summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:55:01 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 19:55:01 -0700
commit73f0bb63ea4c3596f026f3fabcecede4d4bf3e95 (patch)
treebfcb77e522cc312f5110ed3b2ee5b3085e86f6fa
initial commit of ebook 31059HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--31059-8.txt4821
-rw-r--r--31059-8.zipbin0 -> 85890 bytes
-rw-r--r--31059-h.zipbin0 -> 804657 bytes
-rw-r--r--31059-h/31059-h.htm5176
-rw-r--r--31059-h/images/001.jpgbin0 -> 69281 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/006.jpgbin0 -> 109225 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/010_1.jpgbin0 -> 27781 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/010_2.jpgbin0 -> 28798 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/014.jpgbin0 -> 5361 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/020.jpgbin0 -> 94095 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/024.jpgbin0 -> 73979 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/031.jpgbin0 -> 71754 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/041.jpgbin0 -> 23038 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/047.jpgbin0 -> 58472 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/051.jpgbin0 -> 55099 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/055.jpgbin0 -> 35261 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/083.jpgbin0 -> 17591 bytes
-rw-r--r--31059-h/images/achterkant.jpgbin0 -> 71958 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
21 files changed, 10013 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/31059-8.txt b/31059-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..1a08875
--- /dev/null
+++ b/31059-8.txt
@@ -0,0 +1,4821 @@
+The Project Gutenberg EBook of Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Verklaring van het stoomwerktuig
+ zijnde eene algemeen bevattelijke beschrijving van deszelfs
+ onderscheidene deelen, zamenstelling en werking.
+
+Author: Anonymous
+
+Translator: D. van den Bosch
+
+Release Date: January 24, 2010 [EBook #31059]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This
+book was produced from scanned images of public domain
+material from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+VERKLARING
+
+van het
+
+STOOMWERKTUIG;
+
+ZIJNDE EENE
+
+ALGEMEEN BEVATTELIJKE
+BESCHRIJVING VAN DESZELFS ONDERSCHEIDENE DEELEN,
+ZAMENSTELLING EN WERKING.
+
+OPGEHELDERD DOOR
+
+Een Aantal Platen en de Benoodigde Tafelen.
+
+
+
+TWEEDE DRUK.
+
+
+
+VERBETERD EN VERMEERDERD DOOR
+
+D. VAN DEN BOSCH,
+
+'s Rijks Hoofd-Machinist.
+
+
+[Illustratie]
+
+
+=AMSTERDAM,=
+
+M. SCHOONEVELD en ZOON.
+
+1843.
+
+
+GEDRUKT BIJ BAKELS EN KRÖBER.
+
+
+
+
+De Eerste Druk van dit Werkje was oorspronkelijk eene vertaling uit het
+Engelsch; bij de uitgave van hetzelve hebben wij te dier tijd geene
+verantwoordelijkheid op ons willen laden, met daarin eenige
+welgewenschte veranderingen te brengen; doch na den geheelen uitverkoop
+van die oplage, oordeelden wij het, op de bij ons ingekomene bescheidene
+en gegronde aanmerkingen achtslaande, raadzaam, om bij de uitgave van
+dezen tweeden druk, dit, overigens niet ongunstig door het Publiek
+ontvangen werkje, ter verbetering en vermeerdering aan eenen bevoegden
+deskundige op te dragen, die ons dan ook het genoegen heeft gedaan, om
+behalve de verbeteringen tot bladz. 61, tot en met de laatste bladz.
+138, geheel nieuwen tekst te leveren.--Wij vertrouwen hiermede, al het
+mogelijke te hebben gedaan, om aan het weetgierig Publiek, een beknopt
+nuttig boekje, over eene nog zoo weinig in onze taal beschrevene hoogst
+belangrijke zaak te leveren.
+
+Daar met deze uitgaaf het beginsel is in het oog gehouden, om voor
+weinig geld iets nuttigs te leveren, zoo zal men ons wel verschooning
+schenken, voor het weder bezigen van het meerendeel der houtsnee-figuren
+van den eersten druk; geheel andere te doen vervaardigen, zoude den
+prijs te veel verhoogd, en daardoor het Werkje minder verkrijgbaar voor
+alle klassen gemaakt hebben; beter kwam het ons, op algemeen aanraden
+voor, eene geheele machine in zij-aanzigt en doorsnede in plaat
+achteraan te voeqen; door deze bijvoeging, zoo wel als door de meer
+volledige bewerking en de daaruit voortspruitende meerdere
+uitgebreidheid, dan de vorige druk, zal de lezer, hopen wij, zich gaarne
+de geringe prijsverhooging dezer uitgave getroosten en dezelve
+billijken.
+
+
+De Uitgevers.
+
+
+
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+HET STOOMWERKTUIG
+
+
+§ 1.
+
+Het groot en steeds toenemend belang van het stoom-werktuig in kunsten
+en handwerken verheft hetzelve tot een onderwerp, hetwelk de
+opmerkzaamheid van alle standen der maatschappij ten hoogste waardig is.
+De vernuftig uitgedachte en heerlijke toestel, waarmede vezels tot
+draden gesponnen werden, ontvangt deszelfs beweging van het
+stoom-werktuig, hetwelk insgelijks de beweging mededeelt aan de
+machinerie, waarmede vervolgens de gesponnen draden of garens tot doek
+geweven worden. Het stoom-werktuig is insgelijks de beweegkracht bij
+ontelbare andere kunsten, die onder de belangrijkste, waarmede de mensch
+bekend is, gerangschikt moeten worden. Er bestaat ook in der daad thans
+naauwelijks een voorwerp door den mensch vervaardigd, tot sieraad of tot
+nuttig gebruik bestemd, waarvan wij niet, in zekeren graad, het bestaan
+aan dit veel vermogende werktuig verschuldigd zijn. Met behulp van
+hetzelve halen wij steenkolen en ijzer-erts uit de diepste mijnen, en
+brengen het hinderlijke water uit dezelve naar boven; het erts in
+smeedbaar ijzer herschapen, wordt vervolgens door hetzelfde werktuig tot
+staven gevormd, en alzoo, zoo wel tot het smeden van ankers, waarmede de
+grootste zeekasteelen het woeden van wind en water kunnen uitstaan, als
+tot het vervaardigen van de fijnste borduurnaald gebezigd. Zoo
+bewonderenswaardig het stoomwerktuig is, ten aanzien van deszelfs
+onderscheidene wijzen van aanwending, als van de verbazende, aan zoo
+veel regelmaat verbondene, kracht door haar ontwikkeld, even zoo
+opmerkelijk is hetzelve, afgescheiden van deze of andere fabrijkmatige
+bewerking beschouwd; leverende de treffendste en heerlijkste
+toepassingen van eenige der voornaamste natuurwetten. (De
+grondbeginselen, waarop de werking van dit werktuig berust, zijn noch
+talrijk, noch moeijelijk te bevatten, daar hiertoe alleen vereischt
+wordt, dat men denzelven zorgvuldig, afzonderlijk en ordelijk eenige
+opmerkzaamheid schenkt, ten einde gemakkelijk van de vereenigde werking
+eene voldoende kennis te verkrijgen. Zoo de lezer, hoe weinig gemeenzaam
+hij ook met het onderwerp wezen moge, de volgende bladzijden slechts met
+aandacht leest, dan twijfelen wij geenszins, of hij zal een duidelijk en
+klaar begrip krijgen van alle grondbeginselen, waarop de zamenstelling
+van dit, in onze tijden zoo onmisbare werktuig, is gegrond.) Ten einde
+onze lezers hiertoe in staat te stellen, zullen wij de beschrijving van
+eenige weinige en eenvoudige grondbeginselen laten voorafgaan, waardoor
+de wetten, waarop de werking van het werktuig rust, opgehelderd worden.
+
+
+§ 2.
+
+Wanneer metalen of vloeistoffen verwarmd worden, dan zetten zij zich
+uit, of vermeerderen in omvang, dat is: worden grooter. Zoo men, bij
+voorbeeld, eene staaf ijzer neemt, die koud zijnde, volmaakt in een gat
+sluit of past, dan zal dezelve, verhit of gloeijend gemaakt, zoodanig
+uitgezet wezen, dat het gat de staaf niet meer zal kunnen omvatten, en
+niet eer, voor dat de staaf weder koud geworden is, zal dezelve in het
+gat, (hetwelk hiervan onveranderlijke grootte gedacht wordt) weder
+passen. Hoe geweldiger de aangewende hitte is, des te meer zal de staaf
+uitzetten, tot dat de hitte zoo geweldig wordt, dat de vaste zamenhang
+van het metaal ophoudt en smelt. Dat deze uitzetting of vermeerdering in
+uitgebreidheid ook met de vloeistoffen plaats heeft, hiervan kan men
+zich gemakkelijk overtuigen door eenen ketel geheel of volmaakt met
+water gevuld boven het vuur te plaatsen: want warm wordende, zal het
+vocht dadelijk daaruit vloeijen.
+
+
+§ 3.
+
+Deze eigenschap heeft aanleiding gegeven tot het uitvinden en
+zamenstellen van een in de kunsten en wetenschappen zeer nuttig en
+tevens onmisbaar werktuig, Thermometer genaamd, hetwelk aanwijzing doet
+van den warmtegraad, waarin hetzelve is geplaatst, zijnde als volgt
+zamengesteld.
+
+Aan het eene einde van eene dunne glazen pijp, waarvan het gat klein en
+overal even wijd is, is een holle bol geblazen; door het andere opene
+einde is vervolgens deze bol, en een klein gedeelte der aangelegene
+pijp, het zij met gekleurde spiritus, of wel met kwik gevuld, dat
+geschiedt naar zekere handelwijze, die wij overbodig achten hier te
+verklaren, en volgens welke dan ook na de vulling, het opene einde der
+pijp wordt gesloten, en het ongevuld blijvende gedeelte pijp luchtledig
+gemaakt.--Men heeft alzoo eene vloeistof in glas opgesloten en voor uit
+damping of verlies beveiligd; omdat nu, de uitzetting van vloeistoffen
+door warmte, veel grooter is, dan die van het glas, zoo gebeurt het, dat
+de vloeistof bij verschil van warmtegraad, in de pijp rijst of daalt, en
+dit aanwijst op eene daarnevensstaande verdeeling of zoogenaamde schaal.
+
+
+[Illustratie: Het onderste deel van een thermometer, met bij de waarde
+van 32 graden de afkorting 'V.P.']
+
+
+Maar om die verdeeling algemeen verstaanbaar, en voor verschillende
+Thermometers onderling vergelijkbaar te doen zijn, heeft men twee vaste
+punten tot grondslag gekozen. Een dezer vaste punten is de stand van den
+top der vloeistof, wanneer de Thermometer in smeltend ijs is gesteld;
+het andere, de hoogere stand, wanneer dezelve in zuiver water, dat in de
+vrije lucht kookt, is gedompeld: den eersten of laagsten stand der
+vloeistof in den Thermometer, noemt men het _vriespunt_, en den anderen
+of hoogeren het _kookpunt_. Van beide punten is door proeven bewezen,
+dat zij, in gelijke omstandigheden, van onveranderlijk temperatuur zijn.
+De onderlinge afstand dezer vaste punten wordt verschillend verdeeld; de
+hier te lande meest gebruikelijke, en welke wij in dit werkje overal
+zullen volgen, is in 180 deelen verdeeld, de Thermometerschaal van
+_Fahrenheit_ genoemd. Men plaatst dan den Thermometer in smeltend ijs,
+en geeft een teeken of merk op de pijp of aangehechte plaat, ter hoogte
+van den top der ingeslotene vloeistof, vervolgens dompelt men denzelven
+in kokend water, geeft weder een merkteeken, en verdeelt de ruimte
+tusschen deze teekens in 180 gelijke deelen; volgens _Fahrenheit_ telt
+men voor het _vriespunt_ 32 deelen of graden, dus voor het kookpunt 212
+graden, dat is: 180 graden hooger, en zie daar den Thermometer of
+warmtemeter vervaardigd; in nevensstaande plaat, als met uitgebroken
+middendeel of verkort, afgebeeld.
+
+Wij moeten onze lezers hier opmerkzaam maken, dat de verdeeling der
+schaal, tusschen de vaste punten, in 180 graden, eene zeer willekeurige
+zaak is. In _Frankrijk_ en ook bij ons te lande, (doch minder algemeen)
+verdeelt men den afstand tusschen het vries- en het kookpunt in 100
+gelijke deelen, waarbij het eerste met 0 en het laatste met 100
+geteekend wordt. Deze verdeeling wordt de _honderddeelige_
+(_centigrade_) of dien naar Celtius genoemd, terwijl nog eene andere
+wijze, waarbij de opgegeven ruimte in 80 deelen verdeeld wordt, de
+Reaumursche of dien naar Deluc is. De handelwijze om de eene verdeeling
+in de andere over te brengen, vindt men in onderscheidene werken
+opgegeven, onder anderen in ARNOTT'S grondbeginselen der Natuurkunde,
+welk werk bij de uitgevers dezes te bekomen is.
+
+
+§ 4.
+
+Door toevoeging van warmte gaat het ijs tot water over. Zoo wij in dien
+toestand meerdere warmte aanvoeren, dan zet de vloeistof zich meer en
+meer uit, tot dat dezelve begint te koken. In dezen staat, rijst van de
+oppervlakte damp op, die dikker en als gejaagd, onder den naam van stoom
+bekend is. Op 32 graden Fahrenheit, het _vriespunt_, begint het ijs te
+smelten, en op 212 graden, het _kookpunt_, ontwikkelt zich de eigenlijke
+stoom, terwijl de damp, welke op eenen lageren graad van warmte
+opstijgt, ook den naam van wasem draagt.
+
+
+§ 5.
+
+Overal zullen wij hier voor het uitdrukken van eenige warmtemaat den met
+kwik gevulden Thermometer bezigen. Dat vloeibaar metaal is voor dit
+gebruik bijzonder geschikt, niet alleen om dat hetzelve eene zeer
+strenge koude behoeft, om te verstijven, (39 graden onder 0 graden) en
+niet eer dan belangrijk verhit kookt (660 graden); maar ook om dat het
+kwik in glas opgesloten, blijkbaar evenredig uitzet (vooral tusschen het
+vries en kookpunt van het water), met de hoeveelheid toenemende warmte;
+dat wil zeggen: zoo eene zekere hoeveelheid warmte, het kwik in den
+Thermometer, van 30 tot 40, dus 10 graden, doet stijgen, dan zal het
+toevoegen van eene gelijke hoeveelheid warmte, het kwik weder 10 graden
+doen klimmen, en dus tot 50 brengen; drie maal zoo veel warmte op 60,
+viermaal zooveel warmte op 70 enz.
+
+Het is eene algemeene eigenschap, dat vloeistoffen, die in eenen
+ongedekten of openen ketel, in gemeenschap met de vrije lucht, verwarmd
+worden, ophouden warmte aan te nemen, wanneer dezelven koken: zoo zal
+men het kwik eens Thermometers, die in water (dat verwarmd wordt)
+gedompeld is, bij gewonen toestand der omringende lucht, niet hooger dan
+tot 212 graden zien klimmen, terwijl het water als dan zal aanvangen te
+koken, en, bij doorgaande werking van het vuur onder den ketel, stoom te
+leveren; de warmte, die het vuur dus vervolgens afgeeft, gaat na het
+kookpunt slechts door het water, om, zich daarmede vereenigende, stoom
+te vormen. Het water alzoo in dampvormigen staat overgegaan, beslaat
+1700 maal zooveel ruimte, als in deszelfs vorigen of druipenden staat;
+eene kubieke palm water levert dus 1700 kubieke palmen stoom in de vrije
+lucht.[1] Hoeveel warmte zich met het water vereenigd heeft, om stoom
+daar te stellen, wordt door den Thermometer dus niet aangewezen, en deze
+zal ook, ofschoon men denzelven in den voortgebragten stoom plaatste,
+geen hooger kwikstand teekenen; al deze warmte, waarvan men de maat door
+den Thermometer niet kent, en die als een bestanddeel van den stoom
+zelven moet beschouwd worden, draagt den naam van verborgene warmte. In
+waterstoom maakt, de verborgene warmte nog al eene belangrijke
+hoeveelheid uit; waarnemingen, door middelen, waarvoor hier geene plaats
+ter beschrijving bestaat, hebben bewezen, dat voor het daarstellen van
+zoodanigen stoom, ruim 6-1/2 maal zoo veel warmte noodig is, als
+vereischt wordt, om water van een gemiddeld temperatuur tot 212 graden,
+of tot het _kookpunt_, te verwarmen. Bijvoorbeeld: zij gesteld, dat men
+water, dat de temperatuur van 62 graden bezit, tot het _kookpunt_, 212
+graden, verwarmt, dan moeten 150 warmte graden daaraan worden
+medegedeeld. Nu zal men niet eer stoom, die dezelfde temperatuur
+teekent, daarvan kunnen verkrijgen, dan na mededeeling van nog 1000
+graden warmte bovendien, de verborgene warmte van waterstoom uitmakende,
+en die dus meer dan 6-1/2 maal 150 graden bedraagt.
+
+
+[1] Alle maat- en gewigtopgaven zijn Nederlandsche.
+
+
+§ 6.
+
+Wanneer stoom tot op de temperatuur van 212 graden verkoeld wordt, gaat
+dezelve van dampvormigen tot druipenden staat over, en wordt weder
+water, terwijl de verborgene warmte, door het verkoelend ligchaam, of
+het verkoelend vocht, dat men daartoe bezigt, wordt opgenomen. Men
+begrijpt ligt, dat aangezien de verborgene warmte belangrijk is, er ook
+eene evenredig groote koele oppervlakte, of hoeveelheid koelend vocht,
+met den stoom in aanraking moet worden gebragt, om geheel tot water over
+te gaan, dat minder dan 212 graden temperatuur zal bezitten. Men noemt
+dusdanige overgang van stoom tot water, verdikking (Condensatie). De
+stoom tot water verdikkende of Condenserende, zal dan ook 1700 maal
+kleinere ruimte innemen, dus zullen zoo vele kubieke palmen stoom,
+slechts eene kubieke palm water opleveren; een natuurlijk gevolg, en het
+omgekeerde van hetgeen hooger van de stoomwording gezegd is.
+
+
+§ 7.
+
+Als nu, moeten wij onze lezers met andere beginselen bekend maken. Men
+neme eene glazen pijp of buis 8-1/2 palm lang, aan eene einde goed digt
+gesloten, doch aan het andere open. Deze pijp vulle men naauwkeurig met
+kwik, en dompele het opene einde in eenen bak, die met dezelfde
+vloeistof gevuld is. Hierbij zal men gewaar worden, dat slechts een
+gedeelte kwik uit de buis in den bak zal vloeijen, zoo dat ongeveer 7
+palm en 6 duim, (gemeten uit de oppervlakte van het kwik in den bak), in
+de pijp zal blijven staan, en dat eene ledige ruimte boven bij den top
+der pijp bestaat. Hierbij hebben wij ondersteld dat de pijp loodregt
+gehouden wordt, of zoodanig, dat eene loodlijn met den stand der buis
+evenwijdig is, in het wetenschappelijke zegt men: de buis staat
+perpendiculair op het vlak der vloeistof. Zoo wij nu aannemen, dat,
+terwijl het ondereinde steeds in het kwik gehouden wordt, de buis naar
+de eene of andere zijde overhelt, dan zal men gewaar worden, dat het
+kwik in dezelve meer pijplengte zal innemen, zonder dat echter de
+loodregte of perpendiculaire hoogte van het kwik boven het oppervlak in
+den bak, eenige verandering zal ondergaan; en zoo veel helling zal men
+aan de pijp kunnen geven, dat de top der kwikkolom, aan het gesloten
+boveneinde der pijp raakt. Het is geheel onverschillig welke meerdere
+lengte of wijdte de pijp heeft, altijd zal men nagenoeg eene zelfde
+kwikhoogte opmerken; zegge nagenoeg, om dat die hoogte van de
+veranderlijke zwaarte des dampkrings afhankelijk is, gelijk later zal
+opgemerkt en aangewezen worden.
+
+
+§ 8.
+
+Zoo wij in plaats van met kwik, diezelfde pijp met water hadden gevuld,
+dan zoude men deze vloeistof geenzins hebben zien dalen; de reden
+daarvan is gelegen, dat het water, ligter dan het kwik zijnde, met die
+geringe hoogte geene drukkende zwaarte genoeg bezit. Voor water zoude
+men eenen pijp behoeven die ongeveer 13-1/2 maal zoo lang was, dewijl
+het kwik ook nagenoeg zoo veel malen soortelijk zwaarder is. In eene
+loodregtstaande pijp, die 11-1/2 el lang is, bovenwaarts gesloten, en
+met het opene ondereinde onder water gedompeld, zal dienvolgens eene
+waterkolom blijven staan van ongeveer 103 palmen hoog. Indien wij nog
+ligtere vloeistoffen kiezen, dan zal ook de pijp, in evenredigheid van
+het soortelijk gewigt dier vloeistoffen, langer moeten zijn. De
+gemiddelde hoogte der kwikkolom, 7.6 palm zijnde, is die der waterkolom
+103 palmen, eene mede evenwigtige kolom raapolie 112, en eene van
+spiritus of gewone alcohol 118 palmen hoog; allen in nabijkomende
+getallen uitgedrukt. Wat van het ophouden dezer kolommen oorzaak is,
+zullen wij trachten volgenderwijze te verklaren.
+
+
+§ 9.
+
+Wanneer wij, bij voorbeeld de monding van een bierglas met eene blaas,
+die eenen doorgaanden en daarin digt gebondenen gewonen pijpensteel
+bevat, sluitend overspannen, en door dien pijpensteel de lucht uit het
+alzoo afgeslotene bierglas voor een gedeelte zuigen, dan zal men zien,
+dat de blaas naar binnen bewogen zal worden. Dit wordt te weeg gebragt
+door den druk der omringende buitenlucht, gedurende het ijler worden der
+lucht, die in het glas besloten is; een verschijnsel, dat dus eenvoudig
+zich zelf als 't ware verklaart. Verder: zoo wij twee holle kommen
+nemen, waarvan de randen volmaakt op elkander sluiten, en door een zeker
+werktuig, luchtpomp genaamd, de lucht uit de binnnenholte trekken, dan
+zullen wij ondervinden, dat er eene aanmerkelijke kracht vereischt
+wordt, om de twee kommen van elkander te trekken. Zoo zal, wanneer de
+twee holle kommen, na op elkander gevoegd te zijn, eenen hollen kogel
+vormen, waarvan de grootste middellijn of diameter niet meer bedraagt
+dan 1 palm, er eene kracht van omstreeks 81 ponden vereischt worden, om
+de beide halve bollen van elkander los te rukken. Om de oorzaak van dit
+verschijnsel te verklaren, doen wij opmerken, dat het eene waarheid is,
+dat de lucht, die wij inademen, gelijk bij de proef met het bierglas
+reeds bleek, werkelijk gewigt heeft; want zoo een holle kogel gewogen
+wordt, terwijl dezelve nog met lucht gevuld is, en naderhand insgelijks
+op de weegschaal wordt gelegd, als de lucht er is uitgehaald, dan zal de
+bol in het laatste geval minder wegen, dan in het eerste. In der daad is
+ook gevonden, dat eene kubieke el drooge lucht, die in digtheid den
+gemiddelden druk des dampkrings evenaart, op de temperatuur van 62
+graden, ruim 1 pond en 2 oncen weegt. Daar dit dan het geval is, zoo
+moet aangenomen worden, dat ook ieder voorwerp, een zeker gewigt, of
+eene drukking van de lucht heeft te verduren, dewijl die lucht de aarde
+overal omringt, en daarom dampkringsdruk genoemd wordt.
+
+De oorzaak derhalve, waardoor de over het glas gespannene blaas naar
+binnen zet, moet daarin worden gezocht, dat de buitenlucht dezelve met
+kracht drukt, terwijl in de binnenruimte geen genoegzame tegendruk, door
+de uitzuiging of verijling te weeg gebragt, bestaat. Deze zelfde oorzaak
+geldt insgelijks, bij het tweede aangehaalde voorbeeld. Wanneer de lucht
+nog in den kogel besloten is, dan drukt zij de halve bollen met dezelfde
+kracht naar buiten, als de buitenlucht dezelve tegen elkander perst, zoo
+dat de eene kracht met de andere evenwigt maakt, en de halve bollen
+gemakkelijk van elkander verwijderd kunnen worden. Zoodra de lucht
+echter uit de binnenruimte werd verwijderd, en de halve bollen luchtdigt
+op elkander sloten, bestond er in de inwendige ruimte geene kracht, om
+de drukking van de buitenlucht tegenstand te bieden, welke tegenstand
+derhalve door eene van buiten aangewende kracht moest worden vervangen,
+zoodat men het gewigt van de buitenlucht, om zoo te spreken, moest
+opligten.
+
+
+§ 10.
+
+Op dezelfde wijze kunnen de daadzaken, die wij in § 7 en 8, betrekkelijk
+de buis met water, olie, spiritus en kwik hebben bijgebragt, verklaard
+worden. Toen wij vooronderstelden, dat de pijp met kwik gevuld, en met
+het opene einde in den bak gedompeld was, bleek het klaar, dat deze
+vloeistof, uit hoofde van haar gewigt, geheel uit de buis zoude gevloeid
+zijn, zoo haar geen tegenstand geboden werd; en wel tot zoo ver, dat de
+oppervlakte van het kwik in den bak met die in de buis dezelfde hoogte
+bereikte. Wij hebben echter doen opmerken, dat dit werkelijk het geval
+niet is, maar dat het kwik tot op eene hoogte van ongeveer 7.6 palm in
+de buis hangen bleef. De verklaring van dit verschijnsel is de volgende.
+Daar de buis of pijp geheel en al met kwik gevuld is, zoo bevindt zich
+geene de minste lucht in dezelve, het kwik zou bij het omkeeren ook
+werkelijk geheel naar beneden storten, in geval het opene ondereinde der
+pijp in geen' bak met kwik gedompeld stond; dewijl nu de lucht, overal
+op het oppervlak van het kwik in den bak drukt, uitgezonderd voor dat
+onbelemmerd klein gedeelte, dat het inwendige der pijp omvat, en waartoe
+de buitenlucht niet kan naderen, zo moet het kwik noodzakelijk, op eene
+zekere hoogte in den pijp blijven staan, opdat de zwaarte van die kolom,
+met de luchtdrukking of dampkrings-lucht daar buiten, evenwigt make. Ten
+duidelijkste kan dit ook bewezen worden door de pijp met stoom te
+vullen, en dan het opene eind in den kwikbak te dompelen. Wanneer als
+dan de stoom tot beneden 212 graden verkoeld is, (op welken graad
+dezelve, zoo als vroeger in § 6 is aangetoond, tot water overgaat, en
+als zoodanig eene 1700 maal geringere ruimte inneemt, dan in den
+toestand van stoom zelven,) dan zal het zich vormende water slechts een
+1700ste deel der ruimte van de pijp innemen, en dezelve tevens
+luchtledig laten. Bij dezen stand van zaken zal de lucht op de
+oppervlakte van het rondom gelegene kwik persen, en hetzelve noodzaken,
+tot op de reeds opgegevene hoogte van 7.6 palm te stijgen, daar die
+vloeistof ook natuurlijk naar dien kant uitwijkt, alwaar zij geenen
+tegenstand ondervindt. In § 8 hebben wij echter doen opmerken, dat water
+veel hoogeren stand in de pijp behoudt, en olie of spiritus nog hooger.
+Wat zou nu de oorzaak van dit onderscheid in hoogte anders kunnen zijn,
+dan het onderling verschil in soortelijk gewigt dezer vloeistoffen
+zelven? Het is klaar, dat eenige vloeistof uit het ondereinde van de
+buis zal vloeijen, zoo lang het gewigt van dezelve grooter is, dan de
+kracht, die tegenstand biedt, of die haar in de buis tracht op te
+houden. Deze kracht nu is de drukking van den dampkring op de
+oppervlakte van de vloeistof in den bak, waarin het opene einde
+gedompeld is. Zoo wij nu aannemen, dat de opening aan dit ondereind van
+de buis juist eene vierkante duim is,[2] dan zullen wij door
+naauwkeurige waarnemingen ondervinden, dat de gemiddelde druk des
+dampkrings, bij eene temperatuur van 62 graden, evenwigt maakt met eene
+kwik-water-olie- of spirituskolom, die met zulk een grondvlak 103.3
+looden weegt; zegge gemiddelde druk, om dat de dampkring aan meer of
+mindere zamenpakking onderhevig is, en behalve dat de dampkringshoogte
+mede invloed heeft, zoodat gemeld gewigt van het gemiddeld oppervlak des
+Oceaans geldt. Den gemiddelden druk des dampkrings dus voor een
+oppervlak, dat een vierkante duim groot is, kennende, zoo is deszelfs
+druk voor eenig ander oppervlak daarna te berekenen:--Thans moet nog
+gezegd worden, dat de door den dampkring op gehoudene kwikkolom in eene
+glazen pijp, waarvan boven gesproken werd, den algemeen bekenden
+Barometer is. De Barometer is dus een werkelijke weger van den
+dampkring; men weet dat de kwikhoogte in dat Instrument aan dagelijksche
+verandering onderhevig is, dat is: het zwaarte verschil des dampkrings
+volgt, en dat wij daardoor tot weervoorspellingen in staat geraken.
+Tusschen deze veranderingen heeft men eenen gemiddelden stand gekozen,
+die de gemiddelde stand des Barometers, of de gemiddelde druk des
+dampkrings, boven gebezigd, genoemd wordt. Vervolgens heeft de meer of
+mindere verheffing van den kwikbak des Barometers ook invloed op
+deszelfs stand, omdat de hoogte des dampkrings daarvan afhangt, van daar
+de bepaling: gemiddelde stand des Barometers aan het gemiddeld oppervlak
+des Oceaans; alzoo is de gemiddelde stand des Barometers aan het
+gemiddeld oppervlak des Oceaans, bij eene temperatuur van 62 graden,
+naauwkeurig, 7.62 palm, welke kwikhoogte als boven gezegd is, per
+vierkante duim met 103.3 loden drukt.
+
+
+[Illustratie: Vierkant]
+
+
+[2] Wanneer wij een stuk papier nemen en hetzelve in eenen vierkanten
+vorm snijden, zoodat de zijden AB, AD, CB, en CD gelijk zijn, en ieder
+eenen duim lengte hebben, terwijl de hoeken regt of winkelhaaksch zijn,
+dan wordt de alzoo ingeslotene ruimte, een' vierkanten of kwadraat duim
+genoemd.
+
+
+§ 11.
+
+Met deze weinige kundigheden zijn wij reeds in het bezit van de
+belangrijkste grondbeginselen, waarop de werking van het stoomwerktuig
+berust, en waarvan wij thans het gebruik zullen verklaren. Het kan
+echter niet ongepast zijn, om dezelven in het kort te herinneren, daar
+zij in het vervolg menigwerf zullen te pas komen. De grondbeginselen dan
+zijn: 1º. Het water zet uit, of vermeerdert in uitgebreidheid, wanneer
+hetzelve verhit wordt. 2º. Wanneer het water tot op het _kookpunt_ (212
+graden) verhit wordt, gaat deze vloeistof tot stoom over, en neemt in
+dien staat een 1700 maal grootere ruimte in. 3º. Dat de verborgene
+warmte van waterstoom 1000 graden bedraagt. 4º. Zoo de stoom tot beneden
+de 212 graden wordt afgekoeld, verdikt dezelve tot water, en vermindert
+1700 malen in uitgebreidheid, terwijl de verborgene warmte weder vrij
+raakt. 5º. De dampkring oefent gemiddeld eene bestendige drukking uit,
+die aan de oppervlakte van de aarde, welke met het gemiddeld oppervlak
+des Oceaans overeenkomt, een vermogen uitoefent van 103.3 looden op
+elken vierkanten duim, of die op iedere vierkante palm, met een gewigt
+van 103.3 ponden drukt, welk gewigt, overeenkomstig den stand des
+Barometers, aan wijziging onderworpen is.
+
+
+[Illustratie: Figuur 2]
+
+
+§ 12.
+
+Onderstellen wij, dat een fornuis of vuurhaard A, zoo ingerigt is, dat
+de door het vuur ontwikkelde warmte aan den ketel B wordt medegedeeld,
+en het daarin vervatte water kan doen koken, en in stoom veranderen; dat
+die stoom geenen anderen uitweg heeft, dan door de buis of pijp C C,
+waarvan het eene uiteinde met het inwendige van den top des ketels B
+gemeenschap heeft, en daaraan bevestigd is, terwijl het andere einde met
+het benedengedeelte van den cilinder D mede gemeenschap heeft. Aan het
+ondereinde van deze buis bevindt zich eene kraan J, op de gewone wijze
+ingerigt. Door middel van deze kraan is men in staat, om de gemeenschap
+tusschen den ketel B en den cilinder D af te sluiten, of daar te
+stellen, zoo dat men naar goedvinden, alleen door het omdraaijen van
+deze kraan, den stoom toegang naar den cilinder verschaffen kan of niet.
+Aan de tegenovergestelde zijde van den cilinder D bevindt zich, nabij
+den bodem, eene andere pijp K, waardoor eene gemeenschap daargesteld
+wordt tusschen den cilinder en eenen bak koud water I. Deze
+gemeenschapsbuis is insgelijks met eene kraan K voorzien, zoo dat men
+mede naar goedvinden, de gemeenschap tusschen den koudwaterbak en den
+cilinder afsluiten kan. De cilinder is van gegoten ijzer vervaardigd, en
+van binnen volmaakt gelijkwijdig rond geboord. In den cilinder sluit een
+uit gegoten ijzer, of uit metaal bestaande, zuiger E, die rondom met
+eene uitzetbare zelfstandigheid, hennep of vlas, is ompakt, ten einde
+dezelve volmaakt sluitende zij, en nogtans gemakkelijk op en neder
+bewogen kan worden, zonder de minste lucht of stoom tusschen zich en den
+binnenwand van den cilinder door te laten. Aan dezen zuiger is eene
+stang, waaraan in deze schets, eene beweegbare ketting F F, als
+verbonden, is afgebeeld, die, over eene beweegbare schijf of spoorwiel G
+geslagen, aan het andere einde met een gewigt H, voor tegenwigt,
+bezwaard is; en wel zoodanig, dat wanneer de zuiger geene verhindering,
+dat is onder en boven gelijken tegenstand ondervindt, deze altijd, door
+dit tegenwigt, naar het bovendeel des cilinders gevoerd wordt.
+
+Een en ander op deze wijze ingerigt zijnde, zoo vooronderstel, dat het
+vuur in het fornuis A worde opgestookt, en dat het water in den ketel B
+aan het koken geraakt, dan zal, bijaldien de kraan J open is, de stoom,
+die van de oppervlakte des waters uit den ketel stijgt, door de pijp C C
+in den cilinder D dringen, zorg gedragen zijnde, dat de kraan K,
+waarmede de gemeenschap met den koudwater bak I daargesteld wordt, zoo
+lang gesloten blijft. Het gedeelte van den cilinder beneden den zuiger E
+zal dus spoedig met stoom gevuld wezen, en zoo men, daarop de kraan J
+sluit, wanneer den zuiger, door de toevloeijing der stoom om hoog
+gerezen is, zal de gemeenschap tusschen den ketel en cilinder afgesloten
+zijn. Thans opene men de kraan K, zoo dat daardoor eenig koud water uit
+den koudwaterbak I in den cilinder vloeit, waardoor, volgens § 8, de
+stoom tot beneden 212 graden zal worden bekoeld, en derhalve, zich
+verdikkende, nu, in plaats van de geheele ruimte beneden den zuiger E,
+slechts omstreeks het 1700ste gedeelte zal innemen, hetwelk dus met de
+hoeveelheid koud water, dat uit den bak I is ingedrongen, een
+betrekkelijk klein gedeelte der ruimte van den cilinder beslaan zal.
+Deze ruimte zal dan nagenoeg volkomen ledig zijn, en zeer weinig
+tegendruk zal tegen het ondervlak des zuigers bestaan. De volle
+dampkring echter drukt op de bovenvlakte van den zuiger, en oefent een
+vermogen uit, om dien naar beneden te drijven, alzoo hij nu aan de
+onderzijde bijna geenen tegenstand ondervindt. Hierdoor zal derhalve de
+zuiger dalen, den ketting F F met zich medevoeren, en dus het gewigt H
+doen rijzen. Zoo men vervolgens door de kraan, die in den bodem van den
+cilinder geplaatst, en in de afbeelding slechts met flaauwe trekken
+aangewezen is, het water laat afloopen, dan zal, na sluiting van alle
+drie de kranen, de zuiger zich aan het benedeneinde van den cilinder
+bevinden, en door de drukking van den dampkring in dien stand gehouden
+worden. Men opene vervolgens de kraan J, waardoor op nieuw den stoom
+toegang in het benedengedeelte van den cilinder verschaft wordt, welke
+stoom, wanneer die gelijke kracht met de drukking van den dampkring
+uitoefent, den zuiger met hetzelfde vermogen zal opdrijven, als dezelve
+door den eersten wordt nedergedrukt, zoodat de drukking op het boven- en
+benedenvlak aan elkander gelijk is, en toelaat, dat de zuiger even zoo
+gemakkelijk naar boven als naar beneden bewogen kan worden, even alsof
+er geen stoom of dampkring bestond. Daar nogtans het gewigt H, het
+vermogen heeft, om den ketting F, die aan den zuiger vast is, naar
+beneden te trekken, zoo zal die zuiger eene meerdere neiging hebben om
+te stijgen, hetwelk ook werkelijk het geval zal zijn, zoodat hij wederom
+de stelling aanneemt, die in de afbeelding is voorgesteld. Hierop sluite
+men wederom de kraan J en opene de koudwaterkraan K, waardoor de stoom
+andermaal verdikt zal worden, geene drukking beneden den zuiger zal
+plaats hebben, en deze dus wederom door de drukking van den dampkring
+naar beneden of naar den bodem van den cilinder bewogen zal worden. Door
+deze bewerking kan men de beweging des zuigers zoo menigmaal herhalen
+als men verlangt, en aan denzelven eene op- en neergaande beweging in
+den cilinder mededeelen.
+
+Met betrekking tot dusdanigen toestel moeten wij alleen doen opmerken,
+dat het water, hetwelk ter verdikking van den stoom gebezigd, zoowel als
+dat, hetwelk door den overgang van stoom tot water geboren wordt,
+gestadig moet worden afgetapt, door den kraan in den bodem des
+cilinders; dewijl bij gebreke van dien, dit gezamenlijke water,
+eindelijk den ganschen cilinder zoude vullen, en dus de beweging van den
+zuiger onmogelijk maken. Bovendien is aanvankelijk onder den zuiger
+eenige lucht in den cilinder aanwezig welke men door deze bodemkraan,
+vóór het indringen van den stoom uitgang moet geven, dat is alleen, vóór
+het eerste in beweging stellen des zuigers. Behalve dat, ontwikkelt zich
+uit het koelwater ook nog eenige lucht, die mede telkens, bij het
+ontlasten van dit water, uit den cilinder uitgedreven wordt.
+
+Deze eenvoudige toestel is nu in der daad een stoomwerktuig, en de lezer
+zal wel doen, om met aandacht de beschrijving na te gaan, die wij van
+denzelven gegeven hebben; want door het goed begrijpen van de
+grondbeginselen der werking, zullen de volgende beschrijvingen des te
+gemakkelijker verstaan worden.
+
+
+§ 13.
+
+Bij eenige opmerkzaamheid zal men gewaar worden, dat het nut door het
+eenvoudig op- en neêrgaan van het gewigt H, van wege de overeenkomende
+beweging van den zuiger, zeer beperkt is. Doch men kan het eene einde
+van ketting F, in plaats van met een gewigt H, met den stang van eenen
+waterpomp-zuiger verbinden, ter opbrenging van water, in welke
+gesteldheid die stang een toereikend gewigt zal moeten hebben, niet
+alleen om den stoomzuiger tot aan het boven einde des cilinders te
+trekken, maar ook, om den waterpomp-zuiger tevens naar beneden te
+drijven, wanneer door het openen der sluitkraan J aan den stoom onder
+den zuiger, toegang verschaft wordt.
+
+Nu gaan wij over om in de volgende § het stoomwerktuig te beschrijven,
+dat NEWCOMEN het eerst bezigde, om water uit mijnen op te brengen, en
+welk toestel eenen geruimen tijd daarvoor is gebruikt geworden, op
+hetzelfde grondbeginsel rustende, hetwelk wij in de voorgaande
+afbeelding hebben voorgesteld.
+
+
+[Illustratie: Stoomwerktuig van NEWCOMEN]
+
+
+§ 15.
+
+Onder en om eenen sterken, deels bemetselden ketel _b_, bevindt zich
+eene stookplaats of haard _f_. De hals _p_ van den ketel, met eene kraan
+_u_ voorzien, is vereenigd met den zuiver gelijkwijdig uitgeboorden
+cilinder, waarin zich een zuiger _w_, volmaakt digt sluitend, op en
+neder kan bewegen. Aan dezen zuiger bevindt zich eene stang _x_, waarvan
+het boveneinde vastgemaakt is aan een' ketting, die zich over een
+cirkelvormig gebogen stuk hout _z_ voegt, en daaraan bovenwaarts is
+vastgehecht. Dit gebogen stuk hout vormt het eene uiteinde van eenen
+hefbalk of balans _z a b_, die op eene spil of as _a_ beweegbaar is, en
+aan het einde _b_, even zoo gevormd is in cirkelboog, als bij _z_.
+
+Het boogstuk _b_ des hefbalks is ook met eenen daaraan bevestigden
+ketting _d_ voorzien, welks ondereinde vastgemaakt is, aan eene
+zuigerstang _ee_ van eene pomp in den put of de wel _f_ geplaatst,
+waarmede het water uit de diepte kan worden opgebragt bij _r_; _gg_ is
+het tegenwigt met de zuigerstang _ee_ verbonden en dat met het
+nederdrukken des waterpompzuigers, tevens den zuiger _w_ in den
+stoomcilinder ophoudt.
+
+De as _a_, is met de balans (welke benaming wij bij voorkeur zullen
+blijven bezigen) hecht vereenigd, en draagt in holle metalen kussens
+boven op eenen stevigen tusschenmuur van het gebouw; zoo dat de rigting
+der beweging van de balans aan geene verandering onderhevig is. Tegen
+den tusschenmuur is een bak _l_ gevoegd, waarin zich koud water bevindt,
+dat door eene pijp _nn_ tot onder den zuiger _w_ in den stoomcilinder
+kan komen, wanneer de kraan _o_ dezer pijp geopend is; terwijl door eene
+andere pijp _qq_, het in den stoomcilinder gestroomde water, met hetgeen
+de verdikte of gecondenseerde stoom oplevert, ontlast; deze laatste pijp
+bevat bovendien eene benedenwaards openende klep, (in de figuur niet
+afgebeeld) die belet, dat het ontlaste water weder in het luchtledige
+des stoomcilinders opstijge; ook moet men zich nabij den cilinderbodem,
+eene kleine naar buiten openslaande klep, snuifklep genaamd, denken,
+(mede in de figuur niet zigtbaar) waardoor de lucht, die zich uit het in
+den cilinder gestroomde water ontwikkelt, bij elken nederslag van den
+stoomzuiger, ontsnapt.--_m m_ is eene pijp waardoor de koudwaterbak
+gevuld gehouden wordt, en _h_ wijst de belading aan, van eene op den
+ketel _b_ geplaatste veiligheidsklep, over welke inrigtingen ter regter
+plaatse zal gehandeld worden.
+
+
+§ 16.
+
+Na uitleg van deze figuur, zal nu die der werking niet moeijelijk zijn.
+De ketel _b_ wordt met eene toereikende hoeveelheid water gevuld, en het
+vuur in het fornuis _f_ opgestookt. Wanneer dan het water kookt en stoom
+ontwikkelt, wordt de kraan _u_ des ketels geopend, waardoor de stoom in
+den cilinder dringt, terwijl men tevens, den zoo even gedachten
+snuifklep open houdt, zoo lang tot dat de lucht, welke zich nu bij den
+aanvang onder den zuiger _w_ in den cilinder bevindt, daardoor is
+ontsnapt. Gedurende deze toevloeijing van stoom uit den ketel, zal als
+nu door behulp van het tegengewigt _gg_, de zuiger _w_, in den cilinder
+opstijgen, terwijl de zuigerstang _ee_ van de waterpomp in den put _f_
+nedergedrukt wordt. De zuiger _w_ deszelfs hoogsten stand bereikt
+hebbende, zoo sluit men den toegang van den stoom met de kraan _u_ af,
+opent daarna de kraan _o_ van de pijp _nn_, waardoor dan dadelijk koud
+water uit den bak _l_ in de cilinderruimte zal stroomen, hetwelk den
+daarzijnden stoom tot water verdikt of condenseert en die ruimte
+luchtledig maakt.
+
+Den tegenstand onder den zuiger _w_ aldus zoogezegd verniettegende, zoo
+zal dezelve door den druk of het gewigt des dampkrings dalen, welks
+druk, overeenkomstig hetgeen wij hooger gezegd hebben, nabij zoo veel
+malen 103.3 ned. ponden zal bedragen, als het oppervlak van den zuiger
+_w_, vierkante ned. palmen bevat.
+
+De zuiger _w_ met zulk een drukvermogen dalende, is nu in staat, met het
+tegenovergesteld balanseinde _b_, den pompzuiger in den put, met het
+daarop staande water, omhoog te heffen, om hetzelve bij _r_ te
+ontlasten.
+
+Wanneer de zuiger _w_, in deze manier weder nabij den cilinderbodem
+genaderd is, moet de kraan _o_ (waaraan de eigenaardige naam van
+inspuit- of injectiekraan gegeven wordt) gesloten, en vervolgens de kraan
+_u_ des ketels open gezet worden; als dan zal, met de weder toevloeijing
+van stoom onder den zuiger _w_, het in den cilinder gestroomde water,
+met hetgeen de gecondenseerde stoom gedurende de daling des zuiger heeft
+opgeleverd, door de pijp _qq_ wegvallen, terwijl de ontwikkelde lucht
+uit dat water, door de boven gedachte snuifklep (waaraan weinig zwaarte
+gegeven is) als van zelve zal ontsnappen. Met het open zijn der
+ketelkraan _u_, zal de rijzing van den stoomzuiger en de daling van den
+waterpompzuiger weder aanvangen, om onder de aangewezene behandeling der
+kranen, eene op- en nedergaande beweging der zuigers te onderhouden,
+waardoor het water uit den put _f_ wordt opgebragt.
+
+Op zoodanige wijze is die eenvoudige stoommachine zamengesteld; doch wij
+zullen zien, dat daaraan nog veel ontbreekt, om aan eene geregelde en
+vertrouwde werking te voldoen. Onder anderen wordt hierbij steeds iemand
+vereischt, die de kranen op de juiste tijden opent en sluit, en waarvan
+de goede en regelmatige gang geheel afhangt. Insgelijks zal er nog
+iemand noodig zijn om den koudwaterbak gevuld, of toereikend met water
+voorzien te houden, terwijl tevens een derde moet zorg dragen, dat naar
+gelang het water in den ketel verkookt, dit met ander wordt aangevuld.
+
+
+§ 17.
+
+Sedert de uitvinding van het stoomwerktuig hebben de werktuigkundige
+onderscheidene middelen bedacht, om boven gezegde bewerkingen, door het
+werktuig zelf, te doen verrigten, en alzoo zich zelf in gang te houden.
+Het zou te ver buiten ons bestek leiden, om al de uitvindingen te
+verklaren, die voor dat doel gemaakt zijn, zoowel als van anderen te
+gewagen, die strekken, om de machine onafhankelijk te maken van
+toevalligheden of uitwerkselen, die het gevolg van verzuim, of
+onbedrevenheid van de zijde des gebruikers kunnen zijn.
+
+Het voornemen is alleen, om onze lezers bekend te maken, met de
+inrigting van het stoomwerktuig in het algemeen, waarna wij het aan hen
+zelven zullen overlaten, om de geschiedenis na te gaan, van die
+verschillende inrigtingen, die men van tijd tot tijd heeft voorgeslagen
+en in het werk gesteld, en waarmede verschillende tijdschriften, die
+over de werktuigkunde handelen, nog dagelijks gevuld zijn.
+
+
+§ 18.
+
+Voordat wij echter verder gaan, moeten wij eene zeer gewigtige
+eigenschap van den stoom, waarvan wij nog geene melding gemaakt hebben,
+doen opmerken. De door ons tot dus verre beschouwde stoom is die, welke
+ontstaat bij eene temperatuur van omstreeks 212 graden, en is in
+uitzettend vermogen of spanning gelijk aan den gemiddelden druk des
+dampkrings: want zoo wij zoodanigen stoom, in eene beslotene ruimte doen
+vloeijen, waarvan de wanden zeer ligt breekbaar zijn, bijv: eenen glazen
+bol, dan zal de buitenlucht niet in staat zijn, om die wanden in te
+drukken, noch de daarin besloten stoom, die uit te zetten, omdat de
+drukking der lucht buiten, gelijk staat, of evenwigt maakt, met de
+spanning van den stoom binnen. Wanneer de ketel, waarin de stoom zich
+vormt, gesloten wordt gehouden, en het daaronder bestaande vuur blijft
+werken, dan zal het water en de stoom eene hoogere temperatuur dan 212
+graden aannemen. Met eene steeds toenemende temperatuur, zal de stoom in
+eenen geheel geslotenen ketel, eene zoodanige kracht verkrijgen, in
+staat, om den ketel, hoe sterk ook, met geweld te doen bersten.
+
+Stoom op de temperatuur van 212 graden, maakt evenwigt met den
+dampkringsdruk, die in gemiddelde omstandigheden, met 103.3 ned. looden
+per vierkante ned. duim overeenkomt; men zegt om die rede: stoom op 212
+graden, heeft het vermogen van eenen dampkring of atmospheer; maar
+aangezien in alle tot heden gebruikelijke stoomwerktuigen, altijd stoom
+gebezigd wordt, die boven den dampkringsdruk is gespannen, zoo is men
+gewoon, alleen het verschil te noemen, of de meerdere spanning van den
+stoom boven den druk des dampkrings; alzoo zegt men: stoom op 234 graden
+temperatuur is op een' halven atmospheer gespannen, dat is: die boven
+den gemiddelden druk des dampkrings met 51.7 ned. looden belading per
+vierkante ned. duim evenwigt maakt, latende dus de 103.3 ned. looden
+voor eenen dampkring onvermeld; gelijkerwijze is stoom op 250-1/2 gr.
+aan een' atmospheer, (103.3 ned. looden per vierkante ned. duim)--stoom
+op 264 gr. aan een' en een' halven atmospheer (155 ned. looden per
+vierkante ned. duim)--stoom op 275 gr. aan twee atmospheren. (206.6 ned.
+looden per vierkante ned. duim)--stoom op 285 gr. aan twee en een' halve
+atmospheer (258.2 ned. looden per vierkante ned. duim)--stoom op 294 gr.
+aan drie atmospheren (309.9 ned. looden per vierkante ned. duim)--stoom
+op 302 gr, aan drie en een' halven atmospheer (361.5 ned. looden per
+vierkante ned. duim)--stoom 309 gr. aan vier atmospheren. (413.2 ned.
+looden per vierkante ned. duim) en stoom op 321-1/2 graden temperatuur
+aan de drukking van vijf atmospheren (516,5 ned. looden per vierkante
+ned. duim) gelijk; terwijl volgens het tot nu hier te lande geldende
+koninklijk besluit: gespannen stoom beneden eenen halven atmospheer:
+stoom van lage drukking, daar boven tot drie en eenen halven atmospheer,
+stoom van middelbare drukking, en hooger gespannen, stoom van hooge
+drukking genoemd wordt; wel te verstaan, boven den gemiddelden
+dampkringsdruk.
+
+
+§ 19.
+
+Laat ons nu overgaan tot de beschrijving der zamenstelling van eenen
+_stoomketel_, en tevens daarbij in acht nemen den toestel, waardoor de
+toevoer van stoom als andersints wordt geregeld. Deze ketel bestaat
+gewoonlijk uit ijzeren, of somtijds ook uit koperen platen, die op het
+hechtst en volkomen luchtdigt aaneengeklonken zijn, en waarvan de vorm,
+voor stoom welke een' halven atmospheer niet te bovengaat, overeenkomt,
+met eene langwerpig vierkante kast met rond gewelfden top. De bodem en
+zijwanden zijn een weinig binnenwaarts gekromd, doch het bovengedeelte
+is cirkelvormig gebogen. De volgende plaat is eene afbeelding daarvan,
+waarbij voorondersteld wordt: dat dezelve overlangs middendoor is
+gesneden. A is de stookplaats of vuurhaard, waarin op ijzeren
+roosterstaven het vuur brandt, boven eene aschkolk, die tevens tot
+doorstrooming van versche lucht dient. Het vuur beslaat, in lengte, hier
+meer dan het derde gedeelte van de geheele lengte des ketels, en moet
+van tijd tot tijd, wanneer men steenkolen tot brandstof bezigt, van
+slakken of sintels gezuiverd worden, terwijl de asch door de roosters
+naar beneden in de kolk valt. De ontvlamde rook strijkt over de brug
+_b_, die uit vuurvaste steenen bestaat langs den ketelbodem, en klimt in
+de rookleiding N N, die rondom den ganschen ketel in het metselwerk is
+gemenageerd; stijgt van daar in den schoorsteen X ter ontlasting in de
+opene lucht; alles derwijze ingerigt, opdat de hitte van den deels
+vlammenden rook de grootst mogelijke oppervlakte van den ketel raakt,
+ten einde aan het daarin vervatte water de meeste warmte mede te deelen.
+
+
+[Illustratie: Dwarsdoorsnede van een stoomketel]
+
+
+Zoo als in de afbeelding gezien wordt, is de ketel over de helft met
+water gevuld, en de rookleiding daaromheen niet boven de oppervlakte des
+waters verheven. Door de werking van het vuur tegen den bodem, en van
+den verhitten rook of het gaz op de zijwanden, wordt nu stoom in den
+ketel ontwikkeld, die vervolgens door den buis I in den cilinder kan
+vloeijen.
+
+
+§ 20.
+
+Het is een noodzakelijk vereischte, dat de stoom de benodigde
+krachtspanning niet te boven ga, daarmen anders stoom of vuur verspilt
+of wel den ketel in gevaar brengt. Om dit voor te komen, maakt men
+gebruik van eene _veiligheidsklep_, bij V _f w_ aangeduid, en waarvan
+men de werking gemakkelijk zal kunnen begrijpen. In het hoogste gedeelte
+van den top des ketels is namelijk eene cirkelronde opening, met metalen
+rand voorzien, gemaakt, welke door eene volmaakt digt sluitende metalen
+plaat, klep genoemd, gedekt wordt. Op het midden dezer klep bestaat eene
+opstaande stang, die vrijelijk met eenen liggenden hefboom _f w_
+gemeenschap heeft. Deze hefboom, die beweegbaar is, drukt op de
+opstaande stang der klep, door middel van bij _w_, aangehangen gewigt,
+en houdt aldus deze klep op derzelver rand digt gesloten. Men noemt dit
+gewigt de belading van de veiligheidsklep, welke vergroot wordt, naar
+gelang het gewigt _w_, naar het uiteinde van den hefboom wordt
+verplaatst. Na een weinig overweging zal men dus bevatten, dat niet
+alleen het gewigt dezer klep, maar ook derzelver belading, door de
+stoomspanning binnen den ketel, moet overwonnen worden, om dezelve te
+doen ligten, en dat de stoom daarvoor altijd meer vermogen moet hebben,
+dan met den enkelen druk des dampkrings overeen komt; want de dampkring
+drukt, behalve de aangebragte belading, ook op de klep. Het gewigt kan
+overigens, het zij door verplaatsing, of door verandering met eenig
+ander, gewijzigd worden, naar gelang het behouden van eene zekere
+stoomspanning, in verband met de sterkte des ketels, zulks eischt;
+zoodat dusdanige toestel met regt den naam van veiligheidsklep draagt,
+wanneer te hoog gespannen stoom zich daardoor ontlast.
+
+
+§ 21.
+
+Behalve dit is het nog noodzakelijk, om te voorzien tegen elke geringe
+verandering in de spanning van den stoom, daar het van groot belang voor
+de geregelde werking van de stoommachine is, dat de veer- of spankracht
+van den stoom steeds dezelfde zij. Te dezen aanzien maakt men gebruik
+van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel, welke men eenen zich
+zelven regulerenden _demper_ zou kunnen noemen, en die op de volgende
+wijze is ingerigt. Aan het gedeelte van den ketel, nabij den
+schoorsteen, is in den top van denzelven eene opstaande buis of pijp L
+L, aan beide einden open, ingesloten. Het ondereinde van deze pijp reikt
+tot in het water binnen den ketel. Daarin hangt een cilinder van gegoten
+ijzer aan eenen ketting, die over schijven P P loopt, en aan welks ander
+einde eene plaat D hangt. Deze plaat, _schoorsteenregister_ of _demper_
+genoemd, kan zich vrijelijk in sponningen op en neder bewegen, en alzoo
+de beneden opening van den schoorsteen X, waarin de rookleiding van om
+den ketel uitloopt, meer of minder sluiten. Daar nu in de buis L L het
+kokende water wordt opgedrongen, (overeenkomstig het verschil tusschen
+de spanning van den stoom met de drukking des dampkrings,) en daar de
+lengte des kettings, die over de schijven P P loopt, met het
+betrekkelijk gewigt van den ingehangen cilinder en demper D, derwijze is
+geregeld, dat deze cilinder altijd het oppervlak van het in de buis L L
+staande water, volgt, zoo zal de demper D moeten zakken, wanneer het
+water en de cilinder in de buis L L rijst, hetgeen met vergroote
+stoomspanning door opdrijving van het water in de buis L L moet
+gebeuren. De demper D aldus zakkende, wordt de beneden opening van den
+schoorsteen verkleind, waardoor de trekking, en het daarvan afhankelijk
+vermogen van het vuur, vermindert, en diensvolgens mindere
+stoomontwikkeling of verhitting plaats vindende, de stoom in spanning
+moet verminderen of afnemen, tot de primitief bepaalde maat, die altijd
+zoodanig geregeld is, van ruim onder de spanning te zijn, welke tot het
+ligten der veiligheidsklep vereischt wordt. Het tegenovergestelde van
+dit alles zal plaats grijpen, wanneer de stoomspanning binnen den ketel
+beneden de aangenomene maat daalt: want dan zal het water met den
+cilinder in den buis L L dalen, en den demper D doen ligten; waardoor
+het vuur heviger trekking ondergaat, dus feller branden zal, en de stoom
+in spanning stijgt, tot zoo lang de demper D weder de bepaalde opening
+voor de juiste trekking des vuurs zal hebben daargesteld.
+
+
+§ 22.
+
+De lezer zal gereedelijk opmerken, dat teneinde dezen toestel volmaakt
+te doen werken, het water in den ketel steeds volkomen op dezelfde
+hoogte gehouden moet worden: want daar deze vloeistof, door het
+gestadige verbruik van den stoom, aan eene gedurige vermindering
+onderworpen is, zoo daalt de oppervlakte aanhoudend, en dus ook het
+water met den cilinder in de pijp L L, waardoor de demper D rijst, het
+vuur dus steeds meer en meer aanwakkeren en de stoom eene grootere
+spankracht verkrijgen zoude. Om dit te voorkomen, bezigt men eenen
+anderen daarmede verbondenen toestel, waardoor de ketel voortdurend van
+eene zelfde hoeveelheid water voorzien blijft, niettegenstaande het
+verlies daarvan door verbruik van stoom; dit wordt voeding-toestel
+genoemd en de toerigting daarvan is als volgt:
+
+Op den top der buis L L (zie Figuur 2) bestaat eene verwijding, die
+eenen waterbak aldaar daarstelt; in het midden van welken eene
+doorgaande opene buis staat, waardoor de ketting van den cilinder
+vrijelijk beweegt, en het inwendige der buis L L gemeenschap met de
+dampkringslucht doet behouden; in den bodem van den hier aangeduiden
+waterbak is eene opening (in de figuur ter vermijding van verwarring
+niet afgebeeld,) die met eene klep gedekt is, en waardoor zich water in
+de buis L L kan storten. Die klep is aan eenen hefboom _g t_ E
+verbonden, welke in t op eene steun draait of op en neder bewegen kan;
+van het uiteinde E dezes hefbooms, hangt eene dunne roede af, die door
+den top des ketels B B gaande, eenen zoogenaamden drijver F draagt,
+welken veelal van steen vervaardigd, voor een gedeelte in het water
+gedompeld is; aan het tegenovergestelde einde _g_ van den hefboom is een
+tegenwigt gehangen, de betrekkelijke zwaarte van drijver en tegenwigt is
+voor eene bepaalde gedeeltelijke indompeling van den drijver geregeld,
+waarbij de klep van den waterbak op den top der buis L L, door den
+hefboom _g t_ E gesloten gehouden wordt. Wanneer dan het water in den
+ketel vermindering ondergaat, zal noodwendig ook de drijver F moeten
+dalen, en den hefboom bij F naar beneden trekken, waardoor de klep in
+den waterbak zal geopend worden en water in de buis L L doen storten,
+dat zoo lang zal aanhouden, tot dat het water in den ketel weder op de
+noodige hoogte zal zijn geklommen, om door den drijver F de klep weder
+te doen sluiten. Het water, dat alzoo tot aanvulling dient, wordt in den
+bak op den top der buis L L, aangevoerd, door middel van eene kleine
+pomp, die door de machine bewogen wordt. De plaats in den top des
+ketels, bij _e_ waardoor de dunne drijverroede gaat, is met eene
+geslotene bos voorzien, waarin de dunne roede, in hennep of vlas gepakt,
+genoegzaam vrij op en neder kan bewegen, zonder stoom door te laten;
+zoodanige bos wordt pakkingbos genoemd, terwijl de buis L L veelal den
+naam van voedingbuis draagt, en het daarin dienende water voeding water
+genoemd wordt.
+
+Wat nu de hoogte betreft welke dusdanige voedingbuis L L behoort te
+hebben, zij opgemerkt, dat het water daarin zoo veel zal moeten kunnen
+opklimmen als noodig is, om de meerdere stoomspanning in den ketel boven
+die des dampkrings, te kunnen tegen drukken, met nog eenige hoogte meer
+tot speelruimte van den inhangenden cilinder.--Uit hetgeen wij in § 9 en
+§ 11 gezegd hebben, kan men opmaken, dat wanneer de meerdere spanning
+van den stoom binnen den ketel, per vierkante ned. duim, 10 ned. looden
+boven die des dampkrings bedraagt, het water (hier rivierwater en kokend
+heet) ruim eene ned. el in den buis L L zal opklimmen, hetgeen voor eene
+vermeerdering van stoomspanning met 10 ned. looden, weder ruim eene ned.
+el meer zal zijn, wel te verstaan, gemeten uit het oppervlak van het
+water binnen den ketel; de meerdere stoomspanning boven den druk des
+dampkrings gegeven zijnde, kan men daaruit gevolgelijk de hoogte
+bepalen, tot welke het water in de buis L L klimt.
+
+
+§ 23.
+
+Niettegenstaande de eenvoudigheid van den hier beschreven toestel, en de
+zekerheid van de grondbeginselen, waarop een en ander rust, zoo gebeurt
+het nogtans, dat een of ander daarvan in het ongerede geraakt, waarom de
+bestuurder van het werktuig nog andere middelen dient te bezitten, om
+zich van den waterstand binnen den ketel te overtuigen: eene zaak die
+van het uiterste belang is, om dat daarvan het behoud van den ketel
+afhangt, en zelfs het uit een springen van denzelven ten gevolge kan
+hebben. Immers zoo keteldeelen, die met den vuurstroom in aanraking
+zijn, van water ontbloot geraken, dan kunnen die _over-heet_ of
+gloeijend worden, in dien zachten staat geenen genoegzamen tegenstand
+aan de binnen den ketel heerschende spanning bieden, en van een
+scheuren; ten andere kan toevallige aanslag van water op gloeijende
+plaatdeelen plotseling eene zoo groote hoeveelheid stoom voortbrengen,
+dat die door de veiligheidsklep of kleppen met geene genoegzame snelheid
+zich kan ontlasten, waardoor dus de ketel, met groot geweld, en gevaar,
+voor de bij zijnde personen, kan uit een springen.
+
+Een der vertrouwdste middelen, is het gebruik van peilkranen, zoo als
+zij in de figuur op § 19. bij W en S afgebeeld staan. De pijp van de
+kraan W reikt tot een weinig beneden de gemiddelde waterlijn in den
+ketel; doch de andere, van de kraan S, reikt tot even boven de
+oppervlakte des waters. Ten einde zich nu te verzekeren, of het water op
+de vereischte hoogte staat, behoeft de bestuurder slechts deze kranen te
+openen. Wanneer dan het water door de kraan W dringt en de stoom door de
+kraan S blaast, zoo is dit een teeken, dat het water in den ketel op
+goede hoogte staat. Stroomt echter de stoom uit beiden, dan is dit een
+teeken, dat er te min, en zoo het water uit beide kranen dringt, dat er
+te veel water in den ketel is.
+
+Ook zijn zoogenaamde waterpeil buizen, met glazen pijpen voorzien, van
+goede dienst, zoo die goed ingerigt zijn; want in die glazen pijpen ziet
+men dadelijk de hoogte van het water zooals het binnen den ketel staat;
+overigens zijn er nog andere middelen bekend, om eene bepaalde
+vermindering van het water in den ketel op te merken, meer of min
+onafhankelijk van de waakzaamheid des bestuurders, doch het is overbodig
+die hier te beschrijven.
+
+
+§ 24.
+
+Voor ketels, die in stoomvaartuigen of voor stoomwagens, (zoogenaamde
+locomotieven), dienen, geschiedt somwijlen de watervoeding insgelijks
+door eenen regelenden drijver; doch over het algemeen worden die ketels,
+naar aanwijzing van eenen vrijen of onverbondenen drijver, of volgens de
+aanduiding van peilkranen of waterpeilbuizen, door den bestuurder van de
+machine, die zulks opmerkt, naar gelang der behoeften, met water gevoed,
+door middel van eene of meer kleine perspompen, welke voor dien tijd
+door de machine in beweging gehouden, en na genoegzame werking weder
+afgeslagen worden.
+
+
+§ 25.
+
+Daar zich in eenen stoomketel spoedig bezinksel vormt, en zich daar
+binnen aanzet, zoo is het noodzakelijk, denzelven van tijd tot tijd
+schoon te maken. Te dien einde bestaat er in het bovengedeelte van den
+ketel, eene groote opening of ingang M, mangat genoemd, welke weder goed
+gesloten kan worden; terwijl behalve dat, elke ketel nog nabij den bodem
+eene spui-opening of spuikraan bezit, voor hetzelfde doel bestemd, doch
+in de figuur niet afgebeeld.
+
+
+§ 26.
+
+Wanneer in eenen ketel de spanning van den stoom, minder wordt dan de
+bestaande drukking des dampkrings bedraagt, hetgeen door verkoeling van
+denzelven of soms door eene onoplettende behandeling der machine kan
+geschieden, dan zoude het kunnen gebeuren, dat de ketel den druk der
+buitenlucht niet wederstond en alzoo ingedrukt werd. Om dit te
+voorkomen, bestaat in den top eene opening, die met eene klep, luchtklep
+genaamd, gesloten wordt. Die luchtklep wordt gewoonlijk in het deksel
+van het mangat geplaatst, en zal dus noodwendig, daar zij zich altijd
+binnenwaarts opent, de buitenlucht in den ketel toelaten, zoodra de
+stoomspanning daar binnen, minder wordt dan de dampkringsdruk; en den
+ketel alzoo voor indrukken bewaren.
+
+
+§ 27.
+
+Eene ketelinrigting, zoo als op fig. 2. afgebeeld staat, wordt voor
+stoomwerktuigen van zoogenaamden lagen druk gebezigd, en hoewel hier het
+vuur slechts onder en om den ketel werkt, zoo heeft men soortgelijke
+ketels, waar tevens de vuurstroom door eene buis binnen door denzelven
+gaat. In stoomvaartuigen houden de ketels voor lage drukking de
+vuurplaatsen en rookleidingen geheel met water omgeven, zoodat het vuur
+binnen den ketel brandt, en de rook, mede daar binnen, naar den
+schoorsteen opstijgt; ketels van middelbare of hooge drukking zijn
+meestal op die wijze ingerigt, en houden in velen een groot getal
+kanalen of buizen, waardoor het vlammende gaz ter verwarming stroomt;
+ketels van stoomwagens of zoogenaamde locomotieven houden tot dat einde
+een groot getal enge pijpen.
+
+
+§ 28.
+
+De stoom, die zich in den ketel vormt, vloeit door de buis I (fig. 2)
+naar den cilinder van het werktuig. Voordat hij echter dit gedeelte van
+den toestel bereikt, wordt de toevoer daarvan geregeld, opdat eene
+bepaalde hoeveelheid in eenen bepaalden tijd toestroome. Daar van den
+regelmatigen en gelijken toevoer van stoom, de gelijkmatige werking van
+het werktuig moet afhangen, zoo heeft men het ook noodig geoordeeld, dit
+door het werktuig zelf te doen regelen, en hieraan de voorkeur gegeven
+boven het onzekere opzigt van den bestuurder. De toestel, door middel
+van welken men dit doel bereikt, is even merkwaardig, om deszelfs
+eenvoudigheid, als door de zekerheid, waarmede dezelve werkt, en draagt
+den naam van _regulateur_. De werking van denzelven hangt af van de
+eigenschappen der middelpunts-krachten, welke wel een ingewikkeld
+onderwerp uitmaken, doch door de volgende verklaring der grondbeginselen
+vertrouwen wij, dat onze lezers de werking van den _regulateur_ ten
+volle zullen begrijpen.
+
+
+§ 29.
+
+Het is algemeen bekend, dat bij het met de hand rondslingeren van eenen
+steen, die aan eene lijn vast is (een' zoogenaamden slinger), de kracht
+waarmede de steen wegvliegt, zoo veel te grooter is, naar gelang de
+snelheid van omzwaai vermeerdert; en werkelijk kan men ook deze snelheid
+zoodanig doen toenemen, dat een zeer sterk touw niet in staat zal zijn,
+den steen vast te houden, maar dezelve bij het breken van het touw, zal
+worden voortgeworpen. In dit geval is het gemakkelijk op te merken, dat
+er twee krachten werkzaam zijn; eene van dezelve drijft den steen, om
+zich van de hand des slingeraars te verwijderen, terwijl de andere, die
+in de sterkte van het touw bestaat, den steen naar de hand trekt. De
+neiging nu, die een zoo rondgezwaaid ligchaam dringt, om weg te vliegen,
+wordt de _middelpuntvliedende kracht_ genoemd, terwijl het vermogen,
+waardoor hetzelve naar het middelpunt trekt, de _middelpuntzoekende
+kracht_ genoemd wordt. Bij het handelen over deze krachten duidt men
+beide aan onder den naam van _middelpunts-krachten_
+(_centraal-krachten_). De toestel waardoor de toevoer van den stoom
+geregeld wordt, de zoogenaamde regulateur, rust geheel en al op dit
+grondbeginsel; en ofschoon het onmogelijk zoude zijn, om in een werk als
+het onderhavige, hetwelk alleen bestemd is voor hen, die zich niet in de
+wiskundige wetenschappen hebben geoefend, eene volledige verklaring van
+deze krachten te geven, zoo vermeenen wij nogtans genoeg gezegd te
+hebben, om onze lezers een algemeen denkbeeld te verschaffen van de
+grondbeginselen, waarvan de werking van den toestel afhangt.
+
+
+§ 30.
+
+[Illustratie: Een regulateur]
+
+Door eenvoudige middelen, die naderhand zich zullen verklaren, drijft
+het stoomwerktuig een rad A (zie de volgende Figuur) met eene opstaande
+spil B B rond. Naar gelang dat de beweging van het werktuig sneller is,
+zoo veel te sneller ook zal het rad A met de spil B B ronddraaijen. Aan
+het boveneinde E van de opstaande spil bevinden zich twee scharnieren,
+tegenover elkander geplaatst, die de nedergaande stangen D en D alzoo
+bewegelijk gekoppeld houden en aan wier ondereinden zware kogels C C
+vast zijn. De scharnieren, bij E, geven aan de stangen D D de
+bekwaamheid, om zich van de spil B B te kunnen verwijderen. Nagenoeg op
+de helft der stangen D D zijn twee andere stangen D G en D G bewegelijk
+verbonden, welker ondereinden scharniers-gewijze vereenigd zijn, met
+eenen ring of koker G G, die over de opstaande spil B B op en neer kan
+glijden. Het binnengedeelte van dezen ring is zeer glad, hetwelk
+insgelijks het geval is met de spil, zoodat de eerste, met zeer weinig
+tegenstand of schuring, over de laatste kan heen glijden. Gezegde ring
+of koker bezit buitenwaarts eene zuiver en glad bewerkte groef; in deze
+groef past met genoegzame vrijheid, eene vork van het uiteinde der
+hefboom H, derwijze, dat de ring in de vork gemakkelijk draait, terwijl
+de vork niet boven nog benedenwaards van den ring kan geraken, maar in
+de groef bepaald blijft. De hefboom H heeft vervolgens een vast
+steunpunt, dat buiten de figuur gelegen is. Aan de opstaande spil B B is
+eindelijk eene boogvormige gleuf F F vereenigd, waartusschen de vier
+bovengenoemde stangen gemakkelijk kunnen heen en weder gaan, en welke
+dient, om derzelver beweging, die wij zullen gaan verklaren, in een
+zelfde vlak te houden.
+
+
+§ 31.
+
+Onderstellen wij, dat het rad A door de machine wordt in beweging gezet,
+dan zal de spil B B, daarmede ronddraaijen, en bij die beweging de
+staven D D, met de daaraan vast zijnde kogels C C, medevoeren. In dit
+geval zal men de geheele werking van den slinger hebben, door de
+scharnieren bij E voor de hand van den slingeraar te houden, en de
+stangen D D voor het touw, zoodat de kogels C C zullen trachten te
+ontvlieden en eene dergelijke stelling aannemen, als in de afbeelding is
+voorgesteld. Hoe sneller nu de beweging van de spil B B is, des te
+verder zullen de kogels zich van elkander verwijderen, ja de beweging
+van de spil B B zoude dermate snel kunnen zijn, dat het ontvliedend
+vermogen der kogels C C sterk genoeg werd, om de slangen D D bijna in
+horizontale rigting te houden, en zelfs te doen breken in geval deze
+laatsten geene genoegzame sterkte bezaten. Zoo integendeel de
+ronddraaijende beweging vertraagt, dan zullen de kogels meer en meer tot
+de spil naderen, en bij het in rust zijn van den toestel tegen de spil
+nederhangen.
+
+
+§ 32.
+
+Het meer of minder verwijderen der kogels van de spil B B brengt, door
+de tusschengekoppelde kleinere stangen D G, eene op en neder beweging
+van den ring G G te weeg, en dus ook van de daarin gevatte vork op het
+einde des hefbooms H; wanneer dus door versnelling van beweging de
+kogels C C van elkander gaan, dan zal dat hefboom-einde met den ring G G
+moeten rijzen, en tegenover gesteld, dalen, wanneer door vertraging van
+beweging, die kogels tot elkander naderen.
+
+
+§ 33.
+
+In de bovenstaande afbeelding is slechts een kort gedeelte van den
+hefboom H afgebeeld, ten einde de afteekening; niet te groot te maken;
+doch men moet dezelve verbonden denken met eene klep, die zich in de
+pijp I van de fig. in § 19 bevindt. Deze pijp of buis wordt de
+stoomlei-buis genoemd, en de hier bedoelde klep draagt den naam van
+smoorklep. De wijze van verbinding van dezen hefboom met de smoorklep is
+zoodanig, dat bij rijzing of daling van den hefboom, de smoorklep meer
+of minder sluit, en daar die sluiting nagenoeg op dezelfde manier werkt,
+als een zoogenaamde wartel in eene gewone kagchelpijp, zoo kan de
+smoorklep, in zekere stelling gedraaid zijnde, den toevoer van stoom uit
+den ketel geheel beletten, of meer of mindere vrijheid voor
+doorstrooming laten.
+
+
+§ 34.
+
+Deze smoorklep is dan van een arm of kruk voorzien, en met den hefboom H
+in verbinding gebragt, zoodaniger wijze, dat, wanneer deze hefboom H
+geligt, de klep meer of minder gesloten wordt, naar gelang van de
+hoogte, waarop de hefboom H gerezen is. Door ondervinding en in verband
+met den aard van het werk, dat de machine verrigten moet, regelt men den
+stand der smoorklep, dat is: de stoom toevloeijing door de stoomleibuis
+naar den stoomcilinder voor eene doelmatige snelheid van beweging. Wordt
+die snelheid door eene of andere oorzaak grooter, dan zullen de kogels
+van den regulateur zich van elkander verwijderen en den ring G G met den
+hefboom H ligten, waardoor dan de smoorklep de toevloeijing van den
+stoom door de stoomleibuis zal belemmeren; naderen daarentegen die
+kogels elkander, dan zal ring en hefboom dalen, terwijl de smoorklep
+vrijer doortogt aan den stoom door de stoomleibuis geven zal; daar nu
+natuurlijkerwijze, meerdere of mindere toelating van stoom in den
+cilinder eene meer of mindere snelheid aan den daarin bewegenden zuiger
+moet geven, zoo volgt dat zoodanige regulateur met de smoorklep
+verbonden, een zeer goed zamenstel oplevert, tot het doen behouden van
+eene gelijkmatige snelheid des stoomzuigers.
+
+
+§ 35.
+
+De wijze, waarop de snelheid van den stoomzuiger geregeld wordt,
+beschreven hebbende, zoo zullen wij overgaan tot de beschouwing van de
+wijze, waarop de stoom op de juiste oogenblikken in den cilinder wordt
+toegelaten. Bij het vroeger beschrevene werktuig werd de stoom op de
+juiste oogenblikken ingelaten, door eenen persoon, die op regelmatige
+tusschentijden eene kraan omdraaide; doch alsdan hangt, zoo als wij
+reeds aanmerkten, alles van de oplettendheid van dien persoon af, en de
+geringste nalatigheid van dezen moet onvermijdelijk eenen onregelmatigen
+gang van het werktuig te weeg brengen. Hier echter, zoowel als bij alle
+andere onderdeelen, heeft het vernuft middelen gevonden, om deze
+bewerking door het werktuig zelf ten uitvoer te laten brengen, zonder de
+hulp van eenen oppasser, die toch nimmer, zelfs bij de grootste
+bekwaamheid en oplettendheid, die bewerking zoo regelmatig verrigten
+kan. Vóór dat wij echter tot de beschrijving van dit gedeelte van het
+Werktuig overgaan, zal het noodig zijn, om de bijzondere wijze van
+condenseren of verdikken van den stoom op te geven.
+
+
+§ 36.
+
+Bij het werktuig, hetwelk in eene vroegere afdeeling beschreven is,
+hebben wij gezien, dat, ten einde den stoom te verdikken, een straal
+koud water in den cilinder geleid werd, waarvan de uitwerking was, dat
+de stoom bekoelde en er een luchtledig ontstond. Bij eene geringe
+opmerkzaamheid wordt men nogtans gewaar, dat door het op deze wijze
+inbrengen van koud water in den cilinder zelven, de wanden daarvan, die
+door den stoom verhit waren, zich moeten afkoelen, zoodat de op nieuw
+ingevoerde stoom den cilinder wederom moet verhitten, vóór dat hij de
+vereischt wordende veerkracht verkrijgen kan. Telken reize dus, als de
+zuiger opgaat, moet op die wijze een gedeelte stoom verloren gaan, om
+den cilinder te verhitten, waarvan het gevolg is, dat eene aanmerkelijke
+hoeveelheid brandstof in den vuurhaard onnut verspild wordt. Hoe
+eenvoudig het ook moge schijnen, zoo is het niettemin eene der
+gewigtigste uitvindingen van lateren tijd, namelijk: dat het niet
+noodzakelijk is om den stoom door middel van koud water in den cilinder
+zelven te condenseren, maar dat dit doel insgelijks bereikt kan worden,
+door eene gemeenschap daar te stellen tusschen den stoom-cilinder en
+eene aangelegene beslotene ruimte, waarbinnen eene inspuiting van koud
+water, en dus condensatie van den stoom buiten den cilinder, plaats
+vindt; die beslotene ruimte is de eigenlijke condensor of verdikker, om
+dat zich daarin de stoom tot water verdikt; de stoom-cilinder op die
+wijze met geen koud water in aanraking komende, verkoelt daardoor dus
+niet, terwijl de condensor alleen die verkoeling ondergaat, welke dan
+ook in het geheel zoo koud mogelijk dient te blijven. Zoodra de stoom
+den cilinder tot hoogsten zuigerstand, geheel gevuld heeft, wordt aan
+denzelven eene opening verschaft, om naar het inwendige van den
+condensor te stroomen, alwaar die stoom, met het koude injectie water in
+aanraking komende, tot water verdikt, en in den condensor aldus een zoo
+gezegd luchtledig doet ontstaan, waarin de inwendige ruimte des
+stoom-cilinders deelt; bij gevolg den druk onder den stoomzuiger
+nagenoeg vernietigt, even als of het koude water in die cilinderruimte
+zelve vloeide. Deze ontdekking of uitvinding is met het gelukkigste
+gevolg op het stoomwerktuig toegepast, en zal nog nader worden
+verklaard.
+
+
+§ 37.
+
+Men heeft nog eene andere allerbelangrijkste verbetering aan het
+stoomwerktuig toegebragt, waardoor het vermogen nagenoeg verdubbeld
+wordt. Deze verbetering, die in het volgende bestaat, is insgelijks ten
+hoogste eenvoudig. In de beschrijving van de fig. bij § 15 is gezien:
+dat alleen onder den zuiger stoom wordt ingelaten, welke, nadat de
+zuiger deszelfs topstand heeft bereikt, wordt gecondenseerd en aldus in
+die cilinderruimte een zeer weinig tegenstandbiedend ledig daarstelt,
+waardoor de zuiger, met het volle gewigt des dampkrings daarboven, kan
+worden nedergedrukt; de zuiger oefent dus slechts kracht uit gedurende
+den dalenden slag, en alleen van wege den druk des dampkrings of
+atmospheers, waarom dan eene dergelijke den naam van atmospherieke
+machine draagt. Maar aangezien de stoom even als de dampkring kan
+drukken, zoo heeft men bedacht den stoom-cilinder bovenwaarts, door
+middel van een goed gesloten deksel, van den dampkring af te sluiten, en
+in plaats van den dampkring, stoom op den zuiger te doen vloeijen, om
+dien neder te drukken; in het cilinderdeksel heeft men dan alleen eene
+opening gelaten waardoor de zuigerstang op en neder kan bewegen, zonder
+stoom of lucht door te laten, dat is: door eene zoogenaamde pakkingbos,
+waarin om de zuigerstang hennip of vlas ligt gepakt. Zoo ingerigt,
+onderstelle men, dat de zuiger aan den bodem van den cilinder is, en dat
+gedurende den vorigen nedergang, de stoom in de bovenruimte onder het
+cilinderdeksel is ingelaten, en de ruimte boven den zuiger geheel gevuld
+heeft. Zoo men in dezen staat den stoom boven den zuiger verdikt of tot
+water herleidt, dan zal die ruimte nagenoeg luchtledig worden, terwijl
+bij het inlaten van stoom onder den zuiger, dezelve naar om hoog zal
+worden gedrukt, daar er nu geen tegenstand door de drukking van den
+dampkring boven den zuiger aanwezig is. De zuiger den top van den
+cilinder alzoo bereikt hebbende, verdikt men den stoom onder denzelven,
+waardoor aldaar een ledig ontstaat: maar om den zuiger nu weder te doen
+dalen, moet, aan den top des cilinders, stoom op den zuiger worden
+toegelaten, om in plaats van den dampkring den zuiger naar den
+cilinderbodem te drukken. Men ziet dus, dat men door zoodanige inrigting
+het vermogen van het werktuig verdubbelt, daar men van den stoom gebruik
+maakt, zoowel om den zuiger op te heffen, als om denzelven te doen
+dalen.
+
+Thans zullen wij den gang van den stoom in het werktuig nader in
+oogenschouw nemen, en meer in het bijzonder nagaan, op welke wijze
+dezelve werkt, nadat deze vloeistof de smoorklep verlaten heeft.
+
+
+§ 38.
+
+Daar er onderscheidene inrigtingen bestaan, waardoor de regelmatige
+toelating van den stoom boven en onder den zuiger, en derzelver
+afvloeijing naar den condensor, wordt bewerkt, zoo bevatten de beide
+volgende figuren slechts algemeene schetsen daarvan, slechts geschikt
+voor de hier bedoelde betrekkelijke verklaring.
+
+
+[Illustratie: Figuren 8 en 9. Figuur 8 stelt een stoomcilinder met
+zuiger in lage stand voor; Figuur 9 stelt een stoomcilinder met zuiger
+in de hoge stand voor.]
+
+
+In de figuren 8 en 9, verbeeldt O den stoomcilinder met ingevallen
+zuiger; door het deksel van denzelven, moet men de zuigerstang in eene
+pakkingbos vrijelijk beweegbaar denken, zonder doorlating van stoom of
+lucht; aan den cilinder is eene kast verbonden, die overlangs door een
+middenschot is verdeeld; bij S is eene opening, waardoor de stoom
+toevloeit, die door de vroeger beschrevene smoorklep is gelaten; het
+naast aan den cilinder gelegen halfdeel van deze kast, ontvangt alzoo
+het eerst den, door de opening S toevloeijenden, stoom. Maar in dit
+zelfde kastdeel sluiten twee stukken of kleine zuigers A en B, die door
+middel van eene stang aan elkander zijn verbonden, en alzoo te zamen,
+naar eene bepaalde maat, op en neder beweegbaar zijn, om de boven of
+beneden stoomdoortogt, bij A en B te kunnen openen of sluiten, derwijze:
+dat bij het geopend zijn van den boven stoomdoortogt bij A, voor toevoer
+van stoom in den cilinder, de beneden stoomdoortogt bij B, daarvoor
+gesloten is, en omgekeerd; de stoom die door de opening S vloeit, staat
+dus in de ruimte D, tegen de kleine zuigers A en B aan, gereed om, naar
+gelang den stand dier zaamverbondene zuigers, boven of onder in den
+cilinder te vallen.
+
+Het andere, door het middenschot afgescheidene deel dezer kast moet men
+zich voorstellen, dat bij C, gemeenschap heeft met eenen afgezonderden
+condensor, en waarin, gelijk boven gezegd is, door eene kraan,
+injectiekraan genoemd, koud water stroomt, dus geschikt, om den stoom te
+condenseren of te verdikken; zoo toegesteld; blijkt het uit de figuren,
+dat de stoom, die naar het inwendige van den cilinder O vloeit, altijd
+met de binnenvlakten der kleine zuigers A en B in aanraking is, terwijl
+de condensorruimte in de kast altijd met de buitenvlakten bij N N, dier
+beide zuigers, gemeenschap heeft. Deze aaneengekoppelde kleine zuigers
+noemt men te zamen, stoomschuif, en om dezelve te bewegen, moet men zich
+eene daaraan verbondene stang denken, die door eene pakkingbos, door den
+bodem of top van de kast gaat, waarin de stoomschuif is besloten; (hier
+in de figuur niet afgebeeld) vervolgens is het naar dit voorbeeld eene
+hoofdvereischte, dat de stoomschuif rondom volmaakt in dat kastdeel
+sluit, opdat geen stoom gedurende deszelfs beweging doordringe.
+
+Daar de uiterste afstand van den boven tot den beneden stoomdoortogt,
+bij A en B, gelijk is aan de uiterste lengte van de verklaarde
+stoomschuif, en de kleine zuigers, die de sluiting te weeg brengen,
+nimmer minder hoogte houden dan gezegde doortogten, zoo volgt, gelijk
+ook uit de figuren op te maken is: dat de stoomvloeijing in den cilinder
+nimmer door de beide stoomdoortogten te gelijk kan geschieden, maar, of
+alleen boven, of alleen onder den zuiger; in fig. 8 is de stoomschuif
+gesteld voor toelating van stoom onder den zuiger, en in fig. 9 voor
+stoom toevloeijing op den zuiger. Even zoo kan nimmer de condensorruimte
+van eene zoo toegestelde stoomschuif gelijktijdig gemeenschap hebben met
+het inwendige des cilinders boven en onder den zuiger, maar wel alleen
+boven of alleen onder. Het blijkt vervolgens uit de figuren duidelijk,
+dat terwijl de stoom boven op den zuiger vloeit, om dien naar beneden te
+drukken, de stoom vanonder den zuiger eenen uitweg naar de condensor
+vindt, en omgekeerd: terwijl de stoom onder den zuiger vloeit, wordt aan
+de stoomafvloeijing, van boven den zuiger naar den condensor,
+gelegenheid gegeven; waaruit dan na weinig overweging te begrijpen is,
+hoe de beurtelingsche toe- en afvloeijing van stoom naar en van den
+zuiger, door de stoomschuif behoorlijk op en neder te bewegen, kan
+geschieden; en volgens hetgeen wij later zullen zeggen, over de
+bewegingswijze van de stoomschuif door de machine zelve: dat men de
+meest mogelijke regelmaat in krachtsuitoefening daarmede zal kunnen
+verkrijgen[3].
+
+In de figuren 8 en 9, is alleen ruim de hoogste en laagste stand van de
+stoomschuif, met den hoogsten en laagsten stand des stoomzuigers
+afgebeeld, dus geenzins de stoomschuif-standen, die met den hoogsten en
+laagsten zuigerstand overeenkomen; want bij het in beweging houden van
+de stoomschuif door de machine zelve, moet bij hoogsten zuigerstand de
+stoomschuif juist maar gereed staan, om stoom op den zuiger toe te
+laten, terwijl de stoom van onder denzelven; reeds uitgang naar den
+condensor vindt; zoo ook moet bij laagste zuigerstand de stoomschuif
+aanvangen, om stoom onder den zuiger te doen vloeijen, terwijl voor
+uitvloeijing van stoom, van boven den zuiger naar den condensor, reeds
+gelegenheid bestaat.
+
+De stoomschuif is derhalve, om zoo te spreken, de ziel of het hart van
+de geheele machinerie, en is dus dat gedeelte van den toestel, hetwelk
+aan andere deelen leven geeft.
+
+
+[3] In fig. 8 is den stoomzuiger abusievelijk een weinig te lagen stand
+gegeven.
+
+
+§ 39.
+
+Thans zullen wij overgaan tot de verklaring van den condensor of
+stoomverdikker. Uit de bovenstaande beschrijving heeft men kunnen
+opmaken, dat er in de dubbel werkende machine geen koud water in den
+cilinder gebragt wordt, maar dat volgens fig. 8 en 9, eene gemeenschap
+tusschen denzelven en den condensor, waarin het koude injectie-water
+stroomt, wordt daargesteld.
+
+Men moet zich voorstellen, dat de pijp C, die op onze afbeelding
+hieronder (fig. 10) als afgebroken gezien wordt, gemeenschap heeft met
+de opening C, in de voorgaande figuren 8 en 9, en met het in deze figuur
+voorgesteld cilindervormig vat, hetwelk de eigenlijke condensor is.
+
+Deze condensor heeft onderwaarts, door een kanaal, met eenen anderen
+nevens geplaatsten cilinder gemeenschap, waarin een zuiger werkt, welke
+luchtpomp genoemd wordt. Het koude injectie-water stroomt in den
+condensor, door de, in de figuur afgebeelde injectiekraan, die met
+opgaande stang, bij D, een' handvat houdt, om die kraan min of meer open
+te zetten, of te sluiten. Condensor en luchtpomp zijn te zamen in eenen
+bak bevat en met koud water omgeven, welk koude water tot voeding van
+injectie voor den condensor dient.
+
+
+[Illustratie: "Fig. 10."]
+
+
+Het loopt in het oog, dat, zoo men het injectie-water, hetwelk tot
+verdikking van den stoom gediend heeft, en insgelijks dat, hetwelk de
+verdikte stoom vormt, niet wegvoerde, een en ander den condensor spoedig
+vullen zoude; bovendien ontwikkelt kokend water ook eenige lucht, welke
+het ledige binnen den condensor zeer benadeelt. Er is derhalve een
+middel noodig geweest, om dat voortgebragte water en die lucht uit den
+condensor te trekken, en hiertoe moet de zoo even gemelde luchtpomp
+dienen.
+
+Nevens den condensor is dus eene zoogenaamde luchtpomp geplaatst, die
+benedenwaarts, door een kanaal of hals, met den condensor gemeenschap
+heeft; in dat kanaal bestaat bij H eene klep, die zich naar de zijde der
+luchtpomp opent, zoodat het water met de lucht wel uit den condensor,
+maar niet daarin terug kan vloeijen. De luchtpomp-cilinder bevat eenen
+daarin sluitenden beweegbaren zuiger, welke kleppen heeft, die zich
+bovenwaarts openen; geen water of geene lucht, door dezen zuiger
+opgebragt, kan dus terugvallen; de luchtpomp-cilinder is met een digt
+sluitend deksel voorzien, waardoor de zuigerstang E, in eene pakkingbos
+sluitende beweegt; en onder nabij dit deksel bestaat eene opening,
+waardoor het door den luchtpomps-zuiger opgebragte water met lucht, naar
+buiten in eene afzonderlijke bak uitgang vindt, mede voorzien van eene
+klep, opdat niets van dat opgebragte zoude terugvloeijen.
+
+
+§ 40.
+
+Dit, met behulp van fig. 10, begrepen zijnde, is het duidelijk, dat,
+bijaldien de luchtpompzuiger door de machine, gelijkmatig op en neder
+bewogen wordt, het water met de ontwikkelde lucht uit den condensor zal
+worden getrokken en weggeleid; maar omdat het aldus uit den condensor
+getrokken water meer warmte bezit, dan het omringende in den alles
+omvattenden bak, scheidt men dit water af, en laat hetzelve volgens de
+figuur in eenen afzonderlijken bak stroomen, ten einde dat verwarmde
+water te bezigen, voor de aanvulling van het verstoomde water in den
+stoomketel, ter bezuiniging van brandstoffen. De bak, waarin zich het
+verwarmde uit den condensor getrokkene water stort, draagt den naam van
+warm- of heetwaterbak.
+
+De groote koudwaterbak AA, welke condensor luchtpomp en heetwaterbak
+bevat, wordt aanhoudend van water voorzien, door eene pomp, die door de
+machine bewogen wordt; terwijl eene overlooppijp bestaat, om het
+overvloedige water te lozen; die pomp is in deze figuur niet afgebeeld,
+en ook niet de kleinere pomp, welke, uit den afgescheidenen
+heetwaterbak, de voeding aan den stoomketel bezorgt; eindelijk dient nog
+gezegd te worden, dat de heetwaterbak mede eene overlooppijp bezit, om
+het warme water, dat voor ketelvoeding overbodig is, te lozen.
+
+
+§ 41.
+
+Al de pompstangen, waarover wij gesproken hebben, zoowel als de
+zuigerstang des stoomcilinders, bewegen op en neder, wij zullen thans
+verklaren op welke wijze zulks zamenhangt. Eene ijzeren balans A B fig.
+1, rust en beweegt zich op eene as C boven op de kolom D, aan welke eene
+goede en stevige fondatie gegeven is. Deze balans, is met de minste
+verspilling van ijzer, den sterksten vorm gegeven, en daaraan zijn de
+stangen gekoppeld van stoom-zuiger en andere pompen, zoodat het rijzen
+en dalen van de stoom-zuigerstang, eene overeenkomstige rijzing en
+daling van alle andere zuigerstangen bewerkt.
+
+Onderstellen wij, dat de stoom-zuigerstang aan het balanseinde A
+verbonden is, dan is het klaar, dat telkens, als die zuigerstang op- en
+nedergaat, het uiteinde A, van de balans eenen cirkelboog zal
+beschrijven, waarvan C het middelpunt is. De top van de zuigerstang zal
+in dat geval in geene regte maar in eene kromme lijn moeten volgen, en
+dus van de eene naar de andere zijde overgaan, hetwelk zoude
+veroorzaken, dat die stang daar, waar zij door de pakkingbos van het
+cilinderdeksels loopt, heen en weder daarin drukte of klemde en eene
+verderfelijke slijting daarstelde. Hetzelfde zou het geval zijn met de
+stang van den luchtpompzuiger; en de voeringen der pakkingbossen zouden
+dus daardoor zeer veel uitslijten. Ten einde dit gebrek te verhelpen of
+te voorkomen, heeft men gebruik gemaakt van eenen zeer vernuftig
+uitgedachten toestel, die de _parallelle_ of _evenwijdige beweging_
+genoemd wordt, en waardoor aan den stoomzuiger en aan andere
+pompstangen, op zeer weinig na, eene regtopgaande beweging, zonder
+hinderlijke afwijking naar de eene of andere zijde, wordt medegedeeld.
+
+In dit werkje kunnen wij slechts de volgende, voor ieder bevattelijk
+algemeene verklaring, van gezegde evenwijdige beweging geven.
+
+Met het uiteinde A, van de balans A B, fig. 1, zijn een paar stroppen A
+G verbonden, zoo ook op de middellijn tusschen A en C een ander paar
+stroppen, E F, van gelijke lengte als de eerste. Deze stroppen zijn
+benedenwaarts door een paar roeden F M aan elkander verbonden, welke
+roeden weder gelijk in lengte zijn aan den afstand van A tot E op de
+balans; een ander paar roeden, welke in lengte gelijk zijn aan de roeden
+F M, is vervolgens, aan het eene einde bij F en aan het andere einde bij
+H, mede beweegbaar vereenigd, en wel bij H, met de vaste stelling,
+waarin de gansche machine is besloten.
+
+De balans A B beweegbaar zijnde, zoo wordt men bij het nagaan dezer
+koppeling van stroppen en roeden gewaar, dat er twee vaste aspunten zijn
+C en H, zijnde C het aspunt, waarom de punten A en E der balans bewegen
+en H het aspunt waarom het punt F beweegt. Dit vooraf goed opgemerkt
+hebbende, onderstelle men, dat de stoomzuiger in top staat, waarbij de
+balans den stand heeft, die op de afbeelding wordt voorgesteld. Wanneer
+de zuiger nu naar beneden gaat, dan beschrijft het punt F, om het vaste
+aspunt H, eenen boog, die betrekkelijk het punt H naar buiten (of naar
+de linkerhand) uitwijkt; terwijl het punt E, om het vaste aspunt C,
+eenen boog naar den tegenovergestelden kant (de regterhand) beschrijft.
+Daar nu het paar stroppen E F deze twee punten, die eenen cirkelboog
+beschrijven, met elkander verbindt, zoo zal het eene einde E regts van
+de loodlijn bewegen, terwijl het andere F even zoo veel links van
+dezelve bewogen wordt, deze stroppen zullen dus, gedurende de op- en
+neder beweging van den balansarm A C, eene afwisselende hellende
+beweging aannemen.
+
+Door de volgende figuur, die eene voorstelling in zoogenaamde werklijnen
+van de parallelle beweging geeft, met aandacht na te gaan, zal het
+leiden van stoom- en luchtpompzuigerstangen in eene regte lijn verder
+verduidelijkt worden.
+
+
+[Illustratie: De parallelle beweging]
+
+
+Zij C het vaste aspunt van de op- en neder bewegende balans, en C A de
+rigting van dezelve bij hoogsten zuigerstand; E F is het paar stroppen,
+waaraan bij Y de luchtpompzuigerstang, en A G het paar stroppen van
+gelijke lengte, waaraan bij G de stang van den stoomzuiger verbonden is,
+F G in de parallel koppelroede aan de lengte A E gelijk, en welke de zoo
+evengenoemde stroppen bij F en G verbindt. Nu is het koppelpunt F
+beweegbaar verbonden met de parallel straalroede F H, welke om het vaste
+punt H kan draaijen; deze straalroede is in lengte gelijk aan de
+parallel koppelroede. Dat men zich nu verbeelde, dat de balansarm C A
+benedenwaarts beweegt, dan zal het punt E van denzelven, in e komende,
+eenen boog beschreven hebben, die hier naar de regterhand uitwijkt, en
+het punt F der straalroede F H zal mede eenen boog beschrijven, doch
+welke naar de linkerhand uitwijkt; daar nu in dit voorbeeld het punt E
+op de halve lengte van den balansarm genomen is, en daarom C E gelijk
+aan de lengte der straalroede F H is, zoo zullen de uitwijkingen der
+bogen, hoewel in tegenovergestelden zin, even groot zijn; er moet dus op
+het paar stroppen E F een punt bestaan, dat weinig afwijking van de
+loodlijn _ll_ ondergaat, dit punt is in Y en wel op het midden van die
+stroppen; het is daaraan, dat men de luchtpompzuigerstang verbindt, om
+op zeer weinig na, in eene regte lijn op en neder te bewegen, zegge op
+zeer weinig na, omdat daarbij een gering verschil bestaat, doch hetwelk
+in de praktijk geen' invloed heeft. De stoomzuigerstang, die hier op den
+dubbelen afstand van het aspunt C met de balans gekoppeld is, beschrijft
+met dat balanseinde eenen boog, welks afwijking het dubbel van de
+voorgaande bogen is, daarom wordt deze stang in G verbonden, op het
+uiteinde van het paar stroppen A G, die met het uiteinde F van het paar
+stroppen E F vereenigd zijn, door middel van de parallel koppelroede F
+G; alzoo zal de stoomzuigerstang mede zeer nabij in eene evenwijdige
+loodlijn _ss_ op en neder bewegen. De rigting van de balans bij laagsten
+zuigerstand is door de gestipte lijn C a aangewezen, alsmede de
+overeenkomstige standen van luchtpomp en stoomzuiger parallel stroppen e
+f en a g, de parallel koppelroede f g en de parallel straalroede f H,
+terwijl ij het koppelpunt voor de luchtpompzuigerstang en g dat des
+stoomzuigers is; overigens is _l l_ de lijn, welke de
+luchtpompzuigerstang en s s die, welke de stoomzuigerstang bewegende
+volgt.
+
+Nu fig. 1 weder beschouwende dan ziet men, dat de tegenovergestelde
+balansarm B C, eene verbindingroede B W houdt, waarvan het ondereinde
+met eene kruk is vereenigd, die op de as van een groot vliegwiel
+bevestigd is; door het op- en nedergaan van dezen balansarm zal de
+verbindingroede B W die kruk en bijgevolg het vliegwiel kunnen omvoeren;
+welke beweging, door de belangrijke zwaarte, welke aan het vliegwiel
+gegeven is, zeer gelijkmatig zal zijn; terwijl bij de keerpunten, dat is
+bij de top- en bodemstanden van den stoomzuiger, eene zachte overgang
+van beweging hierdoor plaats vindt.
+
+Thans vermeenen wij de voornaamste deelen, van het stoomwerktuig
+aangewezen te hebben, zoodat wij tot het meer bijzondere kunnen
+overgaan. Ten einde dit doel beter te bereiken, zullen wij, om duidelijk
+te zijn, een en ander van het reeds verklaarde in het kort herhalen,
+opdat datgene, wat tot dus verre is bijgebragt, beter in het geheugen
+blijve, en de vereenigde werking vervolgens door onze lezers goed
+verstaan worde.
+
+
+§ 42.
+
+De stoom ontwikkelt zich, in den ketel, die te dien einde met de
+onderscheidene toestellen ter regeling voorzien is. De
+schoorsteenregister of demper om het vuur te regelen, bestaat uit eene
+plaat, die in eene sponning schuift, waardoor de opening, door welke de
+heete lucht en de rook zich door den schoorsteen ontlasten, meer of
+minder gesloten wordt, en bij gevolg de trekking van het vuur
+vermeerdert of vermindert. Deze demper geeft mindere opening door het
+rijzen, en meerdere opening voor rookdoortogt, door het dalen van eenen
+drijver op het ketelwater, hetwelk in eene opstaande buis, door de
+spanning des stooms opgedrukt wordt, zoodaniger wijze, dat wanneer de
+stoom in spanning toeneemt, de drijver in de buis rijst en den demper
+daalt, waardoor dan de schoorsteenopening kleiner wordt;
+tegenovergesteld zal bij vermindering van stoomspanning de drijver
+dalen, en bij gevolg de demper rijzen, of de opening zich vergrooten. De
+stoomspanning binnen den ketel onveranderd blijvende, zal ook de
+schoorsteenopening door den demper geene verandering ondergaan, en bij
+gevolg het vuur met gelijk vermogen branden, maar wanneer de
+stoomspanning vermindert, dan zal, door het grooter worden der opening
+door den demper, het vuur door de vermeerderde trekking meer
+aanwakkeren, en den stoom weder in spanning doen rijzen.
+
+Vervolgens heeft men het voedingstoestel, waardoor het water, dat uit
+den ketel verstoomt, weder wordt aangevuld. Zoo als vroeger beschreven
+is, werkt deze toestel ook door middel van een drijver, die met eene
+klep in verband staat. Wanneer deze drijver tot op een zeker punt daalt,
+dan opent zich de klep, waardoor water in den ketel vloeit, tot dat de
+vereischt wordende hoeveelheid aanwezig is, waardoor de drijver tevens
+rijst, zoo doende de klep weder sluit, en de toevloeijing van water doet
+ophouden.
+
+Ook is de ketel voorzien van een of twee veiligheidkleppen, welke zich
+openen, zoo ras de spankracht van den stoom te sterk wordt, ten einde de
+stoom in de opene lucht te ontlasten, opdat de ketel niet meer lijdt dan
+noodig is. In den top des ketels bestaat nog eene kleine klep, luchtklep
+genaamd, die zich in tegenovergestelden zin van de veiligheidskleppen
+opent, dat is naar binnen; en die dient, om, wanneer door verkoeling als
+anderzins eene mindere spanning dan de druk des dampkrings in den ketel
+ontstaat, lucht in dezelve toe te laten, daar een plotselinge uitwendige
+druk op den ketel schade daaraan zoude kunnen toebrengen.
+
+Ten dienste van vuurstoker of bestuurder van het werktuig, bestaan nog
+twee peilkranen, geschikt voor dadelijk onderzoek naar den waterstand
+binnen den ketel, ingeval men twijfelen mogt, dat het zich zelf
+regulerende voedingtoestel niet behoorlijk werkte.
+
+De stoom stroomt door de stoomleibuis I (zie de fig. van § 19) in den
+cilinder; deze buis moet men met de monding A in fig. 1 vereenigd
+denken, in welke ronde monding de smoorklep, in bijna gesloten stand,
+tevens aangewezen staat; de smoorklep, waardoor de toevoer van den stoom
+naar den cilinder in eenen bepaalden tijd geregeld wordt, ziet men
+insgelijks bij A aangetoond. Deze klep bestaat uit eene schijf, die op
+eene spil, welke door het midden van de monding heenloopt, door middel
+van eene kruk beweegbaar is, en open of digt gedraaid kan worden, of wel
+gedeeltelijk gesloten, om de doorvloeijing van den stoom meer of min te
+verhinderen.
+
+De kruk van de smoorklep moet men denken verbonden te zijn met den in §
+30 beschrevenen regulateur; die verbindingswijze is in de onderhavige
+figuur voorbedachtelijk weggelaten, ten einde verwarring te voorkomen.
+De kogels tot de opstaande spil des regulateurs naderende, zal de
+smoorklep vrijen doortogt aan den stoom geven, doch wanneer de kogels
+zich daarvan verwijderen, dan zal de smoorklep zoodanig gedraaid staan,
+dat de doortogt van den stoom verhindering ondervindt; de onderlinge
+afstand der kogels afhankelijk zijnde van de snelheid der beweging, zoo
+wordt door de verbinding met de smoorklep, de snelheid geregeld door
+eene evenredige toelating van stoom naar den stoomzuiger. Het koniek
+(kegelvormig) tandrad waarmede de opstaande spil van den regulateur aan
+het ondereinde voorzien is, grijpt in een ander gelijksoortig tandrad,
+op welks as eene ronde schijf is bevestigd, waarover eene riem, band of
+pees is geslagen, die insgelijks eene andere schijf gespannen omvat,
+waarmede de as van het vliegwiel is voorzien; zoodanige band is daarvoor
+bij derzelver einde aan elkander vereenigd, even als met de pees van
+eene gewone draaibank plaats vindt. De vliegwielas omwentelende, geeft
+door dat middel tevens eene omdraaijende beweging aan de spil des
+regulateurs; zoodat de meerdere of mindere snelheid, welke het vliegwiel
+aanneemt, door den regulateur gevolgd wordt.
+
+Hoe sneller bij gevolg het vliegwiel rondwentelt des te sneller draait
+ook de regulateur rond, waarbij de kogels zich weer van de spil
+verwijderen, en hierdoor eene overeenkomstige verandering in den stand
+van de smoorklep, bij A fig. 1 aangewezen, veroorzaakt; zoodat iedere
+verandering in snelheid van het vliegwiel de stelling van den smoorklep
+daarna wijzigt. De lezer zal hierbij gemakkelijk kunnen opmerken hoe
+eene versnelling in de beweging van het werktuig' boven den vereischt
+wordenden gang, weder afneemt, daar de smoorklep dan naar gelang sluit,
+en de hoeveelheid stoom in den cilinder doet verminderen, waardoor de
+snelheid van het werktuig vertraagt; de kogels door vertraging van
+beweging nader bij de spil vallende, zal de smoorklep meer geopend en
+meer stoom ingelaten worden, hetwelk eenen versnelden gang ten gevolge
+heeft.
+
+De stoom, langs de smoorklep gevloeid, valt in de stoomschuifkast. Onze
+afbeelding op fig. 1 is op eene te kleine schaal, om de zamenstelling
+van alle deelen behoorlijk te kunnen aantoonen; doch door het nagaan van
+de afzonderlijke beschrijving, boven gegeven, zal men het een en ander
+volledig kunnen begrijpen. In deze afbeelding wordt de stang, waaraan de
+zaamgestelde stoomschuif bevestigd is, door B aangewezen; deze stang is,
+op en neer beweegbaar, door eene stoom- en luchtdigte pakkingbos in het
+bovendeel der stoomschuifkast geplaatst, waardoor de stoomschuif de
+stoomdoortogten naar den cilinder beurtelings opent en sluit.
+
+
+§ 43.
+
+Door de opvolgende beurtelingsche toe- en afvloeijingen van den stoom
+naar en van den stoomzuiger, ontvangt deze laatste de vermogende op- en
+nedergaande beweging, welke aan de bovengelegene balans medegedeeld, de
+kruk van het vliegwiel omvoert. Het vliegwiel is van gegoten ijzer en in
+deszelfs buiten omtrek of velling belangrijk zwaar, waardoor, gelijk
+gezegd is, aan het geheele werktuig eenen gelijkmatigen gang in beweging
+gegeven wordt. Het valt in het oog, dat er een stilstand moet plaats
+hebben telken reize, als de zuiger den top of den bodem van den cilinder
+genaderd is, dat is bij deszelfs keerpunten, zoodat daardoor de balans
+met de daaraan verbondene kruk en het vliegwiel, en in het algemeen alle
+deelen van het werktuig een ondeelbaar oogenblik stil staan; de kruk
+nogtans, met eenparige snelheid doorgaande, brengt te weeg: dat bij de
+keerpunten des stoomzuigers, geene schokking plaats vindt. De doorgaande
+beweging van deze kruk wordt door het voortvliedend vermogen van het
+vliegwiel te weeg gebragt, en het is klaar, dat, zonder dit, de beweging
+van het gansche werktuig zoude ophouden, zoodat het vliegwiel hierin te
+gemoet komt. Wanneer namelijk een ligchaam eens in beweging is, dan
+heeft het in zich zelf geen vermogen, om die beweging te staken, of om
+tot den staat van rust over te gaan, en hetzelve zoude onafgebroken met
+denzelfden graad van beweging aanhouden, indien niet een of andere
+tegenstand van buiten, die beweging tegenhield. Deze stelling zal voor
+vele onzer lezers vreemd schijnen, daar wij geen ligchaam in beweging
+zetten, hetwelk niet na korteren of langeren tijd tot den staat van rust
+komt. Wanneer wij namelijk eenen kogel met eene zekere kracht over een
+vlakte voortwerpen, dan is het ons allen bekend, dat het ligchaam, na
+welligt eenige honderd ellen te zijn voortgerold, eindelijk tot rust
+komt. Zoo wij intusschen dien kogel, over eene gelijke oppervlakte b. v.
+over glad ijs werpen, dan zullen wij zien, dat de kogel tot op eenen
+grooteren afstand zal voortrollen, dan wel over eene oneffene
+oppervlakte, eer dezelve in rust komt. De oorzaak van dit verschil in
+den doorgeloopenen afstand bij de twee gevallen bestaat alleen daarin,
+dat de kogel in het eerste geval op den ruwen grond meer hinderpalen
+ondervond, dan wel op het gladde ijs, en zoo men in staat ware, om alle
+oneffenheden van den kogel en het ijs uit den weg te ruimen, dan zou dit
+voorwerp nog oneindig grooteren afstand afleggen,--ja, zoo de omringende
+lucht mede geenen tegenstand in den weg stelde, of zoo de mogelijkheid
+bestond, om dezen tegenstand geheel te vernietigen, dan zou de geringste
+kracht reeds toereikende zijn, om den kogel eene voortdurende beweging
+mede te deelen. Dit vermogen der ligchamen, om in den staat van rust, of
+in die van beweging te volharden, noemt men traagheidkracht, _inertie_.
+
+
+§ 44.
+
+Om nu de werking van het vliegwiel te verklaren, moet men op het
+volgende bijzonder acht geven. Wanneer namelijk twee ligchamen in
+beweging zijn, van hetwelk het gewigt van het eene A, gelijk is aan dat
+van het andere B, terwijl beiden eene snelheid van eenen voet wegs in de
+minuut hebben, dan zal er even veel kracht vereischt worden om het eene
+als om het andere tegen te houden. Zoo echter het gewigt van het eene
+ligchaam A twee ponden is, en het andere B slechts een pond weegt,
+terwijl de snelheid van beide dezelfde is, dan zal men de dubbele
+kracht, die men aan het ligchaam B besteedt, noodig hebben, om het
+ligchaam A tegen te houden. Indien het ligchaam A driemalen het gewigt
+hadde van het ligchaam B, dan zou er bij het stoppen van het eerste eene
+drievoudige kracht vereischt worden,--en zoo naar evenredigheid. Wanneer
+nogtans de gewigten van beide dezelfde bleven, doch de snelheid van A
+het dubbele werd van die van B, dan zou er eene dubbele kracht vereischt
+worden, om A, dan wel om B tegen te houden; en zoo A driemalen de
+snelheid van B had, dan zou de kracht, om A te stoppen, ook driemalen
+zoo groot moeten zijn. De werktuigelijke uitwerking, of het zoogenaamd
+moment van het in beweging zijnde ligchaam, hangt derhalve af van het
+gewigt en van de snelheid: zoodat een ligchaam A, van het dubbele gewigt
+als een ander B, en met de tweevoudige snelheid voortgaande, eene
+viervoudige uitwerking of momentum (hoeveelheid van beweging) uitoefent;
+of, met andere woorden, eene vierdubbele kracht vereischt, om
+tegengehouden te worden, dan wel tot het ophouden van B noodig is.
+
+Daar nu het vliegwiel een aanmerkelijk gewigt heeft, en door de kruk
+wordt in beweging gezet, zoo zal er eene zeer vermogende kracht
+vereischt worden om deszelfs beweging tegen te houden of te stoppen. De
+onregelmatige drukking, welke de kruk van het vliegwiel ter omvoering
+mogt ondergaan, wordt overwonnen door de inertie van het vliegwiel,
+zoodat de ongelijkheden der beweging door de gelijkmatigheid in gang van
+het vliegwiel worden verholpen, alzoo bij de keerpunten van den
+stoomzuiger het vliegwiel evenwel deszelfs gelijkmatige beweging volgt
+en gevolglijk de kruk van deszelfs as, boven en beneden doet doorgaan.
+Wel wordt er eene aanmerkelijke krachtuitoefening van den zuiger
+vereischt, om het vliegwiel eerst in gang te zetten; doch eenmaal in
+beweging zijnde, is er ook slechts eene geringe kracht noodig, om die
+ronddraaijende beweging te onderhouden; het vliegwiel kan men beschouwen
+als een' ontvanger van ongelijkmatige beurtelings werkende kracht, doch
+ook als een' gelijkmatigen verspreider van dezelve.
+
+Wij hebben gezegd, dat, bijaldien het vliegwiel eenmaal aan den gang
+gebragt is, er verder zeer weinige kracht vereischt wordt, om die
+beweging te onderhouden; dit zoo in het oog loopende voordeel bij het
+gebruik van een vliegwiel, heeft velen in den waan gebragt, dat dit
+middel als eene bron van kracht te beschouwen is; doch zulks is geheel
+en al onjuist. In het vliegwiel wordt, om zoo te spreken, de hoeveelheid
+van beweging van eenig deel, slechts opgegaard, om aan een ander
+gedeelte eenparig af te geven, waardoor de onregelmatigheden of
+stootingen in het werktuig worden voorkomen. Het vliegwiel moet derhalve
+slechts als eenen regulateur van kracht beschouwd worden, en is dus,
+even als alle andere werktuigelijke toestellen, alleen een middel, om de
+kracht regelmatig te onderhouden, en geenszins, om die te vergrooten.
+
+
+§ 45.
+
+Op de as van het vliegwiel is eene ronde schijf uit middelpuntig
+geplaatst, dat is: het middelpunt van deze schijf komt met het
+middelpunt van deze as niet overeen, maar wijkt in zekere mate naar de
+eene zijde af, zoodat het middelpunt der schijf bij het rondwentelen van
+het rad eenen cirkel beschrijft. Deze schijf wordt kolderschijf of
+excentriek genoemd en bezit op den buitenkant eene omgaande groef,
+waarom eenen ring beweegbaar is gevoegd, zoodat wanneer deze
+kolderschijf, met de vliegwiel-as omgevoerd wordende, met dezen ring,
+waaraan weder een raam verbonden is, aan dat raam eene heen en
+wedergaande beweging mededeelt. Dit raam is verbonden met eenen
+hefboomtoestel en daarmede met de stoomschuif, zoodat de heen en weder
+beweging van de kolderschijf ook de stoomschuif op en neder doet
+bewegen, naar eene bepaalde maat, ter opening en sluiting van de
+stoomdoortogten des stoomcilinders; in fig. 1 is dit raam, dat zich van
+de vliegwiel-as tot aan den voet van de stoomschuifkast uitstrekt,
+afgebeeld.
+
+Genoemd raam, kolder of excentriek raam, ook wel roede geheeten, kan op
+eene eenvoudige wijze van de stoomschuif ontkoppeld worden, bloot door
+afligten van eene pen, hetwelk door den bestuurder van het werktuig
+gedaan wordt, wanneer de beweging van de machine moet ophouden; want het
+is klaar, dat wanneer de stoomschuif stilstaat, en er alzoo geene
+beurtelingsche toegang van den stoom naar den stoomzuiger meer plaats
+vindt, alsdan de beweging van het geheele werktuig noodzakelijk ophoudt.
+Zoo lang dus het kolderraam met den hefboomtoestel, dat de stoomschuif
+in beweging brengt, gekoppeld blijft, zal de beweging van het werktuig
+aanhouden, geheel in zich zelf, zonder dat men noodig heeft daaraan de
+behulpzame hand te leenen, het onderhouden van het vuur zal alleen
+noodig zijn; het werktuig regelt dus zich zelf in beweging, met hetgeen
+lager nog gezegd zal worden.
+
+De balans ontleent dus deszelfs beweging van den stoomzuiger, met zich
+voerende eenen aangekoppelden luchtpompzuiger, voor de geheele
+uitwerking van het vermogen des stooms noodzakelijk; de andere arm van
+deze balans, drijft eene as met vliegwiel rond, hetwelk eigenlijk als
+het uitvoerend deel, ter toepassing op een of ander te verrigten werk,
+moet beschouwd worden; ook wordt nog aan die zijde eenig pompwerk
+daardoor in beweging gebragt, dat voor de aanvoering van het injectie of
+koelwater voor den condensor moet dienen, zoowel als tot het ontbrekende
+voedingwater des ketels. Ten aanzien van het injectie of koelwater moet
+gezegd worden, dat de condensor I E met de nevensgestelde luchtpomp, te
+zamen in eenen en denzelfden digten bak zijn vervat, welke door de
+koudwaterpomp J met water gevuld wordt gehouden, en dat dit zelfde water
+voor injectie binnen den condensor I E dient, tot welk einde eene kraan
+door den bestuurder naar vereischte wordt geopend; eene kleine pomp, in
+deze figuur, om verwarring te vermijden, niet afgebeeld, dient, om uit
+den warmwaterbak I in de voeding van den ketel te voorzien.
+
+
+§ 46.
+
+Dat wij nu overgaan, om naar de grootte der hoofddeelen het vermogen van
+het werktuig te bepalen, en de hoeveelheid brandstoffen, welke voor de
+vereischte hoeveelheid stoom noodig is, mitsgaders: hoeveel water men
+voor den verbruikten stoom weder in den ketel moet aanvullen, en wat aan
+koelwater voor de condensatie moet worden geleverd.
+
+Men is gewoon, het vermogen van een stoomwerktuig uit te drukken in
+paardenkrachten, dat is: in het vermogen van een zeker getal paarden,
+welke voorondersteld in den rosmolen te werken, hetzelfde werk zouden
+doen, dat met het werktuig verrigt wordt: maalt men bij voorbeeld 100
+mudden graan met het werktuig in een uur tijds, dan zal het vermogen van
+hetzelve gelijk zijn aan het getal paarden, welke in den rosmolen die
+zelfde hoeveelheid graan in gelijke tijd vermalen; dat is, gelijk aan
+zooveel paardenkrachten. Maar dewijl de paarden allen niet even krachtig
+zijn, heeft men eenen gemiddelden term daarvoor moeten aannemen, welke
+volgens de ondervinding met het gemiddeld vermogen van een paard
+overeenkomt. De groote verbeteraar der stoomwerktuigen de Engelsman J.
+Watt, heeft gesteld, dat een paard van middelbare sterkte 4562-1/3 ned.
+ponden, eene ned. el hoog kan opvoeren in den tijd van 1 minuut; of
+hetgeen hetzelfde is, het dubbeld van dit gewigt, een halve ned. el hoog
+in denzelfden tijd, of ook, zoo men wil, de helft van dit gewigt of
+2781-1/6 ned. ponden, twee ellen hoog in eene minuut.
+
+Wat ons derhalve te doen staat, om het vermogen van een stoomwerktuig in
+paardenkrachten te bepalen, bestaat daarin, dat wij onderzoeken, hoeveel
+ponden door het werktuig in den tijd van eene minuut een el hoog kunnen
+worden opgeligt. Hiertoe zal van den kant onzer lezers slechts eene
+geringe oplettendheid, bij het nagaan van het volgende, vereischt
+worden.
+
+
+§ 47.
+
+Telkens als de stoomzuiger eenen slag op- of neer doet, wordt dezelve
+gedrukt met een vermogen, dat met de spanning van den toegevloeiden
+stoom aan eene zijde des zuigers gelijk is, min den tegenstand, welken
+de zuiger aan de andere zijde door het onvolmaakt ijdel in den condensor
+ondervindt; de stoom, welke in stoomcilinders van lagen druk gewoonlijk
+werkt, gaat den gemiddelden druk des dampkrings omstreeks een vierde
+deel te boven; dat is bedraagt ongeveer 129 Ned. looden op eenen
+vierkanten Ned. duim; doch door het nimmer volmaakt ijdel binnen den
+condensor, heerscht aan de tegenzijde des stoomzuigers nagenoeg een
+tegendruk van 9 Ned. looden per vierkante Ned. duim, welke dus van de
+stoomspanning moet worden afgetrokken, waardoor elke vierkante duim van
+den stoomzuiger ter beweging voortgedrukt wordt met 120 looden per
+vierkante duim. Het geheele oppervlak des zuigers zal dus gedrukt worden
+met zoo veel maal 120 looden, als dat oppervlak vierkante duimen bevat.
+Het vinden van het getal vierkante duimen, welke het oppervlak van eenen
+ronden zuiger van eene gegevene middellijn bevat, geschiedt naar den
+volgenden regel: vermenigvuldig het getal duimen, waaraan de middellijn
+van den zuiger gelijk is, met zich zelf, en het produkt weder met
+0.7854, dan zal het laatste produkt het gevraagde getal vierkante duimen
+zijn, waaraan het oppervlak des zuigers gelijk is.
+
+Bij voorbeeld: laat de middellijn des zuigers 57 duimen wezen, dan geeft
+57 maal 57; voor produkt 3249 dat, weder 0.7854 malen genomen, 2551-3/4
+vierkante duimen voor het oppervlak des zuigers oplevert, zoo veel maal
+120 looden zal dus de totale druk zijn, waardoor de stoomzuiger bewogen
+wordt, dat is 2551-3/4 maal 120 geeft 306210 Looden of ruim 3062 Ned.
+ponden.
+
+Maar nu is de vraag: met welke snelheid zal zoodanige zuiger, die door
+3062 ponden gedrukt wordt, zich bewegen, ten einde derzelver vermogen
+daarnaar te kunnen berekenen; hierover moet gezegd worden, dat hoe
+langer de slag des zuigers is, hoe meer snelheid dezelve zal kunnen
+aannemen, altijd in de veronderstelling, dat genoegzame hoeveelheid
+stoom door den ketel geleverd wordt; aan stoomzuigers van bovengemelde
+middellijn wordt, voor landmachinen, veelal het dubbel der middellijn
+tot lengte van slag gegeven, dus hier 114 duimen, die, zoo wel dalende
+als rijzende, door den zuiger worden afgelegd; de voegzaamste snelheid
+voor zoodanige slaglengte is gelijk aan het afloopen van 60 ellen in
+eene minuut, waarvoor deze zuiger ruim 26 dalingen en even zoo vele
+rijzingen moet volbrengen; of omdat eene daling en eene rijzing, met
+eene omgang van het vliegwiel overeenkomt, ruim 26 vliegwielomgangen.
+Wanneer dan werkelijk deze zuiger 60 ellen wegs in eene minuut afloopt,
+dan komt het vermogen van den stoomzuiger overeen met 3062 ponden 60
+ellen hoog opgebragt in eene minuut, of met 183720 Ponden 1 el hoog in
+denzelfden tijd. Daar nu eene paardenkracht aan 4562-1/3 ponden, 1 el in
+een minuut opgevoerd, gelijk is, zoo volgt dat het vermogen van dezen
+zuiger in paardenkracht gevonden wordt, wanneer men 183720 door 4562-1/3
+deelt, hetgeen tot quotiënt nagenoeg 40 paardenkrachten oplevert.
+
+
+§ 48.
+
+De lezer zal echter dadelijk opmerken, dat die 40 paardenkrachten niet
+geheel door het werktuig zullen kunnen worden uitgevoerd, want de zuiger
+ondergaat in den cilinder wrijving, die overwonnen moet worden, dit kost
+een gedeelte kracht. Even zoo als het met den zuiger gesteld is, zoo
+kosten ook alle andere bewegende deelen van het werktuig kracht, om
+derzelver wrijving te overwinnen; als de wrijving des luchtpompzuigers,
+der zuigerstangen in de pakkingbossen, der parallelle beweging, der
+koudwater- en voedingpompen, balans en vliegwiel-assen met krukpen, en
+dit alles nog, behalve het gewigt van het water, dat de
+lucht-koudwater- en voedingpompen moeten opbrengen, enz. Hieraan nu gaat
+een aanmerkelijk gedeelte van het primitieve gevondene vermogen des
+stoomzuigers verloren, zoo zelfs, dat dit verlies op ongeveer 3/5 deelen
+van het eerst gevondene vermogen des zuigers geschat moet worden; de
+overblijvende 2/5 deelen van dat vermogen, zullen alzoo de eigenlijke
+nuttige uitwerking van dit stoomwerktuig zijn.
+
+
+§ 49.
+
+Het is niet mogelijk, met juistheid op te geven, welk gedeelte van het
+primitieve vermogen aan de onderscheidene wrijvingen enz., in eenig
+stoomwerktuig verloren gaat; door navorsching en berekening kan men wel
+tot een nabijkomend getal komen, doch tot uiteenzetting hiervan is het
+bestek van dit schrijven te beperkt. In het algemeen maakt men van eene
+zoo berekende grootheid, voor krachttoekenning aan een stoomwerktuig
+geen gebruik, maar bezigt eenvoudige regelen, waardoor men het aantal
+zoogenaamde nominale paardenkrachten vindt, welke het werktuig voor
+eenig te verrigten werk oplevert; die regelen geven wel is waar geen
+strenge of juiste uitkomst, maar voldoen zeer wel in de praktijk; de
+meestgebruikelijke regel is de volgende:
+
+Men vermenigvuldigt het getal ned. duimen, waaraan de middellijn des
+stoomzuigers gelijk is met zich zelf, het komende product met het getal
+ned. ellen, hetwelk de stoomzuiger in eene minuut tijds doorloopt, en
+deelt dit laatste product door 11016; dan zal het quotient het gevraagde
+getal nominale paardenkrachten wezen, welke het werktuig zal kunnen
+uitoefenen; elke paardenkracht gelijk aan een vermogen als in § 46 staat
+uitgedrukt. Boven is gezegd, dat de gevoegelijke snelheid van eenen
+stoomzuiger tevens afhankelijk is van de lengte van deszelfs slag; in
+het onderstaande tafeltje staan die snelheden tegenover de
+zuigerslaglengten opgeteekend[4].
+
+
+ +----------------------+-------------------------------+
+ | ZUIGERSLAGLENGTEN. | SNELHEDEN VAN DEN |
+ | | ZUIGER. |
+ |----------------------+-------------------------------|
+ | N. Palmen. | N. Ellen per minuut. |
+ | 4 | 49.8 |
+ | 6 | 52.7 |
+ | 8 | 55.5 |
+ | 10 | 58.2 |
+ | 12 | 60.7 |
+ | 14 | 62.3 |
+ | 16 | 65.5 |
+ | 18 | 67.6 |
+ | 20 | 69.7 |
+ +----------------------+-------------------------------+
+
+
+Zij nu tot voorbeeld ter berekening genomen dezelfde zuigermaat en
+slaglengte, welke wij in § 47 bezigden.--De middellijn des zuigers is 57
+duim, dus 57 maal 57 geeft 3249, dit weder vermenigvuldigd met 60, omdat
+de zuigerslaglengte 11.4 Palmen bedraagt, levert voor produkt 194940 op,
+hetwelk gedeeld door 11016, tot quotient 17-7/10 geeft, dat is: een
+stoomwerktuig van lagen druk met eenen cilinder voorzien, waarin
+zoodanige zuiger werkt, wordt een vermogen van 17-7/10 nominale
+paardenkrachten toegeschreven.
+
+
+[4] Naauwkeurige en uitgebreide tafelen dezer gevoegelijke snelheid
+vindt men in het werkje, getiteld: _Nominaal vermogen van
+Lagendruk-stoomwerktuigen, gespecificeerd door D. van den Bosch_; te
+Amsterdam bij _Gebroeders Diederichs_, 1839.
+
+
+§ 50.
+
+Wij hebben overal bij het berekenen van den druk van stoom en ook van
+den dampkring eenen vierkanten Ned. duim tot eenheid gebruikt, maar men
+kan ook den druk op eenen cirkelronden Ned. duim daarvoor bezigen,
+hetwelk eenig gemak in de berekeningen voor het oppervlak van ronde
+zuigers met zich brengt.--Een vierkant, dat eenen duim tot zijde heeft,
+grooter oppervlak bezittende, dan een cirkel van eenen duim middellijn,
+zoo is noodwendig de druk op eenen ronden of cirkelvormigen duim kleiner
+dan op eenen vierkanten duim; om dan den druk op eenen vierkanten duim
+tot den druk op eenen ronden duim te herleiden, moet men den eersten
+vermenigvuldigen met 0.785; bij voorbeeld: de gemiddelde dampkringsdruk
+op eenen vierkanten ned. duim bedraagt 103.3 lood, dit met 0.785
+vermenigvuldigende, zoo bekomt men 81.1 lood voor den gemidd.
+dampkringsdruk op eenen cirkelvormigen Ned. duim. Op deze wijze den druk
+op een cirkelvormig oppervlak van één duim middellijn gevonden hebbende,
+is het gemakkelijk den geheelen druk op grootere oppervlakten, die
+cirkelrond zijn te bepalen: men vermenigvuldige slechts het aantal
+duimen van de middellijn eerst met zich zelf en dan met dien gevondenen
+herleiden druk op eenen cirkelvormigen duim. Hoewel wij in dit geheele
+werkje ons bij dezelfde oppervlakte eenheid, het vierkant op den duim
+namelijk, zullen houden, is het echter niet overbodig het gebruik van
+den cirkelvormigen duim tot dat zelfde einde te kennen, om reden er soms
+opgaven gedaan worden, welke op die eenheid gebaseerd zijn. Overigens
+komt voor het spoedig vergelijken van ronde oppervlakten, het rekenen
+met cirkelvormige duimen, bijzonder te pas.
+
+
+§ 51.
+
+In het begin van dit werkje hebben wij gezegd, dat water, onder de
+gemiddelde drukking van den dampkring aan het koken gebragt zijnde,
+stoom ontwikkelt op de temperatuur van 212 graden volgens Fahrenheits
+Thermometer, en dat de dus gevormde stoom eene spanning of veerkracht
+bezit, die gelijk staat met de drukking van eenen dampkring of
+atmospheer, dat is: eenen druk uitoefent van 103.3 Ned. looden op eene
+oppervlakte, die een vierkante Ned. duim groot is; daar nu het koken van
+water in eenen openen ketel en in de vrije lucht, eigenlijk niets anders
+is dan het ligten van den dampkring door den daaruit opstijgenden stoom,
+en de dampkring, blijkens de aanwijzing van den Barometer, eene
+verschillende zwaarte kan hebben, zoo volgt: dat het water des te
+gemakkelijker zal koken, hoe ligter de dampkring is. De ondervinding
+heeft zulks ook bewezen, want bij een' lagen stand van het kwik in den
+Barometer, dat is: bij eenen ligten dampkring, kookt het water beneden
+212 graden; maar staat het kwik in den Barometer hoog, en is dus de
+dampkring zwaar, dan worden er meerdere warmtegraden voor het koken van
+het water vereischt. Op hooge bergen, alwaar de kwikkolom in den
+Barometer, door verminderde dampkringshoogte aanmerkelijk lager staat,
+kookt het water op veel lager temperatuur, dan op plaatsen aan het
+oppervlak der aarde of aan het gemiddeld oppervlak des Oceaans gelegen;
+zelfs kunnen de dagelijksche veranderingen in den druk des dampkrings op
+eene zelfde plaats het kooktemperatuur van water, circa 2 graden hooger
+of lager doen zijn; de druk op de kokende vloeistof dezelfde blijvende,
+zal het kooktemperatuur niet veranderen.
+
+Maar wat gebeurt er, wanneer de ketel, welke het water bevat, gesloten
+wordt?
+
+In eenen gesloten' ketel moet de uit het water opstijgende stoom zich
+daar binnen zamendringen, en bij gevolg eenen meerderen druk op het
+water uitoefenen, zoodat het water meer verhit zal moeten worden, om
+volgenden stoom te leveren; doch tegelijk neemt de spanning van den
+stoom binnen den ketel, door de opvolgende zamendringing weder toe,
+hetwelk, daar het druk vermogen bij de aanhoudende verhitting aanwast,
+te weeg brengt: dat het water in eenen geslotenen' ketel nimmer aan het
+koken raakt, ofschoon het vuur daaronder onophoudelijk blijft werken;
+hierbij moet natuurlijkerwijze voorondersteld worden, dat de ketel sterk
+genoeg is, om dien veel vermogenden zamengedrongen' stoom wederstand te
+bieden, dat is: dat hij niet kan bersten.
+
+Doch geven wij den ketel in den top eene opening, die met eene klep
+gedekt is, dan zal de stoom daardoor kunnen ontvlieden, wanneer dezelve
+genoeg vermogen bezit, om de zwaarte van die klep te ligten. Daar nu op
+deze klep natuurlijkerwijze de dampkring mede drukt, zoo overwint in dit
+geval de ontvliedende stoom niet alleen het gewigt der klep, maar ook
+dat des dampkrings: bij het gemiddeld gewigt van den dampkring zal men
+dus het gewigt van de klep moeten tellen, om te weten, met welke
+spanning de stoom van onder de opgeligte klep ontvliedt.
+
+Zij gesteld, dat de klep 10 pond weegt, en eene opening dekt, welke 10
+vierkante duimen doortogt geeft, dan zal die klep op elken vierkanten
+duim dier opening, met 1 pond drukken, of zooveel tegenstand bieden; de
+gemiddelde druk des dampkrings per vierkante duim 1.033 pond zijnde, zal
+de stoom eenen druk moeten uitoefenen van iets meer dan 2.033 ponden per
+vierkante duim, om de klep te ligten, of om door de daarmede gedekte
+opening, te kunnen ontvlieden; want de klep drukt per vierkante duim met
+1 pond en de gemiddelde dampkring met 1.033 pond, hetgeen te zamen 2.033
+pond uitmaakt; de klep zwaarder of meer beladen zijnde, zal gevolglijk
+ook hooger gespannen sloom eischen, om opgeligt te worden.
+
+Van de zwaarte van zoodanige klep, boven reeds onder den naam van
+veiligheidsklep bekend, hangt dus de spanning van den in den ketel
+voortgebragten stoom af; de zwaarte van die klep moet dus geregeld zijn
+naar de vereischte stoomspanning, die voor de machine benoodigd is. In
+stoomwerktuigen van lagen druk gaat die zwaarte, welke men belading der
+veiligheidsklep noemt, geen 51.7 Ned. looden per vierkante Ned. duim der
+gedekte openingen te boven, zoodat de totale stoomspanning (met in
+begrip van den gemiddelden druk des dampkrings à 103.3 lood) uiterlijk
+155 lood op eenen vierkanten duim bedraagt.
+
+
+§ 52.
+
+Hoe hooger de stoom gespannen is, des te meer met warmtestof verbonden
+water daarin vervat is, bij gevolg is hooger gespannen stoom zwaarder;
+eene kubieke Ned. el stoom, welke in spanning aan den gemiddelden druk
+des dampkrings gelijk is, weegt 59 Ned. looden; een dampkring hooger
+gespannen of op twee dampkringen, dan weegt eene kubieke el 111 looden;
+op vier dampkringen gespannen (de gemiddelde dampkringsdruk altijd
+daaronder begrepen) 209 looden, en op acht dampkringen gespannen 392
+looden. Men ziet hier uit, dat stoom van dubbele spanning nabij de
+dubbele zwaarte bezit, en daar de warmtestof op zichzelve geene te
+bemerkene zwaarte heeft, zoo is het gewigt van stoom ook het gewigt van
+het daarin begrepen water, zoodat eene kubieke Ned. el stoom, in
+spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk, niet meer dan
+59 Ned. looden weegt, omdat daarin 59 looden water zijn
+begrepen.--Volgens bepaling is in stoomwerktuigen van lagen druk de
+uiterste spanning van den stoom, een halve dampkring boven den
+gemiddelden dampkringsdruk, eene kubieke Ned. el zoodanige stoom weegt
+85 Ned. looden; veelal echter bezigt men in die werktuigen eene
+stoomspanning, welke den gemiddelden dampkringsdruk slechts een vierde
+deel overschreidt, en die per kubieke Ned. el 72-1/4 Ned. looden weegt,
+of zooveel gewigt aan water inhoudt.
+
+
+§ 53.
+
+Wij weten dat stoom, welks spanning aan den gemiddelden druk des
+dampkrings gelijk is, 212 graden Temperatuur op den Thermometer teekent;
+een dampkring hooger gespannen, dat is: op twee dampkringen, dan is
+deszelfs temperatuur 250.5 graden; op vier dampkringen (de gemiddelde
+dampkringsdruk altijd daaronder begrepen) 293.8 graden, en op acht
+dampkringen gespannen 342.5 graden; men ziet dus dat stoom, op twee
+dampkringen gespannen, 38.5 graden temperatuur meer teekent, dan op een'
+dampkring gespannen, op vier dampkringen 43.3 graden meer dan op twee,
+en op acht dampkringen 48.7 graden meer dan op vier dampkringen.
+
+Voor eene verdubbeling in stoomspanning teekent dus de Thermometer
+slechts weinig meer dan eene zelfde vermeerdering in graden;
+oppervlakkig beschouwd, zoude men dus zeggen: dat, om stoom in spanning
+te verdubbelen, men slechts weinig meer warmtegraden heeft toe te
+voegen, dan het verschil in graden met deszelfs halve spanning; maar ten
+dezen zich herinnerende, wat in § 5 over den aard der stoomwording
+gezegd is, zal het blijken dat, om stoom van dubbele spanning voort te
+brengen, men veel meer warmtegraden voor eene zelfde volume stoom noodig
+heeft; want de grootere hoeveelheid water, welke hooger gespannen stoom
+inhoudt, kost ter overgang in stoom, veel aan de zoogenaamde verborgene
+warmte; het zijn dus de inbegrepene verborgene warmtegraden
+hoofdzakelijk, en niet alleen die, welke de Thermometer te meer
+aanwijst, welke voor de daarstelling van gelijke volumen hooger
+gespannen stoom, vereischt worden.
+
+Het temperatuur van den stoom in stoomwerktuigen van lagendruk zoude
+volgens de bepaling, uiterlijk 233.9 graden zijn; doch derzelver
+spanning is in die werktuigen veelal minder, en bij gevolg,
+overeenkomstig hetgeen in § 52 gezegd is, slechts nabij 224 graden.
+
+
+§ 54.
+
+In § 5 hebben wij gezegd, dat stoom, die in spanning aan den gemiddelden
+druk des dampkrings gelijk is, eene plaats beslaat, of eene volume
+heeft, die 1700 malen grooter is, dan die van het water, dat denzelven
+heeft daargesteld, dat is: eene kubieke Ned. el zoo gespannen stoom
+bevat 1/1700 gedeelte water; stoom op de dubbele spanning of van twee
+dampkringen (de gemiddelde dampkring altijd daaronder begrepen) bevat,
+volgens § 52 meer water, of is, anders gezegd, digter, en is bevonden
+900 malen de volume water uit te maken; op vier dampkringen gespannen
+478 malen, en op acht dampkringen gespannen 255 malen de volume van het
+water dat denzelven heeft daargesteld. Men kan dit ook nog anders
+uitdrukken. Een kubieke palm water levert 1700 kubieke palmen stoom, op
+een' dampkring gespannen; 900 kubieke palmen op twee dampkringen, en 478
+kubieke palmen op acht dampkringen gespannen, de gemiddelde druk des
+dampkrings daaronder begrepen. In stoomwerktuigen van lagen druk is de
+hoogst bepaalde stoomspanning een halve dampkring boven de gemiddelde,
+zoodanige stoom is 1168 malen de volume van het water; doch bij de
+veelal gebruikelijke stoomspanning in die werktuigen, volgens § 52, is
+die volume nabij 1385 malen de volume, die het water bezit op de
+standaardtemperatuur van 62 graden.--De volume, welke stoom van dubbele
+spanning bezit, is dus omstreeks de helft; waarom dan zoodanige stoom,
+overeenkomstig hetgeen ten dien aanzien hooger gezegd is, de dubbele
+zwaarte heeft, dat is: eene kubieke el stoom, bij voorbeeld: op eene
+dampkring gespannen, weegt omstreeks half zoo zwaar als eene kubieke el
+stoom, die op twee dampkringen gespannen is.
+
+
+§ 55.
+
+In ruwe schatting volgt de digtheid of het gewigt van hooger gespannen
+stoom, omstreeks dezelfde verhouding, als de hoeveelheid der daarin
+opgehoopte warmte; zoodat hooger gespannen stoom ongeveer eene
+gelijkmatige hoeveelheid meerdere warmtegraden met zich verbindt; daar
+het nu klaar is, dat de met eenige hoeveelheid brandstoffen ontwikkelde
+warmte, evenredig is aan derzelver hoeveelheid, (want 4 ponden
+steenkolen zullen tweemaal zooveel warmte ontwikkelen als 2 ponden) zoo
+volgt: dat men voor het daarstellen van hooger gespannen stoom, ook
+omstreeks eene in gelijke verhouding staande vermeerdering van
+brandstoffen noodig zoude hebben; in de praktijk of in het werkdadige is
+zulks echter niet zoo, en men heeft bijvoorbeeld: voor eene kubieke el
+dubbel gespannen stoom meer dan het dubbel der brandstoffen noodig, want
+onder andere: hooger gespannen stoom heeter zijnde, zoo is deszelfs
+afkoeling of verlies van warmte door de zijden van den ketel of van de
+vaten, welke die stoom bevatten of ontvangen, belangrijker; welk
+warmteverlies dus door meerder verbruik van brandstoffen moet worden
+aangevuld; de voortbrenging van hooger gespannen stoom is dus
+kostbaarder; hoe men die kostbaarheid, door zekere wijze van
+stoomaanwending in stoomwerktuigen deels te gemoet komt, zal later
+worden verklaard.
+
+
+§ 56.
+
+In de vier laatste paragraphen is getracht, in het kort goede
+denkbeelden te leveren wegens den regten aard van den stoom op
+verschillende spanningen, gegrond op hetgeen in den aanvang van dit
+werkje in beginselen opgegeven staat; het is nu van belang te weten, wat
+de stoomwerkkracht aan brandstoffen, het element dier beweegkracht,
+kost.
+
+De hoeveelheid brandstoffen, die voor het in beweging houden van een
+stoomwerktuig noodig is, hangt geheel af van de spanning en de
+hoeveelheid stoom, welke men daarin verbruikt. Het is klaar, dat de
+stoomcilinder van een werktuig boven deszelfs zuiger, zooveel stoom zal
+kunnen bevatten als de ruimte bedraagt, die tusschen den zuiger bij
+laagsten stand en het cilinderdeksel bestaat, of onder den zuiger bij
+hoogsten stand, even zooveel als de ruimte tusschen den zuiger en den
+cilinderbodem uitmaakt, zijnde de ruimte boven en onder den zuiger
+nagenoeg aan elkander gelijk, dewijl alleen de zuigerstang aan eene
+zuigerzijde daarvan een klein gedeelte inneemt; de uitgebreidheid van
+zoodanige cilindervormige ruimte voor den ontvang van stoom, valt
+gemakkelijk te berekenen, want men behoeft slechts het oppervlak des
+zuigers te vermenigvuldigen met de lengte van deszelfs slag. In § 47 is
+geleerd, hoe het oppervlak van eenen ronden zuiger in vierkante duimen
+gevonden wordt, en hetzelfde daarin behandelde voorbeeld volgende, dan
+heeft men voor eenen zuiger van 57 duimen middellijn 2551-3/4 vierkante
+duimen oppervlakte, hetgeen vermenigvuldigd met de gegevene slaglengte
+van 114 duimen, 290900 kubieke duimen voor de ruimte boven of onder den
+zuiger oplevert; men heeft dus voor eenen dalenden en rijzenden
+zuigerslag, of voor eenen omgang van het vliegwiel, tweemaal die ruimte,
+dat is 581800 kubieke duimen, welke met stoom uit den ketel gevuld kan
+worden. Gelijk gezegd is, neemt de zuigerstang eenige ruimte in, doch
+sluit ook de zuiger bij hoogsten en laagsten zuigerstand, niet juist
+tegen het cilinderdeksel en den bodem, maar laat eenige ruimte over,
+terwijl nog de boven en beneden stoomdoortogten met stoom te vullen
+ruimten bieden, zoodat de vullende volume stoom, over het geheel
+genomen, eigenlijk een weinig meer is, daarom zullen wij dezelve hier in
+een rond getal, voor eenen omgang van het vliegwiel, op 600000 kubieke
+duimen stellen, gelijk aan 600 kubieke palmen of aan 6/10 kubieke el.
+Wanneer nu 26 vliegwielomwentelingen in eene minuut geschieden, dan
+zullen er 26 maal 6/10 kubiek el, of 15-6/10 kubieke ellen stoom, van de
+vereischte spanning, gedurende dien tijd noodig zijn, dat is in het uur
+936 kubieke Ned. ellen.
+
+In sommige gevallen, wanneer meer op het verkrijgen van een groot
+vermogen, dan wel op de bezuiniging van brandstoffen gelet wordt, vult
+men de cilindervormige ruimte boven en onder den zuiger zoo geheel met
+stoom overeenkomstig de gedane berekening. Verreweg in de meeste
+gevallen echter, en juist omdat Economie in brandstoffen eene hoofdzaak
+is, laat men zooveel stoom niet in den cilinder vloeijen, maar sluit de
+stoomvloeijing, op een zeker gedeelte van den zuigerslag, door middel
+van de daarvoor doelmatig gevormde stoomschuif af; de hoeveelheid
+ingelatene en aldus afgeslotene stoom, breidt zich alsdan in de
+toenemende ruimte, welke de bewegende zuiger verder oplevert, uit; langs
+dien weg verkrijgt men met eene bepaalde hoeveelheid brandstof een
+betrekkelijk grooter vermogen; dusdanige uitbreiding van afgesloten'
+stoom in eene steeds vergrootende ruimte, wordt stoomontspanning
+genoemd. In stoomwerktuigen van lagen druk wordt veelal de
+stoomtoevloeijing afgesloten, wanneer de zuiger omstreeks drie vierde
+gedeelte van deszelfs slag heeft afgelegd, het overige vierde deel van
+den zuigerslag wordt vervolgens met den zich ontspannenden stoom
+volbragt; in eene volgende paragraaf zal reden gegeven worden, waarom
+zoodanige handelwijze Economie oplevert. Met ons voorbeeld uit § 47
+zoude dus het stoomwerktuig van lagen druk met eenen stoomcilinder van
+die gegevene grootte, en gemelde stoom-ontspanmaat, in plaats van 936
+slechts 702 kubieke Ned. ellen stoom per uur behoeven.
+
+
+§ 57.
+
+De tot heden voor stoomwerktuigen gebezigde brandstoffen zijn
+steenkolen; men weet, dat die brandstof van zeer onderscheidene
+kwaliteit is, zoodat de eene soort meer en de andere soort minder warmte
+ontwikkelt. Onderscheidene andere brandstoffen bestaan er, waaronder
+hout weder uitmunt. Om over de strikte en betrekkelijke hoeveelheid
+warmte te handelen, welke verschillende soorten van steenkolen en andere
+brandstoffen opleveren, ontbreekt hier ruimte, waarom het voldoende zal
+wezen op te geven, wat in de gewone omstandigheden de meest
+gebruikelijke brandstof, steenkolen namelijk, aangaat; de volgende tafel
+geeft niet dat doel de gemiddelde consumptie per uur op, van goede
+steenkolen, voor goed ingerigte stoomwerktuigen van lagen druk, die met
+stoomontspanning werken, en zulks naar gelang derzelver nominaal
+vermogen in paardenkrachten.
+
+
+ |NOMINALE |CONSUMPTIE ||NOMINALE |CONSUMPTIE |
+ |PAARDENKRACHT.|PER UUR. ||PAARDENKRACHT.|PER UUR. |
+ |--------------|------------||--------------|------------|
+ | |Ned. Ponden.|| |Ned. Ponden.|
+ | 5 | 21 ||110 |358 |
+ |10 | 37 ||120 |389 |
+ |20 | 70 ||130 |420 |
+ |30 |102 ||140 |451 |
+ |40 |135 ||150 |482 |
+ |50 |167 ||160 |513 |
+ |60 |199 ||170 |543 |
+ |70 |231 ||180 |574 |
+ |80 |263 ||190 |604 |
+ |90 |295 ||200 |634 |
+ |100 |326 ||250 |784 |
+
+
+§ 58.
+
+Bovenstaande consumptie steenkolen per uur is gezegd de gemiddelde te
+zijn, en geldt in het bijzonder de tegenwoordig meest bestaande
+stationnaire stoomwerktuigen van lagen druk, namelijk de zoodanige,
+welke, werkende, niet van plaats veranderen; van die soort bestaan er
+enkele, die minder aan brandstoffen kosten, doch over het algemeen kan
+men, de in de tafel opgegevene hoeveelheden aannemen; daarentegen is
+meestal die consumptie grooter met Locomotive stoomwerktuigen van lagen
+druk, dat zijn, de zoodanige, welke, werkende, met derzelver omvatting
+van plaats veranderen, gelijk met stoomvaartuigen het geval is; want
+daarin geeft men aan de stoomketels de kleinst mogelijke uitgebreidheid,
+omdat de ruimte binnen een vaartuig zeer beperkt is; en hoewel men
+daarin gewoon is, alles aan te wenden, wat tot de goede werking der
+vuren en de doelmatige leiding van het vlammende gaz met de heete rook,
+dienstig kan zijn voor de verhitting van het water, dat den stoom
+voortbrengt, zoo gaat nogtans veel warmte met een gedeelte onverteerde
+brandstoffen door den schoorsteen verloren; hierbij komt nog, dat deze
+werktuigen minder voor de verkoelende werking der buitenlucht zijn te
+beschermen.
+
+In stoomvaartuigen bezigt men stoomwerktuigen van lagen druk, zelden
+minder dan van 16 nominale paardenkrachten; de consumptie steenkolen is
+dan nabij 5 ponden voor elke paardenkracht gedurende een uur werkens;
+van grooter nominaal vermogen komt met tot nabij 4 en 3-1/2 ponden per
+paardenkracht in een uur; zoodat voor een werktuig van 16
+paardenkrachten 80 ponden en voor een van 100 paardenkrachten circa 350
+ponden steenkolen per uur zouden noodig wezen; altijd in de
+vooronderstelling, dat men goede steenkolen gebruikt en dat ketels en
+werktuigen van eene goede constructie zijn.--In werktuigen van hooge
+drukking is de consumptie steenkolen, volgens § 55, grooter, dan in die
+van Lage drukking, doch men komt daarin veel te gemoet door den stoom in
+de stoomcilinders met veel ontspanning te laten werken, waarover lager
+zal gehandeld worden.
+
+
+§ 59.
+
+Voor brandstof bezigt men ook nog uitgebrande steenkolen, coke of cooks
+geheeten; deze leveren eene grootere echter meer plaatselijke hitte op,
+doch zijn in vergelijking der kosten, minder voordeelig; voor
+Locomotiven, stoomwerktuigen op wielen, dat is voor stoomrijtuigen, is
+deze brandstof bijzonder goed geschikt, voornamelijk omdat men daar in
+een klein bestek veel warmte moet ontwikkelen, en omdat zoodanig vuur
+voor de daarmede in aanraking zijnde keteldeelen minder schadelijk is;
+deze locomotiven of stoomrijtuigen werken over het algemeen met stoom
+van hooge drukking en met weinig stoomontspanning, zoodat ook van die
+zijde de Economie weinig wordt begunstigd. De Pleegwagen, die van geene
+groote uitgebreidheid is, en welke het stoomrijtuig onmiddelijk volgt,
+bevat behalve eenen voorraad zuiver water voor de voeding des ketels, de
+coke, en moet van tijd tot tijd met eenen nieuwen voorraad dezer
+brandstof voorzien worden, voor het volbrengen van uitgestrekte togten.
+
+
+§ 60.
+
+Voor en aleer tot de verklaring over te gaan van het voordeel, dat in de
+ontspanning van den stoom gelegen is, is het noodig zich te herinneren,
+wat in § 54 over de uitgebreidheid van verschillend gespannen stoom
+aangeteekend staat: zoo heeft stoom, op acht dampkringen gespannen, eene
+uitgebreidheid van 255, op vier dampkringen 478, op twee dampkringen 900
+en op eenen dampkring 1700 malen die van het water; hieruit moet, gelijk
+gezegd is, besloten worden, dat stoom, welker spanning de helft van
+andere bedraagt, ongeveer de dubbele uitgebreidheid bezit; want
+bijvoorbeeld: 478 de volume zijnde van stoom op vier dampkringen
+gespannen, zoo is tweemaal die volume of 956 slechts weinig meer dan
+900, de volume van den stoom op twee dampkringen gespannen. Daar nu
+stoom van halve spanning weinig meer dan de halve zwaarte bezit, of
+weinig meer dan de halve hoeveelheid water inhoudt, met andere woorden
+gezegd, nagenoeg de halve digtheid heeft; zoo komt men tot het besluit:
+dat bijaldien eene ruimte, bijvoorbeeld: eene kubieke el groot, met
+stoom van zekere spanning volkomen gevuld is, en deze ruimte verdubbeld,
+dus twee kubieke ellen wordt, zonder dat meer stoom wordt ingelaten, de
+aldus in dubbele ruimte uitgebreide stoom, weinig minder dan de halve
+spanning, welke dezelve eerst bezat, zal bezitten; zooveel zal dus die
+stoom ontspannen zijn.
+
+Om stoom naar die maat te doen ontspannen, moet echter gezorgd worden,
+dat dezelve in de vergroote ruimte geene verkoeling ondergaat, of in
+temperatuur daalt beneden de juiste temperatuur, die met de uitbreiding
+in de vergroote ruimte overeenkomt; zoo zulks plaats vond, zoude men een
+gedeelte van dien stoom condenseren, en in water doen overgaan,
+gevolgelijk den stoom nog meer in spanning doen verminderen, gedurende,
+dat deszelfs ontspanning plaats vond.
+
+
+§ 61.
+
+Ten einde op eene eenvoudige wijze aan te toonen, welk voordeel in de
+stoomontspanning gelegen is, zullen wij van de eenvoudige lijnen der
+nevensstaande figuur ons bedienen.
+
+
+[Illustratie: Een schematische voorstelling van een cilinder met
+zuiger.]
+
+
+Laat A B C D eenen cilinder verbeelden waarin de zuiger door de lijn E F
+aangetoond wordt. Wanneer wij dien zuiger van deksel tot bodem doen
+dalen, bijvoorbeeld met stoom van 6 ponden spanning, dan zal men eene
+volume zoo gespannen stoom noodig hebben, die aan den inhoud van den
+cilinder gelijk is; wanneer wij echter, dien zuiger met stoom, welke
+slechts op een vierde of op 1-1/2 pond gespannen is, even zoo doen
+bewegen, dan zal men eene gelijke hoeveelheid stoom, hoewel minder hoog
+gespannen, behoeven; in het tweede geval zal gevolgelijk het vermogen
+van den zuiger vier malen kleiner zijn dan in het eerste, en zal de
+stoom ook circa vier malen minder digtheid bezitten, of een vierde deel
+van den stoom op 6 ponden gespannen, zal nagenoeg voldoende wezen, om
+evenzoo den cilinder te vullen met stoom op 1-1/2 pond gespannen.
+
+Zij nu gedacht, dat men stoom, die op 6 ponden gespannen is, slechts
+voor een vierde deel van den zuigerslag in den cilinder laat vloeijen,
+dat is: wanneer de zuiger tot bij 1 gedaald is, de toevloeijing
+afgesloten wordt, dan zal, wanneer onder den zuiger geen tegenstand maar
+een voldoend ijdel heerscht, dezelve door den ingelaten' en afgesloten'
+stoom, nedergedrukt worden door ontspanning van den stoom, dat is door
+eenen stoomdruk die gestadig afneemt naar gelang de ruimte boven den
+zuiger grooter wordt, derwijze, dat de stoom, wanneer de zuiger bij 2
+gekomen zal zijn, slechts de halve spanning van drie ponden bezit, bij 3
+zal die spanning weder minder en wel een derde of 2 ponden wezen, en bij
+4 zal de stoom niet meer dan een vierde of 1-1/2 pond spanning behouden
+hebben. Zoo men nu de stoomspanning bij den zuigerplaatsen 1, 2, 3 en 4
+bij elkander telt, dat is 6, 3, 2 en 1-1/2, verkrijgt men tot som
+12-1/2, welke door 4 gedeeld, eene nabijkomende gemiddelde spanning van
+3-1/8 pond oplevert, waarmede men denken kan, dat de zuiger van deksel
+tot bodem is naar beneden gedrukt; met eenen rijzenden zuigerslag kan
+dit even zoo plaats vinden en behoeft geene verklaring.
+
+Door vergelijking van dit laatste geval met het voorgaande, waarin wij
+den zuiger, van deksel tot bodem doorgaande met stoom van 1-1/2 pond
+spanning deden dalen, en waarvoor de noodige hoeveelheid stoom ook
+weinig verschilt met een vierde deel van den inhoud des cilinders met
+stoom van 6 ponden spanning, wordt het voordeel der stoomontspanning
+duidelijk: met ontspanning ondergaat de zuiger natuurlijkerwijze den
+afklimmenden druk van 6 tot 1-1/2 pond, terwijl zonder ontspanning met
+1-1/2 pond doorgaanden stoomdruk, de druk tegen den zuiger nimmer
+grooter is, maar altijd dezelfde blijft; vandaar dat met ontspanning, de
+gemiddelden druk meer dan de helft van den primitieve, dat is: 3-1/8
+pond bedraagt.
+
+
+§ 62.
+
+Het voordeelige der stoom-ontspanning zoude bij het berekenen, nog meer
+uitgekomen zijn, indien wij de ruimte, waarin de stoom opvolgende
+ontspant in kleinere onderdeelen hadden verdeeld; want onze gemiddelde
+druk is gevonden, naar de stoomspanning, die met de zuigerplaatsen 2, 3
+en 4 overeenkomt, hoewel de stoomspanning tusschen 1 en 2 hooger dan op
+2, tusschen 2 en 3 hooger dan op 3 en tusschen 3 en 4 hooger dan op 4
+is; eigenlijk neemt de stoom vloeijend in spanning van plaats 1 tot
+plaats 4 af; hetgeen dan oorzaak is, dat de gevondene gemiddelde
+stoomspanning in ons gekozen voorbeeld nog kleiner schijnt dan zij is;
+met meer nauwkeurigheid is de gemiddelde stoomspanning voor den geheelen
+zuigerslag, met behulp van het volgende tafeltje te vinden, dat voor
+achtste deelen van den stoomzuigerslag geldt.
+
+
+ +----------------+----------------+
+ | ACHTSTE DEELEN | |
+ | ZUIGERSLAG- | FACTOREN |
+ | LENGTE. | |
+ +----------------+----------------+
+ | 1 | 0.385 |
+ | 2 | 0.597 |
+ | 3 | 0.743 |
+ | 4 | 0.847 |
+ | 5 | 0.919 |
+ | 6 | 0.966 |
+ | 7 | 0.992 |
+ | 8 | 1.000 |
+ +----------------+----------------+
+
+
+Het gebruik van deze tafel is eenvoudig; want tegenover het getal
+achtste deelen van den zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing
+naar den zuiger aanhoudt, staat de Factoor of het getal, waarmede de
+spanning van den toegevloeiden stoom moet vermenigvuldigd worden, om de
+gemiddelde stoomspanning te verkrijgen, waarmede gerekend kan worden,
+dat de geheele zuigerslag is volbragt. Zoo is in ons voorbeeld het
+gedeelte zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing duurt, 1/4, of
+2 achtsten, hier tegenover staat nu in de tafel de factoor 0.597,
+waarmede de spanning van den ingevloeiden stoom, 6 ponden,
+vermenigvuldigd zijnde 3.582 geeft; de gemiddelde stoomspanning voor den
+geheelen zuigerslag is dus bijna 3-6/10 pond, gevolglijk meer dan wij
+boven vonden.
+
+
+§ 63.
+
+Voor stoomwerktuigen van lage drukking laat men, gelijk gezegd is,
+de stoom in vele gevallen tot omstreeks drie vierde van den zuigerslag
+in den cilinder vloeijen; in § 47 is gezegd, dat men in die werktuigen
+gewoonlijk met stoom werkt, die op 129 Ned. looden per vierkanten Ned.
+duim gespannen is, en dat die spanning vermindert tot op 120 looden van
+wege den tegendruk, welke in den condensor heerscht. Zoodanige met 120
+looden drukkende, en op drie vierde gedeelte van den zuigerslag
+afgesloten wordende stoom, geeft volgens de tafel, met Factoor 0.966
+vermenigvuldigd, eene gemiddelde stoomspanning van 115-9/10 Ned. looden
+per vierkanten Ned. duim. Men ziet dus op welke wijze men met behulp van
+deze tafel, den gemiddelden stoomdruk door ontspanning veroorzaakt, op
+den zuiger kan vinden, om alzoo over het effectief vermogen van het
+werktuig, in verband met de daarvoor noodige hoeveelheid stoom beter te
+kunnen oordeelen; terwijl de § 49 opgegeven regel alleen voor het vinden
+van het nominaal vermogen strekt, dat is: van het nabij komend aantal
+werkende paarden van gemiddelde sterkte, waarvoor dan ook die algemeene
+regel voldoende is. Maar voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare
+en hooge drukking, is een zoo algemeene regel ter berekening van
+derzelver nominaal vermogen, niet toe te passen; eensdeels omdat de
+spanning van den invloeijenden stoom daarin zeer onderscheiden is, en
+anderdeels omdat de stoomontspanning in deze werktuigen ook veel
+onderling verschilt, zoodat men voor dergelijke berekening, in het
+bijzonder, op de eigenlijke spanning van den toegevloeiden stoom en op
+deszelfs ontspanmaat in den cilinder moet letten, zoo als wij later
+zullen opgeven.
+
+
+§ 64.
+
+Het doen ontspannen van den stoom in den cilinder levert wel
+bezuiniging van brandstoffen op, maar de cilinders moeten daarvoor ook
+grooter genomen worden, welke vermeerdering in zwaarte en uitgebreidheid
+echter door de verkregene bezuiniging van brandstoffen rijkelijk wordt
+vergoed; vooral in stoomvaartuigen, waar het in het bijzonder op het
+geringste verbruik brandstoffen aankomt, dewijl de ruimte ter berging
+daarin zeer beperkt is. Voor stoomrijtuigen wordt hierop minder gelet,
+dewijl men daar in een klein bestek veel kracht moet ontwikkelen, dus
+met kleine cilinders het grootste vermogen zoekt te verkrijgen ten koste
+van eenige meerdere brandstof, welke men zich liever getroost, van
+voorraadplaatsen van tijd tot tijd op te nemen[5]. In het algemeen zij
+gezegd: dat men door aanwending van met ontspanning werkenden stoom, uit
+de brandstoffen, het element der kracht, meer nut trekt, dat is: het te
+verrigten werk, of de af te leggen weg, zal betrekkelijk minder uitgaven
+aan brandstoffen kosten.
+
+
+[5] De Belgische werktuigkundige _de Ridder_ schijnt
+ontspanning van stoom in stoomrijtuigen meer te willen toepassen.
+
+
+§ 65.
+
+Uit hetgeen over de stoomontspanning gezegd is, laat zich de
+mogelijkheid begrijpen, hoe men door het doen vloeijen van eene kleine
+hoeveelheid hooger gespannen stoom in eenen cilinder, en dien daarin te
+doen ontspannen, tegen den daarin bewegenden zuiger, denzelfden
+gemiddelden druk kan daarstellen, gelijk gewoonlijk in stoomwerktuigen
+van lagen druk plaats vindt. Laat bij voorbeeld: slechts tot een vierde
+deel van den zuigerslag, stoom in den cilinder toegelaten zijn, welks
+spanning 99.8 Ned. lood boven den gemiddelden druk des dampkrings, dus
+in het geheel 203.1 Ned. lood. bedraagt, en laat die spanning van wege
+den Condensor, met 9 Ned. looden verminderd, bij gevolg, 194.1 Ned.
+looden per vierk. Ned. duim worden, dan zal volgens de tafel, in § 62
+gegeven, 0.597 maal 194.1 gelijk zijn aan 115.9 Ned. looden gemiddelden
+stoomdruk voor den ganschen zuigerslag: dezelfde gemiddelde stoomdruk,
+die in § 63 gevonden is, wanneer met stoom gewerkt wordt, die slechts
+met eene spanning van 129 Ned. looden in den cilinder vloeit, doch
+waarvan de ontspanning niet eer begint, dan op drie vierde van den
+zuigerslag.
+
+
+§ 66.
+
+De stoom heeft nog eene algemeene eigenschap, welke hier vermeld
+moet worden, namelijk: dat hetzelfde gewigt stoom, onverschillig van
+welke spanning, altijd dezelfde hoeveelheid warmte inhoudt; of anders
+gezegd, (daar het gewigt van den stoom het gewigt van deszelfs
+bestanddeel water is) dat een zelfde gewigt water altijd dezelfde
+hoeveelheid warmte noodig heeft, om in stoom over te gaan, onverschillig
+van welke spanning; bij voorbeeld: Een Ned. pond water levert 1385
+kubieke palmen stoom, op de spanning, die volgens § 54 voor machinen van
+lagen druk, gebruikelijk is, op den thermometer 224 graden teekenende;
+de noodige warmte voor die overgang in stoom is nu gelijk aan die, welke
+vereischt wordt, om evenveel water in stoom van dubbele spanning te doen
+overgaan, niettegenstaande deze laatste hooger temperatuur op den
+thermometer teekent. Een Ned. pond water zal alzoo leveren 735 kubieke
+palmen stoom op 2 maal 129 of 258 Ned. looden (de dampkringsdruk
+daaronder begrepen) gespannen, terwijl de thermometer daarin 263.8
+graden zal aanwijzen; het onderscheid bestaat dus alleen hierin, dat
+namelijk: gelijk gewigt hooger gespannen stoom minder uitgebreidheid
+bezit, en dat in hooger gespannen stoom minder warmte verborgen is, (zie
+§ 5) waardoor meer warmte wordt vrijgelaten, en de thermometer alzoo
+hooger wijst. Uit dit voorbeeld ziet men tevens, overeenkomstig hetgeen
+vroeger gezegd is, dat dubbel gespannen stoom een weinig meer dan de
+halve volume van den eersten beslaat.
+
+Voor eenen stoomcilinder, waarin een zuiger van 57 Ned. duimen
+middellijn met 114 Ned. duimen slaglengte werkt, en welke zuiger 26
+dubbele slagen in eene minuut volbrengt, zal volgens § 56 in een uur
+tijds 936 kubieke ellen stoom ter geheele vulling noodig zijn; nu hebben
+wij in § 63 gezien, dat wanneer die cilinder tot drie vierde van den
+zuigerslag met stoom op 129 Ned. looden, dat is: 25.7 Ned. looden, boven
+den gemidd. dampkringsdruk gespannen, gevuld is, deze door ontspanning
+eenen gemiddelden druk tegen den zuiger zal uitoefenen van 115.9 Ned.
+looden; en volgens § 65 dat de zuiger dien zelfden gemiddelden druk zal
+ondergaan, wanneer men den cilinder slechts tot een vierde deel van den
+zuigerslag met hooger gespannen stoom voorziet, en wel op 99.8 Ned.
+looden boven den gemidd. dampkringsdruk; men heeft dan voor het eerste
+geval 702 kubieke ellen stoom van lagen druk per uur noodig, en voor het
+tweede geval slechts 234 kubieke ellen hooger gespannen stoom of stoom
+van zoogenaamden middelbaren druk, terwijl in beide gevallen de zuiger
+gelijken gemiddelden druk ondergaat. Nu is het gewigt van 702 kubieke
+ellen zoo gespannen stoom van lagen druk (72-1/4 Ned. looden per kubieke
+el) 507-2/10 Ned. ponden, en van 234 kubieke ellen zoo gespannen stoom
+van middelbaren druk, (109-1/2 Ned. looden per kubieke el) 256-1/4 Ned.
+ponden; derhalve heeft men in het laatste geval voor de daarstelling van
+een zelfde druk vermogen op den zuiger, weinig meer dan het halve gewigt
+water noodig, om in stoom te doen overgaan, terwijl die gelijkheid in
+vermogen, alleen door de belangrijke meerdere stoomontspanning wordt te
+weeg gebragt.
+
+
+§ 67.
+
+De algemeene regel welken wij in § 49 opgegeven hebben, voor het
+vinden van het nominaal vermogen in paardenkrachten van een
+stoomwerktuig van lagen druk, is ook geldende voor alle gevallen, dat de
+stoom, ontspannende, denzelfden gemiddelden druk op den zuiger
+uitoefent, als gewoonlijk in stoomwerktuigen van lagen druk plaats
+vindt, onverschillig met welke spanning de stoom in den cilinder is
+gevloeid; doch die regel geldt niet meer, wanneer de gemiddelde
+stoomdruk op den zuiger, hetzij met of zonder ontspanning, den
+gebruikelijken in stoomwerktuigen van lagen druk te veel overtreft,
+gelijk met zoogenaamde middelbaren- of hoogendruk-stoomwerktuigen het
+geval is.
+
+
+§ 68.
+
+Stoomwerktuigen, welke op derzelver zuiger eenen meerderen druk dan den
+gewonen stoom van lagen druk ontvangen, zijn niet altijd met eenen
+condensor en ledigende luchtpomp voorzien; de zoogenaamde van middelbare
+drukking, zijnde de zoodanigen die volgens § 18, tot eene uiterste
+stoomspanning van 3-1/2 atmospheer boven den gemiddelden dampkringsdruk
+werken, missen veelal condensor en luchtpomp. In dat geval wordt de
+stoom welke tot voortstuwing van den zuiger gediend heeft, bij elken
+slag in de opene lucht, of in den schoorsteen des ketels ter bevordering
+van de trekking der vuren ontlast; zoo dat alsdan, de tegenstand aan de
+andere zijde des zuigers, minstens aan eenen dampkringsdruk gelijk is,
+terwijl bij dat gemis van condensor en luchtpomp de wrijving niet
+behoeft overwonnen te worden, welke het in beweging houden van den
+luchtpompzuiger kost, evenmin als er vermogen verloren gaat voor het
+daarmede opgebragte water en lucht. Wanneer in werktuigen van
+zoogenaamde middelbare drukking condensor met luchtpomp bestaat, dan is
+over het algemeen genomen, de vernietiging of condensering van den
+stoom, die gediend heeft, niet zoo volmaakt als in stoomwerktuigen van
+lagen druk; zoodat op den daaruit ontstaanden grooteren tegenstand,
+welke de stoomzuiger daardoor ondergaat, nog in het bijzonder gelet moet
+worden.
+
+Om den tegenstand, welke binnen den condensor voor den stoomzuiger
+bestaat, te kennen, zijn de condensors veelal met eenen daarvoor
+geschikten meter voorzien, die manometer en ook barometer geheeten
+wordt, en waarop dien tegenstand dadelijk kan afgelezen worden; met
+eenen gewonen thermometer kan men ook de warmte, welke binnen den
+condensor heerscht, waarnemen, en daaruit den hier bedoelden tegenstand
+herkennen, de onderstaande tafel daarbij raadplegende.
+
+
+ +------------------------+-------------------------+
+ | AANWIJZING VAN DEN | TEGENSTAND VOOR DEN |
+ | THERMOMETER BINNEN DEN | STOOMZUIGER PER VIERK. |
+ | CONDENSOR | NED. DUIM. |
+ +------------------------+-------------------------+
+ | 90 graden . . | 4. 7 Ned. looden. |
+ | 100 " . . | 6. 4 -- |
+ | 110 " . . | 8. 7 -- |
+ | 120 " . . | 11. 5 -- |
+ | 130 " . . | 14. 9 -- |
+ | 140 " . . | 19. 8 -- |
+ | 150 " . . | 25. 6 -- |
+ | 160 " . . | 32. 6 -- |
+ | 170 " . . | 41. 5 -- |
+ | 180 " . . | 52. 2 -- |
+ | 190 " . . | 65. 2 -- |
+ | 200 " . . | 81. 3 -- |
+ | 210 " . . | 99. 4 -- |
+ +------------------------+-------------------------+
+
+
+Indien dan een in den condensor geplaatste thermometer, waarvan de buis
+uitwendig zigtbaar is, 110 graden teekent, zoo zal de zuiger 8-7/10 Ned.
+looden tegendruk per vierkanten Ned. duim ondervinden, waarmede dus de
+stoomdruk aan de andere zijde vermindert.
+
+
+§ 69.
+
+Stoomwerktuigen van hoogen druk houden condensor noch luchtpomp, daarin
+bedraagt dus de tegenstand van den stoomzuiger, gelijk gezegd is,
+minstens eenen dampkringsdruk, dat is gemiddeld 103.3 Ned. looden per
+vierkanten Ned. duim; wel heeft men bij gemis van condensor en luchtpomp
+eenen zoogenaamden refringirator of verkoeler, waardoor de stoom
+alvorens in de opene lucht of in den schoorsteen te ontlasten, doorgaat,
+maar deze dient alleen, om van den ontvliedenden stoom nog verwarmd
+water te trekken, of daarmede water te verwarmen, voordeelig voor de
+voeding des ketels of voor de aanvulling van het daaruit verstoomde
+water. § 70. Het herkennen van de spanning, waarmede de stoom in den
+cilinder valt, geschiedt op eenen daarbij geplaatsten stoommeter; de
+stoommeter wijst altijd de spanning boven den bestaanden druk des
+dampkrings aan, zoodat men bij die aanwijzing, gemiddeld 103.3 Ned.
+looden moet tellen, om de totale spanning, welke binnen den ketel
+bestaat, te kennen. Hoeveel de stoom vervolgens in den cilinder
+ontspant, kan ontdekt worden, door aan de stoomschuif de vereischte
+beweging in verband met die des zuigers te geven, en daarbij op te
+merken, op welk gedeelte van den zuigerslag de stoomafsluiting plaats
+vindt, of de ontspanning aanvangt[6].
+
+
+[6] In hetzelfde werkje dat in de noot op bladz. 65 aangehaald is, staat
+eenen regel opgegeven, volgens welken men door berekening het gedeelte
+zuigerslag kan vinden, waarop de stoom door de stoomschuif wordt
+afgesloten, en de stoomontspanning begint.
+
+
+§ 71.
+
+De spanning van den stoom, zoo als die in den cilinder valt, deszelfs
+ontspanmaat, en den tegenstand welken de zuiger aan de andere zijde
+ondervindt, kennende, zoo kan men met gegevene middellijn van
+stoomzuiger en lengte van deszelfs slag, het nominaal vermogen in
+paardenkrachten vinden van stoomwerktuigen van zoogenaamden middelbaren
+en hoogen druk, naar de volgende regelen:
+
+
+=REGEL=
+
+VOOR STOOMWERKTUIGEN VAN ZOOGENAAMDE MIDDELBARE DRUKKING, WELKE
+CONDENSOR EN LUCHTPOMP BEZITTEN.
+
+Tel eerst bij de stoomspanning in Ned. looden per vierkanten Ned. duim,
+welke de stoommeter aanwijst, 103.3 Ned. looden, trek van de som den
+tegendruk binnen den condensor, door manometer of thermometer
+aangewezen, af, vermenigvuldig de rest met den overeenkomstigen factoor
+voor stoomontspanning (wanneer die plaats vindt) volgens de tafel van §
+62, noem dit produkt _zuigerdruk_; vermenigvuldig, vervolgens het getal
+Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is, met
+zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de zuiger in
+eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte uit de tafel
+van § 49 op te maken; het laatste produkt met den eerstgevondenen
+_zuigerdruk_ vermenigvuldigende, en dit eindprodukt door 1.263000
+deelende, zal het komende quotient het gevraagde getal nominale
+paardenkrachten opleveren.
+
+
+VOORBEELDEN.
+
+Eerste Geval.
+
+MET STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER.
+
+ Zij de aanwijzing van den stoommeter 206.6 N. looden.
+ De tegendruk in den condensor 50.0 "
+ Aanvang van de stoomontspanning, 3/8 van den zuigerslag.
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.
+
+
+ bij 206.6 aanwijzing van den stoommeter
+ tel 103.3
+ ---------
+ 309.9
+ af 50.0 tegendruk in den condensor
+ -------
+ rest 259.9
+ maal 0.743 voor factoor stoomontspanning (§ 62)
+ ------
+ geeft 193.1 Ned. looden _zuigerdruk_
+ =========
+
+ nu is de middellijn van den zuiger 57
+ maal 57
+ --------
+ geeft 3249
+ maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49)
+ --------
+ geeft 194940
+ maal 193.1 voor _zuigerdr._
+ --------
+ geeft 37642914
+ gedeeld door 1263000
+ --------
+ is het Quotient 29.8
+
+dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 29-3/4 paardenkrachten gelijk
+zijn.
+
+
+Tweede Geval
+
+ZONDER STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER.
+
+ Zij de aanwijzing van den stoommeter 200.6 N. looden.
+ De tegendruk in den condensor 80.0 "
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen.
+
+ bij 206.6 aanwijzing van den stoommeter.
+ tel 103.3
+ ----------
+ 309.9
+ af 80.0 tegendruk in den condensor
+ ----------
+ rest 229.9 Ned. looden _zuigerdruk_.
+ =========
+
+ nu is de middellijn van den zuiger 57
+ maal 57
+ -------
+ geeft 3249
+ maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49)
+ -------
+ geeft 194940
+ maal 229.9 voor _zuigerdr._
+ -------
+ geeft 44816706
+ gedeeld door 1263000
+ -------
+ is het quotient 35.5
+ ======
+
+
+dat is: het nominaal vermogen zal aan 35-1/2 paardenkrachten gelijk zijn.
+
+
+§ 72.
+
+=REGEL=
+
+VOOR STOOMWERKTUIGEN VAN ZOOGENAAMDE MIDDELBARE DRUKKING, WELKE
+CONDENSOR NOCH LUCHTPOMP BEZITTEN.
+
+Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning per vierkanten
+Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen
+factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de
+tafel van § 62; noem dit produkt _zuigerdruk_; vermenigvuldig, ten
+andere, het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger
+gelijk is, met zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen,
+hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs
+slaglengte uit de tafel van § 49 op te maken; dit laatste produkt met
+den eerstgevondenen _zuigerdruk_ vermenigvuldigende, en het eindprodukt
+door 1237000 deelende, dan zal het aldus bekomen quotient het gevraagde
+getal nominale paardenkrachten opleveren.
+
+
+VOORBEELDEN.
+
+_Eerste Geval._
+
+MET STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER.
+
+ Zij de aanwijzing van den stoommeter 300.9 N. looden.
+ Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag.
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen.
+
+ 309.9 stoommeter aanwijzing
+ maal 0.743 voor factoor stoomontspanning (§ 62)
+ ------
+ geeft 230.3 Ned. looden _zuigerdruk_
+ nu is de middellijn van den zuiger 57
+ maal 57
+ ----
+ geeft 3249
+ maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+ ------
+ geeft 194940
+ maal 230.3 voor _zuigerdruk_.
+ ------
+ geeft 44894682
+ gedeeld door 1237000
+ --------
+ geeft tot quotient 36.3
+ ========
+
+dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 36-1/4 paardenkrachten gelijk
+zijn.
+
+
+_Tweede Geval._
+
+ZONDER STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER.
+
+ Zij de aanwijzing van den stoommeter 309.9 N. looden.
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.
+
+ 309.9 stoommeter aanwijzing is _zuigerdruk_.
+ =====
+
+ nu is de middellijn van den zuiger 57
+ maal 57
+ -------
+ geeft 3249
+ maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+ -------
+ geeft 194940
+ maal 309.9 voor _zuigerdr._
+ -------
+ geeft 60455906
+ gedeeld door 1237000
+ -------
+ geeft tot quotient 48.9
+
+dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 49 paardenkrachten gelijk
+zijn.
+
+
+§ 73.
+
+In stoomwerktuigen van hoogen druk wordt volgens § 18 stoom
+gebezigd, welks spanning meer dan 3-1/2 dampkringsdruk bedraagt; hooger
+dan tot 8 dampkringen, gaat die spanning in deze soort van werktuigen
+zelden: het is dus tusschen 3-1/2 en 8 dampkringsdrukkingen, boven den
+gemiddelden, dat de volgende regel geldt, gelijk gezegd is voor
+werktuigen, die condensor noch luchtpomp bezitten, en soms slechts met
+eenen refringirator tot het verkrijgen van verwarmd voedingwater voor
+den ketel voorzien.
+
+
+=REGEL=
+
+VOOR STOOMWERKTUIGEN VAN HOOGEN DRUK.
+
+Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning per vierkante
+Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen
+factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de
+tafel van § 62, noem dit produkt _zuigerdruk_; vermenigvuldig vervolgens
+het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk
+is, met zich zelf, en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de
+zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte, uit
+de tafel van § 49 op te maken, dit laatste produkt met den
+eerstgevondenen _zuigerdruk_ vermenigvuldigende, en het eindprodukt door
+1210000 deelende, zal het komende quotiënt het gevraagde getal nominale
+paardenkrachten opleveren:
+
+
+VOORBEELDEN.
+
+
+Eerste Geval.
+
+MET STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER.
+
+Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 N. looden.
+Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag.
+Middellijn van den zuiger 57 Ned. duim.
+Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.
+
+ 516.5 stoommeter aanwijzing is _zuigerdruk_
+ maal 0.743 voor Factoor stoomontspanning (§ 62)
+ ------
+ geeft 383.8 Ned. looden _zuigerdruk_.
+
+ nu is de middellijn van den zuiger 57
+ maal 57
+ ------
+ 3249
+ maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+ ------
+ geeft 194940
+ maal: 383.8 voor _zuigerdruk_.
+ ------
+ geeft 74817972
+ gedeeld door 1210000
+ --------
+ geeft tot quotient 61.8
+
+dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 61-3/4 paardenkrachten gelijk
+zijn.
+
+
+Tweede Geval.
+
+ZONDER STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER.
+
+ Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 Ned. looden.
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. El.
+ 516.5 stoommeter aanwijzing, is _zuigerdruk_,
+ -----
+
+ nu is de middellijn van den zuiger 57
+ maal 57
+ ------
+ 3249
+ maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+ ------
+ geeft 194940
+ maal 516.5 voor _zuigerdr._
+ --------
+ geeft 100686510
+ gedeeld door 1210000
+ --------
+ geeft tot quotient 83.2
+ =========
+
+
+dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 83-1/4 paardenkrachten
+gelijk zijn.
+
+
+§ 74.
+
+De bovenstaande uitgewerkte voorbeelden in getallen, zijn opzettelijk
+voor eene zelfde zuigermaat en slaglengte gekozen, alleen om daardoor
+een goed vergelijkend overzigt te verschaffen. De lezer zal, ter
+bevordering van het goede begrip, weldoen, met andere gegevens gelijke
+berekeningen te bewerken, en bijaldien zulke gegevens genomen worden,
+naar bestaande Machinen, dan zal het daarmede gevonden nominaal
+vermogen, des te minder van het effectief, door de machine uitgewerkt,
+vermogen verschillen, hoe nader de werkelijke snelheid, in verband met
+de slaglengte van den zuiger, bij die der tafel van § 49 komt. Het
+nabijkomend effectief vermogen van eenige machine dus willende kennen,
+dan zal men de werkelijke of waargenomene snelheid van den zuiger in de
+berekening moeten bezigen, in plaats van die der tafel, wanneer deze
+daarmede niet overeenkomt; echter blijft in het algemeen de machine den
+krachtnaam voeren, welke een berekend nominaal vermogen met de
+zuigersnelheid volgens de tafel, onaangezien de waargenomene snelheid,
+oplevert, op dat dit zoo berekend nominaal vermogen dienen zoude, voor
+de vergelijking der vermogens van verschillende stoommachinen onderling,
+wanneer voor dezelfde gevallen denzelfden opgegeven' regel gevolgd
+wordt.
+
+
+§ 75.
+
+De vereischte hoeveelheid stoom, waarmede de cilinder van eenig
+stoomwerktuig in eenen bepaalden tijd moet voorzien worden, is voor de
+laatste voorbeelden in getallen, evenzoo te berekenen, als in § 56 en 57
+geschied is; de hoeveelheid stoom met deszelfs spanning kennende, is
+deszelfs gewigt, of dat van het inbegrepen water, in de volgende tafel
+te vinden.
+
+
+ +-------------------------------------------+
+ |SPANNING VAN DEN STOOM|GEWIGT WATER IN EENE|
+ | PER VIERKANTEN NED. | KUBIEKE EL STOOM, |
+ | DUIM BOVEN DEN | OF |
+ | GEMIDDELDEN DRUK | GEWIGT VAN EENE |
+ | DES DAMPKRINGS. | KUBIEKE EL STOOM. |
+ |----------------------+--------------------|
+ | NED. LOODEN. | NED. PONDEN. |
+ | 0 | 0.588 |
+ | 10 | 0.641 |
+ | 20 | 0.692 |
+ | 30 | 0.744 |
+ | 40 | 0.795 |
+ | 50 | 0.846 |
+ | 60 | 0.896 |
+ | 70 | 0.946 |
+ | 80 | 0.996 |
+ | 90 | 1.046 |
+ | 100 | 1.095 |
+ | 200 | 1.579 |
+ | 300 | 2.048 |
+ | 400 | 2.506 |
+ | 500 | 2.954 |
+ | 600 | 3.395 |
+ | 700 | 3.830 |
+ | 800 | 4.259 |
+ | 900 | 4.683 |
+ +-------------------------------------------+
+
+
+Voor eenen stoomcilinder die 57 Ned. duimen tot Middellijn heeft, en
+waarin de zuiger gedurende eene minuut 26 malen daalt, en even zoo veel
+malen rijst met eene slaglengte van 1.14 Ned. el, waarbij de
+stoomtoevloeijing op drie vierde gedeelte van den zuigerslag wordt
+afgesloten, zal men volgens § 56 in een uur tijds 702 kubieke ellen
+stoom behoeven; zoo nu die stoom de gewoon gebruikelijke, die van lagen
+druk is, die een vierde dampkring of 25.7 Ned. looden boven den
+gemiddelden dampskringsdruk gespannen is, dan vindt men met behulp dezer
+tafel, dat eene kubieke el aldus gespannen stoom, nagenoeg 72-1/4 Ned.
+looden water bevat, bijgevolg houden 702 kubieke ellen van dezen stoom
+van lagen druk 507 Ned. ponden water in, en wegen dus zoo zwaar. Zulk
+een aantal ponden water is alzoo in een uur tijds noodig voor den stoom,
+waarmede de cilinder gevuld moet worden.
+
+Uit den stoomketel verstoomt dus in een uur tijds ten minsten 507 Ned.
+ponden water, dat gevolgelijk weder aangevuld moet worden; maar dewijl
+in een stoom werktuig langs kleppen, schuiven en pakkingen altijd eenige
+lekkaadje van stoom of tot water verdikten stoom bestaat, zoo moet
+bovendien nog in dat verlies worden voorzien. In de beschrevene soort
+van machinen, is dit verlies op 1/15 gedeelte van het gewigt water, dat
+voor stoom in den cilinder noodig is, te begrooten, zoo dat men in dit
+geval 507 en 32 of 539 Ned. ponden water, gedurende een uur werkens in
+den ketel zal moeten persen, om denzelven gelijkelijk met water voorzien
+te houden, en waartoe een of meer pompen, voedingpompen genaamd, dienen,
+welke, gelijk vroeger gezegd is, door de machine zelve worden bewogen.
+Wanneer stoom van hoogere drukking gebezigd wordt, dan bedraagt gemeld
+verlies aan lekkaadje meer, en dit kan in stoomwerktuigen van hoogen
+druk tot 1/10 deel van het gewigt des verbruikten stooms aan water
+bedragen. Wanneer men bij voorbeeld, in een uur 250 kubieke Ned. ellen
+stoom, op 400 Ned. looden per vierkante Ned. duim boven den dampkring
+gespannen, voor eenen cilinder noodig heeft, en welke aldus gespannen
+stoom volgens de tafel 2.506 Ned. ponden per kubieke Ned. el, dus in het
+geheel 626-1/2 Ned. ponden weegt, dan zal men 626-1/2 en 62-1/2 of 689
+Ned. ponden voedingwater, gedurende een uur in den ketel moeten persen.
+In het voorbijgaan kan hier dus worden opgemerkt, dat het gebruik van
+stoom van lagen druk economischer is dan van hoogen druk, dat is met
+andere woorden: Men zal met dezelfde brandstoffen, die men tot
+voortbrenging van stoom van lagen druk behoeft, betrekkelijk grooter
+vermogen ontwikkelen, dan wanneer men tot dat einde die brandstoffen
+voor stoom van hoogen druk bezigde, uit hoofde van het vermelde verschil
+in het verlies van stoom. Daar behalve verlies, nog andere toevallige
+oorzaken kunnen bestaan, welke dat vergrooten, en men gedurende
+stilstand van de machine, soms stoom in de opene lucht moet laten
+ontvlieden, zoo neemt men de voorzorg, om de voedingpompen voor een
+weinig meer opbrengst van water in te rigten, waarvoor dan die pompen,
+zoo er te veel water in den ketel wordt gebragt, van de machine zijn te
+ontkoppelen, om eenigen tijd buiten werking te blijven; of soms heeft
+men aan die pompen toestellen verbonden, waardoor het overvloedige water
+afloopt, zoodat dezelve alsdan met de machine kunnen blijven doorwerken;
+in § 22 is een dergelijke toestel verklaard. Overigens wordt het
+voedingwater zoo veel mogelijk verwarmd in den ketel gebragt, en daarom
+uit den heetwaterbak (§ 40) of de refrigerator (§ 69) getrokken.
+
+
+§ 76.
+
+Uit dit laatst behandelde kan men afleiden, dat een stoomwerktuig van
+lagen druk voor elke nominale paardenkracht, per uur gemiddeld, bijna 31
+Ned. ponden water behoeft ter overbrenging in stoom; want het voorbeeld
+voor aanwending van stoom van lagen druk der laatste paragraaf, geldt,
+overeenkomstig § 49, eene machine van 17-7/10 nominale paardenkrachten;
+waarom dan 17-7/10 maal 31 of 548.7 Ned. ponden, weinig meer bedraagt
+dan 539 Ned. ponden van datzelfde voorbeeld. In machinen, waarin de
+stoom hooggespannen werkt, is voor elke nominale paardenkracht, uit
+hoofde van grooter stoomverlies, meer water noodig, en kan alzoo voor
+die krachtéénheid tot 37-1/2 Ned. ponden in een uur tijds noodig wezen,
+waarnaar dan de voedingpompen zullen moeten zijn ingerigt. Daar nu de
+machine de voedingpompen moet in beweging houden, zoo is
+natuurlijkerwijze, het daaraan te besteden vermogen des te grooter, naar
+gelang de overeenkomstige watervoeding per nominale paardenkracht, meer
+bedraagt; hetgeen weder, de nuttige uitwerking der machinen van hoogen
+druk een weinig benadeelt, dat is: minder economisch ten aanzien van het
+verbruik van brandstoffen doet zijn.
+
+De totale consumptie brandstoffen, welke een stoomwerktuig van een
+bepaald vermogen tot onderhoud van werking eischt, hangt echter niet
+enkel af van de hoeveelheid in stoom over te brengen water, gedurende
+eenen bepaalden tijd: immers tot hiertoe hebben wij slechts in het oog
+gehad, hetgeen noodig is aan stoom met inbegrip van lekkaadje tot in den
+cilinder der machine; de deelen echter, welke den stoom tot aan die
+plaatsen leiden, moeten mede verwarmd blijven, of de invloed der
+afkoeling tegenstaan; ten andere ondergaat in hoofdzaak, de stoomketel
+zelf veel warmteverlies, hetgeen binnen denzelven noodzakelijk moet
+worden aangevuld, opdat de vereischte temperatuur, overeenkomstig de
+binnen bestaande spanning onderhouden worde. Wanneer men dus op grond
+van naauwkeurige gegevens, door berekening gevonden had, wat aan
+brandstoffen noodig zoude zijn, voor het leveren van de vereischte
+hoeveelheid stoom, tot in den cilinder, dan zoude men in het werkdadige
+bevinden, dat eene dus berekende hoeveelheid brandstof met het werkelijk
+verbruik daarvan niet overeenkwam; het is daarom dat de tafel van § 58
+de totale consumptie steenkoolen bevat, welke de ondervinding als
+gemiddeld per nominale paardenkracht voor stationaire stoomwerktuigen
+van lagen druk heeft doen kennen, terwijl voor andere soorten van
+stoomwerktuigen, alsmede voor die van zoogenaamde middelbare en hooge
+drukking, het daartoe betrekkelijke in § 59 is gezegd.
+
+
+§ 77.
+
+Alle stoomwerktuigen van lagen druk houden eenen condensor met
+luchtpomp; in den condensor vloeit uit den cilinder de stoom, welke den
+zuiger dalende of rijzende bewogen heeft, en komt daar in aanraking met
+eenen stroom koud water, welke eene kraan, injectiekraan geheeten,
+verschaft; door de aanraking met dat koude water verdikt zich de stoom,
+en gaat des te meer tot water over, naar gelang dat water kouder is; hoe
+meer stoom op die wijze vernietigd wordt, des te ijler, of minder
+tegenstand biedende, de overgeblevene stoom zal zijn ten nutte van het
+vermogen der machine; de hoeveelheid van dit koel- of injectiewater
+wordt met behulp van gezegde kraan, door den bestuurder der machine ten
+beste geregeld. Houdt hij de kraan te veel gesloten dan zal het ijdel in
+den condensor onvoldoende wezen, waardoor de machine vermogen verliest;
+is daarentegen die kraan te veel geopend, dan zal de ledigende
+luchtpompzuiger overbodig water moeten opbrengen, terwijl de condensor
+ruimte tevens verkleint, hetgeen beiden het vermogen van de machine
+benadeelt; het aldus als het ware ingespoten water ontwikkelt lucht, die
+door de luchtpomp, ook met het water, dat de verdikte stoom heeft
+opgeleverd, moet worden uitgevoerd. In stoomwerktuigen van lagen druk
+van dubbele werking, dat zijn de zoodanigen, waarin de stoom boven en
+onder den zuiger drukt, en welke wij hoofdzakelijk tot onderwerp hebben
+gekozen, bedraagt de hoeveelheid injectiewater, wanneer dit de
+temperatuur van 62 graden bezit, gemiddeld, 29 malen het gewigt
+ketelvoeding water, zoodat dit, naar dien grondslag, evenredig is aan de
+hoeveelheid stoom, welke in den cilinder vloeit; zoo is in ons voorbeeld
+van § 75, betrekkelijk stoom van lagen druk, met eenen stoomcilinder
+welke 57 Ned. duim tot middellijn heeft, en eenen zuigerslag van 1.14
+Ned. el, die 26 dubbele zuigerslagen per minuut volbrengt, alsmede met
+afsluiting van stoomtoevloeijng op drie vierde gedeelte van den
+zuigerslag, de vereischte hoeveelheid voeding water per uur 539 Ned.
+ponden, bij gevolg het noodige injectiewater gemiddeld 539 maal 29 of
+15631 Ned. ponden; daar nu zoodanige maten, blijkens § 49. passen voor
+een stoomwerktuig van lagendruk van 17-7/10 nominale paardenkrachten,
+zoo volgt, dat hier per nominale paardenkracht, gemiddeld eene
+hoeveelheid van 883 Ned. ponden injectiewater in een uur tijds noodig
+is; is het water kouder dan wordt er minder vereischt. Wanneer de
+temperatuur van het injectiewater 5 graden lager dan 62 graden is, dan
+zal men ongeveer 26 malen het gewigt des stooms behoeven, is de
+temperatuur daarentegen 5 graden hooger, dan zal nagenoeg 33 malen dat
+gewigt aan injectiewater noodig wezen.
+
+
+§ 78.
+
+Gelijk men ziet, maakt het injectiewater nog al eene belangrijke
+hoeveelheid uit, terwijl gesteld moet worden, dat een stoomwerktuig van
+lagen druk zonder dat niet kan werken. In stoomvaartuigen wordt dat
+water zeer gemakkelijk verkregen, om rede het werktuig zeer nabij van
+hetzelve is omgeven: door eene opening in het onder water gedompelde
+deel van het vaartuig vloeit dat water, door eene pijp of buis, naar de
+injectiekraan en alzoo in den condensor; die invloeijing wordt behalve
+dat zeer bevorderd door den druk des dampkrings op het omringende
+buitenwater, en ook nog door de drukkende waterhoogte, die voortvloeit
+uit den lageren stand van de injectiekraan tegen den condensor onder den
+waterspiegel, terwijl binnen den condensor slechts geringe spanning of
+tegendruk bestaat. Zij eens voorondersteld dat bij eene goede werking
+van de machine, uiterlijk 7 Ned. looden tegendruk per vierkante Ned.
+duim in den condensor heerscht, en dat de injectiekraan aan den
+condensor 7 palmen onder den waterspiegel ligt, dan zal (daar men
+stellen moet, dat elke palm waterhoogte, volgens § 8, voor een lood druk
+geldt) de tegendruk in den condensor, juist door den druk der
+waterhoogte welke boven de injectiekraan bestaat, worden opgewogen.
+Waaruit dan volgt, dat het injectiewater onder den invloed van den
+geheelen druk des dampkrings (103.3 looden per vierkante duim) in den
+condensor zal stroomen.
+
+Bij de op het land geplaatste machinen is in vele gevallen de
+watervoorraad, waarvan men dat voor de injectie moet trekken, verder
+verwijderd, en kan dus zoo dadelijk niet in den condensor stroomen, of
+daarin als het ware opgezogen worden; waarom men dan eene koud waterpomp
+noodig heeft, welke het vereischte injectiewater bij de injectiekraan
+voert. Over het algemeen wordt alsdan door die pomp eene ruim voldoende
+hoeveelheid water in eenen bak gestort, welke den condensor met de
+luchtpomp te zamen bevat, gelijk in § 39 met figuur 10 aangetoond is,
+terwijl het overvloedige door de overlooppijp zich ontlast.
+
+In bergachtige landstreken alwaar het dus noodige water veelal hoog moet
+worden opgevoerd, kost de koud waterpomp, door de machine in werking
+gebragt, een niet gering vermogen, en doet bij gevolg, het effectief
+vermogen der machine belangrijk te kort; waarom men in die gevallen
+dikwijls de voorkeur geeft, aan machinen van zoogenaamde middelbare of
+hooge drukking, die zonder injectie-water kunnen werken; ter zijde
+gesteld die gevallen, waarin de aanvoer van het altijd onontbeerlijke
+water voor de voeding des ketels op zich zelven reeds zeer moeijelijk
+is.
+
+
+§ 79.
+
+Men kan den uit den stoomcilinder in den condensor vloeijenden stoom ook
+nog verdikken of in water doen overgaan, door denzelven in aanraking te
+brengen met verkoelde oppervlakten; maar daar die oppervlakten weder
+door koud water koel gehouden moeten worden, zoo heeft men daarvoor meer
+water noodig, dan door dadelijke aanraking van het koude water met den
+stoom zelven, en wanneer het daarvoor dienende water van eene afgelegene
+plaats moet getrokken worden, dan gaat hier weder een gedeelte nuttig
+vermogen te meer aan verloren; maar dusdanige wijze van condenseren
+levert te dien aanzien minder bezwaar op bij stoomvaartuigen, dewijl de
+koelende vloeistof daar rondom aanwezig is, en weinig vermogen ter aan-
+en afvoer behoeft te kosten; de stoom op die wijze condenserende,
+geschiedt met oogmerk, om het daarvan herkomstige water afgescheiden te
+houden, ten einde alleen daarmede den ketel te voeden.
+
+Daar gecondenseerde stoom zuiver water moet zijn, zoo zoude men
+oppervlakkig denken, dat de voeding eens ketels met dat water de
+voorkeur verdient boven de gewone wijze, waarbij het stoomwater met het
+injectiewater vermengd daartoe moet dienen; want het injectiewater is
+veelal niet zuiver te verkrijgen, en in vele gevallen wordt daarvoor
+zeewater gebezigd, hetwelk na uitdamping vreemde stoffen of zouten
+achterlaat, die zich binnen den ketel vasthechten, of daarin
+nederploffen, en een aanzetsel of zoogenaamd sediment vormen, dat de
+snelle verwarming door het vuur, zeer verhindert, en dat zelfs voor de
+ketelplaten, die direkt met het vuur in aanraking zijn, kan verderfelijk
+wezen: uitwerkingen, welke niet zouden plaats hebben, in geval men den
+ketel aanvankelijk met zuiver water vulde, en vervolgens daarmede
+aanhoudend bleef voeden. Tot heden echter heeft de ketelvoeding met het
+water, dat condenserende stoom in stoomwerktuigen oplevert, nog geene
+geheel voldoende uitkomsten geschonken, en zulks, omdat het alzoo van
+den stoom herkomstige water ook de olie- of vetdeelen met zich voert,
+die in de machine ter verzachting der wrijving hebben gediend, welke
+zich dan binnen den ketel sterk vasthechten, en langs dien weg ook de
+overgang der hitte van het vuur door de ketelplaten zeer hinderen;
+behalve dat worden de verkoelende oppervlakten binnen den condensor mede
+met die vuile vetstof bezet, ten nadeele der noodige snelle verkoeling.
+Een en ander is dan oorzaak, dat soortgelijk condenseren voor
+ketelvoeding geenszins algemeen gevolgd wordt, en hoewel verschillende
+inrigtingen tot dat einde bestaan, men zich liever voor het
+tegenwoordige, nog bij de gewone manier houdt, zorg dragende, dat de
+ketel niet alleen op geschikte tijden van het gewone minder vastgehechte
+aanzetsel wordt gezuiverd, maar ook, dat men gedurende de werking
+(voornamelijk wanneer zeewater voor injectiewater wordt gebezigd) eenig
+water uit den ketel, door eene spuikraan in deszelfs bodem, doet
+wegvloeijen, opdat zich zoo min mogelijk sediment vasthechte, en nimmer
+sediment nederploffe. Het ketelwater door zoodanige spuikraan
+noodzakelijk verminderende, moet dan natuurlijk, door middel der
+voedingpomp met versch water, (zoo veel mogelijk verwarmd) buitengewoon
+worden aangevuld; voor die buitengewone spuijing en evenmatige
+aanvulling heeft men ook eenige werktuigelijke middelen bedacht, die
+meer of min voldoen, doch die hier geene plaats ter beschrijving kunnen
+vinden.
+
+
+§ 80.
+
+Met stoomrijtuigen ontvliedt de gediend hebbende stoom door den
+schoorsteen in de opene lucht, zoo dat men daarvan geen water trekt, om
+voor de voeding des ketels te dienen. De eens met zuiver water gevulde
+ketel wordt met zuiver water gevoed, waarvan de mede gevoerd wordende
+pleegwagen eenen genoegzamen voorraad bevat, en die, naargelang de
+uitgestrektheid der togten, van tijd tot tijd daarvan wordt voorzien.
+Voor die soort van ketels, die van geene groote uitgebreidheid zijn, is
+het van het grootste belang te allen tijden zuiver water te bezigen,
+omdat hetzelve daar in enge plaatsen en om digt aaneengelegene buizen of
+pijpen verwarmd wordt, waardoor men geene reiniging, van aanzetsel of
+sediment, dat op den ketel nadeelig werkt en de snelle stoomontwikkeling
+zoo zeer verhindert, behoorlijk kan bewerkstelligen. Daar en boven kookt
+onzuiver water zeer ligt op en over, hetgeen ook, voor deze soort van
+werktuigen, in het bijzonder nadeelige gevolgen kan hebben; en schoon
+men zuiver water voor de voeding dezer ketels bezigt, moet op die
+waterspuwing of zoogenaamde pruiming, niet te min de bijzondere aandacht
+van den bestuurder gevestigd blijven, omdat zulks niettegenstaande vele
+voorzorgen dikwijls gebeurt.
+
+
+§ 81.
+
+Water, dat zout opgelost houdt, zoo als zeewater, eischt eenige meerdere
+warmte dan zuiver water, om aan het koken te geraken; hooger hebben wij
+de temperatuur opgegeven (zie §§ 51 en 53) welke water, in stoom
+veranderd, bij gemiddelden stand des barometers teekent; deze
+temperatuur geldt voor zuiver water, ook in de stoomwerktuigelijke
+praktijk voor rivier- en gewoon wel- of bronwater; gewoon zeewater heeft
+om te koken 1-1/5 graad hooger temperatuur noodig, en bevat één
+drieendertigste van deszelfs gewigt aan zout; kokende, verstoomt daarvan
+het zuivere water, terwijl het zout in het overige kokende zeewater
+achter blijft, en dus allengs zouter wordt, tot dat eindelijk al het
+zuivere water in stoom is overgegaan, en één drieëndertigste van het
+gebezigde gewigt zeewater, aan zout in den ketel overblijft; hoe meer
+dit water van dat zout bevat, des te hooger deszelfs kooktemperatuur zal
+zijn, derwijze, dat voor elk drieendertigste deel vermeerdering in zout,
+het kooktemperatuur 1-1/5 graad zal stijgen; kan ongeveer 12
+drieendertigste deelen van dat zout opgelost houden, waaruit volgt: dat
+wanneer van het zeewater 21 drieëndertigste deelen, of 7/11 deelen
+verstoomd zijn, zich zout zal beginnen te vormen.
+
+Hier uit blijkt, dat bij aldien men zeewater voor de vulling en voeding
+van eenen stoomketel gebruikt, men een weinig meer brandstof zal
+behoeven, en des te meer, hoe meer zoutdeelen dat water bevat; ook dat
+men ter bezuiniging van brandstof, zorg moet dragen, om door middel van
+tijdige spuijing en weder aanvulling met versch water dat zoute te
+verslappen. Daarenboven moet men in het belang van den duur des ketels
+en ter voorkoming van nog grootere consumptie brandstoffen, het nimmer
+zoo verre laten komen, dat zich zout door overmaat afscheide of sediment
+nederploffe, eene nederploffing, welke reeds voor dat het verzadigend
+gewigt van 4/11 zout in het kokende water bestaat, zal plaats grijpen,
+dewijl het zeezout uit verschillende, op elkander werkende,
+bestanddeelen is zamengesteld.
+
+Geene te grootte oplettendheid kan men in dit opzigt aan zee-stoomketels
+wijden, om welke reden dan ook onderscheidene middelen zijn bedacht,
+welke de graad van zoutheid van het ketelwater te kennen geven, doch
+waarvan geene verklaring in dit voorgenomen beknopte werkje kan gegeven
+worden: meermalen is het gebeurd, dat door onoplettendheid ten dezen,
+goede en kostbare stoomketels onbruikbaar werden.
+
+
+§ 82.
+
+In de voorgaande §, de verzadiging van water door zout voorkomende, zoo
+is het mede voegzaam te verklaren, wat men door verzadigden stoom in een
+werktuig verstaat. Door verzadigden stoom verstaat men zoodanigen, welke
+overeenkomstig deszelfs temperatuur de grootste hoeveelheid water bevat.
+Om dit duidelijker te maken, stelle men zich eene beslotene ruimte voor,
+die eene kubieke el groot is, welke stoom bevat in spanning aan den
+gemiddelden druk des dampkrings gelijk, op de hem eigene temperatuur van
+212 graden, zoodanigen stoom noemt men verzadigd; maar wanneer men die
+afgeslotene volume stoom eenige graden verwarmt, dan zal die zelfde
+kubieke el stoom niet meer verzadigd wezen, want in die zelfde ruimte
+zoude nog meer water, door die vermeerdering van warmte in stoom kunnen
+overgaan; gezegde volume stoom vergroot dan, bij gebrek aan water,
+alleen in spanning, even gelijk de gewone dampkringslucht, binnen eene
+beslotene ruimte, in veerkracht of spanning door gelijke verwarming
+zoude winnen, volgens eenen zelfden regel van uitzetting.
+
+Door naauwkeurige proeven heeft men bevonden, dat de dampkringslucht met
+elke graad vermeerdering in temperatuur, tusschen 32 en 212 graden, zich
+weinig meer dan 2/1000 van derzelver eerste volume uitzet, welke regel
+voor stoom, met geen water in aanraking, dezelfde is. Dit vergelijkende
+met hetgeen hooger op gegeven staat, wegens de temperatuur van den stoom
+(altijd in gemeenschap met water gedacht) en deszelfs overeenkomstige
+spanning, zoo zal men ontwaren, dat de uitzetting van lucht door warmte
+(dat is van drooge lucht) vrij wat verschil hierin oplevert; zoo dat
+stoom, welke in gemeenschap met water, in temperatuur rijst, in spanning
+of veerkracht veel meer aanwint, dan wanneer die rijzing in temperatuur
+buiten gemeenschap met water plaats vindt; zoodanige oververwarmde of
+met water oververzadigde stoom, zoude in een stoomwerktuig meer nadeelig
+dan nuttig zijn.
+
+
+§ 83.
+
+Daar het doel met dit werkje is, om de hoofdzakelijke gronden en daarop
+steunende inrigtingen van het stoomwerktuig, op eene duidelijke en korte
+wijze te verklaren, zoo hebben wij, met behoud van het goede
+dienaangaande eener vorige uitgave, ons vooral ook moeten beperken bij
+de verklaring van het gewone stationaire stoomwerktuig van lagen druk.
+Vele andere wijze van toerigting, schikking en vorm van deelen bestaan
+er daarom, welke wij niet speciaal hebben kunnen behandelen. Wanneer men
+uit de vele soorten van stoommachinen eene kiezen moest, om tot leidraad
+ter verklaring van anderen te dienen, dan zoude inderdaad geene betere
+keuze dan deze kunnen geschieden, zijnde het beste voor uiteenzetting en
+opheldering van beginselen geschikt. Om nogtans eene eigenaardige
+inrigting van het stoomwerktuig met de daarvoor meest vertrouwde
+zamenstelling ter oefening van begrip te geven, zoo is aan het einde
+dezer bladzijden eene afbeelding van een stoomwerktuig met ketel van
+lage drukking gevoegd, waarmede sommige stoomvaartuigen voorzien zijn,
+met de noodige aanwijzing ter verklaring. De geheele bevatting daarvan
+zal niet moeijelijk vallen voor hem, welke de boven behandelde gronden
+wel heeft verstaan.
+
+Met de beschouwing van die figuren, zich de verklaring der gronden
+herinnerende, zal men na weinige overweging de overtuiging bekomen, dat
+de schikking der hoofddeelen van een stoomwerktuig voor vele verandering
+vatbaar is; zoo kan bijvoorbeeld de dienst, welke eene enkele boven de
+machine gelegene balans doet, verrigt worden door twee balansen, welke
+benedenwaarts ter wederzijden van de machine liggen, gelijk uit deze
+afbeelding van eene stoombootmachine te zien is; ook behoeft de
+condensor met de luchtpomp niet altijd in eenen gevulden waterbak
+gesteld te zijn, terwijl het injectiewater door eene pijp in den
+condensor kan worden gebragt; vervolgens zal men ook inzien, dat het
+geen vereischte is, om door tusschenkomst van balansen de kruk van eene
+hoofdas te doen omwentelen, maar dat de stoomzuiger, zonder dien, met
+zulk eene kruk op eene boven of onder gelegene hoofdas te verbinden is;
+zelfs kan men liggende of hellende stoomcilinders, in diervoege met de
+hoofdaskruk verbonden, aanwenden; of ook op sterke assen heen en weder
+slingerende stoomcilinders, waar van de zuigerstang-einden de rondgaande
+beweging der hoofdaskrukken direkt volgen; men is ook niet gehouden, om
+eenen enkelen stoomcilinder te gebruiken: de aanwending van twee of meer
+cilinders kan soms geschikt voorkomen; onder anderen heeft men
+stoomwerktuigen met twee stoomcilinders van verschillende grootte,
+voorzien van stoomketels voor zoogenaamden middelbaren of hoogen
+stoomdruk, waaruit hoog gespannen stoom eerstelijk in den kleinen
+cilinder vloeit en daarin zonder ontspanning werkt, vervolgens daaruit
+in eenen grooten cilinder stroomt, en in dezen laatsten ontspannende,
+beide zuigers gelijktijdig doet op- en neder bewegen.
+
+Onder de vele soorten van stoomwerktuigen treft men wel eens zoogenaamde
+rotative machinen aan, waarin de rondgaande beweging dadelijk, dat is
+zonder tusschenkomst van eenen heen en weder gaanden stoomzuiger plaats
+vindt. Deze bestaan uit eenen hollen ronden ring of uit eene soort van
+ronden trommel, waarbinnen een vleugel doorgaande rondgevoerd wordt (bij
+wijze van digt sluitenden zuiger) door den druk van meer of minder
+gespannen stoom; deze machinen zijn zeer eenvoudig en beslaan weinig
+ruimte, doch tot heden hebben dezelve nog niet kunnen voldoen, de
+oorzaak daarvan is niet gelegen in onjuiste grondbeginselen, maar alleen
+in het moeijelijke, dat voor als nog als onverwinbaar te beschouwen is,
+om daaraan eene goede duurzaamheid, of bestendig goede werking te geven.
+
+Onder de deelen van een stoomwerktuig, welke voor onderscheidene
+wijzingen vatbaar zijn, behoort in het bijzonder de zoogenaamde
+stoomschuif, die de geheele beweging van het werktuig regelt, gelijk wij
+in § 38 hebben aangetoond. Dat regelend deel bestaat vrij algemeen uit
+eene enkele lange schuif, die de beide stoomdoortogten dekken kan, in
+werktuigen van lagen druk doorgaande hol en open, om doortogt van den op
+den zuiger gediend hebbenden stoom naar den condensor te geven, waarvan
+de afbeelding van de stoombootmachine een voorbeeld levert; in die
+zelfde soort van werktuigen treft men ook wel stoomschuiven aan, die in
+twee deelen gescheiden zijn, waarbij dan den gediend hebbenden stoom,
+van wederzijden des zuigers, langs de uiterste einden der dus
+zamengestelde stoomschuif, eenen bijzonderen weg naar den condensor
+gegeven wordt; dusdanige aaneengekoppelde stoomschuifdeelen zijn dan, of
+afgekorte digte lange stoomschuiven, of hebben den vorm van zuigers;
+voor dat zelfde einde gebruikt men ook doosvormige schuiven, welke door
+den druk des stooms aansluiten, en geene aandringende pakking behoeven,
+in sommige stoomwerktuigen worden kranen of valkleppen ter regeling van
+de toelating des stooms in den cilinder gebezigd; in werktuigen, die met
+hooger gespannen stoom werken, gebruikt men tot datzelfde einde, en bij
+voorkeur, lange of korte schuiven, welke geene pakking behoeven, dat is,
+die zich zelven door den druk van den stoom aansluiten. Ter vermijding
+van pakking in hennep of vlas bezigt men ook uit- en inveerende metalen
+of ijzeren ringen, welke wijze van sluiting ook meermalen voor
+stoomzuigers gebruikt wordt. Daar de vorm en regeling van beweging der
+stoomschuif een uiterst belangrijk onderwerp is, zoo hebben vele
+deskundigen aanhoudend daarin naar verbetering getracht.
+
+De noodzakelijke regtlijnige leiding des stoomzuigers, is ook door
+andere middelen, als door het veel te wijzigen toestel der zoogenaamde
+evenwijdige of parallelle beweging (gelijk in § 41 uiteengezet is) te
+verkrijgen; zoo ziet men die leiding ook wel uitgevoerd door eenvoudig
+den top der stoomzuigerstang in een, ter wederzijden gelegen, regtlijnig
+raamwerk te doen rollen of schuiven, waardoor aan den eisch dier leiding
+juist voldaan wordt.
+
+Groote verschillen van zamenstelling en inrigting vindt men in
+stoomketels, alles met oogmerk, om met weinige brandstoffen veel stoom
+te leveren, want de kosten aan brandstof, is eigenlijk de prijs van het
+vermogen, dat het werktuig uitoefent. Een goede ketel behoort bovendien
+zoo duurzaam mogelijk te zijn, op dat dezelve niet na een kort
+tijdsverloop onbruikbaar gerake: gezamentlijke redenen, waarom men
+onophoudelijk nog naar verbeterde constructie van stoomketels zoekt.
+
+
+§ 84.
+
+Om den Lezer met de historie van de opkomst en den voortgang in
+verbetering van het stoomwerktuig kort en zakelijk bekend te maken, zal
+de vermelding van de meest belangrijke uitvindingen en verbeteringen,
+naar volgorde van tijd gerangschikt, het best geschikt wezen.
+
+De kennis der stoomkracht dagteekent van zeer vroegen tijd, want van
+zekeren Hero, die ongeveer 120 jaren voor de christelijke jaartelling
+leefde, vindt men reeds zamenstellen beschreven, die daarvan tot bewijs
+strekken. Dan het schijnt, dat in die vroege tijden het vermogen van den
+stoom minder, of in het geheel niet, tot nuttige einden is gebezigd
+geworden, maar veeleer om de hoofdleiders van het bijgeloof behulpzaam
+te zijn, in het onderworpen houden van het ligt geloovige volk, door
+voorgewende wonderen daarmede te verrigten. Eene reeks van eeuwen zijn
+vervolgens verloopen, waarvan men berigten betreffende toepassing van
+stoomkracht mist, maar uit welks gemis met geene zekerheid besloten kan
+worden, of de beoefening en de aanwending der stoomkracht gedurende dat
+tijdsverloop niet gevorderd is, hoewel het als zeker moet gehouden
+worden, dat de ouden daarvan meer wisten, dan ons tot heden van hen is
+bekend geraakt.
+
+Van niet vroeger dan 1543 weet men, uit spaansche archieven, dat in dat
+jaar Blasco de Garray in de haven van _Barcelona_ proeven met een
+vaartuig heeft genomen, om hetzelve zonder zeilen of riemen door het
+water te bewegen; van het daartoe gebezigde middel staat alleen vermeld,
+dat het vaartuig eenen grooten ketel met kokend water bevatte, en
+uitwendig met beweegbare raderen was voorzien; dit kan dus welligt het
+eerste stoomvaartuig geweest zijn, doch waarvan men verder niet veel
+bijzonders weet.
+
+Het was den Italiaanschen Ingenieur Giovanni Branca, die in 1629 eene
+afbeelding met beschrijving leverde, hoe snel uitstroomende stoom een
+wiel, met vleugels voorzien, kan doen omdraaijen en kracht uitoefenen,
+om er een of ander werk mede te verrigten; vóór hem had Cardan ook
+daarvan gewag gemaakt, en de Caus, hoe men water door stoom kan
+opvoeren.
+
+In 1663 gaf Edward Somerset, _Marquis van Worcester_, een werk in het
+licht, hetwelk een honderdtal korte en zeer oppervlakkige beschrijvingen
+van even zoo vele uitvindingen bevat, en waaronder eene voorkomt, waarin
+hij zegt uitgevonden te hebben, om op eene wonderlijke en
+allerkrachtdadigste wijze, water door vuur op te voeren, en wel met
+geslotene sterke vaten, die beurtelings, door het vuur, van water
+geledigd worden: de _Marquis_ moet op die gronden ook een werktuig
+hebben doen oprigten, dat inderdaad verwondering baarde.
+
+Omstreeks 1685 hield de Franschman Denis Papin, zich met plannen bezig,
+om de kracht van den stoom nuttig aan te wenden. Het eerste denkbeeld,
+om den stoom in eenen cilinder tegen eenen daarin passenden zuiger te
+doen drukken, schijnt men aan hem verschuldigd te zijn, als ook de
+veiligheidsklep voor stoomketels, en de eigenschap dat de stoom te
+condenseren is. Papin met zijne onderzoekingen voortgaande, werkte
+daarin ten laatsten nagenoeg gelijktijdig met Thomas Savery in Engeland,
+die aldaar gelukkiger was, want in 1698 verkreeg Savery een patent of
+octrooi, op eene door hem uitgedachte zoogenaamde vuur-machine, voor
+opvoering van water geschikt.
+
+Thomas Newcomen met John Cawley waren te _Dartmouth_ weder volgende
+verbeteraars; deze gaven het stoomwerktuig of de zoogenaamde
+vuur-machine eenen cilinder met zuiger, onder dien zuiger werd,
+rijzende, stoom in den cilinder gelaten, en vervolgens gecondenseerd,
+waardoor de zuiger met een vermogen aan den dampkringsdruk gelijk weder
+daalde; dit condenseren van den sloom geschiedde aanvankelijk door
+uitwendige verkoeling van den cilinder, doch later op eene eenvoudiger
+wijze, dat is: door inspuiting van koud water binnen den cilinder
+zelven;--dewijl Savery vroeger een octrooi voor het condenseren van
+stoom door verkoeling verkregen had, zoo werd hij in 1705 met Newcomen
+en Cawley, deelgenoot in een nieuw octrooi;--in den beginne moesten in
+deze werktuigen, door eenen persoon, op de juiste tijdstippen de kranen
+of kleppen, die voor toelating en afsluiting van stoom en ter
+invloeijing van het condenserend injectie-water dienen, met de hand
+worden bewogen; de overlevering wil, dat een daarmede belaste jongeling,
+Humphrey Potter genaamd, die eentoonige bewerking moede, bedacht, om die
+kranen in verbinding te brengen met den op en neder bewegende hefbalk of
+balans, hetgeen later verbeterd werd, waardoor alzoo de machine zelve de
+toelating van stoom en water regelde op eene veel betere wijze, dan met
+de hand kan worden verrigt.
+
+Zoodanige vuurmachinen of stoomwerktuigen, later nog verbeterd door
+Henry Brighton en vervolgens door John Smeaton, en die men
+Athmospherische noemt, zijn vervolgens veel in gebruik gekomen,
+hoofdzakelijk voor het oppompen van water. De stoom, welke daarin
+werkte, ging in spanning den druk des dampkrings maar weinig te boven.
+In 1720 gaf de Duitscher Leupold eene eenvoudige zamenstelling aan de
+hand, om den meer vermogenden stoom van hoogeren druk aan te wenden.
+
+In 1736 verkreeg Jonathan Hulls, in Engeland, een octrooi op eene door
+hem uitgevondene machine, die door stoom zou bewogen worden, om
+vaartuigen uit en in havens of rivieren te voeren, tegen wind en stroom
+of in kalmte; doch hij ondervond, hoewel hij daarvan eene beschrijving
+in het licht gaf, weinige aanmoediging; daar hij voorstelde, om door
+middel van eenen op- en nedergaanden stoomzuiger, voortstuwende
+ronddraaijende vleugelwielen of raderen te bezigen, zoo deed hij zien,
+hoe van heen en wedergaande beweging tot zijn oogmerk partij te trekken
+was.
+
+Omstreeks 1750 begon het Athmospherische stoomwerktuig meer en meer voor
+algemeene beweegkracht gebruikt te worden, en zich verspreidende, in
+plaats van de gewone water- en paarden- of rosmolens te komen, hoewel
+het werken daarmede toen kostbaarder was dan het gebruik van paarden,
+alleen voordeeliger op plaatsen, alwaar de brandstof weinig geld kost,
+zoo als in de nabijheid van kolenmijnen; de verwisseling dezer
+werktuigen voor paarden gaf aanleiding, dat men het vermogen eens
+stoomwerktuigs, met zoogenaamde paardenkrachten vergeleek.
+
+In 1757 stelde Keane Fitzgerald voor, om ter regeling van eene
+rondgaande beweging, door eene heen- en wedergaande verkregen, het
+vliegwiel te bezigen.
+
+James Brindley werd in 1759 geoctrooijeerd, voor het verwarmen van
+stoom-leverend water, door middel van een geheel met water omringd
+fornuis, in eenen beslotenen houten of steenen bak.
+
+Weinig tijds daarna ving de Engelschman James Watt zijne onderzoekingen
+aan ter verbetering van stoomwerktuigen; hij verkreeg, in 1769 een
+octrooi, dat zeer belangrijke zaken inhield: 1^e om den stoom in den
+stoom-cilinder zoo min mogelijk van deszelfs warmte te doen verliezen;
+2^e om den stoom, niet in den cilinder, maar in een afgezonderd vat,
+daar buiten, te condenseren; 3^e om het aldus gecondenseerde water en de
+mede ontwikkelde lucht, door middel van pomptuig uit den condensor te
+trekken; 4^e om den stoom slechts voor een gedeelte in den cilinder te
+laten, en verder zich daar binnen te laten ontspannen; 5^e om wanneer
+direkte rondgaande beweging verlangd werd, den stoom te doen werken
+tusschen gewigten, welken in eenen hollen cirkelronden ring of band,
+sluitend beweegbaar zijn, en kleppen passeren, in zoodanige manier, dat
+die ring of band daardoor op eene horizontale as ronddraait, het zij met
+of zonder stoom condensatie; 6^e om eene machine te doen werken, door
+beurtelingsche inkrimping en uitzetting van stoom; en 7^e in plaats van
+water, olie, was en dergelijke vette stoffen, kwik of andere metalen in
+vloeibaren staat, te bezigen voor het digt houden van zuigers en andere
+deelen. Groote verbetering van het stoomwerktuig was daarvan het gevolg.
+
+In Frankrijk deed Périer in 1775 mislukte proeven op de rivier de
+_Seine_, om een vaartuig door middel van stoomkracht voort te stuwen.
+
+James Watt vond in 1776 den zoogenaamden tubulairen condensor uit, dat
+is: een' zoodanigen, waar binnen de stoom in enge, uitwendig verkoelde,
+pijpen gecondenseerd wordt.
+
+Aan James Pickard te _Birmingham_ werd in 1780 octrooi verleend, voor de
+aanwending van het vliegwiel met aanverbondene kruk; dienende, om op
+eene aller eenvoudigste wijze, de heen- en wedergaande beweging eens
+stoomzuigers in eene regelmatige omwentelende of ronddraaijende te
+veranderen; James Watt bedacht tot dat zelfde einde, welligt ter
+vermijding van dit uitsluitend regt, onder anderen, de zoogenaamde
+zon- en planeet raderen, waardoor het vliegwiel met dubbele snelheid door
+de drijfstang wordt omgevoerd.
+
+In 1781 en 82 werden aan James Watt nog andere octrooijen verleend,
+waaronder bovenal de uitvinding uitmunt, om den stoom beurtelings ter
+wederzijden van een' zelfden zuiger te doen drukken; eene uitvinding,
+welke gepaard aan zijne vroegere, om den stoom buiten den cilinder te
+condenseren, van het grootste nut is geworden, door het stoomwerktuig de
+eigenschap te geven, om het vermogen van tweemaal zoo veel stoom in
+denzelfden tijd nuttig te doen werken.
+
+Jonathan Hornblower verwierf in 1781 een octrooi op de uitvinding, om
+stoom van hoogen druk eerst in een kleinen en daarna in eenen grooten
+cilinder ontspannende gecombineerd te doen werken.
+
+In 1782 was het de _Marquis_ de Jouffroy, die eene stoomboot
+zamenstelde, welke op de rivier _Saone_ nabij _Lyon_ ongeveer vijftien
+maanden in werking is geweest.
+
+Onder de geoctrooijeerde uitvindingen van James Watt was in 1784 het,
+door hem uitgedachte, toestel der zoo genaamde evenwijdige of parallelle
+beweging begrepen; deze en andere opvolgende uitvindingen van James Watt
+in het stoomwerktuigelijke, zijn over het algemeen zeer verdienstelijk
+geweest en hebben een uitmuntend gevolg gehad; zoo dat hij te regt als
+een der grootste verbeteraars kan aangemerkt worden. Om de fabrijkmatige
+uitvoering zijner machinen te bevorderen, vereenigde hij zich met
+Boulton, welken met de daarvoor vereischte middelen eenen gewenschten
+invloed en daarbij doorzigt bezat, zoodat de fabrijk van Boulton, Watt &
+Comp. te _Soho_, zeer vele goede stoomwerktuigen heeft opgeleverd.
+
+In Amerika stelde Fitch in 1787 eene stoomboot op de rivier _Delaware_
+te werk, welke niet bleef voldoen; ook in dat zelfde jaar werkte Rumsey
+aldaar eene stoomboot af, die, door voor ingezogen en achter uitgeperst
+water, moest werken, doch die mislukte.
+
+In 1788 en 89 deed Patrick Miller met eene stoomboot op het _Forth-_ en
+_Clide_ kanaal in Schotland proeven, waaraan geen verder gevolg werd
+gegeven.
+
+Bramah en Dickinson ontvingen in 1790 octrooi op een zoogenaamd rotatief
+stoomwerktuig, en in 1791 Sadler op een dergelijk, doch welke buiten
+gebruik zijn gebleven, even als dit met de daartoe betrekkelijke
+vroegere uitvindingen van James Watt het geval is.
+
+Aan Edmund Cartwright te _Middlesex_ werd in 1797 onder anderen octrooi
+verleend, om stoomwerktuigen, voor stoom van spiritus of alcohol bekwaam
+te maken, waardoor veel brandstoffen zouden worden geëconomiseerd.
+
+In 1798 werd in Amerika aan Livingston octrooi gegeven, om door middel
+van stoomkracht, vaartuigen voort te stuwen, doch dat aanvankelijk geen
+gevolg opleverde.
+
+Mathew Murray beweerde in 1799, dat het bezigen van horizontale of
+liggende stoomcilinders voordeel zoude aanbrengen.
+
+Een octrooi van 1801 verzekerden aan Joseph Bramah het uitsluitend
+gebruik van zoogenaamde vierwegkranen in stoomwerktuigen.
+
+Ten jare 1802 voleindigde William Symington eene sleepstoomboot, die met
+ijsbrekende werktuigen zoude voorzien zijn; tenzelfden tijde
+vervaardigde Richard Trevethick en Alexander Vivian in Engeland een
+stoomwerktuig van hooge drukking, dat beknopt, vervoerbaar en voor
+stoomrijtuigen geschikt zoude zijn.
+
+In 1803 erlangde Arthur Woolf een octrooi voor zoogenaamde tubulaire
+stoomketels, dat zijn de zoodanige, waarin het vlammende gaz uit het
+vuur door enge pijpen stroomt, en alzoo het water verwarmt. In dat
+zelfde jaar heeft Fulton, onder aanmoediging van Livingston, op de
+rivier de _Seine_ nabij _Parijs_, proeven genomen met eene door hem
+zamengestelde stoomboot, waaruit de mogelijkheid, om stoomkracht op
+vaartuigen nuttig toe te passen, bleek.
+
+Omstreeks 1804 begon Olivier Evans zich in Amerika bezig te houden met
+het vervaardigen van stoomwerktuigen van hoogen druk. In 1805 deden
+Trevethick en Vivian in Engeland, op eenen spoorweg te _Merthyr Tydvil_,
+vrij voldoende proeven met een stoomrijtuig, dat eenen liggenden
+stoomcilinder bezat.
+
+In 1807 bragt Fulton het eerste welgeslaagde stoomvaartuig te _Newyork_
+in Amerika in werking, hetwelk naar zijne plannen met machinen voorzien
+was, die in de Engelsche fabrijk van Boulton, Watt & Comp. vervaardigd
+waren.
+
+Blinkensop bekwam in 1811 een octrooi, om de wielen van stoomrijtuigen
+en de sporen waarover dezelve rollen, met in elkander werkende tanden te
+voorzien, ten einde het vermeend doorglijden te voorkomen.
+
+In Amerika werden omstreeks 1812 op de rivier _Missisippi_ stoomboten
+gezien, die werkelijk goede dienst deden; in dat jaar werd aan Chapman
+een octrooi verstrekt, voor het bezigen van eenen tusschen de sporen
+gelegene ketting, die om eenen trommel geslagen, ter voortbeweging van
+een stoomrijtuig moest dienen.
+
+De eerste stoomboot, welke in Engeland eenigzins voldeed, was in 1812
+die van Bell en Thomson, waarvoor Wood te _Glascow_ de machine
+vervaardigde; zij voer op de rivier _Clide_ in Schotland.
+
+In 1813 werd in Engeland octrooi verstrekt, om stoomrijtuigen door
+middel van stooters of voeten, in plaats van drijfwielen, op den weg
+voort te stuwen.
+
+Stephenson te _Kellingworth_ voleinde in 1814 een stoomrijtuig met twee
+in den stoomketel besloten verticaal staande stoomcilinders, waarvan de
+drijfwielen effene vellingen of buiten omtrekken hadden, die zich
+daarmede op effene sporen voortbewogen.
+
+Het octrooi van 1816 aan John Neville te _Londen_, behelsde onder
+andere: de aanwending van zoogenaamde occilerende stoomcilinders, dat
+is: cilinders, welke op eene as beweegbaar zijn, en waarvan de stang des
+daarin werkenden stoomzuigers, aan de kruk van eene omdraaijende
+hoofd-as gekoppeld is. In dat zelfde jaar bekwam Muntz een octrooi voor
+het verbeterd verbranden der rook ter economisering van brandstof;
+William Brunton in 1819 voor draaijend roosterwerk in de vuurplaatsen
+van stoomketels, waarover zich de brandstof gelijkmatig verspreidde, en
+Josiah Parkes in 1820 voor bijzondere toelating van lucht in
+vuurplaatsen van stoomketels ter betere verbranding van den rook en ter
+bezuiniging van brandstoffen. In 1822 verkreeg Jakob Perkins octrooi, om
+stoom van zeer hoogen druk op eene bijzondere wijze voort te brengen.
+
+In 1825 ontving Timothy Burstal octrooi, en in 1826 gezamentlijk met
+John Hill, voor stoomrijtuigen op spoor- en gewone wegen toepasselijk;
+die machinen waren voorzien met twee regtop staande stoomcilinders.
+
+De verbeteringen van het stoomwerktuig maakte gestadig vorderingen en
+bij gevolg ook de locomotieven zoo wel te water als te land op spoor- en
+gewone wegen. In 1829 werden in Engeland op den _Manchester_ spoorweg,
+welke in dat jaar geopend werd, vergelijkende proeven genomen met
+stoomrijtuigen van de toen als meest ervaren geachte werktuigkundigen en
+fabrijkeurs als van Robert Stephenson, Braithwaite en Ericson,
+Hackworth, Burstal en Brandreth; van die allen was dat van Stephenson
+het meest voldoende, wien dan ook de uitgeloofde premie werd toegewezen.
+Dit werktuig bezat twee stoomcilinders, die ter wederzijden van den
+ketel in liggende rigting gesteld waren; later plaatste Stephenson de
+stoomcilinders geschikter onder den ketel, waar zij beter besloten en
+meer tegen afkoeling beschermd waren; de ketel was een zoogenaamde
+tubulaire. Voor gewone wegen, die met geene sporen voorzien zijn, hebben
+de stoomrijtuigen ook allengs verbetering bekomen, doch zijn den anderen
+in dat opzigt altijd ten achteren gebleven, dewijl voor gewone wegen
+zich zeer veel moeijelijkheden opdoen. In Engeland hebben, onder
+anderen, Gurney en Hancock, in verschillende manieren meer of min
+voldoende proeven daarvan geleverd.
+
+Aan den Engelschman Thomas Howard werd in 1835 octrooi verleend, voor
+het voortbrengen van waterstoom op verhitte kwik.
+
+
+§ 86.
+
+Alzoo bevat de voorgaande § eene opvolging van de meest belangrijke
+uitvindingen en verbeteringen het stoomwerktuig betreffende, waarop
+weder andere zijn gegrond geworden, of zich zullen vestigen. Men heeft
+daarbij kunnen opmerken, dat de vordering in het stoomwerktuigelijke
+aanvankelijk langzaam, doch later met versnelde schreden is
+vooruitgegaan, en tegenwoordig blijft men onvermoeid bezig, daaraan de
+hand te houden. Maar het moet ook gezegd worden, dat de verbeteringen
+hoe langer hoe meer van de juistheid in werkdadige uitvoering, dat is
+van nette vervaardiging, afhankelijk geraken, waarin men allengs
+vordert. In verschillende landen wedijvert men thans met elkander, in
+verbetering, zoo ten aanzien van inrigting als uitvoering, waarvan de
+drukpers ons gestadig de bewijzen levert. In ons land is de uitvoering
+almede tot eene groote hoogte geklommen, zoo dat men zich in geenen
+deele meer tot vreemden behoeft te wenden, om eene zoo volmaakt
+mogelijke uitvoering te verkrijgen; ook kunnen wij, wat de betrekkelijke
+prijzen aangaat, onder de begunstiging van het Gouvernement, met
+buitenlandsche fabrijken wedijveren, iets dat, om reden wij het grootste
+gedeelte grondstoffen van elders moeten trekken, zonderling moge
+voorkomen, doch niettemin waar is.
+
+
+§ 87.
+
+Wij zullen dit werkje besluiten met de opgaven der verhouding van eenige
+_Engelsche_ maten met de _Nederlandsche_ en omgekeerd; niet alleen, om
+dat die vreemde maat, buiten Engeland ook in vele fabrijken gebezigd
+wordt, maar ook, om de vergelijking van betrekkelijke afmetingen te
+kunnen doen, bij uitvoeringen en opgaven dier, in het
+stoomwerktuigelijke zeer bedrijvige, natie.
+
+Vervolgens hebben wij twee tafelen toegevoegd, waarin men met eenen
+oogopslag kan zien, welke maat de middellijn van een stationair
+stoomwerktuig van lage drukking behoort te hebben, hetwelk met eenen
+zuigerslag, aan het dubbel van den zuiger-middellijn gelijk, een bepaald
+vermogen in nominale paardenkrachten zal opleveren, en omgekeerd; zijnde
+een zuigerslag, die aan het tweevoud van de zuiger-middellijn gelijk is,
+de verkiesselijkste; een stoomzuiger zal grooter middellijn moeten
+bezitten, om hetzelfde getal nominale paardenkrachten op te leveren,
+wanneer deszelfs slag kleiner is dan in de tafelen wordt voorondersteld;
+en tegenovergesteld, zal de zuiger kleiner middellijn moeten hebben,
+ingeval de slag meer bedraagt dan volgens de tafelen.
+
+
+ +--------------------------------------------------------------+
+ | _Engelsche Maten._ | _Nederlandsche_ |
+ | | _Maten._ |
+ |--------------------------------------+-----------------------|
+ |1/8 Duim is nagenoeg gelijk aan| 3.17 Strepen. |
+ |1 " " " | 2.54 Duimen. |
+ |1 Voet " " | 3.05 Palmen. |
+ |1 Statuut Mijl " " |1609.3 Ellen. |
+ |1 Vierkante Duim " " | 6.45 Vierk. Duimen. |
+ |1 " Voet " " | 9.29 " Palmen. |
+ |1 Kubiek Duim " " |16.386 Kub. Duimen. |
+ |1 " Voet " " |28.315 " Palmen. |
+ |1 Avoir du Pois (pond) " " |45.36 Looden. |
+ |1 Trooisch Pond " " |37.32 " |
+ |1 Gallon " " | 4.54 Kannen. |
+ |1 Chaldron " " |13.09 Mud. of Vat. |
+ |1 Buchel " " | 0.36 " " |
+ +--------------------------------------------------------------+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------+
+ | _Nederlandsche Maten._ | _Engelsche_ |
+ | | _Maten._ |
+ |---------------------------------+----------------------------|
+ |1 Duim is nagenoeg gelijk aan| 0.39 Duimen. |
+ |1 Palm " " | 3.94 " |
+ |1 El " " | 3.28 Voeten. |
+ |1 Mijl " " |3280.9 " |
+ |1 Vierkante Duim " " | 0.16 Vierk. Duimen. |
+ |1 " Palm " " |15.50 " " |
+ |1 " El " " |10.76 " Voeten. |
+ |1 Kubiek Duim " " | 0.061 Kub. Duimen. |
+ |1 " Palm " " |61.027 " " |
+ |1 " El " " |35.317 " Voeten. |
+ |1 Pond " " | 2.205 A. d. Pois (pond) |
+ |1 " " " | 2.679 trooische " |
+ |1 Kan of Kop " " | 0.22 Gallon. |
+ |1 Mud of Vat " " | 0.076 Chaldron. |
+ |1 " " " " " | 2.75 Buchels. |
+ +--------------------------------------------------------------+
+
+
+Eene Geographische mijl van 60 in eenen gemiddelden graad, eene
+Engelsche zeemijl, is gelijk aan 6076 Engelsche voeten of aan 1852
+Nederlandsche ellen;
+
+Eene Geographische mijl van 20 in eenen gemiddelden graad, of een
+Hollandsch uur gaans, is gelijk aan 18227 Engelsche voeten of aan 5555.6
+Nederlandsche ellen.
+
+Eene Geographische mijl van 15 in eenen gemiddelden graad, dat is eene
+Duitsche mijl of eene Hollandsche zeemijl, is gelijk aan 24303 Engelsche
+voeten of aan 7407-1/2 Nederlandsche ellen.
+
+
+
+
+BIJVOEGSEL.
+
+
+Eene zoogenaamde Paardenkracht is gelijk aan 33000 Engelsche A. d. P.
+(ponden), in den tijd van 1 minuut, 1 voet hoog opgebragt;
+overeenkomende met 4562-1/2 Nederlandsche ponden, in den zelfden tijd, 1
+Nederlandsch el hoog opgevoerd, (zie § 46).
+
+De gemiddelde hoogte van den kwikkolom in den Barometer, bedraagt 30
+Engelsche duimen, overeenkomende met 76.2 Nederlandsche duimen, (zie §
+10).
+
+ * * * * *
+
+Het gebruik der beide volgende tafelen is eenvoudig, bij voorbeeld:
+welke middellijn behoort een stoomzuiger te hebben, voor eene machine
+van 100 nominale paardenkrachten? Hiertoe bezigt men de eerste tafel,
+waarin tegen over dat getal der eerste kolom, in de tweede kolom 122.2
+Ned. duimen voor de gevraagde zuigermiddellijn gevonden wordt, in de
+derde kolom is daar nevens, het dubbel, of de slaglengte 2.44 ned. ellen
+gesteld, en in de vierde kolom het aantal dubbele zuigerslagen, 15.1, in
+eene minuut.
+
+Ten andere willende weten, hoeveel nominale paardenkrachten overeenkomen
+met de middellijn van eenen stoomzuiger van 120 ned. duimen? zoo vindt
+men in de tweede tafel in de vierde kolom tegenover dit getal duimen, 96
+N. paardenkrachten; de dubbele slaglengte, 2.40 ned. el., wordt in de
+tweede, en het aantal dubbele zuigerslagen per minuut, 15.3, in de derde
+kolom daar nevens gevonden.
+
+ +-----------------------------------------------------------+
+ | Z U I G E R. |
+ | |
+ +-----------------------------------------------------------+
+ | NOMINALE MIDDELLIJN. SLAGLENGTE. DUBB. SLAGEN |
+ |PAARDENKRACHTEN. PER MINUUT. |
+ | _Nederl. duimen._ _Ned. ellen._ |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 1 15.1 0.35 80.5 |
+ | 2 21.0 0.42 59.6 |
+ | 4 29.0 0.58 45.2 |
+ | 6 34.9 0.70 38.7 |
+ | 8 39.9 0.80 34.7 |
+ | 10 44.1 0.88 32.2 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 12 47.9 0.96 30.0 |
+ | 14 51.3 1.03 28.4 |
+ | 16 54.5 1.09 27.2 |
+ | 18 57.4 1.15 26.2 |
+ | 20 60.2 1.20 25.3 |
+ | 25 66.5 1.33 23.3 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 30 72.1 1.44 22.1 |
+ | 35 77.2 1.54 21.0 |
+ | 40 81.8 1.64 20.1 |
+ | 45 86.1 1.72 19.4 |
+ | 50 90.2 1.80 18.8 |
+ | 55 94.1 1.88 18.2 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 60 97.7 1.95 17.7 |
+ | 65 101.1 2.02 17.3 |
+ | 70 104.5 2.09 16.9 |
+ | 75 107.7 2.15 16.6 |
+ | 80 110.8 2.21 16.2 |
+ | 85 113.8 2.27 15.9 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 90 116.7 2.33 15.6 |
+ | 95 119.5 2.39 15.3 |
+ | 100 122.2 2.44 15.1 |
+ | 110 127.4 2.55 14.7 |
+ | 120 132.3 2.65 14.3 |
+ | 130 137.1 2.74 13.9 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 140 141.6 2.83 13.6 |
+ | 150 145.9 2.92 13.3 |
+ | 160 150.2 3.00 13.0 |
+ | 170 154.3 3.09 12.8 |
+ | 180 158.2 3.16 12.5 |
+ | 190 162.1 3.24 12.3 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 200 165.9 3.32 12.1 |
+ | 210 169.5 3.39 11.9 |
+ | 220 173.0 3.46 11.7 |
+ | 230 176.5 3.53 11.5 |
+ | 240 179.9 3.60 11.3 |
+ | 250 183.3 3.67 11.2 |
+ +-----------------------------------------------------------+
+
+
+ +-----------------------------------------------------------+
+ | Z U I G E R. |
+ | |
+ +-----------------------------------------------------------+
+ | MIDDELLIJN. SLAGLENGTE. DUBB. SLAGEN NOMINALE |
+ | PER MINUUT. PAARDENKRACHTEN |
+ | _Ned. duimen._ _Ned. ellen._ |
+ +-----------------------------------------------------------+
+ | 15 0.30 80.5 1.0 |
+ | 20 0.40 62.3 1.8 |
+ | 25 0.50 51.3 2.9 |
+ | 30 0.60 44.0 4.3 |
+ | 35 0.70 38.7 6.0 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 40 0.80 34.7 8.1 |
+ | 45 0.90 31.6 10.5 |
+ | 50 1.00 29.1 13.2 |
+ | 55 1.10 27.0 16.3 |
+ | 60 1.20 25.3 19.8 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 65 1.30 23.8 23.8 |
+ | 70 1.40 22.6 28.1 |
+ | 75 1.50 21.4 32.8 |
+ | 80 1.60 20.5 38.0 |
+ | 85 1.70 19.6 43.6 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 90 1.80 18.8 49.7 |
+ | 95 1.90 18.1 56.3 |
+ | 100 2.00 17.4 63.3 |
+ | 105 2.10 16.8 70.7 |
+ | 110 2.20 16.3 78.7 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 115 2.30 15.8 87.1 |
+ | 120 2.40 15.3 96.0 |
+ | 125 2.50 14.9 105.4 |
+ | 130 2.60 14.4 115.2 |
+ | 135 2.70 14.1 125.6 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 140 2.80 13.7 136.4 |
+ | 145 2.90 13.3 147.7 |
+ | 150 3.00 13.0 159.5 |
+ | 155 3.10 12.7 171.8 |
+ | 160 3.20 12.4 184.6 |
+ |-----------------------------------------------------------|
+ | 165 3.30 12.1 197.8 |
+ | 170 3.40 11.9 211.5 |
+ | 175 3.50 11.6 225.6 |
+ | 180 3.60 11.3 240.3 |
+ | 185 3.70 11.1 255.3 |
+ +-----------------------------------------------------------+
+
+
+VERKLARING DER AFBEELDINGEN,
+
+
+VOORSTELLENDE EENE STOOMMACHINE VAN LAGE DRUKKING MET DAARBIJ
+BEHOORENDEN STOOMKETEL VOOR EEN VAARTUIG, NAAR DE LAATSTE MEEST
+VERTROUWDE ZAMENSTELLING.
+
+
+Een stoomvaartuig bevat gewoonlijk twee gelijke _machinen_ welken te
+zamen eene _hoofd-_ of _wiel-as_ in beweging brengen, waaraan de
+_roei-wielen_ of _schepraden_ zijn verbonden, die ter weder zijde van
+het vaartuig op eenige diepte in het water treden, en rond wentelende,
+alzoo den drijvende bodem voortstuwen. Elke machine drijft de _hoofd-_
+of _wiel-as_ om door middel van eene _kruk_; de beide _krukken_ zijn in
+regthoekige rigting tot elkander op de _hoofd-as_ gesteld, zoodat
+dezelve nimmer gelijktijdig in hoogsten of laagsten stand staan, maar
+een vierde van eenen omwenteling daarin met elkander verschillen. Beide
+_machinen_ worden met stoom voorzien, het zij door eenen enkelvoudigen
+of door een zamenstel van meer dan eenen _ketel_. In de onderwerpelijke
+afbeeldingen is het een enkelvoudige _ketel_ voor stoomlevering aan twee
+gelijke _machinen_; eene dergelijke en nevens elkander geplaatste
+_machine_ wordt hier alleen voorgesteld, waarvan de verklaring geheel op
+de andere toepasselijk is.
+
+Figuur 1. verbeeldt het zij aanzigt van den enkelvoudigen _stoomketel_
+en van eene _machine_. Figuur 2. is de doorsnede overlangs van dien
+_ketel_ en van die zelfde _machine_; de _roei-wielen_ of _schepraden_
+zijn alleen met gestippelde lijnen in Fig. 1 aangeduid, hetgeen
+voldoende duidelijk is, en geene verdere uitleg behoeft, de bijgestelde
+letters en nommers dienen in beide Figuren voor de volgende
+aanwijzingen:
+
+AAAA _stoomketel_ met in besloten _fornuis_ B'BB; dit _fornuis_ bestaat
+uit twee nevens elkander gelegene _vuurhaarden_ of _vuurplaatsen_,
+waarvan hier slechts eene B', zigtbaar is, en uit twee daarmede
+afzonderlijk gemeenschap hebbende _rookleidingen_, waarvan gedeelten bij
+BB te zien zijn; in de _vuurplaatsen_ wordt de brandstof verbrand,
+waarvan de overblijvende sintels en asch in de ruimte C door de
+_roosters_ nedervallen; door de _rookleidingen_ BB stroomt het vlammende
+gaz of de verhitte rook van de vuren naar den _schoorsteen_ D, waar van
+hier het onderdeel slechts staat afgebeeld, en met eenen beschermenden
+_mantel_ omgeven ter beveiliging van het scheepsdek tegen brand; dit
+onderdeel van den _schoorsteen_ is met deszelfs _mantel_ op den _ketel_
+bevestigd, terwijl het bovendeel boven dezen _mantel_ op eenen omgaanden
+rand van het onderdeel staat, doch geheel onverbonden, ten einde dat
+bovendeel overboord zoude kunnen vallen zonder dat de vuurstroom uit de
+_rookleiding_, eenige schade aan het dek te weeg brengt; een weinig
+boven den _mantel_ is de _schoorsteen_ met eene draaibaren _wartelklep_
+AB voorzien, even als in eene gewonen kagchelpijp, waarmede men den
+zoogenaamden trek, welken de _schoorsteen_ daarstelt, kan wijzigen of
+geheel beletten.
+
+Het geheele _fornuis_ is binnen den _ketel_ rondom met water omgeven;
+men herkent de vereischte hoogte van dat water, door aanwijzing van
+eenen _vlotter_ of _drijver_ E, welke tot dat einde op eene as beweegt,
+die buiten den _ketel_ doorsteekt; de herkenning van de waterhoogte
+geschiedt ook nog door middel van de _peilkranen aa_; ook is er nog eene
+_glazen buis_ buiten tegen den _ketel_ geplaatst, die met het inbesloten
+water gemeenschap heeft, doch die ter voorkoming van verwarring in de
+afbeeldingen op eene zoo kleine schaal niet is afgeteekend. Ook is hier
+om dezelfde reden de afbeelding achtergelaten, van eene dier vele
+toerigtingen, waardoor een _watergebrek_, onafhankelijk van de
+bijzondere oplettendheid van den bestuurder of van den vuurstoker,
+kennelijk gemaakt wordt. Dit wordt aangewezen of door uitstrooming van
+stoom of heet water, _op_ of _vóór_ het oogenblik, dat watergebrek
+binnen den _ketel_ bestaat, of door eenig geruisch makend, of sterk in
+het oog vallend middel, ter bijzondere waarschuwing; welke toerigting in
+aard of wijze gekozen wordt, overeenkomstig de daarvoor bestaande
+plaatsgelegenheid.
+
+F is eene op de _stoomkap_ des ketels geplaatste kast, waarin zich twee
+_veiligheidskleppen_ bevinden; eene dier _kleppen_ is met derzelver
+onderaan gehangene _belading_ G slechts hier te zien, deze
+_veiligheidsklepkast_ heeft bovenop, eene opening met _ontlastpijp_ II
+(hier even als het bovendeel des schoorsteens als afgebroken
+voorgesteld), waardoor de overvloedige stoom, bij opening van eene of
+beide _veiligheidskleppen_ ontvliedt; I, I, I is een hefboomtoestel,
+waarmede eene der _veiligheidskleppen_, door den bestuurder van de
+machine, naar willekeur kan geopend worden, door slechts aan de
+schroevende _handkruk b_ te draaijen; de andere _veiligheidsklep_, die
+een weinig meer beladen is, kan niet met de hand geligt worden, is zelfs
+tot dat einde afgesloten, om alleen uit zich zelve te ligten, wanneer er
+overvloed of te hoog gespannen stoom bestaat, of ingeval door eenig
+gebrek stoomontlasting door de eerste verhinderd wordt; _c_ is eene
+dunne pijp, waardoor het water, dat zich in de _veiligheidsklepkast_
+vergaderen mogt, afloopt buiten boord; _d_ is een _stoommeter_ met eenen
+kleinen, op kwik drijvenden, _stijl_ voorzien, welke de mate der
+_stoomspanning_, die binnen den _ketel_ heerscht, op eene
+nevensgeplaatste _schaal_ aanwijst.
+
+KK _spuibuis_ met _kraan_, welke door het scheepsvlak gaat, en alzoo met
+het buitenwater gemeenschap heeft, dient om uit den _ketel_ naar
+verkiezing water te loozen gedurende of na deszelfs werking, of om den
+ledigen _ketel_ van water te voorzien; de _spuibuis_ bezit nog eene
+andere _kraan e_, waardoor men water door middel van eene nader aan te
+wijzene _handperspomp_ in den _ketel_ brengen, of denzelven daardoor
+ontledigen kan.
+
+L _mangatdeksel_, dat eene opening in de _stoomkap_ des ketels dekt,
+genoegzaam groot ter doorlating van eenen persoon; dit _deksel_ is met
+eene _luchtklep f_ voorzien; _g_ is een _slikgatdeksel_, te openen voor
+de reiniging des _ketels_.
+
+M _voedingkraan_, waardoor de _ketel_ deszelfs _voeding_ met _warm
+water_ door de _machine_ geniet; deze _kraan_ is naar gelang der
+behoefte aan _voedingwater_, met de hand te openen of te sluiten.
+
+N is eene kast, welke eene _klep_ bevat, die door draaijing van het
+_handwiel h_ geheel of gedeeltelijk opengezet, of gesloten kan worden,
+hierin vloeit de stoom uit den _ketel_, en bij geopende _klep_ uit den
+_ketel_ naar de _machinen_ door de aanverbondene _leibuizen_ O.
+
+PP _stoomcilinder_ met daarin digt sluitenden _zuiger kk_, waarvan de
+_stang_ door eene _pakkingbos i_ van het _stoomcilinderdeksel_ opgaat;
+de stoom vloeit in dezen _cilinder_ boven of onder den _zuiger_ uit de
+_stoomschuifkast l l_ naar gelang van den stand der daarbinnen
+beweegbare _stoomschuif l l_, door den boven of onder _stoomdoortogt i'
+i'_. De _stoomschuifkast l l_ wordt met stoom uit den _ketel_ voorzien
+langs de _smoorklep m_, welke naar willekeur meer of min opengezet kan
+worden door middel van het bovengelegen handvat; de toegang van den
+stoom naar de _smoorklep_ vindt plaats door den _hollen band n n_ welke
+den _stoomcilinder_ omgeeft, en waarmede de _stoomleibuis_ O is
+vereenigd.
+
+_Bodem_ en _deksel_ van den _stoomcilinder_ bezitten naar eisch beladene
+_waterkleppen n' n'_, waardoor toevallig in den _cilinder_ geslagen
+water zich zelf ontlast.
+
+Boven kleine openingen in het _cilinderdeksel_ zijn kleine _kommen_, met
+_kranen p p_ voorzien, geplaatst, waardoor men naar welgevallen, olie of
+vet tot den _zuiger_ kan doen vloeijen.
+
+De opgaande _stoomzuigerstang_ is aan derzelver top met een _dwarsjuk_
+vereenigd, de armeinden van dit _juk_ zijn ter wederzijden van den
+_stoomcilinder_ beweegbaar verbonden, met _zijroeden q_, die
+benedenwaarts, even zoo met de armen van een paar _balansen_ QQ zijn
+gekoppeld; de _stoomzuiger k k_ door den druk des stooms zich op- of
+neder bewegende, geeft dus, door tusschenkomst van deze _zijroeden q_,
+gelijke beweging aan de _balansen_ QQ.
+
+Voor de rigtige leiding van den top der _stoomzuigerstang_ heeft men de
+_zijroeden q_ beweegbaar verbonden met het zoogenaamde toestel der
+_evenwijdige_ of _parallele beweging_, bestaande uit de _straalroeden_
+22 en de _koppelroede_ 44, die de _straalroeden_ aan kleine beweegbare
+_krukken_ 33 en de _balans_ verbindt.
+
+Elk paar _balansen_ QQ is bij het einde der tegenovergestelde armen
+onderling vereenigd door een ander _juk r_, uit welks midden eene
+_drijfstang_ R opgaat, waarvan het boveneinde beweegbaar verbonden is
+met de _pen_ van de _hoofdaskruk_ SS' derwijze, dat de _hoofdas_ S',
+daardoor kan worden omgevoerd; de _kruk_ TT der _wielas_ wordt door de
+omwentelende eerste _kruk_ SS' voortgedreven, door tusschenvoeging van
+een _koppellid_ U, zoodat de buiten boord daaraan verbondene
+_roeiwielen_ of _schepraden_, daarmede omdraaijen.
+
+De _hoofdas_ S' is door eene _excentriek-schijf_ VV omvat; om deze
+_schijf_ is een _ring_ beweegbaar en aan de _excentriek-roede_ W
+verbonden, welke _roede_ aan het andere einde in eene keep den _arm t_
+vat, die op eene beweegbare as bevestigd is; de _hoofdas_ S' de
+_excentriek-schijf_ VV mede voerende, zal alzoo door tusschenkomst van
+de _excentriek-roede_ W, den _arm t_ heen en weder bewegen met de
+daaraan bevestigde as.
+
+Deze laatste as bezit ter wederzijde van de _stoomschuifkast_ eenen arm
+_u_, met daaraan beweegbaar verbondene opgaande ligte _zijroeden_,
+welker toppen even zoo zijn verbonden met een klein _dwarsjuk_ op den
+top _u'_ van de stang der _stoomschuif_, welke stang door eene
+_pakkingbos_ van het _deksel_ der _stoomschuifkast ll_ uitkomt; op die
+wijze wordt dan de _stoomschuif_ door middel van de _excentriek-schijf_
+VV mede op en neder bewogen; _v'v'_ is het _tegenwigt_ der
+_stoomschuif_. De hoogste en laagste standen van de _stoomschuif_ hebben
+niet gelijktijdig plaats met de hoogste en laagste standen van den
+_stoomzuiger_, opdat de stoomtoelating dan eerst plaats vinde, wanneer
+de _stoomzuiger_ deszelfs hoogsten of laagsten stand bereikt heeft;
+hiertoe is aan de _excentriek-schijf_ VV op de _hoofdas_ S' eene
+daarvoor passende rigting gegeven, zoodat de hoogste en laagste standen
+van de _stoomschuif_ plaats vinden, nadat de _stoomzuiger_ circa een
+vierde deel van deszelfs slag is gedaald of gerezen. De stand van de
+_excentriek-schijf_ voor vooruitwerking van de _roeiwielen_ of
+_schepraden_ niet dezelfde zijnde, als voor achteruitwerking van
+dezelve, zoo is voor het aannemen van die twee verschillende standen van
+de _excentriek-schijf_, de noodige _wisselruimte_ op de _hoofd-as_
+gelaten.
+
+Om de beweging van de _stoomschuif_, en bijgevolg van de _machine_ te
+doen ophouden, bestaat bij de _keep_ der _excentriek-roede_ W eene
+_klink w_, waarmede de bestuurder met de hand de _excentriek-roede_ van
+den _arm t_ ontkoppelt, en daardoor het op- en neder bewegen van de
+_stoomschuif_ doet staken, zoodat de _stoomzuiger k k_ de beurtelingsche
+toelating van stoom mist en gevolgelijk zal stilstaan.
+
+Met den _arm t_ is een lange _hefboom_ of _handel x x_ vereenigd, welke
+dient, om bij ontkoppeling van den _arm t_ van de _excentriek-roede_ W,
+aan de _stoomschuif_ zoodanigen stand met de hand te geven, als geschikt
+is, om de _stoomzuiger k k_ te doen rijzen of dalen, naar gelang men,
+tot voor- of achteruit werken, de _roeiwielen,_ of _schepraden_ in
+beweging verkiest te stellen. Dit aanvankelijk in beweging stellen van
+de _machine_ naar behooren door de hand van den bestuurder plaats
+vindende, zoo bezorgt deze, door verzetting van de _klink w_, de weder
+zamenkoppeling van de _excentriek-roede_ W met den _arm t_, waardoor het
+vervolg der beweging in den aangevangen zin uit zich zelf, zal worden
+onderhouden.
+
+X X is de _condensor_ waarin de stoom uit den _stoomcilinder_ vloeit, om
+tot water verdikt te worden, door aldaar in aanraking te komen met koud
+water, dat door het pijptoestel o' o' en de _injectiekraan y_ vloeit; de
+toevloeijing van het _injectiewater_ wordt geregeld door den bestuurder,
+want daartoe houdt de _injectiekraan_ eene _handkruk z_.
+
+Y _luchtpomp_ met insluitenden _zuiger_, die _opslaande kleppen_ 1, 1
+bezit; de _luchtpompzuigerstang_ is even als de _stoomzuigerstang_ met
+een _dwarsjuk_ verbonden, waarvan _zijroeden_ 2 nedergaan, die met de
+_balansen_ QQ gekoppeld zijn; zoodat wanneer de _stoomzuiger_ rijst de
+_luchtpompzuiger_ daalt en omgekeerd. De _luchtpompzuiger_ trekt
+opgaande het van den stoom en der _injectie_ herkomstige water, met de
+tevens uit het water ontwikkelde lucht uit den _condensor_ XX door de
+_condensorklep_ 4, en voert dit op deszelfs _kleppen_ 1,1 in den _warm-_
+of _heet waterbak_ Z door de _klep_ 5 van dien _bak_.
+
+Van het in den _warm-_ of _heet waterbak_ opgevoerde water, wordt door
+de opening 6 het noodige getrokken, om den _ketel_ voor het verstoomde
+water weder aan te vullen of te _voeden_, eene _perspomp_, waarvan de
+_zuiger_ of _dompelaar_ door het _luchtpompjuk_ op en neder bewogen
+wordt (in de afbeeldingen niet zigtbaar, wordende door de _luchtpomp_
+bedekt) dient tot dat einde; want _pijpen_ 7,7 zijn daarmede vereenigd,
+waardoor dat warme water in de gemeenschappelijke pijp 8,8 naar den
+_ketel_, door de openstaande _voedingkraan_ M gevoerd wordt; 23 zijn
+_leistangen_, die door de _armen_ van het _luchtpompzuigerjuk_ omvat
+worden, en voor de rigtige leiding daarvan dienen; aan eene dier
+_stangen_ is de _dompelaar_ van de _voedingpomp_ verbonden, en kan alzoo
+met het _juk_ op en neder bewegen.
+
+De _heet waterbak_ Z bezit eene verhooging of _kolom y_ ter voorkoming
+van wateroverstorting, en tegen deze kolom is eene beladene _stortklep_
+9 aangebragt, waardoor het _voedingwater_ weder in den _warm waterbak_
+terug valt, ingeval de _voedingkraan_ M aan den ketel mogt gesloten
+wezen middelerwijl de _voedingpomp_ werkt; de _voedingpompzuigers_ of
+_dompelaars_, kunnen door de hand van den bestuurder in of buiten
+werking gesteld worden, naar gelang de behoefte aan _ketelvoeding_. Het
+in den _warm-_ of _heet waterbak_ te veel overblijvende water, ontlast
+zich buiten boord, door de opening der _vloeipijp y_, welke opening bij
+stilstand van de _machine_ door eene _klep_ gesloten kan worden, met aan
+de schroevende _handkruk_ 10 te draaijen.
+
+12 _handperspomp_, waarmede de _ketel_, onafhankelijk van de werking der
+_machine_, met koudwater kan gevuld of gevoed worden, door eene (hier
+slechts gedeeltelijk afgebeelde) pijp _r t_, die met de _kraan e_ der
+_spuibuis_ K gemeenschap heeft, of ook kan door deze _pomp_ de _ketel_,
+wanneer het noodig mogt zijn, geledigd worden.
+
+13 _scheepslenspomp_. waarvan de _zuiger_ door eenen der armen van de
+_balansen_ QQ op en neder bewogen wordt; deze _pomp_ voert het zich in
+het vaartuig bevindende water op en over boord, en haalt dit uit het
+voor- of uit het achterschip door pijpen, hier niet geheel afgebeeld;
+zij kan door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld
+worden, 14 is de _doorblaaskraan_ door eene kleine _handkruk_ 15 te
+openen; geopend zijnde stroomt de stoom uit de _stoomschuifkast l l_
+door dezelve in den _condensor_ XX en in de _luchtpomp_ Y, drijft uit
+beiden door de _snuifklep_ 16 (en soms door de klep van den _warm
+waterbak_ 5) het daar in zijnde water en de aanwezige lucht: eene
+uitdrijving, die bij het eerst in beweging brengen der _machine_ altijd
+moet geschieden.
+
+Op den _condensor_ XX is een _manometer_ of _barometer_ 17 geplaatst;
+het zich daar in bevindende kwik toont aan in hoe verre de spanning
+binnen den _condensor_ is verminderd. Tegen den _hollen band n n_ van
+den _stoomcilinder_ bestaat, een _stoommeter_ 18, om de spanning van den
+stoom daar binnen gade te slaan, deze _stoommeter_ is even als die aan
+de _stoomkap_ des _ketels_; nog bestaat onder aan den _hollen band_ eene
+_aftapkraan_ 19, waardoor men het daar binnen vergaderde water kan doen
+afloopen.
+
+Eindelijk ziet men dat de _hoofdas_ S' niet alleen in _stoelen_ op eene
+_stelling_ wordt gedragen, maar dat ook _stoomcilinder_, _condensor_ met
+aanverbondene _luchtpomp_ en _warm waterbak_, onderling, en met die
+_stelling_ zijn verbonden; de grondslag van dat geheele verband is in de
+eerste plaats de _fondatie_ op het _scheepsvlak_, door middel van goed
+verzekerde _fondatiebouten_ 20, en ten tweede de _hoofd- en
+wielas-balken_ 21, die met de _stelling_ goed vereenigd zijn. Deze
+_balken_ breiden zich ter wederzijden buiten het vaartuig uit, en
+vereenigen zich aldaar, als uit een ligchaam bestaande, op welke buiten
+uitbreiding zich _stoelen_ bevinden, waarop de _roeiwielen_ of
+_schepraden_ dragen.
+
+Aldus de zakelijke deelen van dit gansche stoomwerktuigelijke toestel
+aangetoond hebbende, zal het niet ongepast zijn, eene korte aanwijzing
+te laten volgen, hoedanig de _machinen_ in beweging en tot stilstand
+gebragt worden.
+
+In den _stoomketel_ genoegzame ontwikkeling van stoom bestaande,
+(herkenbaar aan de stoomontvlieding door de _ontlastpijp_ II der _kast
+van de veiligheidsklep_ F, waarvan de spanning op den stoommeter _d_
+aangewezen wordt) en zich door middel der _pijlkranen a a_, _drijver_ E
+of _waterpeilbuis_ verzekerd hebbende dat de ketel met eene voldoende
+hoeveelheid water gevuld is, zoo begint men met de _stoomcilinders_ en
+_stoomschuifkasten_ te verwarmen; het geen geschiedt door het openen van
+de klep in de kast N met het _handwiel h_; de stoom zal als dan uit den
+_ketel_ door de _stoomleibuizen_ O in de _holle banden n n_ der
+_stoomcilinders_ vloeijen, en van daar langs de openstaande
+_smoorkleppen m_, in de _stoomschuifkasten l l_; verwarming opmerkende,
+zoo beweegt men door middel van de _hefboomen_ of _handels x_ de
+_stoomschuiven_ eenige malen op en neder (waarvoor de klinken _w_,
+natuurlijker wijze zoodanig moeten zijn gesteld, dat geene koppeling van
+de _armen t_ met de _excentriek roeden_ W bestaat); door die behandeling
+van de _stoomschuiven_ zal mede stoom in de _cilinders_ vloeijen,
+terwijl men zich te gelijkertijd van de goede beweegbaarheid der
+_stoomschuiven_ verzekert; ook zal men de _aftapkranen_ 19 openen, om
+het water van om de _stoomcilinders_ te doen afloopen; deze bewerking
+noemt men: de _machinen verwarmen_.
+
+Genoegzame verwarming plaats vindende, dan stelt men met de hand de
+_stoomschuiven_ in _middenstand_, dat is zoodanig dat dezelve de boven
+en onder _stoomdoortogten_ der _cilinders_ sluiten; als nu opent men met
+de _handkrukken_ 15, de _doorblaaskranen_ 14, en houdt die zoo lang
+geopend, tot dat men door de _snuifkleppen_ 16, niets anders dan stoom
+ziet uitstroomen, zijnde dit het teken, dat al het water met de
+aanwezige lucht is uitgedreven; deze bewerking wordt _doorblazen_
+genoemd. Zoo men dan de _stoomschuiven_ met de hand in zoodanigen stand
+zet, dat toelating van stoom, op of onder de _stoomzuigers_ plaats
+heeft, overeenkomstig den zin van omwenteling, welke men aan de
+_hoofd- of wielaskrukken_ wil geven, dan zullen de _machinen_ dadelijk
+aanvangen te bewegen; doch daar de _armen t_ van de _excentriek-roeden_
+W zijn ontkoppeld, zoo bewegen de _stoomschuiven_ niet mede, daarom
+verzet men de _stoomschuiven_ nogmaals met de hand, om ééne omwenteling
+van de _hoofdas_ S te veroorzaken, waarna men de _klinken w_ derwijze
+verzet, dat zamenkoppeling van armen _t_ en _excentriek-roeden_ W plaats
+vindt; vervolgens opent men met de _handkrukken z_ langzaam de
+_injectiekranen y_, tot zoo verre als met de toenemende snelheid der
+_machinen_ overeenkomt, die als dan zullen doorwerken; men noemt deze
+bewerking: de _machinen aanzetten_, (het laat zich begrijpen, dat ter
+ontlasting van het overvloedige water, dat de _luchtpompzuigers_ in den
+_warmwaterbakken_ Z opvoeren, de kleppen der _vloeipijpen y_ door middel
+der _handkrukken_ 10 moeten opengezet worden).
+
+De _machine_ alzoo tot volle kracht werkende, kan in vermogen of
+snelheid verminderd worden, door vermindering van stoomtoevoer naar de
+_stoomzuigers_ en daaraan gepaarde vermindering van _injectie_ water,
+waarvoor men dan de _injectiekranen y_ en de _smoorkleppen m_ zoo veel
+zal sluiten, als voor de verlangde vermindering in snelheid voegzaam is.
+
+Om de _machine_ te doen stil staan, sluit men eerstelijk de
+_injectiekranen y_, en doet vervolgens, door middel der _klinken w_, de
+_excentriek-roeden_ W van de _armen t_ ontkoppelen; want als dan zal de
+beweging der _stoomschuiven_ en bij gevolg de beurtelingsche
+toevloeijing van stoom naar de _stoomzuigers_ ophouden.
+
+Bij het tot stilstand brengen van de machine, moet men de
+_stoomschuiven_ met de hand weder in _middelstand_ zetten, ingeval het
+ophouden derzelver beweging niet op _middelstand_ heeft plaats gevonden.
+
+Zoo de machine, lang moet stilstaan, opent men langzaam de handelbare
+_veiligheidsklep_ met de _handkruk b_, doch wanneer het dadelijk in
+beweging brengen vereischt wordt (het zij in denzelfden of in
+omgekeerden zin), is zulks niet noodig, ook niet het zoogenaamde
+_doorblazen_, noch het openen der _aftapkranen_ 19.
+
+
+_Deze afbeeldingen zijn op steen gebragt naar eene teekening van 's
+Rijks Hoofdmachinist, waarin alzoo zijne beproefde wijze van inrigting
+voorgesteld staat._
+
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG ***
+
+***** This file should be named 31059-8.txt or 31059-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31059/
+
+Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This
+book was produced from scanned images of public domain
+material from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/31059-8.zip b/31059-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..2cd949d
--- /dev/null
+++ b/31059-8.zip
Binary files differ
diff --git a/31059-h.zip b/31059-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..8342268
--- /dev/null
+++ b/31059-h.zip
Binary files differ
diff --git a/31059-h/31059-h.htm b/31059-h/31059-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..6e48e9e
--- /dev/null
+++ b/31059-h/31059-h.htm
@@ -0,0 +1,5176 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Verklaring van het Stoomwerktuig door D. van den Bosch.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+ p { margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em;
+ }
+ h1,h2,h3 {
+ text-align: center; /* all headings centered */
+ clear: both;
+ }
+ hr { width: 33%;
+ margin-top: 2em;
+ margin-bottom: 2em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ clear: both;
+ }
+
+ .g {font-style: normal; font-weight: normal; letter-spacing: .2em; padding-left: .2em;}
+
+ body{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ }
+
+ .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute;
+ left: 92%;
+ font-size: smaller;
+ text-align: right;
+ } /* page numbers */
+
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;}
+ .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em;
+ float: right; clear: right; margin-top: 1em;
+ font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;}
+
+ .bb {border-bottom: solid 2px;}
+ .bl {border-left: solid 2px;}
+ .bt {border-top: solid 2px;}
+ .br {border-right: solid 2px;}
+ .bbox {border: solid 2px;}
+
+ .center {text-align: center;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+
+
+ .caption {font-weight: bold;}
+
+ .figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+
+ .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top:
+ 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em;
+ margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;}
+
+ .footnotes {border: dashed 1px;}
+ .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;}
+ .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;}
+ .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;}
+
+ .trnote {margin: 5% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+ .formula {text-align: right;
+ width: 30%}
+
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Verklaring van het stoomwerktuig
+ zijnde eene algemeen bevattelijke beschrijving van deszelfs
+ onderscheidene deelen, zamenstelling en werking.
+
+Author: Anonymous
+
+Translator: D. van den Bosch
+
+Release Date: January 24, 2010 [EBook #31059]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG ***
+
+
+
+
+Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This
+book was produced from scanned images of public domain
+material from the Google Print project.)
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<h1>VERKLARING</h1>
+
+<h2><span class="smcap">van het</span></h2>
+
+<h1>STOOMWERKTUIG;</h1>
+
+<p class="center"><span class="smcap">zijnde eene<br />
+
+algemeen bevattelijke<br />
+beschrijving van deszelfs onderscheidene deelen,<br />
+zamenstelling en werking.</span></p>
+
+<h3><span class="smcap">opgehelderd door</span></h3>
+
+<h2>Een Aantal Platen en de Benoodigde Tafelen.</h2>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<h3>TWEEDE DRUK.</h3>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<h3><span class="smcap">verbeterd en vermeerderd door</span></h3>
+
+<h2><i>D. VAN DEN BOSCH</i>,</h2>
+
+<h3>'s Rijks Hoofd-Machinist.</h3>
+
+<div class="figcenter" style="width: 80%">
+<img src="images/001.jpg" width="80%" height="80%" alt="Illustratie 1:afbeelding van een stoomradarschip op het water, getekend 'Tollenaar'" title="" />
+</div>
+
+<p class="center">AMSTERDAM,</p>
+
+<p class="center">M. SCHOONEVELD en ZOON.</p>
+
+<p class="center">1843.</p>
+
+<p class="center"><span class="smcap">gedrukt bij bakels en kr&ouml;ber.</span></p>
+
+
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<p><i>De Eerste Druk van dit Werkje was oorspronkelijk eene vertaling uit het
+Engelsch; bij de uitgave van hetzelve hebben wij te dier tijd geene
+verantwoordelijkheid op ons willen laden, met daarin eenige
+welgewenschte veranderingen te brengen; doch na den geheelen uitverkoop
+van die oplage, oordeelden wij het, op de bij ons ingekomene bescheidene
+en gegronde aanmerkingen achtslaande, raadzaam, om bij de uitgave van
+dezen tweeden druk, dit, overigens niet ongunstig door het Publiek
+ontvangen werkje, ter verbetering en vermeerdering aan eenen bevoegden
+deskundige op te dragen, die ons dan ook het genoegen heeft gedaan, om
+behalve de verbeteringen tot bladz. 61, tot en met de laatste bladz.
+138, geheel nieuwen tekst te leveren.&mdash;Wij vertrouwen hiermede, al het
+mogelijke te hebben gedaan, om aan het weetgierig Publiek, een beknopt
+nuttig boekje, over eene nog zoo weinig in onze taal beschrevene hoogst
+belangrijke zaak te leveren.</i></p>
+
+<p><i>Daar met deze uitgaaf het beginsel is in het oog gehouden, om voor
+weinig geld iets nuttigs te leveren, zoo zal men ons wel verschooning
+schenken, voor het weder bezigen van het meerendeel der houtsnee-figuren
+van den eersten druk; geheel andere te doen vervaardigen, zoude den
+prijs te veel verhoogd, en daardoor het Werkje minder verkrijgbaar voor
+alle klassen gemaakt hebben; beter kwam het ons, op algemeen aanraden
+voor, eene geheele machine in zij-aanzigt en doorsnede in plaat
+achteraan te voeqen; door deze bijvoeging, zoo wel als door de meer
+volledige bewerking en de daaruit voortspruitende meerdere
+uitgebreidheid, dan de vorige druk, zal de lezer, hopen wij, zich gaarne
+de geringe prijsverhooging dezer uitgave getroosten en dezelve
+billijken.</i></p>
+
+
+
+<p><i>De Uitgevers.</i></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 80%">
+<img src="images/006.jpg" width="80%" height="80%" alt="Figuur 1 - HET STOOMWERKTUIG." title="Figuur 1 - HET STOOMWERKTUIG." />
+<br />
+<span class="caption">Figuur 1 - HET STOOMWERKTUIG.</span>
+</div>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+
+<h1>HET STOOMWERKTUIG</h1>
+
+
+<h2><a name="h1" id="h1"></a>&sect; 1.</h2>
+
+
+<p>Het groot en steeds toenemend belang van het stoom-werktuig in
+kunsten en handwerken verheft hetzelve tot een onderwerp, hetwelk de
+opmerkzaamheid van alle standen der maatschappij ten hoogste waardig is.
+De vernuftig uitgedachte en heerlijke toestel, waarmede vezels tot
+draden gesponnen werden, ontvangt deszelfs beweging van het
+stoom-werktuig, hetwelk insgelijks de beweging mededeelt aan de
+machinerie, waarmede vervolgens de gesponnen draden of garens tot doek
+geweven worden. Het stoom-werktuig is insgelijks de beweegkracht bij
+ontelbare andere kunsten, die onder de belangrijkste, waarmede de mensch
+bekend is, gerangschikt moeten worden. Er bestaat ook in der daad thans
+naauwelijks een voorwerp door den mensch vervaardigd, tot sieraad of tot
+nuttig gebruik bestemd, waarvan wij niet, in zekeren graad, het bestaan
+aan dit veel vermogende werktuig verschuldigd zijn. Met behulp van
+hetzelve halen wij steenkolen en ijzer-erts uit de diepste mijnen, en
+brengen het hinderlijke water uit dezelve naar boven; het erts in
+smeedbaar ijzer herschapen, wordt vervolgens door hetzelfde werktuig tot
+staven gevormd, en alzoo, zoo wel tot het smeden van ankers, waarmede de
+grootste zeekasteelen het woeden van wind en water kunnen uitstaan, als
+tot het vervaardigen van de fijnste borduurnaald gebezigd. Zoo
+bewonderenswaardig het stoomwerktuig is, ten aanzien van deszelfs
+onderscheidene wijzen van aanwending, als van de verbazende, aan zoo
+veel regelmaat verbondene, kracht door haar ontwikkeld, even zoo
+opmerkelijk is hetzelve, afgescheiden van deze of andere fabrijkmatige
+bewerking beschouwd; leverende de treffendste en heerlijkste
+toepassingen van eenige der voornaamste natuurwetten. (De
+grondbeginselen, waarop de werking van dit werktuig berust, zijn noch
+talrijk, noch moeijelijk te bevatten, daar hiertoe alleen vereischt
+wordt, dat men denzelven zorgvuldig, afzonderlijk en ordelijk eenige
+opmerkzaamheid schenkt, ten einde gemakkelijk van de vereenigde werking
+eene voldoende kennis te verkrijgen. Zoo de lezer, hoe weinig gemeenzaam
+hij ook met het onderwerp wezen moge, de volgende bladzijden slechts met
+aandacht leest, dan twijfelen wij geenszins, of hij zal een duidelijk en
+klaar begrip krijgen van alle grondbeginselen, waarop de zamenstelling
+van dit, in onze tijden zoo onmisbare werktuig, is gegrond.) Ten einde
+onze lezers hiertoe in staat te stellen, zullen wij de beschrijving van
+eenige weinige en eenvoudige grondbeginselen laten voorafgaan, waardoor
+de wetten, waarop de werking van het werktuig rust, opgehelderd worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h2" id="h2"></a>&sect; 2.</h2>
+
+
+<p>Wanneer metalen of vloeistoffen verwarmd worden, dan zetten zij
+zich uit, of vermeerderen in omvang, dat is: worden grooter. Zoo men,
+bij voorbeeld, eene staaf ijzer neemt, die koud zijnde, volmaakt in een
+gat sluit of past, dan zal dezelve, verhit of gloeijend gemaakt,
+zoodanig uitgezet wezen, dat het gat de staaf niet meer zal kunnen
+omvatten, en niet eer, voor dat de staaf weder koud geworden is, zal
+dezelve in het gat, (hetwelk hiervan onveranderlijke grootte gedacht
+wordt) weder passen. Hoe geweldiger de aangewende hitte is, des te meer
+zal de staaf uitzetten, tot dat de hitte zoo geweldig wordt, dat de
+vaste zamenhang van het metaal ophoudt en smelt. Dat deze uitzetting of
+vermeerdering in uitgebreidheid ook met de vloeistoffen plaats heeft,
+hiervan kan men zich gemakkelijk overtuigen door eenen ketel geheel of
+volmaakt met water gevuld boven het vuur te plaatsen: want warm
+wordende, zal het vocht dadelijk daaruit vloeijen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h3" id="h3"></a>&sect; 3.</h2>
+
+
+<p>Deze eigenschap heeft aanleiding gegeven tot het uitvinden en
+zamenstellen van een in de kunsten en wetenschappen zeer nuttig en
+tevens onmisbaar werktuig, Thermometer genaamd, hetwelk aanwijzing doet
+van den warmtegraad, waarin hetzelve is geplaatst, zijnde als volgt
+zamengesteld.</p>
+
+<p>Aan het eene einde van eene dunne glazen pijp, waarvan het gat klein en
+overal even wijd is, is een holle bol geblazen; door het andere opene
+einde is vervolgens deze bol, en een klein gedeelte der aangelegene
+pijp, het zij met gekleurde spiritus, of wel met kwik gevuld, dat
+geschiedt naar zekere handelwijze, die wij overbodig achten hier te
+verklaren, en volgens welke dan ook na de vulling, het opene einde der
+pijp wordt gesloten, en het ongevuld blijvende gedeelte pijp luchtledig
+gemaakt.&mdash;Men heeft alzoo eene vloeistof in glas opgesloten en voor uit
+damping of verlies beveiligd; omdat nu, de uitzetting van vloeistoffen
+door warmte, veel grooter is, dan die van het glas, zoo gebeurt het, dat
+de vloeistof bij verschil van warmtegraad, in de pijp rijst of daalt, en
+dit aanwijst op eene daarnevensstaande verdeeling of zoogenaamde schaal.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 33%;">
+<img src="images/010_1.jpg" width="35%" height="35%" alt="Het bovenste deel van een thermometer, met bij de waarde van 212 graden de afkorting 'K.P.'" title="" />
+</div>
+<div class="figright" style="width: 33%;">
+<img src="images/010_2.jpg" width="35%" height="35%" alt="Het onderste deel van een thermometer, met bij de waarde van 32 graden de afkorting 'V.P.'" title="" />
+</div>
+
+
+<p>Maar om die verdeeling algemeen verstaanbaar, en voor verschillende
+Thermometers onderling vergelijkbaar te doen zijn, heeft men twee vaste
+punten tot grondslag gekozen. Een dezer vaste punten is de stand van den
+top der vloeistof, wanneer de Thermometer in smeltend ijs is gesteld;
+het andere, de hoogere stand, wanneer dezelve in zuiver water, dat in de
+vrije lucht kookt, is gedompeld: den eersten of laagsten stand der
+vloeistof in den Thermometer, noemt men het <i>vriespunt</i>, en den anderen
+of hoogeren het <i>kookpunt</i>. Van beide punten is door proeven bewezen,
+dat zij, in gelijke omstandigheden, van onveranderlijk temperatuur zijn.
+De onderlinge afstand dezer vaste punten wordt verschillend verdeeld; de
+hier te lande meest gebruikelijke, en welke wij in dit werkje overal
+zullen volgen, is in 180 deelen verdeeld, de Thermometerschaal van
+<i>Fahrenheit</i> genoemd. Men plaatst dan den Thermometer in smeltend ijs,
+en geeft een teeken of merk op de pijp of aangehechte plaat, ter hoogte
+van den top der ingeslotene vloeistof, vervolgens dompelt men denzelven
+in kokend water, geeft weder een merkteeken, en verdeelt de ruimte
+tusschen deze teekens in 180 gelijke deelen; volgens <i>Fahrenheit</i> telt
+men voor het <i>vriespunt</i> <span title="0°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">32 deelen</span> of graden, dus voor het kookpunt <span title="100°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">212 graden</span>, dat is: 180 graden hooger, en zie daar den Thermometer of
+warmtemeter vervaardigd; in nevensstaande plaat, als met uitgebroken
+middendeel of verkort, afgebeeld.</p>
+
+<p>Wij moeten onze lezers hier opmerkzaam maken, dat de verdeeling der
+schaal, tusschen de vaste punten, in 180 graden, eene zeer willekeurige
+zaak is. In <i>Frankrijk</i> en ook bij ons te lande, (doch minder algemeen)
+verdeelt men den afstand tusschen het vries- en het kookpunt in 100
+gelijke deelen, waarbij het eerste met 0 en het laatste met 100
+geteekend wordt. Deze verdeeling wordt de <i>honderddeelige</i>
+(<i>centigrade</i>) of dien naar Celtius genoemd, terwijl nog eene andere
+wijze, waarbij de opgegeven ruimte in 80 deelen verdeeld wordt, de
+Reaumursche of dien naar Deluc is. De handelwijze om de eene verdeeling
+in de andere over te brengen, vindt men in onderscheidene werken
+opgegeven, onder anderen in ARNOTT'S grondbeginselen der Natuurkunde,
+welk werk bij de uitgevers dezes te bekomen is.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h4" id="h4"></a>&sect; 4.</h2>
+
+
+<p>Door toevoeging van warmte gaat het ijs tot water over. Zoo wij in
+dien toestand meerdere warmte aanvoeren, dan zet de vloeistof zich meer
+en meer uit, tot dat dezelve begint te koken. In dezen staat, rijst van
+de oppervlakte damp op, die dikker en als gejaagd, onder den naam van
+stoom bekend is. Op 32 graden Fahrenheit, het <i>vriespunt</i>, begint het
+ijs te smelten, en op 212 graden, het <i>kookpunt</i>, ontwikkelt zich de
+eigenlijke stoom, terwijl de damp, welke op eenen lageren graad van
+warmte opstijgt, ook den naam van wasem draagt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h5" id="h5"></a>&sect; 5.</h2>
+
+
+<p>Overal zullen wij hier voor het uitdrukken van eenige warmtemaat
+den met kwik gevulden Thermometer bezigen. Dat vloeibaar metaal is voor
+dit gebruik bijzonder geschikt, niet alleen om dat hetzelve eene zeer
+strenge koude behoeft, om te verstijven, (<span title="-39°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">39 graden</span> onder 0 graden) en
+niet eer dan belangrijk verhit kookt (<span title="360°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">660 graden</span>); maar ook om dat het
+kwik in glas opgesloten, blijkbaar evenredig uitzet (vooral tusschen
+het vries en kookpunt van het water), met de hoeveelheid toenemende
+warmte; dat wil zeggen: zoo eene zekere hoeveelheid warmte, het kwik in
+den Thermometer, van 30 tot 40, dus 10 graden, doet stijgen, dan zal het
+toevoegen van eene gelijke hoeveelheid warmte, het kwik weder 10 graden
+doen klimmen, en dus tot 50 brengen; drie maal zoo veel warmte op 60,
+viermaal zooveel warmte op 70 enz.</p>
+
+<p>Het is eene algemeene eigenschap, dat vloeistoffen, die in eenen
+ongedekten of openen ketel, in gemeenschap met de vrije lucht, verwarmd
+worden, ophouden warmte aan te nemen, wanneer dezelven koken: zoo zal
+men het kwik eens Thermometers, die in water (dat verwarmd wordt)
+gedompeld is, bij gewonen toestand der omringende lucht, niet hooger dan
+tot 212 graden zien klimmen, terwijl het water als dan zal aanvangen te
+koken, en, bij doorgaande werking van het vuur onder den ketel, stoom te
+leveren; de warmte, die het vuur dus vervolgens afgeeft, gaat na het
+kookpunt slechts door het water, om, zich daarmede vereenigende, stoom
+te vormen. Het water alzoo in dampvormigen staat overgegaan, beslaat
+1700 maal zooveel ruimte, als in deszelfs vorigen of druipenden staat;
+eene kubieke <span title="1 palm = 10 cm." style="border-bottom: 1px green dotted;">palm</span> water levert dus 1700 kubieke palmen stoom in de vrije
+lucht.<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a> Hoeveel warmte zich met het water vereenigd heeft, om stoom
+daar te stellen, wordt door den Thermometer dus niet aangewezen, en deze
+zal ook, ofschoon men denzelven in den voortgebragten stoom plaatste,
+geen hooger kwikstand teekenen; al deze warmte, waarvan men de maat door
+den Thermometer niet kent, en die als een bestanddeel van den stoom
+zelven moet beschouwd worden, draagt den naam van verborgene warmte. In
+waterstoom maakt, de verborgene warmte nog al eene belangrijke
+hoeveelheid uit; waarnemingen, door middelen, waarvoor hier geene plaats
+ter beschrijving bestaat, hebben bewezen, dat voor het daarstellen van
+zoodanigen stoom, ruim 6-1/2 maal zoo veel warmte noodig is, als
+vereischt wordt, om water van een gemiddeld temperatuur tot 212 graden,
+of tot het <i>kookpunt</i>, te verwarmen. Bijvoorbeeld: zij gesteld, dat men
+water, dat de temperatuur van 62 graden bezit, tot het <i>kookpunt</i>, 212
+graden, verwarmt, dan moeten 150 warmte graden daaraan worden
+medegedeeld. Nu zal men niet eer stoom, die dezelfde temperatuur
+teekent, daarvan kunnen verkrijgen, dan na mededeeling van nog 1000
+graden warmte bovendien, de verborgene warmte van waterstoom uitmakende,
+en die dus meer dan 6-1/2 maal 150 graden bedraagt.</p>
+
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1">
+<span class="label">[1]</span></a> Alle maat- en gewigtopgaven zijn Nederlandsche.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h6" id="h6"></a>&sect; 6.</h2>
+
+
+<p>Wanneer stoom tot op de temperatuur van 212 graden verkoeld wordt,
+gaat dezelve van dampvormigen tot druipenden staat over, en wordt weder
+water, terwijl de verborgene warmte, door het verkoelend ligchaam, of
+het verkoelend vocht, dat men daartoe bezigt, wordt opgenomen. Men
+begrijpt ligt, dat aangezien de verborgene warmte belangrijk is, er ook
+eene evenredig groote koele oppervlakte, of hoeveelheid koelend vocht,
+met den stoom in aanraking moet worden gebragt, om geheel tot water over
+te gaan, dat minder dan 212 graden temperatuur zal bezitten. Men noemt
+dusdanige overgang van stoom tot water, verdikking (Condensatie). De
+stoom tot water verdikkende of Condenserende, zal dan ook 1700 maal
+kleinere ruimte innemen, dus zullen zoo vele kubieke palmen stoom, slechts
+eene kubieke palm water opleveren; een natuurlijk gevolg, en het
+omgekeerde van hetgeen hooger van de stoomwording gezegd is.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h7" id="h7"></a>&sect; 7.</h2>
+
+
+<p>Als nu, moeten wij onze lezers met andere beginselen bekend maken.
+Men neme eene glazen pijp of buis 8-1/2 palm lang, aan eene einde goed
+digt gesloten, doch aan het andere open. Deze pijp vulle men naauwkeurig
+met kwik, en dompele het opene einde in eenen bak, die met dezelfde
+vloeistof gevuld is. Hierbij zal men gewaar worden, dat slechts een
+gedeelte kwik uit de buis in den bak zal vloeijen, zoo dat ongeveer 7
+palm en 6 <span title="1 duim = 1 cm" style="border-bottom: 1px green dotted;">duim</span>, (gemeten uit de oppervlakte van het kwik in den bak), in
+de pijp zal blijven staan, en dat eene ledige ruimte boven bij den top
+der pijp bestaat. Hierbij hebben wij ondersteld dat de pijp loodregt
+gehouden wordt, of zoodanig, dat eene loodlijn met den stand der buis
+evenwijdig is, in het wetenschappelijke zegt men: de buis staat
+perpendiculair op het vlak der vloeistof. Zoo wij nu aannemen, dat,
+terwijl het ondereinde steeds in het kwik gehouden wordt, de buis naar
+de eene of andere zijde overhelt, dan zal men gewaar worden, dat het
+kwik in dezelve meer pijplengte zal innemen, zonder dat echter de
+loodregte of perpendiculaire hoogte van het kwik boven het oppervlak in
+den bak, eenige verandering zal ondergaan; en zoo veel helling zal men
+aan de pijp kunnen geven, dat de top der kwikkolom, aan het gesloten
+boveneinde der pijp raakt. Het is geheel onverschillig welke meerdere
+lengte of wijdte de pijp heeft, altijd zal men nagenoeg eene zelfde
+kwikhoogte opmerken; zegge nagenoeg, om dat die hoogte van de
+veranderlijke zwaarte des dampkrings afhankelijk is, gelijk later zal
+opgemerkt en aangewezen worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h8" id="h8"></a>&sect; 8.</h2>
+
+
+<p>Zoo wij in plaats van met kwik, diezelfde pijp met water hadden
+gevuld, dan zoude men deze vloeistof geenzins hebben zien dalen; de
+reden daarvan is gelegen, dat het water, ligter dan het kwik zijnde, met
+die geringe hoogte geene drukkende zwaarte genoeg bezit. Voor water
+zoude men eenen pijp behoeven die ongeveer <span title="Was: 14-1/2" style="border-bottom: 1px red dotted;">13-1/2</span> maal zoo lang was,
+dewijl het kwik ook nagenoeg zoo veel malen soortelijk zwaarder is. In
+eene loodregtstaande pijp, die <span title="Was: 12-1/2" style="border-bottom: 1px red dotted;">11-1/2</span> <span title="1 el = 100 cm" style="border-bottom: 1px green dotted;">el</span> lang is, bovenwaarts gesloten,
+en met het opene ondereinde onder water gedompeld, zal dienvolgens eene
+waterkolom blijven staan van ongeveer <span title="Was: 112" style="border-bottom: 1px red dotted;">103</span> palmen hoog. Indien wij nog
+ligtere vloeistoffen kiezen, dan zal ook de pijp, in evenredigheid van
+het soortelijk gewigt dier vloeistoffen, langer moeten zijn. De
+gemiddelde hoogte der kwikkolom, 7.6 palm zijnde, is die der waterkolom
+<span title="Was: 112" style="border-bottom: 1px red dotted;">103</span> palmen, eene mede evenwigtige kolom raapolie <span title="Was: 122" style="border-bottom: 1px red dotted;">112</span>, en eene van
+spiritus of gewone alcohol <span title="Was: 124" style="border-bottom: 1px red dotted;">118</span> palmen hoog; allen in nabijkomende
+getallen uitgedrukt. Wat van het ophouden dezer kolommen oorzaak is,
+zullen wij trachten volgenderwijze te verklaren.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h9" id="h9"></a>&sect; 9.</h2>
+
+
+<p>Wanneer wij, bij voorbeeld de monding van een bierglas met eene
+blaas, die eenen doorgaanden en daarin digt gebondenen gewonen
+pijpensteel bevat, sluitend overspannen, en door dien pijpensteel de
+lucht uit het alzoo afgeslotene bierglas voor een gedeelte zuigen, dan
+zal men zien, dat de blaas naar binnen bewogen zal worden. Dit wordt te
+weeg gebragt door den druk der omringende buitenlucht, gedurende het
+ijler worden der lucht, die in het glas besloten is; een verschijnsel,
+dat dus eenvoudig zich zelf als 't ware verklaart. Verder: zoo wij twee
+holle kommen nemen, waarvan de randen volmaakt op elkander sluiten, en
+door een zeker werktuig, luchtpomp genaamd, de lucht uit de binnnenholte
+trekken, dan zullen wij ondervinden, dat er eene aanmerkelijke kracht
+vereischt wordt, om de twee kommen van elkander te trekken. Zoo zal,
+wanneer de twee holle kommen, na op elkander gevoegd te zijn, eenen
+hollen kogel vormen, waarvan de grootste middellijn of diameter niet
+meer bedraagt dan 1 palm, er eene kracht van omstreeks 81 <span title="1 pond = 1000 gram" style="border-bottom: 1px green dotted;">ponden</span>
+vereischt worden, om de beide halve bollen van elkander los te rukken.
+Om de oorzaak van dit verschijnsel te verklaren, doen wij opmerken, dat
+het eene waarheid is, dat de lucht, die wij inademen, gelijk bij de
+proef met het bierglas reeds bleek, werkelijk gewigt heeft; want zoo een
+holle kogel gewogen wordt, terwijl dezelve nog met lucht gevuld is, en
+naderhand insgelijks op de weegschaal wordt gelegd, als de lucht er is
+uitgehaald, dan zal de bol in het laatste geval minder wegen, dan in het
+eerste. In der daad is ook gevonden, dat eene kubieke el drooge lucht,
+die in digtheid den gemiddelden druk des dampkrings <span title="Was: wederstaat" style="border-bottom: 1px red dotted;">evenaart</span>, op de
+temperatuur van 62 graden, ruim 1 pond en 2 oncen weegt. Daar dit dan
+het geval is, zoo moet aangenomen worden, dat ook ieder voorwerp, een
+zeker gewigt, of eene drukking van de lucht heeft te verduren, dewijl
+die lucht de aarde overal omringt, en daarom dampkringsdruk genoemd
+wordt.</p>
+
+<p>De oorzaak derhalve, waardoor de over het glas gespannene blaas naar
+binnen zet, moet daarin worden gezocht, dat de buitenlucht dezelve met
+kracht drukt, terwijl in de binnenruimte geen genoegzame tegendruk, door
+de uitzuiging of verijling te weeg gebragt, bestaat. Deze zelfde oorzaak
+geldt insgelijks, bij het tweede aangehaalde voorbeeld. Wanneer de lucht
+nog in den kogel besloten is, dan drukt zij de halve bollen met dezelfde
+kracht naar buiten, als de buitenlucht dezelve tegen elkander perst, zoo
+dat de eene kracht met de andere evenwigt maakt, en de halve bollen
+gemakkelijk van elkander verwijderd kunnen worden. Zoodra de lucht
+echter uit de binnenruimte werd verwijderd, en de halve bollen luchtdigt
+op elkander sloten, bestond er in de inwendige ruimte geene kracht, om
+de drukking van de buitenlucht tegenstand te bieden, welke tegenstand
+derhalve door eene van buiten aangewende kracht moest worden vervangen,
+zoodat men het gewigt van de buitenlucht, om zoo te spreken, moest
+opligten.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h10" id="h10"></a>&sect; 10.</h2>
+
+
+<p>Op dezelfde wijze kunnen de daadzaken, die wij in &sect; 7 en 8,
+betrekkelijk de buis met water, olie, spiritus en kwik hebben
+bijgebragt, verklaard worden. Toen wij vooronderstelden, dat de pijp met
+kwik gevuld, en met het opene einde in den bak gedompeld was, bleek het
+klaar, dat deze vloeistof, uit hoofde van haar gewigt, geheel uit de
+buis zoude gevloeid zijn, zoo haar geen tegenstand geboden werd; en wel
+tot zoo ver, dat de oppervlakte van het kwik in den bak met die in de
+buis dezelfde hoogte bereikte. Wij hebben echter doen opmerken, dat dit
+werkelijk het geval niet is, maar dat het kwik tot op eene hoogte van
+ongeveer 7.6 palm in de buis hangen bleef. De verklaring van dit
+verschijnsel is de volgende. Daar de buis of pijp geheel en al met kwik
+gevuld is, zoo bevindt zich geene de minste lucht in dezelve, het kwik
+zou bij het omkeeren ook werkelijk geheel naar beneden storten, in geval
+het opene ondereinde der pijp in geen' bak met kwik gedompeld stond;
+dewijl nu de lucht, overal op het oppervlak van het kwik in den bak
+drukt, uitgezonderd voor dat onbelemmerd klein gedeelte, dat het
+inwendige der pijp omvat, en waartoe de buitenlucht niet kan naderen, zo
+moet het kwik noodzakelijk, op eene zekere hoogte in den pijp blijven
+staan, opdat de zwaarte van die kolom, met de luchtdrukking of
+dampkrings-lucht daar buiten, evenwigt make. Ten duidelijkste kan dit
+ook bewezen worden door de pijp met stoom te vullen, en dan het opene
+eind in den kwikbak te dompelen. Wanneer als dan de stoom tot beneden
+212 graden verkoeld is, (op welken graad dezelve, zoo als vroeger in &sect; 6
+is aangetoond, tot water overgaat, en als zoodanig eene 1700 maal
+geringere ruimte inneemt, dan in den toestand van stoom zelven,) dan zal
+het zich vormende water slechts een 1700ste deel der ruimte van de pijp
+innemen, en dezelve tevens luchtledig laten. Bij dezen stand van zaken
+zal de lucht op de oppervlakte van het rondom gelegene kwik persen, en
+hetzelve noodzaken, tot op de reeds opgegevene hoogte van 7.6 palm te
+stijgen, daar die vloeistof ook natuurlijk naar dien kant uitwijkt,
+alwaar zij geenen tegenstand ondervindt. In &sect; 8 hebben wij echter doen
+opmerken, dat water veel hoogeren stand in de pijp behoudt, en olie of
+spiritus nog hooger. Wat zou nu de oorzaak van dit onderscheid in hoogte
+anders kunnen zijn, dan het onderling verschil in soortelijk gewigt
+dezer vloeistoffen zelven? Het is klaar, dat eenige vloeistof uit het
+ondereinde van de buis zal vloeijen, zoo lang het gewigt van dezelve
+grooter is, dan de kracht, die tegenstand biedt, of die haar in de buis
+tracht op te houden. Deze kracht nu is de drukking van den dampkring op
+de oppervlakte van de vloeistof in den bak, waarin het opene einde
+gedompeld is. Zoo wij nu aannemen, dat de opening aan dit ondereind van
+de buis juist eene vierkante duim is,<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor">[2]</a> dan zullen wij door
+naauwkeurige waarnemingen ondervinden, dat de gemiddelde druk des
+dampkrings, bij eene temperatuur van 62 graden, evenwigt maakt met eene
+kwik-water-olie- of spirituskolom, die met zulk een grondvlak 103.3
+<span title="1 lood = 10 gram." style="border-bottom: 1px green dotted;">looden</span> weegt; zegge gemiddelde druk, om dat de dampkring aan meer of
+mindere zamenpakking onderhevig is, en behalve dat de dampkringshoogte
+mede invloed heeft, zoodat gemeld gewigt van het gemiddeld oppervlak des
+Oceaans geldt. Den gemiddelden druk des dampkrings dus voor een
+oppervlak, dat een vierkante duim groot is, kennende, zoo is deszelfs
+druk voor eenig ander oppervlak daarna te berekenen:&mdash;Thans moet nog
+gezegd worden, dat de door den dampkring op gehoudene kwikkolom in eene
+glazen pijp, waarvan boven gesproken werd, den algemeen bekenden
+Barometer is. De Barometer is dus een werkelijke weger van den
+dampkring; men weet dat de kwikhoogte in dat Instrument aan dagelijksche
+verandering onderhevig is, dat is: het zwaarte verschil des dampkrings
+volgt, en dat wij daardoor tot weervoorspellingen in staat geraken.
+Tusschen deze veranderingen heeft men eenen gemiddelden stand gekozen,
+die de gemiddelde stand des Barometers, of de gemiddelde druk des
+dampkrings, boven gebezigd, genoemd wordt. Vervolgens heeft de meer of
+mindere verheffing van den kwikbak des Barometers ook invloed op
+deszelfs stand, omdat de hoogte des dampkrings daarvan afhangt, van daar
+de bepaling: gemiddelde stand des Barometers aan het gemiddeld oppervlak
+des Oceaans; alzoo is de gemiddelde stand des Barometers aan het
+gemiddeld oppervlak des Oceaans, bij eene temperatuur van 62 graden,
+naauwkeurig, 7.62 palm, welke kwikhoogte als boven gezegd is, per
+vierkante duim met 103.3 loden drukt.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 100px;">
+<img src="images/014.jpg" width="100" height="86" alt="Tekening van een vierkant" title="" />
+<span class="caption">Vierkant</span>
+</div>
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> Wanneer wij een stuk papier nemen en hetzelve in eenen
+vierkanten vorm snijden, zoodat de zijden AB, AD, CB, en CD gelijk zijn, en
+ieder eenen duim lengte hebben, terwijl de hoeken regt of winkelhaaksch
+zijn, dan wordt de alzoo ingeslotene ruimte, een' vierkanten of kwadraat
+duim genoemd.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h11" id="h11"></a>&sect; 11.</h2>
+
+
+<p>Met deze weinige kundigheden zijn wij reeds in het bezit van de
+belangrijkste grondbeginselen, waarop de werking van het stoomwerktuig
+berust, en waarvan wij thans het gebruik zullen verklaren. Het kan
+echter niet ongepast zijn, om dezelven in het kort te herinneren, daar
+zij in het vervolg menigwerf zullen te pas komen. De grondbeginselen dan
+zijn: 1&ordm;. Het water zet uit, of vermeerdert in uitgebreidheid, wanneer
+hetzelve verhit wordt. 2&ordm;. Wanneer het water tot op het <i>kookpunt</i> (212
+graden) verhit wordt, gaat deze vloeistof tot stoom over, en neemt in
+dien staat een 1700 maal grootere ruimte in. 3&ordm;. Dat de verborgene
+warmte van waterstoom 1000 graden bedraagt. 4&ordm;. Zoo de stoom tot beneden
+de 212 graden wordt afgekoeld, verdikt dezelve tot water, en vermindert
+1700 malen in uitgebreidheid, terwijl de verborgene warmte weder vrij
+raakt. 5&ordm;. De dampkring oefent gemiddeld eene bestendige drukking uit,
+die aan de oppervlakte van de aarde, welke met het gemiddeld oppervlak
+des Oceaans overeenkomt, een vermogen uitoefent van 103.3 looden op
+elken vierkanten duim, of die op iedere vierkante palm, met een gewigt
+van 103.3 ponden drukt, welk gewigt, overeenkomstig den stand des
+Barometers, aan wijziging onderworpen is.</p>
+
+<div class="figcenter">
+<img src="images/020.jpg" width="75%" height="75%" alt="Figuur 2" title="Figuur 2" />
+</div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h12" id="h12"></a>&sect; 12.</h2>
+
+
+<p>Onderstellen wij, dat een fornuis of vuurhaard A, zoo ingerigt is,
+dat de door het vuur ontwikkelde warmte aan den ketel B wordt
+medegedeeld, en het daarin vervatte water kan doen koken, en in stoom
+veranderen; dat die stoom geenen anderen uitweg heeft, dan door de buis
+of pijp C C, waarvan het eene uiteinde met het inwendige van den top des
+ketels B gemeenschap heeft, en daaraan bevestigd is, terwijl het andere
+einde met het benedengedeelte van den cilinder D mede gemeenschap heeft.
+Aan het ondereinde van deze buis bevindt zich eene kraan J, op de gewone
+wijze ingerigt. Door middel van deze kraan is men in staat, om de
+gemeenschap tusschen den ketel B en den cilinder D af te sluiten, of
+daar te stellen, zoo dat men naar goedvinden, alleen door het omdraaijen
+van deze kraan, den stoom toegang naar den cilinder verschaffen kan of
+niet. Aan de tegenovergestelde zijde van den cilinder D bevindt zich,
+nabij den bodem, eene andere pijp K, waardoor eene gemeenschap
+daargesteld wordt tusschen den cilinder en eenen bak koud water I. Deze
+gemeenschapsbuis is insgelijks met eene kraan K voorzien, zoo dat men
+mede naar goedvinden, de gemeenschap tusschen den koudwaterbak en den
+cilinder afsluiten kan. De cilinder is van gegoten ijzer vervaardigd, en
+van binnen volmaakt gelijkwijdig rond geboord. In den cilinder sluit een
+uit gegoten ijzer, of uit metaal bestaande, zuiger E, die rondom met
+eene uitzetbare zelfstandigheid, hennep of vlas, is ompakt, ten einde
+dezelve volmaakt sluitende zij, en nogtans gemakkelijk op en neder
+bewogen kan worden, zonder de minste lucht of stoom tusschen zich en den
+binnenwand van den cilinder door te laten. Aan dezen zuiger is eene
+stang, waaraan in deze schets, eene beweegbare ketting F F, als
+verbonden, is afgebeeld, die, over eene beweegbare schijf of spoorwiel G
+geslagen, aan het andere einde met een gewigt H, voor tegenwigt,
+bezwaard is; en wel zoodanig, dat wanneer de zuiger geene verhindering,
+dat is onder en boven gelijken tegenstand ondervindt, deze altijd, door
+dit tegenwigt, naar het bovendeel des cilinders gevoerd wordt.</p>
+
+<p>Een en ander op deze wijze ingerigt zijnde, zoo vooronderstel, dat het
+vuur in het fornuis A worde opgestookt, en dat het water in den ketel B
+aan het koken geraakt, dan zal, bijaldien de kraan J open is, de stoom,
+die van de oppervlakte des waters uit den ketel stijgt, door de pijp C C
+in den cilinder D dringen, zorg gedragen zijnde, dat de kraan K,
+waarmede de gemeenschap met den koudwater bak I daargesteld wordt, zoo
+lang gesloten blijft. Het gedeelte van den cilinder beneden den zuiger E
+zal dus spoedig met stoom gevuld wezen, en zoo men, daarop de kraan J
+sluit, wanneer den zuiger, door de toevloeijing der stoom om hoog
+gerezen is, zal de gemeenschap tusschen den ketel en cilinder afgesloten
+zijn. Thans opene men de kraan K, zoo dat daardoor eenig koud water uit
+den koudwaterbak I in den cilinder vloeit, waardoor, volgens &sect; 8, de
+stoom tot beneden 212 graden zal worden bekoeld, en derhalve, zich
+verdikkende, nu, in plaats van de geheele ruimte beneden den zuiger E,
+slechts omstreeks het 1700ste gedeelte zal innemen, hetwelk dus met de
+hoeveelheid koud water, dat uit den bak I is ingedrongen, een
+betrekkelijk klein gedeelte der ruimte van den cilinder beslaan zal.
+Deze ruimte zal dan nagenoeg volkomen ledig zijn, en zeer weinig
+tegendruk zal tegen het ondervlak des zuigers bestaan. De volle
+dampkring echter drukt op de bovenvlakte van den zuiger, en oefent een
+vermogen uit, om dien naar beneden te drijven, alzoo hij nu aan de
+onderzijde bijna geenen tegenstand ondervindt. Hierdoor zal derhalve de
+zuiger dalen, den ketting F F met zich medevoeren, en dus het gewigt H
+doen rijzen. Zoo men vervolgens door de kraan, die in den bodem van den
+cilinder geplaatst, en in de afbeelding slechts met flaauwe trekken
+aangewezen is, het water laat afloopen, dan zal, na sluiting van alle
+drie de kranen, de zuiger zich aan het benedeneinde van den cilinder
+bevinden, en door de drukking van den dampkring in dien stand gehouden
+worden. Men opene vervolgens de kraan J, waardoor op nieuw den stoom
+toegang in het benedengedeelte van den cilinder verschaft wordt, welke
+stoom, wanneer die gelijke kracht met de drukking van den dampkring
+uitoefent, den zuiger met hetzelfde vermogen zal opdrijven, als dezelve
+door den eersten wordt nedergedrukt, zoodat de drukking op het boven- en
+benedenvlak aan elkander gelijk is, en toelaat, dat de zuiger even zoo
+gemakkelijk naar boven als naar beneden bewogen kan worden, even alsof
+er geen stoom of dampkring bestond. Daar nogtans het gewigt H, het
+vermogen heeft, om den ketting F, die aan den zuiger vast is, naar
+beneden te trekken, zoo zal die zuiger eene meerdere neiging hebben om
+te stijgen, hetwelk ook werkelijk het geval zal zijn, zoodat hij wederom
+de stelling aanneemt, die in de afbeelding is voorgesteld. Hierop sluite
+men wederom de kraan J en opene de koudwaterkraan K, waardoor de stoom
+andermaal verdikt zal worden, geene drukking beneden den zuiger zal
+plaats hebben, en deze dus wederom door de drukking van den dampkring
+naar beneden of naar den bodem van den cilinder bewogen zal worden. Door
+deze bewerking kan men de beweging des zuigers zoo menigmaal herhalen
+als men verlangt, en aan denzelven eene op- en neergaande beweging in den
+cilinder mededeelen.</p>
+
+<p>Met betrekking tot dusdanigen toestel moeten wij alleen doen opmerken,
+dat het water, hetwelk ter verdikking van den stoom gebezigd, zoowel als
+dat, hetwelk door den overgang van stoom tot water geboren wordt,
+gestadig moet worden afgetapt, door den kraan in den bodem des
+cilinders; dewijl bij gebreke van dien, dit gezamenlijke water,
+eindelijk den ganschen cilinder zoude vullen, en dus de beweging van den
+zuiger onmogelijk maken. Bovendien is aanvankelijk onder den zuiger
+eenige lucht in den cilinder aanwezig welke men door deze bodemkraan,
+v&oacute;&oacute;r het indringen van den stoom uitgang moet geven, dat is alleen, v&oacute;&oacute;r
+het eerste in beweging stellen des zuigers. Behalve dat, ontwikkelt zich
+uit het koelwater ook nog eenige lucht, die mede telkens, bij het
+ontlasten van dit water, uit den cilinder uitgedreven wordt.</p>
+
+<p>Deze eenvoudige toestel is nu in der daad een stoomwerktuig, en de lezer
+zal wel doen, om met aandacht de beschrijving na te gaan, die wij van
+denzelven gegeven hebben; want door het goed begrijpen van de
+grondbeginselen der werking, zullen de volgende beschrijvingen des te
+gemakkelijker verstaan worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h13" id="h13"></a>&sect; 13.</h2>
+
+
+<p>Bij eenige opmerkzaamheid zal men gewaar worden, dat het nut door
+het eenvoudig op- en ne&ecirc;rgaan van het gewigt H, van wege de
+overeenkomende beweging van den zuiger, zeer beperkt is. Doch men kan
+het eene einde van ketting F, in plaats van met een gewigt H, met den
+stang van eenen waterpomp-zuiger verbinden, ter opbrenging van water, in
+welke gesteldheid die stang een toereikend gewigt zal moeten hebben,
+niet alleen om den stoomzuiger tot aan het boven einde des cilinders te
+trekken, maar ook, om den waterpomp-zuiger tevens naar beneden te
+drijven, wanneer door het openen der sluitkraan J aan den stoom onder
+den zuiger, toegang verschaft wordt.</p>
+
+<p>Nu gaan wij over om in de volgende &sect; het stoomwerktuig te beschrijven,
+dat NEWCOMEN het eerst bezigde, om water uit mijnen op te brengen, en
+welk toestel eenen geruimen tijd daarvoor is gebruikt geworden, op
+hetzelfde grondbeginsel rustende, hetwelk wij in de voorgaande
+afbeelding hebben voorgesteld.</p>
+
+<div class="figcenter">
+<img src="images/024.jpg" width="50%" height="50%" alt="Stoomwerktuig van NEWCOMEN" title="" />
+</div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h15" id="h15"></a>&sect; 15.</h2>
+
+
+<p>Onder en om eenen sterken, deels bemetselden ketel <i>b</i>, bevindt
+zich eene stookplaats of haard <i>f</i>. De hals <i>p</i> van den ketel, met eene
+kraan <i>u</i> voorzien, is vereenigd met den zuiver gelijkwijdig
+uitgeboorden cilinder, waarin zich een zuiger <i>w</i>, volmaakt digt
+sluitend, op en neder kan bewegen. Aan dezen zuiger bevindt zich eene
+stang <i>x</i>, waarvan het boveneinde vastgemaakt is aan een' ketting, die
+zich over een cirkelvormig gebogen stuk hout <i>z</i> voegt, en daaraan
+bovenwaarts is vastgehecht. Dit gebogen stuk hout vormt het eene
+uiteinde van eenen hefbalk of balans <i>z a b</i>, die op eene spil of as <i>a</i>
+beweegbaar is, en aan het einde <i>b</i>, even zoo gevormd is in cirkelboog,
+als bij <i>z</i>.</p>
+
+<p>Het boogstuk <i>b</i> des hefbalks is ook met eenen daaraan bevestigden
+ketting <i>d</i> voorzien, welks ondereinde vastgemaakt is, aan eene
+zuigerstang <i>ee</i> van eene pomp in den put of de wel <i>f</i> geplaatst,
+waarmede het water uit de diepte kan worden opgebragt bij <i>r</i>; <i>gg</i> is
+het tegenwigt met de zuigerstang <i>ee</i> verbonden en dat met het
+nederdrukken des waterpompzuigers, tevens den zuiger <i>w</i> in den
+stoomcilinder ophoudt.</p>
+
+<p>De as <i>a</i>, is met de balans (welke benaming wij bij voorkeur zullen
+blijven bezigen) hecht vereenigd, en draagt in holle metalen kussens
+boven op eenen stevigen tusschenmuur van het gebouw; zoo dat de rigting
+der beweging van de balans aan geene verandering onderhevig is. Tegen
+den tusschenmuur is een bak <i>l</i> gevoegd, waarin zich koud water bevindt,
+dat door eene pijp <i>nn</i> tot onder den zuiger <i>w</i> in den stoomcilinder
+kan komen, wanneer de kraan <i>o</i> dezer pijp geopend is; terwijl door eene
+andere pijp <i>qq</i>, het in den stoomcilinder gestroomde water, met hetgeen
+de verdikte of gecondenseerde stoom oplevert, ontlast; deze laatste pijp
+bevat bovendien eene benedenwaards openende klep, (in de figuur niet
+afgebeeld) die belet, dat het ontlaste water weder in het luchtledige
+des stoomcilinders opstijge; ook moet men zich nabij den cilinderbodem,
+eene kleine naar buiten openslaande klep, snuifklep genaamd, denken,
+(mede in de figuur niet zigtbaar) waardoor de lucht, die zich uit het in
+den cilinder gestroomde water ontwikkelt, bij elken nederslag van den
+stoomzuiger, ontsnapt.&mdash;<i>m m</i> is eene pijp waardoor de koudwaterbak
+gevuld gehouden wordt, en <i>h</i> wijst de belading aan, van eene op den
+ketel <i>b</i> geplaatste veiligheidsklep, over welke inrigtingen ter regter
+plaatse zal gehandeld worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h16" id="h16"></a>&sect; 16.</h2>
+
+
+<p>Na uitleg van deze figuur, zal nu die der werking niet moeijelijk
+zijn. De ketel <i>b</i> wordt met eene toereikende hoeveelheid water gevuld,
+en het vuur in het fornuis <i>f</i> opgestookt. Wanneer dan het water kookt
+en stoom ontwikkelt, wordt de kraan <i>u</i> des ketels geopend, waardoor de
+stoom in den cilinder dringt, terwijl men tevens, den zoo even gedachten
+snuifklep open houdt, zoo lang tot dat de lucht, welke zich nu bij den
+aanvang onder den zuiger <i>w</i> in den cilinder bevindt, daardoor is
+ontsnapt. Gedurende deze toevloeijing van stoom uit den ketel, zal als
+nu door behulp van het tegengewigt <i>gg</i>, de zuiger <i>w</i>, in den cilinder
+opstijgen, terwijl de zuigerstang <i>ee</i> van de waterpomp in den put <i>f</i>
+nedergedrukt wordt. De zuiger <i>w</i> deszelfs hoogsten stand bereikt
+hebbende, zoo sluit men den toegang van den stoom met de kraan <i>u</i> af,
+opent daarna de kraan <i>o</i> van de pijp <i>nn</i>, waardoor dan dadelijk koud
+water uit den bak <i>l</i> in de cilinderruimte zal stroomen, hetwelk den
+daarzijnden stoom tot water verdikt of condenseert en die ruimte
+luchtledig maakt.</p>
+
+<p>Den tegenstand onder den zuiger <i>w</i> aldus zoogezegd verniettegende, zoo
+zal dezelve door den druk of het gewigt des dampkrings dalen, welks
+druk, overeenkomstig hetgeen wij hooger gezegd hebben, nabij zoo veel
+malen 103.3 ned. ponden zal bedragen, als het oppervlak van den zuiger
+<i>w</i>, vierkante ned. palmen bevat.</p>
+
+<p>De zuiger <i>w</i> met zulk een drukvermogen dalende, is nu in staat, met het
+tegenovergesteld balanseinde <i>b</i>, den pompzuiger in den put, met het
+daarop staande water, omhoog te heffen, om hetzelve bij <i>r</i> te
+ontlasten.</p>
+
+<p>Wanneer de zuiger <i>w</i>, in deze manier weder nabij den cilinderbodem
+genaderd is, moet de kraan <i>o</i> (waaraan de eigenaardige naam van
+inspuit- of injectiekraan gegeven wordt) gesloten, en vervolgens de kraan
+<i>u</i> des ketels open gezet worden; als dan zal, met de weder toevloeijing
+van stoom onder den zuiger <i>w</i>, het in den cilinder gestroomde water,
+met hetgeen de gecondenseerde stoom gedurende de daling des zuiger heeft
+opgeleverd, door de pijp <i>qq</i> wegvallen, terwijl de ontwikkelde lucht
+uit dat water, door de boven gedachte snuifklep (waaraan weinig zwaarte
+gegeven is) als van zelve zal ontsnappen. Met het open zijn der
+ketelkraan <i>u</i>, zal de rijzing van den stoomzuiger en de daling van den
+waterpompzuiger weder aanvangen, om onder de aangewezene behandeling der
+kranen, eene op- en nedergaande beweging der zuigers te onderhouden,
+waardoor het water uit den put <i>f</i> wordt opgebragt.</p>
+
+<p>Op zoodanige wijze is die eenvoudige stoommachine zamengesteld; doch wij
+zullen zien, dat daaraan nog veel ontbreekt, om aan eene geregelde en
+vertrouwde werking te voldoen. Onder anderen wordt hierbij steeds iemand
+vereischt, die de kranen op de juiste tijden opent en sluit, en waarvan
+de goede en regelmatige gang geheel afhangt. Insgelijks zal er nog
+iemand noodig zijn om den koudwaterbak gevuld, of toereikend met water
+voorzien te houden, terwijl tevens een derde moet zorg dragen, dat naar
+gelang het water in den ketel verkookt, dit met ander wordt aangevuld.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h17" id="h17"></a>&sect; 17.</h2>
+
+
+<p>Sedert de uitvinding van het stoomwerktuig hebben de
+werktuigkundige onderscheidene middelen bedacht, om boven gezegde
+bewerkingen, door het werktuig zelf, te doen verrigten, en alzoo zich
+zelf in gang te houden. Het zou te ver buiten ons bestek leiden, om al
+de uitvindingen te verklaren, die voor dat doel gemaakt zijn, zoowel als
+van anderen te gewagen, die strekken, om de machine onafhankelijk te
+maken van toevalligheden of uitwerkselen, die het gevolg van verzuim, of
+onbedrevenheid van de zijde des gebruikers kunnen zijn.</p>
+
+<p>Het voornemen is alleen, om onze lezers bekend te maken, met de
+inrigting van het stoomwerktuig in het algemeen, waarna wij het aan hen
+zelven zullen overlaten, om de geschiedenis na te gaan, van die
+verschillende inrigtingen, die men van tijd tot tijd heeft voorgeslagen
+en in het werk gesteld, en waarmede verschillende tijdschriften, die
+over de werktuigkunde handelen, nog dagelijks gevuld zijn.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h18" id="h18"></a>&sect; 18.</h2>
+
+
+<p>Voordat wij echter verder gaan, moeten wij eene zeer gewigtige
+eigenschap van den stoom, waarvan wij nog geene melding gemaakt hebben,
+doen opmerken. De door ons tot dus verre beschouwde stoom is die, welke
+ontstaat bij eene temperatuur van omstreeks 212 graden, en is in
+uitzettend vermogen of spanning gelijk aan den gemiddelden druk des
+dampkrings: want zoo wij zoodanigen stoom, in eene beslotene ruimte doen
+vloeijen, waarvan de wanden zeer ligt breekbaar zijn, bijv: eenen glazen
+bol, dan zal de buitenlucht niet in staat zijn, om die wanden in te
+drukken, noch de daarin besloten stoom, die uit te zetten, omdat de
+drukking der lucht buiten, gelijk staat, of evenwigt maakt, met de
+spanning van den stoom binnen. Wanneer de ketel, waarin de stoom zich
+vormt, gesloten wordt gehouden, en het daaronder bestaande vuur blijft
+werken, dan zal het water en de stoom eene hoogere temperatuur dan 212
+graden aannemen. Met eene steeds toenemende temperatuur, zal de stoom in
+eenen geheel geslotenen ketel, eene zoodanige kracht verkrijgen, in
+staat, om den ketel, hoe sterk ook, met geweld te doen bersten.</p>
+
+<p>Stoom op de temperatuur van 212 graden, maakt evenwigt met den
+dampkringsdruk, die in gemiddelde omstandigheden, met 103.3 ned. looden
+per vierkante ned. duim overeenkomt; men zegt om die rede: stoom op 212
+graden, heeft het vermogen van eenen dampkring of atmospheer; maar
+aangezien in alle tot heden gebruikelijke stoomwerktuigen, altijd stoom
+gebezigd wordt, die boven den dampkringsdruk is gespannen, zoo is men
+gewoon, alleen het verschil te noemen, of de meerdere spanning van den
+stoom boven den druk des dampkrings; alzoo zegt men: stoom op 234 graden
+temperatuur is op een' halven atmospheer gespannen, dat is: die boven
+den gemiddelden druk des dampkrings met 51.7 ned. looden belading per
+vierkante ned. duim evenwigt maakt, latende dus de 103.3 ned. looden
+voor eenen dampkring onvermeld; gelijkerwijze is stoom op 250-1/2 gr.
+aan een' atmospheer, (103.3 ned. looden per vierkante ned. duim)&mdash;stoom
+op 264 gr. aan een' en een' halven atmospheer (155 ned. looden per
+vierkante ned. duim)&mdash;stoom op 275 gr. aan twee atmospheren. (206.6 ned.
+looden per vierkante ned. duim)&mdash;stoom op 285 gr. aan twee en een' halve
+atmospheer (258.2 ned. looden per vierkante ned. duim)&mdash;stoom op 294 gr.
+aan drie atmospheren (309.9 ned. looden per vierkante ned. duim)&mdash;stoom
+op 302 gr, aan drie en een' halven atmospheer (361.5 ned. looden per
+vierkante ned. duim)&mdash;stoom 309 gr. aan vier atmospheren. (413.2 ned.
+looden per vierkante ned. duim) en stoom op 321-1/2 graden temperatuur
+aan de drukking van vijf atmospheren (516,5 ned. looden per vierkante
+ned. duim) gelijk; terwijl volgens het tot nu hier te lande geldende
+koninklijk besluit: gespannen stoom beneden eenen halven atmospheer:
+stoom van lage drukking, daar boven tot drie en eenen halven atmospheer,
+stoom van middelbare drukking, en hooger gespannen, stoom van hooge
+drukking genoemd wordt; wel te verstaan, boven den gemiddelden
+dampkringsdruk.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h19" id="h19"></a>&sect; 19.</h2>
+
+
+<p>Laat ons nu overgaan tot de beschrijving der zamenstelling van
+eenen <i>stoomketel</i>, en tevens daarbij in acht nemen den toestel,
+waardoor de toevoer van stoom als andersints wordt geregeld. Deze ketel
+bestaat gewoonlijk uit ijzeren, of somtijds ook uit koperen platen, die
+op het hechtst en volkomen luchtdigt aaneengeklonken zijn, en waarvan de
+vorm, voor stoom welke een' halven atmospheer niet te bovengaat,
+overeenkomt, met eene langwerpig vierkante kast met rond gewelfden top.
+De bodem en zijwanden zijn een weinig binnenwaarts gekromd, doch het
+bovengedeelte is cirkelvormig gebogen. De volgende plaat is eene
+afbeelding daarvan, waarbij voorondersteld wordt: dat dezelve overlangs
+middendoor is gesneden. A is de stookplaats of vuurhaard, waarin op
+ijzeren roosterstaven het vuur brandt, boven eene aschkolk, die tevens
+tot doorstrooming van versche lucht dient. Het vuur beslaat, in lengte,
+hier meer dan het derde gedeelte van de geheele lengte des ketels, en
+moet van tijd tot tijd, wanneer men steenkolen tot brandstof bezigt, van
+slakken of sintels gezuiverd worden, terwijl de asch door de roosters
+naar beneden in de kolk valt. De ontvlamde rook strijkt over de brug
+<i>b</i>, die uit vuurvaste steenen bestaat langs den ketelbodem, en klimt in
+de rookleiding N N, die rondom den ganschen ketel in het metselwerk is
+gemenageerd; stijgt van daar in den schoorsteen X ter ontlasting in de
+opene lucht; alles derwijze ingerigt, opdat de hitte van den deels
+vlammenden rook de grootst mogelijke oppervlakte van den ketel raakt,
+ten einde aan het daarin vervatte water de meeste warmte mede te deelen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 75%;">
+<img src="images/031.jpg" width="75%" height="75%" alt="Dwarsdoorsnede van een stoomketel" title="" />
+</div>
+
+<p>Zoo als in de afbeelding gezien wordt, is de ketel over de helft met
+water gevuld, en de rookleiding daaromheen niet boven de oppervlakte des
+waters verheven. Door de werking van het vuur tegen den bodem, en van
+den verhitten rook of het gaz op de zijwanden, wordt nu stoom in den
+ketel ontwikkeld, die vervolgens door den buis I in den cilinder kan
+vloeijen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h20" id="h20"></a>&sect; 20.</h2>
+
+
+<p>Het is een noodzakelijk vereischte, dat de stoom de benodigde
+krachtspanning niet te boven ga, daarmen anders stoom of vuur verspilt
+of wel den ketel in gevaar brengt. Om dit voor te komen, maakt men
+gebruik van eene <i>veiligheidsklep</i>, bij V <i>f w</i> aangeduid, en waarvan
+men de werking gemakkelijk zal kunnen begrijpen. In het hoogste gedeelte
+van den top des ketels is namelijk eene cirkelronde opening, met metalen
+rand voorzien, gemaakt, welke door eene volmaakt digt sluitende metalen
+plaat, klep genoemd, gedekt wordt. Op het midden dezer klep bestaat eene
+opstaande stang, die vrijelijk met eenen liggenden hefboom <i>f w</i>
+gemeenschap heeft. Deze hefboom, die beweegbaar is, drukt op de
+opstaande stang der klep, door middel van bij <i>w</i>, aangehangen gewigt,
+en houdt aldus deze klep op derzelver rand digt gesloten. Men noemt dit
+gewigt de belading van de veiligheidsklep, welke vergroot wordt, naar
+gelang het gewigt <i>w</i>, naar het uiteinde van den hefboom wordt
+verplaatst. Na een weinig overweging zal men dus bevatten, dat niet
+alleen het gewigt dezer klep, maar ook derzelver belading, door de
+stoomspanning binnen den ketel, moet overwonnen worden, om dezelve te
+doen ligten, en dat de stoom daarvoor altijd meer vermogen moet hebben,
+dan met den enkelen druk des dampkrings overeen komt; want de dampkring
+drukt, behalve de aangebragte belading, ook op de klep. Het gewigt kan
+overigens, het zij door verplaatsing, of door verandering met eenig
+ander, gewijzigd worden, naar gelang het behouden van eene zekere
+stoomspanning, in verband met de sterkte des ketels, zulks eischt;
+zoodat dusdanige toestel met regt den naam van veiligheidsklep draagt,
+wanneer te hoog gespannen stoom zich daardoor ontlast.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h21" id="h21"></a>&sect; 21.</h2>
+
+
+<p>Behalve dit is het nog noodzakelijk, om te voorzien tegen elke
+geringe verandering in de spanning van den stoom, daar het van groot
+belang voor de geregelde werking van de stoommachine is, dat de veer- of
+spankracht van den stoom steeds dezelfde zij. Te dezen aanzien maakt men
+gebruik van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel, welke men eenen
+zich zelven regulerenden <i>demper</i> zou kunnen noemen, en die op de
+volgende wijze is ingerigt. Aan het gedeelte van den ketel, nabij den
+schoorsteen, is in den top van denzelven eene opstaande buis of pijp L
+L, aan beide einden open, ingesloten. Het ondereinde van deze pijp reikt
+tot in het water binnen den ketel. Daarin hangt een cilinder van gegoten
+ijzer aan eenen ketting, die over schijven P P loopt, en aan welks ander
+einde eene plaat D hangt. Deze plaat, <i>schoorsteenregister</i> of <i>demper</i>
+genoemd, kan zich vrijelijk in sponningen op en neder bewegen, en alzoo
+de beneden opening van den schoorsteen X, waarin de rookleiding van om
+den ketel uitloopt, meer of minder sluiten. Daar nu in de buis L L het
+kokende water wordt opgedrongen, (overeenkomstig het verschil tusschen
+de spanning van den stoom met de drukking des dampkrings,) en daar de
+lengte des kettings, die over de schijven P P loopt, met het
+betrekkelijk gewigt van den ingehangen cilinder en demper D, derwijze is
+geregeld, dat deze cilinder altijd het oppervlak van het in de buis L L
+staande water, volgt, zoo zal de demper D moeten zakken, wanneer het
+water en de cilinder in de buis L L rijst, hetgeen met vergroote
+stoomspanning door opdrijving van het water in de buis L L moet
+gebeuren. De demper D aldus zakkende, wordt de beneden opening van den
+schoorsteen verkleind, waardoor de trekking, en het daarvan afhankelijk
+vermogen van het vuur, vermindert, en diensvolgens mindere
+stoomontwikkeling of verhitting plaats vindende, de stoom in spanning
+moet verminderen of afnemen, tot de primitief bepaalde maat, die altijd
+zoodanig geregeld is, van ruim onder de spanning te zijn, welke tot het
+ligten der veiligheidsklep vereischt wordt. Het tegenovergestelde van
+dit alles zal plaats grijpen, wanneer de stoomspanning binnen den ketel
+beneden de aangenomene maat daalt: want dan zal het water met den
+cilinder in den buis L L dalen, en den demper D doen ligten; waardoor
+het vuur heviger trekking ondergaat, dus feller branden zal, en de stoom
+in spanning stijgt, tot zoo lang de demper D weder de bepaalde opening
+voor de juiste trekking des vuurs zal hebben daargesteld.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h22" id="h22"></a>&sect; 22.</h2>
+
+
+<p>De lezer zal gereedelijk opmerken, dat teneinde dezen toestel
+volmaakt te doen werken, het water in den ketel steeds volkomen op
+dezelfde hoogte gehouden moet worden: want daar deze vloeistof, door het
+gestadige verbruik van den stoom, aan eene gedurige vermindering
+onderworpen is, zoo daalt de oppervlakte aanhoudend, en dus ook het
+water met den cilinder in de pijp L L, waardoor de demper D rijst, het
+vuur dus steeds meer en meer aanwakkeren en de stoom eene grootere
+spankracht verkrijgen zoude. Om dit te voorkomen, bezigt men eenen
+anderen daarmede verbondenen toestel, waardoor de ketel voortdurend van
+eene zelfde hoeveelheid water voorzien blijft, niettegenstaande het
+verlies daarvan door verbruik van stoom; dit wordt voeding-toestel
+genoemd en de toerigting daarvan is als volgt:</p>
+
+<p>Op den top der buis L L (zie Figuur 2) bestaat eene
+verwijding, die eenen waterbak aldaar daarstelt; in het midden van
+welken eene doorgaande opene buis staat, waardoor de ketting van den
+cilinder vrijelijk beweegt, en het inwendige der buis L L gemeenschap
+met de dampkringslucht doet behouden; in den bodem van den hier
+aangeduiden waterbak is eene opening (in de figuur ter vermijding van
+verwarring niet afgebeeld,) die met eene klep gedekt is, en waardoor
+zich water in de buis L L kan storten. Die klep is aan eenen hefboom <i>g
+t</i> E verbonden, welke in t op eene steun draait of op en neder bewegen
+kan; van het uiteinde E dezes hefbooms, hangt eene dunne roede af, die
+door den top des ketels B B gaande, eenen zoogenaamden drijver F draagt,
+welken veelal van steen vervaardigd, voor een gedeelte in het water
+gedompeld is; aan het tegenovergestelde einde <i>g</i> van den hefboom is een
+tegenwigt gehangen, de betrekkelijke zwaarte van drijver en tegenwigt is
+voor eene bepaalde gedeeltelijke indompeling van den drijver geregeld,
+waarbij de klep van den waterbak op den top der buis L L, door den
+hefboom <i>g t</i> E gesloten gehouden wordt. Wanneer dan het water in den
+ketel vermindering ondergaat, zal noodwendig ook de drijver F moeten
+dalen, en den hefboom bij F naar beneden trekken, waardoor de klep in
+den waterbak zal geopend worden en water in de buis L L doen storten,
+dat zoo lang zal aanhouden, tot dat het water in den ketel weder op de
+noodige hoogte zal zijn geklommen, om door den drijver F de klep weder
+te doen sluiten. Het water, dat alzoo tot aanvulling dient, wordt in den
+bak op den top der buis L L, aangevoerd, door middel van eene kleine
+pomp, die door de machine bewogen wordt. De plaats in den top des
+ketels, bij <i>e</i> waardoor de dunne drijverroede gaat, is met eene
+geslotene bos voorzien, waarin de dunne roede, in hennep of vlas gepakt,
+genoegzaam vrij op en neder kan bewegen, zonder stoom door te laten;
+zoodanige bos wordt pakkingbos genoemd, terwijl de buis L L veelal den
+naam van voedingbuis draagt, en het daarin dienende water voeding water
+genoemd wordt.</p>
+
+<p>Wat nu de hoogte betreft welke dusdanige voedingbuis L L behoort te
+hebben, zij opgemerkt, dat het water daarin zoo veel zal moeten kunnen
+opklimmen als noodig is, om de meerdere stoomspanning in den ketel boven
+die des dampkrings, te kunnen tegen drukken, met nog eenige hoogte meer
+tot speelruimte van den inhangenden cilinder.&mdash;Uit hetgeen wij in &sect; 9 en
+&sect; 11 gezegd hebben, kan men opmaken, dat wanneer de meerdere spanning
+van den stoom binnen den ketel, per vierkante ned. duim, 10 ned. looden
+boven die des dampkrings bedraagt, het water (hier rivierwater en kokend
+heet) ruim eene ned. el in den buis L L zal opklimmen, hetgeen voor eene
+vermeerdering van stoomspanning met 10 ned. looden, weder ruim eene ned.
+el meer zal zijn, wel te verstaan, gemeten uit het oppervlak van het
+water binnen den ketel; de meerdere stoomspanning boven den druk des
+dampkrings gegeven zijnde, kan men daaruit gevolgelijk de hoogte
+bepalen, tot welke het water in de buis L L klimt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h23" id="h23"></a>&sect; 23.</h2>
+
+
+<p>Niettegenstaande de eenvoudigheid van den hier beschreven toestel,
+en de zekerheid van de grondbeginselen, waarop een en ander rust, zoo
+gebeurt het nogtans, dat een of ander daarvan in het ongerede geraakt,
+waarom de bestuurder van het werktuig nog andere middelen dient te
+bezitten, om zich van den waterstand binnen den ketel te overtuigen:
+eene zaak die van het uiterste belang is, om dat daarvan het behoud van
+den ketel afhangt, en zelfs het uit een springen van denzelven ten
+gevolge kan hebben. Immers zoo keteldeelen, die met den vuurstroom in
+aanraking zijn, van water ontbloot geraken, dan kunnen die <i>over-heet</i>
+of gloeijend worden, in dien zachten staat geenen genoegzamen tegenstand
+aan de binnen den ketel heerschende spanning bieden, en van een
+scheuren; ten andere kan toevallige aanslag van water op gloeijende
+plaatdeelen plotseling eene zoo groote hoeveelheid stoom voortbrengen,
+dat die door de veiligheidsklep of kleppen met geene genoegzame snelheid
+zich kan ontlasten, waardoor dus de ketel, met groot geweld, en gevaar,
+voor de bij zijnde personen, kan uit een springen.</p>
+
+<p>Een der vertrouwdste middelen, is het gebruik van peilkranen, zoo als
+zij in de figuur op &sect; 19. bij W en S afgebeeld staan. De pijp van de
+kraan W reikt tot een weinig beneden de gemiddelde waterlijn in den
+ketel; doch de andere, van de kraan S, reikt tot even boven de
+oppervlakte des waters. Ten einde zich nu te verzekeren, of het water op
+de vereischte hoogte staat, behoeft de bestuurder slechts deze kranen te
+openen. Wanneer dan het water door de kraan W dringt en de stoom door de
+kraan S blaast, zoo is dit een teeken, dat het water in den ketel op
+goede hoogte staat. Stroomt echter de stoom uit beiden, dan is dit een
+teeken, dat er te min, en zoo het water uit beide kranen dringt, dat er
+te veel water in den ketel is.</p>
+
+<p>Ook zijn zoogenaamde waterpeil buizen, met glazen pijpen voorzien, van
+goede dienst, zoo die goed ingerigt zijn; want in die glazen pijpen ziet
+men dadelijk de hoogte van het water zooals het binnen den ketel staat;
+overigens zijn er nog andere middelen bekend, om eene bepaalde
+vermindering van het water in den ketel op te merken, meer of min
+onafhankelijk van de waakzaamheid des bestuurders, doch het is overbodig
+die hier te beschrijven.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h24" id="h24"></a>&sect; 24.</h2>
+
+
+<p>Voor ketels, die in stoomvaartuigen of voor stoomwagens,
+(zoogenaamde locomotieven), dienen, geschiedt somwijlen de watervoeding
+insgelijks door eenen regelenden drijver; doch over het algemeen worden
+die ketels, naar aanwijzing van eenen vrijen of onverbondenen drijver,
+of volgens de aanduiding van peilkranen of waterpeilbuizen, door den
+bestuurder van de machine, die zulks opmerkt, naar gelang der behoeften,
+met water gevoed, door middel van eene of meer kleine perspompen, welke
+voor dien tijd door de machine in beweging gehouden, en na genoegzame
+werking weder afgeslagen worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h25" id="h25"></a>&sect; 25.</h2>
+
+
+<p>Daar zich in eenen stoomketel spoedig bezinksel vormt, en zich daar
+binnen aanzet, zoo is het noodzakelijk, denzelven van tijd tot tijd schoon
+te maken. Te dien einde bestaat er in het bovengedeelte van den ketel,
+eene groote opening of ingang M, mangat genoemd, welke weder goed gesloten
+kan worden; terwijl behalve dat, elke ketel nog nabij den bodem eene
+spui-opening of spuikraan bezit, voor hetzelfde doel bestemd, doch in de
+figuur niet afgebeeld.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h26" id="h26"></a>&sect; 26.</h2>
+
+
+<p>Wanneer in eenen ketel de spanning van den stoom, minder wordt dan
+de bestaande drukking des dampkrings bedraagt, hetgeen door verkoeling
+van denzelven of soms door eene onoplettende behandeling der machine kan
+geschieden, dan zoude het kunnen gebeuren, dat de ketel den druk der
+buitenlucht niet wederstond en alzoo ingedrukt werd. Om dit te
+voorkomen, bestaat in den top eene opening, die met eene klep, luchtklep
+genaamd, gesloten wordt. Die luchtklep wordt gewoonlijk in het deksel
+van het mangat geplaatst, en zal dus noodwendig, daar zij zich altijd
+binnenwaarts opent, de buitenlucht in den ketel toelaten, zoodra de
+stoomspanning daar binnen, minder wordt dan de dampkringsdruk; en den
+ketel alzoo voor indrukken bewaren.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h27" id="h27"></a>&sect; 27.</h2>
+
+
+<p>Eene ketelinrigting, zoo als op fig. 2. afgebeeld staat, wordt
+voor stoomwerktuigen van zoogenaamden lagen druk gebezigd, en hoewel
+hier het vuur slechts onder en om den ketel werkt, zoo heeft men
+soortgelijke ketels, waar tevens de vuurstroom door eene buis binnen
+door denzelven gaat. In stoomvaartuigen houden de ketels voor lage
+drukking de vuurplaatsen en rookleidingen geheel met water omgeven,
+zoodat het vuur binnen den ketel brandt, en de rook, mede daar binnen,
+naar den schoorsteen opstijgt; ketels van middelbare of hooge drukking
+zijn <span title="Was: altijd" style="border-bottom: 1px red dotted;">meestal</span> op die wijze ingerigt, en houden in velen een groot getal
+kanalen of buizen, waardoor het vlammende gaz ter verwarming stroomt;
+ketels van stoomwagens of zoogenaamde locomotieven houden tot dat einde
+een groot getal enge pijpen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h28" id="h28"></a>&sect; 28.</h2>
+
+
+<p>De stoom, die zich in den ketel vormt, vloeit door de buis I (fig. 2)
+naar den cilinder van het werktuig. Voordat hij echter dit
+gedeelte van den toestel bereikt, wordt de toevoer daarvan geregeld,
+opdat eene bepaalde hoeveelheid in eenen bepaalden tijd toestroome. Daar
+van den regelmatigen en gelijken toevoer van stoom, de gelijkmatige
+werking van het werktuig moet afhangen, zoo heeft men het ook noodig
+geoordeeld, dit door het werktuig zelf te doen regelen, en hieraan de
+voorkeur gegeven boven het onzekere opzigt van den bestuurder. De
+toestel, door middel van welken men dit doel bereikt, is even
+merkwaardig, om deszelfs eenvoudigheid, als door de zekerheid, waarmede
+dezelve werkt, en draagt den naam van <i>regulateur</i>. De werking van
+denzelven hangt af van de eigenschappen der middelpunts-krachten, welke
+wel een ingewikkeld onderwerp uitmaken, doch door de volgende verklaring
+der grondbeginselen vertrouwen wij, dat onze lezers de werking van den
+<i>regulateur</i> ten volle zullen begrijpen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h29" id="h29"></a>&sect; 29.</h2>
+
+
+<p>Het is algemeen bekend, dat bij het met de hand rondslingeren van
+eenen steen, die aan eene lijn vast is (een' zoogenaamden slinger), de
+kracht waarmede de steen wegvliegt, zoo veel te grooter is, naar gelang
+de snelheid van omzwaai vermeerdert; en werkelijk kan men ook deze
+snelheid zoodanig doen toenemen, dat een zeer sterk touw niet in staat
+zal zijn, den steen vast te houden, maar dezelve bij het breken van het
+touw, zal worden voortgeworpen. In dit geval is het gemakkelijk op te
+merken, dat er twee krachten werkzaam zijn; eene van dezelve drijft den
+steen, om zich van de hand des slingeraars te verwijderen, terwijl de
+andere, die in de sterkte van het touw bestaat, den steen naar de hand
+trekt. De neiging nu, die een zoo rondgezwaaid ligchaam dringt, om weg
+te vliegen, wordt de <i>middelpuntvliedende kracht</i> genoemd, terwijl het
+vermogen, waardoor hetzelve naar het middelpunt trekt, de
+<i>middelpuntzoekende kracht</i> genoemd wordt. Bij het handelen over deze
+krachten duidt men beide aan onder den naam van <i>middelpunts-krachten</i>
+(<i>centraal-krachten</i>). De toestel waardoor de toevoer van den stoom
+geregeld wordt, de zoogenaamde regulateur, rust geheel en al op dit
+grondbeginsel; en ofschoon het onmogelijk zoude zijn, om in een werk als
+het onderhavige, hetwelk alleen bestemd is voor hen, die zich niet in de
+wiskundige wetenschappen hebben geoefend, eene volledige verklaring van
+deze krachten te geven, zoo vermeenen wij nogtans genoeg gezegd te
+hebben, om onze lezers een algemeen denkbeeld te verschaffen van de
+grondbeginselen, waarvan de werking van den toestel afhangt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h30" id="h30"></a>&sect; 30.</h2>
+
+<div class="figleft" style="width: 35%;">
+<img src="images/041.jpg" width="45%" height="45%" alt="Een regulateur" title="" />
+</div>
+
+<p>Door eenvoudige middelen, die naderhand zich zullen verklaren,
+drijft het stoomwerktuig een rad A (zie de volgende Figuur) met eene
+opstaande spil B B rond. Naar gelang dat de beweging van het werktuig
+sneller is, zoo veel te sneller ook zal het rad A met de spil B B
+ronddraaijen. Aan het boveneinde E van de opstaande spil bevinden zich
+twee scharnieren, tegenover elkander geplaatst, die de nedergaande
+stangen D en D alzoo bewegelijk gekoppeld houden en aan wier ondereinden
+zware kogels C C vast zijn. De scharnieren, bij E, geven aan de stangen
+D D de bekwaamheid, om zich van de spil B B te kunnen verwijderen.
+Nagenoeg op de helft der stangen D D zijn twee andere stangen D G en D G
+bewegelijk verbonden, welker ondereinden scharniers-gewijze vereenigd
+zijn, met eenen ring of koker G G, die over de opstaande spil B B op en
+neer kan glijden. Het binnengedeelte van dezen ring is zeer glad,
+hetwelk insgelijks het geval is met de spil, zoodat de eerste, met zeer
+weinig tegenstand of schuring, over de laatste kan heen glijden. Gezegde
+ring of koker bezit buitenwaarts eene zuiver en glad bewerkte groef; in
+deze groef past met genoegzame vrijheid, eene vork van het uiteinde der
+hefboom H, derwijze, dat de ring in de vork gemakkelijk draait, terwijl
+de vork niet boven nog benedenwaards van den ring kan geraken, maar in
+de groef bepaald blijft. De hefboom H heeft vervolgens een vast
+steunpunt, dat buiten de figuur gelegen is. Aan de opstaande spil B B is
+eindelijk eene boogvormige gleuf F F vereenigd, waartusschen de vier
+bovengenoemde stangen gemakkelijk kunnen heen en weder gaan, en welke
+dient, om derzelver beweging, die wij zullen gaan verklaren, in een
+zelfde vlak te houden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h31" id="h31"></a>&sect; 31.</h2>
+
+
+<p>Onderstellen wij, dat het rad A door de machine wordt in beweging
+gezet, dan zal de spil B B, daarmede ronddraaijen, en bij die beweging
+de staven D D, met de daaraan vast zijnde kogels C C, medevoeren. In dit
+geval zal men de geheele werking van den slinger hebben, door de
+scharnieren bij E voor de hand van den slingeraar te houden, en de
+stangen D D voor het touw, zoodat de kogels C C zullen trachten te
+ontvlieden en eene dergelijke stelling aannemen, als in de afbeelding is
+voorgesteld. Hoe sneller nu de beweging van de spil B B is, des te
+verder zullen de kogels zich van elkander verwijderen, ja de beweging
+van de spil B B zoude dermate snel kunnen zijn, dat het ontvliedend
+vermogen der kogels C C sterk genoeg werd, om de slangen D D bijna in
+horizontale rigting te houden, en zelfs te doen breken in geval deze
+laatsten geene genoegzame sterkte bezaten. Zoo integendeel de
+ronddraaijende beweging vertraagt, dan zullen de kogels meer en meer tot
+de spil naderen, en bij het in rust zijn van den toestel tegen de spil
+nederhangen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h32" id="h32"></a>&sect; 32.</h2>
+
+
+<p>Het meer of minder verwijderen der kogels van de spil B B brengt,
+door de tusschengekoppelde kleinere stangen D G, eene op en neder
+beweging van den ring G G te weeg, en dus ook van de daarin gevatte vork
+op het einde des hefbooms H; wanneer dus door versnelling van beweging
+de kogels C C van elkander gaan, dan zal dat hefboom-einde met den ring
+G G moeten rijzen, en tegenover gesteld, dalen, wanneer door vertraging
+van beweging, die kogels tot elkander naderen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h33" id="h33"></a>&sect; 33.</h2>
+
+
+<p>In de bovenstaande afbeelding is slechts een kort gedeelte van den
+hefboom H afgebeeld, ten einde de afteekening; niet te groot te maken;
+doch men moet dezelve verbonden denken met eene klep, die zich in de
+pijp I van de fig. in &sect; 19 bevindt. Deze pijp of buis wordt de
+stoomlei-buis genoemd, en de hier bedoelde klep draagt den naam van
+smoorklep. De wijze van verbinding van dezen hefboom met de smoorklep is
+zoodanig, dat bij rijzing of daling van den hefboom, de smoorklep meer
+of minder sluit, en daar die sluiting nagenoeg op dezelfde manier werkt,
+als een zoogenaamde wartel in eene gewone kagchelpijp, zoo kan de
+smoorklep, in zekere stelling gedraaid zijnde, den toevoer van stoom uit
+den ketel geheel beletten, of meer of mindere vrijheid voor
+doorstrooming laten.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h34" id="h34"></a>&sect; 34.</h2>
+
+
+<p>Deze smoorklep is dan van een arm of kruk voorzien, en met den
+hefboom H in verbinding gebragt, zoodaniger wijze, dat, wanneer deze
+hefboom H geligt, de klep meer of minder gesloten wordt, naar gelang van de
+hoogte, waarop de hefboom H gerezen is. Door ondervinding en in verband met
+den aard van het werk, dat de machine verrigten moet, regelt men den stand
+der smoorklep, dat is: de stoom toevloeijing door de stoomleibuis naar den
+stoomcilinder voor eene doelmatige snelheid van beweging. Wordt die
+snelheid door eene of andere oorzaak grooter, dan zullen de kogels van den
+regulateur zich van elkander verwijderen en den ring G G met den hefboom H
+ligten, waardoor dan de smoorklep de toevloeijing van den stoom door de
+stoomleibuis zal belemmeren; naderen daarentegen die kogels elkander, dan
+zal ring en hefboom dalen, terwijl de smoorklep vrijer doortogt aan den
+stoom door de stoomleibuis geven zal; daar nu natuurlijkerwijze, meerdere
+of mindere toelating van stoom in den cilinder eene meer of mindere
+snelheid aan den daarin bewegenden zuiger moet geven, zoo volgt dat
+zoodanige regulateur met de smoorklep verbonden, een zeer goed zamenstel
+oplevert, tot het doen behouden van eene gelijkmatige snelheid des
+stoomzuigers.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h35" id="h35"></a>&sect; 35.</h2>
+
+
+<p>De wijze, waarop de snelheid van den stoomzuiger geregeld wordt,
+beschreven hebbende, zoo zullen wij overgaan tot de beschouwing van de
+wijze, waarop de stoom op de juiste oogenblikken in den cilinder wordt
+toegelaten. Bij het vroeger beschrevene werktuig werd de stoom op de
+juiste oogenblikken ingelaten, door eenen persoon, die op regelmatige
+tusschentijden eene kraan omdraaide; doch alsdan hangt, zoo als wij
+reeds aanmerkten, alles van de oplettendheid van dien persoon af, en de
+geringste nalatigheid van dezen moet onvermijdelijk eenen onregelmatigen
+gang van het werktuig te weeg brengen. Hier echter, zoowel als bij alle
+andere onderdeelen, heeft het vernuft middelen gevonden, om deze
+bewerking door het werktuig zelf ten uitvoer te laten brengen, zonder de
+hulp van eenen oppasser, die toch nimmer, zelfs bij de grootste
+bekwaamheid en oplettendheid, die bewerking zoo regelmatig verrigten
+kan. V&oacute;&oacute;r dat wij echter tot de beschrijving van dit gedeelte van het
+Werktuig overgaan, zal het noodig zijn, om de bijzondere wijze van
+condenseren of verdikken van den stoom op te geven.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h36" id="h36"></a>&sect; 36.</h2>
+
+
+<p>Bij het werktuig, hetwelk in eene vroegere afdeeling beschreven
+is, hebben wij gezien, dat, ten einde den stoom te verdikken, een straal
+koud water in den cilinder geleid werd, waarvan de uitwerking was, dat
+de stoom bekoelde en er een luchtledig ontstond. Bij eene geringe
+opmerkzaamheid wordt men nogtans gewaar, dat door het op deze wijze
+inbrengen van koud water in den cilinder zelven, de wanden daarvan, die
+door den stoom verhit waren, zich moeten afkoelen, zoodat de op nieuw
+ingevoerde stoom den cilinder wederom moet verhitten, v&oacute;&oacute;r dat hij de
+vereischt wordende veerkracht verkrijgen kan. Telken reize dus, als de
+zuiger opgaat, moet op die wijze een gedeelte stoom verloren gaan, om
+den cilinder te verhitten, waarvan het gevolg is, dat eene aanmerkelijke
+hoeveelheid brandstof in den vuurhaard onnut verspild wordt. Hoe
+eenvoudig het ook moge schijnen, zoo is het niettemin eene der
+gewigtigste uitvindingen van lateren tijd, namelijk: dat het niet
+noodzakelijk is om den stoom door middel van koud water in den cilinder
+zelven te condenseren, maar dat dit doel insgelijks bereikt kan worden,
+door eene gemeenschap daar te stellen tusschen den stoom-cilinder en
+eene aangelegene beslotene ruimte, waarbinnen eene inspuiting van koud
+water, en dus condensatie van den stoom buiten den cilinder, plaats
+vindt; die beslotene ruimte is de eigenlijke condensor of verdikker, om
+dat zich daarin de stoom tot water verdikt; de stoom-cilinder op die
+wijze met geen koud water in aanraking komende, verkoelt daardoor dus
+niet, terwijl de condensor alleen die verkoeling ondergaat, welke dan
+ook in het geheel zoo koud mogelijk dient te blijven. Zoodra de stoom
+den cilinder tot hoogsten zuigerstand, geheel gevuld heeft, wordt aan
+denzelven eene opening verschaft, om naar het inwendige van den
+condensor te stroomen, alwaar die stoom, met het koude injectie water in
+aanraking komende, tot water verdikt, en in den condensor aldus een zoo
+gezegd luchtledig doet ontstaan, waarin de inwendige ruimte des
+stoom-cilinders deelt; bij gevolg den druk onder den stoomzuiger
+nagenoeg vernietigt, even als of het koude water in die cilinderruimte
+zelve vloeide. Deze ontdekking of uitvinding is met het gelukkigste
+gevolg op het stoomwerktuig toegepast, en zal nog nader worden
+verklaard.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h37" id="h37"></a>&sect; 37.</h2>
+
+
+<p>Men heeft nog eene andere allerbelangrijkste verbetering aan het
+stoomwerktuig toegebragt, waardoor het vermogen nagenoeg verdubbeld
+wordt. Deze verbetering, die in het volgende bestaat, is insgelijks ten
+hoogste eenvoudig. In de beschrijving van de fig. bij &sect; 15 is gezien:
+dat alleen onder den zuiger stoom wordt ingelaten, welke, nadat de
+zuiger deszelfs topstand heeft bereikt, wordt gecondenseerd en aldus in
+die cilinderruimte een zeer weinig tegenstandbiedend ledig daarstelt,
+waardoor de zuiger, met het volle gewigt des dampkrings daarboven, kan
+worden nedergedrukt; de zuiger oefent dus slechts kracht uit gedurende
+den dalenden slag, en alleen van wege den druk des dampkrings of
+atmospheers, waarom dan eene dergelijke den naam van atmospherieke
+machine draagt. Maar aangezien de stoom even als de dampkring kan
+drukken, zoo heeft men bedacht den stoom-cilinder bovenwaarts, door
+middel van een goed gesloten deksel, van den dampkring af te sluiten, en
+in plaats van den dampkring, stoom op den zuiger te doen vloeijen, om
+dien neder te drukken; in het cilinderdeksel heeft men dan alleen eene
+opening gelaten waardoor de zuigerstang op en neder kan bewegen, zonder
+stoom of lucht door te laten, dat is: door eene zoogenaamde pakkingbos,
+waarin om de zuigerstang hennip of vlas ligt gepakt. Zoo ingerigt,
+onderstelle men, dat de zuiger aan den bodem van den cilinder is, en dat
+gedurende den vorigen nedergang, de stoom in de bovenruimte onder het
+cilinderdeksel is ingelaten, en de ruimte boven den zuiger geheel gevuld
+heeft. Zoo men in dezen staat den stoom boven den zuiger verdikt of tot
+water herleidt, dan zal die ruimte nagenoeg luchtledig worden, terwijl
+bij het inlaten van stoom onder den zuiger, dezelve naar om hoog zal
+worden gedrukt, daar er nu geen tegenstand door de drukking van den
+dampkring boven den zuiger aanwezig is. De zuiger den top van den
+cilinder alzoo bereikt hebbende, verdikt men den stoom onder denzelven,
+waardoor aldaar een ledig ontstaat: maar om den zuiger nu weder te doen
+dalen, moet, aan den top des cilinders, stoom op den zuiger worden
+toegelaten, om in plaats van den dampkring den zuiger naar den
+cilinderbodem te drukken. Men ziet dus, dat men door zoodanige inrigting
+het vermogen van het werktuig verdubbelt, daar men van den stoom gebruik
+maakt, zoowel om den zuiger op te heffen, als om denzelven te doen
+dalen.</p>
+
+<p>Thans zullen wij den gang van den stoom in het werktuig nader in
+oogenschouw nemen, en meer in het bijzonder nagaan, op welke wijze
+dezelve werkt, nadat deze vloeistof de smoorklep verlaten heeft.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h38" id="h38"></a>&sect; 38.</h2>
+
+
+<p>Daar er onderscheidene inrigtingen bestaan, waardoor de
+regelmatige toelating van den stoom boven en onder den zuiger, en
+derzelver afvloeijing naar den condensor, wordt bewerkt, zoo bevatten de
+beide volgende figuren slechts algemeene schetsen daarvan, slechts
+geschikt voor de hier bedoelde betrekkelijke verklaring.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 70%;">
+<img src="images/047.jpg" width="80%" height="80%" alt="Figuren 8 en 9. Figuur 8 stelt een stoomcilinder met zuiger in lage stand voor; Figuur 9 stelt een stoomcilinder met zuiger in de hoge stand voor." title="" />
+</div>
+
+<p>In de figuren 8 en 9, verbeeldt O den stoomcilinder met ingevallen
+zuiger; door het deksel van denzelven, moet men de zuigerstang in eene
+pakkingbos vrijelijk beweegbaar denken, zonder doorlating van stoom of
+lucht; aan den cilinder is eene kast verbonden, die overlangs door een
+middenschot is verdeeld; bij S is eene opening, waardoor de stoom
+toevloeit, die door de vroeger beschrevene smoorklep is gelaten; het
+naast aan den cilinder gelegen halfdeel van deze kast, ontvangt alzoo
+het eerst den, door de opening S toevloeijenden, stoom. Maar in dit
+zelfde kastdeel sluiten twee stukken of kleine zuigers A en B, die door
+middel van eene stang aan elkander zijn verbonden, en alzoo te zamen,
+naar eene bepaalde maat, op en neder beweegbaar zijn, om de boven of
+beneden stoomdoortogt, bij A en B te kunnen openen of sluiten, derwijze:
+dat bij het geopend zijn van den boven stoomdoortogt bij A, voor toevoer
+van stoom in den cilinder, de beneden stoomdoortogt bij B, daarvoor
+gesloten is, en omgekeerd; de stoom die door de opening S vloeit, staat
+dus in de ruimte D, tegen de kleine zuigers A en B aan, gereed om, naar
+gelang den stand dier zaamverbondene zuigers, boven of onder in den
+cilinder te vallen.</p>
+
+<p>Het andere, door het middenschot afgescheidene deel dezer kast moet men
+zich voorstellen, dat bij C, gemeenschap heeft met eenen afgezonderden
+condensor, en waarin, gelijk boven gezegd is, door eene kraan,
+injectiekraan genoemd, koud water stroomt, dus geschikt, om den stoom te
+condenseren of te verdikken; zoo toegesteld; blijkt het uit de figuren,
+dat de stoom, die naar het inwendige van den cilinder O vloeit, altijd
+met de binnenvlakten der kleine zuigers A en B in aanraking is, terwijl
+de condensorruimte in de kast altijd met de buitenvlakten bij N N, dier
+beide zuigers, gemeenschap heeft. Deze aaneengekoppelde kleine zuigers
+noemt men te zamen, stoomschuif, en om dezelve te bewegen, moet men zich
+eene daaraan verbondene stang denken, die door eene pakkingbos, door den
+bodem of top van de kast gaat, waarin de stoomschuif is besloten; (hier
+in de figuur niet afgebeeld) vervolgens is het naar dit voorbeeld eene
+hoofdvereischte, dat de stoomschuif rondom volmaakt in dat kastdeel
+sluit, opdat geen stoom gedurende deszelfs beweging doordringe.</p>
+
+<p>Daar de uiterste afstand van den boven tot den beneden stoomdoortogt,
+bij A en B, gelijk is aan de uiterste lengte van de verklaarde
+stoomschuif, en de kleine zuigers, die de sluiting te weeg brengen,
+nimmer minder hoogte houden dan gezegde doortogten, zoo volgt, gelijk
+ook uit de figuren op te maken is: dat de stoomvloeijing in den cilinder
+nimmer door de beide stoomdoortogten te gelijk kan geschieden, maar, of
+alleen boven, of alleen onder den zuiger; in fig. 8 is de stoomschuif
+gesteld voor toelating van stoom onder den zuiger, en in fig. 9 voor
+stoom toevloeijing op den zuiger. Even zoo kan nimmer de condensorruimte
+van eene zoo toegestelde stoomschuif gelijktijdig gemeenschap hebben met
+het inwendige des cilinders boven en onder den zuiger, maar wel alleen
+boven of alleen onder. Het blijkt vervolgens uit de figuren duidelijk,
+dat terwijl de stoom boven op den zuiger vloeit, om dien naar beneden te
+drukken, de stoom vanonder den zuiger eenen uitweg naar de condensor
+vindt, en omgekeerd: terwijl de stoom onder den zuiger vloeit, wordt aan
+de stoomafvloeijing, van boven den zuiger naar den condensor,
+gelegenheid gegeven; waaruit dan na weinig overweging te begrijpen is,
+hoe de beurtelingsche toe- en afvloeijing van stoom naar en van den
+zuiger, door de stoomschuif behoorlijk op en neder te bewegen, kan
+geschieden; en volgens hetgeen wij later zullen zeggen, over de
+bewegingswijze van de stoomschuif door de machine zelve: dat men de
+meest mogelijke regelmaat in krachtsuitoefening daarmede zal kunnen
+verkrijgen<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor">[3]</a>.</p>
+
+<p>In de figuren 8 en 9, is alleen ruim de hoogste en laagste stand van de
+stoomschuif, met den hoogsten en laagsten stand des stoomzuigers
+afgebeeld, dus geenzins de stoomschuif-standen, die met den hoogsten en
+laagsten zuigerstand overeenkomen; want bij het in beweging houden van
+de stoomschuif door de machine zelve, moet bij hoogsten zuigerstand de
+stoomschuif juist maar gereed staan, om stoom op den zuiger toe te
+laten, terwijl de stoom van onder denzelven; reeds uitgang naar
+den condensor vindt; zoo ook moet bij laagste zuigerstand de stoomschuif
+aanvangen, om stoom onder den zuiger te doen vloeijen, terwijl voor
+uitvloeijing van stoom, van boven den zuiger naar den condensor, reeds
+gelegenheid bestaat.</p>
+
+<p>De stoomschuif is derhalve, om zoo te spreken, de ziel of het hart van
+de geheele machinerie, en is dus dat gedeelte van den toestel, hetwelk
+aan andere deelen leven geeft.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> In fig. 8 is den stoomzuiger abusievelijk een weinig te
+lagen stand gegeven.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h39" id="h39"></a>&sect; 39.</h2>
+
+
+<p>Thans zullen wij overgaan tot de verklaring van den condensor of
+stoomverdikker. Uit de bovenstaande beschrijving heeft men kunnen
+opmaken, dat er in de dubbel werkende machine geen koud water in den
+cilinder gebragt wordt, maar dat volgens fig. 8 en 9, eene gemeenschap
+tusschen denzelven en den condensor, waarin het koude injectie-water
+stroomt, wordt daargesteld.</p>
+
+<p>Men moet zich voorstellen, dat de pijp C, die op onze afbeelding
+hieronder (fig. 10) als afgebroken gezien wordt, gemeenschap heeft met
+de opening C, in de voorgaande figuren 8 en 9, en met het in deze figuur
+voorgesteld cilindervormig vat, hetwelk de eigenlijke condensor is.</p>
+
+<p>Deze condensor heeft onderwaarts, door een kanaal, met eenen anderen
+nevens geplaatsten cilinder gemeenschap, waarin een zuiger werkt, welke
+luchtpomp genoemd wordt. Het koude injectie-water stroomt in den
+condensor, door de, in de figuur afgebeelde injectiekraan, die met
+opgaande stang, bij D, een' handvat houdt, om die kraan min of meer open
+te zetten, of te sluiten. Condensor en luchtpomp zijn te zamen in eenen
+bak bevat en met koud water omgeven, welk koude water tot voeding van
+injectie voor den condensor dient.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 80%;">
+<img src="images/051.jpg" width="80%" height="80%" alt="Fig. 10." title="Fig. 10." />
+</div>
+
+<p>Het loopt in het oog, dat, zoo men het injectie-water, hetwelk tot
+verdikking van den stoom gediend heeft, en insgelijks dat, hetwelk de
+verdikte stoom vormt, niet wegvoerde, een en ander den condensor spoedig
+vullen zoude; bovendien ontwikkelt kokend water ook eenige lucht, welke
+het ledige binnen den condensor zeer benadeelt. Er is derhalve een
+middel noodig geweest, om dat voortgebragte water en die lucht uit den
+condensor te trekken, en hiertoe moet de zoo even gemelde luchtpomp
+dienen.</p>
+
+<p>Nevens den condensor is dus eene zoogenaamde luchtpomp geplaatst, die
+benedenwaarts, door een kanaal of hals, met den condensor gemeenschap
+heeft; in dat kanaal bestaat bij H eene klep, die zich naar de zijde der
+luchtpomp opent, zoodat het water met de lucht wel uit den condensor,
+maar niet daarin terug kan vloeijen. De luchtpomp-cilinder bevat eenen
+daarin sluitenden beweegbaren zuiger, welke kleppen heeft, die zich
+bovenwaarts openen; geen water of geene lucht, door dezen zuiger
+opgebragt, kan dus terugvallen; de luchtpomp-cilinder is met een digt
+sluitend deksel voorzien, waardoor de zuigerstang E, in eene pakkingbos
+sluitende beweegt; en onder nabij dit deksel bestaat eene opening,
+waardoor het door den luchtpomps-zuiger opgebragte water met lucht, naar
+buiten in eene afzonderlijke bak uitgang vindt, mede voorzien van eene
+klep, opdat niets van dat opgebragte zoude terugvloeijen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h40" id="h40"></a>&sect; 40.</h2>
+
+
+<p>Dit, met behulp van fig. 10, begrepen zijnde, is het duidelijk,
+dat, bijaldien de luchtpompzuiger door de machine, gelijkmatig op en
+neder bewogen wordt, het water met de ontwikkelde lucht uit den
+condensor zal worden getrokken en weggeleid; maar omdat het aldus uit
+den condensor getrokken water meer warmte bezit, dan het omringende in
+den alles omvattenden bak, scheidt men dit water af, en laat hetzelve
+volgens de figuur in eenen afzonderlijken bak stroomen, ten einde dat
+verwarmde water te bezigen, voor de aanvulling van het verstoomde water
+in den stoomketel, ter bezuiniging van brandstoffen. De bak, waarin zich
+het verwarmde uit den condensor getrokkene water stort, draagt den naam
+van warm- of heetwaterbak.</p>
+
+<p>De groote koudwaterbak AA, welke condensor luchtpomp en heetwaterbak
+bevat, wordt aanhoudend van water voorzien, door eene pomp, die door de
+machine bewogen wordt; terwijl eene overlooppijp bestaat, om het
+overvloedige water te lozen; die pomp is in deze figuur niet afgebeeld,
+en ook niet de kleinere pomp, welke, uit den afgescheidenen
+heetwaterbak, de voeding aan den stoomketel bezorgt; eindelijk dient nog
+gezegd te worden, dat de heetwaterbak mede eene overlooppijp bezit, om
+het warme water, dat voor ketelvoeding overbodig is, te lozen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h41" id="h41"></a>&sect; 41.</h2>
+
+
+<p>Al de pompstangen, waarover wij gesproken hebben, zoowel als de
+zuigerstang des stoomcilinders, bewegen op en neder, wij zullen thans
+verklaren op welke wijze zulks zamenhangt. Eene ijzeren balans A B fig.
+1, rust en beweegt zich op eene as C boven op de kolom D, aan welke eene
+goede en stevige fondatie gegeven is. Deze balans, is met de minste
+verspilling van ijzer, den sterksten vorm gegeven, en daaraan zijn de
+stangen gekoppeld van stoom-zuiger en andere pompen, zoodat het rijzen
+en dalen van de stoom-zuigerstang, eene overeenkomstige rijzing en
+daling van alle andere zuigerstangen bewerkt.</p>
+
+<p>Onderstellen wij, dat de stoom-zuigerstang aan het balanseinde A
+verbonden is, dan is het klaar, dat telkens, als die zuigerstang op- en
+nedergaat, het uiteinde A, van de balans eenen cirkelboog zal
+beschrijven, waarvan C het middelpunt is. De top van de zuigerstang zal
+in dat geval in geene regte maar in eene kromme lijn moeten volgen, en
+dus van de eene naar de andere zijde overgaan, hetwelk zoude
+veroorzaken, dat die stang daar, waar zij door de pakkingbos van het
+cilinderdeksels loopt, heen en weder daarin drukte of klemde en eene
+verderfelijke slijting daarstelde. Hetzelfde zou het geval zijn met de
+stang van den luchtpompzuiger; en de voeringen der pakkingbossen zouden
+dus daardoor zeer veel uitslijten. Ten einde dit gebrek te verhelpen of
+te voorkomen, heeft men gebruik gemaakt van eenen zeer vernuftig
+uitgedachten toestel, die de <i>parallelle</i> of <i>evenwijdige beweging</i>
+genoemd wordt, en waardoor aan den stoomzuiger en aan andere
+pompstangen, op zeer weinig na, eene regtopgaande beweging, zonder
+hinderlijke afwijking naar de eene of andere zijde, wordt medegedeeld.</p>
+
+<p>In dit werkje kunnen wij slechts de volgende, voor ieder bevattelijk
+algemeene verklaring, van gezegde evenwijdige beweging geven.</p>
+
+<p>Met het uiteinde A, van de balans A B, fig. 1, zijn een paar stroppen A
+G verbonden, zoo ook op de middellijn tusschen A en C een ander paar
+stroppen, E F, van gelijke lengte als de eerste. Deze stroppen zijn
+benedenwaarts door een paar roeden F M aan elkander verbonden, welke
+roeden weder gelijk in lengte zijn aan den afstand van A tot E op de
+balans; een ander paar roeden, welke in lengte gelijk zijn aan de roeden
+F M, is vervolgens, aan het eene einde bij F en aan het andere einde bij
+H, mede beweegbaar vereenigd, en wel bij H, met de vaste stelling,
+waarin de gansche machine is besloten.</p>
+
+<p>De balans A B beweegbaar zijnde, zoo wordt men bij het nagaan dezer
+koppeling van stroppen en roeden gewaar, dat er twee vaste aspunten zijn
+C en H, zijnde C het aspunt, waarom de punten A en E der balans bewegen
+en H het aspunt waarom het punt F beweegt. Dit vooraf goed opgemerkt
+hebbende, onderstelle men, dat de stoomzuiger in top staat, waarbij de
+balans den stand heeft, die op de afbeelding wordt voorgesteld. Wanneer
+de zuiger nu naar beneden gaat, dan beschrijft het punt F, om het vaste
+aspunt H, eenen boog, die betrekkelijk het punt H naar buiten (of naar
+de linkerhand) uitwijkt; terwijl het punt E, om het vaste aspunt C,
+eenen boog naar den tegenovergestelden kant (de regterhand) beschrijft.
+Daar nu het paar stroppen E F deze twee punten, die eenen cirkelboog
+beschrijven, met elkander verbindt, zoo zal het eene einde E regts van
+de loodlijn bewegen, terwijl het andere F even zoo veel links van
+dezelve bewogen wordt, deze stroppen zullen dus, gedurende de op- en
+neder beweging van den balansarm A C, eene afwisselende hellende
+beweging aannemen.</p>
+
+<p>Door de volgende figuur, die eene voorstelling in zoogenaamde werklijnen
+van de parallelle beweging geeft, met aandacht na te gaan, zal het
+leiden van stoom- en luchtpompzuigerstangen in eene regte lijn verder
+verduidelijkt worden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 60%;">
+<img src="images/055.jpg" width="60%" height="60%" alt="De parallelle beweging" title="" />
+</div>
+
+<p>Zij C het vaste aspunt van de op- en neder bewegende balans, en C A de
+rigting van dezelve bij hoogsten zuigerstand; E F is het paar stroppen,
+waaraan bij Y de luchtpompzuigerstang, en A G het paar stroppen van
+gelijke lengte, waaraan bij G de stang van den stoomzuiger verbonden is,
+F G in de parallel koppelroede aan de lengte A E gelijk, en welke de zoo
+evengenoemde stroppen bij F en G verbindt. Nu is het koppelpunt F
+beweegbaar verbonden met de parallel straalroede F H, welke om het vaste
+punt H kan draaijen; deze straalroede is in lengte gelijk aan de
+parallel koppelroede. Dat men zich nu verbeelde, dat de balansarm C A
+benedenwaarts beweegt, dan zal het punt E van denzelven, in e komende,
+eenen boog beschreven hebben, die hier naar de regterhand uitwijkt, en
+het punt F der straalroede F H zal mede eenen boog beschrijven, doch
+welke naar de linkerhand uitwijkt; daar nu in dit voorbeeld het punt E
+op de halve lengte van den balansarm genomen is, en daarom C E gelijk
+aan de lengte der straalroede F H is, zoo zullen de uitwijkingen der
+bogen, hoewel in tegenovergestelden zin, even groot zijn; er moet dus op
+het paar stroppen E F een punt bestaan, dat weinig afwijking van de
+loodlijn <i>ll</i> ondergaat, dit punt is in Y en wel op het midden van die
+stroppen; het is daaraan, dat men de luchtpompzuigerstang verbindt, om
+op zeer weinig na, in eene regte lijn op en neder te bewegen, zegge op
+zeer weinig na, omdat daarbij een gering verschil bestaat, doch hetwelk
+in de praktijk geen' invloed heeft. De stoomzuigerstang, die hier op den
+dubbelen afstand van het aspunt C met de balans gekoppeld is, beschrijft
+met dat balanseinde eenen boog, welks afwijking het dubbel van de
+voorgaande bogen is, daarom wordt deze stang in G verbonden, op het
+uiteinde van het paar stroppen A G, die met het uiteinde F van het paar
+stroppen E F vereenigd zijn, door middel van de parallel koppelroede F
+G; alzoo zal de stoomzuigerstang mede zeer nabij in eene evenwijdige
+loodlijn <i>ss</i> op en neder bewegen. De rigting van de balans bij laagsten
+zuigerstand is door de gestipte lijn C a aangewezen, alsmede de
+overeenkomstige standen van luchtpomp en stoomzuiger parallel stroppen e
+f en a g, de parallel koppelroede f g en de parallel straalroede f H,
+terwijl ij het koppelpunt voor de luchtpompzuigerstang en g dat des
+stoomzuigers is; overigens is <i>l l</i> de lijn, welke de luchtpompzuigerstang
+en s s die, welke de stoomzuigerstang bewegende volgt.</p>
+
+<p>Nu fig. 1 weder beschouwende dan ziet men, dat de tegenovergestelde
+balansarm B C, eene verbindingroede B W houdt, waarvan het ondereinde
+met eene kruk is vereenigd, die op de as van een groot vliegwiel
+bevestigd is; door het op- en nedergaan van dezen balansarm zal de
+verbindingroede B W die kruk en bijgevolg het vliegwiel kunnen omvoeren;
+welke beweging, door de belangrijke zwaarte, welke aan het vliegwiel
+gegeven is, zeer gelijkmatig zal zijn; terwijl bij de keerpunten, dat is
+bij de top- en bodemstanden van den stoomzuiger, eene zachte overgang van
+beweging hierdoor plaats vindt.</p>
+
+<p>Thans vermeenen wij de voornaamste deelen, van het stoomwerktuig
+aangewezen te hebben, zoodat wij tot het meer bijzondere kunnen
+overgaan. Ten einde dit doel beter te bereiken, zullen wij, om duidelijk
+te zijn, een en ander van het reeds verklaarde in het kort herhalen,
+opdat datgene, wat tot dus verre is bijgebragt, beter in het geheugen
+blijve, en de vereenigde werking vervolgens door onze lezers goed
+verstaan worde.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h42" id="h42"></a>&sect; 42.</h2>
+
+
+<p>De stoom ontwikkelt zich, in den ketel, die te dien einde met de
+onderscheidene toestellen ter regeling voorzien is. De schoorsteenregister
+of demper om het vuur te regelen, bestaat uit eene plaat, die in eene
+sponning schuift, waardoor de opening, door welke de heete lucht en de
+rook zich door den schoorsteen ontlasten, meer of minder gesloten wordt,
+en bij gevolg de trekking van het vuur vermeerdert of vermindert. Deze
+demper geeft mindere opening door het rijzen, en meerdere opening voor
+rookdoortogt, door het dalen van eenen drijver op het ketelwater,
+hetwelk in eene opstaande buis, door de spanning des stooms opgedrukt
+wordt, zoodaniger wijze, dat wanneer de
+stoom in spanning toeneemt, de drijver in de buis rijst en den demper
+daalt, waardoor dan de schoorsteenopening kleiner wordt;
+tegenovergesteld zal bij vermindering van stoomspanning de drijver
+dalen, en bij gevolg de demper rijzen, of de opening zich vergrooten. De
+stoomspanning binnen den ketel onveranderd blijvende, zal ook de
+schoorsteenopening door den demper geene verandering ondergaan, en bij
+gevolg het vuur met gelijk vermogen branden, maar wanneer de
+stoomspanning vermindert, dan zal, door het grooter worden der opening
+door den demper, het vuur door de vermeerderde trekking meer
+aanwakkeren, en den stoom weder in spanning doen rijzen.</p>
+
+<p>Vervolgens heeft men het voedingstoestel, waardoor het water, dat uit
+den ketel verstoomt, weder wordt aangevuld. Zoo als vroeger beschreven
+is, werkt deze toestel ook door middel van een drijver, die met eene
+klep in verband staat. Wanneer deze drijver tot op een zeker punt daalt,
+dan opent zich de klep, waardoor water in den ketel vloeit, tot dat de
+vereischt wordende hoeveelheid aanwezig is, waardoor de drijver tevens
+rijst, zoo doende de klep weder sluit, en de toevloeijing van water doet
+ophouden.</p>
+
+<p>Ook is de ketel voorzien van een of twee veiligheidkleppen, welke zich
+openen, zoo ras de spankracht van den stoom te sterk wordt, ten einde de
+stoom in de opene lucht te ontlasten, opdat de ketel niet meer lijdt dan
+noodig is. In den top des ketels bestaat nog eene kleine klep, luchtklep
+genaamd, die zich in tegenovergestelden zin van de veiligheidskleppen
+opent, dat is naar binnen; en die dient, om, wanneer door verkoeling als
+anderzins eene mindere spanning dan de druk des dampkrings in den ketel
+ontstaat, lucht in dezelve toe te laten, daar een plotselinge uitwendige
+druk op den ketel schade daaraan zoude kunnen toebrengen.</p>
+
+<p>Ten dienste van vuurstoker of bestuurder van het werktuig, bestaan nog
+twee peilkranen, geschikt voor dadelijk onderzoek naar den waterstand
+binnen den ketel, ingeval men twijfelen mogt, dat het zich zelf
+regulerende voedingtoestel niet behoorlijk werkte.</p>
+
+<p>De stoom stroomt door de stoomleibuis I (zie de fig. van &sect; 19) in den
+cilinder; deze buis moet men met de monding A in fig. 1 vereenigd
+denken, in welke ronde monding de smoorklep, in bijna gesloten stand,
+tevens aangewezen staat; de smoorklep, waardoor de toevoer van den stoom
+naar den cilinder in eenen bepaalden tijd geregeld wordt, ziet men
+insgelijks bij A aangetoond. Deze klep bestaat uit eene schijf, die op
+eene spil, welke door het midden van de monding heenloopt, door middel
+van eene kruk beweegbaar is, en open of digt gedraaid kan worden, of wel
+gedeeltelijk gesloten, om de doorvloeijing van den stoom meer of min te
+verhinderen.</p>
+
+<p>De kruk van de smoorklep moet men denken verbonden te zijn met den in &sect;
+30 beschrevenen regulateur; die verbindingswijze is in de onderhavige
+figuur voorbedachtelijk weggelaten, ten einde verwarring te voorkomen.
+De kogels tot de opstaande spil des regulateurs naderende, zal de
+smoorklep vrijen doortogt aan den stoom geven, doch wanneer de kogels
+zich daarvan verwijderen, dan zal de smoorklep zoodanig gedraaid staan,
+dat de doortogt van den stoom verhindering ondervindt; de onderlinge
+afstand der kogels afhankelijk zijnde van de snelheid der beweging, zoo
+wordt door de verbinding met de smoorklep, de snelheid geregeld door
+eene evenredige toelating van stoom naar den stoomzuiger. Het koniek
+(kegelvormig) tandrad waarmede de opstaande spil van den regulateur aan
+het ondereinde voorzien is, grijpt in een ander gelijksoortig tandrad,
+op welks as eene ronde schijf is bevestigd, waarover eene riem, band of
+pees is geslagen, die insgelijks eene andere schijf gespannen omvat,
+waarmede de as van het vliegwiel is voorzien; zoodanige band is daarvoor
+bij derzelver einde aan elkander vereenigd, even als met de pees van
+eene gewone draaibank plaats vindt. De vliegwielas omwentelende, geeft
+door dat middel tevens eene omdraaijende beweging aan de spil des
+regulateurs; zoodat de meerdere of mindere snelheid, welke het vliegwiel
+aanneemt, door den regulateur gevolgd wordt.</p>
+
+<p>Hoe sneller bij gevolg het vliegwiel rondwentelt des te sneller draait
+ook de regulateur rond, waarbij de kogels zich weer van de spil
+verwijderen, en hierdoor eene overeenkomstige verandering in den stand
+van de smoorklep, bij A fig. 1 aangewezen, veroorzaakt; zoodat iedere
+verandering in snelheid van het vliegwiel de stelling van den smoorklep
+daarna wijzigt. De lezer zal hierbij gemakkelijk kunnen opmerken hoe
+eene versnelling in de beweging van het werktuig' boven den vereischt
+wordenden gang, weder afneemt, daar de smoorklep dan naar gelang sluit,
+en de hoeveelheid stoom in den cilinder doet verminderen, waardoor de
+snelheid van het werktuig vertraagt; de kogels door vertraging van
+beweging nader bij de spil vallende, zal de smoorklep meer geopend en
+meer stoom ingelaten worden, hetwelk eenen versnelden gang ten gevolge
+heeft.</p>
+
+<p>De stoom, langs de smoorklep gevloeid, valt in de stoomschuifkast. Onze
+afbeelding op fig. 1 is op eene te kleine schaal, om de zamenstelling
+van alle deelen behoorlijk te kunnen aantoonen; doch door het nagaan van
+de afzonderlijke beschrijving, boven gegeven, zal men het een en ander
+volledig kunnen begrijpen. In deze afbeelding wordt de stang, waaraan de
+zaamgestelde stoomschuif bevestigd is, door B aangewezen; deze stang is,
+op en neer beweegbaar, door eene stoom- en luchtdigte pakkingbos in het
+bovendeel der stoomschuifkast geplaatst, waardoor de stoomschuif de
+stoomdoortogten naar den cilinder beurtelings opent en sluit.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h43" id="h43"></a>&sect; 43.</h2>
+
+
+<p>Door de opvolgende beurtelingsche toe- en afvloeijingen van den
+stoom naar en van den stoomzuiger, ontvangt deze laatste de vermogende
+op- en nedergaande beweging, welke aan de bovengelegene balans
+medegedeeld, de kruk van het vliegwiel omvoert. Het vliegwiel is van
+gegoten ijzer en in deszelfs buiten omtrek of velling belangrijk zwaar,
+waardoor, gelijk gezegd is, aan het geheele werktuig eenen gelijkmatigen
+gang in beweging gegeven wordt. Het valt in het oog, dat er een
+stilstand moet plaats hebben telken reize, als de zuiger den top of den
+bodem van den cilinder genaderd is, dat is bij deszelfs keerpunten,
+zoodat daardoor de balans met de daaraan verbondene kruk en het
+vliegwiel, en in het algemeen alle deelen van het werktuig een
+ondeelbaar oogenblik stil staan; de kruk nogtans, met eenparige snelheid
+doorgaande, brengt te weeg: dat bij de keerpunten des stoomzuigers,
+geene schokking plaats vindt. De doorgaande beweging van deze kruk wordt
+door het voortvliedend vermogen van het vliegwiel te weeg gebragt, en
+het is klaar, dat, zonder dit, de beweging van het gansche werktuig
+zoude ophouden, zoodat het vliegwiel hierin te gemoet komt. Wanneer
+namelijk een ligchaam eens in beweging is, dan heeft het in zich zelf
+geen vermogen, om die beweging te staken, of om tot den staat van rust
+over te gaan, en hetzelve zoude onafgebroken met denzelfden graad van
+beweging aanhouden, indien niet een of andere tegenstand van buiten, die
+beweging tegenhield. Deze stelling zal voor vele onzer lezers vreemd
+schijnen, daar wij geen ligchaam in beweging zetten, hetwelk niet na
+korteren of langeren tijd tot den staat van rust komt. Wanneer wij
+namelijk eenen kogel met eene zekere kracht over een vlakte voortwerpen,
+dan is het ons allen bekend, dat het ligchaam, na welligt eenige honderd
+ellen te zijn voortgerold, eindelijk tot rust komt. Zoo wij intusschen
+dien kogel, over eene gelijke oppervlakte b. v. over glad ijs werpen,
+dan zullen wij zien, dat de kogel tot op eenen grooteren afstand zal
+voortrollen, dan wel over eene oneffene oppervlakte, eer dezelve in rust
+komt. De oorzaak van dit verschil in den doorgeloopenen afstand bij de
+twee gevallen bestaat alleen daarin, dat de kogel in het eerste geval op
+den ruwen grond meer hinderpalen ondervond, dan wel op het gladde ijs,
+en zoo men in staat ware, om alle oneffenheden van den kogel en het ijs
+uit den weg te ruimen, dan zou dit voorwerp nog oneindig grooteren
+afstand afleggen,&mdash;ja, zoo de omringende lucht mede geenen tegenstand in
+den weg stelde, of zoo de mogelijkheid bestond, om dezen tegenstand
+geheel te vernietigen, dan zou de geringste kracht reeds toereikende
+zijn, om den kogel eene voortdurende beweging mede te deelen. Dit
+vermogen der ligchamen, om in den staat van rust, of in die van beweging
+te volharden, noemt men traagheidkracht, <i>inertie</i>.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h44" id="h44"></a>&sect; 44.</h2>
+
+
+<p>Om nu de werking van het vliegwiel te verklaren, moet men op het
+volgende bijzonder acht geven. Wanneer namelijk twee ligchamen in
+beweging zijn, van hetwelk het gewigt van het eene A, gelijk is aan dat
+van het andere B, terwijl beiden eene snelheid van eenen voet wegs in de
+minuut hebben, dan zal er even veel kracht vereischt worden om het eene
+als om het andere tegen te houden. Zoo echter het gewigt van het eene
+ligchaam A twee ponden is, en het andere B slechts een pond weegt,
+terwijl de snelheid van beide dezelfde is, dan zal men de dubbele
+kracht, die men aan het ligchaam B besteedt, noodig hebben, om het
+ligchaam A tegen te houden. Indien het ligchaam A driemalen het gewigt
+hadde van het ligchaam B, dan zou er bij het stoppen van het eerste eene
+drievoudige kracht vereischt worden,&mdash;en zoo naar evenredigheid. Wanneer
+nogtans de gewigten van beide dezelfde bleven, doch de snelheid van A
+het dubbele werd van die van B, dan zou er eene dubbele kracht vereischt
+worden, om A, dan wel om B tegen te houden; en zoo A driemalen de
+snelheid van B had, dan zou de kracht, om A te stoppen, ook driemalen
+zoo groot moeten zijn. De werktuigelijke uitwerking, of het zoogenaamd
+moment van het in beweging zijnde ligchaam, hangt derhalve af van het
+gewigt en van de snelheid: zoodat een ligchaam A, van het dubbele gewigt
+als een ander B, en met de tweevoudige snelheid voortgaande, eene
+viervoudige uitwerking of momentum (hoeveelheid van beweging) uitoefent;
+of, met andere woorden, eene vierdubbele kracht vereischt, om
+tegengehouden te worden, dan wel tot het ophouden van B noodig is.</p>
+
+<p>Daar nu het vliegwiel een aanmerkelijk gewigt heeft, en door de kruk
+wordt in beweging gezet, zoo zal er eene zeer vermogende kracht
+vereischt worden om deszelfs beweging tegen te houden of te stoppen. De
+onregelmatige drukking, welke de kruk van het vliegwiel ter omvoering
+mogt ondergaan, wordt overwonnen door de inertie van het vliegwiel,
+zoodat de ongelijkheden der beweging door de gelijkmatigheid in gang van
+het vliegwiel worden verholpen, alzoo bij de keerpunten van den
+stoomzuiger het vliegwiel evenwel deszelfs gelijkmatige beweging volgt
+en gevolglijk de kruk van deszelfs as, boven en beneden doet doorgaan.
+Wel wordt er eene aanmerkelijke krachtuitoefening van den zuiger
+vereischt, om het vliegwiel eerst in gang te zetten; doch eenmaal in
+beweging zijnde, is er ook slechts eene geringe kracht noodig, om die
+ronddraaijende beweging te onderhouden; het vliegwiel kan men beschouwen
+als een' ontvanger van ongelijkmatige beurtelings werkende kracht, doch
+ook als een' gelijkmatigen verspreider van dezelve.</p>
+
+<p>Wij hebben gezegd, dat, bijaldien het vliegwiel eenmaal aan den gang
+gebragt is, er verder zeer weinige kracht vereischt wordt, om die
+beweging te onderhouden; dit zoo in het oog loopende voordeel bij het
+gebruik van een vliegwiel, heeft velen in den waan gebragt, dat dit
+middel als eene bron van kracht te beschouwen is; doch zulks is geheel
+en al onjuist. In het vliegwiel wordt, om zoo te spreken, de hoeveelheid
+van beweging van eenig deel, slechts opgegaard, om aan een ander
+gedeelte eenparig af te geven, waardoor de onregelmatigheden of
+stootingen in het werktuig worden voorkomen. Het vliegwiel moet derhalve
+slechts als eenen regulateur van kracht beschouwd worden, en is dus,
+even als alle andere werktuigelijke toestellen, alleen een middel, om de
+kracht regelmatig te onderhouden, en geenszins, om die te vergrooten.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h45" id="h45"></a>&sect; 45.</h2>
+
+
+<p>Op de as van het vliegwiel is eene ronde schijf uit middelpuntig
+geplaatst, dat is: het middelpunt van deze schijf komt met het
+middelpunt van deze as niet overeen, maar wijkt in zekere mate naar de
+eene zijde af, zoodat het middelpunt der schijf bij het rondwentelen van
+het rad eenen cirkel beschrijft. Deze schijf wordt kolderschijf of
+excentriek genoemd en bezit op den buitenkant eene omgaande groef,
+waarom eenen ring beweegbaar is gevoegd, zoodat wanneer deze
+kolderschijf, met de vliegwiel-as omgevoerd wordende, met dezen ring,
+waaraan weder een raam verbonden is, aan dat raam eene heen en
+wedergaande beweging mededeelt. Dit raam is verbonden met eenen
+hefboomtoestel en daarmede met de stoomschuif, zoodat de heen en weder
+beweging van de kolderschijf ook de stoomschuif op en neder doet
+bewegen, naar eene bepaalde maat, ter opening en sluiting van de
+stoomdoortogten des stoomcilinders; in fig. 1 is dit raam, dat zich van
+de vliegwiel-as tot aan den voet van de stoomschuifkast uitstrekt,
+afgebeeld.</p>
+
+<p>Genoemd raam, kolder of excentriek raam, ook wel roede geheeten, kan op
+eene eenvoudige wijze van de stoomschuif ontkoppeld worden, bloot door
+afligten van eene pen, hetwelk door den bestuurder van het werktuig
+gedaan wordt, wanneer de beweging van de machine moet ophouden; want het
+is klaar, dat wanneer de stoomschuif stilstaat, en er alzoo geene
+beurtelingsche toegang van den stoom naar den stoomzuiger meer plaats
+vindt, alsdan de beweging van het geheele werktuig noodzakelijk ophoudt.
+Zoo lang dus het kolderraam met den hefboomtoestel, dat de stoomschuif
+in beweging brengt, gekoppeld blijft, zal de beweging van het werktuig
+aanhouden, geheel in zich zelf, zonder dat men noodig heeft daaraan de
+behulpzame hand te leenen, het onderhouden van het vuur zal alleen
+noodig zijn; het werktuig regelt dus zich zelf in beweging, met hetgeen
+lager nog gezegd zal worden.</p>
+
+<p>De balans ontleent dus deszelfs beweging van den stoomzuiger, met zich
+voerende eenen aangekoppelden luchtpompzuiger, voor de geheele
+uitwerking van het vermogen des stooms noodzakelijk; de andere arm van
+deze balans, drijft eene as met vliegwiel rond, hetwelk eigenlijk als
+het uitvoerend deel, ter toepassing op een of ander te verrigten werk,
+moet beschouwd worden; ook wordt nog aan die zijde eenig pompwerk
+daardoor in beweging gebragt, dat voor de aanvoering van het injectie of
+koelwater voor den condensor moet dienen, zoowel als tot het ontbrekende
+voedingwater des ketels. Ten aanzien van het injectie of koelwater moet
+gezegd worden, dat de condensor I E met de nevensgestelde luchtpomp, te
+zamen in eenen en denzelfden digten bak zijn vervat, welke door de
+koudwaterpomp J met water gevuld wordt gehouden, en dat dit zelfde water
+voor injectie binnen den condensor I E dient, tot welk einde eene kraan
+door den bestuurder naar vereischte wordt geopend; eene kleine pomp, in
+deze figuur, om verwarring te vermijden, niet afgebeeld, dient, om uit
+den warmwaterbak I in de voeding van den ketel te voorzien.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h46" id="h46"></a>&sect; 46.</h2>
+
+
+<p>Dat wij nu overgaan, om naar de grootte der hoofddeelen het
+vermogen van het werktuig te bepalen, en de hoeveelheid brandstoffen,
+welke voor de vereischte hoeveelheid stoom noodig is, mitsgaders:
+hoeveel water men voor den verbruikten stoom weder in den ketel moet
+aanvullen, en wat aan koelwater voor de condensatie moet worden
+geleverd.</p>
+
+<p>Men is gewoon, het vermogen van een stoomwerktuig uit te drukken in
+paardenkrachten, dat is: in het vermogen van een zeker getal paarden,
+welke voorondersteld in den rosmolen te werken, hetzelfde werk zouden
+doen, dat met het werktuig verrigt wordt: maalt men bij voorbeeld 100
+mudden graan met het werktuig in een uur tijds, dan zal het vermogen van
+hetzelve gelijk zijn aan het getal paarden, welke in den rosmolen die
+zelfde hoeveelheid graan in gelijke tijd vermalen; dat is, gelijk aan
+zooveel paardenkrachten. Maar dewijl de paarden allen niet even krachtig
+zijn, heeft men eenen gemiddelden term daarvoor moeten aannemen, welke
+volgens de ondervinding met het gemiddeld vermogen van een paard
+overeenkomt. De groote verbeteraar der stoomwerktuigen de Engelsman J.
+Watt, heeft gesteld, dat een paard van middelbare sterkte 4562-1/3 ned.
+ponden, eene ned. el hoog kan opvoeren in den tijd van 1 minuut; of
+hetgeen hetzelfde is, het dubbeld van dit gewigt, een halve ned. el hoog
+in denzelfden tijd, of ook, zoo men wil, de helft van dit gewigt of
+2781-1/6 ned. ponden, twee ellen hoog in eene minuut.</p>
+
+<p>Wat ons derhalve te doen staat, om het vermogen van een stoomwerktuig in
+paardenkrachten te bepalen, bestaat daarin, dat wij onderzoeken, hoeveel
+ponden door het werktuig in den tijd van eene minuut een el hoog kunnen
+worden opgeligt. Hiertoe zal van den kant onzer lezers slechts eene
+geringe oplettendheid, bij het nagaan van het volgende, vereischt
+worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h47" id="h47"></a>&sect; 47.</h2>
+
+
+<p>Telkens als de stoomzuiger eenen slag op- of neer doet,
+wordt dezelve gedrukt met een vermogen, dat met de spanning van den
+toegevloeiden stoom aan eene zijde des zuigers gelijk is, min den
+tegenstand, welken de zuiger aan de andere zijde door het onvolmaakt
+ijdel in den condensor ondervindt; de stoom, welke in stoomcilinders van
+lagen druk gewoonlijk werkt, gaat den gemiddelden druk des dampkrings
+omstreeks een vierde deel te boven; dat is bedraagt ongeveer 129 Ned.
+looden op eenen vierkanten Ned. duim; doch door het nimmer volmaakt
+ijdel binnen den condensor, heerscht aan de tegenzijde des stoomzuigers
+nagenoeg een tegendruk van 9 Ned. looden per vierkante Ned. duim, welke
+dus van de stoomspanning moet worden afgetrokken, waardoor elke
+vierkante duim van den stoomzuiger ter beweging voortgedrukt wordt met
+120 looden per vierkante duim. Het geheele oppervlak des zuigers zal dus
+gedrukt worden met zoo veel maal 120 looden, als dat oppervlak vierkante
+duimen bevat. Het vinden van het getal vierkante duimen, welke het
+oppervlak van eenen ronden zuiger van eene gegevene middellijn bevat,
+geschiedt naar den volgenden regel: vermenigvuldig het getal duimen,
+waaraan de middellijn van den zuiger gelijk is, met zich zelf, en het
+produkt weder met 0.7854, dan zal het laatste produkt het gevraagde
+getal vierkante duimen zijn, waaraan het oppervlak des zuigers gelijk
+is.</p>
+
+<p>Bij voorbeeld: laat de middellijn des zuigers 57 duimen wezen, dan geeft
+57 maal 57; voor produkt 3249 dat, weder 0.7854 malen genomen, 2551-3/4
+vierkante duimen voor het oppervlak des zuigers oplevert, zoo veel maal
+120 looden zal dus de totale druk zijn, waardoor de stoomzuiger bewogen
+wordt, dat is 2551-3/4 maal 120 geeft 306210 Looden of ruim 3062 Ned.
+ponden.</p>
+
+<p>Maar nu is de vraag: met welke snelheid zal zoodanige zuiger, die door
+3062 ponden gedrukt wordt, zich bewegen, ten einde derzelver vermogen
+daarnaar te kunnen berekenen; hierover moet gezegd worden, dat hoe
+langer de slag des zuigers is, hoe meer snelheid dezelve zal kunnen
+aannemen, altijd in de veronderstelling, dat genoegzame hoeveelheid
+stoom door den ketel geleverd wordt; aan stoomzuigers van bovengemelde
+middellijn wordt, voor landmachinen, veelal het dubbel der middellijn
+tot lengte van slag gegeven, dus hier 114 duimen, die, zoo wel dalende
+als rijzende, door den zuiger worden afgelegd; de voegzaamste snelheid
+voor zoodanige slaglengte is gelijk aan het afloopen van 60 ellen in
+eene minuut, waarvoor deze zuiger ruim 26 dalingen en even zoo vele
+rijzingen moet volbrengen; of omdat eene daling en eene rijzing, met
+eene omgang van het vliegwiel overeenkomt, ruim 26 vliegwielomgangen.
+Wanneer dan werkelijk deze zuiger 60 ellen wegs in eene minuut afloopt,
+dan komt het vermogen van den stoomzuiger overeen met 3062 ponden 60
+ellen hoog opgebragt in eene minuut, of met 183720 Ponden 1 el hoog in
+denzelfden tijd. Daar nu eene paardenkracht aan 4562-1/3 ponden, 1 el in
+een minuut opgevoerd, gelijk is, zoo volgt dat het vermogen van dezen
+zuiger in paardenkracht gevonden wordt, wanneer men 183720 door 4562-1/3
+deelt, hetgeen tot quoti&euml;nt nagenoeg 40 paardenkrachten oplevert.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h48" id="h48"></a>&sect; 48.</h2>
+
+
+<p>De lezer zal echter dadelijk opmerken, dat die 40 paardenkrachten
+niet geheel door het werktuig zullen kunnen worden uitgevoerd, want de
+zuiger ondergaat in den cilinder wrijving, die overwonnen moet worden,
+dit kost een gedeelte kracht. Even zoo als het met den zuiger gesteld
+is, zoo kosten ook alle andere bewegende deelen van het werktuig kracht,
+om derzelver wrijving te overwinnen; als de wrijving des
+luchtpompzuigers, der zuigerstangen in de pakkingbossen, der parallelle
+beweging, der koudwater- en voedingpompen, balans en vliegwiel-assen met
+krukpen, en dit alles nog, behalve het gewigt van het water, dat de
+lucht-koudwater- en voedingpompen moeten opbrengen, enz. Hieraan nu gaat
+een aanmerkelijk gedeelte van het primitieve gevondene vermogen des
+stoomzuigers verloren, zoo zelfs, dat dit verlies op ongeveer 3/5 deelen
+van het eerst gevondene vermogen des zuigers geschat moet worden; de
+overblijvende 2/5 deelen van dat vermogen, zullen alzoo de eigenlijke
+nuttige uitwerking van dit stoomwerktuig zijn.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h49" id="h49"></a>&sect; 49.</h2>
+
+
+<p>Het is niet mogelijk, met juistheid op te geven, welk gedeelte van
+het primitieve vermogen aan de onderscheidene wrijvingen enz., in eenig
+stoomwerktuig verloren gaat; door navorsching en berekening kan men wel
+tot een nabijkomend getal komen, doch tot uiteenzetting hiervan is het
+bestek van dit schrijven te beperkt. In het algemeen maakt men van eene
+zoo berekende grootheid, voor krachttoekenning aan een stoomwerktuig
+geen gebruik, maar bezigt eenvoudige regelen, waardoor men het aantal
+zoogenaamde nominale paardenkrachten vindt, welke het werktuig voor
+eenig te verrigten werk oplevert; die regelen geven wel is waar geen
+strenge of juiste uitkomst, maar voldoen zeer wel in de praktijk; de
+meestgebruikelijke regel is de volgende:</p>
+
+<p>Men vermenigvuldigt het getal ned. duimen, waaraan de middellijn des
+stoomzuigers gelijk is met zich zelf, het komende product met het getal
+ned. ellen, hetwelk de stoomzuiger in eene minuut tijds doorloopt, en
+deelt dit laatste product door 11016; dan zal het quotient het gevraagde
+getal nominale paardenkrachten wezen, welke het werktuig zal kunnen
+uitoefenen; elke paardenkracht gelijk aan een vermogen als in &sect; 46 staat
+uitgedrukt. Boven is gezegd, dat de gevoegelijke snelheid van eenen
+stoomzuiger tevens afhankelijk is van de lengte van deszelfs slag; in
+het onderstaande tafeltje staan die snelheden tegenover de
+zuigerslaglengten opgeteekend<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor">[4]</a></p>
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="center"><b>ZUIGERSLAGLENGTEN.</b></td><td align="center"><b>SNELHEDEN VAN DEN ZUIGER.</b></td></tr>
+<tr><td align="center">N. Palmen.</td><td align="center">N. Ellen per minuut.</td></tr>
+<tr><td align="center">4</td><td align="center">49.8</td></tr>
+<tr><td align="center">6</td><td align="center">52.7</td></tr>
+<tr><td align="center">8</td><td align="center">55.5</td></tr>
+<tr><td align="center">10</td><td align="center">58.2</td></tr>
+<tr><td align="center">12</td><td align="center">60.7</td></tr>
+<tr><td align="center">14</td><td align="center">62.3</td></tr>
+<tr><td align="center">16</td><td align="center">65.5</td></tr>
+<tr><td align="center">18</td><td align="center">67.6</td></tr>
+<tr><td align="center">20</td><td align="center">69.7</td></tr>
+</table></div>
+
+
+
+<p>Zij nu tot voorbeeld ter berekening genomen dezelfde zuigermaat en
+slaglengte, welke wij in &sect; 47 bezigden.&mdash;De middellijn des zuigers is 57
+duim, dus 57 maal 57 geeft 3249, dit weder vermenigvuldigd met 60, omdat
+de zuigerslaglengte 11.4 Palmen bedraagt, levert voor produkt 194940 op,
+hetwelk gedeeld door 11016, tot quotient 17-7/10 geeft, dat is: een
+stoomwerktuig van lagen druk met eenen cilinder voorzien, waarin
+zoodanige zuiger werkt, wordt een vermogen van 17-7/10 nominale
+paardenkrachten toegeschreven.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> Naauwkeurige en uitgebreide tafelen dezer gevoegelijke snelheid vindt men in het werkje, getiteld: <i>Nominaal vermogen van Lagendruk-stoomwerktuigen, gespecificeerd door D. van den Bosch</i>; te Amsterdam bij <i>Gebroeders Diederichs</i>, 1839.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h50" id="h50"></a>&sect; 50.</h2>
+
+
+<p>Wij hebben overal bij het berekenen van den druk van stoom en ook
+van den dampkring eenen vierkanten Ned. duim tot eenheid gebruikt, maar
+men kan ook den druk op eenen cirkelronden Ned. duim daarvoor bezigen,
+hetwelk eenig gemak in de berekeningen voor het oppervlak van ronde
+zuigers met zich brengt.&mdash;Een vierkant, dat eenen duim tot zijde heeft,
+grooter oppervlak bezittende, dan een cirkel van eenen duim middellijn,
+zoo is noodwendig de druk op eenen ronden of cirkelvormigen duim kleiner
+dan op eenen vierkanten duim; om dan den druk op eenen vierkanten duim
+tot den druk op eenen ronden duim te herleiden, moet men den eersten
+vermenigvuldigen met 0.785; bij voorbeeld: de gemiddelde dampkringsdruk
+op eenen vierkanten ned. duim bedraagt 103.3 lood, dit met 0.785
+vermenigvuldigende, zoo bekomt men 81.1 lood voor den gemidd.
+dampkringsdruk op eenen cirkelvormigen Ned. duim. Op deze wijze den druk
+op een cirkelvormig oppervlak van &eacute;&eacute;n duim middellijn gevonden hebbende,
+is het gemakkelijk den geheelen druk op grootere oppervlakten, die
+cirkelrond zijn te bepalen: men vermenigvuldige slechts het aantal
+duimen van de middellijn eerst met zich zelf en dan met dien gevondenen
+herleiden druk op eenen cirkelvormigen duim. Hoewel wij in dit geheele
+werkje ons bij dezelfde oppervlakte eenheid, het vierkant op den duim
+namelijk, zullen houden, is het echter niet overbodig het gebruik van
+den cirkelvormigen duim tot dat zelfde einde te kennen, om reden er soms
+opgaven gedaan worden, welke op die eenheid gebaseerd zijn. Overigens
+komt voor het spoedig vergelijken van ronde oppervlakten, het rekenen
+met cirkelvormige duimen, bijzonder te pas.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h51" id="h51"></a>&sect; 51.</h2>
+
+
+<p>In het begin van dit werkje hebben wij gezegd, dat water, onder de
+gemiddelde drukking van den dampkring aan het koken gebragt zijnde,
+stoom ontwikkelt op de temperatuur van 212 graden volgens Fahrenheits
+Thermometer, en dat de dus gevormde stoom eene spanning of veerkracht
+bezit, die gelijk staat met de drukking van eenen dampkring of
+atmospheer, dat is: eenen druk uitoefent van 103.3 Ned. looden op eene
+oppervlakte, die een vierkante Ned. duim groot is; daar nu het koken van
+water in eenen openen ketel en in de vrije lucht, eigenlijk niets anders
+is dan het ligten van den dampkring door den daaruit opstijgenden stoom,
+en de dampkring, blijkens de aanwijzing van den Barometer, eene
+verschillende zwaarte kan hebben, zoo volgt: dat het water des te
+gemakkelijker zal koken, hoe ligter de dampkring is. De ondervinding
+heeft zulks ook bewezen, want bij een' lagen stand van het kwik in den
+Barometer, dat is: bij eenen ligten dampkring, kookt het water beneden
+212 graden; maar staat het kwik in den Barometer hoog, en is dus de
+dampkring zwaar, dan worden er meerdere warmtegraden voor het koken van
+het water vereischt. Op hooge bergen, alwaar de kwikkolom in den
+Barometer, door verminderde dampkringshoogte aanmerkelijk lager staat,
+kookt het water op veel lager temperatuur, dan op plaatsen aan het
+oppervlak der aarde of aan het gemiddeld oppervlak des Oceaans gelegen;
+zelfs kunnen de dagelijksche veranderingen in den druk des dampkrings op
+eene zelfde plaats het kooktemperatuur van water, circa 2 graden hooger
+of lager doen zijn; de druk op de kokende vloeistof dezelfde blijvende,
+zal het kooktemperatuur niet veranderen.</p>
+
+<p>Maar wat gebeurt er, wanneer de ketel, welke het water bevat, gesloten
+wordt?</p>
+
+<p>In eenen gesloten' ketel moet de uit het water opstijgende stoom zich
+daar binnen zamendringen, en bij gevolg eenen meerderen druk op het
+water uitoefenen, zoodat het water meer verhit zal moeten worden, om
+volgenden stoom te leveren; doch tegelijk neemt de spanning van den
+stoom binnen den ketel, door de opvolgende zamendringing weder toe,
+hetwelk, daar het druk vermogen bij de aanhoudende verhitting aanwast,
+te weeg brengt: dat het water in eenen geslotenen' ketel nimmer aan het
+koken raakt, ofschoon het vuur daaronder onophoudelijk blijft werken;
+hierbij moet natuurlijkerwijze voorondersteld worden, dat de ketel sterk
+genoeg is, om dien veel vermogenden zamengedrongen' stoom wederstand te
+bieden, dat is: dat hij niet kan bersten.</p>
+
+<p>Doch geven wij den ketel in den top eene opening, die met eene klep
+gedekt is, dan zal de stoom daardoor kunnen ontvlieden, wanneer dezelve
+genoeg vermogen bezit, om de zwaarte van die klep te ligten. Daar nu op
+deze klep natuurlijkerwijze de dampkring mede drukt, zoo overwint in dit
+geval de ontvliedende stoom niet alleen het gewigt der klep, maar ook
+dat des dampkrings: bij het gemiddeld gewigt van den dampkring zal men
+dus het gewigt van de klep moeten tellen, om te weten, met welke
+spanning de stoom van onder de opgeligte klep ontvliedt.</p>
+
+<p>Zij gesteld, dat de klep 10 pond weegt, en eene opening dekt, welke 10
+vierkante duimen doortogt geeft, dan zal die klep op elken vierkanten
+duim dier opening, met 1 pond drukken, of zooveel tegenstand bieden; de
+gemiddelde druk des dampkrings per vierkante duim 1.033 pond zijnde, zal
+de stoom eenen druk moeten uitoefenen van iets meer dan 2.033 ponden per
+vierkante duim, om de klep te ligten, of om door de daarmede gedekte
+opening, te kunnen ontvlieden; want de klep drukt per vierkante duim met
+1 pond en de gemiddelde dampkring met 1.033 pond, hetgeen te zamen 2.033
+pond uitmaakt; de klep zwaarder of meer beladen zijnde, zal gevolglijk
+ook hooger gespannen sloom eischen, om opgeligt te worden.</p>
+
+<p>Van de zwaarte van zoodanige klep, boven reeds onder den naam van
+veiligheidsklep bekend, hangt dus de spanning van den in den ketel
+voortgebragten stoom af; de zwaarte van die klep moet dus geregeld zijn
+naar de vereischte stoomspanning, die voor de machine benoodigd is. In
+stoomwerktuigen van lagen druk gaat die zwaarte, welke men belading der
+veiligheidsklep noemt, geen 51.7 Ned. looden per vierkante Ned. duim der
+gedekte openingen te boven, zoodat de totale stoomspanning (met in
+begrip van den gemiddelden druk des dampkrings &agrave; 103.3 lood) uiterlijk
+155 lood op eenen vierkanten duim bedraagt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h52" id="h52"></a>&sect; 52.</h2>
+
+
+<p>Hoe hooger de stoom gespannen is, des te meer met warmtestof
+verbonden water daarin vervat is, bij gevolg is hooger gespannen stoom
+zwaarder; eene kubieke Ned. el stoom, welke in spanning aan den
+gemiddelden druk des dampkrings gelijk is, weegt 59 Ned. looden; een
+dampkring hooger gespannen of op twee dampkringen, dan weegt eene
+kubieke el 111 looden; op vier dampkringen gespannen (de gemiddelde
+dampkringsdruk altijd daaronder begrepen) 209 looden, en op acht
+dampkringen gespannen 392 looden. Men ziet hier uit, dat stoom van
+dubbele spanning nabij de dubbele zwaarte bezit, en daar de warmtestof
+op zichzelve geene te bemerkene zwaarte heeft, zoo is het gewigt van
+stoom ook het gewigt van het daarin begrepen water, zoodat eene kubieke
+Ned. el stoom, in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings
+gelijk, niet meer dan 59 Ned. looden weegt, omdat daarin 59 looden water
+zijn begrepen.&mdash;Volgens bepaling is in stoomwerktuigen van lagen druk de
+uiterste spanning van den stoom, een halve dampkring boven den
+gemiddelden dampkringsdruk, eene kubieke Ned. el zoodanige stoom weegt
+85 Ned. looden; veelal echter bezigt men in die werktuigen eene
+stoomspanning, welke den gemiddelden dampkringsdruk slechts een vierde
+deel overschreidt, en die per kubieke Ned. el 72-1/4 Ned. looden weegt,
+of zooveel gewigt aan water inhoudt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h53" id="h53"></a>&sect; 53.</h2>
+
+
+<p>Wij weten dat stoom, welks spanning aan den gemiddelden druk des
+dampkrings gelijk is, 212 graden Temperatuur op den Thermometer teekent;
+een dampkring hooger gespannen, dat is: op twee dampkringen, dan is
+deszelfs temperatuur 250.5 graden; op vier dampkringen (de gemiddelde
+dampkringsdruk altijd daaronder begrepen) 293.8 graden, en op acht
+dampkringen gespannen 342.5 graden; men ziet dus dat stoom, op twee
+dampkringen gespannen, 38.5 graden temperatuur meer teekent, dan op een'
+dampkring gespannen, op vier dampkringen 43.3 graden meer dan op twee,
+en op acht dampkringen 48.7 graden meer dan op vier dampkringen.</p>
+
+<p>Voor eene verdubbeling in stoomspanning teekent dus de Thermometer
+slechts weinig meer dan eene zelfde vermeerdering in graden;
+oppervlakkig beschouwd, zoude men dus zeggen: dat, om stoom in spanning
+te verdubbelen, men slechts weinig meer warmtegraden heeft toe te
+voegen, dan het verschil in graden met deszelfs halve spanning; maar ten
+dezen zich herinnerende, wat in &sect; 5 over den aard der stoomwording
+gezegd is, zal het blijken dat, om stoom van dubbele spanning voort te
+brengen, men veel meer warmtegraden voor eene zelfde volume stoom noodig
+heeft; want de grootere hoeveelheid water, welke hooger gespannen stoom
+inhoudt, kost ter overgang in stoom, veel aan de zoogenaamde verborgene
+warmte; het zijn dus de inbegrepene verborgene warmtegraden
+hoofdzakelijk, en niet alleen die, welke de Thermometer te meer
+aanwijst, welke voor de daarstelling van gelijke volumen hooger
+gespannen stoom, vereischt worden.</p>
+
+<p>Het temperatuur van den stoom in stoomwerktuigen van lagendruk zoude
+volgens de bepaling, uiterlijk 233.9 graden zijn; doch derzelver
+spanning is in die werktuigen veelal minder, en bij gevolg,
+overeenkomstig hetgeen in &sect; 52 gezegd is, slechts nabij 224 graden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h54" id="h54"></a>&sect; 54.</h2>
+
+
+<p>In &sect; 5 hebben wij gezegd, dat stoom, die in spanning aan den
+gemiddelden druk des dampkrings gelijk is, eene plaats beslaat, of eene
+volume heeft, die 1700 malen grooter is, dan die van het water, dat
+denzelven heeft daargesteld, dat is: eene kubieke Ned. el zoo gespannen
+stoom bevat 1/1700 gedeelte water; stoom op de dubbele spanning of van
+twee dampkringen (de gemiddelde dampkring altijd daaronder begrepen)
+bevat, volgens &sect; 52 meer water, of is, anders gezegd, digter, en is
+bevonden 900 malen de volume water uit te maken; op vier dampkringen
+gespannen 478 malen, en op acht dampkringen gespannen 255 malen de
+volume van het water dat denzelven heeft daargesteld. Men kan dit ook
+nog anders uitdrukken. Een kubieke palm water levert 1700 kubieke palmen
+stoom, op een' dampkring gespannen; 900 kubieke palmen op twee
+dampkringen, en 478 kubieke palmen op acht dampkringen gespannen, de
+gemiddelde druk des dampkrings daaronder begrepen. In stoomwerktuigen
+van lagen druk is de hoogst bepaalde stoomspanning een halve dampkring
+boven de gemiddelde, zoodanige stoom is 1168 malen de volume van het
+water; doch bij de veelal gebruikelijke stoomspanning in die werktuigen,
+volgens &sect; 52, is die volume nabij 1385 malen de volume, die het water
+bezit op de standaardtemperatuur van 62 graden.&mdash;De volume, welke stoom
+van dubbele spanning bezit, is dus omstreeks de helft; waarom dan
+zoodanige stoom, overeenkomstig hetgeen ten dien aanzien hooger gezegd
+is, de dubbele zwaarte heeft, dat is: eene kubieke el stoom, bij
+voorbeeld: op eene dampkring gespannen, weegt omstreeks half zoo zwaar
+als eene kubieke el stoom, die op twee dampkringen gespannen is.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h55" id="h55"></a>&sect; 55.</h2>
+
+
+<p>In ruwe schatting volgt de digtheid of het gewigt van hooger
+gespannen stoom, omstreeks dezelfde verhouding, als de hoeveelheid der
+daarin opgehoopte warmte; zoodat hooger gespannen stoom ongeveer eene
+gelijkmatige hoeveelheid meerdere warmtegraden met zich verbindt; daar
+het nu klaar is, dat de met eenige hoeveelheid brandstoffen ontwikkelde
+warmte, evenredig is aan derzelver hoeveelheid, (want 4 ponden
+steenkolen zullen tweemaal zooveel warmte ontwikkelen als 2 ponden) zoo
+volgt: dat men voor het daarstellen van hooger gespannen stoom, ook
+omstreeks eene in gelijke verhouding staande vermeerdering van
+brandstoffen noodig zoude hebben; in de praktijk of in het werkdadige is
+zulks echter niet zoo, en men heeft bijvoorbeeld: voor eene kubieke el
+dubbel gespannen stoom meer dan het dubbel der brandstoffen noodig, want
+onder andere: hooger gespannen stoom heeter zijnde, zoo is deszelfs
+afkoeling of verlies van warmte door de zijden van den ketel of van de
+vaten, welke die stoom bevatten of ontvangen, belangrijker; welk
+warmteverlies dus door meerder verbruik van brandstoffen moet worden
+aangevuld; de voortbrenging van hooger gespannen stoom is dus
+kostbaarder; hoe men die kostbaarheid, door zekere wijze van
+stoomaanwending in stoomwerktuigen deels te gemoet komt, zal later
+worden verklaard.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h56" id="h56"></a>&sect; 56.</h2>
+
+
+<p>In de vier laatste paragraphen is getracht, in het kort goede
+denkbeelden te leveren wegens den regten aard van den stoom op
+verschillende spanningen, gegrond op hetgeen in den aanvang van dit
+werkje in beginselen opgegeven staat; het is nu van belang te weten, wat
+de stoomwerkkracht aan brandstoffen, het element dier beweegkracht,
+kost.</p>
+
+<p>De hoeveelheid brandstoffen, die voor het in beweging houden van een
+stoomwerktuig noodig is, hangt geheel af van de spanning en de
+hoeveelheid stoom, welke men daarin verbruikt. Het is klaar, dat de
+stoomcilinder van een werktuig boven deszelfs zuiger, zooveel stoom zal
+kunnen bevatten als de ruimte bedraagt, die tusschen den zuiger bij
+laagsten stand en het cilinderdeksel bestaat, of onder den zuiger bij
+hoogsten stand, even zooveel als de ruimte tusschen den zuiger en den
+cilinderbodem uitmaakt, zijnde de ruimte boven en onder den zuiger
+nagenoeg aan elkander gelijk, dewijl alleen de zuigerstang aan eene
+zuigerzijde daarvan een klein gedeelte inneemt; de uitgebreidheid van
+zoodanige cilindervormige ruimte voor den ontvang van stoom, valt
+gemakkelijk te berekenen, want men behoeft slechts het oppervlak des
+zuigers te vermenigvuldigen met de lengte van deszelfs slag. In &sect; 47 is
+geleerd, hoe het oppervlak van eenen ronden zuiger in vierkante duimen
+gevonden wordt, en hetzelfde daarin behandelde voorbeeld volgende, dan
+heeft men voor eenen zuiger van 57 duimen middellijn 2551-3/4 vierkante
+duimen oppervlakte, hetgeen vermenigvuldigd met de gegevene slaglengte
+van 114 duimen, 290900 kubieke duimen voor de ruimte boven of onder den
+zuiger oplevert; men heeft dus voor eenen dalenden en rijzenden
+zuigerslag, of voor eenen omgang van het vliegwiel, tweemaal die ruimte,
+dat is 581800 kubieke duimen, welke met stoom uit den ketel gevuld kan
+worden. Gelijk gezegd is, neemt de zuigerstang eenige ruimte in, doch
+sluit ook de zuiger bij hoogsten en laagsten zuigerstand, niet juist
+tegen het cilinderdeksel en den bodem, maar laat eenige ruimte over,
+terwijl nog de boven en beneden stoomdoortogten met stoom te vullen
+ruimten bieden, zoodat de vullende volume stoom, over het geheel
+genomen, eigenlijk een weinig meer is, daarom zullen wij dezelve hier in
+een rond getal, voor eenen omgang van het vliegwiel, op 600000 kubieke
+duimen stellen, gelijk aan 600 kubieke palmen of aan 6/10 kubieke el.
+Wanneer nu 26 vliegwielomwentelingen in eene minuut geschieden, dan
+zullen er 26 maal 6/10 kubiek el, of 15-6/10 kubieke ellen stoom, van de
+vereischte spanning, gedurende dien tijd noodig zijn, dat is in het uur
+936 kubieke Ned. ellen.</p>
+
+<p>In sommige gevallen, wanneer meer op het verkrijgen van een groot
+vermogen, dan wel op de bezuiniging van brandstoffen gelet wordt, vult
+men de cilindervormige ruimte boven en onder den zuiger zoo geheel met
+stoom overeenkomstig de gedane berekening. Verreweg in de meeste
+gevallen echter, en juist omdat Economie in brandstoffen eene hoofdzaak
+is, laat men zooveel stoom niet in den cilinder vloeijen, maar sluit de
+stoomvloeijing, op een zeker gedeelte van den zuigerslag, door middel
+van de daarvoor doelmatig gevormde stoomschuif af; de hoeveelheid
+ingelatene en aldus afgeslotene stoom, breidt zich alsdan in de
+toenemende ruimte, welke de bewegende zuiger verder oplevert, uit; langs
+dien weg verkrijgt men met eene bepaalde hoeveelheid brandstof een
+betrekkelijk grooter vermogen; dusdanige uitbreiding van afgesloten'
+stoom in eene steeds vergrootende ruimte, wordt stoomontspanning
+genoemd. In stoomwerktuigen van lagen druk wordt veelal de
+stoomtoevloeijing afgesloten, wanneer de zuiger omstreeks drie vierde
+gedeelte van deszelfs slag heeft afgelegd, het overige vierde deel van
+den zuigerslag wordt vervolgens met den zich ontspannenden stoom
+volbragt; in eene volgende paragraaf zal reden gegeven worden, waarom
+zoodanige handelwijze Economie oplevert. Met ons voorbeeld uit &sect; 47
+zoude dus het stoomwerktuig van lagen druk met eenen stoomcilinder van
+die gegevene grootte, en gemelde stoom-ontspanmaat, in plaats van 936
+slechts 702 kubieke Ned. ellen stoom per uur behoeven.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h57" id="h57"></a>&sect; 57.</h2>
+
+
+<p>De tot heden voor stoomwerktuigen gebezigde brandstoffen zijn
+steenkolen; men weet, dat die brandstof van zeer onderscheidene
+kwaliteit is, zoodat de eene soort meer en de andere soort minder warmte
+ontwikkelt. Onderscheidene andere brandstoffen bestaan er, waaronder
+hout weder uitmunt. Om over de strikte en betrekkelijke hoeveelheid
+warmte te handelen, welke verschillende soorten van steenkolen en andere
+brandstoffen opleveren, ontbreekt hier ruimte, waarom het voldoende zal
+wezen op te geven, wat in de gewone omstandigheden de meest
+gebruikelijke brandstof, steenkolen namelijk, aangaat; de volgende tafel
+geeft niet dat doel de gemiddelde consumptie per uur op, van goede
+steenkolen, voor goed ingerigte stoomwerktuigen van lagen druk, die met
+stoomontspanning werken, en zulks naar gelang derzelver nominaal
+vermogen in paardenkrachten.</p>
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="center"><b>NOMINALE PAARDENKRACHT.</b></td><td align="center"><b>CONSUMPTIE PER UUR.</b></td><td align="center"><b>NOMINALE PAARDENKRACHT.</b></td><td align="center"><b>CONSUMPTIE PER UUR.</b></td></tr>
+<tr><td align="center"></td><td align="center">Ned. Ponden.</td><td align="center"></td><td align="center">Ned. Ponden.</td></tr>
+<tr><td align="center">5</td><td align="center">21</td><td align="center">110</td><td align="center">358</td></tr>
+<tr><td align="center">10</td><td align="center">37</td><td align="center">120</td><td align="center">389</td></tr>
+<tr><td align="center">20</td><td align="center">70</td><td align="center">130</td><td align="center">420</td></tr>
+<tr><td align="center">30</td><td align="center">102</td><td align="center">140</td><td align="center">451</td></tr>
+<tr><td align="center">40</td><td align="center">135</td><td align="center">150</td><td align="center">482</td></tr>
+<tr><td align="center">50</td><td align="center">167</td><td align="center">160</td><td align="center">513</td></tr>
+<tr><td align="center">60</td><td align="center">199</td><td align="center">170</td><td align="center">543</td></tr>
+<tr><td align="center">70</td><td align="center">231</td><td align="center">180</td><td align="center">574</td></tr>
+<tr><td align="center">80</td><td align="center">263</td><td align="center">190</td><td align="center">604</td></tr>
+<tr><td align="center">90</td><td align="center">295</td><td align="center">200</td><td align="center">634</td></tr>
+<tr><td align="center">100</td><td align="center">326</td><td align="center">250</td><td align="center">784</td></tr>
+</table></div>
+
+
+
+<h2><a name="h58" id="h58"></a>&sect; 58.</h2>
+
+
+<p>Bovenstaande consumptie steenkolen per uur is gezegd de gemiddelde
+te zijn, en geldt in het bijzonder de tegenwoordig meest bestaande
+stationnaire stoomwerktuigen van lagen druk, namelijk de zoodanige,
+welke, werkende, niet van plaats veranderen; van die soort bestaan er
+enkele, die minder aan brandstoffen kosten, doch over het algemeen kan
+men, de in de tafel opgegevene hoeveelheden aannemen; daarentegen is
+meestal die consumptie grooter met Locomotive stoomwerktuigen van lagen
+druk, dat zijn, de zoodanige, welke, werkende, met derzelver omvatting
+van plaats veranderen, gelijk met stoomvaartuigen het geval is; want
+daarin geeft men aan de stoomketels de kleinst mogelijke uitgebreidheid,
+omdat de ruimte binnen een vaartuig zeer beperkt is; en hoewel men
+daarin gewoon is, alles aan te wenden, wat tot de goede werking der
+vuren en de doelmatige leiding van het vlammende gaz met de heete rook,
+dienstig kan zijn voor de verhitting van het water, dat den stoom
+voortbrengt, zoo gaat nogtans veel warmte met een gedeelte onverteerde
+brandstoffen door den schoorsteen verloren; hierbij komt nog, dat deze
+werktuigen minder voor de verkoelende werking der buitenlucht zijn te
+beschermen.</p>
+
+<p>In stoomvaartuigen bezigt men stoomwerktuigen van lagen druk, zelden
+minder dan van 16 nominale paardenkrachten; de consumptie steenkolen is
+dan nabij 5 ponden voor elke paardenkracht gedurende een uur werkens;
+van grooter nominaal vermogen komt met tot nabij 4 en 3-1/2 ponden per
+paardenkracht in een uur; zoodat voor een werktuig van 16
+paardenkrachten 80 ponden en voor een van 100 paardenkrachten circa 350
+ponden steenkolen per uur zouden noodig wezen; altijd in de
+vooronderstelling, dat men goede steenkolen gebruikt en dat ketels en
+werktuigen van eene goede constructie zijn.&mdash;In werktuigen van hooge
+drukking is de consumptie steenkolen, volgens &sect; 55, grooter, dan in die
+van Lage drukking, doch men komt daarin veel te gemoet door den stoom in
+de stoomcilinders met veel ontspanning te laten werken, waarover lager
+zal gehandeld worden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h59" id="h59"></a>&sect; 59.</h2>
+
+
+<p>Voor brandstof bezigt men ook nog uitgebrande steenkolen, coke of
+cooks geheeten; deze leveren eene grootere echter meer plaatselijke
+hitte op, doch zijn in vergelijking der kosten, minder voordeelig; voor
+Locomotiven, stoomwerktuigen op wielen, dat is voor stoomrijtuigen, is
+deze brandstof bijzonder goed geschikt, voornamelijk omdat men daar in
+een klein bestek veel warmte moet ontwikkelen, en omdat zoodanig vuur
+voor de daarmede in aanraking zijnde keteldeelen minder schadelijk is;
+deze locomotiven of stoomrijtuigen werken over het algemeen met stoom
+van hooge drukking en met weinig stoomontspanning, zoodat ook van die
+zijde de Economie weinig wordt begunstigd. De Pleegwagen, die van geene
+groote uitgebreidheid is, en welke het stoomrijtuig onmiddelijk volgt,
+bevat behalve eenen voorraad zuiver water voor de voeding des ketels, de
+coke, en moet van tijd tot tijd met eenen nieuwen voorraad dezer
+brandstof voorzien worden, voor het volbrengen van uitgestrekte togten.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h60" id="h60"></a>&sect; 60.</h2>
+
+
+<p>Voor en aleer tot de verklaring over te gaan van het voordeel, dat
+in de ontspanning van den stoom gelegen is, is het noodig zich te
+herinneren, wat in &sect; 54 over de uitgebreidheid van verschillend
+gespannen stoom aangeteekend staat: zoo heeft stoom, op acht dampkringen
+gespannen, eene uitgebreidheid van 255, op vier dampkringen 478, op twee
+dampkringen 900 en op eenen dampkring 1700 malen die van het water;
+hieruit moet, gelijk gezegd is, besloten worden, dat stoom, welker
+spanning de helft van andere bedraagt, ongeveer de dubbele
+uitgebreidheid bezit; want bijvoorbeeld: 478 de volume zijnde van stoom
+op vier dampkringen gespannen, zoo is tweemaal die volume of 956 slechts
+weinig meer dan 900, de volume van den stoom op twee dampkringen
+gespannen. Daar nu stoom van halve spanning weinig meer dan de halve
+zwaarte bezit, of weinig meer dan de halve hoeveelheid water inhoudt,
+met andere woorden gezegd, nagenoeg de halve digtheid heeft; zoo komt
+men tot het besluit: dat bijaldien eene ruimte, bijvoorbeeld: eene
+kubieke el groot, met stoom van zekere spanning volkomen gevuld is, en
+deze ruimte verdubbeld, dus twee kubieke ellen wordt, zonder dat meer
+stoom wordt ingelaten, de aldus in dubbele ruimte uitgebreide stoom,
+weinig minder dan de halve spanning, welke dezelve eerst bezat, zal
+bezitten; zooveel zal dus die stoom ontspannen zijn.</p>
+
+<p>Om stoom naar die maat te doen ontspannen, moet echter gezorgd worden,
+dat dezelve in de vergroote ruimte geene verkoeling ondergaat, of in
+temperatuur daalt beneden de juiste temperatuur, die met de uitbreiding
+in de vergroote ruimte overeenkomt; zoo zulks plaats vond, zoude men een
+gedeelte van dien stoom condenseren, en in water doen overgaan,
+gevolgelijk den stoom nog meer in spanning doen verminderen, gedurende,
+dat deszelfs ontspanning plaats vond.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h61" id="h61"></a>&sect; 61.</h2>
+
+
+<p>Ten einde op eene eenvoudige wijze aan te toonen, welk voordeel in
+de stoomontspanning gelegen is, zullen wij van de eenvoudige lijnen der
+nevensstaande figuur ons bedienen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 40%;">
+<img src="images/083.jpg" width="40%" height="40%" alt="Een schematische voorstelling van een cilinder meg zuiger." title="" />
+</div>
+
+<p>Laat A B C D eenen cilinder verbeelden waarin de zuiger door de lijn E F
+aangetoond wordt. Wanneer wij dien zuiger van deksel tot bodem doen
+dalen, bijvoorbeeld met stoom van 6 ponden spanning, dan zal men eene
+volume zoo gespannen stoom noodig hebben, die aan den inhoud van den
+cilinder gelijk is; wanneer wij echter, dien zuiger met stoom, welke
+slechts op een vierde of op 1-1/2 pond gespannen is, even zoo doen
+bewegen, dan zal men eene gelijke hoeveelheid stoom, hoewel minder hoog
+gespannen, behoeven; in het tweede geval zal gevolgelijk het vermogen
+van den zuiger vier malen kleiner zijn dan in het eerste, en zal de
+stoom ook circa vier malen minder digtheid bezitten, of een vierde deel
+van den stoom op 6 ponden gespannen, zal nagenoeg voldoende wezen, om
+evenzoo den cilinder te vullen met stoom op 1-1/2 pond gespannen.</p>
+
+<p>Zij nu gedacht, dat men stoom, die op 6 ponden gespannen is, slechts
+voor een vierde deel van den zuigerslag in den cilinder laat vloeijen,
+dat is: wanneer de zuiger tot bij 1 gedaald is, de toevloeijing
+afgesloten wordt, dan zal, wanneer onder den zuiger geen tegenstand maar
+een voldoend ijdel heerscht, dezelve door den ingelaten' en afgesloten'
+stoom, nedergedrukt worden door ontspanning van den stoom, dat is door
+eenen stoomdruk die gestadig afneemt naar gelang de ruimte boven den
+zuiger grooter wordt, derwijze, dat de stoom, wanneer de zuiger bij 2
+gekomen zal zijn, slechts de halve spanning van drie ponden bezit, bij 3
+zal die spanning weder minder en wel een derde of 2 ponden wezen, en bij
+4 zal de stoom niet meer dan een vierde of 1-1/2 pond spanning behouden
+hebben. Zoo men nu de stoomspanning bij den zuigerplaatsen 1, 2, 3 en 4
+bij elkander telt, dat is 6, 3, 2 en 1-1/2, verkrijgt men tot som
+12-1/2, welke door 4 gedeeld, eene nabijkomende gemiddelde spanning van
+3-1/8 pond oplevert, waarmede men denken kan, dat de zuiger van deksel
+tot bodem is naar beneden gedrukt; met eenen rijzenden zuigerslag kan
+dit even zoo plaats vinden en behoeft geene verklaring.</p>
+
+<p>Door vergelijking van dit laatste geval met het voorgaande, waarin wij
+den zuiger, van deksel tot bodem doorgaande met stoom van 1-1/2 pond
+spanning deden dalen, en waarvoor de noodige hoeveelheid stoom ook
+weinig verschilt met een vierde deel van den inhoud des cilinders met
+stoom van 6 ponden spanning, wordt het voordeel der stoomontspanning
+duidelijk: met ontspanning ondergaat de zuiger natuurlijkerwijze den
+afklimmenden druk van 6 tot 1-1/2 pond, terwijl zonder ontspanning met
+1-1/2 pond doorgaanden stoomdruk, de druk tegen den zuiger nimmer
+grooter is, maar altijd dezelfde blijft; vandaar dat met ontspanning, de
+gemiddelden druk meer dan de helft van den primitieve, dat is: 3-1/8
+pond bedraagt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h62" id="h62"></a>&sect; 62.</h2>
+
+
+<p>Het voordeelige der stoom-ontspanning zoude bij het berekenen, nog
+meer uitgekomen zijn, indien wij de ruimte, waarin de stoom opvolgende
+ontspant in kleinere onderdeelen hadden verdeeld; want onze gemiddelde
+druk is gevonden, naar de stoomspanning, die met de zuigerplaatsen 2, 3
+en 4 overeenkomt, hoewel de stoomspanning tusschen 1 en 2 hooger dan op
+2, tusschen 2 en 3 hooger dan op 3 en tusschen 3 en 4 hooger dan op 4
+is; eigenlijk neemt de stoom vloeijend in spanning van plaats 1 tot
+plaats 4 af; hetgeen dan oorzaak is, dat de gevondene gemiddelde
+stoomspanning in ons gekozen voorbeeld nog kleiner schijnt dan zij is;
+met meer nauwkeurigheid is de gemiddelde stoomspanning voor den geheelen
+zuigerslag, met behulp van het volgende tafeltje te vinden, dat voor
+achtste deelen van den stoomzuigerslag geldt.</p>
+
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="center"><b>ACHTSTE DEELEN <br />ZUIGERSLAGLENGTE</b></td><td align="center"><b>FACTOREN</b></td></tr>
+<tr><td align="center">1</td><td align="center">0.385</td></tr>
+<tr><td align="center">2</td><td align="center">0.597</td></tr>
+<tr><td align="center">3</td><td align="center">0.743</td></tr>
+<tr><td align="center">4</td><td align="center">0.847</td></tr>
+<tr><td align="center">5</td><td align="center">0.919</td></tr>
+<tr><td align="center">6</td><td align="center">0.966</td></tr>
+<tr><td align="center">7</td><td align="center">0.992</td></tr>
+<tr><td align="center">8</td><td align="center">1.000</td></tr>
+</table></div>
+
+
+<p>Het gebruik van deze tafel is eenvoudig; want tegenover het getal
+achtste deelen van den zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing
+naar den zuiger aanhoudt, staat de Factoor of het getal, waarmede de
+spanning van den toegevloeiden stoom moet vermenigvuldigd worden, om de
+gemiddelde stoomspanning te verkrijgen, waarmede gerekend kan worden,
+dat de geheele zuigerslag is volbragt. Zoo is in ons voorbeeld het
+gedeelte zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing duurt, 1/4, of
+2 achtsten, hier tegenover staat nu in de tafel de factoor 0.597,
+waarmede de spanning van den ingevloeiden stoom, 6 ponden,
+vermenigvuldigd zijnde 3.582 geeft; de gemiddelde stoomspanning voor den
+geheelen zuigerslag is dus bijna 3-6/10 pond, gevolglijk meer dan wij
+boven vonden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h63" id="h63"></a>&sect; 63.</h2>
+
+
+<p>Voor stoomwerktuigen van lage drukking laat men, gelijk gezegd is,
+de stoom in vele gevallen tot omstreeks drie vierde van den zuigerslag
+in den cilinder vloeijen; in &sect; 47 is gezegd, dat men in die werktuigen
+gewoonlijk met stoom werkt, die op 129 Ned. looden per vierkanten Ned.
+duim gespannen is, en dat die spanning vermindert tot op 120 looden van
+wege den tegendruk, welke in den condensor heerscht. Zoodanige met 120
+looden drukkende, en op drie vierde gedeelte van den zuigerslag
+afgesloten wordende stoom, geeft volgens de tafel, met Factoor 0.966
+vermenigvuldigd, eene gemiddelde stoomspanning van 115-9/10 Ned. looden
+per vierkanten Ned. duim. Men ziet dus op welke wijze men met behulp van
+deze tafel, den gemiddelden stoomdruk door ontspanning veroorzaakt, op
+den zuiger kan vinden, om alzoo over het effectief vermogen van het
+werktuig, in verband met de daarvoor noodige hoeveelheid stoom beter te
+kunnen oordeelen; terwijl de &sect; 49 opgegeven regel alleen voor het vinden
+van het nominaal vermogen strekt, dat is: van het nabij komend aantal
+werkende paarden van gemiddelde sterkte, waarvoor dan ook die algemeene
+regel voldoende is. Maar voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare
+en hooge drukking, is een zoo algemeene regel ter berekening van
+derzelver nominaal vermogen, niet toe te passen; eensdeels omdat de
+spanning van den invloeijenden stoom daarin zeer onderscheiden is, en
+anderdeels omdat de stoomontspanning in deze werktuigen ook veel
+onderling verschilt, zoodat men voor dergelijke berekening, in het
+bijzonder, op de eigenlijke spanning van den toegevloeiden stoom en op
+deszelfs ontspanmaat in den cilinder moet letten, zoo als wij later
+zullen opgeven.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h64" id="h64"></a>&sect; 64.</h2>
+
+
+<p>Het doen ontspannen van den stoom in den cilinder levert wel
+bezuiniging van brandstoffen op, maar de cilinders moeten daarvoor ook
+grooter genomen worden, welke vermeerdering in zwaarte en uitgebreidheid
+echter door de verkregene bezuiniging van brandstoffen rijkelijk wordt
+vergoed; vooral in stoomvaartuigen, waar het in het bijzonder op het
+geringste verbruik brandstoffen aankomt, dewijl de ruimte ter berging
+daarin zeer beperkt is. Voor stoomrijtuigen wordt hierop minder gelet,
+dewijl men daar in een klein bestek veel kracht moet ontwikkelen, dus
+met kleine cilinders het grootste vermogen zoekt te verkrijgen ten koste
+van eenige meerdere brandstof, welke men zich liever getroost, van
+voorraadplaatsen van tijd tot tijd op te nemen<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor">[5]</a>. In het algemeen zij
+gezegd: dat men door aanwending van met ontspanning werkenden stoom, uit
+de brandstoffen, het element der kracht, meer nut trekt, dat is: het te
+verrigten werk, of de af te leggen weg, zal betrekkelijk minder uitgaven
+aan brandstoffen kosten.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> De Belgische werktuigkundige <i>de Ridder</i> schijnt
+ontspanning van stoom in stoomrijtuigen meer te willen toepassen.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h65" id="h65"></a>&sect; 65.</h2>
+
+
+<p>Uit hetgeen over de stoomontspanning gezegd is, laat zich de
+mogelijkheid begrijpen, hoe men door het doen vloeijen van eene kleine
+hoeveelheid hooger gespannen stoom in eenen cilinder, en dien daarin te
+doen ontspannen, tegen den daarin bewegenden zuiger, denzelfden
+gemiddelden druk kan daarstellen, gelijk gewoonlijk in stoomwerktuigen
+van lagen druk plaats vindt. Laat bij voorbeeld: slechts tot een vierde
+deel van den zuigerslag, stoom in den cilinder toegelaten zijn, welks
+spanning 99.8 Ned. lood boven den gemiddelden druk des dampkrings, dus
+in het geheel 203.1 Ned. lood. bedraagt, en laat die spanning van wege
+den Condensor, met 9 Ned. looden verminderd, bij gevolg, 194.1 Ned.
+looden per vierk. Ned. duim worden, dan zal volgens de tafel, in &sect; 62
+gegeven, 0.597 maal 194.1 gelijk zijn aan 115.9 Ned. looden gemiddelden
+stoomdruk voor den ganschen zuigerslag: dezelfde gemiddelde stoomdruk,
+die in &sect; 63 gevonden is, wanneer met stoom gewerkt wordt, die slechts
+met eene spanning van 129 Ned. looden in den cilinder vloeit, doch
+waarvan de ontspanning niet eer begint, dan op drie vierde van den
+zuigerslag.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h66" id="h66"></a>&sect; 66.</h2>
+
+
+<p>De stoom heeft nog eene algemeene eigenschap, welke hier vermeld
+moet worden, namelijk: dat hetzelfde gewigt stoom, onverschillig van
+welke spanning, altijd dezelfde hoeveelheid warmte inhoudt; of anders
+gezegd, (daar het gewigt van den stoom het gewigt van deszelfs
+bestanddeel water is) dat een zelfde gewigt water altijd dezelfde
+hoeveelheid warmte noodig heeft, om in stoom over te gaan, onverschillig
+van welke spanning; bij voorbeeld: Een Ned. pond water levert 1385
+kubieke palmen stoom, op de spanning, die volgens &sect; 54 voor machinen van
+lagen druk, gebruikelijk is, op den thermometer 224 graden teekenende;
+de noodige warmte voor die overgang in stoom is nu gelijk aan die, welke
+vereischt wordt, om evenveel water in stoom van dubbele spanning te doen
+overgaan, niettegenstaande deze laatste hooger temperatuur op den
+thermometer teekent. Een Ned. pond water zal alzoo leveren 735 kubieke
+palmen stoom op 2 maal 129 of 258 Ned. looden (de dampkringsdruk
+daaronder begrepen) gespannen, terwijl de thermometer daarin 263.8
+graden zal aanwijzen; het onderscheid bestaat dus alleen hierin, dat
+namelijk: gelijk gewigt hooger gespannen stoom minder uitgebreidheid
+bezit, en dat in hooger gespannen stoom minder warmte verborgen is, (zie
+&sect; 5) waardoor meer warmte wordt vrijgelaten, en de thermometer alzoo
+hooger wijst. Uit dit voorbeeld ziet men tevens, overeenkomstig hetgeen
+vroeger gezegd is, dat dubbel gespannen stoom een weinig meer dan de
+halve volume van den eersten beslaat.</p>
+
+<p>Voor eenen stoomcilinder, waarin een zuiger van 57 Ned. duimen
+middellijn met 114 Ned. duimen slaglengte werkt, en welke zuiger 26
+dubbele slagen in eene minuut volbrengt, zal volgens &sect; 56 in een uur
+tijds 936 kubieke ellen stoom ter geheele vulling noodig zijn; nu hebben
+wij in &sect; 63 gezien, dat wanneer die cilinder tot drie vierde van den
+zuigerslag met stoom op 129 Ned. looden, dat is: 25.7 Ned. looden, boven
+den gemidd. dampkringsdruk gespannen, gevuld is, deze door ontspanning
+eenen gemiddelden druk tegen den zuiger zal uitoefenen van 115.9 Ned.
+looden; en volgens &sect; 65 dat de zuiger dien zelfden gemiddelden druk zal
+ondergaan, wanneer men den cilinder slechts tot een vierde deel van den
+zuigerslag met hooger gespannen stoom voorziet, en wel op 99.8 Ned.
+looden boven den gemidd. dampkringsdruk; men heeft dan voor het eerste
+geval 702 kubieke ellen stoom van lagen druk per uur noodig, en voor het
+tweede geval slechts 234 kubieke ellen hooger gespannen stoom of stoom
+van zoogenaamden middelbaren druk, terwijl in beide gevallen de zuiger
+gelijken gemiddelden druk ondergaat. Nu is het gewigt van 702 kubieke
+ellen zoo gespannen stoom van lagen druk (72-1/4 Ned. looden per kubieke
+el) 507-2/10 Ned. ponden, en van 234 kubieke ellen zoo gespannen stoom
+van middelbaren druk, (109-1/2 Ned. looden per kubieke el) 256-1/4 Ned.
+ponden; derhalve heeft men in het laatste geval voor de daarstelling van
+een zelfde druk vermogen op den zuiger, weinig meer dan het halve gewigt
+water noodig, om in stoom te doen overgaan, terwijl die gelijkheid in
+vermogen, alleen door de belangrijke meerdere stoomontspanning wordt te
+weeg gebragt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h67" id="h67"></a>&sect; 67.</h2>
+
+
+<p>De algemeene regel welken wij in &sect; 49 opgegeven hebben, voor het
+vinden van het nominaal vermogen in paardenkrachten van een
+stoomwerktuig van lagen druk, is ook geldende voor alle gevallen, dat de
+stoom, ontspannende, denzelfden gemiddelden druk op den zuiger
+uitoefent, als gewoonlijk in stoomwerktuigen van lagen druk plaats
+vindt, onverschillig met welke spanning de stoom in den cilinder is
+gevloeid; doch die regel geldt niet meer, wanneer de gemiddelde
+stoomdruk op den zuiger, hetzij met of zonder ontspanning, den
+gebruikelijken in stoomwerktuigen van lagen druk te veel overtreft,
+gelijk met zoogenaamde middelbaren- of hoogendruk-stoomwerktuigen het
+geval is.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h68" id="h68"></a>&sect; 68.</h2>
+
+
+<p>Stoomwerktuigen, welke op derzelver zuiger eenen meerderen druk
+dan den gewonen stoom van lagen druk ontvangen, zijn niet altijd met
+eenen condensor en ledigende luchtpomp voorzien; de zoogenaamde van
+middelbare drukking, zijnde de zoodanigen die volgens &sect; 18, tot eene
+uiterste stoomspanning van 3-1/2 atmospheer boven den gemiddelden
+dampkringsdruk werken, missen veelal condensor en luchtpomp. In dat
+geval wordt de stoom welke tot voortstuwing van den zuiger gediend
+heeft, bij elken slag in de opene lucht, of in den schoorsteen des
+ketels ter bevordering van de trekking der vuren ontlast; zoo dat
+alsdan, de tegenstand aan de andere zijde des zuigers, minstens aan
+eenen dampkringsdruk gelijk is, terwijl bij dat gemis van condensor en
+luchtpomp de wrijving niet behoeft overwonnen te worden, welke het in
+beweging houden van den luchtpompzuiger kost, evenmin als er vermogen
+verloren gaat voor het daarmede opgebragte water en lucht. Wanneer in
+werktuigen van zoogenaamde middelbare drukking condensor met luchtpomp
+bestaat, dan is over het algemeen genomen, de vernietiging of
+condensering van den stoom, die gediend heeft, niet zoo volmaakt als in
+stoomwerktuigen van lagen druk; zoodat op den daaruit ontstaanden
+grooteren tegenstand, welke de stoomzuiger daardoor ondergaat, nog in
+het bijzonder gelet moet worden.</p>
+
+<p>Om den tegenstand, welke binnen den condensor voor den stoomzuiger
+bestaat, te kennen, zijn de condensors veelal met eenen daarvoor
+geschikten meter voorzien, die manometer en ook barometer geheeten
+wordt, en waarop dien tegenstand dadelijk kan afgelezen worden; met
+eenen gewonen thermometer kan men ook de warmte, welke binnen den
+condensor heerscht, waarnemen, en daaruit den hier bedoelden tegenstand
+herkennen, de onderstaande tafel daarbij raadplegende.</p>
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="center"><b>AANWIJZING VAN DEN <br /> THERMOMETER <br />BINNEN DEN <br />STOOMZUIGER PER <br />VIERK. CONDENSOR</b></td><td align="center"><b>TEGENSTAND VOOR <br />DEN NED. DUIM.</b></td></tr>
+<tr><td align="center"> 90 graden</td><td align="center">4. 7 Ned. looden.</td></tr>
+<tr><td align="center">100 "</td><td align="center">6.4 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">110 "</td><td align="center">8.7 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">120 "</td><td align="center">11.5 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">130 "</td><td align="center">14.9 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">140 "</td><td align="center">19.8 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">150 "</td><td align="center">25.6 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">160 "</td><td align="center">32.6 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">170 "</td><td align="center">41.5 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">180 "</td><td align="center">52.6 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">190 "</td><td align="center">65.2 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">200 "</td><td align="center">81.3 &mdash;</td></tr>
+<tr><td align="center">210 "</td><td align="center">99.4 &mdash;</td></tr>
+</table></div>
+
+
+<p>Indien dan een in den condensor geplaatste thermometer, waarvan de buis
+uitwendig zigtbaar is, 110 graden teekent, zoo zal de zuiger 8-7/10 Ned.
+looden tegendruk per vierkanten Ned. duim ondervinden, waarmede dus de
+stoomdruk aan de andere zijde vermindert.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h69" id="h69"></a>&sect; 69.</h2>
+
+
+<p>Stoomwerktuigen van hoogen druk houden condensor noch luchtpomp,
+daarin bedraagt dus de tegenstand van den stoomzuiger, gelijk gezegd is,
+minstens eenen dampkringsdruk, dat is gemiddeld 103.3 Ned. looden per
+vierkanten Ned. duim; wel heeft men bij gemis van condensor en luchtpomp
+eenen zoogenaamden refringirator of verkoeler, waardoor de stoom
+alvorens in de opene lucht of in den schoorsteen te ontlasten, doorgaat,
+maar deze dient alleen, om van den ontvliedenden stoom nog verwarmd
+water te trekken, of daarmede water te verwarmen, voordeelig voor de
+voeding des ketels of voor de aanvulling van het daaruit verstoomde
+water. &sect; 70. Het herkennen van de spanning, waarmede de stoom in den
+cilinder valt, geschiedt op eenen daarbij geplaatsten stoommeter; de
+stoommeter wijst altijd de spanning boven den bestaanden druk des
+dampkrings aan, zoodat men bij die aanwijzing, gemiddeld 103.3 Ned.
+looden moet tellen, om de totale spanning, welke binnen den ketel
+bestaat, te kennen. Hoeveel de stoom vervolgens in den cilinder
+ontspant, kan ontdekt worden, door aan de stoomschuif de vereischte
+beweging in verband met die des zuigers te geven, en daarbij op te
+merken, op welk gedeelte van den zuigerslag de stoomafsluiting plaats
+vindt, of de ontspanning aanvangt<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a>.</p>
+
+<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> In hetzelfde werkje dat in de noot op bladz. 65 aangehaald
+is, staat eenen regel opgegeven, volgens welken men door berekening het
+gedeelte zuigerslag kan vinden, waarop de stoom door de stoomschuif
+wordt afgesloten, en de stoomontspanning begint.</p></div>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h71" id="h71"></a>&sect; 71.</h2>
+
+<p>De spanning van den stoom, zoo als die in den cilinder valt,
+deszelfs ontspanmaat, en den tegenstand welken de zuiger aan de andere
+zijde ondervindt, kennende, zoo kan men met gegevene middellijn van
+stoomzuiger en lengte van deszelfs slag, het nominaal vermogen in
+paardenkrachten vinden van stoomwerktuigen van zoogenaamden middelbaren
+en hoogen druk, naar de volgende regelen:</p>
+
+
+<p><span class="g">REGEL</span></p>
+
+<p><span class="smcap">voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare drukking, welke
+condensor en luchtpomp bezitten.</span></p>
+
+<p>Tel eerst bij de stoomspanning in Ned. looden per vierkanten Ned. duim,
+welke de stoommeter aanwijst, 103.3 Ned. looden, trek van de som den
+tegendruk binnen den condensor, door manometer of thermometer
+aangewezen, af, vermenigvuldig de rest met den overeenkomstigen factoor
+voor stoomontspanning (wanneer die plaats vindt) volgens de tafel van &sect;
+62, noem dit produkt <i>zuigerdruk</i>; vermenigvuldig, vervolgens het getal
+Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is, met
+zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de zuiger in
+eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte uit de tafel
+van &sect; 49 op te maken; het laatste produkt met den eerstgevondenen
+<i>zuigerdruk</i> vermenigvuldigende, en dit eindprodukt door 1.263000
+deelende, zal het komende quotient het gevraagde getal nominale
+paardenkrachten opleveren.</p>
+
+
+<h3>VOORBEELDEN.</h3>
+<p><b><i>Eerste Geval.</i></b></p>
+<p><span class="smcap">met stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p>
+
+<p>Zij de aanwijzing van den stoommeter 206.6 N. looden.
+<br /> De tegendruk in den condensor 50.0 N. looden.
+<br /> Aanvang van de stoomontspanning, 3/8 van den zuigerslag.
+<br /> Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+<br /> Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.
+</p>
+
+<div class="formula">
+bij 206.6<br /> aanwijzing van den stoommeter
+<br /> tel 103.3
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> 309.9
+<br /> af 50.0 <br />tegendruk in den condensor
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;-
+<br /> rest 259.9
+<br /> maal 0.743 <br />voor factoor stoomontspanning (§ 62)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 193.1 <br />Ned. looden <i>zuigerdruk</i>
+<br /> =========
+
+<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57
+<br /> maal 57
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 3249
+<br /> maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 194940
+<br /> maal 193.1<br /> voor <i>zuigerdr.</i>
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 37642914
+<br /> gedeeld door 1263000
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> is het Quotient 29.8
+</div>
+
+<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 29-3/4 paardenkrachten gelijk
+zijn.</p>
+
+<p><b><i>Tweede Geval</i>.</b></p>
+<p><span class="smcap">zonder stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p>
+
+<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 200.6 N. looden.<br />
+ De tegendruk in den condensor 80.0 N. looden. <br />
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.<br />
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen.
+</p>
+
+<div class="formula">
+ bij 206.6 <br />aanwijzing van den stoommeter.
+<br /> tel 103.3
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> 309.9
+<br /> af 80.0<br /> tegendruk in den condensor
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> rest 229.9 <br />Ned. looden <i>zuigerdruk</i>.
+<br /> =========
+
+<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57
+<br /> maal 57
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 3249
+<br /> maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 194940
+<br /> maal 229.9 <br />voor <i>zuigerdr.</i>
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 44816706
+<br /> gedeeld door 1263000
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> is het quotient 35.5
+<br /> ======
+</div>
+
+<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan 35-1/2 paardenkrachten gelijk zijn.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h72" id="h72"></a>&sect; 72.</h2>
+
+
+<p><span class="g">REGEL</span></p>
+
+<p><span class="smcap">voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare drukking, welke
+condensor noch luchtpomp bezitten.</span></p>
+
+<p>Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning <span title="Was: der" style="border-bottom: 1px red dotted;">per</span> vierkanten
+Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen
+factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de
+tafel van &sect; 62; noem dit produkt <i>zuigerdruk</i>; vermenigvuldig, ten
+andere, het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger
+gelijk is, met zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen,
+hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs
+slaglengte uit de tafel van &sect; 49 op te maken; dit laatste produkt met
+den eerstgevondenen <i>zuigerdruk</i> vermenigvuldigende, en het eindprodukt
+door 1237000 deelende, dan zal het aldus bekomen quotient het gevraagde
+getal nominale paardenkrachten opleveren.</p>
+
+
+<h3>VOORBEELDEN.</h3>
+
+<p><i>Eerste Geval.</i></p>
+<p><span class="smcap">met stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p>
+
+<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 300.9 N. looden.<br />
+ Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag.<br />
+ Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.<br />
+ Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen.
+</p>
+
+<div class="formula">
+<br /> 309.9 <br />stoommeter aanwijzing
+<br /> maal 0.743 <br />voor factoor stoomontspanning (§ 62)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 230.3 <br />Ned. looden <i>zuigerdruk</i>
+<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57
+<br /> maal 57
+<br /> &mdash;&mdash;
+<br /> geeft 3249
+<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 194940
+<br /> maal 230.3 <br />voor <i>zuigerdruk</i>.
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 44894682
+<br /> gedeeld door 1237000
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft tot quotient 36.3
+<br /> ========
+</div>
+
+<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 36-1/4 paardenkrachten gelijk
+zijn.</p>
+
+<p><i>Tweede Geval.</i></p>
+
+<p><span class="smcap">zonder stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p>
+
+
+
+<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 309.9 N. looden.
+<br /> Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+<br /> Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.
+</p>
+
+<div class="formula">
+
+<br /> 309.9<br /> stoommeter aanwijzing is <i>zuigerdruk</i>.
+<br /> =====
+
+<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57
+<br /> maal 57
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 3249
+<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 194940
+<br /> maal 309.9 voor <i>zuigerdr.</i>
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 60455906
+<br /> gedeeld door 1237000
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft tot quotient 48.9
+</div>
+
+<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 49 paardenkrachten gelijk
+zijn.</p>
+
+<h2><a name="h73" id="h73"></a>&sect; 73.</h2>
+
+
+<p>In stoomwerktuigen van hoogen druk wordt volgens &sect; 18 stoom
+gebezigd, welks spanning meer dan 3-1/2 dampkringsdruk bedraagt; hooger
+dan tot 8 dampkringen, gaat die spanning in deze soort van werktuigen
+zelden: het is dus tusschen 3-1/2 en 8 dampkringsdrukkingen, boven den
+gemiddelden, dat de volgende regel geldt, gelijk gezegd is voor
+werktuigen, die condensor noch luchtpomp bezitten, en soms slechts met
+eenen refringirator tot het verkrijgen van verwarmd voedingwater voor
+den ketel voorzien.</p>
+
+
+<p><span class="g">REGEL</span></p>
+
+<p><span class="smcap">voor stoomwerktuigen van hoogen druk.</span></p>
+
+<p>Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning per vierkante
+Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen
+factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de
+tafel van &sect; 62, noem dit produkt <i>zuigerdruk</i>; vermenigvuldig vervolgens
+het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk
+is, met zich zelf, en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de
+zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte, uit
+de tafel van &sect; 49 op te maken, dit laatste produkt met den
+eerstgevondenen <i>zuigerdruk</i> vermenigvuldigende, en het eindprodukt door
+1210000 deelende, zal het komende quoti&euml;nt het gevraagde getal nominale
+paardenkrachten opleveren:</p>
+
+<h3>VOORBEELDEN.</h3>
+
+<p><b><i>Eerste Geval.</i></b></p>
+<p><span class="smcap">met stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p>
+
+<p>Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 N. looden.
+<br />Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag.
+<br />Middellijn van den zuiger 57 Ned. duim.
+<br />Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.</p>
+
+<div class="formula">
+
+<br /> 516.5 <br />stoommeter aanwijzing is <i>zuigerdruk</i>
+<br /> maal 0.743<br /> voor Factoor stoomontspanning (§ 62)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 383.8<br /> Ned. looden <i>zuigerdruk</i>.
+
+<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57
+<br /> maal 57
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> 3249
+<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 194940
+<br /> maal: 383.8 voor <i>zuigerdruk</i>.
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 74817972
+<br /> gedeeld door 1210000
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft tot quotient 61.8
+</div>
+
+<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 61-3/4 paardenkrachten gelijk
+zijn.</p>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<p><i>Tweede Geval.</i></p>
+<p><span class="smcap">zonder stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p>
+
+<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 Ned. looden.
+<br /> Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.
+<br /> Zuigerslaglengte 1.14 Ned. El.
+</p>
+
+<div class="formula">
+
+<br />516.5 <br />stoommeter aanwijzing, is <i>zuigerdruk</i>,
+<br /> &mdash;&mdash;
+
+<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57
+<br /> maal 57
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> 3249
+<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49)
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 194940
+<br /> maal 516.5<br /> voor <i>zuigerdr.</i>
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft 100686510
+<br /> gedeeld door 1210000
+<br /> &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;
+<br /> geeft tot quotient 83.2
+<br />
+<br /> =========
+</div>
+
+<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 83-1/4 paardenkrachten
+gelijk zijn.</p>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h74" id="h74"></a>&sect; 74.</h2>
+
+
+<p>De bovenstaande uitgewerkte voorbeelden in getallen, zijn
+opzettelijk voor eene zelfde zuigermaat en slaglengte gekozen, alleen om
+daardoor een goed vergelijkend overzigt te verschaffen. De lezer zal,
+ter bevordering van het goede begrip, weldoen, met andere gegevens
+gelijke berekeningen te bewerken, en bijaldien zulke gegevens genomen
+worden, naar bestaande Machinen, dan zal het daarmede gevonden nominaal
+vermogen, des te minder van het effectief, door de machine uitgewerkt,
+vermogen verschillen, hoe nader de werkelijke snelheid, in verband met
+de slaglengte van den zuiger, bij die der tafel van &sect; 49 komt. Het
+nabijkomend effectief vermogen van eenige machine dus willende kennen,
+dan zal men de werkelijke of waargenomene snelheid van den zuiger in de
+berekening moeten bezigen, in plaats van die der tafel, wanneer deze
+daarmede niet overeenkomt; echter blijft in het algemeen de machine den
+krachtnaam voeren, welke een berekend nominaal vermogen met de
+zuigersnelheid volgens de tafel, onaangezien de waargenomene snelheid,
+oplevert, op dat dit zoo berekend nominaal vermogen dienen zoude, voor
+de vergelijking der vermogens van verschillende stoommachinen onderling,
+wanneer voor dezelfde gevallen denzelfden opgegeven' regel gevolgd
+wordt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h75" id="h75"></a>&sect; 75.</h2>
+
+
+<p>De vereischte hoeveelheid stoom, waarmede de cilinder van eenig
+stoomwerktuig in eenen bepaalden tijd moet voorzien worden, is voor de
+laatste voorbeelden in getallen, evenzoo te berekenen, als in &sect; 56 en 57
+geschied is; de hoeveelheid stoom met deszelfs spanning kennende, is
+deszelfs gewigt, of dat van het inbegrepen water, in de volgende tafel
+te vinden.</p>
+
+
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr>
+ <td align="center"><span class="smcap"><b>spanning van den stoom <br />per vierkanten ned <br />duim boven den<br /> gemiddelden druk<br /> des dampkrings.</b></span></td>
+
+ <td align="center"><span class="smcap"><b>gewigt water in eene <br />kubieke el stoom, of<br /> gewigt van eene <br />kubieke el stoom</b></span></td></tr>
+<tr><td align="center"><span class="smcap">ned. looden.</span></td><td align="center"><span class="smcap">ned. ponden.</span></td></tr>
+<tr><td align="center">0</td><td align="center">0.588</td></tr>
+<tr><td align="center">10</td><td align="center">0.641</td></tr>
+<tr><td align="center">20</td><td align="center">0.692</td></tr>
+<tr><td align="center">30</td><td align="center">0.744</td></tr>
+<tr><td align="center">40</td><td align="center">0.795</td></tr>
+<tr><td align="center">50</td><td align="center">0.846</td></tr>
+<tr><td align="center">60</td><td align="center">0.896</td></tr>
+<tr><td align="center">70</td><td align="center">0.946</td></tr>
+<tr><td align="center">80</td><td align="center">0.996</td></tr>
+<tr><td align="center">90</td><td align="center">1.046</td></tr>
+<tr><td align="center">100</td><td align="center">1.095</td></tr>
+<tr><td align="center">200</td><td align="center">1.579</td></tr>
+<tr><td align="center">300</td><td align="center">2.048</td></tr>
+<tr><td align="center">400</td><td align="center">2.506</td></tr>
+<tr><td align="center">500</td><td align="center">2.954</td></tr>
+<tr><td align="center">600</td><td align="center">3.395</td></tr>
+<tr><td align="center">700</td><td align="center">3.830</td></tr>
+<tr><td align="center">800</td><td align="center">4.259</td></tr>
+<tr><td align="center">900</td><td align="center">4.683</td></tr>
+</table></div>
+
+<p>Voor eenen stoomcilinder die 57 Ned. duimen tot Middellijn heeft, en
+waarin de zuiger gedurende eene minuut 26 malen daalt, en even zoo veel
+malen rijst met eene slaglengte van 1.14 Ned. el, waarbij de
+stoomtoevloeijing op drie vierde gedeelte van den zuigerslag wordt
+afgesloten, zal men volgens &sect; 56 in een uur tijds 702 kubieke ellen
+stoom behoeven; zoo nu die stoom de gewoon gebruikelijke, die van lagen
+druk is, die een vierde dampkring of 25.7 Ned. looden boven den
+gemiddelden dampskringsdruk gespannen is, dan vindt men met behulp dezer
+tafel, dat eene kubieke el aldus gespannen stoom, nagenoeg 72-1/4 Ned.
+looden water bevat, bijgevolg houden 702 kubieke ellen van dezen stoom
+van lagen druk 507 Ned. ponden water in, en wegen dus zoo zwaar. Zulk
+een aantal ponden water is alzoo in een uur tijds noodig voor den stoom,
+waarmede de cilinder gevuld moet worden.</p>
+
+<p>Uit den stoomketel verstoomt dus in een uur tijds ten minsten 507 Ned.
+ponden water, dat gevolgelijk weder aangevuld moet worden; maar dewijl
+in een stoom werktuig langs kleppen, schuiven en pakkingen altijd eenige
+lekkaadje van stoom of tot water verdikten stoom bestaat, zoo moet
+bovendien nog in dat verlies worden voorzien. In de beschrevene soort
+van machinen, is dit verlies op 1/15 gedeelte van het gewigt water, dat
+voor stoom in den cilinder noodig is, te begrooten, zoo dat men in dit
+geval 507 en 32 of 539 Ned. ponden water, gedurende een uur werkens in
+den ketel zal moeten persen, om denzelven gelijkelijk met water voorzien
+te houden, en waartoe een of meer pompen, voedingpompen genaamd, dienen,
+welke, gelijk vroeger gezegd is, door de machine zelve worden bewogen.
+Wanneer stoom van hoogere drukking gebezigd wordt, dan bedraagt gemeld
+verlies aan lekkaadje meer, en dit kan in stoomwerktuigen van hoogen
+druk tot 1/10 deel van het gewigt des verbruikten stooms aan water
+bedragen. Wanneer men bij voorbeeld, in een uur 250 kubieke Ned. ellen
+stoom, op 400 Ned. looden per vierkante Ned. duim boven den dampkring
+gespannen, voor eenen cilinder noodig heeft, en welke aldus gespannen
+stoom volgens de tafel 2.506 Ned. ponden per kubieke Ned. el, dus in het
+geheel 626-1/2 Ned. ponden weegt, dan zal men 626-1/2 en 62-1/2 of 689
+Ned. ponden voedingwater, gedurende een uur in den ketel moeten persen.
+In het voorbijgaan kan hier dus worden opgemerkt, dat het gebruik van
+stoom van lagen druk economischer is dan van hoogen druk, dat is met
+andere woorden: Men zal met dezelfde brandstoffen, die men tot
+voortbrenging van stoom van lagen druk behoeft, betrekkelijk grooter
+vermogen ontwikkelen, dan wanneer men tot dat einde die brandstoffen
+voor stoom van hoogen druk bezigde, uit hoofde van het vermelde verschil
+in het verlies van stoom. Daar behalve verlies, nog andere toevallige
+oorzaken kunnen bestaan, welke dat vergrooten, en men gedurende
+stilstand van de machine, soms stoom in de opene lucht moet laten
+ontvlieden, zoo neemt men de voorzorg, om de voedingpompen voor een
+weinig meer opbrengst van water in te rigten, waarvoor dan die pompen,
+zoo er te veel water in den ketel wordt gebragt, van de machine zijn te
+ontkoppelen, om eenigen tijd buiten werking te blijven; of soms heeft
+men aan die pompen toestellen verbonden, waardoor het overvloedige water
+afloopt, zoodat dezelve alsdan met de machine kunnen blijven doorwerken;
+in &sect; 22 is een dergelijke toestel verklaard. Overigens wordt het
+voedingwater zoo veel mogelijk verwarmd in den ketel gebragt, en daarom
+uit den heetwaterbak (&sect; 40) of de refrigerator (&sect; 69) getrokken.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h76" id="h76"></a>&sect; 76.</h2>
+
+
+<p>Uit dit laatst behandelde kan men afleiden, dat een stoomwerktuig
+van lagen druk voor elke nominale paardenkracht, per uur gemiddeld,
+bijna 31 Ned. ponden water behoeft ter overbrenging in stoom; want het
+voorbeeld voor aanwending van stoom van lagen druk der laatste
+paragraaf, geldt, overeenkomstig &sect; 49, eene machine van 17-7/10 nominale
+paardenkrachten; waarom dan 17-7/10 maal 31 of 548.7 Ned. ponden, weinig
+meer bedraagt dan 539 Ned. ponden van datzelfde voorbeeld. In machinen,
+waarin de stoom hooggespannen werkt, is voor elke nominale
+paardenkracht, uit hoofde van grooter stoomverlies, meer water noodig,
+en kan alzoo voor die kracht&eacute;&eacute;nheid tot 37-1/2 Ned. ponden in een uur
+tijds noodig wezen, waarnaar dan de voedingpompen zullen moeten zijn
+ingerigt. Daar nu de machine de voedingpompen moet in beweging houden,
+zoo is natuurlijkerwijze, het daaraan te besteden vermogen des te
+grooter, naar gelang de overeenkomstige watervoeding per nominale
+paardenkracht, meer bedraagt; hetgeen weder, de nuttige uitwerking der
+machinen van hoogen druk een weinig benadeelt, dat is: minder economisch
+ten aanzien van het verbruik van brandstoffen doet zijn.</p>
+
+<p>De totale consumptie brandstoffen, welke een stoomwerktuig van een
+bepaald vermogen tot onderhoud van werking eischt, hangt echter niet
+enkel af van de hoeveelheid in stoom over te brengen water, gedurende
+eenen bepaalden tijd: immers tot hiertoe hebben wij slechts in het oog
+gehad, hetgeen noodig is aan stoom met inbegrip van lekkaadje tot in den
+cilinder der machine; de deelen echter, welke den stoom tot aan die
+plaatsen leiden, moeten mede verwarmd blijven, of de invloed der
+afkoeling tegenstaan; ten andere ondergaat in hoofdzaak, de stoomketel
+zelf veel warmteverlies, hetgeen binnen denzelven noodzakelijk moet
+worden aangevuld, opdat de vereischte temperatuur, overeenkomstig de
+binnen bestaande spanning onderhouden worde. Wanneer men dus op grond
+van naauwkeurige gegevens, door berekening gevonden had, wat aan
+brandstoffen noodig zoude zijn, voor het leveren van de vereischte
+hoeveelheid stoom, tot in den cilinder, dan zoude men in het werkdadige
+bevinden, dat eene dus berekende hoeveelheid brandstof met het werkelijk
+verbruik daarvan niet overeenkwam; het is daarom dat de tafel van &sect; 58
+de totale consumptie steenkoolen bevat, welke de ondervinding als
+gemiddeld per nominale paardenkracht voor stationaire stoomwerktuigen
+van lagen druk heeft doen kennen, terwijl voor andere soorten van
+stoomwerktuigen, alsmede voor die van zoogenaamde middelbare en hooge
+drukking, het daartoe betrekkelijke in &sect; 59 is gezegd.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h77" id="h77"></a>&sect; 77.</h2>
+
+
+<p>Alle stoomwerktuigen van lagen druk houden eenen condensor met
+luchtpomp; in den condensor vloeit uit den cilinder de stoom, welke den
+zuiger dalende of rijzende bewogen heeft, en komt daar in aanraking met
+eenen stroom koud water, welke eene kraan, injectiekraan geheeten,
+verschaft; door de aanraking met dat koude water verdikt zich de stoom,
+en gaat des te meer tot water over, naar gelang dat water kouder is; hoe
+meer stoom op die wijze vernietigd wordt, des te ijler, of minder
+tegenstand biedende, de overgeblevene stoom zal zijn ten nutte van het
+vermogen der machine; de hoeveelheid van dit koel- of injectiewater
+wordt met behulp van gezegde kraan, door den bestuurder der machine ten
+beste geregeld. Houdt hij de kraan te veel gesloten dan zal het ijdel in
+den condensor onvoldoende wezen, waardoor de machine vermogen verliest;
+is daarentegen die kraan te veel geopend, dan zal de ledigende
+luchtpompzuiger overbodig water moeten opbrengen, terwijl de condensor
+ruimte tevens verkleint, hetgeen beiden het vermogen van de machine
+benadeelt; het aldus als het ware ingespoten water ontwikkelt lucht, die
+door de luchtpomp, ook met het water, dat de verdikte stoom heeft
+opgeleverd, moet worden uitgevoerd. In stoomwerktuigen van lagen druk
+van dubbele werking, dat zijn de zoodanigen, waarin de stoom boven en
+onder den zuiger drukt, en welke wij hoofdzakelijk tot onderwerp hebben
+gekozen, bedraagt de hoeveelheid injectiewater, wanneer dit de
+temperatuur van 62 graden bezit, gemiddeld, 29 malen het gewigt
+ketelvoeding water, zoodat dit, naar dien grondslag, evenredig is aan de
+hoeveelheid stoom, welke in den cilinder vloeit; zoo is in ons voorbeeld
+van &sect; 75, betrekkelijk stoom van lagen druk, met eenen stoomcilinder
+welke 57 Ned. duim tot middellijn heeft, en eenen zuigerslag van 1.14
+Ned. el, die 26 dubbele zuigerslagen per minuut volbrengt, alsmede met
+afsluiting van stoomtoevloeijng op drie vierde gedeelte van den
+zuigerslag, de vereischte hoeveelheid voeding water per uur 539 Ned.
+ponden, bij gevolg het noodige injectiewater gemiddeld 539 maal 29 of
+15631 Ned. ponden; daar nu zoodanige maten, blijkens &sect; 49. passen voor
+een stoomwerktuig van lagendruk van 17-7/10 nominale paardenkrachten,
+zoo volgt, dat hier per nominale paardenkracht, gemiddeld eene
+hoeveelheid van 883 Ned. ponden injectiewater in een uur tijds noodig
+is; is het water kouder dan wordt er minder vereischt. Wanneer de
+temperatuur van het injectiewater 5 graden lager dan 62 graden is, dan
+zal men ongeveer 26 malen het gewigt des stooms behoeven, is de
+temperatuur daarentegen 5 graden hooger, dan zal nagenoeg 33 malen dat
+gewigt aan injectiewater noodig wezen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h78" id="h78"></a>&sect; 78.</h2>
+
+
+<p>Gelijk men ziet, maakt het injectiewater nog al eene belangrijke
+hoeveelheid uit, terwijl gesteld moet worden, dat een stoomwerktuig van
+lagen druk zonder dat niet kan werken. In stoomvaartuigen wordt dat
+water zeer gemakkelijk verkregen, om rede het werktuig zeer nabij van
+hetzelve is omgeven: door eene opening in het onder water gedompelde
+deel van het vaartuig vloeit dat water, door eene pijp of buis, naar de
+injectiekraan en alzoo in den condensor; die invloeijing wordt behalve
+dat zeer bevorderd door den druk des dampkrings op het omringende
+buitenwater, en ook nog door de drukkende waterhoogte, die voortvloeit
+uit den lageren stand van de injectiekraan tegen den condensor onder den
+waterspiegel, terwijl binnen den condensor slechts geringe spanning of
+tegendruk bestaat. Zij eens voorondersteld dat bij eene goede werking
+van de machine, uiterlijk 7 Ned. looden tegendruk per vierkante Ned.
+duim in den condensor heerscht, en dat de injectiekraan aan den
+condensor 7 palmen onder den waterspiegel ligt, dan zal (daar men
+stellen moet, dat elke palm waterhoogte, volgens &sect; 8, voor een lood druk
+geldt) de tegendruk in den condensor, juist door den druk der
+waterhoogte welke boven de injectiekraan bestaat, worden opgewogen.
+Waaruit dan volgt, dat het injectiewater onder den invloed van den
+geheelen druk des dampkrings (103.3 looden per vierkante duim) in den
+condensor zal stroomen.</p>
+
+<p>Bij de op het land geplaatste machinen is in vele gevallen de
+watervoorraad, waarvan men dat voor de injectie moet trekken, verder
+verwijderd, en kan dus zoo dadelijk niet in den condensor stroomen, of
+daarin als het ware opgezogen worden; waarom men dan eene koud waterpomp
+noodig heeft, welke het vereischte injectiewater bij de injectiekraan
+voert. Over het algemeen wordt alsdan door die pomp eene ruim voldoende
+hoeveelheid water in eenen bak gestort, welke den condensor met de
+luchtpomp te zamen bevat, gelijk in &sect; 39 met figuur 10 aangetoond is,
+terwijl het overvloedige door de overlooppijp zich ontlast.</p>
+
+<p>In bergachtige landstreken alwaar het dus noodige water veelal hoog moet
+worden opgevoerd, kost de koud waterpomp, door de machine in werking
+gebragt, een niet gering vermogen, en doet bij gevolg, het effectief
+vermogen der machine belangrijk te kort; waarom men in die gevallen
+dikwijls de voorkeur geeft, aan machinen van zoogenaamde middelbare of
+hooge drukking, die zonder injectie-water kunnen werken; ter zijde
+gesteld die gevallen, waarin de aanvoer van het altijd onontbeerlijke
+water voor de voeding des ketels op zich zelven reeds zeer moeijelijk
+is.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h79" id="h79"></a>&sect; 79.</h2>
+
+
+<p>Men kan den uit den stoomcilinder in den condensor vloeijenden
+stoom ook nog verdikken of in water doen overgaan, door denzelven in
+aanraking te brengen met verkoelde oppervlakten; maar daar die
+oppervlakten weder door koud water koel gehouden moeten worden, zoo
+heeft men daarvoor meer water noodig, dan door dadelijke aanraking van
+het koude water met den stoom zelven, en wanneer het daarvoor dienende
+water van eene afgelegene plaats moet getrokken worden, dan gaat hier
+weder een gedeelte nuttig vermogen te meer aan verloren; maar dusdanige
+wijze van condenseren levert te dien aanzien minder bezwaar op bij
+stoomvaartuigen, dewijl de koelende vloeistof daar rondom aanwezig is,
+en weinig vermogen ter aan- en afvoer behoeft te kosten; de stoom op die
+wijze condenserende, geschiedt met oogmerk, om het daarvan herkomstige
+water afgescheiden te houden, ten einde alleen daarmede den ketel te
+voeden.</p>
+
+<p>Daar gecondenseerde stoom zuiver water moet zijn, zoo zoude men
+oppervlakkig denken, dat de voeding eens ketels met dat water de
+voorkeur verdient boven de gewone wijze, waarbij het stoomwater met het
+injectiewater vermengd daartoe moet dienen; want het injectiewater is
+veelal niet zuiver te verkrijgen, en in vele gevallen wordt daarvoor
+zeewater gebezigd, hetwelk na uitdamping vreemde stoffen of zouten
+achterlaat, die zich binnen den ketel vasthechten, of daarin
+nederploffen, en een aanzetsel of zoogenaamd sediment vormen, dat de
+snelle verwarming door het vuur, zeer verhindert, en dat zelfs voor de
+ketelplaten, die direkt met het vuur in aanraking zijn, kan verderfelijk
+wezen: uitwerkingen, welke niet zouden plaats hebben, in geval men den
+ketel aanvankelijk met zuiver water vulde, en vervolgens daarmede
+aanhoudend bleef voeden. Tot heden echter heeft de ketelvoeding met het
+water, dat condenserende stoom in stoomwerktuigen oplevert, nog geene
+geheel voldoende uitkomsten geschonken, en zulks, omdat het alzoo van
+den stoom herkomstige water ook de olie- of vetdeelen met zich voert,
+die in de machine ter verzachting der wrijving hebben gediend, welke
+zich dan binnen den ketel sterk vasthechten, en langs dien weg ook de
+overgang der hitte van het vuur door de ketelplaten zeer hinderen;
+behalve dat worden de verkoelende oppervlakten binnen den condensor mede
+met die vuile vetstof bezet, ten nadeele der noodige snelle verkoeling.
+Een en ander is dan oorzaak, dat soortgelijk condenseren voor
+ketelvoeding geenszins algemeen gevolgd wordt, en hoewel verschillende
+inrigtingen tot dat einde bestaan, men zich liever voor het
+tegenwoordige, nog bij de gewone manier houdt, zorg dragende, dat de
+ketel niet alleen op geschikte tijden van het gewone minder vastgehechte
+aanzetsel wordt gezuiverd, maar ook, dat men gedurende de werking
+(voornamelijk wanneer zeewater voor injectiewater wordt gebezigd) eenig
+water uit den ketel, door eene spuikraan in deszelfs bodem, doet
+wegvloeijen, opdat zich zoo min mogelijk sediment vasthechte, en nimmer
+sediment nederploffe. Het ketelwater door zoodanige spuikraan
+noodzakelijk verminderende, moet dan natuurlijk, door middel der
+voedingpomp met versch water, (zoo veel mogelijk verwarmd) buitengewoon
+worden aangevuld; voor die buitengewone spuijing en evenmatige
+aanvulling heeft men ook eenige werktuigelijke middelen bedacht, die
+meer of min voldoen, doch die hier geene plaats ter beschrijving kunnen
+vinden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h80" id="h80"></a>&sect; 80.</h2>
+
+
+<p>Met stoomrijtuigen ontvliedt de gediend hebbende stoom door den
+schoorsteen in de opene lucht, zoo dat men daarvan geen water trekt, om
+voor de voeding des ketels te dienen. De eens met zuiver water gevulde
+ketel wordt met zuiver water gevoed, waarvan de mede gevoerd wordende
+pleegwagen eenen genoegzamen voorraad bevat, en die, naargelang de
+uitgestrektheid der togten, van tijd tot tijd daarvan wordt voorzien.
+Voor die soort van ketels, die van geene groote uitgebreidheid zijn, is
+het van het grootste belang te allen tijden zuiver water te bezigen,
+omdat hetzelve daar in enge plaatsen en om digt aaneengelegene buizen of
+pijpen verwarmd wordt, waardoor men geene reiniging, van aanzetsel of
+sediment, dat op den ketel nadeelig werkt en de snelle stoomontwikkeling
+zoo zeer verhindert, behoorlijk kan bewerkstelligen. Daar en boven kookt
+onzuiver water zeer ligt op en over, hetgeen ook, voor deze soort van
+werktuigen, in het bijzonder nadeelige gevolgen kan hebben; en schoon
+men zuiver water voor de voeding dezer ketels bezigt, moet op die
+waterspuwing of zoogenaamde pruiming, niet te min de bijzondere aandacht
+van den bestuurder gevestigd blijven, omdat zulks niettegenstaande vele
+voorzorgen dikwijls gebeurt.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h81" id="h81"></a>&sect; 81.</h2>
+
+
+<p>Water, dat zout opgelost houdt, zoo als zeewater, eischt eenige
+meerdere warmte dan zuiver water, om aan het koken te geraken; hooger
+hebben wij de temperatuur opgegeven (zie &sect;&sect; 51 en 53) welke water, in
+stoom veranderd, bij gemiddelden stand des barometers teekent; deze
+temperatuur geldt voor zuiver water, ook in de stoomwerktuigelijke
+praktijk voor rivier- en gewoon wel- of bronwater; gewoon zeewater heeft
+om te koken 1-1/5 graad hooger temperatuur noodig, en bevat &eacute;&eacute;n
+drieendertigste van deszelfs gewigt aan zout; kokende, verstoomt daarvan
+het zuivere water, terwijl het zout in het overige kokende zeewater
+achter blijft, en dus allengs zouter wordt, tot dat eindelijk al het
+zuivere water in stoom is overgegaan, en &eacute;&eacute;n drie&euml;ndertigste van het
+gebezigde gewigt zeewater, aan zout in den ketel overblijft; hoe meer
+dit water van dat zout bevat, des te hooger deszelfs kooktemperatuur zal
+zijn, derwijze, dat voor elk drieendertigste deel vermeerdering in zout,
+het kooktemperatuur 1-1/5 graad zal stijgen; <span title="Was: en" style="border-bottom: 1px red dotted;">kan</span> ongeveer 12
+drieendertigste deelen van dat zout opgelost houden, waaruit volgt: dat
+wanneer van het zeewater 21 drie&euml;ndertigste deelen, of 7/11 deelen
+verstoomd zijn, zich zout zal beginnen te vormen.</p>
+
+<p>Hier uit blijkt, dat bij aldien men zeewater voor de vulling en voeding
+van eenen stoomketel gebruikt, men een weinig meer brandstof zal
+behoeven, en des te meer, hoe meer zoutdeelen dat water bevat; ook dat
+men ter bezuiniging van brandstof, zorg moet dragen, om door middel van
+tijdige spuijing en weder aanvulling met versch water dat zoute te
+verslappen. Daarenboven moet men in het belang van den duur des ketels
+en ter voorkoming van nog grootere consumptie brandstoffen, het nimmer
+zoo verre laten komen, dat zich zout door overmaat afscheide of sediment
+nederploffe, eene nederploffing, welke reeds voor dat het verzadigend
+gewigt van 4/11 zout in het kokende water bestaat, zal plaats grijpen,
+dewijl het zeezout uit verschillende, op elkander werkende,
+bestanddeelen is zamengesteld.</p>
+
+<p>Geene te grootte oplettendheid kan men in dit opzigt aan zee-stoomketels
+wijden, om welke reden dan ook onderscheidene middelen zijn bedacht,
+welke de graad van zoutheid van het ketelwater te kennen geven, doch
+waarvan geene verklaring in dit voorgenomen beknopte werkje kan gegeven
+worden: meermalen is het gebeurd, dat door onoplettendheid ten dezen,
+goede en kostbare stoomketels onbruikbaar werden.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h82" id="h82"></a>&sect; 82.</h2>
+
+
+<p>In de voorgaande &sect;, de verzadiging van water door zout
+voorkomende, zoo is het mede voegzaam te verklaren, wat men door
+verzadigden stoom in een werktuig verstaat. Door verzadigden stoom
+verstaat men zoodanigen, welke overeenkomstig deszelfs temperatuur de
+grootste hoeveelheid water bevat. Om dit duidelijker te maken, stelle
+men zich eene beslotene ruimte voor, die eene kubieke el groot is, welke
+stoom bevat in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk,
+op de hem eigene temperatuur van 212 graden, zoodanigen stoom noemt men
+verzadigd; maar wanneer men die afgeslotene volume stoom eenige graden
+verwarmt, dan zal die zelfde kubieke el stoom niet meer verzadigd wezen,
+want in die zelfde ruimte zoude nog meer water, door die vermeerdering
+van warmte in stoom kunnen overgaan; gezegde volume stoom vergroot dan,
+bij gebrek aan water, alleen in spanning, even gelijk de gewone
+dampkringslucht, binnen eene beslotene ruimte, in veerkracht of spanning
+door gelijke verwarming zoude winnen, volgens eenen zelfden regel van
+uitzetting.</p>
+
+<p>Door naauwkeurige proeven heeft men bevonden, dat de dampkringslucht met
+elke graad vermeerdering in temperatuur, tusschen 32 en 212 graden, zich
+weinig meer dan 2/1000 van derzelver eerste volume uitzet, welke regel
+voor stoom, met geen water in aanraking, dezelfde is. Dit vergelijkende
+met hetgeen hooger op gegeven staat, wegens de temperatuur van den stoom
+(altijd in gemeenschap met water gedacht) en deszelfs overeenkomstige
+spanning, zoo zal men ontwaren, dat de uitzetting van lucht door warmte
+(dat is van drooge lucht) vrij wat verschil hierin oplevert; zoo dat
+stoom, welke in gemeenschap met water, in temperatuur rijst, in spanning
+of veerkracht veel meer aanwint, dan wanneer die rijzing in temperatuur
+buiten gemeenschap met water plaats vindt; zoodanige oververwarmde of
+met water oververzadigde stoom, zoude in een stoomwerktuig meer nadeelig
+dan nuttig zijn.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h83" id="h83"></a>&sect; 83.</h2>
+
+
+<p>Daar het doel met dit werkje is, om de hoofdzakelijke gronden en
+daarop steunende inrigtingen van het stoomwerktuig, op eene duidelijke
+en korte wijze te verklaren, zoo hebben wij, met behoud van het goede
+dienaangaande eener vorige uitgave, ons vooral ook moeten beperken bij
+de verklaring van het gewone stationaire stoomwerktuig van lagen druk.
+Vele andere wijze van toerigting, schikking en vorm van deelen bestaan
+er daarom, welke wij niet speciaal hebben kunnen behandelen. Wanneer men
+uit de vele soorten van stoommachinen eene kiezen moest, om tot leidraad
+ter verklaring van anderen te dienen, dan zoude inderdaad geene betere
+keuze dan deze kunnen geschieden, zijnde het beste voor uiteenzetting en
+opheldering van beginselen geschikt. Om nogtans eene eigenaardige
+inrigting van het stoomwerktuig met de daarvoor meest vertrouwde
+zamenstelling ter oefening van begrip te geven, zoo is aan het einde
+dezer bladzijden eene afbeelding van een stoomwerktuig met ketel van
+lage drukking gevoegd, waarmede <span title="Was: gewoonlijk" style="border-bottom: 1px red dotted;">sommige</span> stoomvaartuigen voorzien zijn,
+met de noodige aanwijzing ter verklaring. De geheele bevatting daarvan
+zal niet moeijelijk vallen voor hem, welke de boven behandelde gronden
+wel heeft verstaan.</p>
+
+<p>Met de beschouwing van die figuren, zich de verklaring der gronden
+herinnerende, zal men na weinige overweging de overtuiging bekomen, dat
+de schikking der hoofddeelen van een stoomwerktuig voor vele verandering
+vatbaar is; zoo kan bijvoorbeeld de dienst, welke eene enkele boven de
+machine gelegene balans doet, verrigt worden door twee balansen, welke
+benedenwaarts ter wederzijden van de machine liggen, gelijk uit deze
+afbeelding van eene stoombootmachine te zien is; ook behoeft de
+condensor met de luchtpomp niet altijd in eenen gevulden waterbak
+gesteld te zijn, terwijl het injectiewater door eene pijp in den
+condensor kan worden gebragt; vervolgens zal men ook inzien, dat het
+geen vereischte is, om door tusschenkomst van balansen de kruk van eene
+hoofdas te doen omwentelen, maar dat de stoomzuiger, zonder dien, met
+zulk eene kruk op eene boven of onder gelegene hoofdas te verbinden is;
+zelfs kan men liggende of hellende stoomcilinders, in diervoege met de
+hoofdaskruk verbonden, aanwenden; of ook op sterke assen heen en weder
+slingerende stoomcilinders, waar van de zuigerstang-einden de rondgaande
+beweging der hoofdaskrukken direkt volgen; men is ook niet gehouden, om
+eenen enkelen stoomcilinder te gebruiken: de aanwending van twee of meer
+cilinders kan soms geschikt voorkomen; onder anderen heeft men
+stoomwerktuigen met twee stoomcilinders van verschillende grootte,
+voorzien van stoomketels voor zoogenaamden middelbaren of hoogen
+stoomdruk, waaruit hoog gespannen stoom eerstelijk in den kleinen
+cilinder vloeit en daarin zonder ontspanning werkt, vervolgens daaruit
+in eenen grooten cilinder stroomt, en in dezen laatsten ontspannende,
+beide zuigers gelijktijdig doet op- en neder bewegen.</p>
+
+<p>Onder de vele soorten van stoomwerktuigen treft men wel eens zoogenaamde
+rotative machinen aan, waarin de rondgaande beweging dadelijk, dat is
+zonder tusschenkomst van eenen heen en weder gaanden stoomzuiger plaats
+vindt. Deze bestaan uit eenen hollen ronden ring of uit eene soort van
+ronden trommel, waarbinnen een vleugel doorgaande rondgevoerd wordt (bij
+wijze van digt sluitenden zuiger) door den druk van meer of minder
+gespannen stoom; deze machinen zijn zeer eenvoudig en beslaan weinig
+ruimte, doch tot heden hebben dezelve nog niet kunnen voldoen, de
+oorzaak daarvan is niet gelegen in onjuiste grondbeginselen, maar alleen
+in het moeijelijke, dat voor als nog als onverwinbaar te beschouwen is,
+om daaraan eene goede duurzaamheid, of bestendig goede werking te geven.</p>
+
+<p>Onder de deelen van een stoomwerktuig, welke voor onderscheidene
+wijzingen vatbaar zijn, behoort in het bijzonder de zoogenaamde
+stoomschuif, die de geheele beweging van het werktuig regelt, gelijk wij
+in &sect; 38 hebben aangetoond. Dat regelend deel bestaat vrij algemeen uit
+eene enkele lange schuif, die de beide stoomdoortogten dekken kan, in
+werktuigen van lagen druk doorgaande hol en open, om doortogt van den op
+den zuiger gediend hebbenden stoom naar den condensor te geven, waarvan
+de afbeelding van de stoombootmachine een voorbeeld levert; in die
+zelfde soort van werktuigen treft men ook wel stoomschuiven aan, die in
+twee deelen gescheiden zijn, waarbij dan den gediend hebbenden stoom,
+van wederzijden des zuigers, langs de uiterste einden der dus
+zamengestelde stoomschuif, eenen bijzonderen weg naar den condensor
+gegeven wordt; dusdanige aaneengekoppelde stoomschuifdeelen zijn dan, of
+afgekorte digte lange stoomschuiven, of hebben den vorm van zuigers;
+voor dat zelfde einde gebruikt men ook doosvormige schuiven, welke door
+den druk des stooms aansluiten, en geene aandringende pakking behoeven,
+in sommige stoomwerktuigen worden kranen of valkleppen ter regeling van
+de toelating des stooms in den cilinder gebezigd; in werktuigen, die met
+hooger gespannen stoom werken, gebruikt men tot datzelfde einde, en bij
+voorkeur, lange of korte schuiven, welke geene pakking behoeven, dat is,
+die zich zelven door den druk van den stoom aansluiten. Ter vermijding
+van pakking in hennep of vlas bezigt men ook uit- en inveerende metalen
+of ijzeren ringen, welke wijze van sluiting ook meermalen voor
+stoomzuigers gebruikt wordt. Daar de vorm en regeling van beweging der
+stoomschuif een uiterst belangrijk onderwerp is, zoo hebben vele
+deskundigen aanhoudend daarin naar verbetering getracht.</p>
+
+<p>De noodzakelijke regtlijnige leiding des stoomzuigers, is ook door
+andere middelen, als door het veel te wijzigen toestel der zoogenaamde
+evenwijdige of parallelle beweging (gelijk in &sect; 41 uiteengezet is) te
+verkrijgen; zoo ziet men die leiding ook wel uitgevoerd door eenvoudig
+den top der stoomzuigerstang in een, ter wederzijden gelegen, regtlijnig
+raamwerk te doen rollen of schuiven, waardoor aan den eisch dier leiding
+juist voldaan wordt.</p>
+
+<p>Groote verschillen van zamenstelling en inrigting vindt men in
+stoomketels, alles met oogmerk, om met weinige brandstoffen veel stoom
+te leveren, want de kosten aan brandstof, is eigenlijk de prijs van het
+vermogen, dat het werktuig uitoefent. Een goede ketel behoort bovendien
+zoo duurzaam mogelijk te zijn, op dat dezelve niet na een kort
+tijdsverloop onbruikbaar gerake: gezamentlijke redenen, waarom men
+onophoudelijk nog naar verbeterde constructie van stoomketels zoekt.</p>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+
+<h2><a name="h84" id="h84"></a>&sect; 84.</h2>
+
+
+<p>Om den Lezer met de historie van de opkomst en den voortgang in
+verbetering van het stoomwerktuig kort en zakelijk bekend te maken, zal
+de vermelding van de meest belangrijke uitvindingen en verbeteringen,
+naar volgorde van tijd gerangschikt, het best geschikt wezen.</p>
+
+<p>De kennis der stoomkracht dagteekent van zeer vroegen tijd, want van
+zekeren Hero, die ongeveer 120 jaren voor de christelijke jaartelling
+leefde, vindt men reeds zamenstellen beschreven, die daarvan tot bewijs
+strekken. Dan het schijnt, dat in die vroege tijden het vermogen van den
+stoom minder, of in het geheel niet, tot nuttige einden is gebezigd
+geworden, maar veeleer om de hoofdleiders van het bijgeloof behulpzaam
+te zijn, in het onderworpen houden van het ligt geloovige volk, door
+voorgewende wonderen daarmede te verrigten. Eene reeks van eeuwen zijn
+vervolgens verloopen, waarvan men berigten betreffende toepassing van
+stoomkracht mist, maar uit welks gemis met geene zekerheid besloten kan
+worden, of de beoefening en de aanwending der stoomkracht gedurende dat
+tijdsverloop niet gevorderd is, hoewel het als zeker moet gehouden
+worden, dat de ouden daarvan meer wisten, dan ons tot heden van hen is
+bekend geraakt.</p>
+
+<p>Van niet vroeger dan 1543 weet men, uit spaansche archieven, dat in dat
+jaar Blasco de Garray in de haven van <i>Barcelona</i> proeven met een
+vaartuig heeft genomen, om hetzelve zonder zeilen of riemen door het
+water te bewegen; van het daartoe gebezigde middel staat alleen vermeld,
+dat het vaartuig eenen grooten ketel met kokend water bevatte, en
+uitwendig met beweegbare raderen was voorzien; dit kan dus welligt het
+eerste stoomvaartuig geweest zijn, doch waarvan men verder niet veel
+bijzonders weet.</p>
+
+<p>Het was den Italiaanschen Ingenieur Giovanni Branca, die in 1629 eene
+afbeelding met beschrijving leverde, hoe snel uitstroomende stoom een
+wiel, met vleugels voorzien, kan doen omdraaijen en kracht uitoefenen,
+om er een of ander werk mede te verrigten; v&oacute;&oacute;r hem had Cardan ook
+daarvan gewag gemaakt, en de Caus, hoe men water door stoom kan
+opvoeren.</p>
+
+<p>In 1663 gaf Edward Somerset, <i>Marquis van Worcester</i>, een werk in het
+licht, hetwelk een honderdtal korte en zeer oppervlakkige beschrijvingen
+van even zoo vele uitvindingen bevat, en waaronder eene voorkomt, waarin
+hij zegt uitgevonden te hebben, om op eene wonderlijke en
+allerkrachtdadigste wijze, water door vuur op te voeren, en wel met
+geslotene sterke vaten, die beurtelings, door het vuur, van water
+geledigd worden: de <i>Marquis</i> moet op die gronden ook een werktuig
+hebben doen oprigten, dat inderdaad verwondering baarde.</p>
+
+<p>Omstreeks 1685 hield de Franschman Denis Papin, zich met plannen bezig,
+om de kracht van den stoom nuttig aan te wenden. Het eerste denkbeeld,
+om den stoom in eenen cilinder tegen eenen daarin passenden zuiger te
+doen drukken, schijnt men aan hem verschuldigd te zijn, als ook de
+veiligheidsklep voor stoomketels, en de eigenschap dat de stoom te
+condenseren is. Papin met zijne onderzoekingen voortgaande, werkte
+daarin ten laatsten nagenoeg gelijktijdig met Thomas Savery in Engeland,
+die aldaar gelukkiger was, want in 1698 verkreeg Savery een patent of
+octrooi, op eene door hem uitgedachte zoogenaamde vuur-machine, voor
+opvoering van water geschikt.</p>
+
+<p>Thomas Newcomen met John Cawley waren te <i>Dartmouth</i> weder volgende
+verbeteraars; deze gaven het stoomwerktuig of de zoogenaamde
+vuur-machine eenen cilinder met zuiger, onder dien zuiger werd,
+rijzende, stoom in den cilinder gelaten, en vervolgens gecondenseerd,
+waardoor de zuiger met een vermogen aan den dampkringsdruk gelijk weder
+daalde; dit condenseren van den sloom geschiedde aanvankelijk door
+uitwendige verkoeling van den cilinder, doch later op eene eenvoudiger
+wijze, dat is: door inspuiting van koud water binnen den cilinder
+zelven;&mdash;dewijl Savery vroeger een octrooi voor het condenseren van
+stoom door verkoeling verkregen had, zoo werd hij in 1705 met Newcomen
+en Cawley, deelgenoot in een nieuw octrooi;&mdash;in den beginne moesten in
+deze werktuigen, door eenen persoon, op de juiste tijdstippen de kranen
+of kleppen, die voor toelating en afsluiting van stoom en ter
+invloeijing van het condenserend injectie-water dienen, met de hand
+worden bewogen; de overlevering wil, dat een daarmede belaste jongeling,
+Humphrey Potter genaamd, die eentoonige bewerking moede, bedacht, om die
+kranen in verbinding te brengen met den op en neder bewegende hefbalk of
+balans, hetgeen later verbeterd werd, waardoor alzoo de machine zelve de
+toelating van stoom en water regelde op eene veel betere wijze, dan met
+de hand kan worden verrigt.</p>
+
+<p>Zoodanige vuurmachinen of stoomwerktuigen, later nog verbeterd door
+Henry Brighton en vervolgens door John Smeaton, en die men
+Athmospherische noemt, zijn vervolgens veel in gebruik gekomen,
+hoofdzakelijk voor het oppompen van water. De stoom, welke daarin
+werkte, ging in spanning den druk des dampkrings maar weinig te boven.
+In 1720 gaf de Duitscher Leupold eene eenvoudige zamenstelling aan de
+hand, om den meer vermogenden stoom van hoogeren druk aan te wenden.</p>
+
+<p>In 1736 verkreeg Jonathan Hulls, in Engeland, een octrooi op eene door
+hem uitgevondene machine, die door stoom zou bewogen worden, om
+vaartuigen uit en in havens of rivieren te voeren, tegen wind en stroom
+of in kalmte; doch hij ondervond, hoewel hij daarvan eene beschrijving
+in het licht gaf, weinige aanmoediging; daar hij voorstelde, om door
+middel van eenen op- en nedergaanden stoomzuiger, voortstuwende
+ronddraaijende vleugelwielen of raderen te bezigen, zoo deed hij zien,
+hoe van heen en wedergaande beweging tot zijn oogmerk partij te trekken
+was.</p>
+
+<p>Omstreeks 1750 begon het Athmospherische stoomwerktuig meer en meer voor
+algemeene beweegkracht gebruikt te worden, en zich verspreidende, in
+plaats van de gewone water- en paarden- of rosmolens te komen, hoewel
+het werken daarmede toen kostbaarder was dan het gebruik van paarden,
+alleen voordeeliger op plaatsen, alwaar de brandstof weinig geld kost,
+zoo als in de nabijheid van kolenmijnen; de verwisseling dezer
+werktuigen voor paarden gaf aanleiding, dat men het vermogen eens
+stoomwerktuigs, met zoogenaamde paardenkrachten vergeleek.</p>
+
+<p>In 1757 stelde Keane Fitzgerald voor, om ter regeling van eene
+rondgaande beweging, door eene heen- en wedergaande verkregen, het
+vliegwiel te bezigen.</p>
+
+<p>James Brindley werd in 1759 geoctrooijeerd, voor het verwarmen van
+stoom-leverend water, door middel van een geheel met water omringd
+fornuis, in eenen beslotenen houten of steenen bak.</p>
+
+<p>Weinig tijds daarna ving de Engelschman James Watt zijne onderzoekingen
+aan ter verbetering van stoomwerktuigen; hij verkreeg, in 1769 een
+octrooi, dat zeer belangrijke zaken inhield: 1^e om den stoom in den
+stoom-cilinder zoo min mogelijk van deszelfs warmte te doen verliezen;
+2^e om den stoom, niet in den cilinder, maar in een afgezonderd vat,
+daar buiten, te condenseren; 3^e om het aldus gecondenseerde water en de
+mede ontwikkelde lucht, door middel van pomptuig uit den condensor te
+trekken; 4^e om den stoom slechts voor een gedeelte in den cilinder te
+laten, en verder zich daar binnen te laten ontspannen; 5^e om wanneer
+direkte rondgaande beweging verlangd werd, den stoom te doen werken
+tusschen gewigten, welken in eenen hollen cirkelronden ring of band,
+sluitend beweegbaar zijn, en kleppen passeren, in zoodanige manier, dat
+die ring of band daardoor op eene horizontale as ronddraait, het zij met
+of zonder stoom condensatie; 6^e om eene machine te doen werken, door
+beurtelingsche inkrimping en uitzetting van stoom; en 7^e in plaats van
+water, olie, was en dergelijke vette stoffen, kwik of andere metalen in
+vloeibaren staat, te bezigen voor het digt houden van zuigers en andere
+deelen. Groote verbetering van het stoomwerktuig was daarvan het gevolg.</p>
+
+<p>In Frankrijk deed P&eacute;rier in 1775 mislukte proeven op de rivier de
+<i>Seine</i>, om een vaartuig door middel van stoomkracht voort te stuwen.</p>
+
+<p>James Watt vond in 1776 den zoogenaamden tubulairen condensor uit, dat
+is: een' zoodanigen, waar binnen de stoom in enge, uitwendig verkoelde,
+pijpen gecondenseerd wordt.</p>
+
+<p>Aan James Pickard te <i>Birmingham</i> werd in 1780 octrooi verleend, voor de
+aanwending van het vliegwiel met aanverbondene kruk; dienende, om op
+eene aller eenvoudigste wijze, de heen- en wedergaande beweging eens
+stoomzuigers in eene regelmatige omwentelende of ronddraaijende te
+veranderen; James Watt bedacht tot dat zelfde einde, welligt ter
+vermijding van dit uitsluitend regt, onder anderen, de zoogenaamde zon-
+en planeet raderen, waardoor het vliegwiel met dubbele snelheid door de
+drijfstang wordt omgevoerd.</p>
+
+<p>In 1781 en 82 werden aan James Watt nog andere octrooijen verleend,
+waaronder bovenal de uitvinding uitmunt, om den stoom beurtelings ter
+wederzijden van een' zelfden zuiger te doen drukken; eene uitvinding,
+welke gepaard aan zijne vroegere, om den stoom buiten den cilinder te
+condenseren, van het grootste nut is geworden, door het stoomwerktuig de
+eigenschap te geven, om het vermogen van tweemaal zoo veel stoom in
+denzelfden tijd nuttig te doen werken.</p>
+
+<p>Jonathan Hornblower verwierf in 1781 een octrooi op de uitvinding, om
+stoom van hoogen druk eerst in een kleinen en daarna in eenen grooten
+cilinder ontspannende gecombineerd te doen werken.</p>
+
+<p>In 1782 was het de <i>Marquis</i> de Jouffroy, die eene stoomboot
+zamenstelde, welke op de rivier <i>Saone</i> nabij <i>Lyon</i> ongeveer vijftien
+maanden in werking is geweest.</p>
+
+<p>Onder de geoctrooijeerde uitvindingen van James Watt was in 1784 het,
+door hem uitgedachte, toestel der zoo genaamde evenwijdige of parallelle
+beweging begrepen; deze en andere opvolgende uitvindingen van James Watt
+in het stoomwerktuigelijke, zijn over het algemeen zeer verdienstelijk
+geweest en hebben een uitmuntend gevolg gehad; zoo dat hij te regt als
+een der grootste verbeteraars kan aangemerkt worden. Om de fabrijkmatige
+uitvoering zijner machinen te bevorderen, vereenigde hij zich met
+Boulton, welken met de daarvoor vereischte middelen eenen gewenschten
+invloed en daarbij doorzigt bezat, zoodat de fabrijk van Boulton, Watt &amp;
+Comp. te <i>Soho</i>, zeer vele goede stoomwerktuigen heeft opgeleverd.</p>
+
+<p>In Amerika stelde Fitch in 1787 eene stoomboot op de rivier <i>Delaware</i>
+te werk, welke niet bleef voldoen; ook in dat zelfde jaar werkte Rumsey
+aldaar eene stoomboot af, die, door voor ingezogen en achter uitgeperst
+water, moest werken, doch die mislukte.</p>
+
+<p>In 1788 en 89 deed Patrick Miller met eene stoomboot op het <i>Forth-</i> en
+<i>Clide</i> kanaal in Schotland proeven, waaraan geen verder gevolg werd
+gegeven.</p>
+
+<p>Bramah en Dickinson ontvingen in 1790 octrooi op een zoogenaamd rotatief
+stoomwerktuig, en in 1791 Sadler op een dergelijk, doch welke buiten
+gebruik zijn gebleven, even als dit met de daartoe betrekkelijke
+vroegere uitvindingen van James Watt het geval is.</p>
+
+<p>Aan Edmund Cartwright te <i>Middlesex</i> werd in 1797 onder anderen octrooi
+verleend, om stoomwerktuigen, voor stoom van spiritus of alcohol bekwaam
+te maken, waardoor veel brandstoffen zouden worden ge&euml;conomiseerd.</p>
+
+<p>In 1798 werd in Amerika aan Livingston octrooi gegeven, om door middel
+van stoomkracht, vaartuigen voort te stuwen, doch dat aanvankelijk geen
+gevolg opleverde.</p>
+
+<p>Mathew Murray beweerde in 1799, dat het bezigen van horizontale of
+liggende stoomcilinders voordeel zoude aanbrengen.</p>
+
+<p>Een octrooi van 1801 verzekerden aan Joseph Bramah het uitsluitend
+gebruik van zoogenaamde vierwegkranen in stoomwerktuigen.</p>
+
+<p>Ten jare 1802 voleindigde William Symington eene sleepstoomboot, die met
+ijsbrekende werktuigen zoude voorzien zijn; tenzelfden tijde
+vervaardigde Richard Trevethick en Alexander <span title="Was: Vuvian" style="border-bottom: 1px red dotted;">Vivian</span> in Engeland een
+stoomwerktuig van hooge drukking, dat beknopt, vervoerbaar en voor
+stoomrijtuigen geschikt zoude zijn.</p>
+
+<p>In 1803 erlangde Arthur Woolf een octrooi voor zoogenaamde tubulaire
+stoomketels, dat zijn de zoodanige, waarin het vlammende gaz uit het
+vuur door enge pijpen stroomt, en alzoo het water verwarmt. In dat
+zelfde jaar heeft Fulton, onder aanmoediging van Livingston, op de
+rivier de <i>Seine</i> nabij <i>Parijs</i>, proeven genomen met eene door hem
+zamengestelde stoomboot, waaruit de mogelijkheid, om stoomkracht op
+vaartuigen nuttig toe te passen, bleek.</p>
+
+<p>Omstreeks 1804 begon Olivier Evans zich in Amerika bezig te houden met
+het vervaardigen van stoomwerktuigen van hoogen druk. In 1805 deden
+Trevethick en Vivian in Engeland, op eenen spoorweg te <i>Merthyr Tydvil</i>,
+vrij voldoende proeven met een stoomrijtuig, dat eenen liggenden
+stoomcilinder bezat.</p>
+
+<p>In 1807 bragt Fulton het eerste welgeslaagde stoomvaartuig te <i>Newyork</i>
+in Amerika in werking, hetwelk naar zijne plannen met machinen voorzien
+was, die in de Engelsche fabrijk van Boulton, Watt &amp; Comp. vervaardigd
+waren.</p>
+
+<p>Blinkensop bekwam in 1811 een octrooi, om de wielen van stoomrijtuigen
+en de sporen waarover dezelve rollen, met in elkander werkende tanden te
+voorzien, ten einde het vermeend doorglijden te voorkomen.</p>
+
+<p>In Amerika werden omstreeks 1812 op de rivier <i>Missisippi</i> stoomboten
+gezien, die werkelijk goede dienst deden; in dat jaar werd aan Chapman
+een octrooi verstrekt, voor het bezigen van eenen tusschen de sporen
+gelegene ketting, die om eenen trommel geslagen, ter voortbeweging van
+een stoomrijtuig moest dienen.</p>
+
+<p>De eerste stoomboot, welke in Engeland eenigzins voldeed, was in 1812
+die van Bell en Thomson, waarvoor Wood te <i>Glascow</i> de machine
+vervaardigde; zij voer op de rivier <i>Clide</i> in Schotland.</p>
+
+<p>In 1813 werd in Engeland octrooi verstrekt, om stoomrijtuigen door
+middel van stooters of voeten, in plaats van drijfwielen, op den weg
+voort te stuwen.</p>
+
+<p>Stephenson te <i>Kellingworth</i> voleinde in 1814 een stoomrijtuig met twee
+in den stoomketel besloten verticaal staande stoomcilinders, waarvan de
+drijfwielen effene vellingen of buiten omtrekken hadden, die zich
+daarmede op effene sporen voortbewogen.</p>
+
+<p>Het octrooi van 1816 aan John Neville te <i>Londen</i>, behelsde onder
+andere: de aanwending van zoogenaamde occilerende stoomcilinders, dat
+is: cilinders, welke op eene as beweegbaar zijn, en waarvan de stang des
+daarin werkenden stoomzuigers, aan de kruk van eene omdraaijende
+hoofd-as gekoppeld is. In dat zelfde jaar bekwam Muntz een octrooi voor
+het verbeterd verbranden der rook ter economisering van brandstof;
+William Brunton in 1819 voor draaijend roosterwerk in de vuurplaatsen
+van stoomketels, waarover zich de brandstof gelijkmatig verspreidde, en
+Josiah Parkes in 1820 voor bijzondere toelating van lucht in
+vuurplaatsen van stoomketels ter betere verbranding van den rook en ter
+bezuiniging van brandstoffen. In 1822 verkreeg Jakob Perkins octrooi, om
+stoom van zeer hoogen druk op eene bijzondere wijze voort te brengen.</p>
+
+<p>In 1825 ontving Timothy Burstal octrooi, en in 1826 gezamentlijk met
+John Hill, voor stoomrijtuigen op spoor- en gewone wegen toepasselijk;
+die machinen waren voorzien met twee regtop staande stoomcilinders.</p>
+
+<p>De verbeteringen van het stoomwerktuig maakte gestadig vorderingen en
+bij gevolg ook de locomotieven zoo wel te water als te land op spoor- en
+gewone wegen. In 1829 werden in Engeland op den <i>Manchester</i> spoorweg,
+welke in dat jaar geopend werd, vergelijkende proeven genomen met
+stoomrijtuigen van de toen als meest ervaren geachte werktuigkundigen en
+fabrijkeurs als van Robert Stephenson, Braithwaite en Ericson,
+Hackworth, Burstal en Brandreth; van die allen was dat van Stephenson
+het meest voldoende, wien dan ook de uitgeloofde premie werd toegewezen.
+Dit werktuig bezat twee stoomcilinders, die ter wederzijden van den
+ketel in liggende rigting gesteld waren; later plaatste Stephenson de
+stoomcilinders geschikter onder den ketel, waar zij beter besloten en
+meer tegen afkoeling beschermd waren; de ketel was een zoogenaamde
+tubulaire. Voor gewone wegen, die met geene sporen voorzien zijn, hebben
+de stoomrijtuigen ook allengs verbetering bekomen, doch zijn den anderen
+in dat opzigt altijd ten achteren gebleven, dewijl voor gewone wegen
+zich zeer veel moeijelijkheden opdoen. In Engeland hebben, onder
+anderen, Gurney en Hancock, in verschillende manieren meer of min
+voldoende proeven daarvan geleverd.</p>
+
+<p>Aan den Engelschman Thomas Howard werd in 1835 octrooi verleend, voor
+het voortbrengen van waterstoom op verhitte kwik.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h86" id="h86"></a>&sect; 86.</h2>
+
+
+<p>Alzoo bevat de voorgaande &sect; eene opvolging van de meest
+belangrijke uitvindingen en verbeteringen het stoomwerktuig betreffende,
+waarop weder andere zijn gegrond geworden, of zich zullen vestigen. Men
+heeft daarbij kunnen opmerken, dat de vordering in het
+stoomwerktuigelijke aanvankelijk langzaam, doch later met versnelde
+schreden is vooruitgegaan, en tegenwoordig blijft men onvermoeid bezig,
+daaraan de hand te houden. Maar het moet ook gezegd worden, dat de
+verbeteringen hoe langer hoe meer van de juistheid in werkdadige
+uitvoering, dat is van nette vervaardiging, afhankelijk geraken, waarin
+men allengs vordert. In verschillende landen wedijvert men thans met
+elkander, in verbetering, zoo ten aanzien van inrigting als uitvoering,
+waarvan de drukpers ons gestadig de bewijzen levert. In ons land is de
+uitvoering almede tot eene groote hoogte geklommen, zoo dat men zich in
+geenen deele meer tot vreemden behoeft te wenden, om eene zoo volmaakt
+mogelijke uitvoering te verkrijgen; ook kunnen wij, wat de betrekkelijke
+prijzen aangaat, onder de begunstiging van het Gouvernement, met
+buitenlandsche fabrijken wedijveren, iets dat, om reden wij het grootste
+gedeelte grondstoffen van elders moeten trekken, zonderling moge
+voorkomen, doch niettemin waar is.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="h87" id="h87"></a>&sect; 87.</h2>
+
+
+<p>Wij zullen dit werkje besluiten met de opgaven der verhouding van
+eenige <i>Engelsche</i> maten met de <i>Nederlandsche</i> en omgekeerd; niet
+alleen, om dat die vreemde maat, buiten Engeland ook in vele fabrijken
+gebezigd wordt, maar ook, om de vergelijking van betrekkelijke
+afmetingen te kunnen doen, bij uitvoeringen en opgaven dier, in het
+stoomwerktuigelijke zeer bedrijvige, natie.</p>
+
+<p>Vervolgens hebben wij twee tafelen toegevoegd, waarin men met eenen
+oogopslag kan zien, welke maat de middellijn van een stationair
+stoomwerktuig van lage drukking behoort te hebben, hetwelk met eenen
+zuigerslag, aan het dubbel van den zuiger-middellijn gelijk, een bepaald
+vermogen in nominale paardenkrachten zal opleveren, en omgekeerd; zijnde
+een zuigerslag, die aan het tweevoud van de zuiger-middellijn gelijk is,
+de verkiesselijkste; een stoomzuiger zal grooter middellijn moeten
+bezitten, om hetzelfde getal nominale paardenkrachten op te leveren,
+wanneer deszelfs slag kleiner is dan in de tafelen wordt voorondersteld;
+en tegenovergesteld, zal de zuiger kleiner middellijn moeten hebben,
+ingeval de slag meer bedraagt dan volgens de tafelen.</p>
+
+
+
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="left"><b><i>Engelsche Maten.</i></b></td><td align="center"></td><td align="center"><b><i>Nederlandsche Maten.</i></b></td></tr>
+<tr><td align="left">1/8 Duim</td><td align="center">is nagenoeg gelijk aan</td><td align="left">3.17 Strepen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.54 Duimen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Voet</td><td align="center">" "</td><td align="left">3.05 Palmen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Statuut Mijl</td><td align="center">" "</td><td align="left">1609.3 Ellen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Vierkante Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">6.45 Vierk. Duimen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Vierkante Voet</td><td align="center">" "</td><td align="left">9.29 Vierk. Palmen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Kubiek Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">16.386 Kub. Duimen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Kubiek Voet</td><td align="center">" "</td><td align="left">28.315 Kub. Palmen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Avoir du Pois (pond)</td><td align="center">" "</td><td align="left">45.36 Looden.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Trooisch Pond</td><td align="center">" "</td><td align="left">37.32 Looden.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Gallon</td><td align="center">" "</td><td align="left">4.54 Kannen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Chaldron</td><td align="center">" "</td><td align="left">13.09 Mud. of Vat.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Buchel</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.36 Mud. of Vat.</td></tr>
+</table></div>
+
+
+<p><br /><br /><br /></p>
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="left"><b><i>Nederlandsche Maten.</i></b></td><td align="left"></td><td align="left"><b><i>Engelsche Maten.</i></b></td></tr>
+<tr><td align="left">1 Duim</td><td align="center">is nagenoeg gelijk aan</td><td align="left">0.39 Duimen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Palm</td><td align="center">" "</td><td align="left">3.94 Duimen</td></tr>
+<tr><td align="left">1 El</td><td align="center">" "</td><td align="left">3.28 Voeten.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Mijl</td><td align="center">" "</td><td align="left">3280.9 Voeten</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Vierkante Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.16 Vierk. Duimen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Vierkante Palm</td><td align="center">" "</td><td align="left">15.50 Vierk. Duimen</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Vierkante El</td><td align="center">" "</td><td align="left">10.76 Vierk. Voeten.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Kubiek Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.061 Kub. Duimen.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Kubiek Palm</td><td align="center">" "</td><td align="left">61.027 Kub. Duimen</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Kubiek El</td><td align="center">" "</td><td align="left">35.317 Kub. Voeten.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Pond</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.205 A. d. Pois (pond)</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Pond</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.679 trooische "</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Kan of Kop</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.22 Gallon.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Mud of Vat</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.076 Chaldron.</td></tr>
+<tr><td align="left">1 Mud of Vat</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.75 Buchels.</td></tr>
+</table></div>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<p>Eene Geographische mijl van 60 in eenen gemiddelden graad, eene
+Engelsche zeemijl, is gelijk aan 6076 Engelsche voeten of aan 1852
+Nederlandsche ellen;</p>
+
+<p>Eene Geographische mijl van 20 in eenen gemiddelden graad, of een
+Hollandsch uur gaans, is gelijk aan 18227 Engelsche voeten of aan 5555.6
+Nederlandsche ellen.</p>
+
+<p>Eene Geographische mijl van 15 in eenen gemiddelden graad, dat is eene
+Duitsche mijl of eene Hollandsche zeemijl, is gelijk aan 24303 Engelsche
+voeten of aan 7407-1/2 Nederlandsche ellen.</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="hBIJVOEGSEL" id="hBIJVOEGSEL"></a>BIJVOEGSEL.</h2>
+
+
+<p>Eene zoogenaamde Paardenkracht is gelijk aan 33000 Engelsche A. d. P.
+(ponden), in den tijd van 1 minuut, 1 voet hoog opgebragt;
+overeenkomende met 4562-1/2 Nederlandsche ponden, in den zelfden tijd, 1
+Nederlandsch el hoog opgevoerd, (zie &sect; 46).</p>
+
+<p>De gemiddelde hoogte van den kwikkolom in den Barometer, bedraagt 30
+Engelsche duimen, overeenkomende met 76.2 Nederlandsche duimen, (zie &sect;
+10).</p>
+
+<hr style="width: 95%;" />
+
+<p>Het gebruik der beide volgende tafelen is eenvoudig, bij voorbeeld:
+welke middellijn behoort een stoomzuiger te hebben, voor eene machine
+van 100 nominale paardenkrachten? Hiertoe bezigt men de eerste tafel,
+waarin tegen over dat getal der eerste kolom, in de tweede kolom 122.2
+Ned. duimen voor de gevraagde zuigermiddellijn gevonden wordt, in de
+derde kolom is daar nevens, het dubbel, of de slaglengte 2.44 ned. ellen
+gesteld, en in de vierde kolom het aantal dubbele zuigerslagen, 15.1, in
+eene minuut.</p>
+
+<p>Ten andere willende weten, hoeveel nominale paardenkrachten overeenkomen
+met de middellijn van eenen stoomzuiger van 120 ned. duimen? zoo vindt
+men in de tweede tafel in de vierde kolom tegenover dit getal duimen, 96
+N. paardenkrachten; de dubbele slaglengte, 2.40 ned. el., wordt in de
+tweede, en het aantal dubbele zuigerslagen per minuut, 15.3, in de derde
+kolom daar nevens gevonden.</p>
+
+
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="center"></td><td align="center" colspan="3">ZUIGER.</td></tr>
+<tr><td align="center" rowspan="2"><span class="smcap">nominale paardenkrachten.</span></td><td align="center"><span class="smcap">middellijn.</span></td><td align="center"><span class="smcap">slaglengte.</span></td><td align="center"><span class="smcap">dubb. slagen per minuut.</span></td></tr>
+<tr><td align="center"><i>Nederl. duimen.</i></td><td align="center"><i>Ned. ellen.</i></td><td align="center"></td></tr>
+<tr><td align="center">1</td><td align="center">15.1</td><td align="center">0.35</td><td align="center">80.5</td></tr>
+<tr><td align="center">2</td><td align="center">21.0</td><td align="center">0.42</td><td align="center">59.6</td></tr>
+<tr><td align="center">4</td><td align="center">29.0</td><td align="center">0.58</td><td align="center">45.2</td></tr>
+<tr><td align="center">6</td><td align="center">34.9</td><td align="center">0.70</td><td align="center">38.7</td></tr>
+<tr><td align="center">8</td><td align="center">39.9</td><td align="center">0.80</td><td align="center">34.7</td></tr>
+<tr><td align="center">10</td><td align="center">44.1</td><td align="center">0.88</td><td align="center">32.2</td></tr>
+<tr><td align="center">12</td><td align="center">47.9</td><td align="center">0.96</td><td align="center">30.0</td></tr>
+<tr><td align="center">14</td><td align="center">51.3</td><td align="center">1.03</td><td align="center">28.4</td></tr>
+<tr><td align="center">16</td><td align="center">54.5</td><td align="center">1.09</td><td align="center">27.2</td></tr>
+<tr><td align="center">18</td><td align="center">57.4</td><td align="center">1.15</td><td align="center">26.2</td></tr>
+<tr><td align="center">20</td><td align="center">60.2</td><td align="center">1.20</td><td align="center">25.3</td></tr>
+<tr><td align="center">25</td><td align="center">66.5</td><td align="center">1.33</td><td align="center">23.3</td></tr>
+<tr><td align="center">30</td><td align="center">72.1</td><td align="center">1.44</td><td align="center">22.1</td></tr>
+<tr><td align="center">35</td><td align="center">77.2</td><td align="center">1.54</td><td align="center">21.0</td></tr>
+<tr><td align="center">40</td><td align="center">81.8</td><td align="center">1.64</td><td align="center">20.1</td></tr>
+<tr><td align="center">45</td><td align="center">86.1</td><td align="center">1.72</td><td align="center">19.4</td></tr>
+<tr><td align="center">50</td><td align="center">90.2</td><td align="center">1.80</td><td align="center">18.8</td></tr>
+<tr><td align="center">55</td><td align="center">94.1</td><td align="center">1.88</td><td align="center">18.2</td></tr>
+<tr><td align="center">60</td><td align="center">97.7</td><td align="center">1.95</td><td align="center">17.7</td></tr>
+<tr><td align="center">65</td><td align="center">101.1</td><td align="center">2.02</td><td align="center">17.3</td></tr>
+<tr><td align="center">70</td><td align="center">104.5</td><td align="center">2.09</td><td align="center">16.9</td></tr>
+<tr><td align="center">75</td><td align="center">107.7</td><td align="center">2.15</td><td align="center">16.6</td></tr>
+<tr><td align="center">80</td><td align="center">110.8</td><td align="center">2.21</td><td align="center">16.2</td></tr>
+<tr><td align="center">85</td><td align="center">113.8</td><td align="center">2.27</td><td align="center">15.9</td></tr>
+<tr><td align="center">90</td><td align="center">116.7</td><td align="center">2.33</td><td align="center">15.6</td></tr>
+<tr><td align="center">95</td><td align="center">119.5</td><td align="center">2.39</td><td align="center">15.3</td></tr>
+<tr><td align="center">100</td><td align="center">122.2</td><td align="center">2.44</td><td align="center">15.1</td></tr>
+<tr><td align="center">110</td><td align="center">127.4</td><td align="center">2.55</td><td align="center">14.7</td></tr>
+<tr><td align="center">120</td><td align="center">132.3</td><td align="center">2.65</td><td align="center">14.3</td></tr>
+<tr><td align="center">130</td><td align="center">137.1</td><td align="center">2.74</td><td align="center">13.9</td></tr>
+<tr><td align="center">140</td><td align="center">141.6</td><td align="center">2.83</td><td align="center">13.6</td></tr>
+<tr><td align="center">150</td><td align="center">145.9</td><td align="center">2.92</td><td align="center">13.3</td></tr>
+<tr><td align="center">160</td><td align="center">150.2</td><td align="center">3.00</td><td align="center">13.0</td></tr>
+<tr><td align="center">170</td><td align="center">154.3</td><td align="center">3.09</td><td align="center">12.8</td></tr>
+<tr><td align="center">180</td><td align="center">158.2</td><td align="center">3.16</td><td align="center">12.5</td></tr>
+<tr><td align="center">190</td><td align="center">162.1</td><td align="center">3.24</td><td align="center">12.3</td></tr>
+<tr><td align="center">200</td><td align="center">165.9</td><td align="center">3.32</td><td align="center">12.1</td></tr>
+<tr><td align="center">210</td><td align="center">169.5</td><td align="center">3.39</td><td align="center">11.9</td></tr>
+<tr><td align="center">220</td><td align="center">173.0</td><td align="center">3.46</td><td align="center">11.7</td></tr>
+<tr><td align="center">230</td><td align="center">176.5</td><td align="center">3.53</td><td align="center">11.5</td></tr>
+<tr><td align="center">240</td><td align="center">179.9</td><td align="center">3.60</td><td align="center">11.3</td></tr>
+<tr><td align="center">250</td><td align="center">183.3</td><td align="center">3.67</td><td align="center">11.2</td></tr>
+</table></div>
+
+<p><br /><br /><br /></p>
+
+
+
+<div class="center">
+<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary="">
+<tr><td align="center"></td><td align="center" colspan="3">ZUIGER.</td></tr>
+<tr><td align="center" rowspan="2"><span class="smcap">nominale paardenkrachten.</span></td><td align="center"><span class="smcap">middellijn.</span></td><td align="center"><span class="smcap">slaglengte.</span></td><td align="center"><span class="smcap">dubb. slagen per minuut.</span></td></tr>
+<tr><td align="center"><i>Nederl. duimen.</i></td><td align="center"><i>Ned. ellen.</i></td><td align="center"></td></tr>
+<tr><td align="center">15</td><td align="center">0.30</td><td align="center">80.5</td><td align="center">1.0</td></tr>
+<tr><td align="center">20</td><td align="center">0.40</td><td align="center">62.3</td><td align="center">1.8</td></tr>
+<tr><td align="center">25</td><td align="center">0.50</td><td align="center">51.3</td><td align="center">2.9</td></tr>
+<tr><td align="center">30</td><td align="center">0.60</td><td align="center">44.0</td><td align="center">4.3</td></tr>
+<tr><td align="center">35</td><td align="center">0.70</td><td align="center">38.7</td><td align="center">6.0</td></tr>
+<tr><td align="center">40</td><td align="center">0.80</td><td align="center">34.7</td><td align="center">8.1</td></tr>
+<tr><td align="center">45</td><td align="center">0.90</td><td align="center">31.6</td><td align="center">10.5</td></tr>
+<tr><td align="center">50</td><td align="center">1.00</td><td align="center">29.1</td><td align="center">13.2</td></tr>
+<tr><td align="center">55</td><td align="center">1.10</td><td align="center">27.0</td><td align="center">16.3</td></tr>
+<tr><td align="center">60</td><td align="center">1.20</td><td align="center">25.3</td><td align="center">19.8</td></tr>
+<tr><td align="center">65</td><td align="center">1.30</td><td align="center">23.8</td><td align="center">23.8</td></tr>
+<tr><td align="center">70</td><td align="center">1.40</td><td align="center">22.6</td><td align="center">28.1</td></tr>
+<tr><td align="center">75</td><td align="center">1.50</td><td align="center">21.4</td><td align="center">32.8</td></tr>
+<tr><td align="center">80</td><td align="center">1.60</td><td align="center">20.5</td><td align="center">38.0</td></tr>
+<tr><td align="center">85</td><td align="center">1.70</td><td align="center">19.6</td><td align="center">43.6</td></tr>
+<tr><td align="center">90</td><td align="center">1.80</td><td align="center">18.8</td><td align="center">49.7</td></tr>
+<tr><td align="center">95</td><td align="center">1.90</td><td align="center">18.1</td><td align="center">56.3</td></tr>
+<tr><td align="center">100</td><td align="center">2.00</td><td align="center">17.4</td><td align="center">63.3</td></tr>
+<tr><td align="center">105</td><td align="center">2.10</td><td align="center">16.8</td><td align="center">70.7</td></tr>
+<tr><td align="center">110</td><td align="center">2.20</td><td align="center">16.3</td><td align="center">78.7</td></tr>
+<tr><td align="center">115</td><td align="center">2.30</td><td align="center">15.8</td><td align="center">87.1</td></tr>
+<tr><td align="center">120</td><td align="center">2.40</td><td align="center">15.3</td><td align="center">96.0</td></tr>
+<tr><td align="center">125</td><td align="center">2.50</td><td align="center">14.9</td><td align="center">105.4</td></tr>
+<tr><td align="center">130</td><td align="center">2.60</td><td align="center">14.4</td><td align="center">115.2</td></tr>
+<tr><td align="center">135</td><td align="center">2.70</td><td align="center">14.1</td><td align="center">125.6</td></tr>
+<tr><td align="center">140</td><td align="center">2.80</td><td align="center">13.7</td><td align="center">136.4</td></tr>
+<tr><td align="center">145</td><td align="center">2.90</td><td align="center">13.3</td><td align="center">147.7</td></tr>
+<tr><td align="center">150</td><td align="center">3.00</td><td align="center">13.0</td><td align="center">159.5</td></tr>
+<tr><td align="center">155</td><td align="center">3.10</td><td align="center">12.7</td><td align="center">171.8</td></tr>
+<tr><td align="center">160</td><td align="center">3.20</td><td align="center">12.4</td><td align="center">184.6</td></tr>
+<tr><td align="center">165</td><td align="center">3.30</td><td align="center">12.1</td><td align="center">197.8</td></tr>
+<tr><td align="center">170</td><td align="center">3.40</td><td align="center">11.9</td><td align="center">211.5</td></tr>
+<tr><td align="center">175</td><td align="center">3.50</td><td align="center">11.6</td><td align="center">225.6</td></tr>
+<tr><td align="center">180</td><td align="center">3.60</td><td align="center">11.3</td><td align="center">240.3</td></tr>
+<tr><td align="center">185</td><td align="center">3.70</td><td align="center">11.1</td><td align="center">255.3</td></tr>
+</table></div>
+
+<hr style="width: 65%;" />
+<h2><a name="VERKLARING_DER_AFBEELDINGEN" id="VERKLARING_DER_AFBEELDINGEN"></a>VERKLARING DER AFBEELDINGEN,</h2>
+
+
+<p>VOORSTELLENDE EENE STOOMMACHINE VAN LAGE DRUKKING MET DAARBIJ
+BEHOORENDEN STOOMKETEL VOOR EEN VAARTUIG, NAAR DE LAATSTE MEEST
+VERTROUWDE ZAMENSTELLING.</p>
+
+
+<p>Een stoomvaartuig bevat gewoonlijk twee gelijke <i>machinen</i> welken te
+zamen eene <i>hoofd-</i> of <i>wiel-as</i> in beweging brengen, waaraan de
+<i>roei-wielen</i> of <i>schepraden</i> zijn verbonden, die <span title="Was: aan eene" style="border-bottom: 1px red dotted;">ter weder</span> zijde van
+het vaartuig op eenige diepte in het water treden, en rond wentelende,
+alzoo den drijvende bodem voortstuwen. Elke machine drijft de <i>hoofd-</i>
+of <i>wiel-as</i> om door middel van eene <i>kruk</i>; de beide <i>krukken</i> zijn in
+regthoekige rigting tot elkander op de <i>hoofd-as</i> gesteld, zoodat
+dezelve nimmer gelijktijdig in hoogsten of laagsten stand staan, maar
+een vierde van eenen omwenteling daarin met elkander verschillen. Beide
+<i>machinen</i> worden met stoom voorzien, het zij door eenen enkelvoudigen
+of door een zamenstel van meer dan eenen <i>ketel</i>. In de onderwerpelijke
+afbeeldingen is het een enkelvoudige <i>ketel</i> voor stoomlevering aan twee
+gelijke <i>machinen</i>; eene dergelijke en nevens elkander geplaatste
+<i>machine</i> wordt hier alleen voorgesteld, waarvan de verklaring geheel op
+de andere toepasselijk is.</p>
+
+<p>Figuur 1. verbeeldt het zij aanzigt van den enkelvoudigen <i>stoomketel</i>
+en van eene <i>machine</i>. Figuur 2. is de doorsnede overlangs van dien
+<i>ketel</i> en van die zelfde <i>machine</i>; de <i>roei-wielen</i> of <i>schepraden</i>
+zijn alleen met gestippelde lijnen in Fig. 1 aangeduid, hetgeen
+voldoende duidelijk is, en geene verdere uitleg behoeft, de bijgestelde
+letters en nommers dienen in beide Figuren voor de volgende
+aanwijzingen:</p>
+
+<p>AAAA <i>stoomketel</i> met in besloten <i>fornuis</i> B'BB; dit <i>fornuis</i> bestaat
+uit twee nevens elkander gelegene <i>vuurhaarden</i> of <i>vuurplaatsen</i>,
+waarvan hier slechts eene <span title="Was: B (zonder ')" style="border-bottom: 1px red dotted;">B'</span>, zigtbaar is, en uit twee daarmede
+afzonderlijk gemeenschap hebbende <i>rookleidingen</i>, waarvan gedeelten bij
+BB te zien zijn; in de <i>vuurplaatsen</i> wordt de brandstof verbrand,
+waarvan de overblijvende sintels en asch in de ruimte C door de
+<i>roosters</i> nedervallen; door de <i>rookleidingen</i> BB stroomt het vlammende
+gaz of de verhitte rook van de vuren naar den <i>schoorsteen</i> D, waar van
+hier het onderdeel slechts staat afgebeeld, en met eenen beschermenden
+<i>mantel</i> omgeven ter beveiliging van het scheepsdek tegen brand; dit
+onderdeel van den <i>schoorsteen</i> is met deszelfs <i>mantel</i> op den <i>ketel</i>
+bevestigd, terwijl het bovendeel boven dezen <i>mantel</i> op eenen omgaanden
+rand van het onderdeel staat, doch geheel onverbonden, ten einde dat
+bovendeel overboord zoude kunnen vallen zonder dat de vuurstroom uit de
+<i>rookleiding</i>, eenige schade aan het dek te weeg brengt; een weinig
+boven den <i>mantel</i> is de <i>schoorsteen</i> met eene draaibaren <i>wartelklep</i>
+AB voorzien, even als in eene gewonen kagchelpijp, waarmede men den
+zoogenaamden trek, welken de <i>schoorsteen</i> daarstelt, kan wijzigen of
+geheel beletten.</p>
+
+<p>Het geheele <i>fornuis</i> is binnen den <i>ketel</i> rondom met water omgeven;
+men herkent de vereischte hoogte van dat water, door aanwijzing van
+eenen <i>vlotter</i> of <i>drijver</i> E, welke tot dat einde op eene as beweegt,
+die buiten den <i>ketel</i> doorsteekt; de herkenning van de waterhoogte
+geschiedt ook nog door middel van de <i>peilkranen aa</i>; ook is er nog eene
+<i>glazen buis</i> buiten tegen den <i>ketel</i> geplaatst, die met het inbesloten
+water gemeenschap heeft, doch die ter voorkoming van verwarring in de
+afbeeldingen op eene zoo kleine schaal niet is afgeteekend. Ook is hier
+om dezelfde reden de afbeelding achtergelaten, van eene dier vele
+toerigtingen, waardoor een <i>watergebrek</i>, onafhankelijk van de
+bijzondere oplettendheid van den bestuurder of van den vuurstoker,
+kennelijk gemaakt wordt. Dit wordt aangewezen of door uitstrooming van
+stoom of heet water, <i>op</i> of <i>v&oacute;&oacute;r</i> het oogenblik, dat watergebrek
+binnen den <i>ketel</i> bestaat, of door eenig geruisch makend, of sterk in
+het oog vallend middel, ter bijzondere waarschuwing; welke toerigting in
+aard of wijze gekozen wordt, overeenkomstig de daarvoor bestaande
+plaatsgelegenheid.</p>
+
+<p>F is eene op de <i>stoomkap</i> des ketels geplaatste kast, waarin zich twee
+<i>veiligheidskleppen</i> bevinden; eene dier <i>kleppen</i> is met derzelver
+onderaan gehangene <i>belading</i> G slechts hier te zien, deze
+<i>veiligheidsklepkast</i> heeft bovenop, eene opening met <i>ontlastpijp</i> II
+(hier even als het bovendeel des schoorsteens als afgebroken
+voorgesteld), waardoor de overvloedige stoom, bij opening van eene of
+beide <i>veiligheidskleppen</i> ontvliedt; I, I, I is een hefboomtoestel,
+waarmede eene der <i>veiligheidskleppen</i>, door den bestuurder van de
+machine, naar willekeur kan geopend worden, door slechts aan de
+schroevende <i>handkruk b</i> te draaijen; de andere <i>veiligheidsklep</i>, die
+een weinig meer beladen is, kan niet met de hand geligt worden, is zelfs
+tot dat einde afgesloten, om alleen uit zich zelve te ligten, wanneer er
+overvloed of te hoog gespannen stoom bestaat, of ingeval door eenig
+gebrek stoomontlasting door de eerste verhinderd wordt; <i>c</i> is eene
+dunne pijp, waardoor het water, dat zich in de <i>veiligheidsklepkast</i>
+vergaderen mogt, afloopt buiten boord; <i>d</i> is een <i>stoommeter</i> met eenen
+kleinen, op kwik drijvenden, <i>stijl</i> voorzien, welke de mate der
+<i>stoomspanning</i>, die binnen den <i>ketel</i> heerscht, op eene
+nevensgeplaatste <i>schaal</i> aanwijst.</p>
+
+<p>KK <i>spuibuis</i> met <i>kraan</i>, welke door het scheepsvlak gaat, en alzoo met
+het buitenwater gemeenschap heeft, dient om uit den <i>ketel</i> naar
+verkiezing water te loozen gedurende of na deszelfs werking, of om den
+ledigen <i>ketel</i> van water te voorzien; de <i>spuibuis</i> bezit nog eene
+andere <i>kraan e</i>, waardoor men water door middel van eene nader aan te
+wijzene <i>handperspomp</i> in den <i>ketel</i> brengen, of denzelven daardoor
+ontledigen kan.</p>
+
+<p>L <i>mangatdeksel</i>, dat eene opening in de <i>stoomkap</i> des ketels dekt,
+genoegzaam groot ter doorlating van eenen persoon; dit <i>deksel</i> is met
+eene <i>luchtklep f</i> voorzien; <i>g</i> is een <i>slikgatdeksel</i>, te openen voor
+de reiniging des <i>ketels</i>.</p>
+
+<p>M <i>voedingkraan</i>, waardoor de <i>ketel</i> deszelfs <i>voeding</i> met <i>warm
+water</i> door de <i>machine</i> geniet; deze <i>kraan</i> is naar gelang der
+behoefte aan <i>voedingwater</i>, met de hand te openen of te sluiten.</p>
+
+<p>N is eene kast, welke eene <i>klep</i> bevat, die door draaijing van het
+<i>handwiel h</i> geheel of gedeeltelijk opengezet, of gesloten kan worden,
+hierin vloeit de stoom uit den <i>ketel</i>, en bij geopende <i>klep</i> uit den
+<i>ketel</i> naar de <i>machinen</i> door de aanverbondene <i>leibuizen</i> O.</p>
+
+<p>PP <i>stoomcilinder</i> met daarin digt sluitenden <i>zuiger kk</i>, waarvan de
+<i>stang</i> door eene <i>pakkingbos i</i> van het <i>stoomcilinderdeksel</i> opgaat;
+de stoom vloeit in dezen <i>cilinder</i> boven of onder den <i>zuiger</i> uit de
+<i>stoomschuifkast l l</i> naar gelang van den stand der daarbinnen
+beweegbare <i>stoomschuif l l</i>, door den boven of onder <i>stoomdoortogt i'
+i'</i>. De <i>stoomschuifkast l l</i> wordt met stoom uit den <i>ketel</i> voorzien
+langs de <i>smoorklep m</i>, welke naar willekeur meer of min opengezet kan
+worden door middel van het bovengelegen handvat; de toegang van den
+stoom naar de <i>smoorklep</i> vindt plaats door den <i>hollen band n n</i> welke
+den <i>stoomcilinder</i> omgeeft, en waarmede de <i>stoomleibuis</i> O is
+vereenigd.</p>
+
+<p><i>Bodem</i> en <i>deksel</i> van den <i>stoomcilinder</i> bezitten naar eisch beladene
+<i>waterkleppen n' n'</i>, waardoor toevallig in den <i>cilinder</i> geslagen
+water zich zelf ontlast.</p>
+
+<p>Boven kleine openingen in het <i>cilinderdeksel</i> zijn kleine <i>kommen</i>, met
+<i>kranen p p</i> voorzien, geplaatst, waardoor men naar welgevallen, olie of
+vet tot den <i>zuiger</i> kan doen vloeijen.</p>
+
+<p>De opgaande <i>stoomzuigerstang</i> is aan derzelver top met een <i>dwarsjuk</i>
+vereenigd, de armeinden van dit <i>juk</i> zijn ter wederzijden van den
+<i>stoomcilinder</i> beweegbaar verbonden, met <i>zijroeden q</i>, die
+benedenwaarts, even zoo met de armen van een paar <i>balansen</i> QQ zijn
+gekoppeld; de <i>stoomzuiger k k</i> door den druk des stooms zich op- of
+neder bewegende, geeft dus, door tusschenkomst van deze <i>zijroeden q</i>,
+gelijke beweging aan de <i>balansen</i> QQ.</p>
+
+<p>Voor de rigtige leiding van den top der <i>stoomzuigerstang</i> heeft men de
+<i>zijroeden q</i> beweegbaar verbonden met het zoogenaamde toestel der
+<i>evenwijdige</i> of <i>parallele beweging</i>, bestaande uit de <i>straalroeden</i>
+22 en de <i>koppelroede</i> 44, die de <i>straalroeden</i> aan kleine beweegbare
+<i>krukken</i> 33 en de <i>balans</i> verbindt.</p>
+
+<p>Elk paar <i>balansen</i> QQ is bij het einde der tegenovergestelde armen
+onderling vereenigd door een ander <i>juk r</i>, uit welks midden eene
+<i>drijfstang</i> R opgaat, waarvan het boveneinde beweegbaar verbonden is
+met de <i>pen</i> van de <i>hoofdaskruk</i> SS' derwijze, dat de <i>hoofdas</i> S',
+daardoor kan worden omgevoerd; de <i>kruk</i> TT der <i>wielas</i> wordt door de
+omwentelende eerste <i>kruk</i> SS' voortgedreven, door tusschenvoeging van
+een <i>koppellid</i> U, zoodat de buiten boord daaraan verbondene
+<i>roeiwielen</i> of <i>schepraden</i>, daarmede omdraaijen.</p>
+
+<p>De <i>hoofdas</i> S' is door eene <i>excentriek-schijf</i> VV omvat; om deze
+<i>schijf</i> is een <i>ring</i> beweegbaar en aan de <i>excentriek-roede</i> W
+verbonden, welke <i>roede</i> aan het andere einde in eene keep den <i>arm t</i>
+vat, die op eene beweegbare as bevestigd is; de <i>hoofdas</i> S' de
+<i>excentriek-schijf</i> VV mede voerende, zal alzoo door tusschenkomst van
+de <i>excentriek-roede</i> W, den <i>arm t</i> heen en weder bewegen met de
+daaraan bevestigde as.</p>
+
+<p>Deze laatste as bezit ter wederzijde van de <i>stoomschuifkast</i> eenen arm
+<i>u</i>, met daaraan beweegbaar verbondene opgaande ligte <i>zijroeden</i>,
+welker toppen even zoo zijn verbonden met een klein <i>dwarsjuk</i> op den
+top <i>u'</i> van de stang der <i>stoomschuif</i>, welke stang door eene
+<i>pakkingbos</i> van het <i>deksel</i> der <i>stoomschuifkast ll</i> uitkomt; op die
+wijze wordt dan de <i>stoomschuif</i> door middel van de <i>excentriek-schijf</i>
+VV mede op en neder bewogen; <i>v'v'</i> is het <i>tegenwigt</i> der
+<i>stoomschuif</i>. De hoogste en laagste standen van de <i>stoomschuif</i> hebben
+niet gelijktijdig plaats met de hoogste en laagste standen van den
+<i>stoomzuiger</i>, opdat de stoomtoelating dan eerst plaats vinde, wanneer
+de <i>stoomzuiger</i> deszelfs hoogsten of laagsten stand bereikt heeft;
+hiertoe is aan de <i>excentriek-schijf</i> VV op de <i>hoofdas</i> S' eene
+daarvoor passende rigting gegeven, zoodat de hoogste en laagste standen
+van de <i>stoomschuif</i> plaats vinden, nadat de <i>stoomzuiger</i> circa een
+vierde deel van deszelfs slag is gedaald of gerezen. De stand van de
+<i>excentriek-schijf</i> voor vooruitwerking van de <i>roeiwielen</i> of
+<i>schepraden</i> niet dezelfde zijnde, als voor achteruitwerking van
+dezelve, zoo is voor het aannemen van die twee verschillende standen van
+de <i>excentriek-schijf</i>, de noodige <i>wisselruimte</i> op de <i>hoofd-as</i>
+gelaten.</p>
+
+<p>Om de beweging van de <i>stoomschuif</i>, en bijgevolg van de <i>machine</i> te
+doen ophouden, bestaat bij de <i>keep</i> der <i>excentriek-roede</i> W eene
+<i>klink w</i>, waarmede de bestuurder met de hand de <i>excentriek-roede</i> van
+den <i>arm t</i> ontkoppelt, en daardoor het op- en neder bewegen van de
+<i>stoomschuif</i> doet staken, zoodat de <i>stoomzuiger k k</i> de beurtelingsche
+toelating van stoom mist en gevolgelijk zal stilstaan.</p>
+
+<p>Met den <i>arm t</i> is een lange <i>hefboom</i> of <i>handel x x</i> vereenigd, welke
+dient, om bij ontkoppeling van den <i>arm t</i> van de <i>excentriek-roede</i> W,
+aan de <i>stoomschuif</i> zoodanigen stand met de hand te geven, als geschikt
+is, om de <i>stoomzuiger k k</i> te doen rijzen of dalen, naar gelang men,
+tot voor- of achteruit werken, de <i>roeiwielen,</i> of <i>schepraden</i> in
+beweging verkiest te stellen. Dit aanvankelijk in beweging stellen van
+de <i>machine</i> naar behooren door de hand van den bestuurder plaats
+vindende, zoo bezorgt deze, door verzetting van de <i>klink w</i>, de weder
+zamenkoppeling van de <i>excentriek-roede</i> W met den <i>arm t</i>, waardoor het
+vervolg der beweging in den aangevangen zin uit zich zelf, zal worden
+onderhouden.</p>
+
+<p>X X is de <i>condensor</i> waarin de stoom uit den <i>stoomcilinder</i> vloeit, om
+tot water verdikt te worden, door aldaar in aanraking te komen met koud
+water, dat door het pijptoestel o' o' en de <i>injectiekraan y</i> vloeit; de
+toevloeijing van het <i>injectiewater</i> wordt geregeld door den bestuurder,
+want daartoe houdt de <i>injectiekraan</i> eene <i>handkruk z</i>.</p>
+
+<p>Y <i>luchtpomp</i> met insluitenden <i>zuiger</i>, die <i>opslaande kleppen</i> 1, 1
+bezit; de <i>luchtpompzuigerstang</i> is even als de <i>stoomzuigerstang</i> met
+een <i>dwarsjuk</i> verbonden, waarvan <i>zijroeden</i> 2 nedergaan, die met de
+<i>balansen</i> QQ gekoppeld zijn; zoodat wanneer de <i>stoomzuiger</i> rijst de
+<i>luchtpompzuiger</i> daalt en omgekeerd. De <i>luchtpompzuiger</i> trekt
+opgaande het van den stoom en der <i>injectie</i> herkomstige water, met de
+tevens uit het water ontwikkelde lucht uit den <i>condensor</i> XX door de
+<i>condensorklep</i> 4, en voert dit op deszelfs <i>kleppen</i> 1,1 in den <i>warm-</i>
+of <i>heet waterbak</i> Z door de <i>klep</i> 5 van dien <i>bak</i>.</p>
+
+<p>Van het in den <i>warm-</i> of <i>heet waterbak</i> opgevoerde water, wordt door
+de opening 6 het noodige getrokken, om den <i>ketel</i> voor het verstoomde
+water weder aan te vullen of te <i>voeden</i>, eene <i>perspomp</i>, waarvan de
+<i>zuiger</i> of <i>dompelaar</i> door het <i>luchtpompjuk</i> op en neder bewogen
+wordt (in de afbeeldingen niet zigtbaar, wordende door de <i>luchtpomp</i>
+bedekt) dient tot dat einde; want <i>pijpen</i> 7,7 zijn daarmede vereenigd,
+waardoor dat warme water in de gemeenschappelijke pijp 8,8 naar den
+<i>ketel</i>, door de openstaande <i>voedingkraan</i> M gevoerd wordt; 23 zijn
+<i>leistangen</i>, die door de <i>armen</i> van het <i>luchtpompzuigerjuk</i> omvat
+worden, en voor de rigtige leiding daarvan dienen; aan eene dier
+<i>stangen</i> is de <i>dompelaar</i> van de <i>voedingpomp</i> verbonden, en kan alzoo
+met het <i>juk</i> op en neder bewegen.</p>
+
+<p>De <i>heet waterbak</i> Z bezit eene verhooging of <i>kolom y</i> ter voorkoming
+van wateroverstorting, en tegen deze kolom is eene beladene <i>stortklep</i>
+9 aangebragt, waardoor het <i>voedingwater</i> weder in den <i>warm waterbak</i>
+terug valt, ingeval de <i>voedingkraan</i> M aan den ketel mogt gesloten
+wezen middelerwijl de <i>voedingpomp</i> werkt; de <i>voedingpompzuigers</i> of
+<i>dompelaars</i>, kunnen door de hand van den bestuurder in of buiten
+werking gesteld worden, naar gelang de behoefte aan <i>ketelvoeding</i>. Het
+in den <i>warm-</i> of <i>heet waterbak</i> te veel overblijvende water, ontlast
+zich buiten boord, door de opening der <i>vloeipijp y</i>, welke opening bij
+stilstand van de <i>machine</i> door eene <i>klep</i> gesloten kan worden, met aan
+de schroevende <i>handkruk</i> 10 te draaijen.</p>
+
+<p>12 <i>handperspomp</i>, waarmede de <i>ketel</i>, onafhankelijk van de werking der
+<i>machine</i>, met koudwater kan gevuld of gevoed worden, door eene (hier
+slechts gedeeltelijk afgebeelde) pijp <i>r t</i>, die met de <i>kraan e</i> der
+<i>spuibuis</i> K gemeenschap heeft, of ook kan door deze <i>pomp</i> de <i>ketel</i>,
+wanneer het noodig mogt zijn, geledigd worden.</p>
+
+<p>13 <i>scheepslenspomp</i>. waarvan de <i>zuiger</i> door eenen der armen van de
+<i>balansen</i> QQ op en neder bewogen wordt; deze <i>pomp</i> voert het zich in
+het vaartuig bevindende water op en over boord, en haalt dit uit het
+voor- of uit het achterschip door pijpen, hier niet geheel afgebeeld;
+zij kan door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld
+worden, 14 is de <i>doorblaaskraan</i> door eene kleine <i>handkruk</i> 15 te
+openen; geopend zijnde stroomt de stoom uit de <i>stoomschuifkast l l</i>
+door dezelve in den <i>condensor</i> XX en in de <i>luchtpomp</i> Y, drijft uit
+beiden door de <i>snuifklep</i> 16 (en soms door de klep van den <i>warm
+waterbak</i> 5) het daar in zijnde water en de aanwezige lucht: eene
+uitdrijving, die bij het eerst in beweging brengen der <i>machine</i> altijd
+moet geschieden.</p>
+
+<p>Op den <i>condensor</i> XX is een <i>manometer</i> of <i>barometer</i> 17 geplaatst;
+het zich daar in bevindende kwik toont aan in hoe verre de spanning
+binnen den <i>condensor</i> is verminderd. Tegen den <i>hollen band n n</i> van
+den <i>stoomcilinder</i> bestaat, een <i>stoommeter</i> 18, om de spanning van den
+stoom daar binnen gade te slaan, deze <i>stoommeter</i> is even als die aan
+de <i>stoomkap</i> des <i>ketels</i>; nog bestaat onder aan den <i>hollen band</i> eene
+<i>aftapkraan</i> 19, waardoor men het daar binnen vergaderde water kan doen
+afloopen.</p>
+
+<p>Eindelijk ziet men dat de <i>hoofdas</i> S' niet alleen in <i>stoelen</i> op eene
+<i>stelling</i> wordt gedragen, maar dat ook <i>stoomcilinder</i>, <i>condensor</i> met
+aanverbondene <i>luchtpomp</i> en <i>warm waterbak</i>, onderling, en met die
+<i>stelling</i> zijn verbonden; de grondslag van dat geheele verband is in de
+eerste plaats de <i>fondatie</i> op het <i>scheepsvlak</i>, door middel van goed
+verzekerde <i>fondatiebouten</i> 20, en ten tweede de <i>hoofd- en
+wielas-balken</i> 21, die met de <i>stelling</i> goed vereenigd zijn. Deze
+<i>balken</i> breiden zich ter wederzijden buiten het vaartuig uit, en
+vereenigen zich aldaar, als uit een ligchaam bestaande, op welke buiten
+uitbreiding zich <i>stoelen</i> bevinden, waarop de <i>roeiwielen</i> of
+<i>schepraden</i> dragen.</p>
+
+<p>Aldus de zakelijke deelen van dit gansche stoomwerktuigelijke toestel
+aangetoond hebbende, zal het niet ongepast zijn, eene korte aanwijzing
+te laten volgen, hoedanig de <i>machinen</i> in beweging en tot stilstand
+gebragt worden.</p>
+
+<p>In den <i>stoomketel</i> genoegzame ontwikkeling van stoom bestaande,
+(herkenbaar aan de stoomontvlieding door de <i>ontlastpijp</i> II der <i>kast
+van de veiligheidsklep</i> F, waarvan de spanning op den stoommeter <i>d</i>
+aangewezen wordt) en zich door middel der <i>pijlkranen a a</i>, <i>drijver</i> E
+of <i>waterpeilbuis</i> verzekerd hebbende dat de ketel met eene voldoende
+hoeveelheid water gevuld is, zoo begint men met de <i>stoomcilinders</i> en
+<i>stoomschuifkasten</i> te verwarmen; het geen geschiedt door het openen van
+de klep in de kast N met het <i>handwiel h</i>; de stoom zal als dan uit den
+<i>ketel</i> door de <i>stoomleibuizen</i> O in de <i>holle banden n n</i> der
+<i>stoomcilinders</i> vloeijen, en van daar langs de openstaande
+<i>smoorkleppen m</i>, in de <i>stoomschuifkasten l l</i>; verwarming opmerkende,
+zoo beweegt men door middel van de <i>hefboomen</i> of <i>handels x</i> de
+<i>stoomschuiven</i> eenige malen op en neder (waarvoor de klinken <i>w</i>,
+natuurlijker wijze zoodanig moeten zijn gesteld, dat geene koppeling van
+de <i>armen t</i> met de <i>excentriek roeden</i> W bestaat); door die behandeling
+van de <i>stoomschuiven</i> zal mede stoom in de <i>cilinders</i> vloeijen,
+terwijl men zich te gelijkertijd van de goede beweegbaarheid der
+<i>stoomschuiven</i> verzekert; ook zal men de <i>aftapkranen</i> 19 openen, om
+het water van om de <i>stoomcilinders</i> te doen afloopen; deze bewerking
+noemt men: de <i>machinen verwarmen</i>.</p>
+
+<p>Genoegzame verwarming plaats vindende, dan stelt men met de hand de
+<i>stoomschuiven</i> in <i>middenstand</i>, dat is zoodanig dat dezelve de boven
+en onder <i>stoomdoortogten</i> der <i>cilinders</i> sluiten; als nu opent men met
+de <i>handkrukken</i> 15, de <i>doorblaaskranen</i> 14, en houdt die zoo lang
+geopend, tot dat men door de <i>snuifkleppen</i> 16, niets anders dan stoom
+ziet uitstroomen, zijnde dit het teken, dat al het water met de
+aanwezige lucht is uitgedreven; deze bewerking wordt <i>doorblazen</i>
+genoemd. Zoo men dan de <i>stoomschuiven</i> met de hand in zoodanigen stand
+zet, dat toelating van stoom, op of onder de <i>stoomzuigers</i> plaats
+heeft, overeenkomstig den zin van omwenteling, welke men aan de <i>hoofd-
+of wielaskrukken</i> wil geven, dan zullen de <i>machinen</i> dadelijk aanvangen
+te bewegen; doch daar de <i>armen t</i> van de <i>excentriek-roeden</i> W zijn
+ontkoppeld, zoo bewegen de <i>stoomschuiven</i> niet mede, daarom verzet men
+de <i>stoomschuiven</i> nogmaals met de hand, om &eacute;&eacute;ne omwenteling van de
+<i>hoofdas</i> S te veroorzaken, waarna men de <i>klinken w</i> derwijze verzet,
+dat zamenkoppeling van armen <i>t</i> en <i>excentriek-roeden</i> W plaats vindt;
+vervolgens opent men met de <i>handkrukken z</i> langzaam de <i>injectiekranen
+y</i>, tot zoo verre als met de toenemende snelheid der <i>machinen</i>
+overeenkomt, die als dan zullen doorwerken; men noemt deze bewerking:
+de <i>machinen aanzetten</i>, (het laat zich begrijpen, dat ter ontlasting
+van het overvloedige water, dat de <i>luchtpompzuigers</i> in den
+<i>warmwaterbakken</i> Z opvoeren, de kleppen der <i>vloeipijpen y</i> door middel
+der <i>handkrukken</i> 10 moeten opengezet worden).</p>
+
+<p>De <i>machine</i> alzoo tot volle kracht werkende, kan in vermogen of
+snelheid verminderd worden, door vermindering van stoomtoevoer naar de
+<i>stoomzuigers</i> en daaraan gepaarde vermindering van <i>injectie</i> water,
+waarvoor men dan de <i>injectiekranen y</i> en de <i>smoorkleppen m</i> zoo veel
+zal sluiten, als voor de verlangde vermindering in snelheid voegzaam is.</p>
+
+<p>Om de <i>machine</i> te doen stil staan, sluit men eerstelijk de
+<i>injectiekranen y</i>, en doet vervolgens, door middel der <i>klinken w</i>, de
+<i>excentriek-roeden</i> W van de <i>armen t</i> ontkoppelen; want als dan zal de
+beweging der <i>stoomschuiven</i> en bij gevolg de beurtelingsche
+toevloeijing van stoom naar de <i>stoomzuigers</i> ophouden.</p>
+
+<p>Bij het tot stilstand brengen van de machine, moet men de
+<i>stoomschuiven</i> met de hand weder in <i>middelstand</i> zetten, ingeval het
+ophouden derzelver beweging niet op <i>middelstand</i> heeft plaats gevonden.</p>
+
+<p>Zoo de machine, lang moet stilstaan, opent men langzaam de handelbare
+<i>veiligheidsklep</i> met de <i>handkruk b</i>, doch wanneer het dadelijk in
+beweging brengen vereischt wordt (het zij in denzelfden of in
+omgekeerden zin), is zulks niet noodig, ook niet het zoogenaamde
+<i>doorblazen</i>, noch het openen der <i>aftapkranen</i> 19.</p>
+
+<p><i>Deze afbeeldingen zijn op steen gebragt naar eene teekening van 's
+Rijks Hoofdmachinist, waarin alzoo zijne beproefde wijze van inrigting
+voorgesteld staat.</i></p>
+
+
+<div class="figcenter" style="width: 729px;">
+<img src="images/achterkant.jpg" width="75%" height="75%" alt="Afbeelding op de achterkant van het boekje" title="" />
+</div>
+
+
+<div class="trnote">
+<h2>Noot van de bewerker</h2>
+<p>I. Paragraaf 14 en 85 ontbreken in het origineel.</p>
+<p>II. Zetfouten in het origineel zijn verbeterd en in de HTML
+tekst aangegeven door onderlijning van het woord.
+</p>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG ***
+
+***** This file should be named 31059-h.htm or 31059-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31059/
+
+Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online
+Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This
+book was produced from scanned images of public domain
+material from the Google Print project.)
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/31059-h/images/001.jpg b/31059-h/images/001.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a8e27f3
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/001.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/006.jpg b/31059-h/images/006.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6ddf899
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/006.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/010_1.jpg b/31059-h/images/010_1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1887b90
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/010_1.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/010_2.jpg b/31059-h/images/010_2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2fc47d8
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/010_2.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/014.jpg b/31059-h/images/014.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9831066
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/014.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/020.jpg b/31059-h/images/020.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e55e0a3
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/020.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/024.jpg b/31059-h/images/024.jpg
new file mode 100644
index 0000000..13e643f
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/024.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/031.jpg b/31059-h/images/031.jpg
new file mode 100644
index 0000000..474234c
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/031.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/041.jpg b/31059-h/images/041.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bf80ec9
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/041.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/047.jpg b/31059-h/images/047.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ead1009
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/047.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/051.jpg b/31059-h/images/051.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1652a2e
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/051.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/055.jpg b/31059-h/images/055.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a353e89
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/055.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/083.jpg b/31059-h/images/083.jpg
new file mode 100644
index 0000000..80cc002
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/083.jpg
Binary files differ
diff --git a/31059-h/images/achterkant.jpg b/31059-h/images/achterkant.jpg
new file mode 100644
index 0000000..db6e3b7
--- /dev/null
+++ b/31059-h/images/achterkant.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..e09537e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #31059 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31059)