diff options
Diffstat (limited to 'old/30049-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/30049-8.txt | 4335 |
1 files changed, 4335 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/30049-8.txt b/old/30049-8.txt new file mode 100644 index 0000000..219520f --- /dev/null +++ b/old/30049-8.txt @@ -0,0 +1,4335 @@ +The Project Gutenberg EBook of Het huiselik en maatschappelik leven van de +Zuid-Afrikaner, by Foort Cornelis Dominicus + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het huiselik en maatschappelik leven van de Zuid-Afrikaner + in de eerste helft der 18de eeuw + +Author: Foort Cornelis Dominicus + +Release Date: September 21, 2009 [EBook #30049] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HUISELIK EN MAATSCHAPPELIK *** + + + + +Produced by André Engels and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + + + + + +--------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan | + | het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | De voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind | + | van het hoofdstuk. | + | | + | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. | + | Deze zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens". | + | | + | De in het origineel als cursief weergegeven tekst is in dit | + | e-boek weergegeven als _cursief_. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + +--------------------------------------------------------------+ + + + + + HET HUISELIK EN MAATSCHAPPELIK LEVEN + + VAN DE + + ZUID-AFRIKANER + + IN DE EERSTE HELFT DER 18de EEUW + + DOOR + + F. C. DOMINICUS + ST. ANDREWS KOLLEGE, GRAHAMSTAD + + + 'S-GRAVENHAGE + MARTINUS NIJHOFF + 1919 + + + + +DIT WERK WERD IN 1917 BEKROOND DOOR DE ZUID-AFRIKAANSCHE AKADEMIE + + + + +INHOUD. + + + Blz. + + HOOFDSTUK I. De Kolonie en zijn bewoners 1 + + HOOFDSTUK II. De Oostindiese Kompanjie en de + maatschappelike rechten der bewoners van de Kaap 13 + + HOOFDSTUK III. Het maatschappelik en huiselik + leven in engere zin 36 + + HOOFDSTUK IV. Bestuurslichamen en belastingen 93 + Lijst van geraadpleegde werken 105 + Register 107 + + + + +HOOFDSTUK I. + +DE KOLONIE EN ZIJN BEWONERS. + + Quidquid delirant reges, plectuntur Achivi. + + +Wanneer ik in de volgende bladzijden een en ander over het huiselik en +maatschappelik leven van de Zuid-Afrikaner in de eerste helft der 18de +eeuw wens neer te schrijven, dan zal het zeker in de allereerste +plaats wenselik mogen geacht worden om duidelik te maken, wat men +onder de term »Zuid-Afrikaner in de eerste helft van de 18de eeuw" +verstaan moet. + +Ik begin dan met uit te sluiten de niet-blanke bewoners, daar zeker +omtrent het merendeel van hen zeer weinig over hun huiselik en nog +minder over hun maatschappelik leven zou kunnen gezegd worden. + +Wat we over hen beschreven vinden is zo vaak doorweven met allerlei +fantastiese verhalen, dat het weinige, dat we er over zouden kunnen +zeggen, zeer zeker volstrekt niet als histories kan beschouwd worden. + +Kolbe heeft ons zeer veel verhaald, maar aangezien zijn autoriteit wel +wat wankel staat, zouden we bij andere schrijvers als Valentijn en +Sparrman of bij de romantiese Le Vaillant ons licht moeten opsteken en +op hun wijsheid is zo vaak volkomen toepasselik het woord van De +Genestet: + + »Wat ons de wijzen als waarheid verkonden, + Straks komt een wijzer, die 't wegredeneert." + +We zullen ons dus moeten bepalen tot een bespreking van de blanke +bevolking van Zuid-Afrika in de eerste helft der achttiende eeuw. + +En dan moeten we tot recht begrip teruggaan tot de stichting van de +volksplanting aan de Kaap. + +Toen de Heren Zeventien hadden ingezien, welk een uitstekende +verversingsplaats de Tafelbaai zou kunnen worden en Van Riebeeck +dientengevolge hier voet aan wal had gezet, werd de grond gelegd tot +een zuiver hollandse kolonie. Maar dat stichten van een kolonie lag +volstrekt niet in de bedoeling der Bewindhebbers. + +Hun maatschappij was een _handels_maatschappij in de eerste plaats en +bij alles, wat ze ondernamen, hielden ze dat in 't oog. Vandaar dan +ook, dat hier een kolonie is ontstaan, meer door de energie van mannen +als Simon van der Stel en anderen, dan door de wil van de Heren +Zeventien. + +Zolang de maatschappij voor haar schepen de nodige levensmiddelen en +verversingen kon bekomen, kon het haar bitter weinig schelen, wat er +verder gebeurde, als maar die gebeurtenissen haar niet dadelik of in +afzienbare tijd enige verantwoordelikheid oplegden. + +Want de Verenigde Oost-Indiese Kompanjie had zich als voornaamste doel +gesteld de grootst mogelike dividenden uit te keren onder het +aanvaarden van de kleinst mogelike verantwoordelikheid. + +In dit licht nu moeten al haar handelingen, haar bepalingen, wetten en +plakkaten beschouwd worden. + +De kolonisten zijn voor haar een noodzakelik kwaad. Zij heeft ze nodig +als producenten, maar wenst ze dan ook niet veel hoger te stellen dan +menselike machines, die juist zoveel brandstof mogen verbruiken als +nodig is om aan den gang te blijven, doch ook niets meer. + +Als we dit in het oog houden, dan kan het ons niet verwonderen, dat, +zooals rechter Watermeyer het uitdrukt, de Kaap door dit tirannieke +systeem anderhalve eeuw van vooruitgang moest derven. + +Maar ook kan het dan geen verwondering wekken, dat de kolonisatie niet +biezonder vlug ging. Er waren zo weinig redenen om Holland te verlaten +bovendien. + +Holland was in die tijd in zijn grootste bloei-periode. Er was geen +overbevolking en men kwam handen te kort. Waarom dan zou iemand de +zekerheid van een goed bestaan laten varen om zich in een onzekere +toekomst te wagen? + +Andere natieën wilde men zoveel mogelik uitsluiten, vooral de +zeevarende en dus was er weinig kans voor de jonge kolonie om tot +bloei te geraken. + +Een grote en machtige faktor moest wel aanwezig zijn om toch eindelik +die kolonisatie te doen plaats hebben. + +De herroeping van het edikt van Nantes werd die beslissende faktor. + +De Heren Zeventien hebben voorzeker die stroom van franse +vluchtelingen niet met genoegen Nederland zien binnenkomen, want het +was duidelijk, dat voor hen allen geen plaats zou kunnen gevonden +binnen de grenzen van het kleine Holland en dan zou natuurlik de +eerste, die raad moest schaffen, de V. O. I. C. zijn. + +Want ze begrepen wel, dat ze aan de drang van het volksgeweten geen +weerstand zouden kunnen bieden en dus hun bezittingen zouden moeten +openstellen voor hen, die in korte tijd wellicht tot een gevaar voor +de Kompanjie zouden worden. + +Het was dan ook slechts schoorvoetend, dat ze het besluit namen om de +franse réfugiés een nieuw vaderland aan te bieden aan de Kaap. + +En omtrent twintig jaren later, toen er geen gevaar meer was van +openbare afkeuring, trachtten ze goed te maken, wat zij misschien door +hun vrijgevigheid in vroeger jaren mochten bedorven hebben. + +Op 22 Junie 1700 namelik besloten ze om wèl kolonisten naar de Kaap te +sturen maar met de bijvoeging »mitsgaders zorg dragende en lettende +dat het soo veel doenlijk is mogen zijn Nederlanders of onderdaanen +van dese Staat of van Hoogduijtsche natien geen traficq ter zee +doende, mitsgaders van de gereformeerde of Luyterse godsdienst, hun op +de lantbouw of culture der wijnen verstaende, dogh geen franschen, de +selve om redenen in voorn. als anders in 't geheel excuserende"[1]. + +Maar ook dit besluit scheen hun nog te veel ruimte te laten voor 't +insluipen van gevaarlike elementen, want dit werd ingetrokken op 26 +Okt. 1706, merkwaardig genoeg op dezelfde dag, waarop het besluit werd +genomen tot de terugroeping van Van der Stel c. s. + +Begon de zucht naar vrijheid, die uit de petitie der burgers van de +Kaap sprak, hen bevreesd te maken en dachten ze, dat een groeiend +aantal kolonisten het steeds moeiliker zou maken de oude banden zo +nauw te houden, als ze waren aangelegd? + +Het leek er wel veel op. + +Ofschoon door het toedoen van de Kamer van Middelburg het besluit op +de volgende dag weer werd aangehouden, toch kon dit niet beletten, dat +op 15 Juli 1707 de permissie tot het zenden van vrijlieden geheel werd +ingetrokken. + +En terwijl de deur voor kolonisatie open was, had men steeds er voor +gezorgd, dat men allen goed aan de band had, want van vrije +kolonisatie in de zin, die wij tegenwoordig aan dat woord hechten, was +allerminst sprake. + +Ieder, die wenste burger te worden aan de Kaap, moest de volgende eed +afleggen: + +»Ick belove en sweere dat ick de Ho: Mo: Heeren Staten Generael der +Vereenichte Nederlanden als onse hooghste en souvereijne overheyt, de +Bewinthebberen van de Generale Geoctroyeerde Oost Indische Comp: in +deselve landen, mitsgaders den Gouverneur Generael en de Raden in +Indië en voorts alle Gouverneurs, Commandeurs, en Bevelhebberen, die +geduyrende dese reyse te water, en voort te lande over ons sullen +wesen gestelt, gehouw en getrouw sal wesen, dat ick alle wetten, +placcaten, en ordonnantiën bij de Bewinthebberen voorn: ofte den +Gouverneur Generael ende de Raden alrede gemaeckt off noch te maken +getrouwelijck in alle pointen nae mijn vermogen sal onderhouden en +naekomen en voort mij in alles soodaenich draegen en quijten als een +goet en getrouw onderdaen schuldich en gehouden is te doen." + +Zij waren dus _onderdanen_ van de V. O. I. C. en dat was waarlik geen +blote formule, zoals ik verder zal trachten duidelik te maken. + +In de School-Regulaties voor Slave-kinderen vinden we de volgende +zinsnede: + +»De Heere God en het welvaren van de Hoog Edele Groot Achtbare Heeren +Bewinthebberen van de Oost Indische Compagnie zij de hoogste wet"[2]. + +Er wordt niet gesproken over het welvaren van het land of van de +kolonisten. Geen woord ervan. Maar de Bewinthebberen zijn de personen +aan wier welvaren als hoogste wet moet worden gedacht. + +Daar zou geen bezwaar tegen hebben kunnen bestaan, als maar altijd de +belangen van de Kompanjie identiek waren geweest met die van de +burgers. + +Dat was er echter verre vandaan. En de hele geschiedenis van de Kaap +in hollandse handen, kan samengevat worden in de formule, die aan de +slavenkinderen moest worden ingeprent: »Het welvaren der Compagnie zij +de hoogste wet." + +Het is dan ook niet te verwonderen, dat de getallen van kolonisten, +die van 1700 tot 1750 zich aan de Kaap vestigden zo buitengewoon laag +zijn. + +Sedert 1707 was het uitzenden van vrije boeren afgeschaft, zoals we +boven zagen en de vermeerdering van het getal der kolonisten +geschiedde dan ook slechts door het uitgeven van brieven van +burgerschap aan hen, die hun diensttijd als soldaat hadden voleindigd. + +Op deze manier kwamen de kolonisten a. h. w. druppelsgewijze in de +kolonie. In de halve eeuw van 1700 tot 1750 vinden we behalve door +geboorten, het aantal der kolonisten vermeerderd met 255 Duitsers, 166 +Nederlanders en 11 Fransen. Van onbekende nationaliteit kwamen er 65 +personen in die tijd en van verschillende andere nationaliteiten dan +de drie bovengenoemde 38, zodat het gehele aantal der personen, die in +een halve eeuw aankwamen, slechts 535 bedroeg[3]. Bij deze getallen +moet verder nog in 't oog gehouden worden, dat in 1710 Mauritius door +de Hollanders verlaten werd. De kolonisten van dat eiland kregen de +keuze om naar Java of naar de Kaap te gaan. Negen gezinshoofden kozen +toen de Kaap. Zij kwamen dus volstrekt niet aan de Kaap onder dezelfde +omstandigheden als de anderen. + +Volgens een berekening van Theal uit de kerk-registers bestond in 1691 +de kaapse bevolking voor 2/3 uit Hollanders, voor 1/6 uit Fransen, +voor 1/7 uit Duitsers en de rest van hen waren Zweden, Denen en +anderen. En nooit in de gehele eerste helft van de achttiende eeuw of +daarna hebben de Fransen meer dan 1/6 der bevolking uitgemaakt, de +ambtenaren der V. O. I. C. inbegrepen. In 1700 bestond de bevolking +uit 418 mannen, 222 vrouwen, 310 dochters en 295 zonen[4]. + +Men ziet hieruit dus, dat de Heren Zeventien hun maatregelen zó hadden +genomen, dat de réfugiés nooit een gevaar voor »het welvaren der +Bewinthebberen" zouden worden. + +Om nog duideliker te maken, hoe de Kompanjie stond tegenover +kolonisatie en hoe angstvallig ze haar rechten trachtte te verdedigen +tegen elke vreemde inmenging, haal ik aan een brief, die de Zeventien +op 20 November 1667 zonden aan de Commandeur. Het schijnt wel, zo zegt +de missive, dat ze aan de Kaap de vreemdelingen eerder aanlokten dan +afstootten. Ze behoorden een voorbeeld te nemen aan Portugal in +Brazilië, dat zijn gasten een zeer onwelkome ontvangst gaf. + +Tegelijkertijd moest dan steeds, of het waar was of niet, opgegeven +worden, dat schaarsheid en onvoldoende voorraad beletselen waren om +vreemde schepen, die in de Baai kwamen, van wat dan ook te voorzien. + +Om aan te tonen, hoe ze tegenover de belangen der burgers stonden, +haal ik uit een brief van Wagenaar het volgende aan: »Met betrekking +tot de vrij-landbouwers of kaapse kolonisten moet ik opmerken, dat tot +hier toe hun vrijheid en hun woonplaatsen hun geschonken werden _met +geen andere bedoeling_ dan om te helpen in 't bebouwen van de grond en +het vruchtbaar maken daarvan." + +Het schijnt wel, dat de eerste kolonisten met deze opvatting vrijwel +tevreden waren, want al mocht al eens tegen van Riebeeck gezegd +worden, dat ze niet »'s Compagnies slaven" waren, dit was toch nog +geen teken van een algemeene geest van verzet. + +Dit werd echter anders, toen andere standen in de kolonie kwamen. En +in dit opzicht brachten de Hugenoten een grote verandering. Zij waren +niet aan de tyrannie van de franse koning ontvlucht om zich gewillig +te begeven in die van de Heren Zeventien. + +Doch hun aantal was te gering om zich met veel sukses te kunnen +verzetten, want het despotisme had te diep wortel geschoten en +ofschoon het mooie woord vrij-landbouwers bleef bestaan, dat woord had +absoluut de beteekenis verloren, die het in Europa had en de vrijheid +was ver te zoeken. + +Wat hielp het echter of men murmureerde? Het trachten naar politieke +rechten of het verzet tegen afpersingen bracht mee verbeurdverklaring +van eigendommen, scheiding en verbanning naar Mauritius of een andere +strafplaats[5]. + + * * * * * + +Nadat we nu in algemeene trekken die we in 't vervolg van deze +verhandeling nader zullen uitwerken, hebben aangeduid, wie de +kolonisten waren in 't begin der achttiende eeuw en in welke +omstandigheden ze zich bevonden, willen we ook even nagaan wat we +onder de Kaap-kolonie van die tijd moeten verstaan. + +Langzamerhand waren de pioniers uitgetrokken, de wildernis in, van het +Kasteel weg. Maar vóór de komst der Hugenoten betekende dit vanzelf +niet zo veel als daarna. + +De aankomst van zulk een aantal personen opeens moest natuurlik leiden +tot het openen van nieuwe wegen en ontginnen van nieuwe landstreken. + +In 1657 waren reeds aan sommige van de ontslagen ambtenaren der +Kompanjie kleine plaatsen bij Rondebos ter bebouwing gegeven. Zij +werden de eerste kolonisten[6]. + +Voor 't eind van 1679 had de eerste boer de ploeg in de grond gezet in +Stellenbosch en in Mei 1680 volgden 8 families. + +In 1684 werd, volgens Valentijn, Draakestein met 80 gezinnen bevolkt. +Het kreeg zijn naam naar de Heer Van Rheede, die toen juist op de +komst was en bij wie Simon van der Stel klaarblijkelik in een goed +blaadje wenste te komen. + +Theal geeft echter op, dat dit eerst in 1687 plaats had en niet door +80 gezinnen, maar door 23 mensen, die na de kermis te Stellenbosch +zich in Draakestein vestigden. + +Daar Valentijn niet altijd even juist is in zijn jaartallen, kunnen we +veilig aannemen, dat 1687 het juiste jaar is. + +In Julie 1700 trokken enige kolonisten naar 't land van Waveren en +werd daar een militaire post gevestigd, bestaande uit 1 korporaal en +zes soldaten ter bescherming van die kolonisten tegen de Bosjesmannen. +Gedurende 43 jaar is die post daar gebleven, wat wel bewijst, dat de +kolonisatie, die kant uit tenminste, geen al te groote vorderingen +maakte. + +In Des. 1711 werden de grenzen van het Kaap-distrikt bepaald als +zijnde de Mosselbank- en Kuilsrivieren. Aan de andere zijde oefende de +landdrost van Stellenbosch gezag uit, tot zoover als zich Europeanen +hadden gevestigd. De stichting van Fransche Hoek en de Paarl vallen +mede in de tijd van de komst der Hugenoten[7]. + +Hier en daar waren militaire posten en enige kolonisten waren zelfs +tot in Hottentots-Holland doorgedrongen. + +Vóór het jaar 1750 had de kolonie zich nog wat verder uitgebreid en +we denken dan natuurlik allereerst aan de stichting van Swellendam, +Zwartlandskerk en Roodezandskerk. + +Maar toch bestond de kolonie honderd jaar na de stichting slechts uit +drie distrikten, die van de Kaap, Stellenbosch en Swellendam. + +Doch het sprak eigenlik vanzelf, dat dit zo moest wezen. + +De Zeventien waren zeer beslist gekant tegen uitbreiding der grenzen. +Zo zelfs, dat in 1724 een wet werd gemaakt, waarbij werd bepaald, dat +niemand zijn distrikt mocht verlaten zonder verlof van gouverneur of +landdrost en heemraden en zelfs dan nog 50 rkd. moest betalen in de +schatkist van het distrikt. + +Doch toen reeds zat de trekkersgeest de kolonisten in 't bloed. Want +ze trokken zich er niets van aan, zodat in 1727 die wet maar weer werd +herroepen, daar men ze toch niet kon toepassen. + +Kaapstad was vrij hard vooruitgegaan in huizenaantal. + +Valentijn zegt er van: »Wanneer ik in 't jaar 1685 hier quam, stonden +er de huizen vrij ijdel en in vergelijking van nu (1714) zeer weinig. + +Ik heb er in de Tafelbaai in 't jaar 1714 omtrent 254, zoo groote als +kleine zelf geteld, zonder deze en gene openbare gebouwen (gelijk het +touwpakhuis en meer andere huizen der E. Maatschappij) hierbij te +rekenen." + +Dampier verhaalt in zijn »Reizen" (Deel I) Hoofdstuk 19, dat er in +1691 nog maar 50 of 60 huizen stonden in Kaapstad. Ze waren gebouwd +van steen, die in een steengroeve er dichtbij werd gehakt. + +De stad was in 1700 nog niet zeer uitgestrekt. Aan de ene kant kwam ze +maar tot aan de tegenwoordige Burgstraat en aan de andere kant tot de +Pleinstraat. De tuinen van de Compagnie strekten zich uit tot aan de +Kortmarkt Straat. + +De voornaamste straten waren toen de Herengracht (tans Adderley +straat), de Keizersgracht (tans Darling straat), de Burgstraat en de +Bergstraat (tans St. George straat). + +Deze 4 brede rechte straten waren volgens Valentijn (blz. 13) »112 +treden lang en 15 treden breedt." + +Van de dwarsstraten was er één »350 treden lang en 25 treden breedt". +De andere waren de helft smaller. + +Hij spreekt echter nog steeds van het »vlek" in 1714. + +Van Stellenbosch deelt dezelfde schrijver ons mee, dat er in 1705 nog +maar 13 of 14 huizen stonden in het dorp zelf. + +In deze vrij oppervlakkige beschouwingen heb ik trachten duidelik te +maken wie de Zuid-Afrikaners in het begin der achttiende eeuw waren en +wat de term Kaap-kolonie, toegepast op die tijd, beteekent. + +In een volgend hoofdstuk wens ik na te gaan, wat we te verstaan hebben +door de »Oost-Indische Compagnie" en hoe zij het land bestuurde. + +VOETNOTEN: + +[1] Theal, Bel. Hist. Dok. III. + +[2] Theal, Chronicles of Cape Comm. pag. 331. + +[3] Theal, Hist. of S. A. II pag. 325. + +[4] Mrs. Trotter, Old Cape-Colony. + +[5] E. B. Watermeyer, Three lectures. + +[6] Theal, Gesch. v. Z. A. pag. 31. + +[7] In 1697 zond Van der Stel ongeveer 30 personen uit Stellenbosch en +Draakestein naar de Wagenmakers-vallei ten N. van Paarl. Zij vormden +de kern van het tegenwoordige Wellington. + + + + +HOOFDSTUK II. + +DE OOSTINDIESE KOMPANJIE EN DE MAATSCHAPPELIKE RECHTEN DER BEWONERS +VAN DE KAAP. + + +Het oktrooi, dat in 1602 aan de Oost-Indiese Kompanjie werd gegeven, +hield o. a. in, dat zij het recht zou hebben traktaten te sluiten met +de indiese regeringen, forten te bouwen en civiele en militaire +beambten aan te stellen. Ze was dus een soort van staat in de Staat. +Een kleine republiek in de Republiek der Verenigde Provincieën. + +Daarin lag haar kracht en haar zwakheid. Maar ondanks de grote +gebreken, die het stelsel aankleefden, is zij tot schade der bewoners +van de Kaap blijven bestaan tot aan de eerste inbezitneming door de +Engelsen in 1795. + +Zij, die hier met Van Riebeeck aankwamen, waren allen ambtenaren van +de Kompanjie. Zij hadden een kontrakt aangegaan voor de tijd van vijf +jaar[8]. Na die tijd konden ze door middel van een »vrijbrief" hun +ontslag krijgen. Dan waren zij ook vrij om handel te gaan drijven, +voor zover de wetten en plakkaten der Kompanjie dat toelieten. + +Maar die vrijheid was slechts voorwaardelik. Want de Kompanjie behield +zich het recht voor »omme hun ten allen tijden wanneer benodigt ofte +zijn gedrag niet betamelijk weesen mogen wederom in dienst te nemen." +Ook mochten de vrijlieden een handwerk kiezen, maar geen ander nemen, +voor ze daartoe verlof hadden gekregen van de Raad. (Antwoord op +petitie van Johan Hendrik Gans 5 Sept. 1780). + +Het recht van terugneming in haar dienst strekte zich zelfs uit over +de kinderen van zo'n man. + +De lagere ambtenaren van de maatschappij werden op de volgende wijze +uitbetaald: 1/4 van hun loon kregen ze in handen in Indië, 1/4 werd +hun uitbetaald in klederen en de andere helft werd hun eerst gegeven, +als ze weer in Nederland terug kwamen. + +Volgens de »Artikel Brief", een wet, waaraan de ambtenaren zich hadden +te houden, was het hun verboden dobbelstenen of speelkaarten mede aan +boord te brengen of die daar zelf te maken. + +Het was dan ook wel nodig om strenge bepalingen te maken ten opzichte +van haar ambtenaren, in 't biezonder met betrekking tot haar +schepelingen. Want de manier, waarop ze verkregen werden, strekte er +vaak niet toe om ze onderdanig of gewillig te maken. Men had in de +grote steden, vooral Amsterdam, de z.g. »zielverkopers", die trachtten +op allerlei manieren manschappen voor de Kompanjie te krijgen. Een van +de meest gewone manieren was het pressen van vreemdelingen. + +Wanneer één van deze ongelukkigen in Amsterdam kwam, belandde hij vaak +bij gebrek aan geld in een van de mindere soorten zeemansherbergen. + +Zeer vaak gebeurde het, dat men hem hier dronken maakte of op andere +manier hem overweldigde en hem dan zonder verwijl op een gereedliggend +schip bracht. Op deze manier zijn honderden vreemdelingen geprest in +de dienst van de Kompanjie. + +Sparrman vertelt, dat dit zelfs soms gebeurde met zonen van +hooggeplaatste lieden, welke dan als gewoon soldaat tegen een loon van +9 gulden 's maands op de vloot terecht kwamen. + +Zelden of nooit kwamen de bloedverwanten dezer jongelui daarvan iets +te weten. Want een brievepost bestond niet, evenmin in de Kolonie zelf +als overzee. Als men een brief wilde verzenden, kon men trachten goede +vrienden te worden met een schipper, die dan de brief meenam, maar ook +dat was niet gemakkelik, want niemand mocht brieven schrijven naar +Holland over oorlog, handel en andere belangrijke zaken dan aan de +Heren Zeventien. + +Onder die belangrijke zaken kon de regering van de Kaap natuurlik zo +ongeveer rekenen, wat ze zelf wilde en daarom was het voor een +schipper altijd min of meer gewaagd een brief van een vreemdeling mee +te nemen. Te meer, daar de Kompanjie geheel volgens de manieren van +haar tijd niet karig was met straffen. Als men het »Journal" van +Leibbrandt doorleest (1699-1732) staat men verbaasd, hoe op de duur +nog iemand zonder brandmerk in Kaapstad rondliep. Het getal straffen +is eenvoudig legio. En ofschoon de slaven er gewoonlik het slechtst +afkwamen, is het aantal straffen, die aan blanken werden voltrokken, +ook reusachtig groot. + +Robben-eiland was tamelik dichtbij Kaapstad en de reis daarheen heeft +menigeen moeten doen zonder een kans om gauw weer terug te komen. Zo +lezen we b.v. dat op 9 Des. 1700 een ambtenaar van de Kompanjie werd +gevonnist. Hij was blijkbaar het dienen moe geworden en had de +vrijheid genomen om het binnenland in te gaan. Daar had hij 9 maanden +lang in Draakestein geleefd, alsof hij zelf een burger was. Voor dit +uitstapje werd hij gegeseld en moest een jaar lang in de boeien +dwangarbeid verrichten[9]. + +Op 11 Maart 1706 werd besloten om nu en dan eens wat opruiming te +houden onder de ongehuwden en luiaards in de stad en daarbuiten. +Speciaal zij, die zich ook in andere opzichten misdroegen, zouden dan +worden gevangen genomen en om het land te zuiveren, zouden ze per +eerste gelegenheid naar Indië worden gezonden als soldaat tegen 9 gld. +per maand[9]. + +Dat de Zeventien volstrekt niet erg kieskeurig waren in de keuze van +hun ambtenaren blijkt b.v. ook uit wat we lezen van een vonnis op 28 +Febr. 1710. + +Jacob Hendriksz., ex-burger van Stellenbosch, werd verbannen naar +Robben-eiland, doch slechts tot aan het vertrek der vloot, want, omdat +hij vrouw en kind had, zou hij in dienst genomen worden als soldaat en +met z'n familie naar Ceylon worden gezonden[9]. + +Het mooie van deze »medelijdende" daad was, dat natuurlik de Kompanjie +er ook door gebaat werd. + +Het kan ons dan ook geenszins verwonderen aan de andere kant, dat op +30 Junie 1731 de telling van de ambtenaren der Kompanjie aantoonde, +dat er van 1000 man 56 veroordeelden en 20 gekommandeerden op +Robbeneiland waren. Dat is ruim 7-1/2 percent. De staat van gezondheid +gaf aan dat er 170 man in 't Hospitaal lagen[10]. + +De telling in 1732 bracht aan 't licht dat van de 1016 ambtenaren er +50 veroordeelden en 17 Gekommandeerden op Robbeneiland waren. + +Zo weinig waren zij in tel, die in dienst der Kompanjie stonden, dat +men zelfs geen eerbied had voor de heiligheid van de nalatenschap der +zeelieden en matrozen. + +Als een van hen aan de Kaap stierf, werden zijn bezittingen verkocht +om de onkosten van de begrafenis enz. te bestrijden. Dat werd +gewoonlik zó gedaan, dat het zelden gebeurde, dat er iets van +betekenis aan de bloedverwanten in Europa kon gestuurd worden[11]. + +Uit deze enkele gegevens heeft men reeds kunnen opmaken, dat mijn +oordeel over het bewind der Oost-Indiese Kompanjie niet al te gunstig +is. En nu weet ik wel, dat men ze verdedigt door te zeggen, dat ze in +geen enkel opzicht slechter was dan andere Handelsmaatschappijen van +haar tijd. + +Dit mag waar wezen. Het ligt natuurlik buiten het bestek van deze +verhandeling om dit te verdedigen of te bestrijden. Daar ik slechts +aan te geven heb in hoeverre de daden der Kompanjie het maatschappelik +leven der kaapse burgers raakten, wil ik met een aantal feiten +duidelik maken, wat die Kompanjie dan wel deed en welke fouten haar +aankleefden, zonder daarbij na te gaan of ze slechter of beter was dan +andere van haar tijdgenoten. + +In de allereerste plaats moet ik wijzen op de eigenbaat, die uit +zoveel van haar handelingen blijkt en op het schromelike egoïsme, +waarmee ze haar ambtenaren (tot haar eigen voordeel) wenste te +doordringen, een egoïsme, dat natuurlijk echter ook zeer sterk tot +uiting kwam, waar het de belangen van die ambtenaren _zelf_ gold, +zelfs waar die in strijd waren met de belangen van de Kompanjie. + +Op de 30ste Desember 1731 was er een schip gestrand in de St. +Helena-baai. Zij, die daar op een post dichtbij waren, kregen bevel om +alle mogelike hulp te geven aan de schipbreukelingen, maar met de +uitdrukkelike bepaling erbij, dat dit alleen mocht geschieden, als het +gestrande schip er een van de Kompanjie was. + +Waren het vreemdelingen, dan konden ze verdrinken, daar bemoeide de +V. O. I.-C. zich niet mee. + +De geschiedenis van »De Jonge Thomas" is te bekend, dan dat ik +daarover zou behoeven te spreken. En hier gold het nogal haar eigen +landgenoten en dienaren. Maar haar koopwaren waren meer waard dan de +levens van haar matrozen. + +Onder Van der Stel de Oudere werd de tabaksteelt streng verboden aan +de kolonisten, omdat zij door die teelt het monopolie der Kompanjie +zouden kunnen benadelen. Dat door veranderde omstandigheden die teelt +later werd toegestaan, doet natuurlik niets aan het feit af. + +Niet alleen het monopolie van de tabak had de Kompanjie, maar ze +ontzag zich niet om grof geld te verdienen aan de verkoop van +»Dagga"[12] aan de Hottentotten, die daardoor nog dieper zonken. + +In 1699 werd de veehandel opengesteld voor de burgers op voorwaarde, +dat zij dan trekossen zouden leveren aan de Kompanjie voor 10-1/2 +gulden per stuk, een zeer lage prijs. + +Toen in 1743 uit Indië bericht kwam, dat de prijs van 't koren, dat +aan de Kompanjie werd geleverd, moest verlaagd worden tot zeven +gulden, lokte dit natuurlik protesten uit, want de kostprijs was voor +de burgers in 't beste seizoen reeds over de zes gulden. Eerst toen +men zag, dat men zich een groot nadeel zou berokkenen, door dit +besluit te willen doordrijven, werd de prijs weer op acht gulden +teruggebracht. + +Valentijn vertelt, dat in zijn tijd een mud tarwe van 180 of 190 pond +door de Kompanjie werd gekocht voor 8-1/2 gulden en een mud rogge voor +7-1/2 gulden. Maar de bakkers betaalden in dezelfde tijd +respektievelik 15 en 12 gulden. + +Dat wordt verteld door de grootste verdediger van al wat de Kompanjie +aanging, die ooit heeft bestaan. + +Daaruit blijkt dus, dat men dit als een zeer gewoon en natuurlik +verschijnsel beschouwde. + +Dezelfde schrijver verhaalt, dat de Kompanjie ook tienden eiste van 't +hooi en dat dit behoorlik aan de stallen van de Maatschappij moest +worden afgeleverd. + +Ze verhandelde, zegt hij, elk jaar voor 300.000 gulden koopwaren, +waarop zij 75 percent won. + +Nooit is het misschien openhartiger gezegd dan door d'Ableing, wat het +doel der maatschappij was en waartoe haar ambtenaren moesten dienen. + +De plicht van de ambtenaren is, zo zegt hij, de profijten der +Kompanjie te vermeerderen. + +Dat hij dit in de praktijk zeer breed opvatte, blijkt uit het +volgende: + +Hij had een grote hoeveelheid onverkoopbare tabak en hij schreef nu +aan de landdrost van Stellenbosch, dat deze moest trachten, die te +ruilen tegen tarwe bij de boeren[13]. Als die maar dom genoeg waren om +toe te happen, dan was het geweten van de eerste dienaar van de +Kompanjie ruim genoeg om daar tevreden mee te zijn niet alleen, maar +zelfs om er behagen in te scheppen. + +Op 7 Maart 1699 schreven de Heren Zeventien aan de Goeverneur, dat ze +meenden, dat hij wel wol zou kunnen kopen voor 4 stuivers per pond en +die zouden zij dan in Europa voor 18 stuivers van de hand doen. Ze +wilden ongeveer van 1000 tot 1500 pond hebben[14]. Winsten van 350 +percent behaald op produkten van hun eigen landgenoten en kolonisten +schenen ze dus niet meer dan natuurlik te vinden. + +Maar ze zorgden aan de andere kant wel, dat de burgers geen kans +hadden om op hun beurt ook de Kompanjie te plukken, als ze er werk +voor te verrichten hadden. + +De prijs van alles stond vast. Tot zelfs de betaling voor het zetten +van een nieuwe spaak in een wiel was nauwkeurig bepaald. + +Geen wagenmaker of smid had ook maar de geringste kans om iets meer te +nemen dan de Kompanjie hem wenste te gunnen. + +Michiel Otto van Hottentots-Holland vroeg in 1744 om koren te mogen +malen met zijn eigen molen voor zijn eigen gebruik, daar hij zover van +de molen van de Kompanjie af woonde[15]. Dit werd toegestaan, maar +alleen op konditie, dat hij aan de molenaar van Stellenbosch evenveel +zou betalen, alsof zijn koren dààr was gemalen. En deze permissie zou +niet als precedent mogen dienen. + +Het vissen was alleen toegestaan in de Tafelbaai en in de Valse Baai. + +Eindelik werd in 1718 ook de visserij toegestaan in de Saldanha-baai, +maar op voorwaarde, dat één vijfde deel der gedroogde vis zou betaald +worden als belasting. Het spreekt vanzelf, dat niemand ooit van dit +»voorrecht" gebruik heeft gemaakt. + +Ten laatste deel ik als merkwaardigheid mee, dat het begraven van +misdadigers met de ketenen, waaraan ze geklonken waren geweest, door +de Kompanjie werd afgeschaft, niet, omdat het als te barbaars of als +nutteloos werd beschouwd, maar omdat het te duur was[16]. + +Een tweede grote fout der Kompanjie was, dat ze haar ambtenaren niet +behoorlik betaalde. + +En van beide verkeerdheden, zowel van het egoïsme van de Maatschappij +tegenover de burgers als tegenover haar eigen ambtenaren, werden de +burgers per slot van rekening de dupe, want de ambtenaren hadden +Nederland niet verlaten om armoede te lijden, integendeel, en daarom, +als de maatschappij hen niet betaalde, dan zouden zij zich zelf wel +schadeloos stellen. + +Valentijn verhaalt, dat in 1710 de Goeverneur een traktement had van +[f] 2400 waarbij kwam [f] 900 kostgeld. En hij voegt er dan bij, dat +de Kompanjie hem zoveel verschillende voordelen schonk, dat hij zijn +gehele inkomen wel op 9300 gulden schatte. + +Maar.... Valentijn was de vriend en verdediger der V. O. I. C. en zijn +schatting lijkt wel wat al te ruim. + +Te meer, daar volgens Theal het salaris van zulk een hoge ambtenaar +als de Fiskaal Independent in 1689 slechts [f] 1200 bedroeg. + +Dit was echter zeer zeker veel te weinig, omdat hij daardoor niet vrij +genoeg tegenover anderen kon staan. En niet alleen dat, maar het +bracht hem voortdurend in de verzoeking om onrechtvaardig te zijn in +zijn eigen voordeel. Want hij had het recht om 1/3 der opgelegde +boeten als zijn eigendom te beschouwen. Het zou dus slechts een zeer +menselik gebrek zijn, als die boeten soms wat hoger werden dan met de +billikheid tegenover de burgers strookte. Bovendien mocht hij voor +verschillende diensten betaling eisen en had een zeer uitgebreide +macht, zodat hij zeer zeker wel een man was, die men door geld of +geschenken goedgunstig zou trachten te stemmen. + +In 1727 was Jan de La Fontaine het kleingeestige plagen van goeverneur +Noodt zo moe geworden, dat hij ontslag vroeg. De Heren Zeventien gaven +hem dat echter niet, maar verhoogden zijn salaris van 80 gulden tot +120 gulden per maand[17]. + +En hij was op dat ogenblik de secunde, de tweede persoon in de +kolonie. + +Het is voorwaar geen wonder, dat de ambtenaren hun best deden om er +met handel wat bij te verdienen. Zo duidelik was dit, dat zelfs de +Heren Zeventien het soms moesten merken en nu en dan een oogje +toedrukten. + +Voor het ogenblik zij het voldoende te zeggen, dat toen eindelik ten +gevolge van de drang der burgers de Heren Zeventien genoodzaakt waren +het bezit van landerijen en het handelen aan haar dienaren geheel te +verbieden, er een andere weg op moest gevonden worden om het tekort in +hun salarissen goed te maken. + +Als altijd waren natuurlik de burgers degenen, die 't gelag moesten +betalen. Ik zal dit hieronder nader aantonen. + +Maar eerst wil ik uit de Archieven van de Kaap nog iets aanhalen, dat +een levendig licht werpt op de salariskwestie van de ambtenaren. + +De maatschappij had in haar dienst 16 jonge klerken, maar eerst geen +kosthuishouder, door de maatschappij te hunnen behoeve aangesteld, +zoals dit in Indië de gewoonte was. + +Deze jongelui moesten dan zelf maar kosthuizen vinden. Doch de som, +die hun daartoe werd gegeven, was zo klein, dat ze vaak niets te eten +hadden dan droog brood en water. Eindelik werd een kosthuishouder +aangesteld, die hun 2 keer per dag een maal moest verschaffen, 's +morgens om elf uur en 's avonds om zes uur. Hij moest zijn tafel van +goed en voedzaam burgervoedsel voorzien en minstens drie keer per week +schape- of rundvlees opdissen. + +Dit was al een hele stap vooruit, maar de andere beperkende +bepalingen, die omtrent die maaltijden gemaakt werden, waren zodanig, +dat zeker al de jongelui liever zelf een keuze zouden gedaan hebben +uit de kosthuizen in de stad, dan op kosten van de maatschappij te +eten. Maar hun salaris liet hun dat niet toe. + +De getrouwde ambtenaren konden van dit kosthuis niet profiteren en +daarom werd dit door hen op een andere manier goedgemaakt. + +In 1722 werd bepaald, dat de ambtenaren wel tuinen voor eigen gebruik +mochten hebben, maar die mochten niet groter zijn dan 2 morgen. Reeds +sedert 1668 had men op hetzelfde aambeeld gehamerd, maar het scheen +niet veel te helpen, want nieuwe wetten komen telkens om de oude wat +te verscherpen of het geheugen van de mensen in dit opzicht weer eens +op te frissen. + +Doch men deed meer in 1722. De handel, die de ambtenaren in +verschillende artikelen hadden mogen drijven, werd nu onwettig +verklaard en als schadeloosstelling werden bepaalde sommen +vastgesteld, die men van de burgers bij sommige gelegenheden mocht +eisen. + +Voor iedere legger wijn (± 5-3/4 H.L.) die de burger aan de Kompanjie +verkocht, kreeg hij nominaal [f] 96, maar dat bedrag kwam hem nooit in +handen. + +Om te beginnen ging er 25 gulden af voor de goeverneur en de secunde, +die dat in verhouding van 2 tot 1 samen verdeelden. De lagere +ambtenaren kregen dan ook hun percenten, zodat de burger eindelik van +de nominale [f] 96 maar [f] 63-1/2 gld. in handen kreeg. + +Officiële dokumenten kostten de burgers veel geld en elk jaar werden +die bedragen hoger. + +Omstreeks 1750 kostte een bewijs van ontslag uit de dienst van de +Kompagnie b.v. 3 rkd. aan zegelrecht en de sekretaris van de Politieke +Raad kreeg 10 rkd. voor het in orde maken van dat dokument. + +Dit was tenminste nog geen bedrog. Maar erger werd het, als de +ambtenaren op hun eigen houtje middelen gingen vinden om zich te +verrijken. + +De beambten der graanpakhuizen b.v. hadden een zeer eenvoudig middel +bedacht om op alle leveranties 4 percent te verdienen. Ze rekenden bij +door hen gedane betalingen 1 kaapse gulden op 16-2/3 stuiver maar bij +betaling aan hen door de burgers rekenden ze de kaapse gulden altijd +op 16 stuivers. + +Dat verschil verdween in hun zakken. + +De geautoriseerde wijnverkopers, die een hoge pacht voor die +autorisatie aan de Kompanjie betaalden, deden hun best om hun winst +groter of om verliezen goed te maken op een manier, die ook niet +anders dan bedrog kan genoemd worden. + +Ze maakten het regel, 't geld, waarmee men hun betaalde, voor 17 tot +20 percent onder de waarde aan te nemen. Nadat dit een tijd geduurd +had, werd de waarde, waarvoor de verschillende munten moesten +aangenomen worden, wel vastgesteld, maar vóór die tijd waren zeker +reeds velen de dupe van deze praktijken geworden[18]. + +De grote fout van de ambtenaren aan de Kaap in 't algemeen was, dat ze +deze kolonie eenvoudig beschouwden als een doorgangshuis naar een +betere betrekking en Simon van der Stel komt de eer toe de eerste te +zijn geweest bij wie dat gevoel niet aanwezig was. + +Na de uitwerking dezer twee punten, waarbij ik de voornaamste fouten +van de Kompanjie heb trachten in het licht te stellen, zal het geen +verwondering wekken, dat de burgers niet biezonder tevreden konden +wezen over de staat van zaken in de Kolonie. + +»De naam »vrije burger" was volkomen verkeerd. De eerste burgers waren +inderdaad slechts veranderd van betaalde in onbetaalde dienaren der +maatschappij. Zij dachten, dat ze, door hun ontslag te krijgen, hun +positie veel verbeterd hadden, maar spoedig ontdekten ze, dat het +tegengestelde waar was. + +En van deze tijd af aan tot aan het eind der achttiende eeuw vinden we +de voortdurend herhaalde en welgegronde klacht, dat de Kompanjie en +haar ambtenaren ieder voordeel bezaten, terwijl de vrijheden zelfs +niet de vruchten van hun eigen arbeid mochten genieten. Handel met de +inboorlingen, eerst toegelaten onder strenge voorwaarden, werd spoedig +verboden, opdat daardoor niet de prijzen te hoog zouden worden voor de +Kompanjie als zij wenste te kopen"[19]. + +Een beoordeelaar van de toestand der burgers, zegt in 1672 al: + +De hollandse kolonisten dragen de naam vrije mannen, maar zij worden +zó in allerlei dingen belemmerd, dat de afwezigheid van vrijheid maar +al te duidelik is. De wetten zijn zo streng, dat het onmogelik is, de +boeten en straffen, daarin bepaald, toe te passen, zonder de volkomen +ondergang der burgers te veroorzaken[20]. + +Een korte en krachtige karakteristiek geeft Watermeyer t. a. p. waar +hij zegt: + +»In alle politieke zaken was de V. O. I. C. zuiver despoties; in alle +kommerciële zaken zuiver monopolisties". + +Reeds in de eenvoudigste zaken was de Kompanjie begonnen monopolisties +op te treden. Onder Van Riebeeck b.v. was ze zelfs zo ver gegaan om +twee burgers aan te stellen, die 't uitsluitend recht hadden wild te +schieten en te verkopen. Eerst toen deze twee een ongeregeld leven +begonnen te leiden en daardoor het benoodigde wild niet altijd +verkrijgbaar was, werd aan alle vrijburgers het recht gegeven om voor +eigen konsumptie te schieten[21]. + +Toen men in 't jaar 1708 zóveel koren had, dat men er geen raad mee +wist, weigerde het goevernement eenvoudig verder tarwe en rogge te +ontvangen[22]. De boeren moesten die nu maar gebruiken als voedsel +voor de slaven of als veevoeder. Een verzoek om er brandewijn van te +mogen stoken, werd niet toegestaan, aangezien dit de belangen der +Kompanjie zou kunnen benadelen. + +De ellendige laksheid, die zich in de politiek van de Staat zo +duidelik toonde in de onderhandelingen met barbarijse zeerovers, +vertoonde zich eveneens in de koloniën. + +De Bosjesmannen hadden b.v. van 1728 tot 1731 en ook weer in 1738 +verschillende rooftochten gedaan. De Politieke Raad, de landdrost en +de Raad van Militie trachtten toen...... een vriendelike overeenkomst +aan te gaan met de Bosjesmannen en hen door geschenken er toe te +brengen hun tochten niet meer te herhalen. + +De geschiedenis, van de tochten der Noormannen af tot op de tijd, +waarvan ik hier spreek, had hun niets geleerd. Zulke politiek moet +schipbreuk lijden, omdat de grondslagen ervan absoluut ondeugdelik +zijn. + +Het spreekt dan ook wel vanzelf, dat de boeren daarin geen vertrouwen +stelden en dat er in 1739 een grote paniek ontstond, die ontaardde in +een algemene vlucht naar de Kaap. + +Toen eerst begon men handelend op te treden. Maar de wijze van +optreden is weer zo echt die van de Kompanjie, die wel wat doen wou +voor de kolonisten, als 't maar niet veel kostte. + +De deelnemers aan de opstand van Estienne Barbier liepen nog +ongestraft rond. Het volk voelde veel sympathie voor deze +opstandelingen en dus ging het niet gemakkelik hen in handen te +krijgen. + +Het Goevernement kreeg tans een gelegenheid om zich uit twee lastige +gevallen tegelijkertijd te redden en bovendien nog voor zeer +grootmoedig door te gaan. + +Aan alle deelnemers aan bovengenoemde opstand werd een volledige +vergiffenis geschonken, _als ze dadelik zich aanmeldden om te helpen +de Bosjesmannen te bestrijden_. Dit geschiedde en zo was de Kompanjie +weer uit de nood. + +Als soms de Kompanjie nu en dan inzag, dat er iets moest gedaan worden +om de kolonisten te helpen, ging dit helpen zo langzaam, dat het te +laat was als de hulp kwam. + +Daar er zoveel arme blanken waren in de kolonie tengevolge van de +vreselike jaren 1713 tot 1716, vroegen de Burgerraden op 18 Julie 1719 +om vrije handel te mogen drijven op Madagascar en de Mascarenen. Zij +zouden de fabrieksgoederen van de Kompanjie kopen en die op de +eilanden, waarmee ze wilden handelen, ruilen voor slaven, ivoor, +stofgoud, enz. Ze wilden eveneens uit- en invoerrechten betalen en +meenden niet ten onrechte, dat er op die manier ook nog heel wat +voordelen zouden te behalen zijn voor de Kompanjie. + +Maar--dat was tornen aan het monopolie. Daarom aarzelden de Heren +Zeventien. + +Eindelik in 1732, dat was dus 13 jaar, nadat het verzoek gedaan was, +werd het toegestaan. Maar 't spreekt vanzelf, dat het nu te laat was. +De mensen, die zich voor deze zaak geïnteresseerd hadden, waren òf +dood òf ze hadden hun geld op een andere manier belegd. + +En nu is 't wel waar, dat de Burgers van de Kaap 't recht hadden om +zich op de autoriteiten van Batavia te beroepen en te trachten, ook in +geval van vermeende onrechtvaardige behandeling, daar recht te zoeken, +maar dat dorsten ze natuurlik niet doen. Want het zou hun ondergang +geweest zijn. De Goeverneur en de Grote Politieke Raad hadden de +funkties van Uitvoerend en Wetgevend Lichaam te gelijk. Bovendien +vormden ze 't Hoogste Gerechtshof. Ze konden dus gemakkelik iedere +daad een misdaad noemen en die misdaad straffen zonder enige controle +of zonder dat iemand het hun kon beletten. + +Het geval met Adam Tas c.s. leert duidelik genoeg, hoe lang iemand +onrechtvaardig in de gevangenis kon gehouden worden. Later kon zo'n +vonnis herroepen worden, maar dan was vaak het onrecht niet meer te +herstellen. + +Het is eigenlik een wonder, dat er in 1706 geen hoofden gevallen zijn +en wanneer dat gebeurd was, had geen straf aan Van der Stel, hoe zwaar +ook, dit kunnen goed maken. + +In 1779, dus zelfs nog veel later dan de periode, waarover wij +spreken, werd door de burgers een petitie ingezonden, waarin zij +vroegen om op de hoogte gesteld te worden van de bestaande wetten of +van de indiese statuten en algemene wetten in Holland. Ze vroegen ook +om authentieke afschriften van plakkaten en ordonnanties, betrekking +hebbende op de Kaap of nog liever zouden ze hebben, dat er een drukker +werd aangesteld om de burgers in staat te stellen kopiën te krijgen +van bestaande wetten, opdat ze niet langer mochten blootstaan aan de +willekeur van Fiskaal en Landdrost[23]. + +Waar dit zo stond in 1779, hoeft men niet te vragen, hoe de toestand +was gedurende de gehele eerste helft van de achttiende eeuw. Natuurlik +eerder slechter dan beter. En de Fiskaal Boers, nog wat later, +schrijft in zijn verantwoording op pag. 43: + +Het zou een grote fout wezen te menen, dat er gelijkheid van rechten +kan bestaan tussen de burgers hier en die van de Verenigde +Provincieën. _Zij_ hebben gestreden voor hun vrijheid en de burgers +hier hebben die eenvoudig ontvangen _als een genadegift_. + +De manier, waarop de Kompanjie de burgers behandelde, als 't op de +aankoop van hun produkten of op de heffing van belastingen aankwam, +was vaak evenmin geschikt om hen tevreden te stellen. + +Over de houding van de regering in 1708, toen de korenoogst zo +overvloedig was, sprak ik hierboven. + +Tot 1709 had men alleen tienden geëist van het koren, dat niet voor +eigen onderhoud of voor zaaien nodig was. In dit jaar echter trachtte +de regering ook hiervan de tienden te krijgen. + +Op 20 Februarie 1710 zond daarom de Burger Raad een petitie in om van +die verplichting ontheven te worden. + +En 't was niet alleen, dat ze tienden moesten geven, zoals dat in +Nederland de gewoonte was, van het koren op 't land, maar de tienden +werden genomen van 't koren, dat schoon aan 't Kasteel werd +afgeleverd. + +De Hoge Kommissaris Joan van Hoorn erkende de billikheid van het +verzoek en daarom onthief hij de burgers van deze verplichting. + +De Heren Zeventien in hun hoge wijsheid waren het echter hiermee niet +eens en de wet bleef bestaan. + +Dit bleef zo driekwart eeuw. De verkeerdheid van dit stelsel lag +vooral hierin, dat men in 't algemeen afging op de opgaven van de +boeren zelf. Hierdoor zette men dus de deur open voor allerlei +misbruiken, vooral voor het doen van te lage aangiften zowel van +veestapel als van produkten. Zo ver ging dit, dat er soms meer koren +naar Java werd gezonden, dan volgens de opgaven der boeren gewonnen +was! + +Dit was algemeen bekend. Zo verhaalt b.v. Adam Tas in zijn dagboek (13 +Jan. 1706) dat zekere Fransman op Draakestein een boete van 60 +Rijksdaalders kreeg, omdat hij aan de Gekommitteerden van de Regering +had opgegeven, dat hij 50 beesten en 200 schapen bezat. Een verklikker +verried, dat dit eigenlik moest zijn vier keer zoveel. En het +onderzoek bracht aan 't licht, dat dit werkelik zo was. + +Nu zegt Tas, die overigens een eerlik man was, voorzover we kunnen +nagaan: + +»Dog ik kan niet zien, dat over dit misdrijf, indien men 't zo noemen +wil, boete kan worden geeijst en dat erger is 60 Rxdrs." + +De belastingen vermeerderden, naarmate de Kompanjie haar dividenden +zag krimpen. + +In 1714 werd er een nieuwe weidehuur ingevoerd. In datzelfde jaar kwam +er een belasting van 1 rkd. op iedere legger wijn, in de kolonie +geperst. + +Dat zou nu alles misschien te verdragen geweest zijn, als de politiek +der Kompanjie ten opzichte der boeren maar wat meer stabiel was +geweest. Maar dat was er veraf. + +In 1699 was b.v. de ruilhandel met de Hottentotten opengesteld. En +daar werd zo'n goed gebruik van gemaakt, dat al gauw enige Fransen +meer vee hadden dan de Kompanjie zelf bezat[24]. De veeteelt werd nu +een levensbestaan voor de burgers, omdat er zeker evenveel aan te +verdienen was als aan de landbouw. + +Maar in 1703 werd 't besluit weer ingetrokken. Later werd de handel +weer opengesteld, maar toen maakte Van der Stel dit besluit niet in de +Kolonie bekend. + +Verschillende personen hadden het kontrakt voor de vlees-leverantie +aan de Kompanjie gehad, sedert Husing dat in 1700 kreeg. Doch toen in +1722 en '23 er niemand was te vinden, die het kontrakt op de gestelde +voorwaarden aandurfde, kregen de burgers _bevel_ levende schapen voor +6 gulden en vlees tegen 2 stuivers per pond te leveren[25]. + +Ondanks dit feit nu werd in April 1727 weer een veel strenger plakkaat +uitgevaardigd, dat _alle_ handel van private personen met inboorlingen +verbood. Dit werd nu wel uitgevaardigd als een gevolg van de +onmogelikheid om de deelnemers aan de strooptocht van Van der Heijden +in 1723 te straffen, maar de burgers hadden er _allen_ door te lijden. + +Van wijn was er een chroniese overproduktie. Uitvoer was verboden in +'t begin der achttiende eeuw, want misschien zou dit het monopolie van +de Kompanjie voor Europeese wijnen benadelen. + +De wijnboeren hadden dan ook al lang geklaagd, dat ze ongeveer 2000 +leggers wijn over hielden elk jaar, waar ze geen weg mee wisten. +Eindelik in 1743 besloten de Heren Zeventien iets voor deze klagers te +doen. Ze zouden in 't vervolg op schepen en nederzettingen wijn doen +gebruiken in plaats van brandewijn. + +En indien een tamelik goed artikel te krijgen was, zouden ze zelfs +vrije handel in wijn op Indië aan de burgers toestaan, op voorwaarde, +dat ze 4 rkd. aan vracht en 12 rkd. aan belasting per legger +betaalden. Deze »weldaad" was weer van zulk een aard, dat de burgers +er maar liever voor bedankten, daar dit de toestand niets zou +verbeteren. + +Toen kwam de goeverneur-generaal Van Imhoff met een ander voorstel in +plaats van dit. + +De belasting van 1714, die een rijksdaalder per legger bedroeg, zou +worden verhoogd tot drie rijksdaalders. Daarna zouden de burgers nog +moeten betalen 1 rkd. per legger aan de fiskaal, als de schepelingen +de kopers waren, en 5 rkd. per legger aan de wijnpachter, als de +kapitein of administrateur van 't schip de kopers waren. Dan zouden ze +ook mogen verkopen aan alle bezoekers[26]. + +De Kompanjie echter zou 63-1/2 gulden per legger betalen. Ze dacht +ongeveer 4 leggers voor elk schip nodig te hebben, behalve een deel, +dat ze naar Nederland en naar Batavia zou laten sturen voor de +schepen, die naar de Kaap kwamen en dan nog een aantal vaten voor haar +werkvolk in Indië. + +Dit was tenminste een kleine vooruitgang sedert 1698, want toen en +vele jaren daarna bestond de bepaling, dat wie wijn verkocht buiten +de Kompanjie om, zou beboet worden met 125 rkd. bij de eerste +overtreding, gegeseld worden bij de tweede en verbannen worden bij de +derde. + +De overproduktie werkte dit »smokkelen" echter in de hand. Want vaten +waren buitengewoon duur, daar ze alle uit Holland moesten komen, en de +boeren konden er dus onmogelik een aantal steeds leeg gereed houden +voor de nieuwe oogst. + +Wanneer dan ook de nieuwe oogst kwam, verkochten ze dikwijls wijn aan +'t publiek, tegen zeer lage prijzen. + +Het kon natuurlik niet lang verborgen blijven, dat dit vrij algemeen +plaats had. Als een redmiddel stelde men vóór de boeren te veroorloven +om azijn en brandewijn te maken. + +Maar hoewel dit herhaaldelik werd verzocht, is het nooit toegestaan. + +In het voorafgaande heb ik een schets willen geven van de betekenis +van de V. O. I. C. voor het leven der burgers aan de Kaap. Na dit +alles gelezen te hebben, zal men het met mij eens wezen, dat er alle +reden is om te geloven, dat de aanhankelikheid aan Nederland door het +optreden der Kompanjie niet groter werd. + +»Als ze spraken van getrouwheid aan Nederland en de Staten-Generaal +dan was dit uit een soort van plicht gevoel, maar niet een uiting van +_persoonlik_ gevoel"[27]. + +VOETNOTEN: + +[8] Deze bepaling gold ook voor de later komende Hugenoten. + +[9] Leibbrandt, Journal. + +[10] Leibbrandt, Journal. + +[11] Thunberg, I. pag. 239. + +[12] Mrs. Trotter, Old C. C. pag. 248. + +[13] Mrs. Trotter, Old. C. C. pag. 247. + +[14] Leibbrandt, Rambles. + +[15] Theal, Hist. of S. A. II, pag. 57. + +[16] Mrs. Trotter, t. a. p. pag. 218. + +[17] De Baas Tuinier had in 1714 een traktement van [f] 60 per maand +(Valentijn blz. 20). De Landdrosten van Stellenbosch en Draakestein +[f] 24 per maand (Journal 28 Febr. 1710). + +[18] Leibbrandt, Rambles. + +[19] Watermeyer, Three Lectures pag. 46. + +[20] Rapport van Commissaris Verburg 1672. + +[21] Theal, I. pag. 117. + +[22] Leibbrandt, Journal. 19 Maart 1708. + +[23] Watermeyer, Three Lectures. + +[24] Leibbrandt, Rambles. + +[25] Leibbrandt, Rambles. + +[26] Theal, II. pag. 48. + +[27] Theal, II. pag. 326. + + + + +HOOFDSTUK III. + +HET MAATSCHAPPELIK EN HUISELIK LEVEN IN ENGERE ZIN. + + +Nu ik uiteen gezet heb, uit welke personen de Kaapse maatschappij van +de eerste helft der achttiende eeuw bestond en onder welke invloeden +van binnen en van buiten ze zich langzamerhand had gewijzigd, wil ik +trachten een beeld te scheppen van het huiselik en maatschappelik +leven aan de Kaap in die tijd. + +In de allereerste plaats dienen we dan onze aandacht te vestigen op de +huizen van die tijd. + +Een schets van de huizen van Kaapstad in de tweede helft der 18de eeuw +zegt het volgende: + +»Wanneer men oppervlakkig ziet, heeft geen plaats meer het voorkomen +van welvaart dan de Kaap. De huizen zijn niet zonder zwier; zommigen +zelfs met pracht gebouwd; van buiten met wit of geel en op enige +weinige oude na, alle vierkant; velen met platte daken, waar op men +wandelende een aangenaam gezicht over het land of de baai heeft; +sommigen hebben twee, andere drie verdiepingen; velen hooge stoepen +en alle schuiframen. Van binnen is de bouworde algemeen ingericht +naar het klimaat. Eerst heeft men een lange breede gaanderij, aan +welker achtereinde vier of zes slavinnen op kleine houten bankjes +zitten te naaijen of te breijen. Deze gaanderij waarin men meest zit, +eet, ontbijt en leeft, is het gewoon vertrek. Ter wederzijde heeft +men kamers, die allen, evenals de gang zelve, met groote vierkante +roode steenen, bevloerd zijn, hetwelk, gevoegd bij de hoogte der +verdiepingen, veel koelte geeft. Een klein vertrek, dat in de +gaanderij uitkomt en waarin eetwaren, tafelgoederen en droge provisiën +bewaard worden, noemt men de dispens, en de keuken, die achter in +het huis is en overal op een binnenplaats uitkomt, heet de kombuis. +In weinige huizen vindt men stookplaatsen, doch dezen beginnen +langzamerhand veld te winnen. Boven is het vrij algemeen slechter +betimmerd; al het fraaije van het huis en de meubelen vindt men omlaag +voor het oog blootgesteld. Dit voorkomen van welvaart in de huizen +vertoonen ook de tafels, die met een aantal schotels, aangenaam +en kostbaar klaargemaakt, opgevuld, en omringd zijn van slaven van +welken sommigen met een groen tak, of wel met een waaijer van +paauwen-vederen, de vliegen van de spijzen houden en anderen de +aanzittende gasten bedienen. Op een afstand staan weder anderen, die +de schotels verruilen of dranken aanreiken, die men niet op tafel +vindt; alles zodanig ingericht, dat men bij de voornaamste lieden in +de Republiek noch beter eet, noch beter gediend is." + +In de loop van een halve of driekwart eeuw was er al aardig wat +veranderd in de stad, want in 1714 schrijft Valentijn over de huizen +in Kaapstad: + +»Zij zijn meest van Kaapze klippen gebouwt en doorgaans daarom maar +van eene verdieping." + +Meestal zijn ze met riet gedekt. Ze hebben »twee Zaletten aan de +straat, en verscheide middel- en agterkamers en ook veeltyds een +groote plaats agter"[28]. + +Toch waren niet alle huizen zo eenvoudig meer, want dezelfde schrijver +verhaalt ons, dat het huis van Henning Husing en dat van de Fiskaal +Blesius in 1705 reeds twee verdiepingen hadden. + +Dat van Husing kan wel een mooi huis geweest zijn, daar het, de voor +die tijd enorme som van tien duizend Rijksdaalders, gekost had. + +De stoep rond het huis bestond uit rode tegels, helder geschuurd of +uit blauwe van Robben-eiland. + +Buiten Kaapstad zelf waren de huizen natuurlik niet zo mooi, hoewel ze +niettemin op sommige plaatsen er vrij fraai uitzagen. + +Sparrman vertelt, dat de meeste huizen wit gepleisterd waren van +buiten en sommige groen geschilderd. Want zegt hij: »De geliefkoosde +kleur voor kleren, boten, schepen en huizen is groen bij de +Hollanders." + +Sommige huizen waren toen reeds (1772), met platte leien gedekt in +plaats van met stro. + +Dit schijnt echter nog slechts sporadies te zijn voorgekomen, want op +een andere plaats zegt dezelfde schrijver, dat zeer vele huizen nog +met riet gedekt waren en zelfs de kerk, wat hem gelegenheid geeft om +te zeggen, dat de Hollanders niet meer zorg besteedden aan Gods huis +dan aan hun eigen. + +Trouwens de beschrijving van de huizen van Kaapstad, die ik boven +aanhaalde, ging niet algemeen door, want mensen van mindere stand +moesten zich tevreden stellen met kleinere huizen, die bestonden uit +een galerij, een kamer aan iedere kant en de keuken achter[29]. + +Men ziet echter, dat ze wel volgens hetzelfde plan waren ingericht. + +De kosten zelfs van deze huizen waren nog hoog genoeg. + +Een rieten dak van een dubbelhuis kostte 300 of 350 Rijksdaalders[30]. + +Daar stond tegenover, dat een dak vrij lang duurde, wel van 20 tot 30 +jaar[31]. + +Buiten Kaapstad had men natuurlik bij de boerderijen korenhopen staan, +zoals men die tegenwoordig nog bij hollandse boerderijen ziet. + +Tot 1706 had men die onbedekt gelaten, maar in dat jaar vielen er zeer +zware regens en die deden veel schade aan het opgestapelde graan, +zodat men toen begon ze van een dak te voorzien, om het koren tegen de +regen te beschermen[32]. + +Bij de boerderij lag ook meestal een soort van kraal, waarin het koren +werd gedorst. + +Een bepaalde ruimte werd goed effen gemaakt en daarop kwam dan een +laag van koeiemest en gehakt stro, die men liet verharden. + +Dit werd de dorsvloer. Het koren werd in een cirkel op de grond +uitgespreid en dan werden binnen de omheining, die gewoonlik van +dorenstruiken was gemaakt, eenige paarden losgelaten. In het midden +van de kring stonden een of meer slaven met lange zwepen, die de +paarden moesten aanjagen. Door het trappen der paarden werd dan het +koren zo ongeveer uitgedorst. + +De methode was verre van zindelik, maar ze was vlug en kostte niet +veel moeite. + +Als men meende, dat het koren bijna allemaal uit de aren was, werd het +bijeengeveegd en dan werd het in de wind opgeworpen om zodoende het +kaf er uit te doen verdwijnen. + +Men ziet, dat het bij dit alles zeer primitief toeging. + +Bij de huizen stonden verder de slavewoningen, die, in de tijd toen +men nog de zinkplaten van tegenwoordig niet tot zijn beschikking had, +vanzelf zeer gebrekkig waren[33]. + +De gastvrijheid van de bewoners van de Kaapkolonie wordt door alle +reizigers om 't zeerst geroemd. + +Het was een gastvrijheid, die niet bestond in veel _woorden_, maar die +zich uitte in daden. + +Woorden verspilde de boer niet veel, vooral ook omdat er zo verbazend +weinig onderwerpen waren, waarover hij kon spreken met zijn bezoekers, +als dat niet even als hij boeren waren. + +Kranten bestonden niet aan de Kaap. Zelfs een postdienst was in 1795 +nog onbekend. Boeken waren slechts bij uitzondering aanwezig. + +De Bijbel en het gezangboek van Willem Sluyters waren de enige boeken, +die men kende. + +Een enkele, zoals Adam Tas, mocht daarop een uitzondering maken (zie +zijn dagboek), maar die uitzonderingen waren hoogst zeldzaam. Van +alles, wat er buiten zijn eigen kringetje gebeurde, wist de boer dus +zo goed als niets. + +Nu en dan mocht hij eens wat nieuws horen van een andere boer, die een +reis naar Kaapstad had gedaan, maar dat was de enige kans, die hij +had. + +Wanneer dus reizigers uit Europa, 't zij Hollanders, Engelsen of +Zweden bij hem kwamen, dan waren zij voor hem als wezens uit een +andere wereld. + +Om deze reden nu horen we meestal van reizigers, dat ze grote moeite +hadden om enkele woorden aan de boeren te ontlokken. Daarom ook juist +werden ze meestal voor veel dommer gehouden dan ze waren. + +Want inderdaad dom waren ze in 't geheel niet. Ze bezaten geen +boeke-kennis, maar als 't op gezond verstand aankwam, hadden ze hun +meester niet. + +In hun voortdurende strijd met wilde dieren, met ontvluchte slaven of +Bosjesmannen werd hun geest gescherpt en door het bestuur der +Kompanjie werden ze er ook dikwels toe gebracht om hun natuurlik +verstand tot minder eerlike middelen te gebruiken om aan gehele +ondergang te ontkomen. + +Maar dat was _hun_ schuld niet. + +En Bernardin de St. Pierre is voorzeker dichter bij de waarheid, als +hij in 1771 schrijft van hen: »Deze mensen, tevreden met huiselik +geluk, het zeker gevolg van een deugdzaam leven, zoeken geen +verstrooiing in romans of toneelvoorstellingen," dan Captain Percival, +die op blz. 204 en 205 van zijn »Account of the Cape of Good Hope" +een oordeel neerschrijft over de kaapse boeren en boerinnen, dat te +schandelik is om het hier te herhalen, maar dat, helaas, door zeer +veel schrijvers van later tijd is overgenomen, zij het dan ook in wat +zachter vorm. + +Toch moet erkend worden, dat het oordeel van Bernardin de St. Pierre +ook niet al te letterlik moet opgevat worden. + +Sparrman vertelt b.v. dat, toen hij op een boerderij kwam en daar een +en ander vertelde omtrent het land, waar hij vandaan kwam en wat hij +aan de Kaap kwam doen, de boerin van verbazing de handen ineen sloeg +en uitriep, dat ze niet kon begrijpen, hoe het mogelik was, dat iets +anders dan absoluut gebrek aan de allernoodzakelikste levensbehoeften +in eigen land iemand er toe kon brengen om naar een land als de Kaap +te komen. + +Maar laat ik op hun gastvrijheid terugkomen. + +De opvatting, die ze daarvan hadden, was zo buitengewoon breed, dat we +onwillekeurig terug moeten denken aan de oude Germanen, bij wie ze als +de hoofddeugd werd beschouwd. + +Als een boer een gast zag aankomen, ging hij hem tegemoet, drukte hem +de hand, vroeg hem naar zijn gezondheid en bood hem ogenblikkelik +voedsel en verfrissende dranken aan. + +Let wel, het was niet eerst een angstvallig vragen, wie de aankomer +was, om te weten te komen, of men hem zou ontvangen of niet. + +Neen, daarnaar vroeg men niet. Hij was een _gast_ en dat was genoeg. +Een breder en schoner opvatting van gastvrijheid is zeker wel niet +mogelik! + +Dan werd de gast binnengeleid door de voordeur, die dikwels versierd +was met een hangslot in de vorm van een of ander dier, welke sloten +aan de Kaap vrij algemeen waren en uit China waren ingevoerd[34], en +vervolgens maakte hij kennis met de vrouw des huizes, die, als ze +gezeten was, niet opstond, maar met een hoofdknik de gast begroette. + +Hij werd onthaald op wat er in het huis te krijgen was en men +beschouwde dit als iets, dat vanzelf sprak. Het aanbieden van geld +voor deze gastvrijheid werd als een belediging beschouwd. + +Des avonds werden van het gehele huisgezin de voeten gewassen. Deze +gewoonte was wel noodzakelik, daar zelfs de meisjes de gehele dag +blootsvoets liepen. + +Dit gebruik heeft lang stand gehouden, tot zelfs onder voortrekkers. + +Mevrouw Generaal Piet Joubert, nu pas overleden, vertelt in haar +herinneringen (in de »Volkstem" verschenen) dat zij voor de eerste +maal in haar leven een paar kousen aankreeg op haar trouwdag. + +Aan de gast werd eveneens deze eer bewezen en daarna ging men ter +ruste. + +De mannelike leden van het gezin drukten de gast de hand en de +vrouwelike gaven hem een kus. + +Daar dit gold voor de oudere zowel als voor de jongere vrouwelike +leden van 't gezin, zegt Le Vaillant hiervan zeer guitig »dat dit een +voorrecht was, waaraan plichten waren verbonden"[35]. + +Sparrman is vol lof over de ontvangst bij een boer, die hij Van der +Spoei noemt. + +Te voren had hij over de ontvangst bij een ander geklaagd, maar hij +vertelt er zelf bij, dat daar de baas niet thuis was, zodat hij +feitelik gastvrijheid van de slaven genoot. Geen wonder, dat het eten +enz. dat men hem aanbood, niet al te goed was. + +In 't algemeen was het voedsel, dat de boeren zelf gebruikten, zeer +voedzaam, te voedzaam zelfs, zodat zich na hun dertigste jaar steeds +een neiging tot zwaarlijvigheid vertoonde. + +Daar kwam natuurlik ook bij het gebrek aan beweging. Dit gold vooral +voor de vrouwen. + +Zij hadden hun slaven en slavinnen en deden de hele dag niet veel +anders dan bevelen geven. In koud weer zaten ze met de voeten op een +stoof en in elk jaargetijde stond de nooit lege koffiepot onder haar +bereik en werd geregeld duchtig aangesproken. Dat in warm weer de +niet-noodzakelikheid van arbeid soms tot luiheid werd, is duidelik. + +Ik geloof echter niet, dat het algemeen was, dat die luiheid zover +ging als in 't geval van de boer in de Karroo, waarvan Sparrman +vertelt. + +Deze reiziger was ongelukkig genoeg juist bij een boer aan te komen om +de weg te vragen, toen deze zich gereed maakte zijn middagdutje te +genieten. + +Zonder op te staan wees hij met de voet de richting, waarin Sparrman +gaan moest en sliep toen weer in, zonder zich met hem verder te +bemoeien[36]. + +De dagverdeling van de boeren was als volgt: + +Vroeg in de morgen stond men op en nadat men koffie had gedronken, +deed men samen het morgengebed, waarbij dan gewoonlik ook een psalm of +een gezang uit het boek van Willem Sluyters werd gezongen. + +Dan ging men naar de kralen om te zien of met het vee nog alles goed +ging en als het in de oogsttijd was, werd een paar uur voor het +ontbijt gewerkt aan het binnenbrengen van 't koren of 't persen van de +wijn. + +Het ontbijt werd gebruikt om 7 uur. Dan werkte men in de drukke tijd +door tot 11 uur en gebruikte het middagmaal. Om vier uur at men weer +en om 8 uur werd het avondmaal gebruikt[37]. + +Daarna had men weer een godsdienstoefening voor het gehele gezin en om +9 uur lag ieder in bed. + +Vooral in de zomer was het de gewoonte om na het middagmaal een +slaapje te doen. Ieder ging naar een donker gemaakte kamer en vermeed +op die manier de ergste hitte van de dag. + +Dit was zozeer een algemene gewoonte geworden, dat in de tweede helft +der achttiende eeuw zelfs de winkels in Kaapstad van 1 tot 3 uur in de +namiddag gesloten waren, omdat de winkeliers evenveel recht hadden op +een middagdutje als andere mensen! + +We hebben gezien, hoe de huizen er van buiten uitzagen. We willen nu +nagaan, hoe 't met de meubelen stond. + +Le Vaillant zegt: »Al de meubelen zijn getuigen van eenvoudige en +edele smaak. Er zijn geen tapisserieën en enkele schilderijen en +spiegels vormen de voornaamste ornamenten." + +Veel van de meubelen in de 17de en 18de eeuw waren gelijk aan die in +Engeland en Holland gedurende diezelfde eeuwen. + +Maar van het metalen vaatwerk kwam er veel uit het Oosten. Zo vinden +we b.v. opgetekend een order voor metalen potten, pannen enz. ten +behoeve van het hospitaal onder Simon van der Stel. + +De woorden van Le Vaillant gelden echter weer alleen hoofdzakelik van +Kaapstad. Op de boerderijen was men niet zo goed voorzien, vooral niet +op de boerderijen, die ten oosten van Stellenbosch lagen. + +Ook waren b.v. de meubelen meestal kostbaarder en rijker in +Stellenbosch dan in Fransche Hoek. En dit was geen wonder. De +bevolking van Fransche Hoek bestond in 't begin der achttiende eeuw +bijna uitsluitend uit Hugenoten, die uit hun land gevlucht waren met +achterlating van al hun have en goed. + +Daardoor waren zij veel armer dan de bewoners van Stellenbosch en +hadden dus geen geld om dure meubelen aan te schaffen. + +Zij moesten zich behelpen in velerlei opzichten, zowel als de boeren +in het binnenland. + +Meestal kwamen de verder af wonende boeren slechts ééns in hun leven +in Kaapstad, dat was, wanneer ze voor 't Huwelikshof moesten komen om +te trouwen. Geen wonder, dat ze dus vaak hun eigen meubelmakers +moesten wezen. Als we bedenken, dat zelfs in Stellenbosch eerst in +1742 de eerste _slagers_winkel werd geopend, dan kan het geen +verwondering wekken, dat meubelmakers geheele onbekend waren buiten +Kaapstad. + +Ruwe houten stoelen met zittingen van riempjes, door de boeren zelf +gesneden en tafels, door hen zelf getimmerd, vormden zowat het enige +meubilair in de woonkamer, terwijl de slaapkamers voorzien waren van +»katels" (ledikanten), die eveneens het werk van de boer zelf waren. + +Aardewerk was grotendeels onbekend in de huizen van de boeren. Op de +lange en moeilike reis over de ruwe en hobbelige wegen van Kaapstad +naar hun boerderij brak het bijna allemaal, als ze nog de moeite deden +om het mee te brengen. + +Het werd gewoonlik op zeer doelmatige wijze vervangen door houten +vaatwerk of door kalebassen, die voor allerlei doeleinden gebruikt +werden. + +Over de eerste rij bergen was geen enkele winkel van manufakturen, +kruideniers-waren of aardewerk. + +Alles, wat op dit gebied nodig was, moest dus òf door de boer zelf +meegebracht worden, als hij eens per jaar misschien eens een wagen met +produkten wat dichter naar de beschaafde wereld bracht, òf het moest +verkregen worden van de rondtrekkende »smousen", die echter in die +tijd ook nog vrij zelden zich vertoonden ver van Kaapstad. + +Het merkwaardige van 't geval was, dat deze lieden, die in zulke +armoedige omstandigheden leefden, vaak rijk konden genoemd worden. + +»Daar zijn plaatsen van 4000, 5000, 10.000, ja van 20.000 Kaapse +guldens ijder tot 16 stuivers gerekend," zegt Valentijn. + +En Sparrman deelt mee, dat eigenaars van honderden schapen rondliepen +met lappen op hun ellebogen. De kinderen waren vaak in schapevachten +gehuld als de Hottentotten[38]. + +Hij vond maar één man in de gehele kolonie, die wol wist te spinnen. + +Ze moesten ook hun eigen schoenen maken natuurlik. Nu, leer hadden ze +genoeg, want wild was er nog in overvloed en ossen hadden ze ook veel. + +Als merkwaardigheid deel ik mee, dat Sparrman eens een boer ontmoette, +die schoenen aan had, welke van leer van een leeuwehuid vervaardigd, +gemaakt waren. Het was zeer zacht en buigzaam[39]. Dit zal echter wel +een uniek geval zijn geweest. + +Voor kleren gebruikte men ook vaak leer, zelfs ongelooid in plaats van +geweven stoffen om de veel grotere duurzaamheid. + +Doch gewoonlik bezaten de boeren behalve hun gewone werkpak, dat +meestal zijn ontstaan aan huisvlijt te danken had, een blauw pak, dat +alleen voor de dag kwam, als ze naar een nachtmaal of naar Kaapstad +gingen en in 't laatste geval nog eerst, als ze bij de ingang van de +stad waren[40]. Dat duurde dan misschien hun gehele leven. + +Door de weinige aanraking, die ze hadden met de beschaafde wereld, +begonnen vanzelf ook de behoeften der boeren te verminderen. Vaak +zelfs vervielen ze tot een zekere mate van slordigheid, die uitkwam in +de weinige zorg, die ze aan 't in- en uitwendige van hun woningen +besteedden. + +Sparrman vertelt, dat hij bij een boer kwam, die slechts één stoel +had, waarvan dan nog een paar poten waren afgebroken en die toch zó, +als hij was, gebruikt werd, door hem tegen de muur te zetten. Dit is +echter een feit, dat niets bewijst. Dergelijke dingen komen nu nog +voor. Slordigheid zal wel even goed toen bestaan hebben als nu. + +Maar, als hij dan tevens vertelt, dat 2 personen uit dezelfde schotel +aten en dat diezelfde schotel dienst deed voor alle gerechten aan 't +maal, dat verder elke gast zijn eigen mes meebracht en dat men in +plaats van een vork zich vaak van de vingers bediende[41], dan komt +het daarin duidelik uit, dat we te doen hebben met mensen, die 't zich +niet graag lastig maken en die eenvoudig zich afvragen: »Kan het zó +ook niet?" in plaats van de vraag te stellen, die de beschaafde +stedeling stelde toen als nu: »Hoort het wel zo?" + +Lepels werden vaak gemaakt van de hoorns van hartebeest en gnoe. + +De huisindustrie kwam verder alleen tot uiting, als de noodzakelikheid +tot het een of ander aanwezig was. + +Zo maakten de kolonisten zelf hun zeep en hun kaarsen. + +Van de as van het ganna-bosje maakten ze loog. Deze werd met allerlei +dierlike vetten vermengd en dan liet men het mengsel vier of vijf +dagen en nachten lang doorkoken, terwijl men van tijd tot tijd roerde +en nieuwe loog toevoegde[42]. + +De zeep, die niet voor eigen gebruik nodig was, werd soms naar +Kaapstad gezonden en daar ingeruild voor tee en suiker[43]. + +Inkt vervaardigde men ook en wel door bruine suiker met roet en water +te vermengen[43]. + +Hiermee is alles opgenoemd, wat in die tijd onder de naam van +Zuidafrikaanse industrie kon doorgaan. + +Daaruit volgt natuurlik ook, dat een reiziger uit Kaapstad des te +liever gezien werd, naarmate hij meerdere artikelen bij zich had, waar +men op de boereplaatsen verlegen om was. + +Om in 't binnenland te verkopen nam Sparrman b.v. op zijn tocht mee +koffie, sjokolade en suiker, omdat die artikelen lang niet overal +gemakkelik te krijgen waren. Daar kon een mooie winst op gemaakt +worden, maar bovendien deed men er de boeren een groot genoegen mee. +Ook nam hij naalden mee. + +Die werden tegen buitensporige prijzen verkocht. + +Wijlen Mevrouw Joubert, wier herinneringen ik hierboven aanhaalde, +vertelt immers ook nog, hoe ze soms uren lang naar één verloren naald +moest zoeken als kind en hoe ze zelfs aan een gebroken naald op een +steentje weer een nieuwe punt moest slijpen, omdat dit artikel zo +schaars te krijgen was. + +Opmerkelik is ook, dat men een pas moest meenemen, daar de boeren last +hadden gekregen om ieder, die zonder pas reisde, naar de Kaap te +zenden. + +In Kaapstad en Stellenbosch kwam het natuurlik niet voor, dat rijke +mensen zich zo moesten behelpen. Zij waren daar in kontakt met de +europese beschaving en daarom is het ook geen wonder, dat zij meer +geld besteedden aan sieraden en meubelen dan de boeren, die in 't +binnenland woonden. + +Op 25 Junie 1709 werd een slaaf gehangen wegens diefstal, omdat hij in +Stellenbosch in een huis was binnengedrongen en daar had gestolen: 139 +Rijksdaalders, een zilveren beurs met 8 diamanten, een met zilver +gemonteerde gordel, een vest met 24 zilveren knopen, 16 andere +zilveren knopen en een zilveren broekknoop[44]. + +In de boedel van de Weduwe van Michiel Ley, die in 1719 te Kaapstad +stierf waren: »een swart ebbenhoute rustbank met een chitse sprey; +stinkhoute ledikant met blaeuw behangsel, bed en verder toebehoren; +Oost Indis kisje met koper beslag; spiegels met swart ebbenhoute +lijsten; verkeerbort; paar bever vrouwe handschoenen; handmofjes; +vaderlandse servetten; fluwele bonet; fijne Suratse combaars; damaste +samaren; roode citse samaar", enz. + +Bij de allerrijkste mensen vond men soms de hoorn van een jonge +rhinoceros, gezet in goud en zilver en zó tot een beker gevormd. Die +waren zeer veel geld waard, soms wel 50 Rijksdaalders en werden zelfs +als geschenken aan koningen gegeven. Dit kwam, doordat men meende, dat +ze de eigenschap hadden, om vergif aan te tonen in dranken, die men er +ingoot[45]. + +Wanneer men over deze periode spreekt en dan woorden als armoede en +rijkdom gebruikt, dan dient men natuurlik goed te weten, wat daar in +die tijd mee bedoeld werd. + +Over de salarissen der ambtenaren sprak ik vroeger. Daarmee heb ik +aangetoond, met hoe weinig de Kompanjie meende, dat men kon toekomen. + +Als voor deze mening enige grond aanwezig was, dan moet die natuurlik +kunnen gevonden in de zeer lage prijzen voor de noodzakelikste +levensbehoeften en klederen in die tijd. + +Laten we daarom even nagaan, hoe 't met deze prijzen stond. + +Henning Husing had in 't begin der eeuw een kontrakt voor vijf jaren +voor de leverantie van vlees aan de Kompanjie en de burgers. Dit +kontrakt bepaalde, dat hij aan de Kompanjie vlees zou leveren voor 1 +st. en 6 duiten per pond en aan de burgers voor 2 st. per pond. +Volgende kontrakten werden op dezelfde voorwaarden gesloten[46]. + +In 1698 waren, zegt Leguat, de levensmiddelen zeer goedkoop, want het +brood kostte maar 1 st. per pond. + +Het schapevlees ging van 1705 tot 1713 nog belangrijk in prijs +achteruit, want Valentijn verhaalt, dat het in het laatstgenoemde jaar +voor de burgers maar 13 duiten per pond kostte. + +Hij vertelt er tevens bij, dat de leverantie aan de Kompanjie per jaar +20 à 30.000 gulden bedroeg. Er werd dus aardig wat vlees gebruikt door +de Kompanjie. + +Het is best mogelik, dat sommige reizigers veel onzindelike mensen +hebben aangetroffen; de prijs van de zeep was daar dan stellig de +oorzaak van. + +Leguat zegt tenminste, dat die in 1698 drie schellingen per pond +kostte. Ik heb hiervan geen nadere bevestiging kunnen vinden, zodat +ik geneigd ben, dit voor een vergissing te houden. + +Het schapevlees rees nu en dan zeer in prijs, tengevolge van ziekten +en droogte. In 1714 rees het b.v. tot 3 st. en 2 duiten per pond, een +voor die tijd buitengewoon hoge prijs. + +Het koren, dat in die tijd in Nederland slechts 4 gulden per mud +kostte, was aan de Kaap steeds 7-1/2 gulden op zijn minst en gewoonlik +veel meer. + +Vooral was dit natuurlik het geval in tijden van schaarste. + +Zo schrijft Tas in zijn dagboek op 14 Aug. 1705, dat Hans Kasper bij +hem om koren kwam vragen en »hij wilde graag 15 guldens voor de mudde +betalen." Maar hij kreeg het niet. + +Want Tas schrijft er verder bij: + +»Men verteld my dat d'E. Comp. voor 't koorn tegenwoordig à 14 guldens +de mudde betaald, dan den Gouverneur is genoeg bekend als datter geene +der burgers jegenwoordig koorn heeft." »De ordinary prijs" was 8-1/2 +guldens zegt hij dan. + +In 1714 kwam er een onbekende ziekte onder 't vee en zó moeilik was +het in 1718 om slachtvee te krijgen, dat voor het kontrakt voor +levering van vlees aan de Kompanjie geen enkele inschrijving kwam. + +De prijs van schapen steeg tot 6 à 9 gulden, en trekossen kostten 50 +gulden. + +Daar staat nu weer tegenover, dat het vlees omstreeks 1750 zeer +goedkoop was, zodat men het voor 6 duiten per pond verkocht. + +Uit Leibbrandt's »Journal" 15 Julie 1711 en 15 Des. 1711 blijkt, dat +men de prijs van een brood dezelfde liet, maar dat men eenvoudig het +gewicht naar gelang van de prijs van 't koren veranderde. + +Op 15 Julie werd bepaald, dat men 7/8 pond voor 1 st. zou krijgen. Dit +werd op 15 Des. 1-1/8 pond voor 1 st. + +In 1716 zegt het »Journal" werden van alle kanten klachten gehoord +over de sterfte onder 't vee. + +Op 14 Sept. vinden we opgetekend, dat het schapevlees 1 st. per pond +in prijs _steeg_ en zo een prijs werd, waar nooit bij menseheugenis +van gehoord was. + +Valentijn geeft ons een heel overzicht van de prijzen van +verschillende zaken in 1714[47]. Hij zegt, dat de schepen soms 3, 4 of +5 weken in de Tafelbaai bleven liggen. Dan gingen de passagiers een +kosthuis zoeken in de stad. Ze betaalden 1 Rijksdaalder per dag en +kregen daarvoor 3 maaltijden. + +Dienstboden en kinderen betaalden maar 1/2 Rijksdaalder per dag. + +Arme mensen konden ook per maal bediend worden. Dit kostte dan 12 +stuivers. Kaaps bier werd gratis geschonken als bij het maal +behorende, maar franse wijn of hollands bier moesten zeer duur betaald +worden. + +De vaten voor de wijn der boeren moesten alle in Holland gemaakt +worden en waren, zoals ik vroeger opmerkte, daardoor zeer duur. + +Een legger (± 5-3/4 H.L.) kostte 6 Rijksd. of soms zelfs het dubbele. +Een half aam kostte 1-1/2 Rijksd. + +Vaak namen schepelingen ingelegde groenten of vruchten mee en behalve +de prijs voor 't vat betaalde men dan: voor een half aam ingelegde +kool 4 Rijksd. voor een half aam kweeperen 2 of 3 Rijksd. en voor 100 +kolen 4 Rijksd. + +Boter kostte in 't land 12 stuivers maar in Kaapstad 16 stuivers. + +Appels waren 1 st. per stuk. Mooie peren zoals de »bon Chrétien" 2 st. +per stuk; een pond druiven 2 st. Smeerkaarsen kostten een schelling, +soms zelfs 2 schellingen per pond. + +Hout was natuurlik altijd zeer duur aan de Kaap. + +Thunberg zegt, dat de planken 2 schellingen per voet kostten[48]. + +En Sparrman deelt mee, dat een spar van 20 voet lang en 1 voet in +diameter 5 Rijksd. kostte. + +Er werd in 't algemeen weinig aanmoediging aan de handwerkslieden +gegeven. De houtskool, die de smeden van de Kompanjie moesten kopen, +was b.v. ook zeer duur. Ze kochten nominaal 36 schepels, maar kregen +er nooit meer dan 32 en betaalden daarvoor de enorme som van 18 +Rijksd. + +Voor 100 pond ijzer betaalden ze 8 Rijksd.[49]. + +Geen wonder dan ook, dat zelfs de ploegscharen uit Europa moesten +gezonden worden[50]. + +Tas vertelt in zijn dagboek, dat hij voor 20 paar kousen 10-1/2 +Rijksd. betaalt; voor 30 ellen baai 15 Rijksd. Maar dit waren +artikelen, die aan hem uit Nederland waren gezonden. + +Als zijn knecht Ary verdronken is (17 Des. 1705), dan betaalt hij +»voor 't doodkleed en 't aanspreeken" 7 Rijksd. »zijnde 't geen +daartoe staat." + +Op 25 Des. 1705 betaalt hij voor 4 pond koffiebonen 1 schelling per +pond en verkoopt 200 mudden tarwe à 9 gulden per mud. + +De daglonen schijnen niet zo laag geweest te zijn als men zou +verwachten. + +Tas schrijft op 29 Jun. 1706 dat Willem Nel voor hem heeft gewerkt +15-1/2 dag à 1 gld. »Voor een vragt door hem voor ons na de Caab +gereden" [f] 12.--. + +2 mudden Erten verkoopt hij op die dag voor 16 Rijksd. + +Een legger kaapse wijn kostte 40 Rijksd. Die van Constantia kostte +echter 80 Rijksd. voor vreemdelingen. Maar de Kompanjie gaf niet meer +dan 25 Rijksd.[51] + +Aan de Kaap kostte de Constantia, in 't klein verkocht, 2 Spaanse +dollars ([f] 6.60) per fles. + +Ten slotte dit: Op 26 Julie 1703 vroeg Ds. Bek om een som als +schadeloosstelling voor het gemis van een woning. Hem werd 6 Rijksd. +per maand toegestaan[52]. Dit zal dus waarschijnlik in die tijd +ongeveer de huur van een fatsoenlik huis hebben vertegenwoordigd. + +Op 26 Febr. 1710 kreeg dezelfde Ds. Bek 3 Rijksd. voor het aanschaffen +van 2 ladingen hout. Die ladingen waren stellig niet groot of de +Kompanjie heeft er zich goedkoop af gemaakt, want Valentijn zegt, dat +als iemand 't hout kopen moest om te branden, hem dit wel 5 of 6 +gulden per week zou kosten. + +De duurte van dit hout was misschien de reden, waarom men naar andere +brandstoffen uitzag. Valentijn ten minste zegt: »Bij Draakestein ligt +de plaats van den Borgermeester Abraham Villiers, daar men alleen zeer +goede steenkoolen uitgraaft." Later heeft men daar niet meer van +gehoord, zodat het wel schijnt of de exploitatie van de mijn geen +voldoende resultaten heeft opgeleverd. + +Misschien ook is het met de mijn gegaan als met zovele andere +ondernemingen uit die tijd. Men ving met iets aan, maar had vaak òf +niet de bekwaamheid òf niet het geduld de aangevangen taak voort te +zetten. + +Bij landbouwprodukten was het klimaat ook vaak een beletsel. + +Zo adviseerde Rijklof van Goens, toen hij in Stellenbosch was, de +bewoners van die plaats om vlas, hennep en indigo te planten, maar de +proeven met deze teelt mislukten. + +In 1726 kwam François Guillaumet als ekspert voor de zijdeteelt uit +Europa om te trachten hier een bloeiende zijde-industrie te doen +ontstaan. Maar ook dat mislukte. Het eerste jaar kreeg men 8 pond +zijde. Maar nooit heeft men het verder gebracht dan 10 pond per jaar. + +Zó graag had men die teelt hier zien gelukken, dat men zelfs eieren +van de zijderups aan de burgers uitreikte. In hoever dit later het +monopolie van de Kompanjie zou getroffen hebben, is natuurlik niet te +zeggen, maar ze zou er wel weer een middel op gevonden hebben. + +In 1735 moest men echter de proef opgeven als mislukt. + +De teelt van Angora-geiten werd in 1724 begonnen, maar ook in 1735 +opgegeven, daar ze als niet lonend genoeg werd beschouwd. + +In 1705 wendden de Heren Zeventien pogingen aan om de boeren er toe te +brengen zich op de teelt van wolschapen toe te leggen. + +De vrees voor schurft bij de schapen was echter groot en het schaap, +dat men wilde invoeren, scheen daar meer vatbaar voor te zijn dan de +soort, die men had en die men voor 't vlees hield. + +W. A. van der Stel begon echter met de proef in ernst en het scheen +wel, of hij die zou doen gelukken ook; maar juist toen werd hij +teruggeroepen. + +Isaac Taillefer, een Hugenoot, was begonnen met hoeden te maken van +Kaapse wol, maar toen hij stierf, hield deze industrie op. + +Met de wijn-produktie ging het ook al niet naar wens. + +In 1672 was de eerste brandewijn aan de Kaap gestookt[53]. Maar de +algemene opinie hierover was nog minder gunstig dan die over de wijn. + +In 1719 vroegen de Heren Zeventien om monsters van wijn. Zes halve +amen werden gezonden, maar toen die in Amsterdam aankwamen, werd de +wijn ongeschikt voor 't gebruik bevonden. + +Men probeerde later nog de verzending in grotere vaten en in flessen. +Maar de uitkomst was telkens dezelfde. + +Alleen in de produktie van koren had men eindelik zijn doel bereikt, +namelik om de Kaap te maken tot een land, dat meer zou doen dan in +zijn eigen behoeften voorzien. + +Men was eerst verplicht geweest rijst van Java in te voeren en de +mensen waren daar langzamerhand zó aan gewoon geraakt, dat men geen +energieke pogingen deed om de koren-produktie te vermeerderen. + +In 1676 onder Isbrand Goske had men zelfs gevraagd om de prijs van de +rijst te verminderen. Gelukkig was dit geweigerd. + +Vooral Simon van der Stel heeft zijn best gedaan om het voorgestelde +doel te bereiken en bij het begin der achttiende eeuw was men zover, +dat geregeld koren werd uitgevoerd. + +Een enkele maal, zoals in 1700, was men nog verplicht, wegens +misgewas, rijst in te voeren, maar in 1706, na een zeer regenachtig +oogstseizoen, dat veel schade had gedaan aan 't koren, kon men toch +nog 1400 mudden naar Batavia zenden. + +Van die tijd af was de strijd gewonnen[54]. De enige strijd, die er +nog voortdurend op dit gebied bleef bestaan, was die over de prijzen, +die de Kompanjie zou betalen. Het koren, dat uit Bengalen en Surate +werd ingevoerd op Java, kon daar goedkoper verkocht worden en dit gaf +vaak aanleiding tot pogingen om de prijzen van 't kaapse graan te +verminderen. + +Deze pogingen leden echter steeds schipbreuk, wat ik boven vermeldde. + +Hoewel de boeren te kampen hadden met allerlei ziekten van 't vee, +zoals het mond- en klauwzeer, dat in 1723 voor de eerste maal +verscheen, de paardeziekte, die in 1719 in Zuid-Afrika kwam enz., is +de eerste helft der achttiende eeuw bijna geheel vrij geweest van de +sprinkhaneplaag. + +In 1695 hadden ze hun verschijning gemaakt aan de Kaap en niet meer +vóór het jaar 1746 keerden ze weer. Dit was dus een groot voordeel +voor de landbouw en dientengevolge ook voor de veeteelt. + +De wilde-dieren-plaag, die soms de veeteelt zoveel schade had gedaan, +was nog niet geheel uitgeroeid, maar in elk geval lang niet zo +algemeen meer als het geval was geweest. + +Op 29 Julie 1705 schrijft Tas in zijn dagboek: »Wij vinden op ons land +dicht na 't land van Botma vers leeuw of tijgerspoor." + +Op 4 Februarie 1706 vermeldt hij, dat er 7 wilde honden onder de +schapen waren gekomen en daar schade hadden aangericht. Maar het feit, +dat hij dit zo uitdrukkelik vermeldt, bewijst wel, dat het een niet zo +algemeen voorkomend geval meer was. + +Toch, zodra men van de dorpen verwijderd was, schijnt men nog al wat +gevaar te hebben gelopen, tenminste Valentijn verhaalt op blz. 113 van +zijn werk over verschillende gevallen van ontmoetingen met leeuwen op +weg van de Kaap naar Stellenbosch en Draakestein. + +De premies voor het doden van wilde dieren werden in 1739 verminderd, +wat ook bewijst, dat er niet meer zó'n last van ondervonden werd. + +Voor 't doden van een leeuw werd in plaats van 17 rkd. tans 10 rkd.; +voor het doden van een luipaard 6 rkd. in plaats van 10 rkd. en voor +'t doden van een hyena 2 rkd. in plaats van 3 rkd. betaald. + +Bovendien moesten de gedode dieren zelf aan 't Kasteel of aan de +Drostdij te Stellenbosch worden vertoond. Deze maatregel was nodig +geworden, doordat slimme boeren een vrij voordelige handel hadden +weten te drijven in huiden van de bovengenoemde dieren met de +Hottentotten, die het wild soms dagreizen ver van het distrikt, waar +de huid werd afgeleverd, hadden gedood. + +Wat Thunberg en Stavorinus vertellen, dat namelik de leeuwen enz. +_levend_ moesten afgeleverd worden om de premie te krijgen, is +natuurlik een sprookje[55]. + +Deze premies werden betaald uit een belasting, die bekend is onder de +naam van leeuw- en tijgergeld. Stavorinus vertelt, dat dit voor iedere +burger 4 rijksdaalders voor leeuwegeld en 2 gulden voor tijgergeld +bedroeg. + +Kolbe noemt ook nog de wilde olifanten, elanden en bokken, die soms +veel schade konden doen aan 't koren. + +Heel wat moed en behendigheid moet er toe nodig geweest zijn om deze +wilde dieren zover uit te roeien, als we de middelen in aanmerking +nemen, die de Kapenaars van die tijd ten dienste stonden tot dat doel. + +Want zelfs in 1792 nog spreekt Cornelius de Jong zijn verbazing er +over uit, dat men toen zulke uitstekende geweren had aan de Kaap, dat +het mogelik was een bok op 80, 90, ja zelfs op 100 passen te doden. + +Als dat in die tijd nog zo'n verbazing kon wekken, behoeven we niet te +vragen, hoe de wapens een kleine honderd jaar vroeger waren. + +Toch dorst men met zulke middelen op de olifantsjacht gaan. + +Thunberg ontmoette in 1773 een zekere Jacobus Botha, die toen 81 jaar +was. Hij had veel geld verdiend met de verkoop van olifantstanden, die +de Kompanjie tegen 1 gulden per pond opkocht. + +De moed, waarvan ik zo even sprak, was een hoofdtrek van het karakter +van de Kolonisten. Door hun voortdurend leven in de openlucht, omringd +door gevaren van wilde dieren en Bosjesmannen, werden hun zenuwen +gestaald en zij werden de beste pioniers, die men zich denken kon. + +De Voortrekkers van Bloedrivier en Vechtkop hadden hetzelfde +onbuigzame en taaie karakter van de achttiende-eeuwers nog, dat hen in +staat stelde daden te volbrengen, die door alle eeuwen heen met +bewondering zullen worden aangehoord en ons gewone stervelingen zullen +doen uitroepen: »En in die dagen waren er reuzen op aarde." + +Door hun trekken kregen de kolonisten een hekel aan alles, wat naar +dwang zweemde. Ze wilden liefst maar zo ver mogelik af zijn van de +stad, waar de handelaars woonden, die altijd trachtten misbruik te +maken van hun lichtgelovigheid en onwetendheid. + +Wat ze nodig hadden, werd dus door hen niet in de eerste plaats in +Kaapstad gekocht of zelfs maar uit Kaapstad verkregen. + +Als ze samenkwamen in de dorpen tot het vieren van het nachtmaal, dan +was daar allicht te krijgen, wat ze nodig hadden. + +Kolbe verhaalt, dat bij de kerk van Draakestein een soort markt was, +waar de boeren kruidenierswaren enz. kochten, als ze daar kwamen. + +Verder had men de rondtrekkende kooplieden, die natuurlik de boeren +even hard beet namen, maar deze voelden zich, ook al werden ze beet +genomen, niet zo hulpeloos overgeleverd aan de listen en lagen van +geldgierige kooplui, zolang ze maar op hun eigen grond en in hun eigen +omgeving waren. + +Hierboven deelde ik met een enkel woord mee, dat in 1742 de eerste +slagerswinkel te Stellenbosch werd geopend. De primitieve toestand van +het winkelwezen komt ook duidelik uit, wanneer men de bepalingen +leest, die daarbij werden gemaakt. + +Pieter Wium was de slager, die in de winkel zou wonen. Hij moest twee +keer per week op Woensdag en Zaterdag, gezond, vers schapevlees te +koop aanbieden tegen 2 st. per pond en een schelling voor 4 pond en +hij zou voor die prijs aan niemand mogen weigeren vlees te verkopen. +Vier keer per jaar zou hij op dezelfde kondities ook rundvlees moeten +verkopen. + +Indien hij zich niet aan deze voorwaarden hield, zou hij 25 rkd. boete +moeten betalen aan de armekas. + +Maar niet alleen Stellenbosch was nog in zijn eerste +ontwikkelingsperiode, Kaapstad was ook bij lange na nog niet, wat men +een »stad" kon noemen. + +Valentijn spreekt nog steeds, zoals ik vroeger opmerkte, over het +»vlek". + +En hoe de toestanden er waren, blijkt b.v. ook uit het »Journal", waar +we aangetekend vinden, dat er in 1710 besloten werd een behoorlike +muur om de begraafplaats te bouwen, daar deze open lag en men varkens +en andere dieren wilde beletten de grond om te wroeten en zo de lijken +te schenden. + +En zelfs in 1792 zegt Cornelius de Jong nog: »De Kaap, niet bestraat +zijnde, is in den regentijd een algemeene dijk, hetwelk de laarzen +zeer noodzakelijk maakt. De goten, die wijd zijn, midden door de +straten loopen en meesttijds het water niet kunnen verzwelgen moet men +bij sterken regen overspringen"[56]. + +Toch volgde men in het huiselik leven de hoofse zeden van de Europese +steden. + +Voor dat men aan tafel ging, bracht een slavin bij ieder der gasten +een bekken water en een handdoek en datzelfde gebeurde, als ze +opstonden. In de huizen van de rijken stond zelfs achter iedere stoel +een slaaf met een palmblad om koelte toe te wuiven of om de vliegen te +verdrijven, die plaag, waarover zo vele reizigers aan de Kaap al +geklaagd hebben[57]. + +De gastvrijheid der buitenlieden, waarover ik vroeger gesproken heb, +bestond echter in Kaapstad niet. Men kon er onderdak krijgen, maar +tegen betaling. + +Velen in Kaapstad leefden zelfs van dit houden van kosthuizen en +konden dus onmogelijk zo vrijgevig zijn met hun gastvrijheid als de +lieden buiten de stad. + +Het gebrek aan winkels van allerlei waren werd aan de Kaap goed +gemaakt door verkopingen, die vaak door de zeelieden werden gehouden. +Officieren waren gewoon te hunnen eigen bate allerlei dingen te koop +aan te bieden. + +Als ze uit Holland kwamen, hadden ze gewoonlik wijn, bier, hammen, +kazen, tabakspijpen enz. te koop en wanneer ze uit Indië kwamen, +verkochten ze vaak katoen, sits, rijst, tee enz. + +Niet alleen hollandse, maar ook engelse officieren deden dit. Deze +laatsten boden meestal fijn en grof ijzerwerk, vooral matrozemessen en +scharen te koop aan. + +Dit werd door de Kompanjie toegelaten op voorwaarde, dat ze 5 percent +van de verkoopsprijzen aan de fiskaal betaalden. + +Vermakelikheden waren er ook nog niet veel. Als de kanonnen van +Robben-eiland de komst van een schip aankondigden, liep jong en oud +uit om te zien, welk schip het was en als het voor anker kwam, dan was +iedereen nieuwsgierig om het nieuws te horen, dat door de van boord +komenden zou worden meegedeeld. + +Maar als er geen schepen kwamen, was het leven vrij eentonig. + +Onder Van Assenburg werd het de gewoonte, dat de burgers met hun +vrouwen een bezoek aan 't kasteel brachten op Nieuwjaarsdag en op zijn +verjaardag tussen 10 en 11 's morgens. Ze werden dan uitgenodigd daar +het middagmaal te gebruiken en bleven de gehele dag tot 's avonds 9 +uur. + +Eens zelfs gaf hij bij een dezer gelegenheden een stieregevecht te +zien op 't plein van het Kasteel. Dit viel echter bij de vreedzame +Kapenaars niet biezonder in de smaak en werd daarom nooit herhaald. + +Onder de huiselike vermaken waren vooral bekend het schaak-, +kaart-[58] en damspel. 's Avonds, als men z'n vrienden ging bezoeken, +werd er muziek gemaakt en vaak ook werd er gedanst. Maar men maakte er +geen nachtwerk van, zoals tegenwoordig. + +Want om negen uur begon ieder zich gereed te maken om naar huis te +gaan. De slaven stonden met brandende lantarens gereed om de heren en +dames naar huis te geleiden, daar straatverlichting nog onbekend was. + +In Stellenbosch had men van 1 tot 14 Oktober kermis. Die was in 1686 +ingesteld. Van alle kanten kwamen de mensen dan toegestroomd. Uit +Kaapstad kwamen niet alleen de stedelingen maar ook de schepelingen +van de in de Tafelbaai liggende schepen. Het was dan een tijd van +grote vreugde en vrijheid. Ieder mocht gedurende deze tijd kopen en +verkopen zonder enige beperking. + +In 1706 werd echter deze kermis voor goed afgeschaft. + +De regering in Indië had namelik verboden verder bij te dragen aan de +schietwedstrijden en ook was het niet meer veroorloofd wijn of bier +uit te delen op kosten van de Kompanjie, zoals tot dusver de gewoonte +was geweest. + +Vooral het schijfschieten of papegaaischieten was een belangrijk punt +van 't programma. + +Men zette een houten vogel (papegaai) op een stang en dan moest door +de personen, die hun inleggeld[59] hadden betaald, getracht worden, +die vogel eraf te schieten. + +Verschillende prijzen werden daarbij uitgeloofd. + +Wie de kop er afschoot, kreeg 1 rkd. Voor de rechtervleugel kreeg men +4 schellingen, voor de linkervleugel 3 schellingen, voor de staart 2 +schellingen, voor een splinter 1 schelling. Wie de hele vogel eraf +schoot kreeg 25 rkd. van de Kompanjie en bovendien de inleggelden. + +Verder was er ook een wedstrijd in 't pistoolschieten op een schijf. + +Wie de papegaai afschoot, was koning van 't voetvolk en wie 't wit van +de schijf raakte, was koning van de ruiterij. + +Het volgend jaar mocht de koning eerst schieten, zelfs vóór de +Goeverneur. Hij behoefde dan ook nog geen inleg te betalen[60]. + +De afschaffing van de kermis in Stellenbosch was volstrekt niet naar +de zin van de bewoners en een opstootje was er het gevolg van. De +afschaffing bleef echter gehandhaafd. + +Bij gebrek aan andere amusementen maakte men van een vendutie zooveel +mogelik een pretje. + +»Bij alle verkopingen, die op 't land geschieden, worden de +liefhebbers met eeten en drinken verzien, en zommigen ook voor niet +met al gehuisvest, terwijl by degenen, die aan de Kaap voorvallen de +kopers enkelijk met een glas wyn en een pyp tabak onthaalt worden, ten +einde de kopers door den wyn aangemoedigt wat rykelyker in 't bieden +zyn zouden"[61]. + +Bij verschillende plechtige gelegenheden, zooals de viering van 't +Nieuwe jaar, trachtte men wat meer leven te brengen in de kleine +maatschappij door schoten te lossen. + +Dit werd echter in 1715 verboden wegens 't brandgevaar. Op 17 Mei 1714 +kort na aankomst van De Chavonnes was er brand op 't kasteel gekomen +dicht bij 't kruitmagazijn. Slechts met moeite had men die brand +geblust[62]. + +Geen wonder ook, dat het streng verboden was op straat een pijp te +roken. Zeelieden, vooral, als ze half dronken waren, gingen wel eens +wat roekeloos om met hun pijp en een enkele vonk was genoeg om de +rieten daken in 't droge seizoen in brand te steken, zoals men in 1710 +te Stellenbosch tot zijn schade ondervond. + +Op overtreding van dit rookverbod stond zelfs een pak slaag met een +dik touw[63]. De politie moest ook opletten, of er ergens brand was. + +Des avonds ging de z.g. ratelwacht de stad door. Als er brand was, +liet hij zijn ratel klinken en riep luid: »Brand, brand!" door de +straten. Dan ging hij naar het Burger-Wachthuis, waar de brandspuiten +werden bewaard en op het brandalarm werd de trommel geroerd en de +klokken van kerk en kasteel werden geluid. + +Om zich aan de eentonigheid van het alledaagse leven te onttrekken, +bestond bij de landbewoners de gewoonte, de jaardagen van ouden van +dagen in biezonder hoge ere te houden. + +Elk jaar gingen ze 4 of 6 weken lang op reis om allerlei familieleden +te bezoeken en op die reis werd dan natuurlik heel wat nieuws verteld +en gehoord en de tocht maakte een onderwerp van gesprek uit gedurende +de rest van 't jaar. + +De boeren bij Kaapstad hadden ook veelal enige slaven, die viool +speelden. Er werden geregeld op de plaatsen danspartijen +georganiseerd, waar menigeen zijn betere helft vond. + +Als een jongen 15 jaar oud was, werd hij als volwassen beschouwd. Bij +begroetingen enz. werd hij geheel als man behandeld. + +Dan werd hij ook ingeschreven om militaire diensten te verrichten. Als +een vader twee zonen had, die dienst konden doen, dan was hij zelf +vrij[64]. + +Liefdadigheidsinstellingen voor wezen waren er niet. Arme wezen werden +door welgestelde lieden als hun eigen kinderen aangenomen. + +Aan de opvoeding der jeugd werd ook nog niet veel zorg besteed. + +In 1683 werd te Stellenbosch de eerste school gesticht. Men leerde er +lezen, schrijven en de beginselen der cijferkunst. Het voornaamste +deel van het onderwijs was dat in de godsdienst. Op 13-jarige leeftijd +werden de leerlingen volleerd geacht. Dan deden ze een soort van +eksamen voor het consistorie, waardoor ze lidmaten van de Kerk konden +worden. Ze moesten daartoe de Bijbel kunnen lezen, de heidelbergse +Katechismus opzeggen en een weinig schrijven. Vooral ook moesten ze +echter psalmen kunnen zingen. + +In 1714 werd te Kaapstad een latijnse school gesticht. Doch buiten +deze scholen was er geen gelegenheid tot het ontvangen van onderwijs +door de hele Kolonie. + +Maar al deed de Kompanjie niet veel voor het onderwijs aan de kinderen +van haar ambtenaren of de vrijboeren, haar jonge ambtenaren echter, +die nog geen gezinshoofden waren, werden door haar met de plak +geregeerd. + +Ik sprak vroeger over het kosthuis, dat de Kompanjie had gesticht voor +de jongelui in haar dienst. + +De regels, die ze voor hen had gemaakt, waren o.a.: »De tafel +mocht niet langer dan een half uur duren. De jongelui moesten +precies op tijd aan tafel zijn en als iemand later kwam, dan was de +kosthuishouder niet meer verplicht hem eten te geven, maar hij moest +wachten tot het volgende maal (Deze maaltijden waren om 11 v.m. en 6 +n.m.). Geen ongetrouwde ambtenaar mocht in een kosthuis van eigen +keuze zijn, uitgezonderd zij, die familie in de stad hadden. + +Er moest voor en na 't maal een gebed uitgesproken worden. Wie aan +tafel vocht of vloekte, moest eerst bestraft worden door de +kosthuishouder en als dit niet hielp, dan zo nodig door de Politieke +Sekretaris gerapporteerd worden aan de Goeverneur"[65]. + +Misschien was de strenge en ingetogen levenswijze, waaraan men +zich aan de Kaap hield ook voor een zeer groot deel te danken aan +de Kalvinistiese levensbeschouwing van de oude Hollanders, die +allerlei dingen als duivels beschouwden, welke belijders van andere +godsdiensten vrij onschuldig achtten. + +Daarom betwijfel ik ook, of het kaartspelen wel zo algemeen was als +Thunberg ons zou willen doen geloven. + +Het feit, dat Adam Tas in zijn dagboek vertelt, dat hij met vrienden +en kennissen kaartspeelt, bewijst ook niet veel. Hij was in menig +ander opzicht heel wat vrijer in zijn denken en overtuigingen dan de +meesten van zijn tijdgenoten. + +Eigenaardig is wel, dat de Kalvinisten volgens Thunberg[66] Kerstmis +volstrekt niet vierden, maar dat ze dan werkten als gewoonlik. +Nieuwjaarsdag werd door hen als vakantiedag gevierd in zoverre, dat ze +naar hun buren gingen om hun geluk te wensen. + +Bruiloften werden, vooral als de bruid en bruidegom soms dagen en +weken moesten reizen voor ze 't Huwelikshof te Kaapstad bereikten, +vanzelf niet met veel vertoon gevierd. + +Valentijn vertelt alleen, dat men er in zoverre een soort van +plechtige tint aan gaf, dat men altijd zwarte ossen gebruikte om de +wagen van bruid en bruidegom te trekken. Dit gold echter ook voor 't +vervoer van een dode, waar de kleur dan ook meer geschikt was, naar 't +mij voorkomt. + +Toch ging een trouwplechtigheid, vooral van lieden uit Kaapstad, niet +geheel ongemerkt voorbij. Op de avond van de dag, dat men, zoals het +heette »voor Commissarissen" geweest was, gaf men gewoonlik een +soupee, dat het »Commissaris Maal" heette. Dit soupee werd met een +bal besloten. Op deze bals waren de slaven, die vaak zeer muzikaal +waren, de muziekanten. De eigenlike huweliksinzegening had meestal +plaats op Zondag. + +Bij een sterfgeval gaf de koster daarvan gewoonlik kennis aan vrienden +en bloedverwanten en nodigde hen tot de begrafenis uit. + +Aan de dragers werd een zekere som geld betaald en opdat ze in +behoorlik kostuum zouden zijn, kregen ze ook een paar zwarte +handschoenen en een lange zijden lamfer. + +Als het lijk het huis was uitgedragen, werden door de koster de namen +der bloedverwanten en vrienden opgelezen in de volgorde, waarin zij de +kist zouden volgen. Hij moest dan nauwkeurig overwegen of die orde wel +goed was, want als iemand niet de plaats kreeg, die hem toekwam, was +dit een grote belediging. Vóór 1754 werd zeezand gestrooid langs de +weg van 't sterfhuis naar 't kerkhof. Na de begrafenis werden allen +bedankt voor hun tegenwoordigheid en uitgenodigd naar het sterfhuis te +gaan om daar een en ander te gaan gebruiken. + +Hier werden wijn, brandewijn, bier, tee, koffie, kaas, gevogelte, +tabak, pijpen, enz. aangeboden en men deed zijn best om dit maal zo +goed mogelik te doen zijn, omdat het »de laatste eer was, die men aan +de dode kon geven." + +Bij de begrafenis van Johannes Heufke (1739) werd 20 rkds. uitgegeven +voor »geraspbrood, koekies, kraakelinge, eyzerkoek en verder gebak," +2-1/2 rkd. voor »een gros lange pype," 3 rkd. 2 schellingen voor +»4000 amandel", 21 gulden voor »Hollands gebak" en 12 gulden voor +»Caabs gebak." + +Een afleiding voor de Kapenaars was zeker wel een wandeling door de +prachtige Kompanjiestuin, waar vele schrijvers van spreken als van een +van de wereldwonderen. + +Anderen zijn niet zó uitbundig in hun lof, maar dat hij de moeite van +het bekijken waard was, is zeker. + +Valentijn is er biezonder over verrukt. Hij vond er allerlei gewassen, +die hij nooit te voren had gezien en dat er degelik werk werd gedaan, +blijkt ook wel uit wat hij vertelt over de arbeid van de baas-tuinier +en eveneens uit de lange lijst van planten, die hij opgeeft, die alle +door de zorg van die tuinier òf een naam hadden gekregen òf +geklassificeerd waren. + +Een wandeling door deze tuin nu was zeer aangenaam, omdat men er niet +alleen allerlei groenten, maar ook veel bloemen en vruchten zag. + +De tuin stond onder scherp toezicht, maar het grote euvel der +maatschappij, de omkoopbaarheid van haar ambtenaren, had zich zelfs +onder de slaven verspreid. + +Ziehier wat Valentijn zegt[67]: + +»Maar men mag niet het allerminste afplukken, waar op swaare straffen +staan gelijk er ook doorgaans over al zeer veel spions van slaven zyn, +die daar net op weten te passen. Ook hoort men zeer zelden daar af en +als dat bij ongeluk al eens geschied koopt zulk een onvoorzigtige dit +liever met een steekpenning aan die slaaven te geven, af, dan dat hy +sich voor de verbolgentheid en gramschap van den Thuinier of van den +Heer Gouverneur, bloot zou stellen." Voor druiven was dit verbod niet +overal even streng als in de tuin van de Kompanjie naar het schijnt, +want hij vervolgt op bladzijde 22 van genoemd werk: »Men mag van de +zelve, als men in een wijngaard is, zooveel als men er begeert om niet +eten; doch de bossen, die men mede neemt, moet men betaalen." + +De zorg voor de bomen en de moeite, die men nam om de aanplant te +bevorderen en de vernieling ervan tegen te gaan, blijkt echter overal +en steeds even groot te zijn geweest als in de tuin te Kaapstad. + +Simon van der Stel had 16.000 eiken op de Tafelberg geplant. En hoewel +er 4000 door bavianen vernield werden, groeiden de andere goed, zodat +bij het eind van zijn bestuur in 1699 sommige reeds 36 voet hoog +waren[68]. + +W. A. van der Stel volgde in dit opzicht het voetspoor van zijn vader. +In 1700 zond hij 12.000 jonge eiken naar Stellenbosch en 8000 naar +Draakestein. + +Ds. Hercules van Loon zou het oppertoezicht hebben over 't planten. +Maar de burgers zorgden er niet goed voor. + +Niet alleen, dat ze er weinig zorg aan besteedden, maar de boomen +werden opzettelik vernield of voor brandhout gebruikt[69]. Van der +Stel zag zich daardoor genoodzaakt weer de oude strafbepaling van 40 +jaar te voren in 't leven te roepen, waarbij aan iemand, die een tuin +of boom beschadigde, 12 maanden dwangarbeid werd opgelegd. + +De boomaanplant bleef echter zeer langzaam gaan. De boeren +verontschuldigden zich door te zeggen, dat er zoveel vogels in de +bomen woonden, die veel schade aan 't koren deden. + +De straffen bleven daarom steeds zwaar, want men moest hout hebben en +wilde dus de burgers dwingen om, als ze dan zelf geen bomen plantten, +tenminste die aanplanting niet te doen mislukken[70]. + +Het gebeurde eens zelfs, dat men zo weinig hout had, dat er niet +genoeg was om de kruiwagens van de Kompanjie te herstellen, die +daaraan dringend behoefte hadden. + +Van Mauritius had men lange tijd veel hout gekregen, maar in 't begin +der achttiende eeuw had men daar met allerlei tegenspoeden te kampen. + +Orkanen vernielden veel bomen en ontsnapte slaven staken vaak de +gebouwen van de Kompanjie in brand. + +Het valt dus niet te verwonderen, dat het aankweken van bomen een +levenskwestie werd. + +Kolbe verhaalt, dat een rijk burger een dienaar van de Kompanjie had +weten over te halen hem wat eikenloof te bezorgen. + +Deze burger moest zelf een boete van 125 rijksd. betalen en de dienaar +werd levenslang naar Robben-eiland verbannen. + +In 1740 werd zelfs de bepaling gemaakt, dat een boombeschadiger twee +jaar als veroordeelde in ketenen op de openbare werken zou moeten +arbeiden. + +De aanbrenger, wiens naam geheim werd gehouden, kreeg een beloning van +20 rkds. + +Deze straffen zijn buitensporig zwaar in onze ogen, maar we moeten +niet uit het oog verliezen, dat de manier van straffen van die dagen +in het algemeen heel wat verschilde van die van onze tijd. + +Sommige van die straffen zijn trouwens ook heel zonderling. + +Zo lezen we, dat in 1739 een bootsman had gevloekt. Waarschijnlik +stond dit feit niet op zich zelf. Ten minste de zeelieden van die tijd +moeten dan wel veel deugdzamer geweest zijn dan de tegenwoordige. Maar +in elk geval deze vloeker werd gehoord door iemand, die daar dadelik +een aanklacht over indiende. Nu werd hij veroordeeld om drie +achtereenvolgende Zondagen bij de ingang van de kerk te staan met een +bord met het opschrift »Godslasteraar" op zijn borst. + +Ik ben geneigd aan te nemen, dat, als de kerkgangers de woorden hadden +kunnen verstaan, die hij onderwijl dacht, maar niet uitsprak, het +getal van drie Zondagen met verscheidene zou vermeerderd zijn. + +Zodra men zich vergreep aan de goederen van de Kompanjie zelf, werden +natuurlik de strengste straffen toegepast. + +Toen b.v. in 1737 verscheidene schepen van de Kompanjie strandden en +bijgevolg veel wrakgoed aanspoelde, werd ieder, die men betrapte op +het meenemen van die goederen van het strand, zonder enige vorm van +proces opgehangen. Voor dit doel had men opzettelik enige galgen op +het strand opgericht. + +Voor de onhandelbare jeugd had men eveneens een paardemiddel. + +Zo werd op 15 Oktober 1720 door Jan Nel, diaken van Stellenbosch, aan +de overheid een rekwest gezonden, waarin hij klaagde over de stoutheid +van een jongen van 12 jaar, die door de schoenmaker, bij wie hij in de +leer was, niet getemd kon worden. Hij vroeg dan ook eerbiedig om dit +jongmens voor enige tijd aan boord van een schip te brengen[71]. + +Nu geloof ik niet, dat men uit het bovenstaande mag afleiden, dat er +van de zeelieden van die tijd zulk een uitstekende invloed uitging, +maar het dikke pektouw zal waarschijnlik de grote deugdvormer zijn +geweest. + +Deze aanvraag staat volstrekt niet op zich zelf. Ik heb ook op andere +plaatsen voorbeelden gevonden van toepassingen van soortgelijke +vonnissen. + +Men moest echter wel trachten goed te maken door overmatig strenge +straffen, wat men aan politie-kontrôle te kort kwam. + +Onder Simon van der Stel had men reeds een burgerwacht gehad, die 's +nachts de stad patroeljeerde en op 't eind der 17de eeuw werden ook in +Stellenbosch en Draakestein veldwachters aangesteld, maar de +uitgestrektheid van de kolonie was te groot om een behoorlik toezicht +uit te oefenen. + +De ongelukkigen, die in handen der Justitie vielen, moesten daarom +boeten voor degenen, welke ontsnapten. + +Een merkwaardig kenmerk van de straffen van die tijd is hetzelfde, dat +helaas nog zoveel hedendaagse straffen dragen, n.l. dat ze zo weinig +het karakter hebben van een goedmaken door arbeid voor de gemeenschap, +wat de misdadiger tegen die gemeenschap heeft misdreven. + +Het brute uitblussen van het leven van het individu of het verminken, +waardoor het in het eerste geval geheel en in het tweede geval vaak +gedeeltelik voor arbeid ten behoeve van de gemeenschap werd ongeschikt +gemaakt, was zeer algemeen. + +Een uitzondering hierop maakten de verbanningen naar Robben-eiland, +waar de dwangarbeiders b.v. een zeer nuttig werk deden door het +branden van kalk uit de zeeschelpen (Valentijn). + +Stavorinus zegt, dat op datzelfde eiland veel kalksteen werd gehakt +voor Kaapstad. + +Nu we ons bezighouden met de straffen, die op misdadigers werden +toegepast, zal het zeker niet ondienstig zijn een paar woorden te +wijden aan het stelsel van slavernij, dat voor veel van de misdaden +verantwoordelik was. + +Wij zijn in de twintigste eeuw allen te zeer overtuigd van het +schandelike van slavernij en van de slechte invloed, die hij op de +maatschappij heeft, dan dat het nodig zou zijn, dit hier in den brede +te betogen. + +Ik zal me dus bepalen tot enkele grepen uit het leven der slaven aan +de Kaap in die tijd. + +De maatschappelike positie van de slaven was in de eerste tijd van de +nederlandse volksplanting ver van slecht. Integendeel. + +De kolonie was eigenlik bijna zonder slaven begonnen. In 1657 bestond +de hele bevolking uit 134 personen, vrouwen en kinderen meegerekend en +er waren maar 8 slaven. In 1658 echter nam een hollands schip »de +Amersfoort" een portugees slaveschip en bracht de overlevende slaven +van dat schip aan de Kaap. + +Van Riebeeck had reeds de Heren Zeventien gevraagd om slaven, maar de +eerste troep kwam er op bovengenoemde manier. + +Er werd in die tijd geen onderscheid gemaakt tussen mensen en mensen +om de kleur alleen. Huweliken tussen Europeanen en vrijgemaakte slaven +van zuiver ras waren verboden, maar blanken mochten wel trouwen met +vrijen van gekruist ras. Dit bracht natuurlik, vooral in de eerste +tijden, toen het getal der kolonisten nog zo klein was, grote +voordelen mee. Bij het bouwen van het fort en in 't algemeen ten +opzichte van de verdediging tegen de inboorlingen voornamelik was het +gewenst zich zo sterk mogelik te maken. Men legde daarom in die tijd +een heel andere maatstaf aan dan honderd jaar later. In Van Riebeecks +tijd plaatste het Kristen-zijn blank en zwart op dezelfde lijn. + +Andere maatregelen uit die tijd wijzen er eveneens op, hoe bang men +was voor de inboorlingen. + +In 1677 werd b.v. de doodstraf gesteld op 't verkopen van geweren of +ammunitie aan Hottentotten. Zelfs was het een strafbaar feit de +Hottentotten in geld te betalen voor hun werk, zogenaamd omdat ze er +de waarde niet van kenden, maar eigenlik, omdat ze met geld zich +misschien gemakkeliker geweren enz. konden aanschaffen. Het was +eveneens verboden om ze te betalen in halfbloed schapen, omdat men dan +niet kon nagaan, welke dieren van hun kudden door hen waren gestolen +en welke niet. + +Dit laatste is volkomen te begrijpen. + +In 1691 waren er ongeveer 50 vrije negers in de kolonie en zij hadden +dezelfde politieke vrijheden als de Europeanen. + +Watermeyer zegt ook: »In het grootste deel van de eerste eeuw van het +hollandse bewind was het leven van de zwarte even heilig als dat van +de blanke en de wreedheden, waarvan wij huiveren, van mensen, die op +Bosjesmannen jacht maakten als op wilde beesten, kwamen niet voor dan +in het einde van de achttiende en in het begin van de 19de eeuw. + +Van de stichting van de kolonie tot 1750 waren zulke enormiteiten +nauweliks bekend."[72] + +Thunberg verhaalt, dat een slaaf over zijn meester kon klagen tegen de +Fiskaal en dat dan de meester vaak boete moest betalen. Een slaaf kon +echter overigens geen getuigenis geven en was altijd te onderscheiden +van een vrijgelatene, doordat de laatste kousen, schoenen en een hoed +droeg, terwijl de slaven dit niet mochten doen[73]. + +Kinderen, die in 't slavehuis der maatschappij geboren waren, moesten +volgens de wet van 1721 gedoopt worden. De opzichter en bij diens +afwezigheid de zieketrooster moest peet staan en de kinderen moesten +naar school en kerk worden gezonden. Op die manier werd hun de weg +naar vrijheid opengesteld. Want één der voorwaarden daarvoor was ook, +dat ze Kristenen moesten zijn. + +Natuurlik betekende dit niet, dat ze in elk opzicht, ook voordat ze +vrij waren, behandeld werden, zoals een werkgever tegenwoordig zijn +arbeiders behandelt. + +Zo vind ik b.v. in het »Journal" opgetekend op 19 Des. 1705, dat het +ondeugdelike vlees zou worden afgekeurd en aan de slaven zou worden +gegeven. + +Die konden er zich dus ziek aan eten, maar toch zal deze maatregel, al +was 't alleen maar uit eigenbelang, niet altijd toegepast zijn. Men +waagde een te grote som geld door het leven van een slaaf in gevaar te +brengen. + +In 1698 kostten, volgens Leguat, negerslaven van 60 tot 80 rkds. + +Drie kwart eeuw later schijnen ze al enorm in prijs te zijn gestegen. +Want Sparrman zegt, dat een slaaf die goed mennen en rijden kon 500 +Rkds. kostte. Een, die pas van Madagascar kwam, kostte van 100 tot 150 +Rkds. + +Het gewone voedsel der slaven bestond uit rijst en vooral uit veel +vis. Dat was een zeer goedkoop voedingsmiddel, daar b.v. onder W. A. +van der Stel steeds een gedeelte der slaven bezig was om vis te vangen +voor hun lotgenoten. Dit kostte de eigenaar niets. + +Het schijnt, dat men gedurende de eerste halve eeuw wel wat al te +gereed is geweest om slaven de vrijheid te geven, wat echter geen +gunstige gevolgen had. Meestal waren het mensen, die uit zich zelf +nooit aan 't werk gingen dan in de uiterste nood en voor wie vrijheid +synoniem was met nietsdoen. + +Toen men dit inzag, moest men tegen de vagebondérende vrijgemaakten +natuurlik maatregelen nemen. + +In 1708 trad Cornelis Joan Simons, officier van de vloot, op als hoge +kommissaris. Hij paste aan de Kaap toe het indiese gewoonterecht, dat +geen volbloed negerslaaf mocht vrijgemaakt worden, zonder dat de +eigenaar de zekerheid gaf, dat de vrijgemaakte persoon niet binnen 10 +jaar ten laste van 't armefonds zou komen. + +Was dit het geval toch, dan geraakten ze ipso facto weer in slavernij. + +Een eigenaardige manier van vrijwording, die de trots der Nederlanders +op hun vrijheid aan 't licht brengt, was deze: Als een slaaf als +bediende meekwam naar Nederland, was hij vrij, zodra hij landde. Het +feit alleen, dat hij op de vrije bodem van de Republiek der Zeven +Verenigde Nederlanden was geweest, was genoeg om hem van alle banden +der slavernij te verlossen. + +De invloed van de slavernij op de bevolking aan de Kaap is niet +gunstig geweest en dit is al vroeg, doch niet vroeg genoeg, ingezien. + +Op 25 Februarie 1743 betreurde Van Imhoff het in zijn memorandum, dat +in 't begin niet meer blanken waren uitgezonden. Zij, die er waren, +hadden een afkeer van handearbeid gekregen. De invoer van slaven had +hen steeds in hun luiheid gestijfd. + +Blanke handwerkslieden eisten buitensporige prijzen voor hun werk. +Metselaars en timmerlui kregen dikwels een rijksd. of 9 schellingen +per dag boven de kost en werkten dan nog zo langzaam, dat ze in een +bepaalde tijd slechts de helft van het werk deden, dat hun Europese +kollega's in die tijd afmaakten. + +Op de boerderijen waren blanke arbeiders eenvoudig niet te krijgen, +hoeveel geld men ook bood. + +In 1716 reeds schijnen de Heren Zeventien min of meer gevoeld te +hebben, dat er iets niet in orde was, ten opzichte van de +werkkrachten, want ze vroegen uitdrukkelik aan de Politieke Raad, wat +hij beter achtte, de invoer van Europese arbeiders of die van slaven. + +Er was, helaas, echter maar één lid, dat toen toonde helder genoeg van +blik te zijn om te zien, dat alleen europese arbeiders een kolonie +konden vormen. Aan de kortzichtigheid van de andere leden is het te +wijten, dat de toestand toen niet verbeterd is. + +Behalve de slaven speelden de Hottentotten een grote rol als +werkkrachten. + +Op de boerderijen gebruikte men meestal rondtrekkende Hottentotten. Ze +gingen van plaats tot plaats om 't koren zo spoedig mogelik te maaien. +Kolbe zegt, dat dit nodig was, daar de Z.O. wind anders daaraan veel +schade kon toebrengen[74]. + +Daar deze Hottentotten dus veel met de boeren omgingen, leerden ze +spoedig Hollands. Leguat verhaalt, dat in 1698 alle Hottentotten, die +hij ontmoette, reeds Hollands spraken. + +Behalve voor het werk op de boerderijen, werden de Hottentotten verder +voor allerlei huiswerk gebruikt. + +Na de eerste pokke-epidemie in 1713 werd dit echter geheel anders. +Daar deze ziekte in 't slavehuis van de Kompanjie was ontstaan, +meenden de Hottentotten, dat de Hollanders hen betoverd hadden en de +weinigen, die niet ten prooi vielen aan de ziekte, trokken weg. +Daardoor was er plotseling een groot gebrek aan bedienden ontstaan en +de prijs der slaven steeg aanmerkelik. + +Gelukkig kregen in 1714 van 150 tot 200 soldaten van 't garnizoen +verlof om bij de boeren in dienst te treden. Dat maakte het gebrek aan +Hottentotten enigszins goed. + +Behalve deze verschillende werkkrachten werden volgens Mrs. Trotter +ook Chinese veroordeelden, die uit Indië waren gezonden, als +metselaars en steenbakkers gebruikt aan de Kaap. + +Dat de Hottentotten zeer in trek waren als werkkrachten is niet te +verwonderen, als men in aanmerking neemt de goedkoopte van hun arbeid. + +Valentijn zegt ervan: De Hottentotten krijgen als loon alle week een +stuk tabak »mitsgaders spijs en drank (hoewel sommige van hen +vreeselijk veel konnen eeten)". Na verloop van een jaar kregen ze nog +een »keten van kopere koralen" en een speenlam[75]. + +Uit de opmerking over 't eten van de Hottentotten schijnt men te mogen +opmaken, dat Valentijn meende, dat ze een biezonder grote weldaad +genoten, als ze de kost kregen voor hun werk. + +Barrow deelt mee, dat een os of een paar koeien of een dozijn schapen +ter waarde van 40/- of 50/- het gewone loon van een heel jaar was, +doch dat de boeren dan dikwels een bedrag voor tabak en brandewijn van +dezelfde grootte van de Hottentot te vorderen hadden[76]. + +Maar Barrow is.... Barrow en een zeer grote mate van voorzichtigheid +is altijd aan te raden bij het aannemen van zijn mededelingen als die +kans hebben de reputatie van de hollandse kolonisten aan de Kaap te +benadélen. + +Hoe welwillend de regering tegenover de Hottentotten stond, moge ten +slotte uit het volgende blijken: In 1701 kreeg een troep soldaten +bevel om te trachten de Bosjesmannen te achterhalen en van hen 't +gestolen vee terug te krijgen. Daarbij werd uitdrukkelik bepaald, dat +dit vee dan aan de eigenaars zou worden teruggegeven, _wie ze ook zijn +mochten_. + +Blanken en Hottentotten genoten in dit opzicht volkomen gelijke +bescherming. + + * * * * * + +Ten slotte een enkele opmerking over een der middelen van bestaan in +Kaapstad. + +Vroeger heb ik er op gewezen, dat de Heren Zeventien vreemdelingen +volstrekt niet met gunstige ogen zagen aankomen in de Kaap. + +Vandaar dan ook, dat het kaapse _Goevernement_ niets wou verkopen aan +vreemdelingen, maar zij mochten vrij in herbergen komen en ze konden +groenten, varkens en gevogelte kopen van de burgers en soms zelfs +sloten de autoriteiten, als de Kompanjie ten volle voorzien was, de +ogen voor de verkoop van vee. + +Dat deze verkoop nog al wat te betekenen had voor Kaapstad blijkt uit +de volgende cijfers: + +Tussen 1652 en 1700 kwamen er gemiddeld jaarliks 40 schepen (33 +nederlandse, 4 engelse en 3 andere) aan de Kaap. + +Gemiddeld hadden die 147 man aan boord en ze bleven van 2 tot 3 weken +op de rede liggen. Er kwamen dus jaarliks aan de Kaap meer dan 5000 +vreemdelingen, die voedsel nodig hadden gedurende hun verblijf en ook +gewoonlik heel wat mee op reis namen. + +Het aantal schepen, die in Kaapstad aanlegden, steeg voortdurend, +zodat er gedurende de eerste helft van de 18de eeuw jaarliks zelfs 75 +schepen (57 hollandse, 15 engelse en 3 andere) het anker uitwierpen. + +Ten gevolge van de ongunstige jaren 1714 en volgende werd in 1720 een +plakkaat uitgevaardigd, handelende over de verkoop van vlees aan +vreemdelingen en in Februarie 1723 kwam er zelfs een uitdrukkelik +verbod om vers vlees en groenten te verkopen aan vreemdelingen onder +straffe van deportatie naar Europa en een boete van 350 rijksdaalders. +Men wist het plakkaat echter zo te verklaren, dat het scheen in te +houden, dat er eerst verlof van de Raad moest verkregen worden. Voor +de verkoop aan engelse schepen, die de beste klanten waren, kreeg men +altijd verlof, zodat het met dit plakkaat ging als met zoveel andere +van de Kompanjie: Ze werden eenvoudig behandeld als scheurpapier. + +Aan het eind van dit hoofdstuk wil ik spreken over enkele kerkelike +zaken aan de Kaap. + +Het spreekt vanzelf, dat ik me in dit opzicht ook weer zal moeten +beperken. Trouwens de boeken van Spoelstra en Dreyer, die speciaal +over dit onderwerp handelen, geven zulke uitvoerige inlichtingen, dat +het onmogelik zou zijn veel nieuws te vertellen. + +Ik zal ook niet in allerlei biezonderheden treden, maar alleen enkele +grepen doen. + +In de allereerste plaats dan wijs ik op de positie der predikanten. +Ook in dit opzicht kan ik de Kompanjie niet bewonderen. + +Ze had zich het recht voorbehouden Predikanten te benoemen en aan te +stellen voor de Kaap zonder beroep door Gemeente of Kerkeraad. + +Dit had natuurlik bedenkelike zijden, vooral in betrekking tot de +geestelike verstandhouding tussen herder en gemeente. + +Een andere schaduwzijde van deze wijze van benoeming was, dat de +predikanten geheel behandeld werden als dienaren van de Kompanjie niet +alleen, maar zich zelf ook in de meeste gevallen als zodanig +gedroegen. Dat wil zeggen, dat ze meestal fel tegen de boeren gekant +waren, als die de ambtenaren aanvielen, want ze beschouwden dit ook +als een aanval op hen. Dit kon natuurlik niet meewerken om een goede +verhouding tussen hen en hun gemeentenaren in 't leven te roepen. + +Trouwens innigheid bestond tussen predikant en gemeente heel weinig. +Als een predikant in Kaapstad een bezoek bracht aan zijn parochianen, +dan ging de schoolmeester vooruit om de mensen te waarschuwen[77]. Er +moest altijd een kloof blijven gapen tussen herders, die zich zo +gedroegen en de schapen, aan hun zorg toevertrouwd. + +Mr. J. de Wet zegt[78]: + +»De Kerk werd altijd zoo zeer als een deel van het geheel van 's +Compagnies bestier alhier beschouwd, dat aan de Predikanten of +Leeraars daarvan even als aan alle andere beambten hun standpunt in de +toen aangenomen klassen of rangen, onderscheiden in opperkooplieden, +kooplieden en onderkooplieden door de wet werd aangewezen! + +Ieder Predikant zou gemeten worden naar den rang van onderkoopman en +als zoodanig gerechtigd zijn tot de voorrechten aan die rang +verbonden." + +De geesteliken vatten in veel gevallen hun bediening op, of het een +wereldlik ambt was en beschouwden zoals de meeste ambtenaren van de +Kompanjie, de Kaap slechts als een doorgangshuis naar een betere +betrekking. + +Dit had ten gevolge, dat de meesten hier zo kort mogelik bleven. Zo +had men eens in één jaar drie keer een nieuwe predikant in +Kaapstad[79]. + +Ik zal niet spreken over de verschillende stichtingsjaren van de +kerken in de verschillende plaatsen, evenmin als over de pogingen, die +de Hugenoten deden om hun taal te behouden. Ik wil alleen konstateren, +dat de mening, dat de Heren Zeventien hun best hebben gedaan om het +Frans te doen uitsterven in de kolonie, geheel verkeerd is. Het stierf +een natuurlike dood door het feit, dat de Fransen maar één zesde van +de totale bevolking uitmaakten. Het Hollands verdrong het Frans zelfs, +zó volkomen, dat Le Vaillant opmerkt als een biezonderheid, dat hij op +zijn reizen slechts één zeer oude man vond, die nog Frans verstond. +Dat was ruim drie kwart eeuw, nadat de Hugenoten in Zuid-Afrika geland +waren. + +Men weet, dat er zeer weinig kerken aan de Kaap waren en dat het ook +lang duurde, eer nieuwe gemeenten gesticht werden. De eerste halve +eeuw was bijna om, voordat Roodezand (1743) en Zwartland (1745) hun +kerk kregen. Dat betekent dus, dat bijna 100 jaar na de stichting van +de volksplanting er in de hele kolonie nog maar 5 kerken waren. En de +zesde kwam er niet vóór 1792. Dat was die te Graaff-Reinet. + +Het spreekt dus vanzelf, dat de kolonisten in de meer afgelegen +streken van de kolonie zo goed als geheel van geestelike hulp +verstoken waren. + +Daarom ging van tijd tot tijd een der Predikanten »op trek" naar de +eenzame boereplaatsen om de daar wonende landlieden te stichten en hun +kinderen te dopen. + +Als dan de predikant op een boereplaats was, ging het gerucht daarvan +gauw in de omtrek rond en de boeren uit de buurt kwamen naar de +plaats, waar hij was. + +Het is evenwel te begrijpen, dat de afstanden het onmogelik maakten, +dit verscheiden keren per jaar te doen. + +Ondanks het feit echter, dat er zo weinig kerken waren, werd er, +trouwens volkomen in de geest van de tijd, nauwlettend gewaakt, dat +geen leer, die afweek van de Nederduits Hervormde, zou gepredikt +worden. + +De geschiedenis met George Schmit van de moraviese Broeders in de +eerste helft van de achttiende eeuw, is bekend. + +Het duurde zelfs tot 1792 eer deze stille, vrome werkers een kerk +konden krijgen. + +Ook de Lutheranen werden zoveel mogelik gehinderd in de uitoefening +van hun godsdienst. + +In 1742 zonden ze een rekwest in om vrijheid te krijgen tot het +aanstellen van een predikant. Dit werd niet toegestaan. Eindelik, na +jaren lang gesmeekt te hebben om vrijheid tot uitoefening van hun +godsdienst, kregen ze die, maar men mengde die honing met gal, door te +bepalen, dat de lidmaten van die kerk voortaan niet meer zouden mogen +bevorderd worden tot de eerste posten van aanzien[80]. + +De lutherse en moraviese godsdienstoefeningen mochten wel gehouden +worden in private huizen, maar zelfs dan mochten geen sakramenten +worden toegediend. In die tijd meende men, dat men door zulk een +bepaling al buitengewoon verdraagzaam was. + +De Lutheranen hadden zich eenvoudig te schikken en trachtten zich te +troosten, door telkens, als er een deens schip in Kaapstad kwam, de +geestelike te verzoeken aan land te komen om hun de godsdienst van hun +vaderen te prediken. + +Zonderlinge toestanden werden geboren door de onverdraagzaamheid der +mensen, die voor vrijheid van geloof hadden gestreden en geleden. + +Zo waren in 1674 enige Katholieken in de kolonie komen wonen. Zij +wilden hun kinderen laten dopen. Daar er natuurlik geen katholieke +geesteliken in de kolonie waren, moest dit in de hervormde kerk +gebeuren. Dit was echter nog niet genoeg, want de doopheffers mochten +alleen dàn Katholieken zijn, als de ouders eerst getracht hadden om +peten van het ware hervormde geloof te vinden en daarin niet geslaagd +waren[81]. + +Maar zelfs hun eigen geloofsgenoten werden door de predikanten van die +tijd met scherpe blik in hun gangen gevolgd. + +Zo werd op 8 Okt. 1743 een aanklacht wegens ketterij ingebracht tegen +de zieketrooster Van Dijk. Zijn ketterij bestond hierin, dat hij het +waagde voor de vuist te preken en niet het »Onze Vader" altijd bad in +de dienst. + +En hij was ook op vriendschappelike voet met de Hernhutters[82]. + +Deze drie punten waren reeds voldoende om hem in staat van +beschuldiging te stellen. + +Ik eindig dit hoofdstuk met een aanhaling uit een rekwest van de +kerkeraad van Draakestein in 1719. + +Daar de kerk bijna klaar was, vroeg deze kerkeraad verlof om in 1720 +te mogen beginnen met begraven binnen en buiten de kerk en hij vroeg +ook goedkeuring van het volgende tarief voor begrafenissen: + +Een graf in de kerk zou 25 Rijksdaalders kosten en een dubbel graf 50 +Rkd. Deze koop gold voor 100 jaar. Men kon ook een graf huren. Dit zou +kosten 10 Rkd. voor een volwassene en 5 Rijksd. voor een kind onder 10 +jaar. + +Op het kerkhof was de prijs van een graf 6 Rijksd. (voor een tijdperk +van 100 jaar). Een gehuurd graf kostte 3 Rijksd. + +Men rekende 2 Rijksd. voor 't gebruik van 't lijkkleed en 1 Rijksd. +voor de baar. + +De koster kreeg 2 Rijksd. voor een graf _in_ de kerk en 1 Rijksd. voor +een graf _buiten_ de kerk. Als aanspreker of bidder zou hem 1 Rijksd. +per dag moeten betaald worden[83]. + +In het volgende hoofdstuk wens ik te spreken over het Bestuur van de +Kaapkolonie en ook met een enkel woord over de belastingen, die er +geheven werden. + +VOETNOTEN: + +[28] François Valentijn, t. a. p. pag. 13. + +[29] Thunberg, Travels. Deel I. pag. 125. + +[30] Valentijn, pag. 12. + +[31] Thunberg, I. pag. 249. + +[32] Kolbe. + +[33] Vaak hing er ook bij de boerderij een grote scheepsklok, die in +tijd van gevaar (Bosjesmannen etc.) werd geluid om de buren te +waarschuwen. + +[34] Le Vaillant, New Travels. Deel III. pag. 16. + +[35] Le Vaillant, Travels. I. pag. 59 en volgende. + +[36] Sparrman, Travels. Deel II. pag. 165. + +[37] Thunberg, Travels. Deel I. pag. 138. + +[38] Sparrman, t. a. p. Deel I. pag. 266. + +[39] Sparrman, t. a. p. Deel II. pag. 62. + +[40] Le Vaillant, t. a. p. Deel I. pag. 55. + +[41] Sparrman, t. a. p. Deel II. pag 166. + +[42] Cornelius de Jong, Reizen. Deel II. pag. 112 en 113. + +[43] Barrow, Travels. + +[44] Leibbrandt, Journal. + +[45] Thunberg, I. pag. 247. + +[46] Leibbrandt, Journal 19 Des. 1705. + +[47] Valentijn, blz. 48. t. a. p. + +[48] Thunberg, Deel I. blz. 252. + +[49] Thunberg, II. blz. 126. + +[50] Thunberg, I. blz. 257. + +[51] Valentijn, t. a. p. + +[52] Leibbrandt, Journal. + +[53] Theal, Chronicles of Cape Comm. pag. 180. + +[54] Enkele slechte jaren als 1726, 1727 en 1740 natuurlik buiten +rekening gelaten. + +[55] Thunberg, Deel II. pag. 20. + +[56] Cornelius de Jong, Reizen. Deel I. pag. 122. + +[57] Thunberg, I. + +[58] Dagboek Adam Tas, 6 Aug. 1705. + +[59] Dit bedroeg 2 schellingen voor inwoners van Stellenbosch en een +rijksdaalder voor vreemdelingen. + +[60] Valentijn. + +[61] Kolbe. + +[62] Leibbrandt, Journal. + +[63] Kolbe. + +[64] Thunberg, I. pag. 253. + +[65] Leibbrandt, Rambles. pag. 149. + +[66] Thunberg, II. pag. 96. + +[67] Valentijn, Boek X. pag. 20. + +[68] Ian D. Colvin, Romance of Empire. + +[69] Thunberg (I. pag. 263) verhaalt, dat de boeren graag een dode +hond hadden om in 't gat bij de geplante boom te begraven, daar men +meende, dat dit de groei bevorderde. + +[70] Volgens Theal werd in 1709 de bepaling gemaakt, dat een +boombeschadiger een geseling zou krijgen aan de voet van de galg. De +aanbrenger zou 10 rkd. ontvangen. + +[71] Leibbrandt, Requesten or Memorials. + +[72] Watermeyer, Selections. pag. 52. + +[73] Thunberg, I. pag. 115. + +[74] Kolbe, pag. 117. + +[75] Valentijn, Deel X. pag. 106. + +[76] Barrow, Travels. Deel I. pag. 97. + +[77] Theal, II. pag. 344. + +[78] Mr. J. de Wet, »Beknopte Geschiedenis Hervormde Kerk". + +[79] Mr. J. de Wet, t. a. p. + +[80] Theal, Belangrijke Hist. Dok. pag. 118. + +[81] Theal, Chronicles of Cape Comm. + +[82] Leibbrandt, Requesten or Memorials. + +[83] Leibbrandt, Requesten or Memorials. + + + + +HOOFDSTUK IV. + +BESTUURSLICHAMEN EN BELASTINGEN. + + +Hieronder zal ik enige aanhalingen doen uit schrijvers uit de +achttiende eeuw om aan te tonen, hoe het bestuur der kolonie was +ingericht, maar eerst wens ik een paar opmerkingen te maken om +begripsverwarring te voorkomen. + +Het Hof van Justitie, hierna te noemen, behandelde alle zaken met +gesloten deuren, er werd nooit mondeling gepleit en de partijen waren +volkomen buitengesloten. Alle stukken en bewijzen werden aan twee +leden van 't Hof gezonden door de prokureurs, voordat 't Hof +bijeenkwam. Die stukken werden dan door alle leden gelezen. De +uitspraak geschiedde bij meerderheid van stemmen. + +Het vonnis werd door de Griffier (Sekretaris) van 't Hof in 't +openbaar voorgelezen, nadat men drie maal op een bel had geslagen om +de mensen er kennis van te geven. + +De wetten van de Kolonie waren: 1. Het kaapse Plakkaatboek, waarin +de wetten stonden, die door Goeverneur en Raden aan de Kaap waren +gemaakt; 2. De Statuten van Batavia, een verzameling van wetten, te +Batavia uitgevaardigd. 3. De Grote Plakkaatboeken van Holland; 4. Het +romeins-hollands recht. Een wet werd na klokgelui bekend gemaakt door +de Sekretaris van de Politieke Raad. + +Kopieën werden hier en daar aangeplakt. Laat ons nu zien, wat +Valentijn van 't bestuur zegt: »Daar is een Polityke Raad, een Raad +van Justitie, een vergadering der Weesheeren, een Vergadering van +Kleine, een Vergadering van Huwelijkszaaken en een Borgelijke +Krijgsraad. + +De Polityke Raad, die de aanzienlykste en eerste in rang is, bestaat +uit een Heer Landvoogt, Opperkoopman, Fiscaal Independent, Capitein, +Pakhuismeester, Dispensier, Soldyboekhouder, en den Geheimschryver, +doch in 't jaar 1705 was de Winkelier mede een Lid. Deze Raad +vergadert Dynsdags. + +De Raad van Justitie bestaat uit die zelve Leden der Compagnies +Dienaaren in 't Civiele, doch in Crimineele zaaken is de Fiscaal hier +Eisscher, en dan geen Lid; maar buiten de Dienaars der E. Maatschappy, +by de welke de Capitein-Lieutenant, Lieutenant, ofte Vaandrig ook wel +gevoegt worden, zyn hier ook drie Borgerraaden (anders wel Kaapze +Borgermeesters genaamt) Leden van dien, welk Collegie door den +Geheimschryver (die eerste Klerk is) gesloten, gelyk die Vergadering +doorgaans Donderdags 's morgens gehouden word. + +De Weeskamer bestaat hier uit den Tweeden Persoon, drie Dienaars der +E. Maatschappy, en drie Leden uit de Borgery (die dit voor 2 jaaren +blyven) benevens hunnen Geheimschryver. + +Deze bestieren de zaaken der Weezen zoodanig, dat zy niet meer gelden +van een Weeze, al bezat hy nog zoo veel, dan hy tot zyn onderhoud van +nooden heeft, voor hem, en de rest voor andere Weezen, die niet genoeg +hebben om te bestaan, hier uitzetten." + +»De Vergadering van Kleine Zaken bestaat uit een Voorzitter (die alle +2 jaren verandert, en die doorgaans de Capitein, Soldyboekhouder, of +Capitein-Lieutenant is) drie Dienaars, en drie Borgers, met hunnen +Geheimschryver. + +En de Vergadering van Huwelykszaaken bestaat uit den Lieutenant, twee +Dienaars en twee Borgers met hunnen geheimschryver. + +Die van den Polityken Raad vergeven al de mindere Ampten in den dienst +der E. Maatschappy, en ook alle de Borgerlyke bedieningen. + +Die van den Raad van Justitie oordeelen in 't Civiele en in 't +Criminele oppermagtig, doch van 't eerste kan men zich op de Raad van +Justitie op Batavia beroepen"[84]. + +»Uit de voornaamste dezer Borgers worden jaarlijks 2 nieuwe +Borgermeesters, by 2 oude, die in dienst blyven, door den Gouverneur +en Raad, en uit de zelve doorgaans de 3 Borger Raaden van Justitie, en +verder ook 3 leden in de Weeskamer, 3 in de Vergadering van Kleine, en +2 in 't Collegie van Huwelijks-zaaken, gekoozen, die gemeenelyk 2 +jaaren dienen, en dan door anderen vervangen worden. + +Landwaart in op Stellenbosch heeft men een Landdrost, die daar als +President sit, en nevens 4 Heemraaden van die volkplanting en 3 van +Draakestein, een vergadering van Heemraaden uitmaakt, welke over een +somme van 150 guld., en hooger niet, mogen oordeelen, en van waar men +tot den Raad van Justitie aan 't Kasteel appelleeren kan"[85]. + +De Politieke Raad werd ook genoemd »de Groote Raad." + +Behalve die door Valentijn opgenoemd, had men ook nog de Kerkelike +Vergadering of Kerkeraad. + +In de Politieke Raad was de Goeverneur voorzitter en had twee stemmen. + +Deze Raad besliste over vrede of oorlog met de Hottentotten. Hij hield +ook rechtstreekse briefwisseling met de Heren Zeventien in Europa en +met de regering in Batavia. + +De Raad van Justitie behandelde alle burgerlike rechtzaken, die tussen +de inwoners voorkwamen en verder alle lijfstraffelike zaken. + +Als een der twee partijen een Burger van de Kaap en de ander een +beambte van de Maatschappij was, of wanneer beide partijen burgers +waren, dan riep men de drie Burgemeesters op om bij 't rechtsgeding +tegenwoordig te zijn en om mede te stemmen bij 't opmaken van het +vonnis. Daar ze echter steeds door het ledental van de Raad in de +minderheid waren, betekende dit natuurlik niet veel. + +Van de uitspraak van deze Raad kon men, zoals ik boven uit Valentijn +aanhaalde, zich beroepen op de Raad van Justitie te Batavia, maar de +afstand was groot tussen de Kaap en Batavia en alles ging vreselik +langzaam, zodat het niet te verwonderen valt, dat van dit recht van +appèl weinig werd gebruik gemaakt. + +»Het is beter" zegt een schrijver hiervan, »een weinig kreupel te +gaan, dan zich in gevaar te stellen van beide beenen te verliezen om +al te ver de geneezing van den gewonden te gaan zoeken." + +Het lagere hof van Justitie of de »Vergadering van Kleine Zaken" +bestond uit zeven rechters. De Voorzitter was altijd een van de leden +van de Grote Raad. De drie »Borgers" bovengenoemd werden door de Grote +Raad verkozen. + +Deze kleine Raad hield zich bezig met rechtsgedingen van minder +belang, zoals twisten of beledigingen, die niet de aandacht van de +Raad van Justitie waard waren. + +Evenals de Landdrost en Heemraden van Stellenbosch, bovengenoemd, +konden zij alleen oordelen in kwesties, waar het niet ging om een +hoger bedrag dan van 150 gld. + +Deze Raad was zo zeer ondergeschikt aan de Raad van Justitie, dat zij +aan deze verslag moest doen van de allergeringste zaken, die zij +behandeld had. + +De leden werden om de twee jaar veranderd door verkiezing van de Grote +Raad of liever door die van de Goeverneur, aan wie de Burgerraden een +dubbeltal van zes medeburgers aanboden. Daarvan werd dan de helft voor +2 jaar benoemd. + +Geen huwelik kon gesloten worden, tenzij men eerst voor de kamer van +huwelikszaken was geweest. Deze vergadering gaf, na behoorlik +onderzoek, de predikant schriftelik verlof om de drie gewone +huweliksafkondigingen te doen. Als gedurende deze afkondigingen +bezwaren tegen het huwelik werden ingebracht, dan moesten deze ook +weer door het huwelikshof worden onderzocht. + +Door de weeskamer werden alle zaken betreffende de goederen, het +onderhoud en het huwelik van wezen, afgedaan. + +Indien een wees wilde trouwen, voordat hij of zij de volle leeftijd +van 25 jaar had bereikt, moest de weeskamer daartoe verlof geven. +Zonder dit verlof kon het huwelik niet plaats hebben. + +Daar de militie in drie troepen was verdeeld, n.l. die van Kaapstad, +die van Stellenbosch met Draakestein en die van Swellendam was ook de +Krijgsraad verdeeld in drie vergaderingen. Deze krijgsraad nu nam +kennis van en beoordeelde alle overtredingen van de krijgstucht. + +De vergadering aan de Kaap bestond uit 19, die te Stellenbosch uit 20 +en die te Swellendam uit 9 leden. + +De voorzitter van de vergadering aan de Kaap was altijd een lid van de +Grote Raad en bevelhebber der bezetting en de voorzitters in de twee +andere plaatsen waren de Landdrosten. + +De overige leden werden genomen uit de oudste Burger-officieren. + +De Fiskaal Independent, die ik reeds meermalen heb genoemd, was door +de Heren Zeventien naar de Kaap gezonden om, als 't nodig was, +krachtig op te komen tegen onrechtvaardige handelingen van de +Goeverneur. + +Independent heette hij, omdat hij aan niemand dan aan de Heren +Zeventien verantwoording schuldig was. + +Stedelike zaken werden toevertrouwd aan de bovengenoemde Burgerraden. +Deze »Gemeenteraad" bestond uit een President en vier leden en zij +zorgden voor het onderhoud van straten, bruggen, wegen enz. + +Voor de buitendistrikten had men de Landdrost en Heemraden, die voor +deze zaken zorg droegen. + +De Landdrost kreeg minstens de helft van alle door hem opgelegde +boeten, zodat hier hetzelfde gevaar voor omkoopbaarheid bestond als +bij de Fiskaal. Bovendien was zijn salaris zo laag (Zie Hfdst. II), +dat de verleiding stellig niet minder was dan bij de Fiskaal. + +Hij had 't recht om de burgers te dwingen slaven, wagens en hun eigen +diensten beschikbaar te stellen, als hij dat nodig oordeelde. + +De heemraden kregen geen salaris. Ze bleven 2 jaar in betrekking en +jaarliks traden er 2 af (wat Stellenbosch betreft tenminste). De Raad +van Politiek koos dan 2 nieuwe uit een aangeboden viertal. + + * * * * * + +De belastingen zijn voornamelik te rangschikken onder de volgende +hoofden: + +1. Tienden van de granen en belasting van 't vee. + +2. Aksijns van wijn enz. en andere uit- en invoerrechten. + +3. Belastingen geheven van de prijs van verkochte huizen en +landerijen. + +4. Zegelrecht. + +Valentijn zegt, dat een korenmolen, die de regering had, jaarliks 1400 +à 1600 gulden opbracht. + +De tienden van de granen brachten 14.000 gulden op. + +Van een os moesten de Kapenaars, volgens Valentijn, 1 schelling +betalen en van elke 100 schapen 1 gulden per jaar en allen in de +Tafelbaai gaven 3 Rijksd. klapgeld per jaar, omdat men er een +klapwaker of nachtwacht had. + +Ik sprak vroeger al over de manier, waarop men de regering bedroog in +de opgaven van 't geoogste graan. Tas is naïef genoeg om in zijn +dagboek te schrijven op 29 Jan. 1706, dat hij 343 mud rogge had +geoogst en er maar 15 aan de Gekommitteerden had opgegeven. En het +schijnt, alsof hij meent, dat hij in dit opzicht nog te eerlik is +geweest. + +Het is dus duidelik, dat de regering niet half de belasting kreeg, +waarop ze volgens de wet recht had. + +In 1711 waren, zegt Valentijn, voor 't eerst tienden opgelegd door de +Heren Zeventien, maar bovendien moesten de burgers jaarliks elf gulden +leeuwen- en tijgergeld betalen. + +Op 13 April 1711 werd aan de Heren Zeventien gemeld, dat het niet +aanbevelenswaardig werd geacht ook tienden van vee te heffen. »De +bewoners van Stellenbosch en Draakestein", zo lezen we, »betalen al +hoorngeld, dit is 1 gulden voor 100 schapen en 5 gulden voor groot +vee[86]. Dit geld, dat gebruikt wordt voor het herstellen van wegen en +bruggen en ook voor 't geven van premies voor 't doden van wilde +dieren, kunnen velen niet eens betalen." + +Datzelfde jaar protesteerden de boeren tegen de toepassing in +Zuid-Afrika van de hollandse tiendwet. Want dààr werden de tienden +gerekend van 't gemaaide koren op 't land. Maar hier werden de tienden +geheven van 't graan dat schoon aan de magazijnen van de Kompanjie +werd afgeleverd. Dit verschil in de manier van uitvoeren van de wet +maakte de lasten in Zuid-Afrika natuurlik veel groter dan in Holland. + +Toen werd in 1712 ook getracht de tienden te verpachten van 't graan +op 't land. Maar hier kwam geen bod voor. De pachter zou 't ook duur +genoeg gehad hebben voor de moeite van 't inzamelen op zo ver uiteen +gelegen plaatsen. + +Over de aksijns en de belasting op de wijn heb ik gesproken in +hoofdstuk II. Ik heb hier alleen bij te voegen, dat het verpachten +van het uitsluitend recht om te tappen elk jaar duizenden guldens +opbracht. + +Dit was natuurlik ook een belasting, die de Kapenaars en gedeeltelik +de vreemdelingen betaalden, daar de pachter wel zorg droeg, zijn pacht +plus een mooie winst te maken uit de verkoop van de wijn. + +Wat nu de belasting op de verkoop van land betreft, dit: + +In 1685 was een nieuwe belasting ingevoerd, die 2 percent bedroeg van +de verkoopprijs van land. Als het land echter verkocht werd binnen +drie jaar nadat de Kompanjie het had geschonken, moest er 10 percent +worden betaald en 5 percent, als dit binnen 10 jaar plaats had. + +Over de zegelbelasting, die steeds hoger werd, sprak ik reeds vroeger. + +Soms werden behalve deze belastingen ook nog speciale geheven zoals +b.v. in 1743, toen men een havendam trachtte op te werpen in de +Tafelbaai. + +Daarvoor hief men een ekstra belasting van alle Europeanen in +Zuid-Afrika. + +In ruwe trekken heb ik getracht mijn laatste punt te behandelen. + +Voor ik nu deze schets eindig wil ik nagaan, hoe de toestand van de +kolonie was aan 't eind van de eerste helft der 18de eeuw. + +Jammer genoeg kan die toestand niet als heel gunstig worden +beschreven. + +Ook in Nederland doorleefde men toen een tijdperk, dat voor de +burgerman en de boer alles behalve gunstig was. + +In Amsterdam was omstreeks 1730 haast geen huis te krijgen. In 1740 +stonden er meer dan 400 leeg en in 1743 bijna 900. Hongersnood en +duurte maakten het bestaan zeer moeilik. + +De strenge winter en de doorbraken van 1740 deed de ellende ten top +stijgen. Men had de handen vol om de behoeftigen te helpen[87]. + +Hulp uit Nederland was dus aan de Kaap niet te verwachten. Eerder zou +men in Nederland hulp nodig hebben gehad. + +Tot het midden der 18de eeuw had men zoveel mogelik vreemde schepen +uit de kaapse havens (Kaapstad en Simonsstad) geweerd, maar toen +veranderde dit. Men begon te trachten ze aan te lokken wegens het +geldgebrek, dat men had. Men wilde ervan halen, wat er van te halen +viel. + +De opstand van Estienne Barbier was in 1739 en daarna een argument +geweest in Europa om geen kolonisten meer te sturen. Men was bang, dat +de kolonie zich onafhankelik zou verklaren. + +Maar in 1750, niet het minst door de slechte tijden, die men toen in +Nederland beleefde, vroegen de Heren Zeventien, of het niet mogelik +zou zijn meerdere kolonisten aan de Kaap te brengen. Doch op 11 Jan. +1751 antwoordden Heemraden van Stellenbosch en Draakestein aan de +Politieke Raad, die hun advies in deze zaak vroeg, alvorens de Heren +Zeventien te antwoorden, dat er reeds veel te veel europese families +in 't land waren en dat ze niet wisten, wat er van hen en hun kinderen +zou moeten worden. + +Ze voegden hier verder bij, dat uitvoer van produkten van de Kaap +behoorde toegestaan te worden, daar dit het enige redmiddel was. + +Deze raad werd echter in de wind geslagen. + +Zo stond de toestand in 1750. En 25 jaar later, in 1775, na het +uitstekende bestuur van Rijk Tulbagh, schreef Sparrman: + +»Hoe groot de kolonie ook is, ze kan op 't oogenblik niet anders +beschouwd worden dan als een vrij groot, maar zwak en teringachtig +lichaam, waarin de cirkulatie van de handel zeer langzaam is; tussen +de verder afgelegen delen en het hart of tussen het binnenland en de +Kaap is er maar eens per jaar verbinding door middel van gewone +wagens." + +De kolonisten plukten nu de wrange vruchten van een honderdjarig +wanbestuur. De Kompagnie bediende zich van een stelsel, dat alleen +draaglik was onder uitstekende goeverneurs als Tulbagh, maar dat +totaal ondraaglik werd als de goeverneur een slecht mens was of geen +hart had voor zijn werk. + +Had men een reeks van mannen als goeverneurs aan de Kaap gehad in de +eerste helft der 18de eeuw zoals Vader Tulbagh, dan zou de toestand in +1750 die geweest zijn van een der bloeiendste kolonies van de wereld +waarschijnlik. + +Maar nu was het te laat. + +De gouden tijd, die twintig jaar lang het hart van de kolonisten mocht +verheugen, was voor goed voorbij, toen de burgers in duizenden +samenstroomden om de Landsvader naar zijn laatste rustplaats te +geleiden. + +En de oude misbruiken, die onder Van Plettenberg weer snel +voortwoekerden, waren slechts een herhaling van wat altijd aan de Kaap +was vertoond. + +Het was duidelik, dat de oude worm nog steeds aan het hart van de boom +vrat. + +Omstreeks 1770 was de Kompanjie eigenlik al uitgeleefd, maar ze +sleepte haar bestaan nog een vijf en twintig jaar voort als een +stramme, afgeleefde grijsaard. En toen eindelik de franse troepen +Nederland overstroomden, verdween ze en »ging heen, zonder begeerd te +zijn." + +VOETNOTEN: + +[84] Valentijn, Deel X. pag. 39. + +[85] Valentijn, Deel X. pag. 50. + +[86] Valentijn was dus verkeerd ingelicht, toen hij sprak over een +schelling per os. + +[87] Blok, Gesch. Ned. Volk. VI. pag. 139. + + + + +LIJST VAN WERKEN BIJ HET SAMENSTELLEN VAN DEZE STUDIE GERAADPLEEGD. + + +LEO FOUCHÉ, Dagboek van Adam Tas. + +LEIBBRANDT, Defence of W. A. van der Stel. + + -- Journal 1699-1732. + + -- Letters despatched. + + -- Letters received. + + -- Requesten or Memorials. Vol. I en II. + + -- Rambles through the Archives. I. + +KOLBE, Caput Bonae Spei Hodiernum. + +THEAL, History of South-Africa. I en II. + + -- Chronicles of Cape Commanders. + + -- Belangrijke Historische Dokumenten. III. (Important Historical +Documents). I en II. + +MRS. A. F. TROTTER, Old Cape Colony. + +IAN COLVIN, The Romance of South-Africa. + +S. MENDELSSOHN, South-African Bibliography. 2 dln. London 1910. + +DR. G. BESSELAAR, Zuid-Afrika in de Letterkunde. + +F. VALENTIJN, Oud- en Nieuw Oost Indiën. Boek X. + +LEGUAT, Travels (Hackluyt uitgave). + +CAPT. ROB. PERCIVAL, An account of the Cape of Good Hope. London 1804. + +ANDREW SPARRMAN M. D., A voyage to the Cape of Good Hope (2 dln.). +London 1786. + +SIR JOHN BARROW, Travels into the interior of Southern Africa +(2 dln.). London 1806. + +_Auteur?_ Nederlandsch Afrika of Historisch en Staatkundig Tafereel +van den oorspronkelijken staat der Volksplantinge aan de Kaap de Goede +Hoop enz. Uit het Fransch vertaald. 1783. + +WILMOT EN CENTLIVRES, History of South-Africa. + +WILMOT, The story of the Expansion of South-Africa. + +HOPE, Our place in History. + +DS. KOCK, De Kaap als een nieuw land. + +J. DE WET, Beknopte Geschiedenis van de Nederduytsche Hervormde kerk +aan de Kaap de Goede Hoop enz. (volgens nagelaten manuscript bezorgd +door Dr. J. J. Kotzé). 1888. + +CORNELIUS DE JONG, Reizen naar Kaap de Goede Hoop enz. Haarlem. 1802. + +WATERMEYER, Selections from the Writings of the late Judge. Cape Town +1877. + +CHARLES PETER THUNBERG M. D., Travels in Europe, Africa and Asia made +between the years 1770-1773 (wat de Kaap betreft) (4 dln.). 3rd +Edition London 1795. + +DAMPIER, Voyages Vol. I Chapter XIX. + +LE VAILLANT, Travels (2 dln.). + + -- New Travels (3 dln.). + +BLOK, Geschiedenis van het Nederlandsche Volk. Deel V en VI. + + + + +REGISTER. + + +Ableing, D'. 19. + +Artikel Brief. 14. + +Assenburg, van. 65. + +Barbier, Estienne. 28. + +Barrow. 50 (n.), 85, 85 (n.). + +Batavia. 29, 59. + +Begrafenis. 72, 92. + +Bek, Ds. 56. + +Belastingen. 24, 31, 43, 65, 99. Zie ook: leeuwengeld, tienden, +zegelrecht, hoorngeld. + +Bestuur. 29, 30, 93 vv. + +Bevolking. 7, 79. + +Blesius. 38. + +Bloedrivier. 62. + +Blok, P. J. 102. + +Boeten. Zie straffen. + +Bosjesmannen. 10, 27, 28, 40 (n.), 41, 62, 80. + +Botha, Jacobus. 62. + +Bouworde. Zie huizen. + +Burger, vrije. 26, 30. + +Burgerraden. 29, 31, 94. + +Chavonnes, De. 68. + +Chinezen. 84. + +Colvin, Ian D. 74 (n.). + +Dagga. 18. + +Dampier. 11. + +Dienstplicht. 69. + +Districten. 11. + +Dispens. 37. + +Draakestein. 9, 10, 16, 32, 57, 60, 74, 77, 91, 95, 100. + +Dijk, van. (Ziekentrooster) 91. + +Eed, Burger --. 5. + +Feestdagen. Zie vermakelikheden. + +Fontaine, Jan de la, 22. + +Fransche Hoek. 10, 46. + +Fransen. 3, 4, 6, 7, 31, 32, 89. Zie ook: Hugenoten. + +Gans, Johan Hendrik. 14. + +Ganna. 49. + +Gastvrijheid. 40, 42, 44, 64. Zie ook: kosthuizen. + +Gezondheid. 17. + +Godsdienst 38, 45, 70, 71, 81, 87-91. Zie ook: Bek, Hernhutters, +Kalvinisten, Katholieken, Luthers, Moraviërs. + +Goens, Rijklof van. 57. + +Goske, Isbrand. 59. + +Graaff-Reinet. 89. + +Guillaumet, François. 57. + +Handel (buiten de kompanjie). 19, 47, 50, 55, 62, 65, 89, 103. Zie +verder: monopolies, prijzen, koren, vee, wijn, wol, winkels. + +Hendriksz., Jacob, 16. + +Heren-Zeventien. 2, 3, 7, 8, 58, 83, 89, 98, 103. + +Hernhutters. 91. + +Heufke, Johannes. 72. + +Hoorn, Joan van. 31. + +Hoorngeld. 100. Zie ook vee. + +Hottentots-Holland. 10, 20. + +Hottentotten. 32, 48, 61, 79, 83, 84, 85, 96. + +Hout (prijzen en aanplanten). 55, 56, 74, 75, 76. + +Hugenoten. 9, 10, 13 (n.), 46, 89. Zie ook: Fransen. + +Huiselik leven. 36 vv., 41, 43, 44, 45, 64, 65. + +Huisindustrie. 49. + +Huisraad. 36, 37, 43, 45, 46, 47, 48, 49, 51. + +Huizen (bouw, inrichting). 36-40, 48, 49. + +Husing, Henning, 38, 52. + +Huwelik (hof, plechtigheid, raad). 46, 71, 95, 97, 98. + +Imhoff, van. 34, 82. + +Indië. 19. + +Industrie. Zie ook: huis-, zijde-, kalk-. + +Java. 7, 31, 50. + +Jong, Cornelius de. 49 (n.) 61, 64. + +Joubert, Mevrouw. 43, 50. + +Journal. Zie Leibbrandt. + +Kaapstad. 11, 36-38, 45-50, 62-66, 90, 102. + +Kalkindustrie. 78. + +Kalvinisten. 71. + +Karroo, De. 44. + +Kasper, Hans. 53. + +Katholieken. 91. + +Kleeding. 47, 48, 80. + +Kolbe. 1, 39 (n.), 61, 62, 67 (n.), 68 (n.), 75, 83 (n.). + +Kombuis. 37. + +Kompanjie-tuin. 73, 74. + +Kooplieden. Zie handel. + +Koren (-bouw, -handel). 19, 27, 31, 39, 45, 53, 58-61. + +Kosthuizen. 23, 54, 64, 71. + +Kranten. 40. + +Kuilsrivier. 10. + +Landbouwers, vrij --. 8. + +Leeuwengeld. 61, 100. Zie ook: Wilde dieren. + +Leguat. 52, 81, 84. + +Leibbrandt. 15, 16-17 (n.), 20 (n.), 25 (n.), 27 (n.), 32-33 (n.), +51-52 (n.), 53, 56 (n.), 63, 68 (n.), 70 (n.), 77 (n.), 81, +91-92 (n.). + +Loon, Ds. Hercules v. 74. + +Loonen. Zie salarissen. + +Luthers. 4, 90. + +Maatschappelik leven. 36 vv. + +Madagascar. 29, 81. + +Mauritius. 7, 75. + +Michiel Otto van Hottentots-Holland. 20. + +Middelburg, Kamer v. 5. + +Monopolies, Alg. 29, tabak 18, visch 21, wild 27, zijde 57. + +Moraviese broeders. 90. + +Mosselbank. 10. + +Muntwaarde. 25. + +Mijnbouw. 57. + +Nationaliteiten der kolonisten. 7. + +Negers. Zie slaven. + +Nel, Jan. 77. + +Nel, Willem. 56. + +Omgang. Zie verkeer. + +Ongehuwden. 16, 23, 69, 70. + +Opstand. Zie Barbier. + +Opvoeding en onderwijs. 6, 69, 70, 77, 80, 81. + +Paarl, De. 10. + +Percival, Captain. 41. + +Plettenberg, van. 104. + +Politie. 77. + +Post (brieven-). 15, 40. + +Pressen (zielverkopers). 14. + +Prijzen. 19-21, 24, 25, 33, 34, 52-56, 63. + +Rechten der bewoners. 13 vv. + +Rechtspraak. 29, 93 vv. + +Reizigers, (vreemdelingen). 41, 50, 86, 103. + +Rheede, Heer van. 10. + +Riebeeck, van. 2, 8, 13, 79. + +Robben-eiland. 15, 38, 65, 79. + +Rondebos. 9. + +Roodezand. 11, 89. + +Ruilhandel. 29, 32, 33. + +Rijst. Zie koren. + +St. Pierre, Bernardin de. 41. + +Salarissen. 14, 21-25, 56, 83, 84. + +Saldanha-baai. 21. + +Schepen. 86. + +Schmit, George. 90. + +Simons, Cornelis Joan. 82. + +Simonsstad. 103. + +Sint Helena-baai. 18. + +Slaven. 6, 37, 40, 51, 64-84. + +Sparrman. 1, 15, 42, 44, (n.), 47, 48 (n.), 49, 50, 55, 81, 103. + +Sprinkhanenplaag. 60. + +Stavorinus. 61. + +Stel, S. en W. A. van der. 2, 4, 10, 25, 32, 46, 58, 59, 74, 81. + +Stellenbosch. 9, 10, 11, 12, 16, 21, 46, 50, 51, 60, 61, 63, 66, 67, +69, 74, 77, 95, 97, 100. + +Stichting der kolonie. 2. + +Straffen. 15, 16, 21, 34, 51, 68, 70, 74-78, 99. + +Swellendam. 11. + +Tabaksteelt. 18. + +Tafelbaai. 11, 21, 54, 66, 100, 101. + +Taillefer, Isaac. 58. + +Tas, Adam. 29, 31, 40, 53, 55, 60, 65 (n.), 71, 100. + +Theal. 4 (n.), 6-7 (n.), 9 (n.), 10, 21-22 (n.), 27 (n.), 34-35 (n.), +58 (n.), 75 (n.), 88 (n.), 90-91 (n.). + +Thomas, de jonge --. 18. + +Thunberg. 17 (n.), 39 (n.), 45 (n.), 51 (n.), 55, 61 (n.), 62, +64 (n.), 69 (n.), 71 (n.), 80. + +Tienden. 19, 31, 99, 100. + +Trotter, Mrs. 7 (n.), 18 (n.), 20 (n.), 21 (n.), 84. + +Tulbagh, Rijk. 103, 104. + +Vaillant, Le. 43 (n.), 45, 48 (n.), 89. + +Valentijn. 1, 9, 11, 19, 37, 38-39 (n.), 52, 54 (n.), 56 (n.), 60, 63, +67 (n.), 73, 84, 94, 95 (n.), 96, 99, 100 (n.). + +Valsche Baai. 21. + +Vechtkop. 62. + +Vee (-handel, -stapel, -teelt). 19, 32, 45, 53, 60, 80, 99, 100. + +Verbanning. 16. + +Verburg, Commissaris. 26 (n.). + +Verhouding tot Nederland. 35. + +Verkeer, onderling. 62, 65, 89, 90, 103. Zie ook: vermakelikheden. + +Vermakelikheden. 65, 66, 67, 68, 71, 72. + +Villiers, Abraham. 57. + +Voortrekkers. 11, 62. + +Wagenaar. 8. + +Wapenen. 61, 79. + +Watermeyer. 3, 9 (n.), 26, 30 (n.), 80. + +Waveren, land van --. 10. + +Weeskamer, wezen. 69, 94 vv., 98. + +Werkkrachten. Zie Slaven, salarissen, Chinezen. + +Wet, Mr. J. de. 88. + +Wetten. 93 vv. + +Winkels. 45, 46, 47, 63, 64. Zie ook: Handel. + +Wium, Pieter. 63. + +Wolhandel. 20, 58. + +Woningnood. Zie huizen. + +Wilde dieren. 60, 61, 62. + +Wijn (-bouw, -handel). 24, 32 vv., 54, 58, 99. + +Zegelrecht. 25, 99. + +Zijde-industrie. 57. + + + + + +-------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: »Ich belove en sweere | + | C: »Ick belove en sweere | + | B: als belasting Het spreekt vanzelf, | + | C: als belasting. Het spreekt vanzelf, | + | B: maatschappij te kunnen behoeve aangesteld, | + | C: maatschappij te hunnen behoeve aangesteld, | + | B: boeren kon den er dus onmogelik | + | C: boeren konden er dus onmogelik | + | B: zonder zwier; zomigen zelfs | + | C: zonder zwier; zommigen zelfs | + | B: Le Vaillant zegt: Al de meubelen | + | C: Le Vaillant zegt: »Al de meubelen | + | B: stierf waren: een swart ebbenhout | + | C: stierf waren: »een swart ebbenhout | + | B: gereden" [f] 12.-- | + | C: gereden" [f] 12.--. | + | B: ook al niet naar wens | + | C: ook al niet naar wens. | + | B: nauweliks bekend." | + | C: nauweliks bekend."[72] | + | B: een keten van kopere koralen" | + | C: een »keten van kopere koralen" | + | B: Kolbe. | + | C: [61] Kolbe. | + | B: Justitie op Batavia beroepen[84]. | + | C: Justitie op Batavia beroepen"[84]. | + | B: die onder van Plettenberg | + | C: die onder Van Plettenberg | + | B: S. MENDELSOHN, South-African Bibliography. | + | C: S. MENDELSSOHN, South-African Bibliography. | + | B: Barrow. 50 (n.), 85, 86 (n.). | + | C: Barrow. 50 (n.), 85, 85 (n.). | + | B: Bestuur. 29, 30, 93. vv. | + | C: Bestuur. 29, 30, 93 vv. | + | B: Dijk, Van. (Ziekentrooster) 91. | + | C: Dijk, van. (Ziekentrooster) 91. | + | B: Hendriksz. Jacob, 16. | + | C: Hendriksz., Jacob, 16. | + | B: Hugenoten. 9, 10, 12 (n.), | + | C: Hugenoten. 9, 10, 13 (n.), | + | B: Landbouwers, vrij -- 8. | + | C: Landbouwers, vrij --. 8. | + | B: 25 (n.), 27 (n.), 33-34 (n.), | + | C: 25 (n.), 27 (n.), 32-33 (n.), | + | B: Plettenberg. 104. | + | C: Plettenberg, van. 104. | + | B: 15, 42, 44, (n.) 47, 48 (n.), | + | C: 15, 42, 44, (n.), 47, 48 (n.), | + | B: Stichting der kolonie. 2 | + | C: Stichting der kolonie. 2. | + | B: 58 (n.), 75 (n.), 90-91 (n.). | + | C: 58 (n.), 75 (n.), 88 (n.), 90-91 (n.). | + | B: 18 (n.), 20 (n.), 21 (n.) | + | C: 18 (n.), 20 (n.), 21 (n.), 84. | + | B: Vee (handel-, -stapel, -teelt). | + | C: Vee (-handel, -stapel, -teelt). | + | B: Vermakelikheden. 65, 66, 67, 68, 71 72. | + | C: Vermakelikheden. 65, 66, 67, 68, 71, 72. | + | B: [Niet in Bron.] | + | C: Wijn (-bouw, -handel). 24, 32 vv., 54, 58, 99. | + | B: [Niet in Bron.] | + | C: Zegelrecht. 25, 99. | + | B: [Niet in Bron.] | + | C: Zijde-industrie. 57. | + | | + +-------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het huiselik en maatschappelik leven +van de Zuid-Afrikaner, by Foort Cornelis Dominicus + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HUISELIK EN MAATSCHAPPELIK *** + +***** This file should be named 30049-8.txt or 30049-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/3/0/0/4/30049/ + +Produced by André Engels and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
