diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:55:01 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 19:55:01 -0700 |
| commit | 73f0bb63ea4c3596f026f3fabcecede4d4bf3e95 (patch) | |
| tree | bfcb77e522cc312f5110ed3b2ee5b3085e86f6fa | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 31059-8.txt | 4821 | ||||
| -rw-r--r-- | 31059-8.zip | bin | 0 -> 85890 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h.zip | bin | 0 -> 804657 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/31059-h.htm | 5176 | ||||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/001.jpg | bin | 0 -> 69281 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/006.jpg | bin | 0 -> 109225 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/010_1.jpg | bin | 0 -> 27781 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/010_2.jpg | bin | 0 -> 28798 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/014.jpg | bin | 0 -> 5361 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/020.jpg | bin | 0 -> 94095 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/024.jpg | bin | 0 -> 73979 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/031.jpg | bin | 0 -> 71754 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/041.jpg | bin | 0 -> 23038 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/047.jpg | bin | 0 -> 58472 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/051.jpg | bin | 0 -> 55099 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/055.jpg | bin | 0 -> 35261 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/083.jpg | bin | 0 -> 17591 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 31059-h/images/achterkant.jpg | bin | 0 -> 71958 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
21 files changed, 10013 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/31059-8.txt b/31059-8.txt new file mode 100644 index 0000000..1a08875 --- /dev/null +++ b/31059-8.txt @@ -0,0 +1,4821 @@ +The Project Gutenberg EBook of Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Verklaring van het stoomwerktuig + zijnde eene algemeen bevattelijke beschrijving van deszelfs + onderscheidene deelen, zamenstelling en werking. + +Author: Anonymous + +Translator: D. van den Bosch + +Release Date: January 24, 2010 [EBook #31059] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG *** + + + + +Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This +book was produced from scanned images of public domain +material from the Google Print project.) + + + + + + + + + +VERKLARING + +van het + +STOOMWERKTUIG; + +ZIJNDE EENE + +ALGEMEEN BEVATTELIJKE +BESCHRIJVING VAN DESZELFS ONDERSCHEIDENE DEELEN, +ZAMENSTELLING EN WERKING. + +OPGEHELDERD DOOR + +Een Aantal Platen en de Benoodigde Tafelen. + + + +TWEEDE DRUK. + + + +VERBETERD EN VERMEERDERD DOOR + +D. VAN DEN BOSCH, + +'s Rijks Hoofd-Machinist. + + +[Illustratie] + + +=AMSTERDAM,= + +M. SCHOONEVELD en ZOON. + +1843. + + +GEDRUKT BIJ BAKELS EN KRÖBER. + + + + +De Eerste Druk van dit Werkje was oorspronkelijk eene vertaling uit het +Engelsch; bij de uitgave van hetzelve hebben wij te dier tijd geene +verantwoordelijkheid op ons willen laden, met daarin eenige +welgewenschte veranderingen te brengen; doch na den geheelen uitverkoop +van die oplage, oordeelden wij het, op de bij ons ingekomene bescheidene +en gegronde aanmerkingen achtslaande, raadzaam, om bij de uitgave van +dezen tweeden druk, dit, overigens niet ongunstig door het Publiek +ontvangen werkje, ter verbetering en vermeerdering aan eenen bevoegden +deskundige op te dragen, die ons dan ook het genoegen heeft gedaan, om +behalve de verbeteringen tot bladz. 61, tot en met de laatste bladz. +138, geheel nieuwen tekst te leveren.--Wij vertrouwen hiermede, al het +mogelijke te hebben gedaan, om aan het weetgierig Publiek, een beknopt +nuttig boekje, over eene nog zoo weinig in onze taal beschrevene hoogst +belangrijke zaak te leveren. + +Daar met deze uitgaaf het beginsel is in het oog gehouden, om voor +weinig geld iets nuttigs te leveren, zoo zal men ons wel verschooning +schenken, voor het weder bezigen van het meerendeel der houtsnee-figuren +van den eersten druk; geheel andere te doen vervaardigen, zoude den +prijs te veel verhoogd, en daardoor het Werkje minder verkrijgbaar voor +alle klassen gemaakt hebben; beter kwam het ons, op algemeen aanraden +voor, eene geheele machine in zij-aanzigt en doorsnede in plaat +achteraan te voeqen; door deze bijvoeging, zoo wel als door de meer +volledige bewerking en de daaruit voortspruitende meerdere +uitgebreidheid, dan de vorige druk, zal de lezer, hopen wij, zich gaarne +de geringe prijsverhooging dezer uitgave getroosten en dezelve +billijken. + + +De Uitgevers. + + + + +[Illustratie] + + + + +HET STOOMWERKTUIG + + +§ 1. + +Het groot en steeds toenemend belang van het stoom-werktuig in kunsten +en handwerken verheft hetzelve tot een onderwerp, hetwelk de +opmerkzaamheid van alle standen der maatschappij ten hoogste waardig is. +De vernuftig uitgedachte en heerlijke toestel, waarmede vezels tot +draden gesponnen werden, ontvangt deszelfs beweging van het +stoom-werktuig, hetwelk insgelijks de beweging mededeelt aan de +machinerie, waarmede vervolgens de gesponnen draden of garens tot doek +geweven worden. Het stoom-werktuig is insgelijks de beweegkracht bij +ontelbare andere kunsten, die onder de belangrijkste, waarmede de mensch +bekend is, gerangschikt moeten worden. Er bestaat ook in der daad thans +naauwelijks een voorwerp door den mensch vervaardigd, tot sieraad of tot +nuttig gebruik bestemd, waarvan wij niet, in zekeren graad, het bestaan +aan dit veel vermogende werktuig verschuldigd zijn. Met behulp van +hetzelve halen wij steenkolen en ijzer-erts uit de diepste mijnen, en +brengen het hinderlijke water uit dezelve naar boven; het erts in +smeedbaar ijzer herschapen, wordt vervolgens door hetzelfde werktuig tot +staven gevormd, en alzoo, zoo wel tot het smeden van ankers, waarmede de +grootste zeekasteelen het woeden van wind en water kunnen uitstaan, als +tot het vervaardigen van de fijnste borduurnaald gebezigd. Zoo +bewonderenswaardig het stoomwerktuig is, ten aanzien van deszelfs +onderscheidene wijzen van aanwending, als van de verbazende, aan zoo +veel regelmaat verbondene, kracht door haar ontwikkeld, even zoo +opmerkelijk is hetzelve, afgescheiden van deze of andere fabrijkmatige +bewerking beschouwd; leverende de treffendste en heerlijkste +toepassingen van eenige der voornaamste natuurwetten. (De +grondbeginselen, waarop de werking van dit werktuig berust, zijn noch +talrijk, noch moeijelijk te bevatten, daar hiertoe alleen vereischt +wordt, dat men denzelven zorgvuldig, afzonderlijk en ordelijk eenige +opmerkzaamheid schenkt, ten einde gemakkelijk van de vereenigde werking +eene voldoende kennis te verkrijgen. Zoo de lezer, hoe weinig gemeenzaam +hij ook met het onderwerp wezen moge, de volgende bladzijden slechts met +aandacht leest, dan twijfelen wij geenszins, of hij zal een duidelijk en +klaar begrip krijgen van alle grondbeginselen, waarop de zamenstelling +van dit, in onze tijden zoo onmisbare werktuig, is gegrond.) Ten einde +onze lezers hiertoe in staat te stellen, zullen wij de beschrijving van +eenige weinige en eenvoudige grondbeginselen laten voorafgaan, waardoor +de wetten, waarop de werking van het werktuig rust, opgehelderd worden. + + +§ 2. + +Wanneer metalen of vloeistoffen verwarmd worden, dan zetten zij zich +uit, of vermeerderen in omvang, dat is: worden grooter. Zoo men, bij +voorbeeld, eene staaf ijzer neemt, die koud zijnde, volmaakt in een gat +sluit of past, dan zal dezelve, verhit of gloeijend gemaakt, zoodanig +uitgezet wezen, dat het gat de staaf niet meer zal kunnen omvatten, en +niet eer, voor dat de staaf weder koud geworden is, zal dezelve in het +gat, (hetwelk hiervan onveranderlijke grootte gedacht wordt) weder +passen. Hoe geweldiger de aangewende hitte is, des te meer zal de staaf +uitzetten, tot dat de hitte zoo geweldig wordt, dat de vaste zamenhang +van het metaal ophoudt en smelt. Dat deze uitzetting of vermeerdering in +uitgebreidheid ook met de vloeistoffen plaats heeft, hiervan kan men +zich gemakkelijk overtuigen door eenen ketel geheel of volmaakt met +water gevuld boven het vuur te plaatsen: want warm wordende, zal het +vocht dadelijk daaruit vloeijen. + + +§ 3. + +Deze eigenschap heeft aanleiding gegeven tot het uitvinden en +zamenstellen van een in de kunsten en wetenschappen zeer nuttig en +tevens onmisbaar werktuig, Thermometer genaamd, hetwelk aanwijzing doet +van den warmtegraad, waarin hetzelve is geplaatst, zijnde als volgt +zamengesteld. + +Aan het eene einde van eene dunne glazen pijp, waarvan het gat klein en +overal even wijd is, is een holle bol geblazen; door het andere opene +einde is vervolgens deze bol, en een klein gedeelte der aangelegene +pijp, het zij met gekleurde spiritus, of wel met kwik gevuld, dat +geschiedt naar zekere handelwijze, die wij overbodig achten hier te +verklaren, en volgens welke dan ook na de vulling, het opene einde der +pijp wordt gesloten, en het ongevuld blijvende gedeelte pijp luchtledig +gemaakt.--Men heeft alzoo eene vloeistof in glas opgesloten en voor uit +damping of verlies beveiligd; omdat nu, de uitzetting van vloeistoffen +door warmte, veel grooter is, dan die van het glas, zoo gebeurt het, dat +de vloeistof bij verschil van warmtegraad, in de pijp rijst of daalt, en +dit aanwijst op eene daarnevensstaande verdeeling of zoogenaamde schaal. + + +[Illustratie: Het onderste deel van een thermometer, met bij de waarde +van 32 graden de afkorting 'V.P.'] + + +Maar om die verdeeling algemeen verstaanbaar, en voor verschillende +Thermometers onderling vergelijkbaar te doen zijn, heeft men twee vaste +punten tot grondslag gekozen. Een dezer vaste punten is de stand van den +top der vloeistof, wanneer de Thermometer in smeltend ijs is gesteld; +het andere, de hoogere stand, wanneer dezelve in zuiver water, dat in de +vrije lucht kookt, is gedompeld: den eersten of laagsten stand der +vloeistof in den Thermometer, noemt men het _vriespunt_, en den anderen +of hoogeren het _kookpunt_. Van beide punten is door proeven bewezen, +dat zij, in gelijke omstandigheden, van onveranderlijk temperatuur zijn. +De onderlinge afstand dezer vaste punten wordt verschillend verdeeld; de +hier te lande meest gebruikelijke, en welke wij in dit werkje overal +zullen volgen, is in 180 deelen verdeeld, de Thermometerschaal van +_Fahrenheit_ genoemd. Men plaatst dan den Thermometer in smeltend ijs, +en geeft een teeken of merk op de pijp of aangehechte plaat, ter hoogte +van den top der ingeslotene vloeistof, vervolgens dompelt men denzelven +in kokend water, geeft weder een merkteeken, en verdeelt de ruimte +tusschen deze teekens in 180 gelijke deelen; volgens _Fahrenheit_ telt +men voor het _vriespunt_ 32 deelen of graden, dus voor het kookpunt 212 +graden, dat is: 180 graden hooger, en zie daar den Thermometer of +warmtemeter vervaardigd; in nevensstaande plaat, als met uitgebroken +middendeel of verkort, afgebeeld. + +Wij moeten onze lezers hier opmerkzaam maken, dat de verdeeling der +schaal, tusschen de vaste punten, in 180 graden, eene zeer willekeurige +zaak is. In _Frankrijk_ en ook bij ons te lande, (doch minder algemeen) +verdeelt men den afstand tusschen het vries- en het kookpunt in 100 +gelijke deelen, waarbij het eerste met 0 en het laatste met 100 +geteekend wordt. Deze verdeeling wordt de _honderddeelige_ +(_centigrade_) of dien naar Celtius genoemd, terwijl nog eene andere +wijze, waarbij de opgegeven ruimte in 80 deelen verdeeld wordt, de +Reaumursche of dien naar Deluc is. De handelwijze om de eene verdeeling +in de andere over te brengen, vindt men in onderscheidene werken +opgegeven, onder anderen in ARNOTT'S grondbeginselen der Natuurkunde, +welk werk bij de uitgevers dezes te bekomen is. + + +§ 4. + +Door toevoeging van warmte gaat het ijs tot water over. Zoo wij in dien +toestand meerdere warmte aanvoeren, dan zet de vloeistof zich meer en +meer uit, tot dat dezelve begint te koken. In dezen staat, rijst van de +oppervlakte damp op, die dikker en als gejaagd, onder den naam van stoom +bekend is. Op 32 graden Fahrenheit, het _vriespunt_, begint het ijs te +smelten, en op 212 graden, het _kookpunt_, ontwikkelt zich de eigenlijke +stoom, terwijl de damp, welke op eenen lageren graad van warmte +opstijgt, ook den naam van wasem draagt. + + +§ 5. + +Overal zullen wij hier voor het uitdrukken van eenige warmtemaat den met +kwik gevulden Thermometer bezigen. Dat vloeibaar metaal is voor dit +gebruik bijzonder geschikt, niet alleen om dat hetzelve eene zeer +strenge koude behoeft, om te verstijven, (39 graden onder 0 graden) en +niet eer dan belangrijk verhit kookt (660 graden); maar ook om dat het +kwik in glas opgesloten, blijkbaar evenredig uitzet (vooral tusschen het +vries en kookpunt van het water), met de hoeveelheid toenemende warmte; +dat wil zeggen: zoo eene zekere hoeveelheid warmte, het kwik in den +Thermometer, van 30 tot 40, dus 10 graden, doet stijgen, dan zal het +toevoegen van eene gelijke hoeveelheid warmte, het kwik weder 10 graden +doen klimmen, en dus tot 50 brengen; drie maal zoo veel warmte op 60, +viermaal zooveel warmte op 70 enz. + +Het is eene algemeene eigenschap, dat vloeistoffen, die in eenen +ongedekten of openen ketel, in gemeenschap met de vrije lucht, verwarmd +worden, ophouden warmte aan te nemen, wanneer dezelven koken: zoo zal +men het kwik eens Thermometers, die in water (dat verwarmd wordt) +gedompeld is, bij gewonen toestand der omringende lucht, niet hooger dan +tot 212 graden zien klimmen, terwijl het water als dan zal aanvangen te +koken, en, bij doorgaande werking van het vuur onder den ketel, stoom te +leveren; de warmte, die het vuur dus vervolgens afgeeft, gaat na het +kookpunt slechts door het water, om, zich daarmede vereenigende, stoom +te vormen. Het water alzoo in dampvormigen staat overgegaan, beslaat +1700 maal zooveel ruimte, als in deszelfs vorigen of druipenden staat; +eene kubieke palm water levert dus 1700 kubieke palmen stoom in de vrije +lucht.[1] Hoeveel warmte zich met het water vereenigd heeft, om stoom +daar te stellen, wordt door den Thermometer dus niet aangewezen, en deze +zal ook, ofschoon men denzelven in den voortgebragten stoom plaatste, +geen hooger kwikstand teekenen; al deze warmte, waarvan men de maat door +den Thermometer niet kent, en die als een bestanddeel van den stoom +zelven moet beschouwd worden, draagt den naam van verborgene warmte. In +waterstoom maakt, de verborgene warmte nog al eene belangrijke +hoeveelheid uit; waarnemingen, door middelen, waarvoor hier geene plaats +ter beschrijving bestaat, hebben bewezen, dat voor het daarstellen van +zoodanigen stoom, ruim 6-1/2 maal zoo veel warmte noodig is, als +vereischt wordt, om water van een gemiddeld temperatuur tot 212 graden, +of tot het _kookpunt_, te verwarmen. Bijvoorbeeld: zij gesteld, dat men +water, dat de temperatuur van 62 graden bezit, tot het _kookpunt_, 212 +graden, verwarmt, dan moeten 150 warmte graden daaraan worden +medegedeeld. Nu zal men niet eer stoom, die dezelfde temperatuur +teekent, daarvan kunnen verkrijgen, dan na mededeeling van nog 1000 +graden warmte bovendien, de verborgene warmte van waterstoom uitmakende, +en die dus meer dan 6-1/2 maal 150 graden bedraagt. + + +[1] Alle maat- en gewigtopgaven zijn Nederlandsche. + + +§ 6. + +Wanneer stoom tot op de temperatuur van 212 graden verkoeld wordt, gaat +dezelve van dampvormigen tot druipenden staat over, en wordt weder +water, terwijl de verborgene warmte, door het verkoelend ligchaam, of +het verkoelend vocht, dat men daartoe bezigt, wordt opgenomen. Men +begrijpt ligt, dat aangezien de verborgene warmte belangrijk is, er ook +eene evenredig groote koele oppervlakte, of hoeveelheid koelend vocht, +met den stoom in aanraking moet worden gebragt, om geheel tot water over +te gaan, dat minder dan 212 graden temperatuur zal bezitten. Men noemt +dusdanige overgang van stoom tot water, verdikking (Condensatie). De +stoom tot water verdikkende of Condenserende, zal dan ook 1700 maal +kleinere ruimte innemen, dus zullen zoo vele kubieke palmen stoom, +slechts eene kubieke palm water opleveren; een natuurlijk gevolg, en het +omgekeerde van hetgeen hooger van de stoomwording gezegd is. + + +§ 7. + +Als nu, moeten wij onze lezers met andere beginselen bekend maken. Men +neme eene glazen pijp of buis 8-1/2 palm lang, aan eene einde goed digt +gesloten, doch aan het andere open. Deze pijp vulle men naauwkeurig met +kwik, en dompele het opene einde in eenen bak, die met dezelfde +vloeistof gevuld is. Hierbij zal men gewaar worden, dat slechts een +gedeelte kwik uit de buis in den bak zal vloeijen, zoo dat ongeveer 7 +palm en 6 duim, (gemeten uit de oppervlakte van het kwik in den bak), in +de pijp zal blijven staan, en dat eene ledige ruimte boven bij den top +der pijp bestaat. Hierbij hebben wij ondersteld dat de pijp loodregt +gehouden wordt, of zoodanig, dat eene loodlijn met den stand der buis +evenwijdig is, in het wetenschappelijke zegt men: de buis staat +perpendiculair op het vlak der vloeistof. Zoo wij nu aannemen, dat, +terwijl het ondereinde steeds in het kwik gehouden wordt, de buis naar +de eene of andere zijde overhelt, dan zal men gewaar worden, dat het +kwik in dezelve meer pijplengte zal innemen, zonder dat echter de +loodregte of perpendiculaire hoogte van het kwik boven het oppervlak in +den bak, eenige verandering zal ondergaan; en zoo veel helling zal men +aan de pijp kunnen geven, dat de top der kwikkolom, aan het gesloten +boveneinde der pijp raakt. Het is geheel onverschillig welke meerdere +lengte of wijdte de pijp heeft, altijd zal men nagenoeg eene zelfde +kwikhoogte opmerken; zegge nagenoeg, om dat die hoogte van de +veranderlijke zwaarte des dampkrings afhankelijk is, gelijk later zal +opgemerkt en aangewezen worden. + + +§ 8. + +Zoo wij in plaats van met kwik, diezelfde pijp met water hadden gevuld, +dan zoude men deze vloeistof geenzins hebben zien dalen; de reden +daarvan is gelegen, dat het water, ligter dan het kwik zijnde, met die +geringe hoogte geene drukkende zwaarte genoeg bezit. Voor water zoude +men eenen pijp behoeven die ongeveer 13-1/2 maal zoo lang was, dewijl +het kwik ook nagenoeg zoo veel malen soortelijk zwaarder is. In eene +loodregtstaande pijp, die 11-1/2 el lang is, bovenwaarts gesloten, en +met het opene ondereinde onder water gedompeld, zal dienvolgens eene +waterkolom blijven staan van ongeveer 103 palmen hoog. Indien wij nog +ligtere vloeistoffen kiezen, dan zal ook de pijp, in evenredigheid van +het soortelijk gewigt dier vloeistoffen, langer moeten zijn. De +gemiddelde hoogte der kwikkolom, 7.6 palm zijnde, is die der waterkolom +103 palmen, eene mede evenwigtige kolom raapolie 112, en eene van +spiritus of gewone alcohol 118 palmen hoog; allen in nabijkomende +getallen uitgedrukt. Wat van het ophouden dezer kolommen oorzaak is, +zullen wij trachten volgenderwijze te verklaren. + + +§ 9. + +Wanneer wij, bij voorbeeld de monding van een bierglas met eene blaas, +die eenen doorgaanden en daarin digt gebondenen gewonen pijpensteel +bevat, sluitend overspannen, en door dien pijpensteel de lucht uit het +alzoo afgeslotene bierglas voor een gedeelte zuigen, dan zal men zien, +dat de blaas naar binnen bewogen zal worden. Dit wordt te weeg gebragt +door den druk der omringende buitenlucht, gedurende het ijler worden der +lucht, die in het glas besloten is; een verschijnsel, dat dus eenvoudig +zich zelf als 't ware verklaart. Verder: zoo wij twee holle kommen +nemen, waarvan de randen volmaakt op elkander sluiten, en door een zeker +werktuig, luchtpomp genaamd, de lucht uit de binnnenholte trekken, dan +zullen wij ondervinden, dat er eene aanmerkelijke kracht vereischt +wordt, om de twee kommen van elkander te trekken. Zoo zal, wanneer de +twee holle kommen, na op elkander gevoegd te zijn, eenen hollen kogel +vormen, waarvan de grootste middellijn of diameter niet meer bedraagt +dan 1 palm, er eene kracht van omstreeks 81 ponden vereischt worden, om +de beide halve bollen van elkander los te rukken. Om de oorzaak van dit +verschijnsel te verklaren, doen wij opmerken, dat het eene waarheid is, +dat de lucht, die wij inademen, gelijk bij de proef met het bierglas +reeds bleek, werkelijk gewigt heeft; want zoo een holle kogel gewogen +wordt, terwijl dezelve nog met lucht gevuld is, en naderhand insgelijks +op de weegschaal wordt gelegd, als de lucht er is uitgehaald, dan zal de +bol in het laatste geval minder wegen, dan in het eerste. In der daad is +ook gevonden, dat eene kubieke el drooge lucht, die in digtheid den +gemiddelden druk des dampkrings evenaart, op de temperatuur van 62 +graden, ruim 1 pond en 2 oncen weegt. Daar dit dan het geval is, zoo +moet aangenomen worden, dat ook ieder voorwerp, een zeker gewigt, of +eene drukking van de lucht heeft te verduren, dewijl die lucht de aarde +overal omringt, en daarom dampkringsdruk genoemd wordt. + +De oorzaak derhalve, waardoor de over het glas gespannene blaas naar +binnen zet, moet daarin worden gezocht, dat de buitenlucht dezelve met +kracht drukt, terwijl in de binnenruimte geen genoegzame tegendruk, door +de uitzuiging of verijling te weeg gebragt, bestaat. Deze zelfde oorzaak +geldt insgelijks, bij het tweede aangehaalde voorbeeld. Wanneer de lucht +nog in den kogel besloten is, dan drukt zij de halve bollen met dezelfde +kracht naar buiten, als de buitenlucht dezelve tegen elkander perst, zoo +dat de eene kracht met de andere evenwigt maakt, en de halve bollen +gemakkelijk van elkander verwijderd kunnen worden. Zoodra de lucht +echter uit de binnenruimte werd verwijderd, en de halve bollen luchtdigt +op elkander sloten, bestond er in de inwendige ruimte geene kracht, om +de drukking van de buitenlucht tegenstand te bieden, welke tegenstand +derhalve door eene van buiten aangewende kracht moest worden vervangen, +zoodat men het gewigt van de buitenlucht, om zoo te spreken, moest +opligten. + + +§ 10. + +Op dezelfde wijze kunnen de daadzaken, die wij in § 7 en 8, betrekkelijk +de buis met water, olie, spiritus en kwik hebben bijgebragt, verklaard +worden. Toen wij vooronderstelden, dat de pijp met kwik gevuld, en met +het opene einde in den bak gedompeld was, bleek het klaar, dat deze +vloeistof, uit hoofde van haar gewigt, geheel uit de buis zoude gevloeid +zijn, zoo haar geen tegenstand geboden werd; en wel tot zoo ver, dat de +oppervlakte van het kwik in den bak met die in de buis dezelfde hoogte +bereikte. Wij hebben echter doen opmerken, dat dit werkelijk het geval +niet is, maar dat het kwik tot op eene hoogte van ongeveer 7.6 palm in +de buis hangen bleef. De verklaring van dit verschijnsel is de volgende. +Daar de buis of pijp geheel en al met kwik gevuld is, zoo bevindt zich +geene de minste lucht in dezelve, het kwik zou bij het omkeeren ook +werkelijk geheel naar beneden storten, in geval het opene ondereinde der +pijp in geen' bak met kwik gedompeld stond; dewijl nu de lucht, overal +op het oppervlak van het kwik in den bak drukt, uitgezonderd voor dat +onbelemmerd klein gedeelte, dat het inwendige der pijp omvat, en waartoe +de buitenlucht niet kan naderen, zo moet het kwik noodzakelijk, op eene +zekere hoogte in den pijp blijven staan, opdat de zwaarte van die kolom, +met de luchtdrukking of dampkrings-lucht daar buiten, evenwigt make. Ten +duidelijkste kan dit ook bewezen worden door de pijp met stoom te +vullen, en dan het opene eind in den kwikbak te dompelen. Wanneer als +dan de stoom tot beneden 212 graden verkoeld is, (op welken graad +dezelve, zoo als vroeger in § 6 is aangetoond, tot water overgaat, en +als zoodanig eene 1700 maal geringere ruimte inneemt, dan in den +toestand van stoom zelven,) dan zal het zich vormende water slechts een +1700ste deel der ruimte van de pijp innemen, en dezelve tevens +luchtledig laten. Bij dezen stand van zaken zal de lucht op de +oppervlakte van het rondom gelegene kwik persen, en hetzelve noodzaken, +tot op de reeds opgegevene hoogte van 7.6 palm te stijgen, daar die +vloeistof ook natuurlijk naar dien kant uitwijkt, alwaar zij geenen +tegenstand ondervindt. In § 8 hebben wij echter doen opmerken, dat water +veel hoogeren stand in de pijp behoudt, en olie of spiritus nog hooger. +Wat zou nu de oorzaak van dit onderscheid in hoogte anders kunnen zijn, +dan het onderling verschil in soortelijk gewigt dezer vloeistoffen +zelven? Het is klaar, dat eenige vloeistof uit het ondereinde van de +buis zal vloeijen, zoo lang het gewigt van dezelve grooter is, dan de +kracht, die tegenstand biedt, of die haar in de buis tracht op te +houden. Deze kracht nu is de drukking van den dampkring op de +oppervlakte van de vloeistof in den bak, waarin het opene einde +gedompeld is. Zoo wij nu aannemen, dat de opening aan dit ondereind van +de buis juist eene vierkante duim is,[2] dan zullen wij door +naauwkeurige waarnemingen ondervinden, dat de gemiddelde druk des +dampkrings, bij eene temperatuur van 62 graden, evenwigt maakt met eene +kwik-water-olie- of spirituskolom, die met zulk een grondvlak 103.3 +looden weegt; zegge gemiddelde druk, om dat de dampkring aan meer of +mindere zamenpakking onderhevig is, en behalve dat de dampkringshoogte +mede invloed heeft, zoodat gemeld gewigt van het gemiddeld oppervlak des +Oceaans geldt. Den gemiddelden druk des dampkrings dus voor een +oppervlak, dat een vierkante duim groot is, kennende, zoo is deszelfs +druk voor eenig ander oppervlak daarna te berekenen:--Thans moet nog +gezegd worden, dat de door den dampkring op gehoudene kwikkolom in eene +glazen pijp, waarvan boven gesproken werd, den algemeen bekenden +Barometer is. De Barometer is dus een werkelijke weger van den +dampkring; men weet dat de kwikhoogte in dat Instrument aan dagelijksche +verandering onderhevig is, dat is: het zwaarte verschil des dampkrings +volgt, en dat wij daardoor tot weervoorspellingen in staat geraken. +Tusschen deze veranderingen heeft men eenen gemiddelden stand gekozen, +die de gemiddelde stand des Barometers, of de gemiddelde druk des +dampkrings, boven gebezigd, genoemd wordt. Vervolgens heeft de meer of +mindere verheffing van den kwikbak des Barometers ook invloed op +deszelfs stand, omdat de hoogte des dampkrings daarvan afhangt, van daar +de bepaling: gemiddelde stand des Barometers aan het gemiddeld oppervlak +des Oceaans; alzoo is de gemiddelde stand des Barometers aan het +gemiddeld oppervlak des Oceaans, bij eene temperatuur van 62 graden, +naauwkeurig, 7.62 palm, welke kwikhoogte als boven gezegd is, per +vierkante duim met 103.3 loden drukt. + + +[Illustratie: Vierkant] + + +[2] Wanneer wij een stuk papier nemen en hetzelve in eenen vierkanten +vorm snijden, zoodat de zijden AB, AD, CB, en CD gelijk zijn, en ieder +eenen duim lengte hebben, terwijl de hoeken regt of winkelhaaksch zijn, +dan wordt de alzoo ingeslotene ruimte, een' vierkanten of kwadraat duim +genoemd. + + +§ 11. + +Met deze weinige kundigheden zijn wij reeds in het bezit van de +belangrijkste grondbeginselen, waarop de werking van het stoomwerktuig +berust, en waarvan wij thans het gebruik zullen verklaren. Het kan +echter niet ongepast zijn, om dezelven in het kort te herinneren, daar +zij in het vervolg menigwerf zullen te pas komen. De grondbeginselen dan +zijn: 1º. Het water zet uit, of vermeerdert in uitgebreidheid, wanneer +hetzelve verhit wordt. 2º. Wanneer het water tot op het _kookpunt_ (212 +graden) verhit wordt, gaat deze vloeistof tot stoom over, en neemt in +dien staat een 1700 maal grootere ruimte in. 3º. Dat de verborgene +warmte van waterstoom 1000 graden bedraagt. 4º. Zoo de stoom tot beneden +de 212 graden wordt afgekoeld, verdikt dezelve tot water, en vermindert +1700 malen in uitgebreidheid, terwijl de verborgene warmte weder vrij +raakt. 5º. De dampkring oefent gemiddeld eene bestendige drukking uit, +die aan de oppervlakte van de aarde, welke met het gemiddeld oppervlak +des Oceaans overeenkomt, een vermogen uitoefent van 103.3 looden op +elken vierkanten duim, of die op iedere vierkante palm, met een gewigt +van 103.3 ponden drukt, welk gewigt, overeenkomstig den stand des +Barometers, aan wijziging onderworpen is. + + +[Illustratie: Figuur 2] + + +§ 12. + +Onderstellen wij, dat een fornuis of vuurhaard A, zoo ingerigt is, dat +de door het vuur ontwikkelde warmte aan den ketel B wordt medegedeeld, +en het daarin vervatte water kan doen koken, en in stoom veranderen; dat +die stoom geenen anderen uitweg heeft, dan door de buis of pijp C C, +waarvan het eene uiteinde met het inwendige van den top des ketels B +gemeenschap heeft, en daaraan bevestigd is, terwijl het andere einde met +het benedengedeelte van den cilinder D mede gemeenschap heeft. Aan het +ondereinde van deze buis bevindt zich eene kraan J, op de gewone wijze +ingerigt. Door middel van deze kraan is men in staat, om de gemeenschap +tusschen den ketel B en den cilinder D af te sluiten, of daar te +stellen, zoo dat men naar goedvinden, alleen door het omdraaijen van +deze kraan, den stoom toegang naar den cilinder verschaffen kan of niet. +Aan de tegenovergestelde zijde van den cilinder D bevindt zich, nabij +den bodem, eene andere pijp K, waardoor eene gemeenschap daargesteld +wordt tusschen den cilinder en eenen bak koud water I. Deze +gemeenschapsbuis is insgelijks met eene kraan K voorzien, zoo dat men +mede naar goedvinden, de gemeenschap tusschen den koudwaterbak en den +cilinder afsluiten kan. De cilinder is van gegoten ijzer vervaardigd, en +van binnen volmaakt gelijkwijdig rond geboord. In den cilinder sluit een +uit gegoten ijzer, of uit metaal bestaande, zuiger E, die rondom met +eene uitzetbare zelfstandigheid, hennep of vlas, is ompakt, ten einde +dezelve volmaakt sluitende zij, en nogtans gemakkelijk op en neder +bewogen kan worden, zonder de minste lucht of stoom tusschen zich en den +binnenwand van den cilinder door te laten. Aan dezen zuiger is eene +stang, waaraan in deze schets, eene beweegbare ketting F F, als +verbonden, is afgebeeld, die, over eene beweegbare schijf of spoorwiel G +geslagen, aan het andere einde met een gewigt H, voor tegenwigt, +bezwaard is; en wel zoodanig, dat wanneer de zuiger geene verhindering, +dat is onder en boven gelijken tegenstand ondervindt, deze altijd, door +dit tegenwigt, naar het bovendeel des cilinders gevoerd wordt. + +Een en ander op deze wijze ingerigt zijnde, zoo vooronderstel, dat het +vuur in het fornuis A worde opgestookt, en dat het water in den ketel B +aan het koken geraakt, dan zal, bijaldien de kraan J open is, de stoom, +die van de oppervlakte des waters uit den ketel stijgt, door de pijp C C +in den cilinder D dringen, zorg gedragen zijnde, dat de kraan K, +waarmede de gemeenschap met den koudwater bak I daargesteld wordt, zoo +lang gesloten blijft. Het gedeelte van den cilinder beneden den zuiger E +zal dus spoedig met stoom gevuld wezen, en zoo men, daarop de kraan J +sluit, wanneer den zuiger, door de toevloeijing der stoom om hoog +gerezen is, zal de gemeenschap tusschen den ketel en cilinder afgesloten +zijn. Thans opene men de kraan K, zoo dat daardoor eenig koud water uit +den koudwaterbak I in den cilinder vloeit, waardoor, volgens § 8, de +stoom tot beneden 212 graden zal worden bekoeld, en derhalve, zich +verdikkende, nu, in plaats van de geheele ruimte beneden den zuiger E, +slechts omstreeks het 1700ste gedeelte zal innemen, hetwelk dus met de +hoeveelheid koud water, dat uit den bak I is ingedrongen, een +betrekkelijk klein gedeelte der ruimte van den cilinder beslaan zal. +Deze ruimte zal dan nagenoeg volkomen ledig zijn, en zeer weinig +tegendruk zal tegen het ondervlak des zuigers bestaan. De volle +dampkring echter drukt op de bovenvlakte van den zuiger, en oefent een +vermogen uit, om dien naar beneden te drijven, alzoo hij nu aan de +onderzijde bijna geenen tegenstand ondervindt. Hierdoor zal derhalve de +zuiger dalen, den ketting F F met zich medevoeren, en dus het gewigt H +doen rijzen. Zoo men vervolgens door de kraan, die in den bodem van den +cilinder geplaatst, en in de afbeelding slechts met flaauwe trekken +aangewezen is, het water laat afloopen, dan zal, na sluiting van alle +drie de kranen, de zuiger zich aan het benedeneinde van den cilinder +bevinden, en door de drukking van den dampkring in dien stand gehouden +worden. Men opene vervolgens de kraan J, waardoor op nieuw den stoom +toegang in het benedengedeelte van den cilinder verschaft wordt, welke +stoom, wanneer die gelijke kracht met de drukking van den dampkring +uitoefent, den zuiger met hetzelfde vermogen zal opdrijven, als dezelve +door den eersten wordt nedergedrukt, zoodat de drukking op het boven- en +benedenvlak aan elkander gelijk is, en toelaat, dat de zuiger even zoo +gemakkelijk naar boven als naar beneden bewogen kan worden, even alsof +er geen stoom of dampkring bestond. Daar nogtans het gewigt H, het +vermogen heeft, om den ketting F, die aan den zuiger vast is, naar +beneden te trekken, zoo zal die zuiger eene meerdere neiging hebben om +te stijgen, hetwelk ook werkelijk het geval zal zijn, zoodat hij wederom +de stelling aanneemt, die in de afbeelding is voorgesteld. Hierop sluite +men wederom de kraan J en opene de koudwaterkraan K, waardoor de stoom +andermaal verdikt zal worden, geene drukking beneden den zuiger zal +plaats hebben, en deze dus wederom door de drukking van den dampkring +naar beneden of naar den bodem van den cilinder bewogen zal worden. Door +deze bewerking kan men de beweging des zuigers zoo menigmaal herhalen +als men verlangt, en aan denzelven eene op- en neergaande beweging in +den cilinder mededeelen. + +Met betrekking tot dusdanigen toestel moeten wij alleen doen opmerken, +dat het water, hetwelk ter verdikking van den stoom gebezigd, zoowel als +dat, hetwelk door den overgang van stoom tot water geboren wordt, +gestadig moet worden afgetapt, door den kraan in den bodem des +cilinders; dewijl bij gebreke van dien, dit gezamenlijke water, +eindelijk den ganschen cilinder zoude vullen, en dus de beweging van den +zuiger onmogelijk maken. Bovendien is aanvankelijk onder den zuiger +eenige lucht in den cilinder aanwezig welke men door deze bodemkraan, +vóór het indringen van den stoom uitgang moet geven, dat is alleen, vóór +het eerste in beweging stellen des zuigers. Behalve dat, ontwikkelt zich +uit het koelwater ook nog eenige lucht, die mede telkens, bij het +ontlasten van dit water, uit den cilinder uitgedreven wordt. + +Deze eenvoudige toestel is nu in der daad een stoomwerktuig, en de lezer +zal wel doen, om met aandacht de beschrijving na te gaan, die wij van +denzelven gegeven hebben; want door het goed begrijpen van de +grondbeginselen der werking, zullen de volgende beschrijvingen des te +gemakkelijker verstaan worden. + + +§ 13. + +Bij eenige opmerkzaamheid zal men gewaar worden, dat het nut door het +eenvoudig op- en neêrgaan van het gewigt H, van wege de overeenkomende +beweging van den zuiger, zeer beperkt is. Doch men kan het eene einde +van ketting F, in plaats van met een gewigt H, met den stang van eenen +waterpomp-zuiger verbinden, ter opbrenging van water, in welke +gesteldheid die stang een toereikend gewigt zal moeten hebben, niet +alleen om den stoomzuiger tot aan het boven einde des cilinders te +trekken, maar ook, om den waterpomp-zuiger tevens naar beneden te +drijven, wanneer door het openen der sluitkraan J aan den stoom onder +den zuiger, toegang verschaft wordt. + +Nu gaan wij over om in de volgende § het stoomwerktuig te beschrijven, +dat NEWCOMEN het eerst bezigde, om water uit mijnen op te brengen, en +welk toestel eenen geruimen tijd daarvoor is gebruikt geworden, op +hetzelfde grondbeginsel rustende, hetwelk wij in de voorgaande +afbeelding hebben voorgesteld. + + +[Illustratie: Stoomwerktuig van NEWCOMEN] + + +§ 15. + +Onder en om eenen sterken, deels bemetselden ketel _b_, bevindt zich +eene stookplaats of haard _f_. De hals _p_ van den ketel, met eene kraan +_u_ voorzien, is vereenigd met den zuiver gelijkwijdig uitgeboorden +cilinder, waarin zich een zuiger _w_, volmaakt digt sluitend, op en +neder kan bewegen. Aan dezen zuiger bevindt zich eene stang _x_, waarvan +het boveneinde vastgemaakt is aan een' ketting, die zich over een +cirkelvormig gebogen stuk hout _z_ voegt, en daaraan bovenwaarts is +vastgehecht. Dit gebogen stuk hout vormt het eene uiteinde van eenen +hefbalk of balans _z a b_, die op eene spil of as _a_ beweegbaar is, en +aan het einde _b_, even zoo gevormd is in cirkelboog, als bij _z_. + +Het boogstuk _b_ des hefbalks is ook met eenen daaraan bevestigden +ketting _d_ voorzien, welks ondereinde vastgemaakt is, aan eene +zuigerstang _ee_ van eene pomp in den put of de wel _f_ geplaatst, +waarmede het water uit de diepte kan worden opgebragt bij _r_; _gg_ is +het tegenwigt met de zuigerstang _ee_ verbonden en dat met het +nederdrukken des waterpompzuigers, tevens den zuiger _w_ in den +stoomcilinder ophoudt. + +De as _a_, is met de balans (welke benaming wij bij voorkeur zullen +blijven bezigen) hecht vereenigd, en draagt in holle metalen kussens +boven op eenen stevigen tusschenmuur van het gebouw; zoo dat de rigting +der beweging van de balans aan geene verandering onderhevig is. Tegen +den tusschenmuur is een bak _l_ gevoegd, waarin zich koud water bevindt, +dat door eene pijp _nn_ tot onder den zuiger _w_ in den stoomcilinder +kan komen, wanneer de kraan _o_ dezer pijp geopend is; terwijl door eene +andere pijp _qq_, het in den stoomcilinder gestroomde water, met hetgeen +de verdikte of gecondenseerde stoom oplevert, ontlast; deze laatste pijp +bevat bovendien eene benedenwaards openende klep, (in de figuur niet +afgebeeld) die belet, dat het ontlaste water weder in het luchtledige +des stoomcilinders opstijge; ook moet men zich nabij den cilinderbodem, +eene kleine naar buiten openslaande klep, snuifklep genaamd, denken, +(mede in de figuur niet zigtbaar) waardoor de lucht, die zich uit het in +den cilinder gestroomde water ontwikkelt, bij elken nederslag van den +stoomzuiger, ontsnapt.--_m m_ is eene pijp waardoor de koudwaterbak +gevuld gehouden wordt, en _h_ wijst de belading aan, van eene op den +ketel _b_ geplaatste veiligheidsklep, over welke inrigtingen ter regter +plaatse zal gehandeld worden. + + +§ 16. + +Na uitleg van deze figuur, zal nu die der werking niet moeijelijk zijn. +De ketel _b_ wordt met eene toereikende hoeveelheid water gevuld, en het +vuur in het fornuis _f_ opgestookt. Wanneer dan het water kookt en stoom +ontwikkelt, wordt de kraan _u_ des ketels geopend, waardoor de stoom in +den cilinder dringt, terwijl men tevens, den zoo even gedachten +snuifklep open houdt, zoo lang tot dat de lucht, welke zich nu bij den +aanvang onder den zuiger _w_ in den cilinder bevindt, daardoor is +ontsnapt. Gedurende deze toevloeijing van stoom uit den ketel, zal als +nu door behulp van het tegengewigt _gg_, de zuiger _w_, in den cilinder +opstijgen, terwijl de zuigerstang _ee_ van de waterpomp in den put _f_ +nedergedrukt wordt. De zuiger _w_ deszelfs hoogsten stand bereikt +hebbende, zoo sluit men den toegang van den stoom met de kraan _u_ af, +opent daarna de kraan _o_ van de pijp _nn_, waardoor dan dadelijk koud +water uit den bak _l_ in de cilinderruimte zal stroomen, hetwelk den +daarzijnden stoom tot water verdikt of condenseert en die ruimte +luchtledig maakt. + +Den tegenstand onder den zuiger _w_ aldus zoogezegd verniettegende, zoo +zal dezelve door den druk of het gewigt des dampkrings dalen, welks +druk, overeenkomstig hetgeen wij hooger gezegd hebben, nabij zoo veel +malen 103.3 ned. ponden zal bedragen, als het oppervlak van den zuiger +_w_, vierkante ned. palmen bevat. + +De zuiger _w_ met zulk een drukvermogen dalende, is nu in staat, met het +tegenovergesteld balanseinde _b_, den pompzuiger in den put, met het +daarop staande water, omhoog te heffen, om hetzelve bij _r_ te +ontlasten. + +Wanneer de zuiger _w_, in deze manier weder nabij den cilinderbodem +genaderd is, moet de kraan _o_ (waaraan de eigenaardige naam van +inspuit- of injectiekraan gegeven wordt) gesloten, en vervolgens de kraan +_u_ des ketels open gezet worden; als dan zal, met de weder toevloeijing +van stoom onder den zuiger _w_, het in den cilinder gestroomde water, +met hetgeen de gecondenseerde stoom gedurende de daling des zuiger heeft +opgeleverd, door de pijp _qq_ wegvallen, terwijl de ontwikkelde lucht +uit dat water, door de boven gedachte snuifklep (waaraan weinig zwaarte +gegeven is) als van zelve zal ontsnappen. Met het open zijn der +ketelkraan _u_, zal de rijzing van den stoomzuiger en de daling van den +waterpompzuiger weder aanvangen, om onder de aangewezene behandeling der +kranen, eene op- en nedergaande beweging der zuigers te onderhouden, +waardoor het water uit den put _f_ wordt opgebragt. + +Op zoodanige wijze is die eenvoudige stoommachine zamengesteld; doch wij +zullen zien, dat daaraan nog veel ontbreekt, om aan eene geregelde en +vertrouwde werking te voldoen. Onder anderen wordt hierbij steeds iemand +vereischt, die de kranen op de juiste tijden opent en sluit, en waarvan +de goede en regelmatige gang geheel afhangt. Insgelijks zal er nog +iemand noodig zijn om den koudwaterbak gevuld, of toereikend met water +voorzien te houden, terwijl tevens een derde moet zorg dragen, dat naar +gelang het water in den ketel verkookt, dit met ander wordt aangevuld. + + +§ 17. + +Sedert de uitvinding van het stoomwerktuig hebben de werktuigkundige +onderscheidene middelen bedacht, om boven gezegde bewerkingen, door het +werktuig zelf, te doen verrigten, en alzoo zich zelf in gang te houden. +Het zou te ver buiten ons bestek leiden, om al de uitvindingen te +verklaren, die voor dat doel gemaakt zijn, zoowel als van anderen te +gewagen, die strekken, om de machine onafhankelijk te maken van +toevalligheden of uitwerkselen, die het gevolg van verzuim, of +onbedrevenheid van de zijde des gebruikers kunnen zijn. + +Het voornemen is alleen, om onze lezers bekend te maken, met de +inrigting van het stoomwerktuig in het algemeen, waarna wij het aan hen +zelven zullen overlaten, om de geschiedenis na te gaan, van die +verschillende inrigtingen, die men van tijd tot tijd heeft voorgeslagen +en in het werk gesteld, en waarmede verschillende tijdschriften, die +over de werktuigkunde handelen, nog dagelijks gevuld zijn. + + +§ 18. + +Voordat wij echter verder gaan, moeten wij eene zeer gewigtige +eigenschap van den stoom, waarvan wij nog geene melding gemaakt hebben, +doen opmerken. De door ons tot dus verre beschouwde stoom is die, welke +ontstaat bij eene temperatuur van omstreeks 212 graden, en is in +uitzettend vermogen of spanning gelijk aan den gemiddelden druk des +dampkrings: want zoo wij zoodanigen stoom, in eene beslotene ruimte doen +vloeijen, waarvan de wanden zeer ligt breekbaar zijn, bijv: eenen glazen +bol, dan zal de buitenlucht niet in staat zijn, om die wanden in te +drukken, noch de daarin besloten stoom, die uit te zetten, omdat de +drukking der lucht buiten, gelijk staat, of evenwigt maakt, met de +spanning van den stoom binnen. Wanneer de ketel, waarin de stoom zich +vormt, gesloten wordt gehouden, en het daaronder bestaande vuur blijft +werken, dan zal het water en de stoom eene hoogere temperatuur dan 212 +graden aannemen. Met eene steeds toenemende temperatuur, zal de stoom in +eenen geheel geslotenen ketel, eene zoodanige kracht verkrijgen, in +staat, om den ketel, hoe sterk ook, met geweld te doen bersten. + +Stoom op de temperatuur van 212 graden, maakt evenwigt met den +dampkringsdruk, die in gemiddelde omstandigheden, met 103.3 ned. looden +per vierkante ned. duim overeenkomt; men zegt om die rede: stoom op 212 +graden, heeft het vermogen van eenen dampkring of atmospheer; maar +aangezien in alle tot heden gebruikelijke stoomwerktuigen, altijd stoom +gebezigd wordt, die boven den dampkringsdruk is gespannen, zoo is men +gewoon, alleen het verschil te noemen, of de meerdere spanning van den +stoom boven den druk des dampkrings; alzoo zegt men: stoom op 234 graden +temperatuur is op een' halven atmospheer gespannen, dat is: die boven +den gemiddelden druk des dampkrings met 51.7 ned. looden belading per +vierkante ned. duim evenwigt maakt, latende dus de 103.3 ned. looden +voor eenen dampkring onvermeld; gelijkerwijze is stoom op 250-1/2 gr. +aan een' atmospheer, (103.3 ned. looden per vierkante ned. duim)--stoom +op 264 gr. aan een' en een' halven atmospheer (155 ned. looden per +vierkante ned. duim)--stoom op 275 gr. aan twee atmospheren. (206.6 ned. +looden per vierkante ned. duim)--stoom op 285 gr. aan twee en een' halve +atmospheer (258.2 ned. looden per vierkante ned. duim)--stoom op 294 gr. +aan drie atmospheren (309.9 ned. looden per vierkante ned. duim)--stoom +op 302 gr, aan drie en een' halven atmospheer (361.5 ned. looden per +vierkante ned. duim)--stoom 309 gr. aan vier atmospheren. (413.2 ned. +looden per vierkante ned. duim) en stoom op 321-1/2 graden temperatuur +aan de drukking van vijf atmospheren (516,5 ned. looden per vierkante +ned. duim) gelijk; terwijl volgens het tot nu hier te lande geldende +koninklijk besluit: gespannen stoom beneden eenen halven atmospheer: +stoom van lage drukking, daar boven tot drie en eenen halven atmospheer, +stoom van middelbare drukking, en hooger gespannen, stoom van hooge +drukking genoemd wordt; wel te verstaan, boven den gemiddelden +dampkringsdruk. + + +§ 19. + +Laat ons nu overgaan tot de beschrijving der zamenstelling van eenen +_stoomketel_, en tevens daarbij in acht nemen den toestel, waardoor de +toevoer van stoom als andersints wordt geregeld. Deze ketel bestaat +gewoonlijk uit ijzeren, of somtijds ook uit koperen platen, die op het +hechtst en volkomen luchtdigt aaneengeklonken zijn, en waarvan de vorm, +voor stoom welke een' halven atmospheer niet te bovengaat, overeenkomt, +met eene langwerpig vierkante kast met rond gewelfden top. De bodem en +zijwanden zijn een weinig binnenwaarts gekromd, doch het bovengedeelte +is cirkelvormig gebogen. De volgende plaat is eene afbeelding daarvan, +waarbij voorondersteld wordt: dat dezelve overlangs middendoor is +gesneden. A is de stookplaats of vuurhaard, waarin op ijzeren +roosterstaven het vuur brandt, boven eene aschkolk, die tevens tot +doorstrooming van versche lucht dient. Het vuur beslaat, in lengte, hier +meer dan het derde gedeelte van de geheele lengte des ketels, en moet +van tijd tot tijd, wanneer men steenkolen tot brandstof bezigt, van +slakken of sintels gezuiverd worden, terwijl de asch door de roosters +naar beneden in de kolk valt. De ontvlamde rook strijkt over de brug +_b_, die uit vuurvaste steenen bestaat langs den ketelbodem, en klimt in +de rookleiding N N, die rondom den ganschen ketel in het metselwerk is +gemenageerd; stijgt van daar in den schoorsteen X ter ontlasting in de +opene lucht; alles derwijze ingerigt, opdat de hitte van den deels +vlammenden rook de grootst mogelijke oppervlakte van den ketel raakt, +ten einde aan het daarin vervatte water de meeste warmte mede te deelen. + + +[Illustratie: Dwarsdoorsnede van een stoomketel] + + +Zoo als in de afbeelding gezien wordt, is de ketel over de helft met +water gevuld, en de rookleiding daaromheen niet boven de oppervlakte des +waters verheven. Door de werking van het vuur tegen den bodem, en van +den verhitten rook of het gaz op de zijwanden, wordt nu stoom in den +ketel ontwikkeld, die vervolgens door den buis I in den cilinder kan +vloeijen. + + +§ 20. + +Het is een noodzakelijk vereischte, dat de stoom de benodigde +krachtspanning niet te boven ga, daarmen anders stoom of vuur verspilt +of wel den ketel in gevaar brengt. Om dit voor te komen, maakt men +gebruik van eene _veiligheidsklep_, bij V _f w_ aangeduid, en waarvan +men de werking gemakkelijk zal kunnen begrijpen. In het hoogste gedeelte +van den top des ketels is namelijk eene cirkelronde opening, met metalen +rand voorzien, gemaakt, welke door eene volmaakt digt sluitende metalen +plaat, klep genoemd, gedekt wordt. Op het midden dezer klep bestaat eene +opstaande stang, die vrijelijk met eenen liggenden hefboom _f w_ +gemeenschap heeft. Deze hefboom, die beweegbaar is, drukt op de +opstaande stang der klep, door middel van bij _w_, aangehangen gewigt, +en houdt aldus deze klep op derzelver rand digt gesloten. Men noemt dit +gewigt de belading van de veiligheidsklep, welke vergroot wordt, naar +gelang het gewigt _w_, naar het uiteinde van den hefboom wordt +verplaatst. Na een weinig overweging zal men dus bevatten, dat niet +alleen het gewigt dezer klep, maar ook derzelver belading, door de +stoomspanning binnen den ketel, moet overwonnen worden, om dezelve te +doen ligten, en dat de stoom daarvoor altijd meer vermogen moet hebben, +dan met den enkelen druk des dampkrings overeen komt; want de dampkring +drukt, behalve de aangebragte belading, ook op de klep. Het gewigt kan +overigens, het zij door verplaatsing, of door verandering met eenig +ander, gewijzigd worden, naar gelang het behouden van eene zekere +stoomspanning, in verband met de sterkte des ketels, zulks eischt; +zoodat dusdanige toestel met regt den naam van veiligheidsklep draagt, +wanneer te hoog gespannen stoom zich daardoor ontlast. + + +§ 21. + +Behalve dit is het nog noodzakelijk, om te voorzien tegen elke geringe +verandering in de spanning van den stoom, daar het van groot belang voor +de geregelde werking van de stoommachine is, dat de veer- of spankracht +van den stoom steeds dezelfde zij. Te dezen aanzien maakt men gebruik +van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel, welke men eenen zich +zelven regulerenden _demper_ zou kunnen noemen, en die op de volgende +wijze is ingerigt. Aan het gedeelte van den ketel, nabij den +schoorsteen, is in den top van denzelven eene opstaande buis of pijp L +L, aan beide einden open, ingesloten. Het ondereinde van deze pijp reikt +tot in het water binnen den ketel. Daarin hangt een cilinder van gegoten +ijzer aan eenen ketting, die over schijven P P loopt, en aan welks ander +einde eene plaat D hangt. Deze plaat, _schoorsteenregister_ of _demper_ +genoemd, kan zich vrijelijk in sponningen op en neder bewegen, en alzoo +de beneden opening van den schoorsteen X, waarin de rookleiding van om +den ketel uitloopt, meer of minder sluiten. Daar nu in de buis L L het +kokende water wordt opgedrongen, (overeenkomstig het verschil tusschen +de spanning van den stoom met de drukking des dampkrings,) en daar de +lengte des kettings, die over de schijven P P loopt, met het +betrekkelijk gewigt van den ingehangen cilinder en demper D, derwijze is +geregeld, dat deze cilinder altijd het oppervlak van het in de buis L L +staande water, volgt, zoo zal de demper D moeten zakken, wanneer het +water en de cilinder in de buis L L rijst, hetgeen met vergroote +stoomspanning door opdrijving van het water in de buis L L moet +gebeuren. De demper D aldus zakkende, wordt de beneden opening van den +schoorsteen verkleind, waardoor de trekking, en het daarvan afhankelijk +vermogen van het vuur, vermindert, en diensvolgens mindere +stoomontwikkeling of verhitting plaats vindende, de stoom in spanning +moet verminderen of afnemen, tot de primitief bepaalde maat, die altijd +zoodanig geregeld is, van ruim onder de spanning te zijn, welke tot het +ligten der veiligheidsklep vereischt wordt. Het tegenovergestelde van +dit alles zal plaats grijpen, wanneer de stoomspanning binnen den ketel +beneden de aangenomene maat daalt: want dan zal het water met den +cilinder in den buis L L dalen, en den demper D doen ligten; waardoor +het vuur heviger trekking ondergaat, dus feller branden zal, en de stoom +in spanning stijgt, tot zoo lang de demper D weder de bepaalde opening +voor de juiste trekking des vuurs zal hebben daargesteld. + + +§ 22. + +De lezer zal gereedelijk opmerken, dat teneinde dezen toestel volmaakt +te doen werken, het water in den ketel steeds volkomen op dezelfde +hoogte gehouden moet worden: want daar deze vloeistof, door het +gestadige verbruik van den stoom, aan eene gedurige vermindering +onderworpen is, zoo daalt de oppervlakte aanhoudend, en dus ook het +water met den cilinder in de pijp L L, waardoor de demper D rijst, het +vuur dus steeds meer en meer aanwakkeren en de stoom eene grootere +spankracht verkrijgen zoude. Om dit te voorkomen, bezigt men eenen +anderen daarmede verbondenen toestel, waardoor de ketel voortdurend van +eene zelfde hoeveelheid water voorzien blijft, niettegenstaande het +verlies daarvan door verbruik van stoom; dit wordt voeding-toestel +genoemd en de toerigting daarvan is als volgt: + +Op den top der buis L L (zie Figuur 2) bestaat eene verwijding, die +eenen waterbak aldaar daarstelt; in het midden van welken eene +doorgaande opene buis staat, waardoor de ketting van den cilinder +vrijelijk beweegt, en het inwendige der buis L L gemeenschap met de +dampkringslucht doet behouden; in den bodem van den hier aangeduiden +waterbak is eene opening (in de figuur ter vermijding van verwarring +niet afgebeeld,) die met eene klep gedekt is, en waardoor zich water in +de buis L L kan storten. Die klep is aan eenen hefboom _g t_ E +verbonden, welke in t op eene steun draait of op en neder bewegen kan; +van het uiteinde E dezes hefbooms, hangt eene dunne roede af, die door +den top des ketels B B gaande, eenen zoogenaamden drijver F draagt, +welken veelal van steen vervaardigd, voor een gedeelte in het water +gedompeld is; aan het tegenovergestelde einde _g_ van den hefboom is een +tegenwigt gehangen, de betrekkelijke zwaarte van drijver en tegenwigt is +voor eene bepaalde gedeeltelijke indompeling van den drijver geregeld, +waarbij de klep van den waterbak op den top der buis L L, door den +hefboom _g t_ E gesloten gehouden wordt. Wanneer dan het water in den +ketel vermindering ondergaat, zal noodwendig ook de drijver F moeten +dalen, en den hefboom bij F naar beneden trekken, waardoor de klep in +den waterbak zal geopend worden en water in de buis L L doen storten, +dat zoo lang zal aanhouden, tot dat het water in den ketel weder op de +noodige hoogte zal zijn geklommen, om door den drijver F de klep weder +te doen sluiten. Het water, dat alzoo tot aanvulling dient, wordt in den +bak op den top der buis L L, aangevoerd, door middel van eene kleine +pomp, die door de machine bewogen wordt. De plaats in den top des +ketels, bij _e_ waardoor de dunne drijverroede gaat, is met eene +geslotene bos voorzien, waarin de dunne roede, in hennep of vlas gepakt, +genoegzaam vrij op en neder kan bewegen, zonder stoom door te laten; +zoodanige bos wordt pakkingbos genoemd, terwijl de buis L L veelal den +naam van voedingbuis draagt, en het daarin dienende water voeding water +genoemd wordt. + +Wat nu de hoogte betreft welke dusdanige voedingbuis L L behoort te +hebben, zij opgemerkt, dat het water daarin zoo veel zal moeten kunnen +opklimmen als noodig is, om de meerdere stoomspanning in den ketel boven +die des dampkrings, te kunnen tegen drukken, met nog eenige hoogte meer +tot speelruimte van den inhangenden cilinder.--Uit hetgeen wij in § 9 en +§ 11 gezegd hebben, kan men opmaken, dat wanneer de meerdere spanning +van den stoom binnen den ketel, per vierkante ned. duim, 10 ned. looden +boven die des dampkrings bedraagt, het water (hier rivierwater en kokend +heet) ruim eene ned. el in den buis L L zal opklimmen, hetgeen voor eene +vermeerdering van stoomspanning met 10 ned. looden, weder ruim eene ned. +el meer zal zijn, wel te verstaan, gemeten uit het oppervlak van het +water binnen den ketel; de meerdere stoomspanning boven den druk des +dampkrings gegeven zijnde, kan men daaruit gevolgelijk de hoogte +bepalen, tot welke het water in de buis L L klimt. + + +§ 23. + +Niettegenstaande de eenvoudigheid van den hier beschreven toestel, en de +zekerheid van de grondbeginselen, waarop een en ander rust, zoo gebeurt +het nogtans, dat een of ander daarvan in het ongerede geraakt, waarom de +bestuurder van het werktuig nog andere middelen dient te bezitten, om +zich van den waterstand binnen den ketel te overtuigen: eene zaak die +van het uiterste belang is, om dat daarvan het behoud van den ketel +afhangt, en zelfs het uit een springen van denzelven ten gevolge kan +hebben. Immers zoo keteldeelen, die met den vuurstroom in aanraking +zijn, van water ontbloot geraken, dan kunnen die _over-heet_ of +gloeijend worden, in dien zachten staat geenen genoegzamen tegenstand +aan de binnen den ketel heerschende spanning bieden, en van een +scheuren; ten andere kan toevallige aanslag van water op gloeijende +plaatdeelen plotseling eene zoo groote hoeveelheid stoom voortbrengen, +dat die door de veiligheidsklep of kleppen met geene genoegzame snelheid +zich kan ontlasten, waardoor dus de ketel, met groot geweld, en gevaar, +voor de bij zijnde personen, kan uit een springen. + +Een der vertrouwdste middelen, is het gebruik van peilkranen, zoo als +zij in de figuur op § 19. bij W en S afgebeeld staan. De pijp van de +kraan W reikt tot een weinig beneden de gemiddelde waterlijn in den +ketel; doch de andere, van de kraan S, reikt tot even boven de +oppervlakte des waters. Ten einde zich nu te verzekeren, of het water op +de vereischte hoogte staat, behoeft de bestuurder slechts deze kranen te +openen. Wanneer dan het water door de kraan W dringt en de stoom door de +kraan S blaast, zoo is dit een teeken, dat het water in den ketel op +goede hoogte staat. Stroomt echter de stoom uit beiden, dan is dit een +teeken, dat er te min, en zoo het water uit beide kranen dringt, dat er +te veel water in den ketel is. + +Ook zijn zoogenaamde waterpeil buizen, met glazen pijpen voorzien, van +goede dienst, zoo die goed ingerigt zijn; want in die glazen pijpen ziet +men dadelijk de hoogte van het water zooals het binnen den ketel staat; +overigens zijn er nog andere middelen bekend, om eene bepaalde +vermindering van het water in den ketel op te merken, meer of min +onafhankelijk van de waakzaamheid des bestuurders, doch het is overbodig +die hier te beschrijven. + + +§ 24. + +Voor ketels, die in stoomvaartuigen of voor stoomwagens, (zoogenaamde +locomotieven), dienen, geschiedt somwijlen de watervoeding insgelijks +door eenen regelenden drijver; doch over het algemeen worden die ketels, +naar aanwijzing van eenen vrijen of onverbondenen drijver, of volgens de +aanduiding van peilkranen of waterpeilbuizen, door den bestuurder van de +machine, die zulks opmerkt, naar gelang der behoeften, met water gevoed, +door middel van eene of meer kleine perspompen, welke voor dien tijd +door de machine in beweging gehouden, en na genoegzame werking weder +afgeslagen worden. + + +§ 25. + +Daar zich in eenen stoomketel spoedig bezinksel vormt, en zich daar +binnen aanzet, zoo is het noodzakelijk, denzelven van tijd tot tijd +schoon te maken. Te dien einde bestaat er in het bovengedeelte van den +ketel, eene groote opening of ingang M, mangat genoemd, welke weder goed +gesloten kan worden; terwijl behalve dat, elke ketel nog nabij den bodem +eene spui-opening of spuikraan bezit, voor hetzelfde doel bestemd, doch +in de figuur niet afgebeeld. + + +§ 26. + +Wanneer in eenen ketel de spanning van den stoom, minder wordt dan de +bestaande drukking des dampkrings bedraagt, hetgeen door verkoeling van +denzelven of soms door eene onoplettende behandeling der machine kan +geschieden, dan zoude het kunnen gebeuren, dat de ketel den druk der +buitenlucht niet wederstond en alzoo ingedrukt werd. Om dit te +voorkomen, bestaat in den top eene opening, die met eene klep, luchtklep +genaamd, gesloten wordt. Die luchtklep wordt gewoonlijk in het deksel +van het mangat geplaatst, en zal dus noodwendig, daar zij zich altijd +binnenwaarts opent, de buitenlucht in den ketel toelaten, zoodra de +stoomspanning daar binnen, minder wordt dan de dampkringsdruk; en den +ketel alzoo voor indrukken bewaren. + + +§ 27. + +Eene ketelinrigting, zoo als op fig. 2. afgebeeld staat, wordt voor +stoomwerktuigen van zoogenaamden lagen druk gebezigd, en hoewel hier het +vuur slechts onder en om den ketel werkt, zoo heeft men soortgelijke +ketels, waar tevens de vuurstroom door eene buis binnen door denzelven +gaat. In stoomvaartuigen houden de ketels voor lage drukking de +vuurplaatsen en rookleidingen geheel met water omgeven, zoodat het vuur +binnen den ketel brandt, en de rook, mede daar binnen, naar den +schoorsteen opstijgt; ketels van middelbare of hooge drukking zijn +meestal op die wijze ingerigt, en houden in velen een groot getal +kanalen of buizen, waardoor het vlammende gaz ter verwarming stroomt; +ketels van stoomwagens of zoogenaamde locomotieven houden tot dat einde +een groot getal enge pijpen. + + +§ 28. + +De stoom, die zich in den ketel vormt, vloeit door de buis I (fig. 2) +naar den cilinder van het werktuig. Voordat hij echter dit gedeelte van +den toestel bereikt, wordt de toevoer daarvan geregeld, opdat eene +bepaalde hoeveelheid in eenen bepaalden tijd toestroome. Daar van den +regelmatigen en gelijken toevoer van stoom, de gelijkmatige werking van +het werktuig moet afhangen, zoo heeft men het ook noodig geoordeeld, dit +door het werktuig zelf te doen regelen, en hieraan de voorkeur gegeven +boven het onzekere opzigt van den bestuurder. De toestel, door middel +van welken men dit doel bereikt, is even merkwaardig, om deszelfs +eenvoudigheid, als door de zekerheid, waarmede dezelve werkt, en draagt +den naam van _regulateur_. De werking van denzelven hangt af van de +eigenschappen der middelpunts-krachten, welke wel een ingewikkeld +onderwerp uitmaken, doch door de volgende verklaring der grondbeginselen +vertrouwen wij, dat onze lezers de werking van den _regulateur_ ten +volle zullen begrijpen. + + +§ 29. + +Het is algemeen bekend, dat bij het met de hand rondslingeren van eenen +steen, die aan eene lijn vast is (een' zoogenaamden slinger), de kracht +waarmede de steen wegvliegt, zoo veel te grooter is, naar gelang de +snelheid van omzwaai vermeerdert; en werkelijk kan men ook deze snelheid +zoodanig doen toenemen, dat een zeer sterk touw niet in staat zal zijn, +den steen vast te houden, maar dezelve bij het breken van het touw, zal +worden voortgeworpen. In dit geval is het gemakkelijk op te merken, dat +er twee krachten werkzaam zijn; eene van dezelve drijft den steen, om +zich van de hand des slingeraars te verwijderen, terwijl de andere, die +in de sterkte van het touw bestaat, den steen naar de hand trekt. De +neiging nu, die een zoo rondgezwaaid ligchaam dringt, om weg te vliegen, +wordt de _middelpuntvliedende kracht_ genoemd, terwijl het vermogen, +waardoor hetzelve naar het middelpunt trekt, de _middelpuntzoekende +kracht_ genoemd wordt. Bij het handelen over deze krachten duidt men +beide aan onder den naam van _middelpunts-krachten_ +(_centraal-krachten_). De toestel waardoor de toevoer van den stoom +geregeld wordt, de zoogenaamde regulateur, rust geheel en al op dit +grondbeginsel; en ofschoon het onmogelijk zoude zijn, om in een werk als +het onderhavige, hetwelk alleen bestemd is voor hen, die zich niet in de +wiskundige wetenschappen hebben geoefend, eene volledige verklaring van +deze krachten te geven, zoo vermeenen wij nogtans genoeg gezegd te +hebben, om onze lezers een algemeen denkbeeld te verschaffen van de +grondbeginselen, waarvan de werking van den toestel afhangt. + + +§ 30. + +[Illustratie: Een regulateur] + +Door eenvoudige middelen, die naderhand zich zullen verklaren, drijft +het stoomwerktuig een rad A (zie de volgende Figuur) met eene opstaande +spil B B rond. Naar gelang dat de beweging van het werktuig sneller is, +zoo veel te sneller ook zal het rad A met de spil B B ronddraaijen. Aan +het boveneinde E van de opstaande spil bevinden zich twee scharnieren, +tegenover elkander geplaatst, die de nedergaande stangen D en D alzoo +bewegelijk gekoppeld houden en aan wier ondereinden zware kogels C C +vast zijn. De scharnieren, bij E, geven aan de stangen D D de +bekwaamheid, om zich van de spil B B te kunnen verwijderen. Nagenoeg op +de helft der stangen D D zijn twee andere stangen D G en D G bewegelijk +verbonden, welker ondereinden scharniers-gewijze vereenigd zijn, met +eenen ring of koker G G, die over de opstaande spil B B op en neer kan +glijden. Het binnengedeelte van dezen ring is zeer glad, hetwelk +insgelijks het geval is met de spil, zoodat de eerste, met zeer weinig +tegenstand of schuring, over de laatste kan heen glijden. Gezegde ring +of koker bezit buitenwaarts eene zuiver en glad bewerkte groef; in deze +groef past met genoegzame vrijheid, eene vork van het uiteinde der +hefboom H, derwijze, dat de ring in de vork gemakkelijk draait, terwijl +de vork niet boven nog benedenwaards van den ring kan geraken, maar in +de groef bepaald blijft. De hefboom H heeft vervolgens een vast +steunpunt, dat buiten de figuur gelegen is. Aan de opstaande spil B B is +eindelijk eene boogvormige gleuf F F vereenigd, waartusschen de vier +bovengenoemde stangen gemakkelijk kunnen heen en weder gaan, en welke +dient, om derzelver beweging, die wij zullen gaan verklaren, in een +zelfde vlak te houden. + + +§ 31. + +Onderstellen wij, dat het rad A door de machine wordt in beweging gezet, +dan zal de spil B B, daarmede ronddraaijen, en bij die beweging de +staven D D, met de daaraan vast zijnde kogels C C, medevoeren. In dit +geval zal men de geheele werking van den slinger hebben, door de +scharnieren bij E voor de hand van den slingeraar te houden, en de +stangen D D voor het touw, zoodat de kogels C C zullen trachten te +ontvlieden en eene dergelijke stelling aannemen, als in de afbeelding is +voorgesteld. Hoe sneller nu de beweging van de spil B B is, des te +verder zullen de kogels zich van elkander verwijderen, ja de beweging +van de spil B B zoude dermate snel kunnen zijn, dat het ontvliedend +vermogen der kogels C C sterk genoeg werd, om de slangen D D bijna in +horizontale rigting te houden, en zelfs te doen breken in geval deze +laatsten geene genoegzame sterkte bezaten. Zoo integendeel de +ronddraaijende beweging vertraagt, dan zullen de kogels meer en meer tot +de spil naderen, en bij het in rust zijn van den toestel tegen de spil +nederhangen. + + +§ 32. + +Het meer of minder verwijderen der kogels van de spil B B brengt, door +de tusschengekoppelde kleinere stangen D G, eene op en neder beweging +van den ring G G te weeg, en dus ook van de daarin gevatte vork op het +einde des hefbooms H; wanneer dus door versnelling van beweging de +kogels C C van elkander gaan, dan zal dat hefboom-einde met den ring G G +moeten rijzen, en tegenover gesteld, dalen, wanneer door vertraging van +beweging, die kogels tot elkander naderen. + + +§ 33. + +In de bovenstaande afbeelding is slechts een kort gedeelte van den +hefboom H afgebeeld, ten einde de afteekening; niet te groot te maken; +doch men moet dezelve verbonden denken met eene klep, die zich in de +pijp I van de fig. in § 19 bevindt. Deze pijp of buis wordt de +stoomlei-buis genoemd, en de hier bedoelde klep draagt den naam van +smoorklep. De wijze van verbinding van dezen hefboom met de smoorklep is +zoodanig, dat bij rijzing of daling van den hefboom, de smoorklep meer +of minder sluit, en daar die sluiting nagenoeg op dezelfde manier werkt, +als een zoogenaamde wartel in eene gewone kagchelpijp, zoo kan de +smoorklep, in zekere stelling gedraaid zijnde, den toevoer van stoom uit +den ketel geheel beletten, of meer of mindere vrijheid voor +doorstrooming laten. + + +§ 34. + +Deze smoorklep is dan van een arm of kruk voorzien, en met den hefboom H +in verbinding gebragt, zoodaniger wijze, dat, wanneer deze hefboom H +geligt, de klep meer of minder gesloten wordt, naar gelang van de +hoogte, waarop de hefboom H gerezen is. Door ondervinding en in verband +met den aard van het werk, dat de machine verrigten moet, regelt men den +stand der smoorklep, dat is: de stoom toevloeijing door de stoomleibuis +naar den stoomcilinder voor eene doelmatige snelheid van beweging. Wordt +die snelheid door eene of andere oorzaak grooter, dan zullen de kogels +van den regulateur zich van elkander verwijderen en den ring G G met den +hefboom H ligten, waardoor dan de smoorklep de toevloeijing van den +stoom door de stoomleibuis zal belemmeren; naderen daarentegen die +kogels elkander, dan zal ring en hefboom dalen, terwijl de smoorklep +vrijer doortogt aan den stoom door de stoomleibuis geven zal; daar nu +natuurlijkerwijze, meerdere of mindere toelating van stoom in den +cilinder eene meer of mindere snelheid aan den daarin bewegenden zuiger +moet geven, zoo volgt dat zoodanige regulateur met de smoorklep +verbonden, een zeer goed zamenstel oplevert, tot het doen behouden van +eene gelijkmatige snelheid des stoomzuigers. + + +§ 35. + +De wijze, waarop de snelheid van den stoomzuiger geregeld wordt, +beschreven hebbende, zoo zullen wij overgaan tot de beschouwing van de +wijze, waarop de stoom op de juiste oogenblikken in den cilinder wordt +toegelaten. Bij het vroeger beschrevene werktuig werd de stoom op de +juiste oogenblikken ingelaten, door eenen persoon, die op regelmatige +tusschentijden eene kraan omdraaide; doch alsdan hangt, zoo als wij +reeds aanmerkten, alles van de oplettendheid van dien persoon af, en de +geringste nalatigheid van dezen moet onvermijdelijk eenen onregelmatigen +gang van het werktuig te weeg brengen. Hier echter, zoowel als bij alle +andere onderdeelen, heeft het vernuft middelen gevonden, om deze +bewerking door het werktuig zelf ten uitvoer te laten brengen, zonder de +hulp van eenen oppasser, die toch nimmer, zelfs bij de grootste +bekwaamheid en oplettendheid, die bewerking zoo regelmatig verrigten +kan. Vóór dat wij echter tot de beschrijving van dit gedeelte van het +Werktuig overgaan, zal het noodig zijn, om de bijzondere wijze van +condenseren of verdikken van den stoom op te geven. + + +§ 36. + +Bij het werktuig, hetwelk in eene vroegere afdeeling beschreven is, +hebben wij gezien, dat, ten einde den stoom te verdikken, een straal +koud water in den cilinder geleid werd, waarvan de uitwerking was, dat +de stoom bekoelde en er een luchtledig ontstond. Bij eene geringe +opmerkzaamheid wordt men nogtans gewaar, dat door het op deze wijze +inbrengen van koud water in den cilinder zelven, de wanden daarvan, die +door den stoom verhit waren, zich moeten afkoelen, zoodat de op nieuw +ingevoerde stoom den cilinder wederom moet verhitten, vóór dat hij de +vereischt wordende veerkracht verkrijgen kan. Telken reize dus, als de +zuiger opgaat, moet op die wijze een gedeelte stoom verloren gaan, om +den cilinder te verhitten, waarvan het gevolg is, dat eene aanmerkelijke +hoeveelheid brandstof in den vuurhaard onnut verspild wordt. Hoe +eenvoudig het ook moge schijnen, zoo is het niettemin eene der +gewigtigste uitvindingen van lateren tijd, namelijk: dat het niet +noodzakelijk is om den stoom door middel van koud water in den cilinder +zelven te condenseren, maar dat dit doel insgelijks bereikt kan worden, +door eene gemeenschap daar te stellen tusschen den stoom-cilinder en +eene aangelegene beslotene ruimte, waarbinnen eene inspuiting van koud +water, en dus condensatie van den stoom buiten den cilinder, plaats +vindt; die beslotene ruimte is de eigenlijke condensor of verdikker, om +dat zich daarin de stoom tot water verdikt; de stoom-cilinder op die +wijze met geen koud water in aanraking komende, verkoelt daardoor dus +niet, terwijl de condensor alleen die verkoeling ondergaat, welke dan +ook in het geheel zoo koud mogelijk dient te blijven. Zoodra de stoom +den cilinder tot hoogsten zuigerstand, geheel gevuld heeft, wordt aan +denzelven eene opening verschaft, om naar het inwendige van den +condensor te stroomen, alwaar die stoom, met het koude injectie water in +aanraking komende, tot water verdikt, en in den condensor aldus een zoo +gezegd luchtledig doet ontstaan, waarin de inwendige ruimte des +stoom-cilinders deelt; bij gevolg den druk onder den stoomzuiger +nagenoeg vernietigt, even als of het koude water in die cilinderruimte +zelve vloeide. Deze ontdekking of uitvinding is met het gelukkigste +gevolg op het stoomwerktuig toegepast, en zal nog nader worden +verklaard. + + +§ 37. + +Men heeft nog eene andere allerbelangrijkste verbetering aan het +stoomwerktuig toegebragt, waardoor het vermogen nagenoeg verdubbeld +wordt. Deze verbetering, die in het volgende bestaat, is insgelijks ten +hoogste eenvoudig. In de beschrijving van de fig. bij § 15 is gezien: +dat alleen onder den zuiger stoom wordt ingelaten, welke, nadat de +zuiger deszelfs topstand heeft bereikt, wordt gecondenseerd en aldus in +die cilinderruimte een zeer weinig tegenstandbiedend ledig daarstelt, +waardoor de zuiger, met het volle gewigt des dampkrings daarboven, kan +worden nedergedrukt; de zuiger oefent dus slechts kracht uit gedurende +den dalenden slag, en alleen van wege den druk des dampkrings of +atmospheers, waarom dan eene dergelijke den naam van atmospherieke +machine draagt. Maar aangezien de stoom even als de dampkring kan +drukken, zoo heeft men bedacht den stoom-cilinder bovenwaarts, door +middel van een goed gesloten deksel, van den dampkring af te sluiten, en +in plaats van den dampkring, stoom op den zuiger te doen vloeijen, om +dien neder te drukken; in het cilinderdeksel heeft men dan alleen eene +opening gelaten waardoor de zuigerstang op en neder kan bewegen, zonder +stoom of lucht door te laten, dat is: door eene zoogenaamde pakkingbos, +waarin om de zuigerstang hennip of vlas ligt gepakt. Zoo ingerigt, +onderstelle men, dat de zuiger aan den bodem van den cilinder is, en dat +gedurende den vorigen nedergang, de stoom in de bovenruimte onder het +cilinderdeksel is ingelaten, en de ruimte boven den zuiger geheel gevuld +heeft. Zoo men in dezen staat den stoom boven den zuiger verdikt of tot +water herleidt, dan zal die ruimte nagenoeg luchtledig worden, terwijl +bij het inlaten van stoom onder den zuiger, dezelve naar om hoog zal +worden gedrukt, daar er nu geen tegenstand door de drukking van den +dampkring boven den zuiger aanwezig is. De zuiger den top van den +cilinder alzoo bereikt hebbende, verdikt men den stoom onder denzelven, +waardoor aldaar een ledig ontstaat: maar om den zuiger nu weder te doen +dalen, moet, aan den top des cilinders, stoom op den zuiger worden +toegelaten, om in plaats van den dampkring den zuiger naar den +cilinderbodem te drukken. Men ziet dus, dat men door zoodanige inrigting +het vermogen van het werktuig verdubbelt, daar men van den stoom gebruik +maakt, zoowel om den zuiger op te heffen, als om denzelven te doen +dalen. + +Thans zullen wij den gang van den stoom in het werktuig nader in +oogenschouw nemen, en meer in het bijzonder nagaan, op welke wijze +dezelve werkt, nadat deze vloeistof de smoorklep verlaten heeft. + + +§ 38. + +Daar er onderscheidene inrigtingen bestaan, waardoor de regelmatige +toelating van den stoom boven en onder den zuiger, en derzelver +afvloeijing naar den condensor, wordt bewerkt, zoo bevatten de beide +volgende figuren slechts algemeene schetsen daarvan, slechts geschikt +voor de hier bedoelde betrekkelijke verklaring. + + +[Illustratie: Figuren 8 en 9. Figuur 8 stelt een stoomcilinder met +zuiger in lage stand voor; Figuur 9 stelt een stoomcilinder met zuiger +in de hoge stand voor.] + + +In de figuren 8 en 9, verbeeldt O den stoomcilinder met ingevallen +zuiger; door het deksel van denzelven, moet men de zuigerstang in eene +pakkingbos vrijelijk beweegbaar denken, zonder doorlating van stoom of +lucht; aan den cilinder is eene kast verbonden, die overlangs door een +middenschot is verdeeld; bij S is eene opening, waardoor de stoom +toevloeit, die door de vroeger beschrevene smoorklep is gelaten; het +naast aan den cilinder gelegen halfdeel van deze kast, ontvangt alzoo +het eerst den, door de opening S toevloeijenden, stoom. Maar in dit +zelfde kastdeel sluiten twee stukken of kleine zuigers A en B, die door +middel van eene stang aan elkander zijn verbonden, en alzoo te zamen, +naar eene bepaalde maat, op en neder beweegbaar zijn, om de boven of +beneden stoomdoortogt, bij A en B te kunnen openen of sluiten, derwijze: +dat bij het geopend zijn van den boven stoomdoortogt bij A, voor toevoer +van stoom in den cilinder, de beneden stoomdoortogt bij B, daarvoor +gesloten is, en omgekeerd; de stoom die door de opening S vloeit, staat +dus in de ruimte D, tegen de kleine zuigers A en B aan, gereed om, naar +gelang den stand dier zaamverbondene zuigers, boven of onder in den +cilinder te vallen. + +Het andere, door het middenschot afgescheidene deel dezer kast moet men +zich voorstellen, dat bij C, gemeenschap heeft met eenen afgezonderden +condensor, en waarin, gelijk boven gezegd is, door eene kraan, +injectiekraan genoemd, koud water stroomt, dus geschikt, om den stoom te +condenseren of te verdikken; zoo toegesteld; blijkt het uit de figuren, +dat de stoom, die naar het inwendige van den cilinder O vloeit, altijd +met de binnenvlakten der kleine zuigers A en B in aanraking is, terwijl +de condensorruimte in de kast altijd met de buitenvlakten bij N N, dier +beide zuigers, gemeenschap heeft. Deze aaneengekoppelde kleine zuigers +noemt men te zamen, stoomschuif, en om dezelve te bewegen, moet men zich +eene daaraan verbondene stang denken, die door eene pakkingbos, door den +bodem of top van de kast gaat, waarin de stoomschuif is besloten; (hier +in de figuur niet afgebeeld) vervolgens is het naar dit voorbeeld eene +hoofdvereischte, dat de stoomschuif rondom volmaakt in dat kastdeel +sluit, opdat geen stoom gedurende deszelfs beweging doordringe. + +Daar de uiterste afstand van den boven tot den beneden stoomdoortogt, +bij A en B, gelijk is aan de uiterste lengte van de verklaarde +stoomschuif, en de kleine zuigers, die de sluiting te weeg brengen, +nimmer minder hoogte houden dan gezegde doortogten, zoo volgt, gelijk +ook uit de figuren op te maken is: dat de stoomvloeijing in den cilinder +nimmer door de beide stoomdoortogten te gelijk kan geschieden, maar, of +alleen boven, of alleen onder den zuiger; in fig. 8 is de stoomschuif +gesteld voor toelating van stoom onder den zuiger, en in fig. 9 voor +stoom toevloeijing op den zuiger. Even zoo kan nimmer de condensorruimte +van eene zoo toegestelde stoomschuif gelijktijdig gemeenschap hebben met +het inwendige des cilinders boven en onder den zuiger, maar wel alleen +boven of alleen onder. Het blijkt vervolgens uit de figuren duidelijk, +dat terwijl de stoom boven op den zuiger vloeit, om dien naar beneden te +drukken, de stoom vanonder den zuiger eenen uitweg naar de condensor +vindt, en omgekeerd: terwijl de stoom onder den zuiger vloeit, wordt aan +de stoomafvloeijing, van boven den zuiger naar den condensor, +gelegenheid gegeven; waaruit dan na weinig overweging te begrijpen is, +hoe de beurtelingsche toe- en afvloeijing van stoom naar en van den +zuiger, door de stoomschuif behoorlijk op en neder te bewegen, kan +geschieden; en volgens hetgeen wij later zullen zeggen, over de +bewegingswijze van de stoomschuif door de machine zelve: dat men de +meest mogelijke regelmaat in krachtsuitoefening daarmede zal kunnen +verkrijgen[3]. + +In de figuren 8 en 9, is alleen ruim de hoogste en laagste stand van de +stoomschuif, met den hoogsten en laagsten stand des stoomzuigers +afgebeeld, dus geenzins de stoomschuif-standen, die met den hoogsten en +laagsten zuigerstand overeenkomen; want bij het in beweging houden van +de stoomschuif door de machine zelve, moet bij hoogsten zuigerstand de +stoomschuif juist maar gereed staan, om stoom op den zuiger toe te +laten, terwijl de stoom van onder denzelven; reeds uitgang naar den +condensor vindt; zoo ook moet bij laagste zuigerstand de stoomschuif +aanvangen, om stoom onder den zuiger te doen vloeijen, terwijl voor +uitvloeijing van stoom, van boven den zuiger naar den condensor, reeds +gelegenheid bestaat. + +De stoomschuif is derhalve, om zoo te spreken, de ziel of het hart van +de geheele machinerie, en is dus dat gedeelte van den toestel, hetwelk +aan andere deelen leven geeft. + + +[3] In fig. 8 is den stoomzuiger abusievelijk een weinig te lagen stand +gegeven. + + +§ 39. + +Thans zullen wij overgaan tot de verklaring van den condensor of +stoomverdikker. Uit de bovenstaande beschrijving heeft men kunnen +opmaken, dat er in de dubbel werkende machine geen koud water in den +cilinder gebragt wordt, maar dat volgens fig. 8 en 9, eene gemeenschap +tusschen denzelven en den condensor, waarin het koude injectie-water +stroomt, wordt daargesteld. + +Men moet zich voorstellen, dat de pijp C, die op onze afbeelding +hieronder (fig. 10) als afgebroken gezien wordt, gemeenschap heeft met +de opening C, in de voorgaande figuren 8 en 9, en met het in deze figuur +voorgesteld cilindervormig vat, hetwelk de eigenlijke condensor is. + +Deze condensor heeft onderwaarts, door een kanaal, met eenen anderen +nevens geplaatsten cilinder gemeenschap, waarin een zuiger werkt, welke +luchtpomp genoemd wordt. Het koude injectie-water stroomt in den +condensor, door de, in de figuur afgebeelde injectiekraan, die met +opgaande stang, bij D, een' handvat houdt, om die kraan min of meer open +te zetten, of te sluiten. Condensor en luchtpomp zijn te zamen in eenen +bak bevat en met koud water omgeven, welk koude water tot voeding van +injectie voor den condensor dient. + + +[Illustratie: "Fig. 10."] + + +Het loopt in het oog, dat, zoo men het injectie-water, hetwelk tot +verdikking van den stoom gediend heeft, en insgelijks dat, hetwelk de +verdikte stoom vormt, niet wegvoerde, een en ander den condensor spoedig +vullen zoude; bovendien ontwikkelt kokend water ook eenige lucht, welke +het ledige binnen den condensor zeer benadeelt. Er is derhalve een +middel noodig geweest, om dat voortgebragte water en die lucht uit den +condensor te trekken, en hiertoe moet de zoo even gemelde luchtpomp +dienen. + +Nevens den condensor is dus eene zoogenaamde luchtpomp geplaatst, die +benedenwaarts, door een kanaal of hals, met den condensor gemeenschap +heeft; in dat kanaal bestaat bij H eene klep, die zich naar de zijde der +luchtpomp opent, zoodat het water met de lucht wel uit den condensor, +maar niet daarin terug kan vloeijen. De luchtpomp-cilinder bevat eenen +daarin sluitenden beweegbaren zuiger, welke kleppen heeft, die zich +bovenwaarts openen; geen water of geene lucht, door dezen zuiger +opgebragt, kan dus terugvallen; de luchtpomp-cilinder is met een digt +sluitend deksel voorzien, waardoor de zuigerstang E, in eene pakkingbos +sluitende beweegt; en onder nabij dit deksel bestaat eene opening, +waardoor het door den luchtpomps-zuiger opgebragte water met lucht, naar +buiten in eene afzonderlijke bak uitgang vindt, mede voorzien van eene +klep, opdat niets van dat opgebragte zoude terugvloeijen. + + +§ 40. + +Dit, met behulp van fig. 10, begrepen zijnde, is het duidelijk, dat, +bijaldien de luchtpompzuiger door de machine, gelijkmatig op en neder +bewogen wordt, het water met de ontwikkelde lucht uit den condensor zal +worden getrokken en weggeleid; maar omdat het aldus uit den condensor +getrokken water meer warmte bezit, dan het omringende in den alles +omvattenden bak, scheidt men dit water af, en laat hetzelve volgens de +figuur in eenen afzonderlijken bak stroomen, ten einde dat verwarmde +water te bezigen, voor de aanvulling van het verstoomde water in den +stoomketel, ter bezuiniging van brandstoffen. De bak, waarin zich het +verwarmde uit den condensor getrokkene water stort, draagt den naam van +warm- of heetwaterbak. + +De groote koudwaterbak AA, welke condensor luchtpomp en heetwaterbak +bevat, wordt aanhoudend van water voorzien, door eene pomp, die door de +machine bewogen wordt; terwijl eene overlooppijp bestaat, om het +overvloedige water te lozen; die pomp is in deze figuur niet afgebeeld, +en ook niet de kleinere pomp, welke, uit den afgescheidenen +heetwaterbak, de voeding aan den stoomketel bezorgt; eindelijk dient nog +gezegd te worden, dat de heetwaterbak mede eene overlooppijp bezit, om +het warme water, dat voor ketelvoeding overbodig is, te lozen. + + +§ 41. + +Al de pompstangen, waarover wij gesproken hebben, zoowel als de +zuigerstang des stoomcilinders, bewegen op en neder, wij zullen thans +verklaren op welke wijze zulks zamenhangt. Eene ijzeren balans A B fig. +1, rust en beweegt zich op eene as C boven op de kolom D, aan welke eene +goede en stevige fondatie gegeven is. Deze balans, is met de minste +verspilling van ijzer, den sterksten vorm gegeven, en daaraan zijn de +stangen gekoppeld van stoom-zuiger en andere pompen, zoodat het rijzen +en dalen van de stoom-zuigerstang, eene overeenkomstige rijzing en +daling van alle andere zuigerstangen bewerkt. + +Onderstellen wij, dat de stoom-zuigerstang aan het balanseinde A +verbonden is, dan is het klaar, dat telkens, als die zuigerstang op- en +nedergaat, het uiteinde A, van de balans eenen cirkelboog zal +beschrijven, waarvan C het middelpunt is. De top van de zuigerstang zal +in dat geval in geene regte maar in eene kromme lijn moeten volgen, en +dus van de eene naar de andere zijde overgaan, hetwelk zoude +veroorzaken, dat die stang daar, waar zij door de pakkingbos van het +cilinderdeksels loopt, heen en weder daarin drukte of klemde en eene +verderfelijke slijting daarstelde. Hetzelfde zou het geval zijn met de +stang van den luchtpompzuiger; en de voeringen der pakkingbossen zouden +dus daardoor zeer veel uitslijten. Ten einde dit gebrek te verhelpen of +te voorkomen, heeft men gebruik gemaakt van eenen zeer vernuftig +uitgedachten toestel, die de _parallelle_ of _evenwijdige beweging_ +genoemd wordt, en waardoor aan den stoomzuiger en aan andere +pompstangen, op zeer weinig na, eene regtopgaande beweging, zonder +hinderlijke afwijking naar de eene of andere zijde, wordt medegedeeld. + +In dit werkje kunnen wij slechts de volgende, voor ieder bevattelijk +algemeene verklaring, van gezegde evenwijdige beweging geven. + +Met het uiteinde A, van de balans A B, fig. 1, zijn een paar stroppen A +G verbonden, zoo ook op de middellijn tusschen A en C een ander paar +stroppen, E F, van gelijke lengte als de eerste. Deze stroppen zijn +benedenwaarts door een paar roeden F M aan elkander verbonden, welke +roeden weder gelijk in lengte zijn aan den afstand van A tot E op de +balans; een ander paar roeden, welke in lengte gelijk zijn aan de roeden +F M, is vervolgens, aan het eene einde bij F en aan het andere einde bij +H, mede beweegbaar vereenigd, en wel bij H, met de vaste stelling, +waarin de gansche machine is besloten. + +De balans A B beweegbaar zijnde, zoo wordt men bij het nagaan dezer +koppeling van stroppen en roeden gewaar, dat er twee vaste aspunten zijn +C en H, zijnde C het aspunt, waarom de punten A en E der balans bewegen +en H het aspunt waarom het punt F beweegt. Dit vooraf goed opgemerkt +hebbende, onderstelle men, dat de stoomzuiger in top staat, waarbij de +balans den stand heeft, die op de afbeelding wordt voorgesteld. Wanneer +de zuiger nu naar beneden gaat, dan beschrijft het punt F, om het vaste +aspunt H, eenen boog, die betrekkelijk het punt H naar buiten (of naar +de linkerhand) uitwijkt; terwijl het punt E, om het vaste aspunt C, +eenen boog naar den tegenovergestelden kant (de regterhand) beschrijft. +Daar nu het paar stroppen E F deze twee punten, die eenen cirkelboog +beschrijven, met elkander verbindt, zoo zal het eene einde E regts van +de loodlijn bewegen, terwijl het andere F even zoo veel links van +dezelve bewogen wordt, deze stroppen zullen dus, gedurende de op- en +neder beweging van den balansarm A C, eene afwisselende hellende +beweging aannemen. + +Door de volgende figuur, die eene voorstelling in zoogenaamde werklijnen +van de parallelle beweging geeft, met aandacht na te gaan, zal het +leiden van stoom- en luchtpompzuigerstangen in eene regte lijn verder +verduidelijkt worden. + + +[Illustratie: De parallelle beweging] + + +Zij C het vaste aspunt van de op- en neder bewegende balans, en C A de +rigting van dezelve bij hoogsten zuigerstand; E F is het paar stroppen, +waaraan bij Y de luchtpompzuigerstang, en A G het paar stroppen van +gelijke lengte, waaraan bij G de stang van den stoomzuiger verbonden is, +F G in de parallel koppelroede aan de lengte A E gelijk, en welke de zoo +evengenoemde stroppen bij F en G verbindt. Nu is het koppelpunt F +beweegbaar verbonden met de parallel straalroede F H, welke om het vaste +punt H kan draaijen; deze straalroede is in lengte gelijk aan de +parallel koppelroede. Dat men zich nu verbeelde, dat de balansarm C A +benedenwaarts beweegt, dan zal het punt E van denzelven, in e komende, +eenen boog beschreven hebben, die hier naar de regterhand uitwijkt, en +het punt F der straalroede F H zal mede eenen boog beschrijven, doch +welke naar de linkerhand uitwijkt; daar nu in dit voorbeeld het punt E +op de halve lengte van den balansarm genomen is, en daarom C E gelijk +aan de lengte der straalroede F H is, zoo zullen de uitwijkingen der +bogen, hoewel in tegenovergestelden zin, even groot zijn; er moet dus op +het paar stroppen E F een punt bestaan, dat weinig afwijking van de +loodlijn _ll_ ondergaat, dit punt is in Y en wel op het midden van die +stroppen; het is daaraan, dat men de luchtpompzuigerstang verbindt, om +op zeer weinig na, in eene regte lijn op en neder te bewegen, zegge op +zeer weinig na, omdat daarbij een gering verschil bestaat, doch hetwelk +in de praktijk geen' invloed heeft. De stoomzuigerstang, die hier op den +dubbelen afstand van het aspunt C met de balans gekoppeld is, beschrijft +met dat balanseinde eenen boog, welks afwijking het dubbel van de +voorgaande bogen is, daarom wordt deze stang in G verbonden, op het +uiteinde van het paar stroppen A G, die met het uiteinde F van het paar +stroppen E F vereenigd zijn, door middel van de parallel koppelroede F +G; alzoo zal de stoomzuigerstang mede zeer nabij in eene evenwijdige +loodlijn _ss_ op en neder bewegen. De rigting van de balans bij laagsten +zuigerstand is door de gestipte lijn C a aangewezen, alsmede de +overeenkomstige standen van luchtpomp en stoomzuiger parallel stroppen e +f en a g, de parallel koppelroede f g en de parallel straalroede f H, +terwijl ij het koppelpunt voor de luchtpompzuigerstang en g dat des +stoomzuigers is; overigens is _l l_ de lijn, welke de +luchtpompzuigerstang en s s die, welke de stoomzuigerstang bewegende +volgt. + +Nu fig. 1 weder beschouwende dan ziet men, dat de tegenovergestelde +balansarm B C, eene verbindingroede B W houdt, waarvan het ondereinde +met eene kruk is vereenigd, die op de as van een groot vliegwiel +bevestigd is; door het op- en nedergaan van dezen balansarm zal de +verbindingroede B W die kruk en bijgevolg het vliegwiel kunnen omvoeren; +welke beweging, door de belangrijke zwaarte, welke aan het vliegwiel +gegeven is, zeer gelijkmatig zal zijn; terwijl bij de keerpunten, dat is +bij de top- en bodemstanden van den stoomzuiger, eene zachte overgang +van beweging hierdoor plaats vindt. + +Thans vermeenen wij de voornaamste deelen, van het stoomwerktuig +aangewezen te hebben, zoodat wij tot het meer bijzondere kunnen +overgaan. Ten einde dit doel beter te bereiken, zullen wij, om duidelijk +te zijn, een en ander van het reeds verklaarde in het kort herhalen, +opdat datgene, wat tot dus verre is bijgebragt, beter in het geheugen +blijve, en de vereenigde werking vervolgens door onze lezers goed +verstaan worde. + + +§ 42. + +De stoom ontwikkelt zich, in den ketel, die te dien einde met de +onderscheidene toestellen ter regeling voorzien is. De +schoorsteenregister of demper om het vuur te regelen, bestaat uit eene +plaat, die in eene sponning schuift, waardoor de opening, door welke de +heete lucht en de rook zich door den schoorsteen ontlasten, meer of +minder gesloten wordt, en bij gevolg de trekking van het vuur +vermeerdert of vermindert. Deze demper geeft mindere opening door het +rijzen, en meerdere opening voor rookdoortogt, door het dalen van eenen +drijver op het ketelwater, hetwelk in eene opstaande buis, door de +spanning des stooms opgedrukt wordt, zoodaniger wijze, dat wanneer de +stoom in spanning toeneemt, de drijver in de buis rijst en den demper +daalt, waardoor dan de schoorsteenopening kleiner wordt; +tegenovergesteld zal bij vermindering van stoomspanning de drijver +dalen, en bij gevolg de demper rijzen, of de opening zich vergrooten. De +stoomspanning binnen den ketel onveranderd blijvende, zal ook de +schoorsteenopening door den demper geene verandering ondergaan, en bij +gevolg het vuur met gelijk vermogen branden, maar wanneer de +stoomspanning vermindert, dan zal, door het grooter worden der opening +door den demper, het vuur door de vermeerderde trekking meer +aanwakkeren, en den stoom weder in spanning doen rijzen. + +Vervolgens heeft men het voedingstoestel, waardoor het water, dat uit +den ketel verstoomt, weder wordt aangevuld. Zoo als vroeger beschreven +is, werkt deze toestel ook door middel van een drijver, die met eene +klep in verband staat. Wanneer deze drijver tot op een zeker punt daalt, +dan opent zich de klep, waardoor water in den ketel vloeit, tot dat de +vereischt wordende hoeveelheid aanwezig is, waardoor de drijver tevens +rijst, zoo doende de klep weder sluit, en de toevloeijing van water doet +ophouden. + +Ook is de ketel voorzien van een of twee veiligheidkleppen, welke zich +openen, zoo ras de spankracht van den stoom te sterk wordt, ten einde de +stoom in de opene lucht te ontlasten, opdat de ketel niet meer lijdt dan +noodig is. In den top des ketels bestaat nog eene kleine klep, luchtklep +genaamd, die zich in tegenovergestelden zin van de veiligheidskleppen +opent, dat is naar binnen; en die dient, om, wanneer door verkoeling als +anderzins eene mindere spanning dan de druk des dampkrings in den ketel +ontstaat, lucht in dezelve toe te laten, daar een plotselinge uitwendige +druk op den ketel schade daaraan zoude kunnen toebrengen. + +Ten dienste van vuurstoker of bestuurder van het werktuig, bestaan nog +twee peilkranen, geschikt voor dadelijk onderzoek naar den waterstand +binnen den ketel, ingeval men twijfelen mogt, dat het zich zelf +regulerende voedingtoestel niet behoorlijk werkte. + +De stoom stroomt door de stoomleibuis I (zie de fig. van § 19) in den +cilinder; deze buis moet men met de monding A in fig. 1 vereenigd +denken, in welke ronde monding de smoorklep, in bijna gesloten stand, +tevens aangewezen staat; de smoorklep, waardoor de toevoer van den stoom +naar den cilinder in eenen bepaalden tijd geregeld wordt, ziet men +insgelijks bij A aangetoond. Deze klep bestaat uit eene schijf, die op +eene spil, welke door het midden van de monding heenloopt, door middel +van eene kruk beweegbaar is, en open of digt gedraaid kan worden, of wel +gedeeltelijk gesloten, om de doorvloeijing van den stoom meer of min te +verhinderen. + +De kruk van de smoorklep moet men denken verbonden te zijn met den in § +30 beschrevenen regulateur; die verbindingswijze is in de onderhavige +figuur voorbedachtelijk weggelaten, ten einde verwarring te voorkomen. +De kogels tot de opstaande spil des regulateurs naderende, zal de +smoorklep vrijen doortogt aan den stoom geven, doch wanneer de kogels +zich daarvan verwijderen, dan zal de smoorklep zoodanig gedraaid staan, +dat de doortogt van den stoom verhindering ondervindt; de onderlinge +afstand der kogels afhankelijk zijnde van de snelheid der beweging, zoo +wordt door de verbinding met de smoorklep, de snelheid geregeld door +eene evenredige toelating van stoom naar den stoomzuiger. Het koniek +(kegelvormig) tandrad waarmede de opstaande spil van den regulateur aan +het ondereinde voorzien is, grijpt in een ander gelijksoortig tandrad, +op welks as eene ronde schijf is bevestigd, waarover eene riem, band of +pees is geslagen, die insgelijks eene andere schijf gespannen omvat, +waarmede de as van het vliegwiel is voorzien; zoodanige band is daarvoor +bij derzelver einde aan elkander vereenigd, even als met de pees van +eene gewone draaibank plaats vindt. De vliegwielas omwentelende, geeft +door dat middel tevens eene omdraaijende beweging aan de spil des +regulateurs; zoodat de meerdere of mindere snelheid, welke het vliegwiel +aanneemt, door den regulateur gevolgd wordt. + +Hoe sneller bij gevolg het vliegwiel rondwentelt des te sneller draait +ook de regulateur rond, waarbij de kogels zich weer van de spil +verwijderen, en hierdoor eene overeenkomstige verandering in den stand +van de smoorklep, bij A fig. 1 aangewezen, veroorzaakt; zoodat iedere +verandering in snelheid van het vliegwiel de stelling van den smoorklep +daarna wijzigt. De lezer zal hierbij gemakkelijk kunnen opmerken hoe +eene versnelling in de beweging van het werktuig' boven den vereischt +wordenden gang, weder afneemt, daar de smoorklep dan naar gelang sluit, +en de hoeveelheid stoom in den cilinder doet verminderen, waardoor de +snelheid van het werktuig vertraagt; de kogels door vertraging van +beweging nader bij de spil vallende, zal de smoorklep meer geopend en +meer stoom ingelaten worden, hetwelk eenen versnelden gang ten gevolge +heeft. + +De stoom, langs de smoorklep gevloeid, valt in de stoomschuifkast. Onze +afbeelding op fig. 1 is op eene te kleine schaal, om de zamenstelling +van alle deelen behoorlijk te kunnen aantoonen; doch door het nagaan van +de afzonderlijke beschrijving, boven gegeven, zal men het een en ander +volledig kunnen begrijpen. In deze afbeelding wordt de stang, waaraan de +zaamgestelde stoomschuif bevestigd is, door B aangewezen; deze stang is, +op en neer beweegbaar, door eene stoom- en luchtdigte pakkingbos in het +bovendeel der stoomschuifkast geplaatst, waardoor de stoomschuif de +stoomdoortogten naar den cilinder beurtelings opent en sluit. + + +§ 43. + +Door de opvolgende beurtelingsche toe- en afvloeijingen van den stoom +naar en van den stoomzuiger, ontvangt deze laatste de vermogende op- en +nedergaande beweging, welke aan de bovengelegene balans medegedeeld, de +kruk van het vliegwiel omvoert. Het vliegwiel is van gegoten ijzer en in +deszelfs buiten omtrek of velling belangrijk zwaar, waardoor, gelijk +gezegd is, aan het geheele werktuig eenen gelijkmatigen gang in beweging +gegeven wordt. Het valt in het oog, dat er een stilstand moet plaats +hebben telken reize, als de zuiger den top of den bodem van den cilinder +genaderd is, dat is bij deszelfs keerpunten, zoodat daardoor de balans +met de daaraan verbondene kruk en het vliegwiel, en in het algemeen alle +deelen van het werktuig een ondeelbaar oogenblik stil staan; de kruk +nogtans, met eenparige snelheid doorgaande, brengt te weeg: dat bij de +keerpunten des stoomzuigers, geene schokking plaats vindt. De doorgaande +beweging van deze kruk wordt door het voortvliedend vermogen van het +vliegwiel te weeg gebragt, en het is klaar, dat, zonder dit, de beweging +van het gansche werktuig zoude ophouden, zoodat het vliegwiel hierin te +gemoet komt. Wanneer namelijk een ligchaam eens in beweging is, dan +heeft het in zich zelf geen vermogen, om die beweging te staken, of om +tot den staat van rust over te gaan, en hetzelve zoude onafgebroken met +denzelfden graad van beweging aanhouden, indien niet een of andere +tegenstand van buiten, die beweging tegenhield. Deze stelling zal voor +vele onzer lezers vreemd schijnen, daar wij geen ligchaam in beweging +zetten, hetwelk niet na korteren of langeren tijd tot den staat van rust +komt. Wanneer wij namelijk eenen kogel met eene zekere kracht over een +vlakte voortwerpen, dan is het ons allen bekend, dat het ligchaam, na +welligt eenige honderd ellen te zijn voortgerold, eindelijk tot rust +komt. Zoo wij intusschen dien kogel, over eene gelijke oppervlakte b. v. +over glad ijs werpen, dan zullen wij zien, dat de kogel tot op eenen +grooteren afstand zal voortrollen, dan wel over eene oneffene +oppervlakte, eer dezelve in rust komt. De oorzaak van dit verschil in +den doorgeloopenen afstand bij de twee gevallen bestaat alleen daarin, +dat de kogel in het eerste geval op den ruwen grond meer hinderpalen +ondervond, dan wel op het gladde ijs, en zoo men in staat ware, om alle +oneffenheden van den kogel en het ijs uit den weg te ruimen, dan zou dit +voorwerp nog oneindig grooteren afstand afleggen,--ja, zoo de omringende +lucht mede geenen tegenstand in den weg stelde, of zoo de mogelijkheid +bestond, om dezen tegenstand geheel te vernietigen, dan zou de geringste +kracht reeds toereikende zijn, om den kogel eene voortdurende beweging +mede te deelen. Dit vermogen der ligchamen, om in den staat van rust, of +in die van beweging te volharden, noemt men traagheidkracht, _inertie_. + + +§ 44. + +Om nu de werking van het vliegwiel te verklaren, moet men op het +volgende bijzonder acht geven. Wanneer namelijk twee ligchamen in +beweging zijn, van hetwelk het gewigt van het eene A, gelijk is aan dat +van het andere B, terwijl beiden eene snelheid van eenen voet wegs in de +minuut hebben, dan zal er even veel kracht vereischt worden om het eene +als om het andere tegen te houden. Zoo echter het gewigt van het eene +ligchaam A twee ponden is, en het andere B slechts een pond weegt, +terwijl de snelheid van beide dezelfde is, dan zal men de dubbele +kracht, die men aan het ligchaam B besteedt, noodig hebben, om het +ligchaam A tegen te houden. Indien het ligchaam A driemalen het gewigt +hadde van het ligchaam B, dan zou er bij het stoppen van het eerste eene +drievoudige kracht vereischt worden,--en zoo naar evenredigheid. Wanneer +nogtans de gewigten van beide dezelfde bleven, doch de snelheid van A +het dubbele werd van die van B, dan zou er eene dubbele kracht vereischt +worden, om A, dan wel om B tegen te houden; en zoo A driemalen de +snelheid van B had, dan zou de kracht, om A te stoppen, ook driemalen +zoo groot moeten zijn. De werktuigelijke uitwerking, of het zoogenaamd +moment van het in beweging zijnde ligchaam, hangt derhalve af van het +gewigt en van de snelheid: zoodat een ligchaam A, van het dubbele gewigt +als een ander B, en met de tweevoudige snelheid voortgaande, eene +viervoudige uitwerking of momentum (hoeveelheid van beweging) uitoefent; +of, met andere woorden, eene vierdubbele kracht vereischt, om +tegengehouden te worden, dan wel tot het ophouden van B noodig is. + +Daar nu het vliegwiel een aanmerkelijk gewigt heeft, en door de kruk +wordt in beweging gezet, zoo zal er eene zeer vermogende kracht +vereischt worden om deszelfs beweging tegen te houden of te stoppen. De +onregelmatige drukking, welke de kruk van het vliegwiel ter omvoering +mogt ondergaan, wordt overwonnen door de inertie van het vliegwiel, +zoodat de ongelijkheden der beweging door de gelijkmatigheid in gang van +het vliegwiel worden verholpen, alzoo bij de keerpunten van den +stoomzuiger het vliegwiel evenwel deszelfs gelijkmatige beweging volgt +en gevolglijk de kruk van deszelfs as, boven en beneden doet doorgaan. +Wel wordt er eene aanmerkelijke krachtuitoefening van den zuiger +vereischt, om het vliegwiel eerst in gang te zetten; doch eenmaal in +beweging zijnde, is er ook slechts eene geringe kracht noodig, om die +ronddraaijende beweging te onderhouden; het vliegwiel kan men beschouwen +als een' ontvanger van ongelijkmatige beurtelings werkende kracht, doch +ook als een' gelijkmatigen verspreider van dezelve. + +Wij hebben gezegd, dat, bijaldien het vliegwiel eenmaal aan den gang +gebragt is, er verder zeer weinige kracht vereischt wordt, om die +beweging te onderhouden; dit zoo in het oog loopende voordeel bij het +gebruik van een vliegwiel, heeft velen in den waan gebragt, dat dit +middel als eene bron van kracht te beschouwen is; doch zulks is geheel +en al onjuist. In het vliegwiel wordt, om zoo te spreken, de hoeveelheid +van beweging van eenig deel, slechts opgegaard, om aan een ander +gedeelte eenparig af te geven, waardoor de onregelmatigheden of +stootingen in het werktuig worden voorkomen. Het vliegwiel moet derhalve +slechts als eenen regulateur van kracht beschouwd worden, en is dus, +even als alle andere werktuigelijke toestellen, alleen een middel, om de +kracht regelmatig te onderhouden, en geenszins, om die te vergrooten. + + +§ 45. + +Op de as van het vliegwiel is eene ronde schijf uit middelpuntig +geplaatst, dat is: het middelpunt van deze schijf komt met het +middelpunt van deze as niet overeen, maar wijkt in zekere mate naar de +eene zijde af, zoodat het middelpunt der schijf bij het rondwentelen van +het rad eenen cirkel beschrijft. Deze schijf wordt kolderschijf of +excentriek genoemd en bezit op den buitenkant eene omgaande groef, +waarom eenen ring beweegbaar is gevoegd, zoodat wanneer deze +kolderschijf, met de vliegwiel-as omgevoerd wordende, met dezen ring, +waaraan weder een raam verbonden is, aan dat raam eene heen en +wedergaande beweging mededeelt. Dit raam is verbonden met eenen +hefboomtoestel en daarmede met de stoomschuif, zoodat de heen en weder +beweging van de kolderschijf ook de stoomschuif op en neder doet +bewegen, naar eene bepaalde maat, ter opening en sluiting van de +stoomdoortogten des stoomcilinders; in fig. 1 is dit raam, dat zich van +de vliegwiel-as tot aan den voet van de stoomschuifkast uitstrekt, +afgebeeld. + +Genoemd raam, kolder of excentriek raam, ook wel roede geheeten, kan op +eene eenvoudige wijze van de stoomschuif ontkoppeld worden, bloot door +afligten van eene pen, hetwelk door den bestuurder van het werktuig +gedaan wordt, wanneer de beweging van de machine moet ophouden; want het +is klaar, dat wanneer de stoomschuif stilstaat, en er alzoo geene +beurtelingsche toegang van den stoom naar den stoomzuiger meer plaats +vindt, alsdan de beweging van het geheele werktuig noodzakelijk ophoudt. +Zoo lang dus het kolderraam met den hefboomtoestel, dat de stoomschuif +in beweging brengt, gekoppeld blijft, zal de beweging van het werktuig +aanhouden, geheel in zich zelf, zonder dat men noodig heeft daaraan de +behulpzame hand te leenen, het onderhouden van het vuur zal alleen +noodig zijn; het werktuig regelt dus zich zelf in beweging, met hetgeen +lager nog gezegd zal worden. + +De balans ontleent dus deszelfs beweging van den stoomzuiger, met zich +voerende eenen aangekoppelden luchtpompzuiger, voor de geheele +uitwerking van het vermogen des stooms noodzakelijk; de andere arm van +deze balans, drijft eene as met vliegwiel rond, hetwelk eigenlijk als +het uitvoerend deel, ter toepassing op een of ander te verrigten werk, +moet beschouwd worden; ook wordt nog aan die zijde eenig pompwerk +daardoor in beweging gebragt, dat voor de aanvoering van het injectie of +koelwater voor den condensor moet dienen, zoowel als tot het ontbrekende +voedingwater des ketels. Ten aanzien van het injectie of koelwater moet +gezegd worden, dat de condensor I E met de nevensgestelde luchtpomp, te +zamen in eenen en denzelfden digten bak zijn vervat, welke door de +koudwaterpomp J met water gevuld wordt gehouden, en dat dit zelfde water +voor injectie binnen den condensor I E dient, tot welk einde eene kraan +door den bestuurder naar vereischte wordt geopend; eene kleine pomp, in +deze figuur, om verwarring te vermijden, niet afgebeeld, dient, om uit +den warmwaterbak I in de voeding van den ketel te voorzien. + + +§ 46. + +Dat wij nu overgaan, om naar de grootte der hoofddeelen het vermogen van +het werktuig te bepalen, en de hoeveelheid brandstoffen, welke voor de +vereischte hoeveelheid stoom noodig is, mitsgaders: hoeveel water men +voor den verbruikten stoom weder in den ketel moet aanvullen, en wat aan +koelwater voor de condensatie moet worden geleverd. + +Men is gewoon, het vermogen van een stoomwerktuig uit te drukken in +paardenkrachten, dat is: in het vermogen van een zeker getal paarden, +welke voorondersteld in den rosmolen te werken, hetzelfde werk zouden +doen, dat met het werktuig verrigt wordt: maalt men bij voorbeeld 100 +mudden graan met het werktuig in een uur tijds, dan zal het vermogen van +hetzelve gelijk zijn aan het getal paarden, welke in den rosmolen die +zelfde hoeveelheid graan in gelijke tijd vermalen; dat is, gelijk aan +zooveel paardenkrachten. Maar dewijl de paarden allen niet even krachtig +zijn, heeft men eenen gemiddelden term daarvoor moeten aannemen, welke +volgens de ondervinding met het gemiddeld vermogen van een paard +overeenkomt. De groote verbeteraar der stoomwerktuigen de Engelsman J. +Watt, heeft gesteld, dat een paard van middelbare sterkte 4562-1/3 ned. +ponden, eene ned. el hoog kan opvoeren in den tijd van 1 minuut; of +hetgeen hetzelfde is, het dubbeld van dit gewigt, een halve ned. el hoog +in denzelfden tijd, of ook, zoo men wil, de helft van dit gewigt of +2781-1/6 ned. ponden, twee ellen hoog in eene minuut. + +Wat ons derhalve te doen staat, om het vermogen van een stoomwerktuig in +paardenkrachten te bepalen, bestaat daarin, dat wij onderzoeken, hoeveel +ponden door het werktuig in den tijd van eene minuut een el hoog kunnen +worden opgeligt. Hiertoe zal van den kant onzer lezers slechts eene +geringe oplettendheid, bij het nagaan van het volgende, vereischt +worden. + + +§ 47. + +Telkens als de stoomzuiger eenen slag op- of neer doet, wordt dezelve +gedrukt met een vermogen, dat met de spanning van den toegevloeiden +stoom aan eene zijde des zuigers gelijk is, min den tegenstand, welken +de zuiger aan de andere zijde door het onvolmaakt ijdel in den condensor +ondervindt; de stoom, welke in stoomcilinders van lagen druk gewoonlijk +werkt, gaat den gemiddelden druk des dampkrings omstreeks een vierde +deel te boven; dat is bedraagt ongeveer 129 Ned. looden op eenen +vierkanten Ned. duim; doch door het nimmer volmaakt ijdel binnen den +condensor, heerscht aan de tegenzijde des stoomzuigers nagenoeg een +tegendruk van 9 Ned. looden per vierkante Ned. duim, welke dus van de +stoomspanning moet worden afgetrokken, waardoor elke vierkante duim van +den stoomzuiger ter beweging voortgedrukt wordt met 120 looden per +vierkante duim. Het geheele oppervlak des zuigers zal dus gedrukt worden +met zoo veel maal 120 looden, als dat oppervlak vierkante duimen bevat. +Het vinden van het getal vierkante duimen, welke het oppervlak van eenen +ronden zuiger van eene gegevene middellijn bevat, geschiedt naar den +volgenden regel: vermenigvuldig het getal duimen, waaraan de middellijn +van den zuiger gelijk is, met zich zelf, en het produkt weder met +0.7854, dan zal het laatste produkt het gevraagde getal vierkante duimen +zijn, waaraan het oppervlak des zuigers gelijk is. + +Bij voorbeeld: laat de middellijn des zuigers 57 duimen wezen, dan geeft +57 maal 57; voor produkt 3249 dat, weder 0.7854 malen genomen, 2551-3/4 +vierkante duimen voor het oppervlak des zuigers oplevert, zoo veel maal +120 looden zal dus de totale druk zijn, waardoor de stoomzuiger bewogen +wordt, dat is 2551-3/4 maal 120 geeft 306210 Looden of ruim 3062 Ned. +ponden. + +Maar nu is de vraag: met welke snelheid zal zoodanige zuiger, die door +3062 ponden gedrukt wordt, zich bewegen, ten einde derzelver vermogen +daarnaar te kunnen berekenen; hierover moet gezegd worden, dat hoe +langer de slag des zuigers is, hoe meer snelheid dezelve zal kunnen +aannemen, altijd in de veronderstelling, dat genoegzame hoeveelheid +stoom door den ketel geleverd wordt; aan stoomzuigers van bovengemelde +middellijn wordt, voor landmachinen, veelal het dubbel der middellijn +tot lengte van slag gegeven, dus hier 114 duimen, die, zoo wel dalende +als rijzende, door den zuiger worden afgelegd; de voegzaamste snelheid +voor zoodanige slaglengte is gelijk aan het afloopen van 60 ellen in +eene minuut, waarvoor deze zuiger ruim 26 dalingen en even zoo vele +rijzingen moet volbrengen; of omdat eene daling en eene rijzing, met +eene omgang van het vliegwiel overeenkomt, ruim 26 vliegwielomgangen. +Wanneer dan werkelijk deze zuiger 60 ellen wegs in eene minuut afloopt, +dan komt het vermogen van den stoomzuiger overeen met 3062 ponden 60 +ellen hoog opgebragt in eene minuut, of met 183720 Ponden 1 el hoog in +denzelfden tijd. Daar nu eene paardenkracht aan 4562-1/3 ponden, 1 el in +een minuut opgevoerd, gelijk is, zoo volgt dat het vermogen van dezen +zuiger in paardenkracht gevonden wordt, wanneer men 183720 door 4562-1/3 +deelt, hetgeen tot quotiënt nagenoeg 40 paardenkrachten oplevert. + + +§ 48. + +De lezer zal echter dadelijk opmerken, dat die 40 paardenkrachten niet +geheel door het werktuig zullen kunnen worden uitgevoerd, want de zuiger +ondergaat in den cilinder wrijving, die overwonnen moet worden, dit kost +een gedeelte kracht. Even zoo als het met den zuiger gesteld is, zoo +kosten ook alle andere bewegende deelen van het werktuig kracht, om +derzelver wrijving te overwinnen; als de wrijving des luchtpompzuigers, +der zuigerstangen in de pakkingbossen, der parallelle beweging, der +koudwater- en voedingpompen, balans en vliegwiel-assen met krukpen, en +dit alles nog, behalve het gewigt van het water, dat de +lucht-koudwater- en voedingpompen moeten opbrengen, enz. Hieraan nu gaat +een aanmerkelijk gedeelte van het primitieve gevondene vermogen des +stoomzuigers verloren, zoo zelfs, dat dit verlies op ongeveer 3/5 deelen +van het eerst gevondene vermogen des zuigers geschat moet worden; de +overblijvende 2/5 deelen van dat vermogen, zullen alzoo de eigenlijke +nuttige uitwerking van dit stoomwerktuig zijn. + + +§ 49. + +Het is niet mogelijk, met juistheid op te geven, welk gedeelte van het +primitieve vermogen aan de onderscheidene wrijvingen enz., in eenig +stoomwerktuig verloren gaat; door navorsching en berekening kan men wel +tot een nabijkomend getal komen, doch tot uiteenzetting hiervan is het +bestek van dit schrijven te beperkt. In het algemeen maakt men van eene +zoo berekende grootheid, voor krachttoekenning aan een stoomwerktuig +geen gebruik, maar bezigt eenvoudige regelen, waardoor men het aantal +zoogenaamde nominale paardenkrachten vindt, welke het werktuig voor +eenig te verrigten werk oplevert; die regelen geven wel is waar geen +strenge of juiste uitkomst, maar voldoen zeer wel in de praktijk; de +meestgebruikelijke regel is de volgende: + +Men vermenigvuldigt het getal ned. duimen, waaraan de middellijn des +stoomzuigers gelijk is met zich zelf, het komende product met het getal +ned. ellen, hetwelk de stoomzuiger in eene minuut tijds doorloopt, en +deelt dit laatste product door 11016; dan zal het quotient het gevraagde +getal nominale paardenkrachten wezen, welke het werktuig zal kunnen +uitoefenen; elke paardenkracht gelijk aan een vermogen als in § 46 staat +uitgedrukt. Boven is gezegd, dat de gevoegelijke snelheid van eenen +stoomzuiger tevens afhankelijk is van de lengte van deszelfs slag; in +het onderstaande tafeltje staan die snelheden tegenover de +zuigerslaglengten opgeteekend[4]. + + + +----------------------+-------------------------------+ + | ZUIGERSLAGLENGTEN. | SNELHEDEN VAN DEN | + | | ZUIGER. | + |----------------------+-------------------------------| + | N. Palmen. | N. Ellen per minuut. | + | 4 | 49.8 | + | 6 | 52.7 | + | 8 | 55.5 | + | 10 | 58.2 | + | 12 | 60.7 | + | 14 | 62.3 | + | 16 | 65.5 | + | 18 | 67.6 | + | 20 | 69.7 | + +----------------------+-------------------------------+ + + +Zij nu tot voorbeeld ter berekening genomen dezelfde zuigermaat en +slaglengte, welke wij in § 47 bezigden.--De middellijn des zuigers is 57 +duim, dus 57 maal 57 geeft 3249, dit weder vermenigvuldigd met 60, omdat +de zuigerslaglengte 11.4 Palmen bedraagt, levert voor produkt 194940 op, +hetwelk gedeeld door 11016, tot quotient 17-7/10 geeft, dat is: een +stoomwerktuig van lagen druk met eenen cilinder voorzien, waarin +zoodanige zuiger werkt, wordt een vermogen van 17-7/10 nominale +paardenkrachten toegeschreven. + + +[4] Naauwkeurige en uitgebreide tafelen dezer gevoegelijke snelheid +vindt men in het werkje, getiteld: _Nominaal vermogen van +Lagendruk-stoomwerktuigen, gespecificeerd door D. van den Bosch_; te +Amsterdam bij _Gebroeders Diederichs_, 1839. + + +§ 50. + +Wij hebben overal bij het berekenen van den druk van stoom en ook van +den dampkring eenen vierkanten Ned. duim tot eenheid gebruikt, maar men +kan ook den druk op eenen cirkelronden Ned. duim daarvoor bezigen, +hetwelk eenig gemak in de berekeningen voor het oppervlak van ronde +zuigers met zich brengt.--Een vierkant, dat eenen duim tot zijde heeft, +grooter oppervlak bezittende, dan een cirkel van eenen duim middellijn, +zoo is noodwendig de druk op eenen ronden of cirkelvormigen duim kleiner +dan op eenen vierkanten duim; om dan den druk op eenen vierkanten duim +tot den druk op eenen ronden duim te herleiden, moet men den eersten +vermenigvuldigen met 0.785; bij voorbeeld: de gemiddelde dampkringsdruk +op eenen vierkanten ned. duim bedraagt 103.3 lood, dit met 0.785 +vermenigvuldigende, zoo bekomt men 81.1 lood voor den gemidd. +dampkringsdruk op eenen cirkelvormigen Ned. duim. Op deze wijze den druk +op een cirkelvormig oppervlak van één duim middellijn gevonden hebbende, +is het gemakkelijk den geheelen druk op grootere oppervlakten, die +cirkelrond zijn te bepalen: men vermenigvuldige slechts het aantal +duimen van de middellijn eerst met zich zelf en dan met dien gevondenen +herleiden druk op eenen cirkelvormigen duim. Hoewel wij in dit geheele +werkje ons bij dezelfde oppervlakte eenheid, het vierkant op den duim +namelijk, zullen houden, is het echter niet overbodig het gebruik van +den cirkelvormigen duim tot dat zelfde einde te kennen, om reden er soms +opgaven gedaan worden, welke op die eenheid gebaseerd zijn. Overigens +komt voor het spoedig vergelijken van ronde oppervlakten, het rekenen +met cirkelvormige duimen, bijzonder te pas. + + +§ 51. + +In het begin van dit werkje hebben wij gezegd, dat water, onder de +gemiddelde drukking van den dampkring aan het koken gebragt zijnde, +stoom ontwikkelt op de temperatuur van 212 graden volgens Fahrenheits +Thermometer, en dat de dus gevormde stoom eene spanning of veerkracht +bezit, die gelijk staat met de drukking van eenen dampkring of +atmospheer, dat is: eenen druk uitoefent van 103.3 Ned. looden op eene +oppervlakte, die een vierkante Ned. duim groot is; daar nu het koken van +water in eenen openen ketel en in de vrije lucht, eigenlijk niets anders +is dan het ligten van den dampkring door den daaruit opstijgenden stoom, +en de dampkring, blijkens de aanwijzing van den Barometer, eene +verschillende zwaarte kan hebben, zoo volgt: dat het water des te +gemakkelijker zal koken, hoe ligter de dampkring is. De ondervinding +heeft zulks ook bewezen, want bij een' lagen stand van het kwik in den +Barometer, dat is: bij eenen ligten dampkring, kookt het water beneden +212 graden; maar staat het kwik in den Barometer hoog, en is dus de +dampkring zwaar, dan worden er meerdere warmtegraden voor het koken van +het water vereischt. Op hooge bergen, alwaar de kwikkolom in den +Barometer, door verminderde dampkringshoogte aanmerkelijk lager staat, +kookt het water op veel lager temperatuur, dan op plaatsen aan het +oppervlak der aarde of aan het gemiddeld oppervlak des Oceaans gelegen; +zelfs kunnen de dagelijksche veranderingen in den druk des dampkrings op +eene zelfde plaats het kooktemperatuur van water, circa 2 graden hooger +of lager doen zijn; de druk op de kokende vloeistof dezelfde blijvende, +zal het kooktemperatuur niet veranderen. + +Maar wat gebeurt er, wanneer de ketel, welke het water bevat, gesloten +wordt? + +In eenen gesloten' ketel moet de uit het water opstijgende stoom zich +daar binnen zamendringen, en bij gevolg eenen meerderen druk op het +water uitoefenen, zoodat het water meer verhit zal moeten worden, om +volgenden stoom te leveren; doch tegelijk neemt de spanning van den +stoom binnen den ketel, door de opvolgende zamendringing weder toe, +hetwelk, daar het druk vermogen bij de aanhoudende verhitting aanwast, +te weeg brengt: dat het water in eenen geslotenen' ketel nimmer aan het +koken raakt, ofschoon het vuur daaronder onophoudelijk blijft werken; +hierbij moet natuurlijkerwijze voorondersteld worden, dat de ketel sterk +genoeg is, om dien veel vermogenden zamengedrongen' stoom wederstand te +bieden, dat is: dat hij niet kan bersten. + +Doch geven wij den ketel in den top eene opening, die met eene klep +gedekt is, dan zal de stoom daardoor kunnen ontvlieden, wanneer dezelve +genoeg vermogen bezit, om de zwaarte van die klep te ligten. Daar nu op +deze klep natuurlijkerwijze de dampkring mede drukt, zoo overwint in dit +geval de ontvliedende stoom niet alleen het gewigt der klep, maar ook +dat des dampkrings: bij het gemiddeld gewigt van den dampkring zal men +dus het gewigt van de klep moeten tellen, om te weten, met welke +spanning de stoom van onder de opgeligte klep ontvliedt. + +Zij gesteld, dat de klep 10 pond weegt, en eene opening dekt, welke 10 +vierkante duimen doortogt geeft, dan zal die klep op elken vierkanten +duim dier opening, met 1 pond drukken, of zooveel tegenstand bieden; de +gemiddelde druk des dampkrings per vierkante duim 1.033 pond zijnde, zal +de stoom eenen druk moeten uitoefenen van iets meer dan 2.033 ponden per +vierkante duim, om de klep te ligten, of om door de daarmede gedekte +opening, te kunnen ontvlieden; want de klep drukt per vierkante duim met +1 pond en de gemiddelde dampkring met 1.033 pond, hetgeen te zamen 2.033 +pond uitmaakt; de klep zwaarder of meer beladen zijnde, zal gevolglijk +ook hooger gespannen sloom eischen, om opgeligt te worden. + +Van de zwaarte van zoodanige klep, boven reeds onder den naam van +veiligheidsklep bekend, hangt dus de spanning van den in den ketel +voortgebragten stoom af; de zwaarte van die klep moet dus geregeld zijn +naar de vereischte stoomspanning, die voor de machine benoodigd is. In +stoomwerktuigen van lagen druk gaat die zwaarte, welke men belading der +veiligheidsklep noemt, geen 51.7 Ned. looden per vierkante Ned. duim der +gedekte openingen te boven, zoodat de totale stoomspanning (met in +begrip van den gemiddelden druk des dampkrings à 103.3 lood) uiterlijk +155 lood op eenen vierkanten duim bedraagt. + + +§ 52. + +Hoe hooger de stoom gespannen is, des te meer met warmtestof verbonden +water daarin vervat is, bij gevolg is hooger gespannen stoom zwaarder; +eene kubieke Ned. el stoom, welke in spanning aan den gemiddelden druk +des dampkrings gelijk is, weegt 59 Ned. looden; een dampkring hooger +gespannen of op twee dampkringen, dan weegt eene kubieke el 111 looden; +op vier dampkringen gespannen (de gemiddelde dampkringsdruk altijd +daaronder begrepen) 209 looden, en op acht dampkringen gespannen 392 +looden. Men ziet hier uit, dat stoom van dubbele spanning nabij de +dubbele zwaarte bezit, en daar de warmtestof op zichzelve geene te +bemerkene zwaarte heeft, zoo is het gewigt van stoom ook het gewigt van +het daarin begrepen water, zoodat eene kubieke Ned. el stoom, in +spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk, niet meer dan +59 Ned. looden weegt, omdat daarin 59 looden water zijn +begrepen.--Volgens bepaling is in stoomwerktuigen van lagen druk de +uiterste spanning van den stoom, een halve dampkring boven den +gemiddelden dampkringsdruk, eene kubieke Ned. el zoodanige stoom weegt +85 Ned. looden; veelal echter bezigt men in die werktuigen eene +stoomspanning, welke den gemiddelden dampkringsdruk slechts een vierde +deel overschreidt, en die per kubieke Ned. el 72-1/4 Ned. looden weegt, +of zooveel gewigt aan water inhoudt. + + +§ 53. + +Wij weten dat stoom, welks spanning aan den gemiddelden druk des +dampkrings gelijk is, 212 graden Temperatuur op den Thermometer teekent; +een dampkring hooger gespannen, dat is: op twee dampkringen, dan is +deszelfs temperatuur 250.5 graden; op vier dampkringen (de gemiddelde +dampkringsdruk altijd daaronder begrepen) 293.8 graden, en op acht +dampkringen gespannen 342.5 graden; men ziet dus dat stoom, op twee +dampkringen gespannen, 38.5 graden temperatuur meer teekent, dan op een' +dampkring gespannen, op vier dampkringen 43.3 graden meer dan op twee, +en op acht dampkringen 48.7 graden meer dan op vier dampkringen. + +Voor eene verdubbeling in stoomspanning teekent dus de Thermometer +slechts weinig meer dan eene zelfde vermeerdering in graden; +oppervlakkig beschouwd, zoude men dus zeggen: dat, om stoom in spanning +te verdubbelen, men slechts weinig meer warmtegraden heeft toe te +voegen, dan het verschil in graden met deszelfs halve spanning; maar ten +dezen zich herinnerende, wat in § 5 over den aard der stoomwording +gezegd is, zal het blijken dat, om stoom van dubbele spanning voort te +brengen, men veel meer warmtegraden voor eene zelfde volume stoom noodig +heeft; want de grootere hoeveelheid water, welke hooger gespannen stoom +inhoudt, kost ter overgang in stoom, veel aan de zoogenaamde verborgene +warmte; het zijn dus de inbegrepene verborgene warmtegraden +hoofdzakelijk, en niet alleen die, welke de Thermometer te meer +aanwijst, welke voor de daarstelling van gelijke volumen hooger +gespannen stoom, vereischt worden. + +Het temperatuur van den stoom in stoomwerktuigen van lagendruk zoude +volgens de bepaling, uiterlijk 233.9 graden zijn; doch derzelver +spanning is in die werktuigen veelal minder, en bij gevolg, +overeenkomstig hetgeen in § 52 gezegd is, slechts nabij 224 graden. + + +§ 54. + +In § 5 hebben wij gezegd, dat stoom, die in spanning aan den gemiddelden +druk des dampkrings gelijk is, eene plaats beslaat, of eene volume +heeft, die 1700 malen grooter is, dan die van het water, dat denzelven +heeft daargesteld, dat is: eene kubieke Ned. el zoo gespannen stoom +bevat 1/1700 gedeelte water; stoom op de dubbele spanning of van twee +dampkringen (de gemiddelde dampkring altijd daaronder begrepen) bevat, +volgens § 52 meer water, of is, anders gezegd, digter, en is bevonden +900 malen de volume water uit te maken; op vier dampkringen gespannen +478 malen, en op acht dampkringen gespannen 255 malen de volume van het +water dat denzelven heeft daargesteld. Men kan dit ook nog anders +uitdrukken. Een kubieke palm water levert 1700 kubieke palmen stoom, op +een' dampkring gespannen; 900 kubieke palmen op twee dampkringen, en 478 +kubieke palmen op acht dampkringen gespannen, de gemiddelde druk des +dampkrings daaronder begrepen. In stoomwerktuigen van lagen druk is de +hoogst bepaalde stoomspanning een halve dampkring boven de gemiddelde, +zoodanige stoom is 1168 malen de volume van het water; doch bij de +veelal gebruikelijke stoomspanning in die werktuigen, volgens § 52, is +die volume nabij 1385 malen de volume, die het water bezit op de +standaardtemperatuur van 62 graden.--De volume, welke stoom van dubbele +spanning bezit, is dus omstreeks de helft; waarom dan zoodanige stoom, +overeenkomstig hetgeen ten dien aanzien hooger gezegd is, de dubbele +zwaarte heeft, dat is: eene kubieke el stoom, bij voorbeeld: op eene +dampkring gespannen, weegt omstreeks half zoo zwaar als eene kubieke el +stoom, die op twee dampkringen gespannen is. + + +§ 55. + +In ruwe schatting volgt de digtheid of het gewigt van hooger gespannen +stoom, omstreeks dezelfde verhouding, als de hoeveelheid der daarin +opgehoopte warmte; zoodat hooger gespannen stoom ongeveer eene +gelijkmatige hoeveelheid meerdere warmtegraden met zich verbindt; daar +het nu klaar is, dat de met eenige hoeveelheid brandstoffen ontwikkelde +warmte, evenredig is aan derzelver hoeveelheid, (want 4 ponden +steenkolen zullen tweemaal zooveel warmte ontwikkelen als 2 ponden) zoo +volgt: dat men voor het daarstellen van hooger gespannen stoom, ook +omstreeks eene in gelijke verhouding staande vermeerdering van +brandstoffen noodig zoude hebben; in de praktijk of in het werkdadige is +zulks echter niet zoo, en men heeft bijvoorbeeld: voor eene kubieke el +dubbel gespannen stoom meer dan het dubbel der brandstoffen noodig, want +onder andere: hooger gespannen stoom heeter zijnde, zoo is deszelfs +afkoeling of verlies van warmte door de zijden van den ketel of van de +vaten, welke die stoom bevatten of ontvangen, belangrijker; welk +warmteverlies dus door meerder verbruik van brandstoffen moet worden +aangevuld; de voortbrenging van hooger gespannen stoom is dus +kostbaarder; hoe men die kostbaarheid, door zekere wijze van +stoomaanwending in stoomwerktuigen deels te gemoet komt, zal later +worden verklaard. + + +§ 56. + +In de vier laatste paragraphen is getracht, in het kort goede +denkbeelden te leveren wegens den regten aard van den stoom op +verschillende spanningen, gegrond op hetgeen in den aanvang van dit +werkje in beginselen opgegeven staat; het is nu van belang te weten, wat +de stoomwerkkracht aan brandstoffen, het element dier beweegkracht, +kost. + +De hoeveelheid brandstoffen, die voor het in beweging houden van een +stoomwerktuig noodig is, hangt geheel af van de spanning en de +hoeveelheid stoom, welke men daarin verbruikt. Het is klaar, dat de +stoomcilinder van een werktuig boven deszelfs zuiger, zooveel stoom zal +kunnen bevatten als de ruimte bedraagt, die tusschen den zuiger bij +laagsten stand en het cilinderdeksel bestaat, of onder den zuiger bij +hoogsten stand, even zooveel als de ruimte tusschen den zuiger en den +cilinderbodem uitmaakt, zijnde de ruimte boven en onder den zuiger +nagenoeg aan elkander gelijk, dewijl alleen de zuigerstang aan eene +zuigerzijde daarvan een klein gedeelte inneemt; de uitgebreidheid van +zoodanige cilindervormige ruimte voor den ontvang van stoom, valt +gemakkelijk te berekenen, want men behoeft slechts het oppervlak des +zuigers te vermenigvuldigen met de lengte van deszelfs slag. In § 47 is +geleerd, hoe het oppervlak van eenen ronden zuiger in vierkante duimen +gevonden wordt, en hetzelfde daarin behandelde voorbeeld volgende, dan +heeft men voor eenen zuiger van 57 duimen middellijn 2551-3/4 vierkante +duimen oppervlakte, hetgeen vermenigvuldigd met de gegevene slaglengte +van 114 duimen, 290900 kubieke duimen voor de ruimte boven of onder den +zuiger oplevert; men heeft dus voor eenen dalenden en rijzenden +zuigerslag, of voor eenen omgang van het vliegwiel, tweemaal die ruimte, +dat is 581800 kubieke duimen, welke met stoom uit den ketel gevuld kan +worden. Gelijk gezegd is, neemt de zuigerstang eenige ruimte in, doch +sluit ook de zuiger bij hoogsten en laagsten zuigerstand, niet juist +tegen het cilinderdeksel en den bodem, maar laat eenige ruimte over, +terwijl nog de boven en beneden stoomdoortogten met stoom te vullen +ruimten bieden, zoodat de vullende volume stoom, over het geheel +genomen, eigenlijk een weinig meer is, daarom zullen wij dezelve hier in +een rond getal, voor eenen omgang van het vliegwiel, op 600000 kubieke +duimen stellen, gelijk aan 600 kubieke palmen of aan 6/10 kubieke el. +Wanneer nu 26 vliegwielomwentelingen in eene minuut geschieden, dan +zullen er 26 maal 6/10 kubiek el, of 15-6/10 kubieke ellen stoom, van de +vereischte spanning, gedurende dien tijd noodig zijn, dat is in het uur +936 kubieke Ned. ellen. + +In sommige gevallen, wanneer meer op het verkrijgen van een groot +vermogen, dan wel op de bezuiniging van brandstoffen gelet wordt, vult +men de cilindervormige ruimte boven en onder den zuiger zoo geheel met +stoom overeenkomstig de gedane berekening. Verreweg in de meeste +gevallen echter, en juist omdat Economie in brandstoffen eene hoofdzaak +is, laat men zooveel stoom niet in den cilinder vloeijen, maar sluit de +stoomvloeijing, op een zeker gedeelte van den zuigerslag, door middel +van de daarvoor doelmatig gevormde stoomschuif af; de hoeveelheid +ingelatene en aldus afgeslotene stoom, breidt zich alsdan in de +toenemende ruimte, welke de bewegende zuiger verder oplevert, uit; langs +dien weg verkrijgt men met eene bepaalde hoeveelheid brandstof een +betrekkelijk grooter vermogen; dusdanige uitbreiding van afgesloten' +stoom in eene steeds vergrootende ruimte, wordt stoomontspanning +genoemd. In stoomwerktuigen van lagen druk wordt veelal de +stoomtoevloeijing afgesloten, wanneer de zuiger omstreeks drie vierde +gedeelte van deszelfs slag heeft afgelegd, het overige vierde deel van +den zuigerslag wordt vervolgens met den zich ontspannenden stoom +volbragt; in eene volgende paragraaf zal reden gegeven worden, waarom +zoodanige handelwijze Economie oplevert. Met ons voorbeeld uit § 47 +zoude dus het stoomwerktuig van lagen druk met eenen stoomcilinder van +die gegevene grootte, en gemelde stoom-ontspanmaat, in plaats van 936 +slechts 702 kubieke Ned. ellen stoom per uur behoeven. + + +§ 57. + +De tot heden voor stoomwerktuigen gebezigde brandstoffen zijn +steenkolen; men weet, dat die brandstof van zeer onderscheidene +kwaliteit is, zoodat de eene soort meer en de andere soort minder warmte +ontwikkelt. Onderscheidene andere brandstoffen bestaan er, waaronder +hout weder uitmunt. Om over de strikte en betrekkelijke hoeveelheid +warmte te handelen, welke verschillende soorten van steenkolen en andere +brandstoffen opleveren, ontbreekt hier ruimte, waarom het voldoende zal +wezen op te geven, wat in de gewone omstandigheden de meest +gebruikelijke brandstof, steenkolen namelijk, aangaat; de volgende tafel +geeft niet dat doel de gemiddelde consumptie per uur op, van goede +steenkolen, voor goed ingerigte stoomwerktuigen van lagen druk, die met +stoomontspanning werken, en zulks naar gelang derzelver nominaal +vermogen in paardenkrachten. + + + |NOMINALE |CONSUMPTIE ||NOMINALE |CONSUMPTIE | + |PAARDENKRACHT.|PER UUR. ||PAARDENKRACHT.|PER UUR. | + |--------------|------------||--------------|------------| + | |Ned. Ponden.|| |Ned. Ponden.| + | 5 | 21 ||110 |358 | + |10 | 37 ||120 |389 | + |20 | 70 ||130 |420 | + |30 |102 ||140 |451 | + |40 |135 ||150 |482 | + |50 |167 ||160 |513 | + |60 |199 ||170 |543 | + |70 |231 ||180 |574 | + |80 |263 ||190 |604 | + |90 |295 ||200 |634 | + |100 |326 ||250 |784 | + + +§ 58. + +Bovenstaande consumptie steenkolen per uur is gezegd de gemiddelde te +zijn, en geldt in het bijzonder de tegenwoordig meest bestaande +stationnaire stoomwerktuigen van lagen druk, namelijk de zoodanige, +welke, werkende, niet van plaats veranderen; van die soort bestaan er +enkele, die minder aan brandstoffen kosten, doch over het algemeen kan +men, de in de tafel opgegevene hoeveelheden aannemen; daarentegen is +meestal die consumptie grooter met Locomotive stoomwerktuigen van lagen +druk, dat zijn, de zoodanige, welke, werkende, met derzelver omvatting +van plaats veranderen, gelijk met stoomvaartuigen het geval is; want +daarin geeft men aan de stoomketels de kleinst mogelijke uitgebreidheid, +omdat de ruimte binnen een vaartuig zeer beperkt is; en hoewel men +daarin gewoon is, alles aan te wenden, wat tot de goede werking der +vuren en de doelmatige leiding van het vlammende gaz met de heete rook, +dienstig kan zijn voor de verhitting van het water, dat den stoom +voortbrengt, zoo gaat nogtans veel warmte met een gedeelte onverteerde +brandstoffen door den schoorsteen verloren; hierbij komt nog, dat deze +werktuigen minder voor de verkoelende werking der buitenlucht zijn te +beschermen. + +In stoomvaartuigen bezigt men stoomwerktuigen van lagen druk, zelden +minder dan van 16 nominale paardenkrachten; de consumptie steenkolen is +dan nabij 5 ponden voor elke paardenkracht gedurende een uur werkens; +van grooter nominaal vermogen komt met tot nabij 4 en 3-1/2 ponden per +paardenkracht in een uur; zoodat voor een werktuig van 16 +paardenkrachten 80 ponden en voor een van 100 paardenkrachten circa 350 +ponden steenkolen per uur zouden noodig wezen; altijd in de +vooronderstelling, dat men goede steenkolen gebruikt en dat ketels en +werktuigen van eene goede constructie zijn.--In werktuigen van hooge +drukking is de consumptie steenkolen, volgens § 55, grooter, dan in die +van Lage drukking, doch men komt daarin veel te gemoet door den stoom in +de stoomcilinders met veel ontspanning te laten werken, waarover lager +zal gehandeld worden. + + +§ 59. + +Voor brandstof bezigt men ook nog uitgebrande steenkolen, coke of cooks +geheeten; deze leveren eene grootere echter meer plaatselijke hitte op, +doch zijn in vergelijking der kosten, minder voordeelig; voor +Locomotiven, stoomwerktuigen op wielen, dat is voor stoomrijtuigen, is +deze brandstof bijzonder goed geschikt, voornamelijk omdat men daar in +een klein bestek veel warmte moet ontwikkelen, en omdat zoodanig vuur +voor de daarmede in aanraking zijnde keteldeelen minder schadelijk is; +deze locomotiven of stoomrijtuigen werken over het algemeen met stoom +van hooge drukking en met weinig stoomontspanning, zoodat ook van die +zijde de Economie weinig wordt begunstigd. De Pleegwagen, die van geene +groote uitgebreidheid is, en welke het stoomrijtuig onmiddelijk volgt, +bevat behalve eenen voorraad zuiver water voor de voeding des ketels, de +coke, en moet van tijd tot tijd met eenen nieuwen voorraad dezer +brandstof voorzien worden, voor het volbrengen van uitgestrekte togten. + + +§ 60. + +Voor en aleer tot de verklaring over te gaan van het voordeel, dat in de +ontspanning van den stoom gelegen is, is het noodig zich te herinneren, +wat in § 54 over de uitgebreidheid van verschillend gespannen stoom +aangeteekend staat: zoo heeft stoom, op acht dampkringen gespannen, eene +uitgebreidheid van 255, op vier dampkringen 478, op twee dampkringen 900 +en op eenen dampkring 1700 malen die van het water; hieruit moet, gelijk +gezegd is, besloten worden, dat stoom, welker spanning de helft van +andere bedraagt, ongeveer de dubbele uitgebreidheid bezit; want +bijvoorbeeld: 478 de volume zijnde van stoom op vier dampkringen +gespannen, zoo is tweemaal die volume of 956 slechts weinig meer dan +900, de volume van den stoom op twee dampkringen gespannen. Daar nu +stoom van halve spanning weinig meer dan de halve zwaarte bezit, of +weinig meer dan de halve hoeveelheid water inhoudt, met andere woorden +gezegd, nagenoeg de halve digtheid heeft; zoo komt men tot het besluit: +dat bijaldien eene ruimte, bijvoorbeeld: eene kubieke el groot, met +stoom van zekere spanning volkomen gevuld is, en deze ruimte verdubbeld, +dus twee kubieke ellen wordt, zonder dat meer stoom wordt ingelaten, de +aldus in dubbele ruimte uitgebreide stoom, weinig minder dan de halve +spanning, welke dezelve eerst bezat, zal bezitten; zooveel zal dus die +stoom ontspannen zijn. + +Om stoom naar die maat te doen ontspannen, moet echter gezorgd worden, +dat dezelve in de vergroote ruimte geene verkoeling ondergaat, of in +temperatuur daalt beneden de juiste temperatuur, die met de uitbreiding +in de vergroote ruimte overeenkomt; zoo zulks plaats vond, zoude men een +gedeelte van dien stoom condenseren, en in water doen overgaan, +gevolgelijk den stoom nog meer in spanning doen verminderen, gedurende, +dat deszelfs ontspanning plaats vond. + + +§ 61. + +Ten einde op eene eenvoudige wijze aan te toonen, welk voordeel in de +stoomontspanning gelegen is, zullen wij van de eenvoudige lijnen der +nevensstaande figuur ons bedienen. + + +[Illustratie: Een schematische voorstelling van een cilinder met +zuiger.] + + +Laat A B C D eenen cilinder verbeelden waarin de zuiger door de lijn E F +aangetoond wordt. Wanneer wij dien zuiger van deksel tot bodem doen +dalen, bijvoorbeeld met stoom van 6 ponden spanning, dan zal men eene +volume zoo gespannen stoom noodig hebben, die aan den inhoud van den +cilinder gelijk is; wanneer wij echter, dien zuiger met stoom, welke +slechts op een vierde of op 1-1/2 pond gespannen is, even zoo doen +bewegen, dan zal men eene gelijke hoeveelheid stoom, hoewel minder hoog +gespannen, behoeven; in het tweede geval zal gevolgelijk het vermogen +van den zuiger vier malen kleiner zijn dan in het eerste, en zal de +stoom ook circa vier malen minder digtheid bezitten, of een vierde deel +van den stoom op 6 ponden gespannen, zal nagenoeg voldoende wezen, om +evenzoo den cilinder te vullen met stoom op 1-1/2 pond gespannen. + +Zij nu gedacht, dat men stoom, die op 6 ponden gespannen is, slechts +voor een vierde deel van den zuigerslag in den cilinder laat vloeijen, +dat is: wanneer de zuiger tot bij 1 gedaald is, de toevloeijing +afgesloten wordt, dan zal, wanneer onder den zuiger geen tegenstand maar +een voldoend ijdel heerscht, dezelve door den ingelaten' en afgesloten' +stoom, nedergedrukt worden door ontspanning van den stoom, dat is door +eenen stoomdruk die gestadig afneemt naar gelang de ruimte boven den +zuiger grooter wordt, derwijze, dat de stoom, wanneer de zuiger bij 2 +gekomen zal zijn, slechts de halve spanning van drie ponden bezit, bij 3 +zal die spanning weder minder en wel een derde of 2 ponden wezen, en bij +4 zal de stoom niet meer dan een vierde of 1-1/2 pond spanning behouden +hebben. Zoo men nu de stoomspanning bij den zuigerplaatsen 1, 2, 3 en 4 +bij elkander telt, dat is 6, 3, 2 en 1-1/2, verkrijgt men tot som +12-1/2, welke door 4 gedeeld, eene nabijkomende gemiddelde spanning van +3-1/8 pond oplevert, waarmede men denken kan, dat de zuiger van deksel +tot bodem is naar beneden gedrukt; met eenen rijzenden zuigerslag kan +dit even zoo plaats vinden en behoeft geene verklaring. + +Door vergelijking van dit laatste geval met het voorgaande, waarin wij +den zuiger, van deksel tot bodem doorgaande met stoom van 1-1/2 pond +spanning deden dalen, en waarvoor de noodige hoeveelheid stoom ook +weinig verschilt met een vierde deel van den inhoud des cilinders met +stoom van 6 ponden spanning, wordt het voordeel der stoomontspanning +duidelijk: met ontspanning ondergaat de zuiger natuurlijkerwijze den +afklimmenden druk van 6 tot 1-1/2 pond, terwijl zonder ontspanning met +1-1/2 pond doorgaanden stoomdruk, de druk tegen den zuiger nimmer +grooter is, maar altijd dezelfde blijft; vandaar dat met ontspanning, de +gemiddelden druk meer dan de helft van den primitieve, dat is: 3-1/8 +pond bedraagt. + + +§ 62. + +Het voordeelige der stoom-ontspanning zoude bij het berekenen, nog meer +uitgekomen zijn, indien wij de ruimte, waarin de stoom opvolgende +ontspant in kleinere onderdeelen hadden verdeeld; want onze gemiddelde +druk is gevonden, naar de stoomspanning, die met de zuigerplaatsen 2, 3 +en 4 overeenkomt, hoewel de stoomspanning tusschen 1 en 2 hooger dan op +2, tusschen 2 en 3 hooger dan op 3 en tusschen 3 en 4 hooger dan op 4 +is; eigenlijk neemt de stoom vloeijend in spanning van plaats 1 tot +plaats 4 af; hetgeen dan oorzaak is, dat de gevondene gemiddelde +stoomspanning in ons gekozen voorbeeld nog kleiner schijnt dan zij is; +met meer nauwkeurigheid is de gemiddelde stoomspanning voor den geheelen +zuigerslag, met behulp van het volgende tafeltje te vinden, dat voor +achtste deelen van den stoomzuigerslag geldt. + + + +----------------+----------------+ + | ACHTSTE DEELEN | | + | ZUIGERSLAG- | FACTOREN | + | LENGTE. | | + +----------------+----------------+ + | 1 | 0.385 | + | 2 | 0.597 | + | 3 | 0.743 | + | 4 | 0.847 | + | 5 | 0.919 | + | 6 | 0.966 | + | 7 | 0.992 | + | 8 | 1.000 | + +----------------+----------------+ + + +Het gebruik van deze tafel is eenvoudig; want tegenover het getal +achtste deelen van den zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing +naar den zuiger aanhoudt, staat de Factoor of het getal, waarmede de +spanning van den toegevloeiden stoom moet vermenigvuldigd worden, om de +gemiddelde stoomspanning te verkrijgen, waarmede gerekend kan worden, +dat de geheele zuigerslag is volbragt. Zoo is in ons voorbeeld het +gedeelte zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing duurt, 1/4, of +2 achtsten, hier tegenover staat nu in de tafel de factoor 0.597, +waarmede de spanning van den ingevloeiden stoom, 6 ponden, +vermenigvuldigd zijnde 3.582 geeft; de gemiddelde stoomspanning voor den +geheelen zuigerslag is dus bijna 3-6/10 pond, gevolglijk meer dan wij +boven vonden. + + +§ 63. + +Voor stoomwerktuigen van lage drukking laat men, gelijk gezegd is, +de stoom in vele gevallen tot omstreeks drie vierde van den zuigerslag +in den cilinder vloeijen; in § 47 is gezegd, dat men in die werktuigen +gewoonlijk met stoom werkt, die op 129 Ned. looden per vierkanten Ned. +duim gespannen is, en dat die spanning vermindert tot op 120 looden van +wege den tegendruk, welke in den condensor heerscht. Zoodanige met 120 +looden drukkende, en op drie vierde gedeelte van den zuigerslag +afgesloten wordende stoom, geeft volgens de tafel, met Factoor 0.966 +vermenigvuldigd, eene gemiddelde stoomspanning van 115-9/10 Ned. looden +per vierkanten Ned. duim. Men ziet dus op welke wijze men met behulp van +deze tafel, den gemiddelden stoomdruk door ontspanning veroorzaakt, op +den zuiger kan vinden, om alzoo over het effectief vermogen van het +werktuig, in verband met de daarvoor noodige hoeveelheid stoom beter te +kunnen oordeelen; terwijl de § 49 opgegeven regel alleen voor het vinden +van het nominaal vermogen strekt, dat is: van het nabij komend aantal +werkende paarden van gemiddelde sterkte, waarvoor dan ook die algemeene +regel voldoende is. Maar voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare +en hooge drukking, is een zoo algemeene regel ter berekening van +derzelver nominaal vermogen, niet toe te passen; eensdeels omdat de +spanning van den invloeijenden stoom daarin zeer onderscheiden is, en +anderdeels omdat de stoomontspanning in deze werktuigen ook veel +onderling verschilt, zoodat men voor dergelijke berekening, in het +bijzonder, op de eigenlijke spanning van den toegevloeiden stoom en op +deszelfs ontspanmaat in den cilinder moet letten, zoo als wij later +zullen opgeven. + + +§ 64. + +Het doen ontspannen van den stoom in den cilinder levert wel +bezuiniging van brandstoffen op, maar de cilinders moeten daarvoor ook +grooter genomen worden, welke vermeerdering in zwaarte en uitgebreidheid +echter door de verkregene bezuiniging van brandstoffen rijkelijk wordt +vergoed; vooral in stoomvaartuigen, waar het in het bijzonder op het +geringste verbruik brandstoffen aankomt, dewijl de ruimte ter berging +daarin zeer beperkt is. Voor stoomrijtuigen wordt hierop minder gelet, +dewijl men daar in een klein bestek veel kracht moet ontwikkelen, dus +met kleine cilinders het grootste vermogen zoekt te verkrijgen ten koste +van eenige meerdere brandstof, welke men zich liever getroost, van +voorraadplaatsen van tijd tot tijd op te nemen[5]. In het algemeen zij +gezegd: dat men door aanwending van met ontspanning werkenden stoom, uit +de brandstoffen, het element der kracht, meer nut trekt, dat is: het te +verrigten werk, of de af te leggen weg, zal betrekkelijk minder uitgaven +aan brandstoffen kosten. + + +[5] De Belgische werktuigkundige _de Ridder_ schijnt +ontspanning van stoom in stoomrijtuigen meer te willen toepassen. + + +§ 65. + +Uit hetgeen over de stoomontspanning gezegd is, laat zich de +mogelijkheid begrijpen, hoe men door het doen vloeijen van eene kleine +hoeveelheid hooger gespannen stoom in eenen cilinder, en dien daarin te +doen ontspannen, tegen den daarin bewegenden zuiger, denzelfden +gemiddelden druk kan daarstellen, gelijk gewoonlijk in stoomwerktuigen +van lagen druk plaats vindt. Laat bij voorbeeld: slechts tot een vierde +deel van den zuigerslag, stoom in den cilinder toegelaten zijn, welks +spanning 99.8 Ned. lood boven den gemiddelden druk des dampkrings, dus +in het geheel 203.1 Ned. lood. bedraagt, en laat die spanning van wege +den Condensor, met 9 Ned. looden verminderd, bij gevolg, 194.1 Ned. +looden per vierk. Ned. duim worden, dan zal volgens de tafel, in § 62 +gegeven, 0.597 maal 194.1 gelijk zijn aan 115.9 Ned. looden gemiddelden +stoomdruk voor den ganschen zuigerslag: dezelfde gemiddelde stoomdruk, +die in § 63 gevonden is, wanneer met stoom gewerkt wordt, die slechts +met eene spanning van 129 Ned. looden in den cilinder vloeit, doch +waarvan de ontspanning niet eer begint, dan op drie vierde van den +zuigerslag. + + +§ 66. + +De stoom heeft nog eene algemeene eigenschap, welke hier vermeld +moet worden, namelijk: dat hetzelfde gewigt stoom, onverschillig van +welke spanning, altijd dezelfde hoeveelheid warmte inhoudt; of anders +gezegd, (daar het gewigt van den stoom het gewigt van deszelfs +bestanddeel water is) dat een zelfde gewigt water altijd dezelfde +hoeveelheid warmte noodig heeft, om in stoom over te gaan, onverschillig +van welke spanning; bij voorbeeld: Een Ned. pond water levert 1385 +kubieke palmen stoom, op de spanning, die volgens § 54 voor machinen van +lagen druk, gebruikelijk is, op den thermometer 224 graden teekenende; +de noodige warmte voor die overgang in stoom is nu gelijk aan die, welke +vereischt wordt, om evenveel water in stoom van dubbele spanning te doen +overgaan, niettegenstaande deze laatste hooger temperatuur op den +thermometer teekent. Een Ned. pond water zal alzoo leveren 735 kubieke +palmen stoom op 2 maal 129 of 258 Ned. looden (de dampkringsdruk +daaronder begrepen) gespannen, terwijl de thermometer daarin 263.8 +graden zal aanwijzen; het onderscheid bestaat dus alleen hierin, dat +namelijk: gelijk gewigt hooger gespannen stoom minder uitgebreidheid +bezit, en dat in hooger gespannen stoom minder warmte verborgen is, (zie +§ 5) waardoor meer warmte wordt vrijgelaten, en de thermometer alzoo +hooger wijst. Uit dit voorbeeld ziet men tevens, overeenkomstig hetgeen +vroeger gezegd is, dat dubbel gespannen stoom een weinig meer dan de +halve volume van den eersten beslaat. + +Voor eenen stoomcilinder, waarin een zuiger van 57 Ned. duimen +middellijn met 114 Ned. duimen slaglengte werkt, en welke zuiger 26 +dubbele slagen in eene minuut volbrengt, zal volgens § 56 in een uur +tijds 936 kubieke ellen stoom ter geheele vulling noodig zijn; nu hebben +wij in § 63 gezien, dat wanneer die cilinder tot drie vierde van den +zuigerslag met stoom op 129 Ned. looden, dat is: 25.7 Ned. looden, boven +den gemidd. dampkringsdruk gespannen, gevuld is, deze door ontspanning +eenen gemiddelden druk tegen den zuiger zal uitoefenen van 115.9 Ned. +looden; en volgens § 65 dat de zuiger dien zelfden gemiddelden druk zal +ondergaan, wanneer men den cilinder slechts tot een vierde deel van den +zuigerslag met hooger gespannen stoom voorziet, en wel op 99.8 Ned. +looden boven den gemidd. dampkringsdruk; men heeft dan voor het eerste +geval 702 kubieke ellen stoom van lagen druk per uur noodig, en voor het +tweede geval slechts 234 kubieke ellen hooger gespannen stoom of stoom +van zoogenaamden middelbaren druk, terwijl in beide gevallen de zuiger +gelijken gemiddelden druk ondergaat. Nu is het gewigt van 702 kubieke +ellen zoo gespannen stoom van lagen druk (72-1/4 Ned. looden per kubieke +el) 507-2/10 Ned. ponden, en van 234 kubieke ellen zoo gespannen stoom +van middelbaren druk, (109-1/2 Ned. looden per kubieke el) 256-1/4 Ned. +ponden; derhalve heeft men in het laatste geval voor de daarstelling van +een zelfde druk vermogen op den zuiger, weinig meer dan het halve gewigt +water noodig, om in stoom te doen overgaan, terwijl die gelijkheid in +vermogen, alleen door de belangrijke meerdere stoomontspanning wordt te +weeg gebragt. + + +§ 67. + +De algemeene regel welken wij in § 49 opgegeven hebben, voor het +vinden van het nominaal vermogen in paardenkrachten van een +stoomwerktuig van lagen druk, is ook geldende voor alle gevallen, dat de +stoom, ontspannende, denzelfden gemiddelden druk op den zuiger +uitoefent, als gewoonlijk in stoomwerktuigen van lagen druk plaats +vindt, onverschillig met welke spanning de stoom in den cilinder is +gevloeid; doch die regel geldt niet meer, wanneer de gemiddelde +stoomdruk op den zuiger, hetzij met of zonder ontspanning, den +gebruikelijken in stoomwerktuigen van lagen druk te veel overtreft, +gelijk met zoogenaamde middelbaren- of hoogendruk-stoomwerktuigen het +geval is. + + +§ 68. + +Stoomwerktuigen, welke op derzelver zuiger eenen meerderen druk dan den +gewonen stoom van lagen druk ontvangen, zijn niet altijd met eenen +condensor en ledigende luchtpomp voorzien; de zoogenaamde van middelbare +drukking, zijnde de zoodanigen die volgens § 18, tot eene uiterste +stoomspanning van 3-1/2 atmospheer boven den gemiddelden dampkringsdruk +werken, missen veelal condensor en luchtpomp. In dat geval wordt de +stoom welke tot voortstuwing van den zuiger gediend heeft, bij elken +slag in de opene lucht, of in den schoorsteen des ketels ter bevordering +van de trekking der vuren ontlast; zoo dat alsdan, de tegenstand aan de +andere zijde des zuigers, minstens aan eenen dampkringsdruk gelijk is, +terwijl bij dat gemis van condensor en luchtpomp de wrijving niet +behoeft overwonnen te worden, welke het in beweging houden van den +luchtpompzuiger kost, evenmin als er vermogen verloren gaat voor het +daarmede opgebragte water en lucht. Wanneer in werktuigen van +zoogenaamde middelbare drukking condensor met luchtpomp bestaat, dan is +over het algemeen genomen, de vernietiging of condensering van den +stoom, die gediend heeft, niet zoo volmaakt als in stoomwerktuigen van +lagen druk; zoodat op den daaruit ontstaanden grooteren tegenstand, +welke de stoomzuiger daardoor ondergaat, nog in het bijzonder gelet moet +worden. + +Om den tegenstand, welke binnen den condensor voor den stoomzuiger +bestaat, te kennen, zijn de condensors veelal met eenen daarvoor +geschikten meter voorzien, die manometer en ook barometer geheeten +wordt, en waarop dien tegenstand dadelijk kan afgelezen worden; met +eenen gewonen thermometer kan men ook de warmte, welke binnen den +condensor heerscht, waarnemen, en daaruit den hier bedoelden tegenstand +herkennen, de onderstaande tafel daarbij raadplegende. + + + +------------------------+-------------------------+ + | AANWIJZING VAN DEN | TEGENSTAND VOOR DEN | + | THERMOMETER BINNEN DEN | STOOMZUIGER PER VIERK. | + | CONDENSOR | NED. DUIM. | + +------------------------+-------------------------+ + | 90 graden . . | 4. 7 Ned. looden. | + | 100 " . . | 6. 4 -- | + | 110 " . . | 8. 7 -- | + | 120 " . . | 11. 5 -- | + | 130 " . . | 14. 9 -- | + | 140 " . . | 19. 8 -- | + | 150 " . . | 25. 6 -- | + | 160 " . . | 32. 6 -- | + | 170 " . . | 41. 5 -- | + | 180 " . . | 52. 2 -- | + | 190 " . . | 65. 2 -- | + | 200 " . . | 81. 3 -- | + | 210 " . . | 99. 4 -- | + +------------------------+-------------------------+ + + +Indien dan een in den condensor geplaatste thermometer, waarvan de buis +uitwendig zigtbaar is, 110 graden teekent, zoo zal de zuiger 8-7/10 Ned. +looden tegendruk per vierkanten Ned. duim ondervinden, waarmede dus de +stoomdruk aan de andere zijde vermindert. + + +§ 69. + +Stoomwerktuigen van hoogen druk houden condensor noch luchtpomp, daarin +bedraagt dus de tegenstand van den stoomzuiger, gelijk gezegd is, +minstens eenen dampkringsdruk, dat is gemiddeld 103.3 Ned. looden per +vierkanten Ned. duim; wel heeft men bij gemis van condensor en luchtpomp +eenen zoogenaamden refringirator of verkoeler, waardoor de stoom +alvorens in de opene lucht of in den schoorsteen te ontlasten, doorgaat, +maar deze dient alleen, om van den ontvliedenden stoom nog verwarmd +water te trekken, of daarmede water te verwarmen, voordeelig voor de +voeding des ketels of voor de aanvulling van het daaruit verstoomde +water. § 70. Het herkennen van de spanning, waarmede de stoom in den +cilinder valt, geschiedt op eenen daarbij geplaatsten stoommeter; de +stoommeter wijst altijd de spanning boven den bestaanden druk des +dampkrings aan, zoodat men bij die aanwijzing, gemiddeld 103.3 Ned. +looden moet tellen, om de totale spanning, welke binnen den ketel +bestaat, te kennen. Hoeveel de stoom vervolgens in den cilinder +ontspant, kan ontdekt worden, door aan de stoomschuif de vereischte +beweging in verband met die des zuigers te geven, en daarbij op te +merken, op welk gedeelte van den zuigerslag de stoomafsluiting plaats +vindt, of de ontspanning aanvangt[6]. + + +[6] In hetzelfde werkje dat in de noot op bladz. 65 aangehaald is, staat +eenen regel opgegeven, volgens welken men door berekening het gedeelte +zuigerslag kan vinden, waarop de stoom door de stoomschuif wordt +afgesloten, en de stoomontspanning begint. + + +§ 71. + +De spanning van den stoom, zoo als die in den cilinder valt, deszelfs +ontspanmaat, en den tegenstand welken de zuiger aan de andere zijde +ondervindt, kennende, zoo kan men met gegevene middellijn van +stoomzuiger en lengte van deszelfs slag, het nominaal vermogen in +paardenkrachten vinden van stoomwerktuigen van zoogenaamden middelbaren +en hoogen druk, naar de volgende regelen: + + +=REGEL= + +VOOR STOOMWERKTUIGEN VAN ZOOGENAAMDE MIDDELBARE DRUKKING, WELKE +CONDENSOR EN LUCHTPOMP BEZITTEN. + +Tel eerst bij de stoomspanning in Ned. looden per vierkanten Ned. duim, +welke de stoommeter aanwijst, 103.3 Ned. looden, trek van de som den +tegendruk binnen den condensor, door manometer of thermometer +aangewezen, af, vermenigvuldig de rest met den overeenkomstigen factoor +voor stoomontspanning (wanneer die plaats vindt) volgens de tafel van § +62, noem dit produkt _zuigerdruk_; vermenigvuldig, vervolgens het getal +Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is, met +zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de zuiger in +eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte uit de tafel +van § 49 op te maken; het laatste produkt met den eerstgevondenen +_zuigerdruk_ vermenigvuldigende, en dit eindprodukt door 1.263000 +deelende, zal het komende quotient het gevraagde getal nominale +paardenkrachten opleveren. + + +VOORBEELDEN. + +Eerste Geval. + +MET STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER. + + Zij de aanwijzing van den stoommeter 206.6 N. looden. + De tegendruk in den condensor 50.0 " + Aanvang van de stoomontspanning, 3/8 van den zuigerslag. + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el. + + + bij 206.6 aanwijzing van den stoommeter + tel 103.3 + --------- + 309.9 + af 50.0 tegendruk in den condensor + ------- + rest 259.9 + maal 0.743 voor factoor stoomontspanning (§ 62) + ------ + geeft 193.1 Ned. looden _zuigerdruk_ + ========= + + nu is de middellijn van den zuiger 57 + maal 57 + -------- + geeft 3249 + maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49) + -------- + geeft 194940 + maal 193.1 voor _zuigerdr._ + -------- + geeft 37642914 + gedeeld door 1263000 + -------- + is het Quotient 29.8 + +dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 29-3/4 paardenkrachten gelijk +zijn. + + +Tweede Geval + +ZONDER STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER. + + Zij de aanwijzing van den stoommeter 200.6 N. looden. + De tegendruk in den condensor 80.0 " + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen. + + bij 206.6 aanwijzing van den stoommeter. + tel 103.3 + ---------- + 309.9 + af 80.0 tegendruk in den condensor + ---------- + rest 229.9 Ned. looden _zuigerdruk_. + ========= + + nu is de middellijn van den zuiger 57 + maal 57 + ------- + geeft 3249 + maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49) + ------- + geeft 194940 + maal 229.9 voor _zuigerdr._ + ------- + geeft 44816706 + gedeeld door 1263000 + ------- + is het quotient 35.5 + ====== + + +dat is: het nominaal vermogen zal aan 35-1/2 paardenkrachten gelijk zijn. + + +§ 72. + +=REGEL= + +VOOR STOOMWERKTUIGEN VAN ZOOGENAAMDE MIDDELBARE DRUKKING, WELKE +CONDENSOR NOCH LUCHTPOMP BEZITTEN. + +Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning per vierkanten +Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen +factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de +tafel van § 62; noem dit produkt _zuigerdruk_; vermenigvuldig, ten +andere, het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger +gelijk is, met zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen, +hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs +slaglengte uit de tafel van § 49 op te maken; dit laatste produkt met +den eerstgevondenen _zuigerdruk_ vermenigvuldigende, en het eindprodukt +door 1237000 deelende, dan zal het aldus bekomen quotient het gevraagde +getal nominale paardenkrachten opleveren. + + +VOORBEELDEN. + +_Eerste Geval._ + +MET STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER. + + Zij de aanwijzing van den stoommeter 300.9 N. looden. + Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag. + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen. + + 309.9 stoommeter aanwijzing + maal 0.743 voor factoor stoomontspanning (§ 62) + ------ + geeft 230.3 Ned. looden _zuigerdruk_ + nu is de middellijn van den zuiger 57 + maal 57 + ---- + geeft 3249 + maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) + ------ + geeft 194940 + maal 230.3 voor _zuigerdruk_. + ------ + geeft 44894682 + gedeeld door 1237000 + -------- + geeft tot quotient 36.3 + ======== + +dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 36-1/4 paardenkrachten gelijk +zijn. + + +_Tweede Geval._ + +ZONDER STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER. + + Zij de aanwijzing van den stoommeter 309.9 N. looden. + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el. + + 309.9 stoommeter aanwijzing is _zuigerdruk_. + ===== + + nu is de middellijn van den zuiger 57 + maal 57 + ------- + geeft 3249 + maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) + ------- + geeft 194940 + maal 309.9 voor _zuigerdr._ + ------- + geeft 60455906 + gedeeld door 1237000 + ------- + geeft tot quotient 48.9 + +dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 49 paardenkrachten gelijk +zijn. + + +§ 73. + +In stoomwerktuigen van hoogen druk wordt volgens § 18 stoom +gebezigd, welks spanning meer dan 3-1/2 dampkringsdruk bedraagt; hooger +dan tot 8 dampkringen, gaat die spanning in deze soort van werktuigen +zelden: het is dus tusschen 3-1/2 en 8 dampkringsdrukkingen, boven den +gemiddelden, dat de volgende regel geldt, gelijk gezegd is voor +werktuigen, die condensor noch luchtpomp bezitten, en soms slechts met +eenen refringirator tot het verkrijgen van verwarmd voedingwater voor +den ketel voorzien. + + +=REGEL= + +VOOR STOOMWERKTUIGEN VAN HOOGEN DRUK. + +Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning per vierkante +Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen +factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de +tafel van § 62, noem dit produkt _zuigerdruk_; vermenigvuldig vervolgens +het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk +is, met zich zelf, en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de +zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte, uit +de tafel van § 49 op te maken, dit laatste produkt met den +eerstgevondenen _zuigerdruk_ vermenigvuldigende, en het eindprodukt door +1210000 deelende, zal het komende quotiënt het gevraagde getal nominale +paardenkrachten opleveren: + + +VOORBEELDEN. + + +Eerste Geval. + +MET STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER. + +Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 N. looden. +Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag. +Middellijn van den zuiger 57 Ned. duim. +Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el. + + 516.5 stoommeter aanwijzing is _zuigerdruk_ + maal 0.743 voor Factoor stoomontspanning (§ 62) + ------ + geeft 383.8 Ned. looden _zuigerdruk_. + + nu is de middellijn van den zuiger 57 + maal 57 + ------ + 3249 + maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) + ------ + geeft 194940 + maal: 383.8 voor _zuigerdruk_. + ------ + geeft 74817972 + gedeeld door 1210000 + -------- + geeft tot quotient 61.8 + +dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 61-3/4 paardenkrachten gelijk +zijn. + + +Tweede Geval. + +ZONDER STOOMONTSPANNING BINNEN DEN CILINDER. + + Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 Ned. looden. + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. El. + 516.5 stoommeter aanwijzing, is _zuigerdruk_, + ----- + + nu is de middellijn van den zuiger 57 + maal 57 + ------ + 3249 + maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) + ------ + geeft 194940 + maal 516.5 voor _zuigerdr._ + -------- + geeft 100686510 + gedeeld door 1210000 + -------- + geeft tot quotient 83.2 + ========= + + +dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 83-1/4 paardenkrachten +gelijk zijn. + + +§ 74. + +De bovenstaande uitgewerkte voorbeelden in getallen, zijn opzettelijk +voor eene zelfde zuigermaat en slaglengte gekozen, alleen om daardoor +een goed vergelijkend overzigt te verschaffen. De lezer zal, ter +bevordering van het goede begrip, weldoen, met andere gegevens gelijke +berekeningen te bewerken, en bijaldien zulke gegevens genomen worden, +naar bestaande Machinen, dan zal het daarmede gevonden nominaal +vermogen, des te minder van het effectief, door de machine uitgewerkt, +vermogen verschillen, hoe nader de werkelijke snelheid, in verband met +de slaglengte van den zuiger, bij die der tafel van § 49 komt. Het +nabijkomend effectief vermogen van eenige machine dus willende kennen, +dan zal men de werkelijke of waargenomene snelheid van den zuiger in de +berekening moeten bezigen, in plaats van die der tafel, wanneer deze +daarmede niet overeenkomt; echter blijft in het algemeen de machine den +krachtnaam voeren, welke een berekend nominaal vermogen met de +zuigersnelheid volgens de tafel, onaangezien de waargenomene snelheid, +oplevert, op dat dit zoo berekend nominaal vermogen dienen zoude, voor +de vergelijking der vermogens van verschillende stoommachinen onderling, +wanneer voor dezelfde gevallen denzelfden opgegeven' regel gevolgd +wordt. + + +§ 75. + +De vereischte hoeveelheid stoom, waarmede de cilinder van eenig +stoomwerktuig in eenen bepaalden tijd moet voorzien worden, is voor de +laatste voorbeelden in getallen, evenzoo te berekenen, als in § 56 en 57 +geschied is; de hoeveelheid stoom met deszelfs spanning kennende, is +deszelfs gewigt, of dat van het inbegrepen water, in de volgende tafel +te vinden. + + + +-------------------------------------------+ + |SPANNING VAN DEN STOOM|GEWIGT WATER IN EENE| + | PER VIERKANTEN NED. | KUBIEKE EL STOOM, | + | DUIM BOVEN DEN | OF | + | GEMIDDELDEN DRUK | GEWIGT VAN EENE | + | DES DAMPKRINGS. | KUBIEKE EL STOOM. | + |----------------------+--------------------| + | NED. LOODEN. | NED. PONDEN. | + | 0 | 0.588 | + | 10 | 0.641 | + | 20 | 0.692 | + | 30 | 0.744 | + | 40 | 0.795 | + | 50 | 0.846 | + | 60 | 0.896 | + | 70 | 0.946 | + | 80 | 0.996 | + | 90 | 1.046 | + | 100 | 1.095 | + | 200 | 1.579 | + | 300 | 2.048 | + | 400 | 2.506 | + | 500 | 2.954 | + | 600 | 3.395 | + | 700 | 3.830 | + | 800 | 4.259 | + | 900 | 4.683 | + +-------------------------------------------+ + + +Voor eenen stoomcilinder die 57 Ned. duimen tot Middellijn heeft, en +waarin de zuiger gedurende eene minuut 26 malen daalt, en even zoo veel +malen rijst met eene slaglengte van 1.14 Ned. el, waarbij de +stoomtoevloeijing op drie vierde gedeelte van den zuigerslag wordt +afgesloten, zal men volgens § 56 in een uur tijds 702 kubieke ellen +stoom behoeven; zoo nu die stoom de gewoon gebruikelijke, die van lagen +druk is, die een vierde dampkring of 25.7 Ned. looden boven den +gemiddelden dampskringsdruk gespannen is, dan vindt men met behulp dezer +tafel, dat eene kubieke el aldus gespannen stoom, nagenoeg 72-1/4 Ned. +looden water bevat, bijgevolg houden 702 kubieke ellen van dezen stoom +van lagen druk 507 Ned. ponden water in, en wegen dus zoo zwaar. Zulk +een aantal ponden water is alzoo in een uur tijds noodig voor den stoom, +waarmede de cilinder gevuld moet worden. + +Uit den stoomketel verstoomt dus in een uur tijds ten minsten 507 Ned. +ponden water, dat gevolgelijk weder aangevuld moet worden; maar dewijl +in een stoom werktuig langs kleppen, schuiven en pakkingen altijd eenige +lekkaadje van stoom of tot water verdikten stoom bestaat, zoo moet +bovendien nog in dat verlies worden voorzien. In de beschrevene soort +van machinen, is dit verlies op 1/15 gedeelte van het gewigt water, dat +voor stoom in den cilinder noodig is, te begrooten, zoo dat men in dit +geval 507 en 32 of 539 Ned. ponden water, gedurende een uur werkens in +den ketel zal moeten persen, om denzelven gelijkelijk met water voorzien +te houden, en waartoe een of meer pompen, voedingpompen genaamd, dienen, +welke, gelijk vroeger gezegd is, door de machine zelve worden bewogen. +Wanneer stoom van hoogere drukking gebezigd wordt, dan bedraagt gemeld +verlies aan lekkaadje meer, en dit kan in stoomwerktuigen van hoogen +druk tot 1/10 deel van het gewigt des verbruikten stooms aan water +bedragen. Wanneer men bij voorbeeld, in een uur 250 kubieke Ned. ellen +stoom, op 400 Ned. looden per vierkante Ned. duim boven den dampkring +gespannen, voor eenen cilinder noodig heeft, en welke aldus gespannen +stoom volgens de tafel 2.506 Ned. ponden per kubieke Ned. el, dus in het +geheel 626-1/2 Ned. ponden weegt, dan zal men 626-1/2 en 62-1/2 of 689 +Ned. ponden voedingwater, gedurende een uur in den ketel moeten persen. +In het voorbijgaan kan hier dus worden opgemerkt, dat het gebruik van +stoom van lagen druk economischer is dan van hoogen druk, dat is met +andere woorden: Men zal met dezelfde brandstoffen, die men tot +voortbrenging van stoom van lagen druk behoeft, betrekkelijk grooter +vermogen ontwikkelen, dan wanneer men tot dat einde die brandstoffen +voor stoom van hoogen druk bezigde, uit hoofde van het vermelde verschil +in het verlies van stoom. Daar behalve verlies, nog andere toevallige +oorzaken kunnen bestaan, welke dat vergrooten, en men gedurende +stilstand van de machine, soms stoom in de opene lucht moet laten +ontvlieden, zoo neemt men de voorzorg, om de voedingpompen voor een +weinig meer opbrengst van water in te rigten, waarvoor dan die pompen, +zoo er te veel water in den ketel wordt gebragt, van de machine zijn te +ontkoppelen, om eenigen tijd buiten werking te blijven; of soms heeft +men aan die pompen toestellen verbonden, waardoor het overvloedige water +afloopt, zoodat dezelve alsdan met de machine kunnen blijven doorwerken; +in § 22 is een dergelijke toestel verklaard. Overigens wordt het +voedingwater zoo veel mogelijk verwarmd in den ketel gebragt, en daarom +uit den heetwaterbak (§ 40) of de refrigerator (§ 69) getrokken. + + +§ 76. + +Uit dit laatst behandelde kan men afleiden, dat een stoomwerktuig van +lagen druk voor elke nominale paardenkracht, per uur gemiddeld, bijna 31 +Ned. ponden water behoeft ter overbrenging in stoom; want het voorbeeld +voor aanwending van stoom van lagen druk der laatste paragraaf, geldt, +overeenkomstig § 49, eene machine van 17-7/10 nominale paardenkrachten; +waarom dan 17-7/10 maal 31 of 548.7 Ned. ponden, weinig meer bedraagt +dan 539 Ned. ponden van datzelfde voorbeeld. In machinen, waarin de +stoom hooggespannen werkt, is voor elke nominale paardenkracht, uit +hoofde van grooter stoomverlies, meer water noodig, en kan alzoo voor +die krachtéénheid tot 37-1/2 Ned. ponden in een uur tijds noodig wezen, +waarnaar dan de voedingpompen zullen moeten zijn ingerigt. Daar nu de +machine de voedingpompen moet in beweging houden, zoo is +natuurlijkerwijze, het daaraan te besteden vermogen des te grooter, naar +gelang de overeenkomstige watervoeding per nominale paardenkracht, meer +bedraagt; hetgeen weder, de nuttige uitwerking der machinen van hoogen +druk een weinig benadeelt, dat is: minder economisch ten aanzien van het +verbruik van brandstoffen doet zijn. + +De totale consumptie brandstoffen, welke een stoomwerktuig van een +bepaald vermogen tot onderhoud van werking eischt, hangt echter niet +enkel af van de hoeveelheid in stoom over te brengen water, gedurende +eenen bepaalden tijd: immers tot hiertoe hebben wij slechts in het oog +gehad, hetgeen noodig is aan stoom met inbegrip van lekkaadje tot in den +cilinder der machine; de deelen echter, welke den stoom tot aan die +plaatsen leiden, moeten mede verwarmd blijven, of de invloed der +afkoeling tegenstaan; ten andere ondergaat in hoofdzaak, de stoomketel +zelf veel warmteverlies, hetgeen binnen denzelven noodzakelijk moet +worden aangevuld, opdat de vereischte temperatuur, overeenkomstig de +binnen bestaande spanning onderhouden worde. Wanneer men dus op grond +van naauwkeurige gegevens, door berekening gevonden had, wat aan +brandstoffen noodig zoude zijn, voor het leveren van de vereischte +hoeveelheid stoom, tot in den cilinder, dan zoude men in het werkdadige +bevinden, dat eene dus berekende hoeveelheid brandstof met het werkelijk +verbruik daarvan niet overeenkwam; het is daarom dat de tafel van § 58 +de totale consumptie steenkoolen bevat, welke de ondervinding als +gemiddeld per nominale paardenkracht voor stationaire stoomwerktuigen +van lagen druk heeft doen kennen, terwijl voor andere soorten van +stoomwerktuigen, alsmede voor die van zoogenaamde middelbare en hooge +drukking, het daartoe betrekkelijke in § 59 is gezegd. + + +§ 77. + +Alle stoomwerktuigen van lagen druk houden eenen condensor met +luchtpomp; in den condensor vloeit uit den cilinder de stoom, welke den +zuiger dalende of rijzende bewogen heeft, en komt daar in aanraking met +eenen stroom koud water, welke eene kraan, injectiekraan geheeten, +verschaft; door de aanraking met dat koude water verdikt zich de stoom, +en gaat des te meer tot water over, naar gelang dat water kouder is; hoe +meer stoom op die wijze vernietigd wordt, des te ijler, of minder +tegenstand biedende, de overgeblevene stoom zal zijn ten nutte van het +vermogen der machine; de hoeveelheid van dit koel- of injectiewater +wordt met behulp van gezegde kraan, door den bestuurder der machine ten +beste geregeld. Houdt hij de kraan te veel gesloten dan zal het ijdel in +den condensor onvoldoende wezen, waardoor de machine vermogen verliest; +is daarentegen die kraan te veel geopend, dan zal de ledigende +luchtpompzuiger overbodig water moeten opbrengen, terwijl de condensor +ruimte tevens verkleint, hetgeen beiden het vermogen van de machine +benadeelt; het aldus als het ware ingespoten water ontwikkelt lucht, die +door de luchtpomp, ook met het water, dat de verdikte stoom heeft +opgeleverd, moet worden uitgevoerd. In stoomwerktuigen van lagen druk +van dubbele werking, dat zijn de zoodanigen, waarin de stoom boven en +onder den zuiger drukt, en welke wij hoofdzakelijk tot onderwerp hebben +gekozen, bedraagt de hoeveelheid injectiewater, wanneer dit de +temperatuur van 62 graden bezit, gemiddeld, 29 malen het gewigt +ketelvoeding water, zoodat dit, naar dien grondslag, evenredig is aan de +hoeveelheid stoom, welke in den cilinder vloeit; zoo is in ons voorbeeld +van § 75, betrekkelijk stoom van lagen druk, met eenen stoomcilinder +welke 57 Ned. duim tot middellijn heeft, en eenen zuigerslag van 1.14 +Ned. el, die 26 dubbele zuigerslagen per minuut volbrengt, alsmede met +afsluiting van stoomtoevloeijng op drie vierde gedeelte van den +zuigerslag, de vereischte hoeveelheid voeding water per uur 539 Ned. +ponden, bij gevolg het noodige injectiewater gemiddeld 539 maal 29 of +15631 Ned. ponden; daar nu zoodanige maten, blijkens § 49. passen voor +een stoomwerktuig van lagendruk van 17-7/10 nominale paardenkrachten, +zoo volgt, dat hier per nominale paardenkracht, gemiddeld eene +hoeveelheid van 883 Ned. ponden injectiewater in een uur tijds noodig +is; is het water kouder dan wordt er minder vereischt. Wanneer de +temperatuur van het injectiewater 5 graden lager dan 62 graden is, dan +zal men ongeveer 26 malen het gewigt des stooms behoeven, is de +temperatuur daarentegen 5 graden hooger, dan zal nagenoeg 33 malen dat +gewigt aan injectiewater noodig wezen. + + +§ 78. + +Gelijk men ziet, maakt het injectiewater nog al eene belangrijke +hoeveelheid uit, terwijl gesteld moet worden, dat een stoomwerktuig van +lagen druk zonder dat niet kan werken. In stoomvaartuigen wordt dat +water zeer gemakkelijk verkregen, om rede het werktuig zeer nabij van +hetzelve is omgeven: door eene opening in het onder water gedompelde +deel van het vaartuig vloeit dat water, door eene pijp of buis, naar de +injectiekraan en alzoo in den condensor; die invloeijing wordt behalve +dat zeer bevorderd door den druk des dampkrings op het omringende +buitenwater, en ook nog door de drukkende waterhoogte, die voortvloeit +uit den lageren stand van de injectiekraan tegen den condensor onder den +waterspiegel, terwijl binnen den condensor slechts geringe spanning of +tegendruk bestaat. Zij eens voorondersteld dat bij eene goede werking +van de machine, uiterlijk 7 Ned. looden tegendruk per vierkante Ned. +duim in den condensor heerscht, en dat de injectiekraan aan den +condensor 7 palmen onder den waterspiegel ligt, dan zal (daar men +stellen moet, dat elke palm waterhoogte, volgens § 8, voor een lood druk +geldt) de tegendruk in den condensor, juist door den druk der +waterhoogte welke boven de injectiekraan bestaat, worden opgewogen. +Waaruit dan volgt, dat het injectiewater onder den invloed van den +geheelen druk des dampkrings (103.3 looden per vierkante duim) in den +condensor zal stroomen. + +Bij de op het land geplaatste machinen is in vele gevallen de +watervoorraad, waarvan men dat voor de injectie moet trekken, verder +verwijderd, en kan dus zoo dadelijk niet in den condensor stroomen, of +daarin als het ware opgezogen worden; waarom men dan eene koud waterpomp +noodig heeft, welke het vereischte injectiewater bij de injectiekraan +voert. Over het algemeen wordt alsdan door die pomp eene ruim voldoende +hoeveelheid water in eenen bak gestort, welke den condensor met de +luchtpomp te zamen bevat, gelijk in § 39 met figuur 10 aangetoond is, +terwijl het overvloedige door de overlooppijp zich ontlast. + +In bergachtige landstreken alwaar het dus noodige water veelal hoog moet +worden opgevoerd, kost de koud waterpomp, door de machine in werking +gebragt, een niet gering vermogen, en doet bij gevolg, het effectief +vermogen der machine belangrijk te kort; waarom men in die gevallen +dikwijls de voorkeur geeft, aan machinen van zoogenaamde middelbare of +hooge drukking, die zonder injectie-water kunnen werken; ter zijde +gesteld die gevallen, waarin de aanvoer van het altijd onontbeerlijke +water voor de voeding des ketels op zich zelven reeds zeer moeijelijk +is. + + +§ 79. + +Men kan den uit den stoomcilinder in den condensor vloeijenden stoom ook +nog verdikken of in water doen overgaan, door denzelven in aanraking te +brengen met verkoelde oppervlakten; maar daar die oppervlakten weder +door koud water koel gehouden moeten worden, zoo heeft men daarvoor meer +water noodig, dan door dadelijke aanraking van het koude water met den +stoom zelven, en wanneer het daarvoor dienende water van eene afgelegene +plaats moet getrokken worden, dan gaat hier weder een gedeelte nuttig +vermogen te meer aan verloren; maar dusdanige wijze van condenseren +levert te dien aanzien minder bezwaar op bij stoomvaartuigen, dewijl de +koelende vloeistof daar rondom aanwezig is, en weinig vermogen ter aan- +en afvoer behoeft te kosten; de stoom op die wijze condenserende, +geschiedt met oogmerk, om het daarvan herkomstige water afgescheiden te +houden, ten einde alleen daarmede den ketel te voeden. + +Daar gecondenseerde stoom zuiver water moet zijn, zoo zoude men +oppervlakkig denken, dat de voeding eens ketels met dat water de +voorkeur verdient boven de gewone wijze, waarbij het stoomwater met het +injectiewater vermengd daartoe moet dienen; want het injectiewater is +veelal niet zuiver te verkrijgen, en in vele gevallen wordt daarvoor +zeewater gebezigd, hetwelk na uitdamping vreemde stoffen of zouten +achterlaat, die zich binnen den ketel vasthechten, of daarin +nederploffen, en een aanzetsel of zoogenaamd sediment vormen, dat de +snelle verwarming door het vuur, zeer verhindert, en dat zelfs voor de +ketelplaten, die direkt met het vuur in aanraking zijn, kan verderfelijk +wezen: uitwerkingen, welke niet zouden plaats hebben, in geval men den +ketel aanvankelijk met zuiver water vulde, en vervolgens daarmede +aanhoudend bleef voeden. Tot heden echter heeft de ketelvoeding met het +water, dat condenserende stoom in stoomwerktuigen oplevert, nog geene +geheel voldoende uitkomsten geschonken, en zulks, omdat het alzoo van +den stoom herkomstige water ook de olie- of vetdeelen met zich voert, +die in de machine ter verzachting der wrijving hebben gediend, welke +zich dan binnen den ketel sterk vasthechten, en langs dien weg ook de +overgang der hitte van het vuur door de ketelplaten zeer hinderen; +behalve dat worden de verkoelende oppervlakten binnen den condensor mede +met die vuile vetstof bezet, ten nadeele der noodige snelle verkoeling. +Een en ander is dan oorzaak, dat soortgelijk condenseren voor +ketelvoeding geenszins algemeen gevolgd wordt, en hoewel verschillende +inrigtingen tot dat einde bestaan, men zich liever voor het +tegenwoordige, nog bij de gewone manier houdt, zorg dragende, dat de +ketel niet alleen op geschikte tijden van het gewone minder vastgehechte +aanzetsel wordt gezuiverd, maar ook, dat men gedurende de werking +(voornamelijk wanneer zeewater voor injectiewater wordt gebezigd) eenig +water uit den ketel, door eene spuikraan in deszelfs bodem, doet +wegvloeijen, opdat zich zoo min mogelijk sediment vasthechte, en nimmer +sediment nederploffe. Het ketelwater door zoodanige spuikraan +noodzakelijk verminderende, moet dan natuurlijk, door middel der +voedingpomp met versch water, (zoo veel mogelijk verwarmd) buitengewoon +worden aangevuld; voor die buitengewone spuijing en evenmatige +aanvulling heeft men ook eenige werktuigelijke middelen bedacht, die +meer of min voldoen, doch die hier geene plaats ter beschrijving kunnen +vinden. + + +§ 80. + +Met stoomrijtuigen ontvliedt de gediend hebbende stoom door den +schoorsteen in de opene lucht, zoo dat men daarvan geen water trekt, om +voor de voeding des ketels te dienen. De eens met zuiver water gevulde +ketel wordt met zuiver water gevoed, waarvan de mede gevoerd wordende +pleegwagen eenen genoegzamen voorraad bevat, en die, naargelang de +uitgestrektheid der togten, van tijd tot tijd daarvan wordt voorzien. +Voor die soort van ketels, die van geene groote uitgebreidheid zijn, is +het van het grootste belang te allen tijden zuiver water te bezigen, +omdat hetzelve daar in enge plaatsen en om digt aaneengelegene buizen of +pijpen verwarmd wordt, waardoor men geene reiniging, van aanzetsel of +sediment, dat op den ketel nadeelig werkt en de snelle stoomontwikkeling +zoo zeer verhindert, behoorlijk kan bewerkstelligen. Daar en boven kookt +onzuiver water zeer ligt op en over, hetgeen ook, voor deze soort van +werktuigen, in het bijzonder nadeelige gevolgen kan hebben; en schoon +men zuiver water voor de voeding dezer ketels bezigt, moet op die +waterspuwing of zoogenaamde pruiming, niet te min de bijzondere aandacht +van den bestuurder gevestigd blijven, omdat zulks niettegenstaande vele +voorzorgen dikwijls gebeurt. + + +§ 81. + +Water, dat zout opgelost houdt, zoo als zeewater, eischt eenige meerdere +warmte dan zuiver water, om aan het koken te geraken; hooger hebben wij +de temperatuur opgegeven (zie §§ 51 en 53) welke water, in stoom +veranderd, bij gemiddelden stand des barometers teekent; deze +temperatuur geldt voor zuiver water, ook in de stoomwerktuigelijke +praktijk voor rivier- en gewoon wel- of bronwater; gewoon zeewater heeft +om te koken 1-1/5 graad hooger temperatuur noodig, en bevat één +drieendertigste van deszelfs gewigt aan zout; kokende, verstoomt daarvan +het zuivere water, terwijl het zout in het overige kokende zeewater +achter blijft, en dus allengs zouter wordt, tot dat eindelijk al het +zuivere water in stoom is overgegaan, en één drieëndertigste van het +gebezigde gewigt zeewater, aan zout in den ketel overblijft; hoe meer +dit water van dat zout bevat, des te hooger deszelfs kooktemperatuur zal +zijn, derwijze, dat voor elk drieendertigste deel vermeerdering in zout, +het kooktemperatuur 1-1/5 graad zal stijgen; kan ongeveer 12 +drieendertigste deelen van dat zout opgelost houden, waaruit volgt: dat +wanneer van het zeewater 21 drieëndertigste deelen, of 7/11 deelen +verstoomd zijn, zich zout zal beginnen te vormen. + +Hier uit blijkt, dat bij aldien men zeewater voor de vulling en voeding +van eenen stoomketel gebruikt, men een weinig meer brandstof zal +behoeven, en des te meer, hoe meer zoutdeelen dat water bevat; ook dat +men ter bezuiniging van brandstof, zorg moet dragen, om door middel van +tijdige spuijing en weder aanvulling met versch water dat zoute te +verslappen. Daarenboven moet men in het belang van den duur des ketels +en ter voorkoming van nog grootere consumptie brandstoffen, het nimmer +zoo verre laten komen, dat zich zout door overmaat afscheide of sediment +nederploffe, eene nederploffing, welke reeds voor dat het verzadigend +gewigt van 4/11 zout in het kokende water bestaat, zal plaats grijpen, +dewijl het zeezout uit verschillende, op elkander werkende, +bestanddeelen is zamengesteld. + +Geene te grootte oplettendheid kan men in dit opzigt aan zee-stoomketels +wijden, om welke reden dan ook onderscheidene middelen zijn bedacht, +welke de graad van zoutheid van het ketelwater te kennen geven, doch +waarvan geene verklaring in dit voorgenomen beknopte werkje kan gegeven +worden: meermalen is het gebeurd, dat door onoplettendheid ten dezen, +goede en kostbare stoomketels onbruikbaar werden. + + +§ 82. + +In de voorgaande §, de verzadiging van water door zout voorkomende, zoo +is het mede voegzaam te verklaren, wat men door verzadigden stoom in een +werktuig verstaat. Door verzadigden stoom verstaat men zoodanigen, welke +overeenkomstig deszelfs temperatuur de grootste hoeveelheid water bevat. +Om dit duidelijker te maken, stelle men zich eene beslotene ruimte voor, +die eene kubieke el groot is, welke stoom bevat in spanning aan den +gemiddelden druk des dampkrings gelijk, op de hem eigene temperatuur van +212 graden, zoodanigen stoom noemt men verzadigd; maar wanneer men die +afgeslotene volume stoom eenige graden verwarmt, dan zal die zelfde +kubieke el stoom niet meer verzadigd wezen, want in die zelfde ruimte +zoude nog meer water, door die vermeerdering van warmte in stoom kunnen +overgaan; gezegde volume stoom vergroot dan, bij gebrek aan water, +alleen in spanning, even gelijk de gewone dampkringslucht, binnen eene +beslotene ruimte, in veerkracht of spanning door gelijke verwarming +zoude winnen, volgens eenen zelfden regel van uitzetting. + +Door naauwkeurige proeven heeft men bevonden, dat de dampkringslucht met +elke graad vermeerdering in temperatuur, tusschen 32 en 212 graden, zich +weinig meer dan 2/1000 van derzelver eerste volume uitzet, welke regel +voor stoom, met geen water in aanraking, dezelfde is. Dit vergelijkende +met hetgeen hooger op gegeven staat, wegens de temperatuur van den stoom +(altijd in gemeenschap met water gedacht) en deszelfs overeenkomstige +spanning, zoo zal men ontwaren, dat de uitzetting van lucht door warmte +(dat is van drooge lucht) vrij wat verschil hierin oplevert; zoo dat +stoom, welke in gemeenschap met water, in temperatuur rijst, in spanning +of veerkracht veel meer aanwint, dan wanneer die rijzing in temperatuur +buiten gemeenschap met water plaats vindt; zoodanige oververwarmde of +met water oververzadigde stoom, zoude in een stoomwerktuig meer nadeelig +dan nuttig zijn. + + +§ 83. + +Daar het doel met dit werkje is, om de hoofdzakelijke gronden en daarop +steunende inrigtingen van het stoomwerktuig, op eene duidelijke en korte +wijze te verklaren, zoo hebben wij, met behoud van het goede +dienaangaande eener vorige uitgave, ons vooral ook moeten beperken bij +de verklaring van het gewone stationaire stoomwerktuig van lagen druk. +Vele andere wijze van toerigting, schikking en vorm van deelen bestaan +er daarom, welke wij niet speciaal hebben kunnen behandelen. Wanneer men +uit de vele soorten van stoommachinen eene kiezen moest, om tot leidraad +ter verklaring van anderen te dienen, dan zoude inderdaad geene betere +keuze dan deze kunnen geschieden, zijnde het beste voor uiteenzetting en +opheldering van beginselen geschikt. Om nogtans eene eigenaardige +inrigting van het stoomwerktuig met de daarvoor meest vertrouwde +zamenstelling ter oefening van begrip te geven, zoo is aan het einde +dezer bladzijden eene afbeelding van een stoomwerktuig met ketel van +lage drukking gevoegd, waarmede sommige stoomvaartuigen voorzien zijn, +met de noodige aanwijzing ter verklaring. De geheele bevatting daarvan +zal niet moeijelijk vallen voor hem, welke de boven behandelde gronden +wel heeft verstaan. + +Met de beschouwing van die figuren, zich de verklaring der gronden +herinnerende, zal men na weinige overweging de overtuiging bekomen, dat +de schikking der hoofddeelen van een stoomwerktuig voor vele verandering +vatbaar is; zoo kan bijvoorbeeld de dienst, welke eene enkele boven de +machine gelegene balans doet, verrigt worden door twee balansen, welke +benedenwaarts ter wederzijden van de machine liggen, gelijk uit deze +afbeelding van eene stoombootmachine te zien is; ook behoeft de +condensor met de luchtpomp niet altijd in eenen gevulden waterbak +gesteld te zijn, terwijl het injectiewater door eene pijp in den +condensor kan worden gebragt; vervolgens zal men ook inzien, dat het +geen vereischte is, om door tusschenkomst van balansen de kruk van eene +hoofdas te doen omwentelen, maar dat de stoomzuiger, zonder dien, met +zulk eene kruk op eene boven of onder gelegene hoofdas te verbinden is; +zelfs kan men liggende of hellende stoomcilinders, in diervoege met de +hoofdaskruk verbonden, aanwenden; of ook op sterke assen heen en weder +slingerende stoomcilinders, waar van de zuigerstang-einden de rondgaande +beweging der hoofdaskrukken direkt volgen; men is ook niet gehouden, om +eenen enkelen stoomcilinder te gebruiken: de aanwending van twee of meer +cilinders kan soms geschikt voorkomen; onder anderen heeft men +stoomwerktuigen met twee stoomcilinders van verschillende grootte, +voorzien van stoomketels voor zoogenaamden middelbaren of hoogen +stoomdruk, waaruit hoog gespannen stoom eerstelijk in den kleinen +cilinder vloeit en daarin zonder ontspanning werkt, vervolgens daaruit +in eenen grooten cilinder stroomt, en in dezen laatsten ontspannende, +beide zuigers gelijktijdig doet op- en neder bewegen. + +Onder de vele soorten van stoomwerktuigen treft men wel eens zoogenaamde +rotative machinen aan, waarin de rondgaande beweging dadelijk, dat is +zonder tusschenkomst van eenen heen en weder gaanden stoomzuiger plaats +vindt. Deze bestaan uit eenen hollen ronden ring of uit eene soort van +ronden trommel, waarbinnen een vleugel doorgaande rondgevoerd wordt (bij +wijze van digt sluitenden zuiger) door den druk van meer of minder +gespannen stoom; deze machinen zijn zeer eenvoudig en beslaan weinig +ruimte, doch tot heden hebben dezelve nog niet kunnen voldoen, de +oorzaak daarvan is niet gelegen in onjuiste grondbeginselen, maar alleen +in het moeijelijke, dat voor als nog als onverwinbaar te beschouwen is, +om daaraan eene goede duurzaamheid, of bestendig goede werking te geven. + +Onder de deelen van een stoomwerktuig, welke voor onderscheidene +wijzingen vatbaar zijn, behoort in het bijzonder de zoogenaamde +stoomschuif, die de geheele beweging van het werktuig regelt, gelijk wij +in § 38 hebben aangetoond. Dat regelend deel bestaat vrij algemeen uit +eene enkele lange schuif, die de beide stoomdoortogten dekken kan, in +werktuigen van lagen druk doorgaande hol en open, om doortogt van den op +den zuiger gediend hebbenden stoom naar den condensor te geven, waarvan +de afbeelding van de stoombootmachine een voorbeeld levert; in die +zelfde soort van werktuigen treft men ook wel stoomschuiven aan, die in +twee deelen gescheiden zijn, waarbij dan den gediend hebbenden stoom, +van wederzijden des zuigers, langs de uiterste einden der dus +zamengestelde stoomschuif, eenen bijzonderen weg naar den condensor +gegeven wordt; dusdanige aaneengekoppelde stoomschuifdeelen zijn dan, of +afgekorte digte lange stoomschuiven, of hebben den vorm van zuigers; +voor dat zelfde einde gebruikt men ook doosvormige schuiven, welke door +den druk des stooms aansluiten, en geene aandringende pakking behoeven, +in sommige stoomwerktuigen worden kranen of valkleppen ter regeling van +de toelating des stooms in den cilinder gebezigd; in werktuigen, die met +hooger gespannen stoom werken, gebruikt men tot datzelfde einde, en bij +voorkeur, lange of korte schuiven, welke geene pakking behoeven, dat is, +die zich zelven door den druk van den stoom aansluiten. Ter vermijding +van pakking in hennep of vlas bezigt men ook uit- en inveerende metalen +of ijzeren ringen, welke wijze van sluiting ook meermalen voor +stoomzuigers gebruikt wordt. Daar de vorm en regeling van beweging der +stoomschuif een uiterst belangrijk onderwerp is, zoo hebben vele +deskundigen aanhoudend daarin naar verbetering getracht. + +De noodzakelijke regtlijnige leiding des stoomzuigers, is ook door +andere middelen, als door het veel te wijzigen toestel der zoogenaamde +evenwijdige of parallelle beweging (gelijk in § 41 uiteengezet is) te +verkrijgen; zoo ziet men die leiding ook wel uitgevoerd door eenvoudig +den top der stoomzuigerstang in een, ter wederzijden gelegen, regtlijnig +raamwerk te doen rollen of schuiven, waardoor aan den eisch dier leiding +juist voldaan wordt. + +Groote verschillen van zamenstelling en inrigting vindt men in +stoomketels, alles met oogmerk, om met weinige brandstoffen veel stoom +te leveren, want de kosten aan brandstof, is eigenlijk de prijs van het +vermogen, dat het werktuig uitoefent. Een goede ketel behoort bovendien +zoo duurzaam mogelijk te zijn, op dat dezelve niet na een kort +tijdsverloop onbruikbaar gerake: gezamentlijke redenen, waarom men +onophoudelijk nog naar verbeterde constructie van stoomketels zoekt. + + +§ 84. + +Om den Lezer met de historie van de opkomst en den voortgang in +verbetering van het stoomwerktuig kort en zakelijk bekend te maken, zal +de vermelding van de meest belangrijke uitvindingen en verbeteringen, +naar volgorde van tijd gerangschikt, het best geschikt wezen. + +De kennis der stoomkracht dagteekent van zeer vroegen tijd, want van +zekeren Hero, die ongeveer 120 jaren voor de christelijke jaartelling +leefde, vindt men reeds zamenstellen beschreven, die daarvan tot bewijs +strekken. Dan het schijnt, dat in die vroege tijden het vermogen van den +stoom minder, of in het geheel niet, tot nuttige einden is gebezigd +geworden, maar veeleer om de hoofdleiders van het bijgeloof behulpzaam +te zijn, in het onderworpen houden van het ligt geloovige volk, door +voorgewende wonderen daarmede te verrigten. Eene reeks van eeuwen zijn +vervolgens verloopen, waarvan men berigten betreffende toepassing van +stoomkracht mist, maar uit welks gemis met geene zekerheid besloten kan +worden, of de beoefening en de aanwending der stoomkracht gedurende dat +tijdsverloop niet gevorderd is, hoewel het als zeker moet gehouden +worden, dat de ouden daarvan meer wisten, dan ons tot heden van hen is +bekend geraakt. + +Van niet vroeger dan 1543 weet men, uit spaansche archieven, dat in dat +jaar Blasco de Garray in de haven van _Barcelona_ proeven met een +vaartuig heeft genomen, om hetzelve zonder zeilen of riemen door het +water te bewegen; van het daartoe gebezigde middel staat alleen vermeld, +dat het vaartuig eenen grooten ketel met kokend water bevatte, en +uitwendig met beweegbare raderen was voorzien; dit kan dus welligt het +eerste stoomvaartuig geweest zijn, doch waarvan men verder niet veel +bijzonders weet. + +Het was den Italiaanschen Ingenieur Giovanni Branca, die in 1629 eene +afbeelding met beschrijving leverde, hoe snel uitstroomende stoom een +wiel, met vleugels voorzien, kan doen omdraaijen en kracht uitoefenen, +om er een of ander werk mede te verrigten; vóór hem had Cardan ook +daarvan gewag gemaakt, en de Caus, hoe men water door stoom kan +opvoeren. + +In 1663 gaf Edward Somerset, _Marquis van Worcester_, een werk in het +licht, hetwelk een honderdtal korte en zeer oppervlakkige beschrijvingen +van even zoo vele uitvindingen bevat, en waaronder eene voorkomt, waarin +hij zegt uitgevonden te hebben, om op eene wonderlijke en +allerkrachtdadigste wijze, water door vuur op te voeren, en wel met +geslotene sterke vaten, die beurtelings, door het vuur, van water +geledigd worden: de _Marquis_ moet op die gronden ook een werktuig +hebben doen oprigten, dat inderdaad verwondering baarde. + +Omstreeks 1685 hield de Franschman Denis Papin, zich met plannen bezig, +om de kracht van den stoom nuttig aan te wenden. Het eerste denkbeeld, +om den stoom in eenen cilinder tegen eenen daarin passenden zuiger te +doen drukken, schijnt men aan hem verschuldigd te zijn, als ook de +veiligheidsklep voor stoomketels, en de eigenschap dat de stoom te +condenseren is. Papin met zijne onderzoekingen voortgaande, werkte +daarin ten laatsten nagenoeg gelijktijdig met Thomas Savery in Engeland, +die aldaar gelukkiger was, want in 1698 verkreeg Savery een patent of +octrooi, op eene door hem uitgedachte zoogenaamde vuur-machine, voor +opvoering van water geschikt. + +Thomas Newcomen met John Cawley waren te _Dartmouth_ weder volgende +verbeteraars; deze gaven het stoomwerktuig of de zoogenaamde +vuur-machine eenen cilinder met zuiger, onder dien zuiger werd, +rijzende, stoom in den cilinder gelaten, en vervolgens gecondenseerd, +waardoor de zuiger met een vermogen aan den dampkringsdruk gelijk weder +daalde; dit condenseren van den sloom geschiedde aanvankelijk door +uitwendige verkoeling van den cilinder, doch later op eene eenvoudiger +wijze, dat is: door inspuiting van koud water binnen den cilinder +zelven;--dewijl Savery vroeger een octrooi voor het condenseren van +stoom door verkoeling verkregen had, zoo werd hij in 1705 met Newcomen +en Cawley, deelgenoot in een nieuw octrooi;--in den beginne moesten in +deze werktuigen, door eenen persoon, op de juiste tijdstippen de kranen +of kleppen, die voor toelating en afsluiting van stoom en ter +invloeijing van het condenserend injectie-water dienen, met de hand +worden bewogen; de overlevering wil, dat een daarmede belaste jongeling, +Humphrey Potter genaamd, die eentoonige bewerking moede, bedacht, om die +kranen in verbinding te brengen met den op en neder bewegende hefbalk of +balans, hetgeen later verbeterd werd, waardoor alzoo de machine zelve de +toelating van stoom en water regelde op eene veel betere wijze, dan met +de hand kan worden verrigt. + +Zoodanige vuurmachinen of stoomwerktuigen, later nog verbeterd door +Henry Brighton en vervolgens door John Smeaton, en die men +Athmospherische noemt, zijn vervolgens veel in gebruik gekomen, +hoofdzakelijk voor het oppompen van water. De stoom, welke daarin +werkte, ging in spanning den druk des dampkrings maar weinig te boven. +In 1720 gaf de Duitscher Leupold eene eenvoudige zamenstelling aan de +hand, om den meer vermogenden stoom van hoogeren druk aan te wenden. + +In 1736 verkreeg Jonathan Hulls, in Engeland, een octrooi op eene door +hem uitgevondene machine, die door stoom zou bewogen worden, om +vaartuigen uit en in havens of rivieren te voeren, tegen wind en stroom +of in kalmte; doch hij ondervond, hoewel hij daarvan eene beschrijving +in het licht gaf, weinige aanmoediging; daar hij voorstelde, om door +middel van eenen op- en nedergaanden stoomzuiger, voortstuwende +ronddraaijende vleugelwielen of raderen te bezigen, zoo deed hij zien, +hoe van heen en wedergaande beweging tot zijn oogmerk partij te trekken +was. + +Omstreeks 1750 begon het Athmospherische stoomwerktuig meer en meer voor +algemeene beweegkracht gebruikt te worden, en zich verspreidende, in +plaats van de gewone water- en paarden- of rosmolens te komen, hoewel +het werken daarmede toen kostbaarder was dan het gebruik van paarden, +alleen voordeeliger op plaatsen, alwaar de brandstof weinig geld kost, +zoo als in de nabijheid van kolenmijnen; de verwisseling dezer +werktuigen voor paarden gaf aanleiding, dat men het vermogen eens +stoomwerktuigs, met zoogenaamde paardenkrachten vergeleek. + +In 1757 stelde Keane Fitzgerald voor, om ter regeling van eene +rondgaande beweging, door eene heen- en wedergaande verkregen, het +vliegwiel te bezigen. + +James Brindley werd in 1759 geoctrooijeerd, voor het verwarmen van +stoom-leverend water, door middel van een geheel met water omringd +fornuis, in eenen beslotenen houten of steenen bak. + +Weinig tijds daarna ving de Engelschman James Watt zijne onderzoekingen +aan ter verbetering van stoomwerktuigen; hij verkreeg, in 1769 een +octrooi, dat zeer belangrijke zaken inhield: 1^e om den stoom in den +stoom-cilinder zoo min mogelijk van deszelfs warmte te doen verliezen; +2^e om den stoom, niet in den cilinder, maar in een afgezonderd vat, +daar buiten, te condenseren; 3^e om het aldus gecondenseerde water en de +mede ontwikkelde lucht, door middel van pomptuig uit den condensor te +trekken; 4^e om den stoom slechts voor een gedeelte in den cilinder te +laten, en verder zich daar binnen te laten ontspannen; 5^e om wanneer +direkte rondgaande beweging verlangd werd, den stoom te doen werken +tusschen gewigten, welken in eenen hollen cirkelronden ring of band, +sluitend beweegbaar zijn, en kleppen passeren, in zoodanige manier, dat +die ring of band daardoor op eene horizontale as ronddraait, het zij met +of zonder stoom condensatie; 6^e om eene machine te doen werken, door +beurtelingsche inkrimping en uitzetting van stoom; en 7^e in plaats van +water, olie, was en dergelijke vette stoffen, kwik of andere metalen in +vloeibaren staat, te bezigen voor het digt houden van zuigers en andere +deelen. Groote verbetering van het stoomwerktuig was daarvan het gevolg. + +In Frankrijk deed Périer in 1775 mislukte proeven op de rivier de +_Seine_, om een vaartuig door middel van stoomkracht voort te stuwen. + +James Watt vond in 1776 den zoogenaamden tubulairen condensor uit, dat +is: een' zoodanigen, waar binnen de stoom in enge, uitwendig verkoelde, +pijpen gecondenseerd wordt. + +Aan James Pickard te _Birmingham_ werd in 1780 octrooi verleend, voor de +aanwending van het vliegwiel met aanverbondene kruk; dienende, om op +eene aller eenvoudigste wijze, de heen- en wedergaande beweging eens +stoomzuigers in eene regelmatige omwentelende of ronddraaijende te +veranderen; James Watt bedacht tot dat zelfde einde, welligt ter +vermijding van dit uitsluitend regt, onder anderen, de zoogenaamde +zon- en planeet raderen, waardoor het vliegwiel met dubbele snelheid door +de drijfstang wordt omgevoerd. + +In 1781 en 82 werden aan James Watt nog andere octrooijen verleend, +waaronder bovenal de uitvinding uitmunt, om den stoom beurtelings ter +wederzijden van een' zelfden zuiger te doen drukken; eene uitvinding, +welke gepaard aan zijne vroegere, om den stoom buiten den cilinder te +condenseren, van het grootste nut is geworden, door het stoomwerktuig de +eigenschap te geven, om het vermogen van tweemaal zoo veel stoom in +denzelfden tijd nuttig te doen werken. + +Jonathan Hornblower verwierf in 1781 een octrooi op de uitvinding, om +stoom van hoogen druk eerst in een kleinen en daarna in eenen grooten +cilinder ontspannende gecombineerd te doen werken. + +In 1782 was het de _Marquis_ de Jouffroy, die eene stoomboot +zamenstelde, welke op de rivier _Saone_ nabij _Lyon_ ongeveer vijftien +maanden in werking is geweest. + +Onder de geoctrooijeerde uitvindingen van James Watt was in 1784 het, +door hem uitgedachte, toestel der zoo genaamde evenwijdige of parallelle +beweging begrepen; deze en andere opvolgende uitvindingen van James Watt +in het stoomwerktuigelijke, zijn over het algemeen zeer verdienstelijk +geweest en hebben een uitmuntend gevolg gehad; zoo dat hij te regt als +een der grootste verbeteraars kan aangemerkt worden. Om de fabrijkmatige +uitvoering zijner machinen te bevorderen, vereenigde hij zich met +Boulton, welken met de daarvoor vereischte middelen eenen gewenschten +invloed en daarbij doorzigt bezat, zoodat de fabrijk van Boulton, Watt & +Comp. te _Soho_, zeer vele goede stoomwerktuigen heeft opgeleverd. + +In Amerika stelde Fitch in 1787 eene stoomboot op de rivier _Delaware_ +te werk, welke niet bleef voldoen; ook in dat zelfde jaar werkte Rumsey +aldaar eene stoomboot af, die, door voor ingezogen en achter uitgeperst +water, moest werken, doch die mislukte. + +In 1788 en 89 deed Patrick Miller met eene stoomboot op het _Forth-_ en +_Clide_ kanaal in Schotland proeven, waaraan geen verder gevolg werd +gegeven. + +Bramah en Dickinson ontvingen in 1790 octrooi op een zoogenaamd rotatief +stoomwerktuig, en in 1791 Sadler op een dergelijk, doch welke buiten +gebruik zijn gebleven, even als dit met de daartoe betrekkelijke +vroegere uitvindingen van James Watt het geval is. + +Aan Edmund Cartwright te _Middlesex_ werd in 1797 onder anderen octrooi +verleend, om stoomwerktuigen, voor stoom van spiritus of alcohol bekwaam +te maken, waardoor veel brandstoffen zouden worden geëconomiseerd. + +In 1798 werd in Amerika aan Livingston octrooi gegeven, om door middel +van stoomkracht, vaartuigen voort te stuwen, doch dat aanvankelijk geen +gevolg opleverde. + +Mathew Murray beweerde in 1799, dat het bezigen van horizontale of +liggende stoomcilinders voordeel zoude aanbrengen. + +Een octrooi van 1801 verzekerden aan Joseph Bramah het uitsluitend +gebruik van zoogenaamde vierwegkranen in stoomwerktuigen. + +Ten jare 1802 voleindigde William Symington eene sleepstoomboot, die met +ijsbrekende werktuigen zoude voorzien zijn; tenzelfden tijde +vervaardigde Richard Trevethick en Alexander Vivian in Engeland een +stoomwerktuig van hooge drukking, dat beknopt, vervoerbaar en voor +stoomrijtuigen geschikt zoude zijn. + +In 1803 erlangde Arthur Woolf een octrooi voor zoogenaamde tubulaire +stoomketels, dat zijn de zoodanige, waarin het vlammende gaz uit het +vuur door enge pijpen stroomt, en alzoo het water verwarmt. In dat +zelfde jaar heeft Fulton, onder aanmoediging van Livingston, op de +rivier de _Seine_ nabij _Parijs_, proeven genomen met eene door hem +zamengestelde stoomboot, waaruit de mogelijkheid, om stoomkracht op +vaartuigen nuttig toe te passen, bleek. + +Omstreeks 1804 begon Olivier Evans zich in Amerika bezig te houden met +het vervaardigen van stoomwerktuigen van hoogen druk. In 1805 deden +Trevethick en Vivian in Engeland, op eenen spoorweg te _Merthyr Tydvil_, +vrij voldoende proeven met een stoomrijtuig, dat eenen liggenden +stoomcilinder bezat. + +In 1807 bragt Fulton het eerste welgeslaagde stoomvaartuig te _Newyork_ +in Amerika in werking, hetwelk naar zijne plannen met machinen voorzien +was, die in de Engelsche fabrijk van Boulton, Watt & Comp. vervaardigd +waren. + +Blinkensop bekwam in 1811 een octrooi, om de wielen van stoomrijtuigen +en de sporen waarover dezelve rollen, met in elkander werkende tanden te +voorzien, ten einde het vermeend doorglijden te voorkomen. + +In Amerika werden omstreeks 1812 op de rivier _Missisippi_ stoomboten +gezien, die werkelijk goede dienst deden; in dat jaar werd aan Chapman +een octrooi verstrekt, voor het bezigen van eenen tusschen de sporen +gelegene ketting, die om eenen trommel geslagen, ter voortbeweging van +een stoomrijtuig moest dienen. + +De eerste stoomboot, welke in Engeland eenigzins voldeed, was in 1812 +die van Bell en Thomson, waarvoor Wood te _Glascow_ de machine +vervaardigde; zij voer op de rivier _Clide_ in Schotland. + +In 1813 werd in Engeland octrooi verstrekt, om stoomrijtuigen door +middel van stooters of voeten, in plaats van drijfwielen, op den weg +voort te stuwen. + +Stephenson te _Kellingworth_ voleinde in 1814 een stoomrijtuig met twee +in den stoomketel besloten verticaal staande stoomcilinders, waarvan de +drijfwielen effene vellingen of buiten omtrekken hadden, die zich +daarmede op effene sporen voortbewogen. + +Het octrooi van 1816 aan John Neville te _Londen_, behelsde onder +andere: de aanwending van zoogenaamde occilerende stoomcilinders, dat +is: cilinders, welke op eene as beweegbaar zijn, en waarvan de stang des +daarin werkenden stoomzuigers, aan de kruk van eene omdraaijende +hoofd-as gekoppeld is. In dat zelfde jaar bekwam Muntz een octrooi voor +het verbeterd verbranden der rook ter economisering van brandstof; +William Brunton in 1819 voor draaijend roosterwerk in de vuurplaatsen +van stoomketels, waarover zich de brandstof gelijkmatig verspreidde, en +Josiah Parkes in 1820 voor bijzondere toelating van lucht in +vuurplaatsen van stoomketels ter betere verbranding van den rook en ter +bezuiniging van brandstoffen. In 1822 verkreeg Jakob Perkins octrooi, om +stoom van zeer hoogen druk op eene bijzondere wijze voort te brengen. + +In 1825 ontving Timothy Burstal octrooi, en in 1826 gezamentlijk met +John Hill, voor stoomrijtuigen op spoor- en gewone wegen toepasselijk; +die machinen waren voorzien met twee regtop staande stoomcilinders. + +De verbeteringen van het stoomwerktuig maakte gestadig vorderingen en +bij gevolg ook de locomotieven zoo wel te water als te land op spoor- en +gewone wegen. In 1829 werden in Engeland op den _Manchester_ spoorweg, +welke in dat jaar geopend werd, vergelijkende proeven genomen met +stoomrijtuigen van de toen als meest ervaren geachte werktuigkundigen en +fabrijkeurs als van Robert Stephenson, Braithwaite en Ericson, +Hackworth, Burstal en Brandreth; van die allen was dat van Stephenson +het meest voldoende, wien dan ook de uitgeloofde premie werd toegewezen. +Dit werktuig bezat twee stoomcilinders, die ter wederzijden van den +ketel in liggende rigting gesteld waren; later plaatste Stephenson de +stoomcilinders geschikter onder den ketel, waar zij beter besloten en +meer tegen afkoeling beschermd waren; de ketel was een zoogenaamde +tubulaire. Voor gewone wegen, die met geene sporen voorzien zijn, hebben +de stoomrijtuigen ook allengs verbetering bekomen, doch zijn den anderen +in dat opzigt altijd ten achteren gebleven, dewijl voor gewone wegen +zich zeer veel moeijelijkheden opdoen. In Engeland hebben, onder +anderen, Gurney en Hancock, in verschillende manieren meer of min +voldoende proeven daarvan geleverd. + +Aan den Engelschman Thomas Howard werd in 1835 octrooi verleend, voor +het voortbrengen van waterstoom op verhitte kwik. + + +§ 86. + +Alzoo bevat de voorgaande § eene opvolging van de meest belangrijke +uitvindingen en verbeteringen het stoomwerktuig betreffende, waarop +weder andere zijn gegrond geworden, of zich zullen vestigen. Men heeft +daarbij kunnen opmerken, dat de vordering in het stoomwerktuigelijke +aanvankelijk langzaam, doch later met versnelde schreden is +vooruitgegaan, en tegenwoordig blijft men onvermoeid bezig, daaraan de +hand te houden. Maar het moet ook gezegd worden, dat de verbeteringen +hoe langer hoe meer van de juistheid in werkdadige uitvoering, dat is +van nette vervaardiging, afhankelijk geraken, waarin men allengs +vordert. In verschillende landen wedijvert men thans met elkander, in +verbetering, zoo ten aanzien van inrigting als uitvoering, waarvan de +drukpers ons gestadig de bewijzen levert. In ons land is de uitvoering +almede tot eene groote hoogte geklommen, zoo dat men zich in geenen +deele meer tot vreemden behoeft te wenden, om eene zoo volmaakt +mogelijke uitvoering te verkrijgen; ook kunnen wij, wat de betrekkelijke +prijzen aangaat, onder de begunstiging van het Gouvernement, met +buitenlandsche fabrijken wedijveren, iets dat, om reden wij het grootste +gedeelte grondstoffen van elders moeten trekken, zonderling moge +voorkomen, doch niettemin waar is. + + +§ 87. + +Wij zullen dit werkje besluiten met de opgaven der verhouding van eenige +_Engelsche_ maten met de _Nederlandsche_ en omgekeerd; niet alleen, om +dat die vreemde maat, buiten Engeland ook in vele fabrijken gebezigd +wordt, maar ook, om de vergelijking van betrekkelijke afmetingen te +kunnen doen, bij uitvoeringen en opgaven dier, in het +stoomwerktuigelijke zeer bedrijvige, natie. + +Vervolgens hebben wij twee tafelen toegevoegd, waarin men met eenen +oogopslag kan zien, welke maat de middellijn van een stationair +stoomwerktuig van lage drukking behoort te hebben, hetwelk met eenen +zuigerslag, aan het dubbel van den zuiger-middellijn gelijk, een bepaald +vermogen in nominale paardenkrachten zal opleveren, en omgekeerd; zijnde +een zuigerslag, die aan het tweevoud van de zuiger-middellijn gelijk is, +de verkiesselijkste; een stoomzuiger zal grooter middellijn moeten +bezitten, om hetzelfde getal nominale paardenkrachten op te leveren, +wanneer deszelfs slag kleiner is dan in de tafelen wordt voorondersteld; +en tegenovergesteld, zal de zuiger kleiner middellijn moeten hebben, +ingeval de slag meer bedraagt dan volgens de tafelen. + + + +--------------------------------------------------------------+ + | _Engelsche Maten._ | _Nederlandsche_ | + | | _Maten._ | + |--------------------------------------+-----------------------| + |1/8 Duim is nagenoeg gelijk aan| 3.17 Strepen. | + |1 " " " | 2.54 Duimen. | + |1 Voet " " | 3.05 Palmen. | + |1 Statuut Mijl " " |1609.3 Ellen. | + |1 Vierkante Duim " " | 6.45 Vierk. Duimen. | + |1 " Voet " " | 9.29 " Palmen. | + |1 Kubiek Duim " " |16.386 Kub. Duimen. | + |1 " Voet " " |28.315 " Palmen. | + |1 Avoir du Pois (pond) " " |45.36 Looden. | + |1 Trooisch Pond " " |37.32 " | + |1 Gallon " " | 4.54 Kannen. | + |1 Chaldron " " |13.09 Mud. of Vat. | + |1 Buchel " " | 0.36 " " | + +--------------------------------------------------------------+ + + + +--------------------------------------------------------------+ + | _Nederlandsche Maten._ | _Engelsche_ | + | | _Maten._ | + |---------------------------------+----------------------------| + |1 Duim is nagenoeg gelijk aan| 0.39 Duimen. | + |1 Palm " " | 3.94 " | + |1 El " " | 3.28 Voeten. | + |1 Mijl " " |3280.9 " | + |1 Vierkante Duim " " | 0.16 Vierk. Duimen. | + |1 " Palm " " |15.50 " " | + |1 " El " " |10.76 " Voeten. | + |1 Kubiek Duim " " | 0.061 Kub. Duimen. | + |1 " Palm " " |61.027 " " | + |1 " El " " |35.317 " Voeten. | + |1 Pond " " | 2.205 A. d. Pois (pond) | + |1 " " " | 2.679 trooische " | + |1 Kan of Kop " " | 0.22 Gallon. | + |1 Mud of Vat " " | 0.076 Chaldron. | + |1 " " " " " | 2.75 Buchels. | + +--------------------------------------------------------------+ + + +Eene Geographische mijl van 60 in eenen gemiddelden graad, eene +Engelsche zeemijl, is gelijk aan 6076 Engelsche voeten of aan 1852 +Nederlandsche ellen; + +Eene Geographische mijl van 20 in eenen gemiddelden graad, of een +Hollandsch uur gaans, is gelijk aan 18227 Engelsche voeten of aan 5555.6 +Nederlandsche ellen. + +Eene Geographische mijl van 15 in eenen gemiddelden graad, dat is eene +Duitsche mijl of eene Hollandsche zeemijl, is gelijk aan 24303 Engelsche +voeten of aan 7407-1/2 Nederlandsche ellen. + + + + +BIJVOEGSEL. + + +Eene zoogenaamde Paardenkracht is gelijk aan 33000 Engelsche A. d. P. +(ponden), in den tijd van 1 minuut, 1 voet hoog opgebragt; +overeenkomende met 4562-1/2 Nederlandsche ponden, in den zelfden tijd, 1 +Nederlandsch el hoog opgevoerd, (zie § 46). + +De gemiddelde hoogte van den kwikkolom in den Barometer, bedraagt 30 +Engelsche duimen, overeenkomende met 76.2 Nederlandsche duimen, (zie § +10). + + * * * * * + +Het gebruik der beide volgende tafelen is eenvoudig, bij voorbeeld: +welke middellijn behoort een stoomzuiger te hebben, voor eene machine +van 100 nominale paardenkrachten? Hiertoe bezigt men de eerste tafel, +waarin tegen over dat getal der eerste kolom, in de tweede kolom 122.2 +Ned. duimen voor de gevraagde zuigermiddellijn gevonden wordt, in de +derde kolom is daar nevens, het dubbel, of de slaglengte 2.44 ned. ellen +gesteld, en in de vierde kolom het aantal dubbele zuigerslagen, 15.1, in +eene minuut. + +Ten andere willende weten, hoeveel nominale paardenkrachten overeenkomen +met de middellijn van eenen stoomzuiger van 120 ned. duimen? zoo vindt +men in de tweede tafel in de vierde kolom tegenover dit getal duimen, 96 +N. paardenkrachten; de dubbele slaglengte, 2.40 ned. el., wordt in de +tweede, en het aantal dubbele zuigerslagen per minuut, 15.3, in de derde +kolom daar nevens gevonden. + + +-----------------------------------------------------------+ + | Z U I G E R. | + | | + +-----------------------------------------------------------+ + | NOMINALE MIDDELLIJN. SLAGLENGTE. DUBB. SLAGEN | + |PAARDENKRACHTEN. PER MINUUT. | + | _Nederl. duimen._ _Ned. ellen._ | + |-----------------------------------------------------------| + | 1 15.1 0.35 80.5 | + | 2 21.0 0.42 59.6 | + | 4 29.0 0.58 45.2 | + | 6 34.9 0.70 38.7 | + | 8 39.9 0.80 34.7 | + | 10 44.1 0.88 32.2 | + |-----------------------------------------------------------| + | 12 47.9 0.96 30.0 | + | 14 51.3 1.03 28.4 | + | 16 54.5 1.09 27.2 | + | 18 57.4 1.15 26.2 | + | 20 60.2 1.20 25.3 | + | 25 66.5 1.33 23.3 | + |-----------------------------------------------------------| + | 30 72.1 1.44 22.1 | + | 35 77.2 1.54 21.0 | + | 40 81.8 1.64 20.1 | + | 45 86.1 1.72 19.4 | + | 50 90.2 1.80 18.8 | + | 55 94.1 1.88 18.2 | + |-----------------------------------------------------------| + | 60 97.7 1.95 17.7 | + | 65 101.1 2.02 17.3 | + | 70 104.5 2.09 16.9 | + | 75 107.7 2.15 16.6 | + | 80 110.8 2.21 16.2 | + | 85 113.8 2.27 15.9 | + |-----------------------------------------------------------| + | 90 116.7 2.33 15.6 | + | 95 119.5 2.39 15.3 | + | 100 122.2 2.44 15.1 | + | 110 127.4 2.55 14.7 | + | 120 132.3 2.65 14.3 | + | 130 137.1 2.74 13.9 | + |-----------------------------------------------------------| + | 140 141.6 2.83 13.6 | + | 150 145.9 2.92 13.3 | + | 160 150.2 3.00 13.0 | + | 170 154.3 3.09 12.8 | + | 180 158.2 3.16 12.5 | + | 190 162.1 3.24 12.3 | + |-----------------------------------------------------------| + | 200 165.9 3.32 12.1 | + | 210 169.5 3.39 11.9 | + | 220 173.0 3.46 11.7 | + | 230 176.5 3.53 11.5 | + | 240 179.9 3.60 11.3 | + | 250 183.3 3.67 11.2 | + +-----------------------------------------------------------+ + + + +-----------------------------------------------------------+ + | Z U I G E R. | + | | + +-----------------------------------------------------------+ + | MIDDELLIJN. SLAGLENGTE. DUBB. SLAGEN NOMINALE | + | PER MINUUT. PAARDENKRACHTEN | + | _Ned. duimen._ _Ned. ellen._ | + +-----------------------------------------------------------+ + | 15 0.30 80.5 1.0 | + | 20 0.40 62.3 1.8 | + | 25 0.50 51.3 2.9 | + | 30 0.60 44.0 4.3 | + | 35 0.70 38.7 6.0 | + |-----------------------------------------------------------| + | 40 0.80 34.7 8.1 | + | 45 0.90 31.6 10.5 | + | 50 1.00 29.1 13.2 | + | 55 1.10 27.0 16.3 | + | 60 1.20 25.3 19.8 | + |-----------------------------------------------------------| + | 65 1.30 23.8 23.8 | + | 70 1.40 22.6 28.1 | + | 75 1.50 21.4 32.8 | + | 80 1.60 20.5 38.0 | + | 85 1.70 19.6 43.6 | + |-----------------------------------------------------------| + | 90 1.80 18.8 49.7 | + | 95 1.90 18.1 56.3 | + | 100 2.00 17.4 63.3 | + | 105 2.10 16.8 70.7 | + | 110 2.20 16.3 78.7 | + |-----------------------------------------------------------| + | 115 2.30 15.8 87.1 | + | 120 2.40 15.3 96.0 | + | 125 2.50 14.9 105.4 | + | 130 2.60 14.4 115.2 | + | 135 2.70 14.1 125.6 | + |-----------------------------------------------------------| + | 140 2.80 13.7 136.4 | + | 145 2.90 13.3 147.7 | + | 150 3.00 13.0 159.5 | + | 155 3.10 12.7 171.8 | + | 160 3.20 12.4 184.6 | + |-----------------------------------------------------------| + | 165 3.30 12.1 197.8 | + | 170 3.40 11.9 211.5 | + | 175 3.50 11.6 225.6 | + | 180 3.60 11.3 240.3 | + | 185 3.70 11.1 255.3 | + +-----------------------------------------------------------+ + + +VERKLARING DER AFBEELDINGEN, + + +VOORSTELLENDE EENE STOOMMACHINE VAN LAGE DRUKKING MET DAARBIJ +BEHOORENDEN STOOMKETEL VOOR EEN VAARTUIG, NAAR DE LAATSTE MEEST +VERTROUWDE ZAMENSTELLING. + + +Een stoomvaartuig bevat gewoonlijk twee gelijke _machinen_ welken te +zamen eene _hoofd-_ of _wiel-as_ in beweging brengen, waaraan de +_roei-wielen_ of _schepraden_ zijn verbonden, die ter weder zijde van +het vaartuig op eenige diepte in het water treden, en rond wentelende, +alzoo den drijvende bodem voortstuwen. Elke machine drijft de _hoofd-_ +of _wiel-as_ om door middel van eene _kruk_; de beide _krukken_ zijn in +regthoekige rigting tot elkander op de _hoofd-as_ gesteld, zoodat +dezelve nimmer gelijktijdig in hoogsten of laagsten stand staan, maar +een vierde van eenen omwenteling daarin met elkander verschillen. Beide +_machinen_ worden met stoom voorzien, het zij door eenen enkelvoudigen +of door een zamenstel van meer dan eenen _ketel_. In de onderwerpelijke +afbeeldingen is het een enkelvoudige _ketel_ voor stoomlevering aan twee +gelijke _machinen_; eene dergelijke en nevens elkander geplaatste +_machine_ wordt hier alleen voorgesteld, waarvan de verklaring geheel op +de andere toepasselijk is. + +Figuur 1. verbeeldt het zij aanzigt van den enkelvoudigen _stoomketel_ +en van eene _machine_. Figuur 2. is de doorsnede overlangs van dien +_ketel_ en van die zelfde _machine_; de _roei-wielen_ of _schepraden_ +zijn alleen met gestippelde lijnen in Fig. 1 aangeduid, hetgeen +voldoende duidelijk is, en geene verdere uitleg behoeft, de bijgestelde +letters en nommers dienen in beide Figuren voor de volgende +aanwijzingen: + +AAAA _stoomketel_ met in besloten _fornuis_ B'BB; dit _fornuis_ bestaat +uit twee nevens elkander gelegene _vuurhaarden_ of _vuurplaatsen_, +waarvan hier slechts eene B', zigtbaar is, en uit twee daarmede +afzonderlijk gemeenschap hebbende _rookleidingen_, waarvan gedeelten bij +BB te zien zijn; in de _vuurplaatsen_ wordt de brandstof verbrand, +waarvan de overblijvende sintels en asch in de ruimte C door de +_roosters_ nedervallen; door de _rookleidingen_ BB stroomt het vlammende +gaz of de verhitte rook van de vuren naar den _schoorsteen_ D, waar van +hier het onderdeel slechts staat afgebeeld, en met eenen beschermenden +_mantel_ omgeven ter beveiliging van het scheepsdek tegen brand; dit +onderdeel van den _schoorsteen_ is met deszelfs _mantel_ op den _ketel_ +bevestigd, terwijl het bovendeel boven dezen _mantel_ op eenen omgaanden +rand van het onderdeel staat, doch geheel onverbonden, ten einde dat +bovendeel overboord zoude kunnen vallen zonder dat de vuurstroom uit de +_rookleiding_, eenige schade aan het dek te weeg brengt; een weinig +boven den _mantel_ is de _schoorsteen_ met eene draaibaren _wartelklep_ +AB voorzien, even als in eene gewonen kagchelpijp, waarmede men den +zoogenaamden trek, welken de _schoorsteen_ daarstelt, kan wijzigen of +geheel beletten. + +Het geheele _fornuis_ is binnen den _ketel_ rondom met water omgeven; +men herkent de vereischte hoogte van dat water, door aanwijzing van +eenen _vlotter_ of _drijver_ E, welke tot dat einde op eene as beweegt, +die buiten den _ketel_ doorsteekt; de herkenning van de waterhoogte +geschiedt ook nog door middel van de _peilkranen aa_; ook is er nog eene +_glazen buis_ buiten tegen den _ketel_ geplaatst, die met het inbesloten +water gemeenschap heeft, doch die ter voorkoming van verwarring in de +afbeeldingen op eene zoo kleine schaal niet is afgeteekend. Ook is hier +om dezelfde reden de afbeelding achtergelaten, van eene dier vele +toerigtingen, waardoor een _watergebrek_, onafhankelijk van de +bijzondere oplettendheid van den bestuurder of van den vuurstoker, +kennelijk gemaakt wordt. Dit wordt aangewezen of door uitstrooming van +stoom of heet water, _op_ of _vóór_ het oogenblik, dat watergebrek +binnen den _ketel_ bestaat, of door eenig geruisch makend, of sterk in +het oog vallend middel, ter bijzondere waarschuwing; welke toerigting in +aard of wijze gekozen wordt, overeenkomstig de daarvoor bestaande +plaatsgelegenheid. + +F is eene op de _stoomkap_ des ketels geplaatste kast, waarin zich twee +_veiligheidskleppen_ bevinden; eene dier _kleppen_ is met derzelver +onderaan gehangene _belading_ G slechts hier te zien, deze +_veiligheidsklepkast_ heeft bovenop, eene opening met _ontlastpijp_ II +(hier even als het bovendeel des schoorsteens als afgebroken +voorgesteld), waardoor de overvloedige stoom, bij opening van eene of +beide _veiligheidskleppen_ ontvliedt; I, I, I is een hefboomtoestel, +waarmede eene der _veiligheidskleppen_, door den bestuurder van de +machine, naar willekeur kan geopend worden, door slechts aan de +schroevende _handkruk b_ te draaijen; de andere _veiligheidsklep_, die +een weinig meer beladen is, kan niet met de hand geligt worden, is zelfs +tot dat einde afgesloten, om alleen uit zich zelve te ligten, wanneer er +overvloed of te hoog gespannen stoom bestaat, of ingeval door eenig +gebrek stoomontlasting door de eerste verhinderd wordt; _c_ is eene +dunne pijp, waardoor het water, dat zich in de _veiligheidsklepkast_ +vergaderen mogt, afloopt buiten boord; _d_ is een _stoommeter_ met eenen +kleinen, op kwik drijvenden, _stijl_ voorzien, welke de mate der +_stoomspanning_, die binnen den _ketel_ heerscht, op eene +nevensgeplaatste _schaal_ aanwijst. + +KK _spuibuis_ met _kraan_, welke door het scheepsvlak gaat, en alzoo met +het buitenwater gemeenschap heeft, dient om uit den _ketel_ naar +verkiezing water te loozen gedurende of na deszelfs werking, of om den +ledigen _ketel_ van water te voorzien; de _spuibuis_ bezit nog eene +andere _kraan e_, waardoor men water door middel van eene nader aan te +wijzene _handperspomp_ in den _ketel_ brengen, of denzelven daardoor +ontledigen kan. + +L _mangatdeksel_, dat eene opening in de _stoomkap_ des ketels dekt, +genoegzaam groot ter doorlating van eenen persoon; dit _deksel_ is met +eene _luchtklep f_ voorzien; _g_ is een _slikgatdeksel_, te openen voor +de reiniging des _ketels_. + +M _voedingkraan_, waardoor de _ketel_ deszelfs _voeding_ met _warm +water_ door de _machine_ geniet; deze _kraan_ is naar gelang der +behoefte aan _voedingwater_, met de hand te openen of te sluiten. + +N is eene kast, welke eene _klep_ bevat, die door draaijing van het +_handwiel h_ geheel of gedeeltelijk opengezet, of gesloten kan worden, +hierin vloeit de stoom uit den _ketel_, en bij geopende _klep_ uit den +_ketel_ naar de _machinen_ door de aanverbondene _leibuizen_ O. + +PP _stoomcilinder_ met daarin digt sluitenden _zuiger kk_, waarvan de +_stang_ door eene _pakkingbos i_ van het _stoomcilinderdeksel_ opgaat; +de stoom vloeit in dezen _cilinder_ boven of onder den _zuiger_ uit de +_stoomschuifkast l l_ naar gelang van den stand der daarbinnen +beweegbare _stoomschuif l l_, door den boven of onder _stoomdoortogt i' +i'_. De _stoomschuifkast l l_ wordt met stoom uit den _ketel_ voorzien +langs de _smoorklep m_, welke naar willekeur meer of min opengezet kan +worden door middel van het bovengelegen handvat; de toegang van den +stoom naar de _smoorklep_ vindt plaats door den _hollen band n n_ welke +den _stoomcilinder_ omgeeft, en waarmede de _stoomleibuis_ O is +vereenigd. + +_Bodem_ en _deksel_ van den _stoomcilinder_ bezitten naar eisch beladene +_waterkleppen n' n'_, waardoor toevallig in den _cilinder_ geslagen +water zich zelf ontlast. + +Boven kleine openingen in het _cilinderdeksel_ zijn kleine _kommen_, met +_kranen p p_ voorzien, geplaatst, waardoor men naar welgevallen, olie of +vet tot den _zuiger_ kan doen vloeijen. + +De opgaande _stoomzuigerstang_ is aan derzelver top met een _dwarsjuk_ +vereenigd, de armeinden van dit _juk_ zijn ter wederzijden van den +_stoomcilinder_ beweegbaar verbonden, met _zijroeden q_, die +benedenwaarts, even zoo met de armen van een paar _balansen_ QQ zijn +gekoppeld; de _stoomzuiger k k_ door den druk des stooms zich op- of +neder bewegende, geeft dus, door tusschenkomst van deze _zijroeden q_, +gelijke beweging aan de _balansen_ QQ. + +Voor de rigtige leiding van den top der _stoomzuigerstang_ heeft men de +_zijroeden q_ beweegbaar verbonden met het zoogenaamde toestel der +_evenwijdige_ of _parallele beweging_, bestaande uit de _straalroeden_ +22 en de _koppelroede_ 44, die de _straalroeden_ aan kleine beweegbare +_krukken_ 33 en de _balans_ verbindt. + +Elk paar _balansen_ QQ is bij het einde der tegenovergestelde armen +onderling vereenigd door een ander _juk r_, uit welks midden eene +_drijfstang_ R opgaat, waarvan het boveneinde beweegbaar verbonden is +met de _pen_ van de _hoofdaskruk_ SS' derwijze, dat de _hoofdas_ S', +daardoor kan worden omgevoerd; de _kruk_ TT der _wielas_ wordt door de +omwentelende eerste _kruk_ SS' voortgedreven, door tusschenvoeging van +een _koppellid_ U, zoodat de buiten boord daaraan verbondene +_roeiwielen_ of _schepraden_, daarmede omdraaijen. + +De _hoofdas_ S' is door eene _excentriek-schijf_ VV omvat; om deze +_schijf_ is een _ring_ beweegbaar en aan de _excentriek-roede_ W +verbonden, welke _roede_ aan het andere einde in eene keep den _arm t_ +vat, die op eene beweegbare as bevestigd is; de _hoofdas_ S' de +_excentriek-schijf_ VV mede voerende, zal alzoo door tusschenkomst van +de _excentriek-roede_ W, den _arm t_ heen en weder bewegen met de +daaraan bevestigde as. + +Deze laatste as bezit ter wederzijde van de _stoomschuifkast_ eenen arm +_u_, met daaraan beweegbaar verbondene opgaande ligte _zijroeden_, +welker toppen even zoo zijn verbonden met een klein _dwarsjuk_ op den +top _u'_ van de stang der _stoomschuif_, welke stang door eene +_pakkingbos_ van het _deksel_ der _stoomschuifkast ll_ uitkomt; op die +wijze wordt dan de _stoomschuif_ door middel van de _excentriek-schijf_ +VV mede op en neder bewogen; _v'v'_ is het _tegenwigt_ der +_stoomschuif_. De hoogste en laagste standen van de _stoomschuif_ hebben +niet gelijktijdig plaats met de hoogste en laagste standen van den +_stoomzuiger_, opdat de stoomtoelating dan eerst plaats vinde, wanneer +de _stoomzuiger_ deszelfs hoogsten of laagsten stand bereikt heeft; +hiertoe is aan de _excentriek-schijf_ VV op de _hoofdas_ S' eene +daarvoor passende rigting gegeven, zoodat de hoogste en laagste standen +van de _stoomschuif_ plaats vinden, nadat de _stoomzuiger_ circa een +vierde deel van deszelfs slag is gedaald of gerezen. De stand van de +_excentriek-schijf_ voor vooruitwerking van de _roeiwielen_ of +_schepraden_ niet dezelfde zijnde, als voor achteruitwerking van +dezelve, zoo is voor het aannemen van die twee verschillende standen van +de _excentriek-schijf_, de noodige _wisselruimte_ op de _hoofd-as_ +gelaten. + +Om de beweging van de _stoomschuif_, en bijgevolg van de _machine_ te +doen ophouden, bestaat bij de _keep_ der _excentriek-roede_ W eene +_klink w_, waarmede de bestuurder met de hand de _excentriek-roede_ van +den _arm t_ ontkoppelt, en daardoor het op- en neder bewegen van de +_stoomschuif_ doet staken, zoodat de _stoomzuiger k k_ de beurtelingsche +toelating van stoom mist en gevolgelijk zal stilstaan. + +Met den _arm t_ is een lange _hefboom_ of _handel x x_ vereenigd, welke +dient, om bij ontkoppeling van den _arm t_ van de _excentriek-roede_ W, +aan de _stoomschuif_ zoodanigen stand met de hand te geven, als geschikt +is, om de _stoomzuiger k k_ te doen rijzen of dalen, naar gelang men, +tot voor- of achteruit werken, de _roeiwielen,_ of _schepraden_ in +beweging verkiest te stellen. Dit aanvankelijk in beweging stellen van +de _machine_ naar behooren door de hand van den bestuurder plaats +vindende, zoo bezorgt deze, door verzetting van de _klink w_, de weder +zamenkoppeling van de _excentriek-roede_ W met den _arm t_, waardoor het +vervolg der beweging in den aangevangen zin uit zich zelf, zal worden +onderhouden. + +X X is de _condensor_ waarin de stoom uit den _stoomcilinder_ vloeit, om +tot water verdikt te worden, door aldaar in aanraking te komen met koud +water, dat door het pijptoestel o' o' en de _injectiekraan y_ vloeit; de +toevloeijing van het _injectiewater_ wordt geregeld door den bestuurder, +want daartoe houdt de _injectiekraan_ eene _handkruk z_. + +Y _luchtpomp_ met insluitenden _zuiger_, die _opslaande kleppen_ 1, 1 +bezit; de _luchtpompzuigerstang_ is even als de _stoomzuigerstang_ met +een _dwarsjuk_ verbonden, waarvan _zijroeden_ 2 nedergaan, die met de +_balansen_ QQ gekoppeld zijn; zoodat wanneer de _stoomzuiger_ rijst de +_luchtpompzuiger_ daalt en omgekeerd. De _luchtpompzuiger_ trekt +opgaande het van den stoom en der _injectie_ herkomstige water, met de +tevens uit het water ontwikkelde lucht uit den _condensor_ XX door de +_condensorklep_ 4, en voert dit op deszelfs _kleppen_ 1,1 in den _warm-_ +of _heet waterbak_ Z door de _klep_ 5 van dien _bak_. + +Van het in den _warm-_ of _heet waterbak_ opgevoerde water, wordt door +de opening 6 het noodige getrokken, om den _ketel_ voor het verstoomde +water weder aan te vullen of te _voeden_, eene _perspomp_, waarvan de +_zuiger_ of _dompelaar_ door het _luchtpompjuk_ op en neder bewogen +wordt (in de afbeeldingen niet zigtbaar, wordende door de _luchtpomp_ +bedekt) dient tot dat einde; want _pijpen_ 7,7 zijn daarmede vereenigd, +waardoor dat warme water in de gemeenschappelijke pijp 8,8 naar den +_ketel_, door de openstaande _voedingkraan_ M gevoerd wordt; 23 zijn +_leistangen_, die door de _armen_ van het _luchtpompzuigerjuk_ omvat +worden, en voor de rigtige leiding daarvan dienen; aan eene dier +_stangen_ is de _dompelaar_ van de _voedingpomp_ verbonden, en kan alzoo +met het _juk_ op en neder bewegen. + +De _heet waterbak_ Z bezit eene verhooging of _kolom y_ ter voorkoming +van wateroverstorting, en tegen deze kolom is eene beladene _stortklep_ +9 aangebragt, waardoor het _voedingwater_ weder in den _warm waterbak_ +terug valt, ingeval de _voedingkraan_ M aan den ketel mogt gesloten +wezen middelerwijl de _voedingpomp_ werkt; de _voedingpompzuigers_ of +_dompelaars_, kunnen door de hand van den bestuurder in of buiten +werking gesteld worden, naar gelang de behoefte aan _ketelvoeding_. Het +in den _warm-_ of _heet waterbak_ te veel overblijvende water, ontlast +zich buiten boord, door de opening der _vloeipijp y_, welke opening bij +stilstand van de _machine_ door eene _klep_ gesloten kan worden, met aan +de schroevende _handkruk_ 10 te draaijen. + +12 _handperspomp_, waarmede de _ketel_, onafhankelijk van de werking der +_machine_, met koudwater kan gevuld of gevoed worden, door eene (hier +slechts gedeeltelijk afgebeelde) pijp _r t_, die met de _kraan e_ der +_spuibuis_ K gemeenschap heeft, of ook kan door deze _pomp_ de _ketel_, +wanneer het noodig mogt zijn, geledigd worden. + +13 _scheepslenspomp_. waarvan de _zuiger_ door eenen der armen van de +_balansen_ QQ op en neder bewogen wordt; deze _pomp_ voert het zich in +het vaartuig bevindende water op en over boord, en haalt dit uit het +voor- of uit het achterschip door pijpen, hier niet geheel afgebeeld; +zij kan door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld +worden, 14 is de _doorblaaskraan_ door eene kleine _handkruk_ 15 te +openen; geopend zijnde stroomt de stoom uit de _stoomschuifkast l l_ +door dezelve in den _condensor_ XX en in de _luchtpomp_ Y, drijft uit +beiden door de _snuifklep_ 16 (en soms door de klep van den _warm +waterbak_ 5) het daar in zijnde water en de aanwezige lucht: eene +uitdrijving, die bij het eerst in beweging brengen der _machine_ altijd +moet geschieden. + +Op den _condensor_ XX is een _manometer_ of _barometer_ 17 geplaatst; +het zich daar in bevindende kwik toont aan in hoe verre de spanning +binnen den _condensor_ is verminderd. Tegen den _hollen band n n_ van +den _stoomcilinder_ bestaat, een _stoommeter_ 18, om de spanning van den +stoom daar binnen gade te slaan, deze _stoommeter_ is even als die aan +de _stoomkap_ des _ketels_; nog bestaat onder aan den _hollen band_ eene +_aftapkraan_ 19, waardoor men het daar binnen vergaderde water kan doen +afloopen. + +Eindelijk ziet men dat de _hoofdas_ S' niet alleen in _stoelen_ op eene +_stelling_ wordt gedragen, maar dat ook _stoomcilinder_, _condensor_ met +aanverbondene _luchtpomp_ en _warm waterbak_, onderling, en met die +_stelling_ zijn verbonden; de grondslag van dat geheele verband is in de +eerste plaats de _fondatie_ op het _scheepsvlak_, door middel van goed +verzekerde _fondatiebouten_ 20, en ten tweede de _hoofd- en +wielas-balken_ 21, die met de _stelling_ goed vereenigd zijn. Deze +_balken_ breiden zich ter wederzijden buiten het vaartuig uit, en +vereenigen zich aldaar, als uit een ligchaam bestaande, op welke buiten +uitbreiding zich _stoelen_ bevinden, waarop de _roeiwielen_ of +_schepraden_ dragen. + +Aldus de zakelijke deelen van dit gansche stoomwerktuigelijke toestel +aangetoond hebbende, zal het niet ongepast zijn, eene korte aanwijzing +te laten volgen, hoedanig de _machinen_ in beweging en tot stilstand +gebragt worden. + +In den _stoomketel_ genoegzame ontwikkeling van stoom bestaande, +(herkenbaar aan de stoomontvlieding door de _ontlastpijp_ II der _kast +van de veiligheidsklep_ F, waarvan de spanning op den stoommeter _d_ +aangewezen wordt) en zich door middel der _pijlkranen a a_, _drijver_ E +of _waterpeilbuis_ verzekerd hebbende dat de ketel met eene voldoende +hoeveelheid water gevuld is, zoo begint men met de _stoomcilinders_ en +_stoomschuifkasten_ te verwarmen; het geen geschiedt door het openen van +de klep in de kast N met het _handwiel h_; de stoom zal als dan uit den +_ketel_ door de _stoomleibuizen_ O in de _holle banden n n_ der +_stoomcilinders_ vloeijen, en van daar langs de openstaande +_smoorkleppen m_, in de _stoomschuifkasten l l_; verwarming opmerkende, +zoo beweegt men door middel van de _hefboomen_ of _handels x_ de +_stoomschuiven_ eenige malen op en neder (waarvoor de klinken _w_, +natuurlijker wijze zoodanig moeten zijn gesteld, dat geene koppeling van +de _armen t_ met de _excentriek roeden_ W bestaat); door die behandeling +van de _stoomschuiven_ zal mede stoom in de _cilinders_ vloeijen, +terwijl men zich te gelijkertijd van de goede beweegbaarheid der +_stoomschuiven_ verzekert; ook zal men de _aftapkranen_ 19 openen, om +het water van om de _stoomcilinders_ te doen afloopen; deze bewerking +noemt men: de _machinen verwarmen_. + +Genoegzame verwarming plaats vindende, dan stelt men met de hand de +_stoomschuiven_ in _middenstand_, dat is zoodanig dat dezelve de boven +en onder _stoomdoortogten_ der _cilinders_ sluiten; als nu opent men met +de _handkrukken_ 15, de _doorblaaskranen_ 14, en houdt die zoo lang +geopend, tot dat men door de _snuifkleppen_ 16, niets anders dan stoom +ziet uitstroomen, zijnde dit het teken, dat al het water met de +aanwezige lucht is uitgedreven; deze bewerking wordt _doorblazen_ +genoemd. Zoo men dan de _stoomschuiven_ met de hand in zoodanigen stand +zet, dat toelating van stoom, op of onder de _stoomzuigers_ plaats +heeft, overeenkomstig den zin van omwenteling, welke men aan de +_hoofd- of wielaskrukken_ wil geven, dan zullen de _machinen_ dadelijk +aanvangen te bewegen; doch daar de _armen t_ van de _excentriek-roeden_ +W zijn ontkoppeld, zoo bewegen de _stoomschuiven_ niet mede, daarom +verzet men de _stoomschuiven_ nogmaals met de hand, om ééne omwenteling +van de _hoofdas_ S te veroorzaken, waarna men de _klinken w_ derwijze +verzet, dat zamenkoppeling van armen _t_ en _excentriek-roeden_ W plaats +vindt; vervolgens opent men met de _handkrukken z_ langzaam de +_injectiekranen y_, tot zoo verre als met de toenemende snelheid der +_machinen_ overeenkomt, die als dan zullen doorwerken; men noemt deze +bewerking: de _machinen aanzetten_, (het laat zich begrijpen, dat ter +ontlasting van het overvloedige water, dat de _luchtpompzuigers_ in den +_warmwaterbakken_ Z opvoeren, de kleppen der _vloeipijpen y_ door middel +der _handkrukken_ 10 moeten opengezet worden). + +De _machine_ alzoo tot volle kracht werkende, kan in vermogen of +snelheid verminderd worden, door vermindering van stoomtoevoer naar de +_stoomzuigers_ en daaraan gepaarde vermindering van _injectie_ water, +waarvoor men dan de _injectiekranen y_ en de _smoorkleppen m_ zoo veel +zal sluiten, als voor de verlangde vermindering in snelheid voegzaam is. + +Om de _machine_ te doen stil staan, sluit men eerstelijk de +_injectiekranen y_, en doet vervolgens, door middel der _klinken w_, de +_excentriek-roeden_ W van de _armen t_ ontkoppelen; want als dan zal de +beweging der _stoomschuiven_ en bij gevolg de beurtelingsche +toevloeijing van stoom naar de _stoomzuigers_ ophouden. + +Bij het tot stilstand brengen van de machine, moet men de +_stoomschuiven_ met de hand weder in _middelstand_ zetten, ingeval het +ophouden derzelver beweging niet op _middelstand_ heeft plaats gevonden. + +Zoo de machine, lang moet stilstaan, opent men langzaam de handelbare +_veiligheidsklep_ met de _handkruk b_, doch wanneer het dadelijk in +beweging brengen vereischt wordt (het zij in denzelfden of in +omgekeerden zin), is zulks niet noodig, ook niet het zoogenaamde +_doorblazen_, noch het openen der _aftapkranen_ 19. + + +_Deze afbeeldingen zijn op steen gebragt naar eene teekening van 's +Rijks Hoofdmachinist, waarin alzoo zijne beproefde wijze van inrigting +voorgesteld staat._ + + +[Illustratie] + + + + + + +End of Project Gutenberg's Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG *** + +***** This file should be named 31059-8.txt or 31059-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31059/ + +Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This +book was produced from scanned images of public domain +material from the Google Print project.) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/31059-8.zip b/31059-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2cd949d --- /dev/null +++ b/31059-8.zip diff --git a/31059-h.zip b/31059-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8342268 --- /dev/null +++ b/31059-h.zip diff --git a/31059-h/31059-h.htm b/31059-h/31059-h.htm new file mode 100644 index 0000000..6e48e9e --- /dev/null +++ b/31059-h/31059-h.htm @@ -0,0 +1,5176 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Verklaring van het Stoomwerktuig door D. van den Bosch. + </title> + <style type="text/css"> + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + .g {font-style: normal; font-weight: normal; letter-spacing: .2em; padding-left: .2em;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + + .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; + left: 92%; + font-size: smaller; + text-align: right; + } /* page numbers */ + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + + + .caption {font-weight: bold;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: super; font-size: .8em; text-decoration: none;} + + .trnote {margin: 5% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; + background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;} + .formula {text-align: right; + width: 30%} + + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Verklaring van het stoomwerktuig + zijnde eene algemeen bevattelijke beschrijving van deszelfs + onderscheidene deelen, zamenstelling en werking. + +Author: Anonymous + +Translator: D. van den Bosch + +Release Date: January 24, 2010 [EBook #31059] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG *** + + + + +Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This +book was produced from scanned images of public domain +material from the Google Print project.) + + + + + + +</pre> + + +<h1>VERKLARING</h1> + +<h2><span class="smcap">van het</span></h2> + +<h1>STOOMWERKTUIG;</h1> + +<p class="center"><span class="smcap">zijnde eene<br /> + +algemeen bevattelijke<br /> +beschrijving van deszelfs onderscheidene deelen,<br /> +zamenstelling en werking.</span></p> + +<h3><span class="smcap">opgehelderd door</span></h3> + +<h2>Een Aantal Platen en de Benoodigde Tafelen.</h2> + +<hr style="width: 95%;" /> + +<h3>TWEEDE DRUK.</h3> + +<hr style="width: 95%;" /> + +<h3><span class="smcap">verbeterd en vermeerderd door</span></h3> + +<h2><i>D. VAN DEN BOSCH</i>,</h2> + +<h3>'s Rijks Hoofd-Machinist.</h3> + +<div class="figcenter" style="width: 80%"> +<img src="images/001.jpg" width="80%" height="80%" alt="Illustratie 1:afbeelding van een stoomradarschip op het water, getekend 'Tollenaar'" title="" /> +</div> + +<p class="center">AMSTERDAM,</p> + +<p class="center">M. SCHOONEVELD en ZOON.</p> + +<p class="center">1843.</p> + +<p class="center"><span class="smcap">gedrukt bij bakels en kröber.</span></p> + + + +<hr style="width: 95%;" /> + +<p><i>De Eerste Druk van dit Werkje was oorspronkelijk eene vertaling uit het +Engelsch; bij de uitgave van hetzelve hebben wij te dier tijd geene +verantwoordelijkheid op ons willen laden, met daarin eenige +welgewenschte veranderingen te brengen; doch na den geheelen uitverkoop +van die oplage, oordeelden wij het, op de bij ons ingekomene bescheidene +en gegronde aanmerkingen achtslaande, raadzaam, om bij de uitgave van +dezen tweeden druk, dit, overigens niet ongunstig door het Publiek +ontvangen werkje, ter verbetering en vermeerdering aan eenen bevoegden +deskundige op te dragen, die ons dan ook het genoegen heeft gedaan, om +behalve de verbeteringen tot bladz. 61, tot en met de laatste bladz. +138, geheel nieuwen tekst te leveren.—Wij vertrouwen hiermede, al het +mogelijke te hebben gedaan, om aan het weetgierig Publiek, een beknopt +nuttig boekje, over eene nog zoo weinig in onze taal beschrevene hoogst +belangrijke zaak te leveren.</i></p> + +<p><i>Daar met deze uitgaaf het beginsel is in het oog gehouden, om voor +weinig geld iets nuttigs te leveren, zoo zal men ons wel verschooning +schenken, voor het weder bezigen van het meerendeel der houtsnee-figuren +van den eersten druk; geheel andere te doen vervaardigen, zoude den +prijs te veel verhoogd, en daardoor het Werkje minder verkrijgbaar voor +alle klassen gemaakt hebben; beter kwam het ons, op algemeen aanraden +voor, eene geheele machine in zij-aanzigt en doorsnede in plaat +achteraan te voeqen; door deze bijvoeging, zoo wel als door de meer +volledige bewerking en de daaruit voortspruitende meerdere +uitgebreidheid, dan de vorige druk, zal de lezer, hopen wij, zich gaarne +de geringe prijsverhooging dezer uitgave getroosten en dezelve +billijken.</i></p> + + + +<p><i>De Uitgevers.</i></p> + +<div class="figcenter" style="width: 80%"> +<img src="images/006.jpg" width="80%" height="80%" alt="Figuur 1 - HET STOOMWERKTUIG." title="Figuur 1 - HET STOOMWERKTUIG." /> +<br /> +<span class="caption">Figuur 1 - HET STOOMWERKTUIG.</span> +</div> + +<hr style="width: 65%;" /> + +<h1>HET STOOMWERKTUIG</h1> + + +<h2><a name="h1" id="h1"></a>§ 1.</h2> + + +<p>Het groot en steeds toenemend belang van het stoom-werktuig in +kunsten en handwerken verheft hetzelve tot een onderwerp, hetwelk de +opmerkzaamheid van alle standen der maatschappij ten hoogste waardig is. +De vernuftig uitgedachte en heerlijke toestel, waarmede vezels tot +draden gesponnen werden, ontvangt deszelfs beweging van het +stoom-werktuig, hetwelk insgelijks de beweging mededeelt aan de +machinerie, waarmede vervolgens de gesponnen draden of garens tot doek +geweven worden. Het stoom-werktuig is insgelijks de beweegkracht bij +ontelbare andere kunsten, die onder de belangrijkste, waarmede de mensch +bekend is, gerangschikt moeten worden. Er bestaat ook in der daad thans +naauwelijks een voorwerp door den mensch vervaardigd, tot sieraad of tot +nuttig gebruik bestemd, waarvan wij niet, in zekeren graad, het bestaan +aan dit veel vermogende werktuig verschuldigd zijn. Met behulp van +hetzelve halen wij steenkolen en ijzer-erts uit de diepste mijnen, en +brengen het hinderlijke water uit dezelve naar boven; het erts in +smeedbaar ijzer herschapen, wordt vervolgens door hetzelfde werktuig tot +staven gevormd, en alzoo, zoo wel tot het smeden van ankers, waarmede de +grootste zeekasteelen het woeden van wind en water kunnen uitstaan, als +tot het vervaardigen van de fijnste borduurnaald gebezigd. Zoo +bewonderenswaardig het stoomwerktuig is, ten aanzien van deszelfs +onderscheidene wijzen van aanwending, als van de verbazende, aan zoo +veel regelmaat verbondene, kracht door haar ontwikkeld, even zoo +opmerkelijk is hetzelve, afgescheiden van deze of andere fabrijkmatige +bewerking beschouwd; leverende de treffendste en heerlijkste +toepassingen van eenige der voornaamste natuurwetten. (De +grondbeginselen, waarop de werking van dit werktuig berust, zijn noch +talrijk, noch moeijelijk te bevatten, daar hiertoe alleen vereischt +wordt, dat men denzelven zorgvuldig, afzonderlijk en ordelijk eenige +opmerkzaamheid schenkt, ten einde gemakkelijk van de vereenigde werking +eene voldoende kennis te verkrijgen. Zoo de lezer, hoe weinig gemeenzaam +hij ook met het onderwerp wezen moge, de volgende bladzijden slechts met +aandacht leest, dan twijfelen wij geenszins, of hij zal een duidelijk en +klaar begrip krijgen van alle grondbeginselen, waarop de zamenstelling +van dit, in onze tijden zoo onmisbare werktuig, is gegrond.) Ten einde +onze lezers hiertoe in staat te stellen, zullen wij de beschrijving van +eenige weinige en eenvoudige grondbeginselen laten voorafgaan, waardoor +de wetten, waarop de werking van het werktuig rust, opgehelderd worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h2" id="h2"></a>§ 2.</h2> + + +<p>Wanneer metalen of vloeistoffen verwarmd worden, dan zetten zij +zich uit, of vermeerderen in omvang, dat is: worden grooter. Zoo men, +bij voorbeeld, eene staaf ijzer neemt, die koud zijnde, volmaakt in een +gat sluit of past, dan zal dezelve, verhit of gloeijend gemaakt, +zoodanig uitgezet wezen, dat het gat de staaf niet meer zal kunnen +omvatten, en niet eer, voor dat de staaf weder koud geworden is, zal +dezelve in het gat, (hetwelk hiervan onveranderlijke grootte gedacht +wordt) weder passen. Hoe geweldiger de aangewende hitte is, des te meer +zal de staaf uitzetten, tot dat de hitte zoo geweldig wordt, dat de +vaste zamenhang van het metaal ophoudt en smelt. Dat deze uitzetting of +vermeerdering in uitgebreidheid ook met de vloeistoffen plaats heeft, +hiervan kan men zich gemakkelijk overtuigen door eenen ketel geheel of +volmaakt met water gevuld boven het vuur te plaatsen: want warm +wordende, zal het vocht dadelijk daaruit vloeijen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h3" id="h3"></a>§ 3.</h2> + + +<p>Deze eigenschap heeft aanleiding gegeven tot het uitvinden en +zamenstellen van een in de kunsten en wetenschappen zeer nuttig en +tevens onmisbaar werktuig, Thermometer genaamd, hetwelk aanwijzing doet +van den warmtegraad, waarin hetzelve is geplaatst, zijnde als volgt +zamengesteld.</p> + +<p>Aan het eene einde van eene dunne glazen pijp, waarvan het gat klein en +overal even wijd is, is een holle bol geblazen; door het andere opene +einde is vervolgens deze bol, en een klein gedeelte der aangelegene +pijp, het zij met gekleurde spiritus, of wel met kwik gevuld, dat +geschiedt naar zekere handelwijze, die wij overbodig achten hier te +verklaren, en volgens welke dan ook na de vulling, het opene einde der +pijp wordt gesloten, en het ongevuld blijvende gedeelte pijp luchtledig +gemaakt.—Men heeft alzoo eene vloeistof in glas opgesloten en voor uit +damping of verlies beveiligd; omdat nu, de uitzetting van vloeistoffen +door warmte, veel grooter is, dan die van het glas, zoo gebeurt het, dat +de vloeistof bij verschil van warmtegraad, in de pijp rijst of daalt, en +dit aanwijst op eene daarnevensstaande verdeeling of zoogenaamde schaal.</p> + +<div class="figright" style="width: 33%;"> +<img src="images/010_1.jpg" width="35%" height="35%" alt="Het bovenste deel van een thermometer, met bij de waarde van 212 graden de afkorting 'K.P.'" title="" /> +</div> +<div class="figright" style="width: 33%;"> +<img src="images/010_2.jpg" width="35%" height="35%" alt="Het onderste deel van een thermometer, met bij de waarde van 32 graden de afkorting 'V.P.'" title="" /> +</div> + + +<p>Maar om die verdeeling algemeen verstaanbaar, en voor verschillende +Thermometers onderling vergelijkbaar te doen zijn, heeft men twee vaste +punten tot grondslag gekozen. Een dezer vaste punten is de stand van den +top der vloeistof, wanneer de Thermometer in smeltend ijs is gesteld; +het andere, de hoogere stand, wanneer dezelve in zuiver water, dat in de +vrije lucht kookt, is gedompeld: den eersten of laagsten stand der +vloeistof in den Thermometer, noemt men het <i>vriespunt</i>, en den anderen +of hoogeren het <i>kookpunt</i>. Van beide punten is door proeven bewezen, +dat zij, in gelijke omstandigheden, van onveranderlijk temperatuur zijn. +De onderlinge afstand dezer vaste punten wordt verschillend verdeeld; de +hier te lande meest gebruikelijke, en welke wij in dit werkje overal +zullen volgen, is in 180 deelen verdeeld, de Thermometerschaal van +<i>Fahrenheit</i> genoemd. Men plaatst dan den Thermometer in smeltend ijs, +en geeft een teeken of merk op de pijp of aangehechte plaat, ter hoogte +van den top der ingeslotene vloeistof, vervolgens dompelt men denzelven +in kokend water, geeft weder een merkteeken, en verdeelt de ruimte +tusschen deze teekens in 180 gelijke deelen; volgens <i>Fahrenheit</i> telt +men voor het <i>vriespunt</i> <span title="0°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">32 deelen</span> of graden, dus voor het kookpunt <span title="100°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">212 graden</span>, dat is: 180 graden hooger, en zie daar den Thermometer of +warmtemeter vervaardigd; in nevensstaande plaat, als met uitgebroken +middendeel of verkort, afgebeeld.</p> + +<p>Wij moeten onze lezers hier opmerkzaam maken, dat de verdeeling der +schaal, tusschen de vaste punten, in 180 graden, eene zeer willekeurige +zaak is. In <i>Frankrijk</i> en ook bij ons te lande, (doch minder algemeen) +verdeelt men den afstand tusschen het vries- en het kookpunt in 100 +gelijke deelen, waarbij het eerste met 0 en het laatste met 100 +geteekend wordt. Deze verdeeling wordt de <i>honderddeelige</i> +(<i>centigrade</i>) of dien naar Celtius genoemd, terwijl nog eene andere +wijze, waarbij de opgegeven ruimte in 80 deelen verdeeld wordt, de +Reaumursche of dien naar Deluc is. De handelwijze om de eene verdeeling +in de andere over te brengen, vindt men in onderscheidene werken +opgegeven, onder anderen in ARNOTT'S grondbeginselen der Natuurkunde, +welk werk bij de uitgevers dezes te bekomen is.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h4" id="h4"></a>§ 4.</h2> + + +<p>Door toevoeging van warmte gaat het ijs tot water over. Zoo wij in +dien toestand meerdere warmte aanvoeren, dan zet de vloeistof zich meer +en meer uit, tot dat dezelve begint te koken. In dezen staat, rijst van +de oppervlakte damp op, die dikker en als gejaagd, onder den naam van +stoom bekend is. Op 32 graden Fahrenheit, het <i>vriespunt</i>, begint het +ijs te smelten, en op 212 graden, het <i>kookpunt</i>, ontwikkelt zich de +eigenlijke stoom, terwijl de damp, welke op eenen lageren graad van +warmte opstijgt, ook den naam van wasem draagt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h5" id="h5"></a>§ 5.</h2> + + +<p>Overal zullen wij hier voor het uitdrukken van eenige warmtemaat +den met kwik gevulden Thermometer bezigen. Dat vloeibaar metaal is voor +dit gebruik bijzonder geschikt, niet alleen om dat hetzelve eene zeer +strenge koude behoeft, om te verstijven, (<span title="-39°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">39 graden</span> onder 0 graden) en +niet eer dan belangrijk verhit kookt (<span title="360°C" style="border-bottom: 1px green dotted;">660 graden</span>); maar ook om dat het +kwik in glas opgesloten, blijkbaar evenredig uitzet (vooral tusschen +het vries en kookpunt van het water), met de hoeveelheid toenemende +warmte; dat wil zeggen: zoo eene zekere hoeveelheid warmte, het kwik in +den Thermometer, van 30 tot 40, dus 10 graden, doet stijgen, dan zal het +toevoegen van eene gelijke hoeveelheid warmte, het kwik weder 10 graden +doen klimmen, en dus tot 50 brengen; drie maal zoo veel warmte op 60, +viermaal zooveel warmte op 70 enz.</p> + +<p>Het is eene algemeene eigenschap, dat vloeistoffen, die in eenen +ongedekten of openen ketel, in gemeenschap met de vrije lucht, verwarmd +worden, ophouden warmte aan te nemen, wanneer dezelven koken: zoo zal +men het kwik eens Thermometers, die in water (dat verwarmd wordt) +gedompeld is, bij gewonen toestand der omringende lucht, niet hooger dan +tot 212 graden zien klimmen, terwijl het water als dan zal aanvangen te +koken, en, bij doorgaande werking van het vuur onder den ketel, stoom te +leveren; de warmte, die het vuur dus vervolgens afgeeft, gaat na het +kookpunt slechts door het water, om, zich daarmede vereenigende, stoom +te vormen. Het water alzoo in dampvormigen staat overgegaan, beslaat +1700 maal zooveel ruimte, als in deszelfs vorigen of druipenden staat; +eene kubieke <span title="1 palm = 10 cm." style="border-bottom: 1px green dotted;">palm</span> water levert dus 1700 kubieke palmen stoom in de vrije +lucht.<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a> Hoeveel warmte zich met het water vereenigd heeft, om stoom +daar te stellen, wordt door den Thermometer dus niet aangewezen, en deze +zal ook, ofschoon men denzelven in den voortgebragten stoom plaatste, +geen hooger kwikstand teekenen; al deze warmte, waarvan men de maat door +den Thermometer niet kent, en die als een bestanddeel van den stoom +zelven moet beschouwd worden, draagt den naam van verborgene warmte. In +waterstoom maakt, de verborgene warmte nog al eene belangrijke +hoeveelheid uit; waarnemingen, door middelen, waarvoor hier geene plaats +ter beschrijving bestaat, hebben bewezen, dat voor het daarstellen van +zoodanigen stoom, ruim 6-1/2 maal zoo veel warmte noodig is, als +vereischt wordt, om water van een gemiddeld temperatuur tot 212 graden, +of tot het <i>kookpunt</i>, te verwarmen. Bijvoorbeeld: zij gesteld, dat men +water, dat de temperatuur van 62 graden bezit, tot het <i>kookpunt</i>, 212 +graden, verwarmt, dan moeten 150 warmte graden daaraan worden +medegedeeld. Nu zal men niet eer stoom, die dezelfde temperatuur +teekent, daarvan kunnen verkrijgen, dan na mededeeling van nog 1000 +graden warmte bovendien, de verborgene warmte van waterstoom uitmakende, +en die dus meer dan 6-1/2 maal 150 graden bedraagt.</p> + + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"> +<span class="label">[1]</span></a> Alle maat- en gewigtopgaven zijn Nederlandsche.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h6" id="h6"></a>§ 6.</h2> + + +<p>Wanneer stoom tot op de temperatuur van 212 graden verkoeld wordt, +gaat dezelve van dampvormigen tot druipenden staat over, en wordt weder +water, terwijl de verborgene warmte, door het verkoelend ligchaam, of +het verkoelend vocht, dat men daartoe bezigt, wordt opgenomen. Men +begrijpt ligt, dat aangezien de verborgene warmte belangrijk is, er ook +eene evenredig groote koele oppervlakte, of hoeveelheid koelend vocht, +met den stoom in aanraking moet worden gebragt, om geheel tot water over +te gaan, dat minder dan 212 graden temperatuur zal bezitten. Men noemt +dusdanige overgang van stoom tot water, verdikking (Condensatie). De +stoom tot water verdikkende of Condenserende, zal dan ook 1700 maal +kleinere ruimte innemen, dus zullen zoo vele kubieke palmen stoom, slechts +eene kubieke palm water opleveren; een natuurlijk gevolg, en het +omgekeerde van hetgeen hooger van de stoomwording gezegd is.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h7" id="h7"></a>§ 7.</h2> + + +<p>Als nu, moeten wij onze lezers met andere beginselen bekend maken. +Men neme eene glazen pijp of buis 8-1/2 palm lang, aan eene einde goed +digt gesloten, doch aan het andere open. Deze pijp vulle men naauwkeurig +met kwik, en dompele het opene einde in eenen bak, die met dezelfde +vloeistof gevuld is. Hierbij zal men gewaar worden, dat slechts een +gedeelte kwik uit de buis in den bak zal vloeijen, zoo dat ongeveer 7 +palm en 6 <span title="1 duim = 1 cm" style="border-bottom: 1px green dotted;">duim</span>, (gemeten uit de oppervlakte van het kwik in den bak), in +de pijp zal blijven staan, en dat eene ledige ruimte boven bij den top +der pijp bestaat. Hierbij hebben wij ondersteld dat de pijp loodregt +gehouden wordt, of zoodanig, dat eene loodlijn met den stand der buis +evenwijdig is, in het wetenschappelijke zegt men: de buis staat +perpendiculair op het vlak der vloeistof. Zoo wij nu aannemen, dat, +terwijl het ondereinde steeds in het kwik gehouden wordt, de buis naar +de eene of andere zijde overhelt, dan zal men gewaar worden, dat het +kwik in dezelve meer pijplengte zal innemen, zonder dat echter de +loodregte of perpendiculaire hoogte van het kwik boven het oppervlak in +den bak, eenige verandering zal ondergaan; en zoo veel helling zal men +aan de pijp kunnen geven, dat de top der kwikkolom, aan het gesloten +boveneinde der pijp raakt. Het is geheel onverschillig welke meerdere +lengte of wijdte de pijp heeft, altijd zal men nagenoeg eene zelfde +kwikhoogte opmerken; zegge nagenoeg, om dat die hoogte van de +veranderlijke zwaarte des dampkrings afhankelijk is, gelijk later zal +opgemerkt en aangewezen worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h8" id="h8"></a>§ 8.</h2> + + +<p>Zoo wij in plaats van met kwik, diezelfde pijp met water hadden +gevuld, dan zoude men deze vloeistof geenzins hebben zien dalen; de +reden daarvan is gelegen, dat het water, ligter dan het kwik zijnde, met +die geringe hoogte geene drukkende zwaarte genoeg bezit. Voor water +zoude men eenen pijp behoeven die ongeveer <span title="Was: 14-1/2" style="border-bottom: 1px red dotted;">13-1/2</span> maal zoo lang was, +dewijl het kwik ook nagenoeg zoo veel malen soortelijk zwaarder is. In +eene loodregtstaande pijp, die <span title="Was: 12-1/2" style="border-bottom: 1px red dotted;">11-1/2</span> <span title="1 el = 100 cm" style="border-bottom: 1px green dotted;">el</span> lang is, bovenwaarts gesloten, +en met het opene ondereinde onder water gedompeld, zal dienvolgens eene +waterkolom blijven staan van ongeveer <span title="Was: 112" style="border-bottom: 1px red dotted;">103</span> palmen hoog. Indien wij nog +ligtere vloeistoffen kiezen, dan zal ook de pijp, in evenredigheid van +het soortelijk gewigt dier vloeistoffen, langer moeten zijn. De +gemiddelde hoogte der kwikkolom, 7.6 palm zijnde, is die der waterkolom +<span title="Was: 112" style="border-bottom: 1px red dotted;">103</span> palmen, eene mede evenwigtige kolom raapolie <span title="Was: 122" style="border-bottom: 1px red dotted;">112</span>, en eene van +spiritus of gewone alcohol <span title="Was: 124" style="border-bottom: 1px red dotted;">118</span> palmen hoog; allen in nabijkomende +getallen uitgedrukt. Wat van het ophouden dezer kolommen oorzaak is, +zullen wij trachten volgenderwijze te verklaren.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h9" id="h9"></a>§ 9.</h2> + + +<p>Wanneer wij, bij voorbeeld de monding van een bierglas met eene +blaas, die eenen doorgaanden en daarin digt gebondenen gewonen +pijpensteel bevat, sluitend overspannen, en door dien pijpensteel de +lucht uit het alzoo afgeslotene bierglas voor een gedeelte zuigen, dan +zal men zien, dat de blaas naar binnen bewogen zal worden. Dit wordt te +weeg gebragt door den druk der omringende buitenlucht, gedurende het +ijler worden der lucht, die in het glas besloten is; een verschijnsel, +dat dus eenvoudig zich zelf als 't ware verklaart. Verder: zoo wij twee +holle kommen nemen, waarvan de randen volmaakt op elkander sluiten, en +door een zeker werktuig, luchtpomp genaamd, de lucht uit de binnnenholte +trekken, dan zullen wij ondervinden, dat er eene aanmerkelijke kracht +vereischt wordt, om de twee kommen van elkander te trekken. Zoo zal, +wanneer de twee holle kommen, na op elkander gevoegd te zijn, eenen +hollen kogel vormen, waarvan de grootste middellijn of diameter niet +meer bedraagt dan 1 palm, er eene kracht van omstreeks 81 <span title="1 pond = 1000 gram" style="border-bottom: 1px green dotted;">ponden</span> +vereischt worden, om de beide halve bollen van elkander los te rukken. +Om de oorzaak van dit verschijnsel te verklaren, doen wij opmerken, dat +het eene waarheid is, dat de lucht, die wij inademen, gelijk bij de +proef met het bierglas reeds bleek, werkelijk gewigt heeft; want zoo een +holle kogel gewogen wordt, terwijl dezelve nog met lucht gevuld is, en +naderhand insgelijks op de weegschaal wordt gelegd, als de lucht er is +uitgehaald, dan zal de bol in het laatste geval minder wegen, dan in het +eerste. In der daad is ook gevonden, dat eene kubieke el drooge lucht, +die in digtheid den gemiddelden druk des dampkrings <span title="Was: wederstaat" style="border-bottom: 1px red dotted;">evenaart</span>, op de +temperatuur van 62 graden, ruim 1 pond en 2 oncen weegt. Daar dit dan +het geval is, zoo moet aangenomen worden, dat ook ieder voorwerp, een +zeker gewigt, of eene drukking van de lucht heeft te verduren, dewijl +die lucht de aarde overal omringt, en daarom dampkringsdruk genoemd +wordt.</p> + +<p>De oorzaak derhalve, waardoor de over het glas gespannene blaas naar +binnen zet, moet daarin worden gezocht, dat de buitenlucht dezelve met +kracht drukt, terwijl in de binnenruimte geen genoegzame tegendruk, door +de uitzuiging of verijling te weeg gebragt, bestaat. Deze zelfde oorzaak +geldt insgelijks, bij het tweede aangehaalde voorbeeld. Wanneer de lucht +nog in den kogel besloten is, dan drukt zij de halve bollen met dezelfde +kracht naar buiten, als de buitenlucht dezelve tegen elkander perst, zoo +dat de eene kracht met de andere evenwigt maakt, en de halve bollen +gemakkelijk van elkander verwijderd kunnen worden. Zoodra de lucht +echter uit de binnenruimte werd verwijderd, en de halve bollen luchtdigt +op elkander sloten, bestond er in de inwendige ruimte geene kracht, om +de drukking van de buitenlucht tegenstand te bieden, welke tegenstand +derhalve door eene van buiten aangewende kracht moest worden vervangen, +zoodat men het gewigt van de buitenlucht, om zoo te spreken, moest +opligten.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h10" id="h10"></a>§ 10.</h2> + + +<p>Op dezelfde wijze kunnen de daadzaken, die wij in § 7 en 8, +betrekkelijk de buis met water, olie, spiritus en kwik hebben +bijgebragt, verklaard worden. Toen wij vooronderstelden, dat de pijp met +kwik gevuld, en met het opene einde in den bak gedompeld was, bleek het +klaar, dat deze vloeistof, uit hoofde van haar gewigt, geheel uit de +buis zoude gevloeid zijn, zoo haar geen tegenstand geboden werd; en wel +tot zoo ver, dat de oppervlakte van het kwik in den bak met die in de +buis dezelfde hoogte bereikte. Wij hebben echter doen opmerken, dat dit +werkelijk het geval niet is, maar dat het kwik tot op eene hoogte van +ongeveer 7.6 palm in de buis hangen bleef. De verklaring van dit +verschijnsel is de volgende. Daar de buis of pijp geheel en al met kwik +gevuld is, zoo bevindt zich geene de minste lucht in dezelve, het kwik +zou bij het omkeeren ook werkelijk geheel naar beneden storten, in geval +het opene ondereinde der pijp in geen' bak met kwik gedompeld stond; +dewijl nu de lucht, overal op het oppervlak van het kwik in den bak +drukt, uitgezonderd voor dat onbelemmerd klein gedeelte, dat het +inwendige der pijp omvat, en waartoe de buitenlucht niet kan naderen, zo +moet het kwik noodzakelijk, op eene zekere hoogte in den pijp blijven +staan, opdat de zwaarte van die kolom, met de luchtdrukking of +dampkrings-lucht daar buiten, evenwigt make. Ten duidelijkste kan dit +ook bewezen worden door de pijp met stoom te vullen, en dan het opene +eind in den kwikbak te dompelen. Wanneer als dan de stoom tot beneden +212 graden verkoeld is, (op welken graad dezelve, zoo als vroeger in § 6 +is aangetoond, tot water overgaat, en als zoodanig eene 1700 maal +geringere ruimte inneemt, dan in den toestand van stoom zelven,) dan zal +het zich vormende water slechts een 1700ste deel der ruimte van de pijp +innemen, en dezelve tevens luchtledig laten. Bij dezen stand van zaken +zal de lucht op de oppervlakte van het rondom gelegene kwik persen, en +hetzelve noodzaken, tot op de reeds opgegevene hoogte van 7.6 palm te +stijgen, daar die vloeistof ook natuurlijk naar dien kant uitwijkt, +alwaar zij geenen tegenstand ondervindt. In § 8 hebben wij echter doen +opmerken, dat water veel hoogeren stand in de pijp behoudt, en olie of +spiritus nog hooger. Wat zou nu de oorzaak van dit onderscheid in hoogte +anders kunnen zijn, dan het onderling verschil in soortelijk gewigt +dezer vloeistoffen zelven? Het is klaar, dat eenige vloeistof uit het +ondereinde van de buis zal vloeijen, zoo lang het gewigt van dezelve +grooter is, dan de kracht, die tegenstand biedt, of die haar in de buis +tracht op te houden. Deze kracht nu is de drukking van den dampkring op +de oppervlakte van de vloeistof in den bak, waarin het opene einde +gedompeld is. Zoo wij nu aannemen, dat de opening aan dit ondereind van +de buis juist eene vierkante duim is,<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor">[2]</a> dan zullen wij door +naauwkeurige waarnemingen ondervinden, dat de gemiddelde druk des +dampkrings, bij eene temperatuur van 62 graden, evenwigt maakt met eene +kwik-water-olie- of spirituskolom, die met zulk een grondvlak 103.3 +<span title="1 lood = 10 gram." style="border-bottom: 1px green dotted;">looden</span> weegt; zegge gemiddelde druk, om dat de dampkring aan meer of +mindere zamenpakking onderhevig is, en behalve dat de dampkringshoogte +mede invloed heeft, zoodat gemeld gewigt van het gemiddeld oppervlak des +Oceaans geldt. Den gemiddelden druk des dampkrings dus voor een +oppervlak, dat een vierkante duim groot is, kennende, zoo is deszelfs +druk voor eenig ander oppervlak daarna te berekenen:—Thans moet nog +gezegd worden, dat de door den dampkring op gehoudene kwikkolom in eene +glazen pijp, waarvan boven gesproken werd, den algemeen bekenden +Barometer is. De Barometer is dus een werkelijke weger van den +dampkring; men weet dat de kwikhoogte in dat Instrument aan dagelijksche +verandering onderhevig is, dat is: het zwaarte verschil des dampkrings +volgt, en dat wij daardoor tot weervoorspellingen in staat geraken. +Tusschen deze veranderingen heeft men eenen gemiddelden stand gekozen, +die de gemiddelde stand des Barometers, of de gemiddelde druk des +dampkrings, boven gebezigd, genoemd wordt. Vervolgens heeft de meer of +mindere verheffing van den kwikbak des Barometers ook invloed op +deszelfs stand, omdat de hoogte des dampkrings daarvan afhangt, van daar +de bepaling: gemiddelde stand des Barometers aan het gemiddeld oppervlak +des Oceaans; alzoo is de gemiddelde stand des Barometers aan het +gemiddeld oppervlak des Oceaans, bij eene temperatuur van 62 graden, +naauwkeurig, 7.62 palm, welke kwikhoogte als boven gezegd is, per +vierkante duim met 103.3 loden drukt.</p> + +<div class="figright" style="width: 100px;"> +<img src="images/014.jpg" width="100" height="86" alt="Tekening van een vierkant" title="" /> +<span class="caption">Vierkant</span> +</div> +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> Wanneer wij een stuk papier nemen en hetzelve in eenen +vierkanten vorm snijden, zoodat de zijden AB, AD, CB, en CD gelijk zijn, en +ieder eenen duim lengte hebben, terwijl de hoeken regt of winkelhaaksch +zijn, dan wordt de alzoo ingeslotene ruimte, een' vierkanten of kwadraat +duim genoemd.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h11" id="h11"></a>§ 11.</h2> + + +<p>Met deze weinige kundigheden zijn wij reeds in het bezit van de +belangrijkste grondbeginselen, waarop de werking van het stoomwerktuig +berust, en waarvan wij thans het gebruik zullen verklaren. Het kan +echter niet ongepast zijn, om dezelven in het kort te herinneren, daar +zij in het vervolg menigwerf zullen te pas komen. De grondbeginselen dan +zijn: 1º. Het water zet uit, of vermeerdert in uitgebreidheid, wanneer +hetzelve verhit wordt. 2º. Wanneer het water tot op het <i>kookpunt</i> (212 +graden) verhit wordt, gaat deze vloeistof tot stoom over, en neemt in +dien staat een 1700 maal grootere ruimte in. 3º. Dat de verborgene +warmte van waterstoom 1000 graden bedraagt. 4º. Zoo de stoom tot beneden +de 212 graden wordt afgekoeld, verdikt dezelve tot water, en vermindert +1700 malen in uitgebreidheid, terwijl de verborgene warmte weder vrij +raakt. 5º. De dampkring oefent gemiddeld eene bestendige drukking uit, +die aan de oppervlakte van de aarde, welke met het gemiddeld oppervlak +des Oceaans overeenkomt, een vermogen uitoefent van 103.3 looden op +elken vierkanten duim, of die op iedere vierkante palm, met een gewigt +van 103.3 ponden drukt, welk gewigt, overeenkomstig den stand des +Barometers, aan wijziging onderworpen is.</p> + +<div class="figcenter"> +<img src="images/020.jpg" width="75%" height="75%" alt="Figuur 2" title="Figuur 2" /> +</div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h12" id="h12"></a>§ 12.</h2> + + +<p>Onderstellen wij, dat een fornuis of vuurhaard A, zoo ingerigt is, +dat de door het vuur ontwikkelde warmte aan den ketel B wordt +medegedeeld, en het daarin vervatte water kan doen koken, en in stoom +veranderen; dat die stoom geenen anderen uitweg heeft, dan door de buis +of pijp C C, waarvan het eene uiteinde met het inwendige van den top des +ketels B gemeenschap heeft, en daaraan bevestigd is, terwijl het andere +einde met het benedengedeelte van den cilinder D mede gemeenschap heeft. +Aan het ondereinde van deze buis bevindt zich eene kraan J, op de gewone +wijze ingerigt. Door middel van deze kraan is men in staat, om de +gemeenschap tusschen den ketel B en den cilinder D af te sluiten, of +daar te stellen, zoo dat men naar goedvinden, alleen door het omdraaijen +van deze kraan, den stoom toegang naar den cilinder verschaffen kan of +niet. Aan de tegenovergestelde zijde van den cilinder D bevindt zich, +nabij den bodem, eene andere pijp K, waardoor eene gemeenschap +daargesteld wordt tusschen den cilinder en eenen bak koud water I. Deze +gemeenschapsbuis is insgelijks met eene kraan K voorzien, zoo dat men +mede naar goedvinden, de gemeenschap tusschen den koudwaterbak en den +cilinder afsluiten kan. De cilinder is van gegoten ijzer vervaardigd, en +van binnen volmaakt gelijkwijdig rond geboord. In den cilinder sluit een +uit gegoten ijzer, of uit metaal bestaande, zuiger E, die rondom met +eene uitzetbare zelfstandigheid, hennep of vlas, is ompakt, ten einde +dezelve volmaakt sluitende zij, en nogtans gemakkelijk op en neder +bewogen kan worden, zonder de minste lucht of stoom tusschen zich en den +binnenwand van den cilinder door te laten. Aan dezen zuiger is eene +stang, waaraan in deze schets, eene beweegbare ketting F F, als +verbonden, is afgebeeld, die, over eene beweegbare schijf of spoorwiel G +geslagen, aan het andere einde met een gewigt H, voor tegenwigt, +bezwaard is; en wel zoodanig, dat wanneer de zuiger geene verhindering, +dat is onder en boven gelijken tegenstand ondervindt, deze altijd, door +dit tegenwigt, naar het bovendeel des cilinders gevoerd wordt.</p> + +<p>Een en ander op deze wijze ingerigt zijnde, zoo vooronderstel, dat het +vuur in het fornuis A worde opgestookt, en dat het water in den ketel B +aan het koken geraakt, dan zal, bijaldien de kraan J open is, de stoom, +die van de oppervlakte des waters uit den ketel stijgt, door de pijp C C +in den cilinder D dringen, zorg gedragen zijnde, dat de kraan K, +waarmede de gemeenschap met den koudwater bak I daargesteld wordt, zoo +lang gesloten blijft. Het gedeelte van den cilinder beneden den zuiger E +zal dus spoedig met stoom gevuld wezen, en zoo men, daarop de kraan J +sluit, wanneer den zuiger, door de toevloeijing der stoom om hoog +gerezen is, zal de gemeenschap tusschen den ketel en cilinder afgesloten +zijn. Thans opene men de kraan K, zoo dat daardoor eenig koud water uit +den koudwaterbak I in den cilinder vloeit, waardoor, volgens § 8, de +stoom tot beneden 212 graden zal worden bekoeld, en derhalve, zich +verdikkende, nu, in plaats van de geheele ruimte beneden den zuiger E, +slechts omstreeks het 1700ste gedeelte zal innemen, hetwelk dus met de +hoeveelheid koud water, dat uit den bak I is ingedrongen, een +betrekkelijk klein gedeelte der ruimte van den cilinder beslaan zal. +Deze ruimte zal dan nagenoeg volkomen ledig zijn, en zeer weinig +tegendruk zal tegen het ondervlak des zuigers bestaan. De volle +dampkring echter drukt op de bovenvlakte van den zuiger, en oefent een +vermogen uit, om dien naar beneden te drijven, alzoo hij nu aan de +onderzijde bijna geenen tegenstand ondervindt. Hierdoor zal derhalve de +zuiger dalen, den ketting F F met zich medevoeren, en dus het gewigt H +doen rijzen. Zoo men vervolgens door de kraan, die in den bodem van den +cilinder geplaatst, en in de afbeelding slechts met flaauwe trekken +aangewezen is, het water laat afloopen, dan zal, na sluiting van alle +drie de kranen, de zuiger zich aan het benedeneinde van den cilinder +bevinden, en door de drukking van den dampkring in dien stand gehouden +worden. Men opene vervolgens de kraan J, waardoor op nieuw den stoom +toegang in het benedengedeelte van den cilinder verschaft wordt, welke +stoom, wanneer die gelijke kracht met de drukking van den dampkring +uitoefent, den zuiger met hetzelfde vermogen zal opdrijven, als dezelve +door den eersten wordt nedergedrukt, zoodat de drukking op het boven- en +benedenvlak aan elkander gelijk is, en toelaat, dat de zuiger even zoo +gemakkelijk naar boven als naar beneden bewogen kan worden, even alsof +er geen stoom of dampkring bestond. Daar nogtans het gewigt H, het +vermogen heeft, om den ketting F, die aan den zuiger vast is, naar +beneden te trekken, zoo zal die zuiger eene meerdere neiging hebben om +te stijgen, hetwelk ook werkelijk het geval zal zijn, zoodat hij wederom +de stelling aanneemt, die in de afbeelding is voorgesteld. Hierop sluite +men wederom de kraan J en opene de koudwaterkraan K, waardoor de stoom +andermaal verdikt zal worden, geene drukking beneden den zuiger zal +plaats hebben, en deze dus wederom door de drukking van den dampkring +naar beneden of naar den bodem van den cilinder bewogen zal worden. Door +deze bewerking kan men de beweging des zuigers zoo menigmaal herhalen +als men verlangt, en aan denzelven eene op- en neergaande beweging in den +cilinder mededeelen.</p> + +<p>Met betrekking tot dusdanigen toestel moeten wij alleen doen opmerken, +dat het water, hetwelk ter verdikking van den stoom gebezigd, zoowel als +dat, hetwelk door den overgang van stoom tot water geboren wordt, +gestadig moet worden afgetapt, door den kraan in den bodem des +cilinders; dewijl bij gebreke van dien, dit gezamenlijke water, +eindelijk den ganschen cilinder zoude vullen, en dus de beweging van den +zuiger onmogelijk maken. Bovendien is aanvankelijk onder den zuiger +eenige lucht in den cilinder aanwezig welke men door deze bodemkraan, +vóór het indringen van den stoom uitgang moet geven, dat is alleen, vóór +het eerste in beweging stellen des zuigers. Behalve dat, ontwikkelt zich +uit het koelwater ook nog eenige lucht, die mede telkens, bij het +ontlasten van dit water, uit den cilinder uitgedreven wordt.</p> + +<p>Deze eenvoudige toestel is nu in der daad een stoomwerktuig, en de lezer +zal wel doen, om met aandacht de beschrijving na te gaan, die wij van +denzelven gegeven hebben; want door het goed begrijpen van de +grondbeginselen der werking, zullen de volgende beschrijvingen des te +gemakkelijker verstaan worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h13" id="h13"></a>§ 13.</h2> + + +<p>Bij eenige opmerkzaamheid zal men gewaar worden, dat het nut door +het eenvoudig op- en neêrgaan van het gewigt H, van wege de +overeenkomende beweging van den zuiger, zeer beperkt is. Doch men kan +het eene einde van ketting F, in plaats van met een gewigt H, met den +stang van eenen waterpomp-zuiger verbinden, ter opbrenging van water, in +welke gesteldheid die stang een toereikend gewigt zal moeten hebben, +niet alleen om den stoomzuiger tot aan het boven einde des cilinders te +trekken, maar ook, om den waterpomp-zuiger tevens naar beneden te +drijven, wanneer door het openen der sluitkraan J aan den stoom onder +den zuiger, toegang verschaft wordt.</p> + +<p>Nu gaan wij over om in de volgende § het stoomwerktuig te beschrijven, +dat NEWCOMEN het eerst bezigde, om water uit mijnen op te brengen, en +welk toestel eenen geruimen tijd daarvoor is gebruikt geworden, op +hetzelfde grondbeginsel rustende, hetwelk wij in de voorgaande +afbeelding hebben voorgesteld.</p> + +<div class="figcenter"> +<img src="images/024.jpg" width="50%" height="50%" alt="Stoomwerktuig van NEWCOMEN" title="" /> +</div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h15" id="h15"></a>§ 15.</h2> + + +<p>Onder en om eenen sterken, deels bemetselden ketel <i>b</i>, bevindt +zich eene stookplaats of haard <i>f</i>. De hals <i>p</i> van den ketel, met eene +kraan <i>u</i> voorzien, is vereenigd met den zuiver gelijkwijdig +uitgeboorden cilinder, waarin zich een zuiger <i>w</i>, volmaakt digt +sluitend, op en neder kan bewegen. Aan dezen zuiger bevindt zich eene +stang <i>x</i>, waarvan het boveneinde vastgemaakt is aan een' ketting, die +zich over een cirkelvormig gebogen stuk hout <i>z</i> voegt, en daaraan +bovenwaarts is vastgehecht. Dit gebogen stuk hout vormt het eene +uiteinde van eenen hefbalk of balans <i>z a b</i>, die op eene spil of as <i>a</i> +beweegbaar is, en aan het einde <i>b</i>, even zoo gevormd is in cirkelboog, +als bij <i>z</i>.</p> + +<p>Het boogstuk <i>b</i> des hefbalks is ook met eenen daaraan bevestigden +ketting <i>d</i> voorzien, welks ondereinde vastgemaakt is, aan eene +zuigerstang <i>ee</i> van eene pomp in den put of de wel <i>f</i> geplaatst, +waarmede het water uit de diepte kan worden opgebragt bij <i>r</i>; <i>gg</i> is +het tegenwigt met de zuigerstang <i>ee</i> verbonden en dat met het +nederdrukken des waterpompzuigers, tevens den zuiger <i>w</i> in den +stoomcilinder ophoudt.</p> + +<p>De as <i>a</i>, is met de balans (welke benaming wij bij voorkeur zullen +blijven bezigen) hecht vereenigd, en draagt in holle metalen kussens +boven op eenen stevigen tusschenmuur van het gebouw; zoo dat de rigting +der beweging van de balans aan geene verandering onderhevig is. Tegen +den tusschenmuur is een bak <i>l</i> gevoegd, waarin zich koud water bevindt, +dat door eene pijp <i>nn</i> tot onder den zuiger <i>w</i> in den stoomcilinder +kan komen, wanneer de kraan <i>o</i> dezer pijp geopend is; terwijl door eene +andere pijp <i>qq</i>, het in den stoomcilinder gestroomde water, met hetgeen +de verdikte of gecondenseerde stoom oplevert, ontlast; deze laatste pijp +bevat bovendien eene benedenwaards openende klep, (in de figuur niet +afgebeeld) die belet, dat het ontlaste water weder in het luchtledige +des stoomcilinders opstijge; ook moet men zich nabij den cilinderbodem, +eene kleine naar buiten openslaande klep, snuifklep genaamd, denken, +(mede in de figuur niet zigtbaar) waardoor de lucht, die zich uit het in +den cilinder gestroomde water ontwikkelt, bij elken nederslag van den +stoomzuiger, ontsnapt.—<i>m m</i> is eene pijp waardoor de koudwaterbak +gevuld gehouden wordt, en <i>h</i> wijst de belading aan, van eene op den +ketel <i>b</i> geplaatste veiligheidsklep, over welke inrigtingen ter regter +plaatse zal gehandeld worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h16" id="h16"></a>§ 16.</h2> + + +<p>Na uitleg van deze figuur, zal nu die der werking niet moeijelijk +zijn. De ketel <i>b</i> wordt met eene toereikende hoeveelheid water gevuld, +en het vuur in het fornuis <i>f</i> opgestookt. Wanneer dan het water kookt +en stoom ontwikkelt, wordt de kraan <i>u</i> des ketels geopend, waardoor de +stoom in den cilinder dringt, terwijl men tevens, den zoo even gedachten +snuifklep open houdt, zoo lang tot dat de lucht, welke zich nu bij den +aanvang onder den zuiger <i>w</i> in den cilinder bevindt, daardoor is +ontsnapt. Gedurende deze toevloeijing van stoom uit den ketel, zal als +nu door behulp van het tegengewigt <i>gg</i>, de zuiger <i>w</i>, in den cilinder +opstijgen, terwijl de zuigerstang <i>ee</i> van de waterpomp in den put <i>f</i> +nedergedrukt wordt. De zuiger <i>w</i> deszelfs hoogsten stand bereikt +hebbende, zoo sluit men den toegang van den stoom met de kraan <i>u</i> af, +opent daarna de kraan <i>o</i> van de pijp <i>nn</i>, waardoor dan dadelijk koud +water uit den bak <i>l</i> in de cilinderruimte zal stroomen, hetwelk den +daarzijnden stoom tot water verdikt of condenseert en die ruimte +luchtledig maakt.</p> + +<p>Den tegenstand onder den zuiger <i>w</i> aldus zoogezegd verniettegende, zoo +zal dezelve door den druk of het gewigt des dampkrings dalen, welks +druk, overeenkomstig hetgeen wij hooger gezegd hebben, nabij zoo veel +malen 103.3 ned. ponden zal bedragen, als het oppervlak van den zuiger +<i>w</i>, vierkante ned. palmen bevat.</p> + +<p>De zuiger <i>w</i> met zulk een drukvermogen dalende, is nu in staat, met het +tegenovergesteld balanseinde <i>b</i>, den pompzuiger in den put, met het +daarop staande water, omhoog te heffen, om hetzelve bij <i>r</i> te +ontlasten.</p> + +<p>Wanneer de zuiger <i>w</i>, in deze manier weder nabij den cilinderbodem +genaderd is, moet de kraan <i>o</i> (waaraan de eigenaardige naam van +inspuit- of injectiekraan gegeven wordt) gesloten, en vervolgens de kraan +<i>u</i> des ketels open gezet worden; als dan zal, met de weder toevloeijing +van stoom onder den zuiger <i>w</i>, het in den cilinder gestroomde water, +met hetgeen de gecondenseerde stoom gedurende de daling des zuiger heeft +opgeleverd, door de pijp <i>qq</i> wegvallen, terwijl de ontwikkelde lucht +uit dat water, door de boven gedachte snuifklep (waaraan weinig zwaarte +gegeven is) als van zelve zal ontsnappen. Met het open zijn der +ketelkraan <i>u</i>, zal de rijzing van den stoomzuiger en de daling van den +waterpompzuiger weder aanvangen, om onder de aangewezene behandeling der +kranen, eene op- en nedergaande beweging der zuigers te onderhouden, +waardoor het water uit den put <i>f</i> wordt opgebragt.</p> + +<p>Op zoodanige wijze is die eenvoudige stoommachine zamengesteld; doch wij +zullen zien, dat daaraan nog veel ontbreekt, om aan eene geregelde en +vertrouwde werking te voldoen. Onder anderen wordt hierbij steeds iemand +vereischt, die de kranen op de juiste tijden opent en sluit, en waarvan +de goede en regelmatige gang geheel afhangt. Insgelijks zal er nog +iemand noodig zijn om den koudwaterbak gevuld, of toereikend met water +voorzien te houden, terwijl tevens een derde moet zorg dragen, dat naar +gelang het water in den ketel verkookt, dit met ander wordt aangevuld.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h17" id="h17"></a>§ 17.</h2> + + +<p>Sedert de uitvinding van het stoomwerktuig hebben de +werktuigkundige onderscheidene middelen bedacht, om boven gezegde +bewerkingen, door het werktuig zelf, te doen verrigten, en alzoo zich +zelf in gang te houden. Het zou te ver buiten ons bestek leiden, om al +de uitvindingen te verklaren, die voor dat doel gemaakt zijn, zoowel als +van anderen te gewagen, die strekken, om de machine onafhankelijk te +maken van toevalligheden of uitwerkselen, die het gevolg van verzuim, of +onbedrevenheid van de zijde des gebruikers kunnen zijn.</p> + +<p>Het voornemen is alleen, om onze lezers bekend te maken, met de +inrigting van het stoomwerktuig in het algemeen, waarna wij het aan hen +zelven zullen overlaten, om de geschiedenis na te gaan, van die +verschillende inrigtingen, die men van tijd tot tijd heeft voorgeslagen +en in het werk gesteld, en waarmede verschillende tijdschriften, die +over de werktuigkunde handelen, nog dagelijks gevuld zijn.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h18" id="h18"></a>§ 18.</h2> + + +<p>Voordat wij echter verder gaan, moeten wij eene zeer gewigtige +eigenschap van den stoom, waarvan wij nog geene melding gemaakt hebben, +doen opmerken. De door ons tot dus verre beschouwde stoom is die, welke +ontstaat bij eene temperatuur van omstreeks 212 graden, en is in +uitzettend vermogen of spanning gelijk aan den gemiddelden druk des +dampkrings: want zoo wij zoodanigen stoom, in eene beslotene ruimte doen +vloeijen, waarvan de wanden zeer ligt breekbaar zijn, bijv: eenen glazen +bol, dan zal de buitenlucht niet in staat zijn, om die wanden in te +drukken, noch de daarin besloten stoom, die uit te zetten, omdat de +drukking der lucht buiten, gelijk staat, of evenwigt maakt, met de +spanning van den stoom binnen. Wanneer de ketel, waarin de stoom zich +vormt, gesloten wordt gehouden, en het daaronder bestaande vuur blijft +werken, dan zal het water en de stoom eene hoogere temperatuur dan 212 +graden aannemen. Met eene steeds toenemende temperatuur, zal de stoom in +eenen geheel geslotenen ketel, eene zoodanige kracht verkrijgen, in +staat, om den ketel, hoe sterk ook, met geweld te doen bersten.</p> + +<p>Stoom op de temperatuur van 212 graden, maakt evenwigt met den +dampkringsdruk, die in gemiddelde omstandigheden, met 103.3 ned. looden +per vierkante ned. duim overeenkomt; men zegt om die rede: stoom op 212 +graden, heeft het vermogen van eenen dampkring of atmospheer; maar +aangezien in alle tot heden gebruikelijke stoomwerktuigen, altijd stoom +gebezigd wordt, die boven den dampkringsdruk is gespannen, zoo is men +gewoon, alleen het verschil te noemen, of de meerdere spanning van den +stoom boven den druk des dampkrings; alzoo zegt men: stoom op 234 graden +temperatuur is op een' halven atmospheer gespannen, dat is: die boven +den gemiddelden druk des dampkrings met 51.7 ned. looden belading per +vierkante ned. duim evenwigt maakt, latende dus de 103.3 ned. looden +voor eenen dampkring onvermeld; gelijkerwijze is stoom op 250-1/2 gr. +aan een' atmospheer, (103.3 ned. looden per vierkante ned. duim)—stoom +op 264 gr. aan een' en een' halven atmospheer (155 ned. looden per +vierkante ned. duim)—stoom op 275 gr. aan twee atmospheren. (206.6 ned. +looden per vierkante ned. duim)—stoom op 285 gr. aan twee en een' halve +atmospheer (258.2 ned. looden per vierkante ned. duim)—stoom op 294 gr. +aan drie atmospheren (309.9 ned. looden per vierkante ned. duim)—stoom +op 302 gr, aan drie en een' halven atmospheer (361.5 ned. looden per +vierkante ned. duim)—stoom 309 gr. aan vier atmospheren. (413.2 ned. +looden per vierkante ned. duim) en stoom op 321-1/2 graden temperatuur +aan de drukking van vijf atmospheren (516,5 ned. looden per vierkante +ned. duim) gelijk; terwijl volgens het tot nu hier te lande geldende +koninklijk besluit: gespannen stoom beneden eenen halven atmospheer: +stoom van lage drukking, daar boven tot drie en eenen halven atmospheer, +stoom van middelbare drukking, en hooger gespannen, stoom van hooge +drukking genoemd wordt; wel te verstaan, boven den gemiddelden +dampkringsdruk.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h19" id="h19"></a>§ 19.</h2> + + +<p>Laat ons nu overgaan tot de beschrijving der zamenstelling van +eenen <i>stoomketel</i>, en tevens daarbij in acht nemen den toestel, +waardoor de toevoer van stoom als andersints wordt geregeld. Deze ketel +bestaat gewoonlijk uit ijzeren, of somtijds ook uit koperen platen, die +op het hechtst en volkomen luchtdigt aaneengeklonken zijn, en waarvan de +vorm, voor stoom welke een' halven atmospheer niet te bovengaat, +overeenkomt, met eene langwerpig vierkante kast met rond gewelfden top. +De bodem en zijwanden zijn een weinig binnenwaarts gekromd, doch het +bovengedeelte is cirkelvormig gebogen. De volgende plaat is eene +afbeelding daarvan, waarbij voorondersteld wordt: dat dezelve overlangs +middendoor is gesneden. A is de stookplaats of vuurhaard, waarin op +ijzeren roosterstaven het vuur brandt, boven eene aschkolk, die tevens +tot doorstrooming van versche lucht dient. Het vuur beslaat, in lengte, +hier meer dan het derde gedeelte van de geheele lengte des ketels, en +moet van tijd tot tijd, wanneer men steenkolen tot brandstof bezigt, van +slakken of sintels gezuiverd worden, terwijl de asch door de roosters +naar beneden in de kolk valt. De ontvlamde rook strijkt over de brug +<i>b</i>, die uit vuurvaste steenen bestaat langs den ketelbodem, en klimt in +de rookleiding N N, die rondom den ganschen ketel in het metselwerk is +gemenageerd; stijgt van daar in den schoorsteen X ter ontlasting in de +opene lucht; alles derwijze ingerigt, opdat de hitte van den deels +vlammenden rook de grootst mogelijke oppervlakte van den ketel raakt, +ten einde aan het daarin vervatte water de meeste warmte mede te deelen.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 75%;"> +<img src="images/031.jpg" width="75%" height="75%" alt="Dwarsdoorsnede van een stoomketel" title="" /> +</div> + +<p>Zoo als in de afbeelding gezien wordt, is de ketel over de helft met +water gevuld, en de rookleiding daaromheen niet boven de oppervlakte des +waters verheven. Door de werking van het vuur tegen den bodem, en van +den verhitten rook of het gaz op de zijwanden, wordt nu stoom in den +ketel ontwikkeld, die vervolgens door den buis I in den cilinder kan +vloeijen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h20" id="h20"></a>§ 20.</h2> + + +<p>Het is een noodzakelijk vereischte, dat de stoom de benodigde +krachtspanning niet te boven ga, daarmen anders stoom of vuur verspilt +of wel den ketel in gevaar brengt. Om dit voor te komen, maakt men +gebruik van eene <i>veiligheidsklep</i>, bij V <i>f w</i> aangeduid, en waarvan +men de werking gemakkelijk zal kunnen begrijpen. In het hoogste gedeelte +van den top des ketels is namelijk eene cirkelronde opening, met metalen +rand voorzien, gemaakt, welke door eene volmaakt digt sluitende metalen +plaat, klep genoemd, gedekt wordt. Op het midden dezer klep bestaat eene +opstaande stang, die vrijelijk met eenen liggenden hefboom <i>f w</i> +gemeenschap heeft. Deze hefboom, die beweegbaar is, drukt op de +opstaande stang der klep, door middel van bij <i>w</i>, aangehangen gewigt, +en houdt aldus deze klep op derzelver rand digt gesloten. Men noemt dit +gewigt de belading van de veiligheidsklep, welke vergroot wordt, naar +gelang het gewigt <i>w</i>, naar het uiteinde van den hefboom wordt +verplaatst. Na een weinig overweging zal men dus bevatten, dat niet +alleen het gewigt dezer klep, maar ook derzelver belading, door de +stoomspanning binnen den ketel, moet overwonnen worden, om dezelve te +doen ligten, en dat de stoom daarvoor altijd meer vermogen moet hebben, +dan met den enkelen druk des dampkrings overeen komt; want de dampkring +drukt, behalve de aangebragte belading, ook op de klep. Het gewigt kan +overigens, het zij door verplaatsing, of door verandering met eenig +ander, gewijzigd worden, naar gelang het behouden van eene zekere +stoomspanning, in verband met de sterkte des ketels, zulks eischt; +zoodat dusdanige toestel met regt den naam van veiligheidsklep draagt, +wanneer te hoog gespannen stoom zich daardoor ontlast.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h21" id="h21"></a>§ 21.</h2> + + +<p>Behalve dit is het nog noodzakelijk, om te voorzien tegen elke +geringe verandering in de spanning van den stoom, daar het van groot +belang voor de geregelde werking van de stoommachine is, dat de veer- of +spankracht van den stoom steeds dezelfde zij. Te dezen aanzien maakt men +gebruik van eenen zeer vernuftig uitgedachten toestel, welke men eenen +zich zelven regulerenden <i>demper</i> zou kunnen noemen, en die op de +volgende wijze is ingerigt. Aan het gedeelte van den ketel, nabij den +schoorsteen, is in den top van denzelven eene opstaande buis of pijp L +L, aan beide einden open, ingesloten. Het ondereinde van deze pijp reikt +tot in het water binnen den ketel. Daarin hangt een cilinder van gegoten +ijzer aan eenen ketting, die over schijven P P loopt, en aan welks ander +einde eene plaat D hangt. Deze plaat, <i>schoorsteenregister</i> of <i>demper</i> +genoemd, kan zich vrijelijk in sponningen op en neder bewegen, en alzoo +de beneden opening van den schoorsteen X, waarin de rookleiding van om +den ketel uitloopt, meer of minder sluiten. Daar nu in de buis L L het +kokende water wordt opgedrongen, (overeenkomstig het verschil tusschen +de spanning van den stoom met de drukking des dampkrings,) en daar de +lengte des kettings, die over de schijven P P loopt, met het +betrekkelijk gewigt van den ingehangen cilinder en demper D, derwijze is +geregeld, dat deze cilinder altijd het oppervlak van het in de buis L L +staande water, volgt, zoo zal de demper D moeten zakken, wanneer het +water en de cilinder in de buis L L rijst, hetgeen met vergroote +stoomspanning door opdrijving van het water in de buis L L moet +gebeuren. De demper D aldus zakkende, wordt de beneden opening van den +schoorsteen verkleind, waardoor de trekking, en het daarvan afhankelijk +vermogen van het vuur, vermindert, en diensvolgens mindere +stoomontwikkeling of verhitting plaats vindende, de stoom in spanning +moet verminderen of afnemen, tot de primitief bepaalde maat, die altijd +zoodanig geregeld is, van ruim onder de spanning te zijn, welke tot het +ligten der veiligheidsklep vereischt wordt. Het tegenovergestelde van +dit alles zal plaats grijpen, wanneer de stoomspanning binnen den ketel +beneden de aangenomene maat daalt: want dan zal het water met den +cilinder in den buis L L dalen, en den demper D doen ligten; waardoor +het vuur heviger trekking ondergaat, dus feller branden zal, en de stoom +in spanning stijgt, tot zoo lang de demper D weder de bepaalde opening +voor de juiste trekking des vuurs zal hebben daargesteld.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h22" id="h22"></a>§ 22.</h2> + + +<p>De lezer zal gereedelijk opmerken, dat teneinde dezen toestel +volmaakt te doen werken, het water in den ketel steeds volkomen op +dezelfde hoogte gehouden moet worden: want daar deze vloeistof, door het +gestadige verbruik van den stoom, aan eene gedurige vermindering +onderworpen is, zoo daalt de oppervlakte aanhoudend, en dus ook het +water met den cilinder in de pijp L L, waardoor de demper D rijst, het +vuur dus steeds meer en meer aanwakkeren en de stoom eene grootere +spankracht verkrijgen zoude. Om dit te voorkomen, bezigt men eenen +anderen daarmede verbondenen toestel, waardoor de ketel voortdurend van +eene zelfde hoeveelheid water voorzien blijft, niettegenstaande het +verlies daarvan door verbruik van stoom; dit wordt voeding-toestel +genoemd en de toerigting daarvan is als volgt:</p> + +<p>Op den top der buis L L (zie Figuur 2) bestaat eene +verwijding, die eenen waterbak aldaar daarstelt; in het midden van +welken eene doorgaande opene buis staat, waardoor de ketting van den +cilinder vrijelijk beweegt, en het inwendige der buis L L gemeenschap +met de dampkringslucht doet behouden; in den bodem van den hier +aangeduiden waterbak is eene opening (in de figuur ter vermijding van +verwarring niet afgebeeld,) die met eene klep gedekt is, en waardoor +zich water in de buis L L kan storten. Die klep is aan eenen hefboom <i>g +t</i> E verbonden, welke in t op eene steun draait of op en neder bewegen +kan; van het uiteinde E dezes hefbooms, hangt eene dunne roede af, die +door den top des ketels B B gaande, eenen zoogenaamden drijver F draagt, +welken veelal van steen vervaardigd, voor een gedeelte in het water +gedompeld is; aan het tegenovergestelde einde <i>g</i> van den hefboom is een +tegenwigt gehangen, de betrekkelijke zwaarte van drijver en tegenwigt is +voor eene bepaalde gedeeltelijke indompeling van den drijver geregeld, +waarbij de klep van den waterbak op den top der buis L L, door den +hefboom <i>g t</i> E gesloten gehouden wordt. Wanneer dan het water in den +ketel vermindering ondergaat, zal noodwendig ook de drijver F moeten +dalen, en den hefboom bij F naar beneden trekken, waardoor de klep in +den waterbak zal geopend worden en water in de buis L L doen storten, +dat zoo lang zal aanhouden, tot dat het water in den ketel weder op de +noodige hoogte zal zijn geklommen, om door den drijver F de klep weder +te doen sluiten. Het water, dat alzoo tot aanvulling dient, wordt in den +bak op den top der buis L L, aangevoerd, door middel van eene kleine +pomp, die door de machine bewogen wordt. De plaats in den top des +ketels, bij <i>e</i> waardoor de dunne drijverroede gaat, is met eene +geslotene bos voorzien, waarin de dunne roede, in hennep of vlas gepakt, +genoegzaam vrij op en neder kan bewegen, zonder stoom door te laten; +zoodanige bos wordt pakkingbos genoemd, terwijl de buis L L veelal den +naam van voedingbuis draagt, en het daarin dienende water voeding water +genoemd wordt.</p> + +<p>Wat nu de hoogte betreft welke dusdanige voedingbuis L L behoort te +hebben, zij opgemerkt, dat het water daarin zoo veel zal moeten kunnen +opklimmen als noodig is, om de meerdere stoomspanning in den ketel boven +die des dampkrings, te kunnen tegen drukken, met nog eenige hoogte meer +tot speelruimte van den inhangenden cilinder.—Uit hetgeen wij in § 9 en +§ 11 gezegd hebben, kan men opmaken, dat wanneer de meerdere spanning +van den stoom binnen den ketel, per vierkante ned. duim, 10 ned. looden +boven die des dampkrings bedraagt, het water (hier rivierwater en kokend +heet) ruim eene ned. el in den buis L L zal opklimmen, hetgeen voor eene +vermeerdering van stoomspanning met 10 ned. looden, weder ruim eene ned. +el meer zal zijn, wel te verstaan, gemeten uit het oppervlak van het +water binnen den ketel; de meerdere stoomspanning boven den druk des +dampkrings gegeven zijnde, kan men daaruit gevolgelijk de hoogte +bepalen, tot welke het water in de buis L L klimt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h23" id="h23"></a>§ 23.</h2> + + +<p>Niettegenstaande de eenvoudigheid van den hier beschreven toestel, +en de zekerheid van de grondbeginselen, waarop een en ander rust, zoo +gebeurt het nogtans, dat een of ander daarvan in het ongerede geraakt, +waarom de bestuurder van het werktuig nog andere middelen dient te +bezitten, om zich van den waterstand binnen den ketel te overtuigen: +eene zaak die van het uiterste belang is, om dat daarvan het behoud van +den ketel afhangt, en zelfs het uit een springen van denzelven ten +gevolge kan hebben. Immers zoo keteldeelen, die met den vuurstroom in +aanraking zijn, van water ontbloot geraken, dan kunnen die <i>over-heet</i> +of gloeijend worden, in dien zachten staat geenen genoegzamen tegenstand +aan de binnen den ketel heerschende spanning bieden, en van een +scheuren; ten andere kan toevallige aanslag van water op gloeijende +plaatdeelen plotseling eene zoo groote hoeveelheid stoom voortbrengen, +dat die door de veiligheidsklep of kleppen met geene genoegzame snelheid +zich kan ontlasten, waardoor dus de ketel, met groot geweld, en gevaar, +voor de bij zijnde personen, kan uit een springen.</p> + +<p>Een der vertrouwdste middelen, is het gebruik van peilkranen, zoo als +zij in de figuur op § 19. bij W en S afgebeeld staan. De pijp van de +kraan W reikt tot een weinig beneden de gemiddelde waterlijn in den +ketel; doch de andere, van de kraan S, reikt tot even boven de +oppervlakte des waters. Ten einde zich nu te verzekeren, of het water op +de vereischte hoogte staat, behoeft de bestuurder slechts deze kranen te +openen. Wanneer dan het water door de kraan W dringt en de stoom door de +kraan S blaast, zoo is dit een teeken, dat het water in den ketel op +goede hoogte staat. Stroomt echter de stoom uit beiden, dan is dit een +teeken, dat er te min, en zoo het water uit beide kranen dringt, dat er +te veel water in den ketel is.</p> + +<p>Ook zijn zoogenaamde waterpeil buizen, met glazen pijpen voorzien, van +goede dienst, zoo die goed ingerigt zijn; want in die glazen pijpen ziet +men dadelijk de hoogte van het water zooals het binnen den ketel staat; +overigens zijn er nog andere middelen bekend, om eene bepaalde +vermindering van het water in den ketel op te merken, meer of min +onafhankelijk van de waakzaamheid des bestuurders, doch het is overbodig +die hier te beschrijven.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h24" id="h24"></a>§ 24.</h2> + + +<p>Voor ketels, die in stoomvaartuigen of voor stoomwagens, +(zoogenaamde locomotieven), dienen, geschiedt somwijlen de watervoeding +insgelijks door eenen regelenden drijver; doch over het algemeen worden +die ketels, naar aanwijzing van eenen vrijen of onverbondenen drijver, +of volgens de aanduiding van peilkranen of waterpeilbuizen, door den +bestuurder van de machine, die zulks opmerkt, naar gelang der behoeften, +met water gevoed, door middel van eene of meer kleine perspompen, welke +voor dien tijd door de machine in beweging gehouden, en na genoegzame +werking weder afgeslagen worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h25" id="h25"></a>§ 25.</h2> + + +<p>Daar zich in eenen stoomketel spoedig bezinksel vormt, en zich daar +binnen aanzet, zoo is het noodzakelijk, denzelven van tijd tot tijd schoon +te maken. Te dien einde bestaat er in het bovengedeelte van den ketel, +eene groote opening of ingang M, mangat genoemd, welke weder goed gesloten +kan worden; terwijl behalve dat, elke ketel nog nabij den bodem eene +spui-opening of spuikraan bezit, voor hetzelfde doel bestemd, doch in de +figuur niet afgebeeld.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h26" id="h26"></a>§ 26.</h2> + + +<p>Wanneer in eenen ketel de spanning van den stoom, minder wordt dan +de bestaande drukking des dampkrings bedraagt, hetgeen door verkoeling +van denzelven of soms door eene onoplettende behandeling der machine kan +geschieden, dan zoude het kunnen gebeuren, dat de ketel den druk der +buitenlucht niet wederstond en alzoo ingedrukt werd. Om dit te +voorkomen, bestaat in den top eene opening, die met eene klep, luchtklep +genaamd, gesloten wordt. Die luchtklep wordt gewoonlijk in het deksel +van het mangat geplaatst, en zal dus noodwendig, daar zij zich altijd +binnenwaarts opent, de buitenlucht in den ketel toelaten, zoodra de +stoomspanning daar binnen, minder wordt dan de dampkringsdruk; en den +ketel alzoo voor indrukken bewaren.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h27" id="h27"></a>§ 27.</h2> + + +<p>Eene ketelinrigting, zoo als op fig. 2. afgebeeld staat, wordt +voor stoomwerktuigen van zoogenaamden lagen druk gebezigd, en hoewel +hier het vuur slechts onder en om den ketel werkt, zoo heeft men +soortgelijke ketels, waar tevens de vuurstroom door eene buis binnen +door denzelven gaat. In stoomvaartuigen houden de ketels voor lage +drukking de vuurplaatsen en rookleidingen geheel met water omgeven, +zoodat het vuur binnen den ketel brandt, en de rook, mede daar binnen, +naar den schoorsteen opstijgt; ketels van middelbare of hooge drukking +zijn <span title="Was: altijd" style="border-bottom: 1px red dotted;">meestal</span> op die wijze ingerigt, en houden in velen een groot getal +kanalen of buizen, waardoor het vlammende gaz ter verwarming stroomt; +ketels van stoomwagens of zoogenaamde locomotieven houden tot dat einde +een groot getal enge pijpen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h28" id="h28"></a>§ 28.</h2> + + +<p>De stoom, die zich in den ketel vormt, vloeit door de buis I (fig. 2) +naar den cilinder van het werktuig. Voordat hij echter dit +gedeelte van den toestel bereikt, wordt de toevoer daarvan geregeld, +opdat eene bepaalde hoeveelheid in eenen bepaalden tijd toestroome. Daar +van den regelmatigen en gelijken toevoer van stoom, de gelijkmatige +werking van het werktuig moet afhangen, zoo heeft men het ook noodig +geoordeeld, dit door het werktuig zelf te doen regelen, en hieraan de +voorkeur gegeven boven het onzekere opzigt van den bestuurder. De +toestel, door middel van welken men dit doel bereikt, is even +merkwaardig, om deszelfs eenvoudigheid, als door de zekerheid, waarmede +dezelve werkt, en draagt den naam van <i>regulateur</i>. De werking van +denzelven hangt af van de eigenschappen der middelpunts-krachten, welke +wel een ingewikkeld onderwerp uitmaken, doch door de volgende verklaring +der grondbeginselen vertrouwen wij, dat onze lezers de werking van den +<i>regulateur</i> ten volle zullen begrijpen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h29" id="h29"></a>§ 29.</h2> + + +<p>Het is algemeen bekend, dat bij het met de hand rondslingeren van +eenen steen, die aan eene lijn vast is (een' zoogenaamden slinger), de +kracht waarmede de steen wegvliegt, zoo veel te grooter is, naar gelang +de snelheid van omzwaai vermeerdert; en werkelijk kan men ook deze +snelheid zoodanig doen toenemen, dat een zeer sterk touw niet in staat +zal zijn, den steen vast te houden, maar dezelve bij het breken van het +touw, zal worden voortgeworpen. In dit geval is het gemakkelijk op te +merken, dat er twee krachten werkzaam zijn; eene van dezelve drijft den +steen, om zich van de hand des slingeraars te verwijderen, terwijl de +andere, die in de sterkte van het touw bestaat, den steen naar de hand +trekt. De neiging nu, die een zoo rondgezwaaid ligchaam dringt, om weg +te vliegen, wordt de <i>middelpuntvliedende kracht</i> genoemd, terwijl het +vermogen, waardoor hetzelve naar het middelpunt trekt, de +<i>middelpuntzoekende kracht</i> genoemd wordt. Bij het handelen over deze +krachten duidt men beide aan onder den naam van <i>middelpunts-krachten</i> +(<i>centraal-krachten</i>). De toestel waardoor de toevoer van den stoom +geregeld wordt, de zoogenaamde regulateur, rust geheel en al op dit +grondbeginsel; en ofschoon het onmogelijk zoude zijn, om in een werk als +het onderhavige, hetwelk alleen bestemd is voor hen, die zich niet in de +wiskundige wetenschappen hebben geoefend, eene volledige verklaring van +deze krachten te geven, zoo vermeenen wij nogtans genoeg gezegd te +hebben, om onze lezers een algemeen denkbeeld te verschaffen van de +grondbeginselen, waarvan de werking van den toestel afhangt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h30" id="h30"></a>§ 30.</h2> + +<div class="figleft" style="width: 35%;"> +<img src="images/041.jpg" width="45%" height="45%" alt="Een regulateur" title="" /> +</div> + +<p>Door eenvoudige middelen, die naderhand zich zullen verklaren, +drijft het stoomwerktuig een rad A (zie de volgende Figuur) met eene +opstaande spil B B rond. Naar gelang dat de beweging van het werktuig +sneller is, zoo veel te sneller ook zal het rad A met de spil B B +ronddraaijen. Aan het boveneinde E van de opstaande spil bevinden zich +twee scharnieren, tegenover elkander geplaatst, die de nedergaande +stangen D en D alzoo bewegelijk gekoppeld houden en aan wier ondereinden +zware kogels C C vast zijn. De scharnieren, bij E, geven aan de stangen +D D de bekwaamheid, om zich van de spil B B te kunnen verwijderen. +Nagenoeg op de helft der stangen D D zijn twee andere stangen D G en D G +bewegelijk verbonden, welker ondereinden scharniers-gewijze vereenigd +zijn, met eenen ring of koker G G, die over de opstaande spil B B op en +neer kan glijden. Het binnengedeelte van dezen ring is zeer glad, +hetwelk insgelijks het geval is met de spil, zoodat de eerste, met zeer +weinig tegenstand of schuring, over de laatste kan heen glijden. Gezegde +ring of koker bezit buitenwaarts eene zuiver en glad bewerkte groef; in +deze groef past met genoegzame vrijheid, eene vork van het uiteinde der +hefboom H, derwijze, dat de ring in de vork gemakkelijk draait, terwijl +de vork niet boven nog benedenwaards van den ring kan geraken, maar in +de groef bepaald blijft. De hefboom H heeft vervolgens een vast +steunpunt, dat buiten de figuur gelegen is. Aan de opstaande spil B B is +eindelijk eene boogvormige gleuf F F vereenigd, waartusschen de vier +bovengenoemde stangen gemakkelijk kunnen heen en weder gaan, en welke +dient, om derzelver beweging, die wij zullen gaan verklaren, in een +zelfde vlak te houden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h31" id="h31"></a>§ 31.</h2> + + +<p>Onderstellen wij, dat het rad A door de machine wordt in beweging +gezet, dan zal de spil B B, daarmede ronddraaijen, en bij die beweging +de staven D D, met de daaraan vast zijnde kogels C C, medevoeren. In dit +geval zal men de geheele werking van den slinger hebben, door de +scharnieren bij E voor de hand van den slingeraar te houden, en de +stangen D D voor het touw, zoodat de kogels C C zullen trachten te +ontvlieden en eene dergelijke stelling aannemen, als in de afbeelding is +voorgesteld. Hoe sneller nu de beweging van de spil B B is, des te +verder zullen de kogels zich van elkander verwijderen, ja de beweging +van de spil B B zoude dermate snel kunnen zijn, dat het ontvliedend +vermogen der kogels C C sterk genoeg werd, om de slangen D D bijna in +horizontale rigting te houden, en zelfs te doen breken in geval deze +laatsten geene genoegzame sterkte bezaten. Zoo integendeel de +ronddraaijende beweging vertraagt, dan zullen de kogels meer en meer tot +de spil naderen, en bij het in rust zijn van den toestel tegen de spil +nederhangen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h32" id="h32"></a>§ 32.</h2> + + +<p>Het meer of minder verwijderen der kogels van de spil B B brengt, +door de tusschengekoppelde kleinere stangen D G, eene op en neder +beweging van den ring G G te weeg, en dus ook van de daarin gevatte vork +op het einde des hefbooms H; wanneer dus door versnelling van beweging +de kogels C C van elkander gaan, dan zal dat hefboom-einde met den ring +G G moeten rijzen, en tegenover gesteld, dalen, wanneer door vertraging +van beweging, die kogels tot elkander naderen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h33" id="h33"></a>§ 33.</h2> + + +<p>In de bovenstaande afbeelding is slechts een kort gedeelte van den +hefboom H afgebeeld, ten einde de afteekening; niet te groot te maken; +doch men moet dezelve verbonden denken met eene klep, die zich in de +pijp I van de fig. in § 19 bevindt. Deze pijp of buis wordt de +stoomlei-buis genoemd, en de hier bedoelde klep draagt den naam van +smoorklep. De wijze van verbinding van dezen hefboom met de smoorklep is +zoodanig, dat bij rijzing of daling van den hefboom, de smoorklep meer +of minder sluit, en daar die sluiting nagenoeg op dezelfde manier werkt, +als een zoogenaamde wartel in eene gewone kagchelpijp, zoo kan de +smoorklep, in zekere stelling gedraaid zijnde, den toevoer van stoom uit +den ketel geheel beletten, of meer of mindere vrijheid voor +doorstrooming laten.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h34" id="h34"></a>§ 34.</h2> + + +<p>Deze smoorklep is dan van een arm of kruk voorzien, en met den +hefboom H in verbinding gebragt, zoodaniger wijze, dat, wanneer deze +hefboom H geligt, de klep meer of minder gesloten wordt, naar gelang van de +hoogte, waarop de hefboom H gerezen is. Door ondervinding en in verband met +den aard van het werk, dat de machine verrigten moet, regelt men den stand +der smoorklep, dat is: de stoom toevloeijing door de stoomleibuis naar den +stoomcilinder voor eene doelmatige snelheid van beweging. Wordt die +snelheid door eene of andere oorzaak grooter, dan zullen de kogels van den +regulateur zich van elkander verwijderen en den ring G G met den hefboom H +ligten, waardoor dan de smoorklep de toevloeijing van den stoom door de +stoomleibuis zal belemmeren; naderen daarentegen die kogels elkander, dan +zal ring en hefboom dalen, terwijl de smoorklep vrijer doortogt aan den +stoom door de stoomleibuis geven zal; daar nu natuurlijkerwijze, meerdere +of mindere toelating van stoom in den cilinder eene meer of mindere +snelheid aan den daarin bewegenden zuiger moet geven, zoo volgt dat +zoodanige regulateur met de smoorklep verbonden, een zeer goed zamenstel +oplevert, tot het doen behouden van eene gelijkmatige snelheid des +stoomzuigers.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h35" id="h35"></a>§ 35.</h2> + + +<p>De wijze, waarop de snelheid van den stoomzuiger geregeld wordt, +beschreven hebbende, zoo zullen wij overgaan tot de beschouwing van de +wijze, waarop de stoom op de juiste oogenblikken in den cilinder wordt +toegelaten. Bij het vroeger beschrevene werktuig werd de stoom op de +juiste oogenblikken ingelaten, door eenen persoon, die op regelmatige +tusschentijden eene kraan omdraaide; doch alsdan hangt, zoo als wij +reeds aanmerkten, alles van de oplettendheid van dien persoon af, en de +geringste nalatigheid van dezen moet onvermijdelijk eenen onregelmatigen +gang van het werktuig te weeg brengen. Hier echter, zoowel als bij alle +andere onderdeelen, heeft het vernuft middelen gevonden, om deze +bewerking door het werktuig zelf ten uitvoer te laten brengen, zonder de +hulp van eenen oppasser, die toch nimmer, zelfs bij de grootste +bekwaamheid en oplettendheid, die bewerking zoo regelmatig verrigten +kan. Vóór dat wij echter tot de beschrijving van dit gedeelte van het +Werktuig overgaan, zal het noodig zijn, om de bijzondere wijze van +condenseren of verdikken van den stoom op te geven.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h36" id="h36"></a>§ 36.</h2> + + +<p>Bij het werktuig, hetwelk in eene vroegere afdeeling beschreven +is, hebben wij gezien, dat, ten einde den stoom te verdikken, een straal +koud water in den cilinder geleid werd, waarvan de uitwerking was, dat +de stoom bekoelde en er een luchtledig ontstond. Bij eene geringe +opmerkzaamheid wordt men nogtans gewaar, dat door het op deze wijze +inbrengen van koud water in den cilinder zelven, de wanden daarvan, die +door den stoom verhit waren, zich moeten afkoelen, zoodat de op nieuw +ingevoerde stoom den cilinder wederom moet verhitten, vóór dat hij de +vereischt wordende veerkracht verkrijgen kan. Telken reize dus, als de +zuiger opgaat, moet op die wijze een gedeelte stoom verloren gaan, om +den cilinder te verhitten, waarvan het gevolg is, dat eene aanmerkelijke +hoeveelheid brandstof in den vuurhaard onnut verspild wordt. Hoe +eenvoudig het ook moge schijnen, zoo is het niettemin eene der +gewigtigste uitvindingen van lateren tijd, namelijk: dat het niet +noodzakelijk is om den stoom door middel van koud water in den cilinder +zelven te condenseren, maar dat dit doel insgelijks bereikt kan worden, +door eene gemeenschap daar te stellen tusschen den stoom-cilinder en +eene aangelegene beslotene ruimte, waarbinnen eene inspuiting van koud +water, en dus condensatie van den stoom buiten den cilinder, plaats +vindt; die beslotene ruimte is de eigenlijke condensor of verdikker, om +dat zich daarin de stoom tot water verdikt; de stoom-cilinder op die +wijze met geen koud water in aanraking komende, verkoelt daardoor dus +niet, terwijl de condensor alleen die verkoeling ondergaat, welke dan +ook in het geheel zoo koud mogelijk dient te blijven. Zoodra de stoom +den cilinder tot hoogsten zuigerstand, geheel gevuld heeft, wordt aan +denzelven eene opening verschaft, om naar het inwendige van den +condensor te stroomen, alwaar die stoom, met het koude injectie water in +aanraking komende, tot water verdikt, en in den condensor aldus een zoo +gezegd luchtledig doet ontstaan, waarin de inwendige ruimte des +stoom-cilinders deelt; bij gevolg den druk onder den stoomzuiger +nagenoeg vernietigt, even als of het koude water in die cilinderruimte +zelve vloeide. Deze ontdekking of uitvinding is met het gelukkigste +gevolg op het stoomwerktuig toegepast, en zal nog nader worden +verklaard.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h37" id="h37"></a>§ 37.</h2> + + +<p>Men heeft nog eene andere allerbelangrijkste verbetering aan het +stoomwerktuig toegebragt, waardoor het vermogen nagenoeg verdubbeld +wordt. Deze verbetering, die in het volgende bestaat, is insgelijks ten +hoogste eenvoudig. In de beschrijving van de fig. bij § 15 is gezien: +dat alleen onder den zuiger stoom wordt ingelaten, welke, nadat de +zuiger deszelfs topstand heeft bereikt, wordt gecondenseerd en aldus in +die cilinderruimte een zeer weinig tegenstandbiedend ledig daarstelt, +waardoor de zuiger, met het volle gewigt des dampkrings daarboven, kan +worden nedergedrukt; de zuiger oefent dus slechts kracht uit gedurende +den dalenden slag, en alleen van wege den druk des dampkrings of +atmospheers, waarom dan eene dergelijke den naam van atmospherieke +machine draagt. Maar aangezien de stoom even als de dampkring kan +drukken, zoo heeft men bedacht den stoom-cilinder bovenwaarts, door +middel van een goed gesloten deksel, van den dampkring af te sluiten, en +in plaats van den dampkring, stoom op den zuiger te doen vloeijen, om +dien neder te drukken; in het cilinderdeksel heeft men dan alleen eene +opening gelaten waardoor de zuigerstang op en neder kan bewegen, zonder +stoom of lucht door te laten, dat is: door eene zoogenaamde pakkingbos, +waarin om de zuigerstang hennip of vlas ligt gepakt. Zoo ingerigt, +onderstelle men, dat de zuiger aan den bodem van den cilinder is, en dat +gedurende den vorigen nedergang, de stoom in de bovenruimte onder het +cilinderdeksel is ingelaten, en de ruimte boven den zuiger geheel gevuld +heeft. Zoo men in dezen staat den stoom boven den zuiger verdikt of tot +water herleidt, dan zal die ruimte nagenoeg luchtledig worden, terwijl +bij het inlaten van stoom onder den zuiger, dezelve naar om hoog zal +worden gedrukt, daar er nu geen tegenstand door de drukking van den +dampkring boven den zuiger aanwezig is. De zuiger den top van den +cilinder alzoo bereikt hebbende, verdikt men den stoom onder denzelven, +waardoor aldaar een ledig ontstaat: maar om den zuiger nu weder te doen +dalen, moet, aan den top des cilinders, stoom op den zuiger worden +toegelaten, om in plaats van den dampkring den zuiger naar den +cilinderbodem te drukken. Men ziet dus, dat men door zoodanige inrigting +het vermogen van het werktuig verdubbelt, daar men van den stoom gebruik +maakt, zoowel om den zuiger op te heffen, als om denzelven te doen +dalen.</p> + +<p>Thans zullen wij den gang van den stoom in het werktuig nader in +oogenschouw nemen, en meer in het bijzonder nagaan, op welke wijze +dezelve werkt, nadat deze vloeistof de smoorklep verlaten heeft.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h38" id="h38"></a>§ 38.</h2> + + +<p>Daar er onderscheidene inrigtingen bestaan, waardoor de +regelmatige toelating van den stoom boven en onder den zuiger, en +derzelver afvloeijing naar den condensor, wordt bewerkt, zoo bevatten de +beide volgende figuren slechts algemeene schetsen daarvan, slechts +geschikt voor de hier bedoelde betrekkelijke verklaring.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 70%;"> +<img src="images/047.jpg" width="80%" height="80%" alt="Figuren 8 en 9. Figuur 8 stelt een stoomcilinder met zuiger in lage stand voor; Figuur 9 stelt een stoomcilinder met zuiger in de hoge stand voor." title="" /> +</div> + +<p>In de figuren 8 en 9, verbeeldt O den stoomcilinder met ingevallen +zuiger; door het deksel van denzelven, moet men de zuigerstang in eene +pakkingbos vrijelijk beweegbaar denken, zonder doorlating van stoom of +lucht; aan den cilinder is eene kast verbonden, die overlangs door een +middenschot is verdeeld; bij S is eene opening, waardoor de stoom +toevloeit, die door de vroeger beschrevene smoorklep is gelaten; het +naast aan den cilinder gelegen halfdeel van deze kast, ontvangt alzoo +het eerst den, door de opening S toevloeijenden, stoom. Maar in dit +zelfde kastdeel sluiten twee stukken of kleine zuigers A en B, die door +middel van eene stang aan elkander zijn verbonden, en alzoo te zamen, +naar eene bepaalde maat, op en neder beweegbaar zijn, om de boven of +beneden stoomdoortogt, bij A en B te kunnen openen of sluiten, derwijze: +dat bij het geopend zijn van den boven stoomdoortogt bij A, voor toevoer +van stoom in den cilinder, de beneden stoomdoortogt bij B, daarvoor +gesloten is, en omgekeerd; de stoom die door de opening S vloeit, staat +dus in de ruimte D, tegen de kleine zuigers A en B aan, gereed om, naar +gelang den stand dier zaamverbondene zuigers, boven of onder in den +cilinder te vallen.</p> + +<p>Het andere, door het middenschot afgescheidene deel dezer kast moet men +zich voorstellen, dat bij C, gemeenschap heeft met eenen afgezonderden +condensor, en waarin, gelijk boven gezegd is, door eene kraan, +injectiekraan genoemd, koud water stroomt, dus geschikt, om den stoom te +condenseren of te verdikken; zoo toegesteld; blijkt het uit de figuren, +dat de stoom, die naar het inwendige van den cilinder O vloeit, altijd +met de binnenvlakten der kleine zuigers A en B in aanraking is, terwijl +de condensorruimte in de kast altijd met de buitenvlakten bij N N, dier +beide zuigers, gemeenschap heeft. Deze aaneengekoppelde kleine zuigers +noemt men te zamen, stoomschuif, en om dezelve te bewegen, moet men zich +eene daaraan verbondene stang denken, die door eene pakkingbos, door den +bodem of top van de kast gaat, waarin de stoomschuif is besloten; (hier +in de figuur niet afgebeeld) vervolgens is het naar dit voorbeeld eene +hoofdvereischte, dat de stoomschuif rondom volmaakt in dat kastdeel +sluit, opdat geen stoom gedurende deszelfs beweging doordringe.</p> + +<p>Daar de uiterste afstand van den boven tot den beneden stoomdoortogt, +bij A en B, gelijk is aan de uiterste lengte van de verklaarde +stoomschuif, en de kleine zuigers, die de sluiting te weeg brengen, +nimmer minder hoogte houden dan gezegde doortogten, zoo volgt, gelijk +ook uit de figuren op te maken is: dat de stoomvloeijing in den cilinder +nimmer door de beide stoomdoortogten te gelijk kan geschieden, maar, of +alleen boven, of alleen onder den zuiger; in fig. 8 is de stoomschuif +gesteld voor toelating van stoom onder den zuiger, en in fig. 9 voor +stoom toevloeijing op den zuiger. Even zoo kan nimmer de condensorruimte +van eene zoo toegestelde stoomschuif gelijktijdig gemeenschap hebben met +het inwendige des cilinders boven en onder den zuiger, maar wel alleen +boven of alleen onder. Het blijkt vervolgens uit de figuren duidelijk, +dat terwijl de stoom boven op den zuiger vloeit, om dien naar beneden te +drukken, de stoom vanonder den zuiger eenen uitweg naar de condensor +vindt, en omgekeerd: terwijl de stoom onder den zuiger vloeit, wordt aan +de stoomafvloeijing, van boven den zuiger naar den condensor, +gelegenheid gegeven; waaruit dan na weinig overweging te begrijpen is, +hoe de beurtelingsche toe- en afvloeijing van stoom naar en van den +zuiger, door de stoomschuif behoorlijk op en neder te bewegen, kan +geschieden; en volgens hetgeen wij later zullen zeggen, over de +bewegingswijze van de stoomschuif door de machine zelve: dat men de +meest mogelijke regelmaat in krachtsuitoefening daarmede zal kunnen +verkrijgen<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor">[3]</a>.</p> + +<p>In de figuren 8 en 9, is alleen ruim de hoogste en laagste stand van de +stoomschuif, met den hoogsten en laagsten stand des stoomzuigers +afgebeeld, dus geenzins de stoomschuif-standen, die met den hoogsten en +laagsten zuigerstand overeenkomen; want bij het in beweging houden van +de stoomschuif door de machine zelve, moet bij hoogsten zuigerstand de +stoomschuif juist maar gereed staan, om stoom op den zuiger toe te +laten, terwijl de stoom van onder denzelven; reeds uitgang naar +den condensor vindt; zoo ook moet bij laagste zuigerstand de stoomschuif +aanvangen, om stoom onder den zuiger te doen vloeijen, terwijl voor +uitvloeijing van stoom, van boven den zuiger naar den condensor, reeds +gelegenheid bestaat.</p> + +<p>De stoomschuif is derhalve, om zoo te spreken, de ziel of het hart van +de geheele machinerie, en is dus dat gedeelte van den toestel, hetwelk +aan andere deelen leven geeft.</p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> In fig. 8 is den stoomzuiger abusievelijk een weinig te +lagen stand gegeven.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h39" id="h39"></a>§ 39.</h2> + + +<p>Thans zullen wij overgaan tot de verklaring van den condensor of +stoomverdikker. Uit de bovenstaande beschrijving heeft men kunnen +opmaken, dat er in de dubbel werkende machine geen koud water in den +cilinder gebragt wordt, maar dat volgens fig. 8 en 9, eene gemeenschap +tusschen denzelven en den condensor, waarin het koude injectie-water +stroomt, wordt daargesteld.</p> + +<p>Men moet zich voorstellen, dat de pijp C, die op onze afbeelding +hieronder (fig. 10) als afgebroken gezien wordt, gemeenschap heeft met +de opening C, in de voorgaande figuren 8 en 9, en met het in deze figuur +voorgesteld cilindervormig vat, hetwelk de eigenlijke condensor is.</p> + +<p>Deze condensor heeft onderwaarts, door een kanaal, met eenen anderen +nevens geplaatsten cilinder gemeenschap, waarin een zuiger werkt, welke +luchtpomp genoemd wordt. Het koude injectie-water stroomt in den +condensor, door de, in de figuur afgebeelde injectiekraan, die met +opgaande stang, bij D, een' handvat houdt, om die kraan min of meer open +te zetten, of te sluiten. Condensor en luchtpomp zijn te zamen in eenen +bak bevat en met koud water omgeven, welk koude water tot voeding van +injectie voor den condensor dient.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 80%;"> +<img src="images/051.jpg" width="80%" height="80%" alt="Fig. 10." title="Fig. 10." /> +</div> + +<p>Het loopt in het oog, dat, zoo men het injectie-water, hetwelk tot +verdikking van den stoom gediend heeft, en insgelijks dat, hetwelk de +verdikte stoom vormt, niet wegvoerde, een en ander den condensor spoedig +vullen zoude; bovendien ontwikkelt kokend water ook eenige lucht, welke +het ledige binnen den condensor zeer benadeelt. Er is derhalve een +middel noodig geweest, om dat voortgebragte water en die lucht uit den +condensor te trekken, en hiertoe moet de zoo even gemelde luchtpomp +dienen.</p> + +<p>Nevens den condensor is dus eene zoogenaamde luchtpomp geplaatst, die +benedenwaarts, door een kanaal of hals, met den condensor gemeenschap +heeft; in dat kanaal bestaat bij H eene klep, die zich naar de zijde der +luchtpomp opent, zoodat het water met de lucht wel uit den condensor, +maar niet daarin terug kan vloeijen. De luchtpomp-cilinder bevat eenen +daarin sluitenden beweegbaren zuiger, welke kleppen heeft, die zich +bovenwaarts openen; geen water of geene lucht, door dezen zuiger +opgebragt, kan dus terugvallen; de luchtpomp-cilinder is met een digt +sluitend deksel voorzien, waardoor de zuigerstang E, in eene pakkingbos +sluitende beweegt; en onder nabij dit deksel bestaat eene opening, +waardoor het door den luchtpomps-zuiger opgebragte water met lucht, naar +buiten in eene afzonderlijke bak uitgang vindt, mede voorzien van eene +klep, opdat niets van dat opgebragte zoude terugvloeijen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h40" id="h40"></a>§ 40.</h2> + + +<p>Dit, met behulp van fig. 10, begrepen zijnde, is het duidelijk, +dat, bijaldien de luchtpompzuiger door de machine, gelijkmatig op en +neder bewogen wordt, het water met de ontwikkelde lucht uit den +condensor zal worden getrokken en weggeleid; maar omdat het aldus uit +den condensor getrokken water meer warmte bezit, dan het omringende in +den alles omvattenden bak, scheidt men dit water af, en laat hetzelve +volgens de figuur in eenen afzonderlijken bak stroomen, ten einde dat +verwarmde water te bezigen, voor de aanvulling van het verstoomde water +in den stoomketel, ter bezuiniging van brandstoffen. De bak, waarin zich +het verwarmde uit den condensor getrokkene water stort, draagt den naam +van warm- of heetwaterbak.</p> + +<p>De groote koudwaterbak AA, welke condensor luchtpomp en heetwaterbak +bevat, wordt aanhoudend van water voorzien, door eene pomp, die door de +machine bewogen wordt; terwijl eene overlooppijp bestaat, om het +overvloedige water te lozen; die pomp is in deze figuur niet afgebeeld, +en ook niet de kleinere pomp, welke, uit den afgescheidenen +heetwaterbak, de voeding aan den stoomketel bezorgt; eindelijk dient nog +gezegd te worden, dat de heetwaterbak mede eene overlooppijp bezit, om +het warme water, dat voor ketelvoeding overbodig is, te lozen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h41" id="h41"></a>§ 41.</h2> + + +<p>Al de pompstangen, waarover wij gesproken hebben, zoowel als de +zuigerstang des stoomcilinders, bewegen op en neder, wij zullen thans +verklaren op welke wijze zulks zamenhangt. Eene ijzeren balans A B fig. +1, rust en beweegt zich op eene as C boven op de kolom D, aan welke eene +goede en stevige fondatie gegeven is. Deze balans, is met de minste +verspilling van ijzer, den sterksten vorm gegeven, en daaraan zijn de +stangen gekoppeld van stoom-zuiger en andere pompen, zoodat het rijzen +en dalen van de stoom-zuigerstang, eene overeenkomstige rijzing en +daling van alle andere zuigerstangen bewerkt.</p> + +<p>Onderstellen wij, dat de stoom-zuigerstang aan het balanseinde A +verbonden is, dan is het klaar, dat telkens, als die zuigerstang op- en +nedergaat, het uiteinde A, van de balans eenen cirkelboog zal +beschrijven, waarvan C het middelpunt is. De top van de zuigerstang zal +in dat geval in geene regte maar in eene kromme lijn moeten volgen, en +dus van de eene naar de andere zijde overgaan, hetwelk zoude +veroorzaken, dat die stang daar, waar zij door de pakkingbos van het +cilinderdeksels loopt, heen en weder daarin drukte of klemde en eene +verderfelijke slijting daarstelde. Hetzelfde zou het geval zijn met de +stang van den luchtpompzuiger; en de voeringen der pakkingbossen zouden +dus daardoor zeer veel uitslijten. Ten einde dit gebrek te verhelpen of +te voorkomen, heeft men gebruik gemaakt van eenen zeer vernuftig +uitgedachten toestel, die de <i>parallelle</i> of <i>evenwijdige beweging</i> +genoemd wordt, en waardoor aan den stoomzuiger en aan andere +pompstangen, op zeer weinig na, eene regtopgaande beweging, zonder +hinderlijke afwijking naar de eene of andere zijde, wordt medegedeeld.</p> + +<p>In dit werkje kunnen wij slechts de volgende, voor ieder bevattelijk +algemeene verklaring, van gezegde evenwijdige beweging geven.</p> + +<p>Met het uiteinde A, van de balans A B, fig. 1, zijn een paar stroppen A +G verbonden, zoo ook op de middellijn tusschen A en C een ander paar +stroppen, E F, van gelijke lengte als de eerste. Deze stroppen zijn +benedenwaarts door een paar roeden F M aan elkander verbonden, welke +roeden weder gelijk in lengte zijn aan den afstand van A tot E op de +balans; een ander paar roeden, welke in lengte gelijk zijn aan de roeden +F M, is vervolgens, aan het eene einde bij F en aan het andere einde bij +H, mede beweegbaar vereenigd, en wel bij H, met de vaste stelling, +waarin de gansche machine is besloten.</p> + +<p>De balans A B beweegbaar zijnde, zoo wordt men bij het nagaan dezer +koppeling van stroppen en roeden gewaar, dat er twee vaste aspunten zijn +C en H, zijnde C het aspunt, waarom de punten A en E der balans bewegen +en H het aspunt waarom het punt F beweegt. Dit vooraf goed opgemerkt +hebbende, onderstelle men, dat de stoomzuiger in top staat, waarbij de +balans den stand heeft, die op de afbeelding wordt voorgesteld. Wanneer +de zuiger nu naar beneden gaat, dan beschrijft het punt F, om het vaste +aspunt H, eenen boog, die betrekkelijk het punt H naar buiten (of naar +de linkerhand) uitwijkt; terwijl het punt E, om het vaste aspunt C, +eenen boog naar den tegenovergestelden kant (de regterhand) beschrijft. +Daar nu het paar stroppen E F deze twee punten, die eenen cirkelboog +beschrijven, met elkander verbindt, zoo zal het eene einde E regts van +de loodlijn bewegen, terwijl het andere F even zoo veel links van +dezelve bewogen wordt, deze stroppen zullen dus, gedurende de op- en +neder beweging van den balansarm A C, eene afwisselende hellende +beweging aannemen.</p> + +<p>Door de volgende figuur, die eene voorstelling in zoogenaamde werklijnen +van de parallelle beweging geeft, met aandacht na te gaan, zal het +leiden van stoom- en luchtpompzuigerstangen in eene regte lijn verder +verduidelijkt worden.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 60%;"> +<img src="images/055.jpg" width="60%" height="60%" alt="De parallelle beweging" title="" /> +</div> + +<p>Zij C het vaste aspunt van de op- en neder bewegende balans, en C A de +rigting van dezelve bij hoogsten zuigerstand; E F is het paar stroppen, +waaraan bij Y de luchtpompzuigerstang, en A G het paar stroppen van +gelijke lengte, waaraan bij G de stang van den stoomzuiger verbonden is, +F G in de parallel koppelroede aan de lengte A E gelijk, en welke de zoo +evengenoemde stroppen bij F en G verbindt. Nu is het koppelpunt F +beweegbaar verbonden met de parallel straalroede F H, welke om het vaste +punt H kan draaijen; deze straalroede is in lengte gelijk aan de +parallel koppelroede. Dat men zich nu verbeelde, dat de balansarm C A +benedenwaarts beweegt, dan zal het punt E van denzelven, in e komende, +eenen boog beschreven hebben, die hier naar de regterhand uitwijkt, en +het punt F der straalroede F H zal mede eenen boog beschrijven, doch +welke naar de linkerhand uitwijkt; daar nu in dit voorbeeld het punt E +op de halve lengte van den balansarm genomen is, en daarom C E gelijk +aan de lengte der straalroede F H is, zoo zullen de uitwijkingen der +bogen, hoewel in tegenovergestelden zin, even groot zijn; er moet dus op +het paar stroppen E F een punt bestaan, dat weinig afwijking van de +loodlijn <i>ll</i> ondergaat, dit punt is in Y en wel op het midden van die +stroppen; het is daaraan, dat men de luchtpompzuigerstang verbindt, om +op zeer weinig na, in eene regte lijn op en neder te bewegen, zegge op +zeer weinig na, omdat daarbij een gering verschil bestaat, doch hetwelk +in de praktijk geen' invloed heeft. De stoomzuigerstang, die hier op den +dubbelen afstand van het aspunt C met de balans gekoppeld is, beschrijft +met dat balanseinde eenen boog, welks afwijking het dubbel van de +voorgaande bogen is, daarom wordt deze stang in G verbonden, op het +uiteinde van het paar stroppen A G, die met het uiteinde F van het paar +stroppen E F vereenigd zijn, door middel van de parallel koppelroede F +G; alzoo zal de stoomzuigerstang mede zeer nabij in eene evenwijdige +loodlijn <i>ss</i> op en neder bewegen. De rigting van de balans bij laagsten +zuigerstand is door de gestipte lijn C a aangewezen, alsmede de +overeenkomstige standen van luchtpomp en stoomzuiger parallel stroppen e +f en a g, de parallel koppelroede f g en de parallel straalroede f H, +terwijl ij het koppelpunt voor de luchtpompzuigerstang en g dat des +stoomzuigers is; overigens is <i>l l</i> de lijn, welke de luchtpompzuigerstang +en s s die, welke de stoomzuigerstang bewegende volgt.</p> + +<p>Nu fig. 1 weder beschouwende dan ziet men, dat de tegenovergestelde +balansarm B C, eene verbindingroede B W houdt, waarvan het ondereinde +met eene kruk is vereenigd, die op de as van een groot vliegwiel +bevestigd is; door het op- en nedergaan van dezen balansarm zal de +verbindingroede B W die kruk en bijgevolg het vliegwiel kunnen omvoeren; +welke beweging, door de belangrijke zwaarte, welke aan het vliegwiel +gegeven is, zeer gelijkmatig zal zijn; terwijl bij de keerpunten, dat is +bij de top- en bodemstanden van den stoomzuiger, eene zachte overgang van +beweging hierdoor plaats vindt.</p> + +<p>Thans vermeenen wij de voornaamste deelen, van het stoomwerktuig +aangewezen te hebben, zoodat wij tot het meer bijzondere kunnen +overgaan. Ten einde dit doel beter te bereiken, zullen wij, om duidelijk +te zijn, een en ander van het reeds verklaarde in het kort herhalen, +opdat datgene, wat tot dus verre is bijgebragt, beter in het geheugen +blijve, en de vereenigde werking vervolgens door onze lezers goed +verstaan worde.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h42" id="h42"></a>§ 42.</h2> + + +<p>De stoom ontwikkelt zich, in den ketel, die te dien einde met de +onderscheidene toestellen ter regeling voorzien is. De schoorsteenregister +of demper om het vuur te regelen, bestaat uit eene plaat, die in eene +sponning schuift, waardoor de opening, door welke de heete lucht en de +rook zich door den schoorsteen ontlasten, meer of minder gesloten wordt, +en bij gevolg de trekking van het vuur vermeerdert of vermindert. Deze +demper geeft mindere opening door het rijzen, en meerdere opening voor +rookdoortogt, door het dalen van eenen drijver op het ketelwater, +hetwelk in eene opstaande buis, door de spanning des stooms opgedrukt +wordt, zoodaniger wijze, dat wanneer de +stoom in spanning toeneemt, de drijver in de buis rijst en den demper +daalt, waardoor dan de schoorsteenopening kleiner wordt; +tegenovergesteld zal bij vermindering van stoomspanning de drijver +dalen, en bij gevolg de demper rijzen, of de opening zich vergrooten. De +stoomspanning binnen den ketel onveranderd blijvende, zal ook de +schoorsteenopening door den demper geene verandering ondergaan, en bij +gevolg het vuur met gelijk vermogen branden, maar wanneer de +stoomspanning vermindert, dan zal, door het grooter worden der opening +door den demper, het vuur door de vermeerderde trekking meer +aanwakkeren, en den stoom weder in spanning doen rijzen.</p> + +<p>Vervolgens heeft men het voedingstoestel, waardoor het water, dat uit +den ketel verstoomt, weder wordt aangevuld. Zoo als vroeger beschreven +is, werkt deze toestel ook door middel van een drijver, die met eene +klep in verband staat. Wanneer deze drijver tot op een zeker punt daalt, +dan opent zich de klep, waardoor water in den ketel vloeit, tot dat de +vereischt wordende hoeveelheid aanwezig is, waardoor de drijver tevens +rijst, zoo doende de klep weder sluit, en de toevloeijing van water doet +ophouden.</p> + +<p>Ook is de ketel voorzien van een of twee veiligheidkleppen, welke zich +openen, zoo ras de spankracht van den stoom te sterk wordt, ten einde de +stoom in de opene lucht te ontlasten, opdat de ketel niet meer lijdt dan +noodig is. In den top des ketels bestaat nog eene kleine klep, luchtklep +genaamd, die zich in tegenovergestelden zin van de veiligheidskleppen +opent, dat is naar binnen; en die dient, om, wanneer door verkoeling als +anderzins eene mindere spanning dan de druk des dampkrings in den ketel +ontstaat, lucht in dezelve toe te laten, daar een plotselinge uitwendige +druk op den ketel schade daaraan zoude kunnen toebrengen.</p> + +<p>Ten dienste van vuurstoker of bestuurder van het werktuig, bestaan nog +twee peilkranen, geschikt voor dadelijk onderzoek naar den waterstand +binnen den ketel, ingeval men twijfelen mogt, dat het zich zelf +regulerende voedingtoestel niet behoorlijk werkte.</p> + +<p>De stoom stroomt door de stoomleibuis I (zie de fig. van § 19) in den +cilinder; deze buis moet men met de monding A in fig. 1 vereenigd +denken, in welke ronde monding de smoorklep, in bijna gesloten stand, +tevens aangewezen staat; de smoorklep, waardoor de toevoer van den stoom +naar den cilinder in eenen bepaalden tijd geregeld wordt, ziet men +insgelijks bij A aangetoond. Deze klep bestaat uit eene schijf, die op +eene spil, welke door het midden van de monding heenloopt, door middel +van eene kruk beweegbaar is, en open of digt gedraaid kan worden, of wel +gedeeltelijk gesloten, om de doorvloeijing van den stoom meer of min te +verhinderen.</p> + +<p>De kruk van de smoorklep moet men denken verbonden te zijn met den in § +30 beschrevenen regulateur; die verbindingswijze is in de onderhavige +figuur voorbedachtelijk weggelaten, ten einde verwarring te voorkomen. +De kogels tot de opstaande spil des regulateurs naderende, zal de +smoorklep vrijen doortogt aan den stoom geven, doch wanneer de kogels +zich daarvan verwijderen, dan zal de smoorklep zoodanig gedraaid staan, +dat de doortogt van den stoom verhindering ondervindt; de onderlinge +afstand der kogels afhankelijk zijnde van de snelheid der beweging, zoo +wordt door de verbinding met de smoorklep, de snelheid geregeld door +eene evenredige toelating van stoom naar den stoomzuiger. Het koniek +(kegelvormig) tandrad waarmede de opstaande spil van den regulateur aan +het ondereinde voorzien is, grijpt in een ander gelijksoortig tandrad, +op welks as eene ronde schijf is bevestigd, waarover eene riem, band of +pees is geslagen, die insgelijks eene andere schijf gespannen omvat, +waarmede de as van het vliegwiel is voorzien; zoodanige band is daarvoor +bij derzelver einde aan elkander vereenigd, even als met de pees van +eene gewone draaibank plaats vindt. De vliegwielas omwentelende, geeft +door dat middel tevens eene omdraaijende beweging aan de spil des +regulateurs; zoodat de meerdere of mindere snelheid, welke het vliegwiel +aanneemt, door den regulateur gevolgd wordt.</p> + +<p>Hoe sneller bij gevolg het vliegwiel rondwentelt des te sneller draait +ook de regulateur rond, waarbij de kogels zich weer van de spil +verwijderen, en hierdoor eene overeenkomstige verandering in den stand +van de smoorklep, bij A fig. 1 aangewezen, veroorzaakt; zoodat iedere +verandering in snelheid van het vliegwiel de stelling van den smoorklep +daarna wijzigt. De lezer zal hierbij gemakkelijk kunnen opmerken hoe +eene versnelling in de beweging van het werktuig' boven den vereischt +wordenden gang, weder afneemt, daar de smoorklep dan naar gelang sluit, +en de hoeveelheid stoom in den cilinder doet verminderen, waardoor de +snelheid van het werktuig vertraagt; de kogels door vertraging van +beweging nader bij de spil vallende, zal de smoorklep meer geopend en +meer stoom ingelaten worden, hetwelk eenen versnelden gang ten gevolge +heeft.</p> + +<p>De stoom, langs de smoorklep gevloeid, valt in de stoomschuifkast. Onze +afbeelding op fig. 1 is op eene te kleine schaal, om de zamenstelling +van alle deelen behoorlijk te kunnen aantoonen; doch door het nagaan van +de afzonderlijke beschrijving, boven gegeven, zal men het een en ander +volledig kunnen begrijpen. In deze afbeelding wordt de stang, waaraan de +zaamgestelde stoomschuif bevestigd is, door B aangewezen; deze stang is, +op en neer beweegbaar, door eene stoom- en luchtdigte pakkingbos in het +bovendeel der stoomschuifkast geplaatst, waardoor de stoomschuif de +stoomdoortogten naar den cilinder beurtelings opent en sluit.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h43" id="h43"></a>§ 43.</h2> + + +<p>Door de opvolgende beurtelingsche toe- en afvloeijingen van den +stoom naar en van den stoomzuiger, ontvangt deze laatste de vermogende +op- en nedergaande beweging, welke aan de bovengelegene balans +medegedeeld, de kruk van het vliegwiel omvoert. Het vliegwiel is van +gegoten ijzer en in deszelfs buiten omtrek of velling belangrijk zwaar, +waardoor, gelijk gezegd is, aan het geheele werktuig eenen gelijkmatigen +gang in beweging gegeven wordt. Het valt in het oog, dat er een +stilstand moet plaats hebben telken reize, als de zuiger den top of den +bodem van den cilinder genaderd is, dat is bij deszelfs keerpunten, +zoodat daardoor de balans met de daaraan verbondene kruk en het +vliegwiel, en in het algemeen alle deelen van het werktuig een +ondeelbaar oogenblik stil staan; de kruk nogtans, met eenparige snelheid +doorgaande, brengt te weeg: dat bij de keerpunten des stoomzuigers, +geene schokking plaats vindt. De doorgaande beweging van deze kruk wordt +door het voortvliedend vermogen van het vliegwiel te weeg gebragt, en +het is klaar, dat, zonder dit, de beweging van het gansche werktuig +zoude ophouden, zoodat het vliegwiel hierin te gemoet komt. Wanneer +namelijk een ligchaam eens in beweging is, dan heeft het in zich zelf +geen vermogen, om die beweging te staken, of om tot den staat van rust +over te gaan, en hetzelve zoude onafgebroken met denzelfden graad van +beweging aanhouden, indien niet een of andere tegenstand van buiten, die +beweging tegenhield. Deze stelling zal voor vele onzer lezers vreemd +schijnen, daar wij geen ligchaam in beweging zetten, hetwelk niet na +korteren of langeren tijd tot den staat van rust komt. Wanneer wij +namelijk eenen kogel met eene zekere kracht over een vlakte voortwerpen, +dan is het ons allen bekend, dat het ligchaam, na welligt eenige honderd +ellen te zijn voortgerold, eindelijk tot rust komt. Zoo wij intusschen +dien kogel, over eene gelijke oppervlakte b. v. over glad ijs werpen, +dan zullen wij zien, dat de kogel tot op eenen grooteren afstand zal +voortrollen, dan wel over eene oneffene oppervlakte, eer dezelve in rust +komt. De oorzaak van dit verschil in den doorgeloopenen afstand bij de +twee gevallen bestaat alleen daarin, dat de kogel in het eerste geval op +den ruwen grond meer hinderpalen ondervond, dan wel op het gladde ijs, +en zoo men in staat ware, om alle oneffenheden van den kogel en het ijs +uit den weg te ruimen, dan zou dit voorwerp nog oneindig grooteren +afstand afleggen,—ja, zoo de omringende lucht mede geenen tegenstand in +den weg stelde, of zoo de mogelijkheid bestond, om dezen tegenstand +geheel te vernietigen, dan zou de geringste kracht reeds toereikende +zijn, om den kogel eene voortdurende beweging mede te deelen. Dit +vermogen der ligchamen, om in den staat van rust, of in die van beweging +te volharden, noemt men traagheidkracht, <i>inertie</i>.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h44" id="h44"></a>§ 44.</h2> + + +<p>Om nu de werking van het vliegwiel te verklaren, moet men op het +volgende bijzonder acht geven. Wanneer namelijk twee ligchamen in +beweging zijn, van hetwelk het gewigt van het eene A, gelijk is aan dat +van het andere B, terwijl beiden eene snelheid van eenen voet wegs in de +minuut hebben, dan zal er even veel kracht vereischt worden om het eene +als om het andere tegen te houden. Zoo echter het gewigt van het eene +ligchaam A twee ponden is, en het andere B slechts een pond weegt, +terwijl de snelheid van beide dezelfde is, dan zal men de dubbele +kracht, die men aan het ligchaam B besteedt, noodig hebben, om het +ligchaam A tegen te houden. Indien het ligchaam A driemalen het gewigt +hadde van het ligchaam B, dan zou er bij het stoppen van het eerste eene +drievoudige kracht vereischt worden,—en zoo naar evenredigheid. Wanneer +nogtans de gewigten van beide dezelfde bleven, doch de snelheid van A +het dubbele werd van die van B, dan zou er eene dubbele kracht vereischt +worden, om A, dan wel om B tegen te houden; en zoo A driemalen de +snelheid van B had, dan zou de kracht, om A te stoppen, ook driemalen +zoo groot moeten zijn. De werktuigelijke uitwerking, of het zoogenaamd +moment van het in beweging zijnde ligchaam, hangt derhalve af van het +gewigt en van de snelheid: zoodat een ligchaam A, van het dubbele gewigt +als een ander B, en met de tweevoudige snelheid voortgaande, eene +viervoudige uitwerking of momentum (hoeveelheid van beweging) uitoefent; +of, met andere woorden, eene vierdubbele kracht vereischt, om +tegengehouden te worden, dan wel tot het ophouden van B noodig is.</p> + +<p>Daar nu het vliegwiel een aanmerkelijk gewigt heeft, en door de kruk +wordt in beweging gezet, zoo zal er eene zeer vermogende kracht +vereischt worden om deszelfs beweging tegen te houden of te stoppen. De +onregelmatige drukking, welke de kruk van het vliegwiel ter omvoering +mogt ondergaan, wordt overwonnen door de inertie van het vliegwiel, +zoodat de ongelijkheden der beweging door de gelijkmatigheid in gang van +het vliegwiel worden verholpen, alzoo bij de keerpunten van den +stoomzuiger het vliegwiel evenwel deszelfs gelijkmatige beweging volgt +en gevolglijk de kruk van deszelfs as, boven en beneden doet doorgaan. +Wel wordt er eene aanmerkelijke krachtuitoefening van den zuiger +vereischt, om het vliegwiel eerst in gang te zetten; doch eenmaal in +beweging zijnde, is er ook slechts eene geringe kracht noodig, om die +ronddraaijende beweging te onderhouden; het vliegwiel kan men beschouwen +als een' ontvanger van ongelijkmatige beurtelings werkende kracht, doch +ook als een' gelijkmatigen verspreider van dezelve.</p> + +<p>Wij hebben gezegd, dat, bijaldien het vliegwiel eenmaal aan den gang +gebragt is, er verder zeer weinige kracht vereischt wordt, om die +beweging te onderhouden; dit zoo in het oog loopende voordeel bij het +gebruik van een vliegwiel, heeft velen in den waan gebragt, dat dit +middel als eene bron van kracht te beschouwen is; doch zulks is geheel +en al onjuist. In het vliegwiel wordt, om zoo te spreken, de hoeveelheid +van beweging van eenig deel, slechts opgegaard, om aan een ander +gedeelte eenparig af te geven, waardoor de onregelmatigheden of +stootingen in het werktuig worden voorkomen. Het vliegwiel moet derhalve +slechts als eenen regulateur van kracht beschouwd worden, en is dus, +even als alle andere werktuigelijke toestellen, alleen een middel, om de +kracht regelmatig te onderhouden, en geenszins, om die te vergrooten.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h45" id="h45"></a>§ 45.</h2> + + +<p>Op de as van het vliegwiel is eene ronde schijf uit middelpuntig +geplaatst, dat is: het middelpunt van deze schijf komt met het +middelpunt van deze as niet overeen, maar wijkt in zekere mate naar de +eene zijde af, zoodat het middelpunt der schijf bij het rondwentelen van +het rad eenen cirkel beschrijft. Deze schijf wordt kolderschijf of +excentriek genoemd en bezit op den buitenkant eene omgaande groef, +waarom eenen ring beweegbaar is gevoegd, zoodat wanneer deze +kolderschijf, met de vliegwiel-as omgevoerd wordende, met dezen ring, +waaraan weder een raam verbonden is, aan dat raam eene heen en +wedergaande beweging mededeelt. Dit raam is verbonden met eenen +hefboomtoestel en daarmede met de stoomschuif, zoodat de heen en weder +beweging van de kolderschijf ook de stoomschuif op en neder doet +bewegen, naar eene bepaalde maat, ter opening en sluiting van de +stoomdoortogten des stoomcilinders; in fig. 1 is dit raam, dat zich van +de vliegwiel-as tot aan den voet van de stoomschuifkast uitstrekt, +afgebeeld.</p> + +<p>Genoemd raam, kolder of excentriek raam, ook wel roede geheeten, kan op +eene eenvoudige wijze van de stoomschuif ontkoppeld worden, bloot door +afligten van eene pen, hetwelk door den bestuurder van het werktuig +gedaan wordt, wanneer de beweging van de machine moet ophouden; want het +is klaar, dat wanneer de stoomschuif stilstaat, en er alzoo geene +beurtelingsche toegang van den stoom naar den stoomzuiger meer plaats +vindt, alsdan de beweging van het geheele werktuig noodzakelijk ophoudt. +Zoo lang dus het kolderraam met den hefboomtoestel, dat de stoomschuif +in beweging brengt, gekoppeld blijft, zal de beweging van het werktuig +aanhouden, geheel in zich zelf, zonder dat men noodig heeft daaraan de +behulpzame hand te leenen, het onderhouden van het vuur zal alleen +noodig zijn; het werktuig regelt dus zich zelf in beweging, met hetgeen +lager nog gezegd zal worden.</p> + +<p>De balans ontleent dus deszelfs beweging van den stoomzuiger, met zich +voerende eenen aangekoppelden luchtpompzuiger, voor de geheele +uitwerking van het vermogen des stooms noodzakelijk; de andere arm van +deze balans, drijft eene as met vliegwiel rond, hetwelk eigenlijk als +het uitvoerend deel, ter toepassing op een of ander te verrigten werk, +moet beschouwd worden; ook wordt nog aan die zijde eenig pompwerk +daardoor in beweging gebragt, dat voor de aanvoering van het injectie of +koelwater voor den condensor moet dienen, zoowel als tot het ontbrekende +voedingwater des ketels. Ten aanzien van het injectie of koelwater moet +gezegd worden, dat de condensor I E met de nevensgestelde luchtpomp, te +zamen in eenen en denzelfden digten bak zijn vervat, welke door de +koudwaterpomp J met water gevuld wordt gehouden, en dat dit zelfde water +voor injectie binnen den condensor I E dient, tot welk einde eene kraan +door den bestuurder naar vereischte wordt geopend; eene kleine pomp, in +deze figuur, om verwarring te vermijden, niet afgebeeld, dient, om uit +den warmwaterbak I in de voeding van den ketel te voorzien.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h46" id="h46"></a>§ 46.</h2> + + +<p>Dat wij nu overgaan, om naar de grootte der hoofddeelen het +vermogen van het werktuig te bepalen, en de hoeveelheid brandstoffen, +welke voor de vereischte hoeveelheid stoom noodig is, mitsgaders: +hoeveel water men voor den verbruikten stoom weder in den ketel moet +aanvullen, en wat aan koelwater voor de condensatie moet worden +geleverd.</p> + +<p>Men is gewoon, het vermogen van een stoomwerktuig uit te drukken in +paardenkrachten, dat is: in het vermogen van een zeker getal paarden, +welke voorondersteld in den rosmolen te werken, hetzelfde werk zouden +doen, dat met het werktuig verrigt wordt: maalt men bij voorbeeld 100 +mudden graan met het werktuig in een uur tijds, dan zal het vermogen van +hetzelve gelijk zijn aan het getal paarden, welke in den rosmolen die +zelfde hoeveelheid graan in gelijke tijd vermalen; dat is, gelijk aan +zooveel paardenkrachten. Maar dewijl de paarden allen niet even krachtig +zijn, heeft men eenen gemiddelden term daarvoor moeten aannemen, welke +volgens de ondervinding met het gemiddeld vermogen van een paard +overeenkomt. De groote verbeteraar der stoomwerktuigen de Engelsman J. +Watt, heeft gesteld, dat een paard van middelbare sterkte 4562-1/3 ned. +ponden, eene ned. el hoog kan opvoeren in den tijd van 1 minuut; of +hetgeen hetzelfde is, het dubbeld van dit gewigt, een halve ned. el hoog +in denzelfden tijd, of ook, zoo men wil, de helft van dit gewigt of +2781-1/6 ned. ponden, twee ellen hoog in eene minuut.</p> + +<p>Wat ons derhalve te doen staat, om het vermogen van een stoomwerktuig in +paardenkrachten te bepalen, bestaat daarin, dat wij onderzoeken, hoeveel +ponden door het werktuig in den tijd van eene minuut een el hoog kunnen +worden opgeligt. Hiertoe zal van den kant onzer lezers slechts eene +geringe oplettendheid, bij het nagaan van het volgende, vereischt +worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h47" id="h47"></a>§ 47.</h2> + + +<p>Telkens als de stoomzuiger eenen slag op- of neer doet, +wordt dezelve gedrukt met een vermogen, dat met de spanning van den +toegevloeiden stoom aan eene zijde des zuigers gelijk is, min den +tegenstand, welken de zuiger aan de andere zijde door het onvolmaakt +ijdel in den condensor ondervindt; de stoom, welke in stoomcilinders van +lagen druk gewoonlijk werkt, gaat den gemiddelden druk des dampkrings +omstreeks een vierde deel te boven; dat is bedraagt ongeveer 129 Ned. +looden op eenen vierkanten Ned. duim; doch door het nimmer volmaakt +ijdel binnen den condensor, heerscht aan de tegenzijde des stoomzuigers +nagenoeg een tegendruk van 9 Ned. looden per vierkante Ned. duim, welke +dus van de stoomspanning moet worden afgetrokken, waardoor elke +vierkante duim van den stoomzuiger ter beweging voortgedrukt wordt met +120 looden per vierkante duim. Het geheele oppervlak des zuigers zal dus +gedrukt worden met zoo veel maal 120 looden, als dat oppervlak vierkante +duimen bevat. Het vinden van het getal vierkante duimen, welke het +oppervlak van eenen ronden zuiger van eene gegevene middellijn bevat, +geschiedt naar den volgenden regel: vermenigvuldig het getal duimen, +waaraan de middellijn van den zuiger gelijk is, met zich zelf, en het +produkt weder met 0.7854, dan zal het laatste produkt het gevraagde +getal vierkante duimen zijn, waaraan het oppervlak des zuigers gelijk +is.</p> + +<p>Bij voorbeeld: laat de middellijn des zuigers 57 duimen wezen, dan geeft +57 maal 57; voor produkt 3249 dat, weder 0.7854 malen genomen, 2551-3/4 +vierkante duimen voor het oppervlak des zuigers oplevert, zoo veel maal +120 looden zal dus de totale druk zijn, waardoor de stoomzuiger bewogen +wordt, dat is 2551-3/4 maal 120 geeft 306210 Looden of ruim 3062 Ned. +ponden.</p> + +<p>Maar nu is de vraag: met welke snelheid zal zoodanige zuiger, die door +3062 ponden gedrukt wordt, zich bewegen, ten einde derzelver vermogen +daarnaar te kunnen berekenen; hierover moet gezegd worden, dat hoe +langer de slag des zuigers is, hoe meer snelheid dezelve zal kunnen +aannemen, altijd in de veronderstelling, dat genoegzame hoeveelheid +stoom door den ketel geleverd wordt; aan stoomzuigers van bovengemelde +middellijn wordt, voor landmachinen, veelal het dubbel der middellijn +tot lengte van slag gegeven, dus hier 114 duimen, die, zoo wel dalende +als rijzende, door den zuiger worden afgelegd; de voegzaamste snelheid +voor zoodanige slaglengte is gelijk aan het afloopen van 60 ellen in +eene minuut, waarvoor deze zuiger ruim 26 dalingen en even zoo vele +rijzingen moet volbrengen; of omdat eene daling en eene rijzing, met +eene omgang van het vliegwiel overeenkomt, ruim 26 vliegwielomgangen. +Wanneer dan werkelijk deze zuiger 60 ellen wegs in eene minuut afloopt, +dan komt het vermogen van den stoomzuiger overeen met 3062 ponden 60 +ellen hoog opgebragt in eene minuut, of met 183720 Ponden 1 el hoog in +denzelfden tijd. Daar nu eene paardenkracht aan 4562-1/3 ponden, 1 el in +een minuut opgevoerd, gelijk is, zoo volgt dat het vermogen van dezen +zuiger in paardenkracht gevonden wordt, wanneer men 183720 door 4562-1/3 +deelt, hetgeen tot quotiënt nagenoeg 40 paardenkrachten oplevert.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h48" id="h48"></a>§ 48.</h2> + + +<p>De lezer zal echter dadelijk opmerken, dat die 40 paardenkrachten +niet geheel door het werktuig zullen kunnen worden uitgevoerd, want de +zuiger ondergaat in den cilinder wrijving, die overwonnen moet worden, +dit kost een gedeelte kracht. Even zoo als het met den zuiger gesteld +is, zoo kosten ook alle andere bewegende deelen van het werktuig kracht, +om derzelver wrijving te overwinnen; als de wrijving des +luchtpompzuigers, der zuigerstangen in de pakkingbossen, der parallelle +beweging, der koudwater- en voedingpompen, balans en vliegwiel-assen met +krukpen, en dit alles nog, behalve het gewigt van het water, dat de +lucht-koudwater- en voedingpompen moeten opbrengen, enz. Hieraan nu gaat +een aanmerkelijk gedeelte van het primitieve gevondene vermogen des +stoomzuigers verloren, zoo zelfs, dat dit verlies op ongeveer 3/5 deelen +van het eerst gevondene vermogen des zuigers geschat moet worden; de +overblijvende 2/5 deelen van dat vermogen, zullen alzoo de eigenlijke +nuttige uitwerking van dit stoomwerktuig zijn.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h49" id="h49"></a>§ 49.</h2> + + +<p>Het is niet mogelijk, met juistheid op te geven, welk gedeelte van +het primitieve vermogen aan de onderscheidene wrijvingen enz., in eenig +stoomwerktuig verloren gaat; door navorsching en berekening kan men wel +tot een nabijkomend getal komen, doch tot uiteenzetting hiervan is het +bestek van dit schrijven te beperkt. In het algemeen maakt men van eene +zoo berekende grootheid, voor krachttoekenning aan een stoomwerktuig +geen gebruik, maar bezigt eenvoudige regelen, waardoor men het aantal +zoogenaamde nominale paardenkrachten vindt, welke het werktuig voor +eenig te verrigten werk oplevert; die regelen geven wel is waar geen +strenge of juiste uitkomst, maar voldoen zeer wel in de praktijk; de +meestgebruikelijke regel is de volgende:</p> + +<p>Men vermenigvuldigt het getal ned. duimen, waaraan de middellijn des +stoomzuigers gelijk is met zich zelf, het komende product met het getal +ned. ellen, hetwelk de stoomzuiger in eene minuut tijds doorloopt, en +deelt dit laatste product door 11016; dan zal het quotient het gevraagde +getal nominale paardenkrachten wezen, welke het werktuig zal kunnen +uitoefenen; elke paardenkracht gelijk aan een vermogen als in § 46 staat +uitgedrukt. Boven is gezegd, dat de gevoegelijke snelheid van eenen +stoomzuiger tevens afhankelijk is van de lengte van deszelfs slag; in +het onderstaande tafeltje staan die snelheden tegenover de +zuigerslaglengten opgeteekend<a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor">[4]</a></p> + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="center"><b>ZUIGERSLAGLENGTEN.</b></td><td align="center"><b>SNELHEDEN VAN DEN ZUIGER.</b></td></tr> +<tr><td align="center">N. Palmen.</td><td align="center">N. Ellen per minuut.</td></tr> +<tr><td align="center">4</td><td align="center">49.8</td></tr> +<tr><td align="center">6</td><td align="center">52.7</td></tr> +<tr><td align="center">8</td><td align="center">55.5</td></tr> +<tr><td align="center">10</td><td align="center">58.2</td></tr> +<tr><td align="center">12</td><td align="center">60.7</td></tr> +<tr><td align="center">14</td><td align="center">62.3</td></tr> +<tr><td align="center">16</td><td align="center">65.5</td></tr> +<tr><td align="center">18</td><td align="center">67.6</td></tr> +<tr><td align="center">20</td><td align="center">69.7</td></tr> +</table></div> + + + +<p>Zij nu tot voorbeeld ter berekening genomen dezelfde zuigermaat en +slaglengte, welke wij in § 47 bezigden.—De middellijn des zuigers is 57 +duim, dus 57 maal 57 geeft 3249, dit weder vermenigvuldigd met 60, omdat +de zuigerslaglengte 11.4 Palmen bedraagt, levert voor produkt 194940 op, +hetwelk gedeeld door 11016, tot quotient 17-7/10 geeft, dat is: een +stoomwerktuig van lagen druk met eenen cilinder voorzien, waarin +zoodanige zuiger werkt, wordt een vermogen van 17-7/10 nominale +paardenkrachten toegeschreven.</p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> Naauwkeurige en uitgebreide tafelen dezer gevoegelijke snelheid vindt men in het werkje, getiteld: <i>Nominaal vermogen van Lagendruk-stoomwerktuigen, gespecificeerd door D. van den Bosch</i>; te Amsterdam bij <i>Gebroeders Diederichs</i>, 1839.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h50" id="h50"></a>§ 50.</h2> + + +<p>Wij hebben overal bij het berekenen van den druk van stoom en ook +van den dampkring eenen vierkanten Ned. duim tot eenheid gebruikt, maar +men kan ook den druk op eenen cirkelronden Ned. duim daarvoor bezigen, +hetwelk eenig gemak in de berekeningen voor het oppervlak van ronde +zuigers met zich brengt.—Een vierkant, dat eenen duim tot zijde heeft, +grooter oppervlak bezittende, dan een cirkel van eenen duim middellijn, +zoo is noodwendig de druk op eenen ronden of cirkelvormigen duim kleiner +dan op eenen vierkanten duim; om dan den druk op eenen vierkanten duim +tot den druk op eenen ronden duim te herleiden, moet men den eersten +vermenigvuldigen met 0.785; bij voorbeeld: de gemiddelde dampkringsdruk +op eenen vierkanten ned. duim bedraagt 103.3 lood, dit met 0.785 +vermenigvuldigende, zoo bekomt men 81.1 lood voor den gemidd. +dampkringsdruk op eenen cirkelvormigen Ned. duim. Op deze wijze den druk +op een cirkelvormig oppervlak van één duim middellijn gevonden hebbende, +is het gemakkelijk den geheelen druk op grootere oppervlakten, die +cirkelrond zijn te bepalen: men vermenigvuldige slechts het aantal +duimen van de middellijn eerst met zich zelf en dan met dien gevondenen +herleiden druk op eenen cirkelvormigen duim. Hoewel wij in dit geheele +werkje ons bij dezelfde oppervlakte eenheid, het vierkant op den duim +namelijk, zullen houden, is het echter niet overbodig het gebruik van +den cirkelvormigen duim tot dat zelfde einde te kennen, om reden er soms +opgaven gedaan worden, welke op die eenheid gebaseerd zijn. Overigens +komt voor het spoedig vergelijken van ronde oppervlakten, het rekenen +met cirkelvormige duimen, bijzonder te pas.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h51" id="h51"></a>§ 51.</h2> + + +<p>In het begin van dit werkje hebben wij gezegd, dat water, onder de +gemiddelde drukking van den dampkring aan het koken gebragt zijnde, +stoom ontwikkelt op de temperatuur van 212 graden volgens Fahrenheits +Thermometer, en dat de dus gevormde stoom eene spanning of veerkracht +bezit, die gelijk staat met de drukking van eenen dampkring of +atmospheer, dat is: eenen druk uitoefent van 103.3 Ned. looden op eene +oppervlakte, die een vierkante Ned. duim groot is; daar nu het koken van +water in eenen openen ketel en in de vrije lucht, eigenlijk niets anders +is dan het ligten van den dampkring door den daaruit opstijgenden stoom, +en de dampkring, blijkens de aanwijzing van den Barometer, eene +verschillende zwaarte kan hebben, zoo volgt: dat het water des te +gemakkelijker zal koken, hoe ligter de dampkring is. De ondervinding +heeft zulks ook bewezen, want bij een' lagen stand van het kwik in den +Barometer, dat is: bij eenen ligten dampkring, kookt het water beneden +212 graden; maar staat het kwik in den Barometer hoog, en is dus de +dampkring zwaar, dan worden er meerdere warmtegraden voor het koken van +het water vereischt. Op hooge bergen, alwaar de kwikkolom in den +Barometer, door verminderde dampkringshoogte aanmerkelijk lager staat, +kookt het water op veel lager temperatuur, dan op plaatsen aan het +oppervlak der aarde of aan het gemiddeld oppervlak des Oceaans gelegen; +zelfs kunnen de dagelijksche veranderingen in den druk des dampkrings op +eene zelfde plaats het kooktemperatuur van water, circa 2 graden hooger +of lager doen zijn; de druk op de kokende vloeistof dezelfde blijvende, +zal het kooktemperatuur niet veranderen.</p> + +<p>Maar wat gebeurt er, wanneer de ketel, welke het water bevat, gesloten +wordt?</p> + +<p>In eenen gesloten' ketel moet de uit het water opstijgende stoom zich +daar binnen zamendringen, en bij gevolg eenen meerderen druk op het +water uitoefenen, zoodat het water meer verhit zal moeten worden, om +volgenden stoom te leveren; doch tegelijk neemt de spanning van den +stoom binnen den ketel, door de opvolgende zamendringing weder toe, +hetwelk, daar het druk vermogen bij de aanhoudende verhitting aanwast, +te weeg brengt: dat het water in eenen geslotenen' ketel nimmer aan het +koken raakt, ofschoon het vuur daaronder onophoudelijk blijft werken; +hierbij moet natuurlijkerwijze voorondersteld worden, dat de ketel sterk +genoeg is, om dien veel vermogenden zamengedrongen' stoom wederstand te +bieden, dat is: dat hij niet kan bersten.</p> + +<p>Doch geven wij den ketel in den top eene opening, die met eene klep +gedekt is, dan zal de stoom daardoor kunnen ontvlieden, wanneer dezelve +genoeg vermogen bezit, om de zwaarte van die klep te ligten. Daar nu op +deze klep natuurlijkerwijze de dampkring mede drukt, zoo overwint in dit +geval de ontvliedende stoom niet alleen het gewigt der klep, maar ook +dat des dampkrings: bij het gemiddeld gewigt van den dampkring zal men +dus het gewigt van de klep moeten tellen, om te weten, met welke +spanning de stoom van onder de opgeligte klep ontvliedt.</p> + +<p>Zij gesteld, dat de klep 10 pond weegt, en eene opening dekt, welke 10 +vierkante duimen doortogt geeft, dan zal die klep op elken vierkanten +duim dier opening, met 1 pond drukken, of zooveel tegenstand bieden; de +gemiddelde druk des dampkrings per vierkante duim 1.033 pond zijnde, zal +de stoom eenen druk moeten uitoefenen van iets meer dan 2.033 ponden per +vierkante duim, om de klep te ligten, of om door de daarmede gedekte +opening, te kunnen ontvlieden; want de klep drukt per vierkante duim met +1 pond en de gemiddelde dampkring met 1.033 pond, hetgeen te zamen 2.033 +pond uitmaakt; de klep zwaarder of meer beladen zijnde, zal gevolglijk +ook hooger gespannen sloom eischen, om opgeligt te worden.</p> + +<p>Van de zwaarte van zoodanige klep, boven reeds onder den naam van +veiligheidsklep bekend, hangt dus de spanning van den in den ketel +voortgebragten stoom af; de zwaarte van die klep moet dus geregeld zijn +naar de vereischte stoomspanning, die voor de machine benoodigd is. In +stoomwerktuigen van lagen druk gaat die zwaarte, welke men belading der +veiligheidsklep noemt, geen 51.7 Ned. looden per vierkante Ned. duim der +gedekte openingen te boven, zoodat de totale stoomspanning (met in +begrip van den gemiddelden druk des dampkrings à 103.3 lood) uiterlijk +155 lood op eenen vierkanten duim bedraagt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h52" id="h52"></a>§ 52.</h2> + + +<p>Hoe hooger de stoom gespannen is, des te meer met warmtestof +verbonden water daarin vervat is, bij gevolg is hooger gespannen stoom +zwaarder; eene kubieke Ned. el stoom, welke in spanning aan den +gemiddelden druk des dampkrings gelijk is, weegt 59 Ned. looden; een +dampkring hooger gespannen of op twee dampkringen, dan weegt eene +kubieke el 111 looden; op vier dampkringen gespannen (de gemiddelde +dampkringsdruk altijd daaronder begrepen) 209 looden, en op acht +dampkringen gespannen 392 looden. Men ziet hier uit, dat stoom van +dubbele spanning nabij de dubbele zwaarte bezit, en daar de warmtestof +op zichzelve geene te bemerkene zwaarte heeft, zoo is het gewigt van +stoom ook het gewigt van het daarin begrepen water, zoodat eene kubieke +Ned. el stoom, in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings +gelijk, niet meer dan 59 Ned. looden weegt, omdat daarin 59 looden water +zijn begrepen.—Volgens bepaling is in stoomwerktuigen van lagen druk de +uiterste spanning van den stoom, een halve dampkring boven den +gemiddelden dampkringsdruk, eene kubieke Ned. el zoodanige stoom weegt +85 Ned. looden; veelal echter bezigt men in die werktuigen eene +stoomspanning, welke den gemiddelden dampkringsdruk slechts een vierde +deel overschreidt, en die per kubieke Ned. el 72-1/4 Ned. looden weegt, +of zooveel gewigt aan water inhoudt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h53" id="h53"></a>§ 53.</h2> + + +<p>Wij weten dat stoom, welks spanning aan den gemiddelden druk des +dampkrings gelijk is, 212 graden Temperatuur op den Thermometer teekent; +een dampkring hooger gespannen, dat is: op twee dampkringen, dan is +deszelfs temperatuur 250.5 graden; op vier dampkringen (de gemiddelde +dampkringsdruk altijd daaronder begrepen) 293.8 graden, en op acht +dampkringen gespannen 342.5 graden; men ziet dus dat stoom, op twee +dampkringen gespannen, 38.5 graden temperatuur meer teekent, dan op een' +dampkring gespannen, op vier dampkringen 43.3 graden meer dan op twee, +en op acht dampkringen 48.7 graden meer dan op vier dampkringen.</p> + +<p>Voor eene verdubbeling in stoomspanning teekent dus de Thermometer +slechts weinig meer dan eene zelfde vermeerdering in graden; +oppervlakkig beschouwd, zoude men dus zeggen: dat, om stoom in spanning +te verdubbelen, men slechts weinig meer warmtegraden heeft toe te +voegen, dan het verschil in graden met deszelfs halve spanning; maar ten +dezen zich herinnerende, wat in § 5 over den aard der stoomwording +gezegd is, zal het blijken dat, om stoom van dubbele spanning voort te +brengen, men veel meer warmtegraden voor eene zelfde volume stoom noodig +heeft; want de grootere hoeveelheid water, welke hooger gespannen stoom +inhoudt, kost ter overgang in stoom, veel aan de zoogenaamde verborgene +warmte; het zijn dus de inbegrepene verborgene warmtegraden +hoofdzakelijk, en niet alleen die, welke de Thermometer te meer +aanwijst, welke voor de daarstelling van gelijke volumen hooger +gespannen stoom, vereischt worden.</p> + +<p>Het temperatuur van den stoom in stoomwerktuigen van lagendruk zoude +volgens de bepaling, uiterlijk 233.9 graden zijn; doch derzelver +spanning is in die werktuigen veelal minder, en bij gevolg, +overeenkomstig hetgeen in § 52 gezegd is, slechts nabij 224 graden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h54" id="h54"></a>§ 54.</h2> + + +<p>In § 5 hebben wij gezegd, dat stoom, die in spanning aan den +gemiddelden druk des dampkrings gelijk is, eene plaats beslaat, of eene +volume heeft, die 1700 malen grooter is, dan die van het water, dat +denzelven heeft daargesteld, dat is: eene kubieke Ned. el zoo gespannen +stoom bevat 1/1700 gedeelte water; stoom op de dubbele spanning of van +twee dampkringen (de gemiddelde dampkring altijd daaronder begrepen) +bevat, volgens § 52 meer water, of is, anders gezegd, digter, en is +bevonden 900 malen de volume water uit te maken; op vier dampkringen +gespannen 478 malen, en op acht dampkringen gespannen 255 malen de +volume van het water dat denzelven heeft daargesteld. Men kan dit ook +nog anders uitdrukken. Een kubieke palm water levert 1700 kubieke palmen +stoom, op een' dampkring gespannen; 900 kubieke palmen op twee +dampkringen, en 478 kubieke palmen op acht dampkringen gespannen, de +gemiddelde druk des dampkrings daaronder begrepen. In stoomwerktuigen +van lagen druk is de hoogst bepaalde stoomspanning een halve dampkring +boven de gemiddelde, zoodanige stoom is 1168 malen de volume van het +water; doch bij de veelal gebruikelijke stoomspanning in die werktuigen, +volgens § 52, is die volume nabij 1385 malen de volume, die het water +bezit op de standaardtemperatuur van 62 graden.—De volume, welke stoom +van dubbele spanning bezit, is dus omstreeks de helft; waarom dan +zoodanige stoom, overeenkomstig hetgeen ten dien aanzien hooger gezegd +is, de dubbele zwaarte heeft, dat is: eene kubieke el stoom, bij +voorbeeld: op eene dampkring gespannen, weegt omstreeks half zoo zwaar +als eene kubieke el stoom, die op twee dampkringen gespannen is.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h55" id="h55"></a>§ 55.</h2> + + +<p>In ruwe schatting volgt de digtheid of het gewigt van hooger +gespannen stoom, omstreeks dezelfde verhouding, als de hoeveelheid der +daarin opgehoopte warmte; zoodat hooger gespannen stoom ongeveer eene +gelijkmatige hoeveelheid meerdere warmtegraden met zich verbindt; daar +het nu klaar is, dat de met eenige hoeveelheid brandstoffen ontwikkelde +warmte, evenredig is aan derzelver hoeveelheid, (want 4 ponden +steenkolen zullen tweemaal zooveel warmte ontwikkelen als 2 ponden) zoo +volgt: dat men voor het daarstellen van hooger gespannen stoom, ook +omstreeks eene in gelijke verhouding staande vermeerdering van +brandstoffen noodig zoude hebben; in de praktijk of in het werkdadige is +zulks echter niet zoo, en men heeft bijvoorbeeld: voor eene kubieke el +dubbel gespannen stoom meer dan het dubbel der brandstoffen noodig, want +onder andere: hooger gespannen stoom heeter zijnde, zoo is deszelfs +afkoeling of verlies van warmte door de zijden van den ketel of van de +vaten, welke die stoom bevatten of ontvangen, belangrijker; welk +warmteverlies dus door meerder verbruik van brandstoffen moet worden +aangevuld; de voortbrenging van hooger gespannen stoom is dus +kostbaarder; hoe men die kostbaarheid, door zekere wijze van +stoomaanwending in stoomwerktuigen deels te gemoet komt, zal later +worden verklaard.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h56" id="h56"></a>§ 56.</h2> + + +<p>In de vier laatste paragraphen is getracht, in het kort goede +denkbeelden te leveren wegens den regten aard van den stoom op +verschillende spanningen, gegrond op hetgeen in den aanvang van dit +werkje in beginselen opgegeven staat; het is nu van belang te weten, wat +de stoomwerkkracht aan brandstoffen, het element dier beweegkracht, +kost.</p> + +<p>De hoeveelheid brandstoffen, die voor het in beweging houden van een +stoomwerktuig noodig is, hangt geheel af van de spanning en de +hoeveelheid stoom, welke men daarin verbruikt. Het is klaar, dat de +stoomcilinder van een werktuig boven deszelfs zuiger, zooveel stoom zal +kunnen bevatten als de ruimte bedraagt, die tusschen den zuiger bij +laagsten stand en het cilinderdeksel bestaat, of onder den zuiger bij +hoogsten stand, even zooveel als de ruimte tusschen den zuiger en den +cilinderbodem uitmaakt, zijnde de ruimte boven en onder den zuiger +nagenoeg aan elkander gelijk, dewijl alleen de zuigerstang aan eene +zuigerzijde daarvan een klein gedeelte inneemt; de uitgebreidheid van +zoodanige cilindervormige ruimte voor den ontvang van stoom, valt +gemakkelijk te berekenen, want men behoeft slechts het oppervlak des +zuigers te vermenigvuldigen met de lengte van deszelfs slag. In § 47 is +geleerd, hoe het oppervlak van eenen ronden zuiger in vierkante duimen +gevonden wordt, en hetzelfde daarin behandelde voorbeeld volgende, dan +heeft men voor eenen zuiger van 57 duimen middellijn 2551-3/4 vierkante +duimen oppervlakte, hetgeen vermenigvuldigd met de gegevene slaglengte +van 114 duimen, 290900 kubieke duimen voor de ruimte boven of onder den +zuiger oplevert; men heeft dus voor eenen dalenden en rijzenden +zuigerslag, of voor eenen omgang van het vliegwiel, tweemaal die ruimte, +dat is 581800 kubieke duimen, welke met stoom uit den ketel gevuld kan +worden. Gelijk gezegd is, neemt de zuigerstang eenige ruimte in, doch +sluit ook de zuiger bij hoogsten en laagsten zuigerstand, niet juist +tegen het cilinderdeksel en den bodem, maar laat eenige ruimte over, +terwijl nog de boven en beneden stoomdoortogten met stoom te vullen +ruimten bieden, zoodat de vullende volume stoom, over het geheel +genomen, eigenlijk een weinig meer is, daarom zullen wij dezelve hier in +een rond getal, voor eenen omgang van het vliegwiel, op 600000 kubieke +duimen stellen, gelijk aan 600 kubieke palmen of aan 6/10 kubieke el. +Wanneer nu 26 vliegwielomwentelingen in eene minuut geschieden, dan +zullen er 26 maal 6/10 kubiek el, of 15-6/10 kubieke ellen stoom, van de +vereischte spanning, gedurende dien tijd noodig zijn, dat is in het uur +936 kubieke Ned. ellen.</p> + +<p>In sommige gevallen, wanneer meer op het verkrijgen van een groot +vermogen, dan wel op de bezuiniging van brandstoffen gelet wordt, vult +men de cilindervormige ruimte boven en onder den zuiger zoo geheel met +stoom overeenkomstig de gedane berekening. Verreweg in de meeste +gevallen echter, en juist omdat Economie in brandstoffen eene hoofdzaak +is, laat men zooveel stoom niet in den cilinder vloeijen, maar sluit de +stoomvloeijing, op een zeker gedeelte van den zuigerslag, door middel +van de daarvoor doelmatig gevormde stoomschuif af; de hoeveelheid +ingelatene en aldus afgeslotene stoom, breidt zich alsdan in de +toenemende ruimte, welke de bewegende zuiger verder oplevert, uit; langs +dien weg verkrijgt men met eene bepaalde hoeveelheid brandstof een +betrekkelijk grooter vermogen; dusdanige uitbreiding van afgesloten' +stoom in eene steeds vergrootende ruimte, wordt stoomontspanning +genoemd. In stoomwerktuigen van lagen druk wordt veelal de +stoomtoevloeijing afgesloten, wanneer de zuiger omstreeks drie vierde +gedeelte van deszelfs slag heeft afgelegd, het overige vierde deel van +den zuigerslag wordt vervolgens met den zich ontspannenden stoom +volbragt; in eene volgende paragraaf zal reden gegeven worden, waarom +zoodanige handelwijze Economie oplevert. Met ons voorbeeld uit § 47 +zoude dus het stoomwerktuig van lagen druk met eenen stoomcilinder van +die gegevene grootte, en gemelde stoom-ontspanmaat, in plaats van 936 +slechts 702 kubieke Ned. ellen stoom per uur behoeven.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h57" id="h57"></a>§ 57.</h2> + + +<p>De tot heden voor stoomwerktuigen gebezigde brandstoffen zijn +steenkolen; men weet, dat die brandstof van zeer onderscheidene +kwaliteit is, zoodat de eene soort meer en de andere soort minder warmte +ontwikkelt. Onderscheidene andere brandstoffen bestaan er, waaronder +hout weder uitmunt. Om over de strikte en betrekkelijke hoeveelheid +warmte te handelen, welke verschillende soorten van steenkolen en andere +brandstoffen opleveren, ontbreekt hier ruimte, waarom het voldoende zal +wezen op te geven, wat in de gewone omstandigheden de meest +gebruikelijke brandstof, steenkolen namelijk, aangaat; de volgende tafel +geeft niet dat doel de gemiddelde consumptie per uur op, van goede +steenkolen, voor goed ingerigte stoomwerktuigen van lagen druk, die met +stoomontspanning werken, en zulks naar gelang derzelver nominaal +vermogen in paardenkrachten.</p> + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="center"><b>NOMINALE PAARDENKRACHT.</b></td><td align="center"><b>CONSUMPTIE PER UUR.</b></td><td align="center"><b>NOMINALE PAARDENKRACHT.</b></td><td align="center"><b>CONSUMPTIE PER UUR.</b></td></tr> +<tr><td align="center"></td><td align="center">Ned. Ponden.</td><td align="center"></td><td align="center">Ned. Ponden.</td></tr> +<tr><td align="center">5</td><td align="center">21</td><td align="center">110</td><td align="center">358</td></tr> +<tr><td align="center">10</td><td align="center">37</td><td align="center">120</td><td align="center">389</td></tr> +<tr><td align="center">20</td><td align="center">70</td><td align="center">130</td><td align="center">420</td></tr> +<tr><td align="center">30</td><td align="center">102</td><td align="center">140</td><td align="center">451</td></tr> +<tr><td align="center">40</td><td align="center">135</td><td align="center">150</td><td align="center">482</td></tr> +<tr><td align="center">50</td><td align="center">167</td><td align="center">160</td><td align="center">513</td></tr> +<tr><td align="center">60</td><td align="center">199</td><td align="center">170</td><td align="center">543</td></tr> +<tr><td align="center">70</td><td align="center">231</td><td align="center">180</td><td align="center">574</td></tr> +<tr><td align="center">80</td><td align="center">263</td><td align="center">190</td><td align="center">604</td></tr> +<tr><td align="center">90</td><td align="center">295</td><td align="center">200</td><td align="center">634</td></tr> +<tr><td align="center">100</td><td align="center">326</td><td align="center">250</td><td align="center">784</td></tr> +</table></div> + + + +<h2><a name="h58" id="h58"></a>§ 58.</h2> + + +<p>Bovenstaande consumptie steenkolen per uur is gezegd de gemiddelde +te zijn, en geldt in het bijzonder de tegenwoordig meest bestaande +stationnaire stoomwerktuigen van lagen druk, namelijk de zoodanige, +welke, werkende, niet van plaats veranderen; van die soort bestaan er +enkele, die minder aan brandstoffen kosten, doch over het algemeen kan +men, de in de tafel opgegevene hoeveelheden aannemen; daarentegen is +meestal die consumptie grooter met Locomotive stoomwerktuigen van lagen +druk, dat zijn, de zoodanige, welke, werkende, met derzelver omvatting +van plaats veranderen, gelijk met stoomvaartuigen het geval is; want +daarin geeft men aan de stoomketels de kleinst mogelijke uitgebreidheid, +omdat de ruimte binnen een vaartuig zeer beperkt is; en hoewel men +daarin gewoon is, alles aan te wenden, wat tot de goede werking der +vuren en de doelmatige leiding van het vlammende gaz met de heete rook, +dienstig kan zijn voor de verhitting van het water, dat den stoom +voortbrengt, zoo gaat nogtans veel warmte met een gedeelte onverteerde +brandstoffen door den schoorsteen verloren; hierbij komt nog, dat deze +werktuigen minder voor de verkoelende werking der buitenlucht zijn te +beschermen.</p> + +<p>In stoomvaartuigen bezigt men stoomwerktuigen van lagen druk, zelden +minder dan van 16 nominale paardenkrachten; de consumptie steenkolen is +dan nabij 5 ponden voor elke paardenkracht gedurende een uur werkens; +van grooter nominaal vermogen komt met tot nabij 4 en 3-1/2 ponden per +paardenkracht in een uur; zoodat voor een werktuig van 16 +paardenkrachten 80 ponden en voor een van 100 paardenkrachten circa 350 +ponden steenkolen per uur zouden noodig wezen; altijd in de +vooronderstelling, dat men goede steenkolen gebruikt en dat ketels en +werktuigen van eene goede constructie zijn.—In werktuigen van hooge +drukking is de consumptie steenkolen, volgens § 55, grooter, dan in die +van Lage drukking, doch men komt daarin veel te gemoet door den stoom in +de stoomcilinders met veel ontspanning te laten werken, waarover lager +zal gehandeld worden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h59" id="h59"></a>§ 59.</h2> + + +<p>Voor brandstof bezigt men ook nog uitgebrande steenkolen, coke of +cooks geheeten; deze leveren eene grootere echter meer plaatselijke +hitte op, doch zijn in vergelijking der kosten, minder voordeelig; voor +Locomotiven, stoomwerktuigen op wielen, dat is voor stoomrijtuigen, is +deze brandstof bijzonder goed geschikt, voornamelijk omdat men daar in +een klein bestek veel warmte moet ontwikkelen, en omdat zoodanig vuur +voor de daarmede in aanraking zijnde keteldeelen minder schadelijk is; +deze locomotiven of stoomrijtuigen werken over het algemeen met stoom +van hooge drukking en met weinig stoomontspanning, zoodat ook van die +zijde de Economie weinig wordt begunstigd. De Pleegwagen, die van geene +groote uitgebreidheid is, en welke het stoomrijtuig onmiddelijk volgt, +bevat behalve eenen voorraad zuiver water voor de voeding des ketels, de +coke, en moet van tijd tot tijd met eenen nieuwen voorraad dezer +brandstof voorzien worden, voor het volbrengen van uitgestrekte togten.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h60" id="h60"></a>§ 60.</h2> + + +<p>Voor en aleer tot de verklaring over te gaan van het voordeel, dat +in de ontspanning van den stoom gelegen is, is het noodig zich te +herinneren, wat in § 54 over de uitgebreidheid van verschillend +gespannen stoom aangeteekend staat: zoo heeft stoom, op acht dampkringen +gespannen, eene uitgebreidheid van 255, op vier dampkringen 478, op twee +dampkringen 900 en op eenen dampkring 1700 malen die van het water; +hieruit moet, gelijk gezegd is, besloten worden, dat stoom, welker +spanning de helft van andere bedraagt, ongeveer de dubbele +uitgebreidheid bezit; want bijvoorbeeld: 478 de volume zijnde van stoom +op vier dampkringen gespannen, zoo is tweemaal die volume of 956 slechts +weinig meer dan 900, de volume van den stoom op twee dampkringen +gespannen. Daar nu stoom van halve spanning weinig meer dan de halve +zwaarte bezit, of weinig meer dan de halve hoeveelheid water inhoudt, +met andere woorden gezegd, nagenoeg de halve digtheid heeft; zoo komt +men tot het besluit: dat bijaldien eene ruimte, bijvoorbeeld: eene +kubieke el groot, met stoom van zekere spanning volkomen gevuld is, en +deze ruimte verdubbeld, dus twee kubieke ellen wordt, zonder dat meer +stoom wordt ingelaten, de aldus in dubbele ruimte uitgebreide stoom, +weinig minder dan de halve spanning, welke dezelve eerst bezat, zal +bezitten; zooveel zal dus die stoom ontspannen zijn.</p> + +<p>Om stoom naar die maat te doen ontspannen, moet echter gezorgd worden, +dat dezelve in de vergroote ruimte geene verkoeling ondergaat, of in +temperatuur daalt beneden de juiste temperatuur, die met de uitbreiding +in de vergroote ruimte overeenkomt; zoo zulks plaats vond, zoude men een +gedeelte van dien stoom condenseren, en in water doen overgaan, +gevolgelijk den stoom nog meer in spanning doen verminderen, gedurende, +dat deszelfs ontspanning plaats vond.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h61" id="h61"></a>§ 61.</h2> + + +<p>Ten einde op eene eenvoudige wijze aan te toonen, welk voordeel in +de stoomontspanning gelegen is, zullen wij van de eenvoudige lijnen der +nevensstaande figuur ons bedienen.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 40%;"> +<img src="images/083.jpg" width="40%" height="40%" alt="Een schematische voorstelling van een cilinder meg zuiger." title="" /> +</div> + +<p>Laat A B C D eenen cilinder verbeelden waarin de zuiger door de lijn E F +aangetoond wordt. Wanneer wij dien zuiger van deksel tot bodem doen +dalen, bijvoorbeeld met stoom van 6 ponden spanning, dan zal men eene +volume zoo gespannen stoom noodig hebben, die aan den inhoud van den +cilinder gelijk is; wanneer wij echter, dien zuiger met stoom, welke +slechts op een vierde of op 1-1/2 pond gespannen is, even zoo doen +bewegen, dan zal men eene gelijke hoeveelheid stoom, hoewel minder hoog +gespannen, behoeven; in het tweede geval zal gevolgelijk het vermogen +van den zuiger vier malen kleiner zijn dan in het eerste, en zal de +stoom ook circa vier malen minder digtheid bezitten, of een vierde deel +van den stoom op 6 ponden gespannen, zal nagenoeg voldoende wezen, om +evenzoo den cilinder te vullen met stoom op 1-1/2 pond gespannen.</p> + +<p>Zij nu gedacht, dat men stoom, die op 6 ponden gespannen is, slechts +voor een vierde deel van den zuigerslag in den cilinder laat vloeijen, +dat is: wanneer de zuiger tot bij 1 gedaald is, de toevloeijing +afgesloten wordt, dan zal, wanneer onder den zuiger geen tegenstand maar +een voldoend ijdel heerscht, dezelve door den ingelaten' en afgesloten' +stoom, nedergedrukt worden door ontspanning van den stoom, dat is door +eenen stoomdruk die gestadig afneemt naar gelang de ruimte boven den +zuiger grooter wordt, derwijze, dat de stoom, wanneer de zuiger bij 2 +gekomen zal zijn, slechts de halve spanning van drie ponden bezit, bij 3 +zal die spanning weder minder en wel een derde of 2 ponden wezen, en bij +4 zal de stoom niet meer dan een vierde of 1-1/2 pond spanning behouden +hebben. Zoo men nu de stoomspanning bij den zuigerplaatsen 1, 2, 3 en 4 +bij elkander telt, dat is 6, 3, 2 en 1-1/2, verkrijgt men tot som +12-1/2, welke door 4 gedeeld, eene nabijkomende gemiddelde spanning van +3-1/8 pond oplevert, waarmede men denken kan, dat de zuiger van deksel +tot bodem is naar beneden gedrukt; met eenen rijzenden zuigerslag kan +dit even zoo plaats vinden en behoeft geene verklaring.</p> + +<p>Door vergelijking van dit laatste geval met het voorgaande, waarin wij +den zuiger, van deksel tot bodem doorgaande met stoom van 1-1/2 pond +spanning deden dalen, en waarvoor de noodige hoeveelheid stoom ook +weinig verschilt met een vierde deel van den inhoud des cilinders met +stoom van 6 ponden spanning, wordt het voordeel der stoomontspanning +duidelijk: met ontspanning ondergaat de zuiger natuurlijkerwijze den +afklimmenden druk van 6 tot 1-1/2 pond, terwijl zonder ontspanning met +1-1/2 pond doorgaanden stoomdruk, de druk tegen den zuiger nimmer +grooter is, maar altijd dezelfde blijft; vandaar dat met ontspanning, de +gemiddelden druk meer dan de helft van den primitieve, dat is: 3-1/8 +pond bedraagt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h62" id="h62"></a>§ 62.</h2> + + +<p>Het voordeelige der stoom-ontspanning zoude bij het berekenen, nog +meer uitgekomen zijn, indien wij de ruimte, waarin de stoom opvolgende +ontspant in kleinere onderdeelen hadden verdeeld; want onze gemiddelde +druk is gevonden, naar de stoomspanning, die met de zuigerplaatsen 2, 3 +en 4 overeenkomt, hoewel de stoomspanning tusschen 1 en 2 hooger dan op +2, tusschen 2 en 3 hooger dan op 3 en tusschen 3 en 4 hooger dan op 4 +is; eigenlijk neemt de stoom vloeijend in spanning van plaats 1 tot +plaats 4 af; hetgeen dan oorzaak is, dat de gevondene gemiddelde +stoomspanning in ons gekozen voorbeeld nog kleiner schijnt dan zij is; +met meer nauwkeurigheid is de gemiddelde stoomspanning voor den geheelen +zuigerslag, met behulp van het volgende tafeltje te vinden, dat voor +achtste deelen van den stoomzuigerslag geldt.</p> + + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="center"><b>ACHTSTE DEELEN <br />ZUIGERSLAGLENGTE</b></td><td align="center"><b>FACTOREN</b></td></tr> +<tr><td align="center">1</td><td align="center">0.385</td></tr> +<tr><td align="center">2</td><td align="center">0.597</td></tr> +<tr><td align="center">3</td><td align="center">0.743</td></tr> +<tr><td align="center">4</td><td align="center">0.847</td></tr> +<tr><td align="center">5</td><td align="center">0.919</td></tr> +<tr><td align="center">6</td><td align="center">0.966</td></tr> +<tr><td align="center">7</td><td align="center">0.992</td></tr> +<tr><td align="center">8</td><td align="center">1.000</td></tr> +</table></div> + + +<p>Het gebruik van deze tafel is eenvoudig; want tegenover het getal +achtste deelen van den zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing +naar den zuiger aanhoudt, staat de Factoor of het getal, waarmede de +spanning van den toegevloeiden stoom moet vermenigvuldigd worden, om de +gemiddelde stoomspanning te verkrijgen, waarmede gerekend kan worden, +dat de geheele zuigerslag is volbragt. Zoo is in ons voorbeeld het +gedeelte zuigerslag, gedurende welke de stoomtoevloeijing duurt, 1/4, of +2 achtsten, hier tegenover staat nu in de tafel de factoor 0.597, +waarmede de spanning van den ingevloeiden stoom, 6 ponden, +vermenigvuldigd zijnde 3.582 geeft; de gemiddelde stoomspanning voor den +geheelen zuigerslag is dus bijna 3-6/10 pond, gevolglijk meer dan wij +boven vonden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h63" id="h63"></a>§ 63.</h2> + + +<p>Voor stoomwerktuigen van lage drukking laat men, gelijk gezegd is, +de stoom in vele gevallen tot omstreeks drie vierde van den zuigerslag +in den cilinder vloeijen; in § 47 is gezegd, dat men in die werktuigen +gewoonlijk met stoom werkt, die op 129 Ned. looden per vierkanten Ned. +duim gespannen is, en dat die spanning vermindert tot op 120 looden van +wege den tegendruk, welke in den condensor heerscht. Zoodanige met 120 +looden drukkende, en op drie vierde gedeelte van den zuigerslag +afgesloten wordende stoom, geeft volgens de tafel, met Factoor 0.966 +vermenigvuldigd, eene gemiddelde stoomspanning van 115-9/10 Ned. looden +per vierkanten Ned. duim. Men ziet dus op welke wijze men met behulp van +deze tafel, den gemiddelden stoomdruk door ontspanning veroorzaakt, op +den zuiger kan vinden, om alzoo over het effectief vermogen van het +werktuig, in verband met de daarvoor noodige hoeveelheid stoom beter te +kunnen oordeelen; terwijl de § 49 opgegeven regel alleen voor het vinden +van het nominaal vermogen strekt, dat is: van het nabij komend aantal +werkende paarden van gemiddelde sterkte, waarvoor dan ook die algemeene +regel voldoende is. Maar voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare +en hooge drukking, is een zoo algemeene regel ter berekening van +derzelver nominaal vermogen, niet toe te passen; eensdeels omdat de +spanning van den invloeijenden stoom daarin zeer onderscheiden is, en +anderdeels omdat de stoomontspanning in deze werktuigen ook veel +onderling verschilt, zoodat men voor dergelijke berekening, in het +bijzonder, op de eigenlijke spanning van den toegevloeiden stoom en op +deszelfs ontspanmaat in den cilinder moet letten, zoo als wij later +zullen opgeven.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h64" id="h64"></a>§ 64.</h2> + + +<p>Het doen ontspannen van den stoom in den cilinder levert wel +bezuiniging van brandstoffen op, maar de cilinders moeten daarvoor ook +grooter genomen worden, welke vermeerdering in zwaarte en uitgebreidheid +echter door de verkregene bezuiniging van brandstoffen rijkelijk wordt +vergoed; vooral in stoomvaartuigen, waar het in het bijzonder op het +geringste verbruik brandstoffen aankomt, dewijl de ruimte ter berging +daarin zeer beperkt is. Voor stoomrijtuigen wordt hierop minder gelet, +dewijl men daar in een klein bestek veel kracht moet ontwikkelen, dus +met kleine cilinders het grootste vermogen zoekt te verkrijgen ten koste +van eenige meerdere brandstof, welke men zich liever getroost, van +voorraadplaatsen van tijd tot tijd op te nemen<a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor">[5]</a>. In het algemeen zij +gezegd: dat men door aanwending van met ontspanning werkenden stoom, uit +de brandstoffen, het element der kracht, meer nut trekt, dat is: het te +verrigten werk, of de af te leggen weg, zal betrekkelijk minder uitgaven +aan brandstoffen kosten.</p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> De Belgische werktuigkundige <i>de Ridder</i> schijnt +ontspanning van stoom in stoomrijtuigen meer te willen toepassen.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h65" id="h65"></a>§ 65.</h2> + + +<p>Uit hetgeen over de stoomontspanning gezegd is, laat zich de +mogelijkheid begrijpen, hoe men door het doen vloeijen van eene kleine +hoeveelheid hooger gespannen stoom in eenen cilinder, en dien daarin te +doen ontspannen, tegen den daarin bewegenden zuiger, denzelfden +gemiddelden druk kan daarstellen, gelijk gewoonlijk in stoomwerktuigen +van lagen druk plaats vindt. Laat bij voorbeeld: slechts tot een vierde +deel van den zuigerslag, stoom in den cilinder toegelaten zijn, welks +spanning 99.8 Ned. lood boven den gemiddelden druk des dampkrings, dus +in het geheel 203.1 Ned. lood. bedraagt, en laat die spanning van wege +den Condensor, met 9 Ned. looden verminderd, bij gevolg, 194.1 Ned. +looden per vierk. Ned. duim worden, dan zal volgens de tafel, in § 62 +gegeven, 0.597 maal 194.1 gelijk zijn aan 115.9 Ned. looden gemiddelden +stoomdruk voor den ganschen zuigerslag: dezelfde gemiddelde stoomdruk, +die in § 63 gevonden is, wanneer met stoom gewerkt wordt, die slechts +met eene spanning van 129 Ned. looden in den cilinder vloeit, doch +waarvan de ontspanning niet eer begint, dan op drie vierde van den +zuigerslag.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h66" id="h66"></a>§ 66.</h2> + + +<p>De stoom heeft nog eene algemeene eigenschap, welke hier vermeld +moet worden, namelijk: dat hetzelfde gewigt stoom, onverschillig van +welke spanning, altijd dezelfde hoeveelheid warmte inhoudt; of anders +gezegd, (daar het gewigt van den stoom het gewigt van deszelfs +bestanddeel water is) dat een zelfde gewigt water altijd dezelfde +hoeveelheid warmte noodig heeft, om in stoom over te gaan, onverschillig +van welke spanning; bij voorbeeld: Een Ned. pond water levert 1385 +kubieke palmen stoom, op de spanning, die volgens § 54 voor machinen van +lagen druk, gebruikelijk is, op den thermometer 224 graden teekenende; +de noodige warmte voor die overgang in stoom is nu gelijk aan die, welke +vereischt wordt, om evenveel water in stoom van dubbele spanning te doen +overgaan, niettegenstaande deze laatste hooger temperatuur op den +thermometer teekent. Een Ned. pond water zal alzoo leveren 735 kubieke +palmen stoom op 2 maal 129 of 258 Ned. looden (de dampkringsdruk +daaronder begrepen) gespannen, terwijl de thermometer daarin 263.8 +graden zal aanwijzen; het onderscheid bestaat dus alleen hierin, dat +namelijk: gelijk gewigt hooger gespannen stoom minder uitgebreidheid +bezit, en dat in hooger gespannen stoom minder warmte verborgen is, (zie +§ 5) waardoor meer warmte wordt vrijgelaten, en de thermometer alzoo +hooger wijst. Uit dit voorbeeld ziet men tevens, overeenkomstig hetgeen +vroeger gezegd is, dat dubbel gespannen stoom een weinig meer dan de +halve volume van den eersten beslaat.</p> + +<p>Voor eenen stoomcilinder, waarin een zuiger van 57 Ned. duimen +middellijn met 114 Ned. duimen slaglengte werkt, en welke zuiger 26 +dubbele slagen in eene minuut volbrengt, zal volgens § 56 in een uur +tijds 936 kubieke ellen stoom ter geheele vulling noodig zijn; nu hebben +wij in § 63 gezien, dat wanneer die cilinder tot drie vierde van den +zuigerslag met stoom op 129 Ned. looden, dat is: 25.7 Ned. looden, boven +den gemidd. dampkringsdruk gespannen, gevuld is, deze door ontspanning +eenen gemiddelden druk tegen den zuiger zal uitoefenen van 115.9 Ned. +looden; en volgens § 65 dat de zuiger dien zelfden gemiddelden druk zal +ondergaan, wanneer men den cilinder slechts tot een vierde deel van den +zuigerslag met hooger gespannen stoom voorziet, en wel op 99.8 Ned. +looden boven den gemidd. dampkringsdruk; men heeft dan voor het eerste +geval 702 kubieke ellen stoom van lagen druk per uur noodig, en voor het +tweede geval slechts 234 kubieke ellen hooger gespannen stoom of stoom +van zoogenaamden middelbaren druk, terwijl in beide gevallen de zuiger +gelijken gemiddelden druk ondergaat. Nu is het gewigt van 702 kubieke +ellen zoo gespannen stoom van lagen druk (72-1/4 Ned. looden per kubieke +el) 507-2/10 Ned. ponden, en van 234 kubieke ellen zoo gespannen stoom +van middelbaren druk, (109-1/2 Ned. looden per kubieke el) 256-1/4 Ned. +ponden; derhalve heeft men in het laatste geval voor de daarstelling van +een zelfde druk vermogen op den zuiger, weinig meer dan het halve gewigt +water noodig, om in stoom te doen overgaan, terwijl die gelijkheid in +vermogen, alleen door de belangrijke meerdere stoomontspanning wordt te +weeg gebragt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h67" id="h67"></a>§ 67.</h2> + + +<p>De algemeene regel welken wij in § 49 opgegeven hebben, voor het +vinden van het nominaal vermogen in paardenkrachten van een +stoomwerktuig van lagen druk, is ook geldende voor alle gevallen, dat de +stoom, ontspannende, denzelfden gemiddelden druk op den zuiger +uitoefent, als gewoonlijk in stoomwerktuigen van lagen druk plaats +vindt, onverschillig met welke spanning de stoom in den cilinder is +gevloeid; doch die regel geldt niet meer, wanneer de gemiddelde +stoomdruk op den zuiger, hetzij met of zonder ontspanning, den +gebruikelijken in stoomwerktuigen van lagen druk te veel overtreft, +gelijk met zoogenaamde middelbaren- of hoogendruk-stoomwerktuigen het +geval is.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h68" id="h68"></a>§ 68.</h2> + + +<p>Stoomwerktuigen, welke op derzelver zuiger eenen meerderen druk +dan den gewonen stoom van lagen druk ontvangen, zijn niet altijd met +eenen condensor en ledigende luchtpomp voorzien; de zoogenaamde van +middelbare drukking, zijnde de zoodanigen die volgens § 18, tot eene +uiterste stoomspanning van 3-1/2 atmospheer boven den gemiddelden +dampkringsdruk werken, missen veelal condensor en luchtpomp. In dat +geval wordt de stoom welke tot voortstuwing van den zuiger gediend +heeft, bij elken slag in de opene lucht, of in den schoorsteen des +ketels ter bevordering van de trekking der vuren ontlast; zoo dat +alsdan, de tegenstand aan de andere zijde des zuigers, minstens aan +eenen dampkringsdruk gelijk is, terwijl bij dat gemis van condensor en +luchtpomp de wrijving niet behoeft overwonnen te worden, welke het in +beweging houden van den luchtpompzuiger kost, evenmin als er vermogen +verloren gaat voor het daarmede opgebragte water en lucht. Wanneer in +werktuigen van zoogenaamde middelbare drukking condensor met luchtpomp +bestaat, dan is over het algemeen genomen, de vernietiging of +condensering van den stoom, die gediend heeft, niet zoo volmaakt als in +stoomwerktuigen van lagen druk; zoodat op den daaruit ontstaanden +grooteren tegenstand, welke de stoomzuiger daardoor ondergaat, nog in +het bijzonder gelet moet worden.</p> + +<p>Om den tegenstand, welke binnen den condensor voor den stoomzuiger +bestaat, te kennen, zijn de condensors veelal met eenen daarvoor +geschikten meter voorzien, die manometer en ook barometer geheeten +wordt, en waarop dien tegenstand dadelijk kan afgelezen worden; met +eenen gewonen thermometer kan men ook de warmte, welke binnen den +condensor heerscht, waarnemen, en daaruit den hier bedoelden tegenstand +herkennen, de onderstaande tafel daarbij raadplegende.</p> + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="center"><b>AANWIJZING VAN DEN <br /> THERMOMETER <br />BINNEN DEN <br />STOOMZUIGER PER <br />VIERK. CONDENSOR</b></td><td align="center"><b>TEGENSTAND VOOR <br />DEN NED. DUIM.</b></td></tr> +<tr><td align="center"> 90 graden</td><td align="center">4. 7 Ned. looden.</td></tr> +<tr><td align="center">100 "</td><td align="center">6.4 —</td></tr> +<tr><td align="center">110 "</td><td align="center">8.7 —</td></tr> +<tr><td align="center">120 "</td><td align="center">11.5 —</td></tr> +<tr><td align="center">130 "</td><td align="center">14.9 —</td></tr> +<tr><td align="center">140 "</td><td align="center">19.8 —</td></tr> +<tr><td align="center">150 "</td><td align="center">25.6 —</td></tr> +<tr><td align="center">160 "</td><td align="center">32.6 —</td></tr> +<tr><td align="center">170 "</td><td align="center">41.5 —</td></tr> +<tr><td align="center">180 "</td><td align="center">52.6 —</td></tr> +<tr><td align="center">190 "</td><td align="center">65.2 —</td></tr> +<tr><td align="center">200 "</td><td align="center">81.3 —</td></tr> +<tr><td align="center">210 "</td><td align="center">99.4 —</td></tr> +</table></div> + + +<p>Indien dan een in den condensor geplaatste thermometer, waarvan de buis +uitwendig zigtbaar is, 110 graden teekent, zoo zal de zuiger 8-7/10 Ned. +looden tegendruk per vierkanten Ned. duim ondervinden, waarmede dus de +stoomdruk aan de andere zijde vermindert.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h69" id="h69"></a>§ 69.</h2> + + +<p>Stoomwerktuigen van hoogen druk houden condensor noch luchtpomp, +daarin bedraagt dus de tegenstand van den stoomzuiger, gelijk gezegd is, +minstens eenen dampkringsdruk, dat is gemiddeld 103.3 Ned. looden per +vierkanten Ned. duim; wel heeft men bij gemis van condensor en luchtpomp +eenen zoogenaamden refringirator of verkoeler, waardoor de stoom +alvorens in de opene lucht of in den schoorsteen te ontlasten, doorgaat, +maar deze dient alleen, om van den ontvliedenden stoom nog verwarmd +water te trekken, of daarmede water te verwarmen, voordeelig voor de +voeding des ketels of voor de aanvulling van het daaruit verstoomde +water. § 70. Het herkennen van de spanning, waarmede de stoom in den +cilinder valt, geschiedt op eenen daarbij geplaatsten stoommeter; de +stoommeter wijst altijd de spanning boven den bestaanden druk des +dampkrings aan, zoodat men bij die aanwijzing, gemiddeld 103.3 Ned. +looden moet tellen, om de totale spanning, welke binnen den ketel +bestaat, te kennen. Hoeveel de stoom vervolgens in den cilinder +ontspant, kan ontdekt worden, door aan de stoomschuif de vereischte +beweging in verband met die des zuigers te geven, en daarbij op te +merken, op welk gedeelte van den zuigerslag de stoomafsluiting plaats +vindt, of de ontspanning aanvangt<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a>.</p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> In hetzelfde werkje dat in de noot op bladz. 65 aangehaald +is, staat eenen regel opgegeven, volgens welken men door berekening het +gedeelte zuigerslag kan vinden, waarop de stoom door de stoomschuif +wordt afgesloten, en de stoomontspanning begint.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h71" id="h71"></a>§ 71.</h2> + +<p>De spanning van den stoom, zoo als die in den cilinder valt, +deszelfs ontspanmaat, en den tegenstand welken de zuiger aan de andere +zijde ondervindt, kennende, zoo kan men met gegevene middellijn van +stoomzuiger en lengte van deszelfs slag, het nominaal vermogen in +paardenkrachten vinden van stoomwerktuigen van zoogenaamden middelbaren +en hoogen druk, naar de volgende regelen:</p> + + +<p><span class="g">REGEL</span></p> + +<p><span class="smcap">voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare drukking, welke +condensor en luchtpomp bezitten.</span></p> + +<p>Tel eerst bij de stoomspanning in Ned. looden per vierkanten Ned. duim, +welke de stoommeter aanwijst, 103.3 Ned. looden, trek van de som den +tegendruk binnen den condensor, door manometer of thermometer +aangewezen, af, vermenigvuldig de rest met den overeenkomstigen factoor +voor stoomontspanning (wanneer die plaats vindt) volgens de tafel van § +62, noem dit produkt <i>zuigerdruk</i>; vermenigvuldig, vervolgens het getal +Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk is, met +zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de zuiger in +eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte uit de tafel +van § 49 op te maken; het laatste produkt met den eerstgevondenen +<i>zuigerdruk</i> vermenigvuldigende, en dit eindprodukt door 1.263000 +deelende, zal het komende quotient het gevraagde getal nominale +paardenkrachten opleveren.</p> + + +<h3>VOORBEELDEN.</h3> +<p><b><i>Eerste Geval.</i></b></p> +<p><span class="smcap">met stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p> + +<p>Zij de aanwijzing van den stoommeter 206.6 N. looden. +<br /> De tegendruk in den condensor 50.0 N. looden. +<br /> Aanvang van de stoomontspanning, 3/8 van den zuigerslag. +<br /> Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. +<br /> Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el. +</p> + +<div class="formula"> +bij 206.6<br /> aanwijzing van den stoommeter +<br /> tel 103.3 +<br /> ———— +<br /> 309.9 +<br /> af 50.0 <br />tegendruk in den condensor +<br /> ———- +<br /> rest 259.9 +<br /> maal 0.743 <br />voor factoor stoomontspanning (§ 62) +<br /> ——— +<br /> geeft 193.1 <br />Ned. looden <i>zuigerdruk</i> +<br /> ========= + +<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57 +<br /> maal 57 +<br /> ———— +<br /> geeft 3249 +<br /> maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49) +<br /> ———— +<br /> geeft 194940 +<br /> maal 193.1<br /> voor <i>zuigerdr.</i> +<br /> ———— +<br /> geeft 37642914 +<br /> gedeeld door 1263000 +<br /> ———— +<br /> is het Quotient 29.8 +</div> + +<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 29-3/4 paardenkrachten gelijk +zijn.</p> + +<p><b><i>Tweede Geval</i>.</b></p> +<p><span class="smcap">zonder stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p> + +<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 200.6 N. looden.<br /> + De tegendruk in den condensor 80.0 N. looden. <br /> + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.<br /> + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen. +</p> + +<div class="formula"> + bij 206.6 <br />aanwijzing van den stoommeter. +<br /> tel 103.3 +<br /> ————— +<br /> 309.9 +<br /> af 80.0<br /> tegendruk in den condensor +<br /> ————— +<br /> rest 229.9 <br />Ned. looden <i>zuigerdruk</i>. +<br /> ========= + +<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57 +<br /> maal 57 +<br /> ——— +<br /> geeft 3249 +<br /> maal zuigersnelheid per minuut, 60 (§ 49) +<br /> ——— +<br /> geeft 194940 +<br /> maal 229.9 <br />voor <i>zuigerdr.</i> +<br /> ——— +<br /> geeft 44816706 +<br /> gedeeld door 1263000 +<br /> ——— +<br /> is het quotient 35.5 +<br /> ====== +</div> + +<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan 35-1/2 paardenkrachten gelijk zijn.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h72" id="h72"></a>§ 72.</h2> + + +<p><span class="g">REGEL</span></p> + +<p><span class="smcap">voor stoomwerktuigen van zoogenaamde middelbare drukking, welke +condensor noch luchtpomp bezitten.</span></p> + +<p>Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning <span title="Was: der" style="border-bottom: 1px red dotted;">per</span> vierkanten +Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen +factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de +tafel van § 62; noem dit produkt <i>zuigerdruk</i>; vermenigvuldig, ten +andere, het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger +gelijk is, met zich zelf en het produkt met het getal Ned. ellen, +hetwelk de zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs +slaglengte uit de tafel van § 49 op te maken; dit laatste produkt met +den eerstgevondenen <i>zuigerdruk</i> vermenigvuldigende, en het eindprodukt +door 1237000 deelende, dan zal het aldus bekomen quotient het gevraagde +getal nominale paardenkrachten opleveren.</p> + + +<h3>VOORBEELDEN.</h3> + +<p><i>Eerste Geval.</i></p> +<p><span class="smcap">met stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p> + +<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 300.9 N. looden.<br /> + Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag.<br /> + Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen.<br /> + Zuigerslaglengte 1.14 Ned. ellen. +</p> + +<div class="formula"> +<br /> 309.9 <br />stoommeter aanwijzing +<br /> maal 0.743 <br />voor factoor stoomontspanning (§ 62) +<br /> ——— +<br /> geeft 230.3 <br />Ned. looden <i>zuigerdruk</i> +<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57 +<br /> maal 57 +<br /> —— +<br /> geeft 3249 +<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) +<br /> ——— +<br /> geeft 194940 +<br /> maal 230.3 <br />voor <i>zuigerdruk</i>. +<br /> ——— +<br /> geeft 44894682 +<br /> gedeeld door 1237000 +<br /> ———— +<br /> geeft tot quotient 36.3 +<br /> ======== +</div> + +<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 36-1/4 paardenkrachten gelijk +zijn.</p> + +<p><i>Tweede Geval.</i></p> + +<p><span class="smcap">zonder stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p> + + + +<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 309.9 N. looden. +<br /> Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. +<br /> Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el. +</p> + +<div class="formula"> + +<br /> 309.9<br /> stoommeter aanwijzing is <i>zuigerdruk</i>. +<br /> ===== + +<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57 +<br /> maal 57 +<br /> ——— +<br /> geeft 3249 +<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) +<br /> ——— +<br /> geeft 194940 +<br /> maal 309.9 voor <i>zuigerdr.</i> +<br /> ——— +<br /> geeft 60455906 +<br /> gedeeld door 1237000 +<br /> ——— +<br /> geeft tot quotient 48.9 +</div> + +<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 49 paardenkrachten gelijk +zijn.</p> + +<h2><a name="h73" id="h73"></a>§ 73.</h2> + + +<p>In stoomwerktuigen van hoogen druk wordt volgens § 18 stoom +gebezigd, welks spanning meer dan 3-1/2 dampkringsdruk bedraagt; hooger +dan tot 8 dampkringen, gaat die spanning in deze soort van werktuigen +zelden: het is dus tusschen 3-1/2 en 8 dampkringsdrukkingen, boven den +gemiddelden, dat de volgende regel geldt, gelijk gezegd is voor +werktuigen, die condensor noch luchtpomp bezitten, en soms slechts met +eenen refringirator tot het verkrijgen van verwarmd voedingwater voor +den ketel voorzien.</p> + + +<p><span class="g">REGEL</span></p> + +<p><span class="smcap">voor stoomwerktuigen van hoogen druk.</span></p> + +<p>Vermenigvuldig eerst het getal Ned. looden stoomspanning per vierkante +Ned. duim, hetwelk de stoommeter aanwijst, met den overeenkomstigen +factoor voor stoomontspanning, (wanneer die plaats vindt), volgens de +tafel van § 62, noem dit produkt <i>zuigerdruk</i>; vermenigvuldig vervolgens +het getal Ned. duimen, waaraan de middellijn van den stoomzuiger gelijk +is, met zich zelf, en het produkt met het getal Ned. ellen, hetwelk de +zuiger in eene minuut doorloopt, overeenkomstig deszelfs slaglengte, uit +de tafel van § 49 op te maken, dit laatste produkt met den +eerstgevondenen <i>zuigerdruk</i> vermenigvuldigende, en het eindprodukt door +1210000 deelende, zal het komende quotiënt het gevraagde getal nominale +paardenkrachten opleveren:</p> + +<h3>VOORBEELDEN.</h3> + +<p><b><i>Eerste Geval.</i></b></p> +<p><span class="smcap">met stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p> + +<p>Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 N. looden. +<br />Aanvang van de stoomontspanning 3/8 van den zuigerslag. +<br />Middellijn van den zuiger 57 Ned. duim. +<br />Zuigerslaglengte 1.14 Ned. el.</p> + +<div class="formula"> + +<br /> 516.5 <br />stoommeter aanwijzing is <i>zuigerdruk</i> +<br /> maal 0.743<br /> voor Factoor stoomontspanning (§ 62) +<br /> ——— +<br /> geeft 383.8<br /> Ned. looden <i>zuigerdruk</i>. + +<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57 +<br /> maal 57 +<br /> ——— +<br /> 3249 +<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) +<br /> ——— +<br /> geeft 194940 +<br /> maal: 383.8 voor <i>zuigerdruk</i>. +<br /> ——— +<br /> geeft 74817972 +<br /> gedeeld door 1210000 +<br /> ———— +<br /> geeft tot quotient 61.8 +</div> + +<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan ruim 61-3/4 paardenkrachten gelijk +zijn.</p> + +<hr style="width: 95%;" /> + +<p><i>Tweede Geval.</i></p> +<p><span class="smcap">zonder stoomontspanning binnen den cilinder.</span></p> + +<p> Zij de aanwijzing van den stoommeter 516.5 Ned. looden. +<br /> Middellijn van den zuiger 57 Ned. duimen. +<br /> Zuigerslaglengte 1.14 Ned. El. +</p> + +<div class="formula"> + +<br />516.5 <br />stoommeter aanwijzing, is <i>zuigerdruk</i>, +<br /> —— + +<br /> nu is de middellijn van den zuiger 57 +<br /> maal 57 +<br /> ——— +<br /> 3249 +<br /> maal zuigersnelheid per minuut 60 (§ 49) +<br /> ——— +<br /> geeft 194940 +<br /> maal 516.5<br /> voor <i>zuigerdr.</i> +<br /> ———— +<br /> geeft 100686510 +<br /> gedeeld door 1210000 +<br /> ———— +<br /> geeft tot quotient 83.2 +<br /> +<br /> ========= +</div> + +<p>dat is: het nominaal vermogen zal aan bijna 83-1/4 paardenkrachten +gelijk zijn.</p> + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h74" id="h74"></a>§ 74.</h2> + + +<p>De bovenstaande uitgewerkte voorbeelden in getallen, zijn +opzettelijk voor eene zelfde zuigermaat en slaglengte gekozen, alleen om +daardoor een goed vergelijkend overzigt te verschaffen. De lezer zal, +ter bevordering van het goede begrip, weldoen, met andere gegevens +gelijke berekeningen te bewerken, en bijaldien zulke gegevens genomen +worden, naar bestaande Machinen, dan zal het daarmede gevonden nominaal +vermogen, des te minder van het effectief, door de machine uitgewerkt, +vermogen verschillen, hoe nader de werkelijke snelheid, in verband met +de slaglengte van den zuiger, bij die der tafel van § 49 komt. Het +nabijkomend effectief vermogen van eenige machine dus willende kennen, +dan zal men de werkelijke of waargenomene snelheid van den zuiger in de +berekening moeten bezigen, in plaats van die der tafel, wanneer deze +daarmede niet overeenkomt; echter blijft in het algemeen de machine den +krachtnaam voeren, welke een berekend nominaal vermogen met de +zuigersnelheid volgens de tafel, onaangezien de waargenomene snelheid, +oplevert, op dat dit zoo berekend nominaal vermogen dienen zoude, voor +de vergelijking der vermogens van verschillende stoommachinen onderling, +wanneer voor dezelfde gevallen denzelfden opgegeven' regel gevolgd +wordt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h75" id="h75"></a>§ 75.</h2> + + +<p>De vereischte hoeveelheid stoom, waarmede de cilinder van eenig +stoomwerktuig in eenen bepaalden tijd moet voorzien worden, is voor de +laatste voorbeelden in getallen, evenzoo te berekenen, als in § 56 en 57 +geschied is; de hoeveelheid stoom met deszelfs spanning kennende, is +deszelfs gewigt, of dat van het inbegrepen water, in de volgende tafel +te vinden.</p> + + + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr> + <td align="center"><span class="smcap"><b>spanning van den stoom <br />per vierkanten ned <br />duim boven den<br /> gemiddelden druk<br /> des dampkrings.</b></span></td> + + <td align="center"><span class="smcap"><b>gewigt water in eene <br />kubieke el stoom, of<br /> gewigt van eene <br />kubieke el stoom</b></span></td></tr> +<tr><td align="center"><span class="smcap">ned. looden.</span></td><td align="center"><span class="smcap">ned. ponden.</span></td></tr> +<tr><td align="center">0</td><td align="center">0.588</td></tr> +<tr><td align="center">10</td><td align="center">0.641</td></tr> +<tr><td align="center">20</td><td align="center">0.692</td></tr> +<tr><td align="center">30</td><td align="center">0.744</td></tr> +<tr><td align="center">40</td><td align="center">0.795</td></tr> +<tr><td align="center">50</td><td align="center">0.846</td></tr> +<tr><td align="center">60</td><td align="center">0.896</td></tr> +<tr><td align="center">70</td><td align="center">0.946</td></tr> +<tr><td align="center">80</td><td align="center">0.996</td></tr> +<tr><td align="center">90</td><td align="center">1.046</td></tr> +<tr><td align="center">100</td><td align="center">1.095</td></tr> +<tr><td align="center">200</td><td align="center">1.579</td></tr> +<tr><td align="center">300</td><td align="center">2.048</td></tr> +<tr><td align="center">400</td><td align="center">2.506</td></tr> +<tr><td align="center">500</td><td align="center">2.954</td></tr> +<tr><td align="center">600</td><td align="center">3.395</td></tr> +<tr><td align="center">700</td><td align="center">3.830</td></tr> +<tr><td align="center">800</td><td align="center">4.259</td></tr> +<tr><td align="center">900</td><td align="center">4.683</td></tr> +</table></div> + +<p>Voor eenen stoomcilinder die 57 Ned. duimen tot Middellijn heeft, en +waarin de zuiger gedurende eene minuut 26 malen daalt, en even zoo veel +malen rijst met eene slaglengte van 1.14 Ned. el, waarbij de +stoomtoevloeijing op drie vierde gedeelte van den zuigerslag wordt +afgesloten, zal men volgens § 56 in een uur tijds 702 kubieke ellen +stoom behoeven; zoo nu die stoom de gewoon gebruikelijke, die van lagen +druk is, die een vierde dampkring of 25.7 Ned. looden boven den +gemiddelden dampskringsdruk gespannen is, dan vindt men met behulp dezer +tafel, dat eene kubieke el aldus gespannen stoom, nagenoeg 72-1/4 Ned. +looden water bevat, bijgevolg houden 702 kubieke ellen van dezen stoom +van lagen druk 507 Ned. ponden water in, en wegen dus zoo zwaar. Zulk +een aantal ponden water is alzoo in een uur tijds noodig voor den stoom, +waarmede de cilinder gevuld moet worden.</p> + +<p>Uit den stoomketel verstoomt dus in een uur tijds ten minsten 507 Ned. +ponden water, dat gevolgelijk weder aangevuld moet worden; maar dewijl +in een stoom werktuig langs kleppen, schuiven en pakkingen altijd eenige +lekkaadje van stoom of tot water verdikten stoom bestaat, zoo moet +bovendien nog in dat verlies worden voorzien. In de beschrevene soort +van machinen, is dit verlies op 1/15 gedeelte van het gewigt water, dat +voor stoom in den cilinder noodig is, te begrooten, zoo dat men in dit +geval 507 en 32 of 539 Ned. ponden water, gedurende een uur werkens in +den ketel zal moeten persen, om denzelven gelijkelijk met water voorzien +te houden, en waartoe een of meer pompen, voedingpompen genaamd, dienen, +welke, gelijk vroeger gezegd is, door de machine zelve worden bewogen. +Wanneer stoom van hoogere drukking gebezigd wordt, dan bedraagt gemeld +verlies aan lekkaadje meer, en dit kan in stoomwerktuigen van hoogen +druk tot 1/10 deel van het gewigt des verbruikten stooms aan water +bedragen. Wanneer men bij voorbeeld, in een uur 250 kubieke Ned. ellen +stoom, op 400 Ned. looden per vierkante Ned. duim boven den dampkring +gespannen, voor eenen cilinder noodig heeft, en welke aldus gespannen +stoom volgens de tafel 2.506 Ned. ponden per kubieke Ned. el, dus in het +geheel 626-1/2 Ned. ponden weegt, dan zal men 626-1/2 en 62-1/2 of 689 +Ned. ponden voedingwater, gedurende een uur in den ketel moeten persen. +In het voorbijgaan kan hier dus worden opgemerkt, dat het gebruik van +stoom van lagen druk economischer is dan van hoogen druk, dat is met +andere woorden: Men zal met dezelfde brandstoffen, die men tot +voortbrenging van stoom van lagen druk behoeft, betrekkelijk grooter +vermogen ontwikkelen, dan wanneer men tot dat einde die brandstoffen +voor stoom van hoogen druk bezigde, uit hoofde van het vermelde verschil +in het verlies van stoom. Daar behalve verlies, nog andere toevallige +oorzaken kunnen bestaan, welke dat vergrooten, en men gedurende +stilstand van de machine, soms stoom in de opene lucht moet laten +ontvlieden, zoo neemt men de voorzorg, om de voedingpompen voor een +weinig meer opbrengst van water in te rigten, waarvoor dan die pompen, +zoo er te veel water in den ketel wordt gebragt, van de machine zijn te +ontkoppelen, om eenigen tijd buiten werking te blijven; of soms heeft +men aan die pompen toestellen verbonden, waardoor het overvloedige water +afloopt, zoodat dezelve alsdan met de machine kunnen blijven doorwerken; +in § 22 is een dergelijke toestel verklaard. Overigens wordt het +voedingwater zoo veel mogelijk verwarmd in den ketel gebragt, en daarom +uit den heetwaterbak (§ 40) of de refrigerator (§ 69) getrokken.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h76" id="h76"></a>§ 76.</h2> + + +<p>Uit dit laatst behandelde kan men afleiden, dat een stoomwerktuig +van lagen druk voor elke nominale paardenkracht, per uur gemiddeld, +bijna 31 Ned. ponden water behoeft ter overbrenging in stoom; want het +voorbeeld voor aanwending van stoom van lagen druk der laatste +paragraaf, geldt, overeenkomstig § 49, eene machine van 17-7/10 nominale +paardenkrachten; waarom dan 17-7/10 maal 31 of 548.7 Ned. ponden, weinig +meer bedraagt dan 539 Ned. ponden van datzelfde voorbeeld. In machinen, +waarin de stoom hooggespannen werkt, is voor elke nominale +paardenkracht, uit hoofde van grooter stoomverlies, meer water noodig, +en kan alzoo voor die krachtéénheid tot 37-1/2 Ned. ponden in een uur +tijds noodig wezen, waarnaar dan de voedingpompen zullen moeten zijn +ingerigt. Daar nu de machine de voedingpompen moet in beweging houden, +zoo is natuurlijkerwijze, het daaraan te besteden vermogen des te +grooter, naar gelang de overeenkomstige watervoeding per nominale +paardenkracht, meer bedraagt; hetgeen weder, de nuttige uitwerking der +machinen van hoogen druk een weinig benadeelt, dat is: minder economisch +ten aanzien van het verbruik van brandstoffen doet zijn.</p> + +<p>De totale consumptie brandstoffen, welke een stoomwerktuig van een +bepaald vermogen tot onderhoud van werking eischt, hangt echter niet +enkel af van de hoeveelheid in stoom over te brengen water, gedurende +eenen bepaalden tijd: immers tot hiertoe hebben wij slechts in het oog +gehad, hetgeen noodig is aan stoom met inbegrip van lekkaadje tot in den +cilinder der machine; de deelen echter, welke den stoom tot aan die +plaatsen leiden, moeten mede verwarmd blijven, of de invloed der +afkoeling tegenstaan; ten andere ondergaat in hoofdzaak, de stoomketel +zelf veel warmteverlies, hetgeen binnen denzelven noodzakelijk moet +worden aangevuld, opdat de vereischte temperatuur, overeenkomstig de +binnen bestaande spanning onderhouden worde. Wanneer men dus op grond +van naauwkeurige gegevens, door berekening gevonden had, wat aan +brandstoffen noodig zoude zijn, voor het leveren van de vereischte +hoeveelheid stoom, tot in den cilinder, dan zoude men in het werkdadige +bevinden, dat eene dus berekende hoeveelheid brandstof met het werkelijk +verbruik daarvan niet overeenkwam; het is daarom dat de tafel van § 58 +de totale consumptie steenkoolen bevat, welke de ondervinding als +gemiddeld per nominale paardenkracht voor stationaire stoomwerktuigen +van lagen druk heeft doen kennen, terwijl voor andere soorten van +stoomwerktuigen, alsmede voor die van zoogenaamde middelbare en hooge +drukking, het daartoe betrekkelijke in § 59 is gezegd.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h77" id="h77"></a>§ 77.</h2> + + +<p>Alle stoomwerktuigen van lagen druk houden eenen condensor met +luchtpomp; in den condensor vloeit uit den cilinder de stoom, welke den +zuiger dalende of rijzende bewogen heeft, en komt daar in aanraking met +eenen stroom koud water, welke eene kraan, injectiekraan geheeten, +verschaft; door de aanraking met dat koude water verdikt zich de stoom, +en gaat des te meer tot water over, naar gelang dat water kouder is; hoe +meer stoom op die wijze vernietigd wordt, des te ijler, of minder +tegenstand biedende, de overgeblevene stoom zal zijn ten nutte van het +vermogen der machine; de hoeveelheid van dit koel- of injectiewater +wordt met behulp van gezegde kraan, door den bestuurder der machine ten +beste geregeld. Houdt hij de kraan te veel gesloten dan zal het ijdel in +den condensor onvoldoende wezen, waardoor de machine vermogen verliest; +is daarentegen die kraan te veel geopend, dan zal de ledigende +luchtpompzuiger overbodig water moeten opbrengen, terwijl de condensor +ruimte tevens verkleint, hetgeen beiden het vermogen van de machine +benadeelt; het aldus als het ware ingespoten water ontwikkelt lucht, die +door de luchtpomp, ook met het water, dat de verdikte stoom heeft +opgeleverd, moet worden uitgevoerd. In stoomwerktuigen van lagen druk +van dubbele werking, dat zijn de zoodanigen, waarin de stoom boven en +onder den zuiger drukt, en welke wij hoofdzakelijk tot onderwerp hebben +gekozen, bedraagt de hoeveelheid injectiewater, wanneer dit de +temperatuur van 62 graden bezit, gemiddeld, 29 malen het gewigt +ketelvoeding water, zoodat dit, naar dien grondslag, evenredig is aan de +hoeveelheid stoom, welke in den cilinder vloeit; zoo is in ons voorbeeld +van § 75, betrekkelijk stoom van lagen druk, met eenen stoomcilinder +welke 57 Ned. duim tot middellijn heeft, en eenen zuigerslag van 1.14 +Ned. el, die 26 dubbele zuigerslagen per minuut volbrengt, alsmede met +afsluiting van stoomtoevloeijng op drie vierde gedeelte van den +zuigerslag, de vereischte hoeveelheid voeding water per uur 539 Ned. +ponden, bij gevolg het noodige injectiewater gemiddeld 539 maal 29 of +15631 Ned. ponden; daar nu zoodanige maten, blijkens § 49. passen voor +een stoomwerktuig van lagendruk van 17-7/10 nominale paardenkrachten, +zoo volgt, dat hier per nominale paardenkracht, gemiddeld eene +hoeveelheid van 883 Ned. ponden injectiewater in een uur tijds noodig +is; is het water kouder dan wordt er minder vereischt. Wanneer de +temperatuur van het injectiewater 5 graden lager dan 62 graden is, dan +zal men ongeveer 26 malen het gewigt des stooms behoeven, is de +temperatuur daarentegen 5 graden hooger, dan zal nagenoeg 33 malen dat +gewigt aan injectiewater noodig wezen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h78" id="h78"></a>§ 78.</h2> + + +<p>Gelijk men ziet, maakt het injectiewater nog al eene belangrijke +hoeveelheid uit, terwijl gesteld moet worden, dat een stoomwerktuig van +lagen druk zonder dat niet kan werken. In stoomvaartuigen wordt dat +water zeer gemakkelijk verkregen, om rede het werktuig zeer nabij van +hetzelve is omgeven: door eene opening in het onder water gedompelde +deel van het vaartuig vloeit dat water, door eene pijp of buis, naar de +injectiekraan en alzoo in den condensor; die invloeijing wordt behalve +dat zeer bevorderd door den druk des dampkrings op het omringende +buitenwater, en ook nog door de drukkende waterhoogte, die voortvloeit +uit den lageren stand van de injectiekraan tegen den condensor onder den +waterspiegel, terwijl binnen den condensor slechts geringe spanning of +tegendruk bestaat. Zij eens voorondersteld dat bij eene goede werking +van de machine, uiterlijk 7 Ned. looden tegendruk per vierkante Ned. +duim in den condensor heerscht, en dat de injectiekraan aan den +condensor 7 palmen onder den waterspiegel ligt, dan zal (daar men +stellen moet, dat elke palm waterhoogte, volgens § 8, voor een lood druk +geldt) de tegendruk in den condensor, juist door den druk der +waterhoogte welke boven de injectiekraan bestaat, worden opgewogen. +Waaruit dan volgt, dat het injectiewater onder den invloed van den +geheelen druk des dampkrings (103.3 looden per vierkante duim) in den +condensor zal stroomen.</p> + +<p>Bij de op het land geplaatste machinen is in vele gevallen de +watervoorraad, waarvan men dat voor de injectie moet trekken, verder +verwijderd, en kan dus zoo dadelijk niet in den condensor stroomen, of +daarin als het ware opgezogen worden; waarom men dan eene koud waterpomp +noodig heeft, welke het vereischte injectiewater bij de injectiekraan +voert. Over het algemeen wordt alsdan door die pomp eene ruim voldoende +hoeveelheid water in eenen bak gestort, welke den condensor met de +luchtpomp te zamen bevat, gelijk in § 39 met figuur 10 aangetoond is, +terwijl het overvloedige door de overlooppijp zich ontlast.</p> + +<p>In bergachtige landstreken alwaar het dus noodige water veelal hoog moet +worden opgevoerd, kost de koud waterpomp, door de machine in werking +gebragt, een niet gering vermogen, en doet bij gevolg, het effectief +vermogen der machine belangrijk te kort; waarom men in die gevallen +dikwijls de voorkeur geeft, aan machinen van zoogenaamde middelbare of +hooge drukking, die zonder injectie-water kunnen werken; ter zijde +gesteld die gevallen, waarin de aanvoer van het altijd onontbeerlijke +water voor de voeding des ketels op zich zelven reeds zeer moeijelijk +is.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h79" id="h79"></a>§ 79.</h2> + + +<p>Men kan den uit den stoomcilinder in den condensor vloeijenden +stoom ook nog verdikken of in water doen overgaan, door denzelven in +aanraking te brengen met verkoelde oppervlakten; maar daar die +oppervlakten weder door koud water koel gehouden moeten worden, zoo +heeft men daarvoor meer water noodig, dan door dadelijke aanraking van +het koude water met den stoom zelven, en wanneer het daarvoor dienende +water van eene afgelegene plaats moet getrokken worden, dan gaat hier +weder een gedeelte nuttig vermogen te meer aan verloren; maar dusdanige +wijze van condenseren levert te dien aanzien minder bezwaar op bij +stoomvaartuigen, dewijl de koelende vloeistof daar rondom aanwezig is, +en weinig vermogen ter aan- en afvoer behoeft te kosten; de stoom op die +wijze condenserende, geschiedt met oogmerk, om het daarvan herkomstige +water afgescheiden te houden, ten einde alleen daarmede den ketel te +voeden.</p> + +<p>Daar gecondenseerde stoom zuiver water moet zijn, zoo zoude men +oppervlakkig denken, dat de voeding eens ketels met dat water de +voorkeur verdient boven de gewone wijze, waarbij het stoomwater met het +injectiewater vermengd daartoe moet dienen; want het injectiewater is +veelal niet zuiver te verkrijgen, en in vele gevallen wordt daarvoor +zeewater gebezigd, hetwelk na uitdamping vreemde stoffen of zouten +achterlaat, die zich binnen den ketel vasthechten, of daarin +nederploffen, en een aanzetsel of zoogenaamd sediment vormen, dat de +snelle verwarming door het vuur, zeer verhindert, en dat zelfs voor de +ketelplaten, die direkt met het vuur in aanraking zijn, kan verderfelijk +wezen: uitwerkingen, welke niet zouden plaats hebben, in geval men den +ketel aanvankelijk met zuiver water vulde, en vervolgens daarmede +aanhoudend bleef voeden. Tot heden echter heeft de ketelvoeding met het +water, dat condenserende stoom in stoomwerktuigen oplevert, nog geene +geheel voldoende uitkomsten geschonken, en zulks, omdat het alzoo van +den stoom herkomstige water ook de olie- of vetdeelen met zich voert, +die in de machine ter verzachting der wrijving hebben gediend, welke +zich dan binnen den ketel sterk vasthechten, en langs dien weg ook de +overgang der hitte van het vuur door de ketelplaten zeer hinderen; +behalve dat worden de verkoelende oppervlakten binnen den condensor mede +met die vuile vetstof bezet, ten nadeele der noodige snelle verkoeling. +Een en ander is dan oorzaak, dat soortgelijk condenseren voor +ketelvoeding geenszins algemeen gevolgd wordt, en hoewel verschillende +inrigtingen tot dat einde bestaan, men zich liever voor het +tegenwoordige, nog bij de gewone manier houdt, zorg dragende, dat de +ketel niet alleen op geschikte tijden van het gewone minder vastgehechte +aanzetsel wordt gezuiverd, maar ook, dat men gedurende de werking +(voornamelijk wanneer zeewater voor injectiewater wordt gebezigd) eenig +water uit den ketel, door eene spuikraan in deszelfs bodem, doet +wegvloeijen, opdat zich zoo min mogelijk sediment vasthechte, en nimmer +sediment nederploffe. Het ketelwater door zoodanige spuikraan +noodzakelijk verminderende, moet dan natuurlijk, door middel der +voedingpomp met versch water, (zoo veel mogelijk verwarmd) buitengewoon +worden aangevuld; voor die buitengewone spuijing en evenmatige +aanvulling heeft men ook eenige werktuigelijke middelen bedacht, die +meer of min voldoen, doch die hier geene plaats ter beschrijving kunnen +vinden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h80" id="h80"></a>§ 80.</h2> + + +<p>Met stoomrijtuigen ontvliedt de gediend hebbende stoom door den +schoorsteen in de opene lucht, zoo dat men daarvan geen water trekt, om +voor de voeding des ketels te dienen. De eens met zuiver water gevulde +ketel wordt met zuiver water gevoed, waarvan de mede gevoerd wordende +pleegwagen eenen genoegzamen voorraad bevat, en die, naargelang de +uitgestrektheid der togten, van tijd tot tijd daarvan wordt voorzien. +Voor die soort van ketels, die van geene groote uitgebreidheid zijn, is +het van het grootste belang te allen tijden zuiver water te bezigen, +omdat hetzelve daar in enge plaatsen en om digt aaneengelegene buizen of +pijpen verwarmd wordt, waardoor men geene reiniging, van aanzetsel of +sediment, dat op den ketel nadeelig werkt en de snelle stoomontwikkeling +zoo zeer verhindert, behoorlijk kan bewerkstelligen. Daar en boven kookt +onzuiver water zeer ligt op en over, hetgeen ook, voor deze soort van +werktuigen, in het bijzonder nadeelige gevolgen kan hebben; en schoon +men zuiver water voor de voeding dezer ketels bezigt, moet op die +waterspuwing of zoogenaamde pruiming, niet te min de bijzondere aandacht +van den bestuurder gevestigd blijven, omdat zulks niettegenstaande vele +voorzorgen dikwijls gebeurt.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h81" id="h81"></a>§ 81.</h2> + + +<p>Water, dat zout opgelost houdt, zoo als zeewater, eischt eenige +meerdere warmte dan zuiver water, om aan het koken te geraken; hooger +hebben wij de temperatuur opgegeven (zie §§ 51 en 53) welke water, in +stoom veranderd, bij gemiddelden stand des barometers teekent; deze +temperatuur geldt voor zuiver water, ook in de stoomwerktuigelijke +praktijk voor rivier- en gewoon wel- of bronwater; gewoon zeewater heeft +om te koken 1-1/5 graad hooger temperatuur noodig, en bevat één +drieendertigste van deszelfs gewigt aan zout; kokende, verstoomt daarvan +het zuivere water, terwijl het zout in het overige kokende zeewater +achter blijft, en dus allengs zouter wordt, tot dat eindelijk al het +zuivere water in stoom is overgegaan, en één drieëndertigste van het +gebezigde gewigt zeewater, aan zout in den ketel overblijft; hoe meer +dit water van dat zout bevat, des te hooger deszelfs kooktemperatuur zal +zijn, derwijze, dat voor elk drieendertigste deel vermeerdering in zout, +het kooktemperatuur 1-1/5 graad zal stijgen; <span title="Was: en" style="border-bottom: 1px red dotted;">kan</span> ongeveer 12 +drieendertigste deelen van dat zout opgelost houden, waaruit volgt: dat +wanneer van het zeewater 21 drieëndertigste deelen, of 7/11 deelen +verstoomd zijn, zich zout zal beginnen te vormen.</p> + +<p>Hier uit blijkt, dat bij aldien men zeewater voor de vulling en voeding +van eenen stoomketel gebruikt, men een weinig meer brandstof zal +behoeven, en des te meer, hoe meer zoutdeelen dat water bevat; ook dat +men ter bezuiniging van brandstof, zorg moet dragen, om door middel van +tijdige spuijing en weder aanvulling met versch water dat zoute te +verslappen. Daarenboven moet men in het belang van den duur des ketels +en ter voorkoming van nog grootere consumptie brandstoffen, het nimmer +zoo verre laten komen, dat zich zout door overmaat afscheide of sediment +nederploffe, eene nederploffing, welke reeds voor dat het verzadigend +gewigt van 4/11 zout in het kokende water bestaat, zal plaats grijpen, +dewijl het zeezout uit verschillende, op elkander werkende, +bestanddeelen is zamengesteld.</p> + +<p>Geene te grootte oplettendheid kan men in dit opzigt aan zee-stoomketels +wijden, om welke reden dan ook onderscheidene middelen zijn bedacht, +welke de graad van zoutheid van het ketelwater te kennen geven, doch +waarvan geene verklaring in dit voorgenomen beknopte werkje kan gegeven +worden: meermalen is het gebeurd, dat door onoplettendheid ten dezen, +goede en kostbare stoomketels onbruikbaar werden.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h82" id="h82"></a>§ 82.</h2> + + +<p>In de voorgaande §, de verzadiging van water door zout +voorkomende, zoo is het mede voegzaam te verklaren, wat men door +verzadigden stoom in een werktuig verstaat. Door verzadigden stoom +verstaat men zoodanigen, welke overeenkomstig deszelfs temperatuur de +grootste hoeveelheid water bevat. Om dit duidelijker te maken, stelle +men zich eene beslotene ruimte voor, die eene kubieke el groot is, welke +stoom bevat in spanning aan den gemiddelden druk des dampkrings gelijk, +op de hem eigene temperatuur van 212 graden, zoodanigen stoom noemt men +verzadigd; maar wanneer men die afgeslotene volume stoom eenige graden +verwarmt, dan zal die zelfde kubieke el stoom niet meer verzadigd wezen, +want in die zelfde ruimte zoude nog meer water, door die vermeerdering +van warmte in stoom kunnen overgaan; gezegde volume stoom vergroot dan, +bij gebrek aan water, alleen in spanning, even gelijk de gewone +dampkringslucht, binnen eene beslotene ruimte, in veerkracht of spanning +door gelijke verwarming zoude winnen, volgens eenen zelfden regel van +uitzetting.</p> + +<p>Door naauwkeurige proeven heeft men bevonden, dat de dampkringslucht met +elke graad vermeerdering in temperatuur, tusschen 32 en 212 graden, zich +weinig meer dan 2/1000 van derzelver eerste volume uitzet, welke regel +voor stoom, met geen water in aanraking, dezelfde is. Dit vergelijkende +met hetgeen hooger op gegeven staat, wegens de temperatuur van den stoom +(altijd in gemeenschap met water gedacht) en deszelfs overeenkomstige +spanning, zoo zal men ontwaren, dat de uitzetting van lucht door warmte +(dat is van drooge lucht) vrij wat verschil hierin oplevert; zoo dat +stoom, welke in gemeenschap met water, in temperatuur rijst, in spanning +of veerkracht veel meer aanwint, dan wanneer die rijzing in temperatuur +buiten gemeenschap met water plaats vindt; zoodanige oververwarmde of +met water oververzadigde stoom, zoude in een stoomwerktuig meer nadeelig +dan nuttig zijn.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h83" id="h83"></a>§ 83.</h2> + + +<p>Daar het doel met dit werkje is, om de hoofdzakelijke gronden en +daarop steunende inrigtingen van het stoomwerktuig, op eene duidelijke +en korte wijze te verklaren, zoo hebben wij, met behoud van het goede +dienaangaande eener vorige uitgave, ons vooral ook moeten beperken bij +de verklaring van het gewone stationaire stoomwerktuig van lagen druk. +Vele andere wijze van toerigting, schikking en vorm van deelen bestaan +er daarom, welke wij niet speciaal hebben kunnen behandelen. Wanneer men +uit de vele soorten van stoommachinen eene kiezen moest, om tot leidraad +ter verklaring van anderen te dienen, dan zoude inderdaad geene betere +keuze dan deze kunnen geschieden, zijnde het beste voor uiteenzetting en +opheldering van beginselen geschikt. Om nogtans eene eigenaardige +inrigting van het stoomwerktuig met de daarvoor meest vertrouwde +zamenstelling ter oefening van begrip te geven, zoo is aan het einde +dezer bladzijden eene afbeelding van een stoomwerktuig met ketel van +lage drukking gevoegd, waarmede <span title="Was: gewoonlijk" style="border-bottom: 1px red dotted;">sommige</span> stoomvaartuigen voorzien zijn, +met de noodige aanwijzing ter verklaring. De geheele bevatting daarvan +zal niet moeijelijk vallen voor hem, welke de boven behandelde gronden +wel heeft verstaan.</p> + +<p>Met de beschouwing van die figuren, zich de verklaring der gronden +herinnerende, zal men na weinige overweging de overtuiging bekomen, dat +de schikking der hoofddeelen van een stoomwerktuig voor vele verandering +vatbaar is; zoo kan bijvoorbeeld de dienst, welke eene enkele boven de +machine gelegene balans doet, verrigt worden door twee balansen, welke +benedenwaarts ter wederzijden van de machine liggen, gelijk uit deze +afbeelding van eene stoombootmachine te zien is; ook behoeft de +condensor met de luchtpomp niet altijd in eenen gevulden waterbak +gesteld te zijn, terwijl het injectiewater door eene pijp in den +condensor kan worden gebragt; vervolgens zal men ook inzien, dat het +geen vereischte is, om door tusschenkomst van balansen de kruk van eene +hoofdas te doen omwentelen, maar dat de stoomzuiger, zonder dien, met +zulk eene kruk op eene boven of onder gelegene hoofdas te verbinden is; +zelfs kan men liggende of hellende stoomcilinders, in diervoege met de +hoofdaskruk verbonden, aanwenden; of ook op sterke assen heen en weder +slingerende stoomcilinders, waar van de zuigerstang-einden de rondgaande +beweging der hoofdaskrukken direkt volgen; men is ook niet gehouden, om +eenen enkelen stoomcilinder te gebruiken: de aanwending van twee of meer +cilinders kan soms geschikt voorkomen; onder anderen heeft men +stoomwerktuigen met twee stoomcilinders van verschillende grootte, +voorzien van stoomketels voor zoogenaamden middelbaren of hoogen +stoomdruk, waaruit hoog gespannen stoom eerstelijk in den kleinen +cilinder vloeit en daarin zonder ontspanning werkt, vervolgens daaruit +in eenen grooten cilinder stroomt, en in dezen laatsten ontspannende, +beide zuigers gelijktijdig doet op- en neder bewegen.</p> + +<p>Onder de vele soorten van stoomwerktuigen treft men wel eens zoogenaamde +rotative machinen aan, waarin de rondgaande beweging dadelijk, dat is +zonder tusschenkomst van eenen heen en weder gaanden stoomzuiger plaats +vindt. Deze bestaan uit eenen hollen ronden ring of uit eene soort van +ronden trommel, waarbinnen een vleugel doorgaande rondgevoerd wordt (bij +wijze van digt sluitenden zuiger) door den druk van meer of minder +gespannen stoom; deze machinen zijn zeer eenvoudig en beslaan weinig +ruimte, doch tot heden hebben dezelve nog niet kunnen voldoen, de +oorzaak daarvan is niet gelegen in onjuiste grondbeginselen, maar alleen +in het moeijelijke, dat voor als nog als onverwinbaar te beschouwen is, +om daaraan eene goede duurzaamheid, of bestendig goede werking te geven.</p> + +<p>Onder de deelen van een stoomwerktuig, welke voor onderscheidene +wijzingen vatbaar zijn, behoort in het bijzonder de zoogenaamde +stoomschuif, die de geheele beweging van het werktuig regelt, gelijk wij +in § 38 hebben aangetoond. Dat regelend deel bestaat vrij algemeen uit +eene enkele lange schuif, die de beide stoomdoortogten dekken kan, in +werktuigen van lagen druk doorgaande hol en open, om doortogt van den op +den zuiger gediend hebbenden stoom naar den condensor te geven, waarvan +de afbeelding van de stoombootmachine een voorbeeld levert; in die +zelfde soort van werktuigen treft men ook wel stoomschuiven aan, die in +twee deelen gescheiden zijn, waarbij dan den gediend hebbenden stoom, +van wederzijden des zuigers, langs de uiterste einden der dus +zamengestelde stoomschuif, eenen bijzonderen weg naar den condensor +gegeven wordt; dusdanige aaneengekoppelde stoomschuifdeelen zijn dan, of +afgekorte digte lange stoomschuiven, of hebben den vorm van zuigers; +voor dat zelfde einde gebruikt men ook doosvormige schuiven, welke door +den druk des stooms aansluiten, en geene aandringende pakking behoeven, +in sommige stoomwerktuigen worden kranen of valkleppen ter regeling van +de toelating des stooms in den cilinder gebezigd; in werktuigen, die met +hooger gespannen stoom werken, gebruikt men tot datzelfde einde, en bij +voorkeur, lange of korte schuiven, welke geene pakking behoeven, dat is, +die zich zelven door den druk van den stoom aansluiten. Ter vermijding +van pakking in hennep of vlas bezigt men ook uit- en inveerende metalen +of ijzeren ringen, welke wijze van sluiting ook meermalen voor +stoomzuigers gebruikt wordt. Daar de vorm en regeling van beweging der +stoomschuif een uiterst belangrijk onderwerp is, zoo hebben vele +deskundigen aanhoudend daarin naar verbetering getracht.</p> + +<p>De noodzakelijke regtlijnige leiding des stoomzuigers, is ook door +andere middelen, als door het veel te wijzigen toestel der zoogenaamde +evenwijdige of parallelle beweging (gelijk in § 41 uiteengezet is) te +verkrijgen; zoo ziet men die leiding ook wel uitgevoerd door eenvoudig +den top der stoomzuigerstang in een, ter wederzijden gelegen, regtlijnig +raamwerk te doen rollen of schuiven, waardoor aan den eisch dier leiding +juist voldaan wordt.</p> + +<p>Groote verschillen van zamenstelling en inrigting vindt men in +stoomketels, alles met oogmerk, om met weinige brandstoffen veel stoom +te leveren, want de kosten aan brandstof, is eigenlijk de prijs van het +vermogen, dat het werktuig uitoefent. Een goede ketel behoort bovendien +zoo duurzaam mogelijk te zijn, op dat dezelve niet na een kort +tijdsverloop onbruikbaar gerake: gezamentlijke redenen, waarom men +onophoudelijk nog naar verbeterde constructie van stoomketels zoekt.</p> + +<hr style="width: 65%;" /> + +<h2><a name="h84" id="h84"></a>§ 84.</h2> + + +<p>Om den Lezer met de historie van de opkomst en den voortgang in +verbetering van het stoomwerktuig kort en zakelijk bekend te maken, zal +de vermelding van de meest belangrijke uitvindingen en verbeteringen, +naar volgorde van tijd gerangschikt, het best geschikt wezen.</p> + +<p>De kennis der stoomkracht dagteekent van zeer vroegen tijd, want van +zekeren Hero, die ongeveer 120 jaren voor de christelijke jaartelling +leefde, vindt men reeds zamenstellen beschreven, die daarvan tot bewijs +strekken. Dan het schijnt, dat in die vroege tijden het vermogen van den +stoom minder, of in het geheel niet, tot nuttige einden is gebezigd +geworden, maar veeleer om de hoofdleiders van het bijgeloof behulpzaam +te zijn, in het onderworpen houden van het ligt geloovige volk, door +voorgewende wonderen daarmede te verrigten. Eene reeks van eeuwen zijn +vervolgens verloopen, waarvan men berigten betreffende toepassing van +stoomkracht mist, maar uit welks gemis met geene zekerheid besloten kan +worden, of de beoefening en de aanwending der stoomkracht gedurende dat +tijdsverloop niet gevorderd is, hoewel het als zeker moet gehouden +worden, dat de ouden daarvan meer wisten, dan ons tot heden van hen is +bekend geraakt.</p> + +<p>Van niet vroeger dan 1543 weet men, uit spaansche archieven, dat in dat +jaar Blasco de Garray in de haven van <i>Barcelona</i> proeven met een +vaartuig heeft genomen, om hetzelve zonder zeilen of riemen door het +water te bewegen; van het daartoe gebezigde middel staat alleen vermeld, +dat het vaartuig eenen grooten ketel met kokend water bevatte, en +uitwendig met beweegbare raderen was voorzien; dit kan dus welligt het +eerste stoomvaartuig geweest zijn, doch waarvan men verder niet veel +bijzonders weet.</p> + +<p>Het was den Italiaanschen Ingenieur Giovanni Branca, die in 1629 eene +afbeelding met beschrijving leverde, hoe snel uitstroomende stoom een +wiel, met vleugels voorzien, kan doen omdraaijen en kracht uitoefenen, +om er een of ander werk mede te verrigten; vóór hem had Cardan ook +daarvan gewag gemaakt, en de Caus, hoe men water door stoom kan +opvoeren.</p> + +<p>In 1663 gaf Edward Somerset, <i>Marquis van Worcester</i>, een werk in het +licht, hetwelk een honderdtal korte en zeer oppervlakkige beschrijvingen +van even zoo vele uitvindingen bevat, en waaronder eene voorkomt, waarin +hij zegt uitgevonden te hebben, om op eene wonderlijke en +allerkrachtdadigste wijze, water door vuur op te voeren, en wel met +geslotene sterke vaten, die beurtelings, door het vuur, van water +geledigd worden: de <i>Marquis</i> moet op die gronden ook een werktuig +hebben doen oprigten, dat inderdaad verwondering baarde.</p> + +<p>Omstreeks 1685 hield de Franschman Denis Papin, zich met plannen bezig, +om de kracht van den stoom nuttig aan te wenden. Het eerste denkbeeld, +om den stoom in eenen cilinder tegen eenen daarin passenden zuiger te +doen drukken, schijnt men aan hem verschuldigd te zijn, als ook de +veiligheidsklep voor stoomketels, en de eigenschap dat de stoom te +condenseren is. Papin met zijne onderzoekingen voortgaande, werkte +daarin ten laatsten nagenoeg gelijktijdig met Thomas Savery in Engeland, +die aldaar gelukkiger was, want in 1698 verkreeg Savery een patent of +octrooi, op eene door hem uitgedachte zoogenaamde vuur-machine, voor +opvoering van water geschikt.</p> + +<p>Thomas Newcomen met John Cawley waren te <i>Dartmouth</i> weder volgende +verbeteraars; deze gaven het stoomwerktuig of de zoogenaamde +vuur-machine eenen cilinder met zuiger, onder dien zuiger werd, +rijzende, stoom in den cilinder gelaten, en vervolgens gecondenseerd, +waardoor de zuiger met een vermogen aan den dampkringsdruk gelijk weder +daalde; dit condenseren van den sloom geschiedde aanvankelijk door +uitwendige verkoeling van den cilinder, doch later op eene eenvoudiger +wijze, dat is: door inspuiting van koud water binnen den cilinder +zelven;—dewijl Savery vroeger een octrooi voor het condenseren van +stoom door verkoeling verkregen had, zoo werd hij in 1705 met Newcomen +en Cawley, deelgenoot in een nieuw octrooi;—in den beginne moesten in +deze werktuigen, door eenen persoon, op de juiste tijdstippen de kranen +of kleppen, die voor toelating en afsluiting van stoom en ter +invloeijing van het condenserend injectie-water dienen, met de hand +worden bewogen; de overlevering wil, dat een daarmede belaste jongeling, +Humphrey Potter genaamd, die eentoonige bewerking moede, bedacht, om die +kranen in verbinding te brengen met den op en neder bewegende hefbalk of +balans, hetgeen later verbeterd werd, waardoor alzoo de machine zelve de +toelating van stoom en water regelde op eene veel betere wijze, dan met +de hand kan worden verrigt.</p> + +<p>Zoodanige vuurmachinen of stoomwerktuigen, later nog verbeterd door +Henry Brighton en vervolgens door John Smeaton, en die men +Athmospherische noemt, zijn vervolgens veel in gebruik gekomen, +hoofdzakelijk voor het oppompen van water. De stoom, welke daarin +werkte, ging in spanning den druk des dampkrings maar weinig te boven. +In 1720 gaf de Duitscher Leupold eene eenvoudige zamenstelling aan de +hand, om den meer vermogenden stoom van hoogeren druk aan te wenden.</p> + +<p>In 1736 verkreeg Jonathan Hulls, in Engeland, een octrooi op eene door +hem uitgevondene machine, die door stoom zou bewogen worden, om +vaartuigen uit en in havens of rivieren te voeren, tegen wind en stroom +of in kalmte; doch hij ondervond, hoewel hij daarvan eene beschrijving +in het licht gaf, weinige aanmoediging; daar hij voorstelde, om door +middel van eenen op- en nedergaanden stoomzuiger, voortstuwende +ronddraaijende vleugelwielen of raderen te bezigen, zoo deed hij zien, +hoe van heen en wedergaande beweging tot zijn oogmerk partij te trekken +was.</p> + +<p>Omstreeks 1750 begon het Athmospherische stoomwerktuig meer en meer voor +algemeene beweegkracht gebruikt te worden, en zich verspreidende, in +plaats van de gewone water- en paarden- of rosmolens te komen, hoewel +het werken daarmede toen kostbaarder was dan het gebruik van paarden, +alleen voordeeliger op plaatsen, alwaar de brandstof weinig geld kost, +zoo als in de nabijheid van kolenmijnen; de verwisseling dezer +werktuigen voor paarden gaf aanleiding, dat men het vermogen eens +stoomwerktuigs, met zoogenaamde paardenkrachten vergeleek.</p> + +<p>In 1757 stelde Keane Fitzgerald voor, om ter regeling van eene +rondgaande beweging, door eene heen- en wedergaande verkregen, het +vliegwiel te bezigen.</p> + +<p>James Brindley werd in 1759 geoctrooijeerd, voor het verwarmen van +stoom-leverend water, door middel van een geheel met water omringd +fornuis, in eenen beslotenen houten of steenen bak.</p> + +<p>Weinig tijds daarna ving de Engelschman James Watt zijne onderzoekingen +aan ter verbetering van stoomwerktuigen; hij verkreeg, in 1769 een +octrooi, dat zeer belangrijke zaken inhield: 1^e om den stoom in den +stoom-cilinder zoo min mogelijk van deszelfs warmte te doen verliezen; +2^e om den stoom, niet in den cilinder, maar in een afgezonderd vat, +daar buiten, te condenseren; 3^e om het aldus gecondenseerde water en de +mede ontwikkelde lucht, door middel van pomptuig uit den condensor te +trekken; 4^e om den stoom slechts voor een gedeelte in den cilinder te +laten, en verder zich daar binnen te laten ontspannen; 5^e om wanneer +direkte rondgaande beweging verlangd werd, den stoom te doen werken +tusschen gewigten, welken in eenen hollen cirkelronden ring of band, +sluitend beweegbaar zijn, en kleppen passeren, in zoodanige manier, dat +die ring of band daardoor op eene horizontale as ronddraait, het zij met +of zonder stoom condensatie; 6^e om eene machine te doen werken, door +beurtelingsche inkrimping en uitzetting van stoom; en 7^e in plaats van +water, olie, was en dergelijke vette stoffen, kwik of andere metalen in +vloeibaren staat, te bezigen voor het digt houden van zuigers en andere +deelen. Groote verbetering van het stoomwerktuig was daarvan het gevolg.</p> + +<p>In Frankrijk deed Périer in 1775 mislukte proeven op de rivier de +<i>Seine</i>, om een vaartuig door middel van stoomkracht voort te stuwen.</p> + +<p>James Watt vond in 1776 den zoogenaamden tubulairen condensor uit, dat +is: een' zoodanigen, waar binnen de stoom in enge, uitwendig verkoelde, +pijpen gecondenseerd wordt.</p> + +<p>Aan James Pickard te <i>Birmingham</i> werd in 1780 octrooi verleend, voor de +aanwending van het vliegwiel met aanverbondene kruk; dienende, om op +eene aller eenvoudigste wijze, de heen- en wedergaande beweging eens +stoomzuigers in eene regelmatige omwentelende of ronddraaijende te +veranderen; James Watt bedacht tot dat zelfde einde, welligt ter +vermijding van dit uitsluitend regt, onder anderen, de zoogenaamde zon- +en planeet raderen, waardoor het vliegwiel met dubbele snelheid door de +drijfstang wordt omgevoerd.</p> + +<p>In 1781 en 82 werden aan James Watt nog andere octrooijen verleend, +waaronder bovenal de uitvinding uitmunt, om den stoom beurtelings ter +wederzijden van een' zelfden zuiger te doen drukken; eene uitvinding, +welke gepaard aan zijne vroegere, om den stoom buiten den cilinder te +condenseren, van het grootste nut is geworden, door het stoomwerktuig de +eigenschap te geven, om het vermogen van tweemaal zoo veel stoom in +denzelfden tijd nuttig te doen werken.</p> + +<p>Jonathan Hornblower verwierf in 1781 een octrooi op de uitvinding, om +stoom van hoogen druk eerst in een kleinen en daarna in eenen grooten +cilinder ontspannende gecombineerd te doen werken.</p> + +<p>In 1782 was het de <i>Marquis</i> de Jouffroy, die eene stoomboot +zamenstelde, welke op de rivier <i>Saone</i> nabij <i>Lyon</i> ongeveer vijftien +maanden in werking is geweest.</p> + +<p>Onder de geoctrooijeerde uitvindingen van James Watt was in 1784 het, +door hem uitgedachte, toestel der zoo genaamde evenwijdige of parallelle +beweging begrepen; deze en andere opvolgende uitvindingen van James Watt +in het stoomwerktuigelijke, zijn over het algemeen zeer verdienstelijk +geweest en hebben een uitmuntend gevolg gehad; zoo dat hij te regt als +een der grootste verbeteraars kan aangemerkt worden. Om de fabrijkmatige +uitvoering zijner machinen te bevorderen, vereenigde hij zich met +Boulton, welken met de daarvoor vereischte middelen eenen gewenschten +invloed en daarbij doorzigt bezat, zoodat de fabrijk van Boulton, Watt & +Comp. te <i>Soho</i>, zeer vele goede stoomwerktuigen heeft opgeleverd.</p> + +<p>In Amerika stelde Fitch in 1787 eene stoomboot op de rivier <i>Delaware</i> +te werk, welke niet bleef voldoen; ook in dat zelfde jaar werkte Rumsey +aldaar eene stoomboot af, die, door voor ingezogen en achter uitgeperst +water, moest werken, doch die mislukte.</p> + +<p>In 1788 en 89 deed Patrick Miller met eene stoomboot op het <i>Forth-</i> en +<i>Clide</i> kanaal in Schotland proeven, waaraan geen verder gevolg werd +gegeven.</p> + +<p>Bramah en Dickinson ontvingen in 1790 octrooi op een zoogenaamd rotatief +stoomwerktuig, en in 1791 Sadler op een dergelijk, doch welke buiten +gebruik zijn gebleven, even als dit met de daartoe betrekkelijke +vroegere uitvindingen van James Watt het geval is.</p> + +<p>Aan Edmund Cartwright te <i>Middlesex</i> werd in 1797 onder anderen octrooi +verleend, om stoomwerktuigen, voor stoom van spiritus of alcohol bekwaam +te maken, waardoor veel brandstoffen zouden worden geëconomiseerd.</p> + +<p>In 1798 werd in Amerika aan Livingston octrooi gegeven, om door middel +van stoomkracht, vaartuigen voort te stuwen, doch dat aanvankelijk geen +gevolg opleverde.</p> + +<p>Mathew Murray beweerde in 1799, dat het bezigen van horizontale of +liggende stoomcilinders voordeel zoude aanbrengen.</p> + +<p>Een octrooi van 1801 verzekerden aan Joseph Bramah het uitsluitend +gebruik van zoogenaamde vierwegkranen in stoomwerktuigen.</p> + +<p>Ten jare 1802 voleindigde William Symington eene sleepstoomboot, die met +ijsbrekende werktuigen zoude voorzien zijn; tenzelfden tijde +vervaardigde Richard Trevethick en Alexander <span title="Was: Vuvian" style="border-bottom: 1px red dotted;">Vivian</span> in Engeland een +stoomwerktuig van hooge drukking, dat beknopt, vervoerbaar en voor +stoomrijtuigen geschikt zoude zijn.</p> + +<p>In 1803 erlangde Arthur Woolf een octrooi voor zoogenaamde tubulaire +stoomketels, dat zijn de zoodanige, waarin het vlammende gaz uit het +vuur door enge pijpen stroomt, en alzoo het water verwarmt. In dat +zelfde jaar heeft Fulton, onder aanmoediging van Livingston, op de +rivier de <i>Seine</i> nabij <i>Parijs</i>, proeven genomen met eene door hem +zamengestelde stoomboot, waaruit de mogelijkheid, om stoomkracht op +vaartuigen nuttig toe te passen, bleek.</p> + +<p>Omstreeks 1804 begon Olivier Evans zich in Amerika bezig te houden met +het vervaardigen van stoomwerktuigen van hoogen druk. In 1805 deden +Trevethick en Vivian in Engeland, op eenen spoorweg te <i>Merthyr Tydvil</i>, +vrij voldoende proeven met een stoomrijtuig, dat eenen liggenden +stoomcilinder bezat.</p> + +<p>In 1807 bragt Fulton het eerste welgeslaagde stoomvaartuig te <i>Newyork</i> +in Amerika in werking, hetwelk naar zijne plannen met machinen voorzien +was, die in de Engelsche fabrijk van Boulton, Watt & Comp. vervaardigd +waren.</p> + +<p>Blinkensop bekwam in 1811 een octrooi, om de wielen van stoomrijtuigen +en de sporen waarover dezelve rollen, met in elkander werkende tanden te +voorzien, ten einde het vermeend doorglijden te voorkomen.</p> + +<p>In Amerika werden omstreeks 1812 op de rivier <i>Missisippi</i> stoomboten +gezien, die werkelijk goede dienst deden; in dat jaar werd aan Chapman +een octrooi verstrekt, voor het bezigen van eenen tusschen de sporen +gelegene ketting, die om eenen trommel geslagen, ter voortbeweging van +een stoomrijtuig moest dienen.</p> + +<p>De eerste stoomboot, welke in Engeland eenigzins voldeed, was in 1812 +die van Bell en Thomson, waarvoor Wood te <i>Glascow</i> de machine +vervaardigde; zij voer op de rivier <i>Clide</i> in Schotland.</p> + +<p>In 1813 werd in Engeland octrooi verstrekt, om stoomrijtuigen door +middel van stooters of voeten, in plaats van drijfwielen, op den weg +voort te stuwen.</p> + +<p>Stephenson te <i>Kellingworth</i> voleinde in 1814 een stoomrijtuig met twee +in den stoomketel besloten verticaal staande stoomcilinders, waarvan de +drijfwielen effene vellingen of buiten omtrekken hadden, die zich +daarmede op effene sporen voortbewogen.</p> + +<p>Het octrooi van 1816 aan John Neville te <i>Londen</i>, behelsde onder +andere: de aanwending van zoogenaamde occilerende stoomcilinders, dat +is: cilinders, welke op eene as beweegbaar zijn, en waarvan de stang des +daarin werkenden stoomzuigers, aan de kruk van eene omdraaijende +hoofd-as gekoppeld is. In dat zelfde jaar bekwam Muntz een octrooi voor +het verbeterd verbranden der rook ter economisering van brandstof; +William Brunton in 1819 voor draaijend roosterwerk in de vuurplaatsen +van stoomketels, waarover zich de brandstof gelijkmatig verspreidde, en +Josiah Parkes in 1820 voor bijzondere toelating van lucht in +vuurplaatsen van stoomketels ter betere verbranding van den rook en ter +bezuiniging van brandstoffen. In 1822 verkreeg Jakob Perkins octrooi, om +stoom van zeer hoogen druk op eene bijzondere wijze voort te brengen.</p> + +<p>In 1825 ontving Timothy Burstal octrooi, en in 1826 gezamentlijk met +John Hill, voor stoomrijtuigen op spoor- en gewone wegen toepasselijk; +die machinen waren voorzien met twee regtop staande stoomcilinders.</p> + +<p>De verbeteringen van het stoomwerktuig maakte gestadig vorderingen en +bij gevolg ook de locomotieven zoo wel te water als te land op spoor- en +gewone wegen. In 1829 werden in Engeland op den <i>Manchester</i> spoorweg, +welke in dat jaar geopend werd, vergelijkende proeven genomen met +stoomrijtuigen van de toen als meest ervaren geachte werktuigkundigen en +fabrijkeurs als van Robert Stephenson, Braithwaite en Ericson, +Hackworth, Burstal en Brandreth; van die allen was dat van Stephenson +het meest voldoende, wien dan ook de uitgeloofde premie werd toegewezen. +Dit werktuig bezat twee stoomcilinders, die ter wederzijden van den +ketel in liggende rigting gesteld waren; later plaatste Stephenson de +stoomcilinders geschikter onder den ketel, waar zij beter besloten en +meer tegen afkoeling beschermd waren; de ketel was een zoogenaamde +tubulaire. Voor gewone wegen, die met geene sporen voorzien zijn, hebben +de stoomrijtuigen ook allengs verbetering bekomen, doch zijn den anderen +in dat opzigt altijd ten achteren gebleven, dewijl voor gewone wegen +zich zeer veel moeijelijkheden opdoen. In Engeland hebben, onder +anderen, Gurney en Hancock, in verschillende manieren meer of min +voldoende proeven daarvan geleverd.</p> + +<p>Aan den Engelschman Thomas Howard werd in 1835 octrooi verleend, voor +het voortbrengen van waterstoom op verhitte kwik.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h86" id="h86"></a>§ 86.</h2> + + +<p>Alzoo bevat de voorgaande § eene opvolging van de meest +belangrijke uitvindingen en verbeteringen het stoomwerktuig betreffende, +waarop weder andere zijn gegrond geworden, of zich zullen vestigen. Men +heeft daarbij kunnen opmerken, dat de vordering in het +stoomwerktuigelijke aanvankelijk langzaam, doch later met versnelde +schreden is vooruitgegaan, en tegenwoordig blijft men onvermoeid bezig, +daaraan de hand te houden. Maar het moet ook gezegd worden, dat de +verbeteringen hoe langer hoe meer van de juistheid in werkdadige +uitvoering, dat is van nette vervaardiging, afhankelijk geraken, waarin +men allengs vordert. In verschillende landen wedijvert men thans met +elkander, in verbetering, zoo ten aanzien van inrigting als uitvoering, +waarvan de drukpers ons gestadig de bewijzen levert. In ons land is de +uitvoering almede tot eene groote hoogte geklommen, zoo dat men zich in +geenen deele meer tot vreemden behoeft te wenden, om eene zoo volmaakt +mogelijke uitvoering te verkrijgen; ook kunnen wij, wat de betrekkelijke +prijzen aangaat, onder de begunstiging van het Gouvernement, met +buitenlandsche fabrijken wedijveren, iets dat, om reden wij het grootste +gedeelte grondstoffen van elders moeten trekken, zonderling moge +voorkomen, doch niettemin waar is.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="h87" id="h87"></a>§ 87.</h2> + + +<p>Wij zullen dit werkje besluiten met de opgaven der verhouding van +eenige <i>Engelsche</i> maten met de <i>Nederlandsche</i> en omgekeerd; niet +alleen, om dat die vreemde maat, buiten Engeland ook in vele fabrijken +gebezigd wordt, maar ook, om de vergelijking van betrekkelijke +afmetingen te kunnen doen, bij uitvoeringen en opgaven dier, in het +stoomwerktuigelijke zeer bedrijvige, natie.</p> + +<p>Vervolgens hebben wij twee tafelen toegevoegd, waarin men met eenen +oogopslag kan zien, welke maat de middellijn van een stationair +stoomwerktuig van lage drukking behoort te hebben, hetwelk met eenen +zuigerslag, aan het dubbel van den zuiger-middellijn gelijk, een bepaald +vermogen in nominale paardenkrachten zal opleveren, en omgekeerd; zijnde +een zuigerslag, die aan het tweevoud van de zuiger-middellijn gelijk is, +de verkiesselijkste; een stoomzuiger zal grooter middellijn moeten +bezitten, om hetzelfde getal nominale paardenkrachten op te leveren, +wanneer deszelfs slag kleiner is dan in de tafelen wordt voorondersteld; +en tegenovergesteld, zal de zuiger kleiner middellijn moeten hebben, +ingeval de slag meer bedraagt dan volgens de tafelen.</p> + + + + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="left"><b><i>Engelsche Maten.</i></b></td><td align="center"></td><td align="center"><b><i>Nederlandsche Maten.</i></b></td></tr> +<tr><td align="left">1/8 Duim</td><td align="center">is nagenoeg gelijk aan</td><td align="left">3.17 Strepen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.54 Duimen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Voet</td><td align="center">" "</td><td align="left">3.05 Palmen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Statuut Mijl</td><td align="center">" "</td><td align="left">1609.3 Ellen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Vierkante Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">6.45 Vierk. Duimen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Vierkante Voet</td><td align="center">" "</td><td align="left">9.29 Vierk. Palmen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Kubiek Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">16.386 Kub. Duimen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Kubiek Voet</td><td align="center">" "</td><td align="left">28.315 Kub. Palmen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Avoir du Pois (pond)</td><td align="center">" "</td><td align="left">45.36 Looden.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Trooisch Pond</td><td align="center">" "</td><td align="left">37.32 Looden.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Gallon</td><td align="center">" "</td><td align="left">4.54 Kannen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Chaldron</td><td align="center">" "</td><td align="left">13.09 Mud. of Vat.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Buchel</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.36 Mud. of Vat.</td></tr> +</table></div> + + +<p><br /><br /><br /></p> + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="left"><b><i>Nederlandsche Maten.</i></b></td><td align="left"></td><td align="left"><b><i>Engelsche Maten.</i></b></td></tr> +<tr><td align="left">1 Duim</td><td align="center">is nagenoeg gelijk aan</td><td align="left">0.39 Duimen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Palm</td><td align="center">" "</td><td align="left">3.94 Duimen</td></tr> +<tr><td align="left">1 El</td><td align="center">" "</td><td align="left">3.28 Voeten.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Mijl</td><td align="center">" "</td><td align="left">3280.9 Voeten</td></tr> +<tr><td align="left">1 Vierkante Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.16 Vierk. Duimen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Vierkante Palm</td><td align="center">" "</td><td align="left">15.50 Vierk. Duimen</td></tr> +<tr><td align="left">1 Vierkante El</td><td align="center">" "</td><td align="left">10.76 Vierk. Voeten.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Kubiek Duim</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.061 Kub. Duimen.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Kubiek Palm</td><td align="center">" "</td><td align="left">61.027 Kub. Duimen</td></tr> +<tr><td align="left">1 Kubiek El</td><td align="center">" "</td><td align="left">35.317 Kub. Voeten.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Pond</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.205 A. d. Pois (pond)</td></tr> +<tr><td align="left">1 Pond</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.679 trooische "</td></tr> +<tr><td align="left">1 Kan of Kop</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.22 Gallon.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Mud of Vat</td><td align="center">" "</td><td align="left">0.076 Chaldron.</td></tr> +<tr><td align="left">1 Mud of Vat</td><td align="center">" "</td><td align="left">2.75 Buchels.</td></tr> +</table></div> + +<hr style="width: 95%;" /> + +<p>Eene Geographische mijl van 60 in eenen gemiddelden graad, eene +Engelsche zeemijl, is gelijk aan 6076 Engelsche voeten of aan 1852 +Nederlandsche ellen;</p> + +<p>Eene Geographische mijl van 20 in eenen gemiddelden graad, of een +Hollandsch uur gaans, is gelijk aan 18227 Engelsche voeten of aan 5555.6 +Nederlandsche ellen.</p> + +<p>Eene Geographische mijl van 15 in eenen gemiddelden graad, dat is eene +Duitsche mijl of eene Hollandsche zeemijl, is gelijk aan 24303 Engelsche +voeten of aan 7407-1/2 Nederlandsche ellen.</p> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="hBIJVOEGSEL" id="hBIJVOEGSEL"></a>BIJVOEGSEL.</h2> + + +<p>Eene zoogenaamde Paardenkracht is gelijk aan 33000 Engelsche A. d. P. +(ponden), in den tijd van 1 minuut, 1 voet hoog opgebragt; +overeenkomende met 4562-1/2 Nederlandsche ponden, in den zelfden tijd, 1 +Nederlandsch el hoog opgevoerd, (zie § 46).</p> + +<p>De gemiddelde hoogte van den kwikkolom in den Barometer, bedraagt 30 +Engelsche duimen, overeenkomende met 76.2 Nederlandsche duimen, (zie § +10).</p> + +<hr style="width: 95%;" /> + +<p>Het gebruik der beide volgende tafelen is eenvoudig, bij voorbeeld: +welke middellijn behoort een stoomzuiger te hebben, voor eene machine +van 100 nominale paardenkrachten? Hiertoe bezigt men de eerste tafel, +waarin tegen over dat getal der eerste kolom, in de tweede kolom 122.2 +Ned. duimen voor de gevraagde zuigermiddellijn gevonden wordt, in de +derde kolom is daar nevens, het dubbel, of de slaglengte 2.44 ned. ellen +gesteld, en in de vierde kolom het aantal dubbele zuigerslagen, 15.1, in +eene minuut.</p> + +<p>Ten andere willende weten, hoeveel nominale paardenkrachten overeenkomen +met de middellijn van eenen stoomzuiger van 120 ned. duimen? zoo vindt +men in de tweede tafel in de vierde kolom tegenover dit getal duimen, 96 +N. paardenkrachten; de dubbele slaglengte, 2.40 ned. el., wordt in de +tweede, en het aantal dubbele zuigerslagen per minuut, 15.3, in de derde +kolom daar nevens gevonden.</p> + + + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="center"></td><td align="center" colspan="3">ZUIGER.</td></tr> +<tr><td align="center" rowspan="2"><span class="smcap">nominale paardenkrachten.</span></td><td align="center"><span class="smcap">middellijn.</span></td><td align="center"><span class="smcap">slaglengte.</span></td><td align="center"><span class="smcap">dubb. slagen per minuut.</span></td></tr> +<tr><td align="center"><i>Nederl. duimen.</i></td><td align="center"><i>Ned. ellen.</i></td><td align="center"></td></tr> +<tr><td align="center">1</td><td align="center">15.1</td><td align="center">0.35</td><td align="center">80.5</td></tr> +<tr><td align="center">2</td><td align="center">21.0</td><td align="center">0.42</td><td align="center">59.6</td></tr> +<tr><td align="center">4</td><td align="center">29.0</td><td align="center">0.58</td><td align="center">45.2</td></tr> +<tr><td align="center">6</td><td align="center">34.9</td><td align="center">0.70</td><td align="center">38.7</td></tr> +<tr><td align="center">8</td><td align="center">39.9</td><td align="center">0.80</td><td align="center">34.7</td></tr> +<tr><td align="center">10</td><td align="center">44.1</td><td align="center">0.88</td><td align="center">32.2</td></tr> +<tr><td align="center">12</td><td align="center">47.9</td><td align="center">0.96</td><td align="center">30.0</td></tr> +<tr><td align="center">14</td><td align="center">51.3</td><td align="center">1.03</td><td align="center">28.4</td></tr> +<tr><td align="center">16</td><td align="center">54.5</td><td align="center">1.09</td><td align="center">27.2</td></tr> +<tr><td align="center">18</td><td align="center">57.4</td><td align="center">1.15</td><td align="center">26.2</td></tr> +<tr><td align="center">20</td><td align="center">60.2</td><td align="center">1.20</td><td align="center">25.3</td></tr> +<tr><td align="center">25</td><td align="center">66.5</td><td align="center">1.33</td><td align="center">23.3</td></tr> +<tr><td align="center">30</td><td align="center">72.1</td><td align="center">1.44</td><td align="center">22.1</td></tr> +<tr><td align="center">35</td><td align="center">77.2</td><td align="center">1.54</td><td align="center">21.0</td></tr> +<tr><td align="center">40</td><td align="center">81.8</td><td align="center">1.64</td><td align="center">20.1</td></tr> +<tr><td align="center">45</td><td align="center">86.1</td><td align="center">1.72</td><td align="center">19.4</td></tr> +<tr><td align="center">50</td><td align="center">90.2</td><td align="center">1.80</td><td align="center">18.8</td></tr> +<tr><td align="center">55</td><td align="center">94.1</td><td align="center">1.88</td><td align="center">18.2</td></tr> +<tr><td align="center">60</td><td align="center">97.7</td><td align="center">1.95</td><td align="center">17.7</td></tr> +<tr><td align="center">65</td><td align="center">101.1</td><td align="center">2.02</td><td align="center">17.3</td></tr> +<tr><td align="center">70</td><td align="center">104.5</td><td align="center">2.09</td><td align="center">16.9</td></tr> +<tr><td align="center">75</td><td align="center">107.7</td><td align="center">2.15</td><td align="center">16.6</td></tr> +<tr><td align="center">80</td><td align="center">110.8</td><td align="center">2.21</td><td align="center">16.2</td></tr> +<tr><td align="center">85</td><td align="center">113.8</td><td align="center">2.27</td><td align="center">15.9</td></tr> +<tr><td align="center">90</td><td align="center">116.7</td><td align="center">2.33</td><td align="center">15.6</td></tr> +<tr><td align="center">95</td><td align="center">119.5</td><td align="center">2.39</td><td align="center">15.3</td></tr> +<tr><td align="center">100</td><td align="center">122.2</td><td align="center">2.44</td><td align="center">15.1</td></tr> +<tr><td align="center">110</td><td align="center">127.4</td><td align="center">2.55</td><td align="center">14.7</td></tr> +<tr><td align="center">120</td><td align="center">132.3</td><td align="center">2.65</td><td align="center">14.3</td></tr> +<tr><td align="center">130</td><td align="center">137.1</td><td align="center">2.74</td><td align="center">13.9</td></tr> +<tr><td align="center">140</td><td align="center">141.6</td><td align="center">2.83</td><td align="center">13.6</td></tr> +<tr><td align="center">150</td><td align="center">145.9</td><td align="center">2.92</td><td align="center">13.3</td></tr> +<tr><td align="center">160</td><td align="center">150.2</td><td align="center">3.00</td><td align="center">13.0</td></tr> +<tr><td align="center">170</td><td align="center">154.3</td><td align="center">3.09</td><td align="center">12.8</td></tr> +<tr><td align="center">180</td><td align="center">158.2</td><td align="center">3.16</td><td align="center">12.5</td></tr> +<tr><td align="center">190</td><td align="center">162.1</td><td align="center">3.24</td><td align="center">12.3</td></tr> +<tr><td align="center">200</td><td align="center">165.9</td><td align="center">3.32</td><td align="center">12.1</td></tr> +<tr><td align="center">210</td><td align="center">169.5</td><td align="center">3.39</td><td align="center">11.9</td></tr> +<tr><td align="center">220</td><td align="center">173.0</td><td align="center">3.46</td><td align="center">11.7</td></tr> +<tr><td align="center">230</td><td align="center">176.5</td><td align="center">3.53</td><td align="center">11.5</td></tr> +<tr><td align="center">240</td><td align="center">179.9</td><td align="center">3.60</td><td align="center">11.3</td></tr> +<tr><td align="center">250</td><td align="center">183.3</td><td align="center">3.67</td><td align="center">11.2</td></tr> +</table></div> + +<p><br /><br /><br /></p> + + + +<div class="center"> +<table border="1" cellpadding="4" cellspacing="0" summary=""> +<tr><td align="center"></td><td align="center" colspan="3">ZUIGER.</td></tr> +<tr><td align="center" rowspan="2"><span class="smcap">nominale paardenkrachten.</span></td><td align="center"><span class="smcap">middellijn.</span></td><td align="center"><span class="smcap">slaglengte.</span></td><td align="center"><span class="smcap">dubb. slagen per minuut.</span></td></tr> +<tr><td align="center"><i>Nederl. duimen.</i></td><td align="center"><i>Ned. ellen.</i></td><td align="center"></td></tr> +<tr><td align="center">15</td><td align="center">0.30</td><td align="center">80.5</td><td align="center">1.0</td></tr> +<tr><td align="center">20</td><td align="center">0.40</td><td align="center">62.3</td><td align="center">1.8</td></tr> +<tr><td align="center">25</td><td align="center">0.50</td><td align="center">51.3</td><td align="center">2.9</td></tr> +<tr><td align="center">30</td><td align="center">0.60</td><td align="center">44.0</td><td align="center">4.3</td></tr> +<tr><td align="center">35</td><td align="center">0.70</td><td align="center">38.7</td><td align="center">6.0</td></tr> +<tr><td align="center">40</td><td align="center">0.80</td><td align="center">34.7</td><td align="center">8.1</td></tr> +<tr><td align="center">45</td><td align="center">0.90</td><td align="center">31.6</td><td align="center">10.5</td></tr> +<tr><td align="center">50</td><td align="center">1.00</td><td align="center">29.1</td><td align="center">13.2</td></tr> +<tr><td align="center">55</td><td align="center">1.10</td><td align="center">27.0</td><td align="center">16.3</td></tr> +<tr><td align="center">60</td><td align="center">1.20</td><td align="center">25.3</td><td align="center">19.8</td></tr> +<tr><td align="center">65</td><td align="center">1.30</td><td align="center">23.8</td><td align="center">23.8</td></tr> +<tr><td align="center">70</td><td align="center">1.40</td><td align="center">22.6</td><td align="center">28.1</td></tr> +<tr><td align="center">75</td><td align="center">1.50</td><td align="center">21.4</td><td align="center">32.8</td></tr> +<tr><td align="center">80</td><td align="center">1.60</td><td align="center">20.5</td><td align="center">38.0</td></tr> +<tr><td align="center">85</td><td align="center">1.70</td><td align="center">19.6</td><td align="center">43.6</td></tr> +<tr><td align="center">90</td><td align="center">1.80</td><td align="center">18.8</td><td align="center">49.7</td></tr> +<tr><td align="center">95</td><td align="center">1.90</td><td align="center">18.1</td><td align="center">56.3</td></tr> +<tr><td align="center">100</td><td align="center">2.00</td><td align="center">17.4</td><td align="center">63.3</td></tr> +<tr><td align="center">105</td><td align="center">2.10</td><td align="center">16.8</td><td align="center">70.7</td></tr> +<tr><td align="center">110</td><td align="center">2.20</td><td align="center">16.3</td><td align="center">78.7</td></tr> +<tr><td align="center">115</td><td align="center">2.30</td><td align="center">15.8</td><td align="center">87.1</td></tr> +<tr><td align="center">120</td><td align="center">2.40</td><td align="center">15.3</td><td align="center">96.0</td></tr> +<tr><td align="center">125</td><td align="center">2.50</td><td align="center">14.9</td><td align="center">105.4</td></tr> +<tr><td align="center">130</td><td align="center">2.60</td><td align="center">14.4</td><td align="center">115.2</td></tr> +<tr><td align="center">135</td><td align="center">2.70</td><td align="center">14.1</td><td align="center">125.6</td></tr> +<tr><td align="center">140</td><td align="center">2.80</td><td align="center">13.7</td><td align="center">136.4</td></tr> +<tr><td align="center">145</td><td align="center">2.90</td><td align="center">13.3</td><td align="center">147.7</td></tr> +<tr><td align="center">150</td><td align="center">3.00</td><td align="center">13.0</td><td align="center">159.5</td></tr> +<tr><td align="center">155</td><td align="center">3.10</td><td align="center">12.7</td><td align="center">171.8</td></tr> +<tr><td align="center">160</td><td align="center">3.20</td><td align="center">12.4</td><td align="center">184.6</td></tr> +<tr><td align="center">165</td><td align="center">3.30</td><td align="center">12.1</td><td align="center">197.8</td></tr> +<tr><td align="center">170</td><td align="center">3.40</td><td align="center">11.9</td><td align="center">211.5</td></tr> +<tr><td align="center">175</td><td align="center">3.50</td><td align="center">11.6</td><td align="center">225.6</td></tr> +<tr><td align="center">180</td><td align="center">3.60</td><td align="center">11.3</td><td align="center">240.3</td></tr> +<tr><td align="center">185</td><td align="center">3.70</td><td align="center">11.1</td><td align="center">255.3</td></tr> +</table></div> + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="VERKLARING_DER_AFBEELDINGEN" id="VERKLARING_DER_AFBEELDINGEN"></a>VERKLARING DER AFBEELDINGEN,</h2> + + +<p>VOORSTELLENDE EENE STOOMMACHINE VAN LAGE DRUKKING MET DAARBIJ +BEHOORENDEN STOOMKETEL VOOR EEN VAARTUIG, NAAR DE LAATSTE MEEST +VERTROUWDE ZAMENSTELLING.</p> + + +<p>Een stoomvaartuig bevat gewoonlijk twee gelijke <i>machinen</i> welken te +zamen eene <i>hoofd-</i> of <i>wiel-as</i> in beweging brengen, waaraan de +<i>roei-wielen</i> of <i>schepraden</i> zijn verbonden, die <span title="Was: aan eene" style="border-bottom: 1px red dotted;">ter weder</span> zijde van +het vaartuig op eenige diepte in het water treden, en rond wentelende, +alzoo den drijvende bodem voortstuwen. Elke machine drijft de <i>hoofd-</i> +of <i>wiel-as</i> om door middel van eene <i>kruk</i>; de beide <i>krukken</i> zijn in +regthoekige rigting tot elkander op de <i>hoofd-as</i> gesteld, zoodat +dezelve nimmer gelijktijdig in hoogsten of laagsten stand staan, maar +een vierde van eenen omwenteling daarin met elkander verschillen. Beide +<i>machinen</i> worden met stoom voorzien, het zij door eenen enkelvoudigen +of door een zamenstel van meer dan eenen <i>ketel</i>. In de onderwerpelijke +afbeeldingen is het een enkelvoudige <i>ketel</i> voor stoomlevering aan twee +gelijke <i>machinen</i>; eene dergelijke en nevens elkander geplaatste +<i>machine</i> wordt hier alleen voorgesteld, waarvan de verklaring geheel op +de andere toepasselijk is.</p> + +<p>Figuur 1. verbeeldt het zij aanzigt van den enkelvoudigen <i>stoomketel</i> +en van eene <i>machine</i>. Figuur 2. is de doorsnede overlangs van dien +<i>ketel</i> en van die zelfde <i>machine</i>; de <i>roei-wielen</i> of <i>schepraden</i> +zijn alleen met gestippelde lijnen in Fig. 1 aangeduid, hetgeen +voldoende duidelijk is, en geene verdere uitleg behoeft, de bijgestelde +letters en nommers dienen in beide Figuren voor de volgende +aanwijzingen:</p> + +<p>AAAA <i>stoomketel</i> met in besloten <i>fornuis</i> B'BB; dit <i>fornuis</i> bestaat +uit twee nevens elkander gelegene <i>vuurhaarden</i> of <i>vuurplaatsen</i>, +waarvan hier slechts eene <span title="Was: B (zonder ')" style="border-bottom: 1px red dotted;">B'</span>, zigtbaar is, en uit twee daarmede +afzonderlijk gemeenschap hebbende <i>rookleidingen</i>, waarvan gedeelten bij +BB te zien zijn; in de <i>vuurplaatsen</i> wordt de brandstof verbrand, +waarvan de overblijvende sintels en asch in de ruimte C door de +<i>roosters</i> nedervallen; door de <i>rookleidingen</i> BB stroomt het vlammende +gaz of de verhitte rook van de vuren naar den <i>schoorsteen</i> D, waar van +hier het onderdeel slechts staat afgebeeld, en met eenen beschermenden +<i>mantel</i> omgeven ter beveiliging van het scheepsdek tegen brand; dit +onderdeel van den <i>schoorsteen</i> is met deszelfs <i>mantel</i> op den <i>ketel</i> +bevestigd, terwijl het bovendeel boven dezen <i>mantel</i> op eenen omgaanden +rand van het onderdeel staat, doch geheel onverbonden, ten einde dat +bovendeel overboord zoude kunnen vallen zonder dat de vuurstroom uit de +<i>rookleiding</i>, eenige schade aan het dek te weeg brengt; een weinig +boven den <i>mantel</i> is de <i>schoorsteen</i> met eene draaibaren <i>wartelklep</i> +AB voorzien, even als in eene gewonen kagchelpijp, waarmede men den +zoogenaamden trek, welken de <i>schoorsteen</i> daarstelt, kan wijzigen of +geheel beletten.</p> + +<p>Het geheele <i>fornuis</i> is binnen den <i>ketel</i> rondom met water omgeven; +men herkent de vereischte hoogte van dat water, door aanwijzing van +eenen <i>vlotter</i> of <i>drijver</i> E, welke tot dat einde op eene as beweegt, +die buiten den <i>ketel</i> doorsteekt; de herkenning van de waterhoogte +geschiedt ook nog door middel van de <i>peilkranen aa</i>; ook is er nog eene +<i>glazen buis</i> buiten tegen den <i>ketel</i> geplaatst, die met het inbesloten +water gemeenschap heeft, doch die ter voorkoming van verwarring in de +afbeeldingen op eene zoo kleine schaal niet is afgeteekend. Ook is hier +om dezelfde reden de afbeelding achtergelaten, van eene dier vele +toerigtingen, waardoor een <i>watergebrek</i>, onafhankelijk van de +bijzondere oplettendheid van den bestuurder of van den vuurstoker, +kennelijk gemaakt wordt. Dit wordt aangewezen of door uitstrooming van +stoom of heet water, <i>op</i> of <i>vóór</i> het oogenblik, dat watergebrek +binnen den <i>ketel</i> bestaat, of door eenig geruisch makend, of sterk in +het oog vallend middel, ter bijzondere waarschuwing; welke toerigting in +aard of wijze gekozen wordt, overeenkomstig de daarvoor bestaande +plaatsgelegenheid.</p> + +<p>F is eene op de <i>stoomkap</i> des ketels geplaatste kast, waarin zich twee +<i>veiligheidskleppen</i> bevinden; eene dier <i>kleppen</i> is met derzelver +onderaan gehangene <i>belading</i> G slechts hier te zien, deze +<i>veiligheidsklepkast</i> heeft bovenop, eene opening met <i>ontlastpijp</i> II +(hier even als het bovendeel des schoorsteens als afgebroken +voorgesteld), waardoor de overvloedige stoom, bij opening van eene of +beide <i>veiligheidskleppen</i> ontvliedt; I, I, I is een hefboomtoestel, +waarmede eene der <i>veiligheidskleppen</i>, door den bestuurder van de +machine, naar willekeur kan geopend worden, door slechts aan de +schroevende <i>handkruk b</i> te draaijen; de andere <i>veiligheidsklep</i>, die +een weinig meer beladen is, kan niet met de hand geligt worden, is zelfs +tot dat einde afgesloten, om alleen uit zich zelve te ligten, wanneer er +overvloed of te hoog gespannen stoom bestaat, of ingeval door eenig +gebrek stoomontlasting door de eerste verhinderd wordt; <i>c</i> is eene +dunne pijp, waardoor het water, dat zich in de <i>veiligheidsklepkast</i> +vergaderen mogt, afloopt buiten boord; <i>d</i> is een <i>stoommeter</i> met eenen +kleinen, op kwik drijvenden, <i>stijl</i> voorzien, welke de mate der +<i>stoomspanning</i>, die binnen den <i>ketel</i> heerscht, op eene +nevensgeplaatste <i>schaal</i> aanwijst.</p> + +<p>KK <i>spuibuis</i> met <i>kraan</i>, welke door het scheepsvlak gaat, en alzoo met +het buitenwater gemeenschap heeft, dient om uit den <i>ketel</i> naar +verkiezing water te loozen gedurende of na deszelfs werking, of om den +ledigen <i>ketel</i> van water te voorzien; de <i>spuibuis</i> bezit nog eene +andere <i>kraan e</i>, waardoor men water door middel van eene nader aan te +wijzene <i>handperspomp</i> in den <i>ketel</i> brengen, of denzelven daardoor +ontledigen kan.</p> + +<p>L <i>mangatdeksel</i>, dat eene opening in de <i>stoomkap</i> des ketels dekt, +genoegzaam groot ter doorlating van eenen persoon; dit <i>deksel</i> is met +eene <i>luchtklep f</i> voorzien; <i>g</i> is een <i>slikgatdeksel</i>, te openen voor +de reiniging des <i>ketels</i>.</p> + +<p>M <i>voedingkraan</i>, waardoor de <i>ketel</i> deszelfs <i>voeding</i> met <i>warm +water</i> door de <i>machine</i> geniet; deze <i>kraan</i> is naar gelang der +behoefte aan <i>voedingwater</i>, met de hand te openen of te sluiten.</p> + +<p>N is eene kast, welke eene <i>klep</i> bevat, die door draaijing van het +<i>handwiel h</i> geheel of gedeeltelijk opengezet, of gesloten kan worden, +hierin vloeit de stoom uit den <i>ketel</i>, en bij geopende <i>klep</i> uit den +<i>ketel</i> naar de <i>machinen</i> door de aanverbondene <i>leibuizen</i> O.</p> + +<p>PP <i>stoomcilinder</i> met daarin digt sluitenden <i>zuiger kk</i>, waarvan de +<i>stang</i> door eene <i>pakkingbos i</i> van het <i>stoomcilinderdeksel</i> opgaat; +de stoom vloeit in dezen <i>cilinder</i> boven of onder den <i>zuiger</i> uit de +<i>stoomschuifkast l l</i> naar gelang van den stand der daarbinnen +beweegbare <i>stoomschuif l l</i>, door den boven of onder <i>stoomdoortogt i' +i'</i>. De <i>stoomschuifkast l l</i> wordt met stoom uit den <i>ketel</i> voorzien +langs de <i>smoorklep m</i>, welke naar willekeur meer of min opengezet kan +worden door middel van het bovengelegen handvat; de toegang van den +stoom naar de <i>smoorklep</i> vindt plaats door den <i>hollen band n n</i> welke +den <i>stoomcilinder</i> omgeeft, en waarmede de <i>stoomleibuis</i> O is +vereenigd.</p> + +<p><i>Bodem</i> en <i>deksel</i> van den <i>stoomcilinder</i> bezitten naar eisch beladene +<i>waterkleppen n' n'</i>, waardoor toevallig in den <i>cilinder</i> geslagen +water zich zelf ontlast.</p> + +<p>Boven kleine openingen in het <i>cilinderdeksel</i> zijn kleine <i>kommen</i>, met +<i>kranen p p</i> voorzien, geplaatst, waardoor men naar welgevallen, olie of +vet tot den <i>zuiger</i> kan doen vloeijen.</p> + +<p>De opgaande <i>stoomzuigerstang</i> is aan derzelver top met een <i>dwarsjuk</i> +vereenigd, de armeinden van dit <i>juk</i> zijn ter wederzijden van den +<i>stoomcilinder</i> beweegbaar verbonden, met <i>zijroeden q</i>, die +benedenwaarts, even zoo met de armen van een paar <i>balansen</i> QQ zijn +gekoppeld; de <i>stoomzuiger k k</i> door den druk des stooms zich op- of +neder bewegende, geeft dus, door tusschenkomst van deze <i>zijroeden q</i>, +gelijke beweging aan de <i>balansen</i> QQ.</p> + +<p>Voor de rigtige leiding van den top der <i>stoomzuigerstang</i> heeft men de +<i>zijroeden q</i> beweegbaar verbonden met het zoogenaamde toestel der +<i>evenwijdige</i> of <i>parallele beweging</i>, bestaande uit de <i>straalroeden</i> +22 en de <i>koppelroede</i> 44, die de <i>straalroeden</i> aan kleine beweegbare +<i>krukken</i> 33 en de <i>balans</i> verbindt.</p> + +<p>Elk paar <i>balansen</i> QQ is bij het einde der tegenovergestelde armen +onderling vereenigd door een ander <i>juk r</i>, uit welks midden eene +<i>drijfstang</i> R opgaat, waarvan het boveneinde beweegbaar verbonden is +met de <i>pen</i> van de <i>hoofdaskruk</i> SS' derwijze, dat de <i>hoofdas</i> S', +daardoor kan worden omgevoerd; de <i>kruk</i> TT der <i>wielas</i> wordt door de +omwentelende eerste <i>kruk</i> SS' voortgedreven, door tusschenvoeging van +een <i>koppellid</i> U, zoodat de buiten boord daaraan verbondene +<i>roeiwielen</i> of <i>schepraden</i>, daarmede omdraaijen.</p> + +<p>De <i>hoofdas</i> S' is door eene <i>excentriek-schijf</i> VV omvat; om deze +<i>schijf</i> is een <i>ring</i> beweegbaar en aan de <i>excentriek-roede</i> W +verbonden, welke <i>roede</i> aan het andere einde in eene keep den <i>arm t</i> +vat, die op eene beweegbare as bevestigd is; de <i>hoofdas</i> S' de +<i>excentriek-schijf</i> VV mede voerende, zal alzoo door tusschenkomst van +de <i>excentriek-roede</i> W, den <i>arm t</i> heen en weder bewegen met de +daaraan bevestigde as.</p> + +<p>Deze laatste as bezit ter wederzijde van de <i>stoomschuifkast</i> eenen arm +<i>u</i>, met daaraan beweegbaar verbondene opgaande ligte <i>zijroeden</i>, +welker toppen even zoo zijn verbonden met een klein <i>dwarsjuk</i> op den +top <i>u'</i> van de stang der <i>stoomschuif</i>, welke stang door eene +<i>pakkingbos</i> van het <i>deksel</i> der <i>stoomschuifkast ll</i> uitkomt; op die +wijze wordt dan de <i>stoomschuif</i> door middel van de <i>excentriek-schijf</i> +VV mede op en neder bewogen; <i>v'v'</i> is het <i>tegenwigt</i> der +<i>stoomschuif</i>. De hoogste en laagste standen van de <i>stoomschuif</i> hebben +niet gelijktijdig plaats met de hoogste en laagste standen van den +<i>stoomzuiger</i>, opdat de stoomtoelating dan eerst plaats vinde, wanneer +de <i>stoomzuiger</i> deszelfs hoogsten of laagsten stand bereikt heeft; +hiertoe is aan de <i>excentriek-schijf</i> VV op de <i>hoofdas</i> S' eene +daarvoor passende rigting gegeven, zoodat de hoogste en laagste standen +van de <i>stoomschuif</i> plaats vinden, nadat de <i>stoomzuiger</i> circa een +vierde deel van deszelfs slag is gedaald of gerezen. De stand van de +<i>excentriek-schijf</i> voor vooruitwerking van de <i>roeiwielen</i> of +<i>schepraden</i> niet dezelfde zijnde, als voor achteruitwerking van +dezelve, zoo is voor het aannemen van die twee verschillende standen van +de <i>excentriek-schijf</i>, de noodige <i>wisselruimte</i> op de <i>hoofd-as</i> +gelaten.</p> + +<p>Om de beweging van de <i>stoomschuif</i>, en bijgevolg van de <i>machine</i> te +doen ophouden, bestaat bij de <i>keep</i> der <i>excentriek-roede</i> W eene +<i>klink w</i>, waarmede de bestuurder met de hand de <i>excentriek-roede</i> van +den <i>arm t</i> ontkoppelt, en daardoor het op- en neder bewegen van de +<i>stoomschuif</i> doet staken, zoodat de <i>stoomzuiger k k</i> de beurtelingsche +toelating van stoom mist en gevolgelijk zal stilstaan.</p> + +<p>Met den <i>arm t</i> is een lange <i>hefboom</i> of <i>handel x x</i> vereenigd, welke +dient, om bij ontkoppeling van den <i>arm t</i> van de <i>excentriek-roede</i> W, +aan de <i>stoomschuif</i> zoodanigen stand met de hand te geven, als geschikt +is, om de <i>stoomzuiger k k</i> te doen rijzen of dalen, naar gelang men, +tot voor- of achteruit werken, de <i>roeiwielen,</i> of <i>schepraden</i> in +beweging verkiest te stellen. Dit aanvankelijk in beweging stellen van +de <i>machine</i> naar behooren door de hand van den bestuurder plaats +vindende, zoo bezorgt deze, door verzetting van de <i>klink w</i>, de weder +zamenkoppeling van de <i>excentriek-roede</i> W met den <i>arm t</i>, waardoor het +vervolg der beweging in den aangevangen zin uit zich zelf, zal worden +onderhouden.</p> + +<p>X X is de <i>condensor</i> waarin de stoom uit den <i>stoomcilinder</i> vloeit, om +tot water verdikt te worden, door aldaar in aanraking te komen met koud +water, dat door het pijptoestel o' o' en de <i>injectiekraan y</i> vloeit; de +toevloeijing van het <i>injectiewater</i> wordt geregeld door den bestuurder, +want daartoe houdt de <i>injectiekraan</i> eene <i>handkruk z</i>.</p> + +<p>Y <i>luchtpomp</i> met insluitenden <i>zuiger</i>, die <i>opslaande kleppen</i> 1, 1 +bezit; de <i>luchtpompzuigerstang</i> is even als de <i>stoomzuigerstang</i> met +een <i>dwarsjuk</i> verbonden, waarvan <i>zijroeden</i> 2 nedergaan, die met de +<i>balansen</i> QQ gekoppeld zijn; zoodat wanneer de <i>stoomzuiger</i> rijst de +<i>luchtpompzuiger</i> daalt en omgekeerd. De <i>luchtpompzuiger</i> trekt +opgaande het van den stoom en der <i>injectie</i> herkomstige water, met de +tevens uit het water ontwikkelde lucht uit den <i>condensor</i> XX door de +<i>condensorklep</i> 4, en voert dit op deszelfs <i>kleppen</i> 1,1 in den <i>warm-</i> +of <i>heet waterbak</i> Z door de <i>klep</i> 5 van dien <i>bak</i>.</p> + +<p>Van het in den <i>warm-</i> of <i>heet waterbak</i> opgevoerde water, wordt door +de opening 6 het noodige getrokken, om den <i>ketel</i> voor het verstoomde +water weder aan te vullen of te <i>voeden</i>, eene <i>perspomp</i>, waarvan de +<i>zuiger</i> of <i>dompelaar</i> door het <i>luchtpompjuk</i> op en neder bewogen +wordt (in de afbeeldingen niet zigtbaar, wordende door de <i>luchtpomp</i> +bedekt) dient tot dat einde; want <i>pijpen</i> 7,7 zijn daarmede vereenigd, +waardoor dat warme water in de gemeenschappelijke pijp 8,8 naar den +<i>ketel</i>, door de openstaande <i>voedingkraan</i> M gevoerd wordt; 23 zijn +<i>leistangen</i>, die door de <i>armen</i> van het <i>luchtpompzuigerjuk</i> omvat +worden, en voor de rigtige leiding daarvan dienen; aan eene dier +<i>stangen</i> is de <i>dompelaar</i> van de <i>voedingpomp</i> verbonden, en kan alzoo +met het <i>juk</i> op en neder bewegen.</p> + +<p>De <i>heet waterbak</i> Z bezit eene verhooging of <i>kolom y</i> ter voorkoming +van wateroverstorting, en tegen deze kolom is eene beladene <i>stortklep</i> +9 aangebragt, waardoor het <i>voedingwater</i> weder in den <i>warm waterbak</i> +terug valt, ingeval de <i>voedingkraan</i> M aan den ketel mogt gesloten +wezen middelerwijl de <i>voedingpomp</i> werkt; de <i>voedingpompzuigers</i> of +<i>dompelaars</i>, kunnen door de hand van den bestuurder in of buiten +werking gesteld worden, naar gelang de behoefte aan <i>ketelvoeding</i>. Het +in den <i>warm-</i> of <i>heet waterbak</i> te veel overblijvende water, ontlast +zich buiten boord, door de opening der <i>vloeipijp y</i>, welke opening bij +stilstand van de <i>machine</i> door eene <i>klep</i> gesloten kan worden, met aan +de schroevende <i>handkruk</i> 10 te draaijen.</p> + +<p>12 <i>handperspomp</i>, waarmede de <i>ketel</i>, onafhankelijk van de werking der +<i>machine</i>, met koudwater kan gevuld of gevoed worden, door eene (hier +slechts gedeeltelijk afgebeelde) pijp <i>r t</i>, die met de <i>kraan e</i> der +<i>spuibuis</i> K gemeenschap heeft, of ook kan door deze <i>pomp</i> de <i>ketel</i>, +wanneer het noodig mogt zijn, geledigd worden.</p> + +<p>13 <i>scheepslenspomp</i>. waarvan de <i>zuiger</i> door eenen der armen van de +<i>balansen</i> QQ op en neder bewogen wordt; deze <i>pomp</i> voert het zich in +het vaartuig bevindende water op en over boord, en haalt dit uit het +voor- of uit het achterschip door pijpen, hier niet geheel afgebeeld; +zij kan door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld +worden, 14 is de <i>doorblaaskraan</i> door eene kleine <i>handkruk</i> 15 te +openen; geopend zijnde stroomt de stoom uit de <i>stoomschuifkast l l</i> +door dezelve in den <i>condensor</i> XX en in de <i>luchtpomp</i> Y, drijft uit +beiden door de <i>snuifklep</i> 16 (en soms door de klep van den <i>warm +waterbak</i> 5) het daar in zijnde water en de aanwezige lucht: eene +uitdrijving, die bij het eerst in beweging brengen der <i>machine</i> altijd +moet geschieden.</p> + +<p>Op den <i>condensor</i> XX is een <i>manometer</i> of <i>barometer</i> 17 geplaatst; +het zich daar in bevindende kwik toont aan in hoe verre de spanning +binnen den <i>condensor</i> is verminderd. Tegen den <i>hollen band n n</i> van +den <i>stoomcilinder</i> bestaat, een <i>stoommeter</i> 18, om de spanning van den +stoom daar binnen gade te slaan, deze <i>stoommeter</i> is even als die aan +de <i>stoomkap</i> des <i>ketels</i>; nog bestaat onder aan den <i>hollen band</i> eene +<i>aftapkraan</i> 19, waardoor men het daar binnen vergaderde water kan doen +afloopen.</p> + +<p>Eindelijk ziet men dat de <i>hoofdas</i> S' niet alleen in <i>stoelen</i> op eene +<i>stelling</i> wordt gedragen, maar dat ook <i>stoomcilinder</i>, <i>condensor</i> met +aanverbondene <i>luchtpomp</i> en <i>warm waterbak</i>, onderling, en met die +<i>stelling</i> zijn verbonden; de grondslag van dat geheele verband is in de +eerste plaats de <i>fondatie</i> op het <i>scheepsvlak</i>, door middel van goed +verzekerde <i>fondatiebouten</i> 20, en ten tweede de <i>hoofd- en +wielas-balken</i> 21, die met de <i>stelling</i> goed vereenigd zijn. Deze +<i>balken</i> breiden zich ter wederzijden buiten het vaartuig uit, en +vereenigen zich aldaar, als uit een ligchaam bestaande, op welke buiten +uitbreiding zich <i>stoelen</i> bevinden, waarop de <i>roeiwielen</i> of +<i>schepraden</i> dragen.</p> + +<p>Aldus de zakelijke deelen van dit gansche stoomwerktuigelijke toestel +aangetoond hebbende, zal het niet ongepast zijn, eene korte aanwijzing +te laten volgen, hoedanig de <i>machinen</i> in beweging en tot stilstand +gebragt worden.</p> + +<p>In den <i>stoomketel</i> genoegzame ontwikkeling van stoom bestaande, +(herkenbaar aan de stoomontvlieding door de <i>ontlastpijp</i> II der <i>kast +van de veiligheidsklep</i> F, waarvan de spanning op den stoommeter <i>d</i> +aangewezen wordt) en zich door middel der <i>pijlkranen a a</i>, <i>drijver</i> E +of <i>waterpeilbuis</i> verzekerd hebbende dat de ketel met eene voldoende +hoeveelheid water gevuld is, zoo begint men met de <i>stoomcilinders</i> en +<i>stoomschuifkasten</i> te verwarmen; het geen geschiedt door het openen van +de klep in de kast N met het <i>handwiel h</i>; de stoom zal als dan uit den +<i>ketel</i> door de <i>stoomleibuizen</i> O in de <i>holle banden n n</i> der +<i>stoomcilinders</i> vloeijen, en van daar langs de openstaande +<i>smoorkleppen m</i>, in de <i>stoomschuifkasten l l</i>; verwarming opmerkende, +zoo beweegt men door middel van de <i>hefboomen</i> of <i>handels x</i> de +<i>stoomschuiven</i> eenige malen op en neder (waarvoor de klinken <i>w</i>, +natuurlijker wijze zoodanig moeten zijn gesteld, dat geene koppeling van +de <i>armen t</i> met de <i>excentriek roeden</i> W bestaat); door die behandeling +van de <i>stoomschuiven</i> zal mede stoom in de <i>cilinders</i> vloeijen, +terwijl men zich te gelijkertijd van de goede beweegbaarheid der +<i>stoomschuiven</i> verzekert; ook zal men de <i>aftapkranen</i> 19 openen, om +het water van om de <i>stoomcilinders</i> te doen afloopen; deze bewerking +noemt men: de <i>machinen verwarmen</i>.</p> + +<p>Genoegzame verwarming plaats vindende, dan stelt men met de hand de +<i>stoomschuiven</i> in <i>middenstand</i>, dat is zoodanig dat dezelve de boven +en onder <i>stoomdoortogten</i> der <i>cilinders</i> sluiten; als nu opent men met +de <i>handkrukken</i> 15, de <i>doorblaaskranen</i> 14, en houdt die zoo lang +geopend, tot dat men door de <i>snuifkleppen</i> 16, niets anders dan stoom +ziet uitstroomen, zijnde dit het teken, dat al het water met de +aanwezige lucht is uitgedreven; deze bewerking wordt <i>doorblazen</i> +genoemd. Zoo men dan de <i>stoomschuiven</i> met de hand in zoodanigen stand +zet, dat toelating van stoom, op of onder de <i>stoomzuigers</i> plaats +heeft, overeenkomstig den zin van omwenteling, welke men aan de <i>hoofd- +of wielaskrukken</i> wil geven, dan zullen de <i>machinen</i> dadelijk aanvangen +te bewegen; doch daar de <i>armen t</i> van de <i>excentriek-roeden</i> W zijn +ontkoppeld, zoo bewegen de <i>stoomschuiven</i> niet mede, daarom verzet men +de <i>stoomschuiven</i> nogmaals met de hand, om ééne omwenteling van de +<i>hoofdas</i> S te veroorzaken, waarna men de <i>klinken w</i> derwijze verzet, +dat zamenkoppeling van armen <i>t</i> en <i>excentriek-roeden</i> W plaats vindt; +vervolgens opent men met de <i>handkrukken z</i> langzaam de <i>injectiekranen +y</i>, tot zoo verre als met de toenemende snelheid der <i>machinen</i> +overeenkomt, die als dan zullen doorwerken; men noemt deze bewerking: +de <i>machinen aanzetten</i>, (het laat zich begrijpen, dat ter ontlasting +van het overvloedige water, dat de <i>luchtpompzuigers</i> in den +<i>warmwaterbakken</i> Z opvoeren, de kleppen der <i>vloeipijpen y</i> door middel +der <i>handkrukken</i> 10 moeten opengezet worden).</p> + +<p>De <i>machine</i> alzoo tot volle kracht werkende, kan in vermogen of +snelheid verminderd worden, door vermindering van stoomtoevoer naar de +<i>stoomzuigers</i> en daaraan gepaarde vermindering van <i>injectie</i> water, +waarvoor men dan de <i>injectiekranen y</i> en de <i>smoorkleppen m</i> zoo veel +zal sluiten, als voor de verlangde vermindering in snelheid voegzaam is.</p> + +<p>Om de <i>machine</i> te doen stil staan, sluit men eerstelijk de +<i>injectiekranen y</i>, en doet vervolgens, door middel der <i>klinken w</i>, de +<i>excentriek-roeden</i> W van de <i>armen t</i> ontkoppelen; want als dan zal de +beweging der <i>stoomschuiven</i> en bij gevolg de beurtelingsche +toevloeijing van stoom naar de <i>stoomzuigers</i> ophouden.</p> + +<p>Bij het tot stilstand brengen van de machine, moet men de +<i>stoomschuiven</i> met de hand weder in <i>middelstand</i> zetten, ingeval het +ophouden derzelver beweging niet op <i>middelstand</i> heeft plaats gevonden.</p> + +<p>Zoo de machine, lang moet stilstaan, opent men langzaam de handelbare +<i>veiligheidsklep</i> met de <i>handkruk b</i>, doch wanneer het dadelijk in +beweging brengen vereischt wordt (het zij in denzelfden of in +omgekeerden zin), is zulks niet noodig, ook niet het zoogenaamde +<i>doorblazen</i>, noch het openen der <i>aftapkranen</i> 19.</p> + +<p><i>Deze afbeeldingen zijn op steen gebragt naar eene teekening van 's +Rijks Hoofdmachinist, waarin alzoo zijne beproefde wijze van inrigting +voorgesteld staat.</i></p> + + +<div class="figcenter" style="width: 729px;"> +<img src="images/achterkant.jpg" width="75%" height="75%" alt="Afbeelding op de achterkant van het boekje" title="" /> +</div> + + +<div class="trnote"> +<h2>Noot van de bewerker</h2> +<p>I. Paragraaf 14 en 85 ontbreken in het origineel.</p> +<p>II. Zetfouten in het origineel zijn verbeterd en in de HTML +tekst aangegeven door onderlijning van het woord. +</p> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Verklaring van het stoomwerktuig, by Anonymous + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERKLARING VAN HET STOOMWERKTUIG *** + +***** This file should be named 31059-h.htm or 31059-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31059/ + +Produced by Frank van Drogen, Peter Klumper and the Online +Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net (This +book was produced from scanned images of public domain +material from the Google Print project.) + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/31059-h/images/001.jpg b/31059-h/images/001.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a8e27f3 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/001.jpg diff --git a/31059-h/images/006.jpg b/31059-h/images/006.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6ddf899 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/006.jpg diff --git a/31059-h/images/010_1.jpg b/31059-h/images/010_1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1887b90 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/010_1.jpg diff --git a/31059-h/images/010_2.jpg b/31059-h/images/010_2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2fc47d8 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/010_2.jpg diff --git a/31059-h/images/014.jpg b/31059-h/images/014.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9831066 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/014.jpg diff --git a/31059-h/images/020.jpg b/31059-h/images/020.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e55e0a3 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/020.jpg diff --git a/31059-h/images/024.jpg b/31059-h/images/024.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..13e643f --- /dev/null +++ b/31059-h/images/024.jpg diff --git a/31059-h/images/031.jpg b/31059-h/images/031.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..474234c --- /dev/null +++ b/31059-h/images/031.jpg diff --git a/31059-h/images/041.jpg b/31059-h/images/041.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bf80ec9 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/041.jpg diff --git a/31059-h/images/047.jpg b/31059-h/images/047.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ead1009 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/047.jpg diff --git a/31059-h/images/051.jpg b/31059-h/images/051.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1652a2e --- /dev/null +++ b/31059-h/images/051.jpg diff --git a/31059-h/images/055.jpg b/31059-h/images/055.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a353e89 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/055.jpg diff --git a/31059-h/images/083.jpg b/31059-h/images/083.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..80cc002 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/083.jpg diff --git a/31059-h/images/achterkant.jpg b/31059-h/images/achterkant.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..db6e3b7 --- /dev/null +++ b/31059-h/images/achterkant.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..e09537e --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #31059 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31059) |
