diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:58:03 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:58:03 -0700 |
| commit | 06e0185a2614e97b9d2c310cb1072f54c8c663af (patch) | |
| tree | 3876fb2c127106bf37691521e97ee7feb02b6179 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 32694-0.txt | 5218 | ||||
| -rw-r--r-- | 32694-0.zip | bin | 0 -> 110783 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32694-h.zip | bin | 0 -> 128327 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 32694-h/32694-h.htm | 6279 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/32694-8.txt | 5218 | ||||
| -rw-r--r-- | old/32694-8.zip | bin | 0 -> 110638 bytes |
9 files changed, 16731 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/32694-0.txt b/32694-0.txt new file mode 100644 index 0000000..8559543 --- /dev/null +++ b/32694-0.txt @@ -0,0 +1,5218 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche +Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626 + +Author: Dirk Abraham Sloos + +Release Date: June 5, 2010 [EBook #32694] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + + De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren + vóór 1626. + + Academisch Proefschrift + + Ter verkrijging van den graad van + Doctor in de Nederlandsche Letteren + Aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, + Op gezag van den Rector Magnificus + Dr. Hugo de Vries, + + Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde, + + In het openbaar te verdedigen + op Dinsdag 21 Juni 1898, des nam. om half vier + In de aula der Universiteit + + Door + Dirk Abraham Sloos, + geboren te Winkel. + + + Amsterdam.--J. H. De Wit. + + 1898. + + + + + + + Aan mijne Ouders. + + + + + + +Nu de tijd nadert, waarop ik met dit proefschrift mijn studie-jaren aan +de Amsterdamsche Universiteit hoop te besluiten, stel ik er prijs op, +mijn dank te betuigen aan allen, die mij met hun kunde en ervaring +hielpen den weg der wetenschap te betreden. + +In de eerste plaats noem ik u, hooggeachte promotor, prof. H. C. Rogge, +wiens colleges en privatissima mij zooveel hebben geleerd niet alleen, +maar van wien ik bovendien (ben ik niet te oneerbiedig) als van een +ouderen vriend niets dan sympathie en hulp ondervond. + +Ook u, hooggeleerde C. M. Kan, ben ik veel verschuldigd. Door +uw onderwijs geboeid, kwam ik er toe onder uwe leiding de +ontdekkingsgeschiedenis te bestudeeren, wat zeker van grooten invloed +op de richting mijner volgende studie is geweest, terwijl verder +uwe hulp bij het bepalen van oude plaatsnamen door mij ten zeerste +wordt gewaardeerd. + +Ten slotte mijn welgemeenden dank aan u, hooggeleerde heeren +J. te Winkel, C. C. Uhlenbeck en A. H. G. P. van den Es, voor uw +wetenschappelijk onderwijs, zoowel als voor de door u zoovele malen +betoonde belangstelling in mij. + +Afzonderlijk wensch ik nog een woord van erkentelijkheid te wijden +aan u, hooggeleerde Heeres, voor de groote hulpvaardigheid, waarmede +mij alle mogelijke gegevens en inlichtingen door u werden verstrekt. + +Verder betuig ik allen, die mij nog van eenigen dienst zijn geweest, +hier zeer gaarne mijn dankbaarheid. + + + +Eerst was mijn plan voor het gemak van den lezer bij dit werkje +een schetskaartje van de Philippijnen te voegen; hiervan ben ik +teruggekomen, omdat het kaartje van dien eilandengroep, uitgegeven +door de redactie van de "Telegraaf" dit volkomen onnoodig maakt. + + + + + + +INLEIDING. + + +Zooals overbekend is, waren onze voorouders op het einde der 16e eeuw +de vrachtvaarders van Europa. Zij brachten de waren uit het Noorden +naar het Zuiden en omgekeerd. Vooral op Portugal en Spanje dreven +zij ondanks den oorlog veel handel. Wel werd hun overlast aangedaan +en moesten zij veel kwellingen verduren: hier werd beslag gelegd op +een schip, daar volk geprest of voor de inquisitie gebracht; maar tot +een algemeenen, afdoenden maatregel kwam Philips II niet, daar zijn +volk de handelswaren, die de rebellen aanbrachten, te zeer noodig had. + +Eerst na den moord op Prins Willem I, in 1585, nam Philips een +zeer krassen maatregel, in de hoop dat het volk, hierdoor geheel +en al ontmoedigd, Antwerpen te eerder aan Parma zou overgeven. Hij +legde nl. onvoorziens beslag op alle Nederlandsche schepen. Onjuist +is echter de overlevering, dat deze groote slag onze voorouders +met de rechterhand deed grijpen naar het zwaard, met de linker +naar den geldbuidel, om op deze wijze desnoods met geweld te +bemachtigen, wat hun onmogelijk was gemaakt langs vredelievenden weg +te verkrijgen. Niets toch is minder waar. Kort nadat dit nadeel aan +de Nederlanders was toegebracht, begon de vaart opnieuw. Wel is waar +slechts oogluikend toegestaan en onder vreemde vlag, maar men had de +handelswaren noodig en--de Nederlanders werden geduld. + +Nieuwe grieven voegden zich echter bij de oude, nieuwe zandbanken +deden onze koopvaarders averij beloopen of stranden. Niet alleen +van Spaansche zijde werden deze wederom voor ons opgeworpen, ook +onzerzijds legde men den Nederlandschen kooplieden vele belemmeringen +in den weg. Van 1586 tot 1600 werden er niet minder dan een tiental +plakkaten uitgevaardigd, waarbij men den toevoer van leeftocht en +oorlogsbehoeften naar de vijandelijke havens verbood. + +Bedenkt men nu dat het Nederlandsche volk slechts bestond door den +handel, dat het was een volk in opkomst, een volk dat getoond had door +druk te groeien, dan is het ons duidelijk, dat het gretig luisterde +naar de zeevaartkundige lessen van een Plancius, naar de verhalen +van een Linschoten, om hiermede zijn voordeel doende, zelf den steven +te wenden naar het Oosten. De eerste scheepstocht naar de gewesten, +waarvan wij later het grootste deel in ons bezit zouden krijgen en +waaraan de naam van Cornelis de Houtman onafscheidelijk verbonden is, +had in 1595 plaats [2]. Na eene afwezigheid van 2 1/2 jaar kwamen in +1598 drie van de vier schepen in het vaderland terug. Reeds spoedig +werden deze gevolgd door een tweede vloot, waarna vele andere dezelfde +gevaarvolle reis ondernamen. Soms waren dus de Nederlanders in staat +een vrij aanzienlijke macht in de Indische wateren te verzamelen, +om afbreuk te doen aan hun aartsvijanden de Portugeezen en Spanjaarden. + +Met opzet spreek ik van de Portugeezen en Spanjaarden beiden, omdat, +hoewel Spanje en Portugal na 1580 vereenigd waren, het bestuur over +de respectievelijke bezittingen gescheiden bleef, ja het meermalen +is voorgekomen, dat de onzen voordeel behaalden, sterkten behielden +door de afgunst en naijver, waarmee de beide naties van hetzelfde +schiereiland elkander vervolgden. In de vele vijandelijke ontmoetingen, +waaruit wij zoo dikwijls zegevierend te voorschijn traden, hadden +wij bijna altijd te strijden met eene afzonderlijke vloot van een +van beiden, zelden met een gecombineerde. Deze afgunst is dan ook +zeker een factor geweest, waardoor onze macht en invloed zoo snel +kon toenemen, zoo spoedig is aangegroeid. + +Maar er was meer. Linschoten [3] schreef reeds, op de Portugeezen +doelende, in zijn eigenaardige taal: "Vroeger streed men hier om +prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te laten maar +nu ter tijt sijnse al om rapen uyt". Portugal was in Indië schijnbaar +nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten op de Oostkust van +Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden zeeweg naar Indië +door het bezit van de groote handelsplaatsen Ormoes en Maskate aan den +ingang van de Perzische golf, had Goa tot hoofdzetel van zijn gezag, +was na de verovering van Malakka oppermachtig in Achter-Indië, had +sterkten op Tidore, Ambon en Macao, om van den uitgebreiden handel op +China en Japan nog niet eens te spreken [4]. Deze zoo uitgebreide +macht was uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en +groene bladeren, inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige +bijlslagen en hij zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan +zijne onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de +Hollanders reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche +macht nog grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het +hun al spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten +dan ons zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te +zetten; verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen +Portugeezen en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om +voordeel te behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen, +die hebben plaats gehad in de Molukken. Maar behalve dáár, hebben +de Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd +tegen de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen. + +Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de +Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de +Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan +de baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht [5]. De +reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila +vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden +hun hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen +steeds eene bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken, +trachtten de onzen de Spanjaarden aldaar zooveel mogelijk afbreuk te +doen, hun macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan +door schade toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila +met de Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden +hadden een levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote +handelsvloot aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen +hun waren, voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in +de plaats het bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een +steeds grootere hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld +met de zoogenaamde zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm +groot deze aanvoer was en hoeveel de handel in Manila dus beteekende, +bewijst wel het feit, dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer +onder leed, dat men in Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te +beperken tot 500,000 duros (dollars) [6]. Elke belemmering en schade, +die wij nu dezen handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche +jonken of zoo mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip, +schonk ons niet alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de +hoop ontstaan, dat de Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk, +op zouden geven en hem verplaatsen naar Batavia [7]. + +Van hetgeen de Nederlanders in de 17e eeuw tegen de Spanjaarden op de +Philippijnen hebben uitgericht, vindt men bij F. Valentijn [8] slechts +enkele malen gewag gemaakt. Meer bijzonderheden heeft P. A. Tiele in +zijn "Europeërs in den Maleischen archipel" meegedeeld, althans tot het +jaar 1623. Deze komen echter uit den aard der zaak in zijn studie zeer +verspreid voor. Ook Van Dijk heeft op het een en ander reeds gewezen, +ofschoon de titel van zijn boek dit niet zou doen verwachten [9]. Wel +is waar heeft Blumentritt het onderwerp vrij uitvoerig behandeld, +maar daar deze geleerde slechts Spaansche bronnen heeft gebruikt, +is hij altijd eenzijdig en dikwijls oppervlakkig [10]. + +Afzonderlijk is verder het onderwerp niet behandeld; daarom wenschte +ik door dit mijn proefschrift die verrichtingen der Hollanders, hun +krijgs- zoowel als handelsoperaties aan de vergetelheid te ontrukken +met behulp van Hollandsche bescheiden. + + + + + + +HOOFDSTUK I. + + +Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden samen om de +Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen naar de +Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust, vertrok +in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In Indië +aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam voor vier +schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck besloot +huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk +opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten, +en handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan +specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor +slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der +Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd, +dat de Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar +onverhoeds de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen +besloot Guzman alle meer geïsoleerde posten op te heffen om hiermee +Manila te versterken [11]. + +De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door +te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die +zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van tochten +opende, welke de onzen naar de Philippijnen hebben ondernomen. Olivier +van Noort toch kwam 15 September 1600 met nog twee van de vier +schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop (later de Eendracht +gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers te zetten naar de +Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de straat Bernardino +of straat van Manila, stevende die door en wierp het anker uit voor +het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door bemiddeling +van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners van +dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen [12]. Maar dit gelukte +hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners het +binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit wraak +in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het zilverschip +uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken buit te +maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te eerder, +omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk, die +soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila terugkeerde, +had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche zeemacht +naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners daar te +tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den 24en November +in de baai van Manila, of de Spanjaarden spanden alle krachten in om +twee galjoenen in gereedheid te brengen en daarmede hunne vijanden +aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in staat zee te kiezen +en den 14en December ontmoetten de vier schepen elkander. + +Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was Dr. Antonio de Morga, +oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van "Sucesos de las Islas +Philipinas" [13]. Morga opende direct het vuur op de Mauritius. Van +Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut gereed te maken +en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed gerichte +schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een gedrongen +Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter duren, +want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en raakte met +zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. Of nu de +Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben losgevochten, +tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, dat hij de +lont in 't kruit zou steken [14], of dat de Spanjaarden op bevel +van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand geraakte Hollandsche +admiraalschip [15], de uitslag blijft hetzelfde: zoodra het Spaansche +schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de diepte, waardoor +Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip te blusschen +en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 verscheen +[16]. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd den vijand te +verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 Spanjaarden en 150 +Indiërs en negers waren verdronken of gesneuveld, het admiraalschip +was met geschut en ammunitie een prooi der golven geworden [17]. Onder +de geredden behoorde ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht +de Eendracht door het andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als +commandant bevond, aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog +juist bijtijds terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan +zijn krijgsmakkers, die deels in een boot, deels zwemmende, het land +trachtten te bereiken. Biesman, de bevelhebber van de Eendracht, +en het grootste deel van de bemanning werd gedood, de overigen in +een klooster opgenomen [18]. + +Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der Hollanders +mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin voordeelig +genoemd worden. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + + +Hoe was het intusschen den Nederlanders in de Molukken gegaan? De +meeste dezer eilanden behoorden onder de heerschappij van den Sultan +van Ternate nl. Sahid, zoon van Baab, van wien gezegd werd, dat hij +heerschte over 72 eilanden. Deze Sahid was in voortdurenden strijd +met Mamoli, Sultan van Tidore. Daar nu de Portugeezen een fort hadden +op Tidore en van daar uit den Tidoreezen steeds hulp verleenden tegen +Ternate, lag het voor de hand, dat bij de komst der Nederlanders in +de Molukken Sahid alles in het werk stelde om deze vreemdelingen voor +zich te winnen. Reeds bij het eerste bezoek stond hij aan Van Warwijck +toe er een handelskantoor te vestigen en werd Frank van der Does +daar als koopman achtergelaten. Toen de Nederlanders voor de tweede +maal Ternate bezochten, deden zij zich aan Sahid kennen als dappere +soldaten, die zeer goed tegen de Portugeezen waren opgewassen. Deze +toch hielden niet op de Nederlanders bij Sahid zwart te maken en hem +wantrouwen tegen ons in te boezemen. Om ze hiervoor eens te tuchtigen, +vroeg en verkreeg Van Neck na eenige aarzeling vergunning van Sahid en +tastte hij met twee schepen de vier Portugeesche vaartuigen aan. Wel +bleef het gevecht onbeslist maar--lafaards waren we niet! hiervan +had Sahid de duidelijke bewijzen gezien. Reeds meermalen had de +kapitein van het Portugeesche fort op Tidore een bode naar Manila +afgevaardigd om hulp te verzoeken aan Francisco Tello. In 1601 had +Mamoli zelfs zijn broer Kaitjil (prins) Kota naar de Philippijnen +gezonden. Veel vermocht Tello echter niet te helpen, maar toch zond +hij ammunitie en eenige manschappen, die reeds dadelijk tegen Van Neck +goede diensten konden bewijzen. Tello beloofde een grootere macht te +zullen zenden in 1602, welke macht zich dan voegen zou bij de vloot, +die de Portugeezen te Goa hadden uitgerust om zich zelf daarmede in +de Molukken te nestelen en de Hollanders er uit te weren. Deze vloot +verliet Goa den 8en Mei 1601 onder bevel van André Furtado de Mendoza +en werd door Wolfert Harmensz voor Bantam verdreven, waarna Furtado +de reis naar de Molukken voortzette. Den 10en Februari 1602 kwam hij +voor Ambon aan en vestigde daar zijn gezag. Te Bantam en hierna op +en om Ambon had hij reeds zoovelen zijner soldaten verloren, dat hij +zich in Mei gedrongen gevoelde om bij Acuña, den opvolger van Tello +de Guzman, op de beloofde hulp aan te dringen. + +Acuña, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat Manila +van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op +dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en +Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op +Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate +geblokkeerd werd, in de Audiencia [19] besloten kapitein Gallinato +met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel +trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen +en Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het +uitblijven van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk overloopen der +Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23 Maart 1603 +bevel de troepen in te schepen [20], slechtte het fort op Makjan weer +en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka terug. Niet lang zou +het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de kampplaats worden +tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van de ongelukkige +bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche vlootvoogd Van der +Hagen zich voor Ambon en reeds den 23en gaven de Portugeezen het fort +bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd met hun geweer vertrekken; +de gehuwden, die blijven wilden, moesten natuurlijk den eed van +trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad nagelen zou de helft +aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen marktprijs worden +overgenomen [21]. De "kapitein Hitoe" sloot namens de Hitoeezen +met hem een contract, waarbij men beloofde, elkaar wederkeerig, wat +het geloof betreft, geen overlast aan te doen [22]. Hierop vertrok +Van der Hagen naar Banda, liet Frederik de Houtman in de vesting +op Ambon achter en gaf zijn onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz +last om met vijf schepen naar Ternate te zeilen en van daar uit zoo +mogelijk het fort op Tidore op de Portugeezen te veroveren. Van der +Hagen sloot met de Bandaneezen een contract op denzelfden voet als +vroeger reeds door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde +daarna onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot +kalmte bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag +van de bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de +inwoners "getravailleerd", terwijl Frederik de Houtman, in strijd met +het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen te +vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila. + +Cornelis Bastiaensz was intusschen naar Ternate gezeild, overmeesterde +de twee Portugeesche vaartuigen, die voor Tidore lagen en tastte +daarna de vesting aan. De bevelhebber van het fort, Don Pedro +Alvarez de Abreo was echter op zijn hoede, gewaarschuwd door den +Engelschen admiraal Middleton, die hem had meegedeeld, wat in Ambon +geschied was. Hier ging de verovering dus niet zoo gemakkelijk als op +Ambon. Tweemaal liepen de Hollanders, gesteund door de Ternatanen, +storm. Tweemaal moesten zij afdeinzen. Het geluk diende ons echter: +de kruittoren sprong in de lucht en hierdoor was weldra de vesting +ons. Aan Abreo werd met alle Portugeezen vrije aftocht toegestaan +"daar het haer geliefde met haer bagage" [23]. + +Zoo waren dus de Molukken weer in handen der Nederlanders en zij +zouden wellicht voor goed aan hen gebleven zijn, indien Bastiaensz +door de heeren bewindhebbers in staat was gesteld het veroverde +te behouden. Het fort op Tidore werd echter op verzoek van Sultan +Sahid van Ternate onbruikbaar gemaakt, terwijl het ons aangeboden +fort op Ternate niet voldoende kon versterkt en bemand worden. Het +door de Portugeezen verlaten fort op Makjan werd in het geheel niet +bezet. Ten gevolge van deze verkeerd begrepen zuinigheidstaktiek +der bewindhebbers hadden de Spanjaarden weldra weer licht spel om de +Molukken aan de Hollanders te ontrukken. + +Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken +bevonden, waren Acuña uit Spanje en Mexico op zijn herhaald aandringen +1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en uit Malakka +twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend verzoek om de +Molukken te hulp te komen. Acuña, hiertoe nu op zoo uitnemende wijze in +staat gesteld, voldeed om meer dan één reden hier zeer gaarne aan. In +de eerste plaats omdat hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een +koninklijk bevel door den Jezuïet Gomez werd overhandigd, waarbij hem +gelast werd zonder hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren, +ten einde de nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht +der beide volken, te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel +om de Molukken direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de +tweede plaats ging Acuña er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de +Hollanders hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen +[24]. Den 15en Februari 1606 vertrok Acuña zelf met de vloot van Otong, +op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich op als maestro +del campo, terwijl over een der drie Portugeesche galjooten bevelhebber +was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro Alvarez de Abreo. + +De vloot verdeelde zich in twee deelen; de zeilschepen onder bevel +van Esquivel voeren direct door naar de Molukken, terwijl Acuña met +de galeien zich eerst nog ophield aan de kust van Mindanao. Zoodra +Esquivel voor Tidore aankwam, sloten de Tidoreezen zich met vreugde +opnieuw bij de Spanjaarden aan, terwijl de Hollanders, die door +Bastiaensz waren achtergelaten, in handen van de Spanjaarden +vielen. Den 26en Maart voegde Acuña zich bij Esquivel en na nog +eenige versterkingen bekomen te hebben van Tidoreesche Kora-Kora's, +staken zij den 31en Maart naar Ternate over en sloegen op 1 April +het beleg voor de vroegere vesting der Portugeezen. Het Hollandsche +schip de West-Vriesland, dat voor Ternate lag, vluchtte met eenige van +de zich op Ternate bevindende Hollanders naar Ambon, terwijl enkele +andere de Ternatanen tegen de Spanjaarden hielpen. Deze bijstand was +echter te gering om het fort te kunnen houden. Bij een uitval werden +de Ternatanen terug geslagen en drongen hunne vijanden te gelijk met +de vluchtenden het fort binnen. Hiermee was echter de tegenstand der +Ternatanen niet gebroken, want Sultan Sahid en Kaitjil Hamdja en de +prins-troonopvolger Modafar waren naar Takomi, een versterkte kampong +op de Noordkust van Ternate, gevlucht. Zich hier nog niet veilig +wanende, stak Sahid over naar Saboegoe op Djilolo. Hamdja kwam het +echter verkieslijker voor zich te verzoenen met de Spanjaarden en door +middel van dezen gelukte het den Spanjaarden Sahid te bewegen terug te +keeren en een verdrag te teekenen, waarbij hij den koning van Spanje +als heer erkende. Als belooning voor deze diensten werd Sahid opgelicht +en naar de Philippijnen vervoerd. Tot de verovering van Ambon kwam +het niet, daar Acuña's aanwezigheid in Manila dringend vereischt werd, +door de dreigende houding der Japanners. Zijn geestkracht was bovendien +aanmerkelijk verlamd door het hem toegediende vergif, waaraan hij +ook spoedig na zijn terugkeer is gestorven. Ofschoon de Spanjaarden +dus niet geheel hun doel hadden bereikt, was toch hun hartewensch +vervuld: de Molukken waren nu grootendeels onmiddellijk onder Spaansche +heerschappij gebracht, en Esquivel, die op Ternate achterbleef, kreeg +dan ook den titel van "Gobernador del Maluco." Acuña had echter door de +oplichting van Sahid een te duidelijk bewijs gegeven van de Spaansche +trouweloosheid, wat zal blijken een politieke fout te zijn geweest, +waarvan de Hollanders maar al te vlijtig gebruik zouden maken [25]. + + + + + + +HOOFDSTUK III. + + +Toen Acuña de Molukken verliet, was Ambon de eenige plaats, +die met Frederik de Houtman als gouverneur onder onmiddellijk +gezag der Hollanders stond, terwijl zij verder op Banda een +geringen invloed bezaten door middel van den, daar door Van der +Haghen in 1605 achtergelaten, koopman Hendrik van Bergel. Dat deze +invloed niet groot was, kunnen wij lezen uit een brief van Jacques +l'Hermite, opperkoopman te Bantam, in November 1608 geschreven aan +de bewindhebbers te Amsterdam: "Ick vreese, sooder geen ordre in dit +eylandt gestelt en wort, eens qualick zal afloopen, want dagelycx in +moetwille toenemen en daer en is nyet wel remedie toe, tensy dat men se +met gewelt dwinght, dwelck oock zijn zwarickheden heeft. Niet alleen +die van Banda, maer oock ten respecte van alle landen hieromtrent, +die daermede groot achterdencken soude gegeven worden; die van Ambon +werden seer door de Bandaneezen opgerockt, ende is te sorgen schier +oft morgen daer oock uytborsten sal" [26]. + +Matelieff was de eerste Hollandsche vlootvoogd, die na Acuña's vertrek +uit de Molukken, aldaar verscheen. Den 29en Maart kwam hij voor Ambon +aan en trof hier de gezanten der Ternatanen, die reeds in Bantam +waren geweest om hulp te verzoeken, welke hij hun beloofde, indien +zij met 2000 man er toe mede wilden werken de zoo gehate Spanjaarden +te verjagen. + +Den 13en Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen, die onder +Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken, bleken op verre +na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden, dit na het +vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen. Modafar +en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te +bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk +te verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff +aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een +fort werd voorzien. Reeds den 26en Mei 1607 teekenden Matelieff en +de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de bepaling werd +opgenomen, dat "alle Ternatanen, die verstroyt zijn, in d'omleggende +landen met den eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van +Ternatanen het verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen, +ende 't volk gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt compt" +[27]. Nauwelijks was het fort den 8en Juni gereed gekomen, of Matelieff +vertrok den 12en naar China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen +op Mindanao te hebben afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao +stellig wel een gunstig onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze +nog steeds in oorlog was met de Spanjaarden [28]. + +Dat Matelieff reeds zeer goed het groote nut inzag, dat wij konden +trekken uit de vijandschap van dezen sultan met de Spanjaarden, +blijkt wel uit den raad, dien hij aan den Hollandschen vlootvoogd +Van Caerden gaf, toen deze den 6en Januari 1608 te Bantam verscheen +[29]. Hij haalde hem over naar de Molukken te stevenen en drukte hem op +het hart toch vooral de Spanjaarden op Ternate niet roekeloos aan te +tasten, maar zich veeleer met den sultan van Mindanao te verbinden, +opdat hij met diens hulp den Spanjaarden allen toevoer uit Manila +zou kunnen afsnijden. Van Caerden deed dit niet, maar zette, na een +mislukte poging om Djohore te bereiken, direct koers naar Ambon en +vandaar naar Ternate, waar hij den 18en Mei 1608 aankwam. Hoewel +een achttal bodems onder zijne bevelen hebbende, voelde hij zich, +misschien gedachtig aan de waarschuwing van Matelieff, niet sterk +genoeg om de Spanjaarden op Ternate of Tidore aan te tasten, maar +werd er besloten een aanval te wagen op het fort Makjan, dat slechts +door Tidoreezen bezet was. Ofschoon goed verdedigd, werd het fort +stormenderhand genomen en met nog twee andere plaatsen op Makjan +opnieuw in staat van verdediging gebracht, waarna men er 120 man +achterliet onder bevel van Appollonius Schotte. Alle hoofden van het +eiland kwamen daar toen samen om zich aan het Nederlandsch gezag en +de Ternatanen te onderwerpen. Met de verovering van dit nagelrijke en +voor de Compagnie zoo rentengevend eiland stelde Van Caerden zich niet +tevreden, maar ontnam den Spanjaarden ook nog een sterkte Tjio op het +eiland Morotai ten Oosten van Gilolo. Doch hierna daalde zijn gelukzon +en werd ons een gevoelig verlies toegebracht door Pedro de Heredia, +die met twee Spaansche galeien het fregat van Van Caerden aanviel +en den bevelhebber met zijn manschappen den 17en Sept. 1608 dwong +zich over te geven. Wel werden er weldra weer 34 van hen ingewisseld +tegen Spanjaarden van een veroverd Spaansch fregat, dat van Manila +naar Ternate wilde om de Spanjaarden aldaar te proviandeeren [30], +maar Van Caerden zelf bleef voorloopig nog de gevangene van Juan de +Esquivel, die als losprijs niets meer of minder eischte dan de overgave +van de forten op Makjan en van Malaya op Ternate. Gelukkig was deze +eisch den Hollanders wel wat al te kras, hoewel toch "door verblint +verstant der Hollandern Maleyo offte de fortresse op Ternate gelegen, +Orangie, voor des Admiraels rantsoen werde geoffreert en gebooden". Op +deze voorwaarde wilde Esquivel Van Caerden echter niet vrijlaten; +"tot grote ontlastinge van degene die sulx hadden gepresenteert" +[31], zegt de briefschrijver er bij. Door gevangenschap werd Van +Caerden dus verhinderd, uitvoering te geven aan zijn plan om een +tocht naar de Philippijnen te ondernemen. + +François Wittert zou na Van Noort de eerste zijn, die zich voor den +hoofdzetel van het Spaansche gezag in de Oost zou vertoonen. Voor wij +echter over kunnen gaan tot de beschrijving van dezen tocht, zien +we ons genoodzaakt een oogenblik te verwijlen bij de verrichtingen +van twee andere vlootvoogden, namelijk den admiraal Pieter Willemsz +Verhoeff en schipper Simon Jansz Hoen, die den 15en Februari 1609 +voor Bantam verschenen. Lang vertoefden zij hier niet, maar vertrokken +direct naar Banda, om die eilanden aan de Compagnie te verbinden "met +tractaat ofte met geweld". Verhoeff viel aldaar als slachtoffer van +de trouweloosheid der Bandaneezen, waarna aan Simon Jansz Hoen als +vice-admiraal het opperbevel werd opgedragen. Nadat Hoen de opdracht +zijner principalen op Banda had volbracht, door er na heftigen strijd +het fort Nassau gebouwd en den Bandaneezen een tractaat afgedwongen +te hebben, stelde hij Hendrik van Bergel [32] daar als gouverneur aan +en zeilde naar Ternate. Hier kwam hij den 23en Sept. aan, versterkte +op Ternate het plaatsje Tacomi, dat Willemstad gedoopt werd, en was +daarna zoo gelukkig aan de macht der Compagnie een groote uitbreiding +te geven door de verovering van Batjan. Tidore kon hij helaas niet +machtig worden, daar de dood hem in Januari 1610 wegrukte, waardoor +dit gedeelte der vloot, uit gemis aan een aanvoerder en door onderling +krakeel, niets van belang meer heeft kunnen uitrichten. Vóór Verhoeff +naar Banda vertrokken was, had hij volgens besluit van den breeden raad +zijn vice-admiraal François Wittert bevel gegeven met vier schepen +naar Makasar te zeilen, om aldaar rijst en andere levensbehoeften +voor de Molukken te koopen en tevens pogingen in 't werk te stellen +om een verbond met den vorst te sluiten. Het is hier de plaats niet +te verhalen, hoe Wittert geslaagd is. Genoeg zij het te vermelden, +dat hij, na te Makasar eenige maanden vertoefd te hebben, den 22en +Juni 1609 voor Ternate verscheen. Na hier vernomen te hebben, dat +Van Caerden gevangen was genomen, versterkte hij het eilandje Motir, +sloot een voordeelig tractaat met de Ternatanen en ging daarna den +22en September, juist één dag voor de aankomst van Hoen te Ternate, +naar de Philippijnen onder zeil. De weinig energieke gouverneur van +die eilanden, Telez de Almansa, was in 1609 opgevolgd door Don Juan +de Silva. Deze had, zoodra hij aan het bestuur kwam, de haven Cavite +en andere forten op de Philippijnen versterkt en één der vijf door hem +meegebrachte compagnieën soldaten onder Fernando de Ayala tot hulp naar +de Molukken gezonden. Uit deze maatregelen blijkt wel, dat Wittert een +krachtig tegenstander tegenover zich zou vinden. Of hem de tocht naar +Manila te Bantam reeds was aanbevolen, weten wij niet, maar het is +wel zeer waarschijnlijk, daar hij zich geheel houdt aan het advies, +dat Matelieff aan Van Caerden hieromtrent 4 Jan. 1608 heeft gegeven +[33]. Na eerst op de moeilijkheid te hebben gewezen, om met onze vuile +schepen de vlug bezeilde Chineesche jonken in de Philippijnsche wateren +te achterhalen, geeft hij den raad om met twee groote vaartuigen, +die krachtig genoeg waren om den vijand te weerstaan, en twee jachten +"dapper op de seylage gemaeckt", voor Manila te gaan kruisen. Tevens +acht hij het wenschelijk eenige plaatsen van de Spanjaarden daar af +te loopen, voornamelijk Otong op het eiland Panay, van waar uit veel +rijst en vleesch naar Manila wordt gestuurd. "Verzeker u echter eerst", +zegt Matelieff, "van de hulp der Mindaers". Geheel overeenkomstig +dit advies van Matelieff aan Van Caerden, richtte nu Wittert zijn +tocht in. Den 25en October kwam hij met het schip De Amsterdam en drie +jachten: De Valk, De Arend en De Pauw, voor Otong aan. Hier konden ze +echter weinig uitrichten, daar Ayala, die, zooals wij gezien hebben, +met hulptroepen voor de Molukken onder weg was, zich nog op deze +plaats bevond. Wel gelukte de landing, maar toen zij hier buiten +verwachting zoo'n krachtigen tegenstand ontmoetten, trokken zij zich +weder terug op de schepen en zetten hun tocht voort. Ook Cavite was +door Juan de Silva te goed versterkt, om dit met eenige kans op succes +te kunnen aanvallen. Wittert voer nu terug en stationneerde zich aan +den ingang der baai voor het eilandje El Frayle, waar hij alle schepen +uit China, Macao en Voor-Indië komende, overviel en zonder de minste +moeite buit maakte. Drie-en-twintig rijk geladen jonken bemachtigde +hij hier [34], behalve nog twee Japansche, die hij echter weder vrij +liet. Deze rijke gemakkelijk verkregen buit en misschien ook de hoop +dat hij nog het zilverschip uit Mexico zou bemachtigen, verleidde hem +langer te blijven dan met de voorzichtigheid overeenkwam. Wanneer +hij echter dacht, dat de Spanjaarden zonder verzet zouden aanzien, +dat Wittert op deze wijze de welvaart van Manila bedreigde en de bron +van inkomsten deed opdrogen, had hij buiten den energieken De Silva +gerekend. Alle krachten spande deze in, om een behoorlijke vloot +uit te rusten. Dag en nacht werd gearbeid, het ijzer der hekwerken +gebruikt en kerkklokken vergoten tot geschut. Op deze wijze verkreeg +hij een vloot van acht schepen, twee galjoenen, twee galeien en vier +kleinere schepen, bemand met 1000 koppen, bijna alle Spanjaarden, +onder aanvoerders als Pedro de Heredia en Gallinato. Hierbij voegde +zich nog een in Marinduque gemaakt schip. Het opperbevel over deze +scheepsmacht verkreeg De Silva's neef Don Fernando de Silva. Op 21 +April 1610 verliet Fernando met zijn vloot Cavite en 25 April raakte +hij met drie schepen van Wittert slaags--een jacht en een sloep van +het schip Delft lagen aan de andere zijde van de baai op wacht. De +uitslag was niet twijfelachtig, de overmacht te groot. Wittert en +velen met hem sneuvelden, twee schepen werden genomen en het derde +vloog in de lucht. Toen het jacht De Pauw en de sloep, op het schieten +afkomende, den uitslag bemerkten, vluchtten zij en kwamen behouden +in Patani [35]. Bijna de geheele Hollandsche macht voor Manila was +dus vernietigd, en dit niet alleen: ook de ontzaglijke buit [36] +der Hollanders en hunne papieren vielen in handen der Spanjaarden, +125 man werden krijgsgevangen gemaakt, en 50 stukken geschut van +de Hollandsche schepen zouden voortaan tegen die Hollanders zelf +hunne goede diensten bewijzen. Van de krijgsgevangenen bleven zij +gespaard, die door de vermaningen der Jezuïeten--en misschien ook +door de vrees voor den dood, of liever door de hoop op het leven, +tot het katholicisme werden bekeerd. + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + + +Zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, was in 1610 +de toestand in de Molukken verre van rooskleurig. Van Caerden was +gevangen genomen, Hoen plotseling gestorven en Wittert gesneuveld. In +Februari 1610 kwam een Spaansche versterking, bestaande uit zes +fregatten, in de Molukken. Gelukkig maakten de Hollanders zich van +een dezer schepen meester, waardoor zij in staat gesteld werden Van +Caerden in te wisselen tegen de zich daarop bevindende officieren +en paters. Dadelijk werd Van Caerden als gouverneur erkend, maar +niet lang daarna voor de tweede maal krijgsgevangen gemaakt door de +Spanjaarden, die hem nu naar Manila voerden, waar hij in de gevangenis +omkwam. Zoo waren de Molukken dus weer zonder een erkend hoofd. Wel +zou het Bestand in Oost-Indië 9 April 1610 ingaan, maar de Spanjaarden +hadden hiervan nog geen bericht ontvangen. En toen zij dit later van +de Hollanders vernamen en met de stukken overtuigd werden, weigerden +zij toch het bestaan ervan, zonder last van hooger hand, te erkennen +[37]. Integendeel, Don Juan de Silva maakte zich gereed tot een tocht +naar de Molukken. Uit de buitgemaakte papieren van Van Caerden had hij +den juisten toestand, waarin zich de forten in de Molukken bevonden, +leeren kennen, en in de hoop den Nederlanders voor de tweede maal +een even geduchte nederlaag toe te brengen, als in het vorige jaar, +besloot hij, tegen het gevoelen der Audiencia in, aan zijn voornemen +gevolg te geven. In 1611 verscheen hij met een vloot, waarop zich +2000 soldaten en matrozen en vele inboorlingen bevonden. Reeds +spoedig bemerkte hij, dat de forten in veel betere conditie waren, +dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij den ongelukkigen sultan +Sahid, die door hem uit Manila was meegebracht, in de Spaansche +vesting achterliet en wederom met zijn vloot naar Manila vertrok. Op +dezen terugtocht maakte hij zich van Gilolo en Saboegoe, twee door +de Hollanders versterkte plaatsen op de Westkust van Halmaheira, +meester. Deze beide plaatsen waren daarom wel van eenig belang, +omdat van daar uit Ternate en Tidore gemakkelijk van levensmiddelen +konden worden voorzien. Er verliepen een paar jaar voor de Hollanders +zich sterk genoeg gevoelden een tocht naar de Philippijnen te +ondernemen. Weliswaar bevond de eerste gouverneur-generaal Both zich +in 1613 met dertien schepen in de Molukken en werd toen het voorstel +gedaan om een kaapvaart naar de Philippijnen te doen, maar Both en +de meerderheid der bevelhebbers vonden het van meer belang eerst de +forten in de Molukken in flinken staat van verdediging te brengen, +zoodat er toen geen gevolg aan werd gegeven [38]. Laurens Reaal +bleef als gouverneur in de Molukken achter. Steeds liepen onder +diens bewind geruchten omtrent de aanstaande komst der Spanjaarden +[39]. Wij zullen later zien, dat deze niet uit de lucht gegrepen waren. + +Reaal had reeds lang het plan gekoesterd den vijand in Manila op te +zoeken en daar hij in 1614 een voldoend aantal schepen onder zijn vlag +kon vereenigen, maar geen leger bezat, dat sterk genoeg was om den +vijand te land op Ternate of Tidore aan te tasten, besloot hij met zijn +raad deze scheepsmacht te gebruiken tegen de Philippijnen. Tegenover de +tien schepen der Hollanders hadden de Spanjaarden er weliswaar veertien +gereed, maar deze waren volgens de ingewonnen informatie slechts met +zeer weinig soldaten en met nog minder matrozen bemand. Bovendien +waren onze forten in de Molukken in goeden staat van verdediging, en +mocht hier onverhoopt iets voorvallen waardoor de hulp der vloot noodig +zou blijken te zijn, dan kon deze altijd met den aanstaanden noorder +moesson snel terugkomen. En als de nieuw benoemde gouverneur te Bantam +was aangekomen, zoo oordeelden Reaal en zijn Raad den 17en Aug. [40], +dan zou hij zich wel zoo spoedig mogelijk over Macao en Manila naar de +Molukken begeven. Deze reisroute toch zou hem een paar maanden eerder +aldaar doen zijn. Wilde het geluk nu, dat de beide vloten elkaar +in de Philippijnsche wateren ontmoetten, dan zou er misschien iets +"treffelycks" kunnen uitgericht worden. Den 17en Aug. werd met den +tocht een aanvang gemaakt door Jan Rossingeyn, die vooruit gezonden +werd naar Siau, het vroeger door Reaal veroverde eiland, om aldaar +Kaitjil Kaluwan [41] in plaats van den naar Manila vervoerden ouden +Koning, als zoodanig aan te stellen. Den 11en Sept. ging het tweede +deel van de vloot onder bevel van Reaal van Ternate onder zeil. Het +bestond uit zeven schepen. Het admiraalschip De Son, Groot Hoorn, +Seelandt, Ceylon, Middelborch, Patana en De Hope. Reeds den 15en +derzelfde maand kwamen ze voor Siau, waar zich Jan Rossingeyn met De +Arend, De Hollandsche Leeuw en De Maen bij de vloot voegde, zoodat +deze nu bestond uit tien schepen. Nadat Sangir was aangedaan, kwam +den 26en het eiland Tagima (tegenwoordig Basilan) in het gezicht +en bereikten zij den 29en Samboangan aan de zuidpunt van Mindanao, +waar zij veel ververschingen bekwamen van de inwoners die hen tevens +was en "canello de matto" te koop aanboden. Drie dagen later wierp de +vloot voor La Caldera het anker uit, waar de Mindanaers, zoowel als +de bewoners van den Soeloe-archipel, onzen vlootvoogd hulp aanboden, +terwijl de laatsten te kennen gaven niet te twijfelen, of hun koning +zou eerstdaags komen. Reaal zeide echter niet te kunnen wachten, daar +de moesson bijna verloopen was. Als hun vorst ons echter wilde volgen, +dan zou hij ons te Otong of elders kunnen aantreffen. Spoedig zeilden +zij dan ook naar het eiland Panay en kwamen daar den 14en Oct. in de +haven van Ilo-Ilo aan. De Spanjaarden, door Geronimo de Silva op de +hoogte gebracht van Reaal's komst, namen, zoodra deze zich met zijn +vloot vertoonde, in de bosschen van het eiland de wijk, daar zij zich +niet sterk genoeg gevoelden den Hollanders het bezit van het houten +fort te Otong te betwisten. Hier besloot Reaal te landen om den vijand +door "branden en blakeren" zooveel mogelijk afbreuk te doen. De dorpen +Jaro, met een zich daar bevindend klooster, Arevola en Otong in de +nabijheid van Ilo-Ilo werden met den grond gelijk gemaakt en alles wat +waarde had medegenomen. Hetzelfde lot ondergingen twee fregatten en +vele op de rivier liggende fusten. Ook werden er 110 à 120 "beesten" +buitgemaakt. Vergeefs gewacht hebbende op wat gunstiger weer en wind, +besloten zij eindelijk hun tocht naar Manila voort te zetten, maar +noordelijker dan Panay konden zij niet komen. Na herhaalde mislukte +pogingen om tegen den moesson op te zeilen, werd den 24en Nov. het +besluit genomen naar La Caldera terug te keeren, waar zij den 28en +opnieuw het anker uitwierpen. Zij vernamen hier, dat ongeveer een +maand geleden twee galeien, twee fregatten en twee kleinere scheepjes, +naar Ternate bestemd, voorbij gezeild waren. Waarschijnlijk naar +aanleiding van dit bericht vertrokken De Hoorn en Patana den 4en +Dec. naar de Molukken. De overige schepen hielden zich nog eenigen tijd +in La Caldera op, waar een paar gezanten van den sultan van Mindanao +en wat later de koning van Soeloe kwamen om met Reaal een verbond +te sluiten [42]. Reaal bewees hun groote eer en vriendschap en van +"die van Solock" zegt hij, dat ze "zijn een civiel volk, altemaal +sprekende goed Maleitsch, alsoo met Maleyen en die van Broenei veel +handelen in paarlen, die er schoon vallen, was, schildpadhoorn en +goud" [43]. Van hen werd ook vernomen, dat er twee of drie schepen +gezien waren in de nabijheid van Soeloe, die door de straat tusschen +Soeloe en Basilan poogden door te zeilen. De Hollandsche Leeuw werd +er op afgezonden, maar keerde onverrichterzake terug. Eerst den 14en +Jan. 1615 kon Reaal er toe besluiten La Caldera den rug toe te keeren +en de Molukken wederom op te zoeken. Den 26en Jan. wierp de vloot voor +Malayo het anker uit. Veel voordeel was met dezen tocht niet behaald, +daar zij volgens Reaal "meer schrick als schade aan den vijandt ofte +proffijt voor ons hebben gedaan" [44]. "Zij hebben", schrijft Coen, +"27 ankers verloren en veel perykel van stranden geleden" [45]. Boven +maakte ik reeds melding van de vele geruchten die in de Molukken +liepen omtrent de komst van een groote Spaansche macht. + +Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der +Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij de +Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen +en bemanning te voorzien [46]. Zelf spande hij alle krachten in om +een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug. 1614 +eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning +hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego +de Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te +kennen gaf, dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen +en 400 soldaten te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den +moesson zooveel "secours" zenden als hij kon missen. Dit bracht +De Silva dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met +tien galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om +uit te varen, toen hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al +zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal +Don Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend +tegen zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De +Silva zijn plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle +wetten en krijgsprudencie streed, den 12en Jan. 1610 in een junta +van alle "estados". Op de in deze vergadering gemaakte bedenking, +als zou het beter zijn op de hulp van den vice-koning te wachten, +kon de doortastende gouverneur antwoorden, dat den 1en Oct. 1615 een +karveel en een galjoot door Francisco de Meranda afgezonden waren, +die het volgende bericht hadden medegebracht. "De vier galjoenen, +u door den vice-koning toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben +de straat niet kunnen passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De +bevelhebbers zijn besloten voor Malakka te blijven wachten op de komst +der Spanjaarden, daar ze groote zwarigheid maken om naar de Molukken te +gaan". Na dit meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat, +als de Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot +den noorder moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen +de schepen wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door +de wormen verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit "zekere" +berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp +uit Holland had te verwachten [47]. Of hij de Audiencia tot andere +gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild, +is mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila +met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners, +die echter later aan wal moesten gezet worden, omdat men hen niet +vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva +in een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken, +tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken +nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te +zenden langs Sangir en La Caldera [48]. Terwijl de Hollanders, alsook +de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de Molukken zou +gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in straat Soenda +met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen [49] en vandaar naar +Bantam te zeilen om er de Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij +Banda en Ambon en daarna Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De +Silva echter voor Malakka kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen; +deze waren door Steven v. d. Haghen vernietigd [50]. De Silva had +stelligen last zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen +en te Malakka zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot +De Silva op deze plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot +echter een zwaar verlies. Den 19en April 1616 stierf De Silva [51] +plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan Don Alonso Enriquez het +opperbevel te hebben overgedragen. Door den dood van dezen krachtigen +doortastenden gouverneur was de groote voortstuwende kracht aan de +Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso Enriquez keerde uit vrees voor de +veiligheid der Philippijnen en wanhopende aan het Portugeesch secours, +in Mei naar de Philippijnen terug [52]. + + + + + + +HOOFDSTUK V. + + +Toen De Silva door tegenwerking van den fiskaal Alvarado en de +Audiencia gedwongen was geweest zijn krijgsplannen bloot te leggen, +werd hem naar aanleiding daarvan lichtzinnigheid verweten. Hij +verzweeg, zeide men, de zwarigheden, opdat hij niet zou behoeven te +wachten. Hij zag voorbij, dat hij een machtigen en ervaren vijand +tegenover zich had, die zonder twijfel van zijn plannen op de hoogte +was en geen hulp meer noodig had, daar hij volgens de berichten +van Padre Ribero, 37 schepen bezat. In plaats van alles te winnen, +zooals hij zich verbeeldde, vreesde men, dat hij alles zou verliezen +en van de vloot schip noch man zou ontkomen [53]. Alvarado en de +andere leden van de Audiencia zagen den toestand echter te donker in, +stelden zich onze waakzaamheid te groot, onze alwetendheid te absoluut +voor. De Hollandsche admiraal Van der Haghen verkeerde in de stellige +overtuiging, dat De Silva rechtstreeks naar de Molukken zou gaan en +verliet in die meening, na de Portugeesche galjoenen voor Malakka +vernield te hebben, de straat van dien naam, om nog tijdig met den +moesson in de Molukken te komen [54]. Ook zelfs de president van de +factorij te Bantam, J. P. Coen, werd er eerst den 10en April 1616 van +op de hoogte gebracht, dat de vloot niet naar de Molukken, maar naar +Malakka was gegaan. "Ende alsoo ten voors. tijde, doen van de compste +der Spanjaerden advyse bequamen, het westelijcke mousson verloopen was +ende wij van jachten gantsch onversien waeren, soo en conden naer de +Molucques geen advyse zenden" [55], schrijft Coen aan de bewindhebbers. + +De Silva's geheimhouding van het eigenlijke plan had dus wel degelijk +doel getroffen. En moge de grootsche onderneming zelf ook al geheel +mislukt zijn, de misleiding van den vijand ten opzichte van de +beraamde plannen is voor de Spanjaarden, zooals wij nader zullen +zien, zeer zeker van onberekenbaar belang geweest. Drie weken toch, +nadat Don Juan de Silva met zijn vloot uit Manila vertrokken was, +verscheen Joris van Spilberghen daar in de baai. Deze was reeds den +6en Aug. 1614 uitgezeild met last om door de straat van Magelhaens te +varen, den Spanjaarden aan de Westkust van Amerika zooveel mogelijk +nadeel toe te brengen en zich daarna naar de Oost te begeven. Deze +last was nauwkeurig door hem opgevolgd. Wel had De Silva van de +aankomst van Spilberghen in Zuid-Amerika gehoord, maar toen hij +in ongeveer twee jaar niets meer van hem had vernomen, meende de +Spaansche gouverneur, dat die Hollandsche vloot vernietigd was en hij +Manila dus gerust verlaten kon. Den 9en Febr. bereikte Spilberghen +echter de Philippijnen, voorzag zich op het eilandje Capoel van +levensmiddelen en zeilde daarna langs de Zuidkust van Luçon naar +Manila. Natuurlijk heerschte hier na zijne verschijning algemeene +ontsteltenis. De stad was zoo goed als weerloos. Geen troepen, geen +geschut; wapens, ammunitie, alles ontbrak. De bewoners vreesden reeds +weldra de Hollanders in hun stad te zullen zien. Hun stadhouder Don +Andrés de Alcazar nam echter alle maatregelen, die hij nemen kon en +bracht de daar nog liggende schepen zoo goed mogelijk in staat van +tegenweer, deed de kanonnen herstellen en liet, om hiervoor ijzer +te verkrijgen, de vroeger weggeworpen slakken zelfs weer smelten. De +Chineezen bekwamen voor iedere drie arrobas [56] erts, die ze hieruit +verkregen, een loon van drie realen. Burgers en monniken oefenden +zich in den wapenhandel [57], en toch zou alles vergeefs geweest zijn, +indien Spilberghen niet van gevangenen het bericht had vernomen, dat De +Silva naar de Molukken was afgezeild. Nu besloot hij, na 15 dagen in +de baai vertoefd en vergeefs getracht te hebben eenige gevangenen te +bevrijden, om zoo spoedig mogelijk naar deze eilandgroep te gaan. Den +20en Maart kwam hij te La Caldera. Hier vernam hij de valsche tijding, +dat de vijandelijke vloot zich nog in Otong op Panay bevond. Hij werd +tusschen La Caldera en het eiland Basilan, in de straat Basilan, +door windstilte een tijd lang opgehouden, van welke gelegenheid de +Mindanaers gebruik maakten om hem hun hulp tegen de Spanjaarden aan te +bieden met een vloot van 50 "scheepkes", terwijl ze hem een brief van +Reaal vertoonden, waarin deze hen zijn groote vrienden noemde [58]. In +Ternate gekomen deelde hij natuurlijk onmiddellijk aan Reaal mede, +dat, zooals hij ook werkelijk meende, de Spanjaarden zeer spoedig in +de Molukken zouden verschijnen. Men besloot dus den vijand hier af +te wachten. Den 1en Juni voegden zich nog bij hen eenige schepen uit +Banda en Ambon [59], waarop zich Van der Haghen en de andere raden +uit Indië bevonden, waarna deze overgingen tot het kiezen van een +nieuwen gouverneur-generaal. De keuze viel op Reaal. Nu rees de vraag +op welke wijze deze groote macht, zeventien schepen, die hier toevallig +bijeen was, het best kon worden gebruikt tot heil en voordeel van de +Compagnie. Zouden ze in de Molukken blijven en trachten het Spaansche +fort op Ternate of Tidore te veroveren; of was het beter den vijand in +de Philippijnen te bestoken? Tot het laatste besloot men. Jan Dirksz +Lam werd als bevelhebber aangesteld en den 1en Sept. vertrok hij met +een vloot van tien schepen van Malayo. Reeds den 17en arriveerde hij +aan La Caldera om daarna op advies van Reaal Otong op Panay aan te +doen. Den 30en Sept. bereikten zij deze plaats, waar de Spanjaarden +een fort hadden, dat men den volgenden dag gewapenderhand zou trachten +te nemen, om vandaar ongehinderd eenige beesten te halen, "die er +in abondantie te becomen zijn" [60]. Dit mislukte echter. Quinones, +de aanvoerder der Spanjaarden, gewaarschuwd door Geronimo de Silva, +ontving hen dapperder dan zij hadden verwacht, en met verlies van 14 of +15 man [61] en eenige gekwetsten werden zij teruggeslagen. Lam zegt, +"tselve door ons binnen 8 ofte 10 dagen door belegh wel hebben connen +geforceert geworden", maar dit achtten zij niet raadzaam, omdat dan +de moesson te veel zou verloopen. Denzelfden dag scheepten zij zich +dus weer in, deden 16 Oct. Marinduque aan om water in te nemen, van +welke gelegenheid drie man gebruik maakten om naar den vijand over te +loopen, verbrandden kort daarop het dorp Baradero en kwamen den 18en +Oct. in de baai van Manila aan. Eerst den 12en dezer maand hadden zij +vernomen, dat Don Juan de Silva te Malakka was gestorven en de vloot +reeds vier à vijf maanden geleden deze plaats had verlaten. Zoodra +Lam was aangekomen liet hij de sterkte van den vijand verkennen. Men +telde acht groote schepen, drie groote galeien, vijf of zes fregatten +en eenige kleinere vaartuigen, "die wij met devotie sullen verwachten +ende naar uit- en invaren sooveel doenlijck is te beletten, soodat +UEd. voor dit moeson in de Molukken voor 's viants macht niet en hebt +te vreesen", schrijft Lam aan Reaal [62]. Slechts nu en dan zond hij +eenige schepen naar de kust van Luçon om Chineesche jonken buit te +maken. Hierin waren zij echter niet gelukkig, zoodat het hen aan alle +mogelijke ververschingen begon te ontbreken en zij besloten [63] wegens +de vele zieken aan boord--De Oude Maen, Vlissingen en Walcheren konden +zelfs zonder hulp van andere hun ankers niet lichten--om het laatste +schip met advies en de zieken naar Ternate te sturen. Ook gelukte +het hun niet het zilverschip te verschalken. Den 8en Dec. hadden zij +bericht gekregen, dat het in Japan had overwinterd en in Ilocos [64] +lag, maar De Aeolus en De Walcheren, die er op uitgezonden werden, +konden het niet vinden. Toen zij den 8en Jan. 1617 nogmaals hetzelfde +vernamen, werd De Aeolus er weder heen gestuurd. Deze bracht helaas +ook nu niet het zilverschip mee, wel vier Chineesche en één Japansche +jonk en het bericht, dat het zilverschip wel degelijk te Ilocos had +gelegen, maar dat het geld (300,000 realen van achten) en 400 man +[65] over land naar Manila was gebracht. Zoodra De Aeolus op het +schip afkwam, werd dit door de bemanning zelf in brand gestoken, +wat eveneens met de twee daar liggende fregatten gebeurde. + +Het is te verwonderen dat de Hollanders, ondanks deze tochten buiten de +baai van Manila, niets hebben bemerkt van hen, wier bondgenootschap zij +in dezen zoo uitnemend hadden kunnen gebruiken, nl. de Mindanaers. Deze +maakten gebruik van de gelegenheid, dat de Hollanders de baai bezet +hielden, om zooveel mogelijk te rooven en te vrijbuiten. Eerst hadden +zij aan de kust van Camarines een daar op stapel staand schip en +twee jachten verbrand en dertig Spanjaarden gevankelijk meegevoerd, +en verder hun strooptochten uitgestrekt tot Panay. Hier werden zij +echter door den reeds boven genoemden Quinones verslagen en uit +elkaar gedreven. Een andere afdeeling der Mindanaers op Balayan, +aan de zuidkust van Luçon geland, vernielde daar een magazijn van +touwwerk der Spanjaarden. Aan deze strooptochten trachtten onze +vijanden een einde te maken. Twee galeien wisten de Hollanders te +verschalken door bij nacht uit Cavite te sluipen. Zij staken naar +Mindoro over, waar zich de vloot der Mindanaers bevond, maar konden +door den wind de rivier niet op zeilen, waarvan de Mindanaers gebruik +maakten, om zich zoo snel zij konden te verwijderen. Gelukkig voor +de Spanjaarden, dat Lam niet wist, hoe dicht in zijne nabijheid zich +bondgenooten bevonden [66]. Den 7en Maart besloten de Hollanders naar +Wittertseiland, een der Islas Hermanas, te zeilen, omdat zij daar +beter op de Chineesche jonken konden letten. Zij vertoefden er eenige +dagen, toen een Japansch gezagvoerder zich bij hen vervoegde. Deze +zeide een der door de Spanjaarden uitgezonden boodschappers te zijn, +die in last hadden de Chineesche jonken te Ilocos, Pangasinan of +Capo Fraile, op de westkust van Luçon, te waarschuwen. De Japanner +vroeg en verkreeg als belooning voor zijn bericht een Chineesche +jonk en een Hollandschen stuurman, om zich daarmee naar Japan te +begeven. Dadelijk werd De Aeolus (dit was dus voor de derde maal) +naar Ilocos gezonden, drie dagen later, den 23en Maart, gevolgd +door De Engel van Delft. Den 6en April zette het schip De Roode +Leeuw koers daarheen om De Engel terug te roepen. De Nieuwe Maen en +Ter Veer werden naar Wittertseiland gestuurd om De Aeolus, die met +twee buitgemaakte jonken tot daar teruggekeerd was, in het lossen +te helpen, en De Vlissingen naar Pangasinan, om daar De Aeolus te +vervangen. Zoo had Lam dus slechts drie schepen: De Nieuwe Son, De +Oude Son en De Oude Maen, onder zijn onmiddellijk bevel, toen hij den +14en April een vijandelijke scheepsmacht op zich zag afkomen. Deze +vloot, onder bevel van Ronquillo, bestond uit zeven groote galjoenen, +waarvan het admiraalschip uitstekend gemonteerd was, drie galeien, +een jacht en nog eenige kleinere vaartuigen. Lam retireerde met +zijn drie schepen naar de andere drie, die bij Wittertseiland lagen, +waarmee hij zich 's avonds nog kon vereenigen. Na gehouden scheepsraad +werd den volgenden dag het besluit genomen nog verder noordwaarts te +retireeren, om zich zoodoende bij de laatste drie: De Roode Leeuw, +De Vlissingen en De Engel te voegen [67]. Dit mislukte door de betere +bezeildheid van drie der Spaansche schepen, waardoor zij gedwongen +werden bij te draaien. Gezamenlijk besloten zij nu het admiraalschip +aan te tasten. Maar na elk schip, dat voorbij voer, de volle laag +met interest teruggegeven te hebben, vond ook Ronquillo het raadzamer +eerst zijn overige schepen, die hij vooruitgezeild was, af te wachten, +zoodat er dien dag niet meer gevochten werd. Den volgenden dag +begon eerst de eigenlijke strijd. De Spaansche admiraal enterde het +schip van Lam, De Nieuwe Son. Drie uur duurde het gevecht, waarna de +Spanjaard, uit vrees van te zinken, de enterdreggen doorhakte om zich +te redden. Ook het Hollandsche admiraalschip was geheel doornageld +en verdween weldra in de diepte. Gelukkig dat Lam en het volk zich +hadden kunnen redden op De Oude Son. De Ter Veer ging in vlammen op; +De Aeolus werd reddeloos geschoten en is daarna "opgesprongen" zegt +'t Hoofling, de vice-admiraal van de vloot. "De swaerste furie van +deze batailie was geëndicht" en de drie overige schepen: De Oude Son, +De Nieuwe Maen en De Oude Maen namen de vlucht, elk zijns weegs koers +zettende naar Ternate. De Oude Son werd echter door tegenwind hierin +verhinderd, waarop zij besloten naar Patani te zeilen om aldaar +de gekwetsten, waarvan er zich meer dan 70 op het schip bevonden, +te ververschen. Maar toen ook dit de tegenwind belette, trachtten +zij, langs de kust van Kambodja loopende, eenige ververschingen in te +nemen. Den 21en Mei gelukte het hun ten laatste met veel moeite om daar +levensmiddelen voor drie maanden te koopen, waarna zij besloten eerst +naar Macao te zeilen en vandaar met den noordermoesson Ternate op te +zoeken [68]. Terwijl zij met dit doel langs de Chineesche kust voeren, +werd de hoop op buit weder bij hen wakker en gaven zij er de voorkeur +aan te trachten de karak, die jaarlijks van Macao naar Japan voer, +of eenige der Chineesche jonken, die op Manila handel dreven "waar te +nemen" [69]. Dit kwam bijzonder overeen met den wensch van Coen, want +den 20en ontmoetten zij twee schepen: De Zwarte Leeuw en De Galjas [70] +van Hoorn, die den 9en Mei Bantam hadden verlaten met een instructie, +welke op hetzelfde neerkwam. Zij namen nu het besluit om gezamenlijk +naar Nagasaki te zeilen en als de karak zich daar reeds bevond, deze +desnoods tegen den wil der Japanners in de haven aan te tasten. Dit +werd echter om verschillende redenen ondanks den uitdrukkelijken last +van Coen nagelaten. Zij hadden nl. bericht gekregen, dat van twee +Hollandsche schepen, te weten De Roode Leeuw [71] en Vlissingen, +en een Chineesche jonk, die voor Firando lagen, De Roode Leeuw, na +zijn goederen reeds te hebben gelost, alsook de Chineesche jonk door +storm op den wal waren geworpen, en vreesden nu, dat de Japanners +deze goederen in ruil voor de karak in beslag zouden nemen. Zij +staken dus weer in zee en besloten eerst het advies van Specx, +vertegenwoordiger van de O.-I. Compagnie in Japan, af te wachten. Ook +dit luidde ontkennend. De kraak lag, aldus verontschuldigde Specx zich +bij Coen [72], in de haven van Sassinots onder het eiland Amacusa +(10 mijlen bezuiden Nagasaki), en het was niet mogelijk een aanval +op haar te wagen, daar de haven nauw besloten was en er een harde +tegenwind blies. Ook vreesde Specx dat wij dan met de Japanners in +onmin zouden komen en wij daardoor de rijst zouden missen, die van +hieruit vooral naar de Molukken werd gestuurd, sinds wij die, na de +oneenigheid met Makasar, niet meer vandaar konden bekomen. Toen de +kraak daar nog niet in de haven lag, had Specx plan gehad De Roode +Leeuw uit te zenden om haar op te zoeken [73]; maar een zware typhon +had dit belet. Nadat Lam en de zijnen besloten hadden, de kraak +niet aan te tasten, zeilden zij naar Firando. Hier werd den 8en +Aug. bepaald, dat De Swarte Leeuw met de buit gemaakte goederen naar +Bantam zou gaan. De Roode Leeuw, die men niet had kunnen lichten, +werd gesloopt en Lam ging, na op De Vlissingen te zijn overgegaan, +in Jan. 1618 met provisie naar de Molukken onder zeil, en wierp +11 Febr. 1618 voor Ternate het anker uit. De Nieuwe- en Oude Maen, +met Lam den Spanjaarden ontvlucht, waren 7 Aug. 1617 behouden aldaar +aangekomen, gelijk het zevende schip De Engel reeds den 27en Juni +van dat jaar [74]. De Oude Son met De Galjas zouden nog een poging +wagen om de karak, die met zilver naar Macao ging, te vermeesteren +en daarna naar Cochin-China varen. In de instructie van Coen, aan De +Swarte Leeuw en De Galjas gegeven, stond nl. uitdrukkelijk, dat zij, +zoo zij de kraak misten, naar Cochin-China moesten zeilen om aldaar +te trachten handelsbetrekkingen aan te knoopen, en gelukte dit niet, +dan de Chineezen vandaar "gelijck van Manila soecken te wercken om +hun alsoo t' onswaerts te dringen". + +Hoe was het intusschen met de beide overige schepen gegaan, die niet +aan het gevecht tegen de Spanjaarden hadden deel genomen? Den 17en +April, een dag na het gevecht, kwamen zij met vijf veroverde jonken op +de kampplaats aan. Daar geen schepen meer ziende en vermoedende dat +de Spaansche vloot reeds buitengaats was, zeilden zij zuidwaarts en +vonden hier het Spaansche vice-admiraalschip Marcos, dat zich in vrij +onttakelden toestand bevond. Wel werd het moedig verdedigd, maar den +eersten dag voornl. door De Vlissingen bestookt, werd het in den avond +van den 2en door De Roode Leeuw gedwongen, "daar het heel lek was en +de pomp staag gaande" op den wal te loopen. Van den invallenden nacht +maakten de Spanjaarden gebruik om al het goed te lossen, waarna zij +den brand in het kruit staken. De beide Hollandsche schepen voeren +toen met hun buit naar Japan, waar zij, zooals wij zagen, Lam weer +ontmoetten. De Spanjaarden, hoewel de winnende partij, verloren +tengevolge van dezen slag bijna al hunne schepen. Kort nadat zij de +onzen uit de Philippijnsche wateren hadden verdreven, kwam Geronimo de +Silva uit de Molukken te Manila, om tot de aankomst van den opvolger +van Juan de Silva het gouverneurschap waar te nemen. Geronimo was dus +volkomen op de hoogte van den toestand, waarin de Molukken verkeerden +en wist, dat deze dringend hulp noodig hadden. Hij zond daarom zes +schepen zonder verwijl, ondanks het onstuimige jaargetijde (Oct.), +ondanks de waarschuwingen der stuurlieden, ja zelfs tegen den wil +van de Audiencia, naar Marinduque en Masbate om gekalefaat te worden; +maar nauwelijks hadden zij de baai verlaten, of een storm stak op en +drie schepen zonken in de diepte. De andere drie liepen op de klippen, +waar zij, gebarsten en vol water, met geen mogelijkheid vandaan gehaald +konden worden. Al het volk, 1000 man, zoowel Spanjaarden als inlanders +en Chineezen, alle timmerlieden met hunne gereedschappen werden een +prooi der golven [75]. Uit slechts één oud schip, De Lorenzo, en zes +zoo goed als versleten galeien bestond nu de geheele zeemacht der +Spanjaarden in de Philippijnen. + +En de Hollanders, behoudens de nadeelen, het verlies der drie schepen, +welke voordeelen hadden zij behaald? Een buit van f 1.000.000 +[76]. Coen schreef dan ook: "Als 't God en onze meesters gelieft, +moet de zaak weer couragieuselijk hervat worden" [77]. + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + + +Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in. Aan de bewindhebbers +schrijft deze: "Mijne Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijcke +toverwegen hoe hoognoodigh het is de tocht naar Manilla van jaer +tot jaer werde gecontinueert" [78]; niet alleen, zooals hij zegt, +om de schade, die men daardoor aan den handel te Manila toebracht +en omdat men op die wijze de Chineezen dacht te dwingen de vaart +op de Philippijnen te staken en die naar Bantam te verplaatsen, +maar ook omdat hij daarmee allen toevoer naar de Molukken hoopte +te beletten. Dat hij hierdoor ook Manila zelf trof en dat dit, wat +trouwens van zelf spreekt, juist in zijne bedoeling lag, zegt hij +duidelijk in een brief aan de bewindhebbers, waarin hij meedeelt, +dat twee Hollandsche schepen vóór Manila kruisten om de jonken aan +te halen, wat, zoo schrijft hij, van belang is, omdat uit de groote +tollen, die de Chineezen betalen, de Spanjaarden hun voornaamste +inkomsten putten nl. 150.000 realen van achten buiten de 250.000 realen +die het hoofdgeld der Chineeschen inwoners hun opbrengt, terwijl bij +dit laatste nog niet eens is gerekend, hetgeen de winkelhouders nog +moeten betalen. "De Chineezen", gaat hij voort, "zijn te Manila over +de 30.000 sterk en betalen in alles wel 500.000 realen van achten" +[79]. Van de twee schepen, waarover Lam hier spreekt, kan ik er +slechts één noemen, namelijk De Oude Son, die wij in het vorige +hoofdstuk hebben verlaten op weg naar Cochin-China. Na gezamenlijk +met De Galjas een vergeefsche poging te hebben aangewend om een kraak, +die naar Macao bestemd was, buit te maken, voer den 9en Maart 1618 De +Oude Son opnieuw naar Manila, terwijl De Galjas den 28en Maart naar +Cochin-China zeilde. Dezen keer was De Oude Son gelukkiger. Den 4en +Mei veroverde zij een groote Chineesche jonk, den 8en Mei nog een en +kort daarop nog zes kleine, waarna het met dezen rijken buit, waarvan +de waarde f 558.169 bedroeg, terugkeerde en den 7en Juni te Firando +binnen liep. Kort hierop kwamen nog twee schepen te Firando: De Galjas, +die teruggekeerd was zonder Cochin-China te hebben kunnen aandoen, +omdat de scheepsofficieren het schip in den steek hadden gelaten, +en het voormalige Engelsche jacht de Attandance, dat door de onzen +bij Banda genomen en herdoopt was in De Vliegende Bode. Deze beide +laatste schepen zullen wij weldra weer ontmoeten in de Philippijnsche +wateren. Wij hebben in het vorig hoofdstuk gezien dat de vloot +der Spanjaarden door storm bijna geheel was vernietigd. Zoodra de +raad der Molukken dit door drie uit Manila ontvluchte Nederlanders +had vernomen, besloot men spoedig hierop, den 23en April, om weder +eenige schepen voor Manila te laten kruisen. Wel werd er door de +verschillende moeilijkheden, waarin de Nederlanders zich vooral met +de Engelschen gewikkeld hadden, niet onmiddellijk gevolg aan gegeven, +maar nadat den 21en Juli en den 11en Aug. nogmaals op het wenschelijke +van zulk eene onderneming op dat tijdstip was gewezen, werden in +de bovengenoemde vergadering vijf schepen daarvoor bestemd en Adam +Westerwolt tot opperbevelhebber benoemd. Reeds den 24en Aug. ging hij +met de vijf schepen onder zeil. Ofschoon Coen in 1617 aan hem schreef, +dat de zaak weer couragieuselijk moest hervat worden, bleek hij er in +1618 niet al te zeer mee ingenomen. Hij oordeelde de omstandigheden +te gevaarvol, om er zooveel schepen heen te sturen. Hij was bang het +zekere te verliezen "om een vogel die in de lucht vliegt, te bekomen" +[80]. Gelukkig, het zekere bleef behouden, maar veel voordeel leverde +de tocht niet op. Van de vijf schepen, die onder de vlag van Westerwolt +waren uitgezeild, moesten er twee: De Oude Maen en De Vlissingen, +nog voor Manila liggende, wegens "outheyt" gesloopt worden. Wel was +de vloot weer tot hare oorspronkelijke sterkte terug gebracht door +de aankomst van De Galjas en De Vliegende Bode uit Japan, die tevens +provisie voor de vloot meebrachten, doch ofschoon ze tot 26 Mei 1619 +omtrent het land van Manila bleven kruisen, maakten zij slechts +drie jonken prijs ter waarde van f 33.894. Zes jonken wisten den +Hollanders te ontkomen, en daar de Chineezen, door verschillende +berichten van de Spanjaarden [81] op hun hoede, zich niet meer +vertoonden, besloot Westerwolt naar Japan te vertrekken. De Swaen +werd van daar met provisie naar de Molukken gezonden, weldra gevolgd +door de Nieuwe Maen. Westerwolt zelf ging naar Jacatra onder zeil, +waar hij den 16en Dec. 1619 behouden aankwam. Het geringe voordeel, +dat deze tocht opbracht, moet voornamelijk geweten worden aan gebrek +aan provisie, waardoor zij "gants machteloos" waren geweest [82]. + +Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen +zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den +koning van Mindanao, steun van de Compagnie verzoeken tegenover den +koning van Boaya, die vertegenwoordigd werd door den reeds verdreven +vorst van Sarangani. Gouverneur-generaal en raden wenschten door +partij te kiezen niet een der vorsten in de armen der Spanjaarden +te voeren en bewandelden dus een middelweg. Beide vorsten werden +met een kluitje in 't riet gestuurd. Coen en later Lam, aan wien de +beslissing door den gouverneur-generaal was overgelaten, zeiden, +dat zij eerst wilden trachten de twee vorsten te verzoenen, daar +beide toch vrienden van ons waren, dat wij zeker wel een gezantschap +zouden hebben gestuurd om de verzoening tot stand te helpen brengen, +maar dat wij daarvoor, wegens de twisten met de Engelschen, nu geen +schip konden missen. Ook waarschuwde Lam in een brief, aan Kaitsjil +Soliman voor diens vader meegegeven, voor de geheime bedoelingen van +hun gezamenlijke vijanden, de Spanjaarden, om vijandschap en twist +te verwekken en hen dan op het onvoorzienst te overvallen en "tot de +uiterste extremiteiten" te brengen [83]. Op deze wijze wist men nog +gelukkig de goede verstandhouding met beide vorsten te bewaren. Het +moet dezen echter wel wat vreemd voorgekomen zijn, dat de Hollanders +het volgend jaar wel weder schepen beschikbaar hadden voor een tocht +naar de Philippijnen. Nu had men het echter niet gemunt op Chineesche +jonken. Dezen keer hoopte men Manila in één slag geducht te knakken en +zich een grooten buit te verschaffen. Men wilde toch het zilverschip +van Acapulco vermeesteren. Mocht dit gelukken, dan werd den Spaanschen +handel een gevoelig, ja bijna onoverkomelijk verlies toegebracht. Met +dit doel had Coen aan Van Speult, den gouverneur van Ambon, in een +geheim gehouden lastbrief opgedragen den 1en of uiterlijk half April +drie schepen uit te zenden naar kaap Spiritu Sancto op 12 1/2° +N.B. Van Speult kon zich echter niet stipt aan den tijd houden, +omdat de schepen, waarmee hij moest uitzeilen, te laat in Ambon +aankwamen. Den 13en Mei 1620 eerst verlieten De St. Michiel, De Swaen +en De Expeditie van Ambon onder bevel van Bartholomeus v. Spilbergen +[84] het eiland Ambon. Coen meende gegronde hoop te mogen koesteren +op het welslagen van den tocht, daar een Spaansche stuurman, die +reeds tweemaal de reis van Acapulco naar Manila meegemaakt had, zich +als gevangene op de vloot bevond. Eerst moesten zij, volgens den wil +van Coen, Ternate aandoen om den vijand geheel en al te misleiden en +daarna tot het laatst van Juni omtrent Kaap Spiritu Sancto kruisen. En +waarlijk, het geluk scheen Spilbergen te dienen. Den 26en Juni kwamen +de zilverschepen in het gezicht. Gewoonlijk werd het zilver door +slechts één schip overgebracht, dezen keer waren het er drie [85] +onder bevel van Fernando de Ayala. In de meening dat het schepen +waren, die de in 1618 nieuwbenoemde gouverneur der Philippijnen +Fajardo, hun tegemoet gezonden had, kwamen zij met volle zeilen op +de Hollanders af. Na zonsondergang waren zij zoo dicht genaderd, +dat zij van weerszijden elkander konden hooren spreken. Toen eerst +ontdekten de Spanjaarden hun vergissing. Door de ingevallen duisternis +en het ruwe weer gelukte het hun te ontkomen. Een der schepen werd +echter door de Hollanders op het strand van Albay (ten Noorden van +de straat van Bernardino) gedrongen. Aan Coen werd bericht, dat het +twee millioen zilver in had. Deze schreef hierop aan bewindhebbers: +"'t Heeft Godt niet gelieft, dat die becomen zouden, want daer d'onze +meenden, dat het zilverschip al hadden, zijn door een uit der maten +grooten storm daer van geraect en alle te samen in groot peryckel +van stranden gecomen" [86]. In denzelfden brief meldt Coen, dat naar +men zegt, het zilver door de Spanjaarden geborgen is en dit stemt +overeen met de door Blumentritt gebruikte Spaansche bronnen. Ayala +liet het, nu op zijn hoede voor de Hollanders, over Borongan aan +de kust van Samar met karren naar Manila voeren. Van onze drie +schepen kwamen slechts De Expeditie van Ambon en De Swaen behouden +te Firando. De Expeditie echter ging, reeds in behouden haven, toch +nog voor onze vloot verloren, daar het door harden wind in de haven +omsloeg. Van de St. Michiel, waarop Spilberghen was, werd nimmermeer +iets vernomen. "Waarschijnlijk", schrijft Coen, "is het met man en +muis in de storm gesoncken" [87]. + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + + +In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen, dat Coen in 1618 +van meening veranderd was, omtrent het zenden van een vloot naar +de Philippijnen. Wel vond hij het goed, dat er schepen gezonden +waren, maar, naar den stand en tijd, ware 't beter geweest, schreef +hij aan 't Lam [88], "dat men zooveel van de beste schepen niet +gezonden hadde". Hij vreesde, dat de Molukken Ambon en Banda door +het uitzenden van vijf der beste schepen te zeer ontbloot zouden +worden, waardoor aan de Engelschen gelegenheid werd gegeven aldaar +hun slag te slaan [89]. En Coen's vrees was gerechtvaardigd. Het was +den Engelschen ernst, toen zij dreigden de "Dutchman" niet alleen +uit Ambon, Banda en de Molukken, maar uit den geheelen Indischen +Archipel te verdrijven. Half December, na aankomst van hun admiraal +Thomas Dale, sloten zij heimelijk een aanvallend verbond tegen +de Nederlanders met den koning van Bantam. Samen zouden zij het +Nederlandsche fort te Jacatra veroveren. Hoe Coen genoodzaakt werd, +het fort aan zijn lot over te laten, en den wijk te nemen naar Ambon; +hoe hij, een grootere scheepsmacht verzameld hebbende, het volgende +jaar is teruggekeerd en Jacatra verwoestte, is algemeen bekend. De +Engelschen trof Coen er niet meer aan. Zij waren reeds eerder, +bevreesd voor de dubbelzinnige houding van Bantam's koning, naar +de hoofdstad van dien vorst terug gezeild. Toen zij hier hoorden, +dat Coen met een vloot van zestien schepen teruggekeerd was, waren +zij door straat Soenda gevaren en hadden van daar koers gezet naar +het westen. Hierna werd Bantam door Coen geblokkeerd, drie schepen +naar Patani en zes naar Sumatra's westkust gezonden om de factorijen +van kapitaal en koopmansgoederen te voorzien, waarbij tevens den +gezagvoerders werd opgedragen, waar zij konden, de geleden schade op +de Engelschen te verhalen. Dit gelukte volkomen. Het eerste eskader +nam twee Engelsche schepen, het andere vier. Aldus was Coen op het +punt een zijner vurigste wenschen, de Engelschen uit den Archipel +te verdrijven, vervuld te zien, toen hem plotseling in Maart 1620, +als een donderslag uit een helderen hemel, het bericht trof, dat +de Engelsche- en Nederlandsche Oost-Ind. Compagnie in Europa den +17en Juli 1619 een verbond met elkaar hadden gesloten. In de eerste +artikelen waren voornamelijk bepalingen opgenomen, waarbij de handel +voor beide partijen werd geregeld, terwijl de laatste artikelen op +het oogenblik voor ons doel van meer belang zijn. Er werd nl. een +raad van defensie in Indië opgericht, bestaande uit acht leden, vier +Hollandsche en vier Engelsche, waarvan beurtelings een Nederlander +en een Engelschman voorzitter zou zijn. Ter beschikking van dezen +raad van defensie werd een vloot gesteld van 20 schepen, de vloot +van defensie. Dat dit geheele verbond Coen verre van aangenaam was, +schreef hij weliswaar in ronde woorden aan de bewindhebbers, maar hij +moest aan de bevelen gehoorzamen [90]. Het kwam er nu slechts op aan, +zooveel mogelijk partij te trekken van het verbond en--dit was volkomen +aan Coen toevertrouwd. Reeds den 28en April werd op het schip de Theems +Royal voor Bantam eene vergadering van den raad van defensie gehouden, +waarin op voorstel van Coen besloten werd, gezamenlijk een tocht te +ondernemen naar de Philippijnen om den Chineeschen handel op Manila +te beletten. Tien schepen werden hiertoe bestemd, vijf Engelsche +en vijf Hollandsche, terwijl de Engelschen volgens accoord de vlag +op de groote steng zouden voeren, de Hollanders op de voorsteng +[91]. Reeds den 31en Mei werden twee Hollandsche De Haerlem en De +Hoope en twee Engelsche de Elisabeth en de Bull vooruitgezonden om +tot 5 Aug. tusschen China en Japan te kruisen; daarna, aldus luidde +de instructie, moesten ze langs de kust van Japan alle Spaansche of +Portugeesche schepen buit maken, maar van de Chineesche jonken slechts, +die op Manila voeren. Het Engelsche schip de Hope zou over Patani +gaan en zich daarna met bovengemelde vier schepen vereenigen. In het +begin van Juni werden deze vijf schepen gevolgd door vier andere, te +weten de Engelsche: de Maen en de Paltsgraeff en de Hollandsche: Nieuw +Bantam en De Trouw. Firando werd als vereenigingsplaats aangewezen, +waar het tiende Hollandsche schip, De St. Michiel, zich bij de andere +zou voegen. Admiraal van de vloot was de Engelsche schipper Robert +Adams, vice-admiraal Willem Jansz. [92], Raad van Indië. In plaats +van De St. Michiel, die, zooals wij gezien hebben, vergaan was, +werd aan De Swaen, te Firando van Kaap Spiritu Sancto teruggekeerd, +door Willem Jansz bevel gegeven mee te zeilen [93]. Den 1en Jan. 1621 +moesten zij volgens de instructie Firando verlaten. Na eenigen tijd +vergeefs op het Engelsche schip de Hope, dat reeds lang uit Patani +aangekomen moest zijn, gewacht te hebben, ging men op 13 Jan. 1620 +met negen schepen en twee jonken, die als branders moesten dienst +doen, onder zeil. De instructie luidde, naar de baai van Manila te +loopen om de Spanjaarden afbreuk te doen en den Chineeschen handel, +"van daer t' onswaert te trecken", daar tot omstreeks 30 Juni 1621 +blijven en over Japan terugkeeren, tenzij Chineesche jonken met +den zuidermoesson verwacht werden. Dan moest men hen afwachten +en over Patani terugkeeren, daar men Japan in dat geval niet meer +zou kunnen bezeilen. Men moest, (indachtig aan de fout, die Lam in +1617 had begaan) de vloot goed bijeen houden, geen Japansche jonken +schade berokkenen noch Chineesche, die op vrije plaatsen voeren. De +Chineezen der veroverde jonken moest men zooveel mogelijk naar +Batavia brengen. Zoodra de vloot voor de baai van Manila verscheen, +moesten, ter voorkoming van geschillen, eenige Nederlanders op +de Engelsche en omgekeerd eenige Engelschen op de Nederlandsche +schepen worden geplaatst "om te registreeren al sulcke goederen als +bij d'een oft d'ander verovert en overgenomen zoude mogen worden" +[94]. In een particuliere instructie aan W. Jansz drukt Coen dezen +bevelhebber op eigenaardige wijze groote waakzaamheid tegenover de +Engelschen op het hart. "Het gemeene spreekwoort, weest trouwe ende +vertrouwt niemant, sult alsoo niet verstaen alsof d'Engelschen niet +zouden mogen vertrouwen, maar brengt mede, dat men altoos trouw +moet wezen en de niemant dan [95] met een goet ommesien en goede +circonspectie vertrouwen sall." De uitslag van deze expeditie was niet +schitterend. De Spaansche schepen: drie galjoenen en zes galeien en +drie andere vaartuigen [96], hadden zich, op bevel van Fajardo, zoo +goed gedekt, [97] dat de gecombineerde vloot er zelfs geen branders op +kon afzenden, zonder dat deze gevaar liepen in de handen der vijanden +te vallen daar "twee galeien met veel roeituig in inkomen van het gat, +recht voor de schepen op de wacht lagen" [98]. De Spanjaarden bleken +dus gewaarschuwd, evenals de Chineezen, daar deze zeven van de rijkste +jonken in Chinchu hadden opgehouden. Slechts vijf van zulke scheepjes +vielen ons in handen, en daar het weer zeer onstuimig werd, besloot +men 19en Juni niet op de Chineesche jonken, die mogelijk met den +zuidermoesson zouden aankomen, te wachten, maar naar Firando terug te +keeren. Twee dagen daarna--wat zullen de op buit belusten zich geërgerd +hebben--liepen drie zeer rijk geladen fregatten van Macao de haven van +Manila binnen, den 28en Juli gevolgd door de zilverschepen van Acapulco +met 300 man en de door de Chineezen opgehouden jonken. Wanneer de +vloot dus langer was gebleven, hoeveel rijker zou dan de buit geweest +zijn! Nu bekwamen de Engelschen en Hollanders slechts elk f 63807.10.4, +"maar 't beste deel, naar wij verstaan, is naar men zegt," schrijft +Coen, "door de officieren en het gemeen volk genomen, daaraan voor +omtrent f 120.000 te Firando verkocht en geconsumeerd. Hiervan geven +de onzen de Engelschen schuld, want daar zij naar hun believen roofden +en plunderden, kon men het de onzen ook niet verbieden". Reeds vroeger +had Coen aan de bewindhebbers geschreven, dat "zij geen hulp, maar niet +dan hinder van de Engelschen te verwachten hadden". En dit is zeker +niet te verwonderen daar de Engelschen regel, orde noch recht kenden, +niet door de hoofden in bedwang gehouden konden worden en op brutale +wijze te kennen gaven dat zij voor geen ander wilden stelen, dat zij +op koopvaardij, niet ten oorlog gehuurd waren en liever tegen ons dan +tegen de Spanjaarden wilden vechten [99]. Had Coen dus al geen reden +om zeer ingenomen te zijn met de houding onzer bondgenooten, ook den +Nederlandschen commandeur W. Jansz betuigde hij zijn ontevredenheid, +dat hij zooveel Chineezen had vrijgelaten in weerwil van zijn bevel +om ze alle naar Batavia of de Molukken te zenden. In Maart schreef hij +het nog op verschoonende wijze aan een misverstand toe [100], maar een +maand later in een instructie aan Reijersz die, volgens Coens meening, +ook W. Jansz zou lezen, werd het zelfs een nalatigheid genoemd. "Seer +ernstelycken," aldus de instructie, "hebben voor dezen d' Heer +Commandeur Willem Jansen gerecommandeert, gelijck mede aen d'andere +Commandeurs die voor hem geweest zijn, soo veel Chinezen te houden naer +de Moluccos, Amboyna, Banda ende herwaerts te zenden als eenichsints +doenlycken wesen soude, maer alsoo naert schijnt verstonden, hoeveel +de Compa hieraen gelegen was, is daer op niet gevolcht ende de saecken +geensints beherticht, maer de nalaticheyt met frivole vonden ende +praetjens geexcuseert. Hierover sal UEd. veradverteert wesen, dat de +Compa aen een goet getal Chinezen soovele gelegen is, dat daeromme soo +eene vloote als deze wel expresselijcke naer Manilha ende na de custe +van China zoude mogen gesonden worden, want als de lande van Batavia, +Amboyna ende Banda behoorlyck met volck beseth ende gepeupleert worden, +zal de Compa daerdoor mettertijt soo groote benefitie genieten, dat +alle de forten daer mede ofte daer door volmaeckt ende onderhouden +sullen connen worden. Hadde de Commandeur W. Jansen een goet getal +Chinezen naer Amboyna ende Banda gesonden, gelyck zeer wel doen cond, +meer dienst soude de Compa daeraen geschiet wesen, dan alle sijne +veroverde goederen waerdich zijn" [101]. Men ziet hieruit waarom, en +hoeveel, waarde gehecht werd aan Chineesche gevangenen. De woorden, +waarin de nalatigheid van W. Jansz wordt besproken, waren natuurlijk +daarom zoo scherp, om Reyersz op het hart te drukken, vooral niet in +dezelfde fout te vervallen. Ware het anders, had Coen werkelijk in +Jansz zoo'n verkeerd werktuig gezien, dan was hij zeker in dezelfde +instructie niet aangewezen om, zoodra hij zich met zijn vloot bij +Reyersz zou voegen, het opperkommando over te nemen. De moesson heeft +dit echter, zooals wij later zullen zien, verhinderd. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + + +Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer vijanden dan +bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens gezamenlijk +een tocht ondernemen op bevel van den raad van defensie. Voor +de chronologische volgorde komt het mij echter geschikter voor, +eerst eenige andere ondernemingen der Hollanders te behandelen, +die zij van de Molukken uit tegen de Philippijnen op touw hebben +gezet. Herhaaldelijk hadden de Hollanders reeds getracht in +vriendschappelijke verhouding te komen met de bewoners van Mindanao +en den Soeloe-archipel, maar veel voordeel hadden deze pogingen niet +opgeleverd. Dit lag natuurlijk grootendeels aan de weinige kracht +en volharding, die wij toonden om de aangeknoopte betrekkingen in +eene duurzame vriendschap te doen overgaan. Weinig kracht? Weinig +volharding? Ja zeker! maar het zij verre dit den Hollanders te +verwijten. Niet overal konden zij evenveel energie ontwikkelen. Vroeger +had de vijandschap met de Engelschen veel van onze krachten gevergd +en na het accoord met hen moesten wij zorgen den handel te behouden in +de plaatsen, waar wij die bezaten, zooals de Molukken, Banda en Ambon +[102]. Ook met de inboorlingen in de Molukken stonden wij op zeer +gespannen voet. Te verwonderen was dit niet; wij wenschten monopolie, +weerden alle kooplui en voorzagen bijvoorbeeld de Ternatanen niet +van de noodzakelijke levensmiddelen. Zij moesten nagelen plukken--en +wij gingen met de voordeelen strijken. En de forten opgericht om +hen tegen de Tidoreezen en Spanjaarden te beschermen, moesten ter +bezuiniging worden afgebroken. Lam keurde de harde behandeling, +die de Ternatanen ondervonden, af, en dus werd hij als gouverneur +in 1621 vervangen door Frederik de Houtman. Coen wilde gehoorzaamd +worden. Veel had hij ondernomen en veel ten uitvoer gebracht. Zijne +middelen waren dikwijls ruw, hard en wreed, niet evenredig aan het +doel, zouden wij negentiende-eeuwers geneigd zijn te zeggen, maar +wij houden de woorden terug: de objectieve historicus bedenkt zich, +dat Coen geen grootscher doel kende, dan het bevorderen, uitbreiden +van de macht der O.-I. Compagnie; hij herinnert zich dat het volk +in den tachtigjarigen oorlog en in den krijg in den Archipel gewoon +was geraakt aan bloedige tooneelen. En wat zeker niet het minst moet +bijdragen tot zachter oordeel over Coen, is, dat men de inlanders niet +als menschen beschouwde, maar als andere lager staande wezens. Hoe +het ook zij, Lam werd teruggeroepen en Houtman vertrok met de +voor de Ternatanen harde instructie, dat eenige forten geslecht +moesten worden. Hoe nu aan deze instructie ook door Houtman niet +is voldaan, zal eerst later door mij meegedeeld worden. Voorloopig +wilde ik het slechts even aanstippen om te wijzen op de moeilijke +omstandigheden, waarin wij verkeerden, een der redenen waarom wij zoo +weinig gehoor gaven aan de vriendschapsaanbiedingen der inboorlingen +van de Philippijnen, waarvan vele, als de bewoners van Mindanao, in +voortdurenden strijd leefden met de Spanjaarden. Maar ook onze geringe +bekendheid met het land had hieraan schuld. Wij wisten niet of zulk +een tocht behalve den afbreuk onzen vijand aangedaan, ons wel genoeg +voordeel zou opleveren. Toch besloot Coen, al waren de inlichtingen, +die hij had verkregen ook oppervlakkig, een poging aan te wenden om +iets meer over Mindanao te vernemen. In de instructie aan Fred. de +Houtman, werd dezen, toen hij 11 Juni 1621 als gouverneur naar de +Molukken vertrok, het volgende hieromtrent opgedragen: "Alsoo verstaen +dat de Comp. op Mindanao seer goeden dienst gedaen can worden, sal +UE. derwaerts een schip oft jacht met een goet cargasoen en bequaem +coopman senden, soo haast de gelegentheit becompt, en dat principalyck +om gout, was, slaven tegen cleden te verhandelen" [103]. Reeds zeer +spoedig vond De Houtman gelegenheid derwaarts geschenken te zenden en +tevens de komst van een schip te doen aankondigen. Den 12en Juli 1621 +schrijft hij hieromtrent aan Coen: "Vernemende, dat eenige Duitsen +op 't eylant Solo bij Tagama [Basilan] bij Mindanao gecomen waren, +vermoeden derhalve 't jacht Ternate daeromtrent zou zijn verongeluckt, +hebben een Chinees schipper, die jaerlycks derwaerts vaert en ons +volck de tijding gebracht had, een brief aan den coninck medegegeven +met een geschenk en een tulbant. Alsoo mede de Koningen van Mindanao +en Boaya nu omtrent 3 jaren tegen elkaer in oorlog zijn geweest, +hebben aan ieder derselve een brief in 't Maleisch met een present +gesonden en [verzocht] vrienden als te voren te worden, als oock +[kennis gegeven] dat wij voornemens waren een schip derwaerts te +senden" [104]. Bij beloften bleef het niet. Reeds den 22en Sept. 1621 +zond hij het vaartuig De Hont met Christaen Francxz als opperkoopman +naar Mindanao. In de eerste plaats moest deze, op dit eiland gekomen, +zeggen, dat hij door De Houtman gezonden was, om zoo mogelijk den +koning met dien van Boaya vrede te doen sluiten. Hiertoe moest hij alle +"devoir aanwenden, belofte doende teeniger tijt een armade daer sullen +senden om den Spanjaert onsen gemeenen vijandt alle afbreck te doen"; +verder onderzoeken welk profijt voor den handel men zou kunnen bekomen +en welke soort van kleedingstukken er den meesten aftrek zouden +vinden. De Houtman had gehoord, dat er veel stofgoud op Mindanao +gevonden werd; hier moest hij wat van koopen en tevens nagaan of het +diep uit het binnenland kwam. Omtrent Tanda [105] "aan de Noordzijde" +van het eiland Mindanao moest hij vernemen of daar werkelijk zooveel +goud gevonden werd als men zeide. Voorts had hij onderzoek te doen welk +soort van fort de Spanjaarden daar bezaten, hoeveel manschappen er in +lagen en of men het met eenige macht niet zou kunnen veroveren. Van de +ligging der bergen, waarin zich de mijnen bevonden, werd hem opgedragen +zich op de hoogte te stellen, of wij daar gemakkelijk konden komen, +welke wapenen de bewoners gebruikten, of zij nog heidenen waren, +enz. Ook omtrent de hoeveelheden was en kokosolie had hij berichten +in te winnen, terwijl hem aanbevolen werd een paar sterke slaven, +inboorlingen der Philippijnen (Bisayas), te koopen. Het eiland +Basilan zou hij ook aandoen, alsmede Soeloe (het eiland ten zuiden +van Basilan liggende). Zooals De Houtman den 12en Juli aan Coen +had geschreven, vermoedde hij, naar aanleiding van het bericht als +zouden zich op Soeloe eenige "Duitsen" bevinden, dat aldaar het jacht +Ternate gestrand was, hetwelk in 1620 van Jacatra over Soekadana, +benoorden Borneo om naar de Molukken zou gaan. Indien dit vermoeden +juist bleek, werd Francxz gelast pogingen aan te wenden om het volk, +geschut en geborgen goederen terug te bekomen. Verder moest hij zijn +verblijf aldaar ten nutte maken om te vernemen of de schoone paarlen, +die aldaar gevonden werden, op het eiland zelf aan de Spanjaarden +werden verkocht, of waarheen de inwoners ze anders vervoerden. Voor +het een en ander werd Francxz een cargasoentje meegegeven van 3924.16 +realen. Kon hij eenig voordeel op de Spanjaarden behalen omtrent La +Caldera dan moest hij dit natuurlijk niet nalaten. Veel tijd zou hij +daar echter niet voor hebben, daar in zijn instructie uitdrukkelijk +werd vermeld, dat hij zoo spoedig mogelijk, in ieder geval tegen +ultimo December, moest terug zijn om "neffens d'ander schepen op den +vyant uyt kruuzen te mogen gaan" [106]. De instructie is duidelijk +genoeg. Men stak de voelhoorns uit om te ontdekken of er met voordeel +eenige handel gedreven kon worden. Waren zij nog heidenen, dan zou +deze handel gemakkelijker te verkrijgen zijn dan van de ons vijandig +gezinde Mohammedanen of Katholieken. Van het resultaat van dezen tocht +is mij zeer weinig bekend. Den 20en Dec. 1621, kwam Francxz te Ternate +terug, maar het door hem gehouden journaal, waarin een nauwkeurige +beschrijving en kaarten der bezochte plaatsen voorkwamen, en dat Coen +werd toegezonden, schijnt verloren te zijn gegaan [107]. Uit een brief +van De Houtman aan bewindhebbers weten wij, dat het jacht Ternate +niet op Soeloe gestrand was, maar volgens gerucht op zeker eiland +Mingidara d. i. het landschap Mangidori op de noordkust van Borneo +[108]. Zooals wij uit de instructie gezien hebben, moest Francxz +in ieder geval vóór ultimo December weer terug zijn om met andere +schepen op den vijand te kunnen gaan kruisen. Hiertoe werden De Maen +en hetzelfde schip De Hond bestemd, die den 8en Febr. 1622 opnieuw +onder bevel van Francxz uitzeilden. Houtman had hem opgedragen, +dat hij zich eerst naar La Caldera zou begeven om den Spaanschen +schepen, die mogelijk van Manila naar de Molukken zouden gaan, den +doortocht te beletten. Ook moest hij trachten de vorsten van Mindanao +en Boaya te verzoenen; mocht een hunner reeds de hulp der Spanjaarden +hebben ingeroepen en de andere onzen bijstand verzoeken, dan moest +hij dit verzoek voorloopig van de hand wijzen onder voorwendsel van +een noodzakelijken tocht naar Japan. Daarna, aldus luidde de last, +zou hij zich van Mindanao naar kaap Spiritu Sancto begeven om tot +1 Juli op 's vijands zilverschepen te kruisen, die in Mei of Juni +aldaar verwacht werden [109]. Den eersten Juli moest hij den steven +westwaarts wenden en door straat Bernardino naar het eiland Capoel +zeilen om zich aldaar te ververschen en vervolgens te trachten het in +Juli of Aug. van Manila naar Nova-Spanje vertrekkende Spaansche schip +buit te maken. China of Japan was het einddoel van zijn tocht. Het +resultaat is in korte woorden te melden. Zonder iets verricht te +hebben, bereikte Francxz Spiritu Sancto en kwam hier "in het holle +water", waar de schepen zoo lek werden, dat zij zich verplicht zagen +naar Firando te gaan. Daar werden zij aan den wal gelegd en gesloopt +[110]. Tot nu toe hadden dus de bewoners van de zuidelijke Philippijnen +nog niet veel bijstand van de Hollanders verkregen. Toch verloren de +vorsten van Mindanao en Soeloe het geduld niet. Herhaaldelijk riepen +zij onze hulp in tegen de Spanjaarden. Maar hoe gaarne ook, wij waren +er niet toe in staat, "wij mogten er niet eens aan denken". Den 28en +Febr. 1624 schreven de gouverneur-generaal en raden aan Jacques Le +Febvre, gouverneur der Molukken: "De koningen van Mindanao, Solock +en Serengany, zoo nog om assistentie aanhouden, zal UEd. mogen +aandienen, hoe dat wij alreede eene groote magt naar de Manillas +tot afbreuk van den Spanjaard gezonden hebben, dat het ons derhalve +niet wel mogelijk is geweest voor dezen tijd hen over de Molukkos +(volgens hun verzoek) t'assisteren; hen met een verzekerende, als des +vijands magt in Manilla verbroken wordt, dat hunne landen het soulaas +daarvan gevoelen zullen; recommandeert hun, bijaldien eenige van onze +schepen daar kwamen te paseeren, denzelven allen vriendelijk onthaal +en ontzet van verversching te willen doen.... Dit is al de troost, die +wij hun voor dezen tijd geven kunnen" [111]. En deze was wel gering: +de koningen van Mindanao en Soeloe hadden reeds ingezien, dat zij hun +politiek moesten veranderen. Zij maakten vrede met de Spanjaarden +en meldden dit aan Jacques Le Febvre, zich verontschuldigende, +dat zij het slechts pro forma hadden gedaan om den Spanjaard +"te abuseeren". Ondanks deze geruststelling schrijft Le Febvre in +waarschuwenden zin aan Pieter de Carpentier: "'t Staet te beduchten +van onze assistentie tegens den Spangiaert beginnen te twijfelen. 't +Waere niet goed, [dat zij zich] metten Spangiaert vereenichden......, +daar in willichden forten te maecken, gelijck men hier rucht". Ook +gouv.-generaal en raden betuigen hun spijt aan bewindhebbers over het +sluiten van het verdrag en wijzen dan vrij uitvoerig op het nut, dat +het eiland zou kunnen aanbrengen. "De koningen van Mindanao en Solock +zijn zoolang van ons met belofte van adsistentie gevoed geweest, +dat zij eindelijk, ziende daar niets op volgde, met de Spanjaarden +bevredigd zijn..... 't Is wel te gelooven, dat zij het niet regt +met den Spanjaard meenen, maar ondertusschen brengt de tijd zulke +verandering mede, dat zij zich zoo ligt niet van hem zouden kunnen +ontlasten als zij wel voornemen. De koning van Serengany heeft +mede zijn Goegoege aan den koning van Ternate en aan ons gezonden, +om assistentie tegen den Spanjaard te verzoeken, die alreeds een +fort op Bessaye gelegd had; op dit eiland [deze kust] van Bessaye +heeft de vijand negen vlekken onder contributie, waarvan de drie hem +370 tayl goud 's jaars opbrengen, behalve nog tribuut van rijst en +andere victualiën tot onderhoud van zijn garnizoen; d'andere plaatsen +geven mede naar hun vermogen, in voege dat de vijand dit fort buiten +zijne lasten met profijt is houdende. De inwoners van Serengany, +Bessaye en d'omliggende landen zijn meest heidenen, die ligtelijk +tot het Christengeloof kunnen gebragt worden, tot welken einde de +Spanjaarden daar eene kerk gebouwd hebben, trachtende vast de heidenen +tot hun geloof te trekken. 't Is een volkrijk land, geeft veel goud, +was, honing en schoone rijst in abondantie; item varkens, hoenderen, +bokken, visch en allerhande lijftochten. De Ternataan heeft zijn oog +mede op deze plaats geworpen. Zoo het mogelijk is, zal hij dezelve +trachten onder zijne subjectie te brengen en Moorsch te maken. Wij +verstaan, dat op Mindanao en de landen daaromtrent volk in menigte +zoude te bekomen wezen, die nog heidenen zijn, ongelijk beter slag +en laborieuser als de slaven, die van de kust gehaald worden, zeer +bekwaam om UEds. landen te peupleren. Zoo wij de middelen hadden +die kwartieren met eene redelijke magt en ervaren personen eens te +bezoeken om volk vandaar te halen, wij meenen de Compagnie dienst +daaraan geschieden zoude" [112]. Deze berichten worden aangevuld +door den brief van Le Febvre aan den gouverneur-generaal, waaruit +deze met zijne raden hunne gegevens putten. Het fort der Spanjaarden +te Bessaye, Lappetau geheeten, waartegen de vorst van Sarangani +onze hulp en die der Ternaten inriep, hoopte hij met twee à drie +schepen en de hulp van eenige Ternatanen te vermeesteren. Het lag +ongeveer een etmaal zeilens van Tandó, bezuiden Pto Cauit [113] +aan de oostkust van Mindanao en was bezet met 30 soldaten. Onder de +bescherming van het fort was een kerkje gebouwd, dat bediend werd +door een daar wonend priester, die met grooten ijver de heidenen tot +het katholicisme trachtte te bekeeren. Le Febvre raadde nu aan om de +Spanjaarden vandaar te verdrijven en dit te eer, omdat den Bessajers +de heerschappij der Spanjaarden, van wie zij veel overlast leden, +verdroot en zij, nog heidenen zijnde, gemakkelijk tot het Christendom +konden bekeerd worden. De onderneming moest echter geschieden zonder +hulp van de Ternatanen, omdat deze ze "Moorsch" zouden maken. Wanneer +we er toe overgingen, dan, raadde de gougou van Sarangani, moesten +we het Spaansche fort slechten en een ander bouwen in het midden van +Bessaye te Liangan [114]. In het volgend jaar berichtte Le Febvre +weder het een en ander aan de bewindhebbers omtrent Mindanao. Er was +namelijk een gezant vandaar bij hem gekomen, met zich brengende een +brief van den koning. Hierin werd gemeld, dat de koning van Solock +met dien van Mindanao in oorlog was geraakt, dat eerstgenoemde door +de Spanjaarden werd gesteund, tengevolge waarvan de Mindanaers nu +hoopten op Nederlandsche hulp. Volgens den gezagvoerder van de jonk, +die den gezant had overgebracht, was Mindanao zeer vruchtbaar. Hij +maakte zich sterk elken moesson wel 200 lasten rijst, à 50 realen +het last, te kunnen leveren, behoudens veel arak; ook klapperolie, +varkens en andere provisie was er vrij goedkoop te bekomen en niet +te vergeten ook slaven, "alles in mangelinge van cleeden". Ook deze +gezant moest met een kluitje in het riet gestuurd worden: het kwam +nu niet gelegen, maar den volgenden moesson zouden wij er op letten +[115]. Ook dien volgenden moesson echter ontbraken de middelen nog, +waarvan het gevolg was, dat bij resolutie van 30 Oct. 1625 de tocht +voorloopig werd uitgesteld. + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + + +De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen gezamenlijk naar de +Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij medegedeeld hebben, +niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch zouden de beide +naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming vereenigen. Voor +dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf hij hieromtrent +reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den 3en Jan. 1621 +pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen hem tusschen 14 en 23 +Febr. [116] uit Ambon, "dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo +haer daertoe bewegen can, wederom een tocht na de Manilha's doe(n) +ende bij aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren, +dat ZE. dan alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse +macht alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu +loope omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten +ende die te procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert, +dat op de custe van China alle Chineesche jonken aentassen sullen, +uitgesondert alleene die, welcke met onzen pas na Batavia souden +mogen voeren. . . . . . Met alsulcken recht, als zij ons uit China +houden, sullen haer daerin doen blijven, tot dat anders resolveren" +[117]. Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie +zeer groot, want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de +Engelschen er voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30en Juni dezen +raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in +Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie [118] moest +de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar Manila +in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige voorzien +en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht zou +het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert +Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn +en het Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking +naar Japan gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die +zich echter, zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen +met de vloot, maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den +28en Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van +Firando naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen, +die met het begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier +werden zij door het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen, +tengevolge waarvan de scheepsraad besloot om naar de Philippijnen +over te steken en zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot +onder Jansz te voegen. Den 3en Dec. vertrok Jansz zelf met de overige +schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem +en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef, +de Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila +en zoodra zij op de kust van Luçon verscheen, werd er bij Pangasinan +een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar uit vrees +voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee jonken +vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de +Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te +Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar +Manila te loopen, de kust van Luçon ten noorden van Manila aandeden, +werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij bezuiden de +baai landden, hun goederen losten en vandaar met "chimpans" naar Manila +voerden. De onzen, dit vernemende, stuurden eenige schepen om de zuid, +die respectievelijk op twee plaatsen vier groote met brandhout geladen +jonken vonden en drie, die eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze +met nog vele kleinere werden verbrand. In het laatst van Mei 1622 +werden De Trouw, De Hope, de Paltzgraef en de Bull, onder bevel van +Le Febvre naar Macao gezonden, waar zij een Portugeesch schip, met +zijde geladen en voor de Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer +schepen vertrokken daarna naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in +Macao achter. De overige zes schepen gingen begin Juni van de baai van +Manila onder zeil en wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te +hebben, wederom voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht +meer voordeel opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie +verkregen elk als aandeel in den buit f 262912.12.5 [119]. Coen schreef +dan ook, "dat er rijckelijck soo veel verovert [was] als d' oncosten +sal connen goet maken" [120]. Dat deze kaapvaart, ook zelfs wanneer de +onkosten werden goedgemaakt, een groote schaduwzijde bezat, had Coen +reeds vernomen uit een brief van Specx [121], waarin deze vermeldt, +dat verschillende voorrechten, die de Hollanders tot dezen tijd toe +in Japan bezeten hadden, waren ingekort. Coen schreef hierover aan +bewindhebbers, dat door het vervolgen der Chineesche jonken veel +Japanners groote schade leden, waardoor onze reputatie in Japan zeer +verminderde en wij en de Engelschen slechts betiteld werden met den +eerenaam van zeeroovers [122]. Jammer, dat tegenover deze vermindering +van reputatie en dus achteruitgang van den handel geen rijkere buit +werd behaald, om, gewogen op de schaal van vóór- en nadeel, deze te +onzen gunste te doen overslaan; maar de vaartuigen, die wij gaarne +hadden veroverd, waren ons ook nu weder ontsnapt. Twee groote en +twee kleine schepen, ruim voorzien van volk, geschut en zilver, +waren benoorden Luçon omgeloopen en hadden behouden de haven van +Pangasinan bereikt. Ook waren vier schepen in de baai van Segoura, +aan de oostkust van Luçon "recht achter de stadt Manilla gelegen" +gekomen en was het zilver over land naar de hoofdplaats gebracht [123]. + +De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen +schrijft hierover [124]: "Desen tocht is redelyck en vredich gegaen, +'t schijnt, dat 't ééne mes 't andere in de schede gehouden heeft; +d' eerste reys dreeft d' een d' ander met gewelt uytde joncken. In +Firando wapende hun d' een tegen d' ander, vochten niet weinich +ende eenige bleven doodt, waarop den Raedt elck over de syne recht +deedt, maer deze reys is 't Godt loff beter gegaen"2. Toch zouden deze +gezamenlijke ondernemingen niet meer hervat worden. De Engelschen waren +niet in staat ze verder voort te zetten, tengevolge waarvan Adams +dan ook bevel had ontvangen met zijne schepen terug te keeren. Ook +de Nederlanders wenschten dergelijke tochten niet meer. Coen had aan +Willem Jansz opgedragen zich op behendige wijze van de Engelschen +te ontslaan door te zeggen, dat hij niets meer in Japan te doen had, +maar op avontuur naar Patani, Chiampa of China wilde varen. Hij moest +zich dan vereenigen met de vloot, die in April 1622 van Batavia naar +China was gezonden [125]. Overeenkomstig dezen last vertrok Jansz +18 Sept. 1622 uit Japan naar Pehou; den 25en stak echter een hevige +storm op, waardoor hij genoodzaakt werd terug te keeren. Maar niet +alle schepen liepen behouden te Firando binnen. De St. Crux [126] +leed schipbreuk. Den 27en Oct. poogde Le Febvre met drie en 5 Nov. de +admiraal W. Jansz nogmaals, eveneens met drie schepen, den door Coen +gegeven last op te volgen, maar vergeefs. De vaartuigen geraakten van +elkander en door het onstuimige weder bezuiden de Pescadores, waarna +zij genoodzaakt waren door te zeilen naar Batavia. Achtereenvolgens +kwamen ze hier behouden aan. + + + + + + +HOOFDSTUK X. + + +Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor Manila lag, was de +toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden, oogenschijnlijk verre +van rooskleurig. De inwoners van Cagayan in het noorden van Luçon en +Zanbales op de westkust van dat eiland waren tegen hen in opstand; +in Manila waren de levensbehoeften tot ongekend hoogen prijs gestegen, +hoofdzakelijk, omdat wij de haven geblokkeerd hielden [127], en over +hun gouverneur Fajardo hadden zij volstrekt geen redenen om tevreden +te zijn. Integendeel, de Audiencia van Manila had reeds in 1621 +herhaaldelijk haar beklag over hem ingediend bij den koning en om een +nieuwen gouverneur verzocht. Zij verweet hem in drie jaar tijds drie +millioen onnut te hebben verspild, zonder dat hij iets tegen den vijand +had uitgericht en daartegenover één millioen als particulier eigendom +naar Nova Spanje had gezonden [128]. Toch hadden de Spanjaarden en de +Portugeezen tot het jaar 1622 nog geen reden tot klagen. Hoeveel hun +handel met China en Japan alleen nog beteekende, leeren wij uit de +berichten van Coen aan bewindhebbers. Den 20en Dec. 1621 schreef hij +[129], dat zes fregatten dat jaar van Macao naar Japan waren gegaan +met een waarde van ± drie millioen gulden, terwijl wij uit een volgend +bericht van hem [130] vernemen, dat den 2en Aug. 1621 twee schepen van +Manila naar Nova Spanje waren vertrokken, waarvan er een te Mindoro was +gestrand. Het verlies hiervan werd geschat op vijf millioen. Die van +Macao, verhaalt hij in denzelfden brief, zonden jaarlijks een kapitaal +van 4 à 5000 taels in kleine scheepjes naar Japan en zouden dit jaar +wel het dubbele of drie millioen gulden in retour bekomen. Niet minder +hadden zij dit jaar naar Manila gezonden. Volgens Coen's berekening +zou de vijand in het geheel wel een 50 millioen alleen aan kapitaal +in Indië gebruiken. En dan meenen bewindhebbers al heel wat te doen +als zij jaarlijks 5 à 600,000 realen zenden; maar het is een boon in +een brouwketel. Geen wonder, dat Coen alles wilde aanwenden om dezen +handel, al was het slechts voor een deel, tot ons te trekken. Nadat +hij herhaaldelijk hierover aan bewindhebbers had geschreven, gaven +deze hem in 1620 en 21 hun wensch te kennen, dat hij op de kust van +China een handelsstation zou vestigen. + +Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk poogden +den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en meer het +plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de Portugeezen +moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel onderschept +worden door kruisers. Ook Manila moest men, zooals dat reeds +verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige maanden blokkeeren +en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende, zilverschepen. Het +uitzenden der kruisers kon het best geschieden van Macao of een ergens +elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan Japan, waaraan de +handel met China was ontzegd, en aan de verdere landen de Chineesche +waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een onuitputtelijke bron +van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April 1622 een vloot van +zes schepen en twee jachten onder bevel van commandeur Reyersz daar +heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode met nog vier jachten +gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis dezer expeditie mede te +deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij bovendien zeer uitvoerig door +Groeneveldt is behandeld [131]. Genoeg zij hier te vermelden, dat de +aanslag op Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou, +een der Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk +stelde om met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch +de oorlog, die den 2en Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch +de reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam +naar den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur, +hadden het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan +hun eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen, +de Pescadores zouden verlaten, waarna wij ons dan op Formosa of elders +buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd aan Sonck, toen hij den +11en Juni 1624 als plaatsvervanger van Reyersz naar Pehou vertrok, +in zijn instructie uitdrukkelijk gelast, Pehou niet te verlaten +vóór de Chineezen tenminste gedurende één jaar met ons op Formosa +waren komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem, +dat de toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren +van aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een +groote troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig +veel geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in +staat geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met +de Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat +men alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was, +besloot Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den +eisch der bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te +verlaten en zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den +26en Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang gemaakt +en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te stellen +op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden +de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen +beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie. + +Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit resultaat +geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch gesteld, dat +de Chineezen de vaart op Manila zouden opgeven en eens is dit zelfs, +ondanks het groote geldelijke voordeel dat de Combon hieruit trok +[132], toegestaan onder voorwaarde, dat wij Pehou zouden verlaten. Het +ligt niet in mijn plan, wat hierop betrekking heeft, mede te deelen; +het bovengenoemde hangt zoo nauw samen met de pogingen der Hollanders +om den alleenhandel met de Chineezen te verkrijgen, waarover reeds +in den breede door Groeneveldt is geschreven, dat ik het, om niet in +herhalingen te treden, wenschelijker oordeel dit hier achterwege te +laten. Om dezelfde reden zullen ook de tochten van Pehou uit naar de +kust van China om op Chineesche jonken te kruisen door mij slechts +ter loops meegedeeld worden, voor zooverre deze noodig zijn voor het +algemeen begrip, waarna ik mij wat langer zal ophouden bij den tocht, +die van Pehou uit naar Manila is ondernomen. + +In de instructie van Reyersz [133] lezen wij: "Wij verstaen ende +onse meninge is, dat UEd, soo lange 't noord ooste moesson duert, +eenige schepen omtrent Chincheu houden sult, omme de Chinezen de +vaert op Manilha ende alle andere plaetsen uitgesondert Batavia, +gelijck voorengeseyt is, te verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij +meenen, gedaen can worden, sult niet noodig wesen een vloote ofte +eenige scheepen naer Manilha te senden, maar bij aldien de Chinezen +omtrent Chincheu niet ingehouden connen worden, sal UEd de voornaemste +macht houden ter plaetse daer de raedt bevindt, dat den vijandt den +Chinezen handel best ende meest verhindert can werden". Nog voor Macao +liggende, was dien overeenkomstig den 27en Juni De Engelsche Beer en +het jacht St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de +Lamo, Namoa, Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de +Manila-vaarders. Den 6en Juli voegde De Engelsche Beer zich echter +alweer bij de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21en dier maand +door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een +Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen veroveren. Waarom +zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat niet vermeld. + +Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila +belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust +van China, hetzij uitgezonden om te onderhandelen, hetzij bepaaldelijk +om te kruisen. Tot laatstgenoemd doel bevonden zich De Groningen +en De Engelsche Beer aldaar van 21 Juli tot 21 Sept. Nadat men de +hoop om langs vredelievenden weg [134] den Chineeschen handel te +bekomen opgegeven en daarom den 2en Oct. den oorlog verklaard had, +werd Nieuweroode er den 17en met acht schepen heen gezonden, die in +het geheel 50 koopvaardij- en 30 oorlogsjonken vernietigden. Den 7en +Dec. keerde Van Nieuweroode naar de Pescadores terug en veroverde op +den tocht daarheen nog een jonk, die op weg was naar Manila, met een +lading van "cleeden en weynich zijde" ter waarde van f 9000. In de +baai van Amoy had hij nog vier schepen achtergelaten onder bevel van +den opperkoopman Sael. Wel is waar werden door dezen spoedig hierna +de vijandelijkheden gestaakt en weder onderhandelingen aangeknoopt, +maar voor de Manila-vaarders bleef de haven gesloten. Ja er waren +in Amoy zelfs plakkaten aangeslagen, waarin verboden werd naar +eenige Spaansche of Portugeesche plaats te varen, omdat de oorlog +daaruit ontstaan was. Toch werd door dit alles volgens de meening van +Reyersz en zijn raad de handel op Manila nog niet geheel verhinderd, +zoodat zij den 14en Aug. besloten het schip De Zierikzee en De Goede +Hoope, benevens een jacht, "soo hetzelfde connen missen", naar de +Philippijnen te zenden om op de jonken, die ons te Chinchu mochten +ontsnappen, te kruisen en van daar naar kaap Spiritu Sancto te gaan +om de zilverschepen buit te maken. Aan dit besluit konden zij echter +voorloopig geen gevolg geven. Den 11en Nov. zagen zij zich gedwongen +van hun voornemen af te zien. Het groot aantal zieken was hiervan +de oorzaak, terwijl ze bovendien meenden niet te kunnen rekenen op +de hun toegezegde hulp, die onder commandeur Jansz zich uit Japan +bij hen zou vervoegen, maar naar hunne berekening wel voorbij de +Pescadores was gedreven. Ook Nieuweroode was, vreesden zij, door den +moesson te veel zuidwaarts gedrongen om er zich nog tegen te kunnen +opwerken [135]. Eerst in het volgend jaar zou het plan tot uitvoer +komen. Nadat Reyersz de onderhandelingen, door Sael opnieuw opgevat, +voortgezet had en daarvoor zelfs, zooals wij gezien hebben, eene reis +had gedaan naar den in Hoktsioe zetelenden gouverneur, keerde hij +over Amoy terug. Hij had, zonder het ooit van plan geweest te zijn, +den gouverneur beloofd de Pescadores te verlaten. Over het opgeven +van den handel op Manila had hij niet eens durven spreken. Toch werd +hem nog in Amoy zijnde verteld, "dat de gouverneur een houten bord +in zijn provincie heeft laeten omdragen datter niemand en zoude +vermoogen van dat jaer naer eenige onzer vijanden plaetse vaeren, +oock mede geen zijde waeren uyt laeten voeren, anders dan de twee +voorname joncken, die naer Batavia souden gaen" [136]. Dit verbod +is echter óf nooit uitgevaardigd óf spoedig ontdoken, want den 15en +Maart 1623 naar Pehou teruggekeerd, hoorde Reyersz den 2en April +reeds, dat er twee jonken uit Amoy waren vertrokken naar Siam en +eenige naar Manila, terwijl acht of tien dagen later nog eenige naar +laatstgenoemde plaats hoopten onder zeil te gaan. Reeds voor Reyersz +dit ter oore was gekomen, had hij den 29en Maart besloten een schip +naar Manila te zenden om den handel op die plaats te belemmeren, +maar nu de Chineezen aldus "contrarie haer belofte" handelden, kwam +men den 6en April in zooverre op die resolutie terug, dat er niet één +maar twee schepen heen gezonden zouden worden, te weten De Zierikzee +en De Engelsche Beer, die "met d' allereerste bequamen wint ende weder +na de Manilhas sullen vertrecken, om aldaer op de joncquen te passen, +ende soo lange op do cust te houden, als gevoechlijck can geschieden, +al waer het tot ultmo. May, ende alsdan van daer vertrecken na Maccauw" +[137]. Tot opperbevelhebber over deze beide schepen werd aangesteld +Theunis Jacobsz Engel, schipper van De Zierikzee. Den 7en April +gingen ze onder zeil en keerden 4 Juni terug. Zij hadden op de kust +van Luçon twee jonken buit gemaakt, die zij, na bemanning en lading +er uitgelicht te hebben, aan de vlammen prijs gaven. Een derde jonk, +die den 18en Mei op den terugweg werd veroverd, namen zij mede. De +waarde van de veroverde goederen was zeer gering, maar het aantal +gevangen gemaakte Chineezen bedroeg het vrij aanzienlijke getal van +800. Naar de kust van China [138] werden hierna nog herhaaldelijk +tochten ondernomen. Van den 30en Juni tot 16 Aug. kruisten daar vier +schepen, onder bevel van den ons bekenden Christiaan Francxz. Nog den +20en van dezelfde maand ging Reyersz naar Amoy met vier schepen om nu +weder eens te pogen met de Chineezen in onderhandeling te treden. Voor +Manila bleef dit echter hetzelfde. We lezen dit duidelijk uit een +brief door Reyersz, aldaar zijnde, aan den totock Chiam Soutchia +geschreven. "Ons is niet onbekent, dat UE ondersaten vele jaren met +die van Manilha gehandelt hebben. UE is ook niet ontwist dat die +van Manilha ende Macau ons doodtvijanden zijn, derhalven volgens +den last van onsen prins niet connen toelaten, dat hun van eenige +natien toevoer geschieden" [139]. De haven bleef bezet tot 6 Sept, +den datum waarop Reyersz weder naar de Pescadores vertrok; maar den +5en Oct. werd Francxz er reeds weder met vier schepen heengezonden +om de onderhandelingen voort te zetten. Ook hij had geen succes, +maar werd op verraderlijke wijze door de Chineezen gevangen genomen, +waarna de schepen werden terug geroepen. Het gevolg van het verraad der +Chineezen was, dat den 20en Jan. 1624 drie schepen naar Amoy onder zeil +gingen om over die trouwelooze daad wraak te nemen. Van deze keerde De +Engelsche Beer niet naar de Pescadores terug, maar kwam den 30en Maart +in Batavia aan. Van de beide andere vaartuigen staat niets vermeld; +wij kunnen alleen nagaan, dat zij eenigen tijd gekruist hebben langs +de Chineesche kust. Nemen we nu nog in aanmerking, dat behalve door +deze gemelde tochten, de zee voortdurend onveilig werd gemaakt door +schepen die af- en aanvoeren van Batavia naar Pehou, dan wekt het +zeker onze bewondering, dat er nog Chineezen gevonden werden, die +ondanks de gevaren, waaraan zij zich blootstelden, den moed bezaten +naar Manila over te steken. Dat echter alle opofferingen, die men zich +gedurende twee jaar had getroost om het monopolie te verkrijgen, geheel +nutteloos waren geweest, zooals Groeneveldt betoogt, is mijns inziens +onjuist [140]. Wij hadden onzen vijanden zeer zeker een geduchte +schade berokkend. Deze te berekenen is natuurlijk niet doenlijk, daar +de vrees om in handen der Hollanders te vallen minstens even vele +jonken heeft weerhouden, als er door ons genomen zijn. 't Is waar, +gouverneur-generaal en raden schrijven spijtig aan bewindhebbers: +"Sij en wij hebben nu oock bij experientie bevonden, dat we alle +canalen van de rivier van Chincheo niet bezet kunnen houden; item, +dat onse sobere macht de ruime see soo niet besetten can ofte van 26 +joncken, die 't voorleden jaer van Chincheo en andere quartieren gegaen +zijn, echappeerten ongelijk meer als er genomen werden" [141]. Voor +Carpentier is het dan ook eene teleurstelling geweest, dat zij den +handel der Chineezen niet met één slag konden doen ophouden. Hij, +hierin gesuggereerd door zijn voorganger Coen, had er stellig op +gerekend, en toen dit niet mogelijk bleek, was spijt natuurlijk de +grondtoon van zijn schrijven en kon hij er niet mee tevreden zijn +alleen te hebben verkregen, dat Manila was achteruitgegaan. Door het +turen naar het begeerlijk doel, monopolie, was men blind voor het +reeds verworven voordeel. Toch was het niet onbekend, dat Manila +veel schade leed. Een gezaghebber van een Portugeesch navet had +medegedeeld, dat er maar één klein scheepje uit Nova-Spanje met +200.000 realen in Manila was aangekomen, terwijl er nog drie andere +verwacht werden. Volgens hem stond de handel daar slecht. In twee +jaar waren er geen Chineesche jonken geweest en geen schepen uit +Japan of Macao, dan een klein Portugeesch vaartuig met hout. Van +daar dan ook, dat vele inwoners naar Nova-Spanje verhuisden. Ja, +indien er in Europa geen algemeene vrede werd gemaakt, dan zou +men den geheelen Portugeeschen en Spaanschen staat in Indië voor +verloren kunnen houden. Ook vermeldde dezelfde berichtgever nog, +dat er eenige galjoenen en galeien op stapel waren gezet [142]. Deze +berichten waren, het valt niet te ontkennen, overdreven. In 1623 waren +in Amoy nog aan 14 jonken passen gegeven voor Manila. De mededeeling +echter omtrent Manila's achteruitgang wordt bevestigd door een brief +van Pieter de Carpentier aan bewindhebbers, waarin hij schrijft, +dat in Wancan, een plaats omtrent zeven mijlen benoorden Tayouan, +een jonkje uit Manila was aangekomen, waarvan de gezagvoerder had +gezegd, dat in 1624 geene Chineesche jonken in Manila geweest waren +en dat vele Chineezen en Japanners vandaar vertrokken "wegens de +doode neeringen en tevens 't quaet tractement van de Spanjaarden" +[143]. Ook het bericht, dat er een Spaansche vloot werd uitgerust, is +juist [144]. De Spanjaarden hoopten hiermee de onzen van de kust van +China te verjagen [145]. Zoover is het niet gekomen, maar er blijkt +uit, dat zij er zeer veel aan hechtten, er groote onkosten voor over +hadden om den handel op China wederom onbelemmerd te zien [146]. + + + + + + +HOOFDSTUK XI. + + +Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle pogingen in het werk +stelden om den winstgevenden Chineeschen handel aan de Spanjaarden +te onttrekken. In dezen zelfden tijd werd tegen de Spanjaarden in de +Molukken slechts zeer weinig, zoo goed als niets ondernomen. Reeds is +er door mij op gewezen, dat Lam door J. P. Coen werd teruggeroepen, +daar hij de bevelen omtrent het slechten der forten niet had +uitgevoerd, terwijl ook het feit, dat hij de Ternatanen hulp had +verleend tegen de Tidoreezen en Spanjaarden, Coen's misnoegen had +verwekt. De Houtman werd als zijn opvolger aangewezen. Maar ook deze +vond, evenals de meeste ambtenaren in de Molukken, de hem in zijn +instructie meegegeven bevelen verkeerd. Ontnamen wij den Ternatanen +de hen beschermende forten, dan zouden zij zich vereenigen met de +Tidoreezen en de Spanjaarden en zeker onze ergste vijanden worden, +meenden De Houtman en zijn raden. Coen was het echter niet met hem +eens en dus werd De Houtman eveneens teruggeroepen en in Maart 1623 +vervangen door Jacques le Febvre. Wij zien, Coen hield hardnekkig +vast aan zijn eens genomen besluit en zijn opvolger Pieter de +Carpentier drukte nauwkeurig zijn voetstappen. De gelden, die de +Compagnie jaarlijks moest uitgeven voor de Molukken, waren niet +evenredig met de voordeelen. De kosten moesten verminderd worden +en dus--enkele forten gesloopt! Hadden wij dan al onze krachten op +de kust van China en tegen de Philippijnen verspild? Waren wij niet +bij machte de Spanjaarden uit de Molukken te verdrijven, zooals De +Houtman dit wilde? Was dit geschied, zou men dan niet op betere wijze +tot vermindering van uitgaven zijn gekomen? Volgens Coen, niet. Hij +wantrouwde de Ternatanen, ook dan wanneer zij schenen onze vriendschap +te zoeken. Hij zag wel in, dat zij zeer gaarne hun gewesten hadden +bevrijd van vreemdelingen, die hen dwongen hunne producten voor minder +dan de helft van de waarde af te staan, terwijl dat mindere dan nog +werd betaald in rijst en kleederen van twijfelachtige qualiteit. Dat nu +deze Ternatanen ook aandrongen op de verdrijving van de Spanjaarden, +zou Coen reeds huiverig gemaakt hebben aan hun verlangen te voldoen, +maar er was meer. Hij begreep, dat ze door de nabijheid der Spanjaarden +ook beter in bedwang werden gehouden, daar zij onzen steun niet konden +missen, zoolang de Spanjaarden hen bedreigden. Bovendien zouden wij +ons nog op andere wijze benadeelen door het nemen der Spaansche +forten. Men liep dan toch gevaar, dat de Engelschen, volgens het +ons bekende in 1619 gesloten accoord, aanspraak zouden maken op het +medebezit van het veroverde. Dit waren dus de eigenlijke redenen, +waarom de Nederlanders zoo weinig in de Molukken tegen hunne vijanden +uitrichtten. Ofschoon de macht der O.-I. Compagnie in de Molukken in +deze jaren zeer gering was,--Le Febvre schreef in 1624 dat hij slechts +één jacht, dat lek was, tot zijn beschikking had [147],--ondernamen de +Spanjaarden toch niets tegen ons. Zij waren daartoe niet in staat en +hadden in de Molukken gebrek aan alles. Steeds werden de Tidoreezen +gepaaid met beloften, maar de hulp die opdaagde, was ternauwernood +voldoende om de zaken loopende te houden. De vriendschap der Ternatanen +voor ons nam toe of af, alnaarmate de hulp, die de Spanjaarden uit +Manila ontvingen, klein of groot was. In 1624 werden er zelfs door den +gouverneur-generaal en raden aan de bewindhebbers geruchten meegedeeld +van een vereeniging van de Spanjaarden, Tidoreezen en Ternatanen +tegen ons. Deze geruchten bleken waarheid te bevatten. In Mei 1623 +was de nieuwe Spaansche gouverneur der Molukken, Pedro de Heredia, +met een vrij groote macht, twee galeien, drie kleine fregatten en +nog een ander vaartuig, uit Manila gearriveerd, waarvan de genoemde +vereeniging het gevolg was geweest. Bovendien werd de komst van nog +twee galeien in 't vooruitzicht gesteld. Le Febvre zag hier tegen +een harden strijd tegemoet en vroeg dus een versterking van twee à +drie schepen. Ofschoon gouverneur-generaal en raden niet geloofden, +dat het zoo'n vaart zou loopen, stuurden zij toch een flink schip, +De Trouw, met 109 koppen naar de Molukken. Men had in Batavia echter +goed gezien. De Ternatanen konden ter wille van den buit niet nalaten +een klein Portugeesch fregat te nemen, wat natuurlijk den oorlog met +de Spanjaarden weder deed uitbreken. Met de Tidoreezen bleven zij +echter in vrede [148]. In de Molukken was dus voor de Spanjaarden, +tengevolge van de door de Nederlanders gevoerde politiek, de toestand +wel eenigszins verbeterd. Wij hebben, in het vorig hoofdstuk gezien, +dat de handel in Manila zeer was achteruitgegaan, waardoor alles er +zeer duur was geworden en dat ernstige klachten tegen den gouverneur +Fajardo waren ingebracht. Ondanks dien tegenspoed,--misschien was +het, den aard der Spanjaarden in aanmerking genomen, beter gezegd, +tengevolge van dien tegenspoed,--betoonden de Spanjaarden in 1623 +en volgende jaren een grootere bedrijvigheid. Naar Japan hadden +zij in 1623 een ambassadeur gezonden met groote geschenken voor +den keizer, om dezen gunstig te stemmen voor een hernieuwing van +de vriendschapsbetrekkingen met Spanje en hem den dood van Philips +III mede te deelen. Dit mislukte echter. De geschenken, waaronder +een gouden servies, een wagen met muildieren enz. werden geweigerd +en de gezant keerde onverrichterzake naar Manila terug met een uit +Nova-Spanje gekomen schip, dat met 300 koppen bemand was [149]. De vrij +aanzienlijke macht, die onder Heredia in de Molukken was aangekomen, +moest niet alleen dienen om de forten op genoemde eilanden te +versterken, maar was tevens bestemd tot vestiging van de Spaansche +macht te Menado op Celebes door het stichten van een fort aldaar, +dat de Spanjaarden, uit Manila naar de Molukken komende, dan eerst +zouden aandoen om volk en levensmiddelen in te nemen. Ook Macao was +op verzoek der Portugeezen in hetzelfde jaar met een afdeeling van +120 soldaten van Manila uit versterkt [150]. Toen in 1624 de gehate +Fajardo was gestorven, werd de ons bekende oud-gouverneur der Molukken +Geronimo de Silva wederom, evenals na den dood van Don Juan de Silva, +tot gouverneur ad interim benoemd [151]. Er waren dit jaar twee schepen +uit Amerika te Manila aangekomen met een groot kapitaal aan zilver +en veel soldaten, en hiervan maakte de nieuwe gouverneur gebruik +om de Molukken te versterken met twee fregatten, uit Otong daarheen +gezonden. Ook was een eskader naar de Molukken onderweg geweest, maar +teruggekeerd, omdat de vlootvoogd en veel volk onderweg gestorven waren +[152]. Op de rivier van Siam werd er zelfs offensief opgetreden door +de Spanjaarden. Het jacht Cleen Zeeland, 16000 realen Japansch zilver +en "twee cassen roode lakenen" inhebbende, werd den 26en Aug. 1624 +door hen genomen. De Siameezen maakten op bevel van hun koning, +daartoe door de onzen aangezet, het jacht den Spanjaarden wel is +waar weder afhandig en gaven het ons terug, maar de inhoud was en +bleef zoek [153]. Het laatste wat door Geronimo de Silva tijdens zijn +gouverneurschap tegen de onzen werd ondernomen, was een poging om een +Hollandsche scheepsmacht uit de Philippijnsche wateren te verdrijven. + +Reeds den 23en April 1623 was een vloot van elf schepen bemand met +1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal volgens een +ontwerp van prins Maurits, uit Goeree vertrokken onder bevel van +Jacques l'Hermite, G. H. Schapenham en Jan Willemsz Verschoor. Het +doel van deze vloot was "naar Amerika te zeilen, den vijand daar +zooveel mogelijk afbreuk te doen, te trachten de galjoenen, die +jaarlijks uit Manila te Acapulco binnenvielen, zoo mogelijk te +onderscheppen en daarna naar de Philippijnen over te steken, om de +Chineesche jonken waar te nemen". De resultaten van dezen tocht, +voorzoover zij met ons onderwerp in betrekking staan, zullen wij +eerst later behandelen, om ons nu bezig te houden met de hulp, die de +gouverneur-generaal P. de Carpentier en zijne raden besloten hadden +deze vloot, de Nassausche genoemd, in de Philippijnsche wateren +te doen toekomen. Aan Sonck en zijn raad op Pehou (toen reeds op +Formosa) en den admiraal l'Hermite werd overgelaten te bepalen, wat +met de vereenigde vloten tegen Manila zou worden uitgericht. Sonck +en zijn raad vonden goed zes schepen en drie Chineesche jonken naar +Manila te zenden, onder bevel van Pieter Muyser. Hem was opgedragen +de Nassausche vloot, die in April ongeveer voor Manila verwacht werd, +van victualiën te voorzien en zich met haar te vereenigen. Hij moest +zooveel mogelijk zorgen, dat geen Chineesche jonken, noch Spaansche- +of Portugeesche jachten de Philippijnen bereikten en verder den vijand +zooveel mogelijk afbreuk doen. Sonck achtte het niet geraden "iets +tegen Manilha of het fort Cavite te attenteeren," maar, schreef hij, +"hebben voorgedragen en gerecommandeert eenige vliegende tochten in 't +landt te doen om menigte van volck ter peuplatie van Batavia, Amboyna +en Banda te becomen" [154]. Den 27en Jan. ging Muyser met Het Wapen van +Zeelandt, Noord-Hollandt, Oranje en de jachten De Haen, Victoria en De +Fortuin van Formosa onder zeil. De bemanning bestond uit 432 koppen en +men had voor acht maanden levensmiddelen aan boord. De Fortuin en De +Victoria werden vooruit gezonden om de drie [155] Chineesche jonken +te waarschuwen, dat de Hollandsche schepen zee gekozen hadden. De +Fortuin keerde denzelfden avond nog terug zonder de jonken gezien +te hebben; De Victoria zullen we later eerst weer ontmoeten. De vijf +overige schepen kregen 2 Febr. reeds kaap Bolinao in het gezicht en +den 3en Wittertseiland, waar zij bemerkten, dat de Spanjaarden van hun +komst aan de bewoners van Manila bericht gaven door het branden van +vele vuren. In de baai van Manila aangekomen, stelden de onzen een +onderzoek in naar de macht van den vijand; Oranje en Noord-Hollandt +waagden zich zoo dicht bij de stad en het fort, dat ze het hadden +kunnen beschieten en de menschen zeer goed konden waarnemen. Over +de daar aanwezige scheepsmacht behoefden zij zich voorloopig niet +ongerust te maken. Deze bestond uit een vrij groot schip en vier +galjoenen, die echter alle in zulk een toestand verkeerden, dat ze +niet binnen een maand zouden kunnen uitloopen. Slechts één galei en +één jacht waren in goeden staat. De Hollandsche schepen hielden zich +geruimen tijd bij het eiland Mariavele op, waar ze ook eenige keeren +landden om hout en ballast in te nemen. Den 17en Febr. werden ze +bij een dergelijken landtocht overvallen, wat het verlies van zeven +man tengevolge had. Slechts twee lichamen vonden de onzen terug, +waarvan de vijand de hoofden als zegeteekenen had meegevoerd. De vijf +anderen waren den Spanjaarden blijkbaar levend in handen gevallen +en als gevangenen meegevoerd. Den 18en naar Wittertseiland onder +zeil gegaan, namen zij een Chineesche jonk met hout geladen, waarop +zich slechts zeven Chineezen bevonden. Na nog eenige dagen vergeefs +gekruist te hebben, ontdekten zij den 26en een zeil, wat tot groote +vreugde beiderzijds het jacht Victoria bleek te zijn. Dit schip had de +opdracht volbracht en de jonken gewaarschuwd. Deze hadden echter niet +in zee kunnen komen, naar hun zeggen, wegens den lagen waterstand. Tot +den avond van den volgenden dag wachtte De Victoria te vergeefs op de +Chineesche scheepjes en zeilde toen weg naar de Philippijnen, in de +hoop aldaar de Hollandsche vloot aan te treffen. Hierin was het jacht +niet gelukkig. Bijna een maand kruiste het langs de kust, waagde zich +zelfs tot op vijf mijlen voor de baai van Manila, zonder iets van de +vloot te bemerken, tot eindelijk de lang verwachte Hollandsche zeilen +zich aan den horizont vertoonden, terwijl den volgenden dag, den 27en +Febr. zich ook eindelijk twee van de drie Chineesche jonken bij de +vloot voegden. Zij vertelden zes dagen na het vertrek van De Victoria +te zijn uitgeloopen; één van de drie echter, niet goed bezeild zijnde, +was terug gekeerd en had waarschijnlijk koers gezet naar Tayouan. "De +ware rede zal wel zijn," schrijft Muyser aan Sonck, "dat die derde jonk +is terug gekeerd om een dergelijk scheepje, dat door hen afgeloopen +was, in veiligheid te brengen". Veel voordeel hebben ze niet van de +Chineezen gehad, daar ze steeds van de vloot afdwaalden, zich liever +ophoudende in de nabijheid van de kust, dan in open zee. Na den 3en +Maart verdwenen ze voor goed, waarover Muyser en zijn tochtgenooten +zich echter niet al te zeer bedroefden, omdat ze meer last dan nut +van hen hadden ondervonden. Van veel meer ongerief was het gebrek aan +drinkwater, waardoor zij herhaaldelijk genoodzaakt waren aan land +te gaan, om te zien of ze geen plaats konden ontdekken, waar dit +geschikt te bekomen was. Den 15en was het geluk hen gunstig. Op 16° +15´ vonden zij een baai, door hen betiteld "Muyserbaai", waar niet ver +van het strand, het water uit drie aderen uit den grond te voorschijn +kwam. De qualiteit was "schoon en liefelijck", de quantiteit "soude men +nauwelijks verwenschen" [156]. De inwoners toonden zich zeer vijandig +en moesten door musketschoten op een afstand gehouden worden. Het +land ingaande kwamen zij in een dorp, dat door de bewoners verlaten +was. Er werd daar suikerriet en bananen aangetroffen. Muyser had +streng bevel gegeven niets te beschadigen om te zien of de bewoners +naderhand niet eenigszins gewilliger zouden toestaan, dat er water +gehaald werd. Na hiervan een voldoende hoeveelheid ingenomen te hebben, +kozen ze weder zee en ontdekten den 13en April zeven zeilen, welke +zij dadelijk voor Spaansche herkenden. Toen deze vijandelijke vloot +op hen afkwam, besloten Muyser en zijn raad verder zeewaarts te gaan, +om de Spanjaarden van een aanval te weerhouden. Deze toch bleven liefst +dicht onder de kust, om zich aldus in tijd van nood met een vaartuig, +dat zij daartoe altijd tot hun beschikking hadden, gemakkelijk te +kunnen redden. Zij schenen nu echter hunne beschroomdheid te overwinnen +en trachtten de onzen in te halen, wat hun niet dadelijk gelukte, +ofschoon het jacht De Haen slechts zeer langzaam vorderde. Maar den +volgenden dag waren zij in de nabijheid der Hollanders gekomen en +nu moest men wel tot het gevecht overgaan. Het jacht Victoria, dat +voor den wind gaande zeer slecht bezeild was, zou door de bemanning, +nadat het in brand gestoken was, verlaten worden, indien de galei er +op afkwam. De schipper van dit jacht, een zekere Keyser, behoorde +blijkbaar niet tot de heldhaftigen, daar hij al zeer spoedig bevel +gaf het jacht te verlaten, "vóór het in eenig peryckel was", schrijft +Muyser, en zelf een der eersten was, die zich in de boot bevond, +terwijl hij verzuimd had het aan de vlammen prijs te geven. Overigens +ontvingen de drie Hollandsche schepen--De Fortuin en De Haen zeilden +vooruit, daar zij niets konden uitrichten--de Spanjaarden zoo goed, +dat zij moesten afdeinzen. Bij den tweeden aanval "trommelden (zij) +er met (hun) driën gelijckelijck, principalijck op hunnen admirael +soo op, dat zij genoodsaeckt waren 't aen boort comen voor die tijt +t' excuseeren". De Spaansche admiraalsvlag werd ingenomen en bleef +gedurende twee uur om den stok geslagen, terwijl de galei tusschen +het kleine jacht en het admiraalschip af- en aanvoer. De Hollanders +veronderstelden, dat dit plaats had, omdat de admiraal Geronimo de +Silva gesneuveld was en er een andere moest benoemd worden door +de zich misschien aan boord van het jacht bevindende leden van +de Audiencia. Dit was echter, zooals wij later zullen zien, niet +het geval; maar wat ook de reden geweest zij, de aanval werd niet +hernieuwd, de vijand liet de onzen langzamerhand van zich wegloopen +en keerde zelf landwaarts. Reeds den volgenden dag besloten Muyser en +zijn raad wederom naar de kust te zeilen, maar daar in de instructie +uitdrukkelijk stond zich voor den vijand te wachten, zoolang de +Nassausche vloot niet met hen vereenigd was, werd er bepaald zeven à +acht mijlen van de kust heen en weer te kruisen. Den 17en Mei eerst +mocht het hun gelukken, tenminste eenig resultaat van hun volharding te +verkrijgen. Zij bemachtigden een jonk van Chinchu naar Manila gaande, +waarop zich 219 Chineezen bevonden. De inhoud was van zeer weinig +waarde. "Als gij hier waart geweest", schrijft Muyser aan Sonck, +"zoudt ge de jonk met lading en al in den grond of in brand hebben +gestoken........ als alles op 't strand gelegen had, ick meyne niet +één van ons daarvoor 200 realen van achten had gegeven" [157]. Nadat +alles van waarde er uit genomen was, werd de jonk verbrand, en daar de +gezagvoerder meegedeeld had, dat er met hem nog vijf à zes dergelijke +scheepjes waren uitgevaren, bleef men nog eenige dagen kruisen. Maar +toen men niets meer ontdekte en ten laatste de hoop had opgegeven +de Nassausche vloot nog te zullen aantreffen, besloot men den 22en +Mei dit vaarwater te verlaten. De Noord-Holland werd met de gevangene +Chineezen naar China gezonden om daar te wachten op den noordermoesson +en dan verder naar Batavia door te zeilen. De Haen werd opgedragen +naar Tayoean te gaan [158] terwijl de overige schepen, Het wapen van +Seelandt, Oranje en De Fortuin eerst Macao zouden aandoen en daarna +naar Tayoean koers zetten. Tot nog toe had men niet veel menschenlevens +te betreuren, slechts 26, terwijl er 20 zieken waren. Den 1en Juni +kregen de laatstgenoemde schepen de kust van China in 't gezicht, waar +ze nog eenigen tijd bleven kruisen en het geluk hadden op de hoogte +van Macao twee Portugeesche jachten buit te maken, waarvan er een in +plaats van het verlorene Victoria gedoopt werd [159], het andere, +Tayoean. Den 7en zagen zij tot hun verwondering De Noord-Holland +weder. Dit schip was door tegenwind opgehouden. Den 2en Juli ging het +op nieuw naar Batavia onder zeil en kwam den 23en Nov. 1625 aldaar +behouden aan. De Chineezen hadden het echter hard te verantwoorden +gehad. Van de 219 waren er slechts 46 in leven gebleven en deze werden +nog doodziek aan wal gebracht. Op denzelfden dag dat De Noord-Holland +voor de tweede maal naar Batavia op weg ging, vertrok P. Muyser met +Het wapen van Seelandt en het veroverde jacht Tayoean naar Formosa, +terwijl De Oranje, De Fortuin en De Victoria nog eenigen tijd voor +Macao zouden blijven kruisen. Pieter Muyser kon er zich niet op +beroemen veel tot nut van de Compagnie te hebben uitgericht. Hiervoor +was zijn vloot echter ook niet voldoende uitgerust. Terecht schrijft +De Carpentier dan ook aan bewindhebbers: Het succes had grooter +kunnen zijn, indien 's lands vloot "haar ordre in het aandoen van +Manilla beter hadde naergecomen, gelijck se sonder eenich verlet wel +hadde conne doen". Waarom het dan niet gebeurd is? Hierop is geen +afdoend antwoord te geven. Misschien moet men de oorzaak zoeken +in het ontijdig sterven van den admiraal van de Nassausche vloot, +Jacques l'Hermite. Nog niet halfweg, moest hij reeds den 2en Juni +1624 den tol aan de natuur betalen en werd als admiraal opgevolgd +door Gheen Huigen Schapenham. Deze beschrijft ons zijn tocht in een +brief aan Carpentier [160]. Na den Spanjaarden op de kust van Amerika +eenig nadeel te hebben berokkend, is de vloot naar het eiland Puna +gezeild, van waar zij naar Acapulco vertrok om er den 28en Oct. aan +te komen. Daar bleven zij kruisen tot eind Nov., waarna het besluit +genomen werd naar de Ladrones over te steken, omdat de tijd waarop de +schepen gewoonlijk uit Manila in Acapulco kwamen toch voorbij was. Den +26en Januari 1625 werden de ankers voor de Ladrones uitgeworpen: "en +na ons alhier eenigszins ververscht te hebben," schrijft Schapenham, +"soo is bij mij ende den Raedt geresolveert, dat men de enterprise, +die ons bij de instructie belast wordt, op de chineesche joncken in +de Manilhas in het werck te stellen, soude laten berusten ende ons +cours recht toe naer de Moluccas stellen om dies wille, dat het de +vlote, die als doen maer van drie maenden victualie voorzien was, +onmogelick soude geweest zijn, de comste van de Chineesche joncken +in de maendt van April te verwachten, maer door faulte van vivres +genoodsaekt zijn geweest voor de comste derselver uit de Manilhas te +scheijden". Schapenham wist dus niet, dat de vloot onder Muijser hem +voor Manila zou opwachten met levensmiddelen. Het stond trouwens ook +niet in de instructie [161]. Mij rest nu nog slechts te melden, dat de +admiraal van de Spaansche vloot, Geronimo de Silva, die tegen Muijser +slag had geleverd, niet was gesneuveld, zooals de Hollanders dachten, +maar behouden met de vloot in Manila was teruggekeerd. Zeer tevreden +was men echter niet over zijn beleid. Hij had meende men, wel eenige +schepen kunnen veroveren en werd dientengevolge wegens nalatigheid +gevangen gezet en eerst bevrijd na de aankomst van den nieuwen, uit +Amerika gezonden gouverneur, ad interim, Don Fernando de Silva [162]. + +En hiermede meen ik tot een tijdstip gekomen te zijn, waarop dit +onderzoek zeer geschikt voorloopig door mij kan gestaakt worden. De +politiek toch der Nederlanders onderging langzamerhand een groote +verandering ten opzichte van de Philippijnen. De Wit schreef in 1625 +aan De Carpentier: "Over de door Muijser veroverde beide joncken +en de gevangen gemaakte Chinesen zijn tot nog toe geen klachten uit +China gekomen". Dat men hiervoor reeds bang was geweest bewees wel +de in de instructie van Muijser opgenomen bepaling, dat de buit niet +naar Japan of Formosa, maar naar Batavia gevoerd moest worden. De +Nederlanders koesterden nl. de gegronde vrees, dat de Chineezen +tengevolge van die rooftochten den pas begonnen handel op Formosa +en Batavia weder zouden laten varen. Bovendien werd het voordeel +voor de onzen steeds geringer, omdat de Chineezen meer en meer met +kleine zeer snel bezeilde jonkjes naar de Philippijnen overstaken, +waarmee zij bij stil weer zoo wisten te wrikken en te roeien, dat het +onmogelijk was ze met onze vaartuigen in te halen. Het gevolg was, +dat er vooreerst geen tochten meer werden gedaan om den Chineeschen +den handel op Manila te beletten. De Hollanders begonnen van nu af +het vaarwater van Malakka en Macao meer met hun schepen te bekruisen, +terwijl ook de Spanjaarden hun taktiek veranderden en in 1626 een +bezetting legden op Formosa. Mocht het blijken, dat het mij gelukt is +de verrichtingen der Hollanders tegen de Spanjaarden duidelijker in +het licht te stellen dan door mijn voorgangers is geschied, dan zal +ik stellig mijn onderzoek in dezen, uit liefde voor onze koloniale +geschiedenis, voortzetten en ten einde brengen. + + + + + + +BIJLAGEN. + + +BIJLAGE I. + +BRIEF VAN REAAL AAN BEWINDHEBBERS. + + +D. E. E. achtbare wijze voorsinnige Heeren. + +Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe verscheijden brieve aen +uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van attestatie midtsgaders +een brief des conings om uwe E.E. (sulcx raedsaem sijnde) daer +meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, de welcke ick +mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de Ed. Heer +Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende oft uwe +E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens evenwel +de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques grotelijcx +niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te verhaelen +het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren geaviseert, +confirmerende hier mede hetgene ick voor desen principalijcken over +de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. Wat alhier sedert +is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende copijen van +resolutien ende 't journal door mij gehouwden konnen sien, daer aen +ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose tocht naer +de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de vijanden ofte +proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel daerinne gerust +zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van menschen voorslagen +volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns juijst haer witt +niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de Chinesen, die +met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese verscheijden +plaetsen van 't eijlant Luçon, daer de stadt Manilla op leijt, aendoen, +om door d'onse niet te werden aengehaelt; mede dat de schepen commende +van Aquapulca d'imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn +geweest te passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse +oock aendoen de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die +haer adviseren, waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren +liggende op 7 1/2 graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het +vaste landt van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer +onseecker zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert +mijn jongste schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw, +alwaer wij verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor +Spaansch Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden, +doen wij voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een +vande principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest, +om met het volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont +sijn, te peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael +Reynst geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Edts +resolutien connen sien. Godt geve d'uijtcomste soo mach succederen, +dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. Alsoo de +schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om op d'ene +offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne naer Sanghy +vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke met haer +tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also door het +overlijden van Capn Mathys de luijtenant allene de plaetse waernam, +is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert halff ijll van +hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige resolutie daer +over te nemen, vande voorn. plaetse t'seyl gegaen en is sedert noyt +meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van verscheijdene +swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te sijn, dat +het voorsz. jacht met een Chineesche pelo, aen Galille liggende, +aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde geanckert gelegen, +alwaar den schipper gestorven was en aen landt begraven; dat is +de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben becomen. Oft nu het +voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen der Chinesen ofte +andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is ons tot noch +toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge door een +overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het eijlandt +Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met geschut met al en +eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt Manilha den +gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht souwden wesen, +doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den tyt leeren...... + + + (Na over den toestand in de Molukken gesproken te hebben, vervolgt + de schrijver:) + + +Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne Ed. door ons +wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de Manilhas, +en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen waren; +doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer weijnich +fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken +in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene +aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte, +als hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een +seeckere resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht +het stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een +seker rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede +de Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen, +sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban +en Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche +quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden +connen vruchteloos maecken. Ick soude wijtloopiger op de vruchten +die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick niet en +twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit stuck +particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben becomen....... + + + (Verder bevat de brief slechts bijzonderheden over de Molukken + en den persoon van den schrijver.) + + +Uwe E.E. aller onderdanighe dienaer + + LAURENS REAEL. + + Ternate, 25 Juli 1615. + + + + + + +BIJLAGE II. + + + P R O P O S I C I O N, D E D O N + Iuan de Silua Gouernador y + Capitan General, de Philipinas sobre que + si convenia salir con armada contra + el enemigo Olandes sin guardar + el Orden de la cedula de + treinta de dizienbre de + mill y seiscientos, + y catorce. + + +En la ciudad de Manila en doze de henero Hallaronse en esta junta. +de mill y seiscientos y diez y seis años Tres Oydores. +estando en las casas Reales en la sala Vn General alias Maese de +dela Real audiencia su Señoria D. Iuan Campo. +de Silva Cauallero del Orden de Santiago Onze Officiales de +Gouernador y Capitan General destas regimiento. +Yslas Philipinas y pressidente de la Dos Alcaldes ordinarios. +audiencia y chancilleria Real que en Tres Preuendados de la +ellas reside llamo Iunta General de metropolitania. +todos los estados y abiendo venido a Dos Officiales reales. +ella los señores Licenciados Andres de Dos Prouinciales. +Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna, Sinco Priore Guardianis y +Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores rector. +dela dicha Real audiencia y el Genral Sinco Frailes, Predicadores. +Don Iuan Ronquillo del Castillo, Vn Prouisor. +alguacil maior Destacorte y Cappitan Don Onze Comisarios de S. +Lope de Sosa, y Francisco de Bilches Francisco. +bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta Tres Cauos de Galeones. +ciudad, y los Iuezes officiales Reales Sinco Capitanes de +de la Real hacienda destas yslas Infantaria: todos 54. +Tesorero Cappitan, Pedro Deçal +Diernamariaca, contador Alonso de +Spinoça Saravia y el Arzidiano D. Iuan +de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua, +Prior de la Orden de Santo Domingo, el +Padre frai Hernando Moraga Comisario de +visita de la Orden de S. Francisco +Maestre escuela D. Diego de Leon, el +Padre Valerio de Ledesma Prouincial de +la Compania de IESVS, el Padre Frai +Agustin Mexia Prior de la Orden de San +Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el +Padre Frai Pedro de la Madre de Dios, +Prouincial de la Orden de San Agustin de +los descalços Recoletos, Padre Fr. +Francisco de San Guillermo, su +companero, Licenciado Rodrigo Dias +Guiral, Provisor de este Arçobispado, el +Padre Frai Alonso de Valdemora, Guardian +del Conuento de San Francisco, el Padre +Guardian Fray Iuan Bautista, su +conpañero, el Padre Francisco de Hotaco +Rector de la Compañia do IESVS el Padre +Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de +Santo Domingo, el Padre lector Frai +Domingo Gonsalez su companero, el Padre +Garces de la Conpania de IESVS. Fr. Iuan +de Monte maior, Predicador de la Orden +de San Agustin, Capitan Pedro Cotelo de +Morales Alguacil maior desta ciudad, El +Castellano Don Bernardino del Castillo +Maldonado, y los Capitanes, Marcos de la +Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores +Montoro. Iuan de Spinosa Montero, Don +Antonio de Arceo, Sebastian Perez de +Acuña, Bernardo de Castro Regidores +desta ciudad, Cappitan Adrian Perez de +Huaque, depositario General della +Secretario Pedro de Nabarete Escriuano +del dho cabildo, Capitan Andres Oregon +de Guevara, Capitan Antonio Careño de +Valdès. Capitan Diego Sanchez, Capitan +Sabastian de Madrid y Luna, Capitan Don +Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don +Pedro Telles de Almacan, Capitan Iuan +Bautista de Molina, Capitan Iuan de la +Cueva y almirante Pedro de Heredia, y +estando asijuntos por ante mi el +pressente scriuano Mayor de la +Gouernacion y Guerra destas Yslas, su +Señoria propuso lo sigiente. + +Que desde que llego a estas yslas, a PROPOSICION. +seruir los oficios de que su Mag. le +hiço merced a procurado ynquerir con A. Esta proposicion no se +todo cuidado, y diligencia saber los escriuio el Dia de la Iunta +puestos que el enemigo, Olandes ocupa, ni en muchos Dias despues, y +asi en las yslas del Maluco, Anbueno, asi es falso dezir que aquel +Banda, Xava, y otros. En las partes de dia se escriuio. +la india Oriental, y digsinios que +tenia, a los quales asi por relaciones +que as sus manos han uenido, como de +personas, que han comunicado con el +dicho enemigo que se han uenido de su +parte a la nuestra y por ordenes +ynestruciones de los estados que sean +hallado. En los nauios que se les an +tomado, y por avisos Del Rey Nuestro +Señor se a entendido que la pretension +que los dichos enemigos tienen es de +hazerse Señores de todo el Trato de la +especiria sedas de la China, y trato de +Xapon, y echar de todas estas partes de +Philipinas, e yslas Malucas, Yndia +Oriantal, los Castellanos, y Portugeses, +que en ellas residen, lo qual si se +efectuase serian daños, e ynconuenientes +yreparables para su Magestad y todos sus +Reynos, por que ademas de quitarle todo +lo que en estas partes Orientales posee, +y tanta cantidad de hacienda como +enteresa su Magestad, y sus basallos en +las dichas, contrataciones, los dichos +enemigos Olandeses, se uenderian a hazer +tan poderosos pues segun ellos afirman, +les auia de valer en cada un año de diez +millones de Pesos arriba el trato y +comercio de todas estas partes con que +siendo los maiores enemigos, que tiene +la corona de España, y la yglesia de +Dios se podria temer ravajasen los demas +Reynos, que su Magestad posee en Evropa +e Indias Ocidentales, y aviendolo bien +considerado platicado y consultado echo +de uer no tener otro remedio para +acortar los pasos y designios a este +enemigo, antes que echase maiores raises +sino iuntar vna gruesa armada con que +echarle de todas estos mares e puertos +que en tierra ocupa en esta conformidad +auiso a su Mag. como este era el solo y +uniquo remedio que este daño ternia, +suplicandole con todo encaricimento por +lo que ynportaua a su Real seruicio B. esta su supretencion ser +bien y quietud de sus Reynos, y basallos cabeça de esta facion y como +se siruiese de enuiar desde España se hallo burlado dio en el +algunos Galeones, de armada bien desbario que hyço +artillados ya marinados y con buen destruiendo el gran +numero de ynfanteria y que ordenase al concierto y orden de la +Visso Rey de la Yndia, enbiase los cedula. +Galeones de aquel estado, lo mas uien en +orden que pudiese para juntarse con la +esquadra de Nauios y Galeras, que aqui +se preuiniese. C. En cuya conformidad, C. Nunca tal trato con la +su Señoria sohijuta? con esta Real Audiencia de que estos +Audiensia, Fiscal y oficiales Reales, y Galeones y Galeras auian de +consejos de Gerra, en la qual se acordo ser para esta jornada sino +se hiçiese una esquadra, de Galeones y para defensa destas yslas, y +otra de Galeras, con la maior brevedad Terenate por que era cinco +que fuese pusible y que se avisase al años antes que saliese +visurey, de la Yndia, para que de su despachado su Mag. la dha +parte diese lo que en aquella ocasion cedula y asi no se puede +avia enbiado a ofreçer a su Señoria, lo pensar de lo que ella trata +qual se hizo asi y en otra junta y elabicar al Viso Rey de la +General, de hacienda, se acordo que so India, fue para que embiase +Señoria gastase todo lo neçesario, para socoro para Terenate +la fabrica y apresto de la dicha armada, conforme las cedulas de su +y asi mismo en aquel tienpo D. su S. Magestad. +tuuo cedula de su Magestad, fechada a +dies y nueue de dizienbre de mill y +seiscientos y once en que le ordena y +manda pusiese en orden una buena +esquadra de Nauios que le pareciese +bastante para guardar estas yslas y +yslas de Terenate, yo ponerse al dicho +enemigo, mandando se gastase de su Real +hazienda lo neçesario para este efecto. +D. y vltimanente en avisos que este D. Todo lo de hasta aqui +pressente año llegaron a estas yslas de fueron preuenciones, para +la nueua España le manda su Magestad, conseruar estas yslas y las +por otra su Real cedula, su fecha a Malucas, y lo mismo el +trenta de diçenbre del año proximo socorro que se mando dar a +pasado de mill y seiscientos y catorce la Yndia, y no para mas +apreste la maior armada que le sea porque no era caudal para +posible asi de Nauios, como de gente y mas. +artilleria, y todo lo demas neçesario y +esto contanto encarisimiento que le dize +haga que sea tal como si su Señoria, +solo con la diche armada, vuiese de +pelear con el enemigo sin otra ayuda +ninguna por que sea echado de uer ser +este el remedio que este daño tiene. E. E. Desde de esta cedula, de +y asi mismo le representa manda y treinta de Dizienbre, de +encarga, se haga con la maior breuedad mill y seiscientos y +que sea posible antes que este negoçio catorçe, es nueva voluntad +mas se enposibilite y como su Señoria de su Magestad, por lo qual +estaua esperando esta vltima resolucion asi como manda juntar mayor +y mandato de su Magestad, no solo tenie candal y el que tiene por +preuinida la maior armada, que a podido bastante para acabar de vna +juntar como su Magestad, se lo tenia vez la guera echando al +ordenado, y mas en diferentes ocasiones. enemigo de mar y tierra es +F. A solisitado al Visu Rey de la Yndia visto querer que se guarde +Enbiando las personas, a posta para el la orden desta cedula, sin +dicho efecto, pidiendole embiase la atender a otra cosa. +maior esquadra de Galeones que pudiese +para que juntas las vnas fuersas y las F. No quiere su Mag. que +otras echasen a los enemigos, destas cosas tan graues. se hagan +partes, comunicandose por cartas el sin el tienpo con beniente +Virey con su Señoria y su Señoria con el para quel, y el viso Rey, se +Virey el numero do Navios y gente, que pre bengan, como consta de +de la Yndia se podria enbiar y el puesto la sedula, y Don Iuan, le +don de se podrian juntar, los unos y los procuro dilatar pues +otros y la forma en que a ca da uno de diuiendo de despachar al vi +los dos les pareciese, se podrian azer Rey su pliego con la +la dicha jornada, y guerra: ques todo lo deligencia que demanda, selo +que agora su Magestad ordena y preuiene, detuvo, desde Iunio asta +en la dicha su Real sedula de treinta de dizienbre que lo entrego al +diziembre. Vltimamente en las cartas Capitan maior Soça, de que +quel dicho Visorey a escripto a su se quaja el vi Rey en lo que +Señoria con los Capitanes, don Diego de le escriue. +Miranda Enriquez, y Iuan de Mora, le +dize estar aquellos estados tan +trauajados con las geras, de los Reyes +uezinos que no les posible por esta +causa y por estar muy gastada la Real +azienda, enbiar mas de quatro Galeones, +y en ellos quatro cientos Soldados, y le +auisa que lamoncon(?) de setienbre +pasado despacharia el mas socoro que +pudiese para que se viniese a juntar con +los dichos quatro Galeones la qual +inposibilidad de no poder embiar mas +armada. A demas G. de las cartas del G. Esta es una gran falsedad +dho Viso Rey en que le dise asi, y enbuste grandisimo como +aseguran lo mismo las del Arsobispo de satisfago a mi pareser, fol. +Goa, tribunal de la Ynquisicion, persona y esta mas claro si se +del consejo deste estado, y del considera que quando ase +embaxador, Don Garcia de Silua y esta proposicion no auia +Figeroa, afirmando que con lo que resibido el vi Rey su pliego +enbiaua quedaua la Yndia, muy ni lo resibio asta abril +desflaquesida lo qual certifican asi deste año como en su carta +mismo los dhos Capitanes Don Diego de le auisa al Gouernador del +Miranda, y Iuan de Mora, y Capitan Maior resibo luego aun no auia +Gonsalo Rodriges de Souca que todos resebido el vi Rey la dna +vinieron de la Yndia, el año proximo sedula de. 30. dizebre 614. +pasado. E. Y considerando su Señoria que como puede ser uerdad, que +auiendo resibido el dho ViRey, las auian communicado anbos lo +ordenes de Su Mag. que se le despacharon que trata la sedula pues +por tierra y mar, para que saliese en jamas entre ellos, se trato +persona, con armada y si no le diese sino de vn socoro y asi se +lugar las gerras del norte la enbiase a entienden las cartas, del +cargo de persona practica y de Virey sin deuerse aser caso, +esperiensia se a de entender que estando de los enbusteros Don Diego +desucupada abra salido en la monçon de do Miranda alias Diego Tomas +setienbre pasado o ombiando la mas y Iuan de Mora, que so los +Armada, que pudiese como su Magestad se que se escriue a su Mag. en +lo ordena. H. Ajuntarse con los quatro su carta. +Galeones, que enbio que estan al +presente en la Ciudad de Malaca para que H. Todas estes cartas se an +lo uno y lo otro se biniese a hazer un de entender, como digo a mi +cuerpo con lo que de estas yslas a de pareset folio. +salir. I. Y por que en las ocasiones la +principal parte de consiguir buenos I. Consideracion desvariada, +efectos y la que al pressente ofrece el lleuando pornorte la +tiempo, de hallarse el enimigo, tan uoluntad de su grande +deshecho de gente y Nauios, como consta anbicion, que no pudo +de avisos y relaciones ciertas que su produzir si no vn monstruo +Señoria a tenido no tiene en toda su como salio de vn tan liuiano +armada ochocientos hombres, de mar y de fundamento que uino a +tierra, y que este año no aguardan ressolberse en humo perdida +socorro de Olanda no se deue perder vn la opinion y reputacion, +punto. K. Enbuscar al enemigo y hazer pues boluerse tan grande +en el sigun el tiempo y ocasiones armada, sin hacer efecto ni +mostraren. I. Y quando no se siguiese buscar al enemigo, fue para +otro fruto mayor que estoruarle no elicutoria. +sacase este año que es delamonzon (?) +del clauo quatro. O cinco mill vares del K. Luego no es lo mismo la +fuera de grandisimo efecto pues no armada que finge auia de +teniendo pro vecho estando tan enbiar que los quatro +desacreditada la Compañia de Olanda como galiones de socoro. +su Magestad auisa, no podran sustentar +la guerra y lo abran de desamparar todo +y si recoxiesen el dho clauo y le +despachasen a Olanda con las grangerias +del so reforçaria su armada. Y +sustentarian L. el credito que tienen L. quando las ocasiones son +perdido en Olanda, y en las partes que bien fundadas y no de +en estas partes ocupan. L. asi mismo imaginaciones, de capricho +seruira de confirmar el Rey de Tidore, y como anparecido todas las +los demas amigos en la obidiencia y que hiço. D. Iuan de Silua, +seruicios de su Magestad, y sacarlos de tu uo para no conplir la +mucho recelo y duda en que estan, de que cedula Real. (*) +nuestras fuerças no son yguales a las +del enemigo y que a el le uienen cadadia +socorro y a los nuestro no se les a +embiado ninguno de la forma que se les a +prometido muchas vezes con que de todo +punto si agora faltase esta armada de +que tienen alla tanta noticia perderian +la esperança de ser socoridos y no +pudiendo sustentar la guerra y trauaxos +que con nuestra (nuestra) amistad +padecen se concertarian con el enemigo y +en faltandonos su ayuda se perderian de +todo punto aquellas fuerças en +consideracion de todo lo referido. M. M. Buena, Mana se dio +Su S. tiene puesto en orden vna esquadra enbuscarle. +de diez galeones y essos bien artillados +amunicionados y abastecidos y asi mesmo +tres pataches y quatro galeras que es +todo el resto que con el mayor cuidado e +yncreyble trauaxo y diligencia a podido +juntar y el vltimo esfuerço que estas +yslas pueden dar la qual N. esquadra si N. Santo Dios que +inbernase en el puerto de cauite donde desatinados pensamentos, +esta vendria en muy gran diminucion pues se persuadio a que todo +menoscauo y por la mucha brouma que ay lo avia de hallar a medida +en el dho puerto a que no ay defensa ni del de seo, siendo cosas tan +reparo por mucho que se an procurado grandes y contra tan fuertes +hazer y ser la tablaçon para los dhos contrarios y tanbien +nauios tan corruptible y flaca que no advertidos en lo que les +duran mas de vn año como por la inporta y grandes marineros. +inposibilidad que abria de poderle dar +otro adereço y carena en tanbreue tiempo +como es des de que acauan los bendauales +que por las muchas aguas que mientras +ellos duran ay no se puede trauaxar de +calafeteria hasta principio de Nobiebre +que es quando se debria salir para hazer +buenos efectos si se pudiera aver a +prestado antes la armada. O. Y seria O. Como si estuviera en mar +trabaxar de nuebo los naturales de estas quajado y las drogas +yslas que lo an quedado tanto y cansados lastuviera e algunas choças +que ya no pueden mas (cosa que su S. a si no en mui bien +sentido en estremo sin poderlo escusar.) pertrechados y acomodados +P. Asi mismo los muchos bastimentos que nauios y dentro de muy +estan conducidos se dañarian y perderian buenas fortaleças con mucha +y en lo vno y otro su Magestad muy gran artilleria y bien +suma de hazienda y en tan largo tiempo fortificadas como digo en mi +seria imposible conseruar aqui parecer fol. +marineros, artilleros y otros officios +de mar porque de ordinario huyendo de P. Y qual o mejor se puede +los peligros de la guerra procuran yrse decir que leuieron perdido +a buscar descanso y hazienda a la Yndia, el con el gran disparate que +Macau, Xapon, y Nueua España, no hiço quedando con ellos +obstante el gran ciudado que con ellos enemigos vitoriosos y +se tiene. Q. Mas que si esta esquadra senores de la mar con +no saliese los quatro galeones que estan treynta y siete nauios segun +en Malaca, y el demas socorro que el lo escriue y dice el Padre +Visorey vbiese enbiado padeseria el Ribera embajador dela Yndia. +mismo y conbiniente y necesariamente +abria de boluer a la Yndia, a aderefarse Q. Bien confirmados y +porque en Malaca no ay comodidad de consolados que daran el Rey +puerto y officios para dar cauna en los y los demas coforme lo dho +bastimentos que serian nessesario y si antes perdieran de todo +boluiesen a la Yndia, los dhos galeones punto las esperanças y se +abrian de llegar tan tarde que seria puede temer su confederacion +inposible dar la dha carena y aderesarse con el contrario y que +para poder partir en todo el mes de sucedria lo que quiso +Abril deste presente año conque so remediar por tan vil medio. +ynposibilitaria la jornada para poderse +hazer hasta el que viene de seiscientos +y diez y siete y para entonçes la +esquadra estaria deshecha, podrida, +invtil y ynfructuosamente despues de +tantos gastos que se an seguido y +seguiran a la Real hacienda de su Mag. +R. Y al enemigo le abran llegado nueuos R. Por que Don Iuan de Silua +socorros y fuerças conque siendo para lleuallo todo a perder +superior, el conseguiria sus yntentos y si Dios no lo remediara al +los de su Magestad que dara furestiados principio de la jornada por +y el remedio mas inposiblitado o perdido que segun dicen todos los +del todo. S. Y auiendo su S. caminado onbres de esperiencia no +en esta conformidad en aprestar la dha quedara onbre ni nauio. +armada con acuerdo y pareceres de la +audiencia, consexos de guerra y haçienda S. Por ventura a estado +en juntas que para ello sean hecho en mejor conseruada en la +diferentes vezes y tiempos en las quales desdichada jornadilla es sin +se hallo el Fiscal de su Magestad, duda que lo estuuiera mejor +Licenciado Don Iuan de Alvarado en las occupaciones que oy +Bracamonte y conformaudose T. con los ocupaua la gran armada, +pareseres de todos y que se hiciese la entre tanto que llegaua el +dicha armada y jornada y el en auiso del Virey guardando la +particular por su persona la alentado cedula. +con mucha calor, ayundando a la +fundicion de la artilleria y otras T. Por ventura an cesado +muchas cosas tocantes a ella; como es estos daños con la mala +notorio a los presentes y estando la salida no esfuerça boluerles +dicha armada aprestada, enbarcada la adar carena. +artilleria y bastimento, aperseuida la +ynfanteria y de mas personas que an de +ir en ella señalados los cabos de los +galeones y todo a punto para poder +partir amediado el mes Deziembre pasado, +el dicho Fiscal a contradho por +peticiones que en la Real audiencia +apresentado no deuer se hazer la dicha +jornada. V. Fundado lo en la vltima V. Todo esto sucedio a la +cedula de su Magestad, la qual y las letra con el paseo que salio +demas referidas y vna carta del adar don Iuan de Silua con +Secretario Iuan Ruiz de Conteras escrita tanta fanfarria por que todo +a su Señoria con otra que su S. escriuio lo que anduuo respesto de lo +a su Magestad, de discursos y remedios que prometio andar por que +que convenia poner en ataxar los passos es vna nauegacion muy sabida +y disinios destos enemigos. X. Mando a y sin peligro aunque letudo +mi el Secretario de Gouernacion y guerra de perder la Capitana por +leyese publicamente para que a todas las ser como vna arca de Noe, +personas de la dicha junta y consejo conseruara los soldados +fuese notorio y Y. asi mismo dixo que marineros e artilleros +aun que era contra todas las leyes y teniendolos ocupados como +prudencia militar magnifestar el digo en mi parecer. +Cappitan General los yntentos que tenia +en la forma y manera de hacer la guerra X. Asi no esta satisfecho en +por los daños e ynconuenientes que se mi parecer. fol. +podrian recreser porque por sosegar los +animos de muchos que con la contradicion Y. Segun lo que dice el +que el dicho Fiscal auia fecho a la Padre Ribera no a menester +dicha jornada estauani nquietos socorro pues tenia 37. +magnifestaua el discurso e yntentos de nauios y conforme a esto no +su jornada el qual tiene escripto al estaua bien informado no se +Visorey de la Yndia, y a Francisco que mas inposibilitados quel +Miranda Enriquez Capitan o General de los adelado con sus +los quatro galeones, que estan en desconciertos. +Malaca. Z. Y es que por las Cartas que +su Señoria a tenido del dho Visorey y Z. Es falso que con acuerdo +relaciones que a boca le hicieron los de la audiencia tuuiese +Capitanes Don Diego de Miranda Enriquez presta la armada para este +y Iuan de Mora auia entendido la gran efecto de partir con ella +nesecida day aprieto en que aquel estado conforme a la cedula real la +quedaua. A. A cuya caussa no auia sido qual tuvo oculta a la +posible enbiar el dicho Virrey, mas audiencia desde Iunio de +socorro que los quatro galeones y quatro 615. hasta Nouienbre que a +cientos soldados los quales a estado mi instancia la recibio ni +aguardando hasta vltimo de Septiembre jamas trato con la audiencia +con el cuidado que era justo diese su sobre la partida hasta 14. +mucha tardanza hasta que los primeros de de enero de 616. a lo qual +Octubre llegaron a esta ciudad la contradixe como consta de mi +carauela siete fuentes y vna galeota que parecer. +binieron despachados por el dicho +General Francisco Miranda con auiso A. Es falso que yo +de no auer podido passar el estrecho por consintiese se hiziese la +causa de auer llegado a el tan tarde y jornada y el dar parecer se +que por esta razon se quedaua en Malaca, mese preuimendo lo necesario +hasta tener auiso de su Señoria de lo para ella se hacia con buena +que vbiese de hazer, cosa que le dio fe por que decia tenia +notable pena asi por la dificultad y cedula para ella y viendo +riesgo que auia de auer para juntarse en que no la mostraua sospeche +el camino de Maluco, auiendo de tomar tenia misterio y asi inste +los dichos galeones aquella buelta desde que la exibiese lo qual hiço +Malaca, por el estrecho de Sabon como de mui mala gana por que con +por la necesidad que auian de tener la vista de ella se +quedando alli. B. Acrecentando este descubrieron sus machinas y +cuidado el auer receuido su Señoria en que no las podia quajar si +Junio del año proximo pasado la orden y vuiera menistros fieles pero +cedula de su Magestad de treynta de como no los vuo quajar con +Diciembre de seiscientos y catorze, cuya daño de la real hacienda de +copia embio al dicho Visorey con el 2000 ducados que da de 500. +pliego de su Magestad, para el dicho soldados miserabiles y la +Virey y por auer tenido tambien auisos suya por que no falto otro +ciertos de la poca gente que el enemigo onbre de quenta. +tiene en su armada tambien embio al +dicho Virey y de que este año no B. Si la armada esta fundada +aguardaua ningun socorro de Olanda. C. en la cedula real porque no +Sobre que auia hecho hartos discursos la guarda en todopues en el +deseando siempre acertar con lo que modo de cunplilla consistia +fuese mas del seruicio de Dios y su todo el bien. +Magestad. D. Y al cauo se auia resuelto +a yr con esta armada a juntarse con los C. Y luego las torno a +galeones y demas nauios, que el Virrey recoger por que no se +vbiere embiado a Malaca, a juntarse con pudiesen tornar a reuer los +dho General Francisco de Miranda en el papeles como onbre fundado +estrecho de Savaon cerca de la ysla de en cautelas y si mirara bien +Banda haciendo su Señoria biaxe desde vna de las dos cedulas no la +esta ciudad derecho apulotimon por entre hiciera leer en que su +las Yslas de Paragua y los baxos de Magestad, le manda que los +Pulosesu y de ai por de fuera de la Ysla nauios fuesen moderados como +de Binitan y de las demas que alli ai para entre yslas auiendo el +hasta venir a entrar en el estrecho hecho tan disformes nauios +cerca de la dha Ysla de Banda y juntarse que todos los que los an +con la dha armada de la Yndia para que visto y entienden dicen no +desde alli, hechos vn cuerpo pudiesen yr auerse hecho tan grandes en +con mas fuerças en demanda del enemigo y España ni en las Indias. +salvar, juntandose en aquel lugar, el +riesgo que se corria de yr diuididos la D. Gran ynpertinencia dar +buelta del Maluco. E. Que tanbien le cuenta de la jornada pues +auia obligado a tomar esta resolucion el esto no justifica la partida +considerar qua auiendo el Virrey antes la hace mas +receuido las ordenes de su Magestad, dificultosa. +duplicadas de la que agora le embiaua +que le escriuia el conde de Salinas se E. Relacion de dos +le despacharon al dho Virrey, por mar y enbusteros y hombres sin +por tierra a de auer hecho todo el credito y otras cosas per +esfuerço pusible de armada para en ores como digo en mi parecer +conformidad de la yntencion de su y carta de su Magestad. +Magestad, si las guerras del norte le +vbiesen dado lugar a venir en persona en F. Para socorro era muy +la monçon passada de Septiembre a Malaca grande y quien de socorro +para juntarse con la que alli tenia a su enbia quatro galeones y ocho +cargo el dho General Francisco de galeotas no esta necesitado +Miranda Enriquez y en caso que el dho antes es argumento que +Virrey no lo fuese pusible auer dexado quando venga por propio +la Yndia, en tiempo de tantos enemigos, traera muy gran poder. +a de auer embiado la mesma armada como +su Magestad lo manda. Qualquier destas G. Pues le auiso que la +dos cosas quel dho Virrey, aya hecho culpa auia tenido don Diego +venir o ynuiado conviene haga su Señoria de Miranda alias Diego +este biaxe a juntarse con el dho Virrey Tomas, por auer traido los +a su armada porque de no hazerlo asi se Pilotos praticos del viage +perderia esta con tiempo y ocasion de por que no le hiço vn +haçer algun buen efecto en seruicio de castigo exemplar pues dice +Dios N. S. y su Magestad y estaua a le peso tanto con notable +mucho riesgo aquella armada en Malaca pena antes le trajo sienpre +auiendo de aguardar al mes de Iunio que consigo de dia y de noche +viene para venir a estas Yslas, asi por para que apoyase sus +tener los enemigos tan cerca que podrian enbuiles. Pues no inporto +juntarse o yr a buscarla como porque menos que quemarlos el +ademas del tiempo que se perderia enemigo por no pasar aca y +ynfructuosamente que por lo menos auia que si pasara vista la +desor vn año pues passado con los cedula de 30. de dizienbre +bendavales a estas Yslas, no se podia yr de 614. no auia de querer +a Maluco, hasta los nortes desta año que mouerse con sus galeones sin +son en Diciembre o Nobienbre y se orden del Virey y en +consumirian todos los bastimentos y consequencia de esto no se +huyria mucha gente y el enemigo tendria atreuiera salir el +tiempo de juntarse y preuenirse y para Gouernador. Y tanbien +este año seria lo mas cierto aber le cesaran las dificultades que +uenido nueua armada y juntandose con la dice para juntarse. +que aca tienen nos haria todo mas +dificultoso y que esto era lo que le H. Cuidado sin tienpo para +auia parecido a su Señoria despues de tomar el mal acuerdo que +auerlo comunicado con el Cappitan, mayor tomo pues conforme a la +Gonzalo Rodriguez de Sousa y otras cedula de treinta de +personas de esperiencia y en esta Dizienbre auia de aguardar y +conformidad si esto auioso hallase al recebir primero el socorro +Virrey, en Malaca, que seria lo mas de la nueua España con las +ynportante para que se hiciesse esta naos deste año de 616. tan +jornada con mayores fuerças y seguridad poco fue cierto que el +el qual dispondria lo que con su mucha enemigo esta flaco pues la +prudencia y valor jusgase ser mas verdad es tener muchos +conveniente que lo tal tendria su S. por nauios los quales an de +acertado y lo obedeceria por complir con tener mucha gente no a +lo que su Magestad le tiene manlado y menester socorro mas del que +asi le auiso lo que por agora se lo le llego por aqui por su +confiesa y ser a su parecere que culpa y gran desconcierto +juntandose esta armada con la del dho por no querer cunplir el +Virrey seria bien caminar con toda la mandato iustisimo de su Rey +buelta del puerto de Banton en el y señor que le cogiera aqui +estrecho de Sunda que es la principal a manos si no vuiera salido. +escala y factoria que el enemigo tiene y +a donde acuden todas las mercadorias y I. No son menester discursos +cargan las naos que todos los años donde ay mandatos ciertos si +embian a Olanda y a donde viene a dar, no cunplillos a la letra y +rehazerse y repartirse las que asi mismo con esto se acierta el +vienen de alla que tiene su S. por cosa seruicio de anbas Magestades +sin duda que dexasen de hallar las vnas y no se hierra como ello +y las otras y tanbien se tomaria, alli hiço tan grauemente dejando +lengua y se saberia de cierto si al estas yslas ariesgo de +enemigo le vbiese venido nueua armada y perderse si Dios no guardara +de que calidad para que conforme a eso este rincon de su Eglesia. +disponer las cosas y tomar la resolucion +que mas conbiniese y si al enemigo no le K. En lo peor lo que +vbiese venido nueuo socorro siguramente inportaua auia sido poner +se prodria yr a buscarle sin perder tan buen cobro para que los +buena ocasion y si la vbiere de ronpelre quatro galeones vuieran +procurar hazero que este es el punto llegado aca no enbiando vn +principal y acauar con todo de vna vez malhonbre que les quitara +porque viendo al enemigo roto y sin los qilotos platicos ya que +armada con facilidad se reducirian todos fue tomar el consejo que yo +los naturales de aquellas Yslas y las le di en la junta en mi +fortaleças que los Olandeses tienen parecer. fol. +quedaran de vna ues cercadas y serian +mas fasiles de rendir, perdidas las L. Con que vano fundamento +esperanças de ser socoridas: Y las, se mouio pues fiel +fortaleças de Anbueno, y de Banda, que considerara lo que auia +son las primeras que por el camino que tardado en preuenir su +tiene dho se an de en contrarseran mas armada con ser menor que la +faciles de conquistar por tenerlas con que el Virey auia de juntar +menos gente y artilleria por parecerles no se persuadiera con tanta +que estan mas lexos de nosotros porque facilidad a pensar que auia +hazen siempre cuenta que abemos de yr sin tiempo a destar +abuscar los de Philippinas a Terrenate, preuenido para salir pues la +por el camino ordinario mas cierto y sedula se despacho en +corto y que siempre sea hecho y si nos dizienbre de seis cientos y +hiciecemos Señores de Ambueno y de Banda catorse y el virey quanto +perderian ellos los puestos de mas mas presto la resibio fue +ynportancia y de mas prouecho que oy por tierra en agosto y por +tienen y que los estados les ordenan mar en septiebre que estos +procuren conseruar aunque se pierda todo despachos llegan Agoa de +lo de Maluco, y en bueno don derecoxe el seis sientos y quinse y su +enemigo todo el clauo que se saca de Mag. que confiderando lo +Terrenate, Maquien, Motiel, Tidore y mejor no le obliga a el +Bachan, que ansi lo an hecho sienpre que asalira hasta auer reseuido +quando llegasemos a de estar todo alli el socorro de la Nueua +junto y quitandoles este clauo que por España con las naos, de 616. +ser año de Monçon a de ser en gran pues que rason auia en buen +cantidad y les a de ynportar mucho juicio para persuadirse que +quedaran destruidos; por el contrario el Virey auia de salir tan +sino fuese este año y se les diese lugar sin tiempo sin auisarle +a despachar a Olanda quatro mil bares de primero guardando mejor que +clauo que hazen cuenta an de recoxer sin Don Iuan la cedula y que ay +la nues moscada y las demas mercadurias que tratar de ganar o perder +de China, y pimienta que les ynportara monçones donde el placo es +puesto en Olanda mas de quatro millones, sierto auiendose comunicado +podria hazer nueua armada, y cobrar el y senalado tiempo y lugar +credito que oy tienen casi perdido y se descubrese con euidencia enl +les da lugar que viniesen a juntarse con ebuste si se considera que +la armada que aca tienen con que dise que el monçon pasado +quedaria para nosotros mas ynposiblitado auia de estar el Virey o +despues de hechos muchos gastos y si en armada en Malaca, que es el +la Sunda entendie semos que al enemigo mesmo tienpo, en que resibio +le auia venido nuea armada de Olanda y los despachos por questa +vbiese pasado a juntarse con la que propusicion se hase en 14. +tiene en Maluco, y que lo vno y otro era de enero de 616. y los +de calidad que se arriesgasen mas despachos se resibieron en +fuerças y armada yendo a buscalle en tal setiembre de 615. y en este +caso seria bien enbiar a socorer mesmo tiempo quiere aya +nuestras fortalezas con los nauios de llegado a Malaca, o embiado +remo y lo demas retirallo aparte sigura armada que es para suponer +basta tener mas caudal y silegando su S. vn ynposible. +al estrecho hallace que el Virrey no +auia uenido ni enbiado mas armada y le +auisase partiria de la Yndia en Mayo, +procuraria diletar la jornada hasta +llegar el dicho Virrey para que con mas +seguridad se haga y con su prudensia y +valor major consiga el seruisio e +yntension de su Mag. y solo pondra en +execusion el yr abante en el estrecho de +la Sunda por ver si ay alli algunos +nauios y sauer si le a uenido al enemigo +nueua armada, como tiene dho, y desde +alli procurara despachar al dho Virey +para que lo tenga todo mas bien +entendido y conforme a ello disponga las +cosas con sertidunbre de todo lo que +ubiere. + +Y por la proposicion y rasones referidas +y la sedula de su Mag. de treinta de +Dieziembre de seiscientos y catorse se +conose que su yntencion es que esta +jornada se haga con las mayores fuerças +que se pudieren juntar del estado de la +Yndia y estas yslas comunicando entre el +dho Virey y su SeñorÃa la parte donde se +podran juntar y la forma de hazer la +guerra lo qual y a esta fecha por +escripto como esta dicho en quanto a las +fuerças no se puede esperar que crescan +antes vayan en diminucion y asi mismo +por la breuedad y prestesa con que manda +se haga la dicha armada no dando lugar a +que mas se ynposiblite pide a todos los +de la junta traten y confieran este caso +como tan ynportante al seruicio de Dios +y de su Magestad, y sobre el de sus +pareceres para que oydos y entendidos se +haga lo que mas conuenga a su Real +seruicio Don Iuan de Silua ante mi +Gaspar Alvarez. + + + + + + +BIJLAGE III. + +JOURNAEL VAN DEN TOCHT GEDAEN VAN TAYOUAN NAER MANILLA AO 1625. + + Journael vande tocht ofte voijage gedaen van Taijouan naer de + baey van Manilla ende custe van Luconia mette scheepen 't Wapen + van Hollandt, Noorthollant ende Orange--mitsgaders de jachten + den Haen, Fortuijn ende Victoria ondert commandement van Pieter + Jansen Muijser vande 27 January 1625 totten [22en Mei]. + + +Januarij 1625, Maendach. +adij 27 ditto des morgens syn wij mette voorsz. ses seylen van Taijouan +naerde cust van Manilla seijl gegaen, ophebbende te samen 432 coppen +ende gevictualieert voor 5 maenden. De Almachtige Godt gunne dat +voorn. tocht mach gedyen tot sijner ere, dienst ende voordeel vant +gemeen beste int generael ende der heeren Maijores int perticulier, +ende eyntlijck tott onser aller salicheyt. + +In see comende setten ons cours S. ten O. langs de wal ende sonden de +jachten Fortuijn ende Victoria voorwt om de drye Chineese joncken, +die met ons gedestineert waeren naer de cust te gaen ende ons een +stuck weechs voorwt ondert landt souden verwachten, te waerschouwen +dat wij in see waren ende daerom aff souden comen ende hun onder de +vloote begeven. + +Des achternoens d'wtterste hooge berch vant landt aen boort hebbende, +vernamen noch al laech lant tot des avonts toe, streckende hem al +S. ende S. ten Westen. Des avonts quam de Fortuijn wederom onder de +schepen maer Victoria noch de joncken hebben niet vernomen. Godt geve +terecht mogen comen. 's Nachts seijlden wij langs de wal met cleene +seylen S. ende S. ten Westen. + +28 ditto vernamen noch Victoria noch joncken niet, waerom niet alleen +verwondert maer oock bedroeft werden. Den breeden raet quam aen boort +ende ordoneerde een zeijn brieff voor de vloot; oock mede dat de +Fortuijn een stuck weechs om d'Oost soude loopen om te sien off geen +tijdinge van Victoria conste vernemen; quam des avonts wederom, hadde +niet vernomen tot middachs. Hadden hoochte van 22 gra., 22 minuten; +des avonts cregen een harde regencaeck; de wint N.N.O., stijve coelte. + +29 ditto des morgens waren d'ander schepen een groot stuck after wt +soodat wij mr van hun allen waeren. + +30 ditto hadden hoochte van 17 gra. 50 minuten; gingen suijen aen om +de caep Bolinao int gesicht te loopen; die lach noch 18 mijlen van +ons. 't Was drooch maer windich weder; wij waren de scheepen wel een +marsseyl te cloeck behalven de Fortuijn die hart seylde. + +31 ditto hadden onse stierman des nachts hoochte van 16 gra., 10 +minuten, waermede de caep opt lijf mosten loopen, maer soo wij sulcx +metten dageraet niet vernamen bevonden dat ons de stroom om de West +hadde geset, waerom ons cours om de wal te naecken Oost aen setten. De +wint was te Oost; des middachs hadden hoochte van 10 gra., 40 minuten; +wij seijlden soo hooch om d'Oost als wij conden. + +Februari 1625, Saterdach. + +1mo ditto hadden de hoochte van 16 gra., 28 minuten; vernamen noch +geen landt, soo dat ons de stroom hart om de West hadde geleyt. + +2 ditto des morgens sagen wy de caep Bolinao S. O. ten S. van ons. 't +Is laechachtich vlack landt. Wij sagen oock 't hoogelandt van de baij +van Pangassivan, wierpent datelijck op de leij ende verwachten de +scheepen. Wij resolveerden alhier onder de caep tot morgen toe bij +te leggen oft wij eenige tijdinge vant jacht Victoria ende joncken +consten vernemen ende dat wij dan recht naer Witters eylandt souden +loopen. Des achternoens begon het hart te waijen; wij lietent leggen +drijven W. ende W. ten Noorden; des nachts woey het vliegende storm +wtten Noorden, ons halsport brack aen stucken waerdoor, eer wij die +conde stoppen, een hoope waters in cregen; die see liep overmaten +cort ende onverbolgen. + +3 ditto des morgens wast hantsamer weder; de scheepen waren bij +malcander behalven N. Hollant, die noch niet vernamen. Hadden hoochte +van 15 gra., 43 minuten; wy seylden met fock ende voormarsseyl S. O. in +de wal met stijve coelte, de wint Noorden. + +Des avonts sagen wij Witters eylandt voor wt ontrent 6 mijlen, ende +mits dat de son laech begonst te gaen ende 't jacht den Haen een +groot stuck after wt was, vondent niet geraden voorts te laten staen, +wierpent op de leij ende lieten leggen drijven. Tegens avont quamen +de scheepen Orange ende Haen bij ons, claechden veel in voorleden +nacht geleden te hebben; Orange meende sijn fockemast een crack +hadde; hij vreesde oock dattet met Noort Hollant niet wel en was; +den Haen claechde dat veel waeters in genomen hadde ende veel armoede +gepasseert. Wij hieldent aff ende aen; sagen des nachts vele vieren opt +landt, apparentelyck die van Manilla waerschouwende van ons compste. + +4 ditto smorgens wast stilletgens, de wint wtte lande. Orange schoot +een schoot ende quam aen boort, claechde dat sijn fockemast dwars +door midden was; wij gaven hem een groote marsseyl ree daer hij mede +wangde tot dat wij bequamelyck hem beter mochten helpen. Wij lietent +voorts in staen, maer vernamen noch N. Hollant noch Victoria niet; +wij conden oock Witters eylandt noch niet beseylen. + +5 ditto des morgens quam Noort Hollant wederom, Godt lof, by ons; +claechde mede dat in voorlede storm veel hadde wt gestaen. De wint +was uijtte wal; consten Witters eylandt niet becomen, waeromme wij +metten raet resolveerden ons best te doen om inde baij van Manilla +te geraecken, om ons van des vijants macht t'informeren. + +6 ditto des morgens was het stilletiens; wij dreven ende seylden den +heelen dach, maer conden des avonts Mariavelle niet beseylen. Wy sagen +dicht ondert landt een cleen vaertuijch, daer 't jacht Fortuijn naertoe +sonden, maer condent niet becomen; wy gisten het een chaloupe geweest +is, wt gesonden om ons te besichtigen. Des avonts quam de wint wtte +wal; wy settent in de mont vande bay op 32 vadem waesachtige gront +op het eylant Mariavelle; worden geweldich geviert. + +7 ditto. Deden ons best om op te laveren; de wint woey starck N.O. de +baeij wt; tegen avont quamen weder ten ancker, hadden geen mijl met +laveren gewonnen. Int setten quam Oranje de Fortuijn voor den bouch +ende brack 't jachts bouchspriet in drie stucken; den raet quam aen +boort ende resolveerde, alsoo wij ballast ende Fortuijn een bouchspriet +mosten hebben, dat Oranje syn best zoude doen om voor wt innewaert +aen te peuren om, soot doenlyck was, des vijants macht te ontdecken; +oock dat schipper Carel mede met Oranje soude opvaren. + +8 ditto smorgens ginck Orange seijl ende metten dach lichten wy +altsamen mede ons anckers, maer door de harde wint conste geen ofte +weijnich voordeel doen; dies quamen des avonts onder Mariavelle +wederom ten ancker op 26 vaedem; behalve Orange bleef aen de suijt +syde van de baey leggen om mette lant wint bequamelyck op te commen. + +9 ditto weder onder seyl gegaen; die wint woeij hart N. Oost die bay +wt; wij vorderde weijnich; oock mede cost den Haen niet langer voort, +liep voor de wint wederom naer Mariavelle, daer wy iegens avont mette +Fortuijn bij hem quamen ende settent op 18 vadem; wy vraechden den +Haen watter schort; wisten ons anders geen antwoort te geven als +dattet jachts ongebaniertheijt schult was; costen qualyck voorde +wint ofte by de wint; 't is voorwaer oock een sober schip, om op +dusdanighe tocht te gebruijcken; N. Hollant ende Orange waren een +groot stuck de bay opwaerts aen. + +10 ditto gingen weder onder seyl, maer jegens avont de scheepen +N. Hollandt ende Orange, wederom afcomende, liepen gelijckelyck +aen de N.W. syde van Mariavelle in een valleij ten ancker op 30 +vadem moddergront, behalve N. Hollant, diet by de wint hielt ende +liep van d'ander syde vant eijlant; dorst dees syde, dewijl daer +onbekent ende het doncker was, niet aendoen. Den oppercoopman ende +schipper van Orange mitsgaders onse schipper Carel Lievensen quamen +aen boort ende rapporteerden dat sij soo naer de stadt Manilla ende +fort Cavijte waeren geweest, dat sy met een gotelinge schoot het +fort conde beschieten ende de menschen perfectelijck bekenden, ende +dat onder ditto fort laegen 4 soo groot als gemene gallioenen, een +tamelyck schip, een jacht met een galleij, alle t'samen reddeloos, +behalven 't jacht ende galley, sulcx dat wy die in d'eerste maent +niet hadden te verwachten. + +11 ditto quam N. Hollandt mede by ons op de reede ende de vrunden +aldaer rapporteerden ons mede van des vijants macht in Manilla gelyck +die van Orange gedaen hadden. + +12 ditto resolveerden met 100 man ondert gebiet van Jan Pietersen Reus +met alle de schippers aen landt te vaeren om 't velt t' ontdekken; +oock mede om ballast, hout ende water voor de scheepen te besorgen. + +13, 14, 15 ende 16 ditto waren doende om hout tot masten ende +bouchsprieten, ballast ende water te halen, dat op dit genouch te +bekommen is. 't Was alle daegen lieffelyck schoon weder; wy meenden +Noort-hollandt ende den Haen aen d'ander syde vant eijlant te senden, +om den vyant, soo hij met cleyn vaertuijch daer verscheen, het landen +te beletten, maer alsoo 't gehouwen hout, bijsonder de mast voor +Orange, seer wormgeten, swack ende onbequaem naert hacken bevonden +worde, ende men vreesde aldaer ontrent geen beeter soo datelijck +souden connen vinden, soo worde goet gevonden, naer dat de oude mast +by Jan Pietersen Reus ende d' ander schippers was gevisenteert ende +geoordeelt worde dat die het noch soo wel een wijltijts soude houden, +jae een torn wtstaen, dat wij den 18 deser des morgens soude t' seyl +gaen naer Witters eylant ende soo naer de caep Bolinao em te cruijsen, +sulcx dat de voornoemde scheepen Noorthollant ende Haen aen d' ander +syde vant eylant niet syn gaen leggen. + +17 ditto 's Maendachs smorgens is onse boot vrouch naer lant gevaren +om de rest van haer water te haelen; de vaten vullende worden door den +vijant die aldaer in de ruychte lach, overvallen, schietende geweldich +met musquetten naer 't volck, die, hun water verlatende, naer de boot +vluchte, 't welck wy inde scheepen vernemende, terstont den vijant +met grof geschut daer van dreven, die onse boot doen verlatende, met +menichte naer N. Hollants tingal (die een stuck weechs int baytien lach +om hout te haelen) toe liepen ende schooten daer menichte van schooten +op tot dat eyntelyck ons geschut hun dede het vaertuych verlatende ende +namen de wijck aen d'ander syde vant landt. Onse boot quam aen boort; +wij misten 5 man, namentlyck vier matroosen ende een Japponder, ende +N. Hollant een met drij gequetsten; wy verlooren oock 7 musquetten +met haer bandelieren, die 't volck door verbaestheyt int vechten van +hun geworpen hadden; hadde den vijant wat meerder patientie gehadt +ende sich wat langer bedect gehouden, ongetwijffelt hy soude een groot +voordeel op ons hebben connen becomen, alsoo veel volck alreets vande +respective scheepen aen lant souden gaen om de rest yder een van syn +hout ende water te haelen ende apparent meestal ongewapent (alsoo men +nu vast oordeelde daer was geen swaricheyt aen landt te verwachten) +maer Godt de Heer heeft ons door dit ongeluck des volcx onachtsaemheyt +willen betoonen, wat gebooden ende vermanen men hun doet, datse wel op +haer geweer sullen passen ende hun niet bloot begeven ende hunluijder +leeren op een andermael sich beeter in ordre ende bij den andre te +houden, principaelijck daer perijckel te verwachten is. + +Noort Hollant ende de Haen sonden wij terstont om 't eylandt om te sien +of geen van des vijants vaertuijch consten vernemen, dat sy ons dat dan +met een schoot souden adverteeren, waer naer de boots aen lant voeren +vol volcx, al waer commende vonden 2 dooden sonder hoofden, die sy +de lichaemen begroeven, sulcx dat 4 van ons volck gevangen met hebben +gevoert, waer wt ten deele onse gelegentheyt sullen cunnen verstaen. + +Ons volck vonden oock alle hun lege watervaten noch heel, ende 't +gehact hout onbeschadicht op 't strant leggen, die sij gevult mettet +hout aen boort brachten; apparent isser vrees in hun geweest, daerom +oock alle haest gemaeckt hebben. + +Jegens avont quamen N. Hollandt ende den Haen wederom by ons ende +rapporteerde Jan Pietersen, dat hun docht 2 seyltiens buijten gesien te +hebben, maer van des vyants vaertuych hadden niets van cunnen ontdecken +ofte vernemen, waerom wij resolveerden des nachts seijl te gaen. + +18 ditto Dijnsdachs smorgens lichten wij onse anckers ende gingen t' +seyl. Metten dach sagen wy een seijltgen ondert lant van de Limbonis, +daer wij al t' samen naer toe liepen; 't woeij een stijve coelte +wtten O.N. Oosten; de Fortuijn, wel een vande harste beseijlste +wesende, dede het seyltien strycken ende sont het ons aen boort; +'t was een cleijn Chinees jonckien met 5 Chineesen, geladen met hout; +wilden naer Manilla. Wij lostent hout ende deeldent tot gerieff vande +vloot ende namen de Chineesen over, hacten het jonckien in de gront +alsoot nergens toe bequaem was. + +19 ontbreekt. + +20 ditto ontrent middach quamen onder Witters eylant ten ancker op +30 vadem vuijle gront. + +21, 22 ditto hebben Orange sijn fockemast, die op Mariavelle gehact +hadde, noch ingeset alsoo die beeter bevonden worde als d' oude +gebroocken, ende dewijl alhier geen ander te becomen is, hebben ons +met die moeten behelpen. + +23 ditto des avonts syn wy gelijckelyck van Witters eylandt t' +seyl gegaen naer de caep om d' aenstaende maent van Maert aldaer te +cruijsen; 't was dagelijcx schoon, lieffelijck ende heet weder. + +26 ditto hadden een moije coelte wtte lande, seijlden boven Witters +eylandt. Wy vernamen een seyl commende wtte wal; daer by commende was +tot ons groot vernougen 't jacht Victoria, dat alhier ende ontrent +de caep tot voor de bay van Manilla altoos alleen hadde geswormen; +de joncken, seiden hij, hadden op de cust van Formosa, in een gat +daer verneken saten, gevonden, ende alsoo die sonder te lossen niet wt +conden comen, was hy genootsaeckt die te verlaeten ende naerde vloot +te comen, hun belastende te volgen, ende soo ons volgende hadden ons +gemist ende tot nu als vooren hier ontrent aff ende aen gelaveert. + +27 ditto smorgens vernamen 2 seijlen; waren 2 van onse joncken, die met +ons gedestineert waren; hadden het mede altoos hier ontrent gehouden; +hun oversten Equan quam aen boort ende rapporteerde had hij ses dagen +naert vertreck vant jacht Victoria eerst wt gecomen was met sijn drien, +maer dat de derde jonck, niet willende seijlen, by hun verlaten was; +vermoet die wederom naer Tayouan toegelopen is. 't Was lieffelyck +heet weder, redelycke coelte. + +28 ditto smorgens conden wy de joncken niet sien; ons oordeels salt +hun seer swaerlyck syn ons te voegen. Equan hielt mij gisteren al +vooren om des avonts onder de wal ten ancker te comen, soo dat wijt +oordeelen onnosele seeluijden te syn. + +Primo Maert, Saterdach des morgens, waren wy weder dicht onder 't +landt; wij sagen beyde de joncken, die wij meenden dat op ons aff +souden gecomen hebben, maer wij bevonden dat sy liever de wal hielden +dan met ons verre in see te loopen; wy sonden 't jacht Fortuijn des +afternoens naer hun toe om die onder de vloot te doen comen, maer sy +bleven onder de wal. + +2 ditto woey het hart wtten Noorden. Des avonts quamen heel dicht onder +'t landt ontrent de caep, dat een schoone lantdouwe schijnt te weesen; +de Fortuijn met eene jonck quam bij ons, maer soodrae als wij het +wederom wenden van de wal t'seewaert, liep de jonck datelijck wederom +bij syn macker onder 't landt ten ancker. 't Was heel stil weder, +dan de see schoot hart. + +3 ditto waren wederom ontrent de wal; wij misten Noort Hollandt, die +des afternoens weder by ons quam. Wij sonden 't jacht Fortuijn wederom +by de joncken met wat amonitie, als cruijt, musquets, coegels ende +lonten, ende lietent hun metten ondercoopman Abraham le Poivre weten, +dat sy hun onder onse vlagge souden commen begeven; soo niet, indien +hun eenich ongeluck overquam dat wy daer van ontschuldicht wilden sijn. + +Des afternoens quam Le Poivre wederom aen boort ende seijde dat +de bootschap aen Equan gedaen hadde, daervan ick oock do Le Poivre +schriftelycke verclaringe liet teyckenen; een weijnich tijts daer +nae quam den Chinees Equan selffs aen ons boort, die ick aendiende +volgens de voorige last van Le Poivre, sy mosten hun nevens onse +schepen in see begeven ende niet onder de wal houden; soo verre +de Spangaerden quamen te vernemen dat sij haer daer onthielden, sy +souden groot perijckel loopen van genomen te worden; dat sy daerom +gewaerschout souden sijn: wij moesten ofte costen alle avont met +onse swaere scheepen soo naer de wal niet commen; ende ick wees hun +hoe wij seijlen mosten omde joncken wt China te ontmoeten, daer op my +antwoorde 't selve te sullen soo naer comen ende doen (hoe wel groote +geneegentheyt toonde om onder de wal te houden, menichmael repeterende +"haz mûcho grande mar" [163]) oock dat dat, namentlijck 't opsoucken +vande joncken, seer goet was; maer soodrae den quidam wederom in syn +jonck was ende dattet ontrent avont worde, liep terstont naer d'ander +jonck toe, ende liepen t'samen onder de wal; wij hielen t'see. + +4 ditto woey het hart wtten Noorden; lietent leggen dryven om d'ander +scheepen in te wachten. + +5 ditto wast stille; wij conden alt samen boven de caep Bolinao +niet commen. + +6 ditto dreven wij boven de caep Bolinao voornompt open gaets vande +baij van Pangassivan, een kenningh vant landt. + +7 ditto quam den breden raet aen boort ende resolveerde de cust totte +Doz Irmanos toe te cruijcen; iterim dat Jan Pietersen mette Fortuijn +ende tingal dicht langs de wal soude loopen ende vernemen oft ergens +geen bequame reede ende waeterplaetsen waeren, om ons ende andre onse +hier naer commende scheepen, des noot synde, daervan te mogen dienen; +'t was heel stille ende heet weeder. + +Op dato storff d'eerste man van siecte in de vloot opt jacht den Haen. + +8, 9 en 10 ditto hadde ons de stroom weer om de Noort geset; wij conden +van stilte totte boucht van Pangassivan niet comen, dreven mette seylen +gestadich op de mast; ontrent middach cregen een labbercoeltien wtten +N.Westen, soo dat wy iegens avont wtte bocht geraeckten. Mette son +was de caep Z. ten W. van ons; wij seylden Z.W. ende Z.W. ten Westen. + +12 ditto waeren wy ontrent de caep; Jan Pietersen Reus hadde mettet +jacht Fortuijn alhier een bequame waterplaets, leggende in een baij, +gevonden, maer geene ofte seer onbequame anckergront voorde grooste +scheepen; wij sonden alle de boots met 42 musquettiers aen lant om +water te haelen; wij ordonneerden 't jacht Victoria soo dicht onder de +wal te loopen als de boots bequamelijck soude connen beschermen, ende +Jan Pietersen vooruit voer mettet jacht Fortuijn noch wat om de Suijt, +om te vernemen oft geen bequame reede voorde scheepen conste vinden. + +13 ditto was ick aende waterplaets aen lant; wederom aen boort comende +vont Jan Pietersen aldaer, die mij seyde een seer schoone baeij ontrent +1 1/2 mijl van dese baij gevonden te hebben, om voor groote scheepen +te anckeren; daerop den raet ontboden ende resolveerden mette vloot +daer naer toe te loopen; jegens avont daer comende settent after eene +gebrooken, dorren, clippigen houck, een cleen gotelingh schoot vant +lant op 9 ende 12 vadem schoone gront. + +14 ditto voer Jan Pietersen met alle de schippers met 100 man aen landt +om 't selve te ontdecken, maer vonden geen vars water, maer wel een +staende poel brack water, die wy bevonden (hoewel vant geberchte aff +compt) doort overloopen vande see int suijer mousson brack te wesen; +wij resolveerden, alsoo enige vande vloot water van doen hadden, +'t strant door te graven om het staende water in see te loopen ende +ons dan daer van te dienen soo wij best soude connen. + +15 ditto quam Jan Pietersen wederom aen boort ende verhaelde mij, +dat een seer bequaem afflopende vars water hadde gevonden, waerom +gesamentlijck met alle de boots aen lant voeren met een pertij +musquettiers om water te haelen; aen lant comende vonden van enige +inwoonders resistentie, schietende vijff ofte ses seitsen ofte pylen +naer ons; doch quetsten Godt loff niemant, maer door onse musquettiers +vluchten int geberchte, soodat wij innewaerts van strant aff trocken; +vonden daer een tamelijck pleyn, beplant met bannanus bomen, suijcker +riet met yets anders, daer dese inwoonders hunne residentie hielden, +maer apparent soo wy met de vloot hier quamen de vlucht hebben genomen; +wij verbooden wel strengelyck dat niemant niettegenstaende d'inwoonders +onse vyantschap getoont hadden, per avontuer niet wetende wat natie, +oft Spangaerden oft andre, wij waren, alsoo wy vermoeden dat noijt +van onse scheepen hier geweest sijn, enige vrucht bomen ofte aert +vruchten souden beschadighen, om te sien oft sy ons by dien middel +hier nademaels vreedtsamer ons water souden toestaen te haelen. + +Aen landt synde meetten andre om 't volck in ordre te houden, quamen +2 seijltiens vande Suijt op comende laveren, waerom terstont Jan +Pietersen Reus mette schipper vande Fortuijn aen boort sonden om mette +vrunden advys 't jacht voornt daernaer toe te senden; maer aen boort +comende vernamen dattet onse 2 joncken waeren, comende op laveren, +om welcke oorsaecke, als mede om dattet stil was, niemant daer naer +toe sonden; maer jegens avont liepen die wederom naer de wal sonder +bij ons te comen; wij gissen dat sij ons niet gesien hebben ende +'t was te stille om by hun te comen. + +'t Water, dat wij hier vonden, spruijt een half musquet schoot vant +strant wtter aerde wt drie aderen, ende maekt soo een loopent beeckien +tot in see, wel soo starck als inde Tafel baij; 't water is ook soo +schoon ende lieffelijck ende in sulcken overvloet, dat ment nauwelyck +soude verwenschen, alleenlijck dattet met laech water wat moeijlijck +over enige effe clippen in de boots te brengen is. + +Deze baij worde bijden raet op d' approbatie vande Heer Generael +den naem gegeven van Muijsers bay; leyt op de hoogte van 16 gra., +15 minuten Noorder breete. + +De Weste baij ofte waterplaets, 1 1/2 mijl bijnoorden, worde genaempt +op gelijcke approbatie Reusen bay; sijn beyde dese bayen seer kenbaer, +want vande caep Bolinao aff tot Reusen baij is 't lant effen oft het +geschaeft waere, maer aldaer valt het met een inwijck ofte bay in; +wederom van daer 1 1/2 myl suijdelijck tot Muysers bay ist wederom +effe; dan ontvalt hem 't lant in Muysers baij in 2 ofte driederley +heuvelen ende int midden van de bay siet men een ruijge hoeck van +boomen; tusschen dien hoeck ende de voorverhaelde dorre clippen +aende noortseyde, dicht onder 't lant, is de reede alles gelyck by +der stuerluyden journaelen perfecter is geextendeert ende beschreven. + +16 ditto waeren noch doende met water te haelen; de scheepen +ondertussen d'een wat crengende, d'ander wat drijvende; Orange sette +een nieuwe bouckspriet in, alsoo sijn oude onbequaem ende geheel +vergaen was. Worde goetgevonden op morgen aen lant te gaen om de +scheepen, principaelijck die naer Maccao sullen gedestineert worden, +van brant ende ander hout te versien, ende alsdan gelijckerhant op +18 deser wederom in see sullen loopen. + +17 ditto waeren met alle de boots aen lant ende hacten een deel brant +ende timmerhout voorde vloot. + +18 ditto waeren ons volck doende om 't hout aen boort te brengen; +ontrent de middach openbaerde hun wederom 8 à 10 swarten, schietende +verscheyden pijlen doch quetsten Godt loff niemant, want vluchten +terstont boswaerts in alsoo d'onse naer hun schooten; ende quamen +ons volck altsamen met hun hout aen boort. + +Wij resolveerden metten raet naerdemael wy onse Chinese joncken niet +en vernamen, de jachten Fortuijn ende Victoria langs de wal tot de +Doz Irmanos toe te senden om de selve joncken op te soecken ende +onder de vloot te brengen. + +Des nachts wast stille tot int dachquartier, wanneer veel blixem ende +een harde regen viel, die ons gans ongewent was, alsoo wij sedert 28 +Januarij (dat wt Taijouan seylden) noyt regen vernomen hadden. + +19 ditto, Woensdachs, des morgens metten dach, de wint wtte wal sijnde, +lichten ons anckers ende gingen wtte baij seijl, buijten comende woey +ende regenden het hart met donder ende blixem, soodat wijt lieten +drijven; de jachten liepen langes de cust om de joncken op te soecken, +die wij sedert den 3 deser (alleenlijck op 15 ditto dat wy die gisten +te sien, hoewel niet by ons quamen) niet vernomen hebben, sulcx dat +dees joncken meer moeyte ende sorge causeren, als ick vreese dat +sij de compa dienst sullen doen, want in alle manieren toonen geen +genegentheyt om bij ons te sijn, oock syn se onbequaem om t'see te +loopen; ende 't is ons niet geraden gestadich ontrent de wal op hun te +passen, waerom wij oock resolveerden hun noch dees reijs op te soucken +ende, die niet vindende, onse cruijsinge tot opsoeckinghe vande vloot +ende andre joncken comende van China naer Manilla te vorderen. + +Des middachs sagen een seyltien recht voor wt S. ten W. van ons, daer +wij altsamen met alle de seijlen naer toe liepen met tamelycke coelte +wtte Noorden, maer alsoo een groot stuck voor wt was ende ons te cloeck +int seijlen, is ons iegens avont ontduijstert. Ick oordeelde het een +Chinees wangcan te sijn, ofte comende van China ofte wt Manillas, +om ons te verspien. + +Wij staecken bij ende setten een vuijr op om Orange ende den Haen, +die een groot stuck weechs after wt waeren in te wachten. + +20 ditto smorgens waeren Orange en de Haen ons wt gesicht; presumeren +dat sij ons vuijr niet hebben gesien ende derhalven hebben laeten +voorstaen; de Dos Irmanos waeren N. ten O. 3 mylen van ons; wy +cregen een lant wintien ende deden ons best om wederom om de Noort te +commen; de schippers vande Fortuijn ende Victoria quamen aen boort +ende rapporteerden ons, dat sij op gisteren, alsoo dicht onder de +wal loopende als hun mogelijck was, geen joncken vernomen hadden; +affcomende hadden seijlten voor wt gesien, daer de Fortuijn terstont +naer toeliep, maer doort vallen vanden avont verloor hem wt gesicht, +soo dat genootsaeckt was wederom onder de vloot te commen. + +Des middachs vernamen Orange ende den Haen omden Suijt van ons; wy +wierpent op den leij ende wachten hun in; des avonts quamen Godtloff +wederom by ons; de wint was Zuijen. + +21 ditto des morgens waeren byde Doz Irmanos ende dreven in stilte; +des avonts cregen 2 a 3 regencaecken, met wint vermengt, maer hielen +cort op; des nachts dreven in stilte om de Noort. + +22 ende 23 ditto cruijsten wy ontrent de caep Bolinao; 't was stil +heet weder, de see schoot seer hart als of het hier corts hart +gewaeyt hadde. + +24 ditto des morgens quam den raet aen boort ende resolveerde, +niettegenstaende wy ons devoir genouch gedaen hadden int op soecken +van onse Chineese joncken ende daerom hun ons niet eens meer behoefden +te moeijen, dat Jan Pietersz Reus mettet jacht Fortuijn ende een +tingal, noch eenmael ten overvloet totte Dos Irmanos toe langs de +wal sou loopen om gemelte joncken op te soecken ende met eenen oock +de gelegentheyt vande cust aldaer ontrent te ontdecken. + +25 ditto worden eenige delinquanten gestraft volgens de sententien; +wij dreven in stilte tussen de Caep ende Reusenbaij. + +26 ditto hadden een redelijck coeltien wtten noorden; Jan Pietersen +mettet jacht Fortuijn ende sijn tingal liepen voor wt langs de wal, +om de joncken op te soecken; des avonts sagen wij de 2 broers recht +voor wt, namen onse seijlen in ende lietent leggen dryven. + +27 ditto des morgens quam Jan Pietersen wederom aen boort ende +hadde mette tingal in een schoone groote bocht ofte ban geweest, +daer de broers voor leggen, sagen een huijs ofte diergelycke oposte +ontrent het strant staen, sulcx dat apparent daer goede gelegentheyt +van anckeren ende water te haelen soude wesen, maer van de joncken +hadden sij niets vernomen, waerom wij wederom N. W. ende W. N. W. aen +see liepen om aende Caep te comen. + +28 ende 29 ditto laveerden wij aff ende aen 5, 6 a 8 mijlen vande wal; +de wint was N. ende N. N. O. met styve coelte; de see ginck seer hol, +oorsaecke de stroom hart om de noort gaet; 't was datelyck lieffelyck +heet weder, maer wij vernamen geen joncken noch ander vaertuijch. + +30 ditto, Paesdach, des morgens waeren voor Muijsersbaij ontrent 3 +mijlen vant landt; 't was lieffelijck weder, dan de zee schoot hol; +den breeden raet quam aen boort ende resolveerde, alsoo wij genouchsaem +ons best hadden gedaen om onse joncken op te soucken, sonder die te +vernemen, dat wy hier ontrent de Caep de aenstaende maent van April +(ten ware voorval van saecken anders vereijschte) aff ende aen souden +cruijsen sonder onse voornoemde joncken, ten waere sij bij ons quamen, +meer te bemoeijen ofte aen te trecken. + +De twee baijen, op 26 deser by Jan Pietersen Reus ontrent de Dos +Irmanos ontdeckt, worden byden raet genoempt de grootste ende +oostelyckste, 't Wapen van Selantsbaij, ende de cleijnste ofte +westelyckste, Fortuijnsbaij, leggende t'samen op de hoochte van 16 +gra., N. brete. + +31 ditto worden wy des morgens een seyl onder de wal gewaer; wij +velden onse seylen, schooten een schoot ende liepen naer hun toe, +hij, soo wij oordeelden, quam oock op ons aff, waerom terstont de +vlagge boven aff lieten waeijen, menende het was een advijs jacht +vande vloot van d'Heer Admirael L'Hermite, maer een weijnich daer naer +sette hy syn halsen op ende ginck voor de wint van ons wech, als oft +wy stil hadden gelegen; de Fortuyn was juijst oock sulcke stuck in +de wint van ons aff, als wij hem veel conden sien; wij vervolgden hem +den heelen dach; somtijts liet hij sijn marsseyls loopen ende scheen +ons in te wachten, maer als wy (jae selfs de Fortuijn die hem op den +dach by de wercken quam) hem sterck schenen in te volgen, hijsten hy +wederom syn marsseyls ende ontliep ons altsamen als vooren, sulcx dat +wy altsamen niet anders consten oordeelen ofte het was een Spaens +jacht, van die van Manilla express om ons t' ontdecken wtgesonden; +'t sy dan om ons vloote verder omde Zuijt ontrent hunne scheepen +(soo eenige in zee hebben) te leyden, ofte om 't een oft 't ander +jacht van ons affhandich soecken te maecken; 't sy dan hoet sij, wij +hebben hem jegens avont, omdat wy jegens ons resolutie niet dorsten +verder om de zuijt loopen, als mede om dat het een donckere maen +was, ende ons ander scheepen verre after wt waeren, moeten verlaten, +ende wierpent op de leij ende verwachten d'ander scheepen, Orange, +Haen ende Victoria. + +April, 1625. + +Pro ditto Dijnsdachs, des morgens, lagen wy in stilte; smiddachs cregen +een coeltgen wtte noordelijckerhant, leydent doch weder naer de wal. + +2 ditto was het stilletiens; smiddachs hadden hoochte van 16 gra. 30 +min., cabo Fraile Oost van ons ontrent 6 mijlen; des avonts wendent +van de wal. + +3 ditto waren door stroom om de noort gedreven; des middachs liepen +met een coelte ontrent Reusenbaij 4 mijlen buijten de wal; lietent +des avonts dryven omde West. + +4, 5, 6 ende 7 do wast mooij lieffelijck weder; hieldent aff ende +aen ontrent de Caep ende Muijserbaij 6, 5 ende 4 mylen buyten de wall. + +8 ditto waren wederom omde noort gedreven (alsoo wy bevonden de stroom +alhier gestadelijck soo loopt); wy liepen om de suijt ontrent 4 mylen +van de wall. + +9 ditto hadden moije coelte, laveerden om de noort; des avonts was +Reusenbaij Oost van ons ontrent 3 mylen; lietent doch drijven mettet +hooft om de West. + +10, 11 ende 12 ditto waren wy tusschen de Caep ende Muijsersbaij 5, +4 ende 3 mijlen buijten de wal; des nachts setten ons de stroom om de +noort; wy vernamen als noch geen joncken, noch eenich ander vaertuijch. + +13 ditto, Sondach, smorgens metten dach sagen wy 7 seylen te +landewaerts van ons; wij oordeelden terstont dattet de Spaense +vloot wt Manilla most weesen, want soodrae sy ons gewaer worden, +quamen op ons aff; den raet quam aen boort ende wij resolveerden ons +best te doen om hun soo verre t'zee te leyden als doenlijck soude +syn, om haer de couragie te benemen, alsoo altoos cleen vaertuijch +bij hun hebben dat op haer past, om haer in tyt van noode mede te +salveeren; sy deden den heelen dach hun best om ons in te loopen, +dan conden ons dien dach niet beseijlen; nochtans waren wij metten +Haen seer belemmert overmits niet voorts en conste ende wy hem niet +achter mosten laeten; eijntlijck waren genootsaeckt een deel rys, +syn boot, jae eenighe anckers vande bouch overboort te werpen, om +'t jacht by de seijlen te crijgen; efter mosten de Fortuijn hem +noch voor onse scheepen over roeijen, soo qualijck was dat jacht +beseylt. Dese armade bestont in 4 groote ende gemene gallioenen, een +tamelijck schip, een jacht met een galleij van ontrent 20 bancken, +doch onder wat overicheyts beleyt, hebben als noch niet verstaen. + +14 ditto, des morgens vrouch waren sij altsamen after in ons vaerwater; +'t was stilletgens; den Spaenschen admirael liet hem van de galley +bouchsaerden om in onse vloot te comen, dewyl d'ander scheepen haer +best deden met seylen, die te mets van achteren aen quamen; derhalven +siende wij nu dattet met seylen hun niet verder ontleggen conden, +maer dat sy ons seeckerlyck opt lyff geresolveert waren te comen, +soo worden by den commandeur ende raet mannelijck geresolveert dat +wy onse schoverseijls in den bant souden nemen, de blinde reen onder +de bouchspriets haelen ende soo haer met couragie in te wachten; +oock wert geresolveert, alsoo het jacht Victoria voor wint qualijck +beseylt is ende de macht vande galley, soo die op hem aff quam, niet +soude connen wederstaen, dat sy dan in wtterste noot synde ende niet +connende ontcomen, 't jacht in den brant souden steken oft in den +gront hacken, ende dat alsdan met hun volck in een vande schepen +souden vluchten ende hun soo salveeren; tot dien eijnde worde hem +den tingal vant wapen van Hollandt bij gevoucht om 't volck in een +reys te mogen voeren. De sonne alsnu ontrent S. S. Oost synde, quam +den Spaensen admirael op de wint veringh van Noort Hollandt, die wy +meenden after do N. Hollandt om soude loopen om ons schip, 't Wapen, +te abordeeren (schietende ondertusschen 3 à 4 schooten naerden Haen, +die mette Fortuijn voor wt onse scheepen was), want alsoo wij op +Noorthollants backboort syde waeren, conden wy ons schut int eerste +niet wel gebruijcken, ende overmits de stilte conden wy de scheepen +niet after malcanderen crijgen, soo dat ondertusschen den admirael +vant voorsz. N. Hollant ende Orange soo met hun schut gegroet worde, +dat hijt abordeeren voor die tyt excuseerde ende braste sijn groot +marsseyl aen de wint om overstuijr te deijnsen. Den admirael ende +vice admirael, yder een even clouck, beyde gemonteert elcx met 44 +ende 46 stucken (apparent alle van metael), gaven oock geen coop, +maer deden hun devoir wel met schieten soo naer onse scheepen als +naer onse seylen ende ronthout; ondertusschen ons schip, 't Wapen, +een weijnich van d'ander scheepen voorts schietende, dat wij mede +ons schut naer wil mochten gebruijcken, schooten wij gelijckelijck +soo vreeselijck op den admirael, dat hij syn marsseyls moste neder +halen ende crengen; wij worden oock alle drie gelycx de water in +geschooten, behalven de schooten, die door de scheepen, masten ende +seylen quamen. Orange, die alsdoen een weynich after N. Hollant was, +creegh den vice admirael op sy, die ons ende Noorthollant van afteren +ende Orange op syde soo trefte, datter eenighe in N. Hollant doot +geschooten ende gequetst worde; maer hy worde mede met gelijcke munt +soo betaelt, dat hij sijn marsseyls moste laeten loopen ende gelijck +syn admirael overstuyr deijnsen; het derde schip, schout bij nacht +synde, oock een schip van groot gewelt met 2 laegen schut, dede oock +soo syn devoir met schieten, dat wy blyde waren dat hij mede syn +admirael ende vice-admirael nootsaeckelijck volgen most; als sij nu +alsoo ontrent twee glaesen een weynich after wt gelegen hadden, soo +hijsten sij gelijckelyck haer marsseylen, namen haer schooverseyls in +den bant ende pudsden haer blinden op, ende quamen soo alle gelijck +op ons aff, waerom wy oock vaste rekeningh maeckten; wij soudense aen +boort crijgen, maer soohaest sij op sij van onse scheepen quamen ende +op d'oude ofte voorgaende manier wederom treffelyck gegroet wordende, +soo liet den admirael terstont ende daer naer d'ander scheepen haer +marsseijls loopen om after te geraecken; des admiraels vlagge worde +in genomen ende wel byde 2 uijren lanck, om de stock geslaghen, vast +gehouden, waer wt wij niet anders consten nemen ofte haren admirael +most doot syn; aldus mette anderen wat afterwt geraeckende, lieten +syt te mets over stuer drijven, ende alsoo het iegens avont begonde +te gaen, begonsten allenskens van ons te veeren ende wij hielden ons +onder cours t'seewaert, sulcx datsij 's anderen daechs sulcken stuck +after wt waeren, dat wij Godt dancten, dat alsoo van hun ontslagen +waeren, alsoo wy een seer geringe macht, om jegens soo een armade te +slaen, by ons hadden, want vant jacht der Haen ende Fortuijn geen ofte +seer weijnich assistentie hadden, niet om dat sy hun devoir niet wel +en deden, maer om dat wijt jacht den Haen niet after onse scheepen +wilden hebben, van vreese sij souden hem alleen afteraff crygende +doot gefoolt hebben, daerom de Fortuijn hem met bouchsaerden voor de +scheepen moste houden sulcx, dat wy met onse 3 scheepen, namentlyck +'tWapen van Zeelandt, N. Hollant ende Orange 't spits van de heele +Spaense macht mosten affbyten. + +Daer syn wt onse scheepen ontrent 400 schooten met groff geschut +geschooten daer van datter den admirael ten minsten wel honddert +getreft hebben; d'ander hebben oock hun portie wel gecreghen, men +oordeelde eens wat dooden ende gequetsten datter geweest moeten sijn. + +Het schip Noorthollant heeft 3 dooden en de 7 gequetste, Orange een +doot (namentlyck syn constabel) met 5 gequetsten; wy hebben Godtloff +niemant doot noch gequetst. + +Als wij aen malcander geraecten, gisten wy te weesen ontrent 23 mylen +vande wal: onse stuerman hadde des middachs hoochte van 16 gra., +50 minuten de Caep Bolinao O.S.O. van ons. + +'t Jacht Victoria worden byden schipper Keyser int eerste, eer noch +een schoot geschooten was, seer slechtelyck tegens expresse ordre, +al eert in eenich peryckel was, verlaeten ende sonder iets te +bergen geruijmpt ende laeten dryven; 't schynt sulcken vreese ofte +verbaestheyt in hun luyden is geweest, dat sy nergens naer dan om hun +te bergen hebben gedacht; sy luyden seggen wel, dat sij menichte van +poppen ende cardoesen hadden geleyt om 't jacht aen brant t' steecken, +maer den constabel is nevens den schipper mede soo verbaest geweest, +dat hij bij naer niet weet te seggen waer hy de lont geleijt heeft, +den vijant roeyde daer mette galleij naer toe, schooten daer op, maer +dorsten 't niet aboordeeren; daer naer roeyden een vaertuijch daeraen +ende haelden de Prince vlagh, die after aff woey, daer aff, ende soo +veel wij consten bemerken lietent doen drijven ende dreeff soolang +wijt conden oogen sonder eenich teycken van branden te vernemen; +voorwaer een slecht stuck wercks. De saeck worde met advys van den +raet aen de Heer Sonck gederigeert. + +15 ditto des morgens was den vyant als vooren geseyt soo verre after +wt als wy hem sien conden, loopende naer de wal; wij dancten Godt dat +soo een treffelycke macht gedwongen was ons schandelijck (sonder meer +op ons te attenteren) te verlaten. + +Wij resolveerden, alsoo den vyant apparentelijck niet datelijck sall +verlaten, maer wel een tijt als noch aldaer ontrent mocht bij houden, +ende om hun volgens onse instructie soo veel te schouwen als mogelijck +is, dat wy sullen de Caep Bolinao int gesicht loopen ende cruijsen dees +heele maent van April tusschen de voorsz. Caep ende de 17 grad. Noorder +breete, 8 a 10 mylen vande wal int vaerwater vande joncken, op hoope +van eenige te becomen; des middachs hadden de hoochte van 16 grad., +42 minuten; waren alsnoch ontrent 24 mijlen vande wal. + +16 ende 17 ditto wast looff stille; hoochte 16 gra., 40 minuten; op +dato sturff een quartiermeester ende was d' eerste die geduerende den +tocht opt schip gestorven was; ons volck begon starck in te vallen, +meest vant water gequelt sijnde. + +18 ende 19 ditto wast noch al looff stille; hoochte 16 grad., 45 +minuten; de see was vol vis, daer wij in de vloot te mets een van +vingen; quam wel tepas. + +20, 21, 22, 23 ende 24 do. hadden continueelyck stilte, somtijts +een labber coeltie; schocten al nade wal toe op 17 ende 16 grad., +40 minuten Noorder breete. + +25 ditto des morgens sagen wijt hooge landt van Pangassivan ontrent +6 mylen van ons; de Caep Bolinao 5 mylen S.S.O.; wy leydent wederom +W.S.W. in see. + +26 ende 27 ditto hadden hoochte van 16 grad., 45 min.; waren ontrent +9 mijlen vande wal; des morgens hadden vrij wat regen. + +28 dito sagen noch 't hooge lant van Pangassivan 8 a 9 mijlen van ons; +hoochte van 16 gra., 45 min.; nog lietent leggen drijven. + +22 ende 30 ditto was het stille, worderheet weder; des avonts cregen +een coeltien wtten Noorden; namen onse seijlen in ende lietent leggen +dryven mettet hooft omde West. + +Maij, 1625. + +Adij. Pro. ditto Donderdach des morgens wast heel stille; des middachs +hoochte van 16 gra., 18 minuten, met groote hitte; des avonts was +de Caep Oost ontrent 5 mylen van ons; lietent doen wederom dryven; +des nachts hadden veel regens met donder ende blicxem; oock wint, +maer duerde niet lange. + +2 ditto smorgens sagen 't hooge landt van de Doz Irmanos O.S.O. van +ons; 't laege landt vande Caep Oost, omtrent 6 mijlen. 't Was claer +gesicht. Den raet quam aen boort, ende worde geresolveert, alsoo +wij noch niet seecker wisten dat den vijant de cust verlaten hadde, +ende nochtans des lants vloot wel diende op gesocht, dat wy volgens +onse instructie ons voor des vijants macht wel soude wachten, ende +als noch tot 12o deser maent Oost ende West 6, 8 à 10 mijlen van de +Caep t' see sullen cruijcen om op de joncken te passen; smiddachs +hoochte van 16 grad., 12 minuten; tegens avont liepen in zee. + +3 ditto des morgens was de Caep Oost wel 300 noordelijck van ons +ontrent 6 mijlen; wij liepen met reddelijcke coelte met 't voormarsseyl +t' zee; smiddachs hadden de hoochte van 16 gra., 23 minuten; dreven +des nachts 8 9 mijlen vande wal. + +4 ontbreekt. + +5 ditto, hoochte van 16 grad., 28 minuten; de caep O. ten N. ontrent +8 mijlen; 't was stille ende wonder heet weder; vernamen geen joncken. + +6 ditto, hoochte van 16 grad., 34 minuten; de caep Oost van ons; +waren ontrent 10 mylen vande wal; den heelen dach stille; dreven +mettet hooft om de West. + +7 ende 8 ditto als vooren in stilte gedreven; de caep op de hoochte +van 16 gra., 40 min. O. ten Z., ontrent 10 mylen van ons; was heet +weder, wy vingen dagelycx vry wat visch. + +9 ditto des morgens begon 't hooge landt van Pangassivan; waren een +stuck om de Noort gedreven; op den dach cregen een regencaeck ofte +twee; smiddachs hoochte van 16 gra., 10 minuten; des avonts deden +ons best om wederom om de Suijt te comen. + +10 ditto waren wederom voorleden nacht mette stroom een groot stuck +om de N. gedreven; wy hadden de hoochte van 17 grad., 2 minuten; +naer de middach deden ons best mettet zeeluchie om wederom aen de +caep te comen. + +11 ditto waeren alsnoch om de Noort gedreven, sulcx dat ick vrese, +soo de Noordewint ons begeert gelijck hij schynt te willen doen, +dat wij beswaerlijck wederom aen de caep sullen connen comen; wy +hadden hoochte van 17 grad., 10 min.; des avonts coeldent redelijck; +deden gelyck ons best met seylen om aende caep te comen, maer bevonden +geweldige harde stroom ons tegen te loopen. + +12 ditto des smorgens, sagen 't landt van de caep S. O. ten O., +ontrent 5 mylen van ons; des afternoens cregen een deftige coelte +wtte Noorden, waer mede wy de caep aen boort seijlden; des avonts +was die Oost van ons; wij lietent doen leggen drijven. + +13 ditto smorgens waren ondert landt van de caep, ontrent Reusenbaij, +3 mijlen vant lant; den raet quam boort ende worde geresolveert, datmen +een vliegende tocht tot ontrent de Doz Irmanos ofte wat verder om de +Suijt soude doen om te sien oft eenige tydinghe van onse vloote souden +mogen becomen; des afternoens vernamene en seyl tusschen Muijser- +ende Reusen baij langs de wal, daer wij het samen naar toe hielden, +maer condent niet becomen; soo als wijt naerderden, conden anders niet +bemerken ofte was een Spaens fregat, want 't hadde een wit vierkant +seijl op ende was seer laech ende cleen, waerom wij, vresende de +Spaence vloot mocht noch wel hierontrent sijn, omdat gemenelijck als +onse scheepen hier op de cust syn, soodanighe vaertuijgen hun ontrent +de wal onthouden om onse gelegentheyt t'ontdecken ende den vyant daer +van te verwittigen. + +Doch mede, dat geen ofte seer weijnich hoope ofte apparentie van des +lants vloote te verschynen voor oogen sagen, want wij soo naer de +wal waren, dat indien eenige scheepen, alwaert totte Dos Irmanos toe +geweest, in see haer hadden onthouden, wy deselve soude hebben connen +ontdecken, derhalve om reden voornt ende dese vloot niet verder te +peryculiteren, worden geresolveert 't vorder om de Suijt te loopen +voor dees tyt t'excuseeren, ende dat wy terstont wederom West in see +souden loopen cruijsende Oost ende West, 4, 5 a 6 mijlen vande caep, +wederom te see; in den avontstont schoot den Haen een schoot; wij niet +wetende wat sulcx beduijde, voer onse schipper daer aen boort, seyden +hem dat sy int ondergaen vande sonne 2 seijlen hadden gesien, daer wij +mede aen getwijffelt hadden, maer eijntlyck bevonden wolcken te wesen; +niettemin gaven ordre aende scheepen om haer wat te verspreyen ende +West aen te loopen, op hoope van yets te becommen, maer des morgens +vernamen niet met allen; de scheepen hadden wel gespreyt gelegen, +sulcx haddent seylen geweest, conden ons niet geëschapeert hebben. + +14 ditto smorgens waren Oost ende W., 4 mylen vande caep. De scheepen +waren wel een groote myl van den anderen verspreyt, maer vernamen als +geseyt alsnoch geen schijn van seylen, quamen op den dach wederom +by den anderen; smiddachs hadden hoochte van 16 grad., 36 minuten; +de mousson begon sich temets te openbaeren. + +15 ditto waren tusschen Reusenbay ende de caep, 4 mylen van de wal; +wy conden een groot eynde weechs sien, maer vernamen geen seylen; +wy liepen t'see om de West. + +16 ditto vernamen een seyl N.W. van ons; wy liepen daer naer toe, +maer alsoot stilletiens was ende jegens avont ginck, sonden daer de +Fortuyn met 3 boots ende een tingal naer toe, maer des avonts conden +noch niets daer van vernemen. + +17 ditto waren wy voor Muijser baij, 4 mylen vande wal; naer middach +brocht onse boot het seyl, dat daechs te vooren gesien hadden, aen +boort; was een jonck, commende wtte revier van Chincheo, gedestineert +naer Manilla. + +18 ende 19 ditto Pynsten, waren doende om de jonck te lossen; wy +verdeelden de Chineesen, die over de 200 sterck waren, op de scheepen +tot naerder ordre. + +20 ditto worden de jonck los, daer wij in alles te dienste van de +Coma., behalven de Chineesen, eenige weijnich ysere pannen ende wat +groff porceleyn, de waerdije van hondert realen van 8en niet hebben in +gevonden; des avonts staeken de jonck aen brant ende lieten die dryven. + +Die Raet resolveerden, dat men de veroverde Chineesen op alderspoedigst +naer Batavia soude senden; tot dien eynde worde 't schip N. Hollandt +geordonneert op 22 ditto mette voornomde Chineesen te vertrekken +naer die cust van China langs de wal naer de bayen van Pandorang, +Commorijn ofte Cuncheo ende aldaer tot int begin vant Noorder mousson +soo om naer Batavia te vaeren als d' nader avysen van de Ed. Heer +Genel. te becommen te verwachten. + +Mede resolveerden den Raet dattet jacht den Haen op 25 deser met +advysen naer Tayouwan aende E. Heer Gouvr. sal vertrecken ende dat +wy dan voorts mette scheepen 't Wapen van Seelandt, Orange ende 't +jacht de Fortuyn naer de cust van China onder de eylanden van Maccau +sullen loopen ende aldaer ons water ingenomen hebbende, wederom naer +de Piscadores ofte Tayouan sullen oversteken, om naerder ordre van +de Heer Gouvr. te verwachten. + +21 ditto wast lieffelijck weder; wij deden ons best om N. Hollant +aff te vaerdigen. + +22 ditto is 't schip N. Hollandt van de cust van Luconia t' seyl +gegaen met 219 Chineesen; de Heere Godt wil hun in salvo geleyden; +daer op is gegaen voor oppercoopman Harman de Coninck ende voor +schipper Gerrit Andriessen [164]. + + + + + + +STELLINGEN. + + +I. + +Niet Malakka (vgl. prof. R. Fruin, Tien jaren), maar Macao moet de +uiterste factorij der Portugeezen genoemd worden. + +II. + +Blumentritt (Holländische Angriffe) gelooft te onrechte, dat er in +1616 een verbond bestaan heeft tusschen de Hollanders en Mindanaers. + +III. + +Indien de politiek van J. P. Coen tegenover de Chineezen nog eenigen +tijd was voortgezet, had dit waarschijnlijk het geheele verloop van +den handel van Manila ten gevolge gehad. + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Een korte beschrijving van dit document. + +[2] Vgl. Dr. H. C. Rogge, "De eerste Nederlandsche +Handelsonderneming op Oost-Indië en Corn. de Houtman" in Tijdschrift +v. h. Kon. Ned. Aardrijksk. Genootschap, 2e Ser., dl. XII, blz. 399 vv. + +[3] Jan Huyghen van Linschoten, Itinerarium ofte voyage ende schipvaert +naer Oost ofte Portugaels Indien, Amsterdam, 1595-1596. + +[4] Prof. Fruin noemt in zijn Tien jaren uit den tachtigjarigen +oorlog, 's-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka de uiterste factory, +die de Portugeezen bezaten en zegt, "dat zij wel handel dreven op de +Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet hadden gevestigd". Ik +vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516 was reeds een jonk der +Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid tot eene voorloopige +vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar later weer moest +opgeheven worden, maar toch gelukte het den Portugeezen na vele +inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te krijgen van het +Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den mond van de +rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie Danvers, The +Portuguese in India, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f. + +Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de Portugeezen +gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht hun +sterkte Gamoe-Lamme opTernate over te geven, waarna zij naar Tidore +overstaken en zich aldaar vestigden in een sterkte Maboppo. Ook op +Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie De Jonge, De opkomst van +het Nederl. gezag in Oost-Indië, dl. II, blz. 176, 179, 181. Danvers, +a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11 f., 63 f. + +Verder blijkt het duidelijk uit een brief van Wijbrandt van Warwyck, +20 Jan. 1600, afgedrukt bij De Jonge, a. w., dl. II, blz. 377. "Op +Tydore hebben deze Portugeesen een kasteel, van gelijcken de suytzijden +van Ambona". + +[5] F. Blumentritt, "Versuch einer Ethnographie der Philippinen" +in Petermann's Mittheilungen, Ergänzungsband XV, 1882, S. 59, f. + +[6] P. A. Tiele, "De Europeërs in den Maleischen archipel" in de +Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 4e Reeks, dl. V, +blz. 189. Voor den handel van Manila in het midden der 17e eeuw zie +men Thevenot, Relation de divers voyages curieux, Paris, 1664. + +[7] "Om den alleenhandel van Batavia te bekomen", schreef Coen +aan bewindhebbers 20 Juni 1628, "moeten wij niet alleen den handel +op Manila, Macao, Cochinchina en gansch Indië beletten, maar hem +daarenboven langs de geheele kust van China zoozeer kwellen en +incommodeeren als doenlijk is". Medegedeeld door Tiele, Bijdragen 1887, +5e R., dl. II, blz. 295. Uit de missieven van Goeverneur-Generaal en +Raden aan bewindhebbers van 20 Juni 1623 (Rijks-Archief) sprak dezelfde +geest. Kenschetsend zijn bijvoorbeeld hierin de volgende woorden: +"Met vriendschap is niet alleen geen handel te vercrygen (met de +Chineezen), maar 't is onmogelijk gehoor te bekomen ende alsoo 20 +jaer tervergeeffs vrientelijck daer naer getracht hebben, dunckt ons +om verscheiden redenen meer dan tijd te wezen, dat geen meer tijdt +verliesen, maer ondersoecken, wat met herdicheit verwachten connen. De +Chinesche schepen [sullen] de handel op Manilla om 't verlies van +goederen niet naarlaten, maar soo haer van daer willen houden, dat al +'t volck 't welck becomen, gevangen gehouden off doden moeten". + +[8] Oud-Nieuw Oost-Indiën, Amsterdam, 1726. + +[9] Mr. L. C. D. van Dijk, "Neerland's vroegste betrekkingen met +Borneo, den Solo-archipel, Cambodja, Siam en Cochin-China, Amsterdam, +1862. + +[10] F. Blumentritt, Holländische Angriffe auf die +Philippinen. Separat-abdruck aus dem Jahresberichte der +Communal-ober-realschule in Leitmeritz. + +[11] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 5. + +[12] Blumentritt, Holl. Angriffe, meende dat dit twee Hollandsche +matrozen waren. + +[13] Dr. Antonio de Morga, Sucesos de las Islas Philipinas, Mexico, +1609. Slechts enkele bibliotheken bezitten dit werk, o. a. het +Britsch museum. Don Joze Rizal Mercado heeft het voltooid en te Parijs +uitgegeven; dezelfde, aan wien eenige jaren later (30 Dec. 1896) te +Manila de doodstraf is voltrokken. Het werk is vertaald door Stanley +onder den titel: "The Philippine islands etc.", Londen 1868. + +[14] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6. + +[15] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 160. + +[16] In dezen scheepsstrijd had Van Noort 5 dooden en 26 gekwetsten +bekomen en waren slechts 17 Hollanders ongedeerd gebleven. + +[17] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, spreekt slechts van 50 omgekomen +Spanjaarden, maar Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6, noot 6, wraakt +dit getal. + +[18] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 7, en Tiele, Bijdr., 4e R., +dl. VI, blz. 161. + +De Jonge, a. w., blz. 223, noot, meende, dat het schip aan Alcega +ontzeild en in ontredderden toestand voor Ternate was aangekomen. Dit +was echter de Hendrik Frederik, die bij het uitvaren van de straat +van Magelhaens van Van Noort was afgedwaald. Zie Tiele, Bijdr., 4e R., +dl. VI, blz. 163. + +[19] Oppergerechtshof der Philippijnen, tijdens de regeering +van Philips II tevens belast met het opperste beleid in +regeeringszaken. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. V, blz. 181. + +[20] De meening van Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, blz. 203, als zou +tot het opbreken van het beleg ook meegewerkt hebben het bericht, +dat zich Hollandsche schepen voor Banda bevonden, is onjuist, daar +de schepen van Wolfert Harmensz den 24en Juni 1602 Banda reeds hebben +verlaten. Zie den brief zonder handteekening, te vinden bij De Jonge, +a. w., dl. VI, bl. 534, v. + +T. C. Danvers, The Portuguese in India, vol. II, pag. 123, behandelt +de kwestie zeer oppervlakkig en verkeerd, door te zeggen: "He then +appeared before Ternate, but was driven thence by bad weather, and +returned to Amboina." + +[21] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 226 en "Uittreksel uit het +dagboek gehouden door H. Jansz. Craen" afgedrukt bij De Jonge a. w., +dl. III, blz. 186. + +[22] Valentijn, a. w., dl. II, blz. 30, en "Accoort van Capitan oock +de hoofden van Hitoe ende den admiraal S. v. d. Hagen", afgedrukt +bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 207. + +[23] Zie "Uittreksel uit het Dagboek gehouden door H. Jansz. Craen" +afgedrukt bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 173. Tiele, Bijdr. 4e R., +dl. VI, blz. 236. + +[24] Deze vrees was ontstaan door een copie van een brief, door +een Holl. admiraal geschreven aan den Sultan van Ternate, om hem te +verzoeken het verdrag met den Sultan van Mindanao te vernieuwen en +dezen vriendschap voor de Hollanders in te boezemen. De Hollandsche +admiraal beloofde met een nieuwe vloot, die hij uit Holland verwachtte, +in de Molukken te komen om de Spanjaarden te verjagen en het gebied +over de zee tot aan China te bevestigen. Een zekere Antonis de +Silva, vroeger tolk der Hollanders op Ambon, gaf deze copie aan +Acuña. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VIII, bl. 53 noot. + +[25] Ook bij deze gelegenheid vergist Danvers, a. w., blz. 135, +zich waar hij zegt, dat de Spanjaarden na de verovering van Ternate +de Hollanders van Tidore verdreven. + +[26] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 251. + +[27] Zie het geheele contract bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 226. + +[28] Over de verrichtingen dezer gezanten heb ik niets naders kunnen +vinden. + +[29] Zie "Journael van Matelieff" in Begin en Voortgang der +O. I. Comp., dl. II, 13e stuk, blz. 74. + +[30] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 269. + +[31] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 266. + +[32] Deze, sinds 1605 reeds als koopman op Banda gevestigd, vond in +die benoeming een erkenning van zijne goede diensten, onder zulke +moeilijke omstandigheden bewezen. + +[33] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 238. + +[34] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VIII, spreekt van 17 jonken; vgl. echter +den brief van H. v. Raey bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278 en +een brief van P. K. Segers, koopman op de Pauw, uit Patani, 2 Nov., +1610 (Hs. R. A.) + +[35] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278. + +[36] De bepalingen omtrent de grootte van den buit loopen nogal +uiteen. Apol. Schotte achter 't journal van Verhoeff, blz. 114-115 +spreekt van ettelijke millioenen gouds. Zie hierover Tiele, Bijdr., +4e R., dl. VIII, noot 4, terwijl ook Blumentritt, Holl. Angriffe, +blz. 13, op grond van Spaansche geschiedschrijvers spreekt van een +gezamenlijk bedrag van 500.000 pesos (ongeveer gelijke waarde hebbende +als een zilveren ducaat = f 2.50). + +[37] Later, in 1612, toonden wij evenmin ernstig het Bestand te +willen handhaven; tenminste tijdens de onderhandeling hierover met +den nieuwbenoemden gouverneur van de Molukken, Don Geronimo de Silva, +schijnt het, dat wij getracht hebben hem op te lichten, wat echter +mislukte. Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 261. Trouwens in de +resolutiën stond vermeld, dat, indien de Spanjaarden zich niet aan +het Bestand stoorden, ook de Nederlanders zich daaraan niet behoefden +te houden. Zie Resolutiën Stat.-Gen., 23 Maart 1611, R.A. + +[38] Zie den brief van J. P. Coen aan bewindhebbers van Jan. 1614, +afgedrukt bij Tiele, Opkomst van het Nederlandsch gezag in O.-Indië, +dl. I, blz. 55, vv. + +[39] Zie den brief van V. d. Velde van 1 Mei 1614 aan Both, afgedrukt +bij Tiele, Opkomst v. h. Nederl. gezag, dl. I, bl. 17. "Hadde brieven +gedateerd den 28en Meert van den heer Gouverneur Royael uyte Molucques, +die inhouden, de vyand noch nyet en was gecomen, maar voorgenomen +hadde in 't lest van April te comen, meenende onze vlote als dan +zoude verstroyt wezen, hetwelck vuyt eenen overlooper hadde verstaan". + +[40] Hierin vergisten zij zich, daar Reynst eerst in Nov. te Bantam +kwam. + +[41] In het journaal van Reaal komt de naam aldus voor; in de +resolutiën, op den tocht genomen, wordt hij Kaliwen genoemd, terwijl +de Spanjaarden hem den naam van Duarte gaven en ook Coen den 13en +Dec. 1619 aan den koning van Siau, Duarte Pereira, schreef. + +[42] De tolk Maerten Jansz. Vogel was door Reaal, toen hij zich in +'t begin van Oct. in La Caldera bevond, naar hen afgezonden. + +[43] Zie Journaal van Reael, 20 Juni 1614 tot 11 April 1615, Hs., +R. A.; Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen met Borneo, blz. 216, +vv. Resolutiën van Reael en zijne Raden, 20 Juni 1614-11 April 1615, +Hs., R. A. + +[44] Zie Bijlage I. + +[45] Coen aan bewindhebbers, 22 Oct. 1615, aangehaald bij Van Dijk, +a. w., blz. 217, noot. + +[46] Zie verder hieromtrent den brief van Steven v. d. Haghen +aan bewindh., 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, +blz. 129. Vergelijk ook nog Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 22, en Tiele, +Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291. + +[47] Proposicion de Don Juan de Silva; zie Bijlage II. Vgl. hierover +Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LX, en Tiele, Bijdr., 5e R., dl. III, +blz. 312, noot. + +[48] Zie "Correspondencia de Geron. de Silva", blz. 176 vv., 217 vv., +319 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 299. + +[49] Dat Juan de Silva op komst was, werd aan de Portugeezen te Malakka +bericht door Gonçalo Rodrigues de Sousa. Zie Bocarro, Decada XIII da +hist. da India, blz. 416 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., +dl. I, blz. 309. + +[50] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 110, en brief van Steven +v. d. Haghen aan bewindh. v. 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele, +Opkomst, dl. I, blz. 118. + +[51] Danvers, a. w., blz. 177, noemt als sterfjaar verkeerdelijk 1615. + +[52] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291 vv. + +[53] Zie de in margine gedrukte tegenwerpingen op de "Proposicion de +Don Juan de Silva". Bijlage II. + +[54] Brief van V. d. Haghen, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, +blz. 124. + +[55] Zie De Jonge, a. w., dl. IV, blz. 44. + +[56] 1 arrobas = c. 11 1/2 KG. + +[57] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 16. + +[58] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 317. + +[59] Deze schepen stonden onder bevel van Lam, die kort geleden, +10 April, Banda geheel had onderworpen. Tiele, Bijdr., dl. I, blz. 316. + +[60] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs., R. A. + +[61] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 18, spreekt van 87 dooden en +100 gewonden. + +[62] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs. R. A., gebruikt door Tiele, +Bijdr., 5e R., dl. I blz. 325. + +[63] Resolutiën van Lam's scheepsraad, 23 Sept. 1616-17 Febr. 1617, +Hs. R. A. + +[64] Op de N.W.-kust van Luçon. + +[65] Oorspronkelijk waren er twee zilverschepen geweest, doch het eene +was vergaan, nadat volk en lading in het andere geborgen waren, aldus +schrijft Lam aan bewindhebbers in een brief van den 11en Oct. 1617, +afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 172. Tiele, Bijdr., 5e R., +dl. I, blz. 322, zegt, dat het andere schip, nadat de Hollanders zich +uit de baai hadden verwijderd, van de gelegenheid gebruik maakte om +binnen te vallen. + +[66] In geen der beide brieven van Lam, noch in dien van Claes +Maertensz 't Hoofling (vice-admiraal), vond ik iets, wat zou kunnen +wijzen op de bekendheid der Hollanders met het verblijf der Mindanaers. + +[67] Het 10e schip, De Walcheren, was, zooals wij gezien hebben, +naar Ternate gezonden. + +[68] De zuidermoesson maakte het hun onmogelijk om naar Bantam +te loopen. + +[69] Resolutiën genomen bij den Comm. Lam en zijn Raad van 14 April +1617 tot 15 Maart 1618, Hs. R. A. Hiervan is reeds gebruik gemaakt +door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325. + +[70] Hoewel mij "Galjas" als eigennaam vreemd voorkomt, meen ik toch +in dezen het voorbeeld van Tiele te moeten volgen. + +[71] In Resolutiën van Lam en zijn Raad van 14 April 1617 tot 15 +Maart 1618, wordt dit schip genoemd De Hollandsche Leeuw. Ook Van +Dijk, a. w., blz. 229 vv., noemt hetzelfde schip met de beide namen, +terwijl dit ook plaats vindt in de resolutiën genomen door Reaal op +zijn tocht naar Manila. Ik vermoed dat de volle naam van het schip +luidde "De Hollandsche Roode Leeuw." + +[72] Zie den brief van Specx aan Coen uit Firando, 12 Oct. 1617, +Hs. R. A. Deze brief wordt genoemd door Tiele, Bijdr., 5e. R., dl. I, +blz. 325, noot. + +[73] Hierom had hij reeds bevel gegeven de goederen uit De Roode Leeuw +te lossen, wat, toen dit schip, evenals de Chineesche jonk door den +moesson op 't strand werd geworpen, zeer gelukkig was. + +[74] Dit was in den aanvang van het gevecht met een veroverde jonk +komen aanzeilen, maar om deze te behouden heimelijk weggezeild. De +schipper en koopman van de Engel werden bij sententie van 15 Dec. 1617 +van hun ambt ontzet. Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180. + +[75] Zie den brief van Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera, Hs., +R. A., genoemd door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 324, noot 2; +en verder den meermalen aangehaalden brief van Lam aan bewindh., +11 Oct. 1617, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 170. + +[76] "Factuur van de goederen onder de vlagge v. J. Dz. Lam in de +Manilla's uyt verschillende (10) Chineesche jonken verovert". + + +'t Schip Vlissingen in Japan gelost f 396.036.18.4 +'t Schip De Roode Leeuw ,, ,, ,, f 345.855.14.8 +'t Schip De Oude Sonne ,, ,, ,, f 1.521. 8.14 +Nieuwe Maen in Molucos aangekomen + Engel en in Malleyo gelost f 164.806. 8 +De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor +Yaccatra f 84.453. 7.11 + --------------- + Samen f 992.674.64.5 + + +Van de Oude Maen vond ik niets vermeld. + +Deze Factuur genoemd bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325, noot. + +[77] Zie over het boven behandelde verder Van Dijk, a. w., blz. 224, +vv. + +[78] Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180. + +[79] Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk +aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 235. + +[80] Zie Van Dijk, a. w., blz. 234; brief van Coen aan Lam van 30 +Dec. 1617, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R. dl. II, blz. 224. Tiele +ziet hier de veranderde meening van Coen over het hoofd. + +[81] Coen schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn +(Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.) + +[82] Brief van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief +van de XVII aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door Van Dijk, a. w., +blz. 234, noot. + +[83] Zie brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij +Van Dijk, a. w., blz. 236. + +[84] Barth. Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna +Westerwolt op zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde +gestaan en was na zijn terugkomst door Coen den 28en Febr. tot +opperbevelhebber van dien tocht benoemd. + +[85] In Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen +gesproken. Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij Tiele, +Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 286. Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 21, +noemt het getal drie. + +[86] Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door Tiele, Bijdr., +5e R., dl. II, blz. 286. + +[87] Zie Van Dijk, a. w., blz. 237, vv.; Blumentritt, Holl. Angriffe, +blz. 21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei, +1621, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 285. + +[88] Brief van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk, +a. w., blz. 234. + +[89] Brief van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk, +a. w., blz. 234. + +[90] Zie hierover De Jonge, a. w., dl. IV, blz. XXXV vv.; Tiele, +5e R., dl. II, blz. 216 vv. en P. A. Leupe "W. Jansz van Amsterdam" +in Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 3e R., +dl. VII, 1872. + +[91] Coen aan bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; "Instructie voor de +schepen Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope", afgedrukt (maar vertaald) +bij Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen Kompagnie zu Japan, +1897, Beilage 19. De Elisabeth en De Haerlem moesten direct doorzeilen +naar de kust van China; de Bull en De Hoope naar Macao, om zich daarna +bij de twee vorige schepen te voegen. + +[92] "In vougen, dat minder meerder commanderen sal, welck niet wel +en past", schrijft Coen hierover aan bewindh., 31 Juli, 1620. (Leupe +in Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 3e R., dl. VII, 1872, +blz. 317.) + +[93] Zie de instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10 +schepen, 13 Juni 1620, afgedrukt bij Nachod, a. w., Beilage 20. + +[94] Zie bovengenoemde instructie. + +[95] Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij Leupe, +Bijdr., 3e R., dl. VII, blz. 317. + +[96] Zie de verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij +Blanckenburch), aangehaald bij Van Dijk, blz. 239, noot; Coen (brief +aan bewindh., 6 Mei, 1621, Hs., R.A.) noemt het zelfde getal schepen, +maar in andere verhouding: "4 groote schepen, 4 cleine en 4 galeien". + +[97] Fajardo was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien +in zee geweest om op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar +verstandiger gevonden, zich terug te trekken. Zie Coen aan bewindh., +6 Mei 1621, Hs., R.A. Gebruikt door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, +blz. 286. + +[98] Zie den brief van Jacques Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe) +aan bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk +verkeerd ingelicht, toen hij aan bewindhebbers schreef: "De Spaansche +schepen, die voor Cavite lagen, durfden niet uitkomen"; Coen aan +bewindh., 20 Dec., 1621, Hs., R. A. + +[99] Brief van Coen aan Bewindh., 20 Dec., 1620, gedeeltelijk afgedrukt +in een noot bij Van Dijk, a. w., blz. 239. Zie verder Tiele, Bijdr., 5e +R., dl. VI, blz. 250 en 258; Leupe, Bijdr., 2e R., dl. VII, blz. 320. + +[100] Brief van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A. + +[101] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersen en de +Raedt van de vloote nae de cust van Chyna varende", afgedrukt bij +W. P. Groeneveld, "De Nederlanders in China" in Bijdragen tot de Taal-, +Land- en Volkenkunde, 6e R., dl. IV, blz. 323. + +[102] Dat we hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan +bewindhebbers lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel +op de Molukken, Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden +verzocht, hun volk en goederen op de Hollandsche schepen te mogen +overbrengen. Vgl. Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LVI. + +[103] Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in 't +Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij Van Dijk, a. w. blz. 249, +noot 3. + +[104] Brief van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds +gebruikt door Van Dijk, a. w. 249, vv. + +[105] Tanda is volgens de meening van Tiele Tandoc op de Oostkust. Zie +Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 310. + +Op de kaart van Blumentritt in Petermann's Mittheilungen, +Ergänzungsheft LXV, komt op de N. O. kust van Mindanao op 9° NB. een +plaatsje Tandó voor, wat zeer wel het bedoelde Tanda kan zijn. + +[106] "Instructie voor Christaen Francxz oppercoopman gaende met +het schip De Hont naer Mindanao" afgedrukt in Tiele, Opkomst, dl. I, +blz. 308 vv. Van deze instructie is reeds gesproken door Van Dijk, +a. w. blz. 250. + +[107] Op het R. A. is het althans niet te vinden. + +[108] Brief van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door +Van Dijk, a. w., blz. 250, noot, en Tiele, Opkomst, dl. I, Inleiding, +blz. LXIII. + +[109] Het is vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als +de plaats, waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl +toch door Reaal reeds in 1615 was geschreven aan bewindh. dat zij +de embrocadero niet meer zoo precies aandeden. Zie Bijlage I. Tiele +meende, dat de gouverneur der Philippijnen, Fajardo, voor het eerst +een dergelijk bevel had gegeven na de poging van Barth. Spilberghen +in 1620 om de zilverschepen te bemachtigen. Zie Tiele, Bijdr., 5e R., +dl. II, blz. 286. + +[110] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 288; Van Dijk, a. w., +blz. 251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan +bewindh., 6 Sept. 1622 en Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, Hs. R. A. + +[111] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625, +afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252. + +[112] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625, +afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252. + +[113] Ik schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens +staat in het oorspronkelijk 't eylant Cauwel. In Heeres, Opkomst, +dl. II, blz. 7, noot 1, wordt gesproken van Tandag bezuiden Pto +Cauit. Vgl. boven, blz. 63, noot 1. + +[114] Brief van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de +Carpentier, 18 Aug. 1624, afgedrukt bij Heeres, Opkomst, dl. II, +blz. 6, vv. Ik schrijf Liangan op voorbeeld van Heeres. In den brief +staat Ligou. + +[115] Brief van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, +15 Aug. 1625, afgedrukt bij Heeres, a. w., blz. 47. + +[116] Coen deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan, +waar hij 14 Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde +bevonden te hebben, wederom verliet. Brief van Coen en raden aan +bewindh., 6 Mei 1621, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 272. + +[117] Brief van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A., +gedeeltelijk afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 289. Merkwaardig +is deze brief zeker. In de instructie van 13 Juni 1620 wordt bevel +gegeven slechts vijandig op te treden tegen de Chineezen, die op +Manila varen, en in dezen brief van Februari 1621 zien wij, dat zijn +later uitgevoerde plannen omtrent China reeds een vasten vorm hebben +aangenomen; hierin toch spreekt hij van alle Chineesche joncken aan +te tasten. + +[118] Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A. + +[119] Vgl. Oskar Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen +Ostindischen Kompagnie in Japan, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen +schrijver schijnt slechts één tocht van de defensievloot bekend te +zijn. Na de instructie, opgemaakt voor den eersten tocht, genoemd te +hebben, geeft hij als resultaat gezegde som, die het aandeel van den +buit uitmaakte behaald in den tweeden tocht. + +[120] Coen aan J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A. + +[121] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.; brief van Specx +van 20 Sept. 1621, afgedrukt bij Valentijn, a. w., blz. 28, vv. + +[122] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A. + +[123] J. le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27 +Oct. 1623, afgedrukt bij Heeres, a. w., dl. II, blz. 2. + +[124] Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, afgedrukt door Leupe, Bijdr., +3e R., dl. III, blz. 321. + +[125] Coen aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs., R. A. Deze bevelen waren +W. Jansz geworden door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei +1622 naar Manila was afgevaardigd om ze over te brengen. Men hoopte, +dat dit jacht hem eerder zou bereiken, dan de hem via de Molukken +gezonden bevelen van denzelfden inhoud. + +[126] Dit schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie, +maar had deel uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622 +naar China was gezeild. Het was 3 Aug. met tijding voor W. Jansz naar +Japan gezonden. + +[127] Coen aan bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en "Verclaringe +van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte Teunis, gevangen in +de Tidore, gebracht naer Manilias) van eilanden van natividas tot +het eylant van Mindanao". Deze verklaring is aan admiraal l'Hermite +meegegeven om hem inlichtingen over de Philippijnen te verschaffen +(Hs., R. A.). Hierin lezen wij: "De stad Manilla moet meest te water +geproviandeert worden, want met dat Wittert daer lach liep de rijs +de Gantam op 4 enkele realen. Men koopt gemeen 25 Gantam voor 5 ofte +6 realen, dat is zooveel als een hanega; het compt al van 't zelfde +eylandt van Clocas, Cangayan en andere plaetsen". + +[128] Coen deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622 +(Hs., R. A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia +aan den koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag +over Fajardo was blijkbaar niet bekend aan Blumentritt, die in +Holl. Angriffe, blz. 23, zegt: "Fajardo wehrte sich so gut es gieng"; +terwijl hij hem even verder noemt "den wackeren". + +[129] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A. + +[130] Coen aan bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door Tiele, Bijdr., +5e R., dl. II, blz. 287. + +[131] W. P. Groeneveldt, "De Nederlanders in China", Bijdr. tot de +Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 6e R., dl. IV. + +[132] Combon, het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan +den gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te +Hoktsioe (Foetsjou) gevestigden gouverneur der provincie Hokkiën. De +voordeelen, die deze trok uit den handel met Manila, werden door +de Chineesche gezanten op wel 80.000 realen per jaar geschat. Zij +rekenden, dat er door elkander 40 jonken Manila bezochten, die elk +2000 realen tol betaalden. Vgl. Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV. + +[133] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de +raad van de vloote naer de cust van China varende," afgedrukt bij +Groeneveldt, Bijdr., blz. 312. + +[134] Het buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren, +werd niet als een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd. + +[135] Uit mijn vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden +omtrent de schepen van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook +werkelijk drie schepen te ver afgezakt en gedwongen naar Batavia door +te zeilen, terwijl wij gezien hebben, dat Nieuweroode zelf eerst den +7en Dec. naar de Pescadores terugkeerde. + +[136] Reyersz was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat +er 2 jonken met handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met +zich voerende twee gezanten, die direct met onzen gouverneur-generaal +zouden onderhandelen. Dat dit verbod werkelijk zou zijn uitgevaardigd, +acht Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV, blz. 165, zeer wel mogelijk, +maar volgens hem volgt daaruit nog niet, dat de Chineesche autoriteiten +aan onzen eisch van monopolie toegaven, maar alleen, dat zij voorloopig +deze bron der moeilijkheden stoppen wilden. + +[137] "Extracten uit de resolutiën van den raad van Reyersz, 11 April +1622-23 Sept. 1623", afgedrukt bij Groeneveldt, in Bijdr., blz. 411 +als bijlage VI. + +[138] Brief van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623, +afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 458. + +[139] Zie den brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27 +Aug. 1623 afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 204. + +[140] Groeneveldt, Bijdr., blz. 291. + +[141] Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, +Hs. R. A. + +[142] Brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624, +Hs., R. A. + +[143] Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A. + +[144] Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van +Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624 (Hs., +R. A.) De laatste spreekt van 8 groote galjoenen en eenige mindere +schepen, 6 groote galeien en eenige fregatten. + +[145] Dagregister van het Kasteel van Batavia, 27 Jan. 1624, +uitgeg. door Mr. J. E. Heeres. + +[146] Het bericht bij Blumentritt, Holländische Angriffe, blz. 23, dat +de pogingen der Jezuïeten om de Spaansche heerschappij over het eiland +Mindanao uit te strekken door Hollandsche schepen werd verhinderd, +kan ik niet toelichten, daar hierover niets door mij gevonden werd. + +[147] Brief van Le Febvre aan P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, bij +Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 6. + +[148] Brief van gouv.-generaal en raden aan bewindh., 3 Jan. 1624, +bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 355, vv. Brief van J. Le Febvre aan +gouv.-generaal De Carpentier, 18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst, +dl. II, blz. 6. + +[149] Nachod a. w., S. 187. Ofschoon Nachod den brief van Nieuweroode +aanhaalt, zegt hij verkeerdelijk, dat de ambassade in 1624 plaats +had. In den brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh. van +4 Maart 1624, (Hs., R. A.) wordt gezegd, dat het schip, waarmee de +gezanten naar Manila vertrokken, in Sadsinna was gemaakt, terwijl +Nieuweroode, uit wiens brief gouv.-generaal en raden putten, +uitdrukkelijk meldt, dat het uit Amerika kwam en Manila niet eerst +had aangedaan, waardoor "al 't volc, uit Nova-Spanje gecomen" zich +er nog op bevond. + +[150] Zie meermalen aangehaalden Brief van J. Le Febvre aan P. de +Carpentier, 27 Oct. 1623, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 2. + +[151] In een brief van Corn. v. Nieuweroode te Firando aan P. de +Carpentier van 8 Dec. 1624, (Hs., R. A.,) lezen we, dat naar men meent, +Fajardo door vergif is gestorven en Geronimo de Silva zich met geweld +van de regeering heeft meester gemaakt, maar zeer gehaat is. + +[152] Brief van J. Le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, +18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 8. Hieromtrent vermeldt +Blumentritt, Holländische Angriffe niets. De tocht van de Spanjaarden +naar Sangy heb ik achterwege gelaten, daar deze van Tidore uit heeft +plaats gehad. + +[153] Brief van Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A. + +[154] "Instructie voor P. Muyser en zijn vloot, gaende naer de +Manilha's" en Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, +Hs., R. A. Weliswaar had het in de bedoeling van de staten-generaal +gelegen, dat de Nassausche vloot zich meester zou maken van Manila, +maar omdat een te geringe macht van Batavia uit aan deze vloot kon te +hulp gezonden worden, gaf Carpentier reeds den 11en Juli in een brief +aan l'Hermite, meegegeven aan Sonck, zijn twijfel aan het bereiken +van dit doel te kennen. Dezelfde twijfel werd ook uitgedrukt in de +instructie van Sonck. Wel hadden de Japanners in Manila ons aangeboden +te helpen, maar dit aanbod was niet te vertrouwen, daar allen die daar +woonden katholiek waren. Zie "Instructie voor den E. Martinus Sonck", +afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 554. + +[155] In de resolutiën wordt gesproken van drie Chineesche jonken, +maar van vier in het "Cort verhael van de voyagie gedaen met 't jacht +Victoria naer de kust van Manilla in 't afwesen van de vloot". Hs., +R. A. + +[156] Zie Bijlage III, waarin dit gedeelte van de kust uitvoerig +wordt beschreven. + +[157] Brief van P. Muyser aan Sonck, 22 Mei 1625 (Hs. R. A.). De +in dezen brief voorkomende inhoudsopgave geeft ons een eigenaardige +bijdrage tot de kennis van de waren, waarin de Chineezen handelden. Er +bevond zich in de jonk een kastje met 16 bos gouddraad, een kastje met +kamfer, twee met waaiers en een met tabak. Verder wat grof porcelein, +kammen, lint, schoenen, timmermansgereedschappen, blauw, groen en +geel gedamasceerd papier en poppengoed. + +[158] Op De Haen bevonden zich ook, om verantwoording te doen bij +Sonck over het te vroeg verlaten van De Victoria, de schipper van +het jacht, Keyser, Michel Golliaert en stuurman Frans Bisschop. Zie +brief van Muyser aan Sonck, 22 Mei 1626 (Hs. R. A.). + +[159] Dit jacht, groot 50 à 60 lasten, had aan den gouverneur van +Malakka 3000 dukaten gekost en maakte pas zijn eerste reis. Brief +van Muyser aan Sonck, 24 Juni 1626 (Hs., R. A.). + +[160] Gheen Huigen Schapenham, admiraal van de Nassausche vloot, aan +den gouverneur-generaal Pieter de Carpentier uit Ambon, April 1625, +bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 34, vlg. + +[161] In de instructie van den admiraal l'Hermite, (Hs., R. A.) staat +hierover slechts: "Aldaer (omtrent Bolinao en eilanden van Frailes) +te wachten, wat ordre de goeverneur-generael van Indië soude mogen +gegeven hebben, om volgens zijn raad ende advisen, den meesten dienst +aan het land ende aan de O. I. Comp., ende afbreuck aan de Portugesen +en Spanjaarden te doen". + +[162] Eenige Chineezen, die De Wit, den opvolger van Sonck, +gezegd hadden, dat Geronimo de Silva was onthoofd, waren dus niet +goed ingelicht. Zie brief van De Wit aan Carpentier, 29 Oct. 1625, +(Hs. R. A.). Het was mij niet mogelijk steeds aan te geven, waaruit ik +de gegevens putte, daar hetzelfde meermalen in verschillende brieven +voorkomt Voor dit mijn laatste hoofdstuk gebruikte ik nog, behalve +het reeds opgegevene: Brief van Sonck aan Carpentier, 12 Dec. 1624; +Brief van Carpentier aan bewindh., 3 Febr. 1626; Carpentier aan Sonck, +13 Mei 1625; Resolutiën bij den E. Commandeur Pieter Muyser en Raad van +de schepen en jachten genomen, gaende van Tayoyan naer de Manilha's, 27 +Jan. 1625 tot 20 Mei 1625 en 20 Mei tot 6 Juli; Reus, gezagvoerder van +de Oranje, aan Sonck, 24 Mei 1625; Sonck aan Carpentier, 31 Maart 1625; +Pieter Muyser aan Carpentier, 23 Mei 1625; Carpentier aan l'Hermite, +11 Juni 1624. Alle in Hs. berustende op het Rijks-Archief. + +[163] "Er staat een zeer hooge zee". Goed modern Spaansch zou zijn: +"haz muchos grande mar". + +[164] De rest van het journaal, als niet direct op mijn onderwerp +betrekking hebbende, is door mij achterwege gelaten. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche +Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 *** + +***** This file should be named 32694-0.txt or 32694-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/2/6/9/32694/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
\ No newline at end of file diff --git a/32694-0.zip b/32694-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a013a29 --- /dev/null +++ b/32694-0.zip diff --git a/32694-h.zip b/32694-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..25e6940 --- /dev/null +++ b/32694-h.zip diff --git a/32694-h/32694-h.htm b/32694-h/32694-h.htm new file mode 100644 index 0000000..e510cd2 --- /dev/null +++ b/32694-h/32694-h.htm @@ -0,0 +1,6279 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> +<title>De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626</title> + +<style type="text/css"> + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/***** Titlepage *****************************************************/ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/***** End Titlepage *****/ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +p.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +p.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/****** Tables ******/ +td.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/****** Poetry ******/ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/***** Drama *****/ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/***** End Drama *****/ +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/****** Font Styles and Colors *****/ +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} +.caps +{ +text-transform:uppercase; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/***** End Font Styles and Colors *****/ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +.titlePage +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage +{ +color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ +color: #001FA4; +font-weight: bold; +} +sub, sup +{ +line-height: 0; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +body +{ +text-align: justify; +} +.marginnote +{ +width: 40%; +height: auto; +margin-right: -10%; +margin-top: 5px; +margin-bottom: 5px; +margin-left: 10px; +position: relative; +display: block; +float: right; +clear: right; +} +.xd20e95 +{ +text-align:center; +} +.xd20e175 +{ +text-align:right; +} +.xd20e3087 +{ +font-size:22pt; line-height:24px; +} +.xd20e3091 +{ +font-size:18pt; line-height:22px; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche +Wateren voor 1626, by Dirk Abraham Sloos + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren voor 1626 + +Author: Dirk Abraham Sloos + +Release Date: June 5, 2010 [EBook #32694] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VOOR 1626 *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1"> +<p class="firstpar xd20e95">De Nederlanders<br> +in de<br> +Philippijnsche wateren<br> +vóór 1626.</p> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren<br> +vóór 1626.</div> +<div class="subTitle">Academisch Proefschrift<br> +Ter verkrijging van den graad van<br> +Doctor in de Nederlandsche Letteren<br> +<i>Aan de</i> Gemeentelijke Universiteit <i>te</i> Amsterdam,<br> +Op gezag van den Rector Magnificus<br> +<i>D<sup>r</sup>. Hugo de Vries</i>,<br> +Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde,<br> +In het openbaar te verdedigen<br> +<i>op Dinsdag 21 Juni 1898, des nam. om half vier</i><br> +<i>In de</i> aula <i>der</i> Universiteit</div> +</div> +<div class="byline">Door<br> +<span class="docAuthor">Dirk Abraham Sloos</span>,<br> +<i>geboren te Winkel.</i></div> +<div class="docImprint"><i>Amsterdam</i>.—J. H. <i>De</i> Wit. +<span class="docDate">1898.</span></div> +</div> +<div class="div1"> +<p class="firstpar xd20e175">Aan mijne Ouders. <span class="pagenum">[<a id="xd20e177" href="#xd20e177" name="xd20e177">VII</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<p class="firstpar"><i>Nu de tijd nadert, waarop ik met dit +proefschrift mijn studie-jaren aan de Amsterdamsche Universiteit hoop +te besluiten, stel ik er prijs op, mijn dank te betuigen aan allen, die +mij met hun kunde en ervaring hielpen den weg der wetenschap te +betreden.</i></p> +<p><i>In de eerste plaats noem ik u, hooggeachte promotor, prof.</i> +<span class="smallcaps">H. C. Rogge</span>, <i>wiens colleges en +privatissima mij zooveel hebben geleerd niet alleen, maar van wien ik +bovendien (ben ik niet te oneerbiedig) als van een ouderen vriend niets +dan sympathie en hulp ondervond.</i></p> +<p><i>Ook u, hooggeleerde</i> <span class="smallcaps">C. M. Kan</span>, +<i>ben ik veel verschuldigd. Door uw onderwijs geboeid, kwam ik er toe +onder uwe leiding de ontdekkingsgeschiedenis te bestudeeren, wat zeker +van grooten invloed op de richting mijner volgende studie is geweest, +terwijl verder uwe hulp bij het bepalen van oude plaatsnamen door mij +ten zeerste wordt gewaardeerd.</i></p> +<p><i>Ten slotte mijn welgemeenden dank aan u, hooggeleerde +<span class="pagenum">[<a id="xd20e206" href="#xd20e206" name="xd20e206">VIII</a>]</span>heeren</i> <span class="smallcaps">J. te +Winkel</span>, <span class="smallcaps">C. C. Uhlenbeck</span> <i>en</i> +<span class="smallcaps">A. H. G. P. van den Es</span>, <i>voor uw +wetenschappelijk onderwijs, zoowel als voor de door u zoovele malen +betoonde belangstelling in mij</i>.</p> +<p><i>Afzonderlijk wensch ik nog een woord van erkentelijkheid te +wijden aan u, hooggeleerde</i> <span class="smallcaps">Heeres</span>, +<i>voor de groote hulpvaardigheid, waarmede mij alle mogelijke gegevens +en inlichtingen door u werden verstrekt</i>.</p> +<p><i>Verder betuig ik allen, die mij nog van eenigen dienst zijn +geweest, hier zeer gaarne mijn dankbaarheid.</i></p> +<hr class="tb"> +<p><i>Eerst was mijn plan voor het gemak van den lezer bij dit werkje +een schetskaartje van de Philippijnen te voegen; hiervan ben ik +teruggekomen, omdat het kaartje van dien eilandengroep, uitgegeven door +de redactie van de “Telegraaf” dit volkomen onnoodig +maakt.</i> <span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Inleiding.</h2> +<p class="firstpar">Zooals overbekend is, waren onze voorouders op het +einde der 16<sup>e</sup> eeuw de vrachtvaarders van Europa. Zij +brachten de waren uit het Noorden naar het Zuiden en omgekeerd. Vooral +op Portugal en Spanje dreven zij ondanks den oorlog veel handel. Wel +werd hun overlast aangedaan en moesten zij veel kwellingen verduren: +hier werd beslag gelegd op een schip, daar volk geprest of voor de +inquisitie gebracht; maar tot een algemeenen, afdoenden maatregel kwam +Philips II niet, daar zijn volk de handelswaren, die de rebellen +aanbrachten, te zeer noodig had.</p> +<p>Eerst na den moord op Prins Willem I, in 1585, nam Philips een zeer +krassen maatregel, in de hoop dat het volk, hierdoor geheel en al +ontmoedigd, Antwerpen te eerder aan Parma zou overgeven. Hij legde nl. +onvoorziens beslag op alle Nederlandsche schepen. Onjuist is echter de +overlevering, dat deze groote slag onze voorouders met de rechterhand +deed grijpen naar het zwaard, met de linker naar den geldbuidel, om op +deze wijze desnoods met geweld te bemachtigen, wat hun onmogelijk was +gemaakt langs vredelievenden weg te verkrijgen. Niets toch is minder +waar. Kort nadat dit nadeel aan de Nederlanders was toegebracht, begon +de vaart opnieuw. Wel is waar slechts oogluikend toegestaan en onder +vreemde vlag, maar men had de handelswaren noodig en—de +Nederlanders werden geduld. <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span></p> +<p>Nieuwe grieven voegden zich echter bij de oude, nieuwe zandbanken +deden onze koopvaarders averij beloopen of stranden. Niet alleen van +Spaansche zijde werden deze wederom voor ons opgeworpen, ook onzerzijds +legde men den Nederlandschen kooplieden vele belemmeringen in den weg. +Van 1586 tot 1600 werden er niet minder dan een tiental plakkaten +uitgevaardigd, waarbij men den toevoer van leeftocht en +oorlogsbehoeften naar de vijandelijke havens verbood.</p> +<p>Bedenkt men nu dat het Nederlandsche volk slechts bestond door den +handel, dat het was een volk in opkomst, een volk dat getoond had door +druk te groeien, dan is het ons duidelijk, dat het gretig luisterde +naar de zeevaartkundige lessen van een Plancius, naar de verhalen van +een Linschoten, om hiermede zijn voordeel doende, zelf den steven te +wenden naar het Oosten. De eerste scheepstocht naar de gewesten, +waarvan wij later het grootste deel in ons bezit zouden krijgen en +waaraan de naam van Cornelis de Houtman onafscheidelijk verbonden is, +had in 1595 plaats<a class="noteref" id="xd20e260src" href="#xd20e260" +name="xd20e260src">1</a>. Na eene afwezigheid van 2½ jaar kwamen +in 1598 drie van de vier schepen in het vaderland terug. Reeds spoedig +werden deze gevolgd door een tweede vloot, waarna vele andere dezelfde +gevaarvolle reis ondernamen. Soms waren dus de Nederlanders in staat +een vrij aanzienlijke macht in de Indische wateren te verzamelen, om +afbreuk te doen aan hun aartsvijanden de Portugeezen en +Spanjaarden.</p> +<p>Met opzet spreek ik van de Portugeezen en Spanjaarden beiden, omdat, +hoewel Spanje en Portugal na 1580 vereenigd waren, het bestuur over de +respectievelijke bezittingen gescheiden bleef, ja het meermalen +<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span>is voorgekomen, dat de onzen voordeel behaalden, +sterkten behielden door de afgunst en naijver, waarmee de beide naties +van hetzelfde schiereiland elkander vervolgden. In de vele vijandelijke +ontmoetingen, waaruit wij zoo dikwijls zegevierend te voorschijn +traden, hadden wij bijna altijd te strijden met eene afzonderlijke +vloot van een van beiden, zelden met een gecombineerde. Deze afgunst is +dan ook zeker een factor geweest, waardoor onze macht en invloed zoo +snel kon toenemen, zoo spoedig is aangegroeid.</p> +<p>Maar er was meer. Linschoten<a class="noteref" id="xd20e281src" +href="#xd20e281" name="xd20e281src">2</a> schreef reeds, op de +Portugeezen doelende, in zijn eigenaardige taal: “Vroeger streed +men hier om prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te +laten maar nu ter tijt sijnse al om rapen uyt”. Portugal was in +Indië schijnbaar nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten +op de Oostkust van Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden +zeeweg naar Indië door het bezit van de groote handelsplaatsen +Ormoes en Maskate aan den ingang van de Perzische golf, had Goa tot +hoofdzetel van zijn gezag, was na de verovering van Malakka +oppermachtig in Achter-Indië, had sterkten op Tidore, Ambon en +Macao, om van den uitgebreiden handel op China en Japan nog niet eens +te spreken<a class="noteref" id="xd20e289src" href="#xd20e289" name="xd20e289src">3</a>. Deze zoo uitgebreide macht <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>was +uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en groene bladeren, +inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige bijlslagen en hij +zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan zijne +onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de Hollanders +reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche macht nog +grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het hun al +spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten dan ons +zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te zetten; +verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen Portugeezen +en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om voordeel te +behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen, die hebben plaats +gehad in de Molukken. Maar behalve dáár, hebben de +Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd tegen +de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen.</p> +<p>Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de +Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de +Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan de +baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht<a class="noteref" id="xd20e330src" href="#xd20e330" name="xd20e330src">4</a>. +De reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila +vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden hun +hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen steeds eene +bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken, trachtten de +onzen de Spanjaarden aldaar <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>zooveel mogelijk afbreuk te doen, hun +macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan door schade +toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila met de +Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden hadden een +levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote handelsvloot +aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen hun waren, +voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in de plaats het +bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een steeds grootere +hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld met de zoogenaamde +zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm groot deze aanvoer was +en hoeveel de handel in Manila dus beteekende, bewijst wel het feit, +dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer onder leed, dat men in +Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te beperken tot 500,000 duros +(dollars)<a class="noteref" id="xd20e340src" href="#xd20e340" name="xd20e340src">5</a>. Elke belemmering en schade, die wij nu dezen +handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche jonken of zoo +mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip, schonk ons niet +alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de hoop ontstaan, dat de +Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk, op zouden geven en hem +verplaatsen naar Batavia<a class="noteref" id="xd20e360src" href="#xd20e360" name="xd20e360src">6</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span></p> +<p>Van hetgeen de Nederlanders in de 17<sup>e</sup> eeuw tegen de +Spanjaarden op de Philippijnen hebben uitgericht, vindt men bij F. +Valentijn<a class="noteref" id="xd20e389src" href="#xd20e389" name="xd20e389src">7</a> slechts enkele malen gewag gemaakt. Meer +bijzonderheden heeft P. A. Tiele in zijn “Europeërs in den +Maleischen archipel” meegedeeld, althans tot het jaar 1623. Deze +komen echter uit den aard der zaak in zijn studie zeer verspreid voor. +Ook Van Dijk heeft op het een en ander reeds gewezen, ofschoon de titel +van zijn boek dit niet zou doen verwachten<a class="noteref" id="xd20e394src" href="#xd20e394" name="xd20e394src">8</a>. Wel is waar +heeft Blumentritt het onderwerp vrij uitvoerig behandeld, maar daar +deze geleerde slechts Spaansche bronnen heeft gebruikt, is hij altijd +eenzijdig en dikwijls oppervlakkig<a class="noteref" id="xd20e406src" +href="#xd20e406" name="xd20e406src">9</a>.</p> +<p>Afzonderlijk is verder het onderwerp niet behandeld; daarom wenschte +ik door dit mijn proefschrift die verrichtingen der Hollanders, hun +krijgs- zoowel als handelsoperaties aan de vergetelheid te ontrukken +met behulp van Hollandsche bescheiden.</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e260" href="#xd20e260src" name="xd20e260">1</a></span> Vgl. +D<sup>r</sup>. <span class="smallcaps">H. C. Rogge</span>, “De +eerste Nederlandsche Handelsonderneming op Oost-Indië en Corn. de +Houtman” in <i>Tijdschrift v. h. Kon. Ned. Aardrijksk. +Genootschap</i>, 2<sup>e</sup> Ser., dl. XII, blz. 399 vv.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e281" href="#xd20e281src" name="xd20e281">2</a></span> +<span class="smallcaps">Jan Huyghen van Linschoten</span>, <i lang="nl-1600">Itinerarium ofte voyage ende schipvaert naer Oost ofte +Portugaels Indien</i>, Amsterdam, 1595–1596.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e289" href="#xd20e289src" name="xd20e289">3</a></span> Prof. +<span class="smallcaps">Fruin</span> noemt in zijn <i>Tien jaren uit +den tachtigjarigen oorlog</i>, ’s-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka +de uiterste factory, die de Portugeezen bezaten en zegt, “dat zij +wel handel dreven op de Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet +hadden gevestigd”. Ik vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516 +was reeds een jonk der Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid +tot eene voorloopige vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar +later weer moest opgeheven worden, maar toch gelukte het den +Portugeezen na vele inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te +krijgen van het Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den +mond van de rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie +<span class="smallcaps">Danvers</span>, <i lang="en">The Portuguese in +India</i>, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f.</p> +<p class="footnote">Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de +Portugeezen gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht +hun sterkte Gamoe-Lamme op<span class="pagenum">[<a id="xd20e306" href="#xd20e306" name="xd20e306">12n</a>]</span>Ternate over te geven, +waarna zij naar Tidore overstaken en zich aldaar vestigden in een +sterkte Maboppo. Ook op Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, <i>De opkomst van het Nederl. +gezag in Oost-Indië</i>, dl. II, blz. 176, 179, 181. <span class="smallcaps">Danvers</span>, a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11 +f., 63 f.</p> +<p class="footnote">Verder blijkt het duidelijk uit een brief van +Wijbrandt van Warwyck, 20 Jan. 1600, afgedrukt bij <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. II, blz. 377. +“<span lang="nl-1600">Op Tydore hebben deze Portugeesen een +kasteel, van gelijcken de suytzijden van Ambona</span>”.</p> +<p class="footnote" lang="de"><span class="label"><a class="noteref" +id="xd20e330" href="#xd20e330src" name="xd20e330">4</a></span> +<span class="smallcaps">F. Blumentritt</span>, “Versuch einer +Ethnographie der Philippinen” in <i>Petermann’s +Mittheilungen</i>, Ergänzungsband XV, 1882, S. 59, f.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e340" href="#xd20e340src" name="xd20e340">5</a></span> +<span class="smallcaps">P. A. Tiele</span>, “De Europeërs in +den Maleischen archipel” in de <i>Bijdragen tot de Taal-, Land- +en Volkenkunde</i>, 4<sup>e</sup> Reeks, dl. V, blz. 189. Voor den +handel van Manila in het midden der 17<sup>e</sup> eeuw zie men +<span class="smallcaps">Thevenot</span>, <i lang="fr">Relation de +divers voyages curieux</i>, Paris, 1664.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e360" href="#xd20e360src" name="xd20e360">6</a></span> “Om +den alleenhandel van Batavia te bekomen”, schreef <span class="smallcaps">Coen</span> aan bewindhebbers 20 Juni 1628, “moeten +wij niet alleen den handel op Manila, Macao, Cochinchina en gansch +Indië beletten, maar hem daarenboven langs de geheele kust van +China zoozeer kwellen en incommodeeren als doenlijk is”. +Medegedeeld door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdragen</i> +1887, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. 295. Uit de missieven van +Goeverneur-Generaal en Raden aan bewindhebbers van 20 Juni 1623 +(Rijks-Archief) sprak dezelfde geest. Kenschetsend zijn bijvoorbeeld +hierin de volgende woorden: “<span lang="nl-1600">Met vriendschap +is niet alleen geen handel te vercrygen (met de Chineezen), maar +’t is onmogelijk gehoor te bekomen ende alsoo 20 jaer +tervergeeffs vrientelijck daer naer getracht hebben, dunckt ons om +verscheiden redenen meer dan tijd te wezen, dat geen meer tijdt +verliesen, maer ondersoecken, wat met herdicheit verwachten connen. De +Chinesche schepen [sullen] de handel op Manilla <span class="letterspaced">om ’t verlies van goederen niet naarlaten</span>, +maar soo haer van daer willen houden, dat <span class="letterspaced">al +’t volck ’t welck becomen, gevangen gehouden off doden +moeten</span></span>”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e389" href="#xd20e389src" name="xd20e389">7</a></span> +<i>Oud-Nieuw Oost-Indiën</i>, Amsterdam, 1726.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e394" href="#xd20e394src" name="xd20e394">8</a></span> Mr. +<span class="smallcaps">L. C. D. van Dijk</span>, +“<i>Neerland’s vroegste betrekkingen met Borneo, den +Solo-archipel, Cambodja, Siam en Cochin-China</i>, +Amsterdam<span class="corr" id="xd20e402" title="Niet in bron">,</span> +1862.</p> +<p class="footnote" lang="de"><span class="label"><a class="noteref" +id="xd20e406" href="#xd20e406src" name="xd20e406">9</a></span> +<span class="smallcaps">F. Blumentritt</span>, <i>Holländische +Angriffe auf die Philippinen</i>. Separat-abdruck aus dem +Jahresberichte der Communal-ober-realschule in Leitmeritz.</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="body"> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span></p> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk I.</h2> +<p class="firstpar">Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden +samen om de Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen +naar de Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust, +vertrok in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In +Indië aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam +voor vier schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck +besloot huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk +opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten, en +handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan +specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor +slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der +Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd, dat de +Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar onverhoeds +de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen besloot Guzman +alle meer geïsoleerde posten op te heffen om hiermee Manila te +versterken<a class="noteref" id="xd20e423src" href="#xd20e423" name="xd20e423src">1</a>.</p> +<p>De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door +te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die +zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van +<span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>tochten opende, welke de onzen naar de Philippijnen +hebben ondernomen. Olivier van Noort toch kwam 15 September 1600 met +nog twee van de vier schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop +(later de Eendracht gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers +te zetten naar de Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de +straat Bernardino of straat van Manila, stevende die door en wierp het +anker uit voor het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door +bemiddeling van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners +van dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen<a class="noteref" id="xd20e436src" href="#xd20e436" name="xd20e436src">2</a>. Maar dit +gelukte hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners +het binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit +wraak in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het +zilverschip uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken +buit te maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te +eerder, omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk, +die soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila +terugkeerde, had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche +zeemacht naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners +daar te tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den +24<sup>en</sup> November in de baai van Manila, of de Spanjaarden +spanden alle krachten in om twee galjoenen in gereedheid te brengen en +daarmede hunne vijanden aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in +staat zee te kiezen en den 14<sup>en</sup> December ontmoetten de vier +schepen elkander. <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span></p> +<p>Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was D<sup>r</sup>. +Antonio de Morga, oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van +“<span lang="es">Sucesos de las Islas +Philipinas</span>”<a class="noteref" id="xd20e459src" href="#xd20e459" name="xd20e459src">3</a>. Morga opende direct het vuur op +de Mauritius. Van Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut +gereed te maken en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed +gerichte schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een +gedrongen Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter +duren, want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en +raakte met zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. +Of nu de Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben +losgevochten, tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, +dat hij de lont in ’t kruit zou steken<a class="noteref" id="xd20e473src" href="#xd20e473" name="xd20e473src">4</a>, of dat de +Spanjaarden op bevel van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand +geraakte Hollandsche admiraalschip<a class="noteref" id="xd20e482src" +href="#xd20e482" name="xd20e482src">5</a>, de uitslag blijft hetzelfde: +zoodra het Spaansche schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de +diepte, waardoor Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip +te blusschen en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 +verscheen<a class="noteref" id="xd20e495src" href="#xd20e495" name="xd20e495src">6</a>. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd +den vijand te verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 +Spanjaarden en 150 Indiërs en negers waren verdronken of +gesneuveld, het admiraalschip was met geschut en ammunitie een prooi +der <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>golven geworden<a class="noteref" id="xd20e500src" +href="#xd20e500" name="xd20e500src">7</a>. Onder de geredden behoorde +ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht de Eendracht door het +andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als commandant bevond, +aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog juist bijtijds +terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan zijn <span class="corr" id="xd20e517" title="Bron: krijsmakkers">krijgsmakkers</span>, +die deels in een boot, deels zwemmende, het land trachtten te bereiken. +Biesman, de bevelhebber van de Eendracht, en het grootste deel van de +bemanning werd gedood, de overigen in een klooster opgenomen<a class="noteref" id="xd20e520src" href="#xd20e520" name="xd20e520src">8</a>.</p> +<p>Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der +Hollanders mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin +voordeelig genoemd worden. <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e423" href="#xd20e423src" name="xd20e423">1</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl. +Angriffe</i>, S. 5.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e436" href="#xd20e436src" name="xd20e436">2</a></span> +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl. +Angriffe</i>, meende dat dit twee Hollandsche matrozen waren.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e459" href="#xd20e459src" name="xd20e459">3</a></span> +<span class="smallcaps">Dr. Antonio de Morga</span>, <i lang="es">Sucesos de las Islas Philipinas</i>, Mexico, 1609. Slechts enkele +bibliotheken bezitten dit werk, o. a. het Britsch museum. Don Joze +Rizal Mercado heeft het voltooid en te Parijs uitgegeven; dezelfde, aan +wien eenige jaren later (30 Dec. 1896) te Manila de doodstraf is +voltrokken. Het werk is vertaald door <span class="smallcaps">Stanley</span> onder den titel: “<i lang="en">The +Philippine islands etc.</i>”, Londen 1868.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e473" href="#xd20e473src" name="xd20e473">4</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl. +Angriffe</i>, S. 6.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e482" href="#xd20e482src" name="xd20e482">5</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R., +dl. VI, blz. 160.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e495" href="#xd20e495src" name="xd20e495">6</a></span> In dezen +scheepsstrijd had Van Noort 5 dooden en 26 gekwetsten bekomen en waren +slechts 17 Hollanders ongedeerd gebleven.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e500" href="#xd20e500src" name="xd20e500">7</a></span> +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., +dl. VI, spreekt slechts van 50 omgekomen Spanjaarden, maar <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, S. 6, noot 6, +wraakt dit getal.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e520" href="#xd20e520src" name="xd20e520">8</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl<span class="corr" id="xd20e528" title="Niet in bron">.</span> +Angriffe</i>, S. 7, en <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., dl. VI, blz. 161.</p> +<p class="footnote"><span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., +blz. 223, noot, meende, dat het schip aan Alcega ontzeild en in +ontredderden toestand voor Ternate was aangekomen. Dit was echter de +Hendrik Frederik, die bij het uitvaren van de straat van Magelhaens van +Van Noort was afgedwaald. Zie <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., dl. VI, blz. 163.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk II.</h2> +<p class="firstpar">Hoe was het intusschen den Nederlanders in de +Molukken gegaan? De meeste dezer eilanden behoorden onder de +heerschappij van den Sultan van Ternate nl. Sahid, zoon van Baab, van +wien gezegd werd, dat hij heerschte over 72 eilanden. Deze Sahid was in +voortdurenden strijd met Mamoli, Sultan van Tidore. Daar nu de +Portugeezen een fort hadden op Tidore en van daar uit den Tidoreezen +steeds hulp verleenden tegen Ternate, lag het voor de hand, dat bij de +komst der Nederlanders in de Molukken Sahid alles in het werk stelde om +deze vreemdelingen voor zich te winnen. Reeds bij het eerste bezoek +stond hij aan Van Warwijck toe er een handelskantoor te vestigen en +werd Frank van der Does daar als koopman achtergelaten. Toen de +Nederlanders voor de tweede maal Ternate bezochten, deden zij zich aan +Sahid kennen als dappere soldaten, die zeer goed tegen de Portugeezen +waren opgewassen. Deze toch hielden niet op de Nederlanders bij Sahid +zwart te maken en hem wantrouwen tegen ons in te boezemen. Om ze +hiervoor eens te tuchtigen, vroeg en verkreeg Van Neck na eenige +aarzeling vergunning van Sahid en tastte hij met twee schepen de vier +Portugeesche vaartuigen aan. Wel bleef het gevecht onbeslist +maar—lafaards waren we niet! hiervan had Sahid de duidelijke +bewijzen gezien. Reeds meermalen had de kapitein van het Portugeesche +fort op <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>Tidore een bode naar Manila afgevaardigd om hulp +te verzoeken aan Francisco Tello. In 1601 had Mamoli zelfs zijn broer +Kaitjil (prins) Kota naar de Philippijnen gezonden. Veel vermocht Tello +echter niet te helpen, maar toch zond hij ammunitie en eenige +manschappen, die reeds dadelijk tegen Van Neck goede diensten konden +bewijzen. Tello beloofde een grootere macht te zullen zenden in 1602, +welke macht zich dan voegen zou bij de vloot, die de Portugeezen te Goa +hadden uitgerust om zich zelf daarmede in de Molukken te nestelen en de +Hollanders er uit te weren. Deze vloot verliet Goa den 8<sup>en</sup> +Mei 1601 onder bevel van André Furtado de Mendoza en werd door +Wolfert Harmensz voor Bantam verdreven, waarna Furtado de reis naar de +Molukken voortzette. Den 10<sup>en</sup> Februari 1602 kwam hij voor +Ambon aan en vestigde daar zijn gezag. Te Bantam en hierna op en om +Ambon had hij reeds zoovelen zijner soldaten verloren, dat hij zich in +Mei gedrongen gevoelde om bij Acuña, den opvolger van Tello de +Guzman, op de beloofde hulp aan te dringen.</p> +<p>Acuña, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat +Manila van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op +dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en +Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op +Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate +geblokkeerd werd, in de Audiencia<a class="noteref" id="xd20e573src" +href="#xd20e573" name="xd20e573src">1</a> besloten kapitein Gallinato +met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel +trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen en +Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het +uitblijven <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk +overloopen der Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23 +Maart 1603 bevel de troepen in te schepen<a class="noteref" id="xd20e587src" href="#xd20e587" name="xd20e587src">2</a>, slechtte het +fort op Makjan weer en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka +terug. Niet lang zou het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de +kampplaats worden tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van +de ongelukkige bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche +vlootvoogd Van der Hagen zich voor Ambon en reeds den 23<sup>en</sup> +gaven de Portugeezen het fort bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd +met hun geweer vertrekken; de gehuwden, die blijven wilden, moesten +natuurlijk den eed van trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad +nagelen zou de helft aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen +marktprijs worden overgenomen<a class="noteref" id="xd20e622src" href="#xd20e622" name="xd20e622src">3</a>. De “kapitein Hitoe” +sloot namens de Hitoeezen met hem een contract, waarbij men beloofde, +elkaar wederkeerig, wat het geloof betreft, geen overlast aan te +doen<a class="noteref" id="xd20e638src" href="#xd20e638" name="xd20e638src">4</a>. Hierop vertrok Van der Hagen naar Banda, liet +Frederik de Houtman in de vesting op Ambon achter en gaf zijn +onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz last om met vijf schepen naar +Ternate te zeilen en van daar uit zoo mogelijk het fort op Tidore op de +Portugeezen te veroveren. Van der Hagen sloot met de Bandaneezen +<span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span>een contract op denzelfden voet als vroeger reeds +door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde daarna +onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot kalmte +bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag van de +bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de inwoners +“getravailleerd”, terwijl Frederik de Houtman, in strijd +met het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen +te vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila.</p> +<p>Cornelis <span class="corr" id="xd20e653" title="Bron: Bastiaentz">Bastiaensz</span> was intusschen naar Ternate +gezeild, <span class="corr" id="xd20e656" title="Bron: vermeesterde">overmeesterde</span> de twee Portugeesche +vaartuigen, die voor Tidore lagen en tastte daarna de vesting aan. De +bevelhebber van het fort, Don Pedro Alvarez de Abreo was echter op zijn +hoede, gewaarschuwd door den Engelschen admiraal Middleton, die hem had +meegedeeld, wat in Ambon geschied was. Hier ging de verovering dus niet +zoo gemakkelijk als op Ambon. Tweemaal liepen de Hollanders, gesteund +door de Ternatanen, storm. Tweemaal moesten zij afdeinzen. Het geluk +diende ons echter: de kruittoren sprong in de lucht en hierdoor was +weldra de vesting ons. Aan Abreo werd met alle Portugeezen vrije +aftocht toegestaan “daar het haer geliefde met haer +bagage”<a class="noteref" id="xd20e659src" href="#xd20e659" name="xd20e659src">5</a>.</p> +<p>Zoo waren dus de Molukken weer in handen der Nederlanders en zij +zouden wellicht voor goed aan hen gebleven zijn, indien Bastiaensz door +de heeren bewindhebbers in staat was gesteld het veroverde te behouden. +Het fort op Tidore werd echter op verzoek van Sultan Sahid van Ternate +onbruikbaar gemaakt, terwijl het ons aangeboden fort op Ternate niet +voldoende kon versterkt en bemand worden. Het door de Portugeezen +verlaten fort op Makjan werd in het <span class="pagenum">[<a id="pb15" +href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>geheel niet bezet. Ten gevolge +van deze verkeerd begrepen zuinigheidstaktiek der bewindhebbers hadden +de Spanjaarden weldra weer licht spel om de Molukken aan de Hollanders +te ontrukken.</p> +<p>Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken +bevonden, waren Acuña uit Spanje en Mexico op zijn herhaald +aandringen 1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en +uit Malakka twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend +verzoek om de Molukken te hulp te komen. Acuña, hiertoe nu op +zoo uitnemende wijze in staat gesteld, voldeed om meer dan +één reden hier zeer gaarne aan. In de eerste plaats omdat +hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een koninklijk bevel door den +Jezuïet Gomez werd overhandigd, waarbij hem gelast werd zonder +hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren, ten einde de +nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht der beide volken, +te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel om de Molukken +direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de tweede plaats ging +Acuña er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de Hollanders +hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen<a class="noteref" id="xd20e680src" href="#xd20e680" name="xd20e680src">6</a>. +Den 15<sup>en</sup> Februari 1606 vertrok Acuña zelf met de +vloot van Otong, op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich +op als maestro del campo, terwijl over een der drie Portugeesche +galjooten bevelhebber was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro +Alvarez de Abreo. <span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16" +name="pb16">16</a>]</span></p> +<p>De vloot verdeelde zich in twee deelen; de zeilschepen onder bevel +van Esquivel voeren direct door naar de Molukken, terwijl Acuña +met de galeien zich eerst nog ophield aan de kust van Mindanao. Zoodra +Esquivel voor Tidore aankwam, sloten de Tidoreezen zich met vreugde +opnieuw bij de Spanjaarden aan, terwijl de Hollanders, die door +Bastiaensz waren achtergelaten, in handen van de Spanjaarden vielen. +Den 26<sup>en</sup> Maart voegde Acuña zich bij Esquivel en na +nog eenige versterkingen bekomen te hebben van Tidoreesche +Kora-Kora’s, staken zij den 31<sup>en</sup> Maart naar Ternate +over en sloegen op 1 April het beleg voor de vroegere vesting der +Portugeezen. Het Hollandsche schip de West-Vriesland, dat voor Ternate +lag, vluchtte met eenige van de zich op Ternate bevindende Hollanders +naar Ambon, terwijl enkele andere de Ternatanen tegen de Spanjaarden +hielpen. Deze bijstand was echter te gering om het fort te kunnen +houden. Bij een uitval werden de Ternatanen terug geslagen en drongen +hunne vijanden te gelijk met de vluchtenden het fort binnen. Hiermee +was echter de tegenstand der Ternatanen niet gebroken, want Sultan +Sahid en Kaitjil Hamdja en de prins-troonopvolger Modafar waren naar +Takomi, een versterkte kampong op de Noordkust van Ternate, gevlucht. +Zich hier nog niet veilig wanende, stak Sahid over naar Saboegoe op +Djilolo. Hamdja kwam het echter verkieslijker voor zich te verzoenen +met de Spanjaarden en door middel van dezen gelukte het den Spanjaarden +Sahid te bewegen terug te keeren en een verdrag te teekenen, waarbij +hij den koning van Spanje als heer erkende. Als belooning voor deze +diensten werd Sahid opgelicht en naar de Philippijnen vervoerd. Tot de +verovering van Ambon kwam het niet, daar Acuña’s +aanwezigheid in Manila <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17" +name="pb17">17</a>]</span>dringend vereischt werd, door de dreigende +houding der Japanners. Zijn geestkracht was bovendien aanmerkelijk +verlamd door het hem toegediende vergif, waaraan hij ook spoedig na +zijn terugkeer is gestorven. Ofschoon de Spanjaarden dus niet geheel +hun doel hadden bereikt, was toch hun hartewensch vervuld: de Molukken +waren nu grootendeels onmiddellijk onder Spaansche heerschappij +gebracht, en Esquivel, die op Ternate achterbleef, kreeg dan ook den +titel van “Gobernador del Maluco.” Acuña had echter +door de oplichting van Sahid een te duidelijk bewijs gegeven van de +Spaansche trouweloosheid, wat zal blijken een politieke fout te zijn +geweest, waarvan de Hollanders maar al te vlijtig gebruik zouden +maken<a class="noteref" id="xd20e708src" href="#xd20e708" name="xd20e708src">7</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18" +name="pb18">18</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e573" href="#xd20e573src" name="xd20e573">1</a></span> +Oppergerechtshof der Philippijnen, tijdens de regeering van Philips II +tevens belast met het opperste beleid in regeeringszaken. Vgl. +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R., +dl. V, blz. 181.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e587" href="#xd20e587src" name="xd20e587">2</a></span> De meening +van <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> +R., dl. VI, blz. 203, als zou tot het opbreken van het beleg ook +meegewerkt hebben het bericht, dat zich Hollandsche schepen voor Banda +bevonden, is onjuist, daar de schepen van Wolfert Harmensz den +24<sup>en</sup> Juni 1602 Banda reeds hebben verlaten. Zie den brief +zonder handteekening, te vinden bij <span class="smallcaps">De +Jonge</span>, a. w., dl. VI, bl. 534, v.</p> +<p class="footnote"><span class="smallcaps">T. C. Danvers</span>, +<i lang="en">The <span class="corr" id="xd20e611" title="Bron: Portugeese">Portuguese</span> in India</i>, vol. II, pag. 123, +behandelt de kwestie zeer oppervlakkig en verkeerd, door te zeggen: +“<span lang="en">He then appeared before Ternate, but was driven +thence by bad weather, and returned to Amboina.</span>”</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e622" href="#xd20e622src" name="xd20e622">3</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R., +dl. VI, blz. 226 en “Uittreksel uit het dagboek gehouden door H. +Jansz. Craen” afgedrukt bij <span class="smallcaps">De +Jonge</span> a. w., dl. III, blz. 186.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e638" href="#xd20e638src" name="xd20e638">4</a></span> +<span class="smallcaps">Valentijn</span>, a. w., dl. II, blz. 30, en +“<span lang="nl-1600">Accoort van Capitan oock de hoofden van +Hitoe ende den admiraal S. v. d. Hagen</span>”, afgedrukt bij +<span class="smallcaps">De Jonge</span> a. w., dl. III, blz. 207.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e659" href="#xd20e659src" name="xd20e659">5</a></span> Zie +“Uittreksel uit het Dagboek gehouden door H. Jansz. Craen” +afgedrukt bij <span class="smallcaps">De Jonge</span> a. w., dl. III, +blz. 173. <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> +4<sup>e</sup> R., dl. VI, blz. 236.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e680" href="#xd20e680src" name="xd20e680">6</a></span> Deze vrees +was ontstaan door een copie van een brief, door een Holl. admiraal +geschreven aan den Sultan van Ternate, om hem te verzoeken het verdrag +met den Sultan van Mindanao te vernieuwen en dezen vriendschap voor de +Hollanders in te boezemen. De Hollandsche admiraal beloofde met een +nieuwe vloot, die hij uit Holland verwachtte, in de Molukken te komen +om de Spanjaarden te verjagen en het gebied over de zee tot aan China +te bevestigen. Een zekere Antonis de Silva, vroeger tolk der Hollanders +op Ambon, gaf deze copie aan Acuña. Vgl. <span class="smallcaps">Tiele</span><span class="corr" id="xd20e684" title="Bron: .">,</span> <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R., dl. VIII, bl. 53 +noot.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e708" href="#xd20e708src" name="xd20e708">7</a></span> Ook bij +deze gelegenheid vergist <span class="smallcaps">Danvers</span>, a. w., +blz. 135, zich waar hij zegt, dat de Spanjaarden na de verovering van +Ternate de Hollanders van Tidore verdreven.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk III.</h2> +<p class="firstpar">Toen Acuña de Molukken verliet, was Ambon de +eenige plaats, die met Frederik de Houtman als gouverneur onder +onmiddellijk gezag der Hollanders stond, terwijl zij verder op Banda +een geringen invloed bezaten door middel van den, daar door Van der +Haghen in 1605 achtergelaten, koopman Hendrik van Bergel. Dat deze +invloed niet groot was, kunnen wij lezen uit een brief van Jacques +l’Hermite, opperkoopman te Bantam, in November 1608 geschreven +aan de bewindhebbers te Amsterdam: “<span lang="nl-1600">Ick +vreese, sooder geen ordre in dit eylandt gestelt en wort, eens qualick +zal afloopen, want dagelycx in moetwille toenemen en daer en is nyet +wel remedie toe, tensy dat men se met gewelt dwinght, dwelck oock zijn +zwarickheden heeft. Niet alleen die van Banda, maer oock ten respecte +van alle landen hieromtrent, die daermede groot achterdencken soude +gegeven worden; die van Ambon werden seer door de Bandaneezen +opgerockt, ende is te sorgen schier oft morgen daer oock uytborsten +sal</span>”<a class="noteref" id="xd20e723src" href="#xd20e723" +name="xd20e723src">1</a>.</p> +<p>Matelieff was de eerste Hollandsche vlootvoogd, die na +Acuña’s vertrek uit de Molukken, aldaar verscheen. Den +29<sup>en</sup> Maart kwam hij voor Ambon aan en trof hier de gezanten +der Ternatanen, die reeds in Bantam waren geweest om hulp te verzoeken, +welke hij hun beloofde, indien zij met 2000 man er toe mede wilden +werken de zoo gehate Spanjaarden te verjagen. <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span></p> +<p>Den 13<sup>en</sup> Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen, +die onder Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken, +bleken op verre na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden, +dit na het vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen. +Modafar en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te +bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk te +verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff +aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een +fort werd voorzien. Reeds den 26<sup>en</sup> Mei 1607 teekenden +Matelieff en de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de +bepaling werd opgenomen, dat “<span lang="nl-1600">alle +Ternatanen, die verstroyt zijn, in d’omleggende landen met den +eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van Ternatanen het +verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen, ende ’t volk +gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt +compt</span>”<a class="noteref" id="xd20e745src" href="#xd20e745" +name="xd20e745src">2</a>. Nauwelijks was het fort den 8<sup>en</sup> +Juni gereed gekomen, of Matelieff vertrok den 12<sup>en</sup> naar +China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen op Mindanao te hebben +afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao stellig wel een gunstig +onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze nog steeds in oorlog was +met de Spanjaarden<a class="noteref" id="xd20e758src" href="#xd20e758" +name="xd20e758src">3</a>.</p> +<p>Dat Matelieff reeds zeer goed het groote nut inzag, dat wij konden +trekken uit de vijandschap van dezen sultan met de Spanjaarden, blijkt +wel uit den raad, dien hij aan den Hollandschen vlootvoogd Van Caerden +gaf, toen deze den 6<sup>en</sup> Januari 1608 te Bantam +verscheen<a class="noteref" id="xd20e766src" href="#xd20e766" name="xd20e766src">4</a>. Hij haalde hem over naar de Molukken te stevenen +en drukte hem op het hart toch vooral de Spanjaarden <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span>op +Ternate niet roekeloos aan te tasten, maar zich veeleer met den sultan +van Mindanao te verbinden, opdat hij met diens hulp den Spanjaarden +allen toevoer uit Manila zou kunnen afsnijden. Van Caerden deed dit +niet, maar zette, na een mislukte poging om Djohore te bereiken, +<span class="corr" id="xd20e780" title="Bron: direkt">direct</span> +koers naar Ambon en vandaar naar Ternate, waar hij den 18<sup>en</sup> +Mei 1608 aankwam. Hoewel een achttal bodems onder zijne bevelen +hebbende, voelde hij zich, misschien gedachtig aan de waarschuwing van +Matelieff, niet sterk genoeg om de Spanjaarden op Ternate of Tidore aan +te tasten, maar werd er besloten een aanval te wagen op het fort +Makjan, dat slechts door Tidoreezen bezet was. Ofschoon goed verdedigd, +werd het fort stormenderhand genomen en met nog twee andere plaatsen op +Makjan opnieuw in staat van verdediging gebracht, waarna men er 120 man +achterliet onder bevel van Appollonius Schotte. Alle hoofden van het +eiland kwamen daar toen samen om zich aan het Nederlandsch gezag en de +Ternatanen te onderwerpen. Met de verovering van dit nagelrijke en voor +de Compagnie zoo rentengevend eiland stelde Van Caerden zich niet +tevreden, maar ontnam den Spanjaarden ook nog een sterkte Tjio op het +eiland Morotai ten Oosten van Gilolo. Doch hierna daalde zijn gelukzon +en werd ons een gevoelig verlies toegebracht door Pedro de Heredia, die +met twee Spaansche galeien het fregat van Van Caerden aanviel en den +bevelhebber met zijn manschappen den 17<sup>en</sup> Sept. 1608 dwong +zich over te geven. Wel werden er weldra weer 34 van hen ingewisseld +tegen Spanjaarden van een veroverd Spaansch fregat, dat van Manila naar +Ternate wilde om de Spanjaarden aldaar te proviandeeren<a class="noteref" id="xd20e790src" href="#xd20e790" name="xd20e790src">5</a>, +maar Van Caerden zelf bleef voorloopig nog de gevangene van Juan de +Esquivel, die als <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21" +name="pb21">21</a>]</span>losprijs niets meer of minder eischte dan de +overgave van de forten op Makjan en van Malaya op Ternate. Gelukkig was +deze eisch den Hollanders wel wat al te kras, hoewel toch +“<span lang="nl-1600">door verblint verstant der Hollandern +Maleyo offte de fortresse op Ternate gelegen, Orangie, voor des +Admiraels rantsoen werde geoffreert en gebooden</span>”. Op deze +voorwaarde wilde Esquivel Van Caerden echter niet vrijlaten; +“<span lang="nl-1600">tot grote ontlastinge van degene die sulx +hadden gepresenteert</span>”<a class="noteref" id="xd20e804src" +href="#xd20e804" name="xd20e804src">6</a>, zegt de briefschrijver er +bij. Door gevangenschap werd Van Caerden dus verhinderd, uitvoering te +geven aan zijn plan om een tocht naar de Philippijnen te +ondernemen.</p> +<p>François Wittert zou na Van Noort de eerste zijn, die zich +voor den hoofdzetel van het Spaansche gezag in de Oost zou vertoonen. +Voor wij echter over kunnen gaan tot de beschrijving van dezen tocht, +zien we ons genoodzaakt een oogenblik te verwijlen bij de verrichtingen +van twee andere vlootvoogden, namelijk den admiraal Pieter Willemsz +Verhoeff en schipper Simon Jansz Hoen, die den 15<sup>en</sup> Februari +1609 voor Bantam verschenen. Lang vertoefden zij hier niet, maar +vertrokken direct naar Banda, om die eilanden aan de Compagnie te +verbinden “<span lang="nl-1600">met tractaat ofte met +geweld</span>”. Verhoeff viel aldaar als slachtoffer van de +trouweloosheid der Bandaneezen, waarna aan Simon Jansz Hoen als +vice-admiraal het opperbevel werd opgedragen. Nadat Hoen de opdracht +zijner principalen op Banda had volbracht, door er na heftigen strijd +het fort Nassau gebouwd en den Bandaneezen een tractaat afgedwongen te +hebben, stelde hij Hendrik van Bergel<a class="noteref" id="xd20e818src" href="#xd20e818" name="xd20e818src">7</a> daar als +gouverneur aan en zeilde naar Ternate. Hier kwam hij den +23<sup>en</sup> Sept. aan, versterkte <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>op Ternate het plaatsje +Tacomi, dat Willemstad gedoopt werd, en was daarna zoo gelukkig aan de +macht der Compagnie een groote uitbreiding te geven door de verovering +van Batjan. Tidore kon hij helaas niet machtig worden, daar de dood hem +in Januari 1610 wegrukte, waardoor dit gedeelte der vloot, uit gemis +aan een aanvoerder en door onderling krakeel, niets van belang meer +heeft kunnen uitrichten. Vóór Verhoeff naar Banda +vertrokken was, had hij volgens besluit van den breeden raad zijn +vice-admiraal François Wittert bevel gegeven met vier schepen +naar Makasar te zeilen, om aldaar rijst en andere levensbehoeften voor +de Molukken te koopen en tevens pogingen in ’t werk te stellen om +een verbond met den vorst te sluiten. Het is hier de plaats niet te +verhalen, hoe Wittert geslaagd is. Genoeg zij het te vermelden, dat +hij, na te Makasar eenige maanden vertoefd te hebben, den +22<sup>en</sup> Juni 1609 voor Ternate verscheen. Na hier vernomen te +hebben, dat Van Caerden gevangen was genomen, versterkte hij het +eilandje Motir, sloot een voordeelig tractaat met de Ternatanen en ging +daarna den 22<sup>en</sup> September, juist één dag voor +de aankomst van Hoen te Ternate, naar de Philippijnen onder zeil. De +weinig energieke gouverneur van die eilanden, Telez de Almansa, was in +1609 opgevolgd door Don Juan de Silva. Deze had, zoodra hij aan het +bestuur kwam, de haven Cavite en andere forten op de Philippijnen +versterkt en één der vijf door hem meegebrachte +compagnieën soldaten onder Fernando de Ayala tot hulp naar de +Molukken gezonden. Uit deze maatregelen blijkt wel, dat Wittert een +krachtig tegenstander tegenover zich zou vinden. Of hem de tocht naar +Manila te Bantam reeds was aanbevolen, weten wij niet, maar het is wel +zeer waarschijnlijk, daar hij zich geheel houdt aan het advies, dat +Matelieff aan Van Caerden hieromtrent 4 Jan. 1608 <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span>heeft +gegeven<a class="noteref" id="xd20e835src" href="#xd20e835" name="xd20e835src">8</a>. Na eerst op de moeilijkheid te hebben gewezen, om +met onze vuile schepen de vlug bezeilde Chineesche jonken in de +Philippijnsche wateren te achterhalen, geeft hij den raad om met twee +groote vaartuigen, die krachtig genoeg waren om den vijand te +weerstaan, en twee jachten “<span lang="nl-1600">dapper op de +seylage gemaeckt</span>”, voor Manila te gaan kruisen. Tevens +acht hij het wenschelijk eenige plaatsen van de Spanjaarden daar af te +loopen, voornamelijk Otong op het eiland Panay, van waar uit veel rijst +en vleesch naar Manila wordt gestuurd. “Verzeker u echter +eerst”, zegt Matelieff, “van de hulp der Mindaers”. +Geheel overeenkomstig dit advies van Matelieff aan Van Caerden, richtte +nu Wittert zijn tocht in. Den 25<sup>en</sup> October kwam hij met het +schip De Amsterdam en drie jachten: De Valk, De Arend en De Pauw, voor +Otong aan. Hier konden ze echter weinig uitrichten, daar Ayala, die, +zooals wij gezien hebben, met hulptroepen voor de Molukken onder weg +was, zich nog op deze plaats bevond. Wel gelukte de landing, maar toen +zij hier buiten verwachting zoo’n krachtigen tegenstand +ontmoetten, trokken zij zich weder terug op de schepen en zetten hun +tocht voort. Ook Cavite was door Juan de Silva te goed versterkt, om +dit met eenige kans op succes te kunnen aanvallen. Wittert voer nu +terug en <span class="corr" id="xd20e847" title="Bron: stastionneerde">stationneerde</span> zich aan den ingang der +baai voor het eilandje El Frayle, waar hij alle schepen uit China, +Macao en Voor-Indië komende, overviel en zonder de minste moeite +buit maakte. Drie-en-twintig rijk geladen jonken bemachtigde hij +hier<a class="noteref" id="xd20e850src" href="#xd20e850" name="xd20e850src">9</a>, behalve nog twee Japansche, die hij echter weder +vrij liet. Deze rijke gemakkelijk verkregen buit en misschien ook de +hoop <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>dat hij nog het zilverschip uit Mexico zou +bemachtigen, verleidde hem langer te blijven dan met de voorzichtigheid +overeenkwam. Wanneer hij echter dacht, dat de Spanjaarden zonder verzet +zouden aanzien, dat Wittert op deze wijze de welvaart van Manila +bedreigde en de bron van inkomsten deed opdrogen, had hij buiten den +energieken De Silva gerekend. Alle krachten spande deze in, om een +behoorlijke vloot uit te rusten. Dag en nacht werd gearbeid, het ijzer +der hekwerken gebruikt en kerkklokken vergoten tot geschut. Op deze +wijze verkreeg hij een vloot van acht schepen, twee galjoenen, twee +galeien en vier kleinere schepen, bemand met 1000 koppen, bijna alle +Spanjaarden, onder aanvoerders als Pedro de Heredia en Gallinato. +Hierbij voegde zich nog een in Marinduque gemaakt schip. Het opperbevel +over deze scheepsmacht verkreeg De Silva’s neef Don Fernando de +Silva. Op 21 April 1610 verliet Fernando met zijn vloot Cavite en 25 +April raakte hij met drie schepen van Wittert slaags—een jacht en +een sloep van het schip Delft lagen aan de andere zijde van de baai op +wacht. De uitslag was niet twijfelachtig, de overmacht te groot. +Wittert en velen met hem sneuvelden, twee schepen werden genomen en het +derde vloog in de lucht. Toen het jacht De Pauw en de sloep, op het +schieten afkomende, den uitslag bemerkten, vluchtten zij en kwamen +behouden in Patani<a class="noteref" id="xd20e866src" href="#xd20e866" +name="xd20e866src">10</a>. Bijna de geheele Hollandsche macht voor +Manila was dus vernietigd, en dit niet alleen: ook de ontzaglijke +buit<a class="noteref" id="xd20e872src" href="#xd20e872" name="xd20e872src">11</a> der Hollanders en hunne papieren <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>vielen +in handen der Spanjaarden, 125 man werden krijgsgevangen gemaakt, en 50 +stukken geschut van de Hollandsche schepen zouden voortaan tegen die +Hollanders zelf hunne goede diensten bewijzen. Van de krijgsgevangenen +bleven zij gespaard, die door de vermaningen der +Jezuïeten—en misschien ook door de vrees voor den dood, of +liever door de hoop op het leven, tot het katholicisme werden bekeerd. +<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e723" href="#xd20e723src" name="xd20e723">1</a></span> +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 251.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e745" href="#xd20e745src" name="xd20e745">2</a></span> Zie het +geheele contract bij <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., +dl. III, blz. 226.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e758" href="#xd20e758src" name="xd20e758">3</a></span> Over de +verrichtingen dezer gezanten heb ik niets naders kunnen vinden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e766" href="#xd20e766src" name="xd20e766">4</a></span> Zie +“<span lang="nl-1600">Journael van Matelieff</span>” in +<i>Begin en Voortgang der O. I. Comp.</i>, dl. II, 13<sup>e</sup> stuk, +blz. 74.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e790" href="#xd20e790src" name="xd20e790">5</a></span> Zie +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 269.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e804" href="#xd20e804src" name="xd20e804">6</a></span> Zie +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 266.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e818" href="#xd20e818src" name="xd20e818">7</a></span> Deze, sinds +1605 reeds als koopman op Banda gevestigd, vond in die benoeming een +erkenning van zijne goede diensten, onder zulke moeilijke +omstandigheden bewezen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e835" href="#xd20e835src" name="xd20e835">8</a></span> +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 238.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e850" href="#xd20e850src" name="xd20e850">9</a></span> +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., +dl. VIII, spreekt van 17 jonken; vgl. echter den brief van H. v. Raey +bij <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 278 +en een brief van P. K. Segers, koopman op de Pauw, uit Patani, 2 Nov., +1610 (Hs. R. A.)</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e866" href="#xd20e866src" name="xd20e866">10</a></span> Zie +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 278.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e872" href="#xd20e872src" name="xd20e872">11</a></span> De +bepalingen omtrent de grootte van den buit loopen nogal uiteen. Apol. +Schotte achter ’t journal van Verhoeff, blz. 114–115 +spreekt van ettelijke millioenen gouds. Zie hierover <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., dl. VIII, +noot 4, terwijl ook <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, +<i lang="de">Holl. Angriffe</i>, blz. 13, op grond van Spaansche +geschiedschrijvers spreekt van een gezamenlijk bedrag van 500.000 pesos +(ongeveer gelijke waarde hebbende als een zilveren ducaat = +ƒ 2.50).</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk IV.</h2> +<p class="firstpar">Zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, +was in 1610 de toestand in de Molukken verre van rooskleurig. Van +Caerden was gevangen genomen, Hoen plotseling gestorven en Wittert +gesneuveld. In Februari 1610 kwam een Spaansche versterking, bestaande +uit zes <span class="corr" id="xd20e899" title="Bron: fregratten">fregatten</span>, in de Molukken. Gelukkig maakten +de Hollanders zich van een dezer schepen meester, waardoor zij in staat +gesteld werden Van Caerden in te wisselen tegen de zich daarop +bevindende officieren en paters. Dadelijk werd Van Caerden als +gouverneur erkend, maar niet lang daarna voor de tweede maal +krijgsgevangen gemaakt door de Spanjaarden, die hem nu naar Manila +voerden, waar hij in de gevangenis omkwam. Zoo waren de Molukken dus +weer zonder een erkend hoofd. Wel zou het Bestand in Oost-Indië 9 +April 1610 ingaan, maar de Spanjaarden hadden hiervan nog geen bericht +ontvangen. En toen zij dit later van de Hollanders vernamen en met de +stukken overtuigd werden, weigerden zij toch het bestaan ervan, zonder +last van hooger hand, te erkennen<a class="noteref" id="xd20e902src" +href="#xd20e902" name="xd20e902src">1</a>. Integendeel, Don Juan de +Silva maakte zich gereed tot een tocht naar de Molukken. <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>Uit de +buitgemaakte papieren van Van Caerden had hij den juisten toestand, +waarin zich de forten in de Molukken bevonden, leeren kennen, en in de +hoop den Nederlanders voor de tweede maal een even geduchte nederlaag +toe te brengen, als in het vorige jaar, besloot hij, tegen het gevoelen +der Audiencia in, aan zijn voornemen gevolg te geven. In 1611 verscheen +hij met een vloot, waarop zich 2000 soldaten en matrozen en vele +inboorlingen bevonden. Reeds spoedig bemerkte hij, dat de forten in +veel betere conditie waren, dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij +den ongelukkigen sultan Sahid, die door hem uit Manila was meegebracht, +in de Spaansche vesting achterliet en wederom met zijn vloot naar +Manila vertrok. Op dezen terugtocht maakte hij zich van Gilolo en +Saboegoe, twee door de Hollanders versterkte plaatsen op de Westkust +van Halmaheira, meester. Deze beide plaatsen waren daarom wel van eenig +belang, omdat van daar uit Ternate en Tidore gemakkelijk van +levensmiddelen konden worden voorzien. Er verliepen een paar jaar voor +de Hollanders zich sterk genoeg gevoelden een tocht naar de +Philippijnen te ondernemen. Weliswaar bevond de eerste +gouverneur-generaal Both zich in 1613 met dertien schepen in de +Molukken en werd toen het voorstel gedaan om een kaapvaart naar de +Philippijnen te doen, maar Both en de meerderheid der bevelhebbers +vonden het van meer belang eerst de forten in de Molukken in flinken +staat van verdediging te brengen, zoodat er toen geen gevolg aan werd +gegeven<a class="noteref" id="xd20e916src" href="#xd20e916" name="xd20e916src">2</a>. Laurens Reaal bleef als gouverneur in de Molukken +achter. Steeds liepen onder diens bewind geruchten omtrent de +aanstaande <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>komst der Spanjaarden<a class="noteref" id="xd20e928src" href="#xd20e928" name="xd20e928src">3</a>. Wij zullen +later zien, dat deze niet uit de lucht gegrepen waren.</p> +<p>Reaal had reeds lang het plan gekoesterd den vijand in Manila op te +zoeken en daar hij in 1614 een voldoend aantal schepen onder zijn vlag +kon vereenigen, maar geen leger bezat, dat sterk genoeg was om den +vijand te land op Ternate of Tidore aan te tasten, besloot hij met zijn +raad deze scheepsmacht te gebruiken tegen de Philippijnen. Tegenover de +tien schepen der Hollanders hadden de Spanjaarden er weliswaar veertien +gereed, maar deze waren volgens de ingewonnen informatie slechts met +zeer weinig soldaten en met nog minder matrozen bemand. Bovendien waren +onze forten in de Molukken in goeden staat van verdediging, en mocht +hier onverhoopt iets voorvallen waardoor de hulp der vloot noodig zou +blijken te zijn, dan kon deze altijd met den aanstaanden noorder +moesson snel terugkomen. En als de nieuw benoemde gouverneur te Bantam +was aangekomen, zoo oordeelden Reaal en zijn Raad den 17<sup>en</sup> +Aug.<a class="noteref" id="xd20e948src" href="#xd20e948" name="xd20e948src">4</a>, dan zou hij zich wel zoo spoedig mogelijk over +Macao en Manila naar de Molukken begeven. Deze reisroute toch zou hem +een paar maanden eerder aldaar doen zijn. Wilde het geluk nu, dat de +beide vloten elkaar in de Philippijnsche wateren ontmoetten, dan zou er +misschien iets “<span lang="nl-1600">treffelycks</span>” +kunnen uitgericht worden. Den 17<sup>en</sup> Aug. werd met den tocht +een aanvang gemaakt door Jan Rossingeyn, die vooruit gezonden werd naar +Siau, het vroeger door Reaal veroverde eiland, om aldaar <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>Kaitjil +Kaluwan<a class="noteref" id="xd20e960src" href="#xd20e960" name="xd20e960src">5</a> in plaats van den naar Manila vervoerden ouden +Koning, als zoodanig aan te stellen. Den 11<sup>en</sup> Sept. ging het +tweede deel van de vloot onder bevel van Reaal van Ternate onder zeil. +Het bestond uit zeven schepen. Het admiraalschip De Son, Groot Hoorn, +Seelandt, Ceylon, Middelborch, Patana en De Hope. Reeds den +15<sup>en</sup> derzelfde maand kwamen ze voor Siau, waar zich Jan +Rossingeyn met De Arend, De Hollandsche Leeuw en De Maen bij de vloot +voegde, zoodat deze nu bestond uit tien schepen. Nadat Sangir was +aangedaan, kwam den 26<sup>en</sup> het eiland Tagima (tegenwoordig +Basilan) in het gezicht en bereikten zij den 29<sup>en</sup> Samboangan +aan de zuidpunt van Mindanao, waar zij veel ververschingen bekwamen van +de inwoners die hen tevens was en “canello de matto” te +koop aanboden. Drie dagen later wierp de vloot voor La Caldera het +anker uit, waar de Mindanaers, zoowel als de bewoners van den +Soeloe-archipel, onzen vlootvoogd hulp aanboden, terwijl de laatsten te +kennen gaven niet te twijfelen, of hun koning zou eerstdaags komen. +Reaal zeide echter niet te kunnen wachten, daar de moesson bijna +verloopen was. Als hun vorst ons echter wilde volgen, dan zou hij ons +te Otong of elders kunnen aantreffen. Spoedig zeilden zij dan ook naar +het eiland Panay en kwamen daar den 14<sup>en</sup> Oct. in de haven +van Ilo-Ilo aan. De Spanjaarden, door Geronimo de Silva op de hoogte +gebracht van Reaal’s komst, namen, zoodra deze zich met zijn +vloot vertoonde, in de bosschen van het eiland de wijk, daar zij zich +niet sterk genoeg gevoelden den Hollanders het bezit van het houten +fort te Otong te <span class="corr" id="xd20e982" title="Bron: bewisten">betwisten</span>. Hier besloot Reaal te landen om den +vijand door “branden en <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>blakeren” zooveel mogelijk +afbreuk te doen. De dorpen Jaro, met een zich daar bevindend klooster, +Arevola en Otong in de nabijheid van Ilo-Ilo werden met den grond +gelijk gemaakt en alles wat waarde had medegenomen. Hetzelfde lot +ondergingen twee fregatten en vele op de rivier liggende fusten. Ook +werden er 110 à 120 “beesten” buitgemaakt. Vergeefs +gewacht hebbende op wat gunstiger weer en wind, besloten zij eindelijk +hun tocht naar Manila voort te zetten, maar noordelijker dan Panay +konden zij niet komen. Na herhaalde mislukte pogingen om tegen den +moesson op te zeilen, werd den 24<sup>en</sup> Nov. het besluit genomen +naar La Caldera terug te keeren, waar zij den 28<sup>en</sup> opnieuw +het anker uitwierpen. Zij vernamen hier, dat ongeveer een maand geleden +twee galeien, twee fregatten en twee kleinere scheepjes, naar Ternate +bestemd, voorbij gezeild waren. Waarschijnlijk naar aanleiding van dit +bericht vertrokken De Hoorn en Patana den 4<sup>en</sup> Dec. naar de +Molukken. De overige schepen hielden zich nog eenigen tijd in La +Caldera op, waar een paar gezanten van den sultan van Mindanao en wat +later de koning van Soeloe kwamen om met Reaal een verbond te +sluiten<a class="noteref" id="xd20e996src" href="#xd20e996" name="xd20e996src">6</a>. Reaal bewees hun groote eer en vriendschap en van +“die van Solock” zegt hij, dat ze “<span lang="nl-1600">zijn een civiel volk, altemaal sprekende goed Maleitsch, +alsoo met Maleyen en die van Broenei veel handelen in paarlen, die er +schoon vallen, was, schildpadhoorn en goud</span>”<a class="noteref" id="xd20e1003src" href="#xd20e1003" name="xd20e1003src">7</a>. Van hen werd ook vernomen, dat er twee of drie +schepen gezien waren in de nabijheid van Soeloe, die door de straat +tusschen Soeloe en Basilan poogden door te zeilen. <span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>De +Hollandsche Leeuw werd er op afgezonden, maar keerde onverrichterzake +terug. Eerst den 14<sup>en</sup> Jan. 1615 kon Reaal er toe besluiten +La Caldera den rug toe te keeren en de Molukken wederom op te zoeken. +Den 26<sup>en</sup> Jan. wierp de vloot voor Malayo het anker uit. Veel +voordeel was met dezen tocht niet behaald, daar zij volgens Reaal +“<span lang="nl-1600">meer schrick als schade aan den vijandt +ofte proffijt voor ons hebben gedaan</span>”<a class="noteref" +id="xd20e1024src" href="#xd20e1024" name="xd20e1024src">8</a>. +“Zij hebben”, schrijft Coen, “<span lang="nl-1600">27 +ankers verloren en veel perykel van stranden +geleden</span>”<a class="noteref" id="xd20e1033src" href="#xd20e1033" name="xd20e1033src">9</a>. Boven maakte ik reeds melding +van de vele geruchten die in de Molukken liepen omtrent de komst van +een groote Spaansche macht.</p> +<p>Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der +Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij +de Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen en +bemanning te voorzien<a class="noteref" id="xd20e1041src" href="#xd20e1041" name="xd20e1041src">10</a>. Zelf spande hij alle krachten +in om een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug. +1614 eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning +hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego de +Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te kennen gaf, +dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen en 400 soldaten +te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den moesson zooveel +“secours” zenden als hij kon missen. Dit bracht De Silva +dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met tien +galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om uit te +varen, toen <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al +zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal Don +Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend tegen +zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De Silva zijn +plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle wetten en +krijgsprudencie streed, den 12<sup>en</sup> Jan. 1610 in een junta van +alle “<span lang="es">estados</span>”. Op de in deze +vergadering gemaakte bedenking, als zou het beter zijn op de hulp van +den vice-koning te wachten, kon de doortastende gouverneur antwoorden, +dat den 1<sup>en</sup> Oct. 1615 een karveel en een galjoot door +Francisco de Meranda afgezonden waren, die het volgende bericht hadden +medegebracht. “De vier galjoenen, u door den vice-koning +toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben de straat niet kunnen +passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De bevelhebbers zijn besloten +voor Malakka te blijven wachten op de komst der Spanjaarden, daar ze +groote zwarigheid maken om naar de Molukken te gaan”. Na dit +meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat, als de +Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot den noorder +moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen de schepen +wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door de wormen +verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit “zekere” +berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp +uit Holland had te verwachten<a class="noteref" id="xd20e1078src" href="#xd20e1078" name="xd20e1078src">11</a>. Of hij de Audiencia tot andere +gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild, is +mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila +met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners, die +echter later aan wal <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33" +name="pb33">33</a>]</span>moesten gezet worden, omdat men hen niet +vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva in +een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken, +tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken +nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te +zenden langs Sangir en La Caldera<a class="noteref" id="xd20e1104src" +href="#xd20e1104" name="xd20e1104src">12</a>. Terwijl de Hollanders, +alsook de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de +Molukken zou gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in +straat Soenda met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen<a class="noteref" id="xd20e1119src" href="#xd20e1119" name="xd20e1119src">13</a> en vandaar naar Bantam te zeilen om er de +Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij Banda en Ambon en daarna +Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De Silva echter voor Malakka +kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen; deze waren door Steven v. +d. Haghen vernietigd<a class="noteref" id="xd20e1137src" href="#xd20e1137" name="xd20e1137src">14</a>. De Silva had stelligen last +zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen en te Malakka +zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot De Silva op deze +plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot echter een zwaar +verlies. Den 19<sup>en</sup> April 1616 stierf De Silva<a class="noteref" id="xd20e1159src" href="#xd20e1159" name="xd20e1159src">15</a> plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan +Don Alonso Enriquez het opperbevel te hebben overgedragen. Door den +dood van dezen krachtigen doortastenden gouverneur was de groote +voortstuwende kracht aan de Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso +Enriquez keerde uit vrees voor de veiligheid der Philippijnen en +wanhopende aan het Portugeesch secours, in Mei naar de Philippijnen +terug<a class="noteref" id="xd20e1164src" href="#xd20e1164" name="xd20e1164src">16</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34" +name="pb34">34</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e902" href="#xd20e902src" name="xd20e902">1</a></span> Later, in +1612, toonden wij evenmin ernstig het Bestand te willen handhaven; +tenminste tijdens de onderhandeling hierover met den nieuwbenoemden +gouverneur van de Molukken, Don Geronimo de Silva, schijnt het, dat wij +getracht hebben hem op te lichten, wat echter mislukte. Zie +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 261. Trouwens in de resolutiën stond vermeld, dat, +indien de Spanjaarden zich niet aan het Bestand stoorden, ook de +Nederlanders zich daaraan niet behoefden te houden. Zie Resolutiën +Stat.-Gen., 23 Maart 1611, R.A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e916" href="#xd20e916src" name="xd20e916">2</a></span> Zie den +brief van J. P. Coen aan bewindhebbers van Jan. 1614, afgedrukt bij +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst van het Nederlandsch +gezag in O.-Indië</i>, dl. I, blz. 55, vv.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e928" href="#xd20e928src" name="xd20e928">3</a></span> Zie den +brief van V. d. Velde van 1 Mei 1614 aan Both, afgedrukt bij +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst v. h. Nederl. +gezag</i>, dl. I, bl. 17. “<span lang="nl-1600">Hadde brieven +gedateerd den 28<sup>en</sup> Meert van den heer Gouverneur Royael uyte +Molucques, die inhouden, de vyand noch nyet en was gecomen, maar +voorgenomen hadde in ’t lest van April te comen, meenende onze +vlote als dan zoude verstroyt wezen, hetwelck vuyt eenen overlooper +hadde verstaan</span>”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e948" href="#xd20e948src" name="xd20e948">4</a></span> Hierin +vergisten zij zich, daar Reynst eerst in Nov. te Bantam kwam.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e960" href="#xd20e960src" name="xd20e960">5</a></span> In het +journaal van Reaal komt de naam aldus voor; in de resolutiën, op +den tocht genomen, wordt hij Kaliwen genoemd, terwijl de Spanjaarden +hem den naam van Duarte gaven en ook Coen den 13<sup>en</sup> Dec. 1619 +aan den koning van Siau, Duarte Pereira, schreef.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e996" href="#xd20e996src" name="xd20e996">6</a></span> De tolk +Maerten Jansz. Vogel was door Reaal, toen hij zich in ’t begin +van Oct. in La Caldera bevond, naar hen afgezonden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1003" href="#xd20e1003src" name="xd20e1003">7</a></span> Zie +Journaal van Reael, 20 Juni 1614 tot 11 April 1615, Hs., R. A.; +<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, <i>Neerland’s vroegste +betrekkingen met Borneo</i>, blz. 216, vv. Resolutiën van Reael en +zijne Raden, 20 Juni 1614–11 April 1615, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1024" href="#xd20e1024src" name="xd20e1024">8</a></span> Zie +<a href="#app1">Bijlage I</a>.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1033" href="#xd20e1033src" name="xd20e1033">9</a></span> Coen aan +bewindhebbers, 22 Oct. 1615, aangehaald bij <span class="smallcaps">Van +Dijk</span>, a. w., blz. 217, noot.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1041" href="#xd20e1041src" name="xd20e1041">10</a></span> Zie +verder hieromtrent den brief van Steven v. d. Haghen aan bewindh., 10 +Maart 1616, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 129. Vergelijk ook nog <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 22, en +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 291.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1078" href="#xd20e1078src" name="xd20e1078">11</a></span> +<span lang="es">Proposicion de Don Juan de Silva</span>; zie <a href="#app2">Bijlage II</a>. Vgl. hierover <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. LX, en +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. III, blz. 312, noot.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1104" href="#xd20e1104src" name="xd20e1104">12</a></span> Zie +“<span lang="es">Correspondencia de Geron. de +Silva</span>”, blz. 176 vv., 217 vv., 319 vv., aangehaald door +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 299.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1119" href="#xd20e1119src" name="xd20e1119">13</a></span> Dat +Juan de Silva op komst was, werd aan de Portugeezen te Malakka bericht +door Gonçalo Rodrigues de Sousa. Zie <span class="smallcaps">Bocarro</span>, <i>Decada XIII da hist. da India</i>, blz. +416 vv., aangehaald door <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I, blz. 309.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1137" href="#xd20e1137src" name="xd20e1137">14</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 110, en brief van Steven v. d. Haghen aan bewindh. v. 10 +Maart 1616, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 118.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1159" href="#xd20e1159src" name="xd20e1159">15</a></span> +<span class="smallcaps">Danvers</span>, a. w., blz. 177, noemt als +sterfjaar verkeerdelijk 1615.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1164" href="#xd20e1164src" name="xd20e1164">16</a></span> +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 291 vv.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk V.</h2> +<p class="firstpar">Toen De Silva door tegenwerking van den fiskaal +Alvarado en de Audiencia gedwongen was geweest zijn krijgsplannen bloot +te leggen, werd hem naar aanleiding daarvan lichtzinnigheid verweten. +Hij verzweeg, zeide men, de zwarigheden, opdat hij niet zou behoeven te +wachten. Hij zag voorbij, dat hij een machtigen en ervaren vijand +tegenover zich had, die zonder twijfel van zijn plannen op de hoogte +was en geen hulp meer noodig had, daar hij volgens de berichten van +Padre Ribero, 37 schepen bezat. In plaats van alles te winnen, zooals +hij zich verbeeldde, vreesde men, dat hij alles zou verliezen en van de +vloot schip noch man zou ontkomen<a class="noteref" id="xd20e1181src" +href="#xd20e1181" name="xd20e1181src">1</a>. Alvarado en de andere +leden van de Audiencia zagen den toestand echter te donker in, stelden +zich onze waakzaamheid te groot, onze alwetendheid te absoluut voor. De +Hollandsche admiraal Van der Haghen verkeerde in de stellige +overtuiging, dat De Silva rechtstreeks naar de Molukken zou gaan en +verliet in die meening, na de Portugeesche galjoenen voor Malakka +vernield te hebben, de straat van dien naam, om nog tijdig met den +moesson in de Molukken te komen<a class="noteref" id="xd20e1187src" +href="#xd20e1187" name="xd20e1187src">2</a>. Ook zelfs de president van +de factorij te Bantam, J. P. Coen, werd er eerst den 10<sup>en</sup> +April 1616 van op de hoogte gebracht, dat de vloot niet naar de +Molukken, maar naar Malakka <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>was gegaan. “<span lang="nl-1600">Ende alsoo ten voors. tijde, doen van de compste der +Spanjaerden advyse bequamen, het westelijcke mousson verloopen was ende +wij van jachten gantsch onversien waeren, soo en conden naer de +Molucques geen advyse zenden</span>”<a class="noteref" id="xd20e1205src" href="#xd20e1205" name="xd20e1205src">3</a>, schrijft +Coen aan de bewindhebbers.</p> +<p>De Silva’s geheimhouding van het eigenlijke plan had dus wel +degelijk doel getroffen. En moge de grootsche onderneming zelf ook al +geheel mislukt zijn, de misleiding van den vijand ten opzichte van de +beraamde plannen is voor de Spanjaarden, zooals wij nader zullen zien, +zeer zeker van onberekenbaar belang geweest. Drie weken toch, nadat Don +Juan de Silva met zijn vloot uit Manila vertrokken was, verscheen Joris +van Spilberghen daar in de baai. Deze was reeds den 6<sup>en</sup> Aug. +1614 uitgezeild met last om door de straat van Magelhaens te varen, den +Spanjaarden aan de Westkust van Amerika zooveel mogelijk nadeel toe te +brengen en zich daarna naar de Oost te begeven. Deze last was +nauwkeurig door hem opgevolgd. Wel had De Silva van de aankomst van +Spilberghen in Zuid-Amerika gehoord, maar toen hij in ongeveer twee +jaar niets meer van hem had vernomen, meende de Spaansche gouverneur, +dat die Hollandsche vloot vernietigd was en hij Manila dus gerust +verlaten kon. Den 9<sup>en</sup> Febr. bereikte Spilberghen echter de +Philippijnen, voorzag zich op het eilandje Capoel van levensmiddelen en +zeilde daarna langs de Zuidkust van Luçon naar Manila. +Natuurlijk heerschte hier na zijne verschijning algemeene ontsteltenis. +De stad was zoo goed als weerloos. Geen troepen, geen geschut; wapens, +ammunitie, alles ontbrak. De bewoners vreesden reeds weldra de +Hollanders in hun stad te zullen zien. Hun stadhouder Don Andrés +de Alcazar nam echter alle <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>maatregelen, die hij nemen kon en +bracht de daar nog liggende schepen zoo goed mogelijk in staat van +tegenweer, deed de kanonnen herstellen en liet, om hiervoor ijzer te +verkrijgen, de vroeger weggeworpen slakken zelfs weer smelten. De +Chineezen bekwamen voor iedere drie arrobas<a class="noteref" id="xd20e1221src" href="#xd20e1221" name="xd20e1221src">4</a> erts, die ze +hieruit verkregen, een loon van drie realen. Burgers en monniken +oefenden zich in den wapenhandel<a class="noteref" id="xd20e1224src" +href="#xd20e1224" name="xd20e1224src">5</a>, en toch zou alles vergeefs +geweest zijn, indien Spilberghen niet van gevangenen het bericht had +vernomen, dat De Silva naar de Molukken was afgezeild. Nu besloot hij, +na 15 dagen in de baai vertoefd en vergeefs getracht te hebben eenige +gevangenen te bevrijden, om zoo spoedig mogelijk naar deze eilandgroep +te gaan. Den 20<sup>en</sup> Maart kwam hij te La Caldera. Hier vernam +hij de valsche tijding, dat de vijandelijke vloot zich nog in Otong op +Panay bevond. Hij werd tusschen La Caldera en het eiland Basilan, in de +straat Basilan, door windstilte een tijd lang opgehouden, van welke +gelegenheid de Mindanaers gebruik maakten om hem hun hulp tegen de +Spanjaarden aan te bieden met een vloot van 50 “<span lang="nl-1600">scheepkes</span>”, terwijl ze hem een brief van Reaal +vertoonden, waarin deze hen zijn groote vrienden noemde<a class="noteref" id="xd20e1239src" href="#xd20e1239" name="xd20e1239src">6</a>. In Ternate gekomen deelde hij natuurlijk<a id="xd20e1251" name="xd20e1251"></a> onmiddellijk aan Reaal mede, dat, +zooals hij ook werkelijk meende, de Spanjaarden zeer spoedig in de +Molukken zouden verschijnen. Men besloot dus den vijand hier af te +wachten. Den 1<sup>en</sup> Juni voegden zich nog bij hen eenige +schepen uit Banda en Ambon<a class="noteref" id="xd20e1256src" href="#xd20e1256" name="xd20e1256src">7</a>, waarop zich Van der Haghen en +de andere raden uit Indië bevonden, waarna deze overgingen tot het +kiezen <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span>van een nieuwen gouverneur-generaal. De keuze viel +op Reaal. Nu rees de vraag op welke wijze deze groote macht, zeventien +schepen, die hier toevallig bijeen was, het best kon worden gebruikt +tot heil en voordeel van de Compagnie. Zouden ze in de Molukken blijven +en trachten het Spaansche fort op Ternate of Tidore te veroveren; of +was het beter den vijand in de Philippijnen te bestoken? Tot het +laatste besloot men. Jan Dirksz Lam werd als bevelhebber aangesteld en +den 1<sup>en</sup> Sept. vertrok hij met een vloot van tien schepen van +Malayo. Reeds den 17<sup>en</sup> arriveerde hij aan La Caldera om +daarna op advies van Reaal Otong op Panay aan te doen. Den +30<sup>en</sup> Sept. bereikten zij deze plaats, waar de Spanjaarden +een fort hadden, dat men den volgenden dag gewapenderhand zou trachten +te nemen, om vandaar ongehinderd eenige beesten te halen, +“<span lang="nl-1600">die er in abondantie te becomen +zijn</span>”<a class="noteref" id="xd20e1280src" href="#xd20e1280" name="xd20e1280src">8</a>. Dit mislukte echter. Quinones, +de aanvoerder der Spanjaarden, gewaarschuwd door Geronimo de Silva, +ontving hen dapperder dan zij hadden verwacht, en met verlies van 14 of +15 man<a class="noteref" id="xd20e1284src" href="#xd20e1284" name="xd20e1284src">9</a> en eenige gekwetsten werden zij teruggeslagen. Lam +zegt, “<span lang="nl-1600">tselve door ons binnen 8 ofte 10 +dagen door belegh wel hebben connen geforceert geworden</span>”, +maar dit achtten zij niet raadzaam, omdat dan de moesson te veel zou +verloopen. Denzelfden dag scheepten zij zich dus weer in, deden 16 Oct. +Marinduque aan om water in te nemen, van welke gelegenheid drie man +gebruik maakten om naar den vijand over te loopen, verbrandden kort +daarop het dorp Baradero en kwamen den 18<sup>en</sup> Oct. in de baai +van Manila aan. Eerst den 12<sup>en</sup> dezer maand hadden zij +vernomen, dat Don Juan de Silva te Malakka was gestorven en de vloot +reeds vier à vijf maanden <span class="pagenum">[<a id="pb38" +href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>geleden deze plaats had +verlaten. Zoodra Lam was aangekomen liet hij de sterkte van den vijand +verkennen. Men telde acht groote schepen, drie groote galeien, vijf of +zes fregatten en eenige kleinere vaartuigen, “<span lang="nl-1600">die wij met devotie sullen verwachten ende naar uit- en +invaren sooveel doenlijck is te beletten, soodat UEd. voor dit moeson +in de Molukken voor ’s viants macht niet en hebt te +vreesen</span>”, schrijft Lam aan Reaal<a class="noteref" id="xd20e1307src" href="#xd20e1307" name="xd20e1307src">10</a>. Slechts nu +en dan zond hij eenige schepen naar de kust van Luçon om +Chineesche jonken buit te maken. Hierin waren zij echter niet gelukkig, +zoodat het hen aan alle mogelijke ververschingen begon te ontbreken en +zij besloten<a class="noteref" id="xd20e1319src" href="#xd20e1319" +name="xd20e1319src">11</a> wegens de vele zieken aan boord—De +Oude Maen, Vlissingen en Walcheren konden zelfs zonder hulp van andere +hun ankers niet lichten—om het laatste schip met advies en de +zieken naar Ternate te sturen. Ook gelukte het hun niet het zilverschip +te verschalken. Den 8<sup>en</sup> Dec. hadden zij bericht gekregen, +dat het in Japan had overwinterd en in Ilocos<a class="noteref" id="xd20e1325src" href="#xd20e1325" name="xd20e1325src">12</a> lag, maar +De Aeolus en De Walcheren, die er op uitgezonden werden, konden het +niet vinden. Toen zij den 8<sup>en</sup> Jan. 1617 nogmaals hetzelfde +vernamen, werd De Aeolus er weder heen gestuurd. Deze bracht helaas ook +nu niet het zilverschip mee, wel vier Chineesche en één +Japansche jonk en het bericht, dat het zilverschip wel degelijk te +Ilocos had gelegen, maar dat het geld (300,000 realen van achten) en +400 man<a class="noteref" id="xd20e1331src" href="#xd20e1331" name="xd20e1331src">13</a> over land naar Manila was gebracht. Zoodra De +Aeolus <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>op het schip afkwam, werd dit door de bemanning +zelf in brand gestoken, wat eveneens met de twee daar liggende +fregatten gebeurde.</p> +<p>Het is te verwonderen dat de Hollanders, ondanks deze tochten buiten +de baai van Manila, niets hebben bemerkt van hen, wier bondgenootschap +zij in dezen zoo uitnemend hadden kunnen gebruiken, nl. de Mindanaers. +Deze maakten gebruik van de gelegenheid, dat de Hollanders de baai +bezet hielden, om zooveel mogelijk te rooven en te vrijbuiten. Eerst +hadden zij aan de kust van Camarines een daar op stapel staand schip en +twee jachten verbrand en dertig Spanjaarden gevankelijk meegevoerd, en +verder hun strooptochten uitgestrekt tot Panay. Hier werden zij echter +door den reeds boven genoemden Quinones verslagen en uit elkaar +gedreven. Een andere afdeeling der Mindanaers op Balayan, aan de +zuidkust van Luçon geland, vernielde daar een magazijn van +touwwerk der Spanjaarden. Aan deze strooptochten trachtten onze +vijanden een einde te maken. Twee galeien wisten de Hollanders te +verschalken door bij nacht uit Cavite te sluipen. Zij staken naar +Mindoro over, waar zich de vloot der Mindanaers bevond, maar konden +door den wind de rivier niet op zeilen, waarvan de Mindanaers gebruik +maakten, om zich zoo snel zij konden te verwijderen. Gelukkig voor de +Spanjaarden, dat Lam niet wist, hoe dicht in zijne nabijheid zich +bondgenooten bevonden<a class="noteref" id="xd20e1358src" href="#xd20e1358" name="xd20e1358src">14</a>. Den 7<sup>en</sup> Maart +besloten de Hollanders naar <span class="corr" id="xd20e1364" title="Bron: Wittereiland">Wittertseiland</span>, een der Islas Hermanas, te +zeilen, omdat zij daar beter op de Chineesche jonken konden letten. Zij +vertoefden er eenige dagen, toen een Japansch gezagvoerder zich bij hen +vervoegde. Deze zeide een der door de Spanjaarden uitgezonden +boodschappers <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>te zijn, die in last hadden de Chineesche jonken +te Ilocos, <span class="corr" id="xd20e1369" title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span> of Capo Fraile, op de westkust van +Luçon, te waarschuwen. De Japanner vroeg en verkreeg als +belooning voor zijn bericht een Chineesche jonk en een Hollandschen +stuurman, om zich daarmee naar Japan te begeven. Dadelijk werd De +Aeolus (dit was dus voor de derde maal) naar Ilocos gezonden, drie +dagen later, den 23<sup>en</sup> Maart, gevolgd door De Engel van +Delft. Den 6<sup>en</sup> April zette het schip De Roode Leeuw koers +daarheen om De Engel terug te roepen. De Nieuwe Maen en Ter Veer werden +naar <span class="corr" id="xd20e1379" title="Bron: Wittereiland">Wittertseiland</span> gestuurd om De Aeolus, die +met twee buitgemaakte jonken tot daar teruggekeerd was, in het lossen +te helpen, en De Vlissingen naar <span class="corr" id="xd20e1382" +title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span>, om daar De Aeolus te +vervangen. Zoo had Lam dus slechts drie schepen: De Nieuwe Son, De Oude +Son en De Oude Maen, onder zijn onmiddellijk bevel, toen hij den +14<sup>en</sup> April een vijandelijke scheepsmacht op zich zag +afkomen. Deze vloot, onder bevel van Ronquillo, bestond uit zeven +groote galjoenen, waarvan het admiraalschip uitstekend gemonteerd was, +drie galeien, een jacht en nog eenige kleinere vaartuigen. Lam +retireerde met zijn drie schepen naar de andere drie, die bij +<span class="corr" id="xd20e1388" title="Bron: Wittereiland">Wittertseiland</span> lagen, waarmee hij zich +’s avonds nog kon vereenigen. Na gehouden scheepsraad werd den +volgenden dag het besluit genomen nog verder noordwaarts te retireeren, +om zich zoodoende bij de laatste drie: De Roode Leeuw, De Vlissingen en +De Engel te voegen<a class="noteref" id="xd20e1392src" href="#xd20e1392" name="xd20e1392src">15</a>. Dit mislukte door de betere +bezeildheid van drie der Spaansche schepen, waardoor zij gedwongen +werden bij te draaien. Gezamenlijk besloten zij nu het admiraalschip +aan te tasten. Maar na elk schip, dat voorbij voer, de volle laag met +interest teruggegeven te hebben, vond ook <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>Ronquillo het raadzamer +eerst zijn overige schepen, die hij vooruitgezeild was, af te wachten, +zoodat er dien dag niet meer gevochten werd. Den volgenden dag begon +eerst de eigenlijke strijd. De Spaansche admiraal enterde het schip van +Lam, De Nieuwe Son. Drie uur duurde het gevecht, waarna de Spanjaard, +uit vrees van te zinken, de enterdreggen doorhakte om zich te redden. +Ook het Hollandsche admiraalschip was geheel doornageld en verdween +weldra in de diepte. Gelukkig dat Lam en het volk zich hadden kunnen +redden op De Oude Son. De Ter Veer ging in vlammen op; De Aeolus werd +reddeloos geschoten en is daarna “opgesprongen” zegt +’t Hoofling, de vice-admiraal van de vloot. “<span lang="nl-1600">De swaerste furie van deze batailie was +geëndicht</span>” en de drie overige schepen: De Oude Son, +De Nieuwe Maen en De Oude Maen namen de vlucht, elk zijns weegs koers +zettende naar Ternate. De Oude Son werd echter door tegenwind hierin +verhinderd, waarop zij besloten naar Patani te zeilen om aldaar de +gekwetsten, waarvan er zich meer dan 70 op het schip bevonden, te +ververschen. Maar toen ook dit de tegenwind belette, trachtten zij, +langs de kust van Kambodja loopende, eenige ververschingen in te nemen. +Den 21<sup>en</sup> Mei gelukte het hun ten laatste met veel moeite om +daar levensmiddelen voor drie maanden te koopen, waarna zij besloten +eerst naar Macao te zeilen en vandaar met den noordermoesson Ternate op +te zoeken<a class="noteref" id="xd20e1406src" href="#xd20e1406" name="xd20e1406src">16</a>. Terwijl zij met dit doel langs de Chineesche +kust voeren, werd de hoop op buit weder bij hen wakker en gaven zij er +de voorkeur aan te trachten de karak, die jaarlijks van Macao naar +Japan voer, of eenige der Chineesche jonken, die op Manila handel +dreven “waar te nemen”<a class="noteref" id="xd20e1409src" +href="#xd20e1409" name="xd20e1409src">17</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>Dit kwam +bijzonder overeen met den wensch van Coen, want den 20<sup>en</sup> +ontmoetten zij twee schepen: De Zwarte Leeuw en De Galjas<a class="noteref" id="xd20e1427src" href="#xd20e1427" name="xd20e1427src">18</a> van Hoorn, die den 9<sup>en</sup> Mei Bantam +hadden verlaten met een instructie, welke op hetzelfde neerkwam. Zij +namen nu het besluit om gezamenlijk naar Nagasaki te zeilen en als de +karak zich daar reeds bevond, deze desnoods tegen den wil der Japanners +in de haven aan te tasten. Dit werd echter om verschillende redenen +ondanks den uitdrukkelijken last van Coen nagelaten. Zij hadden nl. +bericht gekregen, dat van twee Hollandsche schepen, te weten De Roode +Leeuw<a class="noteref" id="xd20e1433src" href="#xd20e1433" name="xd20e1433src">19</a> en Vlissingen, en een Chineesche jonk, die voor +Firando lagen, De Roode Leeuw, na zijn goederen reeds te hebben gelost, +alsook de Chineesche jonk door storm op den wal waren geworpen, en +vreesden nu, dat de Japanners deze goederen in ruil voor de karak in +beslag zouden nemen. Zij staken dus weer in zee en besloten eerst het +advies van Specx, vertegenwoordiger van de O.-I. Compagnie in Japan, af +te wachten. Ook dit luidde ontkennend. De kraak lag, aldus +verontschuldigde Specx zich bij Coen<a class="noteref" id="xd20e1439src" href="#xd20e1439" name="xd20e1439src">20</a>, in de +haven van Sassinots onder het eiland Amacusa (10 mijlen bezuiden +Nagasaki), en het was niet mogelijk een aanval op haar te wagen, daar +de haven nauw besloten was en er een harde tegenwind blies. Ook vreesde +Specx dat wij dan met de Japanners in onmin zouden komen en wij +daardoor de rijst zouden missen, <span class="pagenum">[<a id="pb43" +href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>die van hieruit vooral naar de +Molukken werd gestuurd, sinds wij die, na de oneenigheid met Makasar, +niet meer vandaar konden bekomen. Toen de kraak daar nog niet in de +haven lag, had Specx plan gehad De Roode Leeuw uit te zenden om haar op +te zoeken<a class="noteref" id="xd20e1454src" href="#xd20e1454" name="xd20e1454src">21</a>; maar een zware typhon had dit belet. Nadat Lam +en de zijnen besloten hadden, de kraak niet aan te tasten, zeilden zij +naar Firando. Hier werd den 8<sup>en</sup> Aug. bepaald, dat De Swarte +Leeuw met de buit gemaakte goederen naar Bantam zou gaan. De Roode +Leeuw, die men niet had kunnen lichten, werd gesloopt en Lam ging, na +op De Vlissingen te zijn overgegaan, in Jan. 1618 met provisie naar de +Molukken onder zeil, en wierp 11 Febr. 1618 voor Ternate het anker uit. +De Nieuwe- en Oude Maen, met Lam den Spanjaarden ontvlucht, waren 7 +Aug. 1617 behouden aldaar aangekomen, gelijk het zevende schip De Engel +reeds den 27<sup>en</sup> Juni van dat jaar<a class="noteref" id="xd20e1463src" href="#xd20e1463" name="xd20e1463src">22</a>. De Oude +Son met De Galjas zouden nog een poging wagen om de karak, die met +zilver naar Macao ging, te vermeesteren en daarna naar Cochin-China +varen. In de instructie van Coen, aan De Swarte Leeuw en De Galjas +gegeven, stond nl. uitdrukkelijk, dat zij, zoo zij de kraak misten, +naar Cochin-China moesten zeilen om aldaar te trachten +handelsbetrekkingen aan te knoopen, en gelukte dit niet, dan de +Chineezen vandaar “<span lang="nl-1600">gelijck van Manila +soecken te wercken om hun alsoo t’ onswaerts te +dringen</span>”.</p> +<p>Hoe was het intusschen met de beide overige schepen gegaan, die niet +aan het gevecht tegen de Spanjaarden <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>hadden deel genomen? Den +17<sup>en</sup> April, een dag na het gevecht, kwamen zij met vijf +veroverde jonken op de kampplaats aan. Daar geen schepen meer ziende en +vermoedende dat de Spaansche vloot reeds buitengaats was, zeilden zij +zuidwaarts en vonden hier het Spaansche vice-admiraalschip Marcos, dat +zich in vrij onttakelden toestand bevond. Wel werd het moedig +verdedigd, maar den eersten dag voornl. door De Vlissingen bestookt, +werd het in den avond van den 2<sup>en</sup> door De Roode Leeuw +gedwongen, “daar het heel lek was en de pomp staag gaande” +op den wal te loopen. Van den invallenden nacht maakten de Spanjaarden +gebruik om al het goed te lossen, waarna zij den brand in het kruit +staken. De beide Hollandsche schepen voeren toen met hun buit naar +Japan, waar zij, zooals wij zagen, Lam weer ontmoetten. De Spanjaarden, +hoewel de winnende partij, verloren tengevolge van dezen slag bijna al +hunne schepen. Kort nadat zij de onzen uit de Philippijnsche wateren +hadden verdreven, kwam Geronimo de Silva uit de Molukken te Manila, om +tot de aankomst van den opvolger van Juan de Silva het gouverneurschap +waar te nemen. Geronimo was dus volkomen op de hoogte van den toestand, +waarin de Molukken verkeerden en wist, dat deze dringend hulp noodig +hadden. Hij zond daarom zes schepen zonder verwijl, ondanks het +onstuimige jaargetijde (Oct.), ondanks de waarschuwingen der +stuurlieden, ja zelfs tegen den wil van de Audiencia, naar Marinduque +en Masbate om gekalefaat te worden; maar nauwelijks hadden zij de baai +verlaten, of een storm stak op en drie schepen zonken in de diepte. De +andere drie liepen op de klippen, waar zij, gebarsten en vol water, met +geen mogelijkheid vandaan gehaald konden worden. Al het volk, 1000 man, +zoowel Spanjaarden als inlanders en Chineezen, alle <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span>timmerlieden met hunne gereedschappen werden een +prooi der golven<a class="noteref" id="xd20e1491src" href="#xd20e1491" +name="xd20e1491src">23</a>. Uit slechts één oud schip, De +Lorenzo, en zes zoo goed als versleten galeien bestond nu de geheele +zeemacht der Spanjaarden in de Philippijnen.</p> +<p>En de Hollanders, behoudens de nadeelen, het verlies der drie +schepen, welke voordeelen hadden zij behaald? Een buit van +ƒ 1.000.000<a class="noteref" id="xd20e1511src" href="#xd20e1511" name="xd20e1511src">24</a>. Coen schreef dan ook: +“<span lang="nl-1600">Als ’t God en onze meesters gelieft, +moet de zaak weer couragieuselijk hervat worden</span>”<a class="noteref" id="xd20e1593src" href="#xd20e1593" name="xd20e1593src">25</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46" +name="pb46">46</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1181" href="#xd20e1181src" name="xd20e1181">1</a></span> Zie de +in margine gedrukte tegenwerpingen op de “Proposicion de Don Juan +de Silva”. <a href="#app2">Bijlage II</a>.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1187" href="#xd20e1187src" name="xd20e1187">2</a></span> Brief +van V. d. Haghen, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 124.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1205" href="#xd20e1205src" name="xd20e1205">3</a></span> Zie +<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. IV, blz. 44.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1221" href="#xd20e1221src" name="xd20e1221">4</a></span> 1 +arrobas = c. 11½ KG.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1224" href="#xd20e1224src" name="xd20e1224">5</a></span> +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, blz. +16.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1239" href="#xd20e1239src" name="xd20e1239">6</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 317.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1256" href="#xd20e1256src" name="xd20e1256">7</a></span> Deze +schepen stonden onder bevel van Lam, die kort geleden, 10 April, Banda +geheel had onderworpen. <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr.</i>, dl. I, blz. 316.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1280" href="#xd20e1280src" name="xd20e1280">8</a></span> Lam aan +Reaal, 11 Febr. 1617, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1284" href="#xd20e1284src" name="xd20e1284">9</a></span> +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, blz. +18, spreekt van 87 dooden en 100 gewonden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1307" href="#xd20e1307src" name="xd20e1307">10</a></span> Lam aan +Reaal, 11 Febr. 1617, Hs. R. A., gebruikt door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I blz. +325.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1319" href="#xd20e1319src" name="xd20e1319">11</a></span> +Resolutiën van Lam’s scheepsraad, 23 Sept. 1616–17 +Febr. 1617, Hs. R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1325" href="#xd20e1325src" name="xd20e1325">12</a></span> Op de +N.W.-kust van Luçon.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1331" href="#xd20e1331src" name="xd20e1331">13</a></span> +Oorspronkelijk waren er twee zilverschepen geweest, doch het eene was +vergaan, nadat volk en lading in het andere geborgen waren, aldus +schrijft Lam aan bewindhebbers in een brief van den 11<sup>en</sup> +Oct. 1617, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 172. <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I, blz. 322, zegt, dat het andere +schip, nadat de Hollanders zich uit de baai hadden verwijderd, van de +gelegenheid gebruik maakte om binnen te vallen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1358" href="#xd20e1358src" name="xd20e1358">14</a></span> In geen +der beide brieven van Lam, noch in dien van Claes Maertensz ’t +Hoofling (vice-admiraal), vond ik iets, wat zou kunnen wijzen op de +bekendheid der Hollanders met het verblijf der Mindanaers.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1392" href="#xd20e1392src" name="xd20e1392">15</a></span> Het +10<sup>e</sup> schip, De Walcheren, was, zooals wij gezien hebben, naar +Ternate gezonden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1406" href="#xd20e1406src" name="xd20e1406">16</a></span> De +zuidermoesson maakte het hun onmogelijk om naar Bantam te loopen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1409" href="#xd20e1409src" name="xd20e1409">17</a></span> +Resolutiën genomen bij den Comm. Lam en zijn Raad van 14 April +1617 tot 15 Maart 1618, Hs. R. A. Hiervan is reeds gebruik gemaakt door +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. I, blz. 325.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1427" href="#xd20e1427src" name="xd20e1427">18</a></span> Hoewel +mij “Galjas” als eigennaam vreemd voorkomt, meen ik toch in +dezen het voorbeeld van Tiele te moeten volgen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1433" href="#xd20e1433src" name="xd20e1433">19</a></span> In +Resolutiën van Lam en zijn Raad van 14 April 1617 tot 15 Maart +1618, wordt dit schip genoemd De Hollandsche Leeuw. Ook <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 229 vv., noemt hetzelfde schip +met de beide namen, terwijl dit ook plaats vindt in de resolutiën +genomen door Reaal op zijn tocht naar Manila. Ik vermoed dat de volle +naam van het schip luidde “De Hollandsche Roode Leeuw.”</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1439" href="#xd20e1439src" name="xd20e1439">20</a></span> Zie den +brief van Specx aan Coen uit Firando, 12 Oct. 1617, Hs. R. A. Deze +brief wordt genoemd door <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup>. R., dl. I, blz. 325, noot.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1454" href="#xd20e1454src" name="xd20e1454">21</a></span> Hierom +had hij reeds bevel gegeven de goederen uit De Roode Leeuw te lossen, +wat, toen dit schip, evenals de Chineesche jonk door den moesson op +’t strand werd geworpen, zeer gelukkig was.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1463" href="#xd20e1463src" name="xd20e1463">22</a></span> Dit was +in den aanvang van het gevecht met een veroverde jonk komen aanzeilen, +maar om deze te behouden heimelijk weggezeild. De schipper en koopman +van de Engel werden bij sententie van 15 Dec. 1617 van hun ambt ontzet. +Zie <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. +180.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1491" href="#xd20e1491src" name="xd20e1491">23</a></span> Zie den +brief van Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera, Hs., R. A., genoemd +door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> +R., dl. I, blz. 324, noot 2; en verder den meermalen aangehaalden brief +van Lam aan bewindh., 11 Oct. 1617, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 170.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1511" href="#xd20e1511src" name="xd20e1511">24</a></span> +“<span lang="nl-1600">Factuur van de goederen onder de vlagge v. +J. Dz. Lam in de Manilla’s uyt verschillende (10) Chineesche +jonken verovert</span>”.</p> +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">’t Schip Vlissingen</td> +<td valign="top">in Japan gelost</td> +<td valign="top">ƒ 396.036.18.4</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">’t Schip De Roode Leeuw</td> +<td valign="top">in Japan gelost</td> +<td valign="top">ƒ 345.855.14.8</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">’t Schip De Oude Sonne</td> +<td valign="top">in Japan gelost</td> +<td valign="top">ƒ 1.521. 8.14</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Nieuwe Maen</td> +<td valign="top" rowspan="2">in Molucos aangekomen en in Malleyo +gelost</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Engel</td> +<td valign="top">ƒ 164.806. 8</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor +Yaccatra</td> +<td valign="top"></td> +<td valign="top">ƒ 84.453. 7.11</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Samen</td> +<td valign="top"></td> +<td valign="top" class="sum">ƒ 992.674.64.5</td> +</tr> +</table> +</div> +<p class="footnote">Van de Oude Maen vond ik niets vermeld.</p> +<p class="footnote">Deze Factuur genoemd bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I, blz. +325, noot.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1593" href="#xd20e1593src" name="xd20e1593">25</a></span> Zie +over het boven behandelde verder <span class="smallcaps">Van +Dijk</span>, a. w., blz. 224, vv.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk VI.</h2> +<p class="firstpar">Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in. +Aan de bewindhebbers schrijft deze: “<span lang="nl-1600">Mijne +Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijcke toverwegen hoe +hoognoodigh het is de tocht naar Manilla van jaer tot jaer werde +gecontinueert</span>”<a class="noteref" id="xd20e1608src" href="#xd20e1608" name="xd20e1608src">1</a>; niet alleen, zooals hij zegt, +om de schade, die men daardoor aan den handel te Manila toebracht en +omdat men op die wijze de Chineezen dacht te dwingen de vaart op de +Philippijnen te staken en die naar Bantam te verplaatsen, maar ook +omdat hij daarmee allen toevoer naar de Molukken hoopte te beletten. +Dat hij hierdoor ook Manila zelf trof en dat dit, wat trouwens van zelf +spreekt, juist in zijne bedoeling lag, zegt hij duidelijk in een brief +aan de bewindhebbers, waarin hij meedeelt, dat twee Hollandsche schepen +vóór Manila kruisten om de jonken aan te halen, wat, zoo +schrijft hij, van belang is, omdat uit de groote tollen, die de +Chineezen betalen, de Spanjaarden hun voornaamste inkomsten putten nl. +150.000 realen van achten buiten de 250.000 realen die het hoofdgeld +der Chineeschen inwoners hun opbrengt, terwijl bij dit laatste nog niet +eens is gerekend, hetgeen de winkelhouders nog moeten betalen. +“De Chineezen”, gaat hij voort, “zijn te Manila over +de 30.000 sterk en betalen in alles wel 500.000 realen van +achten”<a class="noteref" id="xd20e1617src" href="#xd20e1617" +name="xd20e1617src">2</a>. Van de twee schepen, <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>waarover +Lam hier spreekt, kan ik er slechts één noemen, namelijk +De Oude Son, die wij in het vorige hoofdstuk hebben verlaten op weg +naar Cochin-China. Na gezamenlijk met De Galjas een vergeefsche poging +te hebben aangewend om een kraak, die naar Macao bestemd was, buit te +maken, voer den 9<sup>en</sup> Maart 1618 De Oude Son opnieuw naar +Manila, terwijl De Galjas den 28<sup>en</sup> Maart naar Cochin-China +zeilde. Dezen keer was De Oude Son gelukkiger. Den 4<sup>en</sup> Mei +veroverde zij een groote Chineesche jonk, den 8<sup>en</sup> Mei nog +een en kort daarop nog zes kleine, waarna het met dezen rijken buit, +waarvan de waarde ƒ 558.169 bedroeg, terugkeerde en den +7<sup>en</sup> Juni te Firando binnen liep. Kort hierop kwamen nog twee +schepen te Firando: De Galjas, die teruggekeerd was zonder Cochin-China +te hebben kunnen aandoen, omdat de scheepsofficieren het schip in den +steek hadden gelaten, en het voormalige Engelsche jacht de Attandance, +dat door de onzen bij Banda genomen en herdoopt was in De Vliegende +Bode. Deze beide laatste schepen zullen wij weldra weer ontmoeten in de +Philippijnsche wateren. Wij hebben in het vorig hoofdstuk gezien dat de +vloot der Spanjaarden door storm bijna geheel was vernietigd. Zoodra de +raad der Molukken dit door drie uit Manila ontvluchte Nederlanders had +vernomen, besloot men spoedig hierop, den 23<sup>en</sup> April, om +weder eenige schepen voor Manila te laten kruisen. Wel werd er door de +verschillende moeilijkheden, waarin de Nederlanders zich vooral met de +Engelschen gewikkeld hadden, niet onmiddellijk gevolg aan gegeven, maar +nadat den 21<sup>en</sup> Juli en den 11<sup>en</sup> Aug. nogmaals op +het wenschelijke van zulk eene onderneming op dat tijdstip was gewezen, +werden in de bovengenoemde <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>vergadering vijf schepen daarvoor +bestemd en Adam Westerwolt tot opperbevelhebber benoemd. Reeds den +24<sup>en</sup> Aug. ging hij met de vijf schepen onder zeil. Ofschoon +Coen in 1617 aan hem schreef, dat de zaak weer <span lang="nl-1600">couragieuselijk</span> moest hervat worden, bleek hij er in +<span class="corr" id="xd20e1659" title="Bron: 1518">1618</span> niet +al te zeer mee ingenomen. Hij oordeelde de omstandigheden te gevaarvol, +om er zooveel schepen heen te sturen. Hij was bang het zekere te +verliezen “om een vogel die in de lucht vliegt, te +bekomen”<a class="noteref" id="xd20e1662src" href="#xd20e1662" +name="xd20e1662src">3</a>. Gelukkig, het zekere bleef behouden, maar +veel voordeel leverde de tocht niet op. Van de vijf schepen, die onder +de vlag van Westerwolt waren uitgezeild, moesten er twee: De Oude Maen +en De Vlissingen, nog voor Manila liggende, wegens “<span lang="nl-1600">outheyt</span>” gesloopt worden. Wel was de vloot weer +tot hare oorspronkelijke sterkte terug gebracht door de aankomst van De +Galjas en De Vliegende Bode uit Japan, die tevens provisie voor de +vloot meebrachten, doch ofschoon ze tot 26 Mei 1619 omtrent het land +van Manila bleven kruisen, maakten zij slechts drie jonken prijs ter +waarde van ƒ 33.894. Zes jonken wisten den Hollanders te +ontkomen, en daar de Chineezen, door verschillende berichten van de +Spanjaarden<a class="noteref" id="xd20e1681src" href="#xd20e1681" name="xd20e1681src">4</a> op hun hoede, zich niet meer vertoonden, besloot +Westerwolt naar Japan te vertrekken. De Swaen werd van daar met +provisie naar de Molukken gezonden, weldra gevolgd door de Nieuwe Maen. +Westerwolt zelf ging naar Jacatra onder zeil, waar hij den +16<sup>en</sup> Dec. 1619 behouden aankwam. Het geringe voordeel, dat +deze tocht opbracht, moet <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>voornamelijk geweten worden aan +gebrek aan provisie, waardoor zij “<span lang="nl-1600">gants +machteloos</span>” waren geweest<a class="noteref" id="xd20e1692src" href="#xd20e1692" name="xd20e1692src">5</a>.</p> +<p>Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen +zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den koning +van Mindanao, steun van de Compagnie verzoeken tegenover den koning van +Boaya, die vertegenwoordigd werd door den reeds verdreven vorst van +Sarangani. Gouverneur-generaal en raden wenschten door partij te kiezen +niet een der vorsten in de armen der Spanjaarden te voeren en +bewandelden dus een middelweg. Beide vorsten werden met een kluitje in +’t riet gestuurd. Coen en later Lam, aan wien de beslissing door +den gouverneur-generaal was overgelaten, zeiden, dat zij eerst wilden +trachten de twee vorsten te verzoenen, daar beide toch vrienden van ons +waren, dat wij zeker wel een gezantschap zouden hebben gestuurd om de +verzoening tot stand te helpen brengen, maar dat wij daarvoor, wegens +de twisten met de Engelschen, nu geen schip konden missen. Ook +waarschuwde Lam in een brief, aan Kaitsjil Soliman voor diens vader +meegegeven, voor de geheime bedoelingen van hun gezamenlijke vijanden, +de Spanjaarden, om vijandschap en twist te verwekken en hen dan op het +onvoorzienst te overvallen en “tot de uiterste +extremiteiten” te brengen<a class="noteref" id="xd20e1700src" +href="#xd20e1700" name="xd20e1700src">6</a>. Op deze wijze wist men nog +gelukkig de goede verstandhouding met beide vorsten te bewaren. Het +moet dezen echter wel wat vreemd voorgekomen zijn, dat de Hollanders +het volgend jaar wel weder schepen beschikbaar hadden voor een tocht +naar de Philippijnen. <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50" +name="pb50">50</a>]</span>Nu had men het echter niet gemunt op +Chineesche jonken. Dezen keer hoopte men Manila in één +slag geducht te knakken en zich een grooten buit te verschaffen. Men +wilde toch het zilverschip van Acapulco vermeesteren. Mocht dit +gelukken, dan werd den Spaanschen handel een gevoelig, ja bijna +onoverkomelijk verlies toegebracht. Met dit doel had Coen aan Van +Speult, den gouverneur van Ambon, in een geheim gehouden lastbrief +opgedragen den 1<sup>en</sup> of uiterlijk half April drie schepen uit +te zenden naar kaap Spiritu Sancto op 12½° N.B. Van Speult +kon zich echter niet stipt aan den tijd houden, omdat de schepen, +waarmee hij moest uitzeilen, te laat in Ambon aankwamen. Den +13<sup>en</sup> Mei 1620 eerst verlieten De St. Michiel, De Swaen en De +Expeditie van Ambon onder bevel van Bartholomeus v. Spilbergen<a class="noteref" id="xd20e1714src" href="#xd20e1714" name="xd20e1714src">7</a> +het eiland Ambon. Coen meende gegronde hoop te mogen koesteren op het +welslagen van den tocht, daar een Spaansche stuurman, die reeds +tweemaal de reis van Acapulco naar Manila meegemaakt had, zich als +gevangene op de vloot bevond. Eerst moesten zij, volgens den wil van +Coen, Ternate aandoen om den vijand geheel en al te misleiden en daarna +tot het laatst van Juni omtrent Kaap Spiritu Sancto kruisen. En +waarlijk, het geluk scheen Spilbergen te dienen. Den 26<sup>en</sup> +Juni kwamen de zilverschepen in het gezicht. Gewoonlijk werd het zilver +door slechts één schip overgebracht, dezen keer waren het +er drie<a class="noteref" id="xd20e1724src" href="#xd20e1724" name="xd20e1724src">8</a> onder bevel van Fernando de Ayala. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>In de +meening dat het schepen waren, die de in 1618 nieuwbenoemde gouverneur +der Philippijnen Fajardo, hun tegemoet gezonden had, kwamen zij met +volle zeilen op de Hollanders af. Na zonsondergang waren zij zoo dicht +genaderd, dat zij van weerszijden elkander konden hooren spreken. Toen +eerst ontdekten de Spanjaarden hun vergissing. Door de ingevallen +duisternis en het ruwe weer gelukte het hun te ontkomen. Een der +schepen werd echter door de Hollanders op het strand van Albay (ten +Noorden van de straat van Bernardino) gedrongen. Aan Coen werd bericht, +dat het twee millioen zilver in had. Deze schreef hierop aan +bewindhebbers: “<span lang="nl-1600">’t Heeft Godt niet +gelieft, dat die becomen zouden, want daer d’onze meenden, dat +het zilverschip al hadden, zijn door een uit der maten grooten storm +daer van geraect en alle te samen in groot peryckel van stranden +gecomen</span>”<a class="noteref" id="xd20e1747src" href="#xd20e1747" name="xd20e1747src">9</a>. In denzelfden brief meldt Coen, +dat naar men zegt, het zilver door de Spanjaarden geborgen is en dit +stemt overeen met de door Blumentritt gebruikte Spaansche bronnen. +Ayala liet het, nu op zijn hoede voor de Hollanders, over Borongan aan +de kust van Samar met karren naar Manila voeren. Van onze drie schepen +kwamen slechts De Expeditie van Ambon en De Swaen behouden te Firando. +De Expeditie echter ging, reeds in behouden haven, toch nog voor onze +vloot verloren, daar het door harden wind in de haven omsloeg. Van de +St. Michiel, waarop Spilberghen was, werd nimmermeer iets vernomen. +“Waarschijnlijk”, schrijft Coen, “<span lang="nl-1600">is het met man en muis in de storm +gesoncken</span>”<a class="noteref" id="xd20e1763src" href="#xd20e1763" name="xd20e1763src">10</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1608" href="#xd20e1608src" name="xd20e1608">1</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. +180.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1617" href="#xd20e1617src" name="xd20e1617">2</a></span> Lam aan +bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk aangehaald door +<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 235.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1662" href="#xd20e1662src" name="xd20e1662">3</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 234; brief van +Coen aan Lam van 30 Dec. 1617, aangehaald bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R. dl. II, blz. +224. Tiele ziet hier de veranderde meening van Coen over het hoofd.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1681" href="#xd20e1681src" name="xd20e1681">4</a></span> Coen +schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn (Coen aan +bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.)</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1692" href="#xd20e1692src" name="xd20e1692">5</a></span> Brief +van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief van de XVII +aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door <span class="smallcaps">Van +Dijk</span>, a. w., blz. 234, noot.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1700" href="#xd20e1700src" name="xd20e1700">6</a></span> Zie +brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 236.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1714" href="#xd20e1714src" name="xd20e1714">7</a></span> Barth. +Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna Westerwolt op +zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde gestaan en was na +zijn terugkomst door Coen den 28<sup>en</sup> Febr. tot +opperbevelhebber van dien tocht benoemd.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1724" href="#xd20e1724src" name="xd20e1724">8</a></span> In +Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen gesproken. Coen +aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. +286. <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, +blz. 21, noemt het getal drie.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1747" href="#xd20e1747src" name="xd20e1747">9</a></span> Coen aan +bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. +286.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1763" href="#xd20e1763src" name="xd20e1763">10</a></span> Zie +<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 237, vv.; +<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, blz. +21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, +aangehaald bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, +5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. 285.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk VII.</h2> +<p class="firstpar">In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen, +dat Coen in 1618 van meening veranderd was, omtrent het zenden van een +vloot naar de Philippijnen. Wel vond hij het goed, dat er schepen +gezonden waren, maar, naar den stand en tijd, ware ’t beter +geweest, schreef hij aan ’t Lam<a class="noteref" id="xd20e1791src" href="#xd20e1791" name="xd20e1791src">1</a>, “dat +men zooveel van de beste schepen niet gezonden hadde”. Hij +vreesde, dat de Molukken Ambon en Banda door het <span class="corr" id="xd20e1797" title="Bron: uitzendan">uitzenden</span> van vijf der beste +schepen te zeer ontbloot zouden worden, waardoor aan de Engelschen +gelegenheid werd gegeven aldaar hun slag te slaan<a class="noteref" id="xd20e1800src" href="#xd20e1800" name="xd20e1800src">2</a>. En +Coen’s vrees was gerechtvaardigd. Het was den Engelschen ernst, +toen zij dreigden de “<span lang="en">Dutchman</span>” niet +alleen uit Ambon, Banda en de Molukken, maar uit den geheelen Indischen +Archipel te verdrijven. Half December, na aankomst van hun admiraal +Thomas Dale, sloten zij heimelijk een aanvallend verbond tegen de +Nederlanders met den koning van Bantam. Samen zouden zij het +Nederlandsche fort te Jacatra veroveren. Hoe Coen genoodzaakt werd, het +fort aan zijn lot over te laten, en den wijk te nemen naar Ambon; hoe +hij, een grootere scheepsmacht verzameld hebbende, het volgende jaar is +<span class="corr" id="xd20e1809" title="Bron: terugkeerd">teruggekeerd</span> en Jacatra verwoestte, is +algemeen <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>bekend. De Engelschen trof Coen er niet meer aan. +Zij waren reeds eerder, bevreesd voor de dubbelzinnige houding van +Bantam’s koning, naar de hoofdstad van dien vorst terug gezeild. +Toen zij hier hoorden, dat Coen met een vloot van zestien schepen +teruggekeerd was, waren zij door straat Soenda gevaren en hadden van +daar koers gezet naar het westen. Hierna werd Bantam door Coen +geblokkeerd, drie schepen naar Patani en zes naar Sumatra’s +westkust gezonden om de factorijen van kapitaal en koopmansgoederen te +voorzien, waarbij tevens den gezagvoerders werd opgedragen, waar zij +konden, de geleden schade op de Engelschen te verhalen. Dit gelukte +volkomen. Het eerste eskader nam twee Engelsche schepen, het andere +vier. Aldus was Coen op het punt een zijner vurigste wenschen, de +Engelschen uit den Archipel te verdrijven, vervuld te zien, toen hem +plotseling in Maart 1620, als een donderslag uit een helderen hemel, +het bericht trof, dat de Engelsche- en Nederlandsche Oost-Ind. +Compagnie in Europa den 17<sup>en</sup> Juli 1619 een verbond met +elkaar hadden gesloten. In de eerste artikelen waren voornamelijk +bepalingen opgenomen, waarbij de handel voor beide partijen werd +geregeld, terwijl de laatste artikelen op het oogenblik voor ons doel +van meer belang zijn. Er werd nl. een raad van defensie in Indië +opgericht, bestaande uit acht leden, vier Hollandsche en vier +Engelsche, waarvan beurtelings een Nederlander en een Engelschman +voorzitter zou zijn. Ter beschikking van dezen raad van defensie werd +een vloot gesteld van 20 schepen, de vloot van defensie. Dat dit +geheele verbond Coen verre van aangenaam was, schreef hij weliswaar in +ronde woorden aan de bewindhebbers, maar hij moest aan <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>de +bevelen gehoorzamen<a class="noteref" id="xd20e1820src" href="#xd20e1820" name="xd20e1820src">3</a>. Het kwam er nu slechts op aan, +zooveel mogelijk partij te trekken van het verbond en—dit was +volkomen aan Coen toevertrouwd. Reeds den 28<sup>en</sup> April werd op +het schip de Theems Royal voor Bantam eene vergadering van den raad van +defensie gehouden, waarin op voorstel van Coen besloten werd, +gezamenlijk een tocht te ondernemen naar de Philippijnen om den +Chineeschen handel op Manila te beletten. Tien schepen werden hiertoe +bestemd, vijf Engelsche en vijf Hollandsche, terwijl de Engelschen +volgens accoord de vlag op de groote steng zouden voeren, de Hollanders +op de voorsteng<a class="noteref" id="xd20e1848src" href="#xd20e1848" +name="xd20e1848src">4</a>. Reeds den 31<sup>en</sup> Mei werden twee +Hollandsche De Haerlem en De Hoope en twee Engelsche de Elisabeth en de +Bull vooruitgezonden om tot 5 Aug. tusschen China en Japan te kruisen; +daarna, aldus luidde de instructie, moesten ze langs de kust van Japan +alle Spaansche of Portugeesche schepen buit maken, maar van de +Chineesche jonken slechts, die op Manila voeren. Het Engelsche schip de +Hope zou over Patani gaan en zich daarna met bovengemelde vier schepen +vereenigen. In het begin van Juni werden deze vijf schepen gevolgd door +vier andere, te weten de Engelsche: de Maen en de Paltsgraeff en de +Hollandsche: Nieuw Bantam en De Trouw. Firando werd als +vereenigingsplaats aangewezen, waar het tiende Hollandsche schip, De +St. Michiel, zich bij de andere zou <span class="pagenum">[<a id="pb55" +href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span>voegen. Admiraal van de vloot +was de Engelsche schipper Robert Adams, vice-admiraal Willem +Jansz.<a class="noteref" id="xd20e1866src" href="#xd20e1866" name="xd20e1866src">5</a>, Raad van Indië. In plaats van De St. +Michiel, die, zooals wij gezien hebben, vergaan was, werd aan De Swaen, +te Firando van Kaap Spiritu Sancto teruggekeerd, door Willem Jansz +bevel gegeven mee te zeilen<a class="noteref" id="xd20e1883src" href="#xd20e1883" name="xd20e1883src">6</a>. Den 1<sup>en</sup> Jan. 1621 +moesten zij volgens de instructie Firando verlaten. Na eenigen tijd +vergeefs op het Engelsche schip de Hope, dat reeds lang uit Patani +aangekomen moest zijn, gewacht te hebben, ging men op 13 Jan. 1620 met +negen schepen en twee jonken, die als branders moesten dienst doen, +onder zeil. De instructie luidde, naar de baai van Manila te loopen om +de Spanjaarden afbreuk te doen en den Chineeschen handel, +“<span lang="nl-1600">van daer t’ onswaert te +trecken</span>”, daar tot omstreeks 30 Juni 1621 blijven en over +Japan terugkeeren, tenzij Chineesche jonken met den zuidermoesson +verwacht werden. Dan moest men hen afwachten en over Patani +terugkeeren, daar men Japan in dat geval niet meer zou kunnen bezeilen. +Men moest, (indachtig aan de fout, die Lam in 1617 had begaan) de vloot +goed bijeen houden, geen Japansche jonken schade berokkenen noch +Chineesche, die op vrije plaatsen voeren. De Chineezen der veroverde +jonken moest men zooveel mogelijk naar Batavia brengen. Zoodra de vloot +voor de baai van Manila verscheen, moesten, ter voorkoming van +geschillen, eenige Nederlanders op de Engelsche en omgekeerd eenige +Engelschen op de Nederlandsche schepen worden geplaatst <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>“<span lang="nl-1600">om te registreeren al +sulcke goederen als bij d’een oft d’ander verovert en +overgenomen zoude mogen worden</span>”<a class="noteref" id="xd20e1901src" href="#xd20e1901" name="xd20e1901src">7</a>. In een +particuliere instructie aan W. Jansz drukt Coen dezen bevelhebber op +eigenaardige wijze groote waakzaamheid tegenover de Engelschen op het +hart. “<span lang="nl-1600">Het gemeene spreekwoort, weest trouwe +ende vertrouwt niemant, sult alsoo niet verstaen alsof +d’Engelschen niet zouden mogen vertrouwen, maar brengt mede, dat +men altoos trouw moet wezen en de niemant dan<a class="noteref" id="xd20e1906src" href="#xd20e1906" name="xd20e1906src">8</a> met een goet +ommesien en goede circonspectie vertrouwen sall.</span>” De +uitslag van deze expeditie was niet schitterend. De Spaansche schepen: +drie galjoenen en zes galeien en drie andere vaartuigen<a class="noteref" id="xd20e1919src" href="#xd20e1919" name="xd20e1919src">9</a>, hadden zich, op bevel van Fajardo, zoo goed +gedekt,<a class="noteref" id="xd20e1934src" href="#xd20e1934" name="xd20e1934src">10</a> dat de gecombineerde vloot er zelfs geen branders +op kon afzenden, zonder dat deze gevaar liepen in de handen der +vijanden te vallen daar “<span lang="nl-1600">twee galeien met +veel roeituig in inkomen van het gat, recht voor de schepen op de wacht +lagen</span>”<a class="noteref" id="xd20e1952src" href="#xd20e1952" name="xd20e1952src">11</a>. De Spanjaarden bleken dus +gewaarschuwd, evenals de Chineezen, daar deze zeven van de rijkste +jonken in Chinchu hadden opgehouden. Slechts vijf van zulke scheepjes +vielen ons in handen, en daar het weer zeer onstuimig werd, besloot men +<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>19<sup>en</sup> Juni niet op de Chineesche jonken, +die mogelijk met den zuidermoesson zouden aankomen, te wachten, maar +naar Firando terug te keeren. Twee dagen daarna—wat zullen de op +buit belusten zich geërgerd hebben—liepen drie zeer rijk +geladen fregatten van Macao de haven van Manila binnen, den +28<sup>en</sup> Juli gevolgd door de zilverschepen van Acapulco met 300 +man en de door de Chineezen opgehouden jonken. Wanneer de vloot dus +langer was gebleven, hoeveel rijker zou dan de buit geweest zijn! Nu +bekwamen de Engelschen en Hollanders slechts elk +ƒ 63807.10.4, “maar ’t beste deel, naar wij +verstaan, is naar men zegt,” schrijft Coen, “door de +officieren en het gemeen volk genomen, daaraan voor omtrent +ƒ 120.000 te Firando verkocht en geconsumeerd. Hiervan geven +de onzen de Engelschen schuld, want daar zij naar hun believen roofden +en plunderden, kon men het de onzen ook niet verbieden”. Reeds +vroeger had Coen aan de bewindhebbers geschreven, dat “zij geen +hulp, maar niet dan hinder van de Engelschen te verwachten +hadden”. En dit is zeker niet te verwonderen daar de Engelschen +regel, orde noch recht kenden, niet door de hoofden in bedwang gehouden +konden worden en op brutale wijze te kennen gaven dat zij voor geen +ander wilden stelen, dat zij op koopvaardij, niet ten oorlog gehuurd +waren en liever tegen ons dan tegen de Spanjaarden wilden +vechten<a class="noteref" id="xd20e1966src" href="#xd20e1966" name="xd20e1966src">12</a>. Had Coen dus al geen reden om zeer ingenomen te +zijn met de houding onzer bondgenooten, ook den Nederlandschen +commandeur W. Jansz betuigde hij zijn ontevredenheid, dat hij zooveel +Chineezen <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>had vrijgelaten in weerwil van zijn bevel om ze +alle naar Batavia of de Molukken te zenden. In Maart schreef hij het +nog op verschoonende wijze aan een misverstand toe<a class="noteref" +id="xd20e2002src" href="#xd20e2002" name="xd20e2002src">13</a>, maar +een maand later in een instructie aan Reijersz die, volgens Coens +meening, ook W. Jansz zou lezen, werd het zelfs een nalatigheid +genoemd. “<span lang="nl-1600">Seer ernstelycken</span>,” +aldus de instructie, “<span lang="nl-1600">hebben voor dezen +d’ Heer Commandeur Willem Jansen gerecommandeert, gelijck mede +aen d’andere Commandeurs die voor hem geweest zijn, soo veel +Chinezen te houden naer de Moluccos, Amboyna, Banda ende herwaerts te +zenden als eenichsints doenlycken wesen soude, maer alsoo naert schijnt +verstonden, hoeveel de Comp<sup>a</sup> hieraen gelegen was, is daer op +niet gevolcht ende de saecken geensints beherticht, maer de nalaticheyt +met frivole vonden ende praetjens geexcuseert. Hierover sal UEd. +veradverteert wesen, dat de Comp<sup>a</sup> aen een goet getal +Chinezen soovele gelegen is, dat daeromme soo eene vloote als deze wel +expresselijcke naer Manilha ende na de custe van China zoude mogen +gesonden worden, want als de lande van Batavia, Amboyna ende Banda +behoorlyck met volck beseth ende gepeupleert worden, zal de +Comp<sup>a</sup> daerdoor mettertijt soo groote benefitie genieten, dat +alle de forten daer mede ofte daer door volmaeckt ende onderhouden +sullen connen worden. Hadde de Commandeur W. Jansen een goet getal +Chinezen naer Amboyna ende Banda gesonden, gelyck zeer wel doen cond, +meer dienst soude de Comp<sup>a</sup> daeraen geschiet wesen, dan alle +sijne veroverde goederen waerdich zijn</span>”<a class="noteref" +id="xd20e2023src" href="#xd20e2023" name="xd20e2023src">14</a>. Men +ziet hieruit <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>waarom, en hoeveel, waarde gehecht werd aan +Chineesche gevangenen. De woorden, waarin de nalatigheid van W. Jansz +wordt besproken, waren natuurlijk daarom zoo scherp, om Reyersz op het +hart te drukken, vooral niet in dezelfde fout te vervallen. Ware het +anders, had Coen werkelijk in Jansz zoo’n verkeerd werktuig +gezien, dan was hij zeker in dezelfde instructie niet aangewezen om, +zoodra hij zich met zijn vloot bij Reyersz zou voegen, het +opperkommando over te nemen. De moesson heeft dit echter, zooals wij +later zullen zien, verhinderd. <span class="pagenum">[<a id="pb60" +href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1791" href="#xd20e1791src" name="xd20e1791">1</a></span> Brief +van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 234.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1800" href="#xd20e1800src" name="xd20e1800">2</a></span> Brief +van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 234.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1820" href="#xd20e1820src" name="xd20e1820">3</a></span> Zie +hierover <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. IV, blz. +XXXV vv.; <span class="smallcaps">Tiele</span>, 5<sup>e</sup> R., dl. +II, blz. 216 vv. en <span class="smallcaps">P. A. Leupe</span> +“<span class="smallcaps">W. Jansz</span> van Amsterdam” in +<i>Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Ned. Indië</i>, +3<sup>e</sup> R., dl. VII, 1872.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1848" href="#xd20e1848src" name="xd20e1848">4</a></span> Coen aan +bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; “Instructie voor de schepen +Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope”, afgedrukt (maar vertaald) bij +<span class="smallcaps">Nachod</span>, <i lang="de">Die Beziehungen der +Niederländischen Kompagnie zu Japan</i>, 1897, <span lang="de">Beilage 19</span>. De Elisabeth en De Haerlem moesten direct +doorzeilen naar de kust van China; de Bull en De Hoope naar Macao, om +zich daarna bij de twee vorige schepen te voegen.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1866" href="#xd20e1866src" name="xd20e1866">5</a></span> +“<span lang="nl-1600">In vougen, dat minder meerder commanderen +sal, welck niet wel en past</span>”, schrijft Coen hierover aan +bewindh., 31 Juli, 1620. (<span class="smallcaps">Leupe</span> in +<i>Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde</i><span class="corr" id="xd20e1876" title="Niet in bron">,</span> 3<sup>e</sup> R., dl. VII, +1872, blz. 317.)</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1883" href="#xd20e1883src" name="xd20e1883">6</a></span> Zie de +instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10 schepen, 13 Juni +1620, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Nachod</span>, a. w., +Beilage 20.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1901" href="#xd20e1901src" name="xd20e1901">7</a></span> Zie +bovengenoemde instructie.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1906" href="#xd20e1906src" name="xd20e1906">8</a></span> +Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij <span class="smallcaps">Leupe</span>, <i>Bijdr.</i>, 3<sup>e</sup> R., dl. VII, +blz. 317.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1919" href="#xd20e1919src" name="xd20e1919">9</a></span> Zie de +verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij Blanckenburch), +aangehaald bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, blz<span class="corr" id="xd20e1924" title="Bron: ,">.</span> 239, noot; Coen (brief +aan bewindh., 6 Mei, 1621, Hs., R.A.<span class="corr" id="xd20e1927" +title="Bron: noemt)">) noemt</span> het zelfde getal schepen, maar in +andere verhouding: “<span lang="nl-1600">4 groote schepen, 4 +cleine en 4 galeien</span>”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1934" href="#xd20e1934src" name="xd20e1934">10</a></span> Fajardo +was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien in zee geweest om +op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar verstandiger gevonden, +zich terug te trekken. Zie Coen aan bewindh., 6 Mei 1621, Hs., R.A. +Gebruikt door <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Bijdr<span class="corr" id="xd20e1941" title="Niet in bron">.</span></i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. 286.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1952" href="#xd20e1952src" name="xd20e1952">11</a></span> Zie den +brief van <span class="corr" id="xd20e1954" title="Bron: Jacque">Jacques</span> Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe) aan +bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk verkeerd +ingelicht, toen hij aan bewindhebbers schreef: “De Spaansche +schepen, die voor Cavite lagen, durfden niet uitkomen”; Coen aan +bewindh., 20 Dec., 1621, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1966" href="#xd20e1966src" name="xd20e1966">12</a></span> Brief +van Coen aan Bewindh., 20 Dec<span class="corr" id="xd20e1968" title="Niet in bron">.</span>, 1620, gedeeltelijk afgedrukt in een noot bij +<span class="smallcaps">Van Dijk</span><span class="corr" id="xd20e1973" title="Niet in bron">,</span> a. w., blz. 239. Zie verder +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. VI, blz. 250 en 258<span class="corr" id="xd20e1986" title="Niet in bron">;</span> <span class="smallcaps">Leupe</span>, +<i>Bijdr.</i>, 2<sup>e</sup> R., dl. VII, blz. 320.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2002" href="#xd20e2002src" name="xd20e2002">13</a></span> Brief +van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2023" href="#xd20e2023src" name="xd20e2023">14</a></span> +“<span lang="nl-1600">Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis +Reyersen en de Raedt van de vloote nae de cust van Chyna +varende</span>”, afgedrukt bij <span class="smallcaps">W. P. +Groeneveld</span>, “De Nederlanders in China” in +<i>Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde</i>, 6<sup>e</sup> R., +dl. IV, blz. 323.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk VIII.</h2> +<p class="firstpar">Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer +vijanden dan bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens +gezamenlijk een tocht ondernemen op bevel van den raad van defensie. +Voor de chronologische volgorde komt het mij echter geschikter voor, +eerst eenige andere ondernemingen der Hollanders te behandelen, die zij +van de Molukken uit tegen de Philippijnen op touw hebben gezet. +Herhaaldelijk hadden de Hollanders reeds getracht in vriendschappelijke +verhouding te komen met de bewoners van Mindanao en den +Soeloe-archipel, maar veel voordeel hadden deze pogingen niet +<span class="corr" id="xd20e2047" title="Bron: opleverd">opgeleverd</span>. Dit lag natuurlijk grootendeels aan +de weinige kracht en volharding, die wij toonden om de aangeknoopte +betrekkingen in eene duurzame vriendschap te doen overgaan. Weinig +kracht? Weinig volharding? Ja zeker! maar het zij verre dit den +Hollanders te verwijten. Niet overal konden zij evenveel energie +ontwikkelen. Vroeger had de vijandschap met de Engelschen veel van onze +krachten gevergd en na het accoord met hen moesten wij zorgen den +handel te behouden in de plaatsen, waar wij die bezaten, zooals de +Molukken, Banda en Ambon<a class="noteref" id="xd20e2050src" href="#xd20e2050" name="xd20e2050src">1</a>. Ook met de inboorlingen in de +Molukken stonden wij op zeer <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>gespannen voet. Te verwonderen was +dit niet; wij wenschten monopolie, weerden alle kooplui en voorzagen +bijvoorbeeld de Ternatanen niet van de noodzakelijke levensmiddelen. +Zij moesten nagelen plukken—en wij gingen met de voordeelen +strijken. En de forten opgericht om hen tegen de Tidoreezen en +Spanjaarden te beschermen, moesten ter bezuiniging worden afgebroken. +Lam keurde de harde behandeling, die de Ternatanen ondervonden, af, en +dus werd hij als gouverneur in 1621 vervangen door Frederik de Houtman. +Coen wilde gehoorzaamd worden. Veel had hij ondernomen en veel ten +uitvoer gebracht. Zijne middelen waren dikwijls ruw, hard en wreed, +niet evenredig aan het doel, zouden wij negentiende-eeuwers geneigd +zijn te zeggen, maar wij houden de woorden terug: de objectieve +historicus bedenkt zich, dat Coen geen grootscher doel kende, dan het +bevorderen, uitbreiden van de macht der O.-I. Compagnie; hij herinnert +zich dat het volk in den tachtigjarigen oorlog en in den krijg in den +Archipel gewoon was geraakt aan bloedige tooneelen. En wat zeker niet +het minst moet bijdragen tot zachter oordeel over Coen, is, dat men de +inlanders niet als menschen beschouwde, maar als andere lager staande +wezens. Hoe het ook zij, Lam werd teruggeroepen en Houtman vertrok met +de voor de Ternatanen harde instructie, dat eenige forten geslecht +moesten worden. Hoe nu aan deze instructie ook door Houtman niet is +voldaan, zal eerst later door mij meegedeeld worden. Voorloopig wilde +ik het slechts even aanstippen om te wijzen op de moeilijke +omstandigheden, waarin wij verkeerden, een der redenen waarom wij zoo +weinig gehoor gaven aan de vriendschapsaanbiedingen der inboorlingen +van de Philippijnen, waarvan vele, als de bewoners van Mindanao, in +voortdurenden strijd leefden met de Spanjaarden. Maar ook onze +<span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>geringe bekendheid met het land had hieraan +schuld. Wij wisten niet of zulk een tocht behalve den afbreuk onzen +vijand aangedaan, ons wel genoeg voordeel zou opleveren. Toch besloot +Coen, al waren de inlichtingen, die hij had verkregen ook oppervlakkig, +een poging aan te wenden om iets meer over Mindanao te vernemen. In de +instructie aan Fred. de Houtman, werd dezen, toen hij 11 Juni 1621 als +gouverneur naar de Molukken vertrok, het volgende hieromtrent +opgedragen: “<span lang="nl-1600">Alsoo verstaen dat de Comp. op +Mindanao seer goeden dienst gedaen can worden, sal UE. derwaerts een +schip oft jacht met een goet cargasoen en bequaem coopman senden, soo +haast de gelegentheit becompt, en dat principalyck om gout, was, slaven +tegen cleden te verhandelen</span>”<a class="noteref" id="xd20e2067src" href="#xd20e2067" name="xd20e2067src">2</a>. Reeds zeer +spoedig vond De Houtman gelegenheid derwaarts geschenken te zenden en +tevens de komst van een schip te doen aankondigen. Den 12<sup>en</sup> +Juli 1621 schrijft hij hieromtrent aan Coen: “<span lang="nl-1600">Vernemende, dat eenige Duitsen op ’t eylant Solo bij +Tagama [Basilan] bij Mindanao gecomen waren, vermoeden derhalve +’t jacht Ternate daeromtrent zou zijn verongeluckt, hebben een +Chinees schipper, die jaerlycks derwaerts vaert en ons volck de tijding +gebracht had, een brief aan den coninck medegegeven met een geschenk en +een tulbant. Alsoo mede de Koningen van Mindanao en Boaya nu omtrent 3 +jaren tegen elkaer in oorlog zijn geweest, hebben aan ieder derselve +een brief in ’t Maleisch met een present gesonden en [verzocht] +vrienden als te voren te worden, als oock [kennis gegeven] dat wij +voornemens waren een schip derwaerts te senden</span>”<a class="noteref" id="xd20e2079src" href="#xd20e2079" name="xd20e2079src">3</a>. Bij beloften bleef het niet. Reeds den +22<sup>en</sup> Sept. 1621 zond hij het <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>vaartuig De Hont met +Christaen Francxz als opperkoopman naar Mindanao. In de eerste plaats +moest deze, op dit eiland gekomen, zeggen, dat hij door De Houtman +gezonden was, om zoo mogelijk den koning met dien van Boaya vrede te +doen sluiten. Hiertoe moest hij alle “<span lang="nl-1600">devoir +aanwenden, belofte doende teeniger tijt een armade daer sullen senden +om den Spanjaert onsen gemeenen vijandt alle afbreck te +doen</span>”; verder onderzoeken welk profijt voor den handel men +zou kunnen bekomen en welke soort van kleedingstukken er den meesten +aftrek zouden vinden. De Houtman had gehoord, dat er veel stofgoud op +Mindanao gevonden werd; hier moest hij wat van koopen en tevens nagaan +of het diep uit het binnenland kwam. Omtrent Tanda<a class="noteref" +id="xd20e2094src" href="#xd20e2094" name="xd20e2094src">4</a> +“aan de Noordzijde” van het eiland Mindanao moest hij +vernemen of daar werkelijk zooveel goud gevonden werd als men zeide. +Voorts had hij onderzoek te doen welk soort van fort de Spanjaarden +daar bezaten, hoeveel manschappen er in lagen en of men het met eenige +macht niet zou kunnen veroveren. Van de ligging der bergen, waarin zich +de mijnen bevonden, werd hem opgedragen zich op de hoogte te stellen, +of wij daar gemakkelijk konden komen, welke wapenen de bewoners +gebruikten, of zij nog heidenen waren, enz. Ook omtrent de hoeveelheden +was en kokosolie had hij berichten in te winnen, terwijl hem aanbevolen +werd een paar sterke slaven, inboorlingen der Philippijnen (Bisayas), +te koopen. Het eiland Basilan zou hij ook aandoen, alsmede Soeloe (het +eiland ten zuiden van Basilan liggende). Zooals De Houtman den +12<sup>en</sup> Juli aan Coen had geschreven, <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>vermoedde hij, naar aanleiding van het bericht als +zouden zich op Soeloe eenige “Duitsen” bevinden, dat aldaar +het jacht Ternate gestrand was, hetwelk in 1620 van Jacatra over +Soekadana, benoorden Borneo om naar de Molukken zou gaan. Indien dit +vermoeden juist bleek, werd Francxz gelast pogingen aan te wenden om +het volk, geschut en geborgen goederen terug te bekomen. Verder moest +hij zijn verblijf aldaar ten nutte maken om te vernemen of de schoone +paarlen, die aldaar gevonden werden, op het eiland zelf aan de +Spanjaarden werden verkocht, of waarheen de inwoners ze anders +vervoerden. Voor het een en ander werd Francxz een cargasoentje +meegegeven van 3924.16 realen. Kon hij eenig voordeel op de Spanjaarden +behalen omtrent La Caldera dan moest hij dit natuurlijk niet nalaten. +Veel tijd zou hij daar echter niet voor hebben, daar in zijn instructie +uitdrukkelijk werd vermeld, dat hij zoo spoedig mogelijk, in ieder +geval tegen ultimo December, moest terug zijn om “<span lang="nl-1600">neffens d’ander schepen op den vyant uyt kruuzen te +mogen gaan</span>”<a class="noteref" id="xd20e2133src" href="#xd20e2133" name="xd20e2133src">5</a>. De instructie is duidelijk +genoeg. Men stak de voelhoorns uit om te ontdekken of er met voordeel +eenige handel gedreven kon worden. Waren zij nog heidenen, dan zou deze +handel gemakkelijker te verkrijgen zijn dan van de ons vijandig gezinde +Mohammedanen of Katholieken. Van het resultaat van dezen tocht is mij +zeer weinig bekend. Den 20<sup>en</sup> Dec. 1621, kwam Francxz te +Ternate terug, maar het door hem gehouden journaal, waarin een +nauwkeurige beschrijving en kaarten der bezochte plaatsen voorkwamen, +en dat Coen werd toegezonden, schijnt verloren te zijn gegaan<a class="noteref" id="xd20e2152src" href="#xd20e2152" name="xd20e2152src">6</a>. Uit een brief van De Houtman aan bewindhebbers +weten wij, <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>dat het jacht Ternate niet op Soeloe gestrand was, +maar volgens gerucht op zeker eiland Mingidara d. i. het landschap +Mangidori op de noordkust van Borneo<a class="noteref" id="xd20e2157src" href="#xd20e2157" name="xd20e2157src">7</a>. Zooals wij +uit de instructie gezien hebben, moest Francxz in ieder geval +vóór ultimo December weer terug zijn om met andere +schepen op den vijand te kunnen gaan kruisen. Hiertoe werden De Maen en +hetzelfde schip De Hond bestemd, die den 8<sup>en</sup> Febr. 1622 +opnieuw onder bevel van Francxz uitzeilden. Houtman had hem opgedragen, +dat hij zich eerst naar La Caldera zou begeven om den Spaanschen +schepen, die mogelijk van Manila naar de Molukken zouden gaan, den +doortocht te beletten. Ook moest hij trachten de vorsten van Mindanao +en Boaya te verzoenen; mocht een hunner reeds de hulp der Spanjaarden +hebben ingeroepen en de andere onzen bijstand verzoeken, dan moest hij +dit verzoek voorloopig van de hand wijzen onder voorwendsel van een +noodzakelijken tocht naar Japan. Daarna, aldus luidde de last, zou hij +zich van Mindanao naar kaap Spiritu Sancto begeven om tot 1 Juli op +’s vijands zilverschepen te kruisen, die in Mei of Juni aldaar +verwacht werden<a class="noteref" id="xd20e2172src" href="#xd20e2172" +name="xd20e2172src">8</a>. Den eersten Juli moest hij den steven +westwaarts wenden en door straat Bernardino naar het eiland Capoel +zeilen om zich aldaar te ververschen en vervolgens te trachten het in +Juli of Aug. van Manila naar Nova-Spanje vertrekkende Spaansche schip +buit te maken. China of Japan was het einddoel van zijn tocht. Het +resultaat is in korte woorden te melden. Zonder iets verricht te +<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>hebben, bereikte Francxz Spiritu Sancto en kwam +hier “in het holle water”, waar de schepen zoo lek werden, +dat zij zich verplicht zagen naar Firando te gaan. Daar werden zij aan +den wal gelegd en gesloopt<a class="noteref" id="xd20e2190src" href="#xd20e2190" name="xd20e2190src">9</a>. Tot nu toe hadden dus de +bewoners van de zuidelijke Philippijnen nog niet veel bijstand van de +Hollanders verkregen. Toch verloren de vorsten van Mindanao en Soeloe +het geduld niet. Herhaaldelijk riepen zij onze hulp in tegen de +Spanjaarden. Maar hoe gaarne ook, wij waren er niet toe in staat, +“<span lang="nl-1600">wij mogten er niet eens aan +denken</span>”. Den 28<sup>en</sup> Febr. 1624 schreven de +gouverneur-generaal en raden aan Jacques Le Febvre, gouverneur der +Molukken: “<span lang="nl-1600">De koningen van Mindanao, Solock +en Serengany, zoo nog om assistentie aanhouden, zal UEd. mogen +aandienen, hoe dat wij alreede eene groote magt naar de Manillas tot +afbreuk van den Spanjaard gezonden hebben, dat het ons derhalve niet +wel mogelijk is geweest voor dezen tijd hen over de Molukkos (volgens +hun verzoek) t’assisteren; hen met een verzekerende, als des +vijands magt in Manilla verbroken wordt, dat hunne landen het soulaas +daarvan gevoelen zullen; recommandeert hun, bijaldien eenige van onze +schepen daar kwamen te paseeren, denzelven allen vriendelijk onthaal en +ontzet van verversching te willen doen.... Dit is al de troost, die wij +hun voor dezen tijd geven kunnen</span><span class="corr" id="xd20e2212" title="Niet in bron">”</span><a class="noteref" id="xd20e2214src" href="#xd20e2214" name="xd20e2214src">10</a>. En deze +was wel gering: de koningen van Mindanao en Soeloe hadden reeds +ingezien, dat zij hun politiek moesten veranderen. Zij maakten vrede +met de Spanjaarden en meldden dit aan Jacques Le Febvre, zich +verontschuldigende, dat zij het slechts pro forma hadden gedaan om den +Spanjaard <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>“<span lang="nl-1600">te +abuseeren</span>”. Ondanks deze geruststelling schrijft Le Febvre +in waarschuwenden zin aan Pieter de Carpentier: “<span lang="nl-1600">’t Staet te beduchten van onze assistentie tegens den +Spangiaert beginnen te twijfelen. ’t Waere niet goed, [dat zij +zich] metten Spangiaert vereenichden......, daar in willichden forten +te maecken, gelijck men hier rucht</span>”. Ook gouv.-generaal en +raden betuigen hun spijt aan bewindhebbers over het sluiten van het +verdrag en wijzen dan vrij uitvoerig op het nut, dat het eiland zou +kunnen aanbrengen. “<span lang="nl-1600">De koningen van Mindanao +en Solock zijn zoolang van ons met belofte van adsistentie gevoed +geweest, dat zij eindelijk, ziende daar niets op volgde, met de +Spanjaarden bevredigd zijn..... ’t Is wel te gelooven, dat zij +het niet regt met den Spanjaard meenen, maar ondertusschen brengt de +tijd zulke verandering mede, dat zij zich zoo ligt niet van hem zouden +kunnen ontlasten als zij wel voornemen. De koning van Serengany heeft +mede zijn Goegoege aan den koning van Ternate en aan ons gezonden, om +assistentie tegen den Spanjaard te verzoeken, die alreeds een fort op +Bessaye gelegd had; op dit eiland [deze kust] van Bessaye heeft de +vijand negen vlekken onder contributie, waarvan de drie hem 370 tayl +goud ’s jaars opbrengen, behalve nog tribuut van rijst en andere +victualiën tot onderhoud van zijn garnizoen; d’andere +plaatsen geven mede naar hun vermogen, in voege dat de vijand dit fort +buiten zijne lasten met profijt is houdende. De inwoners van Serengany, +Bessaye en d’omliggende landen zijn meest heidenen, die ligtelijk +tot het Christengeloof kunnen gebragt worden, tot welken einde de +Spanjaarden daar eene kerk gebouwd hebben, trachtende vast de heidenen +tot hun geloof te trekken. ’t Is een volkrijk land, geeft veel +goud, was, honing <span class="corr" id="xd20e2234" title="Bron: on">en</span> schoone rijst in abondantie; item varkens, +hoenderen, <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>bokken, visch en allerhande lijftochten. De +Ternataan heeft zijn oog mede op deze plaats geworpen. Zoo het mogelijk +is, zal hij dezelve trachten onder zijne subjectie te brengen en +Moorsch te maken. Wij verstaan, dat op Mindanao en de landen +daaromtrent volk in menigte zoude te bekomen wezen, die nog heidenen +zijn, ongelijk beter slag en laborieuser als de slaven, die van de kust +gehaald worden, zeer bekwaam om UEds. landen te peupleren. Zoo wij de +middelen hadden die kwartieren met eene redelijke magt en ervaren +personen eens te bezoeken om volk vandaar te halen, wij meenen de +Compagnie dienst daaraan geschieden zoude</span>”<a class="noteref" id="xd20e2240src" href="#xd20e2240" name="xd20e2240src">11</a>. Deze berichten worden aangevuld door den brief +van Le Febvre aan den gouverneur-generaal, waaruit deze met zijne raden +hunne gegevens putten. Het fort der Spanjaarden te Bessaye, Lappetau +geheeten, waartegen de vorst van Sarangani onze hulp en die der +Ternaten inriep, hoopte hij met twee à drie schepen en de hulp +van eenige Ternatanen te vermeesteren. Het lag ongeveer een etmaal +zeilens van Tandó, bezuiden P<sup>to</sup> Cauit<a class="noteref" id="xd20e2253src" href="#xd20e2253" name="xd20e2253src">12</a> aan de oostkust van Mindanao en was bezet met 30 +soldaten. Onder de bescherming van het fort was een kerkje gebouwd, dat +bediend werd door een daar wonend priester, die met grooten ijver de +heidenen tot het katholicisme trachtte te bekeeren. Le Febvre raadde nu +aan om de Spanjaarden vandaar te verdrijven en dit te eer, omdat den +Bessajers de heerschappij der Spanjaarden, van wie zij veel overlast +leden, verdroot en zij, nog heidenen zijnde, gemakkelijk tot het +Christendom konden bekeerd worden. De onderneming moest echter +<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span>geschieden zonder hulp van de Ternatanen, omdat +deze ze “Moorsch” zouden maken. Wanneer we er toe +overgingen, dan, raadde de gougou van Sarangani, moesten we het +Spaansche fort slechten en een ander bouwen in het midden van Bessaye +te Liangan<a class="noteref" id="xd20e2270src" href="#xd20e2270" name="xd20e2270src">13</a>. In het volgend jaar berichtte Le Febvre weder +het een en ander aan de bewindhebbers omtrent Mindanao. Er was namelijk +een gezant vandaar bij hem gekomen, met zich brengende een brief van +den koning. Hierin werd gemeld, dat de koning van Solock met dien van +Mindanao in oorlog was geraakt, dat eerstgenoemde door de Spanjaarden +werd gesteund, tengevolge waarvan de Mindanaers nu hoopten op +Nederlandsche hulp. Volgens den gezagvoerder van de jonk, die den +gezant had overgebracht, was Mindanao zeer vruchtbaar. Hij maakte zich +sterk elken moesson wel 200 lasten rijst, à 50 realen het last, +te kunnen leveren, behoudens veel arak; ook klapperolie, varkens en +andere provisie was er vrij goedkoop te bekomen en niet te vergeten ook +slaven, “<span lang="nl-1600">alles in mangelinge van +cleeden</span>”. Ook deze gezant moest met een kluitje in het +riet gestuurd worden: het kwam nu niet gelegen, maar den volgenden +moesson zouden wij er op letten<a class="noteref" id="xd20e2282src" +href="#xd20e2282" name="xd20e2282src">14</a>. Ook dien volgenden +moesson echter ontbraken de middelen nog, waarvan het gevolg was, dat +bij resolutie van 30 Oct. 1625 de tocht voorloopig werd uitgesteld. +<span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2050" href="#xd20e2050src" name="xd20e2050">1</a></span> Dat we +hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan bewindhebbers +lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel op de Molukken, +Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden verzocht, hun volk en +goederen op de Hollandsche schepen te mogen overbrengen. Vgl. +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. +LVI.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2067" href="#xd20e2067src" name="xd20e2067">2</a></span> +Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in ’t +Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w. blz. 249, noot 3.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2079" href="#xd20e2079src" name="xd20e2079">3</a></span> Brief +van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds gebruikt door +<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w. 249, vv.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2094" href="#xd20e2094src" name="xd20e2094">4</a></span> Tanda is +volgens de meening van <span class="smallcaps">Tiele</span> +<span class="corr" id="xd20e2100" title="Bron: Tandoc">Tandoc</span> op +de Oostkust. Zie <span class="smallcaps">Tiele</span><span class="corr" +id="xd20e2105" title="Bron: .">,</span> <i>Opkomst</i><span class="corr" id="xd20e2110" title="Bron: .">,</span> dl. I, blz. 310.</p> +<p class="footnote">Op de kaart van <span class="smallcaps">Blumentritt</span> in <i lang="de">Petermann’s +Mittheilungen</i>, <span lang="de">Ergänzungsheft LXV</span>, komt +op de N. O. kust van Mindanao op 9° NB. een plaatsje Tandó +voor, wat zeer wel het bedoelde Tanda kan zijn.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2133" href="#xd20e2133src" name="xd20e2133">5</a></span> +“<span lang="nl-1600">Instructie voor Christaen Francxz +oppercoopman gaende met het schip De Hont naer Mindanao</span>” +afgedrukt in <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. +I, blz. 308 vv. Van deze instructie is reeds gesproken door +<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w. blz. 250.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2152" href="#xd20e2152src" name="xd20e2152">6</a></span> Op het +R. A. is het althans niet te vinden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2157" href="#xd20e2157src" name="xd20e2157">7</a></span> Brief +van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 250, noot, en <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, Inleiding, blz. +LXIII.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2172" href="#xd20e2172src" name="xd20e2172">8</a></span> Het is +vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als de plaats, +waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl toch door Reaal +reeds in 1615 was geschreven aan bewindh. dat zij de embrocadero niet +meer zoo precies aandeden. Zie <a href="#app1">Bijlage I</a>. Tiele +meende, dat de gouverneur der Philippijnen, Fajardo, voor het eerst een +dergelijk bevel had gegeven na de poging van Barth. Spilberghen in 1620 +om de zilverschepen te bemachtigen. Zie <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. +286.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2190" href="#xd20e2190src" name="xd20e2190">9</a></span> +<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., +dl. II, blz. 288; <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. +251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan bewindh., 6 +Sept. 1622 en Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, Hs. R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2214" href="#xd20e2214src" name="xd20e2214">10</a></span> Brief +van gouv.-generaal en raden aan XVII<sup>en</sup>, 27 Jan. 1625, +afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. +252.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2240" href="#xd20e2240src" name="xd20e2240">11</a></span> Brief +van gouv.-generaal en raden aan XVII<sup>en</sup>, 27 Jan. 1625, +afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. +252.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2253" href="#xd20e2253src" name="xd20e2253">12</a></span> Ik +schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens +staat in het oorspronkelijk <span lang="nl-1600">’t eylant +Cauwel</span>. In <span class="smallcaps">Heeres</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. II, blz. 7, noot 1, wordt gesproken van Tandag +bezuiden P<sup>to</sup> Cauit. Vgl. boven, blz. 63, noot 1.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2270" href="#xd20e2270src" name="xd20e2270">13</a></span> Brief +van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, 18 Aug. +1624, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. II, blz. 6, vv. Ik schrijf Liangan op voorbeeld van +Heeres. In den brief staat Ligou.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2282" href="#xd20e2282src" name="xd20e2282">14</a></span> Brief +van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, 15 Aug. 1625, +afgedrukt bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, a. w., blz. +47.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk IX.</h2> +<p class="firstpar">De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen +gezamenlijk naar de Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij +medegedeeld hebben, niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch +zouden de beide naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming +vereenigen. Voor dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf +hij hieromtrent reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den +3<sup>en</sup> Jan. 1621 pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen +hem tusschen 14 en 23 Febr.<a class="noteref" id="xd20e2297src" href="#xd20e2297" name="xd20e2297src">1</a> uit Ambon, “<span lang="nl-1600">dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo haer daertoe +bewegen can, wederom een tocht na de Manilha’s doe(n) ende bij +aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren, dat ZE. dan +alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse macht +alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu loope +omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten ende die te +procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert, dat op de custe +van China alle Chineesche jonken aentassen sullen, uitgesondert alleene +die, welcke met onzen pas na <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span>Batavia souden mogen voeren. . . . . +. Met alsulcken recht, als zij ons uit China houden, sullen haer daerin +doen blijven, tot dat anders resolveren</span>”<a class="noteref" +id="xd20e2311src" href="#xd20e2311" name="xd20e2311src">2</a>. +Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie zeer groot, +want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de Engelschen er +voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30<sup>en</sup> Juni dezen +raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in +Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie<a class="noteref" id="xd20e2327src" href="#xd20e2327" name="xd20e2327src">3</a> +moest de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar +Manila in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige +voorzien en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht +zou het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert +Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn en het +Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking naar Japan +gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die zich echter, +zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen met de vloot, +maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den 28<sup>en</sup> +Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van Firando +naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen, die met het +begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier werden zij door +het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen, tengevolge waarvan +de scheepsraad <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>besloot om naar de Philippijnen over te steken en +zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot onder Jansz te +voegen. Den 3<sup>en</sup> Dec. vertrok Jansz zelf met de overige +schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem +en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef, de +Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila en +zoodra zij op de kust van Luçon verscheen, werd er bij +Pangasinan een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar +uit vrees voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee +jonken vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de +Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te +Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar +Manila te loopen, de kust van Luçon ten noorden van Manila +aandeden, werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij +bezuiden de baai landden, hun goederen losten en vandaar met +“chimpans” naar Manila voerden. De onzen, dit vernemende, +stuurden eenige schepen om de zuid, die respectievelijk op twee +plaatsen vier groote met brandhout geladen jonken vonden en drie, die +eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze met nog vele kleinere werden +verbrand. In het laatst van Mei 1622 werden De Trouw, De Hope, de +Paltzgraef en de Bull, onder bevel van Le Febvre naar Macao gezonden, +waar zij een Portugeesch schip, met zijde geladen en voor de +Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer schepen vertrokken daarna +naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in Macao achter. De overige +zes schepen gingen begin Juni van de baai van Manila onder zeil en +wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te hebben, <span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>wederom +voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht meer voordeel +opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie verkregen elk +als aandeel in den buit ƒ 262912.12.5<a class="noteref" id="xd20e2340src" href="#xd20e2340" name="xd20e2340src">4</a>. Coen +schreef dan ook, “<span lang="nl-1600">dat er rijckelijck soo +veel verovert [was] als d’ oncosten sal connen goet +maken</span>”<a class="noteref" id="xd20e2353src" href="#xd20e2353" name="xd20e2353src">5</a>. Dat deze kaapvaart, ook zelfs +wanneer de onkosten werden goedgemaakt, een groote schaduwzijde bezat, +had Coen reeds vernomen uit een brief van Specx<a class="noteref" id="xd20e2356src" href="#xd20e2356" name="xd20e2356src">6</a>, waarin deze +vermeldt, dat verschillende voorrechten, die de Hollanders tot dezen +tijd toe in Japan bezeten hadden, waren ingekort. Coen schreef hierover +aan bewindhebbers, dat door het vervolgen der Chineesche jonken veel +Japanners groote schade leden, waardoor onze reputatie in Japan zeer +verminderde en wij en de Engelschen slechts betiteld werden met den +eerenaam van zeeroovers<a class="noteref" id="xd20e2365src" href="#xd20e2365" name="xd20e2365src">7</a>. Jammer, dat tegenover deze +vermindering van reputatie en dus achteruitgang van den handel geen +rijkere buit werd behaald, om, gewogen op de schaal van +vóór- en nadeel, deze te onzen gunste te doen overslaan; +maar de vaartuigen, die wij <span class="corr" id="xd20e2368" title="Bron: gaarna">gaarne</span> hadden veroverd, waren ons ook nu weder +ontsnapt. Twee groote en twee kleine schepen, ruim voorzien van volk, +geschut en zilver, waren benoorden Luçon omgeloopen en hadden +behouden de haven van Pangasinan bereikt. Ook waren vier schepen in de +baai van Segoura, aan <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74" +name="pb74">74</a>]</span>de oostkust van Luçon +“<span lang="nl-1600">recht achter de stadt Manilla +gelegen</span>” gekomen en was het zilver over land naar de +hoofdplaats gebracht<a class="noteref" id="xd20e2377src" href="#xd20e2377" name="xd20e2377src">8</a>.</p> +<p>De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen +schrijft hierover<a class="noteref" id="n82.2src" href="#n82.2" name="n82.2src">9</a>: “<span lang="nl-1600">Desen tocht is redelyck +en vredich gegaen, ’t schijnt, dat ’t ééne +mes ’t andere in de schede gehouden heeft; d’ eerste reys +dreeft d’ een d’ ander met gewelt uytde joncken. In Firando +wapende hun d’ een tegen d’ ander, vochten niet weinich +ende eenige bleven doodt, waarop den Raedt elck over de syne recht +deedt, maer deze reys is ’t Godt loff beter +gegaen</span>”<a class="pseudonoteref" href="#n82.2">9</a>. Toch +zouden deze gezamenlijke ondernemingen niet meer hervat worden. De +Engelschen waren niet in staat ze verder voort te zetten, tengevolge +waarvan Adams dan ook bevel had ontvangen met zijne schepen terug te +keeren. Ook de Nederlanders wenschten dergelijke tochten niet meer. +Coen had aan Willem Jansz opgedragen zich op behendige wijze van de +Engelschen te ontslaan door te zeggen, dat hij niets meer in Japan te +doen had, maar op avontuur naar Patani, Chiampa of China wilde varen. +Hij moest zich dan vereenigen met de vloot, die in April 1622 van +Batavia naar China was gezonden<a class="noteref" id="xd20e2403src" +href="#xd20e2403" name="xd20e2403src">10</a>. Overeenkomstig dezen last +vertrok Jansz 18 Sept. 1622 uit Japan naar Pehou; den 25<sup>en</sup> +stak echter een hevige storm op, waardoor hij genoodzaakt werd terug te +keeren. Maar niet alle <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75" +name="pb75">75</a>]</span>schepen liepen behouden te Firando binnen. De +St. Crux<a class="noteref" id="xd20e2415src" href="#xd20e2415" name="xd20e2415src">11</a> leed schipbreuk. Den 27<sup>en</sup> Oct. poogde +Le Febvre met drie en 5 Nov. de admiraal W. Jansz nogmaals, eveneens +met drie schepen, den door Coen gegeven last op te volgen, maar +vergeefs. De vaartuigen geraakten van elkander en door het onstuimige +weder bezuiden de Pescadores, waarna zij genoodzaakt waren door te +zeilen naar Batavia. Achtereenvolgens kwamen ze hier behouden aan. +<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2297" href="#xd20e2297src" name="xd20e2297">1</a></span> Coen +deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan, waar hij 14 +Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde bevonden te +hebben, wederom verliet. Brief van Coen en raden aan bewindh., 6 Mei +1621, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, +<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 272.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2311" href="#xd20e2311src" name="xd20e2311">2</a></span> Brief +van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A., gedeeltelijk +afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. +I, blz. 289. Merkwaardig is deze brief zeker. In de instructie van 13 +Juni 1620 wordt bevel gegeven slechts vijandig op te treden tegen de +Chineezen, die op Manila varen, en in dezen brief van Februari 1621 +zien wij, dat zijn later uitgevoerde plannen omtrent China reeds een +vasten vorm hebben aangenomen; hierin toch spreekt hij van <span class="letterspaced">alle</span> Chineesche joncken aan te tasten.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2327" href="#xd20e2327src" name="xd20e2327">3</a></span> +Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2340" href="#xd20e2340src" name="xd20e2340">4</a></span> Vgl. +<span class="smallcaps">Oskar Nachod</span>, <i lang="de">Die +Beziehungen der Niederländischen Ostindischen Kompagnie in +Japan</i>, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen schrijver schijnt slechts +één tocht van de defensievloot bekend te zijn. Na de +instructie, opgemaakt voor den eersten tocht, genoemd te hebben, geeft +hij als resultaat gezegde som, die het aandeel van den buit uitmaakte +behaald in den tweeden tocht.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2353" href="#xd20e2353src" name="xd20e2353">5</a></span> Coen aan +J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2356" href="#xd20e2356src" name="xd20e2356">6</a></span> Coen aan +bewindh., 20 Dec. 1621, Hs<span class="corr" id="xd20e2358" title="Niet in bron">.</span>, R. A.; brief van Specx van 20 Sept. 1621, +afgedrukt bij <span class="smallcaps">Valentijn</span>, a. w., blz. 28, +vv.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2365" href="#xd20e2365src" name="xd20e2365">7</a></span> Coen aan +bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2377" href="#xd20e2377src" name="xd20e2377">8</a></span> J. le +Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27 Oct. 1623, afgedrukt +bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, a. w., dl. II, blz. 2.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="n82.2" +href="#n82.2src" name="n82.2">9</a></span> Coen aan bewindh., 20 Juni +1623, afgedrukt door <span class="smallcaps">Leupe</span>, +<i>Bijdr.</i>, 3<sup>e</sup> R., dl. III, blz. 321.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2403" href="#xd20e2403src" name="xd20e2403">10</a></span> Coen +aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs<span class="corr" id="xd20e2405" title="Niet in bron">.</span>, R. A. Deze bevelen waren W. Jansz geworden +door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei 1622 naar Manila was +afgevaardigd om ze over te brengen. Men hoopte, dat dit jacht hem +eerder zou bereiken, dan de hem via de Molukken gezonden bevelen van +denzelfden inhoud.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2415" href="#xd20e2415src" name="xd20e2415">11</a></span> Dit +schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie, maar had deel +uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622 naar China was +gezeild. Het was 3 Aug. met tijding voor W. Jansz naar Japan +gezonden.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk X.</h2> +<p class="firstpar">Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor +Manila lag, was de toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden, +oogenschijnlijk verre van rooskleurig. De inwoners van Cagayan in het +noorden van Luçon en Zanbales op de westkust van dat eiland +waren tegen hen in opstand; in Manila waren de levensbehoeften tot +ongekend hoogen prijs gestegen, hoofdzakelijk, omdat wij de haven +geblokkeerd hielden<a class="noteref" id="xd20e2427src" href="#xd20e2427" name="xd20e2427src">1</a>, en over hun gouverneur Fajardo +hadden zij volstrekt geen redenen om tevreden te zijn. Integendeel, de +Audiencia van Manila had reeds in 1621 herhaaldelijk haar beklag over +hem ingediend bij den koning en om een nieuwen gouverneur verzocht. Zij +verweet hem in drie jaar tijds drie millioen onnut te hebben verspild, +zonder dat hij iets tegen den vijand had uitgericht en daartegenover +één millioen als particulier eigendom naar Nova Spanje +had gezonden<a class="noteref" id="xd20e2436src" href="#xd20e2436" +name="xd20e2436src">2</a>. Toch hadden de <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>Spanjaarden en de +Portugeezen tot het jaar 1622 nog geen reden tot klagen. Hoeveel hun +handel met China en Japan alleen nog beteekende, leeren wij uit de +berichten van Coen aan bewindhebbers. Den 20<sup>en</sup> Dec. 1621 +schreef hij<a class="noteref" id="xd20e2453src" href="#xd20e2453" name="xd20e2453src">3</a>, dat zes fregatten dat jaar van Macao naar Japan +waren gegaan met een waarde van ± drie millioen gulden, terwijl +wij uit een volgend bericht van hem<a class="noteref" id="xd20e2457src" +href="#xd20e2457" name="xd20e2457src">4</a> vernemen, dat den +2<sup>en</sup> Aug. 1621 twee schepen van Manila naar Nova Spanje waren +vertrokken, waarvan er een te Mindoro was gestrand. Het verlies hiervan +werd geschat op vijf millioen. Die van Macao, verhaalt hij in +denzelfden brief, zonden jaarlijks een kapitaal van 4 à 5000 +taels in kleine scheepjes naar Japan en zouden dit jaar wel het dubbele +of drie millioen gulden in retour bekomen. Niet minder hadden zij dit +jaar naar Manila gezonden. Volgens Coen’s berekening zou de +vijand in het geheel wel een 50 millioen alleen aan kapitaal in +Indië gebruiken. En dan meenen bewindhebbers al heel wat te doen +als zij jaarlijks 5 à 600,000 realen zenden; maar het is een +boon in een brouwketel. Geen wonder, dat Coen alles wilde aanwenden om +dezen handel, al was het slechts voor een deel, tot ons te trekken. +Nadat hij herhaaldelijk hierover aan bewindhebbers had geschreven, +gaven deze hem in 1620 en 21 hun wensch te kennen, dat hij op de kust +van China een handelsstation zou vestigen.</p> +<p>Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk +poogden den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en +meer het plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de +Portugeezen moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel +<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>onderschept worden door kruisers. Ook Manila moest +men, zooals dat reeds verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige +maanden blokkeeren en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende, +zilverschepen. Het uitzenden der kruisers kon het best geschieden van +Macao of een ergens elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan +Japan, waaraan de handel met China was ontzegd, en aan de verdere +landen de Chineesche waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een +onuitputtelijke bron van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April +1622 een vloot van zes schepen en twee jachten onder bevel van +commandeur Reyersz daar heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode +met nog vier jachten gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis +dezer expeditie mede te deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij +bovendien zeer uitvoerig door Groeneveldt is behandeld<a class="noteref" id="xd20e2476src" href="#xd20e2476" name="xd20e2476src">5</a>. Genoeg zij hier te vermelden, dat de aanslag op +Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou, een der +Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk stelde om +met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch de oorlog, +die den 2<sup>en</sup> Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch de +reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam naar +den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur, hadden +het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan hun +eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen, de +<span class="corr" id="xd20e2492" title="Bron: Piscadores">Pescadores</span> zouden verlaten, waarna wij ons +dan op Formosa of elders buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd +aan Sonck, toen hij den 11<sup>en</sup> Juni 1624 als plaatsvervanger +van Reyersz naar Pehou vertrok, in zijn instructie uitdrukkelijk +gelast, Pehou niet te verlaten <span class="pagenum">[<a id="pb79" +href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>vóór de Chineezen +tenminste gedurende één jaar met ons op Formosa waren +komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem, dat de +toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren van +aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een groote +troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig veel +geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in staat +geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met de +Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat men +alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was, besloot +Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den eisch der +bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te verlaten en +zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den +26<sup>en</sup> Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang +gemaakt en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te +stellen op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden +de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen +beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie.</p> +<p>Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit +resultaat geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch +gesteld, dat de Chineezen de vaart op Manila zouden opgeven en eens is +dit zelfs, ondanks het groote geldelijke voordeel dat de Combon hieruit +trok<a class="noteref" id="xd20e2506src" href="#xd20e2506" name="xd20e2506src">6</a>, toegestaan onder voorwaarde, dat wij Pehou zouden +verlaten. Het ligt niet in mijn plan, wat hierop betrekking heeft, mede +te deelen; het bovengenoemde <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>hangt zoo nauw samen met de pogingen +der Hollanders om den alleenhandel met de Chineezen te verkrijgen, +waarover reeds in den breede door Groeneveldt is geschreven, dat ik +het, om niet in herhalingen te treden, wenschelijker oordeel dit hier +achterwege te laten. Om dezelfde reden zullen ook de tochten van Pehou +uit naar de kust van China om op Chineesche jonken te kruisen door mij +slechts ter loops meegedeeld worden, voor zooverre deze noodig zijn +voor het algemeen begrip, waarna ik mij wat langer zal ophouden bij den +tocht, die van Pehou uit naar Manila is ondernomen.</p> +<p>In de instructie van Reyersz<a class="noteref" id="xd20e2524src" +href="#xd20e2524" name="xd20e2524src">7</a> lezen wij: +“<span lang="nl-1600">Wij verstaen ende onse meninge is, dat UEd, +soo lange ’t noord ooste moesson duert, eenige schepen omtrent +Chincheu houden sult, omme de Chinezen de vaert op Manilha ende alle +andere plaetsen uitgesondert Batavia, gelijck voorengeseyt is, te +verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij meenen, gedaen can worden, +sult niet noodig wesen een vloote ofte eenige scheepen naer Manilha te +senden, maar bij aldien de Chinezen omtrent Chincheu niet ingehouden +connen worden, sal UEd de voornaemste macht houden ter plaetse daer de +raedt bevindt, dat den vijandt den Chinezen handel best ende meest +verhindert can werden</span>”. Nog voor Macao liggende, was dien +overeenkomstig den 27<sup>en</sup> Juni De Engelsche Beer en het jacht +St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de Lamo, Namoa, +Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de Manila-vaarders. +Den 6<sup>en</sup> Juli voegde De Engelsche Beer zich echter alweer bij +de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21<sup>en</sup> dier maand +door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een +<span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen +veroveren. Waarom zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat +niet vermeld.</p> +<p>Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila +belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust +van China, hetzij uitgezonden om te onderhandelen, hetzij bepaaldelijk +om te kruisen. Tot laatstgenoemd doel bevonden zich De Groningen en De +Engelsche Beer aldaar van 21 Juli tot 21 Sept. Nadat men de hoop om +langs vredelievenden weg<a class="noteref" id="xd20e2550src" href="#xd20e2550" name="xd20e2550src">8</a> den Chineeschen handel te +bekomen opgegeven en daarom den 2<sup>en</sup> Oct. den oorlog +verklaard had, werd Nieuweroode er den 17<sup>en</sup> met acht schepen +heen gezonden, die in het geheel 50 koopvaardij- en 30 oorlogsjonken +vernietigden. Den 7<sup>en</sup> Dec. keerde Van Nieuweroode naar de +Pescadores terug en veroverde op den tocht daarheen nog een jonk, die +op weg was naar Manila, met een lading van “<span lang="nl-1600">cleeden en weynich zijde</span>” ter waarde van +ƒ 9000. In de baai van Amoy had hij nog vier schepen +achtergelaten onder bevel van den opperkoopman Sael. Wel is waar werden +door dezen spoedig hierna de vijandelijkheden gestaakt en weder +onderhandelingen aangeknoopt, maar voor de Manila-vaarders bleef de +haven gesloten. Ja er waren in Amoy zelfs plakkaten aangeslagen, waarin +verboden werd naar eenige Spaansche of Portugeesche plaats te varen, +omdat de oorlog daaruit ontstaan was. Toch werd door dit alles volgens +de meening van Reyersz en zijn raad de handel op Manila nog niet geheel +verhinderd, zoodat zij den 14<sup>en</sup> Aug. besloten het schip De +Zierikzee en De Goede Hoope, benevens een jacht, “<span lang="nl-1600">soo hetzelfde connen missen</span>”, naar de +Philippijnen te zenden om op de jonken, die ons te Chinchu mochten +ontsnappen, te kruisen en <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>van daar naar kaap Spiritu Sancto te +gaan om de zilverschepen buit te maken. Aan dit besluit konden zij +echter voorloopig geen gevolg geven. Den 11<sup>en</sup> Nov. zagen zij +zich gedwongen van hun voornemen af te zien. Het groot aantal zieken +was hiervan de oorzaak, terwijl ze bovendien meenden niet te kunnen +rekenen op de hun toegezegde hulp, die onder commandeur Jansz zich uit +Japan bij hen zou vervoegen, maar naar hunne berekening wel voorbij de +Pescadores was gedreven. Ook Nieuweroode was, vreesden zij, door den +moesson te veel zuidwaarts gedrongen om er zich nog tegen te kunnen +opwerken<a class="noteref" id="xd20e2577src" href="#xd20e2577" name="xd20e2577src">9</a>. Eerst in het volgend jaar zou het plan tot +uitvoer komen. Nadat Reyersz de onderhandelingen, door Sael opnieuw +opgevat, voortgezet had en daarvoor zelfs, zooals wij gezien hebben, +eene reis had gedaan naar den in Hoktsioe zetelenden gouverneur, keerde +hij over Amoy terug. Hij had, zonder het ooit van plan geweest te zijn, +den gouverneur beloofd de Pescadores te verlaten. Over het opgeven van +den handel op Manila had hij niet eens durven spreken. Toch werd hem +nog in Amoy zijnde verteld, “<span lang="nl-1600">dat de +gouverneur een houten bord in zijn provincie heeft laeten omdragen +datter niemand en zoude vermoogen van dat jaer naer eenige onzer +vijanden plaetse vaeren, oock mede geen zijde waeren uyt laeten voeren, +anders dan de twee voorname joncken, die naer Batavia souden +gaen</span>”<a class="noteref" id="xd20e2587src" href="#xd20e2587" name="xd20e2587src">10</a>. Dit <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>verbod +is echter óf nooit uitgevaardigd óf spoedig ontdoken, +want den 15<sup>en</sup> Maart 1623 naar Pehou teruggekeerd, hoorde +Reyersz den 2<sup>en</sup> April reeds, dat er twee jonken uit Amoy +waren vertrokken naar Siam en eenige naar Manila, terwijl acht of tien +dagen later nog eenige naar laatstgenoemde plaats hoopten onder zeil te +gaan. Reeds voor Reyersz dit ter oore was gekomen, had hij den +29<sup>en</sup> Maart besloten een schip naar Manila te zenden om den +handel op die plaats te belemmeren, maar nu de Chineezen aldus +“<span lang="nl-1600">contrarie haer belofte</span>” +handelden, kwam men den 6<sup>en</sup> April in zooverre op die +resolutie terug, dat er niet één maar twee schepen heen +gezonden zouden worden, te weten De Zierikzee en De Engelsche Beer, die +“<span lang="nl-1600">met d’ allereerste bequamen wint ende +weder na de Manilhas sullen vertrecken, om aldaer op de joncquen te +passen, ende soo lange op d<sup>o</sup> cust te houden, als +gevoechlijck can geschieden, al waer het tot ultm<sup>o</sup>. May, +ende alsdan van daer vertrecken na Maccauw</span>”<a class="noteref" id="xd20e2626src" href="#xd20e2626" name="xd20e2626src">11</a>. Tot opperbevelhebber over deze beide schepen +werd aangesteld Theunis Jacobsz Engel, schipper van De Zierikzee. Den +7<sup>en</sup> April gingen ze onder zeil en keerden 4 Juni terug. Zij +hadden op de kust van Luçon twee jonken buit gemaakt, die zij, +na bemanning en lading er uitgelicht te hebben, aan de vlammen prijs +gaven. Een derde jonk, die den 18<sup>en</sup> Mei op den terugweg werd +veroverd, namen zij mede. De waarde van de veroverde goederen was zeer +gering, maar het aantal gevangen gemaakte Chineezen bedroeg het vrij +aanzienlijke getal van 800. Naar de kust van China<a class="noteref" +id="xd20e2641src" href="#xd20e2641" name="xd20e2641src">12</a> werden +hierna nog herhaaldelijk tochten ondernomen. Van den 30<sup>en</sup> +Juni tot 16 Aug. kruisten daar vier <span class="pagenum">[<a id="pb84" +href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>schepen, onder bevel van den ons +bekenden Christiaan <span class="corr" id="xd20e2656" title="Bron: Franxcz">Francxz</span>. Nog den 20<sup>en</sup> van dezelfde +maand ging Reyersz naar Amoy met vier schepen om nu weder eens te pogen +met de Chineezen in onderhandeling te treden. Voor Manila bleef dit +echter hetzelfde. We lezen dit duidelijk uit een brief door Reyersz, +aldaar zijnde, aan den totock Chiam Soutchia geschreven. +“<span lang="nl-1600">Ons is niet onbekent, dat UE ondersaten +vele jaren met die van Manilha gehandelt hebben. UE is ook niet ontwist +dat die van Manilha ende Macau ons doodtvijanden zijn, derhalven +volgens den last van onsen prins niet connen toelaten, dat hun van +eenige natien toevoer geschieden</span>”<a class="noteref" id="xd20e2665src" href="#xd20e2665" name="xd20e2665src">13</a>. De haven +bleef bezet tot 6 Sept, den datum waarop Reyersz weder naar de +Pescadores vertrok; maar den 5<sup>en</sup> Oct. werd Francxz er reeds +weder met vier schepen heengezonden om de onderhandelingen voort te +zetten. Ook hij had geen succes, maar werd op verraderlijke wijze door +de Chineezen gevangen genomen, waarna de schepen werden terug geroepen. +Het gevolg van het verraad der Chineezen was, dat den 20<sup>en</sup> +Jan. 1624 drie schepen naar Amoy onder zeil gingen om over die +trouwelooze daad wraak te nemen. Van deze keerde De Engelsche Beer niet +naar de Pescadores terug, maar kwam den 30<sup>en</sup> Maart in +Batavia aan. Van de beide andere vaartuigen staat niets vermeld; wij +kunnen alleen nagaan, dat zij eenigen tijd gekruist hebben langs de +Chineesche kust. Nemen we nu nog in aanmerking, dat behalve door deze +gemelde tochten, de zee voortdurend onveilig werd gemaakt door schepen +die af- en aanvoeren van Batavia naar Pehou, dan wekt het zeker onze +bewondering, dat er nog Chineezen gevonden werden, die ondanks de +gevaren, waaraan zij zich blootstelden, den moed <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>bezaten +naar Manila over te steken. Dat echter alle opofferingen, die men zich +gedurende twee jaar had getroost om het monopolie te verkrijgen, geheel +nutteloos waren geweest, zooals Groeneveldt betoogt, is mijns inziens +onjuist<a class="noteref" id="xd20e2686src" href="#xd20e2686" name="xd20e2686src">14</a>. Wij hadden onzen vijanden zeer zeker een +geduchte schade berokkend. Deze te berekenen is natuurlijk niet +doenlijk, daar de vrees om in handen der Hollanders te vallen minstens +even vele jonken heeft weerhouden, als er door ons genomen zijn. +’t Is waar, gouverneur-generaal en raden schrijven spijtig aan +bewindhebbers: “<span lang="nl-1600">Sij en wij hebben nu oock +bij experientie bevonden, dat we alle canalen van de rivier van +Chincheo niet bezet kunnen houden; item, dat onse sobere macht de ruime +see soo niet besetten can ofte van 26 joncken, die ’t voorleden +jaer van Chincheo en andere quartieren gegaen zijn, echappeerten +ongelijk meer als er genomen werden</span>”<a class="noteref" id="xd20e2698src" href="#xd20e2698" name="xd20e2698src">15</a>. Voor +Carpentier is het dan ook eene teleurstelling geweest, dat zij den +handel der Chineezen niet met één slag konden doen +ophouden. Hij, hierin gesuggereerd door zijn voorganger Coen, had er +stellig op gerekend, en toen dit niet mogelijk bleek, was spijt +natuurlijk de grondtoon van zijn schrijven en kon hij er niet mee +tevreden zijn alleen te hebben verkregen, dat Manila was +achteruitgegaan. Door het turen naar het begeerlijk doel, monopolie, +was men blind voor het reeds verworven voordeel. Toch was het niet +onbekend, dat Manila veel schade leed. Een gezaghebber van een +Portugeesch navet had medegedeeld, dat er maar één klein +scheepje uit Nova-Spanje met 200.000 realen in Manila was aangekomen, +terwijl er nog drie andere verwacht werden. Volgens hem stond de handel +daar slecht. In twee jaar waren er geen Chineesche jonken geweest +<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>en geen schepen uit Japan of Macao, dan een klein +Portugeesch vaartuig met hout. Van daar dan ook, dat vele inwoners naar +Nova-Spanje verhuisden. Ja, indien er in Europa geen algemeene vrede +werd gemaakt, dan zou men den geheelen Portugeeschen en Spaanschen +staat in Indië voor verloren kunnen houden. Ook vermeldde dezelfde +berichtgever nog, dat er eenige galjoenen en galeien op stapel waren +gezet<a class="noteref" id="xd20e2703src" href="#xd20e2703" name="xd20e2703src">16</a>. Deze berichten waren, het valt niet te +ontkennen, overdreven. In 1623 waren in Amoy nog aan 14 jonken passen +gegeven voor Manila. De mededeeling echter omtrent Manila’s +achteruitgang wordt bevestigd door een brief van Pieter de Carpentier +aan bewindhebbers, waarin hij schrijft, dat in Wancan, een plaats +omtrent zeven mijlen benoorden Tayouan, een jonkje uit Manila was +aangekomen, waarvan de gezagvoerder had gezegd, dat in 1624 geene +Chineesche jonken in Manila geweest waren en dat vele Chineezen en +Japanners vandaar vertrokken “<span lang="nl-1600">wegens de +doode neeringen en tevens ’t quaet tractement van de +Spanjaarden</span>”<a class="noteref" id="xd20e2709src" href="#xd20e2709" name="xd20e2709src">17</a>. Ook het bericht, dat er een +Spaansche vloot werd uitgerust, is juist<a class="noteref" id="xd20e2712src" href="#xd20e2712" name="xd20e2712src">18</a>. De +Spanjaarden hoopten hiermee de onzen van de kust van China te +verjagen<a class="noteref" id="xd20e2719src" href="#xd20e2719" name="xd20e2719src">19</a>. Zoover is het niet gekomen, maar er blijkt uit, +dat zij er zeer veel aan hechtten, er groote onkosten voor over hadden +om den handel op China wederom onbelemmerd te zien<a class="noteref" +id="xd20e2727src" href="#xd20e2727" name="xd20e2727src">20</a>. +<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2427" href="#xd20e2427src" name="xd20e2427">1</a></span> Coen aan +bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en “<span lang="nl-1600">Verclaringe van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte +Teunis, gevangen in de Tidore, gebracht naer Manilias) van eilanden van +natividas tot het eylant van Mindanao”. Deze verklaring is aan +admiraal l’Hermite meegegeven om hem inlichtingen over de +Philippijnen te verschaffen (Hs., R. A.). Hierin lezen wij: “De +stad Manilla moet meest te water geproviandeert worden, want met dat +Wittert daer lach liep de rijs de Gantam op 4 enkele realen. Men koopt +gemeen 25 Gantam voor 5 ofte 6 realen, dat is zooveel als een hanega; +het compt al van ’t zelfde eylandt van Clocas, Cangayan en andere +plaetsen</span>”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2436" href="#xd20e2436src" name="xd20e2436">2</a></span> Coen +deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622 (Hs., R. +A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia aan den +koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag over Fajardo +was blijkbaar niet bekend aan <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, die in <i lang="de">Holl. Angriffe</i>, +blz. 23, zegt: “<span lang="de">Fajardo wehrte sich so gut es +gieng</span>”; terwijl hij hem even verder noemt “den +wackeren”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2453" href="#xd20e2453src" name="xd20e2453">3</a></span> Coen aan +bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2457" href="#xd20e2457src" name="xd20e2457">4</a></span> Coen aan +bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. +287.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2476" href="#xd20e2476src" name="xd20e2476">5</a></span> +<span class="smallcaps">W. P. Groeneveldt</span><span class="corr" id="xd20e2479" title="Niet in bron">,</span> “De Nederlanders in +China”, <i>Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. +Indië</i>, 6<sup>e</sup> R., dl. IV.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2506" href="#xd20e2506src" name="xd20e2506">6</a></span> Combon, +het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan den +gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te +Hoktsioe (Foetsjou) gevestigden gouverneur der provincie Hokkiën. +De voordeelen, die deze trok uit den handel met Manila, werden door de +Chineesche gezanten op wel 80.000 realen per jaar geschat. Zij +rekenden, dat er door elkander 40 jonken Manila bezochten, die elk 2000 +realen tol betaalden. Vgl. <span class="smallcaps">Groeneveldt</span><span class="corr" id="xd20e2510" title="Niet in bron">,</span> <i>Bijdr.</i>, 6<sup>e</sup> R., dl. IV.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2524" href="#xd20e2524src" name="xd20e2524">7</a></span> +“Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de raad +van de vloote naer de cust van China varende,” afgedrukt bij +<span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz. +312.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2550" href="#xd20e2550src" name="xd20e2550">8</a></span> Het +buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren, werd niet als +een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2577" href="#xd20e2577src" name="xd20e2577">9</a></span> Uit mijn +vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden omtrent de schepen +van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook werkelijk drie schepen +te ver afgezakt en gedwongen naar Batavia door te zeilen, terwijl wij +gezien hebben, dat Nieuweroode zelf eerst den 7<sup>en</sup> Dec. naar +de Pescadores terugkeerde.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2587" href="#xd20e2587src" name="xd20e2587">10</a></span> Reyersz +was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat er 2 jonken met +handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met zich voerende twee +gezanten, die direct met onzen gouverneur-generaal zouden +onderhandelen. Dat dit verbod werkelijk zou zijn uitgevaardigd, acht +<span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, +6<sup>e</sup> R., dl. IV, blz. 165, zeer wel mogelijk, maar volgens hem +volgt daaruit nog niet, dat de Chineesche autoriteiten aan onzen eisch +van monopolie toegaven, maar alleen, dat zij voorloopig deze bron der +moeilijkheden stoppen wilden.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2626" href="#xd20e2626src" name="xd20e2626">11</a></span> +“Extracten uit de resolutiën van den raad van Reyersz, 11 +April 1622–23 Sept. 1623”, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, in <i>Bijdr.</i>, blz. 411 als bijlage +VI.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2641" href="#xd20e2641src" name="xd20e2641">12</a></span> Brief +van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623, afgedrukt +bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz. +458.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2665" href="#xd20e2665src" name="xd20e2665">13</a></span> Zie den +brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27 Aug. 1623 afgedrukt +bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz. +204.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2686" href="#xd20e2686src" name="xd20e2686">14</a></span> +<span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz. +291.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2698" href="#xd20e2698src" name="xd20e2698">15</a></span> +Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, Hs. R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2703" href="#xd20e2703src" name="xd20e2703">16</a></span> Brief +van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624, Hs., R. +A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2709" href="#xd20e2709src" name="xd20e2709">17</a></span> Brief +van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2712" href="#xd20e2712src" name="xd20e2712">18</a></span> +Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van +Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624 +(Hs<span class="corr" id="xd20e2714" title="Niet in bron">.</span>, R. +A.) De laatste spreekt van 8 groote galjoenen en eenige mindere +schepen, 6 groote galeien en eenige fregatten.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2719" href="#xd20e2719src" name="xd20e2719">19</a></span> +<i>Dagregister van het Kasteel van Batavia</i>, 27 Jan. 1624, uitgeg. +door Mr. J. E. <span class="smallcaps">Heeres</span>.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2727" href="#xd20e2727src" name="xd20e2727">20</a></span> Het +bericht bij <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holländische Angriffe</i>, blz. 23, dat de pogingen der +Jezuïeten om de Spaansche heerschappij over het eiland Mindanao +uit te strekken door Hollandsche schepen werd verhinderd, kan ik niet +toelichten, daar hierover niets door mij gevonden werd.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Hoofdstuk XI.</h2> +<p class="firstpar">Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle +pogingen in het werk stelden om den winstgevenden Chineeschen handel +aan de Spanjaarden te onttrekken. In dezen zelfden tijd werd tegen de +Spanjaarden in de Molukken slechts zeer weinig, zoo goed als niets +ondernomen. Reeds is er door mij op gewezen, dat Lam door J. P. Coen +werd teruggeroepen, daar hij de bevelen omtrent het slechten der forten +niet had uitgevoerd, terwijl ook het feit, dat hij de Ternatanen hulp +had verleend tegen de Tidoreezen en Spanjaarden, Coen’s misnoegen +had verwekt. De Houtman werd als zijn opvolger aangewezen. Maar ook +deze vond, evenals de meeste ambtenaren in de Molukken, de hem in zijn +instructie meegegeven bevelen verkeerd. Ontnamen wij den Ternatanen de +hen beschermende forten, dan zouden zij zich vereenigen met de +Tidoreezen en de Spanjaarden en zeker onze ergste vijanden worden, +meenden De Houtman en zijn raden. Coen was het echter niet met hem eens +en dus werd De Houtman eveneens teruggeroepen en in Maart 1623 +vervangen door Jacques le Febvre. Wij zien, Coen hield hardnekkig vast +aan zijn eens genomen besluit en zijn opvolger Pieter de Carpentier +drukte nauwkeurig zijn voetstappen. De gelden, die de Compagnie +jaarlijks moest uitgeven voor de Molukken, waren niet evenredig met de +voordeelen. De kosten moesten verminderd worden en dus—enkele +forten gesloopt! Hadden wij dan al onze <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>krachten op de kust van +China en tegen de Philippijnen verspild? Waren wij niet bij machte de +Spanjaarden uit de Molukken te verdrijven, zooals De Houtman dit wilde? +Was dit geschied, zou men dan niet op betere wijze tot vermindering van +uitgaven zijn gekomen? Volgens Coen, niet. Hij wantrouwde de +Ternatanen, ook dan wanneer zij schenen onze vriendschap te zoeken. Hij +zag wel in, dat zij zeer gaarne hun gewesten hadden bevrijd van +vreemdelingen, die hen dwongen hunne producten voor minder dan de helft +van de waarde af te staan, terwijl dat mindere dan nog werd betaald in +rijst en kleederen van twijfelachtige qualiteit. Dat nu deze Ternatanen +ook aandrongen op de verdrijving van de Spanjaarden, zou Coen reeds +huiverig gemaakt hebben aan hun verlangen te voldoen, maar er was meer. +Hij begreep, dat ze door de nabijheid der Spanjaarden ook beter in +bedwang werden gehouden, daar zij onzen steun niet konden missen, +zoolang de Spanjaarden hen bedreigden. Bovendien zouden wij ons nog op +andere wijze benadeelen door het nemen der Spaansche forten. Men liep +dan toch gevaar, dat de Engelschen, volgens het ons bekende in 1619 +gesloten accoord, aanspraak zouden maken op het medebezit van het +veroverde. Dit waren dus de eigenlijke redenen, waarom de Nederlanders +zoo weinig in de Molukken tegen hunne vijanden uitrichtten. Ofschoon de +macht der O.-I. Compagnie in de Molukken in deze jaren zeer gering +was,—Le Febvre schreef in 1624 dat hij slechts één +jacht, dat lek was, tot zijn beschikking had<a class="noteref" id="xd20e2745src" href="#xd20e2745" name="xd20e2745src">1</a>,—ondernamen de Spanjaarden toch niets tegen +ons. Zij waren daartoe niet in staat en hadden in de Molukken gebrek +aan alles. Steeds werden de Tidoreezen gepaaid met beloften, +<span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>maar de hulp die opdaagde, was ternauwernood +voldoende om de zaken loopende te houden. De vriendschap der Ternatanen +voor ons nam toe of af, alnaarmate de hulp, die de Spanjaarden uit +Manila ontvingen, klein of groot was. In 1624 werden er zelfs door den +gouverneur-generaal en raden aan de bewindhebbers geruchten meegedeeld +van een vereeniging van de Spanjaarden, Tidoreezen en Ternatanen tegen +ons. Deze geruchten bleken waarheid te bevatten. In Mei 1623 was de +nieuwe Spaansche gouverneur der Molukken, Pedro de Heredia, met een +vrij groote macht, twee galeien, drie kleine fregatten en nog een ander +vaartuig, uit Manila gearriveerd, waarvan de genoemde vereeniging het +gevolg was geweest. Bovendien werd de komst van nog twee galeien in +’t vooruitzicht gesteld. Le Febvre zag hier tegen een harden +strijd tegemoet en vroeg dus een versterking van twee à drie +schepen. Ofschoon gouverneur-generaal en raden niet geloofden, dat het +zoo’n vaart zou loopen, stuurden zij toch een flink schip, De +Trouw, met 109 koppen naar de Molukken. Men had in Batavia echter goed +gezien. De Ternatanen konden ter wille van den buit niet nalaten een +klein Portugeesch fregat te nemen, wat natuurlijk den oorlog met de +Spanjaarden weder deed uitbreken. Met de Tidoreezen bleven zij echter +in vrede<a class="noteref" id="xd20e2758src" href="#xd20e2758" name="xd20e2758src">2</a>. In de Molukken was dus voor de Spanjaarden, +tengevolge van de door de Nederlanders gevoerde politiek, de toestand +wel eenigszins verbeterd. Wij hebben, in het vorig hoofdstuk gezien, +dat de handel in Manila zeer was achteruitgegaan, waardoor alles er +zeer duur was geworden en dat ernstige klachten tegen den gouverneur +Fajardo waren ingebracht. <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>Ondanks dien +tegenspoed,—misschien was het, den aard der Spanjaarden in +aanmerking genomen, beter gezegd, tengevolge van dien +tegenspoed,—betoonden de Spanjaarden in 1623 en volgende jaren +een grootere bedrijvigheid. Naar Japan hadden zij in 1623 een +ambassadeur gezonden met groote geschenken voor den keizer, om dezen +gunstig te stemmen voor een hernieuwing van de vriendschapsbetrekkingen +met Spanje en hem den dood van Philips III mede te deelen. Dit mislukte +echter. De geschenken, waaronder een gouden servies, een wagen met +muildieren enz. werden geweigerd en de gezant keerde onverrichterzake +naar Manila terug met een uit Nova-Spanje gekomen schip, dat met 300 +koppen bemand was<a class="noteref" id="xd20e2776src" href="#xd20e2776" +name="xd20e2776src">3</a>. De vrij aanzienlijke macht, die onder +Heredia in de Molukken was aangekomen, moest niet alleen dienen om de +forten op genoemde eilanden te versterken, maar was tevens bestemd tot +vestiging van de Spaansche macht te Menado op Celebes door het stichten +van een fort aldaar, dat de Spanjaarden, uit Manila naar de Molukken +komende, dan eerst zouden aandoen om volk en levensmiddelen in te +nemen. Ook Macao was op verzoek der Portugeezen in hetzelfde jaar met +een afdeeling van 120 soldaten van Manila uit versterkt<a class="noteref" id="xd20e2784src" href="#xd20e2784" name="xd20e2784src">4</a>. Toen in 1624 de gehate Fajardo was gestorven, +werd de ons bekende oud-gouverneur der Molukken Geronimo de Silva +wederom, evenals na den dood van Don Juan <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>de Silva, tot gouverneur +ad interim benoemd<a class="noteref" id="xd20e2795src" href="#xd20e2795" name="xd20e2795src">5</a>. Er waren dit jaar twee schepen +uit Amerika te Manila aangekomen met een groot kapitaal aan zilver en +veel soldaten, en hiervan maakte de nieuwe gouverneur gebruik om de +Molukken te versterken met twee fregatten, uit Otong daarheen gezonden. +Ook was een eskader naar de Molukken onderweg geweest, maar +teruggekeerd, omdat de vlootvoogd en veel volk onderweg gestorven +waren<a class="noteref" id="xd20e2798src" href="#xd20e2798" name="xd20e2798src">6</a>. Op de rivier van Siam werd er zelfs offensief +opgetreden door de Spanjaarden. Het jacht Cleen Zeeland, 16000 realen +Japansch zilver en “<span lang="nl-1600">twee cassen roode +lakenen</span>” inhebbende, werd den 26<sup>en</sup> Aug. 1624 +door hen genomen. De Siameezen maakten op bevel van hun koning, daartoe +door de onzen aangezet, het jacht den Spanjaarden wel is waar weder +afhandig en gaven het ons terug, maar de inhoud was en bleef +zoek<a class="noteref" id="xd20e2822src" href="#xd20e2822" name="xd20e2822src">7</a>. Het laatste wat door Geronimo de Silva tijdens +zijn gouverneurschap tegen de onzen werd ondernomen, was een poging om +een Hollandsche scheepsmacht uit de Philippijnsche wateren te +verdrijven.</p> +<p>Reeds den 23<sup>en</sup> April 1623 was een vloot van elf schepen +bemand met 1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal +volgens een ontwerp van prins Maurits, uit Goeree vertrokken onder +bevel van Jacques l’Hermite, G. H. Schapenham en Jan Willemsz +Verschoor. Het doel van deze vloot was “naar Amerika te zeilen, +den vijand daar zooveel mogelijk afbreuk te doen, te trachten de +galjoenen, die jaarlijks uit <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>Manila te Acapulco binnenvielen, zoo +mogelijk te onderscheppen en daarna naar de Philippijnen over te +steken, om de Chineesche jonken waar te nemen”. De resultaten van +dezen tocht, voorzoover zij met ons onderwerp in betrekking staan, +zullen wij eerst later behandelen, om ons nu bezig te houden met de +hulp, die de gouverneur-generaal P. de Carpentier en zijne raden +besloten hadden deze vloot, de Nassausche genoemd, in de Philippijnsche +wateren te doen toekomen. Aan Sonck en zijn raad op Pehou (toen reeds +op Formosa) en den admiraal l’Hermite werd overgelaten te +bepalen, wat met de vereenigde vloten tegen Manila zou worden +uitgericht. Sonck en zijn raad vonden goed zes schepen en drie +Chineesche jonken naar Manila te zenden, onder bevel van Pieter Muyser. +Hem was opgedragen de Nassausche vloot, die in April ongeveer voor +Manila verwacht werd, van victualiën te voorzien en zich met haar +te vereenigen. Hij moest zooveel mogelijk zorgen, dat geen Chineesche +jonken, noch Spaansche- of Portugeesche jachten de Philippijnen +bereikten en verder den vijand zooveel mogelijk afbreuk doen. Sonck +achtte het niet geraden “iets tegen Manilha of het fort Cavite te +attenteeren,” maar, schreef hij, “<span lang="nl-1600">hebben voorgedragen en gerecommandeert eenige vliegende +tochten in ’t landt te doen om menigte van volck ter peuplatie +van Batavia, Amboyna en Banda te becomen</span>”<a class="noteref" id="xd20e2835src" href="#xd20e2835" name="xd20e2835src">8</a>. Den 27<sup>en</sup> Jan. ging Muyser met Het +Wapen van Zeelandt, <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93" +name="pb93">93</a>]</span>Noord-Hollandt, Oranje en de jachten De Haen, +Victoria en De Fortuin van Formosa onder zeil. De bemanning bestond uit +432 koppen en men had voor acht maanden levensmiddelen aan boord. De +Fortuin en De Victoria werden vooruit gezonden om de drie<a class="noteref" id="xd20e2856src" href="#xd20e2856" name="xd20e2856src">9</a> +Chineesche jonken te waarschuwen, dat de Hollandsche schepen zee +gekozen hadden. De Fortuin keerde denzelfden avond nog terug zonder de +jonken gezien te hebben; De Victoria zullen we later eerst weer +ontmoeten. De vijf overige schepen kregen 2 Febr. reeds kaap Bolinao in +het gezicht en den 3<sup>en</sup> Wittertseiland, waar zij bemerkten, +dat de Spanjaarden van hun komst aan de bewoners van Manila bericht +gaven door het branden van vele vuren. In de baai van Manila +aangekomen, stelden de onzen een onderzoek in naar de macht van den +vijand; Oranje en Noord-Hollandt waagden zich zoo dicht bij de stad en +het fort, dat ze het hadden kunnen beschieten en de menschen zeer goed +konden waarnemen. Over de daar aanwezige scheepsmacht behoefden zij +zich voorloopig niet ongerust te maken. Deze bestond uit een vrij groot +schip en vier galjoenen, die echter alle in zulk een toestand +verkeerden, dat ze niet binnen een maand zouden kunnen uitloopen. +Slechts één galei en één jacht waren in +goeden staat. De Hollandsche schepen hielden zich geruimen tijd bij het +eiland Mariavele op, waar ze ook eenige keeren landden om hout en +ballast in te nemen. Den 17<sup>en</sup> Febr. werden ze bij een +dergelijken landtocht overvallen, wat het verlies van zeven man +tengevolge had. Slechts twee lichamen vonden de onzen terug, waarvan de +vijand de hoofden als zegeteekenen had meegevoerd. De vijf anderen +waren <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>den Spanjaarden blijkbaar levend in handen +gevallen en als gevangenen meegevoerd. Den 18<sup>en</sup> naar +Wittertseiland onder zeil gegaan, namen zij een Chineesche jonk met +hout geladen, waarop zich slechts zeven Chineezen bevonden. Na nog +eenige dagen vergeefs gekruist te hebben, ontdekten zij den +26<sup>en</sup> een zeil, wat tot groote vreugde beiderzijds het jacht +Victoria bleek te zijn. Dit schip had de opdracht volbracht en de +jonken gewaarschuwd. Deze hadden echter niet in zee kunnen komen, naar +hun zeggen, wegens den lagen waterstand. Tot den avond van den +volgenden dag wachtte De Victoria te vergeefs op de Chineesche +scheepjes en zeilde toen weg naar de Philippijnen, in de hoop aldaar de +Hollandsche vloot aan te treffen. Hierin was het jacht niet gelukkig. +Bijna een maand kruiste het langs de kust, waagde zich zelfs tot op +vijf mijlen voor de baai van Manila, zonder iets van de vloot te +bemerken, tot eindelijk de lang verwachte Hollandsche zeilen zich aan +den horizont vertoonden, terwijl den volgenden dag, den 27<sup>en</sup> +Febr. zich ook eindelijk twee van de drie Chineesche jonken bij de +vloot voegden. Zij vertelden zes dagen na het vertrek van De Victoria +te zijn uitgeloopen; één van de drie echter, niet goed +bezeild zijnde, was terug gekeerd en had waarschijnlijk koers gezet +naar Tayouan. “De ware rede zal wel zijn,” schrijft Muyser +aan Sonck, “dat die derde jonk is terug gekeerd om een dergelijk +scheepje, dat door hen afgeloopen was, in veiligheid te brengen”. +Veel voordeel hebben ze niet van de Chineezen gehad, daar ze steeds van +de vloot afdwaalden, zich liever ophoudende in de nabijheid van de +kust, dan in open zee. Na den 3<sup>en</sup> Maart verdwenen ze voor +goed, waarover Muyser en zijn tochtgenooten zich echter niet al te zeer +bedroefden, omdat ze meer last dan nut van hen hadden <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>ondervonden. Van veel meer ongerief was het gebrek +aan drinkwater, waardoor zij herhaaldelijk genoodzaakt waren aan land +te gaan, om te zien of ze geen plaats konden ontdekken, waar dit +geschikt te bekomen was. Den 15<sup>en</sup> was het geluk <span class="corr" id="xd20e2894" title="Bron: hun">hen</span> gunstig. Op 16° +15´ vonden zij een baai, door hen betiteld +“Muyserbaai”, waar niet ver van het strand, het water uit +drie aderen uit den grond te voorschijn kwam. De qualiteit was +“<span lang="nl-1600">schoon en liefelijck</span>”, de +quantiteit “<span lang="nl-1600">soude men nauwelijks +verwenschen</span>”<a class="noteref" id="xd20e2904src" href="#xd20e2904" name="xd20e2904src">10</a>. De inwoners toonden zich zeer +vijandig en moesten door musketschoten op een afstand gehouden worden. +Het land ingaande kwamen zij in een dorp, dat door de bewoners verlaten +was. Er werd daar suikerriet en bananen aangetroffen. Muyser had streng +bevel gegeven niets te beschadigen om te zien of de bewoners naderhand +niet eenigszins gewilliger zouden toestaan, dat er water gehaald werd. +Na hiervan een voldoende hoeveelheid ingenomen te hebben, kozen ze +weder zee en ontdekten den 13<sup>en</sup> April zeven zeilen, welke +zij dadelijk voor Spaansche herkenden. Toen deze vijandelijke vloot op +hen afkwam, <span class="corr" id="xd20e2913" title="Bron: besloot">besloten</span> Muyser en zijn raad verder zeewaarts te +gaan, om de Spanjaarden van een aanval te weerhouden. Deze toch bleven +liefst dicht onder de kust, om zich aldus in tijd van nood met een +vaartuig, dat zij daartoe altijd tot hun beschikking hadden, +gemakkelijk te kunnen redden. Zij schenen nu echter hunne +beschroomdheid te overwinnen en trachtten de onzen in te halen, wat hun +niet dadelijk gelukte, ofschoon het jacht De Haen slechts zeer langzaam +vorderde. Maar den volgenden dag waren zij in de nabijheid der +Hollanders gekomen en nu moest men wel tot het gevecht overgaan. Het +jacht Victoria, dat voor den wind gaande zeer slecht bezeild was, zou +door de bemanning, nadat het <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>in brand gestoken was, verlaten +worden, indien de galei er op afkwam. De schipper van dit jacht, een +zekere Keyser, behoorde blijkbaar niet tot de heldhaftigen, daar hij al +zeer spoedig bevel gaf het jacht te verlaten, “<span lang="nl-1600">vóór het in eenig peryckel was</span>”, +schrijft Muyser, en zelf een der eersten was, die zich in de boot +bevond, terwijl hij verzuimd had het aan de vlammen prijs te geven. +Overigens ontvingen de drie Hollandsche schepen—De Fortuin en De +Haen zeilden vooruit, daar zij niets konden uitrichten—de +Spanjaarden zoo goed, dat zij moesten afdeinzen. Bij den tweeden aanval +“<span lang="nl-1600">trommelden (zij) er met (hun) driën +gelijckelijck, principalijck op hunnen admirael soo op, dat zij +genoodsaeckt waren ’t aen boort comen voor die tijt t’ +excuseeren</span>”. De Spaansche admiraalsvlag werd ingenomen en +bleef gedurende twee uur om den stok geslagen, terwijl de galei +tusschen het kleine jacht en het admiraalschip af- en aanvoer. De +Hollanders veronderstelden, dat dit plaats had, omdat de admiraal +Geronimo de Silva gesneuveld was en er een andere moest benoemd worden +door de zich misschien aan boord van het jacht bevindende leden van de +Audiencia. Dit was echter, zooals wij later zullen zien, niet het +geval; maar wat ook de reden geweest zij, de aanval werd niet +hernieuwd, de vijand liet de onzen langzamerhand van zich wegloopen en +keerde zelf landwaarts. Reeds den volgenden dag <span class="corr" id="xd20e2925" title="Bron: besloot">besloten</span> Muyser en zijn raad +wederom naar de kust te zeilen, maar daar in de instructie +uitdrukkelijk stond zich voor den vijand te wachten, zoolang de +Nassausche vloot niet met hen vereenigd was, werd er bepaald zeven +à acht mijlen van de kust heen en weer te kruisen. Den +17<sup>en</sup> Mei eerst mocht het hun gelukken, tenminste eenig +resultaat van hun volharding te verkrijgen. Zij bemachtigden een jonk +van Chinchu naar Manila gaande, <span class="pagenum">[<a id="pb97" +href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>waarop zich 219 Chineezen +bevonden. De inhoud was van zeer weinig waarde. “<span lang="nl-1600">Als gij hier waart geweest</span>”, schrijft Muyser aan +Sonck, “<span lang="nl-1600">zoudt ge de jonk met lading en al in +den grond of in brand hebben gestoken........ als alles op ’t +strand gelegen had, ick meyne niet één van ons daarvoor +200 realen van achten had gegeven</span>”<a class="noteref" id="xd20e2940src" href="#xd20e2940" name="xd20e2940src">11</a>. Nadat +alles van waarde er uit genomen was, werd de jonk verbrand, en daar de +gezagvoerder meegedeeld had, dat er met hem nog vijf à zes +dergelijke scheepjes waren uitgevaren, bleef men nog eenige dagen +kruisen. Maar toen men niets meer ontdekte en ten laatste de hoop had +opgegeven de Nassausche vloot nog te zullen aantreffen, besloot men den +22<sup>en</sup> Mei dit vaarwater te verlaten. De Noord-Holland werd +met de gevangene Chineezen naar China gezonden om daar te wachten op +den noordermoesson en dan verder naar Batavia door te zeilen. De Haen +werd opgedragen naar Tayoean te gaan<a class="noteref" id="xd20e2949src" href="#xd20e2949" name="xd20e2949src">12</a> terwijl de +overige schepen, Het wapen van Seelandt, Oranje en De Fortuin eerst +Macao zouden aandoen en daarna naar Tayoean koers zetten. Tot nog toe +had men niet veel menschenlevens te betreuren, slechts 26, terwijl er +20 zieken waren. Den 1<sup>en</sup> Juni kregen de laatstgenoemde +schepen de kust van China in ’t gezicht, waar ze nog eenigen tijd +bleven kruisen en het geluk hadden op de hoogte van Macao twee +Portugeesche jachten buit te maken, waarvan er een in plaats van het +verlorene <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>Victoria gedoopt werd<a class="noteref" id="xd20e2958src" href="#xd20e2958" name="xd20e2958src">13</a>, het +andere, Tayoean. Den 7<sup>en</sup> zagen zij tot hun verwondering De +Noord-Holland weder. Dit schip was door tegenwind opgehouden. Den +2<sup>en</sup> Juli ging het op nieuw naar Batavia onder zeil en kwam +den 23<sup>en</sup> Nov. 1625 aldaar behouden aan. De Chineezen hadden +het echter hard te verantwoorden gehad. Van de 219 waren er slechts 46 +in leven gebleven en deze werden nog doodziek aan wal gebracht. Op +denzelfden dag dat De Noord-Holland voor de tweede maal naar Batavia op +weg ging, vertrok P. Muyser met Het wapen van Seelandt en het veroverde +jacht Tayoean naar Formosa, terwijl De Oranje, De Fortuin en De +Victoria nog eenigen tijd voor Macao zouden blijven kruisen. Pieter +Muyser kon er zich niet op beroemen veel tot nut van de Compagnie te +hebben uitgericht. Hiervoor was zijn vloot echter ook niet voldoende +uitgerust. Terecht schrijft De Carpentier dan ook aan bewindhebbers: +Het succes had grooter kunnen zijn, indien ’s lands vloot +“<span lang="nl-1600">haar ordre in het aandoen van Manilla beter +hadde naergecomen, gelijck se sonder eenich verlet wel hadde conne +doen</span>”. Waarom het dan niet gebeurd is? Hierop is geen +afdoend antwoord te geven. Misschien moet men de oorzaak zoeken in het +ontijdig sterven van den admiraal van de Nassausche vloot, Jacques +l’Hermite. Nog niet halfweg, moest hij reeds den 2<sup>en</sup> +Juni 1624 den tol aan de natuur betalen en werd als admiraal opgevolgd +door Gheen Huigen Schapenham. Deze beschrijft ons zijn tocht in een +brief aan Carpentier<a class="noteref" id="xd20e2977src" href="#xd20e2977" name="xd20e2977src">14</a>. Na den Spanjaarden op de kust +van Amerika eenig nadeel te hebben berokkend, is de vloot <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>naar het +eiland Puna gezeild, van waar zij naar Acapulco vertrok om er den +28<sup>en</sup> Oct. aan te komen. Daar bleven zij kruisen tot eind +Nov., waarna het besluit genomen werd naar de Ladrones over te steken, +omdat de tijd waarop de schepen gewoonlijk uit Manila in Acapulco +kwamen toch voorbij was. Den 26<sup>en</sup> Januari 1625 werden de +ankers voor de Ladrones uitgeworpen: “<span lang="nl-1600">en na +ons alhier eenigszins ververscht te hebben</span>,” schrijft +<span class="corr" id="xd20e2997" title="Bron: Schapendam">Schapenham</span>, “<span lang="nl-1600">soo +is bij mij ende den Raedt geresolveert, dat men de enterprise, die ons +bij de instructie belast wordt, op de chineesche joncken in de Manilhas +in het werck te stellen, soude laten berusten ende ons cours recht toe +naer de Moluccas stellen om dies wille, dat het de vlote, die als doen +maer van drie maenden victualie voorzien was, onmogelick soude geweest +zijn, de comste van de Chineesche joncken in de maendt van April te +verwachten, maer door faulte van vivres genoodsaekt zijn geweest voor +de comste derselver uit de Manilhas te scheijden</span>”. +Schapenham wist dus niet, dat de vloot onder Muijser hem voor Manila +zou opwachten met levensmiddelen. Het stond trouwens ook niet in de +instructie<a class="noteref" id="xd20e3004src" href="#xd20e3004" name="xd20e3004src">15</a>. Mij rest nu nog slechts te melden, dat de +admiraal van de Spaansche vloot, Geronimo de Silva, die tegen Muijser +slag had geleverd, niet was gesneuveld, zooals de Hollanders dachten, +maar behouden met de vloot in Manila was teruggekeerd. Zeer tevreden +was men echter niet over zijn beleid. Hij had meende men, wel eenige +schepen kunnen veroveren en werd dientengevolge wegens nalatigheid +gevangen gezet en eerst bevrijd na de aankomst van den nieuwen, +<span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span>uit Amerika gezonden gouverneur, ad interim, Don +Fernando de Silva<a class="noteref" id="xd20e3015src" href="#xd20e3015" +name="xd20e3015src">16</a>.</p> +<p>En hiermede meen ik tot een tijdstip gekomen te zijn, waarop dit +onderzoek zeer geschikt voorloopig door mij kan gestaakt worden. De +politiek toch der Nederlanders onderging langzamerhand een groote +verandering ten opzichte van de Philippijnen. De Wit schreef in 1625 +aan De Carpentier: “<span lang="nl-1600">Over de door Muijser +veroverde beide joncken en de gevangen gemaakte Chinesen zijn tot nog +toe geen klachten uit China gekomen</span>”. Dat men hiervoor +reeds bang was geweest bewees wel de in de instructie van Muijser +opgenomen bepaling, dat de buit niet naar Japan of Formosa, maar naar +Batavia gevoerd moest worden. De Nederlanders koesterden nl. de +gegronde vrees, dat de Chineezen tengevolge van die rooftochten den pas +begonnen handel op Formosa en Batavia weder zouden laten varen. +Bovendien werd het voordeel voor de onzen steeds geringer, omdat de +Chineezen meer en meer met kleine zeer snel bezeilde jonkjes naar de +Philippijnen overstaken, waarmee zij bij stil weer zoo wisten te +wrikken en te roeien, dat het onmogelijk was ze met onze vaartuigen in +te halen. Het gevolg was, dat er vooreerst geen tochten meer werden +gedaan om den Chineeschen den handel op Manila te beletten. +<span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>De Hollanders begonnen van nu af het vaarwater +van Malakka en Macao meer met hun schepen te bekruisen, terwijl ook de +Spanjaarden hun taktiek veranderden en in 1626 een bezetting legden op +Formosa. Mocht het blijken, dat het mij gelukt is de verrichtingen der +Hollanders tegen de Spanjaarden duidelijker in het licht te stellen dan +door mijn voorgangers is geschied, dan zal ik stellig mijn onderzoek in +dezen, uit liefde voor onze koloniale geschiedenis, voortzetten en ten +einde brengen. <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2745" href="#xd20e2745src" name="xd20e2745">1</a></span> Brief +van Le Febvre aan P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i><span class="corr" id="xd20e2752" title="Niet in bron">,</span> dl. II, blz. 6.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2758" href="#xd20e2758src" name="xd20e2758">2</a></span> Brief +van gouv.-generaal en raden aan bewindh., 3 Jan. 1624, bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 355, vv. Brief +van J. Le Febvre aan gouv.-generaal De Carpentier, 18 Aug. 1624, bij +<span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i>, dl. II, blz. +6.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2776" href="#xd20e2776src" name="xd20e2776">3</a></span> +<span class="smallcaps">Nachod</span> a. w., S. 187. Ofschoon Nachod +den brief van Nieuweroode aanhaalt, zegt hij verkeerdelijk, dat de +ambassade in 1624 plaats had. In den brief van den gouv.-generaal en +raden aan bewindh. van 4 Maart 1624, (Hs., R. A.) wordt gezegd, dat het +schip, waarmee de gezanten naar Manila vertrokken, in Sadsinna was +gemaakt, terwijl Nieuweroode, uit wiens brief gouv.-generaal en raden +putten, uitdrukkelijk meldt, dat het uit Amerika kwam en Manila niet +eerst had aangedaan, waardoor “<span lang="nl-1600">al ’t +volc, uit Nova-Spanje gecomen</span>” zich er nog op bevond.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2784" href="#xd20e2784src" name="xd20e2784">4</a></span> Zie +meermalen aangehaalden Brief van J. Le Febvre aan P. de Carpentier, 27 +Oct. 1623, bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i>, +dl. II, blz. 2.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2795" href="#xd20e2795src" name="xd20e2795">5</a></span> In een +brief van Corn. v. Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier van 8 +Dec. 1624, (Hs., R. A.,) lezen we, dat naar men meent, Fajardo door +vergif is gestorven en Geronimo de Silva zich met geweld van de +regeering heeft meester gemaakt, maar zeer gehaat is.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2798" href="#xd20e2798src" name="xd20e2798">6</a></span> Brief +van J. Le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, +bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i><span class="corr" id="xd20e2805" title="Niet in bron">,</span> dl. II, blz. 8. +Hieromtrent vermeldt <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, +<i lang="de">Holländische Angriffe</i> niets. De tocht van de +Spanjaarden naar Sangy heb ik achterwege gelaten, daar deze van Tidore +uit heeft plaats gehad.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2822" href="#xd20e2822src" name="xd20e2822">7</a></span> Brief +van Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2835" href="#xd20e2835src" name="xd20e2835">8</a></span> +“<span lang="nl-1600">Instructie voor P. Muyser en zijn vloot, +gaende naer de Manilha’s</span>” en Brief van P. de +Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A. Weliswaar had het in de +bedoeling van de staten-generaal gelegen, dat de Nassausche vloot zich +meester zou maken van Manila, maar omdat een te geringe macht van +Batavia uit aan deze vloot kon te hulp gezonden worden, gaf Carpentier +reeds den 11<sup>en</sup> Juli in een brief aan l’Hermite, +meegegeven aan Sonck, zijn twijfel aan het bereiken van dit doel te +kennen. Dezelfde twijfel werd ook uitgedrukt in de instructie van +Sonck. Wel hadden de Japanners in Manila ons aangeboden te helpen, maar +dit aanbod was niet te vertrouwen, daar allen die daar woonden +katholiek waren. Zie “Instructie voor den E. Martinus +Sonck”, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, +<i>Bijdr.</i>, blz. 554.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2856" href="#xd20e2856src" name="xd20e2856">9</a></span> In de +resolutiën wordt gesproken van <i>drie</i> Chineesche jonken, maar +van <i>vier</i> in het “<span lang="nl-1600">Cort verhael van de +voyagie gedaen met ’t jacht Victoria naer de kust van Manilla in +’t afwesen van de vloot</span>”. Hs., R. A.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2904" href="#xd20e2904src" name="xd20e2904">10</a></span> Zie +<a href="#app3">Bijlage III</a>, waarin dit gedeelte van de kust +uitvoerig wordt beschreven.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2940" href="#xd20e2940src" name="xd20e2940">11</a></span> Brief +van P. Muyser aan Sonck, 22 Mei 1625 (Hs. R. A.). De in dezen brief +voorkomende inhoudsopgave geeft ons een eigenaardige bijdrage tot de +kennis van de waren, waarin de Chineezen handelden<span class="corr" +id="xd20e2942" title="Niet in bron">.</span> Er bevond zich in de jonk +een kastje met 16 bos gouddraad, een kastje met kamfer, twee met +waaiers en een met tabak. Verder wat grof porcelein, kammen, lint, +schoenen, timmermansgereedschappen, blauw, groen en geel gedamasceerd +papier en poppengoed.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2949" href="#xd20e2949src" name="xd20e2949">12</a></span> Op De +Haen bevonden zich ook, om verantwoording te doen bij Sonck over het te +vroeg verlaten van De Victoria, de schipper van het jacht, Keyser, +Michel Golliaert en stuurman Frans Bisschop. Zie brief van Muyser aan +Sonck, 22 Mei 1626 (Hs. R. A.).</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2958" href="#xd20e2958src" name="xd20e2958">13</a></span> Dit +jacht, groot 50 à 60 lasten, had aan den gouverneur van Malakka +3000 dukaten gekost en maakte pas zijn eerste reis. Brief van Muyser +aan Sonck, 24 Juni 1626 (Hs., R. A.).</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2977" href="#xd20e2977src" name="xd20e2977">14</a></span> Gheen +Huigen Schapenham, admiraal van de Nassausche vloot, aan den +gouverneur-generaal Pieter de Carpentier uit Ambon, April 1625, bij +<span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i>, dl. II, blz. 34, +vlg.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3004" href="#xd20e3004src" name="xd20e3004">15</a></span> In de +instructie van den admiraal l’Hermite, (Hs., R. A.) staat +hierover slechts: “<span lang="nl-1600">Aldaer (omtrent Bolinao +en eilanden van Frailes) te wachten, wat ordre de goeverneur-generael +van Indië soude mogen gegeven hebben, om volgens zijn raad ende +advisen, den meesten dienst aan het land ende aan de O. I. +Comp<span class="corr" id="xd20e3008" title="Niet in bron">.</span>, +ende afbreuck aan de Portugesen en Spanjaarden te +doen</span>”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3015" href="#xd20e3015src" name="xd20e3015">16</a></span> Eenige +Chineezen, die De Wit, den opvolger van Sonck, gezegd hadden, dat +Geronimo de Silva was onthoofd, waren dus niet goed ingelicht. Zie +brief van De Wit aan Carpentier, 29 Oct. 1625, (Hs. R. A.). Het was mij +niet mogelijk steeds aan te geven, waaruit ik de gegevens putte, daar +hetzelfde meermalen in verschillende brieven voorkomt Voor dit mijn +laatste hoofdstuk gebruikte ik nog, behalve het reeds opgegevene: Brief +van Sonck aan Carpentier, 12 Dec. 1624; Brief van Carpentier aan +bewindh., 3 Febr. 1626; Carpentier aan Sonck, 13 Mei 1625; +Resolutiën bij den E. Commandeur Pieter Muyser en Raad van de +schepen en jachten genomen, gaende van Tayoyan naer de Manilha’s, +27 Jan. 1625 tot 20 Mei 1625 en 20 Mei tot 6 Juli; Reus, gezagvoerder +van de Oranje, aan Sonck, 24 Mei 1625; Sonck aan Carpentier, 31 Maart +1625; Pieter Muyser aan Carpentier, 23 Mei 1625; Carpentier aan +l’Hermite, 11 Juni 1624. Alle in Hs. berustende op het +Rijks-Archief.</p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Bijlagen.</h2> +<p class="firstpar"><span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105" +name="pb105">105</a>]</span></p> +</div> +<div id="app1" class="div1"> +<h2 class="main">Bijlage I.</h2> +<h2 class="main">Brief van Reaal aan Bewindhebbers.</h2> +<p lang="nl-1600" class="firstpar opener"><i>D. E. E. achtbare wijze +voorsinnige Heeren.</i></p> +<p lang="nl-1600">Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe +verscheijden brieve aen uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van +attestatie midtsgaders een brief des conings om uwe E.E. (sulcx +raedsaem sijnde) daer meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, +de welcke ick mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de +Ed. Heer Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende +oft uwe E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens +evenwel de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques +grotelijcx niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te +verhaelen het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren +geaviseert, confirmerende hier mede hetgene ick voor desen +principalijcken over de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. +Wat alhier sedert is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende +copijen van resolutien ende ’t journal door mij gehouwden konnen +sien, daer aen ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose +tocht naer de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de +vijanden ofte proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel +daerinne gerust zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van +menschen voorslagen volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns +juijst haer witt niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de +Chinesen, die met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese +verscheijden plaetsen van ’t eijlant <span class="corr" id="xd20e3045" title="Bron: Lucon">Luçon</span>, daer de stadt +Manilla op leijt, <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106" +name="pb106">106</a>]</span>aendoen, om door d’onse niet te +werden aengehaelt; mede dat de schepen commende van Aquapulca +d’imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn geweest te +passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse oock aendoen +de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die haer adviseren, +waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren liggende op +7½ graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het vaste landt +van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer onseecker +zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert mijn jongste +schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw, alwaer wij +verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor Spaansch +Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden, doen wij +voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een vande +principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest, om met het +volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont sijn, te +peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael Reynst +geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Ed<sup>ts</sup> +resolutien connen sien. Godt geve d’uijtcomste soo mach +succederen, dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. +Alsoo de schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om +op d’ene offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne +naer Sanghy vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke +met haer tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also +door het overlijden van Cap<sup>n</sup> Mathys de luijtenant allene de +plaetse waernam, is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert +halff ijll van hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige +resolutie daer over te nemen, vande voorn. plaetse t’seyl gegaen +en is sedert noyt meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van +verscheijdene swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te +sijn, dat het voorsz. jacht met <span class="pagenum">[<a id="pb107" +href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>een Chineesche pelo, aen +Galille liggende, aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde +geanckert gelegen, alwaar den schipper gestorven was en aen landt +begraven; dat is de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben +becomen. Oft nu het voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen +der Chinesen ofte andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is +ons tot noch toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge +door een overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het +eijlandt Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met +geschut met al en eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt +Manilha den gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht +souwden wesen, doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den +tyt leeren......</p> +<div class="blockquote"> +<p class="firstpar">(Na over den toestand in de Molukken gesproken te +hebben, vervolgt de schrijver:)</p> +</div> +<p lang="nl-1600">Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne +Ed. door ons wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de +Manilhas, en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen +waren; doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer +weijnich fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken +in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene +aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte, als +hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een seeckere +resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht het +stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een seker +rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede de +Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen, +sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban en +Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche +quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden +connen vruchteloos maecken. Ick <span class="pagenum">[<a id="pb108" +href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>soude wijtloopiger op de +vruchten die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick +niet en twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit +stuck particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben +becomen.......</p> +<div class="blockquote"> +<p class="firstpar">(Verder bevat de brief <span class="corr" id="xd20e3070" title="Bron: sleehts">slechts</span> bijzonderheden over de +Molukken en den persoon van den schrijver.)</p> +</div> +<p lang="nl-1600" class="signed">Uwe E.E. aller onderdanighe +dienaer</p> +<p lang="nl-1600" class="signed">LAURENS REAEL.</p> +<p lang="nl-1600" class="signed"><span class="smallcaps">Ternate</span>, 25 Juli 1615. <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span></p> +</div> +<div id="app2" lang="es-1600" class="div1"> +<h2 lang="nl-1900" class="main">Bijlage II.</h2> +<p class="firstpar xd20e95"><span class="xd20e3087">PROPOSICION, DE +DON</span><br> +<span class="xd20e3091">Iuan de Silua Gouernador y</span><br> +Capitan General, de Philipinas sobre que<br> +si convenia salir con armada contra<br> +el enemigo Olandes sin guardar<br> +el Orden de la cedula de<br> +treinta de dizienbre de<br> +mill y seiscientos,<br> +y catorce.</p> +<p class="firstpar"><span class="marginnote">Hallaronse en esta +junta.<br> +Tres Oydores.<br> +Vn General alias Maese de <span class="abbr" title="Campo"><abbr title="Campo">Cāpo</abbr></span>.<br> +Onze Officiales de regimiento.<br> +Dos Alcaldes ordinarios.<br> +Tres Preuendados de la metropolitania.<br> +Dos Officiales reales.<br> +Dos Prouinciales.<br> +Sinco Priore Guardianis y rector.<br> +Sinco Frailes, Predicadores.<br> +Vn Prouisor.<br> +Onze Comisarios de S. Francisco.<br> +Tres Cauos de Galeones.<br> +Sinco Capitanes de Infantaria: todos <span class="corr" id="xd20e3142" +title="Bron: 44">54</span>.</span></p> +<p>En la ciudad de Manila en doze de henero de mill y seiscientos y +diez y seis años <span class="abbr" title="estando"><abbr title="estando">estādo</abbr></span> en las casas Reales en la sala dela +Real audiencia su Señoria D. Iuan de Silva Cauallero del Orden +de Santiago Gouernador y Capitan General destas Yslas Philipinas y +pressidente de la audiencia y chancilleria Real que en ellas reside +llamo Iunta General de todos los estados y abiendo venido a ella los +señores Licenciados Andres de Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna, +Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores dela dicha Real audiencia y el +Genral <span class="abbr" title="Don"><abbr title="Don">Dō</abbr></span> Iuan Ronquillo del Castillo, alguacil maior +Destacorte y Cappitan Don Lope de Sosa, y <span class="abbr" title="Francisco"><abbr title="Francisco">Frācisco</abbr></span> de +Bilches bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta ciudad, y los Iuezes +officiales Reales de la Real hacienda destas yslas Tesorero Cappitan, +Pedro Deçal Diernamariaca, contador Alonso de Spinoça +Saravia y el Arzidiano D. Iuan de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua, +Prior de la Orden de Santo Domingo, el Padre frai Hernando Moraga +Comisario de visita de la Orden de S. <span class="abbr" title="Francisco"><abbr title="Francisco">Frācisco</abbr></span> Maestre +escuela D. Diego de Leon, el Padre Valerio de Ledesma Prouincial de la +Compania de IESVS, el Padre Frai Agustin Mexia Prior de la Orden de San +Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el Padre Frai Pedro de la Madre +de Dios, Prouincial de la <span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span><span class="abbr" title="Orden"><abbr title="Orden">Ordē</abbr></span> de San Agustin de +los descalços Recoletos, Padre Fr. Francisco de San Guillermo, +su <span class="abbr" title="companero"><abbr title="companero">cōpanero</abbr></span>, <span class="abbr" title="Licenciado"><abbr title="Licenciado">Licēciado</abbr></span> +Rodrigo Dias Guiral, Provisor de este Arçobispado, el Padre Frai +Alonso de Valdemora, Guardian del Conuento de San Francisco, el Padre +Guardian Fray Iuan Bautista, su conpañero, el Padre Francisco de +Hotaco Rector de la <span class="abbr" title="Compañia"><abbr title="Compañia">Cōpañia</abbr></span> do IESVS el Padre +Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de Santo Domingo, el Padre lector +Frai Domingo Gonsalez su companero, el Padre Garces de la Conpania de +IESVS. Fr. Iuan de Monte maior, Predicador de la Orden de San Agustin, +Capitan Pedro Cotelo de Morales Alguacil maior desta ciudad, El +Castellano Don Bernardino del Castillo Maldonado, y los Capitanes, +Marcos de la Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores <span class="abbr" +title="Montoro"><abbr title="Montoro">Mōtoro</abbr></span>. +<span class="abbr" title="Iuan"><abbr title="Iuan">Iuā</abbr></span> de Spinosa Montero, Don Antonio de Arceo, +Sebastian Perez de Acuña, Bernardo de Castro Regidores desta +ciudad, Cappitan Adrian Perez de Huaque, depositario General della +Secretario Pedro de Nabarete Escriuano del dho cabildo, Capitan Andres +Oregon de Guevara, Capitan Antonio Careño de Valdès. +Capitan Diego Sanchez, <span class="abbr" title="Capitan"><abbr title="Capitan">Capitn̄</abbr></span> Sabastian de Madrid y Luna, +Capitan Don Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don Pedro Telles de +Almacan, <span class="abbr" title="Capitan"><abbr title="Capitan">Capitn̄</abbr></span> Iuan Bautista de Molina, Capitan +Iuan de la Cueva y almirante Pedro de Heredia, y estando asi juntos por +ante mi el pressente scriuano Mayor de la Gouernacion y Guerra destas +Yslas, su Señoria propuso lo sigiente.</p> +<p class="firstpar"><span class="marginnote">PROPOSICION.</span></p> +<p><span class="marginnote">A. Esta proposicion no se escriuio el Dia +de la Iunta ni en muchos Dias despues, y asi es falso dezir que aquel +dia se escriuio.</span></p> +<p>Que desde <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> llego a estas yslas, a seruir los oficios +de que su Mag. le hiço merced a procurado ynquerir con todo +cuidado, y diligencia saber los puestos que el enemigo, O landes ocupa, +asi en las yslas del Maluco, Anbueno, Banda, Xava, y otros. En las +partes de la india Oriental, y digsinios que tenia, a los quales asi +por relaciones <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> as sus manos han uenido, como de personas, +que han comunicado con el <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>dicho enemigo que se han uenido de +su parte a la nuestra y por ordenes ynestruciones de los estados +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +<span class="abbr" title="sean"><abbr title="sean">seā</abbr></span> hallado. En los nauios <span class="abbr" +title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> se les an tomado, y +por avisos Del Rey Nuestro Señor se a entendido que la +pretension que los dichos enemigos tienen es de hazerse Señores +de todo el Trato de la especiria sedas de la China, y trato de Xapon, y +echar de todas estas partes de Philipinas, e yslas Malucas, Yndia +Oriantal, los Castellanos, y Portugeses, que en ellas residen, lo qual +si se efectuase serian daños, e ynconuenientes yreparables para +su Magestad y todos sus Reynos, por que ademas de quitarle todo lo que +en estas partes Orientales posee, y tanta cantidad de hacienda como +enteresa su Magestad, y sus basallos en las dichas, contrataciones, los +dichos enemigos Olandeses, se uenderian a hazer tan poderosos pues +segun ellos afirman, les auia de valer en cada un año de diez +millones de Pesos arriba el trato y comercio de todas estas partes con +que siendo los maiores enemigos, que tiene la corona de España, +y la yglesia de Dios se podria temer ravajasen los demas Reynos, +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +su Magestad posee en Evropa e Indias <span class="abbr" title="Ocidentales"><abbr title="Ocidentales">Ocidētales</abbr></span>, +y aviendolo bien considerado platicado y consultado echo de uer no +tener otro remedio para acortar los pasos y designios a este enemigo, +antes <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> echase maiores raises sino iuntar vna +gruesa armada con <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> echarle de todas estos mares e puertos +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +en tierra ocupa en esta conformidad auiso a su Mag. como este era el +solo y uniquo remedio que este daño ternia, suplicandole con +todo encaricimento por lo <span class="marginnote">B. esta su +<span class="abbr" title="supretencion"><abbr title="supretencion">supretēciō</abbr></span> ser cabeça de +esta <span class="abbr" title="facion"><abbr title="facion">faciō</abbr></span> y como se hallo burlado dio en el +desbario que hyço destruiendo el <span class="abbr" title="gran"><abbr title="gran">grā</abbr></span> concierto y orden de +la cedula.</span> que ynportaua a su Real seruicio bien y quietud de +sus Reynos, y basallos se siruiese de <span class="abbr" title="enuiar"><abbr title="enuiar">ēuiar</abbr></span> desde +España algunos Galeones, de armada bien artillados ya marinados +y con buen numero de <span class="abbr" title="ynfanteria"><abbr title="ynfanteria">ynfāteria</abbr></span> y que ordenase al Visso Rey +de la Yndia, enbiase los Galeones de aquel estado, lo mas uien en orden +que pudiese para juntarse con la esquadra <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span>de Nauios y Galeras, +que aqui se preuiniese. <span class="marginnote">C. <span class="abbr" +title="Nunca"><abbr title="Nunca">Nūca</abbr></span> tal trato con +la <span class="abbr" title="Audiencia"><abbr title="Audiencia">Audiēcia</abbr></span> de que estos Galeones y Galeras +auian de ser para esta jornada sino para defensa destas yslas, y +Terenate por que era cinco años antes que saliese despachado su +Mag. la dha cedula y asi no se puede pensar de lo que ella trata y +elabicar al Viso Rey de la India, fue para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> <span class="abbr" title="embiase"><abbr title="embiase">ēbiase</abbr></span> socoro para +Terenate <span class="abbr" title="conforme"><abbr title="conforme">cōforme</abbr></span> las cedulas de su +Magestad.</span>C. En cuya conformidad, su Señoria sohijuta? con +esta Real Audiensia, Fiscal y oficiales Reales, y consejos de Gerra, en +la qual se acordo se hiçiese una esquadra, de Galeones y otra de +Galeras, <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> la maior brevedad que fuese pusible y que +se avisase al visurey, de la Yndia, para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> de su parte diese lo que +en aquella ocasion avia enbiado a ofreçer a su Señoria, +lo qual se hizo asi y en otra junta General, de hacienda, se acordo que +so Señoria gastase todo lo neçesario, para la fabrica y +apresto de la dicha armada, y asi mismo en aquel tienpo D. su S. tuuo +cedula de su Magestad, fechada a dies y nueue de dizienbre de mill y +seiscientos y once en que le ordena y manda pusiese en orden una buena +esquadra de Nauios que le pareciese bastante para guardar estas yslas y +yslas de Terenate, yo ponerse al dicho enemigo, mandando se gastase de +su Real hazienda lo neseçario para este efecto. <span class="marginnote">D. Todo lo de hasta aqui fueron preuenciones, para +conseruar estas yslas y las Malucas, y lo mismo el socorro que se +<span class="abbr" title="mando"><abbr title="mando">mādo</abbr></span> dar a la Yndia, y no para mas porque no +era caudal para mas.</span>D. y <span class="abbr" title="vltimanente"><abbr title="vltimanente">vltimamēte</abbr></span> +en avisos que este pressente año llegaron a estas yslas de la +nueua España le manda su Magestad, por otra su Real cedula, su +fecha at renta de diçenbre del año proximo pasado de mill +y seiscientos y catorce apreste la maior armada que le sea posible asi +de Nauios, como de gente y artilleria, y todo lo demas necesario y esto +contanto <span class="abbr" title="encarisimiento"><abbr title="encarisimiento">encarisimiēto</abbr></span> que le dize haga que +sea tal como si su Señoria, solo con la diche armada, vuiese de +pelear con el enemigo sin otra ayuda ninguna por que sea echado de uer +ser este el remedio que este daño tiene. <span class="marginnote">E. Desde de esta cedula, de treinta de Dizienbre, de mill +y seiscientos y catorçe, es nueva <span class="abbr" title="voluntad"><abbr title="voluntad">volūtad</abbr></span> de su +Magestad, por lo qual asi como manda juntar mayor candal y el +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +tiene por bastante para acabar de vna vez la guera <span class="abbr" +title="echando"><abbr title="echando">echādo</abbr></span> al +enemigo de mar y tierra es visto querer que se guarde la orden desta +cedula, sin atender a otra cosa.</span>E. y asi mismo le representa +manda y encarga, se haga con la maior breuedad que sea posible antes +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +este negoçio mas se enposibilite y como su Señoria estaua +esperando esta vltima resolucion y mandato de su Magestad, no solo +tenie preuinida la maior armada, que a podido <span class="abbr" title="juntar"><abbr title="juntar">jūtar</abbr></span> como su +Magestad, se lo tenia ordenado, y mas en diferentes ocasiones. +<span class="marginnote">F. No quiere su Mag. que cosas tan graues. se +hagan sin el tienpo <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> beniente para quel, y el viso Rey, se pre +bengan, cōmo consta de la sedula, y Don Iuan, le procuro dilatar +pues diuiendo de despachar al vi Rey su pliego con la deligencia +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +<span class="abbr" title="demanda"><abbr title="demanda">demāda</abbr></span>, selo detuvo, desde Iunio asta +dizienbre <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> lo entrego al Capitan maior Soça, de +que se <span class="abbr" title="quaja"><abbr title="quaja">q̄ja</abbr></span> el vi Rey en lo que le +escriue.</span>F. A solisitado al Visu Rey de la Yndia <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>Enbiando las personas, a posta para el dicho +efecto, pidiendole embiase la maior esquadra de Galeones que pudiese +para que juntas las vnas fuersas y las otras echasen a los enemigos, +destas partes, comunicandose por cartas el Virey con su Señoria +y su Señoria con el Virey el numero do Navios y gente, que de la +Yndia se podria enbiar y el puesto don de se podrian juntar, los unos y +los otros y la forma en que a ca da uno de los dos les pareciese, se +podrian azer la dicha jornada, y guerra: ques todo lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> agora su +Magestad ordena y preuiene, en la dicha su Real sedula de treinta de +diziembre. Vltimamente en las cartas quel dicho Visorey a escripto a su +Señoria con los Capitanes, don Diego de <span class="abbr" +title="Miranda"><abbr title="Miranda">Mirāda</abbr></span> +Enriquez, y Iuan de Mora, le dize estar aquellos estados tan trauajados +<span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> +las geras, de los Reyes uezinos que no les posible por esta causa y por +estar muy gastada la Real azienda, enbiar mas de quatro Galeones, y en +ellos quatro cientos Soldados, y le auisa que lamoncon(?) de setienbre +pasado despacharia el mas socoro que pudiese para que se viniese a +juntar <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> los dichos quatro Galeones la qual +inposibilidad de no poder embiar mas armada. A demas <span class="marginnote">G. Esta es una <span class="abbr" title="gran"><abbr title="gran">grā</abbr></span> falsedad y enbuste +grandisimo como satisfago a mi pareser, fol. y esta mas claro si se +<span class="abbr" title="considera"><abbr title="considera">cōsidera</abbr></span> <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> <span class="abbr" title="quando"><abbr title="quando">quādo</abbr></span> ase esta +proposicion no auia resibido el vi Rey su pliego ni lo resibio asta +abril deste año como <span class="abbr" title="en"><abbr title="en">ē</abbr></span> su carta le auisa al Gouernador del resibo +luego <span class="abbr" title="aun"><abbr title="aun">aū</abbr></span> no auia resebido el vi Rey la dna sedula +de. 30. dizebre 614. como puede ser uerdad, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> auian communicado anbos +lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> trata la sedula pues jamas entre ellos, se +trato sino de vn socoro y asi se <span class="abbr" title="entienden"><abbr title="entienden">entiendē</abbr></span> las +cartas, del Virey sin deuerse aser caso, de los enbusteros Don Diego do +Miranda alias Diego Tomas y <span class="abbr" title="Iuan"><abbr title="Iuan">Iuā</abbr></span> de Mora, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> so los +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +se escriue a su Mag. en su carta.</span>G. de las cartas del dho Viso +Rey en que le dise asi, aseguran lo mismo las del Arsobispo de Goa, +tribunal de la Ynquisicion, persona del consejo deste estado, y del +embaxador, Don Garcia de Silua y Figeroa, afirmando que con lo que +enbiaua quedaua la Yndia, muy desflaquesida lo qual certifican asi +mismo los dhos Capitanes Don Diego de Miranda, y Iuan de Mora, y +Capitan Maior Gonsalo Rodriges de Souca que todos vinieron de la Yndia, +el año proximo pasado. E. Y considerando su Señoria +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +auiendo resibido el dho ViRey, las ordenes de Su Mag. que se le +despacharon por tierra y mar, para que saliese en persona, con armada y +si no le diese lugar las gerras del norte la enbiase a cargo +<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>de persona practica y de esperiensia se a de +entender que estando desucupada abra salido en la monçon de +setienbre pasado o <span class="abbr" title="ombiando"><abbr title="ombiando">ōbiādo</abbr></span> la mas Armada, que pudiese +como su Magestad se lo ordena. <span class="marginnote">H. Todas estes +cartas se an de entender, como digo a mi pareset folio.</span>H. +<span class="abbr" title="Ajuntarse"><abbr title="Ajuntarse">Ajūtarse</abbr></span> con los quatro Galeones, que +enbio que estan al presente en la Ciudad de Malaca para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> lo uno y lo +otro se biniese a hazer <span class="abbr" title="un"><abbr title="un">ū</abbr></span> cuerpo con lo que de estas yslas a de salir. +<span class="marginnote">I. Consideracion desvariada, lleuando pornorte +la uoluntad de su <span class="abbr" title="grande"><abbr title="grande">grāde</abbr></span> anbicion, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> no pudo produzir si no vn +<span class="abbr" title="monstruo"><abbr title="monstruo">mōstruo</abbr></span> como salio de vn tan liuiano +<span class="abbr" title="fundamento"><abbr title="fundamento">fūdamento</abbr></span> <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> uino a ressolberse en +humo perdida la opinion y reputacion, pues boluerse tan grande armada, +sin hacer efecto ni buscar al enemigo, fue para elicutoria.</span>I. Y +por <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> <span class="abbr" title="en"><abbr title="en">ē</abbr></span> las ocasiones la principal parte de consiguir +buenos efectos y la que al pressente ofrece el tiempo, de hallarse el +enimigo, <span class="abbr" title="tan"><abbr title="tan">tā</abbr></span> deshecho de gente y Nauios, como consta de +avisos y relaciones ciertas que su Señoria a tenido no tiene en +toda su armada ochocientos <span class="abbr" title="hombres"><abbr title="hombres">hōbres</abbr></span>, de mar y de +tierra, y que este año no aguardan socorro de Olanda no se deue +perder vn punto. <span class="marginnote">K. Luego no es lo mismo la +armada <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> finge auia de enbiar <span class="abbr" +title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> los quatro galiones +de socoro.</span>K. Enbuscar al enemigo y hazer en el sigun el tiempo y +ocasiones mostraren. I. Y quando no se siguiese otro fruto mayor +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +estoruarle no sacase este año que es delamonzon (?) del clauo +quatro. O cinco mill vares del fuera de <span class="abbr" title="grandisimo"><abbr title="grandisimo">grādisimo</abbr></span> +efecto pues no teniendo pro vecho estando tan desacreditada la +Compañia de Olanda como su Magestad auisa, no podran sustentar +la guerra y lo abran de desamparar todo y si recoxiesen el dho clauo y +le despachasen a Olanda con las grangerias del so reforçaria su +armada. Y sustentarian <span class="marginnote">L. quando las ocasiones +son <span class="abbr" title="bien"><abbr title="bien">biē</abbr></span> fundadas y no de imaginaciones, de +capricho como anparecido todas las que hiço. D. Iuan de Silua, +tu uo para no conplir la cedula Real. ۞</span>L. el credito que +tienen perdido en Olanda, y en las partes que en estas partes ocupan. +L. asi mismo seruira de <span class="abbr" title="confirmar"><abbr title="confirmar">cōfirmar</abbr></span> el Rey +de Tidore, y los demas amigos en la obidiencia y seruicios de su +Magestad, y sacarlos de mucho recelo y duda en que estan, de que +nuestras fuerças no son yguales a las del enemigo y que a el le +uienen cadadia socorro y a los nuestro no se les a embiado ninguno de +la forma <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> se les a prometido muchas vezes con que de +todo punto si agora faltase esta armada de que tienen alla tanta +noticia perderian la esperança de ser socoridos y no pudiendo +sustentar la <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>guerra y trauaxos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> <span class="abbr" title="nuestra"><abbr title="nuestra">n̄ra</abbr></span> (nuestra) +amistad padecen se <span class="abbr" title="concertarian"><abbr title="concertarian">concertariā</abbr></span> con el enemigo y en +faltandonos su ayuda se perderian de todo punto aquellas fuerças +en consideracion de todo lo referido. <span class="marginnote">M. +Buena, Mana se dio enbuscarle.</span>M. Su S. tiene puesto en orden vna +esquadra de diez galeones y essos bien artillados amunicionados y +abastecidos y asi mesmo tres pataches y quatro galeras que es todo el +resto que con el mayor cuidado e yncreyble trauaxo y diligencia a +podido juntar y el vltimo esfuerço que estas yslas pueden dar la +qual <span class="marginnote">N. Santo Dios que desatinados +pensamentos, pues se persuadio a que todo lo avia de hallar a medida +del de seo, siendo cosas tan <span class="abbr" title="grandes"><abbr title="grandes">grādes</abbr></span> y contra tan +fuertes contrarios y tanbien advertidos en lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> les inporta y grandes +marineros.</span>N. esquadra si inbernase en el puerto de cauite donde +esta vendria en muy gran <span class="abbr" title="diminucion"><abbr title="diminucion">diminuciō</abbr></span> +menoscauo y por la mucha brouma que ay en el dho puerto a que no ay +<span class="abbr" title="defensa"><abbr title="defensa">defēsa</abbr></span> ni reparo por mucho que se +<span class="abbr" title="an"><abbr title="an">ā</abbr></span> +procurado hazer y ser la tablaçon para los dhos nauios +<span class="abbr" title="tan"><abbr title="tan">tā</abbr></span> +corruptible y flaca que no <span class="abbr" title="duran"><abbr title="duran">durā</abbr></span> mas de vn +año como por la inposibilidad <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> abria de poderle dar otro +adereço y carena en tanbreue <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">tiēpo</abbr></span> como es des de +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +acauan los bendauales que por las muchas aguas que mientras ellos +<span class="abbr" title="duran"><abbr title="duran">durā</abbr></span> ay no se puede trauaxar de calafeteria +hasta principio de Nobiēbre <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> es quando se debria salir +para hazer buenos efectos si se pudiera aver a prestado antes la +armada. <span class="marginnote">O. Como si estuviera en mar quajado y +las drogas lastuviera e algunas choças si no en mui <span class="abbr" title="bien"><abbr title="bien">biē</abbr></span> +pertrechados y acomodados nauios y dentro de muy buenas +fortaleças con mucha artilleria y bien fortificadas como digo en +mi parecer fol.</span>O. Y seria trabaxar de nuebo los naturales de +estas yslas que lo an quedado tanto y cansados <span class="abbr" +title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> ya no pueden mas +(cosa <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> su S. a sentido en estremo sin poderlo +escusar.) <span class="marginnote">P. Y qual o mejor se puede decir +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +<span class="abbr" title="leuieron"><abbr title="leuieron">leuierō</abbr></span> perdido el <span class="abbr" +title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> el <span class="abbr" title="gran"><abbr title="gran">grā</abbr></span> disparate +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +hiço <span class="abbr" title="quedando"><abbr title="quedando">quedādo</abbr></span> con ellos enemigos vitoriosos y +senores de la mar <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> treynta y siete nauios <span class="abbr" +title="segun"><abbr title="segun">segū</abbr></span> lo escriue y +dice el Padre Ribera <span class="abbr" title="embajador"><abbr title="embajador">ēbajador</abbr></span> dela Yndia.</span><span class="corr" id="xd20e3583" title="Bron: Q">P</span>. Asi mismo los muchos +<span class="abbr" title="bastimentos"><abbr title="bastimentos">bastimētos</abbr></span> que estan <span class="abbr" title="conducidos"><abbr title="conducidos">cōducidos</abbr></span> se dañarian y +perderian y en lo vno y otro su Magestad muy gran suma de hazienda y en +tan largo tiempo seria imposible conseruar aqui marineros, artilleros y +otros officios de mar <span class="abbr" title="porque"><abbr title="porque">porq̄</abbr></span> de ordinario huyendo de los peligros +de la guerra procuran yrse a buscar descanso y hazienda a la Yndia, +Macau, Xapon, y Nueua España, no <span class="abbr" title="obstante"><abbr title="obstante">obstāte</abbr></span> el gran +ciudado que con ellos se tiene. <span class="marginnote">Q. Bien +<span class="abbr" title="confirmados"><abbr title="confirmados">cōfirmados</abbr></span> y <span class="abbr" title="consolados"><abbr title="consolados">cōsolados</abbr></span> que +<span class="abbr" title="daran"><abbr title="daran">darā</abbr></span> el Rey y los demas cōforme lo dho +antes <span class="abbr" title="perdieran"><abbr title="perdieran">perdierā</abbr></span> de todo punto las +esperanças y se puede temer su <span class="abbr" title="confederacion"><abbr title="confederacion">cōfederacion</abbr></span> con el <span class="abbr" title="contrario"><abbr title="contrario">cōtrario</abbr></span> y que sucedria lo que quiso +remediar por tan vil medio.</span><span class="corr" id="xd20e3622" +title="Bron: P">Q</span>. Mas que si esta esquadra no saliese los +quatro galeones que estan en Malaca, y el demas <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>socorro que el Visorey vbiese enbiado padeseria +el mismo y conbiniente y necesariamente abria de boluer a la Yndia, a +aderefarse porque en Malaca no ay comodidad de puerto y officios para +dar cauna en los bastimentos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> serian nessesario y si +boluiesen a la Yndia, los dhos galeones abrian de llegar tan tarde que +seria inposible dar la dha carena y aderesarse para poder partir en +todo el mes de Abril deste presente año conque so +ynposibilitaria la jornada para poderse hazer hasta el que viene de +seiscientos y diez y siete y para entonçes la esquadra estaria +deshecha, podrida, invtil y ynfructuosamente despues de <span class="abbr" title="tantos"><abbr title="tantos">tātos</abbr></span> +gastos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> se an seguido y seguiran a la Real hacienda +de su Mag. <span class="marginnote">R. Por que <span class="abbr" +title="Don"><abbr title="Don">Dō</abbr></span> Iuan de Silua para +lleuallo todo a perder si Dios no lo remediara al principio de la +jornada por que <span class="abbr" title="segun"><abbr title="segun">segū</abbr></span> dicen todos los onbres de esperiencia +no quedara onbre ni nauio.</span>R. Y al enemigo le abran llegado +nueuos socorros y fuerças conque siendo superior, el conseguiria +sus yntentos y los de su Magestad que dara furestiados y el remedio mas +inposiblitado o perdido del todo. <span class="marginnote">S. Por +ventura a estado mejor <span class="abbr" title="conseruada"><abbr title="conseruada">cōseruada</abbr></span> en +la desdichada jornadilla es sin duda que lo estuuiera mejor en las +occupaciones que oy ocupaua la gran armada, entre tanto que llegaua el +auiso del Virey guardando la cedula.</span>S. Y auiendo su S. caminado +en esta <span class="abbr" title="conformidad"><abbr title="conformidad">cōformidad</abbr></span> en aprestar la dha armada +con acuerdo y pareceres de la audiencia, consexos de guerra y +haçienda en juntas que para ello sean hecho en diferentes vezes +y tiempos en las quales se hallo el Fiscal de su Magestad, Licenciado +Don Iuan de Alvarado Bracamonte y conformaudose <span class="marginnote">T. Por ventura an cesado estos daños con la mala +salida no esfuerça boluerles adar carena.</span>T. con los +pareseres de todos y que se hiciese la dicha armada y jornada y el en +particular por su persona la alentado con mucha calor, ayundando a la +fundicion de la artilleria y otras muchas cosas <span class="abbr" +title="tocantes"><abbr title="tocantes">tocātes</abbr></span> a +ella; como es notorio a los presentes y estando la dicha armada +aprestada, enbarcada la artilleria y bastimento, aperseuida la +ynfanteria y de mas personas que an de ir en ella señalados los +cabos de los galeones y todo a punto para poder partir amediado el mes +Deziembre pasado, el dicho Fiscal a contradho por peticiones +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +en la Real <span class="abbr" title="audiencia"><abbr title="audiencia">audiēcia</abbr></span> apresentado no deuer se hazer +la <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>dicha jornada. <span class="marginnote">V. Todo +esto sucedio a la letra <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> el paseo que salio adar don Iuan de Silua +con tanta fanfarria por que todo lo que anduuo respesto de lo +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +prometio andar por que es vna nauegacion muy sabida y sin peligro +aunque letudo de perder la Capitana por ser como vna arca de Noe, +conseruara los soldados marineros e artilleros teniendolos ocupados +como digo en mi parecer.</span>V. Fundado lo en la vltima cedula de su +Magestad, la qual y las demas referidas y vna carta del Secretario Iuan +Ruiz de <span class="abbr" title="Conteras"><abbr title="Conteras">Cōteras</abbr></span> escrita a su Señoria con +otra <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> su S. escriuio a su Magestad, de discursos +y remedios que convenia poner en ataxar los passos y disinios destos +enemigos. <span class="marginnote">X. Asi no esta satisfecho en mi +parecer. fol.</span>X. Mando a mi el Secretario de Gouernacion y guerra +leyese publicamente para que a todas las personas de la dicha junta y +consejo fuese notorio y <span class="marginnote">Y. Segun lo que dice +el Padre Ribera no a menester socorro pues tenia 37. nauios y +<span class="abbr" title="conforme"><abbr title="conforme">cōforme</abbr></span> a esto no estaua bien informado +no se <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> mas inposibilitados quel los adelado +<span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> +sus desconciertos.</span>Y. asi mismo dixo que aun que era contra todas +las leyes y prudencia militar magnifestar el Cappitan General los +yntentos que tenia en la forma y manera de hacer la guerra por los +daños e ynconuenientes que se podrian recreser porque por +sosegar los animos de muchos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> con la contradicion que +el dicho Fiscal auia fecho a la dicha jornada estauani nquietos +magnifestaua el discurso e yntentos de su jornada el qual tiene +escripto al Visorey de la Yndia, y a Francisco Miranda Enriquez Capitan +o General de los quatro galeones, que estan en Malaca. <span class="marginnote">Z. Es falso que con acuerdo de la audiencia tuuiese presta +la armada para este efecto de partir con ella conforme a la cedula real +la qual tuvo oculta a la audiencia desde Iunio de 615. hasta Nouienbre +que a mi instancia la recibio ni jamas trato con la audiencia sobre la +partida hasta 14. de enero de 616. a lo qual contradixe como consta de +mi parecer.</span>Z. Y es que por las Cartas que su Señoria a +tenido del dho Visorey y relaciones que a boca le <span class="abbr" +title="hicieron"><abbr title="hicieron">hicierō</abbr></span> los +Capitanes Don Diego de Miranda Enriquez y Iuan de Mora auia entendido +la gran nesecida day aprieto en que aquel estado quedaua. <span class="marginnote">A. Es falso que yo consintiese se hiziese la jornada y el +dar parecer se mese preuimendo lo necesario para ella se hacia con +buena fe por <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> decia tenia cedula para ella y viendo que +no la mostraua sospeche tenia misterio y asi inste que la exibiese lo +qual hiço de mui mala gana por que con la vista de ella se +<span class="abbr" title="descubrieron"><abbr title="descubrieron">descubrierō</abbr></span> sus machinas y que no las +podia quajar si vuiera menistros fieles pero como no los vuo quajar con +daño de la real hacienda de 2000 ducados que da de 500. soldados +miserabiles y la suya por <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> no falto otro onbre de <span class="abbr" +title="quenta"><abbr title="quenta">quēta</abbr></span>.</span>A. +A cuya caussa no auia sido posible enbiar el dicho Virrey, mas socorro +que los quatro galeones y quatro cientos soldados los quales a estado +<span class="abbr" title="aguardando"><abbr title="aguardando">aguardādo</abbr></span> hasta vltimo de Septiembre +con el cuidado que era justo diese su mucha tardanza hasta <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> los primeros +de Octubre llegaron a esta ciudad la carauela siete fuentes y vna +galeota <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> binieron despachados por el dicho General +Francisco Miranda[A] con auiso de no auer podido passar el estrecho por +causa de auer llegado a el tan tarde y que por esta razon se quedaua en +Malaca, hasta tener auiso de su Señoria de lo que vbiese de +hazer, <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>cosa que le dio notable pena asi por la +dificultad y riesgo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> auia de auer para juntarse en el camino de +Maluco, auiendo de tomar los dichos galeones aquella buelta desde +Malaca, por el estrecho de Sabon como por la necesidad que auian de +tener quedando alli. <span class="marginnote">B. Si la armada esta +fundada en la cedula real porque no la guarda en todopues en el modo de +cunplilla consistia todo el bien.</span>B. Acrecentando este cuidado el +auer receuido su Señoria en Junio del año proximo pasado +la orden y cedula de su Magestad de treynta de Diciembre de seiscientos +y catorze, cuya copia embio al dicho Visorey con el pliego de su +Magestad, para el dicho Virey y por auer tenido tambien auisos ciertos +de la poca gente que el enemigo tiene en su armada tambien embio al +dicho Virey y de que este año no aguardaua ningun socorro de +Olanda. <span class="marginnote">C. Y luego las torno a recoger por +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +no se pudiesen tornar a reuer los papeles como onbre fundado en +cautelas y si mirara <span class="abbr" title="bien"><abbr title="bien">biē</abbr></span> vna de las dos cedulas no la hiciera leer +en que su Magestad, le manda que los nauios fuesen moderados como para +entre yslas <span class="abbr" title="auiendo"><abbr title="auiendo">auiēdo</abbr></span> el hecho tan disformes nauios +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +todos los que los an visto y entienden dicen no auerse hecho tan +<span class="abbr" title="grandes"><abbr title="grandes">grādes</abbr></span> en España ni en las +Indias.</span>C. Sobre que auia hecho hartos discursos deseando siempre +acertar con lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> fuese mas del seruicio de Dios y su +Magestad. <span class="marginnote">D. Gran <span class="abbr" title="ynpertinencia"><abbr title="ynpertinencia">ynpertinēcia</abbr></span> dar cuenta de la +jornada pues esto no justifica la partida antes la hace mas +dificultosa.</span>D. Y al cauo se auia resuelto a yr con esta armada a +juntarse con los galeones y demas nauios, que el Virrey vbiere embiado +a Malaca, a juntarse con dho General Francisco de Miranda en el +estrecho de <span class="abbr" title="Savaon"><abbr title="Savaon">Savaōn</abbr></span> cerca de la ysla de Banda haciendo +su Señoria biaxe desde esta ciudad derecho apulotimon por entre +las Yslas de Paragua y los baxos de Pulosesu y de ai por de fuera de la +Ysla de Binitan y de las demas que alli ai hasta venir a entrar en el +estrecho cerca de la dha Ysla de Banda y juntarse con la dha armada de +la Yndia para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> desde alli, hechos vn cuerpo pudiesen yr +con mas fuerças en demanda del enemigo y salvar, juntandose en +aquel lugar, el riesgo que se corria de yr diuididos la buelta del +Maluco. <span class="marginnote">E. Relacion de dos enbusteros y +<span class="abbr" title="hombres"><abbr title="hombres">hōbres</abbr></span> sin credito y otras cosas per ores +como digo <span class="abbr" title="en"><abbr title="en">ē</abbr></span> mi parecer y carta de su Magestad.</span>E. +Que tanbien le auia obligado a tomar esta resolucion el considerar qua +auiendo el Virrey receuido las ordenes de su Magestad, duplicadas de la +que agora le embiaua que le escriuia el conde de Salinas se le +despacharon al dho Virrey, por mar <span class="pagenum">[<a id="pb119" +href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span><span class="marginnote">F. +Para socorro era muy grande y quien de socorro enbia quatro galeones y +ocho galeotas no esta necesitado antes es argumento que quando venga +por propio traera muy gran poder.</span>y por tierra a de auer hecho +todo el esfuerço pusible de armada para en <span class="abbr" +title="conformidad"><abbr title="conformidad">cōformidad</abbr></span> de la yntencion de su +Magestad, si las guerras del norte le vbiesen dado lugar a venir en +persona en la monçon passada de Septiembre a Malaca para +juntarse con la que alli tenia a su cargo el dho <span class="marginnote">G. Pues le auiso que la culpa auia tenido don Diego de +<span class="abbr" title="Miranda"><abbr title="Miranda">Mirāda</abbr></span> alias Diego Tomas, por auer traido +los Pilotos praticos del viage por que no le hiço vn castigo +<span class="abbr" title="exemplar"><abbr title="exemplar">exēplar</abbr></span> pues dice le peso tanto con +notable pena antes le trajo sienpre consigo de dia y de noche para que +apoyase sus enbuiles. Pues no inporto menos que quemarlos el enemigo +por no pasar aca y que si pasara vista la cedula de 30. de dizienbre de +614. no auia de querer mouerse <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> sus galeones sin orden +del Virey y en consequencia de esto no se atreuiera salir el +Gouernador. Y tanbien cesaran las dificultades que dice para +juntarse.</span>General Francisco de Miranda Enriquez y en caso +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +el dho Virrey no lo fuese pusible auer dexado la Yndia, en tiempo de +tantos enemigos, a de auer embiado la mesma armada como su Magestad lo +manda. Qualquier destas dos cosas quel dho Virrey, aya hecho venir o +ynuiado conviene haga su Señoria este biaxe a juntarse con el +dho Virrey a su armada porque de no hazerlo asi se perderia esta con +tiempo y <span class="abbr" title="ocasion"><abbr title="ocasion">ocasiō</abbr></span> de haçer algun buen efecto +en seruicio de Dios N. S. y su Magestad y estaua a mucho riesgo aquella +armada en Malaca auiendo de aguardar al mes de Iunio <span class="abbr" +title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> viene para venir a +estas Yslas, asi por tener los enemigos tan cerca que podrian +<span class="abbr" title="juntarse"><abbr title="juntarse">jūtarse</abbr></span> o yr a buscarla como porque +ademas <span class="marginnote">H. Cuidado sin tienpo para tomar el mal +acuerdo que tomo pues <span class="abbr" title="conforme"><abbr title="conforme">cōforme</abbr></span> a la cedula de treinta de +Dizienbre auia de aguardar y recebir primero el socorro de la nueua +España <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> las naos deste año de 616. tan poco +fue cierto que el enemigo esta flaco pues la verdad es tener muchos +nauios los quales an de tener mucha gente no a menester socorro mas del +que le llego por aqui por su culpa y gran desconcierto por no querer +cunplir el mandato iustisimo de su Rey y señor que le cogiera +aqui a manos si no vuiera salido.</span>del tiempo que se perderia +ynfructuosamente que por lo menos auia desor vn año pues passado +con los bendavales a estas Yslas, no se podia yr a Maluco, hasta los +nortes desta año que son en Diciembre o Nobienbre y se +consumirian todos los bastimentos y huyria mucha gente y el enemigo +tendria tiempo de juntarse y preuenirse y para este año seria lo +mas cierto aber le uenido nueua armada y juntandose con la que aca +tienen nos haria todo mas dificultoso y que esto era lo que le auia +parecido a su Señoria despues de auerlo comunicado con el +Cappitan, mayor Gonzalo Rodriguez de Sousa y otras personas de +esperiencia y en esta conformidad si <span class="marginnote">I. No son +menester discursos <span class="abbr" title="donde"><abbr title="donde">dn̄de</abbr></span> ay mandatos ciertos si no cunplillos a +la letra y con esto se acierta el seruicio de anbas Magestades y no se +hierra como ello hiço tan grauemente dejando estas yslas ariesgo +de perderse si Dios no guardara este rincon de su Eglesia.</span>esto +auioso hallase al Virrey, en Malaca, que seria lo mas ynportante para +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +se hiciesse esta jornada con mayores fuerças y seguridad el qual +<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>dispondria lo que con su mucha prudencia y valor +jusgase ser mas conveniente que lo tal tendria su S. por acertado y lo +obedeceria por complir con lo que su Magestad le tiene <span class="abbr" title="manlado"><abbr title="manlado">mālado</abbr></span> +y asi le auiso lo que por agora se lo confiesa y ser a su parecere que +juntandose esta armada con la del dho <span class="marginnote">K. En lo +peor lo que inportaua auia sido poner <span class="abbr" title="buen"><abbr title="buen">buē</abbr></span> cobro para que los +quatro galeones <span class="abbr" title="vuieran"><abbr title="vuieran">vuierā</abbr></span> llegado aca no enbiando vn +malhonbre que les quitara los qilotos platicos ya que fue tomar el +consejo que yo le di en la junta en mi parecer. fol.</span>Virrey seria +bien caminar con toda la buelta del puerto de Banton en el estrecho de +Sunda <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> es la principal escala y factoria que el +enemigo tiene y a donde acuden todas las mercadorias y cargan las naos +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +todos los años embian a <span class="abbr" title="Olanda"><abbr title="Olanda">Olāda</abbr></span> y a donde viene +a dar, rehazerse y repartirse las que asi mismo vienen de alla que +tiene su S. por cosa sin duda que dexasen de hallar las <span class="marginnote">L. Con que vano fundamento se mouio pues fiel considerara +lo que auia tardado en preuenir su armada <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> ser menor <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> la que el +Virey auia de juntar no se persuadiera con tanta facilidad a +<span class="abbr" title="pensar"><abbr title="pensar">pēsar</abbr></span> <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> auia sin <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">tiēpo</abbr></span> a +destar preuenido para salir pues la sedula se despacho en dizienbre de +seis cientos y catorse y el virey <span class="abbr" title="quanto"><abbr title="quanto">quāto</abbr></span> mas presto la +resibio fue por tierra en agosto y por mar en septiēbre +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +estos despachos llegan Agoa de seis sientos y quinse y su Mag. que +confiderando lo mejor no le obliga a el asalira hasta auer reseuido el +socorro de la Nueua España <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cn̄</abbr></span> las naos, de 616. pues +que rason auia en buen juicio para persuadirse que el Virey auia de +salir <span class="abbr" title="tan"><abbr title="tan">tā</abbr></span> sin <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">tiēpo</abbr></span> sin auisarle +primero guardando mejor que Don Iuan la cedula y que ay <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> tratar de +ganar o perder monçones donde el placo es sierto auiendose +comunicado y senalado <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">tiēpo</abbr></span> y lugar descubrese con euidencia +<span class="abbr" title="enl"><abbr title="enl">ēl</abbr></span> +ebuste si se considera que dise que el <span class="abbr" title="monçon"><abbr title="monçon">mōçon</abbr></span> pasado auia de estar el +Virey o armada en Malaca, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> es el mesmo tienpo, <span class="abbr" +title="en"><abbr title="en">ē</abbr></span> <span class="abbr" +title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> resibio los +despachos por <span class="abbr" title="questa"><abbr title="questa">q̄uesta</abbr></span> <span class="abbr" title="propusicion"><abbr title="propusicion">propusiciō</abbr></span> +se hase en 14. de enero de 616. y los despachos se <span class="abbr" +title="resibieron"><abbr title="resibieron">resibierō</abbr></span> en <span class="abbr" title="setiembre"><abbr title="setiembre">setiēbre</abbr></span> de 615. +y en este mesmo tiempo quiere aya llegado a Malaca, o <span class="abbr" title="embiado"><abbr title="embiado">ēbiado</abbr></span> +armada <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> es para suponer vn ynposible.</span>vnas y +las otras y tanbien se tomaria, alli lengua y se saberia de cierto si +al enemigo le vbiese venido nueua armada y de que calidad para que +conforme a eso disponer las cosas y tomar la resolucion que mas +conbiniese y si al enemigo no le vbiese venido nueuo socorro +<span class="abbr" title="siguramente"><abbr title="siguramente">siguramēte</abbr></span> se prodria yr a buscarle +sin perder tan buena <span class="abbr" title="ocasion"><abbr title="ocasion">ocasiō</abbr></span> y si la vbiere de ronpelre procurar +hazero que este es el punto principal y acauar con todo de vna vez +porque viendo al enemigo roto y sin armada con facilidad se reducirian +todos los naturales de aquellas Yslas y las fortaleças que los +Olandeses tienen <span class="abbr" title="quedaran"><abbr title="quedaran">q̄daran</abbr></span> de vna ues cercadas y +<span class="abbr" title="serian"><abbr title="serian">seriā</abbr></span> mas fasiles de rendir, perdidas las +esperanças de ser socoridas: Y las, fortaleças de +Anbueno, y de <span class="abbr" title="Banda"><abbr title="Banda">Bāda</abbr></span>, que son las primeras <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> por el +camino <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> tiene dho se an de en contrarseran mas +faciles de conquistar por tenerlas con menos gente y artilleria por +parecerles que estan mas lexos de nosotros porque hazen siempre cuenta +que abemos de yr abuscar los de Philippinas a Terrenate, por el camino +ordinario mas cierto y corto y que siempre sea hecho y si nos +hiciecemos Señores de Ambueno y de Banda perderian ellos los +puestos de mas <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>ynportancia y de mas prouecho que oy tienen y +que los estados les ordenan procuren conseruar aunque se pierda todo lo +de Maluco, y en bueno <span class="abbr" title="don"><abbr title="don">dō</abbr></span> derecoxe el enemigo todo el clauo +<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> +se saca de Terrenate, Maquien, Motiel, Tidore y Bachan, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> ansi lo an +hecho sienpre <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> quando llegasemos a de estar todo alli +junto y quitandoles este clauo que por ser año de <span class="abbr" title="Monçon"><abbr title="Monçon">mōçon</abbr></span> a de ser en gran +<span class="abbr" title="cantidad"><abbr title="cantidad">cātidad</abbr></span> y les a de ynportar mucho +quedaran destruidos; por el contrario sino fuese este año y se +les diese lugar a despachar a Olanda quatro mil bares de clauo que +<span class="abbr" title="hazen"><abbr title="hazen">hazē</abbr></span> cuenta an de recoxer sin la nues +moscada y las demas mercadurias de China, y pimienta que les ynportara +puesto en Olanda mas de quatro millones, podria hazer nueua armada, y +cobrar el credito que oy tienen casi perdido y se les da lugar que +viniesen a juntarse con la armada que aca tienen con que quedaria para +nosotros mas ynposiblitado despues de hechos muchos gastos y si en la +Sunda entendie semos que al enemigo le auia venido nuea armada de +Olanda y vbiese pasado a juntarse con la que tiene en Maluco, y que lo +vno y otro era de calidad que se arriesgasen mas fuerças y +armada yendo a buscalle en tal caso seria bien enbiar a socorer +nuestras fortalezas con los nauios de remo y lo demas retirallo aparte +sigura basta tener mas caudal y silegando su S. al estrecho hallace que +el Virrey no auia uenido ni enbiado mas armada y le auisase partiria de +la Yndia en Mayo, procuraria diletar la jornada hasta llegar el dicho +Virrey para que <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> mas seguridad se haga y con su <span class="abbr" title="prudensia"><abbr title="prudensia">prudēsia</abbr></span> y valor major consiga el +seruisio e yntension de su Mag. y solo pondra en execusion el yr +<span class="abbr" title="abante"><abbr title="abante">abāte</abbr></span> en el estrecho de la Sunda por ver si +ay alli <span class="abbr" title="algunos"><abbr title="algunos">algūos</abbr></span> nauios y sauer si le a uenido al +enemigo nueua armada, como tiene dho, y desde alli procurara despachar +al dho Virey para <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122" +name="pb122">122</a>]</span><span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q̄</abbr></span> lo tenga todo mas bien entendido y conforme +a ello disponga las cosas <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cō</abbr></span> sertidunbre de todo lo que ubiere.</p> +<p>Y por la <span class="abbr" title="proposicion"><abbr title="proposicion">proposiciō</abbr></span> y rasones referidas y la +sedula de su Mag. de treinta de Dieziembre de seiscientos y catorse se +conose que su yntencion es que esta jornada se haga con las mayores +fuerças que se pudieren juntar del estado de la Yndia y estas +yslas comunicando entre el dho Virey y su Señoría la +parte donde se podran juntar y la forma de hazer la guerra lo qual y a +esta fecha por escripto como esta dicho en quanto a las fuerças +no se puede esperar que crescan antes vayan en <span class="abbr" +title="diminucion"><abbr title="diminucion">diminuciō</abbr></span> y asi mismo por la breuedad y +prestesa con que manda se haga la dicha armada no dando lugar a que mas +se ynposiblite pide a todos los de la junta traten y confieran este +caso como tan ynportante al seruicio de Dios y de su Magestad, y sobre +el de sus pareceres para que oydos y <span class="abbr" title="entendidos"><abbr title="entendidos">entēdidos</abbr></span> se +haga lo que mas conuenga a su Real seruicio Don Iuan de Silua ante mi +Gaspar Alvarez. <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123" +name="pb123">123</a>]</span></p> +</div> +<div id="app3" lang="nl-1600" class="div1"> +<h2 class="main">Bijlage III.</h2> +<h2 class="main">Journael van den tocht gedaen van Tayouan naer Manilla +a<sup>o</sup> 1625.</h2> +<div class="argument"> +<p class="firstpar"><i>Journael vande tocht ofte voijage gedaen van +Taijouan naer de baey van Manilla ende custe van Luconia mette scheepen +’t Wapen van Hollandt, Noorthollant ende Orange—mitsgaders +de jachten den Haen, Fortuijn ende Victoria ondert commandement van +Pieter Jansen Muijser vande 27 January 1625 totten</i> +[<i>22<sup>en</sup> Mei</i>].</p> +</div> +<p class="firstpar">Januarij 1625, Maendach.<br> +adij 27 ditto des morgens syn wij mette voorsz. ses seylen van Taijouan +naerde cust van Manilla seijl gegaen, ophebbende te samen 432 coppen +ende gevictualieert voor 5 maenden. De Almachtige Godt gunne dat voorn. +tocht mach gedyen tot sijner ere, dienst ende voordeel vant gemeen +beste int generael ende der heeren Maijores int perticulier, ende +eyntlijck tott onser aller salicheyt.</p> +<p>In see comende setten ons cours S. ten O. langs de wal ende sonden +de jachten Fortuijn ende Victoria voorwt om de drye Chineese joncken, +die met ons gedestineert waeren naer de cust te gaen ende ons een stuck +weechs voorwt ondert landt souden verwachten, te waerschouwen dat wij +in see waren ende daerom aff souden comen ende hun onder de vloote +begeven.</p> +<p>Des achternoens d’wtterste hooge berch vant landt aen boort +hebbende, vernamen noch al laech lant tot des avonts toe, streckende +hem al S. ende S. ten Westen. Des avonts quam de Fortuijn wederom onder +de schepen maer Victoria noch de joncken hebben niet vernomen. Godt +geve terecht mogen comen. ’s Nachts seijlden wij langs de wal met +cleene seylen S. ende S. ten Westen. <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span></p> +<p>28 ditto vernamen noch Victoria noch joncken niet, waerom niet +alleen verwondert maer oock bedroeft werden. Den breeden raet quam aen +boort ende ordoneerde een zeijn brieff voor de vloot; oock mede dat de +Fortuijn een stuck weechs om d’Oost soude loopen om te sien off +geen tijdinge van Victoria conste vernemen; quam des avonts wederom, +hadde niet vernomen tot middachs. Hadden hoochte van 22 gra., 22 +minuten; des avonts cregen een harde regencaeck; de wint N.N.O., stijve +coelte.</p> +<p>29 ditto des morgens waren d’ander schepen een groot stuck +after wt soodat wij m<sup>r</sup> van hun allen waeren.</p> +<p>30 ditto hadden hoochte van 17 gra. 50 minuten; gingen suijen aen om +de caep Bolinao int gesicht te loopen; die lach noch 18 mijlen van ons. +’t Was drooch maer windich weder; wij waren de scheepen wel een +marsseyl te cloeck behalven de Fortuijn die hart seylde.</p> +<p>31 ditto hadden onse stierman des nachts hoochte van 16 gra., 10 +minuten, waermede de caep opt lijf mosten loopen, maer soo wij sulcx +metten dageraet niet vernamen bevonden dat ons de stroom om de West +hadde geset, waerom ons cours om de wal te naecken Oost aen setten. De +wint was te Oost; des middachs hadden hoochte van 10 gra., 40 minuten; +wij seijlden soo hooch om d’Oost als wij conden.</p> +<p>Februari 1625, Saterdach.</p> +<p>1<sup>mo</sup> ditto hadden de hoochte van 16 gra., 28 minuten; +vernamen noch geen landt, soo dat ons de stroom hart om de West hadde +geleyt.</p> +<p>2 ditto des morgens sagen wy de caep Bolinao S. O. ten S. van ons. +’t Is laechachtich vlack landt. Wij sagen oock ’t +hoogelandt van de baij van Pangassivan, wierpent datelijck op de leij +ende verwachten de scheepen. Wij resolveerden alhier onder de caep tot +morgen toe bij te leggen oft wij eenige tijdinge vant jacht Victoria +ende joncken consten vernemen <span class="pagenum">[<a id="pb125" +href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>ende dat wij dan recht naer +Witters eylandt souden loopen. Des achternoens begon het hart te +waijen; wij lietent leggen drijven W. ende W. ten Noorden; des nachts +woey het vliegende storm wtten Noorden, ons halsport brack aen stucken +waerdoor, eer wij die conde stoppen, een hoope waters in cregen; die +see liep overmaten cort ende onverbolgen.</p> +<p>3 ditto des morgens wast hantsamer weder; de scheepen waren bij +malcander behalven N. Hollant, die noch niet vernamen. Hadden hoochte +van 15 gra., 43 minuten; wy seylden met fock ende voormarsseyl S. O. in +de wal met stijve coelte, de wint Noorden.</p> +<p>Des avonts sagen wij Witters eylandt voor wt ontrent 6 mijlen, ende +mits dat de son laech begonst te gaen ende ’t jacht den Haen een +groot stuck after wt was, vondent niet geraden voorts te laten staen, +wierpent op de leij ende lieten leggen drijven. Tegens avont quamen de +scheepen Orange ende Haen bij ons, claechden veel in voorleden nacht +geleden te hebben; Orange meende sijn fockemast een crack hadde; hij +vreesde oock dattet met Noort Hollant niet wel en was; den Haen +claechde dat veel waeters in genomen hadde ende veel armoede +gepasseert. Wij hieldent aff ende aen; sagen des nachts vele vieren opt +landt, apparentelyck die van Manilla waerschouwende van ons +compste.</p> +<p>4 ditto smorgens wast stilletgens, de wint wtte lande. Orange schoot +een schoot ende quam aen boort, claechde dat sijn fockemast dwars door +midden was; wij gaven hem een groote marsseyl ree daer hij mede wangde +tot dat wij bequamelyck hem beter mochten helpen. Wij lietent voorts in +staen, maer vernamen noch N. Hollant noch Victoria niet; wij conden +oock Witters eylandt noch niet beseylen.</p> +<p>5 ditto des morgens quam Noort Hollant wederom, Godt lof, by ons; +claechde mede dat in voorlede storm veel hadde wt gestaen. De wint was +uijtte wal; consten Witters eylandt niet becomen, waeromme wij metten +<span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>raet resolveerden ons best te doen om inde baij +van Manilla te geraecken, om ons van des vijants macht +t’informeren.</p> +<p>6 ditto des morgens was het stilletiens; wij dreven ende seylden den +heelen dach, maer conden des avonts Mariavelle niet beseylen. Wy sagen +dicht ondert landt een cleen vaertuijch, daer ’t jacht Fortuijn +naertoe sonden, maer condent niet becomen; wy gisten het een chaloupe +geweest is, wt gesonden om ons te besichtigen. Des avonts quam de wint +wtte wal; wy settent in de mont vande bay op 32 vadem waesachtige gront +op het eylant Mariavelle; worden geweldich geviert.</p> +<p>7 ditto. Deden ons best om op te laveren; de wint woey starck N.O. +de baeij wt; tegen avont quamen weder ten ancker, hadden geen mijl met +laveren gewonnen. Int setten quam Oranje de Fortuijn voor den bouch +ende brack ’t jachts bouchspriet in drie stucken; den raet quam +aen boort ende resolveerde, alsoo wij ballast ende Fortuijn een +bouchspriet mosten hebben, dat Oranje syn best zoude doen om voor wt +innewaert aen te peuren om, soot doenlyck was, des vijants macht te +ontdecken; oock dat schipper Carel mede met Oranje soude opvaren.</p> +<p>8 ditto smorgens ginck Orange seijl ende metten dach lichten wy +altsamen mede ons anckers, maer door de harde wint conste geen ofte +weijnich voordeel doen; dies quamen des avonts onder Mariavelle wederom +ten ancker op 26 vaedem; behalve Orange bleef aen de suijt syde van de +baey leggen om mette lant wint bequamelyck op te commen.</p> +<p>9 ditto weder onder seyl gegaen; die wint woeij hart N. Oost die bay +wt; wij vorderde weijnich; oock mede cost den Haen niet langer voort, +liep voor de wint wederom naer Mariavelle, daer wy iegens avont mette +Fortuijn bij hem quamen ende settent op 18 vadem; wy vraechden den Haen +watter schort; wisten ons anders geen antwoort te geven als dattet +jachts ongebaniertheijt schult was; costen qualyck voorde <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>wint +ofte by de wint; ’t is voorwaer oock een sober schip, om op +dusdanighe tocht te gebruijcken; N. Hollant ende Orange waren een groot +stuck de bay opwaerts aen.</p> +<p>10 ditto gingen weder onder seyl, maer jegens avont de scheepen N. +Hollandt ende Orange, wederom afcomende, liepen gelijckelyck aen de +N.W. syde van Mariavelle in een valleij ten ancker op 30 vadem +moddergront, behalve N. Hollant, diet by de wint hielt ende liep van +d’ander syde vant eijlant; dorst dees syde, dewijl daer onbekent +ende het doncker was, niet aendoen. Den oppercoopman ende schipper van +Orange mitsgaders onse schipper Carel Lievensen quamen aen boort ende +rapporteerden dat sij soo naer de stadt Manilla ende fort Cavijte +waeren geweest, dat sy <span class="corr" id="xd20e4094" title="Bron: met met">met</span> een gotelinge schoot het fort conde +beschieten ende de menschen perfectelijck bekenden, ende dat onder +ditto fort laegen 4 soo groot als gemene gallioenen, een tamelyck +schip, een jacht met een galleij, alle t’samen reddeloos, +behalven ’t jacht ende galley, sulcx dat wy die in d’eerste +maent niet hadden te verwachten.</p> +<p>11 ditto quam N. Hollandt mede by ons op de reede ende de vrunden +aldaer rapporteerden ons mede van des vijants macht in Manilla gelyck +die van Orange gedaen hadden.</p> +<p>12 ditto resolveerden met 100 man ondert gebiet van Jan Pietersen +Reus met alle de schippers aen landt te vaeren om ’t velt +t’ ontdekken; oock mede om ballast, hout ende water voor de +scheepen te besorgen.</p> +<p>13, 14, 15 ende 16 ditto waren doende om hout tot masten ende +bouchsprieten, ballast ende water te halen, dat op dit genouch te +bekommen is. ’t Was alle daegen lieffelyck schoon weder; wy +meenden Noort-hollandt ende den Haen aen d’ander syde vant +eijlant te senden, om den vyant, soo hij met cleyn vaertuijch daer +verscheen, het landen te beletten, maer alsoo ’t <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>gehouwen hout, bijsonder de mast voor Orange, +seer wormgeten, swack ende onbequaem naert hacken bevonden worde, ende +men vreesde aldaer ontrent geen beeter soo datelijck souden connen +vinden, soo worde goet gevonden, naer dat de oude mast by Jan Pietersen +Reus ende d’ ander <span class="corr" id="xd20e4106" title="Bron: sshippers">schippers</span> was gevisenteert ende geoordeelt +worde dat die het noch soo wel een wijltijts soude houden, jae een torn +wtstaen, dat wij den 18 deser des morgens soude t’ seyl gaen naer +Witters eylant ende soo naer de caep Bolinao em te cruijsen, sulcx dat +de voornoemde scheepen Noorthollant ende Haen aen d’ ander syde +vant eylant niet syn gaen leggen.</p> +<p>17 ditto ’s Maendachs smorgens is onse boot vrouch naer lant +gevaren om de rest van haer water te haelen; de vaten vullende worden +door den vijant die aldaer in de ruychte lach, overvallen, schietende +geweldich met musquetten naer ’t volck, die, hun water +verlatende, naer de boot vluchte, ’t welck wy inde scheepen +vernemende, terstont den vijant met grof geschut daer van dreven, die +onse boot doen verlatende, met menichte naer N. Hollants tingal (die +een stuck weechs int baytien lach om hout te haelen) toe liepen ende +schooten daer menichte van schooten op tot dat eyntelyck ons geschut +hun dede het vaertuych verlatende ende namen de wijck aen d’ander +syde vant landt. Onse boot quam aen boort; wij misten 5 man, namentlyck +vier matroosen ende een Japponder, ende N. Hollant een met drij +gequetsten; wy verlooren oock 7 musquetten met haer bandelieren, die +’t volck door verbaestheyt int vechten van hun geworpen hadden; +hadde den vijant wat meerder patientie gehadt ende sich wat langer +bedect gehouden, ongetwijffelt hy soude een groot voordeel op ons +hebben connen becomen, alsoo veel volck alreets vande respective +scheepen aen lant souden gaen om de rest yder een van syn hout ende +water te haelen ende apparent meestal ongewapent (alsoo men nu vast +<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>oordeelde daer was geen swaricheyt aen landt te +verwachten) maer Godt de Heer heeft ons door dit ongeluck des volcx +onachtsaemheyt willen betoonen, wat gebooden ende vermanen men hun +doet, datse wel op haer geweer sullen passen ende hun niet bloot +begeven ende hunluijder leeren op een andermael sich beeter in ordre +ende bij den andre te houden, principaelijck daer perijckel te +verwachten is.</p> +<p>Noort Hollant ende de Haen sonden wij terstont om ’t eylandt +om te sien of geen van des vijants vaertuijch consten vernemen, dat sy +ons dat dan met een schoot souden adverteeren, waer naer de boots aen +lant voeren vol volcx, al waer commende vonden 2 dooden sonder hoofden, +die sy de lichaemen begroeven, sulcx dat 4 van ons volck gevangen met +hebben gevoert, waer wt ten deele onse gelegentheyt sullen cunnen +verstaen.</p> +<p>Ons volck vonden oock alle hun lege watervaten noch heel, ende +’t gehact hout onbeschadicht op ’t strant leggen, die sij +gevult mettet hout aen boort brachten; apparent isser vrees in hun +geweest, daerom oock alle haest gemaeckt hebben.</p> +<p>Jegens avont quamen N. Hollandt ende den Haen wederom by ons ende +rapporteerde Jan Pietersen, dat hun docht 2 seyltiens buijten gesien te +hebben, maer van des vyants vaertuych hadden niets van cunnen ontdecken +ofte vernemen, waerom wij resolveerden des nachts seijl te gaen.</p> +<p>18 ditto Dijnsdachs smorgens lichten wij onse anckers ende gingen +t’ seyl. Metten dach sagen wy een seijltgen ondert lant van de +Limbonis, daer wij al t’ samen naer toe liepen; ’t woeij +een stijve coelte wtten O.N. Oosten; de Fortuijn, wel een vande harste +beseijlste wesende, dede het seyltien strycken ende sont het ons aen +boort; ’t was een cleijn Chinees jonckien met 5 Chineesen, +geladen met hout; wilden naer Manilla. Wij lostent hout ende deeldent +tot gerieff vande vloot ende namen de Chineesen over, hacten het +jonckien in de gront alsoot nergens toe bequaem was. <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span></p> +<p>19 <i>ontbreekt</i>.</p> +<p>20 ditto ontrent middach quamen onder Witters eylant ten ancker op +30 vadem vuijle gront.</p> +<p>21, 22 ditto hebben Orange sijn fockemast, die op Mariavelle gehact +hadde, noch ingeset alsoo die beeter bevonden worde als d’ oude +gebroocken, ende dewijl alhier geen ander te becomen is, hebben ons met +die moeten behelpen.</p> +<p>23 ditto des avonts syn wy gelijckelyck van Witters eylandt t’ +seyl gegaen naer de caep om d’ aenstaende maent van Maert aldaer +te cruijsen; ’t was dagelijcx schoon, lieffelijck ende heet +weder.</p> +<p>26 ditto hadden een moije coelte wtte lande, seijlden boven Witters +eylandt. Wy vernamen een seyl commende wtte wal; daer by commende was +tot ons groot vernougen ’t jacht Victoria, dat alhier ende +ontrent de caep tot voor de bay van Manilla altoos alleen hadde +geswormen; de joncken, seiden hij, hadden op de cust van Formosa, in +een gat daer verneken saten, gevonden, ende alsoo die sonder te lossen +niet wt conden comen, was hy genootsaeckt die te verlaeten ende naerde +vloot te comen, hun belastende te volgen, ende soo ons volgende hadden +ons gemist ende tot nu als vooren hier ontrent aff ende aen +gelaveert.</p> +<p>27 ditto smorgens vernamen 2 seijlen; waren 2 van onse joncken, die +met ons gedestineert waren; hadden het mede altoos hier ontrent +gehouden; hun oversten Equan quam aen boort ende rapporteerde had hij +ses dagen naert vertreck vant jacht Victoria eerst wt gecomen was met +sijn drien, maer dat de derde jonck, niet willende seijlen, by hun +verlaten was; vermoet die wederom naer Tayouan toegelopen is. ’t +Was lieffelyck heet weder, redelycke coelte.</p> +<p>28 ditto smorgens conden wy de joncken niet sien; ons oordeels salt +hun seer swaerlyck syn ons te voegen. Equan hielt mij gisteren al +vooren om des avonts onder de wal ten ancker te comen, soo dat wijt +oordeelen onnosele seeluijden te syn. <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span></p> +<p>Primo Maert, Saterdach des morgens, waren wy weder dicht onder +’t landt; wij sagen beyde de joncken, die wij meenden dat op ons +aff souden gecomen hebben, maer wij bevonden dat sy liever de wal +hielden dan met ons verre in see te loopen; wy sonden ’t jacht +Fortuijn des afternoens naer hun toe om die onder de vloot te doen +comen, maer sy bleven onder de wal.</p> +<p>2 ditto woey het hart wtten Noorden. Des avonts quamen heel dicht +onder ’t landt ontrent de caep, dat een schoone lantdouwe schijnt +te weesen; de Fortuijn met eene jonck quam bij ons, maer soodrae als +wij het wederom wenden van de wal t’seewaert, liep de jonck +datelijck wederom bij syn macker onder ’t landt ten ancker. +’t Was heel stil weder, dan de see schoot hart.</p> +<p>3 ditto waren wederom ontrent de wal; wij misten Noort Hollandt, die +des afternoens weder by ons quam. Wij sonden ’t jacht Fortuijn +wederom by de joncken met wat amonitie, als cruijt, musquets, coegels +ende lonten, ende lietent hun metten ondercoopman Abraham le Poivre +weten, dat sy hun onder onse vlagge souden commen begeven; soo niet, +indien hun eenich ongeluck overquam dat wy daer van ontschuldicht +wilden sijn.</p> +<p>Des afternoens quam Le Poivre wederom aen boort ende seijde dat de +bootschap aen Equan gedaen hadde, daervan ick oock d<sup>o</sup> Le +Poivre schriftelycke verclaringe liet teyckenen; een weijnich tijts +daer nae quam den Chinees Equan selffs aen ons boort, die ick aendiende +volgens de voorige last van Le Poivre, sy mosten hun nevens onse +schepen in see begeven ende niet onder de wal houden; soo verre de +Spangaerden quamen te vernemen dat sij haer daer onthielden, sy souden +groot perijckel loopen van genomen te worden; dat sy daerom +gewaerschout souden sijn: wij moesten ofte costen alle avont met onse +swaere scheepen soo naer de wal niet commen; ende ick wees hun hoe wij +seijlen mosten omde joncken wt China te ontmoeten, daer op my antwoorde +’t selve te sullen soo naer comen ende doen (hoe wel groote +geneegentheyt toonde om onder de <span class="pagenum">[<a id="pb132" +href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>wal te houden, menichmael +repeterende “haz mûcho grande mar”<a class="noteref" +id="xd20e4154src" href="#xd20e4154" name="xd20e4154src">1</a>) oock dat +dat, namentlijck ’t opsoucken vande joncken, seer goet was; maer +soodrae den quidam wederom in syn jonck was ende dattet ontrent avont +worde, liep terstont naer d’ander jonck toe, ende liepen +t’samen onder de wal; wij hielen t’see.</p> +<p>4 ditto woey het hart wtten Noorden; lietent leggen dryven om +d’ander scheepen in te wachten.</p> +<p>5 ditto wast stille; wij conden alt samen boven de caep Bolinao niet +commen.</p> +<p>6 ditto dreven wij boven de caep Bolinao voornompt open gaets vande +baij van Pangassivan, een kenningh vant landt.</p> +<p>7 ditto quam den breden raet aen boort ende resolveerde de cust +totte Doz Irmanos toe te cruijcen; iterim dat Jan Pietersen mette +Fortuijn ende tingal dicht langs de wal soude loopen ende vernemen oft +ergens geen bequame reede ende waeterplaetsen waeren, om ons ende andre +onse hier naer commende scheepen, des noot synde, daervan te mogen +dienen; ’t was heel stille ende heet weeder.</p> +<p>Op dato storff d’eerste man van siecte in de vloot opt jacht +den Haen.</p> +<p>8, 9 en 10 ditto hadde ons de stroom weer om de Noort geset; wij +conden van stilte totte boucht van Pangassivan niet comen, dreven mette +seylen gestadich op de mast; ontrent middach cregen een labbercoeltien +wtten N.Westen, soo dat wy iegens avont wtte bocht geraeckten. Mette +son was de caep Z. ten W. van ons; wij seylden Z.W. ende Z.W. ten +Westen.</p> +<p>12 ditto waeren wy ontrent de caep; Jan Pietersen Reus hadde mettet +jacht Fortuijn alhier een bequame waterplaets, leggende in een baij, +gevonden, maer geene ofte seer onbequame anckergront voorde grooste +scheepen; wij sonden alle de boots met 42 musquettiers aen lant om +water te haelen; wij ordonneerden ’t jacht <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>Victoria soo dicht onder de wal te loopen als de +boots bequamelijck soude connen beschermen, ende Jan Pietersen vooruit +voer mettet jacht Fortuijn noch wat om de Suijt, om te vernemen oft +geen bequame reede voorde scheepen conste vinden.</p> +<p>13 ditto was ick aende waterplaets aen lant; wederom aen boort +comende vont Jan Pietersen aldaer, die mij seyde een seer schoone baeij +ontrent 1½ mijl van dese baij gevonden te hebben, om voor groote +scheepen te anckeren; daerop den raet ontboden ende resolveerden mette +vloot daer naer toe te loopen; jegens avont daer comende settent after +eene gebrooken, dorren, clippigen houck, een cleen gotelingh schoot +vant lant op 9 ende 12 vadem schoone gront.</p> +<p>14 ditto voer Jan Pietersen met alle de schippers met 100 man aen +landt om ’t selve te ontdecken, maer vonden geen vars water, maer +wel een staende poel brack water, die wy bevonden (hoewel vant +geberchte aff compt) doort overloopen vande see int suijer mousson +brack te wesen; wij resolveerden, alsoo enige vande vloot water van +doen hadden, ’t strant door te graven om het staende water in see +te loopen ende ons dan daer van te dienen soo wij best soude +connen.</p> +<p>15 ditto quam Jan Pietersen wederom aen boort ende verhaelde mij, +dat een seer bequaem afflopende vars water hadde gevonden, waerom +gesamentlijck met alle de boots aen lant voeren met een pertij +musquettiers om water te haelen; aen lant comende vonden van enige +inwoonders resistentie, schietende vijff ofte ses seitsen ofte pylen +naer ons; doch quetsten Godt loff niemant, maer door onse musquettiers +vluchten int geberchte, soodat wij innewaerts van strant aff trocken; +vonden daer een tamelijck pleyn, beplant met bannanus bomen, suijcker +riet met yets anders, daer dese inwoonders hunne residentie hielden, +maer apparent soo wy met de vloot hier quamen de vlucht hebben genomen; +wij verbooden wel strengelyck dat niemant niettegenstaende +d’inwoonders onse vyantschap <span class="pagenum">[<a id="pb134" +href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>getoont hadden, per avontuer +niet wetende wat natie, oft Spangaerden oft andre, wij waren, alsoo wy +vermoeden dat noijt van onse scheepen hier geweest sijn, enige vrucht +bomen ofte aert vruchten souden beschadighen, om te sien oft sy ons by +dien middel hier nademaels vreedtsamer ons water souden toestaen te +haelen.</p> +<p>Aen landt synde meetten andre om ’t volck in ordre te houden, +quamen 2 seijltiens vande Suijt op comende laveren, waerom terstont Jan +Pietersen Reus mette schipper vande Fortuijn aen boort sonden om mette +vrunden advys ’t jacht voorn<sup>t</sup> daernaer toe te senden; +maer aen boort comende vernamen dattet onse 2 joncken waeren, comende +op laveren, om welcke oorsaecke, als mede om dattet stil was, niemant +daer naer toe sonden; maer jegens avont liepen die wederom naer de wal +sonder bij ons te comen; wij gissen dat sij ons niet gesien hebben ende +’t was te stille om by hun te comen.</p> +<p>’t Water, dat wij hier vonden, spruijt een half musquet schoot +vant strant wtter aerde wt drie aderen, ende maekt soo een loopent +beeckien tot in see, wel soo starck als inde Tafel baij; ’t water +is ook soo schoon ende lieffelijck ende in sulcken overvloet, dat ment +nauwelyck soude verwenschen, alleenlijck dattet met laech water wat +moeijlijck over enige effe clippen in de boots te brengen is.</p> +<p>Deze baij worde bijden raet op d’ approbatie vande Heer +Generael den naem gegeven van <i>Muijsers bay</i>; leyt op de hoogte +van 16 gra., 15 minuten Noorder breete.</p> +<p>De Weste baij ofte waterplaets, 1½ mijl bijnoorden, worde +genaempt op gelijcke approbatie <i>Reusen bay</i>; sijn beyde dese +bayen seer kenbaer, want vande caep Bolinao aff tot Reusen baij is +’t lant effen oft het geschaeft waere, maer aldaer valt het met +een inwijck ofte bay in; wederom van daer 1½ myl suijdelijck tot +Muysers bay ist wederom effe; dan ontvalt hem ’t lant +<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>in Muysers baij in 2 ofte driederley heuvelen +ende int midden van de bay siet men een ruijge hoeck van boomen; +tusschen dien hoeck ende de voorverhaelde dorre clippen aende +noortseyde, dicht onder ’t lant, is de reede alles gelyck by der +stuerluyden journaelen perfecter is geextendeert ende beschreven.</p> +<p>16 ditto waeren noch doende met water te haelen; de scheepen +ondertussen d’een wat crengende, d’ander wat drijvende; +Orange sette een nieuwe bouckspriet in, alsoo sijn oude onbequaem ende +geheel vergaen was. Worde goetgevonden op morgen aen lant te gaen om de +scheepen, principaelijck die naer Maccao sullen gedestineert worden, +van brant ende ander hout te versien, ende alsdan gelijckerhant op 18 +deser wederom in see sullen loopen.</p> +<p>17 ditto waeren met alle de boots aen lant ende hacten een deel +brant ende timmerhout voorde vloot.</p> +<p>18 ditto waeren ons volck doende om ’t hout aen boort te +brengen; ontrent de middach openbaerde hun wederom 8 à 10 +swarten, schietende verscheyden pijlen doch quetsten Godt loff niemant, +want vluchten terstont boswaerts in alsoo d’onse naer hun +schooten; ende quamen ons volck altsamen met hun hout aen boort.</p> +<p>Wij resolveerden metten raet naerdemael wy onse Chinese joncken niet +en vernamen, de jachten Fortuijn ende Victoria langs de wal tot de Doz +Irmanos toe te senden om de selve joncken op te soecken ende onder de +vloot te brengen.</p> +<p>Des nachts wast stille tot int dachquartier, wanneer veel blixem +ende een harde regen viel, die ons gans ongewent was, alsoo wij sedert +28 Januarij (dat wt Taijouan seylden) noyt regen vernomen hadden.</p> +<p>19 ditto, Woensdachs, des morgens metten dach, de wint wtte wal +sijnde, lichten ons anckers ende gingen wtte baij seijl, buijten +comende woey ende regenden het hart met donder ende blixem, soodat wijt +lieten drijven; de jachten liepen langes de cust om de joncken op te +soecken, die wij sedert den 3 deser (alleenlijck <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>op +15 ditto dat wy die gisten te sien, hoewel niet by ons quamen) niet +vernomen hebben, sulcx dat dees joncken meer moeyte ende sorge +causeren, als ick vreese dat sij de comp<sup>a</sup> dienst sullen +doen, want in alle manieren toonen geen genegentheyt om bij ons te +sijn, oock syn se onbequaem om t’see te loopen; ende ’t is +ons niet geraden gestadich ontrent de wal op hun te passen, waerom wij +oock resolveerden hun noch dees reijs op te soucken ende, die niet +vindende, onse cruijsinge tot opsoeckinghe vande vloot ende andre +joncken comende van China naer Manilla te vorderen.</p> +<p>Des middachs sagen een seyltien recht voor wt S. ten W. van ons, +daer wij altsamen met alle de seijlen naer toe liepen met tamelycke +coelte wtte Noorden, maer alsoo een groot stuck voor wt was ende ons te +cloeck int seijlen, is ons iegens avont ontduijstert. Ick oordeelde het +een Chinees wangcan te sijn, ofte comende van China ofte wt Manillas, +om ons te verspien.</p> +<p>Wij staecken bij ende setten een vuijr op om Orange ende den Haen, +die een groot stuck weechs after wt waeren in te wachten.</p> +<p>20 ditto smorgens waeren Orange en de Haen ons wt gesicht; +presumeren dat sij ons vuijr niet hebben gesien ende derhalven hebben +laeten voorstaen; de Dos Irmanos waeren N. ten O. 3 mylen van ons; wy +cregen een lant wintien ende deden ons best om wederom om de Noort te +commen; de schippers vande Fortuijn ende Victoria quamen aen boort ende +rapporteerden ons, dat sij op gisteren, alsoo dicht onder de wal +loopende als hun mogelijck was, geen joncken vernomen hadden; +affcomende hadden seijlten voor wt gesien, daer de Fortuijn terstont +naer toeliep, maer doort vallen vanden avont verloor hem wt gesicht, +soo dat genootsaeckt was wederom onder de vloot te commen.</p> +<p>Des middachs vernamen Orange ende den Haen omden Suijt van ons; wy +wierpent op den leij ende <span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>wachten hun in; des avonts quamen +Godtloff wederom by ons; de wint was Zuijen.</p> +<p>21 ditto des morgens waeren byde Doz Irmanos ende dreven in stilte; +des avonts cregen 2 a 3 regencaecken, met wint vermengt, maer hielen +cort op; des nachts dreven in stilte om de Noort.</p> +<p>22 ende 23 ditto cruijsten wy ontrent de caep Bolinao; ’t was +stil heet weder, de see schoot seer hart als of het hier corts hart +gewaeyt hadde.</p> +<p>24 ditto des morgens quam den raet aen boort ende resolveerde, +niettegenstaende wy ons devoir genouch gedaen hadden int op soecken van +onse Chineese joncken ende daerom hun ons niet eens meer behoefden te +moeijen, dat Jan Pietersz Reus mettet jacht Fortuijn ende een tingal, +noch eenmael ten overvloet totte Dos Irmanos toe langs de wal sou +loopen om gemelte joncken op te soecken ende met eenen oock de +gelegentheyt vande cust aldaer ontrent te ontdecken.</p> +<p>25 ditto worden eenige delinquanten gestraft volgens de sententien; +wij dreven in stilte tussen de Caep ende Reusenbaij.</p> +<p>26 ditto hadden een redelijck coeltien wtten noorden; Jan Pietersen +mettet jacht Fortuijn ende sijn tingal liepen voor wt langs de wal, om +de joncken op te soecken; des avonts sagen wij de 2 broers recht voor +wt, namen onse seijlen in ende lietent leggen dryven.</p> +<p>27 ditto des morgens quam Jan Pietersen wederom aen boort ende hadde +mette tingal in een schoone groote bocht ofte ban geweest, daer de +broers voor leggen, sagen een huijs ofte diergelycke oposte ontrent het +strant staen, sulcx dat apparent daer goede gelegentheyt van anckeren +ende water te haelen soude wesen, maer van de joncken hadden sij niets +vernomen, waerom wij wederom N. W. ende W. N. W. aen see liepen om +aende Caep te comen.</p> +<p>28 ende 29 ditto laveerden wij aff ende aen 5, 6 a 8 mijlen vande +wal; de wint was N. ende N. N. O. <span class="pagenum">[<a id="pb138" +href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>met styve coelte; de see +ginck seer hol, oorsaecke de stroom hart om de noort gaet; ’t was +datelyck lieffelyck heet weder, maer wij vernamen geen joncken noch +ander vaertuijch.</p> +<p>30 ditto, Paesdach, des morgens waeren voor Muijsersbaij ontrent 3 +mijlen vant landt; ’t was lieffelijck weder, dan de zee schoot +hol; den breeden raet quam aen boort ende resolveerde, alsoo wij +genouchsaem ons best hadden gedaen om onse joncken op te soucken, +sonder die te vernemen, dat wy hier ontrent de Caep de aenstaende maent +van April (ten ware voorval van saecken anders vereijschte) aff ende +aen souden cruijsen sonder onse voornoemde joncken, ten waere sij bij +ons quamen, meer te bemoeijen ofte aen te trecken.</p> +<p>De twee baijen, op 26 deser by Jan Pietersen Reus ontrent de Dos +Irmanos ontdeckt, worden byden raet genoempt de grootste ende +oostelyckste, ’t Wapen van Selantsbaij, ende de cleijnste ofte +westelyckste, Fortuijnsbaij, leggende t’samen op de hoochte van +16 gra., N. brete.</p> +<p>31 ditto worden wy des morgens een seyl onder de wal gewaer; wij +velden onse seylen, schooten een schoot ende liepen naer hun toe, hij, +soo wij oordeelden, quam oock op ons aff, waerom terstont de vlagge +boven aff lieten waeijen, menende het was een advijs jacht vande vloot +van d’Heer Admirael L’Hermite, maer een weijnich daer naer +sette hy syn halsen op ende ginck voor de wint van ons wech, als oft wy +stil hadden gelegen; de Fortuyn was juijst oock sulcke stuck in de wint +van ons aff, als wij hem veel conden sien; wij vervolgden hem den +heelen dach; somtijts liet hij sijn marsseyls loopen ende scheen ons in +te wachten, maer als wy (jae selfs de Fortuijn die hem op den dach by +de wercken quam) hem sterck schenen in te volgen, hijsten hy wederom +syn marsseyls ende ontliep ons altsamen als vooren, sulcx dat wy +altsamen niet anders consten oordeelen ofte <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>het +was een Spaens jacht, van die van Manilla express om ons t’ +ontdecken wtgesonden; ’t sy dan om ons vloote verder omde Zuijt +ontrent hunne scheepen (soo eenige in zee hebben) te leyden, ofte om +’t een oft ’t ander jacht van ons affhandich soecken te +maecken; ’t sy dan hoet sij, wij hebben hem jegens avont, omdat +wy jegens ons resolutie niet dorsten verder om de zuijt loopen, als +mede om dat het een donckere maen was, ende ons ander scheepen verre +after wt waeren, moeten verlaten, ende wierpent op de leij ende +verwachten d’ander scheepen, Orange, Haen ende Victoria.</p> +<p>April, 1625.</p> +<p>Pr<sup>o</sup> ditto Dijnsdachs, des morgens, lagen wy in stilte; +smiddachs cregen een coeltgen wtte noordelijckerhant, leydent doch +weder naer de wal.</p> +<p>2 ditto was het stilletiens; smiddachs hadden hoochte van 16 gra. 30 +min., cabo Fraile Oost van ons ontrent 6 mijlen; des avonts wendent van +de wal.</p> +<p>3 ditto waren door stroom om de noort gedreven; des middachs liepen +met een coelte ontrent Reusenbaij 4 mijlen buijten de wal; lietent des +avonts dryven omde West.</p> +<p>4, 5, 6 ende 7 d<sup>o</sup> wast mooij lieffelijck weder; hieldent +aff ende aen ontrent de Caep ende Muijserbaij 6, 5 ende 4 mylen buyten +de wall.</p> +<p>8 ditto waren wederom omde noort gedreven (alsoo wy bevonden de +stroom alhier gestadelijck soo loopt); wy liepen om de suijt ontrent 4 +mylen van de wall.</p> +<p>9 ditto hadden moije coelte, laveerden om de noort; des avonts was +Reusenbaij Oost van ons ontrent 3 mylen; lietent doch drijven mettet +hooft om de West.</p> +<p>10, 11 ende 12 ditto waren wy tusschen de Caep ende Muijsersbaij 5, +4 ende 3 mijlen buijten de wal; des nachts setten ons de stroom om de +noort; wy vernamen als noch geen joncken, noch eenich ander vaertuijch. +<span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span></p> +<p>13 ditto, Sondach, smorgens metten dach sagen wy 7 seylen te +landewaerts van ons; wij oordeelden terstont dattet de Spaense vloot wt +Manilla most weesen, want soodrae sy ons gewaer worden, quamen op ons +aff; den raet quam aen boort ende wij resolveerden ons best te doen om +hun soo verre t’zee te leyden als doenlijck soude syn, om haer de +couragie te benemen, alsoo altoos cleen vaertuijch bij hun hebben dat +op haer past, om haer in tyt van noode mede te salveeren; sy deden den +heelen dach hun best om ons in te loopen, dan conden ons dien dach niet +beseijlen; nochtans waren wij metten Haen seer belemmert overmits niet +voorts en conste ende wy hem niet achter mosten laeten; eijntlijck +waren genootsaeckt een deel rys, syn boot, jae eenighe anckers vande +bouch overboort te werpen, om ’t jacht by de seijlen te crijgen; +efter mosten de Fortuijn hem noch voor onse scheepen over roeijen, soo +qualijck was dat jacht beseylt. Dese armade bestont in 4 groote ende +gemene gallioenen, een tamelijck schip, een jacht met een galleij van +ontrent 20 bancken, doch onder wat overicheyts beleyt, hebben als noch +niet verstaen.</p> +<p>14 ditto, des morgens vrouch waren sij altsamen after in ons +vaerwater; ’t was stilletgens; den Spaenschen admirael liet hem +van de galley bouchsaerden om in onse vloot te comen, dewyl +d’ander scheepen haer best deden met seylen, die te mets van +achteren aen quamen; derhalven siende wij nu dattet met seylen hun niet +verder ontleggen conden, maer dat sy ons seeckerlyck opt lyff +geresolveert waren te comen, soo worden by den commandeur ende raet +mannelijck geresolveert dat wy onse schoverseijls in den bant souden +nemen, de blinde reen onder de bouchspriets haelen ende soo haer met +couragie in te wachten; oock wert geresolveert, alsoo het jacht +Victoria voor wint qualijck beseylt is ende de macht vande galley, soo +die op hem aff quam, niet soude connen wederstaen, dat sy dan in +wtterste noot synde ende niet <span class="pagenum">[<a id="pb141" +href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>connende ontcomen, ’t +jacht in den brant souden steken oft in den gront hacken, ende dat +alsdan met hun volck in een vande schepen souden vluchten ende hun soo +salveeren; tot dien eijnde worde hem den tingal vant wapen van Hollandt +bij gevoucht om ’t volck in een reys te mogen voeren. De sonne +alsnu ontrent S. S. Oost synde, quam den Spaensen admirael op de wint +veringh van Noort Hollandt, die wy meenden after d<sup>o</sup> N. +Hollandt om soude loopen om ons schip, ’t Wapen, te abordeeren +(schietende ondertusschen 3 à 4 schooten naerden Haen, die mette +Fortuijn voor wt onse scheepen was), want alsoo wij op Noorthollants +backboort syde waeren, conden wy ons schut int eerste niet wel +gebruijcken, ende overmits de stilte conden wy de scheepen niet after +malcanderen crijgen, soo dat ondertusschen den admirael vant voorsz. N. +Hollant ende Orange soo met hun schut gegroet worde, dat hijt +abordeeren voor die tyt excuseerde ende braste sijn groot marsseyl aen +de wint om overstuijr te deijnsen. Den admirael ende vice admirael, +yder een even clouck, beyde gemonteert elcx met 44 ende 46 stucken +(apparent alle van metael), gaven oock geen coop, maer deden hun devoir +wel met schieten soo naer onse scheepen als naer onse seylen ende +ronthout; ondertusschen ons schip, ’t Wapen, een weijnich van +d’ander scheepen voorts schietende, dat wij mede ons schut naer +wil mochten gebruijcken, schooten wij gelijckelijck soo vreeselijck op +den admirael, dat hij syn marsseyls moste neder halen ende crengen; wij +worden oock alle drie gelycx de water in geschooten, behalven de +schooten, die door de scheepen, masten ende seylen quamen. Orange, die +alsdoen een weynich after N. Hollant was, creegh den vice admirael op +sy, die ons ende Noorthollant van afteren ende Orange op syde soo +trefte, datter eenighe in N. Hollant doot geschooten ende gequetst +worde; maer hy worde mede met gelijcke munt soo betaelt, dat hij sijn +marsseyls moste laeten loopen ende <span class="pagenum">[<a id="pb142" +href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>gelijck syn admirael +overstuyr deijnsen; het derde schip, schout bij nacht synde, oock een +schip van groot gewelt met 2 laegen schut, dede oock soo syn devoir met +schieten, dat wy blyde waren dat hij mede syn admirael ende +vice-admirael nootsaeckelijck volgen most; als sij nu alsoo ontrent +twee glaesen een weynich after wt gelegen hadden, soo hijsten sij +gelijckelyck haer marsseylen, namen haer schooverseyls in den bant ende +pudsden haer blinden op, ende quamen soo alle gelijck op ons aff, +waerom wy oock vaste rekeningh maeckten; wij soudense aen boort +crijgen, maer soohaest sij op sij van onse scheepen quamen ende op +d’oude ofte voorgaende manier wederom treffelyck gegroet +wordende, soo liet den admirael terstont ende daer naer d’ander +scheepen haer marsseijls loopen om after te geraecken; des admiraels +vlagge worde in genomen ende wel byde 2 uijren lanck, om de stock +geslaghen, vast gehouden, waer wt wij niet anders consten nemen ofte +haren admirael most doot syn; aldus mette anderen wat afterwt +geraeckende, lieten syt te mets over stuer drijven, ende alsoo het +iegens avont begonde te gaen, begonsten allenskens van ons te veeren +ende wij hielden ons onder cours t’seewaert, sulcx datsij +’s anderen daechs sulcken stuck after wt waeren, dat wij Godt +dancten, dat alsoo van hun ontslagen waeren, alsoo wy een seer geringe +macht, om jegens soo een armade te slaen, by ons hadden, want vant +jacht der Haen ende Fortuijn geen ofte seer weijnich assistentie +hadden, niet om dat sy hun devoir niet wel en deden, maer om dat wijt +jacht den Haen niet after onse scheepen wilden hebben, van vreese sij +souden hem alleen afteraff crygende doot gefoolt hebben, daerom de +Fortuijn hem met bouchsaerden voor de scheepen moste houden sulcx, dat +wy met onse 3 scheepen, namentlyck ’tWapen van Zeelandt, N. +Hollant ende Orange ’t spits van de heele Spaense macht mosten +affbyten. <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span></p> +<p>Daer syn wt onse scheepen ontrent 400 schooten met groff geschut +geschooten daer van datter den admirael ten minsten wel honddert +getreft hebben; d’ander hebben oock hun portie wel gecreghen, men +oordeelde eens wat dooden ende gequetsten datter geweest moeten +sijn.</p> +<p>Het schip Noorthollant heeft 3 dooden en de 7 gequetste, Orange een +doot (namentlyck syn constabel) met 5 gequetsten; wy hebben Godtloff +niemant doot noch gequetst.</p> +<p>Als wij aen malcander geraecten, gisten wy te weesen ontrent 23 +mylen vande wal: onse stuerman hadde des middachs hoochte van 16 gra., +50 minuten de Caep Bolinao O.S.O. van ons.</p> +<p>’t Jacht Victoria worden byden schipper Keyser int eerste, eer +noch een schoot geschooten was, seer slechtelyck tegens expresse ordre, +al eert in eenich peryckel was, verlaeten ende sonder iets te bergen +geruijmpt ende laeten dryven; ’t schynt sulcken vreese ofte +verbaestheyt in hun luyden is geweest, dat sy nergens naer dan om hun +te bergen hebben gedacht; sy luyden seggen wel, dat sij menichte van +poppen ende cardoesen hadden geleyt om ’t jacht aen brant +t’ steecken, maer den constabel is nevens den schipper mede soo +verbaest geweest, dat hij bij naer niet weet te seggen waer hy de lont +geleijt heeft, den vijant roeyde daer mette galleij naer toe, schooten +daer op, maer dorsten ’t niet aboordeeren; daer naer roeyden een +vaertuijch daeraen ende haelden de Prince vlagh, die after aff woey, +daer aff, ende soo veel wij consten bemerken lietent doen drijven ende +dreeff soolang wijt conden oogen sonder eenich teycken van branden te +vernemen; voorwaer een slecht stuck wercks. De saeck worde met advys +van den raet aen de Heer Sonck gederigeert.</p> +<p>15 ditto des morgens was den vyant als vooren geseyt soo verre after +wt als wy hem sien conden, loopende naer de wal; wij dancten Godt dat +soo een treffelycke macht gedwongen was ons schandelijck (sonder meer +op ons te attenteren) te verlaten<span class="corr" id="xd20e4301" +title="Bron: ,">.</span> <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span></p> +<p>Wij resolveerden, alsoo den vyant apparentelijck niet datelijck sall +verlaten, maer wel een tijt als noch aldaer ontrent mocht bij houden, +ende om hun volgens onse instructie soo veel <span class="corr" id="xd20e4307" title="Bron: to">te</span> schouwen als mogelijck is, dat +wy sullen de Caep Bolinao int gesicht loopen ende cruijsen dees heele +maent van April tusschen de voorsz. Caep ende de 17 grad. Noorder +breete, 8 a 10 mylen vande wal int vaerwater vande joncken, op hoope +van eenige te becomen; des middachs hadden de hoochte van 16 grad., 42 +minuten; waren alsnoch ontrent 24 mijlen vande wal.</p> +<p>16 ende 17 ditto wast looff stille; hoochte 16 gra., 40 minuten; op +dato sturff een quartiermeester ende was d’ eerste die geduerende +den tocht opt schip gestorven was; ons volck begon starck in te vallen, +meest vant water gequelt sijnde.</p> +<p>18 ende 19 ditto wast noch al looff stille; hoochte 16 grad., 45 +minuten; de see was vol vis, daer wij in de vloot te mets een van +vingen; quam wel tepas.</p> +<p>20, 21, 22, 23 ende 24 d<sup>o</sup>. hadden continueelyck stilte, +somtijts een labber coeltie; schocten al nade wal toe op 17 ende 16 +grad., 40 minuten Noorder breete.</p> +<p>25 ditto des morgens sagen wijt hooge landt van Pangassivan ontrent +6 mylen van ons; de Caep Bolinao 5 mylen S.S.O.; wy leydent wederom +W.S.W. in see.</p> +<p>26 ende 27 ditto hadden hoochte van 16 grad., 45 min.; waren ontrent +9 mijlen vande wal; des morgens hadden vrij wat regen.</p> +<p>28 dito sagen noch ’t hooge lant van Pangassivan 8 a 9 mijlen +van ons; hoochte van 16 gra<span class="corr" id="xd20e4325" title="Bron: ,">.</span>, 45 min.; nog lietent leggen drijven.</p> +<p>22 ende 30 ditto was het stille, worderheet weder; des avonts cregen +een coeltien wtten Noorden; namen onse seijlen in ende lietent leggen +dryven mettet hooft omde West.</p> +<p>Maij, 1625.</p> +<p>Adij. Pr<sup>o</sup>. ditto Donderdach des morgens wast heel stille; +des middachs hoochte van 16 gra., 18 minuten, <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>met +groote hitte; des avonts was de Caep Oost ontrent 5 mylen van ons; +lietent doen wederom dryven; des nachts hadden veel regens met donder +ende blicxem; oock wint, maer duerde niet lange.</p> +<p>2 ditto smorgens sagen ’t hooge landt van de Doz Irmanos +O.S.O. van ons; ’t laege landt vande Caep Oost, omtrent 6 mijlen. +’t Was claer gesicht. Den raet quam aen boort, ende worde +geresolveert, alsoo wij noch niet seecker wisten dat den vijant de cust +verlaten hadde, ende nochtans des lants vloot wel diende op gesocht, +dat wy volgens onse instructie ons voor des vijants macht wel soude +wachten, ende als noch tot 12<sup>o</sup> deser maent Oost ende West 6, +8 à 10 mijlen van de Caep t’ see sullen cruijcen om op de +joncken te passen; smiddachs hoochte van 16 grad., 12 minuten; tegens +avont liepen in zee.</p> +<p>3 ditto des morgens was de Caep Oost wel 300 noordelijck van ons +ontrent 6 mijlen; wij liepen met reddelijcke coelte met ’t +voormarsseyl t’ zee; smiddachs hadden de hoochte van 16 gra., 23 +minuten; dreven des nachts 8 9 mijlen vande wal.</p> +<p>4 <i>ontbreekt</i>.</p> +<p>5 ditto, hoochte van 16 grad., 28 minuten; de caep O. ten N. ontrent +8 mijlen; ’t was stille ende wonder heet weder; vernamen geen +joncken.</p> +<p>6 ditto, hoochte van 16 grad., 34 minuten; de caep Oost van ons; +waren ontrent 10 mylen vande wal; den heelen dach stille; dreven mettet +hooft om de West.</p> +<p>7 ende 8 ditto als vooren in stilte gedreven; de caep op de hoochte +van 16 gra., 40 min. O. ten Z., ontrent 10 mylen van ons; was heet +weder, wy vingen dagelycx vry wat visch.</p> +<p>9 ditto des morgens begon ’t hooge landt van Pangassivan; +waren een stuck om de Noort gedreven; op den dach cregen een regencaeck +ofte twee; smiddachs hoochte van 16 gra., 10 minuten; des avonts deden +ons best om wederom om de Suijt te comen.</p> +<p>10 ditto waren wederom voorleden nacht mette <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>stroom een groot stuck om de N. gedreven; wy +hadden de hoochte van 17 grad., 2 minuten; naer de middach deden ons +best mettet zeeluchie om wederom aen de caep te comen.</p> +<p>11 ditto waeren alsnoch om de Noort gedreven, sulcx dat ick vrese, +soo de Noordewint ons begeert gelijck hij schynt te willen doen, dat +wij beswaerlijck wederom aen de caep sullen connen comen; wy hadden +hoochte van 17 grad., 10 min.; des avonts coeldent redelijck; deden +gelyck ons best met seylen om aende caep te comen, maer bevonden +geweldige harde stroom ons tegen te loopen.</p> +<p>12 ditto des smorgens, sagen ’t landt van de caep S. O. ten +O., ontrent 5 mylen van ons; des afternoens cregen een deftige coelte +wtte Noorden, waer mede wy de caep aen boort seijlden; des avonts was +die Oost van ons; wij lietent doen leggen drijven.</p> +<p>13 ditto smorgens waren ondert landt van de caep, ontrent +Reusenbaij, 3 mijlen vant lant; den raet quam boort ende worde +geresolveert, datmen een vliegende tocht tot ontrent de Doz Irmanos +ofte wat verder om de Suijt soude doen om te sien oft eenige tydinghe +van onse vloote souden mogen becomen; des afternoens vernamene en seyl +tusschen Muijser- ende Reusen baij langs de wal, daer wij het samen +naar toe hielden, maer condent niet becomen; soo als wijt naerderden, +conden anders niet bemerken ofte was een Spaens fregat, want ’t +hadde een wit vierkant seijl op ende was seer laech ende cleen, waerom +wij, vresende de Spaence vloot mocht noch wel hierontrent sijn, omdat +gemenelijck als onse scheepen hier op de cust syn, soodanighe +vaertuijgen hun ontrent de wal onthouden om onse gelegentheyt +t’ontdecken ende den vyant daer van te verwittigen.</p> +<p>Doch mede, dat geen ofte seer weijnich hoope ofte apparentie van des +lants vloote te verschynen voor oogen sagen, want wij soo naer de wal +waren, dat indien eenige scheepen, alwaert totte Dos Irmanos toe +<span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>geweest, in see haer hadden onthouden, wy +deselve soude hebben connen ontdecken, derhalve om reden voornt ende +dese vloot niet verder te peryculiteren, worden geresolveert ’t +vorder om de Suijt te loopen voor dees tyt t’excuseeren, ende dat +wy terstont wederom West in see souden loopen cruijsende Oost ende +West, 4, 5 a 6 mijlen vande caep, wederom te see; in den avontstont +schoot den Haen een schoot; wij niet wetende wat sulcx beduijde, voer +onse schipper daer aen boort, seyden hem dat sy int ondergaen vande +sonne 2 seijlen hadden gesien, daer wij mede aen getwijffelt hadden, +maer eijntlyck bevonden wolcken te wesen; niettemin gaven ordre aende +scheepen om haer wat te verspreyen ende West aen te loopen, op hoope +van yets te becommen, maer des morgens vernamen niet met allen; de +scheepen hadden wel gespreyt gelegen, sulcx haddent seylen geweest, +conden ons niet geëschapeert hebben.</p> +<p>14 ditto smorgens waren Oost ende W., 4 mylen vande caep. De +scheepen waren wel een groote myl van den anderen verspreyt, maer +vernamen als geseyt alsnoch geen schijn van seylen, quamen op den dach +wederom by den anderen; smiddachs hadden hoochte van 16 grad., 36 +minuten; de mousson begon sich temets te openbaeren.</p> +<p>15 ditto waren tusschen Reusenbay ende de caep, 4 mylen van de wal; +wy conden een groot eynde weechs sien, maer vernamen geen seylen; wy +liepen t’see om de West.</p> +<p>16 ditto vernamen een seyl N.W. van ons; wy liepen daer naer toe, +maer alsoot stilletiens was ende jegens avont ginck, sonden daer de +Fortuyn met 3 boots ende een tingal naer toe, maer des avonts conden +noch niets daer van vernemen.</p> +<p>17 ditto waren wy voor Muijser baij, 4 mylen vande wal; naer middach +brocht onse boot het seyl, dat daechs te vooren gesien hadden, aen +boort; was een jonck, commende wtte revier van Chincheo, gedestineert +naer Manilla. <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span></p> +<p>18 ende 19 ditto Pynsten, waren doende om de jonck te lossen; wy +verdeelden de Chineesen, die over de 200 sterck waren, op de scheepen +tot naerder ordre.</p> +<p>20 ditto worden de jonck los, daer wij in alles te dienste van de +Com<sup>a</sup>., behalven de Chineesen, eenige weijnich ysere pannen +ende wat groff porceleyn, de waerdije van hondert realen van +8<sup>e</sup>n niet hebben in gevonden; des avonts staeken de jonck aen +brant ende lieten die dryven.</p> +<p>Die Raet resolveerden, dat men de veroverde Chineesen op +alderspoedigst naer Batavia soude senden; tot dien eynde worde ’t +schip N. Hollandt geordonneert op 22 ditto mette voornomde Chineesen te +vertrekken naer die cust van China langs de wal naer de bayen van +Pandorang, Commorijn ofte Cuncheo ende aldaer tot int begin vant +Noorder mousson soo om naer Batavia te vaeren als d’ nader avysen +van de Ed. Heer Genel. te becommen te verwachten.</p> +<p>Mede resolveerden den Raet dattet jacht den Haen op 25 deser met +advysen naer Tayouwan aende E. Heer Gouv<sup>r</sup>. sal vertrecken +ende dat wy dan voorts mette scheepen ’t Wapen van Seelandt, +Orange ende ’t jacht de Fortuyn naer de cust van China onder de +eylanden van Maccau sullen loopen ende aldaer ons water ingenomen +hebbende, wederom naer de Piscadores ofte Tayouan sullen oversteken, om +naerder ordre van de Heer Gouv<sup>r</sup>. te verwachten.</p> +<p>21 ditto wast lieffelijck weder; wij deden ons best om N. Hollant +aff te vaerdigen.</p> +<p>22 ditto is ’t schip N. Hollandt van de cust van Luconia +t’ seyl gegaen met 219 Chineesen; de Heere Godt wil hun in salvo +geleyden; daer op is gegaen voor oppercoopman Harman de Coninck ende +voor schipper Gerrit Andriessen<a class="noteref" id="xd20e4409src" +href="#xd20e4409" name="xd20e4409src">2</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4154" href="#xd20e4154src" name="xd20e4154">1</a></span> +“Er staat een zeer hooge zee”. Goed modern Spaansch zou +zijn: “haz muchos grande mar”.</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4409" href="#xd20e4409src" name="xd20e4409">2</a></span> De rest +van het journaal, als niet direct op mijn onderwerp betrekking +hebbende, is door mij achterwege gelaten.</p> +</div> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Errata.</h2> +<p class="firstpar transcribernote">De hier genoemde verbeteringen zijn +in de tekst verwerkt, behalve <i>Pangasinan</i>, dat ten onrechte wordt +verbeterd naar <i>Pangasivan</i>.</p> +<p>In den tekst staat hier en daar: Acun̄a, lees: +Acuña.</p> +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">39,</td> +<td valign="top">regel</td> +<td valign="top">5</td> +<td valign="top">v. o.</td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Wittereiland,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top">Wittertseiland.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">40,</td> +<td valign="top">regel</td> +<td valign="top">12</td> +<td valign="top">v. b.</td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Wittereiland,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top">Wittertseiland.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">40,</td> +<td valign="top">regel</td> +<td valign="top">11</td> +<td valign="top">v. o.</td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Wittereiland,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top">Wittertseiland.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">63,</td> +<td valign="top">noot</td> +<td valign="top">1</td> +<td valign="top"></td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Tandoc,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top">Tandac.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">72,</td> +<td valign="top">regel</td> +<td valign="top">9</td> +<td valign="top">v. b.</td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Pangasinan,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top"><span class="corr" id="xd20e4549" title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span>.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">73,</td> +<td valign="top">regel</td> +<td valign="top">2</td> +<td valign="top">v. o.</td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Pangasinan,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top"><span class="corr" id="xd20e4578" title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span>.</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Blz.</td> +<td valign="top">78,</td> +<td valign="top">regel</td> +<td valign="top">6</td> +<td valign="top">v. o.</td> +<td valign="top">staat:</td> +<td valign="top">Piscadores,</td> +<td valign="top">lees:</td> +<td valign="top">Pescadores.</td> +</tr> +</table> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<h2 class="main">Stellingen.</h2> +<p class="firstpar">I.</p> +<p>Niet Malakka (vgl. prof. R. Fruin, <i>Tien jaren</i>), maar Macao +moet de uiterste factorij der Portugeezen genoemd worden.</p> +<p>II.</p> +<p>Blumentritt (<i lang="de">Holländische Angriffe</i>) gelooft te +onrechte, dat er in 1616 een verbond bestaan heeft tusschen de +Hollanders en Mindanaers.</p> +<p>III.</p> +<p>Indien de politiek van J. P. Coen tegenover de Chineezen nog eenigen +tijd was voortgezet, had dit waarschijnlijk het geheele verloop van den +handel van Manila ten gevolge gehad.</p> +<p class="transcribernote">Hier lijken nog enkele stellingen te +ontbreken. Dit is de laatste pagina waarvan een afbeelding beschikbaar +is.</p> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is +geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het +einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in +het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd +met het corr-element.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e402">6</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e517">10</a></td> +<td class="width40">krijsmakkers</td> +<td class="width40">krijgsmakkers</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e528">10</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e611">13</a></td> +<td class="width40">Portugeese</td> +<td class="width40">Portuguese</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e653">14</a></td> +<td class="width40">Bastiaentz</td> +<td class="width40">Bastiaensz</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e656">14</a></td> +<td class="width40">vermeesterde</td> +<td class="width40">overmeesterde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e684">15</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e780">20</a></td> +<td class="width40">direkt</td> +<td class="width40">direct</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e847">23</a></td> +<td class="width40">stastionneerde</td> +<td class="width40">stationneerde</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e899">26</a></td> +<td class="width40">fregratten</td> +<td class="width40">fregatten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e982">29</a></td> +<td class="width40">bewisten</td> +<td class="width40">betwisten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1251">36</a></td> +<td class="width40">,</td> +<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1364">39</a></td> +<td class="width40">Wittereiland</td> +<td class="width40">Wittertseiland</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1369">40</a></td> +<td class="width40">Pangasivan</td> +<td class="width40">Pangasinan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1379">40</a></td> +<td class="width40">Wittereiland</td> +<td class="width40">Wittertseiland</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1382">40</a></td> +<td class="width40">Pangasivan</td> +<td class="width40">Pangasinan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1388">40</a></td> +<td class="width40">Wittereiland</td> +<td class="width40">Wittertseiland</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1659">48</a></td> +<td class="width40">1518</td> +<td class="width40">1618</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1797">52</a></td> +<td class="width40">uitzendan</td> +<td class="width40">uitzenden</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1809">52</a></td> +<td class="width40">terugkeerd</td> +<td class="width40">teruggekeerd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1876">55</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1924">56</a></td> +<td class="width40">,</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1927">56</a></td> +<td class="width40">noemt)</td> +<td class="width40">) noemt</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1941">56</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1954">56</a></td> +<td class="width40">Jacque</td> +<td class="width40">Jacques</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1968">57</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1973">57</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1986">57</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">;</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2047">60</a></td> +<td class="width40">opleverd</td> +<td class="width40">opgeleverd</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2100">63</a></td> +<td class="width40">Tandoc</td> +<td class="width40">Tandoc</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2105">63</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2110">63</a></td> +<td class="width40">.</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2212">66</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2234">67</a></td> +<td class="width40">on</td> +<td class="width40">en</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2358">73</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2368">73</a></td> +<td class="width40">gaarna</td> +<td class="width40">gaarne</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2405">74</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2479">78</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2492">78</a></td> +<td class="width40">Piscadores</td> +<td class="width40">Pescadores</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2510">79</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2656">84</a></td> +<td class="width40">Franxcz</td> +<td class="width40">Francxz</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2714">86</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2752">88</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2805">91</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">,</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2894">95</a></td> +<td class="width40">hun</td> +<td class="width40">hen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2913">95</a></td> +<td class="width40">besloot</td> +<td class="width40">besloten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2925">96</a></td> +<td class="width40">besloot</td> +<td class="width40">besloten</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2942">97</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2997">99</a></td> +<td class="width40">Schapendam</td> +<td class="width40">Schapenham</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3008">99</a></td> +<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3045">105</a></td> +<td class="width40">Lucon</td> +<td class="width40">Luçon</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3070">108</a></td> +<td class="width40">sleehts</td> +<td class="width40">slechts</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3142">109</a></td> +<td class="width40">44</td> +<td class="width40">54</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3583">115</a></td> +<td class="width40">Q</td> +<td class="width40">P</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3622">n.v.t.</a></td> +<td class="width40">P</td> +<td class="width40">Q</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4094">127</a></td> +<td class="width40">met met</td> +<td class="width40">met</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4106">128</a></td> +<td class="width40">sshippers</td> +<td class="width40">schippers</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4301">143</a></td> +<td class="width40">,</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4307">144</a></td> +<td class="width40">to</td> +<td class="width40">te</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4325">144</a></td> +<td class="width40">,</td> +<td class="width40">.</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4549">149</a></td> +<td class="width40">Pangasivan</td> +<td class="width40">Pangasinan</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4578">149</a></td> +<td class="width40">Pangasivan</td> +<td class="width40">Pangasinan</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche +Wateren voor 1626, by Dirk Abraham Sloos + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VOOR 1626 *** + +***** This file should be named 32694-h.htm or 32694-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/2/6/9/32694/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..ee6c672 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #32694 (https://www.gutenberg.org/ebooks/32694) diff --git a/old/32694-8.txt b/old/32694-8.txt new file mode 100644 index 0000000..fd0054a --- /dev/null +++ b/old/32694-8.txt @@ -0,0 +1,5218 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche +Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626 + +Author: Dirk Abraham Sloos + +Release Date: June 5, 2010 [EBook #32694] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + + De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren + vóór 1626. + + Academisch Proefschrift + + Ter verkrijging van den graad van + Doctor in de Nederlandsche Letteren + Aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, + Op gezag van den Rector Magnificus + Dr. Hugo de Vries, + + Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde, + + In het openbaar te verdedigen + op Dinsdag 21 Juni 1898, des nam. om half vier + In de aula der Universiteit + + Door + Dirk Abraham Sloos, + geboren te Winkel. + + + Amsterdam.--J. H. De Wit. + + 1898. + + + + + + + Aan mijne Ouders. + + + + + + +Nu de tijd nadert, waarop ik met dit proefschrift mijn studie-jaren aan +de Amsterdamsche Universiteit hoop te besluiten, stel ik er prijs op, +mijn dank te betuigen aan allen, die mij met hun kunde en ervaring +hielpen den weg der wetenschap te betreden. + +In de eerste plaats noem ik u, hooggeachte promotor, prof. H. C. Rogge, +wiens colleges en privatissima mij zooveel hebben geleerd niet alleen, +maar van wien ik bovendien (ben ik niet te oneerbiedig) als van een +ouderen vriend niets dan sympathie en hulp ondervond. + +Ook u, hooggeleerde C. M. Kan, ben ik veel verschuldigd. Door +uw onderwijs geboeid, kwam ik er toe onder uwe leiding de +ontdekkingsgeschiedenis te bestudeeren, wat zeker van grooten invloed +op de richting mijner volgende studie is geweest, terwijl verder +uwe hulp bij het bepalen van oude plaatsnamen door mij ten zeerste +wordt gewaardeerd. + +Ten slotte mijn welgemeenden dank aan u, hooggeleerde heeren +J. te Winkel, C. C. Uhlenbeck en A. H. G. P. van den Es, voor uw +wetenschappelijk onderwijs, zoowel als voor de door u zoovele malen +betoonde belangstelling in mij. + +Afzonderlijk wensch ik nog een woord van erkentelijkheid te wijden +aan u, hooggeleerde Heeres, voor de groote hulpvaardigheid, waarmede +mij alle mogelijke gegevens en inlichtingen door u werden verstrekt. + +Verder betuig ik allen, die mij nog van eenigen dienst zijn geweest, +hier zeer gaarne mijn dankbaarheid. + + + +Eerst was mijn plan voor het gemak van den lezer bij dit werkje +een schetskaartje van de Philippijnen te voegen; hiervan ben ik +teruggekomen, omdat het kaartje van dien eilandengroep, uitgegeven +door de redactie van de "Telegraaf" dit volkomen onnoodig maakt. + + + + + + +INLEIDING. + + +Zooals overbekend is, waren onze voorouders op het einde der 16e eeuw +de vrachtvaarders van Europa. Zij brachten de waren uit het Noorden +naar het Zuiden en omgekeerd. Vooral op Portugal en Spanje dreven +zij ondanks den oorlog veel handel. Wel werd hun overlast aangedaan +en moesten zij veel kwellingen verduren: hier werd beslag gelegd op +een schip, daar volk geprest of voor de inquisitie gebracht; maar tot +een algemeenen, afdoenden maatregel kwam Philips II niet, daar zijn +volk de handelswaren, die de rebellen aanbrachten, te zeer noodig had. + +Eerst na den moord op Prins Willem I, in 1585, nam Philips een +zeer krassen maatregel, in de hoop dat het volk, hierdoor geheel +en al ontmoedigd, Antwerpen te eerder aan Parma zou overgeven. Hij +legde nl. onvoorziens beslag op alle Nederlandsche schepen. Onjuist +is echter de overlevering, dat deze groote slag onze voorouders +met de rechterhand deed grijpen naar het zwaard, met de linker +naar den geldbuidel, om op deze wijze desnoods met geweld te +bemachtigen, wat hun onmogelijk was gemaakt langs vredelievenden weg +te verkrijgen. Niets toch is minder waar. Kort nadat dit nadeel aan +de Nederlanders was toegebracht, begon de vaart opnieuw. Wel is waar +slechts oogluikend toegestaan en onder vreemde vlag, maar men had de +handelswaren noodig en--de Nederlanders werden geduld. + +Nieuwe grieven voegden zich echter bij de oude, nieuwe zandbanken +deden onze koopvaarders averij beloopen of stranden. Niet alleen +van Spaansche zijde werden deze wederom voor ons opgeworpen, ook +onzerzijds legde men den Nederlandschen kooplieden vele belemmeringen +in den weg. Van 1586 tot 1600 werden er niet minder dan een tiental +plakkaten uitgevaardigd, waarbij men den toevoer van leeftocht en +oorlogsbehoeften naar de vijandelijke havens verbood. + +Bedenkt men nu dat het Nederlandsche volk slechts bestond door den +handel, dat het was een volk in opkomst, een volk dat getoond had door +druk te groeien, dan is het ons duidelijk, dat het gretig luisterde +naar de zeevaartkundige lessen van een Plancius, naar de verhalen +van een Linschoten, om hiermede zijn voordeel doende, zelf den steven +te wenden naar het Oosten. De eerste scheepstocht naar de gewesten, +waarvan wij later het grootste deel in ons bezit zouden krijgen en +waaraan de naam van Cornelis de Houtman onafscheidelijk verbonden is, +had in 1595 plaats [2]. Na eene afwezigheid van 2 1/2 jaar kwamen in +1598 drie van de vier schepen in het vaderland terug. Reeds spoedig +werden deze gevolgd door een tweede vloot, waarna vele andere dezelfde +gevaarvolle reis ondernamen. Soms waren dus de Nederlanders in staat +een vrij aanzienlijke macht in de Indische wateren te verzamelen, +om afbreuk te doen aan hun aartsvijanden de Portugeezen en Spanjaarden. + +Met opzet spreek ik van de Portugeezen en Spanjaarden beiden, omdat, +hoewel Spanje en Portugal na 1580 vereenigd waren, het bestuur over +de respectievelijke bezittingen gescheiden bleef, ja het meermalen +is voorgekomen, dat de onzen voordeel behaalden, sterkten behielden +door de afgunst en naijver, waarmee de beide naties van hetzelfde +schiereiland elkander vervolgden. In de vele vijandelijke ontmoetingen, +waaruit wij zoo dikwijls zegevierend te voorschijn traden, hadden +wij bijna altijd te strijden met eene afzonderlijke vloot van een +van beiden, zelden met een gecombineerde. Deze afgunst is dan ook +zeker een factor geweest, waardoor onze macht en invloed zoo snel +kon toenemen, zoo spoedig is aangegroeid. + +Maar er was meer. Linschoten [3] schreef reeds, op de Portugeezen +doelende, in zijn eigenaardige taal: "Vroeger streed men hier om +prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te laten maar +nu ter tijt sijnse al om rapen uyt". Portugal was in Indië schijnbaar +nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten op de Oostkust van +Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden zeeweg naar Indië +door het bezit van de groote handelsplaatsen Ormoes en Maskate aan den +ingang van de Perzische golf, had Goa tot hoofdzetel van zijn gezag, +was na de verovering van Malakka oppermachtig in Achter-Indië, had +sterkten op Tidore, Ambon en Macao, om van den uitgebreiden handel op +China en Japan nog niet eens te spreken [4]. Deze zoo uitgebreide +macht was uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en +groene bladeren, inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige +bijlslagen en hij zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan +zijne onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de +Hollanders reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche +macht nog grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het +hun al spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten +dan ons zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te +zetten; verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen +Portugeezen en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om +voordeel te behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen, +die hebben plaats gehad in de Molukken. Maar behalve dáár, hebben +de Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd +tegen de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen. + +Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de +Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de +Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan +de baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht [5]. De +reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila +vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden +hun hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen +steeds eene bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken, +trachtten de onzen de Spanjaarden aldaar zooveel mogelijk afbreuk te +doen, hun macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan +door schade toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila +met de Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden +hadden een levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote +handelsvloot aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen +hun waren, voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in +de plaats het bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een +steeds grootere hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld +met de zoogenaamde zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm +groot deze aanvoer was en hoeveel de handel in Manila dus beteekende, +bewijst wel het feit, dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer +onder leed, dat men in Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te +beperken tot 500,000 duros (dollars) [6]. Elke belemmering en schade, +die wij nu dezen handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche +jonken of zoo mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip, +schonk ons niet alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de +hoop ontstaan, dat de Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk, +op zouden geven en hem verplaatsen naar Batavia [7]. + +Van hetgeen de Nederlanders in de 17e eeuw tegen de Spanjaarden op de +Philippijnen hebben uitgericht, vindt men bij F. Valentijn [8] slechts +enkele malen gewag gemaakt. Meer bijzonderheden heeft P. A. Tiele in +zijn "Europeërs in den Maleischen archipel" meegedeeld, althans tot het +jaar 1623. Deze komen echter uit den aard der zaak in zijn studie zeer +verspreid voor. Ook Van Dijk heeft op het een en ander reeds gewezen, +ofschoon de titel van zijn boek dit niet zou doen verwachten [9]. Wel +is waar heeft Blumentritt het onderwerp vrij uitvoerig behandeld, +maar daar deze geleerde slechts Spaansche bronnen heeft gebruikt, +is hij altijd eenzijdig en dikwijls oppervlakkig [10]. + +Afzonderlijk is verder het onderwerp niet behandeld; daarom wenschte +ik door dit mijn proefschrift die verrichtingen der Hollanders, hun +krijgs- zoowel als handelsoperaties aan de vergetelheid te ontrukken +met behulp van Hollandsche bescheiden. + + + + + + +HOOFDSTUK I. + + +Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden samen om de +Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen naar de +Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust, vertrok +in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In Indië +aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam voor vier +schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck besloot +huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk +opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten, +en handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan +specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor +slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der +Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd, +dat de Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar +onverhoeds de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen +besloot Guzman alle meer geïsoleerde posten op te heffen om hiermee +Manila te versterken [11]. + +De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door +te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die +zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van tochten +opende, welke de onzen naar de Philippijnen hebben ondernomen. Olivier +van Noort toch kwam 15 September 1600 met nog twee van de vier +schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop (later de Eendracht +gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers te zetten naar de +Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de straat Bernardino +of straat van Manila, stevende die door en wierp het anker uit voor +het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door bemiddeling +van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners van +dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen [12]. Maar dit gelukte +hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners het +binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit wraak +in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het zilverschip +uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken buit te +maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te eerder, +omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk, die +soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila terugkeerde, +had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche zeemacht +naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners daar te +tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den 24en November +in de baai van Manila, of de Spanjaarden spanden alle krachten in om +twee galjoenen in gereedheid te brengen en daarmede hunne vijanden +aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in staat zee te kiezen +en den 14en December ontmoetten de vier schepen elkander. + +Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was Dr. Antonio de Morga, +oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van "Sucesos de las Islas +Philipinas" [13]. Morga opende direct het vuur op de Mauritius. Van +Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut gereed te maken +en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed gerichte +schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een gedrongen +Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter duren, +want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en raakte met +zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. Of nu de +Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben losgevochten, +tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, dat hij de +lont in 't kruit zou steken [14], of dat de Spanjaarden op bevel +van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand geraakte Hollandsche +admiraalschip [15], de uitslag blijft hetzelfde: zoodra het Spaansche +schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de diepte, waardoor +Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip te blusschen +en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 verscheen +[16]. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd den vijand te +verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 Spanjaarden en 150 +Indiërs en negers waren verdronken of gesneuveld, het admiraalschip +was met geschut en ammunitie een prooi der golven geworden [17]. Onder +de geredden behoorde ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht +de Eendracht door het andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als +commandant bevond, aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog +juist bijtijds terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan +zijn krijgsmakkers, die deels in een boot, deels zwemmende, het land +trachtten te bereiken. Biesman, de bevelhebber van de Eendracht, +en het grootste deel van de bemanning werd gedood, de overigen in +een klooster opgenomen [18]. + +Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der Hollanders +mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin voordeelig +genoemd worden. + + + + + + +HOOFDSTUK II. + + +Hoe was het intusschen den Nederlanders in de Molukken gegaan? De +meeste dezer eilanden behoorden onder de heerschappij van den Sultan +van Ternate nl. Sahid, zoon van Baab, van wien gezegd werd, dat hij +heerschte over 72 eilanden. Deze Sahid was in voortdurenden strijd +met Mamoli, Sultan van Tidore. Daar nu de Portugeezen een fort hadden +op Tidore en van daar uit den Tidoreezen steeds hulp verleenden tegen +Ternate, lag het voor de hand, dat bij de komst der Nederlanders in +de Molukken Sahid alles in het werk stelde om deze vreemdelingen voor +zich te winnen. Reeds bij het eerste bezoek stond hij aan Van Warwijck +toe er een handelskantoor te vestigen en werd Frank van der Does +daar als koopman achtergelaten. Toen de Nederlanders voor de tweede +maal Ternate bezochten, deden zij zich aan Sahid kennen als dappere +soldaten, die zeer goed tegen de Portugeezen waren opgewassen. Deze +toch hielden niet op de Nederlanders bij Sahid zwart te maken en hem +wantrouwen tegen ons in te boezemen. Om ze hiervoor eens te tuchtigen, +vroeg en verkreeg Van Neck na eenige aarzeling vergunning van Sahid en +tastte hij met twee schepen de vier Portugeesche vaartuigen aan. Wel +bleef het gevecht onbeslist maar--lafaards waren we niet! hiervan +had Sahid de duidelijke bewijzen gezien. Reeds meermalen had de +kapitein van het Portugeesche fort op Tidore een bode naar Manila +afgevaardigd om hulp te verzoeken aan Francisco Tello. In 1601 had +Mamoli zelfs zijn broer Kaitjil (prins) Kota naar de Philippijnen +gezonden. Veel vermocht Tello echter niet te helpen, maar toch zond +hij ammunitie en eenige manschappen, die reeds dadelijk tegen Van Neck +goede diensten konden bewijzen. Tello beloofde een grootere macht te +zullen zenden in 1602, welke macht zich dan voegen zou bij de vloot, +die de Portugeezen te Goa hadden uitgerust om zich zelf daarmede in +de Molukken te nestelen en de Hollanders er uit te weren. Deze vloot +verliet Goa den 8en Mei 1601 onder bevel van André Furtado de Mendoza +en werd door Wolfert Harmensz voor Bantam verdreven, waarna Furtado +de reis naar de Molukken voortzette. Den 10en Februari 1602 kwam hij +voor Ambon aan en vestigde daar zijn gezag. Te Bantam en hierna op +en om Ambon had hij reeds zoovelen zijner soldaten verloren, dat hij +zich in Mei gedrongen gevoelde om bij Acuña, den opvolger van Tello +de Guzman, op de beloofde hulp aan te dringen. + +Acuña, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat Manila +van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op +dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en +Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op +Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate +geblokkeerd werd, in de Audiencia [19] besloten kapitein Gallinato +met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel +trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen +en Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het +uitblijven van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk overloopen der +Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23 Maart 1603 +bevel de troepen in te schepen [20], slechtte het fort op Makjan weer +en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka terug. Niet lang zou +het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de kampplaats worden +tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van de ongelukkige +bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche vlootvoogd Van der +Hagen zich voor Ambon en reeds den 23en gaven de Portugeezen het fort +bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd met hun geweer vertrekken; +de gehuwden, die blijven wilden, moesten natuurlijk den eed van +trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad nagelen zou de helft +aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen marktprijs worden +overgenomen [21]. De "kapitein Hitoe" sloot namens de Hitoeezen +met hem een contract, waarbij men beloofde, elkaar wederkeerig, wat +het geloof betreft, geen overlast aan te doen [22]. Hierop vertrok +Van der Hagen naar Banda, liet Frederik de Houtman in de vesting +op Ambon achter en gaf zijn onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz +last om met vijf schepen naar Ternate te zeilen en van daar uit zoo +mogelijk het fort op Tidore op de Portugeezen te veroveren. Van der +Hagen sloot met de Bandaneezen een contract op denzelfden voet als +vroeger reeds door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde +daarna onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot +kalmte bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag +van de bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de +inwoners "getravailleerd", terwijl Frederik de Houtman, in strijd met +het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen te +vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila. + +Cornelis Bastiaensz was intusschen naar Ternate gezeild, overmeesterde +de twee Portugeesche vaartuigen, die voor Tidore lagen en tastte +daarna de vesting aan. De bevelhebber van het fort, Don Pedro +Alvarez de Abreo was echter op zijn hoede, gewaarschuwd door den +Engelschen admiraal Middleton, die hem had meegedeeld, wat in Ambon +geschied was. Hier ging de verovering dus niet zoo gemakkelijk als op +Ambon. Tweemaal liepen de Hollanders, gesteund door de Ternatanen, +storm. Tweemaal moesten zij afdeinzen. Het geluk diende ons echter: +de kruittoren sprong in de lucht en hierdoor was weldra de vesting +ons. Aan Abreo werd met alle Portugeezen vrije aftocht toegestaan +"daar het haer geliefde met haer bagage" [23]. + +Zoo waren dus de Molukken weer in handen der Nederlanders en zij +zouden wellicht voor goed aan hen gebleven zijn, indien Bastiaensz +door de heeren bewindhebbers in staat was gesteld het veroverde +te behouden. Het fort op Tidore werd echter op verzoek van Sultan +Sahid van Ternate onbruikbaar gemaakt, terwijl het ons aangeboden +fort op Ternate niet voldoende kon versterkt en bemand worden. Het +door de Portugeezen verlaten fort op Makjan werd in het geheel niet +bezet. Ten gevolge van deze verkeerd begrepen zuinigheidstaktiek +der bewindhebbers hadden de Spanjaarden weldra weer licht spel om de +Molukken aan de Hollanders te ontrukken. + +Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken +bevonden, waren Acuña uit Spanje en Mexico op zijn herhaald aandringen +1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en uit Malakka +twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend verzoek om de +Molukken te hulp te komen. Acuña, hiertoe nu op zoo uitnemende wijze in +staat gesteld, voldeed om meer dan één reden hier zeer gaarne aan. In +de eerste plaats omdat hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een +koninklijk bevel door den Jezuïet Gomez werd overhandigd, waarbij hem +gelast werd zonder hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren, +ten einde de nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht +der beide volken, te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel +om de Molukken direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de +tweede plaats ging Acuña er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de +Hollanders hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen +[24]. Den 15en Februari 1606 vertrok Acuña zelf met de vloot van Otong, +op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich op als maestro +del campo, terwijl over een der drie Portugeesche galjooten bevelhebber +was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro Alvarez de Abreo. + +De vloot verdeelde zich in twee deelen; de zeilschepen onder bevel +van Esquivel voeren direct door naar de Molukken, terwijl Acuña met +de galeien zich eerst nog ophield aan de kust van Mindanao. Zoodra +Esquivel voor Tidore aankwam, sloten de Tidoreezen zich met vreugde +opnieuw bij de Spanjaarden aan, terwijl de Hollanders, die door +Bastiaensz waren achtergelaten, in handen van de Spanjaarden +vielen. Den 26en Maart voegde Acuña zich bij Esquivel en na nog +eenige versterkingen bekomen te hebben van Tidoreesche Kora-Kora's, +staken zij den 31en Maart naar Ternate over en sloegen op 1 April +het beleg voor de vroegere vesting der Portugeezen. Het Hollandsche +schip de West-Vriesland, dat voor Ternate lag, vluchtte met eenige van +de zich op Ternate bevindende Hollanders naar Ambon, terwijl enkele +andere de Ternatanen tegen de Spanjaarden hielpen. Deze bijstand was +echter te gering om het fort te kunnen houden. Bij een uitval werden +de Ternatanen terug geslagen en drongen hunne vijanden te gelijk met +de vluchtenden het fort binnen. Hiermee was echter de tegenstand der +Ternatanen niet gebroken, want Sultan Sahid en Kaitjil Hamdja en de +prins-troonopvolger Modafar waren naar Takomi, een versterkte kampong +op de Noordkust van Ternate, gevlucht. Zich hier nog niet veilig +wanende, stak Sahid over naar Saboegoe op Djilolo. Hamdja kwam het +echter verkieslijker voor zich te verzoenen met de Spanjaarden en door +middel van dezen gelukte het den Spanjaarden Sahid te bewegen terug te +keeren en een verdrag te teekenen, waarbij hij den koning van Spanje +als heer erkende. Als belooning voor deze diensten werd Sahid opgelicht +en naar de Philippijnen vervoerd. Tot de verovering van Ambon kwam +het niet, daar Acuña's aanwezigheid in Manila dringend vereischt werd, +door de dreigende houding der Japanners. Zijn geestkracht was bovendien +aanmerkelijk verlamd door het hem toegediende vergif, waaraan hij +ook spoedig na zijn terugkeer is gestorven. Ofschoon de Spanjaarden +dus niet geheel hun doel hadden bereikt, was toch hun hartewensch +vervuld: de Molukken waren nu grootendeels onmiddellijk onder Spaansche +heerschappij gebracht, en Esquivel, die op Ternate achterbleef, kreeg +dan ook den titel van "Gobernador del Maluco." Acuña had echter door de +oplichting van Sahid een te duidelijk bewijs gegeven van de Spaansche +trouweloosheid, wat zal blijken een politieke fout te zijn geweest, +waarvan de Hollanders maar al te vlijtig gebruik zouden maken [25]. + + + + + + +HOOFDSTUK III. + + +Toen Acuña de Molukken verliet, was Ambon de eenige plaats, +die met Frederik de Houtman als gouverneur onder onmiddellijk +gezag der Hollanders stond, terwijl zij verder op Banda een +geringen invloed bezaten door middel van den, daar door Van der +Haghen in 1605 achtergelaten, koopman Hendrik van Bergel. Dat deze +invloed niet groot was, kunnen wij lezen uit een brief van Jacques +l'Hermite, opperkoopman te Bantam, in November 1608 geschreven aan +de bewindhebbers te Amsterdam: "Ick vreese, sooder geen ordre in dit +eylandt gestelt en wort, eens qualick zal afloopen, want dagelycx in +moetwille toenemen en daer en is nyet wel remedie toe, tensy dat men se +met gewelt dwinght, dwelck oock zijn zwarickheden heeft. Niet alleen +die van Banda, maer oock ten respecte van alle landen hieromtrent, +die daermede groot achterdencken soude gegeven worden; die van Ambon +werden seer door de Bandaneezen opgerockt, ende is te sorgen schier +oft morgen daer oock uytborsten sal" [26]. + +Matelieff was de eerste Hollandsche vlootvoogd, die na Acuña's vertrek +uit de Molukken, aldaar verscheen. Den 29en Maart kwam hij voor Ambon +aan en trof hier de gezanten der Ternatanen, die reeds in Bantam +waren geweest om hulp te verzoeken, welke hij hun beloofde, indien +zij met 2000 man er toe mede wilden werken de zoo gehate Spanjaarden +te verjagen. + +Den 13en Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen, die onder +Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken, bleken op verre +na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden, dit na het +vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen. Modafar +en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te +bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk +te verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff +aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een +fort werd voorzien. Reeds den 26en Mei 1607 teekenden Matelieff en +de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de bepaling werd +opgenomen, dat "alle Ternatanen, die verstroyt zijn, in d'omleggende +landen met den eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van +Ternatanen het verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen, +ende 't volk gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt compt" +[27]. Nauwelijks was het fort den 8en Juni gereed gekomen, of Matelieff +vertrok den 12en naar China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen +op Mindanao te hebben afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao +stellig wel een gunstig onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze +nog steeds in oorlog was met de Spanjaarden [28]. + +Dat Matelieff reeds zeer goed het groote nut inzag, dat wij konden +trekken uit de vijandschap van dezen sultan met de Spanjaarden, +blijkt wel uit den raad, dien hij aan den Hollandschen vlootvoogd +Van Caerden gaf, toen deze den 6en Januari 1608 te Bantam verscheen +[29]. Hij haalde hem over naar de Molukken te stevenen en drukte hem op +het hart toch vooral de Spanjaarden op Ternate niet roekeloos aan te +tasten, maar zich veeleer met den sultan van Mindanao te verbinden, +opdat hij met diens hulp den Spanjaarden allen toevoer uit Manila +zou kunnen afsnijden. Van Caerden deed dit niet, maar zette, na een +mislukte poging om Djohore te bereiken, direct koers naar Ambon en +vandaar naar Ternate, waar hij den 18en Mei 1608 aankwam. Hoewel +een achttal bodems onder zijne bevelen hebbende, voelde hij zich, +misschien gedachtig aan de waarschuwing van Matelieff, niet sterk +genoeg om de Spanjaarden op Ternate of Tidore aan te tasten, maar +werd er besloten een aanval te wagen op het fort Makjan, dat slechts +door Tidoreezen bezet was. Ofschoon goed verdedigd, werd het fort +stormenderhand genomen en met nog twee andere plaatsen op Makjan +opnieuw in staat van verdediging gebracht, waarna men er 120 man +achterliet onder bevel van Appollonius Schotte. Alle hoofden van het +eiland kwamen daar toen samen om zich aan het Nederlandsch gezag en +de Ternatanen te onderwerpen. Met de verovering van dit nagelrijke en +voor de Compagnie zoo rentengevend eiland stelde Van Caerden zich niet +tevreden, maar ontnam den Spanjaarden ook nog een sterkte Tjio op het +eiland Morotai ten Oosten van Gilolo. Doch hierna daalde zijn gelukzon +en werd ons een gevoelig verlies toegebracht door Pedro de Heredia, +die met twee Spaansche galeien het fregat van Van Caerden aanviel +en den bevelhebber met zijn manschappen den 17en Sept. 1608 dwong +zich over te geven. Wel werden er weldra weer 34 van hen ingewisseld +tegen Spanjaarden van een veroverd Spaansch fregat, dat van Manila +naar Ternate wilde om de Spanjaarden aldaar te proviandeeren [30], +maar Van Caerden zelf bleef voorloopig nog de gevangene van Juan de +Esquivel, die als losprijs niets meer of minder eischte dan de overgave +van de forten op Makjan en van Malaya op Ternate. Gelukkig was deze +eisch den Hollanders wel wat al te kras, hoewel toch "door verblint +verstant der Hollandern Maleyo offte de fortresse op Ternate gelegen, +Orangie, voor des Admiraels rantsoen werde geoffreert en gebooden". Op +deze voorwaarde wilde Esquivel Van Caerden echter niet vrijlaten; +"tot grote ontlastinge van degene die sulx hadden gepresenteert" +[31], zegt de briefschrijver er bij. Door gevangenschap werd Van +Caerden dus verhinderd, uitvoering te geven aan zijn plan om een +tocht naar de Philippijnen te ondernemen. + +François Wittert zou na Van Noort de eerste zijn, die zich voor den +hoofdzetel van het Spaansche gezag in de Oost zou vertoonen. Voor wij +echter over kunnen gaan tot de beschrijving van dezen tocht, zien +we ons genoodzaakt een oogenblik te verwijlen bij de verrichtingen +van twee andere vlootvoogden, namelijk den admiraal Pieter Willemsz +Verhoeff en schipper Simon Jansz Hoen, die den 15en Februari 1609 +voor Bantam verschenen. Lang vertoefden zij hier niet, maar vertrokken +direct naar Banda, om die eilanden aan de Compagnie te verbinden "met +tractaat ofte met geweld". Verhoeff viel aldaar als slachtoffer van +de trouweloosheid der Bandaneezen, waarna aan Simon Jansz Hoen als +vice-admiraal het opperbevel werd opgedragen. Nadat Hoen de opdracht +zijner principalen op Banda had volbracht, door er na heftigen strijd +het fort Nassau gebouwd en den Bandaneezen een tractaat afgedwongen +te hebben, stelde hij Hendrik van Bergel [32] daar als gouverneur aan +en zeilde naar Ternate. Hier kwam hij den 23en Sept. aan, versterkte +op Ternate het plaatsje Tacomi, dat Willemstad gedoopt werd, en was +daarna zoo gelukkig aan de macht der Compagnie een groote uitbreiding +te geven door de verovering van Batjan. Tidore kon hij helaas niet +machtig worden, daar de dood hem in Januari 1610 wegrukte, waardoor +dit gedeelte der vloot, uit gemis aan een aanvoerder en door onderling +krakeel, niets van belang meer heeft kunnen uitrichten. Vóór Verhoeff +naar Banda vertrokken was, had hij volgens besluit van den breeden raad +zijn vice-admiraal François Wittert bevel gegeven met vier schepen +naar Makasar te zeilen, om aldaar rijst en andere levensbehoeften +voor de Molukken te koopen en tevens pogingen in 't werk te stellen +om een verbond met den vorst te sluiten. Het is hier de plaats niet +te verhalen, hoe Wittert geslaagd is. Genoeg zij het te vermelden, +dat hij, na te Makasar eenige maanden vertoefd te hebben, den 22en +Juni 1609 voor Ternate verscheen. Na hier vernomen te hebben, dat +Van Caerden gevangen was genomen, versterkte hij het eilandje Motir, +sloot een voordeelig tractaat met de Ternatanen en ging daarna den +22en September, juist één dag voor de aankomst van Hoen te Ternate, +naar de Philippijnen onder zeil. De weinig energieke gouverneur van +die eilanden, Telez de Almansa, was in 1609 opgevolgd door Don Juan +de Silva. Deze had, zoodra hij aan het bestuur kwam, de haven Cavite +en andere forten op de Philippijnen versterkt en één der vijf door hem +meegebrachte compagnieën soldaten onder Fernando de Ayala tot hulp naar +de Molukken gezonden. Uit deze maatregelen blijkt wel, dat Wittert een +krachtig tegenstander tegenover zich zou vinden. Of hem de tocht naar +Manila te Bantam reeds was aanbevolen, weten wij niet, maar het is +wel zeer waarschijnlijk, daar hij zich geheel houdt aan het advies, +dat Matelieff aan Van Caerden hieromtrent 4 Jan. 1608 heeft gegeven +[33]. Na eerst op de moeilijkheid te hebben gewezen, om met onze vuile +schepen de vlug bezeilde Chineesche jonken in de Philippijnsche wateren +te achterhalen, geeft hij den raad om met twee groote vaartuigen, +die krachtig genoeg waren om den vijand te weerstaan, en twee jachten +"dapper op de seylage gemaeckt", voor Manila te gaan kruisen. Tevens +acht hij het wenschelijk eenige plaatsen van de Spanjaarden daar af +te loopen, voornamelijk Otong op het eiland Panay, van waar uit veel +rijst en vleesch naar Manila wordt gestuurd. "Verzeker u echter eerst", +zegt Matelieff, "van de hulp der Mindaers". Geheel overeenkomstig +dit advies van Matelieff aan Van Caerden, richtte nu Wittert zijn +tocht in. Den 25en October kwam hij met het schip De Amsterdam en drie +jachten: De Valk, De Arend en De Pauw, voor Otong aan. Hier konden ze +echter weinig uitrichten, daar Ayala, die, zooals wij gezien hebben, +met hulptroepen voor de Molukken onder weg was, zich nog op deze +plaats bevond. Wel gelukte de landing, maar toen zij hier buiten +verwachting zoo'n krachtigen tegenstand ontmoetten, trokken zij zich +weder terug op de schepen en zetten hun tocht voort. Ook Cavite was +door Juan de Silva te goed versterkt, om dit met eenige kans op succes +te kunnen aanvallen. Wittert voer nu terug en stationneerde zich aan +den ingang der baai voor het eilandje El Frayle, waar hij alle schepen +uit China, Macao en Voor-Indië komende, overviel en zonder de minste +moeite buit maakte. Drie-en-twintig rijk geladen jonken bemachtigde +hij hier [34], behalve nog twee Japansche, die hij echter weder vrij +liet. Deze rijke gemakkelijk verkregen buit en misschien ook de hoop +dat hij nog het zilverschip uit Mexico zou bemachtigen, verleidde hem +langer te blijven dan met de voorzichtigheid overeenkwam. Wanneer +hij echter dacht, dat de Spanjaarden zonder verzet zouden aanzien, +dat Wittert op deze wijze de welvaart van Manila bedreigde en de bron +van inkomsten deed opdrogen, had hij buiten den energieken De Silva +gerekend. Alle krachten spande deze in, om een behoorlijke vloot +uit te rusten. Dag en nacht werd gearbeid, het ijzer der hekwerken +gebruikt en kerkklokken vergoten tot geschut. Op deze wijze verkreeg +hij een vloot van acht schepen, twee galjoenen, twee galeien en vier +kleinere schepen, bemand met 1000 koppen, bijna alle Spanjaarden, +onder aanvoerders als Pedro de Heredia en Gallinato. Hierbij voegde +zich nog een in Marinduque gemaakt schip. Het opperbevel over deze +scheepsmacht verkreeg De Silva's neef Don Fernando de Silva. Op 21 +April 1610 verliet Fernando met zijn vloot Cavite en 25 April raakte +hij met drie schepen van Wittert slaags--een jacht en een sloep van +het schip Delft lagen aan de andere zijde van de baai op wacht. De +uitslag was niet twijfelachtig, de overmacht te groot. Wittert en +velen met hem sneuvelden, twee schepen werden genomen en het derde +vloog in de lucht. Toen het jacht De Pauw en de sloep, op het schieten +afkomende, den uitslag bemerkten, vluchtten zij en kwamen behouden +in Patani [35]. Bijna de geheele Hollandsche macht voor Manila was +dus vernietigd, en dit niet alleen: ook de ontzaglijke buit [36] +der Hollanders en hunne papieren vielen in handen der Spanjaarden, +125 man werden krijgsgevangen gemaakt, en 50 stukken geschut van +de Hollandsche schepen zouden voortaan tegen die Hollanders zelf +hunne goede diensten bewijzen. Van de krijgsgevangenen bleven zij +gespaard, die door de vermaningen der Jezuïeten--en misschien ook +door de vrees voor den dood, of liever door de hoop op het leven, +tot het katholicisme werden bekeerd. + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + + +Zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, was in 1610 +de toestand in de Molukken verre van rooskleurig. Van Caerden was +gevangen genomen, Hoen plotseling gestorven en Wittert gesneuveld. In +Februari 1610 kwam een Spaansche versterking, bestaande uit zes +fregatten, in de Molukken. Gelukkig maakten de Hollanders zich van +een dezer schepen meester, waardoor zij in staat gesteld werden Van +Caerden in te wisselen tegen de zich daarop bevindende officieren +en paters. Dadelijk werd Van Caerden als gouverneur erkend, maar +niet lang daarna voor de tweede maal krijgsgevangen gemaakt door de +Spanjaarden, die hem nu naar Manila voerden, waar hij in de gevangenis +omkwam. Zoo waren de Molukken dus weer zonder een erkend hoofd. Wel +zou het Bestand in Oost-Indië 9 April 1610 ingaan, maar de Spanjaarden +hadden hiervan nog geen bericht ontvangen. En toen zij dit later van +de Hollanders vernamen en met de stukken overtuigd werden, weigerden +zij toch het bestaan ervan, zonder last van hooger hand, te erkennen +[37]. Integendeel, Don Juan de Silva maakte zich gereed tot een tocht +naar de Molukken. Uit de buitgemaakte papieren van Van Caerden had hij +den juisten toestand, waarin zich de forten in de Molukken bevonden, +leeren kennen, en in de hoop den Nederlanders voor de tweede maal +een even geduchte nederlaag toe te brengen, als in het vorige jaar, +besloot hij, tegen het gevoelen der Audiencia in, aan zijn voornemen +gevolg te geven. In 1611 verscheen hij met een vloot, waarop zich +2000 soldaten en matrozen en vele inboorlingen bevonden. Reeds +spoedig bemerkte hij, dat de forten in veel betere conditie waren, +dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij den ongelukkigen sultan +Sahid, die door hem uit Manila was meegebracht, in de Spaansche +vesting achterliet en wederom met zijn vloot naar Manila vertrok. Op +dezen terugtocht maakte hij zich van Gilolo en Saboegoe, twee door +de Hollanders versterkte plaatsen op de Westkust van Halmaheira, +meester. Deze beide plaatsen waren daarom wel van eenig belang, +omdat van daar uit Ternate en Tidore gemakkelijk van levensmiddelen +konden worden voorzien. Er verliepen een paar jaar voor de Hollanders +zich sterk genoeg gevoelden een tocht naar de Philippijnen te +ondernemen. Weliswaar bevond de eerste gouverneur-generaal Both zich +in 1613 met dertien schepen in de Molukken en werd toen het voorstel +gedaan om een kaapvaart naar de Philippijnen te doen, maar Both en +de meerderheid der bevelhebbers vonden het van meer belang eerst de +forten in de Molukken in flinken staat van verdediging te brengen, +zoodat er toen geen gevolg aan werd gegeven [38]. Laurens Reaal +bleef als gouverneur in de Molukken achter. Steeds liepen onder +diens bewind geruchten omtrent de aanstaande komst der Spanjaarden +[39]. Wij zullen later zien, dat deze niet uit de lucht gegrepen waren. + +Reaal had reeds lang het plan gekoesterd den vijand in Manila op te +zoeken en daar hij in 1614 een voldoend aantal schepen onder zijn vlag +kon vereenigen, maar geen leger bezat, dat sterk genoeg was om den +vijand te land op Ternate of Tidore aan te tasten, besloot hij met zijn +raad deze scheepsmacht te gebruiken tegen de Philippijnen. Tegenover de +tien schepen der Hollanders hadden de Spanjaarden er weliswaar veertien +gereed, maar deze waren volgens de ingewonnen informatie slechts met +zeer weinig soldaten en met nog minder matrozen bemand. Bovendien +waren onze forten in de Molukken in goeden staat van verdediging, en +mocht hier onverhoopt iets voorvallen waardoor de hulp der vloot noodig +zou blijken te zijn, dan kon deze altijd met den aanstaanden noorder +moesson snel terugkomen. En als de nieuw benoemde gouverneur te Bantam +was aangekomen, zoo oordeelden Reaal en zijn Raad den 17en Aug. [40], +dan zou hij zich wel zoo spoedig mogelijk over Macao en Manila naar de +Molukken begeven. Deze reisroute toch zou hem een paar maanden eerder +aldaar doen zijn. Wilde het geluk nu, dat de beide vloten elkaar +in de Philippijnsche wateren ontmoetten, dan zou er misschien iets +"treffelycks" kunnen uitgericht worden. Den 17en Aug. werd met den +tocht een aanvang gemaakt door Jan Rossingeyn, die vooruit gezonden +werd naar Siau, het vroeger door Reaal veroverde eiland, om aldaar +Kaitjil Kaluwan [41] in plaats van den naar Manila vervoerden ouden +Koning, als zoodanig aan te stellen. Den 11en Sept. ging het tweede +deel van de vloot onder bevel van Reaal van Ternate onder zeil. Het +bestond uit zeven schepen. Het admiraalschip De Son, Groot Hoorn, +Seelandt, Ceylon, Middelborch, Patana en De Hope. Reeds den 15en +derzelfde maand kwamen ze voor Siau, waar zich Jan Rossingeyn met De +Arend, De Hollandsche Leeuw en De Maen bij de vloot voegde, zoodat +deze nu bestond uit tien schepen. Nadat Sangir was aangedaan, kwam +den 26en het eiland Tagima (tegenwoordig Basilan) in het gezicht +en bereikten zij den 29en Samboangan aan de zuidpunt van Mindanao, +waar zij veel ververschingen bekwamen van de inwoners die hen tevens +was en "canello de matto" te koop aanboden. Drie dagen later wierp de +vloot voor La Caldera het anker uit, waar de Mindanaers, zoowel als +de bewoners van den Soeloe-archipel, onzen vlootvoogd hulp aanboden, +terwijl de laatsten te kennen gaven niet te twijfelen, of hun koning +zou eerstdaags komen. Reaal zeide echter niet te kunnen wachten, daar +de moesson bijna verloopen was. Als hun vorst ons echter wilde volgen, +dan zou hij ons te Otong of elders kunnen aantreffen. Spoedig zeilden +zij dan ook naar het eiland Panay en kwamen daar den 14en Oct. in de +haven van Ilo-Ilo aan. De Spanjaarden, door Geronimo de Silva op de +hoogte gebracht van Reaal's komst, namen, zoodra deze zich met zijn +vloot vertoonde, in de bosschen van het eiland de wijk, daar zij zich +niet sterk genoeg gevoelden den Hollanders het bezit van het houten +fort te Otong te betwisten. Hier besloot Reaal te landen om den vijand +door "branden en blakeren" zooveel mogelijk afbreuk te doen. De dorpen +Jaro, met een zich daar bevindend klooster, Arevola en Otong in de +nabijheid van Ilo-Ilo werden met den grond gelijk gemaakt en alles wat +waarde had medegenomen. Hetzelfde lot ondergingen twee fregatten en +vele op de rivier liggende fusten. Ook werden er 110 à 120 "beesten" +buitgemaakt. Vergeefs gewacht hebbende op wat gunstiger weer en wind, +besloten zij eindelijk hun tocht naar Manila voort te zetten, maar +noordelijker dan Panay konden zij niet komen. Na herhaalde mislukte +pogingen om tegen den moesson op te zeilen, werd den 24en Nov. het +besluit genomen naar La Caldera terug te keeren, waar zij den 28en +opnieuw het anker uitwierpen. Zij vernamen hier, dat ongeveer een +maand geleden twee galeien, twee fregatten en twee kleinere scheepjes, +naar Ternate bestemd, voorbij gezeild waren. Waarschijnlijk naar +aanleiding van dit bericht vertrokken De Hoorn en Patana den 4en +Dec. naar de Molukken. De overige schepen hielden zich nog eenigen tijd +in La Caldera op, waar een paar gezanten van den sultan van Mindanao +en wat later de koning van Soeloe kwamen om met Reaal een verbond +te sluiten [42]. Reaal bewees hun groote eer en vriendschap en van +"die van Solock" zegt hij, dat ze "zijn een civiel volk, altemaal +sprekende goed Maleitsch, alsoo met Maleyen en die van Broenei veel +handelen in paarlen, die er schoon vallen, was, schildpadhoorn en +goud" [43]. Van hen werd ook vernomen, dat er twee of drie schepen +gezien waren in de nabijheid van Soeloe, die door de straat tusschen +Soeloe en Basilan poogden door te zeilen. De Hollandsche Leeuw werd +er op afgezonden, maar keerde onverrichterzake terug. Eerst den 14en +Jan. 1615 kon Reaal er toe besluiten La Caldera den rug toe te keeren +en de Molukken wederom op te zoeken. Den 26en Jan. wierp de vloot voor +Malayo het anker uit. Veel voordeel was met dezen tocht niet behaald, +daar zij volgens Reaal "meer schrick als schade aan den vijandt ofte +proffijt voor ons hebben gedaan" [44]. "Zij hebben", schrijft Coen, +"27 ankers verloren en veel perykel van stranden geleden" [45]. Boven +maakte ik reeds melding van de vele geruchten die in de Molukken +liepen omtrent de komst van een groote Spaansche macht. + +Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der +Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij de +Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen +en bemanning te voorzien [46]. Zelf spande hij alle krachten in om +een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug. 1614 +eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning +hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego +de Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te +kennen gaf, dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen +en 400 soldaten te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den +moesson zooveel "secours" zenden als hij kon missen. Dit bracht +De Silva dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met +tien galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om +uit te varen, toen hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al +zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal +Don Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend +tegen zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De +Silva zijn plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle +wetten en krijgsprudencie streed, den 12en Jan. 1610 in een junta +van alle "estados". Op de in deze vergadering gemaakte bedenking, +als zou het beter zijn op de hulp van den vice-koning te wachten, +kon de doortastende gouverneur antwoorden, dat den 1en Oct. 1615 een +karveel en een galjoot door Francisco de Meranda afgezonden waren, +die het volgende bericht hadden medegebracht. "De vier galjoenen, +u door den vice-koning toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben +de straat niet kunnen passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De +bevelhebbers zijn besloten voor Malakka te blijven wachten op de komst +der Spanjaarden, daar ze groote zwarigheid maken om naar de Molukken te +gaan". Na dit meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat, +als de Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot +den noorder moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen +de schepen wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door +de wormen verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit "zekere" +berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp +uit Holland had te verwachten [47]. Of hij de Audiencia tot andere +gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild, +is mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila +met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners, +die echter later aan wal moesten gezet worden, omdat men hen niet +vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva +in een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken, +tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken +nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te +zenden langs Sangir en La Caldera [48]. Terwijl de Hollanders, alsook +de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de Molukken zou +gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in straat Soenda +met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen [49] en vandaar naar +Bantam te zeilen om er de Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij +Banda en Ambon en daarna Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De +Silva echter voor Malakka kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen; +deze waren door Steven v. d. Haghen vernietigd [50]. De Silva had +stelligen last zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen +en te Malakka zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot +De Silva op deze plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot +echter een zwaar verlies. Den 19en April 1616 stierf De Silva [51] +plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan Don Alonso Enriquez het +opperbevel te hebben overgedragen. Door den dood van dezen krachtigen +doortastenden gouverneur was de groote voortstuwende kracht aan de +Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso Enriquez keerde uit vrees voor de +veiligheid der Philippijnen en wanhopende aan het Portugeesch secours, +in Mei naar de Philippijnen terug [52]. + + + + + + +HOOFDSTUK V. + + +Toen De Silva door tegenwerking van den fiskaal Alvarado en de +Audiencia gedwongen was geweest zijn krijgsplannen bloot te leggen, +werd hem naar aanleiding daarvan lichtzinnigheid verweten. Hij +verzweeg, zeide men, de zwarigheden, opdat hij niet zou behoeven te +wachten. Hij zag voorbij, dat hij een machtigen en ervaren vijand +tegenover zich had, die zonder twijfel van zijn plannen op de hoogte +was en geen hulp meer noodig had, daar hij volgens de berichten +van Padre Ribero, 37 schepen bezat. In plaats van alles te winnen, +zooals hij zich verbeeldde, vreesde men, dat hij alles zou verliezen +en van de vloot schip noch man zou ontkomen [53]. Alvarado en de +andere leden van de Audiencia zagen den toestand echter te donker in, +stelden zich onze waakzaamheid te groot, onze alwetendheid te absoluut +voor. De Hollandsche admiraal Van der Haghen verkeerde in de stellige +overtuiging, dat De Silva rechtstreeks naar de Molukken zou gaan en +verliet in die meening, na de Portugeesche galjoenen voor Malakka +vernield te hebben, de straat van dien naam, om nog tijdig met den +moesson in de Molukken te komen [54]. Ook zelfs de president van de +factorij te Bantam, J. P. Coen, werd er eerst den 10en April 1616 van +op de hoogte gebracht, dat de vloot niet naar de Molukken, maar naar +Malakka was gegaan. "Ende alsoo ten voors. tijde, doen van de compste +der Spanjaerden advyse bequamen, het westelijcke mousson verloopen was +ende wij van jachten gantsch onversien waeren, soo en conden naer de +Molucques geen advyse zenden" [55], schrijft Coen aan de bewindhebbers. + +De Silva's geheimhouding van het eigenlijke plan had dus wel degelijk +doel getroffen. En moge de grootsche onderneming zelf ook al geheel +mislukt zijn, de misleiding van den vijand ten opzichte van de +beraamde plannen is voor de Spanjaarden, zooals wij nader zullen +zien, zeer zeker van onberekenbaar belang geweest. Drie weken toch, +nadat Don Juan de Silva met zijn vloot uit Manila vertrokken was, +verscheen Joris van Spilberghen daar in de baai. Deze was reeds den +6en Aug. 1614 uitgezeild met last om door de straat van Magelhaens te +varen, den Spanjaarden aan de Westkust van Amerika zooveel mogelijk +nadeel toe te brengen en zich daarna naar de Oost te begeven. Deze +last was nauwkeurig door hem opgevolgd. Wel had De Silva van de +aankomst van Spilberghen in Zuid-Amerika gehoord, maar toen hij +in ongeveer twee jaar niets meer van hem had vernomen, meende de +Spaansche gouverneur, dat die Hollandsche vloot vernietigd was en hij +Manila dus gerust verlaten kon. Den 9en Febr. bereikte Spilberghen +echter de Philippijnen, voorzag zich op het eilandje Capoel van +levensmiddelen en zeilde daarna langs de Zuidkust van Luçon naar +Manila. Natuurlijk heerschte hier na zijne verschijning algemeene +ontsteltenis. De stad was zoo goed als weerloos. Geen troepen, geen +geschut; wapens, ammunitie, alles ontbrak. De bewoners vreesden reeds +weldra de Hollanders in hun stad te zullen zien. Hun stadhouder Don +Andrés de Alcazar nam echter alle maatregelen, die hij nemen kon en +bracht de daar nog liggende schepen zoo goed mogelijk in staat van +tegenweer, deed de kanonnen herstellen en liet, om hiervoor ijzer +te verkrijgen, de vroeger weggeworpen slakken zelfs weer smelten. De +Chineezen bekwamen voor iedere drie arrobas [56] erts, die ze hieruit +verkregen, een loon van drie realen. Burgers en monniken oefenden +zich in den wapenhandel [57], en toch zou alles vergeefs geweest zijn, +indien Spilberghen niet van gevangenen het bericht had vernomen, dat De +Silva naar de Molukken was afgezeild. Nu besloot hij, na 15 dagen in +de baai vertoefd en vergeefs getracht te hebben eenige gevangenen te +bevrijden, om zoo spoedig mogelijk naar deze eilandgroep te gaan. Den +20en Maart kwam hij te La Caldera. Hier vernam hij de valsche tijding, +dat de vijandelijke vloot zich nog in Otong op Panay bevond. Hij werd +tusschen La Caldera en het eiland Basilan, in de straat Basilan, +door windstilte een tijd lang opgehouden, van welke gelegenheid de +Mindanaers gebruik maakten om hem hun hulp tegen de Spanjaarden aan te +bieden met een vloot van 50 "scheepkes", terwijl ze hem een brief van +Reaal vertoonden, waarin deze hen zijn groote vrienden noemde [58]. In +Ternate gekomen deelde hij natuurlijk onmiddellijk aan Reaal mede, +dat, zooals hij ook werkelijk meende, de Spanjaarden zeer spoedig in +de Molukken zouden verschijnen. Men besloot dus den vijand hier af +te wachten. Den 1en Juni voegden zich nog bij hen eenige schepen uit +Banda en Ambon [59], waarop zich Van der Haghen en de andere raden +uit Indië bevonden, waarna deze overgingen tot het kiezen van een +nieuwen gouverneur-generaal. De keuze viel op Reaal. Nu rees de vraag +op welke wijze deze groote macht, zeventien schepen, die hier toevallig +bijeen was, het best kon worden gebruikt tot heil en voordeel van de +Compagnie. Zouden ze in de Molukken blijven en trachten het Spaansche +fort op Ternate of Tidore te veroveren; of was het beter den vijand in +de Philippijnen te bestoken? Tot het laatste besloot men. Jan Dirksz +Lam werd als bevelhebber aangesteld en den 1en Sept. vertrok hij met +een vloot van tien schepen van Malayo. Reeds den 17en arriveerde hij +aan La Caldera om daarna op advies van Reaal Otong op Panay aan te +doen. Den 30en Sept. bereikten zij deze plaats, waar de Spanjaarden +een fort hadden, dat men den volgenden dag gewapenderhand zou trachten +te nemen, om vandaar ongehinderd eenige beesten te halen, "die er +in abondantie te becomen zijn" [60]. Dit mislukte echter. Quinones, +de aanvoerder der Spanjaarden, gewaarschuwd door Geronimo de Silva, +ontving hen dapperder dan zij hadden verwacht, en met verlies van 14 of +15 man [61] en eenige gekwetsten werden zij teruggeslagen. Lam zegt, +"tselve door ons binnen 8 ofte 10 dagen door belegh wel hebben connen +geforceert geworden", maar dit achtten zij niet raadzaam, omdat dan +de moesson te veel zou verloopen. Denzelfden dag scheepten zij zich +dus weer in, deden 16 Oct. Marinduque aan om water in te nemen, van +welke gelegenheid drie man gebruik maakten om naar den vijand over te +loopen, verbrandden kort daarop het dorp Baradero en kwamen den 18en +Oct. in de baai van Manila aan. Eerst den 12en dezer maand hadden zij +vernomen, dat Don Juan de Silva te Malakka was gestorven en de vloot +reeds vier à vijf maanden geleden deze plaats had verlaten. Zoodra +Lam was aangekomen liet hij de sterkte van den vijand verkennen. Men +telde acht groote schepen, drie groote galeien, vijf of zes fregatten +en eenige kleinere vaartuigen, "die wij met devotie sullen verwachten +ende naar uit- en invaren sooveel doenlijck is te beletten, soodat +UEd. voor dit moeson in de Molukken voor 's viants macht niet en hebt +te vreesen", schrijft Lam aan Reaal [62]. Slechts nu en dan zond hij +eenige schepen naar de kust van Luçon om Chineesche jonken buit te +maken. Hierin waren zij echter niet gelukkig, zoodat het hen aan alle +mogelijke ververschingen begon te ontbreken en zij besloten [63] wegens +de vele zieken aan boord--De Oude Maen, Vlissingen en Walcheren konden +zelfs zonder hulp van andere hun ankers niet lichten--om het laatste +schip met advies en de zieken naar Ternate te sturen. Ook gelukte +het hun niet het zilverschip te verschalken. Den 8en Dec. hadden zij +bericht gekregen, dat het in Japan had overwinterd en in Ilocos [64] +lag, maar De Aeolus en De Walcheren, die er op uitgezonden werden, +konden het niet vinden. Toen zij den 8en Jan. 1617 nogmaals hetzelfde +vernamen, werd De Aeolus er weder heen gestuurd. Deze bracht helaas +ook nu niet het zilverschip mee, wel vier Chineesche en één Japansche +jonk en het bericht, dat het zilverschip wel degelijk te Ilocos had +gelegen, maar dat het geld (300,000 realen van achten) en 400 man +[65] over land naar Manila was gebracht. Zoodra De Aeolus op het +schip afkwam, werd dit door de bemanning zelf in brand gestoken, +wat eveneens met de twee daar liggende fregatten gebeurde. + +Het is te verwonderen dat de Hollanders, ondanks deze tochten buiten de +baai van Manila, niets hebben bemerkt van hen, wier bondgenootschap zij +in dezen zoo uitnemend hadden kunnen gebruiken, nl. de Mindanaers. Deze +maakten gebruik van de gelegenheid, dat de Hollanders de baai bezet +hielden, om zooveel mogelijk te rooven en te vrijbuiten. Eerst hadden +zij aan de kust van Camarines een daar op stapel staand schip en +twee jachten verbrand en dertig Spanjaarden gevankelijk meegevoerd, +en verder hun strooptochten uitgestrekt tot Panay. Hier werden zij +echter door den reeds boven genoemden Quinones verslagen en uit +elkaar gedreven. Een andere afdeeling der Mindanaers op Balayan, +aan de zuidkust van Luçon geland, vernielde daar een magazijn van +touwwerk der Spanjaarden. Aan deze strooptochten trachtten onze +vijanden een einde te maken. Twee galeien wisten de Hollanders te +verschalken door bij nacht uit Cavite te sluipen. Zij staken naar +Mindoro over, waar zich de vloot der Mindanaers bevond, maar konden +door den wind de rivier niet op zeilen, waarvan de Mindanaers gebruik +maakten, om zich zoo snel zij konden te verwijderen. Gelukkig voor +de Spanjaarden, dat Lam niet wist, hoe dicht in zijne nabijheid zich +bondgenooten bevonden [66]. Den 7en Maart besloten de Hollanders naar +Wittertseiland, een der Islas Hermanas, te zeilen, omdat zij daar +beter op de Chineesche jonken konden letten. Zij vertoefden er eenige +dagen, toen een Japansch gezagvoerder zich bij hen vervoegde. Deze +zeide een der door de Spanjaarden uitgezonden boodschappers te zijn, +die in last hadden de Chineesche jonken te Ilocos, Pangasinan of +Capo Fraile, op de westkust van Luçon, te waarschuwen. De Japanner +vroeg en verkreeg als belooning voor zijn bericht een Chineesche +jonk en een Hollandschen stuurman, om zich daarmee naar Japan te +begeven. Dadelijk werd De Aeolus (dit was dus voor de derde maal) +naar Ilocos gezonden, drie dagen later, den 23en Maart, gevolgd +door De Engel van Delft. Den 6en April zette het schip De Roode +Leeuw koers daarheen om De Engel terug te roepen. De Nieuwe Maen en +Ter Veer werden naar Wittertseiland gestuurd om De Aeolus, die met +twee buitgemaakte jonken tot daar teruggekeerd was, in het lossen +te helpen, en De Vlissingen naar Pangasinan, om daar De Aeolus te +vervangen. Zoo had Lam dus slechts drie schepen: De Nieuwe Son, De +Oude Son en De Oude Maen, onder zijn onmiddellijk bevel, toen hij den +14en April een vijandelijke scheepsmacht op zich zag afkomen. Deze +vloot, onder bevel van Ronquillo, bestond uit zeven groote galjoenen, +waarvan het admiraalschip uitstekend gemonteerd was, drie galeien, +een jacht en nog eenige kleinere vaartuigen. Lam retireerde met +zijn drie schepen naar de andere drie, die bij Wittertseiland lagen, +waarmee hij zich 's avonds nog kon vereenigen. Na gehouden scheepsraad +werd den volgenden dag het besluit genomen nog verder noordwaarts te +retireeren, om zich zoodoende bij de laatste drie: De Roode Leeuw, +De Vlissingen en De Engel te voegen [67]. Dit mislukte door de betere +bezeildheid van drie der Spaansche schepen, waardoor zij gedwongen +werden bij te draaien. Gezamenlijk besloten zij nu het admiraalschip +aan te tasten. Maar na elk schip, dat voorbij voer, de volle laag +met interest teruggegeven te hebben, vond ook Ronquillo het raadzamer +eerst zijn overige schepen, die hij vooruitgezeild was, af te wachten, +zoodat er dien dag niet meer gevochten werd. Den volgenden dag +begon eerst de eigenlijke strijd. De Spaansche admiraal enterde het +schip van Lam, De Nieuwe Son. Drie uur duurde het gevecht, waarna de +Spanjaard, uit vrees van te zinken, de enterdreggen doorhakte om zich +te redden. Ook het Hollandsche admiraalschip was geheel doornageld +en verdween weldra in de diepte. Gelukkig dat Lam en het volk zich +hadden kunnen redden op De Oude Son. De Ter Veer ging in vlammen op; +De Aeolus werd reddeloos geschoten en is daarna "opgesprongen" zegt +'t Hoofling, de vice-admiraal van de vloot. "De swaerste furie van +deze batailie was geëndicht" en de drie overige schepen: De Oude Son, +De Nieuwe Maen en De Oude Maen namen de vlucht, elk zijns weegs koers +zettende naar Ternate. De Oude Son werd echter door tegenwind hierin +verhinderd, waarop zij besloten naar Patani te zeilen om aldaar +de gekwetsten, waarvan er zich meer dan 70 op het schip bevonden, +te ververschen. Maar toen ook dit de tegenwind belette, trachtten +zij, langs de kust van Kambodja loopende, eenige ververschingen in te +nemen. Den 21en Mei gelukte het hun ten laatste met veel moeite om daar +levensmiddelen voor drie maanden te koopen, waarna zij besloten eerst +naar Macao te zeilen en vandaar met den noordermoesson Ternate op te +zoeken [68]. Terwijl zij met dit doel langs de Chineesche kust voeren, +werd de hoop op buit weder bij hen wakker en gaven zij er de voorkeur +aan te trachten de karak, die jaarlijks van Macao naar Japan voer, +of eenige der Chineesche jonken, die op Manila handel dreven "waar te +nemen" [69]. Dit kwam bijzonder overeen met den wensch van Coen, want +den 20en ontmoetten zij twee schepen: De Zwarte Leeuw en De Galjas [70] +van Hoorn, die den 9en Mei Bantam hadden verlaten met een instructie, +welke op hetzelfde neerkwam. Zij namen nu het besluit om gezamenlijk +naar Nagasaki te zeilen en als de karak zich daar reeds bevond, deze +desnoods tegen den wil der Japanners in de haven aan te tasten. Dit +werd echter om verschillende redenen ondanks den uitdrukkelijken last +van Coen nagelaten. Zij hadden nl. bericht gekregen, dat van twee +Hollandsche schepen, te weten De Roode Leeuw [71] en Vlissingen, +en een Chineesche jonk, die voor Firando lagen, De Roode Leeuw, na +zijn goederen reeds te hebben gelost, alsook de Chineesche jonk door +storm op den wal waren geworpen, en vreesden nu, dat de Japanners +deze goederen in ruil voor de karak in beslag zouden nemen. Zij +staken dus weer in zee en besloten eerst het advies van Specx, +vertegenwoordiger van de O.-I. Compagnie in Japan, af te wachten. Ook +dit luidde ontkennend. De kraak lag, aldus verontschuldigde Specx zich +bij Coen [72], in de haven van Sassinots onder het eiland Amacusa +(10 mijlen bezuiden Nagasaki), en het was niet mogelijk een aanval +op haar te wagen, daar de haven nauw besloten was en er een harde +tegenwind blies. Ook vreesde Specx dat wij dan met de Japanners in +onmin zouden komen en wij daardoor de rijst zouden missen, die van +hieruit vooral naar de Molukken werd gestuurd, sinds wij die, na de +oneenigheid met Makasar, niet meer vandaar konden bekomen. Toen de +kraak daar nog niet in de haven lag, had Specx plan gehad De Roode +Leeuw uit te zenden om haar op te zoeken [73]; maar een zware typhon +had dit belet. Nadat Lam en de zijnen besloten hadden, de kraak +niet aan te tasten, zeilden zij naar Firando. Hier werd den 8en +Aug. bepaald, dat De Swarte Leeuw met de buit gemaakte goederen naar +Bantam zou gaan. De Roode Leeuw, die men niet had kunnen lichten, +werd gesloopt en Lam ging, na op De Vlissingen te zijn overgegaan, +in Jan. 1618 met provisie naar de Molukken onder zeil, en wierp +11 Febr. 1618 voor Ternate het anker uit. De Nieuwe- en Oude Maen, +met Lam den Spanjaarden ontvlucht, waren 7 Aug. 1617 behouden aldaar +aangekomen, gelijk het zevende schip De Engel reeds den 27en Juni +van dat jaar [74]. De Oude Son met De Galjas zouden nog een poging +wagen om de karak, die met zilver naar Macao ging, te vermeesteren +en daarna naar Cochin-China varen. In de instructie van Coen, aan De +Swarte Leeuw en De Galjas gegeven, stond nl. uitdrukkelijk, dat zij, +zoo zij de kraak misten, naar Cochin-China moesten zeilen om aldaar +te trachten handelsbetrekkingen aan te knoopen, en gelukte dit niet, +dan de Chineezen vandaar "gelijck van Manila soecken te wercken om +hun alsoo t' onswaerts te dringen". + +Hoe was het intusschen met de beide overige schepen gegaan, die niet +aan het gevecht tegen de Spanjaarden hadden deel genomen? Den 17en +April, een dag na het gevecht, kwamen zij met vijf veroverde jonken op +de kampplaats aan. Daar geen schepen meer ziende en vermoedende dat +de Spaansche vloot reeds buitengaats was, zeilden zij zuidwaarts en +vonden hier het Spaansche vice-admiraalschip Marcos, dat zich in vrij +onttakelden toestand bevond. Wel werd het moedig verdedigd, maar den +eersten dag voornl. door De Vlissingen bestookt, werd het in den avond +van den 2en door De Roode Leeuw gedwongen, "daar het heel lek was en +de pomp staag gaande" op den wal te loopen. Van den invallenden nacht +maakten de Spanjaarden gebruik om al het goed te lossen, waarna zij +den brand in het kruit staken. De beide Hollandsche schepen voeren +toen met hun buit naar Japan, waar zij, zooals wij zagen, Lam weer +ontmoetten. De Spanjaarden, hoewel de winnende partij, verloren +tengevolge van dezen slag bijna al hunne schepen. Kort nadat zij de +onzen uit de Philippijnsche wateren hadden verdreven, kwam Geronimo de +Silva uit de Molukken te Manila, om tot de aankomst van den opvolger +van Juan de Silva het gouverneurschap waar te nemen. Geronimo was dus +volkomen op de hoogte van den toestand, waarin de Molukken verkeerden +en wist, dat deze dringend hulp noodig hadden. Hij zond daarom zes +schepen zonder verwijl, ondanks het onstuimige jaargetijde (Oct.), +ondanks de waarschuwingen der stuurlieden, ja zelfs tegen den wil +van de Audiencia, naar Marinduque en Masbate om gekalefaat te worden; +maar nauwelijks hadden zij de baai verlaten, of een storm stak op en +drie schepen zonken in de diepte. De andere drie liepen op de klippen, +waar zij, gebarsten en vol water, met geen mogelijkheid vandaan gehaald +konden worden. Al het volk, 1000 man, zoowel Spanjaarden als inlanders +en Chineezen, alle timmerlieden met hunne gereedschappen werden een +prooi der golven [75]. Uit slechts één oud schip, De Lorenzo, en zes +zoo goed als versleten galeien bestond nu de geheele zeemacht der +Spanjaarden in de Philippijnen. + +En de Hollanders, behoudens de nadeelen, het verlies der drie schepen, +welke voordeelen hadden zij behaald? Een buit van f 1.000.000 +[76]. Coen schreef dan ook: "Als 't God en onze meesters gelieft, +moet de zaak weer couragieuselijk hervat worden" [77]. + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + + +Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in. Aan de bewindhebbers +schrijft deze: "Mijne Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijcke +toverwegen hoe hoognoodigh het is de tocht naar Manilla van jaer +tot jaer werde gecontinueert" [78]; niet alleen, zooals hij zegt, +om de schade, die men daardoor aan den handel te Manila toebracht +en omdat men op die wijze de Chineezen dacht te dwingen de vaart +op de Philippijnen te staken en die naar Bantam te verplaatsen, +maar ook omdat hij daarmee allen toevoer naar de Molukken hoopte +te beletten. Dat hij hierdoor ook Manila zelf trof en dat dit, wat +trouwens van zelf spreekt, juist in zijne bedoeling lag, zegt hij +duidelijk in een brief aan de bewindhebbers, waarin hij meedeelt, +dat twee Hollandsche schepen vóór Manila kruisten om de jonken aan +te halen, wat, zoo schrijft hij, van belang is, omdat uit de groote +tollen, die de Chineezen betalen, de Spanjaarden hun voornaamste +inkomsten putten nl. 150.000 realen van achten buiten de 250.000 realen +die het hoofdgeld der Chineeschen inwoners hun opbrengt, terwijl bij +dit laatste nog niet eens is gerekend, hetgeen de winkelhouders nog +moeten betalen. "De Chineezen", gaat hij voort, "zijn te Manila over +de 30.000 sterk en betalen in alles wel 500.000 realen van achten" +[79]. Van de twee schepen, waarover Lam hier spreekt, kan ik er +slechts één noemen, namelijk De Oude Son, die wij in het vorige +hoofdstuk hebben verlaten op weg naar Cochin-China. Na gezamenlijk +met De Galjas een vergeefsche poging te hebben aangewend om een kraak, +die naar Macao bestemd was, buit te maken, voer den 9en Maart 1618 De +Oude Son opnieuw naar Manila, terwijl De Galjas den 28en Maart naar +Cochin-China zeilde. Dezen keer was De Oude Son gelukkiger. Den 4en +Mei veroverde zij een groote Chineesche jonk, den 8en Mei nog een en +kort daarop nog zes kleine, waarna het met dezen rijken buit, waarvan +de waarde f 558.169 bedroeg, terugkeerde en den 7en Juni te Firando +binnen liep. Kort hierop kwamen nog twee schepen te Firando: De Galjas, +die teruggekeerd was zonder Cochin-China te hebben kunnen aandoen, +omdat de scheepsofficieren het schip in den steek hadden gelaten, +en het voormalige Engelsche jacht de Attandance, dat door de onzen +bij Banda genomen en herdoopt was in De Vliegende Bode. Deze beide +laatste schepen zullen wij weldra weer ontmoeten in de Philippijnsche +wateren. Wij hebben in het vorig hoofdstuk gezien dat de vloot +der Spanjaarden door storm bijna geheel was vernietigd. Zoodra de +raad der Molukken dit door drie uit Manila ontvluchte Nederlanders +had vernomen, besloot men spoedig hierop, den 23en April, om weder +eenige schepen voor Manila te laten kruisen. Wel werd er door de +verschillende moeilijkheden, waarin de Nederlanders zich vooral met +de Engelschen gewikkeld hadden, niet onmiddellijk gevolg aan gegeven, +maar nadat den 21en Juli en den 11en Aug. nogmaals op het wenschelijke +van zulk eene onderneming op dat tijdstip was gewezen, werden in +de bovengenoemde vergadering vijf schepen daarvoor bestemd en Adam +Westerwolt tot opperbevelhebber benoemd. Reeds den 24en Aug. ging hij +met de vijf schepen onder zeil. Ofschoon Coen in 1617 aan hem schreef, +dat de zaak weer couragieuselijk moest hervat worden, bleek hij er in +1618 niet al te zeer mee ingenomen. Hij oordeelde de omstandigheden +te gevaarvol, om er zooveel schepen heen te sturen. Hij was bang het +zekere te verliezen "om een vogel die in de lucht vliegt, te bekomen" +[80]. Gelukkig, het zekere bleef behouden, maar veel voordeel leverde +de tocht niet op. Van de vijf schepen, die onder de vlag van Westerwolt +waren uitgezeild, moesten er twee: De Oude Maen en De Vlissingen, +nog voor Manila liggende, wegens "outheyt" gesloopt worden. Wel was +de vloot weer tot hare oorspronkelijke sterkte terug gebracht door +de aankomst van De Galjas en De Vliegende Bode uit Japan, die tevens +provisie voor de vloot meebrachten, doch ofschoon ze tot 26 Mei 1619 +omtrent het land van Manila bleven kruisen, maakten zij slechts +drie jonken prijs ter waarde van f 33.894. Zes jonken wisten den +Hollanders te ontkomen, en daar de Chineezen, door verschillende +berichten van de Spanjaarden [81] op hun hoede, zich niet meer +vertoonden, besloot Westerwolt naar Japan te vertrekken. De Swaen +werd van daar met provisie naar de Molukken gezonden, weldra gevolgd +door de Nieuwe Maen. Westerwolt zelf ging naar Jacatra onder zeil, +waar hij den 16en Dec. 1619 behouden aankwam. Het geringe voordeel, +dat deze tocht opbracht, moet voornamelijk geweten worden aan gebrek +aan provisie, waardoor zij "gants machteloos" waren geweest [82]. + +Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen +zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den +koning van Mindanao, steun van de Compagnie verzoeken tegenover den +koning van Boaya, die vertegenwoordigd werd door den reeds verdreven +vorst van Sarangani. Gouverneur-generaal en raden wenschten door +partij te kiezen niet een der vorsten in de armen der Spanjaarden +te voeren en bewandelden dus een middelweg. Beide vorsten werden +met een kluitje in 't riet gestuurd. Coen en later Lam, aan wien de +beslissing door den gouverneur-generaal was overgelaten, zeiden, +dat zij eerst wilden trachten de twee vorsten te verzoenen, daar +beide toch vrienden van ons waren, dat wij zeker wel een gezantschap +zouden hebben gestuurd om de verzoening tot stand te helpen brengen, +maar dat wij daarvoor, wegens de twisten met de Engelschen, nu geen +schip konden missen. Ook waarschuwde Lam in een brief, aan Kaitsjil +Soliman voor diens vader meegegeven, voor de geheime bedoelingen van +hun gezamenlijke vijanden, de Spanjaarden, om vijandschap en twist +te verwekken en hen dan op het onvoorzienst te overvallen en "tot de +uiterste extremiteiten" te brengen [83]. Op deze wijze wist men nog +gelukkig de goede verstandhouding met beide vorsten te bewaren. Het +moet dezen echter wel wat vreemd voorgekomen zijn, dat de Hollanders +het volgend jaar wel weder schepen beschikbaar hadden voor een tocht +naar de Philippijnen. Nu had men het echter niet gemunt op Chineesche +jonken. Dezen keer hoopte men Manila in één slag geducht te knakken en +zich een grooten buit te verschaffen. Men wilde toch het zilverschip +van Acapulco vermeesteren. Mocht dit gelukken, dan werd den Spaanschen +handel een gevoelig, ja bijna onoverkomelijk verlies toegebracht. Met +dit doel had Coen aan Van Speult, den gouverneur van Ambon, in een +geheim gehouden lastbrief opgedragen den 1en of uiterlijk half April +drie schepen uit te zenden naar kaap Spiritu Sancto op 12 1/2° +N.B. Van Speult kon zich echter niet stipt aan den tijd houden, +omdat de schepen, waarmee hij moest uitzeilen, te laat in Ambon +aankwamen. Den 13en Mei 1620 eerst verlieten De St. Michiel, De Swaen +en De Expeditie van Ambon onder bevel van Bartholomeus v. Spilbergen +[84] het eiland Ambon. Coen meende gegronde hoop te mogen koesteren +op het welslagen van den tocht, daar een Spaansche stuurman, die +reeds tweemaal de reis van Acapulco naar Manila meegemaakt had, zich +als gevangene op de vloot bevond. Eerst moesten zij, volgens den wil +van Coen, Ternate aandoen om den vijand geheel en al te misleiden en +daarna tot het laatst van Juni omtrent Kaap Spiritu Sancto kruisen. En +waarlijk, het geluk scheen Spilbergen te dienen. Den 26en Juni kwamen +de zilverschepen in het gezicht. Gewoonlijk werd het zilver door +slechts één schip overgebracht, dezen keer waren het er drie [85] +onder bevel van Fernando de Ayala. In de meening dat het schepen +waren, die de in 1618 nieuwbenoemde gouverneur der Philippijnen +Fajardo, hun tegemoet gezonden had, kwamen zij met volle zeilen op +de Hollanders af. Na zonsondergang waren zij zoo dicht genaderd, +dat zij van weerszijden elkander konden hooren spreken. Toen eerst +ontdekten de Spanjaarden hun vergissing. Door de ingevallen duisternis +en het ruwe weer gelukte het hun te ontkomen. Een der schepen werd +echter door de Hollanders op het strand van Albay (ten Noorden van +de straat van Bernardino) gedrongen. Aan Coen werd bericht, dat het +twee millioen zilver in had. Deze schreef hierop aan bewindhebbers: +"'t Heeft Godt niet gelieft, dat die becomen zouden, want daer d'onze +meenden, dat het zilverschip al hadden, zijn door een uit der maten +grooten storm daer van geraect en alle te samen in groot peryckel +van stranden gecomen" [86]. In denzelfden brief meldt Coen, dat naar +men zegt, het zilver door de Spanjaarden geborgen is en dit stemt +overeen met de door Blumentritt gebruikte Spaansche bronnen. Ayala +liet het, nu op zijn hoede voor de Hollanders, over Borongan aan +de kust van Samar met karren naar Manila voeren. Van onze drie +schepen kwamen slechts De Expeditie van Ambon en De Swaen behouden +te Firando. De Expeditie echter ging, reeds in behouden haven, toch +nog voor onze vloot verloren, daar het door harden wind in de haven +omsloeg. Van de St. Michiel, waarop Spilberghen was, werd nimmermeer +iets vernomen. "Waarschijnlijk", schrijft Coen, "is het met man en +muis in de storm gesoncken" [87]. + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + + +In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen, dat Coen in 1618 +van meening veranderd was, omtrent het zenden van een vloot naar +de Philippijnen. Wel vond hij het goed, dat er schepen gezonden +waren, maar, naar den stand en tijd, ware 't beter geweest, schreef +hij aan 't Lam [88], "dat men zooveel van de beste schepen niet +gezonden hadde". Hij vreesde, dat de Molukken Ambon en Banda door +het uitzenden van vijf der beste schepen te zeer ontbloot zouden +worden, waardoor aan de Engelschen gelegenheid werd gegeven aldaar +hun slag te slaan [89]. En Coen's vrees was gerechtvaardigd. Het was +den Engelschen ernst, toen zij dreigden de "Dutchman" niet alleen +uit Ambon, Banda en de Molukken, maar uit den geheelen Indischen +Archipel te verdrijven. Half December, na aankomst van hun admiraal +Thomas Dale, sloten zij heimelijk een aanvallend verbond tegen +de Nederlanders met den koning van Bantam. Samen zouden zij het +Nederlandsche fort te Jacatra veroveren. Hoe Coen genoodzaakt werd, +het fort aan zijn lot over te laten, en den wijk te nemen naar Ambon; +hoe hij, een grootere scheepsmacht verzameld hebbende, het volgende +jaar is teruggekeerd en Jacatra verwoestte, is algemeen bekend. De +Engelschen trof Coen er niet meer aan. Zij waren reeds eerder, +bevreesd voor de dubbelzinnige houding van Bantam's koning, naar +de hoofdstad van dien vorst terug gezeild. Toen zij hier hoorden, +dat Coen met een vloot van zestien schepen teruggekeerd was, waren +zij door straat Soenda gevaren en hadden van daar koers gezet naar +het westen. Hierna werd Bantam door Coen geblokkeerd, drie schepen +naar Patani en zes naar Sumatra's westkust gezonden om de factorijen +van kapitaal en koopmansgoederen te voorzien, waarbij tevens den +gezagvoerders werd opgedragen, waar zij konden, de geleden schade op +de Engelschen te verhalen. Dit gelukte volkomen. Het eerste eskader +nam twee Engelsche schepen, het andere vier. Aldus was Coen op het +punt een zijner vurigste wenschen, de Engelschen uit den Archipel +te verdrijven, vervuld te zien, toen hem plotseling in Maart 1620, +als een donderslag uit een helderen hemel, het bericht trof, dat +de Engelsche- en Nederlandsche Oost-Ind. Compagnie in Europa den +17en Juli 1619 een verbond met elkaar hadden gesloten. In de eerste +artikelen waren voornamelijk bepalingen opgenomen, waarbij de handel +voor beide partijen werd geregeld, terwijl de laatste artikelen op +het oogenblik voor ons doel van meer belang zijn. Er werd nl. een +raad van defensie in Indië opgericht, bestaande uit acht leden, vier +Hollandsche en vier Engelsche, waarvan beurtelings een Nederlander +en een Engelschman voorzitter zou zijn. Ter beschikking van dezen +raad van defensie werd een vloot gesteld van 20 schepen, de vloot +van defensie. Dat dit geheele verbond Coen verre van aangenaam was, +schreef hij weliswaar in ronde woorden aan de bewindhebbers, maar hij +moest aan de bevelen gehoorzamen [90]. Het kwam er nu slechts op aan, +zooveel mogelijk partij te trekken van het verbond en--dit was volkomen +aan Coen toevertrouwd. Reeds den 28en April werd op het schip de Theems +Royal voor Bantam eene vergadering van den raad van defensie gehouden, +waarin op voorstel van Coen besloten werd, gezamenlijk een tocht te +ondernemen naar de Philippijnen om den Chineeschen handel op Manila +te beletten. Tien schepen werden hiertoe bestemd, vijf Engelsche +en vijf Hollandsche, terwijl de Engelschen volgens accoord de vlag +op de groote steng zouden voeren, de Hollanders op de voorsteng +[91]. Reeds den 31en Mei werden twee Hollandsche De Haerlem en De +Hoope en twee Engelsche de Elisabeth en de Bull vooruitgezonden om +tot 5 Aug. tusschen China en Japan te kruisen; daarna, aldus luidde +de instructie, moesten ze langs de kust van Japan alle Spaansche of +Portugeesche schepen buit maken, maar van de Chineesche jonken slechts, +die op Manila voeren. Het Engelsche schip de Hope zou over Patani +gaan en zich daarna met bovengemelde vier schepen vereenigen. In het +begin van Juni werden deze vijf schepen gevolgd door vier andere, te +weten de Engelsche: de Maen en de Paltsgraeff en de Hollandsche: Nieuw +Bantam en De Trouw. Firando werd als vereenigingsplaats aangewezen, +waar het tiende Hollandsche schip, De St. Michiel, zich bij de andere +zou voegen. Admiraal van de vloot was de Engelsche schipper Robert +Adams, vice-admiraal Willem Jansz. [92], Raad van Indië. In plaats +van De St. Michiel, die, zooals wij gezien hebben, vergaan was, +werd aan De Swaen, te Firando van Kaap Spiritu Sancto teruggekeerd, +door Willem Jansz bevel gegeven mee te zeilen [93]. Den 1en Jan. 1621 +moesten zij volgens de instructie Firando verlaten. Na eenigen tijd +vergeefs op het Engelsche schip de Hope, dat reeds lang uit Patani +aangekomen moest zijn, gewacht te hebben, ging men op 13 Jan. 1620 +met negen schepen en twee jonken, die als branders moesten dienst +doen, onder zeil. De instructie luidde, naar de baai van Manila te +loopen om de Spanjaarden afbreuk te doen en den Chineeschen handel, +"van daer t' onswaert te trecken", daar tot omstreeks 30 Juni 1621 +blijven en over Japan terugkeeren, tenzij Chineesche jonken met +den zuidermoesson verwacht werden. Dan moest men hen afwachten +en over Patani terugkeeren, daar men Japan in dat geval niet meer +zou kunnen bezeilen. Men moest, (indachtig aan de fout, die Lam in +1617 had begaan) de vloot goed bijeen houden, geen Japansche jonken +schade berokkenen noch Chineesche, die op vrije plaatsen voeren. De +Chineezen der veroverde jonken moest men zooveel mogelijk naar +Batavia brengen. Zoodra de vloot voor de baai van Manila verscheen, +moesten, ter voorkoming van geschillen, eenige Nederlanders op +de Engelsche en omgekeerd eenige Engelschen op de Nederlandsche +schepen worden geplaatst "om te registreeren al sulcke goederen als +bij d'een oft d'ander verovert en overgenomen zoude mogen worden" +[94]. In een particuliere instructie aan W. Jansz drukt Coen dezen +bevelhebber op eigenaardige wijze groote waakzaamheid tegenover de +Engelschen op het hart. "Het gemeene spreekwoort, weest trouwe ende +vertrouwt niemant, sult alsoo niet verstaen alsof d'Engelschen niet +zouden mogen vertrouwen, maar brengt mede, dat men altoos trouw +moet wezen en de niemant dan [95] met een goet ommesien en goede +circonspectie vertrouwen sall." De uitslag van deze expeditie was niet +schitterend. De Spaansche schepen: drie galjoenen en zes galeien en +drie andere vaartuigen [96], hadden zich, op bevel van Fajardo, zoo +goed gedekt, [97] dat de gecombineerde vloot er zelfs geen branders op +kon afzenden, zonder dat deze gevaar liepen in de handen der vijanden +te vallen daar "twee galeien met veel roeituig in inkomen van het gat, +recht voor de schepen op de wacht lagen" [98]. De Spanjaarden bleken +dus gewaarschuwd, evenals de Chineezen, daar deze zeven van de rijkste +jonken in Chinchu hadden opgehouden. Slechts vijf van zulke scheepjes +vielen ons in handen, en daar het weer zeer onstuimig werd, besloot +men 19en Juni niet op de Chineesche jonken, die mogelijk met den +zuidermoesson zouden aankomen, te wachten, maar naar Firando terug te +keeren. Twee dagen daarna--wat zullen de op buit belusten zich geërgerd +hebben--liepen drie zeer rijk geladen fregatten van Macao de haven van +Manila binnen, den 28en Juli gevolgd door de zilverschepen van Acapulco +met 300 man en de door de Chineezen opgehouden jonken. Wanneer de +vloot dus langer was gebleven, hoeveel rijker zou dan de buit geweest +zijn! Nu bekwamen de Engelschen en Hollanders slechts elk f 63807.10.4, +"maar 't beste deel, naar wij verstaan, is naar men zegt," schrijft +Coen, "door de officieren en het gemeen volk genomen, daaraan voor +omtrent f 120.000 te Firando verkocht en geconsumeerd. Hiervan geven +de onzen de Engelschen schuld, want daar zij naar hun believen roofden +en plunderden, kon men het de onzen ook niet verbieden". Reeds vroeger +had Coen aan de bewindhebbers geschreven, dat "zij geen hulp, maar niet +dan hinder van de Engelschen te verwachten hadden". En dit is zeker +niet te verwonderen daar de Engelschen regel, orde noch recht kenden, +niet door de hoofden in bedwang gehouden konden worden en op brutale +wijze te kennen gaven dat zij voor geen ander wilden stelen, dat zij +op koopvaardij, niet ten oorlog gehuurd waren en liever tegen ons dan +tegen de Spanjaarden wilden vechten [99]. Had Coen dus al geen reden +om zeer ingenomen te zijn met de houding onzer bondgenooten, ook den +Nederlandschen commandeur W. Jansz betuigde hij zijn ontevredenheid, +dat hij zooveel Chineezen had vrijgelaten in weerwil van zijn bevel +om ze alle naar Batavia of de Molukken te zenden. In Maart schreef hij +het nog op verschoonende wijze aan een misverstand toe [100], maar een +maand later in een instructie aan Reijersz die, volgens Coens meening, +ook W. Jansz zou lezen, werd het zelfs een nalatigheid genoemd. "Seer +ernstelycken," aldus de instructie, "hebben voor dezen d' Heer +Commandeur Willem Jansen gerecommandeert, gelijck mede aen d'andere +Commandeurs die voor hem geweest zijn, soo veel Chinezen te houden naer +de Moluccos, Amboyna, Banda ende herwaerts te zenden als eenichsints +doenlycken wesen soude, maer alsoo naert schijnt verstonden, hoeveel +de Compa hieraen gelegen was, is daer op niet gevolcht ende de saecken +geensints beherticht, maer de nalaticheyt met frivole vonden ende +praetjens geexcuseert. Hierover sal UEd. veradverteert wesen, dat de +Compa aen een goet getal Chinezen soovele gelegen is, dat daeromme soo +eene vloote als deze wel expresselijcke naer Manilha ende na de custe +van China zoude mogen gesonden worden, want als de lande van Batavia, +Amboyna ende Banda behoorlyck met volck beseth ende gepeupleert worden, +zal de Compa daerdoor mettertijt soo groote benefitie genieten, dat +alle de forten daer mede ofte daer door volmaeckt ende onderhouden +sullen connen worden. Hadde de Commandeur W. Jansen een goet getal +Chinezen naer Amboyna ende Banda gesonden, gelyck zeer wel doen cond, +meer dienst soude de Compa daeraen geschiet wesen, dan alle sijne +veroverde goederen waerdich zijn" [101]. Men ziet hieruit waarom, en +hoeveel, waarde gehecht werd aan Chineesche gevangenen. De woorden, +waarin de nalatigheid van W. Jansz wordt besproken, waren natuurlijk +daarom zoo scherp, om Reyersz op het hart te drukken, vooral niet in +dezelfde fout te vervallen. Ware het anders, had Coen werkelijk in +Jansz zoo'n verkeerd werktuig gezien, dan was hij zeker in dezelfde +instructie niet aangewezen om, zoodra hij zich met zijn vloot bij +Reyersz zou voegen, het opperkommando over te nemen. De moesson heeft +dit echter, zooals wij later zullen zien, verhinderd. + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + + +Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer vijanden dan +bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens gezamenlijk +een tocht ondernemen op bevel van den raad van defensie. Voor +de chronologische volgorde komt het mij echter geschikter voor, +eerst eenige andere ondernemingen der Hollanders te behandelen, +die zij van de Molukken uit tegen de Philippijnen op touw hebben +gezet. Herhaaldelijk hadden de Hollanders reeds getracht in +vriendschappelijke verhouding te komen met de bewoners van Mindanao +en den Soeloe-archipel, maar veel voordeel hadden deze pogingen niet +opgeleverd. Dit lag natuurlijk grootendeels aan de weinige kracht +en volharding, die wij toonden om de aangeknoopte betrekkingen in +eene duurzame vriendschap te doen overgaan. Weinig kracht? Weinig +volharding? Ja zeker! maar het zij verre dit den Hollanders te +verwijten. Niet overal konden zij evenveel energie ontwikkelen. Vroeger +had de vijandschap met de Engelschen veel van onze krachten gevergd +en na het accoord met hen moesten wij zorgen den handel te behouden in +de plaatsen, waar wij die bezaten, zooals de Molukken, Banda en Ambon +[102]. Ook met de inboorlingen in de Molukken stonden wij op zeer +gespannen voet. Te verwonderen was dit niet; wij wenschten monopolie, +weerden alle kooplui en voorzagen bijvoorbeeld de Ternatanen niet +van de noodzakelijke levensmiddelen. Zij moesten nagelen plukken--en +wij gingen met de voordeelen strijken. En de forten opgericht om +hen tegen de Tidoreezen en Spanjaarden te beschermen, moesten ter +bezuiniging worden afgebroken. Lam keurde de harde behandeling, +die de Ternatanen ondervonden, af, en dus werd hij als gouverneur +in 1621 vervangen door Frederik de Houtman. Coen wilde gehoorzaamd +worden. Veel had hij ondernomen en veel ten uitvoer gebracht. Zijne +middelen waren dikwijls ruw, hard en wreed, niet evenredig aan het +doel, zouden wij negentiende-eeuwers geneigd zijn te zeggen, maar +wij houden de woorden terug: de objectieve historicus bedenkt zich, +dat Coen geen grootscher doel kende, dan het bevorderen, uitbreiden +van de macht der O.-I. Compagnie; hij herinnert zich dat het volk +in den tachtigjarigen oorlog en in den krijg in den Archipel gewoon +was geraakt aan bloedige tooneelen. En wat zeker niet het minst moet +bijdragen tot zachter oordeel over Coen, is, dat men de inlanders niet +als menschen beschouwde, maar als andere lager staande wezens. Hoe +het ook zij, Lam werd teruggeroepen en Houtman vertrok met de +voor de Ternatanen harde instructie, dat eenige forten geslecht +moesten worden. Hoe nu aan deze instructie ook door Houtman niet +is voldaan, zal eerst later door mij meegedeeld worden. Voorloopig +wilde ik het slechts even aanstippen om te wijzen op de moeilijke +omstandigheden, waarin wij verkeerden, een der redenen waarom wij zoo +weinig gehoor gaven aan de vriendschapsaanbiedingen der inboorlingen +van de Philippijnen, waarvan vele, als de bewoners van Mindanao, in +voortdurenden strijd leefden met de Spanjaarden. Maar ook onze geringe +bekendheid met het land had hieraan schuld. Wij wisten niet of zulk +een tocht behalve den afbreuk onzen vijand aangedaan, ons wel genoeg +voordeel zou opleveren. Toch besloot Coen, al waren de inlichtingen, +die hij had verkregen ook oppervlakkig, een poging aan te wenden om +iets meer over Mindanao te vernemen. In de instructie aan Fred. de +Houtman, werd dezen, toen hij 11 Juni 1621 als gouverneur naar de +Molukken vertrok, het volgende hieromtrent opgedragen: "Alsoo verstaen +dat de Comp. op Mindanao seer goeden dienst gedaen can worden, sal +UE. derwaerts een schip oft jacht met een goet cargasoen en bequaem +coopman senden, soo haast de gelegentheit becompt, en dat principalyck +om gout, was, slaven tegen cleden te verhandelen" [103]. Reeds zeer +spoedig vond De Houtman gelegenheid derwaarts geschenken te zenden en +tevens de komst van een schip te doen aankondigen. Den 12en Juli 1621 +schrijft hij hieromtrent aan Coen: "Vernemende, dat eenige Duitsen +op 't eylant Solo bij Tagama [Basilan] bij Mindanao gecomen waren, +vermoeden derhalve 't jacht Ternate daeromtrent zou zijn verongeluckt, +hebben een Chinees schipper, die jaerlycks derwaerts vaert en ons +volck de tijding gebracht had, een brief aan den coninck medegegeven +met een geschenk en een tulbant. Alsoo mede de Koningen van Mindanao +en Boaya nu omtrent 3 jaren tegen elkaer in oorlog zijn geweest, +hebben aan ieder derselve een brief in 't Maleisch met een present +gesonden en [verzocht] vrienden als te voren te worden, als oock +[kennis gegeven] dat wij voornemens waren een schip derwaerts te +senden" [104]. Bij beloften bleef het niet. Reeds den 22en Sept. 1621 +zond hij het vaartuig De Hont met Christaen Francxz als opperkoopman +naar Mindanao. In de eerste plaats moest deze, op dit eiland gekomen, +zeggen, dat hij door De Houtman gezonden was, om zoo mogelijk den +koning met dien van Boaya vrede te doen sluiten. Hiertoe moest hij alle +"devoir aanwenden, belofte doende teeniger tijt een armade daer sullen +senden om den Spanjaert onsen gemeenen vijandt alle afbreck te doen"; +verder onderzoeken welk profijt voor den handel men zou kunnen bekomen +en welke soort van kleedingstukken er den meesten aftrek zouden +vinden. De Houtman had gehoord, dat er veel stofgoud op Mindanao +gevonden werd; hier moest hij wat van koopen en tevens nagaan of het +diep uit het binnenland kwam. Omtrent Tanda [105] "aan de Noordzijde" +van het eiland Mindanao moest hij vernemen of daar werkelijk zooveel +goud gevonden werd als men zeide. Voorts had hij onderzoek te doen welk +soort van fort de Spanjaarden daar bezaten, hoeveel manschappen er in +lagen en of men het met eenige macht niet zou kunnen veroveren. Van de +ligging der bergen, waarin zich de mijnen bevonden, werd hem opgedragen +zich op de hoogte te stellen, of wij daar gemakkelijk konden komen, +welke wapenen de bewoners gebruikten, of zij nog heidenen waren, +enz. Ook omtrent de hoeveelheden was en kokosolie had hij berichten +in te winnen, terwijl hem aanbevolen werd een paar sterke slaven, +inboorlingen der Philippijnen (Bisayas), te koopen. Het eiland +Basilan zou hij ook aandoen, alsmede Soeloe (het eiland ten zuiden +van Basilan liggende). Zooals De Houtman den 12en Juli aan Coen +had geschreven, vermoedde hij, naar aanleiding van het bericht als +zouden zich op Soeloe eenige "Duitsen" bevinden, dat aldaar het jacht +Ternate gestrand was, hetwelk in 1620 van Jacatra over Soekadana, +benoorden Borneo om naar de Molukken zou gaan. Indien dit vermoeden +juist bleek, werd Francxz gelast pogingen aan te wenden om het volk, +geschut en geborgen goederen terug te bekomen. Verder moest hij zijn +verblijf aldaar ten nutte maken om te vernemen of de schoone paarlen, +die aldaar gevonden werden, op het eiland zelf aan de Spanjaarden +werden verkocht, of waarheen de inwoners ze anders vervoerden. Voor +het een en ander werd Francxz een cargasoentje meegegeven van 3924.16 +realen. Kon hij eenig voordeel op de Spanjaarden behalen omtrent La +Caldera dan moest hij dit natuurlijk niet nalaten. Veel tijd zou hij +daar echter niet voor hebben, daar in zijn instructie uitdrukkelijk +werd vermeld, dat hij zoo spoedig mogelijk, in ieder geval tegen +ultimo December, moest terug zijn om "neffens d'ander schepen op den +vyant uyt kruuzen te mogen gaan" [106]. De instructie is duidelijk +genoeg. Men stak de voelhoorns uit om te ontdekken of er met voordeel +eenige handel gedreven kon worden. Waren zij nog heidenen, dan zou +deze handel gemakkelijker te verkrijgen zijn dan van de ons vijandig +gezinde Mohammedanen of Katholieken. Van het resultaat van dezen tocht +is mij zeer weinig bekend. Den 20en Dec. 1621, kwam Francxz te Ternate +terug, maar het door hem gehouden journaal, waarin een nauwkeurige +beschrijving en kaarten der bezochte plaatsen voorkwamen, en dat Coen +werd toegezonden, schijnt verloren te zijn gegaan [107]. Uit een brief +van De Houtman aan bewindhebbers weten wij, dat het jacht Ternate +niet op Soeloe gestrand was, maar volgens gerucht op zeker eiland +Mingidara d. i. het landschap Mangidori op de noordkust van Borneo +[108]. Zooals wij uit de instructie gezien hebben, moest Francxz +in ieder geval vóór ultimo December weer terug zijn om met andere +schepen op den vijand te kunnen gaan kruisen. Hiertoe werden De Maen +en hetzelfde schip De Hond bestemd, die den 8en Febr. 1622 opnieuw +onder bevel van Francxz uitzeilden. Houtman had hem opgedragen, +dat hij zich eerst naar La Caldera zou begeven om den Spaanschen +schepen, die mogelijk van Manila naar de Molukken zouden gaan, den +doortocht te beletten. Ook moest hij trachten de vorsten van Mindanao +en Boaya te verzoenen; mocht een hunner reeds de hulp der Spanjaarden +hebben ingeroepen en de andere onzen bijstand verzoeken, dan moest +hij dit verzoek voorloopig van de hand wijzen onder voorwendsel van +een noodzakelijken tocht naar Japan. Daarna, aldus luidde de last, +zou hij zich van Mindanao naar kaap Spiritu Sancto begeven om tot +1 Juli op 's vijands zilverschepen te kruisen, die in Mei of Juni +aldaar verwacht werden [109]. Den eersten Juli moest hij den steven +westwaarts wenden en door straat Bernardino naar het eiland Capoel +zeilen om zich aldaar te ververschen en vervolgens te trachten het in +Juli of Aug. van Manila naar Nova-Spanje vertrekkende Spaansche schip +buit te maken. China of Japan was het einddoel van zijn tocht. Het +resultaat is in korte woorden te melden. Zonder iets verricht te +hebben, bereikte Francxz Spiritu Sancto en kwam hier "in het holle +water", waar de schepen zoo lek werden, dat zij zich verplicht zagen +naar Firando te gaan. Daar werden zij aan den wal gelegd en gesloopt +[110]. Tot nu toe hadden dus de bewoners van de zuidelijke Philippijnen +nog niet veel bijstand van de Hollanders verkregen. Toch verloren de +vorsten van Mindanao en Soeloe het geduld niet. Herhaaldelijk riepen +zij onze hulp in tegen de Spanjaarden. Maar hoe gaarne ook, wij waren +er niet toe in staat, "wij mogten er niet eens aan denken". Den 28en +Febr. 1624 schreven de gouverneur-generaal en raden aan Jacques Le +Febvre, gouverneur der Molukken: "De koningen van Mindanao, Solock +en Serengany, zoo nog om assistentie aanhouden, zal UEd. mogen +aandienen, hoe dat wij alreede eene groote magt naar de Manillas +tot afbreuk van den Spanjaard gezonden hebben, dat het ons derhalve +niet wel mogelijk is geweest voor dezen tijd hen over de Molukkos +(volgens hun verzoek) t'assisteren; hen met een verzekerende, als des +vijands magt in Manilla verbroken wordt, dat hunne landen het soulaas +daarvan gevoelen zullen; recommandeert hun, bijaldien eenige van onze +schepen daar kwamen te paseeren, denzelven allen vriendelijk onthaal +en ontzet van verversching te willen doen.... Dit is al de troost, die +wij hun voor dezen tijd geven kunnen" [111]. En deze was wel gering: +de koningen van Mindanao en Soeloe hadden reeds ingezien, dat zij hun +politiek moesten veranderen. Zij maakten vrede met de Spanjaarden +en meldden dit aan Jacques Le Febvre, zich verontschuldigende, +dat zij het slechts pro forma hadden gedaan om den Spanjaard +"te abuseeren". Ondanks deze geruststelling schrijft Le Febvre in +waarschuwenden zin aan Pieter de Carpentier: "'t Staet te beduchten +van onze assistentie tegens den Spangiaert beginnen te twijfelen. 't +Waere niet goed, [dat zij zich] metten Spangiaert vereenichden......, +daar in willichden forten te maecken, gelijck men hier rucht". Ook +gouv.-generaal en raden betuigen hun spijt aan bewindhebbers over het +sluiten van het verdrag en wijzen dan vrij uitvoerig op het nut, dat +het eiland zou kunnen aanbrengen. "De koningen van Mindanao en Solock +zijn zoolang van ons met belofte van adsistentie gevoed geweest, +dat zij eindelijk, ziende daar niets op volgde, met de Spanjaarden +bevredigd zijn..... 't Is wel te gelooven, dat zij het niet regt +met den Spanjaard meenen, maar ondertusschen brengt de tijd zulke +verandering mede, dat zij zich zoo ligt niet van hem zouden kunnen +ontlasten als zij wel voornemen. De koning van Serengany heeft +mede zijn Goegoege aan den koning van Ternate en aan ons gezonden, +om assistentie tegen den Spanjaard te verzoeken, die alreeds een +fort op Bessaye gelegd had; op dit eiland [deze kust] van Bessaye +heeft de vijand negen vlekken onder contributie, waarvan de drie hem +370 tayl goud 's jaars opbrengen, behalve nog tribuut van rijst en +andere victualiën tot onderhoud van zijn garnizoen; d'andere plaatsen +geven mede naar hun vermogen, in voege dat de vijand dit fort buiten +zijne lasten met profijt is houdende. De inwoners van Serengany, +Bessaye en d'omliggende landen zijn meest heidenen, die ligtelijk +tot het Christengeloof kunnen gebragt worden, tot welken einde de +Spanjaarden daar eene kerk gebouwd hebben, trachtende vast de heidenen +tot hun geloof te trekken. 't Is een volkrijk land, geeft veel goud, +was, honing en schoone rijst in abondantie; item varkens, hoenderen, +bokken, visch en allerhande lijftochten. De Ternataan heeft zijn oog +mede op deze plaats geworpen. Zoo het mogelijk is, zal hij dezelve +trachten onder zijne subjectie te brengen en Moorsch te maken. Wij +verstaan, dat op Mindanao en de landen daaromtrent volk in menigte +zoude te bekomen wezen, die nog heidenen zijn, ongelijk beter slag +en laborieuser als de slaven, die van de kust gehaald worden, zeer +bekwaam om UEds. landen te peupleren. Zoo wij de middelen hadden +die kwartieren met eene redelijke magt en ervaren personen eens te +bezoeken om volk vandaar te halen, wij meenen de Compagnie dienst +daaraan geschieden zoude" [112]. Deze berichten worden aangevuld +door den brief van Le Febvre aan den gouverneur-generaal, waaruit +deze met zijne raden hunne gegevens putten. Het fort der Spanjaarden +te Bessaye, Lappetau geheeten, waartegen de vorst van Sarangani +onze hulp en die der Ternaten inriep, hoopte hij met twee à drie +schepen en de hulp van eenige Ternatanen te vermeesteren. Het lag +ongeveer een etmaal zeilens van Tandó, bezuiden Pto Cauit [113] +aan de oostkust van Mindanao en was bezet met 30 soldaten. Onder de +bescherming van het fort was een kerkje gebouwd, dat bediend werd +door een daar wonend priester, die met grooten ijver de heidenen tot +het katholicisme trachtte te bekeeren. Le Febvre raadde nu aan om de +Spanjaarden vandaar te verdrijven en dit te eer, omdat den Bessajers +de heerschappij der Spanjaarden, van wie zij veel overlast leden, +verdroot en zij, nog heidenen zijnde, gemakkelijk tot het Christendom +konden bekeerd worden. De onderneming moest echter geschieden zonder +hulp van de Ternatanen, omdat deze ze "Moorsch" zouden maken. Wanneer +we er toe overgingen, dan, raadde de gougou van Sarangani, moesten +we het Spaansche fort slechten en een ander bouwen in het midden van +Bessaye te Liangan [114]. In het volgend jaar berichtte Le Febvre +weder het een en ander aan de bewindhebbers omtrent Mindanao. Er was +namelijk een gezant vandaar bij hem gekomen, met zich brengende een +brief van den koning. Hierin werd gemeld, dat de koning van Solock +met dien van Mindanao in oorlog was geraakt, dat eerstgenoemde door +de Spanjaarden werd gesteund, tengevolge waarvan de Mindanaers nu +hoopten op Nederlandsche hulp. Volgens den gezagvoerder van de jonk, +die den gezant had overgebracht, was Mindanao zeer vruchtbaar. Hij +maakte zich sterk elken moesson wel 200 lasten rijst, à 50 realen +het last, te kunnen leveren, behoudens veel arak; ook klapperolie, +varkens en andere provisie was er vrij goedkoop te bekomen en niet +te vergeten ook slaven, "alles in mangelinge van cleeden". Ook deze +gezant moest met een kluitje in het riet gestuurd worden: het kwam +nu niet gelegen, maar den volgenden moesson zouden wij er op letten +[115]. Ook dien volgenden moesson echter ontbraken de middelen nog, +waarvan het gevolg was, dat bij resolutie van 30 Oct. 1625 de tocht +voorloopig werd uitgesteld. + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + + +De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen gezamenlijk naar de +Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij medegedeeld hebben, +niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch zouden de beide +naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming vereenigen. Voor +dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf hij hieromtrent +reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den 3en Jan. 1621 +pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen hem tusschen 14 en 23 +Febr. [116] uit Ambon, "dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo +haer daertoe bewegen can, wederom een tocht na de Manilha's doe(n) +ende bij aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren, +dat ZE. dan alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse +macht alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu +loope omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten +ende die te procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert, +dat op de custe van China alle Chineesche jonken aentassen sullen, +uitgesondert alleene die, welcke met onzen pas na Batavia souden +mogen voeren. . . . . . Met alsulcken recht, als zij ons uit China +houden, sullen haer daerin doen blijven, tot dat anders resolveren" +[117]. Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie +zeer groot, want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de +Engelschen er voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30en Juni dezen +raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in +Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie [118] moest +de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar Manila +in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige voorzien +en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht zou +het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert +Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn +en het Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking +naar Japan gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die +zich echter, zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen +met de vloot, maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den +28en Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van +Firando naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen, +die met het begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier +werden zij door het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen, +tengevolge waarvan de scheepsraad besloot om naar de Philippijnen +over te steken en zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot +onder Jansz te voegen. Den 3en Dec. vertrok Jansz zelf met de overige +schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem +en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef, +de Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila +en zoodra zij op de kust van Luçon verscheen, werd er bij Pangasinan +een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar uit vrees +voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee jonken +vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de +Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te +Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar +Manila te loopen, de kust van Luçon ten noorden van Manila aandeden, +werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij bezuiden de +baai landden, hun goederen losten en vandaar met "chimpans" naar Manila +voerden. De onzen, dit vernemende, stuurden eenige schepen om de zuid, +die respectievelijk op twee plaatsen vier groote met brandhout geladen +jonken vonden en drie, die eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze +met nog vele kleinere werden verbrand. In het laatst van Mei 1622 +werden De Trouw, De Hope, de Paltzgraef en de Bull, onder bevel van +Le Febvre naar Macao gezonden, waar zij een Portugeesch schip, met +zijde geladen en voor de Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer +schepen vertrokken daarna naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in +Macao achter. De overige zes schepen gingen begin Juni van de baai van +Manila onder zeil en wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te +hebben, wederom voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht +meer voordeel opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie +verkregen elk als aandeel in den buit f 262912.12.5 [119]. Coen schreef +dan ook, "dat er rijckelijck soo veel verovert [was] als d' oncosten +sal connen goet maken" [120]. Dat deze kaapvaart, ook zelfs wanneer de +onkosten werden goedgemaakt, een groote schaduwzijde bezat, had Coen +reeds vernomen uit een brief van Specx [121], waarin deze vermeldt, +dat verschillende voorrechten, die de Hollanders tot dezen tijd toe +in Japan bezeten hadden, waren ingekort. Coen schreef hierover aan +bewindhebbers, dat door het vervolgen der Chineesche jonken veel +Japanners groote schade leden, waardoor onze reputatie in Japan zeer +verminderde en wij en de Engelschen slechts betiteld werden met den +eerenaam van zeeroovers [122]. Jammer, dat tegenover deze vermindering +van reputatie en dus achteruitgang van den handel geen rijkere buit +werd behaald, om, gewogen op de schaal van vóór- en nadeel, deze te +onzen gunste te doen overslaan; maar de vaartuigen, die wij gaarne +hadden veroverd, waren ons ook nu weder ontsnapt. Twee groote en +twee kleine schepen, ruim voorzien van volk, geschut en zilver, +waren benoorden Luçon omgeloopen en hadden behouden de haven van +Pangasinan bereikt. Ook waren vier schepen in de baai van Segoura, +aan de oostkust van Luçon "recht achter de stadt Manilla gelegen" +gekomen en was het zilver over land naar de hoofdplaats gebracht [123]. + +De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen +schrijft hierover [124]: "Desen tocht is redelyck en vredich gegaen, +'t schijnt, dat 't ééne mes 't andere in de schede gehouden heeft; +d' eerste reys dreeft d' een d' ander met gewelt uytde joncken. In +Firando wapende hun d' een tegen d' ander, vochten niet weinich +ende eenige bleven doodt, waarop den Raedt elck over de syne recht +deedt, maer deze reys is 't Godt loff beter gegaen"2. Toch zouden deze +gezamenlijke ondernemingen niet meer hervat worden. De Engelschen waren +niet in staat ze verder voort te zetten, tengevolge waarvan Adams +dan ook bevel had ontvangen met zijne schepen terug te keeren. Ook +de Nederlanders wenschten dergelijke tochten niet meer. Coen had aan +Willem Jansz opgedragen zich op behendige wijze van de Engelschen +te ontslaan door te zeggen, dat hij niets meer in Japan te doen had, +maar op avontuur naar Patani, Chiampa of China wilde varen. Hij moest +zich dan vereenigen met de vloot, die in April 1622 van Batavia naar +China was gezonden [125]. Overeenkomstig dezen last vertrok Jansz +18 Sept. 1622 uit Japan naar Pehou; den 25en stak echter een hevige +storm op, waardoor hij genoodzaakt werd terug te keeren. Maar niet +alle schepen liepen behouden te Firando binnen. De St. Crux [126] +leed schipbreuk. Den 27en Oct. poogde Le Febvre met drie en 5 Nov. de +admiraal W. Jansz nogmaals, eveneens met drie schepen, den door Coen +gegeven last op te volgen, maar vergeefs. De vaartuigen geraakten van +elkander en door het onstuimige weder bezuiden de Pescadores, waarna +zij genoodzaakt waren door te zeilen naar Batavia. Achtereenvolgens +kwamen ze hier behouden aan. + + + + + + +HOOFDSTUK X. + + +Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor Manila lag, was de +toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden, oogenschijnlijk verre +van rooskleurig. De inwoners van Cagayan in het noorden van Luçon en +Zanbales op de westkust van dat eiland waren tegen hen in opstand; +in Manila waren de levensbehoeften tot ongekend hoogen prijs gestegen, +hoofdzakelijk, omdat wij de haven geblokkeerd hielden [127], en over +hun gouverneur Fajardo hadden zij volstrekt geen redenen om tevreden +te zijn. Integendeel, de Audiencia van Manila had reeds in 1621 +herhaaldelijk haar beklag over hem ingediend bij den koning en om een +nieuwen gouverneur verzocht. Zij verweet hem in drie jaar tijds drie +millioen onnut te hebben verspild, zonder dat hij iets tegen den vijand +had uitgericht en daartegenover één millioen als particulier eigendom +naar Nova Spanje had gezonden [128]. Toch hadden de Spanjaarden en de +Portugeezen tot het jaar 1622 nog geen reden tot klagen. Hoeveel hun +handel met China en Japan alleen nog beteekende, leeren wij uit de +berichten van Coen aan bewindhebbers. Den 20en Dec. 1621 schreef hij +[129], dat zes fregatten dat jaar van Macao naar Japan waren gegaan +met een waarde van ± drie millioen gulden, terwijl wij uit een volgend +bericht van hem [130] vernemen, dat den 2en Aug. 1621 twee schepen van +Manila naar Nova Spanje waren vertrokken, waarvan er een te Mindoro was +gestrand. Het verlies hiervan werd geschat op vijf millioen. Die van +Macao, verhaalt hij in denzelfden brief, zonden jaarlijks een kapitaal +van 4 à 5000 taels in kleine scheepjes naar Japan en zouden dit jaar +wel het dubbele of drie millioen gulden in retour bekomen. Niet minder +hadden zij dit jaar naar Manila gezonden. Volgens Coen's berekening +zou de vijand in het geheel wel een 50 millioen alleen aan kapitaal +in Indië gebruiken. En dan meenen bewindhebbers al heel wat te doen +als zij jaarlijks 5 à 600,000 realen zenden; maar het is een boon in +een brouwketel. Geen wonder, dat Coen alles wilde aanwenden om dezen +handel, al was het slechts voor een deel, tot ons te trekken. Nadat +hij herhaaldelijk hierover aan bewindhebbers had geschreven, gaven +deze hem in 1620 en 21 hun wensch te kennen, dat hij op de kust van +China een handelsstation zou vestigen. + +Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk poogden +den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en meer het +plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de Portugeezen +moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel onderschept +worden door kruisers. Ook Manila moest men, zooals dat reeds +verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige maanden blokkeeren +en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende, zilverschepen. Het +uitzenden der kruisers kon het best geschieden van Macao of een ergens +elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan Japan, waaraan de +handel met China was ontzegd, en aan de verdere landen de Chineesche +waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een onuitputtelijke bron +van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April 1622 een vloot van +zes schepen en twee jachten onder bevel van commandeur Reyersz daar +heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode met nog vier jachten +gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis dezer expeditie mede te +deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij bovendien zeer uitvoerig door +Groeneveldt is behandeld [131]. Genoeg zij hier te vermelden, dat de +aanslag op Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou, +een der Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk +stelde om met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch +de oorlog, die den 2en Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch +de reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam +naar den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur, +hadden het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan +hun eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen, +de Pescadores zouden verlaten, waarna wij ons dan op Formosa of elders +buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd aan Sonck, toen hij den +11en Juni 1624 als plaatsvervanger van Reyersz naar Pehou vertrok, +in zijn instructie uitdrukkelijk gelast, Pehou niet te verlaten +vóór de Chineezen tenminste gedurende één jaar met ons op Formosa +waren komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem, +dat de toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren +van aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een +groote troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig +veel geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in +staat geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met +de Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat +men alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was, +besloot Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den +eisch der bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te +verlaten en zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den +26en Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang gemaakt +en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te stellen +op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden +de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen +beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie. + +Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit resultaat +geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch gesteld, dat +de Chineezen de vaart op Manila zouden opgeven en eens is dit zelfs, +ondanks het groote geldelijke voordeel dat de Combon hieruit trok +[132], toegestaan onder voorwaarde, dat wij Pehou zouden verlaten. Het +ligt niet in mijn plan, wat hierop betrekking heeft, mede te deelen; +het bovengenoemde hangt zoo nauw samen met de pogingen der Hollanders +om den alleenhandel met de Chineezen te verkrijgen, waarover reeds +in den breede door Groeneveldt is geschreven, dat ik het, om niet in +herhalingen te treden, wenschelijker oordeel dit hier achterwege te +laten. Om dezelfde reden zullen ook de tochten van Pehou uit naar de +kust van China om op Chineesche jonken te kruisen door mij slechts +ter loops meegedeeld worden, voor zooverre deze noodig zijn voor het +algemeen begrip, waarna ik mij wat langer zal ophouden bij den tocht, +die van Pehou uit naar Manila is ondernomen. + +In de instructie van Reyersz [133] lezen wij: "Wij verstaen ende +onse meninge is, dat UEd, soo lange 't noord ooste moesson duert, +eenige schepen omtrent Chincheu houden sult, omme de Chinezen de +vaert op Manilha ende alle andere plaetsen uitgesondert Batavia, +gelijck voorengeseyt is, te verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij +meenen, gedaen can worden, sult niet noodig wesen een vloote ofte +eenige scheepen naer Manilha te senden, maar bij aldien de Chinezen +omtrent Chincheu niet ingehouden connen worden, sal UEd de voornaemste +macht houden ter plaetse daer de raedt bevindt, dat den vijandt den +Chinezen handel best ende meest verhindert can werden". Nog voor Macao +liggende, was dien overeenkomstig den 27en Juni De Engelsche Beer en +het jacht St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de +Lamo, Namoa, Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de +Manila-vaarders. Den 6en Juli voegde De Engelsche Beer zich echter +alweer bij de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21en dier maand +door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een +Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen veroveren. Waarom +zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat niet vermeld. + +Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila +belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust +van China, hetzij uitgezonden om te onderhandelen, hetzij bepaaldelijk +om te kruisen. Tot laatstgenoemd doel bevonden zich De Groningen +en De Engelsche Beer aldaar van 21 Juli tot 21 Sept. Nadat men de +hoop om langs vredelievenden weg [134] den Chineeschen handel te +bekomen opgegeven en daarom den 2en Oct. den oorlog verklaard had, +werd Nieuweroode er den 17en met acht schepen heen gezonden, die in +het geheel 50 koopvaardij- en 30 oorlogsjonken vernietigden. Den 7en +Dec. keerde Van Nieuweroode naar de Pescadores terug en veroverde op +den tocht daarheen nog een jonk, die op weg was naar Manila, met een +lading van "cleeden en weynich zijde" ter waarde van f 9000. In de +baai van Amoy had hij nog vier schepen achtergelaten onder bevel van +den opperkoopman Sael. Wel is waar werden door dezen spoedig hierna +de vijandelijkheden gestaakt en weder onderhandelingen aangeknoopt, +maar voor de Manila-vaarders bleef de haven gesloten. Ja er waren +in Amoy zelfs plakkaten aangeslagen, waarin verboden werd naar +eenige Spaansche of Portugeesche plaats te varen, omdat de oorlog +daaruit ontstaan was. Toch werd door dit alles volgens de meening van +Reyersz en zijn raad de handel op Manila nog niet geheel verhinderd, +zoodat zij den 14en Aug. besloten het schip De Zierikzee en De Goede +Hoope, benevens een jacht, "soo hetzelfde connen missen", naar de +Philippijnen te zenden om op de jonken, die ons te Chinchu mochten +ontsnappen, te kruisen en van daar naar kaap Spiritu Sancto te gaan +om de zilverschepen buit te maken. Aan dit besluit konden zij echter +voorloopig geen gevolg geven. Den 11en Nov. zagen zij zich gedwongen +van hun voornemen af te zien. Het groot aantal zieken was hiervan +de oorzaak, terwijl ze bovendien meenden niet te kunnen rekenen op +de hun toegezegde hulp, die onder commandeur Jansz zich uit Japan +bij hen zou vervoegen, maar naar hunne berekening wel voorbij de +Pescadores was gedreven. Ook Nieuweroode was, vreesden zij, door den +moesson te veel zuidwaarts gedrongen om er zich nog tegen te kunnen +opwerken [135]. Eerst in het volgend jaar zou het plan tot uitvoer +komen. Nadat Reyersz de onderhandelingen, door Sael opnieuw opgevat, +voortgezet had en daarvoor zelfs, zooals wij gezien hebben, eene reis +had gedaan naar den in Hoktsioe zetelenden gouverneur, keerde hij +over Amoy terug. Hij had, zonder het ooit van plan geweest te zijn, +den gouverneur beloofd de Pescadores te verlaten. Over het opgeven +van den handel op Manila had hij niet eens durven spreken. Toch werd +hem nog in Amoy zijnde verteld, "dat de gouverneur een houten bord +in zijn provincie heeft laeten omdragen datter niemand en zoude +vermoogen van dat jaer naer eenige onzer vijanden plaetse vaeren, +oock mede geen zijde waeren uyt laeten voeren, anders dan de twee +voorname joncken, die naer Batavia souden gaen" [136]. Dit verbod +is echter óf nooit uitgevaardigd óf spoedig ontdoken, want den 15en +Maart 1623 naar Pehou teruggekeerd, hoorde Reyersz den 2en April +reeds, dat er twee jonken uit Amoy waren vertrokken naar Siam en +eenige naar Manila, terwijl acht of tien dagen later nog eenige naar +laatstgenoemde plaats hoopten onder zeil te gaan. Reeds voor Reyersz +dit ter oore was gekomen, had hij den 29en Maart besloten een schip +naar Manila te zenden om den handel op die plaats te belemmeren, +maar nu de Chineezen aldus "contrarie haer belofte" handelden, kwam +men den 6en April in zooverre op die resolutie terug, dat er niet één +maar twee schepen heen gezonden zouden worden, te weten De Zierikzee +en De Engelsche Beer, die "met d' allereerste bequamen wint ende weder +na de Manilhas sullen vertrecken, om aldaer op de joncquen te passen, +ende soo lange op do cust te houden, als gevoechlijck can geschieden, +al waer het tot ultmo. May, ende alsdan van daer vertrecken na Maccauw" +[137]. Tot opperbevelhebber over deze beide schepen werd aangesteld +Theunis Jacobsz Engel, schipper van De Zierikzee. Den 7en April +gingen ze onder zeil en keerden 4 Juni terug. Zij hadden op de kust +van Luçon twee jonken buit gemaakt, die zij, na bemanning en lading +er uitgelicht te hebben, aan de vlammen prijs gaven. Een derde jonk, +die den 18en Mei op den terugweg werd veroverd, namen zij mede. De +waarde van de veroverde goederen was zeer gering, maar het aantal +gevangen gemaakte Chineezen bedroeg het vrij aanzienlijke getal van +800. Naar de kust van China [138] werden hierna nog herhaaldelijk +tochten ondernomen. Van den 30en Juni tot 16 Aug. kruisten daar vier +schepen, onder bevel van den ons bekenden Christiaan Francxz. Nog den +20en van dezelfde maand ging Reyersz naar Amoy met vier schepen om nu +weder eens te pogen met de Chineezen in onderhandeling te treden. Voor +Manila bleef dit echter hetzelfde. We lezen dit duidelijk uit een +brief door Reyersz, aldaar zijnde, aan den totock Chiam Soutchia +geschreven. "Ons is niet onbekent, dat UE ondersaten vele jaren met +die van Manilha gehandelt hebben. UE is ook niet ontwist dat die +van Manilha ende Macau ons doodtvijanden zijn, derhalven volgens +den last van onsen prins niet connen toelaten, dat hun van eenige +natien toevoer geschieden" [139]. De haven bleef bezet tot 6 Sept, +den datum waarop Reyersz weder naar de Pescadores vertrok; maar den +5en Oct. werd Francxz er reeds weder met vier schepen heengezonden +om de onderhandelingen voort te zetten. Ook hij had geen succes, +maar werd op verraderlijke wijze door de Chineezen gevangen genomen, +waarna de schepen werden terug geroepen. Het gevolg van het verraad der +Chineezen was, dat den 20en Jan. 1624 drie schepen naar Amoy onder zeil +gingen om over die trouwelooze daad wraak te nemen. Van deze keerde De +Engelsche Beer niet naar de Pescadores terug, maar kwam den 30en Maart +in Batavia aan. Van de beide andere vaartuigen staat niets vermeld; +wij kunnen alleen nagaan, dat zij eenigen tijd gekruist hebben langs +de Chineesche kust. Nemen we nu nog in aanmerking, dat behalve door +deze gemelde tochten, de zee voortdurend onveilig werd gemaakt door +schepen die af- en aanvoeren van Batavia naar Pehou, dan wekt het +zeker onze bewondering, dat er nog Chineezen gevonden werden, die +ondanks de gevaren, waaraan zij zich blootstelden, den moed bezaten +naar Manila over te steken. Dat echter alle opofferingen, die men zich +gedurende twee jaar had getroost om het monopolie te verkrijgen, geheel +nutteloos waren geweest, zooals Groeneveldt betoogt, is mijns inziens +onjuist [140]. Wij hadden onzen vijanden zeer zeker een geduchte +schade berokkend. Deze te berekenen is natuurlijk niet doenlijk, daar +de vrees om in handen der Hollanders te vallen minstens even vele +jonken heeft weerhouden, als er door ons genomen zijn. 't Is waar, +gouverneur-generaal en raden schrijven spijtig aan bewindhebbers: +"Sij en wij hebben nu oock bij experientie bevonden, dat we alle +canalen van de rivier van Chincheo niet bezet kunnen houden; item, +dat onse sobere macht de ruime see soo niet besetten can ofte van 26 +joncken, die 't voorleden jaer van Chincheo en andere quartieren gegaen +zijn, echappeerten ongelijk meer als er genomen werden" [141]. Voor +Carpentier is het dan ook eene teleurstelling geweest, dat zij den +handel der Chineezen niet met één slag konden doen ophouden. Hij, +hierin gesuggereerd door zijn voorganger Coen, had er stellig op +gerekend, en toen dit niet mogelijk bleek, was spijt natuurlijk de +grondtoon van zijn schrijven en kon hij er niet mee tevreden zijn +alleen te hebben verkregen, dat Manila was achteruitgegaan. Door het +turen naar het begeerlijk doel, monopolie, was men blind voor het +reeds verworven voordeel. Toch was het niet onbekend, dat Manila +veel schade leed. Een gezaghebber van een Portugeesch navet had +medegedeeld, dat er maar één klein scheepje uit Nova-Spanje met +200.000 realen in Manila was aangekomen, terwijl er nog drie andere +verwacht werden. Volgens hem stond de handel daar slecht. In twee +jaar waren er geen Chineesche jonken geweest en geen schepen uit +Japan of Macao, dan een klein Portugeesch vaartuig met hout. Van +daar dan ook, dat vele inwoners naar Nova-Spanje verhuisden. Ja, +indien er in Europa geen algemeene vrede werd gemaakt, dan zou +men den geheelen Portugeeschen en Spaanschen staat in Indië voor +verloren kunnen houden. Ook vermeldde dezelfde berichtgever nog, +dat er eenige galjoenen en galeien op stapel waren gezet [142]. Deze +berichten waren, het valt niet te ontkennen, overdreven. In 1623 waren +in Amoy nog aan 14 jonken passen gegeven voor Manila. De mededeeling +echter omtrent Manila's achteruitgang wordt bevestigd door een brief +van Pieter de Carpentier aan bewindhebbers, waarin hij schrijft, +dat in Wancan, een plaats omtrent zeven mijlen benoorden Tayouan, +een jonkje uit Manila was aangekomen, waarvan de gezagvoerder had +gezegd, dat in 1624 geene Chineesche jonken in Manila geweest waren +en dat vele Chineezen en Japanners vandaar vertrokken "wegens de +doode neeringen en tevens 't quaet tractement van de Spanjaarden" +[143]. Ook het bericht, dat er een Spaansche vloot werd uitgerust, is +juist [144]. De Spanjaarden hoopten hiermee de onzen van de kust van +China te verjagen [145]. Zoover is het niet gekomen, maar er blijkt +uit, dat zij er zeer veel aan hechtten, er groote onkosten voor over +hadden om den handel op China wederom onbelemmerd te zien [146]. + + + + + + +HOOFDSTUK XI. + + +Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle pogingen in het werk +stelden om den winstgevenden Chineeschen handel aan de Spanjaarden +te onttrekken. In dezen zelfden tijd werd tegen de Spanjaarden in de +Molukken slechts zeer weinig, zoo goed als niets ondernomen. Reeds is +er door mij op gewezen, dat Lam door J. P. Coen werd teruggeroepen, +daar hij de bevelen omtrent het slechten der forten niet had +uitgevoerd, terwijl ook het feit, dat hij de Ternatanen hulp had +verleend tegen de Tidoreezen en Spanjaarden, Coen's misnoegen had +verwekt. De Houtman werd als zijn opvolger aangewezen. Maar ook deze +vond, evenals de meeste ambtenaren in de Molukken, de hem in zijn +instructie meegegeven bevelen verkeerd. Ontnamen wij den Ternatanen +de hen beschermende forten, dan zouden zij zich vereenigen met de +Tidoreezen en de Spanjaarden en zeker onze ergste vijanden worden, +meenden De Houtman en zijn raden. Coen was het echter niet met hem +eens en dus werd De Houtman eveneens teruggeroepen en in Maart 1623 +vervangen door Jacques le Febvre. Wij zien, Coen hield hardnekkig +vast aan zijn eens genomen besluit en zijn opvolger Pieter de +Carpentier drukte nauwkeurig zijn voetstappen. De gelden, die de +Compagnie jaarlijks moest uitgeven voor de Molukken, waren niet +evenredig met de voordeelen. De kosten moesten verminderd worden +en dus--enkele forten gesloopt! Hadden wij dan al onze krachten op +de kust van China en tegen de Philippijnen verspild? Waren wij niet +bij machte de Spanjaarden uit de Molukken te verdrijven, zooals De +Houtman dit wilde? Was dit geschied, zou men dan niet op betere wijze +tot vermindering van uitgaven zijn gekomen? Volgens Coen, niet. Hij +wantrouwde de Ternatanen, ook dan wanneer zij schenen onze vriendschap +te zoeken. Hij zag wel in, dat zij zeer gaarne hun gewesten hadden +bevrijd van vreemdelingen, die hen dwongen hunne producten voor minder +dan de helft van de waarde af te staan, terwijl dat mindere dan nog +werd betaald in rijst en kleederen van twijfelachtige qualiteit. Dat nu +deze Ternatanen ook aandrongen op de verdrijving van de Spanjaarden, +zou Coen reeds huiverig gemaakt hebben aan hun verlangen te voldoen, +maar er was meer. Hij begreep, dat ze door de nabijheid der Spanjaarden +ook beter in bedwang werden gehouden, daar zij onzen steun niet konden +missen, zoolang de Spanjaarden hen bedreigden. Bovendien zouden wij +ons nog op andere wijze benadeelen door het nemen der Spaansche +forten. Men liep dan toch gevaar, dat de Engelschen, volgens het +ons bekende in 1619 gesloten accoord, aanspraak zouden maken op het +medebezit van het veroverde. Dit waren dus de eigenlijke redenen, +waarom de Nederlanders zoo weinig in de Molukken tegen hunne vijanden +uitrichtten. Ofschoon de macht der O.-I. Compagnie in de Molukken in +deze jaren zeer gering was,--Le Febvre schreef in 1624 dat hij slechts +één jacht, dat lek was, tot zijn beschikking had [147],--ondernamen de +Spanjaarden toch niets tegen ons. Zij waren daartoe niet in staat en +hadden in de Molukken gebrek aan alles. Steeds werden de Tidoreezen +gepaaid met beloften, maar de hulp die opdaagde, was ternauwernood +voldoende om de zaken loopende te houden. De vriendschap der Ternatanen +voor ons nam toe of af, alnaarmate de hulp, die de Spanjaarden uit +Manila ontvingen, klein of groot was. In 1624 werden er zelfs door den +gouverneur-generaal en raden aan de bewindhebbers geruchten meegedeeld +van een vereeniging van de Spanjaarden, Tidoreezen en Ternatanen +tegen ons. Deze geruchten bleken waarheid te bevatten. In Mei 1623 +was de nieuwe Spaansche gouverneur der Molukken, Pedro de Heredia, +met een vrij groote macht, twee galeien, drie kleine fregatten en +nog een ander vaartuig, uit Manila gearriveerd, waarvan de genoemde +vereeniging het gevolg was geweest. Bovendien werd de komst van nog +twee galeien in 't vooruitzicht gesteld. Le Febvre zag hier tegen +een harden strijd tegemoet en vroeg dus een versterking van twee à +drie schepen. Ofschoon gouverneur-generaal en raden niet geloofden, +dat het zoo'n vaart zou loopen, stuurden zij toch een flink schip, +De Trouw, met 109 koppen naar de Molukken. Men had in Batavia echter +goed gezien. De Ternatanen konden ter wille van den buit niet nalaten +een klein Portugeesch fregat te nemen, wat natuurlijk den oorlog met +de Spanjaarden weder deed uitbreken. Met de Tidoreezen bleven zij +echter in vrede [148]. In de Molukken was dus voor de Spanjaarden, +tengevolge van de door de Nederlanders gevoerde politiek, de toestand +wel eenigszins verbeterd. Wij hebben, in het vorig hoofdstuk gezien, +dat de handel in Manila zeer was achteruitgegaan, waardoor alles er +zeer duur was geworden en dat ernstige klachten tegen den gouverneur +Fajardo waren ingebracht. Ondanks dien tegenspoed,--misschien was +het, den aard der Spanjaarden in aanmerking genomen, beter gezegd, +tengevolge van dien tegenspoed,--betoonden de Spanjaarden in 1623 +en volgende jaren een grootere bedrijvigheid. Naar Japan hadden +zij in 1623 een ambassadeur gezonden met groote geschenken voor +den keizer, om dezen gunstig te stemmen voor een hernieuwing van +de vriendschapsbetrekkingen met Spanje en hem den dood van Philips +III mede te deelen. Dit mislukte echter. De geschenken, waaronder +een gouden servies, een wagen met muildieren enz. werden geweigerd +en de gezant keerde onverrichterzake naar Manila terug met een uit +Nova-Spanje gekomen schip, dat met 300 koppen bemand was [149]. De vrij +aanzienlijke macht, die onder Heredia in de Molukken was aangekomen, +moest niet alleen dienen om de forten op genoemde eilanden te +versterken, maar was tevens bestemd tot vestiging van de Spaansche +macht te Menado op Celebes door het stichten van een fort aldaar, +dat de Spanjaarden, uit Manila naar de Molukken komende, dan eerst +zouden aandoen om volk en levensmiddelen in te nemen. Ook Macao was +op verzoek der Portugeezen in hetzelfde jaar met een afdeeling van +120 soldaten van Manila uit versterkt [150]. Toen in 1624 de gehate +Fajardo was gestorven, werd de ons bekende oud-gouverneur der Molukken +Geronimo de Silva wederom, evenals na den dood van Don Juan de Silva, +tot gouverneur ad interim benoemd [151]. Er waren dit jaar twee schepen +uit Amerika te Manila aangekomen met een groot kapitaal aan zilver +en veel soldaten, en hiervan maakte de nieuwe gouverneur gebruik +om de Molukken te versterken met twee fregatten, uit Otong daarheen +gezonden. Ook was een eskader naar de Molukken onderweg geweest, maar +teruggekeerd, omdat de vlootvoogd en veel volk onderweg gestorven waren +[152]. Op de rivier van Siam werd er zelfs offensief opgetreden door +de Spanjaarden. Het jacht Cleen Zeeland, 16000 realen Japansch zilver +en "twee cassen roode lakenen" inhebbende, werd den 26en Aug. 1624 +door hen genomen. De Siameezen maakten op bevel van hun koning, +daartoe door de onzen aangezet, het jacht den Spanjaarden wel is +waar weder afhandig en gaven het ons terug, maar de inhoud was en +bleef zoek [153]. Het laatste wat door Geronimo de Silva tijdens zijn +gouverneurschap tegen de onzen werd ondernomen, was een poging om een +Hollandsche scheepsmacht uit de Philippijnsche wateren te verdrijven. + +Reeds den 23en April 1623 was een vloot van elf schepen bemand met +1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal volgens een +ontwerp van prins Maurits, uit Goeree vertrokken onder bevel van +Jacques l'Hermite, G. H. Schapenham en Jan Willemsz Verschoor. Het +doel van deze vloot was "naar Amerika te zeilen, den vijand daar +zooveel mogelijk afbreuk te doen, te trachten de galjoenen, die +jaarlijks uit Manila te Acapulco binnenvielen, zoo mogelijk te +onderscheppen en daarna naar de Philippijnen over te steken, om de +Chineesche jonken waar te nemen". De resultaten van dezen tocht, +voorzoover zij met ons onderwerp in betrekking staan, zullen wij +eerst later behandelen, om ons nu bezig te houden met de hulp, die de +gouverneur-generaal P. de Carpentier en zijne raden besloten hadden +deze vloot, de Nassausche genoemd, in de Philippijnsche wateren +te doen toekomen. Aan Sonck en zijn raad op Pehou (toen reeds op +Formosa) en den admiraal l'Hermite werd overgelaten te bepalen, wat +met de vereenigde vloten tegen Manila zou worden uitgericht. Sonck +en zijn raad vonden goed zes schepen en drie Chineesche jonken naar +Manila te zenden, onder bevel van Pieter Muyser. Hem was opgedragen +de Nassausche vloot, die in April ongeveer voor Manila verwacht werd, +van victualiën te voorzien en zich met haar te vereenigen. Hij moest +zooveel mogelijk zorgen, dat geen Chineesche jonken, noch Spaansche- +of Portugeesche jachten de Philippijnen bereikten en verder den vijand +zooveel mogelijk afbreuk doen. Sonck achtte het niet geraden "iets +tegen Manilha of het fort Cavite te attenteeren," maar, schreef hij, +"hebben voorgedragen en gerecommandeert eenige vliegende tochten in 't +landt te doen om menigte van volck ter peuplatie van Batavia, Amboyna +en Banda te becomen" [154]. Den 27en Jan. ging Muyser met Het Wapen van +Zeelandt, Noord-Hollandt, Oranje en de jachten De Haen, Victoria en De +Fortuin van Formosa onder zeil. De bemanning bestond uit 432 koppen en +men had voor acht maanden levensmiddelen aan boord. De Fortuin en De +Victoria werden vooruit gezonden om de drie [155] Chineesche jonken +te waarschuwen, dat de Hollandsche schepen zee gekozen hadden. De +Fortuin keerde denzelfden avond nog terug zonder de jonken gezien +te hebben; De Victoria zullen we later eerst weer ontmoeten. De vijf +overige schepen kregen 2 Febr. reeds kaap Bolinao in het gezicht en +den 3en Wittertseiland, waar zij bemerkten, dat de Spanjaarden van hun +komst aan de bewoners van Manila bericht gaven door het branden van +vele vuren. In de baai van Manila aangekomen, stelden de onzen een +onderzoek in naar de macht van den vijand; Oranje en Noord-Hollandt +waagden zich zoo dicht bij de stad en het fort, dat ze het hadden +kunnen beschieten en de menschen zeer goed konden waarnemen. Over +de daar aanwezige scheepsmacht behoefden zij zich voorloopig niet +ongerust te maken. Deze bestond uit een vrij groot schip en vier +galjoenen, die echter alle in zulk een toestand verkeerden, dat ze +niet binnen een maand zouden kunnen uitloopen. Slechts één galei en +één jacht waren in goeden staat. De Hollandsche schepen hielden zich +geruimen tijd bij het eiland Mariavele op, waar ze ook eenige keeren +landden om hout en ballast in te nemen. Den 17en Febr. werden ze +bij een dergelijken landtocht overvallen, wat het verlies van zeven +man tengevolge had. Slechts twee lichamen vonden de onzen terug, +waarvan de vijand de hoofden als zegeteekenen had meegevoerd. De vijf +anderen waren den Spanjaarden blijkbaar levend in handen gevallen +en als gevangenen meegevoerd. Den 18en naar Wittertseiland onder +zeil gegaan, namen zij een Chineesche jonk met hout geladen, waarop +zich slechts zeven Chineezen bevonden. Na nog eenige dagen vergeefs +gekruist te hebben, ontdekten zij den 26en een zeil, wat tot groote +vreugde beiderzijds het jacht Victoria bleek te zijn. Dit schip had de +opdracht volbracht en de jonken gewaarschuwd. Deze hadden echter niet +in zee kunnen komen, naar hun zeggen, wegens den lagen waterstand. Tot +den avond van den volgenden dag wachtte De Victoria te vergeefs op de +Chineesche scheepjes en zeilde toen weg naar de Philippijnen, in de +hoop aldaar de Hollandsche vloot aan te treffen. Hierin was het jacht +niet gelukkig. Bijna een maand kruiste het langs de kust, waagde zich +zelfs tot op vijf mijlen voor de baai van Manila, zonder iets van de +vloot te bemerken, tot eindelijk de lang verwachte Hollandsche zeilen +zich aan den horizont vertoonden, terwijl den volgenden dag, den 27en +Febr. zich ook eindelijk twee van de drie Chineesche jonken bij de +vloot voegden. Zij vertelden zes dagen na het vertrek van De Victoria +te zijn uitgeloopen; één van de drie echter, niet goed bezeild zijnde, +was terug gekeerd en had waarschijnlijk koers gezet naar Tayouan. "De +ware rede zal wel zijn," schrijft Muyser aan Sonck, "dat die derde jonk +is terug gekeerd om een dergelijk scheepje, dat door hen afgeloopen +was, in veiligheid te brengen". Veel voordeel hebben ze niet van de +Chineezen gehad, daar ze steeds van de vloot afdwaalden, zich liever +ophoudende in de nabijheid van de kust, dan in open zee. Na den 3en +Maart verdwenen ze voor goed, waarover Muyser en zijn tochtgenooten +zich echter niet al te zeer bedroefden, omdat ze meer last dan nut +van hen hadden ondervonden. Van veel meer ongerief was het gebrek aan +drinkwater, waardoor zij herhaaldelijk genoodzaakt waren aan land +te gaan, om te zien of ze geen plaats konden ontdekken, waar dit +geschikt te bekomen was. Den 15en was het geluk hen gunstig. Op 16° +15´ vonden zij een baai, door hen betiteld "Muyserbaai", waar niet ver +van het strand, het water uit drie aderen uit den grond te voorschijn +kwam. De qualiteit was "schoon en liefelijck", de quantiteit "soude men +nauwelijks verwenschen" [156]. De inwoners toonden zich zeer vijandig +en moesten door musketschoten op een afstand gehouden worden. Het +land ingaande kwamen zij in een dorp, dat door de bewoners verlaten +was. Er werd daar suikerriet en bananen aangetroffen. Muyser had +streng bevel gegeven niets te beschadigen om te zien of de bewoners +naderhand niet eenigszins gewilliger zouden toestaan, dat er water +gehaald werd. Na hiervan een voldoende hoeveelheid ingenomen te hebben, +kozen ze weder zee en ontdekten den 13en April zeven zeilen, welke +zij dadelijk voor Spaansche herkenden. Toen deze vijandelijke vloot +op hen afkwam, besloten Muyser en zijn raad verder zeewaarts te gaan, +om de Spanjaarden van een aanval te weerhouden. Deze toch bleven liefst +dicht onder de kust, om zich aldus in tijd van nood met een vaartuig, +dat zij daartoe altijd tot hun beschikking hadden, gemakkelijk te +kunnen redden. Zij schenen nu echter hunne beschroomdheid te overwinnen +en trachtten de onzen in te halen, wat hun niet dadelijk gelukte, +ofschoon het jacht De Haen slechts zeer langzaam vorderde. Maar den +volgenden dag waren zij in de nabijheid der Hollanders gekomen en +nu moest men wel tot het gevecht overgaan. Het jacht Victoria, dat +voor den wind gaande zeer slecht bezeild was, zou door de bemanning, +nadat het in brand gestoken was, verlaten worden, indien de galei er +op afkwam. De schipper van dit jacht, een zekere Keyser, behoorde +blijkbaar niet tot de heldhaftigen, daar hij al zeer spoedig bevel +gaf het jacht te verlaten, "vóór het in eenig peryckel was", schrijft +Muyser, en zelf een der eersten was, die zich in de boot bevond, +terwijl hij verzuimd had het aan de vlammen prijs te geven. Overigens +ontvingen de drie Hollandsche schepen--De Fortuin en De Haen zeilden +vooruit, daar zij niets konden uitrichten--de Spanjaarden zoo goed, +dat zij moesten afdeinzen. Bij den tweeden aanval "trommelden (zij) +er met (hun) driën gelijckelijck, principalijck op hunnen admirael +soo op, dat zij genoodsaeckt waren 't aen boort comen voor die tijt +t' excuseeren". De Spaansche admiraalsvlag werd ingenomen en bleef +gedurende twee uur om den stok geslagen, terwijl de galei tusschen +het kleine jacht en het admiraalschip af- en aanvoer. De Hollanders +veronderstelden, dat dit plaats had, omdat de admiraal Geronimo de +Silva gesneuveld was en er een andere moest benoemd worden door +de zich misschien aan boord van het jacht bevindende leden van +de Audiencia. Dit was echter, zooals wij later zullen zien, niet +het geval; maar wat ook de reden geweest zij, de aanval werd niet +hernieuwd, de vijand liet de onzen langzamerhand van zich wegloopen +en keerde zelf landwaarts. Reeds den volgenden dag besloten Muyser en +zijn raad wederom naar de kust te zeilen, maar daar in de instructie +uitdrukkelijk stond zich voor den vijand te wachten, zoolang de +Nassausche vloot niet met hen vereenigd was, werd er bepaald zeven à +acht mijlen van de kust heen en weer te kruisen. Den 17en Mei eerst +mocht het hun gelukken, tenminste eenig resultaat van hun volharding te +verkrijgen. Zij bemachtigden een jonk van Chinchu naar Manila gaande, +waarop zich 219 Chineezen bevonden. De inhoud was van zeer weinig +waarde. "Als gij hier waart geweest", schrijft Muyser aan Sonck, +"zoudt ge de jonk met lading en al in den grond of in brand hebben +gestoken........ als alles op 't strand gelegen had, ick meyne niet +één van ons daarvoor 200 realen van achten had gegeven" [157]. Nadat +alles van waarde er uit genomen was, werd de jonk verbrand, en daar de +gezagvoerder meegedeeld had, dat er met hem nog vijf à zes dergelijke +scheepjes waren uitgevaren, bleef men nog eenige dagen kruisen. Maar +toen men niets meer ontdekte en ten laatste de hoop had opgegeven +de Nassausche vloot nog te zullen aantreffen, besloot men den 22en +Mei dit vaarwater te verlaten. De Noord-Holland werd met de gevangene +Chineezen naar China gezonden om daar te wachten op den noordermoesson +en dan verder naar Batavia door te zeilen. De Haen werd opgedragen +naar Tayoean te gaan [158] terwijl de overige schepen, Het wapen van +Seelandt, Oranje en De Fortuin eerst Macao zouden aandoen en daarna +naar Tayoean koers zetten. Tot nog toe had men niet veel menschenlevens +te betreuren, slechts 26, terwijl er 20 zieken waren. Den 1en Juni +kregen de laatstgenoemde schepen de kust van China in 't gezicht, waar +ze nog eenigen tijd bleven kruisen en het geluk hadden op de hoogte +van Macao twee Portugeesche jachten buit te maken, waarvan er een in +plaats van het verlorene Victoria gedoopt werd [159], het andere, +Tayoean. Den 7en zagen zij tot hun verwondering De Noord-Holland +weder. Dit schip was door tegenwind opgehouden. Den 2en Juli ging het +op nieuw naar Batavia onder zeil en kwam den 23en Nov. 1625 aldaar +behouden aan. De Chineezen hadden het echter hard te verantwoorden +gehad. Van de 219 waren er slechts 46 in leven gebleven en deze werden +nog doodziek aan wal gebracht. Op denzelfden dag dat De Noord-Holland +voor de tweede maal naar Batavia op weg ging, vertrok P. Muyser met +Het wapen van Seelandt en het veroverde jacht Tayoean naar Formosa, +terwijl De Oranje, De Fortuin en De Victoria nog eenigen tijd voor +Macao zouden blijven kruisen. Pieter Muyser kon er zich niet op +beroemen veel tot nut van de Compagnie te hebben uitgericht. Hiervoor +was zijn vloot echter ook niet voldoende uitgerust. Terecht schrijft +De Carpentier dan ook aan bewindhebbers: Het succes had grooter +kunnen zijn, indien 's lands vloot "haar ordre in het aandoen van +Manilla beter hadde naergecomen, gelijck se sonder eenich verlet wel +hadde conne doen". Waarom het dan niet gebeurd is? Hierop is geen +afdoend antwoord te geven. Misschien moet men de oorzaak zoeken +in het ontijdig sterven van den admiraal van de Nassausche vloot, +Jacques l'Hermite. Nog niet halfweg, moest hij reeds den 2en Juni +1624 den tol aan de natuur betalen en werd als admiraal opgevolgd +door Gheen Huigen Schapenham. Deze beschrijft ons zijn tocht in een +brief aan Carpentier [160]. Na den Spanjaarden op de kust van Amerika +eenig nadeel te hebben berokkend, is de vloot naar het eiland Puna +gezeild, van waar zij naar Acapulco vertrok om er den 28en Oct. aan +te komen. Daar bleven zij kruisen tot eind Nov., waarna het besluit +genomen werd naar de Ladrones over te steken, omdat de tijd waarop de +schepen gewoonlijk uit Manila in Acapulco kwamen toch voorbij was. Den +26en Januari 1625 werden de ankers voor de Ladrones uitgeworpen: "en +na ons alhier eenigszins ververscht te hebben," schrijft Schapenham, +"soo is bij mij ende den Raedt geresolveert, dat men de enterprise, +die ons bij de instructie belast wordt, op de chineesche joncken in +de Manilhas in het werck te stellen, soude laten berusten ende ons +cours recht toe naer de Moluccas stellen om dies wille, dat het de +vlote, die als doen maer van drie maenden victualie voorzien was, +onmogelick soude geweest zijn, de comste van de Chineesche joncken +in de maendt van April te verwachten, maer door faulte van vivres +genoodsaekt zijn geweest voor de comste derselver uit de Manilhas te +scheijden". Schapenham wist dus niet, dat de vloot onder Muijser hem +voor Manila zou opwachten met levensmiddelen. Het stond trouwens ook +niet in de instructie [161]. Mij rest nu nog slechts te melden, dat de +admiraal van de Spaansche vloot, Geronimo de Silva, die tegen Muijser +slag had geleverd, niet was gesneuveld, zooals de Hollanders dachten, +maar behouden met de vloot in Manila was teruggekeerd. Zeer tevreden +was men echter niet over zijn beleid. Hij had meende men, wel eenige +schepen kunnen veroveren en werd dientengevolge wegens nalatigheid +gevangen gezet en eerst bevrijd na de aankomst van den nieuwen, uit +Amerika gezonden gouverneur, ad interim, Don Fernando de Silva [162]. + +En hiermede meen ik tot een tijdstip gekomen te zijn, waarop dit +onderzoek zeer geschikt voorloopig door mij kan gestaakt worden. De +politiek toch der Nederlanders onderging langzamerhand een groote +verandering ten opzichte van de Philippijnen. De Wit schreef in 1625 +aan De Carpentier: "Over de door Muijser veroverde beide joncken +en de gevangen gemaakte Chinesen zijn tot nog toe geen klachten uit +China gekomen". Dat men hiervoor reeds bang was geweest bewees wel +de in de instructie van Muijser opgenomen bepaling, dat de buit niet +naar Japan of Formosa, maar naar Batavia gevoerd moest worden. De +Nederlanders koesterden nl. de gegronde vrees, dat de Chineezen +tengevolge van die rooftochten den pas begonnen handel op Formosa +en Batavia weder zouden laten varen. Bovendien werd het voordeel +voor de onzen steeds geringer, omdat de Chineezen meer en meer met +kleine zeer snel bezeilde jonkjes naar de Philippijnen overstaken, +waarmee zij bij stil weer zoo wisten te wrikken en te roeien, dat het +onmogelijk was ze met onze vaartuigen in te halen. Het gevolg was, +dat er vooreerst geen tochten meer werden gedaan om den Chineeschen +den handel op Manila te beletten. De Hollanders begonnen van nu af +het vaarwater van Malakka en Macao meer met hun schepen te bekruisen, +terwijl ook de Spanjaarden hun taktiek veranderden en in 1626 een +bezetting legden op Formosa. Mocht het blijken, dat het mij gelukt is +de verrichtingen der Hollanders tegen de Spanjaarden duidelijker in +het licht te stellen dan door mijn voorgangers is geschied, dan zal +ik stellig mijn onderzoek in dezen, uit liefde voor onze koloniale +geschiedenis, voortzetten en ten einde brengen. + + + + + + +BIJLAGEN. + + +BIJLAGE I. + +BRIEF VAN REAAL AAN BEWINDHEBBERS. + + +D. E. E. achtbare wijze voorsinnige Heeren. + +Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe verscheijden brieve aen +uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van attestatie midtsgaders +een brief des conings om uwe E.E. (sulcx raedsaem sijnde) daer +meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, de welcke ick +mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de Ed. Heer +Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende oft uwe +E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens evenwel +de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques grotelijcx +niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te verhaelen +het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren geaviseert, +confirmerende hier mede hetgene ick voor desen principalijcken over +de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. Wat alhier sedert +is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende copijen van +resolutien ende 't journal door mij gehouwden konnen sien, daer aen +ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose tocht naer +de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de vijanden ofte +proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel daerinne gerust +zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van menschen voorslagen +volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns juijst haer witt +niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de Chinesen, die +met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese verscheijden +plaetsen van 't eijlant Luçon, daer de stadt Manilla op leijt, aendoen, +om door d'onse niet te werden aengehaelt; mede dat de schepen commende +van Aquapulca d'imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn +geweest te passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse +oock aendoen de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die +haer adviseren, waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren +liggende op 7 1/2 graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het +vaste landt van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer +onseecker zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert +mijn jongste schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw, +alwaer wij verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor +Spaansch Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden, +doen wij voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een +vande principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest, +om met het volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont +sijn, te peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael +Reynst geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Edts +resolutien connen sien. Godt geve d'uijtcomste soo mach succederen, +dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. Alsoo de +schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om op d'ene +offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne naer Sanghy +vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke met haer +tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also door het +overlijden van Capn Mathys de luijtenant allene de plaetse waernam, +is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert halff ijll van +hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige resolutie daer +over te nemen, vande voorn. plaetse t'seyl gegaen en is sedert noyt +meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van verscheijdene +swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te sijn, dat +het voorsz. jacht met een Chineesche pelo, aen Galille liggende, +aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde geanckert gelegen, +alwaar den schipper gestorven was en aen landt begraven; dat is +de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben becomen. Oft nu het +voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen der Chinesen ofte +andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is ons tot noch +toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge door een +overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het eijlandt +Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met geschut met al en +eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt Manilha den +gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht souwden wesen, +doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den tyt leeren...... + + + (Na over den toestand in de Molukken gesproken te hebben, vervolgt + de schrijver:) + + +Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne Ed. door ons +wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de Manilhas, +en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen waren; +doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer weijnich +fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken +in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene +aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte, +als hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een +seeckere resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht +het stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een +seker rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede +de Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen, +sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban +en Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche +quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden +connen vruchteloos maecken. Ick soude wijtloopiger op de vruchten +die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick niet en +twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit stuck +particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben becomen....... + + + (Verder bevat de brief slechts bijzonderheden over de Molukken + en den persoon van den schrijver.) + + +Uwe E.E. aller onderdanighe dienaer + + LAURENS REAEL. + + Ternate, 25 Juli 1615. + + + + + + +BIJLAGE II. + + + P R O P O S I C I O N, D E D O N + Iuan de Silua Gouernador y + Capitan General, de Philipinas sobre que + si convenia salir con armada contra + el enemigo Olandes sin guardar + el Orden de la cedula de + treinta de dizienbre de + mill y seiscientos, + y catorce. + + +En la ciudad de Manila en doze de henero Hallaronse en esta junta. +de mill y seiscientos y diez y seis años Tres Oydores. +estando en las casas Reales en la sala Vn General alias Maese de +dela Real audiencia su Señoria D. Iuan Campo. +de Silva Cauallero del Orden de Santiago Onze Officiales de +Gouernador y Capitan General destas regimiento. +Yslas Philipinas y pressidente de la Dos Alcaldes ordinarios. +audiencia y chancilleria Real que en Tres Preuendados de la +ellas reside llamo Iunta General de metropolitania. +todos los estados y abiendo venido a Dos Officiales reales. +ella los señores Licenciados Andres de Dos Prouinciales. +Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna, Sinco Priore Guardianis y +Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores rector. +dela dicha Real audiencia y el Genral Sinco Frailes, Predicadores. +Don Iuan Ronquillo del Castillo, Vn Prouisor. +alguacil maior Destacorte y Cappitan Don Onze Comisarios de S. +Lope de Sosa, y Francisco de Bilches Francisco. +bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta Tres Cauos de Galeones. +ciudad, y los Iuezes officiales Reales Sinco Capitanes de +de la Real hacienda destas yslas Infantaria: todos 54. +Tesorero Cappitan, Pedro Deçal +Diernamariaca, contador Alonso de +Spinoça Saravia y el Arzidiano D. Iuan +de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua, +Prior de la Orden de Santo Domingo, el +Padre frai Hernando Moraga Comisario de +visita de la Orden de S. Francisco +Maestre escuela D. Diego de Leon, el +Padre Valerio de Ledesma Prouincial de +la Compania de IESVS, el Padre Frai +Agustin Mexia Prior de la Orden de San +Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el +Padre Frai Pedro de la Madre de Dios, +Prouincial de la Orden de San Agustin de +los descalços Recoletos, Padre Fr. +Francisco de San Guillermo, su +companero, Licenciado Rodrigo Dias +Guiral, Provisor de este Arçobispado, el +Padre Frai Alonso de Valdemora, Guardian +del Conuento de San Francisco, el Padre +Guardian Fray Iuan Bautista, su +conpañero, el Padre Francisco de Hotaco +Rector de la Compañia do IESVS el Padre +Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de +Santo Domingo, el Padre lector Frai +Domingo Gonsalez su companero, el Padre +Garces de la Conpania de IESVS. Fr. Iuan +de Monte maior, Predicador de la Orden +de San Agustin, Capitan Pedro Cotelo de +Morales Alguacil maior desta ciudad, El +Castellano Don Bernardino del Castillo +Maldonado, y los Capitanes, Marcos de la +Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores +Montoro. Iuan de Spinosa Montero, Don +Antonio de Arceo, Sebastian Perez de +Acuña, Bernardo de Castro Regidores +desta ciudad, Cappitan Adrian Perez de +Huaque, depositario General della +Secretario Pedro de Nabarete Escriuano +del dho cabildo, Capitan Andres Oregon +de Guevara, Capitan Antonio Careño de +Valdès. Capitan Diego Sanchez, Capitan +Sabastian de Madrid y Luna, Capitan Don +Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don +Pedro Telles de Almacan, Capitan Iuan +Bautista de Molina, Capitan Iuan de la +Cueva y almirante Pedro de Heredia, y +estando asijuntos por ante mi el +pressente scriuano Mayor de la +Gouernacion y Guerra destas Yslas, su +Señoria propuso lo sigiente. + +Que desde que llego a estas yslas, a PROPOSICION. +seruir los oficios de que su Mag. le +hiço merced a procurado ynquerir con A. Esta proposicion no se +todo cuidado, y diligencia saber los escriuio el Dia de la Iunta +puestos que el enemigo, Olandes ocupa, ni en muchos Dias despues, y +asi en las yslas del Maluco, Anbueno, asi es falso dezir que aquel +Banda, Xava, y otros. En las partes de dia se escriuio. +la india Oriental, y digsinios que +tenia, a los quales asi por relaciones +que as sus manos han uenido, como de +personas, que han comunicado con el +dicho enemigo que se han uenido de su +parte a la nuestra y por ordenes +ynestruciones de los estados que sean +hallado. En los nauios que se les an +tomado, y por avisos Del Rey Nuestro +Señor se a entendido que la pretension +que los dichos enemigos tienen es de +hazerse Señores de todo el Trato de la +especiria sedas de la China, y trato de +Xapon, y echar de todas estas partes de +Philipinas, e yslas Malucas, Yndia +Oriantal, los Castellanos, y Portugeses, +que en ellas residen, lo qual si se +efectuase serian daños, e ynconuenientes +yreparables para su Magestad y todos sus +Reynos, por que ademas de quitarle todo +lo que en estas partes Orientales posee, +y tanta cantidad de hacienda como +enteresa su Magestad, y sus basallos en +las dichas, contrataciones, los dichos +enemigos Olandeses, se uenderian a hazer +tan poderosos pues segun ellos afirman, +les auia de valer en cada un año de diez +millones de Pesos arriba el trato y +comercio de todas estas partes con que +siendo los maiores enemigos, que tiene +la corona de España, y la yglesia de +Dios se podria temer ravajasen los demas +Reynos, que su Magestad posee en Evropa +e Indias Ocidentales, y aviendolo bien +considerado platicado y consultado echo +de uer no tener otro remedio para +acortar los pasos y designios a este +enemigo, antes que echase maiores raises +sino iuntar vna gruesa armada con que +echarle de todas estos mares e puertos +que en tierra ocupa en esta conformidad +auiso a su Mag. como este era el solo y +uniquo remedio que este daño ternia, +suplicandole con todo encaricimento por +lo que ynportaua a su Real seruicio B. esta su supretencion ser +bien y quietud de sus Reynos, y basallos cabeça de esta facion y como +se siruiese de enuiar desde España se hallo burlado dio en el +algunos Galeones, de armada bien desbario que hyço +artillados ya marinados y con buen destruiendo el gran +numero de ynfanteria y que ordenase al concierto y orden de la +Visso Rey de la Yndia, enbiase los cedula. +Galeones de aquel estado, lo mas uien en +orden que pudiese para juntarse con la +esquadra de Nauios y Galeras, que aqui +se preuiniese. C. En cuya conformidad, C. Nunca tal trato con la +su Señoria sohijuta? con esta Real Audiencia de que estos +Audiensia, Fiscal y oficiales Reales, y Galeones y Galeras auian de +consejos de Gerra, en la qual se acordo ser para esta jornada sino +se hiçiese una esquadra, de Galeones y para defensa destas yslas, y +otra de Galeras, con la maior brevedad Terenate por que era cinco +que fuese pusible y que se avisase al años antes que saliese +visurey, de la Yndia, para que de su despachado su Mag. la dha +parte diese lo que en aquella ocasion cedula y asi no se puede +avia enbiado a ofreçer a su Señoria, lo pensar de lo que ella trata +qual se hizo asi y en otra junta y elabicar al Viso Rey de la +General, de hacienda, se acordo que so India, fue para que embiase +Señoria gastase todo lo neçesario, para socoro para Terenate +la fabrica y apresto de la dicha armada, conforme las cedulas de su +y asi mismo en aquel tienpo D. su S. Magestad. +tuuo cedula de su Magestad, fechada a +dies y nueue de dizienbre de mill y +seiscientos y once en que le ordena y +manda pusiese en orden una buena +esquadra de Nauios que le pareciese +bastante para guardar estas yslas y +yslas de Terenate, yo ponerse al dicho +enemigo, mandando se gastase de su Real +hazienda lo neçesario para este efecto. +D. y vltimanente en avisos que este D. Todo lo de hasta aqui +pressente año llegaron a estas yslas de fueron preuenciones, para +la nueua España le manda su Magestad, conseruar estas yslas y las +por otra su Real cedula, su fecha a Malucas, y lo mismo el +trenta de diçenbre del año proximo socorro que se mando dar a +pasado de mill y seiscientos y catorce la Yndia, y no para mas +apreste la maior armada que le sea porque no era caudal para +posible asi de Nauios, como de gente y mas. +artilleria, y todo lo demas neçesario y +esto contanto encarisimiento que le dize +haga que sea tal como si su Señoria, +solo con la diche armada, vuiese de +pelear con el enemigo sin otra ayuda +ninguna por que sea echado de uer ser +este el remedio que este daño tiene. E. E. Desde de esta cedula, de +y asi mismo le representa manda y treinta de Dizienbre, de +encarga, se haga con la maior breuedad mill y seiscientos y +que sea posible antes que este negoçio catorçe, es nueva voluntad +mas se enposibilite y como su Señoria de su Magestad, por lo qual +estaua esperando esta vltima resolucion asi como manda juntar mayor +y mandato de su Magestad, no solo tenie candal y el que tiene por +preuinida la maior armada, que a podido bastante para acabar de vna +juntar como su Magestad, se lo tenia vez la guera echando al +ordenado, y mas en diferentes ocasiones. enemigo de mar y tierra es +F. A solisitado al Visu Rey de la Yndia visto querer que se guarde +Enbiando las personas, a posta para el la orden desta cedula, sin +dicho efecto, pidiendole embiase la atender a otra cosa. +maior esquadra de Galeones que pudiese +para que juntas las vnas fuersas y las F. No quiere su Mag. que +otras echasen a los enemigos, destas cosas tan graues. se hagan +partes, comunicandose por cartas el sin el tienpo con beniente +Virey con su Señoria y su Señoria con el para quel, y el viso Rey, se +Virey el numero do Navios y gente, que pre bengan, como consta de +de la Yndia se podria enbiar y el puesto la sedula, y Don Iuan, le +don de se podrian juntar, los unos y los procuro dilatar pues +otros y la forma en que a ca da uno de diuiendo de despachar al vi +los dos les pareciese, se podrian azer Rey su pliego con la +la dicha jornada, y guerra: ques todo lo deligencia que demanda, selo +que agora su Magestad ordena y preuiene, detuvo, desde Iunio asta +en la dicha su Real sedula de treinta de dizienbre que lo entrego al +diziembre. Vltimamente en las cartas Capitan maior Soça, de que +quel dicho Visorey a escripto a su se quaja el vi Rey en lo que +Señoria con los Capitanes, don Diego de le escriue. +Miranda Enriquez, y Iuan de Mora, le +dize estar aquellos estados tan +trauajados con las geras, de los Reyes +uezinos que no les posible por esta +causa y por estar muy gastada la Real +azienda, enbiar mas de quatro Galeones, +y en ellos quatro cientos Soldados, y le +auisa que lamoncon(?) de setienbre +pasado despacharia el mas socoro que +pudiese para que se viniese a juntar con +los dichos quatro Galeones la qual +inposibilidad de no poder embiar mas +armada. A demas G. de las cartas del G. Esta es una gran falsedad +dho Viso Rey en que le dise asi, y enbuste grandisimo como +aseguran lo mismo las del Arsobispo de satisfago a mi pareser, fol. +Goa, tribunal de la Ynquisicion, persona y esta mas claro si se +del consejo deste estado, y del considera que quando ase +embaxador, Don Garcia de Silua y esta proposicion no auia +Figeroa, afirmando que con lo que resibido el vi Rey su pliego +enbiaua quedaua la Yndia, muy ni lo resibio asta abril +desflaquesida lo qual certifican asi deste año como en su carta +mismo los dhos Capitanes Don Diego de le auisa al Gouernador del +Miranda, y Iuan de Mora, y Capitan Maior resibo luego aun no auia +Gonsalo Rodriges de Souca que todos resebido el vi Rey la dna +vinieron de la Yndia, el año proximo sedula de. 30. dizebre 614. +pasado. E. Y considerando su Señoria que como puede ser uerdad, que +auiendo resibido el dho ViRey, las auian communicado anbos lo +ordenes de Su Mag. que se le despacharon que trata la sedula pues +por tierra y mar, para que saliese en jamas entre ellos, se trato +persona, con armada y si no le diese sino de vn socoro y asi se +lugar las gerras del norte la enbiase a entienden las cartas, del +cargo de persona practica y de Virey sin deuerse aser caso, +esperiensia se a de entender que estando de los enbusteros Don Diego +desucupada abra salido en la monçon de do Miranda alias Diego Tomas +setienbre pasado o ombiando la mas y Iuan de Mora, que so los +Armada, que pudiese como su Magestad se que se escriue a su Mag. en +lo ordena. H. Ajuntarse con los quatro su carta. +Galeones, que enbio que estan al +presente en la Ciudad de Malaca para que H. Todas estes cartas se an +lo uno y lo otro se biniese a hazer un de entender, como digo a mi +cuerpo con lo que de estas yslas a de pareset folio. +salir. I. Y por que en las ocasiones la +principal parte de consiguir buenos I. Consideracion desvariada, +efectos y la que al pressente ofrece el lleuando pornorte la +tiempo, de hallarse el enimigo, tan uoluntad de su grande +deshecho de gente y Nauios, como consta anbicion, que no pudo +de avisos y relaciones ciertas que su produzir si no vn monstruo +Señoria a tenido no tiene en toda su como salio de vn tan liuiano +armada ochocientos hombres, de mar y de fundamento que uino a +tierra, y que este año no aguardan ressolberse en humo perdida +socorro de Olanda no se deue perder vn la opinion y reputacion, +punto. K. Enbuscar al enemigo y hazer pues boluerse tan grande +en el sigun el tiempo y ocasiones armada, sin hacer efecto ni +mostraren. I. Y quando no se siguiese buscar al enemigo, fue para +otro fruto mayor que estoruarle no elicutoria. +sacase este año que es delamonzon (?) +del clauo quatro. O cinco mill vares del K. Luego no es lo mismo la +fuera de grandisimo efecto pues no armada que finge auia de +teniendo pro vecho estando tan enbiar que los quatro +desacreditada la Compañia de Olanda como galiones de socoro. +su Magestad auisa, no podran sustentar +la guerra y lo abran de desamparar todo +y si recoxiesen el dho clauo y le +despachasen a Olanda con las grangerias +del so reforçaria su armada. Y +sustentarian L. el credito que tienen L. quando las ocasiones son +perdido en Olanda, y en las partes que bien fundadas y no de +en estas partes ocupan. L. asi mismo imaginaciones, de capricho +seruira de confirmar el Rey de Tidore, y como anparecido todas las +los demas amigos en la obidiencia y que hiço. D. Iuan de Silua, +seruicios de su Magestad, y sacarlos de tu uo para no conplir la +mucho recelo y duda en que estan, de que cedula Real. (*) +nuestras fuerças no son yguales a las +del enemigo y que a el le uienen cadadia +socorro y a los nuestro no se les a +embiado ninguno de la forma que se les a +prometido muchas vezes con que de todo +punto si agora faltase esta armada de +que tienen alla tanta noticia perderian +la esperança de ser socoridos y no +pudiendo sustentar la guerra y trauaxos +que con nuestra (nuestra) amistad +padecen se concertarian con el enemigo y +en faltandonos su ayuda se perderian de +todo punto aquellas fuerças en +consideracion de todo lo referido. M. M. Buena, Mana se dio +Su S. tiene puesto en orden vna esquadra enbuscarle. +de diez galeones y essos bien artillados +amunicionados y abastecidos y asi mesmo +tres pataches y quatro galeras que es +todo el resto que con el mayor cuidado e +yncreyble trauaxo y diligencia a podido +juntar y el vltimo esfuerço que estas +yslas pueden dar la qual N. esquadra si N. Santo Dios que +inbernase en el puerto de cauite donde desatinados pensamentos, +esta vendria en muy gran diminucion pues se persuadio a que todo +menoscauo y por la mucha brouma que ay lo avia de hallar a medida +en el dho puerto a que no ay defensa ni del de seo, siendo cosas tan +reparo por mucho que se an procurado grandes y contra tan fuertes +hazer y ser la tablaçon para los dhos contrarios y tanbien +nauios tan corruptible y flaca que no advertidos en lo que les +duran mas de vn año como por la inporta y grandes marineros. +inposibilidad que abria de poderle dar +otro adereço y carena en tanbreue tiempo +como es des de que acauan los bendauales +que por las muchas aguas que mientras +ellos duran ay no se puede trauaxar de +calafeteria hasta principio de Nobiebre +que es quando se debria salir para hazer +buenos efectos si se pudiera aver a +prestado antes la armada. O. Y seria O. Como si estuviera en mar +trabaxar de nuebo los naturales de estas quajado y las drogas +yslas que lo an quedado tanto y cansados lastuviera e algunas choças +que ya no pueden mas (cosa que su S. a si no en mui bien +sentido en estremo sin poderlo escusar.) pertrechados y acomodados +P. Asi mismo los muchos bastimentos que nauios y dentro de muy +estan conducidos se dañarian y perderian buenas fortaleças con mucha +y en lo vno y otro su Magestad muy gran artilleria y bien +suma de hazienda y en tan largo tiempo fortificadas como digo en mi +seria imposible conseruar aqui parecer fol. +marineros, artilleros y otros officios +de mar porque de ordinario huyendo de P. Y qual o mejor se puede +los peligros de la guerra procuran yrse decir que leuieron perdido +a buscar descanso y hazienda a la Yndia, el con el gran disparate que +Macau, Xapon, y Nueua España, no hiço quedando con ellos +obstante el gran ciudado que con ellos enemigos vitoriosos y +se tiene. Q. Mas que si esta esquadra senores de la mar con +no saliese los quatro galeones que estan treynta y siete nauios segun +en Malaca, y el demas socorro que el lo escriue y dice el Padre +Visorey vbiese enbiado padeseria el Ribera embajador dela Yndia. +mismo y conbiniente y necesariamente +abria de boluer a la Yndia, a aderefarse Q. Bien confirmados y +porque en Malaca no ay comodidad de consolados que daran el Rey +puerto y officios para dar cauna en los y los demas coforme lo dho +bastimentos que serian nessesario y si antes perdieran de todo +boluiesen a la Yndia, los dhos galeones punto las esperanças y se +abrian de llegar tan tarde que seria puede temer su confederacion +inposible dar la dha carena y aderesarse con el contrario y que +para poder partir en todo el mes de sucedria lo que quiso +Abril deste presente año conque so remediar por tan vil medio. +ynposibilitaria la jornada para poderse +hazer hasta el que viene de seiscientos +y diez y siete y para entonçes la +esquadra estaria deshecha, podrida, +invtil y ynfructuosamente despues de +tantos gastos que se an seguido y +seguiran a la Real hacienda de su Mag. +R. Y al enemigo le abran llegado nueuos R. Por que Don Iuan de Silua +socorros y fuerças conque siendo para lleuallo todo a perder +superior, el conseguiria sus yntentos y si Dios no lo remediara al +los de su Magestad que dara furestiados principio de la jornada por +y el remedio mas inposiblitado o perdido que segun dicen todos los +del todo. S. Y auiendo su S. caminado onbres de esperiencia no +en esta conformidad en aprestar la dha quedara onbre ni nauio. +armada con acuerdo y pareceres de la +audiencia, consexos de guerra y haçienda S. Por ventura a estado +en juntas que para ello sean hecho en mejor conseruada en la +diferentes vezes y tiempos en las quales desdichada jornadilla es sin +se hallo el Fiscal de su Magestad, duda que lo estuuiera mejor +Licenciado Don Iuan de Alvarado en las occupaciones que oy +Bracamonte y conformaudose T. con los ocupaua la gran armada, +pareseres de todos y que se hiciese la entre tanto que llegaua el +dicha armada y jornada y el en auiso del Virey guardando la +particular por su persona la alentado cedula. +con mucha calor, ayundando a la +fundicion de la artilleria y otras T. Por ventura an cesado +muchas cosas tocantes a ella; como es estos daños con la mala +notorio a los presentes y estando la salida no esfuerça boluerles +dicha armada aprestada, enbarcada la adar carena. +artilleria y bastimento, aperseuida la +ynfanteria y de mas personas que an de +ir en ella señalados los cabos de los +galeones y todo a punto para poder +partir amediado el mes Deziembre pasado, +el dicho Fiscal a contradho por +peticiones que en la Real audiencia +apresentado no deuer se hazer la dicha +jornada. V. Fundado lo en la vltima V. Todo esto sucedio a la +cedula de su Magestad, la qual y las letra con el paseo que salio +demas referidas y vna carta del adar don Iuan de Silua con +Secretario Iuan Ruiz de Conteras escrita tanta fanfarria por que todo +a su Señoria con otra que su S. escriuio lo que anduuo respesto de lo +a su Magestad, de discursos y remedios que prometio andar por que +que convenia poner en ataxar los passos es vna nauegacion muy sabida +y disinios destos enemigos. X. Mando a y sin peligro aunque letudo +mi el Secretario de Gouernacion y guerra de perder la Capitana por +leyese publicamente para que a todas las ser como vna arca de Noe, +personas de la dicha junta y consejo conseruara los soldados +fuese notorio y Y. asi mismo dixo que marineros e artilleros +aun que era contra todas las leyes y teniendolos ocupados como +prudencia militar magnifestar el digo en mi parecer. +Cappitan General los yntentos que tenia +en la forma y manera de hacer la guerra X. Asi no esta satisfecho en +por los daños e ynconuenientes que se mi parecer. fol. +podrian recreser porque por sosegar los +animos de muchos que con la contradicion Y. Segun lo que dice el +que el dicho Fiscal auia fecho a la Padre Ribera no a menester +dicha jornada estauani nquietos socorro pues tenia 37. +magnifestaua el discurso e yntentos de nauios y conforme a esto no +su jornada el qual tiene escripto al estaua bien informado no se +Visorey de la Yndia, y a Francisco que mas inposibilitados quel +Miranda Enriquez Capitan o General de los adelado con sus +los quatro galeones, que estan en desconciertos. +Malaca. Z. Y es que por las Cartas que +su Señoria a tenido del dho Visorey y Z. Es falso que con acuerdo +relaciones que a boca le hicieron los de la audiencia tuuiese +Capitanes Don Diego de Miranda Enriquez presta la armada para este +y Iuan de Mora auia entendido la gran efecto de partir con ella +nesecida day aprieto en que aquel estado conforme a la cedula real la +quedaua. A. A cuya caussa no auia sido qual tuvo oculta a la +posible enbiar el dicho Virrey, mas audiencia desde Iunio de +socorro que los quatro galeones y quatro 615. hasta Nouienbre que a +cientos soldados los quales a estado mi instancia la recibio ni +aguardando hasta vltimo de Septiembre jamas trato con la audiencia +con el cuidado que era justo diese su sobre la partida hasta 14. +mucha tardanza hasta que los primeros de de enero de 616. a lo qual +Octubre llegaron a esta ciudad la contradixe como consta de mi +carauela siete fuentes y vna galeota que parecer. +binieron despachados por el dicho +General Francisco Miranda con auiso A. Es falso que yo +de no auer podido passar el estrecho por consintiese se hiziese la +causa de auer llegado a el tan tarde y jornada y el dar parecer se +que por esta razon se quedaua en Malaca, mese preuimendo lo necesario +hasta tener auiso de su Señoria de lo para ella se hacia con buena +que vbiese de hazer, cosa que le dio fe por que decia tenia +notable pena asi por la dificultad y cedula para ella y viendo +riesgo que auia de auer para juntarse en que no la mostraua sospeche +el camino de Maluco, auiendo de tomar tenia misterio y asi inste +los dichos galeones aquella buelta desde que la exibiese lo qual hiço +Malaca, por el estrecho de Sabon como de mui mala gana por que con +por la necesidad que auian de tener la vista de ella se +quedando alli. B. Acrecentando este descubrieron sus machinas y +cuidado el auer receuido su Señoria en que no las podia quajar si +Junio del año proximo pasado la orden y vuiera menistros fieles pero +cedula de su Magestad de treynta de como no los vuo quajar con +Diciembre de seiscientos y catorze, cuya daño de la real hacienda de +copia embio al dicho Visorey con el 2000 ducados que da de 500. +pliego de su Magestad, para el dicho soldados miserabiles y la +Virey y por auer tenido tambien auisos suya por que no falto otro +ciertos de la poca gente que el enemigo onbre de quenta. +tiene en su armada tambien embio al +dicho Virey y de que este año no B. Si la armada esta fundada +aguardaua ningun socorro de Olanda. C. en la cedula real porque no +Sobre que auia hecho hartos discursos la guarda en todopues en el +deseando siempre acertar con lo que modo de cunplilla consistia +fuese mas del seruicio de Dios y su todo el bien. +Magestad. D. Y al cauo se auia resuelto +a yr con esta armada a juntarse con los C. Y luego las torno a +galeones y demas nauios, que el Virrey recoger por que no se +vbiere embiado a Malaca, a juntarse con pudiesen tornar a reuer los +dho General Francisco de Miranda en el papeles como onbre fundado +estrecho de Savaon cerca de la ysla de en cautelas y si mirara bien +Banda haciendo su Señoria biaxe desde vna de las dos cedulas no la +esta ciudad derecho apulotimon por entre hiciera leer en que su +las Yslas de Paragua y los baxos de Magestad, le manda que los +Pulosesu y de ai por de fuera de la Ysla nauios fuesen moderados como +de Binitan y de las demas que alli ai para entre yslas auiendo el +hasta venir a entrar en el estrecho hecho tan disformes nauios +cerca de la dha Ysla de Banda y juntarse que todos los que los an +con la dha armada de la Yndia para que visto y entienden dicen no +desde alli, hechos vn cuerpo pudiesen yr auerse hecho tan grandes en +con mas fuerças en demanda del enemigo y España ni en las Indias. +salvar, juntandose en aquel lugar, el +riesgo que se corria de yr diuididos la D. Gran ynpertinencia dar +buelta del Maluco. E. Que tanbien le cuenta de la jornada pues +auia obligado a tomar esta resolucion el esto no justifica la partida +considerar qua auiendo el Virrey antes la hace mas +receuido las ordenes de su Magestad, dificultosa. +duplicadas de la que agora le embiaua +que le escriuia el conde de Salinas se E. Relacion de dos +le despacharon al dho Virrey, por mar y enbusteros y hombres sin +por tierra a de auer hecho todo el credito y otras cosas per +esfuerço pusible de armada para en ores como digo en mi parecer +conformidad de la yntencion de su y carta de su Magestad. +Magestad, si las guerras del norte le +vbiesen dado lugar a venir en persona en F. Para socorro era muy +la monçon passada de Septiembre a Malaca grande y quien de socorro +para juntarse con la que alli tenia a su enbia quatro galeones y ocho +cargo el dho General Francisco de galeotas no esta necesitado +Miranda Enriquez y en caso que el dho antes es argumento que +Virrey no lo fuese pusible auer dexado quando venga por propio +la Yndia, en tiempo de tantos enemigos, traera muy gran poder. +a de auer embiado la mesma armada como +su Magestad lo manda. Qualquier destas G. Pues le auiso que la +dos cosas quel dho Virrey, aya hecho culpa auia tenido don Diego +venir o ynuiado conviene haga su Señoria de Miranda alias Diego +este biaxe a juntarse con el dho Virrey Tomas, por auer traido los +a su armada porque de no hazerlo asi se Pilotos praticos del viage +perderia esta con tiempo y ocasion de por que no le hiço vn +haçer algun buen efecto en seruicio de castigo exemplar pues dice +Dios N. S. y su Magestad y estaua a le peso tanto con notable +mucho riesgo aquella armada en Malaca pena antes le trajo sienpre +auiendo de aguardar al mes de Iunio que consigo de dia y de noche +viene para venir a estas Yslas, asi por para que apoyase sus +tener los enemigos tan cerca que podrian enbuiles. Pues no inporto +juntarse o yr a buscarla como porque menos que quemarlos el +ademas del tiempo que se perderia enemigo por no pasar aca y +ynfructuosamente que por lo menos auia que si pasara vista la +desor vn año pues passado con los cedula de 30. de dizienbre +bendavales a estas Yslas, no se podia yr de 614. no auia de querer +a Maluco, hasta los nortes desta año que mouerse con sus galeones sin +son en Diciembre o Nobienbre y se orden del Virey y en +consumirian todos los bastimentos y consequencia de esto no se +huyria mucha gente y el enemigo tendria atreuiera salir el +tiempo de juntarse y preuenirse y para Gouernador. Y tanbien +este año seria lo mas cierto aber le cesaran las dificultades que +uenido nueua armada y juntandose con la dice para juntarse. +que aca tienen nos haria todo mas +dificultoso y que esto era lo que le H. Cuidado sin tienpo para +auia parecido a su Señoria despues de tomar el mal acuerdo que +auerlo comunicado con el Cappitan, mayor tomo pues conforme a la +Gonzalo Rodriguez de Sousa y otras cedula de treinta de +personas de esperiencia y en esta Dizienbre auia de aguardar y +conformidad si esto auioso hallase al recebir primero el socorro +Virrey, en Malaca, que seria lo mas de la nueua España con las +ynportante para que se hiciesse esta naos deste año de 616. tan +jornada con mayores fuerças y seguridad poco fue cierto que el +el qual dispondria lo que con su mucha enemigo esta flaco pues la +prudencia y valor jusgase ser mas verdad es tener muchos +conveniente que lo tal tendria su S. por nauios los quales an de +acertado y lo obedeceria por complir con tener mucha gente no a +lo que su Magestad le tiene manlado y menester socorro mas del que +asi le auiso lo que por agora se lo le llego por aqui por su +confiesa y ser a su parecere que culpa y gran desconcierto +juntandose esta armada con la del dho por no querer cunplir el +Virrey seria bien caminar con toda la mandato iustisimo de su Rey +buelta del puerto de Banton en el y señor que le cogiera aqui +estrecho de Sunda que es la principal a manos si no vuiera salido. +escala y factoria que el enemigo tiene y +a donde acuden todas las mercadorias y I. No son menester discursos +cargan las naos que todos los años donde ay mandatos ciertos si +embian a Olanda y a donde viene a dar, no cunplillos a la letra y +rehazerse y repartirse las que asi mismo con esto se acierta el +vienen de alla que tiene su S. por cosa seruicio de anbas Magestades +sin duda que dexasen de hallar las vnas y no se hierra como ello +y las otras y tanbien se tomaria, alli hiço tan grauemente dejando +lengua y se saberia de cierto si al estas yslas ariesgo de +enemigo le vbiese venido nueua armada y perderse si Dios no guardara +de que calidad para que conforme a eso este rincon de su Eglesia. +disponer las cosas y tomar la resolucion +que mas conbiniese y si al enemigo no le K. En lo peor lo que +vbiese venido nueuo socorro siguramente inportaua auia sido poner +se prodria yr a buscarle sin perder tan buen cobro para que los +buena ocasion y si la vbiere de ronpelre quatro galeones vuieran +procurar hazero que este es el punto llegado aca no enbiando vn +principal y acauar con todo de vna vez malhonbre que les quitara +porque viendo al enemigo roto y sin los qilotos platicos ya que +armada con facilidad se reducirian todos fue tomar el consejo que yo +los naturales de aquellas Yslas y las le di en la junta en mi +fortaleças que los Olandeses tienen parecer. fol. +quedaran de vna ues cercadas y serian +mas fasiles de rendir, perdidas las L. Con que vano fundamento +esperanças de ser socoridas: Y las, se mouio pues fiel +fortaleças de Anbueno, y de Banda, que considerara lo que auia +son las primeras que por el camino que tardado en preuenir su +tiene dho se an de en contrarseran mas armada con ser menor que la +faciles de conquistar por tenerlas con que el Virey auia de juntar +menos gente y artilleria por parecerles no se persuadiera con tanta +que estan mas lexos de nosotros porque facilidad a pensar que auia +hazen siempre cuenta que abemos de yr sin tiempo a destar +abuscar los de Philippinas a Terrenate, preuenido para salir pues la +por el camino ordinario mas cierto y sedula se despacho en +corto y que siempre sea hecho y si nos dizienbre de seis cientos y +hiciecemos Señores de Ambueno y de Banda catorse y el virey quanto +perderian ellos los puestos de mas mas presto la resibio fue +ynportancia y de mas prouecho que oy por tierra en agosto y por +tienen y que los estados les ordenan mar en septiebre que estos +procuren conseruar aunque se pierda todo despachos llegan Agoa de +lo de Maluco, y en bueno don derecoxe el seis sientos y quinse y su +enemigo todo el clauo que se saca de Mag. que confiderando lo +Terrenate, Maquien, Motiel, Tidore y mejor no le obliga a el +Bachan, que ansi lo an hecho sienpre que asalira hasta auer reseuido +quando llegasemos a de estar todo alli el socorro de la Nueua +junto y quitandoles este clauo que por España con las naos, de 616. +ser año de Monçon a de ser en gran pues que rason auia en buen +cantidad y les a de ynportar mucho juicio para persuadirse que +quedaran destruidos; por el contrario el Virey auia de salir tan +sino fuese este año y se les diese lugar sin tiempo sin auisarle +a despachar a Olanda quatro mil bares de primero guardando mejor que +clauo que hazen cuenta an de recoxer sin Don Iuan la cedula y que ay +la nues moscada y las demas mercadurias que tratar de ganar o perder +de China, y pimienta que les ynportara monçones donde el placo es +puesto en Olanda mas de quatro millones, sierto auiendose comunicado +podria hazer nueua armada, y cobrar el y senalado tiempo y lugar +credito que oy tienen casi perdido y se descubrese con euidencia enl +les da lugar que viniesen a juntarse con ebuste si se considera que +la armada que aca tienen con que dise que el monçon pasado +quedaria para nosotros mas ynposiblitado auia de estar el Virey o +despues de hechos muchos gastos y si en armada en Malaca, que es el +la Sunda entendie semos que al enemigo mesmo tienpo, en que resibio +le auia venido nuea armada de Olanda y los despachos por questa +vbiese pasado a juntarse con la que propusicion se hase en 14. +tiene en Maluco, y que lo vno y otro era de enero de 616. y los +de calidad que se arriesgasen mas despachos se resibieron en +fuerças y armada yendo a buscalle en tal setiembre de 615. y en este +caso seria bien enbiar a socorer mesmo tiempo quiere aya +nuestras fortalezas con los nauios de llegado a Malaca, o embiado +remo y lo demas retirallo aparte sigura armada que es para suponer +basta tener mas caudal y silegando su S. vn ynposible. +al estrecho hallace que el Virrey no +auia uenido ni enbiado mas armada y le +auisase partiria de la Yndia en Mayo, +procuraria diletar la jornada hasta +llegar el dicho Virrey para que con mas +seguridad se haga y con su prudensia y +valor major consiga el seruisio e +yntension de su Mag. y solo pondra en +execusion el yr abante en el estrecho de +la Sunda por ver si ay alli algunos +nauios y sauer si le a uenido al enemigo +nueua armada, como tiene dho, y desde +alli procurara despachar al dho Virey +para que lo tenga todo mas bien +entendido y conforme a ello disponga las +cosas con sertidunbre de todo lo que +ubiere. + +Y por la proposicion y rasones referidas +y la sedula de su Mag. de treinta de +Dieziembre de seiscientos y catorse se +conose que su yntencion es que esta +jornada se haga con las mayores fuerças +que se pudieren juntar del estado de la +Yndia y estas yslas comunicando entre el +dho Virey y su Señoría la parte donde se +podran juntar y la forma de hazer la +guerra lo qual y a esta fecha por +escripto como esta dicho en quanto a las +fuerças no se puede esperar que crescan +antes vayan en diminucion y asi mismo +por la breuedad y prestesa con que manda +se haga la dicha armada no dando lugar a +que mas se ynposiblite pide a todos los +de la junta traten y confieran este caso +como tan ynportante al seruicio de Dios +y de su Magestad, y sobre el de sus +pareceres para que oydos y entendidos se +haga lo que mas conuenga a su Real +seruicio Don Iuan de Silua ante mi +Gaspar Alvarez. + + + + + + +BIJLAGE III. + +JOURNAEL VAN DEN TOCHT GEDAEN VAN TAYOUAN NAER MANILLA AO 1625. + + Journael vande tocht ofte voijage gedaen van Taijouan naer de + baey van Manilla ende custe van Luconia mette scheepen 't Wapen + van Hollandt, Noorthollant ende Orange--mitsgaders de jachten + den Haen, Fortuijn ende Victoria ondert commandement van Pieter + Jansen Muijser vande 27 January 1625 totten [22en Mei]. + + +Januarij 1625, Maendach. +adij 27 ditto des morgens syn wij mette voorsz. ses seylen van Taijouan +naerde cust van Manilla seijl gegaen, ophebbende te samen 432 coppen +ende gevictualieert voor 5 maenden. De Almachtige Godt gunne dat +voorn. tocht mach gedyen tot sijner ere, dienst ende voordeel vant +gemeen beste int generael ende der heeren Maijores int perticulier, +ende eyntlijck tott onser aller salicheyt. + +In see comende setten ons cours S. ten O. langs de wal ende sonden de +jachten Fortuijn ende Victoria voorwt om de drye Chineese joncken, +die met ons gedestineert waeren naer de cust te gaen ende ons een +stuck weechs voorwt ondert landt souden verwachten, te waerschouwen +dat wij in see waren ende daerom aff souden comen ende hun onder de +vloote begeven. + +Des achternoens d'wtterste hooge berch vant landt aen boort hebbende, +vernamen noch al laech lant tot des avonts toe, streckende hem al +S. ende S. ten Westen. Des avonts quam de Fortuijn wederom onder de +schepen maer Victoria noch de joncken hebben niet vernomen. Godt geve +terecht mogen comen. 's Nachts seijlden wij langs de wal met cleene +seylen S. ende S. ten Westen. + +28 ditto vernamen noch Victoria noch joncken niet, waerom niet alleen +verwondert maer oock bedroeft werden. Den breeden raet quam aen boort +ende ordoneerde een zeijn brieff voor de vloot; oock mede dat de +Fortuijn een stuck weechs om d'Oost soude loopen om te sien off geen +tijdinge van Victoria conste vernemen; quam des avonts wederom, hadde +niet vernomen tot middachs. Hadden hoochte van 22 gra., 22 minuten; +des avonts cregen een harde regencaeck; de wint N.N.O., stijve coelte. + +29 ditto des morgens waren d'ander schepen een groot stuck after wt +soodat wij mr van hun allen waeren. + +30 ditto hadden hoochte van 17 gra. 50 minuten; gingen suijen aen om +de caep Bolinao int gesicht te loopen; die lach noch 18 mijlen van +ons. 't Was drooch maer windich weder; wij waren de scheepen wel een +marsseyl te cloeck behalven de Fortuijn die hart seylde. + +31 ditto hadden onse stierman des nachts hoochte van 16 gra., 10 +minuten, waermede de caep opt lijf mosten loopen, maer soo wij sulcx +metten dageraet niet vernamen bevonden dat ons de stroom om de West +hadde geset, waerom ons cours om de wal te naecken Oost aen setten. De +wint was te Oost; des middachs hadden hoochte van 10 gra., 40 minuten; +wij seijlden soo hooch om d'Oost als wij conden. + +Februari 1625, Saterdach. + +1mo ditto hadden de hoochte van 16 gra., 28 minuten; vernamen noch +geen landt, soo dat ons de stroom hart om de West hadde geleyt. + +2 ditto des morgens sagen wy de caep Bolinao S. O. ten S. van ons. 't +Is laechachtich vlack landt. Wij sagen oock 't hoogelandt van de baij +van Pangassivan, wierpent datelijck op de leij ende verwachten de +scheepen. Wij resolveerden alhier onder de caep tot morgen toe bij +te leggen oft wij eenige tijdinge vant jacht Victoria ende joncken +consten vernemen ende dat wij dan recht naer Witters eylandt souden +loopen. Des achternoens begon het hart te waijen; wij lietent leggen +drijven W. ende W. ten Noorden; des nachts woey het vliegende storm +wtten Noorden, ons halsport brack aen stucken waerdoor, eer wij die +conde stoppen, een hoope waters in cregen; die see liep overmaten +cort ende onverbolgen. + +3 ditto des morgens wast hantsamer weder; de scheepen waren bij +malcander behalven N. Hollant, die noch niet vernamen. Hadden hoochte +van 15 gra., 43 minuten; wy seylden met fock ende voormarsseyl S. O. in +de wal met stijve coelte, de wint Noorden. + +Des avonts sagen wij Witters eylandt voor wt ontrent 6 mijlen, ende +mits dat de son laech begonst te gaen ende 't jacht den Haen een +groot stuck after wt was, vondent niet geraden voorts te laten staen, +wierpent op de leij ende lieten leggen drijven. Tegens avont quamen +de scheepen Orange ende Haen bij ons, claechden veel in voorleden +nacht geleden te hebben; Orange meende sijn fockemast een crack +hadde; hij vreesde oock dattet met Noort Hollant niet wel en was; +den Haen claechde dat veel waeters in genomen hadde ende veel armoede +gepasseert. Wij hieldent aff ende aen; sagen des nachts vele vieren opt +landt, apparentelyck die van Manilla waerschouwende van ons compste. + +4 ditto smorgens wast stilletgens, de wint wtte lande. Orange schoot +een schoot ende quam aen boort, claechde dat sijn fockemast dwars +door midden was; wij gaven hem een groote marsseyl ree daer hij mede +wangde tot dat wij bequamelyck hem beter mochten helpen. Wij lietent +voorts in staen, maer vernamen noch N. Hollant noch Victoria niet; +wij conden oock Witters eylandt noch niet beseylen. + +5 ditto des morgens quam Noort Hollant wederom, Godt lof, by ons; +claechde mede dat in voorlede storm veel hadde wt gestaen. De wint +was uijtte wal; consten Witters eylandt niet becomen, waeromme wij +metten raet resolveerden ons best te doen om inde baij van Manilla +te geraecken, om ons van des vijants macht t'informeren. + +6 ditto des morgens was het stilletiens; wij dreven ende seylden den +heelen dach, maer conden des avonts Mariavelle niet beseylen. Wy sagen +dicht ondert landt een cleen vaertuijch, daer 't jacht Fortuijn naertoe +sonden, maer condent niet becomen; wy gisten het een chaloupe geweest +is, wt gesonden om ons te besichtigen. Des avonts quam de wint wtte +wal; wy settent in de mont vande bay op 32 vadem waesachtige gront +op het eylant Mariavelle; worden geweldich geviert. + +7 ditto. Deden ons best om op te laveren; de wint woey starck N.O. de +baeij wt; tegen avont quamen weder ten ancker, hadden geen mijl met +laveren gewonnen. Int setten quam Oranje de Fortuijn voor den bouch +ende brack 't jachts bouchspriet in drie stucken; den raet quam aen +boort ende resolveerde, alsoo wij ballast ende Fortuijn een bouchspriet +mosten hebben, dat Oranje syn best zoude doen om voor wt innewaert +aen te peuren om, soot doenlyck was, des vijants macht te ontdecken; +oock dat schipper Carel mede met Oranje soude opvaren. + +8 ditto smorgens ginck Orange seijl ende metten dach lichten wy +altsamen mede ons anckers, maer door de harde wint conste geen ofte +weijnich voordeel doen; dies quamen des avonts onder Mariavelle +wederom ten ancker op 26 vaedem; behalve Orange bleef aen de suijt +syde van de baey leggen om mette lant wint bequamelyck op te commen. + +9 ditto weder onder seyl gegaen; die wint woeij hart N. Oost die bay +wt; wij vorderde weijnich; oock mede cost den Haen niet langer voort, +liep voor de wint wederom naer Mariavelle, daer wy iegens avont mette +Fortuijn bij hem quamen ende settent op 18 vadem; wy vraechden den +Haen watter schort; wisten ons anders geen antwoort te geven als +dattet jachts ongebaniertheijt schult was; costen qualyck voorde +wint ofte by de wint; 't is voorwaer oock een sober schip, om op +dusdanighe tocht te gebruijcken; N. Hollant ende Orange waren een +groot stuck de bay opwaerts aen. + +10 ditto gingen weder onder seyl, maer jegens avont de scheepen +N. Hollandt ende Orange, wederom afcomende, liepen gelijckelyck +aen de N.W. syde van Mariavelle in een valleij ten ancker op 30 +vadem moddergront, behalve N. Hollant, diet by de wint hielt ende +liep van d'ander syde vant eijlant; dorst dees syde, dewijl daer +onbekent ende het doncker was, niet aendoen. Den oppercoopman ende +schipper van Orange mitsgaders onse schipper Carel Lievensen quamen +aen boort ende rapporteerden dat sij soo naer de stadt Manilla ende +fort Cavijte waeren geweest, dat sy met een gotelinge schoot het +fort conde beschieten ende de menschen perfectelijck bekenden, ende +dat onder ditto fort laegen 4 soo groot als gemene gallioenen, een +tamelyck schip, een jacht met een galleij, alle t'samen reddeloos, +behalven 't jacht ende galley, sulcx dat wy die in d'eerste maent +niet hadden te verwachten. + +11 ditto quam N. Hollandt mede by ons op de reede ende de vrunden +aldaer rapporteerden ons mede van des vijants macht in Manilla gelyck +die van Orange gedaen hadden. + +12 ditto resolveerden met 100 man ondert gebiet van Jan Pietersen Reus +met alle de schippers aen landt te vaeren om 't velt t' ontdekken; +oock mede om ballast, hout ende water voor de scheepen te besorgen. + +13, 14, 15 ende 16 ditto waren doende om hout tot masten ende +bouchsprieten, ballast ende water te halen, dat op dit genouch te +bekommen is. 't Was alle daegen lieffelyck schoon weder; wy meenden +Noort-hollandt ende den Haen aen d'ander syde vant eijlant te senden, +om den vyant, soo hij met cleyn vaertuijch daer verscheen, het landen +te beletten, maer alsoo 't gehouwen hout, bijsonder de mast voor +Orange, seer wormgeten, swack ende onbequaem naert hacken bevonden +worde, ende men vreesde aldaer ontrent geen beeter soo datelijck +souden connen vinden, soo worde goet gevonden, naer dat de oude mast +by Jan Pietersen Reus ende d' ander schippers was gevisenteert ende +geoordeelt worde dat die het noch soo wel een wijltijts soude houden, +jae een torn wtstaen, dat wij den 18 deser des morgens soude t' seyl +gaen naer Witters eylant ende soo naer de caep Bolinao em te cruijsen, +sulcx dat de voornoemde scheepen Noorthollant ende Haen aen d' ander +syde vant eylant niet syn gaen leggen. + +17 ditto 's Maendachs smorgens is onse boot vrouch naer lant gevaren +om de rest van haer water te haelen; de vaten vullende worden door den +vijant die aldaer in de ruychte lach, overvallen, schietende geweldich +met musquetten naer 't volck, die, hun water verlatende, naer de boot +vluchte, 't welck wy inde scheepen vernemende, terstont den vijant +met grof geschut daer van dreven, die onse boot doen verlatende, met +menichte naer N. Hollants tingal (die een stuck weechs int baytien lach +om hout te haelen) toe liepen ende schooten daer menichte van schooten +op tot dat eyntelyck ons geschut hun dede het vaertuych verlatende ende +namen de wijck aen d'ander syde vant landt. Onse boot quam aen boort; +wij misten 5 man, namentlyck vier matroosen ende een Japponder, ende +N. Hollant een met drij gequetsten; wy verlooren oock 7 musquetten +met haer bandelieren, die 't volck door verbaestheyt int vechten van +hun geworpen hadden; hadde den vijant wat meerder patientie gehadt +ende sich wat langer bedect gehouden, ongetwijffelt hy soude een groot +voordeel op ons hebben connen becomen, alsoo veel volck alreets vande +respective scheepen aen lant souden gaen om de rest yder een van syn +hout ende water te haelen ende apparent meestal ongewapent (alsoo men +nu vast oordeelde daer was geen swaricheyt aen landt te verwachten) +maer Godt de Heer heeft ons door dit ongeluck des volcx onachtsaemheyt +willen betoonen, wat gebooden ende vermanen men hun doet, datse wel op +haer geweer sullen passen ende hun niet bloot begeven ende hunluijder +leeren op een andermael sich beeter in ordre ende bij den andre te +houden, principaelijck daer perijckel te verwachten is. + +Noort Hollant ende de Haen sonden wij terstont om 't eylandt om te sien +of geen van des vijants vaertuijch consten vernemen, dat sy ons dat dan +met een schoot souden adverteeren, waer naer de boots aen lant voeren +vol volcx, al waer commende vonden 2 dooden sonder hoofden, die sy +de lichaemen begroeven, sulcx dat 4 van ons volck gevangen met hebben +gevoert, waer wt ten deele onse gelegentheyt sullen cunnen verstaen. + +Ons volck vonden oock alle hun lege watervaten noch heel, ende 't +gehact hout onbeschadicht op 't strant leggen, die sij gevult mettet +hout aen boort brachten; apparent isser vrees in hun geweest, daerom +oock alle haest gemaeckt hebben. + +Jegens avont quamen N. Hollandt ende den Haen wederom by ons ende +rapporteerde Jan Pietersen, dat hun docht 2 seyltiens buijten gesien te +hebben, maer van des vyants vaertuych hadden niets van cunnen ontdecken +ofte vernemen, waerom wij resolveerden des nachts seijl te gaen. + +18 ditto Dijnsdachs smorgens lichten wij onse anckers ende gingen t' +seyl. Metten dach sagen wy een seijltgen ondert lant van de Limbonis, +daer wij al t' samen naer toe liepen; 't woeij een stijve coelte +wtten O.N. Oosten; de Fortuijn, wel een vande harste beseijlste +wesende, dede het seyltien strycken ende sont het ons aen boort; +'t was een cleijn Chinees jonckien met 5 Chineesen, geladen met hout; +wilden naer Manilla. Wij lostent hout ende deeldent tot gerieff vande +vloot ende namen de Chineesen over, hacten het jonckien in de gront +alsoot nergens toe bequaem was. + +19 ontbreekt. + +20 ditto ontrent middach quamen onder Witters eylant ten ancker op +30 vadem vuijle gront. + +21, 22 ditto hebben Orange sijn fockemast, die op Mariavelle gehact +hadde, noch ingeset alsoo die beeter bevonden worde als d' oude +gebroocken, ende dewijl alhier geen ander te becomen is, hebben ons +met die moeten behelpen. + +23 ditto des avonts syn wy gelijckelyck van Witters eylandt t' +seyl gegaen naer de caep om d' aenstaende maent van Maert aldaer te +cruijsen; 't was dagelijcx schoon, lieffelijck ende heet weder. + +26 ditto hadden een moije coelte wtte lande, seijlden boven Witters +eylandt. Wy vernamen een seyl commende wtte wal; daer by commende was +tot ons groot vernougen 't jacht Victoria, dat alhier ende ontrent +de caep tot voor de bay van Manilla altoos alleen hadde geswormen; +de joncken, seiden hij, hadden op de cust van Formosa, in een gat +daer verneken saten, gevonden, ende alsoo die sonder te lossen niet wt +conden comen, was hy genootsaeckt die te verlaeten ende naerde vloot +te comen, hun belastende te volgen, ende soo ons volgende hadden ons +gemist ende tot nu als vooren hier ontrent aff ende aen gelaveert. + +27 ditto smorgens vernamen 2 seijlen; waren 2 van onse joncken, die met +ons gedestineert waren; hadden het mede altoos hier ontrent gehouden; +hun oversten Equan quam aen boort ende rapporteerde had hij ses dagen +naert vertreck vant jacht Victoria eerst wt gecomen was met sijn drien, +maer dat de derde jonck, niet willende seijlen, by hun verlaten was; +vermoet die wederom naer Tayouan toegelopen is. 't Was lieffelyck +heet weder, redelycke coelte. + +28 ditto smorgens conden wy de joncken niet sien; ons oordeels salt +hun seer swaerlyck syn ons te voegen. Equan hielt mij gisteren al +vooren om des avonts onder de wal ten ancker te comen, soo dat wijt +oordeelen onnosele seeluijden te syn. + +Primo Maert, Saterdach des morgens, waren wy weder dicht onder 't +landt; wij sagen beyde de joncken, die wij meenden dat op ons aff +souden gecomen hebben, maer wij bevonden dat sy liever de wal hielden +dan met ons verre in see te loopen; wy sonden 't jacht Fortuijn des +afternoens naer hun toe om die onder de vloot te doen comen, maer sy +bleven onder de wal. + +2 ditto woey het hart wtten Noorden. Des avonts quamen heel dicht onder +'t landt ontrent de caep, dat een schoone lantdouwe schijnt te weesen; +de Fortuijn met eene jonck quam bij ons, maer soodrae als wij het +wederom wenden van de wal t'seewaert, liep de jonck datelijck wederom +bij syn macker onder 't landt ten ancker. 't Was heel stil weder, +dan de see schoot hart. + +3 ditto waren wederom ontrent de wal; wij misten Noort Hollandt, die +des afternoens weder by ons quam. Wij sonden 't jacht Fortuijn wederom +by de joncken met wat amonitie, als cruijt, musquets, coegels ende +lonten, ende lietent hun metten ondercoopman Abraham le Poivre weten, +dat sy hun onder onse vlagge souden commen begeven; soo niet, indien +hun eenich ongeluck overquam dat wy daer van ontschuldicht wilden sijn. + +Des afternoens quam Le Poivre wederom aen boort ende seijde dat +de bootschap aen Equan gedaen hadde, daervan ick oock do Le Poivre +schriftelycke verclaringe liet teyckenen; een weijnich tijts daer +nae quam den Chinees Equan selffs aen ons boort, die ick aendiende +volgens de voorige last van Le Poivre, sy mosten hun nevens onse +schepen in see begeven ende niet onder de wal houden; soo verre +de Spangaerden quamen te vernemen dat sij haer daer onthielden, sy +souden groot perijckel loopen van genomen te worden; dat sy daerom +gewaerschout souden sijn: wij moesten ofte costen alle avont met +onse swaere scheepen soo naer de wal niet commen; ende ick wees hun +hoe wij seijlen mosten omde joncken wt China te ontmoeten, daer op my +antwoorde 't selve te sullen soo naer comen ende doen (hoe wel groote +geneegentheyt toonde om onder de wal te houden, menichmael repeterende +"haz mûcho grande mar" [163]) oock dat dat, namentlijck 't opsoucken +vande joncken, seer goet was; maer soodrae den quidam wederom in syn +jonck was ende dattet ontrent avont worde, liep terstont naer d'ander +jonck toe, ende liepen t'samen onder de wal; wij hielen t'see. + +4 ditto woey het hart wtten Noorden; lietent leggen dryven om d'ander +scheepen in te wachten. + +5 ditto wast stille; wij conden alt samen boven de caep Bolinao +niet commen. + +6 ditto dreven wij boven de caep Bolinao voornompt open gaets vande +baij van Pangassivan, een kenningh vant landt. + +7 ditto quam den breden raet aen boort ende resolveerde de cust totte +Doz Irmanos toe te cruijcen; iterim dat Jan Pietersen mette Fortuijn +ende tingal dicht langs de wal soude loopen ende vernemen oft ergens +geen bequame reede ende waeterplaetsen waeren, om ons ende andre onse +hier naer commende scheepen, des noot synde, daervan te mogen dienen; +'t was heel stille ende heet weeder. + +Op dato storff d'eerste man van siecte in de vloot opt jacht den Haen. + +8, 9 en 10 ditto hadde ons de stroom weer om de Noort geset; wij conden +van stilte totte boucht van Pangassivan niet comen, dreven mette seylen +gestadich op de mast; ontrent middach cregen een labbercoeltien wtten +N.Westen, soo dat wy iegens avont wtte bocht geraeckten. Mette son +was de caep Z. ten W. van ons; wij seylden Z.W. ende Z.W. ten Westen. + +12 ditto waeren wy ontrent de caep; Jan Pietersen Reus hadde mettet +jacht Fortuijn alhier een bequame waterplaets, leggende in een baij, +gevonden, maer geene ofte seer onbequame anckergront voorde grooste +scheepen; wij sonden alle de boots met 42 musquettiers aen lant om +water te haelen; wij ordonneerden 't jacht Victoria soo dicht onder de +wal te loopen als de boots bequamelijck soude connen beschermen, ende +Jan Pietersen vooruit voer mettet jacht Fortuijn noch wat om de Suijt, +om te vernemen oft geen bequame reede voorde scheepen conste vinden. + +13 ditto was ick aende waterplaets aen lant; wederom aen boort comende +vont Jan Pietersen aldaer, die mij seyde een seer schoone baeij ontrent +1 1/2 mijl van dese baij gevonden te hebben, om voor groote scheepen +te anckeren; daerop den raet ontboden ende resolveerden mette vloot +daer naer toe te loopen; jegens avont daer comende settent after eene +gebrooken, dorren, clippigen houck, een cleen gotelingh schoot vant +lant op 9 ende 12 vadem schoone gront. + +14 ditto voer Jan Pietersen met alle de schippers met 100 man aen landt +om 't selve te ontdecken, maer vonden geen vars water, maer wel een +staende poel brack water, die wy bevonden (hoewel vant geberchte aff +compt) doort overloopen vande see int suijer mousson brack te wesen; +wij resolveerden, alsoo enige vande vloot water van doen hadden, +'t strant door te graven om het staende water in see te loopen ende +ons dan daer van te dienen soo wij best soude connen. + +15 ditto quam Jan Pietersen wederom aen boort ende verhaelde mij, +dat een seer bequaem afflopende vars water hadde gevonden, waerom +gesamentlijck met alle de boots aen lant voeren met een pertij +musquettiers om water te haelen; aen lant comende vonden van enige +inwoonders resistentie, schietende vijff ofte ses seitsen ofte pylen +naer ons; doch quetsten Godt loff niemant, maer door onse musquettiers +vluchten int geberchte, soodat wij innewaerts van strant aff trocken; +vonden daer een tamelijck pleyn, beplant met bannanus bomen, suijcker +riet met yets anders, daer dese inwoonders hunne residentie hielden, +maer apparent soo wy met de vloot hier quamen de vlucht hebben genomen; +wij verbooden wel strengelyck dat niemant niettegenstaende d'inwoonders +onse vyantschap getoont hadden, per avontuer niet wetende wat natie, +oft Spangaerden oft andre, wij waren, alsoo wy vermoeden dat noijt +van onse scheepen hier geweest sijn, enige vrucht bomen ofte aert +vruchten souden beschadighen, om te sien oft sy ons by dien middel +hier nademaels vreedtsamer ons water souden toestaen te haelen. + +Aen landt synde meetten andre om 't volck in ordre te houden, quamen +2 seijltiens vande Suijt op comende laveren, waerom terstont Jan +Pietersen Reus mette schipper vande Fortuijn aen boort sonden om mette +vrunden advys 't jacht voornt daernaer toe te senden; maer aen boort +comende vernamen dattet onse 2 joncken waeren, comende op laveren, +om welcke oorsaecke, als mede om dattet stil was, niemant daer naer +toe sonden; maer jegens avont liepen die wederom naer de wal sonder +bij ons te comen; wij gissen dat sij ons niet gesien hebben ende +'t was te stille om by hun te comen. + +'t Water, dat wij hier vonden, spruijt een half musquet schoot vant +strant wtter aerde wt drie aderen, ende maekt soo een loopent beeckien +tot in see, wel soo starck als inde Tafel baij; 't water is ook soo +schoon ende lieffelijck ende in sulcken overvloet, dat ment nauwelyck +soude verwenschen, alleenlijck dattet met laech water wat moeijlijck +over enige effe clippen in de boots te brengen is. + +Deze baij worde bijden raet op d' approbatie vande Heer Generael +den naem gegeven van Muijsers bay; leyt op de hoogte van 16 gra., +15 minuten Noorder breete. + +De Weste baij ofte waterplaets, 1 1/2 mijl bijnoorden, worde genaempt +op gelijcke approbatie Reusen bay; sijn beyde dese bayen seer kenbaer, +want vande caep Bolinao aff tot Reusen baij is 't lant effen oft het +geschaeft waere, maer aldaer valt het met een inwijck ofte bay in; +wederom van daer 1 1/2 myl suijdelijck tot Muysers bay ist wederom +effe; dan ontvalt hem 't lant in Muysers baij in 2 ofte driederley +heuvelen ende int midden van de bay siet men een ruijge hoeck van +boomen; tusschen dien hoeck ende de voorverhaelde dorre clippen +aende noortseyde, dicht onder 't lant, is de reede alles gelyck by +der stuerluyden journaelen perfecter is geextendeert ende beschreven. + +16 ditto waeren noch doende met water te haelen; de scheepen +ondertussen d'een wat crengende, d'ander wat drijvende; Orange sette +een nieuwe bouckspriet in, alsoo sijn oude onbequaem ende geheel +vergaen was. Worde goetgevonden op morgen aen lant te gaen om de +scheepen, principaelijck die naer Maccao sullen gedestineert worden, +van brant ende ander hout te versien, ende alsdan gelijckerhant op +18 deser wederom in see sullen loopen. + +17 ditto waeren met alle de boots aen lant ende hacten een deel brant +ende timmerhout voorde vloot. + +18 ditto waeren ons volck doende om 't hout aen boort te brengen; +ontrent de middach openbaerde hun wederom 8 à 10 swarten, schietende +verscheyden pijlen doch quetsten Godt loff niemant, want vluchten +terstont boswaerts in alsoo d'onse naer hun schooten; ende quamen +ons volck altsamen met hun hout aen boort. + +Wij resolveerden metten raet naerdemael wy onse Chinese joncken niet +en vernamen, de jachten Fortuijn ende Victoria langs de wal tot de +Doz Irmanos toe te senden om de selve joncken op te soecken ende +onder de vloot te brengen. + +Des nachts wast stille tot int dachquartier, wanneer veel blixem ende +een harde regen viel, die ons gans ongewent was, alsoo wij sedert 28 +Januarij (dat wt Taijouan seylden) noyt regen vernomen hadden. + +19 ditto, Woensdachs, des morgens metten dach, de wint wtte wal sijnde, +lichten ons anckers ende gingen wtte baij seijl, buijten comende woey +ende regenden het hart met donder ende blixem, soodat wijt lieten +drijven; de jachten liepen langes de cust om de joncken op te soecken, +die wij sedert den 3 deser (alleenlijck op 15 ditto dat wy die gisten +te sien, hoewel niet by ons quamen) niet vernomen hebben, sulcx dat +dees joncken meer moeyte ende sorge causeren, als ick vreese dat +sij de compa dienst sullen doen, want in alle manieren toonen geen +genegentheyt om bij ons te sijn, oock syn se onbequaem om t'see te +loopen; ende 't is ons niet geraden gestadich ontrent de wal op hun te +passen, waerom wij oock resolveerden hun noch dees reijs op te soucken +ende, die niet vindende, onse cruijsinge tot opsoeckinghe vande vloot +ende andre joncken comende van China naer Manilla te vorderen. + +Des middachs sagen een seyltien recht voor wt S. ten W. van ons, daer +wij altsamen met alle de seijlen naer toe liepen met tamelycke coelte +wtte Noorden, maer alsoo een groot stuck voor wt was ende ons te cloeck +int seijlen, is ons iegens avont ontduijstert. Ick oordeelde het een +Chinees wangcan te sijn, ofte comende van China ofte wt Manillas, +om ons te verspien. + +Wij staecken bij ende setten een vuijr op om Orange ende den Haen, +die een groot stuck weechs after wt waeren in te wachten. + +20 ditto smorgens waeren Orange en de Haen ons wt gesicht; presumeren +dat sij ons vuijr niet hebben gesien ende derhalven hebben laeten +voorstaen; de Dos Irmanos waeren N. ten O. 3 mylen van ons; wy +cregen een lant wintien ende deden ons best om wederom om de Noort te +commen; de schippers vande Fortuijn ende Victoria quamen aen boort +ende rapporteerden ons, dat sij op gisteren, alsoo dicht onder de +wal loopende als hun mogelijck was, geen joncken vernomen hadden; +affcomende hadden seijlten voor wt gesien, daer de Fortuijn terstont +naer toeliep, maer doort vallen vanden avont verloor hem wt gesicht, +soo dat genootsaeckt was wederom onder de vloot te commen. + +Des middachs vernamen Orange ende den Haen omden Suijt van ons; wy +wierpent op den leij ende wachten hun in; des avonts quamen Godtloff +wederom by ons; de wint was Zuijen. + +21 ditto des morgens waeren byde Doz Irmanos ende dreven in stilte; +des avonts cregen 2 a 3 regencaecken, met wint vermengt, maer hielen +cort op; des nachts dreven in stilte om de Noort. + +22 ende 23 ditto cruijsten wy ontrent de caep Bolinao; 't was stil +heet weder, de see schoot seer hart als of het hier corts hart +gewaeyt hadde. + +24 ditto des morgens quam den raet aen boort ende resolveerde, +niettegenstaende wy ons devoir genouch gedaen hadden int op soecken +van onse Chineese joncken ende daerom hun ons niet eens meer behoefden +te moeijen, dat Jan Pietersz Reus mettet jacht Fortuijn ende een +tingal, noch eenmael ten overvloet totte Dos Irmanos toe langs de +wal sou loopen om gemelte joncken op te soecken ende met eenen oock +de gelegentheyt vande cust aldaer ontrent te ontdecken. + +25 ditto worden eenige delinquanten gestraft volgens de sententien; +wij dreven in stilte tussen de Caep ende Reusenbaij. + +26 ditto hadden een redelijck coeltien wtten noorden; Jan Pietersen +mettet jacht Fortuijn ende sijn tingal liepen voor wt langs de wal, +om de joncken op te soecken; des avonts sagen wij de 2 broers recht +voor wt, namen onse seijlen in ende lietent leggen dryven. + +27 ditto des morgens quam Jan Pietersen wederom aen boort ende +hadde mette tingal in een schoone groote bocht ofte ban geweest, +daer de broers voor leggen, sagen een huijs ofte diergelycke oposte +ontrent het strant staen, sulcx dat apparent daer goede gelegentheyt +van anckeren ende water te haelen soude wesen, maer van de joncken +hadden sij niets vernomen, waerom wij wederom N. W. ende W. N. W. aen +see liepen om aende Caep te comen. + +28 ende 29 ditto laveerden wij aff ende aen 5, 6 a 8 mijlen vande wal; +de wint was N. ende N. N. O. met styve coelte; de see ginck seer hol, +oorsaecke de stroom hart om de noort gaet; 't was datelyck lieffelyck +heet weder, maer wij vernamen geen joncken noch ander vaertuijch. + +30 ditto, Paesdach, des morgens waeren voor Muijsersbaij ontrent 3 +mijlen vant landt; 't was lieffelijck weder, dan de zee schoot hol; +den breeden raet quam aen boort ende resolveerde, alsoo wij genouchsaem +ons best hadden gedaen om onse joncken op te soucken, sonder die te +vernemen, dat wy hier ontrent de Caep de aenstaende maent van April +(ten ware voorval van saecken anders vereijschte) aff ende aen souden +cruijsen sonder onse voornoemde joncken, ten waere sij bij ons quamen, +meer te bemoeijen ofte aen te trecken. + +De twee baijen, op 26 deser by Jan Pietersen Reus ontrent de Dos +Irmanos ontdeckt, worden byden raet genoempt de grootste ende +oostelyckste, 't Wapen van Selantsbaij, ende de cleijnste ofte +westelyckste, Fortuijnsbaij, leggende t'samen op de hoochte van 16 +gra., N. brete. + +31 ditto worden wy des morgens een seyl onder de wal gewaer; wij +velden onse seylen, schooten een schoot ende liepen naer hun toe, +hij, soo wij oordeelden, quam oock op ons aff, waerom terstont de +vlagge boven aff lieten waeijen, menende het was een advijs jacht +vande vloot van d'Heer Admirael L'Hermite, maer een weijnich daer naer +sette hy syn halsen op ende ginck voor de wint van ons wech, als oft +wy stil hadden gelegen; de Fortuyn was juijst oock sulcke stuck in +de wint van ons aff, als wij hem veel conden sien; wij vervolgden hem +den heelen dach; somtijts liet hij sijn marsseyls loopen ende scheen +ons in te wachten, maer als wy (jae selfs de Fortuijn die hem op den +dach by de wercken quam) hem sterck schenen in te volgen, hijsten hy +wederom syn marsseyls ende ontliep ons altsamen als vooren, sulcx dat +wy altsamen niet anders consten oordeelen ofte het was een Spaens +jacht, van die van Manilla express om ons t' ontdecken wtgesonden; +'t sy dan om ons vloote verder omde Zuijt ontrent hunne scheepen +(soo eenige in zee hebben) te leyden, ofte om 't een oft 't ander +jacht van ons affhandich soecken te maecken; 't sy dan hoet sij, wij +hebben hem jegens avont, omdat wy jegens ons resolutie niet dorsten +verder om de zuijt loopen, als mede om dat het een donckere maen +was, ende ons ander scheepen verre after wt waeren, moeten verlaten, +ende wierpent op de leij ende verwachten d'ander scheepen, Orange, +Haen ende Victoria. + +April, 1625. + +Pro ditto Dijnsdachs, des morgens, lagen wy in stilte; smiddachs cregen +een coeltgen wtte noordelijckerhant, leydent doch weder naer de wal. + +2 ditto was het stilletiens; smiddachs hadden hoochte van 16 gra. 30 +min., cabo Fraile Oost van ons ontrent 6 mijlen; des avonts wendent +van de wal. + +3 ditto waren door stroom om de noort gedreven; des middachs liepen +met een coelte ontrent Reusenbaij 4 mijlen buijten de wal; lietent +des avonts dryven omde West. + +4, 5, 6 ende 7 do wast mooij lieffelijck weder; hieldent aff ende +aen ontrent de Caep ende Muijserbaij 6, 5 ende 4 mylen buyten de wall. + +8 ditto waren wederom omde noort gedreven (alsoo wy bevonden de stroom +alhier gestadelijck soo loopt); wy liepen om de suijt ontrent 4 mylen +van de wall. + +9 ditto hadden moije coelte, laveerden om de noort; des avonts was +Reusenbaij Oost van ons ontrent 3 mylen; lietent doch drijven mettet +hooft om de West. + +10, 11 ende 12 ditto waren wy tusschen de Caep ende Muijsersbaij 5, +4 ende 3 mijlen buijten de wal; des nachts setten ons de stroom om de +noort; wy vernamen als noch geen joncken, noch eenich ander vaertuijch. + +13 ditto, Sondach, smorgens metten dach sagen wy 7 seylen te +landewaerts van ons; wij oordeelden terstont dattet de Spaense +vloot wt Manilla most weesen, want soodrae sy ons gewaer worden, +quamen op ons aff; den raet quam aen boort ende wij resolveerden ons +best te doen om hun soo verre t'zee te leyden als doenlijck soude +syn, om haer de couragie te benemen, alsoo altoos cleen vaertuijch +bij hun hebben dat op haer past, om haer in tyt van noode mede te +salveeren; sy deden den heelen dach hun best om ons in te loopen, +dan conden ons dien dach niet beseijlen; nochtans waren wij metten +Haen seer belemmert overmits niet voorts en conste ende wy hem niet +achter mosten laeten; eijntlijck waren genootsaeckt een deel rys, +syn boot, jae eenighe anckers vande bouch overboort te werpen, om +'t jacht by de seijlen te crijgen; efter mosten de Fortuijn hem +noch voor onse scheepen over roeijen, soo qualijck was dat jacht +beseylt. Dese armade bestont in 4 groote ende gemene gallioenen, een +tamelijck schip, een jacht met een galleij van ontrent 20 bancken, +doch onder wat overicheyts beleyt, hebben als noch niet verstaen. + +14 ditto, des morgens vrouch waren sij altsamen after in ons vaerwater; +'t was stilletgens; den Spaenschen admirael liet hem van de galley +bouchsaerden om in onse vloot te comen, dewyl d'ander scheepen haer +best deden met seylen, die te mets van achteren aen quamen; derhalven +siende wij nu dattet met seylen hun niet verder ontleggen conden, +maer dat sy ons seeckerlyck opt lyff geresolveert waren te comen, +soo worden by den commandeur ende raet mannelijck geresolveert dat +wy onse schoverseijls in den bant souden nemen, de blinde reen onder +de bouchspriets haelen ende soo haer met couragie in te wachten; +oock wert geresolveert, alsoo het jacht Victoria voor wint qualijck +beseylt is ende de macht vande galley, soo die op hem aff quam, niet +soude connen wederstaen, dat sy dan in wtterste noot synde ende niet +connende ontcomen, 't jacht in den brant souden steken oft in den +gront hacken, ende dat alsdan met hun volck in een vande schepen +souden vluchten ende hun soo salveeren; tot dien eijnde worde hem +den tingal vant wapen van Hollandt bij gevoucht om 't volck in een +reys te mogen voeren. De sonne alsnu ontrent S. S. Oost synde, quam +den Spaensen admirael op de wint veringh van Noort Hollandt, die wy +meenden after do N. Hollandt om soude loopen om ons schip, 't Wapen, +te abordeeren (schietende ondertusschen 3 à 4 schooten naerden Haen, +die mette Fortuijn voor wt onse scheepen was), want alsoo wij op +Noorthollants backboort syde waeren, conden wy ons schut int eerste +niet wel gebruijcken, ende overmits de stilte conden wy de scheepen +niet after malcanderen crijgen, soo dat ondertusschen den admirael +vant voorsz. N. Hollant ende Orange soo met hun schut gegroet worde, +dat hijt abordeeren voor die tyt excuseerde ende braste sijn groot +marsseyl aen de wint om overstuijr te deijnsen. Den admirael ende +vice admirael, yder een even clouck, beyde gemonteert elcx met 44 +ende 46 stucken (apparent alle van metael), gaven oock geen coop, +maer deden hun devoir wel met schieten soo naer onse scheepen als +naer onse seylen ende ronthout; ondertusschen ons schip, 't Wapen, +een weijnich van d'ander scheepen voorts schietende, dat wij mede +ons schut naer wil mochten gebruijcken, schooten wij gelijckelijck +soo vreeselijck op den admirael, dat hij syn marsseyls moste neder +halen ende crengen; wij worden oock alle drie gelycx de water in +geschooten, behalven de schooten, die door de scheepen, masten ende +seylen quamen. Orange, die alsdoen een weynich after N. Hollant was, +creegh den vice admirael op sy, die ons ende Noorthollant van afteren +ende Orange op syde soo trefte, datter eenighe in N. Hollant doot +geschooten ende gequetst worde; maer hy worde mede met gelijcke munt +soo betaelt, dat hij sijn marsseyls moste laeten loopen ende gelijck +syn admirael overstuyr deijnsen; het derde schip, schout bij nacht +synde, oock een schip van groot gewelt met 2 laegen schut, dede oock +soo syn devoir met schieten, dat wy blyde waren dat hij mede syn +admirael ende vice-admirael nootsaeckelijck volgen most; als sij nu +alsoo ontrent twee glaesen een weynich after wt gelegen hadden, soo +hijsten sij gelijckelyck haer marsseylen, namen haer schooverseyls in +den bant ende pudsden haer blinden op, ende quamen soo alle gelijck +op ons aff, waerom wy oock vaste rekeningh maeckten; wij soudense aen +boort crijgen, maer soohaest sij op sij van onse scheepen quamen ende +op d'oude ofte voorgaende manier wederom treffelyck gegroet wordende, +soo liet den admirael terstont ende daer naer d'ander scheepen haer +marsseijls loopen om after te geraecken; des admiraels vlagge worde +in genomen ende wel byde 2 uijren lanck, om de stock geslaghen, vast +gehouden, waer wt wij niet anders consten nemen ofte haren admirael +most doot syn; aldus mette anderen wat afterwt geraeckende, lieten +syt te mets over stuer drijven, ende alsoo het iegens avont begonde +te gaen, begonsten allenskens van ons te veeren ende wij hielden ons +onder cours t'seewaert, sulcx datsij 's anderen daechs sulcken stuck +after wt waeren, dat wij Godt dancten, dat alsoo van hun ontslagen +waeren, alsoo wy een seer geringe macht, om jegens soo een armade te +slaen, by ons hadden, want vant jacht der Haen ende Fortuijn geen ofte +seer weijnich assistentie hadden, niet om dat sy hun devoir niet wel +en deden, maer om dat wijt jacht den Haen niet after onse scheepen +wilden hebben, van vreese sij souden hem alleen afteraff crygende +doot gefoolt hebben, daerom de Fortuijn hem met bouchsaerden voor de +scheepen moste houden sulcx, dat wy met onse 3 scheepen, namentlyck +'tWapen van Zeelandt, N. Hollant ende Orange 't spits van de heele +Spaense macht mosten affbyten. + +Daer syn wt onse scheepen ontrent 400 schooten met groff geschut +geschooten daer van datter den admirael ten minsten wel honddert +getreft hebben; d'ander hebben oock hun portie wel gecreghen, men +oordeelde eens wat dooden ende gequetsten datter geweest moeten sijn. + +Het schip Noorthollant heeft 3 dooden en de 7 gequetste, Orange een +doot (namentlyck syn constabel) met 5 gequetsten; wy hebben Godtloff +niemant doot noch gequetst. + +Als wij aen malcander geraecten, gisten wy te weesen ontrent 23 mylen +vande wal: onse stuerman hadde des middachs hoochte van 16 gra., +50 minuten de Caep Bolinao O.S.O. van ons. + +'t Jacht Victoria worden byden schipper Keyser int eerste, eer noch +een schoot geschooten was, seer slechtelyck tegens expresse ordre, +al eert in eenich peryckel was, verlaeten ende sonder iets te +bergen geruijmpt ende laeten dryven; 't schynt sulcken vreese ofte +verbaestheyt in hun luyden is geweest, dat sy nergens naer dan om hun +te bergen hebben gedacht; sy luyden seggen wel, dat sij menichte van +poppen ende cardoesen hadden geleyt om 't jacht aen brant t' steecken, +maer den constabel is nevens den schipper mede soo verbaest geweest, +dat hij bij naer niet weet te seggen waer hy de lont geleijt heeft, +den vijant roeyde daer mette galleij naer toe, schooten daer op, maer +dorsten 't niet aboordeeren; daer naer roeyden een vaertuijch daeraen +ende haelden de Prince vlagh, die after aff woey, daer aff, ende soo +veel wij consten bemerken lietent doen drijven ende dreeff soolang +wijt conden oogen sonder eenich teycken van branden te vernemen; +voorwaer een slecht stuck wercks. De saeck worde met advys van den +raet aen de Heer Sonck gederigeert. + +15 ditto des morgens was den vyant als vooren geseyt soo verre after +wt als wy hem sien conden, loopende naer de wal; wij dancten Godt dat +soo een treffelycke macht gedwongen was ons schandelijck (sonder meer +op ons te attenteren) te verlaten. + +Wij resolveerden, alsoo den vyant apparentelijck niet datelijck sall +verlaten, maer wel een tijt als noch aldaer ontrent mocht bij houden, +ende om hun volgens onse instructie soo veel te schouwen als mogelijck +is, dat wy sullen de Caep Bolinao int gesicht loopen ende cruijsen dees +heele maent van April tusschen de voorsz. Caep ende de 17 grad. Noorder +breete, 8 a 10 mylen vande wal int vaerwater vande joncken, op hoope +van eenige te becomen; des middachs hadden de hoochte van 16 grad., +42 minuten; waren alsnoch ontrent 24 mijlen vande wal. + +16 ende 17 ditto wast looff stille; hoochte 16 gra., 40 minuten; op +dato sturff een quartiermeester ende was d' eerste die geduerende den +tocht opt schip gestorven was; ons volck begon starck in te vallen, +meest vant water gequelt sijnde. + +18 ende 19 ditto wast noch al looff stille; hoochte 16 grad., 45 +minuten; de see was vol vis, daer wij in de vloot te mets een van +vingen; quam wel tepas. + +20, 21, 22, 23 ende 24 do. hadden continueelyck stilte, somtijts +een labber coeltie; schocten al nade wal toe op 17 ende 16 grad., +40 minuten Noorder breete. + +25 ditto des morgens sagen wijt hooge landt van Pangassivan ontrent +6 mylen van ons; de Caep Bolinao 5 mylen S.S.O.; wy leydent wederom +W.S.W. in see. + +26 ende 27 ditto hadden hoochte van 16 grad., 45 min.; waren ontrent +9 mijlen vande wal; des morgens hadden vrij wat regen. + +28 dito sagen noch 't hooge lant van Pangassivan 8 a 9 mijlen van ons; +hoochte van 16 gra., 45 min.; nog lietent leggen drijven. + +22 ende 30 ditto was het stille, worderheet weder; des avonts cregen +een coeltien wtten Noorden; namen onse seijlen in ende lietent leggen +dryven mettet hooft omde West. + +Maij, 1625. + +Adij. Pro. ditto Donderdach des morgens wast heel stille; des middachs +hoochte van 16 gra., 18 minuten, met groote hitte; des avonts was +de Caep Oost ontrent 5 mylen van ons; lietent doen wederom dryven; +des nachts hadden veel regens met donder ende blicxem; oock wint, +maer duerde niet lange. + +2 ditto smorgens sagen 't hooge landt van de Doz Irmanos O.S.O. van +ons; 't laege landt vande Caep Oost, omtrent 6 mijlen. 't Was claer +gesicht. Den raet quam aen boort, ende worde geresolveert, alsoo +wij noch niet seecker wisten dat den vijant de cust verlaten hadde, +ende nochtans des lants vloot wel diende op gesocht, dat wy volgens +onse instructie ons voor des vijants macht wel soude wachten, ende +als noch tot 12o deser maent Oost ende West 6, 8 à 10 mijlen van de +Caep t' see sullen cruijcen om op de joncken te passen; smiddachs +hoochte van 16 grad., 12 minuten; tegens avont liepen in zee. + +3 ditto des morgens was de Caep Oost wel 300 noordelijck van ons +ontrent 6 mijlen; wij liepen met reddelijcke coelte met 't voormarsseyl +t' zee; smiddachs hadden de hoochte van 16 gra., 23 minuten; dreven +des nachts 8 9 mijlen vande wal. + +4 ontbreekt. + +5 ditto, hoochte van 16 grad., 28 minuten; de caep O. ten N. ontrent +8 mijlen; 't was stille ende wonder heet weder; vernamen geen joncken. + +6 ditto, hoochte van 16 grad., 34 minuten; de caep Oost van ons; +waren ontrent 10 mylen vande wal; den heelen dach stille; dreven +mettet hooft om de West. + +7 ende 8 ditto als vooren in stilte gedreven; de caep op de hoochte +van 16 gra., 40 min. O. ten Z., ontrent 10 mylen van ons; was heet +weder, wy vingen dagelycx vry wat visch. + +9 ditto des morgens begon 't hooge landt van Pangassivan; waren een +stuck om de Noort gedreven; op den dach cregen een regencaeck ofte +twee; smiddachs hoochte van 16 gra., 10 minuten; des avonts deden +ons best om wederom om de Suijt te comen. + +10 ditto waren wederom voorleden nacht mette stroom een groot stuck +om de N. gedreven; wy hadden de hoochte van 17 grad., 2 minuten; +naer de middach deden ons best mettet zeeluchie om wederom aen de +caep te comen. + +11 ditto waeren alsnoch om de Noort gedreven, sulcx dat ick vrese, +soo de Noordewint ons begeert gelijck hij schynt te willen doen, +dat wij beswaerlijck wederom aen de caep sullen connen comen; wy +hadden hoochte van 17 grad., 10 min.; des avonts coeldent redelijck; +deden gelyck ons best met seylen om aende caep te comen, maer bevonden +geweldige harde stroom ons tegen te loopen. + +12 ditto des smorgens, sagen 't landt van de caep S. O. ten O., +ontrent 5 mylen van ons; des afternoens cregen een deftige coelte +wtte Noorden, waer mede wy de caep aen boort seijlden; des avonts +was die Oost van ons; wij lietent doen leggen drijven. + +13 ditto smorgens waren ondert landt van de caep, ontrent Reusenbaij, +3 mijlen vant lant; den raet quam boort ende worde geresolveert, datmen +een vliegende tocht tot ontrent de Doz Irmanos ofte wat verder om de +Suijt soude doen om te sien oft eenige tydinghe van onse vloote souden +mogen becomen; des afternoens vernamene en seyl tusschen Muijser- +ende Reusen baij langs de wal, daer wij het samen naar toe hielden, +maer condent niet becomen; soo als wijt naerderden, conden anders niet +bemerken ofte was een Spaens fregat, want 't hadde een wit vierkant +seijl op ende was seer laech ende cleen, waerom wij, vresende de +Spaence vloot mocht noch wel hierontrent sijn, omdat gemenelijck als +onse scheepen hier op de cust syn, soodanighe vaertuijgen hun ontrent +de wal onthouden om onse gelegentheyt t'ontdecken ende den vyant daer +van te verwittigen. + +Doch mede, dat geen ofte seer weijnich hoope ofte apparentie van des +lants vloote te verschynen voor oogen sagen, want wij soo naer de +wal waren, dat indien eenige scheepen, alwaert totte Dos Irmanos toe +geweest, in see haer hadden onthouden, wy deselve soude hebben connen +ontdecken, derhalve om reden voornt ende dese vloot niet verder te +peryculiteren, worden geresolveert 't vorder om de Suijt te loopen +voor dees tyt t'excuseeren, ende dat wy terstont wederom West in see +souden loopen cruijsende Oost ende West, 4, 5 a 6 mijlen vande caep, +wederom te see; in den avontstont schoot den Haen een schoot; wij niet +wetende wat sulcx beduijde, voer onse schipper daer aen boort, seyden +hem dat sy int ondergaen vande sonne 2 seijlen hadden gesien, daer wij +mede aen getwijffelt hadden, maer eijntlyck bevonden wolcken te wesen; +niettemin gaven ordre aende scheepen om haer wat te verspreyen ende +West aen te loopen, op hoope van yets te becommen, maer des morgens +vernamen niet met allen; de scheepen hadden wel gespreyt gelegen, +sulcx haddent seylen geweest, conden ons niet geëschapeert hebben. + +14 ditto smorgens waren Oost ende W., 4 mylen vande caep. De scheepen +waren wel een groote myl van den anderen verspreyt, maer vernamen als +geseyt alsnoch geen schijn van seylen, quamen op den dach wederom +by den anderen; smiddachs hadden hoochte van 16 grad., 36 minuten; +de mousson begon sich temets te openbaeren. + +15 ditto waren tusschen Reusenbay ende de caep, 4 mylen van de wal; +wy conden een groot eynde weechs sien, maer vernamen geen seylen; +wy liepen t'see om de West. + +16 ditto vernamen een seyl N.W. van ons; wy liepen daer naer toe, +maer alsoot stilletiens was ende jegens avont ginck, sonden daer de +Fortuyn met 3 boots ende een tingal naer toe, maer des avonts conden +noch niets daer van vernemen. + +17 ditto waren wy voor Muijser baij, 4 mylen vande wal; naer middach +brocht onse boot het seyl, dat daechs te vooren gesien hadden, aen +boort; was een jonck, commende wtte revier van Chincheo, gedestineert +naer Manilla. + +18 ende 19 ditto Pynsten, waren doende om de jonck te lossen; wy +verdeelden de Chineesen, die over de 200 sterck waren, op de scheepen +tot naerder ordre. + +20 ditto worden de jonck los, daer wij in alles te dienste van de +Coma., behalven de Chineesen, eenige weijnich ysere pannen ende wat +groff porceleyn, de waerdije van hondert realen van 8en niet hebben in +gevonden; des avonts staeken de jonck aen brant ende lieten die dryven. + +Die Raet resolveerden, dat men de veroverde Chineesen op alderspoedigst +naer Batavia soude senden; tot dien eynde worde 't schip N. Hollandt +geordonneert op 22 ditto mette voornomde Chineesen te vertrekken +naer die cust van China langs de wal naer de bayen van Pandorang, +Commorijn ofte Cuncheo ende aldaer tot int begin vant Noorder mousson +soo om naer Batavia te vaeren als d' nader avysen van de Ed. Heer +Genel. te becommen te verwachten. + +Mede resolveerden den Raet dattet jacht den Haen op 25 deser met +advysen naer Tayouwan aende E. Heer Gouvr. sal vertrecken ende dat +wy dan voorts mette scheepen 't Wapen van Seelandt, Orange ende 't +jacht de Fortuyn naer de cust van China onder de eylanden van Maccau +sullen loopen ende aldaer ons water ingenomen hebbende, wederom naer +de Piscadores ofte Tayouan sullen oversteken, om naerder ordre van +de Heer Gouvr. te verwachten. + +21 ditto wast lieffelijck weder; wij deden ons best om N. Hollant +aff te vaerdigen. + +22 ditto is 't schip N. Hollandt van de cust van Luconia t' seyl +gegaen met 219 Chineesen; de Heere Godt wil hun in salvo geleyden; +daer op is gegaen voor oppercoopman Harman de Coninck ende voor +schipper Gerrit Andriessen [164]. + + + + + + +STELLINGEN. + + +I. + +Niet Malakka (vgl. prof. R. Fruin, Tien jaren), maar Macao moet de +uiterste factorij der Portugeezen genoemd worden. + +II. + +Blumentritt (Holländische Angriffe) gelooft te onrechte, dat er in +1616 een verbond bestaan heeft tusschen de Hollanders en Mindanaers. + +III. + +Indien de politiek van J. P. Coen tegenover de Chineezen nog eenigen +tijd was voortgezet, had dit waarschijnlijk het geheele verloop van +den handel van Manila ten gevolge gehad. + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Een korte beschrijving van dit document. + +[2] Vgl. Dr. H. C. Rogge, "De eerste Nederlandsche +Handelsonderneming op Oost-Indië en Corn. de Houtman" in Tijdschrift +v. h. Kon. Ned. Aardrijksk. Genootschap, 2e Ser., dl. XII, blz. 399 vv. + +[3] Jan Huyghen van Linschoten, Itinerarium ofte voyage ende schipvaert +naer Oost ofte Portugaels Indien, Amsterdam, 1595-1596. + +[4] Prof. Fruin noemt in zijn Tien jaren uit den tachtigjarigen +oorlog, 's-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka de uiterste factory, +die de Portugeezen bezaten en zegt, "dat zij wel handel dreven op de +Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet hadden gevestigd". Ik +vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516 was reeds een jonk der +Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid tot eene voorloopige +vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar later weer moest +opgeheven worden, maar toch gelukte het den Portugeezen na vele +inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te krijgen van het +Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den mond van de +rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie Danvers, The +Portuguese in India, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f. + +Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de Portugeezen +gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht hun +sterkte Gamoe-Lamme opTernate over te geven, waarna zij naar Tidore +overstaken en zich aldaar vestigden in een sterkte Maboppo. Ook op +Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie De Jonge, De opkomst van +het Nederl. gezag in Oost-Indië, dl. II, blz. 176, 179, 181. Danvers, +a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11 f., 63 f. + +Verder blijkt het duidelijk uit een brief van Wijbrandt van Warwyck, +20 Jan. 1600, afgedrukt bij De Jonge, a. w., dl. II, blz. 377. "Op +Tydore hebben deze Portugeesen een kasteel, van gelijcken de suytzijden +van Ambona". + +[5] F. Blumentritt, "Versuch einer Ethnographie der Philippinen" +in Petermann's Mittheilungen, Ergänzungsband XV, 1882, S. 59, f. + +[6] P. A. Tiele, "De Europeërs in den Maleischen archipel" in de +Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 4e Reeks, dl. V, +blz. 189. Voor den handel van Manila in het midden der 17e eeuw zie +men Thevenot, Relation de divers voyages curieux, Paris, 1664. + +[7] "Om den alleenhandel van Batavia te bekomen", schreef Coen +aan bewindhebbers 20 Juni 1628, "moeten wij niet alleen den handel +op Manila, Macao, Cochinchina en gansch Indië beletten, maar hem +daarenboven langs de geheele kust van China zoozeer kwellen en +incommodeeren als doenlijk is". Medegedeeld door Tiele, Bijdragen 1887, +5e R., dl. II, blz. 295. Uit de missieven van Goeverneur-Generaal en +Raden aan bewindhebbers van 20 Juni 1623 (Rijks-Archief) sprak dezelfde +geest. Kenschetsend zijn bijvoorbeeld hierin de volgende woorden: +"Met vriendschap is niet alleen geen handel te vercrygen (met de +Chineezen), maar 't is onmogelijk gehoor te bekomen ende alsoo 20 +jaer tervergeeffs vrientelijck daer naer getracht hebben, dunckt ons +om verscheiden redenen meer dan tijd te wezen, dat geen meer tijdt +verliesen, maer ondersoecken, wat met herdicheit verwachten connen. De +Chinesche schepen [sullen] de handel op Manilla om 't verlies van +goederen niet naarlaten, maar soo haer van daer willen houden, dat al +'t volck 't welck becomen, gevangen gehouden off doden moeten". + +[8] Oud-Nieuw Oost-Indiën, Amsterdam, 1726. + +[9] Mr. L. C. D. van Dijk, "Neerland's vroegste betrekkingen met +Borneo, den Solo-archipel, Cambodja, Siam en Cochin-China, Amsterdam, +1862. + +[10] F. Blumentritt, Holländische Angriffe auf die +Philippinen. Separat-abdruck aus dem Jahresberichte der +Communal-ober-realschule in Leitmeritz. + +[11] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 5. + +[12] Blumentritt, Holl. Angriffe, meende dat dit twee Hollandsche +matrozen waren. + +[13] Dr. Antonio de Morga, Sucesos de las Islas Philipinas, Mexico, +1609. Slechts enkele bibliotheken bezitten dit werk, o. a. het +Britsch museum. Don Joze Rizal Mercado heeft het voltooid en te Parijs +uitgegeven; dezelfde, aan wien eenige jaren later (30 Dec. 1896) te +Manila de doodstraf is voltrokken. Het werk is vertaald door Stanley +onder den titel: "The Philippine islands etc.", Londen 1868. + +[14] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6. + +[15] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 160. + +[16] In dezen scheepsstrijd had Van Noort 5 dooden en 26 gekwetsten +bekomen en waren slechts 17 Hollanders ongedeerd gebleven. + +[17] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, spreekt slechts van 50 omgekomen +Spanjaarden, maar Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6, noot 6, wraakt +dit getal. + +[18] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 7, en Tiele, Bijdr., 4e R., +dl. VI, blz. 161. + +De Jonge, a. w., blz. 223, noot, meende, dat het schip aan Alcega +ontzeild en in ontredderden toestand voor Ternate was aangekomen. Dit +was echter de Hendrik Frederik, die bij het uitvaren van de straat +van Magelhaens van Van Noort was afgedwaald. Zie Tiele, Bijdr., 4e R., +dl. VI, blz. 163. + +[19] Oppergerechtshof der Philippijnen, tijdens de regeering +van Philips II tevens belast met het opperste beleid in +regeeringszaken. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. V, blz. 181. + +[20] De meening van Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, blz. 203, als zou +tot het opbreken van het beleg ook meegewerkt hebben het bericht, +dat zich Hollandsche schepen voor Banda bevonden, is onjuist, daar +de schepen van Wolfert Harmensz den 24en Juni 1602 Banda reeds hebben +verlaten. Zie den brief zonder handteekening, te vinden bij De Jonge, +a. w., dl. VI, bl. 534, v. + +T. C. Danvers, The Portuguese in India, vol. II, pag. 123, behandelt +de kwestie zeer oppervlakkig en verkeerd, door te zeggen: "He then +appeared before Ternate, but was driven thence by bad weather, and +returned to Amboina." + +[21] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 226 en "Uittreksel uit het +dagboek gehouden door H. Jansz. Craen" afgedrukt bij De Jonge a. w., +dl. III, blz. 186. + +[22] Valentijn, a. w., dl. II, blz. 30, en "Accoort van Capitan oock +de hoofden van Hitoe ende den admiraal S. v. d. Hagen", afgedrukt +bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 207. + +[23] Zie "Uittreksel uit het Dagboek gehouden door H. Jansz. Craen" +afgedrukt bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 173. Tiele, Bijdr. 4e R., +dl. VI, blz. 236. + +[24] Deze vrees was ontstaan door een copie van een brief, door +een Holl. admiraal geschreven aan den Sultan van Ternate, om hem te +verzoeken het verdrag met den Sultan van Mindanao te vernieuwen en +dezen vriendschap voor de Hollanders in te boezemen. De Hollandsche +admiraal beloofde met een nieuwe vloot, die hij uit Holland verwachtte, +in de Molukken te komen om de Spanjaarden te verjagen en het gebied +over de zee tot aan China te bevestigen. Een zekere Antonis de +Silva, vroeger tolk der Hollanders op Ambon, gaf deze copie aan +Acuña. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VIII, bl. 53 noot. + +[25] Ook bij deze gelegenheid vergist Danvers, a. w., blz. 135, +zich waar hij zegt, dat de Spanjaarden na de verovering van Ternate +de Hollanders van Tidore verdreven. + +[26] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 251. + +[27] Zie het geheele contract bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 226. + +[28] Over de verrichtingen dezer gezanten heb ik niets naders kunnen +vinden. + +[29] Zie "Journael van Matelieff" in Begin en Voortgang der +O. I. Comp., dl. II, 13e stuk, blz. 74. + +[30] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 269. + +[31] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 266. + +[32] Deze, sinds 1605 reeds als koopman op Banda gevestigd, vond in +die benoeming een erkenning van zijne goede diensten, onder zulke +moeilijke omstandigheden bewezen. + +[33] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 238. + +[34] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VIII, spreekt van 17 jonken; vgl. echter +den brief van H. v. Raey bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278 en +een brief van P. K. Segers, koopman op de Pauw, uit Patani, 2 Nov., +1610 (Hs. R. A.) + +[35] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278. + +[36] De bepalingen omtrent de grootte van den buit loopen nogal +uiteen. Apol. Schotte achter 't journal van Verhoeff, blz. 114-115 +spreekt van ettelijke millioenen gouds. Zie hierover Tiele, Bijdr., +4e R., dl. VIII, noot 4, terwijl ook Blumentritt, Holl. Angriffe, +blz. 13, op grond van Spaansche geschiedschrijvers spreekt van een +gezamenlijk bedrag van 500.000 pesos (ongeveer gelijke waarde hebbende +als een zilveren ducaat = f 2.50). + +[37] Later, in 1612, toonden wij evenmin ernstig het Bestand te +willen handhaven; tenminste tijdens de onderhandeling hierover met +den nieuwbenoemden gouverneur van de Molukken, Don Geronimo de Silva, +schijnt het, dat wij getracht hebben hem op te lichten, wat echter +mislukte. Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 261. Trouwens in de +resolutiën stond vermeld, dat, indien de Spanjaarden zich niet aan +het Bestand stoorden, ook de Nederlanders zich daaraan niet behoefden +te houden. Zie Resolutiën Stat.-Gen., 23 Maart 1611, R.A. + +[38] Zie den brief van J. P. Coen aan bewindhebbers van Jan. 1614, +afgedrukt bij Tiele, Opkomst van het Nederlandsch gezag in O.-Indië, +dl. I, blz. 55, vv. + +[39] Zie den brief van V. d. Velde van 1 Mei 1614 aan Both, afgedrukt +bij Tiele, Opkomst v. h. Nederl. gezag, dl. I, bl. 17. "Hadde brieven +gedateerd den 28en Meert van den heer Gouverneur Royael uyte Molucques, +die inhouden, de vyand noch nyet en was gecomen, maar voorgenomen +hadde in 't lest van April te comen, meenende onze vlote als dan +zoude verstroyt wezen, hetwelck vuyt eenen overlooper hadde verstaan". + +[40] Hierin vergisten zij zich, daar Reynst eerst in Nov. te Bantam +kwam. + +[41] In het journaal van Reaal komt de naam aldus voor; in de +resolutiën, op den tocht genomen, wordt hij Kaliwen genoemd, terwijl +de Spanjaarden hem den naam van Duarte gaven en ook Coen den 13en +Dec. 1619 aan den koning van Siau, Duarte Pereira, schreef. + +[42] De tolk Maerten Jansz. Vogel was door Reaal, toen hij zich in +'t begin van Oct. in La Caldera bevond, naar hen afgezonden. + +[43] Zie Journaal van Reael, 20 Juni 1614 tot 11 April 1615, Hs., +R. A.; Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen met Borneo, blz. 216, +vv. Resolutiën van Reael en zijne Raden, 20 Juni 1614-11 April 1615, +Hs., R. A. + +[44] Zie Bijlage I. + +[45] Coen aan bewindhebbers, 22 Oct. 1615, aangehaald bij Van Dijk, +a. w., blz. 217, noot. + +[46] Zie verder hieromtrent den brief van Steven v. d. Haghen +aan bewindh., 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, +blz. 129. Vergelijk ook nog Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 22, en Tiele, +Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291. + +[47] Proposicion de Don Juan de Silva; zie Bijlage II. Vgl. hierover +Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LX, en Tiele, Bijdr., 5e R., dl. III, +blz. 312, noot. + +[48] Zie "Correspondencia de Geron. de Silva", blz. 176 vv., 217 vv., +319 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 299. + +[49] Dat Juan de Silva op komst was, werd aan de Portugeezen te Malakka +bericht door Gonçalo Rodrigues de Sousa. Zie Bocarro, Decada XIII da +hist. da India, blz. 416 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., +dl. I, blz. 309. + +[50] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 110, en brief van Steven +v. d. Haghen aan bewindh. v. 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele, +Opkomst, dl. I, blz. 118. + +[51] Danvers, a. w., blz. 177, noemt als sterfjaar verkeerdelijk 1615. + +[52] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291 vv. + +[53] Zie de in margine gedrukte tegenwerpingen op de "Proposicion de +Don Juan de Silva". Bijlage II. + +[54] Brief van V. d. Haghen, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, +blz. 124. + +[55] Zie De Jonge, a. w., dl. IV, blz. 44. + +[56] 1 arrobas = c. 11 1/2 KG. + +[57] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 16. + +[58] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 317. + +[59] Deze schepen stonden onder bevel van Lam, die kort geleden, +10 April, Banda geheel had onderworpen. Tiele, Bijdr., dl. I, blz. 316. + +[60] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs., R. A. + +[61] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 18, spreekt van 87 dooden en +100 gewonden. + +[62] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs. R. A., gebruikt door Tiele, +Bijdr., 5e R., dl. I blz. 325. + +[63] Resolutiën van Lam's scheepsraad, 23 Sept. 1616-17 Febr. 1617, +Hs. R. A. + +[64] Op de N.W.-kust van Luçon. + +[65] Oorspronkelijk waren er twee zilverschepen geweest, doch het eene +was vergaan, nadat volk en lading in het andere geborgen waren, aldus +schrijft Lam aan bewindhebbers in een brief van den 11en Oct. 1617, +afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 172. Tiele, Bijdr., 5e R., +dl. I, blz. 322, zegt, dat het andere schip, nadat de Hollanders zich +uit de baai hadden verwijderd, van de gelegenheid gebruik maakte om +binnen te vallen. + +[66] In geen der beide brieven van Lam, noch in dien van Claes +Maertensz 't Hoofling (vice-admiraal), vond ik iets, wat zou kunnen +wijzen op de bekendheid der Hollanders met het verblijf der Mindanaers. + +[67] Het 10e schip, De Walcheren, was, zooals wij gezien hebben, +naar Ternate gezonden. + +[68] De zuidermoesson maakte het hun onmogelijk om naar Bantam +te loopen. + +[69] Resolutiën genomen bij den Comm. Lam en zijn Raad van 14 April +1617 tot 15 Maart 1618, Hs. R. A. Hiervan is reeds gebruik gemaakt +door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325. + +[70] Hoewel mij "Galjas" als eigennaam vreemd voorkomt, meen ik toch +in dezen het voorbeeld van Tiele te moeten volgen. + +[71] In Resolutiën van Lam en zijn Raad van 14 April 1617 tot 15 +Maart 1618, wordt dit schip genoemd De Hollandsche Leeuw. Ook Van +Dijk, a. w., blz. 229 vv., noemt hetzelfde schip met de beide namen, +terwijl dit ook plaats vindt in de resolutiën genomen door Reaal op +zijn tocht naar Manila. Ik vermoed dat de volle naam van het schip +luidde "De Hollandsche Roode Leeuw." + +[72] Zie den brief van Specx aan Coen uit Firando, 12 Oct. 1617, +Hs. R. A. Deze brief wordt genoemd door Tiele, Bijdr., 5e. R., dl. I, +blz. 325, noot. + +[73] Hierom had hij reeds bevel gegeven de goederen uit De Roode Leeuw +te lossen, wat, toen dit schip, evenals de Chineesche jonk door den +moesson op 't strand werd geworpen, zeer gelukkig was. + +[74] Dit was in den aanvang van het gevecht met een veroverde jonk +komen aanzeilen, maar om deze te behouden heimelijk weggezeild. De +schipper en koopman van de Engel werden bij sententie van 15 Dec. 1617 +van hun ambt ontzet. Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180. + +[75] Zie den brief van Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera, Hs., +R. A., genoemd door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 324, noot 2; +en verder den meermalen aangehaalden brief van Lam aan bewindh., +11 Oct. 1617, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 170. + +[76] "Factuur van de goederen onder de vlagge v. J. Dz. Lam in de +Manilla's uyt verschillende (10) Chineesche jonken verovert". + + +'t Schip Vlissingen in Japan gelost f 396.036.18.4 +'t Schip De Roode Leeuw ,, ,, ,, f 345.855.14.8 +'t Schip De Oude Sonne ,, ,, ,, f 1.521. 8.14 +Nieuwe Maen in Molucos aangekomen + Engel en in Malleyo gelost f 164.806. 8 +De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor +Yaccatra f 84.453. 7.11 + --------------- + Samen f 992.674.64.5 + + +Van de Oude Maen vond ik niets vermeld. + +Deze Factuur genoemd bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325, noot. + +[77] Zie over het boven behandelde verder Van Dijk, a. w., blz. 224, +vv. + +[78] Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180. + +[79] Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk +aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 235. + +[80] Zie Van Dijk, a. w., blz. 234; brief van Coen aan Lam van 30 +Dec. 1617, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R. dl. II, blz. 224. Tiele +ziet hier de veranderde meening van Coen over het hoofd. + +[81] Coen schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn +(Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.) + +[82] Brief van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief +van de XVII aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door Van Dijk, a. w., +blz. 234, noot. + +[83] Zie brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij +Van Dijk, a. w., blz. 236. + +[84] Barth. Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna +Westerwolt op zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde +gestaan en was na zijn terugkomst door Coen den 28en Febr. tot +opperbevelhebber van dien tocht benoemd. + +[85] In Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen +gesproken. Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij Tiele, +Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 286. Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 21, +noemt het getal drie. + +[86] Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door Tiele, Bijdr., +5e R., dl. II, blz. 286. + +[87] Zie Van Dijk, a. w., blz. 237, vv.; Blumentritt, Holl. Angriffe, +blz. 21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei, +1621, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 285. + +[88] Brief van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk, +a. w., blz. 234. + +[89] Brief van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk, +a. w., blz. 234. + +[90] Zie hierover De Jonge, a. w., dl. IV, blz. XXXV vv.; Tiele, +5e R., dl. II, blz. 216 vv. en P. A. Leupe "W. Jansz van Amsterdam" +in Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 3e R., +dl. VII, 1872. + +[91] Coen aan bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; "Instructie voor de +schepen Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope", afgedrukt (maar vertaald) +bij Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen Kompagnie zu Japan, +1897, Beilage 19. De Elisabeth en De Haerlem moesten direct doorzeilen +naar de kust van China; de Bull en De Hoope naar Macao, om zich daarna +bij de twee vorige schepen te voegen. + +[92] "In vougen, dat minder meerder commanderen sal, welck niet wel +en past", schrijft Coen hierover aan bewindh., 31 Juli, 1620. (Leupe +in Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 3e R., dl. VII, 1872, +blz. 317.) + +[93] Zie de instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10 +schepen, 13 Juni 1620, afgedrukt bij Nachod, a. w., Beilage 20. + +[94] Zie bovengenoemde instructie. + +[95] Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij Leupe, +Bijdr., 3e R., dl. VII, blz. 317. + +[96] Zie de verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij +Blanckenburch), aangehaald bij Van Dijk, blz. 239, noot; Coen (brief +aan bewindh., 6 Mei, 1621, Hs., R.A.) noemt het zelfde getal schepen, +maar in andere verhouding: "4 groote schepen, 4 cleine en 4 galeien". + +[97] Fajardo was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien +in zee geweest om op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar +verstandiger gevonden, zich terug te trekken. Zie Coen aan bewindh., +6 Mei 1621, Hs., R.A. Gebruikt door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, +blz. 286. + +[98] Zie den brief van Jacques Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe) +aan bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk +verkeerd ingelicht, toen hij aan bewindhebbers schreef: "De Spaansche +schepen, die voor Cavite lagen, durfden niet uitkomen"; Coen aan +bewindh., 20 Dec., 1621, Hs., R. A. + +[99] Brief van Coen aan Bewindh., 20 Dec., 1620, gedeeltelijk afgedrukt +in een noot bij Van Dijk, a. w., blz. 239. Zie verder Tiele, Bijdr., 5e +R., dl. VI, blz. 250 en 258; Leupe, Bijdr., 2e R., dl. VII, blz. 320. + +[100] Brief van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A. + +[101] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersen en de +Raedt van de vloote nae de cust van Chyna varende", afgedrukt bij +W. P. Groeneveld, "De Nederlanders in China" in Bijdragen tot de Taal-, +Land- en Volkenkunde, 6e R., dl. IV, blz. 323. + +[102] Dat we hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan +bewindhebbers lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel +op de Molukken, Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden +verzocht, hun volk en goederen op de Hollandsche schepen te mogen +overbrengen. Vgl. Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LVI. + +[103] Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in 't +Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij Van Dijk, a. w. blz. 249, +noot 3. + +[104] Brief van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds +gebruikt door Van Dijk, a. w. 249, vv. + +[105] Tanda is volgens de meening van Tiele Tandoc op de Oostkust. Zie +Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 310. + +Op de kaart van Blumentritt in Petermann's Mittheilungen, +Ergänzungsheft LXV, komt op de N. O. kust van Mindanao op 9° NB. een +plaatsje Tandó voor, wat zeer wel het bedoelde Tanda kan zijn. + +[106] "Instructie voor Christaen Francxz oppercoopman gaende met +het schip De Hont naer Mindanao" afgedrukt in Tiele, Opkomst, dl. I, +blz. 308 vv. Van deze instructie is reeds gesproken door Van Dijk, +a. w. blz. 250. + +[107] Op het R. A. is het althans niet te vinden. + +[108] Brief van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door +Van Dijk, a. w., blz. 250, noot, en Tiele, Opkomst, dl. I, Inleiding, +blz. LXIII. + +[109] Het is vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als +de plaats, waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl +toch door Reaal reeds in 1615 was geschreven aan bewindh. dat zij +de embrocadero niet meer zoo precies aandeden. Zie Bijlage I. Tiele +meende, dat de gouverneur der Philippijnen, Fajardo, voor het eerst +een dergelijk bevel had gegeven na de poging van Barth. Spilberghen +in 1620 om de zilverschepen te bemachtigen. Zie Tiele, Bijdr., 5e R., +dl. II, blz. 286. + +[110] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 288; Van Dijk, a. w., +blz. 251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan +bewindh., 6 Sept. 1622 en Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, Hs. R. A. + +[111] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625, +afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252. + +[112] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625, +afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252. + +[113] Ik schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens +staat in het oorspronkelijk 't eylant Cauwel. In Heeres, Opkomst, +dl. II, blz. 7, noot 1, wordt gesproken van Tandag bezuiden Pto +Cauit. Vgl. boven, blz. 63, noot 1. + +[114] Brief van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de +Carpentier, 18 Aug. 1624, afgedrukt bij Heeres, Opkomst, dl. II, +blz. 6, vv. Ik schrijf Liangan op voorbeeld van Heeres. In den brief +staat Ligou. + +[115] Brief van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, +15 Aug. 1625, afgedrukt bij Heeres, a. w., blz. 47. + +[116] Coen deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan, +waar hij 14 Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde +bevonden te hebben, wederom verliet. Brief van Coen en raden aan +bewindh., 6 Mei 1621, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 272. + +[117] Brief van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A., +gedeeltelijk afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 289. Merkwaardig +is deze brief zeker. In de instructie van 13 Juni 1620 wordt bevel +gegeven slechts vijandig op te treden tegen de Chineezen, die op +Manila varen, en in dezen brief van Februari 1621 zien wij, dat zijn +later uitgevoerde plannen omtrent China reeds een vasten vorm hebben +aangenomen; hierin toch spreekt hij van alle Chineesche joncken aan +te tasten. + +[118] Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A. + +[119] Vgl. Oskar Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen +Ostindischen Kompagnie in Japan, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen +schrijver schijnt slechts één tocht van de defensievloot bekend te +zijn. Na de instructie, opgemaakt voor den eersten tocht, genoemd te +hebben, geeft hij als resultaat gezegde som, die het aandeel van den +buit uitmaakte behaald in den tweeden tocht. + +[120] Coen aan J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A. + +[121] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.; brief van Specx +van 20 Sept. 1621, afgedrukt bij Valentijn, a. w., blz. 28, vv. + +[122] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A. + +[123] J. le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27 +Oct. 1623, afgedrukt bij Heeres, a. w., dl. II, blz. 2. + +[124] Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, afgedrukt door Leupe, Bijdr., +3e R., dl. III, blz. 321. + +[125] Coen aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs., R. A. Deze bevelen waren +W. Jansz geworden door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei +1622 naar Manila was afgevaardigd om ze over te brengen. Men hoopte, +dat dit jacht hem eerder zou bereiken, dan de hem via de Molukken +gezonden bevelen van denzelfden inhoud. + +[126] Dit schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie, +maar had deel uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622 +naar China was gezeild. Het was 3 Aug. met tijding voor W. Jansz naar +Japan gezonden. + +[127] Coen aan bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en "Verclaringe +van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte Teunis, gevangen in +de Tidore, gebracht naer Manilias) van eilanden van natividas tot +het eylant van Mindanao". Deze verklaring is aan admiraal l'Hermite +meegegeven om hem inlichtingen over de Philippijnen te verschaffen +(Hs., R. A.). Hierin lezen wij: "De stad Manilla moet meest te water +geproviandeert worden, want met dat Wittert daer lach liep de rijs +de Gantam op 4 enkele realen. Men koopt gemeen 25 Gantam voor 5 ofte +6 realen, dat is zooveel als een hanega; het compt al van 't zelfde +eylandt van Clocas, Cangayan en andere plaetsen". + +[128] Coen deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622 +(Hs., R. A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia +aan den koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag +over Fajardo was blijkbaar niet bekend aan Blumentritt, die in +Holl. Angriffe, blz. 23, zegt: "Fajardo wehrte sich so gut es gieng"; +terwijl hij hem even verder noemt "den wackeren". + +[129] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A. + +[130] Coen aan bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door Tiele, Bijdr., +5e R., dl. II, blz. 287. + +[131] W. P. Groeneveldt, "De Nederlanders in China", Bijdr. tot de +Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 6e R., dl. IV. + +[132] Combon, het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan +den gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te +Hoktsioe (Foetsjou) gevestigden gouverneur der provincie Hokkiën. De +voordeelen, die deze trok uit den handel met Manila, werden door +de Chineesche gezanten op wel 80.000 realen per jaar geschat. Zij +rekenden, dat er door elkander 40 jonken Manila bezochten, die elk +2000 realen tol betaalden. Vgl. Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV. + +[133] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de +raad van de vloote naer de cust van China varende," afgedrukt bij +Groeneveldt, Bijdr., blz. 312. + +[134] Het buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren, +werd niet als een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd. + +[135] Uit mijn vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden +omtrent de schepen van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook +werkelijk drie schepen te ver afgezakt en gedwongen naar Batavia door +te zeilen, terwijl wij gezien hebben, dat Nieuweroode zelf eerst den +7en Dec. naar de Pescadores terugkeerde. + +[136] Reyersz was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat +er 2 jonken met handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met +zich voerende twee gezanten, die direct met onzen gouverneur-generaal +zouden onderhandelen. Dat dit verbod werkelijk zou zijn uitgevaardigd, +acht Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV, blz. 165, zeer wel mogelijk, +maar volgens hem volgt daaruit nog niet, dat de Chineesche autoriteiten +aan onzen eisch van monopolie toegaven, maar alleen, dat zij voorloopig +deze bron der moeilijkheden stoppen wilden. + +[137] "Extracten uit de resolutiën van den raad van Reyersz, 11 April +1622-23 Sept. 1623", afgedrukt bij Groeneveldt, in Bijdr., blz. 411 +als bijlage VI. + +[138] Brief van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623, +afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 458. + +[139] Zie den brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27 +Aug. 1623 afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 204. + +[140] Groeneveldt, Bijdr., blz. 291. + +[141] Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, +Hs. R. A. + +[142] Brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624, +Hs., R. A. + +[143] Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A. + +[144] Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van +Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624 (Hs., +R. A.) De laatste spreekt van 8 groote galjoenen en eenige mindere +schepen, 6 groote galeien en eenige fregatten. + +[145] Dagregister van het Kasteel van Batavia, 27 Jan. 1624, +uitgeg. door Mr. J. E. Heeres. + +[146] Het bericht bij Blumentritt, Holländische Angriffe, blz. 23, dat +de pogingen der Jezuïeten om de Spaansche heerschappij over het eiland +Mindanao uit te strekken door Hollandsche schepen werd verhinderd, +kan ik niet toelichten, daar hierover niets door mij gevonden werd. + +[147] Brief van Le Febvre aan P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, bij +Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 6. + +[148] Brief van gouv.-generaal en raden aan bewindh., 3 Jan. 1624, +bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 355, vv. Brief van J. Le Febvre aan +gouv.-generaal De Carpentier, 18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst, +dl. II, blz. 6. + +[149] Nachod a. w., S. 187. Ofschoon Nachod den brief van Nieuweroode +aanhaalt, zegt hij verkeerdelijk, dat de ambassade in 1624 plaats +had. In den brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh. van +4 Maart 1624, (Hs., R. A.) wordt gezegd, dat het schip, waarmee de +gezanten naar Manila vertrokken, in Sadsinna was gemaakt, terwijl +Nieuweroode, uit wiens brief gouv.-generaal en raden putten, +uitdrukkelijk meldt, dat het uit Amerika kwam en Manila niet eerst +had aangedaan, waardoor "al 't volc, uit Nova-Spanje gecomen" zich +er nog op bevond. + +[150] Zie meermalen aangehaalden Brief van J. Le Febvre aan P. de +Carpentier, 27 Oct. 1623, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 2. + +[151] In een brief van Corn. v. Nieuweroode te Firando aan P. de +Carpentier van 8 Dec. 1624, (Hs., R. A.,) lezen we, dat naar men meent, +Fajardo door vergif is gestorven en Geronimo de Silva zich met geweld +van de regeering heeft meester gemaakt, maar zeer gehaat is. + +[152] Brief van J. Le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, +18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 8. Hieromtrent vermeldt +Blumentritt, Holländische Angriffe niets. De tocht van de Spanjaarden +naar Sangy heb ik achterwege gelaten, daar deze van Tidore uit heeft +plaats gehad. + +[153] Brief van Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A. + +[154] "Instructie voor P. Muyser en zijn vloot, gaende naer de +Manilha's" en Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, +Hs., R. A. Weliswaar had het in de bedoeling van de staten-generaal +gelegen, dat de Nassausche vloot zich meester zou maken van Manila, +maar omdat een te geringe macht van Batavia uit aan deze vloot kon te +hulp gezonden worden, gaf Carpentier reeds den 11en Juli in een brief +aan l'Hermite, meegegeven aan Sonck, zijn twijfel aan het bereiken +van dit doel te kennen. Dezelfde twijfel werd ook uitgedrukt in de +instructie van Sonck. Wel hadden de Japanners in Manila ons aangeboden +te helpen, maar dit aanbod was niet te vertrouwen, daar allen die daar +woonden katholiek waren. Zie "Instructie voor den E. Martinus Sonck", +afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 554. + +[155] In de resolutiën wordt gesproken van drie Chineesche jonken, +maar van vier in het "Cort verhael van de voyagie gedaen met 't jacht +Victoria naer de kust van Manilla in 't afwesen van de vloot". Hs., +R. A. + +[156] Zie Bijlage III, waarin dit gedeelte van de kust uitvoerig +wordt beschreven. + +[157] Brief van P. Muyser aan Sonck, 22 Mei 1625 (Hs. R. A.). De +in dezen brief voorkomende inhoudsopgave geeft ons een eigenaardige +bijdrage tot de kennis van de waren, waarin de Chineezen handelden. Er +bevond zich in de jonk een kastje met 16 bos gouddraad, een kastje met +kamfer, twee met waaiers en een met tabak. Verder wat grof porcelein, +kammen, lint, schoenen, timmermansgereedschappen, blauw, groen en +geel gedamasceerd papier en poppengoed. + +[158] Op De Haen bevonden zich ook, om verantwoording te doen bij +Sonck over het te vroeg verlaten van De Victoria, de schipper van +het jacht, Keyser, Michel Golliaert en stuurman Frans Bisschop. Zie +brief van Muyser aan Sonck, 22 Mei 1626 (Hs. R. A.). + +[159] Dit jacht, groot 50 à 60 lasten, had aan den gouverneur van +Malakka 3000 dukaten gekost en maakte pas zijn eerste reis. Brief +van Muyser aan Sonck, 24 Juni 1626 (Hs., R. A.). + +[160] Gheen Huigen Schapenham, admiraal van de Nassausche vloot, aan +den gouverneur-generaal Pieter de Carpentier uit Ambon, April 1625, +bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 34, vlg. + +[161] In de instructie van den admiraal l'Hermite, (Hs., R. A.) staat +hierover slechts: "Aldaer (omtrent Bolinao en eilanden van Frailes) +te wachten, wat ordre de goeverneur-generael van Indië soude mogen +gegeven hebben, om volgens zijn raad ende advisen, den meesten dienst +aan het land ende aan de O. I. Comp., ende afbreuck aan de Portugesen +en Spanjaarden te doen". + +[162] Eenige Chineezen, die De Wit, den opvolger van Sonck, +gezegd hadden, dat Geronimo de Silva was onthoofd, waren dus niet +goed ingelicht. Zie brief van De Wit aan Carpentier, 29 Oct. 1625, +(Hs. R. A.). Het was mij niet mogelijk steeds aan te geven, waaruit ik +de gegevens putte, daar hetzelfde meermalen in verschillende brieven +voorkomt Voor dit mijn laatste hoofdstuk gebruikte ik nog, behalve +het reeds opgegevene: Brief van Sonck aan Carpentier, 12 Dec. 1624; +Brief van Carpentier aan bewindh., 3 Febr. 1626; Carpentier aan Sonck, +13 Mei 1625; Resolutiën bij den E. Commandeur Pieter Muyser en Raad van +de schepen en jachten genomen, gaende van Tayoyan naer de Manilha's, 27 +Jan. 1625 tot 20 Mei 1625 en 20 Mei tot 6 Juli; Reus, gezagvoerder van +de Oranje, aan Sonck, 24 Mei 1625; Sonck aan Carpentier, 31 Maart 1625; +Pieter Muyser aan Carpentier, 23 Mei 1625; Carpentier aan l'Hermite, +11 Juni 1624. Alle in Hs. berustende op het Rijks-Archief. + +[163] "Er staat een zeer hooge zee". Goed modern Spaansch zou zijn: +"haz muchos grande mar". + +[164] De rest van het journaal, als niet direct op mijn onderwerp +betrekking hebbende, is door mij achterwege gelaten. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche +Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 *** + +***** This file should be named 32694-8.txt or 32694-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/2/6/9/32694/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/32694-8.zip b/old/32694-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dccd635 --- /dev/null +++ b/old/32694-8.zip |
