summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:58:03 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:58:03 -0700
commit06e0185a2614e97b9d2c310cb1072f54c8c663af (patch)
tree3876fb2c127106bf37691521e97ee7feb02b6179
initial commit of ebook 32694HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--32694-0.txt5218
-rw-r--r--32694-0.zipbin0 -> 110783 bytes
-rw-r--r--32694-h.zipbin0 -> 128327 bytes
-rw-r--r--32694-h/32694-h.htm6279
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/32694-8.txt5218
-rw-r--r--old/32694-8.zipbin0 -> 110638 bytes
9 files changed, 16731 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/32694-0.txt b/32694-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..8559543
--- /dev/null
+++ b/32694-0.txt
@@ -0,0 +1,5218 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche
+Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626
+
+Author: Dirk Abraham Sloos
+
+Release Date: June 5, 2010 [EBook #32694]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren
+ vóór 1626.
+
+ Academisch Proefschrift
+
+ Ter verkrijging van den graad van
+ Doctor in de Nederlandsche Letteren
+ Aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam,
+ Op gezag van den Rector Magnificus
+ Dr. Hugo de Vries,
+
+ Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde,
+
+ In het openbaar te verdedigen
+ op Dinsdag 21 Juni 1898, des nam. om half vier
+ In de aula der Universiteit
+
+ Door
+ Dirk Abraham Sloos,
+ geboren te Winkel.
+
+
+ Amsterdam.--J. H. De Wit.
+
+ 1898.
+
+
+
+
+
+
+ Aan mijne Ouders.
+
+
+
+
+
+
+Nu de tijd nadert, waarop ik met dit proefschrift mijn studie-jaren aan
+de Amsterdamsche Universiteit hoop te besluiten, stel ik er prijs op,
+mijn dank te betuigen aan allen, die mij met hun kunde en ervaring
+hielpen den weg der wetenschap te betreden.
+
+In de eerste plaats noem ik u, hooggeachte promotor, prof. H. C. Rogge,
+wiens colleges en privatissima mij zooveel hebben geleerd niet alleen,
+maar van wien ik bovendien (ben ik niet te oneerbiedig) als van een
+ouderen vriend niets dan sympathie en hulp ondervond.
+
+Ook u, hooggeleerde C. M. Kan, ben ik veel verschuldigd. Door
+uw onderwijs geboeid, kwam ik er toe onder uwe leiding de
+ontdekkingsgeschiedenis te bestudeeren, wat zeker van grooten invloed
+op de richting mijner volgende studie is geweest, terwijl verder
+uwe hulp bij het bepalen van oude plaatsnamen door mij ten zeerste
+wordt gewaardeerd.
+
+Ten slotte mijn welgemeenden dank aan u, hooggeleerde heeren
+J. te Winkel, C. C. Uhlenbeck en A. H. G. P. van den Es, voor uw
+wetenschappelijk onderwijs, zoowel als voor de door u zoovele malen
+betoonde belangstelling in mij.
+
+Afzonderlijk wensch ik nog een woord van erkentelijkheid te wijden
+aan u, hooggeleerde Heeres, voor de groote hulpvaardigheid, waarmede
+mij alle mogelijke gegevens en inlichtingen door u werden verstrekt.
+
+Verder betuig ik allen, die mij nog van eenigen dienst zijn geweest,
+hier zeer gaarne mijn dankbaarheid.
+
+
+
+Eerst was mijn plan voor het gemak van den lezer bij dit werkje
+een schetskaartje van de Philippijnen te voegen; hiervan ben ik
+teruggekomen, omdat het kaartje van dien eilandengroep, uitgegeven
+door de redactie van de "Telegraaf" dit volkomen onnoodig maakt.
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Zooals overbekend is, waren onze voorouders op het einde der 16e eeuw
+de vrachtvaarders van Europa. Zij brachten de waren uit het Noorden
+naar het Zuiden en omgekeerd. Vooral op Portugal en Spanje dreven
+zij ondanks den oorlog veel handel. Wel werd hun overlast aangedaan
+en moesten zij veel kwellingen verduren: hier werd beslag gelegd op
+een schip, daar volk geprest of voor de inquisitie gebracht; maar tot
+een algemeenen, afdoenden maatregel kwam Philips II niet, daar zijn
+volk de handelswaren, die de rebellen aanbrachten, te zeer noodig had.
+
+Eerst na den moord op Prins Willem I, in 1585, nam Philips een
+zeer krassen maatregel, in de hoop dat het volk, hierdoor geheel
+en al ontmoedigd, Antwerpen te eerder aan Parma zou overgeven. Hij
+legde nl. onvoorziens beslag op alle Nederlandsche schepen. Onjuist
+is echter de overlevering, dat deze groote slag onze voorouders
+met de rechterhand deed grijpen naar het zwaard, met de linker
+naar den geldbuidel, om op deze wijze desnoods met geweld te
+bemachtigen, wat hun onmogelijk was gemaakt langs vredelievenden weg
+te verkrijgen. Niets toch is minder waar. Kort nadat dit nadeel aan
+de Nederlanders was toegebracht, begon de vaart opnieuw. Wel is waar
+slechts oogluikend toegestaan en onder vreemde vlag, maar men had de
+handelswaren noodig en--de Nederlanders werden geduld.
+
+Nieuwe grieven voegden zich echter bij de oude, nieuwe zandbanken
+deden onze koopvaarders averij beloopen of stranden. Niet alleen
+van Spaansche zijde werden deze wederom voor ons opgeworpen, ook
+onzerzijds legde men den Nederlandschen kooplieden vele belemmeringen
+in den weg. Van 1586 tot 1600 werden er niet minder dan een tiental
+plakkaten uitgevaardigd, waarbij men den toevoer van leeftocht en
+oorlogsbehoeften naar de vijandelijke havens verbood.
+
+Bedenkt men nu dat het Nederlandsche volk slechts bestond door den
+handel, dat het was een volk in opkomst, een volk dat getoond had door
+druk te groeien, dan is het ons duidelijk, dat het gretig luisterde
+naar de zeevaartkundige lessen van een Plancius, naar de verhalen
+van een Linschoten, om hiermede zijn voordeel doende, zelf den steven
+te wenden naar het Oosten. De eerste scheepstocht naar de gewesten,
+waarvan wij later het grootste deel in ons bezit zouden krijgen en
+waaraan de naam van Cornelis de Houtman onafscheidelijk verbonden is,
+had in 1595 plaats [2]. Na eene afwezigheid van 2 1/2 jaar kwamen in
+1598 drie van de vier schepen in het vaderland terug. Reeds spoedig
+werden deze gevolgd door een tweede vloot, waarna vele andere dezelfde
+gevaarvolle reis ondernamen. Soms waren dus de Nederlanders in staat
+een vrij aanzienlijke macht in de Indische wateren te verzamelen,
+om afbreuk te doen aan hun aartsvijanden de Portugeezen en Spanjaarden.
+
+Met opzet spreek ik van de Portugeezen en Spanjaarden beiden, omdat,
+hoewel Spanje en Portugal na 1580 vereenigd waren, het bestuur over
+de respectievelijke bezittingen gescheiden bleef, ja het meermalen
+is voorgekomen, dat de onzen voordeel behaalden, sterkten behielden
+door de afgunst en naijver, waarmee de beide naties van hetzelfde
+schiereiland elkander vervolgden. In de vele vijandelijke ontmoetingen,
+waaruit wij zoo dikwijls zegevierend te voorschijn traden, hadden
+wij bijna altijd te strijden met eene afzonderlijke vloot van een
+van beiden, zelden met een gecombineerde. Deze afgunst is dan ook
+zeker een factor geweest, waardoor onze macht en invloed zoo snel
+kon toenemen, zoo spoedig is aangegroeid.
+
+Maar er was meer. Linschoten [3] schreef reeds, op de Portugeezen
+doelende, in zijn eigenaardige taal: "Vroeger streed men hier om
+prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te laten maar
+nu ter tijt sijnse al om rapen uyt". Portugal was in Indië schijnbaar
+nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten op de Oostkust van
+Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden zeeweg naar Indië
+door het bezit van de groote handelsplaatsen Ormoes en Maskate aan den
+ingang van de Perzische golf, had Goa tot hoofdzetel van zijn gezag,
+was na de verovering van Malakka oppermachtig in Achter-Indië, had
+sterkten op Tidore, Ambon en Macao, om van den uitgebreiden handel op
+China en Japan nog niet eens te spreken [4]. Deze zoo uitgebreide
+macht was uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en
+groene bladeren, inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige
+bijlslagen en hij zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan
+zijne onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de
+Hollanders reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche
+macht nog grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het
+hun al spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten
+dan ons zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te
+zetten; verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen
+Portugeezen en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om
+voordeel te behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen,
+die hebben plaats gehad in de Molukken. Maar behalve dáár, hebben
+de Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd
+tegen de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen.
+
+Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de
+Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de
+Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan
+de baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht [5]. De
+reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila
+vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden
+hun hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen
+steeds eene bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken,
+trachtten de onzen de Spanjaarden aldaar zooveel mogelijk afbreuk te
+doen, hun macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan
+door schade toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila
+met de Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden
+hadden een levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote
+handelsvloot aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen
+hun waren, voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in
+de plaats het bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een
+steeds grootere hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld
+met de zoogenaamde zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm
+groot deze aanvoer was en hoeveel de handel in Manila dus beteekende,
+bewijst wel het feit, dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer
+onder leed, dat men in Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te
+beperken tot 500,000 duros (dollars) [6]. Elke belemmering en schade,
+die wij nu dezen handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche
+jonken of zoo mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip,
+schonk ons niet alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de
+hoop ontstaan, dat de Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk,
+op zouden geven en hem verplaatsen naar Batavia [7].
+
+Van hetgeen de Nederlanders in de 17e eeuw tegen de Spanjaarden op de
+Philippijnen hebben uitgericht, vindt men bij F. Valentijn [8] slechts
+enkele malen gewag gemaakt. Meer bijzonderheden heeft P. A. Tiele in
+zijn "Europeërs in den Maleischen archipel" meegedeeld, althans tot het
+jaar 1623. Deze komen echter uit den aard der zaak in zijn studie zeer
+verspreid voor. Ook Van Dijk heeft op het een en ander reeds gewezen,
+ofschoon de titel van zijn boek dit niet zou doen verwachten [9]. Wel
+is waar heeft Blumentritt het onderwerp vrij uitvoerig behandeld,
+maar daar deze geleerde slechts Spaansche bronnen heeft gebruikt,
+is hij altijd eenzijdig en dikwijls oppervlakkig [10].
+
+Afzonderlijk is verder het onderwerp niet behandeld; daarom wenschte
+ik door dit mijn proefschrift die verrichtingen der Hollanders, hun
+krijgs- zoowel als handelsoperaties aan de vergetelheid te ontrukken
+met behulp van Hollandsche bescheiden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+
+Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden samen om de
+Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen naar de
+Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust, vertrok
+in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In Indië
+aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam voor vier
+schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck besloot
+huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk
+opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten,
+en handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan
+specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor
+slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der
+Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd,
+dat de Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar
+onverhoeds de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen
+besloot Guzman alle meer geïsoleerde posten op te heffen om hiermee
+Manila te versterken [11].
+
+De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door
+te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die
+zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van tochten
+opende, welke de onzen naar de Philippijnen hebben ondernomen. Olivier
+van Noort toch kwam 15 September 1600 met nog twee van de vier
+schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop (later de Eendracht
+gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers te zetten naar de
+Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de straat Bernardino
+of straat van Manila, stevende die door en wierp het anker uit voor
+het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door bemiddeling
+van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners van
+dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen [12]. Maar dit gelukte
+hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners het
+binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit wraak
+in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het zilverschip
+uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken buit te
+maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te eerder,
+omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk, die
+soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila terugkeerde,
+had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche zeemacht
+naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners daar te
+tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den 24en November
+in de baai van Manila, of de Spanjaarden spanden alle krachten in om
+twee galjoenen in gereedheid te brengen en daarmede hunne vijanden
+aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in staat zee te kiezen
+en den 14en December ontmoetten de vier schepen elkander.
+
+Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was Dr. Antonio de Morga,
+oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van "Sucesos de las Islas
+Philipinas" [13]. Morga opende direct het vuur op de Mauritius. Van
+Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut gereed te maken
+en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed gerichte
+schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een gedrongen
+Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter duren,
+want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en raakte met
+zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. Of nu de
+Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben losgevochten,
+tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, dat hij de
+lont in 't kruit zou steken [14], of dat de Spanjaarden op bevel
+van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand geraakte Hollandsche
+admiraalschip [15], de uitslag blijft hetzelfde: zoodra het Spaansche
+schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de diepte, waardoor
+Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip te blusschen
+en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 verscheen
+[16]. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd den vijand te
+verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 Spanjaarden en 150
+Indiërs en negers waren verdronken of gesneuveld, het admiraalschip
+was met geschut en ammunitie een prooi der golven geworden [17]. Onder
+de geredden behoorde ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht
+de Eendracht door het andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als
+commandant bevond, aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog
+juist bijtijds terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan
+zijn krijgsmakkers, die deels in een boot, deels zwemmende, het land
+trachtten te bereiken. Biesman, de bevelhebber van de Eendracht,
+en het grootste deel van de bemanning werd gedood, de overigen in
+een klooster opgenomen [18].
+
+Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der Hollanders
+mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin voordeelig
+genoemd worden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+
+Hoe was het intusschen den Nederlanders in de Molukken gegaan? De
+meeste dezer eilanden behoorden onder de heerschappij van den Sultan
+van Ternate nl. Sahid, zoon van Baab, van wien gezegd werd, dat hij
+heerschte over 72 eilanden. Deze Sahid was in voortdurenden strijd
+met Mamoli, Sultan van Tidore. Daar nu de Portugeezen een fort hadden
+op Tidore en van daar uit den Tidoreezen steeds hulp verleenden tegen
+Ternate, lag het voor de hand, dat bij de komst der Nederlanders in
+de Molukken Sahid alles in het werk stelde om deze vreemdelingen voor
+zich te winnen. Reeds bij het eerste bezoek stond hij aan Van Warwijck
+toe er een handelskantoor te vestigen en werd Frank van der Does
+daar als koopman achtergelaten. Toen de Nederlanders voor de tweede
+maal Ternate bezochten, deden zij zich aan Sahid kennen als dappere
+soldaten, die zeer goed tegen de Portugeezen waren opgewassen. Deze
+toch hielden niet op de Nederlanders bij Sahid zwart te maken en hem
+wantrouwen tegen ons in te boezemen. Om ze hiervoor eens te tuchtigen,
+vroeg en verkreeg Van Neck na eenige aarzeling vergunning van Sahid en
+tastte hij met twee schepen de vier Portugeesche vaartuigen aan. Wel
+bleef het gevecht onbeslist maar--lafaards waren we niet! hiervan
+had Sahid de duidelijke bewijzen gezien. Reeds meermalen had de
+kapitein van het Portugeesche fort op Tidore een bode naar Manila
+afgevaardigd om hulp te verzoeken aan Francisco Tello. In 1601 had
+Mamoli zelfs zijn broer Kaitjil (prins) Kota naar de Philippijnen
+gezonden. Veel vermocht Tello echter niet te helpen, maar toch zond
+hij ammunitie en eenige manschappen, die reeds dadelijk tegen Van Neck
+goede diensten konden bewijzen. Tello beloofde een grootere macht te
+zullen zenden in 1602, welke macht zich dan voegen zou bij de vloot,
+die de Portugeezen te Goa hadden uitgerust om zich zelf daarmede in
+de Molukken te nestelen en de Hollanders er uit te weren. Deze vloot
+verliet Goa den 8en Mei 1601 onder bevel van André Furtado de Mendoza
+en werd door Wolfert Harmensz voor Bantam verdreven, waarna Furtado
+de reis naar de Molukken voortzette. Den 10en Februari 1602 kwam hij
+voor Ambon aan en vestigde daar zijn gezag. Te Bantam en hierna op
+en om Ambon had hij reeds zoovelen zijner soldaten verloren, dat hij
+zich in Mei gedrongen gevoelde om bij Acuña, den opvolger van Tello
+de Guzman, op de beloofde hulp aan te dringen.
+
+Acuña, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat Manila
+van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op
+dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en
+Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op
+Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate
+geblokkeerd werd, in de Audiencia [19] besloten kapitein Gallinato
+met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel
+trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen
+en Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het
+uitblijven van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk overloopen der
+Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23 Maart 1603
+bevel de troepen in te schepen [20], slechtte het fort op Makjan weer
+en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka terug. Niet lang zou
+het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de kampplaats worden
+tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van de ongelukkige
+bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche vlootvoogd Van der
+Hagen zich voor Ambon en reeds den 23en gaven de Portugeezen het fort
+bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd met hun geweer vertrekken;
+de gehuwden, die blijven wilden, moesten natuurlijk den eed van
+trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad nagelen zou de helft
+aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen marktprijs worden
+overgenomen [21]. De "kapitein Hitoe" sloot namens de Hitoeezen
+met hem een contract, waarbij men beloofde, elkaar wederkeerig, wat
+het geloof betreft, geen overlast aan te doen [22]. Hierop vertrok
+Van der Hagen naar Banda, liet Frederik de Houtman in de vesting
+op Ambon achter en gaf zijn onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz
+last om met vijf schepen naar Ternate te zeilen en van daar uit zoo
+mogelijk het fort op Tidore op de Portugeezen te veroveren. Van der
+Hagen sloot met de Bandaneezen een contract op denzelfden voet als
+vroeger reeds door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde
+daarna onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot
+kalmte bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag
+van de bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de
+inwoners "getravailleerd", terwijl Frederik de Houtman, in strijd met
+het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen te
+vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila.
+
+Cornelis Bastiaensz was intusschen naar Ternate gezeild, overmeesterde
+de twee Portugeesche vaartuigen, die voor Tidore lagen en tastte
+daarna de vesting aan. De bevelhebber van het fort, Don Pedro
+Alvarez de Abreo was echter op zijn hoede, gewaarschuwd door den
+Engelschen admiraal Middleton, die hem had meegedeeld, wat in Ambon
+geschied was. Hier ging de verovering dus niet zoo gemakkelijk als op
+Ambon. Tweemaal liepen de Hollanders, gesteund door de Ternatanen,
+storm. Tweemaal moesten zij afdeinzen. Het geluk diende ons echter:
+de kruittoren sprong in de lucht en hierdoor was weldra de vesting
+ons. Aan Abreo werd met alle Portugeezen vrije aftocht toegestaan
+"daar het haer geliefde met haer bagage" [23].
+
+Zoo waren dus de Molukken weer in handen der Nederlanders en zij
+zouden wellicht voor goed aan hen gebleven zijn, indien Bastiaensz
+door de heeren bewindhebbers in staat was gesteld het veroverde
+te behouden. Het fort op Tidore werd echter op verzoek van Sultan
+Sahid van Ternate onbruikbaar gemaakt, terwijl het ons aangeboden
+fort op Ternate niet voldoende kon versterkt en bemand worden. Het
+door de Portugeezen verlaten fort op Makjan werd in het geheel niet
+bezet. Ten gevolge van deze verkeerd begrepen zuinigheidstaktiek
+der bewindhebbers hadden de Spanjaarden weldra weer licht spel om de
+Molukken aan de Hollanders te ontrukken.
+
+Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken
+bevonden, waren Acuña uit Spanje en Mexico op zijn herhaald aandringen
+1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en uit Malakka
+twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend verzoek om de
+Molukken te hulp te komen. Acuña, hiertoe nu op zoo uitnemende wijze in
+staat gesteld, voldeed om meer dan één reden hier zeer gaarne aan. In
+de eerste plaats omdat hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een
+koninklijk bevel door den Jezuïet Gomez werd overhandigd, waarbij hem
+gelast werd zonder hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren,
+ten einde de nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht
+der beide volken, te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel
+om de Molukken direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de
+tweede plaats ging Acuña er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de
+Hollanders hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen
+[24]. Den 15en Februari 1606 vertrok Acuña zelf met de vloot van Otong,
+op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich op als maestro
+del campo, terwijl over een der drie Portugeesche galjooten bevelhebber
+was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro Alvarez de Abreo.
+
+De vloot verdeelde zich in twee deelen; de zeilschepen onder bevel
+van Esquivel voeren direct door naar de Molukken, terwijl Acuña met
+de galeien zich eerst nog ophield aan de kust van Mindanao. Zoodra
+Esquivel voor Tidore aankwam, sloten de Tidoreezen zich met vreugde
+opnieuw bij de Spanjaarden aan, terwijl de Hollanders, die door
+Bastiaensz waren achtergelaten, in handen van de Spanjaarden
+vielen. Den 26en Maart voegde Acuña zich bij Esquivel en na nog
+eenige versterkingen bekomen te hebben van Tidoreesche Kora-Kora's,
+staken zij den 31en Maart naar Ternate over en sloegen op 1 April
+het beleg voor de vroegere vesting der Portugeezen. Het Hollandsche
+schip de West-Vriesland, dat voor Ternate lag, vluchtte met eenige van
+de zich op Ternate bevindende Hollanders naar Ambon, terwijl enkele
+andere de Ternatanen tegen de Spanjaarden hielpen. Deze bijstand was
+echter te gering om het fort te kunnen houden. Bij een uitval werden
+de Ternatanen terug geslagen en drongen hunne vijanden te gelijk met
+de vluchtenden het fort binnen. Hiermee was echter de tegenstand der
+Ternatanen niet gebroken, want Sultan Sahid en Kaitjil Hamdja en de
+prins-troonopvolger Modafar waren naar Takomi, een versterkte kampong
+op de Noordkust van Ternate, gevlucht. Zich hier nog niet veilig
+wanende, stak Sahid over naar Saboegoe op Djilolo. Hamdja kwam het
+echter verkieslijker voor zich te verzoenen met de Spanjaarden en door
+middel van dezen gelukte het den Spanjaarden Sahid te bewegen terug te
+keeren en een verdrag te teekenen, waarbij hij den koning van Spanje
+als heer erkende. Als belooning voor deze diensten werd Sahid opgelicht
+en naar de Philippijnen vervoerd. Tot de verovering van Ambon kwam
+het niet, daar Acuña's aanwezigheid in Manila dringend vereischt werd,
+door de dreigende houding der Japanners. Zijn geestkracht was bovendien
+aanmerkelijk verlamd door het hem toegediende vergif, waaraan hij
+ook spoedig na zijn terugkeer is gestorven. Ofschoon de Spanjaarden
+dus niet geheel hun doel hadden bereikt, was toch hun hartewensch
+vervuld: de Molukken waren nu grootendeels onmiddellijk onder Spaansche
+heerschappij gebracht, en Esquivel, die op Ternate achterbleef, kreeg
+dan ook den titel van "Gobernador del Maluco." Acuña had echter door de
+oplichting van Sahid een te duidelijk bewijs gegeven van de Spaansche
+trouweloosheid, wat zal blijken een politieke fout te zijn geweest,
+waarvan de Hollanders maar al te vlijtig gebruik zouden maken [25].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+
+Toen Acuña de Molukken verliet, was Ambon de eenige plaats,
+die met Frederik de Houtman als gouverneur onder onmiddellijk
+gezag der Hollanders stond, terwijl zij verder op Banda een
+geringen invloed bezaten door middel van den, daar door Van der
+Haghen in 1605 achtergelaten, koopman Hendrik van Bergel. Dat deze
+invloed niet groot was, kunnen wij lezen uit een brief van Jacques
+l'Hermite, opperkoopman te Bantam, in November 1608 geschreven aan
+de bewindhebbers te Amsterdam: "Ick vreese, sooder geen ordre in dit
+eylandt gestelt en wort, eens qualick zal afloopen, want dagelycx in
+moetwille toenemen en daer en is nyet wel remedie toe, tensy dat men se
+met gewelt dwinght, dwelck oock zijn zwarickheden heeft. Niet alleen
+die van Banda, maer oock ten respecte van alle landen hieromtrent,
+die daermede groot achterdencken soude gegeven worden; die van Ambon
+werden seer door de Bandaneezen opgerockt, ende is te sorgen schier
+oft morgen daer oock uytborsten sal" [26].
+
+Matelieff was de eerste Hollandsche vlootvoogd, die na Acuña's vertrek
+uit de Molukken, aldaar verscheen. Den 29en Maart kwam hij voor Ambon
+aan en trof hier de gezanten der Ternatanen, die reeds in Bantam
+waren geweest om hulp te verzoeken, welke hij hun beloofde, indien
+zij met 2000 man er toe mede wilden werken de zoo gehate Spanjaarden
+te verjagen.
+
+Den 13en Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen, die onder
+Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken, bleken op verre
+na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden, dit na het
+vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen. Modafar
+en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te
+bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk
+te verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff
+aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een
+fort werd voorzien. Reeds den 26en Mei 1607 teekenden Matelieff en
+de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de bepaling werd
+opgenomen, dat "alle Ternatanen, die verstroyt zijn, in d'omleggende
+landen met den eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van
+Ternatanen het verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen,
+ende 't volk gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt compt"
+[27]. Nauwelijks was het fort den 8en Juni gereed gekomen, of Matelieff
+vertrok den 12en naar China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen
+op Mindanao te hebben afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao
+stellig wel een gunstig onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze
+nog steeds in oorlog was met de Spanjaarden [28].
+
+Dat Matelieff reeds zeer goed het groote nut inzag, dat wij konden
+trekken uit de vijandschap van dezen sultan met de Spanjaarden,
+blijkt wel uit den raad, dien hij aan den Hollandschen vlootvoogd
+Van Caerden gaf, toen deze den 6en Januari 1608 te Bantam verscheen
+[29]. Hij haalde hem over naar de Molukken te stevenen en drukte hem op
+het hart toch vooral de Spanjaarden op Ternate niet roekeloos aan te
+tasten, maar zich veeleer met den sultan van Mindanao te verbinden,
+opdat hij met diens hulp den Spanjaarden allen toevoer uit Manila
+zou kunnen afsnijden. Van Caerden deed dit niet, maar zette, na een
+mislukte poging om Djohore te bereiken, direct koers naar Ambon en
+vandaar naar Ternate, waar hij den 18en Mei 1608 aankwam. Hoewel
+een achttal bodems onder zijne bevelen hebbende, voelde hij zich,
+misschien gedachtig aan de waarschuwing van Matelieff, niet sterk
+genoeg om de Spanjaarden op Ternate of Tidore aan te tasten, maar
+werd er besloten een aanval te wagen op het fort Makjan, dat slechts
+door Tidoreezen bezet was. Ofschoon goed verdedigd, werd het fort
+stormenderhand genomen en met nog twee andere plaatsen op Makjan
+opnieuw in staat van verdediging gebracht, waarna men er 120 man
+achterliet onder bevel van Appollonius Schotte. Alle hoofden van het
+eiland kwamen daar toen samen om zich aan het Nederlandsch gezag en
+de Ternatanen te onderwerpen. Met de verovering van dit nagelrijke en
+voor de Compagnie zoo rentengevend eiland stelde Van Caerden zich niet
+tevreden, maar ontnam den Spanjaarden ook nog een sterkte Tjio op het
+eiland Morotai ten Oosten van Gilolo. Doch hierna daalde zijn gelukzon
+en werd ons een gevoelig verlies toegebracht door Pedro de Heredia,
+die met twee Spaansche galeien het fregat van Van Caerden aanviel
+en den bevelhebber met zijn manschappen den 17en Sept. 1608 dwong
+zich over te geven. Wel werden er weldra weer 34 van hen ingewisseld
+tegen Spanjaarden van een veroverd Spaansch fregat, dat van Manila
+naar Ternate wilde om de Spanjaarden aldaar te proviandeeren [30],
+maar Van Caerden zelf bleef voorloopig nog de gevangene van Juan de
+Esquivel, die als losprijs niets meer of minder eischte dan de overgave
+van de forten op Makjan en van Malaya op Ternate. Gelukkig was deze
+eisch den Hollanders wel wat al te kras, hoewel toch "door verblint
+verstant der Hollandern Maleyo offte de fortresse op Ternate gelegen,
+Orangie, voor des Admiraels rantsoen werde geoffreert en gebooden". Op
+deze voorwaarde wilde Esquivel Van Caerden echter niet vrijlaten;
+"tot grote ontlastinge van degene die sulx hadden gepresenteert"
+[31], zegt de briefschrijver er bij. Door gevangenschap werd Van
+Caerden dus verhinderd, uitvoering te geven aan zijn plan om een
+tocht naar de Philippijnen te ondernemen.
+
+François Wittert zou na Van Noort de eerste zijn, die zich voor den
+hoofdzetel van het Spaansche gezag in de Oost zou vertoonen. Voor wij
+echter over kunnen gaan tot de beschrijving van dezen tocht, zien
+we ons genoodzaakt een oogenblik te verwijlen bij de verrichtingen
+van twee andere vlootvoogden, namelijk den admiraal Pieter Willemsz
+Verhoeff en schipper Simon Jansz Hoen, die den 15en Februari 1609
+voor Bantam verschenen. Lang vertoefden zij hier niet, maar vertrokken
+direct naar Banda, om die eilanden aan de Compagnie te verbinden "met
+tractaat ofte met geweld". Verhoeff viel aldaar als slachtoffer van
+de trouweloosheid der Bandaneezen, waarna aan Simon Jansz Hoen als
+vice-admiraal het opperbevel werd opgedragen. Nadat Hoen de opdracht
+zijner principalen op Banda had volbracht, door er na heftigen strijd
+het fort Nassau gebouwd en den Bandaneezen een tractaat afgedwongen
+te hebben, stelde hij Hendrik van Bergel [32] daar als gouverneur aan
+en zeilde naar Ternate. Hier kwam hij den 23en Sept. aan, versterkte
+op Ternate het plaatsje Tacomi, dat Willemstad gedoopt werd, en was
+daarna zoo gelukkig aan de macht der Compagnie een groote uitbreiding
+te geven door de verovering van Batjan. Tidore kon hij helaas niet
+machtig worden, daar de dood hem in Januari 1610 wegrukte, waardoor
+dit gedeelte der vloot, uit gemis aan een aanvoerder en door onderling
+krakeel, niets van belang meer heeft kunnen uitrichten. Vóór Verhoeff
+naar Banda vertrokken was, had hij volgens besluit van den breeden raad
+zijn vice-admiraal François Wittert bevel gegeven met vier schepen
+naar Makasar te zeilen, om aldaar rijst en andere levensbehoeften
+voor de Molukken te koopen en tevens pogingen in 't werk te stellen
+om een verbond met den vorst te sluiten. Het is hier de plaats niet
+te verhalen, hoe Wittert geslaagd is. Genoeg zij het te vermelden,
+dat hij, na te Makasar eenige maanden vertoefd te hebben, den 22en
+Juni 1609 voor Ternate verscheen. Na hier vernomen te hebben, dat
+Van Caerden gevangen was genomen, versterkte hij het eilandje Motir,
+sloot een voordeelig tractaat met de Ternatanen en ging daarna den
+22en September, juist één dag voor de aankomst van Hoen te Ternate,
+naar de Philippijnen onder zeil. De weinig energieke gouverneur van
+die eilanden, Telez de Almansa, was in 1609 opgevolgd door Don Juan
+de Silva. Deze had, zoodra hij aan het bestuur kwam, de haven Cavite
+en andere forten op de Philippijnen versterkt en één der vijf door hem
+meegebrachte compagnieën soldaten onder Fernando de Ayala tot hulp naar
+de Molukken gezonden. Uit deze maatregelen blijkt wel, dat Wittert een
+krachtig tegenstander tegenover zich zou vinden. Of hem de tocht naar
+Manila te Bantam reeds was aanbevolen, weten wij niet, maar het is
+wel zeer waarschijnlijk, daar hij zich geheel houdt aan het advies,
+dat Matelieff aan Van Caerden hieromtrent 4 Jan. 1608 heeft gegeven
+[33]. Na eerst op de moeilijkheid te hebben gewezen, om met onze vuile
+schepen de vlug bezeilde Chineesche jonken in de Philippijnsche wateren
+te achterhalen, geeft hij den raad om met twee groote vaartuigen,
+die krachtig genoeg waren om den vijand te weerstaan, en twee jachten
+"dapper op de seylage gemaeckt", voor Manila te gaan kruisen. Tevens
+acht hij het wenschelijk eenige plaatsen van de Spanjaarden daar af
+te loopen, voornamelijk Otong op het eiland Panay, van waar uit veel
+rijst en vleesch naar Manila wordt gestuurd. "Verzeker u echter eerst",
+zegt Matelieff, "van de hulp der Mindaers". Geheel overeenkomstig
+dit advies van Matelieff aan Van Caerden, richtte nu Wittert zijn
+tocht in. Den 25en October kwam hij met het schip De Amsterdam en drie
+jachten: De Valk, De Arend en De Pauw, voor Otong aan. Hier konden ze
+echter weinig uitrichten, daar Ayala, die, zooals wij gezien hebben,
+met hulptroepen voor de Molukken onder weg was, zich nog op deze
+plaats bevond. Wel gelukte de landing, maar toen zij hier buiten
+verwachting zoo'n krachtigen tegenstand ontmoetten, trokken zij zich
+weder terug op de schepen en zetten hun tocht voort. Ook Cavite was
+door Juan de Silva te goed versterkt, om dit met eenige kans op succes
+te kunnen aanvallen. Wittert voer nu terug en stationneerde zich aan
+den ingang der baai voor het eilandje El Frayle, waar hij alle schepen
+uit China, Macao en Voor-Indië komende, overviel en zonder de minste
+moeite buit maakte. Drie-en-twintig rijk geladen jonken bemachtigde
+hij hier [34], behalve nog twee Japansche, die hij echter weder vrij
+liet. Deze rijke gemakkelijk verkregen buit en misschien ook de hoop
+dat hij nog het zilverschip uit Mexico zou bemachtigen, verleidde hem
+langer te blijven dan met de voorzichtigheid overeenkwam. Wanneer
+hij echter dacht, dat de Spanjaarden zonder verzet zouden aanzien,
+dat Wittert op deze wijze de welvaart van Manila bedreigde en de bron
+van inkomsten deed opdrogen, had hij buiten den energieken De Silva
+gerekend. Alle krachten spande deze in, om een behoorlijke vloot
+uit te rusten. Dag en nacht werd gearbeid, het ijzer der hekwerken
+gebruikt en kerkklokken vergoten tot geschut. Op deze wijze verkreeg
+hij een vloot van acht schepen, twee galjoenen, twee galeien en vier
+kleinere schepen, bemand met 1000 koppen, bijna alle Spanjaarden,
+onder aanvoerders als Pedro de Heredia en Gallinato. Hierbij voegde
+zich nog een in Marinduque gemaakt schip. Het opperbevel over deze
+scheepsmacht verkreeg De Silva's neef Don Fernando de Silva. Op 21
+April 1610 verliet Fernando met zijn vloot Cavite en 25 April raakte
+hij met drie schepen van Wittert slaags--een jacht en een sloep van
+het schip Delft lagen aan de andere zijde van de baai op wacht. De
+uitslag was niet twijfelachtig, de overmacht te groot. Wittert en
+velen met hem sneuvelden, twee schepen werden genomen en het derde
+vloog in de lucht. Toen het jacht De Pauw en de sloep, op het schieten
+afkomende, den uitslag bemerkten, vluchtten zij en kwamen behouden
+in Patani [35]. Bijna de geheele Hollandsche macht voor Manila was
+dus vernietigd, en dit niet alleen: ook de ontzaglijke buit [36]
+der Hollanders en hunne papieren vielen in handen der Spanjaarden,
+125 man werden krijgsgevangen gemaakt, en 50 stukken geschut van
+de Hollandsche schepen zouden voortaan tegen die Hollanders zelf
+hunne goede diensten bewijzen. Van de krijgsgevangenen bleven zij
+gespaard, die door de vermaningen der Jezuïeten--en misschien ook
+door de vrees voor den dood, of liever door de hoop op het leven,
+tot het katholicisme werden bekeerd.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+
+Zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, was in 1610
+de toestand in de Molukken verre van rooskleurig. Van Caerden was
+gevangen genomen, Hoen plotseling gestorven en Wittert gesneuveld. In
+Februari 1610 kwam een Spaansche versterking, bestaande uit zes
+fregatten, in de Molukken. Gelukkig maakten de Hollanders zich van
+een dezer schepen meester, waardoor zij in staat gesteld werden Van
+Caerden in te wisselen tegen de zich daarop bevindende officieren
+en paters. Dadelijk werd Van Caerden als gouverneur erkend, maar
+niet lang daarna voor de tweede maal krijgsgevangen gemaakt door de
+Spanjaarden, die hem nu naar Manila voerden, waar hij in de gevangenis
+omkwam. Zoo waren de Molukken dus weer zonder een erkend hoofd. Wel
+zou het Bestand in Oost-Indië 9 April 1610 ingaan, maar de Spanjaarden
+hadden hiervan nog geen bericht ontvangen. En toen zij dit later van
+de Hollanders vernamen en met de stukken overtuigd werden, weigerden
+zij toch het bestaan ervan, zonder last van hooger hand, te erkennen
+[37]. Integendeel, Don Juan de Silva maakte zich gereed tot een tocht
+naar de Molukken. Uit de buitgemaakte papieren van Van Caerden had hij
+den juisten toestand, waarin zich de forten in de Molukken bevonden,
+leeren kennen, en in de hoop den Nederlanders voor de tweede maal
+een even geduchte nederlaag toe te brengen, als in het vorige jaar,
+besloot hij, tegen het gevoelen der Audiencia in, aan zijn voornemen
+gevolg te geven. In 1611 verscheen hij met een vloot, waarop zich
+2000 soldaten en matrozen en vele inboorlingen bevonden. Reeds
+spoedig bemerkte hij, dat de forten in veel betere conditie waren,
+dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij den ongelukkigen sultan
+Sahid, die door hem uit Manila was meegebracht, in de Spaansche
+vesting achterliet en wederom met zijn vloot naar Manila vertrok. Op
+dezen terugtocht maakte hij zich van Gilolo en Saboegoe, twee door
+de Hollanders versterkte plaatsen op de Westkust van Halmaheira,
+meester. Deze beide plaatsen waren daarom wel van eenig belang,
+omdat van daar uit Ternate en Tidore gemakkelijk van levensmiddelen
+konden worden voorzien. Er verliepen een paar jaar voor de Hollanders
+zich sterk genoeg gevoelden een tocht naar de Philippijnen te
+ondernemen. Weliswaar bevond de eerste gouverneur-generaal Both zich
+in 1613 met dertien schepen in de Molukken en werd toen het voorstel
+gedaan om een kaapvaart naar de Philippijnen te doen, maar Both en
+de meerderheid der bevelhebbers vonden het van meer belang eerst de
+forten in de Molukken in flinken staat van verdediging te brengen,
+zoodat er toen geen gevolg aan werd gegeven [38]. Laurens Reaal
+bleef als gouverneur in de Molukken achter. Steeds liepen onder
+diens bewind geruchten omtrent de aanstaande komst der Spanjaarden
+[39]. Wij zullen later zien, dat deze niet uit de lucht gegrepen waren.
+
+Reaal had reeds lang het plan gekoesterd den vijand in Manila op te
+zoeken en daar hij in 1614 een voldoend aantal schepen onder zijn vlag
+kon vereenigen, maar geen leger bezat, dat sterk genoeg was om den
+vijand te land op Ternate of Tidore aan te tasten, besloot hij met zijn
+raad deze scheepsmacht te gebruiken tegen de Philippijnen. Tegenover de
+tien schepen der Hollanders hadden de Spanjaarden er weliswaar veertien
+gereed, maar deze waren volgens de ingewonnen informatie slechts met
+zeer weinig soldaten en met nog minder matrozen bemand. Bovendien
+waren onze forten in de Molukken in goeden staat van verdediging, en
+mocht hier onverhoopt iets voorvallen waardoor de hulp der vloot noodig
+zou blijken te zijn, dan kon deze altijd met den aanstaanden noorder
+moesson snel terugkomen. En als de nieuw benoemde gouverneur te Bantam
+was aangekomen, zoo oordeelden Reaal en zijn Raad den 17en Aug. [40],
+dan zou hij zich wel zoo spoedig mogelijk over Macao en Manila naar de
+Molukken begeven. Deze reisroute toch zou hem een paar maanden eerder
+aldaar doen zijn. Wilde het geluk nu, dat de beide vloten elkaar
+in de Philippijnsche wateren ontmoetten, dan zou er misschien iets
+"treffelycks" kunnen uitgericht worden. Den 17en Aug. werd met den
+tocht een aanvang gemaakt door Jan Rossingeyn, die vooruit gezonden
+werd naar Siau, het vroeger door Reaal veroverde eiland, om aldaar
+Kaitjil Kaluwan [41] in plaats van den naar Manila vervoerden ouden
+Koning, als zoodanig aan te stellen. Den 11en Sept. ging het tweede
+deel van de vloot onder bevel van Reaal van Ternate onder zeil. Het
+bestond uit zeven schepen. Het admiraalschip De Son, Groot Hoorn,
+Seelandt, Ceylon, Middelborch, Patana en De Hope. Reeds den 15en
+derzelfde maand kwamen ze voor Siau, waar zich Jan Rossingeyn met De
+Arend, De Hollandsche Leeuw en De Maen bij de vloot voegde, zoodat
+deze nu bestond uit tien schepen. Nadat Sangir was aangedaan, kwam
+den 26en het eiland Tagima (tegenwoordig Basilan) in het gezicht
+en bereikten zij den 29en Samboangan aan de zuidpunt van Mindanao,
+waar zij veel ververschingen bekwamen van de inwoners die hen tevens
+was en "canello de matto" te koop aanboden. Drie dagen later wierp de
+vloot voor La Caldera het anker uit, waar de Mindanaers, zoowel als
+de bewoners van den Soeloe-archipel, onzen vlootvoogd hulp aanboden,
+terwijl de laatsten te kennen gaven niet te twijfelen, of hun koning
+zou eerstdaags komen. Reaal zeide echter niet te kunnen wachten, daar
+de moesson bijna verloopen was. Als hun vorst ons echter wilde volgen,
+dan zou hij ons te Otong of elders kunnen aantreffen. Spoedig zeilden
+zij dan ook naar het eiland Panay en kwamen daar den 14en Oct. in de
+haven van Ilo-Ilo aan. De Spanjaarden, door Geronimo de Silva op de
+hoogte gebracht van Reaal's komst, namen, zoodra deze zich met zijn
+vloot vertoonde, in de bosschen van het eiland de wijk, daar zij zich
+niet sterk genoeg gevoelden den Hollanders het bezit van het houten
+fort te Otong te betwisten. Hier besloot Reaal te landen om den vijand
+door "branden en blakeren" zooveel mogelijk afbreuk te doen. De dorpen
+Jaro, met een zich daar bevindend klooster, Arevola en Otong in de
+nabijheid van Ilo-Ilo werden met den grond gelijk gemaakt en alles wat
+waarde had medegenomen. Hetzelfde lot ondergingen twee fregatten en
+vele op de rivier liggende fusten. Ook werden er 110 à 120 "beesten"
+buitgemaakt. Vergeefs gewacht hebbende op wat gunstiger weer en wind,
+besloten zij eindelijk hun tocht naar Manila voort te zetten, maar
+noordelijker dan Panay konden zij niet komen. Na herhaalde mislukte
+pogingen om tegen den moesson op te zeilen, werd den 24en Nov. het
+besluit genomen naar La Caldera terug te keeren, waar zij den 28en
+opnieuw het anker uitwierpen. Zij vernamen hier, dat ongeveer een
+maand geleden twee galeien, twee fregatten en twee kleinere scheepjes,
+naar Ternate bestemd, voorbij gezeild waren. Waarschijnlijk naar
+aanleiding van dit bericht vertrokken De Hoorn en Patana den 4en
+Dec. naar de Molukken. De overige schepen hielden zich nog eenigen tijd
+in La Caldera op, waar een paar gezanten van den sultan van Mindanao
+en wat later de koning van Soeloe kwamen om met Reaal een verbond
+te sluiten [42]. Reaal bewees hun groote eer en vriendschap en van
+"die van Solock" zegt hij, dat ze "zijn een civiel volk, altemaal
+sprekende goed Maleitsch, alsoo met Maleyen en die van Broenei veel
+handelen in paarlen, die er schoon vallen, was, schildpadhoorn en
+goud" [43]. Van hen werd ook vernomen, dat er twee of drie schepen
+gezien waren in de nabijheid van Soeloe, die door de straat tusschen
+Soeloe en Basilan poogden door te zeilen. De Hollandsche Leeuw werd
+er op afgezonden, maar keerde onverrichterzake terug. Eerst den 14en
+Jan. 1615 kon Reaal er toe besluiten La Caldera den rug toe te keeren
+en de Molukken wederom op te zoeken. Den 26en Jan. wierp de vloot voor
+Malayo het anker uit. Veel voordeel was met dezen tocht niet behaald,
+daar zij volgens Reaal "meer schrick als schade aan den vijandt ofte
+proffijt voor ons hebben gedaan" [44]. "Zij hebben", schrijft Coen,
+"27 ankers verloren en veel perykel van stranden geleden" [45]. Boven
+maakte ik reeds melding van de vele geruchten die in de Molukken
+liepen omtrent de komst van een groote Spaansche macht.
+
+Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der
+Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij de
+Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen
+en bemanning te voorzien [46]. Zelf spande hij alle krachten in om
+een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug. 1614
+eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning
+hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego
+de Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te
+kennen gaf, dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen
+en 400 soldaten te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den
+moesson zooveel "secours" zenden als hij kon missen. Dit bracht
+De Silva dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met
+tien galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om
+uit te varen, toen hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al
+zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal
+Don Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend
+tegen zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De
+Silva zijn plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle
+wetten en krijgsprudencie streed, den 12en Jan. 1610 in een junta
+van alle "estados". Op de in deze vergadering gemaakte bedenking,
+als zou het beter zijn op de hulp van den vice-koning te wachten,
+kon de doortastende gouverneur antwoorden, dat den 1en Oct. 1615 een
+karveel en een galjoot door Francisco de Meranda afgezonden waren,
+die het volgende bericht hadden medegebracht. "De vier galjoenen,
+u door den vice-koning toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben
+de straat niet kunnen passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De
+bevelhebbers zijn besloten voor Malakka te blijven wachten op de komst
+der Spanjaarden, daar ze groote zwarigheid maken om naar de Molukken te
+gaan". Na dit meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat,
+als de Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot
+den noorder moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen
+de schepen wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door
+de wormen verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit "zekere"
+berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp
+uit Holland had te verwachten [47]. Of hij de Audiencia tot andere
+gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild,
+is mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila
+met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners,
+die echter later aan wal moesten gezet worden, omdat men hen niet
+vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva
+in een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken,
+tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken
+nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te
+zenden langs Sangir en La Caldera [48]. Terwijl de Hollanders, alsook
+de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de Molukken zou
+gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in straat Soenda
+met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen [49] en vandaar naar
+Bantam te zeilen om er de Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij
+Banda en Ambon en daarna Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De
+Silva echter voor Malakka kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen;
+deze waren door Steven v. d. Haghen vernietigd [50]. De Silva had
+stelligen last zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen
+en te Malakka zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot
+De Silva op deze plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot
+echter een zwaar verlies. Den 19en April 1616 stierf De Silva [51]
+plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan Don Alonso Enriquez het
+opperbevel te hebben overgedragen. Door den dood van dezen krachtigen
+doortastenden gouverneur was de groote voortstuwende kracht aan de
+Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso Enriquez keerde uit vrees voor de
+veiligheid der Philippijnen en wanhopende aan het Portugeesch secours,
+in Mei naar de Philippijnen terug [52].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+
+Toen De Silva door tegenwerking van den fiskaal Alvarado en de
+Audiencia gedwongen was geweest zijn krijgsplannen bloot te leggen,
+werd hem naar aanleiding daarvan lichtzinnigheid verweten. Hij
+verzweeg, zeide men, de zwarigheden, opdat hij niet zou behoeven te
+wachten. Hij zag voorbij, dat hij een machtigen en ervaren vijand
+tegenover zich had, die zonder twijfel van zijn plannen op de hoogte
+was en geen hulp meer noodig had, daar hij volgens de berichten
+van Padre Ribero, 37 schepen bezat. In plaats van alles te winnen,
+zooals hij zich verbeeldde, vreesde men, dat hij alles zou verliezen
+en van de vloot schip noch man zou ontkomen [53]. Alvarado en de
+andere leden van de Audiencia zagen den toestand echter te donker in,
+stelden zich onze waakzaamheid te groot, onze alwetendheid te absoluut
+voor. De Hollandsche admiraal Van der Haghen verkeerde in de stellige
+overtuiging, dat De Silva rechtstreeks naar de Molukken zou gaan en
+verliet in die meening, na de Portugeesche galjoenen voor Malakka
+vernield te hebben, de straat van dien naam, om nog tijdig met den
+moesson in de Molukken te komen [54]. Ook zelfs de president van de
+factorij te Bantam, J. P. Coen, werd er eerst den 10en April 1616 van
+op de hoogte gebracht, dat de vloot niet naar de Molukken, maar naar
+Malakka was gegaan. "Ende alsoo ten voors. tijde, doen van de compste
+der Spanjaerden advyse bequamen, het westelijcke mousson verloopen was
+ende wij van jachten gantsch onversien waeren, soo en conden naer de
+Molucques geen advyse zenden" [55], schrijft Coen aan de bewindhebbers.
+
+De Silva's geheimhouding van het eigenlijke plan had dus wel degelijk
+doel getroffen. En moge de grootsche onderneming zelf ook al geheel
+mislukt zijn, de misleiding van den vijand ten opzichte van de
+beraamde plannen is voor de Spanjaarden, zooals wij nader zullen
+zien, zeer zeker van onberekenbaar belang geweest. Drie weken toch,
+nadat Don Juan de Silva met zijn vloot uit Manila vertrokken was,
+verscheen Joris van Spilberghen daar in de baai. Deze was reeds den
+6en Aug. 1614 uitgezeild met last om door de straat van Magelhaens te
+varen, den Spanjaarden aan de Westkust van Amerika zooveel mogelijk
+nadeel toe te brengen en zich daarna naar de Oost te begeven. Deze
+last was nauwkeurig door hem opgevolgd. Wel had De Silva van de
+aankomst van Spilberghen in Zuid-Amerika gehoord, maar toen hij
+in ongeveer twee jaar niets meer van hem had vernomen, meende de
+Spaansche gouverneur, dat die Hollandsche vloot vernietigd was en hij
+Manila dus gerust verlaten kon. Den 9en Febr. bereikte Spilberghen
+echter de Philippijnen, voorzag zich op het eilandje Capoel van
+levensmiddelen en zeilde daarna langs de Zuidkust van Luçon naar
+Manila. Natuurlijk heerschte hier na zijne verschijning algemeene
+ontsteltenis. De stad was zoo goed als weerloos. Geen troepen, geen
+geschut; wapens, ammunitie, alles ontbrak. De bewoners vreesden reeds
+weldra de Hollanders in hun stad te zullen zien. Hun stadhouder Don
+Andrés de Alcazar nam echter alle maatregelen, die hij nemen kon en
+bracht de daar nog liggende schepen zoo goed mogelijk in staat van
+tegenweer, deed de kanonnen herstellen en liet, om hiervoor ijzer
+te verkrijgen, de vroeger weggeworpen slakken zelfs weer smelten. De
+Chineezen bekwamen voor iedere drie arrobas [56] erts, die ze hieruit
+verkregen, een loon van drie realen. Burgers en monniken oefenden
+zich in den wapenhandel [57], en toch zou alles vergeefs geweest zijn,
+indien Spilberghen niet van gevangenen het bericht had vernomen, dat De
+Silva naar de Molukken was afgezeild. Nu besloot hij, na 15 dagen in
+de baai vertoefd en vergeefs getracht te hebben eenige gevangenen te
+bevrijden, om zoo spoedig mogelijk naar deze eilandgroep te gaan. Den
+20en Maart kwam hij te La Caldera. Hier vernam hij de valsche tijding,
+dat de vijandelijke vloot zich nog in Otong op Panay bevond. Hij werd
+tusschen La Caldera en het eiland Basilan, in de straat Basilan,
+door windstilte een tijd lang opgehouden, van welke gelegenheid de
+Mindanaers gebruik maakten om hem hun hulp tegen de Spanjaarden aan te
+bieden met een vloot van 50 "scheepkes", terwijl ze hem een brief van
+Reaal vertoonden, waarin deze hen zijn groote vrienden noemde [58]. In
+Ternate gekomen deelde hij natuurlijk onmiddellijk aan Reaal mede,
+dat, zooals hij ook werkelijk meende, de Spanjaarden zeer spoedig in
+de Molukken zouden verschijnen. Men besloot dus den vijand hier af
+te wachten. Den 1en Juni voegden zich nog bij hen eenige schepen uit
+Banda en Ambon [59], waarop zich Van der Haghen en de andere raden
+uit Indië bevonden, waarna deze overgingen tot het kiezen van een
+nieuwen gouverneur-generaal. De keuze viel op Reaal. Nu rees de vraag
+op welke wijze deze groote macht, zeventien schepen, die hier toevallig
+bijeen was, het best kon worden gebruikt tot heil en voordeel van de
+Compagnie. Zouden ze in de Molukken blijven en trachten het Spaansche
+fort op Ternate of Tidore te veroveren; of was het beter den vijand in
+de Philippijnen te bestoken? Tot het laatste besloot men. Jan Dirksz
+Lam werd als bevelhebber aangesteld en den 1en Sept. vertrok hij met
+een vloot van tien schepen van Malayo. Reeds den 17en arriveerde hij
+aan La Caldera om daarna op advies van Reaal Otong op Panay aan te
+doen. Den 30en Sept. bereikten zij deze plaats, waar de Spanjaarden
+een fort hadden, dat men den volgenden dag gewapenderhand zou trachten
+te nemen, om vandaar ongehinderd eenige beesten te halen, "die er
+in abondantie te becomen zijn" [60]. Dit mislukte echter. Quinones,
+de aanvoerder der Spanjaarden, gewaarschuwd door Geronimo de Silva,
+ontving hen dapperder dan zij hadden verwacht, en met verlies van 14 of
+15 man [61] en eenige gekwetsten werden zij teruggeslagen. Lam zegt,
+"tselve door ons binnen 8 ofte 10 dagen door belegh wel hebben connen
+geforceert geworden", maar dit achtten zij niet raadzaam, omdat dan
+de moesson te veel zou verloopen. Denzelfden dag scheepten zij zich
+dus weer in, deden 16 Oct. Marinduque aan om water in te nemen, van
+welke gelegenheid drie man gebruik maakten om naar den vijand over te
+loopen, verbrandden kort daarop het dorp Baradero en kwamen den 18en
+Oct. in de baai van Manila aan. Eerst den 12en dezer maand hadden zij
+vernomen, dat Don Juan de Silva te Malakka was gestorven en de vloot
+reeds vier à vijf maanden geleden deze plaats had verlaten. Zoodra
+Lam was aangekomen liet hij de sterkte van den vijand verkennen. Men
+telde acht groote schepen, drie groote galeien, vijf of zes fregatten
+en eenige kleinere vaartuigen, "die wij met devotie sullen verwachten
+ende naar uit- en invaren sooveel doenlijck is te beletten, soodat
+UEd. voor dit moeson in de Molukken voor 's viants macht niet en hebt
+te vreesen", schrijft Lam aan Reaal [62]. Slechts nu en dan zond hij
+eenige schepen naar de kust van Luçon om Chineesche jonken buit te
+maken. Hierin waren zij echter niet gelukkig, zoodat het hen aan alle
+mogelijke ververschingen begon te ontbreken en zij besloten [63] wegens
+de vele zieken aan boord--De Oude Maen, Vlissingen en Walcheren konden
+zelfs zonder hulp van andere hun ankers niet lichten--om het laatste
+schip met advies en de zieken naar Ternate te sturen. Ook gelukte
+het hun niet het zilverschip te verschalken. Den 8en Dec. hadden zij
+bericht gekregen, dat het in Japan had overwinterd en in Ilocos [64]
+lag, maar De Aeolus en De Walcheren, die er op uitgezonden werden,
+konden het niet vinden. Toen zij den 8en Jan. 1617 nogmaals hetzelfde
+vernamen, werd De Aeolus er weder heen gestuurd. Deze bracht helaas
+ook nu niet het zilverschip mee, wel vier Chineesche en één Japansche
+jonk en het bericht, dat het zilverschip wel degelijk te Ilocos had
+gelegen, maar dat het geld (300,000 realen van achten) en 400 man
+[65] over land naar Manila was gebracht. Zoodra De Aeolus op het
+schip afkwam, werd dit door de bemanning zelf in brand gestoken,
+wat eveneens met de twee daar liggende fregatten gebeurde.
+
+Het is te verwonderen dat de Hollanders, ondanks deze tochten buiten de
+baai van Manila, niets hebben bemerkt van hen, wier bondgenootschap zij
+in dezen zoo uitnemend hadden kunnen gebruiken, nl. de Mindanaers. Deze
+maakten gebruik van de gelegenheid, dat de Hollanders de baai bezet
+hielden, om zooveel mogelijk te rooven en te vrijbuiten. Eerst hadden
+zij aan de kust van Camarines een daar op stapel staand schip en
+twee jachten verbrand en dertig Spanjaarden gevankelijk meegevoerd,
+en verder hun strooptochten uitgestrekt tot Panay. Hier werden zij
+echter door den reeds boven genoemden Quinones verslagen en uit
+elkaar gedreven. Een andere afdeeling der Mindanaers op Balayan,
+aan de zuidkust van Luçon geland, vernielde daar een magazijn van
+touwwerk der Spanjaarden. Aan deze strooptochten trachtten onze
+vijanden een einde te maken. Twee galeien wisten de Hollanders te
+verschalken door bij nacht uit Cavite te sluipen. Zij staken naar
+Mindoro over, waar zich de vloot der Mindanaers bevond, maar konden
+door den wind de rivier niet op zeilen, waarvan de Mindanaers gebruik
+maakten, om zich zoo snel zij konden te verwijderen. Gelukkig voor
+de Spanjaarden, dat Lam niet wist, hoe dicht in zijne nabijheid zich
+bondgenooten bevonden [66]. Den 7en Maart besloten de Hollanders naar
+Wittertseiland, een der Islas Hermanas, te zeilen, omdat zij daar
+beter op de Chineesche jonken konden letten. Zij vertoefden er eenige
+dagen, toen een Japansch gezagvoerder zich bij hen vervoegde. Deze
+zeide een der door de Spanjaarden uitgezonden boodschappers te zijn,
+die in last hadden de Chineesche jonken te Ilocos, Pangasinan of
+Capo Fraile, op de westkust van Luçon, te waarschuwen. De Japanner
+vroeg en verkreeg als belooning voor zijn bericht een Chineesche
+jonk en een Hollandschen stuurman, om zich daarmee naar Japan te
+begeven. Dadelijk werd De Aeolus (dit was dus voor de derde maal)
+naar Ilocos gezonden, drie dagen later, den 23en Maart, gevolgd
+door De Engel van Delft. Den 6en April zette het schip De Roode
+Leeuw koers daarheen om De Engel terug te roepen. De Nieuwe Maen en
+Ter Veer werden naar Wittertseiland gestuurd om De Aeolus, die met
+twee buitgemaakte jonken tot daar teruggekeerd was, in het lossen
+te helpen, en De Vlissingen naar Pangasinan, om daar De Aeolus te
+vervangen. Zoo had Lam dus slechts drie schepen: De Nieuwe Son, De
+Oude Son en De Oude Maen, onder zijn onmiddellijk bevel, toen hij den
+14en April een vijandelijke scheepsmacht op zich zag afkomen. Deze
+vloot, onder bevel van Ronquillo, bestond uit zeven groote galjoenen,
+waarvan het admiraalschip uitstekend gemonteerd was, drie galeien,
+een jacht en nog eenige kleinere vaartuigen. Lam retireerde met
+zijn drie schepen naar de andere drie, die bij Wittertseiland lagen,
+waarmee hij zich 's avonds nog kon vereenigen. Na gehouden scheepsraad
+werd den volgenden dag het besluit genomen nog verder noordwaarts te
+retireeren, om zich zoodoende bij de laatste drie: De Roode Leeuw,
+De Vlissingen en De Engel te voegen [67]. Dit mislukte door de betere
+bezeildheid van drie der Spaansche schepen, waardoor zij gedwongen
+werden bij te draaien. Gezamenlijk besloten zij nu het admiraalschip
+aan te tasten. Maar na elk schip, dat voorbij voer, de volle laag
+met interest teruggegeven te hebben, vond ook Ronquillo het raadzamer
+eerst zijn overige schepen, die hij vooruitgezeild was, af te wachten,
+zoodat er dien dag niet meer gevochten werd. Den volgenden dag
+begon eerst de eigenlijke strijd. De Spaansche admiraal enterde het
+schip van Lam, De Nieuwe Son. Drie uur duurde het gevecht, waarna de
+Spanjaard, uit vrees van te zinken, de enterdreggen doorhakte om zich
+te redden. Ook het Hollandsche admiraalschip was geheel doornageld
+en verdween weldra in de diepte. Gelukkig dat Lam en het volk zich
+hadden kunnen redden op De Oude Son. De Ter Veer ging in vlammen op;
+De Aeolus werd reddeloos geschoten en is daarna "opgesprongen" zegt
+'t Hoofling, de vice-admiraal van de vloot. "De swaerste furie van
+deze batailie was geëndicht" en de drie overige schepen: De Oude Son,
+De Nieuwe Maen en De Oude Maen namen de vlucht, elk zijns weegs koers
+zettende naar Ternate. De Oude Son werd echter door tegenwind hierin
+verhinderd, waarop zij besloten naar Patani te zeilen om aldaar
+de gekwetsten, waarvan er zich meer dan 70 op het schip bevonden,
+te ververschen. Maar toen ook dit de tegenwind belette, trachtten
+zij, langs de kust van Kambodja loopende, eenige ververschingen in te
+nemen. Den 21en Mei gelukte het hun ten laatste met veel moeite om daar
+levensmiddelen voor drie maanden te koopen, waarna zij besloten eerst
+naar Macao te zeilen en vandaar met den noordermoesson Ternate op te
+zoeken [68]. Terwijl zij met dit doel langs de Chineesche kust voeren,
+werd de hoop op buit weder bij hen wakker en gaven zij er de voorkeur
+aan te trachten de karak, die jaarlijks van Macao naar Japan voer,
+of eenige der Chineesche jonken, die op Manila handel dreven "waar te
+nemen" [69]. Dit kwam bijzonder overeen met den wensch van Coen, want
+den 20en ontmoetten zij twee schepen: De Zwarte Leeuw en De Galjas [70]
+van Hoorn, die den 9en Mei Bantam hadden verlaten met een instructie,
+welke op hetzelfde neerkwam. Zij namen nu het besluit om gezamenlijk
+naar Nagasaki te zeilen en als de karak zich daar reeds bevond, deze
+desnoods tegen den wil der Japanners in de haven aan te tasten. Dit
+werd echter om verschillende redenen ondanks den uitdrukkelijken last
+van Coen nagelaten. Zij hadden nl. bericht gekregen, dat van twee
+Hollandsche schepen, te weten De Roode Leeuw [71] en Vlissingen,
+en een Chineesche jonk, die voor Firando lagen, De Roode Leeuw, na
+zijn goederen reeds te hebben gelost, alsook de Chineesche jonk door
+storm op den wal waren geworpen, en vreesden nu, dat de Japanners
+deze goederen in ruil voor de karak in beslag zouden nemen. Zij
+staken dus weer in zee en besloten eerst het advies van Specx,
+vertegenwoordiger van de O.-I. Compagnie in Japan, af te wachten. Ook
+dit luidde ontkennend. De kraak lag, aldus verontschuldigde Specx zich
+bij Coen [72], in de haven van Sassinots onder het eiland Amacusa
+(10 mijlen bezuiden Nagasaki), en het was niet mogelijk een aanval
+op haar te wagen, daar de haven nauw besloten was en er een harde
+tegenwind blies. Ook vreesde Specx dat wij dan met de Japanners in
+onmin zouden komen en wij daardoor de rijst zouden missen, die van
+hieruit vooral naar de Molukken werd gestuurd, sinds wij die, na de
+oneenigheid met Makasar, niet meer vandaar konden bekomen. Toen de
+kraak daar nog niet in de haven lag, had Specx plan gehad De Roode
+Leeuw uit te zenden om haar op te zoeken [73]; maar een zware typhon
+had dit belet. Nadat Lam en de zijnen besloten hadden, de kraak
+niet aan te tasten, zeilden zij naar Firando. Hier werd den 8en
+Aug. bepaald, dat De Swarte Leeuw met de buit gemaakte goederen naar
+Bantam zou gaan. De Roode Leeuw, die men niet had kunnen lichten,
+werd gesloopt en Lam ging, na op De Vlissingen te zijn overgegaan,
+in Jan. 1618 met provisie naar de Molukken onder zeil, en wierp
+11 Febr. 1618 voor Ternate het anker uit. De Nieuwe- en Oude Maen,
+met Lam den Spanjaarden ontvlucht, waren 7 Aug. 1617 behouden aldaar
+aangekomen, gelijk het zevende schip De Engel reeds den 27en Juni
+van dat jaar [74]. De Oude Son met De Galjas zouden nog een poging
+wagen om de karak, die met zilver naar Macao ging, te vermeesteren
+en daarna naar Cochin-China varen. In de instructie van Coen, aan De
+Swarte Leeuw en De Galjas gegeven, stond nl. uitdrukkelijk, dat zij,
+zoo zij de kraak misten, naar Cochin-China moesten zeilen om aldaar
+te trachten handelsbetrekkingen aan te knoopen, en gelukte dit niet,
+dan de Chineezen vandaar "gelijck van Manila soecken te wercken om
+hun alsoo t' onswaerts te dringen".
+
+Hoe was het intusschen met de beide overige schepen gegaan, die niet
+aan het gevecht tegen de Spanjaarden hadden deel genomen? Den 17en
+April, een dag na het gevecht, kwamen zij met vijf veroverde jonken op
+de kampplaats aan. Daar geen schepen meer ziende en vermoedende dat
+de Spaansche vloot reeds buitengaats was, zeilden zij zuidwaarts en
+vonden hier het Spaansche vice-admiraalschip Marcos, dat zich in vrij
+onttakelden toestand bevond. Wel werd het moedig verdedigd, maar den
+eersten dag voornl. door De Vlissingen bestookt, werd het in den avond
+van den 2en door De Roode Leeuw gedwongen, "daar het heel lek was en
+de pomp staag gaande" op den wal te loopen. Van den invallenden nacht
+maakten de Spanjaarden gebruik om al het goed te lossen, waarna zij
+den brand in het kruit staken. De beide Hollandsche schepen voeren
+toen met hun buit naar Japan, waar zij, zooals wij zagen, Lam weer
+ontmoetten. De Spanjaarden, hoewel de winnende partij, verloren
+tengevolge van dezen slag bijna al hunne schepen. Kort nadat zij de
+onzen uit de Philippijnsche wateren hadden verdreven, kwam Geronimo de
+Silva uit de Molukken te Manila, om tot de aankomst van den opvolger
+van Juan de Silva het gouverneurschap waar te nemen. Geronimo was dus
+volkomen op de hoogte van den toestand, waarin de Molukken verkeerden
+en wist, dat deze dringend hulp noodig hadden. Hij zond daarom zes
+schepen zonder verwijl, ondanks het onstuimige jaargetijde (Oct.),
+ondanks de waarschuwingen der stuurlieden, ja zelfs tegen den wil
+van de Audiencia, naar Marinduque en Masbate om gekalefaat te worden;
+maar nauwelijks hadden zij de baai verlaten, of een storm stak op en
+drie schepen zonken in de diepte. De andere drie liepen op de klippen,
+waar zij, gebarsten en vol water, met geen mogelijkheid vandaan gehaald
+konden worden. Al het volk, 1000 man, zoowel Spanjaarden als inlanders
+en Chineezen, alle timmerlieden met hunne gereedschappen werden een
+prooi der golven [75]. Uit slechts één oud schip, De Lorenzo, en zes
+zoo goed als versleten galeien bestond nu de geheele zeemacht der
+Spanjaarden in de Philippijnen.
+
+En de Hollanders, behoudens de nadeelen, het verlies der drie schepen,
+welke voordeelen hadden zij behaald? Een buit van f 1.000.000
+[76]. Coen schreef dan ook: "Als 't God en onze meesters gelieft,
+moet de zaak weer couragieuselijk hervat worden" [77].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+
+Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in. Aan de bewindhebbers
+schrijft deze: "Mijne Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijcke
+toverwegen hoe hoognoodigh het is de tocht naar Manilla van jaer
+tot jaer werde gecontinueert" [78]; niet alleen, zooals hij zegt,
+om de schade, die men daardoor aan den handel te Manila toebracht
+en omdat men op die wijze de Chineezen dacht te dwingen de vaart
+op de Philippijnen te staken en die naar Bantam te verplaatsen,
+maar ook omdat hij daarmee allen toevoer naar de Molukken hoopte
+te beletten. Dat hij hierdoor ook Manila zelf trof en dat dit, wat
+trouwens van zelf spreekt, juist in zijne bedoeling lag, zegt hij
+duidelijk in een brief aan de bewindhebbers, waarin hij meedeelt,
+dat twee Hollandsche schepen vóór Manila kruisten om de jonken aan
+te halen, wat, zoo schrijft hij, van belang is, omdat uit de groote
+tollen, die de Chineezen betalen, de Spanjaarden hun voornaamste
+inkomsten putten nl. 150.000 realen van achten buiten de 250.000 realen
+die het hoofdgeld der Chineeschen inwoners hun opbrengt, terwijl bij
+dit laatste nog niet eens is gerekend, hetgeen de winkelhouders nog
+moeten betalen. "De Chineezen", gaat hij voort, "zijn te Manila over
+de 30.000 sterk en betalen in alles wel 500.000 realen van achten"
+[79]. Van de twee schepen, waarover Lam hier spreekt, kan ik er
+slechts één noemen, namelijk De Oude Son, die wij in het vorige
+hoofdstuk hebben verlaten op weg naar Cochin-China. Na gezamenlijk
+met De Galjas een vergeefsche poging te hebben aangewend om een kraak,
+die naar Macao bestemd was, buit te maken, voer den 9en Maart 1618 De
+Oude Son opnieuw naar Manila, terwijl De Galjas den 28en Maart naar
+Cochin-China zeilde. Dezen keer was De Oude Son gelukkiger. Den 4en
+Mei veroverde zij een groote Chineesche jonk, den 8en Mei nog een en
+kort daarop nog zes kleine, waarna het met dezen rijken buit, waarvan
+de waarde f 558.169 bedroeg, terugkeerde en den 7en Juni te Firando
+binnen liep. Kort hierop kwamen nog twee schepen te Firando: De Galjas,
+die teruggekeerd was zonder Cochin-China te hebben kunnen aandoen,
+omdat de scheepsofficieren het schip in den steek hadden gelaten,
+en het voormalige Engelsche jacht de Attandance, dat door de onzen
+bij Banda genomen en herdoopt was in De Vliegende Bode. Deze beide
+laatste schepen zullen wij weldra weer ontmoeten in de Philippijnsche
+wateren. Wij hebben in het vorig hoofdstuk gezien dat de vloot
+der Spanjaarden door storm bijna geheel was vernietigd. Zoodra de
+raad der Molukken dit door drie uit Manila ontvluchte Nederlanders
+had vernomen, besloot men spoedig hierop, den 23en April, om weder
+eenige schepen voor Manila te laten kruisen. Wel werd er door de
+verschillende moeilijkheden, waarin de Nederlanders zich vooral met
+de Engelschen gewikkeld hadden, niet onmiddellijk gevolg aan gegeven,
+maar nadat den 21en Juli en den 11en Aug. nogmaals op het wenschelijke
+van zulk eene onderneming op dat tijdstip was gewezen, werden in
+de bovengenoemde vergadering vijf schepen daarvoor bestemd en Adam
+Westerwolt tot opperbevelhebber benoemd. Reeds den 24en Aug. ging hij
+met de vijf schepen onder zeil. Ofschoon Coen in 1617 aan hem schreef,
+dat de zaak weer couragieuselijk moest hervat worden, bleek hij er in
+1618 niet al te zeer mee ingenomen. Hij oordeelde de omstandigheden
+te gevaarvol, om er zooveel schepen heen te sturen. Hij was bang het
+zekere te verliezen "om een vogel die in de lucht vliegt, te bekomen"
+[80]. Gelukkig, het zekere bleef behouden, maar veel voordeel leverde
+de tocht niet op. Van de vijf schepen, die onder de vlag van Westerwolt
+waren uitgezeild, moesten er twee: De Oude Maen en De Vlissingen,
+nog voor Manila liggende, wegens "outheyt" gesloopt worden. Wel was
+de vloot weer tot hare oorspronkelijke sterkte terug gebracht door
+de aankomst van De Galjas en De Vliegende Bode uit Japan, die tevens
+provisie voor de vloot meebrachten, doch ofschoon ze tot 26 Mei 1619
+omtrent het land van Manila bleven kruisen, maakten zij slechts
+drie jonken prijs ter waarde van f 33.894. Zes jonken wisten den
+Hollanders te ontkomen, en daar de Chineezen, door verschillende
+berichten van de Spanjaarden [81] op hun hoede, zich niet meer
+vertoonden, besloot Westerwolt naar Japan te vertrekken. De Swaen
+werd van daar met provisie naar de Molukken gezonden, weldra gevolgd
+door de Nieuwe Maen. Westerwolt zelf ging naar Jacatra onder zeil,
+waar hij den 16en Dec. 1619 behouden aankwam. Het geringe voordeel,
+dat deze tocht opbracht, moet voornamelijk geweten worden aan gebrek
+aan provisie, waardoor zij "gants machteloos" waren geweest [82].
+
+Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen
+zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den
+koning van Mindanao, steun van de Compagnie verzoeken tegenover den
+koning van Boaya, die vertegenwoordigd werd door den reeds verdreven
+vorst van Sarangani. Gouverneur-generaal en raden wenschten door
+partij te kiezen niet een der vorsten in de armen der Spanjaarden
+te voeren en bewandelden dus een middelweg. Beide vorsten werden
+met een kluitje in 't riet gestuurd. Coen en later Lam, aan wien de
+beslissing door den gouverneur-generaal was overgelaten, zeiden,
+dat zij eerst wilden trachten de twee vorsten te verzoenen, daar
+beide toch vrienden van ons waren, dat wij zeker wel een gezantschap
+zouden hebben gestuurd om de verzoening tot stand te helpen brengen,
+maar dat wij daarvoor, wegens de twisten met de Engelschen, nu geen
+schip konden missen. Ook waarschuwde Lam in een brief, aan Kaitsjil
+Soliman voor diens vader meegegeven, voor de geheime bedoelingen van
+hun gezamenlijke vijanden, de Spanjaarden, om vijandschap en twist
+te verwekken en hen dan op het onvoorzienst te overvallen en "tot de
+uiterste extremiteiten" te brengen [83]. Op deze wijze wist men nog
+gelukkig de goede verstandhouding met beide vorsten te bewaren. Het
+moet dezen echter wel wat vreemd voorgekomen zijn, dat de Hollanders
+het volgend jaar wel weder schepen beschikbaar hadden voor een tocht
+naar de Philippijnen. Nu had men het echter niet gemunt op Chineesche
+jonken. Dezen keer hoopte men Manila in één slag geducht te knakken en
+zich een grooten buit te verschaffen. Men wilde toch het zilverschip
+van Acapulco vermeesteren. Mocht dit gelukken, dan werd den Spaanschen
+handel een gevoelig, ja bijna onoverkomelijk verlies toegebracht. Met
+dit doel had Coen aan Van Speult, den gouverneur van Ambon, in een
+geheim gehouden lastbrief opgedragen den 1en of uiterlijk half April
+drie schepen uit te zenden naar kaap Spiritu Sancto op 12 1/2°
+N.B. Van Speult kon zich echter niet stipt aan den tijd houden,
+omdat de schepen, waarmee hij moest uitzeilen, te laat in Ambon
+aankwamen. Den 13en Mei 1620 eerst verlieten De St. Michiel, De Swaen
+en De Expeditie van Ambon onder bevel van Bartholomeus v. Spilbergen
+[84] het eiland Ambon. Coen meende gegronde hoop te mogen koesteren
+op het welslagen van den tocht, daar een Spaansche stuurman, die
+reeds tweemaal de reis van Acapulco naar Manila meegemaakt had, zich
+als gevangene op de vloot bevond. Eerst moesten zij, volgens den wil
+van Coen, Ternate aandoen om den vijand geheel en al te misleiden en
+daarna tot het laatst van Juni omtrent Kaap Spiritu Sancto kruisen. En
+waarlijk, het geluk scheen Spilbergen te dienen. Den 26en Juni kwamen
+de zilverschepen in het gezicht. Gewoonlijk werd het zilver door
+slechts één schip overgebracht, dezen keer waren het er drie [85]
+onder bevel van Fernando de Ayala. In de meening dat het schepen
+waren, die de in 1618 nieuwbenoemde gouverneur der Philippijnen
+Fajardo, hun tegemoet gezonden had, kwamen zij met volle zeilen op
+de Hollanders af. Na zonsondergang waren zij zoo dicht genaderd,
+dat zij van weerszijden elkander konden hooren spreken. Toen eerst
+ontdekten de Spanjaarden hun vergissing. Door de ingevallen duisternis
+en het ruwe weer gelukte het hun te ontkomen. Een der schepen werd
+echter door de Hollanders op het strand van Albay (ten Noorden van
+de straat van Bernardino) gedrongen. Aan Coen werd bericht, dat het
+twee millioen zilver in had. Deze schreef hierop aan bewindhebbers:
+"'t Heeft Godt niet gelieft, dat die becomen zouden, want daer d'onze
+meenden, dat het zilverschip al hadden, zijn door een uit der maten
+grooten storm daer van geraect en alle te samen in groot peryckel
+van stranden gecomen" [86]. In denzelfden brief meldt Coen, dat naar
+men zegt, het zilver door de Spanjaarden geborgen is en dit stemt
+overeen met de door Blumentritt gebruikte Spaansche bronnen. Ayala
+liet het, nu op zijn hoede voor de Hollanders, over Borongan aan
+de kust van Samar met karren naar Manila voeren. Van onze drie
+schepen kwamen slechts De Expeditie van Ambon en De Swaen behouden
+te Firando. De Expeditie echter ging, reeds in behouden haven, toch
+nog voor onze vloot verloren, daar het door harden wind in de haven
+omsloeg. Van de St. Michiel, waarop Spilberghen was, werd nimmermeer
+iets vernomen. "Waarschijnlijk", schrijft Coen, "is het met man en
+muis in de storm gesoncken" [87].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+
+In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen, dat Coen in 1618
+van meening veranderd was, omtrent het zenden van een vloot naar
+de Philippijnen. Wel vond hij het goed, dat er schepen gezonden
+waren, maar, naar den stand en tijd, ware 't beter geweest, schreef
+hij aan 't Lam [88], "dat men zooveel van de beste schepen niet
+gezonden hadde". Hij vreesde, dat de Molukken Ambon en Banda door
+het uitzenden van vijf der beste schepen te zeer ontbloot zouden
+worden, waardoor aan de Engelschen gelegenheid werd gegeven aldaar
+hun slag te slaan [89]. En Coen's vrees was gerechtvaardigd. Het was
+den Engelschen ernst, toen zij dreigden de "Dutchman" niet alleen
+uit Ambon, Banda en de Molukken, maar uit den geheelen Indischen
+Archipel te verdrijven. Half December, na aankomst van hun admiraal
+Thomas Dale, sloten zij heimelijk een aanvallend verbond tegen
+de Nederlanders met den koning van Bantam. Samen zouden zij het
+Nederlandsche fort te Jacatra veroveren. Hoe Coen genoodzaakt werd,
+het fort aan zijn lot over te laten, en den wijk te nemen naar Ambon;
+hoe hij, een grootere scheepsmacht verzameld hebbende, het volgende
+jaar is teruggekeerd en Jacatra verwoestte, is algemeen bekend. De
+Engelschen trof Coen er niet meer aan. Zij waren reeds eerder,
+bevreesd voor de dubbelzinnige houding van Bantam's koning, naar
+de hoofdstad van dien vorst terug gezeild. Toen zij hier hoorden,
+dat Coen met een vloot van zestien schepen teruggekeerd was, waren
+zij door straat Soenda gevaren en hadden van daar koers gezet naar
+het westen. Hierna werd Bantam door Coen geblokkeerd, drie schepen
+naar Patani en zes naar Sumatra's westkust gezonden om de factorijen
+van kapitaal en koopmansgoederen te voorzien, waarbij tevens den
+gezagvoerders werd opgedragen, waar zij konden, de geleden schade op
+de Engelschen te verhalen. Dit gelukte volkomen. Het eerste eskader
+nam twee Engelsche schepen, het andere vier. Aldus was Coen op het
+punt een zijner vurigste wenschen, de Engelschen uit den Archipel
+te verdrijven, vervuld te zien, toen hem plotseling in Maart 1620,
+als een donderslag uit een helderen hemel, het bericht trof, dat
+de Engelsche- en Nederlandsche Oost-Ind. Compagnie in Europa den
+17en Juli 1619 een verbond met elkaar hadden gesloten. In de eerste
+artikelen waren voornamelijk bepalingen opgenomen, waarbij de handel
+voor beide partijen werd geregeld, terwijl de laatste artikelen op
+het oogenblik voor ons doel van meer belang zijn. Er werd nl. een
+raad van defensie in Indië opgericht, bestaande uit acht leden, vier
+Hollandsche en vier Engelsche, waarvan beurtelings een Nederlander
+en een Engelschman voorzitter zou zijn. Ter beschikking van dezen
+raad van defensie werd een vloot gesteld van 20 schepen, de vloot
+van defensie. Dat dit geheele verbond Coen verre van aangenaam was,
+schreef hij weliswaar in ronde woorden aan de bewindhebbers, maar hij
+moest aan de bevelen gehoorzamen [90]. Het kwam er nu slechts op aan,
+zooveel mogelijk partij te trekken van het verbond en--dit was volkomen
+aan Coen toevertrouwd. Reeds den 28en April werd op het schip de Theems
+Royal voor Bantam eene vergadering van den raad van defensie gehouden,
+waarin op voorstel van Coen besloten werd, gezamenlijk een tocht te
+ondernemen naar de Philippijnen om den Chineeschen handel op Manila
+te beletten. Tien schepen werden hiertoe bestemd, vijf Engelsche
+en vijf Hollandsche, terwijl de Engelschen volgens accoord de vlag
+op de groote steng zouden voeren, de Hollanders op de voorsteng
+[91]. Reeds den 31en Mei werden twee Hollandsche De Haerlem en De
+Hoope en twee Engelsche de Elisabeth en de Bull vooruitgezonden om
+tot 5 Aug. tusschen China en Japan te kruisen; daarna, aldus luidde
+de instructie, moesten ze langs de kust van Japan alle Spaansche of
+Portugeesche schepen buit maken, maar van de Chineesche jonken slechts,
+die op Manila voeren. Het Engelsche schip de Hope zou over Patani
+gaan en zich daarna met bovengemelde vier schepen vereenigen. In het
+begin van Juni werden deze vijf schepen gevolgd door vier andere, te
+weten de Engelsche: de Maen en de Paltsgraeff en de Hollandsche: Nieuw
+Bantam en De Trouw. Firando werd als vereenigingsplaats aangewezen,
+waar het tiende Hollandsche schip, De St. Michiel, zich bij de andere
+zou voegen. Admiraal van de vloot was de Engelsche schipper Robert
+Adams, vice-admiraal Willem Jansz. [92], Raad van Indië. In plaats
+van De St. Michiel, die, zooals wij gezien hebben, vergaan was,
+werd aan De Swaen, te Firando van Kaap Spiritu Sancto teruggekeerd,
+door Willem Jansz bevel gegeven mee te zeilen [93]. Den 1en Jan. 1621
+moesten zij volgens de instructie Firando verlaten. Na eenigen tijd
+vergeefs op het Engelsche schip de Hope, dat reeds lang uit Patani
+aangekomen moest zijn, gewacht te hebben, ging men op 13 Jan. 1620
+met negen schepen en twee jonken, die als branders moesten dienst
+doen, onder zeil. De instructie luidde, naar de baai van Manila te
+loopen om de Spanjaarden afbreuk te doen en den Chineeschen handel,
+"van daer t' onswaert te trecken", daar tot omstreeks 30 Juni 1621
+blijven en over Japan terugkeeren, tenzij Chineesche jonken met
+den zuidermoesson verwacht werden. Dan moest men hen afwachten
+en over Patani terugkeeren, daar men Japan in dat geval niet meer
+zou kunnen bezeilen. Men moest, (indachtig aan de fout, die Lam in
+1617 had begaan) de vloot goed bijeen houden, geen Japansche jonken
+schade berokkenen noch Chineesche, die op vrije plaatsen voeren. De
+Chineezen der veroverde jonken moest men zooveel mogelijk naar
+Batavia brengen. Zoodra de vloot voor de baai van Manila verscheen,
+moesten, ter voorkoming van geschillen, eenige Nederlanders op
+de Engelsche en omgekeerd eenige Engelschen op de Nederlandsche
+schepen worden geplaatst "om te registreeren al sulcke goederen als
+bij d'een oft d'ander verovert en overgenomen zoude mogen worden"
+[94]. In een particuliere instructie aan W. Jansz drukt Coen dezen
+bevelhebber op eigenaardige wijze groote waakzaamheid tegenover de
+Engelschen op het hart. "Het gemeene spreekwoort, weest trouwe ende
+vertrouwt niemant, sult alsoo niet verstaen alsof d'Engelschen niet
+zouden mogen vertrouwen, maar brengt mede, dat men altoos trouw
+moet wezen en de niemant dan [95] met een goet ommesien en goede
+circonspectie vertrouwen sall." De uitslag van deze expeditie was niet
+schitterend. De Spaansche schepen: drie galjoenen en zes galeien en
+drie andere vaartuigen [96], hadden zich, op bevel van Fajardo, zoo
+goed gedekt, [97] dat de gecombineerde vloot er zelfs geen branders op
+kon afzenden, zonder dat deze gevaar liepen in de handen der vijanden
+te vallen daar "twee galeien met veel roeituig in inkomen van het gat,
+recht voor de schepen op de wacht lagen" [98]. De Spanjaarden bleken
+dus gewaarschuwd, evenals de Chineezen, daar deze zeven van de rijkste
+jonken in Chinchu hadden opgehouden. Slechts vijf van zulke scheepjes
+vielen ons in handen, en daar het weer zeer onstuimig werd, besloot
+men 19en Juni niet op de Chineesche jonken, die mogelijk met den
+zuidermoesson zouden aankomen, te wachten, maar naar Firando terug te
+keeren. Twee dagen daarna--wat zullen de op buit belusten zich geërgerd
+hebben--liepen drie zeer rijk geladen fregatten van Macao de haven van
+Manila binnen, den 28en Juli gevolgd door de zilverschepen van Acapulco
+met 300 man en de door de Chineezen opgehouden jonken. Wanneer de
+vloot dus langer was gebleven, hoeveel rijker zou dan de buit geweest
+zijn! Nu bekwamen de Engelschen en Hollanders slechts elk f 63807.10.4,
+"maar 't beste deel, naar wij verstaan, is naar men zegt," schrijft
+Coen, "door de officieren en het gemeen volk genomen, daaraan voor
+omtrent f 120.000 te Firando verkocht en geconsumeerd. Hiervan geven
+de onzen de Engelschen schuld, want daar zij naar hun believen roofden
+en plunderden, kon men het de onzen ook niet verbieden". Reeds vroeger
+had Coen aan de bewindhebbers geschreven, dat "zij geen hulp, maar niet
+dan hinder van de Engelschen te verwachten hadden". En dit is zeker
+niet te verwonderen daar de Engelschen regel, orde noch recht kenden,
+niet door de hoofden in bedwang gehouden konden worden en op brutale
+wijze te kennen gaven dat zij voor geen ander wilden stelen, dat zij
+op koopvaardij, niet ten oorlog gehuurd waren en liever tegen ons dan
+tegen de Spanjaarden wilden vechten [99]. Had Coen dus al geen reden
+om zeer ingenomen te zijn met de houding onzer bondgenooten, ook den
+Nederlandschen commandeur W. Jansz betuigde hij zijn ontevredenheid,
+dat hij zooveel Chineezen had vrijgelaten in weerwil van zijn bevel
+om ze alle naar Batavia of de Molukken te zenden. In Maart schreef hij
+het nog op verschoonende wijze aan een misverstand toe [100], maar een
+maand later in een instructie aan Reijersz die, volgens Coens meening,
+ook W. Jansz zou lezen, werd het zelfs een nalatigheid genoemd. "Seer
+ernstelycken," aldus de instructie, "hebben voor dezen d' Heer
+Commandeur Willem Jansen gerecommandeert, gelijck mede aen d'andere
+Commandeurs die voor hem geweest zijn, soo veel Chinezen te houden naer
+de Moluccos, Amboyna, Banda ende herwaerts te zenden als eenichsints
+doenlycken wesen soude, maer alsoo naert schijnt verstonden, hoeveel
+de Compa hieraen gelegen was, is daer op niet gevolcht ende de saecken
+geensints beherticht, maer de nalaticheyt met frivole vonden ende
+praetjens geexcuseert. Hierover sal UEd. veradverteert wesen, dat de
+Compa aen een goet getal Chinezen soovele gelegen is, dat daeromme soo
+eene vloote als deze wel expresselijcke naer Manilha ende na de custe
+van China zoude mogen gesonden worden, want als de lande van Batavia,
+Amboyna ende Banda behoorlyck met volck beseth ende gepeupleert worden,
+zal de Compa daerdoor mettertijt soo groote benefitie genieten, dat
+alle de forten daer mede ofte daer door volmaeckt ende onderhouden
+sullen connen worden. Hadde de Commandeur W. Jansen een goet getal
+Chinezen naer Amboyna ende Banda gesonden, gelyck zeer wel doen cond,
+meer dienst soude de Compa daeraen geschiet wesen, dan alle sijne
+veroverde goederen waerdich zijn" [101]. Men ziet hieruit waarom, en
+hoeveel, waarde gehecht werd aan Chineesche gevangenen. De woorden,
+waarin de nalatigheid van W. Jansz wordt besproken, waren natuurlijk
+daarom zoo scherp, om Reyersz op het hart te drukken, vooral niet in
+dezelfde fout te vervallen. Ware het anders, had Coen werkelijk in
+Jansz zoo'n verkeerd werktuig gezien, dan was hij zeker in dezelfde
+instructie niet aangewezen om, zoodra hij zich met zijn vloot bij
+Reyersz zou voegen, het opperkommando over te nemen. De moesson heeft
+dit echter, zooals wij later zullen zien, verhinderd.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+
+Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer vijanden dan
+bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens gezamenlijk
+een tocht ondernemen op bevel van den raad van defensie. Voor
+de chronologische volgorde komt het mij echter geschikter voor,
+eerst eenige andere ondernemingen der Hollanders te behandelen,
+die zij van de Molukken uit tegen de Philippijnen op touw hebben
+gezet. Herhaaldelijk hadden de Hollanders reeds getracht in
+vriendschappelijke verhouding te komen met de bewoners van Mindanao
+en den Soeloe-archipel, maar veel voordeel hadden deze pogingen niet
+opgeleverd. Dit lag natuurlijk grootendeels aan de weinige kracht
+en volharding, die wij toonden om de aangeknoopte betrekkingen in
+eene duurzame vriendschap te doen overgaan. Weinig kracht? Weinig
+volharding? Ja zeker! maar het zij verre dit den Hollanders te
+verwijten. Niet overal konden zij evenveel energie ontwikkelen. Vroeger
+had de vijandschap met de Engelschen veel van onze krachten gevergd
+en na het accoord met hen moesten wij zorgen den handel te behouden in
+de plaatsen, waar wij die bezaten, zooals de Molukken, Banda en Ambon
+[102]. Ook met de inboorlingen in de Molukken stonden wij op zeer
+gespannen voet. Te verwonderen was dit niet; wij wenschten monopolie,
+weerden alle kooplui en voorzagen bijvoorbeeld de Ternatanen niet
+van de noodzakelijke levensmiddelen. Zij moesten nagelen plukken--en
+wij gingen met de voordeelen strijken. En de forten opgericht om
+hen tegen de Tidoreezen en Spanjaarden te beschermen, moesten ter
+bezuiniging worden afgebroken. Lam keurde de harde behandeling,
+die de Ternatanen ondervonden, af, en dus werd hij als gouverneur
+in 1621 vervangen door Frederik de Houtman. Coen wilde gehoorzaamd
+worden. Veel had hij ondernomen en veel ten uitvoer gebracht. Zijne
+middelen waren dikwijls ruw, hard en wreed, niet evenredig aan het
+doel, zouden wij negentiende-eeuwers geneigd zijn te zeggen, maar
+wij houden de woorden terug: de objectieve historicus bedenkt zich,
+dat Coen geen grootscher doel kende, dan het bevorderen, uitbreiden
+van de macht der O.-I. Compagnie; hij herinnert zich dat het volk
+in den tachtigjarigen oorlog en in den krijg in den Archipel gewoon
+was geraakt aan bloedige tooneelen. En wat zeker niet het minst moet
+bijdragen tot zachter oordeel over Coen, is, dat men de inlanders niet
+als menschen beschouwde, maar als andere lager staande wezens. Hoe
+het ook zij, Lam werd teruggeroepen en Houtman vertrok met de
+voor de Ternatanen harde instructie, dat eenige forten geslecht
+moesten worden. Hoe nu aan deze instructie ook door Houtman niet
+is voldaan, zal eerst later door mij meegedeeld worden. Voorloopig
+wilde ik het slechts even aanstippen om te wijzen op de moeilijke
+omstandigheden, waarin wij verkeerden, een der redenen waarom wij zoo
+weinig gehoor gaven aan de vriendschapsaanbiedingen der inboorlingen
+van de Philippijnen, waarvan vele, als de bewoners van Mindanao, in
+voortdurenden strijd leefden met de Spanjaarden. Maar ook onze geringe
+bekendheid met het land had hieraan schuld. Wij wisten niet of zulk
+een tocht behalve den afbreuk onzen vijand aangedaan, ons wel genoeg
+voordeel zou opleveren. Toch besloot Coen, al waren de inlichtingen,
+die hij had verkregen ook oppervlakkig, een poging aan te wenden om
+iets meer over Mindanao te vernemen. In de instructie aan Fred. de
+Houtman, werd dezen, toen hij 11 Juni 1621 als gouverneur naar de
+Molukken vertrok, het volgende hieromtrent opgedragen: "Alsoo verstaen
+dat de Comp. op Mindanao seer goeden dienst gedaen can worden, sal
+UE. derwaerts een schip oft jacht met een goet cargasoen en bequaem
+coopman senden, soo haast de gelegentheit becompt, en dat principalyck
+om gout, was, slaven tegen cleden te verhandelen" [103]. Reeds zeer
+spoedig vond De Houtman gelegenheid derwaarts geschenken te zenden en
+tevens de komst van een schip te doen aankondigen. Den 12en Juli 1621
+schrijft hij hieromtrent aan Coen: "Vernemende, dat eenige Duitsen
+op 't eylant Solo bij Tagama [Basilan] bij Mindanao gecomen waren,
+vermoeden derhalve 't jacht Ternate daeromtrent zou zijn verongeluckt,
+hebben een Chinees schipper, die jaerlycks derwaerts vaert en ons
+volck de tijding gebracht had, een brief aan den coninck medegegeven
+met een geschenk en een tulbant. Alsoo mede de Koningen van Mindanao
+en Boaya nu omtrent 3 jaren tegen elkaer in oorlog zijn geweest,
+hebben aan ieder derselve een brief in 't Maleisch met een present
+gesonden en [verzocht] vrienden als te voren te worden, als oock
+[kennis gegeven] dat wij voornemens waren een schip derwaerts te
+senden" [104]. Bij beloften bleef het niet. Reeds den 22en Sept. 1621
+zond hij het vaartuig De Hont met Christaen Francxz als opperkoopman
+naar Mindanao. In de eerste plaats moest deze, op dit eiland gekomen,
+zeggen, dat hij door De Houtman gezonden was, om zoo mogelijk den
+koning met dien van Boaya vrede te doen sluiten. Hiertoe moest hij alle
+"devoir aanwenden, belofte doende teeniger tijt een armade daer sullen
+senden om den Spanjaert onsen gemeenen vijandt alle afbreck te doen";
+verder onderzoeken welk profijt voor den handel men zou kunnen bekomen
+en welke soort van kleedingstukken er den meesten aftrek zouden
+vinden. De Houtman had gehoord, dat er veel stofgoud op Mindanao
+gevonden werd; hier moest hij wat van koopen en tevens nagaan of het
+diep uit het binnenland kwam. Omtrent Tanda [105] "aan de Noordzijde"
+van het eiland Mindanao moest hij vernemen of daar werkelijk zooveel
+goud gevonden werd als men zeide. Voorts had hij onderzoek te doen welk
+soort van fort de Spanjaarden daar bezaten, hoeveel manschappen er in
+lagen en of men het met eenige macht niet zou kunnen veroveren. Van de
+ligging der bergen, waarin zich de mijnen bevonden, werd hem opgedragen
+zich op de hoogte te stellen, of wij daar gemakkelijk konden komen,
+welke wapenen de bewoners gebruikten, of zij nog heidenen waren,
+enz. Ook omtrent de hoeveelheden was en kokosolie had hij berichten
+in te winnen, terwijl hem aanbevolen werd een paar sterke slaven,
+inboorlingen der Philippijnen (Bisayas), te koopen. Het eiland
+Basilan zou hij ook aandoen, alsmede Soeloe (het eiland ten zuiden
+van Basilan liggende). Zooals De Houtman den 12en Juli aan Coen
+had geschreven, vermoedde hij, naar aanleiding van het bericht als
+zouden zich op Soeloe eenige "Duitsen" bevinden, dat aldaar het jacht
+Ternate gestrand was, hetwelk in 1620 van Jacatra over Soekadana,
+benoorden Borneo om naar de Molukken zou gaan. Indien dit vermoeden
+juist bleek, werd Francxz gelast pogingen aan te wenden om het volk,
+geschut en geborgen goederen terug te bekomen. Verder moest hij zijn
+verblijf aldaar ten nutte maken om te vernemen of de schoone paarlen,
+die aldaar gevonden werden, op het eiland zelf aan de Spanjaarden
+werden verkocht, of waarheen de inwoners ze anders vervoerden. Voor
+het een en ander werd Francxz een cargasoentje meegegeven van 3924.16
+realen. Kon hij eenig voordeel op de Spanjaarden behalen omtrent La
+Caldera dan moest hij dit natuurlijk niet nalaten. Veel tijd zou hij
+daar echter niet voor hebben, daar in zijn instructie uitdrukkelijk
+werd vermeld, dat hij zoo spoedig mogelijk, in ieder geval tegen
+ultimo December, moest terug zijn om "neffens d'ander schepen op den
+vyant uyt kruuzen te mogen gaan" [106]. De instructie is duidelijk
+genoeg. Men stak de voelhoorns uit om te ontdekken of er met voordeel
+eenige handel gedreven kon worden. Waren zij nog heidenen, dan zou
+deze handel gemakkelijker te verkrijgen zijn dan van de ons vijandig
+gezinde Mohammedanen of Katholieken. Van het resultaat van dezen tocht
+is mij zeer weinig bekend. Den 20en Dec. 1621, kwam Francxz te Ternate
+terug, maar het door hem gehouden journaal, waarin een nauwkeurige
+beschrijving en kaarten der bezochte plaatsen voorkwamen, en dat Coen
+werd toegezonden, schijnt verloren te zijn gegaan [107]. Uit een brief
+van De Houtman aan bewindhebbers weten wij, dat het jacht Ternate
+niet op Soeloe gestrand was, maar volgens gerucht op zeker eiland
+Mingidara d. i. het landschap Mangidori op de noordkust van Borneo
+[108]. Zooals wij uit de instructie gezien hebben, moest Francxz
+in ieder geval vóór ultimo December weer terug zijn om met andere
+schepen op den vijand te kunnen gaan kruisen. Hiertoe werden De Maen
+en hetzelfde schip De Hond bestemd, die den 8en Febr. 1622 opnieuw
+onder bevel van Francxz uitzeilden. Houtman had hem opgedragen,
+dat hij zich eerst naar La Caldera zou begeven om den Spaanschen
+schepen, die mogelijk van Manila naar de Molukken zouden gaan, den
+doortocht te beletten. Ook moest hij trachten de vorsten van Mindanao
+en Boaya te verzoenen; mocht een hunner reeds de hulp der Spanjaarden
+hebben ingeroepen en de andere onzen bijstand verzoeken, dan moest
+hij dit verzoek voorloopig van de hand wijzen onder voorwendsel van
+een noodzakelijken tocht naar Japan. Daarna, aldus luidde de last,
+zou hij zich van Mindanao naar kaap Spiritu Sancto begeven om tot
+1 Juli op 's vijands zilverschepen te kruisen, die in Mei of Juni
+aldaar verwacht werden [109]. Den eersten Juli moest hij den steven
+westwaarts wenden en door straat Bernardino naar het eiland Capoel
+zeilen om zich aldaar te ververschen en vervolgens te trachten het in
+Juli of Aug. van Manila naar Nova-Spanje vertrekkende Spaansche schip
+buit te maken. China of Japan was het einddoel van zijn tocht. Het
+resultaat is in korte woorden te melden. Zonder iets verricht te
+hebben, bereikte Francxz Spiritu Sancto en kwam hier "in het holle
+water", waar de schepen zoo lek werden, dat zij zich verplicht zagen
+naar Firando te gaan. Daar werden zij aan den wal gelegd en gesloopt
+[110]. Tot nu toe hadden dus de bewoners van de zuidelijke Philippijnen
+nog niet veel bijstand van de Hollanders verkregen. Toch verloren de
+vorsten van Mindanao en Soeloe het geduld niet. Herhaaldelijk riepen
+zij onze hulp in tegen de Spanjaarden. Maar hoe gaarne ook, wij waren
+er niet toe in staat, "wij mogten er niet eens aan denken". Den 28en
+Febr. 1624 schreven de gouverneur-generaal en raden aan Jacques Le
+Febvre, gouverneur der Molukken: "De koningen van Mindanao, Solock
+en Serengany, zoo nog om assistentie aanhouden, zal UEd. mogen
+aandienen, hoe dat wij alreede eene groote magt naar de Manillas
+tot afbreuk van den Spanjaard gezonden hebben, dat het ons derhalve
+niet wel mogelijk is geweest voor dezen tijd hen over de Molukkos
+(volgens hun verzoek) t'assisteren; hen met een verzekerende, als des
+vijands magt in Manilla verbroken wordt, dat hunne landen het soulaas
+daarvan gevoelen zullen; recommandeert hun, bijaldien eenige van onze
+schepen daar kwamen te paseeren, denzelven allen vriendelijk onthaal
+en ontzet van verversching te willen doen.... Dit is al de troost, die
+wij hun voor dezen tijd geven kunnen" [111]. En deze was wel gering:
+de koningen van Mindanao en Soeloe hadden reeds ingezien, dat zij hun
+politiek moesten veranderen. Zij maakten vrede met de Spanjaarden
+en meldden dit aan Jacques Le Febvre, zich verontschuldigende,
+dat zij het slechts pro forma hadden gedaan om den Spanjaard
+"te abuseeren". Ondanks deze geruststelling schrijft Le Febvre in
+waarschuwenden zin aan Pieter de Carpentier: "'t Staet te beduchten
+van onze assistentie tegens den Spangiaert beginnen te twijfelen. 't
+Waere niet goed, [dat zij zich] metten Spangiaert vereenichden......,
+daar in willichden forten te maecken, gelijck men hier rucht". Ook
+gouv.-generaal en raden betuigen hun spijt aan bewindhebbers over het
+sluiten van het verdrag en wijzen dan vrij uitvoerig op het nut, dat
+het eiland zou kunnen aanbrengen. "De koningen van Mindanao en Solock
+zijn zoolang van ons met belofte van adsistentie gevoed geweest,
+dat zij eindelijk, ziende daar niets op volgde, met de Spanjaarden
+bevredigd zijn..... 't Is wel te gelooven, dat zij het niet regt
+met den Spanjaard meenen, maar ondertusschen brengt de tijd zulke
+verandering mede, dat zij zich zoo ligt niet van hem zouden kunnen
+ontlasten als zij wel voornemen. De koning van Serengany heeft
+mede zijn Goegoege aan den koning van Ternate en aan ons gezonden,
+om assistentie tegen den Spanjaard te verzoeken, die alreeds een
+fort op Bessaye gelegd had; op dit eiland [deze kust] van Bessaye
+heeft de vijand negen vlekken onder contributie, waarvan de drie hem
+370 tayl goud 's jaars opbrengen, behalve nog tribuut van rijst en
+andere victualiën tot onderhoud van zijn garnizoen; d'andere plaatsen
+geven mede naar hun vermogen, in voege dat de vijand dit fort buiten
+zijne lasten met profijt is houdende. De inwoners van Serengany,
+Bessaye en d'omliggende landen zijn meest heidenen, die ligtelijk
+tot het Christengeloof kunnen gebragt worden, tot welken einde de
+Spanjaarden daar eene kerk gebouwd hebben, trachtende vast de heidenen
+tot hun geloof te trekken. 't Is een volkrijk land, geeft veel goud,
+was, honing en schoone rijst in abondantie; item varkens, hoenderen,
+bokken, visch en allerhande lijftochten. De Ternataan heeft zijn oog
+mede op deze plaats geworpen. Zoo het mogelijk is, zal hij dezelve
+trachten onder zijne subjectie te brengen en Moorsch te maken. Wij
+verstaan, dat op Mindanao en de landen daaromtrent volk in menigte
+zoude te bekomen wezen, die nog heidenen zijn, ongelijk beter slag
+en laborieuser als de slaven, die van de kust gehaald worden, zeer
+bekwaam om UEds. landen te peupleren. Zoo wij de middelen hadden
+die kwartieren met eene redelijke magt en ervaren personen eens te
+bezoeken om volk vandaar te halen, wij meenen de Compagnie dienst
+daaraan geschieden zoude" [112]. Deze berichten worden aangevuld
+door den brief van Le Febvre aan den gouverneur-generaal, waaruit
+deze met zijne raden hunne gegevens putten. Het fort der Spanjaarden
+te Bessaye, Lappetau geheeten, waartegen de vorst van Sarangani
+onze hulp en die der Ternaten inriep, hoopte hij met twee à drie
+schepen en de hulp van eenige Ternatanen te vermeesteren. Het lag
+ongeveer een etmaal zeilens van Tandó, bezuiden Pto Cauit [113]
+aan de oostkust van Mindanao en was bezet met 30 soldaten. Onder de
+bescherming van het fort was een kerkje gebouwd, dat bediend werd
+door een daar wonend priester, die met grooten ijver de heidenen tot
+het katholicisme trachtte te bekeeren. Le Febvre raadde nu aan om de
+Spanjaarden vandaar te verdrijven en dit te eer, omdat den Bessajers
+de heerschappij der Spanjaarden, van wie zij veel overlast leden,
+verdroot en zij, nog heidenen zijnde, gemakkelijk tot het Christendom
+konden bekeerd worden. De onderneming moest echter geschieden zonder
+hulp van de Ternatanen, omdat deze ze "Moorsch" zouden maken. Wanneer
+we er toe overgingen, dan, raadde de gougou van Sarangani, moesten
+we het Spaansche fort slechten en een ander bouwen in het midden van
+Bessaye te Liangan [114]. In het volgend jaar berichtte Le Febvre
+weder het een en ander aan de bewindhebbers omtrent Mindanao. Er was
+namelijk een gezant vandaar bij hem gekomen, met zich brengende een
+brief van den koning. Hierin werd gemeld, dat de koning van Solock
+met dien van Mindanao in oorlog was geraakt, dat eerstgenoemde door
+de Spanjaarden werd gesteund, tengevolge waarvan de Mindanaers nu
+hoopten op Nederlandsche hulp. Volgens den gezagvoerder van de jonk,
+die den gezant had overgebracht, was Mindanao zeer vruchtbaar. Hij
+maakte zich sterk elken moesson wel 200 lasten rijst, à 50 realen
+het last, te kunnen leveren, behoudens veel arak; ook klapperolie,
+varkens en andere provisie was er vrij goedkoop te bekomen en niet
+te vergeten ook slaven, "alles in mangelinge van cleeden". Ook deze
+gezant moest met een kluitje in het riet gestuurd worden: het kwam
+nu niet gelegen, maar den volgenden moesson zouden wij er op letten
+[115]. Ook dien volgenden moesson echter ontbraken de middelen nog,
+waarvan het gevolg was, dat bij resolutie van 30 Oct. 1625 de tocht
+voorloopig werd uitgesteld.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+
+De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen gezamenlijk naar de
+Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij medegedeeld hebben,
+niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch zouden de beide
+naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming vereenigen. Voor
+dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf hij hieromtrent
+reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den 3en Jan. 1621
+pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen hem tusschen 14 en 23
+Febr. [116] uit Ambon, "dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo
+haer daertoe bewegen can, wederom een tocht na de Manilha's doe(n)
+ende bij aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren,
+dat ZE. dan alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse
+macht alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu
+loope omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten
+ende die te procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert,
+dat op de custe van China alle Chineesche jonken aentassen sullen,
+uitgesondert alleene die, welcke met onzen pas na Batavia souden
+mogen voeren. . . . . . Met alsulcken recht, als zij ons uit China
+houden, sullen haer daerin doen blijven, tot dat anders resolveren"
+[117]. Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie
+zeer groot, want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de
+Engelschen er voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30en Juni dezen
+raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in
+Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie [118] moest
+de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar Manila
+in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige voorzien
+en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht zou
+het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert
+Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn
+en het Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking
+naar Japan gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die
+zich echter, zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen
+met de vloot, maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den
+28en Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van
+Firando naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen,
+die met het begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier
+werden zij door het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen,
+tengevolge waarvan de scheepsraad besloot om naar de Philippijnen
+over te steken en zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot
+onder Jansz te voegen. Den 3en Dec. vertrok Jansz zelf met de overige
+schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem
+en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef,
+de Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila
+en zoodra zij op de kust van Luçon verscheen, werd er bij Pangasinan
+een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar uit vrees
+voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee jonken
+vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de
+Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te
+Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar
+Manila te loopen, de kust van Luçon ten noorden van Manila aandeden,
+werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij bezuiden de
+baai landden, hun goederen losten en vandaar met "chimpans" naar Manila
+voerden. De onzen, dit vernemende, stuurden eenige schepen om de zuid,
+die respectievelijk op twee plaatsen vier groote met brandhout geladen
+jonken vonden en drie, die eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze
+met nog vele kleinere werden verbrand. In het laatst van Mei 1622
+werden De Trouw, De Hope, de Paltzgraef en de Bull, onder bevel van
+Le Febvre naar Macao gezonden, waar zij een Portugeesch schip, met
+zijde geladen en voor de Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer
+schepen vertrokken daarna naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in
+Macao achter. De overige zes schepen gingen begin Juni van de baai van
+Manila onder zeil en wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te
+hebben, wederom voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht
+meer voordeel opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie
+verkregen elk als aandeel in den buit f 262912.12.5 [119]. Coen schreef
+dan ook, "dat er rijckelijck soo veel verovert [was] als d' oncosten
+sal connen goet maken" [120]. Dat deze kaapvaart, ook zelfs wanneer de
+onkosten werden goedgemaakt, een groote schaduwzijde bezat, had Coen
+reeds vernomen uit een brief van Specx [121], waarin deze vermeldt,
+dat verschillende voorrechten, die de Hollanders tot dezen tijd toe
+in Japan bezeten hadden, waren ingekort. Coen schreef hierover aan
+bewindhebbers, dat door het vervolgen der Chineesche jonken veel
+Japanners groote schade leden, waardoor onze reputatie in Japan zeer
+verminderde en wij en de Engelschen slechts betiteld werden met den
+eerenaam van zeeroovers [122]. Jammer, dat tegenover deze vermindering
+van reputatie en dus achteruitgang van den handel geen rijkere buit
+werd behaald, om, gewogen op de schaal van vóór- en nadeel, deze te
+onzen gunste te doen overslaan; maar de vaartuigen, die wij gaarne
+hadden veroverd, waren ons ook nu weder ontsnapt. Twee groote en
+twee kleine schepen, ruim voorzien van volk, geschut en zilver,
+waren benoorden Luçon omgeloopen en hadden behouden de haven van
+Pangasinan bereikt. Ook waren vier schepen in de baai van Segoura,
+aan de oostkust van Luçon "recht achter de stadt Manilla gelegen"
+gekomen en was het zilver over land naar de hoofdplaats gebracht [123].
+
+De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen
+schrijft hierover [124]: "Desen tocht is redelyck en vredich gegaen,
+'t schijnt, dat 't ééne mes 't andere in de schede gehouden heeft;
+d' eerste reys dreeft d' een d' ander met gewelt uytde joncken. In
+Firando wapende hun d' een tegen d' ander, vochten niet weinich
+ende eenige bleven doodt, waarop den Raedt elck over de syne recht
+deedt, maer deze reys is 't Godt loff beter gegaen"2. Toch zouden deze
+gezamenlijke ondernemingen niet meer hervat worden. De Engelschen waren
+niet in staat ze verder voort te zetten, tengevolge waarvan Adams
+dan ook bevel had ontvangen met zijne schepen terug te keeren. Ook
+de Nederlanders wenschten dergelijke tochten niet meer. Coen had aan
+Willem Jansz opgedragen zich op behendige wijze van de Engelschen
+te ontslaan door te zeggen, dat hij niets meer in Japan te doen had,
+maar op avontuur naar Patani, Chiampa of China wilde varen. Hij moest
+zich dan vereenigen met de vloot, die in April 1622 van Batavia naar
+China was gezonden [125]. Overeenkomstig dezen last vertrok Jansz
+18 Sept. 1622 uit Japan naar Pehou; den 25en stak echter een hevige
+storm op, waardoor hij genoodzaakt werd terug te keeren. Maar niet
+alle schepen liepen behouden te Firando binnen. De St. Crux [126]
+leed schipbreuk. Den 27en Oct. poogde Le Febvre met drie en 5 Nov. de
+admiraal W. Jansz nogmaals, eveneens met drie schepen, den door Coen
+gegeven last op te volgen, maar vergeefs. De vaartuigen geraakten van
+elkander en door het onstuimige weder bezuiden de Pescadores, waarna
+zij genoodzaakt waren door te zeilen naar Batavia. Achtereenvolgens
+kwamen ze hier behouden aan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+
+Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor Manila lag, was de
+toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden, oogenschijnlijk verre
+van rooskleurig. De inwoners van Cagayan in het noorden van Luçon en
+Zanbales op de westkust van dat eiland waren tegen hen in opstand;
+in Manila waren de levensbehoeften tot ongekend hoogen prijs gestegen,
+hoofdzakelijk, omdat wij de haven geblokkeerd hielden [127], en over
+hun gouverneur Fajardo hadden zij volstrekt geen redenen om tevreden
+te zijn. Integendeel, de Audiencia van Manila had reeds in 1621
+herhaaldelijk haar beklag over hem ingediend bij den koning en om een
+nieuwen gouverneur verzocht. Zij verweet hem in drie jaar tijds drie
+millioen onnut te hebben verspild, zonder dat hij iets tegen den vijand
+had uitgericht en daartegenover één millioen als particulier eigendom
+naar Nova Spanje had gezonden [128]. Toch hadden de Spanjaarden en de
+Portugeezen tot het jaar 1622 nog geen reden tot klagen. Hoeveel hun
+handel met China en Japan alleen nog beteekende, leeren wij uit de
+berichten van Coen aan bewindhebbers. Den 20en Dec. 1621 schreef hij
+[129], dat zes fregatten dat jaar van Macao naar Japan waren gegaan
+met een waarde van ± drie millioen gulden, terwijl wij uit een volgend
+bericht van hem [130] vernemen, dat den 2en Aug. 1621 twee schepen van
+Manila naar Nova Spanje waren vertrokken, waarvan er een te Mindoro was
+gestrand. Het verlies hiervan werd geschat op vijf millioen. Die van
+Macao, verhaalt hij in denzelfden brief, zonden jaarlijks een kapitaal
+van 4 à 5000 taels in kleine scheepjes naar Japan en zouden dit jaar
+wel het dubbele of drie millioen gulden in retour bekomen. Niet minder
+hadden zij dit jaar naar Manila gezonden. Volgens Coen's berekening
+zou de vijand in het geheel wel een 50 millioen alleen aan kapitaal
+in Indië gebruiken. En dan meenen bewindhebbers al heel wat te doen
+als zij jaarlijks 5 à 600,000 realen zenden; maar het is een boon in
+een brouwketel. Geen wonder, dat Coen alles wilde aanwenden om dezen
+handel, al was het slechts voor een deel, tot ons te trekken. Nadat
+hij herhaaldelijk hierover aan bewindhebbers had geschreven, gaven
+deze hem in 1620 en 21 hun wensch te kennen, dat hij op de kust van
+China een handelsstation zou vestigen.
+
+Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk poogden
+den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en meer het
+plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de Portugeezen
+moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel onderschept
+worden door kruisers. Ook Manila moest men, zooals dat reeds
+verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige maanden blokkeeren
+en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende, zilverschepen. Het
+uitzenden der kruisers kon het best geschieden van Macao of een ergens
+elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan Japan, waaraan de
+handel met China was ontzegd, en aan de verdere landen de Chineesche
+waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een onuitputtelijke bron
+van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April 1622 een vloot van
+zes schepen en twee jachten onder bevel van commandeur Reyersz daar
+heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode met nog vier jachten
+gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis dezer expeditie mede te
+deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij bovendien zeer uitvoerig door
+Groeneveldt is behandeld [131]. Genoeg zij hier te vermelden, dat de
+aanslag op Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou,
+een der Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk
+stelde om met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch
+de oorlog, die den 2en Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch
+de reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam
+naar den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur,
+hadden het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan
+hun eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen,
+de Pescadores zouden verlaten, waarna wij ons dan op Formosa of elders
+buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd aan Sonck, toen hij den
+11en Juni 1624 als plaatsvervanger van Reyersz naar Pehou vertrok,
+in zijn instructie uitdrukkelijk gelast, Pehou niet te verlaten
+vóór de Chineezen tenminste gedurende één jaar met ons op Formosa
+waren komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem,
+dat de toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren
+van aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een
+groote troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig
+veel geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in
+staat geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met
+de Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat
+men alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was,
+besloot Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den
+eisch der bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te
+verlaten en zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den
+26en Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang gemaakt
+en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te stellen
+op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden
+de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen
+beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie.
+
+Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit resultaat
+geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch gesteld, dat
+de Chineezen de vaart op Manila zouden opgeven en eens is dit zelfs,
+ondanks het groote geldelijke voordeel dat de Combon hieruit trok
+[132], toegestaan onder voorwaarde, dat wij Pehou zouden verlaten. Het
+ligt niet in mijn plan, wat hierop betrekking heeft, mede te deelen;
+het bovengenoemde hangt zoo nauw samen met de pogingen der Hollanders
+om den alleenhandel met de Chineezen te verkrijgen, waarover reeds
+in den breede door Groeneveldt is geschreven, dat ik het, om niet in
+herhalingen te treden, wenschelijker oordeel dit hier achterwege te
+laten. Om dezelfde reden zullen ook de tochten van Pehou uit naar de
+kust van China om op Chineesche jonken te kruisen door mij slechts
+ter loops meegedeeld worden, voor zooverre deze noodig zijn voor het
+algemeen begrip, waarna ik mij wat langer zal ophouden bij den tocht,
+die van Pehou uit naar Manila is ondernomen.
+
+In de instructie van Reyersz [133] lezen wij: "Wij verstaen ende
+onse meninge is, dat UEd, soo lange 't noord ooste moesson duert,
+eenige schepen omtrent Chincheu houden sult, omme de Chinezen de
+vaert op Manilha ende alle andere plaetsen uitgesondert Batavia,
+gelijck voorengeseyt is, te verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij
+meenen, gedaen can worden, sult niet noodig wesen een vloote ofte
+eenige scheepen naer Manilha te senden, maar bij aldien de Chinezen
+omtrent Chincheu niet ingehouden connen worden, sal UEd de voornaemste
+macht houden ter plaetse daer de raedt bevindt, dat den vijandt den
+Chinezen handel best ende meest verhindert can werden". Nog voor Macao
+liggende, was dien overeenkomstig den 27en Juni De Engelsche Beer en
+het jacht St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de
+Lamo, Namoa, Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de
+Manila-vaarders. Den 6en Juli voegde De Engelsche Beer zich echter
+alweer bij de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21en dier maand
+door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een
+Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen veroveren. Waarom
+zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat niet vermeld.
+
+Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila
+belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust
+van China, hetzij uitgezonden om te onderhandelen, hetzij bepaaldelijk
+om te kruisen. Tot laatstgenoemd doel bevonden zich De Groningen
+en De Engelsche Beer aldaar van 21 Juli tot 21 Sept. Nadat men de
+hoop om langs vredelievenden weg [134] den Chineeschen handel te
+bekomen opgegeven en daarom den 2en Oct. den oorlog verklaard had,
+werd Nieuweroode er den 17en met acht schepen heen gezonden, die in
+het geheel 50 koopvaardij- en 30 oorlogsjonken vernietigden. Den 7en
+Dec. keerde Van Nieuweroode naar de Pescadores terug en veroverde op
+den tocht daarheen nog een jonk, die op weg was naar Manila, met een
+lading van "cleeden en weynich zijde" ter waarde van f 9000. In de
+baai van Amoy had hij nog vier schepen achtergelaten onder bevel van
+den opperkoopman Sael. Wel is waar werden door dezen spoedig hierna
+de vijandelijkheden gestaakt en weder onderhandelingen aangeknoopt,
+maar voor de Manila-vaarders bleef de haven gesloten. Ja er waren
+in Amoy zelfs plakkaten aangeslagen, waarin verboden werd naar
+eenige Spaansche of Portugeesche plaats te varen, omdat de oorlog
+daaruit ontstaan was. Toch werd door dit alles volgens de meening van
+Reyersz en zijn raad de handel op Manila nog niet geheel verhinderd,
+zoodat zij den 14en Aug. besloten het schip De Zierikzee en De Goede
+Hoope, benevens een jacht, "soo hetzelfde connen missen", naar de
+Philippijnen te zenden om op de jonken, die ons te Chinchu mochten
+ontsnappen, te kruisen en van daar naar kaap Spiritu Sancto te gaan
+om de zilverschepen buit te maken. Aan dit besluit konden zij echter
+voorloopig geen gevolg geven. Den 11en Nov. zagen zij zich gedwongen
+van hun voornemen af te zien. Het groot aantal zieken was hiervan
+de oorzaak, terwijl ze bovendien meenden niet te kunnen rekenen op
+de hun toegezegde hulp, die onder commandeur Jansz zich uit Japan
+bij hen zou vervoegen, maar naar hunne berekening wel voorbij de
+Pescadores was gedreven. Ook Nieuweroode was, vreesden zij, door den
+moesson te veel zuidwaarts gedrongen om er zich nog tegen te kunnen
+opwerken [135]. Eerst in het volgend jaar zou het plan tot uitvoer
+komen. Nadat Reyersz de onderhandelingen, door Sael opnieuw opgevat,
+voortgezet had en daarvoor zelfs, zooals wij gezien hebben, eene reis
+had gedaan naar den in Hoktsioe zetelenden gouverneur, keerde hij
+over Amoy terug. Hij had, zonder het ooit van plan geweest te zijn,
+den gouverneur beloofd de Pescadores te verlaten. Over het opgeven
+van den handel op Manila had hij niet eens durven spreken. Toch werd
+hem nog in Amoy zijnde verteld, "dat de gouverneur een houten bord
+in zijn provincie heeft laeten omdragen datter niemand en zoude
+vermoogen van dat jaer naer eenige onzer vijanden plaetse vaeren,
+oock mede geen zijde waeren uyt laeten voeren, anders dan de twee
+voorname joncken, die naer Batavia souden gaen" [136]. Dit verbod
+is echter óf nooit uitgevaardigd óf spoedig ontdoken, want den 15en
+Maart 1623 naar Pehou teruggekeerd, hoorde Reyersz den 2en April
+reeds, dat er twee jonken uit Amoy waren vertrokken naar Siam en
+eenige naar Manila, terwijl acht of tien dagen later nog eenige naar
+laatstgenoemde plaats hoopten onder zeil te gaan. Reeds voor Reyersz
+dit ter oore was gekomen, had hij den 29en Maart besloten een schip
+naar Manila te zenden om den handel op die plaats te belemmeren,
+maar nu de Chineezen aldus "contrarie haer belofte" handelden, kwam
+men den 6en April in zooverre op die resolutie terug, dat er niet één
+maar twee schepen heen gezonden zouden worden, te weten De Zierikzee
+en De Engelsche Beer, die "met d' allereerste bequamen wint ende weder
+na de Manilhas sullen vertrecken, om aldaer op de joncquen te passen,
+ende soo lange op do cust te houden, als gevoechlijck can geschieden,
+al waer het tot ultmo. May, ende alsdan van daer vertrecken na Maccauw"
+[137]. Tot opperbevelhebber over deze beide schepen werd aangesteld
+Theunis Jacobsz Engel, schipper van De Zierikzee. Den 7en April
+gingen ze onder zeil en keerden 4 Juni terug. Zij hadden op de kust
+van Luçon twee jonken buit gemaakt, die zij, na bemanning en lading
+er uitgelicht te hebben, aan de vlammen prijs gaven. Een derde jonk,
+die den 18en Mei op den terugweg werd veroverd, namen zij mede. De
+waarde van de veroverde goederen was zeer gering, maar het aantal
+gevangen gemaakte Chineezen bedroeg het vrij aanzienlijke getal van
+800. Naar de kust van China [138] werden hierna nog herhaaldelijk
+tochten ondernomen. Van den 30en Juni tot 16 Aug. kruisten daar vier
+schepen, onder bevel van den ons bekenden Christiaan Francxz. Nog den
+20en van dezelfde maand ging Reyersz naar Amoy met vier schepen om nu
+weder eens te pogen met de Chineezen in onderhandeling te treden. Voor
+Manila bleef dit echter hetzelfde. We lezen dit duidelijk uit een
+brief door Reyersz, aldaar zijnde, aan den totock Chiam Soutchia
+geschreven. "Ons is niet onbekent, dat UE ondersaten vele jaren met
+die van Manilha gehandelt hebben. UE is ook niet ontwist dat die
+van Manilha ende Macau ons doodtvijanden zijn, derhalven volgens
+den last van onsen prins niet connen toelaten, dat hun van eenige
+natien toevoer geschieden" [139]. De haven bleef bezet tot 6 Sept,
+den datum waarop Reyersz weder naar de Pescadores vertrok; maar den
+5en Oct. werd Francxz er reeds weder met vier schepen heengezonden
+om de onderhandelingen voort te zetten. Ook hij had geen succes,
+maar werd op verraderlijke wijze door de Chineezen gevangen genomen,
+waarna de schepen werden terug geroepen. Het gevolg van het verraad der
+Chineezen was, dat den 20en Jan. 1624 drie schepen naar Amoy onder zeil
+gingen om over die trouwelooze daad wraak te nemen. Van deze keerde De
+Engelsche Beer niet naar de Pescadores terug, maar kwam den 30en Maart
+in Batavia aan. Van de beide andere vaartuigen staat niets vermeld;
+wij kunnen alleen nagaan, dat zij eenigen tijd gekruist hebben langs
+de Chineesche kust. Nemen we nu nog in aanmerking, dat behalve door
+deze gemelde tochten, de zee voortdurend onveilig werd gemaakt door
+schepen die af- en aanvoeren van Batavia naar Pehou, dan wekt het
+zeker onze bewondering, dat er nog Chineezen gevonden werden, die
+ondanks de gevaren, waaraan zij zich blootstelden, den moed bezaten
+naar Manila over te steken. Dat echter alle opofferingen, die men zich
+gedurende twee jaar had getroost om het monopolie te verkrijgen, geheel
+nutteloos waren geweest, zooals Groeneveldt betoogt, is mijns inziens
+onjuist [140]. Wij hadden onzen vijanden zeer zeker een geduchte
+schade berokkend. Deze te berekenen is natuurlijk niet doenlijk, daar
+de vrees om in handen der Hollanders te vallen minstens even vele
+jonken heeft weerhouden, als er door ons genomen zijn. 't Is waar,
+gouverneur-generaal en raden schrijven spijtig aan bewindhebbers:
+"Sij en wij hebben nu oock bij experientie bevonden, dat we alle
+canalen van de rivier van Chincheo niet bezet kunnen houden; item,
+dat onse sobere macht de ruime see soo niet besetten can ofte van 26
+joncken, die 't voorleden jaer van Chincheo en andere quartieren gegaen
+zijn, echappeerten ongelijk meer als er genomen werden" [141]. Voor
+Carpentier is het dan ook eene teleurstelling geweest, dat zij den
+handel der Chineezen niet met één slag konden doen ophouden. Hij,
+hierin gesuggereerd door zijn voorganger Coen, had er stellig op
+gerekend, en toen dit niet mogelijk bleek, was spijt natuurlijk de
+grondtoon van zijn schrijven en kon hij er niet mee tevreden zijn
+alleen te hebben verkregen, dat Manila was achteruitgegaan. Door het
+turen naar het begeerlijk doel, monopolie, was men blind voor het
+reeds verworven voordeel. Toch was het niet onbekend, dat Manila
+veel schade leed. Een gezaghebber van een Portugeesch navet had
+medegedeeld, dat er maar één klein scheepje uit Nova-Spanje met
+200.000 realen in Manila was aangekomen, terwijl er nog drie andere
+verwacht werden. Volgens hem stond de handel daar slecht. In twee
+jaar waren er geen Chineesche jonken geweest en geen schepen uit
+Japan of Macao, dan een klein Portugeesch vaartuig met hout. Van
+daar dan ook, dat vele inwoners naar Nova-Spanje verhuisden. Ja,
+indien er in Europa geen algemeene vrede werd gemaakt, dan zou
+men den geheelen Portugeeschen en Spaanschen staat in Indië voor
+verloren kunnen houden. Ook vermeldde dezelfde berichtgever nog,
+dat er eenige galjoenen en galeien op stapel waren gezet [142]. Deze
+berichten waren, het valt niet te ontkennen, overdreven. In 1623 waren
+in Amoy nog aan 14 jonken passen gegeven voor Manila. De mededeeling
+echter omtrent Manila's achteruitgang wordt bevestigd door een brief
+van Pieter de Carpentier aan bewindhebbers, waarin hij schrijft,
+dat in Wancan, een plaats omtrent zeven mijlen benoorden Tayouan,
+een jonkje uit Manila was aangekomen, waarvan de gezagvoerder had
+gezegd, dat in 1624 geene Chineesche jonken in Manila geweest waren
+en dat vele Chineezen en Japanners vandaar vertrokken "wegens de
+doode neeringen en tevens 't quaet tractement van de Spanjaarden"
+[143]. Ook het bericht, dat er een Spaansche vloot werd uitgerust, is
+juist [144]. De Spanjaarden hoopten hiermee de onzen van de kust van
+China te verjagen [145]. Zoover is het niet gekomen, maar er blijkt
+uit, dat zij er zeer veel aan hechtten, er groote onkosten voor over
+hadden om den handel op China wederom onbelemmerd te zien [146].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+
+Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle pogingen in het werk
+stelden om den winstgevenden Chineeschen handel aan de Spanjaarden
+te onttrekken. In dezen zelfden tijd werd tegen de Spanjaarden in de
+Molukken slechts zeer weinig, zoo goed als niets ondernomen. Reeds is
+er door mij op gewezen, dat Lam door J. P. Coen werd teruggeroepen,
+daar hij de bevelen omtrent het slechten der forten niet had
+uitgevoerd, terwijl ook het feit, dat hij de Ternatanen hulp had
+verleend tegen de Tidoreezen en Spanjaarden, Coen's misnoegen had
+verwekt. De Houtman werd als zijn opvolger aangewezen. Maar ook deze
+vond, evenals de meeste ambtenaren in de Molukken, de hem in zijn
+instructie meegegeven bevelen verkeerd. Ontnamen wij den Ternatanen
+de hen beschermende forten, dan zouden zij zich vereenigen met de
+Tidoreezen en de Spanjaarden en zeker onze ergste vijanden worden,
+meenden De Houtman en zijn raden. Coen was het echter niet met hem
+eens en dus werd De Houtman eveneens teruggeroepen en in Maart 1623
+vervangen door Jacques le Febvre. Wij zien, Coen hield hardnekkig
+vast aan zijn eens genomen besluit en zijn opvolger Pieter de
+Carpentier drukte nauwkeurig zijn voetstappen. De gelden, die de
+Compagnie jaarlijks moest uitgeven voor de Molukken, waren niet
+evenredig met de voordeelen. De kosten moesten verminderd worden
+en dus--enkele forten gesloopt! Hadden wij dan al onze krachten op
+de kust van China en tegen de Philippijnen verspild? Waren wij niet
+bij machte de Spanjaarden uit de Molukken te verdrijven, zooals De
+Houtman dit wilde? Was dit geschied, zou men dan niet op betere wijze
+tot vermindering van uitgaven zijn gekomen? Volgens Coen, niet. Hij
+wantrouwde de Ternatanen, ook dan wanneer zij schenen onze vriendschap
+te zoeken. Hij zag wel in, dat zij zeer gaarne hun gewesten hadden
+bevrijd van vreemdelingen, die hen dwongen hunne producten voor minder
+dan de helft van de waarde af te staan, terwijl dat mindere dan nog
+werd betaald in rijst en kleederen van twijfelachtige qualiteit. Dat nu
+deze Ternatanen ook aandrongen op de verdrijving van de Spanjaarden,
+zou Coen reeds huiverig gemaakt hebben aan hun verlangen te voldoen,
+maar er was meer. Hij begreep, dat ze door de nabijheid der Spanjaarden
+ook beter in bedwang werden gehouden, daar zij onzen steun niet konden
+missen, zoolang de Spanjaarden hen bedreigden. Bovendien zouden wij
+ons nog op andere wijze benadeelen door het nemen der Spaansche
+forten. Men liep dan toch gevaar, dat de Engelschen, volgens het
+ons bekende in 1619 gesloten accoord, aanspraak zouden maken op het
+medebezit van het veroverde. Dit waren dus de eigenlijke redenen,
+waarom de Nederlanders zoo weinig in de Molukken tegen hunne vijanden
+uitrichtten. Ofschoon de macht der O.-I. Compagnie in de Molukken in
+deze jaren zeer gering was,--Le Febvre schreef in 1624 dat hij slechts
+één jacht, dat lek was, tot zijn beschikking had [147],--ondernamen de
+Spanjaarden toch niets tegen ons. Zij waren daartoe niet in staat en
+hadden in de Molukken gebrek aan alles. Steeds werden de Tidoreezen
+gepaaid met beloften, maar de hulp die opdaagde, was ternauwernood
+voldoende om de zaken loopende te houden. De vriendschap der Ternatanen
+voor ons nam toe of af, alnaarmate de hulp, die de Spanjaarden uit
+Manila ontvingen, klein of groot was. In 1624 werden er zelfs door den
+gouverneur-generaal en raden aan de bewindhebbers geruchten meegedeeld
+van een vereeniging van de Spanjaarden, Tidoreezen en Ternatanen
+tegen ons. Deze geruchten bleken waarheid te bevatten. In Mei 1623
+was de nieuwe Spaansche gouverneur der Molukken, Pedro de Heredia,
+met een vrij groote macht, twee galeien, drie kleine fregatten en
+nog een ander vaartuig, uit Manila gearriveerd, waarvan de genoemde
+vereeniging het gevolg was geweest. Bovendien werd de komst van nog
+twee galeien in 't vooruitzicht gesteld. Le Febvre zag hier tegen
+een harden strijd tegemoet en vroeg dus een versterking van twee à
+drie schepen. Ofschoon gouverneur-generaal en raden niet geloofden,
+dat het zoo'n vaart zou loopen, stuurden zij toch een flink schip,
+De Trouw, met 109 koppen naar de Molukken. Men had in Batavia echter
+goed gezien. De Ternatanen konden ter wille van den buit niet nalaten
+een klein Portugeesch fregat te nemen, wat natuurlijk den oorlog met
+de Spanjaarden weder deed uitbreken. Met de Tidoreezen bleven zij
+echter in vrede [148]. In de Molukken was dus voor de Spanjaarden,
+tengevolge van de door de Nederlanders gevoerde politiek, de toestand
+wel eenigszins verbeterd. Wij hebben, in het vorig hoofdstuk gezien,
+dat de handel in Manila zeer was achteruitgegaan, waardoor alles er
+zeer duur was geworden en dat ernstige klachten tegen den gouverneur
+Fajardo waren ingebracht. Ondanks dien tegenspoed,--misschien was
+het, den aard der Spanjaarden in aanmerking genomen, beter gezegd,
+tengevolge van dien tegenspoed,--betoonden de Spanjaarden in 1623
+en volgende jaren een grootere bedrijvigheid. Naar Japan hadden
+zij in 1623 een ambassadeur gezonden met groote geschenken voor
+den keizer, om dezen gunstig te stemmen voor een hernieuwing van
+de vriendschapsbetrekkingen met Spanje en hem den dood van Philips
+III mede te deelen. Dit mislukte echter. De geschenken, waaronder
+een gouden servies, een wagen met muildieren enz. werden geweigerd
+en de gezant keerde onverrichterzake naar Manila terug met een uit
+Nova-Spanje gekomen schip, dat met 300 koppen bemand was [149]. De vrij
+aanzienlijke macht, die onder Heredia in de Molukken was aangekomen,
+moest niet alleen dienen om de forten op genoemde eilanden te
+versterken, maar was tevens bestemd tot vestiging van de Spaansche
+macht te Menado op Celebes door het stichten van een fort aldaar,
+dat de Spanjaarden, uit Manila naar de Molukken komende, dan eerst
+zouden aandoen om volk en levensmiddelen in te nemen. Ook Macao was
+op verzoek der Portugeezen in hetzelfde jaar met een afdeeling van
+120 soldaten van Manila uit versterkt [150]. Toen in 1624 de gehate
+Fajardo was gestorven, werd de ons bekende oud-gouverneur der Molukken
+Geronimo de Silva wederom, evenals na den dood van Don Juan de Silva,
+tot gouverneur ad interim benoemd [151]. Er waren dit jaar twee schepen
+uit Amerika te Manila aangekomen met een groot kapitaal aan zilver
+en veel soldaten, en hiervan maakte de nieuwe gouverneur gebruik
+om de Molukken te versterken met twee fregatten, uit Otong daarheen
+gezonden. Ook was een eskader naar de Molukken onderweg geweest, maar
+teruggekeerd, omdat de vlootvoogd en veel volk onderweg gestorven waren
+[152]. Op de rivier van Siam werd er zelfs offensief opgetreden door
+de Spanjaarden. Het jacht Cleen Zeeland, 16000 realen Japansch zilver
+en "twee cassen roode lakenen" inhebbende, werd den 26en Aug. 1624
+door hen genomen. De Siameezen maakten op bevel van hun koning,
+daartoe door de onzen aangezet, het jacht den Spanjaarden wel is
+waar weder afhandig en gaven het ons terug, maar de inhoud was en
+bleef zoek [153]. Het laatste wat door Geronimo de Silva tijdens zijn
+gouverneurschap tegen de onzen werd ondernomen, was een poging om een
+Hollandsche scheepsmacht uit de Philippijnsche wateren te verdrijven.
+
+Reeds den 23en April 1623 was een vloot van elf schepen bemand met
+1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal volgens een
+ontwerp van prins Maurits, uit Goeree vertrokken onder bevel van
+Jacques l'Hermite, G. H. Schapenham en Jan Willemsz Verschoor. Het
+doel van deze vloot was "naar Amerika te zeilen, den vijand daar
+zooveel mogelijk afbreuk te doen, te trachten de galjoenen, die
+jaarlijks uit Manila te Acapulco binnenvielen, zoo mogelijk te
+onderscheppen en daarna naar de Philippijnen over te steken, om de
+Chineesche jonken waar te nemen". De resultaten van dezen tocht,
+voorzoover zij met ons onderwerp in betrekking staan, zullen wij
+eerst later behandelen, om ons nu bezig te houden met de hulp, die de
+gouverneur-generaal P. de Carpentier en zijne raden besloten hadden
+deze vloot, de Nassausche genoemd, in de Philippijnsche wateren
+te doen toekomen. Aan Sonck en zijn raad op Pehou (toen reeds op
+Formosa) en den admiraal l'Hermite werd overgelaten te bepalen, wat
+met de vereenigde vloten tegen Manila zou worden uitgericht. Sonck
+en zijn raad vonden goed zes schepen en drie Chineesche jonken naar
+Manila te zenden, onder bevel van Pieter Muyser. Hem was opgedragen
+de Nassausche vloot, die in April ongeveer voor Manila verwacht werd,
+van victualiën te voorzien en zich met haar te vereenigen. Hij moest
+zooveel mogelijk zorgen, dat geen Chineesche jonken, noch Spaansche-
+of Portugeesche jachten de Philippijnen bereikten en verder den vijand
+zooveel mogelijk afbreuk doen. Sonck achtte het niet geraden "iets
+tegen Manilha of het fort Cavite te attenteeren," maar, schreef hij,
+"hebben voorgedragen en gerecommandeert eenige vliegende tochten in 't
+landt te doen om menigte van volck ter peuplatie van Batavia, Amboyna
+en Banda te becomen" [154]. Den 27en Jan. ging Muyser met Het Wapen van
+Zeelandt, Noord-Hollandt, Oranje en de jachten De Haen, Victoria en De
+Fortuin van Formosa onder zeil. De bemanning bestond uit 432 koppen en
+men had voor acht maanden levensmiddelen aan boord. De Fortuin en De
+Victoria werden vooruit gezonden om de drie [155] Chineesche jonken
+te waarschuwen, dat de Hollandsche schepen zee gekozen hadden. De
+Fortuin keerde denzelfden avond nog terug zonder de jonken gezien
+te hebben; De Victoria zullen we later eerst weer ontmoeten. De vijf
+overige schepen kregen 2 Febr. reeds kaap Bolinao in het gezicht en
+den 3en Wittertseiland, waar zij bemerkten, dat de Spanjaarden van hun
+komst aan de bewoners van Manila bericht gaven door het branden van
+vele vuren. In de baai van Manila aangekomen, stelden de onzen een
+onderzoek in naar de macht van den vijand; Oranje en Noord-Hollandt
+waagden zich zoo dicht bij de stad en het fort, dat ze het hadden
+kunnen beschieten en de menschen zeer goed konden waarnemen. Over
+de daar aanwezige scheepsmacht behoefden zij zich voorloopig niet
+ongerust te maken. Deze bestond uit een vrij groot schip en vier
+galjoenen, die echter alle in zulk een toestand verkeerden, dat ze
+niet binnen een maand zouden kunnen uitloopen. Slechts één galei en
+één jacht waren in goeden staat. De Hollandsche schepen hielden zich
+geruimen tijd bij het eiland Mariavele op, waar ze ook eenige keeren
+landden om hout en ballast in te nemen. Den 17en Febr. werden ze
+bij een dergelijken landtocht overvallen, wat het verlies van zeven
+man tengevolge had. Slechts twee lichamen vonden de onzen terug,
+waarvan de vijand de hoofden als zegeteekenen had meegevoerd. De vijf
+anderen waren den Spanjaarden blijkbaar levend in handen gevallen
+en als gevangenen meegevoerd. Den 18en naar Wittertseiland onder
+zeil gegaan, namen zij een Chineesche jonk met hout geladen, waarop
+zich slechts zeven Chineezen bevonden. Na nog eenige dagen vergeefs
+gekruist te hebben, ontdekten zij den 26en een zeil, wat tot groote
+vreugde beiderzijds het jacht Victoria bleek te zijn. Dit schip had de
+opdracht volbracht en de jonken gewaarschuwd. Deze hadden echter niet
+in zee kunnen komen, naar hun zeggen, wegens den lagen waterstand. Tot
+den avond van den volgenden dag wachtte De Victoria te vergeefs op de
+Chineesche scheepjes en zeilde toen weg naar de Philippijnen, in de
+hoop aldaar de Hollandsche vloot aan te treffen. Hierin was het jacht
+niet gelukkig. Bijna een maand kruiste het langs de kust, waagde zich
+zelfs tot op vijf mijlen voor de baai van Manila, zonder iets van de
+vloot te bemerken, tot eindelijk de lang verwachte Hollandsche zeilen
+zich aan den horizont vertoonden, terwijl den volgenden dag, den 27en
+Febr. zich ook eindelijk twee van de drie Chineesche jonken bij de
+vloot voegden. Zij vertelden zes dagen na het vertrek van De Victoria
+te zijn uitgeloopen; één van de drie echter, niet goed bezeild zijnde,
+was terug gekeerd en had waarschijnlijk koers gezet naar Tayouan. "De
+ware rede zal wel zijn," schrijft Muyser aan Sonck, "dat die derde jonk
+is terug gekeerd om een dergelijk scheepje, dat door hen afgeloopen
+was, in veiligheid te brengen". Veel voordeel hebben ze niet van de
+Chineezen gehad, daar ze steeds van de vloot afdwaalden, zich liever
+ophoudende in de nabijheid van de kust, dan in open zee. Na den 3en
+Maart verdwenen ze voor goed, waarover Muyser en zijn tochtgenooten
+zich echter niet al te zeer bedroefden, omdat ze meer last dan nut
+van hen hadden ondervonden. Van veel meer ongerief was het gebrek aan
+drinkwater, waardoor zij herhaaldelijk genoodzaakt waren aan land
+te gaan, om te zien of ze geen plaats konden ontdekken, waar dit
+geschikt te bekomen was. Den 15en was het geluk hen gunstig. Op 16°
+15´ vonden zij een baai, door hen betiteld "Muyserbaai", waar niet ver
+van het strand, het water uit drie aderen uit den grond te voorschijn
+kwam. De qualiteit was "schoon en liefelijck", de quantiteit "soude men
+nauwelijks verwenschen" [156]. De inwoners toonden zich zeer vijandig
+en moesten door musketschoten op een afstand gehouden worden. Het
+land ingaande kwamen zij in een dorp, dat door de bewoners verlaten
+was. Er werd daar suikerriet en bananen aangetroffen. Muyser had
+streng bevel gegeven niets te beschadigen om te zien of de bewoners
+naderhand niet eenigszins gewilliger zouden toestaan, dat er water
+gehaald werd. Na hiervan een voldoende hoeveelheid ingenomen te hebben,
+kozen ze weder zee en ontdekten den 13en April zeven zeilen, welke
+zij dadelijk voor Spaansche herkenden. Toen deze vijandelijke vloot
+op hen afkwam, besloten Muyser en zijn raad verder zeewaarts te gaan,
+om de Spanjaarden van een aanval te weerhouden. Deze toch bleven liefst
+dicht onder de kust, om zich aldus in tijd van nood met een vaartuig,
+dat zij daartoe altijd tot hun beschikking hadden, gemakkelijk te
+kunnen redden. Zij schenen nu echter hunne beschroomdheid te overwinnen
+en trachtten de onzen in te halen, wat hun niet dadelijk gelukte,
+ofschoon het jacht De Haen slechts zeer langzaam vorderde. Maar den
+volgenden dag waren zij in de nabijheid der Hollanders gekomen en
+nu moest men wel tot het gevecht overgaan. Het jacht Victoria, dat
+voor den wind gaande zeer slecht bezeild was, zou door de bemanning,
+nadat het in brand gestoken was, verlaten worden, indien de galei er
+op afkwam. De schipper van dit jacht, een zekere Keyser, behoorde
+blijkbaar niet tot de heldhaftigen, daar hij al zeer spoedig bevel
+gaf het jacht te verlaten, "vóór het in eenig peryckel was", schrijft
+Muyser, en zelf een der eersten was, die zich in de boot bevond,
+terwijl hij verzuimd had het aan de vlammen prijs te geven. Overigens
+ontvingen de drie Hollandsche schepen--De Fortuin en De Haen zeilden
+vooruit, daar zij niets konden uitrichten--de Spanjaarden zoo goed,
+dat zij moesten afdeinzen. Bij den tweeden aanval "trommelden (zij)
+er met (hun) driën gelijckelijck, principalijck op hunnen admirael
+soo op, dat zij genoodsaeckt waren 't aen boort comen voor die tijt
+t' excuseeren". De Spaansche admiraalsvlag werd ingenomen en bleef
+gedurende twee uur om den stok geslagen, terwijl de galei tusschen
+het kleine jacht en het admiraalschip af- en aanvoer. De Hollanders
+veronderstelden, dat dit plaats had, omdat de admiraal Geronimo de
+Silva gesneuveld was en er een andere moest benoemd worden door
+de zich misschien aan boord van het jacht bevindende leden van
+de Audiencia. Dit was echter, zooals wij later zullen zien, niet
+het geval; maar wat ook de reden geweest zij, de aanval werd niet
+hernieuwd, de vijand liet de onzen langzamerhand van zich wegloopen
+en keerde zelf landwaarts. Reeds den volgenden dag besloten Muyser en
+zijn raad wederom naar de kust te zeilen, maar daar in de instructie
+uitdrukkelijk stond zich voor den vijand te wachten, zoolang de
+Nassausche vloot niet met hen vereenigd was, werd er bepaald zeven à
+acht mijlen van de kust heen en weer te kruisen. Den 17en Mei eerst
+mocht het hun gelukken, tenminste eenig resultaat van hun volharding te
+verkrijgen. Zij bemachtigden een jonk van Chinchu naar Manila gaande,
+waarop zich 219 Chineezen bevonden. De inhoud was van zeer weinig
+waarde. "Als gij hier waart geweest", schrijft Muyser aan Sonck,
+"zoudt ge de jonk met lading en al in den grond of in brand hebben
+gestoken........ als alles op 't strand gelegen had, ick meyne niet
+één van ons daarvoor 200 realen van achten had gegeven" [157]. Nadat
+alles van waarde er uit genomen was, werd de jonk verbrand, en daar de
+gezagvoerder meegedeeld had, dat er met hem nog vijf à zes dergelijke
+scheepjes waren uitgevaren, bleef men nog eenige dagen kruisen. Maar
+toen men niets meer ontdekte en ten laatste de hoop had opgegeven
+de Nassausche vloot nog te zullen aantreffen, besloot men den 22en
+Mei dit vaarwater te verlaten. De Noord-Holland werd met de gevangene
+Chineezen naar China gezonden om daar te wachten op den noordermoesson
+en dan verder naar Batavia door te zeilen. De Haen werd opgedragen
+naar Tayoean te gaan [158] terwijl de overige schepen, Het wapen van
+Seelandt, Oranje en De Fortuin eerst Macao zouden aandoen en daarna
+naar Tayoean koers zetten. Tot nog toe had men niet veel menschenlevens
+te betreuren, slechts 26, terwijl er 20 zieken waren. Den 1en Juni
+kregen de laatstgenoemde schepen de kust van China in 't gezicht, waar
+ze nog eenigen tijd bleven kruisen en het geluk hadden op de hoogte
+van Macao twee Portugeesche jachten buit te maken, waarvan er een in
+plaats van het verlorene Victoria gedoopt werd [159], het andere,
+Tayoean. Den 7en zagen zij tot hun verwondering De Noord-Holland
+weder. Dit schip was door tegenwind opgehouden. Den 2en Juli ging het
+op nieuw naar Batavia onder zeil en kwam den 23en Nov. 1625 aldaar
+behouden aan. De Chineezen hadden het echter hard te verantwoorden
+gehad. Van de 219 waren er slechts 46 in leven gebleven en deze werden
+nog doodziek aan wal gebracht. Op denzelfden dag dat De Noord-Holland
+voor de tweede maal naar Batavia op weg ging, vertrok P. Muyser met
+Het wapen van Seelandt en het veroverde jacht Tayoean naar Formosa,
+terwijl De Oranje, De Fortuin en De Victoria nog eenigen tijd voor
+Macao zouden blijven kruisen. Pieter Muyser kon er zich niet op
+beroemen veel tot nut van de Compagnie te hebben uitgericht. Hiervoor
+was zijn vloot echter ook niet voldoende uitgerust. Terecht schrijft
+De Carpentier dan ook aan bewindhebbers: Het succes had grooter
+kunnen zijn, indien 's lands vloot "haar ordre in het aandoen van
+Manilla beter hadde naergecomen, gelijck se sonder eenich verlet wel
+hadde conne doen". Waarom het dan niet gebeurd is? Hierop is geen
+afdoend antwoord te geven. Misschien moet men de oorzaak zoeken
+in het ontijdig sterven van den admiraal van de Nassausche vloot,
+Jacques l'Hermite. Nog niet halfweg, moest hij reeds den 2en Juni
+1624 den tol aan de natuur betalen en werd als admiraal opgevolgd
+door Gheen Huigen Schapenham. Deze beschrijft ons zijn tocht in een
+brief aan Carpentier [160]. Na den Spanjaarden op de kust van Amerika
+eenig nadeel te hebben berokkend, is de vloot naar het eiland Puna
+gezeild, van waar zij naar Acapulco vertrok om er den 28en Oct. aan
+te komen. Daar bleven zij kruisen tot eind Nov., waarna het besluit
+genomen werd naar de Ladrones over te steken, omdat de tijd waarop de
+schepen gewoonlijk uit Manila in Acapulco kwamen toch voorbij was. Den
+26en Januari 1625 werden de ankers voor de Ladrones uitgeworpen: "en
+na ons alhier eenigszins ververscht te hebben," schrijft Schapenham,
+"soo is bij mij ende den Raedt geresolveert, dat men de enterprise,
+die ons bij de instructie belast wordt, op de chineesche joncken in
+de Manilhas in het werck te stellen, soude laten berusten ende ons
+cours recht toe naer de Moluccas stellen om dies wille, dat het de
+vlote, die als doen maer van drie maenden victualie voorzien was,
+onmogelick soude geweest zijn, de comste van de Chineesche joncken
+in de maendt van April te verwachten, maer door faulte van vivres
+genoodsaekt zijn geweest voor de comste derselver uit de Manilhas te
+scheijden". Schapenham wist dus niet, dat de vloot onder Muijser hem
+voor Manila zou opwachten met levensmiddelen. Het stond trouwens ook
+niet in de instructie [161]. Mij rest nu nog slechts te melden, dat de
+admiraal van de Spaansche vloot, Geronimo de Silva, die tegen Muijser
+slag had geleverd, niet was gesneuveld, zooals de Hollanders dachten,
+maar behouden met de vloot in Manila was teruggekeerd. Zeer tevreden
+was men echter niet over zijn beleid. Hij had meende men, wel eenige
+schepen kunnen veroveren en werd dientengevolge wegens nalatigheid
+gevangen gezet en eerst bevrijd na de aankomst van den nieuwen, uit
+Amerika gezonden gouverneur, ad interim, Don Fernando de Silva [162].
+
+En hiermede meen ik tot een tijdstip gekomen te zijn, waarop dit
+onderzoek zeer geschikt voorloopig door mij kan gestaakt worden. De
+politiek toch der Nederlanders onderging langzamerhand een groote
+verandering ten opzichte van de Philippijnen. De Wit schreef in 1625
+aan De Carpentier: "Over de door Muijser veroverde beide joncken
+en de gevangen gemaakte Chinesen zijn tot nog toe geen klachten uit
+China gekomen". Dat men hiervoor reeds bang was geweest bewees wel
+de in de instructie van Muijser opgenomen bepaling, dat de buit niet
+naar Japan of Formosa, maar naar Batavia gevoerd moest worden. De
+Nederlanders koesterden nl. de gegronde vrees, dat de Chineezen
+tengevolge van die rooftochten den pas begonnen handel op Formosa
+en Batavia weder zouden laten varen. Bovendien werd het voordeel
+voor de onzen steeds geringer, omdat de Chineezen meer en meer met
+kleine zeer snel bezeilde jonkjes naar de Philippijnen overstaken,
+waarmee zij bij stil weer zoo wisten te wrikken en te roeien, dat het
+onmogelijk was ze met onze vaartuigen in te halen. Het gevolg was,
+dat er vooreerst geen tochten meer werden gedaan om den Chineeschen
+den handel op Manila te beletten. De Hollanders begonnen van nu af
+het vaarwater van Malakka en Macao meer met hun schepen te bekruisen,
+terwijl ook de Spanjaarden hun taktiek veranderden en in 1626 een
+bezetting legden op Formosa. Mocht het blijken, dat het mij gelukt is
+de verrichtingen der Hollanders tegen de Spanjaarden duidelijker in
+het licht te stellen dan door mijn voorgangers is geschied, dan zal
+ik stellig mijn onderzoek in dezen, uit liefde voor onze koloniale
+geschiedenis, voortzetten en ten einde brengen.
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN.
+
+
+BIJLAGE I.
+
+BRIEF VAN REAAL AAN BEWINDHEBBERS.
+
+
+D. E. E. achtbare wijze voorsinnige Heeren.
+
+Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe verscheijden brieve aen
+uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van attestatie midtsgaders
+een brief des conings om uwe E.E. (sulcx raedsaem sijnde) daer
+meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, de welcke ick
+mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de Ed. Heer
+Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende oft uwe
+E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens evenwel
+de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques grotelijcx
+niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te verhaelen
+het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren geaviseert,
+confirmerende hier mede hetgene ick voor desen principalijcken over
+de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. Wat alhier sedert
+is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende copijen van
+resolutien ende 't journal door mij gehouwden konnen sien, daer aen
+ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose tocht naer
+de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de vijanden ofte
+proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel daerinne gerust
+zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van menschen voorslagen
+volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns juijst haer witt
+niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de Chinesen, die
+met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese verscheijden
+plaetsen van 't eijlant Luçon, daer de stadt Manilla op leijt, aendoen,
+om door d'onse niet te werden aengehaelt; mede dat de schepen commende
+van Aquapulca d'imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn
+geweest te passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse
+oock aendoen de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die
+haer adviseren, waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren
+liggende op 7 1/2 graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het
+vaste landt van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer
+onseecker zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert
+mijn jongste schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw,
+alwaer wij verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor
+Spaansch Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden,
+doen wij voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een
+vande principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest,
+om met het volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont
+sijn, te peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael
+Reynst geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Edts
+resolutien connen sien. Godt geve d'uijtcomste soo mach succederen,
+dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. Alsoo de
+schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om op d'ene
+offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne naer Sanghy
+vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke met haer
+tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also door het
+overlijden van Capn Mathys de luijtenant allene de plaetse waernam,
+is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert halff ijll van
+hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige resolutie daer
+over te nemen, vande voorn. plaetse t'seyl gegaen en is sedert noyt
+meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van verscheijdene
+swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te sijn, dat
+het voorsz. jacht met een Chineesche pelo, aen Galille liggende,
+aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde geanckert gelegen,
+alwaar den schipper gestorven was en aen landt begraven; dat is
+de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben becomen. Oft nu het
+voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen der Chinesen ofte
+andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is ons tot noch
+toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge door een
+overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het eijlandt
+Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met geschut met al en
+eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt Manilha den
+gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht souwden wesen,
+doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den tyt leeren......
+
+
+ (Na over den toestand in de Molukken gesproken te hebben, vervolgt
+ de schrijver:)
+
+
+Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne Ed. door ons
+wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de Manilhas,
+en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen waren;
+doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer weijnich
+fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken
+in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene
+aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte,
+als hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een
+seeckere resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht
+het stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een
+seker rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede
+de Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen,
+sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban
+en Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche
+quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden
+connen vruchteloos maecken. Ick soude wijtloopiger op de vruchten
+die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick niet en
+twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit stuck
+particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben becomen.......
+
+
+ (Verder bevat de brief slechts bijzonderheden over de Molukken
+ en den persoon van den schrijver.)
+
+
+Uwe E.E. aller onderdanighe dienaer
+
+ LAURENS REAEL.
+
+ Ternate, 25 Juli 1615.
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGE II.
+
+
+ P R O P O S I C I O N, D E D O N
+ Iuan de Silua Gouernador y
+ Capitan General, de Philipinas sobre que
+ si convenia salir con armada contra
+ el enemigo Olandes sin guardar
+ el Orden de la cedula de
+ treinta de dizienbre de
+ mill y seiscientos,
+ y catorce.
+
+
+En la ciudad de Manila en doze de henero Hallaronse en esta junta.
+de mill y seiscientos y diez y seis años Tres Oydores.
+estando en las casas Reales en la sala Vn General alias Maese de
+dela Real audiencia su Señoria D. Iuan Campo.
+de Silva Cauallero del Orden de Santiago Onze Officiales de
+Gouernador y Capitan General destas regimiento.
+Yslas Philipinas y pressidente de la Dos Alcaldes ordinarios.
+audiencia y chancilleria Real que en Tres Preuendados de la
+ellas reside llamo Iunta General de metropolitania.
+todos los estados y abiendo venido a Dos Officiales reales.
+ella los señores Licenciados Andres de Dos Prouinciales.
+Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna, Sinco Priore Guardianis y
+Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores rector.
+dela dicha Real audiencia y el Genral Sinco Frailes, Predicadores.
+Don Iuan Ronquillo del Castillo, Vn Prouisor.
+alguacil maior Destacorte y Cappitan Don Onze Comisarios de S.
+Lope de Sosa, y Francisco de Bilches Francisco.
+bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta Tres Cauos de Galeones.
+ciudad, y los Iuezes officiales Reales Sinco Capitanes de
+de la Real hacienda destas yslas Infantaria: todos 54.
+Tesorero Cappitan, Pedro Deçal
+Diernamariaca, contador Alonso de
+Spinoça Saravia y el Arzidiano D. Iuan
+de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua,
+Prior de la Orden de Santo Domingo, el
+Padre frai Hernando Moraga Comisario de
+visita de la Orden de S. Francisco
+Maestre escuela D. Diego de Leon, el
+Padre Valerio de Ledesma Prouincial de
+la Compania de IESVS, el Padre Frai
+Agustin Mexia Prior de la Orden de San
+Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el
+Padre Frai Pedro de la Madre de Dios,
+Prouincial de la Orden de San Agustin de
+los descalços Recoletos, Padre Fr.
+Francisco de San Guillermo, su
+companero, Licenciado Rodrigo Dias
+Guiral, Provisor de este Arçobispado, el
+Padre Frai Alonso de Valdemora, Guardian
+del Conuento de San Francisco, el Padre
+Guardian Fray Iuan Bautista, su
+conpañero, el Padre Francisco de Hotaco
+Rector de la Compañia do IESVS el Padre
+Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de
+Santo Domingo, el Padre lector Frai
+Domingo Gonsalez su companero, el Padre
+Garces de la Conpania de IESVS. Fr. Iuan
+de Monte maior, Predicador de la Orden
+de San Agustin, Capitan Pedro Cotelo de
+Morales Alguacil maior desta ciudad, El
+Castellano Don Bernardino del Castillo
+Maldonado, y los Capitanes, Marcos de la
+Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores
+Montoro. Iuan de Spinosa Montero, Don
+Antonio de Arceo, Sebastian Perez de
+Acuña, Bernardo de Castro Regidores
+desta ciudad, Cappitan Adrian Perez de
+Huaque, depositario General della
+Secretario Pedro de Nabarete Escriuano
+del dho cabildo, Capitan Andres Oregon
+de Guevara, Capitan Antonio Careño de
+Valdès. Capitan Diego Sanchez, Capitan
+Sabastian de Madrid y Luna, Capitan Don
+Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don
+Pedro Telles de Almacan, Capitan Iuan
+Bautista de Molina, Capitan Iuan de la
+Cueva y almirante Pedro de Heredia, y
+estando asijuntos por ante mi el
+pressente scriuano Mayor de la
+Gouernacion y Guerra destas Yslas, su
+Señoria propuso lo sigiente.
+
+Que desde que llego a estas yslas, a PROPOSICION.
+seruir los oficios de que su Mag. le
+hiço merced a procurado ynquerir con A. Esta proposicion no se
+todo cuidado, y diligencia saber los escriuio el Dia de la Iunta
+puestos que el enemigo, Olandes ocupa, ni en muchos Dias despues, y
+asi en las yslas del Maluco, Anbueno, asi es falso dezir que aquel
+Banda, Xava, y otros. En las partes de dia se escriuio.
+la india Oriental, y digsinios que
+tenia, a los quales asi por relaciones
+que as sus manos han uenido, como de
+personas, que han comunicado con el
+dicho enemigo que se han uenido de su
+parte a la nuestra y por ordenes
+ynestruciones de los estados que sean
+hallado. En los nauios que se les an
+tomado, y por avisos Del Rey Nuestro
+Señor se a entendido que la pretension
+que los dichos enemigos tienen es de
+hazerse Señores de todo el Trato de la
+especiria sedas de la China, y trato de
+Xapon, y echar de todas estas partes de
+Philipinas, e yslas Malucas, Yndia
+Oriantal, los Castellanos, y Portugeses,
+que en ellas residen, lo qual si se
+efectuase serian daños, e ynconuenientes
+yreparables para su Magestad y todos sus
+Reynos, por que ademas de quitarle todo
+lo que en estas partes Orientales posee,
+y tanta cantidad de hacienda como
+enteresa su Magestad, y sus basallos en
+las dichas, contrataciones, los dichos
+enemigos Olandeses, se uenderian a hazer
+tan poderosos pues segun ellos afirman,
+les auia de valer en cada un año de diez
+millones de Pesos arriba el trato y
+comercio de todas estas partes con que
+siendo los maiores enemigos, que tiene
+la corona de España, y la yglesia de
+Dios se podria temer ravajasen los demas
+Reynos, que su Magestad posee en Evropa
+e Indias Ocidentales, y aviendolo bien
+considerado platicado y consultado echo
+de uer no tener otro remedio para
+acortar los pasos y designios a este
+enemigo, antes que echase maiores raises
+sino iuntar vna gruesa armada con que
+echarle de todas estos mares e puertos
+que en tierra ocupa en esta conformidad
+auiso a su Mag. como este era el solo y
+uniquo remedio que este daño ternia,
+suplicandole con todo encaricimento por
+lo que ynportaua a su Real seruicio B. esta su supretencion ser
+bien y quietud de sus Reynos, y basallos cabeça de esta facion y como
+se siruiese de enuiar desde España se hallo burlado dio en el
+algunos Galeones, de armada bien desbario que hyço
+artillados ya marinados y con buen destruiendo el gran
+numero de ynfanteria y que ordenase al concierto y orden de la
+Visso Rey de la Yndia, enbiase los cedula.
+Galeones de aquel estado, lo mas uien en
+orden que pudiese para juntarse con la
+esquadra de Nauios y Galeras, que aqui
+se preuiniese. C. En cuya conformidad, C. Nunca tal trato con la
+su Señoria sohijuta? con esta Real Audiencia de que estos
+Audiensia, Fiscal y oficiales Reales, y Galeones y Galeras auian de
+consejos de Gerra, en la qual se acordo ser para esta jornada sino
+se hiçiese una esquadra, de Galeones y para defensa destas yslas, y
+otra de Galeras, con la maior brevedad Terenate por que era cinco
+que fuese pusible y que se avisase al años antes que saliese
+visurey, de la Yndia, para que de su despachado su Mag. la dha
+parte diese lo que en aquella ocasion cedula y asi no se puede
+avia enbiado a ofreçer a su Señoria, lo pensar de lo que ella trata
+qual se hizo asi y en otra junta y elabicar al Viso Rey de la
+General, de hacienda, se acordo que so India, fue para que embiase
+Señoria gastase todo lo neçesario, para socoro para Terenate
+la fabrica y apresto de la dicha armada, conforme las cedulas de su
+y asi mismo en aquel tienpo D. su S. Magestad.
+tuuo cedula de su Magestad, fechada a
+dies y nueue de dizienbre de mill y
+seiscientos y once en que le ordena y
+manda pusiese en orden una buena
+esquadra de Nauios que le pareciese
+bastante para guardar estas yslas y
+yslas de Terenate, yo ponerse al dicho
+enemigo, mandando se gastase de su Real
+hazienda lo neçesario para este efecto.
+D. y vltimanente en avisos que este D. Todo lo de hasta aqui
+pressente año llegaron a estas yslas de fueron preuenciones, para
+la nueua España le manda su Magestad, conseruar estas yslas y las
+por otra su Real cedula, su fecha a Malucas, y lo mismo el
+trenta de diçenbre del año proximo socorro que se mando dar a
+pasado de mill y seiscientos y catorce la Yndia, y no para mas
+apreste la maior armada que le sea porque no era caudal para
+posible asi de Nauios, como de gente y mas.
+artilleria, y todo lo demas neçesario y
+esto contanto encarisimiento que le dize
+haga que sea tal como si su Señoria,
+solo con la diche armada, vuiese de
+pelear con el enemigo sin otra ayuda
+ninguna por que sea echado de uer ser
+este el remedio que este daño tiene. E. E. Desde de esta cedula, de
+y asi mismo le representa manda y treinta de Dizienbre, de
+encarga, se haga con la maior breuedad mill y seiscientos y
+que sea posible antes que este negoçio catorçe, es nueva voluntad
+mas se enposibilite y como su Señoria de su Magestad, por lo qual
+estaua esperando esta vltima resolucion asi como manda juntar mayor
+y mandato de su Magestad, no solo tenie candal y el que tiene por
+preuinida la maior armada, que a podido bastante para acabar de vna
+juntar como su Magestad, se lo tenia vez la guera echando al
+ordenado, y mas en diferentes ocasiones. enemigo de mar y tierra es
+F. A solisitado al Visu Rey de la Yndia visto querer que se guarde
+Enbiando las personas, a posta para el la orden desta cedula, sin
+dicho efecto, pidiendole embiase la atender a otra cosa.
+maior esquadra de Galeones que pudiese
+para que juntas las vnas fuersas y las F. No quiere su Mag. que
+otras echasen a los enemigos, destas cosas tan graues. se hagan
+partes, comunicandose por cartas el sin el tienpo con beniente
+Virey con su Señoria y su Señoria con el para quel, y el viso Rey, se
+Virey el numero do Navios y gente, que pre bengan, como consta de
+de la Yndia se podria enbiar y el puesto la sedula, y Don Iuan, le
+don de se podrian juntar, los unos y los procuro dilatar pues
+otros y la forma en que a ca da uno de diuiendo de despachar al vi
+los dos les pareciese, se podrian azer Rey su pliego con la
+la dicha jornada, y guerra: ques todo lo deligencia que demanda, selo
+que agora su Magestad ordena y preuiene, detuvo, desde Iunio asta
+en la dicha su Real sedula de treinta de dizienbre que lo entrego al
+diziembre. Vltimamente en las cartas Capitan maior Soça, de que
+quel dicho Visorey a escripto a su se quaja el vi Rey en lo que
+Señoria con los Capitanes, don Diego de le escriue.
+Miranda Enriquez, y Iuan de Mora, le
+dize estar aquellos estados tan
+trauajados con las geras, de los Reyes
+uezinos que no les posible por esta
+causa y por estar muy gastada la Real
+azienda, enbiar mas de quatro Galeones,
+y en ellos quatro cientos Soldados, y le
+auisa que lamoncon(?) de setienbre
+pasado despacharia el mas socoro que
+pudiese para que se viniese a juntar con
+los dichos quatro Galeones la qual
+inposibilidad de no poder embiar mas
+armada. A demas G. de las cartas del G. Esta es una gran falsedad
+dho Viso Rey en que le dise asi, y enbuste grandisimo como
+aseguran lo mismo las del Arsobispo de satisfago a mi pareser, fol.
+Goa, tribunal de la Ynquisicion, persona y esta mas claro si se
+del consejo deste estado, y del considera que quando ase
+embaxador, Don Garcia de Silua y esta proposicion no auia
+Figeroa, afirmando que con lo que resibido el vi Rey su pliego
+enbiaua quedaua la Yndia, muy ni lo resibio asta abril
+desflaquesida lo qual certifican asi deste año como en su carta
+mismo los dhos Capitanes Don Diego de le auisa al Gouernador del
+Miranda, y Iuan de Mora, y Capitan Maior resibo luego aun no auia
+Gonsalo Rodriges de Souca que todos resebido el vi Rey la dna
+vinieron de la Yndia, el año proximo sedula de. 30. dizebre 614.
+pasado. E. Y considerando su Señoria que como puede ser uerdad, que
+auiendo resibido el dho ViRey, las auian communicado anbos lo
+ordenes de Su Mag. que se le despacharon que trata la sedula pues
+por tierra y mar, para que saliese en jamas entre ellos, se trato
+persona, con armada y si no le diese sino de vn socoro y asi se
+lugar las gerras del norte la enbiase a entienden las cartas, del
+cargo de persona practica y de Virey sin deuerse aser caso,
+esperiensia se a de entender que estando de los enbusteros Don Diego
+desucupada abra salido en la monçon de do Miranda alias Diego Tomas
+setienbre pasado o ombiando la mas y Iuan de Mora, que so los
+Armada, que pudiese como su Magestad se que se escriue a su Mag. en
+lo ordena. H. Ajuntarse con los quatro su carta.
+Galeones, que enbio que estan al
+presente en la Ciudad de Malaca para que H. Todas estes cartas se an
+lo uno y lo otro se biniese a hazer un de entender, como digo a mi
+cuerpo con lo que de estas yslas a de pareset folio.
+salir. I. Y por que en las ocasiones la
+principal parte de consiguir buenos I. Consideracion desvariada,
+efectos y la que al pressente ofrece el lleuando pornorte la
+tiempo, de hallarse el enimigo, tan uoluntad de su grande
+deshecho de gente y Nauios, como consta anbicion, que no pudo
+de avisos y relaciones ciertas que su produzir si no vn monstruo
+Señoria a tenido no tiene en toda su como salio de vn tan liuiano
+armada ochocientos hombres, de mar y de fundamento que uino a
+tierra, y que este año no aguardan ressolberse en humo perdida
+socorro de Olanda no se deue perder vn la opinion y reputacion,
+punto. K. Enbuscar al enemigo y hazer pues boluerse tan grande
+en el sigun el tiempo y ocasiones armada, sin hacer efecto ni
+mostraren. I. Y quando no se siguiese buscar al enemigo, fue para
+otro fruto mayor que estoruarle no elicutoria.
+sacase este año que es delamonzon (?)
+del clauo quatro. O cinco mill vares del K. Luego no es lo mismo la
+fuera de grandisimo efecto pues no armada que finge auia de
+teniendo pro vecho estando tan enbiar que los quatro
+desacreditada la Compañia de Olanda como galiones de socoro.
+su Magestad auisa, no podran sustentar
+la guerra y lo abran de desamparar todo
+y si recoxiesen el dho clauo y le
+despachasen a Olanda con las grangerias
+del so reforçaria su armada. Y
+sustentarian L. el credito que tienen L. quando las ocasiones son
+perdido en Olanda, y en las partes que bien fundadas y no de
+en estas partes ocupan. L. asi mismo imaginaciones, de capricho
+seruira de confirmar el Rey de Tidore, y como anparecido todas las
+los demas amigos en la obidiencia y que hiço. D. Iuan de Silua,
+seruicios de su Magestad, y sacarlos de tu uo para no conplir la
+mucho recelo y duda en que estan, de que cedula Real. (*)
+nuestras fuerças no son yguales a las
+del enemigo y que a el le uienen cadadia
+socorro y a los nuestro no se les a
+embiado ninguno de la forma que se les a
+prometido muchas vezes con que de todo
+punto si agora faltase esta armada de
+que tienen alla tanta noticia perderian
+la esperança de ser socoridos y no
+pudiendo sustentar la guerra y trauaxos
+que con nuestra (nuestra) amistad
+padecen se concertarian con el enemigo y
+en faltandonos su ayuda se perderian de
+todo punto aquellas fuerças en
+consideracion de todo lo referido. M. M. Buena, Mana se dio
+Su S. tiene puesto en orden vna esquadra enbuscarle.
+de diez galeones y essos bien artillados
+amunicionados y abastecidos y asi mesmo
+tres pataches y quatro galeras que es
+todo el resto que con el mayor cuidado e
+yncreyble trauaxo y diligencia a podido
+juntar y el vltimo esfuerço que estas
+yslas pueden dar la qual N. esquadra si N. Santo Dios que
+inbernase en el puerto de cauite donde desatinados pensamentos,
+esta vendria en muy gran diminucion pues se persuadio a que todo
+menoscauo y por la mucha brouma que ay lo avia de hallar a medida
+en el dho puerto a que no ay defensa ni del de seo, siendo cosas tan
+reparo por mucho que se an procurado grandes y contra tan fuertes
+hazer y ser la tablaçon para los dhos contrarios y tanbien
+nauios tan corruptible y flaca que no advertidos en lo que les
+duran mas de vn año como por la inporta y grandes marineros.
+inposibilidad que abria de poderle dar
+otro adereço y carena en tanbreue tiempo
+como es des de que acauan los bendauales
+que por las muchas aguas que mientras
+ellos duran ay no se puede trauaxar de
+calafeteria hasta principio de Nobiebre
+que es quando se debria salir para hazer
+buenos efectos si se pudiera aver a
+prestado antes la armada. O. Y seria O. Como si estuviera en mar
+trabaxar de nuebo los naturales de estas quajado y las drogas
+yslas que lo an quedado tanto y cansados lastuviera e algunas choças
+que ya no pueden mas (cosa que su S. a si no en mui bien
+sentido en estremo sin poderlo escusar.) pertrechados y acomodados
+P. Asi mismo los muchos bastimentos que nauios y dentro de muy
+estan conducidos se dañarian y perderian buenas fortaleças con mucha
+y en lo vno y otro su Magestad muy gran artilleria y bien
+suma de hazienda y en tan largo tiempo fortificadas como digo en mi
+seria imposible conseruar aqui parecer fol.
+marineros, artilleros y otros officios
+de mar porque de ordinario huyendo de P. Y qual o mejor se puede
+los peligros de la guerra procuran yrse decir que leuieron perdido
+a buscar descanso y hazienda a la Yndia, el con el gran disparate que
+Macau, Xapon, y Nueua España, no hiço quedando con ellos
+obstante el gran ciudado que con ellos enemigos vitoriosos y
+se tiene. Q. Mas que si esta esquadra senores de la mar con
+no saliese los quatro galeones que estan treynta y siete nauios segun
+en Malaca, y el demas socorro que el lo escriue y dice el Padre
+Visorey vbiese enbiado padeseria el Ribera embajador dela Yndia.
+mismo y conbiniente y necesariamente
+abria de boluer a la Yndia, a aderefarse Q. Bien confirmados y
+porque en Malaca no ay comodidad de consolados que daran el Rey
+puerto y officios para dar cauna en los y los demas coforme lo dho
+bastimentos que serian nessesario y si antes perdieran de todo
+boluiesen a la Yndia, los dhos galeones punto las esperanças y se
+abrian de llegar tan tarde que seria puede temer su confederacion
+inposible dar la dha carena y aderesarse con el contrario y que
+para poder partir en todo el mes de sucedria lo que quiso
+Abril deste presente año conque so remediar por tan vil medio.
+ynposibilitaria la jornada para poderse
+hazer hasta el que viene de seiscientos
+y diez y siete y para entonçes la
+esquadra estaria deshecha, podrida,
+invtil y ynfructuosamente despues de
+tantos gastos que se an seguido y
+seguiran a la Real hacienda de su Mag.
+R. Y al enemigo le abran llegado nueuos R. Por que Don Iuan de Silua
+socorros y fuerças conque siendo para lleuallo todo a perder
+superior, el conseguiria sus yntentos y si Dios no lo remediara al
+los de su Magestad que dara furestiados principio de la jornada por
+y el remedio mas inposiblitado o perdido que segun dicen todos los
+del todo. S. Y auiendo su S. caminado onbres de esperiencia no
+en esta conformidad en aprestar la dha quedara onbre ni nauio.
+armada con acuerdo y pareceres de la
+audiencia, consexos de guerra y haçienda S. Por ventura a estado
+en juntas que para ello sean hecho en mejor conseruada en la
+diferentes vezes y tiempos en las quales desdichada jornadilla es sin
+se hallo el Fiscal de su Magestad, duda que lo estuuiera mejor
+Licenciado Don Iuan de Alvarado en las occupaciones que oy
+Bracamonte y conformaudose T. con los ocupaua la gran armada,
+pareseres de todos y que se hiciese la entre tanto que llegaua el
+dicha armada y jornada y el en auiso del Virey guardando la
+particular por su persona la alentado cedula.
+con mucha calor, ayundando a la
+fundicion de la artilleria y otras T. Por ventura an cesado
+muchas cosas tocantes a ella; como es estos daños con la mala
+notorio a los presentes y estando la salida no esfuerça boluerles
+dicha armada aprestada, enbarcada la adar carena.
+artilleria y bastimento, aperseuida la
+ynfanteria y de mas personas que an de
+ir en ella señalados los cabos de los
+galeones y todo a punto para poder
+partir amediado el mes Deziembre pasado,
+el dicho Fiscal a contradho por
+peticiones que en la Real audiencia
+apresentado no deuer se hazer la dicha
+jornada. V. Fundado lo en la vltima V. Todo esto sucedio a la
+cedula de su Magestad, la qual y las letra con el paseo que salio
+demas referidas y vna carta del adar don Iuan de Silua con
+Secretario Iuan Ruiz de Conteras escrita tanta fanfarria por que todo
+a su Señoria con otra que su S. escriuio lo que anduuo respesto de lo
+a su Magestad, de discursos y remedios que prometio andar por que
+que convenia poner en ataxar los passos es vna nauegacion muy sabida
+y disinios destos enemigos. X. Mando a y sin peligro aunque letudo
+mi el Secretario de Gouernacion y guerra de perder la Capitana por
+leyese publicamente para que a todas las ser como vna arca de Noe,
+personas de la dicha junta y consejo conseruara los soldados
+fuese notorio y Y. asi mismo dixo que marineros e artilleros
+aun que era contra todas las leyes y teniendolos ocupados como
+prudencia militar magnifestar el digo en mi parecer.
+Cappitan General los yntentos que tenia
+en la forma y manera de hacer la guerra X. Asi no esta satisfecho en
+por los daños e ynconuenientes que se mi parecer. fol.
+podrian recreser porque por sosegar los
+animos de muchos que con la contradicion Y. Segun lo que dice el
+que el dicho Fiscal auia fecho a la Padre Ribera no a menester
+dicha jornada estauani nquietos socorro pues tenia 37.
+magnifestaua el discurso e yntentos de nauios y conforme a esto no
+su jornada el qual tiene escripto al estaua bien informado no se
+Visorey de la Yndia, y a Francisco que mas inposibilitados quel
+Miranda Enriquez Capitan o General de los adelado con sus
+los quatro galeones, que estan en desconciertos.
+Malaca. Z. Y es que por las Cartas que
+su Señoria a tenido del dho Visorey y Z. Es falso que con acuerdo
+relaciones que a boca le hicieron los de la audiencia tuuiese
+Capitanes Don Diego de Miranda Enriquez presta la armada para este
+y Iuan de Mora auia entendido la gran efecto de partir con ella
+nesecida day aprieto en que aquel estado conforme a la cedula real la
+quedaua. A. A cuya caussa no auia sido qual tuvo oculta a la
+posible enbiar el dicho Virrey, mas audiencia desde Iunio de
+socorro que los quatro galeones y quatro 615. hasta Nouienbre que a
+cientos soldados los quales a estado mi instancia la recibio ni
+aguardando hasta vltimo de Septiembre jamas trato con la audiencia
+con el cuidado que era justo diese su sobre la partida hasta 14.
+mucha tardanza hasta que los primeros de de enero de 616. a lo qual
+Octubre llegaron a esta ciudad la contradixe como consta de mi
+carauela siete fuentes y vna galeota que parecer.
+binieron despachados por el dicho
+General Francisco Miranda con auiso A. Es falso que yo
+de no auer podido passar el estrecho por consintiese se hiziese la
+causa de auer llegado a el tan tarde y jornada y el dar parecer se
+que por esta razon se quedaua en Malaca, mese preuimendo lo necesario
+hasta tener auiso de su Señoria de lo para ella se hacia con buena
+que vbiese de hazer, cosa que le dio fe por que decia tenia
+notable pena asi por la dificultad y cedula para ella y viendo
+riesgo que auia de auer para juntarse en que no la mostraua sospeche
+el camino de Maluco, auiendo de tomar tenia misterio y asi inste
+los dichos galeones aquella buelta desde que la exibiese lo qual hiço
+Malaca, por el estrecho de Sabon como de mui mala gana por que con
+por la necesidad que auian de tener la vista de ella se
+quedando alli. B. Acrecentando este descubrieron sus machinas y
+cuidado el auer receuido su Señoria en que no las podia quajar si
+Junio del año proximo pasado la orden y vuiera menistros fieles pero
+cedula de su Magestad de treynta de como no los vuo quajar con
+Diciembre de seiscientos y catorze, cuya daño de la real hacienda de
+copia embio al dicho Visorey con el 2000 ducados que da de 500.
+pliego de su Magestad, para el dicho soldados miserabiles y la
+Virey y por auer tenido tambien auisos suya por que no falto otro
+ciertos de la poca gente que el enemigo onbre de quenta.
+tiene en su armada tambien embio al
+dicho Virey y de que este año no B. Si la armada esta fundada
+aguardaua ningun socorro de Olanda. C. en la cedula real porque no
+Sobre que auia hecho hartos discursos la guarda en todopues en el
+deseando siempre acertar con lo que modo de cunplilla consistia
+fuese mas del seruicio de Dios y su todo el bien.
+Magestad. D. Y al cauo se auia resuelto
+a yr con esta armada a juntarse con los C. Y luego las torno a
+galeones y demas nauios, que el Virrey recoger por que no se
+vbiere embiado a Malaca, a juntarse con pudiesen tornar a reuer los
+dho General Francisco de Miranda en el papeles como onbre fundado
+estrecho de Savaon cerca de la ysla de en cautelas y si mirara bien
+Banda haciendo su Señoria biaxe desde vna de las dos cedulas no la
+esta ciudad derecho apulotimon por entre hiciera leer en que su
+las Yslas de Paragua y los baxos de Magestad, le manda que los
+Pulosesu y de ai por de fuera de la Ysla nauios fuesen moderados como
+de Binitan y de las demas que alli ai para entre yslas auiendo el
+hasta venir a entrar en el estrecho hecho tan disformes nauios
+cerca de la dha Ysla de Banda y juntarse que todos los que los an
+con la dha armada de la Yndia para que visto y entienden dicen no
+desde alli, hechos vn cuerpo pudiesen yr auerse hecho tan grandes en
+con mas fuerças en demanda del enemigo y España ni en las Indias.
+salvar, juntandose en aquel lugar, el
+riesgo que se corria de yr diuididos la D. Gran ynpertinencia dar
+buelta del Maluco. E. Que tanbien le cuenta de la jornada pues
+auia obligado a tomar esta resolucion el esto no justifica la partida
+considerar qua auiendo el Virrey antes la hace mas
+receuido las ordenes de su Magestad, dificultosa.
+duplicadas de la que agora le embiaua
+que le escriuia el conde de Salinas se E. Relacion de dos
+le despacharon al dho Virrey, por mar y enbusteros y hombres sin
+por tierra a de auer hecho todo el credito y otras cosas per
+esfuerço pusible de armada para en ores como digo en mi parecer
+conformidad de la yntencion de su y carta de su Magestad.
+Magestad, si las guerras del norte le
+vbiesen dado lugar a venir en persona en F. Para socorro era muy
+la monçon passada de Septiembre a Malaca grande y quien de socorro
+para juntarse con la que alli tenia a su enbia quatro galeones y ocho
+cargo el dho General Francisco de galeotas no esta necesitado
+Miranda Enriquez y en caso que el dho antes es argumento que
+Virrey no lo fuese pusible auer dexado quando venga por propio
+la Yndia, en tiempo de tantos enemigos, traera muy gran poder.
+a de auer embiado la mesma armada como
+su Magestad lo manda. Qualquier destas G. Pues le auiso que la
+dos cosas quel dho Virrey, aya hecho culpa auia tenido don Diego
+venir o ynuiado conviene haga su Señoria de Miranda alias Diego
+este biaxe a juntarse con el dho Virrey Tomas, por auer traido los
+a su armada porque de no hazerlo asi se Pilotos praticos del viage
+perderia esta con tiempo y ocasion de por que no le hiço vn
+haçer algun buen efecto en seruicio de castigo exemplar pues dice
+Dios N. S. y su Magestad y estaua a le peso tanto con notable
+mucho riesgo aquella armada en Malaca pena antes le trajo sienpre
+auiendo de aguardar al mes de Iunio que consigo de dia y de noche
+viene para venir a estas Yslas, asi por para que apoyase sus
+tener los enemigos tan cerca que podrian enbuiles. Pues no inporto
+juntarse o yr a buscarla como porque menos que quemarlos el
+ademas del tiempo que se perderia enemigo por no pasar aca y
+ynfructuosamente que por lo menos auia que si pasara vista la
+desor vn año pues passado con los cedula de 30. de dizienbre
+bendavales a estas Yslas, no se podia yr de 614. no auia de querer
+a Maluco, hasta los nortes desta año que mouerse con sus galeones sin
+son en Diciembre o Nobienbre y se orden del Virey y en
+consumirian todos los bastimentos y consequencia de esto no se
+huyria mucha gente y el enemigo tendria atreuiera salir el
+tiempo de juntarse y preuenirse y para Gouernador. Y tanbien
+este año seria lo mas cierto aber le cesaran las dificultades que
+uenido nueua armada y juntandose con la dice para juntarse.
+que aca tienen nos haria todo mas
+dificultoso y que esto era lo que le H. Cuidado sin tienpo para
+auia parecido a su Señoria despues de tomar el mal acuerdo que
+auerlo comunicado con el Cappitan, mayor tomo pues conforme a la
+Gonzalo Rodriguez de Sousa y otras cedula de treinta de
+personas de esperiencia y en esta Dizienbre auia de aguardar y
+conformidad si esto auioso hallase al recebir primero el socorro
+Virrey, en Malaca, que seria lo mas de la nueua España con las
+ynportante para que se hiciesse esta naos deste año de 616. tan
+jornada con mayores fuerças y seguridad poco fue cierto que el
+el qual dispondria lo que con su mucha enemigo esta flaco pues la
+prudencia y valor jusgase ser mas verdad es tener muchos
+conveniente que lo tal tendria su S. por nauios los quales an de
+acertado y lo obedeceria por complir con tener mucha gente no a
+lo que su Magestad le tiene manlado y menester socorro mas del que
+asi le auiso lo que por agora se lo le llego por aqui por su
+confiesa y ser a su parecere que culpa y gran desconcierto
+juntandose esta armada con la del dho por no querer cunplir el
+Virrey seria bien caminar con toda la mandato iustisimo de su Rey
+buelta del puerto de Banton en el y señor que le cogiera aqui
+estrecho de Sunda que es la principal a manos si no vuiera salido.
+escala y factoria que el enemigo tiene y
+a donde acuden todas las mercadorias y I. No son menester discursos
+cargan las naos que todos los años donde ay mandatos ciertos si
+embian a Olanda y a donde viene a dar, no cunplillos a la letra y
+rehazerse y repartirse las que asi mismo con esto se acierta el
+vienen de alla que tiene su S. por cosa seruicio de anbas Magestades
+sin duda que dexasen de hallar las vnas y no se hierra como ello
+y las otras y tanbien se tomaria, alli hiço tan grauemente dejando
+lengua y se saberia de cierto si al estas yslas ariesgo de
+enemigo le vbiese venido nueua armada y perderse si Dios no guardara
+de que calidad para que conforme a eso este rincon de su Eglesia.
+disponer las cosas y tomar la resolucion
+que mas conbiniese y si al enemigo no le K. En lo peor lo que
+vbiese venido nueuo socorro siguramente inportaua auia sido poner
+se prodria yr a buscarle sin perder tan buen cobro para que los
+buena ocasion y si la vbiere de ronpelre quatro galeones vuieran
+procurar hazero que este es el punto llegado aca no enbiando vn
+principal y acauar con todo de vna vez malhonbre que les quitara
+porque viendo al enemigo roto y sin los qilotos platicos ya que
+armada con facilidad se reducirian todos fue tomar el consejo que yo
+los naturales de aquellas Yslas y las le di en la junta en mi
+fortaleças que los Olandeses tienen parecer. fol.
+quedaran de vna ues cercadas y serian
+mas fasiles de rendir, perdidas las L. Con que vano fundamento
+esperanças de ser socoridas: Y las, se mouio pues fiel
+fortaleças de Anbueno, y de Banda, que considerara lo que auia
+son las primeras que por el camino que tardado en preuenir su
+tiene dho se an de en contrarseran mas armada con ser menor que la
+faciles de conquistar por tenerlas con que el Virey auia de juntar
+menos gente y artilleria por parecerles no se persuadiera con tanta
+que estan mas lexos de nosotros porque facilidad a pensar que auia
+hazen siempre cuenta que abemos de yr sin tiempo a destar
+abuscar los de Philippinas a Terrenate, preuenido para salir pues la
+por el camino ordinario mas cierto y sedula se despacho en
+corto y que siempre sea hecho y si nos dizienbre de seis cientos y
+hiciecemos Señores de Ambueno y de Banda catorse y el virey quanto
+perderian ellos los puestos de mas mas presto la resibio fue
+ynportancia y de mas prouecho que oy por tierra en agosto y por
+tienen y que los estados les ordenan mar en septiebre que estos
+procuren conseruar aunque se pierda todo despachos llegan Agoa de
+lo de Maluco, y en bueno don derecoxe el seis sientos y quinse y su
+enemigo todo el clauo que se saca de Mag. que confiderando lo
+Terrenate, Maquien, Motiel, Tidore y mejor no le obliga a el
+Bachan, que ansi lo an hecho sienpre que asalira hasta auer reseuido
+quando llegasemos a de estar todo alli el socorro de la Nueua
+junto y quitandoles este clauo que por España con las naos, de 616.
+ser año de Monçon a de ser en gran pues que rason auia en buen
+cantidad y les a de ynportar mucho juicio para persuadirse que
+quedaran destruidos; por el contrario el Virey auia de salir tan
+sino fuese este año y se les diese lugar sin tiempo sin auisarle
+a despachar a Olanda quatro mil bares de primero guardando mejor que
+clauo que hazen cuenta an de recoxer sin Don Iuan la cedula y que ay
+la nues moscada y las demas mercadurias que tratar de ganar o perder
+de China, y pimienta que les ynportara monçones donde el placo es
+puesto en Olanda mas de quatro millones, sierto auiendose comunicado
+podria hazer nueua armada, y cobrar el y senalado tiempo y lugar
+credito que oy tienen casi perdido y se descubrese con euidencia enl
+les da lugar que viniesen a juntarse con ebuste si se considera que
+la armada que aca tienen con que dise que el monçon pasado
+quedaria para nosotros mas ynposiblitado auia de estar el Virey o
+despues de hechos muchos gastos y si en armada en Malaca, que es el
+la Sunda entendie semos que al enemigo mesmo tienpo, en que resibio
+le auia venido nuea armada de Olanda y los despachos por questa
+vbiese pasado a juntarse con la que propusicion se hase en 14.
+tiene en Maluco, y que lo vno y otro era de enero de 616. y los
+de calidad que se arriesgasen mas despachos se resibieron en
+fuerças y armada yendo a buscalle en tal setiembre de 615. y en este
+caso seria bien enbiar a socorer mesmo tiempo quiere aya
+nuestras fortalezas con los nauios de llegado a Malaca, o embiado
+remo y lo demas retirallo aparte sigura armada que es para suponer
+basta tener mas caudal y silegando su S. vn ynposible.
+al estrecho hallace que el Virrey no
+auia uenido ni enbiado mas armada y le
+auisase partiria de la Yndia en Mayo,
+procuraria diletar la jornada hasta
+llegar el dicho Virrey para que con mas
+seguridad se haga y con su prudensia y
+valor major consiga el seruisio e
+yntension de su Mag. y solo pondra en
+execusion el yr abante en el estrecho de
+la Sunda por ver si ay alli algunos
+nauios y sauer si le a uenido al enemigo
+nueua armada, como tiene dho, y desde
+alli procurara despachar al dho Virey
+para que lo tenga todo mas bien
+entendido y conforme a ello disponga las
+cosas con sertidunbre de todo lo que
+ubiere.
+
+Y por la proposicion y rasones referidas
+y la sedula de su Mag. de treinta de
+Dieziembre de seiscientos y catorse se
+conose que su yntencion es que esta
+jornada se haga con las mayores fuerças
+que se pudieren juntar del estado de la
+Yndia y estas yslas comunicando entre el
+dho Virey y su Señoría la parte donde se
+podran juntar y la forma de hazer la
+guerra lo qual y a esta fecha por
+escripto como esta dicho en quanto a las
+fuerças no se puede esperar que crescan
+antes vayan en diminucion y asi mismo
+por la breuedad y prestesa con que manda
+se haga la dicha armada no dando lugar a
+que mas se ynposiblite pide a todos los
+de la junta traten y confieran este caso
+como tan ynportante al seruicio de Dios
+y de su Magestad, y sobre el de sus
+pareceres para que oydos y entendidos se
+haga lo que mas conuenga a su Real
+seruicio Don Iuan de Silua ante mi
+Gaspar Alvarez.
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGE III.
+
+JOURNAEL VAN DEN TOCHT GEDAEN VAN TAYOUAN NAER MANILLA AO 1625.
+
+ Journael vande tocht ofte voijage gedaen van Taijouan naer de
+ baey van Manilla ende custe van Luconia mette scheepen 't Wapen
+ van Hollandt, Noorthollant ende Orange--mitsgaders de jachten
+ den Haen, Fortuijn ende Victoria ondert commandement van Pieter
+ Jansen Muijser vande 27 January 1625 totten [22en Mei].
+
+
+Januarij 1625, Maendach.
+adij 27 ditto des morgens syn wij mette voorsz. ses seylen van Taijouan
+naerde cust van Manilla seijl gegaen, ophebbende te samen 432 coppen
+ende gevictualieert voor 5 maenden. De Almachtige Godt gunne dat
+voorn. tocht mach gedyen tot sijner ere, dienst ende voordeel vant
+gemeen beste int generael ende der heeren Maijores int perticulier,
+ende eyntlijck tott onser aller salicheyt.
+
+In see comende setten ons cours S. ten O. langs de wal ende sonden de
+jachten Fortuijn ende Victoria voorwt om de drye Chineese joncken,
+die met ons gedestineert waeren naer de cust te gaen ende ons een
+stuck weechs voorwt ondert landt souden verwachten, te waerschouwen
+dat wij in see waren ende daerom aff souden comen ende hun onder de
+vloote begeven.
+
+Des achternoens d'wtterste hooge berch vant landt aen boort hebbende,
+vernamen noch al laech lant tot des avonts toe, streckende hem al
+S. ende S. ten Westen. Des avonts quam de Fortuijn wederom onder de
+schepen maer Victoria noch de joncken hebben niet vernomen. Godt geve
+terecht mogen comen. 's Nachts seijlden wij langs de wal met cleene
+seylen S. ende S. ten Westen.
+
+28 ditto vernamen noch Victoria noch joncken niet, waerom niet alleen
+verwondert maer oock bedroeft werden. Den breeden raet quam aen boort
+ende ordoneerde een zeijn brieff voor de vloot; oock mede dat de
+Fortuijn een stuck weechs om d'Oost soude loopen om te sien off geen
+tijdinge van Victoria conste vernemen; quam des avonts wederom, hadde
+niet vernomen tot middachs. Hadden hoochte van 22 gra., 22 minuten;
+des avonts cregen een harde regencaeck; de wint N.N.O., stijve coelte.
+
+29 ditto des morgens waren d'ander schepen een groot stuck after wt
+soodat wij mr van hun allen waeren.
+
+30 ditto hadden hoochte van 17 gra. 50 minuten; gingen suijen aen om
+de caep Bolinao int gesicht te loopen; die lach noch 18 mijlen van
+ons. 't Was drooch maer windich weder; wij waren de scheepen wel een
+marsseyl te cloeck behalven de Fortuijn die hart seylde.
+
+31 ditto hadden onse stierman des nachts hoochte van 16 gra., 10
+minuten, waermede de caep opt lijf mosten loopen, maer soo wij sulcx
+metten dageraet niet vernamen bevonden dat ons de stroom om de West
+hadde geset, waerom ons cours om de wal te naecken Oost aen setten. De
+wint was te Oost; des middachs hadden hoochte van 10 gra., 40 minuten;
+wij seijlden soo hooch om d'Oost als wij conden.
+
+Februari 1625, Saterdach.
+
+1mo ditto hadden de hoochte van 16 gra., 28 minuten; vernamen noch
+geen landt, soo dat ons de stroom hart om de West hadde geleyt.
+
+2 ditto des morgens sagen wy de caep Bolinao S. O. ten S. van ons. 't
+Is laechachtich vlack landt. Wij sagen oock 't hoogelandt van de baij
+van Pangassivan, wierpent datelijck op de leij ende verwachten de
+scheepen. Wij resolveerden alhier onder de caep tot morgen toe bij
+te leggen oft wij eenige tijdinge vant jacht Victoria ende joncken
+consten vernemen ende dat wij dan recht naer Witters eylandt souden
+loopen. Des achternoens begon het hart te waijen; wij lietent leggen
+drijven W. ende W. ten Noorden; des nachts woey het vliegende storm
+wtten Noorden, ons halsport brack aen stucken waerdoor, eer wij die
+conde stoppen, een hoope waters in cregen; die see liep overmaten
+cort ende onverbolgen.
+
+3 ditto des morgens wast hantsamer weder; de scheepen waren bij
+malcander behalven N. Hollant, die noch niet vernamen. Hadden hoochte
+van 15 gra., 43 minuten; wy seylden met fock ende voormarsseyl S. O. in
+de wal met stijve coelte, de wint Noorden.
+
+Des avonts sagen wij Witters eylandt voor wt ontrent 6 mijlen, ende
+mits dat de son laech begonst te gaen ende 't jacht den Haen een
+groot stuck after wt was, vondent niet geraden voorts te laten staen,
+wierpent op de leij ende lieten leggen drijven. Tegens avont quamen
+de scheepen Orange ende Haen bij ons, claechden veel in voorleden
+nacht geleden te hebben; Orange meende sijn fockemast een crack
+hadde; hij vreesde oock dattet met Noort Hollant niet wel en was;
+den Haen claechde dat veel waeters in genomen hadde ende veel armoede
+gepasseert. Wij hieldent aff ende aen; sagen des nachts vele vieren opt
+landt, apparentelyck die van Manilla waerschouwende van ons compste.
+
+4 ditto smorgens wast stilletgens, de wint wtte lande. Orange schoot
+een schoot ende quam aen boort, claechde dat sijn fockemast dwars
+door midden was; wij gaven hem een groote marsseyl ree daer hij mede
+wangde tot dat wij bequamelyck hem beter mochten helpen. Wij lietent
+voorts in staen, maer vernamen noch N. Hollant noch Victoria niet;
+wij conden oock Witters eylandt noch niet beseylen.
+
+5 ditto des morgens quam Noort Hollant wederom, Godt lof, by ons;
+claechde mede dat in voorlede storm veel hadde wt gestaen. De wint
+was uijtte wal; consten Witters eylandt niet becomen, waeromme wij
+metten raet resolveerden ons best te doen om inde baij van Manilla
+te geraecken, om ons van des vijants macht t'informeren.
+
+6 ditto des morgens was het stilletiens; wij dreven ende seylden den
+heelen dach, maer conden des avonts Mariavelle niet beseylen. Wy sagen
+dicht ondert landt een cleen vaertuijch, daer 't jacht Fortuijn naertoe
+sonden, maer condent niet becomen; wy gisten het een chaloupe geweest
+is, wt gesonden om ons te besichtigen. Des avonts quam de wint wtte
+wal; wy settent in de mont vande bay op 32 vadem waesachtige gront
+op het eylant Mariavelle; worden geweldich geviert.
+
+7 ditto. Deden ons best om op te laveren; de wint woey starck N.O. de
+baeij wt; tegen avont quamen weder ten ancker, hadden geen mijl met
+laveren gewonnen. Int setten quam Oranje de Fortuijn voor den bouch
+ende brack 't jachts bouchspriet in drie stucken; den raet quam aen
+boort ende resolveerde, alsoo wij ballast ende Fortuijn een bouchspriet
+mosten hebben, dat Oranje syn best zoude doen om voor wt innewaert
+aen te peuren om, soot doenlyck was, des vijants macht te ontdecken;
+oock dat schipper Carel mede met Oranje soude opvaren.
+
+8 ditto smorgens ginck Orange seijl ende metten dach lichten wy
+altsamen mede ons anckers, maer door de harde wint conste geen ofte
+weijnich voordeel doen; dies quamen des avonts onder Mariavelle
+wederom ten ancker op 26 vaedem; behalve Orange bleef aen de suijt
+syde van de baey leggen om mette lant wint bequamelyck op te commen.
+
+9 ditto weder onder seyl gegaen; die wint woeij hart N. Oost die bay
+wt; wij vorderde weijnich; oock mede cost den Haen niet langer voort,
+liep voor de wint wederom naer Mariavelle, daer wy iegens avont mette
+Fortuijn bij hem quamen ende settent op 18 vadem; wy vraechden den
+Haen watter schort; wisten ons anders geen antwoort te geven als
+dattet jachts ongebaniertheijt schult was; costen qualyck voorde
+wint ofte by de wint; 't is voorwaer oock een sober schip, om op
+dusdanighe tocht te gebruijcken; N. Hollant ende Orange waren een
+groot stuck de bay opwaerts aen.
+
+10 ditto gingen weder onder seyl, maer jegens avont de scheepen
+N. Hollandt ende Orange, wederom afcomende, liepen gelijckelyck
+aen de N.W. syde van Mariavelle in een valleij ten ancker op 30
+vadem moddergront, behalve N. Hollant, diet by de wint hielt ende
+liep van d'ander syde vant eijlant; dorst dees syde, dewijl daer
+onbekent ende het doncker was, niet aendoen. Den oppercoopman ende
+schipper van Orange mitsgaders onse schipper Carel Lievensen quamen
+aen boort ende rapporteerden dat sij soo naer de stadt Manilla ende
+fort Cavijte waeren geweest, dat sy met een gotelinge schoot het
+fort conde beschieten ende de menschen perfectelijck bekenden, ende
+dat onder ditto fort laegen 4 soo groot als gemene gallioenen, een
+tamelyck schip, een jacht met een galleij, alle t'samen reddeloos,
+behalven 't jacht ende galley, sulcx dat wy die in d'eerste maent
+niet hadden te verwachten.
+
+11 ditto quam N. Hollandt mede by ons op de reede ende de vrunden
+aldaer rapporteerden ons mede van des vijants macht in Manilla gelyck
+die van Orange gedaen hadden.
+
+12 ditto resolveerden met 100 man ondert gebiet van Jan Pietersen Reus
+met alle de schippers aen landt te vaeren om 't velt t' ontdekken;
+oock mede om ballast, hout ende water voor de scheepen te besorgen.
+
+13, 14, 15 ende 16 ditto waren doende om hout tot masten ende
+bouchsprieten, ballast ende water te halen, dat op dit genouch te
+bekommen is. 't Was alle daegen lieffelyck schoon weder; wy meenden
+Noort-hollandt ende den Haen aen d'ander syde vant eijlant te senden,
+om den vyant, soo hij met cleyn vaertuijch daer verscheen, het landen
+te beletten, maer alsoo 't gehouwen hout, bijsonder de mast voor
+Orange, seer wormgeten, swack ende onbequaem naert hacken bevonden
+worde, ende men vreesde aldaer ontrent geen beeter soo datelijck
+souden connen vinden, soo worde goet gevonden, naer dat de oude mast
+by Jan Pietersen Reus ende d' ander schippers was gevisenteert ende
+geoordeelt worde dat die het noch soo wel een wijltijts soude houden,
+jae een torn wtstaen, dat wij den 18 deser des morgens soude t' seyl
+gaen naer Witters eylant ende soo naer de caep Bolinao em te cruijsen,
+sulcx dat de voornoemde scheepen Noorthollant ende Haen aen d' ander
+syde vant eylant niet syn gaen leggen.
+
+17 ditto 's Maendachs smorgens is onse boot vrouch naer lant gevaren
+om de rest van haer water te haelen; de vaten vullende worden door den
+vijant die aldaer in de ruychte lach, overvallen, schietende geweldich
+met musquetten naer 't volck, die, hun water verlatende, naer de boot
+vluchte, 't welck wy inde scheepen vernemende, terstont den vijant
+met grof geschut daer van dreven, die onse boot doen verlatende, met
+menichte naer N. Hollants tingal (die een stuck weechs int baytien lach
+om hout te haelen) toe liepen ende schooten daer menichte van schooten
+op tot dat eyntelyck ons geschut hun dede het vaertuych verlatende ende
+namen de wijck aen d'ander syde vant landt. Onse boot quam aen boort;
+wij misten 5 man, namentlyck vier matroosen ende een Japponder, ende
+N. Hollant een met drij gequetsten; wy verlooren oock 7 musquetten
+met haer bandelieren, die 't volck door verbaestheyt int vechten van
+hun geworpen hadden; hadde den vijant wat meerder patientie gehadt
+ende sich wat langer bedect gehouden, ongetwijffelt hy soude een groot
+voordeel op ons hebben connen becomen, alsoo veel volck alreets vande
+respective scheepen aen lant souden gaen om de rest yder een van syn
+hout ende water te haelen ende apparent meestal ongewapent (alsoo men
+nu vast oordeelde daer was geen swaricheyt aen landt te verwachten)
+maer Godt de Heer heeft ons door dit ongeluck des volcx onachtsaemheyt
+willen betoonen, wat gebooden ende vermanen men hun doet, datse wel op
+haer geweer sullen passen ende hun niet bloot begeven ende hunluijder
+leeren op een andermael sich beeter in ordre ende bij den andre te
+houden, principaelijck daer perijckel te verwachten is.
+
+Noort Hollant ende de Haen sonden wij terstont om 't eylandt om te sien
+of geen van des vijants vaertuijch consten vernemen, dat sy ons dat dan
+met een schoot souden adverteeren, waer naer de boots aen lant voeren
+vol volcx, al waer commende vonden 2 dooden sonder hoofden, die sy
+de lichaemen begroeven, sulcx dat 4 van ons volck gevangen met hebben
+gevoert, waer wt ten deele onse gelegentheyt sullen cunnen verstaen.
+
+Ons volck vonden oock alle hun lege watervaten noch heel, ende 't
+gehact hout onbeschadicht op 't strant leggen, die sij gevult mettet
+hout aen boort brachten; apparent isser vrees in hun geweest, daerom
+oock alle haest gemaeckt hebben.
+
+Jegens avont quamen N. Hollandt ende den Haen wederom by ons ende
+rapporteerde Jan Pietersen, dat hun docht 2 seyltiens buijten gesien te
+hebben, maer van des vyants vaertuych hadden niets van cunnen ontdecken
+ofte vernemen, waerom wij resolveerden des nachts seijl te gaen.
+
+18 ditto Dijnsdachs smorgens lichten wij onse anckers ende gingen t'
+seyl. Metten dach sagen wy een seijltgen ondert lant van de Limbonis,
+daer wij al t' samen naer toe liepen; 't woeij een stijve coelte
+wtten O.N. Oosten; de Fortuijn, wel een vande harste beseijlste
+wesende, dede het seyltien strycken ende sont het ons aen boort;
+'t was een cleijn Chinees jonckien met 5 Chineesen, geladen met hout;
+wilden naer Manilla. Wij lostent hout ende deeldent tot gerieff vande
+vloot ende namen de Chineesen over, hacten het jonckien in de gront
+alsoot nergens toe bequaem was.
+
+19 ontbreekt.
+
+20 ditto ontrent middach quamen onder Witters eylant ten ancker op
+30 vadem vuijle gront.
+
+21, 22 ditto hebben Orange sijn fockemast, die op Mariavelle gehact
+hadde, noch ingeset alsoo die beeter bevonden worde als d' oude
+gebroocken, ende dewijl alhier geen ander te becomen is, hebben ons
+met die moeten behelpen.
+
+23 ditto des avonts syn wy gelijckelyck van Witters eylandt t'
+seyl gegaen naer de caep om d' aenstaende maent van Maert aldaer te
+cruijsen; 't was dagelijcx schoon, lieffelijck ende heet weder.
+
+26 ditto hadden een moije coelte wtte lande, seijlden boven Witters
+eylandt. Wy vernamen een seyl commende wtte wal; daer by commende was
+tot ons groot vernougen 't jacht Victoria, dat alhier ende ontrent
+de caep tot voor de bay van Manilla altoos alleen hadde geswormen;
+de joncken, seiden hij, hadden op de cust van Formosa, in een gat
+daer verneken saten, gevonden, ende alsoo die sonder te lossen niet wt
+conden comen, was hy genootsaeckt die te verlaeten ende naerde vloot
+te comen, hun belastende te volgen, ende soo ons volgende hadden ons
+gemist ende tot nu als vooren hier ontrent aff ende aen gelaveert.
+
+27 ditto smorgens vernamen 2 seijlen; waren 2 van onse joncken, die met
+ons gedestineert waren; hadden het mede altoos hier ontrent gehouden;
+hun oversten Equan quam aen boort ende rapporteerde had hij ses dagen
+naert vertreck vant jacht Victoria eerst wt gecomen was met sijn drien,
+maer dat de derde jonck, niet willende seijlen, by hun verlaten was;
+vermoet die wederom naer Tayouan toegelopen is. 't Was lieffelyck
+heet weder, redelycke coelte.
+
+28 ditto smorgens conden wy de joncken niet sien; ons oordeels salt
+hun seer swaerlyck syn ons te voegen. Equan hielt mij gisteren al
+vooren om des avonts onder de wal ten ancker te comen, soo dat wijt
+oordeelen onnosele seeluijden te syn.
+
+Primo Maert, Saterdach des morgens, waren wy weder dicht onder 't
+landt; wij sagen beyde de joncken, die wij meenden dat op ons aff
+souden gecomen hebben, maer wij bevonden dat sy liever de wal hielden
+dan met ons verre in see te loopen; wy sonden 't jacht Fortuijn des
+afternoens naer hun toe om die onder de vloot te doen comen, maer sy
+bleven onder de wal.
+
+2 ditto woey het hart wtten Noorden. Des avonts quamen heel dicht onder
+'t landt ontrent de caep, dat een schoone lantdouwe schijnt te weesen;
+de Fortuijn met eene jonck quam bij ons, maer soodrae als wij het
+wederom wenden van de wal t'seewaert, liep de jonck datelijck wederom
+bij syn macker onder 't landt ten ancker. 't Was heel stil weder,
+dan de see schoot hart.
+
+3 ditto waren wederom ontrent de wal; wij misten Noort Hollandt, die
+des afternoens weder by ons quam. Wij sonden 't jacht Fortuijn wederom
+by de joncken met wat amonitie, als cruijt, musquets, coegels ende
+lonten, ende lietent hun metten ondercoopman Abraham le Poivre weten,
+dat sy hun onder onse vlagge souden commen begeven; soo niet, indien
+hun eenich ongeluck overquam dat wy daer van ontschuldicht wilden sijn.
+
+Des afternoens quam Le Poivre wederom aen boort ende seijde dat
+de bootschap aen Equan gedaen hadde, daervan ick oock do Le Poivre
+schriftelycke verclaringe liet teyckenen; een weijnich tijts daer
+nae quam den Chinees Equan selffs aen ons boort, die ick aendiende
+volgens de voorige last van Le Poivre, sy mosten hun nevens onse
+schepen in see begeven ende niet onder de wal houden; soo verre
+de Spangaerden quamen te vernemen dat sij haer daer onthielden, sy
+souden groot perijckel loopen van genomen te worden; dat sy daerom
+gewaerschout souden sijn: wij moesten ofte costen alle avont met
+onse swaere scheepen soo naer de wal niet commen; ende ick wees hun
+hoe wij seijlen mosten omde joncken wt China te ontmoeten, daer op my
+antwoorde 't selve te sullen soo naer comen ende doen (hoe wel groote
+geneegentheyt toonde om onder de wal te houden, menichmael repeterende
+"haz mûcho grande mar" [163]) oock dat dat, namentlijck 't opsoucken
+vande joncken, seer goet was; maer soodrae den quidam wederom in syn
+jonck was ende dattet ontrent avont worde, liep terstont naer d'ander
+jonck toe, ende liepen t'samen onder de wal; wij hielen t'see.
+
+4 ditto woey het hart wtten Noorden; lietent leggen dryven om d'ander
+scheepen in te wachten.
+
+5 ditto wast stille; wij conden alt samen boven de caep Bolinao
+niet commen.
+
+6 ditto dreven wij boven de caep Bolinao voornompt open gaets vande
+baij van Pangassivan, een kenningh vant landt.
+
+7 ditto quam den breden raet aen boort ende resolveerde de cust totte
+Doz Irmanos toe te cruijcen; iterim dat Jan Pietersen mette Fortuijn
+ende tingal dicht langs de wal soude loopen ende vernemen oft ergens
+geen bequame reede ende waeterplaetsen waeren, om ons ende andre onse
+hier naer commende scheepen, des noot synde, daervan te mogen dienen;
+'t was heel stille ende heet weeder.
+
+Op dato storff d'eerste man van siecte in de vloot opt jacht den Haen.
+
+8, 9 en 10 ditto hadde ons de stroom weer om de Noort geset; wij conden
+van stilte totte boucht van Pangassivan niet comen, dreven mette seylen
+gestadich op de mast; ontrent middach cregen een labbercoeltien wtten
+N.Westen, soo dat wy iegens avont wtte bocht geraeckten. Mette son
+was de caep Z. ten W. van ons; wij seylden Z.W. ende Z.W. ten Westen.
+
+12 ditto waeren wy ontrent de caep; Jan Pietersen Reus hadde mettet
+jacht Fortuijn alhier een bequame waterplaets, leggende in een baij,
+gevonden, maer geene ofte seer onbequame anckergront voorde grooste
+scheepen; wij sonden alle de boots met 42 musquettiers aen lant om
+water te haelen; wij ordonneerden 't jacht Victoria soo dicht onder de
+wal te loopen als de boots bequamelijck soude connen beschermen, ende
+Jan Pietersen vooruit voer mettet jacht Fortuijn noch wat om de Suijt,
+om te vernemen oft geen bequame reede voorde scheepen conste vinden.
+
+13 ditto was ick aende waterplaets aen lant; wederom aen boort comende
+vont Jan Pietersen aldaer, die mij seyde een seer schoone baeij ontrent
+1 1/2 mijl van dese baij gevonden te hebben, om voor groote scheepen
+te anckeren; daerop den raet ontboden ende resolveerden mette vloot
+daer naer toe te loopen; jegens avont daer comende settent after eene
+gebrooken, dorren, clippigen houck, een cleen gotelingh schoot vant
+lant op 9 ende 12 vadem schoone gront.
+
+14 ditto voer Jan Pietersen met alle de schippers met 100 man aen landt
+om 't selve te ontdecken, maer vonden geen vars water, maer wel een
+staende poel brack water, die wy bevonden (hoewel vant geberchte aff
+compt) doort overloopen vande see int suijer mousson brack te wesen;
+wij resolveerden, alsoo enige vande vloot water van doen hadden,
+'t strant door te graven om het staende water in see te loopen ende
+ons dan daer van te dienen soo wij best soude connen.
+
+15 ditto quam Jan Pietersen wederom aen boort ende verhaelde mij,
+dat een seer bequaem afflopende vars water hadde gevonden, waerom
+gesamentlijck met alle de boots aen lant voeren met een pertij
+musquettiers om water te haelen; aen lant comende vonden van enige
+inwoonders resistentie, schietende vijff ofte ses seitsen ofte pylen
+naer ons; doch quetsten Godt loff niemant, maer door onse musquettiers
+vluchten int geberchte, soodat wij innewaerts van strant aff trocken;
+vonden daer een tamelijck pleyn, beplant met bannanus bomen, suijcker
+riet met yets anders, daer dese inwoonders hunne residentie hielden,
+maer apparent soo wy met de vloot hier quamen de vlucht hebben genomen;
+wij verbooden wel strengelyck dat niemant niettegenstaende d'inwoonders
+onse vyantschap getoont hadden, per avontuer niet wetende wat natie,
+oft Spangaerden oft andre, wij waren, alsoo wy vermoeden dat noijt
+van onse scheepen hier geweest sijn, enige vrucht bomen ofte aert
+vruchten souden beschadighen, om te sien oft sy ons by dien middel
+hier nademaels vreedtsamer ons water souden toestaen te haelen.
+
+Aen landt synde meetten andre om 't volck in ordre te houden, quamen
+2 seijltiens vande Suijt op comende laveren, waerom terstont Jan
+Pietersen Reus mette schipper vande Fortuijn aen boort sonden om mette
+vrunden advys 't jacht voornt daernaer toe te senden; maer aen boort
+comende vernamen dattet onse 2 joncken waeren, comende op laveren,
+om welcke oorsaecke, als mede om dattet stil was, niemant daer naer
+toe sonden; maer jegens avont liepen die wederom naer de wal sonder
+bij ons te comen; wij gissen dat sij ons niet gesien hebben ende
+'t was te stille om by hun te comen.
+
+'t Water, dat wij hier vonden, spruijt een half musquet schoot vant
+strant wtter aerde wt drie aderen, ende maekt soo een loopent beeckien
+tot in see, wel soo starck als inde Tafel baij; 't water is ook soo
+schoon ende lieffelijck ende in sulcken overvloet, dat ment nauwelyck
+soude verwenschen, alleenlijck dattet met laech water wat moeijlijck
+over enige effe clippen in de boots te brengen is.
+
+Deze baij worde bijden raet op d' approbatie vande Heer Generael
+den naem gegeven van Muijsers bay; leyt op de hoogte van 16 gra.,
+15 minuten Noorder breete.
+
+De Weste baij ofte waterplaets, 1 1/2 mijl bijnoorden, worde genaempt
+op gelijcke approbatie Reusen bay; sijn beyde dese bayen seer kenbaer,
+want vande caep Bolinao aff tot Reusen baij is 't lant effen oft het
+geschaeft waere, maer aldaer valt het met een inwijck ofte bay in;
+wederom van daer 1 1/2 myl suijdelijck tot Muysers bay ist wederom
+effe; dan ontvalt hem 't lant in Muysers baij in 2 ofte driederley
+heuvelen ende int midden van de bay siet men een ruijge hoeck van
+boomen; tusschen dien hoeck ende de voorverhaelde dorre clippen
+aende noortseyde, dicht onder 't lant, is de reede alles gelyck by
+der stuerluyden journaelen perfecter is geextendeert ende beschreven.
+
+16 ditto waeren noch doende met water te haelen; de scheepen
+ondertussen d'een wat crengende, d'ander wat drijvende; Orange sette
+een nieuwe bouckspriet in, alsoo sijn oude onbequaem ende geheel
+vergaen was. Worde goetgevonden op morgen aen lant te gaen om de
+scheepen, principaelijck die naer Maccao sullen gedestineert worden,
+van brant ende ander hout te versien, ende alsdan gelijckerhant op
+18 deser wederom in see sullen loopen.
+
+17 ditto waeren met alle de boots aen lant ende hacten een deel brant
+ende timmerhout voorde vloot.
+
+18 ditto waeren ons volck doende om 't hout aen boort te brengen;
+ontrent de middach openbaerde hun wederom 8 à 10 swarten, schietende
+verscheyden pijlen doch quetsten Godt loff niemant, want vluchten
+terstont boswaerts in alsoo d'onse naer hun schooten; ende quamen
+ons volck altsamen met hun hout aen boort.
+
+Wij resolveerden metten raet naerdemael wy onse Chinese joncken niet
+en vernamen, de jachten Fortuijn ende Victoria langs de wal tot de
+Doz Irmanos toe te senden om de selve joncken op te soecken ende
+onder de vloot te brengen.
+
+Des nachts wast stille tot int dachquartier, wanneer veel blixem ende
+een harde regen viel, die ons gans ongewent was, alsoo wij sedert 28
+Januarij (dat wt Taijouan seylden) noyt regen vernomen hadden.
+
+19 ditto, Woensdachs, des morgens metten dach, de wint wtte wal sijnde,
+lichten ons anckers ende gingen wtte baij seijl, buijten comende woey
+ende regenden het hart met donder ende blixem, soodat wijt lieten
+drijven; de jachten liepen langes de cust om de joncken op te soecken,
+die wij sedert den 3 deser (alleenlijck op 15 ditto dat wy die gisten
+te sien, hoewel niet by ons quamen) niet vernomen hebben, sulcx dat
+dees joncken meer moeyte ende sorge causeren, als ick vreese dat
+sij de compa dienst sullen doen, want in alle manieren toonen geen
+genegentheyt om bij ons te sijn, oock syn se onbequaem om t'see te
+loopen; ende 't is ons niet geraden gestadich ontrent de wal op hun te
+passen, waerom wij oock resolveerden hun noch dees reijs op te soucken
+ende, die niet vindende, onse cruijsinge tot opsoeckinghe vande vloot
+ende andre joncken comende van China naer Manilla te vorderen.
+
+Des middachs sagen een seyltien recht voor wt S. ten W. van ons, daer
+wij altsamen met alle de seijlen naer toe liepen met tamelycke coelte
+wtte Noorden, maer alsoo een groot stuck voor wt was ende ons te cloeck
+int seijlen, is ons iegens avont ontduijstert. Ick oordeelde het een
+Chinees wangcan te sijn, ofte comende van China ofte wt Manillas,
+om ons te verspien.
+
+Wij staecken bij ende setten een vuijr op om Orange ende den Haen,
+die een groot stuck weechs after wt waeren in te wachten.
+
+20 ditto smorgens waeren Orange en de Haen ons wt gesicht; presumeren
+dat sij ons vuijr niet hebben gesien ende derhalven hebben laeten
+voorstaen; de Dos Irmanos waeren N. ten O. 3 mylen van ons; wy
+cregen een lant wintien ende deden ons best om wederom om de Noort te
+commen; de schippers vande Fortuijn ende Victoria quamen aen boort
+ende rapporteerden ons, dat sij op gisteren, alsoo dicht onder de
+wal loopende als hun mogelijck was, geen joncken vernomen hadden;
+affcomende hadden seijlten voor wt gesien, daer de Fortuijn terstont
+naer toeliep, maer doort vallen vanden avont verloor hem wt gesicht,
+soo dat genootsaeckt was wederom onder de vloot te commen.
+
+Des middachs vernamen Orange ende den Haen omden Suijt van ons; wy
+wierpent op den leij ende wachten hun in; des avonts quamen Godtloff
+wederom by ons; de wint was Zuijen.
+
+21 ditto des morgens waeren byde Doz Irmanos ende dreven in stilte;
+des avonts cregen 2 a 3 regencaecken, met wint vermengt, maer hielen
+cort op; des nachts dreven in stilte om de Noort.
+
+22 ende 23 ditto cruijsten wy ontrent de caep Bolinao; 't was stil
+heet weder, de see schoot seer hart als of het hier corts hart
+gewaeyt hadde.
+
+24 ditto des morgens quam den raet aen boort ende resolveerde,
+niettegenstaende wy ons devoir genouch gedaen hadden int op soecken
+van onse Chineese joncken ende daerom hun ons niet eens meer behoefden
+te moeijen, dat Jan Pietersz Reus mettet jacht Fortuijn ende een
+tingal, noch eenmael ten overvloet totte Dos Irmanos toe langs de
+wal sou loopen om gemelte joncken op te soecken ende met eenen oock
+de gelegentheyt vande cust aldaer ontrent te ontdecken.
+
+25 ditto worden eenige delinquanten gestraft volgens de sententien;
+wij dreven in stilte tussen de Caep ende Reusenbaij.
+
+26 ditto hadden een redelijck coeltien wtten noorden; Jan Pietersen
+mettet jacht Fortuijn ende sijn tingal liepen voor wt langs de wal,
+om de joncken op te soecken; des avonts sagen wij de 2 broers recht
+voor wt, namen onse seijlen in ende lietent leggen dryven.
+
+27 ditto des morgens quam Jan Pietersen wederom aen boort ende
+hadde mette tingal in een schoone groote bocht ofte ban geweest,
+daer de broers voor leggen, sagen een huijs ofte diergelycke oposte
+ontrent het strant staen, sulcx dat apparent daer goede gelegentheyt
+van anckeren ende water te haelen soude wesen, maer van de joncken
+hadden sij niets vernomen, waerom wij wederom N. W. ende W. N. W. aen
+see liepen om aende Caep te comen.
+
+28 ende 29 ditto laveerden wij aff ende aen 5, 6 a 8 mijlen vande wal;
+de wint was N. ende N. N. O. met styve coelte; de see ginck seer hol,
+oorsaecke de stroom hart om de noort gaet; 't was datelyck lieffelyck
+heet weder, maer wij vernamen geen joncken noch ander vaertuijch.
+
+30 ditto, Paesdach, des morgens waeren voor Muijsersbaij ontrent 3
+mijlen vant landt; 't was lieffelijck weder, dan de zee schoot hol;
+den breeden raet quam aen boort ende resolveerde, alsoo wij genouchsaem
+ons best hadden gedaen om onse joncken op te soucken, sonder die te
+vernemen, dat wy hier ontrent de Caep de aenstaende maent van April
+(ten ware voorval van saecken anders vereijschte) aff ende aen souden
+cruijsen sonder onse voornoemde joncken, ten waere sij bij ons quamen,
+meer te bemoeijen ofte aen te trecken.
+
+De twee baijen, op 26 deser by Jan Pietersen Reus ontrent de Dos
+Irmanos ontdeckt, worden byden raet genoempt de grootste ende
+oostelyckste, 't Wapen van Selantsbaij, ende de cleijnste ofte
+westelyckste, Fortuijnsbaij, leggende t'samen op de hoochte van 16
+gra., N. brete.
+
+31 ditto worden wy des morgens een seyl onder de wal gewaer; wij
+velden onse seylen, schooten een schoot ende liepen naer hun toe,
+hij, soo wij oordeelden, quam oock op ons aff, waerom terstont de
+vlagge boven aff lieten waeijen, menende het was een advijs jacht
+vande vloot van d'Heer Admirael L'Hermite, maer een weijnich daer naer
+sette hy syn halsen op ende ginck voor de wint van ons wech, als oft
+wy stil hadden gelegen; de Fortuyn was juijst oock sulcke stuck in
+de wint van ons aff, als wij hem veel conden sien; wij vervolgden hem
+den heelen dach; somtijts liet hij sijn marsseyls loopen ende scheen
+ons in te wachten, maer als wy (jae selfs de Fortuijn die hem op den
+dach by de wercken quam) hem sterck schenen in te volgen, hijsten hy
+wederom syn marsseyls ende ontliep ons altsamen als vooren, sulcx dat
+wy altsamen niet anders consten oordeelen ofte het was een Spaens
+jacht, van die van Manilla express om ons t' ontdecken wtgesonden;
+'t sy dan om ons vloote verder omde Zuijt ontrent hunne scheepen
+(soo eenige in zee hebben) te leyden, ofte om 't een oft 't ander
+jacht van ons affhandich soecken te maecken; 't sy dan hoet sij, wij
+hebben hem jegens avont, omdat wy jegens ons resolutie niet dorsten
+verder om de zuijt loopen, als mede om dat het een donckere maen
+was, ende ons ander scheepen verre after wt waeren, moeten verlaten,
+ende wierpent op de leij ende verwachten d'ander scheepen, Orange,
+Haen ende Victoria.
+
+April, 1625.
+
+Pro ditto Dijnsdachs, des morgens, lagen wy in stilte; smiddachs cregen
+een coeltgen wtte noordelijckerhant, leydent doch weder naer de wal.
+
+2 ditto was het stilletiens; smiddachs hadden hoochte van 16 gra. 30
+min., cabo Fraile Oost van ons ontrent 6 mijlen; des avonts wendent
+van de wal.
+
+3 ditto waren door stroom om de noort gedreven; des middachs liepen
+met een coelte ontrent Reusenbaij 4 mijlen buijten de wal; lietent
+des avonts dryven omde West.
+
+4, 5, 6 ende 7 do wast mooij lieffelijck weder; hieldent aff ende
+aen ontrent de Caep ende Muijserbaij 6, 5 ende 4 mylen buyten de wall.
+
+8 ditto waren wederom omde noort gedreven (alsoo wy bevonden de stroom
+alhier gestadelijck soo loopt); wy liepen om de suijt ontrent 4 mylen
+van de wall.
+
+9 ditto hadden moije coelte, laveerden om de noort; des avonts was
+Reusenbaij Oost van ons ontrent 3 mylen; lietent doch drijven mettet
+hooft om de West.
+
+10, 11 ende 12 ditto waren wy tusschen de Caep ende Muijsersbaij 5,
+4 ende 3 mijlen buijten de wal; des nachts setten ons de stroom om de
+noort; wy vernamen als noch geen joncken, noch eenich ander vaertuijch.
+
+13 ditto, Sondach, smorgens metten dach sagen wy 7 seylen te
+landewaerts van ons; wij oordeelden terstont dattet de Spaense
+vloot wt Manilla most weesen, want soodrae sy ons gewaer worden,
+quamen op ons aff; den raet quam aen boort ende wij resolveerden ons
+best te doen om hun soo verre t'zee te leyden als doenlijck soude
+syn, om haer de couragie te benemen, alsoo altoos cleen vaertuijch
+bij hun hebben dat op haer past, om haer in tyt van noode mede te
+salveeren; sy deden den heelen dach hun best om ons in te loopen,
+dan conden ons dien dach niet beseijlen; nochtans waren wij metten
+Haen seer belemmert overmits niet voorts en conste ende wy hem niet
+achter mosten laeten; eijntlijck waren genootsaeckt een deel rys,
+syn boot, jae eenighe anckers vande bouch overboort te werpen, om
+'t jacht by de seijlen te crijgen; efter mosten de Fortuijn hem
+noch voor onse scheepen over roeijen, soo qualijck was dat jacht
+beseylt. Dese armade bestont in 4 groote ende gemene gallioenen, een
+tamelijck schip, een jacht met een galleij van ontrent 20 bancken,
+doch onder wat overicheyts beleyt, hebben als noch niet verstaen.
+
+14 ditto, des morgens vrouch waren sij altsamen after in ons vaerwater;
+'t was stilletgens; den Spaenschen admirael liet hem van de galley
+bouchsaerden om in onse vloot te comen, dewyl d'ander scheepen haer
+best deden met seylen, die te mets van achteren aen quamen; derhalven
+siende wij nu dattet met seylen hun niet verder ontleggen conden,
+maer dat sy ons seeckerlyck opt lyff geresolveert waren te comen,
+soo worden by den commandeur ende raet mannelijck geresolveert dat
+wy onse schoverseijls in den bant souden nemen, de blinde reen onder
+de bouchspriets haelen ende soo haer met couragie in te wachten;
+oock wert geresolveert, alsoo het jacht Victoria voor wint qualijck
+beseylt is ende de macht vande galley, soo die op hem aff quam, niet
+soude connen wederstaen, dat sy dan in wtterste noot synde ende niet
+connende ontcomen, 't jacht in den brant souden steken oft in den
+gront hacken, ende dat alsdan met hun volck in een vande schepen
+souden vluchten ende hun soo salveeren; tot dien eijnde worde hem
+den tingal vant wapen van Hollandt bij gevoucht om 't volck in een
+reys te mogen voeren. De sonne alsnu ontrent S. S. Oost synde, quam
+den Spaensen admirael op de wint veringh van Noort Hollandt, die wy
+meenden after do N. Hollandt om soude loopen om ons schip, 't Wapen,
+te abordeeren (schietende ondertusschen 3 à 4 schooten naerden Haen,
+die mette Fortuijn voor wt onse scheepen was), want alsoo wij op
+Noorthollants backboort syde waeren, conden wy ons schut int eerste
+niet wel gebruijcken, ende overmits de stilte conden wy de scheepen
+niet after malcanderen crijgen, soo dat ondertusschen den admirael
+vant voorsz. N. Hollant ende Orange soo met hun schut gegroet worde,
+dat hijt abordeeren voor die tyt excuseerde ende braste sijn groot
+marsseyl aen de wint om overstuijr te deijnsen. Den admirael ende
+vice admirael, yder een even clouck, beyde gemonteert elcx met 44
+ende 46 stucken (apparent alle van metael), gaven oock geen coop,
+maer deden hun devoir wel met schieten soo naer onse scheepen als
+naer onse seylen ende ronthout; ondertusschen ons schip, 't Wapen,
+een weijnich van d'ander scheepen voorts schietende, dat wij mede
+ons schut naer wil mochten gebruijcken, schooten wij gelijckelijck
+soo vreeselijck op den admirael, dat hij syn marsseyls moste neder
+halen ende crengen; wij worden oock alle drie gelycx de water in
+geschooten, behalven de schooten, die door de scheepen, masten ende
+seylen quamen. Orange, die alsdoen een weynich after N. Hollant was,
+creegh den vice admirael op sy, die ons ende Noorthollant van afteren
+ende Orange op syde soo trefte, datter eenighe in N. Hollant doot
+geschooten ende gequetst worde; maer hy worde mede met gelijcke munt
+soo betaelt, dat hij sijn marsseyls moste laeten loopen ende gelijck
+syn admirael overstuyr deijnsen; het derde schip, schout bij nacht
+synde, oock een schip van groot gewelt met 2 laegen schut, dede oock
+soo syn devoir met schieten, dat wy blyde waren dat hij mede syn
+admirael ende vice-admirael nootsaeckelijck volgen most; als sij nu
+alsoo ontrent twee glaesen een weynich after wt gelegen hadden, soo
+hijsten sij gelijckelyck haer marsseylen, namen haer schooverseyls in
+den bant ende pudsden haer blinden op, ende quamen soo alle gelijck
+op ons aff, waerom wy oock vaste rekeningh maeckten; wij soudense aen
+boort crijgen, maer soohaest sij op sij van onse scheepen quamen ende
+op d'oude ofte voorgaende manier wederom treffelyck gegroet wordende,
+soo liet den admirael terstont ende daer naer d'ander scheepen haer
+marsseijls loopen om after te geraecken; des admiraels vlagge worde
+in genomen ende wel byde 2 uijren lanck, om de stock geslaghen, vast
+gehouden, waer wt wij niet anders consten nemen ofte haren admirael
+most doot syn; aldus mette anderen wat afterwt geraeckende, lieten
+syt te mets over stuer drijven, ende alsoo het iegens avont begonde
+te gaen, begonsten allenskens van ons te veeren ende wij hielden ons
+onder cours t'seewaert, sulcx datsij 's anderen daechs sulcken stuck
+after wt waeren, dat wij Godt dancten, dat alsoo van hun ontslagen
+waeren, alsoo wy een seer geringe macht, om jegens soo een armade te
+slaen, by ons hadden, want vant jacht der Haen ende Fortuijn geen ofte
+seer weijnich assistentie hadden, niet om dat sy hun devoir niet wel
+en deden, maer om dat wijt jacht den Haen niet after onse scheepen
+wilden hebben, van vreese sij souden hem alleen afteraff crygende
+doot gefoolt hebben, daerom de Fortuijn hem met bouchsaerden voor de
+scheepen moste houden sulcx, dat wy met onse 3 scheepen, namentlyck
+'tWapen van Zeelandt, N. Hollant ende Orange 't spits van de heele
+Spaense macht mosten affbyten.
+
+Daer syn wt onse scheepen ontrent 400 schooten met groff geschut
+geschooten daer van datter den admirael ten minsten wel honddert
+getreft hebben; d'ander hebben oock hun portie wel gecreghen, men
+oordeelde eens wat dooden ende gequetsten datter geweest moeten sijn.
+
+Het schip Noorthollant heeft 3 dooden en de 7 gequetste, Orange een
+doot (namentlyck syn constabel) met 5 gequetsten; wy hebben Godtloff
+niemant doot noch gequetst.
+
+Als wij aen malcander geraecten, gisten wy te weesen ontrent 23 mylen
+vande wal: onse stuerman hadde des middachs hoochte van 16 gra.,
+50 minuten de Caep Bolinao O.S.O. van ons.
+
+'t Jacht Victoria worden byden schipper Keyser int eerste, eer noch
+een schoot geschooten was, seer slechtelyck tegens expresse ordre,
+al eert in eenich peryckel was, verlaeten ende sonder iets te
+bergen geruijmpt ende laeten dryven; 't schynt sulcken vreese ofte
+verbaestheyt in hun luyden is geweest, dat sy nergens naer dan om hun
+te bergen hebben gedacht; sy luyden seggen wel, dat sij menichte van
+poppen ende cardoesen hadden geleyt om 't jacht aen brant t' steecken,
+maer den constabel is nevens den schipper mede soo verbaest geweest,
+dat hij bij naer niet weet te seggen waer hy de lont geleijt heeft,
+den vijant roeyde daer mette galleij naer toe, schooten daer op, maer
+dorsten 't niet aboordeeren; daer naer roeyden een vaertuijch daeraen
+ende haelden de Prince vlagh, die after aff woey, daer aff, ende soo
+veel wij consten bemerken lietent doen drijven ende dreeff soolang
+wijt conden oogen sonder eenich teycken van branden te vernemen;
+voorwaer een slecht stuck wercks. De saeck worde met advys van den
+raet aen de Heer Sonck gederigeert.
+
+15 ditto des morgens was den vyant als vooren geseyt soo verre after
+wt als wy hem sien conden, loopende naer de wal; wij dancten Godt dat
+soo een treffelycke macht gedwongen was ons schandelijck (sonder meer
+op ons te attenteren) te verlaten.
+
+Wij resolveerden, alsoo den vyant apparentelijck niet datelijck sall
+verlaten, maer wel een tijt als noch aldaer ontrent mocht bij houden,
+ende om hun volgens onse instructie soo veel te schouwen als mogelijck
+is, dat wy sullen de Caep Bolinao int gesicht loopen ende cruijsen dees
+heele maent van April tusschen de voorsz. Caep ende de 17 grad. Noorder
+breete, 8 a 10 mylen vande wal int vaerwater vande joncken, op hoope
+van eenige te becomen; des middachs hadden de hoochte van 16 grad.,
+42 minuten; waren alsnoch ontrent 24 mijlen vande wal.
+
+16 ende 17 ditto wast looff stille; hoochte 16 gra., 40 minuten; op
+dato sturff een quartiermeester ende was d' eerste die geduerende den
+tocht opt schip gestorven was; ons volck begon starck in te vallen,
+meest vant water gequelt sijnde.
+
+18 ende 19 ditto wast noch al looff stille; hoochte 16 grad., 45
+minuten; de see was vol vis, daer wij in de vloot te mets een van
+vingen; quam wel tepas.
+
+20, 21, 22, 23 ende 24 do. hadden continueelyck stilte, somtijts
+een labber coeltie; schocten al nade wal toe op 17 ende 16 grad.,
+40 minuten Noorder breete.
+
+25 ditto des morgens sagen wijt hooge landt van Pangassivan ontrent
+6 mylen van ons; de Caep Bolinao 5 mylen S.S.O.; wy leydent wederom
+W.S.W. in see.
+
+26 ende 27 ditto hadden hoochte van 16 grad., 45 min.; waren ontrent
+9 mijlen vande wal; des morgens hadden vrij wat regen.
+
+28 dito sagen noch 't hooge lant van Pangassivan 8 a 9 mijlen van ons;
+hoochte van 16 gra., 45 min.; nog lietent leggen drijven.
+
+22 ende 30 ditto was het stille, worderheet weder; des avonts cregen
+een coeltien wtten Noorden; namen onse seijlen in ende lietent leggen
+dryven mettet hooft omde West.
+
+Maij, 1625.
+
+Adij. Pro. ditto Donderdach des morgens wast heel stille; des middachs
+hoochte van 16 gra., 18 minuten, met groote hitte; des avonts was
+de Caep Oost ontrent 5 mylen van ons; lietent doen wederom dryven;
+des nachts hadden veel regens met donder ende blicxem; oock wint,
+maer duerde niet lange.
+
+2 ditto smorgens sagen 't hooge landt van de Doz Irmanos O.S.O. van
+ons; 't laege landt vande Caep Oost, omtrent 6 mijlen. 't Was claer
+gesicht. Den raet quam aen boort, ende worde geresolveert, alsoo
+wij noch niet seecker wisten dat den vijant de cust verlaten hadde,
+ende nochtans des lants vloot wel diende op gesocht, dat wy volgens
+onse instructie ons voor des vijants macht wel soude wachten, ende
+als noch tot 12o deser maent Oost ende West 6, 8 à 10 mijlen van de
+Caep t' see sullen cruijcen om op de joncken te passen; smiddachs
+hoochte van 16 grad., 12 minuten; tegens avont liepen in zee.
+
+3 ditto des morgens was de Caep Oost wel 300 noordelijck van ons
+ontrent 6 mijlen; wij liepen met reddelijcke coelte met 't voormarsseyl
+t' zee; smiddachs hadden de hoochte van 16 gra., 23 minuten; dreven
+des nachts 8 9 mijlen vande wal.
+
+4 ontbreekt.
+
+5 ditto, hoochte van 16 grad., 28 minuten; de caep O. ten N. ontrent
+8 mijlen; 't was stille ende wonder heet weder; vernamen geen joncken.
+
+6 ditto, hoochte van 16 grad., 34 minuten; de caep Oost van ons;
+waren ontrent 10 mylen vande wal; den heelen dach stille; dreven
+mettet hooft om de West.
+
+7 ende 8 ditto als vooren in stilte gedreven; de caep op de hoochte
+van 16 gra., 40 min. O. ten Z., ontrent 10 mylen van ons; was heet
+weder, wy vingen dagelycx vry wat visch.
+
+9 ditto des morgens begon 't hooge landt van Pangassivan; waren een
+stuck om de Noort gedreven; op den dach cregen een regencaeck ofte
+twee; smiddachs hoochte van 16 gra., 10 minuten; des avonts deden
+ons best om wederom om de Suijt te comen.
+
+10 ditto waren wederom voorleden nacht mette stroom een groot stuck
+om de N. gedreven; wy hadden de hoochte van 17 grad., 2 minuten;
+naer de middach deden ons best mettet zeeluchie om wederom aen de
+caep te comen.
+
+11 ditto waeren alsnoch om de Noort gedreven, sulcx dat ick vrese,
+soo de Noordewint ons begeert gelijck hij schynt te willen doen,
+dat wij beswaerlijck wederom aen de caep sullen connen comen; wy
+hadden hoochte van 17 grad., 10 min.; des avonts coeldent redelijck;
+deden gelyck ons best met seylen om aende caep te comen, maer bevonden
+geweldige harde stroom ons tegen te loopen.
+
+12 ditto des smorgens, sagen 't landt van de caep S. O. ten O.,
+ontrent 5 mylen van ons; des afternoens cregen een deftige coelte
+wtte Noorden, waer mede wy de caep aen boort seijlden; des avonts
+was die Oost van ons; wij lietent doen leggen drijven.
+
+13 ditto smorgens waren ondert landt van de caep, ontrent Reusenbaij,
+3 mijlen vant lant; den raet quam boort ende worde geresolveert, datmen
+een vliegende tocht tot ontrent de Doz Irmanos ofte wat verder om de
+Suijt soude doen om te sien oft eenige tydinghe van onse vloote souden
+mogen becomen; des afternoens vernamene en seyl tusschen Muijser-
+ende Reusen baij langs de wal, daer wij het samen naar toe hielden,
+maer condent niet becomen; soo als wijt naerderden, conden anders niet
+bemerken ofte was een Spaens fregat, want 't hadde een wit vierkant
+seijl op ende was seer laech ende cleen, waerom wij, vresende de
+Spaence vloot mocht noch wel hierontrent sijn, omdat gemenelijck als
+onse scheepen hier op de cust syn, soodanighe vaertuijgen hun ontrent
+de wal onthouden om onse gelegentheyt t'ontdecken ende den vyant daer
+van te verwittigen.
+
+Doch mede, dat geen ofte seer weijnich hoope ofte apparentie van des
+lants vloote te verschynen voor oogen sagen, want wij soo naer de
+wal waren, dat indien eenige scheepen, alwaert totte Dos Irmanos toe
+geweest, in see haer hadden onthouden, wy deselve soude hebben connen
+ontdecken, derhalve om reden voornt ende dese vloot niet verder te
+peryculiteren, worden geresolveert 't vorder om de Suijt te loopen
+voor dees tyt t'excuseeren, ende dat wy terstont wederom West in see
+souden loopen cruijsende Oost ende West, 4, 5 a 6 mijlen vande caep,
+wederom te see; in den avontstont schoot den Haen een schoot; wij niet
+wetende wat sulcx beduijde, voer onse schipper daer aen boort, seyden
+hem dat sy int ondergaen vande sonne 2 seijlen hadden gesien, daer wij
+mede aen getwijffelt hadden, maer eijntlyck bevonden wolcken te wesen;
+niettemin gaven ordre aende scheepen om haer wat te verspreyen ende
+West aen te loopen, op hoope van yets te becommen, maer des morgens
+vernamen niet met allen; de scheepen hadden wel gespreyt gelegen,
+sulcx haddent seylen geweest, conden ons niet geëschapeert hebben.
+
+14 ditto smorgens waren Oost ende W., 4 mylen vande caep. De scheepen
+waren wel een groote myl van den anderen verspreyt, maer vernamen als
+geseyt alsnoch geen schijn van seylen, quamen op den dach wederom
+by den anderen; smiddachs hadden hoochte van 16 grad., 36 minuten;
+de mousson begon sich temets te openbaeren.
+
+15 ditto waren tusschen Reusenbay ende de caep, 4 mylen van de wal;
+wy conden een groot eynde weechs sien, maer vernamen geen seylen;
+wy liepen t'see om de West.
+
+16 ditto vernamen een seyl N.W. van ons; wy liepen daer naer toe,
+maer alsoot stilletiens was ende jegens avont ginck, sonden daer de
+Fortuyn met 3 boots ende een tingal naer toe, maer des avonts conden
+noch niets daer van vernemen.
+
+17 ditto waren wy voor Muijser baij, 4 mylen vande wal; naer middach
+brocht onse boot het seyl, dat daechs te vooren gesien hadden, aen
+boort; was een jonck, commende wtte revier van Chincheo, gedestineert
+naer Manilla.
+
+18 ende 19 ditto Pynsten, waren doende om de jonck te lossen; wy
+verdeelden de Chineesen, die over de 200 sterck waren, op de scheepen
+tot naerder ordre.
+
+20 ditto worden de jonck los, daer wij in alles te dienste van de
+Coma., behalven de Chineesen, eenige weijnich ysere pannen ende wat
+groff porceleyn, de waerdije van hondert realen van 8en niet hebben in
+gevonden; des avonts staeken de jonck aen brant ende lieten die dryven.
+
+Die Raet resolveerden, dat men de veroverde Chineesen op alderspoedigst
+naer Batavia soude senden; tot dien eynde worde 't schip N. Hollandt
+geordonneert op 22 ditto mette voornomde Chineesen te vertrekken
+naer die cust van China langs de wal naer de bayen van Pandorang,
+Commorijn ofte Cuncheo ende aldaer tot int begin vant Noorder mousson
+soo om naer Batavia te vaeren als d' nader avysen van de Ed. Heer
+Genel. te becommen te verwachten.
+
+Mede resolveerden den Raet dattet jacht den Haen op 25 deser met
+advysen naer Tayouwan aende E. Heer Gouvr. sal vertrecken ende dat
+wy dan voorts mette scheepen 't Wapen van Seelandt, Orange ende 't
+jacht de Fortuyn naer de cust van China onder de eylanden van Maccau
+sullen loopen ende aldaer ons water ingenomen hebbende, wederom naer
+de Piscadores ofte Tayouan sullen oversteken, om naerder ordre van
+de Heer Gouvr. te verwachten.
+
+21 ditto wast lieffelijck weder; wij deden ons best om N. Hollant
+aff te vaerdigen.
+
+22 ditto is 't schip N. Hollandt van de cust van Luconia t' seyl
+gegaen met 219 Chineesen; de Heere Godt wil hun in salvo geleyden;
+daer op is gegaen voor oppercoopman Harman de Coninck ende voor
+schipper Gerrit Andriessen [164].
+
+
+
+
+
+
+STELLINGEN.
+
+
+I.
+
+Niet Malakka (vgl. prof. R. Fruin, Tien jaren), maar Macao moet de
+uiterste factorij der Portugeezen genoemd worden.
+
+II.
+
+Blumentritt (Holländische Angriffe) gelooft te onrechte, dat er in
+1616 een verbond bestaan heeft tusschen de Hollanders en Mindanaers.
+
+III.
+
+Indien de politiek van J. P. Coen tegenover de Chineezen nog eenigen
+tijd was voortgezet, had dit waarschijnlijk het geheele verloop van
+den handel van Manila ten gevolge gehad.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een korte beschrijving van dit document.
+
+[2] Vgl. Dr. H. C. Rogge, "De eerste Nederlandsche
+Handelsonderneming op Oost-Indië en Corn. de Houtman" in Tijdschrift
+v. h. Kon. Ned. Aardrijksk. Genootschap, 2e Ser., dl. XII, blz. 399 vv.
+
+[3] Jan Huyghen van Linschoten, Itinerarium ofte voyage ende schipvaert
+naer Oost ofte Portugaels Indien, Amsterdam, 1595-1596.
+
+[4] Prof. Fruin noemt in zijn Tien jaren uit den tachtigjarigen
+oorlog, 's-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka de uiterste factory,
+die de Portugeezen bezaten en zegt, "dat zij wel handel dreven op de
+Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet hadden gevestigd". Ik
+vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516 was reeds een jonk der
+Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid tot eene voorloopige
+vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar later weer moest
+opgeheven worden, maar toch gelukte het den Portugeezen na vele
+inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te krijgen van het
+Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den mond van de
+rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie Danvers, The
+Portuguese in India, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f.
+
+Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de Portugeezen
+gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht hun
+sterkte Gamoe-Lamme opTernate over te geven, waarna zij naar Tidore
+overstaken en zich aldaar vestigden in een sterkte Maboppo. Ook op
+Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie De Jonge, De opkomst van
+het Nederl. gezag in Oost-Indië, dl. II, blz. 176, 179, 181. Danvers,
+a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11 f., 63 f.
+
+Verder blijkt het duidelijk uit een brief van Wijbrandt van Warwyck,
+20 Jan. 1600, afgedrukt bij De Jonge, a. w., dl. II, blz. 377. "Op
+Tydore hebben deze Portugeesen een kasteel, van gelijcken de suytzijden
+van Ambona".
+
+[5] F. Blumentritt, "Versuch einer Ethnographie der Philippinen"
+in Petermann's Mittheilungen, Ergänzungsband XV, 1882, S. 59, f.
+
+[6] P. A. Tiele, "De Europeërs in den Maleischen archipel" in de
+Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 4e Reeks, dl. V,
+blz. 189. Voor den handel van Manila in het midden der 17e eeuw zie
+men Thevenot, Relation de divers voyages curieux, Paris, 1664.
+
+[7] "Om den alleenhandel van Batavia te bekomen", schreef Coen
+aan bewindhebbers 20 Juni 1628, "moeten wij niet alleen den handel
+op Manila, Macao, Cochinchina en gansch Indië beletten, maar hem
+daarenboven langs de geheele kust van China zoozeer kwellen en
+incommodeeren als doenlijk is". Medegedeeld door Tiele, Bijdragen 1887,
+5e R., dl. II, blz. 295. Uit de missieven van Goeverneur-Generaal en
+Raden aan bewindhebbers van 20 Juni 1623 (Rijks-Archief) sprak dezelfde
+geest. Kenschetsend zijn bijvoorbeeld hierin de volgende woorden:
+"Met vriendschap is niet alleen geen handel te vercrygen (met de
+Chineezen), maar 't is onmogelijk gehoor te bekomen ende alsoo 20
+jaer tervergeeffs vrientelijck daer naer getracht hebben, dunckt ons
+om verscheiden redenen meer dan tijd te wezen, dat geen meer tijdt
+verliesen, maer ondersoecken, wat met herdicheit verwachten connen. De
+Chinesche schepen [sullen] de handel op Manilla om 't verlies van
+goederen niet naarlaten, maar soo haer van daer willen houden, dat al
+'t volck 't welck becomen, gevangen gehouden off doden moeten".
+
+[8] Oud-Nieuw Oost-Indiën, Amsterdam, 1726.
+
+[9] Mr. L. C. D. van Dijk, "Neerland's vroegste betrekkingen met
+Borneo, den Solo-archipel, Cambodja, Siam en Cochin-China, Amsterdam,
+1862.
+
+[10] F. Blumentritt, Holländische Angriffe auf die
+Philippinen. Separat-abdruck aus dem Jahresberichte der
+Communal-ober-realschule in Leitmeritz.
+
+[11] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 5.
+
+[12] Blumentritt, Holl. Angriffe, meende dat dit twee Hollandsche
+matrozen waren.
+
+[13] Dr. Antonio de Morga, Sucesos de las Islas Philipinas, Mexico,
+1609. Slechts enkele bibliotheken bezitten dit werk, o. a. het
+Britsch museum. Don Joze Rizal Mercado heeft het voltooid en te Parijs
+uitgegeven; dezelfde, aan wien eenige jaren later (30 Dec. 1896) te
+Manila de doodstraf is voltrokken. Het werk is vertaald door Stanley
+onder den titel: "The Philippine islands etc.", Londen 1868.
+
+[14] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6.
+
+[15] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 160.
+
+[16] In dezen scheepsstrijd had Van Noort 5 dooden en 26 gekwetsten
+bekomen en waren slechts 17 Hollanders ongedeerd gebleven.
+
+[17] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, spreekt slechts van 50 omgekomen
+Spanjaarden, maar Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6, noot 6, wraakt
+dit getal.
+
+[18] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 7, en Tiele, Bijdr., 4e R.,
+dl. VI, blz. 161.
+
+De Jonge, a. w., blz. 223, noot, meende, dat het schip aan Alcega
+ontzeild en in ontredderden toestand voor Ternate was aangekomen. Dit
+was echter de Hendrik Frederik, die bij het uitvaren van de straat
+van Magelhaens van Van Noort was afgedwaald. Zie Tiele, Bijdr., 4e R.,
+dl. VI, blz. 163.
+
+[19] Oppergerechtshof der Philippijnen, tijdens de regeering
+van Philips II tevens belast met het opperste beleid in
+regeeringszaken. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. V, blz. 181.
+
+[20] De meening van Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, blz. 203, als zou
+tot het opbreken van het beleg ook meegewerkt hebben het bericht,
+dat zich Hollandsche schepen voor Banda bevonden, is onjuist, daar
+de schepen van Wolfert Harmensz den 24en Juni 1602 Banda reeds hebben
+verlaten. Zie den brief zonder handteekening, te vinden bij De Jonge,
+a. w., dl. VI, bl. 534, v.
+
+T. C. Danvers, The Portuguese in India, vol. II, pag. 123, behandelt
+de kwestie zeer oppervlakkig en verkeerd, door te zeggen: "He then
+appeared before Ternate, but was driven thence by bad weather, and
+returned to Amboina."
+
+[21] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 226 en "Uittreksel uit het
+dagboek gehouden door H. Jansz. Craen" afgedrukt bij De Jonge a. w.,
+dl. III, blz. 186.
+
+[22] Valentijn, a. w., dl. II, blz. 30, en "Accoort van Capitan oock
+de hoofden van Hitoe ende den admiraal S. v. d. Hagen", afgedrukt
+bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 207.
+
+[23] Zie "Uittreksel uit het Dagboek gehouden door H. Jansz. Craen"
+afgedrukt bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 173. Tiele, Bijdr. 4e R.,
+dl. VI, blz. 236.
+
+[24] Deze vrees was ontstaan door een copie van een brief, door
+een Holl. admiraal geschreven aan den Sultan van Ternate, om hem te
+verzoeken het verdrag met den Sultan van Mindanao te vernieuwen en
+dezen vriendschap voor de Hollanders in te boezemen. De Hollandsche
+admiraal beloofde met een nieuwe vloot, die hij uit Holland verwachtte,
+in de Molukken te komen om de Spanjaarden te verjagen en het gebied
+over de zee tot aan China te bevestigen. Een zekere Antonis de
+Silva, vroeger tolk der Hollanders op Ambon, gaf deze copie aan
+Acuña. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VIII, bl. 53 noot.
+
+[25] Ook bij deze gelegenheid vergist Danvers, a. w., blz. 135,
+zich waar hij zegt, dat de Spanjaarden na de verovering van Ternate
+de Hollanders van Tidore verdreven.
+
+[26] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 251.
+
+[27] Zie het geheele contract bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 226.
+
+[28] Over de verrichtingen dezer gezanten heb ik niets naders kunnen
+vinden.
+
+[29] Zie "Journael van Matelieff" in Begin en Voortgang der
+O. I. Comp., dl. II, 13e stuk, blz. 74.
+
+[30] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 269.
+
+[31] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 266.
+
+[32] Deze, sinds 1605 reeds als koopman op Banda gevestigd, vond in
+die benoeming een erkenning van zijne goede diensten, onder zulke
+moeilijke omstandigheden bewezen.
+
+[33] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 238.
+
+[34] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VIII, spreekt van 17 jonken; vgl. echter
+den brief van H. v. Raey bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278 en
+een brief van P. K. Segers, koopman op de Pauw, uit Patani, 2 Nov.,
+1610 (Hs. R. A.)
+
+[35] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278.
+
+[36] De bepalingen omtrent de grootte van den buit loopen nogal
+uiteen. Apol. Schotte achter 't journal van Verhoeff, blz. 114-115
+spreekt van ettelijke millioenen gouds. Zie hierover Tiele, Bijdr.,
+4e R., dl. VIII, noot 4, terwijl ook Blumentritt, Holl. Angriffe,
+blz. 13, op grond van Spaansche geschiedschrijvers spreekt van een
+gezamenlijk bedrag van 500.000 pesos (ongeveer gelijke waarde hebbende
+als een zilveren ducaat = f 2.50).
+
+[37] Later, in 1612, toonden wij evenmin ernstig het Bestand te
+willen handhaven; tenminste tijdens de onderhandeling hierover met
+den nieuwbenoemden gouverneur van de Molukken, Don Geronimo de Silva,
+schijnt het, dat wij getracht hebben hem op te lichten, wat echter
+mislukte. Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 261. Trouwens in de
+resolutiën stond vermeld, dat, indien de Spanjaarden zich niet aan
+het Bestand stoorden, ook de Nederlanders zich daaraan niet behoefden
+te houden. Zie Resolutiën Stat.-Gen., 23 Maart 1611, R.A.
+
+[38] Zie den brief van J. P. Coen aan bewindhebbers van Jan. 1614,
+afgedrukt bij Tiele, Opkomst van het Nederlandsch gezag in O.-Indië,
+dl. I, blz. 55, vv.
+
+[39] Zie den brief van V. d. Velde van 1 Mei 1614 aan Both, afgedrukt
+bij Tiele, Opkomst v. h. Nederl. gezag, dl. I, bl. 17. "Hadde brieven
+gedateerd den 28en Meert van den heer Gouverneur Royael uyte Molucques,
+die inhouden, de vyand noch nyet en was gecomen, maar voorgenomen
+hadde in 't lest van April te comen, meenende onze vlote als dan
+zoude verstroyt wezen, hetwelck vuyt eenen overlooper hadde verstaan".
+
+[40] Hierin vergisten zij zich, daar Reynst eerst in Nov. te Bantam
+kwam.
+
+[41] In het journaal van Reaal komt de naam aldus voor; in de
+resolutiën, op den tocht genomen, wordt hij Kaliwen genoemd, terwijl
+de Spanjaarden hem den naam van Duarte gaven en ook Coen den 13en
+Dec. 1619 aan den koning van Siau, Duarte Pereira, schreef.
+
+[42] De tolk Maerten Jansz. Vogel was door Reaal, toen hij zich in
+'t begin van Oct. in La Caldera bevond, naar hen afgezonden.
+
+[43] Zie Journaal van Reael, 20 Juni 1614 tot 11 April 1615, Hs.,
+R. A.; Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen met Borneo, blz. 216,
+vv. Resolutiën van Reael en zijne Raden, 20 Juni 1614-11 April 1615,
+Hs., R. A.
+
+[44] Zie Bijlage I.
+
+[45] Coen aan bewindhebbers, 22 Oct. 1615, aangehaald bij Van Dijk,
+a. w., blz. 217, noot.
+
+[46] Zie verder hieromtrent den brief van Steven v. d. Haghen
+aan bewindh., 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I,
+blz. 129. Vergelijk ook nog Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 22, en Tiele,
+Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291.
+
+[47] Proposicion de Don Juan de Silva; zie Bijlage II. Vgl. hierover
+Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LX, en Tiele, Bijdr., 5e R., dl. III,
+blz. 312, noot.
+
+[48] Zie "Correspondencia de Geron. de Silva", blz. 176 vv., 217 vv.,
+319 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 299.
+
+[49] Dat Juan de Silva op komst was, werd aan de Portugeezen te Malakka
+bericht door Gonçalo Rodrigues de Sousa. Zie Bocarro, Decada XIII da
+hist. da India, blz. 416 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R.,
+dl. I, blz. 309.
+
+[50] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 110, en brief van Steven
+v. d. Haghen aan bewindh. v. 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele,
+Opkomst, dl. I, blz. 118.
+
+[51] Danvers, a. w., blz. 177, noemt als sterfjaar verkeerdelijk 1615.
+
+[52] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291 vv.
+
+[53] Zie de in margine gedrukte tegenwerpingen op de "Proposicion de
+Don Juan de Silva". Bijlage II.
+
+[54] Brief van V. d. Haghen, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I,
+blz. 124.
+
+[55] Zie De Jonge, a. w., dl. IV, blz. 44.
+
+[56] 1 arrobas = c. 11 1/2 KG.
+
+[57] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 16.
+
+[58] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 317.
+
+[59] Deze schepen stonden onder bevel van Lam, die kort geleden,
+10 April, Banda geheel had onderworpen. Tiele, Bijdr., dl. I, blz. 316.
+
+[60] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs., R. A.
+
+[61] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 18, spreekt van 87 dooden en
+100 gewonden.
+
+[62] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs. R. A., gebruikt door Tiele,
+Bijdr., 5e R., dl. I blz. 325.
+
+[63] Resolutiën van Lam's scheepsraad, 23 Sept. 1616-17 Febr. 1617,
+Hs. R. A.
+
+[64] Op de N.W.-kust van Luçon.
+
+[65] Oorspronkelijk waren er twee zilverschepen geweest, doch het eene
+was vergaan, nadat volk en lading in het andere geborgen waren, aldus
+schrijft Lam aan bewindhebbers in een brief van den 11en Oct. 1617,
+afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 172. Tiele, Bijdr., 5e R.,
+dl. I, blz. 322, zegt, dat het andere schip, nadat de Hollanders zich
+uit de baai hadden verwijderd, van de gelegenheid gebruik maakte om
+binnen te vallen.
+
+[66] In geen der beide brieven van Lam, noch in dien van Claes
+Maertensz 't Hoofling (vice-admiraal), vond ik iets, wat zou kunnen
+wijzen op de bekendheid der Hollanders met het verblijf der Mindanaers.
+
+[67] Het 10e schip, De Walcheren, was, zooals wij gezien hebben,
+naar Ternate gezonden.
+
+[68] De zuidermoesson maakte het hun onmogelijk om naar Bantam
+te loopen.
+
+[69] Resolutiën genomen bij den Comm. Lam en zijn Raad van 14 April
+1617 tot 15 Maart 1618, Hs. R. A. Hiervan is reeds gebruik gemaakt
+door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325.
+
+[70] Hoewel mij "Galjas" als eigennaam vreemd voorkomt, meen ik toch
+in dezen het voorbeeld van Tiele te moeten volgen.
+
+[71] In Resolutiën van Lam en zijn Raad van 14 April 1617 tot 15
+Maart 1618, wordt dit schip genoemd De Hollandsche Leeuw. Ook Van
+Dijk, a. w., blz. 229 vv., noemt hetzelfde schip met de beide namen,
+terwijl dit ook plaats vindt in de resolutiën genomen door Reaal op
+zijn tocht naar Manila. Ik vermoed dat de volle naam van het schip
+luidde "De Hollandsche Roode Leeuw."
+
+[72] Zie den brief van Specx aan Coen uit Firando, 12 Oct. 1617,
+Hs. R. A. Deze brief wordt genoemd door Tiele, Bijdr., 5e. R., dl. I,
+blz. 325, noot.
+
+[73] Hierom had hij reeds bevel gegeven de goederen uit De Roode Leeuw
+te lossen, wat, toen dit schip, evenals de Chineesche jonk door den
+moesson op 't strand werd geworpen, zeer gelukkig was.
+
+[74] Dit was in den aanvang van het gevecht met een veroverde jonk
+komen aanzeilen, maar om deze te behouden heimelijk weggezeild. De
+schipper en koopman van de Engel werden bij sententie van 15 Dec. 1617
+van hun ambt ontzet. Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180.
+
+[75] Zie den brief van Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera, Hs.,
+R. A., genoemd door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 324, noot 2;
+en verder den meermalen aangehaalden brief van Lam aan bewindh.,
+11 Oct. 1617, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 170.
+
+[76] "Factuur van de goederen onder de vlagge v. J. Dz. Lam in de
+Manilla's uyt verschillende (10) Chineesche jonken verovert".
+
+
+'t Schip Vlissingen in Japan gelost f 396.036.18.4
+'t Schip De Roode Leeuw ,, ,, ,, f 345.855.14.8
+'t Schip De Oude Sonne ,, ,, ,, f 1.521. 8.14
+Nieuwe Maen in Molucos aangekomen
+ Engel en in Malleyo gelost f 164.806. 8
+De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor
+Yaccatra f 84.453. 7.11
+ ---------------
+ Samen f 992.674.64.5
+
+
+Van de Oude Maen vond ik niets vermeld.
+
+Deze Factuur genoemd bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325, noot.
+
+[77] Zie over het boven behandelde verder Van Dijk, a. w., blz. 224,
+vv.
+
+[78] Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180.
+
+[79] Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk
+aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 235.
+
+[80] Zie Van Dijk, a. w., blz. 234; brief van Coen aan Lam van 30
+Dec. 1617, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R. dl. II, blz. 224. Tiele
+ziet hier de veranderde meening van Coen over het hoofd.
+
+[81] Coen schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn
+(Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.)
+
+[82] Brief van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief
+van de XVII aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door Van Dijk, a. w.,
+blz. 234, noot.
+
+[83] Zie brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij
+Van Dijk, a. w., blz. 236.
+
+[84] Barth. Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna
+Westerwolt op zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde
+gestaan en was na zijn terugkomst door Coen den 28en Febr. tot
+opperbevelhebber van dien tocht benoemd.
+
+[85] In Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen
+gesproken. Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij Tiele,
+Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 286. Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 21,
+noemt het getal drie.
+
+[86] Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door Tiele, Bijdr.,
+5e R., dl. II, blz. 286.
+
+[87] Zie Van Dijk, a. w., blz. 237, vv.; Blumentritt, Holl. Angriffe,
+blz. 21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei,
+1621, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 285.
+
+[88] Brief van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk,
+a. w., blz. 234.
+
+[89] Brief van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk,
+a. w., blz. 234.
+
+[90] Zie hierover De Jonge, a. w., dl. IV, blz. XXXV vv.; Tiele,
+5e R., dl. II, blz. 216 vv. en P. A. Leupe "W. Jansz van Amsterdam"
+in Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 3e R.,
+dl. VII, 1872.
+
+[91] Coen aan bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; "Instructie voor de
+schepen Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope", afgedrukt (maar vertaald)
+bij Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen Kompagnie zu Japan,
+1897, Beilage 19. De Elisabeth en De Haerlem moesten direct doorzeilen
+naar de kust van China; de Bull en De Hoope naar Macao, om zich daarna
+bij de twee vorige schepen te voegen.
+
+[92] "In vougen, dat minder meerder commanderen sal, welck niet wel
+en past", schrijft Coen hierover aan bewindh., 31 Juli, 1620. (Leupe
+in Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 3e R., dl. VII, 1872,
+blz. 317.)
+
+[93] Zie de instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10
+schepen, 13 Juni 1620, afgedrukt bij Nachod, a. w., Beilage 20.
+
+[94] Zie bovengenoemde instructie.
+
+[95] Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij Leupe,
+Bijdr., 3e R., dl. VII, blz. 317.
+
+[96] Zie de verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij
+Blanckenburch), aangehaald bij Van Dijk, blz. 239, noot; Coen (brief
+aan bewindh., 6 Mei, 1621, Hs., R.A.) noemt het zelfde getal schepen,
+maar in andere verhouding: "4 groote schepen, 4 cleine en 4 galeien".
+
+[97] Fajardo was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien
+in zee geweest om op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar
+verstandiger gevonden, zich terug te trekken. Zie Coen aan bewindh.,
+6 Mei 1621, Hs., R.A. Gebruikt door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II,
+blz. 286.
+
+[98] Zie den brief van Jacques Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe)
+aan bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk
+verkeerd ingelicht, toen hij aan bewindhebbers schreef: "De Spaansche
+schepen, die voor Cavite lagen, durfden niet uitkomen"; Coen aan
+bewindh., 20 Dec., 1621, Hs., R. A.
+
+[99] Brief van Coen aan Bewindh., 20 Dec., 1620, gedeeltelijk afgedrukt
+in een noot bij Van Dijk, a. w., blz. 239. Zie verder Tiele, Bijdr., 5e
+R., dl. VI, blz. 250 en 258; Leupe, Bijdr., 2e R., dl. VII, blz. 320.
+
+[100] Brief van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A.
+
+[101] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersen en de
+Raedt van de vloote nae de cust van Chyna varende", afgedrukt bij
+W. P. Groeneveld, "De Nederlanders in China" in Bijdragen tot de Taal-,
+Land- en Volkenkunde, 6e R., dl. IV, blz. 323.
+
+[102] Dat we hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan
+bewindhebbers lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel
+op de Molukken, Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden
+verzocht, hun volk en goederen op de Hollandsche schepen te mogen
+overbrengen. Vgl. Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LVI.
+
+[103] Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in 't
+Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij Van Dijk, a. w. blz. 249,
+noot 3.
+
+[104] Brief van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds
+gebruikt door Van Dijk, a. w. 249, vv.
+
+[105] Tanda is volgens de meening van Tiele Tandoc op de Oostkust. Zie
+Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 310.
+
+Op de kaart van Blumentritt in Petermann's Mittheilungen,
+Ergänzungsheft LXV, komt op de N. O. kust van Mindanao op 9° NB. een
+plaatsje Tandó voor, wat zeer wel het bedoelde Tanda kan zijn.
+
+[106] "Instructie voor Christaen Francxz oppercoopman gaende met
+het schip De Hont naer Mindanao" afgedrukt in Tiele, Opkomst, dl. I,
+blz. 308 vv. Van deze instructie is reeds gesproken door Van Dijk,
+a. w. blz. 250.
+
+[107] Op het R. A. is het althans niet te vinden.
+
+[108] Brief van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door
+Van Dijk, a. w., blz. 250, noot, en Tiele, Opkomst, dl. I, Inleiding,
+blz. LXIII.
+
+[109] Het is vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als
+de plaats, waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl
+toch door Reaal reeds in 1615 was geschreven aan bewindh. dat zij
+de embrocadero niet meer zoo precies aandeden. Zie Bijlage I. Tiele
+meende, dat de gouverneur der Philippijnen, Fajardo, voor het eerst
+een dergelijk bevel had gegeven na de poging van Barth. Spilberghen
+in 1620 om de zilverschepen te bemachtigen. Zie Tiele, Bijdr., 5e R.,
+dl. II, blz. 286.
+
+[110] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 288; Van Dijk, a. w.,
+blz. 251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan
+bewindh., 6 Sept. 1622 en Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, Hs. R. A.
+
+[111] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625,
+afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252.
+
+[112] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625,
+afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252.
+
+[113] Ik schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens
+staat in het oorspronkelijk 't eylant Cauwel. In Heeres, Opkomst,
+dl. II, blz. 7, noot 1, wordt gesproken van Tandag bezuiden Pto
+Cauit. Vgl. boven, blz. 63, noot 1.
+
+[114] Brief van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de
+Carpentier, 18 Aug. 1624, afgedrukt bij Heeres, Opkomst, dl. II,
+blz. 6, vv. Ik schrijf Liangan op voorbeeld van Heeres. In den brief
+staat Ligou.
+
+[115] Brief van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier,
+15 Aug. 1625, afgedrukt bij Heeres, a. w., blz. 47.
+
+[116] Coen deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan,
+waar hij 14 Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde
+bevonden te hebben, wederom verliet. Brief van Coen en raden aan
+bewindh., 6 Mei 1621, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 272.
+
+[117] Brief van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A.,
+gedeeltelijk afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 289. Merkwaardig
+is deze brief zeker. In de instructie van 13 Juni 1620 wordt bevel
+gegeven slechts vijandig op te treden tegen de Chineezen, die op
+Manila varen, en in dezen brief van Februari 1621 zien wij, dat zijn
+later uitgevoerde plannen omtrent China reeds een vasten vorm hebben
+aangenomen; hierin toch spreekt hij van alle Chineesche joncken aan
+te tasten.
+
+[118] Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A.
+
+[119] Vgl. Oskar Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen
+Ostindischen Kompagnie in Japan, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen
+schrijver schijnt slechts één tocht van de defensievloot bekend te
+zijn. Na de instructie, opgemaakt voor den eersten tocht, genoemd te
+hebben, geeft hij als resultaat gezegde som, die het aandeel van den
+buit uitmaakte behaald in den tweeden tocht.
+
+[120] Coen aan J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A.
+
+[121] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.; brief van Specx
+van 20 Sept. 1621, afgedrukt bij Valentijn, a. w., blz. 28, vv.
+
+[122] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.
+
+[123] J. le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27
+Oct. 1623, afgedrukt bij Heeres, a. w., dl. II, blz. 2.
+
+[124] Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, afgedrukt door Leupe, Bijdr.,
+3e R., dl. III, blz. 321.
+
+[125] Coen aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs., R. A. Deze bevelen waren
+W. Jansz geworden door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei
+1622 naar Manila was afgevaardigd om ze over te brengen. Men hoopte,
+dat dit jacht hem eerder zou bereiken, dan de hem via de Molukken
+gezonden bevelen van denzelfden inhoud.
+
+[126] Dit schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie,
+maar had deel uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622
+naar China was gezeild. Het was 3 Aug. met tijding voor W. Jansz naar
+Japan gezonden.
+
+[127] Coen aan bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en "Verclaringe
+van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte Teunis, gevangen in
+de Tidore, gebracht naer Manilias) van eilanden van natividas tot
+het eylant van Mindanao". Deze verklaring is aan admiraal l'Hermite
+meegegeven om hem inlichtingen over de Philippijnen te verschaffen
+(Hs., R. A.). Hierin lezen wij: "De stad Manilla moet meest te water
+geproviandeert worden, want met dat Wittert daer lach liep de rijs
+de Gantam op 4 enkele realen. Men koopt gemeen 25 Gantam voor 5 ofte
+6 realen, dat is zooveel als een hanega; het compt al van 't zelfde
+eylandt van Clocas, Cangayan en andere plaetsen".
+
+[128] Coen deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622
+(Hs., R. A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia
+aan den koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag
+over Fajardo was blijkbaar niet bekend aan Blumentritt, die in
+Holl. Angriffe, blz. 23, zegt: "Fajardo wehrte sich so gut es gieng";
+terwijl hij hem even verder noemt "den wackeren".
+
+[129] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.
+
+[130] Coen aan bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door Tiele, Bijdr.,
+5e R., dl. II, blz. 287.
+
+[131] W. P. Groeneveldt, "De Nederlanders in China", Bijdr. tot de
+Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 6e R., dl. IV.
+
+[132] Combon, het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan
+den gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te
+Hoktsioe (Foetsjou) gevestigden gouverneur der provincie Hokkiën. De
+voordeelen, die deze trok uit den handel met Manila, werden door
+de Chineesche gezanten op wel 80.000 realen per jaar geschat. Zij
+rekenden, dat er door elkander 40 jonken Manila bezochten, die elk
+2000 realen tol betaalden. Vgl. Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV.
+
+[133] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de
+raad van de vloote naer de cust van China varende," afgedrukt bij
+Groeneveldt, Bijdr., blz. 312.
+
+[134] Het buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren,
+werd niet als een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd.
+
+[135] Uit mijn vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden
+omtrent de schepen van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook
+werkelijk drie schepen te ver afgezakt en gedwongen naar Batavia door
+te zeilen, terwijl wij gezien hebben, dat Nieuweroode zelf eerst den
+7en Dec. naar de Pescadores terugkeerde.
+
+[136] Reyersz was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat
+er 2 jonken met handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met
+zich voerende twee gezanten, die direct met onzen gouverneur-generaal
+zouden onderhandelen. Dat dit verbod werkelijk zou zijn uitgevaardigd,
+acht Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV, blz. 165, zeer wel mogelijk,
+maar volgens hem volgt daaruit nog niet, dat de Chineesche autoriteiten
+aan onzen eisch van monopolie toegaven, maar alleen, dat zij voorloopig
+deze bron der moeilijkheden stoppen wilden.
+
+[137] "Extracten uit de resolutiën van den raad van Reyersz, 11 April
+1622-23 Sept. 1623", afgedrukt bij Groeneveldt, in Bijdr., blz. 411
+als bijlage VI.
+
+[138] Brief van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623,
+afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 458.
+
+[139] Zie den brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27
+Aug. 1623 afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 204.
+
+[140] Groeneveldt, Bijdr., blz. 291.
+
+[141] Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624,
+Hs. R. A.
+
+[142] Brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624,
+Hs., R. A.
+
+[143] Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.
+
+[144] Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van
+Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624 (Hs.,
+R. A.) De laatste spreekt van 8 groote galjoenen en eenige mindere
+schepen, 6 groote galeien en eenige fregatten.
+
+[145] Dagregister van het Kasteel van Batavia, 27 Jan. 1624,
+uitgeg. door Mr. J. E. Heeres.
+
+[146] Het bericht bij Blumentritt, Holländische Angriffe, blz. 23, dat
+de pogingen der Jezuïeten om de Spaansche heerschappij over het eiland
+Mindanao uit te strekken door Hollandsche schepen werd verhinderd,
+kan ik niet toelichten, daar hierover niets door mij gevonden werd.
+
+[147] Brief van Le Febvre aan P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, bij
+Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 6.
+
+[148] Brief van gouv.-generaal en raden aan bewindh., 3 Jan. 1624,
+bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 355, vv. Brief van J. Le Febvre aan
+gouv.-generaal De Carpentier, 18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst,
+dl. II, blz. 6.
+
+[149] Nachod a. w., S. 187. Ofschoon Nachod den brief van Nieuweroode
+aanhaalt, zegt hij verkeerdelijk, dat de ambassade in 1624 plaats
+had. In den brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh. van
+4 Maart 1624, (Hs., R. A.) wordt gezegd, dat het schip, waarmee de
+gezanten naar Manila vertrokken, in Sadsinna was gemaakt, terwijl
+Nieuweroode, uit wiens brief gouv.-generaal en raden putten,
+uitdrukkelijk meldt, dat het uit Amerika kwam en Manila niet eerst
+had aangedaan, waardoor "al 't volc, uit Nova-Spanje gecomen" zich
+er nog op bevond.
+
+[150] Zie meermalen aangehaalden Brief van J. Le Febvre aan P. de
+Carpentier, 27 Oct. 1623, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 2.
+
+[151] In een brief van Corn. v. Nieuweroode te Firando aan P. de
+Carpentier van 8 Dec. 1624, (Hs., R. A.,) lezen we, dat naar men meent,
+Fajardo door vergif is gestorven en Geronimo de Silva zich met geweld
+van de regeering heeft meester gemaakt, maar zeer gehaat is.
+
+[152] Brief van J. Le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier,
+18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 8. Hieromtrent vermeldt
+Blumentritt, Holländische Angriffe niets. De tocht van de Spanjaarden
+naar Sangy heb ik achterwege gelaten, daar deze van Tidore uit heeft
+plaats gehad.
+
+[153] Brief van Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.
+
+[154] "Instructie voor P. Muyser en zijn vloot, gaende naer de
+Manilha's" en Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625,
+Hs., R. A. Weliswaar had het in de bedoeling van de staten-generaal
+gelegen, dat de Nassausche vloot zich meester zou maken van Manila,
+maar omdat een te geringe macht van Batavia uit aan deze vloot kon te
+hulp gezonden worden, gaf Carpentier reeds den 11en Juli in een brief
+aan l'Hermite, meegegeven aan Sonck, zijn twijfel aan het bereiken
+van dit doel te kennen. Dezelfde twijfel werd ook uitgedrukt in de
+instructie van Sonck. Wel hadden de Japanners in Manila ons aangeboden
+te helpen, maar dit aanbod was niet te vertrouwen, daar allen die daar
+woonden katholiek waren. Zie "Instructie voor den E. Martinus Sonck",
+afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 554.
+
+[155] In de resolutiën wordt gesproken van drie Chineesche jonken,
+maar van vier in het "Cort verhael van de voyagie gedaen met 't jacht
+Victoria naer de kust van Manilla in 't afwesen van de vloot". Hs.,
+R. A.
+
+[156] Zie Bijlage III, waarin dit gedeelte van de kust uitvoerig
+wordt beschreven.
+
+[157] Brief van P. Muyser aan Sonck, 22 Mei 1625 (Hs. R. A.). De
+in dezen brief voorkomende inhoudsopgave geeft ons een eigenaardige
+bijdrage tot de kennis van de waren, waarin de Chineezen handelden. Er
+bevond zich in de jonk een kastje met 16 bos gouddraad, een kastje met
+kamfer, twee met waaiers en een met tabak. Verder wat grof porcelein,
+kammen, lint, schoenen, timmermansgereedschappen, blauw, groen en
+geel gedamasceerd papier en poppengoed.
+
+[158] Op De Haen bevonden zich ook, om verantwoording te doen bij
+Sonck over het te vroeg verlaten van De Victoria, de schipper van
+het jacht, Keyser, Michel Golliaert en stuurman Frans Bisschop. Zie
+brief van Muyser aan Sonck, 22 Mei 1626 (Hs. R. A.).
+
+[159] Dit jacht, groot 50 à 60 lasten, had aan den gouverneur van
+Malakka 3000 dukaten gekost en maakte pas zijn eerste reis. Brief
+van Muyser aan Sonck, 24 Juni 1626 (Hs., R. A.).
+
+[160] Gheen Huigen Schapenham, admiraal van de Nassausche vloot, aan
+den gouverneur-generaal Pieter de Carpentier uit Ambon, April 1625,
+bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 34, vlg.
+
+[161] In de instructie van den admiraal l'Hermite, (Hs., R. A.) staat
+hierover slechts: "Aldaer (omtrent Bolinao en eilanden van Frailes)
+te wachten, wat ordre de goeverneur-generael van Indië soude mogen
+gegeven hebben, om volgens zijn raad ende advisen, den meesten dienst
+aan het land ende aan de O. I. Comp., ende afbreuck aan de Portugesen
+en Spanjaarden te doen".
+
+[162] Eenige Chineezen, die De Wit, den opvolger van Sonck,
+gezegd hadden, dat Geronimo de Silva was onthoofd, waren dus niet
+goed ingelicht. Zie brief van De Wit aan Carpentier, 29 Oct. 1625,
+(Hs. R. A.). Het was mij niet mogelijk steeds aan te geven, waaruit ik
+de gegevens putte, daar hetzelfde meermalen in verschillende brieven
+voorkomt Voor dit mijn laatste hoofdstuk gebruikte ik nog, behalve
+het reeds opgegevene: Brief van Sonck aan Carpentier, 12 Dec. 1624;
+Brief van Carpentier aan bewindh., 3 Febr. 1626; Carpentier aan Sonck,
+13 Mei 1625; Resolutiën bij den E. Commandeur Pieter Muyser en Raad van
+de schepen en jachten genomen, gaende van Tayoyan naer de Manilha's, 27
+Jan. 1625 tot 20 Mei 1625 en 20 Mei tot 6 Juli; Reus, gezagvoerder van
+de Oranje, aan Sonck, 24 Mei 1625; Sonck aan Carpentier, 31 Maart 1625;
+Pieter Muyser aan Carpentier, 23 Mei 1625; Carpentier aan l'Hermite,
+11 Juni 1624. Alle in Hs. berustende op het Rijks-Archief.
+
+[163] "Er staat een zeer hooge zee". Goed modern Spaansch zou zijn:
+"haz muchos grande mar".
+
+[164] De rest van het journaal, als niet direct op mijn onderwerp
+betrekking hebbende, is door mij achterwege gelaten.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche
+Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 ***
+
+***** This file should be named 32694-0.txt or 32694-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/2/6/9/32694/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. \ No newline at end of file
diff --git a/32694-0.zip b/32694-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..a013a29
--- /dev/null
+++ b/32694-0.zip
Binary files differ
diff --git a/32694-h.zip b/32694-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..25e6940
--- /dev/null
+++ b/32694-h.zip
Binary files differ
diff --git a/32694-h/32694-h.htm b/32694-h/32694-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..e510cd2
--- /dev/null
+++ b/32694-h/32694-h.htm
@@ -0,0 +1,6279 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
+<title>De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626</title>
+
+<style type="text/css">
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/***** Titlepage *****************************************************/
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/***** End Titlepage *****/
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+p.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+p.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/****** Tables ******/
+td.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/****** Poetry ******/
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/***** Drama *****/
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/***** End Drama *****/
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/****** Font Styles and Colors *****/
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+text-transform:uppercase;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/***** End Font Styles and Colors *****/
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+.titlePage
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+color: #001FA4;
+font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+line-height: 0;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+body
+{
+text-align: justify;
+}
+.marginnote
+{
+width: 40%;
+height: auto;
+margin-right: -10%;
+margin-top: 5px;
+margin-bottom: 5px;
+margin-left: 10px;
+position: relative;
+display: block;
+float: right;
+clear: right;
+}
+.xd20e95
+{
+text-align:center;
+}
+.xd20e175
+{
+text-align:right;
+}
+.xd20e3087
+{
+font-size:22pt; line-height:24px;
+}
+.xd20e3091
+{
+font-size:18pt; line-height:22px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche
+Wateren voor 1626, by Dirk Abraham Sloos
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren voor 1626
+
+Author: Dirk Abraham Sloos
+
+Release Date: June 5, 2010 [EBook #32694]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VOOR 1626 ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1">
+<p class="firstpar xd20e95">De Nederlanders<br>
+in de<br>
+Philippijnsche wateren<br>
+vóór 1626.</p>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren<br>
+vóór 1626.</div>
+<div class="subTitle">Academisch Proefschrift<br>
+Ter verkrijging van den graad van<br>
+Doctor in de Nederlandsche Letteren<br>
+<i>Aan de</i> Gemeentelijke Universiteit <i>te</i> Amsterdam,<br>
+Op gezag van den Rector Magnificus<br>
+<i>D<sup>r</sup>. Hugo de Vries</i>,<br>
+Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde,<br>
+In het openbaar te verdedigen<br>
+<i>op Dinsdag 21 Juni 1898, des nam. om half vier</i><br>
+<i>In de</i> aula <i>der</i> Universiteit</div>
+</div>
+<div class="byline">Door<br>
+<span class="docAuthor">Dirk Abraham Sloos</span>,<br>
+<i>geboren te Winkel.</i></div>
+<div class="docImprint"><i>Amsterdam</i>.&mdash;J. H. <i>De</i> Wit.
+<span class="docDate">1898.</span></div>
+</div>
+<div class="div1">
+<p class="firstpar xd20e175">Aan mijne Ouders. <span class="pagenum">[<a id="xd20e177" href="#xd20e177" name="xd20e177">VII</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1">
+<p class="firstpar"><i>Nu de tijd nadert, waarop ik met dit
+proefschrift mijn studie-jaren aan de Amsterdamsche Universiteit hoop
+te besluiten, stel ik er prijs op, mijn dank te betuigen aan allen, die
+mij met hun kunde en ervaring hielpen den weg der wetenschap te
+betreden.</i></p>
+<p><i>In de eerste plaats noem ik u, hooggeachte promotor, prof.</i>
+<span class="smallcaps">H. C. Rogge</span>, <i>wiens colleges en
+privatissima mij zooveel hebben geleerd niet alleen, maar van wien ik
+bovendien (ben ik niet te oneerbiedig) als van een ouderen vriend niets
+dan sympathie en hulp ondervond.</i></p>
+<p><i>Ook u, hooggeleerde</i> <span class="smallcaps">C. M. Kan</span>,
+<i>ben ik veel verschuldigd. Door uw onderwijs geboeid, kwam ik er toe
+onder uwe leiding de ontdekkingsgeschiedenis te bestudeeren, wat zeker
+van grooten invloed op de richting mijner volgende studie is geweest,
+terwijl verder uwe hulp bij het bepalen van oude plaatsnamen door mij
+ten zeerste wordt gewaardeerd.</i></p>
+<p><i>Ten slotte mijn welgemeenden dank aan u, hooggeleerde
+<span class="pagenum">[<a id="xd20e206" href="#xd20e206" name="xd20e206">VIII</a>]</span>heeren</i> <span class="smallcaps">J. te
+Winkel</span>, <span class="smallcaps">C. C. Uhlenbeck</span> <i>en</i>
+<span class="smallcaps">A. H. G. P. van den Es</span>, <i>voor uw
+wetenschappelijk onderwijs, zoowel als voor de door u zoovele malen
+betoonde belangstelling in mij</i>.</p>
+<p><i>Afzonderlijk wensch ik nog een woord van erkentelijkheid te
+wijden aan u, hooggeleerde</i> <span class="smallcaps">Heeres</span>,
+<i>voor de groote hulpvaardigheid, waarmede mij alle mogelijke gegevens
+en inlichtingen door u werden verstrekt</i>.</p>
+<p><i>Verder betuig ik allen, die mij nog van eenigen dienst zijn
+geweest, hier zeer gaarne mijn dankbaarheid.</i></p>
+<hr class="tb">
+<p><i>Eerst was mijn plan voor het gemak van den lezer bij dit werkje
+een schetskaartje van de Philippijnen te voegen; hiervan ben ik
+teruggekomen, omdat het kaartje van dien eilandengroep, uitgegeven door
+de redactie van de &ldquo;Telegraaf&rdquo; dit volkomen onnoodig
+maakt.</i> <span class="pagenum">[<a id="pb1" href="#pb1" name="pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Inleiding.</h2>
+<p class="firstpar">Zooals overbekend is, waren onze voorouders op het
+einde der 16<sup>e</sup> eeuw de vrachtvaarders van Europa. Zij
+brachten de waren uit het Noorden naar het Zuiden en omgekeerd. Vooral
+op Portugal en Spanje dreven zij ondanks den oorlog veel handel. Wel
+werd hun overlast aangedaan en moesten zij veel kwellingen verduren:
+hier werd beslag gelegd op een schip, daar volk geprest of voor de
+inquisitie gebracht; maar tot een algemeenen, afdoenden maatregel kwam
+Philips II niet, daar zijn volk de handelswaren, die de rebellen
+aanbrachten, te zeer noodig had.</p>
+<p>Eerst na den moord op Prins Willem I, in 1585, nam Philips een zeer
+krassen maatregel, in de hoop dat het volk, hierdoor geheel en al
+ontmoedigd, Antwerpen te eerder aan Parma zou overgeven. Hij legde nl.
+onvoorziens beslag op alle Nederlandsche schepen. Onjuist is echter de
+overlevering, dat deze groote slag onze voorouders met de rechterhand
+deed grijpen naar het zwaard, met de linker naar den geldbuidel, om op
+deze wijze desnoods met geweld te bemachtigen, wat hun onmogelijk was
+gemaakt langs vredelievenden weg te verkrijgen. Niets toch is minder
+waar. Kort nadat dit nadeel aan de Nederlanders was toegebracht, begon
+de vaart opnieuw. Wel is waar slechts oogluikend toegestaan en onder
+vreemde vlag, maar men had de handelswaren noodig en&mdash;de
+Nederlanders werden geduld. <span class="pagenum">[<a id="pb2" href="#pb2" name="pb2">2</a>]</span></p>
+<p>Nieuwe grieven voegden zich echter bij de oude, nieuwe zandbanken
+deden onze koopvaarders averij beloopen of stranden. Niet alleen van
+Spaansche zijde werden deze wederom voor ons opgeworpen, ook onzerzijds
+legde men den Nederlandschen kooplieden vele belemmeringen in den weg.
+Van 1586 tot 1600 werden er niet minder dan een tiental plakkaten
+uitgevaardigd, waarbij men den toevoer van leeftocht en
+oorlogsbehoeften naar de vijandelijke havens verbood.</p>
+<p>Bedenkt men nu dat het Nederlandsche volk slechts bestond door den
+handel, dat het was een volk in opkomst, een volk dat getoond had door
+druk te groeien, dan is het ons duidelijk, dat het gretig luisterde
+naar de zeevaartkundige lessen van een Plancius, naar de verhalen van
+een Linschoten, om hiermede zijn voordeel doende, zelf den steven te
+wenden naar het Oosten. De eerste scheepstocht naar de gewesten,
+waarvan wij later het grootste deel in ons bezit zouden krijgen en
+waaraan de naam van Cornelis de Houtman onafscheidelijk verbonden is,
+had in 1595 plaats<a class="noteref" id="xd20e260src" href="#xd20e260"
+name="xd20e260src">1</a>. Na eene afwezigheid van 2&frac12; jaar kwamen
+in 1598 drie van de vier schepen in het vaderland terug. Reeds spoedig
+werden deze gevolgd door een tweede vloot, waarna vele andere dezelfde
+gevaarvolle reis ondernamen. Soms waren dus de Nederlanders in staat
+een vrij aanzienlijke macht in de Indische wateren te verzamelen, om
+afbreuk te doen aan hun aartsvijanden de Portugeezen en
+Spanjaarden.</p>
+<p>Met opzet spreek ik van de Portugeezen en Spanjaarden beiden, omdat,
+hoewel Spanje en Portugal na 1580 vereenigd waren, het bestuur over de
+respectievelijke bezittingen gescheiden bleef, ja het meermalen
+<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3" name="pb3">3</a>]</span>is voorgekomen, dat de onzen voordeel behaalden,
+sterkten behielden door de afgunst en naijver, waarmee de beide naties
+van hetzelfde schiereiland elkander vervolgden. In de vele vijandelijke
+ontmoetingen, waaruit wij zoo dikwijls zegevierend te voorschijn
+traden, hadden wij bijna altijd te strijden met eene afzonderlijke
+vloot van een van beiden, zelden met een gecombineerde. Deze afgunst is
+dan ook zeker een factor geweest, waardoor onze macht en invloed zoo
+snel kon toenemen, zoo spoedig is aangegroeid.</p>
+<p>Maar er was meer. Linschoten<a class="noteref" id="xd20e281src"
+href="#xd20e281" name="xd20e281src">2</a> schreef reeds, op de
+Portugeezen doelende, in zijn eigenaardige taal: &ldquo;Vroeger streed
+men hier om prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te
+laten maar nu ter tijt sijnse al om rapen uyt&rdquo;. Portugal was in
+Indi&euml; schijnbaar nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten
+op de Oostkust van Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden
+zeeweg naar Indi&euml; door het bezit van de groote handelsplaatsen
+Ormoes en Maskate aan den ingang van de Perzische golf, had Goa tot
+hoofdzetel van zijn gezag, was na de verovering van Malakka
+oppermachtig in Achter-Indi&euml;, had sterkten op Tidore, Ambon en
+Macao, om van den uitgebreiden handel op China en Japan nog niet eens
+te spreken<a class="noteref" id="xd20e289src" href="#xd20e289" name="xd20e289src">3</a>. Deze zoo uitgebreide macht <span class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4" name="pb4">4</a>]</span>was
+uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en groene bladeren,
+inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige bijlslagen en hij
+zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan zijne
+onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de Hollanders
+reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche macht nog
+grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het hun al
+spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten dan ons
+zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te zetten;
+verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen Portugeezen
+en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om voordeel te
+behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen, die hebben plaats
+gehad in de Molukken. Maar behalve d&aacute;&aacute;r, hebben de
+Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd tegen
+de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen.</p>
+<p>Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de
+Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de
+Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan de
+baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht<a class="noteref" id="xd20e330src" href="#xd20e330" name="xd20e330src">4</a>.
+De reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila
+vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden hun
+hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen steeds eene
+bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken, trachtten de
+onzen de Spanjaarden aldaar <span class="pagenum">[<a id="pb5" href="#pb5" name="pb5">5</a>]</span>zooveel mogelijk afbreuk te doen, hun
+macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan door schade
+toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila met de
+Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden hadden een
+levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote handelsvloot
+aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen hun waren,
+voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in de plaats het
+bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een steeds grootere
+hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld met de zoogenaamde
+zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm groot deze aanvoer was
+en hoeveel de handel in Manila dus beteekende, bewijst wel het feit,
+dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer onder leed, dat men in
+Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te beperken tot 500,000 duros
+(dollars)<a class="noteref" id="xd20e340src" href="#xd20e340" name="xd20e340src">5</a>. Elke belemmering en schade, die wij nu dezen
+handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche jonken of zoo
+mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip, schonk ons niet
+alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de hoop ontstaan, dat de
+Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk, op zouden geven en hem
+verplaatsen naar Batavia<a class="noteref" id="xd20e360src" href="#xd20e360" name="xd20e360src">6</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb6" href="#pb6" name="pb6">6</a>]</span></p>
+<p>Van hetgeen de Nederlanders in de 17<sup>e</sup> eeuw tegen de
+Spanjaarden op de Philippijnen hebben uitgericht, vindt men bij F.
+Valentijn<a class="noteref" id="xd20e389src" href="#xd20e389" name="xd20e389src">7</a> slechts enkele malen gewag gemaakt. Meer
+bijzonderheden heeft P. A. Tiele in zijn &ldquo;Europe&euml;rs in den
+Maleischen archipel&rdquo; meegedeeld, althans tot het jaar 1623. Deze
+komen echter uit den aard der zaak in zijn studie zeer verspreid voor.
+Ook Van Dijk heeft op het een en ander reeds gewezen, ofschoon de titel
+van zijn boek dit niet zou doen verwachten<a class="noteref" id="xd20e394src" href="#xd20e394" name="xd20e394src">8</a>. Wel is waar
+heeft Blumentritt het onderwerp vrij uitvoerig behandeld, maar daar
+deze geleerde slechts Spaansche bronnen heeft gebruikt, is hij altijd
+eenzijdig en dikwijls oppervlakkig<a class="noteref" id="xd20e406src"
+href="#xd20e406" name="xd20e406src">9</a>.</p>
+<p>Afzonderlijk is verder het onderwerp niet behandeld; daarom wenschte
+ik door dit mijn proefschrift die verrichtingen der Hollanders, hun
+krijgs- zoowel als handelsoperaties aan de vergetelheid te ontrukken
+met behulp van Hollandsche bescheiden.</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e260" href="#xd20e260src" name="xd20e260">1</a></span> Vgl.
+D<sup>r</sup>. <span class="smallcaps">H. C. Rogge</span>, &ldquo;De
+eerste Nederlandsche Handelsonderneming op Oost-Indi&euml; en Corn. de
+Houtman&rdquo; in <i>Tijdschrift v. h. Kon. Ned. Aardrijksk.
+Genootschap</i>, 2<sup>e</sup> Ser., dl. XII, blz. 399 vv.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e281" href="#xd20e281src" name="xd20e281">2</a></span>
+<span class="smallcaps">Jan Huyghen van Linschoten</span>, <i lang="nl-1600">Itinerarium ofte voyage ende schipvaert naer Oost ofte
+Portugaels Indien</i>, Amsterdam, 1595&ndash;1596.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e289" href="#xd20e289src" name="xd20e289">3</a></span> Prof.
+<span class="smallcaps">Fruin</span> noemt in zijn <i>Tien jaren uit
+den tachtigjarigen oorlog</i>, &rsquo;s-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka
+de uiterste factory, die de Portugeezen bezaten en zegt, &ldquo;dat zij
+wel handel dreven op de Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet
+hadden gevestigd&rdquo;. Ik vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516
+was reeds een jonk der Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid
+tot eene voorloopige vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar
+later weer moest opgeheven worden, maar toch gelukte het den
+Portugeezen na vele inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te
+krijgen van het Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den
+mond van de rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie
+<span class="smallcaps">Danvers</span>, <i lang="en">The Portuguese in
+India</i>, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f.</p>
+<p class="footnote">Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de
+Portugeezen gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht
+hun sterkte Gamoe-Lamme op<span class="pagenum">[<a id="xd20e306" href="#xd20e306" name="xd20e306">12n</a>]</span>Ternate over te geven,
+waarna zij naar Tidore overstaken en zich aldaar vestigden in een
+sterkte Maboppo. Ook op Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, <i>De opkomst van het Nederl.
+gezag in Oost-Indi&euml;</i>, dl. II, blz. 176, 179, 181. <span class="smallcaps">Danvers</span>, a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11
+f., 63 f.</p>
+<p class="footnote">Verder blijkt het duidelijk uit een brief van
+Wijbrandt van Warwyck, 20 Jan. 1600, afgedrukt bij <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. II, blz. 377.
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Op Tydore hebben deze Portugeesen een
+kasteel, van gelijcken de suytzijden van Ambona</span>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote" lang="de"><span class="label"><a class="noteref"
+id="xd20e330" href="#xd20e330src" name="xd20e330">4</a></span>
+<span class="smallcaps">F. Blumentritt</span>, &ldquo;Versuch einer
+Ethnographie der Philippinen&rdquo; in <i>Petermann&rsquo;s
+Mittheilungen</i>, Erg&auml;nzungsband XV, 1882, S. 59, f.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e340" href="#xd20e340src" name="xd20e340">5</a></span>
+<span class="smallcaps">P. A. Tiele</span>, &ldquo;De Europe&euml;rs in
+den Maleischen archipel&rdquo; in de <i>Bijdragen tot de Taal-, Land-
+en Volkenkunde</i>, 4<sup>e</sup> Reeks, dl. V, blz. 189. Voor den
+handel van Manila in het midden der 17<sup>e</sup> eeuw zie men
+<span class="smallcaps">Thevenot</span>, <i lang="fr">Relation de
+divers voyages curieux</i>, Paris, 1664.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e360" href="#xd20e360src" name="xd20e360">6</a></span> &ldquo;Om
+den alleenhandel van Batavia te bekomen&rdquo;, schreef <span class="smallcaps">Coen</span> aan bewindhebbers 20 Juni 1628, &ldquo;moeten
+wij niet alleen den handel op Manila, Macao, Cochinchina en gansch
+Indi&euml; beletten, maar hem daarenboven langs de geheele kust van
+China zoozeer kwellen en incommodeeren als doenlijk is&rdquo;.
+Medegedeeld door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdragen</i>
+1887, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. 295. Uit de missieven van
+Goeverneur-Generaal en Raden aan bewindhebbers van 20 Juni 1623
+(Rijks-Archief) sprak dezelfde geest. Kenschetsend zijn bijvoorbeeld
+hierin de volgende woorden: &ldquo;<span lang="nl-1600">Met vriendschap
+is niet alleen geen handel te vercrygen (met de Chineezen), maar
+&rsquo;t is onmogelijk gehoor te bekomen ende alsoo 20 jaer
+tervergeeffs vrientelijck daer naer getracht hebben, dunckt ons om
+verscheiden redenen meer dan tijd te wezen, dat geen meer tijdt
+verliesen, maer ondersoecken, wat met herdicheit verwachten connen. De
+Chinesche schepen [sullen] de handel op Manilla <span class="letterspaced">om &rsquo;t verlies van goederen niet naarlaten</span>,
+maar soo haer van daer willen houden, dat <span class="letterspaced">al
+&rsquo;t volck &rsquo;t welck becomen, gevangen gehouden off doden
+moeten</span></span>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e389" href="#xd20e389src" name="xd20e389">7</a></span>
+<i>Oud-Nieuw Oost-Indi&euml;n</i>, Amsterdam, 1726.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e394" href="#xd20e394src" name="xd20e394">8</a></span> Mr.
+<span class="smallcaps">L. C. D. van Dijk</span>,
+&ldquo;<i>Neerland&rsquo;s vroegste betrekkingen met Borneo, den
+Solo-archipel, Cambodja, Siam en Cochin-China</i>,
+Amsterdam<span class="corr" id="xd20e402" title="Niet in bron">,</span>
+1862.</p>
+<p class="footnote" lang="de"><span class="label"><a class="noteref"
+id="xd20e406" href="#xd20e406src" name="xd20e406">9</a></span>
+<span class="smallcaps">F. Blumentritt</span>, <i>Holl&auml;ndische
+Angriffe auf die Philippinen</i>. Separat-abdruck aus dem
+Jahresberichte der Communal-ober-realschule in Leitmeritz.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7" name="pb7">7</a>]</span></p>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk I.</h2>
+<p class="firstpar">Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden
+samen om de Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen
+naar de Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust,
+vertrok in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In
+Indi&euml; aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam
+voor vier schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck
+besloot huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk
+opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten, en
+handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan
+specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor
+slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der
+Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd, dat de
+Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar onverhoeds
+de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen besloot Guzman
+alle meer ge&iuml;soleerde posten op te heffen om hiermee Manila te
+versterken<a class="noteref" id="xd20e423src" href="#xd20e423" name="xd20e423src">1</a>.</p>
+<p>De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door
+te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die
+zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van
+<span class="pagenum">[<a id="pb8" href="#pb8" name="pb8">8</a>]</span>tochten opende, welke de onzen naar de Philippijnen
+hebben ondernomen. Olivier van Noort toch kwam 15 September 1600 met
+nog twee van de vier schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop
+(later de Eendracht gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers
+te zetten naar de Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de
+straat Bernardino of straat van Manila, stevende die door en wierp het
+anker uit voor het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door
+bemiddeling van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners
+van dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen<a class="noteref" id="xd20e436src" href="#xd20e436" name="xd20e436src">2</a>. Maar dit
+gelukte hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners
+het binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit
+wraak in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het
+zilverschip uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken
+buit te maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te
+eerder, omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk,
+die soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila
+terugkeerde, had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche
+zeemacht naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners
+daar te tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den
+24<sup>en</sup> November in de baai van Manila, of de Spanjaarden
+spanden alle krachten in om twee galjoenen in gereedheid te brengen en
+daarmede hunne vijanden aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in
+staat zee te kiezen en den 14<sup>en</sup> December ontmoetten de vier
+schepen elkander. <span class="pagenum">[<a id="pb9" href="#pb9" name="pb9">9</a>]</span></p>
+<p>Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was D<sup>r</sup>.
+Antonio de Morga, oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van
+&ldquo;<span lang="es">Sucesos de las Islas
+Philipinas</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e459src" href="#xd20e459" name="xd20e459src">3</a>. Morga opende direct het vuur op
+de Mauritius. Van Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut
+gereed te maken en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed
+gerichte schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een
+gedrongen Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter
+duren, want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en
+raakte met zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward.
+Of nu de Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben
+losgevochten, tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort,
+dat hij de lont in &rsquo;t kruit zou steken<a class="noteref" id="xd20e473src" href="#xd20e473" name="xd20e473src">4</a>, of dat de
+Spanjaarden op bevel van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand
+geraakte Hollandsche admiraalschip<a class="noteref" id="xd20e482src"
+href="#xd20e482" name="xd20e482src">5</a>, de uitslag blijft hetzelfde:
+zoodra het Spaansche schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de
+diepte, waardoor Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip
+te blusschen en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600
+verscheen<a class="noteref" id="xd20e495src" href="#xd20e495" name="xd20e495src">6</a>. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd
+den vijand te verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109
+Spanjaarden en 150 Indi&euml;rs en negers waren verdronken of
+gesneuveld, het admiraalschip was met geschut en ammunitie een prooi
+der <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10" name="pb10">10</a>]</span>golven geworden<a class="noteref" id="xd20e500src"
+href="#xd20e500" name="xd20e500src">7</a>. Onder de geredden behoorde
+ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht de Eendracht door het
+andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als commandant bevond,
+aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog juist bijtijds
+terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan zijn <span class="corr" id="xd20e517" title="Bron: krijsmakkers">krijgsmakkers</span>,
+die deels in een boot, deels zwemmende, het land trachtten te bereiken.
+Biesman, de bevelhebber van de Eendracht, en het grootste deel van de
+bemanning werd gedood, de overigen in een klooster opgenomen<a class="noteref" id="xd20e520src" href="#xd20e520" name="xd20e520src">8</a>.</p>
+<p>Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der
+Hollanders mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin
+voordeelig genoemd worden. <span class="pagenum">[<a id="pb11" href="#pb11" name="pb11">11</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e423" href="#xd20e423src" name="xd20e423">1</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl.
+Angriffe</i>, S. 5.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e436" href="#xd20e436src" name="xd20e436">2</a></span>
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl.
+Angriffe</i>, meende dat dit twee Hollandsche matrozen waren.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e459" href="#xd20e459src" name="xd20e459">3</a></span>
+<span class="smallcaps">Dr. Antonio de Morga</span>, <i lang="es">Sucesos de las Islas Philipinas</i>, Mexico, 1609. Slechts enkele
+bibliotheken bezitten dit werk, o. a. het Britsch museum. Don Joze
+Rizal Mercado heeft het voltooid en te Parijs uitgegeven; dezelfde, aan
+wien eenige jaren later (30 Dec. 1896) te Manila de doodstraf is
+voltrokken. Het werk is vertaald door <span class="smallcaps">Stanley</span> onder den titel: &ldquo;<i lang="en">The
+Philippine islands etc.</i>&rdquo;, Londen 1868.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e473" href="#xd20e473src" name="xd20e473">4</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl.
+Angriffe</i>, S. 6.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e482" href="#xd20e482src" name="xd20e482">5</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R.,
+dl. VI, blz. 160.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e495" href="#xd20e495src" name="xd20e495">6</a></span> In dezen
+scheepsstrijd had Van Noort 5 dooden en 26 gekwetsten bekomen en waren
+slechts 17 Hollanders ongedeerd gebleven.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e500" href="#xd20e500src" name="xd20e500">7</a></span>
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R.,
+dl. VI, spreekt slechts van 50 omgekomen Spanjaarden, maar <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, S. 6, noot 6,
+wraakt dit getal.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e520" href="#xd20e520src" name="xd20e520">8</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl<span class="corr" id="xd20e528" title="Niet in bron">.</span>
+Angriffe</i>, S. 7, en <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., dl. VI, blz. 161.</p>
+<p class="footnote"><span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w.,
+blz. 223, noot, meende, dat het schip aan Alcega ontzeild en in
+ontredderden toestand voor Ternate was aangekomen. Dit was echter de
+Hendrik Frederik, die bij het uitvaren van de straat van Magelhaens van
+Van Noort was afgedwaald. Zie <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., dl. VI, blz. 163.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk II.</h2>
+<p class="firstpar">Hoe was het intusschen den Nederlanders in de
+Molukken gegaan? De meeste dezer eilanden behoorden onder de
+heerschappij van den Sultan van Ternate nl. Sahid, zoon van Baab, van
+wien gezegd werd, dat hij heerschte over 72 eilanden. Deze Sahid was in
+voortdurenden strijd met Mamoli, Sultan van Tidore. Daar nu de
+Portugeezen een fort hadden op Tidore en van daar uit den Tidoreezen
+steeds hulp verleenden tegen Ternate, lag het voor de hand, dat bij de
+komst der Nederlanders in de Molukken Sahid alles in het werk stelde om
+deze vreemdelingen voor zich te winnen. Reeds bij het eerste bezoek
+stond hij aan Van Warwijck toe er een handelskantoor te vestigen en
+werd Frank van der Does daar als koopman achtergelaten. Toen de
+Nederlanders voor de tweede maal Ternate bezochten, deden zij zich aan
+Sahid kennen als dappere soldaten, die zeer goed tegen de Portugeezen
+waren opgewassen. Deze toch hielden niet op de Nederlanders bij Sahid
+zwart te maken en hem wantrouwen tegen ons in te boezemen. Om ze
+hiervoor eens te tuchtigen, vroeg en verkreeg Van Neck na eenige
+aarzeling vergunning van Sahid en tastte hij met twee schepen de vier
+Portugeesche vaartuigen aan. Wel bleef het gevecht onbeslist
+maar&mdash;lafaards waren we niet! hiervan had Sahid de duidelijke
+bewijzen gezien. Reeds meermalen had de kapitein van het Portugeesche
+fort op <span class="pagenum">[<a id="pb12" href="#pb12" name="pb12">12</a>]</span>Tidore een bode naar Manila afgevaardigd om hulp
+te verzoeken aan Francisco Tello. In 1601 had Mamoli zelfs zijn broer
+Kaitjil (prins) Kota naar de Philippijnen gezonden. Veel vermocht Tello
+echter niet te helpen, maar toch zond hij ammunitie en eenige
+manschappen, die reeds dadelijk tegen Van Neck goede diensten konden
+bewijzen. Tello beloofde een grootere macht te zullen zenden in 1602,
+welke macht zich dan voegen zou bij de vloot, die de Portugeezen te Goa
+hadden uitgerust om zich zelf daarmede in de Molukken te nestelen en de
+Hollanders er uit te weren. Deze vloot verliet Goa den 8<sup>en</sup>
+Mei 1601 onder bevel van Andr&eacute; Furtado de Mendoza en werd door
+Wolfert Harmensz voor Bantam verdreven, waarna Furtado de reis naar de
+Molukken voortzette. Den 10<sup>en</sup> Februari 1602 kwam hij voor
+Ambon aan en vestigde daar zijn gezag. Te Bantam en hierna op en om
+Ambon had hij reeds zoovelen zijner soldaten verloren, dat hij zich in
+Mei gedrongen gevoelde om bij Acu&ntilde;a, den opvolger van Tello de
+Guzman, op de beloofde hulp aan te dringen.</p>
+<p>Acu&ntilde;a, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat
+Manila van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op
+dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en
+Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op
+Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate
+geblokkeerd werd, in de Audiencia<a class="noteref" id="xd20e573src"
+href="#xd20e573" name="xd20e573src">1</a> besloten kapitein Gallinato
+met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel
+trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen en
+Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het
+uitblijven <span class="pagenum">[<a id="pb13" href="#pb13" name="pb13">13</a>]</span>van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk
+overloopen der Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23
+Maart 1603 bevel de troepen in te schepen<a class="noteref" id="xd20e587src" href="#xd20e587" name="xd20e587src">2</a>, slechtte het
+fort op Makjan weer en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka
+terug. Niet lang zou het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de
+kampplaats worden tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van
+de ongelukkige bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche
+vlootvoogd Van der Hagen zich voor Ambon en reeds den 23<sup>en</sup>
+gaven de Portugeezen het fort bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd
+met hun geweer vertrekken; de gehuwden, die blijven wilden, moesten
+natuurlijk den eed van trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad
+nagelen zou de helft aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen
+marktprijs worden overgenomen<a class="noteref" id="xd20e622src" href="#xd20e622" name="xd20e622src">3</a>. De &ldquo;kapitein Hitoe&rdquo;
+sloot namens de Hitoeezen met hem een contract, waarbij men beloofde,
+elkaar wederkeerig, wat het geloof betreft, geen overlast aan te
+doen<a class="noteref" id="xd20e638src" href="#xd20e638" name="xd20e638src">4</a>. Hierop vertrok Van der Hagen naar Banda, liet
+Frederik de Houtman in de vesting op Ambon achter en gaf zijn
+onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz last om met vijf schepen naar
+Ternate te zeilen en van daar uit zoo mogelijk het fort op Tidore op de
+Portugeezen te veroveren. Van der Hagen sloot met de Bandaneezen
+<span class="pagenum">[<a id="pb14" href="#pb14" name="pb14">14</a>]</span>een contract op denzelfden voet als vroeger reeds
+door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde daarna
+onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot kalmte
+bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag van de
+bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de inwoners
+&ldquo;getravailleerd&rdquo;, terwijl Frederik de Houtman, in strijd
+met het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen
+te vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila.</p>
+<p>Cornelis <span class="corr" id="xd20e653" title="Bron: Bastiaentz">Bastiaensz</span> was intusschen naar Ternate
+gezeild, <span class="corr" id="xd20e656" title="Bron: vermeesterde">overmeesterde</span> de twee Portugeesche
+vaartuigen, die voor Tidore lagen en tastte daarna de vesting aan. De
+bevelhebber van het fort, Don Pedro Alvarez de Abreo was echter op zijn
+hoede, gewaarschuwd door den Engelschen admiraal Middleton, die hem had
+meegedeeld, wat in Ambon geschied was. Hier ging de verovering dus niet
+zoo gemakkelijk als op Ambon. Tweemaal liepen de Hollanders, gesteund
+door de Ternatanen, storm. Tweemaal moesten zij afdeinzen. Het geluk
+diende ons echter: de kruittoren sprong in de lucht en hierdoor was
+weldra de vesting ons. Aan Abreo werd met alle Portugeezen vrije
+aftocht toegestaan &ldquo;daar het haer geliefde met haer
+bagage&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e659src" href="#xd20e659" name="xd20e659src">5</a>.</p>
+<p>Zoo waren dus de Molukken weer in handen der Nederlanders en zij
+zouden wellicht voor goed aan hen gebleven zijn, indien Bastiaensz door
+de heeren bewindhebbers in staat was gesteld het veroverde te behouden.
+Het fort op Tidore werd echter op verzoek van Sultan Sahid van Ternate
+onbruikbaar gemaakt, terwijl het ons aangeboden fort op Ternate niet
+voldoende kon versterkt en bemand worden. Het door de Portugeezen
+verlaten fort op Makjan werd in het <span class="pagenum">[<a id="pb15"
+href="#pb15" name="pb15">15</a>]</span>geheel niet bezet. Ten gevolge
+van deze verkeerd begrepen zuinigheidstaktiek der bewindhebbers hadden
+de Spanjaarden weldra weer licht spel om de Molukken aan de Hollanders
+te ontrukken.</p>
+<p>Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken
+bevonden, waren Acu&ntilde;a uit Spanje en Mexico op zijn herhaald
+aandringen 1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en
+uit Malakka twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend
+verzoek om de Molukken te hulp te komen. Acu&ntilde;a, hiertoe nu op
+zoo uitnemende wijze in staat gesteld, voldeed om meer dan
+&eacute;&eacute;n reden hier zeer gaarne aan. In de eerste plaats omdat
+hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een koninklijk bevel door den
+Jezu&iuml;et Gomez werd overhandigd, waarbij hem gelast werd zonder
+hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren, ten einde de
+nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht der beide volken,
+te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel om de Molukken
+direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de tweede plaats ging
+Acu&ntilde;a er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de Hollanders
+hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen<a class="noteref" id="xd20e680src" href="#xd20e680" name="xd20e680src">6</a>.
+Den 15<sup>en</sup> Februari 1606 vertrok Acu&ntilde;a zelf met de
+vloot van Otong, op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich
+op als maestro del campo, terwijl over een der drie Portugeesche
+galjooten bevelhebber was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro
+Alvarez de Abreo. <span class="pagenum">[<a id="pb16" href="#pb16"
+name="pb16">16</a>]</span></p>
+<p>De vloot verdeelde zich in twee deelen; de zeilschepen onder bevel
+van Esquivel voeren direct door naar de Molukken, terwijl Acu&ntilde;a
+met de galeien zich eerst nog ophield aan de kust van Mindanao. Zoodra
+Esquivel voor Tidore aankwam, sloten de Tidoreezen zich met vreugde
+opnieuw bij de Spanjaarden aan, terwijl de Hollanders, die door
+Bastiaensz waren achtergelaten, in handen van de Spanjaarden vielen.
+Den 26<sup>en</sup> Maart voegde Acu&ntilde;a zich bij Esquivel en na
+nog eenige versterkingen bekomen te hebben van Tidoreesche
+Kora-Kora&rsquo;s, staken zij den 31<sup>en</sup> Maart naar Ternate
+over en sloegen op 1 April het beleg voor de vroegere vesting der
+Portugeezen. Het Hollandsche schip de West-Vriesland, dat voor Ternate
+lag, vluchtte met eenige van de zich op Ternate bevindende Hollanders
+naar Ambon, terwijl enkele andere de Ternatanen tegen de Spanjaarden
+hielpen. Deze bijstand was echter te gering om het fort te kunnen
+houden. Bij een uitval werden de Ternatanen terug geslagen en drongen
+hunne vijanden te gelijk met de vluchtenden het fort binnen. Hiermee
+was echter de tegenstand der Ternatanen niet gebroken, want Sultan
+Sahid en Kaitjil Hamdja en de prins-troonopvolger Modafar waren naar
+Takomi, een versterkte kampong op de Noordkust van Ternate, gevlucht.
+Zich hier nog niet veilig wanende, stak Sahid over naar Saboegoe op
+Djilolo. Hamdja kwam het echter verkieslijker voor zich te verzoenen
+met de Spanjaarden en door middel van dezen gelukte het den Spanjaarden
+Sahid te bewegen terug te keeren en een verdrag te teekenen, waarbij
+hij den koning van Spanje als heer erkende. Als belooning voor deze
+diensten werd Sahid opgelicht en naar de Philippijnen vervoerd. Tot de
+verovering van Ambon kwam het niet, daar Acu&ntilde;a&rsquo;s
+aanwezigheid in Manila <span class="pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17"
+name="pb17">17</a>]</span>dringend vereischt werd, door de dreigende
+houding der Japanners. Zijn geestkracht was bovendien aanmerkelijk
+verlamd door het hem toegediende vergif, waaraan hij ook spoedig na
+zijn terugkeer is gestorven. Ofschoon de Spanjaarden dus niet geheel
+hun doel hadden bereikt, was toch hun hartewensch vervuld: de Molukken
+waren nu grootendeels onmiddellijk onder Spaansche heerschappij
+gebracht, en Esquivel, die op Ternate achterbleef, kreeg dan ook den
+titel van &ldquo;Gobernador del Maluco.&rdquo; Acu&ntilde;a had echter
+door de oplichting van Sahid een te duidelijk bewijs gegeven van de
+Spaansche trouweloosheid, wat zal blijken een politieke fout te zijn
+geweest, waarvan de Hollanders maar al te vlijtig gebruik zouden
+maken<a class="noteref" id="xd20e708src" href="#xd20e708" name="xd20e708src">7</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18"
+name="pb18">18</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e573" href="#xd20e573src" name="xd20e573">1</a></span>
+Oppergerechtshof der Philippijnen, tijdens de regeering van Philips II
+tevens belast met het opperste beleid in regeeringszaken. Vgl.
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R.,
+dl. V, blz. 181.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e587" href="#xd20e587src" name="xd20e587">2</a></span> De meening
+van <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup>
+R., dl. VI, blz. 203, als zou tot het opbreken van het beleg ook
+meegewerkt hebben het bericht, dat zich Hollandsche schepen voor Banda
+bevonden, is onjuist, daar de schepen van Wolfert Harmensz den
+24<sup>en</sup> Juni 1602 Banda reeds hebben verlaten. Zie den brief
+zonder handteekening, te vinden bij <span class="smallcaps">De
+Jonge</span>, a. w., dl. VI, bl. 534, v.</p>
+<p class="footnote"><span class="smallcaps">T. C. Danvers</span>,
+<i lang="en">The <span class="corr" id="xd20e611" title="Bron: Portugeese">Portuguese</span> in India</i>, vol. II, pag. 123,
+behandelt de kwestie zeer oppervlakkig en verkeerd, door te zeggen:
+&ldquo;<span lang="en">He then appeared before Ternate, but was driven
+thence by bad weather, and returned to Amboina.</span>&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e622" href="#xd20e622src" name="xd20e622">3</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R.,
+dl. VI, blz. 226 en &ldquo;Uittreksel uit het dagboek gehouden door H.
+Jansz. Craen&rdquo; afgedrukt bij <span class="smallcaps">De
+Jonge</span> a. w., dl. III, blz. 186.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e638" href="#xd20e638src" name="xd20e638">4</a></span>
+<span class="smallcaps">Valentijn</span>, a. w., dl. II, blz. 30, en
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Accoort van Capitan oock de hoofden van
+Hitoe ende den admiraal S. v. d. Hagen</span>&rdquo;, afgedrukt bij
+<span class="smallcaps">De Jonge</span> a. w., dl. III, blz. 207.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e659" href="#xd20e659src" name="xd20e659">5</a></span> Zie
+&ldquo;Uittreksel uit het Dagboek gehouden door H. Jansz. Craen&rdquo;
+afgedrukt bij <span class="smallcaps">De Jonge</span> a. w., dl. III,
+blz. 173. <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>
+4<sup>e</sup> R., dl. VI, blz. 236.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e680" href="#xd20e680src" name="xd20e680">6</a></span> Deze vrees
+was ontstaan door een copie van een brief, door een Holl. admiraal
+geschreven aan den Sultan van Ternate, om hem te verzoeken het verdrag
+met den Sultan van Mindanao te vernieuwen en dezen vriendschap voor de
+Hollanders in te boezemen. De Hollandsche admiraal beloofde met een
+nieuwe vloot, die hij uit Holland verwachtte, in de Molukken te komen
+om de Spanjaarden te verjagen en het gebied over de zee tot aan China
+te bevestigen. Een zekere Antonis de Silva, vroeger tolk der Hollanders
+op Ambon, gaf deze copie aan Acu&ntilde;a. Vgl. <span class="smallcaps">Tiele</span><span class="corr" id="xd20e684" title="Bron: .">,</span> <i>Bijdr.</i> 4<sup>e</sup> R., dl. VIII, bl. 53
+noot.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e708" href="#xd20e708src" name="xd20e708">7</a></span> Ook bij
+deze gelegenheid vergist <span class="smallcaps">Danvers</span>, a. w.,
+blz. 135, zich waar hij zegt, dat de Spanjaarden na de verovering van
+Ternate de Hollanders van Tidore verdreven.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk III.</h2>
+<p class="firstpar">Toen Acu&ntilde;a de Molukken verliet, was Ambon de
+eenige plaats, die met Frederik de Houtman als gouverneur onder
+onmiddellijk gezag der Hollanders stond, terwijl zij verder op Banda
+een geringen invloed bezaten door middel van den, daar door Van der
+Haghen in 1605 achtergelaten, koopman Hendrik van Bergel. Dat deze
+invloed niet groot was, kunnen wij lezen uit een brief van Jacques
+l&rsquo;Hermite, opperkoopman te Bantam, in November 1608 geschreven
+aan de bewindhebbers te Amsterdam: &ldquo;<span lang="nl-1600">Ick
+vreese, sooder geen ordre in dit eylandt gestelt en wort, eens qualick
+zal afloopen, want dagelycx in moetwille toenemen en daer en is nyet
+wel remedie toe, tensy dat men se met gewelt dwinght, dwelck oock zijn
+zwarickheden heeft. Niet alleen die van Banda, maer oock ten respecte
+van alle landen hieromtrent, die daermede groot achterdencken soude
+gegeven worden; die van Ambon werden seer door de Bandaneezen
+opgerockt, ende is te sorgen schier oft morgen daer oock uytborsten
+sal</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e723src" href="#xd20e723"
+name="xd20e723src">1</a>.</p>
+<p>Matelieff was de eerste Hollandsche vlootvoogd, die na
+Acu&ntilde;a&rsquo;s vertrek uit de Molukken, aldaar verscheen. Den
+29<sup>en</sup> Maart kwam hij voor Ambon aan en trof hier de gezanten
+der Ternatanen, die reeds in Bantam waren geweest om hulp te verzoeken,
+welke hij hun beloofde, indien zij met 2000 man er toe mede wilden
+werken de zoo gehate Spanjaarden te verjagen. <span class="pagenum">[<a id="pb19" href="#pb19" name="pb19">19</a>]</span></p>
+<p>Den 13<sup>en</sup> Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen,
+die onder Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken,
+bleken op verre na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden,
+dit na het vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen.
+Modafar en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te
+bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk te
+verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff
+aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een
+fort werd voorzien. Reeds den 26<sup>en</sup> Mei 1607 teekenden
+Matelieff en de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de
+bepaling werd opgenomen, dat &ldquo;<span lang="nl-1600">alle
+Ternatanen, die verstroyt zijn, in d&rsquo;omleggende landen met den
+eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van Ternatanen het
+verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen, ende &rsquo;t volk
+gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt
+compt</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e745src" href="#xd20e745"
+name="xd20e745src">2</a>. Nauwelijks was het fort den 8<sup>en</sup>
+Juni gereed gekomen, of Matelieff vertrok den 12<sup>en</sup> naar
+China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen op Mindanao te hebben
+afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao stellig wel een gunstig
+onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze nog steeds in oorlog was
+met de Spanjaarden<a class="noteref" id="xd20e758src" href="#xd20e758"
+name="xd20e758src">3</a>.</p>
+<p>Dat Matelieff reeds zeer goed het groote nut inzag, dat wij konden
+trekken uit de vijandschap van dezen sultan met de Spanjaarden, blijkt
+wel uit den raad, dien hij aan den Hollandschen vlootvoogd Van Caerden
+gaf, toen deze den 6<sup>en</sup> Januari 1608 te Bantam
+verscheen<a class="noteref" id="xd20e766src" href="#xd20e766" name="xd20e766src">4</a>. Hij haalde hem over naar de Molukken te stevenen
+en drukte hem op het hart toch vooral de Spanjaarden <span class="pagenum">[<a id="pb20" href="#pb20" name="pb20">20</a>]</span>op
+Ternate niet roekeloos aan te tasten, maar zich veeleer met den sultan
+van Mindanao te verbinden, opdat hij met diens hulp den Spanjaarden
+allen toevoer uit Manila zou kunnen afsnijden. Van Caerden deed dit
+niet, maar zette, na een mislukte poging om Djohore te bereiken,
+<span class="corr" id="xd20e780" title="Bron: direkt">direct</span>
+koers naar Ambon en vandaar naar Ternate, waar hij den 18<sup>en</sup>
+Mei 1608 aankwam. Hoewel een achttal bodems onder zijne bevelen
+hebbende, voelde hij zich, misschien gedachtig aan de waarschuwing van
+Matelieff, niet sterk genoeg om de Spanjaarden op Ternate of Tidore aan
+te tasten, maar werd er besloten een aanval te wagen op het fort
+Makjan, dat slechts door Tidoreezen bezet was. Ofschoon goed verdedigd,
+werd het fort stormenderhand genomen en met nog twee andere plaatsen op
+Makjan opnieuw in staat van verdediging gebracht, waarna men er 120 man
+achterliet onder bevel van Appollonius Schotte. Alle hoofden van het
+eiland kwamen daar toen samen om zich aan het Nederlandsch gezag en de
+Ternatanen te onderwerpen. Met de verovering van dit nagelrijke en voor
+de Compagnie zoo rentengevend eiland stelde Van Caerden zich niet
+tevreden, maar ontnam den Spanjaarden ook nog een sterkte Tjio op het
+eiland Morotai ten Oosten van Gilolo. Doch hierna daalde zijn gelukzon
+en werd ons een gevoelig verlies toegebracht door Pedro de Heredia, die
+met twee Spaansche galeien het fregat van Van Caerden aanviel en den
+bevelhebber met zijn manschappen den 17<sup>en</sup> Sept. 1608 dwong
+zich over te geven. Wel werden er weldra weer 34 van hen ingewisseld
+tegen Spanjaarden van een veroverd Spaansch fregat, dat van Manila naar
+Ternate wilde om de Spanjaarden aldaar te proviandeeren<a class="noteref" id="xd20e790src" href="#xd20e790" name="xd20e790src">5</a>,
+maar Van Caerden zelf bleef voorloopig nog de gevangene van Juan de
+Esquivel, die als <span class="pagenum">[<a id="pb21" href="#pb21"
+name="pb21">21</a>]</span>losprijs niets meer of minder eischte dan de
+overgave van de forten op Makjan en van Malaya op Ternate. Gelukkig was
+deze eisch den Hollanders wel wat al te kras, hoewel toch
+&ldquo;<span lang="nl-1600">door verblint verstant der Hollandern
+Maleyo offte de fortresse op Ternate gelegen, Orangie, voor des
+Admiraels rantsoen werde geoffreert en gebooden</span>&rdquo;. Op deze
+voorwaarde wilde Esquivel Van Caerden echter niet vrijlaten;
+&ldquo;<span lang="nl-1600">tot grote ontlastinge van degene die sulx
+hadden gepresenteert</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e804src"
+href="#xd20e804" name="xd20e804src">6</a>, zegt de briefschrijver er
+bij. Door gevangenschap werd Van Caerden dus verhinderd, uitvoering te
+geven aan zijn plan om een tocht naar de Philippijnen te
+ondernemen.</p>
+<p>Fran&ccedil;ois Wittert zou na Van Noort de eerste zijn, die zich
+voor den hoofdzetel van het Spaansche gezag in de Oost zou vertoonen.
+Voor wij echter over kunnen gaan tot de beschrijving van dezen tocht,
+zien we ons genoodzaakt een oogenblik te verwijlen bij de verrichtingen
+van twee andere vlootvoogden, namelijk den admiraal Pieter Willemsz
+Verhoeff en schipper Simon Jansz Hoen, die den 15<sup>en</sup> Februari
+1609 voor Bantam verschenen. Lang vertoefden zij hier niet, maar
+vertrokken direct naar Banda, om die eilanden aan de Compagnie te
+verbinden &ldquo;<span lang="nl-1600">met tractaat ofte met
+geweld</span>&rdquo;. Verhoeff viel aldaar als slachtoffer van de
+trouweloosheid der Bandaneezen, waarna aan Simon Jansz Hoen als
+vice-admiraal het opperbevel werd opgedragen. Nadat Hoen de opdracht
+zijner principalen op Banda had volbracht, door er na heftigen strijd
+het fort Nassau gebouwd en den Bandaneezen een tractaat afgedwongen te
+hebben, stelde hij Hendrik van Bergel<a class="noteref" id="xd20e818src" href="#xd20e818" name="xd20e818src">7</a> daar als
+gouverneur aan en zeilde naar Ternate. Hier kwam hij den
+23<sup>en</sup> Sept. aan, versterkte <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22" name="pb22">22</a>]</span>op Ternate het plaatsje
+Tacomi, dat Willemstad gedoopt werd, en was daarna zoo gelukkig aan de
+macht der Compagnie een groote uitbreiding te geven door de verovering
+van Batjan. Tidore kon hij helaas niet machtig worden, daar de dood hem
+in Januari 1610 wegrukte, waardoor dit gedeelte der vloot, uit gemis
+aan een aanvoerder en door onderling krakeel, niets van belang meer
+heeft kunnen uitrichten. Vóór Verhoeff naar Banda
+vertrokken was, had hij volgens besluit van den breeden raad zijn
+vice-admiraal Fran&ccedil;ois Wittert bevel gegeven met vier schepen
+naar Makasar te zeilen, om aldaar rijst en andere levensbehoeften voor
+de Molukken te koopen en tevens pogingen in &rsquo;t werk te stellen om
+een verbond met den vorst te sluiten. Het is hier de plaats niet te
+verhalen, hoe Wittert geslaagd is. Genoeg zij het te vermelden, dat
+hij, na te Makasar eenige maanden vertoefd te hebben, den
+22<sup>en</sup> Juni 1609 voor Ternate verscheen. Na hier vernomen te
+hebben, dat Van Caerden gevangen was genomen, versterkte hij het
+eilandje Motir, sloot een voordeelig tractaat met de Ternatanen en ging
+daarna den 22<sup>en</sup> September, juist &eacute;&eacute;n dag voor
+de aankomst van Hoen te Ternate, naar de Philippijnen onder zeil. De
+weinig energieke gouverneur van die eilanden, Telez de Almansa, was in
+1609 opgevolgd door Don Juan de Silva. Deze had, zoodra hij aan het
+bestuur kwam, de haven Cavite en andere forten op de Philippijnen
+versterkt en &eacute;&eacute;n der vijf door hem meegebrachte
+compagnie&euml;n soldaten onder Fernando de Ayala tot hulp naar de
+Molukken gezonden. Uit deze maatregelen blijkt wel, dat Wittert een
+krachtig tegenstander tegenover zich zou vinden. Of hem de tocht naar
+Manila te Bantam reeds was aanbevolen, weten wij niet, maar het is wel
+zeer waarschijnlijk, daar hij zich geheel houdt aan het advies, dat
+Matelieff aan Van Caerden hieromtrent 4 Jan. 1608 <span class="pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23" name="pb23">23</a>]</span>heeft
+gegeven<a class="noteref" id="xd20e835src" href="#xd20e835" name="xd20e835src">8</a>. Na eerst op de moeilijkheid te hebben gewezen, om
+met onze vuile schepen de vlug bezeilde Chineesche jonken in de
+Philippijnsche wateren te achterhalen, geeft hij den raad om met twee
+groote vaartuigen, die krachtig genoeg waren om den vijand te
+weerstaan, en twee jachten &ldquo;<span lang="nl-1600">dapper op de
+seylage gemaeckt</span>&rdquo;, voor Manila te gaan kruisen. Tevens
+acht hij het wenschelijk eenige plaatsen van de Spanjaarden daar af te
+loopen, voornamelijk Otong op het eiland Panay, van waar uit veel rijst
+en vleesch naar Manila wordt gestuurd. &ldquo;Verzeker u echter
+eerst&rdquo;, zegt Matelieff, &ldquo;van de hulp der Mindaers&rdquo;.
+Geheel overeenkomstig dit advies van Matelieff aan Van Caerden, richtte
+nu Wittert zijn tocht in. Den 25<sup>en</sup> October kwam hij met het
+schip De Amsterdam en drie jachten: De Valk, De Arend en De Pauw, voor
+Otong aan. Hier konden ze echter weinig uitrichten, daar Ayala, die,
+zooals wij gezien hebben, met hulptroepen voor de Molukken onder weg
+was, zich nog op deze plaats bevond. Wel gelukte de landing, maar toen
+zij hier buiten verwachting zoo&rsquo;n krachtigen tegenstand
+ontmoetten, trokken zij zich weder terug op de schepen en zetten hun
+tocht voort. Ook Cavite was door Juan de Silva te goed versterkt, om
+dit met eenige kans op succes te kunnen aanvallen. Wittert voer nu
+terug en <span class="corr" id="xd20e847" title="Bron: stastionneerde">stationneerde</span> zich aan den ingang der
+baai voor het eilandje El Frayle, waar hij alle schepen uit China,
+Macao en Voor-Indi&euml; komende, overviel en zonder de minste moeite
+buit maakte. Drie-en-twintig rijk geladen jonken bemachtigde hij
+hier<a class="noteref" id="xd20e850src" href="#xd20e850" name="xd20e850src">9</a>, behalve nog twee Japansche, die hij echter weder
+vrij liet. Deze rijke gemakkelijk verkregen buit en misschien ook de
+hoop <span class="pagenum">[<a id="pb24" href="#pb24" name="pb24">24</a>]</span>dat hij nog het zilverschip uit Mexico zou
+bemachtigen, verleidde hem langer te blijven dan met de voorzichtigheid
+overeenkwam. Wanneer hij echter dacht, dat de Spanjaarden zonder verzet
+zouden aanzien, dat Wittert op deze wijze de welvaart van Manila
+bedreigde en de bron van inkomsten deed opdrogen, had hij buiten den
+energieken De Silva gerekend. Alle krachten spande deze in, om een
+behoorlijke vloot uit te rusten. Dag en nacht werd gearbeid, het ijzer
+der hekwerken gebruikt en kerkklokken vergoten tot geschut. Op deze
+wijze verkreeg hij een vloot van acht schepen, twee galjoenen, twee
+galeien en vier kleinere schepen, bemand met 1000 koppen, bijna alle
+Spanjaarden, onder aanvoerders als Pedro de Heredia en Gallinato.
+Hierbij voegde zich nog een in Marinduque gemaakt schip. Het opperbevel
+over deze scheepsmacht verkreeg De Silva&rsquo;s neef Don Fernando de
+Silva. Op 21 April 1610 verliet Fernando met zijn vloot Cavite en 25
+April raakte hij met drie schepen van Wittert slaags&mdash;een jacht en
+een sloep van het schip Delft lagen aan de andere zijde van de baai op
+wacht. De uitslag was niet twijfelachtig, de overmacht te groot.
+Wittert en velen met hem sneuvelden, twee schepen werden genomen en het
+derde vloog in de lucht. Toen het jacht De Pauw en de sloep, op het
+schieten afkomende, den uitslag bemerkten, vluchtten zij en kwamen
+behouden in Patani<a class="noteref" id="xd20e866src" href="#xd20e866"
+name="xd20e866src">10</a>. Bijna de geheele Hollandsche macht voor
+Manila was dus vernietigd, en dit niet alleen: ook de ontzaglijke
+buit<a class="noteref" id="xd20e872src" href="#xd20e872" name="xd20e872src">11</a> der Hollanders en hunne papieren <span class="pagenum">[<a id="pb25" href="#pb25" name="pb25">25</a>]</span>vielen
+in handen der Spanjaarden, 125 man werden krijgsgevangen gemaakt, en 50
+stukken geschut van de Hollandsche schepen zouden voortaan tegen die
+Hollanders zelf hunne goede diensten bewijzen. Van de krijgsgevangenen
+bleven zij gespaard, die door de vermaningen der
+Jezu&iuml;eten&mdash;en misschien ook door de vrees voor den dood, of
+liever door de hoop op het leven, tot het katholicisme werden bekeerd.
+<span class="pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26" name="pb26">26</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e723" href="#xd20e723src" name="xd20e723">1</a></span>
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 251.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e745" href="#xd20e745src" name="xd20e745">2</a></span> Zie het
+geheele contract bij <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w.,
+dl. III, blz. 226.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e758" href="#xd20e758src" name="xd20e758">3</a></span> Over de
+verrichtingen dezer gezanten heb ik niets naders kunnen vinden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e766" href="#xd20e766src" name="xd20e766">4</a></span> Zie
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Journael van Matelieff</span>&rdquo; in
+<i>Begin en Voortgang der O. I. Comp.</i>, dl. II, 13<sup>e</sup> stuk,
+blz. 74.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e790" href="#xd20e790src" name="xd20e790">5</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 269.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e804" href="#xd20e804src" name="xd20e804">6</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 266.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e818" href="#xd20e818src" name="xd20e818">7</a></span> Deze, sinds
+1605 reeds als koopman op Banda gevestigd, vond in die benoeming een
+erkenning van zijne goede diensten, onder zulke moeilijke
+omstandigheden bewezen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e835" href="#xd20e835src" name="xd20e835">8</a></span>
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 238.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e850" href="#xd20e850src" name="xd20e850">9</a></span>
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R.,
+dl. VIII, spreekt van 17 jonken; vgl. echter den brief van H. v. Raey
+bij <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 278
+en een brief van P. K. Segers, koopman op de Pauw, uit Patani, 2 Nov.,
+1610 (Hs. R. A.)</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e866" href="#xd20e866src" name="xd20e866">10</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. III, blz. 278.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e872" href="#xd20e872src" name="xd20e872">11</a></span> De
+bepalingen omtrent de grootte van den buit loopen nogal uiteen. Apol.
+Schotte achter &rsquo;t journal van Verhoeff, blz. 114&ndash;115
+spreekt van ettelijke millioenen gouds. Zie hierover <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 4<sup>e</sup> R., dl. VIII,
+noot 4, terwijl ook <span class="smallcaps">Blumentritt</span>,
+<i lang="de">Holl. Angriffe</i>, blz. 13, op grond van Spaansche
+geschiedschrijvers spreekt van een gezamenlijk bedrag van 500.000 pesos
+(ongeveer gelijke waarde hebbende als een zilveren ducaat =
+&fnof;&nbsp;2.50).</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk IV.</h2>
+<p class="firstpar">Zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben,
+was in 1610 de toestand in de Molukken verre van rooskleurig. Van
+Caerden was gevangen genomen, Hoen plotseling gestorven en Wittert
+gesneuveld. In Februari 1610 kwam een Spaansche versterking, bestaande
+uit zes <span class="corr" id="xd20e899" title="Bron: fregratten">fregatten</span>, in de Molukken. Gelukkig maakten
+de Hollanders zich van een dezer schepen meester, waardoor zij in staat
+gesteld werden Van Caerden in te wisselen tegen de zich daarop
+bevindende officieren en paters. Dadelijk werd Van Caerden als
+gouverneur erkend, maar niet lang daarna voor de tweede maal
+krijgsgevangen gemaakt door de Spanjaarden, die hem nu naar Manila
+voerden, waar hij in de gevangenis omkwam. Zoo waren de Molukken dus
+weer zonder een erkend hoofd. Wel zou het Bestand in Oost-Indi&euml; 9
+April 1610 ingaan, maar de Spanjaarden hadden hiervan nog geen bericht
+ontvangen. En toen zij dit later van de Hollanders vernamen en met de
+stukken overtuigd werden, weigerden zij toch het bestaan ervan, zonder
+last van hooger hand, te erkennen<a class="noteref" id="xd20e902src"
+href="#xd20e902" name="xd20e902src">1</a>. Integendeel, Don Juan de
+Silva maakte zich gereed tot een tocht naar de Molukken. <span class="pagenum">[<a id="pb27" href="#pb27" name="pb27">27</a>]</span>Uit de
+buitgemaakte papieren van Van Caerden had hij den juisten toestand,
+waarin zich de forten in de Molukken bevonden, leeren kennen, en in de
+hoop den Nederlanders voor de tweede maal een even geduchte nederlaag
+toe te brengen, als in het vorige jaar, besloot hij, tegen het gevoelen
+der Audiencia in, aan zijn voornemen gevolg te geven. In 1611 verscheen
+hij met een vloot, waarop zich 2000 soldaten en matrozen en vele
+inboorlingen bevonden. Reeds spoedig bemerkte hij, dat de forten in
+veel betere conditie waren, dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij
+den ongelukkigen sultan Sahid, die door hem uit Manila was meegebracht,
+in de Spaansche vesting achterliet en wederom met zijn vloot naar
+Manila vertrok. Op dezen terugtocht maakte hij zich van Gilolo en
+Saboegoe, twee door de Hollanders versterkte plaatsen op de Westkust
+van Halmaheira, meester. Deze beide plaatsen waren daarom wel van eenig
+belang, omdat van daar uit Ternate en Tidore gemakkelijk van
+levensmiddelen konden worden voorzien. Er verliepen een paar jaar voor
+de Hollanders zich sterk genoeg gevoelden een tocht naar de
+Philippijnen te ondernemen. Weliswaar bevond de eerste
+gouverneur-generaal Both zich in 1613 met dertien schepen in de
+Molukken en werd toen het voorstel gedaan om een kaapvaart naar de
+Philippijnen te doen, maar Both en de meerderheid der bevelhebbers
+vonden het van meer belang eerst de forten in de Molukken in flinken
+staat van verdediging te brengen, zoodat er toen geen gevolg aan werd
+gegeven<a class="noteref" id="xd20e916src" href="#xd20e916" name="xd20e916src">2</a>. Laurens Reaal bleef als gouverneur in de Molukken
+achter. Steeds liepen onder diens bewind geruchten omtrent de
+aanstaande <span class="pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28" name="pb28">28</a>]</span>komst der Spanjaarden<a class="noteref" id="xd20e928src" href="#xd20e928" name="xd20e928src">3</a>. Wij zullen
+later zien, dat deze niet uit de lucht gegrepen waren.</p>
+<p>Reaal had reeds lang het plan gekoesterd den vijand in Manila op te
+zoeken en daar hij in 1614 een voldoend aantal schepen onder zijn vlag
+kon vereenigen, maar geen leger bezat, dat sterk genoeg was om den
+vijand te land op Ternate of Tidore aan te tasten, besloot hij met zijn
+raad deze scheepsmacht te gebruiken tegen de Philippijnen. Tegenover de
+tien schepen der Hollanders hadden de Spanjaarden er weliswaar veertien
+gereed, maar deze waren volgens de ingewonnen informatie slechts met
+zeer weinig soldaten en met nog minder matrozen bemand. Bovendien waren
+onze forten in de Molukken in goeden staat van verdediging, en mocht
+hier onverhoopt iets voorvallen waardoor de hulp der vloot noodig zou
+blijken te zijn, dan kon deze altijd met den aanstaanden noorder
+moesson snel terugkomen. En als de nieuw benoemde gouverneur te Bantam
+was aangekomen, zoo oordeelden Reaal en zijn Raad den 17<sup>en</sup>
+Aug.<a class="noteref" id="xd20e948src" href="#xd20e948" name="xd20e948src">4</a>, dan zou hij zich wel zoo spoedig mogelijk over
+Macao en Manila naar de Molukken begeven. Deze reisroute toch zou hem
+een paar maanden eerder aldaar doen zijn. Wilde het geluk nu, dat de
+beide vloten elkaar in de Philippijnsche wateren ontmoetten, dan zou er
+misschien iets &ldquo;<span lang="nl-1600">treffelycks</span>&rdquo;
+kunnen uitgericht worden. Den 17<sup>en</sup> Aug. werd met den tocht
+een aanvang gemaakt door Jan Rossingeyn, die vooruit gezonden werd naar
+Siau, het vroeger door Reaal veroverde eiland, om aldaar <span class="pagenum">[<a id="pb29" href="#pb29" name="pb29">29</a>]</span>Kaitjil
+Kaluwan<a class="noteref" id="xd20e960src" href="#xd20e960" name="xd20e960src">5</a> in plaats van den naar Manila vervoerden ouden
+Koning, als zoodanig aan te stellen. Den 11<sup>en</sup> Sept. ging het
+tweede deel van de vloot onder bevel van Reaal van Ternate onder zeil.
+Het bestond uit zeven schepen. Het admiraalschip De Son, Groot Hoorn,
+Seelandt, Ceylon, Middelborch, Patana en De Hope. Reeds den
+15<sup>en</sup> derzelfde maand kwamen ze voor Siau, waar zich Jan
+Rossingeyn met De Arend, De Hollandsche Leeuw en De Maen bij de vloot
+voegde, zoodat deze nu bestond uit tien schepen. Nadat Sangir was
+aangedaan, kwam den 26<sup>en</sup> het eiland Tagima (tegenwoordig
+Basilan) in het gezicht en bereikten zij den 29<sup>en</sup> Samboangan
+aan de zuidpunt van Mindanao, waar zij veel ververschingen bekwamen van
+de inwoners die hen tevens was en &ldquo;canello de matto&rdquo; te
+koop aanboden. Drie dagen later wierp de vloot voor La Caldera het
+anker uit, waar de Mindanaers, zoowel als de bewoners van den
+Soeloe-archipel, onzen vlootvoogd hulp aanboden, terwijl de laatsten te
+kennen gaven niet te twijfelen, of hun koning zou eerstdaags komen.
+Reaal zeide echter niet te kunnen wachten, daar de moesson bijna
+verloopen was. Als hun vorst ons echter wilde volgen, dan zou hij ons
+te Otong of elders kunnen aantreffen. Spoedig zeilden zij dan ook naar
+het eiland Panay en kwamen daar den 14<sup>en</sup> Oct. in de haven
+van Ilo-Ilo aan. De Spanjaarden, door Geronimo de Silva op de hoogte
+gebracht van Reaal&rsquo;s komst, namen, zoodra deze zich met zijn
+vloot vertoonde, in de bosschen van het eiland de wijk, daar zij zich
+niet sterk genoeg gevoelden den Hollanders het bezit van het houten
+fort te Otong te <span class="corr" id="xd20e982" title="Bron: bewisten">betwisten</span>. Hier besloot Reaal te landen om den
+vijand door &ldquo;branden en <span class="pagenum">[<a id="pb30" href="#pb30" name="pb30">30</a>]</span>blakeren&rdquo; zooveel mogelijk
+afbreuk te doen. De dorpen Jaro, met een zich daar bevindend klooster,
+Arevola en Otong in de nabijheid van Ilo-Ilo werden met den grond
+gelijk gemaakt en alles wat waarde had medegenomen. Hetzelfde lot
+ondergingen twee fregatten en vele op de rivier liggende fusten. Ook
+werden er 110 &agrave; 120 &ldquo;beesten&rdquo; buitgemaakt. Vergeefs
+gewacht hebbende op wat gunstiger weer en wind, besloten zij eindelijk
+hun tocht naar Manila voort te zetten, maar noordelijker dan Panay
+konden zij niet komen. Na herhaalde mislukte pogingen om tegen den
+moesson op te zeilen, werd den 24<sup>en</sup> Nov. het besluit genomen
+naar La Caldera terug te keeren, waar zij den 28<sup>en</sup> opnieuw
+het anker uitwierpen. Zij vernamen hier, dat ongeveer een maand geleden
+twee galeien, twee fregatten en twee kleinere scheepjes, naar Ternate
+bestemd, voorbij gezeild waren. Waarschijnlijk naar aanleiding van dit
+bericht vertrokken De Hoorn en Patana den 4<sup>en</sup> Dec. naar de
+Molukken. De overige schepen hielden zich nog eenigen tijd in La
+Caldera op, waar een paar gezanten van den sultan van Mindanao en wat
+later de koning van Soeloe kwamen om met Reaal een verbond te
+sluiten<a class="noteref" id="xd20e996src" href="#xd20e996" name="xd20e996src">6</a>. Reaal bewees hun groote eer en vriendschap en van
+&ldquo;die van Solock&rdquo; zegt hij, dat ze &ldquo;<span lang="nl-1600">zijn een civiel volk, altemaal sprekende goed Maleitsch,
+alsoo met Maleyen en die van Broenei veel handelen in paarlen, die er
+schoon vallen, was, schildpadhoorn en goud</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1003src" href="#xd20e1003" name="xd20e1003src">7</a>. Van hen werd ook vernomen, dat er twee of drie
+schepen gezien waren in de nabijheid van Soeloe, die door de straat
+tusschen Soeloe en Basilan poogden door te zeilen. <span class="pagenum">[<a id="pb31" href="#pb31" name="pb31">31</a>]</span>De
+Hollandsche Leeuw werd er op afgezonden, maar keerde onverrichterzake
+terug. Eerst den 14<sup>en</sup> Jan. 1615 kon Reaal er toe besluiten
+La Caldera den rug toe te keeren en de Molukken wederom op te zoeken.
+Den 26<sup>en</sup> Jan. wierp de vloot voor Malayo het anker uit. Veel
+voordeel was met dezen tocht niet behaald, daar zij volgens Reaal
+&ldquo;<span lang="nl-1600">meer schrick als schade aan den vijandt
+ofte proffijt voor ons hebben gedaan</span>&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd20e1024src" href="#xd20e1024" name="xd20e1024src">8</a>.
+&ldquo;Zij hebben&rdquo;, schrijft Coen, &ldquo;<span lang="nl-1600">27
+ankers verloren en veel perykel van stranden
+geleden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1033src" href="#xd20e1033" name="xd20e1033src">9</a>. Boven maakte ik reeds melding
+van de vele geruchten die in de Molukken liepen omtrent de komst van
+een groote Spaansche macht.</p>
+<p>Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der
+Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij
+de Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen en
+bemanning te voorzien<a class="noteref" id="xd20e1041src" href="#xd20e1041" name="xd20e1041src">10</a>. Zelf spande hij alle krachten
+in om een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug.
+1614 eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning
+hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego de
+Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te kennen gaf,
+dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen en 400 soldaten
+te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den moesson zooveel
+&ldquo;secours&rdquo; zenden als hij kon missen. Dit bracht De Silva
+dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met tien
+galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om uit te
+varen, toen <span class="pagenum">[<a id="pb32" href="#pb32" name="pb32">32</a>]</span>hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al
+zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal Don
+Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend tegen
+zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De Silva zijn
+plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle wetten en
+krijgsprudencie streed, den 12<sup>en</sup> Jan. 1610 in een junta van
+alle &ldquo;<span lang="es">estados</span>&rdquo;. Op de in deze
+vergadering gemaakte bedenking, als zou het beter zijn op de hulp van
+den vice-koning te wachten, kon de doortastende gouverneur antwoorden,
+dat den 1<sup>en</sup> Oct. 1615 een karveel en een galjoot door
+Francisco de Meranda afgezonden waren, die het volgende bericht hadden
+medegebracht. &ldquo;De vier galjoenen, u door den vice-koning
+toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben de straat niet kunnen
+passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De bevelhebbers zijn besloten
+voor Malakka te blijven wachten op de komst der Spanjaarden, daar ze
+groote zwarigheid maken om naar de Molukken te gaan&rdquo;. Na dit
+meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat, als de
+Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot den noorder
+moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen de schepen
+wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door de wormen
+verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit &ldquo;zekere&rdquo;
+berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp
+uit Holland had te verwachten<a class="noteref" id="xd20e1078src" href="#xd20e1078" name="xd20e1078src">11</a>. Of hij de Audiencia tot andere
+gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild, is
+mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila
+met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners, die
+echter later aan wal <span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33"
+name="pb33">33</a>]</span>moesten gezet worden, omdat men hen niet
+vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva in
+een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken,
+tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken
+nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te
+zenden langs Sangir en La Caldera<a class="noteref" id="xd20e1104src"
+href="#xd20e1104" name="xd20e1104src">12</a>. Terwijl de Hollanders,
+alsook de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de
+Molukken zou gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in
+straat Soenda met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen<a class="noteref" id="xd20e1119src" href="#xd20e1119" name="xd20e1119src">13</a> en vandaar naar Bantam te zeilen om er de
+Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij Banda en Ambon en daarna
+Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De Silva echter voor Malakka
+kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen; deze waren door Steven v.
+d. Haghen vernietigd<a class="noteref" id="xd20e1137src" href="#xd20e1137" name="xd20e1137src">14</a>. De Silva had stelligen last
+zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen en te Malakka
+zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot De Silva op deze
+plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot echter een zwaar
+verlies. Den 19<sup>en</sup> April 1616 stierf De Silva<a class="noteref" id="xd20e1159src" href="#xd20e1159" name="xd20e1159src">15</a> plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan
+Don Alonso Enriquez het opperbevel te hebben overgedragen. Door den
+dood van dezen krachtigen doortastenden gouverneur was de groote
+voortstuwende kracht aan de Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso
+Enriquez keerde uit vrees voor de veiligheid der Philippijnen en
+wanhopende aan het Portugeesch secours, in Mei naar de Philippijnen
+terug<a class="noteref" id="xd20e1164src" href="#xd20e1164" name="xd20e1164src">16</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb34" href="#pb34"
+name="pb34">34</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e902" href="#xd20e902src" name="xd20e902">1</a></span> Later, in
+1612, toonden wij evenmin ernstig het Bestand te willen handhaven;
+tenminste tijdens de onderhandeling hierover met den nieuwbenoemden
+gouverneur van de Molukken, Don Geronimo de Silva, schijnt het, dat wij
+getracht hebben hem op te lichten, wat echter mislukte. Zie
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 261. Trouwens in de resoluti&euml;n stond vermeld, dat,
+indien de Spanjaarden zich niet aan het Bestand stoorden, ook de
+Nederlanders zich daaraan niet behoefden te houden. Zie Resoluti&euml;n
+Stat.-Gen., 23 Maart 1611, R.A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e916" href="#xd20e916src" name="xd20e916">2</a></span> Zie den
+brief van J. P. Coen aan bewindhebbers van Jan. 1614, afgedrukt bij
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst van het Nederlandsch
+gezag in O.-Indi&euml;</i>, dl. I, blz. 55, vv.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e928" href="#xd20e928src" name="xd20e928">3</a></span> Zie den
+brief van V. d. Velde van 1 Mei 1614 aan Both, afgedrukt bij
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst v. h. Nederl.
+gezag</i>, dl. I, bl. 17. &ldquo;<span lang="nl-1600">Hadde brieven
+gedateerd den 28<sup>en</sup> Meert van den heer Gouverneur Royael uyte
+Molucques, die inhouden, de vyand noch nyet en was gecomen, maar
+voorgenomen hadde in &rsquo;t lest van April te comen, meenende onze
+vlote als dan zoude verstroyt wezen, hetwelck vuyt eenen overlooper
+hadde verstaan</span>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e948" href="#xd20e948src" name="xd20e948">4</a></span> Hierin
+vergisten zij zich, daar Reynst eerst in Nov. te Bantam kwam.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e960" href="#xd20e960src" name="xd20e960">5</a></span> In het
+journaal van Reaal komt de naam aldus voor; in de resoluti&euml;n, op
+den tocht genomen, wordt hij Kaliwen genoemd, terwijl de Spanjaarden
+hem den naam van Duarte gaven en ook Coen den 13<sup>en</sup> Dec. 1619
+aan den koning van Siau, Duarte Pereira, schreef.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e996" href="#xd20e996src" name="xd20e996">6</a></span> De tolk
+Maerten Jansz. Vogel was door Reaal, toen hij zich in &rsquo;t begin
+van Oct. in La Caldera bevond, naar hen afgezonden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1003" href="#xd20e1003src" name="xd20e1003">7</a></span> Zie
+Journaal van Reael, 20 Juni 1614 tot 11 April 1615, Hs., R. A.;
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, <i>Neerland&rsquo;s vroegste
+betrekkingen met Borneo</i>, blz. 216, vv. Resoluti&euml;n van Reael en
+zijne Raden, 20 Juni 1614&ndash;11 April 1615, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1024" href="#xd20e1024src" name="xd20e1024">8</a></span> Zie
+<a href="#app1">Bijlage I</a>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1033" href="#xd20e1033src" name="xd20e1033">9</a></span> Coen aan
+bewindhebbers, 22 Oct. 1615, aangehaald bij <span class="smallcaps">Van
+Dijk</span>, a. w., blz. 217, noot.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1041" href="#xd20e1041src" name="xd20e1041">10</a></span> Zie
+verder hieromtrent den brief van Steven v. d. Haghen aan bewindh., 10
+Maart 1616, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 129. Vergelijk ook nog <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 22, en
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 291.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1078" href="#xd20e1078src" name="xd20e1078">11</a></span>
+<span lang="es">Proposicion de Don Juan de Silva</span>; zie <a href="#app2">Bijlage II</a>. Vgl. hierover <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. LX, en
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. III, blz. 312, noot.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1104" href="#xd20e1104src" name="xd20e1104">12</a></span> Zie
+&ldquo;<span lang="es">Correspondencia de Geron. de
+Silva</span>&rdquo;, blz. 176 vv., 217 vv., 319 vv., aangehaald door
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 299.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1119" href="#xd20e1119src" name="xd20e1119">13</a></span> Dat
+Juan de Silva op komst was, werd aan de Portugeezen te Malakka bericht
+door Gon&ccedil;alo Rodrigues de Sousa. Zie <span class="smallcaps">Bocarro</span>, <i>Decada XIII da hist. da India</i>, blz.
+416 vv., aangehaald door <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I, blz. 309.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1137" href="#xd20e1137src" name="xd20e1137">14</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 110, en brief van Steven v. d. Haghen aan bewindh. v. 10
+Maart 1616, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 118.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1159" href="#xd20e1159src" name="xd20e1159">15</a></span>
+<span class="smallcaps">Danvers</span>, a. w., blz. 177, noemt als
+sterfjaar verkeerdelijk 1615.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1164" href="#xd20e1164src" name="xd20e1164">16</a></span>
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 291 vv.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk V.</h2>
+<p class="firstpar">Toen De Silva door tegenwerking van den fiskaal
+Alvarado en de Audiencia gedwongen was geweest zijn krijgsplannen bloot
+te leggen, werd hem naar aanleiding daarvan lichtzinnigheid verweten.
+Hij verzweeg, zeide men, de zwarigheden, opdat hij niet zou behoeven te
+wachten. Hij zag voorbij, dat hij een machtigen en ervaren vijand
+tegenover zich had, die zonder twijfel van zijn plannen op de hoogte
+was en geen hulp meer noodig had, daar hij volgens de berichten van
+Padre Ribero, 37 schepen bezat. In plaats van alles te winnen, zooals
+hij zich verbeeldde, vreesde men, dat hij alles zou verliezen en van de
+vloot schip noch man zou ontkomen<a class="noteref" id="xd20e1181src"
+href="#xd20e1181" name="xd20e1181src">1</a>. Alvarado en de andere
+leden van de Audiencia zagen den toestand echter te donker in, stelden
+zich onze waakzaamheid te groot, onze alwetendheid te absoluut voor. De
+Hollandsche admiraal Van der Haghen verkeerde in de stellige
+overtuiging, dat De Silva rechtstreeks naar de Molukken zou gaan en
+verliet in die meening, na de Portugeesche galjoenen voor Malakka
+vernield te hebben, de straat van dien naam, om nog tijdig met den
+moesson in de Molukken te komen<a class="noteref" id="xd20e1187src"
+href="#xd20e1187" name="xd20e1187src">2</a>. Ook zelfs de president van
+de factorij te Bantam, J. P. Coen, werd er eerst den 10<sup>en</sup>
+April 1616 van op de hoogte gebracht, dat de vloot niet naar de
+Molukken, maar naar Malakka <span class="pagenum">[<a id="pb35" href="#pb35" name="pb35">35</a>]</span>was gegaan. &ldquo;<span lang="nl-1600">Ende alsoo ten voors. tijde, doen van de compste der
+Spanjaerden advyse bequamen, het westelijcke mousson verloopen was ende
+wij van jachten gantsch onversien waeren, soo en conden naer de
+Molucques geen advyse zenden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1205src" href="#xd20e1205" name="xd20e1205src">3</a>, schrijft
+Coen aan de bewindhebbers.</p>
+<p>De Silva&rsquo;s geheimhouding van het eigenlijke plan had dus wel
+degelijk doel getroffen. En moge de grootsche onderneming zelf ook al
+geheel mislukt zijn, de misleiding van den vijand ten opzichte van de
+beraamde plannen is voor de Spanjaarden, zooals wij nader zullen zien,
+zeer zeker van onberekenbaar belang geweest. Drie weken toch, nadat Don
+Juan de Silva met zijn vloot uit Manila vertrokken was, verscheen Joris
+van Spilberghen daar in de baai. Deze was reeds den 6<sup>en</sup> Aug.
+1614 uitgezeild met last om door de straat van Magelhaens te varen, den
+Spanjaarden aan de Westkust van Amerika zooveel mogelijk nadeel toe te
+brengen en zich daarna naar de Oost te begeven. Deze last was
+nauwkeurig door hem opgevolgd. Wel had De Silva van de aankomst van
+Spilberghen in Zuid-Amerika gehoord, maar toen hij in ongeveer twee
+jaar niets meer van hem had vernomen, meende de Spaansche gouverneur,
+dat die Hollandsche vloot vernietigd was en hij Manila dus gerust
+verlaten kon. Den 9<sup>en</sup> Febr. bereikte Spilberghen echter de
+Philippijnen, voorzag zich op het eilandje Capoel van levensmiddelen en
+zeilde daarna langs de Zuidkust van Lu&ccedil;on naar Manila.
+Natuurlijk heerschte hier na zijne verschijning algemeene ontsteltenis.
+De stad was zoo goed als weerloos. Geen troepen, geen geschut; wapens,
+ammunitie, alles ontbrak. De bewoners vreesden reeds weldra de
+Hollanders in hun stad te zullen zien. Hun stadhouder Don Andr&eacute;s
+de Alcazar nam echter alle <span class="pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36" name="pb36">36</a>]</span>maatregelen, die hij nemen kon en
+bracht de daar nog liggende schepen zoo goed mogelijk in staat van
+tegenweer, deed de kanonnen herstellen en liet, om hiervoor ijzer te
+verkrijgen, de vroeger weggeworpen slakken zelfs weer smelten. De
+Chineezen bekwamen voor iedere drie arrobas<a class="noteref" id="xd20e1221src" href="#xd20e1221" name="xd20e1221src">4</a> erts, die ze
+hieruit verkregen, een loon van drie realen. Burgers en monniken
+oefenden zich in den wapenhandel<a class="noteref" id="xd20e1224src"
+href="#xd20e1224" name="xd20e1224src">5</a>, en toch zou alles vergeefs
+geweest zijn, indien Spilberghen niet van gevangenen het bericht had
+vernomen, dat De Silva naar de Molukken was afgezeild. Nu besloot hij,
+na 15 dagen in de baai vertoefd en vergeefs getracht te hebben eenige
+gevangenen te bevrijden, om zoo spoedig mogelijk naar deze eilandgroep
+te gaan. Den 20<sup>en</sup> Maart kwam hij te La Caldera. Hier vernam
+hij de valsche tijding, dat de vijandelijke vloot zich nog in Otong op
+Panay bevond. Hij werd tusschen La Caldera en het eiland Basilan, in de
+straat Basilan, door windstilte een tijd lang opgehouden, van welke
+gelegenheid de Mindanaers gebruik maakten om hem hun hulp tegen de
+Spanjaarden aan te bieden met een vloot van 50 &ldquo;<span lang="nl-1600">scheepkes</span>&rdquo;, terwijl ze hem een brief van Reaal
+vertoonden, waarin deze hen zijn groote vrienden noemde<a class="noteref" id="xd20e1239src" href="#xd20e1239" name="xd20e1239src">6</a>. In Ternate gekomen deelde hij natuurlijk<a id="xd20e1251" name="xd20e1251"></a> onmiddellijk aan Reaal mede, dat,
+zooals hij ook werkelijk meende, de Spanjaarden zeer spoedig in de
+Molukken zouden verschijnen. Men besloot dus den vijand hier af te
+wachten. Den 1<sup>en</sup> Juni voegden zich nog bij hen eenige
+schepen uit Banda en Ambon<a class="noteref" id="xd20e1256src" href="#xd20e1256" name="xd20e1256src">7</a>, waarop zich Van der Haghen en
+de andere raden uit Indi&euml; bevonden, waarna deze overgingen tot het
+kiezen <span class="pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37" name="pb37">37</a>]</span>van een nieuwen gouverneur-generaal. De keuze viel
+op Reaal. Nu rees de vraag op welke wijze deze groote macht, zeventien
+schepen, die hier toevallig bijeen was, het best kon worden gebruikt
+tot heil en voordeel van de Compagnie. Zouden ze in de Molukken blijven
+en trachten het Spaansche fort op Ternate of Tidore te veroveren; of
+was het beter den vijand in de Philippijnen te bestoken? Tot het
+laatste besloot men. Jan Dirksz Lam werd als bevelhebber aangesteld en
+den 1<sup>en</sup> Sept. vertrok hij met een vloot van tien schepen van
+Malayo. Reeds den 17<sup>en</sup> arriveerde hij aan La Caldera om
+daarna op advies van Reaal Otong op Panay aan te doen. Den
+30<sup>en</sup> Sept. bereikten zij deze plaats, waar de Spanjaarden
+een fort hadden, dat men den volgenden dag gewapenderhand zou trachten
+te nemen, om vandaar ongehinderd eenige beesten te halen,
+&ldquo;<span lang="nl-1600">die er in abondantie te becomen
+zijn</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1280src" href="#xd20e1280" name="xd20e1280src">8</a>. Dit mislukte echter. Quinones,
+de aanvoerder der Spanjaarden, gewaarschuwd door Geronimo de Silva,
+ontving hen dapperder dan zij hadden verwacht, en met verlies van 14 of
+15 man<a class="noteref" id="xd20e1284src" href="#xd20e1284" name="xd20e1284src">9</a> en eenige gekwetsten werden zij teruggeslagen. Lam
+zegt, &ldquo;<span lang="nl-1600">tselve door ons binnen 8 ofte 10
+dagen door belegh wel hebben connen geforceert geworden</span>&rdquo;,
+maar dit achtten zij niet raadzaam, omdat dan de moesson te veel zou
+verloopen. Denzelfden dag scheepten zij zich dus weer in, deden 16 Oct.
+Marinduque aan om water in te nemen, van welke gelegenheid drie man
+gebruik maakten om naar den vijand over te loopen, verbrandden kort
+daarop het dorp Baradero en kwamen den 18<sup>en</sup> Oct. in de baai
+van Manila aan. Eerst den 12<sup>en</sup> dezer maand hadden zij
+vernomen, dat Don Juan de Silva te Malakka was gestorven en de vloot
+reeds vier &agrave; vijf maanden <span class="pagenum">[<a id="pb38"
+href="#pb38" name="pb38">38</a>]</span>geleden deze plaats had
+verlaten. Zoodra Lam was aangekomen liet hij de sterkte van den vijand
+verkennen. Men telde acht groote schepen, drie groote galeien, vijf of
+zes fregatten en eenige kleinere vaartuigen, &ldquo;<span lang="nl-1600">die wij met devotie sullen verwachten ende naar uit- en
+invaren sooveel doenlijck is te beletten, soodat UEd. voor dit moeson
+in de Molukken voor &rsquo;s viants macht niet en hebt te
+vreesen</span>&rdquo;, schrijft Lam aan Reaal<a class="noteref" id="xd20e1307src" href="#xd20e1307" name="xd20e1307src">10</a>. Slechts nu
+en dan zond hij eenige schepen naar de kust van Lu&ccedil;on om
+Chineesche jonken buit te maken. Hierin waren zij echter niet gelukkig,
+zoodat het hen aan alle mogelijke ververschingen begon te ontbreken en
+zij besloten<a class="noteref" id="xd20e1319src" href="#xd20e1319"
+name="xd20e1319src">11</a> wegens de vele zieken aan boord&mdash;De
+Oude Maen, Vlissingen en Walcheren konden zelfs zonder hulp van andere
+hun ankers niet lichten&mdash;om het laatste schip met advies en de
+zieken naar Ternate te sturen. Ook gelukte het hun niet het zilverschip
+te verschalken. Den 8<sup>en</sup> Dec. hadden zij bericht gekregen,
+dat het in Japan had overwinterd en in Ilocos<a class="noteref" id="xd20e1325src" href="#xd20e1325" name="xd20e1325src">12</a> lag, maar
+De Aeolus en De Walcheren, die er op uitgezonden werden, konden het
+niet vinden. Toen zij den 8<sup>en</sup> Jan. 1617 nogmaals hetzelfde
+vernamen, werd De Aeolus er weder heen gestuurd. Deze bracht helaas ook
+nu niet het zilverschip mee, wel vier Chineesche en &eacute;&eacute;n
+Japansche jonk en het bericht, dat het zilverschip wel degelijk te
+Ilocos had gelegen, maar dat het geld (300,000 realen van achten) en
+400 man<a class="noteref" id="xd20e1331src" href="#xd20e1331" name="xd20e1331src">13</a> over land naar Manila was gebracht. Zoodra De
+Aeolus <span class="pagenum">[<a id="pb39" href="#pb39" name="pb39">39</a>]</span>op het schip afkwam, werd dit door de bemanning
+zelf in brand gestoken, wat eveneens met de twee daar liggende
+fregatten gebeurde.</p>
+<p>Het is te verwonderen dat de Hollanders, ondanks deze tochten buiten
+de baai van Manila, niets hebben bemerkt van hen, wier bondgenootschap
+zij in dezen zoo uitnemend hadden kunnen gebruiken, nl. de Mindanaers.
+Deze maakten gebruik van de gelegenheid, dat de Hollanders de baai
+bezet hielden, om zooveel mogelijk te rooven en te vrijbuiten. Eerst
+hadden zij aan de kust van Camarines een daar op stapel staand schip en
+twee jachten verbrand en dertig Spanjaarden gevankelijk meegevoerd, en
+verder hun strooptochten uitgestrekt tot Panay. Hier werden zij echter
+door den reeds boven genoemden Quinones verslagen en uit elkaar
+gedreven. Een andere afdeeling der Mindanaers op Balayan, aan de
+zuidkust van Lu&ccedil;on geland, vernielde daar een magazijn van
+touwwerk der Spanjaarden. Aan deze strooptochten trachtten onze
+vijanden een einde te maken. Twee galeien wisten de Hollanders te
+verschalken door bij nacht uit Cavite te sluipen. Zij staken naar
+Mindoro over, waar zich de vloot der Mindanaers bevond, maar konden
+door den wind de rivier niet op zeilen, waarvan de Mindanaers gebruik
+maakten, om zich zoo snel zij konden te verwijderen. Gelukkig voor de
+Spanjaarden, dat Lam niet wist, hoe dicht in zijne nabijheid zich
+bondgenooten bevonden<a class="noteref" id="xd20e1358src" href="#xd20e1358" name="xd20e1358src">14</a>. Den 7<sup>en</sup> Maart
+besloten de Hollanders naar <span class="corr" id="xd20e1364" title="Bron: Wittereiland">Wittertseiland</span>, een der Islas Hermanas, te
+zeilen, omdat zij daar beter op de Chineesche jonken konden letten. Zij
+vertoefden er eenige dagen, toen een Japansch gezagvoerder zich bij hen
+vervoegde. Deze zeide een der door de Spanjaarden uitgezonden
+boodschappers <span class="pagenum">[<a id="pb40" href="#pb40" name="pb40">40</a>]</span>te zijn, die in last hadden de Chineesche jonken
+te Ilocos, <span class="corr" id="xd20e1369" title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span> of Capo Fraile, op de westkust van
+Lu&ccedil;on, te waarschuwen. De Japanner vroeg en verkreeg als
+belooning voor zijn bericht een Chineesche jonk en een Hollandschen
+stuurman, om zich daarmee naar Japan te begeven. Dadelijk werd De
+Aeolus (dit was dus voor de derde maal) naar Ilocos gezonden, drie
+dagen later, den 23<sup>en</sup> Maart, gevolgd door De Engel van
+Delft. Den 6<sup>en</sup> April zette het schip De Roode Leeuw koers
+daarheen om De Engel terug te roepen. De Nieuwe Maen en Ter Veer werden
+naar <span class="corr" id="xd20e1379" title="Bron: Wittereiland">Wittertseiland</span> gestuurd om De Aeolus, die
+met twee buitgemaakte jonken tot daar teruggekeerd was, in het lossen
+te helpen, en De Vlissingen naar <span class="corr" id="xd20e1382"
+title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span>, om daar De Aeolus te
+vervangen. Zoo had Lam dus slechts drie schepen: De Nieuwe Son, De Oude
+Son en De Oude Maen, onder zijn onmiddellijk bevel, toen hij den
+14<sup>en</sup> April een vijandelijke scheepsmacht op zich zag
+afkomen. Deze vloot, onder bevel van Ronquillo, bestond uit zeven
+groote galjoenen, waarvan het admiraalschip uitstekend gemonteerd was,
+drie galeien, een jacht en nog eenige kleinere vaartuigen. Lam
+retireerde met zijn drie schepen naar de andere drie, die bij
+<span class="corr" id="xd20e1388" title="Bron: Wittereiland">Wittertseiland</span> lagen, waarmee hij zich
+&rsquo;s avonds nog kon vereenigen. Na gehouden scheepsraad werd den
+volgenden dag het besluit genomen nog verder noordwaarts te retireeren,
+om zich zoodoende bij de laatste drie: De Roode Leeuw, De Vlissingen en
+De Engel te voegen<a class="noteref" id="xd20e1392src" href="#xd20e1392" name="xd20e1392src">15</a>. Dit mislukte door de betere
+bezeildheid van drie der Spaansche schepen, waardoor zij gedwongen
+werden bij te draaien. Gezamenlijk besloten zij nu het admiraalschip
+aan te tasten. Maar na elk schip, dat voorbij voer, de volle laag met
+interest teruggegeven te hebben, vond ook <span class="pagenum">[<a id="pb41" href="#pb41" name="pb41">41</a>]</span>Ronquillo het raadzamer
+eerst zijn overige schepen, die hij vooruitgezeild was, af te wachten,
+zoodat er dien dag niet meer gevochten werd. Den volgenden dag begon
+eerst de eigenlijke strijd. De Spaansche admiraal enterde het schip van
+Lam, De Nieuwe Son. Drie uur duurde het gevecht, waarna de Spanjaard,
+uit vrees van te zinken, de enterdreggen doorhakte om zich te redden.
+Ook het Hollandsche admiraalschip was geheel doornageld en verdween
+weldra in de diepte. Gelukkig dat Lam en het volk zich hadden kunnen
+redden op De Oude Son. De Ter Veer ging in vlammen op; De Aeolus werd
+reddeloos geschoten en is daarna &ldquo;opgesprongen&rdquo; zegt
+&rsquo;t Hoofling, de vice-admiraal van de vloot. &ldquo;<span lang="nl-1600">De swaerste furie van deze batailie was
+ge&euml;ndicht</span>&rdquo; en de drie overige schepen: De Oude Son,
+De Nieuwe Maen en De Oude Maen namen de vlucht, elk zijns weegs koers
+zettende naar Ternate. De Oude Son werd echter door tegenwind hierin
+verhinderd, waarop zij besloten naar Patani te zeilen om aldaar de
+gekwetsten, waarvan er zich meer dan 70 op het schip bevonden, te
+ververschen. Maar toen ook dit de tegenwind belette, trachtten zij,
+langs de kust van Kambodja loopende, eenige ververschingen in te nemen.
+Den 21<sup>en</sup> Mei gelukte het hun ten laatste met veel moeite om
+daar levensmiddelen voor drie maanden te koopen, waarna zij besloten
+eerst naar Macao te zeilen en vandaar met den noordermoesson Ternate op
+te zoeken<a class="noteref" id="xd20e1406src" href="#xd20e1406" name="xd20e1406src">16</a>. Terwijl zij met dit doel langs de Chineesche
+kust voeren, werd de hoop op buit weder bij hen wakker en gaven zij er
+de voorkeur aan te trachten de karak, die jaarlijks van Macao naar
+Japan voer, of eenige der Chineesche jonken, die op Manila handel
+dreven &ldquo;waar te nemen&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1409src"
+href="#xd20e1409" name="xd20e1409src">17</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb42" href="#pb42" name="pb42">42</a>]</span>Dit kwam
+bijzonder overeen met den wensch van Coen, want den 20<sup>en</sup>
+ontmoetten zij twee schepen: De Zwarte Leeuw en De Galjas<a class="noteref" id="xd20e1427src" href="#xd20e1427" name="xd20e1427src">18</a> van Hoorn, die den 9<sup>en</sup> Mei Bantam
+hadden verlaten met een instructie, welke op hetzelfde neerkwam. Zij
+namen nu het besluit om gezamenlijk naar Nagasaki te zeilen en als de
+karak zich daar reeds bevond, deze desnoods tegen den wil der Japanners
+in de haven aan te tasten. Dit werd echter om verschillende redenen
+ondanks den uitdrukkelijken last van Coen nagelaten. Zij hadden nl.
+bericht gekregen, dat van twee Hollandsche schepen, te weten De Roode
+Leeuw<a class="noteref" id="xd20e1433src" href="#xd20e1433" name="xd20e1433src">19</a> en Vlissingen, en een Chineesche jonk, die voor
+Firando lagen, De Roode Leeuw, na zijn goederen reeds te hebben gelost,
+alsook de Chineesche jonk door storm op den wal waren geworpen, en
+vreesden nu, dat de Japanners deze goederen in ruil voor de karak in
+beslag zouden nemen. Zij staken dus weer in zee en besloten eerst het
+advies van Specx, vertegenwoordiger van de O.-I. Compagnie in Japan, af
+te wachten. Ook dit luidde ontkennend. De kraak lag, aldus
+verontschuldigde Specx zich bij Coen<a class="noteref" id="xd20e1439src" href="#xd20e1439" name="xd20e1439src">20</a>, in de
+haven van Sassinots onder het eiland Amacusa (10 mijlen bezuiden
+Nagasaki), en het was niet mogelijk een aanval op haar te wagen, daar
+de haven nauw besloten was en er een harde tegenwind blies. Ook vreesde
+Specx dat wij dan met de Japanners in onmin zouden komen en wij
+daardoor de rijst zouden missen, <span class="pagenum">[<a id="pb43"
+href="#pb43" name="pb43">43</a>]</span>die van hieruit vooral naar de
+Molukken werd gestuurd, sinds wij die, na de oneenigheid met Makasar,
+niet meer vandaar konden bekomen. Toen de kraak daar nog niet in de
+haven lag, had Specx plan gehad De Roode Leeuw uit te zenden om haar op
+te zoeken<a class="noteref" id="xd20e1454src" href="#xd20e1454" name="xd20e1454src">21</a>; maar een zware typhon had dit belet. Nadat Lam
+en de zijnen besloten hadden, de kraak niet aan te tasten, zeilden zij
+naar Firando. Hier werd den 8<sup>en</sup> Aug. bepaald, dat De Swarte
+Leeuw met de buit gemaakte goederen naar Bantam zou gaan. De Roode
+Leeuw, die men niet had kunnen lichten, werd gesloopt en Lam ging, na
+op De Vlissingen te zijn overgegaan, in Jan. 1618 met provisie naar de
+Molukken onder zeil, en wierp 11 Febr. 1618 voor Ternate het anker uit.
+De Nieuwe- en Oude Maen, met Lam den Spanjaarden ontvlucht, waren 7
+Aug. 1617 behouden aldaar aangekomen, gelijk het zevende schip De Engel
+reeds den 27<sup>en</sup> Juni van dat jaar<a class="noteref" id="xd20e1463src" href="#xd20e1463" name="xd20e1463src">22</a>. De Oude
+Son met De Galjas zouden nog een poging wagen om de karak, die met
+zilver naar Macao ging, te vermeesteren en daarna naar Cochin-China
+varen. In de instructie van Coen, aan De Swarte Leeuw en De Galjas
+gegeven, stond nl. uitdrukkelijk, dat zij, zoo zij de kraak misten,
+naar Cochin-China moesten zeilen om aldaar te trachten
+handelsbetrekkingen aan te knoopen, en gelukte dit niet, dan de
+Chineezen vandaar &ldquo;<span lang="nl-1600">gelijck van Manila
+soecken te wercken om hun alsoo t&rsquo; onswaerts te
+dringen</span>&rdquo;.</p>
+<p>Hoe was het intusschen met de beide overige schepen gegaan, die niet
+aan het gevecht tegen de Spanjaarden <span class="pagenum">[<a id="pb44" href="#pb44" name="pb44">44</a>]</span>hadden deel genomen? Den
+17<sup>en</sup> April, een dag na het gevecht, kwamen zij met vijf
+veroverde jonken op de kampplaats aan. Daar geen schepen meer ziende en
+vermoedende dat de Spaansche vloot reeds buitengaats was, zeilden zij
+zuidwaarts en vonden hier het Spaansche vice-admiraalschip Marcos, dat
+zich in vrij onttakelden toestand bevond. Wel werd het moedig
+verdedigd, maar den eersten dag voornl. door De Vlissingen bestookt,
+werd het in den avond van den 2<sup>en</sup> door De Roode Leeuw
+gedwongen, &ldquo;daar het heel lek was en de pomp staag gaande&rdquo;
+op den wal te loopen. Van den invallenden nacht maakten de Spanjaarden
+gebruik om al het goed te lossen, waarna zij den brand in het kruit
+staken. De beide Hollandsche schepen voeren toen met hun buit naar
+Japan, waar zij, zooals wij zagen, Lam weer ontmoetten. De Spanjaarden,
+hoewel de winnende partij, verloren tengevolge van dezen slag bijna al
+hunne schepen. Kort nadat zij de onzen uit de Philippijnsche wateren
+hadden verdreven, kwam Geronimo de Silva uit de Molukken te Manila, om
+tot de aankomst van den opvolger van Juan de Silva het gouverneurschap
+waar te nemen. Geronimo was dus volkomen op de hoogte van den toestand,
+waarin de Molukken verkeerden en wist, dat deze dringend hulp noodig
+hadden. Hij zond daarom zes schepen zonder verwijl, ondanks het
+onstuimige jaargetijde (Oct.), ondanks de waarschuwingen der
+stuurlieden, ja zelfs tegen den wil van de Audiencia, naar Marinduque
+en Masbate om gekalefaat te worden; maar nauwelijks hadden zij de baai
+verlaten, of een storm stak op en drie schepen zonken in de diepte. De
+andere drie liepen op de klippen, waar zij, gebarsten en vol water, met
+geen mogelijkheid vandaan gehaald konden worden. Al het volk, 1000 man,
+zoowel Spanjaarden als inlanders en Chineezen, alle <span class="pagenum">[<a id="pb45" href="#pb45" name="pb45">45</a>]</span>timmerlieden met hunne gereedschappen werden een
+prooi der golven<a class="noteref" id="xd20e1491src" href="#xd20e1491"
+name="xd20e1491src">23</a>. Uit slechts &eacute;&eacute;n oud schip, De
+Lorenzo, en zes zoo goed als versleten galeien bestond nu de geheele
+zeemacht der Spanjaarden in de Philippijnen.</p>
+<p>En de Hollanders, behoudens de nadeelen, het verlies der drie
+schepen, welke voordeelen hadden zij behaald? Een buit van
+&fnof;&nbsp;1.000.000<a class="noteref" id="xd20e1511src" href="#xd20e1511" name="xd20e1511src">24</a>. Coen schreef dan ook:
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Als &rsquo;t God en onze meesters gelieft,
+moet de zaak weer couragieuselijk hervat worden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1593src" href="#xd20e1593" name="xd20e1593src">25</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb46" href="#pb46"
+name="pb46">46</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1181" href="#xd20e1181src" name="xd20e1181">1</a></span> Zie de
+in margine gedrukte tegenwerpingen op de &ldquo;Proposicion de Don Juan
+de Silva&rdquo;. <a href="#app2">Bijlage II</a>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1187" href="#xd20e1187src" name="xd20e1187">2</a></span> Brief
+van V. d. Haghen, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 124.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1205" href="#xd20e1205src" name="xd20e1205">3</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. IV, blz. 44.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1221" href="#xd20e1221src" name="xd20e1221">4</a></span> 1
+arrobas = c. 11&frac12; KG.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1224" href="#xd20e1224src" name="xd20e1224">5</a></span>
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, blz.
+16.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1239" href="#xd20e1239src" name="xd20e1239">6</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 317.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1256" href="#xd20e1256src" name="xd20e1256">7</a></span> Deze
+schepen stonden onder bevel van Lam, die kort geleden, 10 April, Banda
+geheel had onderworpen. <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr.</i>, dl. I, blz. 316.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1280" href="#xd20e1280src" name="xd20e1280">8</a></span> Lam aan
+Reaal, 11 Febr. 1617, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1284" href="#xd20e1284src" name="xd20e1284">9</a></span>
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, blz.
+18, spreekt van 87 dooden en 100 gewonden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1307" href="#xd20e1307src" name="xd20e1307">10</a></span> Lam aan
+Reaal, 11 Febr. 1617, Hs. R. A., gebruikt door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I blz.
+325.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1319" href="#xd20e1319src" name="xd20e1319">11</a></span>
+Resoluti&euml;n van Lam&rsquo;s scheepsraad, 23 Sept. 1616&ndash;17
+Febr. 1617, Hs. R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1325" href="#xd20e1325src" name="xd20e1325">12</a></span> Op de
+N.W.-kust van Lu&ccedil;on.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1331" href="#xd20e1331src" name="xd20e1331">13</a></span>
+Oorspronkelijk waren er twee zilverschepen geweest, doch het eene was
+vergaan, nadat volk en lading in het andere geborgen waren, aldus
+schrijft Lam aan bewindhebbers in een brief van den 11<sup>en</sup>
+Oct. 1617, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 172. <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I, blz. 322, zegt, dat het andere
+schip, nadat de Hollanders zich uit de baai hadden verwijderd, van de
+gelegenheid gebruik maakte om binnen te vallen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1358" href="#xd20e1358src" name="xd20e1358">14</a></span> In geen
+der beide brieven van Lam, noch in dien van Claes Maertensz &rsquo;t
+Hoofling (vice-admiraal), vond ik iets, wat zou kunnen wijzen op de
+bekendheid der Hollanders met het verblijf der Mindanaers.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1392" href="#xd20e1392src" name="xd20e1392">15</a></span> Het
+10<sup>e</sup> schip, De Walcheren, was, zooals wij gezien hebben, naar
+Ternate gezonden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1406" href="#xd20e1406src" name="xd20e1406">16</a></span> De
+zuidermoesson maakte het hun onmogelijk om naar Bantam te loopen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1409" href="#xd20e1409src" name="xd20e1409">17</a></span>
+Resoluti&euml;n genomen bij den Comm. Lam en zijn Raad van 14 April
+1617 tot 15 Maart 1618, Hs. R. A. Hiervan is reeds gebruik gemaakt door
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. I, blz. 325.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1427" href="#xd20e1427src" name="xd20e1427">18</a></span> Hoewel
+mij &ldquo;Galjas&rdquo; als eigennaam vreemd voorkomt, meen ik toch in
+dezen het voorbeeld van Tiele te moeten volgen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1433" href="#xd20e1433src" name="xd20e1433">19</a></span> In
+Resoluti&euml;n van Lam en zijn Raad van 14 April 1617 tot 15 Maart
+1618, wordt dit schip genoemd De Hollandsche Leeuw. Ook <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 229 vv., noemt hetzelfde schip
+met de beide namen, terwijl dit ook plaats vindt in de resoluti&euml;n
+genomen door Reaal op zijn tocht naar Manila. Ik vermoed dat de volle
+naam van het schip luidde &ldquo;De Hollandsche Roode Leeuw.&rdquo;</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1439" href="#xd20e1439src" name="xd20e1439">20</a></span> Zie den
+brief van Specx aan Coen uit Firando, 12 Oct. 1617, Hs. R. A. Deze
+brief wordt genoemd door <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup>. R., dl. I, blz. 325, noot.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1454" href="#xd20e1454src" name="xd20e1454">21</a></span> Hierom
+had hij reeds bevel gegeven de goederen uit De Roode Leeuw te lossen,
+wat, toen dit schip, evenals de Chineesche jonk door den moesson op
+&rsquo;t strand werd geworpen, zeer gelukkig was.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1463" href="#xd20e1463src" name="xd20e1463">22</a></span> Dit was
+in den aanvang van het gevecht met een veroverde jonk komen aanzeilen,
+maar om deze te behouden heimelijk weggezeild. De schipper en koopman
+van de Engel werden bij sententie van 15 Dec. 1617 van hun ambt ontzet.
+Zie <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz.
+180.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1491" href="#xd20e1491src" name="xd20e1491">23</a></span> Zie den
+brief van Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera, Hs., R. A., genoemd
+door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup>
+R., dl. I, blz. 324, noot 2; en verder den meermalen aangehaalden brief
+van Lam aan bewindh., 11 Oct. 1617, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 170.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1511" href="#xd20e1511src" name="xd20e1511">24</a></span>
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Factuur van de goederen onder de vlagge v.
+J. Dz. Lam in de Manilla&rsquo;s uyt verschillende (10) Chineesche
+jonken verovert</span>&rdquo;.</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&rsquo;t Schip Vlissingen</td>
+<td valign="top">in Japan gelost</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;396.036.18.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&rsquo;t Schip De Roode Leeuw</td>
+<td valign="top">in Japan gelost</td>
+<td valign="top">&fnof; 345.855.14.8</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">&rsquo;t Schip De Oude Sonne</td>
+<td valign="top">in Japan gelost</td>
+<td valign="top">&fnof; 1.521. 8.14</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Nieuwe Maen</td>
+<td valign="top" rowspan="2">in Molucos aangekomen en in Malleyo
+gelost</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Engel</td>
+<td valign="top">&fnof; 164.806. 8</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor
+Yaccatra</td>
+<td valign="top"></td>
+<td valign="top">&fnof; 84.453. 7.11</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Samen</td>
+<td valign="top"></td>
+<td valign="top" class="sum">&fnof;&nbsp;992.674.64.5</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p class="footnote">Van de Oude Maen vond ik niets vermeld.</p>
+<p class="footnote">Deze Factuur genoemd bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. I, blz.
+325, noot.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1593" href="#xd20e1593src" name="xd20e1593">25</a></span> Zie
+over het boven behandelde verder <span class="smallcaps">Van
+Dijk</span>, a. w., blz. 224, vv.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk VI.</h2>
+<p class="firstpar">Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in.
+Aan de bewindhebbers schrijft deze: &ldquo;<span lang="nl-1600">Mijne
+Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijcke toverwegen hoe
+hoognoodigh het is de tocht naar Manilla van jaer tot jaer werde
+gecontinueert</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1608src" href="#xd20e1608" name="xd20e1608src">1</a>; niet alleen, zooals hij zegt,
+om de schade, die men daardoor aan den handel te Manila toebracht en
+omdat men op die wijze de Chineezen dacht te dwingen de vaart op de
+Philippijnen te staken en die naar Bantam te verplaatsen, maar ook
+omdat hij daarmee allen toevoer naar de Molukken hoopte te beletten.
+Dat hij hierdoor ook Manila zelf trof en dat dit, wat trouwens van zelf
+spreekt, juist in zijne bedoeling lag, zegt hij duidelijk in een brief
+aan de bewindhebbers, waarin hij meedeelt, dat twee Hollandsche schepen
+vóór Manila kruisten om de jonken aan te halen, wat, zoo
+schrijft hij, van belang is, omdat uit de groote tollen, die de
+Chineezen betalen, de Spanjaarden hun voornaamste inkomsten putten nl.
+150.000 realen van achten buiten de 250.000 realen die het hoofdgeld
+der Chineeschen inwoners hun opbrengt, terwijl bij dit laatste nog niet
+eens is gerekend, hetgeen de winkelhouders nog moeten betalen.
+&ldquo;De Chineezen&rdquo;, gaat hij voort, &ldquo;zijn te Manila over
+de 30.000 sterk en betalen in alles wel 500.000 realen van
+achten&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1617src" href="#xd20e1617"
+name="xd20e1617src">2</a>. Van de twee schepen, <span class="pagenum">[<a id="pb47" href="#pb47" name="pb47">47</a>]</span>waarover
+Lam hier spreekt, kan ik er slechts &eacute;&eacute;n noemen, namelijk
+De Oude Son, die wij in het vorige hoofdstuk hebben verlaten op weg
+naar Cochin-China. Na gezamenlijk met De Galjas een vergeefsche poging
+te hebben aangewend om een kraak, die naar Macao bestemd was, buit te
+maken, voer den 9<sup>en</sup> Maart 1618 De Oude Son opnieuw naar
+Manila, terwijl De Galjas den 28<sup>en</sup> Maart naar Cochin-China
+zeilde. Dezen keer was De Oude Son gelukkiger. Den 4<sup>en</sup> Mei
+veroverde zij een groote Chineesche jonk, den 8<sup>en</sup> Mei nog
+een en kort daarop nog zes kleine, waarna het met dezen rijken buit,
+waarvan de waarde &fnof;&nbsp;558.169 bedroeg, terugkeerde en den
+7<sup>en</sup> Juni te Firando binnen liep. Kort hierop kwamen nog twee
+schepen te Firando: De Galjas, die teruggekeerd was zonder Cochin-China
+te hebben kunnen aandoen, omdat de scheepsofficieren het schip in den
+steek hadden gelaten, en het voormalige Engelsche jacht de Attandance,
+dat door de onzen bij Banda genomen en herdoopt was in De Vliegende
+Bode. Deze beide laatste schepen zullen wij weldra weer ontmoeten in de
+Philippijnsche wateren. Wij hebben in het vorig hoofdstuk gezien dat de
+vloot der Spanjaarden door storm bijna geheel was vernietigd. Zoodra de
+raad der Molukken dit door drie uit Manila ontvluchte Nederlanders had
+vernomen, besloot men spoedig hierop, den 23<sup>en</sup> April, om
+weder eenige schepen voor Manila te laten kruisen. Wel werd er door de
+verschillende moeilijkheden, waarin de Nederlanders zich vooral met de
+Engelschen gewikkeld hadden, niet onmiddellijk gevolg aan gegeven, maar
+nadat den 21<sup>en</sup> Juli en den 11<sup>en</sup> Aug. nogmaals op
+het wenschelijke van zulk eene onderneming op dat tijdstip was gewezen,
+werden in de bovengenoemde <span class="pagenum">[<a id="pb48" href="#pb48" name="pb48">48</a>]</span>vergadering vijf schepen daarvoor
+bestemd en Adam Westerwolt tot opperbevelhebber benoemd. Reeds den
+24<sup>en</sup> Aug. ging hij met de vijf schepen onder zeil. Ofschoon
+Coen in 1617 aan hem schreef, dat de zaak weer <span lang="nl-1600">couragieuselijk</span> moest hervat worden, bleek hij er in
+<span class="corr" id="xd20e1659" title="Bron: 1518">1618</span> niet
+al te zeer mee ingenomen. Hij oordeelde de omstandigheden te gevaarvol,
+om er zooveel schepen heen te sturen. Hij was bang het zekere te
+verliezen &ldquo;om een vogel die in de lucht vliegt, te
+bekomen&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1662src" href="#xd20e1662"
+name="xd20e1662src">3</a>. Gelukkig, het zekere bleef behouden, maar
+veel voordeel leverde de tocht niet op. Van de vijf schepen, die onder
+de vlag van Westerwolt waren uitgezeild, moesten er twee: De Oude Maen
+en De Vlissingen, nog voor Manila liggende, wegens &ldquo;<span lang="nl-1600">outheyt</span>&rdquo; gesloopt worden. Wel was de vloot weer
+tot hare oorspronkelijke sterkte terug gebracht door de aankomst van De
+Galjas en De Vliegende Bode uit Japan, die tevens provisie voor de
+vloot meebrachten, doch ofschoon ze tot 26 Mei 1619 omtrent het land
+van Manila bleven kruisen, maakten zij slechts drie jonken prijs ter
+waarde van &fnof;&nbsp;33.894. Zes jonken wisten den Hollanders te
+ontkomen, en daar de Chineezen, door verschillende berichten van de
+Spanjaarden<a class="noteref" id="xd20e1681src" href="#xd20e1681" name="xd20e1681src">4</a> op hun hoede, zich niet meer vertoonden, besloot
+Westerwolt naar Japan te vertrekken. De Swaen werd van daar met
+provisie naar de Molukken gezonden, weldra gevolgd door de Nieuwe Maen.
+Westerwolt zelf ging naar Jacatra onder zeil, waar hij den
+16<sup>en</sup> Dec. 1619 behouden aankwam. Het geringe voordeel, dat
+deze tocht opbracht, moet <span class="pagenum">[<a id="pb49" href="#pb49" name="pb49">49</a>]</span>voornamelijk geweten worden aan
+gebrek aan provisie, waardoor zij &ldquo;<span lang="nl-1600">gants
+machteloos</span>&rdquo; waren geweest<a class="noteref" id="xd20e1692src" href="#xd20e1692" name="xd20e1692src">5</a>.</p>
+<p>Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen
+zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den koning
+van Mindanao, steun van de Compagnie verzoeken tegenover den koning van
+Boaya, die vertegenwoordigd werd door den reeds verdreven vorst van
+Sarangani. Gouverneur-generaal en raden wenschten door partij te kiezen
+niet een der vorsten in de armen der Spanjaarden te voeren en
+bewandelden dus een middelweg. Beide vorsten werden met een kluitje in
+&rsquo;t riet gestuurd. Coen en later Lam, aan wien de beslissing door
+den gouverneur-generaal was overgelaten, zeiden, dat zij eerst wilden
+trachten de twee vorsten te verzoenen, daar beide toch vrienden van ons
+waren, dat wij zeker wel een gezantschap zouden hebben gestuurd om de
+verzoening tot stand te helpen brengen, maar dat wij daarvoor, wegens
+de twisten met de Engelschen, nu geen schip konden missen. Ook
+waarschuwde Lam in een brief, aan Kaitsjil Soliman voor diens vader
+meegegeven, voor de geheime bedoelingen van hun gezamenlijke vijanden,
+de Spanjaarden, om vijandschap en twist te verwekken en hen dan op het
+onvoorzienst te overvallen en &ldquo;tot de uiterste
+extremiteiten&rdquo; te brengen<a class="noteref" id="xd20e1700src"
+href="#xd20e1700" name="xd20e1700src">6</a>. Op deze wijze wist men nog
+gelukkig de goede verstandhouding met beide vorsten te bewaren. Het
+moet dezen echter wel wat vreemd voorgekomen zijn, dat de Hollanders
+het volgend jaar wel weder schepen beschikbaar hadden voor een tocht
+naar de Philippijnen. <span class="pagenum">[<a id="pb50" href="#pb50"
+name="pb50">50</a>]</span>Nu had men het echter niet gemunt op
+Chineesche jonken. Dezen keer hoopte men Manila in &eacute;&eacute;n
+slag geducht te knakken en zich een grooten buit te verschaffen. Men
+wilde toch het zilverschip van Acapulco vermeesteren. Mocht dit
+gelukken, dan werd den Spaanschen handel een gevoelig, ja bijna
+onoverkomelijk verlies toegebracht. Met dit doel had Coen aan Van
+Speult, den gouverneur van Ambon, in een geheim gehouden lastbrief
+opgedragen den 1<sup>en</sup> of uiterlijk half April drie schepen uit
+te zenden naar kaap Spiritu Sancto op 12&frac12;&deg; N.B. Van Speult
+kon zich echter niet stipt aan den tijd houden, omdat de schepen,
+waarmee hij moest uitzeilen, te laat in Ambon aankwamen. Den
+13<sup>en</sup> Mei 1620 eerst verlieten De St. Michiel, De Swaen en De
+Expeditie van Ambon onder bevel van Bartholomeus v. Spilbergen<a class="noteref" id="xd20e1714src" href="#xd20e1714" name="xd20e1714src">7</a>
+het eiland Ambon. Coen meende gegronde hoop te mogen koesteren op het
+welslagen van den tocht, daar een Spaansche stuurman, die reeds
+tweemaal de reis van Acapulco naar Manila meegemaakt had, zich als
+gevangene op de vloot bevond. Eerst moesten zij, volgens den wil van
+Coen, Ternate aandoen om den vijand geheel en al te misleiden en daarna
+tot het laatst van Juni omtrent Kaap Spiritu Sancto kruisen. En
+waarlijk, het geluk scheen Spilbergen te dienen. Den 26<sup>en</sup>
+Juni kwamen de zilverschepen in het gezicht. Gewoonlijk werd het zilver
+door slechts &eacute;&eacute;n schip overgebracht, dezen keer waren het
+er drie<a class="noteref" id="xd20e1724src" href="#xd20e1724" name="xd20e1724src">8</a> onder bevel van Fernando de Ayala. <span class="pagenum">[<a id="pb51" href="#pb51" name="pb51">51</a>]</span>In de
+meening dat het schepen waren, die de in 1618 nieuwbenoemde gouverneur
+der Philippijnen Fajardo, hun tegemoet gezonden had, kwamen zij met
+volle zeilen op de Hollanders af. Na zonsondergang waren zij zoo dicht
+genaderd, dat zij van weerszijden elkander konden hooren spreken. Toen
+eerst ontdekten de Spanjaarden hun vergissing. Door de ingevallen
+duisternis en het ruwe weer gelukte het hun te ontkomen. Een der
+schepen werd echter door de Hollanders op het strand van Albay (ten
+Noorden van de straat van Bernardino) gedrongen. Aan Coen werd bericht,
+dat het twee millioen zilver in had. Deze schreef hierop aan
+bewindhebbers: &ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t Heeft Godt niet
+gelieft, dat die becomen zouden, want daer d&rsquo;onze meenden, dat
+het zilverschip al hadden, zijn door een uit der maten grooten storm
+daer van geraect en alle te samen in groot peryckel van stranden
+gecomen</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1747src" href="#xd20e1747" name="xd20e1747src">9</a>. In denzelfden brief meldt Coen,
+dat naar men zegt, het zilver door de Spanjaarden geborgen is en dit
+stemt overeen met de door Blumentritt gebruikte Spaansche bronnen.
+Ayala liet het, nu op zijn hoede voor de Hollanders, over Borongan aan
+de kust van Samar met karren naar Manila voeren. Van onze drie schepen
+kwamen slechts De Expeditie van Ambon en De Swaen behouden te Firando.
+De Expeditie echter ging, reeds in behouden haven, toch nog voor onze
+vloot verloren, daar het door harden wind in de haven omsloeg. Van de
+St. Michiel, waarop Spilberghen was, werd nimmermeer iets vernomen.
+&ldquo;Waarschijnlijk&rdquo;, schrijft Coen, &ldquo;<span lang="nl-1600">is het met man en muis in de storm
+gesoncken</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1763src" href="#xd20e1763" name="xd20e1763src">10</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52" name="pb52">52</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1608" href="#xd20e1608src" name="xd20e1608">1</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz.
+180.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1617" href="#xd20e1617src" name="xd20e1617">2</a></span> Lam aan
+bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk aangehaald door
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 235.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1662" href="#xd20e1662src" name="xd20e1662">3</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 234; brief van
+Coen aan Lam van 30 Dec. 1617, aangehaald bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R. dl. II, blz.
+224. Tiele ziet hier de veranderde meening van Coen over het hoofd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1681" href="#xd20e1681src" name="xd20e1681">4</a></span> Coen
+schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn (Coen aan
+bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.)</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1692" href="#xd20e1692src" name="xd20e1692">5</a></span> Brief
+van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief van de XVII
+aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door <span class="smallcaps">Van
+Dijk</span>, a. w., blz. 234, noot.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1700" href="#xd20e1700src" name="xd20e1700">6</a></span> Zie
+brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 236.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1714" href="#xd20e1714src" name="xd20e1714">7</a></span> Barth.
+Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna Westerwolt op
+zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde gestaan en was na
+zijn terugkomst door Coen den 28<sup>en</sup> Febr. tot
+opperbevelhebber van dien tocht benoemd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1724" href="#xd20e1724src" name="xd20e1724">8</a></span> In
+Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen gesproken. Coen
+aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz.
+286. <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>,
+blz. 21, noemt het getal drie.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1747" href="#xd20e1747src" name="xd20e1747">9</a></span> Coen aan
+bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz.
+286.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1763" href="#xd20e1763src" name="xd20e1763">10</a></span> Zie
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 237, vv.;
+<span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i>Holl. Angriffe</i>, blz.
+21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621,
+aangehaald bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>,
+5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. 285.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk VII.</h2>
+<p class="firstpar">In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen,
+dat Coen in 1618 van meening veranderd was, omtrent het zenden van een
+vloot naar de Philippijnen. Wel vond hij het goed, dat er schepen
+gezonden waren, maar, naar den stand en tijd, ware &rsquo;t beter
+geweest, schreef hij aan &rsquo;t Lam<a class="noteref" id="xd20e1791src" href="#xd20e1791" name="xd20e1791src">1</a>, &ldquo;dat
+men zooveel van de beste schepen niet gezonden hadde&rdquo;. Hij
+vreesde, dat de Molukken Ambon en Banda door het <span class="corr" id="xd20e1797" title="Bron: uitzendan">uitzenden</span> van vijf der beste
+schepen te zeer ontbloot zouden worden, waardoor aan de Engelschen
+gelegenheid werd gegeven aldaar hun slag te slaan<a class="noteref" id="xd20e1800src" href="#xd20e1800" name="xd20e1800src">2</a>. En
+Coen&rsquo;s vrees was gerechtvaardigd. Het was den Engelschen ernst,
+toen zij dreigden de &ldquo;<span lang="en">Dutchman</span>&rdquo; niet
+alleen uit Ambon, Banda en de Molukken, maar uit den geheelen Indischen
+Archipel te verdrijven. Half December, na aankomst van hun admiraal
+Thomas Dale, sloten zij heimelijk een aanvallend verbond tegen de
+Nederlanders met den koning van Bantam. Samen zouden zij het
+Nederlandsche fort te Jacatra veroveren. Hoe Coen genoodzaakt werd, het
+fort aan zijn lot over te laten, en den wijk te nemen naar Ambon; hoe
+hij, een grootere scheepsmacht verzameld hebbende, het volgende jaar is
+<span class="corr" id="xd20e1809" title="Bron: terugkeerd">teruggekeerd</span> en Jacatra verwoestte, is
+algemeen <span class="pagenum">[<a id="pb53" href="#pb53" name="pb53">53</a>]</span>bekend. De Engelschen trof Coen er niet meer aan.
+Zij waren reeds eerder, bevreesd voor de dubbelzinnige houding van
+Bantam&rsquo;s koning, naar de hoofdstad van dien vorst terug gezeild.
+Toen zij hier hoorden, dat Coen met een vloot van zestien schepen
+teruggekeerd was, waren zij door straat Soenda gevaren en hadden van
+daar koers gezet naar het westen. Hierna werd Bantam door Coen
+geblokkeerd, drie schepen naar Patani en zes naar Sumatra&rsquo;s
+westkust gezonden om de factorijen van kapitaal en koopmansgoederen te
+voorzien, waarbij tevens den gezagvoerders werd opgedragen, waar zij
+konden, de geleden schade op de Engelschen te verhalen. Dit gelukte
+volkomen. Het eerste eskader nam twee Engelsche schepen, het andere
+vier. Aldus was Coen op het punt een zijner vurigste wenschen, de
+Engelschen uit den Archipel te verdrijven, vervuld te zien, toen hem
+plotseling in Maart 1620, als een donderslag uit een helderen hemel,
+het bericht trof, dat de Engelsche- en Nederlandsche Oost-Ind.
+Compagnie in Europa den 17<sup>en</sup> Juli 1619 een verbond met
+elkaar hadden gesloten. In de eerste artikelen waren voornamelijk
+bepalingen opgenomen, waarbij de handel voor beide partijen werd
+geregeld, terwijl de laatste artikelen op het oogenblik voor ons doel
+van meer belang zijn. Er werd nl. een raad van defensie in Indi&euml;
+opgericht, bestaande uit acht leden, vier Hollandsche en vier
+Engelsche, waarvan beurtelings een Nederlander en een Engelschman
+voorzitter zou zijn. Ter beschikking van dezen raad van defensie werd
+een vloot gesteld van 20 schepen, de vloot van defensie. Dat dit
+geheele verbond Coen verre van aangenaam was, schreef hij weliswaar in
+ronde woorden aan de bewindhebbers, maar hij moest aan <span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54" name="pb54">54</a>]</span>de
+bevelen gehoorzamen<a class="noteref" id="xd20e1820src" href="#xd20e1820" name="xd20e1820src">3</a>. Het kwam er nu slechts op aan,
+zooveel mogelijk partij te trekken van het verbond en&mdash;dit was
+volkomen aan Coen toevertrouwd. Reeds den 28<sup>en</sup> April werd op
+het schip de Theems Royal voor Bantam eene vergadering van den raad van
+defensie gehouden, waarin op voorstel van Coen besloten werd,
+gezamenlijk een tocht te ondernemen naar de Philippijnen om den
+Chineeschen handel op Manila te beletten. Tien schepen werden hiertoe
+bestemd, vijf Engelsche en vijf Hollandsche, terwijl de Engelschen
+volgens accoord de vlag op de groote steng zouden voeren, de Hollanders
+op de voorsteng<a class="noteref" id="xd20e1848src" href="#xd20e1848"
+name="xd20e1848src">4</a>. Reeds den 31<sup>en</sup> Mei werden twee
+Hollandsche De Haerlem en De Hoope en twee Engelsche de Elisabeth en de
+Bull vooruitgezonden om tot 5 Aug. tusschen China en Japan te kruisen;
+daarna, aldus luidde de instructie, moesten ze langs de kust van Japan
+alle Spaansche of Portugeesche schepen buit maken, maar van de
+Chineesche jonken slechts, die op Manila voeren. Het Engelsche schip de
+Hope zou over Patani gaan en zich daarna met bovengemelde vier schepen
+vereenigen. In het begin van Juni werden deze vijf schepen gevolgd door
+vier andere, te weten de Engelsche: de Maen en de Paltsgraeff en de
+Hollandsche: Nieuw Bantam en De Trouw. Firando werd als
+vereenigingsplaats aangewezen, waar het tiende Hollandsche schip, De
+St. Michiel, zich bij de andere zou <span class="pagenum">[<a id="pb55"
+href="#pb55" name="pb55">55</a>]</span>voegen. Admiraal van de vloot
+was de Engelsche schipper Robert Adams, vice-admiraal Willem
+Jansz.<a class="noteref" id="xd20e1866src" href="#xd20e1866" name="xd20e1866src">5</a>, Raad van Indi&euml;. In plaats van De St.
+Michiel, die, zooals wij gezien hebben, vergaan was, werd aan De Swaen,
+te Firando van Kaap Spiritu Sancto teruggekeerd, door Willem Jansz
+bevel gegeven mee te zeilen<a class="noteref" id="xd20e1883src" href="#xd20e1883" name="xd20e1883src">6</a>. Den 1<sup>en</sup> Jan. 1621
+moesten zij volgens de instructie Firando verlaten. Na eenigen tijd
+vergeefs op het Engelsche schip de Hope, dat reeds lang uit Patani
+aangekomen moest zijn, gewacht te hebben, ging men op 13 Jan. 1620 met
+negen schepen en twee jonken, die als branders moesten dienst doen,
+onder zeil. De instructie luidde, naar de baai van Manila te loopen om
+de Spanjaarden afbreuk te doen en den Chineeschen handel,
+&ldquo;<span lang="nl-1600">van daer t&rsquo; onswaert te
+trecken</span>&rdquo;, daar tot omstreeks 30 Juni 1621 blijven en over
+Japan terugkeeren, tenzij Chineesche jonken met den zuidermoesson
+verwacht werden. Dan moest men hen afwachten en over Patani
+terugkeeren, daar men Japan in dat geval niet meer zou kunnen bezeilen.
+Men moest, (indachtig aan de fout, die Lam in 1617 had begaan) de vloot
+goed bijeen houden, geen Japansche jonken schade berokkenen noch
+Chineesche, die op vrije plaatsen voeren. De Chineezen der veroverde
+jonken moest men zooveel mogelijk naar Batavia brengen. Zoodra de vloot
+voor de baai van Manila verscheen, moesten, ter voorkoming van
+geschillen, eenige Nederlanders op de Engelsche en omgekeerd eenige
+Engelschen op de Nederlandsche schepen worden geplaatst <span class="pagenum">[<a id="pb56" href="#pb56" name="pb56">56</a>]</span>&ldquo;<span lang="nl-1600">om te registreeren al
+sulcke goederen als bij d&rsquo;een oft d&rsquo;ander verovert en
+overgenomen zoude mogen worden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1901src" href="#xd20e1901" name="xd20e1901src">7</a>. In een
+particuliere instructie aan W. Jansz drukt Coen dezen bevelhebber op
+eigenaardige wijze groote waakzaamheid tegenover de Engelschen op het
+hart. &ldquo;<span lang="nl-1600">Het gemeene spreekwoort, weest trouwe
+ende vertrouwt niemant, sult alsoo niet verstaen alsof
+d&rsquo;Engelschen niet zouden mogen vertrouwen, maar brengt mede, dat
+men altoos trouw moet wezen en de niemant dan<a class="noteref" id="xd20e1906src" href="#xd20e1906" name="xd20e1906src">8</a> met een goet
+ommesien en goede circonspectie vertrouwen sall.</span>&rdquo; De
+uitslag van deze expeditie was niet schitterend. De Spaansche schepen:
+drie galjoenen en zes galeien en drie andere vaartuigen<a class="noteref" id="xd20e1919src" href="#xd20e1919" name="xd20e1919src">9</a>, hadden zich, op bevel van Fajardo, zoo goed
+gedekt,<a class="noteref" id="xd20e1934src" href="#xd20e1934" name="xd20e1934src">10</a> dat de gecombineerde vloot er zelfs geen branders
+op kon afzenden, zonder dat deze gevaar liepen in de handen der
+vijanden te vallen daar &ldquo;<span lang="nl-1600">twee galeien met
+veel roeituig in inkomen van het gat, recht voor de schepen op de wacht
+lagen</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e1952src" href="#xd20e1952" name="xd20e1952src">11</a>. De Spanjaarden bleken dus
+gewaarschuwd, evenals de Chineezen, daar deze zeven van de rijkste
+jonken in Chinchu hadden opgehouden. Slechts vijf van zulke scheepjes
+vielen ons in handen, en daar het weer zeer onstuimig werd, besloot men
+<span class="pagenum">[<a id="pb57" href="#pb57" name="pb57">57</a>]</span>19<sup>en</sup> Juni niet op de Chineesche jonken,
+die mogelijk met den zuidermoesson zouden aankomen, te wachten, maar
+naar Firando terug te keeren. Twee dagen daarna&mdash;wat zullen de op
+buit belusten zich ge&euml;rgerd hebben&mdash;liepen drie zeer rijk
+geladen fregatten van Macao de haven van Manila binnen, den
+28<sup>en</sup> Juli gevolgd door de zilverschepen van Acapulco met 300
+man en de door de Chineezen opgehouden jonken. Wanneer de vloot dus
+langer was gebleven, hoeveel rijker zou dan de buit geweest zijn! Nu
+bekwamen de Engelschen en Hollanders slechts elk
+&fnof;&nbsp;63807.10.4, &ldquo;maar &rsquo;t beste deel, naar wij
+verstaan, is naar men zegt,&rdquo; schrijft Coen, &ldquo;door de
+officieren en het gemeen volk genomen, daaraan voor omtrent
+&fnof;&nbsp;120.000 te Firando verkocht en geconsumeerd. Hiervan geven
+de onzen de Engelschen schuld, want daar zij naar hun believen roofden
+en plunderden, kon men het de onzen ook niet verbieden&rdquo;. Reeds
+vroeger had Coen aan de bewindhebbers geschreven, dat &ldquo;zij geen
+hulp, maar niet dan hinder van de Engelschen te verwachten
+hadden&rdquo;. En dit is zeker niet te verwonderen daar de Engelschen
+regel, orde noch recht kenden, niet door de hoofden in bedwang gehouden
+konden worden en op brutale wijze te kennen gaven dat zij voor geen
+ander wilden stelen, dat zij op koopvaardij, niet ten oorlog gehuurd
+waren en liever tegen ons dan tegen de Spanjaarden wilden
+vechten<a class="noteref" id="xd20e1966src" href="#xd20e1966" name="xd20e1966src">12</a>. Had Coen dus al geen reden om zeer ingenomen te
+zijn met de houding onzer bondgenooten, ook den Nederlandschen
+commandeur W. Jansz betuigde hij zijn ontevredenheid, dat hij zooveel
+Chineezen <span class="pagenum">[<a id="pb58" href="#pb58" name="pb58">58</a>]</span>had vrijgelaten in weerwil van zijn bevel om ze
+alle naar Batavia of de Molukken te zenden. In Maart schreef hij het
+nog op verschoonende wijze aan een misverstand toe<a class="noteref"
+id="xd20e2002src" href="#xd20e2002" name="xd20e2002src">13</a>, maar
+een maand later in een instructie aan Reijersz die, volgens Coens
+meening, ook W. Jansz zou lezen, werd het zelfs een nalatigheid
+genoemd. &ldquo;<span lang="nl-1600">Seer ernstelycken</span>,&rdquo;
+aldus de instructie, &ldquo;<span lang="nl-1600">hebben voor dezen
+d&rsquo; Heer Commandeur Willem Jansen gerecommandeert, gelijck mede
+aen d&rsquo;andere Commandeurs die voor hem geweest zijn, soo veel
+Chinezen te houden naer de Moluccos, Amboyna, Banda ende herwaerts te
+zenden als eenichsints doenlycken wesen soude, maer alsoo naert schijnt
+verstonden, hoeveel de Comp<sup>a</sup> hieraen gelegen was, is daer op
+niet gevolcht ende de saecken geensints beherticht, maer de nalaticheyt
+met frivole vonden ende praetjens geexcuseert. Hierover sal UEd.
+veradverteert wesen, dat de Comp<sup>a</sup> aen een goet getal
+Chinezen soovele gelegen is, dat daeromme soo eene vloote als deze wel
+expresselijcke naer Manilha ende na de custe van China zoude mogen
+gesonden worden, want als de lande van Batavia, Amboyna ende Banda
+behoorlyck met volck beseth ende gepeupleert worden, zal de
+Comp<sup>a</sup> daerdoor mettertijt soo groote benefitie genieten, dat
+alle de forten daer mede ofte daer door volmaeckt ende onderhouden
+sullen connen worden. Hadde de Commandeur W. Jansen een goet getal
+Chinezen naer Amboyna ende Banda gesonden, gelyck zeer wel doen cond,
+meer dienst soude de Comp<sup>a</sup> daeraen geschiet wesen, dan alle
+sijne veroverde goederen waerdich zijn</span>&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd20e2023src" href="#xd20e2023" name="xd20e2023src">14</a>. Men
+ziet hieruit <span class="pagenum">[<a id="pb59" href="#pb59" name="pb59">59</a>]</span>waarom, en hoeveel, waarde gehecht werd aan
+Chineesche gevangenen. De woorden, waarin de nalatigheid van W. Jansz
+wordt besproken, waren natuurlijk daarom zoo scherp, om Reyersz op het
+hart te drukken, vooral niet in dezelfde fout te vervallen. Ware het
+anders, had Coen werkelijk in Jansz zoo&rsquo;n verkeerd werktuig
+gezien, dan was hij zeker in dezelfde instructie niet aangewezen om,
+zoodra hij zich met zijn vloot bij Reyersz zou voegen, het
+opperkommando over te nemen. De moesson heeft dit echter, zooals wij
+later zullen zien, verhinderd. <span class="pagenum">[<a id="pb60"
+href="#pb60" name="pb60">60</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1791" href="#xd20e1791src" name="xd20e1791">1</a></span> Brief
+van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 234.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1800" href="#xd20e1800src" name="xd20e1800">2</a></span> Brief
+van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 234.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1820" href="#xd20e1820src" name="xd20e1820">3</a></span> Zie
+hierover <span class="smallcaps">De Jonge</span>, a. w., dl. IV, blz.
+XXXV vv.; <span class="smallcaps">Tiele</span>, 5<sup>e</sup> R., dl.
+II, blz. 216 vv. en <span class="smallcaps">P. A. Leupe</span>
+&ldquo;<span class="smallcaps">W. Jansz</span> van Amsterdam&rdquo; in
+<i>Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Ned. Indi&euml;</i>,
+3<sup>e</sup> R., dl. VII, 1872.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1848" href="#xd20e1848src" name="xd20e1848">4</a></span> Coen aan
+bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; &ldquo;Instructie voor de schepen
+Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope&rdquo;, afgedrukt (maar vertaald) bij
+<span class="smallcaps">Nachod</span>, <i lang="de">Die Beziehungen der
+Niederl&auml;ndischen Kompagnie zu Japan</i>, 1897, <span lang="de">Beilage 19</span>. De Elisabeth en De Haerlem moesten direct
+doorzeilen naar de kust van China; de Bull en De Hoope naar Macao, om
+zich daarna bij de twee vorige schepen te voegen.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1866" href="#xd20e1866src" name="xd20e1866">5</a></span>
+&ldquo;<span lang="nl-1600">In vougen, dat minder meerder commanderen
+sal, welck niet wel en past</span>&rdquo;, schrijft Coen hierover aan
+bewindh., 31 Juli, 1620. (<span class="smallcaps">Leupe</span> in
+<i>Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde</i><span class="corr" id="xd20e1876" title="Niet in bron">,</span> 3<sup>e</sup> R., dl. VII,
+1872, blz. 317.)</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1883" href="#xd20e1883src" name="xd20e1883">6</a></span> Zie de
+instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10 schepen, 13 Juni
+1620, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Nachod</span>, a. w.,
+Beilage 20.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1901" href="#xd20e1901src" name="xd20e1901">7</a></span> Zie
+bovengenoemde instructie.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1906" href="#xd20e1906src" name="xd20e1906">8</a></span>
+Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij <span class="smallcaps">Leupe</span>, <i>Bijdr.</i>, 3<sup>e</sup> R., dl. VII,
+blz. 317.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1919" href="#xd20e1919src" name="xd20e1919">9</a></span> Zie de
+verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij Blanckenburch),
+aangehaald bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, blz<span class="corr" id="xd20e1924" title="Bron: ,">.</span> 239, noot; Coen (brief
+aan bewindh., 6 Mei, 1621, Hs., R.A.<span class="corr" id="xd20e1927"
+title="Bron: noemt)">) noemt</span> het zelfde getal schepen, maar in
+andere verhouding: &ldquo;<span lang="nl-1600">4 groote schepen, 4
+cleine en 4 galeien</span>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1934" href="#xd20e1934src" name="xd20e1934">10</a></span> Fajardo
+was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien in zee geweest om
+op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar verstandiger gevonden,
+zich terug te trekken. Zie Coen aan bewindh., 6 Mei 1621, Hs., R.A.
+Gebruikt door <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Bijdr<span class="corr" id="xd20e1941" title="Niet in bron">.</span></i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz. 286.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1952" href="#xd20e1952src" name="xd20e1952">11</a></span> Zie den
+brief van <span class="corr" id="xd20e1954" title="Bron: Jacque">Jacques</span> Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe) aan
+bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk verkeerd
+ingelicht, toen hij aan bewindhebbers schreef: &ldquo;De Spaansche
+schepen, die voor Cavite lagen, durfden niet uitkomen&rdquo;; Coen aan
+bewindh., 20 Dec., 1621, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e1966" href="#xd20e1966src" name="xd20e1966">12</a></span> Brief
+van Coen aan Bewindh., 20 Dec<span class="corr" id="xd20e1968" title="Niet in bron">.</span>, 1620, gedeeltelijk afgedrukt in een noot bij
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span><span class="corr" id="xd20e1973" title="Niet in bron">,</span> a. w., blz. 239. Zie verder
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. VI, blz. 250 en 258<span class="corr" id="xd20e1986" title="Niet in bron">;</span> <span class="smallcaps">Leupe</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 2<sup>e</sup> R., dl. VII, blz. 320.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2002" href="#xd20e2002src" name="xd20e2002">13</a></span> Brief
+van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2023" href="#xd20e2023src" name="xd20e2023">14</a></span>
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis
+Reyersen en de Raedt van de vloote nae de cust van Chyna
+varende</span>&rdquo;, afgedrukt bij <span class="smallcaps">W. P.
+Groeneveld</span>, &ldquo;De Nederlanders in China&rdquo; in
+<i>Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde</i>, 6<sup>e</sup> R.,
+dl. IV, blz. 323.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk VIII.</h2>
+<p class="firstpar">Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer
+vijanden dan bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens
+gezamenlijk een tocht ondernemen op bevel van den raad van defensie.
+Voor de chronologische volgorde komt het mij echter geschikter voor,
+eerst eenige andere ondernemingen der Hollanders te behandelen, die zij
+van de Molukken uit tegen de Philippijnen op touw hebben gezet.
+Herhaaldelijk hadden de Hollanders reeds getracht in vriendschappelijke
+verhouding te komen met de bewoners van Mindanao en den
+Soeloe-archipel, maar veel voordeel hadden deze pogingen niet
+<span class="corr" id="xd20e2047" title="Bron: opleverd">opgeleverd</span>. Dit lag natuurlijk grootendeels aan
+de weinige kracht en volharding, die wij toonden om de aangeknoopte
+betrekkingen in eene duurzame vriendschap te doen overgaan. Weinig
+kracht? Weinig volharding? Ja zeker! maar het zij verre dit den
+Hollanders te verwijten. Niet overal konden zij evenveel energie
+ontwikkelen. Vroeger had de vijandschap met de Engelschen veel van onze
+krachten gevergd en na het accoord met hen moesten wij zorgen den
+handel te behouden in de plaatsen, waar wij die bezaten, zooals de
+Molukken, Banda en Ambon<a class="noteref" id="xd20e2050src" href="#xd20e2050" name="xd20e2050src">1</a>. Ook met de inboorlingen in de
+Molukken stonden wij op zeer <span class="pagenum">[<a id="pb61" href="#pb61" name="pb61">61</a>]</span>gespannen voet. Te verwonderen was
+dit niet; wij wenschten monopolie, weerden alle kooplui en voorzagen
+bijvoorbeeld de Ternatanen niet van de noodzakelijke levensmiddelen.
+Zij moesten nagelen plukken&mdash;en wij gingen met de voordeelen
+strijken. En de forten opgericht om hen tegen de Tidoreezen en
+Spanjaarden te beschermen, moesten ter bezuiniging worden afgebroken.
+Lam keurde de harde behandeling, die de Ternatanen ondervonden, af, en
+dus werd hij als gouverneur in 1621 vervangen door Frederik de Houtman.
+Coen wilde gehoorzaamd worden. Veel had hij ondernomen en veel ten
+uitvoer gebracht. Zijne middelen waren dikwijls ruw, hard en wreed,
+niet evenredig aan het doel, zouden wij negentiende-eeuwers geneigd
+zijn te zeggen, maar wij houden de woorden terug: de objectieve
+historicus bedenkt zich, dat Coen geen grootscher doel kende, dan het
+bevorderen, uitbreiden van de macht der O.-I. Compagnie; hij herinnert
+zich dat het volk in den tachtigjarigen oorlog en in den krijg in den
+Archipel gewoon was geraakt aan bloedige tooneelen. En wat zeker niet
+het minst moet bijdragen tot zachter oordeel over Coen, is, dat men de
+inlanders niet als menschen beschouwde, maar als andere lager staande
+wezens. Hoe het ook zij, Lam werd teruggeroepen en Houtman vertrok met
+de voor de Ternatanen harde instructie, dat eenige forten geslecht
+moesten worden. Hoe nu aan deze instructie ook door Houtman niet is
+voldaan, zal eerst later door mij meegedeeld worden. Voorloopig wilde
+ik het slechts even aanstippen om te wijzen op de moeilijke
+omstandigheden, waarin wij verkeerden, een der redenen waarom wij zoo
+weinig gehoor gaven aan de vriendschapsaanbiedingen der inboorlingen
+van de Philippijnen, waarvan vele, als de bewoners van Mindanao, in
+voortdurenden strijd leefden met de Spanjaarden. Maar ook onze
+<span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62" name="pb62">62</a>]</span>geringe bekendheid met het land had hieraan
+schuld. Wij wisten niet of zulk een tocht behalve den afbreuk onzen
+vijand aangedaan, ons wel genoeg voordeel zou opleveren. Toch besloot
+Coen, al waren de inlichtingen, die hij had verkregen ook oppervlakkig,
+een poging aan te wenden om iets meer over Mindanao te vernemen. In de
+instructie aan Fred. de Houtman, werd dezen, toen hij 11 Juni 1621 als
+gouverneur naar de Molukken vertrok, het volgende hieromtrent
+opgedragen: &ldquo;<span lang="nl-1600">Alsoo verstaen dat de Comp. op
+Mindanao seer goeden dienst gedaen can worden, sal UE. derwaerts een
+schip oft jacht met een goet cargasoen en bequaem coopman senden, soo
+haast de gelegentheit becompt, en dat principalyck om gout, was, slaven
+tegen cleden te verhandelen</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2067src" href="#xd20e2067" name="xd20e2067src">2</a>. Reeds zeer
+spoedig vond De Houtman gelegenheid derwaarts geschenken te zenden en
+tevens de komst van een schip te doen aankondigen. Den 12<sup>en</sup>
+Juli 1621 schrijft hij hieromtrent aan Coen: &ldquo;<span lang="nl-1600">Vernemende, dat eenige Duitsen op &rsquo;t eylant Solo bij
+Tagama [Basilan] bij Mindanao gecomen waren, vermoeden derhalve
+&rsquo;t jacht Ternate daeromtrent zou zijn verongeluckt, hebben een
+Chinees schipper, die jaerlycks derwaerts vaert en ons volck de tijding
+gebracht had, een brief aan den coninck medegegeven met een geschenk en
+een tulbant. Alsoo mede de Koningen van Mindanao en Boaya nu omtrent 3
+jaren tegen elkaer in oorlog zijn geweest, hebben aan ieder derselve
+een brief in &rsquo;t Maleisch met een present gesonden en [verzocht]
+vrienden als te voren te worden, als oock [kennis gegeven] dat wij
+voornemens waren een schip derwaerts te senden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2079src" href="#xd20e2079" name="xd20e2079src">3</a>. Bij beloften bleef het niet. Reeds den
+22<sup>en</sup> Sept. 1621 zond hij het <span class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63" name="pb63">63</a>]</span>vaartuig De Hont met
+Christaen Francxz als opperkoopman naar Mindanao. In de eerste plaats
+moest deze, op dit eiland gekomen, zeggen, dat hij door De Houtman
+gezonden was, om zoo mogelijk den koning met dien van Boaya vrede te
+doen sluiten. Hiertoe moest hij alle &ldquo;<span lang="nl-1600">devoir
+aanwenden, belofte doende teeniger tijt een armade daer sullen senden
+om den Spanjaert onsen gemeenen vijandt alle afbreck te
+doen</span>&rdquo;; verder onderzoeken welk profijt voor den handel men
+zou kunnen bekomen en welke soort van kleedingstukken er den meesten
+aftrek zouden vinden. De Houtman had gehoord, dat er veel stofgoud op
+Mindanao gevonden werd; hier moest hij wat van koopen en tevens nagaan
+of het diep uit het binnenland kwam. Omtrent Tanda<a class="noteref"
+id="xd20e2094src" href="#xd20e2094" name="xd20e2094src">4</a>
+&ldquo;aan de Noordzijde&rdquo; van het eiland Mindanao moest hij
+vernemen of daar werkelijk zooveel goud gevonden werd als men zeide.
+Voorts had hij onderzoek te doen welk soort van fort de Spanjaarden
+daar bezaten, hoeveel manschappen er in lagen en of men het met eenige
+macht niet zou kunnen veroveren. Van de ligging der bergen, waarin zich
+de mijnen bevonden, werd hem opgedragen zich op de hoogte te stellen,
+of wij daar gemakkelijk konden komen, welke wapenen de bewoners
+gebruikten, of zij nog heidenen waren, enz. Ook omtrent de hoeveelheden
+was en kokosolie had hij berichten in te winnen, terwijl hem aanbevolen
+werd een paar sterke slaven, inboorlingen der Philippijnen (Bisayas),
+te koopen. Het eiland Basilan zou hij ook aandoen, alsmede Soeloe (het
+eiland ten zuiden van Basilan liggende). Zooals De Houtman den
+12<sup>en</sup> Juli aan Coen had geschreven, <span class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64" name="pb64">64</a>]</span>vermoedde hij, naar aanleiding van het bericht als
+zouden zich op Soeloe eenige &ldquo;Duitsen&rdquo; bevinden, dat aldaar
+het jacht Ternate gestrand was, hetwelk in 1620 van Jacatra over
+Soekadana, benoorden Borneo om naar de Molukken zou gaan. Indien dit
+vermoeden juist bleek, werd Francxz gelast pogingen aan te wenden om
+het volk, geschut en geborgen goederen terug te bekomen. Verder moest
+hij zijn verblijf aldaar ten nutte maken om te vernemen of de schoone
+paarlen, die aldaar gevonden werden, op het eiland zelf aan de
+Spanjaarden werden verkocht, of waarheen de inwoners ze anders
+vervoerden. Voor het een en ander werd Francxz een cargasoentje
+meegegeven van 3924.16 realen. Kon hij eenig voordeel op de Spanjaarden
+behalen omtrent La Caldera dan moest hij dit natuurlijk niet nalaten.
+Veel tijd zou hij daar echter niet voor hebben, daar in zijn instructie
+uitdrukkelijk werd vermeld, dat hij zoo spoedig mogelijk, in ieder
+geval tegen ultimo December, moest terug zijn om &ldquo;<span lang="nl-1600">neffens d&rsquo;ander schepen op den vyant uyt kruuzen te
+mogen gaan</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2133src" href="#xd20e2133" name="xd20e2133src">5</a>. De instructie is duidelijk
+genoeg. Men stak de voelhoorns uit om te ontdekken of er met voordeel
+eenige handel gedreven kon worden. Waren zij nog heidenen, dan zou deze
+handel gemakkelijker te verkrijgen zijn dan van de ons vijandig gezinde
+Mohammedanen of Katholieken. Van het resultaat van dezen tocht is mij
+zeer weinig bekend. Den 20<sup>en</sup> Dec. 1621, kwam Francxz te
+Ternate terug, maar het door hem gehouden journaal, waarin een
+nauwkeurige beschrijving en kaarten der bezochte plaatsen voorkwamen,
+en dat Coen werd toegezonden, schijnt verloren te zijn gegaan<a class="noteref" id="xd20e2152src" href="#xd20e2152" name="xd20e2152src">6</a>. Uit een brief van De Houtman aan bewindhebbers
+weten wij, <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65" name="pb65">65</a>]</span>dat het jacht Ternate niet op Soeloe gestrand was,
+maar volgens gerucht op zeker eiland Mingidara d. i. het landschap
+Mangidori op de noordkust van Borneo<a class="noteref" id="xd20e2157src" href="#xd20e2157" name="xd20e2157src">7</a>. Zooals wij
+uit de instructie gezien hebben, moest Francxz in ieder geval
+vóór ultimo December weer terug zijn om met andere
+schepen op den vijand te kunnen gaan kruisen. Hiertoe werden De Maen en
+hetzelfde schip De Hond bestemd, die den 8<sup>en</sup> Febr. 1622
+opnieuw onder bevel van Francxz uitzeilden. Houtman had hem opgedragen,
+dat hij zich eerst naar La Caldera zou begeven om den Spaanschen
+schepen, die mogelijk van Manila naar de Molukken zouden gaan, den
+doortocht te beletten. Ook moest hij trachten de vorsten van Mindanao
+en Boaya te verzoenen; mocht een hunner reeds de hulp der Spanjaarden
+hebben ingeroepen en de andere onzen bijstand verzoeken, dan moest hij
+dit verzoek voorloopig van de hand wijzen onder voorwendsel van een
+noodzakelijken tocht naar Japan. Daarna, aldus luidde de last, zou hij
+zich van Mindanao naar kaap Spiritu Sancto begeven om tot 1 Juli op
+&rsquo;s vijands zilverschepen te kruisen, die in Mei of Juni aldaar
+verwacht werden<a class="noteref" id="xd20e2172src" href="#xd20e2172"
+name="xd20e2172src">8</a>. Den eersten Juli moest hij den steven
+westwaarts wenden en door straat Bernardino naar het eiland Capoel
+zeilen om zich aldaar te ververschen en vervolgens te trachten het in
+Juli of Aug. van Manila naar Nova-Spanje vertrekkende Spaansche schip
+buit te maken. China of Japan was het einddoel van zijn tocht. Het
+resultaat is in korte woorden te melden. Zonder iets verricht te
+<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66" name="pb66">66</a>]</span>hebben, bereikte Francxz Spiritu Sancto en kwam
+hier &ldquo;in het holle water&rdquo;, waar de schepen zoo lek werden,
+dat zij zich verplicht zagen naar Firando te gaan. Daar werden zij aan
+den wal gelegd en gesloopt<a class="noteref" id="xd20e2190src" href="#xd20e2190" name="xd20e2190src">9</a>. Tot nu toe hadden dus de
+bewoners van de zuidelijke Philippijnen nog niet veel bijstand van de
+Hollanders verkregen. Toch verloren de vorsten van Mindanao en Soeloe
+het geduld niet. Herhaaldelijk riepen zij onze hulp in tegen de
+Spanjaarden. Maar hoe gaarne ook, wij waren er niet toe in staat,
+&ldquo;<span lang="nl-1600">wij mogten er niet eens aan
+denken</span>&rdquo;. Den 28<sup>en</sup> Febr. 1624 schreven de
+gouverneur-generaal en raden aan Jacques Le Febvre, gouverneur der
+Molukken: &ldquo;<span lang="nl-1600">De koningen van Mindanao, Solock
+en Serengany, zoo nog om assistentie aanhouden, zal UEd. mogen
+aandienen, hoe dat wij alreede eene groote magt naar de Manillas tot
+afbreuk van den Spanjaard gezonden hebben, dat het ons derhalve niet
+wel mogelijk is geweest voor dezen tijd hen over de Molukkos (volgens
+hun verzoek) t&rsquo;assisteren; hen met een verzekerende, als des
+vijands magt in Manilla verbroken wordt, dat hunne landen het soulaas
+daarvan gevoelen zullen; recommandeert hun, bijaldien eenige van onze
+schepen daar kwamen te paseeren, denzelven allen vriendelijk onthaal en
+ontzet van verversching te willen doen.... Dit is al de troost, die wij
+hun voor dezen tijd geven kunnen</span><span class="corr" id="xd20e2212" title="Niet in bron">&rdquo;</span><a class="noteref" id="xd20e2214src" href="#xd20e2214" name="xd20e2214src">10</a>. En deze
+was wel gering: de koningen van Mindanao en Soeloe hadden reeds
+ingezien, dat zij hun politiek moesten veranderen. Zij maakten vrede
+met de Spanjaarden en meldden dit aan Jacques Le Febvre, zich
+verontschuldigende, dat zij het slechts pro forma hadden gedaan om den
+Spanjaard <span class="pagenum">[<a id="pb67" href="#pb67" name="pb67">67</a>]</span>&ldquo;<span lang="nl-1600">te
+abuseeren</span>&rdquo;. Ondanks deze geruststelling schrijft Le Febvre
+in waarschuwenden zin aan Pieter de Carpentier: &ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t Staet te beduchten van onze assistentie tegens den
+Spangiaert beginnen te twijfelen. &rsquo;t Waere niet goed, [dat zij
+zich] metten Spangiaert vereenichden......, daar in willichden forten
+te maecken, gelijck men hier rucht</span>&rdquo;. Ook gouv.-generaal en
+raden betuigen hun spijt aan bewindhebbers over het sluiten van het
+verdrag en wijzen dan vrij uitvoerig op het nut, dat het eiland zou
+kunnen aanbrengen. &ldquo;<span lang="nl-1600">De koningen van Mindanao
+en Solock zijn zoolang van ons met belofte van adsistentie gevoed
+geweest, dat zij eindelijk, ziende daar niets op volgde, met de
+Spanjaarden bevredigd zijn..... &rsquo;t Is wel te gelooven, dat zij
+het niet regt met den Spanjaard meenen, maar ondertusschen brengt de
+tijd zulke verandering mede, dat zij zich zoo ligt niet van hem zouden
+kunnen ontlasten als zij wel voornemen. De koning van Serengany heeft
+mede zijn Goegoege aan den koning van Ternate en aan ons gezonden, om
+assistentie tegen den Spanjaard te verzoeken, die alreeds een fort op
+Bessaye gelegd had; op dit eiland [deze kust] van Bessaye heeft de
+vijand negen vlekken onder contributie, waarvan de drie hem 370 tayl
+goud &rsquo;s jaars opbrengen, behalve nog tribuut van rijst en andere
+victuali&euml;n tot onderhoud van zijn garnizoen; d&rsquo;andere
+plaatsen geven mede naar hun vermogen, in voege dat de vijand dit fort
+buiten zijne lasten met profijt is houdende. De inwoners van Serengany,
+Bessaye en d&rsquo;omliggende landen zijn meest heidenen, die ligtelijk
+tot het Christengeloof kunnen gebragt worden, tot welken einde de
+Spanjaarden daar eene kerk gebouwd hebben, trachtende vast de heidenen
+tot hun geloof te trekken. &rsquo;t Is een volkrijk land, geeft veel
+goud, was, honing <span class="corr" id="xd20e2234" title="Bron: on">en</span> schoone rijst in abondantie; item varkens,
+hoenderen, <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68" name="pb68">68</a>]</span>bokken, visch en allerhande lijftochten. De
+Ternataan heeft zijn oog mede op deze plaats geworpen. Zoo het mogelijk
+is, zal hij dezelve trachten onder zijne subjectie te brengen en
+Moorsch te maken. Wij verstaan, dat op Mindanao en de landen
+daaromtrent volk in menigte zoude te bekomen wezen, die nog heidenen
+zijn, ongelijk beter slag en laborieuser als de slaven, die van de kust
+gehaald worden, zeer bekwaam om UEds. landen te peupleren. Zoo wij de
+middelen hadden die kwartieren met eene redelijke magt en ervaren
+personen eens te bezoeken om volk vandaar te halen, wij meenen de
+Compagnie dienst daaraan geschieden zoude</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2240src" href="#xd20e2240" name="xd20e2240src">11</a>. Deze berichten worden aangevuld door den brief
+van Le Febvre aan den gouverneur-generaal, waaruit deze met zijne raden
+hunne gegevens putten. Het fort der Spanjaarden te Bessaye, Lappetau
+geheeten, waartegen de vorst van Sarangani onze hulp en die der
+Ternaten inriep, hoopte hij met twee &agrave; drie schepen en de hulp
+van eenige Ternatanen te vermeesteren. Het lag ongeveer een etmaal
+zeilens van Tandó, bezuiden P<sup>to</sup> Cauit<a class="noteref" id="xd20e2253src" href="#xd20e2253" name="xd20e2253src">12</a> aan de oostkust van Mindanao en was bezet met 30
+soldaten. Onder de bescherming van het fort was een kerkje gebouwd, dat
+bediend werd door een daar wonend priester, die met grooten ijver de
+heidenen tot het katholicisme trachtte te bekeeren. Le Febvre raadde nu
+aan om de Spanjaarden vandaar te verdrijven en dit te eer, omdat den
+Bessajers de heerschappij der Spanjaarden, van wie zij veel overlast
+leden, verdroot en zij, nog heidenen zijnde, gemakkelijk tot het
+Christendom konden bekeerd worden. De onderneming moest echter
+<span class="pagenum">[<a id="pb69" href="#pb69" name="pb69">69</a>]</span>geschieden zonder hulp van de Ternatanen, omdat
+deze ze &ldquo;Moorsch&rdquo; zouden maken. Wanneer we er toe
+overgingen, dan, raadde de gougou van Sarangani, moesten we het
+Spaansche fort slechten en een ander bouwen in het midden van Bessaye
+te Liangan<a class="noteref" id="xd20e2270src" href="#xd20e2270" name="xd20e2270src">13</a>. In het volgend jaar berichtte Le Febvre weder
+het een en ander aan de bewindhebbers omtrent Mindanao. Er was namelijk
+een gezant vandaar bij hem gekomen, met zich brengende een brief van
+den koning. Hierin werd gemeld, dat de koning van Solock met dien van
+Mindanao in oorlog was geraakt, dat eerstgenoemde door de Spanjaarden
+werd gesteund, tengevolge waarvan de Mindanaers nu hoopten op
+Nederlandsche hulp. Volgens den gezagvoerder van de jonk, die den
+gezant had overgebracht, was Mindanao zeer vruchtbaar. Hij maakte zich
+sterk elken moesson wel 200 lasten rijst, &agrave; 50 realen het last,
+te kunnen leveren, behoudens veel arak; ook klapperolie, varkens en
+andere provisie was er vrij goedkoop te bekomen en niet te vergeten ook
+slaven, &ldquo;<span lang="nl-1600">alles in mangelinge van
+cleeden</span>&rdquo;. Ook deze gezant moest met een kluitje in het
+riet gestuurd worden: het kwam nu niet gelegen, maar den volgenden
+moesson zouden wij er op letten<a class="noteref" id="xd20e2282src"
+href="#xd20e2282" name="xd20e2282src">14</a>. Ook dien volgenden
+moesson echter ontbraken de middelen nog, waarvan het gevolg was, dat
+bij resolutie van 30 Oct. 1625 de tocht voorloopig werd uitgesteld.
+<span class="pagenum">[<a id="pb70" href="#pb70" name="pb70">70</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2050" href="#xd20e2050src" name="xd20e2050">1</a></span> Dat we
+hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan bewindhebbers
+lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel op de Molukken,
+Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden verzocht, hun volk en
+goederen op de Hollandsche schepen te mogen overbrengen. Vgl.
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz.
+LVI.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2067" href="#xd20e2067src" name="xd20e2067">2</a></span>
+Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in &rsquo;t
+Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w. blz. 249, noot 3.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2079" href="#xd20e2079src" name="xd20e2079">3</a></span> Brief
+van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds gebruikt door
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w. 249, vv.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2094" href="#xd20e2094src" name="xd20e2094">4</a></span> Tanda is
+volgens de meening van <span class="smallcaps">Tiele</span>
+<span class="corr" id="xd20e2100" title="Bron: Tandoc">Tandoc</span> op
+de Oostkust. Zie <span class="smallcaps">Tiele</span><span class="corr"
+id="xd20e2105" title="Bron: .">,</span> <i>Opkomst</i><span class="corr" id="xd20e2110" title="Bron: .">,</span> dl. I, blz. 310.</p>
+<p class="footnote">Op de kaart van <span class="smallcaps">Blumentritt</span> in <i lang="de">Petermann&rsquo;s
+Mittheilungen</i>, <span lang="de">Erg&auml;nzungsheft LXV</span>, komt
+op de N. O. kust van Mindanao op 9&deg; NB. een plaatsje Tandó
+voor, wat zeer wel het bedoelde Tanda kan zijn.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2133" href="#xd20e2133src" name="xd20e2133">5</a></span>
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Instructie voor Christaen Francxz
+oppercoopman gaende met het schip De Hont naer Mindanao</span>&rdquo;
+afgedrukt in <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl.
+I, blz. 308 vv. Van deze instructie is reeds gesproken door
+<span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w. blz. 250.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2152" href="#xd20e2152src" name="xd20e2152">6</a></span> Op het
+R. A. is het althans niet te vinden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2157" href="#xd20e2157src" name="xd20e2157">7</a></span> Brief
+van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz. 250, noot, en <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, Inleiding, blz.
+LXIII.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2172" href="#xd20e2172src" name="xd20e2172">8</a></span> Het is
+vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als de plaats,
+waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl toch door Reaal
+reeds in 1615 was geschreven aan bewindh. dat zij de embrocadero niet
+meer zoo precies aandeden. Zie <a href="#app1">Bijlage I</a>. Tiele
+meende, dat de gouverneur der Philippijnen, Fajardo, voor het eerst een
+dergelijk bevel had gegeven na de poging van Barth. Spilberghen in 1620
+om de zilverschepen te bemachtigen. Zie <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz.
+286.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2190" href="#xd20e2190src" name="xd20e2190">9</a></span>
+<span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R.,
+dl. II, blz. 288; <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz.
+251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan bewindh., 6
+Sept. 1622 en Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, Hs. R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2214" href="#xd20e2214src" name="xd20e2214">10</a></span> Brief
+van gouv.-generaal en raden aan XVII<sup>en</sup>, 27 Jan. 1625,
+afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz.
+252.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2240" href="#xd20e2240src" name="xd20e2240">11</a></span> Brief
+van gouv.-generaal en raden aan XVII<sup>en</sup>, 27 Jan. 1625,
+afgedrukt bij <span class="smallcaps">Van Dijk</span>, a. w., blz.
+252.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2253" href="#xd20e2253src" name="xd20e2253">12</a></span> Ik
+schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens
+staat in het oorspronkelijk <span lang="nl-1600">&rsquo;t eylant
+Cauwel</span>. In <span class="smallcaps">Heeres</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. II, blz. 7, noot 1, wordt gesproken van Tandag
+bezuiden P<sup>to</sup> Cauit. Vgl. boven, blz. 63, noot 1.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2270" href="#xd20e2270src" name="xd20e2270">13</a></span> Brief
+van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, 18 Aug.
+1624, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Heeres</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. II, blz. 6, vv. Ik schrijf Liangan op voorbeeld van
+Heeres. In den brief staat Ligou.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2282" href="#xd20e2282src" name="xd20e2282">14</a></span> Brief
+van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier, 15 Aug. 1625,
+afgedrukt bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, a. w., blz.
+47.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk IX.</h2>
+<p class="firstpar">De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen
+gezamenlijk naar de Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij
+medegedeeld hebben, niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch
+zouden de beide naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming
+vereenigen. Voor dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf
+hij hieromtrent reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den
+3<sup>en</sup> Jan. 1621 pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen
+hem tusschen 14 en 23 Febr.<a class="noteref" id="xd20e2297src" href="#xd20e2297" name="xd20e2297src">1</a> uit Ambon, &ldquo;<span lang="nl-1600">dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo haer daertoe
+bewegen can, wederom een tocht na de Manilha&rsquo;s doe(n) ende bij
+aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren, dat ZE. dan
+alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse macht
+alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu loope
+omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten ende die te
+procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert, dat op de custe
+van China alle Chineesche jonken aentassen sullen, uitgesondert alleene
+die, welcke met onzen pas na <span class="pagenum">[<a id="pb71" href="#pb71" name="pb71">71</a>]</span>Batavia souden mogen voeren. . . . .
+. Met alsulcken recht, als zij ons uit China houden, sullen haer daerin
+doen blijven, tot dat anders resolveren</span>&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd20e2311src" href="#xd20e2311" name="xd20e2311src">2</a>.
+Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie zeer groot,
+want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de Engelschen er
+voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30<sup>en</sup> Juni dezen
+raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in
+Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie<a class="noteref" id="xd20e2327src" href="#xd20e2327" name="xd20e2327src">3</a>
+moest de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar
+Manila in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige
+voorzien en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht
+zou het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert
+Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn en het
+Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking naar Japan
+gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die zich echter,
+zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen met de vloot,
+maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den 28<sup>en</sup>
+Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van Firando
+naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen, die met het
+begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier werden zij door
+het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen, tengevolge waarvan
+de scheepsraad <span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72" name="pb72">72</a>]</span>besloot om naar de Philippijnen over te steken en
+zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot onder Jansz te
+voegen. Den 3<sup>en</sup> Dec. vertrok Jansz zelf met de overige
+schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem
+en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef, de
+Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila en
+zoodra zij op de kust van Lu&ccedil;on verscheen, werd er bij
+Pangasinan een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar
+uit vrees voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee
+jonken vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de
+Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te
+Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar
+Manila te loopen, de kust van Lu&ccedil;on ten noorden van Manila
+aandeden, werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij
+bezuiden de baai landden, hun goederen losten en vandaar met
+&ldquo;chimpans&rdquo; naar Manila voerden. De onzen, dit vernemende,
+stuurden eenige schepen om de zuid, die respectievelijk op twee
+plaatsen vier groote met brandhout geladen jonken vonden en drie, die
+eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze met nog vele kleinere werden
+verbrand. In het laatst van Mei 1622 werden De Trouw, De Hope, de
+Paltzgraef en de Bull, onder bevel van Le Febvre naar Macao gezonden,
+waar zij een Portugeesch schip, met zijde geladen en voor de
+Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer schepen vertrokken daarna
+naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in Macao achter. De overige
+zes schepen gingen begin Juni van de baai van Manila onder zeil en
+wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te hebben, <span class="pagenum">[<a id="pb73" href="#pb73" name="pb73">73</a>]</span>wederom
+voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht meer voordeel
+opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie verkregen elk
+als aandeel in den buit &fnof;&nbsp;262912.12.5<a class="noteref" id="xd20e2340src" href="#xd20e2340" name="xd20e2340src">4</a>. Coen
+schreef dan ook, &ldquo;<span lang="nl-1600">dat er rijckelijck soo
+veel verovert [was] als d&rsquo; oncosten sal connen goet
+maken</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2353src" href="#xd20e2353" name="xd20e2353src">5</a>. Dat deze kaapvaart, ook zelfs
+wanneer de onkosten werden goedgemaakt, een groote schaduwzijde bezat,
+had Coen reeds vernomen uit een brief van Specx<a class="noteref" id="xd20e2356src" href="#xd20e2356" name="xd20e2356src">6</a>, waarin deze
+vermeldt, dat verschillende voorrechten, die de Hollanders tot dezen
+tijd toe in Japan bezeten hadden, waren ingekort. Coen schreef hierover
+aan bewindhebbers, dat door het vervolgen der Chineesche jonken veel
+Japanners groote schade leden, waardoor onze reputatie in Japan zeer
+verminderde en wij en de Engelschen slechts betiteld werden met den
+eerenaam van zeeroovers<a class="noteref" id="xd20e2365src" href="#xd20e2365" name="xd20e2365src">7</a>. Jammer, dat tegenover deze
+vermindering van reputatie en dus achteruitgang van den handel geen
+rijkere buit werd behaald, om, gewogen op de schaal van
+vóór- en nadeel, deze te onzen gunste te doen overslaan;
+maar de vaartuigen, die wij <span class="corr" id="xd20e2368" title="Bron: gaarna">gaarne</span> hadden veroverd, waren ons ook nu weder
+ontsnapt. Twee groote en twee kleine schepen, ruim voorzien van volk,
+geschut en zilver, waren benoorden Lu&ccedil;on omgeloopen en hadden
+behouden de haven van Pangasinan bereikt. Ook waren vier schepen in de
+baai van Segoura, aan <span class="pagenum">[<a id="pb74" href="#pb74"
+name="pb74">74</a>]</span>de oostkust van Lu&ccedil;on
+&ldquo;<span lang="nl-1600">recht achter de stadt Manilla
+gelegen</span>&rdquo; gekomen en was het zilver over land naar de
+hoofdplaats gebracht<a class="noteref" id="xd20e2377src" href="#xd20e2377" name="xd20e2377src">8</a>.</p>
+<p>De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen
+schrijft hierover<a class="noteref" id="n82.2src" href="#n82.2" name="n82.2src">9</a>: &ldquo;<span lang="nl-1600">Desen tocht is redelyck
+en vredich gegaen, &rsquo;t schijnt, dat &rsquo;t &eacute;&eacute;ne
+mes &rsquo;t andere in de schede gehouden heeft; d&rsquo; eerste reys
+dreeft d&rsquo; een d&rsquo; ander met gewelt uytde joncken. In Firando
+wapende hun d&rsquo; een tegen d&rsquo; ander, vochten niet weinich
+ende eenige bleven doodt, waarop den Raedt elck over de syne recht
+deedt, maer deze reys is &rsquo;t Godt loff beter
+gegaen</span>&rdquo;<a class="pseudonoteref" href="#n82.2">9</a>. Toch
+zouden deze gezamenlijke ondernemingen niet meer hervat worden. De
+Engelschen waren niet in staat ze verder voort te zetten, tengevolge
+waarvan Adams dan ook bevel had ontvangen met zijne schepen terug te
+keeren. Ook de Nederlanders wenschten dergelijke tochten niet meer.
+Coen had aan Willem Jansz opgedragen zich op behendige wijze van de
+Engelschen te ontslaan door te zeggen, dat hij niets meer in Japan te
+doen had, maar op avontuur naar Patani, Chiampa of China wilde varen.
+Hij moest zich dan vereenigen met de vloot, die in April 1622 van
+Batavia naar China was gezonden<a class="noteref" id="xd20e2403src"
+href="#xd20e2403" name="xd20e2403src">10</a>. Overeenkomstig dezen last
+vertrok Jansz 18 Sept. 1622 uit Japan naar Pehou; den 25<sup>en</sup>
+stak echter een hevige storm op, waardoor hij genoodzaakt werd terug te
+keeren. Maar niet alle <span class="pagenum">[<a id="pb75" href="#pb75"
+name="pb75">75</a>]</span>schepen liepen behouden te Firando binnen. De
+St. Crux<a class="noteref" id="xd20e2415src" href="#xd20e2415" name="xd20e2415src">11</a> leed schipbreuk. Den 27<sup>en</sup> Oct. poogde
+Le Febvre met drie en 5 Nov. de admiraal W. Jansz nogmaals, eveneens
+met drie schepen, den door Coen gegeven last op te volgen, maar
+vergeefs. De vaartuigen geraakten van elkander en door het onstuimige
+weder bezuiden de Pescadores, waarna zij genoodzaakt waren door te
+zeilen naar Batavia. Achtereenvolgens kwamen ze hier behouden aan.
+<span class="pagenum">[<a id="pb76" href="#pb76" name="pb76">76</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2297" href="#xd20e2297src" name="xd20e2297">1</a></span> Coen
+deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan, waar hij 14
+Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde bevonden te
+hebben, wederom verliet. Brief van Coen en raden aan bewindh., 6 Mei
+1621, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>,
+<i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 272.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2311" href="#xd20e2311src" name="xd20e2311">2</a></span> Brief
+van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A., gedeeltelijk
+afgedrukt bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl.
+I, blz. 289. Merkwaardig is deze brief zeker. In de instructie van 13
+Juni 1620 wordt bevel gegeven slechts vijandig op te treden tegen de
+Chineezen, die op Manila varen, en in dezen brief van Februari 1621
+zien wij, dat zijn later uitgevoerde plannen omtrent China reeds een
+vasten vorm hebben aangenomen; hierin toch spreekt hij van <span class="letterspaced">alle</span> Chineesche joncken aan te tasten.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2327" href="#xd20e2327src" name="xd20e2327">3</a></span>
+Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2340" href="#xd20e2340src" name="xd20e2340">4</a></span> Vgl.
+<span class="smallcaps">Oskar Nachod</span>, <i lang="de">Die
+Beziehungen der Niederl&auml;ndischen Ostindischen Kompagnie in
+Japan</i>, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen schrijver schijnt slechts
+&eacute;&eacute;n tocht van de defensievloot bekend te zijn. Na de
+instructie, opgemaakt voor den eersten tocht, genoemd te hebben, geeft
+hij als resultaat gezegde som, die het aandeel van den buit uitmaakte
+behaald in den tweeden tocht.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2353" href="#xd20e2353src" name="xd20e2353">5</a></span> Coen aan
+J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2356" href="#xd20e2356src" name="xd20e2356">6</a></span> Coen aan
+bewindh., 20 Dec. 1621, Hs<span class="corr" id="xd20e2358" title="Niet in bron">.</span>, R. A.; brief van Specx van 20 Sept. 1621,
+afgedrukt bij <span class="smallcaps">Valentijn</span>, a. w., blz. 28,
+vv.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2365" href="#xd20e2365src" name="xd20e2365">7</a></span> Coen aan
+bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2377" href="#xd20e2377src" name="xd20e2377">8</a></span> J. le
+Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27 Oct. 1623, afgedrukt
+bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, a. w., dl. II, blz. 2.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="n82.2"
+href="#n82.2src" name="n82.2">9</a></span> Coen aan bewindh., 20 Juni
+1623, afgedrukt door <span class="smallcaps">Leupe</span>,
+<i>Bijdr.</i>, 3<sup>e</sup> R., dl. III, blz. 321.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2403" href="#xd20e2403src" name="xd20e2403">10</a></span> Coen
+aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs<span class="corr" id="xd20e2405" title="Niet in bron">.</span>, R. A. Deze bevelen waren W. Jansz geworden
+door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei 1622 naar Manila was
+afgevaardigd om ze over te brengen. Men hoopte, dat dit jacht hem
+eerder zou bereiken, dan de hem via de Molukken gezonden bevelen van
+denzelfden inhoud.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2415" href="#xd20e2415src" name="xd20e2415">11</a></span> Dit
+schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie, maar had deel
+uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622 naar China was
+gezeild. Het was 3 Aug. met tijding voor W. Jansz naar Japan
+gezonden.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk X.</h2>
+<p class="firstpar">Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor
+Manila lag, was de toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden,
+oogenschijnlijk verre van rooskleurig. De inwoners van Cagayan in het
+noorden van Lu&ccedil;on en Zanbales op de westkust van dat eiland
+waren tegen hen in opstand; in Manila waren de levensbehoeften tot
+ongekend hoogen prijs gestegen, hoofdzakelijk, omdat wij de haven
+geblokkeerd hielden<a class="noteref" id="xd20e2427src" href="#xd20e2427" name="xd20e2427src">1</a>, en over hun gouverneur Fajardo
+hadden zij volstrekt geen redenen om tevreden te zijn. Integendeel, de
+Audiencia van Manila had reeds in 1621 herhaaldelijk haar beklag over
+hem ingediend bij den koning en om een nieuwen gouverneur verzocht. Zij
+verweet hem in drie jaar tijds drie millioen onnut te hebben verspild,
+zonder dat hij iets tegen den vijand had uitgericht en daartegenover
+&eacute;&eacute;n millioen als particulier eigendom naar Nova Spanje
+had gezonden<a class="noteref" id="xd20e2436src" href="#xd20e2436"
+name="xd20e2436src">2</a>. Toch hadden de <span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77" name="pb77">77</a>]</span>Spanjaarden en de
+Portugeezen tot het jaar 1622 nog geen reden tot klagen. Hoeveel hun
+handel met China en Japan alleen nog beteekende, leeren wij uit de
+berichten van Coen aan bewindhebbers. Den 20<sup>en</sup> Dec. 1621
+schreef hij<a class="noteref" id="xd20e2453src" href="#xd20e2453" name="xd20e2453src">3</a>, dat zes fregatten dat jaar van Macao naar Japan
+waren gegaan met een waarde van &plusmn; drie millioen gulden, terwijl
+wij uit een volgend bericht van hem<a class="noteref" id="xd20e2457src"
+href="#xd20e2457" name="xd20e2457src">4</a> vernemen, dat den
+2<sup>en</sup> Aug. 1621 twee schepen van Manila naar Nova Spanje waren
+vertrokken, waarvan er een te Mindoro was gestrand. Het verlies hiervan
+werd geschat op vijf millioen. Die van Macao, verhaalt hij in
+denzelfden brief, zonden jaarlijks een kapitaal van 4 &agrave; 5000
+taels in kleine scheepjes naar Japan en zouden dit jaar wel het dubbele
+of drie millioen gulden in retour bekomen. Niet minder hadden zij dit
+jaar naar Manila gezonden. Volgens Coen&rsquo;s berekening zou de
+vijand in het geheel wel een 50 millioen alleen aan kapitaal in
+Indi&euml; gebruiken. En dan meenen bewindhebbers al heel wat te doen
+als zij jaarlijks 5 &agrave; 600,000 realen zenden; maar het is een
+boon in een brouwketel. Geen wonder, dat Coen alles wilde aanwenden om
+dezen handel, al was het slechts voor een deel, tot ons te trekken.
+Nadat hij herhaaldelijk hierover aan bewindhebbers had geschreven,
+gaven deze hem in 1620 en 21 hun wensch te kennen, dat hij op de kust
+van China een handelsstation zou vestigen.</p>
+<p>Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk
+poogden den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en
+meer het plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de
+Portugeezen moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel
+<span class="pagenum">[<a id="pb78" href="#pb78" name="pb78">78</a>]</span>onderschept worden door kruisers. Ook Manila moest
+men, zooals dat reeds verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige
+maanden blokkeeren en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende,
+zilverschepen. Het uitzenden der kruisers kon het best geschieden van
+Macao of een ergens elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan
+Japan, waaraan de handel met China was ontzegd, en aan de verdere
+landen de Chineesche waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een
+onuitputtelijke bron van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April
+1622 een vloot van zes schepen en twee jachten onder bevel van
+commandeur Reyersz daar heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode
+met nog vier jachten gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis
+dezer expeditie mede te deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij
+bovendien zeer uitvoerig door Groeneveldt is behandeld<a class="noteref" id="xd20e2476src" href="#xd20e2476" name="xd20e2476src">5</a>. Genoeg zij hier te vermelden, dat de aanslag op
+Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou, een der
+Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk stelde om
+met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch de oorlog,
+die den 2<sup>en</sup> Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch de
+reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam naar
+den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur, hadden
+het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan hun
+eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen, de
+<span class="corr" id="xd20e2492" title="Bron: Piscadores">Pescadores</span> zouden verlaten, waarna wij ons
+dan op Formosa of elders buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd
+aan Sonck, toen hij den 11<sup>en</sup> Juni 1624 als plaatsvervanger
+van Reyersz naar Pehou vertrok, in zijn instructie uitdrukkelijk
+gelast, Pehou niet te verlaten <span class="pagenum">[<a id="pb79"
+href="#pb79" name="pb79">79</a>]</span>vóór de Chineezen
+tenminste gedurende &eacute;&eacute;n jaar met ons op Formosa waren
+komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem, dat de
+toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren van
+aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een groote
+troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig veel
+geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in staat
+geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met de
+Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat men
+alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was, besloot
+Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den eisch der
+bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te verlaten en
+zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den
+26<sup>en</sup> Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang
+gemaakt en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te
+stellen op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden
+de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen
+beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie.</p>
+<p>Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit
+resultaat geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch
+gesteld, dat de Chineezen de vaart op Manila zouden opgeven en eens is
+dit zelfs, ondanks het groote geldelijke voordeel dat de Combon hieruit
+trok<a class="noteref" id="xd20e2506src" href="#xd20e2506" name="xd20e2506src">6</a>, toegestaan onder voorwaarde, dat wij Pehou zouden
+verlaten. Het ligt niet in mijn plan, wat hierop betrekking heeft, mede
+te deelen; het bovengenoemde <span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80" name="pb80">80</a>]</span>hangt zoo nauw samen met de pogingen
+der Hollanders om den alleenhandel met de Chineezen te verkrijgen,
+waarover reeds in den breede door Groeneveldt is geschreven, dat ik
+het, om niet in herhalingen te treden, wenschelijker oordeel dit hier
+achterwege te laten. Om dezelfde reden zullen ook de tochten van Pehou
+uit naar de kust van China om op Chineesche jonken te kruisen door mij
+slechts ter loops meegedeeld worden, voor zooverre deze noodig zijn
+voor het algemeen begrip, waarna ik mij wat langer zal ophouden bij den
+tocht, die van Pehou uit naar Manila is ondernomen.</p>
+<p>In de instructie van Reyersz<a class="noteref" id="xd20e2524src"
+href="#xd20e2524" name="xd20e2524src">7</a> lezen wij:
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Wij verstaen ende onse meninge is, dat UEd,
+soo lange &rsquo;t noord ooste moesson duert, eenige schepen omtrent
+Chincheu houden sult, omme de Chinezen de vaert op Manilha ende alle
+andere plaetsen uitgesondert Batavia, gelijck voorengeseyt is, te
+verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij meenen, gedaen can worden,
+sult niet noodig wesen een vloote ofte eenige scheepen naer Manilha te
+senden, maar bij aldien de Chinezen omtrent Chincheu niet ingehouden
+connen worden, sal UEd de voornaemste macht houden ter plaetse daer de
+raedt bevindt, dat den vijandt den Chinezen handel best ende meest
+verhindert can werden</span>&rdquo;. Nog voor Macao liggende, was dien
+overeenkomstig den 27<sup>en</sup> Juni De Engelsche Beer en het jacht
+St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de Lamo, Namoa,
+Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de Manila-vaarders.
+Den 6<sup>en</sup> Juli voegde De Engelsche Beer zich echter alweer bij
+de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21<sup>en</sup> dier maand
+door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een
+<span class="pagenum">[<a id="pb81" href="#pb81" name="pb81">81</a>]</span>Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen
+veroveren. Waarom zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat
+niet vermeld.</p>
+<p>Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila
+belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust
+van China, hetzij uitgezonden om te onderhandelen, hetzij bepaaldelijk
+om te kruisen. Tot laatstgenoemd doel bevonden zich De Groningen en De
+Engelsche Beer aldaar van 21 Juli tot 21 Sept. Nadat men de hoop om
+langs vredelievenden weg<a class="noteref" id="xd20e2550src" href="#xd20e2550" name="xd20e2550src">8</a> den Chineeschen handel te
+bekomen opgegeven en daarom den 2<sup>en</sup> Oct. den oorlog
+verklaard had, werd Nieuweroode er den 17<sup>en</sup> met acht schepen
+heen gezonden, die in het geheel 50 koopvaardij- en 30 oorlogsjonken
+vernietigden. Den 7<sup>en</sup> Dec. keerde Van Nieuweroode naar de
+Pescadores terug en veroverde op den tocht daarheen nog een jonk, die
+op weg was naar Manila, met een lading van &ldquo;<span lang="nl-1600">cleeden en weynich zijde</span>&rdquo; ter waarde van
+&fnof;&nbsp;9000. In de baai van Amoy had hij nog vier schepen
+achtergelaten onder bevel van den opperkoopman Sael. Wel is waar werden
+door dezen spoedig hierna de vijandelijkheden gestaakt en weder
+onderhandelingen aangeknoopt, maar voor de Manila-vaarders bleef de
+haven gesloten. Ja er waren in Amoy zelfs plakkaten aangeslagen, waarin
+verboden werd naar eenige Spaansche of Portugeesche plaats te varen,
+omdat de oorlog daaruit ontstaan was. Toch werd door dit alles volgens
+de meening van Reyersz en zijn raad de handel op Manila nog niet geheel
+verhinderd, zoodat zij den 14<sup>en</sup> Aug. besloten het schip De
+Zierikzee en De Goede Hoope, benevens een jacht, &ldquo;<span lang="nl-1600">soo hetzelfde connen missen</span>&rdquo;, naar de
+Philippijnen te zenden om op de jonken, die ons te Chinchu mochten
+ontsnappen, te kruisen en <span class="pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82" name="pb82">82</a>]</span>van daar naar kaap Spiritu Sancto te
+gaan om de zilverschepen buit te maken. Aan dit besluit konden zij
+echter voorloopig geen gevolg geven. Den 11<sup>en</sup> Nov. zagen zij
+zich gedwongen van hun voornemen af te zien. Het groot aantal zieken
+was hiervan de oorzaak, terwijl ze bovendien meenden niet te kunnen
+rekenen op de hun toegezegde hulp, die onder commandeur Jansz zich uit
+Japan bij hen zou vervoegen, maar naar hunne berekening wel voorbij de
+Pescadores was gedreven. Ook Nieuweroode was, vreesden zij, door den
+moesson te veel zuidwaarts gedrongen om er zich nog tegen te kunnen
+opwerken<a class="noteref" id="xd20e2577src" href="#xd20e2577" name="xd20e2577src">9</a>. Eerst in het volgend jaar zou het plan tot
+uitvoer komen. Nadat Reyersz de onderhandelingen, door Sael opnieuw
+opgevat, voortgezet had en daarvoor zelfs, zooals wij gezien hebben,
+eene reis had gedaan naar den in Hoktsioe zetelenden gouverneur, keerde
+hij over Amoy terug. Hij had, zonder het ooit van plan geweest te zijn,
+den gouverneur beloofd de Pescadores te verlaten. Over het opgeven van
+den handel op Manila had hij niet eens durven spreken. Toch werd hem
+nog in Amoy zijnde verteld, &ldquo;<span lang="nl-1600">dat de
+gouverneur een houten bord in zijn provincie heeft laeten omdragen
+datter niemand en zoude vermoogen van dat jaer naer eenige onzer
+vijanden plaetse vaeren, oock mede geen zijde waeren uyt laeten voeren,
+anders dan de twee voorname joncken, die naer Batavia souden
+gaen</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2587src" href="#xd20e2587" name="xd20e2587src">10</a>. Dit <span class="pagenum">[<a id="pb83" href="#pb83" name="pb83">83</a>]</span>verbod
+is echter óf nooit uitgevaardigd óf spoedig ontdoken,
+want den 15<sup>en</sup> Maart 1623 naar Pehou teruggekeerd, hoorde
+Reyersz den 2<sup>en</sup> April reeds, dat er twee jonken uit Amoy
+waren vertrokken naar Siam en eenige naar Manila, terwijl acht of tien
+dagen later nog eenige naar laatstgenoemde plaats hoopten onder zeil te
+gaan. Reeds voor Reyersz dit ter oore was gekomen, had hij den
+29<sup>en</sup> Maart besloten een schip naar Manila te zenden om den
+handel op die plaats te belemmeren, maar nu de Chineezen aldus
+&ldquo;<span lang="nl-1600">contrarie haer belofte</span>&rdquo;
+handelden, kwam men den 6<sup>en</sup> April in zooverre op die
+resolutie terug, dat er niet &eacute;&eacute;n maar twee schepen heen
+gezonden zouden worden, te weten De Zierikzee en De Engelsche Beer, die
+&ldquo;<span lang="nl-1600">met d&rsquo; allereerste bequamen wint ende
+weder na de Manilhas sullen vertrecken, om aldaer op de joncquen te
+passen, ende soo lange op d<sup>o</sup> cust te houden, als
+gevoechlijck can geschieden, al waer het tot ultm<sup>o</sup>. May,
+ende alsdan van daer vertrecken na Maccauw</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2626src" href="#xd20e2626" name="xd20e2626src">11</a>. Tot opperbevelhebber over deze beide schepen
+werd aangesteld Theunis Jacobsz Engel, schipper van De Zierikzee. Den
+7<sup>en</sup> April gingen ze onder zeil en keerden 4 Juni terug. Zij
+hadden op de kust van Lu&ccedil;on twee jonken buit gemaakt, die zij,
+na bemanning en lading er uitgelicht te hebben, aan de vlammen prijs
+gaven. Een derde jonk, die den 18<sup>en</sup> Mei op den terugweg werd
+veroverd, namen zij mede. De waarde van de veroverde goederen was zeer
+gering, maar het aantal gevangen gemaakte Chineezen bedroeg het vrij
+aanzienlijke getal van 800. Naar de kust van China<a class="noteref"
+id="xd20e2641src" href="#xd20e2641" name="xd20e2641src">12</a> werden
+hierna nog herhaaldelijk tochten ondernomen. Van den 30<sup>en</sup>
+Juni tot 16 Aug. kruisten daar vier <span class="pagenum">[<a id="pb84"
+href="#pb84" name="pb84">84</a>]</span>schepen, onder bevel van den ons
+bekenden Christiaan <span class="corr" id="xd20e2656" title="Bron: Franxcz">Francxz</span>. Nog den 20<sup>en</sup> van dezelfde
+maand ging Reyersz naar Amoy met vier schepen om nu weder eens te pogen
+met de Chineezen in onderhandeling te treden. Voor Manila bleef dit
+echter hetzelfde. We lezen dit duidelijk uit een brief door Reyersz,
+aldaar zijnde, aan den totock Chiam Soutchia geschreven.
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Ons is niet onbekent, dat UE ondersaten
+vele jaren met die van Manilha gehandelt hebben. UE is ook niet ontwist
+dat die van Manilha ende Macau ons doodtvijanden zijn, derhalven
+volgens den last van onsen prins niet connen toelaten, dat hun van
+eenige natien toevoer geschieden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2665src" href="#xd20e2665" name="xd20e2665src">13</a>. De haven
+bleef bezet tot 6 Sept, den datum waarop Reyersz weder naar de
+Pescadores vertrok; maar den 5<sup>en</sup> Oct. werd Francxz er reeds
+weder met vier schepen heengezonden om de onderhandelingen voort te
+zetten. Ook hij had geen succes, maar werd op verraderlijke wijze door
+de Chineezen gevangen genomen, waarna de schepen werden terug geroepen.
+Het gevolg van het verraad der Chineezen was, dat den 20<sup>en</sup>
+Jan. 1624 drie schepen naar Amoy onder zeil gingen om over die
+trouwelooze daad wraak te nemen. Van deze keerde De Engelsche Beer niet
+naar de Pescadores terug, maar kwam den 30<sup>en</sup> Maart in
+Batavia aan. Van de beide andere vaartuigen staat niets vermeld; wij
+kunnen alleen nagaan, dat zij eenigen tijd gekruist hebben langs de
+Chineesche kust. Nemen we nu nog in aanmerking, dat behalve door deze
+gemelde tochten, de zee voortdurend onveilig werd gemaakt door schepen
+die af- en aanvoeren van Batavia naar Pehou, dan wekt het zeker onze
+bewondering, dat er nog Chineezen gevonden werden, die ondanks de
+gevaren, waaraan zij zich blootstelden, den moed <span class="pagenum">[<a id="pb85" href="#pb85" name="pb85">85</a>]</span>bezaten
+naar Manila over te steken. Dat echter alle opofferingen, die men zich
+gedurende twee jaar had getroost om het monopolie te verkrijgen, geheel
+nutteloos waren geweest, zooals Groeneveldt betoogt, is mijns inziens
+onjuist<a class="noteref" id="xd20e2686src" href="#xd20e2686" name="xd20e2686src">14</a>. Wij hadden onzen vijanden zeer zeker een
+geduchte schade berokkend. Deze te berekenen is natuurlijk niet
+doenlijk, daar de vrees om in handen der Hollanders te vallen minstens
+even vele jonken heeft weerhouden, als er door ons genomen zijn.
+&rsquo;t Is waar, gouverneur-generaal en raden schrijven spijtig aan
+bewindhebbers: &ldquo;<span lang="nl-1600">Sij en wij hebben nu oock
+bij experientie bevonden, dat we alle canalen van de rivier van
+Chincheo niet bezet kunnen houden; item, dat onse sobere macht de ruime
+see soo niet besetten can ofte van 26 joncken, die &rsquo;t voorleden
+jaer van Chincheo en andere quartieren gegaen zijn, echappeerten
+ongelijk meer als er genomen werden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2698src" href="#xd20e2698" name="xd20e2698src">15</a>. Voor
+Carpentier is het dan ook eene teleurstelling geweest, dat zij den
+handel der Chineezen niet met &eacute;&eacute;n slag konden doen
+ophouden. Hij, hierin gesuggereerd door zijn voorganger Coen, had er
+stellig op gerekend, en toen dit niet mogelijk bleek, was spijt
+natuurlijk de grondtoon van zijn schrijven en kon hij er niet mee
+tevreden zijn alleen te hebben verkregen, dat Manila was
+achteruitgegaan. Door het turen naar het begeerlijk doel, monopolie,
+was men blind voor het reeds verworven voordeel. Toch was het niet
+onbekend, dat Manila veel schade leed. Een gezaghebber van een
+Portugeesch navet had medegedeeld, dat er maar &eacute;&eacute;n klein
+scheepje uit Nova-Spanje met 200.000 realen in Manila was aangekomen,
+terwijl er nog drie andere verwacht werden. Volgens hem stond de handel
+daar slecht. In twee jaar waren er geen Chineesche jonken geweest
+<span class="pagenum">[<a id="pb86" href="#pb86" name="pb86">86</a>]</span>en geen schepen uit Japan of Macao, dan een klein
+Portugeesch vaartuig met hout. Van daar dan ook, dat vele inwoners naar
+Nova-Spanje verhuisden. Ja, indien er in Europa geen algemeene vrede
+werd gemaakt, dan zou men den geheelen Portugeeschen en Spaanschen
+staat in Indi&euml; voor verloren kunnen houden. Ook vermeldde dezelfde
+berichtgever nog, dat er eenige galjoenen en galeien op stapel waren
+gezet<a class="noteref" id="xd20e2703src" href="#xd20e2703" name="xd20e2703src">16</a>. Deze berichten waren, het valt niet te
+ontkennen, overdreven. In 1623 waren in Amoy nog aan 14 jonken passen
+gegeven voor Manila. De mededeeling echter omtrent Manila&rsquo;s
+achteruitgang wordt bevestigd door een brief van Pieter de Carpentier
+aan bewindhebbers, waarin hij schrijft, dat in Wancan, een plaats
+omtrent zeven mijlen benoorden Tayouan, een jonkje uit Manila was
+aangekomen, waarvan de gezagvoerder had gezegd, dat in 1624 geene
+Chineesche jonken in Manila geweest waren en dat vele Chineezen en
+Japanners vandaar vertrokken &ldquo;<span lang="nl-1600">wegens de
+doode neeringen en tevens &rsquo;t quaet tractement van de
+Spanjaarden</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2709src" href="#xd20e2709" name="xd20e2709src">17</a>. Ook het bericht, dat er een
+Spaansche vloot werd uitgerust, is juist<a class="noteref" id="xd20e2712src" href="#xd20e2712" name="xd20e2712src">18</a>. De
+Spanjaarden hoopten hiermee de onzen van de kust van China te
+verjagen<a class="noteref" id="xd20e2719src" href="#xd20e2719" name="xd20e2719src">19</a>. Zoover is het niet gekomen, maar er blijkt uit,
+dat zij er zeer veel aan hechtten, er groote onkosten voor over hadden
+om den handel op China wederom onbelemmerd te zien<a class="noteref"
+id="xd20e2727src" href="#xd20e2727" name="xd20e2727src">20</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pb87" href="#pb87" name="pb87">87</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2427" href="#xd20e2427src" name="xd20e2427">1</a></span> Coen aan
+bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en &ldquo;<span lang="nl-1600">Verclaringe van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte
+Teunis, gevangen in de Tidore, gebracht naer Manilias) van eilanden van
+natividas tot het eylant van Mindanao&rdquo;. Deze verklaring is aan
+admiraal l&rsquo;Hermite meegegeven om hem inlichtingen over de
+Philippijnen te verschaffen (Hs., R. A.). Hierin lezen wij: &ldquo;De
+stad Manilla moet meest te water geproviandeert worden, want met dat
+Wittert daer lach liep de rijs de Gantam op 4 enkele realen. Men koopt
+gemeen 25 Gantam voor 5 ofte 6 realen, dat is zooveel als een hanega;
+het compt al van &rsquo;t zelfde eylandt van Clocas, Cangayan en andere
+plaetsen</span>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2436" href="#xd20e2436src" name="xd20e2436">2</a></span> Coen
+deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622 (Hs., R.
+A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia aan den
+koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag over Fajardo
+was blijkbaar niet bekend aan <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, die in <i lang="de">Holl. Angriffe</i>,
+blz. 23, zegt: &ldquo;<span lang="de">Fajardo wehrte sich so gut es
+gieng</span>&rdquo;; terwijl hij hem even verder noemt &ldquo;den
+wackeren&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2453" href="#xd20e2453src" name="xd20e2453">3</a></span> Coen aan
+bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2457" href="#xd20e2457src" name="xd20e2457">4</a></span> Coen aan
+bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Bijdr.</i>, 5<sup>e</sup> R., dl. II, blz.
+287.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2476" href="#xd20e2476src" name="xd20e2476">5</a></span>
+<span class="smallcaps">W. P. Groeneveldt</span><span class="corr" id="xd20e2479" title="Niet in bron">,</span> &ldquo;De Nederlanders in
+China&rdquo;, <i>Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned.
+Indi&euml;</i>, 6<sup>e</sup> R., dl. IV.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2506" href="#xd20e2506src" name="xd20e2506">6</a></span> Combon,
+het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan den
+gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te
+Hoktsioe (Foetsjou) gevestigden gouverneur der provincie Hokki&euml;n.
+De voordeelen, die deze trok uit den handel met Manila, werden door de
+Chineesche gezanten op wel 80.000 realen per jaar geschat. Zij
+rekenden, dat er door elkander 40 jonken Manila bezochten, die elk 2000
+realen tol betaalden. Vgl. <span class="smallcaps">Groeneveldt</span><span class="corr" id="xd20e2510" title="Niet in bron">,</span> <i>Bijdr.</i>, 6<sup>e</sup> R., dl. IV.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2524" href="#xd20e2524src" name="xd20e2524">7</a></span>
+&ldquo;Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de raad
+van de vloote naer de cust van China varende,&rdquo; afgedrukt bij
+<span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz.
+312.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2550" href="#xd20e2550src" name="xd20e2550">8</a></span> Het
+buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren, werd niet als
+een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2577" href="#xd20e2577src" name="xd20e2577">9</a></span> Uit mijn
+vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden omtrent de schepen
+van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook werkelijk drie schepen
+te ver afgezakt en gedwongen naar Batavia door te zeilen, terwijl wij
+gezien hebben, dat Nieuweroode zelf eerst den 7<sup>en</sup> Dec. naar
+de Pescadores terugkeerde.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2587" href="#xd20e2587src" name="xd20e2587">10</a></span> Reyersz
+was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat er 2 jonken met
+handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met zich voerende twee
+gezanten, die direct met onzen gouverneur-generaal zouden
+onderhandelen. Dat dit verbod werkelijk zou zijn uitgevaardigd, acht
+<span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>,
+6<sup>e</sup> R., dl. IV, blz. 165, zeer wel mogelijk, maar volgens hem
+volgt daaruit nog niet, dat de Chineesche autoriteiten aan onzen eisch
+van monopolie toegaven, maar alleen, dat zij voorloopig deze bron der
+moeilijkheden stoppen wilden.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2626" href="#xd20e2626src" name="xd20e2626">11</a></span>
+&ldquo;Extracten uit de resoluti&euml;n van den raad van Reyersz, 11
+April 1622&ndash;23 Sept. 1623&rdquo;, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, in <i>Bijdr.</i>, blz. 411 als bijlage
+VI.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2641" href="#xd20e2641src" name="xd20e2641">12</a></span> Brief
+van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623, afgedrukt
+bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz.
+458.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2665" href="#xd20e2665src" name="xd20e2665">13</a></span> Zie den
+brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27 Aug. 1623 afgedrukt
+bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz.
+204.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2686" href="#xd20e2686src" name="xd20e2686">14</a></span>
+<span class="smallcaps">Groeneveldt</span>, <i>Bijdr.</i>, blz.
+291.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2698" href="#xd20e2698src" name="xd20e2698">15</a></span>
+Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, Hs. R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2703" href="#xd20e2703src" name="xd20e2703">16</a></span> Brief
+van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624, Hs., R.
+A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2709" href="#xd20e2709src" name="xd20e2709">17</a></span> Brief
+van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2712" href="#xd20e2712src" name="xd20e2712">18</a></span>
+Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van
+Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624
+(Hs<span class="corr" id="xd20e2714" title="Niet in bron">.</span>, R.
+A.) De laatste spreekt van 8 groote galjoenen en eenige mindere
+schepen, 6 groote galeien en eenige fregatten.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2719" href="#xd20e2719src" name="xd20e2719">19</a></span>
+<i>Dagregister van het Kasteel van Batavia</i>, 27 Jan. 1624, uitgeg.
+door Mr. J. E. <span class="smallcaps">Heeres</span>.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2727" href="#xd20e2727src" name="xd20e2727">20</a></span> Het
+bericht bij <span class="smallcaps">Blumentritt</span>, <i lang="de">Holl&auml;ndische Angriffe</i>, blz. 23, dat de pogingen der
+Jezu&iuml;eten om de Spaansche heerschappij over het eiland Mindanao
+uit te strekken door Hollandsche schepen werd verhinderd, kan ik niet
+toelichten, daar hierover niets door mij gevonden werd.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Hoofdstuk XI.</h2>
+<p class="firstpar">Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle
+pogingen in het werk stelden om den winstgevenden Chineeschen handel
+aan de Spanjaarden te onttrekken. In dezen zelfden tijd werd tegen de
+Spanjaarden in de Molukken slechts zeer weinig, zoo goed als niets
+ondernomen. Reeds is er door mij op gewezen, dat Lam door J. P. Coen
+werd teruggeroepen, daar hij de bevelen omtrent het slechten der forten
+niet had uitgevoerd, terwijl ook het feit, dat hij de Ternatanen hulp
+had verleend tegen de Tidoreezen en Spanjaarden, Coen&rsquo;s misnoegen
+had verwekt. De Houtman werd als zijn opvolger aangewezen. Maar ook
+deze vond, evenals de meeste ambtenaren in de Molukken, de hem in zijn
+instructie meegegeven bevelen verkeerd. Ontnamen wij den Ternatanen de
+hen beschermende forten, dan zouden zij zich vereenigen met de
+Tidoreezen en de Spanjaarden en zeker onze ergste vijanden worden,
+meenden De Houtman en zijn raden. Coen was het echter niet met hem eens
+en dus werd De Houtman eveneens teruggeroepen en in Maart 1623
+vervangen door Jacques le Febvre. Wij zien, Coen hield hardnekkig vast
+aan zijn eens genomen besluit en zijn opvolger Pieter de Carpentier
+drukte nauwkeurig zijn voetstappen. De gelden, die de Compagnie
+jaarlijks moest uitgeven voor de Molukken, waren niet evenredig met de
+voordeelen. De kosten moesten verminderd worden en dus&mdash;enkele
+forten gesloopt! Hadden wij dan al onze <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88" name="pb88">88</a>]</span>krachten op de kust van
+China en tegen de Philippijnen verspild? Waren wij niet bij machte de
+Spanjaarden uit de Molukken te verdrijven, zooals De Houtman dit wilde?
+Was dit geschied, zou men dan niet op betere wijze tot vermindering van
+uitgaven zijn gekomen? Volgens Coen, niet. Hij wantrouwde de
+Ternatanen, ook dan wanneer zij schenen onze vriendschap te zoeken. Hij
+zag wel in, dat zij zeer gaarne hun gewesten hadden bevrijd van
+vreemdelingen, die hen dwongen hunne producten voor minder dan de helft
+van de waarde af te staan, terwijl dat mindere dan nog werd betaald in
+rijst en kleederen van twijfelachtige qualiteit. Dat nu deze Ternatanen
+ook aandrongen op de verdrijving van de Spanjaarden, zou Coen reeds
+huiverig gemaakt hebben aan hun verlangen te voldoen, maar er was meer.
+Hij begreep, dat ze door de nabijheid der Spanjaarden ook beter in
+bedwang werden gehouden, daar zij onzen steun niet konden missen,
+zoolang de Spanjaarden hen bedreigden. Bovendien zouden wij ons nog op
+andere wijze benadeelen door het nemen der Spaansche forten. Men liep
+dan toch gevaar, dat de Engelschen, volgens het ons bekende in 1619
+gesloten accoord, aanspraak zouden maken op het medebezit van het
+veroverde. Dit waren dus de eigenlijke redenen, waarom de Nederlanders
+zoo weinig in de Molukken tegen hunne vijanden uitrichtten. Ofschoon de
+macht der O.-I. Compagnie in de Molukken in deze jaren zeer gering
+was,&mdash;Le Febvre schreef in 1624 dat hij slechts &eacute;&eacute;n
+jacht, dat lek was, tot zijn beschikking had<a class="noteref" id="xd20e2745src" href="#xd20e2745" name="xd20e2745src">1</a>,&mdash;ondernamen de Spanjaarden toch niets tegen
+ons. Zij waren daartoe niet in staat en hadden in de Molukken gebrek
+aan alles. Steeds werden de Tidoreezen gepaaid met beloften,
+<span class="pagenum">[<a id="pb89" href="#pb89" name="pb89">89</a>]</span>maar de hulp die opdaagde, was ternauwernood
+voldoende om de zaken loopende te houden. De vriendschap der Ternatanen
+voor ons nam toe of af, alnaarmate de hulp, die de Spanjaarden uit
+Manila ontvingen, klein of groot was. In 1624 werden er zelfs door den
+gouverneur-generaal en raden aan de bewindhebbers geruchten meegedeeld
+van een vereeniging van de Spanjaarden, Tidoreezen en Ternatanen tegen
+ons. Deze geruchten bleken waarheid te bevatten. In Mei 1623 was de
+nieuwe Spaansche gouverneur der Molukken, Pedro de Heredia, met een
+vrij groote macht, twee galeien, drie kleine fregatten en nog een ander
+vaartuig, uit Manila gearriveerd, waarvan de genoemde vereeniging het
+gevolg was geweest. Bovendien werd de komst van nog twee galeien in
+&rsquo;t vooruitzicht gesteld. Le Febvre zag hier tegen een harden
+strijd tegemoet en vroeg dus een versterking van twee &agrave; drie
+schepen. Ofschoon gouverneur-generaal en raden niet geloofden, dat het
+zoo&rsquo;n vaart zou loopen, stuurden zij toch een flink schip, De
+Trouw, met 109 koppen naar de Molukken. Men had in Batavia echter goed
+gezien. De Ternatanen konden ter wille van den buit niet nalaten een
+klein Portugeesch fregat te nemen, wat natuurlijk den oorlog met de
+Spanjaarden weder deed uitbreken. Met de Tidoreezen bleven zij echter
+in vrede<a class="noteref" id="xd20e2758src" href="#xd20e2758" name="xd20e2758src">2</a>. In de Molukken was dus voor de Spanjaarden,
+tengevolge van de door de Nederlanders gevoerde politiek, de toestand
+wel eenigszins verbeterd. Wij hebben, in het vorig hoofdstuk gezien,
+dat de handel in Manila zeer was achteruitgegaan, waardoor alles er
+zeer duur was geworden en dat ernstige klachten tegen den gouverneur
+Fajardo waren ingebracht. <span class="pagenum">[<a id="pb90" href="#pb90" name="pb90">90</a>]</span>Ondanks dien
+tegenspoed,&mdash;misschien was het, den aard der Spanjaarden in
+aanmerking genomen, beter gezegd, tengevolge van dien
+tegenspoed,&mdash;betoonden de Spanjaarden in 1623 en volgende jaren
+een grootere bedrijvigheid. Naar Japan hadden zij in 1623 een
+ambassadeur gezonden met groote geschenken voor den keizer, om dezen
+gunstig te stemmen voor een hernieuwing van de vriendschapsbetrekkingen
+met Spanje en hem den dood van Philips III mede te deelen. Dit mislukte
+echter. De geschenken, waaronder een gouden servies, een wagen met
+muildieren enz. werden geweigerd en de gezant keerde onverrichterzake
+naar Manila terug met een uit Nova-Spanje gekomen schip, dat met 300
+koppen bemand was<a class="noteref" id="xd20e2776src" href="#xd20e2776"
+name="xd20e2776src">3</a>. De vrij aanzienlijke macht, die onder
+Heredia in de Molukken was aangekomen, moest niet alleen dienen om de
+forten op genoemde eilanden te versterken, maar was tevens bestemd tot
+vestiging van de Spaansche macht te Menado op Celebes door het stichten
+van een fort aldaar, dat de Spanjaarden, uit Manila naar de Molukken
+komende, dan eerst zouden aandoen om volk en levensmiddelen in te
+nemen. Ook Macao was op verzoek der Portugeezen in hetzelfde jaar met
+een afdeeling van 120 soldaten van Manila uit versterkt<a class="noteref" id="xd20e2784src" href="#xd20e2784" name="xd20e2784src">4</a>. Toen in 1624 de gehate Fajardo was gestorven,
+werd de ons bekende oud-gouverneur der Molukken Geronimo de Silva
+wederom, evenals na den dood van Don Juan <span class="pagenum">[<a id="pb91" href="#pb91" name="pb91">91</a>]</span>de Silva, tot gouverneur
+ad interim benoemd<a class="noteref" id="xd20e2795src" href="#xd20e2795" name="xd20e2795src">5</a>. Er waren dit jaar twee schepen
+uit Amerika te Manila aangekomen met een groot kapitaal aan zilver en
+veel soldaten, en hiervan maakte de nieuwe gouverneur gebruik om de
+Molukken te versterken met twee fregatten, uit Otong daarheen gezonden.
+Ook was een eskader naar de Molukken onderweg geweest, maar
+teruggekeerd, omdat de vlootvoogd en veel volk onderweg gestorven
+waren<a class="noteref" id="xd20e2798src" href="#xd20e2798" name="xd20e2798src">6</a>. Op de rivier van Siam werd er zelfs offensief
+opgetreden door de Spanjaarden. Het jacht Cleen Zeeland, 16000 realen
+Japansch zilver en &ldquo;<span lang="nl-1600">twee cassen roode
+lakenen</span>&rdquo; inhebbende, werd den 26<sup>en</sup> Aug. 1624
+door hen genomen. De Siameezen maakten op bevel van hun koning, daartoe
+door de onzen aangezet, het jacht den Spanjaarden wel is waar weder
+afhandig en gaven het ons terug, maar de inhoud was en bleef
+zoek<a class="noteref" id="xd20e2822src" href="#xd20e2822" name="xd20e2822src">7</a>. Het laatste wat door Geronimo de Silva tijdens
+zijn gouverneurschap tegen de onzen werd ondernomen, was een poging om
+een Hollandsche scheepsmacht uit de Philippijnsche wateren te
+verdrijven.</p>
+<p>Reeds den 23<sup>en</sup> April 1623 was een vloot van elf schepen
+bemand met 1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal
+volgens een ontwerp van prins Maurits, uit Goeree vertrokken onder
+bevel van Jacques l&rsquo;Hermite, G. H. Schapenham en Jan Willemsz
+Verschoor. Het doel van deze vloot was &ldquo;naar Amerika te zeilen,
+den vijand daar zooveel mogelijk afbreuk te doen, te trachten de
+galjoenen, die jaarlijks uit <span class="pagenum">[<a id="pb92" href="#pb92" name="pb92">92</a>]</span>Manila te Acapulco binnenvielen, zoo
+mogelijk te onderscheppen en daarna naar de Philippijnen over te
+steken, om de Chineesche jonken waar te nemen&rdquo;. De resultaten van
+dezen tocht, voorzoover zij met ons onderwerp in betrekking staan,
+zullen wij eerst later behandelen, om ons nu bezig te houden met de
+hulp, die de gouverneur-generaal P. de Carpentier en zijne raden
+besloten hadden deze vloot, de Nassausche genoemd, in de Philippijnsche
+wateren te doen toekomen. Aan Sonck en zijn raad op Pehou (toen reeds
+op Formosa) en den admiraal l&rsquo;Hermite werd overgelaten te
+bepalen, wat met de vereenigde vloten tegen Manila zou worden
+uitgericht. Sonck en zijn raad vonden goed zes schepen en drie
+Chineesche jonken naar Manila te zenden, onder bevel van Pieter Muyser.
+Hem was opgedragen de Nassausche vloot, die in April ongeveer voor
+Manila verwacht werd, van victuali&euml;n te voorzien en zich met haar
+te vereenigen. Hij moest zooveel mogelijk zorgen, dat geen Chineesche
+jonken, noch Spaansche- of Portugeesche jachten de Philippijnen
+bereikten en verder den vijand zooveel mogelijk afbreuk doen. Sonck
+achtte het niet geraden &ldquo;iets tegen Manilha of het fort Cavite te
+attenteeren,&rdquo; maar, schreef hij, &ldquo;<span lang="nl-1600">hebben voorgedragen en gerecommandeert eenige vliegende
+tochten in &rsquo;t landt te doen om menigte van volck ter peuplatie
+van Batavia, Amboyna en Banda te becomen</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2835src" href="#xd20e2835" name="xd20e2835src">8</a>. Den 27<sup>en</sup> Jan. ging Muyser met Het
+Wapen van Zeelandt, <span class="pagenum">[<a id="pb93" href="#pb93"
+name="pb93">93</a>]</span>Noord-Hollandt, Oranje en de jachten De Haen,
+Victoria en De Fortuin van Formosa onder zeil. De bemanning bestond uit
+432 koppen en men had voor acht maanden levensmiddelen aan boord. De
+Fortuin en De Victoria werden vooruit gezonden om de drie<a class="noteref" id="xd20e2856src" href="#xd20e2856" name="xd20e2856src">9</a>
+Chineesche jonken te waarschuwen, dat de Hollandsche schepen zee
+gekozen hadden. De Fortuin keerde denzelfden avond nog terug zonder de
+jonken gezien te hebben; De Victoria zullen we later eerst weer
+ontmoeten. De vijf overige schepen kregen 2 Febr. reeds kaap Bolinao in
+het gezicht en den 3<sup>en</sup> Wittertseiland, waar zij bemerkten,
+dat de Spanjaarden van hun komst aan de bewoners van Manila bericht
+gaven door het branden van vele vuren. In de baai van Manila
+aangekomen, stelden de onzen een onderzoek in naar de macht van den
+vijand; Oranje en Noord-Hollandt waagden zich zoo dicht bij de stad en
+het fort, dat ze het hadden kunnen beschieten en de menschen zeer goed
+konden waarnemen. Over de daar aanwezige scheepsmacht behoefden zij
+zich voorloopig niet ongerust te maken. Deze bestond uit een vrij groot
+schip en vier galjoenen, die echter alle in zulk een toestand
+verkeerden, dat ze niet binnen een maand zouden kunnen uitloopen.
+Slechts &eacute;&eacute;n galei en &eacute;&eacute;n jacht waren in
+goeden staat. De Hollandsche schepen hielden zich geruimen tijd bij het
+eiland Mariavele op, waar ze ook eenige keeren landden om hout en
+ballast in te nemen. Den 17<sup>en</sup> Febr. werden ze bij een
+dergelijken landtocht overvallen, wat het verlies van zeven man
+tengevolge had. Slechts twee lichamen vonden de onzen terug, waarvan de
+vijand de hoofden als zegeteekenen had meegevoerd. De vijf anderen
+waren <span class="pagenum">[<a id="pb94" href="#pb94" name="pb94">94</a>]</span>den Spanjaarden blijkbaar levend in handen
+gevallen en als gevangenen meegevoerd. Den 18<sup>en</sup> naar
+Wittertseiland onder zeil gegaan, namen zij een Chineesche jonk met
+hout geladen, waarop zich slechts zeven Chineezen bevonden. Na nog
+eenige dagen vergeefs gekruist te hebben, ontdekten zij den
+26<sup>en</sup> een zeil, wat tot groote vreugde beiderzijds het jacht
+Victoria bleek te zijn. Dit schip had de opdracht volbracht en de
+jonken gewaarschuwd. Deze hadden echter niet in zee kunnen komen, naar
+hun zeggen, wegens den lagen waterstand. Tot den avond van den
+volgenden dag wachtte De Victoria te vergeefs op de Chineesche
+scheepjes en zeilde toen weg naar de Philippijnen, in de hoop aldaar de
+Hollandsche vloot aan te treffen. Hierin was het jacht niet gelukkig.
+Bijna een maand kruiste het langs de kust, waagde zich zelfs tot op
+vijf mijlen voor de baai van Manila, zonder iets van de vloot te
+bemerken, tot eindelijk de lang verwachte Hollandsche zeilen zich aan
+den horizont vertoonden, terwijl den volgenden dag, den 27<sup>en</sup>
+Febr. zich ook eindelijk twee van de drie Chineesche jonken bij de
+vloot voegden. Zij vertelden zes dagen na het vertrek van De Victoria
+te zijn uitgeloopen; &eacute;&eacute;n van de drie echter, niet goed
+bezeild zijnde, was terug gekeerd en had waarschijnlijk koers gezet
+naar Tayouan. &ldquo;De ware rede zal wel zijn,&rdquo; schrijft Muyser
+aan Sonck, &ldquo;dat die derde jonk is terug gekeerd om een dergelijk
+scheepje, dat door hen afgeloopen was, in veiligheid te brengen&rdquo;.
+Veel voordeel hebben ze niet van de Chineezen gehad, daar ze steeds van
+de vloot afdwaalden, zich liever ophoudende in de nabijheid van de
+kust, dan in open zee. Na den 3<sup>en</sup> Maart verdwenen ze voor
+goed, waarover Muyser en zijn tochtgenooten zich echter niet al te zeer
+bedroefden, omdat ze meer last dan nut van hen hadden <span class="pagenum">[<a id="pb95" href="#pb95" name="pb95">95</a>]</span>ondervonden. Van veel meer ongerief was het gebrek
+aan drinkwater, waardoor zij herhaaldelijk genoodzaakt waren aan land
+te gaan, om te zien of ze geen plaats konden ontdekken, waar dit
+geschikt te bekomen was. Den 15<sup>en</sup> was het geluk <span class="corr" id="xd20e2894" title="Bron: hun">hen</span> gunstig. Op 16&deg;
+15&acute; vonden zij een baai, door hen betiteld
+&ldquo;Muyserbaai&rdquo;, waar niet ver van het strand, het water uit
+drie aderen uit den grond te voorschijn kwam. De qualiteit was
+&ldquo;<span lang="nl-1600">schoon en liefelijck</span>&rdquo;, de
+quantiteit &ldquo;<span lang="nl-1600">soude men nauwelijks
+verwenschen</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2904src" href="#xd20e2904" name="xd20e2904src">10</a>. De inwoners toonden zich zeer
+vijandig en moesten door musketschoten op een afstand gehouden worden.
+Het land ingaande kwamen zij in een dorp, dat door de bewoners verlaten
+was. Er werd daar suikerriet en bananen aangetroffen. Muyser had streng
+bevel gegeven niets te beschadigen om te zien of de bewoners naderhand
+niet eenigszins gewilliger zouden toestaan, dat er water gehaald werd.
+Na hiervan een voldoende hoeveelheid ingenomen te hebben, kozen ze
+weder zee en ontdekten den 13<sup>en</sup> April zeven zeilen, welke
+zij dadelijk voor Spaansche herkenden. Toen deze vijandelijke vloot op
+hen afkwam, <span class="corr" id="xd20e2913" title="Bron: besloot">besloten</span> Muyser en zijn raad verder zeewaarts te
+gaan, om de Spanjaarden van een aanval te weerhouden. Deze toch bleven
+liefst dicht onder de kust, om zich aldus in tijd van nood met een
+vaartuig, dat zij daartoe altijd tot hun beschikking hadden,
+gemakkelijk te kunnen redden. Zij schenen nu echter hunne
+beschroomdheid te overwinnen en trachtten de onzen in te halen, wat hun
+niet dadelijk gelukte, ofschoon het jacht De Haen slechts zeer langzaam
+vorderde. Maar den volgenden dag waren zij in de nabijheid der
+Hollanders gekomen en nu moest men wel tot het gevecht overgaan. Het
+jacht Victoria, dat voor den wind gaande zeer slecht bezeild was, zou
+door de bemanning, nadat het <span class="pagenum">[<a id="pb96" href="#pb96" name="pb96">96</a>]</span>in brand gestoken was, verlaten
+worden, indien de galei er op afkwam. De schipper van dit jacht, een
+zekere Keyser, behoorde blijkbaar niet tot de heldhaftigen, daar hij al
+zeer spoedig bevel gaf het jacht te verlaten, &ldquo;<span lang="nl-1600">vóór het in eenig peryckel was</span>&rdquo;,
+schrijft Muyser, en zelf een der eersten was, die zich in de boot
+bevond, terwijl hij verzuimd had het aan de vlammen prijs te geven.
+Overigens ontvingen de drie Hollandsche schepen&mdash;De Fortuin en De
+Haen zeilden vooruit, daar zij niets konden uitrichten&mdash;de
+Spanjaarden zoo goed, dat zij moesten afdeinzen. Bij den tweeden aanval
+&ldquo;<span lang="nl-1600">trommelden (zij) er met (hun) dri&euml;n
+gelijckelijck, principalijck op hunnen admirael soo op, dat zij
+genoodsaeckt waren &rsquo;t aen boort comen voor die tijt t&rsquo;
+excuseeren</span>&rdquo;. De Spaansche admiraalsvlag werd ingenomen en
+bleef gedurende twee uur om den stok geslagen, terwijl de galei
+tusschen het kleine jacht en het admiraalschip af- en aanvoer. De
+Hollanders veronderstelden, dat dit plaats had, omdat de admiraal
+Geronimo de Silva gesneuveld was en er een andere moest benoemd worden
+door de zich misschien aan boord van het jacht bevindende leden van de
+Audiencia. Dit was echter, zooals wij later zullen zien, niet het
+geval; maar wat ook de reden geweest zij, de aanval werd niet
+hernieuwd, de vijand liet de onzen langzamerhand van zich wegloopen en
+keerde zelf landwaarts. Reeds den volgenden dag <span class="corr" id="xd20e2925" title="Bron: besloot">besloten</span> Muyser en zijn raad
+wederom naar de kust te zeilen, maar daar in de instructie
+uitdrukkelijk stond zich voor den vijand te wachten, zoolang de
+Nassausche vloot niet met hen vereenigd was, werd er bepaald zeven
+&agrave; acht mijlen van de kust heen en weer te kruisen. Den
+17<sup>en</sup> Mei eerst mocht het hun gelukken, tenminste eenig
+resultaat van hun volharding te verkrijgen. Zij bemachtigden een jonk
+van Chinchu naar Manila gaande, <span class="pagenum">[<a id="pb97"
+href="#pb97" name="pb97">97</a>]</span>waarop zich 219 Chineezen
+bevonden. De inhoud was van zeer weinig waarde. &ldquo;<span lang="nl-1600">Als gij hier waart geweest</span>&rdquo;, schrijft Muyser aan
+Sonck, &ldquo;<span lang="nl-1600">zoudt ge de jonk met lading en al in
+den grond of in brand hebben gestoken........ als alles op &rsquo;t
+strand gelegen had, ick meyne niet &eacute;&eacute;n van ons daarvoor
+200 realen van achten had gegeven</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd20e2940src" href="#xd20e2940" name="xd20e2940src">11</a>. Nadat
+alles van waarde er uit genomen was, werd de jonk verbrand, en daar de
+gezagvoerder meegedeeld had, dat er met hem nog vijf &agrave; zes
+dergelijke scheepjes waren uitgevaren, bleef men nog eenige dagen
+kruisen. Maar toen men niets meer ontdekte en ten laatste de hoop had
+opgegeven de Nassausche vloot nog te zullen aantreffen, besloot men den
+22<sup>en</sup> Mei dit vaarwater te verlaten. De Noord-Holland werd
+met de gevangene Chineezen naar China gezonden om daar te wachten op
+den noordermoesson en dan verder naar Batavia door te zeilen. De Haen
+werd opgedragen naar Tayoean te gaan<a class="noteref" id="xd20e2949src" href="#xd20e2949" name="xd20e2949src">12</a> terwijl de
+overige schepen, Het wapen van Seelandt, Oranje en De Fortuin eerst
+Macao zouden aandoen en daarna naar Tayoean koers zetten. Tot nog toe
+had men niet veel menschenlevens te betreuren, slechts 26, terwijl er
+20 zieken waren. Den 1<sup>en</sup> Juni kregen de laatstgenoemde
+schepen de kust van China in &rsquo;t gezicht, waar ze nog eenigen tijd
+bleven kruisen en het geluk hadden op de hoogte van Macao twee
+Portugeesche jachten buit te maken, waarvan er een in plaats van het
+verlorene <span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98" name="pb98">98</a>]</span>Victoria gedoopt werd<a class="noteref" id="xd20e2958src" href="#xd20e2958" name="xd20e2958src">13</a>, het
+andere, Tayoean. Den 7<sup>en</sup> zagen zij tot hun verwondering De
+Noord-Holland weder. Dit schip was door tegenwind opgehouden. Den
+2<sup>en</sup> Juli ging het op nieuw naar Batavia onder zeil en kwam
+den 23<sup>en</sup> Nov. 1625 aldaar behouden aan. De Chineezen hadden
+het echter hard te verantwoorden gehad. Van de 219 waren er slechts 46
+in leven gebleven en deze werden nog doodziek aan wal gebracht. Op
+denzelfden dag dat De Noord-Holland voor de tweede maal naar Batavia op
+weg ging, vertrok P. Muyser met Het wapen van Seelandt en het veroverde
+jacht Tayoean naar Formosa, terwijl De Oranje, De Fortuin en De
+Victoria nog eenigen tijd voor Macao zouden blijven kruisen. Pieter
+Muyser kon er zich niet op beroemen veel tot nut van de Compagnie te
+hebben uitgericht. Hiervoor was zijn vloot echter ook niet voldoende
+uitgerust. Terecht schrijft De Carpentier dan ook aan bewindhebbers:
+Het succes had grooter kunnen zijn, indien &rsquo;s lands vloot
+&ldquo;<span lang="nl-1600">haar ordre in het aandoen van Manilla beter
+hadde naergecomen, gelijck se sonder eenich verlet wel hadde conne
+doen</span>&rdquo;. Waarom het dan niet gebeurd is? Hierop is geen
+afdoend antwoord te geven. Misschien moet men de oorzaak zoeken in het
+ontijdig sterven van den admiraal van de Nassausche vloot, Jacques
+l&rsquo;Hermite. Nog niet halfweg, moest hij reeds den 2<sup>en</sup>
+Juni 1624 den tol aan de natuur betalen en werd als admiraal opgevolgd
+door Gheen Huigen Schapenham. Deze beschrijft ons zijn tocht in een
+brief aan Carpentier<a class="noteref" id="xd20e2977src" href="#xd20e2977" name="xd20e2977src">14</a>. Na den Spanjaarden op de kust
+van Amerika eenig nadeel te hebben berokkend, is de vloot <span class="pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99" name="pb99">99</a>]</span>naar het
+eiland Puna gezeild, van waar zij naar Acapulco vertrok om er den
+28<sup>en</sup> Oct. aan te komen. Daar bleven zij kruisen tot eind
+Nov., waarna het besluit genomen werd naar de Ladrones over te steken,
+omdat de tijd waarop de schepen gewoonlijk uit Manila in Acapulco
+kwamen toch voorbij was. Den 26<sup>en</sup> Januari 1625 werden de
+ankers voor de Ladrones uitgeworpen: &ldquo;<span lang="nl-1600">en na
+ons alhier eenigszins ververscht te hebben</span>,&rdquo; schrijft
+<span class="corr" id="xd20e2997" title="Bron: Schapendam">Schapenham</span>, &ldquo;<span lang="nl-1600">soo
+is bij mij ende den Raedt geresolveert, dat men de enterprise, die ons
+bij de instructie belast wordt, op de chineesche joncken in de Manilhas
+in het werck te stellen, soude laten berusten ende ons cours recht toe
+naer de Moluccas stellen om dies wille, dat het de vlote, die als doen
+maer van drie maenden victualie voorzien was, onmogelick soude geweest
+zijn, de comste van de Chineesche joncken in de maendt van April te
+verwachten, maer door faulte van vivres genoodsaekt zijn geweest voor
+de comste derselver uit de Manilhas te scheijden</span>&rdquo;.
+Schapenham wist dus niet, dat de vloot onder Muijser hem voor Manila
+zou opwachten met levensmiddelen. Het stond trouwens ook niet in de
+instructie<a class="noteref" id="xd20e3004src" href="#xd20e3004" name="xd20e3004src">15</a>. Mij rest nu nog slechts te melden, dat de
+admiraal van de Spaansche vloot, Geronimo de Silva, die tegen Muijser
+slag had geleverd, niet was gesneuveld, zooals de Hollanders dachten,
+maar behouden met de vloot in Manila was teruggekeerd. Zeer tevreden
+was men echter niet over zijn beleid. Hij had meende men, wel eenige
+schepen kunnen veroveren en werd dientengevolge wegens nalatigheid
+gevangen gezet en eerst bevrijd na de aankomst van den nieuwen,
+<span class="pagenum">[<a id="pb100" href="#pb100" name="pb100">100</a>]</span>uit Amerika gezonden gouverneur, ad interim, Don
+Fernando de Silva<a class="noteref" id="xd20e3015src" href="#xd20e3015"
+name="xd20e3015src">16</a>.</p>
+<p>En hiermede meen ik tot een tijdstip gekomen te zijn, waarop dit
+onderzoek zeer geschikt voorloopig door mij kan gestaakt worden. De
+politiek toch der Nederlanders onderging langzamerhand een groote
+verandering ten opzichte van de Philippijnen. De Wit schreef in 1625
+aan De Carpentier: &ldquo;<span lang="nl-1600">Over de door Muijser
+veroverde beide joncken en de gevangen gemaakte Chinesen zijn tot nog
+toe geen klachten uit China gekomen</span>&rdquo;. Dat men hiervoor
+reeds bang was geweest bewees wel de in de instructie van Muijser
+opgenomen bepaling, dat de buit niet naar Japan of Formosa, maar naar
+Batavia gevoerd moest worden. De Nederlanders koesterden nl. de
+gegronde vrees, dat de Chineezen tengevolge van die rooftochten den pas
+begonnen handel op Formosa en Batavia weder zouden laten varen.
+Bovendien werd het voordeel voor de onzen steeds geringer, omdat de
+Chineezen meer en meer met kleine zeer snel bezeilde jonkjes naar de
+Philippijnen overstaken, waarmee zij bij stil weer zoo wisten te
+wrikken en te roeien, dat het onmogelijk was ze met onze vaartuigen in
+te halen. Het gevolg was, dat er vooreerst geen tochten meer werden
+gedaan om den Chineeschen den handel op Manila te beletten.
+<span class="pagenum">[<a id="pb101" href="#pb101" name="pb101">101</a>]</span>De Hollanders begonnen van nu af het vaarwater
+van Malakka en Macao meer met hun schepen te bekruisen, terwijl ook de
+Spanjaarden hun taktiek veranderden en in 1626 een bezetting legden op
+Formosa. Mocht het blijken, dat het mij gelukt is de verrichtingen der
+Hollanders tegen de Spanjaarden duidelijker in het licht te stellen dan
+door mijn voorgangers is geschied, dan zal ik stellig mijn onderzoek in
+dezen, uit liefde voor onze koloniale geschiedenis, voortzetten en ten
+einde brengen. <span class="pagenum">[<a id="pb103" href="#pb103" name="pb103">103</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2745" href="#xd20e2745src" name="xd20e2745">1</a></span> Brief
+van Le Febvre aan P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i><span class="corr" id="xd20e2752" title="Niet in bron">,</span> dl. II, blz. 6.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2758" href="#xd20e2758src" name="xd20e2758">2</a></span> Brief
+van gouv.-generaal en raden aan bewindh., 3 Jan. 1624, bij <span class="smallcaps">Tiele</span>, <i>Opkomst</i>, dl. I, blz. 355, vv. Brief
+van J. Le Febvre aan gouv.-generaal De Carpentier, 18 Aug. 1624, bij
+<span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i>, dl. II, blz.
+6.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2776" href="#xd20e2776src" name="xd20e2776">3</a></span>
+<span class="smallcaps">Nachod</span> a. w., S. 187. Ofschoon Nachod
+den brief van Nieuweroode aanhaalt, zegt hij verkeerdelijk, dat de
+ambassade in 1624 plaats had. In den brief van den gouv.-generaal en
+raden aan bewindh. van 4 Maart 1624, (Hs., R. A.) wordt gezegd, dat het
+schip, waarmee de gezanten naar Manila vertrokken, in Sadsinna was
+gemaakt, terwijl Nieuweroode, uit wiens brief gouv.-generaal en raden
+putten, uitdrukkelijk meldt, dat het uit Amerika kwam en Manila niet
+eerst had aangedaan, waardoor &ldquo;<span lang="nl-1600">al &rsquo;t
+volc, uit Nova-Spanje gecomen</span>&rdquo; zich er nog op bevond.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2784" href="#xd20e2784src" name="xd20e2784">4</a></span> Zie
+meermalen aangehaalden Brief van J. Le Febvre aan P. de Carpentier, 27
+Oct. 1623, bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i>,
+dl. II, blz. 2.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2795" href="#xd20e2795src" name="xd20e2795">5</a></span> In een
+brief van Corn. v. Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier van 8
+Dec. 1624, (Hs., R. A.,) lezen we, dat naar men meent, Fajardo door
+vergif is gestorven en Geronimo de Silva zich met geweld van de
+regeering heeft meester gemaakt, maar zeer gehaat is.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2798" href="#xd20e2798src" name="xd20e2798">6</a></span> Brief
+van J. Le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 18 Aug. 1624,
+bij <span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i><span class="corr" id="xd20e2805" title="Niet in bron">,</span> dl. II, blz. 8.
+Hieromtrent vermeldt <span class="smallcaps">Blumentritt</span>,
+<i lang="de">Holl&auml;ndische Angriffe</i> niets. De tocht van de
+Spanjaarden naar Sangy heb ik achterwege gelaten, daar deze van Tidore
+uit heeft plaats gehad.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2822" href="#xd20e2822src" name="xd20e2822">7</a></span> Brief
+van Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2835" href="#xd20e2835src" name="xd20e2835">8</a></span>
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Instructie voor P. Muyser en zijn vloot,
+gaende naer de Manilha&rsquo;s</span>&rdquo; en Brief van P. de
+Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A. Weliswaar had het in de
+bedoeling van de staten-generaal gelegen, dat de Nassausche vloot zich
+meester zou maken van Manila, maar omdat een te geringe macht van
+Batavia uit aan deze vloot kon te hulp gezonden worden, gaf Carpentier
+reeds den 11<sup>en</sup> Juli in een brief aan l&rsquo;Hermite,
+meegegeven aan Sonck, zijn twijfel aan het bereiken van dit doel te
+kennen. Dezelfde twijfel werd ook uitgedrukt in de instructie van
+Sonck. Wel hadden de Japanners in Manila ons aangeboden te helpen, maar
+dit aanbod was niet te vertrouwen, daar allen die daar woonden
+katholiek waren. Zie &ldquo;Instructie voor den E. Martinus
+Sonck&rdquo;, afgedrukt bij <span class="smallcaps">Groeneveldt</span>,
+<i>Bijdr.</i>, blz. 554.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2856" href="#xd20e2856src" name="xd20e2856">9</a></span> In de
+resoluti&euml;n wordt gesproken van <i>drie</i> Chineesche jonken, maar
+van <i>vier</i> in het &ldquo;<span lang="nl-1600">Cort verhael van de
+voyagie gedaen met &rsquo;t jacht Victoria naer de kust van Manilla in
+&rsquo;t afwesen van de vloot</span>&rdquo;. Hs., R. A.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2904" href="#xd20e2904src" name="xd20e2904">10</a></span> Zie
+<a href="#app3">Bijlage III</a>, waarin dit gedeelte van de kust
+uitvoerig wordt beschreven.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2940" href="#xd20e2940src" name="xd20e2940">11</a></span> Brief
+van P. Muyser aan Sonck, 22 Mei 1625 (Hs. R. A.). De in dezen brief
+voorkomende inhoudsopgave geeft ons een eigenaardige bijdrage tot de
+kennis van de waren, waarin de Chineezen handelden<span class="corr"
+id="xd20e2942" title="Niet in bron">.</span> Er bevond zich in de jonk
+een kastje met 16 bos gouddraad, een kastje met kamfer, twee met
+waaiers en een met tabak. Verder wat grof porcelein, kammen, lint,
+schoenen, timmermansgereedschappen, blauw, groen en geel gedamasceerd
+papier en poppengoed.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2949" href="#xd20e2949src" name="xd20e2949">12</a></span> Op De
+Haen bevonden zich ook, om verantwoording te doen bij Sonck over het te
+vroeg verlaten van De Victoria, de schipper van het jacht, Keyser,
+Michel Golliaert en stuurman Frans Bisschop. Zie brief van Muyser aan
+Sonck, 22 Mei 1626 (Hs. R. A.).</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2958" href="#xd20e2958src" name="xd20e2958">13</a></span> Dit
+jacht, groot 50 &agrave; 60 lasten, had aan den gouverneur van Malakka
+3000 dukaten gekost en maakte pas zijn eerste reis. Brief van Muyser
+aan Sonck, 24 Juni 1626 (Hs., R. A.).</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e2977" href="#xd20e2977src" name="xd20e2977">14</a></span> Gheen
+Huigen Schapenham, admiraal van de Nassausche vloot, aan den
+gouverneur-generaal Pieter de Carpentier uit Ambon, April 1625, bij
+<span class="smallcaps">Heeres</span>, <i>Opkomst</i>, dl. II, blz. 34,
+vlg.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3004" href="#xd20e3004src" name="xd20e3004">15</a></span> In de
+instructie van den admiraal l&rsquo;Hermite, (Hs., R. A.) staat
+hierover slechts: &ldquo;<span lang="nl-1600">Aldaer (omtrent Bolinao
+en eilanden van Frailes) te wachten, wat ordre de goeverneur-generael
+van Indi&euml; soude mogen gegeven hebben, om volgens zijn raad ende
+advisen, den meesten dienst aan het land ende aan de O. I.
+Comp<span class="corr" id="xd20e3008" title="Niet in bron">.</span>,
+ende afbreuck aan de Portugesen en Spanjaarden te
+doen</span>&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e3015" href="#xd20e3015src" name="xd20e3015">16</a></span> Eenige
+Chineezen, die De Wit, den opvolger van Sonck, gezegd hadden, dat
+Geronimo de Silva was onthoofd, waren dus niet goed ingelicht. Zie
+brief van De Wit aan Carpentier, 29 Oct. 1625, (Hs. R. A.). Het was mij
+niet mogelijk steeds aan te geven, waaruit ik de gegevens putte, daar
+hetzelfde meermalen in verschillende brieven voorkomt Voor dit mijn
+laatste hoofdstuk gebruikte ik nog, behalve het reeds opgegevene: Brief
+van Sonck aan Carpentier, 12 Dec. 1624; Brief van Carpentier aan
+bewindh., 3 Febr. 1626; Carpentier aan Sonck, 13 Mei 1625;
+Resoluti&euml;n bij den E. Commandeur Pieter Muyser en Raad van de
+schepen en jachten genomen, gaende van Tayoyan naer de Manilha&rsquo;s,
+27 Jan. 1625 tot 20 Mei 1625 en 20 Mei tot 6 Juli; Reus, gezagvoerder
+van de Oranje, aan Sonck, 24 Mei 1625; Sonck aan Carpentier, 31 Maart
+1625; Pieter Muyser aan Carpentier, 23 Mei 1625; Carpentier aan
+l&rsquo;Hermite, 11 Juni 1624. Alle in Hs. berustende op het
+Rijks-Archief.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Bijlagen.</h2>
+<p class="firstpar"><span class="pagenum">[<a id="pb105" href="#pb105"
+name="pb105">105</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="app1" class="div1">
+<h2 class="main">Bijlage I.</h2>
+<h2 class="main">Brief van Reaal aan Bewindhebbers.</h2>
+<p lang="nl-1600" class="firstpar opener"><i>D. E. E. achtbare wijze
+voorsinnige Heeren.</i></p>
+<p lang="nl-1600">Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe
+verscheijden brieve aen uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van
+attestatie midtsgaders een brief des conings om uwe E.E. (sulcx
+raedsaem sijnde) daer meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie,
+de welcke ick mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de
+Ed. Heer Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende
+oft uwe E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens
+evenwel de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques
+grotelijcx niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te
+verhaelen het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren
+geaviseert, confirmerende hier mede hetgene ick voor desen
+principalijcken over de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven.
+Wat alhier sedert is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende
+copijen van resolutien ende &rsquo;t journal door mij gehouwden konnen
+sien, daer aen ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose
+tocht naer de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de
+vijanden ofte proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel
+daerinne gerust zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van
+menschen voorslagen volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns
+juijst haer witt niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de
+Chinesen, die met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese
+verscheijden plaetsen van &rsquo;t eijlant <span class="corr" id="xd20e3045" title="Bron: Lucon">Lu&ccedil;on</span>, daer de stadt
+Manilla op leijt, <span class="pagenum">[<a id="pb106" href="#pb106"
+name="pb106">106</a>]</span>aendoen, om door d&rsquo;onse niet te
+werden aengehaelt; mede dat de schepen commende van Aquapulca
+d&rsquo;imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn geweest te
+passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse oock aendoen
+de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die haer adviseren,
+waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren liggende op
+7&frac12; graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het vaste landt
+van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer onseecker
+zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert mijn jongste
+schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw, alwaer wij
+verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor Spaansch
+Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden, doen wij
+voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een vande
+principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest, om met het
+volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont sijn, te
+peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael Reynst
+geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Ed<sup>ts</sup>
+resolutien connen sien. Godt geve d&rsquo;uijtcomste soo mach
+succederen, dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten.
+Alsoo de schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om
+op d&rsquo;ene offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne
+naer Sanghy vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke
+met haer tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also
+door het overlijden van Cap<sup>n</sup> Mathys de luijtenant allene de
+plaetse waernam, is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert
+halff ijll van hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige
+resolutie daer over te nemen, vande voorn. plaetse t&rsquo;seyl gegaen
+en is sedert noyt meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van
+verscheijdene swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te
+sijn, dat het voorsz. jacht met <span class="pagenum">[<a id="pb107"
+href="#pb107" name="pb107">107</a>]</span>een Chineesche pelo, aen
+Galille liggende, aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde
+geanckert gelegen, alwaar den schipper gestorven was en aen landt
+begraven; dat is de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben
+becomen. Oft nu het voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen
+der Chinesen ofte andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is
+ons tot noch toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge
+door een overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het
+eijlandt Lu&ccedil;on in de Philippinas souwde sijn gebleven met
+geschut met al en eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt
+Manilha den gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht
+souwden wesen, doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den
+tyt leeren......</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar">(Na over den toestand in de Molukken gesproken te
+hebben, vervolgt de schrijver:)</p>
+</div>
+<p lang="nl-1600">Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne
+Ed. door ons wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de
+Manilhas, en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen
+waren; doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer
+weijnich fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken
+in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene
+aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte, als
+hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een seeckere
+resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht het
+stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een seker
+rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede de
+Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen,
+sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban en
+Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche
+quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden
+connen vruchteloos maecken. Ick <span class="pagenum">[<a id="pb108"
+href="#pb108" name="pb108">108</a>]</span>soude wijtloopiger op de
+vruchten die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick
+niet en twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit
+stuck particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben
+becomen.......</p>
+<div class="blockquote">
+<p class="firstpar">(Verder bevat de brief <span class="corr" id="xd20e3070" title="Bron: sleehts">slechts</span> bijzonderheden over de
+Molukken en den persoon van den schrijver.)</p>
+</div>
+<p lang="nl-1600" class="signed">Uwe E.E. aller onderdanighe
+dienaer</p>
+<p lang="nl-1600" class="signed">LAURENS REAEL.</p>
+<p lang="nl-1600" class="signed"><span class="smallcaps">Ternate</span>, 25 Juli 1615. <span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109" name="pb109">109</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="app2" lang="es-1600" class="div1">
+<h2 lang="nl-1900" class="main">Bijlage II.</h2>
+<p class="firstpar xd20e95"><span class="xd20e3087">PROPOSICION, DE
+DON</span><br>
+<span class="xd20e3091">Iuan de Silua Gouernador y</span><br>
+Capitan General, de Philipinas sobre que<br>
+si convenia salir con armada contra<br>
+el enemigo Olandes sin guardar<br>
+el Orden de la cedula de<br>
+treinta de dizienbre de<br>
+mill y seiscientos,<br>
+y catorce.</p>
+<p class="firstpar"><span class="marginnote">Hallaronse en esta
+junta.<br>
+Tres Oydores.<br>
+Vn General alias Maese de <span class="abbr" title="Campo"><abbr title="Campo">C&#257;po</abbr></span>.<br>
+Onze Officiales de regimiento.<br>
+Dos Alcaldes ordinarios.<br>
+Tres Preuendados de la metropolitania.<br>
+Dos Officiales reales.<br>
+Dos Prouinciales.<br>
+Sinco Priore Guardianis y rector.<br>
+Sinco Frailes, Predicadores.<br>
+Vn Prouisor.<br>
+Onze Comisarios de S. Francisco.<br>
+Tres Cauos de Galeones.<br>
+Sinco Capitanes de Infantaria: todos <span class="corr" id="xd20e3142"
+title="Bron: 44">54</span>.</span></p>
+<p>En la ciudad de Manila en doze de henero de mill y seiscientos y
+diez y seis a&ntilde;os <span class="abbr" title="estando"><abbr title="estando">est&#257;do</abbr></span> en las casas Reales en la sala dela
+Real audiencia su Se&ntilde;oria D. Iuan de Silva Cauallero del Orden
+de Santiago Gouernador y Capitan General destas Yslas Philipinas y
+pressidente de la audiencia y chancilleria Real que en ellas reside
+llamo Iunta General de todos los estados y abiendo venido a ella los
+se&ntilde;ores Licenciados Andres de Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna,
+Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores dela dicha Real audiencia y el
+Genral <span class="abbr" title="Don"><abbr title="Don">D&#333;</abbr></span> Iuan Ronquillo del Castillo, alguacil maior
+Destacorte y Cappitan Don Lope de Sosa, y <span class="abbr" title="Francisco"><abbr title="Francisco">Fr&#257;cisco</abbr></span> de
+Bilches bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta ciudad, y los Iuezes
+officiales Reales de la Real hacienda destas yslas Tesorero Cappitan,
+Pedro De&ccedil;al Diernamariaca, contador Alonso de Spino&ccedil;a
+Saravia y el Arzidiano D. Iuan de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua,
+Prior de la Orden de Santo Domingo, el Padre frai Hernando Moraga
+Comisario de visita de la Orden de S. <span class="abbr" title="Francisco"><abbr title="Francisco">Fr&#257;cisco</abbr></span> Maestre
+escuela D. Diego de Leon, el Padre Valerio de Ledesma Prouincial de la
+Compania de IESVS, el Padre Frai Agustin Mexia Prior de la Orden de San
+Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el Padre Frai Pedro de la Madre
+de Dios, Prouincial de la <span class="pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110" name="pb110">110</a>]</span><span class="abbr" title="Orden"><abbr title="Orden">Ord&#275;</abbr></span> de San Agustin de
+los descal&ccedil;os Recoletos, Padre Fr. Francisco de San Guillermo,
+su <span class="abbr" title="companero"><abbr title="companero">c&#333;panero</abbr></span>, <span class="abbr" title="Licenciado"><abbr title="Licenciado">Lic&#275;ciado</abbr></span>
+Rodrigo Dias Guiral, Provisor de este Ar&ccedil;obispado, el Padre Frai
+Alonso de Valdemora, Guardian del Conuento de San Francisco, el Padre
+Guardian Fray Iuan Bautista, su conpa&ntilde;ero, el Padre Francisco de
+Hotaco Rector de la <span class="abbr" title="Compa&ntilde;ia"><abbr title="Compa&ntilde;ia">C&#333;pa&ntilde;ia</abbr></span> do IESVS el Padre
+Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de Santo Domingo, el Padre lector
+Frai Domingo Gonsalez su companero, el Padre Garces de la Conpania de
+IESVS. Fr. Iuan de Monte maior, Predicador de la Orden de San Agustin,
+Capitan Pedro Cotelo de Morales Alguacil maior desta ciudad, El
+Castellano Don Bernardino del Castillo Maldonado, y los Capitanes,
+Marcos de la Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores <span class="abbr"
+title="Montoro"><abbr title="Montoro">M&#333;toro</abbr></span>.
+<span class="abbr" title="Iuan"><abbr title="Iuan">Iu&#257;</abbr></span> de Spinosa Montero, Don Antonio de Arceo,
+Sebastian Perez de Acu&ntilde;a, Bernardo de Castro Regidores desta
+ciudad, Cappitan Adrian Perez de Huaque, depositario General della
+Secretario Pedro de Nabarete Escriuano del dho cabildo, Capitan Andres
+Oregon de Guevara, Capitan Antonio Care&ntilde;o de Vald&egrave;s.
+Capitan Diego Sanchez, <span class="abbr" title="Capitan"><abbr title="Capitan">Capitn&#772;</abbr></span> Sabastian de Madrid y Luna,
+Capitan Don Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don Pedro Telles de
+Almacan, <span class="abbr" title="Capitan"><abbr title="Capitan">Capitn&#772;</abbr></span> Iuan Bautista de Molina, Capitan
+Iuan de la Cueva y almirante Pedro de Heredia, y estando asi juntos por
+ante mi el pressente scriuano Mayor de la Gouernacion y Guerra destas
+Yslas, su Se&ntilde;oria propuso lo sigiente.</p>
+<p class="firstpar"><span class="marginnote">PROPOSICION.</span></p>
+<p><span class="marginnote">A. Esta proposicion no se escriuio el Dia
+de la Iunta ni en muchos Dias despues, y asi es falso dezir que aquel
+dia se escriuio.</span></p>
+<p>Que desde <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> llego a estas yslas, a seruir los oficios
+de que su Mag. le hi&ccedil;o merced a procurado ynquerir con todo
+cuidado, y diligencia saber los puestos que el enemigo, O landes ocupa,
+asi en las yslas del Maluco, Anbueno, Banda, Xava, y otros. En las
+partes de la india Oriental, y digsinios que tenia, a los quales asi
+por relaciones <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> as sus manos han uenido, como de personas,
+que han comunicado con el <span class="pagenum">[<a id="pb111" href="#pb111" name="pb111">111</a>]</span>dicho enemigo que se han uenido de
+su parte a la nuestra y por ordenes ynestruciones de los estados
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+<span class="abbr" title="sean"><abbr title="sean">se&#257;</abbr></span> hallado. En los nauios <span class="abbr"
+title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> se les an tomado, y
+por avisos Del Rey Nuestro Se&ntilde;or se a entendido que la
+pretension que los dichos enemigos tienen es de hazerse Se&ntilde;ores
+de todo el Trato de la especiria sedas de la China, y trato de Xapon, y
+echar de todas estas partes de Philipinas, e yslas Malucas, Yndia
+Oriantal, los Castellanos, y Portugeses, que en ellas residen, lo qual
+si se efectuase serian da&ntilde;os, e ynconuenientes yreparables para
+su Magestad y todos sus Reynos, por que ademas de quitarle todo lo que
+en estas partes Orientales posee, y tanta cantidad de hacienda como
+enteresa su Magestad, y sus basallos en las dichas, contrataciones, los
+dichos enemigos Olandeses, se uenderian a hazer tan poderosos pues
+segun ellos afirman, les auia de valer en cada un a&ntilde;o de diez
+millones de Pesos arriba el trato y comercio de todas estas partes con
+que siendo los maiores enemigos, que tiene la corona de Espa&ntilde;a,
+y la yglesia de Dios se podria temer ravajasen los demas Reynos,
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+su Magestad posee en Evropa e Indias <span class="abbr" title="Ocidentales"><abbr title="Ocidentales">Ocid&#275;tales</abbr></span>,
+y aviendolo bien considerado platicado y consultado echo de uer no
+tener otro remedio para acortar los pasos y designios a este enemigo,
+antes <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> echase maiores raises sino iuntar vna
+gruesa armada con <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> echarle de todas estos mares e puertos
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+en tierra ocupa en esta conformidad auiso a su Mag. como este era el
+solo y uniquo remedio que este da&ntilde;o ternia, suplicandole con
+todo encaricimento por lo <span class="marginnote">B. esta su
+<span class="abbr" title="supretencion"><abbr title="supretencion">supret&#275;ci&#333;</abbr></span> ser cabe&ccedil;a de
+esta <span class="abbr" title="facion"><abbr title="facion">faci&#333;</abbr></span> y como se hallo burlado dio en el
+desbario que hy&ccedil;o destruiendo el <span class="abbr" title="gran"><abbr title="gran">gr&#257;</abbr></span> concierto y orden de
+la cedula.</span> que ynportaua a su Real seruicio bien y quietud de
+sus Reynos, y basallos se siruiese de <span class="abbr" title="enuiar"><abbr title="enuiar">&#275;uiar</abbr></span> desde
+Espa&ntilde;a algunos Galeones, de armada bien artillados ya marinados
+y con buen numero de <span class="abbr" title="ynfanteria"><abbr title="ynfanteria">ynf&#257;teria</abbr></span> y que ordenase al Visso Rey
+de la Yndia, enbiase los Galeones de aquel estado, lo mas uien en orden
+que pudiese para juntarse con la esquadra <span class="pagenum">[<a id="pb112" href="#pb112" name="pb112">112</a>]</span>de Nauios y Galeras,
+que aqui se preuiniese. <span class="marginnote">C. <span class="abbr"
+title="Nunca"><abbr title="Nunca">N&#363;ca</abbr></span> tal trato con
+la <span class="abbr" title="Audiencia"><abbr title="Audiencia">Audi&#275;cia</abbr></span> de que estos Galeones y Galeras
+auian de ser para esta jornada sino para defensa destas yslas, y
+Terenate por que era cinco a&ntilde;os antes que saliese despachado su
+Mag. la dha cedula y asi no se puede pensar de lo que ella trata y
+elabicar al Viso Rey de la India, fue para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> <span class="abbr" title="embiase"><abbr title="embiase">&#275;biase</abbr></span> socoro para
+Terenate <span class="abbr" title="conforme"><abbr title="conforme">c&#333;forme</abbr></span> las cedulas de su
+Magestad.</span>C. En cuya conformidad, su Se&ntilde;oria sohijuta? con
+esta Real Audiensia, Fiscal y oficiales Reales, y consejos de Gerra, en
+la qual se acordo se hi&ccedil;iese una esquadra, de Galeones y otra de
+Galeras, <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> la maior brevedad que fuese pusible y que
+se avisase al visurey, de la Yndia, para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> de su parte diese lo que
+en aquella ocasion avia enbiado a ofre&ccedil;er a su Se&ntilde;oria,
+lo qual se hizo asi y en otra junta General, de hacienda, se acordo que
+so Se&ntilde;oria gastase todo lo ne&ccedil;esario, para la fabrica y
+apresto de la dicha armada, y asi mismo en aquel tienpo D. su S. tuuo
+cedula de su Magestad, fechada a dies y nueue de dizienbre de mill y
+seiscientos y once en que le ordena y manda pusiese en orden una buena
+esquadra de Nauios que le pareciese bastante para guardar estas yslas y
+yslas de Terenate, yo ponerse al dicho enemigo, mandando se gastase de
+su Real hazienda lo nese&ccedil;ario para este efecto. <span class="marginnote">D. Todo lo de hasta aqui fueron preuenciones, para
+conseruar estas yslas y las Malucas, y lo mismo el socorro que se
+<span class="abbr" title="mando"><abbr title="mando">m&#257;do</abbr></span> dar a la Yndia, y no para mas porque no
+era caudal para mas.</span>D. y <span class="abbr" title="vltimanente"><abbr title="vltimanente">vltimam&#275;te</abbr></span>
+en avisos que este pressente a&ntilde;o llegaron a estas yslas de la
+nueua Espa&ntilde;a le manda su Magestad, por otra su Real cedula, su
+fecha at renta de di&ccedil;enbre del a&ntilde;o proximo pasado de mill
+y seiscientos y catorce apreste la maior armada que le sea posible asi
+de Nauios, como de gente y artilleria, y todo lo demas necesario y esto
+contanto <span class="abbr" title="encarisimiento"><abbr title="encarisimiento">encarisimi&#275;to</abbr></span> que le dize haga que
+sea tal como si su Se&ntilde;oria, solo con la diche armada, vuiese de
+pelear con el enemigo sin otra ayuda ninguna por que sea echado de uer
+ser este el remedio que este da&ntilde;o tiene. <span class="marginnote">E. Desde de esta cedula, de treinta de Dizienbre, de mill
+y seiscientos y cator&ccedil;e, es nueva <span class="abbr" title="voluntad"><abbr title="voluntad">vol&#363;tad</abbr></span> de su
+Magestad, por lo qual asi como manda juntar mayor candal y el
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+tiene por bastante para acabar de vna vez la guera <span class="abbr"
+title="echando"><abbr title="echando">ech&#257;do</abbr></span> al
+enemigo de mar y tierra es visto querer que se guarde la orden desta
+cedula, sin atender a otra cosa.</span>E. y asi mismo le representa
+manda y encarga, se haga con la maior breuedad que sea posible antes
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+este nego&ccedil;io mas se enposibilite y como su Se&ntilde;oria estaua
+esperando esta vltima resolucion y mandato de su Magestad, no solo
+tenie preuinida la maior armada, que a podido <span class="abbr" title="juntar"><abbr title="juntar">j&#363;tar</abbr></span> como su
+Magestad, se lo tenia ordenado, y mas en diferentes ocasiones.
+<span class="marginnote">F. No quiere su Mag. que cosas tan graues. se
+hagan sin el tienpo <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> beniente para quel, y el viso Rey, se pre
+bengan, c&#333;mo consta de la sedula, y Don Iuan, le procuro dilatar
+pues diuiendo de despachar al vi Rey su pliego con la deligencia
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+<span class="abbr" title="demanda"><abbr title="demanda">dem&#257;da</abbr></span>, selo detuvo, desde Iunio asta
+dizienbre <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> lo entrego al Capitan maior So&ccedil;a, de
+que se <span class="abbr" title="quaja"><abbr title="quaja">q&#772;ja</abbr></span> el vi Rey en lo que le
+escriue.</span>F. A solisitado al Visu Rey de la Yndia <span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113" name="pb113">113</a>]</span>Enbiando las personas, a posta para el dicho
+efecto, pidiendole embiase la maior esquadra de Galeones que pudiese
+para que juntas las vnas fuersas y las otras echasen a los enemigos,
+destas partes, comunicandose por cartas el Virey con su Se&ntilde;oria
+y su Se&ntilde;oria con el Virey el numero do Navios y gente, que de la
+Yndia se podria enbiar y el puesto don de se podrian juntar, los unos y
+los otros y la forma en que a ca da uno de los dos les pareciese, se
+podrian azer la dicha jornada, y guerra: ques todo lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> agora su
+Magestad ordena y preuiene, en la dicha su Real sedula de treinta de
+diziembre. Vltimamente en las cartas quel dicho Visorey a escripto a su
+Se&ntilde;oria con los Capitanes, don Diego de <span class="abbr"
+title="Miranda"><abbr title="Miranda">Mir&#257;da</abbr></span>
+Enriquez, y Iuan de Mora, le dize estar aquellos estados tan trauajados
+<span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span>
+las geras, de los Reyes uezinos que no les posible por esta causa y por
+estar muy gastada la Real azienda, enbiar mas de quatro Galeones, y en
+ellos quatro cientos Soldados, y le auisa que lamoncon(?) de setienbre
+pasado despacharia el mas socoro que pudiese para que se viniese a
+juntar <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> los dichos quatro Galeones la qual
+inposibilidad de no poder embiar mas armada. A demas <span class="marginnote">G. Esta es una <span class="abbr" title="gran"><abbr title="gran">gr&#257;</abbr></span> falsedad y enbuste
+grandisimo como satisfago a mi pareser, fol. y esta mas claro si se
+<span class="abbr" title="considera"><abbr title="considera">c&#333;sidera</abbr></span> <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> <span class="abbr" title="quando"><abbr title="quando">qu&#257;do</abbr></span> ase esta
+proposicion no auia resibido el vi Rey su pliego ni lo resibio asta
+abril deste a&ntilde;o como <span class="abbr" title="en"><abbr title="en">&#275;</abbr></span> su carta le auisa al Gouernador del resibo
+luego <span class="abbr" title="aun"><abbr title="aun">a&#363;</abbr></span> no auia resebido el vi Rey la dna sedula
+de. 30. dizebre 614. como puede ser uerdad, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> auian communicado anbos
+lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> trata la sedula pues jamas entre ellos, se
+trato sino de vn socoro y asi se <span class="abbr" title="entienden"><abbr title="entienden">entiend&#275;</abbr></span> las
+cartas, del Virey sin deuerse aser caso, de los enbusteros Don Diego do
+Miranda alias Diego Tomas y <span class="abbr" title="Iuan"><abbr title="Iuan">Iu&#257;</abbr></span> de Mora, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> so los
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+se escriue a su Mag. en su carta.</span>G. de las cartas del dho Viso
+Rey en que le dise asi, aseguran lo mismo las del Arsobispo de Goa,
+tribunal de la Ynquisicion, persona del consejo deste estado, y del
+embaxador, Don Garcia de Silua y Figeroa, afirmando que con lo que
+enbiaua quedaua la Yndia, muy desflaquesida lo qual certifican asi
+mismo los dhos Capitanes Don Diego de Miranda, y Iuan de Mora, y
+Capitan Maior Gonsalo Rodriges de Souca que todos vinieron de la Yndia,
+el a&ntilde;o proximo pasado. E. Y considerando su Se&ntilde;oria
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+auiendo resibido el dho ViRey, las ordenes de Su Mag. que se le
+despacharon por tierra y mar, para que saliese en persona, con armada y
+si no le diese lugar las gerras del norte la enbiase a cargo
+<span class="pagenum">[<a id="pb114" href="#pb114" name="pb114">114</a>]</span>de persona practica y de esperiensia se a de
+entender que estando desucupada abra salido en la mon&ccedil;on de
+setienbre pasado o <span class="abbr" title="ombiando"><abbr title="ombiando">&#333;bi&#257;do</abbr></span> la mas Armada, que pudiese
+como su Magestad se lo ordena. <span class="marginnote">H. Todas estes
+cartas se an de entender, como digo a mi pareset folio.</span>H.
+<span class="abbr" title="Ajuntarse"><abbr title="Ajuntarse">Aj&#363;tarse</abbr></span> con los quatro Galeones, que
+enbio que estan al presente en la Ciudad de Malaca para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> lo uno y lo
+otro se biniese a hazer <span class="abbr" title="un"><abbr title="un">&#363;</abbr></span> cuerpo con lo que de estas yslas a de salir.
+<span class="marginnote">I. Consideracion desvariada, lleuando pornorte
+la uoluntad de su <span class="abbr" title="grande"><abbr title="grande">gr&#257;de</abbr></span> anbicion, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> no pudo produzir si no vn
+<span class="abbr" title="monstruo"><abbr title="monstruo">m&#333;struo</abbr></span> como salio de vn tan liuiano
+<span class="abbr" title="fundamento"><abbr title="fundamento">f&#363;damento</abbr></span> <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> uino a ressolberse en
+humo perdida la opinion y reputacion, pues boluerse tan grande armada,
+sin hacer efecto ni buscar al enemigo, fue para elicutoria.</span>I. Y
+por <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> <span class="abbr" title="en"><abbr title="en">&#275;</abbr></span> las ocasiones la principal parte de consiguir
+buenos efectos y la que al pressente ofrece el tiempo, de hallarse el
+enimigo, <span class="abbr" title="tan"><abbr title="tan">t&#257;</abbr></span> deshecho de gente y Nauios, como consta de
+avisos y relaciones ciertas que su Se&ntilde;oria a tenido no tiene en
+toda su armada ochocientos <span class="abbr" title="hombres"><abbr title="hombres">h&#333;bres</abbr></span>, de mar y de
+tierra, y que este a&ntilde;o no aguardan socorro de Olanda no se deue
+perder vn punto. <span class="marginnote">K. Luego no es lo mismo la
+armada <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> finge auia de enbiar <span class="abbr"
+title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> los quatro galiones
+de socoro.</span>K. Enbuscar al enemigo y hazer en el sigun el tiempo y
+ocasiones mostraren. I. Y quando no se siguiese otro fruto mayor
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+estoruarle no sacase este a&ntilde;o que es delamonzon (?) del clauo
+quatro. O cinco mill vares del fuera de <span class="abbr" title="grandisimo"><abbr title="grandisimo">gr&#257;disimo</abbr></span>
+efecto pues no teniendo pro vecho estando tan desacreditada la
+Compa&ntilde;ia de Olanda como su Magestad auisa, no podran sustentar
+la guerra y lo abran de desamparar todo y si recoxiesen el dho clauo y
+le despachasen a Olanda con las grangerias del so refor&ccedil;aria su
+armada. Y sustentarian <span class="marginnote">L. quando las ocasiones
+son <span class="abbr" title="bien"><abbr title="bien">bi&#275;</abbr></span> fundadas y no de imaginaciones, de
+capricho como anparecido todas las que hi&ccedil;o. D. Iuan de Silua,
+tu uo para no conplir la cedula Real. &#1758;</span>L. el credito que
+tienen perdido en Olanda, y en las partes que en estas partes ocupan.
+L. asi mismo seruira de <span class="abbr" title="confirmar"><abbr title="confirmar">c&#333;firmar</abbr></span> el Rey
+de Tidore, y los demas amigos en la obidiencia y seruicios de su
+Magestad, y sacarlos de mucho recelo y duda en que estan, de que
+nuestras fuer&ccedil;as no son yguales a las del enemigo y que a el le
+uienen cadadia socorro y a los nuestro no se les a embiado ninguno de
+la forma <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> se les a prometido muchas vezes con que de
+todo punto si agora faltase esta armada de que tienen alla tanta
+noticia perderian la esperan&ccedil;a de ser socoridos y no pudiendo
+sustentar la <span class="pagenum">[<a id="pb115" href="#pb115" name="pb115">115</a>]</span>guerra y trauaxos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> <span class="abbr" title="nuestra"><abbr title="nuestra">n&#772;ra</abbr></span> (nuestra)
+amistad padecen se <span class="abbr" title="concertarian"><abbr title="concertarian">concertari&#257;</abbr></span> con el enemigo y en
+faltandonos su ayuda se perderian de todo punto aquellas fuer&ccedil;as
+en consideracion de todo lo referido. <span class="marginnote">M.
+Buena, Mana se dio enbuscarle.</span>M. Su S. tiene puesto en orden vna
+esquadra de diez galeones y essos bien artillados amunicionados y
+abastecidos y asi mesmo tres pataches y quatro galeras que es todo el
+resto que con el mayor cuidado e yncreyble trauaxo y diligencia a
+podido juntar y el vltimo esfuer&ccedil;o que estas yslas pueden dar la
+qual <span class="marginnote">N. Santo Dios que desatinados
+pensamentos, pues se persuadio a que todo lo avia de hallar a medida
+del de seo, siendo cosas tan <span class="abbr" title="grandes"><abbr title="grandes">gr&#257;des</abbr></span> y contra tan
+fuertes contrarios y tanbien advertidos en lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> les inporta y grandes
+marineros.</span>N. esquadra si inbernase en el puerto de cauite donde
+esta vendria en muy gran <span class="abbr" title="diminucion"><abbr title="diminucion">diminuci&#333;</abbr></span>
+menoscauo y por la mucha brouma que ay en el dho puerto a que no ay
+<span class="abbr" title="defensa"><abbr title="defensa">def&#275;sa</abbr></span> ni reparo por mucho que se
+<span class="abbr" title="an"><abbr title="an">&#257;</abbr></span>
+procurado hazer y ser la tabla&ccedil;on para los dhos nauios
+<span class="abbr" title="tan"><abbr title="tan">t&#257;</abbr></span>
+corruptible y flaca que no <span class="abbr" title="duran"><abbr title="duran">dur&#257;</abbr></span> mas de vn
+a&ntilde;o como por la inposibilidad <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> abria de poderle dar otro
+adere&ccedil;o y carena en tanbreue <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">ti&#275;po</abbr></span> como es des de
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+acauan los bendauales que por las muchas aguas que mientras ellos
+<span class="abbr" title="duran"><abbr title="duran">dur&#257;</abbr></span> ay no se puede trauaxar de calafeteria
+hasta principio de Nobi&#275;bre <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> es quando se debria salir
+para hazer buenos efectos si se pudiera aver a prestado antes la
+armada. <span class="marginnote">O. Como si estuviera en mar quajado y
+las drogas lastuviera e algunas cho&ccedil;as si no en mui <span class="abbr" title="bien"><abbr title="bien">bi&#275;</abbr></span>
+pertrechados y acomodados nauios y dentro de muy buenas
+fortale&ccedil;as con mucha artilleria y bien fortificadas como digo en
+mi parecer fol.</span>O. Y seria trabaxar de nuebo los naturales de
+estas yslas que lo an quedado tanto y cansados <span class="abbr"
+title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> ya no pueden mas
+(cosa <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> su S. a sentido en estremo sin poderlo
+escusar.) <span class="marginnote">P. Y qual o mejor se puede decir
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+<span class="abbr" title="leuieron"><abbr title="leuieron">leuier&#333;</abbr></span> perdido el <span class="abbr"
+title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> el <span class="abbr" title="gran"><abbr title="gran">gr&#257;</abbr></span> disparate
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+hi&ccedil;o <span class="abbr" title="quedando"><abbr title="quedando">qued&#257;do</abbr></span> con ellos enemigos vitoriosos y
+senores de la mar <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> treynta y siete nauios <span class="abbr"
+title="segun"><abbr title="segun">seg&#363;</abbr></span> lo escriue y
+dice el Padre Ribera <span class="abbr" title="embajador"><abbr title="embajador">&#275;bajador</abbr></span> dela Yndia.</span><span class="corr" id="xd20e3583" title="Bron: Q">P</span>. Asi mismo los muchos
+<span class="abbr" title="bastimentos"><abbr title="bastimentos">bastim&#275;tos</abbr></span> que estan <span class="abbr" title="conducidos"><abbr title="conducidos">c&#333;ducidos</abbr></span> se da&ntilde;arian y
+perderian y en lo vno y otro su Magestad muy gran suma de hazienda y en
+tan largo tiempo seria imposible conseruar aqui marineros, artilleros y
+otros officios de mar <span class="abbr" title="porque"><abbr title="porque">porq&#772;</abbr></span> de ordinario huyendo de los peligros
+de la guerra procuran yrse a buscar descanso y hazienda a la Yndia,
+Macau, Xapon, y Nueua Espa&ntilde;a, no <span class="abbr" title="obstante"><abbr title="obstante">obst&#257;te</abbr></span> el gran
+ciudado que con ellos se tiene. <span class="marginnote">Q. Bien
+<span class="abbr" title="confirmados"><abbr title="confirmados">c&#333;firmados</abbr></span> y <span class="abbr" title="consolados"><abbr title="consolados">c&#333;solados</abbr></span> que
+<span class="abbr" title="daran"><abbr title="daran">dar&#257;</abbr></span> el Rey y los demas c&#333;forme lo dho
+antes <span class="abbr" title="perdieran"><abbr title="perdieran">perdier&#257;</abbr></span> de todo punto las
+esperan&ccedil;as y se puede temer su <span class="abbr" title="confederacion"><abbr title="confederacion">c&#333;federacion</abbr></span> con el <span class="abbr" title="contrario"><abbr title="contrario">c&#333;trario</abbr></span> y que sucedria lo que quiso
+remediar por tan vil medio.</span><span class="corr" id="xd20e3622"
+title="Bron: P">Q</span>. Mas que si esta esquadra no saliese los
+quatro galeones que estan en Malaca, y el demas <span class="pagenum">[<a id="pb116" href="#pb116" name="pb116">116</a>]</span>socorro que el Visorey vbiese enbiado padeseria
+el mismo y conbiniente y necesariamente abria de boluer a la Yndia, a
+aderefarse porque en Malaca no ay comodidad de puerto y officios para
+dar cauna en los bastimentos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> serian nessesario y si
+boluiesen a la Yndia, los dhos galeones abrian de llegar tan tarde que
+seria inposible dar la dha carena y aderesarse para poder partir en
+todo el mes de Abril deste presente a&ntilde;o conque so
+ynposibilitaria la jornada para poderse hazer hasta el que viene de
+seiscientos y diez y siete y para enton&ccedil;es la esquadra estaria
+deshecha, podrida, invtil y ynfructuosamente despues de <span class="abbr" title="tantos"><abbr title="tantos">t&#257;tos</abbr></span>
+gastos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> se an seguido y seguiran a la Real hacienda
+de su Mag. <span class="marginnote">R. Por que <span class="abbr"
+title="Don"><abbr title="Don">D&#333;</abbr></span> Iuan de Silua para
+lleuallo todo a perder si Dios no lo remediara al principio de la
+jornada por que <span class="abbr" title="segun"><abbr title="segun">seg&#363;</abbr></span> dicen todos los onbres de esperiencia
+no quedara onbre ni nauio.</span>R. Y al enemigo le abran llegado
+nueuos socorros y fuer&ccedil;as conque siendo superior, el conseguiria
+sus yntentos y los de su Magestad que dara furestiados y el remedio mas
+inposiblitado o perdido del todo. <span class="marginnote">S. Por
+ventura a estado mejor <span class="abbr" title="conseruada"><abbr title="conseruada">c&#333;seruada</abbr></span> en
+la desdichada jornadilla es sin duda que lo estuuiera mejor en las
+occupaciones que oy ocupaua la gran armada, entre tanto que llegaua el
+auiso del Virey guardando la cedula.</span>S. Y auiendo su S. caminado
+en esta <span class="abbr" title="conformidad"><abbr title="conformidad">c&#333;formidad</abbr></span> en aprestar la dha armada
+con acuerdo y pareceres de la audiencia, consexos de guerra y
+ha&ccedil;ienda en juntas que para ello sean hecho en diferentes vezes
+y tiempos en las quales se hallo el Fiscal de su Magestad, Licenciado
+Don Iuan de Alvarado Bracamonte y conformaudose <span class="marginnote">T. Por ventura an cesado estos da&ntilde;os con la mala
+salida no esfuer&ccedil;a boluerles adar carena.</span>T. con los
+pareseres de todos y que se hiciese la dicha armada y jornada y el en
+particular por su persona la alentado con mucha calor, ayundando a la
+fundicion de la artilleria y otras muchas cosas <span class="abbr"
+title="tocantes"><abbr title="tocantes">toc&#257;tes</abbr></span> a
+ella; como es notorio a los presentes y estando la dicha armada
+aprestada, enbarcada la artilleria y bastimento, aperseuida la
+ynfanteria y de mas personas que an de ir en ella se&ntilde;alados los
+cabos de los galeones y todo a punto para poder partir amediado el mes
+Deziembre pasado, el dicho Fiscal a contradho por peticiones
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+en la Real <span class="abbr" title="audiencia"><abbr title="audiencia">audi&#275;cia</abbr></span> apresentado no deuer se hazer
+la <span class="pagenum">[<a id="pb117" href="#pb117" name="pb117">117</a>]</span>dicha jornada. <span class="marginnote">V. Todo
+esto sucedio a la letra <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> el paseo que salio adar don Iuan de Silua
+con tanta fanfarria por que todo lo que anduuo respesto de lo
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+prometio andar por que es vna nauegacion muy sabida y sin peligro
+aunque letudo de perder la Capitana por ser como vna arca de Noe,
+conseruara los soldados marineros e artilleros teniendolos ocupados
+como digo en mi parecer.</span>V. Fundado lo en la vltima cedula de su
+Magestad, la qual y las demas referidas y vna carta del Secretario Iuan
+Ruiz de <span class="abbr" title="Conteras"><abbr title="Conteras">C&#333;teras</abbr></span> escrita a su Se&ntilde;oria con
+otra <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> su S. escriuio a su Magestad, de discursos
+y remedios que convenia poner en ataxar los passos y disinios destos
+enemigos. <span class="marginnote">X. Asi no esta satisfecho en mi
+parecer. fol.</span>X. Mando a mi el Secretario de Gouernacion y guerra
+leyese publicamente para que a todas las personas de la dicha junta y
+consejo fuese notorio y <span class="marginnote">Y. Segun lo que dice
+el Padre Ribera no a menester socorro pues tenia 37. nauios y
+<span class="abbr" title="conforme"><abbr title="conforme">c&#333;forme</abbr></span> a esto no estaua bien informado
+no se <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> mas inposibilitados quel los adelado
+<span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span>
+sus desconciertos.</span>Y. asi mismo dixo que aun que era contra todas
+las leyes y prudencia militar magnifestar el Cappitan General los
+yntentos que tenia en la forma y manera de hacer la guerra por los
+da&ntilde;os e ynconuenientes que se podrian recreser porque por
+sosegar los animos de muchos <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> con la contradicion que
+el dicho Fiscal auia fecho a la dicha jornada estauani nquietos
+magnifestaua el discurso e yntentos de su jornada el qual tiene
+escripto al Visorey de la Yndia, y a Francisco Miranda Enriquez Capitan
+o General de los quatro galeones, que estan en Malaca. <span class="marginnote">Z. Es falso que con acuerdo de la audiencia tuuiese presta
+la armada para este efecto de partir con ella conforme a la cedula real
+la qual tuvo oculta a la audiencia desde Iunio de 615. hasta Nouienbre
+que a mi instancia la recibio ni jamas trato con la audiencia sobre la
+partida hasta 14. de enero de 616. a lo qual contradixe como consta de
+mi parecer.</span>Z. Y es que por las Cartas que su Se&ntilde;oria a
+tenido del dho Visorey y relaciones que a boca le <span class="abbr"
+title="hicieron"><abbr title="hicieron">hicier&#333;</abbr></span> los
+Capitanes Don Diego de Miranda Enriquez y Iuan de Mora auia entendido
+la gran nesecida day aprieto en que aquel estado quedaua. <span class="marginnote">A. Es falso que yo consintiese se hiziese la jornada y el
+dar parecer se mese preuimendo lo necesario para ella se hacia con
+buena fe por <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> decia tenia cedula para ella y viendo que
+no la mostraua sospeche tenia misterio y asi inste que la exibiese lo
+qual hi&ccedil;o de mui mala gana por que con la vista de ella se
+<span class="abbr" title="descubrieron"><abbr title="descubrieron">descubrier&#333;</abbr></span> sus machinas y que no las
+podia quajar si vuiera menistros fieles pero como no los vuo quajar con
+da&ntilde;o de la real hacienda de 2000 ducados que da de 500. soldados
+miserabiles y la suya por <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> no falto otro onbre de <span class="abbr"
+title="quenta"><abbr title="quenta">qu&#275;ta</abbr></span>.</span>A.
+A cuya caussa no auia sido posible enbiar el dicho Virrey, mas socorro
+que los quatro galeones y quatro cientos soldados los quales a estado
+<span class="abbr" title="aguardando"><abbr title="aguardando">aguard&#257;do</abbr></span> hasta vltimo de Septiembre
+con el cuidado que era justo diese su mucha tardanza hasta <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> los primeros
+de Octubre llegaron a esta ciudad la carauela siete fuentes y vna
+galeota <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> binieron despachados por el dicho General
+Francisco Miranda[A] con auiso de no auer podido passar el estrecho por
+causa de auer llegado a el tan tarde y que por esta razon se quedaua en
+Malaca, hasta tener auiso de su Se&ntilde;oria de lo que vbiese de
+hazer, <span class="pagenum">[<a id="pb118" href="#pb118" name="pb118">118</a>]</span>cosa que le dio notable pena asi por la
+dificultad y riesgo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> auia de auer para juntarse en el camino de
+Maluco, auiendo de tomar los dichos galeones aquella buelta desde
+Malaca, por el estrecho de Sabon como por la necesidad que auian de
+tener quedando alli. <span class="marginnote">B. Si la armada esta
+fundada en la cedula real porque no la guarda en todopues en el modo de
+cunplilla consistia todo el bien.</span>B. Acrecentando este cuidado el
+auer receuido su Se&ntilde;oria en Junio del a&ntilde;o proximo pasado
+la orden y cedula de su Magestad de treynta de Diciembre de seiscientos
+y catorze, cuya copia embio al dicho Visorey con el pliego de su
+Magestad, para el dicho Virey y por auer tenido tambien auisos ciertos
+de la poca gente que el enemigo tiene en su armada tambien embio al
+dicho Virey y de que este a&ntilde;o no aguardaua ningun socorro de
+Olanda. <span class="marginnote">C. Y luego las torno a recoger por
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+no se pudiesen tornar a reuer los papeles como onbre fundado en
+cautelas y si mirara <span class="abbr" title="bien"><abbr title="bien">bi&#275;</abbr></span> vna de las dos cedulas no la hiciera leer
+en que su Magestad, le manda que los nauios fuesen moderados como para
+entre yslas <span class="abbr" title="auiendo"><abbr title="auiendo">aui&#275;do</abbr></span> el hecho tan disformes nauios
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+todos los que los an visto y entienden dicen no auerse hecho tan
+<span class="abbr" title="grandes"><abbr title="grandes">gr&#257;des</abbr></span> en Espa&ntilde;a ni en las
+Indias.</span>C. Sobre que auia hecho hartos discursos deseando siempre
+acertar con lo <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> fuese mas del seruicio de Dios y su
+Magestad. <span class="marginnote">D. Gran <span class="abbr" title="ynpertinencia"><abbr title="ynpertinencia">ynpertin&#275;cia</abbr></span> dar cuenta de la
+jornada pues esto no justifica la partida antes la hace mas
+dificultosa.</span>D. Y al cauo se auia resuelto a yr con esta armada a
+juntarse con los galeones y demas nauios, que el Virrey vbiere embiado
+a Malaca, a juntarse con dho General Francisco de Miranda en el
+estrecho de <span class="abbr" title="Savaon"><abbr title="Savaon">Sava&#333;n</abbr></span> cerca de la ysla de Banda haciendo
+su Se&ntilde;oria biaxe desde esta ciudad derecho apulotimon por entre
+las Yslas de Paragua y los baxos de Pulosesu y de ai por de fuera de la
+Ysla de Binitan y de las demas que alli ai hasta venir a entrar en el
+estrecho cerca de la dha Ysla de Banda y juntarse con la dha armada de
+la Yndia para <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> desde alli, hechos vn cuerpo pudiesen yr
+con mas fuer&ccedil;as en demanda del enemigo y salvar, juntandose en
+aquel lugar, el riesgo que se corria de yr diuididos la buelta del
+Maluco. <span class="marginnote">E. Relacion de dos enbusteros y
+<span class="abbr" title="hombres"><abbr title="hombres">h&#333;bres</abbr></span> sin credito y otras cosas per ores
+como digo <span class="abbr" title="en"><abbr title="en">&#275;</abbr></span> mi parecer y carta de su Magestad.</span>E.
+Que tanbien le auia obligado a tomar esta resolucion el considerar qua
+auiendo el Virrey receuido las ordenes de su Magestad, duplicadas de la
+que agora le embiaua que le escriuia el conde de Salinas se le
+despacharon al dho Virrey, por mar <span class="pagenum">[<a id="pb119"
+href="#pb119" name="pb119">119</a>]</span><span class="marginnote">F.
+Para socorro era muy grande y quien de socorro enbia quatro galeones y
+ocho galeotas no esta necesitado antes es argumento que quando venga
+por propio traera muy gran poder.</span>y por tierra a de auer hecho
+todo el esfuer&ccedil;o pusible de armada para en <span class="abbr"
+title="conformidad"><abbr title="conformidad">c&#333;formidad</abbr></span> de la yntencion de su
+Magestad, si las guerras del norte le vbiesen dado lugar a venir en
+persona en la mon&ccedil;on passada de Septiembre a Malaca para
+juntarse con la que alli tenia a su cargo el dho <span class="marginnote">G. Pues le auiso que la culpa auia tenido don Diego de
+<span class="abbr" title="Miranda"><abbr title="Miranda">Mir&#257;da</abbr></span> alias Diego Tomas, por auer traido
+los Pilotos praticos del viage por que no le hi&ccedil;o vn castigo
+<span class="abbr" title="exemplar"><abbr title="exemplar">ex&#275;plar</abbr></span> pues dice le peso tanto con
+notable pena antes le trajo sienpre consigo de dia y de noche para que
+apoyase sus enbuiles. Pues no inporto menos que quemarlos el enemigo
+por no pasar aca y que si pasara vista la cedula de 30. de dizienbre de
+614. no auia de querer mouerse <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> sus galeones sin orden
+del Virey y en consequencia de esto no se atreuiera salir el
+Gouernador. Y tanbien cesaran las dificultades que dice para
+juntarse.</span>General Francisco de Miranda Enriquez y en caso
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+el dho Virrey no lo fuese pusible auer dexado la Yndia, en tiempo de
+tantos enemigos, a de auer embiado la mesma armada como su Magestad lo
+manda. Qualquier destas dos cosas quel dho Virrey, aya hecho venir o
+ynuiado conviene haga su Se&ntilde;oria este biaxe a juntarse con el
+dho Virrey a su armada porque de no hazerlo asi se perderia esta con
+tiempo y <span class="abbr" title="ocasion"><abbr title="ocasion">ocasi&#333;</abbr></span> de ha&ccedil;er algun buen efecto
+en seruicio de Dios N. S. y su Magestad y estaua a mucho riesgo aquella
+armada en Malaca auiendo de aguardar al mes de Iunio <span class="abbr"
+title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> viene para venir a
+estas Yslas, asi por tener los enemigos tan cerca que podrian
+<span class="abbr" title="juntarse"><abbr title="juntarse">j&#363;tarse</abbr></span> o yr a buscarla como porque
+ademas <span class="marginnote">H. Cuidado sin tienpo para tomar el mal
+acuerdo que tomo pues <span class="abbr" title="conforme"><abbr title="conforme">c&#333;forme</abbr></span> a la cedula de treinta de
+Dizienbre auia de aguardar y recebir primero el socorro de la nueua
+Espa&ntilde;a <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> las naos deste a&ntilde;o de 616. tan poco
+fue cierto que el enemigo esta flaco pues la verdad es tener muchos
+nauios los quales an de tener mucha gente no a menester socorro mas del
+que le llego por aqui por su culpa y gran desconcierto por no querer
+cunplir el mandato iustisimo de su Rey y se&ntilde;or que le cogiera
+aqui a manos si no vuiera salido.</span>del tiempo que se perderia
+ynfructuosamente que por lo menos auia desor vn a&ntilde;o pues passado
+con los bendavales a estas Yslas, no se podia yr a Maluco, hasta los
+nortes desta a&ntilde;o que son en Diciembre o Nobienbre y se
+consumirian todos los bastimentos y huyria mucha gente y el enemigo
+tendria tiempo de juntarse y preuenirse y para este a&ntilde;o seria lo
+mas cierto aber le uenido nueua armada y juntandose con la que aca
+tienen nos haria todo mas dificultoso y que esto era lo que le auia
+parecido a su Se&ntilde;oria despues de auerlo comunicado con el
+Cappitan, mayor Gonzalo Rodriguez de Sousa y otras personas de
+esperiencia y en esta conformidad si <span class="marginnote">I. No son
+menester discursos <span class="abbr" title="donde"><abbr title="donde">dn&#772;de</abbr></span> ay mandatos ciertos si no cunplillos a
+la letra y con esto se acierta el seruicio de anbas Magestades y no se
+hierra como ello hi&ccedil;o tan grauemente dejando estas yslas ariesgo
+de perderse si Dios no guardara este rincon de su Eglesia.</span>esto
+auioso hallase al Virrey, en Malaca, que seria lo mas ynportante para
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+se hiciesse esta jornada con mayores fuer&ccedil;as y seguridad el qual
+<span class="pagenum">[<a id="pb120" href="#pb120" name="pb120">120</a>]</span>dispondria lo que con su mucha prudencia y valor
+jusgase ser mas conveniente que lo tal tendria su S. por acertado y lo
+obedeceria por complir con lo que su Magestad le tiene <span class="abbr" title="manlado"><abbr title="manlado">m&#257;lado</abbr></span>
+y asi le auiso lo que por agora se lo confiesa y ser a su parecere que
+juntandose esta armada con la del dho <span class="marginnote">K. En lo
+peor lo que inportaua auia sido poner <span class="abbr" title="buen"><abbr title="buen">bu&#275;</abbr></span> cobro para que los
+quatro galeones <span class="abbr" title="vuieran"><abbr title="vuieran">vuier&#257;</abbr></span> llegado aca no enbiando vn
+malhonbre que les quitara los qilotos platicos ya que fue tomar el
+consejo que yo le di en la junta en mi parecer. fol.</span>Virrey seria
+bien caminar con toda la buelta del puerto de Banton en el estrecho de
+Sunda <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> es la principal escala y factoria que el
+enemigo tiene y a donde acuden todas las mercadorias y cargan las naos
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+todos los a&ntilde;os embian a <span class="abbr" title="Olanda"><abbr title="Olanda">Ol&#257;da</abbr></span> y a donde viene
+a dar, rehazerse y repartirse las que asi mismo vienen de alla que
+tiene su S. por cosa sin duda que dexasen de hallar las <span class="marginnote">L. Con que vano fundamento se mouio pues fiel considerara
+lo que auia tardado en preuenir su armada <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> ser menor <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> la que el
+Virey auia de juntar no se persuadiera con tanta facilidad a
+<span class="abbr" title="pensar"><abbr title="pensar">p&#275;sar</abbr></span> <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> auia sin <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">ti&#275;po</abbr></span> a
+destar preuenido para salir pues la sedula se despacho en dizienbre de
+seis cientos y catorse y el virey <span class="abbr" title="quanto"><abbr title="quanto">qu&#257;to</abbr></span> mas presto la
+resibio fue por tierra en agosto y por mar en septi&#275;bre
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+estos despachos llegan Agoa de seis sientos y quinse y su Mag. que
+confiderando lo mejor no le obliga a el asalira hasta auer reseuido el
+socorro de la Nueua Espa&ntilde;a <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">cn&#772;</abbr></span> las naos, de 616. pues
+que rason auia en buen juicio para persuadirse que el Virey auia de
+salir <span class="abbr" title="tan"><abbr title="tan">t&#257;</abbr></span> sin <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">ti&#275;po</abbr></span> sin auisarle
+primero guardando mejor que Don Iuan la cedula y que ay <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> tratar de
+ganar o perder mon&ccedil;ones donde el placo es sierto auiendose
+comunicado y senalado <span class="abbr" title="tiempo"><abbr title="tiempo">ti&#275;po</abbr></span> y lugar descubrese con euidencia
+<span class="abbr" title="enl"><abbr title="enl">&#275;l</abbr></span>
+ebuste si se considera que dise que el <span class="abbr" title="mon&ccedil;on"><abbr title="mon&ccedil;on">m&#333;&ccedil;on</abbr></span> pasado auia de estar el
+Virey o armada en Malaca, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> es el mesmo tienpo, <span class="abbr"
+title="en"><abbr title="en">&#275;</abbr></span> <span class="abbr"
+title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> resibio los
+despachos por <span class="abbr" title="questa"><abbr title="questa">q&#772;uesta</abbr></span> <span class="abbr" title="propusicion"><abbr title="propusicion">propusici&#333;</abbr></span>
+se hase en 14. de enero de 616. y los despachos se <span class="abbr"
+title="resibieron"><abbr title="resibieron">resibier&#333;</abbr></span> en <span class="abbr" title="setiembre"><abbr title="setiembre">seti&#275;bre</abbr></span> de 615.
+y en este mesmo tiempo quiere aya llegado a Malaca, o <span class="abbr" title="embiado"><abbr title="embiado">&#275;biado</abbr></span>
+armada <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> es para suponer vn ynposible.</span>vnas y
+las otras y tanbien se tomaria, alli lengua y se saberia de cierto si
+al enemigo le vbiese venido nueua armada y de que calidad para que
+conforme a eso disponer las cosas y tomar la resolucion que mas
+conbiniese y si al enemigo no le vbiese venido nueuo socorro
+<span class="abbr" title="siguramente"><abbr title="siguramente">siguram&#275;te</abbr></span> se prodria yr a buscarle
+sin perder tan buena <span class="abbr" title="ocasion"><abbr title="ocasion">ocasi&#333;</abbr></span> y si la vbiere de ronpelre procurar
+hazero que este es el punto principal y acauar con todo de vna vez
+porque viendo al enemigo roto y sin armada con facilidad se reducirian
+todos los naturales de aquellas Yslas y las fortale&ccedil;as que los
+Olandeses tienen <span class="abbr" title="quedaran"><abbr title="quedaran">q&#772;daran</abbr></span> de vna ues cercadas y
+<span class="abbr" title="serian"><abbr title="serian">seri&#257;</abbr></span> mas fasiles de rendir, perdidas las
+esperan&ccedil;as de ser socoridas: Y las, fortale&ccedil;as de
+Anbueno, y de <span class="abbr" title="Banda"><abbr title="Banda">B&#257;da</abbr></span>, que son las primeras <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> por el
+camino <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> tiene dho se an de en contrarseran mas
+faciles de conquistar por tenerlas con menos gente y artilleria por
+parecerles que estan mas lexos de nosotros porque hazen siempre cuenta
+que abemos de yr abuscar los de Philippinas a Terrenate, por el camino
+ordinario mas cierto y corto y que siempre sea hecho y si nos
+hiciecemos Se&ntilde;ores de Ambueno y de Banda perderian ellos los
+puestos de mas <span class="pagenum">[<a id="pb121" href="#pb121" name="pb121">121</a>]</span>ynportancia y de mas prouecho que oy tienen y
+que los estados les ordenan procuren conseruar aunque se pierda todo lo
+de Maluco, y en bueno <span class="abbr" title="don"><abbr title="don">d&#333;</abbr></span> derecoxe el enemigo todo el clauo
+<span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span>
+se saca de Terrenate, Maquien, Motiel, Tidore y Bachan, <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> ansi lo an
+hecho sienpre <span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> quando llegasemos a de estar todo alli
+junto y quitandoles este clauo que por ser a&ntilde;o de <span class="abbr" title="Mon&ccedil;on"><abbr title="Mon&ccedil;on">m&#333;&ccedil;on</abbr></span> a de ser en gran
+<span class="abbr" title="cantidad"><abbr title="cantidad">c&#257;tidad</abbr></span> y les a de ynportar mucho
+quedaran destruidos; por el contrario sino fuese este a&ntilde;o y se
+les diese lugar a despachar a Olanda quatro mil bares de clauo que
+<span class="abbr" title="hazen"><abbr title="hazen">haz&#275;</abbr></span> cuenta an de recoxer sin la nues
+moscada y las demas mercadurias de China, y pimienta que les ynportara
+puesto en Olanda mas de quatro millones, podria hazer nueua armada, y
+cobrar el credito que oy tienen casi perdido y se les da lugar que
+viniesen a juntarse con la armada que aca tienen con que quedaria para
+nosotros mas ynposiblitado despues de hechos muchos gastos y si en la
+Sunda entendie semos que al enemigo le auia venido nuea armada de
+Olanda y vbiese pasado a juntarse con la que tiene en Maluco, y que lo
+vno y otro era de calidad que se arriesgasen mas fuer&ccedil;as y
+armada yendo a buscalle en tal caso seria bien enbiar a socorer
+nuestras fortalezas con los nauios de remo y lo demas retirallo aparte
+sigura basta tener mas caudal y silegando su S. al estrecho hallace que
+el Virrey no auia uenido ni enbiado mas armada y le auisase partiria de
+la Yndia en Mayo, procuraria diletar la jornada hasta llegar el dicho
+Virrey para que <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> mas seguridad se haga y con su <span class="abbr" title="prudensia"><abbr title="prudensia">prud&#275;sia</abbr></span> y valor major consiga el
+seruisio e yntension de su Mag. y solo pondra en execusion el yr
+<span class="abbr" title="abante"><abbr title="abante">ab&#257;te</abbr></span> en el estrecho de la Sunda por ver si
+ay alli <span class="abbr" title="algunos"><abbr title="algunos">alg&#363;os</abbr></span> nauios y sauer si le a uenido al
+enemigo nueua armada, como tiene dho, y desde alli procurara despachar
+al dho Virey para <span class="pagenum">[<a id="pb122" href="#pb122"
+name="pb122">122</a>]</span><span class="abbr" title="que"><abbr title="que">q&#772;</abbr></span> lo tenga todo mas bien entendido y conforme
+a ello disponga las cosas <span class="abbr" title="con"><abbr title="con">c&#333;</abbr></span> sertidunbre de todo lo que ubiere.</p>
+<p>Y por la <span class="abbr" title="proposicion"><abbr title="proposicion">proposici&#333;</abbr></span> y rasones referidas y la
+sedula de su Mag. de treinta de Dieziembre de seiscientos y catorse se
+conose que su yntencion es que esta jornada se haga con las mayores
+fuer&ccedil;as que se pudieren juntar del estado de la Yndia y estas
+yslas comunicando entre el dho Virey y su Se&ntilde;or&iacute;a la
+parte donde se podran juntar y la forma de hazer la guerra lo qual y a
+esta fecha por escripto como esta dicho en quanto a las fuer&ccedil;as
+no se puede esperar que crescan antes vayan en <span class="abbr"
+title="diminucion"><abbr title="diminucion">diminuci&#333;</abbr></span> y asi mismo por la breuedad y
+prestesa con que manda se haga la dicha armada no dando lugar a que mas
+se ynposiblite pide a todos los de la junta traten y confieran este
+caso como tan ynportante al seruicio de Dios y de su Magestad, y sobre
+el de sus pareceres para que oydos y <span class="abbr" title="entendidos"><abbr title="entendidos">ent&#275;didos</abbr></span> se
+haga lo que mas conuenga a su Real seruicio Don Iuan de Silua ante mi
+Gaspar Alvarez. <span class="pagenum">[<a id="pb123" href="#pb123"
+name="pb123">123</a>]</span></p>
+</div>
+<div id="app3" lang="nl-1600" class="div1">
+<h2 class="main">Bijlage III.</h2>
+<h2 class="main">Journael van den tocht gedaen van Tayouan naer Manilla
+a<sup>o</sup> 1625.</h2>
+<div class="argument">
+<p class="firstpar"><i>Journael vande tocht ofte voijage gedaen van
+Taijouan naer de baey van Manilla ende custe van Luconia mette scheepen
+&rsquo;t Wapen van Hollandt, Noorthollant ende Orange&mdash;mitsgaders
+de jachten den Haen, Fortuijn ende Victoria ondert commandement van
+Pieter Jansen Muijser vande 27 January 1625 totten</i>
+[<i>22<sup>en</sup> Mei</i>].</p>
+</div>
+<p class="firstpar">Januarij 1625, Maendach.<br>
+adij 27 ditto des morgens syn wij mette voorsz. ses seylen van Taijouan
+naerde cust van Manilla seijl gegaen, ophebbende te samen 432 coppen
+ende gevictualieert voor 5 maenden. De Almachtige Godt gunne dat voorn.
+tocht mach gedyen tot sijner ere, dienst ende voordeel vant gemeen
+beste int generael ende der heeren Maijores int perticulier, ende
+eyntlijck tott onser aller salicheyt.</p>
+<p>In see comende setten ons cours S. ten O. langs de wal ende sonden
+de jachten Fortuijn ende Victoria voorwt om de drye Chineese joncken,
+die met ons gedestineert waeren naer de cust te gaen ende ons een stuck
+weechs voorwt ondert landt souden verwachten, te waerschouwen dat wij
+in see waren ende daerom aff souden comen ende hun onder de vloote
+begeven.</p>
+<p>Des achternoens d&rsquo;wtterste hooge berch vant landt aen boort
+hebbende, vernamen noch al laech lant tot des avonts toe, streckende
+hem al S. ende S. ten Westen. Des avonts quam de Fortuijn wederom onder
+de schepen maer Victoria noch de joncken hebben niet vernomen. Godt
+geve terecht mogen comen. &rsquo;s Nachts seijlden wij langs de wal met
+cleene seylen S. ende S. ten Westen. <span class="pagenum">[<a id="pb124" href="#pb124" name="pb124">124</a>]</span></p>
+<p>28 ditto vernamen noch Victoria noch joncken niet, waerom niet
+alleen verwondert maer oock bedroeft werden. Den breeden raet quam aen
+boort ende ordoneerde een zeijn brieff voor de vloot; oock mede dat de
+Fortuijn een stuck weechs om d&rsquo;Oost soude loopen om te sien off
+geen tijdinge van Victoria conste vernemen; quam des avonts wederom,
+hadde niet vernomen tot middachs. Hadden hoochte van 22 gra., 22
+minuten; des avonts cregen een harde regencaeck; de wint N.N.O., stijve
+coelte.</p>
+<p>29 ditto des morgens waren d&rsquo;ander schepen een groot stuck
+after wt soodat wij m<sup>r</sup> van hun allen waeren.</p>
+<p>30 ditto hadden hoochte van 17 gra. 50 minuten; gingen suijen aen om
+de caep Bolinao int gesicht te loopen; die lach noch 18 mijlen van ons.
+&rsquo;t Was drooch maer windich weder; wij waren de scheepen wel een
+marsseyl te cloeck behalven de Fortuijn die hart seylde.</p>
+<p>31 ditto hadden onse stierman des nachts hoochte van 16 gra., 10
+minuten, waermede de caep opt lijf mosten loopen, maer soo wij sulcx
+metten dageraet niet vernamen bevonden dat ons de stroom om de West
+hadde geset, waerom ons cours om de wal te naecken Oost aen setten. De
+wint was te Oost; des middachs hadden hoochte van 10 gra., 40 minuten;
+wij seijlden soo hooch om d&rsquo;Oost als wij conden.</p>
+<p>Februari 1625, Saterdach.</p>
+<p>1<sup>mo</sup> ditto hadden de hoochte van 16 gra., 28 minuten;
+vernamen noch geen landt, soo dat ons de stroom hart om de West hadde
+geleyt.</p>
+<p>2 ditto des morgens sagen wy de caep Bolinao S. O. ten S. van ons.
+&rsquo;t Is laechachtich vlack landt. Wij sagen oock &rsquo;t
+hoogelandt van de baij van Pangassivan, wierpent datelijck op de leij
+ende verwachten de scheepen. Wij resolveerden alhier onder de caep tot
+morgen toe bij te leggen oft wij eenige tijdinge vant jacht Victoria
+ende joncken consten vernemen <span class="pagenum">[<a id="pb125"
+href="#pb125" name="pb125">125</a>]</span>ende dat wij dan recht naer
+Witters eylandt souden loopen. Des achternoens begon het hart te
+waijen; wij lietent leggen drijven W. ende W. ten Noorden; des nachts
+woey het vliegende storm wtten Noorden, ons halsport brack aen stucken
+waerdoor, eer wij die conde stoppen, een hoope waters in cregen; die
+see liep overmaten cort ende onverbolgen.</p>
+<p>3 ditto des morgens wast hantsamer weder; de scheepen waren bij
+malcander behalven N. Hollant, die noch niet vernamen. Hadden hoochte
+van 15 gra., 43 minuten; wy seylden met fock ende voormarsseyl S. O. in
+de wal met stijve coelte, de wint Noorden.</p>
+<p>Des avonts sagen wij Witters eylandt voor wt ontrent 6 mijlen, ende
+mits dat de son laech begonst te gaen ende &rsquo;t jacht den Haen een
+groot stuck after wt was, vondent niet geraden voorts te laten staen,
+wierpent op de leij ende lieten leggen drijven. Tegens avont quamen de
+scheepen Orange ende Haen bij ons, claechden veel in voorleden nacht
+geleden te hebben; Orange meende sijn fockemast een crack hadde; hij
+vreesde oock dattet met Noort Hollant niet wel en was; den Haen
+claechde dat veel waeters in genomen hadde ende veel armoede
+gepasseert. Wij hieldent aff ende aen; sagen des nachts vele vieren opt
+landt, apparentelyck die van Manilla waerschouwende van ons
+compste.</p>
+<p>4 ditto smorgens wast stilletgens, de wint wtte lande. Orange schoot
+een schoot ende quam aen boort, claechde dat sijn fockemast dwars door
+midden was; wij gaven hem een groote marsseyl ree daer hij mede wangde
+tot dat wij bequamelyck hem beter mochten helpen. Wij lietent voorts in
+staen, maer vernamen noch N. Hollant noch Victoria niet; wij conden
+oock Witters eylandt noch niet beseylen.</p>
+<p>5 ditto des morgens quam Noort Hollant wederom, Godt lof, by ons;
+claechde mede dat in voorlede storm veel hadde wt gestaen. De wint was
+uijtte wal; consten Witters eylandt niet becomen, waeromme wij metten
+<span class="pagenum">[<a id="pb126" href="#pb126" name="pb126">126</a>]</span>raet resolveerden ons best te doen om inde baij
+van Manilla te geraecken, om ons van des vijants macht
+t&rsquo;informeren.</p>
+<p>6 ditto des morgens was het stilletiens; wij dreven ende seylden den
+heelen dach, maer conden des avonts Mariavelle niet beseylen. Wy sagen
+dicht ondert landt een cleen vaertuijch, daer &rsquo;t jacht Fortuijn
+naertoe sonden, maer condent niet becomen; wy gisten het een chaloupe
+geweest is, wt gesonden om ons te besichtigen. Des avonts quam de wint
+wtte wal; wy settent in de mont vande bay op 32 vadem waesachtige gront
+op het eylant Mariavelle; worden geweldich geviert.</p>
+<p>7 ditto. Deden ons best om op te laveren; de wint woey starck N.O.
+de baeij wt; tegen avont quamen weder ten ancker, hadden geen mijl met
+laveren gewonnen. Int setten quam Oranje de Fortuijn voor den bouch
+ende brack &rsquo;t jachts bouchspriet in drie stucken; den raet quam
+aen boort ende resolveerde, alsoo wij ballast ende Fortuijn een
+bouchspriet mosten hebben, dat Oranje syn best zoude doen om voor wt
+innewaert aen te peuren om, soot doenlyck was, des vijants macht te
+ontdecken; oock dat schipper Carel mede met Oranje soude opvaren.</p>
+<p>8 ditto smorgens ginck Orange seijl ende metten dach lichten wy
+altsamen mede ons anckers, maer door de harde wint conste geen ofte
+weijnich voordeel doen; dies quamen des avonts onder Mariavelle wederom
+ten ancker op 26 vaedem; behalve Orange bleef aen de suijt syde van de
+baey leggen om mette lant wint bequamelyck op te commen.</p>
+<p>9 ditto weder onder seyl gegaen; die wint woeij hart N. Oost die bay
+wt; wij vorderde weijnich; oock mede cost den Haen niet langer voort,
+liep voor de wint wederom naer Mariavelle, daer wy iegens avont mette
+Fortuijn bij hem quamen ende settent op 18 vadem; wy vraechden den Haen
+watter schort; wisten ons anders geen antwoort te geven als dattet
+jachts ongebaniertheijt schult was; costen qualyck voorde <span class="pagenum">[<a id="pb127" href="#pb127" name="pb127">127</a>]</span>wint
+ofte by de wint; &rsquo;t is voorwaer oock een sober schip, om op
+dusdanighe tocht te gebruijcken; N. Hollant ende Orange waren een groot
+stuck de bay opwaerts aen.</p>
+<p>10 ditto gingen weder onder seyl, maer jegens avont de scheepen N.
+Hollandt ende Orange, wederom afcomende, liepen gelijckelyck aen de
+N.W. syde van Mariavelle in een valleij ten ancker op 30 vadem
+moddergront, behalve N. Hollant, diet by de wint hielt ende liep van
+d&rsquo;ander syde vant eijlant; dorst dees syde, dewijl daer onbekent
+ende het doncker was, niet aendoen. Den oppercoopman ende schipper van
+Orange mitsgaders onse schipper Carel Lievensen quamen aen boort ende
+rapporteerden dat sij soo naer de stadt Manilla ende fort Cavijte
+waeren geweest, dat sy <span class="corr" id="xd20e4094" title="Bron: met met">met</span> een gotelinge schoot het fort conde
+beschieten ende de menschen perfectelijck bekenden, ende dat onder
+ditto fort laegen 4 soo groot als gemene gallioenen, een tamelyck
+schip, een jacht met een galleij, alle t&rsquo;samen reddeloos,
+behalven &rsquo;t jacht ende galley, sulcx dat wy die in d&rsquo;eerste
+maent niet hadden te verwachten.</p>
+<p>11 ditto quam N. Hollandt mede by ons op de reede ende de vrunden
+aldaer rapporteerden ons mede van des vijants macht in Manilla gelyck
+die van Orange gedaen hadden.</p>
+<p>12 ditto resolveerden met 100 man ondert gebiet van Jan Pietersen
+Reus met alle de schippers aen landt te vaeren om &rsquo;t velt
+t&rsquo; ontdekken; oock mede om ballast, hout ende water voor de
+scheepen te besorgen.</p>
+<p>13, 14, 15 ende 16 ditto waren doende om hout tot masten ende
+bouchsprieten, ballast ende water te halen, dat op dit genouch te
+bekommen is. &rsquo;t Was alle daegen lieffelyck schoon weder; wy
+meenden Noort-hollandt ende den Haen aen d&rsquo;ander syde vant
+eijlant te senden, om den vyant, soo hij met cleyn vaertuijch daer
+verscheen, het landen te beletten, maer alsoo &rsquo;t <span class="pagenum">[<a id="pb128" href="#pb128" name="pb128">128</a>]</span>gehouwen hout, bijsonder de mast voor Orange,
+seer wormgeten, swack ende onbequaem naert hacken bevonden worde, ende
+men vreesde aldaer ontrent geen beeter soo datelijck souden connen
+vinden, soo worde goet gevonden, naer dat de oude mast by Jan Pietersen
+Reus ende d&rsquo; ander <span class="corr" id="xd20e4106" title="Bron: sshippers">schippers</span> was gevisenteert ende geoordeelt
+worde dat die het noch soo wel een wijltijts soude houden, jae een torn
+wtstaen, dat wij den 18 deser des morgens soude t&rsquo; seyl gaen naer
+Witters eylant ende soo naer de caep Bolinao em te cruijsen, sulcx dat
+de voornoemde scheepen Noorthollant ende Haen aen d&rsquo; ander syde
+vant eylant niet syn gaen leggen.</p>
+<p>17 ditto &rsquo;s Maendachs smorgens is onse boot vrouch naer lant
+gevaren om de rest van haer water te haelen; de vaten vullende worden
+door den vijant die aldaer in de ruychte lach, overvallen, schietende
+geweldich met musquetten naer &rsquo;t volck, die, hun water
+verlatende, naer de boot vluchte, &rsquo;t welck wy inde scheepen
+vernemende, terstont den vijant met grof geschut daer van dreven, die
+onse boot doen verlatende, met menichte naer N. Hollants tingal (die
+een stuck weechs int baytien lach om hout te haelen) toe liepen ende
+schooten daer menichte van schooten op tot dat eyntelyck ons geschut
+hun dede het vaertuych verlatende ende namen de wijck aen d&rsquo;ander
+syde vant landt. Onse boot quam aen boort; wij misten 5 man, namentlyck
+vier matroosen ende een Japponder, ende N. Hollant een met drij
+gequetsten; wy verlooren oock 7 musquetten met haer bandelieren, die
+&rsquo;t volck door verbaestheyt int vechten van hun geworpen hadden;
+hadde den vijant wat meerder patientie gehadt ende sich wat langer
+bedect gehouden, ongetwijffelt hy soude een groot voordeel op ons
+hebben connen becomen, alsoo veel volck alreets vande respective
+scheepen aen lant souden gaen om de rest yder een van syn hout ende
+water te haelen ende apparent meestal ongewapent (alsoo men nu vast
+<span class="pagenum">[<a id="pb129" href="#pb129" name="pb129">129</a>]</span>oordeelde daer was geen swaricheyt aen landt te
+verwachten) maer Godt de Heer heeft ons door dit ongeluck des volcx
+onachtsaemheyt willen betoonen, wat gebooden ende vermanen men hun
+doet, datse wel op haer geweer sullen passen ende hun niet bloot
+begeven ende hunluijder leeren op een andermael sich beeter in ordre
+ende bij den andre te houden, principaelijck daer perijckel te
+verwachten is.</p>
+<p>Noort Hollant ende de Haen sonden wij terstont om &rsquo;t eylandt
+om te sien of geen van des vijants vaertuijch consten vernemen, dat sy
+ons dat dan met een schoot souden adverteeren, waer naer de boots aen
+lant voeren vol volcx, al waer commende vonden 2 dooden sonder hoofden,
+die sy de lichaemen begroeven, sulcx dat 4 van ons volck gevangen met
+hebben gevoert, waer wt ten deele onse gelegentheyt sullen cunnen
+verstaen.</p>
+<p>Ons volck vonden oock alle hun lege watervaten noch heel, ende
+&rsquo;t gehact hout onbeschadicht op &rsquo;t strant leggen, die sij
+gevult mettet hout aen boort brachten; apparent isser vrees in hun
+geweest, daerom oock alle haest gemaeckt hebben.</p>
+<p>Jegens avont quamen N. Hollandt ende den Haen wederom by ons ende
+rapporteerde Jan Pietersen, dat hun docht 2 seyltiens buijten gesien te
+hebben, maer van des vyants vaertuych hadden niets van cunnen ontdecken
+ofte vernemen, waerom wij resolveerden des nachts seijl te gaen.</p>
+<p>18 ditto Dijnsdachs smorgens lichten wij onse anckers ende gingen
+t&rsquo; seyl. Metten dach sagen wy een seijltgen ondert lant van de
+Limbonis, daer wij al t&rsquo; samen naer toe liepen; &rsquo;t woeij
+een stijve coelte wtten O.N. Oosten; de Fortuijn, wel een vande harste
+beseijlste wesende, dede het seyltien strycken ende sont het ons aen
+boort; &rsquo;t was een cleijn Chinees jonckien met 5 Chineesen,
+geladen met hout; wilden naer Manilla. Wij lostent hout ende deeldent
+tot gerieff vande vloot ende namen de Chineesen over, hacten het
+jonckien in de gront alsoot nergens toe bequaem was. <span class="pagenum">[<a id="pb130" href="#pb130" name="pb130">130</a>]</span></p>
+<p>19 <i>ontbreekt</i>.</p>
+<p>20 ditto ontrent middach quamen onder Witters eylant ten ancker op
+30 vadem vuijle gront.</p>
+<p>21, 22 ditto hebben Orange sijn fockemast, die op Mariavelle gehact
+hadde, noch ingeset alsoo die beeter bevonden worde als d&rsquo; oude
+gebroocken, ende dewijl alhier geen ander te becomen is, hebben ons met
+die moeten behelpen.</p>
+<p>23 ditto des avonts syn wy gelijckelyck van Witters eylandt t&rsquo;
+seyl gegaen naer de caep om d&rsquo; aenstaende maent van Maert aldaer
+te cruijsen; &rsquo;t was dagelijcx schoon, lieffelijck ende heet
+weder.</p>
+<p>26 ditto hadden een moije coelte wtte lande, seijlden boven Witters
+eylandt. Wy vernamen een seyl commende wtte wal; daer by commende was
+tot ons groot vernougen &rsquo;t jacht Victoria, dat alhier ende
+ontrent de caep tot voor de bay van Manilla altoos alleen hadde
+geswormen; de joncken, seiden hij, hadden op de cust van Formosa, in
+een gat daer verneken saten, gevonden, ende alsoo die sonder te lossen
+niet wt conden comen, was hy genootsaeckt die te verlaeten ende naerde
+vloot te comen, hun belastende te volgen, ende soo ons volgende hadden
+ons gemist ende tot nu als vooren hier ontrent aff ende aen
+gelaveert.</p>
+<p>27 ditto smorgens vernamen 2 seijlen; waren 2 van onse joncken, die
+met ons gedestineert waren; hadden het mede altoos hier ontrent
+gehouden; hun oversten Equan quam aen boort ende rapporteerde had hij
+ses dagen naert vertreck vant jacht Victoria eerst wt gecomen was met
+sijn drien, maer dat de derde jonck, niet willende seijlen, by hun
+verlaten was; vermoet die wederom naer Tayouan toegelopen is. &rsquo;t
+Was lieffelyck heet weder, redelycke coelte.</p>
+<p>28 ditto smorgens conden wy de joncken niet sien; ons oordeels salt
+hun seer swaerlyck syn ons te voegen. Equan hielt mij gisteren al
+vooren om des avonts onder de wal ten ancker te comen, soo dat wijt
+oordeelen onnosele seeluijden te syn. <span class="pagenum">[<a id="pb131" href="#pb131" name="pb131">131</a>]</span></p>
+<p>Primo Maert, Saterdach des morgens, waren wy weder dicht onder
+&rsquo;t landt; wij sagen beyde de joncken, die wij meenden dat op ons
+aff souden gecomen hebben, maer wij bevonden dat sy liever de wal
+hielden dan met ons verre in see te loopen; wy sonden &rsquo;t jacht
+Fortuijn des afternoens naer hun toe om die onder de vloot te doen
+comen, maer sy bleven onder de wal.</p>
+<p>2 ditto woey het hart wtten Noorden. Des avonts quamen heel dicht
+onder &rsquo;t landt ontrent de caep, dat een schoone lantdouwe schijnt
+te weesen; de Fortuijn met eene jonck quam bij ons, maer soodrae als
+wij het wederom wenden van de wal t&rsquo;seewaert, liep de jonck
+datelijck wederom bij syn macker onder &rsquo;t landt ten ancker.
+&rsquo;t Was heel stil weder, dan de see schoot hart.</p>
+<p>3 ditto waren wederom ontrent de wal; wij misten Noort Hollandt, die
+des afternoens weder by ons quam. Wij sonden &rsquo;t jacht Fortuijn
+wederom by de joncken met wat amonitie, als cruijt, musquets, coegels
+ende lonten, ende lietent hun metten ondercoopman Abraham le Poivre
+weten, dat sy hun onder onse vlagge souden commen begeven; soo niet,
+indien hun eenich ongeluck overquam dat wy daer van ontschuldicht
+wilden sijn.</p>
+<p>Des afternoens quam Le Poivre wederom aen boort ende seijde dat de
+bootschap aen Equan gedaen hadde, daervan ick oock d<sup>o</sup> Le
+Poivre schriftelycke verclaringe liet teyckenen; een weijnich tijts
+daer nae quam den Chinees Equan selffs aen ons boort, die ick aendiende
+volgens de voorige last van Le Poivre, sy mosten hun nevens onse
+schepen in see begeven ende niet onder de wal houden; soo verre de
+Spangaerden quamen te vernemen dat sij haer daer onthielden, sy souden
+groot perijckel loopen van genomen te worden; dat sy daerom
+gewaerschout souden sijn: wij moesten ofte costen alle avont met onse
+swaere scheepen soo naer de wal niet commen; ende ick wees hun hoe wij
+seijlen mosten omde joncken wt China te ontmoeten, daer op my antwoorde
+&rsquo;t selve te sullen soo naer comen ende doen (hoe wel groote
+geneegentheyt toonde om onder de <span class="pagenum">[<a id="pb132"
+href="#pb132" name="pb132">132</a>]</span>wal te houden, menichmael
+repeterende &ldquo;haz m&ucirc;cho grande mar&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd20e4154src" href="#xd20e4154" name="xd20e4154src">1</a>) oock dat
+dat, namentlijck &rsquo;t opsoucken vande joncken, seer goet was; maer
+soodrae den quidam wederom in syn jonck was ende dattet ontrent avont
+worde, liep terstont naer d&rsquo;ander jonck toe, ende liepen
+t&rsquo;samen onder de wal; wij hielen t&rsquo;see.</p>
+<p>4 ditto woey het hart wtten Noorden; lietent leggen dryven om
+d&rsquo;ander scheepen in te wachten.</p>
+<p>5 ditto wast stille; wij conden alt samen boven de caep Bolinao niet
+commen.</p>
+<p>6 ditto dreven wij boven de caep Bolinao voornompt open gaets vande
+baij van Pangassivan, een kenningh vant landt.</p>
+<p>7 ditto quam den breden raet aen boort ende resolveerde de cust
+totte Doz Irmanos toe te cruijcen; iterim dat Jan Pietersen mette
+Fortuijn ende tingal dicht langs de wal soude loopen ende vernemen oft
+ergens geen bequame reede ende waeterplaetsen waeren, om ons ende andre
+onse hier naer commende scheepen, des noot synde, daervan te mogen
+dienen; &rsquo;t was heel stille ende heet weeder.</p>
+<p>Op dato storff d&rsquo;eerste man van siecte in de vloot opt jacht
+den Haen.</p>
+<p>8, 9 en 10 ditto hadde ons de stroom weer om de Noort geset; wij
+conden van stilte totte boucht van Pangassivan niet comen, dreven mette
+seylen gestadich op de mast; ontrent middach cregen een labbercoeltien
+wtten N.Westen, soo dat wy iegens avont wtte bocht geraeckten. Mette
+son was de caep Z. ten W. van ons; wij seylden Z.W. ende Z.W. ten
+Westen.</p>
+<p>12 ditto waeren wy ontrent de caep; Jan Pietersen Reus hadde mettet
+jacht Fortuijn alhier een bequame waterplaets, leggende in een baij,
+gevonden, maer geene ofte seer onbequame anckergront voorde grooste
+scheepen; wij sonden alle de boots met 42 musquettiers aen lant om
+water te haelen; wij ordonneerden &rsquo;t jacht <span class="pagenum">[<a id="pb133" href="#pb133" name="pb133">133</a>]</span>Victoria soo dicht onder de wal te loopen als de
+boots bequamelijck soude connen beschermen, ende Jan Pietersen vooruit
+voer mettet jacht Fortuijn noch wat om de Suijt, om te vernemen oft
+geen bequame reede voorde scheepen conste vinden.</p>
+<p>13 ditto was ick aende waterplaets aen lant; wederom aen boort
+comende vont Jan Pietersen aldaer, die mij seyde een seer schoone baeij
+ontrent 1&frac12; mijl van dese baij gevonden te hebben, om voor groote
+scheepen te anckeren; daerop den raet ontboden ende resolveerden mette
+vloot daer naer toe te loopen; jegens avont daer comende settent after
+eene gebrooken, dorren, clippigen houck, een cleen gotelingh schoot
+vant lant op 9 ende 12 vadem schoone gront.</p>
+<p>14 ditto voer Jan Pietersen met alle de schippers met 100 man aen
+landt om &rsquo;t selve te ontdecken, maer vonden geen vars water, maer
+wel een staende poel brack water, die wy bevonden (hoewel vant
+geberchte aff compt) doort overloopen vande see int suijer mousson
+brack te wesen; wij resolveerden, alsoo enige vande vloot water van
+doen hadden, &rsquo;t strant door te graven om het staende water in see
+te loopen ende ons dan daer van te dienen soo wij best soude
+connen.</p>
+<p>15 ditto quam Jan Pietersen wederom aen boort ende verhaelde mij,
+dat een seer bequaem afflopende vars water hadde gevonden, waerom
+gesamentlijck met alle de boots aen lant voeren met een pertij
+musquettiers om water te haelen; aen lant comende vonden van enige
+inwoonders resistentie, schietende vijff ofte ses seitsen ofte pylen
+naer ons; doch quetsten Godt loff niemant, maer door onse musquettiers
+vluchten int geberchte, soodat wij innewaerts van strant aff trocken;
+vonden daer een tamelijck pleyn, beplant met bannanus bomen, suijcker
+riet met yets anders, daer dese inwoonders hunne residentie hielden,
+maer apparent soo wy met de vloot hier quamen de vlucht hebben genomen;
+wij verbooden wel strengelyck dat niemant niettegenstaende
+d&rsquo;inwoonders onse vyantschap <span class="pagenum">[<a id="pb134"
+href="#pb134" name="pb134">134</a>]</span>getoont hadden, per avontuer
+niet wetende wat natie, oft Spangaerden oft andre, wij waren, alsoo wy
+vermoeden dat noijt van onse scheepen hier geweest sijn, enige vrucht
+bomen ofte aert vruchten souden beschadighen, om te sien oft sy ons by
+dien middel hier nademaels vreedtsamer ons water souden toestaen te
+haelen.</p>
+<p>Aen landt synde meetten andre om &rsquo;t volck in ordre te houden,
+quamen 2 seijltiens vande Suijt op comende laveren, waerom terstont Jan
+Pietersen Reus mette schipper vande Fortuijn aen boort sonden om mette
+vrunden advys &rsquo;t jacht voorn<sup>t</sup> daernaer toe te senden;
+maer aen boort comende vernamen dattet onse 2 joncken waeren, comende
+op laveren, om welcke oorsaecke, als mede om dattet stil was, niemant
+daer naer toe sonden; maer jegens avont liepen die wederom naer de wal
+sonder bij ons te comen; wij gissen dat sij ons niet gesien hebben ende
+&rsquo;t was te stille om by hun te comen.</p>
+<p>&rsquo;t Water, dat wij hier vonden, spruijt een half musquet schoot
+vant strant wtter aerde wt drie aderen, ende maekt soo een loopent
+beeckien tot in see, wel soo starck als inde Tafel baij; &rsquo;t water
+is ook soo schoon ende lieffelijck ende in sulcken overvloet, dat ment
+nauwelyck soude verwenschen, alleenlijck dattet met laech water wat
+moeijlijck over enige effe clippen in de boots te brengen is.</p>
+<p>Deze baij worde bijden raet op d&rsquo; approbatie vande Heer
+Generael den naem gegeven van <i>Muijsers bay</i>; leyt op de hoogte
+van 16 gra., 15 minuten Noorder breete.</p>
+<p>De Weste baij ofte waterplaets, 1&frac12; mijl bijnoorden, worde
+genaempt op gelijcke approbatie <i>Reusen bay</i>; sijn beyde dese
+bayen seer kenbaer, want vande caep Bolinao aff tot Reusen baij is
+&rsquo;t lant effen oft het geschaeft waere, maer aldaer valt het met
+een inwijck ofte bay in; wederom van daer 1&frac12; myl suijdelijck tot
+Muysers bay ist wederom effe; dan ontvalt hem &rsquo;t lant
+<span class="pagenum">[<a id="pb135" href="#pb135" name="pb135">135</a>]</span>in Muysers baij in 2 ofte driederley heuvelen
+ende int midden van de bay siet men een ruijge hoeck van boomen;
+tusschen dien hoeck ende de voorverhaelde dorre clippen aende
+noortseyde, dicht onder &rsquo;t lant, is de reede alles gelyck by der
+stuerluyden journaelen perfecter is geextendeert ende beschreven.</p>
+<p>16 ditto waeren noch doende met water te haelen; de scheepen
+ondertussen d&rsquo;een wat crengende, d&rsquo;ander wat drijvende;
+Orange sette een nieuwe bouckspriet in, alsoo sijn oude onbequaem ende
+geheel vergaen was. Worde goetgevonden op morgen aen lant te gaen om de
+scheepen, principaelijck die naer Maccao sullen gedestineert worden,
+van brant ende ander hout te versien, ende alsdan gelijckerhant op 18
+deser wederom in see sullen loopen.</p>
+<p>17 ditto waeren met alle de boots aen lant ende hacten een deel
+brant ende timmerhout voorde vloot.</p>
+<p>18 ditto waeren ons volck doende om &rsquo;t hout aen boort te
+brengen; ontrent de middach openbaerde hun wederom 8 &agrave; 10
+swarten, schietende verscheyden pijlen doch quetsten Godt loff niemant,
+want vluchten terstont boswaerts in alsoo d&rsquo;onse naer hun
+schooten; ende quamen ons volck altsamen met hun hout aen boort.</p>
+<p>Wij resolveerden metten raet naerdemael wy onse Chinese joncken niet
+en vernamen, de jachten Fortuijn ende Victoria langs de wal tot de Doz
+Irmanos toe te senden om de selve joncken op te soecken ende onder de
+vloot te brengen.</p>
+<p>Des nachts wast stille tot int dachquartier, wanneer veel blixem
+ende een harde regen viel, die ons gans ongewent was, alsoo wij sedert
+28 Januarij (dat wt Taijouan seylden) noyt regen vernomen hadden.</p>
+<p>19 ditto, Woensdachs, des morgens metten dach, de wint wtte wal
+sijnde, lichten ons anckers ende gingen wtte baij seijl, buijten
+comende woey ende regenden het hart met donder ende blixem, soodat wijt
+lieten drijven; de jachten liepen langes de cust om de joncken op te
+soecken, die wij sedert den 3 deser (alleenlijck <span class="pagenum">[<a id="pb136" href="#pb136" name="pb136">136</a>]</span>op
+15 ditto dat wy die gisten te sien, hoewel niet by ons quamen) niet
+vernomen hebben, sulcx dat dees joncken meer moeyte ende sorge
+causeren, als ick vreese dat sij de comp<sup>a</sup> dienst sullen
+doen, want in alle manieren toonen geen genegentheyt om bij ons te
+sijn, oock syn se onbequaem om t&rsquo;see te loopen; ende &rsquo;t is
+ons niet geraden gestadich ontrent de wal op hun te passen, waerom wij
+oock resolveerden hun noch dees reijs op te soucken ende, die niet
+vindende, onse cruijsinge tot opsoeckinghe vande vloot ende andre
+joncken comende van China naer Manilla te vorderen.</p>
+<p>Des middachs sagen een seyltien recht voor wt S. ten W. van ons,
+daer wij altsamen met alle de seijlen naer toe liepen met tamelycke
+coelte wtte Noorden, maer alsoo een groot stuck voor wt was ende ons te
+cloeck int seijlen, is ons iegens avont ontduijstert. Ick oordeelde het
+een Chinees wangcan te sijn, ofte comende van China ofte wt Manillas,
+om ons te verspien.</p>
+<p>Wij staecken bij ende setten een vuijr op om Orange ende den Haen,
+die een groot stuck weechs after wt waeren in te wachten.</p>
+<p>20 ditto smorgens waeren Orange en de Haen ons wt gesicht;
+presumeren dat sij ons vuijr niet hebben gesien ende derhalven hebben
+laeten voorstaen; de Dos Irmanos waeren N. ten O. 3 mylen van ons; wy
+cregen een lant wintien ende deden ons best om wederom om de Noort te
+commen; de schippers vande Fortuijn ende Victoria quamen aen boort ende
+rapporteerden ons, dat sij op gisteren, alsoo dicht onder de wal
+loopende als hun mogelijck was, geen joncken vernomen hadden;
+affcomende hadden seijlten voor wt gesien, daer de Fortuijn terstont
+naer toeliep, maer doort vallen vanden avont verloor hem wt gesicht,
+soo dat genootsaeckt was wederom onder de vloot te commen.</p>
+<p>Des middachs vernamen Orange ende den Haen omden Suijt van ons; wy
+wierpent op den leij ende <span class="pagenum">[<a id="pb137" href="#pb137" name="pb137">137</a>]</span>wachten hun in; des avonts quamen
+Godtloff wederom by ons; de wint was Zuijen.</p>
+<p>21 ditto des morgens waeren byde Doz Irmanos ende dreven in stilte;
+des avonts cregen 2 a 3 regencaecken, met wint vermengt, maer hielen
+cort op; des nachts dreven in stilte om de Noort.</p>
+<p>22 ende 23 ditto cruijsten wy ontrent de caep Bolinao; &rsquo;t was
+stil heet weder, de see schoot seer hart als of het hier corts hart
+gewaeyt hadde.</p>
+<p>24 ditto des morgens quam den raet aen boort ende resolveerde,
+niettegenstaende wy ons devoir genouch gedaen hadden int op soecken van
+onse Chineese joncken ende daerom hun ons niet eens meer behoefden te
+moeijen, dat Jan Pietersz Reus mettet jacht Fortuijn ende een tingal,
+noch eenmael ten overvloet totte Dos Irmanos toe langs de wal sou
+loopen om gemelte joncken op te soecken ende met eenen oock de
+gelegentheyt vande cust aldaer ontrent te ontdecken.</p>
+<p>25 ditto worden eenige delinquanten gestraft volgens de sententien;
+wij dreven in stilte tussen de Caep ende Reusenbaij.</p>
+<p>26 ditto hadden een redelijck coeltien wtten noorden; Jan Pietersen
+mettet jacht Fortuijn ende sijn tingal liepen voor wt langs de wal, om
+de joncken op te soecken; des avonts sagen wij de 2 broers recht voor
+wt, namen onse seijlen in ende lietent leggen dryven.</p>
+<p>27 ditto des morgens quam Jan Pietersen wederom aen boort ende hadde
+mette tingal in een schoone groote bocht ofte ban geweest, daer de
+broers voor leggen, sagen een huijs ofte diergelycke oposte ontrent het
+strant staen, sulcx dat apparent daer goede gelegentheyt van anckeren
+ende water te haelen soude wesen, maer van de joncken hadden sij niets
+vernomen, waerom wij wederom N. W. ende W. N. W. aen see liepen om
+aende Caep te comen.</p>
+<p>28 ende 29 ditto laveerden wij aff ende aen 5, 6 a 8 mijlen vande
+wal; de wint was N. ende N. N. O. <span class="pagenum">[<a id="pb138"
+href="#pb138" name="pb138">138</a>]</span>met styve coelte; de see
+ginck seer hol, oorsaecke de stroom hart om de noort gaet; &rsquo;t was
+datelyck lieffelyck heet weder, maer wij vernamen geen joncken noch
+ander vaertuijch.</p>
+<p>30 ditto, Paesdach, des morgens waeren voor Muijsersbaij ontrent 3
+mijlen vant landt; &rsquo;t was lieffelijck weder, dan de zee schoot
+hol; den breeden raet quam aen boort ende resolveerde, alsoo wij
+genouchsaem ons best hadden gedaen om onse joncken op te soucken,
+sonder die te vernemen, dat wy hier ontrent de Caep de aenstaende maent
+van April (ten ware voorval van saecken anders vereijschte) aff ende
+aen souden cruijsen sonder onse voornoemde joncken, ten waere sij bij
+ons quamen, meer te bemoeijen ofte aen te trecken.</p>
+<p>De twee baijen, op 26 deser by Jan Pietersen Reus ontrent de Dos
+Irmanos ontdeckt, worden byden raet genoempt de grootste ende
+oostelyckste, &rsquo;t Wapen van Selantsbaij, ende de cleijnste ofte
+westelyckste, Fortuijnsbaij, leggende t&rsquo;samen op de hoochte van
+16 gra., N. brete.</p>
+<p>31 ditto worden wy des morgens een seyl onder de wal gewaer; wij
+velden onse seylen, schooten een schoot ende liepen naer hun toe, hij,
+soo wij oordeelden, quam oock op ons aff, waerom terstont de vlagge
+boven aff lieten waeijen, menende het was een advijs jacht vande vloot
+van d&rsquo;Heer Admirael L&rsquo;Hermite, maer een weijnich daer naer
+sette hy syn halsen op ende ginck voor de wint van ons wech, als oft wy
+stil hadden gelegen; de Fortuyn was juijst oock sulcke stuck in de wint
+van ons aff, als wij hem veel conden sien; wij vervolgden hem den
+heelen dach; somtijts liet hij sijn marsseyls loopen ende scheen ons in
+te wachten, maer als wy (jae selfs de Fortuijn die hem op den dach by
+de wercken quam) hem sterck schenen in te volgen, hijsten hy wederom
+syn marsseyls ende ontliep ons altsamen als vooren, sulcx dat wy
+altsamen niet anders consten oordeelen ofte <span class="pagenum">[<a id="pb139" href="#pb139" name="pb139">139</a>]</span>het
+was een Spaens jacht, van die van Manilla express om ons t&rsquo;
+ontdecken wtgesonden; &rsquo;t sy dan om ons vloote verder omde Zuijt
+ontrent hunne scheepen (soo eenige in zee hebben) te leyden, ofte om
+&rsquo;t een oft &rsquo;t ander jacht van ons affhandich soecken te
+maecken; &rsquo;t sy dan hoet sij, wij hebben hem jegens avont, omdat
+wy jegens ons resolutie niet dorsten verder om de zuijt loopen, als
+mede om dat het een donckere maen was, ende ons ander scheepen verre
+after wt waeren, moeten verlaten, ende wierpent op de leij ende
+verwachten d&rsquo;ander scheepen, Orange, Haen ende Victoria.</p>
+<p>April, 1625.</p>
+<p>Pr<sup>o</sup> ditto Dijnsdachs, des morgens, lagen wy in stilte;
+smiddachs cregen een coeltgen wtte noordelijckerhant, leydent doch
+weder naer de wal.</p>
+<p>2 ditto was het stilletiens; smiddachs hadden hoochte van 16 gra. 30
+min., cabo Fraile Oost van ons ontrent 6 mijlen; des avonts wendent van
+de wal.</p>
+<p>3 ditto waren door stroom om de noort gedreven; des middachs liepen
+met een coelte ontrent Reusenbaij 4 mijlen buijten de wal; lietent des
+avonts dryven omde West.</p>
+<p>4, 5, 6 ende 7 d<sup>o</sup> wast mooij lieffelijck weder; hieldent
+aff ende aen ontrent de Caep ende Muijserbaij 6, 5 ende 4 mylen buyten
+de wall.</p>
+<p>8 ditto waren wederom omde noort gedreven (alsoo wy bevonden de
+stroom alhier gestadelijck soo loopt); wy liepen om de suijt ontrent 4
+mylen van de wall.</p>
+<p>9 ditto hadden moije coelte, laveerden om de noort; des avonts was
+Reusenbaij Oost van ons ontrent 3 mylen; lietent doch drijven mettet
+hooft om de West.</p>
+<p>10, 11 ende 12 ditto waren wy tusschen de Caep ende Muijsersbaij 5,
+4 ende 3 mijlen buijten de wal; des nachts setten ons de stroom om de
+noort; wy vernamen als noch geen joncken, noch eenich ander vaertuijch.
+<span class="pagenum">[<a id="pb140" href="#pb140" name="pb140">140</a>]</span></p>
+<p>13 ditto, Sondach, smorgens metten dach sagen wy 7 seylen te
+landewaerts van ons; wij oordeelden terstont dattet de Spaense vloot wt
+Manilla most weesen, want soodrae sy ons gewaer worden, quamen op ons
+aff; den raet quam aen boort ende wij resolveerden ons best te doen om
+hun soo verre t&rsquo;zee te leyden als doenlijck soude syn, om haer de
+couragie te benemen, alsoo altoos cleen vaertuijch bij hun hebben dat
+op haer past, om haer in tyt van noode mede te salveeren; sy deden den
+heelen dach hun best om ons in te loopen, dan conden ons dien dach niet
+beseijlen; nochtans waren wij metten Haen seer belemmert overmits niet
+voorts en conste ende wy hem niet achter mosten laeten; eijntlijck
+waren genootsaeckt een deel rys, syn boot, jae eenighe anckers vande
+bouch overboort te werpen, om &rsquo;t jacht by de seijlen te crijgen;
+efter mosten de Fortuijn hem noch voor onse scheepen over roeijen, soo
+qualijck was dat jacht beseylt. Dese armade bestont in 4 groote ende
+gemene gallioenen, een tamelijck schip, een jacht met een galleij van
+ontrent 20 bancken, doch onder wat overicheyts beleyt, hebben als noch
+niet verstaen.</p>
+<p>14 ditto, des morgens vrouch waren sij altsamen after in ons
+vaerwater; &rsquo;t was stilletgens; den Spaenschen admirael liet hem
+van de galley bouchsaerden om in onse vloot te comen, dewyl
+d&rsquo;ander scheepen haer best deden met seylen, die te mets van
+achteren aen quamen; derhalven siende wij nu dattet met seylen hun niet
+verder ontleggen conden, maer dat sy ons seeckerlyck opt lyff
+geresolveert waren te comen, soo worden by den commandeur ende raet
+mannelijck geresolveert dat wy onse schoverseijls in den bant souden
+nemen, de blinde reen onder de bouchspriets haelen ende soo haer met
+couragie in te wachten; oock wert geresolveert, alsoo het jacht
+Victoria voor wint qualijck beseylt is ende de macht vande galley, soo
+die op hem aff quam, niet soude connen wederstaen, dat sy dan in
+wtterste noot synde ende niet <span class="pagenum">[<a id="pb141"
+href="#pb141" name="pb141">141</a>]</span>connende ontcomen, &rsquo;t
+jacht in den brant souden steken oft in den gront hacken, ende dat
+alsdan met hun volck in een vande schepen souden vluchten ende hun soo
+salveeren; tot dien eijnde worde hem den tingal vant wapen van Hollandt
+bij gevoucht om &rsquo;t volck in een reys te mogen voeren. De sonne
+alsnu ontrent S. S. Oost synde, quam den Spaensen admirael op de wint
+veringh van Noort Hollandt, die wy meenden after d<sup>o</sup> N.
+Hollandt om soude loopen om ons schip, &rsquo;t Wapen, te abordeeren
+(schietende ondertusschen 3 &agrave; 4 schooten naerden Haen, die mette
+Fortuijn voor wt onse scheepen was), want alsoo wij op Noorthollants
+backboort syde waeren, conden wy ons schut int eerste niet wel
+gebruijcken, ende overmits de stilte conden wy de scheepen niet after
+malcanderen crijgen, soo dat ondertusschen den admirael vant voorsz. N.
+Hollant ende Orange soo met hun schut gegroet worde, dat hijt
+abordeeren voor die tyt excuseerde ende braste sijn groot marsseyl aen
+de wint om overstuijr te deijnsen. Den admirael ende vice admirael,
+yder een even clouck, beyde gemonteert elcx met 44 ende 46 stucken
+(apparent alle van metael), gaven oock geen coop, maer deden hun devoir
+wel met schieten soo naer onse scheepen als naer onse seylen ende
+ronthout; ondertusschen ons schip, &rsquo;t Wapen, een weijnich van
+d&rsquo;ander scheepen voorts schietende, dat wij mede ons schut naer
+wil mochten gebruijcken, schooten wij gelijckelijck soo vreeselijck op
+den admirael, dat hij syn marsseyls moste neder halen ende crengen; wij
+worden oock alle drie gelycx de water in geschooten, behalven de
+schooten, die door de scheepen, masten ende seylen quamen. Orange, die
+alsdoen een weynich after N. Hollant was, creegh den vice admirael op
+sy, die ons ende Noorthollant van afteren ende Orange op syde soo
+trefte, datter eenighe in N. Hollant doot geschooten ende gequetst
+worde; maer hy worde mede met gelijcke munt soo betaelt, dat hij sijn
+marsseyls moste laeten loopen ende <span class="pagenum">[<a id="pb142"
+href="#pb142" name="pb142">142</a>]</span>gelijck syn admirael
+overstuyr deijnsen; het derde schip, schout bij nacht synde, oock een
+schip van groot gewelt met 2 laegen schut, dede oock soo syn devoir met
+schieten, dat wy blyde waren dat hij mede syn admirael ende
+vice-admirael nootsaeckelijck volgen most; als sij nu alsoo ontrent
+twee glaesen een weynich after wt gelegen hadden, soo hijsten sij
+gelijckelyck haer marsseylen, namen haer schooverseyls in den bant ende
+pudsden haer blinden op, ende quamen soo alle gelijck op ons aff,
+waerom wy oock vaste rekeningh maeckten; wij soudense aen boort
+crijgen, maer soohaest sij op sij van onse scheepen quamen ende op
+d&rsquo;oude ofte voorgaende manier wederom treffelyck gegroet
+wordende, soo liet den admirael terstont ende daer naer d&rsquo;ander
+scheepen haer marsseijls loopen om after te geraecken; des admiraels
+vlagge worde in genomen ende wel byde 2 uijren lanck, om de stock
+geslaghen, vast gehouden, waer wt wij niet anders consten nemen ofte
+haren admirael most doot syn; aldus mette anderen wat afterwt
+geraeckende, lieten syt te mets over stuer drijven, ende alsoo het
+iegens avont begonde te gaen, begonsten allenskens van ons te veeren
+ende wij hielden ons onder cours t&rsquo;seewaert, sulcx datsij
+&rsquo;s anderen daechs sulcken stuck after wt waeren, dat wij Godt
+dancten, dat alsoo van hun ontslagen waeren, alsoo wy een seer geringe
+macht, om jegens soo een armade te slaen, by ons hadden, want vant
+jacht der Haen ende Fortuijn geen ofte seer weijnich assistentie
+hadden, niet om dat sy hun devoir niet wel en deden, maer om dat wijt
+jacht den Haen niet after onse scheepen wilden hebben, van vreese sij
+souden hem alleen afteraff crygende doot gefoolt hebben, daerom de
+Fortuijn hem met bouchsaerden voor de scheepen moste houden sulcx, dat
+wy met onse 3 scheepen, namentlyck &rsquo;tWapen van Zeelandt, N.
+Hollant ende Orange &rsquo;t spits van de heele Spaense macht mosten
+affbyten. <span class="pagenum">[<a id="pb143" href="#pb143" name="pb143">143</a>]</span></p>
+<p>Daer syn wt onse scheepen ontrent 400 schooten met groff geschut
+geschooten daer van datter den admirael ten minsten wel honddert
+getreft hebben; d&rsquo;ander hebben oock hun portie wel gecreghen, men
+oordeelde eens wat dooden ende gequetsten datter geweest moeten
+sijn.</p>
+<p>Het schip Noorthollant heeft 3 dooden en de 7 gequetste, Orange een
+doot (namentlyck syn constabel) met 5 gequetsten; wy hebben Godtloff
+niemant doot noch gequetst.</p>
+<p>Als wij aen malcander geraecten, gisten wy te weesen ontrent 23
+mylen vande wal: onse stuerman hadde des middachs hoochte van 16 gra.,
+50 minuten de Caep Bolinao O.S.O. van ons.</p>
+<p>&rsquo;t Jacht Victoria worden byden schipper Keyser int eerste, eer
+noch een schoot geschooten was, seer slechtelyck tegens expresse ordre,
+al eert in eenich peryckel was, verlaeten ende sonder iets te bergen
+geruijmpt ende laeten dryven; &rsquo;t schynt sulcken vreese ofte
+verbaestheyt in hun luyden is geweest, dat sy nergens naer dan om hun
+te bergen hebben gedacht; sy luyden seggen wel, dat sij menichte van
+poppen ende cardoesen hadden geleyt om &rsquo;t jacht aen brant
+t&rsquo; steecken, maer den constabel is nevens den schipper mede soo
+verbaest geweest, dat hij bij naer niet weet te seggen waer hy de lont
+geleijt heeft, den vijant roeyde daer mette galleij naer toe, schooten
+daer op, maer dorsten &rsquo;t niet aboordeeren; daer naer roeyden een
+vaertuijch daeraen ende haelden de Prince vlagh, die after aff woey,
+daer aff, ende soo veel wij consten bemerken lietent doen drijven ende
+dreeff soolang wijt conden oogen sonder eenich teycken van branden te
+vernemen; voorwaer een slecht stuck wercks. De saeck worde met advys
+van den raet aen de Heer Sonck gederigeert.</p>
+<p>15 ditto des morgens was den vyant als vooren geseyt soo verre after
+wt als wy hem sien conden, loopende naer de wal; wij dancten Godt dat
+soo een treffelycke macht gedwongen was ons schandelijck (sonder meer
+op ons te attenteren) te verlaten<span class="corr" id="xd20e4301"
+title="Bron: ,">.</span> <span class="pagenum">[<a id="pb144" href="#pb144" name="pb144">144</a>]</span></p>
+<p>Wij resolveerden, alsoo den vyant apparentelijck niet datelijck sall
+verlaten, maer wel een tijt als noch aldaer ontrent mocht bij houden,
+ende om hun volgens onse instructie soo veel <span class="corr" id="xd20e4307" title="Bron: to">te</span> schouwen als mogelijck is, dat
+wy sullen de Caep Bolinao int gesicht loopen ende cruijsen dees heele
+maent van April tusschen de voorsz. Caep ende de 17 grad. Noorder
+breete, 8 a 10 mylen vande wal int vaerwater vande joncken, op hoope
+van eenige te becomen; des middachs hadden de hoochte van 16 grad., 42
+minuten; waren alsnoch ontrent 24 mijlen vande wal.</p>
+<p>16 ende 17 ditto wast looff stille; hoochte 16 gra., 40 minuten; op
+dato sturff een quartiermeester ende was d&rsquo; eerste die geduerende
+den tocht opt schip gestorven was; ons volck begon starck in te vallen,
+meest vant water gequelt sijnde.</p>
+<p>18 ende 19 ditto wast noch al looff stille; hoochte 16 grad., 45
+minuten; de see was vol vis, daer wij in de vloot te mets een van
+vingen; quam wel tepas.</p>
+<p>20, 21, 22, 23 ende 24 d<sup>o</sup>. hadden continueelyck stilte,
+somtijts een labber coeltie; schocten al nade wal toe op 17 ende 16
+grad., 40 minuten Noorder breete.</p>
+<p>25 ditto des morgens sagen wijt hooge landt van Pangassivan ontrent
+6 mylen van ons; de Caep Bolinao 5 mylen S.S.O.; wy leydent wederom
+W.S.W. in see.</p>
+<p>26 ende 27 ditto hadden hoochte van 16 grad., 45 min.; waren ontrent
+9 mijlen vande wal; des morgens hadden vrij wat regen.</p>
+<p>28 dito sagen noch &rsquo;t hooge lant van Pangassivan 8 a 9 mijlen
+van ons; hoochte van 16 gra<span class="corr" id="xd20e4325" title="Bron: ,">.</span>, 45 min.; nog lietent leggen drijven.</p>
+<p>22 ende 30 ditto was het stille, worderheet weder; des avonts cregen
+een coeltien wtten Noorden; namen onse seijlen in ende lietent leggen
+dryven mettet hooft omde West.</p>
+<p>Maij, 1625.</p>
+<p>Adij. Pr<sup>o</sup>. ditto Donderdach des morgens wast heel stille;
+des middachs hoochte van 16 gra., 18 minuten, <span class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145" name="pb145">145</a>]</span>met
+groote hitte; des avonts was de Caep Oost ontrent 5 mylen van ons;
+lietent doen wederom dryven; des nachts hadden veel regens met donder
+ende blicxem; oock wint, maer duerde niet lange.</p>
+<p>2 ditto smorgens sagen &rsquo;t hooge landt van de Doz Irmanos
+O.S.O. van ons; &rsquo;t laege landt vande Caep Oost, omtrent 6 mijlen.
+&rsquo;t Was claer gesicht. Den raet quam aen boort, ende worde
+geresolveert, alsoo wij noch niet seecker wisten dat den vijant de cust
+verlaten hadde, ende nochtans des lants vloot wel diende op gesocht,
+dat wy volgens onse instructie ons voor des vijants macht wel soude
+wachten, ende als noch tot 12<sup>o</sup> deser maent Oost ende West 6,
+8 &agrave; 10 mijlen van de Caep t&rsquo; see sullen cruijcen om op de
+joncken te passen; smiddachs hoochte van 16 grad., 12 minuten; tegens
+avont liepen in zee.</p>
+<p>3 ditto des morgens was de Caep Oost wel 300 noordelijck van ons
+ontrent 6 mijlen; wij liepen met reddelijcke coelte met &rsquo;t
+voormarsseyl t&rsquo; zee; smiddachs hadden de hoochte van 16 gra., 23
+minuten; dreven des nachts 8 9 mijlen vande wal.</p>
+<p>4 <i>ontbreekt</i>.</p>
+<p>5 ditto, hoochte van 16 grad., 28 minuten; de caep O. ten N. ontrent
+8 mijlen; &rsquo;t was stille ende wonder heet weder; vernamen geen
+joncken.</p>
+<p>6 ditto, hoochte van 16 grad., 34 minuten; de caep Oost van ons;
+waren ontrent 10 mylen vande wal; den heelen dach stille; dreven mettet
+hooft om de West.</p>
+<p>7 ende 8 ditto als vooren in stilte gedreven; de caep op de hoochte
+van 16 gra., 40 min. O. ten Z., ontrent 10 mylen van ons; was heet
+weder, wy vingen dagelycx vry wat visch.</p>
+<p>9 ditto des morgens begon &rsquo;t hooge landt van Pangassivan;
+waren een stuck om de Noort gedreven; op den dach cregen een regencaeck
+ofte twee; smiddachs hoochte van 16 gra., 10 minuten; des avonts deden
+ons best om wederom om de Suijt te comen.</p>
+<p>10 ditto waren wederom voorleden nacht mette <span class="pagenum">[<a id="pb146" href="#pb146" name="pb146">146</a>]</span>stroom een groot stuck om de N. gedreven; wy
+hadden de hoochte van 17 grad., 2 minuten; naer de middach deden ons
+best mettet zeeluchie om wederom aen de caep te comen.</p>
+<p>11 ditto waeren alsnoch om de Noort gedreven, sulcx dat ick vrese,
+soo de Noordewint ons begeert gelijck hij schynt te willen doen, dat
+wij beswaerlijck wederom aen de caep sullen connen comen; wy hadden
+hoochte van 17 grad., 10 min.; des avonts coeldent redelijck; deden
+gelyck ons best met seylen om aende caep te comen, maer bevonden
+geweldige harde stroom ons tegen te loopen.</p>
+<p>12 ditto des smorgens, sagen &rsquo;t landt van de caep S. O. ten
+O., ontrent 5 mylen van ons; des afternoens cregen een deftige coelte
+wtte Noorden, waer mede wy de caep aen boort seijlden; des avonts was
+die Oost van ons; wij lietent doen leggen drijven.</p>
+<p>13 ditto smorgens waren ondert landt van de caep, ontrent
+Reusenbaij, 3 mijlen vant lant; den raet quam boort ende worde
+geresolveert, datmen een vliegende tocht tot ontrent de Doz Irmanos
+ofte wat verder om de Suijt soude doen om te sien oft eenige tydinghe
+van onse vloote souden mogen becomen; des afternoens vernamene en seyl
+tusschen Muijser- ende Reusen baij langs de wal, daer wij het samen
+naar toe hielden, maer condent niet becomen; soo als wijt naerderden,
+conden anders niet bemerken ofte was een Spaens fregat, want &rsquo;t
+hadde een wit vierkant seijl op ende was seer laech ende cleen, waerom
+wij, vresende de Spaence vloot mocht noch wel hierontrent sijn, omdat
+gemenelijck als onse scheepen hier op de cust syn, soodanighe
+vaertuijgen hun ontrent de wal onthouden om onse gelegentheyt
+t&rsquo;ontdecken ende den vyant daer van te verwittigen.</p>
+<p>Doch mede, dat geen ofte seer weijnich hoope ofte apparentie van des
+lants vloote te verschynen voor oogen sagen, want wij soo naer de wal
+waren, dat indien eenige scheepen, alwaert totte Dos Irmanos toe
+<span class="pagenum">[<a id="pb147" href="#pb147" name="pb147">147</a>]</span>geweest, in see haer hadden onthouden, wy
+deselve soude hebben connen ontdecken, derhalve om reden voornt ende
+dese vloot niet verder te peryculiteren, worden geresolveert &rsquo;t
+vorder om de Suijt te loopen voor dees tyt t&rsquo;excuseeren, ende dat
+wy terstont wederom West in see souden loopen cruijsende Oost ende
+West, 4, 5 a 6 mijlen vande caep, wederom te see; in den avontstont
+schoot den Haen een schoot; wij niet wetende wat sulcx beduijde, voer
+onse schipper daer aen boort, seyden hem dat sy int ondergaen vande
+sonne 2 seijlen hadden gesien, daer wij mede aen getwijffelt hadden,
+maer eijntlyck bevonden wolcken te wesen; niettemin gaven ordre aende
+scheepen om haer wat te verspreyen ende West aen te loopen, op hoope
+van yets te becommen, maer des morgens vernamen niet met allen; de
+scheepen hadden wel gespreyt gelegen, sulcx haddent seylen geweest,
+conden ons niet ge&euml;schapeert hebben.</p>
+<p>14 ditto smorgens waren Oost ende W., 4 mylen vande caep. De
+scheepen waren wel een groote myl van den anderen verspreyt, maer
+vernamen als geseyt alsnoch geen schijn van seylen, quamen op den dach
+wederom by den anderen; smiddachs hadden hoochte van 16 grad., 36
+minuten; de mousson begon sich temets te openbaeren.</p>
+<p>15 ditto waren tusschen Reusenbay ende de caep, 4 mylen van de wal;
+wy conden een groot eynde weechs sien, maer vernamen geen seylen; wy
+liepen t&rsquo;see om de West.</p>
+<p>16 ditto vernamen een seyl N.W. van ons; wy liepen daer naer toe,
+maer alsoot stilletiens was ende jegens avont ginck, sonden daer de
+Fortuyn met 3 boots ende een tingal naer toe, maer des avonts conden
+noch niets daer van vernemen.</p>
+<p>17 ditto waren wy voor Muijser baij, 4 mylen vande wal; naer middach
+brocht onse boot het seyl, dat daechs te vooren gesien hadden, aen
+boort; was een jonck, commende wtte revier van Chincheo, gedestineert
+naer Manilla. <span class="pagenum">[<a id="pb148" href="#pb148" name="pb148">148</a>]</span></p>
+<p>18 ende 19 ditto Pynsten, waren doende om de jonck te lossen; wy
+verdeelden de Chineesen, die over de 200 sterck waren, op de scheepen
+tot naerder ordre.</p>
+<p>20 ditto worden de jonck los, daer wij in alles te dienste van de
+Com<sup>a</sup>., behalven de Chineesen, eenige weijnich ysere pannen
+ende wat groff porceleyn, de waerdije van hondert realen van
+8<sup>e</sup>n niet hebben in gevonden; des avonts staeken de jonck aen
+brant ende lieten die dryven.</p>
+<p>Die Raet resolveerden, dat men de veroverde Chineesen op
+alderspoedigst naer Batavia soude senden; tot dien eynde worde &rsquo;t
+schip N. Hollandt geordonneert op 22 ditto mette voornomde Chineesen te
+vertrekken naer die cust van China langs de wal naer de bayen van
+Pandorang, Commorijn ofte Cuncheo ende aldaer tot int begin vant
+Noorder mousson soo om naer Batavia te vaeren als d&rsquo; nader avysen
+van de Ed. Heer Genel. te becommen te verwachten.</p>
+<p>Mede resolveerden den Raet dattet jacht den Haen op 25 deser met
+advysen naer Tayouwan aende E. Heer Gouv<sup>r</sup>. sal vertrecken
+ende dat wy dan voorts mette scheepen &rsquo;t Wapen van Seelandt,
+Orange ende &rsquo;t jacht de Fortuyn naer de cust van China onder de
+eylanden van Maccau sullen loopen ende aldaer ons water ingenomen
+hebbende, wederom naer de Piscadores ofte Tayouan sullen oversteken, om
+naerder ordre van de Heer Gouv<sup>r</sup>. te verwachten.</p>
+<p>21 ditto wast lieffelijck weder; wij deden ons best om N. Hollant
+aff te vaerdigen.</p>
+<p>22 ditto is &rsquo;t schip N. Hollandt van de cust van Luconia
+t&rsquo; seyl gegaen met 219 Chineesen; de Heere Godt wil hun in salvo
+geleyden; daer op is gegaen voor oppercoopman Harman de Coninck ende
+voor schipper Gerrit Andriessen<a class="noteref" id="xd20e4409src"
+href="#xd20e4409" name="xd20e4409src">2</a>. <span class="pagenum">[<a id="pb149" href="#pb149" name="pb149">149</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4154" href="#xd20e4154src" name="xd20e4154">1</a></span>
+&ldquo;Er staat een zeer hooge zee&rdquo;. Goed modern Spaansch zou
+zijn: &ldquo;haz muchos grande mar&rdquo;.</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd20e4409" href="#xd20e4409src" name="xd20e4409">2</a></span> De rest
+van het journaal, als niet direct op mijn onderwerp betrekking
+hebbende, is door mij achterwege gelaten.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Errata.</h2>
+<p class="firstpar transcribernote">De hier genoemde verbeteringen zijn
+in de tekst verwerkt, behalve <i>Pangasinan</i>, dat ten onrechte wordt
+verbeterd naar <i>Pangasivan</i>.</p>
+<p>In den tekst staat hier en daar: Acun&#772;a, lees:
+Acu&ntilde;a.</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">39,</td>
+<td valign="top">regel</td>
+<td valign="top">5</td>
+<td valign="top">v. o.</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Wittereiland,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top">Wittertseiland.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">40,</td>
+<td valign="top">regel</td>
+<td valign="top">12</td>
+<td valign="top">v. b.</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Wittereiland,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top">Wittertseiland.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">40,</td>
+<td valign="top">regel</td>
+<td valign="top">11</td>
+<td valign="top">v. o.</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Wittereiland,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top">Wittertseiland.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">63,</td>
+<td valign="top">noot</td>
+<td valign="top">1</td>
+<td valign="top"></td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Tandoc,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top">Tandac.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">72,</td>
+<td valign="top">regel</td>
+<td valign="top">9</td>
+<td valign="top">v. b.</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Pangasinan,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top"><span class="corr" id="xd20e4549" title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span>.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">73,</td>
+<td valign="top">regel</td>
+<td valign="top">2</td>
+<td valign="top">v. o.</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Pangasinan,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top"><span class="corr" id="xd20e4578" title="Bron: Pangasivan">Pangasinan</span>.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Blz.</td>
+<td valign="top">78,</td>
+<td valign="top">regel</td>
+<td valign="top">6</td>
+<td valign="top">v. o.</td>
+<td valign="top">staat:</td>
+<td valign="top">Piscadores,</td>
+<td valign="top">lees:</td>
+<td valign="top">Pescadores.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="pb150" href="#pb150" name="pb150">150</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2 class="main">Stellingen.</h2>
+<p class="firstpar">I.</p>
+<p>Niet Malakka (vgl. prof. R. Fruin, <i>Tien jaren</i>), maar Macao
+moet de uiterste factorij der Portugeezen genoemd worden.</p>
+<p>II.</p>
+<p>Blumentritt (<i lang="de">Holl&auml;ndische Angriffe</i>) gelooft te
+onrechte, dat er in 1616 een verbond bestaan heeft tusschen de
+Hollanders en Mindanaers.</p>
+<p>III.</p>
+<p>Indien de politiek van J. P. Coen tegenover de Chineezen nog eenigen
+tijd was voortgezet, had dit waarschijnlijk het geheele verloop van den
+handel van Manila ten gevolge gehad.</p>
+<p class="transcribernote">Hier lijken nog enkele stellingen te
+ontbreken. Dit is de laatste pagina waarvan een afbeelding beschikbaar
+is.</p>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="firstpar">Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is
+geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in
+het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd
+met het corr-element.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e402">6</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e517">10</a></td>
+<td class="width40">krijsmakkers</td>
+<td class="width40">krijgsmakkers</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e528">10</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e611">13</a></td>
+<td class="width40">Portugeese</td>
+<td class="width40">Portuguese</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e653">14</a></td>
+<td class="width40">Bastiaentz</td>
+<td class="width40">Bastiaensz</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e656">14</a></td>
+<td class="width40">vermeesterde</td>
+<td class="width40">overmeesterde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e684">15</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e780">20</a></td>
+<td class="width40">direkt</td>
+<td class="width40">direct</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e847">23</a></td>
+<td class="width40">stastionneerde</td>
+<td class="width40">stationneerde</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e899">26</a></td>
+<td class="width40">fregratten</td>
+<td class="width40">fregatten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e982">29</a></td>
+<td class="width40">bewisten</td>
+<td class="width40">betwisten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1251">36</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1364">39</a></td>
+<td class="width40">Wittereiland</td>
+<td class="width40">Wittertseiland</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1369">40</a></td>
+<td class="width40">Pangasivan</td>
+<td class="width40">Pangasinan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1379">40</a></td>
+<td class="width40">Wittereiland</td>
+<td class="width40">Wittertseiland</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1382">40</a></td>
+<td class="width40">Pangasivan</td>
+<td class="width40">Pangasinan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1388">40</a></td>
+<td class="width40">Wittereiland</td>
+<td class="width40">Wittertseiland</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1659">48</a></td>
+<td class="width40">1518</td>
+<td class="width40">1618</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1797">52</a></td>
+<td class="width40">uitzendan</td>
+<td class="width40">uitzenden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1809">52</a></td>
+<td class="width40">terugkeerd</td>
+<td class="width40">teruggekeerd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1876">55</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1924">56</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1927">56</a></td>
+<td class="width40">noemt)</td>
+<td class="width40">) noemt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1941">56</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1954">56</a></td>
+<td class="width40">Jacque</td>
+<td class="width40">Jacques</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1968">57</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1973">57</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e1986">57</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2047">60</a></td>
+<td class="width40">opleverd</td>
+<td class="width40">opgeleverd</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2100">63</a></td>
+<td class="width40">Tandoc</td>
+<td class="width40">Tandoc</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2105">63</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2110">63</a></td>
+<td class="width40">.</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2212">66</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2234">67</a></td>
+<td class="width40">on</td>
+<td class="width40">en</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2358">73</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2368">73</a></td>
+<td class="width40">gaarna</td>
+<td class="width40">gaarne</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2405">74</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2479">78</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2492">78</a></td>
+<td class="width40">Piscadores</td>
+<td class="width40">Pescadores</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2510">79</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2656">84</a></td>
+<td class="width40">Franxcz</td>
+<td class="width40">Francxz</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2714">86</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2752">88</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2805">91</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2894">95</a></td>
+<td class="width40">hun</td>
+<td class="width40">hen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2913">95</a></td>
+<td class="width40">besloot</td>
+<td class="width40">besloten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2925">96</a></td>
+<td class="width40">besloot</td>
+<td class="width40">besloten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2942">97</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e2997">99</a></td>
+<td class="width40">Schapendam</td>
+<td class="width40">Schapenham</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3008">99</a></td>
+<td class="width40">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3045">105</a></td>
+<td class="width40">Lucon</td>
+<td class="width40">Lu&ccedil;on</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3070">108</a></td>
+<td class="width40">sleehts</td>
+<td class="width40">slechts</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3142">109</a></td>
+<td class="width40">44</td>
+<td class="width40">54</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3583">115</a></td>
+<td class="width40">Q</td>
+<td class="width40">P</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e3622">n.v.t.</a></td>
+<td class="width40">P</td>
+<td class="width40">Q</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4094">127</a></td>
+<td class="width40">met met</td>
+<td class="width40">met</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4106">128</a></td>
+<td class="width40">sshippers</td>
+<td class="width40">schippers</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4301">143</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4307">144</a></td>
+<td class="width40">to</td>
+<td class="width40">te</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4325">144</a></td>
+<td class="width40">,</td>
+<td class="width40">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4549">149</a></td>
+<td class="width40">Pangasivan</td>
+<td class="width40">Pangasinan</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd20e4578">149</a></td>
+<td class="width40">Pangasivan</td>
+<td class="width40">Pangasinan</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche
+Wateren voor 1626, by Dirk Abraham Sloos
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VOOR 1626 ***
+
+***** This file should be named 32694-h.htm or 32694-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/2/6/9/32694/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..ee6c672
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #32694 (https://www.gutenberg.org/ebooks/32694)
diff --git a/old/32694-8.txt b/old/32694-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..fd0054a
--- /dev/null
+++ b/old/32694-8.txt
@@ -0,0 +1,5218 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche
+Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626
+
+Author: Dirk Abraham Sloos
+
+Release Date: June 5, 2010 [EBook #32694]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren
+ vóór 1626.
+
+ Academisch Proefschrift
+
+ Ter verkrijging van den graad van
+ Doctor in de Nederlandsche Letteren
+ Aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam,
+ Op gezag van den Rector Magnificus
+ Dr. Hugo de Vries,
+
+ Hoogleeraar in de Faculteit der Wis- en Natuurkunde,
+
+ In het openbaar te verdedigen
+ op Dinsdag 21 Juni 1898, des nam. om half vier
+ In de aula der Universiteit
+
+ Door
+ Dirk Abraham Sloos,
+ geboren te Winkel.
+
+
+ Amsterdam.--J. H. De Wit.
+
+ 1898.
+
+
+
+
+
+
+ Aan mijne Ouders.
+
+
+
+
+
+
+Nu de tijd nadert, waarop ik met dit proefschrift mijn studie-jaren aan
+de Amsterdamsche Universiteit hoop te besluiten, stel ik er prijs op,
+mijn dank te betuigen aan allen, die mij met hun kunde en ervaring
+hielpen den weg der wetenschap te betreden.
+
+In de eerste plaats noem ik u, hooggeachte promotor, prof. H. C. Rogge,
+wiens colleges en privatissima mij zooveel hebben geleerd niet alleen,
+maar van wien ik bovendien (ben ik niet te oneerbiedig) als van een
+ouderen vriend niets dan sympathie en hulp ondervond.
+
+Ook u, hooggeleerde C. M. Kan, ben ik veel verschuldigd. Door
+uw onderwijs geboeid, kwam ik er toe onder uwe leiding de
+ontdekkingsgeschiedenis te bestudeeren, wat zeker van grooten invloed
+op de richting mijner volgende studie is geweest, terwijl verder
+uwe hulp bij het bepalen van oude plaatsnamen door mij ten zeerste
+wordt gewaardeerd.
+
+Ten slotte mijn welgemeenden dank aan u, hooggeleerde heeren
+J. te Winkel, C. C. Uhlenbeck en A. H. G. P. van den Es, voor uw
+wetenschappelijk onderwijs, zoowel als voor de door u zoovele malen
+betoonde belangstelling in mij.
+
+Afzonderlijk wensch ik nog een woord van erkentelijkheid te wijden
+aan u, hooggeleerde Heeres, voor de groote hulpvaardigheid, waarmede
+mij alle mogelijke gegevens en inlichtingen door u werden verstrekt.
+
+Verder betuig ik allen, die mij nog van eenigen dienst zijn geweest,
+hier zeer gaarne mijn dankbaarheid.
+
+
+
+Eerst was mijn plan voor het gemak van den lezer bij dit werkje
+een schetskaartje van de Philippijnen te voegen; hiervan ben ik
+teruggekomen, omdat het kaartje van dien eilandengroep, uitgegeven
+door de redactie van de "Telegraaf" dit volkomen onnoodig maakt.
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Zooals overbekend is, waren onze voorouders op het einde der 16e eeuw
+de vrachtvaarders van Europa. Zij brachten de waren uit het Noorden
+naar het Zuiden en omgekeerd. Vooral op Portugal en Spanje dreven
+zij ondanks den oorlog veel handel. Wel werd hun overlast aangedaan
+en moesten zij veel kwellingen verduren: hier werd beslag gelegd op
+een schip, daar volk geprest of voor de inquisitie gebracht; maar tot
+een algemeenen, afdoenden maatregel kwam Philips II niet, daar zijn
+volk de handelswaren, die de rebellen aanbrachten, te zeer noodig had.
+
+Eerst na den moord op Prins Willem I, in 1585, nam Philips een
+zeer krassen maatregel, in de hoop dat het volk, hierdoor geheel
+en al ontmoedigd, Antwerpen te eerder aan Parma zou overgeven. Hij
+legde nl. onvoorziens beslag op alle Nederlandsche schepen. Onjuist
+is echter de overlevering, dat deze groote slag onze voorouders
+met de rechterhand deed grijpen naar het zwaard, met de linker
+naar den geldbuidel, om op deze wijze desnoods met geweld te
+bemachtigen, wat hun onmogelijk was gemaakt langs vredelievenden weg
+te verkrijgen. Niets toch is minder waar. Kort nadat dit nadeel aan
+de Nederlanders was toegebracht, begon de vaart opnieuw. Wel is waar
+slechts oogluikend toegestaan en onder vreemde vlag, maar men had de
+handelswaren noodig en--de Nederlanders werden geduld.
+
+Nieuwe grieven voegden zich echter bij de oude, nieuwe zandbanken
+deden onze koopvaarders averij beloopen of stranden. Niet alleen
+van Spaansche zijde werden deze wederom voor ons opgeworpen, ook
+onzerzijds legde men den Nederlandschen kooplieden vele belemmeringen
+in den weg. Van 1586 tot 1600 werden er niet minder dan een tiental
+plakkaten uitgevaardigd, waarbij men den toevoer van leeftocht en
+oorlogsbehoeften naar de vijandelijke havens verbood.
+
+Bedenkt men nu dat het Nederlandsche volk slechts bestond door den
+handel, dat het was een volk in opkomst, een volk dat getoond had door
+druk te groeien, dan is het ons duidelijk, dat het gretig luisterde
+naar de zeevaartkundige lessen van een Plancius, naar de verhalen
+van een Linschoten, om hiermede zijn voordeel doende, zelf den steven
+te wenden naar het Oosten. De eerste scheepstocht naar de gewesten,
+waarvan wij later het grootste deel in ons bezit zouden krijgen en
+waaraan de naam van Cornelis de Houtman onafscheidelijk verbonden is,
+had in 1595 plaats [2]. Na eene afwezigheid van 2 1/2 jaar kwamen in
+1598 drie van de vier schepen in het vaderland terug. Reeds spoedig
+werden deze gevolgd door een tweede vloot, waarna vele andere dezelfde
+gevaarvolle reis ondernamen. Soms waren dus de Nederlanders in staat
+een vrij aanzienlijke macht in de Indische wateren te verzamelen,
+om afbreuk te doen aan hun aartsvijanden de Portugeezen en Spanjaarden.
+
+Met opzet spreek ik van de Portugeezen en Spanjaarden beiden, omdat,
+hoewel Spanje en Portugal na 1580 vereenigd waren, het bestuur over
+de respectievelijke bezittingen gescheiden bleef, ja het meermalen
+is voorgekomen, dat de onzen voordeel behaalden, sterkten behielden
+door de afgunst en naijver, waarmee de beide naties van hetzelfde
+schiereiland elkander vervolgden. In de vele vijandelijke ontmoetingen,
+waaruit wij zoo dikwijls zegevierend te voorschijn traden, hadden
+wij bijna altijd te strijden met eene afzonderlijke vloot van een
+van beiden, zelden met een gecombineerde. Deze afgunst is dan ook
+zeker een factor geweest, waardoor onze macht en invloed zoo snel
+kon toenemen, zoo spoedig is aangegroeid.
+
+Maar er was meer. Linschoten [3] schreef reeds, op de Portugeezen
+doelende, in zijn eigenaardige taal: "Vroeger streed men hier om
+prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te laten maar
+nu ter tijt sijnse al om rapen uyt". Portugal was in Indië schijnbaar
+nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten op de Oostkust van
+Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden zeeweg naar Indië
+door het bezit van de groote handelsplaatsen Ormoes en Maskate aan den
+ingang van de Perzische golf, had Goa tot hoofdzetel van zijn gezag,
+was na de verovering van Malakka oppermachtig in Achter-Indië, had
+sterkten op Tidore, Ambon en Macao, om van den uitgebreiden handel op
+China en Japan nog niet eens te spreken [4]. Deze zoo uitgebreide
+macht was uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en
+groene bladeren, inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige
+bijlslagen en hij zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan
+zijne onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de
+Hollanders reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche
+macht nog grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het
+hun al spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten
+dan ons zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te
+zetten; verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen
+Portugeezen en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om
+voordeel te behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen,
+die hebben plaats gehad in de Molukken. Maar behalve dáár, hebben
+de Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd
+tegen de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen.
+
+Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de
+Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de
+Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan
+de baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht [5]. De
+reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila
+vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden
+hun hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen
+steeds eene bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken,
+trachtten de onzen de Spanjaarden aldaar zooveel mogelijk afbreuk te
+doen, hun macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan
+door schade toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila
+met de Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden
+hadden een levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote
+handelsvloot aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen
+hun waren, voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in
+de plaats het bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een
+steeds grootere hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld
+met de zoogenaamde zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm
+groot deze aanvoer was en hoeveel de handel in Manila dus beteekende,
+bewijst wel het feit, dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer
+onder leed, dat men in Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te
+beperken tot 500,000 duros (dollars) [6]. Elke belemmering en schade,
+die wij nu dezen handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche
+jonken of zoo mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip,
+schonk ons niet alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de
+hoop ontstaan, dat de Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk,
+op zouden geven en hem verplaatsen naar Batavia [7].
+
+Van hetgeen de Nederlanders in de 17e eeuw tegen de Spanjaarden op de
+Philippijnen hebben uitgericht, vindt men bij F. Valentijn [8] slechts
+enkele malen gewag gemaakt. Meer bijzonderheden heeft P. A. Tiele in
+zijn "Europeërs in den Maleischen archipel" meegedeeld, althans tot het
+jaar 1623. Deze komen echter uit den aard der zaak in zijn studie zeer
+verspreid voor. Ook Van Dijk heeft op het een en ander reeds gewezen,
+ofschoon de titel van zijn boek dit niet zou doen verwachten [9]. Wel
+is waar heeft Blumentritt het onderwerp vrij uitvoerig behandeld,
+maar daar deze geleerde slechts Spaansche bronnen heeft gebruikt,
+is hij altijd eenzijdig en dikwijls oppervlakkig [10].
+
+Afzonderlijk is verder het onderwerp niet behandeld; daarom wenschte
+ik door dit mijn proefschrift die verrichtingen der Hollanders, hun
+krijgs- zoowel als handelsoperaties aan de vergetelheid te ontrukken
+met behulp van Hollandsche bescheiden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+
+Zooals wij gezien hebben werkten allerlei invloeden samen om de
+Nederlanders in 1595 een scheepstocht te doen ondernemen naar de
+Oost. De tweede vloot, die zij met dit doel hadden uitgerust, vertrok
+in 1598 en stond onder de bevelen van Van Neck en Warwijck. In Indië
+aangekomen, gelukte het hun reeds zeer spoedig te Bantam voor vier
+schepen eene volle lading te bekomen, waarmee Van Neck besloot
+huiswaarts te keeren, aan Van Warwijck en Jacob van Heemskerk
+opdragende met de vier andere schepen den tocht voort te zetten,
+en handelsverbindingen aan te knoopen met de bewoners van de aan
+specerijen zoo rijke Molukken. Ofschoon den Portugeezen hierdoor
+slechts onmiddellijk gevaar dreigde, maakte de gouverneur der
+Philippijnen, Don Francisco Tello de Guzman, zich toch bevreesd,
+dat de Hollanders den steven ook zouden wenden naar Manila, om daar
+onverhoeds de Spanjaarden te overvallen. Ten einde dit te voorkomen
+besloot Guzman alle meer geïsoleerde posten op te heffen om hiermee
+Manila te versterken [11].
+
+De eerste Hollander, wien het gelukte de straat van Magelhaens door
+te varen en de aarde om te zeilen, was tevens de eerste Hollander, die
+zich in de baai van Manila vertoonde en daarmede de reeks van tochten
+opende, welke de onzen naar de Philippijnen hebben ondernomen. Olivier
+van Noort toch kwam 15 September 1600 met nog twee van de vier
+schepen, nl. de Mauritius en het jacht De Hoop (later de Eendracht
+gedoopt) bij de Ladronen aan, om kort hierop koers te zetten naar de
+Philippijnen. Na eenige moeite vond hij weldra de straat Bernardino
+of straat van Manila, stevende die door en wierp het anker uit voor
+het daarvoor gelegen eilandje Capoel, waar hij, door bemiddeling
+van twee op de Amerikaansche kust gevangen genomen inwoners van
+dat eiland, ververschingen hoopte te bekomen [12]. Maar dit gelukte
+hem niet, want, waar hij aan land ging, vluchtten de inwoners het
+binnenland in, waarna Van Noort de verlaten en leege huizen uit wraak
+in vlammen deed opgaan. Wetende, dat men te Manila het zilverschip
+uit Acapulco verwachtte en hopende eenige Chineesche jonken buit te
+maken, besloot Van Noort naar Manila te zeilen, en dit te eerder,
+omdat hij van de opvarenden van een veroverde Chineesche jonk, die
+soldaten naar Ceboe had gebracht en met rijst naar Manila terugkeerde,
+had vernomen, dat het grootste gedeelte van de Spaansche zeemacht
+naar de zuidelijke Philippijnen was vertrokken om de inwoners daar te
+tuchtigen. Nauwelijks vertoonden zich de Hollanders den 24en November
+in de baai van Manila, of de Spanjaarden spanden alle krachten in om
+twee galjoenen in gereedheid te brengen en daarmede hunne vijanden
+aan te tasten. Reeds zeer spoedig waren deze in staat zee te kiezen
+en den 14en December ontmoetten de vier schepen elkander.
+
+Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was Dr. Antonio de Morga,
+oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van "Sucesos de las Islas
+Philipinas" [13]. Morga opende direct het vuur op de Mauritius. Van
+Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut gereed te maken
+en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed gerichte
+schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een gedrongen
+Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter duren,
+want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en raakte met
+zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. Of nu de
+Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben losgevochten,
+tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, dat hij de
+lont in 't kruit zou steken [14], of dat de Spanjaarden op bevel
+van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand geraakte Hollandsche
+admiraalschip [15], de uitslag blijft hetzelfde: zoodra het Spaansche
+schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de diepte, waardoor
+Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip te blusschen
+en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 verscheen
+[16]. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd den vijand te
+verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 Spanjaarden en 150
+Indiërs en negers waren verdronken of gesneuveld, het admiraalschip
+was met geschut en ammunitie een prooi der golven geworden [17]. Onder
+de geredden behoorde ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht
+de Eendracht door het andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als
+commandant bevond, aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog
+juist bijtijds terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan
+zijn krijgsmakkers, die deels in een boot, deels zwemmende, het land
+trachtten te bereiken. Biesman, de bevelhebber van de Eendracht,
+en het grootste deel van de bemanning werd gedood, de overigen in
+een klooster opgenomen [18].
+
+Ofschoon men dus hier volstrekt niet van een nederlaag der Hollanders
+mag spreken, kan deze ontmoeting met de Spanjaarden evenmin voordeelig
+genoemd worden.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+
+Hoe was het intusschen den Nederlanders in de Molukken gegaan? De
+meeste dezer eilanden behoorden onder de heerschappij van den Sultan
+van Ternate nl. Sahid, zoon van Baab, van wien gezegd werd, dat hij
+heerschte over 72 eilanden. Deze Sahid was in voortdurenden strijd
+met Mamoli, Sultan van Tidore. Daar nu de Portugeezen een fort hadden
+op Tidore en van daar uit den Tidoreezen steeds hulp verleenden tegen
+Ternate, lag het voor de hand, dat bij de komst der Nederlanders in
+de Molukken Sahid alles in het werk stelde om deze vreemdelingen voor
+zich te winnen. Reeds bij het eerste bezoek stond hij aan Van Warwijck
+toe er een handelskantoor te vestigen en werd Frank van der Does
+daar als koopman achtergelaten. Toen de Nederlanders voor de tweede
+maal Ternate bezochten, deden zij zich aan Sahid kennen als dappere
+soldaten, die zeer goed tegen de Portugeezen waren opgewassen. Deze
+toch hielden niet op de Nederlanders bij Sahid zwart te maken en hem
+wantrouwen tegen ons in te boezemen. Om ze hiervoor eens te tuchtigen,
+vroeg en verkreeg Van Neck na eenige aarzeling vergunning van Sahid en
+tastte hij met twee schepen de vier Portugeesche vaartuigen aan. Wel
+bleef het gevecht onbeslist maar--lafaards waren we niet! hiervan
+had Sahid de duidelijke bewijzen gezien. Reeds meermalen had de
+kapitein van het Portugeesche fort op Tidore een bode naar Manila
+afgevaardigd om hulp te verzoeken aan Francisco Tello. In 1601 had
+Mamoli zelfs zijn broer Kaitjil (prins) Kota naar de Philippijnen
+gezonden. Veel vermocht Tello echter niet te helpen, maar toch zond
+hij ammunitie en eenige manschappen, die reeds dadelijk tegen Van Neck
+goede diensten konden bewijzen. Tello beloofde een grootere macht te
+zullen zenden in 1602, welke macht zich dan voegen zou bij de vloot,
+die de Portugeezen te Goa hadden uitgerust om zich zelf daarmede in
+de Molukken te nestelen en de Hollanders er uit te weren. Deze vloot
+verliet Goa den 8en Mei 1601 onder bevel van André Furtado de Mendoza
+en werd door Wolfert Harmensz voor Bantam verdreven, waarna Furtado
+de reis naar de Molukken voortzette. Den 10en Februari 1602 kwam hij
+voor Ambon aan en vestigde daar zijn gezag. Te Bantam en hierna op
+en om Ambon had hij reeds zoovelen zijner soldaten verloren, dat hij
+zich in Mei gedrongen gevoelde om bij Acuña, den opvolger van Tello
+de Guzman, op de beloofde hulp aan te dringen.
+
+Acuña, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat Manila
+van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op
+dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en
+Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op
+Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate
+geblokkeerd werd, in de Audiencia [19] besloten kapitein Gallinato
+met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel
+trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen
+en Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het
+uitblijven van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk overloopen der
+Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23 Maart 1603
+bevel de troepen in te schepen [20], slechtte het fort op Makjan weer
+en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka terug. Niet lang zou
+het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de kampplaats worden
+tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van de ongelukkige
+bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche vlootvoogd Van der
+Hagen zich voor Ambon en reeds den 23en gaven de Portugeezen het fort
+bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd met hun geweer vertrekken;
+de gehuwden, die blijven wilden, moesten natuurlijk den eed van
+trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad nagelen zou de helft
+aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen marktprijs worden
+overgenomen [21]. De "kapitein Hitoe" sloot namens de Hitoeezen
+met hem een contract, waarbij men beloofde, elkaar wederkeerig, wat
+het geloof betreft, geen overlast aan te doen [22]. Hierop vertrok
+Van der Hagen naar Banda, liet Frederik de Houtman in de vesting
+op Ambon achter en gaf zijn onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz
+last om met vijf schepen naar Ternate te zeilen en van daar uit zoo
+mogelijk het fort op Tidore op de Portugeezen te veroveren. Van der
+Hagen sloot met de Bandaneezen een contract op denzelfden voet als
+vroeger reeds door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde
+daarna onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot
+kalmte bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag
+van de bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de
+inwoners "getravailleerd", terwijl Frederik de Houtman, in strijd met
+het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen te
+vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila.
+
+Cornelis Bastiaensz was intusschen naar Ternate gezeild, overmeesterde
+de twee Portugeesche vaartuigen, die voor Tidore lagen en tastte
+daarna de vesting aan. De bevelhebber van het fort, Don Pedro
+Alvarez de Abreo was echter op zijn hoede, gewaarschuwd door den
+Engelschen admiraal Middleton, die hem had meegedeeld, wat in Ambon
+geschied was. Hier ging de verovering dus niet zoo gemakkelijk als op
+Ambon. Tweemaal liepen de Hollanders, gesteund door de Ternatanen,
+storm. Tweemaal moesten zij afdeinzen. Het geluk diende ons echter:
+de kruittoren sprong in de lucht en hierdoor was weldra de vesting
+ons. Aan Abreo werd met alle Portugeezen vrije aftocht toegestaan
+"daar het haer geliefde met haer bagage" [23].
+
+Zoo waren dus de Molukken weer in handen der Nederlanders en zij
+zouden wellicht voor goed aan hen gebleven zijn, indien Bastiaensz
+door de heeren bewindhebbers in staat was gesteld het veroverde
+te behouden. Het fort op Tidore werd echter op verzoek van Sultan
+Sahid van Ternate onbruikbaar gemaakt, terwijl het ons aangeboden
+fort op Ternate niet voldoende kon versterkt en bemand worden. Het
+door de Portugeezen verlaten fort op Makjan werd in het geheel niet
+bezet. Ten gevolge van deze verkeerd begrepen zuinigheidstaktiek
+der bewindhebbers hadden de Spanjaarden weldra weer licht spel om de
+Molukken aan de Hollanders te ontrukken.
+
+Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken
+bevonden, waren Acuña uit Spanje en Mexico op zijn herhaald aandringen
+1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en uit Malakka
+twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend verzoek om de
+Molukken te hulp te komen. Acuña, hiertoe nu op zoo uitnemende wijze in
+staat gesteld, voldeed om meer dan één reden hier zeer gaarne aan. In
+de eerste plaats omdat hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een
+koninklijk bevel door den Jezuïet Gomez werd overhandigd, waarbij hem
+gelast werd zonder hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren,
+ten einde de nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht
+der beide volken, te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel
+om de Molukken direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de
+tweede plaats ging Acuña er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de
+Hollanders hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen
+[24]. Den 15en Februari 1606 vertrok Acuña zelf met de vloot van Otong,
+op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich op als maestro
+del campo, terwijl over een der drie Portugeesche galjooten bevelhebber
+was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro Alvarez de Abreo.
+
+De vloot verdeelde zich in twee deelen; de zeilschepen onder bevel
+van Esquivel voeren direct door naar de Molukken, terwijl Acuña met
+de galeien zich eerst nog ophield aan de kust van Mindanao. Zoodra
+Esquivel voor Tidore aankwam, sloten de Tidoreezen zich met vreugde
+opnieuw bij de Spanjaarden aan, terwijl de Hollanders, die door
+Bastiaensz waren achtergelaten, in handen van de Spanjaarden
+vielen. Den 26en Maart voegde Acuña zich bij Esquivel en na nog
+eenige versterkingen bekomen te hebben van Tidoreesche Kora-Kora's,
+staken zij den 31en Maart naar Ternate over en sloegen op 1 April
+het beleg voor de vroegere vesting der Portugeezen. Het Hollandsche
+schip de West-Vriesland, dat voor Ternate lag, vluchtte met eenige van
+de zich op Ternate bevindende Hollanders naar Ambon, terwijl enkele
+andere de Ternatanen tegen de Spanjaarden hielpen. Deze bijstand was
+echter te gering om het fort te kunnen houden. Bij een uitval werden
+de Ternatanen terug geslagen en drongen hunne vijanden te gelijk met
+de vluchtenden het fort binnen. Hiermee was echter de tegenstand der
+Ternatanen niet gebroken, want Sultan Sahid en Kaitjil Hamdja en de
+prins-troonopvolger Modafar waren naar Takomi, een versterkte kampong
+op de Noordkust van Ternate, gevlucht. Zich hier nog niet veilig
+wanende, stak Sahid over naar Saboegoe op Djilolo. Hamdja kwam het
+echter verkieslijker voor zich te verzoenen met de Spanjaarden en door
+middel van dezen gelukte het den Spanjaarden Sahid te bewegen terug te
+keeren en een verdrag te teekenen, waarbij hij den koning van Spanje
+als heer erkende. Als belooning voor deze diensten werd Sahid opgelicht
+en naar de Philippijnen vervoerd. Tot de verovering van Ambon kwam
+het niet, daar Acuña's aanwezigheid in Manila dringend vereischt werd,
+door de dreigende houding der Japanners. Zijn geestkracht was bovendien
+aanmerkelijk verlamd door het hem toegediende vergif, waaraan hij
+ook spoedig na zijn terugkeer is gestorven. Ofschoon de Spanjaarden
+dus niet geheel hun doel hadden bereikt, was toch hun hartewensch
+vervuld: de Molukken waren nu grootendeels onmiddellijk onder Spaansche
+heerschappij gebracht, en Esquivel, die op Ternate achterbleef, kreeg
+dan ook den titel van "Gobernador del Maluco." Acuña had echter door de
+oplichting van Sahid een te duidelijk bewijs gegeven van de Spaansche
+trouweloosheid, wat zal blijken een politieke fout te zijn geweest,
+waarvan de Hollanders maar al te vlijtig gebruik zouden maken [25].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+
+Toen Acuña de Molukken verliet, was Ambon de eenige plaats,
+die met Frederik de Houtman als gouverneur onder onmiddellijk
+gezag der Hollanders stond, terwijl zij verder op Banda een
+geringen invloed bezaten door middel van den, daar door Van der
+Haghen in 1605 achtergelaten, koopman Hendrik van Bergel. Dat deze
+invloed niet groot was, kunnen wij lezen uit een brief van Jacques
+l'Hermite, opperkoopman te Bantam, in November 1608 geschreven aan
+de bewindhebbers te Amsterdam: "Ick vreese, sooder geen ordre in dit
+eylandt gestelt en wort, eens qualick zal afloopen, want dagelycx in
+moetwille toenemen en daer en is nyet wel remedie toe, tensy dat men se
+met gewelt dwinght, dwelck oock zijn zwarickheden heeft. Niet alleen
+die van Banda, maer oock ten respecte van alle landen hieromtrent,
+die daermede groot achterdencken soude gegeven worden; die van Ambon
+werden seer door de Bandaneezen opgerockt, ende is te sorgen schier
+oft morgen daer oock uytborsten sal" [26].
+
+Matelieff was de eerste Hollandsche vlootvoogd, die na Acuña's vertrek
+uit de Molukken, aldaar verscheen. Den 29en Maart kwam hij voor Ambon
+aan en trof hier de gezanten der Ternatanen, die reeds in Bantam
+waren geweest om hulp te verzoeken, welke hij hun beloofde, indien
+zij met 2000 man er toe mede wilden werken de zoo gehate Spanjaarden
+te verjagen.
+
+Den 13en Mei kwam hij voor Ternate, maar de hulptroepen, die onder
+Modafar en diens broeder van Gilolo waren overgestoken, bleken op verre
+na niet voldoende om, zoo ze Tidore al veroverd hadden, dit na het
+vertrek der Hollanders tegen de Spanjaarden te verdedigen. Modafar
+en de zijnen stelden dus zelf voor op Ternate een sterkte te
+bouwen en daarin hunne verstrooide landgenooten zooveel mogelijk
+te verzamelen. Dit voorstel werd met beide handen door Matelieff
+aangegrepen, zoodat de aan het strand gelegen plaats Malaya van een
+fort werd voorzien. Reeds den 26en Mei 1607 teekenden Matelieff en
+de koning van Ternate een contract, waarin o. a. de bepaling werd
+opgenomen, dat "alle Ternatanen, die verstroyt zijn, in d'omleggende
+landen met den eersten op Ternate komen, opdatt door de menighte van
+Ternatanen het verdrijven van de Castelanen te lighter sal vallen,
+ende 't volk gereit sall weezen, als daer secours van Hollandt compt"
+[27]. Nauwelijks was het fort den 8en Juni gereed gekomen, of Matelieff
+vertrok den 12en naar China, na eerst nog twee gezanten der Ternatanen
+op Mindanao te hebben afgezet, waar hen door den sultan van Mindanao
+stellig wel een gunstig onthaal zal zijn ten deel gevallen, daar deze
+nog steeds in oorlog was met de Spanjaarden [28].
+
+Dat Matelieff reeds zeer goed het groote nut inzag, dat wij konden
+trekken uit de vijandschap van dezen sultan met de Spanjaarden,
+blijkt wel uit den raad, dien hij aan den Hollandschen vlootvoogd
+Van Caerden gaf, toen deze den 6en Januari 1608 te Bantam verscheen
+[29]. Hij haalde hem over naar de Molukken te stevenen en drukte hem op
+het hart toch vooral de Spanjaarden op Ternate niet roekeloos aan te
+tasten, maar zich veeleer met den sultan van Mindanao te verbinden,
+opdat hij met diens hulp den Spanjaarden allen toevoer uit Manila
+zou kunnen afsnijden. Van Caerden deed dit niet, maar zette, na een
+mislukte poging om Djohore te bereiken, direct koers naar Ambon en
+vandaar naar Ternate, waar hij den 18en Mei 1608 aankwam. Hoewel
+een achttal bodems onder zijne bevelen hebbende, voelde hij zich,
+misschien gedachtig aan de waarschuwing van Matelieff, niet sterk
+genoeg om de Spanjaarden op Ternate of Tidore aan te tasten, maar
+werd er besloten een aanval te wagen op het fort Makjan, dat slechts
+door Tidoreezen bezet was. Ofschoon goed verdedigd, werd het fort
+stormenderhand genomen en met nog twee andere plaatsen op Makjan
+opnieuw in staat van verdediging gebracht, waarna men er 120 man
+achterliet onder bevel van Appollonius Schotte. Alle hoofden van het
+eiland kwamen daar toen samen om zich aan het Nederlandsch gezag en
+de Ternatanen te onderwerpen. Met de verovering van dit nagelrijke en
+voor de Compagnie zoo rentengevend eiland stelde Van Caerden zich niet
+tevreden, maar ontnam den Spanjaarden ook nog een sterkte Tjio op het
+eiland Morotai ten Oosten van Gilolo. Doch hierna daalde zijn gelukzon
+en werd ons een gevoelig verlies toegebracht door Pedro de Heredia,
+die met twee Spaansche galeien het fregat van Van Caerden aanviel
+en den bevelhebber met zijn manschappen den 17en Sept. 1608 dwong
+zich over te geven. Wel werden er weldra weer 34 van hen ingewisseld
+tegen Spanjaarden van een veroverd Spaansch fregat, dat van Manila
+naar Ternate wilde om de Spanjaarden aldaar te proviandeeren [30],
+maar Van Caerden zelf bleef voorloopig nog de gevangene van Juan de
+Esquivel, die als losprijs niets meer of minder eischte dan de overgave
+van de forten op Makjan en van Malaya op Ternate. Gelukkig was deze
+eisch den Hollanders wel wat al te kras, hoewel toch "door verblint
+verstant der Hollandern Maleyo offte de fortresse op Ternate gelegen,
+Orangie, voor des Admiraels rantsoen werde geoffreert en gebooden". Op
+deze voorwaarde wilde Esquivel Van Caerden echter niet vrijlaten;
+"tot grote ontlastinge van degene die sulx hadden gepresenteert"
+[31], zegt de briefschrijver er bij. Door gevangenschap werd Van
+Caerden dus verhinderd, uitvoering te geven aan zijn plan om een
+tocht naar de Philippijnen te ondernemen.
+
+François Wittert zou na Van Noort de eerste zijn, die zich voor den
+hoofdzetel van het Spaansche gezag in de Oost zou vertoonen. Voor wij
+echter over kunnen gaan tot de beschrijving van dezen tocht, zien
+we ons genoodzaakt een oogenblik te verwijlen bij de verrichtingen
+van twee andere vlootvoogden, namelijk den admiraal Pieter Willemsz
+Verhoeff en schipper Simon Jansz Hoen, die den 15en Februari 1609
+voor Bantam verschenen. Lang vertoefden zij hier niet, maar vertrokken
+direct naar Banda, om die eilanden aan de Compagnie te verbinden "met
+tractaat ofte met geweld". Verhoeff viel aldaar als slachtoffer van
+de trouweloosheid der Bandaneezen, waarna aan Simon Jansz Hoen als
+vice-admiraal het opperbevel werd opgedragen. Nadat Hoen de opdracht
+zijner principalen op Banda had volbracht, door er na heftigen strijd
+het fort Nassau gebouwd en den Bandaneezen een tractaat afgedwongen
+te hebben, stelde hij Hendrik van Bergel [32] daar als gouverneur aan
+en zeilde naar Ternate. Hier kwam hij den 23en Sept. aan, versterkte
+op Ternate het plaatsje Tacomi, dat Willemstad gedoopt werd, en was
+daarna zoo gelukkig aan de macht der Compagnie een groote uitbreiding
+te geven door de verovering van Batjan. Tidore kon hij helaas niet
+machtig worden, daar de dood hem in Januari 1610 wegrukte, waardoor
+dit gedeelte der vloot, uit gemis aan een aanvoerder en door onderling
+krakeel, niets van belang meer heeft kunnen uitrichten. Vóór Verhoeff
+naar Banda vertrokken was, had hij volgens besluit van den breeden raad
+zijn vice-admiraal François Wittert bevel gegeven met vier schepen
+naar Makasar te zeilen, om aldaar rijst en andere levensbehoeften
+voor de Molukken te koopen en tevens pogingen in 't werk te stellen
+om een verbond met den vorst te sluiten. Het is hier de plaats niet
+te verhalen, hoe Wittert geslaagd is. Genoeg zij het te vermelden,
+dat hij, na te Makasar eenige maanden vertoefd te hebben, den 22en
+Juni 1609 voor Ternate verscheen. Na hier vernomen te hebben, dat
+Van Caerden gevangen was genomen, versterkte hij het eilandje Motir,
+sloot een voordeelig tractaat met de Ternatanen en ging daarna den
+22en September, juist één dag voor de aankomst van Hoen te Ternate,
+naar de Philippijnen onder zeil. De weinig energieke gouverneur van
+die eilanden, Telez de Almansa, was in 1609 opgevolgd door Don Juan
+de Silva. Deze had, zoodra hij aan het bestuur kwam, de haven Cavite
+en andere forten op de Philippijnen versterkt en één der vijf door hem
+meegebrachte compagnieën soldaten onder Fernando de Ayala tot hulp naar
+de Molukken gezonden. Uit deze maatregelen blijkt wel, dat Wittert een
+krachtig tegenstander tegenover zich zou vinden. Of hem de tocht naar
+Manila te Bantam reeds was aanbevolen, weten wij niet, maar het is
+wel zeer waarschijnlijk, daar hij zich geheel houdt aan het advies,
+dat Matelieff aan Van Caerden hieromtrent 4 Jan. 1608 heeft gegeven
+[33]. Na eerst op de moeilijkheid te hebben gewezen, om met onze vuile
+schepen de vlug bezeilde Chineesche jonken in de Philippijnsche wateren
+te achterhalen, geeft hij den raad om met twee groote vaartuigen,
+die krachtig genoeg waren om den vijand te weerstaan, en twee jachten
+"dapper op de seylage gemaeckt", voor Manila te gaan kruisen. Tevens
+acht hij het wenschelijk eenige plaatsen van de Spanjaarden daar af
+te loopen, voornamelijk Otong op het eiland Panay, van waar uit veel
+rijst en vleesch naar Manila wordt gestuurd. "Verzeker u echter eerst",
+zegt Matelieff, "van de hulp der Mindaers". Geheel overeenkomstig
+dit advies van Matelieff aan Van Caerden, richtte nu Wittert zijn
+tocht in. Den 25en October kwam hij met het schip De Amsterdam en drie
+jachten: De Valk, De Arend en De Pauw, voor Otong aan. Hier konden ze
+echter weinig uitrichten, daar Ayala, die, zooals wij gezien hebben,
+met hulptroepen voor de Molukken onder weg was, zich nog op deze
+plaats bevond. Wel gelukte de landing, maar toen zij hier buiten
+verwachting zoo'n krachtigen tegenstand ontmoetten, trokken zij zich
+weder terug op de schepen en zetten hun tocht voort. Ook Cavite was
+door Juan de Silva te goed versterkt, om dit met eenige kans op succes
+te kunnen aanvallen. Wittert voer nu terug en stationneerde zich aan
+den ingang der baai voor het eilandje El Frayle, waar hij alle schepen
+uit China, Macao en Voor-Indië komende, overviel en zonder de minste
+moeite buit maakte. Drie-en-twintig rijk geladen jonken bemachtigde
+hij hier [34], behalve nog twee Japansche, die hij echter weder vrij
+liet. Deze rijke gemakkelijk verkregen buit en misschien ook de hoop
+dat hij nog het zilverschip uit Mexico zou bemachtigen, verleidde hem
+langer te blijven dan met de voorzichtigheid overeenkwam. Wanneer
+hij echter dacht, dat de Spanjaarden zonder verzet zouden aanzien,
+dat Wittert op deze wijze de welvaart van Manila bedreigde en de bron
+van inkomsten deed opdrogen, had hij buiten den energieken De Silva
+gerekend. Alle krachten spande deze in, om een behoorlijke vloot
+uit te rusten. Dag en nacht werd gearbeid, het ijzer der hekwerken
+gebruikt en kerkklokken vergoten tot geschut. Op deze wijze verkreeg
+hij een vloot van acht schepen, twee galjoenen, twee galeien en vier
+kleinere schepen, bemand met 1000 koppen, bijna alle Spanjaarden,
+onder aanvoerders als Pedro de Heredia en Gallinato. Hierbij voegde
+zich nog een in Marinduque gemaakt schip. Het opperbevel over deze
+scheepsmacht verkreeg De Silva's neef Don Fernando de Silva. Op 21
+April 1610 verliet Fernando met zijn vloot Cavite en 25 April raakte
+hij met drie schepen van Wittert slaags--een jacht en een sloep van
+het schip Delft lagen aan de andere zijde van de baai op wacht. De
+uitslag was niet twijfelachtig, de overmacht te groot. Wittert en
+velen met hem sneuvelden, twee schepen werden genomen en het derde
+vloog in de lucht. Toen het jacht De Pauw en de sloep, op het schieten
+afkomende, den uitslag bemerkten, vluchtten zij en kwamen behouden
+in Patani [35]. Bijna de geheele Hollandsche macht voor Manila was
+dus vernietigd, en dit niet alleen: ook de ontzaglijke buit [36]
+der Hollanders en hunne papieren vielen in handen der Spanjaarden,
+125 man werden krijgsgevangen gemaakt, en 50 stukken geschut van
+de Hollandsche schepen zouden voortaan tegen die Hollanders zelf
+hunne goede diensten bewijzen. Van de krijgsgevangenen bleven zij
+gespaard, die door de vermaningen der Jezuïeten--en misschien ook
+door de vrees voor den dood, of liever door de hoop op het leven,
+tot het katholicisme werden bekeerd.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+
+Zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, was in 1610
+de toestand in de Molukken verre van rooskleurig. Van Caerden was
+gevangen genomen, Hoen plotseling gestorven en Wittert gesneuveld. In
+Februari 1610 kwam een Spaansche versterking, bestaande uit zes
+fregatten, in de Molukken. Gelukkig maakten de Hollanders zich van
+een dezer schepen meester, waardoor zij in staat gesteld werden Van
+Caerden in te wisselen tegen de zich daarop bevindende officieren
+en paters. Dadelijk werd Van Caerden als gouverneur erkend, maar
+niet lang daarna voor de tweede maal krijgsgevangen gemaakt door de
+Spanjaarden, die hem nu naar Manila voerden, waar hij in de gevangenis
+omkwam. Zoo waren de Molukken dus weer zonder een erkend hoofd. Wel
+zou het Bestand in Oost-Indië 9 April 1610 ingaan, maar de Spanjaarden
+hadden hiervan nog geen bericht ontvangen. En toen zij dit later van
+de Hollanders vernamen en met de stukken overtuigd werden, weigerden
+zij toch het bestaan ervan, zonder last van hooger hand, te erkennen
+[37]. Integendeel, Don Juan de Silva maakte zich gereed tot een tocht
+naar de Molukken. Uit de buitgemaakte papieren van Van Caerden had hij
+den juisten toestand, waarin zich de forten in de Molukken bevonden,
+leeren kennen, en in de hoop den Nederlanders voor de tweede maal
+een even geduchte nederlaag toe te brengen, als in het vorige jaar,
+besloot hij, tegen het gevoelen der Audiencia in, aan zijn voornemen
+gevolg te geven. In 1611 verscheen hij met een vloot, waarop zich
+2000 soldaten en matrozen en vele inboorlingen bevonden. Reeds
+spoedig bemerkte hij, dat de forten in veel betere conditie waren,
+dan hij zich had voorgesteld, zoodat hij den ongelukkigen sultan
+Sahid, die door hem uit Manila was meegebracht, in de Spaansche
+vesting achterliet en wederom met zijn vloot naar Manila vertrok. Op
+dezen terugtocht maakte hij zich van Gilolo en Saboegoe, twee door
+de Hollanders versterkte plaatsen op de Westkust van Halmaheira,
+meester. Deze beide plaatsen waren daarom wel van eenig belang,
+omdat van daar uit Ternate en Tidore gemakkelijk van levensmiddelen
+konden worden voorzien. Er verliepen een paar jaar voor de Hollanders
+zich sterk genoeg gevoelden een tocht naar de Philippijnen te
+ondernemen. Weliswaar bevond de eerste gouverneur-generaal Both zich
+in 1613 met dertien schepen in de Molukken en werd toen het voorstel
+gedaan om een kaapvaart naar de Philippijnen te doen, maar Both en
+de meerderheid der bevelhebbers vonden het van meer belang eerst de
+forten in de Molukken in flinken staat van verdediging te brengen,
+zoodat er toen geen gevolg aan werd gegeven [38]. Laurens Reaal
+bleef als gouverneur in de Molukken achter. Steeds liepen onder
+diens bewind geruchten omtrent de aanstaande komst der Spanjaarden
+[39]. Wij zullen later zien, dat deze niet uit de lucht gegrepen waren.
+
+Reaal had reeds lang het plan gekoesterd den vijand in Manila op te
+zoeken en daar hij in 1614 een voldoend aantal schepen onder zijn vlag
+kon vereenigen, maar geen leger bezat, dat sterk genoeg was om den
+vijand te land op Ternate of Tidore aan te tasten, besloot hij met zijn
+raad deze scheepsmacht te gebruiken tegen de Philippijnen. Tegenover de
+tien schepen der Hollanders hadden de Spanjaarden er weliswaar veertien
+gereed, maar deze waren volgens de ingewonnen informatie slechts met
+zeer weinig soldaten en met nog minder matrozen bemand. Bovendien
+waren onze forten in de Molukken in goeden staat van verdediging, en
+mocht hier onverhoopt iets voorvallen waardoor de hulp der vloot noodig
+zou blijken te zijn, dan kon deze altijd met den aanstaanden noorder
+moesson snel terugkomen. En als de nieuw benoemde gouverneur te Bantam
+was aangekomen, zoo oordeelden Reaal en zijn Raad den 17en Aug. [40],
+dan zou hij zich wel zoo spoedig mogelijk over Macao en Manila naar de
+Molukken begeven. Deze reisroute toch zou hem een paar maanden eerder
+aldaar doen zijn. Wilde het geluk nu, dat de beide vloten elkaar
+in de Philippijnsche wateren ontmoetten, dan zou er misschien iets
+"treffelycks" kunnen uitgericht worden. Den 17en Aug. werd met den
+tocht een aanvang gemaakt door Jan Rossingeyn, die vooruit gezonden
+werd naar Siau, het vroeger door Reaal veroverde eiland, om aldaar
+Kaitjil Kaluwan [41] in plaats van den naar Manila vervoerden ouden
+Koning, als zoodanig aan te stellen. Den 11en Sept. ging het tweede
+deel van de vloot onder bevel van Reaal van Ternate onder zeil. Het
+bestond uit zeven schepen. Het admiraalschip De Son, Groot Hoorn,
+Seelandt, Ceylon, Middelborch, Patana en De Hope. Reeds den 15en
+derzelfde maand kwamen ze voor Siau, waar zich Jan Rossingeyn met De
+Arend, De Hollandsche Leeuw en De Maen bij de vloot voegde, zoodat
+deze nu bestond uit tien schepen. Nadat Sangir was aangedaan, kwam
+den 26en het eiland Tagima (tegenwoordig Basilan) in het gezicht
+en bereikten zij den 29en Samboangan aan de zuidpunt van Mindanao,
+waar zij veel ververschingen bekwamen van de inwoners die hen tevens
+was en "canello de matto" te koop aanboden. Drie dagen later wierp de
+vloot voor La Caldera het anker uit, waar de Mindanaers, zoowel als
+de bewoners van den Soeloe-archipel, onzen vlootvoogd hulp aanboden,
+terwijl de laatsten te kennen gaven niet te twijfelen, of hun koning
+zou eerstdaags komen. Reaal zeide echter niet te kunnen wachten, daar
+de moesson bijna verloopen was. Als hun vorst ons echter wilde volgen,
+dan zou hij ons te Otong of elders kunnen aantreffen. Spoedig zeilden
+zij dan ook naar het eiland Panay en kwamen daar den 14en Oct. in de
+haven van Ilo-Ilo aan. De Spanjaarden, door Geronimo de Silva op de
+hoogte gebracht van Reaal's komst, namen, zoodra deze zich met zijn
+vloot vertoonde, in de bosschen van het eiland de wijk, daar zij zich
+niet sterk genoeg gevoelden den Hollanders het bezit van het houten
+fort te Otong te betwisten. Hier besloot Reaal te landen om den vijand
+door "branden en blakeren" zooveel mogelijk afbreuk te doen. De dorpen
+Jaro, met een zich daar bevindend klooster, Arevola en Otong in de
+nabijheid van Ilo-Ilo werden met den grond gelijk gemaakt en alles wat
+waarde had medegenomen. Hetzelfde lot ondergingen twee fregatten en
+vele op de rivier liggende fusten. Ook werden er 110 à 120 "beesten"
+buitgemaakt. Vergeefs gewacht hebbende op wat gunstiger weer en wind,
+besloten zij eindelijk hun tocht naar Manila voort te zetten, maar
+noordelijker dan Panay konden zij niet komen. Na herhaalde mislukte
+pogingen om tegen den moesson op te zeilen, werd den 24en Nov. het
+besluit genomen naar La Caldera terug te keeren, waar zij den 28en
+opnieuw het anker uitwierpen. Zij vernamen hier, dat ongeveer een
+maand geleden twee galeien, twee fregatten en twee kleinere scheepjes,
+naar Ternate bestemd, voorbij gezeild waren. Waarschijnlijk naar
+aanleiding van dit bericht vertrokken De Hoorn en Patana den 4en
+Dec. naar de Molukken. De overige schepen hielden zich nog eenigen tijd
+in La Caldera op, waar een paar gezanten van den sultan van Mindanao
+en wat later de koning van Soeloe kwamen om met Reaal een verbond
+te sluiten [42]. Reaal bewees hun groote eer en vriendschap en van
+"die van Solock" zegt hij, dat ze "zijn een civiel volk, altemaal
+sprekende goed Maleitsch, alsoo met Maleyen en die van Broenei veel
+handelen in paarlen, die er schoon vallen, was, schildpadhoorn en
+goud" [43]. Van hen werd ook vernomen, dat er twee of drie schepen
+gezien waren in de nabijheid van Soeloe, die door de straat tusschen
+Soeloe en Basilan poogden door te zeilen. De Hollandsche Leeuw werd
+er op afgezonden, maar keerde onverrichterzake terug. Eerst den 14en
+Jan. 1615 kon Reaal er toe besluiten La Caldera den rug toe te keeren
+en de Molukken wederom op te zoeken. Den 26en Jan. wierp de vloot voor
+Malayo het anker uit. Veel voordeel was met dezen tocht niet behaald,
+daar zij volgens Reaal "meer schrick als schade aan den vijandt ofte
+proffijt voor ons hebben gedaan" [44]. "Zij hebben", schrijft Coen,
+"27 ankers verloren en veel perykel van stranden geleden" [45]. Boven
+maakte ik reeds melding van de vele geruchten die in de Molukken
+liepen omtrent de komst van een groote Spaansche macht.
+
+Don Juan de Silva had in 1612 reeds den vroegeren gouverneur der
+Molukken Cristóbal de Ascueta Monchaca naar Goa gezonden om bij de
+Indische kooplieden geld op te nemen en zich daarvoor van schepen
+en bemanning te voorzien [46]. Zelf spande hij alle krachten in om
+een behoorlijke vloot in gereedheid te brengen, terwijl in Aug. 1614
+eenige hulp uit Spanje in Manila aankwam. Ook zond de vice-koning
+hem in 1615 op zijn herhaald verzoek om hulp de kapiteins Don Diego
+de Mirando Enriques en J. de Mora met een brief, waarin hij te
+kennen gaf, dat het hem niet mogelijk was meer dan vier galjoenen
+en 400 soldaten te zenden, maar bij die vaartuigen zou hij met den
+moesson zooveel "secours" zenden als hij kon missen. Dit bracht
+De Silva dus veel nader tot zijn doel. Half Dec. 1615 lag hij met
+tien galjoenen, drie jachten (pataches) en vier galeien gereed om
+uit te varen, toen hij plotseling een tegenstand ontmoette, die al
+zijn mooie plannen in duigen dreigde te werpen. Door den fiskaal
+Don Juan de Alvarado en de Audiencia werd nl. verzet aangeteekend
+tegen zijn uitvaren, op gezag van brieven uit Spanje. Nu bracht De
+Silva zijn plan de campagne, hoewel het, zooals hij zegt, tegen alle
+wetten en krijgsprudencie streed, den 12en Jan. 1610 in een junta
+van alle "estados". Op de in deze vergadering gemaakte bedenking,
+als zou het beter zijn op de hulp van den vice-koning te wachten,
+kon de doortastende gouverneur antwoorden, dat den 1en Oct. 1615 een
+karveel en een galjoot door Francisco de Meranda afgezonden waren,
+die het volgende bericht hadden medegebracht. "De vier galjoenen,
+u door den vice-koning toegezonden, liggen te Malakka; zij hebben
+de straat niet kunnen passeeren, daar zij te laat zijn gekomen. De
+bevelhebbers zijn besloten voor Malakka te blijven wachten op de komst
+der Spanjaarden, daar ze groote zwarigheid maken om naar de Molukken te
+gaan". Na dit meegedeeld te hebben, betoogde nu De Silva verder, dat,
+als de Spaansche vloot den Portugeezen niet tegemoet ging, hij tot
+den noorder moesson in Nov. of Dec. zou moeten wachten en intusschen
+de schepen wegens het slechte hout, waarvan ze gemaakt waren, door
+de wormen verteerd zouden worden. Bovendien had hij uit "zekere"
+berichten vernomen, dat de vijand onmachtig was en dit jaar geen hulp
+uit Holland had te verwachten [47]. Of hij de Audiencia tot andere
+gedachten heeft kunnen brengen of ondanks haar verzet is uitgezeild,
+is mij onbekend, maar zooveel is zeker: 7 Febr. 1616 verliet hij Manila
+met tien galjoenen, drie jachten en vier galeien en 500 Japanners,
+die echter later aan wal moesten gezet worden, omdat men hen niet
+vertrouwde. Een duidelijk overzicht van zijn plannen geeft De Silva
+in een geheimen brief aan zijn neef Geronimo, gouverneur der Molukken,
+tegelijk afgestuurd met een bevel om, als de Hollanders in de Molukken
+nog geen versterking hadden ontvangen, hem 200 soldaten tegemoet te
+zenden langs Sangir en La Caldera [48]. Terwijl de Hollanders, alsook
+de Spanjaarden in het algemeen, meenden, dat hij naar de Molukken zou
+gaan, zegt hij in dezen brief, hoop te hebben zich in straat Soenda
+met de vier Portugeesche galjoenen te vereenigen [49] en vandaar naar
+Bantam te zeilen om er de Hollanders te verdrijven. Hierna meende hij
+Banda en Ambon en daarna Ternate van Hollanders te zuiveren. Toen De
+Silva echter voor Malakka kwam, vond hij geen Portugeesche galjoenen;
+deze waren door Steven v. d. Haghen vernietigd [50]. De Silva had
+stelligen last zich met de troepen van den vice-koning te vereenigen
+en te Malakka zeide men, dat deze in persoon zou komen; dus besloot
+De Silva op deze plaats te wachten. Hier trof de Spaansche vloot
+echter een zwaar verlies. Den 19en April 1616 stierf De Silva [51]
+plotseling aan een hevige ongesteldheid, na aan Don Alonso Enriquez het
+opperbevel te hebben overgedragen. Door den dood van dezen krachtigen
+doortastenden gouverneur was de groote voortstuwende kracht aan de
+Spanjaarden ontnomen, en Don Alonso Enriquez keerde uit vrees voor de
+veiligheid der Philippijnen en wanhopende aan het Portugeesch secours,
+in Mei naar de Philippijnen terug [52].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+
+Toen De Silva door tegenwerking van den fiskaal Alvarado en de
+Audiencia gedwongen was geweest zijn krijgsplannen bloot te leggen,
+werd hem naar aanleiding daarvan lichtzinnigheid verweten. Hij
+verzweeg, zeide men, de zwarigheden, opdat hij niet zou behoeven te
+wachten. Hij zag voorbij, dat hij een machtigen en ervaren vijand
+tegenover zich had, die zonder twijfel van zijn plannen op de hoogte
+was en geen hulp meer noodig had, daar hij volgens de berichten
+van Padre Ribero, 37 schepen bezat. In plaats van alles te winnen,
+zooals hij zich verbeeldde, vreesde men, dat hij alles zou verliezen
+en van de vloot schip noch man zou ontkomen [53]. Alvarado en de
+andere leden van de Audiencia zagen den toestand echter te donker in,
+stelden zich onze waakzaamheid te groot, onze alwetendheid te absoluut
+voor. De Hollandsche admiraal Van der Haghen verkeerde in de stellige
+overtuiging, dat De Silva rechtstreeks naar de Molukken zou gaan en
+verliet in die meening, na de Portugeesche galjoenen voor Malakka
+vernield te hebben, de straat van dien naam, om nog tijdig met den
+moesson in de Molukken te komen [54]. Ook zelfs de president van de
+factorij te Bantam, J. P. Coen, werd er eerst den 10en April 1616 van
+op de hoogte gebracht, dat de vloot niet naar de Molukken, maar naar
+Malakka was gegaan. "Ende alsoo ten voors. tijde, doen van de compste
+der Spanjaerden advyse bequamen, het westelijcke mousson verloopen was
+ende wij van jachten gantsch onversien waeren, soo en conden naer de
+Molucques geen advyse zenden" [55], schrijft Coen aan de bewindhebbers.
+
+De Silva's geheimhouding van het eigenlijke plan had dus wel degelijk
+doel getroffen. En moge de grootsche onderneming zelf ook al geheel
+mislukt zijn, de misleiding van den vijand ten opzichte van de
+beraamde plannen is voor de Spanjaarden, zooals wij nader zullen
+zien, zeer zeker van onberekenbaar belang geweest. Drie weken toch,
+nadat Don Juan de Silva met zijn vloot uit Manila vertrokken was,
+verscheen Joris van Spilberghen daar in de baai. Deze was reeds den
+6en Aug. 1614 uitgezeild met last om door de straat van Magelhaens te
+varen, den Spanjaarden aan de Westkust van Amerika zooveel mogelijk
+nadeel toe te brengen en zich daarna naar de Oost te begeven. Deze
+last was nauwkeurig door hem opgevolgd. Wel had De Silva van de
+aankomst van Spilberghen in Zuid-Amerika gehoord, maar toen hij
+in ongeveer twee jaar niets meer van hem had vernomen, meende de
+Spaansche gouverneur, dat die Hollandsche vloot vernietigd was en hij
+Manila dus gerust verlaten kon. Den 9en Febr. bereikte Spilberghen
+echter de Philippijnen, voorzag zich op het eilandje Capoel van
+levensmiddelen en zeilde daarna langs de Zuidkust van Luçon naar
+Manila. Natuurlijk heerschte hier na zijne verschijning algemeene
+ontsteltenis. De stad was zoo goed als weerloos. Geen troepen, geen
+geschut; wapens, ammunitie, alles ontbrak. De bewoners vreesden reeds
+weldra de Hollanders in hun stad te zullen zien. Hun stadhouder Don
+Andrés de Alcazar nam echter alle maatregelen, die hij nemen kon en
+bracht de daar nog liggende schepen zoo goed mogelijk in staat van
+tegenweer, deed de kanonnen herstellen en liet, om hiervoor ijzer
+te verkrijgen, de vroeger weggeworpen slakken zelfs weer smelten. De
+Chineezen bekwamen voor iedere drie arrobas [56] erts, die ze hieruit
+verkregen, een loon van drie realen. Burgers en monniken oefenden
+zich in den wapenhandel [57], en toch zou alles vergeefs geweest zijn,
+indien Spilberghen niet van gevangenen het bericht had vernomen, dat De
+Silva naar de Molukken was afgezeild. Nu besloot hij, na 15 dagen in
+de baai vertoefd en vergeefs getracht te hebben eenige gevangenen te
+bevrijden, om zoo spoedig mogelijk naar deze eilandgroep te gaan. Den
+20en Maart kwam hij te La Caldera. Hier vernam hij de valsche tijding,
+dat de vijandelijke vloot zich nog in Otong op Panay bevond. Hij werd
+tusschen La Caldera en het eiland Basilan, in de straat Basilan,
+door windstilte een tijd lang opgehouden, van welke gelegenheid de
+Mindanaers gebruik maakten om hem hun hulp tegen de Spanjaarden aan te
+bieden met een vloot van 50 "scheepkes", terwijl ze hem een brief van
+Reaal vertoonden, waarin deze hen zijn groote vrienden noemde [58]. In
+Ternate gekomen deelde hij natuurlijk onmiddellijk aan Reaal mede,
+dat, zooals hij ook werkelijk meende, de Spanjaarden zeer spoedig in
+de Molukken zouden verschijnen. Men besloot dus den vijand hier af
+te wachten. Den 1en Juni voegden zich nog bij hen eenige schepen uit
+Banda en Ambon [59], waarop zich Van der Haghen en de andere raden
+uit Indië bevonden, waarna deze overgingen tot het kiezen van een
+nieuwen gouverneur-generaal. De keuze viel op Reaal. Nu rees de vraag
+op welke wijze deze groote macht, zeventien schepen, die hier toevallig
+bijeen was, het best kon worden gebruikt tot heil en voordeel van de
+Compagnie. Zouden ze in de Molukken blijven en trachten het Spaansche
+fort op Ternate of Tidore te veroveren; of was het beter den vijand in
+de Philippijnen te bestoken? Tot het laatste besloot men. Jan Dirksz
+Lam werd als bevelhebber aangesteld en den 1en Sept. vertrok hij met
+een vloot van tien schepen van Malayo. Reeds den 17en arriveerde hij
+aan La Caldera om daarna op advies van Reaal Otong op Panay aan te
+doen. Den 30en Sept. bereikten zij deze plaats, waar de Spanjaarden
+een fort hadden, dat men den volgenden dag gewapenderhand zou trachten
+te nemen, om vandaar ongehinderd eenige beesten te halen, "die er
+in abondantie te becomen zijn" [60]. Dit mislukte echter. Quinones,
+de aanvoerder der Spanjaarden, gewaarschuwd door Geronimo de Silva,
+ontving hen dapperder dan zij hadden verwacht, en met verlies van 14 of
+15 man [61] en eenige gekwetsten werden zij teruggeslagen. Lam zegt,
+"tselve door ons binnen 8 ofte 10 dagen door belegh wel hebben connen
+geforceert geworden", maar dit achtten zij niet raadzaam, omdat dan
+de moesson te veel zou verloopen. Denzelfden dag scheepten zij zich
+dus weer in, deden 16 Oct. Marinduque aan om water in te nemen, van
+welke gelegenheid drie man gebruik maakten om naar den vijand over te
+loopen, verbrandden kort daarop het dorp Baradero en kwamen den 18en
+Oct. in de baai van Manila aan. Eerst den 12en dezer maand hadden zij
+vernomen, dat Don Juan de Silva te Malakka was gestorven en de vloot
+reeds vier à vijf maanden geleden deze plaats had verlaten. Zoodra
+Lam was aangekomen liet hij de sterkte van den vijand verkennen. Men
+telde acht groote schepen, drie groote galeien, vijf of zes fregatten
+en eenige kleinere vaartuigen, "die wij met devotie sullen verwachten
+ende naar uit- en invaren sooveel doenlijck is te beletten, soodat
+UEd. voor dit moeson in de Molukken voor 's viants macht niet en hebt
+te vreesen", schrijft Lam aan Reaal [62]. Slechts nu en dan zond hij
+eenige schepen naar de kust van Luçon om Chineesche jonken buit te
+maken. Hierin waren zij echter niet gelukkig, zoodat het hen aan alle
+mogelijke ververschingen begon te ontbreken en zij besloten [63] wegens
+de vele zieken aan boord--De Oude Maen, Vlissingen en Walcheren konden
+zelfs zonder hulp van andere hun ankers niet lichten--om het laatste
+schip met advies en de zieken naar Ternate te sturen. Ook gelukte
+het hun niet het zilverschip te verschalken. Den 8en Dec. hadden zij
+bericht gekregen, dat het in Japan had overwinterd en in Ilocos [64]
+lag, maar De Aeolus en De Walcheren, die er op uitgezonden werden,
+konden het niet vinden. Toen zij den 8en Jan. 1617 nogmaals hetzelfde
+vernamen, werd De Aeolus er weder heen gestuurd. Deze bracht helaas
+ook nu niet het zilverschip mee, wel vier Chineesche en één Japansche
+jonk en het bericht, dat het zilverschip wel degelijk te Ilocos had
+gelegen, maar dat het geld (300,000 realen van achten) en 400 man
+[65] over land naar Manila was gebracht. Zoodra De Aeolus op het
+schip afkwam, werd dit door de bemanning zelf in brand gestoken,
+wat eveneens met de twee daar liggende fregatten gebeurde.
+
+Het is te verwonderen dat de Hollanders, ondanks deze tochten buiten de
+baai van Manila, niets hebben bemerkt van hen, wier bondgenootschap zij
+in dezen zoo uitnemend hadden kunnen gebruiken, nl. de Mindanaers. Deze
+maakten gebruik van de gelegenheid, dat de Hollanders de baai bezet
+hielden, om zooveel mogelijk te rooven en te vrijbuiten. Eerst hadden
+zij aan de kust van Camarines een daar op stapel staand schip en
+twee jachten verbrand en dertig Spanjaarden gevankelijk meegevoerd,
+en verder hun strooptochten uitgestrekt tot Panay. Hier werden zij
+echter door den reeds boven genoemden Quinones verslagen en uit
+elkaar gedreven. Een andere afdeeling der Mindanaers op Balayan,
+aan de zuidkust van Luçon geland, vernielde daar een magazijn van
+touwwerk der Spanjaarden. Aan deze strooptochten trachtten onze
+vijanden een einde te maken. Twee galeien wisten de Hollanders te
+verschalken door bij nacht uit Cavite te sluipen. Zij staken naar
+Mindoro over, waar zich de vloot der Mindanaers bevond, maar konden
+door den wind de rivier niet op zeilen, waarvan de Mindanaers gebruik
+maakten, om zich zoo snel zij konden te verwijderen. Gelukkig voor
+de Spanjaarden, dat Lam niet wist, hoe dicht in zijne nabijheid zich
+bondgenooten bevonden [66]. Den 7en Maart besloten de Hollanders naar
+Wittertseiland, een der Islas Hermanas, te zeilen, omdat zij daar
+beter op de Chineesche jonken konden letten. Zij vertoefden er eenige
+dagen, toen een Japansch gezagvoerder zich bij hen vervoegde. Deze
+zeide een der door de Spanjaarden uitgezonden boodschappers te zijn,
+die in last hadden de Chineesche jonken te Ilocos, Pangasinan of
+Capo Fraile, op de westkust van Luçon, te waarschuwen. De Japanner
+vroeg en verkreeg als belooning voor zijn bericht een Chineesche
+jonk en een Hollandschen stuurman, om zich daarmee naar Japan te
+begeven. Dadelijk werd De Aeolus (dit was dus voor de derde maal)
+naar Ilocos gezonden, drie dagen later, den 23en Maart, gevolgd
+door De Engel van Delft. Den 6en April zette het schip De Roode
+Leeuw koers daarheen om De Engel terug te roepen. De Nieuwe Maen en
+Ter Veer werden naar Wittertseiland gestuurd om De Aeolus, die met
+twee buitgemaakte jonken tot daar teruggekeerd was, in het lossen
+te helpen, en De Vlissingen naar Pangasinan, om daar De Aeolus te
+vervangen. Zoo had Lam dus slechts drie schepen: De Nieuwe Son, De
+Oude Son en De Oude Maen, onder zijn onmiddellijk bevel, toen hij den
+14en April een vijandelijke scheepsmacht op zich zag afkomen. Deze
+vloot, onder bevel van Ronquillo, bestond uit zeven groote galjoenen,
+waarvan het admiraalschip uitstekend gemonteerd was, drie galeien,
+een jacht en nog eenige kleinere vaartuigen. Lam retireerde met
+zijn drie schepen naar de andere drie, die bij Wittertseiland lagen,
+waarmee hij zich 's avonds nog kon vereenigen. Na gehouden scheepsraad
+werd den volgenden dag het besluit genomen nog verder noordwaarts te
+retireeren, om zich zoodoende bij de laatste drie: De Roode Leeuw,
+De Vlissingen en De Engel te voegen [67]. Dit mislukte door de betere
+bezeildheid van drie der Spaansche schepen, waardoor zij gedwongen
+werden bij te draaien. Gezamenlijk besloten zij nu het admiraalschip
+aan te tasten. Maar na elk schip, dat voorbij voer, de volle laag
+met interest teruggegeven te hebben, vond ook Ronquillo het raadzamer
+eerst zijn overige schepen, die hij vooruitgezeild was, af te wachten,
+zoodat er dien dag niet meer gevochten werd. Den volgenden dag
+begon eerst de eigenlijke strijd. De Spaansche admiraal enterde het
+schip van Lam, De Nieuwe Son. Drie uur duurde het gevecht, waarna de
+Spanjaard, uit vrees van te zinken, de enterdreggen doorhakte om zich
+te redden. Ook het Hollandsche admiraalschip was geheel doornageld
+en verdween weldra in de diepte. Gelukkig dat Lam en het volk zich
+hadden kunnen redden op De Oude Son. De Ter Veer ging in vlammen op;
+De Aeolus werd reddeloos geschoten en is daarna "opgesprongen" zegt
+'t Hoofling, de vice-admiraal van de vloot. "De swaerste furie van
+deze batailie was geëndicht" en de drie overige schepen: De Oude Son,
+De Nieuwe Maen en De Oude Maen namen de vlucht, elk zijns weegs koers
+zettende naar Ternate. De Oude Son werd echter door tegenwind hierin
+verhinderd, waarop zij besloten naar Patani te zeilen om aldaar
+de gekwetsten, waarvan er zich meer dan 70 op het schip bevonden,
+te ververschen. Maar toen ook dit de tegenwind belette, trachtten
+zij, langs de kust van Kambodja loopende, eenige ververschingen in te
+nemen. Den 21en Mei gelukte het hun ten laatste met veel moeite om daar
+levensmiddelen voor drie maanden te koopen, waarna zij besloten eerst
+naar Macao te zeilen en vandaar met den noordermoesson Ternate op te
+zoeken [68]. Terwijl zij met dit doel langs de Chineesche kust voeren,
+werd de hoop op buit weder bij hen wakker en gaven zij er de voorkeur
+aan te trachten de karak, die jaarlijks van Macao naar Japan voer,
+of eenige der Chineesche jonken, die op Manila handel dreven "waar te
+nemen" [69]. Dit kwam bijzonder overeen met den wensch van Coen, want
+den 20en ontmoetten zij twee schepen: De Zwarte Leeuw en De Galjas [70]
+van Hoorn, die den 9en Mei Bantam hadden verlaten met een instructie,
+welke op hetzelfde neerkwam. Zij namen nu het besluit om gezamenlijk
+naar Nagasaki te zeilen en als de karak zich daar reeds bevond, deze
+desnoods tegen den wil der Japanners in de haven aan te tasten. Dit
+werd echter om verschillende redenen ondanks den uitdrukkelijken last
+van Coen nagelaten. Zij hadden nl. bericht gekregen, dat van twee
+Hollandsche schepen, te weten De Roode Leeuw [71] en Vlissingen,
+en een Chineesche jonk, die voor Firando lagen, De Roode Leeuw, na
+zijn goederen reeds te hebben gelost, alsook de Chineesche jonk door
+storm op den wal waren geworpen, en vreesden nu, dat de Japanners
+deze goederen in ruil voor de karak in beslag zouden nemen. Zij
+staken dus weer in zee en besloten eerst het advies van Specx,
+vertegenwoordiger van de O.-I. Compagnie in Japan, af te wachten. Ook
+dit luidde ontkennend. De kraak lag, aldus verontschuldigde Specx zich
+bij Coen [72], in de haven van Sassinots onder het eiland Amacusa
+(10 mijlen bezuiden Nagasaki), en het was niet mogelijk een aanval
+op haar te wagen, daar de haven nauw besloten was en er een harde
+tegenwind blies. Ook vreesde Specx dat wij dan met de Japanners in
+onmin zouden komen en wij daardoor de rijst zouden missen, die van
+hieruit vooral naar de Molukken werd gestuurd, sinds wij die, na de
+oneenigheid met Makasar, niet meer vandaar konden bekomen. Toen de
+kraak daar nog niet in de haven lag, had Specx plan gehad De Roode
+Leeuw uit te zenden om haar op te zoeken [73]; maar een zware typhon
+had dit belet. Nadat Lam en de zijnen besloten hadden, de kraak
+niet aan te tasten, zeilden zij naar Firando. Hier werd den 8en
+Aug. bepaald, dat De Swarte Leeuw met de buit gemaakte goederen naar
+Bantam zou gaan. De Roode Leeuw, die men niet had kunnen lichten,
+werd gesloopt en Lam ging, na op De Vlissingen te zijn overgegaan,
+in Jan. 1618 met provisie naar de Molukken onder zeil, en wierp
+11 Febr. 1618 voor Ternate het anker uit. De Nieuwe- en Oude Maen,
+met Lam den Spanjaarden ontvlucht, waren 7 Aug. 1617 behouden aldaar
+aangekomen, gelijk het zevende schip De Engel reeds den 27en Juni
+van dat jaar [74]. De Oude Son met De Galjas zouden nog een poging
+wagen om de karak, die met zilver naar Macao ging, te vermeesteren
+en daarna naar Cochin-China varen. In de instructie van Coen, aan De
+Swarte Leeuw en De Galjas gegeven, stond nl. uitdrukkelijk, dat zij,
+zoo zij de kraak misten, naar Cochin-China moesten zeilen om aldaar
+te trachten handelsbetrekkingen aan te knoopen, en gelukte dit niet,
+dan de Chineezen vandaar "gelijck van Manila soecken te wercken om
+hun alsoo t' onswaerts te dringen".
+
+Hoe was het intusschen met de beide overige schepen gegaan, die niet
+aan het gevecht tegen de Spanjaarden hadden deel genomen? Den 17en
+April, een dag na het gevecht, kwamen zij met vijf veroverde jonken op
+de kampplaats aan. Daar geen schepen meer ziende en vermoedende dat
+de Spaansche vloot reeds buitengaats was, zeilden zij zuidwaarts en
+vonden hier het Spaansche vice-admiraalschip Marcos, dat zich in vrij
+onttakelden toestand bevond. Wel werd het moedig verdedigd, maar den
+eersten dag voornl. door De Vlissingen bestookt, werd het in den avond
+van den 2en door De Roode Leeuw gedwongen, "daar het heel lek was en
+de pomp staag gaande" op den wal te loopen. Van den invallenden nacht
+maakten de Spanjaarden gebruik om al het goed te lossen, waarna zij
+den brand in het kruit staken. De beide Hollandsche schepen voeren
+toen met hun buit naar Japan, waar zij, zooals wij zagen, Lam weer
+ontmoetten. De Spanjaarden, hoewel de winnende partij, verloren
+tengevolge van dezen slag bijna al hunne schepen. Kort nadat zij de
+onzen uit de Philippijnsche wateren hadden verdreven, kwam Geronimo de
+Silva uit de Molukken te Manila, om tot de aankomst van den opvolger
+van Juan de Silva het gouverneurschap waar te nemen. Geronimo was dus
+volkomen op de hoogte van den toestand, waarin de Molukken verkeerden
+en wist, dat deze dringend hulp noodig hadden. Hij zond daarom zes
+schepen zonder verwijl, ondanks het onstuimige jaargetijde (Oct.),
+ondanks de waarschuwingen der stuurlieden, ja zelfs tegen den wil
+van de Audiencia, naar Marinduque en Masbate om gekalefaat te worden;
+maar nauwelijks hadden zij de baai verlaten, of een storm stak op en
+drie schepen zonken in de diepte. De andere drie liepen op de klippen,
+waar zij, gebarsten en vol water, met geen mogelijkheid vandaan gehaald
+konden worden. Al het volk, 1000 man, zoowel Spanjaarden als inlanders
+en Chineezen, alle timmerlieden met hunne gereedschappen werden een
+prooi der golven [75]. Uit slechts één oud schip, De Lorenzo, en zes
+zoo goed als versleten galeien bestond nu de geheele zeemacht der
+Spanjaarden in de Philippijnen.
+
+En de Hollanders, behoudens de nadeelen, het verlies der drie schepen,
+welke voordeelen hadden zij behaald? Een buit van f 1.000.000
+[76]. Coen schreef dan ook: "Als 't God en onze meesters gelieft,
+moet de zaak weer couragieuselijk hervat worden" [77].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+
+Met het oordeel van Coen stemde Lam volkomen in. Aan de bewindhebbers
+schrijft deze: "Mijne Ed. Heeren staet te considereren ende rijpelijcke
+toverwegen hoe hoognoodigh het is de tocht naar Manilla van jaer
+tot jaer werde gecontinueert" [78]; niet alleen, zooals hij zegt,
+om de schade, die men daardoor aan den handel te Manila toebracht
+en omdat men op die wijze de Chineezen dacht te dwingen de vaart
+op de Philippijnen te staken en die naar Bantam te verplaatsen,
+maar ook omdat hij daarmee allen toevoer naar de Molukken hoopte
+te beletten. Dat hij hierdoor ook Manila zelf trof en dat dit, wat
+trouwens van zelf spreekt, juist in zijne bedoeling lag, zegt hij
+duidelijk in een brief aan de bewindhebbers, waarin hij meedeelt,
+dat twee Hollandsche schepen vóór Manila kruisten om de jonken aan
+te halen, wat, zoo schrijft hij, van belang is, omdat uit de groote
+tollen, die de Chineezen betalen, de Spanjaarden hun voornaamste
+inkomsten putten nl. 150.000 realen van achten buiten de 250.000 realen
+die het hoofdgeld der Chineeschen inwoners hun opbrengt, terwijl bij
+dit laatste nog niet eens is gerekend, hetgeen de winkelhouders nog
+moeten betalen. "De Chineezen", gaat hij voort, "zijn te Manila over
+de 30.000 sterk en betalen in alles wel 500.000 realen van achten"
+[79]. Van de twee schepen, waarover Lam hier spreekt, kan ik er
+slechts één noemen, namelijk De Oude Son, die wij in het vorige
+hoofdstuk hebben verlaten op weg naar Cochin-China. Na gezamenlijk
+met De Galjas een vergeefsche poging te hebben aangewend om een kraak,
+die naar Macao bestemd was, buit te maken, voer den 9en Maart 1618 De
+Oude Son opnieuw naar Manila, terwijl De Galjas den 28en Maart naar
+Cochin-China zeilde. Dezen keer was De Oude Son gelukkiger. Den 4en
+Mei veroverde zij een groote Chineesche jonk, den 8en Mei nog een en
+kort daarop nog zes kleine, waarna het met dezen rijken buit, waarvan
+de waarde f 558.169 bedroeg, terugkeerde en den 7en Juni te Firando
+binnen liep. Kort hierop kwamen nog twee schepen te Firando: De Galjas,
+die teruggekeerd was zonder Cochin-China te hebben kunnen aandoen,
+omdat de scheepsofficieren het schip in den steek hadden gelaten,
+en het voormalige Engelsche jacht de Attandance, dat door de onzen
+bij Banda genomen en herdoopt was in De Vliegende Bode. Deze beide
+laatste schepen zullen wij weldra weer ontmoeten in de Philippijnsche
+wateren. Wij hebben in het vorig hoofdstuk gezien dat de vloot
+der Spanjaarden door storm bijna geheel was vernietigd. Zoodra de
+raad der Molukken dit door drie uit Manila ontvluchte Nederlanders
+had vernomen, besloot men spoedig hierop, den 23en April, om weder
+eenige schepen voor Manila te laten kruisen. Wel werd er door de
+verschillende moeilijkheden, waarin de Nederlanders zich vooral met
+de Engelschen gewikkeld hadden, niet onmiddellijk gevolg aan gegeven,
+maar nadat den 21en Juli en den 11en Aug. nogmaals op het wenschelijke
+van zulk eene onderneming op dat tijdstip was gewezen, werden in
+de bovengenoemde vergadering vijf schepen daarvoor bestemd en Adam
+Westerwolt tot opperbevelhebber benoemd. Reeds den 24en Aug. ging hij
+met de vijf schepen onder zeil. Ofschoon Coen in 1617 aan hem schreef,
+dat de zaak weer couragieuselijk moest hervat worden, bleek hij er in
+1618 niet al te zeer mee ingenomen. Hij oordeelde de omstandigheden
+te gevaarvol, om er zooveel schepen heen te sturen. Hij was bang het
+zekere te verliezen "om een vogel die in de lucht vliegt, te bekomen"
+[80]. Gelukkig, het zekere bleef behouden, maar veel voordeel leverde
+de tocht niet op. Van de vijf schepen, die onder de vlag van Westerwolt
+waren uitgezeild, moesten er twee: De Oude Maen en De Vlissingen,
+nog voor Manila liggende, wegens "outheyt" gesloopt worden. Wel was
+de vloot weer tot hare oorspronkelijke sterkte terug gebracht door
+de aankomst van De Galjas en De Vliegende Bode uit Japan, die tevens
+provisie voor de vloot meebrachten, doch ofschoon ze tot 26 Mei 1619
+omtrent het land van Manila bleven kruisen, maakten zij slechts
+drie jonken prijs ter waarde van f 33.894. Zes jonken wisten den
+Hollanders te ontkomen, en daar de Chineezen, door verschillende
+berichten van de Spanjaarden [81] op hun hoede, zich niet meer
+vertoonden, besloot Westerwolt naar Japan te vertrekken. De Swaen
+werd van daar met provisie naar de Molukken gezonden, weldra gevolgd
+door de Nieuwe Maen. Westerwolt zelf ging naar Jacatra onder zeil,
+waar hij den 16en Dec. 1619 behouden aankwam. Het geringe voordeel,
+dat deze tocht opbracht, moet voornamelijk geweten worden aan gebrek
+aan provisie, waardoor zij "gants machteloos" waren geweest [82].
+
+Het jaar 1619 dreigde ons ook op andere wijze niet gunstig te zullen
+zijn. In Jan. toch kwam Kaitsjil Soliman, zoon en gezant van den
+koning van Mindanao, steun van de Compagnie verzoeken tegenover den
+koning van Boaya, die vertegenwoordigd werd door den reeds verdreven
+vorst van Sarangani. Gouverneur-generaal en raden wenschten door
+partij te kiezen niet een der vorsten in de armen der Spanjaarden
+te voeren en bewandelden dus een middelweg. Beide vorsten werden
+met een kluitje in 't riet gestuurd. Coen en later Lam, aan wien de
+beslissing door den gouverneur-generaal was overgelaten, zeiden,
+dat zij eerst wilden trachten de twee vorsten te verzoenen, daar
+beide toch vrienden van ons waren, dat wij zeker wel een gezantschap
+zouden hebben gestuurd om de verzoening tot stand te helpen brengen,
+maar dat wij daarvoor, wegens de twisten met de Engelschen, nu geen
+schip konden missen. Ook waarschuwde Lam in een brief, aan Kaitsjil
+Soliman voor diens vader meegegeven, voor de geheime bedoelingen van
+hun gezamenlijke vijanden, de Spanjaarden, om vijandschap en twist
+te verwekken en hen dan op het onvoorzienst te overvallen en "tot de
+uiterste extremiteiten" te brengen [83]. Op deze wijze wist men nog
+gelukkig de goede verstandhouding met beide vorsten te bewaren. Het
+moet dezen echter wel wat vreemd voorgekomen zijn, dat de Hollanders
+het volgend jaar wel weder schepen beschikbaar hadden voor een tocht
+naar de Philippijnen. Nu had men het echter niet gemunt op Chineesche
+jonken. Dezen keer hoopte men Manila in één slag geducht te knakken en
+zich een grooten buit te verschaffen. Men wilde toch het zilverschip
+van Acapulco vermeesteren. Mocht dit gelukken, dan werd den Spaanschen
+handel een gevoelig, ja bijna onoverkomelijk verlies toegebracht. Met
+dit doel had Coen aan Van Speult, den gouverneur van Ambon, in een
+geheim gehouden lastbrief opgedragen den 1en of uiterlijk half April
+drie schepen uit te zenden naar kaap Spiritu Sancto op 12 1/2°
+N.B. Van Speult kon zich echter niet stipt aan den tijd houden,
+omdat de schepen, waarmee hij moest uitzeilen, te laat in Ambon
+aankwamen. Den 13en Mei 1620 eerst verlieten De St. Michiel, De Swaen
+en De Expeditie van Ambon onder bevel van Bartholomeus v. Spilbergen
+[84] het eiland Ambon. Coen meende gegronde hoop te mogen koesteren
+op het welslagen van den tocht, daar een Spaansche stuurman, die
+reeds tweemaal de reis van Acapulco naar Manila meegemaakt had, zich
+als gevangene op de vloot bevond. Eerst moesten zij, volgens den wil
+van Coen, Ternate aandoen om den vijand geheel en al te misleiden en
+daarna tot het laatst van Juni omtrent Kaap Spiritu Sancto kruisen. En
+waarlijk, het geluk scheen Spilbergen te dienen. Den 26en Juni kwamen
+de zilverschepen in het gezicht. Gewoonlijk werd het zilver door
+slechts één schip overgebracht, dezen keer waren het er drie [85]
+onder bevel van Fernando de Ayala. In de meening dat het schepen
+waren, die de in 1618 nieuwbenoemde gouverneur der Philippijnen
+Fajardo, hun tegemoet gezonden had, kwamen zij met volle zeilen op
+de Hollanders af. Na zonsondergang waren zij zoo dicht genaderd,
+dat zij van weerszijden elkander konden hooren spreken. Toen eerst
+ontdekten de Spanjaarden hun vergissing. Door de ingevallen duisternis
+en het ruwe weer gelukte het hun te ontkomen. Een der schepen werd
+echter door de Hollanders op het strand van Albay (ten Noorden van
+de straat van Bernardino) gedrongen. Aan Coen werd bericht, dat het
+twee millioen zilver in had. Deze schreef hierop aan bewindhebbers:
+"'t Heeft Godt niet gelieft, dat die becomen zouden, want daer d'onze
+meenden, dat het zilverschip al hadden, zijn door een uit der maten
+grooten storm daer van geraect en alle te samen in groot peryckel
+van stranden gecomen" [86]. In denzelfden brief meldt Coen, dat naar
+men zegt, het zilver door de Spanjaarden geborgen is en dit stemt
+overeen met de door Blumentritt gebruikte Spaansche bronnen. Ayala
+liet het, nu op zijn hoede voor de Hollanders, over Borongan aan
+de kust van Samar met karren naar Manila voeren. Van onze drie
+schepen kwamen slechts De Expeditie van Ambon en De Swaen behouden
+te Firando. De Expeditie echter ging, reeds in behouden haven, toch
+nog voor onze vloot verloren, daar het door harden wind in de haven
+omsloeg. Van de St. Michiel, waarop Spilberghen was, werd nimmermeer
+iets vernomen. "Waarschijnlijk", schrijft Coen, "is het met man en
+muis in de storm gesoncken" [87].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+
+In het vorig hoofdstuk heb ik er reeds op gewezen, dat Coen in 1618
+van meening veranderd was, omtrent het zenden van een vloot naar
+de Philippijnen. Wel vond hij het goed, dat er schepen gezonden
+waren, maar, naar den stand en tijd, ware 't beter geweest, schreef
+hij aan 't Lam [88], "dat men zooveel van de beste schepen niet
+gezonden hadde". Hij vreesde, dat de Molukken Ambon en Banda door
+het uitzenden van vijf der beste schepen te zeer ontbloot zouden
+worden, waardoor aan de Engelschen gelegenheid werd gegeven aldaar
+hun slag te slaan [89]. En Coen's vrees was gerechtvaardigd. Het was
+den Engelschen ernst, toen zij dreigden de "Dutchman" niet alleen
+uit Ambon, Banda en de Molukken, maar uit den geheelen Indischen
+Archipel te verdrijven. Half December, na aankomst van hun admiraal
+Thomas Dale, sloten zij heimelijk een aanvallend verbond tegen
+de Nederlanders met den koning van Bantam. Samen zouden zij het
+Nederlandsche fort te Jacatra veroveren. Hoe Coen genoodzaakt werd,
+het fort aan zijn lot over te laten, en den wijk te nemen naar Ambon;
+hoe hij, een grootere scheepsmacht verzameld hebbende, het volgende
+jaar is teruggekeerd en Jacatra verwoestte, is algemeen bekend. De
+Engelschen trof Coen er niet meer aan. Zij waren reeds eerder,
+bevreesd voor de dubbelzinnige houding van Bantam's koning, naar
+de hoofdstad van dien vorst terug gezeild. Toen zij hier hoorden,
+dat Coen met een vloot van zestien schepen teruggekeerd was, waren
+zij door straat Soenda gevaren en hadden van daar koers gezet naar
+het westen. Hierna werd Bantam door Coen geblokkeerd, drie schepen
+naar Patani en zes naar Sumatra's westkust gezonden om de factorijen
+van kapitaal en koopmansgoederen te voorzien, waarbij tevens den
+gezagvoerders werd opgedragen, waar zij konden, de geleden schade op
+de Engelschen te verhalen. Dit gelukte volkomen. Het eerste eskader
+nam twee Engelsche schepen, het andere vier. Aldus was Coen op het
+punt een zijner vurigste wenschen, de Engelschen uit den Archipel
+te verdrijven, vervuld te zien, toen hem plotseling in Maart 1620,
+als een donderslag uit een helderen hemel, het bericht trof, dat
+de Engelsche- en Nederlandsche Oost-Ind. Compagnie in Europa den
+17en Juli 1619 een verbond met elkaar hadden gesloten. In de eerste
+artikelen waren voornamelijk bepalingen opgenomen, waarbij de handel
+voor beide partijen werd geregeld, terwijl de laatste artikelen op
+het oogenblik voor ons doel van meer belang zijn. Er werd nl. een
+raad van defensie in Indië opgericht, bestaande uit acht leden, vier
+Hollandsche en vier Engelsche, waarvan beurtelings een Nederlander
+en een Engelschman voorzitter zou zijn. Ter beschikking van dezen
+raad van defensie werd een vloot gesteld van 20 schepen, de vloot
+van defensie. Dat dit geheele verbond Coen verre van aangenaam was,
+schreef hij weliswaar in ronde woorden aan de bewindhebbers, maar hij
+moest aan de bevelen gehoorzamen [90]. Het kwam er nu slechts op aan,
+zooveel mogelijk partij te trekken van het verbond en--dit was volkomen
+aan Coen toevertrouwd. Reeds den 28en April werd op het schip de Theems
+Royal voor Bantam eene vergadering van den raad van defensie gehouden,
+waarin op voorstel van Coen besloten werd, gezamenlijk een tocht te
+ondernemen naar de Philippijnen om den Chineeschen handel op Manila
+te beletten. Tien schepen werden hiertoe bestemd, vijf Engelsche
+en vijf Hollandsche, terwijl de Engelschen volgens accoord de vlag
+op de groote steng zouden voeren, de Hollanders op de voorsteng
+[91]. Reeds den 31en Mei werden twee Hollandsche De Haerlem en De
+Hoope en twee Engelsche de Elisabeth en de Bull vooruitgezonden om
+tot 5 Aug. tusschen China en Japan te kruisen; daarna, aldus luidde
+de instructie, moesten ze langs de kust van Japan alle Spaansche of
+Portugeesche schepen buit maken, maar van de Chineesche jonken slechts,
+die op Manila voeren. Het Engelsche schip de Hope zou over Patani
+gaan en zich daarna met bovengemelde vier schepen vereenigen. In het
+begin van Juni werden deze vijf schepen gevolgd door vier andere, te
+weten de Engelsche: de Maen en de Paltsgraeff en de Hollandsche: Nieuw
+Bantam en De Trouw. Firando werd als vereenigingsplaats aangewezen,
+waar het tiende Hollandsche schip, De St. Michiel, zich bij de andere
+zou voegen. Admiraal van de vloot was de Engelsche schipper Robert
+Adams, vice-admiraal Willem Jansz. [92], Raad van Indië. In plaats
+van De St. Michiel, die, zooals wij gezien hebben, vergaan was,
+werd aan De Swaen, te Firando van Kaap Spiritu Sancto teruggekeerd,
+door Willem Jansz bevel gegeven mee te zeilen [93]. Den 1en Jan. 1621
+moesten zij volgens de instructie Firando verlaten. Na eenigen tijd
+vergeefs op het Engelsche schip de Hope, dat reeds lang uit Patani
+aangekomen moest zijn, gewacht te hebben, ging men op 13 Jan. 1620
+met negen schepen en twee jonken, die als branders moesten dienst
+doen, onder zeil. De instructie luidde, naar de baai van Manila te
+loopen om de Spanjaarden afbreuk te doen en den Chineeschen handel,
+"van daer t' onswaert te trecken", daar tot omstreeks 30 Juni 1621
+blijven en over Japan terugkeeren, tenzij Chineesche jonken met
+den zuidermoesson verwacht werden. Dan moest men hen afwachten
+en over Patani terugkeeren, daar men Japan in dat geval niet meer
+zou kunnen bezeilen. Men moest, (indachtig aan de fout, die Lam in
+1617 had begaan) de vloot goed bijeen houden, geen Japansche jonken
+schade berokkenen noch Chineesche, die op vrije plaatsen voeren. De
+Chineezen der veroverde jonken moest men zooveel mogelijk naar
+Batavia brengen. Zoodra de vloot voor de baai van Manila verscheen,
+moesten, ter voorkoming van geschillen, eenige Nederlanders op
+de Engelsche en omgekeerd eenige Engelschen op de Nederlandsche
+schepen worden geplaatst "om te registreeren al sulcke goederen als
+bij d'een oft d'ander verovert en overgenomen zoude mogen worden"
+[94]. In een particuliere instructie aan W. Jansz drukt Coen dezen
+bevelhebber op eigenaardige wijze groote waakzaamheid tegenover de
+Engelschen op het hart. "Het gemeene spreekwoort, weest trouwe ende
+vertrouwt niemant, sult alsoo niet verstaen alsof d'Engelschen niet
+zouden mogen vertrouwen, maar brengt mede, dat men altoos trouw
+moet wezen en de niemant dan [95] met een goet ommesien en goede
+circonspectie vertrouwen sall." De uitslag van deze expeditie was niet
+schitterend. De Spaansche schepen: drie galjoenen en zes galeien en
+drie andere vaartuigen [96], hadden zich, op bevel van Fajardo, zoo
+goed gedekt, [97] dat de gecombineerde vloot er zelfs geen branders op
+kon afzenden, zonder dat deze gevaar liepen in de handen der vijanden
+te vallen daar "twee galeien met veel roeituig in inkomen van het gat,
+recht voor de schepen op de wacht lagen" [98]. De Spanjaarden bleken
+dus gewaarschuwd, evenals de Chineezen, daar deze zeven van de rijkste
+jonken in Chinchu hadden opgehouden. Slechts vijf van zulke scheepjes
+vielen ons in handen, en daar het weer zeer onstuimig werd, besloot
+men 19en Juni niet op de Chineesche jonken, die mogelijk met den
+zuidermoesson zouden aankomen, te wachten, maar naar Firando terug te
+keeren. Twee dagen daarna--wat zullen de op buit belusten zich geërgerd
+hebben--liepen drie zeer rijk geladen fregatten van Macao de haven van
+Manila binnen, den 28en Juli gevolgd door de zilverschepen van Acapulco
+met 300 man en de door de Chineezen opgehouden jonken. Wanneer de
+vloot dus langer was gebleven, hoeveel rijker zou dan de buit geweest
+zijn! Nu bekwamen de Engelschen en Hollanders slechts elk f 63807.10.4,
+"maar 't beste deel, naar wij verstaan, is naar men zegt," schrijft
+Coen, "door de officieren en het gemeen volk genomen, daaraan voor
+omtrent f 120.000 te Firando verkocht en geconsumeerd. Hiervan geven
+de onzen de Engelschen schuld, want daar zij naar hun believen roofden
+en plunderden, kon men het de onzen ook niet verbieden". Reeds vroeger
+had Coen aan de bewindhebbers geschreven, dat "zij geen hulp, maar niet
+dan hinder van de Engelschen te verwachten hadden". En dit is zeker
+niet te verwonderen daar de Engelschen regel, orde noch recht kenden,
+niet door de hoofden in bedwang gehouden konden worden en op brutale
+wijze te kennen gaven dat zij voor geen ander wilden stelen, dat zij
+op koopvaardij, niet ten oorlog gehuurd waren en liever tegen ons dan
+tegen de Spanjaarden wilden vechten [99]. Had Coen dus al geen reden
+om zeer ingenomen te zijn met de houding onzer bondgenooten, ook den
+Nederlandschen commandeur W. Jansz betuigde hij zijn ontevredenheid,
+dat hij zooveel Chineezen had vrijgelaten in weerwil van zijn bevel
+om ze alle naar Batavia of de Molukken te zenden. In Maart schreef hij
+het nog op verschoonende wijze aan een misverstand toe [100], maar een
+maand later in een instructie aan Reijersz die, volgens Coens meening,
+ook W. Jansz zou lezen, werd het zelfs een nalatigheid genoemd. "Seer
+ernstelycken," aldus de instructie, "hebben voor dezen d' Heer
+Commandeur Willem Jansen gerecommandeert, gelijck mede aen d'andere
+Commandeurs die voor hem geweest zijn, soo veel Chinezen te houden naer
+de Moluccos, Amboyna, Banda ende herwaerts te zenden als eenichsints
+doenlycken wesen soude, maer alsoo naert schijnt verstonden, hoeveel
+de Compa hieraen gelegen was, is daer op niet gevolcht ende de saecken
+geensints beherticht, maer de nalaticheyt met frivole vonden ende
+praetjens geexcuseert. Hierover sal UEd. veradverteert wesen, dat de
+Compa aen een goet getal Chinezen soovele gelegen is, dat daeromme soo
+eene vloote als deze wel expresselijcke naer Manilha ende na de custe
+van China zoude mogen gesonden worden, want als de lande van Batavia,
+Amboyna ende Banda behoorlyck met volck beseth ende gepeupleert worden,
+zal de Compa daerdoor mettertijt soo groote benefitie genieten, dat
+alle de forten daer mede ofte daer door volmaeckt ende onderhouden
+sullen connen worden. Hadde de Commandeur W. Jansen een goet getal
+Chinezen naer Amboyna ende Banda gesonden, gelyck zeer wel doen cond,
+meer dienst soude de Compa daeraen geschiet wesen, dan alle sijne
+veroverde goederen waerdich zijn" [101]. Men ziet hieruit waarom, en
+hoeveel, waarde gehecht werd aan Chineesche gevangenen. De woorden,
+waarin de nalatigheid van W. Jansz wordt besproken, waren natuurlijk
+daarom zoo scherp, om Reyersz op het hart te drukken, vooral niet in
+dezelfde fout te vervallen. Ware het anders, had Coen werkelijk in
+Jansz zoo'n verkeerd werktuig gezien, dan was hij zeker in dezelfde
+instructie niet aangewezen om, zoodra hij zich met zijn vloot bij
+Reyersz zou voegen, het opperkommando over te nemen. De moesson heeft
+dit echter, zooals wij later zullen zien, verhinderd.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+
+Ofschoon de Engelschen en Hollanders zich meer vijanden dan
+bondgenooten voelden, zouden zij toch spoedig nog eens gezamenlijk
+een tocht ondernemen op bevel van den raad van defensie. Voor
+de chronologische volgorde komt het mij echter geschikter voor,
+eerst eenige andere ondernemingen der Hollanders te behandelen,
+die zij van de Molukken uit tegen de Philippijnen op touw hebben
+gezet. Herhaaldelijk hadden de Hollanders reeds getracht in
+vriendschappelijke verhouding te komen met de bewoners van Mindanao
+en den Soeloe-archipel, maar veel voordeel hadden deze pogingen niet
+opgeleverd. Dit lag natuurlijk grootendeels aan de weinige kracht
+en volharding, die wij toonden om de aangeknoopte betrekkingen in
+eene duurzame vriendschap te doen overgaan. Weinig kracht? Weinig
+volharding? Ja zeker! maar het zij verre dit den Hollanders te
+verwijten. Niet overal konden zij evenveel energie ontwikkelen. Vroeger
+had de vijandschap met de Engelschen veel van onze krachten gevergd
+en na het accoord met hen moesten wij zorgen den handel te behouden in
+de plaatsen, waar wij die bezaten, zooals de Molukken, Banda en Ambon
+[102]. Ook met de inboorlingen in de Molukken stonden wij op zeer
+gespannen voet. Te verwonderen was dit niet; wij wenschten monopolie,
+weerden alle kooplui en voorzagen bijvoorbeeld de Ternatanen niet
+van de noodzakelijke levensmiddelen. Zij moesten nagelen plukken--en
+wij gingen met de voordeelen strijken. En de forten opgericht om
+hen tegen de Tidoreezen en Spanjaarden te beschermen, moesten ter
+bezuiniging worden afgebroken. Lam keurde de harde behandeling,
+die de Ternatanen ondervonden, af, en dus werd hij als gouverneur
+in 1621 vervangen door Frederik de Houtman. Coen wilde gehoorzaamd
+worden. Veel had hij ondernomen en veel ten uitvoer gebracht. Zijne
+middelen waren dikwijls ruw, hard en wreed, niet evenredig aan het
+doel, zouden wij negentiende-eeuwers geneigd zijn te zeggen, maar
+wij houden de woorden terug: de objectieve historicus bedenkt zich,
+dat Coen geen grootscher doel kende, dan het bevorderen, uitbreiden
+van de macht der O.-I. Compagnie; hij herinnert zich dat het volk
+in den tachtigjarigen oorlog en in den krijg in den Archipel gewoon
+was geraakt aan bloedige tooneelen. En wat zeker niet het minst moet
+bijdragen tot zachter oordeel over Coen, is, dat men de inlanders niet
+als menschen beschouwde, maar als andere lager staande wezens. Hoe
+het ook zij, Lam werd teruggeroepen en Houtman vertrok met de
+voor de Ternatanen harde instructie, dat eenige forten geslecht
+moesten worden. Hoe nu aan deze instructie ook door Houtman niet
+is voldaan, zal eerst later door mij meegedeeld worden. Voorloopig
+wilde ik het slechts even aanstippen om te wijzen op de moeilijke
+omstandigheden, waarin wij verkeerden, een der redenen waarom wij zoo
+weinig gehoor gaven aan de vriendschapsaanbiedingen der inboorlingen
+van de Philippijnen, waarvan vele, als de bewoners van Mindanao, in
+voortdurenden strijd leefden met de Spanjaarden. Maar ook onze geringe
+bekendheid met het land had hieraan schuld. Wij wisten niet of zulk
+een tocht behalve den afbreuk onzen vijand aangedaan, ons wel genoeg
+voordeel zou opleveren. Toch besloot Coen, al waren de inlichtingen,
+die hij had verkregen ook oppervlakkig, een poging aan te wenden om
+iets meer over Mindanao te vernemen. In de instructie aan Fred. de
+Houtman, werd dezen, toen hij 11 Juni 1621 als gouverneur naar de
+Molukken vertrok, het volgende hieromtrent opgedragen: "Alsoo verstaen
+dat de Comp. op Mindanao seer goeden dienst gedaen can worden, sal
+UE. derwaerts een schip oft jacht met een goet cargasoen en bequaem
+coopman senden, soo haast de gelegentheit becompt, en dat principalyck
+om gout, was, slaven tegen cleden te verhandelen" [103]. Reeds zeer
+spoedig vond De Houtman gelegenheid derwaarts geschenken te zenden en
+tevens de komst van een schip te doen aankondigen. Den 12en Juli 1621
+schrijft hij hieromtrent aan Coen: "Vernemende, dat eenige Duitsen
+op 't eylant Solo bij Tagama [Basilan] bij Mindanao gecomen waren,
+vermoeden derhalve 't jacht Ternate daeromtrent zou zijn verongeluckt,
+hebben een Chinees schipper, die jaerlycks derwaerts vaert en ons
+volck de tijding gebracht had, een brief aan den coninck medegegeven
+met een geschenk en een tulbant. Alsoo mede de Koningen van Mindanao
+en Boaya nu omtrent 3 jaren tegen elkaer in oorlog zijn geweest,
+hebben aan ieder derselve een brief in 't Maleisch met een present
+gesonden en [verzocht] vrienden als te voren te worden, als oock
+[kennis gegeven] dat wij voornemens waren een schip derwaerts te
+senden" [104]. Bij beloften bleef het niet. Reeds den 22en Sept. 1621
+zond hij het vaartuig De Hont met Christaen Francxz als opperkoopman
+naar Mindanao. In de eerste plaats moest deze, op dit eiland gekomen,
+zeggen, dat hij door De Houtman gezonden was, om zoo mogelijk den
+koning met dien van Boaya vrede te doen sluiten. Hiertoe moest hij alle
+"devoir aanwenden, belofte doende teeniger tijt een armade daer sullen
+senden om den Spanjaert onsen gemeenen vijandt alle afbreck te doen";
+verder onderzoeken welk profijt voor den handel men zou kunnen bekomen
+en welke soort van kleedingstukken er den meesten aftrek zouden
+vinden. De Houtman had gehoord, dat er veel stofgoud op Mindanao
+gevonden werd; hier moest hij wat van koopen en tevens nagaan of het
+diep uit het binnenland kwam. Omtrent Tanda [105] "aan de Noordzijde"
+van het eiland Mindanao moest hij vernemen of daar werkelijk zooveel
+goud gevonden werd als men zeide. Voorts had hij onderzoek te doen welk
+soort van fort de Spanjaarden daar bezaten, hoeveel manschappen er in
+lagen en of men het met eenige macht niet zou kunnen veroveren. Van de
+ligging der bergen, waarin zich de mijnen bevonden, werd hem opgedragen
+zich op de hoogte te stellen, of wij daar gemakkelijk konden komen,
+welke wapenen de bewoners gebruikten, of zij nog heidenen waren,
+enz. Ook omtrent de hoeveelheden was en kokosolie had hij berichten
+in te winnen, terwijl hem aanbevolen werd een paar sterke slaven,
+inboorlingen der Philippijnen (Bisayas), te koopen. Het eiland
+Basilan zou hij ook aandoen, alsmede Soeloe (het eiland ten zuiden
+van Basilan liggende). Zooals De Houtman den 12en Juli aan Coen
+had geschreven, vermoedde hij, naar aanleiding van het bericht als
+zouden zich op Soeloe eenige "Duitsen" bevinden, dat aldaar het jacht
+Ternate gestrand was, hetwelk in 1620 van Jacatra over Soekadana,
+benoorden Borneo om naar de Molukken zou gaan. Indien dit vermoeden
+juist bleek, werd Francxz gelast pogingen aan te wenden om het volk,
+geschut en geborgen goederen terug te bekomen. Verder moest hij zijn
+verblijf aldaar ten nutte maken om te vernemen of de schoone paarlen,
+die aldaar gevonden werden, op het eiland zelf aan de Spanjaarden
+werden verkocht, of waarheen de inwoners ze anders vervoerden. Voor
+het een en ander werd Francxz een cargasoentje meegegeven van 3924.16
+realen. Kon hij eenig voordeel op de Spanjaarden behalen omtrent La
+Caldera dan moest hij dit natuurlijk niet nalaten. Veel tijd zou hij
+daar echter niet voor hebben, daar in zijn instructie uitdrukkelijk
+werd vermeld, dat hij zoo spoedig mogelijk, in ieder geval tegen
+ultimo December, moest terug zijn om "neffens d'ander schepen op den
+vyant uyt kruuzen te mogen gaan" [106]. De instructie is duidelijk
+genoeg. Men stak de voelhoorns uit om te ontdekken of er met voordeel
+eenige handel gedreven kon worden. Waren zij nog heidenen, dan zou
+deze handel gemakkelijker te verkrijgen zijn dan van de ons vijandig
+gezinde Mohammedanen of Katholieken. Van het resultaat van dezen tocht
+is mij zeer weinig bekend. Den 20en Dec. 1621, kwam Francxz te Ternate
+terug, maar het door hem gehouden journaal, waarin een nauwkeurige
+beschrijving en kaarten der bezochte plaatsen voorkwamen, en dat Coen
+werd toegezonden, schijnt verloren te zijn gegaan [107]. Uit een brief
+van De Houtman aan bewindhebbers weten wij, dat het jacht Ternate
+niet op Soeloe gestrand was, maar volgens gerucht op zeker eiland
+Mingidara d. i. het landschap Mangidori op de noordkust van Borneo
+[108]. Zooals wij uit de instructie gezien hebben, moest Francxz
+in ieder geval vóór ultimo December weer terug zijn om met andere
+schepen op den vijand te kunnen gaan kruisen. Hiertoe werden De Maen
+en hetzelfde schip De Hond bestemd, die den 8en Febr. 1622 opnieuw
+onder bevel van Francxz uitzeilden. Houtman had hem opgedragen,
+dat hij zich eerst naar La Caldera zou begeven om den Spaanschen
+schepen, die mogelijk van Manila naar de Molukken zouden gaan, den
+doortocht te beletten. Ook moest hij trachten de vorsten van Mindanao
+en Boaya te verzoenen; mocht een hunner reeds de hulp der Spanjaarden
+hebben ingeroepen en de andere onzen bijstand verzoeken, dan moest
+hij dit verzoek voorloopig van de hand wijzen onder voorwendsel van
+een noodzakelijken tocht naar Japan. Daarna, aldus luidde de last,
+zou hij zich van Mindanao naar kaap Spiritu Sancto begeven om tot
+1 Juli op 's vijands zilverschepen te kruisen, die in Mei of Juni
+aldaar verwacht werden [109]. Den eersten Juli moest hij den steven
+westwaarts wenden en door straat Bernardino naar het eiland Capoel
+zeilen om zich aldaar te ververschen en vervolgens te trachten het in
+Juli of Aug. van Manila naar Nova-Spanje vertrekkende Spaansche schip
+buit te maken. China of Japan was het einddoel van zijn tocht. Het
+resultaat is in korte woorden te melden. Zonder iets verricht te
+hebben, bereikte Francxz Spiritu Sancto en kwam hier "in het holle
+water", waar de schepen zoo lek werden, dat zij zich verplicht zagen
+naar Firando te gaan. Daar werden zij aan den wal gelegd en gesloopt
+[110]. Tot nu toe hadden dus de bewoners van de zuidelijke Philippijnen
+nog niet veel bijstand van de Hollanders verkregen. Toch verloren de
+vorsten van Mindanao en Soeloe het geduld niet. Herhaaldelijk riepen
+zij onze hulp in tegen de Spanjaarden. Maar hoe gaarne ook, wij waren
+er niet toe in staat, "wij mogten er niet eens aan denken". Den 28en
+Febr. 1624 schreven de gouverneur-generaal en raden aan Jacques Le
+Febvre, gouverneur der Molukken: "De koningen van Mindanao, Solock
+en Serengany, zoo nog om assistentie aanhouden, zal UEd. mogen
+aandienen, hoe dat wij alreede eene groote magt naar de Manillas
+tot afbreuk van den Spanjaard gezonden hebben, dat het ons derhalve
+niet wel mogelijk is geweest voor dezen tijd hen over de Molukkos
+(volgens hun verzoek) t'assisteren; hen met een verzekerende, als des
+vijands magt in Manilla verbroken wordt, dat hunne landen het soulaas
+daarvan gevoelen zullen; recommandeert hun, bijaldien eenige van onze
+schepen daar kwamen te paseeren, denzelven allen vriendelijk onthaal
+en ontzet van verversching te willen doen.... Dit is al de troost, die
+wij hun voor dezen tijd geven kunnen" [111]. En deze was wel gering:
+de koningen van Mindanao en Soeloe hadden reeds ingezien, dat zij hun
+politiek moesten veranderen. Zij maakten vrede met de Spanjaarden
+en meldden dit aan Jacques Le Febvre, zich verontschuldigende,
+dat zij het slechts pro forma hadden gedaan om den Spanjaard
+"te abuseeren". Ondanks deze geruststelling schrijft Le Febvre in
+waarschuwenden zin aan Pieter de Carpentier: "'t Staet te beduchten
+van onze assistentie tegens den Spangiaert beginnen te twijfelen. 't
+Waere niet goed, [dat zij zich] metten Spangiaert vereenichden......,
+daar in willichden forten te maecken, gelijck men hier rucht". Ook
+gouv.-generaal en raden betuigen hun spijt aan bewindhebbers over het
+sluiten van het verdrag en wijzen dan vrij uitvoerig op het nut, dat
+het eiland zou kunnen aanbrengen. "De koningen van Mindanao en Solock
+zijn zoolang van ons met belofte van adsistentie gevoed geweest,
+dat zij eindelijk, ziende daar niets op volgde, met de Spanjaarden
+bevredigd zijn..... 't Is wel te gelooven, dat zij het niet regt
+met den Spanjaard meenen, maar ondertusschen brengt de tijd zulke
+verandering mede, dat zij zich zoo ligt niet van hem zouden kunnen
+ontlasten als zij wel voornemen. De koning van Serengany heeft
+mede zijn Goegoege aan den koning van Ternate en aan ons gezonden,
+om assistentie tegen den Spanjaard te verzoeken, die alreeds een
+fort op Bessaye gelegd had; op dit eiland [deze kust] van Bessaye
+heeft de vijand negen vlekken onder contributie, waarvan de drie hem
+370 tayl goud 's jaars opbrengen, behalve nog tribuut van rijst en
+andere victualiën tot onderhoud van zijn garnizoen; d'andere plaatsen
+geven mede naar hun vermogen, in voege dat de vijand dit fort buiten
+zijne lasten met profijt is houdende. De inwoners van Serengany,
+Bessaye en d'omliggende landen zijn meest heidenen, die ligtelijk
+tot het Christengeloof kunnen gebragt worden, tot welken einde de
+Spanjaarden daar eene kerk gebouwd hebben, trachtende vast de heidenen
+tot hun geloof te trekken. 't Is een volkrijk land, geeft veel goud,
+was, honing en schoone rijst in abondantie; item varkens, hoenderen,
+bokken, visch en allerhande lijftochten. De Ternataan heeft zijn oog
+mede op deze plaats geworpen. Zoo het mogelijk is, zal hij dezelve
+trachten onder zijne subjectie te brengen en Moorsch te maken. Wij
+verstaan, dat op Mindanao en de landen daaromtrent volk in menigte
+zoude te bekomen wezen, die nog heidenen zijn, ongelijk beter slag
+en laborieuser als de slaven, die van de kust gehaald worden, zeer
+bekwaam om UEds. landen te peupleren. Zoo wij de middelen hadden
+die kwartieren met eene redelijke magt en ervaren personen eens te
+bezoeken om volk vandaar te halen, wij meenen de Compagnie dienst
+daaraan geschieden zoude" [112]. Deze berichten worden aangevuld
+door den brief van Le Febvre aan den gouverneur-generaal, waaruit
+deze met zijne raden hunne gegevens putten. Het fort der Spanjaarden
+te Bessaye, Lappetau geheeten, waartegen de vorst van Sarangani
+onze hulp en die der Ternaten inriep, hoopte hij met twee à drie
+schepen en de hulp van eenige Ternatanen te vermeesteren. Het lag
+ongeveer een etmaal zeilens van Tandó, bezuiden Pto Cauit [113]
+aan de oostkust van Mindanao en was bezet met 30 soldaten. Onder de
+bescherming van het fort was een kerkje gebouwd, dat bediend werd
+door een daar wonend priester, die met grooten ijver de heidenen tot
+het katholicisme trachtte te bekeeren. Le Febvre raadde nu aan om de
+Spanjaarden vandaar te verdrijven en dit te eer, omdat den Bessajers
+de heerschappij der Spanjaarden, van wie zij veel overlast leden,
+verdroot en zij, nog heidenen zijnde, gemakkelijk tot het Christendom
+konden bekeerd worden. De onderneming moest echter geschieden zonder
+hulp van de Ternatanen, omdat deze ze "Moorsch" zouden maken. Wanneer
+we er toe overgingen, dan, raadde de gougou van Sarangani, moesten
+we het Spaansche fort slechten en een ander bouwen in het midden van
+Bessaye te Liangan [114]. In het volgend jaar berichtte Le Febvre
+weder het een en ander aan de bewindhebbers omtrent Mindanao. Er was
+namelijk een gezant vandaar bij hem gekomen, met zich brengende een
+brief van den koning. Hierin werd gemeld, dat de koning van Solock
+met dien van Mindanao in oorlog was geraakt, dat eerstgenoemde door
+de Spanjaarden werd gesteund, tengevolge waarvan de Mindanaers nu
+hoopten op Nederlandsche hulp. Volgens den gezagvoerder van de jonk,
+die den gezant had overgebracht, was Mindanao zeer vruchtbaar. Hij
+maakte zich sterk elken moesson wel 200 lasten rijst, à 50 realen
+het last, te kunnen leveren, behoudens veel arak; ook klapperolie,
+varkens en andere provisie was er vrij goedkoop te bekomen en niet
+te vergeten ook slaven, "alles in mangelinge van cleeden". Ook deze
+gezant moest met een kluitje in het riet gestuurd worden: het kwam
+nu niet gelegen, maar den volgenden moesson zouden wij er op letten
+[115]. Ook dien volgenden moesson echter ontbraken de middelen nog,
+waarvan het gevolg was, dat bij resolutie van 30 Oct. 1625 de tocht
+voorloopig werd uitgesteld.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+
+De eerste tocht, dien de Hollanders en Engelschen gezamenlijk naar de
+Philippijnen hadden ondernomen, was, zooals wij medegedeeld hebben,
+niet met een zeer gunstigen uitslag bekroond. Toch zouden de beide
+naties zich nog eens voor een dergelijke onderneming vereenigen. Voor
+dat Coen iets van den afloop wist, of kon weten, gaf hij hieromtrent
+reeds een bevel aan Willem Jansz. Terwijl deze zich den 3en Jan. 1621
+pas op zijn eersten tocht bevond, schreef Coen hem tusschen 14 en 23
+Febr. [116] uit Ambon, "dat hij toecomende jaer met de Engelschen soo
+haer daertoe bewegen can, wederom een tocht na de Manilha's doe(n)
+ende bij aldien de Engelschen de tocht weygeren en herwaerts keeren,
+dat ZE. dan alleene macht genoeg hebbende, den tocht doe(n) en soo onse
+macht alleene niet suffisant is, dat dan met onse vlote na Chincheu
+loope omme aldaer den Chineeschen handel op Manilha te beletten
+ende die te procureren, tzij in Batavia of elders, en geordonneert,
+dat op de custe van China alle Chineesche jonken aentassen sullen,
+uitgesondert alleene die, welcke met onzen pas na Batavia souden
+mogen voeren. . . . . . Met alsulcken recht, als zij ons uit China
+houden, sullen haer daerin doen blijven, tot dat anders resolveren"
+[117]. Blijkbaar was de invloed van Coen in den raad van defensie
+zeer groot, want, ofschoon het eerst zeer twijfelachtig was of de
+Engelschen er voor te vinden zouden zijn, wist hij den 30en Juni dezen
+raad een besluit te doen nemen, waarover hij Willem Jansz reeds in
+Februari zijn bevelen had gegeven. Volgens deze resolutie [118] moest
+de vloot van defensie, wanneer zij van haar eersten tocht naar Manila
+in Japan was teruggekeerd, zich aldaar van al het noodige voorzien
+en dan wederom naar Manila vertrekken. Op dezen tweeden tocht zou
+het admiraalschap bekleed worden door Willem Jansz, terwijl Robert
+Adams vice-admiraal zou zijn. Het Engelsche schip de Peppercorn
+en het Nederlandsche De Muiden werden uit Batavia als versterking
+naar Japan gezonden. Uit Ambon zond Houtman De Maan en De Hond, die
+zich echter, zooals wij gezien hebben, niet hebben kunnen vereenigen
+met de vloot, maar te Firando binnen liepen en gesloopt werden. Den
+28en Oct. 1621 vertrokken de beide jachten Muiden en Peppercorn van
+Firando naar de kust van Chinchu om aldaar op de jonken te kruisen,
+die met het begin van den moesson naar Manila zouden varen. Hier
+werden zij door het ruwe weer verhinderd eenig voordeel te behalen,
+tengevolge waarvan de scheepsraad besloot om naar de Philippijnen
+over te steken en zich eerder, dan hun opgedragen was, bij de vloot
+onder Jansz te voegen. Den 3en Dec. vertrok Jansz zelf met de overige
+schepen, bestaande uit vier Hollandsche: De Bantam, De Trouw, Haerlem
+en De Hope, en vier Engelsche: de Engelsche Maen, de Paltsgraef,
+de Elisabeth en de Bull. Deze vloot voer rechtstreeks naar Manila
+en zoodra zij op de kust van Luçon verscheen, werd er bij Pangasinan
+een zeer rijke Chineesche jonk genomen, die het vorig jaar uit vrees
+voor genoemde vloot in China was achtergebleven. Na nog twee jonken
+vermeesterd te hebben, sloot men de baai van Manila in, waar de
+Spaansche vloot, bestaande uit zeven groote schepen, zich wederom te
+Cavite in veiligheid had gebracht. Toen eenige jonken, alvorens naar
+Manila te loopen, de kust van Luçon ten noorden van Manila aandeden,
+werden ze hier door de Spanjaarden gewaarschuwd, waarna zij bezuiden de
+baai landden, hun goederen losten en vandaar met "chimpans" naar Manila
+voerden. De onzen, dit vernemende, stuurden eenige schepen om de zuid,
+die respectievelijk op twee plaatsen vier groote met brandhout geladen
+jonken vonden en drie, die eenzelfde lading reeds hadden gelost. Deze
+met nog vele kleinere werden verbrand. In het laatst van Mei 1622
+werden De Trouw, De Hope, de Paltzgraef en de Bull, onder bevel van
+Le Febvre naar Macao gezonden, waar zij een Portugeesch schip, met
+zijde geladen en voor de Philippijnen bestemd, veroverden. Drie dezer
+schepen vertrokken daarna naar Firando, het vierde, De Hope, bleef in
+Macao achter. De overige zes schepen gingen begin Juni van de baai van
+Manila onder zeil en wierpen in Juli, na nog twee jonken genomen te
+hebben, wederom voor Firando het anker uit. Dezen keer had de tocht
+meer voordeel opgeleverd. De Nederlandsche en de Engelsche compagnie
+verkregen elk als aandeel in den buit f 262912.12.5 [119]. Coen schreef
+dan ook, "dat er rijckelijck soo veel verovert [was] als d' oncosten
+sal connen goet maken" [120]. Dat deze kaapvaart, ook zelfs wanneer de
+onkosten werden goedgemaakt, een groote schaduwzijde bezat, had Coen
+reeds vernomen uit een brief van Specx [121], waarin deze vermeldt,
+dat verschillende voorrechten, die de Hollanders tot dezen tijd toe
+in Japan bezeten hadden, waren ingekort. Coen schreef hierover aan
+bewindhebbers, dat door het vervolgen der Chineesche jonken veel
+Japanners groote schade leden, waardoor onze reputatie in Japan zeer
+verminderde en wij en de Engelschen slechts betiteld werden met den
+eerenaam van zeeroovers [122]. Jammer, dat tegenover deze vermindering
+van reputatie en dus achteruitgang van den handel geen rijkere buit
+werd behaald, om, gewogen op de schaal van vóór- en nadeel, deze te
+onzen gunste te doen overslaan; maar de vaartuigen, die wij gaarne
+hadden veroverd, waren ons ook nu weder ontsnapt. Twee groote en
+twee kleine schepen, ruim voorzien van volk, geschut en zilver,
+waren benoorden Luçon omgeloopen en hadden behouden de haven van
+Pangasinan bereikt. Ook waren vier schepen in de baai van Segoura,
+aan de oostkust van Luçon "recht achter de stadt Manilla gelegen"
+gekomen en was het zilver over land naar de hoofdplaats gebracht [123].
+
+De orde werd op genoemden tweeden tocht beter gehandhaafd. Coen
+schrijft hierover [124]: "Desen tocht is redelyck en vredich gegaen,
+'t schijnt, dat 't ééne mes 't andere in de schede gehouden heeft;
+d' eerste reys dreeft d' een d' ander met gewelt uytde joncken. In
+Firando wapende hun d' een tegen d' ander, vochten niet weinich
+ende eenige bleven doodt, waarop den Raedt elck over de syne recht
+deedt, maer deze reys is 't Godt loff beter gegaen"2. Toch zouden deze
+gezamenlijke ondernemingen niet meer hervat worden. De Engelschen waren
+niet in staat ze verder voort te zetten, tengevolge waarvan Adams
+dan ook bevel had ontvangen met zijne schepen terug te keeren. Ook
+de Nederlanders wenschten dergelijke tochten niet meer. Coen had aan
+Willem Jansz opgedragen zich op behendige wijze van de Engelschen
+te ontslaan door te zeggen, dat hij niets meer in Japan te doen had,
+maar op avontuur naar Patani, Chiampa of China wilde varen. Hij moest
+zich dan vereenigen met de vloot, die in April 1622 van Batavia naar
+China was gezonden [125]. Overeenkomstig dezen last vertrok Jansz
+18 Sept. 1622 uit Japan naar Pehou; den 25en stak echter een hevige
+storm op, waardoor hij genoodzaakt werd terug te keeren. Maar niet
+alle schepen liepen behouden te Firando binnen. De St. Crux [126]
+leed schipbreuk. Den 27en Oct. poogde Le Febvre met drie en 5 Nov. de
+admiraal W. Jansz nogmaals, eveneens met drie schepen, den door Coen
+gegeven last op te volgen, maar vergeefs. De vaartuigen geraakten van
+elkander en door het onstuimige weder bezuiden de Pescadores, waarna
+zij genoodzaakt waren door te zeilen naar Batavia. Achtereenvolgens
+kwamen ze hier behouden aan.
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+
+Terwijl W. Jansz. met zijn vloot in 1622 voor Manila lag, was de
+toestand, waarin zich de Spanjaarden bevonden, oogenschijnlijk verre
+van rooskleurig. De inwoners van Cagayan in het noorden van Luçon en
+Zanbales op de westkust van dat eiland waren tegen hen in opstand;
+in Manila waren de levensbehoeften tot ongekend hoogen prijs gestegen,
+hoofdzakelijk, omdat wij de haven geblokkeerd hielden [127], en over
+hun gouverneur Fajardo hadden zij volstrekt geen redenen om tevreden
+te zijn. Integendeel, de Audiencia van Manila had reeds in 1621
+herhaaldelijk haar beklag over hem ingediend bij den koning en om een
+nieuwen gouverneur verzocht. Zij verweet hem in drie jaar tijds drie
+millioen onnut te hebben verspild, zonder dat hij iets tegen den vijand
+had uitgericht en daartegenover één millioen als particulier eigendom
+naar Nova Spanje had gezonden [128]. Toch hadden de Spanjaarden en de
+Portugeezen tot het jaar 1622 nog geen reden tot klagen. Hoeveel hun
+handel met China en Japan alleen nog beteekende, leeren wij uit de
+berichten van Coen aan bewindhebbers. Den 20en Dec. 1621 schreef hij
+[129], dat zes fregatten dat jaar van Macao naar Japan waren gegaan
+met een waarde van ± drie millioen gulden, terwijl wij uit een volgend
+bericht van hem [130] vernemen, dat den 2en Aug. 1621 twee schepen van
+Manila naar Nova Spanje waren vertrokken, waarvan er een te Mindoro was
+gestrand. Het verlies hiervan werd geschat op vijf millioen. Die van
+Macao, verhaalt hij in denzelfden brief, zonden jaarlijks een kapitaal
+van 4 à 5000 taels in kleine scheepjes naar Japan en zouden dit jaar
+wel het dubbele of drie millioen gulden in retour bekomen. Niet minder
+hadden zij dit jaar naar Manila gezonden. Volgens Coen's berekening
+zou de vijand in het geheel wel een 50 millioen alleen aan kapitaal
+in Indië gebruiken. En dan meenen bewindhebbers al heel wat te doen
+als zij jaarlijks 5 à 600,000 realen zenden; maar het is een boon in
+een brouwketel. Geen wonder, dat Coen alles wilde aanwenden om dezen
+handel, al was het slechts voor een deel, tot ons te trekken. Nadat
+hij herhaaldelijk hierover aan bewindhebbers had geschreven, gaven
+deze hem in 1620 en 21 hun wensch te kennen, dat hij op de kust van
+China een handelsstation zou vestigen.
+
+Terwijl de Hollanders en Engelschen in dezen tijd gezamenlijk poogden
+den handel der Chineezen op Manila te beletten, was meer en meer het
+plan gerijpt om den alleenhandel te verkrijgen. Aan de Portugeezen
+moest Macao ontrukt, of bleek dit ondoenlijk hun handel onderschept
+worden door kruisers. Ook Manila moest men, zooals dat reeds
+verscheidene malen gebeurd was, gedurende eenige maanden blokkeeren
+en bovendien letten op de, uit Nova-Spanje komende, zilverschepen. Het
+uitzenden der kruisers kon het best geschieden van Macao of een ergens
+elders te bouwen fort. Wij alleen zouden dan aan Japan, waaraan de
+handel met China was ontzegd, en aan de verdere landen de Chineesche
+waren kunnen doen toekomen, wat natuurlijk een onuitputtelijke bron
+van rijkdom zou zijn. Met dit doel werd in April 1622 een vloot van
+zes schepen en twee jachten onder bevel van commandeur Reyersz daar
+heen gezonden, waarbij zich later Nieuweroode met nog vier jachten
+gevoegd heeft. De geheele lijdensgeschiedenis dezer expeditie mede te
+deelen ligt niet op mijn weg, terwijl zij bovendien zeer uitvoerig door
+Groeneveldt is behandeld [131]. Genoeg zij hier te vermelden, dat de
+aanslag op Macao mislukte, waarna Reyersz een fort stichtte op Pehou,
+een der Pescadores, van waar uit hij herhaalde pogingen in het werk
+stelde om met de Chineezen handelsbetrekkingen aan te knoopen. Noch
+de oorlog, die den 2en Oct. aan de Chineezen werd verklaard, noch
+de reis, die Reyersz na de hervatting der onderhandelingen ondernam
+naar den in de hoofdstad Hoktsioe (Foetsjou) gezetelden gouverneur,
+hadden het gewenschte gevolg. De Chineezen hielden hardnekkig vast aan
+hun eisch, dat wij, zoo wij met hen in handelsrelaties wilden komen,
+de Pescadores zouden verlaten, waarna wij ons dan op Formosa of elders
+buiten China zouden kunnen vestigen. Toch werd aan Sonck, toen hij den
+11en Juni 1624 als plaatsvervanger van Reyersz naar Pehou vertrok,
+in zijn instructie uitdrukkelijk gelast, Pehou niet te verlaten
+vóór de Chineezen tenminste gedurende één jaar met ons op Formosa
+waren komen handelen. Zoodra Sonck in Pehou aankwam, bleek het hem,
+dat de toestand aldaar geheel en al veranderd was. De Chineezen waren
+van aangevallenen, aanvallers geworden en trachtten de onzen met een
+groote troepenmacht uit de Pescadores te dringen. Ofschoon oneindig
+veel geringer in aantal, waren de Nederlanders misschien toch wel in
+staat geweest hen met geweld te verdrijven; maar daar allen, die met
+de Chineezen in aanraking waren geweest, eenstemmig oordeelden, dat
+men alleen kans had den handel te bekomen, als Pehou verlaten was,
+besloot Sonck en zijn breede raad, tegen de instructie in, aan den
+eisch der bewoners van het Hemelsche Rijk gevolg te geven, Pehou te
+verlaten en zich op Formosa te vestigen. Dienovereenkomstig werd den
+26en Aug. met de slooping van het fort op Pehou een aanvang gemaakt
+en vier dagen later vertrok Sonck naar Formosa om orde te stellen
+op de aldaar nieuw te bouwen vesting. Omtrent den handel hadden
+de Chineezen zich bij contract verbonden dien met ons te zullen
+beginnen. Van monopolie was dus geen kwestie.
+
+Bij de verschillende onderhandelingen, die ten slotte tot dit resultaat
+geleid hebben, is herhaaldelijk door de onzen de eisch gesteld, dat
+de Chineezen de vaart op Manila zouden opgeven en eens is dit zelfs,
+ondanks het groote geldelijke voordeel dat de Combon hieruit trok
+[132], toegestaan onder voorwaarde, dat wij Pehou zouden verlaten. Het
+ligt niet in mijn plan, wat hierop betrekking heeft, mede te deelen;
+het bovengenoemde hangt zoo nauw samen met de pogingen der Hollanders
+om den alleenhandel met de Chineezen te verkrijgen, waarover reeds
+in den breede door Groeneveldt is geschreven, dat ik het, om niet in
+herhalingen te treden, wenschelijker oordeel dit hier achterwege te
+laten. Om dezelfde reden zullen ook de tochten van Pehou uit naar de
+kust van China om op Chineesche jonken te kruisen door mij slechts
+ter loops meegedeeld worden, voor zooverre deze noodig zijn voor het
+algemeen begrip, waarna ik mij wat langer zal ophouden bij den tocht,
+die van Pehou uit naar Manila is ondernomen.
+
+In de instructie van Reyersz [133] lezen wij: "Wij verstaen ende
+onse meninge is, dat UEd, soo lange 't noord ooste moesson duert,
+eenige schepen omtrent Chincheu houden sult, omme de Chinezen de
+vaert op Manilha ende alle andere plaetsen uitgesondert Batavia,
+gelijck voorengeseyt is, te verhinderen; soo sulcx daer, gelijck wij
+meenen, gedaen can worden, sult niet noodig wesen een vloote ofte
+eenige scheepen naer Manilha te senden, maar bij aldien de Chinezen
+omtrent Chincheu niet ingehouden connen worden, sal UEd de voornaemste
+macht houden ter plaetse daer de raedt bevindt, dat den vijandt den
+Chinezen handel best ende meest verhindert can werden". Nog voor Macao
+liggende, was dien overeenkomstig den 27en Juni De Engelsche Beer en
+het jacht St. Crux opgedragen gedurende 40 dagen tusschen Isla de
+Lamo, Namoa, Chinchu (Amoy) en de Pescadores te gaan kruisen op de
+Manila-vaarders. Den 6en Juli voegde De Engelsche Beer zich echter
+alweer bij de vloot van Reyersz, welk voorbeeld den 21en dier maand
+door St. Crux gevolgd werd. Dit jacht was slaags geweest met een
+Chineesche jonk, die het echter niet had kunnen veroveren. Waarom
+zij binnen den bepaalden tijd terug kwamen, staat niet vermeld.
+
+Hierna werd bijna onafgebroken de handel der Chineezen op Manila
+belemmerd door de aanwezigheid van Hollandsche vaartuigen op de kust
+van China, hetzij uitgezonden om te onderhandelen, hetzij bepaaldelijk
+om te kruisen. Tot laatstgenoemd doel bevonden zich De Groningen
+en De Engelsche Beer aldaar van 21 Juli tot 21 Sept. Nadat men de
+hoop om langs vredelievenden weg [134] den Chineeschen handel te
+bekomen opgegeven en daarom den 2en Oct. den oorlog verklaard had,
+werd Nieuweroode er den 17en met acht schepen heen gezonden, die in
+het geheel 50 koopvaardij- en 30 oorlogsjonken vernietigden. Den 7en
+Dec. keerde Van Nieuweroode naar de Pescadores terug en veroverde op
+den tocht daarheen nog een jonk, die op weg was naar Manila, met een
+lading van "cleeden en weynich zijde" ter waarde van f 9000. In de
+baai van Amoy had hij nog vier schepen achtergelaten onder bevel van
+den opperkoopman Sael. Wel is waar werden door dezen spoedig hierna
+de vijandelijkheden gestaakt en weder onderhandelingen aangeknoopt,
+maar voor de Manila-vaarders bleef de haven gesloten. Ja er waren
+in Amoy zelfs plakkaten aangeslagen, waarin verboden werd naar
+eenige Spaansche of Portugeesche plaats te varen, omdat de oorlog
+daaruit ontstaan was. Toch werd door dit alles volgens de meening van
+Reyersz en zijn raad de handel op Manila nog niet geheel verhinderd,
+zoodat zij den 14en Aug. besloten het schip De Zierikzee en De Goede
+Hoope, benevens een jacht, "soo hetzelfde connen missen", naar de
+Philippijnen te zenden om op de jonken, die ons te Chinchu mochten
+ontsnappen, te kruisen en van daar naar kaap Spiritu Sancto te gaan
+om de zilverschepen buit te maken. Aan dit besluit konden zij echter
+voorloopig geen gevolg geven. Den 11en Nov. zagen zij zich gedwongen
+van hun voornemen af te zien. Het groot aantal zieken was hiervan
+de oorzaak, terwijl ze bovendien meenden niet te kunnen rekenen op
+de hun toegezegde hulp, die onder commandeur Jansz zich uit Japan
+bij hen zou vervoegen, maar naar hunne berekening wel voorbij de
+Pescadores was gedreven. Ook Nieuweroode was, vreesden zij, door den
+moesson te veel zuidwaarts gedrongen om er zich nog tegen te kunnen
+opwerken [135]. Eerst in het volgend jaar zou het plan tot uitvoer
+komen. Nadat Reyersz de onderhandelingen, door Sael opnieuw opgevat,
+voortgezet had en daarvoor zelfs, zooals wij gezien hebben, eene reis
+had gedaan naar den in Hoktsioe zetelenden gouverneur, keerde hij
+over Amoy terug. Hij had, zonder het ooit van plan geweest te zijn,
+den gouverneur beloofd de Pescadores te verlaten. Over het opgeven
+van den handel op Manila had hij niet eens durven spreken. Toch werd
+hem nog in Amoy zijnde verteld, "dat de gouverneur een houten bord
+in zijn provincie heeft laeten omdragen datter niemand en zoude
+vermoogen van dat jaer naer eenige onzer vijanden plaetse vaeren,
+oock mede geen zijde waeren uyt laeten voeren, anders dan de twee
+voorname joncken, die naer Batavia souden gaen" [136]. Dit verbod
+is echter óf nooit uitgevaardigd óf spoedig ontdoken, want den 15en
+Maart 1623 naar Pehou teruggekeerd, hoorde Reyersz den 2en April
+reeds, dat er twee jonken uit Amoy waren vertrokken naar Siam en
+eenige naar Manila, terwijl acht of tien dagen later nog eenige naar
+laatstgenoemde plaats hoopten onder zeil te gaan. Reeds voor Reyersz
+dit ter oore was gekomen, had hij den 29en Maart besloten een schip
+naar Manila te zenden om den handel op die plaats te belemmeren,
+maar nu de Chineezen aldus "contrarie haer belofte" handelden, kwam
+men den 6en April in zooverre op die resolutie terug, dat er niet één
+maar twee schepen heen gezonden zouden worden, te weten De Zierikzee
+en De Engelsche Beer, die "met d' allereerste bequamen wint ende weder
+na de Manilhas sullen vertrecken, om aldaer op de joncquen te passen,
+ende soo lange op do cust te houden, als gevoechlijck can geschieden,
+al waer het tot ultmo. May, ende alsdan van daer vertrecken na Maccauw"
+[137]. Tot opperbevelhebber over deze beide schepen werd aangesteld
+Theunis Jacobsz Engel, schipper van De Zierikzee. Den 7en April
+gingen ze onder zeil en keerden 4 Juni terug. Zij hadden op de kust
+van Luçon twee jonken buit gemaakt, die zij, na bemanning en lading
+er uitgelicht te hebben, aan de vlammen prijs gaven. Een derde jonk,
+die den 18en Mei op den terugweg werd veroverd, namen zij mede. De
+waarde van de veroverde goederen was zeer gering, maar het aantal
+gevangen gemaakte Chineezen bedroeg het vrij aanzienlijke getal van
+800. Naar de kust van China [138] werden hierna nog herhaaldelijk
+tochten ondernomen. Van den 30en Juni tot 16 Aug. kruisten daar vier
+schepen, onder bevel van den ons bekenden Christiaan Francxz. Nog den
+20en van dezelfde maand ging Reyersz naar Amoy met vier schepen om nu
+weder eens te pogen met de Chineezen in onderhandeling te treden. Voor
+Manila bleef dit echter hetzelfde. We lezen dit duidelijk uit een
+brief door Reyersz, aldaar zijnde, aan den totock Chiam Soutchia
+geschreven. "Ons is niet onbekent, dat UE ondersaten vele jaren met
+die van Manilha gehandelt hebben. UE is ook niet ontwist dat die
+van Manilha ende Macau ons doodtvijanden zijn, derhalven volgens
+den last van onsen prins niet connen toelaten, dat hun van eenige
+natien toevoer geschieden" [139]. De haven bleef bezet tot 6 Sept,
+den datum waarop Reyersz weder naar de Pescadores vertrok; maar den
+5en Oct. werd Francxz er reeds weder met vier schepen heengezonden
+om de onderhandelingen voort te zetten. Ook hij had geen succes,
+maar werd op verraderlijke wijze door de Chineezen gevangen genomen,
+waarna de schepen werden terug geroepen. Het gevolg van het verraad der
+Chineezen was, dat den 20en Jan. 1624 drie schepen naar Amoy onder zeil
+gingen om over die trouwelooze daad wraak te nemen. Van deze keerde De
+Engelsche Beer niet naar de Pescadores terug, maar kwam den 30en Maart
+in Batavia aan. Van de beide andere vaartuigen staat niets vermeld;
+wij kunnen alleen nagaan, dat zij eenigen tijd gekruist hebben langs
+de Chineesche kust. Nemen we nu nog in aanmerking, dat behalve door
+deze gemelde tochten, de zee voortdurend onveilig werd gemaakt door
+schepen die af- en aanvoeren van Batavia naar Pehou, dan wekt het
+zeker onze bewondering, dat er nog Chineezen gevonden werden, die
+ondanks de gevaren, waaraan zij zich blootstelden, den moed bezaten
+naar Manila over te steken. Dat echter alle opofferingen, die men zich
+gedurende twee jaar had getroost om het monopolie te verkrijgen, geheel
+nutteloos waren geweest, zooals Groeneveldt betoogt, is mijns inziens
+onjuist [140]. Wij hadden onzen vijanden zeer zeker een geduchte
+schade berokkend. Deze te berekenen is natuurlijk niet doenlijk, daar
+de vrees om in handen der Hollanders te vallen minstens even vele
+jonken heeft weerhouden, als er door ons genomen zijn. 't Is waar,
+gouverneur-generaal en raden schrijven spijtig aan bewindhebbers:
+"Sij en wij hebben nu oock bij experientie bevonden, dat we alle
+canalen van de rivier van Chincheo niet bezet kunnen houden; item,
+dat onse sobere macht de ruime see soo niet besetten can ofte van 26
+joncken, die 't voorleden jaer van Chincheo en andere quartieren gegaen
+zijn, echappeerten ongelijk meer als er genomen werden" [141]. Voor
+Carpentier is het dan ook eene teleurstelling geweest, dat zij den
+handel der Chineezen niet met één slag konden doen ophouden. Hij,
+hierin gesuggereerd door zijn voorganger Coen, had er stellig op
+gerekend, en toen dit niet mogelijk bleek, was spijt natuurlijk de
+grondtoon van zijn schrijven en kon hij er niet mee tevreden zijn
+alleen te hebben verkregen, dat Manila was achteruitgegaan. Door het
+turen naar het begeerlijk doel, monopolie, was men blind voor het
+reeds verworven voordeel. Toch was het niet onbekend, dat Manila
+veel schade leed. Een gezaghebber van een Portugeesch navet had
+medegedeeld, dat er maar één klein scheepje uit Nova-Spanje met
+200.000 realen in Manila was aangekomen, terwijl er nog drie andere
+verwacht werden. Volgens hem stond de handel daar slecht. In twee
+jaar waren er geen Chineesche jonken geweest en geen schepen uit
+Japan of Macao, dan een klein Portugeesch vaartuig met hout. Van
+daar dan ook, dat vele inwoners naar Nova-Spanje verhuisden. Ja,
+indien er in Europa geen algemeene vrede werd gemaakt, dan zou
+men den geheelen Portugeeschen en Spaanschen staat in Indië voor
+verloren kunnen houden. Ook vermeldde dezelfde berichtgever nog,
+dat er eenige galjoenen en galeien op stapel waren gezet [142]. Deze
+berichten waren, het valt niet te ontkennen, overdreven. In 1623 waren
+in Amoy nog aan 14 jonken passen gegeven voor Manila. De mededeeling
+echter omtrent Manila's achteruitgang wordt bevestigd door een brief
+van Pieter de Carpentier aan bewindhebbers, waarin hij schrijft,
+dat in Wancan, een plaats omtrent zeven mijlen benoorden Tayouan,
+een jonkje uit Manila was aangekomen, waarvan de gezagvoerder had
+gezegd, dat in 1624 geene Chineesche jonken in Manila geweest waren
+en dat vele Chineezen en Japanners vandaar vertrokken "wegens de
+doode neeringen en tevens 't quaet tractement van de Spanjaarden"
+[143]. Ook het bericht, dat er een Spaansche vloot werd uitgerust, is
+juist [144]. De Spanjaarden hoopten hiermee de onzen van de kust van
+China te verjagen [145]. Zoover is het niet gekomen, maar er blijkt
+uit, dat zij er zeer veel aan hechtten, er groote onkosten voor over
+hadden om den handel op China wederom onbelemmerd te zien [146].
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+
+Wij hebben gezien, dat de Nederlanders alle pogingen in het werk
+stelden om den winstgevenden Chineeschen handel aan de Spanjaarden
+te onttrekken. In dezen zelfden tijd werd tegen de Spanjaarden in de
+Molukken slechts zeer weinig, zoo goed als niets ondernomen. Reeds is
+er door mij op gewezen, dat Lam door J. P. Coen werd teruggeroepen,
+daar hij de bevelen omtrent het slechten der forten niet had
+uitgevoerd, terwijl ook het feit, dat hij de Ternatanen hulp had
+verleend tegen de Tidoreezen en Spanjaarden, Coen's misnoegen had
+verwekt. De Houtman werd als zijn opvolger aangewezen. Maar ook deze
+vond, evenals de meeste ambtenaren in de Molukken, de hem in zijn
+instructie meegegeven bevelen verkeerd. Ontnamen wij den Ternatanen
+de hen beschermende forten, dan zouden zij zich vereenigen met de
+Tidoreezen en de Spanjaarden en zeker onze ergste vijanden worden,
+meenden De Houtman en zijn raden. Coen was het echter niet met hem
+eens en dus werd De Houtman eveneens teruggeroepen en in Maart 1623
+vervangen door Jacques le Febvre. Wij zien, Coen hield hardnekkig
+vast aan zijn eens genomen besluit en zijn opvolger Pieter de
+Carpentier drukte nauwkeurig zijn voetstappen. De gelden, die de
+Compagnie jaarlijks moest uitgeven voor de Molukken, waren niet
+evenredig met de voordeelen. De kosten moesten verminderd worden
+en dus--enkele forten gesloopt! Hadden wij dan al onze krachten op
+de kust van China en tegen de Philippijnen verspild? Waren wij niet
+bij machte de Spanjaarden uit de Molukken te verdrijven, zooals De
+Houtman dit wilde? Was dit geschied, zou men dan niet op betere wijze
+tot vermindering van uitgaven zijn gekomen? Volgens Coen, niet. Hij
+wantrouwde de Ternatanen, ook dan wanneer zij schenen onze vriendschap
+te zoeken. Hij zag wel in, dat zij zeer gaarne hun gewesten hadden
+bevrijd van vreemdelingen, die hen dwongen hunne producten voor minder
+dan de helft van de waarde af te staan, terwijl dat mindere dan nog
+werd betaald in rijst en kleederen van twijfelachtige qualiteit. Dat nu
+deze Ternatanen ook aandrongen op de verdrijving van de Spanjaarden,
+zou Coen reeds huiverig gemaakt hebben aan hun verlangen te voldoen,
+maar er was meer. Hij begreep, dat ze door de nabijheid der Spanjaarden
+ook beter in bedwang werden gehouden, daar zij onzen steun niet konden
+missen, zoolang de Spanjaarden hen bedreigden. Bovendien zouden wij
+ons nog op andere wijze benadeelen door het nemen der Spaansche
+forten. Men liep dan toch gevaar, dat de Engelschen, volgens het
+ons bekende in 1619 gesloten accoord, aanspraak zouden maken op het
+medebezit van het veroverde. Dit waren dus de eigenlijke redenen,
+waarom de Nederlanders zoo weinig in de Molukken tegen hunne vijanden
+uitrichtten. Ofschoon de macht der O.-I. Compagnie in de Molukken in
+deze jaren zeer gering was,--Le Febvre schreef in 1624 dat hij slechts
+één jacht, dat lek was, tot zijn beschikking had [147],--ondernamen de
+Spanjaarden toch niets tegen ons. Zij waren daartoe niet in staat en
+hadden in de Molukken gebrek aan alles. Steeds werden de Tidoreezen
+gepaaid met beloften, maar de hulp die opdaagde, was ternauwernood
+voldoende om de zaken loopende te houden. De vriendschap der Ternatanen
+voor ons nam toe of af, alnaarmate de hulp, die de Spanjaarden uit
+Manila ontvingen, klein of groot was. In 1624 werden er zelfs door den
+gouverneur-generaal en raden aan de bewindhebbers geruchten meegedeeld
+van een vereeniging van de Spanjaarden, Tidoreezen en Ternatanen
+tegen ons. Deze geruchten bleken waarheid te bevatten. In Mei 1623
+was de nieuwe Spaansche gouverneur der Molukken, Pedro de Heredia,
+met een vrij groote macht, twee galeien, drie kleine fregatten en
+nog een ander vaartuig, uit Manila gearriveerd, waarvan de genoemde
+vereeniging het gevolg was geweest. Bovendien werd de komst van nog
+twee galeien in 't vooruitzicht gesteld. Le Febvre zag hier tegen
+een harden strijd tegemoet en vroeg dus een versterking van twee à
+drie schepen. Ofschoon gouverneur-generaal en raden niet geloofden,
+dat het zoo'n vaart zou loopen, stuurden zij toch een flink schip,
+De Trouw, met 109 koppen naar de Molukken. Men had in Batavia echter
+goed gezien. De Ternatanen konden ter wille van den buit niet nalaten
+een klein Portugeesch fregat te nemen, wat natuurlijk den oorlog met
+de Spanjaarden weder deed uitbreken. Met de Tidoreezen bleven zij
+echter in vrede [148]. In de Molukken was dus voor de Spanjaarden,
+tengevolge van de door de Nederlanders gevoerde politiek, de toestand
+wel eenigszins verbeterd. Wij hebben, in het vorig hoofdstuk gezien,
+dat de handel in Manila zeer was achteruitgegaan, waardoor alles er
+zeer duur was geworden en dat ernstige klachten tegen den gouverneur
+Fajardo waren ingebracht. Ondanks dien tegenspoed,--misschien was
+het, den aard der Spanjaarden in aanmerking genomen, beter gezegd,
+tengevolge van dien tegenspoed,--betoonden de Spanjaarden in 1623
+en volgende jaren een grootere bedrijvigheid. Naar Japan hadden
+zij in 1623 een ambassadeur gezonden met groote geschenken voor
+den keizer, om dezen gunstig te stemmen voor een hernieuwing van
+de vriendschapsbetrekkingen met Spanje en hem den dood van Philips
+III mede te deelen. Dit mislukte echter. De geschenken, waaronder
+een gouden servies, een wagen met muildieren enz. werden geweigerd
+en de gezant keerde onverrichterzake naar Manila terug met een uit
+Nova-Spanje gekomen schip, dat met 300 koppen bemand was [149]. De vrij
+aanzienlijke macht, die onder Heredia in de Molukken was aangekomen,
+moest niet alleen dienen om de forten op genoemde eilanden te
+versterken, maar was tevens bestemd tot vestiging van de Spaansche
+macht te Menado op Celebes door het stichten van een fort aldaar,
+dat de Spanjaarden, uit Manila naar de Molukken komende, dan eerst
+zouden aandoen om volk en levensmiddelen in te nemen. Ook Macao was
+op verzoek der Portugeezen in hetzelfde jaar met een afdeeling van
+120 soldaten van Manila uit versterkt [150]. Toen in 1624 de gehate
+Fajardo was gestorven, werd de ons bekende oud-gouverneur der Molukken
+Geronimo de Silva wederom, evenals na den dood van Don Juan de Silva,
+tot gouverneur ad interim benoemd [151]. Er waren dit jaar twee schepen
+uit Amerika te Manila aangekomen met een groot kapitaal aan zilver
+en veel soldaten, en hiervan maakte de nieuwe gouverneur gebruik
+om de Molukken te versterken met twee fregatten, uit Otong daarheen
+gezonden. Ook was een eskader naar de Molukken onderweg geweest, maar
+teruggekeerd, omdat de vlootvoogd en veel volk onderweg gestorven waren
+[152]. Op de rivier van Siam werd er zelfs offensief opgetreden door
+de Spanjaarden. Het jacht Cleen Zeeland, 16000 realen Japansch zilver
+en "twee cassen roode lakenen" inhebbende, werd den 26en Aug. 1624
+door hen genomen. De Siameezen maakten op bevel van hun koning,
+daartoe door de onzen aangezet, het jacht den Spanjaarden wel is
+waar weder afhandig en gaven het ons terug, maar de inhoud was en
+bleef zoek [153]. Het laatste wat door Geronimo de Silva tijdens zijn
+gouverneurschap tegen de onzen werd ondernomen, was een poging om een
+Hollandsche scheepsmacht uit de Philippijnsche wateren te verdrijven.
+
+Reeds den 23en April 1623 was een vloot van elf schepen bemand met
+1637 koppen, uitgerust op last van de staten-generaal volgens een
+ontwerp van prins Maurits, uit Goeree vertrokken onder bevel van
+Jacques l'Hermite, G. H. Schapenham en Jan Willemsz Verschoor. Het
+doel van deze vloot was "naar Amerika te zeilen, den vijand daar
+zooveel mogelijk afbreuk te doen, te trachten de galjoenen, die
+jaarlijks uit Manila te Acapulco binnenvielen, zoo mogelijk te
+onderscheppen en daarna naar de Philippijnen over te steken, om de
+Chineesche jonken waar te nemen". De resultaten van dezen tocht,
+voorzoover zij met ons onderwerp in betrekking staan, zullen wij
+eerst later behandelen, om ons nu bezig te houden met de hulp, die de
+gouverneur-generaal P. de Carpentier en zijne raden besloten hadden
+deze vloot, de Nassausche genoemd, in de Philippijnsche wateren
+te doen toekomen. Aan Sonck en zijn raad op Pehou (toen reeds op
+Formosa) en den admiraal l'Hermite werd overgelaten te bepalen, wat
+met de vereenigde vloten tegen Manila zou worden uitgericht. Sonck
+en zijn raad vonden goed zes schepen en drie Chineesche jonken naar
+Manila te zenden, onder bevel van Pieter Muyser. Hem was opgedragen
+de Nassausche vloot, die in April ongeveer voor Manila verwacht werd,
+van victualiën te voorzien en zich met haar te vereenigen. Hij moest
+zooveel mogelijk zorgen, dat geen Chineesche jonken, noch Spaansche-
+of Portugeesche jachten de Philippijnen bereikten en verder den vijand
+zooveel mogelijk afbreuk doen. Sonck achtte het niet geraden "iets
+tegen Manilha of het fort Cavite te attenteeren," maar, schreef hij,
+"hebben voorgedragen en gerecommandeert eenige vliegende tochten in 't
+landt te doen om menigte van volck ter peuplatie van Batavia, Amboyna
+en Banda te becomen" [154]. Den 27en Jan. ging Muyser met Het Wapen van
+Zeelandt, Noord-Hollandt, Oranje en de jachten De Haen, Victoria en De
+Fortuin van Formosa onder zeil. De bemanning bestond uit 432 koppen en
+men had voor acht maanden levensmiddelen aan boord. De Fortuin en De
+Victoria werden vooruit gezonden om de drie [155] Chineesche jonken
+te waarschuwen, dat de Hollandsche schepen zee gekozen hadden. De
+Fortuin keerde denzelfden avond nog terug zonder de jonken gezien
+te hebben; De Victoria zullen we later eerst weer ontmoeten. De vijf
+overige schepen kregen 2 Febr. reeds kaap Bolinao in het gezicht en
+den 3en Wittertseiland, waar zij bemerkten, dat de Spanjaarden van hun
+komst aan de bewoners van Manila bericht gaven door het branden van
+vele vuren. In de baai van Manila aangekomen, stelden de onzen een
+onderzoek in naar de macht van den vijand; Oranje en Noord-Hollandt
+waagden zich zoo dicht bij de stad en het fort, dat ze het hadden
+kunnen beschieten en de menschen zeer goed konden waarnemen. Over
+de daar aanwezige scheepsmacht behoefden zij zich voorloopig niet
+ongerust te maken. Deze bestond uit een vrij groot schip en vier
+galjoenen, die echter alle in zulk een toestand verkeerden, dat ze
+niet binnen een maand zouden kunnen uitloopen. Slechts één galei en
+één jacht waren in goeden staat. De Hollandsche schepen hielden zich
+geruimen tijd bij het eiland Mariavele op, waar ze ook eenige keeren
+landden om hout en ballast in te nemen. Den 17en Febr. werden ze
+bij een dergelijken landtocht overvallen, wat het verlies van zeven
+man tengevolge had. Slechts twee lichamen vonden de onzen terug,
+waarvan de vijand de hoofden als zegeteekenen had meegevoerd. De vijf
+anderen waren den Spanjaarden blijkbaar levend in handen gevallen
+en als gevangenen meegevoerd. Den 18en naar Wittertseiland onder
+zeil gegaan, namen zij een Chineesche jonk met hout geladen, waarop
+zich slechts zeven Chineezen bevonden. Na nog eenige dagen vergeefs
+gekruist te hebben, ontdekten zij den 26en een zeil, wat tot groote
+vreugde beiderzijds het jacht Victoria bleek te zijn. Dit schip had de
+opdracht volbracht en de jonken gewaarschuwd. Deze hadden echter niet
+in zee kunnen komen, naar hun zeggen, wegens den lagen waterstand. Tot
+den avond van den volgenden dag wachtte De Victoria te vergeefs op de
+Chineesche scheepjes en zeilde toen weg naar de Philippijnen, in de
+hoop aldaar de Hollandsche vloot aan te treffen. Hierin was het jacht
+niet gelukkig. Bijna een maand kruiste het langs de kust, waagde zich
+zelfs tot op vijf mijlen voor de baai van Manila, zonder iets van de
+vloot te bemerken, tot eindelijk de lang verwachte Hollandsche zeilen
+zich aan den horizont vertoonden, terwijl den volgenden dag, den 27en
+Febr. zich ook eindelijk twee van de drie Chineesche jonken bij de
+vloot voegden. Zij vertelden zes dagen na het vertrek van De Victoria
+te zijn uitgeloopen; één van de drie echter, niet goed bezeild zijnde,
+was terug gekeerd en had waarschijnlijk koers gezet naar Tayouan. "De
+ware rede zal wel zijn," schrijft Muyser aan Sonck, "dat die derde jonk
+is terug gekeerd om een dergelijk scheepje, dat door hen afgeloopen
+was, in veiligheid te brengen". Veel voordeel hebben ze niet van de
+Chineezen gehad, daar ze steeds van de vloot afdwaalden, zich liever
+ophoudende in de nabijheid van de kust, dan in open zee. Na den 3en
+Maart verdwenen ze voor goed, waarover Muyser en zijn tochtgenooten
+zich echter niet al te zeer bedroefden, omdat ze meer last dan nut
+van hen hadden ondervonden. Van veel meer ongerief was het gebrek aan
+drinkwater, waardoor zij herhaaldelijk genoodzaakt waren aan land
+te gaan, om te zien of ze geen plaats konden ontdekken, waar dit
+geschikt te bekomen was. Den 15en was het geluk hen gunstig. Op 16°
+15´ vonden zij een baai, door hen betiteld "Muyserbaai", waar niet ver
+van het strand, het water uit drie aderen uit den grond te voorschijn
+kwam. De qualiteit was "schoon en liefelijck", de quantiteit "soude men
+nauwelijks verwenschen" [156]. De inwoners toonden zich zeer vijandig
+en moesten door musketschoten op een afstand gehouden worden. Het
+land ingaande kwamen zij in een dorp, dat door de bewoners verlaten
+was. Er werd daar suikerriet en bananen aangetroffen. Muyser had
+streng bevel gegeven niets te beschadigen om te zien of de bewoners
+naderhand niet eenigszins gewilliger zouden toestaan, dat er water
+gehaald werd. Na hiervan een voldoende hoeveelheid ingenomen te hebben,
+kozen ze weder zee en ontdekten den 13en April zeven zeilen, welke
+zij dadelijk voor Spaansche herkenden. Toen deze vijandelijke vloot
+op hen afkwam, besloten Muyser en zijn raad verder zeewaarts te gaan,
+om de Spanjaarden van een aanval te weerhouden. Deze toch bleven liefst
+dicht onder de kust, om zich aldus in tijd van nood met een vaartuig,
+dat zij daartoe altijd tot hun beschikking hadden, gemakkelijk te
+kunnen redden. Zij schenen nu echter hunne beschroomdheid te overwinnen
+en trachtten de onzen in te halen, wat hun niet dadelijk gelukte,
+ofschoon het jacht De Haen slechts zeer langzaam vorderde. Maar den
+volgenden dag waren zij in de nabijheid der Hollanders gekomen en
+nu moest men wel tot het gevecht overgaan. Het jacht Victoria, dat
+voor den wind gaande zeer slecht bezeild was, zou door de bemanning,
+nadat het in brand gestoken was, verlaten worden, indien de galei er
+op afkwam. De schipper van dit jacht, een zekere Keyser, behoorde
+blijkbaar niet tot de heldhaftigen, daar hij al zeer spoedig bevel
+gaf het jacht te verlaten, "vóór het in eenig peryckel was", schrijft
+Muyser, en zelf een der eersten was, die zich in de boot bevond,
+terwijl hij verzuimd had het aan de vlammen prijs te geven. Overigens
+ontvingen de drie Hollandsche schepen--De Fortuin en De Haen zeilden
+vooruit, daar zij niets konden uitrichten--de Spanjaarden zoo goed,
+dat zij moesten afdeinzen. Bij den tweeden aanval "trommelden (zij)
+er met (hun) driën gelijckelijck, principalijck op hunnen admirael
+soo op, dat zij genoodsaeckt waren 't aen boort comen voor die tijt
+t' excuseeren". De Spaansche admiraalsvlag werd ingenomen en bleef
+gedurende twee uur om den stok geslagen, terwijl de galei tusschen
+het kleine jacht en het admiraalschip af- en aanvoer. De Hollanders
+veronderstelden, dat dit plaats had, omdat de admiraal Geronimo de
+Silva gesneuveld was en er een andere moest benoemd worden door
+de zich misschien aan boord van het jacht bevindende leden van
+de Audiencia. Dit was echter, zooals wij later zullen zien, niet
+het geval; maar wat ook de reden geweest zij, de aanval werd niet
+hernieuwd, de vijand liet de onzen langzamerhand van zich wegloopen
+en keerde zelf landwaarts. Reeds den volgenden dag besloten Muyser en
+zijn raad wederom naar de kust te zeilen, maar daar in de instructie
+uitdrukkelijk stond zich voor den vijand te wachten, zoolang de
+Nassausche vloot niet met hen vereenigd was, werd er bepaald zeven à
+acht mijlen van de kust heen en weer te kruisen. Den 17en Mei eerst
+mocht het hun gelukken, tenminste eenig resultaat van hun volharding te
+verkrijgen. Zij bemachtigden een jonk van Chinchu naar Manila gaande,
+waarop zich 219 Chineezen bevonden. De inhoud was van zeer weinig
+waarde. "Als gij hier waart geweest", schrijft Muyser aan Sonck,
+"zoudt ge de jonk met lading en al in den grond of in brand hebben
+gestoken........ als alles op 't strand gelegen had, ick meyne niet
+één van ons daarvoor 200 realen van achten had gegeven" [157]. Nadat
+alles van waarde er uit genomen was, werd de jonk verbrand, en daar de
+gezagvoerder meegedeeld had, dat er met hem nog vijf à zes dergelijke
+scheepjes waren uitgevaren, bleef men nog eenige dagen kruisen. Maar
+toen men niets meer ontdekte en ten laatste de hoop had opgegeven
+de Nassausche vloot nog te zullen aantreffen, besloot men den 22en
+Mei dit vaarwater te verlaten. De Noord-Holland werd met de gevangene
+Chineezen naar China gezonden om daar te wachten op den noordermoesson
+en dan verder naar Batavia door te zeilen. De Haen werd opgedragen
+naar Tayoean te gaan [158] terwijl de overige schepen, Het wapen van
+Seelandt, Oranje en De Fortuin eerst Macao zouden aandoen en daarna
+naar Tayoean koers zetten. Tot nog toe had men niet veel menschenlevens
+te betreuren, slechts 26, terwijl er 20 zieken waren. Den 1en Juni
+kregen de laatstgenoemde schepen de kust van China in 't gezicht, waar
+ze nog eenigen tijd bleven kruisen en het geluk hadden op de hoogte
+van Macao twee Portugeesche jachten buit te maken, waarvan er een in
+plaats van het verlorene Victoria gedoopt werd [159], het andere,
+Tayoean. Den 7en zagen zij tot hun verwondering De Noord-Holland
+weder. Dit schip was door tegenwind opgehouden. Den 2en Juli ging het
+op nieuw naar Batavia onder zeil en kwam den 23en Nov. 1625 aldaar
+behouden aan. De Chineezen hadden het echter hard te verantwoorden
+gehad. Van de 219 waren er slechts 46 in leven gebleven en deze werden
+nog doodziek aan wal gebracht. Op denzelfden dag dat De Noord-Holland
+voor de tweede maal naar Batavia op weg ging, vertrok P. Muyser met
+Het wapen van Seelandt en het veroverde jacht Tayoean naar Formosa,
+terwijl De Oranje, De Fortuin en De Victoria nog eenigen tijd voor
+Macao zouden blijven kruisen. Pieter Muyser kon er zich niet op
+beroemen veel tot nut van de Compagnie te hebben uitgericht. Hiervoor
+was zijn vloot echter ook niet voldoende uitgerust. Terecht schrijft
+De Carpentier dan ook aan bewindhebbers: Het succes had grooter
+kunnen zijn, indien 's lands vloot "haar ordre in het aandoen van
+Manilla beter hadde naergecomen, gelijck se sonder eenich verlet wel
+hadde conne doen". Waarom het dan niet gebeurd is? Hierop is geen
+afdoend antwoord te geven. Misschien moet men de oorzaak zoeken
+in het ontijdig sterven van den admiraal van de Nassausche vloot,
+Jacques l'Hermite. Nog niet halfweg, moest hij reeds den 2en Juni
+1624 den tol aan de natuur betalen en werd als admiraal opgevolgd
+door Gheen Huigen Schapenham. Deze beschrijft ons zijn tocht in een
+brief aan Carpentier [160]. Na den Spanjaarden op de kust van Amerika
+eenig nadeel te hebben berokkend, is de vloot naar het eiland Puna
+gezeild, van waar zij naar Acapulco vertrok om er den 28en Oct. aan
+te komen. Daar bleven zij kruisen tot eind Nov., waarna het besluit
+genomen werd naar de Ladrones over te steken, omdat de tijd waarop de
+schepen gewoonlijk uit Manila in Acapulco kwamen toch voorbij was. Den
+26en Januari 1625 werden de ankers voor de Ladrones uitgeworpen: "en
+na ons alhier eenigszins ververscht te hebben," schrijft Schapenham,
+"soo is bij mij ende den Raedt geresolveert, dat men de enterprise,
+die ons bij de instructie belast wordt, op de chineesche joncken in
+de Manilhas in het werck te stellen, soude laten berusten ende ons
+cours recht toe naer de Moluccas stellen om dies wille, dat het de
+vlote, die als doen maer van drie maenden victualie voorzien was,
+onmogelick soude geweest zijn, de comste van de Chineesche joncken
+in de maendt van April te verwachten, maer door faulte van vivres
+genoodsaekt zijn geweest voor de comste derselver uit de Manilhas te
+scheijden". Schapenham wist dus niet, dat de vloot onder Muijser hem
+voor Manila zou opwachten met levensmiddelen. Het stond trouwens ook
+niet in de instructie [161]. Mij rest nu nog slechts te melden, dat de
+admiraal van de Spaansche vloot, Geronimo de Silva, die tegen Muijser
+slag had geleverd, niet was gesneuveld, zooals de Hollanders dachten,
+maar behouden met de vloot in Manila was teruggekeerd. Zeer tevreden
+was men echter niet over zijn beleid. Hij had meende men, wel eenige
+schepen kunnen veroveren en werd dientengevolge wegens nalatigheid
+gevangen gezet en eerst bevrijd na de aankomst van den nieuwen, uit
+Amerika gezonden gouverneur, ad interim, Don Fernando de Silva [162].
+
+En hiermede meen ik tot een tijdstip gekomen te zijn, waarop dit
+onderzoek zeer geschikt voorloopig door mij kan gestaakt worden. De
+politiek toch der Nederlanders onderging langzamerhand een groote
+verandering ten opzichte van de Philippijnen. De Wit schreef in 1625
+aan De Carpentier: "Over de door Muijser veroverde beide joncken
+en de gevangen gemaakte Chinesen zijn tot nog toe geen klachten uit
+China gekomen". Dat men hiervoor reeds bang was geweest bewees wel
+de in de instructie van Muijser opgenomen bepaling, dat de buit niet
+naar Japan of Formosa, maar naar Batavia gevoerd moest worden. De
+Nederlanders koesterden nl. de gegronde vrees, dat de Chineezen
+tengevolge van die rooftochten den pas begonnen handel op Formosa
+en Batavia weder zouden laten varen. Bovendien werd het voordeel
+voor de onzen steeds geringer, omdat de Chineezen meer en meer met
+kleine zeer snel bezeilde jonkjes naar de Philippijnen overstaken,
+waarmee zij bij stil weer zoo wisten te wrikken en te roeien, dat het
+onmogelijk was ze met onze vaartuigen in te halen. Het gevolg was,
+dat er vooreerst geen tochten meer werden gedaan om den Chineeschen
+den handel op Manila te beletten. De Hollanders begonnen van nu af
+het vaarwater van Malakka en Macao meer met hun schepen te bekruisen,
+terwijl ook de Spanjaarden hun taktiek veranderden en in 1626 een
+bezetting legden op Formosa. Mocht het blijken, dat het mij gelukt is
+de verrichtingen der Hollanders tegen de Spanjaarden duidelijker in
+het licht te stellen dan door mijn voorgangers is geschied, dan zal
+ik stellig mijn onderzoek in dezen, uit liefde voor onze koloniale
+geschiedenis, voortzetten en ten einde brengen.
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN.
+
+
+BIJLAGE I.
+
+BRIEF VAN REAAL AAN BEWINDHEBBERS.
+
+
+D. E. E. achtbare wijze voorsinnige Heeren.
+
+Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe verscheijden brieve aen
+uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van attestatie midtsgaders
+een brief des conings om uwe E.E. (sulcx raedsaem sijnde) daer
+meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, de welcke ick
+mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de Ed. Heer
+Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende oft uwe
+E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens evenwel
+de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques grotelijcx
+niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te verhaelen
+het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren geaviseert,
+confirmerende hier mede hetgene ick voor desen principalijcken over
+de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. Wat alhier sedert
+is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende copijen van
+resolutien ende 't journal door mij gehouwden konnen sien, daer aen
+ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose tocht naer
+de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de vijanden ofte
+proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel daerinne gerust
+zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van menschen voorslagen
+volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns juijst haer witt
+niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de Chinesen, die
+met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese verscheijden
+plaetsen van 't eijlant Luçon, daer de stadt Manilla op leijt, aendoen,
+om door d'onse niet te werden aengehaelt; mede dat de schepen commende
+van Aquapulca d'imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn
+geweest te passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse
+oock aendoen de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die
+haer adviseren, waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren
+liggende op 7 1/2 graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het
+vaste landt van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer
+onseecker zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert
+mijn jongste schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw,
+alwaer wij verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor
+Spaansch Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden,
+doen wij voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een
+vande principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest,
+om met het volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont
+sijn, te peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael
+Reynst geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Edts
+resolutien connen sien. Godt geve d'uijtcomste soo mach succederen,
+dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. Alsoo de
+schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om op d'ene
+offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne naer Sanghy
+vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke met haer
+tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also door het
+overlijden van Capn Mathys de luijtenant allene de plaetse waernam,
+is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert halff ijll van
+hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige resolutie daer
+over te nemen, vande voorn. plaetse t'seyl gegaen en is sedert noyt
+meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van verscheijdene
+swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te sijn, dat
+het voorsz. jacht met een Chineesche pelo, aen Galille liggende,
+aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde geanckert gelegen,
+alwaar den schipper gestorven was en aen landt begraven; dat is
+de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben becomen. Oft nu het
+voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen der Chinesen ofte
+andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is ons tot noch
+toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge door een
+overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het eijlandt
+Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met geschut met al en
+eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt Manilha den
+gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht souwden wesen,
+doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den tyt leeren......
+
+
+ (Na over den toestand in de Molukken gesproken te hebben, vervolgt
+ de schrijver:)
+
+
+Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne Ed. door ons
+wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de Manilhas,
+en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen waren;
+doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer weijnich
+fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken
+in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene
+aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte,
+als hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een
+seeckere resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht
+het stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een
+seker rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede
+de Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen,
+sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban
+en Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche
+quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden
+connen vruchteloos maecken. Ick soude wijtloopiger op de vruchten
+die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick niet en
+twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit stuck
+particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben becomen.......
+
+
+ (Verder bevat de brief slechts bijzonderheden over de Molukken
+ en den persoon van den schrijver.)
+
+
+Uwe E.E. aller onderdanighe dienaer
+
+ LAURENS REAEL.
+
+ Ternate, 25 Juli 1615.
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGE II.
+
+
+ P R O P O S I C I O N, D E D O N
+ Iuan de Silua Gouernador y
+ Capitan General, de Philipinas sobre que
+ si convenia salir con armada contra
+ el enemigo Olandes sin guardar
+ el Orden de la cedula de
+ treinta de dizienbre de
+ mill y seiscientos,
+ y catorce.
+
+
+En la ciudad de Manila en doze de henero Hallaronse en esta junta.
+de mill y seiscientos y diez y seis años Tres Oydores.
+estando en las casas Reales en la sala Vn General alias Maese de
+dela Real audiencia su Señoria D. Iuan Campo.
+de Silva Cauallero del Orden de Santiago Onze Officiales de
+Gouernador y Capitan General destas regimiento.
+Yslas Philipinas y pressidente de la Dos Alcaldes ordinarios.
+audiencia y chancilleria Real que en Tres Preuendados de la
+ellas reside llamo Iunta General de metropolitania.
+todos los estados y abiendo venido a Dos Officiales reales.
+ella los señores Licenciados Andres de Dos Prouinciales.
+Alcaraz, Manuel de Madrid y Luna, Sinco Priore Guardianis y
+Doctor, Iuan Manuel Delauega, oydores rector.
+dela dicha Real audiencia y el Genral Sinco Frailes, Predicadores.
+Don Iuan Ronquillo del Castillo, Vn Prouisor.
+alguacil maior Destacorte y Cappitan Don Onze Comisarios de S.
+Lope de Sosa, y Francisco de Bilches Francisco.
+bario nueuo, Alcaldes ordinarios, desta Tres Cauos de Galeones.
+ciudad, y los Iuezes officiales Reales Sinco Capitanes de
+de la Real hacienda destas yslas Infantaria: todos 54.
+Tesorero Cappitan, Pedro Deçal
+Diernamariaca, contador Alonso de
+Spinoça Saravia y el Arzidiano D. Iuan
+de Aguilar, el Padre fray Iuan de Leiua,
+Prior de la Orden de Santo Domingo, el
+Padre frai Hernando Moraga Comisario de
+visita de la Orden de S. Francisco
+Maestre escuela D. Diego de Leon, el
+Padre Valerio de Ledesma Prouincial de
+la Compania de IESVS, el Padre Frai
+Agustin Mexia Prior de la Orden de San
+Agustin, el Canonigo Miguel Garcetas, el
+Padre Frai Pedro de la Madre de Dios,
+Prouincial de la Orden de San Agustin de
+los descalços Recoletos, Padre Fr.
+Francisco de San Guillermo, su
+companero, Licenciado Rodrigo Dias
+Guiral, Provisor de este Arçobispado, el
+Padre Frai Alonso de Valdemora, Guardian
+del Conuento de San Francisco, el Padre
+Guardian Fray Iuan Bautista, su
+conpañero, el Padre Francisco de Hotaco
+Rector de la Compañia do IESVS el Padre
+Fr. Iuan de S. Tomas, de la Orden de
+Santo Domingo, el Padre lector Frai
+Domingo Gonsalez su companero, el Padre
+Garces de la Conpania de IESVS. Fr. Iuan
+de Monte maior, Predicador de la Orden
+de San Agustin, Capitan Pedro Cotelo de
+Morales Alguacil maior desta ciudad, El
+Castellano Don Bernardino del Castillo
+Maldonado, y los Capitanes, Marcos de la
+Cueva, Pedro de Chaues, Anton Gores
+Montoro. Iuan de Spinosa Montero, Don
+Antonio de Arceo, Sebastian Perez de
+Acuña, Bernardo de Castro Regidores
+desta ciudad, Cappitan Adrian Perez de
+Huaque, depositario General della
+Secretario Pedro de Nabarete Escriuano
+del dho cabildo, Capitan Andres Oregon
+de Guevara, Capitan Antonio Careño de
+Valdès. Capitan Diego Sanchez, Capitan
+Sabastian de Madrid y Luna, Capitan Don
+Diego de Miranda Enriquez, Capitan Don
+Pedro Telles de Almacan, Capitan Iuan
+Bautista de Molina, Capitan Iuan de la
+Cueva y almirante Pedro de Heredia, y
+estando asijuntos por ante mi el
+pressente scriuano Mayor de la
+Gouernacion y Guerra destas Yslas, su
+Señoria propuso lo sigiente.
+
+Que desde que llego a estas yslas, a PROPOSICION.
+seruir los oficios de que su Mag. le
+hiço merced a procurado ynquerir con A. Esta proposicion no se
+todo cuidado, y diligencia saber los escriuio el Dia de la Iunta
+puestos que el enemigo, Olandes ocupa, ni en muchos Dias despues, y
+asi en las yslas del Maluco, Anbueno, asi es falso dezir que aquel
+Banda, Xava, y otros. En las partes de dia se escriuio.
+la india Oriental, y digsinios que
+tenia, a los quales asi por relaciones
+que as sus manos han uenido, como de
+personas, que han comunicado con el
+dicho enemigo que se han uenido de su
+parte a la nuestra y por ordenes
+ynestruciones de los estados que sean
+hallado. En los nauios que se les an
+tomado, y por avisos Del Rey Nuestro
+Señor se a entendido que la pretension
+que los dichos enemigos tienen es de
+hazerse Señores de todo el Trato de la
+especiria sedas de la China, y trato de
+Xapon, y echar de todas estas partes de
+Philipinas, e yslas Malucas, Yndia
+Oriantal, los Castellanos, y Portugeses,
+que en ellas residen, lo qual si se
+efectuase serian daños, e ynconuenientes
+yreparables para su Magestad y todos sus
+Reynos, por que ademas de quitarle todo
+lo que en estas partes Orientales posee,
+y tanta cantidad de hacienda como
+enteresa su Magestad, y sus basallos en
+las dichas, contrataciones, los dichos
+enemigos Olandeses, se uenderian a hazer
+tan poderosos pues segun ellos afirman,
+les auia de valer en cada un año de diez
+millones de Pesos arriba el trato y
+comercio de todas estas partes con que
+siendo los maiores enemigos, que tiene
+la corona de España, y la yglesia de
+Dios se podria temer ravajasen los demas
+Reynos, que su Magestad posee en Evropa
+e Indias Ocidentales, y aviendolo bien
+considerado platicado y consultado echo
+de uer no tener otro remedio para
+acortar los pasos y designios a este
+enemigo, antes que echase maiores raises
+sino iuntar vna gruesa armada con que
+echarle de todas estos mares e puertos
+que en tierra ocupa en esta conformidad
+auiso a su Mag. como este era el solo y
+uniquo remedio que este daño ternia,
+suplicandole con todo encaricimento por
+lo que ynportaua a su Real seruicio B. esta su supretencion ser
+bien y quietud de sus Reynos, y basallos cabeça de esta facion y como
+se siruiese de enuiar desde España se hallo burlado dio en el
+algunos Galeones, de armada bien desbario que hyço
+artillados ya marinados y con buen destruiendo el gran
+numero de ynfanteria y que ordenase al concierto y orden de la
+Visso Rey de la Yndia, enbiase los cedula.
+Galeones de aquel estado, lo mas uien en
+orden que pudiese para juntarse con la
+esquadra de Nauios y Galeras, que aqui
+se preuiniese. C. En cuya conformidad, C. Nunca tal trato con la
+su Señoria sohijuta? con esta Real Audiencia de que estos
+Audiensia, Fiscal y oficiales Reales, y Galeones y Galeras auian de
+consejos de Gerra, en la qual se acordo ser para esta jornada sino
+se hiçiese una esquadra, de Galeones y para defensa destas yslas, y
+otra de Galeras, con la maior brevedad Terenate por que era cinco
+que fuese pusible y que se avisase al años antes que saliese
+visurey, de la Yndia, para que de su despachado su Mag. la dha
+parte diese lo que en aquella ocasion cedula y asi no se puede
+avia enbiado a ofreçer a su Señoria, lo pensar de lo que ella trata
+qual se hizo asi y en otra junta y elabicar al Viso Rey de la
+General, de hacienda, se acordo que so India, fue para que embiase
+Señoria gastase todo lo neçesario, para socoro para Terenate
+la fabrica y apresto de la dicha armada, conforme las cedulas de su
+y asi mismo en aquel tienpo D. su S. Magestad.
+tuuo cedula de su Magestad, fechada a
+dies y nueue de dizienbre de mill y
+seiscientos y once en que le ordena y
+manda pusiese en orden una buena
+esquadra de Nauios que le pareciese
+bastante para guardar estas yslas y
+yslas de Terenate, yo ponerse al dicho
+enemigo, mandando se gastase de su Real
+hazienda lo neçesario para este efecto.
+D. y vltimanente en avisos que este D. Todo lo de hasta aqui
+pressente año llegaron a estas yslas de fueron preuenciones, para
+la nueua España le manda su Magestad, conseruar estas yslas y las
+por otra su Real cedula, su fecha a Malucas, y lo mismo el
+trenta de diçenbre del año proximo socorro que se mando dar a
+pasado de mill y seiscientos y catorce la Yndia, y no para mas
+apreste la maior armada que le sea porque no era caudal para
+posible asi de Nauios, como de gente y mas.
+artilleria, y todo lo demas neçesario y
+esto contanto encarisimiento que le dize
+haga que sea tal como si su Señoria,
+solo con la diche armada, vuiese de
+pelear con el enemigo sin otra ayuda
+ninguna por que sea echado de uer ser
+este el remedio que este daño tiene. E. E. Desde de esta cedula, de
+y asi mismo le representa manda y treinta de Dizienbre, de
+encarga, se haga con la maior breuedad mill y seiscientos y
+que sea posible antes que este negoçio catorçe, es nueva voluntad
+mas se enposibilite y como su Señoria de su Magestad, por lo qual
+estaua esperando esta vltima resolucion asi como manda juntar mayor
+y mandato de su Magestad, no solo tenie candal y el que tiene por
+preuinida la maior armada, que a podido bastante para acabar de vna
+juntar como su Magestad, se lo tenia vez la guera echando al
+ordenado, y mas en diferentes ocasiones. enemigo de mar y tierra es
+F. A solisitado al Visu Rey de la Yndia visto querer que se guarde
+Enbiando las personas, a posta para el la orden desta cedula, sin
+dicho efecto, pidiendole embiase la atender a otra cosa.
+maior esquadra de Galeones que pudiese
+para que juntas las vnas fuersas y las F. No quiere su Mag. que
+otras echasen a los enemigos, destas cosas tan graues. se hagan
+partes, comunicandose por cartas el sin el tienpo con beniente
+Virey con su Señoria y su Señoria con el para quel, y el viso Rey, se
+Virey el numero do Navios y gente, que pre bengan, como consta de
+de la Yndia se podria enbiar y el puesto la sedula, y Don Iuan, le
+don de se podrian juntar, los unos y los procuro dilatar pues
+otros y la forma en que a ca da uno de diuiendo de despachar al vi
+los dos les pareciese, se podrian azer Rey su pliego con la
+la dicha jornada, y guerra: ques todo lo deligencia que demanda, selo
+que agora su Magestad ordena y preuiene, detuvo, desde Iunio asta
+en la dicha su Real sedula de treinta de dizienbre que lo entrego al
+diziembre. Vltimamente en las cartas Capitan maior Soça, de que
+quel dicho Visorey a escripto a su se quaja el vi Rey en lo que
+Señoria con los Capitanes, don Diego de le escriue.
+Miranda Enriquez, y Iuan de Mora, le
+dize estar aquellos estados tan
+trauajados con las geras, de los Reyes
+uezinos que no les posible por esta
+causa y por estar muy gastada la Real
+azienda, enbiar mas de quatro Galeones,
+y en ellos quatro cientos Soldados, y le
+auisa que lamoncon(?) de setienbre
+pasado despacharia el mas socoro que
+pudiese para que se viniese a juntar con
+los dichos quatro Galeones la qual
+inposibilidad de no poder embiar mas
+armada. A demas G. de las cartas del G. Esta es una gran falsedad
+dho Viso Rey en que le dise asi, y enbuste grandisimo como
+aseguran lo mismo las del Arsobispo de satisfago a mi pareser, fol.
+Goa, tribunal de la Ynquisicion, persona y esta mas claro si se
+del consejo deste estado, y del considera que quando ase
+embaxador, Don Garcia de Silua y esta proposicion no auia
+Figeroa, afirmando que con lo que resibido el vi Rey su pliego
+enbiaua quedaua la Yndia, muy ni lo resibio asta abril
+desflaquesida lo qual certifican asi deste año como en su carta
+mismo los dhos Capitanes Don Diego de le auisa al Gouernador del
+Miranda, y Iuan de Mora, y Capitan Maior resibo luego aun no auia
+Gonsalo Rodriges de Souca que todos resebido el vi Rey la dna
+vinieron de la Yndia, el año proximo sedula de. 30. dizebre 614.
+pasado. E. Y considerando su Señoria que como puede ser uerdad, que
+auiendo resibido el dho ViRey, las auian communicado anbos lo
+ordenes de Su Mag. que se le despacharon que trata la sedula pues
+por tierra y mar, para que saliese en jamas entre ellos, se trato
+persona, con armada y si no le diese sino de vn socoro y asi se
+lugar las gerras del norte la enbiase a entienden las cartas, del
+cargo de persona practica y de Virey sin deuerse aser caso,
+esperiensia se a de entender que estando de los enbusteros Don Diego
+desucupada abra salido en la monçon de do Miranda alias Diego Tomas
+setienbre pasado o ombiando la mas y Iuan de Mora, que so los
+Armada, que pudiese como su Magestad se que se escriue a su Mag. en
+lo ordena. H. Ajuntarse con los quatro su carta.
+Galeones, que enbio que estan al
+presente en la Ciudad de Malaca para que H. Todas estes cartas se an
+lo uno y lo otro se biniese a hazer un de entender, como digo a mi
+cuerpo con lo que de estas yslas a de pareset folio.
+salir. I. Y por que en las ocasiones la
+principal parte de consiguir buenos I. Consideracion desvariada,
+efectos y la que al pressente ofrece el lleuando pornorte la
+tiempo, de hallarse el enimigo, tan uoluntad de su grande
+deshecho de gente y Nauios, como consta anbicion, que no pudo
+de avisos y relaciones ciertas que su produzir si no vn monstruo
+Señoria a tenido no tiene en toda su como salio de vn tan liuiano
+armada ochocientos hombres, de mar y de fundamento que uino a
+tierra, y que este año no aguardan ressolberse en humo perdida
+socorro de Olanda no se deue perder vn la opinion y reputacion,
+punto. K. Enbuscar al enemigo y hazer pues boluerse tan grande
+en el sigun el tiempo y ocasiones armada, sin hacer efecto ni
+mostraren. I. Y quando no se siguiese buscar al enemigo, fue para
+otro fruto mayor que estoruarle no elicutoria.
+sacase este año que es delamonzon (?)
+del clauo quatro. O cinco mill vares del K. Luego no es lo mismo la
+fuera de grandisimo efecto pues no armada que finge auia de
+teniendo pro vecho estando tan enbiar que los quatro
+desacreditada la Compañia de Olanda como galiones de socoro.
+su Magestad auisa, no podran sustentar
+la guerra y lo abran de desamparar todo
+y si recoxiesen el dho clauo y le
+despachasen a Olanda con las grangerias
+del so reforçaria su armada. Y
+sustentarian L. el credito que tienen L. quando las ocasiones son
+perdido en Olanda, y en las partes que bien fundadas y no de
+en estas partes ocupan. L. asi mismo imaginaciones, de capricho
+seruira de confirmar el Rey de Tidore, y como anparecido todas las
+los demas amigos en la obidiencia y que hiço. D. Iuan de Silua,
+seruicios de su Magestad, y sacarlos de tu uo para no conplir la
+mucho recelo y duda en que estan, de que cedula Real. (*)
+nuestras fuerças no son yguales a las
+del enemigo y que a el le uienen cadadia
+socorro y a los nuestro no se les a
+embiado ninguno de la forma que se les a
+prometido muchas vezes con que de todo
+punto si agora faltase esta armada de
+que tienen alla tanta noticia perderian
+la esperança de ser socoridos y no
+pudiendo sustentar la guerra y trauaxos
+que con nuestra (nuestra) amistad
+padecen se concertarian con el enemigo y
+en faltandonos su ayuda se perderian de
+todo punto aquellas fuerças en
+consideracion de todo lo referido. M. M. Buena, Mana se dio
+Su S. tiene puesto en orden vna esquadra enbuscarle.
+de diez galeones y essos bien artillados
+amunicionados y abastecidos y asi mesmo
+tres pataches y quatro galeras que es
+todo el resto que con el mayor cuidado e
+yncreyble trauaxo y diligencia a podido
+juntar y el vltimo esfuerço que estas
+yslas pueden dar la qual N. esquadra si N. Santo Dios que
+inbernase en el puerto de cauite donde desatinados pensamentos,
+esta vendria en muy gran diminucion pues se persuadio a que todo
+menoscauo y por la mucha brouma que ay lo avia de hallar a medida
+en el dho puerto a que no ay defensa ni del de seo, siendo cosas tan
+reparo por mucho que se an procurado grandes y contra tan fuertes
+hazer y ser la tablaçon para los dhos contrarios y tanbien
+nauios tan corruptible y flaca que no advertidos en lo que les
+duran mas de vn año como por la inporta y grandes marineros.
+inposibilidad que abria de poderle dar
+otro adereço y carena en tanbreue tiempo
+como es des de que acauan los bendauales
+que por las muchas aguas que mientras
+ellos duran ay no se puede trauaxar de
+calafeteria hasta principio de Nobiebre
+que es quando se debria salir para hazer
+buenos efectos si se pudiera aver a
+prestado antes la armada. O. Y seria O. Como si estuviera en mar
+trabaxar de nuebo los naturales de estas quajado y las drogas
+yslas que lo an quedado tanto y cansados lastuviera e algunas choças
+que ya no pueden mas (cosa que su S. a si no en mui bien
+sentido en estremo sin poderlo escusar.) pertrechados y acomodados
+P. Asi mismo los muchos bastimentos que nauios y dentro de muy
+estan conducidos se dañarian y perderian buenas fortaleças con mucha
+y en lo vno y otro su Magestad muy gran artilleria y bien
+suma de hazienda y en tan largo tiempo fortificadas como digo en mi
+seria imposible conseruar aqui parecer fol.
+marineros, artilleros y otros officios
+de mar porque de ordinario huyendo de P. Y qual o mejor se puede
+los peligros de la guerra procuran yrse decir que leuieron perdido
+a buscar descanso y hazienda a la Yndia, el con el gran disparate que
+Macau, Xapon, y Nueua España, no hiço quedando con ellos
+obstante el gran ciudado que con ellos enemigos vitoriosos y
+se tiene. Q. Mas que si esta esquadra senores de la mar con
+no saliese los quatro galeones que estan treynta y siete nauios segun
+en Malaca, y el demas socorro que el lo escriue y dice el Padre
+Visorey vbiese enbiado padeseria el Ribera embajador dela Yndia.
+mismo y conbiniente y necesariamente
+abria de boluer a la Yndia, a aderefarse Q. Bien confirmados y
+porque en Malaca no ay comodidad de consolados que daran el Rey
+puerto y officios para dar cauna en los y los demas coforme lo dho
+bastimentos que serian nessesario y si antes perdieran de todo
+boluiesen a la Yndia, los dhos galeones punto las esperanças y se
+abrian de llegar tan tarde que seria puede temer su confederacion
+inposible dar la dha carena y aderesarse con el contrario y que
+para poder partir en todo el mes de sucedria lo que quiso
+Abril deste presente año conque so remediar por tan vil medio.
+ynposibilitaria la jornada para poderse
+hazer hasta el que viene de seiscientos
+y diez y siete y para entonçes la
+esquadra estaria deshecha, podrida,
+invtil y ynfructuosamente despues de
+tantos gastos que se an seguido y
+seguiran a la Real hacienda de su Mag.
+R. Y al enemigo le abran llegado nueuos R. Por que Don Iuan de Silua
+socorros y fuerças conque siendo para lleuallo todo a perder
+superior, el conseguiria sus yntentos y si Dios no lo remediara al
+los de su Magestad que dara furestiados principio de la jornada por
+y el remedio mas inposiblitado o perdido que segun dicen todos los
+del todo. S. Y auiendo su S. caminado onbres de esperiencia no
+en esta conformidad en aprestar la dha quedara onbre ni nauio.
+armada con acuerdo y pareceres de la
+audiencia, consexos de guerra y haçienda S. Por ventura a estado
+en juntas que para ello sean hecho en mejor conseruada en la
+diferentes vezes y tiempos en las quales desdichada jornadilla es sin
+se hallo el Fiscal de su Magestad, duda que lo estuuiera mejor
+Licenciado Don Iuan de Alvarado en las occupaciones que oy
+Bracamonte y conformaudose T. con los ocupaua la gran armada,
+pareseres de todos y que se hiciese la entre tanto que llegaua el
+dicha armada y jornada y el en auiso del Virey guardando la
+particular por su persona la alentado cedula.
+con mucha calor, ayundando a la
+fundicion de la artilleria y otras T. Por ventura an cesado
+muchas cosas tocantes a ella; como es estos daños con la mala
+notorio a los presentes y estando la salida no esfuerça boluerles
+dicha armada aprestada, enbarcada la adar carena.
+artilleria y bastimento, aperseuida la
+ynfanteria y de mas personas que an de
+ir en ella señalados los cabos de los
+galeones y todo a punto para poder
+partir amediado el mes Deziembre pasado,
+el dicho Fiscal a contradho por
+peticiones que en la Real audiencia
+apresentado no deuer se hazer la dicha
+jornada. V. Fundado lo en la vltima V. Todo esto sucedio a la
+cedula de su Magestad, la qual y las letra con el paseo que salio
+demas referidas y vna carta del adar don Iuan de Silua con
+Secretario Iuan Ruiz de Conteras escrita tanta fanfarria por que todo
+a su Señoria con otra que su S. escriuio lo que anduuo respesto de lo
+a su Magestad, de discursos y remedios que prometio andar por que
+que convenia poner en ataxar los passos es vna nauegacion muy sabida
+y disinios destos enemigos. X. Mando a y sin peligro aunque letudo
+mi el Secretario de Gouernacion y guerra de perder la Capitana por
+leyese publicamente para que a todas las ser como vna arca de Noe,
+personas de la dicha junta y consejo conseruara los soldados
+fuese notorio y Y. asi mismo dixo que marineros e artilleros
+aun que era contra todas las leyes y teniendolos ocupados como
+prudencia militar magnifestar el digo en mi parecer.
+Cappitan General los yntentos que tenia
+en la forma y manera de hacer la guerra X. Asi no esta satisfecho en
+por los daños e ynconuenientes que se mi parecer. fol.
+podrian recreser porque por sosegar los
+animos de muchos que con la contradicion Y. Segun lo que dice el
+que el dicho Fiscal auia fecho a la Padre Ribera no a menester
+dicha jornada estauani nquietos socorro pues tenia 37.
+magnifestaua el discurso e yntentos de nauios y conforme a esto no
+su jornada el qual tiene escripto al estaua bien informado no se
+Visorey de la Yndia, y a Francisco que mas inposibilitados quel
+Miranda Enriquez Capitan o General de los adelado con sus
+los quatro galeones, que estan en desconciertos.
+Malaca. Z. Y es que por las Cartas que
+su Señoria a tenido del dho Visorey y Z. Es falso que con acuerdo
+relaciones que a boca le hicieron los de la audiencia tuuiese
+Capitanes Don Diego de Miranda Enriquez presta la armada para este
+y Iuan de Mora auia entendido la gran efecto de partir con ella
+nesecida day aprieto en que aquel estado conforme a la cedula real la
+quedaua. A. A cuya caussa no auia sido qual tuvo oculta a la
+posible enbiar el dicho Virrey, mas audiencia desde Iunio de
+socorro que los quatro galeones y quatro 615. hasta Nouienbre que a
+cientos soldados los quales a estado mi instancia la recibio ni
+aguardando hasta vltimo de Septiembre jamas trato con la audiencia
+con el cuidado que era justo diese su sobre la partida hasta 14.
+mucha tardanza hasta que los primeros de de enero de 616. a lo qual
+Octubre llegaron a esta ciudad la contradixe como consta de mi
+carauela siete fuentes y vna galeota que parecer.
+binieron despachados por el dicho
+General Francisco Miranda con auiso A. Es falso que yo
+de no auer podido passar el estrecho por consintiese se hiziese la
+causa de auer llegado a el tan tarde y jornada y el dar parecer se
+que por esta razon se quedaua en Malaca, mese preuimendo lo necesario
+hasta tener auiso de su Señoria de lo para ella se hacia con buena
+que vbiese de hazer, cosa que le dio fe por que decia tenia
+notable pena asi por la dificultad y cedula para ella y viendo
+riesgo que auia de auer para juntarse en que no la mostraua sospeche
+el camino de Maluco, auiendo de tomar tenia misterio y asi inste
+los dichos galeones aquella buelta desde que la exibiese lo qual hiço
+Malaca, por el estrecho de Sabon como de mui mala gana por que con
+por la necesidad que auian de tener la vista de ella se
+quedando alli. B. Acrecentando este descubrieron sus machinas y
+cuidado el auer receuido su Señoria en que no las podia quajar si
+Junio del año proximo pasado la orden y vuiera menistros fieles pero
+cedula de su Magestad de treynta de como no los vuo quajar con
+Diciembre de seiscientos y catorze, cuya daño de la real hacienda de
+copia embio al dicho Visorey con el 2000 ducados que da de 500.
+pliego de su Magestad, para el dicho soldados miserabiles y la
+Virey y por auer tenido tambien auisos suya por que no falto otro
+ciertos de la poca gente que el enemigo onbre de quenta.
+tiene en su armada tambien embio al
+dicho Virey y de que este año no B. Si la armada esta fundada
+aguardaua ningun socorro de Olanda. C. en la cedula real porque no
+Sobre que auia hecho hartos discursos la guarda en todopues en el
+deseando siempre acertar con lo que modo de cunplilla consistia
+fuese mas del seruicio de Dios y su todo el bien.
+Magestad. D. Y al cauo se auia resuelto
+a yr con esta armada a juntarse con los C. Y luego las torno a
+galeones y demas nauios, que el Virrey recoger por que no se
+vbiere embiado a Malaca, a juntarse con pudiesen tornar a reuer los
+dho General Francisco de Miranda en el papeles como onbre fundado
+estrecho de Savaon cerca de la ysla de en cautelas y si mirara bien
+Banda haciendo su Señoria biaxe desde vna de las dos cedulas no la
+esta ciudad derecho apulotimon por entre hiciera leer en que su
+las Yslas de Paragua y los baxos de Magestad, le manda que los
+Pulosesu y de ai por de fuera de la Ysla nauios fuesen moderados como
+de Binitan y de las demas que alli ai para entre yslas auiendo el
+hasta venir a entrar en el estrecho hecho tan disformes nauios
+cerca de la dha Ysla de Banda y juntarse que todos los que los an
+con la dha armada de la Yndia para que visto y entienden dicen no
+desde alli, hechos vn cuerpo pudiesen yr auerse hecho tan grandes en
+con mas fuerças en demanda del enemigo y España ni en las Indias.
+salvar, juntandose en aquel lugar, el
+riesgo que se corria de yr diuididos la D. Gran ynpertinencia dar
+buelta del Maluco. E. Que tanbien le cuenta de la jornada pues
+auia obligado a tomar esta resolucion el esto no justifica la partida
+considerar qua auiendo el Virrey antes la hace mas
+receuido las ordenes de su Magestad, dificultosa.
+duplicadas de la que agora le embiaua
+que le escriuia el conde de Salinas se E. Relacion de dos
+le despacharon al dho Virrey, por mar y enbusteros y hombres sin
+por tierra a de auer hecho todo el credito y otras cosas per
+esfuerço pusible de armada para en ores como digo en mi parecer
+conformidad de la yntencion de su y carta de su Magestad.
+Magestad, si las guerras del norte le
+vbiesen dado lugar a venir en persona en F. Para socorro era muy
+la monçon passada de Septiembre a Malaca grande y quien de socorro
+para juntarse con la que alli tenia a su enbia quatro galeones y ocho
+cargo el dho General Francisco de galeotas no esta necesitado
+Miranda Enriquez y en caso que el dho antes es argumento que
+Virrey no lo fuese pusible auer dexado quando venga por propio
+la Yndia, en tiempo de tantos enemigos, traera muy gran poder.
+a de auer embiado la mesma armada como
+su Magestad lo manda. Qualquier destas G. Pues le auiso que la
+dos cosas quel dho Virrey, aya hecho culpa auia tenido don Diego
+venir o ynuiado conviene haga su Señoria de Miranda alias Diego
+este biaxe a juntarse con el dho Virrey Tomas, por auer traido los
+a su armada porque de no hazerlo asi se Pilotos praticos del viage
+perderia esta con tiempo y ocasion de por que no le hiço vn
+haçer algun buen efecto en seruicio de castigo exemplar pues dice
+Dios N. S. y su Magestad y estaua a le peso tanto con notable
+mucho riesgo aquella armada en Malaca pena antes le trajo sienpre
+auiendo de aguardar al mes de Iunio que consigo de dia y de noche
+viene para venir a estas Yslas, asi por para que apoyase sus
+tener los enemigos tan cerca que podrian enbuiles. Pues no inporto
+juntarse o yr a buscarla como porque menos que quemarlos el
+ademas del tiempo que se perderia enemigo por no pasar aca y
+ynfructuosamente que por lo menos auia que si pasara vista la
+desor vn año pues passado con los cedula de 30. de dizienbre
+bendavales a estas Yslas, no se podia yr de 614. no auia de querer
+a Maluco, hasta los nortes desta año que mouerse con sus galeones sin
+son en Diciembre o Nobienbre y se orden del Virey y en
+consumirian todos los bastimentos y consequencia de esto no se
+huyria mucha gente y el enemigo tendria atreuiera salir el
+tiempo de juntarse y preuenirse y para Gouernador. Y tanbien
+este año seria lo mas cierto aber le cesaran las dificultades que
+uenido nueua armada y juntandose con la dice para juntarse.
+que aca tienen nos haria todo mas
+dificultoso y que esto era lo que le H. Cuidado sin tienpo para
+auia parecido a su Señoria despues de tomar el mal acuerdo que
+auerlo comunicado con el Cappitan, mayor tomo pues conforme a la
+Gonzalo Rodriguez de Sousa y otras cedula de treinta de
+personas de esperiencia y en esta Dizienbre auia de aguardar y
+conformidad si esto auioso hallase al recebir primero el socorro
+Virrey, en Malaca, que seria lo mas de la nueua España con las
+ynportante para que se hiciesse esta naos deste año de 616. tan
+jornada con mayores fuerças y seguridad poco fue cierto que el
+el qual dispondria lo que con su mucha enemigo esta flaco pues la
+prudencia y valor jusgase ser mas verdad es tener muchos
+conveniente que lo tal tendria su S. por nauios los quales an de
+acertado y lo obedeceria por complir con tener mucha gente no a
+lo que su Magestad le tiene manlado y menester socorro mas del que
+asi le auiso lo que por agora se lo le llego por aqui por su
+confiesa y ser a su parecere que culpa y gran desconcierto
+juntandose esta armada con la del dho por no querer cunplir el
+Virrey seria bien caminar con toda la mandato iustisimo de su Rey
+buelta del puerto de Banton en el y señor que le cogiera aqui
+estrecho de Sunda que es la principal a manos si no vuiera salido.
+escala y factoria que el enemigo tiene y
+a donde acuden todas las mercadorias y I. No son menester discursos
+cargan las naos que todos los años donde ay mandatos ciertos si
+embian a Olanda y a donde viene a dar, no cunplillos a la letra y
+rehazerse y repartirse las que asi mismo con esto se acierta el
+vienen de alla que tiene su S. por cosa seruicio de anbas Magestades
+sin duda que dexasen de hallar las vnas y no se hierra como ello
+y las otras y tanbien se tomaria, alli hiço tan grauemente dejando
+lengua y se saberia de cierto si al estas yslas ariesgo de
+enemigo le vbiese venido nueua armada y perderse si Dios no guardara
+de que calidad para que conforme a eso este rincon de su Eglesia.
+disponer las cosas y tomar la resolucion
+que mas conbiniese y si al enemigo no le K. En lo peor lo que
+vbiese venido nueuo socorro siguramente inportaua auia sido poner
+se prodria yr a buscarle sin perder tan buen cobro para que los
+buena ocasion y si la vbiere de ronpelre quatro galeones vuieran
+procurar hazero que este es el punto llegado aca no enbiando vn
+principal y acauar con todo de vna vez malhonbre que les quitara
+porque viendo al enemigo roto y sin los qilotos platicos ya que
+armada con facilidad se reducirian todos fue tomar el consejo que yo
+los naturales de aquellas Yslas y las le di en la junta en mi
+fortaleças que los Olandeses tienen parecer. fol.
+quedaran de vna ues cercadas y serian
+mas fasiles de rendir, perdidas las L. Con que vano fundamento
+esperanças de ser socoridas: Y las, se mouio pues fiel
+fortaleças de Anbueno, y de Banda, que considerara lo que auia
+son las primeras que por el camino que tardado en preuenir su
+tiene dho se an de en contrarseran mas armada con ser menor que la
+faciles de conquistar por tenerlas con que el Virey auia de juntar
+menos gente y artilleria por parecerles no se persuadiera con tanta
+que estan mas lexos de nosotros porque facilidad a pensar que auia
+hazen siempre cuenta que abemos de yr sin tiempo a destar
+abuscar los de Philippinas a Terrenate, preuenido para salir pues la
+por el camino ordinario mas cierto y sedula se despacho en
+corto y que siempre sea hecho y si nos dizienbre de seis cientos y
+hiciecemos Señores de Ambueno y de Banda catorse y el virey quanto
+perderian ellos los puestos de mas mas presto la resibio fue
+ynportancia y de mas prouecho que oy por tierra en agosto y por
+tienen y que los estados les ordenan mar en septiebre que estos
+procuren conseruar aunque se pierda todo despachos llegan Agoa de
+lo de Maluco, y en bueno don derecoxe el seis sientos y quinse y su
+enemigo todo el clauo que se saca de Mag. que confiderando lo
+Terrenate, Maquien, Motiel, Tidore y mejor no le obliga a el
+Bachan, que ansi lo an hecho sienpre que asalira hasta auer reseuido
+quando llegasemos a de estar todo alli el socorro de la Nueua
+junto y quitandoles este clauo que por España con las naos, de 616.
+ser año de Monçon a de ser en gran pues que rason auia en buen
+cantidad y les a de ynportar mucho juicio para persuadirse que
+quedaran destruidos; por el contrario el Virey auia de salir tan
+sino fuese este año y se les diese lugar sin tiempo sin auisarle
+a despachar a Olanda quatro mil bares de primero guardando mejor que
+clauo que hazen cuenta an de recoxer sin Don Iuan la cedula y que ay
+la nues moscada y las demas mercadurias que tratar de ganar o perder
+de China, y pimienta que les ynportara monçones donde el placo es
+puesto en Olanda mas de quatro millones, sierto auiendose comunicado
+podria hazer nueua armada, y cobrar el y senalado tiempo y lugar
+credito que oy tienen casi perdido y se descubrese con euidencia enl
+les da lugar que viniesen a juntarse con ebuste si se considera que
+la armada que aca tienen con que dise que el monçon pasado
+quedaria para nosotros mas ynposiblitado auia de estar el Virey o
+despues de hechos muchos gastos y si en armada en Malaca, que es el
+la Sunda entendie semos que al enemigo mesmo tienpo, en que resibio
+le auia venido nuea armada de Olanda y los despachos por questa
+vbiese pasado a juntarse con la que propusicion se hase en 14.
+tiene en Maluco, y que lo vno y otro era de enero de 616. y los
+de calidad que se arriesgasen mas despachos se resibieron en
+fuerças y armada yendo a buscalle en tal setiembre de 615. y en este
+caso seria bien enbiar a socorer mesmo tiempo quiere aya
+nuestras fortalezas con los nauios de llegado a Malaca, o embiado
+remo y lo demas retirallo aparte sigura armada que es para suponer
+basta tener mas caudal y silegando su S. vn ynposible.
+al estrecho hallace que el Virrey no
+auia uenido ni enbiado mas armada y le
+auisase partiria de la Yndia en Mayo,
+procuraria diletar la jornada hasta
+llegar el dicho Virrey para que con mas
+seguridad se haga y con su prudensia y
+valor major consiga el seruisio e
+yntension de su Mag. y solo pondra en
+execusion el yr abante en el estrecho de
+la Sunda por ver si ay alli algunos
+nauios y sauer si le a uenido al enemigo
+nueua armada, como tiene dho, y desde
+alli procurara despachar al dho Virey
+para que lo tenga todo mas bien
+entendido y conforme a ello disponga las
+cosas con sertidunbre de todo lo que
+ubiere.
+
+Y por la proposicion y rasones referidas
+y la sedula de su Mag. de treinta de
+Dieziembre de seiscientos y catorse se
+conose que su yntencion es que esta
+jornada se haga con las mayores fuerças
+que se pudieren juntar del estado de la
+Yndia y estas yslas comunicando entre el
+dho Virey y su Señoría la parte donde se
+podran juntar y la forma de hazer la
+guerra lo qual y a esta fecha por
+escripto como esta dicho en quanto a las
+fuerças no se puede esperar que crescan
+antes vayan en diminucion y asi mismo
+por la breuedad y prestesa con que manda
+se haga la dicha armada no dando lugar a
+que mas se ynposiblite pide a todos los
+de la junta traten y confieran este caso
+como tan ynportante al seruicio de Dios
+y de su Magestad, y sobre el de sus
+pareceres para que oydos y entendidos se
+haga lo que mas conuenga a su Real
+seruicio Don Iuan de Silua ante mi
+Gaspar Alvarez.
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGE III.
+
+JOURNAEL VAN DEN TOCHT GEDAEN VAN TAYOUAN NAER MANILLA AO 1625.
+
+ Journael vande tocht ofte voijage gedaen van Taijouan naer de
+ baey van Manilla ende custe van Luconia mette scheepen 't Wapen
+ van Hollandt, Noorthollant ende Orange--mitsgaders de jachten
+ den Haen, Fortuijn ende Victoria ondert commandement van Pieter
+ Jansen Muijser vande 27 January 1625 totten [22en Mei].
+
+
+Januarij 1625, Maendach.
+adij 27 ditto des morgens syn wij mette voorsz. ses seylen van Taijouan
+naerde cust van Manilla seijl gegaen, ophebbende te samen 432 coppen
+ende gevictualieert voor 5 maenden. De Almachtige Godt gunne dat
+voorn. tocht mach gedyen tot sijner ere, dienst ende voordeel vant
+gemeen beste int generael ende der heeren Maijores int perticulier,
+ende eyntlijck tott onser aller salicheyt.
+
+In see comende setten ons cours S. ten O. langs de wal ende sonden de
+jachten Fortuijn ende Victoria voorwt om de drye Chineese joncken,
+die met ons gedestineert waeren naer de cust te gaen ende ons een
+stuck weechs voorwt ondert landt souden verwachten, te waerschouwen
+dat wij in see waren ende daerom aff souden comen ende hun onder de
+vloote begeven.
+
+Des achternoens d'wtterste hooge berch vant landt aen boort hebbende,
+vernamen noch al laech lant tot des avonts toe, streckende hem al
+S. ende S. ten Westen. Des avonts quam de Fortuijn wederom onder de
+schepen maer Victoria noch de joncken hebben niet vernomen. Godt geve
+terecht mogen comen. 's Nachts seijlden wij langs de wal met cleene
+seylen S. ende S. ten Westen.
+
+28 ditto vernamen noch Victoria noch joncken niet, waerom niet alleen
+verwondert maer oock bedroeft werden. Den breeden raet quam aen boort
+ende ordoneerde een zeijn brieff voor de vloot; oock mede dat de
+Fortuijn een stuck weechs om d'Oost soude loopen om te sien off geen
+tijdinge van Victoria conste vernemen; quam des avonts wederom, hadde
+niet vernomen tot middachs. Hadden hoochte van 22 gra., 22 minuten;
+des avonts cregen een harde regencaeck; de wint N.N.O., stijve coelte.
+
+29 ditto des morgens waren d'ander schepen een groot stuck after wt
+soodat wij mr van hun allen waeren.
+
+30 ditto hadden hoochte van 17 gra. 50 minuten; gingen suijen aen om
+de caep Bolinao int gesicht te loopen; die lach noch 18 mijlen van
+ons. 't Was drooch maer windich weder; wij waren de scheepen wel een
+marsseyl te cloeck behalven de Fortuijn die hart seylde.
+
+31 ditto hadden onse stierman des nachts hoochte van 16 gra., 10
+minuten, waermede de caep opt lijf mosten loopen, maer soo wij sulcx
+metten dageraet niet vernamen bevonden dat ons de stroom om de West
+hadde geset, waerom ons cours om de wal te naecken Oost aen setten. De
+wint was te Oost; des middachs hadden hoochte van 10 gra., 40 minuten;
+wij seijlden soo hooch om d'Oost als wij conden.
+
+Februari 1625, Saterdach.
+
+1mo ditto hadden de hoochte van 16 gra., 28 minuten; vernamen noch
+geen landt, soo dat ons de stroom hart om de West hadde geleyt.
+
+2 ditto des morgens sagen wy de caep Bolinao S. O. ten S. van ons. 't
+Is laechachtich vlack landt. Wij sagen oock 't hoogelandt van de baij
+van Pangassivan, wierpent datelijck op de leij ende verwachten de
+scheepen. Wij resolveerden alhier onder de caep tot morgen toe bij
+te leggen oft wij eenige tijdinge vant jacht Victoria ende joncken
+consten vernemen ende dat wij dan recht naer Witters eylandt souden
+loopen. Des achternoens begon het hart te waijen; wij lietent leggen
+drijven W. ende W. ten Noorden; des nachts woey het vliegende storm
+wtten Noorden, ons halsport brack aen stucken waerdoor, eer wij die
+conde stoppen, een hoope waters in cregen; die see liep overmaten
+cort ende onverbolgen.
+
+3 ditto des morgens wast hantsamer weder; de scheepen waren bij
+malcander behalven N. Hollant, die noch niet vernamen. Hadden hoochte
+van 15 gra., 43 minuten; wy seylden met fock ende voormarsseyl S. O. in
+de wal met stijve coelte, de wint Noorden.
+
+Des avonts sagen wij Witters eylandt voor wt ontrent 6 mijlen, ende
+mits dat de son laech begonst te gaen ende 't jacht den Haen een
+groot stuck after wt was, vondent niet geraden voorts te laten staen,
+wierpent op de leij ende lieten leggen drijven. Tegens avont quamen
+de scheepen Orange ende Haen bij ons, claechden veel in voorleden
+nacht geleden te hebben; Orange meende sijn fockemast een crack
+hadde; hij vreesde oock dattet met Noort Hollant niet wel en was;
+den Haen claechde dat veel waeters in genomen hadde ende veel armoede
+gepasseert. Wij hieldent aff ende aen; sagen des nachts vele vieren opt
+landt, apparentelyck die van Manilla waerschouwende van ons compste.
+
+4 ditto smorgens wast stilletgens, de wint wtte lande. Orange schoot
+een schoot ende quam aen boort, claechde dat sijn fockemast dwars
+door midden was; wij gaven hem een groote marsseyl ree daer hij mede
+wangde tot dat wij bequamelyck hem beter mochten helpen. Wij lietent
+voorts in staen, maer vernamen noch N. Hollant noch Victoria niet;
+wij conden oock Witters eylandt noch niet beseylen.
+
+5 ditto des morgens quam Noort Hollant wederom, Godt lof, by ons;
+claechde mede dat in voorlede storm veel hadde wt gestaen. De wint
+was uijtte wal; consten Witters eylandt niet becomen, waeromme wij
+metten raet resolveerden ons best te doen om inde baij van Manilla
+te geraecken, om ons van des vijants macht t'informeren.
+
+6 ditto des morgens was het stilletiens; wij dreven ende seylden den
+heelen dach, maer conden des avonts Mariavelle niet beseylen. Wy sagen
+dicht ondert landt een cleen vaertuijch, daer 't jacht Fortuijn naertoe
+sonden, maer condent niet becomen; wy gisten het een chaloupe geweest
+is, wt gesonden om ons te besichtigen. Des avonts quam de wint wtte
+wal; wy settent in de mont vande bay op 32 vadem waesachtige gront
+op het eylant Mariavelle; worden geweldich geviert.
+
+7 ditto. Deden ons best om op te laveren; de wint woey starck N.O. de
+baeij wt; tegen avont quamen weder ten ancker, hadden geen mijl met
+laveren gewonnen. Int setten quam Oranje de Fortuijn voor den bouch
+ende brack 't jachts bouchspriet in drie stucken; den raet quam aen
+boort ende resolveerde, alsoo wij ballast ende Fortuijn een bouchspriet
+mosten hebben, dat Oranje syn best zoude doen om voor wt innewaert
+aen te peuren om, soot doenlyck was, des vijants macht te ontdecken;
+oock dat schipper Carel mede met Oranje soude opvaren.
+
+8 ditto smorgens ginck Orange seijl ende metten dach lichten wy
+altsamen mede ons anckers, maer door de harde wint conste geen ofte
+weijnich voordeel doen; dies quamen des avonts onder Mariavelle
+wederom ten ancker op 26 vaedem; behalve Orange bleef aen de suijt
+syde van de baey leggen om mette lant wint bequamelyck op te commen.
+
+9 ditto weder onder seyl gegaen; die wint woeij hart N. Oost die bay
+wt; wij vorderde weijnich; oock mede cost den Haen niet langer voort,
+liep voor de wint wederom naer Mariavelle, daer wy iegens avont mette
+Fortuijn bij hem quamen ende settent op 18 vadem; wy vraechden den
+Haen watter schort; wisten ons anders geen antwoort te geven als
+dattet jachts ongebaniertheijt schult was; costen qualyck voorde
+wint ofte by de wint; 't is voorwaer oock een sober schip, om op
+dusdanighe tocht te gebruijcken; N. Hollant ende Orange waren een
+groot stuck de bay opwaerts aen.
+
+10 ditto gingen weder onder seyl, maer jegens avont de scheepen
+N. Hollandt ende Orange, wederom afcomende, liepen gelijckelyck
+aen de N.W. syde van Mariavelle in een valleij ten ancker op 30
+vadem moddergront, behalve N. Hollant, diet by de wint hielt ende
+liep van d'ander syde vant eijlant; dorst dees syde, dewijl daer
+onbekent ende het doncker was, niet aendoen. Den oppercoopman ende
+schipper van Orange mitsgaders onse schipper Carel Lievensen quamen
+aen boort ende rapporteerden dat sij soo naer de stadt Manilla ende
+fort Cavijte waeren geweest, dat sy met een gotelinge schoot het
+fort conde beschieten ende de menschen perfectelijck bekenden, ende
+dat onder ditto fort laegen 4 soo groot als gemene gallioenen, een
+tamelyck schip, een jacht met een galleij, alle t'samen reddeloos,
+behalven 't jacht ende galley, sulcx dat wy die in d'eerste maent
+niet hadden te verwachten.
+
+11 ditto quam N. Hollandt mede by ons op de reede ende de vrunden
+aldaer rapporteerden ons mede van des vijants macht in Manilla gelyck
+die van Orange gedaen hadden.
+
+12 ditto resolveerden met 100 man ondert gebiet van Jan Pietersen Reus
+met alle de schippers aen landt te vaeren om 't velt t' ontdekken;
+oock mede om ballast, hout ende water voor de scheepen te besorgen.
+
+13, 14, 15 ende 16 ditto waren doende om hout tot masten ende
+bouchsprieten, ballast ende water te halen, dat op dit genouch te
+bekommen is. 't Was alle daegen lieffelyck schoon weder; wy meenden
+Noort-hollandt ende den Haen aen d'ander syde vant eijlant te senden,
+om den vyant, soo hij met cleyn vaertuijch daer verscheen, het landen
+te beletten, maer alsoo 't gehouwen hout, bijsonder de mast voor
+Orange, seer wormgeten, swack ende onbequaem naert hacken bevonden
+worde, ende men vreesde aldaer ontrent geen beeter soo datelijck
+souden connen vinden, soo worde goet gevonden, naer dat de oude mast
+by Jan Pietersen Reus ende d' ander schippers was gevisenteert ende
+geoordeelt worde dat die het noch soo wel een wijltijts soude houden,
+jae een torn wtstaen, dat wij den 18 deser des morgens soude t' seyl
+gaen naer Witters eylant ende soo naer de caep Bolinao em te cruijsen,
+sulcx dat de voornoemde scheepen Noorthollant ende Haen aen d' ander
+syde vant eylant niet syn gaen leggen.
+
+17 ditto 's Maendachs smorgens is onse boot vrouch naer lant gevaren
+om de rest van haer water te haelen; de vaten vullende worden door den
+vijant die aldaer in de ruychte lach, overvallen, schietende geweldich
+met musquetten naer 't volck, die, hun water verlatende, naer de boot
+vluchte, 't welck wy inde scheepen vernemende, terstont den vijant
+met grof geschut daer van dreven, die onse boot doen verlatende, met
+menichte naer N. Hollants tingal (die een stuck weechs int baytien lach
+om hout te haelen) toe liepen ende schooten daer menichte van schooten
+op tot dat eyntelyck ons geschut hun dede het vaertuych verlatende ende
+namen de wijck aen d'ander syde vant landt. Onse boot quam aen boort;
+wij misten 5 man, namentlyck vier matroosen ende een Japponder, ende
+N. Hollant een met drij gequetsten; wy verlooren oock 7 musquetten
+met haer bandelieren, die 't volck door verbaestheyt int vechten van
+hun geworpen hadden; hadde den vijant wat meerder patientie gehadt
+ende sich wat langer bedect gehouden, ongetwijffelt hy soude een groot
+voordeel op ons hebben connen becomen, alsoo veel volck alreets vande
+respective scheepen aen lant souden gaen om de rest yder een van syn
+hout ende water te haelen ende apparent meestal ongewapent (alsoo men
+nu vast oordeelde daer was geen swaricheyt aen landt te verwachten)
+maer Godt de Heer heeft ons door dit ongeluck des volcx onachtsaemheyt
+willen betoonen, wat gebooden ende vermanen men hun doet, datse wel op
+haer geweer sullen passen ende hun niet bloot begeven ende hunluijder
+leeren op een andermael sich beeter in ordre ende bij den andre te
+houden, principaelijck daer perijckel te verwachten is.
+
+Noort Hollant ende de Haen sonden wij terstont om 't eylandt om te sien
+of geen van des vijants vaertuijch consten vernemen, dat sy ons dat dan
+met een schoot souden adverteeren, waer naer de boots aen lant voeren
+vol volcx, al waer commende vonden 2 dooden sonder hoofden, die sy
+de lichaemen begroeven, sulcx dat 4 van ons volck gevangen met hebben
+gevoert, waer wt ten deele onse gelegentheyt sullen cunnen verstaen.
+
+Ons volck vonden oock alle hun lege watervaten noch heel, ende 't
+gehact hout onbeschadicht op 't strant leggen, die sij gevult mettet
+hout aen boort brachten; apparent isser vrees in hun geweest, daerom
+oock alle haest gemaeckt hebben.
+
+Jegens avont quamen N. Hollandt ende den Haen wederom by ons ende
+rapporteerde Jan Pietersen, dat hun docht 2 seyltiens buijten gesien te
+hebben, maer van des vyants vaertuych hadden niets van cunnen ontdecken
+ofte vernemen, waerom wij resolveerden des nachts seijl te gaen.
+
+18 ditto Dijnsdachs smorgens lichten wij onse anckers ende gingen t'
+seyl. Metten dach sagen wy een seijltgen ondert lant van de Limbonis,
+daer wij al t' samen naer toe liepen; 't woeij een stijve coelte
+wtten O.N. Oosten; de Fortuijn, wel een vande harste beseijlste
+wesende, dede het seyltien strycken ende sont het ons aen boort;
+'t was een cleijn Chinees jonckien met 5 Chineesen, geladen met hout;
+wilden naer Manilla. Wij lostent hout ende deeldent tot gerieff vande
+vloot ende namen de Chineesen over, hacten het jonckien in de gront
+alsoot nergens toe bequaem was.
+
+19 ontbreekt.
+
+20 ditto ontrent middach quamen onder Witters eylant ten ancker op
+30 vadem vuijle gront.
+
+21, 22 ditto hebben Orange sijn fockemast, die op Mariavelle gehact
+hadde, noch ingeset alsoo die beeter bevonden worde als d' oude
+gebroocken, ende dewijl alhier geen ander te becomen is, hebben ons
+met die moeten behelpen.
+
+23 ditto des avonts syn wy gelijckelyck van Witters eylandt t'
+seyl gegaen naer de caep om d' aenstaende maent van Maert aldaer te
+cruijsen; 't was dagelijcx schoon, lieffelijck ende heet weder.
+
+26 ditto hadden een moije coelte wtte lande, seijlden boven Witters
+eylandt. Wy vernamen een seyl commende wtte wal; daer by commende was
+tot ons groot vernougen 't jacht Victoria, dat alhier ende ontrent
+de caep tot voor de bay van Manilla altoos alleen hadde geswormen;
+de joncken, seiden hij, hadden op de cust van Formosa, in een gat
+daer verneken saten, gevonden, ende alsoo die sonder te lossen niet wt
+conden comen, was hy genootsaeckt die te verlaeten ende naerde vloot
+te comen, hun belastende te volgen, ende soo ons volgende hadden ons
+gemist ende tot nu als vooren hier ontrent aff ende aen gelaveert.
+
+27 ditto smorgens vernamen 2 seijlen; waren 2 van onse joncken, die met
+ons gedestineert waren; hadden het mede altoos hier ontrent gehouden;
+hun oversten Equan quam aen boort ende rapporteerde had hij ses dagen
+naert vertreck vant jacht Victoria eerst wt gecomen was met sijn drien,
+maer dat de derde jonck, niet willende seijlen, by hun verlaten was;
+vermoet die wederom naer Tayouan toegelopen is. 't Was lieffelyck
+heet weder, redelycke coelte.
+
+28 ditto smorgens conden wy de joncken niet sien; ons oordeels salt
+hun seer swaerlyck syn ons te voegen. Equan hielt mij gisteren al
+vooren om des avonts onder de wal ten ancker te comen, soo dat wijt
+oordeelen onnosele seeluijden te syn.
+
+Primo Maert, Saterdach des morgens, waren wy weder dicht onder 't
+landt; wij sagen beyde de joncken, die wij meenden dat op ons aff
+souden gecomen hebben, maer wij bevonden dat sy liever de wal hielden
+dan met ons verre in see te loopen; wy sonden 't jacht Fortuijn des
+afternoens naer hun toe om die onder de vloot te doen comen, maer sy
+bleven onder de wal.
+
+2 ditto woey het hart wtten Noorden. Des avonts quamen heel dicht onder
+'t landt ontrent de caep, dat een schoone lantdouwe schijnt te weesen;
+de Fortuijn met eene jonck quam bij ons, maer soodrae als wij het
+wederom wenden van de wal t'seewaert, liep de jonck datelijck wederom
+bij syn macker onder 't landt ten ancker. 't Was heel stil weder,
+dan de see schoot hart.
+
+3 ditto waren wederom ontrent de wal; wij misten Noort Hollandt, die
+des afternoens weder by ons quam. Wij sonden 't jacht Fortuijn wederom
+by de joncken met wat amonitie, als cruijt, musquets, coegels ende
+lonten, ende lietent hun metten ondercoopman Abraham le Poivre weten,
+dat sy hun onder onse vlagge souden commen begeven; soo niet, indien
+hun eenich ongeluck overquam dat wy daer van ontschuldicht wilden sijn.
+
+Des afternoens quam Le Poivre wederom aen boort ende seijde dat
+de bootschap aen Equan gedaen hadde, daervan ick oock do Le Poivre
+schriftelycke verclaringe liet teyckenen; een weijnich tijts daer
+nae quam den Chinees Equan selffs aen ons boort, die ick aendiende
+volgens de voorige last van Le Poivre, sy mosten hun nevens onse
+schepen in see begeven ende niet onder de wal houden; soo verre
+de Spangaerden quamen te vernemen dat sij haer daer onthielden, sy
+souden groot perijckel loopen van genomen te worden; dat sy daerom
+gewaerschout souden sijn: wij moesten ofte costen alle avont met
+onse swaere scheepen soo naer de wal niet commen; ende ick wees hun
+hoe wij seijlen mosten omde joncken wt China te ontmoeten, daer op my
+antwoorde 't selve te sullen soo naer comen ende doen (hoe wel groote
+geneegentheyt toonde om onder de wal te houden, menichmael repeterende
+"haz mûcho grande mar" [163]) oock dat dat, namentlijck 't opsoucken
+vande joncken, seer goet was; maer soodrae den quidam wederom in syn
+jonck was ende dattet ontrent avont worde, liep terstont naer d'ander
+jonck toe, ende liepen t'samen onder de wal; wij hielen t'see.
+
+4 ditto woey het hart wtten Noorden; lietent leggen dryven om d'ander
+scheepen in te wachten.
+
+5 ditto wast stille; wij conden alt samen boven de caep Bolinao
+niet commen.
+
+6 ditto dreven wij boven de caep Bolinao voornompt open gaets vande
+baij van Pangassivan, een kenningh vant landt.
+
+7 ditto quam den breden raet aen boort ende resolveerde de cust totte
+Doz Irmanos toe te cruijcen; iterim dat Jan Pietersen mette Fortuijn
+ende tingal dicht langs de wal soude loopen ende vernemen oft ergens
+geen bequame reede ende waeterplaetsen waeren, om ons ende andre onse
+hier naer commende scheepen, des noot synde, daervan te mogen dienen;
+'t was heel stille ende heet weeder.
+
+Op dato storff d'eerste man van siecte in de vloot opt jacht den Haen.
+
+8, 9 en 10 ditto hadde ons de stroom weer om de Noort geset; wij conden
+van stilte totte boucht van Pangassivan niet comen, dreven mette seylen
+gestadich op de mast; ontrent middach cregen een labbercoeltien wtten
+N.Westen, soo dat wy iegens avont wtte bocht geraeckten. Mette son
+was de caep Z. ten W. van ons; wij seylden Z.W. ende Z.W. ten Westen.
+
+12 ditto waeren wy ontrent de caep; Jan Pietersen Reus hadde mettet
+jacht Fortuijn alhier een bequame waterplaets, leggende in een baij,
+gevonden, maer geene ofte seer onbequame anckergront voorde grooste
+scheepen; wij sonden alle de boots met 42 musquettiers aen lant om
+water te haelen; wij ordonneerden 't jacht Victoria soo dicht onder de
+wal te loopen als de boots bequamelijck soude connen beschermen, ende
+Jan Pietersen vooruit voer mettet jacht Fortuijn noch wat om de Suijt,
+om te vernemen oft geen bequame reede voorde scheepen conste vinden.
+
+13 ditto was ick aende waterplaets aen lant; wederom aen boort comende
+vont Jan Pietersen aldaer, die mij seyde een seer schoone baeij ontrent
+1 1/2 mijl van dese baij gevonden te hebben, om voor groote scheepen
+te anckeren; daerop den raet ontboden ende resolveerden mette vloot
+daer naer toe te loopen; jegens avont daer comende settent after eene
+gebrooken, dorren, clippigen houck, een cleen gotelingh schoot vant
+lant op 9 ende 12 vadem schoone gront.
+
+14 ditto voer Jan Pietersen met alle de schippers met 100 man aen landt
+om 't selve te ontdecken, maer vonden geen vars water, maer wel een
+staende poel brack water, die wy bevonden (hoewel vant geberchte aff
+compt) doort overloopen vande see int suijer mousson brack te wesen;
+wij resolveerden, alsoo enige vande vloot water van doen hadden,
+'t strant door te graven om het staende water in see te loopen ende
+ons dan daer van te dienen soo wij best soude connen.
+
+15 ditto quam Jan Pietersen wederom aen boort ende verhaelde mij,
+dat een seer bequaem afflopende vars water hadde gevonden, waerom
+gesamentlijck met alle de boots aen lant voeren met een pertij
+musquettiers om water te haelen; aen lant comende vonden van enige
+inwoonders resistentie, schietende vijff ofte ses seitsen ofte pylen
+naer ons; doch quetsten Godt loff niemant, maer door onse musquettiers
+vluchten int geberchte, soodat wij innewaerts van strant aff trocken;
+vonden daer een tamelijck pleyn, beplant met bannanus bomen, suijcker
+riet met yets anders, daer dese inwoonders hunne residentie hielden,
+maer apparent soo wy met de vloot hier quamen de vlucht hebben genomen;
+wij verbooden wel strengelyck dat niemant niettegenstaende d'inwoonders
+onse vyantschap getoont hadden, per avontuer niet wetende wat natie,
+oft Spangaerden oft andre, wij waren, alsoo wy vermoeden dat noijt
+van onse scheepen hier geweest sijn, enige vrucht bomen ofte aert
+vruchten souden beschadighen, om te sien oft sy ons by dien middel
+hier nademaels vreedtsamer ons water souden toestaen te haelen.
+
+Aen landt synde meetten andre om 't volck in ordre te houden, quamen
+2 seijltiens vande Suijt op comende laveren, waerom terstont Jan
+Pietersen Reus mette schipper vande Fortuijn aen boort sonden om mette
+vrunden advys 't jacht voornt daernaer toe te senden; maer aen boort
+comende vernamen dattet onse 2 joncken waeren, comende op laveren,
+om welcke oorsaecke, als mede om dattet stil was, niemant daer naer
+toe sonden; maer jegens avont liepen die wederom naer de wal sonder
+bij ons te comen; wij gissen dat sij ons niet gesien hebben ende
+'t was te stille om by hun te comen.
+
+'t Water, dat wij hier vonden, spruijt een half musquet schoot vant
+strant wtter aerde wt drie aderen, ende maekt soo een loopent beeckien
+tot in see, wel soo starck als inde Tafel baij; 't water is ook soo
+schoon ende lieffelijck ende in sulcken overvloet, dat ment nauwelyck
+soude verwenschen, alleenlijck dattet met laech water wat moeijlijck
+over enige effe clippen in de boots te brengen is.
+
+Deze baij worde bijden raet op d' approbatie vande Heer Generael
+den naem gegeven van Muijsers bay; leyt op de hoogte van 16 gra.,
+15 minuten Noorder breete.
+
+De Weste baij ofte waterplaets, 1 1/2 mijl bijnoorden, worde genaempt
+op gelijcke approbatie Reusen bay; sijn beyde dese bayen seer kenbaer,
+want vande caep Bolinao aff tot Reusen baij is 't lant effen oft het
+geschaeft waere, maer aldaer valt het met een inwijck ofte bay in;
+wederom van daer 1 1/2 myl suijdelijck tot Muysers bay ist wederom
+effe; dan ontvalt hem 't lant in Muysers baij in 2 ofte driederley
+heuvelen ende int midden van de bay siet men een ruijge hoeck van
+boomen; tusschen dien hoeck ende de voorverhaelde dorre clippen
+aende noortseyde, dicht onder 't lant, is de reede alles gelyck by
+der stuerluyden journaelen perfecter is geextendeert ende beschreven.
+
+16 ditto waeren noch doende met water te haelen; de scheepen
+ondertussen d'een wat crengende, d'ander wat drijvende; Orange sette
+een nieuwe bouckspriet in, alsoo sijn oude onbequaem ende geheel
+vergaen was. Worde goetgevonden op morgen aen lant te gaen om de
+scheepen, principaelijck die naer Maccao sullen gedestineert worden,
+van brant ende ander hout te versien, ende alsdan gelijckerhant op
+18 deser wederom in see sullen loopen.
+
+17 ditto waeren met alle de boots aen lant ende hacten een deel brant
+ende timmerhout voorde vloot.
+
+18 ditto waeren ons volck doende om 't hout aen boort te brengen;
+ontrent de middach openbaerde hun wederom 8 à 10 swarten, schietende
+verscheyden pijlen doch quetsten Godt loff niemant, want vluchten
+terstont boswaerts in alsoo d'onse naer hun schooten; ende quamen
+ons volck altsamen met hun hout aen boort.
+
+Wij resolveerden metten raet naerdemael wy onse Chinese joncken niet
+en vernamen, de jachten Fortuijn ende Victoria langs de wal tot de
+Doz Irmanos toe te senden om de selve joncken op te soecken ende
+onder de vloot te brengen.
+
+Des nachts wast stille tot int dachquartier, wanneer veel blixem ende
+een harde regen viel, die ons gans ongewent was, alsoo wij sedert 28
+Januarij (dat wt Taijouan seylden) noyt regen vernomen hadden.
+
+19 ditto, Woensdachs, des morgens metten dach, de wint wtte wal sijnde,
+lichten ons anckers ende gingen wtte baij seijl, buijten comende woey
+ende regenden het hart met donder ende blixem, soodat wijt lieten
+drijven; de jachten liepen langes de cust om de joncken op te soecken,
+die wij sedert den 3 deser (alleenlijck op 15 ditto dat wy die gisten
+te sien, hoewel niet by ons quamen) niet vernomen hebben, sulcx dat
+dees joncken meer moeyte ende sorge causeren, als ick vreese dat
+sij de compa dienst sullen doen, want in alle manieren toonen geen
+genegentheyt om bij ons te sijn, oock syn se onbequaem om t'see te
+loopen; ende 't is ons niet geraden gestadich ontrent de wal op hun te
+passen, waerom wij oock resolveerden hun noch dees reijs op te soucken
+ende, die niet vindende, onse cruijsinge tot opsoeckinghe vande vloot
+ende andre joncken comende van China naer Manilla te vorderen.
+
+Des middachs sagen een seyltien recht voor wt S. ten W. van ons, daer
+wij altsamen met alle de seijlen naer toe liepen met tamelycke coelte
+wtte Noorden, maer alsoo een groot stuck voor wt was ende ons te cloeck
+int seijlen, is ons iegens avont ontduijstert. Ick oordeelde het een
+Chinees wangcan te sijn, ofte comende van China ofte wt Manillas,
+om ons te verspien.
+
+Wij staecken bij ende setten een vuijr op om Orange ende den Haen,
+die een groot stuck weechs after wt waeren in te wachten.
+
+20 ditto smorgens waeren Orange en de Haen ons wt gesicht; presumeren
+dat sij ons vuijr niet hebben gesien ende derhalven hebben laeten
+voorstaen; de Dos Irmanos waeren N. ten O. 3 mylen van ons; wy
+cregen een lant wintien ende deden ons best om wederom om de Noort te
+commen; de schippers vande Fortuijn ende Victoria quamen aen boort
+ende rapporteerden ons, dat sij op gisteren, alsoo dicht onder de
+wal loopende als hun mogelijck was, geen joncken vernomen hadden;
+affcomende hadden seijlten voor wt gesien, daer de Fortuijn terstont
+naer toeliep, maer doort vallen vanden avont verloor hem wt gesicht,
+soo dat genootsaeckt was wederom onder de vloot te commen.
+
+Des middachs vernamen Orange ende den Haen omden Suijt van ons; wy
+wierpent op den leij ende wachten hun in; des avonts quamen Godtloff
+wederom by ons; de wint was Zuijen.
+
+21 ditto des morgens waeren byde Doz Irmanos ende dreven in stilte;
+des avonts cregen 2 a 3 regencaecken, met wint vermengt, maer hielen
+cort op; des nachts dreven in stilte om de Noort.
+
+22 ende 23 ditto cruijsten wy ontrent de caep Bolinao; 't was stil
+heet weder, de see schoot seer hart als of het hier corts hart
+gewaeyt hadde.
+
+24 ditto des morgens quam den raet aen boort ende resolveerde,
+niettegenstaende wy ons devoir genouch gedaen hadden int op soecken
+van onse Chineese joncken ende daerom hun ons niet eens meer behoefden
+te moeijen, dat Jan Pietersz Reus mettet jacht Fortuijn ende een
+tingal, noch eenmael ten overvloet totte Dos Irmanos toe langs de
+wal sou loopen om gemelte joncken op te soecken ende met eenen oock
+de gelegentheyt vande cust aldaer ontrent te ontdecken.
+
+25 ditto worden eenige delinquanten gestraft volgens de sententien;
+wij dreven in stilte tussen de Caep ende Reusenbaij.
+
+26 ditto hadden een redelijck coeltien wtten noorden; Jan Pietersen
+mettet jacht Fortuijn ende sijn tingal liepen voor wt langs de wal,
+om de joncken op te soecken; des avonts sagen wij de 2 broers recht
+voor wt, namen onse seijlen in ende lietent leggen dryven.
+
+27 ditto des morgens quam Jan Pietersen wederom aen boort ende
+hadde mette tingal in een schoone groote bocht ofte ban geweest,
+daer de broers voor leggen, sagen een huijs ofte diergelycke oposte
+ontrent het strant staen, sulcx dat apparent daer goede gelegentheyt
+van anckeren ende water te haelen soude wesen, maer van de joncken
+hadden sij niets vernomen, waerom wij wederom N. W. ende W. N. W. aen
+see liepen om aende Caep te comen.
+
+28 ende 29 ditto laveerden wij aff ende aen 5, 6 a 8 mijlen vande wal;
+de wint was N. ende N. N. O. met styve coelte; de see ginck seer hol,
+oorsaecke de stroom hart om de noort gaet; 't was datelyck lieffelyck
+heet weder, maer wij vernamen geen joncken noch ander vaertuijch.
+
+30 ditto, Paesdach, des morgens waeren voor Muijsersbaij ontrent 3
+mijlen vant landt; 't was lieffelijck weder, dan de zee schoot hol;
+den breeden raet quam aen boort ende resolveerde, alsoo wij genouchsaem
+ons best hadden gedaen om onse joncken op te soucken, sonder die te
+vernemen, dat wy hier ontrent de Caep de aenstaende maent van April
+(ten ware voorval van saecken anders vereijschte) aff ende aen souden
+cruijsen sonder onse voornoemde joncken, ten waere sij bij ons quamen,
+meer te bemoeijen ofte aen te trecken.
+
+De twee baijen, op 26 deser by Jan Pietersen Reus ontrent de Dos
+Irmanos ontdeckt, worden byden raet genoempt de grootste ende
+oostelyckste, 't Wapen van Selantsbaij, ende de cleijnste ofte
+westelyckste, Fortuijnsbaij, leggende t'samen op de hoochte van 16
+gra., N. brete.
+
+31 ditto worden wy des morgens een seyl onder de wal gewaer; wij
+velden onse seylen, schooten een schoot ende liepen naer hun toe,
+hij, soo wij oordeelden, quam oock op ons aff, waerom terstont de
+vlagge boven aff lieten waeijen, menende het was een advijs jacht
+vande vloot van d'Heer Admirael L'Hermite, maer een weijnich daer naer
+sette hy syn halsen op ende ginck voor de wint van ons wech, als oft
+wy stil hadden gelegen; de Fortuyn was juijst oock sulcke stuck in
+de wint van ons aff, als wij hem veel conden sien; wij vervolgden hem
+den heelen dach; somtijts liet hij sijn marsseyls loopen ende scheen
+ons in te wachten, maer als wy (jae selfs de Fortuijn die hem op den
+dach by de wercken quam) hem sterck schenen in te volgen, hijsten hy
+wederom syn marsseyls ende ontliep ons altsamen als vooren, sulcx dat
+wy altsamen niet anders consten oordeelen ofte het was een Spaens
+jacht, van die van Manilla express om ons t' ontdecken wtgesonden;
+'t sy dan om ons vloote verder omde Zuijt ontrent hunne scheepen
+(soo eenige in zee hebben) te leyden, ofte om 't een oft 't ander
+jacht van ons affhandich soecken te maecken; 't sy dan hoet sij, wij
+hebben hem jegens avont, omdat wy jegens ons resolutie niet dorsten
+verder om de zuijt loopen, als mede om dat het een donckere maen
+was, ende ons ander scheepen verre after wt waeren, moeten verlaten,
+ende wierpent op de leij ende verwachten d'ander scheepen, Orange,
+Haen ende Victoria.
+
+April, 1625.
+
+Pro ditto Dijnsdachs, des morgens, lagen wy in stilte; smiddachs cregen
+een coeltgen wtte noordelijckerhant, leydent doch weder naer de wal.
+
+2 ditto was het stilletiens; smiddachs hadden hoochte van 16 gra. 30
+min., cabo Fraile Oost van ons ontrent 6 mijlen; des avonts wendent
+van de wal.
+
+3 ditto waren door stroom om de noort gedreven; des middachs liepen
+met een coelte ontrent Reusenbaij 4 mijlen buijten de wal; lietent
+des avonts dryven omde West.
+
+4, 5, 6 ende 7 do wast mooij lieffelijck weder; hieldent aff ende
+aen ontrent de Caep ende Muijserbaij 6, 5 ende 4 mylen buyten de wall.
+
+8 ditto waren wederom omde noort gedreven (alsoo wy bevonden de stroom
+alhier gestadelijck soo loopt); wy liepen om de suijt ontrent 4 mylen
+van de wall.
+
+9 ditto hadden moije coelte, laveerden om de noort; des avonts was
+Reusenbaij Oost van ons ontrent 3 mylen; lietent doch drijven mettet
+hooft om de West.
+
+10, 11 ende 12 ditto waren wy tusschen de Caep ende Muijsersbaij 5,
+4 ende 3 mijlen buijten de wal; des nachts setten ons de stroom om de
+noort; wy vernamen als noch geen joncken, noch eenich ander vaertuijch.
+
+13 ditto, Sondach, smorgens metten dach sagen wy 7 seylen te
+landewaerts van ons; wij oordeelden terstont dattet de Spaense
+vloot wt Manilla most weesen, want soodrae sy ons gewaer worden,
+quamen op ons aff; den raet quam aen boort ende wij resolveerden ons
+best te doen om hun soo verre t'zee te leyden als doenlijck soude
+syn, om haer de couragie te benemen, alsoo altoos cleen vaertuijch
+bij hun hebben dat op haer past, om haer in tyt van noode mede te
+salveeren; sy deden den heelen dach hun best om ons in te loopen,
+dan conden ons dien dach niet beseijlen; nochtans waren wij metten
+Haen seer belemmert overmits niet voorts en conste ende wy hem niet
+achter mosten laeten; eijntlijck waren genootsaeckt een deel rys,
+syn boot, jae eenighe anckers vande bouch overboort te werpen, om
+'t jacht by de seijlen te crijgen; efter mosten de Fortuijn hem
+noch voor onse scheepen over roeijen, soo qualijck was dat jacht
+beseylt. Dese armade bestont in 4 groote ende gemene gallioenen, een
+tamelijck schip, een jacht met een galleij van ontrent 20 bancken,
+doch onder wat overicheyts beleyt, hebben als noch niet verstaen.
+
+14 ditto, des morgens vrouch waren sij altsamen after in ons vaerwater;
+'t was stilletgens; den Spaenschen admirael liet hem van de galley
+bouchsaerden om in onse vloot te comen, dewyl d'ander scheepen haer
+best deden met seylen, die te mets van achteren aen quamen; derhalven
+siende wij nu dattet met seylen hun niet verder ontleggen conden,
+maer dat sy ons seeckerlyck opt lyff geresolveert waren te comen,
+soo worden by den commandeur ende raet mannelijck geresolveert dat
+wy onse schoverseijls in den bant souden nemen, de blinde reen onder
+de bouchspriets haelen ende soo haer met couragie in te wachten;
+oock wert geresolveert, alsoo het jacht Victoria voor wint qualijck
+beseylt is ende de macht vande galley, soo die op hem aff quam, niet
+soude connen wederstaen, dat sy dan in wtterste noot synde ende niet
+connende ontcomen, 't jacht in den brant souden steken oft in den
+gront hacken, ende dat alsdan met hun volck in een vande schepen
+souden vluchten ende hun soo salveeren; tot dien eijnde worde hem
+den tingal vant wapen van Hollandt bij gevoucht om 't volck in een
+reys te mogen voeren. De sonne alsnu ontrent S. S. Oost synde, quam
+den Spaensen admirael op de wint veringh van Noort Hollandt, die wy
+meenden after do N. Hollandt om soude loopen om ons schip, 't Wapen,
+te abordeeren (schietende ondertusschen 3 à 4 schooten naerden Haen,
+die mette Fortuijn voor wt onse scheepen was), want alsoo wij op
+Noorthollants backboort syde waeren, conden wy ons schut int eerste
+niet wel gebruijcken, ende overmits de stilte conden wy de scheepen
+niet after malcanderen crijgen, soo dat ondertusschen den admirael
+vant voorsz. N. Hollant ende Orange soo met hun schut gegroet worde,
+dat hijt abordeeren voor die tyt excuseerde ende braste sijn groot
+marsseyl aen de wint om overstuijr te deijnsen. Den admirael ende
+vice admirael, yder een even clouck, beyde gemonteert elcx met 44
+ende 46 stucken (apparent alle van metael), gaven oock geen coop,
+maer deden hun devoir wel met schieten soo naer onse scheepen als
+naer onse seylen ende ronthout; ondertusschen ons schip, 't Wapen,
+een weijnich van d'ander scheepen voorts schietende, dat wij mede
+ons schut naer wil mochten gebruijcken, schooten wij gelijckelijck
+soo vreeselijck op den admirael, dat hij syn marsseyls moste neder
+halen ende crengen; wij worden oock alle drie gelycx de water in
+geschooten, behalven de schooten, die door de scheepen, masten ende
+seylen quamen. Orange, die alsdoen een weynich after N. Hollant was,
+creegh den vice admirael op sy, die ons ende Noorthollant van afteren
+ende Orange op syde soo trefte, datter eenighe in N. Hollant doot
+geschooten ende gequetst worde; maer hy worde mede met gelijcke munt
+soo betaelt, dat hij sijn marsseyls moste laeten loopen ende gelijck
+syn admirael overstuyr deijnsen; het derde schip, schout bij nacht
+synde, oock een schip van groot gewelt met 2 laegen schut, dede oock
+soo syn devoir met schieten, dat wy blyde waren dat hij mede syn
+admirael ende vice-admirael nootsaeckelijck volgen most; als sij nu
+alsoo ontrent twee glaesen een weynich after wt gelegen hadden, soo
+hijsten sij gelijckelyck haer marsseylen, namen haer schooverseyls in
+den bant ende pudsden haer blinden op, ende quamen soo alle gelijck
+op ons aff, waerom wy oock vaste rekeningh maeckten; wij soudense aen
+boort crijgen, maer soohaest sij op sij van onse scheepen quamen ende
+op d'oude ofte voorgaende manier wederom treffelyck gegroet wordende,
+soo liet den admirael terstont ende daer naer d'ander scheepen haer
+marsseijls loopen om after te geraecken; des admiraels vlagge worde
+in genomen ende wel byde 2 uijren lanck, om de stock geslaghen, vast
+gehouden, waer wt wij niet anders consten nemen ofte haren admirael
+most doot syn; aldus mette anderen wat afterwt geraeckende, lieten
+syt te mets over stuer drijven, ende alsoo het iegens avont begonde
+te gaen, begonsten allenskens van ons te veeren ende wij hielden ons
+onder cours t'seewaert, sulcx datsij 's anderen daechs sulcken stuck
+after wt waeren, dat wij Godt dancten, dat alsoo van hun ontslagen
+waeren, alsoo wy een seer geringe macht, om jegens soo een armade te
+slaen, by ons hadden, want vant jacht der Haen ende Fortuijn geen ofte
+seer weijnich assistentie hadden, niet om dat sy hun devoir niet wel
+en deden, maer om dat wijt jacht den Haen niet after onse scheepen
+wilden hebben, van vreese sij souden hem alleen afteraff crygende
+doot gefoolt hebben, daerom de Fortuijn hem met bouchsaerden voor de
+scheepen moste houden sulcx, dat wy met onse 3 scheepen, namentlyck
+'tWapen van Zeelandt, N. Hollant ende Orange 't spits van de heele
+Spaense macht mosten affbyten.
+
+Daer syn wt onse scheepen ontrent 400 schooten met groff geschut
+geschooten daer van datter den admirael ten minsten wel honddert
+getreft hebben; d'ander hebben oock hun portie wel gecreghen, men
+oordeelde eens wat dooden ende gequetsten datter geweest moeten sijn.
+
+Het schip Noorthollant heeft 3 dooden en de 7 gequetste, Orange een
+doot (namentlyck syn constabel) met 5 gequetsten; wy hebben Godtloff
+niemant doot noch gequetst.
+
+Als wij aen malcander geraecten, gisten wy te weesen ontrent 23 mylen
+vande wal: onse stuerman hadde des middachs hoochte van 16 gra.,
+50 minuten de Caep Bolinao O.S.O. van ons.
+
+'t Jacht Victoria worden byden schipper Keyser int eerste, eer noch
+een schoot geschooten was, seer slechtelyck tegens expresse ordre,
+al eert in eenich peryckel was, verlaeten ende sonder iets te
+bergen geruijmpt ende laeten dryven; 't schynt sulcken vreese ofte
+verbaestheyt in hun luyden is geweest, dat sy nergens naer dan om hun
+te bergen hebben gedacht; sy luyden seggen wel, dat sij menichte van
+poppen ende cardoesen hadden geleyt om 't jacht aen brant t' steecken,
+maer den constabel is nevens den schipper mede soo verbaest geweest,
+dat hij bij naer niet weet te seggen waer hy de lont geleijt heeft,
+den vijant roeyde daer mette galleij naer toe, schooten daer op, maer
+dorsten 't niet aboordeeren; daer naer roeyden een vaertuijch daeraen
+ende haelden de Prince vlagh, die after aff woey, daer aff, ende soo
+veel wij consten bemerken lietent doen drijven ende dreeff soolang
+wijt conden oogen sonder eenich teycken van branden te vernemen;
+voorwaer een slecht stuck wercks. De saeck worde met advys van den
+raet aen de Heer Sonck gederigeert.
+
+15 ditto des morgens was den vyant als vooren geseyt soo verre after
+wt als wy hem sien conden, loopende naer de wal; wij dancten Godt dat
+soo een treffelycke macht gedwongen was ons schandelijck (sonder meer
+op ons te attenteren) te verlaten.
+
+Wij resolveerden, alsoo den vyant apparentelijck niet datelijck sall
+verlaten, maer wel een tijt als noch aldaer ontrent mocht bij houden,
+ende om hun volgens onse instructie soo veel te schouwen als mogelijck
+is, dat wy sullen de Caep Bolinao int gesicht loopen ende cruijsen dees
+heele maent van April tusschen de voorsz. Caep ende de 17 grad. Noorder
+breete, 8 a 10 mylen vande wal int vaerwater vande joncken, op hoope
+van eenige te becomen; des middachs hadden de hoochte van 16 grad.,
+42 minuten; waren alsnoch ontrent 24 mijlen vande wal.
+
+16 ende 17 ditto wast looff stille; hoochte 16 gra., 40 minuten; op
+dato sturff een quartiermeester ende was d' eerste die geduerende den
+tocht opt schip gestorven was; ons volck begon starck in te vallen,
+meest vant water gequelt sijnde.
+
+18 ende 19 ditto wast noch al looff stille; hoochte 16 grad., 45
+minuten; de see was vol vis, daer wij in de vloot te mets een van
+vingen; quam wel tepas.
+
+20, 21, 22, 23 ende 24 do. hadden continueelyck stilte, somtijts
+een labber coeltie; schocten al nade wal toe op 17 ende 16 grad.,
+40 minuten Noorder breete.
+
+25 ditto des morgens sagen wijt hooge landt van Pangassivan ontrent
+6 mylen van ons; de Caep Bolinao 5 mylen S.S.O.; wy leydent wederom
+W.S.W. in see.
+
+26 ende 27 ditto hadden hoochte van 16 grad., 45 min.; waren ontrent
+9 mijlen vande wal; des morgens hadden vrij wat regen.
+
+28 dito sagen noch 't hooge lant van Pangassivan 8 a 9 mijlen van ons;
+hoochte van 16 gra., 45 min.; nog lietent leggen drijven.
+
+22 ende 30 ditto was het stille, worderheet weder; des avonts cregen
+een coeltien wtten Noorden; namen onse seijlen in ende lietent leggen
+dryven mettet hooft omde West.
+
+Maij, 1625.
+
+Adij. Pro. ditto Donderdach des morgens wast heel stille; des middachs
+hoochte van 16 gra., 18 minuten, met groote hitte; des avonts was
+de Caep Oost ontrent 5 mylen van ons; lietent doen wederom dryven;
+des nachts hadden veel regens met donder ende blicxem; oock wint,
+maer duerde niet lange.
+
+2 ditto smorgens sagen 't hooge landt van de Doz Irmanos O.S.O. van
+ons; 't laege landt vande Caep Oost, omtrent 6 mijlen. 't Was claer
+gesicht. Den raet quam aen boort, ende worde geresolveert, alsoo
+wij noch niet seecker wisten dat den vijant de cust verlaten hadde,
+ende nochtans des lants vloot wel diende op gesocht, dat wy volgens
+onse instructie ons voor des vijants macht wel soude wachten, ende
+als noch tot 12o deser maent Oost ende West 6, 8 à 10 mijlen van de
+Caep t' see sullen cruijcen om op de joncken te passen; smiddachs
+hoochte van 16 grad., 12 minuten; tegens avont liepen in zee.
+
+3 ditto des morgens was de Caep Oost wel 300 noordelijck van ons
+ontrent 6 mijlen; wij liepen met reddelijcke coelte met 't voormarsseyl
+t' zee; smiddachs hadden de hoochte van 16 gra., 23 minuten; dreven
+des nachts 8 9 mijlen vande wal.
+
+4 ontbreekt.
+
+5 ditto, hoochte van 16 grad., 28 minuten; de caep O. ten N. ontrent
+8 mijlen; 't was stille ende wonder heet weder; vernamen geen joncken.
+
+6 ditto, hoochte van 16 grad., 34 minuten; de caep Oost van ons;
+waren ontrent 10 mylen vande wal; den heelen dach stille; dreven
+mettet hooft om de West.
+
+7 ende 8 ditto als vooren in stilte gedreven; de caep op de hoochte
+van 16 gra., 40 min. O. ten Z., ontrent 10 mylen van ons; was heet
+weder, wy vingen dagelycx vry wat visch.
+
+9 ditto des morgens begon 't hooge landt van Pangassivan; waren een
+stuck om de Noort gedreven; op den dach cregen een regencaeck ofte
+twee; smiddachs hoochte van 16 gra., 10 minuten; des avonts deden
+ons best om wederom om de Suijt te comen.
+
+10 ditto waren wederom voorleden nacht mette stroom een groot stuck
+om de N. gedreven; wy hadden de hoochte van 17 grad., 2 minuten;
+naer de middach deden ons best mettet zeeluchie om wederom aen de
+caep te comen.
+
+11 ditto waeren alsnoch om de Noort gedreven, sulcx dat ick vrese,
+soo de Noordewint ons begeert gelijck hij schynt te willen doen,
+dat wij beswaerlijck wederom aen de caep sullen connen comen; wy
+hadden hoochte van 17 grad., 10 min.; des avonts coeldent redelijck;
+deden gelyck ons best met seylen om aende caep te comen, maer bevonden
+geweldige harde stroom ons tegen te loopen.
+
+12 ditto des smorgens, sagen 't landt van de caep S. O. ten O.,
+ontrent 5 mylen van ons; des afternoens cregen een deftige coelte
+wtte Noorden, waer mede wy de caep aen boort seijlden; des avonts
+was die Oost van ons; wij lietent doen leggen drijven.
+
+13 ditto smorgens waren ondert landt van de caep, ontrent Reusenbaij,
+3 mijlen vant lant; den raet quam boort ende worde geresolveert, datmen
+een vliegende tocht tot ontrent de Doz Irmanos ofte wat verder om de
+Suijt soude doen om te sien oft eenige tydinghe van onse vloote souden
+mogen becomen; des afternoens vernamene en seyl tusschen Muijser-
+ende Reusen baij langs de wal, daer wij het samen naar toe hielden,
+maer condent niet becomen; soo als wijt naerderden, conden anders niet
+bemerken ofte was een Spaens fregat, want 't hadde een wit vierkant
+seijl op ende was seer laech ende cleen, waerom wij, vresende de
+Spaence vloot mocht noch wel hierontrent sijn, omdat gemenelijck als
+onse scheepen hier op de cust syn, soodanighe vaertuijgen hun ontrent
+de wal onthouden om onse gelegentheyt t'ontdecken ende den vyant daer
+van te verwittigen.
+
+Doch mede, dat geen ofte seer weijnich hoope ofte apparentie van des
+lants vloote te verschynen voor oogen sagen, want wij soo naer de
+wal waren, dat indien eenige scheepen, alwaert totte Dos Irmanos toe
+geweest, in see haer hadden onthouden, wy deselve soude hebben connen
+ontdecken, derhalve om reden voornt ende dese vloot niet verder te
+peryculiteren, worden geresolveert 't vorder om de Suijt te loopen
+voor dees tyt t'excuseeren, ende dat wy terstont wederom West in see
+souden loopen cruijsende Oost ende West, 4, 5 a 6 mijlen vande caep,
+wederom te see; in den avontstont schoot den Haen een schoot; wij niet
+wetende wat sulcx beduijde, voer onse schipper daer aen boort, seyden
+hem dat sy int ondergaen vande sonne 2 seijlen hadden gesien, daer wij
+mede aen getwijffelt hadden, maer eijntlyck bevonden wolcken te wesen;
+niettemin gaven ordre aende scheepen om haer wat te verspreyen ende
+West aen te loopen, op hoope van yets te becommen, maer des morgens
+vernamen niet met allen; de scheepen hadden wel gespreyt gelegen,
+sulcx haddent seylen geweest, conden ons niet geëschapeert hebben.
+
+14 ditto smorgens waren Oost ende W., 4 mylen vande caep. De scheepen
+waren wel een groote myl van den anderen verspreyt, maer vernamen als
+geseyt alsnoch geen schijn van seylen, quamen op den dach wederom
+by den anderen; smiddachs hadden hoochte van 16 grad., 36 minuten;
+de mousson begon sich temets te openbaeren.
+
+15 ditto waren tusschen Reusenbay ende de caep, 4 mylen van de wal;
+wy conden een groot eynde weechs sien, maer vernamen geen seylen;
+wy liepen t'see om de West.
+
+16 ditto vernamen een seyl N.W. van ons; wy liepen daer naer toe,
+maer alsoot stilletiens was ende jegens avont ginck, sonden daer de
+Fortuyn met 3 boots ende een tingal naer toe, maer des avonts conden
+noch niets daer van vernemen.
+
+17 ditto waren wy voor Muijser baij, 4 mylen vande wal; naer middach
+brocht onse boot het seyl, dat daechs te vooren gesien hadden, aen
+boort; was een jonck, commende wtte revier van Chincheo, gedestineert
+naer Manilla.
+
+18 ende 19 ditto Pynsten, waren doende om de jonck te lossen; wy
+verdeelden de Chineesen, die over de 200 sterck waren, op de scheepen
+tot naerder ordre.
+
+20 ditto worden de jonck los, daer wij in alles te dienste van de
+Coma., behalven de Chineesen, eenige weijnich ysere pannen ende wat
+groff porceleyn, de waerdije van hondert realen van 8en niet hebben in
+gevonden; des avonts staeken de jonck aen brant ende lieten die dryven.
+
+Die Raet resolveerden, dat men de veroverde Chineesen op alderspoedigst
+naer Batavia soude senden; tot dien eynde worde 't schip N. Hollandt
+geordonneert op 22 ditto mette voornomde Chineesen te vertrekken
+naer die cust van China langs de wal naer de bayen van Pandorang,
+Commorijn ofte Cuncheo ende aldaer tot int begin vant Noorder mousson
+soo om naer Batavia te vaeren als d' nader avysen van de Ed. Heer
+Genel. te becommen te verwachten.
+
+Mede resolveerden den Raet dattet jacht den Haen op 25 deser met
+advysen naer Tayouwan aende E. Heer Gouvr. sal vertrecken ende dat
+wy dan voorts mette scheepen 't Wapen van Seelandt, Orange ende 't
+jacht de Fortuyn naer de cust van China onder de eylanden van Maccau
+sullen loopen ende aldaer ons water ingenomen hebbende, wederom naer
+de Piscadores ofte Tayouan sullen oversteken, om naerder ordre van
+de Heer Gouvr. te verwachten.
+
+21 ditto wast lieffelijck weder; wij deden ons best om N. Hollant
+aff te vaerdigen.
+
+22 ditto is 't schip N. Hollandt van de cust van Luconia t' seyl
+gegaen met 219 Chineesen; de Heere Godt wil hun in salvo geleyden;
+daer op is gegaen voor oppercoopman Harman de Coninck ende voor
+schipper Gerrit Andriessen [164].
+
+
+
+
+
+
+STELLINGEN.
+
+
+I.
+
+Niet Malakka (vgl. prof. R. Fruin, Tien jaren), maar Macao moet de
+uiterste factorij der Portugeezen genoemd worden.
+
+II.
+
+Blumentritt (Holländische Angriffe) gelooft te onrechte, dat er in
+1616 een verbond bestaan heeft tusschen de Hollanders en Mindanaers.
+
+III.
+
+Indien de politiek van J. P. Coen tegenover de Chineezen nog eenigen
+tijd was voortgezet, had dit waarschijnlijk het geheele verloop van
+den handel van Manila ten gevolge gehad.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Een korte beschrijving van dit document.
+
+[2] Vgl. Dr. H. C. Rogge, "De eerste Nederlandsche
+Handelsonderneming op Oost-Indië en Corn. de Houtman" in Tijdschrift
+v. h. Kon. Ned. Aardrijksk. Genootschap, 2e Ser., dl. XII, blz. 399 vv.
+
+[3] Jan Huyghen van Linschoten, Itinerarium ofte voyage ende schipvaert
+naer Oost ofte Portugaels Indien, Amsterdam, 1595-1596.
+
+[4] Prof. Fruin noemt in zijn Tien jaren uit den tachtigjarigen
+oorlog, 's-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka de uiterste factory,
+die de Portugeezen bezaten en zegt, "dat zij wel handel dreven op de
+Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet hadden gevestigd". Ik
+vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516 was reeds een jonk der
+Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid tot eene voorloopige
+vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar later weer moest
+opgeheven worden, maar toch gelukte het den Portugeezen na vele
+inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te krijgen van het
+Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den mond van de
+rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie Danvers, The
+Portuguese in India, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f.
+
+Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de Portugeezen
+gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht hun
+sterkte Gamoe-Lamme opTernate over te geven, waarna zij naar Tidore
+overstaken en zich aldaar vestigden in een sterkte Maboppo. Ook op
+Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie De Jonge, De opkomst van
+het Nederl. gezag in Oost-Indië, dl. II, blz. 176, 179, 181. Danvers,
+a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11 f., 63 f.
+
+Verder blijkt het duidelijk uit een brief van Wijbrandt van Warwyck,
+20 Jan. 1600, afgedrukt bij De Jonge, a. w., dl. II, blz. 377. "Op
+Tydore hebben deze Portugeesen een kasteel, van gelijcken de suytzijden
+van Ambona".
+
+[5] F. Blumentritt, "Versuch einer Ethnographie der Philippinen"
+in Petermann's Mittheilungen, Ergänzungsband XV, 1882, S. 59, f.
+
+[6] P. A. Tiele, "De Europeërs in den Maleischen archipel" in de
+Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 4e Reeks, dl. V,
+blz. 189. Voor den handel van Manila in het midden der 17e eeuw zie
+men Thevenot, Relation de divers voyages curieux, Paris, 1664.
+
+[7] "Om den alleenhandel van Batavia te bekomen", schreef Coen
+aan bewindhebbers 20 Juni 1628, "moeten wij niet alleen den handel
+op Manila, Macao, Cochinchina en gansch Indië beletten, maar hem
+daarenboven langs de geheele kust van China zoozeer kwellen en
+incommodeeren als doenlijk is". Medegedeeld door Tiele, Bijdragen 1887,
+5e R., dl. II, blz. 295. Uit de missieven van Goeverneur-Generaal en
+Raden aan bewindhebbers van 20 Juni 1623 (Rijks-Archief) sprak dezelfde
+geest. Kenschetsend zijn bijvoorbeeld hierin de volgende woorden:
+"Met vriendschap is niet alleen geen handel te vercrygen (met de
+Chineezen), maar 't is onmogelijk gehoor te bekomen ende alsoo 20
+jaer tervergeeffs vrientelijck daer naer getracht hebben, dunckt ons
+om verscheiden redenen meer dan tijd te wezen, dat geen meer tijdt
+verliesen, maer ondersoecken, wat met herdicheit verwachten connen. De
+Chinesche schepen [sullen] de handel op Manilla om 't verlies van
+goederen niet naarlaten, maar soo haer van daer willen houden, dat al
+'t volck 't welck becomen, gevangen gehouden off doden moeten".
+
+[8] Oud-Nieuw Oost-Indiën, Amsterdam, 1726.
+
+[9] Mr. L. C. D. van Dijk, "Neerland's vroegste betrekkingen met
+Borneo, den Solo-archipel, Cambodja, Siam en Cochin-China, Amsterdam,
+1862.
+
+[10] F. Blumentritt, Holländische Angriffe auf die
+Philippinen. Separat-abdruck aus dem Jahresberichte der
+Communal-ober-realschule in Leitmeritz.
+
+[11] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 5.
+
+[12] Blumentritt, Holl. Angriffe, meende dat dit twee Hollandsche
+matrozen waren.
+
+[13] Dr. Antonio de Morga, Sucesos de las Islas Philipinas, Mexico,
+1609. Slechts enkele bibliotheken bezitten dit werk, o. a. het
+Britsch museum. Don Joze Rizal Mercado heeft het voltooid en te Parijs
+uitgegeven; dezelfde, aan wien eenige jaren later (30 Dec. 1896) te
+Manila de doodstraf is voltrokken. Het werk is vertaald door Stanley
+onder den titel: "The Philippine islands etc.", Londen 1868.
+
+[14] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6.
+
+[15] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 160.
+
+[16] In dezen scheepsstrijd had Van Noort 5 dooden en 26 gekwetsten
+bekomen en waren slechts 17 Hollanders ongedeerd gebleven.
+
+[17] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, spreekt slechts van 50 omgekomen
+Spanjaarden, maar Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 6, noot 6, wraakt
+dit getal.
+
+[18] Zie Blumentritt, Holl. Angriffe, S. 7, en Tiele, Bijdr., 4e R.,
+dl. VI, blz. 161.
+
+De Jonge, a. w., blz. 223, noot, meende, dat het schip aan Alcega
+ontzeild en in ontredderden toestand voor Ternate was aangekomen. Dit
+was echter de Hendrik Frederik, die bij het uitvaren van de straat
+van Magelhaens van Van Noort was afgedwaald. Zie Tiele, Bijdr., 4e R.,
+dl. VI, blz. 163.
+
+[19] Oppergerechtshof der Philippijnen, tijdens de regeering
+van Philips II tevens belast met het opperste beleid in
+regeeringszaken. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. V, blz. 181.
+
+[20] De meening van Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VI, blz. 203, als zou
+tot het opbreken van het beleg ook meegewerkt hebben het bericht,
+dat zich Hollandsche schepen voor Banda bevonden, is onjuist, daar
+de schepen van Wolfert Harmensz den 24en Juni 1602 Banda reeds hebben
+verlaten. Zie den brief zonder handteekening, te vinden bij De Jonge,
+a. w., dl. VI, bl. 534, v.
+
+T. C. Danvers, The Portuguese in India, vol. II, pag. 123, behandelt
+de kwestie zeer oppervlakkig en verkeerd, door te zeggen: "He then
+appeared before Ternate, but was driven thence by bad weather, and
+returned to Amboina."
+
+[21] Zie Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VI, blz. 226 en "Uittreksel uit het
+dagboek gehouden door H. Jansz. Craen" afgedrukt bij De Jonge a. w.,
+dl. III, blz. 186.
+
+[22] Valentijn, a. w., dl. II, blz. 30, en "Accoort van Capitan oock
+de hoofden van Hitoe ende den admiraal S. v. d. Hagen", afgedrukt
+bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 207.
+
+[23] Zie "Uittreksel uit het Dagboek gehouden door H. Jansz. Craen"
+afgedrukt bij De Jonge a. w., dl. III, blz. 173. Tiele, Bijdr. 4e R.,
+dl. VI, blz. 236.
+
+[24] Deze vrees was ontstaan door een copie van een brief, door
+een Holl. admiraal geschreven aan den Sultan van Ternate, om hem te
+verzoeken het verdrag met den Sultan van Mindanao te vernieuwen en
+dezen vriendschap voor de Hollanders in te boezemen. De Hollandsche
+admiraal beloofde met een nieuwe vloot, die hij uit Holland verwachtte,
+in de Molukken te komen om de Spanjaarden te verjagen en het gebied
+over de zee tot aan China te bevestigen. Een zekere Antonis de
+Silva, vroeger tolk der Hollanders op Ambon, gaf deze copie aan
+Acuña. Vgl. Tiele, Bijdr. 4e R., dl. VIII, bl. 53 noot.
+
+[25] Ook bij deze gelegenheid vergist Danvers, a. w., blz. 135,
+zich waar hij zegt, dat de Spanjaarden na de verovering van Ternate
+de Hollanders van Tidore verdreven.
+
+[26] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 251.
+
+[27] Zie het geheele contract bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 226.
+
+[28] Over de verrichtingen dezer gezanten heb ik niets naders kunnen
+vinden.
+
+[29] Zie "Journael van Matelieff" in Begin en Voortgang der
+O. I. Comp., dl. II, 13e stuk, blz. 74.
+
+[30] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 269.
+
+[31] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 266.
+
+[32] Deze, sinds 1605 reeds als koopman op Banda gevestigd, vond in
+die benoeming een erkenning van zijne goede diensten, onder zulke
+moeilijke omstandigheden bewezen.
+
+[33] De Jonge, a. w., dl. III, blz. 238.
+
+[34] Tiele, Bijdr., 4e R., dl. VIII, spreekt van 17 jonken; vgl. echter
+den brief van H. v. Raey bij De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278 en
+een brief van P. K. Segers, koopman op de Pauw, uit Patani, 2 Nov.,
+1610 (Hs. R. A.)
+
+[35] Zie De Jonge, a. w., dl. III, blz. 278.
+
+[36] De bepalingen omtrent de grootte van den buit loopen nogal
+uiteen. Apol. Schotte achter 't journal van Verhoeff, blz. 114-115
+spreekt van ettelijke millioenen gouds. Zie hierover Tiele, Bijdr.,
+4e R., dl. VIII, noot 4, terwijl ook Blumentritt, Holl. Angriffe,
+blz. 13, op grond van Spaansche geschiedschrijvers spreekt van een
+gezamenlijk bedrag van 500.000 pesos (ongeveer gelijke waarde hebbende
+als een zilveren ducaat = f 2.50).
+
+[37] Later, in 1612, toonden wij evenmin ernstig het Bestand te
+willen handhaven; tenminste tijdens de onderhandeling hierover met
+den nieuwbenoemden gouverneur van de Molukken, Don Geronimo de Silva,
+schijnt het, dat wij getracht hebben hem op te lichten, wat echter
+mislukte. Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 261. Trouwens in de
+resolutiën stond vermeld, dat, indien de Spanjaarden zich niet aan
+het Bestand stoorden, ook de Nederlanders zich daaraan niet behoefden
+te houden. Zie Resolutiën Stat.-Gen., 23 Maart 1611, R.A.
+
+[38] Zie den brief van J. P. Coen aan bewindhebbers van Jan. 1614,
+afgedrukt bij Tiele, Opkomst van het Nederlandsch gezag in O.-Indië,
+dl. I, blz. 55, vv.
+
+[39] Zie den brief van V. d. Velde van 1 Mei 1614 aan Both, afgedrukt
+bij Tiele, Opkomst v. h. Nederl. gezag, dl. I, bl. 17. "Hadde brieven
+gedateerd den 28en Meert van den heer Gouverneur Royael uyte Molucques,
+die inhouden, de vyand noch nyet en was gecomen, maar voorgenomen
+hadde in 't lest van April te comen, meenende onze vlote als dan
+zoude verstroyt wezen, hetwelck vuyt eenen overlooper hadde verstaan".
+
+[40] Hierin vergisten zij zich, daar Reynst eerst in Nov. te Bantam
+kwam.
+
+[41] In het journaal van Reaal komt de naam aldus voor; in de
+resolutiën, op den tocht genomen, wordt hij Kaliwen genoemd, terwijl
+de Spanjaarden hem den naam van Duarte gaven en ook Coen den 13en
+Dec. 1619 aan den koning van Siau, Duarte Pereira, schreef.
+
+[42] De tolk Maerten Jansz. Vogel was door Reaal, toen hij zich in
+'t begin van Oct. in La Caldera bevond, naar hen afgezonden.
+
+[43] Zie Journaal van Reael, 20 Juni 1614 tot 11 April 1615, Hs.,
+R. A.; Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen met Borneo, blz. 216,
+vv. Resolutiën van Reael en zijne Raden, 20 Juni 1614-11 April 1615,
+Hs., R. A.
+
+[44] Zie Bijlage I.
+
+[45] Coen aan bewindhebbers, 22 Oct. 1615, aangehaald bij Van Dijk,
+a. w., blz. 217, noot.
+
+[46] Zie verder hieromtrent den brief van Steven v. d. Haghen
+aan bewindh., 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I,
+blz. 129. Vergelijk ook nog Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 22, en Tiele,
+Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291.
+
+[47] Proposicion de Don Juan de Silva; zie Bijlage II. Vgl. hierover
+Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LX, en Tiele, Bijdr., 5e R., dl. III,
+blz. 312, noot.
+
+[48] Zie "Correspondencia de Geron. de Silva", blz. 176 vv., 217 vv.,
+319 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 299.
+
+[49] Dat Juan de Silva op komst was, werd aan de Portugeezen te Malakka
+bericht door Gonçalo Rodrigues de Sousa. Zie Bocarro, Decada XIII da
+hist. da India, blz. 416 vv., aangehaald door Tiele, Bijdr., 5e R.,
+dl. I, blz. 309.
+
+[50] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 110, en brief van Steven
+v. d. Haghen aan bewindh. v. 10 Maart 1616, afgedrukt bij Tiele,
+Opkomst, dl. I, blz. 118.
+
+[51] Danvers, a. w., blz. 177, noemt als sterfjaar verkeerdelijk 1615.
+
+[52] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 291 vv.
+
+[53] Zie de in margine gedrukte tegenwerpingen op de "Proposicion de
+Don Juan de Silva". Bijlage II.
+
+[54] Brief van V. d. Haghen, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I,
+blz. 124.
+
+[55] Zie De Jonge, a. w., dl. IV, blz. 44.
+
+[56] 1 arrobas = c. 11 1/2 KG.
+
+[57] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 16.
+
+[58] Zie Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 317.
+
+[59] Deze schepen stonden onder bevel van Lam, die kort geleden,
+10 April, Banda geheel had onderworpen. Tiele, Bijdr., dl. I, blz. 316.
+
+[60] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs., R. A.
+
+[61] Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 18, spreekt van 87 dooden en
+100 gewonden.
+
+[62] Lam aan Reaal, 11 Febr. 1617, Hs. R. A., gebruikt door Tiele,
+Bijdr., 5e R., dl. I blz. 325.
+
+[63] Resolutiën van Lam's scheepsraad, 23 Sept. 1616-17 Febr. 1617,
+Hs. R. A.
+
+[64] Op de N.W.-kust van Luçon.
+
+[65] Oorspronkelijk waren er twee zilverschepen geweest, doch het eene
+was vergaan, nadat volk en lading in het andere geborgen waren, aldus
+schrijft Lam aan bewindhebbers in een brief van den 11en Oct. 1617,
+afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 172. Tiele, Bijdr., 5e R.,
+dl. I, blz. 322, zegt, dat het andere schip, nadat de Hollanders zich
+uit de baai hadden verwijderd, van de gelegenheid gebruik maakte om
+binnen te vallen.
+
+[66] In geen der beide brieven van Lam, noch in dien van Claes
+Maertensz 't Hoofling (vice-admiraal), vond ik iets, wat zou kunnen
+wijzen op de bekendheid der Hollanders met het verblijf der Mindanaers.
+
+[67] Het 10e schip, De Walcheren, was, zooals wij gezien hebben,
+naar Ternate gezonden.
+
+[68] De zuidermoesson maakte het hun onmogelijk om naar Bantam
+te loopen.
+
+[69] Resolutiën genomen bij den Comm. Lam en zijn Raad van 14 April
+1617 tot 15 Maart 1618, Hs. R. A. Hiervan is reeds gebruik gemaakt
+door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325.
+
+[70] Hoewel mij "Galjas" als eigennaam vreemd voorkomt, meen ik toch
+in dezen het voorbeeld van Tiele te moeten volgen.
+
+[71] In Resolutiën van Lam en zijn Raad van 14 April 1617 tot 15
+Maart 1618, wordt dit schip genoemd De Hollandsche Leeuw. Ook Van
+Dijk, a. w., blz. 229 vv., noemt hetzelfde schip met de beide namen,
+terwijl dit ook plaats vindt in de resolutiën genomen door Reaal op
+zijn tocht naar Manila. Ik vermoed dat de volle naam van het schip
+luidde "De Hollandsche Roode Leeuw."
+
+[72] Zie den brief van Specx aan Coen uit Firando, 12 Oct. 1617,
+Hs. R. A. Deze brief wordt genoemd door Tiele, Bijdr., 5e. R., dl. I,
+blz. 325, noot.
+
+[73] Hierom had hij reeds bevel gegeven de goederen uit De Roode Leeuw
+te lossen, wat, toen dit schip, evenals de Chineesche jonk door den
+moesson op 't strand werd geworpen, zeer gelukkig was.
+
+[74] Dit was in den aanvang van het gevecht met een veroverde jonk
+komen aanzeilen, maar om deze te behouden heimelijk weggezeild. De
+schipper en koopman van de Engel werden bij sententie van 15 Dec. 1617
+van hun ambt ontzet. Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180.
+
+[75] Zie den brief van Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera, Hs.,
+R. A., genoemd door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 324, noot 2;
+en verder den meermalen aangehaalden brief van Lam aan bewindh.,
+11 Oct. 1617, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 170.
+
+[76] "Factuur van de goederen onder de vlagge v. J. Dz. Lam in de
+Manilla's uyt verschillende (10) Chineesche jonken verovert".
+
+
+'t Schip Vlissingen in Japan gelost f 396.036.18.4
+'t Schip De Roode Leeuw ,, ,, ,, f 345.855.14.8
+'t Schip De Oude Sonne ,, ,, ,, f 1.521. 8.14
+Nieuwe Maen in Molucos aangekomen
+ Engel en in Malleyo gelost f 164.806. 8
+De rest v. d. goederen per schip Nieuw Bantam voor
+Yaccatra f 84.453. 7.11
+ ---------------
+ Samen f 992.674.64.5
+
+
+Van de Oude Maen vond ik niets vermeld.
+
+Deze Factuur genoemd bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. I, blz. 325, noot.
+
+[77] Zie over het boven behandelde verder Van Dijk, a. w., blz. 224,
+vv.
+
+[78] Zie Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 180.
+
+[79] Lam aan bewindh., 10 Juni 1618, Nera; in een noot gedeeltelijk
+aangehaald door Van Dijk, a. w., blz. 235.
+
+[80] Zie Van Dijk, a. w., blz. 234; brief van Coen aan Lam van 30
+Dec. 1617, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R. dl. II, blz. 224. Tiele
+ziet hier de veranderde meening van Coen over het hoofd.
+
+[81] Coen schrijft: Portugeezen, maar dit zal wel eene vergissing zijn
+(Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620, Hs., R. A.)
+
+[82] Brief van Coen aan bewindh., 22 Jan. 1620. Zie verder den brief
+van de XVII aan Coen, 1 Mei, 1619, aangehaald door Van Dijk, a. w.,
+blz. 234, noot.
+
+[83] Zie brief van Lam aan den Koning van Mindanao, afgedrukt bij
+Van Dijk, a. w., blz. 236.
+
+[84] Barth. Spilbergen was opperkoopman op Batjan geweest, had daarna
+Westerwolt op zijn kruistocht voor Manila met raad en daad terzijde
+gestaan en was na zijn terugkomst door Coen den 28en Febr. tot
+opperbevelhebber van dien tocht benoemd.
+
+[85] In Hollandsche berichten wordt slechts van twee schepen
+gesproken. Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald bij Tiele,
+Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 286. Blumentritt, Holl. Angriffe, blz. 21,
+noemt het getal drie.
+
+[86] Coen aan bewindh., 6 Mei, 1621, aangehaald door Tiele, Bijdr.,
+5e R., dl. II, blz. 286.
+
+[87] Zie Van Dijk, a. w., blz. 237, vv.; Blumentritt, Holl. Angriffe,
+blz. 21; meermalen aangehaalden brief van Coen aan bewindh., 6 Mei,
+1621, aangehaald bij Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 285.
+
+[88] Brief van Coen aan Lam, 29 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk,
+a. w., blz. 234.
+
+[89] Brief van Coen aan Reaal, 24 Oct. 1618, aangehaald bij Van Dijk,
+a. w., blz. 234.
+
+[90] Zie hierover De Jonge, a. w., dl. IV, blz. XXXV vv.; Tiele,
+5e R., dl. II, blz. 216 vv. en P. A. Leupe "W. Jansz van Amsterdam"
+in Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 3e R.,
+dl. VII, 1872.
+
+[91] Coen aan bewindh., 31 Juli 1620, Hs., R. A.; "Instructie voor de
+schepen Elisabeth, Bull, Haerlem en Hoope", afgedrukt (maar vertaald)
+bij Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen Kompagnie zu Japan,
+1897, Beilage 19. De Elisabeth en De Haerlem moesten direct doorzeilen
+naar de kust van China; de Bull en De Hoope naar Macao, om zich daarna
+bij de twee vorige schepen te voegen.
+
+[92] "In vougen, dat minder meerder commanderen sal, welck niet wel
+en past", schrijft Coen hierover aan bewindh., 31 Juli, 1620. (Leupe
+in Bijdr. tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, 3e R., dl. VII, 1872,
+blz. 317.)
+
+[93] Zie de instructie van Rob. Adams, W. Jansz en den raad van 10
+schepen, 13 Juni 1620, afgedrukt bij Nachod, a. w., Beilage 20.
+
+[94] Zie bovengenoemde instructie.
+
+[95] Particuliere instructie aan W. Jansz., afgedrukt bij Leupe,
+Bijdr., 3e R., dl. VII, blz. 317.
+
+[96] Zie de verklaring van Vincent Romeyn (van Lieswyck bij
+Blanckenburch), aangehaald bij Van Dijk, blz. 239, noot; Coen (brief
+aan bewindh., 6 Mei, 1621, Hs., R.A.) noemt het zelfde getal schepen,
+maar in andere verhouding: "4 groote schepen, 4 cleine en 4 galeien".
+
+[97] Fajardo was zelf met 3 groote schepen, 3 jachten en 2 galeien
+in zee geweest om op de onzen te kruisen, maar had het blijkbaar
+verstandiger gevonden, zich terug te trekken. Zie Coen aan bewindh.,
+6 Mei 1621, Hs., R.A. Gebruikt door Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II,
+blz. 286.
+
+[98] Zie den brief van Jacques Le Febvre (gezagvoerder op de Trouwe)
+aan bewindh., 14 Oct. 1621, (Hs. R. A.) Coen was waarschijnlijk
+verkeerd ingelicht, toen hij aan bewindhebbers schreef: "De Spaansche
+schepen, die voor Cavite lagen, durfden niet uitkomen"; Coen aan
+bewindh., 20 Dec., 1621, Hs., R. A.
+
+[99] Brief van Coen aan Bewindh., 20 Dec., 1620, gedeeltelijk afgedrukt
+in een noot bij Van Dijk, a. w., blz. 239. Zie verder Tiele, Bijdr., 5e
+R., dl. VI, blz. 250 en 258; Leupe, Bijdr., 2e R., dl. VII, blz. 320.
+
+[100] Brief van Coen aan W. Jansz., 10 Maart 1622, Hs., R. A.
+
+[101] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersen en de
+Raedt van de vloote nae de cust van Chyna varende", afgedrukt bij
+W. P. Groeneveld, "De Nederlanders in China" in Bijdragen tot de Taal-,
+Land- en Volkenkunde, 6e R., dl. IV, blz. 323.
+
+[102] Dat we hierin goed slaagden, kunnen we in een brief van Coen aan
+bewindhebbers lezen, waarin hij zegt, dat de Engelschen den handel
+op de Molukken, Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden
+verzocht, hun volk en goederen op de Hollandsche schepen te mogen
+overbrengen. Vgl. Tiele, Opkomst, dl. I, blz. LVI.
+
+[103] Instructie aan Fred. de Houtman gaande naar de Molukken, in 't
+Kasteel Amboyna, 11 Juni, 1621, afgedrukt bij Van Dijk, a. w. blz. 249,
+noot 3.
+
+[104] Brief van Fred. de Houtman aan Coen, 12 Juli, 1621. Reeds
+gebruikt door Van Dijk, a. w. 249, vv.
+
+[105] Tanda is volgens de meening van Tiele Tandoc op de Oostkust. Zie
+Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 310.
+
+Op de kaart van Blumentritt in Petermann's Mittheilungen,
+Ergänzungsheft LXV, komt op de N. O. kust van Mindanao op 9° NB. een
+plaatsje Tandó voor, wat zeer wel het bedoelde Tanda kan zijn.
+
+[106] "Instructie voor Christaen Francxz oppercoopman gaende met
+het schip De Hont naer Mindanao" afgedrukt in Tiele, Opkomst, dl. I,
+blz. 308 vv. Van deze instructie is reeds gesproken door Van Dijk,
+a. w. blz. 250.
+
+[107] Op het R. A. is het althans niet te vinden.
+
+[108] Brief van Houtman aan bewindh., 16 Maart 1622, aangehaald door
+Van Dijk, a. w., blz. 250, noot, en Tiele, Opkomst, dl. I, Inleiding,
+blz. LXIII.
+
+[109] Het is vreemd, dat kaap Spiritu Sancto alleen genoemd wordt als
+de plaats, waar de zilverschepen moesten opgewacht worden, terwijl
+toch door Reaal reeds in 1615 was geschreven aan bewindh. dat zij
+de embrocadero niet meer zoo precies aandeden. Zie Bijlage I. Tiele
+meende, dat de gouverneur der Philippijnen, Fajardo, voor het eerst
+een dergelijk bevel had gegeven na de poging van Barth. Spilberghen
+in 1620 om de zilverschepen te bemachtigen. Zie Tiele, Bijdr., 5e R.,
+dl. II, blz. 286.
+
+[110] Tiele, Bijdr., 5e R., dl. II, blz. 288; Van Dijk, a. w.,
+blz. 251; Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 1623; Coen aan
+bewindh., 6 Sept. 1622 en Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, Hs. R. A.
+
+[111] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625,
+afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252.
+
+[112] Brief van gouv.-generaal en raden aan XVIIen, 27 Jan. 1625,
+afgedrukt bij Van Dijk, a. w., blz. 252.
+
+[113] Ik schrijf Tandó; in het oorspronkelijk staat Tandau; eveneens
+staat in het oorspronkelijk 't eylant Cauwel. In Heeres, Opkomst,
+dl. II, blz. 7, noot 1, wordt gesproken van Tandag bezuiden Pto
+Cauit. Vgl. boven, blz. 63, noot 1.
+
+[114] Brief van Jacques Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de
+Carpentier, 18 Aug. 1624, afgedrukt bij Heeres, Opkomst, dl. II,
+blz. 6, vv. Ik schrijf Liangan op voorbeeld van Heeres. In den brief
+staat Ligou.
+
+[115] Brief van J. Le Febvre aan gouv.-generaal Pieter de Carpentier,
+15 Aug. 1625, afgedrukt bij Heeres, a. w., blz. 47.
+
+[116] Coen deed in 1621 op zijn tocht naar Banda eerst Ambon aan,
+waar hij 14 Febr. aankwam en dat hij 23 Febr., na er alles in orde
+bevonden te hebben, wederom verliet. Brief van Coen en raden aan
+bewindh., 6 Mei 1621, afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 272.
+
+[117] Brief van Coen en raden aan bewindh., 16 Nov. 1621, Hs., R. A.,
+gedeeltelijk afgedrukt bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 289. Merkwaardig
+is deze brief zeker. In de instructie van 13 Juni 1620 wordt bevel
+gegeven slechts vijandig op te treden tegen de Chineezen, die op
+Manila varen, en in dezen brief van Februari 1621 zien wij, dat zijn
+later uitgevoerde plannen omtrent China reeds een vasten vorm hebben
+aangenomen; hierin toch spreekt hij van alle Chineesche joncken aan
+te tasten.
+
+[118] Resolutie van den raad van defensie, 30 Juni 1621, Hs., R. A.
+
+[119] Vgl. Oskar Nachod, Die Beziehungen der Niederländischen
+Ostindischen Kompagnie in Japan, Leipzig, 1897, blz. 175. Dezen
+schrijver schijnt slechts één tocht van de defensievloot bekend te
+zijn. Na de instructie, opgemaakt voor den eersten tocht, genoemd te
+hebben, geeft hij als resultaat gezegde som, die het aandeel van den
+buit uitmaakte behaald in den tweeden tocht.
+
+[120] Coen aan J. Z. Dayman op Solor, 5 Jan. 1623, Hs., R. A.
+
+[121] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.; brief van Specx
+van 20 Sept. 1621, afgedrukt bij Valentijn, a. w., blz. 28, vv.
+
+[122] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.
+
+[123] J. le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier, 27
+Oct. 1623, afgedrukt bij Heeres, a. w., dl. II, blz. 2.
+
+[124] Coen aan bewindh., 20 Juni 1623, afgedrukt door Leupe, Bijdr.,
+3e R., dl. III, blz. 321.
+
+[125] Coen aan W. Jansz, 3 Mrt. 1622, Hs., R. A. Deze bevelen waren
+W. Jansz geworden door middel van het jacht St. Nicolaes, dat 30 Mei
+1622 naar Manila was afgevaardigd om ze over te brengen. Men hoopte,
+dat dit jacht hem eerder zou bereiken, dan de hem via de Molukken
+gezonden bevelen van denzelfden inhoud.
+
+[126] Dit schip behoorde eigenlijk niet tot de vloot van defensie,
+maar had deel uitgemaakt van de vloot, die onder Reyersz in April 1622
+naar China was gezeild. Het was 3 Aug. met tijding voor W. Jansz naar
+Japan gezonden.
+
+[127] Coen aan bewindh., 6 Sept. 1622, Hs., R. A., en "Verclaringe
+van Jonas Adriaensen (uitgevaren met Swarte Teunis, gevangen in
+de Tidore, gebracht naer Manilias) van eilanden van natividas tot
+het eylant van Mindanao". Deze verklaring is aan admiraal l'Hermite
+meegegeven om hem inlichtingen over de Philippijnen te verschaffen
+(Hs., R. A.). Hierin lezen wij: "De stad Manilla moet meest te water
+geproviandeert worden, want met dat Wittert daer lach liep de rijs
+de Gantam op 4 enkele realen. Men koopt gemeen 25 Gantam voor 5 ofte
+6 realen, dat is zooveel als een hanega; het compt al van 't zelfde
+eylandt van Clocas, Cangayan en andere plaetsen".
+
+[128] Coen deelt dit mede in een brief aan bewindh., van 26 Jan. 1622
+(Hs., R. A.). Hij put dit uit onderschepte brieven van de Audiencia
+aan den koning van Spanje. Dit door de Audiencia ingediende beklag
+over Fajardo was blijkbaar niet bekend aan Blumentritt, die in
+Holl. Angriffe, blz. 23, zegt: "Fajardo wehrte sich so gut es gieng";
+terwijl hij hem even verder noemt "den wackeren".
+
+[129] Coen aan bewindh., 20 Dec. 1621, Hs., R. A.
+
+[130] Coen aan bewindh., 21 Jan. 1622, gebruikt door Tiele, Bijdr.,
+5e R., dl. II, blz. 287.
+
+[131] W. P. Groeneveldt, "De Nederlanders in China", Bijdr. tot de
+Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned. Indië, 6e R., dl. IV.
+
+[132] Combon, het Chineesche Koen-boen, is een titel, die destijds aan
+den gouverneur-generaal gegeven werd; hier bedoelt men echter den te
+Hoktsioe (Foetsjou) gevestigden gouverneur der provincie Hokkiën. De
+voordeelen, die deze trok uit den handel met Manila, werden door
+de Chineesche gezanten op wel 80.000 realen per jaar geschat. Zij
+rekenden, dat er door elkander 40 jonken Manila bezochten, die elk
+2000 realen tol betaalden. Vgl. Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV.
+
+[133] "Instructie voor den Ed. Commandeur Cornelis Reyersz en de
+raad van de vloote naer de cust van China varende," afgedrukt bij
+Groeneveldt, Bijdr., blz. 312.
+
+[134] Het buitmaken van Chineesche jonken, die op Manila voeren,
+werd niet als een vijandelijkheid tegen de Chineezen beschouwd.
+
+[135] Uit mijn vorig hoofdstuk is reeds gebleken, dat het vermoeden
+omtrent de schepen van Jansz. juist was. Van Nieuweroode waren ook
+werkelijk drie schepen te ver afgezakt en gedwongen naar Batavia door
+te zeilen, terwijl wij gezien hebben, dat Nieuweroode zelf eerst den
+7en Dec. naar de Pescadores terugkeerde.
+
+[136] Reyersz was nl. ook met den gouverneur overeengekomen, dat
+er 2 jonken met handelswaren naar Batavia zouden gaan, tegelijk met
+zich voerende twee gezanten, die direct met onzen gouverneur-generaal
+zouden onderhandelen. Dat dit verbod werkelijk zou zijn uitgevaardigd,
+acht Groeneveldt, Bijdr., 6e R., dl. IV, blz. 165, zeer wel mogelijk,
+maar volgens hem volgt daaruit nog niet, dat de Chineesche autoriteiten
+aan onzen eisch van monopolie toegaven, maar alleen, dat zij voorloopig
+deze bron der moeilijkheden stoppen wilden.
+
+[137] "Extracten uit de resolutiën van den raad van Reyersz, 11 April
+1622-23 Sept. 1623", afgedrukt bij Groeneveldt, in Bijdr., blz. 411
+als bijlage VI.
+
+[138] Brief van C. Reyersz aan gouv.-generaal en raden, 26 Sept. 1623,
+afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 458.
+
+[139] Zie den brief van Reyersz aan totock Chiam Soutchia van 27
+Aug. 1623 afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 204.
+
+[140] Groeneveldt, Bijdr., blz. 291.
+
+[141] Gouverneur-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624,
+Hs. R. A.
+
+[142] Brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh., 29 Jan. 1624,
+Hs., R. A.
+
+[143] Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.
+
+[144] Gouv.-generaal en raden aan bewindh., 4 Maart 1624, en Corn. van
+Nieuweroode te Firando aan P. de Carpentier, 3 Dec. 1624 (Hs.,
+R. A.) De laatste spreekt van 8 groote galjoenen en eenige mindere
+schepen, 6 groote galeien en eenige fregatten.
+
+[145] Dagregister van het Kasteel van Batavia, 27 Jan. 1624,
+uitgeg. door Mr. J. E. Heeres.
+
+[146] Het bericht bij Blumentritt, Holländische Angriffe, blz. 23, dat
+de pogingen der Jezuïeten om de Spaansche heerschappij over het eiland
+Mindanao uit te strekken door Hollandsche schepen werd verhinderd,
+kan ik niet toelichten, daar hierover niets door mij gevonden werd.
+
+[147] Brief van Le Febvre aan P. de Carpentier, 18 Aug. 1624, bij
+Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 6.
+
+[148] Brief van gouv.-generaal en raden aan bewindh., 3 Jan. 1624,
+bij Tiele, Opkomst, dl. I, blz. 355, vv. Brief van J. Le Febvre aan
+gouv.-generaal De Carpentier, 18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst,
+dl. II, blz. 6.
+
+[149] Nachod a. w., S. 187. Ofschoon Nachod den brief van Nieuweroode
+aanhaalt, zegt hij verkeerdelijk, dat de ambassade in 1624 plaats
+had. In den brief van den gouv.-generaal en raden aan bewindh. van
+4 Maart 1624, (Hs., R. A.) wordt gezegd, dat het schip, waarmee de
+gezanten naar Manila vertrokken, in Sadsinna was gemaakt, terwijl
+Nieuweroode, uit wiens brief gouv.-generaal en raden putten,
+uitdrukkelijk meldt, dat het uit Amerika kwam en Manila niet eerst
+had aangedaan, waardoor "al 't volc, uit Nova-Spanje gecomen" zich
+er nog op bevond.
+
+[150] Zie meermalen aangehaalden Brief van J. Le Febvre aan P. de
+Carpentier, 27 Oct. 1623, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 2.
+
+[151] In een brief van Corn. v. Nieuweroode te Firando aan P. de
+Carpentier van 8 Dec. 1624, (Hs., R. A.,) lezen we, dat naar men meent,
+Fajardo door vergif is gestorven en Geronimo de Silva zich met geweld
+van de regeering heeft meester gemaakt, maar zeer gehaat is.
+
+[152] Brief van J. Le Febvre aan den gouv.-generaal P. de Carpentier,
+18 Aug. 1624, bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 8. Hieromtrent vermeldt
+Blumentritt, Holländische Angriffe niets. De tocht van de Spanjaarden
+naar Sangy heb ik achterwege gelaten, daar deze van Tidore uit heeft
+plaats gehad.
+
+[153] Brief van Carpentier aan bewindh., Jan. 1625, Hs., R. A.
+
+[154] "Instructie voor P. Muyser en zijn vloot, gaende naer de
+Manilha's" en Brief van P. de Carpentier aan bewindh., Jan. 1625,
+Hs., R. A. Weliswaar had het in de bedoeling van de staten-generaal
+gelegen, dat de Nassausche vloot zich meester zou maken van Manila,
+maar omdat een te geringe macht van Batavia uit aan deze vloot kon te
+hulp gezonden worden, gaf Carpentier reeds den 11en Juli in een brief
+aan l'Hermite, meegegeven aan Sonck, zijn twijfel aan het bereiken
+van dit doel te kennen. Dezelfde twijfel werd ook uitgedrukt in de
+instructie van Sonck. Wel hadden de Japanners in Manila ons aangeboden
+te helpen, maar dit aanbod was niet te vertrouwen, daar allen die daar
+woonden katholiek waren. Zie "Instructie voor den E. Martinus Sonck",
+afgedrukt bij Groeneveldt, Bijdr., blz. 554.
+
+[155] In de resolutiën wordt gesproken van drie Chineesche jonken,
+maar van vier in het "Cort verhael van de voyagie gedaen met 't jacht
+Victoria naer de kust van Manilla in 't afwesen van de vloot". Hs.,
+R. A.
+
+[156] Zie Bijlage III, waarin dit gedeelte van de kust uitvoerig
+wordt beschreven.
+
+[157] Brief van P. Muyser aan Sonck, 22 Mei 1625 (Hs. R. A.). De
+in dezen brief voorkomende inhoudsopgave geeft ons een eigenaardige
+bijdrage tot de kennis van de waren, waarin de Chineezen handelden. Er
+bevond zich in de jonk een kastje met 16 bos gouddraad, een kastje met
+kamfer, twee met waaiers en een met tabak. Verder wat grof porcelein,
+kammen, lint, schoenen, timmermansgereedschappen, blauw, groen en
+geel gedamasceerd papier en poppengoed.
+
+[158] Op De Haen bevonden zich ook, om verantwoording te doen bij
+Sonck over het te vroeg verlaten van De Victoria, de schipper van
+het jacht, Keyser, Michel Golliaert en stuurman Frans Bisschop. Zie
+brief van Muyser aan Sonck, 22 Mei 1626 (Hs. R. A.).
+
+[159] Dit jacht, groot 50 à 60 lasten, had aan den gouverneur van
+Malakka 3000 dukaten gekost en maakte pas zijn eerste reis. Brief
+van Muyser aan Sonck, 24 Juni 1626 (Hs., R. A.).
+
+[160] Gheen Huigen Schapenham, admiraal van de Nassausche vloot, aan
+den gouverneur-generaal Pieter de Carpentier uit Ambon, April 1625,
+bij Heeres, Opkomst, dl. II, blz. 34, vlg.
+
+[161] In de instructie van den admiraal l'Hermite, (Hs., R. A.) staat
+hierover slechts: "Aldaer (omtrent Bolinao en eilanden van Frailes)
+te wachten, wat ordre de goeverneur-generael van Indië soude mogen
+gegeven hebben, om volgens zijn raad ende advisen, den meesten dienst
+aan het land ende aan de O. I. Comp., ende afbreuck aan de Portugesen
+en Spanjaarden te doen".
+
+[162] Eenige Chineezen, die De Wit, den opvolger van Sonck,
+gezegd hadden, dat Geronimo de Silva was onthoofd, waren dus niet
+goed ingelicht. Zie brief van De Wit aan Carpentier, 29 Oct. 1625,
+(Hs. R. A.). Het was mij niet mogelijk steeds aan te geven, waaruit ik
+de gegevens putte, daar hetzelfde meermalen in verschillende brieven
+voorkomt Voor dit mijn laatste hoofdstuk gebruikte ik nog, behalve
+het reeds opgegevene: Brief van Sonck aan Carpentier, 12 Dec. 1624;
+Brief van Carpentier aan bewindh., 3 Febr. 1626; Carpentier aan Sonck,
+13 Mei 1625; Resolutiën bij den E. Commandeur Pieter Muyser en Raad van
+de schepen en jachten genomen, gaende van Tayoyan naer de Manilha's, 27
+Jan. 1625 tot 20 Mei 1625 en 20 Mei tot 6 Juli; Reus, gezagvoerder van
+de Oranje, aan Sonck, 24 Mei 1625; Sonck aan Carpentier, 31 Maart 1625;
+Pieter Muyser aan Carpentier, 23 Mei 1625; Carpentier aan l'Hermite,
+11 Juni 1624. Alle in Hs. berustende op het Rijks-Archief.
+
+[163] "Er staat een zeer hooge zee". Goed modern Spaansch zou zijn:
+"haz muchos grande mar".
+
+[164] De rest van het journaal, als niet direct op mijn onderwerp
+betrekking hebbende, is door mij achterwege gelaten.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Nederlanders in de Philippijnsche
+Wateren vóór 1626, by Dirk Abraham Sloos
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VÓÓR 1626 ***
+
+***** This file should be named 32694-8.txt or 32694-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/2/6/9/32694/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/32694-8.zip b/old/32694-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..dccd635
--- /dev/null
+++ b/old/32694-8.zip
Binary files differ