summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/30049-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/30049-8.txt')
-rw-r--r--old/30049-8.txt4335
1 files changed, 4335 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/30049-8.txt b/old/30049-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..219520f
--- /dev/null
+++ b/old/30049-8.txt
@@ -0,0 +1,4335 @@
+The Project Gutenberg EBook of Het huiselik en maatschappelik leven van de
+Zuid-Afrikaner, by Foort Cornelis Dominicus
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het huiselik en maatschappelik leven van de Zuid-Afrikaner
+ in de eerste helft der 18de eeuw
+
+Author: Foort Cornelis Dominicus
+
+Release Date: September 21, 2009 [EBook #30049]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HUISELIK EN MAATSCHAPPELIK ***
+
+
+
+
+Produced by André Engels and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan |
+ | het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | De voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind |
+ | van het hoofdstuk. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | Deze zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens". |
+ | |
+ | De in het origineel als cursief weergegeven tekst is in dit |
+ | e-boek weergegeven als _cursief_. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ HET HUISELIK EN MAATSCHAPPELIK LEVEN
+
+ VAN DE
+
+ ZUID-AFRIKANER
+
+ IN DE EERSTE HELFT DER 18de EEUW
+
+ DOOR
+
+ F. C. DOMINICUS
+ ST. ANDREWS KOLLEGE, GRAHAMSTAD
+
+
+ 'S-GRAVENHAGE
+ MARTINUS NIJHOFF
+ 1919
+
+
+
+
+DIT WERK WERD IN 1917 BEKROOND DOOR DE ZUID-AFRIKAANSCHE AKADEMIE
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Blz.
+
+ HOOFDSTUK I. De Kolonie en zijn bewoners 1
+
+ HOOFDSTUK II. De Oostindiese Kompanjie en de
+ maatschappelike rechten der bewoners van de Kaap 13
+
+ HOOFDSTUK III. Het maatschappelik en huiselik
+ leven in engere zin 36
+
+ HOOFDSTUK IV. Bestuurslichamen en belastingen 93
+ Lijst van geraadpleegde werken 105
+ Register 107
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+DE KOLONIE EN ZIJN BEWONERS.
+
+ Quidquid delirant reges, plectuntur Achivi.
+
+
+Wanneer ik in de volgende bladzijden een en ander over het huiselik en
+maatschappelik leven van de Zuid-Afrikaner in de eerste helft der 18de
+eeuw wens neer te schrijven, dan zal het zeker in de allereerste
+plaats wenselik mogen geacht worden om duidelik te maken, wat men
+onder de term »Zuid-Afrikaner in de eerste helft van de 18de eeuw"
+verstaan moet.
+
+Ik begin dan met uit te sluiten de niet-blanke bewoners, daar zeker
+omtrent het merendeel van hen zeer weinig over hun huiselik en nog
+minder over hun maatschappelik leven zou kunnen gezegd worden.
+
+Wat we over hen beschreven vinden is zo vaak doorweven met allerlei
+fantastiese verhalen, dat het weinige, dat we er over zouden kunnen
+zeggen, zeer zeker volstrekt niet als histories kan beschouwd worden.
+
+Kolbe heeft ons zeer veel verhaald, maar aangezien zijn autoriteit wel
+wat wankel staat, zouden we bij andere schrijvers als Valentijn en
+Sparrman of bij de romantiese Le Vaillant ons licht moeten opsteken en
+op hun wijsheid is zo vaak volkomen toepasselik het woord van De
+Genestet:
+
+ »Wat ons de wijzen als waarheid verkonden,
+ Straks komt een wijzer, die 't wegredeneert."
+
+We zullen ons dus moeten bepalen tot een bespreking van de blanke
+bevolking van Zuid-Afrika in de eerste helft der achttiende eeuw.
+
+En dan moeten we tot recht begrip teruggaan tot de stichting van de
+volksplanting aan de Kaap.
+
+Toen de Heren Zeventien hadden ingezien, welk een uitstekende
+verversingsplaats de Tafelbaai zou kunnen worden en Van Riebeeck
+dientengevolge hier voet aan wal had gezet, werd de grond gelegd tot
+een zuiver hollandse kolonie. Maar dat stichten van een kolonie lag
+volstrekt niet in de bedoeling der Bewindhebbers.
+
+Hun maatschappij was een _handels_maatschappij in de eerste plaats en
+bij alles, wat ze ondernamen, hielden ze dat in 't oog. Vandaar dan
+ook, dat hier een kolonie is ontstaan, meer door de energie van mannen
+als Simon van der Stel en anderen, dan door de wil van de Heren
+Zeventien.
+
+Zolang de maatschappij voor haar schepen de nodige levensmiddelen en
+verversingen kon bekomen, kon het haar bitter weinig schelen, wat er
+verder gebeurde, als maar die gebeurtenissen haar niet dadelik of in
+afzienbare tijd enige verantwoordelikheid oplegden.
+
+Want de Verenigde Oost-Indiese Kompanjie had zich als voornaamste doel
+gesteld de grootst mogelike dividenden uit te keren onder het
+aanvaarden van de kleinst mogelike verantwoordelikheid.
+
+In dit licht nu moeten al haar handelingen, haar bepalingen, wetten en
+plakkaten beschouwd worden.
+
+De kolonisten zijn voor haar een noodzakelik kwaad. Zij heeft ze nodig
+als producenten, maar wenst ze dan ook niet veel hoger te stellen dan
+menselike machines, die juist zoveel brandstof mogen verbruiken als
+nodig is om aan den gang te blijven, doch ook niets meer.
+
+Als we dit in het oog houden, dan kan het ons niet verwonderen, dat,
+zooals rechter Watermeyer het uitdrukt, de Kaap door dit tirannieke
+systeem anderhalve eeuw van vooruitgang moest derven.
+
+Maar ook kan het dan geen verwondering wekken, dat de kolonisatie niet
+biezonder vlug ging. Er waren zo weinig redenen om Holland te verlaten
+bovendien.
+
+Holland was in die tijd in zijn grootste bloei-periode. Er was geen
+overbevolking en men kwam handen te kort. Waarom dan zou iemand de
+zekerheid van een goed bestaan laten varen om zich in een onzekere
+toekomst te wagen?
+
+Andere natieën wilde men zoveel mogelik uitsluiten, vooral de
+zeevarende en dus was er weinig kans voor de jonge kolonie om tot
+bloei te geraken.
+
+Een grote en machtige faktor moest wel aanwezig zijn om toch eindelik
+die kolonisatie te doen plaats hebben.
+
+De herroeping van het edikt van Nantes werd die beslissende faktor.
+
+De Heren Zeventien hebben voorzeker die stroom van franse
+vluchtelingen niet met genoegen Nederland zien binnenkomen, want het
+was duidelijk, dat voor hen allen geen plaats zou kunnen gevonden
+binnen de grenzen van het kleine Holland en dan zou natuurlik de
+eerste, die raad moest schaffen, de V. O. I. C. zijn.
+
+Want ze begrepen wel, dat ze aan de drang van het volksgeweten geen
+weerstand zouden kunnen bieden en dus hun bezittingen zouden moeten
+openstellen voor hen, die in korte tijd wellicht tot een gevaar voor
+de Kompanjie zouden worden.
+
+Het was dan ook slechts schoorvoetend, dat ze het besluit namen om de
+franse réfugiés een nieuw vaderland aan te bieden aan de Kaap.
+
+En omtrent twintig jaren later, toen er geen gevaar meer was van
+openbare afkeuring, trachtten ze goed te maken, wat zij misschien door
+hun vrijgevigheid in vroeger jaren mochten bedorven hebben.
+
+Op 22 Junie 1700 namelik besloten ze om wèl kolonisten naar de Kaap te
+sturen maar met de bijvoeging »mitsgaders zorg dragende en lettende
+dat het soo veel doenlijk is mogen zijn Nederlanders of onderdaanen
+van dese Staat of van Hoogduijtsche natien geen traficq ter zee
+doende, mitsgaders van de gereformeerde of Luyterse godsdienst, hun op
+de lantbouw of culture der wijnen verstaende, dogh geen franschen, de
+selve om redenen in voorn. als anders in 't geheel excuserende"[1].
+
+Maar ook dit besluit scheen hun nog te veel ruimte te laten voor 't
+insluipen van gevaarlike elementen, want dit werd ingetrokken op 26
+Okt. 1706, merkwaardig genoeg op dezelfde dag, waarop het besluit werd
+genomen tot de terugroeping van Van der Stel c. s.
+
+Begon de zucht naar vrijheid, die uit de petitie der burgers van de
+Kaap sprak, hen bevreesd te maken en dachten ze, dat een groeiend
+aantal kolonisten het steeds moeiliker zou maken de oude banden zo
+nauw te houden, als ze waren aangelegd?
+
+Het leek er wel veel op.
+
+Ofschoon door het toedoen van de Kamer van Middelburg het besluit op
+de volgende dag weer werd aangehouden, toch kon dit niet beletten, dat
+op 15 Juli 1707 de permissie tot het zenden van vrijlieden geheel werd
+ingetrokken.
+
+En terwijl de deur voor kolonisatie open was, had men steeds er voor
+gezorgd, dat men allen goed aan de band had, want van vrije
+kolonisatie in de zin, die wij tegenwoordig aan dat woord hechten, was
+allerminst sprake.
+
+Ieder, die wenste burger te worden aan de Kaap, moest de volgende eed
+afleggen:
+
+»Ick belove en sweere dat ick de Ho: Mo: Heeren Staten Generael der
+Vereenichte Nederlanden als onse hooghste en souvereijne overheyt, de
+Bewinthebberen van de Generale Geoctroyeerde Oost Indische Comp: in
+deselve landen, mitsgaders den Gouverneur Generael en de Raden in
+Indië en voorts alle Gouverneurs, Commandeurs, en Bevelhebberen, die
+geduyrende dese reyse te water, en voort te lande over ons sullen
+wesen gestelt, gehouw en getrouw sal wesen, dat ick alle wetten,
+placcaten, en ordonnantiën bij de Bewinthebberen voorn: ofte den
+Gouverneur Generael ende de Raden alrede gemaeckt off noch te maken
+getrouwelijck in alle pointen nae mijn vermogen sal onderhouden en
+naekomen en voort mij in alles soodaenich draegen en quijten als een
+goet en getrouw onderdaen schuldich en gehouden is te doen."
+
+Zij waren dus _onderdanen_ van de V. O. I. C. en dat was waarlik geen
+blote formule, zoals ik verder zal trachten duidelik te maken.
+
+In de School-Regulaties voor Slave-kinderen vinden we de volgende
+zinsnede:
+
+»De Heere God en het welvaren van de Hoog Edele Groot Achtbare Heeren
+Bewinthebberen van de Oost Indische Compagnie zij de hoogste wet"[2].
+
+Er wordt niet gesproken over het welvaren van het land of van de
+kolonisten. Geen woord ervan. Maar de Bewinthebberen zijn de personen
+aan wier welvaren als hoogste wet moet worden gedacht.
+
+Daar zou geen bezwaar tegen hebben kunnen bestaan, als maar altijd de
+belangen van de Kompanjie identiek waren geweest met die van de
+burgers.
+
+Dat was er echter verre vandaan. En de hele geschiedenis van de Kaap
+in hollandse handen, kan samengevat worden in de formule, die aan de
+slavenkinderen moest worden ingeprent: »Het welvaren der Compagnie zij
+de hoogste wet."
+
+Het is dan ook niet te verwonderen, dat de getallen van kolonisten,
+die van 1700 tot 1750 zich aan de Kaap vestigden zo buitengewoon laag
+zijn.
+
+Sedert 1707 was het uitzenden van vrije boeren afgeschaft, zoals we
+boven zagen en de vermeerdering van het getal der kolonisten
+geschiedde dan ook slechts door het uitgeven van brieven van
+burgerschap aan hen, die hun diensttijd als soldaat hadden voleindigd.
+
+Op deze manier kwamen de kolonisten a. h. w. druppelsgewijze in de
+kolonie. In de halve eeuw van 1700 tot 1750 vinden we behalve door
+geboorten, het aantal der kolonisten vermeerderd met 255 Duitsers, 166
+Nederlanders en 11 Fransen. Van onbekende nationaliteit kwamen er 65
+personen in die tijd en van verschillende andere nationaliteiten dan
+de drie bovengenoemde 38, zodat het gehele aantal der personen, die in
+een halve eeuw aankwamen, slechts 535 bedroeg[3]. Bij deze getallen
+moet verder nog in 't oog gehouden worden, dat in 1710 Mauritius door
+de Hollanders verlaten werd. De kolonisten van dat eiland kregen de
+keuze om naar Java of naar de Kaap te gaan. Negen gezinshoofden kozen
+toen de Kaap. Zij kwamen dus volstrekt niet aan de Kaap onder dezelfde
+omstandigheden als de anderen.
+
+Volgens een berekening van Theal uit de kerk-registers bestond in 1691
+de kaapse bevolking voor 2/3 uit Hollanders, voor 1/6 uit Fransen,
+voor 1/7 uit Duitsers en de rest van hen waren Zweden, Denen en
+anderen. En nooit in de gehele eerste helft van de achttiende eeuw of
+daarna hebben de Fransen meer dan 1/6 der bevolking uitgemaakt, de
+ambtenaren der V. O. I. C. inbegrepen. In 1700 bestond de bevolking
+uit 418 mannen, 222 vrouwen, 310 dochters en 295 zonen[4].
+
+Men ziet hieruit dus, dat de Heren Zeventien hun maatregelen zó hadden
+genomen, dat de réfugiés nooit een gevaar voor »het welvaren der
+Bewinthebberen" zouden worden.
+
+Om nog duideliker te maken, hoe de Kompanjie stond tegenover
+kolonisatie en hoe angstvallig ze haar rechten trachtte te verdedigen
+tegen elke vreemde inmenging, haal ik aan een brief, die de Zeventien
+op 20 November 1667 zonden aan de Commandeur. Het schijnt wel, zo zegt
+de missive, dat ze aan de Kaap de vreemdelingen eerder aanlokten dan
+afstootten. Ze behoorden een voorbeeld te nemen aan Portugal in
+Brazilië, dat zijn gasten een zeer onwelkome ontvangst gaf.
+
+Tegelijkertijd moest dan steeds, of het waar was of niet, opgegeven
+worden, dat schaarsheid en onvoldoende voorraad beletselen waren om
+vreemde schepen, die in de Baai kwamen, van wat dan ook te voorzien.
+
+Om aan te tonen, hoe ze tegenover de belangen der burgers stonden,
+haal ik uit een brief van Wagenaar het volgende aan: »Met betrekking
+tot de vrij-landbouwers of kaapse kolonisten moet ik opmerken, dat tot
+hier toe hun vrijheid en hun woonplaatsen hun geschonken werden _met
+geen andere bedoeling_ dan om te helpen in 't bebouwen van de grond en
+het vruchtbaar maken daarvan."
+
+Het schijnt wel, dat de eerste kolonisten met deze opvatting vrijwel
+tevreden waren, want al mocht al eens tegen van Riebeeck gezegd
+worden, dat ze niet »'s Compagnies slaven" waren, dit was toch nog
+geen teken van een algemeene geest van verzet.
+
+Dit werd echter anders, toen andere standen in de kolonie kwamen. En
+in dit opzicht brachten de Hugenoten een grote verandering. Zij waren
+niet aan de tyrannie van de franse koning ontvlucht om zich gewillig
+te begeven in die van de Heren Zeventien.
+
+Doch hun aantal was te gering om zich met veel sukses te kunnen
+verzetten, want het despotisme had te diep wortel geschoten en
+ofschoon het mooie woord vrij-landbouwers bleef bestaan, dat woord had
+absoluut de beteekenis verloren, die het in Europa had en de vrijheid
+was ver te zoeken.
+
+Wat hielp het echter of men murmureerde? Het trachten naar politieke
+rechten of het verzet tegen afpersingen bracht mee verbeurdverklaring
+van eigendommen, scheiding en verbanning naar Mauritius of een andere
+strafplaats[5].
+
+ * * * * *
+
+Nadat we nu in algemeene trekken die we in 't vervolg van deze
+verhandeling nader zullen uitwerken, hebben aangeduid, wie de
+kolonisten waren in 't begin der achttiende eeuw en in welke
+omstandigheden ze zich bevonden, willen we ook even nagaan wat we
+onder de Kaap-kolonie van die tijd moeten verstaan.
+
+Langzamerhand waren de pioniers uitgetrokken, de wildernis in, van het
+Kasteel weg. Maar vóór de komst der Hugenoten betekende dit vanzelf
+niet zo veel als daarna.
+
+De aankomst van zulk een aantal personen opeens moest natuurlik leiden
+tot het openen van nieuwe wegen en ontginnen van nieuwe landstreken.
+
+In 1657 waren reeds aan sommige van de ontslagen ambtenaren der
+Kompanjie kleine plaatsen bij Rondebos ter bebouwing gegeven. Zij
+werden de eerste kolonisten[6].
+
+Voor 't eind van 1679 had de eerste boer de ploeg in de grond gezet in
+Stellenbosch en in Mei 1680 volgden 8 families.
+
+In 1684 werd, volgens Valentijn, Draakestein met 80 gezinnen bevolkt.
+Het kreeg zijn naam naar de Heer Van Rheede, die toen juist op de
+komst was en bij wie Simon van der Stel klaarblijkelik in een goed
+blaadje wenste te komen.
+
+Theal geeft echter op, dat dit eerst in 1687 plaats had en niet door
+80 gezinnen, maar door 23 mensen, die na de kermis te Stellenbosch
+zich in Draakestein vestigden.
+
+Daar Valentijn niet altijd even juist is in zijn jaartallen, kunnen we
+veilig aannemen, dat 1687 het juiste jaar is.
+
+In Julie 1700 trokken enige kolonisten naar 't land van Waveren en
+werd daar een militaire post gevestigd, bestaande uit 1 korporaal en
+zes soldaten ter bescherming van die kolonisten tegen de Bosjesmannen.
+Gedurende 43 jaar is die post daar gebleven, wat wel bewijst, dat de
+kolonisatie, die kant uit tenminste, geen al te groote vorderingen
+maakte.
+
+In Des. 1711 werden de grenzen van het Kaap-distrikt bepaald als
+zijnde de Mosselbank- en Kuilsrivieren. Aan de andere zijde oefende de
+landdrost van Stellenbosch gezag uit, tot zoover als zich Europeanen
+hadden gevestigd. De stichting van Fransche Hoek en de Paarl vallen
+mede in de tijd van de komst der Hugenoten[7].
+
+Hier en daar waren militaire posten en enige kolonisten waren zelfs
+tot in Hottentots-Holland doorgedrongen.
+
+Vóór het jaar 1750 had de kolonie zich nog wat verder uitgebreid en
+we denken dan natuurlik allereerst aan de stichting van Swellendam,
+Zwartlandskerk en Roodezandskerk.
+
+Maar toch bestond de kolonie honderd jaar na de stichting slechts uit
+drie distrikten, die van de Kaap, Stellenbosch en Swellendam.
+
+Doch het sprak eigenlik vanzelf, dat dit zo moest wezen.
+
+De Zeventien waren zeer beslist gekant tegen uitbreiding der grenzen.
+Zo zelfs, dat in 1724 een wet werd gemaakt, waarbij werd bepaald, dat
+niemand zijn distrikt mocht verlaten zonder verlof van gouverneur of
+landdrost en heemraden en zelfs dan nog 50 rkd. moest betalen in de
+schatkist van het distrikt.
+
+Doch toen reeds zat de trekkersgeest de kolonisten in 't bloed. Want
+ze trokken zich er niets van aan, zodat in 1727 die wet maar weer werd
+herroepen, daar men ze toch niet kon toepassen.
+
+Kaapstad was vrij hard vooruitgegaan in huizenaantal.
+
+Valentijn zegt er van: »Wanneer ik in 't jaar 1685 hier quam, stonden
+er de huizen vrij ijdel en in vergelijking van nu (1714) zeer weinig.
+
+Ik heb er in de Tafelbaai in 't jaar 1714 omtrent 254, zoo groote als
+kleine zelf geteld, zonder deze en gene openbare gebouwen (gelijk het
+touwpakhuis en meer andere huizen der E. Maatschappij) hierbij te
+rekenen."
+
+Dampier verhaalt in zijn »Reizen" (Deel I) Hoofdstuk 19, dat er in
+1691 nog maar 50 of 60 huizen stonden in Kaapstad. Ze waren gebouwd
+van steen, die in een steengroeve er dichtbij werd gehakt.
+
+De stad was in 1700 nog niet zeer uitgestrekt. Aan de ene kant kwam ze
+maar tot aan de tegenwoordige Burgstraat en aan de andere kant tot de
+Pleinstraat. De tuinen van de Compagnie strekten zich uit tot aan de
+Kortmarkt Straat.
+
+De voornaamste straten waren toen de Herengracht (tans Adderley
+straat), de Keizersgracht (tans Darling straat), de Burgstraat en de
+Bergstraat (tans St. George straat).
+
+Deze 4 brede rechte straten waren volgens Valentijn (blz. 13) »112
+treden lang en 15 treden breedt."
+
+Van de dwarsstraten was er één »350 treden lang en 25 treden breedt".
+De andere waren de helft smaller.
+
+Hij spreekt echter nog steeds van het »vlek" in 1714.
+
+Van Stellenbosch deelt dezelfde schrijver ons mee, dat er in 1705 nog
+maar 13 of 14 huizen stonden in het dorp zelf.
+
+In deze vrij oppervlakkige beschouwingen heb ik trachten duidelik te
+maken wie de Zuid-Afrikaners in het begin der achttiende eeuw waren en
+wat de term Kaap-kolonie, toegepast op die tijd, beteekent.
+
+In een volgend hoofdstuk wens ik na te gaan, wat we te verstaan hebben
+door de »Oost-Indische Compagnie" en hoe zij het land bestuurde.
+
+VOETNOTEN:
+
+[1] Theal, Bel. Hist. Dok. III.
+
+[2] Theal, Chronicles of Cape Comm. pag. 331.
+
+[3] Theal, Hist. of S. A. II pag. 325.
+
+[4] Mrs. Trotter, Old Cape-Colony.
+
+[5] E. B. Watermeyer, Three lectures.
+
+[6] Theal, Gesch. v. Z. A. pag. 31.
+
+[7] In 1697 zond Van der Stel ongeveer 30 personen uit Stellenbosch en
+Draakestein naar de Wagenmakers-vallei ten N. van Paarl. Zij vormden
+de kern van het tegenwoordige Wellington.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE OOSTINDIESE KOMPANJIE EN DE MAATSCHAPPELIKE RECHTEN DER BEWONERS
+VAN DE KAAP.
+
+
+Het oktrooi, dat in 1602 aan de Oost-Indiese Kompanjie werd gegeven,
+hield o. a. in, dat zij het recht zou hebben traktaten te sluiten met
+de indiese regeringen, forten te bouwen en civiele en militaire
+beambten aan te stellen. Ze was dus een soort van staat in de Staat.
+Een kleine republiek in de Republiek der Verenigde Provincieën.
+
+Daarin lag haar kracht en haar zwakheid. Maar ondanks de grote
+gebreken, die het stelsel aankleefden, is zij tot schade der bewoners
+van de Kaap blijven bestaan tot aan de eerste inbezitneming door de
+Engelsen in 1795.
+
+Zij, die hier met Van Riebeeck aankwamen, waren allen ambtenaren van
+de Kompanjie. Zij hadden een kontrakt aangegaan voor de tijd van vijf
+jaar[8]. Na die tijd konden ze door middel van een »vrijbrief" hun
+ontslag krijgen. Dan waren zij ook vrij om handel te gaan drijven,
+voor zover de wetten en plakkaten der Kompanjie dat toelieten.
+
+Maar die vrijheid was slechts voorwaardelik. Want de Kompanjie behield
+zich het recht voor »omme hun ten allen tijden wanneer benodigt ofte
+zijn gedrag niet betamelijk weesen mogen wederom in dienst te nemen."
+Ook mochten de vrijlieden een handwerk kiezen, maar geen ander nemen,
+voor ze daartoe verlof hadden gekregen van de Raad. (Antwoord op
+petitie van Johan Hendrik Gans 5 Sept. 1780).
+
+Het recht van terugneming in haar dienst strekte zich zelfs uit over
+de kinderen van zo'n man.
+
+De lagere ambtenaren van de maatschappij werden op de volgende wijze
+uitbetaald: 1/4 van hun loon kregen ze in handen in Indië, 1/4 werd
+hun uitbetaald in klederen en de andere helft werd hun eerst gegeven,
+als ze weer in Nederland terug kwamen.
+
+Volgens de »Artikel Brief", een wet, waaraan de ambtenaren zich hadden
+te houden, was het hun verboden dobbelstenen of speelkaarten mede aan
+boord te brengen of die daar zelf te maken.
+
+Het was dan ook wel nodig om strenge bepalingen te maken ten opzichte
+van haar ambtenaren, in 't biezonder met betrekking tot haar
+schepelingen. Want de manier, waarop ze verkregen werden, strekte er
+vaak niet toe om ze onderdanig of gewillig te maken. Men had in de
+grote steden, vooral Amsterdam, de z.g. »zielverkopers", die trachtten
+op allerlei manieren manschappen voor de Kompanjie te krijgen. Een van
+de meest gewone manieren was het pressen van vreemdelingen.
+
+Wanneer één van deze ongelukkigen in Amsterdam kwam, belandde hij vaak
+bij gebrek aan geld in een van de mindere soorten zeemansherbergen.
+
+Zeer vaak gebeurde het, dat men hem hier dronken maakte of op andere
+manier hem overweldigde en hem dan zonder verwijl op een gereedliggend
+schip bracht. Op deze manier zijn honderden vreemdelingen geprest in
+de dienst van de Kompanjie.
+
+Sparrman vertelt, dat dit zelfs soms gebeurde met zonen van
+hooggeplaatste lieden, welke dan als gewoon soldaat tegen een loon van
+9 gulden 's maands op de vloot terecht kwamen.
+
+Zelden of nooit kwamen de bloedverwanten dezer jongelui daarvan iets
+te weten. Want een brievepost bestond niet, evenmin in de Kolonie zelf
+als overzee. Als men een brief wilde verzenden, kon men trachten goede
+vrienden te worden met een schipper, die dan de brief meenam, maar ook
+dat was niet gemakkelik, want niemand mocht brieven schrijven naar
+Holland over oorlog, handel en andere belangrijke zaken dan aan de
+Heren Zeventien.
+
+Onder die belangrijke zaken kon de regering van de Kaap natuurlik zo
+ongeveer rekenen, wat ze zelf wilde en daarom was het voor een
+schipper altijd min of meer gewaagd een brief van een vreemdeling mee
+te nemen. Te meer, daar de Kompanjie geheel volgens de manieren van
+haar tijd niet karig was met straffen. Als men het »Journal" van
+Leibbrandt doorleest (1699-1732) staat men verbaasd, hoe op de duur
+nog iemand zonder brandmerk in Kaapstad rondliep. Het getal straffen
+is eenvoudig legio. En ofschoon de slaven er gewoonlik het slechtst
+afkwamen, is het aantal straffen, die aan blanken werden voltrokken,
+ook reusachtig groot.
+
+Robben-eiland was tamelik dichtbij Kaapstad en de reis daarheen heeft
+menigeen moeten doen zonder een kans om gauw weer terug te komen. Zo
+lezen we b.v. dat op 9 Des. 1700 een ambtenaar van de Kompanjie werd
+gevonnist. Hij was blijkbaar het dienen moe geworden en had de
+vrijheid genomen om het binnenland in te gaan. Daar had hij 9 maanden
+lang in Draakestein geleefd, alsof hij zelf een burger was. Voor dit
+uitstapje werd hij gegeseld en moest een jaar lang in de boeien
+dwangarbeid verrichten[9].
+
+Op 11 Maart 1706 werd besloten om nu en dan eens wat opruiming te
+houden onder de ongehuwden en luiaards in de stad en daarbuiten.
+Speciaal zij, die zich ook in andere opzichten misdroegen, zouden dan
+worden gevangen genomen en om het land te zuiveren, zouden ze per
+eerste gelegenheid naar Indië worden gezonden als soldaat tegen 9 gld.
+per maand[9].
+
+Dat de Zeventien volstrekt niet erg kieskeurig waren in de keuze van
+hun ambtenaren blijkt b.v. ook uit wat we lezen van een vonnis op 28
+Febr. 1710.
+
+Jacob Hendriksz., ex-burger van Stellenbosch, werd verbannen naar
+Robben-eiland, doch slechts tot aan het vertrek der vloot, want, omdat
+hij vrouw en kind had, zou hij in dienst genomen worden als soldaat en
+met z'n familie naar Ceylon worden gezonden[9].
+
+Het mooie van deze »medelijdende" daad was, dat natuurlik de Kompanjie
+er ook door gebaat werd.
+
+Het kan ons dan ook geenszins verwonderen aan de andere kant, dat op
+30 Junie 1731 de telling van de ambtenaren der Kompanjie aantoonde,
+dat er van 1000 man 56 veroordeelden en 20 gekommandeerden op
+Robbeneiland waren. Dat is ruim 7-1/2 percent. De staat van gezondheid
+gaf aan dat er 170 man in 't Hospitaal lagen[10].
+
+De telling in 1732 bracht aan 't licht dat van de 1016 ambtenaren er
+50 veroordeelden en 17 Gekommandeerden op Robbeneiland waren.
+
+Zo weinig waren zij in tel, die in dienst der Kompanjie stonden, dat
+men zelfs geen eerbied had voor de heiligheid van de nalatenschap der
+zeelieden en matrozen.
+
+Als een van hen aan de Kaap stierf, werden zijn bezittingen verkocht
+om de onkosten van de begrafenis enz. te bestrijden. Dat werd
+gewoonlik zó gedaan, dat het zelden gebeurde, dat er iets van
+betekenis aan de bloedverwanten in Europa kon gestuurd worden[11].
+
+Uit deze enkele gegevens heeft men reeds kunnen opmaken, dat mijn
+oordeel over het bewind der Oost-Indiese Kompanjie niet al te gunstig
+is. En nu weet ik wel, dat men ze verdedigt door te zeggen, dat ze in
+geen enkel opzicht slechter was dan andere Handelsmaatschappijen van
+haar tijd.
+
+Dit mag waar wezen. Het ligt natuurlik buiten het bestek van deze
+verhandeling om dit te verdedigen of te bestrijden. Daar ik slechts
+aan te geven heb in hoeverre de daden der Kompanjie het maatschappelik
+leven der kaapse burgers raakten, wil ik met een aantal feiten
+duidelik maken, wat die Kompanjie dan wel deed en welke fouten haar
+aankleefden, zonder daarbij na te gaan of ze slechter of beter was dan
+andere van haar tijdgenoten.
+
+In de allereerste plaats moet ik wijzen op de eigenbaat, die uit
+zoveel van haar handelingen blijkt en op het schromelike egoïsme,
+waarmee ze haar ambtenaren (tot haar eigen voordeel) wenste te
+doordringen, een egoïsme, dat natuurlijk echter ook zeer sterk tot
+uiting kwam, waar het de belangen van die ambtenaren _zelf_ gold,
+zelfs waar die in strijd waren met de belangen van de Kompanjie.
+
+Op de 30ste Desember 1731 was er een schip gestrand in de St.
+Helena-baai. Zij, die daar op een post dichtbij waren, kregen bevel om
+alle mogelike hulp te geven aan de schipbreukelingen, maar met de
+uitdrukkelike bepaling erbij, dat dit alleen mocht geschieden, als het
+gestrande schip er een van de Kompanjie was.
+
+Waren het vreemdelingen, dan konden ze verdrinken, daar bemoeide de
+V. O. I.-C. zich niet mee.
+
+De geschiedenis van »De Jonge Thomas" is te bekend, dan dat ik
+daarover zou behoeven te spreken. En hier gold het nogal haar eigen
+landgenoten en dienaren. Maar haar koopwaren waren meer waard dan de
+levens van haar matrozen.
+
+Onder Van der Stel de Oudere werd de tabaksteelt streng verboden aan
+de kolonisten, omdat zij door die teelt het monopolie der Kompanjie
+zouden kunnen benadelen. Dat door veranderde omstandigheden die teelt
+later werd toegestaan, doet natuurlik niets aan het feit af.
+
+Niet alleen het monopolie van de tabak had de Kompanjie, maar ze
+ontzag zich niet om grof geld te verdienen aan de verkoop van
+»Dagga"[12] aan de Hottentotten, die daardoor nog dieper zonken.
+
+In 1699 werd de veehandel opengesteld voor de burgers op voorwaarde,
+dat zij dan trekossen zouden leveren aan de Kompanjie voor 10-1/2
+gulden per stuk, een zeer lage prijs.
+
+Toen in 1743 uit Indië bericht kwam, dat de prijs van 't koren, dat
+aan de Kompanjie werd geleverd, moest verlaagd worden tot zeven
+gulden, lokte dit natuurlik protesten uit, want de kostprijs was voor
+de burgers in 't beste seizoen reeds over de zes gulden. Eerst toen
+men zag, dat men zich een groot nadeel zou berokkenen, door dit
+besluit te willen doordrijven, werd de prijs weer op acht gulden
+teruggebracht.
+
+Valentijn vertelt, dat in zijn tijd een mud tarwe van 180 of 190 pond
+door de Kompanjie werd gekocht voor 8-1/2 gulden en een mud rogge voor
+7-1/2 gulden. Maar de bakkers betaalden in dezelfde tijd
+respektievelik 15 en 12 gulden.
+
+Dat wordt verteld door de grootste verdediger van al wat de Kompanjie
+aanging, die ooit heeft bestaan.
+
+Daaruit blijkt dus, dat men dit als een zeer gewoon en natuurlik
+verschijnsel beschouwde.
+
+Dezelfde schrijver verhaalt, dat de Kompanjie ook tienden eiste van 't
+hooi en dat dit behoorlik aan de stallen van de Maatschappij moest
+worden afgeleverd.
+
+Ze verhandelde, zegt hij, elk jaar voor 300.000 gulden koopwaren,
+waarop zij 75 percent won.
+
+Nooit is het misschien openhartiger gezegd dan door d'Ableing, wat het
+doel der maatschappij was en waartoe haar ambtenaren moesten dienen.
+
+De plicht van de ambtenaren is, zo zegt hij, de profijten der
+Kompanjie te vermeerderen.
+
+Dat hij dit in de praktijk zeer breed opvatte, blijkt uit het
+volgende:
+
+Hij had een grote hoeveelheid onverkoopbare tabak en hij schreef nu
+aan de landdrost van Stellenbosch, dat deze moest trachten, die te
+ruilen tegen tarwe bij de boeren[13]. Als die maar dom genoeg waren om
+toe te happen, dan was het geweten van de eerste dienaar van de
+Kompanjie ruim genoeg om daar tevreden mee te zijn niet alleen, maar
+zelfs om er behagen in te scheppen.
+
+Op 7 Maart 1699 schreven de Heren Zeventien aan de Goeverneur, dat ze
+meenden, dat hij wel wol zou kunnen kopen voor 4 stuivers per pond en
+die zouden zij dan in Europa voor 18 stuivers van de hand doen. Ze
+wilden ongeveer van 1000 tot 1500 pond hebben[14]. Winsten van 350
+percent behaald op produkten van hun eigen landgenoten en kolonisten
+schenen ze dus niet meer dan natuurlik te vinden.
+
+Maar ze zorgden aan de andere kant wel, dat de burgers geen kans
+hadden om op hun beurt ook de Kompanjie te plukken, als ze er werk
+voor te verrichten hadden.
+
+De prijs van alles stond vast. Tot zelfs de betaling voor het zetten
+van een nieuwe spaak in een wiel was nauwkeurig bepaald.
+
+Geen wagenmaker of smid had ook maar de geringste kans om iets meer te
+nemen dan de Kompanjie hem wenste te gunnen.
+
+Michiel Otto van Hottentots-Holland vroeg in 1744 om koren te mogen
+malen met zijn eigen molen voor zijn eigen gebruik, daar hij zover van
+de molen van de Kompanjie af woonde[15]. Dit werd toegestaan, maar
+alleen op konditie, dat hij aan de molenaar van Stellenbosch evenveel
+zou betalen, alsof zijn koren dààr was gemalen. En deze permissie zou
+niet als precedent mogen dienen.
+
+Het vissen was alleen toegestaan in de Tafelbaai en in de Valse Baai.
+
+Eindelik werd in 1718 ook de visserij toegestaan in de Saldanha-baai,
+maar op voorwaarde, dat één vijfde deel der gedroogde vis zou betaald
+worden als belasting. Het spreekt vanzelf, dat niemand ooit van dit
+»voorrecht" gebruik heeft gemaakt.
+
+Ten laatste deel ik als merkwaardigheid mee, dat het begraven van
+misdadigers met de ketenen, waaraan ze geklonken waren geweest, door
+de Kompanjie werd afgeschaft, niet, omdat het als te barbaars of als
+nutteloos werd beschouwd, maar omdat het te duur was[16].
+
+Een tweede grote fout der Kompanjie was, dat ze haar ambtenaren niet
+behoorlik betaalde.
+
+En van beide verkeerdheden, zowel van het egoïsme van de Maatschappij
+tegenover de burgers als tegenover haar eigen ambtenaren, werden de
+burgers per slot van rekening de dupe, want de ambtenaren hadden
+Nederland niet verlaten om armoede te lijden, integendeel, en daarom,
+als de maatschappij hen niet betaalde, dan zouden zij zich zelf wel
+schadeloos stellen.
+
+Valentijn verhaalt, dat in 1710 de Goeverneur een traktement had van
+[f] 2400 waarbij kwam [f] 900 kostgeld. En hij voegt er dan bij, dat
+de Kompanjie hem zoveel verschillende voordelen schonk, dat hij zijn
+gehele inkomen wel op 9300 gulden schatte.
+
+Maar.... Valentijn was de vriend en verdediger der V. O. I. C. en zijn
+schatting lijkt wel wat al te ruim.
+
+Te meer, daar volgens Theal het salaris van zulk een hoge ambtenaar
+als de Fiskaal Independent in 1689 slechts [f] 1200 bedroeg.
+
+Dit was echter zeer zeker veel te weinig, omdat hij daardoor niet vrij
+genoeg tegenover anderen kon staan. En niet alleen dat, maar het
+bracht hem voortdurend in de verzoeking om onrechtvaardig te zijn in
+zijn eigen voordeel. Want hij had het recht om 1/3 der opgelegde
+boeten als zijn eigendom te beschouwen. Het zou dus slechts een zeer
+menselik gebrek zijn, als die boeten soms wat hoger werden dan met de
+billikheid tegenover de burgers strookte. Bovendien mocht hij voor
+verschillende diensten betaling eisen en had een zeer uitgebreide
+macht, zodat hij zeer zeker wel een man was, die men door geld of
+geschenken goedgunstig zou trachten te stemmen.
+
+In 1727 was Jan de La Fontaine het kleingeestige plagen van goeverneur
+Noodt zo moe geworden, dat hij ontslag vroeg. De Heren Zeventien gaven
+hem dat echter niet, maar verhoogden zijn salaris van 80 gulden tot
+120 gulden per maand[17].
+
+En hij was op dat ogenblik de secunde, de tweede persoon in de
+kolonie.
+
+Het is voorwaar geen wonder, dat de ambtenaren hun best deden om er
+met handel wat bij te verdienen. Zo duidelik was dit, dat zelfs de
+Heren Zeventien het soms moesten merken en nu en dan een oogje
+toedrukten.
+
+Voor het ogenblik zij het voldoende te zeggen, dat toen eindelik ten
+gevolge van de drang der burgers de Heren Zeventien genoodzaakt waren
+het bezit van landerijen en het handelen aan haar dienaren geheel te
+verbieden, er een andere weg op moest gevonden worden om het tekort in
+hun salarissen goed te maken.
+
+Als altijd waren natuurlik de burgers degenen, die 't gelag moesten
+betalen. Ik zal dit hieronder nader aantonen.
+
+Maar eerst wil ik uit de Archieven van de Kaap nog iets aanhalen, dat
+een levendig licht werpt op de salariskwestie van de ambtenaren.
+
+De maatschappij had in haar dienst 16 jonge klerken, maar eerst geen
+kosthuishouder, door de maatschappij te hunnen behoeve aangesteld,
+zoals dit in Indië de gewoonte was.
+
+Deze jongelui moesten dan zelf maar kosthuizen vinden. Doch de som,
+die hun daartoe werd gegeven, was zo klein, dat ze vaak niets te eten
+hadden dan droog brood en water. Eindelik werd een kosthuishouder
+aangesteld, die hun 2 keer per dag een maal moest verschaffen, 's
+morgens om elf uur en 's avonds om zes uur. Hij moest zijn tafel van
+goed en voedzaam burgervoedsel voorzien en minstens drie keer per week
+schape- of rundvlees opdissen.
+
+Dit was al een hele stap vooruit, maar de andere beperkende
+bepalingen, die omtrent die maaltijden gemaakt werden, waren zodanig,
+dat zeker al de jongelui liever zelf een keuze zouden gedaan hebben
+uit de kosthuizen in de stad, dan op kosten van de maatschappij te
+eten. Maar hun salaris liet hun dat niet toe.
+
+De getrouwde ambtenaren konden van dit kosthuis niet profiteren en
+daarom werd dit door hen op een andere manier goedgemaakt.
+
+In 1722 werd bepaald, dat de ambtenaren wel tuinen voor eigen gebruik
+mochten hebben, maar die mochten niet groter zijn dan 2 morgen. Reeds
+sedert 1668 had men op hetzelfde aambeeld gehamerd, maar het scheen
+niet veel te helpen, want nieuwe wetten komen telkens om de oude wat
+te verscherpen of het geheugen van de mensen in dit opzicht weer eens
+op te frissen.
+
+Doch men deed meer in 1722. De handel, die de ambtenaren in
+verschillende artikelen hadden mogen drijven, werd nu onwettig
+verklaard en als schadeloosstelling werden bepaalde sommen
+vastgesteld, die men van de burgers bij sommige gelegenheden mocht
+eisen.
+
+Voor iedere legger wijn (± 5-3/4 H.L.) die de burger aan de Kompanjie
+verkocht, kreeg hij nominaal [f] 96, maar dat bedrag kwam hem nooit in
+handen.
+
+Om te beginnen ging er 25 gulden af voor de goeverneur en de secunde,
+die dat in verhouding van 2 tot 1 samen verdeelden. De lagere
+ambtenaren kregen dan ook hun percenten, zodat de burger eindelik van
+de nominale [f] 96 maar [f] 63-1/2 gld. in handen kreeg.
+
+Officiële dokumenten kostten de burgers veel geld en elk jaar werden
+die bedragen hoger.
+
+Omstreeks 1750 kostte een bewijs van ontslag uit de dienst van de
+Kompagnie b.v. 3 rkd. aan zegelrecht en de sekretaris van de Politieke
+Raad kreeg 10 rkd. voor het in orde maken van dat dokument.
+
+Dit was tenminste nog geen bedrog. Maar erger werd het, als de
+ambtenaren op hun eigen houtje middelen gingen vinden om zich te
+verrijken.
+
+De beambten der graanpakhuizen b.v. hadden een zeer eenvoudig middel
+bedacht om op alle leveranties 4 percent te verdienen. Ze rekenden bij
+door hen gedane betalingen 1 kaapse gulden op 16-2/3 stuiver maar bij
+betaling aan hen door de burgers rekenden ze de kaapse gulden altijd
+op 16 stuivers.
+
+Dat verschil verdween in hun zakken.
+
+De geautoriseerde wijnverkopers, die een hoge pacht voor die
+autorisatie aan de Kompanjie betaalden, deden hun best om hun winst
+groter of om verliezen goed te maken op een manier, die ook niet
+anders dan bedrog kan genoemd worden.
+
+Ze maakten het regel, 't geld, waarmee men hun betaalde, voor 17 tot
+20 percent onder de waarde aan te nemen. Nadat dit een tijd geduurd
+had, werd de waarde, waarvoor de verschillende munten moesten
+aangenomen worden, wel vastgesteld, maar vóór die tijd waren zeker
+reeds velen de dupe van deze praktijken geworden[18].
+
+De grote fout van de ambtenaren aan de Kaap in 't algemeen was, dat ze
+deze kolonie eenvoudig beschouwden als een doorgangshuis naar een
+betere betrekking en Simon van der Stel komt de eer toe de eerste te
+zijn geweest bij wie dat gevoel niet aanwezig was.
+
+Na de uitwerking dezer twee punten, waarbij ik de voornaamste fouten
+van de Kompanjie heb trachten in het licht te stellen, zal het geen
+verwondering wekken, dat de burgers niet biezonder tevreden konden
+wezen over de staat van zaken in de Kolonie.
+
+»De naam »vrije burger" was volkomen verkeerd. De eerste burgers waren
+inderdaad slechts veranderd van betaalde in onbetaalde dienaren der
+maatschappij. Zij dachten, dat ze, door hun ontslag te krijgen, hun
+positie veel verbeterd hadden, maar spoedig ontdekten ze, dat het
+tegengestelde waar was.
+
+En van deze tijd af aan tot aan het eind der achttiende eeuw vinden we
+de voortdurend herhaalde en welgegronde klacht, dat de Kompanjie en
+haar ambtenaren ieder voordeel bezaten, terwijl de vrijheden zelfs
+niet de vruchten van hun eigen arbeid mochten genieten. Handel met de
+inboorlingen, eerst toegelaten onder strenge voorwaarden, werd spoedig
+verboden, opdat daardoor niet de prijzen te hoog zouden worden voor de
+Kompanjie als zij wenste te kopen"[19].
+
+Een beoordeelaar van de toestand der burgers, zegt in 1672 al:
+
+De hollandse kolonisten dragen de naam vrije mannen, maar zij worden
+zó in allerlei dingen belemmerd, dat de afwezigheid van vrijheid maar
+al te duidelik is. De wetten zijn zo streng, dat het onmogelik is, de
+boeten en straffen, daarin bepaald, toe te passen, zonder de volkomen
+ondergang der burgers te veroorzaken[20].
+
+Een korte en krachtige karakteristiek geeft Watermeyer t. a. p. waar
+hij zegt:
+
+»In alle politieke zaken was de V. O. I. C. zuiver despoties; in alle
+kommerciële zaken zuiver monopolisties".
+
+Reeds in de eenvoudigste zaken was de Kompanjie begonnen monopolisties
+op te treden. Onder Van Riebeeck b.v. was ze zelfs zo ver gegaan om
+twee burgers aan te stellen, die 't uitsluitend recht hadden wild te
+schieten en te verkopen. Eerst toen deze twee een ongeregeld leven
+begonnen te leiden en daardoor het benoodigde wild niet altijd
+verkrijgbaar was, werd aan alle vrijburgers het recht gegeven om voor
+eigen konsumptie te schieten[21].
+
+Toen men in 't jaar 1708 zóveel koren had, dat men er geen raad mee
+wist, weigerde het goevernement eenvoudig verder tarwe en rogge te
+ontvangen[22]. De boeren moesten die nu maar gebruiken als voedsel
+voor de slaven of als veevoeder. Een verzoek om er brandewijn van te
+mogen stoken, werd niet toegestaan, aangezien dit de belangen der
+Kompanjie zou kunnen benadelen.
+
+De ellendige laksheid, die zich in de politiek van de Staat zo
+duidelik toonde in de onderhandelingen met barbarijse zeerovers,
+vertoonde zich eveneens in de koloniën.
+
+De Bosjesmannen hadden b.v. van 1728 tot 1731 en ook weer in 1738
+verschillende rooftochten gedaan. De Politieke Raad, de landdrost en
+de Raad van Militie trachtten toen...... een vriendelike overeenkomst
+aan te gaan met de Bosjesmannen en hen door geschenken er toe te
+brengen hun tochten niet meer te herhalen.
+
+De geschiedenis, van de tochten der Noormannen af tot op de tijd,
+waarvan ik hier spreek, had hun niets geleerd. Zulke politiek moet
+schipbreuk lijden, omdat de grondslagen ervan absoluut ondeugdelik
+zijn.
+
+Het spreekt dan ook wel vanzelf, dat de boeren daarin geen vertrouwen
+stelden en dat er in 1739 een grote paniek ontstond, die ontaardde in
+een algemene vlucht naar de Kaap.
+
+Toen eerst begon men handelend op te treden. Maar de wijze van
+optreden is weer zo echt die van de Kompanjie, die wel wat doen wou
+voor de kolonisten, als 't maar niet veel kostte.
+
+De deelnemers aan de opstand van Estienne Barbier liepen nog
+ongestraft rond. Het volk voelde veel sympathie voor deze
+opstandelingen en dus ging het niet gemakkelik hen in handen te
+krijgen.
+
+Het Goevernement kreeg tans een gelegenheid om zich uit twee lastige
+gevallen tegelijkertijd te redden en bovendien nog voor zeer
+grootmoedig door te gaan.
+
+Aan alle deelnemers aan bovengenoemde opstand werd een volledige
+vergiffenis geschonken, _als ze dadelik zich aanmeldden om te helpen
+de Bosjesmannen te bestrijden_. Dit geschiedde en zo was de Kompanjie
+weer uit de nood.
+
+Als soms de Kompanjie nu en dan inzag, dat er iets moest gedaan worden
+om de kolonisten te helpen, ging dit helpen zo langzaam, dat het te
+laat was als de hulp kwam.
+
+Daar er zoveel arme blanken waren in de kolonie tengevolge van de
+vreselike jaren 1713 tot 1716, vroegen de Burgerraden op 18 Julie 1719
+om vrije handel te mogen drijven op Madagascar en de Mascarenen. Zij
+zouden de fabrieksgoederen van de Kompanjie kopen en die op de
+eilanden, waarmee ze wilden handelen, ruilen voor slaven, ivoor,
+stofgoud, enz. Ze wilden eveneens uit- en invoerrechten betalen en
+meenden niet ten onrechte, dat er op die manier ook nog heel wat
+voordelen zouden te behalen zijn voor de Kompanjie.
+
+Maar--dat was tornen aan het monopolie. Daarom aarzelden de Heren
+Zeventien.
+
+Eindelik in 1732, dat was dus 13 jaar, nadat het verzoek gedaan was,
+werd het toegestaan. Maar 't spreekt vanzelf, dat het nu te laat was.
+De mensen, die zich voor deze zaak geïnteresseerd hadden, waren òf
+dood òf ze hadden hun geld op een andere manier belegd.
+
+En nu is 't wel waar, dat de Burgers van de Kaap 't recht hadden om
+zich op de autoriteiten van Batavia te beroepen en te trachten, ook in
+geval van vermeende onrechtvaardige behandeling, daar recht te zoeken,
+maar dat dorsten ze natuurlik niet doen. Want het zou hun ondergang
+geweest zijn. De Goeverneur en de Grote Politieke Raad hadden de
+funkties van Uitvoerend en Wetgevend Lichaam te gelijk. Bovendien
+vormden ze 't Hoogste Gerechtshof. Ze konden dus gemakkelik iedere
+daad een misdaad noemen en die misdaad straffen zonder enige controle
+of zonder dat iemand het hun kon beletten.
+
+Het geval met Adam Tas c.s. leert duidelik genoeg, hoe lang iemand
+onrechtvaardig in de gevangenis kon gehouden worden. Later kon zo'n
+vonnis herroepen worden, maar dan was vaak het onrecht niet meer te
+herstellen.
+
+Het is eigenlik een wonder, dat er in 1706 geen hoofden gevallen zijn
+en wanneer dat gebeurd was, had geen straf aan Van der Stel, hoe zwaar
+ook, dit kunnen goed maken.
+
+In 1779, dus zelfs nog veel later dan de periode, waarover wij
+spreken, werd door de burgers een petitie ingezonden, waarin zij
+vroegen om op de hoogte gesteld te worden van de bestaande wetten of
+van de indiese statuten en algemene wetten in Holland. Ze vroegen ook
+om authentieke afschriften van plakkaten en ordonnanties, betrekking
+hebbende op de Kaap of nog liever zouden ze hebben, dat er een drukker
+werd aangesteld om de burgers in staat te stellen kopiën te krijgen
+van bestaande wetten, opdat ze niet langer mochten blootstaan aan de
+willekeur van Fiskaal en Landdrost[23].
+
+Waar dit zo stond in 1779, hoeft men niet te vragen, hoe de toestand
+was gedurende de gehele eerste helft van de achttiende eeuw. Natuurlik
+eerder slechter dan beter. En de Fiskaal Boers, nog wat later,
+schrijft in zijn verantwoording op pag. 43:
+
+Het zou een grote fout wezen te menen, dat er gelijkheid van rechten
+kan bestaan tussen de burgers hier en die van de Verenigde
+Provincieën. _Zij_ hebben gestreden voor hun vrijheid en de burgers
+hier hebben die eenvoudig ontvangen _als een genadegift_.
+
+De manier, waarop de Kompanjie de burgers behandelde, als 't op de
+aankoop van hun produkten of op de heffing van belastingen aankwam,
+was vaak evenmin geschikt om hen tevreden te stellen.
+
+Over de houding van de regering in 1708, toen de korenoogst zo
+overvloedig was, sprak ik hierboven.
+
+Tot 1709 had men alleen tienden geëist van het koren, dat niet voor
+eigen onderhoud of voor zaaien nodig was. In dit jaar echter trachtte
+de regering ook hiervan de tienden te krijgen.
+
+Op 20 Februarie 1710 zond daarom de Burger Raad een petitie in om van
+die verplichting ontheven te worden.
+
+En 't was niet alleen, dat ze tienden moesten geven, zoals dat in
+Nederland de gewoonte was, van het koren op 't land, maar de tienden
+werden genomen van 't koren, dat schoon aan 't Kasteel werd
+afgeleverd.
+
+De Hoge Kommissaris Joan van Hoorn erkende de billikheid van het
+verzoek en daarom onthief hij de burgers van deze verplichting.
+
+De Heren Zeventien in hun hoge wijsheid waren het echter hiermee niet
+eens en de wet bleef bestaan.
+
+Dit bleef zo driekwart eeuw. De verkeerdheid van dit stelsel lag
+vooral hierin, dat men in 't algemeen afging op de opgaven van de
+boeren zelf. Hierdoor zette men dus de deur open voor allerlei
+misbruiken, vooral voor het doen van te lage aangiften zowel van
+veestapel als van produkten. Zo ver ging dit, dat er soms meer koren
+naar Java werd gezonden, dan volgens de opgaven der boeren gewonnen
+was!
+
+Dit was algemeen bekend. Zo verhaalt b.v. Adam Tas in zijn dagboek (13
+Jan. 1706) dat zekere Fransman op Draakestein een boete van 60
+Rijksdaalders kreeg, omdat hij aan de Gekommitteerden van de Regering
+had opgegeven, dat hij 50 beesten en 200 schapen bezat. Een verklikker
+verried, dat dit eigenlik moest zijn vier keer zoveel. En het
+onderzoek bracht aan 't licht, dat dit werkelik zo was.
+
+Nu zegt Tas, die overigens een eerlik man was, voorzover we kunnen
+nagaan:
+
+»Dog ik kan niet zien, dat over dit misdrijf, indien men 't zo noemen
+wil, boete kan worden geeijst en dat erger is 60 Rxdrs."
+
+De belastingen vermeerderden, naarmate de Kompanjie haar dividenden
+zag krimpen.
+
+In 1714 werd er een nieuwe weidehuur ingevoerd. In datzelfde jaar kwam
+er een belasting van 1 rkd. op iedere legger wijn, in de kolonie
+geperst.
+
+Dat zou nu alles misschien te verdragen geweest zijn, als de politiek
+der Kompanjie ten opzichte der boeren maar wat meer stabiel was
+geweest. Maar dat was er veraf.
+
+In 1699 was b.v. de ruilhandel met de Hottentotten opengesteld. En
+daar werd zo'n goed gebruik van gemaakt, dat al gauw enige Fransen
+meer vee hadden dan de Kompanjie zelf bezat[24]. De veeteelt werd nu
+een levensbestaan voor de burgers, omdat er zeker evenveel aan te
+verdienen was als aan de landbouw.
+
+Maar in 1703 werd 't besluit weer ingetrokken. Later werd de handel
+weer opengesteld, maar toen maakte Van der Stel dit besluit niet in de
+Kolonie bekend.
+
+Verschillende personen hadden het kontrakt voor de vlees-leverantie
+aan de Kompanjie gehad, sedert Husing dat in 1700 kreeg. Doch toen in
+1722 en '23 er niemand was te vinden, die het kontrakt op de gestelde
+voorwaarden aandurfde, kregen de burgers _bevel_ levende schapen voor
+6 gulden en vlees tegen 2 stuivers per pond te leveren[25].
+
+Ondanks dit feit nu werd in April 1727 weer een veel strenger plakkaat
+uitgevaardigd, dat _alle_ handel van private personen met inboorlingen
+verbood. Dit werd nu wel uitgevaardigd als een gevolg van de
+onmogelikheid om de deelnemers aan de strooptocht van Van der Heijden
+in 1723 te straffen, maar de burgers hadden er _allen_ door te lijden.
+
+Van wijn was er een chroniese overproduktie. Uitvoer was verboden in
+'t begin der achttiende eeuw, want misschien zou dit het monopolie van
+de Kompanjie voor Europeese wijnen benadelen.
+
+De wijnboeren hadden dan ook al lang geklaagd, dat ze ongeveer 2000
+leggers wijn over hielden elk jaar, waar ze geen weg mee wisten.
+Eindelik in 1743 besloten de Heren Zeventien iets voor deze klagers te
+doen. Ze zouden in 't vervolg op schepen en nederzettingen wijn doen
+gebruiken in plaats van brandewijn.
+
+En indien een tamelik goed artikel te krijgen was, zouden ze zelfs
+vrije handel in wijn op Indië aan de burgers toestaan, op voorwaarde,
+dat ze 4 rkd. aan vracht en 12 rkd. aan belasting per legger
+betaalden. Deze »weldaad" was weer van zulk een aard, dat de burgers
+er maar liever voor bedankten, daar dit de toestand niets zou
+verbeteren.
+
+Toen kwam de goeverneur-generaal Van Imhoff met een ander voorstel in
+plaats van dit.
+
+De belasting van 1714, die een rijksdaalder per legger bedroeg, zou
+worden verhoogd tot drie rijksdaalders. Daarna zouden de burgers nog
+moeten betalen 1 rkd. per legger aan de fiskaal, als de schepelingen
+de kopers waren, en 5 rkd. per legger aan de wijnpachter, als de
+kapitein of administrateur van 't schip de kopers waren. Dan zouden ze
+ook mogen verkopen aan alle bezoekers[26].
+
+De Kompanjie echter zou 63-1/2 gulden per legger betalen. Ze dacht
+ongeveer 4 leggers voor elk schip nodig te hebben, behalve een deel,
+dat ze naar Nederland en naar Batavia zou laten sturen voor de
+schepen, die naar de Kaap kwamen en dan nog een aantal vaten voor haar
+werkvolk in Indië.
+
+Dit was tenminste een kleine vooruitgang sedert 1698, want toen en
+vele jaren daarna bestond de bepaling, dat wie wijn verkocht buiten
+de Kompanjie om, zou beboet worden met 125 rkd. bij de eerste
+overtreding, gegeseld worden bij de tweede en verbannen worden bij de
+derde.
+
+De overproduktie werkte dit »smokkelen" echter in de hand. Want vaten
+waren buitengewoon duur, daar ze alle uit Holland moesten komen, en de
+boeren konden er dus onmogelik een aantal steeds leeg gereed houden
+voor de nieuwe oogst.
+
+Wanneer dan ook de nieuwe oogst kwam, verkochten ze dikwijls wijn aan
+'t publiek, tegen zeer lage prijzen.
+
+Het kon natuurlik niet lang verborgen blijven, dat dit vrij algemeen
+plaats had. Als een redmiddel stelde men vóór de boeren te veroorloven
+om azijn en brandewijn te maken.
+
+Maar hoewel dit herhaaldelik werd verzocht, is het nooit toegestaan.
+
+In het voorafgaande heb ik een schets willen geven van de betekenis
+van de V. O. I. C. voor het leven der burgers aan de Kaap. Na dit
+alles gelezen te hebben, zal men het met mij eens wezen, dat er alle
+reden is om te geloven, dat de aanhankelikheid aan Nederland door het
+optreden der Kompanjie niet groter werd.
+
+»Als ze spraken van getrouwheid aan Nederland en de Staten-Generaal
+dan was dit uit een soort van plicht gevoel, maar niet een uiting van
+_persoonlik_ gevoel"[27].
+
+VOETNOTEN:
+
+[8] Deze bepaling gold ook voor de later komende Hugenoten.
+
+[9] Leibbrandt, Journal.
+
+[10] Leibbrandt, Journal.
+
+[11] Thunberg, I. pag. 239.
+
+[12] Mrs. Trotter, Old C. C. pag. 248.
+
+[13] Mrs. Trotter, Old. C. C. pag. 247.
+
+[14] Leibbrandt, Rambles.
+
+[15] Theal, Hist. of S. A. II, pag. 57.
+
+[16] Mrs. Trotter, t. a. p. pag. 218.
+
+[17] De Baas Tuinier had in 1714 een traktement van [f] 60 per maand
+(Valentijn blz. 20). De Landdrosten van Stellenbosch en Draakestein
+[f] 24 per maand (Journal 28 Febr. 1710).
+
+[18] Leibbrandt, Rambles.
+
+[19] Watermeyer, Three Lectures pag. 46.
+
+[20] Rapport van Commissaris Verburg 1672.
+
+[21] Theal, I. pag. 117.
+
+[22] Leibbrandt, Journal. 19 Maart 1708.
+
+[23] Watermeyer, Three Lectures.
+
+[24] Leibbrandt, Rambles.
+
+[25] Leibbrandt, Rambles.
+
+[26] Theal, II. pag. 48.
+
+[27] Theal, II. pag. 326.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+HET MAATSCHAPPELIK EN HUISELIK LEVEN IN ENGERE ZIN.
+
+
+Nu ik uiteen gezet heb, uit welke personen de Kaapse maatschappij van
+de eerste helft der achttiende eeuw bestond en onder welke invloeden
+van binnen en van buiten ze zich langzamerhand had gewijzigd, wil ik
+trachten een beeld te scheppen van het huiselik en maatschappelik
+leven aan de Kaap in die tijd.
+
+In de allereerste plaats dienen we dan onze aandacht te vestigen op de
+huizen van die tijd.
+
+Een schets van de huizen van Kaapstad in de tweede helft der 18de eeuw
+zegt het volgende:
+
+»Wanneer men oppervlakkig ziet, heeft geen plaats meer het voorkomen
+van welvaart dan de Kaap. De huizen zijn niet zonder zwier; zommigen
+zelfs met pracht gebouwd; van buiten met wit of geel en op enige
+weinige oude na, alle vierkant; velen met platte daken, waar op men
+wandelende een aangenaam gezicht over het land of de baai heeft;
+sommigen hebben twee, andere drie verdiepingen; velen hooge stoepen
+en alle schuiframen. Van binnen is de bouworde algemeen ingericht
+naar het klimaat. Eerst heeft men een lange breede gaanderij, aan
+welker achtereinde vier of zes slavinnen op kleine houten bankjes
+zitten te naaijen of te breijen. Deze gaanderij waarin men meest zit,
+eet, ontbijt en leeft, is het gewoon vertrek. Ter wederzijde heeft
+men kamers, die allen, evenals de gang zelve, met groote vierkante
+roode steenen, bevloerd zijn, hetwelk, gevoegd bij de hoogte der
+verdiepingen, veel koelte geeft. Een klein vertrek, dat in de
+gaanderij uitkomt en waarin eetwaren, tafelgoederen en droge provisiën
+bewaard worden, noemt men de dispens, en de keuken, die achter in
+het huis is en overal op een binnenplaats uitkomt, heet de kombuis.
+In weinige huizen vindt men stookplaatsen, doch dezen beginnen
+langzamerhand veld te winnen. Boven is het vrij algemeen slechter
+betimmerd; al het fraaije van het huis en de meubelen vindt men omlaag
+voor het oog blootgesteld. Dit voorkomen van welvaart in de huizen
+vertoonen ook de tafels, die met een aantal schotels, aangenaam
+en kostbaar klaargemaakt, opgevuld, en omringd zijn van slaven van
+welken sommigen met een groen tak, of wel met een waaijer van
+paauwen-vederen, de vliegen van de spijzen houden en anderen de
+aanzittende gasten bedienen. Op een afstand staan weder anderen, die
+de schotels verruilen of dranken aanreiken, die men niet op tafel
+vindt; alles zodanig ingericht, dat men bij de voornaamste lieden in
+de Republiek noch beter eet, noch beter gediend is."
+
+In de loop van een halve of driekwart eeuw was er al aardig wat
+veranderd in de stad, want in 1714 schrijft Valentijn over de huizen
+in Kaapstad:
+
+»Zij zijn meest van Kaapze klippen gebouwt en doorgaans daarom maar
+van eene verdieping."
+
+Meestal zijn ze met riet gedekt. Ze hebben »twee Zaletten aan de
+straat, en verscheide middel- en agterkamers en ook veeltyds een
+groote plaats agter"[28].
+
+Toch waren niet alle huizen zo eenvoudig meer, want dezelfde schrijver
+verhaalt ons, dat het huis van Henning Husing en dat van de Fiskaal
+Blesius in 1705 reeds twee verdiepingen hadden.
+
+Dat van Husing kan wel een mooi huis geweest zijn, daar het, de voor
+die tijd enorme som van tien duizend Rijksdaalders, gekost had.
+
+De stoep rond het huis bestond uit rode tegels, helder geschuurd of
+uit blauwe van Robben-eiland.
+
+Buiten Kaapstad zelf waren de huizen natuurlik niet zo mooi, hoewel ze
+niettemin op sommige plaatsen er vrij fraai uitzagen.
+
+Sparrman vertelt, dat de meeste huizen wit gepleisterd waren van
+buiten en sommige groen geschilderd. Want zegt hij: »De geliefkoosde
+kleur voor kleren, boten, schepen en huizen is groen bij de
+Hollanders."
+
+Sommige huizen waren toen reeds (1772), met platte leien gedekt in
+plaats van met stro.
+
+Dit schijnt echter nog slechts sporadies te zijn voorgekomen, want op
+een andere plaats zegt dezelfde schrijver, dat zeer vele huizen nog
+met riet gedekt waren en zelfs de kerk, wat hem gelegenheid geeft om
+te zeggen, dat de Hollanders niet meer zorg besteedden aan Gods huis
+dan aan hun eigen.
+
+Trouwens de beschrijving van de huizen van Kaapstad, die ik boven
+aanhaalde, ging niet algemeen door, want mensen van mindere stand
+moesten zich tevreden stellen met kleinere huizen, die bestonden uit
+een galerij, een kamer aan iedere kant en de keuken achter[29].
+
+Men ziet echter, dat ze wel volgens hetzelfde plan waren ingericht.
+
+De kosten zelfs van deze huizen waren nog hoog genoeg.
+
+Een rieten dak van een dubbelhuis kostte 300 of 350 Rijksdaalders[30].
+
+Daar stond tegenover, dat een dak vrij lang duurde, wel van 20 tot 30
+jaar[31].
+
+Buiten Kaapstad had men natuurlik bij de boerderijen korenhopen staan,
+zoals men die tegenwoordig nog bij hollandse boerderijen ziet.
+
+Tot 1706 had men die onbedekt gelaten, maar in dat jaar vielen er zeer
+zware regens en die deden veel schade aan het opgestapelde graan,
+zodat men toen begon ze van een dak te voorzien, om het koren tegen de
+regen te beschermen[32].
+
+Bij de boerderij lag ook meestal een soort van kraal, waarin het koren
+werd gedorst.
+
+Een bepaalde ruimte werd goed effen gemaakt en daarop kwam dan een
+laag van koeiemest en gehakt stro, die men liet verharden.
+
+Dit werd de dorsvloer. Het koren werd in een cirkel op de grond
+uitgespreid en dan werden binnen de omheining, die gewoonlik van
+dorenstruiken was gemaakt, eenige paarden losgelaten. In het midden
+van de kring stonden een of meer slaven met lange zwepen, die de
+paarden moesten aanjagen. Door het trappen der paarden werd dan het
+koren zo ongeveer uitgedorst.
+
+De methode was verre van zindelik, maar ze was vlug en kostte niet
+veel moeite.
+
+Als men meende, dat het koren bijna allemaal uit de aren was, werd het
+bijeengeveegd en dan werd het in de wind opgeworpen om zodoende het
+kaf er uit te doen verdwijnen.
+
+Men ziet, dat het bij dit alles zeer primitief toeging.
+
+Bij de huizen stonden verder de slavewoningen, die, in de tijd toen
+men nog de zinkplaten van tegenwoordig niet tot zijn beschikking had,
+vanzelf zeer gebrekkig waren[33].
+
+De gastvrijheid van de bewoners van de Kaapkolonie wordt door alle
+reizigers om 't zeerst geroemd.
+
+Het was een gastvrijheid, die niet bestond in veel _woorden_, maar die
+zich uitte in daden.
+
+Woorden verspilde de boer niet veel, vooral ook omdat er zo verbazend
+weinig onderwerpen waren, waarover hij kon spreken met zijn bezoekers,
+als dat niet even als hij boeren waren.
+
+Kranten bestonden niet aan de Kaap. Zelfs een postdienst was in 1795
+nog onbekend. Boeken waren slechts bij uitzondering aanwezig.
+
+De Bijbel en het gezangboek van Willem Sluyters waren de enige boeken,
+die men kende.
+
+Een enkele, zoals Adam Tas, mocht daarop een uitzondering maken (zie
+zijn dagboek), maar die uitzonderingen waren hoogst zeldzaam. Van
+alles, wat er buiten zijn eigen kringetje gebeurde, wist de boer dus
+zo goed als niets.
+
+Nu en dan mocht hij eens wat nieuws horen van een andere boer, die een
+reis naar Kaapstad had gedaan, maar dat was de enige kans, die hij
+had.
+
+Wanneer dus reizigers uit Europa, 't zij Hollanders, Engelsen of
+Zweden bij hem kwamen, dan waren zij voor hem als wezens uit een
+andere wereld.
+
+Om deze reden nu horen we meestal van reizigers, dat ze grote moeite
+hadden om enkele woorden aan de boeren te ontlokken. Daarom ook juist
+werden ze meestal voor veel dommer gehouden dan ze waren.
+
+Want inderdaad dom waren ze in 't geheel niet. Ze bezaten geen
+boeke-kennis, maar als 't op gezond verstand aankwam, hadden ze hun
+meester niet.
+
+In hun voortdurende strijd met wilde dieren, met ontvluchte slaven of
+Bosjesmannen werd hun geest gescherpt en door het bestuur der
+Kompanjie werden ze er ook dikwels toe gebracht om hun natuurlik
+verstand tot minder eerlike middelen te gebruiken om aan gehele
+ondergang te ontkomen.
+
+Maar dat was _hun_ schuld niet.
+
+En Bernardin de St. Pierre is voorzeker dichter bij de waarheid, als
+hij in 1771 schrijft van hen: »Deze mensen, tevreden met huiselik
+geluk, het zeker gevolg van een deugdzaam leven, zoeken geen
+verstrooiing in romans of toneelvoorstellingen," dan Captain Percival,
+die op blz. 204 en 205 van zijn »Account of the Cape of Good Hope"
+een oordeel neerschrijft over de kaapse boeren en boerinnen, dat te
+schandelik is om het hier te herhalen, maar dat, helaas, door zeer
+veel schrijvers van later tijd is overgenomen, zij het dan ook in wat
+zachter vorm.
+
+Toch moet erkend worden, dat het oordeel van Bernardin de St. Pierre
+ook niet al te letterlik moet opgevat worden.
+
+Sparrman vertelt b.v. dat, toen hij op een boerderij kwam en daar een
+en ander vertelde omtrent het land, waar hij vandaan kwam en wat hij
+aan de Kaap kwam doen, de boerin van verbazing de handen ineen sloeg
+en uitriep, dat ze niet kon begrijpen, hoe het mogelik was, dat iets
+anders dan absoluut gebrek aan de allernoodzakelikste levensbehoeften
+in eigen land iemand er toe kon brengen om naar een land als de Kaap
+te komen.
+
+Maar laat ik op hun gastvrijheid terugkomen.
+
+De opvatting, die ze daarvan hadden, was zo buitengewoon breed, dat we
+onwillekeurig terug moeten denken aan de oude Germanen, bij wie ze als
+de hoofddeugd werd beschouwd.
+
+Als een boer een gast zag aankomen, ging hij hem tegemoet, drukte hem
+de hand, vroeg hem naar zijn gezondheid en bood hem ogenblikkelik
+voedsel en verfrissende dranken aan.
+
+Let wel, het was niet eerst een angstvallig vragen, wie de aankomer
+was, om te weten te komen, of men hem zou ontvangen of niet.
+
+Neen, daarnaar vroeg men niet. Hij was een _gast_ en dat was genoeg.
+Een breder en schoner opvatting van gastvrijheid is zeker wel niet
+mogelik!
+
+Dan werd de gast binnengeleid door de voordeur, die dikwels versierd
+was met een hangslot in de vorm van een of ander dier, welke sloten
+aan de Kaap vrij algemeen waren en uit China waren ingevoerd[34], en
+vervolgens maakte hij kennis met de vrouw des huizes, die, als ze
+gezeten was, niet opstond, maar met een hoofdknik de gast begroette.
+
+Hij werd onthaald op wat er in het huis te krijgen was en men
+beschouwde dit als iets, dat vanzelf sprak. Het aanbieden van geld
+voor deze gastvrijheid werd als een belediging beschouwd.
+
+Des avonds werden van het gehele huisgezin de voeten gewassen. Deze
+gewoonte was wel noodzakelik, daar zelfs de meisjes de gehele dag
+blootsvoets liepen.
+
+Dit gebruik heeft lang stand gehouden, tot zelfs onder voortrekkers.
+
+Mevrouw Generaal Piet Joubert, nu pas overleden, vertelt in haar
+herinneringen (in de »Volkstem" verschenen) dat zij voor de eerste
+maal in haar leven een paar kousen aankreeg op haar trouwdag.
+
+Aan de gast werd eveneens deze eer bewezen en daarna ging men ter
+ruste.
+
+De mannelike leden van het gezin drukten de gast de hand en de
+vrouwelike gaven hem een kus.
+
+Daar dit gold voor de oudere zowel als voor de jongere vrouwelike
+leden van 't gezin, zegt Le Vaillant hiervan zeer guitig »dat dit een
+voorrecht was, waaraan plichten waren verbonden"[35].
+
+Sparrman is vol lof over de ontvangst bij een boer, die hij Van der
+Spoei noemt.
+
+Te voren had hij over de ontvangst bij een ander geklaagd, maar hij
+vertelt er zelf bij, dat daar de baas niet thuis was, zodat hij
+feitelik gastvrijheid van de slaven genoot. Geen wonder, dat het eten
+enz. dat men hem aanbood, niet al te goed was.
+
+In 't algemeen was het voedsel, dat de boeren zelf gebruikten, zeer
+voedzaam, te voedzaam zelfs, zodat zich na hun dertigste jaar steeds
+een neiging tot zwaarlijvigheid vertoonde.
+
+Daar kwam natuurlik ook bij het gebrek aan beweging. Dit gold vooral
+voor de vrouwen.
+
+Zij hadden hun slaven en slavinnen en deden de hele dag niet veel
+anders dan bevelen geven. In koud weer zaten ze met de voeten op een
+stoof en in elk jaargetijde stond de nooit lege koffiepot onder haar
+bereik en werd geregeld duchtig aangesproken. Dat in warm weer de
+niet-noodzakelikheid van arbeid soms tot luiheid werd, is duidelik.
+
+Ik geloof echter niet, dat het algemeen was, dat die luiheid zover
+ging als in 't geval van de boer in de Karroo, waarvan Sparrman
+vertelt.
+
+Deze reiziger was ongelukkig genoeg juist bij een boer aan te komen om
+de weg te vragen, toen deze zich gereed maakte zijn middagdutje te
+genieten.
+
+Zonder op te staan wees hij met de voet de richting, waarin Sparrman
+gaan moest en sliep toen weer in, zonder zich met hem verder te
+bemoeien[36].
+
+De dagverdeling van de boeren was als volgt:
+
+Vroeg in de morgen stond men op en nadat men koffie had gedronken,
+deed men samen het morgengebed, waarbij dan gewoonlik ook een psalm of
+een gezang uit het boek van Willem Sluyters werd gezongen.
+
+Dan ging men naar de kralen om te zien of met het vee nog alles goed
+ging en als het in de oogsttijd was, werd een paar uur voor het
+ontbijt gewerkt aan het binnenbrengen van 't koren of 't persen van de
+wijn.
+
+Het ontbijt werd gebruikt om 7 uur. Dan werkte men in de drukke tijd
+door tot 11 uur en gebruikte het middagmaal. Om vier uur at men weer
+en om 8 uur werd het avondmaal gebruikt[37].
+
+Daarna had men weer een godsdienstoefening voor het gehele gezin en om
+9 uur lag ieder in bed.
+
+Vooral in de zomer was het de gewoonte om na het middagmaal een
+slaapje te doen. Ieder ging naar een donker gemaakte kamer en vermeed
+op die manier de ergste hitte van de dag.
+
+Dit was zozeer een algemene gewoonte geworden, dat in de tweede helft
+der achttiende eeuw zelfs de winkels in Kaapstad van 1 tot 3 uur in de
+namiddag gesloten waren, omdat de winkeliers evenveel recht hadden op
+een middagdutje als andere mensen!
+
+We hebben gezien, hoe de huizen er van buiten uitzagen. We willen nu
+nagaan, hoe 't met de meubelen stond.
+
+Le Vaillant zegt: »Al de meubelen zijn getuigen van eenvoudige en
+edele smaak. Er zijn geen tapisserieën en enkele schilderijen en
+spiegels vormen de voornaamste ornamenten."
+
+Veel van de meubelen in de 17de en 18de eeuw waren gelijk aan die in
+Engeland en Holland gedurende diezelfde eeuwen.
+
+Maar van het metalen vaatwerk kwam er veel uit het Oosten. Zo vinden
+we b.v. opgetekend een order voor metalen potten, pannen enz. ten
+behoeve van het hospitaal onder Simon van der Stel.
+
+De woorden van Le Vaillant gelden echter weer alleen hoofdzakelik van
+Kaapstad. Op de boerderijen was men niet zo goed voorzien, vooral niet
+op de boerderijen, die ten oosten van Stellenbosch lagen.
+
+Ook waren b.v. de meubelen meestal kostbaarder en rijker in
+Stellenbosch dan in Fransche Hoek. En dit was geen wonder. De
+bevolking van Fransche Hoek bestond in 't begin der achttiende eeuw
+bijna uitsluitend uit Hugenoten, die uit hun land gevlucht waren met
+achterlating van al hun have en goed.
+
+Daardoor waren zij veel armer dan de bewoners van Stellenbosch en
+hadden dus geen geld om dure meubelen aan te schaffen.
+
+Zij moesten zich behelpen in velerlei opzichten, zowel als de boeren
+in het binnenland.
+
+Meestal kwamen de verder af wonende boeren slechts ééns in hun leven
+in Kaapstad, dat was, wanneer ze voor 't Huwelikshof moesten komen om
+te trouwen. Geen wonder, dat ze dus vaak hun eigen meubelmakers
+moesten wezen. Als we bedenken, dat zelfs in Stellenbosch eerst in
+1742 de eerste _slagers_winkel werd geopend, dan kan het geen
+verwondering wekken, dat meubelmakers geheele onbekend waren buiten
+Kaapstad.
+
+Ruwe houten stoelen met zittingen van riempjes, door de boeren zelf
+gesneden en tafels, door hen zelf getimmerd, vormden zowat het enige
+meubilair in de woonkamer, terwijl de slaapkamers voorzien waren van
+»katels" (ledikanten), die eveneens het werk van de boer zelf waren.
+
+Aardewerk was grotendeels onbekend in de huizen van de boeren. Op de
+lange en moeilike reis over de ruwe en hobbelige wegen van Kaapstad
+naar hun boerderij brak het bijna allemaal, als ze nog de moeite deden
+om het mee te brengen.
+
+Het werd gewoonlik op zeer doelmatige wijze vervangen door houten
+vaatwerk of door kalebassen, die voor allerlei doeleinden gebruikt
+werden.
+
+Over de eerste rij bergen was geen enkele winkel van manufakturen,
+kruideniers-waren of aardewerk.
+
+Alles, wat op dit gebied nodig was, moest dus òf door de boer zelf
+meegebracht worden, als hij eens per jaar misschien eens een wagen met
+produkten wat dichter naar de beschaafde wereld bracht, òf het moest
+verkregen worden van de rondtrekkende »smousen", die echter in die
+tijd ook nog vrij zelden zich vertoonden ver van Kaapstad.
+
+Het merkwaardige van 't geval was, dat deze lieden, die in zulke
+armoedige omstandigheden leefden, vaak rijk konden genoemd worden.
+
+»Daar zijn plaatsen van 4000, 5000, 10.000, ja van 20.000 Kaapse
+guldens ijder tot 16 stuivers gerekend," zegt Valentijn.
+
+En Sparrman deelt mee, dat eigenaars van honderden schapen rondliepen
+met lappen op hun ellebogen. De kinderen waren vaak in schapevachten
+gehuld als de Hottentotten[38].
+
+Hij vond maar één man in de gehele kolonie, die wol wist te spinnen.
+
+Ze moesten ook hun eigen schoenen maken natuurlik. Nu, leer hadden ze
+genoeg, want wild was er nog in overvloed en ossen hadden ze ook veel.
+
+Als merkwaardigheid deel ik mee, dat Sparrman eens een boer ontmoette,
+die schoenen aan had, welke van leer van een leeuwehuid vervaardigd,
+gemaakt waren. Het was zeer zacht en buigzaam[39]. Dit zal echter wel
+een uniek geval zijn geweest.
+
+Voor kleren gebruikte men ook vaak leer, zelfs ongelooid in plaats van
+geweven stoffen om de veel grotere duurzaamheid.
+
+Doch gewoonlik bezaten de boeren behalve hun gewone werkpak, dat
+meestal zijn ontstaan aan huisvlijt te danken had, een blauw pak, dat
+alleen voor de dag kwam, als ze naar een nachtmaal of naar Kaapstad
+gingen en in 't laatste geval nog eerst, als ze bij de ingang van de
+stad waren[40]. Dat duurde dan misschien hun gehele leven.
+
+Door de weinige aanraking, die ze hadden met de beschaafde wereld,
+begonnen vanzelf ook de behoeften der boeren te verminderen. Vaak
+zelfs vervielen ze tot een zekere mate van slordigheid, die uitkwam in
+de weinige zorg, die ze aan 't in- en uitwendige van hun woningen
+besteedden.
+
+Sparrman vertelt, dat hij bij een boer kwam, die slechts één stoel
+had, waarvan dan nog een paar poten waren afgebroken en die toch zó,
+als hij was, gebruikt werd, door hem tegen de muur te zetten. Dit is
+echter een feit, dat niets bewijst. Dergelijke dingen komen nu nog
+voor. Slordigheid zal wel even goed toen bestaan hebben als nu.
+
+Maar, als hij dan tevens vertelt, dat 2 personen uit dezelfde schotel
+aten en dat diezelfde schotel dienst deed voor alle gerechten aan 't
+maal, dat verder elke gast zijn eigen mes meebracht en dat men in
+plaats van een vork zich vaak van de vingers bediende[41], dan komt
+het daarin duidelik uit, dat we te doen hebben met mensen, die 't zich
+niet graag lastig maken en die eenvoudig zich afvragen: »Kan het zó
+ook niet?" in plaats van de vraag te stellen, die de beschaafde
+stedeling stelde toen als nu: »Hoort het wel zo?"
+
+Lepels werden vaak gemaakt van de hoorns van hartebeest en gnoe.
+
+De huisindustrie kwam verder alleen tot uiting, als de noodzakelikheid
+tot het een of ander aanwezig was.
+
+Zo maakten de kolonisten zelf hun zeep en hun kaarsen.
+
+Van de as van het ganna-bosje maakten ze loog. Deze werd met allerlei
+dierlike vetten vermengd en dan liet men het mengsel vier of vijf
+dagen en nachten lang doorkoken, terwijl men van tijd tot tijd roerde
+en nieuwe loog toevoegde[42].
+
+De zeep, die niet voor eigen gebruik nodig was, werd soms naar
+Kaapstad gezonden en daar ingeruild voor tee en suiker[43].
+
+Inkt vervaardigde men ook en wel door bruine suiker met roet en water
+te vermengen[43].
+
+Hiermee is alles opgenoemd, wat in die tijd onder de naam van
+Zuidafrikaanse industrie kon doorgaan.
+
+Daaruit volgt natuurlik ook, dat een reiziger uit Kaapstad des te
+liever gezien werd, naarmate hij meerdere artikelen bij zich had, waar
+men op de boereplaatsen verlegen om was.
+
+Om in 't binnenland te verkopen nam Sparrman b.v. op zijn tocht mee
+koffie, sjokolade en suiker, omdat die artikelen lang niet overal
+gemakkelik te krijgen waren. Daar kon een mooie winst op gemaakt
+worden, maar bovendien deed men er de boeren een groot genoegen mee.
+Ook nam hij naalden mee.
+
+Die werden tegen buitensporige prijzen verkocht.
+
+Wijlen Mevrouw Joubert, wier herinneringen ik hierboven aanhaalde,
+vertelt immers ook nog, hoe ze soms uren lang naar één verloren naald
+moest zoeken als kind en hoe ze zelfs aan een gebroken naald op een
+steentje weer een nieuwe punt moest slijpen, omdat dit artikel zo
+schaars te krijgen was.
+
+Opmerkelik is ook, dat men een pas moest meenemen, daar de boeren last
+hadden gekregen om ieder, die zonder pas reisde, naar de Kaap te
+zenden.
+
+In Kaapstad en Stellenbosch kwam het natuurlik niet voor, dat rijke
+mensen zich zo moesten behelpen. Zij waren daar in kontakt met de
+europese beschaving en daarom is het ook geen wonder, dat zij meer
+geld besteedden aan sieraden en meubelen dan de boeren, die in 't
+binnenland woonden.
+
+Op 25 Junie 1709 werd een slaaf gehangen wegens diefstal, omdat hij in
+Stellenbosch in een huis was binnengedrongen en daar had gestolen: 139
+Rijksdaalders, een zilveren beurs met 8 diamanten, een met zilver
+gemonteerde gordel, een vest met 24 zilveren knopen, 16 andere
+zilveren knopen en een zilveren broekknoop[44].
+
+In de boedel van de Weduwe van Michiel Ley, die in 1719 te Kaapstad
+stierf waren: »een swart ebbenhoute rustbank met een chitse sprey;
+stinkhoute ledikant met blaeuw behangsel, bed en verder toebehoren;
+Oost Indis kisje met koper beslag; spiegels met swart ebbenhoute
+lijsten; verkeerbort; paar bever vrouwe handschoenen; handmofjes;
+vaderlandse servetten; fluwele bonet; fijne Suratse combaars; damaste
+samaren; roode citse samaar", enz.
+
+Bij de allerrijkste mensen vond men soms de hoorn van een jonge
+rhinoceros, gezet in goud en zilver en zó tot een beker gevormd. Die
+waren zeer veel geld waard, soms wel 50 Rijksdaalders en werden zelfs
+als geschenken aan koningen gegeven. Dit kwam, doordat men meende, dat
+ze de eigenschap hadden, om vergif aan te tonen in dranken, die men er
+ingoot[45].
+
+Wanneer men over deze periode spreekt en dan woorden als armoede en
+rijkdom gebruikt, dan dient men natuurlik goed te weten, wat daar in
+die tijd mee bedoeld werd.
+
+Over de salarissen der ambtenaren sprak ik vroeger. Daarmee heb ik
+aangetoond, met hoe weinig de Kompanjie meende, dat men kon toekomen.
+
+Als voor deze mening enige grond aanwezig was, dan moet die natuurlik
+kunnen gevonden in de zeer lage prijzen voor de noodzakelikste
+levensbehoeften en klederen in die tijd.
+
+Laten we daarom even nagaan, hoe 't met deze prijzen stond.
+
+Henning Husing had in 't begin der eeuw een kontrakt voor vijf jaren
+voor de leverantie van vlees aan de Kompanjie en de burgers. Dit
+kontrakt bepaalde, dat hij aan de Kompanjie vlees zou leveren voor 1
+st. en 6 duiten per pond en aan de burgers voor 2 st. per pond.
+Volgende kontrakten werden op dezelfde voorwaarden gesloten[46].
+
+In 1698 waren, zegt Leguat, de levensmiddelen zeer goedkoop, want het
+brood kostte maar 1 st. per pond.
+
+Het schapevlees ging van 1705 tot 1713 nog belangrijk in prijs
+achteruit, want Valentijn verhaalt, dat het in het laatstgenoemde jaar
+voor de burgers maar 13 duiten per pond kostte.
+
+Hij vertelt er tevens bij, dat de leverantie aan de Kompanjie per jaar
+20 à 30.000 gulden bedroeg. Er werd dus aardig wat vlees gebruikt door
+de Kompanjie.
+
+Het is best mogelik, dat sommige reizigers veel onzindelike mensen
+hebben aangetroffen; de prijs van de zeep was daar dan stellig de
+oorzaak van.
+
+Leguat zegt tenminste, dat die in 1698 drie schellingen per pond
+kostte. Ik heb hiervan geen nadere bevestiging kunnen vinden, zodat
+ik geneigd ben, dit voor een vergissing te houden.
+
+Het schapevlees rees nu en dan zeer in prijs, tengevolge van ziekten
+en droogte. In 1714 rees het b.v. tot 3 st. en 2 duiten per pond, een
+voor die tijd buitengewoon hoge prijs.
+
+Het koren, dat in die tijd in Nederland slechts 4 gulden per mud
+kostte, was aan de Kaap steeds 7-1/2 gulden op zijn minst en gewoonlik
+veel meer.
+
+Vooral was dit natuurlik het geval in tijden van schaarste.
+
+Zo schrijft Tas in zijn dagboek op 14 Aug. 1705, dat Hans Kasper bij
+hem om koren kwam vragen en »hij wilde graag 15 guldens voor de mudde
+betalen." Maar hij kreeg het niet.
+
+Want Tas schrijft er verder bij:
+
+»Men verteld my dat d'E. Comp. voor 't koorn tegenwoordig à 14 guldens
+de mudde betaald, dan den Gouverneur is genoeg bekend als datter geene
+der burgers jegenwoordig koorn heeft." »De ordinary prijs" was 8-1/2
+guldens zegt hij dan.
+
+In 1714 kwam er een onbekende ziekte onder 't vee en zó moeilik was
+het in 1718 om slachtvee te krijgen, dat voor het kontrakt voor
+levering van vlees aan de Kompanjie geen enkele inschrijving kwam.
+
+De prijs van schapen steeg tot 6 à 9 gulden, en trekossen kostten 50
+gulden.
+
+Daar staat nu weer tegenover, dat het vlees omstreeks 1750 zeer
+goedkoop was, zodat men het voor 6 duiten per pond verkocht.
+
+Uit Leibbrandt's »Journal" 15 Julie 1711 en 15 Des. 1711 blijkt, dat
+men de prijs van een brood dezelfde liet, maar dat men eenvoudig het
+gewicht naar gelang van de prijs van 't koren veranderde.
+
+Op 15 Julie werd bepaald, dat men 7/8 pond voor 1 st. zou krijgen. Dit
+werd op 15 Des. 1-1/8 pond voor 1 st.
+
+In 1716 zegt het »Journal" werden van alle kanten klachten gehoord
+over de sterfte onder 't vee.
+
+Op 14 Sept. vinden we opgetekend, dat het schapevlees 1 st. per pond
+in prijs _steeg_ en zo een prijs werd, waar nooit bij menseheugenis
+van gehoord was.
+
+Valentijn geeft ons een heel overzicht van de prijzen van
+verschillende zaken in 1714[47]. Hij zegt, dat de schepen soms 3, 4 of
+5 weken in de Tafelbaai bleven liggen. Dan gingen de passagiers een
+kosthuis zoeken in de stad. Ze betaalden 1 Rijksdaalder per dag en
+kregen daarvoor 3 maaltijden.
+
+Dienstboden en kinderen betaalden maar 1/2 Rijksdaalder per dag.
+
+Arme mensen konden ook per maal bediend worden. Dit kostte dan 12
+stuivers. Kaaps bier werd gratis geschonken als bij het maal
+behorende, maar franse wijn of hollands bier moesten zeer duur betaald
+worden.
+
+De vaten voor de wijn der boeren moesten alle in Holland gemaakt
+worden en waren, zoals ik vroeger opmerkte, daardoor zeer duur.
+
+Een legger (± 5-3/4 H.L.) kostte 6 Rijksd. of soms zelfs het dubbele.
+Een half aam kostte 1-1/2 Rijksd.
+
+Vaak namen schepelingen ingelegde groenten of vruchten mee en behalve
+de prijs voor 't vat betaalde men dan: voor een half aam ingelegde
+kool 4 Rijksd. voor een half aam kweeperen 2 of 3 Rijksd. en voor 100
+kolen 4 Rijksd.
+
+Boter kostte in 't land 12 stuivers maar in Kaapstad 16 stuivers.
+
+Appels waren 1 st. per stuk. Mooie peren zoals de »bon Chrétien" 2 st.
+per stuk; een pond druiven 2 st. Smeerkaarsen kostten een schelling,
+soms zelfs 2 schellingen per pond.
+
+Hout was natuurlik altijd zeer duur aan de Kaap.
+
+Thunberg zegt, dat de planken 2 schellingen per voet kostten[48].
+
+En Sparrman deelt mee, dat een spar van 20 voet lang en 1 voet in
+diameter 5 Rijksd. kostte.
+
+Er werd in 't algemeen weinig aanmoediging aan de handwerkslieden
+gegeven. De houtskool, die de smeden van de Kompanjie moesten kopen,
+was b.v. ook zeer duur. Ze kochten nominaal 36 schepels, maar kregen
+er nooit meer dan 32 en betaalden daarvoor de enorme som van 18
+Rijksd.
+
+Voor 100 pond ijzer betaalden ze 8 Rijksd.[49].
+
+Geen wonder dan ook, dat zelfs de ploegscharen uit Europa moesten
+gezonden worden[50].
+
+Tas vertelt in zijn dagboek, dat hij voor 20 paar kousen 10-1/2
+Rijksd. betaalt; voor 30 ellen baai 15 Rijksd. Maar dit waren
+artikelen, die aan hem uit Nederland waren gezonden.
+
+Als zijn knecht Ary verdronken is (17 Des. 1705), dan betaalt hij
+»voor 't doodkleed en 't aanspreeken" 7 Rijksd. »zijnde 't geen
+daartoe staat."
+
+Op 25 Des. 1705 betaalt hij voor 4 pond koffiebonen 1 schelling per
+pond en verkoopt 200 mudden tarwe à 9 gulden per mud.
+
+De daglonen schijnen niet zo laag geweest te zijn als men zou
+verwachten.
+
+Tas schrijft op 29 Jun. 1706 dat Willem Nel voor hem heeft gewerkt
+15-1/2 dag à 1 gld. »Voor een vragt door hem voor ons na de Caab
+gereden" [f] 12.--.
+
+2 mudden Erten verkoopt hij op die dag voor 16 Rijksd.
+
+Een legger kaapse wijn kostte 40 Rijksd. Die van Constantia kostte
+echter 80 Rijksd. voor vreemdelingen. Maar de Kompanjie gaf niet meer
+dan 25 Rijksd.[51]
+
+Aan de Kaap kostte de Constantia, in 't klein verkocht, 2 Spaanse
+dollars ([f] 6.60) per fles.
+
+Ten slotte dit: Op 26 Julie 1703 vroeg Ds. Bek om een som als
+schadeloosstelling voor het gemis van een woning. Hem werd 6 Rijksd.
+per maand toegestaan[52]. Dit zal dus waarschijnlik in die tijd
+ongeveer de huur van een fatsoenlik huis hebben vertegenwoordigd.
+
+Op 26 Febr. 1710 kreeg dezelfde Ds. Bek 3 Rijksd. voor het aanschaffen
+van 2 ladingen hout. Die ladingen waren stellig niet groot of de
+Kompanjie heeft er zich goedkoop af gemaakt, want Valentijn zegt, dat
+als iemand 't hout kopen moest om te branden, hem dit wel 5 of 6
+gulden per week zou kosten.
+
+De duurte van dit hout was misschien de reden, waarom men naar andere
+brandstoffen uitzag. Valentijn ten minste zegt: »Bij Draakestein ligt
+de plaats van den Borgermeester Abraham Villiers, daar men alleen zeer
+goede steenkoolen uitgraaft." Later heeft men daar niet meer van
+gehoord, zodat het wel schijnt of de exploitatie van de mijn geen
+voldoende resultaten heeft opgeleverd.
+
+Misschien ook is het met de mijn gegaan als met zovele andere
+ondernemingen uit die tijd. Men ving met iets aan, maar had vaak òf
+niet de bekwaamheid òf niet het geduld de aangevangen taak voort te
+zetten.
+
+Bij landbouwprodukten was het klimaat ook vaak een beletsel.
+
+Zo adviseerde Rijklof van Goens, toen hij in Stellenbosch was, de
+bewoners van die plaats om vlas, hennep en indigo te planten, maar de
+proeven met deze teelt mislukten.
+
+In 1726 kwam François Guillaumet als ekspert voor de zijdeteelt uit
+Europa om te trachten hier een bloeiende zijde-industrie te doen
+ontstaan. Maar ook dat mislukte. Het eerste jaar kreeg men 8 pond
+zijde. Maar nooit heeft men het verder gebracht dan 10 pond per jaar.
+
+Zó graag had men die teelt hier zien gelukken, dat men zelfs eieren
+van de zijderups aan de burgers uitreikte. In hoever dit later het
+monopolie van de Kompanjie zou getroffen hebben, is natuurlik niet te
+zeggen, maar ze zou er wel weer een middel op gevonden hebben.
+
+In 1735 moest men echter de proef opgeven als mislukt.
+
+De teelt van Angora-geiten werd in 1724 begonnen, maar ook in 1735
+opgegeven, daar ze als niet lonend genoeg werd beschouwd.
+
+In 1705 wendden de Heren Zeventien pogingen aan om de boeren er toe te
+brengen zich op de teelt van wolschapen toe te leggen.
+
+De vrees voor schurft bij de schapen was echter groot en het schaap,
+dat men wilde invoeren, scheen daar meer vatbaar voor te zijn dan de
+soort, die men had en die men voor 't vlees hield.
+
+W. A. van der Stel begon echter met de proef in ernst en het scheen
+wel, of hij die zou doen gelukken ook; maar juist toen werd hij
+teruggeroepen.
+
+Isaac Taillefer, een Hugenoot, was begonnen met hoeden te maken van
+Kaapse wol, maar toen hij stierf, hield deze industrie op.
+
+Met de wijn-produktie ging het ook al niet naar wens.
+
+In 1672 was de eerste brandewijn aan de Kaap gestookt[53]. Maar de
+algemene opinie hierover was nog minder gunstig dan die over de wijn.
+
+In 1719 vroegen de Heren Zeventien om monsters van wijn. Zes halve
+amen werden gezonden, maar toen die in Amsterdam aankwamen, werd de
+wijn ongeschikt voor 't gebruik bevonden.
+
+Men probeerde later nog de verzending in grotere vaten en in flessen.
+Maar de uitkomst was telkens dezelfde.
+
+Alleen in de produktie van koren had men eindelik zijn doel bereikt,
+namelik om de Kaap te maken tot een land, dat meer zou doen dan in
+zijn eigen behoeften voorzien.
+
+Men was eerst verplicht geweest rijst van Java in te voeren en de
+mensen waren daar langzamerhand zó aan gewoon geraakt, dat men geen
+energieke pogingen deed om de koren-produktie te vermeerderen.
+
+In 1676 onder Isbrand Goske had men zelfs gevraagd om de prijs van de
+rijst te verminderen. Gelukkig was dit geweigerd.
+
+Vooral Simon van der Stel heeft zijn best gedaan om het voorgestelde
+doel te bereiken en bij het begin der achttiende eeuw was men zover,
+dat geregeld koren werd uitgevoerd.
+
+Een enkele maal, zoals in 1700, was men nog verplicht, wegens
+misgewas, rijst in te voeren, maar in 1706, na een zeer regenachtig
+oogstseizoen, dat veel schade had gedaan aan 't koren, kon men toch
+nog 1400 mudden naar Batavia zenden.
+
+Van die tijd af was de strijd gewonnen[54]. De enige strijd, die er
+nog voortdurend op dit gebied bleef bestaan, was die over de prijzen,
+die de Kompanjie zou betalen. Het koren, dat uit Bengalen en Surate
+werd ingevoerd op Java, kon daar goedkoper verkocht worden en dit gaf
+vaak aanleiding tot pogingen om de prijzen van 't kaapse graan te
+verminderen.
+
+Deze pogingen leden echter steeds schipbreuk, wat ik boven vermeldde.
+
+Hoewel de boeren te kampen hadden met allerlei ziekten van 't vee,
+zoals het mond- en klauwzeer, dat in 1723 voor de eerste maal
+verscheen, de paardeziekte, die in 1719 in Zuid-Afrika kwam enz., is
+de eerste helft der achttiende eeuw bijna geheel vrij geweest van de
+sprinkhaneplaag.
+
+In 1695 hadden ze hun verschijning gemaakt aan de Kaap en niet meer
+vóór het jaar 1746 keerden ze weer. Dit was dus een groot voordeel
+voor de landbouw en dientengevolge ook voor de veeteelt.
+
+De wilde-dieren-plaag, die soms de veeteelt zoveel schade had gedaan,
+was nog niet geheel uitgeroeid, maar in elk geval lang niet zo
+algemeen meer als het geval was geweest.
+
+Op 29 Julie 1705 schrijft Tas in zijn dagboek: »Wij vinden op ons land
+dicht na 't land van Botma vers leeuw of tijgerspoor."
+
+Op 4 Februarie 1706 vermeldt hij, dat er 7 wilde honden onder de
+schapen waren gekomen en daar schade hadden aangericht. Maar het feit,
+dat hij dit zo uitdrukkelik vermeldt, bewijst wel, dat het een niet zo
+algemeen voorkomend geval meer was.
+
+Toch, zodra men van de dorpen verwijderd was, schijnt men nog al wat
+gevaar te hebben gelopen, tenminste Valentijn verhaalt op blz. 113 van
+zijn werk over verschillende gevallen van ontmoetingen met leeuwen op
+weg van de Kaap naar Stellenbosch en Draakestein.
+
+De premies voor het doden van wilde dieren werden in 1739 verminderd,
+wat ook bewijst, dat er niet meer zó'n last van ondervonden werd.
+
+Voor 't doden van een leeuw werd in plaats van 17 rkd. tans 10 rkd.;
+voor het doden van een luipaard 6 rkd. in plaats van 10 rkd. en voor
+'t doden van een hyena 2 rkd. in plaats van 3 rkd. betaald.
+
+Bovendien moesten de gedode dieren zelf aan 't Kasteel of aan de
+Drostdij te Stellenbosch worden vertoond. Deze maatregel was nodig
+geworden, doordat slimme boeren een vrij voordelige handel hadden
+weten te drijven in huiden van de bovengenoemde dieren met de
+Hottentotten, die het wild soms dagreizen ver van het distrikt, waar
+de huid werd afgeleverd, hadden gedood.
+
+Wat Thunberg en Stavorinus vertellen, dat namelik de leeuwen enz.
+_levend_ moesten afgeleverd worden om de premie te krijgen, is
+natuurlik een sprookje[55].
+
+Deze premies werden betaald uit een belasting, die bekend is onder de
+naam van leeuw- en tijgergeld. Stavorinus vertelt, dat dit voor iedere
+burger 4 rijksdaalders voor leeuwegeld en 2 gulden voor tijgergeld
+bedroeg.
+
+Kolbe noemt ook nog de wilde olifanten, elanden en bokken, die soms
+veel schade konden doen aan 't koren.
+
+Heel wat moed en behendigheid moet er toe nodig geweest zijn om deze
+wilde dieren zover uit te roeien, als we de middelen in aanmerking
+nemen, die de Kapenaars van die tijd ten dienste stonden tot dat doel.
+
+Want zelfs in 1792 nog spreekt Cornelius de Jong zijn verbazing er
+over uit, dat men toen zulke uitstekende geweren had aan de Kaap, dat
+het mogelik was een bok op 80, 90, ja zelfs op 100 passen te doden.
+
+Als dat in die tijd nog zo'n verbazing kon wekken, behoeven we niet te
+vragen, hoe de wapens een kleine honderd jaar vroeger waren.
+
+Toch dorst men met zulke middelen op de olifantsjacht gaan.
+
+Thunberg ontmoette in 1773 een zekere Jacobus Botha, die toen 81 jaar
+was. Hij had veel geld verdiend met de verkoop van olifantstanden, die
+de Kompanjie tegen 1 gulden per pond opkocht.
+
+De moed, waarvan ik zo even sprak, was een hoofdtrek van het karakter
+van de Kolonisten. Door hun voortdurend leven in de openlucht, omringd
+door gevaren van wilde dieren en Bosjesmannen, werden hun zenuwen
+gestaald en zij werden de beste pioniers, die men zich denken kon.
+
+De Voortrekkers van Bloedrivier en Vechtkop hadden hetzelfde
+onbuigzame en taaie karakter van de achttiende-eeuwers nog, dat hen in
+staat stelde daden te volbrengen, die door alle eeuwen heen met
+bewondering zullen worden aangehoord en ons gewone stervelingen zullen
+doen uitroepen: »En in die dagen waren er reuzen op aarde."
+
+Door hun trekken kregen de kolonisten een hekel aan alles, wat naar
+dwang zweemde. Ze wilden liefst maar zo ver mogelik af zijn van de
+stad, waar de handelaars woonden, die altijd trachtten misbruik te
+maken van hun lichtgelovigheid en onwetendheid.
+
+Wat ze nodig hadden, werd dus door hen niet in de eerste plaats in
+Kaapstad gekocht of zelfs maar uit Kaapstad verkregen.
+
+Als ze samenkwamen in de dorpen tot het vieren van het nachtmaal, dan
+was daar allicht te krijgen, wat ze nodig hadden.
+
+Kolbe verhaalt, dat bij de kerk van Draakestein een soort markt was,
+waar de boeren kruidenierswaren enz. kochten, als ze daar kwamen.
+
+Verder had men de rondtrekkende kooplieden, die natuurlik de boeren
+even hard beet namen, maar deze voelden zich, ook al werden ze beet
+genomen, niet zo hulpeloos overgeleverd aan de listen en lagen van
+geldgierige kooplui, zolang ze maar op hun eigen grond en in hun eigen
+omgeving waren.
+
+Hierboven deelde ik met een enkel woord mee, dat in 1742 de eerste
+slagerswinkel te Stellenbosch werd geopend. De primitieve toestand van
+het winkelwezen komt ook duidelik uit, wanneer men de bepalingen
+leest, die daarbij werden gemaakt.
+
+Pieter Wium was de slager, die in de winkel zou wonen. Hij moest twee
+keer per week op Woensdag en Zaterdag, gezond, vers schapevlees te
+koop aanbieden tegen 2 st. per pond en een schelling voor 4 pond en
+hij zou voor die prijs aan niemand mogen weigeren vlees te verkopen.
+Vier keer per jaar zou hij op dezelfde kondities ook rundvlees moeten
+verkopen.
+
+Indien hij zich niet aan deze voorwaarden hield, zou hij 25 rkd. boete
+moeten betalen aan de armekas.
+
+Maar niet alleen Stellenbosch was nog in zijn eerste
+ontwikkelingsperiode, Kaapstad was ook bij lange na nog niet, wat men
+een »stad" kon noemen.
+
+Valentijn spreekt nog steeds, zoals ik vroeger opmerkte, over het
+»vlek".
+
+En hoe de toestanden er waren, blijkt b.v. ook uit het »Journal", waar
+we aangetekend vinden, dat er in 1710 besloten werd een behoorlike
+muur om de begraafplaats te bouwen, daar deze open lag en men varkens
+en andere dieren wilde beletten de grond om te wroeten en zo de lijken
+te schenden.
+
+En zelfs in 1792 zegt Cornelius de Jong nog: »De Kaap, niet bestraat
+zijnde, is in den regentijd een algemeene dijk, hetwelk de laarzen
+zeer noodzakelijk maakt. De goten, die wijd zijn, midden door de
+straten loopen en meesttijds het water niet kunnen verzwelgen moet men
+bij sterken regen overspringen"[56].
+
+Toch volgde men in het huiselik leven de hoofse zeden van de Europese
+steden.
+
+Voor dat men aan tafel ging, bracht een slavin bij ieder der gasten
+een bekken water en een handdoek en datzelfde gebeurde, als ze
+opstonden. In de huizen van de rijken stond zelfs achter iedere stoel
+een slaaf met een palmblad om koelte toe te wuiven of om de vliegen te
+verdrijven, die plaag, waarover zo vele reizigers aan de Kaap al
+geklaagd hebben[57].
+
+De gastvrijheid der buitenlieden, waarover ik vroeger gesproken heb,
+bestond echter in Kaapstad niet. Men kon er onderdak krijgen, maar
+tegen betaling.
+
+Velen in Kaapstad leefden zelfs van dit houden van kosthuizen en
+konden dus onmogelijk zo vrijgevig zijn met hun gastvrijheid als de
+lieden buiten de stad.
+
+Het gebrek aan winkels van allerlei waren werd aan de Kaap goed
+gemaakt door verkopingen, die vaak door de zeelieden werden gehouden.
+Officieren waren gewoon te hunnen eigen bate allerlei dingen te koop
+aan te bieden.
+
+Als ze uit Holland kwamen, hadden ze gewoonlik wijn, bier, hammen,
+kazen, tabakspijpen enz. te koop en wanneer ze uit Indië kwamen,
+verkochten ze vaak katoen, sits, rijst, tee enz.
+
+Niet alleen hollandse, maar ook engelse officieren deden dit. Deze
+laatsten boden meestal fijn en grof ijzerwerk, vooral matrozemessen en
+scharen te koop aan.
+
+Dit werd door de Kompanjie toegelaten op voorwaarde, dat ze 5 percent
+van de verkoopsprijzen aan de fiskaal betaalden.
+
+Vermakelikheden waren er ook nog niet veel. Als de kanonnen van
+Robben-eiland de komst van een schip aankondigden, liep jong en oud
+uit om te zien, welk schip het was en als het voor anker kwam, dan was
+iedereen nieuwsgierig om het nieuws te horen, dat door de van boord
+komenden zou worden meegedeeld.
+
+Maar als er geen schepen kwamen, was het leven vrij eentonig.
+
+Onder Van Assenburg werd het de gewoonte, dat de burgers met hun
+vrouwen een bezoek aan 't kasteel brachten op Nieuwjaarsdag en op zijn
+verjaardag tussen 10 en 11 's morgens. Ze werden dan uitgenodigd daar
+het middagmaal te gebruiken en bleven de gehele dag tot 's avonds 9
+uur.
+
+Eens zelfs gaf hij bij een dezer gelegenheden een stieregevecht te
+zien op 't plein van het Kasteel. Dit viel echter bij de vreedzame
+Kapenaars niet biezonder in de smaak en werd daarom nooit herhaald.
+
+Onder de huiselike vermaken waren vooral bekend het schaak-,
+kaart-[58] en damspel. 's Avonds, als men z'n vrienden ging bezoeken,
+werd er muziek gemaakt en vaak ook werd er gedanst. Maar men maakte er
+geen nachtwerk van, zoals tegenwoordig.
+
+Want om negen uur begon ieder zich gereed te maken om naar huis te
+gaan. De slaven stonden met brandende lantarens gereed om de heren en
+dames naar huis te geleiden, daar straatverlichting nog onbekend was.
+
+In Stellenbosch had men van 1 tot 14 Oktober kermis. Die was in 1686
+ingesteld. Van alle kanten kwamen de mensen dan toegestroomd. Uit
+Kaapstad kwamen niet alleen de stedelingen maar ook de schepelingen
+van de in de Tafelbaai liggende schepen. Het was dan een tijd van
+grote vreugde en vrijheid. Ieder mocht gedurende deze tijd kopen en
+verkopen zonder enige beperking.
+
+In 1706 werd echter deze kermis voor goed afgeschaft.
+
+De regering in Indië had namelik verboden verder bij te dragen aan de
+schietwedstrijden en ook was het niet meer veroorloofd wijn of bier
+uit te delen op kosten van de Kompanjie, zoals tot dusver de gewoonte
+was geweest.
+
+Vooral het schijfschieten of papegaaischieten was een belangrijk punt
+van 't programma.
+
+Men zette een houten vogel (papegaai) op een stang en dan moest door
+de personen, die hun inleggeld[59] hadden betaald, getracht worden,
+die vogel eraf te schieten.
+
+Verschillende prijzen werden daarbij uitgeloofd.
+
+Wie de kop er afschoot, kreeg 1 rkd. Voor de rechtervleugel kreeg men
+4 schellingen, voor de linkervleugel 3 schellingen, voor de staart 2
+schellingen, voor een splinter 1 schelling. Wie de hele vogel eraf
+schoot kreeg 25 rkd. van de Kompanjie en bovendien de inleggelden.
+
+Verder was er ook een wedstrijd in 't pistoolschieten op een schijf.
+
+Wie de papegaai afschoot, was koning van 't voetvolk en wie 't wit van
+de schijf raakte, was koning van de ruiterij.
+
+Het volgend jaar mocht de koning eerst schieten, zelfs vóór de
+Goeverneur. Hij behoefde dan ook nog geen inleg te betalen[60].
+
+De afschaffing van de kermis in Stellenbosch was volstrekt niet naar
+de zin van de bewoners en een opstootje was er het gevolg van. De
+afschaffing bleef echter gehandhaafd.
+
+Bij gebrek aan andere amusementen maakte men van een vendutie zooveel
+mogelik een pretje.
+
+»Bij alle verkopingen, die op 't land geschieden, worden de
+liefhebbers met eeten en drinken verzien, en zommigen ook voor niet
+met al gehuisvest, terwijl by degenen, die aan de Kaap voorvallen de
+kopers enkelijk met een glas wyn en een pyp tabak onthaalt worden, ten
+einde de kopers door den wyn aangemoedigt wat rykelyker in 't bieden
+zyn zouden"[61].
+
+Bij verschillende plechtige gelegenheden, zooals de viering van 't
+Nieuwe jaar, trachtte men wat meer leven te brengen in de kleine
+maatschappij door schoten te lossen.
+
+Dit werd echter in 1715 verboden wegens 't brandgevaar. Op 17 Mei 1714
+kort na aankomst van De Chavonnes was er brand op 't kasteel gekomen
+dicht bij 't kruitmagazijn. Slechts met moeite had men die brand
+geblust[62].
+
+Geen wonder ook, dat het streng verboden was op straat een pijp te
+roken. Zeelieden, vooral, als ze half dronken waren, gingen wel eens
+wat roekeloos om met hun pijp en een enkele vonk was genoeg om de
+rieten daken in 't droge seizoen in brand te steken, zoals men in 1710
+te Stellenbosch tot zijn schade ondervond.
+
+Op overtreding van dit rookverbod stond zelfs een pak slaag met een
+dik touw[63]. De politie moest ook opletten, of er ergens brand was.
+
+Des avonds ging de z.g. ratelwacht de stad door. Als er brand was,
+liet hij zijn ratel klinken en riep luid: »Brand, brand!" door de
+straten. Dan ging hij naar het Burger-Wachthuis, waar de brandspuiten
+werden bewaard en op het brandalarm werd de trommel geroerd en de
+klokken van kerk en kasteel werden geluid.
+
+Om zich aan de eentonigheid van het alledaagse leven te onttrekken,
+bestond bij de landbewoners de gewoonte, de jaardagen van ouden van
+dagen in biezonder hoge ere te houden.
+
+Elk jaar gingen ze 4 of 6 weken lang op reis om allerlei familieleden
+te bezoeken en op die reis werd dan natuurlik heel wat nieuws verteld
+en gehoord en de tocht maakte een onderwerp van gesprek uit gedurende
+de rest van 't jaar.
+
+De boeren bij Kaapstad hadden ook veelal enige slaven, die viool
+speelden. Er werden geregeld op de plaatsen danspartijen
+georganiseerd, waar menigeen zijn betere helft vond.
+
+Als een jongen 15 jaar oud was, werd hij als volwassen beschouwd. Bij
+begroetingen enz. werd hij geheel als man behandeld.
+
+Dan werd hij ook ingeschreven om militaire diensten te verrichten. Als
+een vader twee zonen had, die dienst konden doen, dan was hij zelf
+vrij[64].
+
+Liefdadigheidsinstellingen voor wezen waren er niet. Arme wezen werden
+door welgestelde lieden als hun eigen kinderen aangenomen.
+
+Aan de opvoeding der jeugd werd ook nog niet veel zorg besteed.
+
+In 1683 werd te Stellenbosch de eerste school gesticht. Men leerde er
+lezen, schrijven en de beginselen der cijferkunst. Het voornaamste
+deel van het onderwijs was dat in de godsdienst. Op 13-jarige leeftijd
+werden de leerlingen volleerd geacht. Dan deden ze een soort van
+eksamen voor het consistorie, waardoor ze lidmaten van de Kerk konden
+worden. Ze moesten daartoe de Bijbel kunnen lezen, de heidelbergse
+Katechismus opzeggen en een weinig schrijven. Vooral ook moesten ze
+echter psalmen kunnen zingen.
+
+In 1714 werd te Kaapstad een latijnse school gesticht. Doch buiten
+deze scholen was er geen gelegenheid tot het ontvangen van onderwijs
+door de hele Kolonie.
+
+Maar al deed de Kompanjie niet veel voor het onderwijs aan de kinderen
+van haar ambtenaren of de vrijboeren, haar jonge ambtenaren echter,
+die nog geen gezinshoofden waren, werden door haar met de plak
+geregeerd.
+
+Ik sprak vroeger over het kosthuis, dat de Kompanjie had gesticht voor
+de jongelui in haar dienst.
+
+De regels, die ze voor hen had gemaakt, waren o.a.: »De tafel
+mocht niet langer dan een half uur duren. De jongelui moesten
+precies op tijd aan tafel zijn en als iemand later kwam, dan was de
+kosthuishouder niet meer verplicht hem eten te geven, maar hij moest
+wachten tot het volgende maal (Deze maaltijden waren om 11 v.m. en 6
+n.m.). Geen ongetrouwde ambtenaar mocht in een kosthuis van eigen
+keuze zijn, uitgezonderd zij, die familie in de stad hadden.
+
+Er moest voor en na 't maal een gebed uitgesproken worden. Wie aan
+tafel vocht of vloekte, moest eerst bestraft worden door de
+kosthuishouder en als dit niet hielp, dan zo nodig door de Politieke
+Sekretaris gerapporteerd worden aan de Goeverneur"[65].
+
+Misschien was de strenge en ingetogen levenswijze, waaraan men
+zich aan de Kaap hield ook voor een zeer groot deel te danken aan
+de Kalvinistiese levensbeschouwing van de oude Hollanders, die
+allerlei dingen als duivels beschouwden, welke belijders van andere
+godsdiensten vrij onschuldig achtten.
+
+Daarom betwijfel ik ook, of het kaartspelen wel zo algemeen was als
+Thunberg ons zou willen doen geloven.
+
+Het feit, dat Adam Tas in zijn dagboek vertelt, dat hij met vrienden
+en kennissen kaartspeelt, bewijst ook niet veel. Hij was in menig
+ander opzicht heel wat vrijer in zijn denken en overtuigingen dan de
+meesten van zijn tijdgenoten.
+
+Eigenaardig is wel, dat de Kalvinisten volgens Thunberg[66] Kerstmis
+volstrekt niet vierden, maar dat ze dan werkten als gewoonlik.
+Nieuwjaarsdag werd door hen als vakantiedag gevierd in zoverre, dat ze
+naar hun buren gingen om hun geluk te wensen.
+
+Bruiloften werden, vooral als de bruid en bruidegom soms dagen en
+weken moesten reizen voor ze 't Huwelikshof te Kaapstad bereikten,
+vanzelf niet met veel vertoon gevierd.
+
+Valentijn vertelt alleen, dat men er in zoverre een soort van
+plechtige tint aan gaf, dat men altijd zwarte ossen gebruikte om de
+wagen van bruid en bruidegom te trekken. Dit gold echter ook voor 't
+vervoer van een dode, waar de kleur dan ook meer geschikt was, naar 't
+mij voorkomt.
+
+Toch ging een trouwplechtigheid, vooral van lieden uit Kaapstad, niet
+geheel ongemerkt voorbij. Op de avond van de dag, dat men, zoals het
+heette »voor Commissarissen" geweest was, gaf men gewoonlik een
+soupee, dat het »Commissaris Maal" heette. Dit soupee werd met een
+bal besloten. Op deze bals waren de slaven, die vaak zeer muzikaal
+waren, de muziekanten. De eigenlike huweliksinzegening had meestal
+plaats op Zondag.
+
+Bij een sterfgeval gaf de koster daarvan gewoonlik kennis aan vrienden
+en bloedverwanten en nodigde hen tot de begrafenis uit.
+
+Aan de dragers werd een zekere som geld betaald en opdat ze in
+behoorlik kostuum zouden zijn, kregen ze ook een paar zwarte
+handschoenen en een lange zijden lamfer.
+
+Als het lijk het huis was uitgedragen, werden door de koster de namen
+der bloedverwanten en vrienden opgelezen in de volgorde, waarin zij de
+kist zouden volgen. Hij moest dan nauwkeurig overwegen of die orde wel
+goed was, want als iemand niet de plaats kreeg, die hem toekwam, was
+dit een grote belediging. Vóór 1754 werd zeezand gestrooid langs de
+weg van 't sterfhuis naar 't kerkhof. Na de begrafenis werden allen
+bedankt voor hun tegenwoordigheid en uitgenodigd naar het sterfhuis te
+gaan om daar een en ander te gaan gebruiken.
+
+Hier werden wijn, brandewijn, bier, tee, koffie, kaas, gevogelte,
+tabak, pijpen, enz. aangeboden en men deed zijn best om dit maal zo
+goed mogelik te doen zijn, omdat het »de laatste eer was, die men aan
+de dode kon geven."
+
+Bij de begrafenis van Johannes Heufke (1739) werd 20 rkds. uitgegeven
+voor »geraspbrood, koekies, kraakelinge, eyzerkoek en verder gebak,"
+2-1/2 rkd. voor »een gros lange pype," 3 rkd. 2 schellingen voor
+»4000 amandel", 21 gulden voor »Hollands gebak" en 12 gulden voor
+»Caabs gebak."
+
+Een afleiding voor de Kapenaars was zeker wel een wandeling door de
+prachtige Kompanjiestuin, waar vele schrijvers van spreken als van een
+van de wereldwonderen.
+
+Anderen zijn niet zó uitbundig in hun lof, maar dat hij de moeite van
+het bekijken waard was, is zeker.
+
+Valentijn is er biezonder over verrukt. Hij vond er allerlei gewassen,
+die hij nooit te voren had gezien en dat er degelik werk werd gedaan,
+blijkt ook wel uit wat hij vertelt over de arbeid van de baas-tuinier
+en eveneens uit de lange lijst van planten, die hij opgeeft, die alle
+door de zorg van die tuinier òf een naam hadden gekregen òf
+geklassificeerd waren.
+
+Een wandeling door deze tuin nu was zeer aangenaam, omdat men er niet
+alleen allerlei groenten, maar ook veel bloemen en vruchten zag.
+
+De tuin stond onder scherp toezicht, maar het grote euvel der
+maatschappij, de omkoopbaarheid van haar ambtenaren, had zich zelfs
+onder de slaven verspreid.
+
+Ziehier wat Valentijn zegt[67]:
+
+»Maar men mag niet het allerminste afplukken, waar op swaare straffen
+staan gelijk er ook doorgaans over al zeer veel spions van slaven zyn,
+die daar net op weten te passen. Ook hoort men zeer zelden daar af en
+als dat bij ongeluk al eens geschied koopt zulk een onvoorzigtige dit
+liever met een steekpenning aan die slaaven te geven, af, dan dat hy
+sich voor de verbolgentheid en gramschap van den Thuinier of van den
+Heer Gouverneur, bloot zou stellen." Voor druiven was dit verbod niet
+overal even streng als in de tuin van de Kompanjie naar het schijnt,
+want hij vervolgt op bladzijde 22 van genoemd werk: »Men mag van de
+zelve, als men in een wijngaard is, zooveel als men er begeert om niet
+eten; doch de bossen, die men mede neemt, moet men betaalen."
+
+De zorg voor de bomen en de moeite, die men nam om de aanplant te
+bevorderen en de vernieling ervan tegen te gaan, blijkt echter overal
+en steeds even groot te zijn geweest als in de tuin te Kaapstad.
+
+Simon van der Stel had 16.000 eiken op de Tafelberg geplant. En hoewel
+er 4000 door bavianen vernield werden, groeiden de andere goed, zodat
+bij het eind van zijn bestuur in 1699 sommige reeds 36 voet hoog
+waren[68].
+
+W. A. van der Stel volgde in dit opzicht het voetspoor van zijn vader.
+In 1700 zond hij 12.000 jonge eiken naar Stellenbosch en 8000 naar
+Draakestein.
+
+Ds. Hercules van Loon zou het oppertoezicht hebben over 't planten.
+Maar de burgers zorgden er niet goed voor.
+
+Niet alleen, dat ze er weinig zorg aan besteedden, maar de boomen
+werden opzettelik vernield of voor brandhout gebruikt[69]. Van der
+Stel zag zich daardoor genoodzaakt weer de oude strafbepaling van 40
+jaar te voren in 't leven te roepen, waarbij aan iemand, die een tuin
+of boom beschadigde, 12 maanden dwangarbeid werd opgelegd.
+
+De boomaanplant bleef echter zeer langzaam gaan. De boeren
+verontschuldigden zich door te zeggen, dat er zoveel vogels in de
+bomen woonden, die veel schade aan 't koren deden.
+
+De straffen bleven daarom steeds zwaar, want men moest hout hebben en
+wilde dus de burgers dwingen om, als ze dan zelf geen bomen plantten,
+tenminste die aanplanting niet te doen mislukken[70].
+
+Het gebeurde eens zelfs, dat men zo weinig hout had, dat er niet
+genoeg was om de kruiwagens van de Kompanjie te herstellen, die
+daaraan dringend behoefte hadden.
+
+Van Mauritius had men lange tijd veel hout gekregen, maar in 't begin
+der achttiende eeuw had men daar met allerlei tegenspoeden te kampen.
+
+Orkanen vernielden veel bomen en ontsnapte slaven staken vaak de
+gebouwen van de Kompanjie in brand.
+
+Het valt dus niet te verwonderen, dat het aankweken van bomen een
+levenskwestie werd.
+
+Kolbe verhaalt, dat een rijk burger een dienaar van de Kompanjie had
+weten over te halen hem wat eikenloof te bezorgen.
+
+Deze burger moest zelf een boete van 125 rijksd. betalen en de dienaar
+werd levenslang naar Robben-eiland verbannen.
+
+In 1740 werd zelfs de bepaling gemaakt, dat een boombeschadiger twee
+jaar als veroordeelde in ketenen op de openbare werken zou moeten
+arbeiden.
+
+De aanbrenger, wiens naam geheim werd gehouden, kreeg een beloning van
+20 rkds.
+
+Deze straffen zijn buitensporig zwaar in onze ogen, maar we moeten
+niet uit het oog verliezen, dat de manier van straffen van die dagen
+in het algemeen heel wat verschilde van die van onze tijd.
+
+Sommige van die straffen zijn trouwens ook heel zonderling.
+
+Zo lezen we, dat in 1739 een bootsman had gevloekt. Waarschijnlik
+stond dit feit niet op zich zelf. Ten minste de zeelieden van die tijd
+moeten dan wel veel deugdzamer geweest zijn dan de tegenwoordige. Maar
+in elk geval deze vloeker werd gehoord door iemand, die daar dadelik
+een aanklacht over indiende. Nu werd hij veroordeeld om drie
+achtereenvolgende Zondagen bij de ingang van de kerk te staan met een
+bord met het opschrift »Godslasteraar" op zijn borst.
+
+Ik ben geneigd aan te nemen, dat, als de kerkgangers de woorden hadden
+kunnen verstaan, die hij onderwijl dacht, maar niet uitsprak, het
+getal van drie Zondagen met verscheidene zou vermeerderd zijn.
+
+Zodra men zich vergreep aan de goederen van de Kompanjie zelf, werden
+natuurlik de strengste straffen toegepast.
+
+Toen b.v. in 1737 verscheidene schepen van de Kompanjie strandden en
+bijgevolg veel wrakgoed aanspoelde, werd ieder, die men betrapte op
+het meenemen van die goederen van het strand, zonder enige vorm van
+proces opgehangen. Voor dit doel had men opzettelik enige galgen op
+het strand opgericht.
+
+Voor de onhandelbare jeugd had men eveneens een paardemiddel.
+
+Zo werd op 15 Oktober 1720 door Jan Nel, diaken van Stellenbosch, aan
+de overheid een rekwest gezonden, waarin hij klaagde over de stoutheid
+van een jongen van 12 jaar, die door de schoenmaker, bij wie hij in de
+leer was, niet getemd kon worden. Hij vroeg dan ook eerbiedig om dit
+jongmens voor enige tijd aan boord van een schip te brengen[71].
+
+Nu geloof ik niet, dat men uit het bovenstaande mag afleiden, dat er
+van de zeelieden van die tijd zulk een uitstekende invloed uitging,
+maar het dikke pektouw zal waarschijnlik de grote deugdvormer zijn
+geweest.
+
+Deze aanvraag staat volstrekt niet op zich zelf. Ik heb ook op andere
+plaatsen voorbeelden gevonden van toepassingen van soortgelijke
+vonnissen.
+
+Men moest echter wel trachten goed te maken door overmatig strenge
+straffen, wat men aan politie-kontrôle te kort kwam.
+
+Onder Simon van der Stel had men reeds een burgerwacht gehad, die 's
+nachts de stad patroeljeerde en op 't eind der 17de eeuw werden ook in
+Stellenbosch en Draakestein veldwachters aangesteld, maar de
+uitgestrektheid van de kolonie was te groot om een behoorlik toezicht
+uit te oefenen.
+
+De ongelukkigen, die in handen der Justitie vielen, moesten daarom
+boeten voor degenen, welke ontsnapten.
+
+Een merkwaardig kenmerk van de straffen van die tijd is hetzelfde, dat
+helaas nog zoveel hedendaagse straffen dragen, n.l. dat ze zo weinig
+het karakter hebben van een goedmaken door arbeid voor de gemeenschap,
+wat de misdadiger tegen die gemeenschap heeft misdreven.
+
+Het brute uitblussen van het leven van het individu of het verminken,
+waardoor het in het eerste geval geheel en in het tweede geval vaak
+gedeeltelik voor arbeid ten behoeve van de gemeenschap werd ongeschikt
+gemaakt, was zeer algemeen.
+
+Een uitzondering hierop maakten de verbanningen naar Robben-eiland,
+waar de dwangarbeiders b.v. een zeer nuttig werk deden door het
+branden van kalk uit de zeeschelpen (Valentijn).
+
+Stavorinus zegt, dat op datzelfde eiland veel kalksteen werd gehakt
+voor Kaapstad.
+
+Nu we ons bezighouden met de straffen, die op misdadigers werden
+toegepast, zal het zeker niet ondienstig zijn een paar woorden te
+wijden aan het stelsel van slavernij, dat voor veel van de misdaden
+verantwoordelik was.
+
+Wij zijn in de twintigste eeuw allen te zeer overtuigd van het
+schandelike van slavernij en van de slechte invloed, die hij op de
+maatschappij heeft, dan dat het nodig zou zijn, dit hier in den brede
+te betogen.
+
+Ik zal me dus bepalen tot enkele grepen uit het leven der slaven aan
+de Kaap in die tijd.
+
+De maatschappelike positie van de slaven was in de eerste tijd van de
+nederlandse volksplanting ver van slecht. Integendeel.
+
+De kolonie was eigenlik bijna zonder slaven begonnen. In 1657 bestond
+de hele bevolking uit 134 personen, vrouwen en kinderen meegerekend en
+er waren maar 8 slaven. In 1658 echter nam een hollands schip »de
+Amersfoort" een portugees slaveschip en bracht de overlevende slaven
+van dat schip aan de Kaap.
+
+Van Riebeeck had reeds de Heren Zeventien gevraagd om slaven, maar de
+eerste troep kwam er op bovengenoemde manier.
+
+Er werd in die tijd geen onderscheid gemaakt tussen mensen en mensen
+om de kleur alleen. Huweliken tussen Europeanen en vrijgemaakte slaven
+van zuiver ras waren verboden, maar blanken mochten wel trouwen met
+vrijen van gekruist ras. Dit bracht natuurlik, vooral in de eerste
+tijden, toen het getal der kolonisten nog zo klein was, grote
+voordelen mee. Bij het bouwen van het fort en in 't algemeen ten
+opzichte van de verdediging tegen de inboorlingen voornamelik was het
+gewenst zich zo sterk mogelik te maken. Men legde daarom in die tijd
+een heel andere maatstaf aan dan honderd jaar later. In Van Riebeecks
+tijd plaatste het Kristen-zijn blank en zwart op dezelfde lijn.
+
+Andere maatregelen uit die tijd wijzen er eveneens op, hoe bang men
+was voor de inboorlingen.
+
+In 1677 werd b.v. de doodstraf gesteld op 't verkopen van geweren of
+ammunitie aan Hottentotten. Zelfs was het een strafbaar feit de
+Hottentotten in geld te betalen voor hun werk, zogenaamd omdat ze er
+de waarde niet van kenden, maar eigenlik, omdat ze met geld zich
+misschien gemakkeliker geweren enz. konden aanschaffen. Het was
+eveneens verboden om ze te betalen in halfbloed schapen, omdat men dan
+niet kon nagaan, welke dieren van hun kudden door hen waren gestolen
+en welke niet.
+
+Dit laatste is volkomen te begrijpen.
+
+In 1691 waren er ongeveer 50 vrije negers in de kolonie en zij hadden
+dezelfde politieke vrijheden als de Europeanen.
+
+Watermeyer zegt ook: »In het grootste deel van de eerste eeuw van het
+hollandse bewind was het leven van de zwarte even heilig als dat van
+de blanke en de wreedheden, waarvan wij huiveren, van mensen, die op
+Bosjesmannen jacht maakten als op wilde beesten, kwamen niet voor dan
+in het einde van de achttiende en in het begin van de 19de eeuw.
+
+Van de stichting van de kolonie tot 1750 waren zulke enormiteiten
+nauweliks bekend."[72]
+
+Thunberg verhaalt, dat een slaaf over zijn meester kon klagen tegen de
+Fiskaal en dat dan de meester vaak boete moest betalen. Een slaaf kon
+echter overigens geen getuigenis geven en was altijd te onderscheiden
+van een vrijgelatene, doordat de laatste kousen, schoenen en een hoed
+droeg, terwijl de slaven dit niet mochten doen[73].
+
+Kinderen, die in 't slavehuis der maatschappij geboren waren, moesten
+volgens de wet van 1721 gedoopt worden. De opzichter en bij diens
+afwezigheid de zieketrooster moest peet staan en de kinderen moesten
+naar school en kerk worden gezonden. Op die manier werd hun de weg
+naar vrijheid opengesteld. Want één der voorwaarden daarvoor was ook,
+dat ze Kristenen moesten zijn.
+
+Natuurlik betekende dit niet, dat ze in elk opzicht, ook voordat ze
+vrij waren, behandeld werden, zoals een werkgever tegenwoordig zijn
+arbeiders behandelt.
+
+Zo vind ik b.v. in het »Journal" opgetekend op 19 Des. 1705, dat het
+ondeugdelike vlees zou worden afgekeurd en aan de slaven zou worden
+gegeven.
+
+Die konden er zich dus ziek aan eten, maar toch zal deze maatregel, al
+was 't alleen maar uit eigenbelang, niet altijd toegepast zijn. Men
+waagde een te grote som geld door het leven van een slaaf in gevaar te
+brengen.
+
+In 1698 kostten, volgens Leguat, negerslaven van 60 tot 80 rkds.
+
+Drie kwart eeuw later schijnen ze al enorm in prijs te zijn gestegen.
+Want Sparrman zegt, dat een slaaf die goed mennen en rijden kon 500
+Rkds. kostte. Een, die pas van Madagascar kwam, kostte van 100 tot 150
+Rkds.
+
+Het gewone voedsel der slaven bestond uit rijst en vooral uit veel
+vis. Dat was een zeer goedkoop voedingsmiddel, daar b.v. onder W. A.
+van der Stel steeds een gedeelte der slaven bezig was om vis te vangen
+voor hun lotgenoten. Dit kostte de eigenaar niets.
+
+Het schijnt, dat men gedurende de eerste halve eeuw wel wat al te
+gereed is geweest om slaven de vrijheid te geven, wat echter geen
+gunstige gevolgen had. Meestal waren het mensen, die uit zich zelf
+nooit aan 't werk gingen dan in de uiterste nood en voor wie vrijheid
+synoniem was met nietsdoen.
+
+Toen men dit inzag, moest men tegen de vagebondérende vrijgemaakten
+natuurlik maatregelen nemen.
+
+In 1708 trad Cornelis Joan Simons, officier van de vloot, op als hoge
+kommissaris. Hij paste aan de Kaap toe het indiese gewoonterecht, dat
+geen volbloed negerslaaf mocht vrijgemaakt worden, zonder dat de
+eigenaar de zekerheid gaf, dat de vrijgemaakte persoon niet binnen 10
+jaar ten laste van 't armefonds zou komen.
+
+Was dit het geval toch, dan geraakten ze ipso facto weer in slavernij.
+
+Een eigenaardige manier van vrijwording, die de trots der Nederlanders
+op hun vrijheid aan 't licht brengt, was deze: Als een slaaf als
+bediende meekwam naar Nederland, was hij vrij, zodra hij landde. Het
+feit alleen, dat hij op de vrije bodem van de Republiek der Zeven
+Verenigde Nederlanden was geweest, was genoeg om hem van alle banden
+der slavernij te verlossen.
+
+De invloed van de slavernij op de bevolking aan de Kaap is niet
+gunstig geweest en dit is al vroeg, doch niet vroeg genoeg, ingezien.
+
+Op 25 Februarie 1743 betreurde Van Imhoff het in zijn memorandum, dat
+in 't begin niet meer blanken waren uitgezonden. Zij, die er waren,
+hadden een afkeer van handearbeid gekregen. De invoer van slaven had
+hen steeds in hun luiheid gestijfd.
+
+Blanke handwerkslieden eisten buitensporige prijzen voor hun werk.
+Metselaars en timmerlui kregen dikwels een rijksd. of 9 schellingen
+per dag boven de kost en werkten dan nog zo langzaam, dat ze in een
+bepaalde tijd slechts de helft van het werk deden, dat hun Europese
+kollega's in die tijd afmaakten.
+
+Op de boerderijen waren blanke arbeiders eenvoudig niet te krijgen,
+hoeveel geld men ook bood.
+
+In 1716 reeds schijnen de Heren Zeventien min of meer gevoeld te
+hebben, dat er iets niet in orde was, ten opzichte van de
+werkkrachten, want ze vroegen uitdrukkelik aan de Politieke Raad, wat
+hij beter achtte, de invoer van Europese arbeiders of die van slaven.
+
+Er was, helaas, echter maar één lid, dat toen toonde helder genoeg van
+blik te zijn om te zien, dat alleen europese arbeiders een kolonie
+konden vormen. Aan de kortzichtigheid van de andere leden is het te
+wijten, dat de toestand toen niet verbeterd is.
+
+Behalve de slaven speelden de Hottentotten een grote rol als
+werkkrachten.
+
+Op de boerderijen gebruikte men meestal rondtrekkende Hottentotten. Ze
+gingen van plaats tot plaats om 't koren zo spoedig mogelik te maaien.
+Kolbe zegt, dat dit nodig was, daar de Z.O. wind anders daaraan veel
+schade kon toebrengen[74].
+
+Daar deze Hottentotten dus veel met de boeren omgingen, leerden ze
+spoedig Hollands. Leguat verhaalt, dat in 1698 alle Hottentotten, die
+hij ontmoette, reeds Hollands spraken.
+
+Behalve voor het werk op de boerderijen, werden de Hottentotten verder
+voor allerlei huiswerk gebruikt.
+
+Na de eerste pokke-epidemie in 1713 werd dit echter geheel anders.
+Daar deze ziekte in 't slavehuis van de Kompanjie was ontstaan,
+meenden de Hottentotten, dat de Hollanders hen betoverd hadden en de
+weinigen, die niet ten prooi vielen aan de ziekte, trokken weg.
+Daardoor was er plotseling een groot gebrek aan bedienden ontstaan en
+de prijs der slaven steeg aanmerkelik.
+
+Gelukkig kregen in 1714 van 150 tot 200 soldaten van 't garnizoen
+verlof om bij de boeren in dienst te treden. Dat maakte het gebrek aan
+Hottentotten enigszins goed.
+
+Behalve deze verschillende werkkrachten werden volgens Mrs. Trotter
+ook Chinese veroordeelden, die uit Indië waren gezonden, als
+metselaars en steenbakkers gebruikt aan de Kaap.
+
+Dat de Hottentotten zeer in trek waren als werkkrachten is niet te
+verwonderen, als men in aanmerking neemt de goedkoopte van hun arbeid.
+
+Valentijn zegt ervan: De Hottentotten krijgen als loon alle week een
+stuk tabak »mitsgaders spijs en drank (hoewel sommige van hen
+vreeselijk veel konnen eeten)". Na verloop van een jaar kregen ze nog
+een »keten van kopere koralen" en een speenlam[75].
+
+Uit de opmerking over 't eten van de Hottentotten schijnt men te mogen
+opmaken, dat Valentijn meende, dat ze een biezonder grote weldaad
+genoten, als ze de kost kregen voor hun werk.
+
+Barrow deelt mee, dat een os of een paar koeien of een dozijn schapen
+ter waarde van 40/- of 50/- het gewone loon van een heel jaar was,
+doch dat de boeren dan dikwels een bedrag voor tabak en brandewijn van
+dezelfde grootte van de Hottentot te vorderen hadden[76].
+
+Maar Barrow is.... Barrow en een zeer grote mate van voorzichtigheid
+is altijd aan te raden bij het aannemen van zijn mededelingen als die
+kans hebben de reputatie van de hollandse kolonisten aan de Kaap te
+benadélen.
+
+Hoe welwillend de regering tegenover de Hottentotten stond, moge ten
+slotte uit het volgende blijken: In 1701 kreeg een troep soldaten
+bevel om te trachten de Bosjesmannen te achterhalen en van hen 't
+gestolen vee terug te krijgen. Daarbij werd uitdrukkelik bepaald, dat
+dit vee dan aan de eigenaars zou worden teruggegeven, _wie ze ook zijn
+mochten_.
+
+Blanken en Hottentotten genoten in dit opzicht volkomen gelijke
+bescherming.
+
+ * * * * *
+
+Ten slotte een enkele opmerking over een der middelen van bestaan in
+Kaapstad.
+
+Vroeger heb ik er op gewezen, dat de Heren Zeventien vreemdelingen
+volstrekt niet met gunstige ogen zagen aankomen in de Kaap.
+
+Vandaar dan ook, dat het kaapse _Goevernement_ niets wou verkopen aan
+vreemdelingen, maar zij mochten vrij in herbergen komen en ze konden
+groenten, varkens en gevogelte kopen van de burgers en soms zelfs
+sloten de autoriteiten, als de Kompanjie ten volle voorzien was, de
+ogen voor de verkoop van vee.
+
+Dat deze verkoop nog al wat te betekenen had voor Kaapstad blijkt uit
+de volgende cijfers:
+
+Tussen 1652 en 1700 kwamen er gemiddeld jaarliks 40 schepen (33
+nederlandse, 4 engelse en 3 andere) aan de Kaap.
+
+Gemiddeld hadden die 147 man aan boord en ze bleven van 2 tot 3 weken
+op de rede liggen. Er kwamen dus jaarliks aan de Kaap meer dan 5000
+vreemdelingen, die voedsel nodig hadden gedurende hun verblijf en ook
+gewoonlik heel wat mee op reis namen.
+
+Het aantal schepen, die in Kaapstad aanlegden, steeg voortdurend,
+zodat er gedurende de eerste helft van de 18de eeuw jaarliks zelfs 75
+schepen (57 hollandse, 15 engelse en 3 andere) het anker uitwierpen.
+
+Ten gevolge van de ongunstige jaren 1714 en volgende werd in 1720 een
+plakkaat uitgevaardigd, handelende over de verkoop van vlees aan
+vreemdelingen en in Februarie 1723 kwam er zelfs een uitdrukkelik
+verbod om vers vlees en groenten te verkopen aan vreemdelingen onder
+straffe van deportatie naar Europa en een boete van 350 rijksdaalders.
+Men wist het plakkaat echter zo te verklaren, dat het scheen in te
+houden, dat er eerst verlof van de Raad moest verkregen worden. Voor
+de verkoop aan engelse schepen, die de beste klanten waren, kreeg men
+altijd verlof, zodat het met dit plakkaat ging als met zoveel andere
+van de Kompanjie: Ze werden eenvoudig behandeld als scheurpapier.
+
+Aan het eind van dit hoofdstuk wil ik spreken over enkele kerkelike
+zaken aan de Kaap.
+
+Het spreekt vanzelf, dat ik me in dit opzicht ook weer zal moeten
+beperken. Trouwens de boeken van Spoelstra en Dreyer, die speciaal
+over dit onderwerp handelen, geven zulke uitvoerige inlichtingen, dat
+het onmogelik zou zijn veel nieuws te vertellen.
+
+Ik zal ook niet in allerlei biezonderheden treden, maar alleen enkele
+grepen doen.
+
+In de allereerste plaats dan wijs ik op de positie der predikanten.
+Ook in dit opzicht kan ik de Kompanjie niet bewonderen.
+
+Ze had zich het recht voorbehouden Predikanten te benoemen en aan te
+stellen voor de Kaap zonder beroep door Gemeente of Kerkeraad.
+
+Dit had natuurlik bedenkelike zijden, vooral in betrekking tot de
+geestelike verstandhouding tussen herder en gemeente.
+
+Een andere schaduwzijde van deze wijze van benoeming was, dat de
+predikanten geheel behandeld werden als dienaren van de Kompanjie niet
+alleen, maar zich zelf ook in de meeste gevallen als zodanig
+gedroegen. Dat wil zeggen, dat ze meestal fel tegen de boeren gekant
+waren, als die de ambtenaren aanvielen, want ze beschouwden dit ook
+als een aanval op hen. Dit kon natuurlik niet meewerken om een goede
+verhouding tussen hen en hun gemeentenaren in 't leven te roepen.
+
+Trouwens innigheid bestond tussen predikant en gemeente heel weinig.
+Als een predikant in Kaapstad een bezoek bracht aan zijn parochianen,
+dan ging de schoolmeester vooruit om de mensen te waarschuwen[77]. Er
+moest altijd een kloof blijven gapen tussen herders, die zich zo
+gedroegen en de schapen, aan hun zorg toevertrouwd.
+
+Mr. J. de Wet zegt[78]:
+
+»De Kerk werd altijd zoo zeer als een deel van het geheel van 's
+Compagnies bestier alhier beschouwd, dat aan de Predikanten of
+Leeraars daarvan even als aan alle andere beambten hun standpunt in de
+toen aangenomen klassen of rangen, onderscheiden in opperkooplieden,
+kooplieden en onderkooplieden door de wet werd aangewezen!
+
+Ieder Predikant zou gemeten worden naar den rang van onderkoopman en
+als zoodanig gerechtigd zijn tot de voorrechten aan die rang
+verbonden."
+
+De geesteliken vatten in veel gevallen hun bediening op, of het een
+wereldlik ambt was en beschouwden zoals de meeste ambtenaren van de
+Kompanjie, de Kaap slechts als een doorgangshuis naar een betere
+betrekking.
+
+Dit had ten gevolge, dat de meesten hier zo kort mogelik bleven. Zo
+had men eens in één jaar drie keer een nieuwe predikant in
+Kaapstad[79].
+
+Ik zal niet spreken over de verschillende stichtingsjaren van de
+kerken in de verschillende plaatsen, evenmin als over de pogingen, die
+de Hugenoten deden om hun taal te behouden. Ik wil alleen konstateren,
+dat de mening, dat de Heren Zeventien hun best hebben gedaan om het
+Frans te doen uitsterven in de kolonie, geheel verkeerd is. Het stierf
+een natuurlike dood door het feit, dat de Fransen maar één zesde van
+de totale bevolking uitmaakten. Het Hollands verdrong het Frans zelfs,
+zó volkomen, dat Le Vaillant opmerkt als een biezonderheid, dat hij op
+zijn reizen slechts één zeer oude man vond, die nog Frans verstond.
+Dat was ruim drie kwart eeuw, nadat de Hugenoten in Zuid-Afrika geland
+waren.
+
+Men weet, dat er zeer weinig kerken aan de Kaap waren en dat het ook
+lang duurde, eer nieuwe gemeenten gesticht werden. De eerste halve
+eeuw was bijna om, voordat Roodezand (1743) en Zwartland (1745) hun
+kerk kregen. Dat betekent dus, dat bijna 100 jaar na de stichting van
+de volksplanting er in de hele kolonie nog maar 5 kerken waren. En de
+zesde kwam er niet vóór 1792. Dat was die te Graaff-Reinet.
+
+Het spreekt dus vanzelf, dat de kolonisten in de meer afgelegen
+streken van de kolonie zo goed als geheel van geestelike hulp
+verstoken waren.
+
+Daarom ging van tijd tot tijd een der Predikanten »op trek" naar de
+eenzame boereplaatsen om de daar wonende landlieden te stichten en hun
+kinderen te dopen.
+
+Als dan de predikant op een boereplaats was, ging het gerucht daarvan
+gauw in de omtrek rond en de boeren uit de buurt kwamen naar de
+plaats, waar hij was.
+
+Het is evenwel te begrijpen, dat de afstanden het onmogelik maakten,
+dit verscheiden keren per jaar te doen.
+
+Ondanks het feit echter, dat er zo weinig kerken waren, werd er,
+trouwens volkomen in de geest van de tijd, nauwlettend gewaakt, dat
+geen leer, die afweek van de Nederduits Hervormde, zou gepredikt
+worden.
+
+De geschiedenis met George Schmit van de moraviese Broeders in de
+eerste helft van de achttiende eeuw, is bekend.
+
+Het duurde zelfs tot 1792 eer deze stille, vrome werkers een kerk
+konden krijgen.
+
+Ook de Lutheranen werden zoveel mogelik gehinderd in de uitoefening
+van hun godsdienst.
+
+In 1742 zonden ze een rekwest in om vrijheid te krijgen tot het
+aanstellen van een predikant. Dit werd niet toegestaan. Eindelik, na
+jaren lang gesmeekt te hebben om vrijheid tot uitoefening van hun
+godsdienst, kregen ze die, maar men mengde die honing met gal, door te
+bepalen, dat de lidmaten van die kerk voortaan niet meer zouden mogen
+bevorderd worden tot de eerste posten van aanzien[80].
+
+De lutherse en moraviese godsdienstoefeningen mochten wel gehouden
+worden in private huizen, maar zelfs dan mochten geen sakramenten
+worden toegediend. In die tijd meende men, dat men door zulk een
+bepaling al buitengewoon verdraagzaam was.
+
+De Lutheranen hadden zich eenvoudig te schikken en trachtten zich te
+troosten, door telkens, als er een deens schip in Kaapstad kwam, de
+geestelike te verzoeken aan land te komen om hun de godsdienst van hun
+vaderen te prediken.
+
+Zonderlinge toestanden werden geboren door de onverdraagzaamheid der
+mensen, die voor vrijheid van geloof hadden gestreden en geleden.
+
+Zo waren in 1674 enige Katholieken in de kolonie komen wonen. Zij
+wilden hun kinderen laten dopen. Daar er natuurlik geen katholieke
+geesteliken in de kolonie waren, moest dit in de hervormde kerk
+gebeuren. Dit was echter nog niet genoeg, want de doopheffers mochten
+alleen dàn Katholieken zijn, als de ouders eerst getracht hadden om
+peten van het ware hervormde geloof te vinden en daarin niet geslaagd
+waren[81].
+
+Maar zelfs hun eigen geloofsgenoten werden door de predikanten van die
+tijd met scherpe blik in hun gangen gevolgd.
+
+Zo werd op 8 Okt. 1743 een aanklacht wegens ketterij ingebracht tegen
+de zieketrooster Van Dijk. Zijn ketterij bestond hierin, dat hij het
+waagde voor de vuist te preken en niet het »Onze Vader" altijd bad in
+de dienst.
+
+En hij was ook op vriendschappelike voet met de Hernhutters[82].
+
+Deze drie punten waren reeds voldoende om hem in staat van
+beschuldiging te stellen.
+
+Ik eindig dit hoofdstuk met een aanhaling uit een rekwest van de
+kerkeraad van Draakestein in 1719.
+
+Daar de kerk bijna klaar was, vroeg deze kerkeraad verlof om in 1720
+te mogen beginnen met begraven binnen en buiten de kerk en hij vroeg
+ook goedkeuring van het volgende tarief voor begrafenissen:
+
+Een graf in de kerk zou 25 Rijksdaalders kosten en een dubbel graf 50
+Rkd. Deze koop gold voor 100 jaar. Men kon ook een graf huren. Dit zou
+kosten 10 Rkd. voor een volwassene en 5 Rijksd. voor een kind onder 10
+jaar.
+
+Op het kerkhof was de prijs van een graf 6 Rijksd. (voor een tijdperk
+van 100 jaar). Een gehuurd graf kostte 3 Rijksd.
+
+Men rekende 2 Rijksd. voor 't gebruik van 't lijkkleed en 1 Rijksd.
+voor de baar.
+
+De koster kreeg 2 Rijksd. voor een graf _in_ de kerk en 1 Rijksd. voor
+een graf _buiten_ de kerk. Als aanspreker of bidder zou hem 1 Rijksd.
+per dag moeten betaald worden[83].
+
+In het volgende hoofdstuk wens ik te spreken over het Bestuur van de
+Kaapkolonie en ook met een enkel woord over de belastingen, die er
+geheven werden.
+
+VOETNOTEN:
+
+[28] François Valentijn, t. a. p. pag. 13.
+
+[29] Thunberg, Travels. Deel I. pag. 125.
+
+[30] Valentijn, pag. 12.
+
+[31] Thunberg, I. pag. 249.
+
+[32] Kolbe.
+
+[33] Vaak hing er ook bij de boerderij een grote scheepsklok, die in
+tijd van gevaar (Bosjesmannen etc.) werd geluid om de buren te
+waarschuwen.
+
+[34] Le Vaillant, New Travels. Deel III. pag. 16.
+
+[35] Le Vaillant, Travels. I. pag. 59 en volgende.
+
+[36] Sparrman, Travels. Deel II. pag. 165.
+
+[37] Thunberg, Travels. Deel I. pag. 138.
+
+[38] Sparrman, t. a. p. Deel I. pag. 266.
+
+[39] Sparrman, t. a. p. Deel II. pag. 62.
+
+[40] Le Vaillant, t. a. p. Deel I. pag. 55.
+
+[41] Sparrman, t. a. p. Deel II. pag 166.
+
+[42] Cornelius de Jong, Reizen. Deel II. pag. 112 en 113.
+
+[43] Barrow, Travels.
+
+[44] Leibbrandt, Journal.
+
+[45] Thunberg, I. pag. 247.
+
+[46] Leibbrandt, Journal 19 Des. 1705.
+
+[47] Valentijn, blz. 48. t. a. p.
+
+[48] Thunberg, Deel I. blz. 252.
+
+[49] Thunberg, II. blz. 126.
+
+[50] Thunberg, I. blz. 257.
+
+[51] Valentijn, t. a. p.
+
+[52] Leibbrandt, Journal.
+
+[53] Theal, Chronicles of Cape Comm. pag. 180.
+
+[54] Enkele slechte jaren als 1726, 1727 en 1740 natuurlik buiten
+rekening gelaten.
+
+[55] Thunberg, Deel II. pag. 20.
+
+[56] Cornelius de Jong, Reizen. Deel I. pag. 122.
+
+[57] Thunberg, I.
+
+[58] Dagboek Adam Tas, 6 Aug. 1705.
+
+[59] Dit bedroeg 2 schellingen voor inwoners van Stellenbosch en een
+rijksdaalder voor vreemdelingen.
+
+[60] Valentijn.
+
+[61] Kolbe.
+
+[62] Leibbrandt, Journal.
+
+[63] Kolbe.
+
+[64] Thunberg, I. pag. 253.
+
+[65] Leibbrandt, Rambles. pag. 149.
+
+[66] Thunberg, II. pag. 96.
+
+[67] Valentijn, Boek X. pag. 20.
+
+[68] Ian D. Colvin, Romance of Empire.
+
+[69] Thunberg (I. pag. 263) verhaalt, dat de boeren graag een dode
+hond hadden om in 't gat bij de geplante boom te begraven, daar men
+meende, dat dit de groei bevorderde.
+
+[70] Volgens Theal werd in 1709 de bepaling gemaakt, dat een
+boombeschadiger een geseling zou krijgen aan de voet van de galg. De
+aanbrenger zou 10 rkd. ontvangen.
+
+[71] Leibbrandt, Requesten or Memorials.
+
+[72] Watermeyer, Selections. pag. 52.
+
+[73] Thunberg, I. pag. 115.
+
+[74] Kolbe, pag. 117.
+
+[75] Valentijn, Deel X. pag. 106.
+
+[76] Barrow, Travels. Deel I. pag. 97.
+
+[77] Theal, II. pag. 344.
+
+[78] Mr. J. de Wet, »Beknopte Geschiedenis Hervormde Kerk".
+
+[79] Mr. J. de Wet, t. a. p.
+
+[80] Theal, Belangrijke Hist. Dok. pag. 118.
+
+[81] Theal, Chronicles of Cape Comm.
+
+[82] Leibbrandt, Requesten or Memorials.
+
+[83] Leibbrandt, Requesten or Memorials.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+BESTUURSLICHAMEN EN BELASTINGEN.
+
+
+Hieronder zal ik enige aanhalingen doen uit schrijvers uit de
+achttiende eeuw om aan te tonen, hoe het bestuur der kolonie was
+ingericht, maar eerst wens ik een paar opmerkingen te maken om
+begripsverwarring te voorkomen.
+
+Het Hof van Justitie, hierna te noemen, behandelde alle zaken met
+gesloten deuren, er werd nooit mondeling gepleit en de partijen waren
+volkomen buitengesloten. Alle stukken en bewijzen werden aan twee
+leden van 't Hof gezonden door de prokureurs, voordat 't Hof
+bijeenkwam. Die stukken werden dan door alle leden gelezen. De
+uitspraak geschiedde bij meerderheid van stemmen.
+
+Het vonnis werd door de Griffier (Sekretaris) van 't Hof in 't
+openbaar voorgelezen, nadat men drie maal op een bel had geslagen om
+de mensen er kennis van te geven.
+
+De wetten van de Kolonie waren: 1. Het kaapse Plakkaatboek, waarin
+de wetten stonden, die door Goeverneur en Raden aan de Kaap waren
+gemaakt; 2. De Statuten van Batavia, een verzameling van wetten, te
+Batavia uitgevaardigd. 3. De Grote Plakkaatboeken van Holland; 4. Het
+romeins-hollands recht. Een wet werd na klokgelui bekend gemaakt door
+de Sekretaris van de Politieke Raad.
+
+Kopieën werden hier en daar aangeplakt. Laat ons nu zien, wat
+Valentijn van 't bestuur zegt: »Daar is een Polityke Raad, een Raad
+van Justitie, een vergadering der Weesheeren, een Vergadering van
+Kleine, een Vergadering van Huwelijkszaaken en een Borgelijke
+Krijgsraad.
+
+De Polityke Raad, die de aanzienlykste en eerste in rang is, bestaat
+uit een Heer Landvoogt, Opperkoopman, Fiscaal Independent, Capitein,
+Pakhuismeester, Dispensier, Soldyboekhouder, en den Geheimschryver,
+doch in 't jaar 1705 was de Winkelier mede een Lid. Deze Raad
+vergadert Dynsdags.
+
+De Raad van Justitie bestaat uit die zelve Leden der Compagnies
+Dienaaren in 't Civiele, doch in Crimineele zaaken is de Fiscaal hier
+Eisscher, en dan geen Lid; maar buiten de Dienaars der E. Maatschappy,
+by de welke de Capitein-Lieutenant, Lieutenant, ofte Vaandrig ook wel
+gevoegt worden, zyn hier ook drie Borgerraaden (anders wel Kaapze
+Borgermeesters genaamt) Leden van dien, welk Collegie door den
+Geheimschryver (die eerste Klerk is) gesloten, gelyk die Vergadering
+doorgaans Donderdags 's morgens gehouden word.
+
+De Weeskamer bestaat hier uit den Tweeden Persoon, drie Dienaars der
+E. Maatschappy, en drie Leden uit de Borgery (die dit voor 2 jaaren
+blyven) benevens hunnen Geheimschryver.
+
+Deze bestieren de zaaken der Weezen zoodanig, dat zy niet meer gelden
+van een Weeze, al bezat hy nog zoo veel, dan hy tot zyn onderhoud van
+nooden heeft, voor hem, en de rest voor andere Weezen, die niet genoeg
+hebben om te bestaan, hier uitzetten."
+
+»De Vergadering van Kleine Zaken bestaat uit een Voorzitter (die alle
+2 jaren verandert, en die doorgaans de Capitein, Soldyboekhouder, of
+Capitein-Lieutenant is) drie Dienaars, en drie Borgers, met hunnen
+Geheimschryver.
+
+En de Vergadering van Huwelykszaaken bestaat uit den Lieutenant, twee
+Dienaars en twee Borgers met hunnen geheimschryver.
+
+Die van den Polityken Raad vergeven al de mindere Ampten in den dienst
+der E. Maatschappy, en ook alle de Borgerlyke bedieningen.
+
+Die van den Raad van Justitie oordeelen in 't Civiele en in 't
+Criminele oppermagtig, doch van 't eerste kan men zich op de Raad van
+Justitie op Batavia beroepen"[84].
+
+»Uit de voornaamste dezer Borgers worden jaarlijks 2 nieuwe
+Borgermeesters, by 2 oude, die in dienst blyven, door den Gouverneur
+en Raad, en uit de zelve doorgaans de 3 Borger Raaden van Justitie, en
+verder ook 3 leden in de Weeskamer, 3 in de Vergadering van Kleine, en
+2 in 't Collegie van Huwelijks-zaaken, gekoozen, die gemeenelyk 2
+jaaren dienen, en dan door anderen vervangen worden.
+
+Landwaart in op Stellenbosch heeft men een Landdrost, die daar als
+President sit, en nevens 4 Heemraaden van die volkplanting en 3 van
+Draakestein, een vergadering van Heemraaden uitmaakt, welke over een
+somme van 150 guld., en hooger niet, mogen oordeelen, en van waar men
+tot den Raad van Justitie aan 't Kasteel appelleeren kan"[85].
+
+De Politieke Raad werd ook genoemd »de Groote Raad."
+
+Behalve die door Valentijn opgenoemd, had men ook nog de Kerkelike
+Vergadering of Kerkeraad.
+
+In de Politieke Raad was de Goeverneur voorzitter en had twee stemmen.
+
+Deze Raad besliste over vrede of oorlog met de Hottentotten. Hij hield
+ook rechtstreekse briefwisseling met de Heren Zeventien in Europa en
+met de regering in Batavia.
+
+De Raad van Justitie behandelde alle burgerlike rechtzaken, die tussen
+de inwoners voorkwamen en verder alle lijfstraffelike zaken.
+
+Als een der twee partijen een Burger van de Kaap en de ander een
+beambte van de Maatschappij was, of wanneer beide partijen burgers
+waren, dan riep men de drie Burgemeesters op om bij 't rechtsgeding
+tegenwoordig te zijn en om mede te stemmen bij 't opmaken van het
+vonnis. Daar ze echter steeds door het ledental van de Raad in de
+minderheid waren, betekende dit natuurlik niet veel.
+
+Van de uitspraak van deze Raad kon men, zoals ik boven uit Valentijn
+aanhaalde, zich beroepen op de Raad van Justitie te Batavia, maar de
+afstand was groot tussen de Kaap en Batavia en alles ging vreselik
+langzaam, zodat het niet te verwonderen valt, dat van dit recht van
+appèl weinig werd gebruik gemaakt.
+
+»Het is beter" zegt een schrijver hiervan, »een weinig kreupel te
+gaan, dan zich in gevaar te stellen van beide beenen te verliezen om
+al te ver de geneezing van den gewonden te gaan zoeken."
+
+Het lagere hof van Justitie of de »Vergadering van Kleine Zaken"
+bestond uit zeven rechters. De Voorzitter was altijd een van de leden
+van de Grote Raad. De drie »Borgers" bovengenoemd werden door de Grote
+Raad verkozen.
+
+Deze kleine Raad hield zich bezig met rechtsgedingen van minder
+belang, zoals twisten of beledigingen, die niet de aandacht van de
+Raad van Justitie waard waren.
+
+Evenals de Landdrost en Heemraden van Stellenbosch, bovengenoemd,
+konden zij alleen oordelen in kwesties, waar het niet ging om een
+hoger bedrag dan van 150 gld.
+
+Deze Raad was zo zeer ondergeschikt aan de Raad van Justitie, dat zij
+aan deze verslag moest doen van de allergeringste zaken, die zij
+behandeld had.
+
+De leden werden om de twee jaar veranderd door verkiezing van de Grote
+Raad of liever door die van de Goeverneur, aan wie de Burgerraden een
+dubbeltal van zes medeburgers aanboden. Daarvan werd dan de helft voor
+2 jaar benoemd.
+
+Geen huwelik kon gesloten worden, tenzij men eerst voor de kamer van
+huwelikszaken was geweest. Deze vergadering gaf, na behoorlik
+onderzoek, de predikant schriftelik verlof om de drie gewone
+huweliksafkondigingen te doen. Als gedurende deze afkondigingen
+bezwaren tegen het huwelik werden ingebracht, dan moesten deze ook
+weer door het huwelikshof worden onderzocht.
+
+Door de weeskamer werden alle zaken betreffende de goederen, het
+onderhoud en het huwelik van wezen, afgedaan.
+
+Indien een wees wilde trouwen, voordat hij of zij de volle leeftijd
+van 25 jaar had bereikt, moest de weeskamer daartoe verlof geven.
+Zonder dit verlof kon het huwelik niet plaats hebben.
+
+Daar de militie in drie troepen was verdeeld, n.l. die van Kaapstad,
+die van Stellenbosch met Draakestein en die van Swellendam was ook de
+Krijgsraad verdeeld in drie vergaderingen. Deze krijgsraad nu nam
+kennis van en beoordeelde alle overtredingen van de krijgstucht.
+
+De vergadering aan de Kaap bestond uit 19, die te Stellenbosch uit 20
+en die te Swellendam uit 9 leden.
+
+De voorzitter van de vergadering aan de Kaap was altijd een lid van de
+Grote Raad en bevelhebber der bezetting en de voorzitters in de twee
+andere plaatsen waren de Landdrosten.
+
+De overige leden werden genomen uit de oudste Burger-officieren.
+
+De Fiskaal Independent, die ik reeds meermalen heb genoemd, was door
+de Heren Zeventien naar de Kaap gezonden om, als 't nodig was,
+krachtig op te komen tegen onrechtvaardige handelingen van de
+Goeverneur.
+
+Independent heette hij, omdat hij aan niemand dan aan de Heren
+Zeventien verantwoording schuldig was.
+
+Stedelike zaken werden toevertrouwd aan de bovengenoemde Burgerraden.
+Deze »Gemeenteraad" bestond uit een President en vier leden en zij
+zorgden voor het onderhoud van straten, bruggen, wegen enz.
+
+Voor de buitendistrikten had men de Landdrost en Heemraden, die voor
+deze zaken zorg droegen.
+
+De Landdrost kreeg minstens de helft van alle door hem opgelegde
+boeten, zodat hier hetzelfde gevaar voor omkoopbaarheid bestond als
+bij de Fiskaal. Bovendien was zijn salaris zo laag (Zie Hfdst. II),
+dat de verleiding stellig niet minder was dan bij de Fiskaal.
+
+Hij had 't recht om de burgers te dwingen slaven, wagens en hun eigen
+diensten beschikbaar te stellen, als hij dat nodig oordeelde.
+
+De heemraden kregen geen salaris. Ze bleven 2 jaar in betrekking en
+jaarliks traden er 2 af (wat Stellenbosch betreft tenminste). De Raad
+van Politiek koos dan 2 nieuwe uit een aangeboden viertal.
+
+ * * * * *
+
+De belastingen zijn voornamelik te rangschikken onder de volgende
+hoofden:
+
+1. Tienden van de granen en belasting van 't vee.
+
+2. Aksijns van wijn enz. en andere uit- en invoerrechten.
+
+3. Belastingen geheven van de prijs van verkochte huizen en
+landerijen.
+
+4. Zegelrecht.
+
+Valentijn zegt, dat een korenmolen, die de regering had, jaarliks 1400
+à 1600 gulden opbracht.
+
+De tienden van de granen brachten 14.000 gulden op.
+
+Van een os moesten de Kapenaars, volgens Valentijn, 1 schelling
+betalen en van elke 100 schapen 1 gulden per jaar en allen in de
+Tafelbaai gaven 3 Rijksd. klapgeld per jaar, omdat men er een
+klapwaker of nachtwacht had.
+
+Ik sprak vroeger al over de manier, waarop men de regering bedroog in
+de opgaven van 't geoogste graan. Tas is naïef genoeg om in zijn
+dagboek te schrijven op 29 Jan. 1706, dat hij 343 mud rogge had
+geoogst en er maar 15 aan de Gekommitteerden had opgegeven. En het
+schijnt, alsof hij meent, dat hij in dit opzicht nog te eerlik is
+geweest.
+
+Het is dus duidelik, dat de regering niet half de belasting kreeg,
+waarop ze volgens de wet recht had.
+
+In 1711 waren, zegt Valentijn, voor 't eerst tienden opgelegd door de
+Heren Zeventien, maar bovendien moesten de burgers jaarliks elf gulden
+leeuwen- en tijgergeld betalen.
+
+Op 13 April 1711 werd aan de Heren Zeventien gemeld, dat het niet
+aanbevelenswaardig werd geacht ook tienden van vee te heffen. »De
+bewoners van Stellenbosch en Draakestein", zo lezen we, »betalen al
+hoorngeld, dit is 1 gulden voor 100 schapen en 5 gulden voor groot
+vee[86]. Dit geld, dat gebruikt wordt voor het herstellen van wegen en
+bruggen en ook voor 't geven van premies voor 't doden van wilde
+dieren, kunnen velen niet eens betalen."
+
+Datzelfde jaar protesteerden de boeren tegen de toepassing in
+Zuid-Afrika van de hollandse tiendwet. Want dààr werden de tienden
+gerekend van 't gemaaide koren op 't land. Maar hier werden de tienden
+geheven van 't graan dat schoon aan de magazijnen van de Kompanjie
+werd afgeleverd. Dit verschil in de manier van uitvoeren van de wet
+maakte de lasten in Zuid-Afrika natuurlik veel groter dan in Holland.
+
+Toen werd in 1712 ook getracht de tienden te verpachten van 't graan
+op 't land. Maar hier kwam geen bod voor. De pachter zou 't ook duur
+genoeg gehad hebben voor de moeite van 't inzamelen op zo ver uiteen
+gelegen plaatsen.
+
+Over de aksijns en de belasting op de wijn heb ik gesproken in
+hoofdstuk II. Ik heb hier alleen bij te voegen, dat het verpachten
+van het uitsluitend recht om te tappen elk jaar duizenden guldens
+opbracht.
+
+Dit was natuurlik ook een belasting, die de Kapenaars en gedeeltelik
+de vreemdelingen betaalden, daar de pachter wel zorg droeg, zijn pacht
+plus een mooie winst te maken uit de verkoop van de wijn.
+
+Wat nu de belasting op de verkoop van land betreft, dit:
+
+In 1685 was een nieuwe belasting ingevoerd, die 2 percent bedroeg van
+de verkoopprijs van land. Als het land echter verkocht werd binnen
+drie jaar nadat de Kompanjie het had geschonken, moest er 10 percent
+worden betaald en 5 percent, als dit binnen 10 jaar plaats had.
+
+Over de zegelbelasting, die steeds hoger werd, sprak ik reeds vroeger.
+
+Soms werden behalve deze belastingen ook nog speciale geheven zoals
+b.v. in 1743, toen men een havendam trachtte op te werpen in de
+Tafelbaai.
+
+Daarvoor hief men een ekstra belasting van alle Europeanen in
+Zuid-Afrika.
+
+In ruwe trekken heb ik getracht mijn laatste punt te behandelen.
+
+Voor ik nu deze schets eindig wil ik nagaan, hoe de toestand van de
+kolonie was aan 't eind van de eerste helft der 18de eeuw.
+
+Jammer genoeg kan die toestand niet als heel gunstig worden
+beschreven.
+
+Ook in Nederland doorleefde men toen een tijdperk, dat voor de
+burgerman en de boer alles behalve gunstig was.
+
+In Amsterdam was omstreeks 1730 haast geen huis te krijgen. In 1740
+stonden er meer dan 400 leeg en in 1743 bijna 900. Hongersnood en
+duurte maakten het bestaan zeer moeilik.
+
+De strenge winter en de doorbraken van 1740 deed de ellende ten top
+stijgen. Men had de handen vol om de behoeftigen te helpen[87].
+
+Hulp uit Nederland was dus aan de Kaap niet te verwachten. Eerder zou
+men in Nederland hulp nodig hebben gehad.
+
+Tot het midden der 18de eeuw had men zoveel mogelik vreemde schepen
+uit de kaapse havens (Kaapstad en Simonsstad) geweerd, maar toen
+veranderde dit. Men begon te trachten ze aan te lokken wegens het
+geldgebrek, dat men had. Men wilde ervan halen, wat er van te halen
+viel.
+
+De opstand van Estienne Barbier was in 1739 en daarna een argument
+geweest in Europa om geen kolonisten meer te sturen. Men was bang, dat
+de kolonie zich onafhankelik zou verklaren.
+
+Maar in 1750, niet het minst door de slechte tijden, die men toen in
+Nederland beleefde, vroegen de Heren Zeventien, of het niet mogelik
+zou zijn meerdere kolonisten aan de Kaap te brengen. Doch op 11 Jan.
+1751 antwoordden Heemraden van Stellenbosch en Draakestein aan de
+Politieke Raad, die hun advies in deze zaak vroeg, alvorens de Heren
+Zeventien te antwoorden, dat er reeds veel te veel europese families
+in 't land waren en dat ze niet wisten, wat er van hen en hun kinderen
+zou moeten worden.
+
+Ze voegden hier verder bij, dat uitvoer van produkten van de Kaap
+behoorde toegestaan te worden, daar dit het enige redmiddel was.
+
+Deze raad werd echter in de wind geslagen.
+
+Zo stond de toestand in 1750. En 25 jaar later, in 1775, na het
+uitstekende bestuur van Rijk Tulbagh, schreef Sparrman:
+
+»Hoe groot de kolonie ook is, ze kan op 't oogenblik niet anders
+beschouwd worden dan als een vrij groot, maar zwak en teringachtig
+lichaam, waarin de cirkulatie van de handel zeer langzaam is; tussen
+de verder afgelegen delen en het hart of tussen het binnenland en de
+Kaap is er maar eens per jaar verbinding door middel van gewone
+wagens."
+
+De kolonisten plukten nu de wrange vruchten van een honderdjarig
+wanbestuur. De Kompagnie bediende zich van een stelsel, dat alleen
+draaglik was onder uitstekende goeverneurs als Tulbagh, maar dat
+totaal ondraaglik werd als de goeverneur een slecht mens was of geen
+hart had voor zijn werk.
+
+Had men een reeks van mannen als goeverneurs aan de Kaap gehad in de
+eerste helft der 18de eeuw zoals Vader Tulbagh, dan zou de toestand in
+1750 die geweest zijn van een der bloeiendste kolonies van de wereld
+waarschijnlik.
+
+Maar nu was het te laat.
+
+De gouden tijd, die twintig jaar lang het hart van de kolonisten mocht
+verheugen, was voor goed voorbij, toen de burgers in duizenden
+samenstroomden om de Landsvader naar zijn laatste rustplaats te
+geleiden.
+
+En de oude misbruiken, die onder Van Plettenberg weer snel
+voortwoekerden, waren slechts een herhaling van wat altijd aan de Kaap
+was vertoond.
+
+Het was duidelik, dat de oude worm nog steeds aan het hart van de boom
+vrat.
+
+Omstreeks 1770 was de Kompanjie eigenlik al uitgeleefd, maar ze
+sleepte haar bestaan nog een vijf en twintig jaar voort als een
+stramme, afgeleefde grijsaard. En toen eindelik de franse troepen
+Nederland overstroomden, verdween ze en »ging heen, zonder begeerd te
+zijn."
+
+VOETNOTEN:
+
+[84] Valentijn, Deel X. pag. 39.
+
+[85] Valentijn, Deel X. pag. 50.
+
+[86] Valentijn was dus verkeerd ingelicht, toen hij sprak over een
+schelling per os.
+
+[87] Blok, Gesch. Ned. Volk. VI. pag. 139.
+
+
+
+
+LIJST VAN WERKEN BIJ HET SAMENSTELLEN VAN DEZE STUDIE GERAADPLEEGD.
+
+
+LEO FOUCHÉ, Dagboek van Adam Tas.
+
+LEIBBRANDT, Defence of W. A. van der Stel.
+
+ -- Journal 1699-1732.
+
+ -- Letters despatched.
+
+ -- Letters received.
+
+ -- Requesten or Memorials. Vol. I en II.
+
+ -- Rambles through the Archives. I.
+
+KOLBE, Caput Bonae Spei Hodiernum.
+
+THEAL, History of South-Africa. I en II.
+
+ -- Chronicles of Cape Commanders.
+
+ -- Belangrijke Historische Dokumenten. III. (Important Historical
+Documents). I en II.
+
+MRS. A. F. TROTTER, Old Cape Colony.
+
+IAN COLVIN, The Romance of South-Africa.
+
+S. MENDELSSOHN, South-African Bibliography. 2 dln. London 1910.
+
+DR. G. BESSELAAR, Zuid-Afrika in de Letterkunde.
+
+F. VALENTIJN, Oud- en Nieuw Oost Indiën. Boek X.
+
+LEGUAT, Travels (Hackluyt uitgave).
+
+CAPT. ROB. PERCIVAL, An account of the Cape of Good Hope. London 1804.
+
+ANDREW SPARRMAN M. D., A voyage to the Cape of Good Hope (2 dln.).
+London 1786.
+
+SIR JOHN BARROW, Travels into the interior of Southern Africa
+(2 dln.). London 1806.
+
+_Auteur?_ Nederlandsch Afrika of Historisch en Staatkundig Tafereel
+van den oorspronkelijken staat der Volksplantinge aan de Kaap de Goede
+Hoop enz. Uit het Fransch vertaald. 1783.
+
+WILMOT EN CENTLIVRES, History of South-Africa.
+
+WILMOT, The story of the Expansion of South-Africa.
+
+HOPE, Our place in History.
+
+DS. KOCK, De Kaap als een nieuw land.
+
+J. DE WET, Beknopte Geschiedenis van de Nederduytsche Hervormde kerk
+aan de Kaap de Goede Hoop enz. (volgens nagelaten manuscript bezorgd
+door Dr. J. J. Kotzé). 1888.
+
+CORNELIUS DE JONG, Reizen naar Kaap de Goede Hoop enz. Haarlem. 1802.
+
+WATERMEYER, Selections from the Writings of the late Judge. Cape Town
+1877.
+
+CHARLES PETER THUNBERG M. D., Travels in Europe, Africa and Asia made
+between the years 1770-1773 (wat de Kaap betreft) (4 dln.). 3rd
+Edition London 1795.
+
+DAMPIER, Voyages Vol. I Chapter XIX.
+
+LE VAILLANT, Travels (2 dln.).
+
+ -- New Travels (3 dln.).
+
+BLOK, Geschiedenis van het Nederlandsche Volk. Deel V en VI.
+
+
+
+
+REGISTER.
+
+
+Ableing, D'. 19.
+
+Artikel Brief. 14.
+
+Assenburg, van. 65.
+
+Barbier, Estienne. 28.
+
+Barrow. 50 (n.), 85, 85 (n.).
+
+Batavia. 29, 59.
+
+Begrafenis. 72, 92.
+
+Bek, Ds. 56.
+
+Belastingen. 24, 31, 43, 65, 99. Zie ook: leeuwengeld, tienden,
+zegelrecht, hoorngeld.
+
+Bestuur. 29, 30, 93 vv.
+
+Bevolking. 7, 79.
+
+Blesius. 38.
+
+Bloedrivier. 62.
+
+Blok, P. J. 102.
+
+Boeten. Zie straffen.
+
+Bosjesmannen. 10, 27, 28, 40 (n.), 41, 62, 80.
+
+Botha, Jacobus. 62.
+
+Bouworde. Zie huizen.
+
+Burger, vrije. 26, 30.
+
+Burgerraden. 29, 31, 94.
+
+Chavonnes, De. 68.
+
+Chinezen. 84.
+
+Colvin, Ian D. 74 (n.).
+
+Dagga. 18.
+
+Dampier. 11.
+
+Dienstplicht. 69.
+
+Districten. 11.
+
+Dispens. 37.
+
+Draakestein. 9, 10, 16, 32, 57, 60, 74, 77, 91, 95, 100.
+
+Dijk, van. (Ziekentrooster) 91.
+
+Eed, Burger --. 5.
+
+Feestdagen. Zie vermakelikheden.
+
+Fontaine, Jan de la, 22.
+
+Fransche Hoek. 10, 46.
+
+Fransen. 3, 4, 6, 7, 31, 32, 89. Zie ook: Hugenoten.
+
+Gans, Johan Hendrik. 14.
+
+Ganna. 49.
+
+Gastvrijheid. 40, 42, 44, 64. Zie ook: kosthuizen.
+
+Gezondheid. 17.
+
+Godsdienst 38, 45, 70, 71, 81, 87-91. Zie ook: Bek, Hernhutters,
+Kalvinisten, Katholieken, Luthers, Moraviërs.
+
+Goens, Rijklof van. 57.
+
+Goske, Isbrand. 59.
+
+Graaff-Reinet. 89.
+
+Guillaumet, François. 57.
+
+Handel (buiten de kompanjie). 19, 47, 50, 55, 62, 65, 89, 103. Zie
+verder: monopolies, prijzen, koren, vee, wijn, wol, winkels.
+
+Hendriksz., Jacob, 16.
+
+Heren-Zeventien. 2, 3, 7, 8, 58, 83, 89, 98, 103.
+
+Hernhutters. 91.
+
+Heufke, Johannes. 72.
+
+Hoorn, Joan van. 31.
+
+Hoorngeld. 100. Zie ook vee.
+
+Hottentots-Holland. 10, 20.
+
+Hottentotten. 32, 48, 61, 79, 83, 84, 85, 96.
+
+Hout (prijzen en aanplanten). 55, 56, 74, 75, 76.
+
+Hugenoten. 9, 10, 13 (n.), 46, 89. Zie ook: Fransen.
+
+Huiselik leven. 36 vv., 41, 43, 44, 45, 64, 65.
+
+Huisindustrie. 49.
+
+Huisraad. 36, 37, 43, 45, 46, 47, 48, 49, 51.
+
+Huizen (bouw, inrichting). 36-40, 48, 49.
+
+Husing, Henning, 38, 52.
+
+Huwelik (hof, plechtigheid, raad). 46, 71, 95, 97, 98.
+
+Imhoff, van. 34, 82.
+
+Indië. 19.
+
+Industrie. Zie ook: huis-, zijde-, kalk-.
+
+Java. 7, 31, 50.
+
+Jong, Cornelius de. 49 (n.) 61, 64.
+
+Joubert, Mevrouw. 43, 50.
+
+Journal. Zie Leibbrandt.
+
+Kaapstad. 11, 36-38, 45-50, 62-66, 90, 102.
+
+Kalkindustrie. 78.
+
+Kalvinisten. 71.
+
+Karroo, De. 44.
+
+Kasper, Hans. 53.
+
+Katholieken. 91.
+
+Kleeding. 47, 48, 80.
+
+Kolbe. 1, 39 (n.), 61, 62, 67 (n.), 68 (n.), 75, 83 (n.).
+
+Kombuis. 37.
+
+Kompanjie-tuin. 73, 74.
+
+Kooplieden. Zie handel.
+
+Koren (-bouw, -handel). 19, 27, 31, 39, 45, 53, 58-61.
+
+Kosthuizen. 23, 54, 64, 71.
+
+Kranten. 40.
+
+Kuilsrivier. 10.
+
+Landbouwers, vrij --. 8.
+
+Leeuwengeld. 61, 100. Zie ook: Wilde dieren.
+
+Leguat. 52, 81, 84.
+
+Leibbrandt. 15, 16-17 (n.), 20 (n.), 25 (n.), 27 (n.), 32-33 (n.),
+51-52 (n.), 53, 56 (n.), 63, 68 (n.), 70 (n.), 77 (n.), 81,
+91-92 (n.).
+
+Loon, Ds. Hercules v. 74.
+
+Loonen. Zie salarissen.
+
+Luthers. 4, 90.
+
+Maatschappelik leven. 36 vv.
+
+Madagascar. 29, 81.
+
+Mauritius. 7, 75.
+
+Michiel Otto van Hottentots-Holland. 20.
+
+Middelburg, Kamer v. 5.
+
+Monopolies, Alg. 29, tabak 18, visch 21, wild 27, zijde 57.
+
+Moraviese broeders. 90.
+
+Mosselbank. 10.
+
+Muntwaarde. 25.
+
+Mijnbouw. 57.
+
+Nationaliteiten der kolonisten. 7.
+
+Negers. Zie slaven.
+
+Nel, Jan. 77.
+
+Nel, Willem. 56.
+
+Omgang. Zie verkeer.
+
+Ongehuwden. 16, 23, 69, 70.
+
+Opstand. Zie Barbier.
+
+Opvoeding en onderwijs. 6, 69, 70, 77, 80, 81.
+
+Paarl, De. 10.
+
+Percival, Captain. 41.
+
+Plettenberg, van. 104.
+
+Politie. 77.
+
+Post (brieven-). 15, 40.
+
+Pressen (zielverkopers). 14.
+
+Prijzen. 19-21, 24, 25, 33, 34, 52-56, 63.
+
+Rechten der bewoners. 13 vv.
+
+Rechtspraak. 29, 93 vv.
+
+Reizigers, (vreemdelingen). 41, 50, 86, 103.
+
+Rheede, Heer van. 10.
+
+Riebeeck, van. 2, 8, 13, 79.
+
+Robben-eiland. 15, 38, 65, 79.
+
+Rondebos. 9.
+
+Roodezand. 11, 89.
+
+Ruilhandel. 29, 32, 33.
+
+Rijst. Zie koren.
+
+St. Pierre, Bernardin de. 41.
+
+Salarissen. 14, 21-25, 56, 83, 84.
+
+Saldanha-baai. 21.
+
+Schepen. 86.
+
+Schmit, George. 90.
+
+Simons, Cornelis Joan. 82.
+
+Simonsstad. 103.
+
+Sint Helena-baai. 18.
+
+Slaven. 6, 37, 40, 51, 64-84.
+
+Sparrman. 1, 15, 42, 44, (n.), 47, 48 (n.), 49, 50, 55, 81, 103.
+
+Sprinkhanenplaag. 60.
+
+Stavorinus. 61.
+
+Stel, S. en W. A. van der. 2, 4, 10, 25, 32, 46, 58, 59, 74, 81.
+
+Stellenbosch. 9, 10, 11, 12, 16, 21, 46, 50, 51, 60, 61, 63, 66, 67,
+69, 74, 77, 95, 97, 100.
+
+Stichting der kolonie. 2.
+
+Straffen. 15, 16, 21, 34, 51, 68, 70, 74-78, 99.
+
+Swellendam. 11.
+
+Tabaksteelt. 18.
+
+Tafelbaai. 11, 21, 54, 66, 100, 101.
+
+Taillefer, Isaac. 58.
+
+Tas, Adam. 29, 31, 40, 53, 55, 60, 65 (n.), 71, 100.
+
+Theal. 4 (n.), 6-7 (n.), 9 (n.), 10, 21-22 (n.), 27 (n.), 34-35 (n.),
+58 (n.), 75 (n.), 88 (n.), 90-91 (n.).
+
+Thomas, de jonge --. 18.
+
+Thunberg. 17 (n.), 39 (n.), 45 (n.), 51 (n.), 55, 61 (n.), 62,
+64 (n.), 69 (n.), 71 (n.), 80.
+
+Tienden. 19, 31, 99, 100.
+
+Trotter, Mrs. 7 (n.), 18 (n.), 20 (n.), 21 (n.), 84.
+
+Tulbagh, Rijk. 103, 104.
+
+Vaillant, Le. 43 (n.), 45, 48 (n.), 89.
+
+Valentijn. 1, 9, 11, 19, 37, 38-39 (n.), 52, 54 (n.), 56 (n.), 60, 63,
+67 (n.), 73, 84, 94, 95 (n.), 96, 99, 100 (n.).
+
+Valsche Baai. 21.
+
+Vechtkop. 62.
+
+Vee (-handel, -stapel, -teelt). 19, 32, 45, 53, 60, 80, 99, 100.
+
+Verbanning. 16.
+
+Verburg, Commissaris. 26 (n.).
+
+Verhouding tot Nederland. 35.
+
+Verkeer, onderling. 62, 65, 89, 90, 103. Zie ook: vermakelikheden.
+
+Vermakelikheden. 65, 66, 67, 68, 71, 72.
+
+Villiers, Abraham. 57.
+
+Voortrekkers. 11, 62.
+
+Wagenaar. 8.
+
+Wapenen. 61, 79.
+
+Watermeyer. 3, 9 (n.), 26, 30 (n.), 80.
+
+Waveren, land van --. 10.
+
+Weeskamer, wezen. 69, 94 vv., 98.
+
+Werkkrachten. Zie Slaven, salarissen, Chinezen.
+
+Wet, Mr. J. de. 88.
+
+Wetten. 93 vv.
+
+Winkels. 45, 46, 47, 63, 64. Zie ook: Handel.
+
+Wium, Pieter. 63.
+
+Wolhandel. 20, 58.
+
+Woningnood. Zie huizen.
+
+Wilde dieren. 60, 61, 62.
+
+Wijn (-bouw, -handel). 24, 32 vv., 54, 58, 99.
+
+Zegelrecht. 25, 99.
+
+Zijde-industrie. 57.
+
+
+
+
+ +-------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: »Ich belove en sweere |
+ | C: »Ick belove en sweere |
+ | B: als belasting Het spreekt vanzelf, |
+ | C: als belasting. Het spreekt vanzelf, |
+ | B: maatschappij te kunnen behoeve aangesteld, |
+ | C: maatschappij te hunnen behoeve aangesteld, |
+ | B: boeren kon den er dus onmogelik |
+ | C: boeren konden er dus onmogelik |
+ | B: zonder zwier; zomigen zelfs |
+ | C: zonder zwier; zommigen zelfs |
+ | B: Le Vaillant zegt: Al de meubelen |
+ | C: Le Vaillant zegt: »Al de meubelen |
+ | B: stierf waren: een swart ebbenhout |
+ | C: stierf waren: »een swart ebbenhout |
+ | B: gereden" [f] 12.-- |
+ | C: gereden" [f] 12.--. |
+ | B: ook al niet naar wens |
+ | C: ook al niet naar wens. |
+ | B: nauweliks bekend." |
+ | C: nauweliks bekend."[72] |
+ | B: een keten van kopere koralen" |
+ | C: een »keten van kopere koralen" |
+ | B: Kolbe. |
+ | C: [61] Kolbe. |
+ | B: Justitie op Batavia beroepen[84]. |
+ | C: Justitie op Batavia beroepen"[84]. |
+ | B: die onder van Plettenberg |
+ | C: die onder Van Plettenberg |
+ | B: S. MENDELSOHN, South-African Bibliography. |
+ | C: S. MENDELSSOHN, South-African Bibliography. |
+ | B: Barrow. 50 (n.), 85, 86 (n.). |
+ | C: Barrow. 50 (n.), 85, 85 (n.). |
+ | B: Bestuur. 29, 30, 93. vv. |
+ | C: Bestuur. 29, 30, 93 vv. |
+ | B: Dijk, Van. (Ziekentrooster) 91. |
+ | C: Dijk, van. (Ziekentrooster) 91. |
+ | B: Hendriksz. Jacob, 16. |
+ | C: Hendriksz., Jacob, 16. |
+ | B: Hugenoten. 9, 10, 12 (n.), |
+ | C: Hugenoten. 9, 10, 13 (n.), |
+ | B: Landbouwers, vrij -- 8. |
+ | C: Landbouwers, vrij --. 8. |
+ | B: 25 (n.), 27 (n.), 33-34 (n.), |
+ | C: 25 (n.), 27 (n.), 32-33 (n.), |
+ | B: Plettenberg. 104. |
+ | C: Plettenberg, van. 104. |
+ | B: 15, 42, 44, (n.) 47, 48 (n.), |
+ | C: 15, 42, 44, (n.), 47, 48 (n.), |
+ | B: Stichting der kolonie. 2 |
+ | C: Stichting der kolonie. 2. |
+ | B: 58 (n.), 75 (n.), 90-91 (n.). |
+ | C: 58 (n.), 75 (n.), 88 (n.), 90-91 (n.). |
+ | B: 18 (n.), 20 (n.), 21 (n.) |
+ | C: 18 (n.), 20 (n.), 21 (n.), 84. |
+ | B: Vee (handel-, -stapel, -teelt). |
+ | C: Vee (-handel, -stapel, -teelt). |
+ | B: Vermakelikheden. 65, 66, 67, 68, 71 72. |
+ | C: Vermakelikheden. 65, 66, 67, 68, 71, 72. |
+ | B: [Niet in Bron.] |
+ | C: Wijn (-bouw, -handel). 24, 32 vv., 54, 58, 99. |
+ | B: [Niet in Bron.] |
+ | C: Zegelrecht. 25, 99. |
+ | B: [Niet in Bron.] |
+ | C: Zijde-industrie. 57. |
+ | |
+ +-------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het huiselik en maatschappelik leven
+van de Zuid-Afrikaner, by Foort Cornelis Dominicus
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET HUISELIK EN MAATSCHAPPELIK ***
+
+***** This file should be named 30049-8.txt or 30049-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/0/0/4/30049/
+
+Produced by André Engels and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.