diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:55:09 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:55:09 -0700 |
| commit | 5228e64305ba44523433894d8a752ecee8cf341d (patch) | |
| tree | 0918e191bdc6b0912a4995b40a792ceade930f51 /31120-8.txt | |
Diffstat (limited to '31120-8.txt')
| -rw-r--r-- | 31120-8.txt | 2045 |
1 files changed, 2045 insertions, 0 deletions
diff --git a/31120-8.txt b/31120-8.txt new file mode 100644 index 0000000..992d6a7 --- /dev/null +++ b/31120-8.txt @@ -0,0 +1,2045 @@ +The Project Gutenberg eBook, Hoe men schilder wordt, by Hendrik Conscience + + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + + + + +Title: Hoe men schilder wordt + + +Author: Hendrik Conscience + + + +Release Date: January 29, 2010 [eBook #31120] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + + +***START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE MEN SCHILDER WORDT*** + + +E-text prepared by Branko Collin and the Project Gutenberg Online +Distributed Proofreading Team (http://www.pgdp.net) + + + +Note: Project Gutenberg also has an HTML version of this + file which includes the original illustrations. + See 31120-h.htm or 31120-h.zip: + (http://www.gutenberg.org/files/31120/31120-h/31120-h.htm) + or + (http://www.gutenberg.org/files/31120/31120-h.zip) + + + + + +HOE MEN SCHILDER WORDT + +HENDRIK CONSCIENCE + + + + +I + +Ontdekking van een wonderbaar vernuft.--Huiselijke raad over de bestemming +van een kind.--De Academie van Antwerpen door eenen werkman +beschreven.--Schilderen is een lekker stieltje. + + +In een klein huisje, behoorende tot de St.-Andriesparochie te Antwerpen, +zaten op eenen avond der maand Mei 1832, drie personen bij eene kleine +blikken lamp te werken. + +Eene oude vrouw was voor een kantkussen gezeten en wierp de ratelende +bouten onophoudend door elkander, terwijl zij, met eene wonderlijke +vinnigheid, de spelden over het kassen deed wandelen. Op haar gelaat glom +die zoete welwillendheid, welke het aangezicht van sommige oude lieden met +aantrekkelijkheid versiert, ondanks de diep gegravene rimpels. + +Zij scheen welgemoed en liet zich den eentonigen arbeid niet verdrieten, +aangezien dat zij van tijd tot tijd hare heesche stem tot het vormen van +verschillende tonen poogde te dwingen en slepend een liedeken zong van +haren jongen tijd. Dit liedeken scheen uit een enkel referein te bestaan en +begon telkens met deze woorden: + + En Coredommeken hy issere gesteurve. + +Het onveranderlijk einde was: + + Hy schreef daer in het zand + Dat zyn jonk hart verbrandt. + +Nevens haar bevond zich eene jongere vrouw, fraai van gelaat en schoon van +gestalte. + +Zij was insgelijks bezig met kantwerken. Evenals de oude, droeg zij de +gewone kleeding der arme burgers of werklieden van Antwerpen: een +rozekleurig jak, eenen zwarten baaien rok en eene trekmuts van bevalligen +vorm. Tusschen de kleeding der twee vrouwen was alleenlijk dit verschil, +dat de oude met de groote bloemen der vorige eeuw behangen was, terwijl de +jongere vrouw meer de hedendaagsche kleuren droeg, zijnde kleine bloemkens +op gemengden grond. + +De derde persoon, die zich in de kamer bevond, was een jongsken van omtrent +elf jaar,--met een aangezichtje zoo zuiver en zoet als dit van een +engeltje. Groote zwarte oogen, vol beweging en vol leven, stonden blinkend +onder zijne lange wimpers, en losten als gitsteenen op de rozen zijner +wangen uit. Zijn mondje, welks hoeken eenigszins achteruit getrokken waren, +gaf aan zijne wezenstrekken eene uitdrukking, die geest en begrip +aanduidde. Boven dit alles was een bosch van schoone krullende haren +ingeplant; zoodat dit jongsken, rijk aan gezondheid en aan geest, waarlijk +een schoon beeld van een kind was en geenszins de kenteekens der armoede +droeg. + +Dit kind zat bij de tafel en scheen met een potlood iets op een stuk papier +te schrijven. Bij poozen hief hij het hoofd op, bezag met metende aandacht +de oude vrouw en zette dan telkens eenen trek meer op het papier.--Men kon +niets anders denken, dan dat hij de oude vrouw uitteekende of ten minste +dit poogde te doen..... Er was in de blikken, die het kind op zijn papier +en op de oude vrouw wierp, zooveel aandachtige navorsching, in zijne +houding en op zijn gelaat zooveel ernstigheid, dat men niet kon twijfelen, +of er lag in dien jongen geest een buitengewoon aanleg tot de kunsten van +nabootsing. Eene andere omstandigheid kwam dit vermoeden nog versterken: +wanneer men nauwkeurig de halfverlichte muren bezag, erkende men met +verwondering dat er geene plaats genoeg om de hand te leggen overig was +tusschen al de beelden van burgers, soldaten, katten, honden, vogels,--die, +op eene zekere hoogte, ontwijfelbaar door eene kinderhand, met houtskool en +rood krijt er op moesten geschetst zijn. + +Gloeide er van dan af in den schedel van dit kind eene vonk van het vuur +des vernufts?--Ontkiemde reeds in hem een zaad van kunstgevoel? + +Nadat deze drie personen bijna een half uur in dezelfde houding waren +blijven zitten, hoorde men in de Kloosterstraat de trommel van de taptoe +slaan. + +De jonge vrouw stond op, plaatste haar kantkussen op eenen stoel en sprak +tot het kind: + +Fransken[1], gij moet gaan slapen..... Kom, doe die papieren nu weg. + +Fransken.--Och, moederlief, mag ik nog wat opblijven? Ik zal zoo stil zijn. + +De Grootmoeder.--Kom, kom, Annemie[2], laat ons Fransken nog maar wat uit +zijn bed.--Laat hem nog wat teekenen. + +De Moeder.--Ja maar, als zijn vader thuis komt, zal het weer gekijf +zijn..... En hij is nu al zoo lang bezig met dit papier. God weet heeft hij +u alweer geen twintig keeren uitgeteekend! + +De Grootmoeder.--Och, Annemie, als het kind zijn verzet daar nu in vindt, +hoe kunt gij daar tegen zijn? + +De Moeder.--Zie, Meken[3], gij zult ons Fransken nog bederven, gij! want +gij ziet hem liever dan de appelen uwer oogen. Maar hij móét gaan +slapen.--Kom, Fransken. + +Gedurende die woordenwisseling had Frans, als een gehoorzaam kind, zijne +stukjes papier bijeengeraapt en zijn potlood er in gerold. Dan tot eene +kleine bedstede gaande, stak hij zijn teekenwerk met zorg onder het +hoofdkussen, en kwam bij zijne moeder om ontkleed te worden. Dit gedaan +zijnde, sprak de moeder tot hem: + +«Maak uw kruisken, Fransken,--en zeg uw gebeêken.» + +Het kind ging bij de bedstede op zijne knieën zitten, en begon met de +handen te zamen en met luider stemme te bidden: + + 's Avonds, als ik slapen ga, + Volgen mij veertien engeltjes na: + Twee aan mijn hoofdeneind, + Twee aan mijn voeteneind, + Twee aan mijn rechterzij, + Twee aan mijn linkerzij, + Twee die mij dekken, + Twee die mij wekken, + Twee die mij wijzen, + Naar 's hemels Paradijze[4]. + +Vervolgens ging hij tot zijne moeder, daarna tot zijne grootmoeder, kreeg +van elk eenen kus en een kruisken op het voorhoofd, en kroop dan +stilzwijgend in het bed. + +Wanneer de vrouwen dachten, dat het kind in slaap was, begonnen zij in +stilte het volgende gesprek: + +De Grootmoeder.--Maar, Annemie, was ik gelijk gij, ik zou toch zien, dat ik +dit kind op de Academie kreeg. Wees zeker, daar steekt een schilder in. + +De Moeder.--Ik weet het wel, Meken. Denkt gij, dat ik het niet zie? Maar +hoe zal hij op de Academie geraken? Nog zoo bitter jong en zonder +voorspraak! + +De Grootmoeder.--Och, ze zeggen, dat M. Van Bree zoo een goed mensch +is..... En M. Wabbes[5] dan! Ik zou, al is het dat ik zoo oud en zoo +sukkelachtig ben, er nog wel alleen durven naartoe gaan, om eene plaats +voor ons Fransken te vragen. + +De Moeder.--Ja, gij, Meken, gij zoudt er voor door een vuur vliegen, dat +weet ik wel. Maar dit is nog het ergste niet: zijn vader wil maar volstrekt +dat hij op het metserdienen gaat. + +De Grootmoeder, _met verontwaardiging_.--Wat? ons Fransken metserdienen! +Het eenige kind van mijne Annemie!--Neen, dit zal niet waar zijn, zoo lang +ik leef..... Als hij dan toch eenen stiel moet leeren, zal hij op het +meubelmaken gaan. + +De Moeder.--Ik moet het ronduit zeggen: ik zou toch ook liever onzen Frans +op de Academie zien. + +De Grootmoeder, _vol geestdrift_.--Ja, en denk toch eens, Annemie, gij kunt +niet weten wat er kan gebeuren.--Als ons Fransken nu eens goed van aannemen +was, en hij werd zoo eens schilder ..... wat zou het dan zijn? Hoe zouden +de geburen dan staan zien! Frans schoon gekleed; geld winnen gelijk slijk; +in een huis met twee stagiën wonen; overal aangehaald gelijk een Prins! Eh? +En als hij dan een schoon stuk gemaakt heeft, dan zullen zij ons op de +straat nawijzen en zeggen: ziet! dat zijn de moeder en het meken van den +schilder! Eh, Annemie, wat zegt gij daarvan? Mijn hart klopt als ik er aan +denk. + +De Moeder, _met eenen zucht_.--Ja, ja, maar als dit nu zoo eens gebeurde, +zou Frans zijne gemeene ouders dan wel gaarne blijven zien[6]? + +De Grootmoeder.--Wel, sukkel dat gij zijt, denkt gij daarop? Al moest ik, +mijn geheel leven lang, droog brood eten en zonder schoenen aan mijne +voeten gaan, als ons Fransken maar schilder wordt, dan zal ik nog gelukkig +zijn. + +De Moeder.--Zie, Meken, laat ons daar niet meer van spreken. Gij zult +mijnen kop nog zoo vol muizenissen steken, dat ik er zot van zal worden. Ik +weet het ook wel, dat ons Fransken geen ezel is en dat er in dit kind iets +steekt; maar maak dit aan zijn vader eens wijs? + +De Grootmoeder.--Eh wel, eh wel, ik zal het hem wijs maken, en dat nog +dezen avond. Help mij maar een beetje--het zal wel gaan. + +De Moeder, _opstaande_.--Ik hoor hem. Daar is hij, die klopt! + +De deur ging open; een man trad stilzwijgend binnen. Nadat hij zijn +schobejak[7] uitgedaan had, plaatste hij zich bij de tafel, als iemand, die +eten wil. Een wijde schotel, met gestoofde aardappelen overladen, werd hem +voorgezet, en hij begon met gretigheid zijn avondmaal. + +Alhoewel machtig en van reuzenspieren voorzien, was het lichaam van dien +man door den arbeid gekromd; zijn rug helde als een boog over de tafel; op +zijn betrokken aangezicht lagen van die rimpels, welke niet door den +ouderdom veroorzaakt zijn; en de stijve onveranderlijkheid van zijn afgemat +gelaat toonde genoeg, dat zwaar en onophoudend werken zijn gevoel ten deele +had verstompt. + +Terwijl hij bezig was met eten, hitsten de twee vrouwen elkander op, om de +netelige samenspraak aan te vangen. Eindelijk nam de grootmoeder aldus het +woord: + +--Maar, Pauw,[8] ik moet u toch eens iets zeggen. + +De Vader, _onverschillig_.--Ja? Laat hooren, Meken, wat is het? + +De Grootmoeder.--Wel, hebt gij nog niet belet, dat onze Frans den geheelen +dag niets doet dan mannekens maken?--De gansche muur staat er vol van; al +mijne patronen zijn vol honden, katten en alle soorten van vreemde beesten, +die ik zelf nog niet ken. Geen koffiezaksken kan er in ons huis komen, of +poef!..... daar staan mannekens op! + +De Vader.--Laat gij Fransken maar mannekens maken, Meken. Het is beter, dat +hij dit doet, dan dat hij op straat zou loopen. + +De Grootmoeder.--Dat zeg ik ook; maar ziet gij niet, dat er in dit jongsken +iets steekt, en dat het misschien spijt zou zijn, dat hij daar afgetrokken +werd?..... gij kunt het niet weten. + +De Vader, _met aandacht_.--Wel, en wat is het nu?--Zeg het maar rechtuit. + +De Grootmoeder.--Zou het niet goed zijn, dat wij hem op de Academie deden? +God weet, of hij van zijn leven nog geen schilder wordt. + +De Vader, _met nadruk_.--Ik heb u al lang op uwe sokken hooren afkomen, +Meken. Gij denkt zeker, dat ik u niet in de buis had, met al die +slenders[9]. Begint gij weer met dat oud liêken? Onze Frans zal +metserdiener worden; en laat hem zoolang maar gerust, of gij breekt zijnen +groei nog. + +[Afbeelding: En scheen met een potlood iets op een stuk papier te +schrijven. (Bladz. 75.)] + +De Moeder, _met bitsigheid opspringende_.--Zie, Pauw, Fransken is mijn kind +zoowel als het uwe, en gij hebt, gij alleen, er alles toch niet aan te +zeggen..... Ons jongsken is vol geest, en daar steekt veel te veel in om er +eenen metserdiener van te maken. + +De Vader, _half verstoord_.--Ja, gij hebt u zeker wat laten opstoken door +Meken? Ik zeg u, dat ik van geenen schilder wil hooren,--en breek er mij +den kop niet langer mede. + +De Grootmoeder.--Annemie heeft gelijk, gij ziet uw kind niet gaarne; want +anders zoudt gij zoo niet spreken. + +De Moeder, _bijna schreiend_.--Dat heb ik al lang genoeg gezien, dat gij +ons kind niet gaarne ziet. Het is u te veel dat gij het aanspreekt, dit arm +schaap! + +De Vader, _met droefheid; zijne spraak verkrijgt eene drukkende klem_.--Zie +ik mijn kind niet gaarne? Omdat ik hem een goed ambacht wil doen leeren en +hem wil opbrengen gelijk zijne ouders zijn opgebracht? Heeft hij geene +handen aan zijn lijf, om te werken,--of zoudt gij er gaarne een luien +bliksem van maken?--Schilderen! Schilderen! Dit is misschien geen slecht +ambacht, maar het is ook kostelijk en moeilijk om te leeren. + +De Moeder; _zij snauwt hem toe_.--Een ander leert het wel! + +De Vader.--Ja, maar een ander heeft geld, en wij niet..... Ziet, vrouwen, +gij weet daar niets van. Gij hebt nu al zoo lang aan mijne ooren liggen +zagen met dat zelfde oremus, dat ik bij eenen schilder ben gegaan, die nog +al dikwijls bij onzen baas komt. Dat gij wist, wat boeksken hij mij heeft +uiteengedaan over dat lekker stieltje, uw haar rees er van te berge op uwen +kop! + +De Grootmoeder.--Hij heeft u wat leugens wijs gemaakt. Zoo zijn de +schilders allemaal; als er wat te veel komen, dan bederft de stiel. + +De Vader.--Ja, luister maar..... Ziet, zoo wordt gij schilder: Als gij op +de Academie moogt komen, dan gaat gij eerst een jaar lang op de klasse van +de _Neuzen_ en de _Ooren_; dan een jaar op de _Koppen_; dan twee jaar op de +_Mannekens_; dan een jaar of drie op het _Pleister_; dan een jaar of vier +op het _Leven_..... En als ge dan al zoo elf lange jaren hebt zitten +krabben en u de borst hebt _gecreveerd_, dan kunt gij al zooveel +schilderijen maken als ik of gij..... En dan moet gij nog eens een heel +jaar op de klasse van _Tante Mie_[10] den dood gaan uitteekenen.--En weet +ge wat ge dan kent?--Nog niets!..... Kunnen wij nu elf jaren onzen Frans +houden, zonder dat hij iets verdiene? Kunnen wij hem verf, penseelen, en +doeken koopen, gedurende al dien tijd? En zal hij dan niet ongelukkig zijn, +als hij mislukt?--Ja, want dan is 't kalf verdronken; dan is het te laat; +dan zullen zijne meiskenshanden nergens meer goed voor zijn, en hij zal te +lui geworden zijn om te werken. Neen, ik zie mijn kind zoo gaarne als gij; +maar ik ben gelukkig in mijnen stiel; ik kom geen brood te kort, en ik +geloof, dat ik niet beter kan doen dan onzen Frans ook zijn brood te leeren +verdienen. Zoo weet ik zeker, dat hij geen gebrek zal lijden..... Hij zal +metserdiener worden,--ik wil het en het is mijn laatste woord: +metserdiener! + +De twee vrouwen zwegen. Zij konden niets inbrengen tegen de goede redenen +van den man; ook hadden zij bij het hooren zijner woorden van hun eerste +inzicht afgezien en besloten niet meer van deze zaak te spreken; maar op +het oogenblik dat de vader, als een vonnis, had uitgeroepen: hij zal +metserdiener worden! hoorde men eensklaps het kind in zijn bed zuchten en +snikken, als iemand, wiens tranen na lang bedwingen, losbarsten. + +Fransken had alles in de grootste benauwdheid afgeluisterd. Een straal van +hoop en van blijdschap was in zijn hart gesprongen, toen hij van de +Academie had hooren spreken; doch de woorden zijns vaders, die, als de +uitspraak van een onherroepelijk oordeel, hem tot den metserstiel verwezen, +hadden zijn hart met droefheid overkropt;--en, zich niet langer kunnende +inhouden, was hij op eens aan het schreien gegaan. + +De grootmoeder liep ijlings naar het bed, nam Fransken er uit, en hem op +haren schoot plaatsende, begon zij het kind te zoenen, terwijl hare eigene +tranen over haar aangezicht rolden. De moeder ving insgelijks aan met +weenen:--en het was in dit huisgezin eene droefheid zoo innig en zoo +bitter, alsof er een schrikkelijk ongeluk voorgevallen ware. Dan sprak de +grootmoeder met bitsigheid tot den man: + +Hoe kunt gij uw kind zoo _trêteren_[11]. Gij zult het wel dood krijgen..... + +De Moeder.--Ja, ja, dat zal er wel van komen: gij zult het wel in zijnen +put helpen..... Waarom kunt gij Frans niet naar de Academie laten gaan, +zeg? Als hij daar nu goesting voor heeft? + +De Vader, _met hevige gramschap zijne vuist toonende_.--Maak mij niet +kwaad! + +Fransken; _hij springt van den schoot zijner grootmoeder en loopt bij +zijnen vader_.--Och, vaderken lief, maak u niet kwaad..... Ik zal +metserdiener worden. + +De Vader; _hij kust het kind met teederheid; er blinkt een traan in zijne +oogen_.--Fransken, mijn kind, ik zal niet kwaad worden. Ga maar gerust in +uw bed. + +Fransken; _hij neemt de hand zijns vaders en streelt ze_.--Vader, weet gij +wel, dat Koben[12] van den hoek ook op de Academie is, en hij is toch wel +metserdiener. + +De Vader, _geheel kalm_.--Ja maar, kind, dat is wat anders. Hij maakt daar +geene mannekens; want hij is op de klasse van _koepe-de-peer_[13]. + +Fransken.--Wat maken ze daar dan, vader? + +De Vader.--Dat weet ik niet: huizen zeker. (_Hij bedenkt zich een weinig; +het kind ziet met angst in zijne oogen._) Maar hoort, ik zie wel, dat gij +mij toch niet zult gerust laten. Laat Frans dan maar naar de Academie gaan, +als gij hem er op kunt krijgen. (_Het kind springt op van blijdschap, kust +zijnen vader, kust zijne moeder, kust zijne grootmoeder en vervult de kamer +met blijde kreten_). Maar op ééne _conditie_: dat is, als Frans niet goed +en gauw leert, hij op mijn eerste woord van de Academie blijve. + +Fransken, _met blinkende oogen en met geestdrift_.--Och, ik zal zoo goed +leeren, vaderken lief! + +De Vader.--Ga nu maar slapen, kind. + +Fransken kroop welgemoed en met vinnigheid in zijn bed. De drie andere +personen namen de lamp en klommen op eene kleine, steile trap, om zich +insgelijks tot de rust te begeven. Boven gekomen zijnde, begonnen zij te +beraadslagen over de middelen, die werkstellig konden gemaakt worden, om +voor Fransken eene plaats op de Academie te verkrijgen. Na eene tamelijk +lange onderhandeling besloot men tot het volgende: + +Trees[14], van daar naast de deur, heeft kennis met den leerjongen van den +barbier van den knecht van M. Wappers. Door Trees zou men de voorspraak van +dezen leerjongen kunnen verkrijgen; hij zou spreken aan zijnen baas, de +baas aan den knecht van M. Wappers, de knecht aan M. Wappers zelven;--en M. +Wappers zou er van spreken aan M. Van Bree. + +Zij twijfelden niet, of die buitengewone samenhang van voorsprekers zou hun +doen gelukken;--en nog meer werden zij daarvan overtuigd, toen de +grootmoeder bemerkte, dat er niets voordeeliger is dan de voorspraak van +eenen barbier, aangezien men weinig te weigeren heeft aan eenen man, die +ons dagelijks een mes op de keel houdt, enz. + +Dan, overmorgen zullen moeder en grootmoeder hunne Zondagsche kleederen +aantrekken: het fijne jak, den stoffen rok, de kanten trekmuts en de +fluweelen schoenen. Zij zullen eenige teekeningen van Frans medenemen, om +aan de heeren der Academie te toonen, en grootmoeder zal het woord voeren, +om hun te doen verstaan, wat vernuft er in Fransken steekt. + +[1] Verkleinwoord van den voornaam _Franciscus_. + +[2] Verkorting van _Anna Maria_. + +[3] _Meken_ beteekent _grootmoeder_ onder de Antwerpsche burgerklasse; voor +_grootvader_ zegt men _Peken_. Van oude lieden zegt men in het algemeen: +het was een _Meken_, ik zag een oud _Peken_. + +[4] Dit zonderling avondgebed als ook een ander, dus beginnende _Heiligen +Engel Sinte Michiel, ik beveel u mijn lijf en ziel_, worden nog dagelijks +in honderden huisgezinnen door de kinderen opgezegd. Daarbij echter wordt +dan het _Vader ons_ of een ander erkend gebed gevoegd. + +[5] _Wabbes_ is de volksnaam van den heer Wappers, gewezen bestierder der +koninklijke Academie. + +[6] Men merke hier aan, dat het werkwoord _beminnen_ zeer zelden in +Antwerpen wordt uitgesproken. Men bezigt daarvoor meest altijd het +samengestelde werkwoord _gaarne zien_. + +[7] De werklieden, die aan het ontladen der schepen arbeiden, dragen een +kort hemd van grof lijnwaad over hunne kleederen. Dit hemd of liever dien +kiel noemt men _schobejak_. + +[8] Verkorting van den voornaam _Paulus_. + +[9] Ik hoorde u in stilte afkomen: ik bemerkte uw inzicht, met uwe treken. + +[10] Zoo noemt de volksklasse den leergang van _ontleedkunde_ of +_anatomie_. + +[11] Plagen. + +[12] Verkorting van den voornaam _Jacobus_. + +[13] _La coupe des pierres_--_de Steensnede_, die men van overlang gewoon +is met haren Franschen naam te noemen. + +[14] Verkorting van den voornaam _Theresia_. + + + + +II + +Gang naar de Academie.--De opvolgers van Uilespiegel.--Raad van Professoren +over den roep van Frans.--Onderzoek van bewijsstukken.--De Academie krijgt +een leerling meer. + + +De zon, de grootste schilderesse der wereld, was bezig met achter de kim +haar palet te bereiden; zij vereenigde en mengde er de schoonste verven op, +welke zij bezit, om dien plechtigen dag,--om den eersten stap van Frans in +de baan der kunst, met eenen ongemeenen glans te beschijnen. Weldra wierp +zij, door enkelen penseeltoets, de grijsgele doodverf op haar onmeetbaar +paneel ..... en de stad Antwerpen stond, als eene aangelegde schets, +zichtbaar in het schemerlicht. + +De hanen, die afgodendienaars der zon, begroetten hare komst met snijdend +keelgeluid, en schreeuwden zoo lang en zoo hevig, dat de grootmoeder er +door ontwaakte, terwijl zij hare eerste gedachte aan het geluk van haar +Fransken gaf. + +Alhoewel schrikkelijk afgeschilderd, is de nacht niet zelden een weldoener. +Hij alleen is rechtvaardig ten allen tijde: de goeden overlaadt hij met +blijdschap en genot, de kwaden martelt hij door ingebeelde straffen. Als +een gezant van God ziet hij in het binnenste der harten, en voorzegt den +mensch, wat loon of wat wraak zijne daden verdienen en verwachten moeten. + +De schoonste tafereelen had hij ditmaal uit zijne goocheltasch gehaald en +voor de oogen der grootmoeder doen verschijnen. Zij had rijkdommen gezien: +schoone huizen als paleizen, paarden als herten, koetsen als tronen, +lusthoven als paradijzen,--jeugdige lauwertakken! En te midden van dit +alles haar Fransken, zijne moeder, zijnen vader en zich zelve. Ontwakende, +wreef zij hare oogen rood, om die verleidende beelden te kunnen wederzien; +doch nadat zij, niet zonder spijt, bevonden had, dat het slechts een droom +was geweest, verging hare blijdschap niet geheel. De streelende +vooruitzichten verlieten haar bij haar wakend leven ook niet. + +Ternauwernood was de stad met eene tweede en goudgele tint oversapt, of het +gansche huisgezin was te been. De man moest vroeg op zijn werk zijn en kon +niet zonder ontbijt vertrekken; de ouders kwamen dan alle drie beneden. + +Met éénen blik en te gelijk zagen zij naar Fransken en bemerkten, dat hij +reeds in zijn bed recht zat en, bij den twijfelachtigen schijn van den +morgen, met zelfvergeten aan het teekenen was. + +Het vuur aangestoken zijnde, ging de moeder tot het kind, nam het uit bed +en deed het op zijne knieën zitten. + +«Lees vandaag een goed gebeêken, Fransken,» sprak zij, «dat Onze Heerken +ons doe gelukken!» + +Het jongske knielde zoo langzaam en zoo plechtig neder, dat het genoeg te +zien was, wat godsvrucht en wat vuur hij in zijn gebed ging stellen. Hij +sprak met fijne stemme: + + 's Morgens als ik opstaan, + Zie ik twee engeltjes vóór mij staan, + Engeltjes lief, engeltjes zoet, + Maakt dat Fransken geen kwaad en doet. + Onze Vader, enz. + +Na dit gebed werd hij gekleed en gewasschen; en zoodra men hem dan vrij +liet, vatte hij zijne stukjes papier, ging bij het vuur zitten en begaf +zich aan het nateekenen van het een of ander voorwerp, dat zich in de kamer +bevond. + +Weldra was de koffie opgeschonken, de zware boterhammen gesneden en de +tassen voorgezet. Alvorens zij begonnen te eten, maakten zij allen een +kruis; doch Fransken voegde er zijn gewoon gebedeken bij: + + Deezeken[15], kom eten mee, + Breng uw liefste moeder mee. + Deezeken, waar gij zijt, + Is het al gebenedijd. + Eet en drink, maar wees gedachtig, + Dat het komt van God almachtig. + +Een werkman verslijt niet veel tijds aan de tafel: op een oogenblik waren +al de boterhammen verdwenen. De vader trok zijn schobejak aan en ging de +deur uit, met de woorden: + +«Tot den noen, zullen!» + +Nu begon eerst de groote voorbereiding; Fransken werd nog eens ontkleed en +opnieuw gewasschen met Spaansche zeep en warm water; zijne krullende haren +netjes opgekamd; zijn strepen broeksken en zijn kieltje werden hem +aangedaan. + +Hierna begonnen de twee vrouwen hun eigen _toilet_. Uit eene kist kwamen +twee sneeuwwitte trekmutsen voor den dag; twee rokken, een zwarte en een +met groote bloemen; twee paar fluweelen schoenen; twee jakken, een lang en +een kort, en een katoenen mantel van de grootmoeder. Dit was alles.--Met +deze kleedingstukken moesten de vrouwen zich schoon en zindelijk maken, om +met voordeel voor de heeren der Academie te verschijnen. + +Toen de optooi bijna gedaan was, vroeg de grootmoeder: «Maar, Annemie, zijt +gij nu zeker, dat Trees, van hiernaast, aan den leerjongen van den barbier +van den knecht van M. Wabbes gesproken heeft?» + +De Moeder.--Ja, hij zegt, dat het nog al moeilijk is, iemand op de Academie +te krijgen; maar hij heeft beloofd, dat hij alles zal doen wat hij kan, en +de baas is nog al goede vriend van den knecht van M. Wabbes. + +De Grootmoeder.--De Academie gaat te zes uren open; wij moeten maken, dat +wij niet te laat komen. Spoed u wat. + +De Moeder.--Maar weet gij waar wij zijn moeten? Zij zeggen, dat die +Academie zoo groot is, dat men gemakkelijk eenen geheelen dag er kan in +verloren loopen. + +De Grootmoeder.--Gij zijt toch een sukkel, gij! Met vragen komt men immers +te Rome? + +De Moeder.--Ja, dat is waar. Maar wat zullen wij nu aan die heeren zeggen? +Want gij weet wel, dat gij die heeren niet moogt aanspreken gelijk u of +mij, en dat die groote mannen nog al gauw op hunnen teen getrapt zijn. Gij +moest u zoo eens misspreken. + +De Grootmoeder.--Daar is geen nood voor; laat mij maar doen. Als ik +binnenkom, dan zeg ik: Goeden dag, M. Van Bree! Goeden dag, M. Wabbes! +Dienaar, Mijnheeren!..... Kunnen zij dat nu kwalijk nemen? Het is immers +beleefd genoeg? + +De Moeder.--Ja, ja. En dan? Hoe zult gij de zaak van onzen Frans aan hun +verstand brengen? Zie, daar ligt de knoop. + +De Grootmoeder, _met ongeduld_.--Wees maar gerust: ik neem de teekeningen +van onzen Frans mede, en als ik die zal laten zien, zullen zij misschien +van zelf willen hebben, dat hij op de Academie blijve. Kom, het is al bij +den zessen; laat ons gaan.--Fransken, geef mij al de papieren eens hier, +dat ik ze in mijnen zak steke. Zijt gij gereed, Annemie? Vergeet gij niets? +Doe dan de deur maar toe..... + + * * * * * + +Wat vreugd was er niet in het hart van Fransken, terwijl hij tusschen zijne +moeder en grootmoeder naar de Academie ging! Hoe licht en hoe vinnig waren +zijne huppelende stapkens! Met wat liefde bezag hij elken jongen, die, met +eene rol papier in de hand, hem voorbij ging..... Reeds waren al deze +leerlingen der Academie zijne vrienden. Hadde hij ze mogen omhelzen! + +Aan de poort der Academie gekomen, vóórdat de klassen geopend waren, vielen +de twee verbaasde vrouwen tusschen een hoop wachtende jongens, die op hunne +vragen niet dan met spotternij antwoordden. Beschaamd en verlegen, wilden +zij zich verwijderen tot het openen der poort: doch de spottende jongens +liepen rondom hen en sloten ze in eenen onverbreekbaren kring. Dan volgde +er een _concerto_ van honderden fluiten, die als messen door de ooren +gingen; een afgrijselijk gebrom in de rollen papier; honderden roepen van +Meken! Meken! Wouw! Wouw!--en een bonzend geschreeuw van hoera! hoera! +zoodat de ongelukkige vrouwen niet meer hoorden of zagen, en bereid waren +om te weenen; maar gelukkiglijk, of liever ongelukkiglijk, ging de poort +der Academie op dit oogenblik open. + +Gelijk de razende vloed, die eenen dijk doorbreekt, stroomden de jongens +onder de poort door. De vrouwen konden dit woest geweld niet wederstaan, en +werden mede door de poort en door den hof gesleurd en gestooten, totdat zij +zich weldra in eenen langen gang bevonden, zonder te weten, hoe zij daar +geraakt waren en nog duizelig van deze bestorming. De trekmuts van +grootmoeder stond scheef, zonder dat het mogelijk was, ze weder op hare +plooi te brengen; het haar van Fransken was in de war, en de kleederen der +beide vrouwen leelijk verkrookt. + +Met stille, bevende stem sprak de grootmoeder: + +«Wel, heilige deugd, Annemie! Wat is dat hier voor een leven? 't Is gelijk +een hoop duivels!» + +De Moeder.--Och God, Meken, ik dacht, dat zij ons nog wel een half uur +verre zouden gestooten hebben. Maar waar zijn wij hier? Het is gelijk een +klooster.--Zie, daar komt een klein jongsken; dat ziet er geen deugniet +uit. Vraag hem eens, waar de kamer van M. Van Bree is..... Manneken, weet +gij niet waar wij gaan moeten om M. Van Bree te spreken? Waar is M. Van +Bree? + +De Jongen; _hij steekt zijne tong uit en zet een *beeldeken*, gelijk men +dit te Antwerpen noemt:_ + + Mijnheer Van Bree is in zijn vel. + En als hij er uit komt, is hij niet wel! + (_Hij loopt weg._) + +De Grootmoeder, _met wanhoop_.--Wel, wel! wat Uilespiegels altemaal! +Annemie, hier geraken wij nimmer te recht. (_Er komt een jongen, die hare +muts bij den vleugel vat en ze bijna van het hoofd rukt._) Wel, wat +schurken! Zij zullen ons nog de kleederen van het lijf scheuren..... Willen +wij maar naar huis gaan? + +De Moeder.--Toe, toe, zet uwe trekmuts maar recht! Het is gelijk eene kat, +daar de straatjongens mede geleefd hebben. Nu zien wij er net uit om voor +die heeren te komen! + +Fransken, _met stille stem_.--Zie, Meken, daar komt een heer aan; zie, hij +neemt zijnen hoed af voor u. Daar, hij gaat in die deur! + +De Grootmoeder.--Och Heer! nu weten wij nog niets. + +Fransken.--Ja maar, Meken, daar staat iets boven de deur te lezen. Laat ons +eens gaan zien. + +(_Zij gaan tot bij de deur._) + +De Moeder.--Kunt gij dat lezen, Fransken? + +Fransken.--Ja, moeder. (_Hij beziet het opschrift een oogenblik en leest._) +Ka.....mer der di.....rectie. + +De Grootmoeder.--Wel, wat botte getrekken dat wij toch zijn! Dat is nu de +kamer van M. Van Bree en van M. Wabbes. En als ik mij wel bepeins, die +jonge heer was M. Wabbes zelf.--Fransken, gij moet uwe klak afnemen, +zullen? + +Fransken.--Ja, Meken. + +De Grootmoeder.--Klop eens. + +De Moeder.--Ja, maar mogen wij wel kloppen? Daar hangt eene bel boven de +deur ..... laat ons liever bellen. + +(_Zij zoeken vruchteloos naar het belkoord, vermits dat het binnen de kamer +hangt._) + +De Grootmoeder.--Dat is aardig, eh? Toe, klop maar. + +(_Er komt een jongen voorbij, die om de vrouwen in verlegenheid te brengen, +zulk een zwaren stamp tegen de deur geeft, dat de gang er van dreunt._) + +De Moeder, _verschrikt_.--Och, Meken, willen wij maar gaan loopen? Ik durf +hier niet langer blijven staan..... + +De Grootmoeder.--Ja, ja, kom: wij gaan naar huis. + +Fransken, _zijne moeder weerhoudende_.--Och neen, moederken lief, laat ons +niet naar huis gaan! + +Eene stem in de kamer.--Komt binnen! + +Fransken.--Hoort gij wel, moeder? zij roepen, dat wij moeten binnenkomen. + +(_De vrouwen gaan bevend binnen en blijven vol vrees bij de deur staan._) + +De Grootmoeder, _met het hoofd knikkende_.--Goeden dag, Mijnheer Van Bree, +goeden dag, Mijnheer Wabbes;--Dienaar, Mijnheeren! + +M. Wappers.--Kom hier, moederken. Wat is er van uw beliefte? + +De Grootmoeder.--Mijnheer Wabbes, als gij het niet kwalijk neemt, gij weet +wel ..... uw knecht ..... de barbier ..... en..... + +De Moeder; _zij geeft haar eenen stoot met den elleboog_.--Is dat nu +spreken?--Hakkel zoo niet![16] + +M. Van Bree.--Vrouwken, het is zeker voor dit jongsken, dat gij komt? + +M. Snyers.--Om eene plaats voor hem op de Academie? Gij moogt niet bang +zijn, Vrouw. Spreek maar ronduit, en zeg maar wat gij begeert. + +De Grootmoeder, _met eenen dankbaren glimlach_.--Wel, Mijnheeren, wat zijt +gij toch goed! Ja, Mijnheer Van Bree, ja, Mijnheer Wabbes, als gij de +goedheid wilt hebben om ons Fransken (_zij brengt het kind vooruit_) op de +Academie te laten komen ..... gij weet niet hoe blij wij zullen zijn. + +M. Van Bree.--Hoe oud is hij, moeder? + +De Moeder.--Elf jaar, Mijnheer. + +M. Wappers.--Dit zou men niet zeggen. Zie, moeder, als ik u eenen raad mag +geven, laat hem dan liever nog een jaar of twee naar de school gaan; want +hier zou hij toch niets leeren. Hij is te klein en kan nog niet aan de +tafels staan. + +De Grootmoeder, _bedroefd_.--Och, Mijnheer Wabbes!..... Hij heeft er zoo +eene goesting voor;--zie, de tranen komen al in zijne oogen, och arme! +(_Het kind beziet beurtelings al de professors met eenen smeekenden blik; +zijn gelaat is zoo sprekend en zoo zoet, dat het eenen diepen indruk op hun +gemoed maakt._) En dat gij wist, Mijnheeren, hoe hij altijd bezig is met +teekenen! + +De Moeder, _invallende_.--Ja, Mijnheeren, hij is er altijd mede bezig. Al +etende, al drinkende, tot in zijn bed toe, maakt hij niets dan mannekens. +Ons geheele huis staat er vol van..... Gisteren avond heeft hij zijn +Meken, die daar staat, nog uitgeteekend. + +De Grootmoeder.--Ja, het is waar, Mijnheer. + +(_De professors betuigen eene groote nieuwsgierigheid._) + +M. Snyers.--Daar steekt misschien iets in dit kind. Hebt gij het portret +niet bij u, moeder? + +De Moeder.--Ja, Meken heeft het in haren zak. + +M. Wappers.--Laat eens zien, Vrouw; geef dit eens hier. + +De Grootmoeder, _zij wroet tamelijk lang in haren zak_.--Och Heer! Zou ik +het verloren hebben? Ha, neen. Hier is het.--Ziet, Mijnheeren.--Het is nog +maar een kind, Mijnheeren.--Ik zeg niet, dat het portret goed gedaan is; +maar het lijkt toch een beetje. + +(_De professoren geven elkander het stuk papier over. De eene bijt op zijne +lippen, de andere schijnt te moeten niezen; doch bij het bezien der +grootmoeder, die zich als vergelijkingsmiddel in het midden der kamer +plaatst, barsten zij eindelijk in eenen langen lach los._) + +De Moeder, _stil tot de grootmoeder_.--Meken, zij lachen! + +De Grootmoeder, _met blijdschap_.--Laat ze maar lachen; hoe meer hoe +liever. Ziet gij niet, dat ik het er om doe; nu komt Frans zeker op de +Academie. + +De Moeder, _met twijfel_.--Ik geloof het niet. + +De Grootmoeder, _tot de professoren_.--Ja, Mijnheeren, niemand heeft zijn +eigen zelven gemaakt ..... het is mijne schuld niet, dat ik niet meer +schoon ben.--Wat is een oud mensch? + +M. Schafels.--Maar, Vrouw, hij heeft zeker betere dingen geteekend; hebt +gij geene andere bij u? + +De Moeder.--Wel, Mijnheer, hij kan niets zien of hij teekent het uit. Daar +is de tamboer-majoor van het 6de, die heeft kennis in onze geburen; hij +was nog geene drie keeren door onze straat gegaan, of Fransken had hem al +op zijn papier staan..... Laat het eens zien, Meken. + +De Grootmoeder; _zij geeft een stuk papier aan M. Van Bree_.--Ziet, +Mijnheeren! Dat gelijkt misschien nog beter. + +(_De professoren doen geweld om zich te bedwingen; M. Schafels ligt met het +hoofd op de tafel._) + +De Grootmoeder, _voortgaande_.--En met de St.-Andrieskerk is hij ook al +naar huis gekomen, en dat was schoon, met deuren en vensters nog al. Ik heb +het ook in mijnen zak:--ziet, Mijnheeren. + +M. Van Bree.--Daar staat gelijk eene schouw op de kerk? Dat is wat nieuws. + +De Grootmoeder, _met eene merkbare spijt_.--Ja, dat is mis. Dat is mis, +Fransken. Waarom hebt gij eene schouw op de kerk gezet? + +Fransken.--Wel, Meken, dat is om M. Pastoor zijn eten te koken. (_Dit +antwoord verwekt een nieuwen lach._) + +M. Van Bree, _tot M. Wappers_.--Wat dunkt er u van, zouden wij dit kind op +de Academie laten? + +M. Wappers.--Ik geloof dat dit goed ware; het jongsken is niet zonder +geest. Mij dunkt, dat er waarlijk iets zou van te maken zijn. + +M. Serrure.--Maar, Vrouwken, kan hij wel lezen en schrijven? + +De Grootmoeder.--Wel, Mijnheer, hij gaat al vijf jaar naar de +Broôkens-kapel; en vraag het maar eens aan meester Klincko: hij heeft dit +jaar nog twee prijzen gehad. In het Vlaamsch kan hem al niets meer geleerd +worden;--hij leert al Fransch! + +M. Serrure.--Zoo! dat is wat anders. + +M. Wappers, _tot M. Van Bree_.--Laat mij het kind eens +aanspreken.--Manneken, kom gij eens hier. (_Het jongsken gaat bij hem; hij +streelt het onder de kin. Fransken lacht hem dankbaar toe._) Zeg mij eens, +lief kind, welken stiel zoudt gij gaarne leeren? + +Fransken; _er komt eene wonderlijke uitdrukking op zijn gelaat; uit zijne +zwarte oogen straalt een vurige blik_.--Schilderen, gelijk Rubbes[17], +Mijnheer! + +M. Wappers.--Maar, kind, zeg mij eens: zie, dit manneken is uwe +grootmoeder, niet waar? Zoo is zij immers niet, met al dit haar rond het +hoofd? + +Fransken, _met stille stem_.--Ja, maar als Meken 's avonds werkt, dan doet +zij hare muts af, en dan heeft zij zoo een haar wel. + +M. Wappers, _tot M. Van Bree_.--Wij zullen het kind maar op de Academie +laten komen; het ziet er vinnig en verstandig uit. + +M. Van Bree.--Ja, ja! + +M. Wappers, _tot het kind_.--Zult gij goed leeren, manneken? + +Fransken, _hem met hoop in de oogen ziende_.--Och ja, Mijnheer! + +M. Schafels.--Wij zullen hem op een banksken zetten. + +M. Wappers.--Wel, leer dan maar goed;--en wacht een weinig, ik zal met M. +Van Hool eene plaats voor u gaan zoeken. + +De Grootmoeder; _met blijdschap tot Fransken gaande_.--Bedank die heeren en +kus uwe hand! + +(_Het kind kust zijne hand en beziet beurtelings al de professoren, +blijkbaar om ze allen te bedanken. Vervolgens gaat het bij zijne moeder en +grootmoeder en beziet haar met tranen van blijdschap in de oogen._) + +M. Wappers, _tot de vrouwen_.--Gaat gij lieden maar naar huis, Vrouwkens. +Fransken blijft op de Academie. + +De Grootmoeder, _knikkende_.--Gij zijt bedankt, Mijnheer Van Bree; gij zijt +bedankt, Mijnheer Wabbes; bedankt altemaal, Mijnheeren.--Kom nu maar aan, +Annemie;--'t is nu wel! + +(_Zij gaan de deur uit en begeven zich naar huis langs de +Minderbroedersstraat._) + +De Moeder, _met blij gemoed_.--Wel, Meken, wie zou dat toch zeggen! Wat is +toch iemand, die nog nooit iets gezien of bijgewoond heeft! Wij, die zoo +bang waren om voor de heeren te komen..... Maar zie, ik mag wat zijn, als +ik niet liever met die menschen zou te doen hebben dan met die van ons +kwartier. Hoe beleefd en hoe goed dat zij waren! Zij hebben met ons +gesproken gelijk zuster en broer.--Dat zijn nu eerst menschen!..... Een +geluk dat M. Wabbes u geholpen heeft, of gij bleeft er wat schoon in +steken! + +De Grootmoeder.--Ja, M. Wabbes, die is goed voor de burgermenschen; dat +weet ik toch al lang. Zie, hij gaat zelf eene plaats voor ons Fransken +zoeken, alsof het zijn eigen kind was! + +De Moeder.--Ja, M. Van Bree toch ook, Meken. + +De Grootmoeder.--Och! het zijn altemaal goede menschen. + +(_De vrouwen gaan dus koutend tot in hunne woning._) + + * * * * * + +Fransken had eene plaats op de Academie bekomen. Van dien dag af begon hij +de baan, die hij intrad, met een weinig kennis van zaken te beschouwen. Hij +begreep, hoe langzaam en hoe moeilijk de studie der kunst zijn moest, daar +hij, die gedroomd had van mannekens en schilderijen, nu reeds eenen +geheelen morgen, met het zweet op zijn aanschijn, gepoogd had eenen grooten +neus na te teekenen, zonder in die poging te hebben kunnen gelukken; maar +hij zou te huis zich zelf vergoeden voor de lastige studiën. Daarom bezag +hij met driftige aandacht al de beelden, die in het bereik van zijn gezicht +waren, en prentte wel in zijnen geest, waar hun de oogen, neus en mond in +het hoofd stonden, en hoe hun de armen en beenen aan het lichaam hingen. +Dan vol van deze herinneringen, verliet hij de Academie na het eindigen der +lessen, en begaf zich naar het Kasteelplein, dat niet verre van zijne +woning gelegen was, en waar hij wist dat de soldaten op dit oogenblik bezig +waren met krijgsoefening te leeren. Na hen een half uur bezien te hebben, +liep hij naar huis en viel seffens aan het teekenen. Weldra toonde hij aan +zijne grootmoeder een stuk papier, terwijl hij zegepralend uitriep: + +«Zie, zoo staan de soldaten op het Kasteelplein!» + +«Maar hoe is 't godsmogelijk!» riep de verwonderde grootmoeder. + +[15] _Deezeken_ beteekent Jesus in de taal der kinderen. + +[16] Stamel zoo niet. + +[17] De naam Rubbens wordt evenals de naam van Wappers, met weglating der +voorlaatste letter, door het volk uitgesproken. + + + + +III + +De baan der Kunst.--Verschillende klassen der Academie.--Prijs, +uitdeeling.--Waar men kennis maakt met Baron De Pret. + + +Sedert zijne aanneming op de Academie was Frans nog meer dan ooit op de +schilderkunst verslingerd geworden; alle spelen verveelden hem; er kwam +meer ernst in zijn gemoed, en hij verzelfstandigde zich met zijne hooge +bestemming. Papier en potlood verlieten hem nooit; en kreeg hij van zijne +ouders een Zondagsoordje, zoo hing hij het meteen aan een blad mannekens, +dat dan wel twintigmaal door hem werd nageteekend. Op de Academie werd zijn +voortgang er niet merkelijk door versneld; want hij bleef een geheel jaar +op de _Hoofden in omtrek_. Die gang was te traag voor zijnen onverduldigen +geest; geen wonder dus, dat hij, te huis zijnde, zich altijd eene klasse +verder tooverde dan op de Academie. Nog op den _Omtrek_ zijnde, teekende +hij reeds geschaduwde beeldekens na, die hij in de school, om zijne +leerzaamheid, van den Pastoor gekregen had. Het tweede jaar was Frans de +_eerste_ van het _Figuur in omtrek_. Hij won een lauwertaksken, dat hem bij +de prachtige prijsuitdeeling en onder handgeklap werd toegereikt. +Grootmoeder en moeder kusten haren zoon wel tienmaal, en in hunne +onwetendheid dachten deze vrouwen, dat de gedroomde rijkdommen nu +onfeilbaar op de komst waren. De vader alleen zag die vreugdebedrijven met +mistrouwen en beweerde, dat er nog geene groote kunst te vinden was in de +beelden, die zijn zoon nog dienzelfden dag geteekend had; maar hij kon de +vreugd der vrouwen niet verminderen. + +Het vierde jaar behaalde Frans den tweeden prijs van het _Geschaduwd +Figuur_. + +Nu was hij reeds vijftien jaar, en, daar hij nog al rijzig van gestalte +was, had hij reeds het voorkomen van een jonkman. Al zijne pogingen +strekten dan om op het _Antiek_ te kunnen gaan; maar dit gelukte hem niet, +alzoo er geene plaats op die klasse open was. In afwachting maakte hij +kennis met eenen leerling van het _Leven_ en vroeg hem alle weken, welk +_onderwerp_ er voor de _Samenstelling_ en _Uitdrukking_ gegeven was, en +teekende dan in stilte de gegevene onderwerpen, om ze door den leerling van +het _Leven_ te doen nazien. De eerste maal, dat hij eene _Samenstelling_ +poogde te maken, had M. Van Bree het volgende _onderwerp_ gegeven: + +«De schilder Brouwer, in eene herberg wel gedronken hebbende en zijn gelag +niet kunnende betalen, vraagt pen en papier, en maakt eene teekening op de +tafel, waarbij hij gezeten is. Terwijl komen de drinkebroêrs achter hem +staan; ja, er zijn er, die op de stoelen klimmen.» + +Frans toonde deze _Samenstelling_ aan den leerling van het _Leven_. + +Hoe weinig de eerste poging hem ook gelukt ware, ging hij niettemin vlijtig +voort, en maakte op korten tijd tamelijk goede _Samenstellingen_. + +Alhoewel Frans door den dagelijkschen omgang met zijne kameraden de +aantrekkelijke zoetheid zijner inborst gedeeltelijk had verloren, was er +nochtans altijd evenveel gevoel en deugd in zijn hart. + +Zijne grootmoeder had hij den diepsten eerbied en de warmste liefde +toegewijd. Dikwijls, wanneer de stokoude vrouw hem door de streelende +vooruitzichten aanmoedigde, riep hij met oogen, die van dankbaarheid +blonken: + +«O, Grootmoeder, zoo ik schilder word en gelukkig ben, dat ik geld kan +verdienen, oh, dan zal ik u en mijne ouders al uwe zorgen en goedheid +vergelden. Dan zal ik maken, dat uwe oude dagen schoon en vroolijk zijn. +Gij zult mij nimmer verlaten, en ik zal nimmer trouwen om u altijd te +kunnen beminnen. Vrees niet, ik zal niet doen gelijk vele schilders, die +evenals ik uit arme burgers zijn voortgekomen, en die hunne ouders niet +meer kennen willen. Neen, indien ik eene overwinning in de kunst mocht +behalen, dan zou ik u met fierheid durven toonen en zeggen: daar is zij, +die mij tot schilder heeft gemaakt!» + +De vreugdetranen leekten dan over de berimpelde wangen der oude vrouw, en +een wederzijdsche zoen was het slot van zulke liefdesbetuiging. + + * * * * * + +Nu begon Frans de echte baan der kunst in te treden: hij was op de klasse +van _Antiek_ of _Pleister_, en moest nu niet meer geteekende beelden +nabootsen, maar wel de schoone vormen van den _Apollo_ of den _Laocoön_ op +het papier teruggeven. Dit viel hem in het eerst moeilijk, et het duurde +toch al tamelijk lang, eer hij de middelen begrepen had om de hoogten en de +diepten, de lichten en de schaduwen wel en vloeiend uit te drukken. Hij +moest ter zelfder tijd de leergangen van _Samenstelling_ en van +_Uitdrukking_ volgen. In deze laatste oefening vond hij een bijzonder +behagen, en reeds aan zijne eerste proef, alhoewel gebrekkig, kon men +bemerken, dat hij groote geschiktheid had om de hartstochten op de +wezenstrekken uit te drukken. + +Weldra zal zijne hand de ingevingen van zijnen geest kunnen beantwoorden: +hij is op de klasse van het _Levend Model_ overgegaan. Nu gaat hij de +vormen van het menschenlichaam in de natuur zelve bestudeeren. + + * * * * * + +Sedert eenigen tijd was er eene merkbare verandering in de levenswijs van +Frans omgegaan. Hij had begrepen, dat een schilder, zonder allerhande +kennis ten minste oppervlakkig te bezitten, niet gemakkelijk een goed +kunstenaar kan worden en der kunst zelve geene eer kan toebrengen; daarom +zocht hij naar boeken over geschiedenis, kostumen en oudheden; kocht of +ontleende ze en bracht al zijne avonden door met ze te bestudeeren en er +krabbelingen naar te maken, om zich de hand in de _Samenstelling_ te +oefenen. + +Wanneer Frans een werk aantrof, dat hem eenige schoone gedachten +inboezemde, voerde hij deze onmiddellijk op het papier uit, en vormde zich +op deze wijze eene rijke verzameling van studiën en krabbelingen, die hem +later zeer nuttig moesten zijn. Wat hij ook vinden mocht, dat hem oorzaak +tot het oefenen van zijnen geest gaf, hij maakte er gebruik van, en had, +dit doende, het ware middel gevonden om een goed en geleerd kunstenaar te +worden. + +Al die vlijt, al die moeite, gepaard met eene ingeborene geschiktheid, +deden onzen jongen kunstenaar met groote stappen vooruitspoeden; hij snelde +in de studie al zijne kameraden voorbij. In den loop van 1839, en in zijn +negentiende jaar zijnde, behaalde hij meest al de eerste prijzen van de +hoogere klassen der Academie. + +Het onderwerp, dat voor den prijskamp van _Samenstelling_ gegeven was, +moest eene openbare halsrechting in Spanje vertoonen. Frans maakte daarvan +eene schoone schets; doch er was nog eene betere ingebracht, want hij +verkreeg slechts den tweeden prijs. Dan, in den prijskamp van _Uitdrukking_ +was hij gelukkiger en overtrof daarin al zijne medekampers. + +Eindelijk, voor overmaat van geluk, behaalde Frans dit jaar den eersten +prijs van _Teekening naar het levend Model_, zijnde dit het hoogste punt, +dat men in dien tijd op de Academie bereiken kon. + +Op den dag der prijsuitdeeling kon men onder de aanschouwers eene oude +vrouw zien zitten, die telkenmaal, als de naam van Frans werd uitgeroepen, +van haren stoel opsprong en met geweld eenen traan van blijdschap in elk +harer oogen terughield. Haar hart was vol gelukzaligheid: zij had haar +kind, haren beminden Frans, reeds viermaal bekroond gezien, en met vier +zilveren of gouden medailles, onder een lang handgeklap, van de verhevene +stelling zien komen. + +De Burgemeester had hem gekust, de Gouverneur had hem de hand gedrukt! En +de grootmoeder zag dit alles in verrukking, ja met verdwaaldheid aan. + +De prijsuitdeeling gedaan zijnde, wilde de heer Baron De Pret in zijn eigen +rijtuig den bekroonde huiswaarts voeren, doch eerst nam hij hem mede naar +zijne eigene woning, beschonk hem daar met een glas wijn, en gaf hem eenige +kostelijke boeken over kostumen en oudheden ten geschenke, benevens eenige +belangrijke raadgevingen. + +Onderweg had Frans op de vragen van Baron De Pret met rechtzinnigheid +geantwoord en hem met zooveel liefde van zijne grootmoeder gesproken, dat +de Baron de oude vrouw zien wilde. + +Toen het rijtuig in het St.-Andrieskwartier en omtrent de woning van Frans +kwam, werd de koetsier gedwongen zijne vaart te vertragen en de paarden op +stap te doen gaan,--zooveel volk stond er in de straten. Het gansche +kwartier was te been; jong en oud wedijverde om aan Frans, den jongen van +hunne parochie, eer en hulde te bewijzen; overal werd hij begroet door een +lang en schaterend gejuich. + +De Baron stapte met Frans uit het rijtuig in zijn huis en sprak eenige +vriendelijke woorden tot zijne ouders, waarna hij vertrok. + +De moeder en de grootmoeder van Frans waren niet verre van zot te worden; +de vader zelf was vol hoogmoed. Hoe kon het met de vrouwen anders +zijn?--Baron De Pret, die edele beschermer der kunsten, was in hun huis +geweest; hij had hen aangesproken, en het gansche kwartier wist het; al de +geburen betoonden hun eerbied of benijdden hun geluk! + +Maar wat verrukking was het niet, wat eer!--Des avonds kwam er eene +talrijke Harmonie voor de deur der arme woning spelen! + +Bovenal bracht het deuntje _Waar kan men beter zijn_ de vreugd tot den +hoogsten top in de harten der vrouwen. Grootmoeder, alhoewel stijf en +verstramd door den ouderdom, sprong nog eens als eene jonge meid van haren +stoel op, huppelde de kamer rond, greep Frans en zijne moeder bij de hand +en dwong hen in eenen _rondedans_ te draaien, terwijl zij met eene heesche +stem het liedje zong: + + Waar kan men beter zijn, + Waar kan men beter zijn + Dan bij zijn beste vrienden? + Wij zijn kontent; + Wij hebben geenen vent + Laat ons drinken, + Laat ons schenken, + Gelijk wij zijn gewend! + +Hare stem werd weldra verdoofd door het razend geroep der leerlingen van de +Academie, die voor de deur stonden en tot barstens toe schreeuwden: + +«Vivat Frans!..... Vivat de Primus!» + +Wie zou de vreugdetranen tellen, welke op dezen dag door dit gelukkige +huisgezin werden gestort?..... + + + + +IV + +Verandering van toon.--Waarom er zoo weinig goede schilders zijn. Middelen +om in de kunst gewissen voortgang te doen. + + +Er zijn in België oneindig veel kunstenaars. Maar waarom zijn er zoo +weinig, wier namen met eenigen luister omgeven zijn? Waarom bevinden velen +zich in broodsgebrek? + +Hierop zou men oppervlakkig kunnen antwoorden met de bekende spreuk: _velen +zijn geroepen maar weinigen uitverkoren_. Of wel met de woorden van den +Franschen dichter: + + Soyez plutôt maçon, si c'est votre métier. + +Maar die redenen zijn alleen niet voldoende om de schaarschheid van goede +kunstenaren uit te leggen; er bestaan andere oorzaken, die eenen veel +verderfelijkeren invloed op den voortgang der jonge leerlingen uitoefenen, +en hunne bestemming den hals breken, eer zij nog weten kunnen, of zij +waarlijk tot het vak der kunsten geroepen zijn. Om deze oorzaken tastbaar +voor te stellen, zullen wij hier eene kleine schets ophangen van de wijze, +waarop een leerling, die _moet mislukken_, zijne studiën oefent. + + * * * * * + +Een vader denkt in zijnen zoon groote voorbeschiktheid tot de schilderkunst +te bemerken; wie denkt zulks niet van zijne kinderen?--Hij doet hem op eene +Academie of teekenschool zijner stad gaan. Lui en loom van gemoed, leert +dit kind dan toch na ettelijke jaren de beginselen der teekenkunde; of wel, +vlijtiger, leert hij ze in minder tijds.--En wij vooronderstellen, dat hij +waarlijk alles in zich hebbe om een groot kunstenaar te worden ..... maar +de hoogmoed, die bedrieger, die valsche raadsman, moeit zich met de zaak. +De vader slaagt de armen in de hoogte bij het zien der nog weinig +gevorderde studiën van zijnen zoon: het schijnt hem dat hij reeds mirakelen +doet. Hij gaat in herbergen, koffiehuizen en gezelschappen, en valt +iedereen lastig door het onophoudend verhaal van het vernuft des jongens. +Eenigen geven geloof aan de pocherij; zij verspreiden ze. Eindelijk gaat de +zoon in de gebuurte door voor een klein kunstwonder, en al die loftuigingen +komen aan zijne ooren. Hij blaast zich op,--en niet zoodra heeft hij eenige +dagen naar _Antieken_ geteekend, of hij moet een _atelier_ hebben; hij moet +schilderen, schilderijen maken:--hij, die nog geenen goeden neus uit zijn +hoofd kan teekenen! + +Waarlijk, hij heeft een paneel en eenen schilderbak gekocht. Zijne nog +witte knevels komen beschaamd op zijne lippen staan; zijn haar groeit +schrikkelijk en wild op zijn hoofd, en de straatjongens roepen hem na met +het woord _Artist_. + +Hij schildert dan;--maar wat zal het beteekenen? Het is een manneke, dat +op eene tafel ligt te slapen,--bemerkt, dat hij dan het aangezicht niet +schilderen moet, daarbij eene hesp in eenen schotel, met eenen hond, die er +aan komt bijten; in het verschiet wat kassen, potten, ketels, enz. + +Aan die onbeduidende samenstelling arbeidt hij drie maanden; hij wrijft, +hij veegt, hij knoeit, hij steelt ..... en ziet! eindelijk komt er iets uit +zijne handen, dat van verre aan eene schilderij gelijkt. + +De vader en de vrienden zeggen: + +«Het is een Teniersken!» + +Maar anderen zeggen met meer reden, dat het een armzalig broddelwerk is. +Het doorzicht is er niet in verstaan; de voorwerpen van de tweede diepte of +_plan_ zijn grooter dan die van de eerste; de beenen en armen hangen +gebrekkelijk aan het lichaam, of zijn te lang of te kort; de voorwerpen +vallen om; de hond is een raadsel, dat _Buffon_ zelf gewis niet zou hebben +kunnen oplossen..... + +Tot hiertoe is het kwaad nog niet groot: de jongen luistert nog naar +raadgeving van meerdere kunstenaren; hij gaat nog naar de teekenschool, +alhoewel hij er met tegengoesting leert. + +Maar, o ongeluk! een vriend van zijn huisgezin of een arm, onkundig +liefhebber geeft hem honderd franken voor zijn schilderij! + +Nu is de bom geborsten..... Hij wil en zal een _atelier_ hebben, dat niet +in het huis zijns vaders zij, opdat men voortaan vrage: waar is het +_atelier_ van zulk eenen? Hij neemt en bederft eenen jongen, en heeft dus +eenen _élève_ of leerling: dus is hij Meester..... Zal hij op de Academie +voortgaan in de teekenkunde? Zal hij, die Meester is, tusschen leerlingen +zitten? Dit kan immers met zijne opgeblazenheid niet samenstaan? +Dienvolgens verlaat hij de Academie of Teekenschool. + +Wat kan er nu van den zoo gezegden kunstenaar geworden? Hij kan niet +teekenen; hij kent niets van het samenstel van het menschelijk lichaam; +doorzicht is hem eene vreemde wetenschap..... + +Hij kan zijne teekenstudie te huis vervorderen,--zou men kunnen +denken,--maar het is onder schilders eene bekende waarheid, dat hij, die +aan het schilderen geraakt, meest altijd eenen afkeer van het teekenen +krijgt. + +Neen, die ongeleerde kunstenaar blijft zijn geheele leven lang knoeien, +verkoopt van tijd tot tijd eene slechte en onbeduidende schilderij en +sleept zijne bittere dagen tusschen hoogmoed, nijd en moedeloosheid. Hij is +afgunstig op iedereen, spreekt kwaad van zijne kunstgenooten ..... en +sterft meubelschilder. + +En misschien was hij geroepen om zijn vaderland te verheerlijken! Misschien +lagen rijkdom, eer en geluk voor hem bestemd; maar zijne slechte studiën +hebben hem in den grond geboord, en zijn ingeboren vernuft ten onnutte +gemaakt. + +Wij moeten het bekennen, enkele werkzame geesten beseffen in dien toestand +de middelen om zich nog te redden, en redden zich inderdaad; maar daartoe +behoeft geene kleine hoeveelheid moeds. Wij kennen er, die een gedeelte van +den dag en menigen avond zich oefenen in de teekenkunde, die lezen, +onderzoeken en vergelijken, en niets nalaten om den verloren tijd in te +winnen. Wij kennen er, die door zoeken en door zwoegen zich eene +eigenaardige kleur hebben aangeschaft; die arbeiden van den morgen tot den +avond, en door echt schoone voortbrengsels zich onderscheiden. Tot deze +werkzame kunstenaren zijn onze harde woorden niet gericht. Integendeel, +dezen prijzen en achten wij als mannen, die veel bijbrengen tot den roem +der Vlaamsche school. Nooit is een arbeid met moed ondernomen en met +standvastigheid voortgezet, of zijne vruchten waren gewichtig en +aanzienlijk. + +Neen, onze looden waarheden vallen op den hals van hen, die hunnen tijd in +zorgeloosheid verspillen; die gedurende een gering gedeelte van den dag aan +een knoeiwerk arbeiden, en misschien noch potlood, noch krijt in hun bezit +hebben; die in een geheel jaar niet eenen enkelen avond uit de herberg +blijven, en daar door pochen en zwetsen doen gelooven, dat de kunst in +praten bestaat; zoodanig dat zelfs eenvoudige menschen de schouders er van +optrekken;--van hen, die met eene ongehoorde waanwijsheid over alles durven +oordeelen, en denken, dat het genoeg is met den naam _Artist_ behangen te +zijn, om de _Science infuse_ of ingeboren wetenschap te bezitten, zonder +dat het noodig zij ooit een boek in de hand te nemen ..... van hen, die de +kunst verlagen door hunne hoogmoedige onwetendheid! + +Wanneer dan zullen deze ongelukkigen begrijpen, dat de kunst een tempel is, +waar men niet binnentreedt zonder voorbereiding?--waar men niet ingaat, +vooraleer men door het water der leerzaamheid de vlekken der onkunde van +zijnen schedel gewasschen hebbe? Wanneer zullen zij beseffen, dat men het +vaderland niet vereeren kan, vooraleer men zich zelven eeren en achten +doet? Nimmer.--Begrijpt de waanwijsheid? + +Jongere leerlingen! gij, die uwe teekenstudiën begint, geeft acht op mijne +woorden! Voorwaar, ik zeg het u, wilt gij schilder worden en glorie zoeken, +leert dan alles, wat er in de kunsten kan geleerd worden,--dan zult gij +rijk aan kennis zijn; uw vernuft zal zich zonder moeite ontwikkelen, uwe +hand zal kunnen gehoorzamen aan de inspraak van uwen geest, en niets zal in +het uitvoeren uwer scheppingen een hinderpaal zijn. Leert en arbeidt in uwe +jonge jaren ..... zoo niet, moogt gij deze woorden als eene voorzegging +aannemen: _vergeten knoeier--arm leven--en bitter brood_! + + + + +V + +De geschiedenis van Frans wordt treurig.--Hoe Baron De Pret de kunsten +aanmoedigt.--Groote rampen, die Frans overvallen.--Hoe hij eindelijk het +loon zijner werkzaamheid krijgt.--Wat hij nu is en hoe hij nu leeft.--Slot. + + +Zij dwalen, die denken, dat men met de grootste geschiktheid van geest, met +het fijnste ingeboren vernuft en met de beste studiën zoo maar in korten +tijd kan schilder worden; neen, er verloopen nog al eenige lange maanden, +somtijds wel jaren, eer men de kleuren en verven meester wordt en over deze +als over gehoorzame werkstoffen kan beschikken. Men maakt zooveel +gebrekkelijk schilderwerk, eer men een goed tafereel voor den dag brenge! + +Dit begon het huisgezin van Frans, en hij zelf nu eerst bitter te gevoelen. +Zijne ouders hadden voor hem alle opofferingen gedaan zonder de minste +achterdocht, omdat zij niet twijfelden, of Frans zou eerlang een groot loon +voor zijne werken krijgen; maar, eilaas! hoe bedrogen de goede lieden zich! +Hunne opofferingen werden noodzakelijk allengs grooter en lastiger, +naarmate hun zoon dichter bij de mannenjaren kwam. Hij moest alle +oogenblikken verf, penseelen of doeken hebben; en al deze kosten moesten +genomen worden op de geringe winst van het kantwerk van Meken en op het +dagloon des vaders. + +De twee vrouwen hielden lang voor den man verborgen, dat zij geld ontleend +hadden; eindelijk bekenden zij hem, dat zij tot aan den hals in de schuld +staken. Dit verschrikte den eerlijken en fieren werkman zeer; hij ging meer +dan eens met verdriet naar zijn werk, doch hij sprak geen enkel bitsig +woord tegen Frans of tegen de vrouwen. Hij zelf was hoogmoedig over zijnen +zoon geworden en begreep dat het nu geen tijd meer was om terug te keeren. +Hij verkropte dan in stilte de schaamte, die de gedachte van schuld te +hebben hem veroorzaakte, en zag eene bittere toekomst te gemoet. + +Een eenvoudig voorval redde het droeve huisgezin uit dien dreigenden nood. + +Meken ging sedert eenigen tijd alle dagen een gebed lezen in de +St.-Andrieskerk, voor het beeld der bedrukte moeder. Eens dat zij na haar +gebed huiswaarts keerde, ontmoette zij Baron De Pret in +St.-Andrieskerkstraat. De edelmoedige man herinnerde zich de wezenstrekken +der oude vrouw, en vroeg haar met veel goedheid, hoe het met haar ging, en +of zij nu tevreden was. Hierop volgde natuurlijkerwijze eene lange klacht +van grootmoeder; des te meer, daar zij niet anders kon denken, of die +weldoener der kunstenaren was haar door toedoen der Moeder Gods ter hulp +gestuurd. Zij bedroog zich niet in haar geloof, de goede vrouw! De Baron +vatte hare magere hand in de zijne en sprak glimlachend tot haar: + +«Waarom hebt gij mij dat niet eerder gezegd? Wees maar gerust, vrouwken. +Kent gij M. Wappers?» + +«Ja, Mijnheer de Baron.» + +«Welnu, zeg aan Frans, dat hij bij M. Wappers alle maanden vijf en twintig +franken mag halen: ik zal ze daar leggen voor hem.» + +Hiermede ging de Baron van haar weg en liet haar ontsteld staan. Gedurende +eene halve straat weegs bezag hij met ontroering twee ronde tranen, die +Meken als een verbond van eeuwige erkentenis op zijne hand gestort had! + +De weldadigheid van Baron De Pret liet aan Frans toe, zijne studiën zonder +hartzeer te vervorderen; hij geraakte dan zoo ver, dat hij het durfde +ondernemen een schilderij samen te stellen en uit te voeren. + +Een onvoorzichtige, ja, veeleer een domme vriend deed hem gelooven, dat +zijn werk goed was, en dat hij het in de bestendige vertoonzaal of +_Exposition permanente_ moest ophangen.--Maar, hoe betreurde Frans zijne +onbezonnenheid! Zijn tafereel, dat inderdaad nog gebrekkig was, werd des te +meer beknibbeld en des te luidruchtiger afgekeurd, omdat het van een +beginneling kwam, die zich nog geene eeuwige verdedigers of _opzetters_ had +aangeschaft. + +Hij maakte schoonere en betere schilderijen; doch de reeds ingewortelde +vooringenomenheid stiet hem telkens terug. Nu scheen het, alsof hij nergens +goed voor ware, alsof hij nimmer iets anders dan broddelwerk zou kunnen +voortbrengen. Dit vooroordeel was ten laatste zoo sterk aangegroeid, dat +zijne weinige vrienden zelven zijn werk niet durfden prijzen, uit vreeze +van door te gaan voor _épiciers_ of onkundigen van slechten smaak. +Verstooten uit den kring der kunstenaren, altijd achteruitgeplaatst door +mannen, die minder vernuft hadden dan hij, bekend voor eenen knoeier, bleef +Frans echter leeren en arbeiden; maar zijne schilderijen bleven ook, ter +bewondering van zijn Meken, tegen de wanden zijner arme woning hangen. + +Dit zij eene les voor alle jonge kunstenaren! Al wie voor de eerste maal +eene schilderij ten toon hangt met de wetenschap, dat hij eene betere maken +kan of zou moeten kunnen maken, is een dommerik, die zich zelven eene +onherstelbare schade doet. Want, is het niet bij het eerste voortbrengsel +van eenen kunstenaar dat men over zijn verleden, zijn tegenwoordig en zijn +toekomend vernuft oordeelt? En wat moeite, wat uitsteken gewrocht zal er +niet noodig zijn om dit eerste oordeel te niet te doen? Die, welke de +slechte schilderijen gezien hebben, zien daarom altijd de goede niet, en +blijven dus bij hunne eerste gedachte. + +Meer dan eens nog beweende Frans bitterlijk zijne eerste onvoorzichtigheid; +dikwijls, wanneer hij voor een paneel op zijnen zolder of _atelier_ gezeten +was, sloeg hij zich met de vuist op het voorhoofd en riep: + +«Hoe is het mogelijk! Wat domheid, wat verblindheid heeft mij gedreven? Ik +wist, dat mijne schilderij vol gebreken was. En ze ten toon hangen? Ho, ik +was zeker van mijne zinnen.....» + + * * * * * + +Maar zijne ongelukken waren nog niet ten einde. + +Alsof God hem in de baan der kunst beproeven wilde, werd hij in eens door +twee schrikkelijke rampen geslagen. Zijn vader, die aan het lossen der +schepen arbeidde, brak door het vallen eener ton zijnen rechterarm, die +daarenboven nog ten deele was verpletterd. + +Drie dagen later stierf zijn weldoener Baron De Pret! + +Dit laatste ongeluk trof het arme huisgezin zoodanig, dat zij allen twee +dagen in tranen doorbrachten, zonder bijna een woord te spreken. + + * * * * * + +Op den dag der begrafenis van Baron De Pret volgde eene ootmoedige +_vigilante_ van verre den lijkstoet. Te Hemixem en bij de begraafplaats +gekomen, stapten drie personen uit het geringe rijtuig. Zij gingen nevens +het kerkhof in eenen zijdeweg en waren gedurende de begrafenis niet +zichtbaar. + +Toen alles gedaan was, en de prachtige koetsen al de aanschouwers der +lijkplecht op de baan van Antwerpen in volle vaart stedewaarts voerden, zag +men drie personen met stille stappen het kerkhof binnentreden. Het was +Frans, die zijne stokoude grootmoeder onder den arm hield, terwijl zijne +moeder haar aan de andere zijde ondersteunde. Niemand zag hen, want alles +was doodstil op het kerkhof, en de grootste eenzaamheid heerschte er. + +Ziet gij ze alle drie, met roodgeweende oogen, met snorkenden adem, dien +hoop versch opgeworpen aarde genaken? Daar rust hij, die het goed in stilte +deed..... + +O, zegt niet, dat de deugd niet geëerd, niet beloond wordt: de tranen dezer +menschen wegen duizend in de schaal van God! + +Ziet, de vrouwen knielen neer op den hoop aarde. + +Zij vouwen de handen te zamen en buigen het hoofd naar het lijk: hunne +lippen bewegen..... + +Spreken zij ook in rethorische taal? Zijn hare woorden berekend, gemeten en +geschreven, opdat zij ze niet vergeten? O, neen, zij kennen maar één gebed, +hun door den Zaligmaker zelven geleerd: zij bidden en herbidden het +krachtig en alvragend Onze Vader! Hunne stemmen worden helderder, als zij +murmelen: + +«Vergeef ons onze schulden gelijk wij vergeven onzen schuldenaren. + +Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, nu en in de ure onzes doods. +Amen.» + +Hunne zielen, hunne tranen, hunne zuchten zeggen het overige tot den Heer. + +Slaap gerust, o Goede! Wij planten geene bloemen op uw graf: zij zijn niet +onsterfelijk als de heugenis uwer ontelbare weldaden..... Uwe ziel ontvange +in den schoot der Godheid een loon, dat de wereld niet geven kon. + +Maar waarom knielt Frans niet op het graf? Waarom? Hij is verslonden door +droefheid; hij voelt zich niet meer leven en heeft vergeten, waar hij zich +bevindt. Ziet, daar staat hij als een steenen beeld, met het hoofd op de +borst, met de nijpende hand aan het voorhoofd. Hoe blinken de rollende +tranen, die zijnen oogen ontsnappen! Ongelukkige jongeling! Wie beschrijft +de doodende wanhoop, die uw hart tot barstens toe verkropt? + +Ontwaak! Ziet gij niet, dat die koude aarde de gezondheid uwer grootmoeder +krenken zal! De avond vindt haar wellicht nog geknield en weenend. Heb +moed, keer terug naar uwe woning..... + +Des anderen daags sprak Frans op droeven toon in dezer voege tot zijne +ouders: + +«Wij zijn ongelukkig en arm; ik ben de schuld van al uw verdriet, ik weet +het. Maar laat mij u eene vraag doen, en antwoordt mij openhartig;--kunnen +wij nog drie maanden bestaan zonder het minste geld te winnen?» + +Deze vraag bleef eenen langen tijd zonder antwoord. De moeder, die wist, +wat haar zoon zich voorstelde, ging bij den zieken man en overwoog de zaak +met hem; dan sprak zij: + +«Drie maanden, ternauwernood, maar niet langer.» + +«Welaan,» hernam Frans, «ik ga eene poging doen. Nog ééne schilderij zal ik +maken, eene enkele; en verkoop ik die niet in korten tijd ..... dan, o +moeder, o grootmoeder, dan word ik meubelschilder!» + +Dit laatste woord kostte hem moeite om uit te spreken; doch hij herstelde +zich welhaast en vroeg nogmaals, of men hem drie maanden gerust en +onverhinderd wilde laten werken. Zijne ouders stemden toe in zijn +voornemen. + +Frans ging bij M. Wappers en kreeg daar de laatste vijf en twintig franken, +die zijn weldoener er voor hem had nedergelegd. Voor een gedeelte van dit +geld kocht hij verven, sloot zich den dag daarna op den zolder zijner +woning en schetste in doodverf het onderwerp, dat hij behandelen wilde, op +het doek. + +Het was het kerkhof van Hemixem met een versch gesloten graf, waarop twee +vrouwen zaten te bidden; op de tweede diepte zag men een jong mensch in de +uiterste wanhoop staan weenen; ter zijde, de muren der kerk; in het +verschiet een weelderig landschap. + +Gedurende twee maanden en een half arbeidde Frans zonder ophouden; hij ging +het kerkhof van Hemixem met de bijwerken naar de natuur afschilderen; en +deed zijne moeder en grootmoeder als modellen voor zich zitten. + +[Afbeelding: Arbeidde Frans zonder ophouden. (Bladz. 120.)] + +Nooit had een kunstenaar met meer vuur, met meer liefde of meer drift aan +een tafereel gearbeid. Frans was vervuld met zijn onderwerp; en gedurende +al den tijd door hem aan zijn werk besteed, had hem het hoofd gebrand als +dat van eenen koortsige. + +Kon dit tafereel slecht zijn? Neen, er moest een stempel van vernuft op +geteekend staan;--en het was ook zoo. + +Frans kreeg op tijd van betaling eene lijst. Ditmaal had hij eene andere +inspraak: hij zond zijn tafereel naar de Vertoonzaal te Keulen in +Duitschland..... Zou hij daar gelukkig zijn?--Dan, de schilderij was weg en +bleef weg, zonder dat men er iets van vernam. + +De armoede, zooals zij ze nog nooit gevoeld hadden, kwam het wachtend +huisgezin overvallen. Dan aten zij bitter brood en waren als ter neer +geslagen door eene schrikkelijke onttoovering. Die, welke den meesten moed +toonde, was het goede Meken; zij droeg in stilte al hare kleederen en haar +goud naar den berg van Barmhartigheid en troostte de anderen. Maar dit kon +niet lang duren; de kleederen van Frans en die der moeder moesten ook +eindelijk naar den berg; ja, de medailles en eereteekens werden bij den +bakker verpand voor eenige brooden! + +Men had schuld gemaakt bij den vleeschhouwer, bij den kruidenier; de bakker +wilde niets meer uit zijnen winkel laten gaan, en niemand wilde meer iets +borgen aan den _poveren artist_,--zoo noemde men Frans in het kwartier. De +wekelijksche huishuur was van de geheele maand nog niet betaald geworden, +en de huisbaas had reeds driemaal eenen _Huissier_ gezonden om hun de +betaling af te eischen. + +Op eenen namiddag van de maand September was de armoede in dit huisgezin +tot den hoogsten top gerezen. Niemand had er iets gegeten sedert den avond +van den vorigen dag. De _Huissier_ was hen komen waarschuwen, dat hij nog +eens te zes ure zou wederkeeren, en dat, indien zij dan de huur niet +betaalden, zij des anderen daags 's morgens met al hun huisraad zouden +worden op straat gezet. + +Meken hield de hand van Frans en poogde hem te troosten; de moeder weende +in stilte; de vader, die zijnen arm nog droeg, zat bij den schoorsteen en +zag de kamer in met sombere blikken. Eensklaps borst de werkman in tranen +los. + +Nooit had Frans zijnen vader zien weenen,--het was de eerste maal in zijn +leven. Ook dit gezicht schokte hem als een donderslag, er steeg een akelige +schreeuw uit zijne keel, en hij viel knielend neer voor zijnen vader: + +«O vader, vader!» riep hij, «gij weent?--Gij! O, stil u, morgen word ik +meubelschilder..... Ik zal drie franken elken dag winnen.....» + +De werkman hief zijnen zoon van den grond op en drukte hem tegen zijn hart. + +«Frans,» sprak hij, «ik leg de schuld niet op u, jongen; maar wij zijn zoo +ongelukkig! Ik stort tranen, omdat ik bijna razend ben--dat ik niet werken +kan. Wij hebben honger; ons ingewand scheurt van pijn. Wie zal ons eten +geven, vóórdat de nacht kome? Waar zullen wij gaan, als men ons op de +straat zal gezet hebben? Is het niet om zot te worden of om zijn eigen te +verdrin.....» + +Frans sloot zijnen vader met kracht tegen zijne borst, en smoorde dit +laatste en schrikkelijke woord op zijne lippen door eenen nijdigen zoen. + +Terwijl vader en zoon dus aan elkander vastgestrengeld waren, werd de deur +der kamer opengestooten. Een man met eene lederen tasch op den rug, stak +zijne hand en eenen brief vooruit. + +Door een geweldigen sprong rukte Frans zich los van zijnen vader en greep +naar den brief; maar de drager trok hem terug en sprak op dorren toon: + +«Een brief van Duitschland: twee franken!» + +Twee franken! in welke verborgene plaats van dit huis bevindt zich die +schat?--Twee franken--voor menschen, die van honger vergaan? + +Wie kan de droefheid en de martelpijn van dit huisgezin beschrijven? De +brief behelst wellicht het einde hunner rampen;--hij misschien moet hunne +tranen drogen, hun eten geven en hen van de verjaging bevrijden..... En +ziet, terwijl zij met kloppenden boezem den brief bestaren en smeeken om +hem te mogen openen, wil de drager heengaan en al hunne hoop +verscheuren.--De aarde brandt onder de voeten dier ongelukkigen; zij +stampen van ongeduld; zij rukken zich de haren uit..... De arme Frans +wringt zich ineen, dat zijne leden kraken: hij wordt als een dwalend schip +door de baren van den rampspoed heen en weder geslingerd; hij hoopt en +vreest ter zelfder tijd: die brief is wellicht de haven der verlossing, hij +ziet ze ..... en zij gaat hem ontsnappen! + +De moeder knielt voor den brievendrager; zij heft hare smeekende handen tot +hem..... + +Ha! hij weent,--hij heeft geen steenen hart. Daar! hij geeft den brief aan +Frans met deze woorden: «Neem hem maar. Ik ben ook arm, maar ik kan het +toch niet langer aanzien.» + +Frans opende den brief langzaam en met angst; elke plooi werd als met +voorzichtigheid ontvouwen.--Maar niet zoodra had hij zijne oogen op den +inhoud geworpen, of de spieren van zijn aangezicht begonnen stuiptrekkend +zich te bewegen: hij werd bleek als een doode en een akelige schreeuw +bonsde uit zijne borst door de kamer. Hij leunde op de tafel, en de brief +viel uit zijne hand op den vloer. + +De kamer was vervuld met droefheidsgillen; Meken hief de armen ten hemel; +de moeder viel achterover op haren stoel; alsof al hare spieren met lamheid +geslagen waren. + +Frans deed geweld om te spreken. Het was zichtbaar, dat hij iets zeggen +wilde, doch het kon niet over zijne bevende lippen. Eindelijk brak zijne +spraak los; hij raapte den brief op, vloog met open armen naar zijne +grootmoeder en riep met schrale stem: + +«Meken! Moeder! Vader! Ik ben schilder! Vijfhonderd franken voor mijne +schilderij!» + +De vier gelukkigen lagen in elkanders armen, zich rukkende, zich zoenende, +zich streelende,--en een verward geschal van vreugderoepen vervulde de +kamer. + +Na de eerste betuiging van liefde en blijdschap betoonden de vrouwen hare +nieuwsgierigheid om den inhoud van den brief te kennen. De jongeling, die +het Duitsch tamelijk wel kende, vertaalde hun den brief, die luidde als +volgt: + + Keulen, den..... + +_Mijnheer,_ + +Het tafereel, dat ons door u is toegestuurd geworden, onder den titel van +_het Graf van eenen Weldoener_, is door de liefhebbers veel bezocht en +geprezen geworden. Ik acht mij gelukkig, u te kunnen aankondigen, dat het +door den heer E..... onzer stad is aangekocht tegen den door u opgegeven +prijs. + +Gij zult, bij het vertoonen dezes, de som van 500 franken kunnen ontvangen, +ten kantore van M. L....., bankier uwer stad. + +Met niet minder genoegen zult gij vernemen, ik hoop het, dat de heer E..... +een tweede tafereel van dezelfde grootte van u verlangt. De betaling zal er +van gedaan worden, zoodra gij het aan mij zult hebben doen geworden. + + De geheimschrijver + van het Keulsch Kunstvereen. + +«Ho!» riep Frans eene tweede maal, «nu ben ik schilder! Grootmoeder, nu ben +ik schilder!» + +«Ja, kind,» antwoordde Meken met eenen fieren blik, «heb ik het u niet +gezegd? Nu zijn wij zoo rijk, dat wij geen eind aan ons geld zullen vinden! +Laat ze nu maar zeggen: _de povere artist_! Dat ziet gij wel, God is toch +goed; wij hadden al te veel uitgestaan. Ik zal nog negen dagen voor +Onze-Lieve-vrouw van de Zeven Weeën gaan bidden, om haar te danken. En nu, +Frans, jongen, nu maar vroolijk het onze genomen van hetgeen onze Heer ons +gegund heeft.--Nu zullen wij wel eene stoop kriekbier kunnen krijgen en een +pond of twee varkensribbekens.--Laat ons nu maar smullen!--de +brievendrager, dat goede mensch, zal meedoen.» + +Een kwartier later hoorde men reeds van aan de deur de varkensribben in de +pan kissen; de reuk van het gebraad droeg als een bode het gelukkig nieuws +in de gebuurte; het roode kriekbier stond uitgeschonken op de tafel en de +brievendrager was dien avond, met Frans en zijne ouders, eens recht +vroolijk. + +Des anderen daags werden twee goede heelmeesters bij den vader geroepen. De +verpande kleederen, de medailles werden gelost en al de gemaakte schuld +betaald. + +Van dit oogenblik af arbeidde Frans met moed en zekerheid; zijne +schilderijen werden verkocht, eer zij nog voltooid waren, en hij kon weldra +aan de vragen der liefhebbers niet meer voldoen. + +Nu woont Frans met zijne ouders niet meer in het arm huis; zij hebben nu de +gedroomde twee stagiën en schoone kamers, fraai behangen, versierd met +nette meubels..... De vader werkt niet meer op de kaai; hij rookt zijne +pijp bij eene sierlijke stoof van Marckelbach. + +Meken heeft eene meid om haar te dienen, en de liefde van haren Frans om +haar op deze aarde gelukkig te maken. + +EINDE. + + + + + * * * * * + + + + +Transcriber's note: + + + - This novella was printed with another novella in a single volume. Any + references to the other novella, "Siska van Roosemael," have been + removed from this e-text. "Siska van Roosemael" can be found at + http://www.gutenberg.org/etext/31052. + - At times the ink failed to stick on the printed page. Where commas and + full-stops were missing as a result, these have been added without + comment. + - The HTML version of this etext contains invisible page numbers that + refer to the page numbers of the original print edition. + + +Corrections + + - Added the name of the author to the title page. + - Normalised to 'St.-AndriesXXX' (where XXX stands for the second part + of a compound word). There was 1 occurrence of 'St-AndriesXXX' + (without a full-stop), on page 106, and 4 of 'St.-AndriesXXX'. + - Page 77: the ink had not caught well at the end of the lines of the + following footnote text: "Dit zonderling avondgebed als ook een ander, + dus beginnende [unclear] Engel Sinte Michiel, ik beveel u mijn lijf en + ziel, worden nog dagelijks in [unclear] huisgezinnen door de kinderen + opgezegd. Daarbij echter wordt dan [unclear] Vader ons of een ander + erkend gebed gevoegd." I have added in the words that seemed most + logical to me, guided by the recommendations of the proofreaders. + - Page 89: corrected 'sfemme' to 'stemme'. + - Page 101: corrected 'Hi' to 'Hij' ('in omtrek. Hi'). + - Page 104: left in 'et' in 'et het duurde', even though it strikes me + as incorrect Dutch. I failed to guess what the author meant. + - Page 108, corrected 'zijt' to 'zijn' (singular to plural, 'luister + omgeven zijt?'). + - Page 117: left in 'uitsteken' in 'wat uitsteken gewrocht', even though + it doesn't strike me as correct Dutch. + - Page 120: corrected 'zprak' to 'sprak' ('dan zprak zij'). + - Page 122: printer's error. Moved 'naar' up a line, to after 'moesten + ook eindelijk'. + + + +***END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK HOE MEN SCHILDER WORDT*** + + +******* This file should be named 31120-8.txt or 31120-8.zip ******* + + +This and all associated files of various formats will be found in: +http://www.gutenberg.org/dirs/3/1/1/2/31120 + + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://www.gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.gutenberg.org/fundraising/pglaf. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://www.gutenberg.org/about/contact + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://www.gutenberg.org/fundraising/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: +http://www.gutenberg.org/fundraising/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + |
