."
+
+»En, mijn slechte veine?"
+
+»Slechte veine!... in de Himalaya!..." antwoordde de ingenieur. »Is
+dat mogelijk!"
+
+»Nu, we zullen zien!--Je gaat toch mede, Maucler?" vroeg kapitein Hod,
+zich tot mij wendende.
+
+»Ja zeker."
+
+»En gij, Banks?"
+
+»Ik ook," antwoordde de ingenieur, »en 'k denk dat Munro zich bij u
+zal voegen, zooals ik het doen zal... als liefhebber!"
+
+»Nu, mij wel!" antwoordde kapitein Hod, »als liefhebbers, maar dan toch
+als goed gewapende liefhebbers! Men kan daar moeilijk gaan wandelen
+met een rotting in de hand! Dat zou vernederend zijn voor de wilde
+dieren van Tarryani!"
+
+»Dat is dus afgesproken!" antwoordde de ingenieur.
+
+»En nu, Fox," hernam de kapitein, zich tot zijn oppasser richtende,
+»geen vergissingen, dezen keer! We zijn in het land der tijgers! Vier
+Enfield-karabijnen voor den kolonel, Banks, Maucler en mij, twee
+geweren met ontplofbare kogels voor jou en Goûmi."
+
+»Wees gerust, kapitein," antwoordde Fox. »'t Wild zal zich niet te
+beklagen hebben!"
+
+Deze dag zou dus gewijd zijn aan de verkenning van het bosch van
+Tarryani, dat het onderste gedeelte van de Himalayaketen onder ons
+sanitarium, bedekt. Tegen elf uren dus, na het ontbijt, daalden we,
+Sir Edward Munro, Banks, Hod, Fox, Goûmi en ik, allen goed gewapend,
+den weg af, die schuins naar de vlakte loopt, na gezorgd te hebben
+de twee honden in het kamp achter te laten, die we op dezen tocht
+niet noodig hadden.
+
+Sergeant Mac Neil was met Storr, Kâlouth en den kok in het Stoomhuis
+gebleven om de laatste hand aan onze installatie te leggen. Na
+een reis van twee maanden, was het noodig dat de IJzeren Reus in-
+en uitwendig onderzocht, schoon gemaakt en opgeknapt werd. Dat was
+een lange, nauwkeurige, moeielijke arbeid, die zijn gewonen cornacs,
+den stoker en den machinist niet veel rust zou geven.
+
+Ten elf ure hadden wij het sanitarium verlaten en eenige minuten
+daarna, bij de eerste kromming van den weg, hadden we het Stoomhuis
+achter het dichte geboomte uit het oog verloren.
+
+Het regende niet meer. Een frissche wind uit het noordoosten joeg het
+zwerk in de hooge streken van den dampkring met drift voort. De hemel
+was grijs,--de temperatuur zeer geschikt voor voetgangers; maar nu
+ook miste men de schilderachtige afwisseling van licht en schaduw, die
+zulk een eigenaardige bekoorlijkheid aan de groote bosschen verleent.
+
+Een recht eind wegs van twee duizend meters af te dalen, zou het
+werk van vijf en twintig à dertig minuten geweest zijn, maar nu die
+weg zich verlengde door al de bochten, waardoor de steile hellingen
+vermeden werden, was er meer tijd toe noodig. We hadden niet minder dan
+anderhalf uur noodig om den bovensten zoom van de bosschen van Tarryani
+op vijf of zes honderd voet boven de vlakte te bereiken. Natuurlijk
+werd de weg in vroolijke stemming afgelegd.
+
+»Opgepast!" zei kapitein Hod. »We komen nu op het domein der tijgers,
+leeuwen, panters, luipaarden en andere lieve diertjes van de streek
+der Himalaya-bergen. 't Is goed om de wilde dieren te dooden, maar
+'t is beter niet door hen gedood te worden! Laten we ons dus niet
+van elkander verwijderen en voorzichtig zijn!"
+
+Zulk een aanbeveling in den mond van den koenen jager was geld
+waard. Ook stelden we haar allen op prijs. De karabijnen en de geweren
+waren geladen, de hanen gespannen. Wij bereidden ons op alles voor.
+
+Doch het waren niet alleen de verscheurende dieren, waartegen wij op
+onze hoede moesten zijn, maar ook de slangen, waarvan de gevaarlijkste
+in de wouden van Indië worden aangetroffen. De »belongas," de groene
+slangen, de zweepslangen en nog zooveel andere soorten zijn zeer
+vergiftig. Het aantal slachtoffers, die jaarlijks ten gevolge van de
+beten dezer kruipende dieren omkomen, is vijf- of zesmaal grooter
+dan dat der huisdieren of der menschen, die ten prooi der wilde
+beesten bezwijken.
+
+Het is dan ook in deze streken meer dan ooit zaak op alles te letten,
+goed toe te zien waar men den voet zet, waar men de hand steunt,
+het oor te leenen aan de minste geruchten, die uit het gras of van
+tusschen de struiken voortkomen.
+
+Het was half een uur toen wij onder de groote boomen aan den zoom
+van het bosch aankwamen. Hunne hooge takken breidden zich boven
+eenige breede lanen uit, waardoor de IJzeren Reus, gevolgd door den
+trein, dien hij zooals gewoonlijk voorttrok, gemakkelijk had kunnen
+passeeren. Werkelijk was dan ook dit gedeelte van den weg sedert
+lang in gebruik voor het vervoer van het door de bergbewoners in den
+handel gebrachte hout, hetgeen te zien was aan de versche sporen in
+de weeke klei. Deze groote lanen liepen in de richting der keten
+en, in de lengte loopende van het Tarryani-woud, verbonden zij de
+door den bijl van den houthakker hier en daar opengehouden plekken;
+maar aan elke zijde namen zij smalle voetpaden op, die zich onder
+ondoordringbaar kreupelhout verloren.
+
+Wij volgden dus deze lanen, meer als landmeters dan als jagers,
+teneinde hare algemeene richting te verkennen. Geen gehuil verstoorde
+de stilte in het diepst van het woud. Groote, versche in den bodem
+achtergelaten indrukselen evenwel, waren het bewijs dat de roofdieren
+het woud van Tarryani niet verlaten hadden.
+
+Eensklaps, op het oogenblik dat wij een van de bochten der laan
+doorliepen, die op deze plaats door den voet van een berg van de
+rechte lijn was afgeweken, deed een uitroep van kapitein Hod, die
+vooruitliep, ons stilstaan.
+
+Op twintig schreden van ons af, aan den hoek van een open plek in
+het bosch, omzoomd door groote pendanus, verhief zich een gebouwtje
+van vrij zonderlingen vorm. Het was geen huis, want het had noch
+schoorsteen, noch vensters. Het was ook geen jagershut, want het
+had noch schietgaten, noch openingen voor deuren en vensters. Men
+zou het eerder voor een Hindoesche grafplaats hebben kunnen houden,
+verloren in het diepst van dit woud.
+
+Men stelle zich namelijk een soort van lang vierkant voor, samengesteld
+uit boomstammen, vertikaal tegen elkander geplaatst, die stevig in
+den grond geheid en aan hun bovenste gedeelte door een dikken band
+van takken verbonden waren. Als dak andere dwarsstammen, stevig aan
+de opgaande stammen bevestigd.
+
+Blijkbaar had de bouwer zijn best gedaan het gebouwtje tegen alle
+uitwendige invloeden bestand te maken. Het was ongeveer zes voet
+hoog, twaalf lang en vijf breed, Het had schijnbaar geen opening,
+behalve aan den voorgevel, alwaar zij door een zwaren balk, waarvan
+het afgeronde hoofd iets boven het dak uitstak, verborgen was.
+
+Boven het dak uit waren lange, buigzame staken opgericht, op een
+zonderlinge wijze met elkander verbonden. Aan het uiteinde van een
+horizontale spaak, die deze stelling torschte, hing een lus, of liever
+een ring, gevormd door een dikke vlecht lianen.
+
+»Wat is dat?" riep ik uit.
+
+»Dat is eenvoudig," antwoordde Banks, na alles goed opgenomen te
+hebben, »een muizenval, maar 'k geef je te raden, mijne vrienden,
+welke muizen zij bestemd is te vangen!"
+
+»Een tijgerval?" riep kapitein Hod uit.
+
+»Ja," antwoordde Banks, »een tijgerval, waarvan de deur, gesloten
+door den balk, die door dezen strik van lianen gedragen werd
+is nedergevallen, omdat de wipplank van binnen door een dier is
+aangeraakt."
+
+»Voor het eerst," antwoordde Hod, »zie ik in een bosch van Indië een
+val van deze soort. Een muizenval, je hebt gelijk! Maar dat is een
+jager onwaardig!"
+
+»Een tijger ook," voegde Fox er bij.
+
+»Zeer zeker," antwoordde Banks, »maar zoo het er op aankomt deze woeste
+dieren te vernietigen en niet ze voor pleizier te jagen, dan is de
+beste val die, welke de meeste vangt. Nu komt deze mij werkelijk
+schrander gesteld voor om wilde beesten te lokken en gevangen te
+houden, hoe wantrouwig en sterk ze ook zijn!"
+
+»En daar," zei toen kolonel Munro, »het evenwicht der wipplank, die
+de deur van den val ophield, verbroken is, is het waarschijnlijk dat
+werkelijk een dier zich heeft laten vangen."
+
+»We zullen het gauw weten!" riep kapitein Hod uit, »en als de muis
+niet dood is!..."
+
+Dit zeggende gaf de kapitein het voorbeeld en hield zich gereed zijn
+karabijn aan te leggen, hetgeen door allen gevolgd werd.
+
+Natuurlijk twijfelden wij geen oogenblik of dit gebouwtje was
+werkelijk een val van die soort, welke dikwijls in de bosschen van Java
+wordt aangetroffen. Doch, al was het niet het werk van een Hindoe,
+dan beantwoordde het toch ten volle aan al de voorwaarden die deze
+vernielingswerktuigen zoo praktisch maken, buitengewone gevoeligheid,
+gepaard aan beproefde stevigheid.
+
+Nadat onze beschikkingen genomen waren, naderden kapitein Hod,
+Fox en Goûmi den val, dien zij eerst van alle kanten wilden
+opnemen. Ongelukkig was er geen opening tusschen de vertikale stammen,
+die hun veroorloofde een blik in het inwendige te slaan.
+
+Zij luisterden met de grootste aandacht. Geen enkel geluid verried
+de tegenwoordigheid van een levend wezen binnen het houten vierkant,
+zoo stom als het graf.
+
+Kapitein Hod en zijne metgezellen kwamen aan de voorzijde terug. Zij
+overtuigden zich, dat de beweegbare balk in twee groote vertikaal
+gestelde groeven gegleden was. Men behoefde hem dus slechts op te
+lichten om tot het inwendige van den val door te dringen.
+
+»Niet het minste geluid!" zei kapitein Hod, die zijn oor tegen de
+deur had aangelegd, »geen zuchtje zelfs! De muizenval is ledig!"
+
+»Het doet er niet toe, weest voorzichtig!" antwoordde kolonel Munro.
+
+En hij zette zich op een boomstam, links van de open plek. Ik plaatste
+mij naast hem.
+
+»Kom Goûmi!" zei kapitein Hod.
+
+Goûmi, vlug, hoewel klein van persoon, toch slank, snel in zijn
+bewegingen als een aap, lenig als een luipaard, een echte Hindoesche
+clown, begreep wat de kapitein wilde. Door al deze hoedanigheden
+was hij de aangewezen persoon voor den dienst, welken men van hem
+verwachtte. Met één sprong was hij op het dak van den val en in een
+oogenblik had hij een der staken bereikt die de bovenste stelling
+vormden. Daarna liet hij zich langs de spaak, die tot hefboom diende,
+tot den ring van lianen afglijden en door zijn gewicht boog hij haar
+tot het boveneinde van den balk, die de opening sloot.
+
+Deze ring werd vervolgens in een keep boven aan den balk geschoven en
+nu had men niets anders te doen dan even te wippen, door het andere
+uiteinde van de spaak of hefboom naar beneden te drukken.
+
+Maar toen moesten al de vereenigde krachten van onzen kleinen troep
+te hulp geroepen worden. Kolonel Munro, Banks, Fox en ik, we begaven
+ons dus achter den val om deze beweging voort te brengen.
+
+Goûmi was in de stelling gebleven, om den hefboom los te maken,
+ingeval hij door eenigen hinderpaal belet werd vrij te werken.
+
+»Mijne vrienden," riep kapitein Hod ons toe, »als het noodig is dat
+ik me bij je voeg, kom ik, maar als je 't zonder me kunt doen, blijf
+ik liever bij de opening staan. Als er dan althans een tijger uit
+tevoorschijn komt, begroet ik hem in het voorbijgaan met een kogel!"
+
+»En telt die dan voor den twee en veertigsten?" vroeg ik den kapitein.
+
+»Waarom niet?" antwoordde Hod. »Als hij onder mijn schot valt, zal
+hij altijd in volle vrijheid gevallen zijn!"
+
+»Laten we het vel van den beer niet verkoopen....." hernam de
+ingenieur, »voordat hij geschoten is!"
+
+»Vooral als die beer wel eens een tijger kon zijn!....." voegde
+kolonel Munro er bij.
+
+»Tegelijk, mijne vrienden," riep Banks, »tegelijk!"
+
+De balk was zwaar en gleed slecht in zijn sponningen. Toch gelukte
+het ons hem in beweging te brengen, hij schommelde een oogenblik en
+bleef een voet van den grond af hangen.
+
+Kapitein Hod trachtte in half gebogen houding, met aangelegde karabijn,
+te zien of er geen énorme poot of open muil in de opening van den
+val te voorschijn kwam, doch niets vertoonde zich nog.
+
+»Nog één poging, mijne vrienden!" riep Banks.
+
+En dank zij Goûmi, die het achtereinde van den hefboom eenige schokken
+kwam geven, werd de balk langzamerhand in de hoogte geheschen. Weldra
+was de opening wijd genoeg om zelfs een groot dier door te laten.
+
+Doch er vertoonde zich geen dier, welk ook.
+
+Evenwel was het mogelijk, dat, tengevolge van al het leven in den
+omtrek van den val, de gevangene in het achterste gedeelte van zijn
+gevangenis de wijk had gekomen. Misschien zelfs wachtte hij slechts
+op het geschikte oogenblik om zijn sprong te nemen, iedereen omver
+te werpen, die zich tegen zijn vlucht zou verzetten en in het dichtst
+van het woud te verdwijnen.
+
+Het was waarlijk een kritiek oogenblik.
+
+Kapitein Hod deed nu eenige schreden voorwaarts met den vinger aan
+den trekker van zijn karabijn en spande zich in om met den blik tot
+in het achterste gedeelte van den val door te dringen.
+
+Eindelijk was de balk geheel opgelicht en stroomde het licht door de
+opening naar binnen.
+
+Op dit oogenblik meende men door de wanden van den val heen een
+lichte beweging te vernemen, daarna een dof geronk of liever een
+geducht gegeeuw, dat ik zeer verdacht vond.
+
+Hoogst waarschijnlijk was daar een dier, dat sliep en dat we plotseling
+hadden wakker gemaakt.
+
+Kapitein Hod kwam nog wat naderbij en richtte zijn karabijn op iets,
+dat hij in de halve duisternis zag bewegen.
+
+Eensklaps bewoog zich iets van binnen en weerklonk een kreet van
+schrik, die dadelijk gevolgd werd door deze woorden, in goed Engelsch
+uitgesproken:
+
+»Schiet niet, in God's naam! Schiet niet!"
+
+Daar sprong een man buiten den val.
+
+We waren zoo verbaasd, dat wij den balk loslieten en hij met een dof
+geluid voor de opening neerviel, die hij wederom sloot.
+
+Intusschen liep deze zoo geheel onverwachte persoon op kapitein Hod
+toe, wiens karabijn hem steeds bleef bedreigen, en zeide op een vrij
+verwaanden toon, gepaard met een sprekend gebaar:
+
+»Wees zoo goed, mijnheer, en wend uw wapen af. Ge hebt met geen tijger
+van Tarryani te doen!"
+
+Kapitein Hod bracht na eenige aarzeling zijn karabijn in een minder
+gevaarlijke positie.
+
+»Tot wien hebben we de eer te spreken?" vroeg Banks.
+
+»Tot den natuurkundige Matthias van Guitt, gewoon leverancier van
+dikhuidige dieren, luiaards, zoolgangers, snuitdragers, verscheurende
+en andere zoogdieren voor het huis Charles Rice van Londen en het
+huis Hagenbeck van Hamburg!"
+
+Vervolgens een zwierig gebaar in de rondte makende:
+
+»En de heeren?...."
+
+»Kolonel Munro en zijne reisgenooten," antwoordde Banks, ons met de
+hand aanduidende.
+
+»Op een wandeling in de wouden van het Himalayagebergte!" hernam de
+leverancier. »Werkelijk een bekoorlijk tochtje! Uw onderdanige dienaar,
+mijne heeren, uw onderdanige dienaar!"
+
+Wie was de origineel met wien we te doen hadden? Zijne hersenen
+waren toch niet gekrenkt tengevolge zijner gevangenschap in den
+tijgerval? Was hij krankzinnig of bij zijn verstand? Tot welke
+categorie van tweehandige schepselen behoorde toch dat wezen?
+
+We zouden het spoedig weten en in het vervolg leerden wij dat
+zonderlinge personage, dat zich natuurkundige noemde en het inderdaad
+geweest was, beter kennen.
+
+De heer Matthias van Guitt, leverancier van menagerieën, droeg een
+bril en was vijftig jaar oud. Zijn glad gelaat, zijn knippende oogen,
+zijn neus in den wind, de aanhoudende beweeglijkheid van zijn geheelen
+persoon, zijn levendige gebaren bij elken volzin, die aan zijn wijden
+mond ontrolde, dat alles deed hem kennen als het overbekende type
+van den reizenden komediant. Wie heeft niet hier of daar een van die
+acteurs ontmoet, wier geheele leven verloopt tusschen het voetlicht en
+den achtergrond van een tooneel? Als onvermoeide praters, vervelende
+gebarenmakers, bluffers met zich zelve ingenomen, dragen ze het hoofd
+hoog, dat te ledig is in den ouderdom om op jeugdigen leeftijd ooit
+goed gevuld geweest te zijn. Werkelijk had Matthias van Guitt veel
+van den ouden komediespeler.
+
+Misschien heeft men de aardige anecdote wel eens hooren vertellen,
+betreffende dien armen drommel van een zanger, die elk woord van zijn
+rol door een bijzonder gebaar meende te moeten doen vergezeld gaan.
+
+Hief hij bijvoorbeeld in de opera Masaniello uit volle borst aan:
+
+
+ Als van een Napelschen visscher....
+
+
+dan zwaaide hij zijn rechter arm, naar de zaal uitgestrekt,
+koortsachtig alsof hij een snoek aan zijn hengel had, die den haak
+had ingeslikt. Daarna voortgaande:
+
+
+ De hemel een monarch wilde maken,
+
+
+terwijl hij een zijner handen naar boven uitstak om den hemel aan te
+wijzen, vertoonde de andere, een kring om zijn fier opgericht hoofd
+beschrijvende, een koningskroon.
+
+
+
+ Zich verzettende tegen de beslissing van het noodlot,
+
+
+zijn geheele lichaam bood hevig weerstand tegen een kracht, die poogde
+hem achterover te doen vallen.
+
+
+
+ Zou hij, zijn bootje besturende, zeggen....
+
+
+
+en nu bewogen zich zijn beide armen snel van links naar rechts en
+van rechts naar links, alsof hij den wrikriem behandelde en toonde
+hij daarmede zijne handigheid in het besturen van een bootje.
+
+Welnu, dergelijke gebaren, die vermelden zanger tot een tweede natuur
+geworden waren, waren nagenoeg die van den leverancier Matthias van
+Guitt. Hij maakte in zijn spreken slechts van uitgezochte termen
+gebruik en moest voor hem, die met hem sprak en zich niet buiten het
+bereik zijner gebaren kon stellen, al zeer hinderlijk zijn.
+
+Zooals wij later van hem zelven vernamen was Matthias van Guitt
+oud-hoogleeraar in de natuurkunde, die evenwel niet veel succes van
+zijn professoraat gehad had. Het is zeker, dat de waardige man veel
+stof tot lachen moest geven en dat, zoo hij al veel toehoorders kreeg,
+dit meer was om zich te vermaken, dan om te leeren. Het kwam eindelijk
+zoo ver, dat het hem begon te vervelen zonder succes de theoretische
+zoölogie te onderwijzen en hij liever naar de Indiën ging om de
+practische zoölogie te bestudeeren. Deze soort van handel beviel hem
+beter en hij werd aangesteld als leverancier der belangrijke huizen
+van Hamburg en Londen, die meerendeels de publieke en bijzondere
+diergaarden der twee werelden voorzien.
+
+En de reden waarom Matthias van Guitt zich thans in Tarryani ophield,
+was dat een belangrijke bestelling van wilde dieren voor Europa hem
+daar gebracht had. Inderdaad was zijn kamp niet meer dan twee mijlen
+van den val verwijderd, waaruit wij hem pas verlost hadden.
+
+Maar hoe kwam toch de leverancier in den val? Dit was de eerste vraag,
+die Banks hem deed en ziehier wat hij antwoordde in een taal door
+een menigte gebaren opgeluisterd:
+
+»Het was gisteren. De zon had reeds de helft van haar dagelijkschen
+weg afgelegd, toen de gedachte bij mij opkwam een der tijgervallen te
+gaan bezoeken, door mijne handen gesteld. Ik verliet dus mijn kraal,
+dien ge wel met een bezoek zult willen vereeren, mijne heeren, en ik
+kwam op deze open plek in het bosch. 'k Was alleen, mijn personeel
+hield zich met allernoodzakelijkste bezigheden onledig en ik had
+er hen niet in willen stooren. Dat was onvoorzichtig. Toen ik mij
+voor den val bevond, zag ik dadelijk dat de schuifdeur, door den
+beweeglijken balk gevormd, was opgehaald, waaruit ik niet zonder een
+logische opeenvolging van feiten besloot, dat zich tot nog toe geen
+wild dier in den val had laten vangen. Evenwel wilde ik mij overtuigen
+of het lokaas nog altijd aanwezig was en de wipplank goed werkte. Met
+een handige kruipende beweging, sloop ik dus door de nauwe opening."
+
+En met een sierlijk gebaar bootste Matthias van Guitt de beweging na
+van een slang, die door het hooge gras kruipt.
+
+»Achter in den val gekomen," hernam de leverancier, »verzekerde ik mij
+dat het stuk geitenvleesch, waarvan de reuk de gasten van dit gedeelte
+van het bosch moest aantrekken, onaangeroerd was. Toen ik wilde
+heengaan, stootte ik onwillekeurig met mijn arm tegen de wipplank,
+de stelling boven ontspande zich, de schuifdeur viel neder en 'k was
+in mijn eigen val gevangen, zonder eenig middel er uit te komen."
+
+Hier hield Matthias van Guitt even op om al het ernstige van zijn
+toestand te doen begrijpen.
+
+»Evenwel, mijne heeren," hernam hij, »wil ik u niet verzwijgen,
+dat ik de zaak eerst geheel van haar komieke zijde beschouwde. 'k
+Was gevangen, goed! Geen cipier om de deur mijner gevangenis te
+openen, volkomen waar! Maar ik verkeerde in het gelukkige denkbeeld,
+dat mijne onderhoorigen, zoodra ze mij niet zagen terugkeeren, zich
+over mijn langdurige afwezigheid ongerust zouden maken en nasporingen
+zouden gaan doen, die vroeger of later met een goeden uitslag zouden
+bekroond worden. 't Was slechts een quaestie van tijd. 'k Gaf mij
+dus, om den tijd door te brengen, aan mijne overpeinzingen over en
+uren verliepen, zonder dat iets verandering in mijn toestand kwam
+brengen. Toen de avond gevallen was, begon de honger zich te doen
+gevoelen en 't beste wat ik meende te kunnen doen, was in den slaap
+verlichting van mijn leed te zoeken. 'k Nam dus vrij philosophisch
+mijn partij en 'k viel in een diepen slaap. De nacht was kalm te
+midden van de diepe stilte des wouds. Niets verstoorde mijn slaap en
+misschien zou ik op dit oogenblik nog slapen, zoo een vreemd geluid me
+niet gewekt had. De schuifdeur van den val werd opgehaald, het licht
+drong in stroomen mijn duister verblijf binnen en 'k had niet anders
+te doen dan naar buiten te snellen!..... Wat was ik verschrikt toen
+ik het doodelijk werktuig op mijn borst gericht zag! Een oogenblik en
+'k was getroffen! Het uur van mijn verlossing zou het laatste mijns
+levens geweest zijn!..... Maar mijnheer de kapitein wilde wel een
+schepsel van zijn soort in mij zien..... en er blijft mij nog slechts
+over u te danken, mijne heeren, mij de vrijheid te hebben weergegeven."
+
+Dit was het verhaal van den leverancier. Ik moet bekennen, dat we
+niet zonder moeite een glimlach konden weerhouden, dien zijn toon en
+zijn gebaren ons ontlokten.
+
+»Dus, mijnheer," vroeg Banks hem, »is uw kamp in dit gedeelte van
+Tarryani gevestigd?"
+
+»Ja, mijnheer," antwoordde Matthias van Guitt. »Zooals ik het genoegen
+had u medetedeelen, is mijn kraal niet meer dan twee mijlen van hier
+verwijderd, en mocht u hem met uwe tegenwoordigheid willen vereeren,
+zal ik zeer gelukkig zijn er u te ontvangen."
+
+»Ongetwijfeld, mijnheer van Guitt," antwoordde kolonel Munro, »zullen
+we u een bezoek komen brengen!"
+
+»We zijn jagers," voegde kapitein Hod er bij, »en de inrichting van
+een kraal boezemt ons veel belang in."
+
+»Jagers!" riep Matthias van Guitt uit, »jagers!"
+
+En er kwam een uitdrukking op zijn gelaat, waaruit te lezen was,
+dat hij de zonen van Nimrod nu juist niet veel telde.
+
+»U jaagt op wilde dieren.... om ze te dooden zeker?" hernam hij,
+zich tot den kapitein wendende.
+
+»Alleen om ze te dooden," antwoordde Hod.
+
+»En ik, alleen om ze te vangen!" zei de leverancier, met een zeker
+gevoel van fierheid.
+
+»Welnu, mijnheer van Guitt, we zullen, hoop ik, geen concurrenten
+zijn!" antwoordde kapitein Hod.
+
+De leverancier schudde het hoofd. Intusschen belette onze hoedanigheid
+van jager niet zijne uitnoodiging aan te nemen.
+
+»U hebt me slechts te volgen, mijne heeren!" zeide hij bevallig
+buigende.
+
+Doch op dit oogenblik deden zich verscheidene stemmen in het bosch
+hooren en verscheen een half dozijn Hindoes om den hoek der groote
+laan, die aan geene zijde der open plek begon.
+
+»O! daar zijn mijn onderhoorigen," zei Matthias van Guitt.
+
+Daarna kwam hij naar ons toe met den vinger op den mond en zeide,
+de lippen een weinig vooruitstekende:
+
+»Geen woord over ons avontuur! Het personeel van den kraal moet niet
+weten, dat ik me als een gewoon dier in mijn eigen val heb laten
+vangen! Dat zou het gevoel van onderdanigheid, dat ze jegens mij
+koesteren kunnen verzwakken!"
+
+Een teeken van instemming onzerzijds stelde den leverancier gerust.
+
+»Meester," zei toen een der Hindoes, wiens strak maar schrander gelaat
+mijn aandacht trok, »meester, we zoeken u sedert langer dan een uur
+zonder u......"
+
+»'k Heb kennis gemaakt met deze heeren, die me wel tot onzen kraal
+willen vergezellen," antwoordde van Guitt. »Maar voordat we op weg
+gaan, dient deze val in orde gebracht te worden."
+
+Op bevel van den leverancier, gingen de Hindoes over tot het op nieuw
+stellen van den val.
+
+Inmiddels noodigde Matthias van Guitt ons uit het inwendige van den
+val te onderzoeken. Kapitein Hod sloop er na hem in en ik volgde hem.
+
+De plaats was wel wat bekrompen voor de gebaren van onzen gastheer,
+die zich weerde alsof hij in een salon geweest was.
+
+»'k Maak u mijn kompliment," zei kapitein Hod, na den toestel bekeken
+te hebben. »'t Is waarlijk vernuftig bedacht."
+
+»'k Kan u verzekeren, mijnheer de kapitein," antwoordde Matthias
+van Guitt, »dat deze soort van vallen verre de voorkeur verdient
+boven de oude kuilen, voorzien van palen van gehard hout en de
+buigzame als bogen gespannen boomen, van een strik voorzien. In het
+eerste geval wordt de buik opengereten, in het tweede wordt het dier
+geworgd. Nu komt er dat weinig op aan als het alleen te doen is om
+de wilde dieren te dooden! Maar ik moet ze levend, volkomen gaaf,
+zonder gebreken hebben!"
+
+»'t Is duidelijk," antwoordde kapitein Hod, »dat we niet op dezelfde
+wijze te werk gaan."
+
+»De mijne is zeker wel de beste!" hernam de leverancier. »Als men de
+wilde dieren raadpleegde....."
+
+»Maar ik raadpleeg ze niet!" antwoordde de kapitein.
+
+Het bleek, dat kapitein Hod en Matthias van Guitt wel eenige moeite
+zouden hebben elkander te verstaan.
+
+»Maar," vroeg ik den leverancier, »hoe doet u om deze dieren uit den
+val te halen?"
+
+»Er wordt een kooi op rollen voor de opening geplaatst, antwoordde
+Matthias van Guitt, »de gevangenen gaan er uit zich zelve in over en
+'k heb niets anders te doen dan ze naar den kraal over te brengen,
+met den bedaarden en langzamen stap van mijn tamme buffels."
+
+Nauwelijks had hij deze woorden uitgesproken, of er deed zich buiten
+een geschreeuw hooren.
+
+Onze eerste beweging, van kapitein Hod en mij, was ons buiten den
+val te storten.
+
+Wat was er gebeurd?
+
+Een zweepslang van de boosaardigste soort was door een stokje dat
+een Hindoe in de hand hield, door midden geslagen en wel op hetzelfde
+oogenblik dat het vergiftige dier zich op den kolonel wierp.
+
+Het was dezelfde Hindoe, dien ik reeds had opgemerkt. Zijn snelle
+tusschenkomst had ongetwijfeld Sir Edward Munro van een onmiddellijken
+dood gered, waarvan we ons allen konden overtuigen.
+
+Werkelijk kwam het geschreeuw, dat we gehoord hadden, van een der
+bedienden van den kraal, die zich in de laatste stuiptrekkingen van
+den doodstrijd op den grond lag te wringen.
+
+Een betreurenswaardig noodlot wilde, dat de kop der slang, glad
+afgesneden, op zijn borst was terecht gekomen, alwaar hij zich met
+de tanden had vastgehecht, zoodat de ongelukkige, doordrongen van het
+scherpe vergif, in minder dan een minuut den laatsten adem uitblies,
+zonder dat het mogelijk was hem hulp te verleenen.
+
+In het eerste oogenblik, ontzet door dit vreeselijk tooneel, snelden
+we op den kolonel toe.
+
+»Ben je niet gebeten?" vroeg Banks, die hem haastig bij de hand vatte.
+
+»Neen, Banks, stel je gerust," antwoordde Sir Edward Munro.
+
+Vervolgens, zich oprichtende en op den Hindoe toetredende, wien hij
+het leven verschuldigd was, zeide hij tot hem:
+
+»Dank, mijn vriend."
+
+De Hindoe gaf hem met een gebaar te kennen, dat hem daarvoor volstrekt
+geen dank verschuldigd was.
+
+»Hoe is je naam?" vroeg kolonel Munro hem.
+
+»Kâlagani," antwoordde de Hindoe.
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ I. Een vogelvrij verklaarde 1
+ II. De kolonel Munro 12
+ III. De opstand der Sipayers 26
+ IV. In de grotten van Ellora 40
+ V. De IJzeren Reus 52
+ VI. Eerste halten 63
+ VII. De bedevaartgangers van den Phalgou 78
+ VIII. Eenige uren te Bénares 92
+ IX. Allahabad 107
+ X. Via Dolorosa 118
+ XI. De verandering van moesson 127
+ XII. Driedubbele vuren 140
+ XIII. Heldendaden van kapitein Hod 152
+ XIV. Een tegen drie 167
+ XV. De Pâl van Tandît 182
+ XVI. De dwalende vlam 191
+ XVII. Ons sanitarium 200
+ XVIII. Matthias van Guitt 211
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Onderkoning, prins, regent.
+
+[2] Een vrouw zonder titel, die een baronet of ridder huwt, neemt den
+titel aan van lady, vóór den naam haars mans. Maar deze benaming van
+lady mag den doopnaam niet voorafgaan; dit is alleen het geval met
+de dochters van pairs.
+
+[3] Naam der palankijndragers in Indië.
+
+[4] Ongeveer 8 kilometers.
+
+[5] Toestel om bij werktuigen eene ronddraaiende beweging in eene
+rechtlijnige te veranderen.
+
+[6] De in de Indische godenleer voorkomende tien gedaanten van dieren
+en menschen, die Vishnoe, naar men beweert, heeft aangenomen.
+
+[7] Sedert dien tijd is de kerk, aan de herinnering gewijd,
+voltooid. Op marmeren platen herinneren opschriften aan de ingenieurs
+van den Oostindische spoorweg, die tijdens den grooten opstand van
+1857 aan ziekte of aan hunne wonden stierven, aan de officieren,
+sergeants en soldaten van het 34e regiment van het koninklijke
+leger, gedood in den strijd van den 17n November voor Cawnpore, aan
+kapitein Stuart Beatson, de officieren, mannen en vrouwen van het
+32e regiment, gestorven gedurende de belegeringen van Cawnpore en
+Lucknow of gedurende de omwenteling, aan de martelaressen eindelijk
+van Bibi-Ghar, vermoord in Juli 1857.
+
+[8] Omstreeks zeven honderd dertig millimeters.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Stoomhuis, by Jules Verne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET STOOMHUIS ***
+
+***** This file should be named 33075-8.txt or 33075-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/0/7/33075/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.